Commissie voor de Financiën en de Begroting

Commission des Finances et du Budget

 

van

 

Woensdag 25 juli 2018

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 25 juillet 2018

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.04 uur en voorgezeten door de heer Eric Van Rompuy.

La réunion publique de commission est ouverte à 10.04 heures et présidée par M. Eric Van Rompuy.

 

01 Gedachtewisseling met de regering over het bereikte begrotingsakkoord

01 Échange de vues avec le gouvernement sur l'accord budgétaire conclu

 

De voorzitter: Collega's, gisteren kregen wij de melding van de regering dat zij haar begrotings­akkoord, het Zomerakkoord-bis, wou komen toelichten in het Parlement. Wij zijn daar natuurlijk op ingegaan.

 

Wat de manier van werken betreft, stel ik voor dat de eerste minister eerst een toelichting geeft. Ik heb de tekst van de persconferentie laten ronddelen, weliswaar alleen in het Nederlands want ik heb die niet op de website gevonden. Dit is de tekst van de persconferentie. Ik weet niet of er een officieel document van bestaat.

 

Na de toelichting van de eerste minister kunnen de leden hun opmerkingen en hun vragen formuleren. Wij moeten nog bekijken of wij dat hoofdstuk per hoofdstuk doen of globaal.

 

Daarna komen de antwoorden van de regering op de opmerkingen van het Parlement. In laatste orde, na de antwoorden van de regering, moet er natuurlijk mogelijkheid zijn dat de oppositie, vermoed ik, repliceert op hetgeen de regering heeft geantwoord.

 

01.01  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, je prends acte de la possibilité qui nous est offerte de répliquer aux réponses du gouvernement. Dont acte! Je vous en remercie car nous nous souvenons qu'il n'en a pas toujours été ainsi.

 

En outre, monsieur le président, si j'ai bien compris les déclarations faites hier lors de la conférence de presse, il était question d'un tableau budgétaire, tableau que l'on peut consulter aujourd'hui dans le quotidien De Tijd. J'aimerais m'assurer que nous en disposons. On nous a remis les slides présentés hier lors de cette conférence de presse – du reste visibles sur le site du premier ministre, dès hier après-midi. Pourrions-nous en disposer afin que nous puis­sions comprendre la façon dont le gouvernement parvient à trouver les 2,6 milliards d'euros d'effort budgétaire à accomplir?

 

01.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ik wil u bedanken voor het bijeenroepen van de commissie, mijnheer de voorzitter. Het is er ook het ideale weer voor. Wij kijken er allemaal enorm naar uit om het vandaag over de begroting te hebben, maar om het over de begroting te kunnen hebben, is het natuurlijk wel belangrijk om de begrotingscijfers te hebben.

 

De presentatie van de persconferentie gisteren was al in onze mailbox beland. Bedankt voor de kopie, maar die presentatie gaat over zowat alles, behalve over de begroting. Het zou dus interes­sant zijn om ook de begrotingstabel te hebben. Dat kan de discussie alleen maar boeiender maken. Als ik mij niet vergis, heeft vicepremier Jambon dat gisteren ook min of meer aange­kondigd in de studio van Terzake. Ik heb de uitzending niet helemaal gevolgd, maar ik dacht dat gisteren gehoord te hebben tijdens die gezellige theekrans van de drie vicepremiers in de televisiestudio. Ik zou dus graag die tabel hebben. Dat zou het iets gemakkelijker en interessanter maken.

 

01.03  Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik ben blij dat mijn collega Calvo zo goedgeluimd is door het zonnetje dat schijnt, maar dit is al de derde keer op een rij dat de regering beslist om haar beslissingen eerst aan de pers mee te delen en dan naar de Kamer te komen. Dat is een beslissing die zij mag nemen, maar ik zou dat in die situatie niet doen.

 

Mijnheer de voorzitter, u hebt gezegd dat u zelf niet weet of het document dat hier rondgedeeld wordt al dan niet een officieel document is. Als men het Parlement op zijn minst een klein beetje wil respecteren, dan worden vandaag de begrotings­tabellen ook rondgedeeld en dan kunnen wij een serieus debat houden.

 

De voorzitter: Mijnheer de eerste minister, ik heb inderdaad gezien dat die tabel in een krant verschenen is. Het Parlement heeft het recht om te weten hoe men tot die 2,5 miljard komt. Hebt u die tabel bij?

 

01.04 Eerste minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, ten eerste, wij hebben gisteren een persconferentie georganiseerd. De documenten zijn beschikbaar, in het Frans en in het Nederlands. Die gaan over de inhoudelijke punten, in het bijzonder de jobsdeal, maar ook over de andere punten waarover wij een beslissing hebben genomen.

 

Ten tweede, mevrouw Kitir, met groot respect voor het Parlement hebben wij gisteren aan de pers gezegd dat er vandaag in de commissie meer informatie over de budgettaire gegevens zou worden gegeven. Dat is de rol en de taak van minister Wilmès. Zij zal na de start van het inhoudelijke debat daarover meer informatie met u delen. Het document met de budgettaire samen­vatting is dus inderdaad beschikbaar voor de Kamer. Dat document kan worden rondgedeeld.

 

De voorzitter: Kunnen wij die tabel krijgen, mevrouw de minister? Of kunt u heel kort samen­vatten wat erin staat? Ik wil proceduredebatten vermijden.

 

01.05  Sophie Wilmès, ministre: Monsieur le président, un débat de procédure n'est pas nécessaire. Je pense qu'il a été demandé de déposer les tableaux auprès des services; je suis en train de vérifier que cela a bien été fait et, à mon avis, c'est une question de copies et de distribution.

 

Il n'y a donc aucun problème à ce sujet et que les choses soient claires en ce qui concerne la primauté du Parlement sur le reste: comme l'a indiqué le premier ministre, nous n'avons pas distribué les tableaux hier à la presse, c'est bien à vous que nous les distribuons en premier lieu.

 

Le président: Oui, mais le secrétariat n'a pas reçu les tableaux.

 

01.06  Sophie Wilmès, ministre: Les huissiers procè­dent en ce moment à des photocopies.

 

Le président: Monsieur Laaouej, vous aurez les tableaux d'ici quelques minutes.

 

La parole est au premier ministre.

 

01.07  Charles Michel, premier ministre: Monsieur le président, chers collègues, ce lundi soir, le gouvernement s'est accordé sur un paquet de réformes structurelles complémentaires en lien avec les perspectives budgétaires pour lesquelles des décisions ont été prises et des arbitrages opérés pour l'exercice budgétaire initial 2019.

 

Cet accord contient principalement six points:

1. un deal pour l'emploi;

2. un accord sur les lignes budgétaires 2019;

3. un accord pour progresser dans la relance des investissements stratégiques;

4. la valorisation des assets de Belfius;

5. une solution pour l'indemnisation des coopéra­teurs d'ARCO;

6. l'ouverture du marché belge possible pour un quatrième opérateur télécom.

 

Je vais brièvement tracer les contours de ces points. Mes collègues auront ensuite l'occasion de donner plus de substance et plus d'informations sur le sujet.

 

Het eerste belangrijke punt is de jobsdeal.

 

Sinds het begin van de legislatuur, drieënhalf jaar geleden, werden er 190 000 jobs gecreëerd, wat neerkomt op een nettojobcreatie van 55 000 jobs per jaar, in het bijzonder door de privésector. Wij doen het 2,5 keer beter dan de raming van het Federaal Planbureau in zijn publicatie 1419, namelijk de creatie van 21 000 jobs per jaar. Volgens de vooruitzichten 2017-2022 van het Federaal Planbureau, zou de nettojobcreatie van 46 000 jobs per jaar tegen 2022 moeten worden voortgezet.

 

Ondanks deze zeer positieve balans worden wij met een paradox geconfronteerd. Wij hebben immers vastgesteld dat er steeds meer knelpunt­beroepen zijn op onze arbeidsmarkt.

 

Selon les perspectives des statistiques officielles européennes, notre pays serait confronté à une situation de près de 135 000 emplois disponibles mais non occupés à cause du manque de qualification et de formation des personnes. Dans le même temps, malgré les progrès réalisés dans le recul du chômage et dans la hausse des emplois créés, le taux de chômage est encore trop élevé et le taux d'activité est encore insuffisant. Nous avons la conviction qu'il y a là un frein pour poursuivre les effets positifs en termes de croissance, et un frein au dynamisme économique. C'est pourquoi, il y a trois mois, au nom du gouvernement, j'ai lancé un appel à la mobilisation générale sur ce deal pour l'emploi et pour rencontrer cette préoccupation de la moderni­sation de notre marché du travail.

 

In eerste instantie moet dit gebeuren met de deelstaten. Wij weten immers allemaal dat na de zesde staatshervorming heel wat hefbomen op dit vlak bij de deelstaten liggen. Ook de sociale partners moeten daarbij worden betrokken. Om te kunnen komen tot een positief en constructief verhaal met krachtige keuzes en beslissingen, vonden er, samen met de minister van Werk, een paar ontmoetingen plaats met de sociale partners. De voorbije periode werden er keuzes gemaakt die geleid hebben tot de beslissingen van twee dagen geleden.

 

Quelle est la philosophie et quels sont les points-clés de ce 'jobs deal', dont les mesures seront présentées plus en détail dans quelques instants?

 

Le premier point-clé, c'est de tout mettre en œuvre, à travers un paquet de 28 mesures cohérentes, afin de donner plus de capacités à la formation. Il s'agit de tendre la main aux demandeurs d'emploi, pour leur donner davantage la capacité d'emprunter rapidement un chemin qui augmente les chances de retrouver le marché du travail et d'être de nouveau actifs. Cette philo­sophie générale dans laquelle nous nous sommes situés est réellement positive, constructive, tournée vers cette dimension.

 

Le deuxième point-clé, c'est la cohérence et la complémentarité avec les initiatives des Régions.

 

Ik geef een voorbeeld. Op het vlak van de fiscaliteit hebben wij vastgesteld dat de deelstaten ofwel initiatieven hebben genomen ofwel van plan zijn om initiatieven te nemen met betrekking tot specifieke premies voor de invulling van de knelpuntenberoepen, gelinkt aan de vorming.

 

Cette dimension est prise en compte par exemple à travers des mesures d'immunisation fiscale forfaitaire pour les primes qui seront octroyées dans le cadre de ces perspectives.

 

Autre idée, le droit à l'outplacement. Ce droit est consacré – en tenant compte de la situation des petites et moyennes entreprises – avec une capacité d'alternatives qui prennent en considération les moyens des fonds sectoriels, qui peuvent être plus mobilisés pour soutenir les efforts dans ce cadre.

 

Een volgende belangrijke en krachtige beslissing die wij principieel hebben genomen, betreft de hervorming van ons werkloosheidssysteem.

 

Deze beslissing kwam duidelijk na de nota van de Groep van Tien — werkgevers en werknemers samen — waarin ons werd gevraagd om ons werkloosheids­systeem te hervormen in die zin dat er meer rekening moet worden gehouden met de problematiek van de knelpuntberoepen.

 

Quels sont les principes forts sur le sujet? Je profite de l'occasion pour tordre le cou à quelques premiers canards, probablement inspirés par une mauvaise information ou une information incomplète. Je ne peux imaginer qu'il y aurait de la mauvaise foi sur le sujet!

 

L'idée est d'augmenter dans les premiers mois l'allocation pour le demandeur d'emploi. Celui qui perd son emploi verrait une hausse de son allocation dans les premiers mois. Ensuite, la dégressivité sera plus marquée. Les modalités devront être définires par arrêté royal (intensité, rythme, catégories visées).

 

Nous souhaitons aussi mieux prendre en compte la dimension de formation dans le cadre du système de chômage, pour l'orienter vers les métiers en pénurie.

 

La troisième période sera au même niveau qu'aujourd'hui. Il n'y a donc pas de diminution.

 

La grande différence avec les réformes du passé en matière de chômage réside dans le fait qu'il n'y a pas d'économies dans le budget de l'assurance chômage. En effet, le but est de renforcer le taux d'activité et d'avoir un gain budgétaire par le fait qu'on remette davantage de personnes au travail. Ceci aura un effet macroéconomique positif pour notre budget.

 

C'est un choix très clair qui est fait.

 

Wij zijn ervan overtuigd dat deze hervorming zeer belangrijk is. Dat betekent dat de minister van Werk een mandaat heeft gekregen om de komende weken voorstellen in te dienen in de Ministerraad, wat zal toelaten om punten verder te bespreken en beslissingen te nemen.

 

J'en viens à présent à quelques éléments concernant le budget.

 

Nous nous trouvons dans une situation où le choix de nos propositions budgétaires nous permettra d'arriver, en 2019, à une situation où le déficit aura été divisé pratiquement par quatre en une législature. Pour être précis, le déficit a déjà été divisé par trois et il le sera par 3,7.

 

Wat dit betreft is er een groot verschil met het verleden. Gedurende vier jaar hebben wij veel gesaneerd en onze schuld verminderd. Het grootste verschil is evenwel dat de sanering gepaard gaat met een fundamentele vermindering van de druk en de parafiscale druk op arbeid via de taxshift. In deze budgettaire oefening is de taxshift volledig geconcretiseerd. Dat betekent niet alleen dat de belastingen niet werden verhoogd, ze werden zelfs opnieuw verlaagd met 1,5 miljard euro. Dit uit zich in meer koopkracht voor degenen die werken en die willen werken, alsook meer steun voor degenen die jobs creëren.

 

Il y a 1,5 milliard pour le tax shift, dont 500 millions pour la baisse des charges. Il existe une enveloppe spécifique pour le secteur de la construction, parce qu'il y a là un enjeu particulier, comme vous le savez. C'est aussi un point très important parce que cela nous amène – soyons précis –, en quatre ans, à augmenter les bas salaires d'une rémunération nette de 146 euros.

 

Ceux qui expliquent que l'on s'en prendrait aux plus fragiles, aux plus précaires, racontent des balivernes, envoient des pétards mouillés! Jamais un gouvernement, en aussi peu de temps, n'a autant soutenu le pouvoir d'achat, et principale­ment celui des bas et des moyens salaires.

 

Pour les bas salaires, c'est davantage qu'un treizième mois, accordé au bout de quatre années. Nous rendons du pouvoir d'achat, nous rendons au travailleur la capacité d'être en situation de gérer sa propre vie. Nous faisons cela en réalisant un assainissement puisque le déficit est divisé par 3,7 dans les perspectives budgétaires qui seront présentées.

 

Het volgend belangrijk punt is het investeringspact.

 

Ik zal daar niet uitgebreid op ingaan, hoewel het in onze budgettaire oefening een belangrijk element is. Er is werk gemaakt van een eerste belangrijke lijst van investeringen, een pleidooi op Europees niveau met betrekking tot flexibiliteit en inves­teringen in de lijn van wat wij al lang verdedigen, namelijk: digitalisering, het aanpakken van de problematiek van klimaatverandering en steun op het vlak van mobiliteit. Op vraag van de Groep van Tien, een vraag die vorige week werd herhaald tijdens het overleg met minister Peeters en de sociale partners, werd een mobiliteitspakket principieel goedgekeurd.

 

J'en viens à un point complémentaire, à savoir la question de Belfius et du lancement de cette IPO.

 

La décision de principe est prise. Nous mandatons un démarrage du processus afin que des propositions puissent être faites au gouvernement sur le sujet. Il s'agit de rendre possible la mise en bourse d'environ 30 %. Le pourcentage exact pourra être défini ultérieurement.

 

Le but de l'opération est très simple. Il s'agit de soutenir le désendettement et de tenter de passer sous la barre des 100 % du PIB. La dette était à 108 % du PIB, et depuis la crise financière, elle n'avait cessé de croître par comparaison au PIB. Nous avons mis un terme à cette croissance de la dette et nous sommes engagés dans une décroissance, que nous souhaiterions intensifier par la réalisation d'une partie des assets de Belfius.

 

Cela nous permettra également de participer au financement du pacte structurel pour les investisse­ments. Nous devrons décider ultérieure­ment quelle part va au désendettement et quelle part pourra stimuler le pacte d'investissements.

 

Wat het investeringspact betreft, is gepland dat het strategisch comité in de loop van september een rapport publiek zal maken. De laatste week werd aangewend voor de laatste raadplegingen en verschillende fracties in het Parlement kregen de kans om te vergaderen met de mensen van het strategisch comité.

 

En lien avec cela, nous tenons également la parole qui avait été exprimée dès la formation du gouvernement et nous le faisons dans la continuité des gouvernements précédents. En effet, ces derniers avaient pris des engagements s'agissant de l'indemnisation des coopérants d'ARCO. À plusieurs reprises, j'ai exprimé cette ambition de respecter la parole qui avait été donnée et qui devait nous amener à utiliser cette IPO de Belfius, à présent lancée dans la perspective qu'elle se concrétise afin de libérer des capacités qui permettront d'aller vers cette indemnisation.

 

Pour être clair, j'avais aussi indiqué qu'il allait de soi que nous poursuivrions le dialogue avec la Commission européenne sur le sujet. Cependant, nous considérons que la proposition qui est mise sur la table ne signifie pas qu'il soit nécessaire d'obtenir un accord formel de la Commission européenne, puisque ce sont des coopérants "personnes physiques" et non pas "personnes morales" qui sont visées par la mécanique proposée dans le cadre de cette décision.

 

Tot slot, wij zijn ervan overtuigd dat de digitalisering in Europa en België van cruciaal belang is. Wij vinden de telecomprijzen een belangrijk element met het oog op de koopkracht van onze bevolking en de economische aantrekkelijkheid van ons land. Daarom hebben wij voorzien in de mogelijkheid van een vierde operator op de markt, op basis van een rapport van het BIPT en discussies met de voorzitter van het BIPT. Op die manier willen wij komen tot een verlaging van de telecomprijzen. Dit is belangrijk, niet alleen voor onze burgers, maar ook als wij onze prijzen vergelijken met deze in andere Europese landen. Het is onze ambitie om naar een level playing field te gaan. Met een vierde operator, naast de andere spelers die al op de markt zijn, willen wij dat waarborgen.

 

Monsieur le président, chers collègues, voilà pour les grandes lignes de cet accord.

 

Je conclus très sobrement: une fois encore, nous avons fait la preuve de notre capacité à décider, à trancher, en parfaite cohérence avec les fondamentaux de ce gouvernement. Nous voulons que notre économie soit plus solide, plus robuste et, avant tout, au service des plus fragiles, pour celles et ceux qui ont besoin de soutien.

 

Er is geen sociale zekerheid of sociale bescherming mogelijk met alleen maar slogans en karikaturen. Daarvoor zijn er meer jobs en meer investeringen nodig. Wij zijn ervan overtuigd dat onze economie vandaag sterker is dan vier jaar geleden. Dit pakket structurele maatregelen en deze beslissingen kunnen in 2019 en de volgende jaren onze economie en onze sociale zekerheid versterken. Dat is ons doel en wij zijn ervan overtuigd dat wij op het goede spoor zitten.

 

Nous sommes tout à fait lucides. Nous savons qu'il y a des obstacles sur le chemin, des difficultés, des contraintes. Nous savons qu'entre aujourd'hui et les prochains mois, il y aura encore du travail de mise en œuvre réglementaire, par des textes de loi, des arrêtés, etc. Nous continuerons à mener ce travail avec beaucoup de détermination pour que, comme je m'y étais engagé au nom du gouvernement, chaque jour – entre aujourd'hui et la fin de la législature – soit utile pour rendre le pays plus solide et plus stable sur le plan économique et social.

 

Je vous remercie.

 

De voorzitter: De kopieën van de tabellen, die ingevolge technische problemen in het Forum­gebouw moeten worden gemaakt, zullen binnen enkele minuten beschikbaar zijn.

 

01.08  Charles Michel, premier ministre: Monsieur le président, je propose, si ça peut aider, que le ministre de l'Emploi présente les éléments du 'jobs deal'; ainsi nous avons le temps de recevoir les copies dans l'intervalle.

 

01.09  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, je formule également une suggestion.

 

Ne commencerait-on pas par ARCO-Belfius, en attendant les tableaux budgétaires?

 

Le président: Nous traiterons certainement cela plus tard, mais donnons d'abord la parole au vice-premier ministre.

 

Ik zag graag dat de uiteenzetting tot een tiental minuten beperkt wordt, niet meer. Ik besef dat er 28 maatregelen zijn genomen. Maar, mijnheer de minister, houdt u zich aan het essentiële. U kunt dat ook. Uiteindelijk zijn er tabellen ter beschikking.

 

01.10 Minister Kris Peeters: Ik zal het dus proberen kort te houden, mijnheer de voorzitter, ook al was ik van plan om in mijn uiteenzetting een antwoord te bieden op de reacties van de collega's die ik in de pers had gelezen.

 

Ik zal mijn uiteenzetting over de jobsdeal in drie delen opdelen. Ten eerste, heb ik het over de manier waarop wij tot de vooropgestelde bedragen komen. Ten tweede, licht ik een paar van de 28 maatregelen toe en, ten derde, bespreek ik de degressiviteit.

 

J'ai trois pièces où je veux vous donner des informations supplémentaires.

 

Wat het eerste deel betreft, wij gaan ervan uit dat, zoals de eerste minister heeft gezegd, er op het moment 134 570 openstaande vacatures zijn en dat we met de genomen maatregelen 12 500 daarvan zullen invullen. Voor wie snel kan rekenen, dat is 9,28 % van 134 570. Ik heb begrepen dat sommigen dat wat overdreven en niet realistisch vinden. Dat ontken ik ten stelligste. Ik verklaar mij nader. In 2016 hebben wij 57 700 jobs gecreëerd. Niet wij zeggen dat, maar het Planbureau en de Nationale Bank. In 2017 waren het er 65 300. Onze berekeningen komen in eerste instantie van het Monitoringcomité, waar in het economisch budget 46 600 bijkomende jobs zijn opgenomen. Daar komen de 12 500 jobs bij, dus zullen wij in 2019 59 100 jobs realiseren. Dat is minder dan de 65 000 jobs in 2017 en minder dan de 57 700 jobs in 2016.

 

Volgens de werkgelegenheidsbarometer van juni 2018, die ik vandaag naar aanleiding van mijn vraag aan de administratie aan u kan meegeven, werden er in juni 2017 versus juni 2018 bijkomend 63 500 eenheden tewerkgesteld. Dat is opnieuw een bevestiging van de opwaartse trend. Het cijfer loopt gelijk op voor mannen en vrouwen. Het gaat inderdaad goed met de werkgelegenheid van werknemers van 50 tot 64 jaar: wij noteren een stijging met 3 %. Voor de leeftijdscategorie 40-49 jaar is er een stijging met 0,4 %. Voor de leeftijdscategorie 25 tot 39 jaar is de werkgelegen­heid gestegen met 1,5 %. Vooral Brussel doet het goed met 3,1 %, tegen Vlaanderen met 1,3 % en Wallonië eveneens met 1,3 %. Daarmee wil ik maar zeggen dat we, wanneer we stellen dat wij 59 100 jobs in 2019 willen creëren, een realistisch cijfer hanteren, dat gebaseerd is op de cijfers die wij tot nu toe hebben gehaald. Immers, volgens de meest recente werkgelegenheidsbarometer, die de RSZ vandaag bekend zal maken, werden er 63 500 jobs gecreëerd van juni 2017 tot juni 2018.

 

Als er 12 500 jobs gerealiseerd worden, hoe komt men dan aan een bedrag van 505 375 912,92 euro? Ik wil aantonen dat dit cijfer niet zo maar gelanceerd werd. Het werd nauwgezet berekend op basis van 12 500 bijkomende jobs of 9,28 % van de 134 000 openstaande vacatures, waarvoor een mediaan brutoloon van 3 300 euro per maand werd gehanteerd. Daarbij worden natuurlijk de macro-economische terugverdieneffecten in rekening gebracht en de directe effecten. Wij zijn wel zo correct geweest om geen rekening te houden met de indirecte effecten, zoals de bijkomende socialezekerheidsbijdragen, de hogere koopkracht en allerhande bijkomende belastingontvangsten. Dat resulteerde dus in het eerder aangehaalde zorgvuldig berekende bedrag van 505,4 miljoen, wat minder uitgaven voor de RVA betekent evenals meer opbrengsten via RSZ en fiscaliteit, die wij volledig hebben uitgesplitst. Het bedrag is realistisch, op basis van de elementen die wij hebben bekeken en die ik zojuist heb toegelicht.

 

Ten tweede, ik onderstreep met klem dat de 28 maatregelen zorgvuldig werden gekozen en spreek volkomen tegen alsof er ter zake losse eindjes zouden zijn. Voor elk van die 28 maatregelen is er nu al of binnenkort een KB voorhanden. De brieven zijn klaar om te versturen. We zullen zo snel mogelijk een wet inzake de jobsdeal naar het Parlement brengen. Van die 28 maatregelen is een aantal zo goed als klaar. De KB's en wetsontwerpen liggen klaar. Kortom, ik ontken dat de maatregelen niet in de volgende weken en maanden geconcretiseerd zullen worden.

 

Mijnheer de voorzitter, ik moet mijn spreektijd van tien minuten in de gaten houden.

 

Nous avons pris 28 mesures. Je veux souligner ici qu'elles sont toutes répertoriées et que des arrêtés royaux sont déjà prêts. D'autres initiatives ont également été prises pour concrétiser au plus vite les mesures décidées.

 

Ik zal er een aantal belichten.

 

Ten eerste, zullen we in een forfaitaire vrijstelling voorzien voor nieuwe premies die door de Gewesten worden toegekend aan werkzoekenden die met succes een opleiding afronden van een knelpuntberoep, concreet vertaald in een terugkeer naar de arbeidsmarkt. Omdat het een fiscale maatregel betreft, zal mijn collega Johan Van Overtveldt die zo snel mogelijk uitvoeren.

 

Ten tweede, bieden wij ondernemingen via een KB de mogelijkheid om positieve acties te organiseren naar bepaalde doelgroepen. Dat betekent concreet de organisatie van opleidings­programma's voor vrouwen om de doorstroom naar managementfuncties te bevorderen, het behoud van stageplaatsen voor personen met een handicap, het uitreiken van studiebeurzen aan kansengroepen en de ontplooiing van mentor­projecten voor werkzoekenden uit specifieke kansengroepen. Het KB ter zake is klaar en wij zullen dus ter zake zeer snel kunnen beslissen.

 

We zullen de reserves van het fonds voor de sociale maribel nog meer dan vroeger besteden aan personen die in de zorgsector willen werken. Hiervoor is er een instructie opgesteld voor het paritair comité 330, die een en ander nader zal concretiseren.

 

Met betrekking tot SWT onderstreep ik dat wij de minimumleeftijd van 59 jaar in 2019, respectie­velijk 60 jaar in 2020, die al in het KB waren ingeschreven, zullen vastenten. De tussenzin die stelt dat de sociale partners hier nog tot 2020 van kunnen afwijken, wordt dus geschrapt. Ook dat kan eerstdaags worden beslist.

 

Zoals voor Carrefour, zullen we de werkgevers die bij een herstructurering gebruikmaken van SWT, de bijkomende verplichting opleggen om een extra bedrag vrij te maken voor personeel dat kiest om een opleiding te volgen voor een knelpuntberoep.

 

Nous avons prévu d'obliger les entreprises en restructuration à prendre des initiatives pour stimuler la formation des personnes en RCC dans des métiers en pénurie.

 

Al deze maatregelen zijn klaar.

 

Ik noem er nog een: het mobiliteitsbudget en cash for car. Het mobiliteitsbudget zal nog deze week op de Ministerraad aan bod komen, waar we het zullen goedkeuren en dan zo snel mogelijk naar het Parlement laten gaan zodat de mensen kunnen kiezen voor cash for car of een mobiliteitsbudget.

 

Ik laat het hierbij voor de 28 maatregelen, maar ik wil nogmaals onderstrepen dat wij voor elke maatregel reeds afgesproken hebben wat wij gaan doen: een wetsontwerp jobsdeal, het aanpassen van een KB, het aanschrijven van de sociale partners, van paritaire comités; de brieven zijn klaar en zullen eerstdaags vertrekken.

 

Ik wil het ook nog even over de degressiviteit hebben.

 

De eerste minister heeft er al naar verwezen. Bij sommige reacties volgens dewelke dit een pure besparings­operatie is, dacht ik dat men andere teksten had gelezen, want ik heb dat nooit beslist en wij hebben dat nooit besproken. Ik wil nog eens onderstrepen dat het gaat om het meest complexe systeem van werkloosheidsuitkeringen dat u zich kunt indenken. Het werkloosheidsstelsel met fase 1, 2 en 3 en met onderverdelingen maakt het zo complex dat niemand op dit moment nog kan uitleggen hoe het werkt. Ook de diensten en administraties vragen om vereenvoudiging. Dat is onze eerste doelstelling: een vereenvoudiging van het werkloosheidsstelsel. De tweede doelstelling is van het systeem van werkloosheidsuitkeringen een meer activerend systeem te maken. Niet alleen wij zeggen dat, het is een vaststelling die academici hebben gemaakt, die de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid heeft gemaakt, die experts hebben gemaakt en reeds voorstellen hebben uitgewerkt om het huidige stelsel tot een activeringsstelsel te maken. Dit stelsel is nu immers bijna ondoorgrondelijk en niet meer in de praktijk toepasbaar.

 

Ik wil onderstrepen dat dit geen besparings­operatie is. Sommigen hebben het over armoede. Dat is totaal onjuist. In de beslissing die werd genomen werd uitdrukkelijk bepaald dat we in de derde fase uiteraard niet raken aan het niveau dat voor een groot deel boven het leefloon zit. Er is nog een categorie, de samenwoners, die onder het leefloon zitten. Ook dit punt zullen we bestuderen en aanpakken.

 

Zoals reeds toegelicht, gaan wij het volgende wel doen. In een eerste periode gaan wij gedurende zes maanden hetzij het plafond hetzij het percentage van 65 – dat is niet altijd 65, om aan te geven hoe complex het is – aanpakken en verhogen naar een hoger bedrag of percentage. Ten tweede, gaan wij de werkloosheidsuitkering verder degressief maken. Ik moet u eerlijk zeggen en ik heb het ook gezegd in de plenaire vergadering, dat dit geen wereldvreemde oefening is, ook de vorige regering heeft die oefening met versnelde degressiviteit gemaakt. De reacties waren toen min of meer dezelfde als vandaag.

 

Ik wil ook eens benadrukken dat men eerst moet afwachten welke concrete voorstellen wij in november op tafel zullen leggen en dat men de mensen niet onnodig bezorgd moet maken dat zij onder de armoedegrens, onder het leefloon zouden vallen. Dat is zeker niet onze bedoeling.

 

Ik begrijp dat de discussie om de uitkeringen op te trekken een zorg is. Wij hebben die tijdens heel de legislatuur tot de onze gemaakt. Ik kan dat ook aantonen. Als men de minimum­uitkeringen in het begin van deze legislatuur vergelijkt met waar die nu staan, dan kan ik u verzekeren dat al die minimumuitkeringen zijn gestegen.

 

Zoals gezegd, ik zal in november een aantal scenario's uitwerken en dat zal geleidelijk in werking treden in 2019.

 

Monsieur le président, chers collègues, je suis convaincu que l'on va réorganiser le système des allocations pour les chômeurs.

 

Ons systeem, dat wij in november zullen bespreken, zal niet alleen een vereenvoudiging inhouden, het wordt ook een activeringssysteem. Het is de bedoeling, zoals de premier al heeft gezegd, om werkzoekenden sneller aan het werk te helpen. Wij zullen dat niet alleen kunnen realiseren. Ook de regio's en de sociale partners zullen de schouders daaronder moeten zetten, maar deze hervorming is een heel sociale en activerende hervorming. Ik hoop dat wij in november en december in het Parlement, in deze commissie, uitgebreid tekst en uitleg zullen kunnen geven en aantonen dat het nieuwe activeringssysteem beter wordt dan het huidige.

 

De voorzitter: Collega's u hebt allemaal de begrotings­tabellen ontvangen.

 

Ik stel voor dat de minister van Begroting een korte toelichting geeft bij de budgettaire tabellen en dat minister Van Overtveldt daarna de ARCO-deal en de privatisering van Belfius toelicht. Minister De Croo kan daarna nog iets zeggen over de vierde telecomoperator. Daarna krijgen alle fracties de kans om te reageren op het geheel of bepaalde deelaspecten.

 

01.11  Sophie Wilmès, ministre: Monsieur le président, chers collègues, il s'agit effectivement du dernier travail préparatoire d'un budget initial pour cette législature: le budget initial 2019, qui va évidemment se dérouler en pluriannuel, tel que le prévoit la loi. C'est peut-être aussi l'occasion d'examiner ce qui a déjà été fait.

 

Nous constatons, grâce aux chiffres de l'Institut des Comptes Nationaux (ICN), qui est une institution indépendante, qu'en ce qui concerne l'assainissement budgétaire, le travail du gouvernement a déjà permis de diviser par trois le déficit nominal et le déficit structurel en trois ans, entre 2014 et 2017. Ce travail a également permis de mettre fin à la hausse ininterrompue de la dette belge depuis la dernière crise financière et d'enclencher une dynamique de réduction de l'endettement, puisque, entre 2014 et 2017, nous avons réduit la dette de 3,6 % du PIB.

 

Comme l'a indiqué le premier ministre au début de cette réunion, cette réduction du déficit et de la dette est le résultat à la fois d'un travail de diminution de la pression fiscale et d'un travail de diminution des dépenses courantes, hors charges d'intérêt.

 

Vous le savez, depuis le début, nous travaillons toujours sur deux axes. L'exercice budgétaire est toujours l'occasion de travailler sur deux axes principaux: d'une part, l'assainissement budgétaire en tant que tel et la diminution progressive du déficit dont nous avons hérité, et, d'autre part, la relance économique et la création d'emplois. Le travail de ce gouvernement autour de ce budget initial ne déroge pas à cette règle, vous l'aurez compris.

 

S'agissant de la poursuite de l'assainissement, vous remarquerez que le travail budgétaire, en ce qui concerne le budget initial 2019, a pour objectif de porter le déficit à -0,6 % du PIB fin 2019. Cela signifie, comme nous l'avons annoncé, une division par 3,7 du déficit depuis la mise en place de ce gouvernement.

 

En outre, nous travaillons parallèlement sur le 'jobs deal' qui est bien la rencontre entre ce travail budgétaire et la volonté de créer de l'emploi. Non seulement créer de l'emploi, mais faire en sorte qu'il y ait une adéquation entre l'offre et la demande d'emploi.

 

Comme d'habitude, nous avons démarré nos travaux sur la base du Comité de monitoring. Ce dernier nous a indiqué un effort à faire de 2,6 milliards, qui correspondent à une photo prise par ce Comité sur la base d'hypothèses qu'il a retenues et sur la base d'un travail à politique inchangée.

 

Comment avons-nous procédé cette fois-ci? Comme d'habitude, nous avons travaillé à la fois via des corrections techniques et via une série de mesures, tant en dépenses primaires, en social qu'en fiscal. Vous avez reçu les tableaux, que je parcourrai de manière assez large.

 

Sur les 2,6 milliards (le chiffre de départ), vous avez d'abord une correction de type macro­économique. En effet, la base 2017 a changé: nous sommes maintenant à 0,92 % de déficit. Pour atteindre l'objectif de 0,6 % en 2019, nous devons faire cette amélioration de 0,32 %, qui est dans la lignée de ce qui avait été prévu dans le programme de stabilité – ne l'oubliez pas –, et qui est en fait légèrement supérieur à ce qui avait été prévu dans le programme de stabilité en termes d'amélioration, puisque nous devons tenir compte de cette nouvelle base 2017.

 

C'est toujours un peu technique, mais nous sommes obligés de nous ajuster au fil du temps. Cela fait partie de la beauté du travail budgétaire, et ceux qui aiment cela me comprendront.

 

En ce qui concerne le travail en tant que tel, mesures diverses et corrections techniques, disais-je.

 

In de primaire uitgaven is er een bedrag van 375 miljoen. In dit bedrag zit de herziening van de intrest die wij moeten betalen op de schuld, voor iets minder dan 100 miljoen euro, en de verbe­tering van de terugvordering voor justitiekosten.

 

In het fiscale deel zijn de maatregelen en de technische correcties goed voor een bedrag van 993 miljoen. Daarin zit 210 miljoen voor het spreiden in de tijd van de maatregelen voor het eenheidsstatuut, 330 miljoen voor de vennoot­schapsbelasting, rekeninghoudend met de laatste CODIT, en 19 miljoen voor het cliquetsysteem voor diesel. Dit laatste was niet meegenomen door het Monitoringcomité.

 

Er is natuurlijk ook een deel Werk. Dat telt voor 617 miljoen.

 

Het deel Pensioenen bedraagt 138 miljoen. U ziet dat er daar een technische correctie is van 132 miljoen. Dat is de herziening van de volume-effecten in de pensioenen. Deze waren immers berekend op basis van de maand mei en mei is een uitzonderlijke maand en dus moest het gecorrigeerd worden.

 

Natuurlijk zullen er ook nieuwe maatregelen genomen worden ten opzichte van de fiscale fraude en de sociale fraude, voor een bedrag van 250 miljoen.

 

Vous avez entendu le vice-premier ministre Kris Peeters sur le volet Emploi. Vous aurez remarqué que c'est en fait le point d'intersection entre le travail budgétaire 'classique' et la volonté du gouvernement de travailler non seulement sur la création d'emplois, mais aussi sur l'équation entre l'offre et la demande d'emplois. Il est vrai que ce travail supplémentaire, au travers de ces 28 mesures, va rapporter des moyens supplémen­taires au budget de l'État. Quand on a un job, on paie des cotisations, on reçoit du revenu, on paie ses impôts, et on sort du chômage. Il y a donc également des coûts de chômage en moins. Il y a toute une série d'autres effets induits qui ne font pas partie de ce calcul. Telle est donc l'approche que nous avons entamée.

 

L'exercice budgétaire est aussi l'occasion de confirmer le volet Investissements stratégiques. On sait que le premier ministre et le gouvernement portent de manière importante la volonté d'investir de manière stratégique dans notre pays. En effet, un pays qui n'investit plus s'appauvrit à terme. L'inverse est vrai aussi. Quand on investit stratégiquement, c'est intéres­sant et important pour le développement à long terme et des retours économiques sont donc attendus également.

 

Cette partie du Pacte national d'investissement fait aussi partie d'une discussion que nous avons depuis un certain temps déjà avec la Commission européenne sur la base d'un non-paper. Celui-ci a été distribué, discuté en comité de concertation avec les Régions qui, elles aussi, sont très intéressées par cette approche. En effet, la flexibilité telle que proposée aujourd'hui par la Commission européenne se situe dans un carcan légistique beaucoup trop strict pour pouvoir en profiter pleinement. Pour ne citer qu'un exemple, dans le cadre légistique actuel, pour pouvoir rentrer dans un système de flexibilité d'investis­sement, il faut que le pays soit en régression économique. Ce n'est pas le cas de l'Europe. Aucun pays en Europe ne peut aujourd'hui prétendre à cette flexibilité et c'est un message d'autant plus important qu'il est partagé non seulement par le gouvernement fédéral belge, mais aussi par les entités fédérées et d'autres pays européens. Nous continuons donc la discussion en ce sens.

 

Comme vous l'aurez également compris, ce travail budgétaire implique la confirmation du tax shift, qui représente l'augmentation du pouvoir d'achat pour les travailleurs, plus particulièrement pour ceux ayant des petits et bas salaires. Cette politique entraîne également une diminution des cotisations sociales dans le cadre de la création d'emplois et plus particulièrement pour les bas et petits salaires.

 

Je tenais à le préciser car nous estimons, au sein du gouvernement, que cette mesure est acquise et ne peut être remise en question lors de nos travaux budgétaires, bien que certains d'entre vous contestent ce qu'ils appellent le 'boulet budgétaire du tax shift'. Nous ne l'avons pas considéré comme un boulet et nous avons voulu dès lors confirmer notre intention et notre volonté de travailler dans l'intérêt des travailleurs et des créateurs d'emploi avec un intérêt particulier pour les petits et moyens salaires.

 

Il s'agit d'un montant d'un milliard et demi qui est confirmé dans un exercice budgétaire, qui conduit à un assainissement budgétaire, à la création d'emplois et à une adéquation entre l'offre d'emplois et les autres moyens dont nous allons vous parler. Je pense que nous vous proposons une série de mesures assez importantes. Je vous remercie.

 

De voorzitter: Ik stel voor dat de minister van Financiën wat dieper ingaat op de IPO, Belfius en ARCO. Tenzij u nog iets wilt zeggen over fiscaliteit?

 

01.12 Minister Johan Van Overtveldt: Er zullen straks nog wel vragen komen over de fiscaliteit, denk ik.

 

À cette occasion, je répondrai certainement à toutes les questions qui seront posées.

 

Inzake Belfius heeft de regering beslist om ongeveer 30 % van de aandelen te privatiseren. Die beslissing is weloverwogen en gebaseerd op een aantal argumenten, die ik in drie punten samenvat.

 

Ten eerste, bij dezen nogmaals mijn felicitaties, in naam van de gehele regering, voor wat er de voorbije jaren bij Belfius werd gepresteerd. Toen Belfius uit de Dexia-entiteit werd gelicht, was er grote twijfel of de bank wel levensvatbaar kon worden gemaakt. Ondertussen is gebleken dat Belfius solvabel en rendabel is en alle troeven in handen heeft om zich verder te ontwikkelen. Wij willen die ontwikkeling steunen en stimuleren. Een gedeeltelijke privatisering is de voor de hand liggende weg om dat elan te versterken in de toekomst. Dat zorgt ook voor de nodige sereniteit op het vlak van tewerkstelling bij Belfius in de toekomst.

 

Ik kom tot een tweede element.

 

L'État belge a encore des engagements très importants dans le secteur financier, au sein de BNP Paribas Fortis, Ethias, Belfius. Ces engage­ments sont assez lourds dans un secteur qui reste volatil et incertain, comme tout ce qui concerne l'économie.

 

Derde punt, er blijft een verankering van Belfius in België. Dat is van wezenlijk belang voor de regering. Wij zijn ons zeer goed bewust van het feit dat Belfius een belangrijke rol speelt in de Belgische economie en de financiering van de openbare besturen. De verankering in het Belgische gegeven blijft dus belangrijk voor de regering. Er is echter beslist om 30 % te privatiseren. Die privatisering zal gepaard gaan – dat is standaard in dergelijke structuren – met een pre-IPO-dividend, een dividend dat wordt uitgekeerd op het ogenblik dat de IPO van start gaat.

 

Dat pre-IPO-dividend is een scharnierstuk in de regeling, die volledig in de lijn ligt van wat bij de totstandkoming van het regeerakkoord inzake de regeling voor de ARCO-coöperanten werd overeengekomen. Het gaat in totaal om een enveloppe van 600 miljoen, grosso modo op drie manieren gefinancierd: via de geste van Belfius, via het resultaat naar aanleiding van het einde van de ARCO-vennootschappen, en via het pre-IPO-dividend, waar ik zopas over gesproken heb en dat trouwens het grootste deel uitmaakt van de hele financiering.

 

Er is ook beslist dat wij zullen overgaan tot de oprichting van een fonds om die enveloppe te beheren en om op de geëigende, juridisch goed onderbouwde manier de schadevergoedingen te verzekeren.

 

Tot slot, zullen wij ook aan Belfius vragen een uniek contactpunt in te richten, zodat de betrokkenen weten waar zij moeten zijn voor de correcte behandeling en afhandeling en zodat zij weten hoe de zaken hun beslag krijgen.

 

De voorzitter: Minister De Croo zal het nog hebben over de vierde telecomoperator, en minister Bacquelaine staat erop heel kort iets te zeggen over de 140 miljoen in de tabel.

 

01.13  Ahmed Laaouej (PS): (…)

 

Le président: D'ici 10 minutes, la parole sera à la commission.

 

De regering komt naar hier. Wij moeten haar toch de gelegenheid geven eerst een minimum aan informatie te geven. Wij hebben daar nu de tijd voor.

 

01.14 Minister Alexander De Croo: Mijnheer de voorzitter, ik zal kort zijn.

 

Volgens de regulator, het BIPT, zijn de telecom­prijzen in ons land hoog. Dit werd ook meermaals bevestigd door andere instanties, zoals de Nationale Bank van België, de Europese Commissie en de OESO. Dit zou volgens hen een gevolg zijn van het gebrek aan concurrentie. Het zou ook een van de factoren zijn die de inflatie in ons land verhoogt.

 

Het feit dat de telecom­gebruiker te veel betaalt, heeft naast een impact op het telecomgebruik, ook een impact op de economie, in de brede zin van het woord. Vermits de inflatie een recht­streekse impact heeft op de loonkost vormt het dus een van de factoren die een negatieve invloed uitoefent op ons concurrentievermogen.

 

Wij hebben hieromtrent twee belangrijke maatregelen genomen.

 

Ten eerste, de maatregel die een maand geleden werd genomen, betreft een nieuwe marktanalyse van het BIPT voor de vaste markt. Deze is goed­gekeurd en maakt het voor andere spelers gemakkelijker om gebruik te maken van vaste netwerken.

 

De tweede maatregel betreft de spectrumveiling. Deze wordt geveild voor een lange periode van twintig jaar. Wij maken het mogelijk — ik onderstreep dat het een mogelijkheid is — voor een vierde operator om mee te dingen naar toegang tot het spectrum.

 

Mocht een vierde operator geïnteresseerd zijn, dan is dit een belangrijk element om de concurrentie op de huidige markt te verhogen. Mocht er een vierde operator komen, dan zal deze een klantenbestand moeten opbouwen door prijzen en offertes aan te bieden die aantrek­kelijker zijn dan wat momenteel beschikbaar is in de huidige markt.

 

Pour prendre cette décision, nous nous sommes basés sur l'analyse de l'IBPT. Le gouvernement lui a également demandé un rapport additionnel pour bien motiver la nécessité de la mesure et bien analyser ses différents impacts potentiels. À partir de là, nous avons décidé d'organiser une vente aux enchères du spectre, qui aura lieu l'année prochaine. La possibilité existera donc pour un quatrième opérateur d'entrer sur le marché.

 

Een tweede element waarover nog minder is gesproken, is dat in de voorwaarden voor de verkoop van het spectrum er hogere voorwaarden zijn op het gebied van dekking. De dekking zal verhogen van het huidige 98 % naar 99,8 % van het grondgebied. Dat is belangrijk, bijvoorbeeld op het vlak van 5G dat noodzakelijk is voor een maximale dekking voor zelfrijdende auto's of smart cities.

 

Een laatste element voor de dekking is dat wij nu ook vragen om de spoorlijnen te dekken. Nu is de dekking gebaseerd op de plaatsen waar de mensen wonen. De mensen wonen doorgaans niet waar de spoorlijnen zijn. Daardoor is er een zeer zwakke dekking op de trein en kunnen mensen hun smartphone of tablet daar niet gebruiken. Wij hebben gekozen voor de maximale dekking waarvan alle grote spoorlijnen gebruik zullen kunnen maken. Dat is een belangrijk element. Mocht de NMBS of op termijn een andere operator beslissen om wifi op te trein aan te bieden, dan kan men de 4G of 5G omzetten in wifi voor de gebruikers.

 

Dit is een belangrijk stap met het oog op meer dynamiek in de telecommarkt. Deze dynamiek is er volgens mij en volgens de regulator vandaag te weinig. Ik ben er vast van overtuigd dat meer concurrentie een goede zaak is en vooral een goede zaak voor de Belgische burger.

 

01.15  Daniel Bacquelaine, ministre: Monsieur le président, chers collègues, comme vous l'aurez remarqué dans le tableau budgétaire, le volet pension intervient pour une correction positive de 138 millions d'euros, dont 132 millions provenant d'une correction technique. Je voudrais préciser, pour qu'il n'y ait pas d'ambiguïté par rapport à cela, que cette correction technique vient de l'administration du service fédéral des pensions. Elle inclut la constatation selon laquelle l'évaluation avait été faite sur le mois de mai parce que le mois de mai était le dernier mois connu au moment de l'évaluation. Or, comme vous le savez, pour avoir une année complète de pension, il faut 104 jours au minimum, ce qui amène au 1er mai. C'est donc au 1er mai que les travailleurs qui veulent prendre une pension anticipée ont une année supplémentaire à partir du 1er mai. C'est donc à partir de ce moment-là que le flux des pensionnés est extrêmement important. C'est un mois tout à fait particulier. La correction technique provient de cet élément.

 

Vous aurez aussi constaté que la pension pour inaptitude est réformée, dans le sens où nous voulons faire en sorte que les chances de réintégration professionnelle des agents statutaires de la fonction publique soient renforcées. Aujourd'hui, la pension pour inaptitude est un piège pour beaucoup de travailleurs. Nous voulons faire en sorte qu'il y ait un délai plus important au niveau de la décision de considérer le travailleur comme définitivement inapte et incapable de travailler. Vous savez aussi que le concept de maladie grave et de maladie de longue durée a beaucoup évolué ces dernières années grâce aux progrès de la médecine. Des personnes qui sont déclarées complètement inaptes au travail peuvent retrouver une capacité de travailler. C'est tout bénéfice pour elles parce que la pension pour inaptitude génère des pensions extrêmement basses pour les personnes qui entrent dans ce système tôt dans la carrière professionnelle. C'est, à mes yeux, une mesure positive.

 

Het voorontwerp van wet voorziet dat bij het eerste onderzoek de medische instanties niet mogen beslissen over een pensionering wegens gezondheidsredenen of ongeschiktheid van de ambtenaar. Bovendien zal hij slechts opnieuw onderzocht kunnen worden na het verstrijken van een termijn van twee jaar.

 

Ce délai supplémentaire a pour objectif d'augmen­ter les chances de réintégration professionnelle de l'agent.

 

Une autre mesure prise lors du conclave et qui vise également à renforcer le taux de remplacement des pensionnés consiste en la généralisation des pensions complémentaires. Nous avons décidé de faire en sorte que, dorénavant, les salariés ne bénéficiant pas d'une pension complémentaire du deuxième pilier au sein de leur entreprise – il y en a près de 30 % –, y auront droit. Cela vient après la généralisation des pensions complémentaires pour les indépendants, et après la généralisation de celles des contractuels de la fonction publique. Aujourd'hui, une étape supplémentaire est franchie en permettant d'octroyer un taux de remplacement plus élevé pour les salariés pensionnés, grâce notamment à ce deuxième pilier.

 

Sous cette législature et au-delà de ces nouvelles mesures – le tax shift et le renforcement du pouvoir d'achat des pensionnés –, l'augmentation de la pension minimum, pour une carrière complète, a été entre 2014 et le 1er janvier 2018, de 95 euros par mois pour les salariés et de 160 euros par mois pour les indépendants. Entre 2012 et 2014, l'augmentation se chiffrait à environs 20 euros. Il y a là une augmentation mensuelle extrêmement importante du pouvoir d'achat des plus petites pensions.

 

Je rappelle que les pensionnés consacrent la majorité de leurs dépenses à la consommation. Il est dès lors important de renforcer leur pouvoir d'achat. Le fait d'augmenter les pensions les plus basses via le taux de remplacement grâce à l'extension et à la généralisation du deuxième pilier et le fait d'augmenter la possibilité de réintégration professionnelle des agents statutaires de la fonction publique participent à l'augmentation générale du pouvoir d'achat des pensionnés ce qui, à mon sens, est une des caractéristiques de cette législature.

 

De voorzitter: Verschillende leden hebben het woord gevraagd. U hebt als eerste het woord, mijnheer Laaouej.

 

01.16  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, la matière est importante à traiter. Cela veut dire que nous allons aligner un certain nombre de questions et de considérations, les uns à la suite des autres, et puis le gouvernement va répondre. Mais je pense que cela ne permettra pas forcément de clarifier un certain nombre de choses. Entre le moment où la question sera posée et celui où nous obtiendrons les réponses, à mon avis… Bref, si j'ai bien compris, nous n'avons pas le choix!

 

Monsieur le président, le premier point concerne le dossier "ARCO et Belfius". Je souhaite poser une question très simple, tant à M. le premier ministre qu'à M. Peeters: si l'Europe – qui a décidé de se saisir du dossier, si j'ai bien compris, malgré les premières déclarations de M. Peeters – ne marque pas son accord sur la solution que vous proposez, cela veut-il dire que Belfius n'entrera alors pas en bourse pour 30 %. Autrement dit, s'il n'y a pas d'accord de l'Europe sur ARCO, n'y aura-t-il pas de privatisation de Belfius? C'est une question simple et j'espère que nous aurons une réponse qui l'est tout autant!

 

En outre, nous aimerions quand même avoir un peu plus de détails sur les modalités pratiques de ce qui est prévu pour les coopérateurs d'ARCO. Si j'ai bien compris, vous ne prévoyez plus un flux financier vers les structures juridiques mais plutôt vers les personnes physiques, les coopérateurs eux-mêmes. Pourrions-nous donc avoir plus de détails à ce sujet?

 

Vous l'avez évoqué hier en conférence de presse. En même temps, aujourd'hui, il y a des articles de presse. Cependant, nous souhaiterions que les choses soient clarifiées. On parle quand même d'un montant de 600 millions d'euros, qui seront supportés par l'ensemble de la collectivité, en ce compris des gens qui ne sont pas coopérateurs d'ARCO. Je crois donc que les contribuables, soit l'ensemble de la population, ont le droit de savoir dans le détail ce qui est prévu.

 

Deuxième point, monsieur le président: il y aurait beaucoup de choses à dire sur le budget mais je souhaiterais ici établir un lien avec un dossier qui a quelque peu disparu des radars, celui de la réforme de l'impôt des sociétés. On se rappellera que la réforme de l'ISOC, c'est un coût budgétaire brut de 5,4 milliards d'euros en vitesse de croisière, c'est-à-dire à l'horizon 2020 (c'est demain), compensé par une série de mesures, dont les deux plus importantes sont la suppres­sion des intérêts notionnels et l'introduction de nombreuses dispositions décidées au niveau européen pour lutter contre l'évasion fiscale – ce que l'on appelle "ATAD".

 

Ces deux mesures couvrent à peu près les deux tiers du financement de la réforme de l'impôt des sociétés, qui consiste pour l'essentiel en réductions de taux nominaux.

 

En même temps, nous voyons, dans le tableau budgétaire qui nous est soumis, que pour 2019, le gouvernement escompte un gain budgétaire lié à la réduction des taux d'intérêt. Or, dans le financement de la réforme de l'impôt des sociétés, au titre de la suppression des intérêts notionnels, nous nous sommes étonnés de ce que le gouvernement escomptait un gain budgétaire très important, du fait qu'il table non pas sur une diminution des taux d'intérêt, mais sur leur augmentation.

 

Il y a là un paradoxe. Il y a là une incohérence. Vous ne pouvez pas tabler, d'une part, sur un gain de 100 millions d'euros au titre d'une diminution de charges d'intérêt et, d'autre part, sur un gain budgétaire lié à l'augmentation des mêmes taux d'intérêt, s'agissant de ce que vous espérez récolter en raison de la suppression des intérêts notionnels.

 

Vous êtes face à une incohérence. Il me semble judicieux que vous nous disiez si vous tablez sur une baisse ou sur une augmentation des taux d'intérêt. Si vous me permettez d'être un peu prosaïque: vous ne pouvez pas avoir un enfant de deux lits. Vous devez choisir. Soit il y a une augmentation, soit il y a une diminution, mais vous ne pouvez pas avoir les deux en même temps. Si vous gagnez sur le plan budgétaire en 2019 avec une réduction des taux d'intérêt, vous perdrez en compensation au niveau du financement de votre réforme de l'impôt des sociétés.

 

Madame la ministre du Budget, pour le reste, je constate que vous ne tenez pas compte de ce que le Comité de monitoring vous dit – non pas son président, mais l'ensemble du Comité. Une partie de ses membres a souhaité faire acter un point de vue alternatif, dont on ne sait pas s'il est minoritaire ou pas, parce que le président du Comité de monitoring a refusé de nous dire combien de membres ne le suivaient pas sur le chiffre de 2,6 milliards d'efforts à fournir qu'il fixait. Bref, vous ne suivez pas les nuances apportées par certains membres du Comité de monitoring, et vous tablez sur un effort budgétaire de 2,6 milliards d'euros.

 

On rappellera que certains membres du Comité de monitoring pointent le problème des versements anticipés. Ils considèrent qu'il ne s'agit que d'une anticipation de recettes, liée au fait que vous pénalisez les entreprises qui ne versent pas suffisamment de versements anticipés, ce qui a conduit les mêmes entreprises à anticiper leurs versements. Il ne s'agit que d'un glissement de recettes. On cite le montant de 1,8 milliard d'euros. Vous ne vous attardez pas non plus sur ce problème de 500 millions d'euros au niveau du budget des soins de santé qui est également pointé du doigt par certains membres du Comité de monitoring. Ce ne sont que deux exemples parmi une série de problèmes. Clairement, vous éludez ces problèmes, mais nous avons besoin d'explications.

 

Pour le reste, vous alignez les corrections techniques. On commence à s'y habituer! Vous nous dites ne pas avoir travaillé sur la base du rapport du Comité de monitoring et vous auriez déclaré à la presse travailler sur la base du Codit. Vous faites une correction technique, considérant que les recettes ne sont déjà plus celles fixées par le Comité de monitoring. D'un côté, vous prenez 2,6 milliards d'euros, montant proposé par le président du Comité de monitoring mais vous dites que les conclusions de ce comité sont dépassées et vous tablez sur des corrections techniques induites par des paramètres qui ont évolué depuis la remise du rapport du Comité de monitoring et la parution de ce tableau budgétaire. La situation me semble bancale et vous devrez nous fournir des explications.

 

Vous tablez également sur une augmentation des dividendes pour 2019. Cependant, dans l'hypothèse où Belfius est privatisée à environ 30 % et que la situation se concrétise d'ici la fin de l'année, mécaniquement, vous perdrez 30 % des dividendes que vous pouviez espérer en 2019. De deux choses l'une: soit cette perte de 30 % des dividendes en 2019 est déjà intégrée dans votre épure budgétaire, soit vous escomptez encore toucher 100 % des dividendes de Belfius en 2019, en pensant que Belfius ne sera pas privatisée en 2019 à ce taux de 30 %. Si Belfius est effectivement privatisée à 30 % en 2019, vous devez tenir compte d'une diminution des dividendes. Comment parvenez-vous à tabler sur une augmentation des dividendes alors que vous allez vous séparer pour un tiers d'un des actifs qui vous rapporte des bénéfices? Incidemment - ou à titre principal, c'est selon -, à quoi correspondent ces 112 millions d'augmentation de dividendes prévus?

 

Monsieur le président, permettez-moi de faire une petite parenthèse parce que j'ai oublié quelque chose d'important. Comme je le disais tout à l'heure, le financement de la réforme de l'impôt des sociétés est assez spectaculaire. On se rappellera que, d'ici 2020, le coût sera de 5,4 milliards financés selon vous à 100 %. Monsieur le ministre des Finances, avez-vous mis en place un monitoring spécifique sur l'évaluation du financement de la réforme de l'impôt des sociétés? Vous rendez-vous bien compte, monsieur le ministre des Finances? Si vous avez quelques paramètres macro-économiques, je pense notamment aux taux d'intérêt que j'ai évoqués tout à l'heure, mais peut-être aussi des difficultés liées à la mise en œuvre effective de ces fameuses mesures ATAD inspirées de l'Europe en matière de lutte contre l'évasion fiscale et dans l'hypothèse où vous auriez à constater qu'elles ne sont pas opérationnelles comme vous le souhaitez et que, dès lors, vous avez de moindres recettes, avez-vous mis en place un monitoring spécifique pour la réforme de l'impôt des sociétés? On parle d'un volant de 5,4 milliards, je le rappelle. Cela veut dire que vous êtes potentiellement face à un accident budgétaire si vos prévisions ne se vérifient pas.

 

J'en reviens au tableau budgétaire. Je ne vais pas trop m'éterniser. Je pense qu'on aura le temps dans les mois et dans les semaines qui viennent de travailler sur le budget. Il faudrait tout de même qu'on nous explique pourquoi, décidément, sur la part structurelle de ces fameux versements anticipés, vous vous éloignez à la fois des considérations de l'Europe mais aussi de la Banque nationale et que vous vous entêtez chaque fois à maximiser la part structurelle des versements anticipés. Là, il y a quelque chose qui nous échappe. On parle quand même d'un montant de 330 millions d'euros. À chaque fois que vous rajoutez 10 % de part structurelle aux versements anticipés, on est forcément sur des chiffres importants parce que la base de calcul est importante et se chiffre en milliards. Il y a là comme une espèce d'entêtement et de pari qui est fait sur des bases dont on espère qu'elles seront clarifiées. Monsieur le ministre des Finances, madame la ministre du Budget, pourriez-vous nous expliquer pourquoi vous retenez une part structurelle aussi importante sur des choses qui ne sont finalement que des acomptes sur impôts et qui, à un moment donné, ne se dédoubleront pas au moment de l'enrôlement?

 

Autre point, les fameux 500 millions d'euros d'effets-retour liés à vos mesures dites de 'jobs deal'. Cela fait 40 000 euros par emploi, si j'ai bien compris. Pourriez-vous nous donner le détail de ces calculs? Mme la ministre nous disait "oui, vous comprenez". C'est un peu le sens commun. Face à des généralités, on peut être d'accord avec le fait que quelqu'un qui travaille paie des impôts, puis il y a les cotisations sociales, etc.

 

Sur quel profil tablez-vous? Le taux IPP moyen en Belgique est de 23 %. Il y a des cotisations personnelles mais vous savez qu'une partie des emplois bénéficient de réductions de cotisations personnelles. Et s'agissant des cotisations patronales, vous en avez déjà réduit le taux. Qu'est-ce qui vous permet d'arriver à 40 000 euros? Quel est l'emploi type sur lequel vous avez tablé pour votre estimation macroéconomique? Quel est le montant brut, avec tel montant d'impôt moyen et tel montant de cotisation sociale moyenne? Expliquez-nous d'où vient ce chiffre de 500 millions? Je ne doute pas qu'on vous a transmis une fiche avec les détails.

 

Je ne dis pas que vos chiffres sont mauvais mais nous souhaitons avoir les détails afin de voir si c'est réaliste ou pas.

 

Si vous êtes partie d'un cas type que vous avez multiplié par 12 500, c'est que vous prétendez que ce cas type est exemplatif ou représentatif de l'ensemble des emplois que vous espérez voir créés par l'ensemble de vos mesures. Il me semble qu'il y a là un début de cascade de présomptions!

 

Monsieur le premier ministre, je m'attarde sur le point car on parle de 500 millions. Cela vaut donc la peine de voir comment vous avez charpenté votre calcul. Si vous ne pouvez pas nous répondre maintenant – ce que je peux comprendre –, essayez de nous transmettre les informations dès que vous le pourrez.

 

Nous aimerions également savoir ce qu'il en est de ces 150 millions d'euros au titre de lutte contre la fraude fiscale. Monsieur le ministre des Finances, de quoi s'agit-il concrètement? D'exercice en exercice, vous rajoutez une couche! Monsieur le ministre des Finances, il n'y a pas si longtemps, dans un communiqué de presse, vous disiez que vous aviez des chiffres record en matière de lutte contre la fraude fiscale et vous aviez avancé un chiffre de 2 milliards d'euros. La presse a fait son travail et a relevé que sur les 2 milliards d'euros, il y avait un dossier qui pesait 1,3 milliard et qui était en contentieux! Cela veut donc dire qu'il n'y a pas un kopeck dans les caisses de l'État!

 

Vous nous parlez maintenant de 150 millions d'euros en plus au titre de la lutte contre la fraude fiscale, de quoi s'agit-il concrètement? Quelle sont les mesures sur lesquelles vous adossez ce chiffre de 150 millions? Il me semble que nous sommes à nouveau dans le gonflement habituel et récurrent caractéristique de votre travail budgétaire!

 

Je reviens maintenant sur la réforme de l'impôt des sociétés sur laquelle s'adosse votre trajectoire budgétaire; je crains fort que sans monitoring, nous soyons confrontés à de graves problèmes.

 

Vous dites que vous allez anticiper une mesure ATAD (anti-évasion fiscale). Je rappelle que sur ce volet-là, vous tablez sur un montant de l'ordre d'1,3 milliard au total en ATAD pour financer votre réforme de l'impôt des sociétés. Vous n'escomptez rien en 2019 dans votre tableau de réforme de l'impôt des sociétés. Vous n'escomptez des rentrées fiscales au titre de ces mesures qu'à partir de 2020. Et maintenant vous nous dites que vous allez anticiper. Mais qu'est-ce que ça veut dire? Ça veut dire que vous allez déposer maintenant tout de suite un projet de loi? Lequel? Ça vise quoi exactement? Quelles sont les bases de calcul qui vous permettent d'anticiper une recette?

 

À ce sujet aussi, nous aimerions avoir des réponses concrètes.

 

J'ai encore deux ou trois autres questions, monsieur le président, je vais bientôt en terminer.

 

Monsieur le premier ministre, sur la dégressivité, ce que nous dénonçons, c'est que vous accélérez ce moment où les gens vont arriver à l'allocation minimum. Vous les amenez donc plus rapidement à l'allocation minimum qui est à peine supérieure au seuil de pauvreté. C'est ce que nous dénonçons, ni plus ni moins. Nous dénonçons donc le fait que vous amenez des demandeurs d'emploi plus rapidement au seuil de précarité.

 

Je ne vais pas rentrer dans des polémiques mais si vous pensez pouvoir brocarder l'opposition en considérant qu'au fond, elle est alarmiste, je n'ai pas de problème à assumer ce caractère alarmiste dès le moment où votre préoccupation n'est pas de voir comment on peut augmenter les allocations de chômage et toute une série d'autres revenus sociaux pour les amener au-delà du seuil de pauvreté mais au contraire, de vouloir accélérer le moment où ces allocataires se rapprochent du seuil de pauvreté. C'est ça que nous dénonçons.

 

Monsieur le ministre de l'Emploi, nous aimerions également vous entendre sur la fin programmée de la prise en considération de l'ancienneté dans les barèmes salariaux, mesure fortement dénoncée par l'ensemble des organisations syndicales: syndicat libéral, syndicat chrétien, syndicat socialiste. Nous considérons qu'il y a là une attaque frontale contre la concertation sociale.

 

Nous aimerions vous entendre à ce sujet car vous êtes, en tant que ministre de l'Emploi, garant du bon fonctionnement de la concertation sociale.

 

Nous aimerions par ailleurs entendre M. De Croo ainsi que Mme la ministre du budget sur ce que vous comptez faire, et avec quel échelonnement, des rentrées qui seraient induites par le résultat de la vente aux enchères de la 5 G. Si j'ai bien compris, ce montant ne sera pas directement intégré au budget. L'échelonnement se fera sur une longue période. Plus techniquement et c'est peut-être secondaire à ce stade, considérez-vous que c'est une recette courante ou de capital?

 

Monsieur le premier ministre, un dossier qui nous a beaucoup occupés au Parlement est celui du remplacement des F-16. Pourriez-vous nous rappeler le calendrier politique dans lequel vous vous situez car il est aujourd'hui difficile d'y voir clair?

 

01.17  Meryame Kitir (sp.a): Leden van de regering, de uitleg die we vandaag gekregen hebben, is grotendeels dezelfde als gisteren. Ik dacht dat we wat meer toelichting zouden krijgen, maar dat is niet het geval.

 

We hebben de begrotingstabel gekregen.

 

Mijn collega Laaouej heeft al redelijk veel concrete vragen gesteld. Ik heb eigenlijk slechts een bijkomende vraag.

 

Uw belofte was om een begrotingsevenwicht tot stand te brengen. U praat daar zelf niet graag over, maar dat is wel de belofte, die u gedaan hebt toen u elkaar een paar jaar geleden gevonden had.

 

Dat begrotings­evenwicht wordt losgelaten en u klopt zich nu op de borst, argumenterend dat we het eigenlijk nog nooit zo goed hebben gedaan als nu en dat de koopkracht verbetert. U vertelt er, misschien bewust, niet bij dat we intussen ook een indexsprong achter de rug hebben, die de mensen voelen. Ook de elektriciteitsfactuur is verhoogd, waardoor het voor de mensen tot 350 euro per jaar duurder is geworden. Ik noem dat geen koopkracht­verhoging, integendeel zelfs. Men probeert ook te negeren dat de taxshift nog steeds niet gefinan­cierd is. U mag dat ontkennen, maar het Planbureau bevestigt dat die niet gefinancierd is. De voorzitter van onze commissie beaamt dat. U had een begroting in evenwicht beloofd, u maakt uw huiswerk niet goed, u negeert bewust de realiteit, u zadelt onze kinderen op met een factuur waarvan we nog niet weten hoe die betaald moet worden. Voor mij bent u gebuisd op dat vlak, als u zo lang moest onderhandelen om met dat pover resultaat naar hier te komen. Uit de cijfers die vandaag voorliggen, blijkt dat u in 2019 ook niet veel zult doen. U zult amper 0,08 % van het bbp besparen. U zult een inspanning van 350 miljoen euro doen, terwijl Europa toch een doelstelling van 0,6 % had opgelegd. U zult die niet halen. Tot daar wat de begroting betreft.

 

Ik kom dan bij de arbeidsdeal.

 

U hebt de arbeidsdeal erbij betrokken om het verhaal van de begroting wat te laten wegdeem­steren, hoewel die eigenlijk een ernstig debat verdient. U komt nu dus aanzetten met een arbeidsdeal. Er zijn in ons land inderdaad heel veel niet-ingevulde vacatures. Ons land telt heel veel werkzoekenden. Mijnheer Peeters, het was u, die ooit beloofde dat u elke Belg aan een job zou helpen. Nu komt u naar hier met een arbeidsdeal waarin u de werkloosheidsuitkering van wie op zoek is naar een job, zult verlagen.

 

U zegt dat het dossier van de werkloosheids­uitkering en de degressiviteit echt complex is, dat niemand dat snapt. De mensen snappen het wel: na zes maanden gaat de uitkering naar beneden en dat telkens opnieuw en op basis van het aantal gepresteerde beroepsjaren daalt de uitkering al dan niet nog sneller. Dat is niet zo moeilijk om te begrijpen. U gebruikt echter wel het argument dat u de regelingen vereenvoudigt en daarom de werkzoekenden minder geld geeft. De mensen, mijnheer Peeters, vragen een job. U denkt dat u de mensen helpt door hun minder geld te geven en hen te verzwakken, maar op die manier zal heel de maatschappij boeten. Geef die mensen daarentegen een job.

 

Wat doet u? Er is de ARCO-deal, waarover ik het nog heb. U was het sociale gelaat van de regering. Wie gelooft u nog? Het is de derde keer, dat u zich laat rollen. De eerste keer liep u weg van de onderhandelingstafel. U had de meerwaarde­belasting op tafel gelegd. U vond dat het genoeg was geweest, dat er veel was gedaan en veel gevraagd aan de mensen en dat het tijd werd om de sterkste schouders ook de lasten te laten dragen. U bent weggelopen en terug­gekomen en wat werd u beloofd? Een oplossing voor het ARCO-dossier. De meerwaardebelasting is er niet gekomen. Het tweede jaar op rij waren er opnieuw onderhandelingen. Het ARCO-probleem was niet opgelost. Wat doet u, mijnheer Peeters? U aanvaardt het onbelast bijverdienen. Mensen in ons land die vandaag met moeite op de arbeidsmarkt komen, zien in dat systeem de jobs die voor hen bedoeld zijn, gereserveerd voor mensen die al een job hebben. Dat hebt u goedgekeurd. Iedere Belg aan een job helpen, is iedere Belg die vandaag al een job heeft, aan een job helpen. U hebt zich laten rollen, omdat er weer een akkoord voor ARCO was. Is het er gekomen? Nee.

 

Vandaag komen we opnieuw samen en is er een akkoord voor de ARCO-spaarders. De prijs die u daarvoor betaalt, is morrelen aan de werkloos­heidsuitkering, dus bij de zwakken in one samenleving. Mijnheer Peeters, beste CD&V'ers, ik begrijp dat echt niet en ik word daar kwaad van! Men doet alsof er maar één oplossing bestaat als het over werkzoekenden gaat: neem hun geld af. Iemand heeft ooit gezegd dat als ze hun rekeningen niet meer kunnen betalen, ze vanzelf wel werk zullen zoeken. Weet u, mijnheer Peeters, de mensen zullen werk zoeken, als u hen begeleidt. In uw 28 maatregelen zijn er enkele bij inzake opleiding. Ik juich die toe, maar dat is niet voldoende. Denk niet dat die mensen, door hun werkloosheidsuitkering af te nemen, morgen een job zullen hebben. Geef hen de juiste begeleiding. Als er knelpuntberoepen zijn, als 200 000 personen werk zoeken, terwijl er 134 000 vacatures zijn en die matchen niet met elkaar, dan is het toch de logica zelf dat u die 200 000 werkzoekenden opleidt om de vacatures in te vullen? Opleiding, opleiding, opleiding en begelei­ding op maat, dat moet u doen. Maar u verzint nu een smoesje door initieel een beetje meer uitkering te geven, terwijl het eindresultaat onveranderd blijft.

 

U stelt dat u niet meer mensen de armoede induwt. Als de maatregel budgetneutraal is, zal u toch ergens met uitgaven moeten schuiven en zal er een moment zijn waarop mensen minder ontvangen? Het was toch uw belofte om alle uitkeringen op te trekken tot aan de armoede­grens? Waar is die belofte vandaag?

 

Uw argument dat het minimum onveranderd blijft, is niet geldig. Het is geen vereenvoudiging, maar een verarming. Ik word hier kwaad van, omdat ik het belangrijk vind dat iedereen in ons land gelijke kansen krijgt om een job te vinden. U hebt de flexi-jobs en het onbelast bijverdienen voor mensen die reeds vier vijfde werken, ingevoerd. Mensen die het moeilijker hebben op de arbeidsmarkt, komen niet aan de bak. Vijfen­veertig­plussers die hun job morgen verliezen, maken zich zorgen, omdat zij 800 sollicitaties uitsturen en geen antwoord krijgen. Uw praktijktest verdient een dikke nul, want er werd nog niemand van de werkgevers veroordeeld, omdat zij mensen niet in dienst zouden willen nemen wegens hun leeftijd, handicap of roots. Die werkzoekenden, mijnheer Peeters, hebben uw hulp en begeleiding nodig. Die laat u nu in de steek door hun uitkering te verminderen. U faalt wat mij betreft.

 

Vorige week hebben we daarover ook al gediscussieerd en toen klonk het dat het denkspoor nog maar werd onderzocht. Maar wie gelooft u nog? Nu is het een onderzoek, morgen is het een realiteit. Volgens u zijn de brieven en de KB's klaar en gaat het niet om loze beloften. U stelt me heel erg teleur, samen met vele anderen die vandaag op zoek zijn naar werk, veel inspanningen leveren en niet geholpen worden door de regering.

 

Als het u aan inspiratie ontbreekt, neem de trein naar Genk. In het werkstation in Genk begeleidt men, met succes, mensen die zelfs de VDAB niet meer wil begeleiden. Die mensen hebben vandaag allemaal een job. En u denkt dat het afpakken van de uitkering een oplossing is?

 

Daar komt dan nog de beslissing bovenop om werkzoekenden klusjes te laten doen, waar u vandaag nog met geen woord over hebt gerept. Hoe stelt u die gemeenschapsdienst eigenlijk voor? Als mensen die klusjes niet meer willen doen, zijn ze hun uitkering dan kwijt? Momenteel worden werkzoekenden reeds begeleid en kunnen ze een stage of een opleiding volgen. Voor sommigen is dat niet voldoende. Voor degenen voor wie dat niet voldoende is, is begeleiding op maat belangrijk. U voert vandaag echter én een verlaging van de werkloosheidsuitkeringen in én u zorgt ervoor dat ze voor die uitkering ook nog eens klusjes moeten doen. Ik vind dat asociaal. Het is asociaal van deze regering. Moet men daarvoor zolang samenzitten om tot zo'n resultaat te komen?

 

Ten derde, de ARCO-deal.

 

De ARCO-spaarders hebben keer op keer de belofte gekregen dat ze hun centen terug zullen zien. Als uw ARCO-deal, waarvoor u totnogtoe zoveel asociale maatregelen hebt geslikt, er niet komt, wat is dan het resultaat? Wat gebeurt er dan? Wat is de deal die u hebt afgesloten? Wat is de zekerheid die u hebt? De ene zegt immers dat Europa zich daarover niet moet uitspreken. Snel kwam het verhaal dat Europa zich daarover wel moet uitspreken. Los van wie zich daarover moet uitspreken, stel dat het niet er niet komt, wat dan? Wat is de prijs die u dan betaalt? Was het u dan allemaal waard?

 

Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

 

01.18  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega's, dames en heren van de regering, dames en heren van de familie Copperfield, ik kijk enorm uit naar het inhoudelijk debat. Mevrouw Wilmès, u zucht reeds. Ik probeer er nog een klein beetje humor in te steken. Humor is natuurlijk heel subjectief, maar ik zocht en vond geen betere omschrijving voor dit begrotingswerk. Mijnheer Verherstraeten, ik heb mij vanochtend op de trein nog afgevraagd wat iemand als Yves Leterme of Pieter De Crem zouden hebben gezegd over begrotingswerk als dit. Zij waren destijds bikkelhard voor het paarse begrotings­werk. Op dat vlak moet deze regering zeker niet onderdoen. Ik ga dat proberen concreet te maken in mijn uiteenzetting.

 

Mijnheer de eerste minister, u probeerde zich in uw presentatie te verantwoorden door de verande­rende omgeving. U zei dat het vandaag vooral over jobs moet gaan, over die mismatch op de arbeidsmarkt. Vandaar dat u een presentatie gaf die vooral over de jobsdeal ging. Het is uiteraard juist dat de wereld verandert. Er komen nieuwe uitdagingen bij, zoals het invullen van die vacatures. Maar laten wij eerlijk zijn, de reden waarom u vandaag de focus legt op de jobsdeal, is omdat uw begrotingsrapport heel pover is. En dat is nog steeds uw zelfgekozen hoofdvak. Dat was een beetje wat deze regering heeft samen­gebracht. Het was de grote uitdaging. U en de N-VA gingen orde op zaken stellen. Die belofte lost u helemaal niet in. Ik zie de voorzitter zuchten, het is wachten op zijn volgende blog daarover. Maar zelfs zonder de blogs van Eric Van Rompuy weten wij dat op het vlak van begroting deze regering allesbehalve een fraai parcours aflegt.

 

Wat ik ook elk jaar in uw presentaties zie terugkomen, is een zekere wereldvreemdheid. U hebt het over de plussen, de parameters die op groen staan, de zaken die goed gaan, maar u vergeet heel veel zaken waarmee ons land vandaag helemaal achteraan het peloton bengelt. Er zijn rankings die tonen dat wij het op een aantal domeinen niet goed doen. Naar aanleiding van de nationale feestdag heeft onze fractie een rapport gepresenteerd met die plussen, bijvoorbeeld het aantal jobs die erbij komen, vacatures die ingevuld moeten worden en extra startersbedrijven, die mee aan de kar trekken in dit land, maar u vergeet jaar na jaar dat bijvoorbeeld het aantal mensen dat met een leefloon moet rondkomen enorm gestegen is. Een recordaantal mensen moet een beroep doen op voedselbanken. Het aantal langdurig zieken is enorm gestegen. België haalt zijn doelstellingen op het vlak van klimaat of fijn stof niet. Ik verwijt u dus vooral dat u jaar na jaar aan de slag gaat met een half, onvolledig of oneerlijk rapport. Op die manier wordt een aantal belangrijke maatschappelijke uitdagingen niet ingelost. Dat is bijzonder jammer, want ik meen dat ons land heel veel troeven heeft om boven aan de rankings te staan.

 

Wat de begroting betreft, mevrouw Wilmès, mijnheer de eerste minister, moet ik bijna conclu­deren dat u het Monitoringcomité wilt afschaffen. U lijkt dat ook te bevestigen; dank voor die eerlijkheid – ik zie de fonkeling in uw ogen. De afschaffing van het Monitoringcomité is een hervorming waaraan u niet gedacht had, maar u doet het wel de facto: u negeert alles wat het Monitoringcomité heeft aangekaart en opgeschreven.

 

Het Monitoringcomité heeft heel wat onzeker­heden in kaart gebracht: het verhaal van de voorafbetalingen, de taxshift, de geneeskundige verzorging en andere overschrijdingen die u gewoon negeert. U zegt dat het rapport van het Monitoringcomité een van de 137 zaken is die in dit land in de afgelopen maand geschreven zijn en u gaat aan de slag met uw eigen analyse. Ik vind dat niet correct. Sterker nog, ik denk niet dat een collega er al over gesproken heeft, maar u stelt zelfs de inspanning nog bij. Ik heb het over rij 4 van de budgettaire tabel van mevrouw Wilmès die zonet werd gepresenteerd. U stelt de inspanning ten opzichte van de optimistische inschatting van het Monitoringcomité bij, of laat ons zeggen die van de voorzitter van het Monitoringcomité, en u knijpt er nog 170 miljoen euro af. Uw uitgangspunt maakt uw huiswerk nog een stuk eenvoudiger. Voor mij een illustratie dat de belofte der beloftes al lang niet meer op uw eigen agenda staat.

 

Ten tweede, het concept 'technische correcties'.

 

Die technische correcties nemen wel historische proporties aan. Nooit eerder is er voor zoveel miljoenen, bijna miljarden euro aan technische correcties gepresenteerd. Op dat vlak is uw akkoord inderdaad historisch.

 

Vroeger luidde de kritiek van de N-VA dat de strijd tegen fiscale fraude als sluitstuk van de begrotings­oefening totaal onverantwoord is en er afscheid moet worden genomen van dat links laxisme. Ik stel vast, mijnheer Van Overtveldt, dat alles wat u daarover als hoofdredacteur van Trends geschreven hebt, nu de vuilnisbak ingaat. U neemt die methode gewoon over. Ook in dit verhaal, 250 miljoen euro uit de strijd tegen sociale en fiscale fraude, zonder enige maatregel. Als er maatregelen genoemd worden, staan die trouwens buiten de begrotingslijn. Kijk maar naar het versneld invoeren van de Europese antimisbruikrichtlijn, kijk maar naar de strijd tegen fiscale fraude, die 57 miljoen euro staat nog naast die 250 miljoen. Op dat vlak bent u al helemaal geïntegreerd in de oude Belgische gewoontes. Ik geef een ander voorbeeld. Het Monitoringcomité wees op de risico's inzake voorafbetalingen. U doet er gewoon nog 330 miljoen bij voor de voorafbetaling van de vennootschapsbelasting. Iets anders in het genre vraagtekens en onzekerheden met het oog op extra lucht in de begroting, is het spreiden in de tijd van de fiscale compensaties van het eenheidstatuut.

 

Als men al die vraagtekens optelt, ziet men dat er heel wat onzekerheden zijn. In een begroting zitten altijd wel onzekerheden, maar nu nemen zij historische proporties aan. Als men optelt wat de heer Bacquelaine technische correcties inzake pensioenen noemt, komt men toch algauw tot een half miljard euro aan sociale uitgaven die ergens bespaard zullen worden. Ik lees ook dat mevrouw De Block een oplossing moet zoeken voor de overschrijding van het budget op het vlak van gezondheidszorg, 300 miljoen euro. Blijkbaar wordt er 100 miljoen bij de sector gezocht, maar er moet de komende maanden toch nog 200 miljoen euro gezocht worden in de gezondheidszorg.

 

Dat vind ik eigenlijk niet fair, mijnheer de eerste minister. U probeert er een goednieuwsshow van te maken, maar u voert heel veel besparingen door, u treft heel veel pijnlijke maatregelen, geen technische correcties. U verzwijgt zaken die voor het leven van de mensen een verschil maken: 200 miljoen in de gezondheidszorg; 138 miljoen in de pensioenen; 80 miljoen in de welvaarts­enveloppe van mensen die het moeilijk hebben. Dat vind ik unfair. U zegt van niet, maar ik zie dat wel zo. Enveloppe bien-être lien avec enveloppe pauvreté: 80 miljoen euro. Voor mij valt dat heel moeilijk te rijmen met wat er in uw presentatie staat, waar u spreekt van een 100 %-uitkering van de welvaartsenveloppe.

 

Ik wil u graag uitnodigen om daarop een antwoord te formuleren.

 

Ten derde, men komt gemakkelijk aan een half miljoen euro besparingen op sociale domeinen, die niet worden geconcretiseerd maar die wel concreet zullen gebeuren voor de mensen op het terrein.

 

Ten vierde, de jobsdeal.

 

Ik ben het met u eens dat de wereld verandert en dat wij nieuwe uitdagingen moeten aangaan. Alleen, de manier waarop u dat doet kunnen wij als ecologisten niet erkennen wegens het sterke mens- en maatschappijbeeld dat ervan uitgaat dat degenen die geen job hebben, degenen zijn die niets doen en niets willen doen. Dat is een visie van straffen in de plaats van belonen, versterken en opleiden.

 

Uiteraard zijn er ook goede punten. Wat goed is, mag ook worden gezegd. Zo verdienen de maatregelen met betrekking tot opleidingen zeker een pluim en betekent het verhaal rond positieve acties een belangrijke doorbraak. Als relatief jong persoon ben ik pleitbezorger dat er ook naar de anciënniteitopbouw wordt gekeken.

 

Er zijn ook heel wat minder sympathieke punten. Vooral het feit dat deze arbeidsdeal voor langdurig werkzoekenden een armoededeal wordt, vind ik heel moeilijk om te verteren, mijnheer Peeters. U volgt daar heel sterk de logica van bestraffing, waarin elke landgenoot zonder job wordt bekeken als een potentiële luierik, terwijl zij die werk zoeken en die noodgedwongen een beroep moeten doen op een werkloosheidsuitkering, niet gewoon thuiszitten; er zijn verplichtingen om een job te zoeken. Wat doet u echter? U organiseert mee de show van de N-VA. U organiseert mee het riedeltje dat als mensen geen job hebben het hun eigen dikke schuld is. U sluit zich aan bij de doctrine van mevrouw Demir, de staatssecretaris van Armoedebestrijding die zegt dat als hun maag leeg is, zij beter zullen solliciteren. Quod non, met een lege maag zal men niet beter solliciteren en bouwt men geen betere toekomst op.

 

Wat ik laf vind, sorry dat ik het zo sterk uitdruk, is dat u pas in november met de concrete voorstellen zult komen. Volgens mij is het geen toeval dat u dit als CD&V-vicepremier en als kandidaat-burgemeester van Antwerpen absoluut over de gemeenteraadsverkiezingen wil tillen. Mensen mogen vóór de gemeenteraads­verkiezingen niet weten wat CD&V in de feiten heeft toegegeven aan de N-VA en de Open Vld. Mocht deze maatregel ongelooflijk sociaal en hartverwarmend zijn, u zou niet wachten tot november om uw cijfers en uw scenario's op tafel te leggen. Op dat vlak wil u blijkbaar de confrontatie met het Parlement, de publieke opinie en mensen dichtbij uw partij liever uit de weg gaan. U stelt dat uit tot na de gemeenteraads­verkiezingen. Als u er echt van overtuigd bent dat dit een goede maatregel is, leg de scenario's dan op tafel. Wat ons betreft is mensen dichter naar de armoede duwen en verder van de arbeidsmarkt absoluut geen rechtvaardige maatregel.

 

Wat de 500 miljoen euro betreft probeert u te argumenteren dat 12 500 extra jobs eigenlijk niet overdreven is. Er wordt echter niet zozeer getwijfeld aan het aantal jobs dat gecreëerd kan worden, er wordt vooral getwijfeld aan het gigantische budgettaire rendement dat u inschrijft. Dat ziet men ook terugkomen in de tabel. U rekent op 500 miljoen euro extra door de jobsdeal. Wel, zonder grondig studiewerk — wij hebben de cijfers net ontvangen — zie ik toch al minstens vier redenen om daaraan te twijfelen aan dat budgettair rendement.

 

Ten eerste, u voorziet al in een budgettair rendement van 500 miljoen euro in 2019, terwijl de maatregelen in de loop van 2019 zullen ingaan. Ik neem aan dat iets als de werkloosheidsuitkering zal gelden voor nieuwe intreders in het systeem. U gaat immers aan het einde van de rit de uitkering niet verlagen van mensen die bij het begin de verhoging niet gekregen hebben. Dat hoop ik althans. Als u er dan van uitgaat dat er in 2019 al een budgettair rendement van 500 miljoen euro zal zijn, dan is dat voor mij een van de redenen om u allen als de familie Copperfield te omschrijven. Met heel veel getover en creativiteit probeert u de begroting op te smukken.

 

Een tweede reden is dat er in die jobsdeal niet alleen maatregelen zitten die…(Het licht in de zaal gaat uit) Dat is wellicht een van de twee kerncentrales, Doel of Tihange, die uitvalt. Alleen voor de kerncentrales is er nog ongemotiveerd tijdkrediet in dit land, maar voor de werknemers niet meer na de regering-Michel. Een tweede reden om te twijfelen aan een budgettair rendement van 500 miljoen euro, is dat er ook maatregelen zijn die geld zullen kosten, zoals de fiscale vrijstellingen. Deze kosten zie ik nergens opduiken en dus ga ik ervan uit dat de bruto-opbrengst waarvan u vertrekt, nog hoger is dan 500 miljoen euro. Er zijn ook maatregelen die geld kosten en u gaat dus eigenlijk uit van een hogere opbrengst dan 40 K per werknemer.

 

Een derde reden om aan het bedrag van 500 miljoen euro te twijfelen, is dat het rendement van een aantal van de 28 maatregelen op de lijst daarin niet vervat zit. Wat u doet rond bruggepensioneerden en starterjobs staat nog naast die 500 miljoen euro. Dat is een derde reden om te zeggen dat Kris Peeters en Charles Michel zich enorm rijk rekenen met die 500 miljoen euro.

 

Een vierde reden is uw inschatting. Als u zegt dat het gaat om 500 miljoen euro naar aanleiding van 12 500 jobs, dan komt men aan 40 000 euro per gecreëerde job. Ik ben heel benieuwd naar uw berekeningen. In de laatste studie van het Federaal Planbureau die dat in rekening heeft gebracht — ik las in de pers dat u zich daarop zult beroepen — heeft men het over 25 000 euro. Dat is een enorm verschil met het bedrag van 40 000 euro dat u voorziet. Als men het bedrag van 25 000 van het Federaal Planbureau uit 2014 indexeert, komt men nog steeds maximaal uit op 32 000 euro.

 

Mijnheer de minister Peeters, ik zie dus heel veel redenen om heel stellig te formuleren dat u zich rijk rekent en dat het hebben van een akkoord belangrijker was dan de geloofwaardigheid ervan.

 

Een laatste concreet punt is ARCO.

 

Mijnheer de minister Peeters, het is jammer dat u vanochtend niet op dezelfde trein zat als ik. Ik weet dat wat ik nu ga doen een klassieker is in de politiek, maar ik doe het niet…tenzij het waar is. Vaak hoort men hier iemand zeggen dat hij of zij gisteren iemand ontmoette die dit of dat zei, of dat zijn of haar moeder of buurman si en la zei. Wel, ik doe dat niet, tenzij het waar is. En nu is het waar! (Rumoer) Ik doe dat alleen als het waar is en nu is het waar!

 

Ik zat vanochtend in de trein en de conducteur wilde mij motiveren voor deze commissiezitting. Hij bleek een ARCO-coöperant te zijn. U lacht, mijnheer de voorzitter, en vindt dit blijkbaar grappig, maar die man vond het een pak minder grappig en ik begrijp waarom. Hij was behoorlijk boos. En terecht.

 

Collega's, dat er met de voeten van Kris Peeters wordt gespeeld, daarmee heb ik eigenlijk niet veel problemen. Dat is zijn probleem. Het feit dat CD&V, de beleidspartij bij uitstek in dit land, met zoveel beleidsanciënniteit, zich zo laat rollen, begrijp ik niet maar ik lig daar niet wakker van. Dat is hun probleem. Maar dat er met de voeten van die conducteur wordt gespeeld, daar heb ik het wel lastig mee. Hij vroeg mij hoelang zij hem nog voor de zot gingen houden en hoelang zij nog met zijn voeten gingen spelen. Daar sluit ik mij voor 100 % bij aan. "Mijnheer Calvo", zei hij, "zij beloven mij al jaren een oplossing voor ARCO. En gisteren", vervolgde hij, "keek ik naar Terzake en zag ik die drie …" — ik zal niet citeren wat hij hier zei, maar zal het fatsoenlijk houden, vandaar die drie puntjes — "vicepremiers. Die zitten daar, en ik weet nog altijd niet of er voor mij een oplossing is".

 

U moet ermee stoppen om met de voeten te spelen van 800 000 mensen. U zei gisteren­ochtend immers voor de 137ste keer dat er een oplossing is, en u voegde eraan toe dat Europa niet zal moeten worden geconsulteerd. De radio­uitzending De Ochtend was nog niet afgelopen of men hoorde al het tegen­overgestelde. Mevrouw Rutten zei dat Europa uiteraard zal worden geconsulteerd, mevrouw Vestager zei dat zij er niet zeker van is dat die oplossing zal worden goedgekeurd. Minister Van Overtveldt zette terug zijn N-VA-petje op en zei dat de zaak-ARCO zal moeten aangemeld worden bij Europa.

 

Ik vind dit niet mooi. Zegt u nu dat u niets heeft gezegd over Europa?

 

01.19 Minister Johan Van Overtveldt: Ik heb gezegd dat we dialogeren met Europa.

 

01.20  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): En dus dat u Europa zult consulteren.

 

01.21 Minister Johan Van Overtveldt: Nee, dialogeren, niet consulteren.

 

01.22  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer Peeters zegt dat het in orde is, we Europa links laten liggen en rechtdoor gaan naar een oplossing voor de ARCO-coöperanten. Vestager, Gwendolyn Rutten en Johan Van Overtveldt zeggen iets anders. Ik vind dat niet eerlijk. Als u voor de mensen geen oplossing hebt of wilt hebben, mijnheer Van Overtveldt, dan moet u zo eerlijk zijn om dat aan die 800 000 mensen te zeggen in plaats van jaar na jaar met hun voeten te spelen. Dan begrijp ik niet, mijnheer Peeters, dat u jaar na jaar zowat alles laat vallen dat u dierbaar is voor een pseudo-oplossing voor ARCO. Ook vandaag, na gisteren, is er voor ARCO nog altijd veel onzekerheid. Op dat vlak zijn de verontwaardiging en de boosheid van de conducteur correct en ook onze verontwaardiging.

 

Mijnheer de premier, u zei bij de inleiding dat u heel coherent bent. Dat klopt, u volhardt in de boosheid. U blijft kiezen voor een beleid dat veel meer aandacht heeft voor de aandeelhouders en veel te weinig voor de reële economie. Dit beleid zal de uitkeringen nog sneller doen dalen, al schudt u van nee. Op papier is dat misschien interessant, maar voor de mensen is het een bikkelharde realiteit. Daar voegt u dan nog de gemeenschapsdienst aan toe. Ik vraag mij dan af waar de gemeenschapsdienst voor de grote vermogens is gebleven in deze begroting, waar de gemeenschapsdienst voor de Panamatoeristen en diegenen die aan fiscale ontwijking doen, waar de gemeenschapsdienst voor multinationals in deze begrotingsoefening is gebleven. U bent inderdaad heel coherent in een strategie en beleid die heel sympathiek en empathisch zijn voor wie het al heel goed heeft, maar veel minder voor wie het moeilijk heeft. Daar verandert deze begroting niets aan, ze maakt het integendeel vaak nog moeilijker. De jobsdeal verandert daar veel te weinig aan.

 

Om die reden zijn wij niet bijster enthousiast en gaan wij heel graag het debat aan vandaag, maar nu al staat buiten kijf dat het debat minstens tot de winter zal duren, zoals ook met het vorige Zomerakkoord het geval was. Wij zullen alle parlementaire instrumenten uitputten om een aantal van die maatregelen tegen te houden. Wij denken dat er een enorm maatschappelijk draagvlak is voor een heel ander beleid.

 

De voorzitter: Ik heb vandaag gelezen dat minister Reynders het Monitoringcomité wil afschaffen. Wij hebben vorige week een heel lang debat gehad met de ambtenaar-voorzitter van het Monitoringcomité, de heer Boon, en met de minister van Begroting. Zij hebben samen onderstreept dat het Monitoringcomité niet de alfa en omega is, maar het is wel een van de weinige instrumenten, die wij hebben. Ambtenaren screenen op voorhand de begroting. Afgelopen jaar waren zij niet tot een consensus gekomen, maar de heer Boon heeft de punten opgesomd waarover zij geen overeenstemming gevonden hebben.

 

Ik heb geen adviezen te geven aan de regering, maar de afschaffing van het Monitoringcomité zou meer wantrouwen zaaien dan vertrouwen brengen, want dan zou er in de voorbereiding, ook voor het Parlement, geen enkel anker of vertrekpunt meer zijn. De regering is vertrokken van de 2,6 miljard van het Monitoringcomité. Iedereen kan de tabellen analyseren op een eigen manier, maar ze zijn wel een ankerpunt bij het begin van de bespreking. Als voorzitter van de commissie wil ik mij dan ook distantiëren van de verklaring van minister Reynders, die totaal niet opportuun is en alleen de budgettaire mist verdicht.

 

01.23  Dirk Van Mechelen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, dames en heren ministers, collega's, na de klassieke jobstijdingen van de oppositie op het ogenblik dat wij over een jobsdeal spreken, is het misschien tijd voor een positief woord vanuit de meerderheid.

 

Ik wil er u even aan herinneren dat wij hier, op twee dagen na, precies een jaar geleden ook zaten. Toen hebben wij hier het Zomerakkoord 2017 besproken. Ik herinner mij het pessimisme van toen nog zeer goed: we zouden zien wat we zouden zien, men zou wel zien wie alles zou uitvoeren en de maatregelen zouden op de lange baan geschoven worden. Dat verregaande pessimisme, dat ik ook vanmorgen weer hoorde terugkomen, deel ik niet helemaal.

 

Ik stel vast dat het Zomerakkoord 2017 op het ogenblik up and running is. Mensen die werken, verdienen vandaag netto extra geld. De arbeid is geflexibiliseerd, in het voordeel van werkgevers en werknemers. Wij activeren het spaargeld en wij hebben vooral, mijnheer de minister, de hervorming van de vennootschaps­belasting tot een goed einde gebracht. Ik kan u verzekeren dat die hervorming in de ondernemerswereld meer dan ooit geapprecieerd wordt. Die zaken kwamen boven op het eerste pakket van het werk van de regering. Denk maar aan de gigantische pensioenhervorming, die op gang gebracht werd. Specialisten niet onmiddellijk van mijn partij zeggen dat de pensioenen betaalbaar zullen blijven op middellange en lange termijn. Dat zijn toch stevige verklaringen om uit te drukken dat de regering – de taxshift mogen wij er nog bovenop doen – al wat bakens heeft verzet.

 

Ik denk dat niemand kan ontkennen dat de sociaal-economische maatregelen hun effect niet missen. Laten wij ook voor een keer aanvaarden en fierheid tonen dat ook in ons land de werkloos­heid substantieel daalt, namelijk met 190 000 jobs, die we presenteren als een evidentie, terwijl dat een gigantische inspanning is. De kosten van de vergrijzing raken onder controle, waarvoor mijn respect. De loonhandicap, die wij sinds 1996 hadden opgebouwd – ik herinner mij dat ik de eerste wet rond de concurrentiekracht van ons land mee heb goedgekeurd in de jaren 90 – is weggewerkt. Onze ondernemingen zijn weer Europees competitief, de belastingen dalen, de koopkracht stijgt en de jobmotor draait.

 

Het eerste deel van het werk dat de regering op tafel legt, betreft de arbeidsdeal. Vierentwintig jaar nadat ik op 18, 19 en 20 mei 1994 een document indiende waarin we pleitten voor het activeren van de werkloosheidsuitkering en het versterken van het verzekeringsprincipe in de sociale zekerheid, moet ik eerlijk zeggen dat ik met enige genoeg­doening kijk naar de stappen die de regering vandaag zet.

 

De 28 maatregelen zijn voor mij een evenwichtig pakket. Men kijkt namelijk naar alle facetten die nodig zijn om mensen aan te moedigen op de arbeidsmarkt te komen. Voor 50 % van de vacante betrekkingen is geen enkele ervaring nodig. Voor 60 % is geen diploma vereist. We zullen dus, met alle respect, niet enkel met opleidingen de wereld veranderen. Het heeft ook te maken met arbeidsattitude en de bereidheid om een job te aanvaarden. Ik ben in 1981 op de arbeidsmarkt gekomen. Dat was een crisisjaar en we waren ook universitair geschoold. Toch zijn we gewoon beginnen te werken. Misschien moeten we durven te zeggen dat werkzoekenden weer een job moeten aanpakken om dan te zien waar ze later terechtkomen. Al bij al is dat niet slecht gevallen.

 

De 28 maatregelen moeten ook uitgevoerd worden; wat dat betreft, denk ik dat collega Calvo wel een pijnpunt benoemt. De 504 miljoen kunnen we enkel halen, als we het rendement van de maatregelen kunnen garanderen. Ik heb van de minister van Werk begrepen dat de KB's voor een groot deel klaar zijn en dat de wetsontwerpen tijdig zullen worden ingediend. We zouden er dus moeten in slagen om het pakket, samen met de begroting, af te werken, opdat het rendement kan worden behaald.

 

Ik verwijs nogmaals naar de rare blikken die ik vorig jaar in de maand december bij de bespreking in de Kamer van het budget 2018 heb gezien. Ik had toen de volgende stoute berekening gemaakt: indien we de werkzaamheidsgraad in ons land van 67,5 % naar het niveau van Nederland, dus naar 77 %, kunnen optrekken, zouden we in een klap de sanering van de begroting in het vooruitzicht hebben. Dat is natuurlijk een overdreven berekening, maar het toont wel de juiste weg die we moeten bewandelen om onze doelstelling te behalen, met name: een duurzame sanering van de begroting. Dat is niet door middel van belastingen, zoals sommigen dromen, maar wel door mensen aan het werk te zetten, door minder uitgaven in de sociale zekerheid en door meer ontvangsten.

 

Ik kan alleen maar zeggen, mevrouw Kitir, dat ik het ook liever anders had gezien dan dat wij de begrotingsdoelstelling in 2019 niet behalen. Maar ik steun nu eenmaal met onze fractie al drie jaar de weg die de minister bewandelt, omdat het de enige juiste weg is, namelijk via jobcreatie ervoor zorgen dat we onze engagementen ten opzichte van Europa in het Stabiliteitspact perfect nakomen.

 

De uitdaging voor de minister van Begroting is vandaag heel eenvoudig: zij moet vooral doen wat zij vandaag heeft beloofd voor de begroting 2018 en 2019. Wij moeten die echt zorgvuldig op koers houden. Dan doen wij in 2020 een laatste jump om de begroting in evenwicht uiteindelijk te kunnen realiseren.

 

Ik geef nog een cijfer om aan te tonen dat het stimuleren van de activiteitsgraad perfect haalbaar is. De activiteitsgraad voor mensen tussen de 20 en de 24 jaar is in België 38 %. Uiteraard studeren heel wat van die mensen. Dezelfde werkzaam­heids­graad voor die doelgroep is in Nederland 70 %. Ik denk dat ze daar ook studeren, voor alle duidelijkheid. Als men dat afzet tegen de Scandinavische landen, hebben wij heel wat werk te doen. De jobsdeal is dus heel belangrijk. Ik feliciteer de regering daarmee.

 

Tot slot, wij zijn zeer tevreden dat de mogelijkheid werd gecreëerd voor de vierde speler op de telecommarkt. Vandaag betalen wij voor een mobiele gigabyte 20 keer meer dan in Finland. Als men dat kan omzetten naar een kostendaling van 200 euro per jaar per modaal gezin – ik zag gisteren het debat op Terzake – dan zeg ik: waar wachten we nog op.

 

Met andere woorden, mijnheer de eerste minister, volgens mij hebt u opnieuw een ambitieus pakket op de tafel gelegd. Wij staan klaar om daaraan mee te werken.

 

Mevrouw de minister van Begroting en mijnheer de minister van Financiën, ik kijk uit naar uw concrete begrotingscijfers, die wij in oktober zullen kunnen bespreken.

 

01.24  Benoît Dispa (cdH): Monsieur le président, je remercie M. le premier ministre et les membres du gouvernement d'être venus ce matin nous faire cet exposé. Cela n'a pas nécessairement apporté beaucoup plus que ce qui avait déjà été présenté à la presse. Mais, en ce qui me concerne, je suis plutôt satisfait parce que j'ai reçu des réponses qui me paraissent très claires par rapport aux questions que j'avais posées à Mme la ministre du Budget, il y a une quinzaine de jours, en séance plénière.

 

Suite à la publication du rapport du Comité de monitoring, je lui avais demandé si elle comptait faire de l'exercice budgétaire 2019 un "exercice vérité" ou bien si elle allait continuer à utiliser les recettes exploitées jusqu'à présent. J'ai maintenant une réponse tout à fait claire: nous ne sommes pas du tout dans un "exercice vérité" mais, au contraire, dans la reprise de toute une série de trucs et astuces!

 

Je vous demandais, madame la ministre du Budget, si vous alliez continuer à gonfler autant que possible les corrections techniques pour pouvoir reporter à plus tard les efforts à réaliser. Nous sommes en plein dans cette pratique puisque nous n'aurons jamais vu autant de corrections prétendument "techniques" dans un exercice budgétaire!

 

Je vous demandais si vous alliez continuer à prétendre que des effets conjoncturels avaient un caractère structurel. Oui, nous sommes en plein dans cette démarche puisque, à nouveau contre l'avis de la Banque nationale, contre l'avis de la Commission européenne, vous prétendez toujours davantage que les versements anticipés des entreprises ont un caractère structurel.

 

Je vous demandais si vous alliez continuer à spéculer sur des recettes invérifiables ou des mesures d'économies fictives. Nous sommes en plein dans cette pratique, notamment au regard des montants qui sont repris dans votre tableau sous le couvert de la lutte contre la fraude fiscale et sociale, soit 250 millions d'euros, un montant absolument invérifiable!

 

Donc, clairement, je considère que plutôt qu'un "budget vérité", il s'agit d'un budget qui consiste à repousser à plus tard le rétablissement de l'équilibre budgétaire. Le paradoxe, c'est que vous présentez ce budget comme étant essentiellement technique, finalement. Dans les manuels de droit budgétaire, il est dit qu'un budget est un acte politique. Vous, madame la ministre du Budget, vous présentez les choses de façon à ce que cela apparaisse de plus en plus comme une correction technique! C'est technique, et donc cela ne vaut pas tellement la peine d'en parler, et c'est presque indiscutable puisque la technicité est censée être neutre.

 

Vous aviez d'ailleurs déjà utilisé à peu près la même formule lors du débat sur le rapport du Comité de monitoring, vous employant alors à décrire les méthodologies différentes des uns et des autres: le gouvernement a sa propre méthodologie, la Banque nationale la sienne, le Bureau du Plan en a une autre, la Commission européenne de même … Tout cela est finalement très technique, aléatoire, et tout se vaut: on peut s'en référer à la méthodologie que l'on veut!

 

Vous avez répété, aujourd'hui, que le rapport du Comité de monitoring était une "photo" sur base d'hypothèses: une photo hypothétique! Toutes les hypothèses se valent finalement. On peut prendre celle qui nous convient le mieux! Vous gonflez toutes les corrections techniques sur la base des hypothèses retenues de sorte qu'au final, vous devenez la championne de la relativité, là où nous aurions besoin de fiabilité dans les prévisions budgétaires. C'est tellement embarrassant que vous-même avez confié à la presse que, sans doute, il vous serait reproché d'utiliser la baguette magique tant il est vrai que la presse avait des difficultés à identifier les 2,6 milliards d'euros à combler.

 

Vous leur avez répondu "non, non, ce n'est pas une baguette magique" mais les mesures que vous présentez aujourd'hui, à travers ce tableau, y ressemblent très fort. Dans ce tableau censé atteindre l'objectif budgétaire des 2,6 milliards d'euros, on retrouve un maximum de corrections techniques y compris sur le calcul de l'effort à réaliser. Vous aviez déjà opté pour l'hypothèse la plus basse du Comité de monitoring et vous la revoyez encore à la baisse grâce à la révision de la base de calcul de départ de 2017. On aurait pu penser que ce recalcul permettrait d'atténuer l'effort à produire en 2020, par exemple, puisque vous aviez choisi une trajectoire budgétaire qui allégeait l'effort réaliser en 2019, pour les alourdir en 2020.

 

En l'occurrence, sur la base d'un recalcul de la base de départ, vous allégez encore l'effort à réaliser sur l'exercice 2019. Il y a de nombreuses corrections telles celles dont le ministre des Pensions nous a parlé en matière de pensions, les effets-volumes sur les dépenses d'asile, etc.

 

En outre, il y a ce montant relatif aux investissements dits "stratégiques" qui permet d'externaliser des dépenses d'investissements pour considérer qu'elles ne rentrent pas dans le calcul de l'objectif à atteindre. Sur ce point, je vous demande – cela vaut aussi pour d'autres questions – si vous avez reçu l'accord de l'Union européenne pour considérer que ces dépenses dites "stratégiques" peuvent être soustraites de l'effort à réaliser. J'ai cru comprendre qu'il y avait à cet endroit un débat, un dialogue, selon la formule que vous affectionnez.

 

Avez-vous reçu maintenant une réponse précise de l'Union européenne pour considérer que ce qui figure dans le Pacte national pour les investissements stratégiques (relativement modeste par rapport aux perspectives à moyen et long terme) ne doit plus être pris en compte dans le calcul de l'objectif? Cela représente une ligne de 194,6 millions d'euros, ce qui n'est pas insignifiant.

 

Je l'ai dit, vous reprenez l'hypothèse du caractère structurel des versements anticipés. Il s'agit d'un montant de 330 millions dans votre tableau. Quand on met bout à bout les corrections techniques, les montants sujets à caution du point de vue de l'Europe et cette hypothèse en plus, on voit que l'effort a finalement été atteint rapidement. Ça n'a pas été très difficile mais sur quoi repose cette majoration du caractère structurel des recettes liées aux versements anticipés? Qu'est-ce qui vous permet de penser raisonnablement que vous avez raison à ce sujet, contre l'avis de la Banque nationale et de la Commission européenne?

 

Ce tableau présente également des effets-retour importants, les fameux 500 millions liés au 'jobs deal'. Ce n'est rien d'autre qu'un effet-retour. C'est clairement ainsi que cela nous a été présenté. On vous a connu plus prudent à une certaine époque sur les effets-retour, notamment quand le premier ministre présentait le tax shift. Vous aviez dit que vous ne preniez pas en compte les effets-retour pour avoir précisément l'assurance d'une maîtrise budgétaire des opérations. Ici, nous ne sommes plus dans ce schéma-là, mais au contraire dans l'intégration, à hauteur de 500 millions, des effets-retour liés aux mesures en matière d'emploi. Ces effets-retour sont d'ailleurs considérables puisque pour 12 500 emplois créés, vous prévoyez une recette de 500 millions d'euros. Dans la foulée, vous auriez pu en escompter beaucoup d'autres: pourquoi pas 500 000 emplois créés? Ça vous aurait permis d'atteindre l'équilibre budgétaire beaucoup plus rapidement que prévu!

 

À une certaine époque, on s'est inquiété du coût des emplois créés par le tax shift. Les sommes y affectées étaient effectivement exorbitantes par rapport au nombre d'emplois créés. Ici, on peut s'étonner de l'effet-retour des emplois créés: avec un minimum d'emplois créés, on a un effet-retour maximal. Franchement, il y a là une pensée magique, pour reprendre l'allusion à la baguette magique que madame la ministre du Budget avait elle-même utilisée.

 

Ensuite, il y a ces fameuses recettes. Il s'agit au total de 250 millions d'euros. Ce n'est pas rien! C'est le dixième de l'effort à réaliser. Ces recettes sont liées à la lutte contre la fraude fiscale et sociale, sans qu'on ait beaucoup d'explications sur les mesures sous-jacentes.

 

Voilà. Derrière l'apparente technicité de toutes ces corrections et mesures, il y a en fait des choix de facilité qui ne donnent pas beaucoup de crédibilité à l'épure budgétaire que vous nous présentez. Je trouve qu'il y a beaucoup d'artifices, ou d'hypothèses, pour reprendre votre terme, hasardeuses, aléatoires qui confèrent à cet exercice budgétaire un caractère pré-électoral.

 

Derrière cette technicité qui n'en est pas une, on voit bien qu'il y a des choix de facilité sans véritable fiabilité technique.

 

Derrière cette apparence de technicité, vos choix reflètent beaucoup d'idéologie. Cela ne vous est pas nécessairement reprochable, mais les projets que vous nous avez annoncés et les options que vous avez retenues traduisent vraiment beaucoup d'idéologie. Je voudrais en souligner quelques exemples.

 

D'abord, l'hypothèse de départ de 2,6 milliards est un choix dont on peut considérer qu'il n'a pas été cautionné par certains membres du Comité de monitoring. C'était déjà la fourchette la plus basse. Vous l'avez revue à la baisse. Vous faites là le choix de la facilité, sans d'ailleurs beaucoup vous étendre sur les hypothèses que d'autres membres du Comité de monitoring avaient retenues. Vous ne retenez pas les hypothèses plus défavorables et vous ne donnez pas beaucoup d'explications à cet égard. Derrière ce choix de se rallier apparemment au Comité de monitoring, il y a donc vraiment une option pour la facilité, sans beaucoup d'explications.

 

Du coup, nous pouvons vraiment nous poser la question, que d'ailleurs M. Reynders pousse à son paroxysme: à quoi sert encore le Comité de monitoring? Si c'est pour en reprendre les éléments les plus favorables et s'affranchir de toutes les réserves qu'il contient, et corriger techniquement ce qui est en principe un rapport technique, il y a vraiment matière à s'interroger. Je pense qu'il y aurait un débat de fond à avoir sur l'utilisation que vous faites du rapport du Comité de monitoring.

 

Le deuxième exemple où vous faites vraiment de l'idéologie, c'est la situation de Belfius. S'agissant de la mise en bourse de Belfius, je pense que vous faites d'abord, techniquement, un calcul erroné. Vous prétendez que cela sera une opération intéressante. Mais en réalité, budgétairement, il est très clair que l'économie que vous allez faire en termes de dette et de charge d'intérêt - puisque vous allez affecter une large part de cette recette à la réduction de l'endettement - est moins importante que le gain que les dividendes vous apportent.

 

D'ailleurs, dans vos tableaux budgétaires, on retrouve les éléments de ce constat. Dans vos tableaux, vous spéculez sur des dépenses moindres grâce à la baisse des taux d'intérêt, et vous spéculez sur des recettes supplémentaires en termes de dividendes. Cela prouve bien que les dividendes rapportent plus que l'économie que vous espérez faire en réduisant l'endettement par le biais de la mise en bourse.

 

Techniquement, le calcul est erroné et n'est qu'un choix idéologique dont vous ne vous êtes pas caché. Hier, lors de la présentation à la presse, vous avez clairement déclaré qu'il n'appartient pas à l'État ou à un pouvoir public d'assumer ce rôle de banquier.

 

Pour ma part, je ne plaide pas pour une nationalisation du secteur bancaire et je pense qu'une liberté économique doit être respectée, sauf qu'en matière bancaire, l'expérience des dernières années et même des derniers mois nous amène à la prudence. Vous avez plaidé pour le retour au modèle d'avant la crise bancaire où les acteurs privés paraissent les mieux placés pour gérer les services bancaires. C'est, en raccourci, ce qui a été brièvement rapporté à la presse hier. Je peux comprendre que vous vouliez nuancer le propos mais il s'agit de la logique sous-jacente à votre choix. L'État n'a rien à faire dans une banque et vous considérez qu'il doit intervenir pour éponger les pertes et faire face aux difficultés mais qu'il doit se désengager lors du retour aux bénéfices.

 

J'estime que vous ne tenez pas compte des leçons de la crise bancaire. Sans entamer un débat idéologique caricatural, il devrait y avoir place dans le secteur bancaire pour une offre publique qui puisse être irréprochable en termes d'éthique et de déontologie. Dans ce cadre, nous avons pu constater récemment lors d'une commission des Finances, des organismes bancaires pris à nouveau en défaut. On peut ainsi constater que la déontologie ne correspond pas toujours à la réalité. Ne peut-on imaginer, en Belgique, la création d'un organisme bancaire qui serait au-dessus de tout soupçon, notamment par son caractère public? Ceci éviterait peut-être des comportements semblables à ceux des acteurs privés. J'estime qu'un organisme assumant des missions de service public a sa place dans le paysage bancaire en respectant une déontologie nécessaire dans le secteur. Il s'agit d'un choix idéologique qui est clair.

 

En lien avec ce dossier Belfius, je voudrais aborder le dossier ARCO dans lequel nous retrouvons cet aspect idéologique et politique. En effet, ce dossier est devenu très politique. Vous nous dites qu'il y a un accord et je devrais me réjouir que ce problème soit résolu. Cependant, les personnes qui s'imaginent qu'il y a un accord et que le problème est résolu ne doivent pas se faire trop d'illusions car il subsiste de nombreuses questions, plus particulièrement celle de l'Europe.

 

Comment la traitez-vous? Vous l'évacuez un peu vite. Vous expliquez que vous êtes en dialogue mais vous considérez, si j'ai bien compris, qu'il n'y a pas besoin d'accord formel de l'Europe. La commissaire européenne dit exactement le contraire. Au sein même de la majorité, on a entendu des voix un peu divergentes. Faut-il un feu vert de l'Europe? "Non", dit M. le vice-premier ministre. "Oui", dit un chef de groupe de la majorité. Les positions sont à géométrie variable. Oui ou non, avez-vous un accord de l'Europe? Allez-vous l'obtenir?

 

Honnêtement, cette question-là est cruciale et elle fait reposer une lourde hypothèque sur la fiabilité de cet accord, sans même parler des problèmes éventuels de discrimination qui pourraient être soulevés et qui l'ont d'ailleurs déjà été par d'aucuns, puisque toutes les personnes ou les structures préjudiciées ne sont pas nécessairement traitées de la même façon. On peut donc s'attendre à des contestations et à des recours. Certains se sont déjà exprimés sur le sujet. Derrière cette apparence d'un accord, on sent bien qu'il y a encore beaucoup d'inconnues et qu'il ne faudra sans doute pas attendre très longtemps pour se rendre compte que cet accord est sujet à caution.

 

Il y a un autre choix idéologique, celui lié à vos décisions en matière de dégressivité des allocations de chômage. Dans le 'jobs deal', il y a certainement des choses intéressantes. J'imagine bien qu'une analyse approfondie sera faite en commission spécialisée. Je suis prêt à dire qu'il y a sans aucun doute en la matière des choses à faire et qu'il y a certainement des mesures à prendre. Dans votre trentaine de mesures, vous évoquez des points intéressants, mais vous avez choisi de mettre le feu aux poudres avec cette approche sur la dégressivité des allocations de chômage.

 

Vous vous abritez derrière le fait que la mesure est budgétairement neutre et qu'elle n'est pas comparable à des mesures prises par le passé. Elle est peut-être neutre mais elle signifie bien qu'il y aura des perdants puisqu'il y aura des gagnants. En effet, le niveau des allocations va être revu à la hausse pour la première période, soit via le pourcentage, soit via le plafond. Il y aura donc un effet positif pour les bénéficiaires de cette période-là. Cela veut dire que, puisque la mesure est neutre, il y aura nécessairement des perdants. Les perdants vont apparaître dès lors que vous mettrez en œuvre cette dégressivité accrue que vous annoncez.

 

À nouveau, vous expliquez et c'est un choix habituel, que les choses sont très compliquées et qu'il faut les simplifier. Techniquement, il est utile de simplifier. Sur ce discours-là, on peut être d'accord mais il n'empêche que pour les perdants, il y aura bien une perte par rapport à la situation actuelle. Derrière cela, il y a ce choix idéologique que vous faites peu ou prou, les uns et les autres. C'est ce sentiment que, finalement, le chômeur est un peu responsable de sa situation et qu'il faut le stimuler et l'activer.

 

Est-ce que vous pensez réellement que les métiers en pénurie vont pouvoir trouver preneur plus facilement parce que vous réduisez les allocations de chômage? Je pense que c'est un leurre. Les personnes qui pourront répondre à ces métiers en pénurie ont besoin de formation et d'accompagnement. Elles n'ont pas besoin d'une sanction qui viendrait les pénaliser. Ce n'est pas ça qui va fonctionner et leur permettre de reprendre pied. Si vous rencontrez régulièrement des personnes concernées par cette problématique, comme beaucoup d'entre nous le font, vous vous rendrez compte que dans la remise à l'emploi, beaucoup d'autres facteurs que le niveau des allocations de chômage interviennent. Le nier, c'est méconnaître la réalité vécue par les personnes concernées et c'est faire un choix qui relève de l'idéologie. Vous n'êtes pas loin de penser que les chômeurs sont payés à ne rien faire et que si on les paie un peu moins, ils seront davantage incités à travailler. Cette approche est un peu nauséabonde.

 

Enfin, le dernier exemple de ces choix idéologiques que vous posez porte sur le quatrième opérateur de téléphonie. Le vice-premier ministre concerné ne se cache pas de l'approche très idéologique qui est la sienne. C'est un choix de libéralisme économique. Faire jouer la concurrence va réduire les prix. D'une certaine manière, ce n'est pas complètement faux. Cette approche peut être entendue, sauf qu'en la matière, il n'y a pas que la logique de marché qui est en jeu. Nous avons une frustration en la matière: faire jouer la concurrence pour faire baisser les prix, pourquoi pas, mais d'autres paramètres, d'autres impératifs doivent également être pris en considération, notamment la couverture territoriale. Au-delà de cette volonté de faire baisser les prix, y a-t-il une vraie volonté de prendre en considération les zones qui sont moins bien desservies en matière de téléphonie mobile, notamment dans les zones rurales? Il s'agit également d'un véritable enjeu, qui ne se réduit pas à cette approche purement libérale de jeu sur les prix via la concurrence.

 

Allez-vous prendre en considération la problématique des investissements? La CEO de Proximus souligne à quel point cette approche met en difficulté les opérateurs par rapport au défi de l'investissement et de l'emploi. Vous renvoyez cette CEO un peu facilement à ces études, en lui disant qu'elle n'a pas à contester le choix de l'actionnaire majoritaire.

 

Vous tenez d'ailleurs un double discours à l'égard des managements des structures publiques et des entreprises publiques. Chez Belfius, lorsque le propos vous agrée, vous louez la qualité du management. Chez Proximus, lorsque le propos est un peu plus critique, vous considérez qu'il faut circuler, y a rien à voir, et que l'actionnaire majoritaire est le mieux placé pour prendre les meilleures décisions.

 

Monsieur le président, je considère que sur le plan budgétaire, ce projet 2019 se caractérise par beaucoup de relativité et très peu de fiabilité. Ce budget est plus hypothétique que jamais. Il est donc très aléatoire et nous expose à des lendemains qui déchantent, mais ce sera sans doute pour le prochain gouvernement.

 

Sur le plan politique, ce budget est truffé de choix idéologiques. Chacun des partis de la majorité pourra sans doute se satisfaire d'avoir obtenu un trophée mais ça ne peut pas nécessairement nous satisfaire. Ça donne plutôt l'impression que ce budget a un caractère pré-électoral. C'est votre choix, et nous ne l'approuvons pas.

 

01.25  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, heren ministers, over elk politiek akkoord en over elk cijfer in verband met begrotingen, heeft ieder zijn eigen waarheid. Dat is nu, horen wij, niet anders.

 

Collega's, ik wil toch eens refereren aan de gouverneur van de Nationale Bank die twee maanden geleden naar de Kamer gekomen is. Zoals het iedere gouverneur van de Nationale Bank betaamt, sloeg hij en zalfde hij. De gouver­neur haalde positieve punten aan inzake onze concurrentiekracht, inzake de werkgelegenheid, inzake de toename van de koopkracht van de gewone mensen. Hij linkte die ook aan het regeringsbeleid. Maar hij had het ook over uitdagingen, zoals de arbeidsmarkt, zoals onze productiviteit die investeringen vergt, en een voortzetting van de sanering van de begroting.

 

Wanneer wij dit akkoord onder de loep nemen en het vergelijken met de uitdagingen waar de gouverneur van de Nationale Bank het een paar weken geleden over had, zien wij dat die op elkaar aansluiten.

 

Ik wil even ingaan op wat sommige collega's hier gezegd hebben, onder meer over de belangrijke uitdaging van de krapte op de arbeidsmarkt en de arbeidsdeal.

 

Dat er 28 maatregelen zijn, heeft uiteraard te maken met het feit dat er overleg geweest is met de sociale partners die suggesties hebben aangereikt die wij hebben overgenomen. Het heeft ook te maken met het feit dat er overleg geweest is met de Gewesten en dat de Gewesten suggesties hebben aangereikt die wij hebben overgenomen.

 

Soms zegt men: er is niet veel nieuws. Dat lees ik. Als men iets goed voorbereidt, zit er inderdaad al veel in de pijplijn. Maar ik heb liever goed voor­bereide dingen dan geïmproviseerde, zogenaamd nieuwe dingen.

 

Sommige cijfers liegen niet. Als er 134 000 vacatures zijn, en als wij, zoals de eerste minister vorig jaar in zijn State of the Union zei, wereld­kampioen in vacatures zijn, maar er ook 345 000 werklozen zijn, en daarnaast nog honderd­duizenden mensen die niet werkloos zijn maar die ook geen job hebben, moeten wij die werklozen kunnen leiden naar die vacatures.

 

Er is een wereld van verschil tussen de laatste jaren van de vorige eeuw en de eerste jaren van deze eeuw, en de meest recente jaren. Collega Van Mechelen had het daarnet over zijn jeugd. Wij hebben jaren periodes gekend van stijgende werkloosheid en een dalend aantal jobs. Wij maken nu al jaren het omgekeerde mee, en zullen dat ook de komende jaren meemaken.

 

Vanzelfsprekend vergt dat dan een ander arbeidsmarktbeleid. Vanzelfsprekend moeten wij ons aanpassen aan die realiteit.

 

Ik hoor daarnet zeggen dat men laf is omdat er gemeenteraadsverkiezingen zijn in Antwerpen. Het moet mij dan toch van het hart dat er ook gemeenteraadsverkiezingen zijn van Veurne tot Kinrooi en van Aarlen tot Doornik.

 

01.26  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): (…)

 

01.27  Servais Verherstraeten (CD&V): Hoewel u misschien niet de exacte details hebt van de regelgeving zijn de contouren ervan overduidelijk. Het is evident dat het niet gaat over de mensen die vandaag werkloos zijn maar wel over toekomstige werklozen. Als ze hun job verliezen weten ze vooraf waar ze aan toe zijn. Dat spreekt voor zich.

 

De contouren zijn duidelijk. Het spreekt voor zich dat aan de derde periode niets wordt gewijzigd. De contouren zijn ook duidelijk wat de eerste periode betreft. Mensen die morgen hun job verliezen gaan meer krijgen. Het is inderdaad zo dat de details voor de berekeningswijze nog niet vastliggen. Gebeurt het via een plafond of een percentage? Mijnheer de minister van Arbeid en Tewerkstelling, het is vrij duidelijk dat het wat dat betreft belangrijk is dat er zeker rekening wordt gehouden met de laagste lonen. Deze regering heeft die lijn reeds getrokken met tal van maatregelen over de jaren heen. Ik neem aan die wordt doorgetrokken.

 

Het is wel zo dat wij de degressiviteit versnellen in de tweede periode. Dat is afgesproken. Er is echter ook afgesproken dat dit geen sanerings­operatie is. Het is een budgetneutrale operatie, een activeringsoperatie. Daarnet hoorde ik collega Kitir haar zogenaamde boosheid uitschreeuwen. Mevrouw Kitir, er is altijd al degressiviteit geweest in de werkloosheids­uitkering. Die is trouwens in de vorige legislatuur nog versterkt. Dat was een saneringsoperatie, dat was geen budgetneutrale operatie. Toen was u niet boos, toen hebt u dat goedgekeurd. Laat mij dus zeggen dat ik uw boosheid toch enigszins meen te moeten nuanceren.

 

Er is hier ook zeer lang gesproken over bevoegd­heden die we sedert de zesde staatshervorming niet meer hebben. Het begeleiden van werklozen, het opleiden van werklozen, zelfs het sanctioneren van werklozen zijn bevoegdheden van de Gewesten. Dan spreekt het voor zich dat men in overleg gaat en dat zij daar, samen met de sociale partners, een belangrijke rol in spelen. Om die reden mikken we zo op opleiding en begeleiding. Dan heb ik het over het mensbeeld waar men het net over had. Ons mensbeeld is dat iedereen talent heeft, of men een job heeft of niet. Men heeft talent en dat mag en hoort gemaximaliseerd te worden. Er is niks mis mee om van mensen engagement te vragen. Ze moeten ook kansen krijgen en als ze die grijpen, horen ze daar ook voor beloond te worden.

 

Ten slotte, wat de contouren betreft. De degressiviteit in de periode, ik herhaal het, is budgetneutraal. Ze kan worden vermeden wanneer men een opleiding volgt voor knelpunt­beroepen. We hebben hier zo gefulmineerd over, onder meer, Carrefour. Niemand wilde graag dat mensen van 56 hun job zouden verliezen, zeker niet de bedienden en werknemers van Carrefour. Elk nadeel kan echter zijn voordeel hebben. Het voordeel hier is dat er toch nog overleg is geweest en dat er bijkomende vergoedingen kwamen voor opleidingen voor knelpuntberoepen. Daaruit hebben we lessen getrokken om ze te veralge­menen in de toekomst. Dat heeft te maken met mensbeeld en met het maximaliseren van talent.

 

Collega's, u zult het mij niet ten kwade duiden dat ik ook over ARCO spreek. De eerste minister heeft verwezen naar afspraken in de vorige regeringen die we ook met deze regering hebben gemaakt bij de vorming ervan. We hebben ze herbevestigd, onder meer ook vorig jaar, en geven er uitvoering aan. Zij die straks met de trein naar huis rijden, stel ik voor dat ze aan hun conducteur zeggen dat de afspraken die nu gemaakt zijn nog nooit zo concreet en duidelijk zijn geweest over wie wat financiert en wie wat krijgt. Juridische twijfels zijn er bij elke maatregel die een regering neemt. We leven in een rechtsstaat. Europa heeft zijn bevoegdheden, het Grondwettelijk Hof heeft zijn bevoegdheden, de Raad van State heeft zijn bevoegdheden. Dat gaat over elke maatregel die we nemen. Ook in deze legislatuur hebben we in andere materie al tal van maatregelen genomen waarbij ik de oppositie hoorde fulmineren dat die de toets niet zouden doorstaan. Ik herinner mij bijvoorbeeld de effectentaks die geschorst zou worden. Het Grondwettelijk Hof heeft dat niet gedaan.

 

Ook hier leven wij natuurlijk in een rechtsstaat.

 

Collega's, ik stel wel één constante vast, met name dat zij die juridische twijfels uiten, vaak degenen zijn, zeker in dit huis, die deze deal, de compensatie met betrekking tot de vergoeding van de ARCO-spaarders ook liever niet zien. Al van in het begin waren zij tegenstanders en daarom blijven zij onzekerheid uitstrooien, onder meer om politieke redenen.

 

01.28  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): De N-VA en de Open Vld.

 

01.29  Servais Verherstraeten (CD&V): En ook Groen, al jaren.

 

Weet u, ieder zijn waarheid en ieder zijn juridische waarheid. Ik beken wat dat betreft ook kleur. Ik ben sneller geneigd om juridische stellingname die dit akkoord ondersteunt, te geloven. Mijnheer de eerste minister, u beschikt daarover. Uw regering heeft adviezen gekregen van topadvocaten, waaruit blijkt dat het geen staatssteun is. Uw regering heeft adviezen gekregen waarin gesteld wordt dat dit niet moet worden aangemeld bij Europa. Er is ook andere juridische stellingname, zo te horen de voorbije uren.

 

Het spreekt voor zich dat wij hierover spreken met Europa. Wij gaan Europa toch niet provoceren? Wij gaan daarover spreken en overleggen met Europa, wat wij overigens al maanden doen met betrekking tot de contouren van dit akkoord.

 

Het is belangrijk en goed dat deze zaak gekoppeld werd aan Belfius en gekoppeld blijft aan Belfius en de privatiseringsoperatie, temeer aangezien die privatiseringsoperatie nog meer succes zal hebben als de molensteen van ARCO kan gelicht worden.

 

Collega's, wij vergeten snel onze geschiedenis, ons geheugen is gelimiteerd doordat wij geconfronteerd worden met een overaanbod aan informatie. Ik wil wel eens terugkeren naar de periode 2007-2008. Europa en de Europese Centrale Bank smeekten ons land toen om banken te redden. Wij hebben toen armen van mensen omgewrongen om mee te investeren in een bank, wat noch hun ambitie, noch hun bedoeling, noch hun wens was. Er werden toen afspraken gemaakt over garanties voor gewone mensen. Wij zijn daarop ingegaan. Wij wensen dat op een of andere manier te honoreren.

 

Mijnheer de voorzitter, ik kom nog even terug op de begroting en de uiteenzettingen die er daaromtrent zijn geweest.

 

Ja, wij hebben bij de aanvang van deze legislatuur een begrotingspad uitgevaardigd met een begrotings­evenwicht op het einde van de legislatuur. Dat hebben wij inderdaad niet bereikt. Dit is overigens niet de eerste regering die diezelfde doelstelling niet heeft bereikt. Met de vorige regering was het net hetzelfde. Wij hadden met Europa afspraken gemaakt en wij hebben die niet gehaald. Er waren toen verzachtende omstandigheden, namelijk de Europese crisis en een conjunctuur die lager was dan voorspeld werd. Wij werden nu ook met zaken geconfronteerd, zoals de veiligheidscrisis en de migratiecrisis, die andere uitgaven hebben gevergd. Wij hebben keuzes gemaakt voor de taxshift, die inderdaad niet budgetneutraal is, mevrouw Kitir. Dat wordt ook door de meerderheid en de commissievoorzitter gezegd, maar wij hebben die keuze wel gemaakt ten voordele van degenen met de laagste lonen. Wij hebben onder meer ook gekozen voor meeruitgaven in de welvaartsenveloppe. Dat zijn redenen waarom wij het pad niet hebben gehaald. Wij hebben dat pad nu uitgetekend, samen met andere regeringen, ook anders samengestelde deelregeringen, tegen 2020.

 

Mijnheer de voorzitter, ik hoor zeggen dat dit een regering of meerderheid van aandeelhouders of voor de aandeelhouders is. Op het parcours dat uitgetekend werd en op het parcours dat het komende jaar uitgetekend zal worden zie ik een taxshift, die wij voortzetten, ten voordele van de laagste lonen, en 200 000 bijkomende jobs. Men verweet de regering dat zij veel te optimistisch was bij de presentatie van de begrotingscijfers. Ik hoorde net de tewerkstellingscijfers. Wij scoren beter dan het Federaal Planbureau had voorzien. De regering is op het vlak van de tewerkstellings­graad zelfs te pessimistisch geweest, mijnheer de eerste minister.

 

(…): (…)

 

01.30  Servais Verherstraeten (CD&V): Men kan in elk geval niet ontkennen dat de cijfers meer dan behoorlijk zijn. Als men in de welvaartsenveloppe meer uitgeeft dan in de vorige legislatuur en als men inzake de vennootschapsbelasting hervor­mingen doorvoert die veel meer ten gunste zijn van kmo's en van eenmanszaken dan van multinationals, dan meen ik dat deze regering inderdaad een regering is voor de aandeelhouders van de nv België, de gewone mensen die elke dag het beste van zichzelf geven.

 

01.31  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, de heer Verherstraeten heeft expliciet verwezen naar adviezen die de regering heeft ingewonnen over de ARCO-oplossing. Ik durf te vermoeden dat deze ook bestaan. Ik nodig de eerste minister dan ook uit om deze adviezen ter beschikking te stellen van de Kamer.

 

De voorzitter: De regering kan daar straks op antwoorden.

 

01.32  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, madame et messieurs les ministres, merci pour votre présentation de ce nouvel Accord de l'été. Vous ne serez pas surpris d'entendre que pour les écologistes, c'est une réelle déception.

 

Chaque année, c'est la même répétition. L'an passé, l'Accord Tomorrowland représentait le même constat de déception pour nous. Les grands absents sont l'environnement, la mobilité, la qualité de l'air, la justice sociale ou la justice fiscale. Pour nous, ces éléments sont fondamentaux en termes de vision politique. Faire un budget veut dire faire des choix politiques. Ici, on se rend compte qu'il y a des divergences importantes. Les éléments manquants sont fondamentaux et il est difficile de pouvoir juger.

 

Je souhaite revenir sur plusieurs éléments. En ce qui concerne le budget, je ne sais pas quelle est la marque de votre baguette magique ni même si vous faites partie de la famille Copperfield ou Garcimore. Au fur et à mesure des années, il faut se rendre compte qu'il y a de plus en pus de "trucs" utilisés pour arriver à un équilibre. Le premier d'entre eux est l'effort à fournir. Selon les tableaux qui nous sont proposés aujourd'hui, vous avez fourni un effort de 2,6 milliards d'euros. Ce montant est remis en question par de nombreuses institutions indépendantes. Quel est l'effort pour les générations futures? C'est la question! On est sans doute plus proche de 4 milliards que de 2,6 milliards, si on en croit l'ensemble des acteurs qui ont fait des analyses indépendantes sur le sujet. Pour nous, c'est le problème le plus important par rapport à ce budget. L'effort à fournir n'est pas clair et est, à nos yeux, un réel facteur d'incertitude.

 

Je ne reviendrai pas sur les corrections techniques, qui augmentent d'année en année.

 

Le point important pour nous, vous le savez, c'est la lutte contre la fraude fiscale. C'est un pilier de la justice fiscale et sociale. Effectivement, on voit que les montants augmentent. On est à 150 millions pour le tableau reçu ce matin. Monsieur le ministre des Finances, qu'est-ce qui se cache derrière ce montant? Qu'allez-vous mettre en place en termes de mesures, de recrutements, d'outils pour augmenter le retour, le fait de lutter contre la fraude fiscale, particulièrement à grande échelle? Je rappelle que les analyses par rapport à la fraude fiscale en Belgique nous parlent de montants totaux de 20 milliards d'euros par an qui échappent à l'impôt, donc au financement de l'État? Il y a donc encore énormément de pain sur la planche en la matière.

 

Je voulais aussi revenir sur les effets-retour que vous mentionnez à hauteur de 505 millions d'euros par rapport au 'jobs deal'. Monsieur Peeters, j'ai été attentif à votre explication pendant la présentation. Je ne vais pas revenir sur la création de 12 500 emplois. Ce n'est pas ce qui me paraît le plus interpellant dans le raisonnement. Le plus interpellant, ce sont les 40 400 euros que vous estimez être la moyenne qui revient par emploi créé. Je ne vais pas revenir sur les questions déjà posées à ce sujet mais juste un élément: est-ce que vous avez également une base empirique pour vous baser là-dessus? Des emplois ont effectivement été créés depuis le début de la législature; on les chiffre à 190 000 emplois. On a donc déjà une possibilité de voir l'impact que ces emplois-là ont eu. Quels effets-retour produisent-ils? Disposez-vous de cette information? Ce montant de 40 400 euros nous paraît effectivement exagéré, trop optimiste. On aimerait donc voir, et chacun peut avoir ses hypothèses, si le calcul d'aujourd'hui se fonde dans la réalité.

 

Le point suivant est également très important pour nous: le 'jobs deal'. Le groupe Ecolo-Groen est particulièrement attentif non seulement à la création d'emplois, mais surtout à la création d'emplois durables créés dans nos Régions. Il est certain que la problématique importante des métiers en pénurie nous mobilise énormément. Nous avons fait beaucoup de propositions par rapport à cela. Prenons au hasard le plan Tandem, que nous avons déposé sous la législature précédente, pour passer le flambeau d'une personne qui diminuerait son temps de travail en fin de carrière pour qu'un nouveau travailleur puisse être embauché dans une entreprise.

 

Comme le disait mon collègue Kristof Calvo, l'important pour nous, c'est former, encourager, accompagner. Punir, pour nous, n'est pas une option envisageable! Et c'est vraiment fonda­mental, en tout cas en termes de choix de société. C'est pour cela que tout ce qui concerne l'encouragement, la formation, l'accompagnement – et il y a des éléments par rapport à cela dans le 'jobs deal' –, nous le voyons d'une manière positive.

 

Nous attendons les textes. Mais tout ce qui est faciliter la mobilité, aider les travailleurs pour trouver de l'emploi et reconvertir dans les nouveaux secteurs d'avenir et les métiers en pénurie, c'est important. Punir par une dégressivité accrue des allocations de chômage, c'est vraiment quelque chose que nous ne comprenons pas. Que je ne comprends pas!

 

Je ne comprends pas, dans un contexte économique tel que nous le connaissons aujourd'hui, que punir, diminuer les allocations, soit une réponse à un tel problème. Je pense que c'est là une mesure idéologique de votre part! Et pourquoi je dis cela? Parce que j'aimerais amener le débat sur une certaine "objectivation". Nous avons évidemment préparé la réunion d'aujourd'hui.

 

Parmi l'ensemble des études internationales sur ce sujet, à savoir le lien entre le fait de diminuer les allocations de chômage et celui de retourner sur le marché de l'emploi, aucune ne conclut positivement par rapport à cela. Et j'en ai certaines ici. On peut toujours remettre en cause ces études internationales, mais je citerai l'OCDE et la Commission européenne – ce n'est donc pas le centre d'études d'Ecolo, ni de Groen, qui a fourni ces études.

 

L'édition 2014 du Rapport annuel de la Commission européenne sur l'évolution de l'emploi et de la situation sociale en Europe donne un aperçu des études consacrées à l'impact des différents types d'assurances chômage. Sur la probabilité d'une réinsertion sur le marché du travail, il ne semble pas exister de corrélation négative entre le niveau des allocations et les chances de sortir du chômage pour accéder au marché du travail.

 

01.33  Charles Michel, premier ministre: Ce n'est pas le sujet!

 

01.34  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): C'est tout à fait le sujet: le niveau des allocations …

 

Une autre étude, réalisée à Oxford, en Angleterre, montre que chaque livre sterling que l'on diminue par rapport à l'ensemble des aides – que ce soit au niveau du logement, de la subsistance ou de l'ensemble des allocations –, que chaque livre sterling de diminution de revenu pour les personnes qui cherchent un travail, représente 2 % en moins de chances effectives d'en retrouver un!

 

Je peux vous fournir toutes ces études. Nous pouvons avoir un débat objectif. Ce que je veux faire ici, c'est objectiver ce débat.

 

Il est toujours facile d'accuser les uns et les autres de faire de l'idéologie mais je pense que vous faites de l'idéologie ici. Il n'y a aucune étude montrant que pousser les gens vers davantage de difficultés et de précarité les rapproche du marché de l'emploi. C'est une conviction profonde, nous ne pensons pas que ce soit le cas. Il est important de pouvoir l'exprimer.

 

Je voulais mettre d'autres chiffres en avant également. La dégressivité existe déjà depuis 2012. Le pourcentage de chômeurs qui vivent sous le seuil de pauvreté est passé de 43,2 % en 2014 à 49 % en 2017. Pour la population, ce taux a également augmenté malheureusement et est passé de 14,6 % à 15,3 %. Qu'est-ce que cela veut dire? Clairement, depuis la mise en place de la dégressivité des allocations de chômage qui existe depuis le gouvernement Di Rupo, on a constaté une augmentation du taux de pauvreté chez les chômeurs. Tel est l'impact réel chiffré.

 

Par rapport au forfait cohabitant, aujourd'hui inférieur au revenu d'intégration sociale, confirmez-vous, monsieur le ministre, qu'aucune période, qu'aucun forfait ne passera sous ce revenu d'intégration sociale (RIS)? Enfin, et les Ecolo le demandent depuis longtemps, comptez-vous augmenter ce forfait cohabitant au niveau du RIS puisque l'on sait que certains cohabitants sont en-dessous de ce niveau minimal de revenu?

 

Le point suivant par rapport au 'jobs deal' qui nous préoccupe beaucoup, et on en a assez peu parlé ce matin, porte sur le service d'intérêt général pour les demandeurs d'emploi de longue durée. Nous nous opposons par principe à une telle mesure. De nouveau, on estime qu'il faut encourager, former et accompagner les demandeurs d'emploi pour les remettre à l'emploi, ce qui est aussi une préoccupation pour nous. Et non pas les sanctionner ou les amener vers du travail qui peut être considéré comme forcé.

 

Dans la présentation que nous avons reçue, jusqu'à combien de jours par semaine pensez-vous mettre ce système en place? En 2014, le gouvernement avait prévu deux jours par semaine. Je voulais savoir si vous alliez conserver les mêmes bases. Les personnes qui seraient mises en service d'intérêt général bénéficieraient-elles également du gel de la dégressivité? Ou la dégressivité serait-elle maintenue pour ces personnes? Voilà pour mes questions par rapport au service d'intérêt général.

 

Le dernier point que je voudrais aborder concerne l'accord annoncé par rapport à Belfius. Vous connaissez notre position. Je ne vais donc pas répéter ce que mon collègue Georges Gilkinet a clairement détaillé lors des débats en commission des Finances. Cependant, nous ne comprenons pas pourquoi Dexia, qui est devenue une banque publique à 100 %, n'a pas été transformée en un outil public pratiquant des investissements à long terme, dans l'intérêt général, et en particulier des investissements pour l'économie réelle comme nos PME et TPE.

 

(…): (…)

 

01.35  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Bien sûr, mais comme une banque classique au lieu d'en faire un réel outil.

 

Il y a des exemples dans d'autres pays. KfW en Allemagne est une banque publique qui a un objectif différent. Dès qu'une banque entre en bourse, elle est soumise à d'autres règles et doit faire face à la spéculation des uns et des autres et à des opérations qui n'ont pas de politique d'intérêt général ou d'aide à l'économie réelle. Il s'agit, pour nous, d'une problématique fondamen­tale. En participant, même minoritairement à l'actionnariat en bourse, vous détournez un bel outil vers un système économique mondialisé qui a causé des difficultés lors de la crise bancaire. Nous estimons qu'il s'agit d'une occasion manquée.

 

Je vous ai cité l'exemple en Allemagne de la banque KfW mais je peux également vous citer la Caisse des dépôts en France. Il s'agit d'outils publics à 100 % qui ont pour mission d'investir à long terme et dans l'économie réelle sans se préoccuper de la spéculation à court terme de fonds étrangers qui peuvent investir en bourse. C'est ce que nous voulons éviter et que nous aurions fait, si nous étions aux responsabilités, avec Belfius. Il s'agit d'une vraie vision de société qui s'oppose par rapport à l'opportunité que représente une banque totalement publique comme Belfius.

 

01.36  Johan Klaps (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb er normaal gezien geen probleem mee dat u de grootte van de fracties niet volgt bij het aanduiden van de sprekers, maar twee uiteen­zettingen uit dezelfde fractie, vooraleer de twee grootste regeringspartijen aan het woord komen, vind ik toch een vreemde volgorde.

 

Het wordt een goede traditie dat rond Tomorrow­land de regering een pakket aan maatregelen en een evenwichtig akkoord voorlegt. Stap voor stap herstelt dit akkoord de financiën, en eigenlijk de hele economie, van het decennialange socialis­tische wanbestuur dat we gekend hebben.

 

Elk jaar duikt hetzelfde riedeltje van de oppositie op, namelijk dat de regering zich rijk rekent, dat de cijfers niet kloppen, dat er geld is verdwenen, of in de zakken van de mensen wordt gezocht en dat er wordt getoverd. Men had het over David Copperfield. Vorig jaar sprak men over hocus pocus.

 

01.37  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Hocus pocus was het jaar daarvoor.

 

01.38  Johan Klaps (N-VA): De bedoeling hiervan is natuurlijk het halen van krantenkoppen of televisiequotes, en de regering in een zo slecht mogelijk daglicht stellen. Als de cijfers nadien kunnen worden gecontroleerd, zijn we twee jaar verder, en kraait er geen haan meer naar. Dan is niemand meer geïnteresseerd in wat er twee jaar eerder werd gezegd. Er wordt enkel op details geschoten.

 

Collega Calvo zegt altijd dat hij geen begrotings­fetisjist is, maar hij heeft wel een fetisj, namelijk het getover in de begroting. Daarom ben ik op zoek gegaan naar de besprekingen van de voorbije jaren.

 

De cijfers die we momenteel kunnen controleren betreffen de begroting van 2017. Toen werd er in de commissie voor de Financiën gesteld dat de begroting hocus pocus was, dat de ramingen veel te optimistisch waren, dat het ging om onbezonnen beslissingen die aan politieke fouten grenzen die worden genomen bij de opmaak van de begroting, dat de buffer van een miljard niet genoeg zal zijn, etc. We stellen nu vast dat het eindresultaat beter is dan wat toen werd begroot.

 

Laten wij terugkijken naar de hele legislatuur. In 2015 zaten wij dichtbij het resultaat dat begroot was. In 2016 zaten wij er flagrant naast. Dat was het jaar van de aanslagen en de asielcrisis. Dat zijn natuurlijk evenementen die men niet kan voorzien. 2017 was beter dan begroot. Kortom, ik heb meer vertrouwen in de begrotingsvoor­spellingen die deze regering maakt dan in de opmerkingen die de oppositie daar elk jaar over maakt.

 

Ik hoor soms gigantische inconsistenties in de kritiek. Het is logisch dat er kritiek is, maar soms is die toch heel raar. Daarnet zei collega Kitir in één zin dat wij niet genoeg besparen maar zij noemde wel een heleboel maatregelen op die ervoor gezorgd hebben dat wij besparen. Ik weet het niet. Als wij… 

 

Ik ben even de draad kwijt.

 

01.39  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Wij hebben u nochtans lang genoeg laten oefenen.

 

01.40  Johan Klaps (N-VA): Geen probleem, het is al goed.

 

Hebt u nog quotes over de gemeenteraads­verkiezingen in Antwerpen? Dan kunnen wij die behandelen. Wat voor een cinema is dat hier!

 

De voorzitter: Collega's, de heer Klaps heeft het woord.

 

01.41  Johan Klaps (N-VA): Het riedeltje over de taxshift komt ook opnieuw naar boven. Het blijft mij verbazen dat men daarmee uitpakt.

 

Wat wil die taxshift zeggen? Dat er vandaag meer geld in de zakken van de burgers zit, vooral bij diegenen met de laagste lonen. De zogenaamd sociale oppositie zou dat moeten toejuichen. 1 752 euro netto per jaar erbij, voor iemand met een loon van 1 500 euro. Dat is gigantisch. Ja, een aantal facturen is gestegen. Het gaat natuurlijk om een shift. Maar het nettoresultaat voor die mensen is goed. Het feit dat de oppositie daarnaast blijft zeggen dat de belastingen stijgen, dat klopt natuurlijk niet. Dat kan niet kloppen. Het ene komt niet overeen met het andere.

 

Ik kom tot de arbeidsdeal.

 

Het is inderdaad belangrijk dat wij daar werk van maken. Het probleem is natuurlijk dat de regering te veel jobs creëert. Wij krijgen ze niet meer ingevuld. De laatste keer dat wij dit meemaakten, was in de jaren 60, meen ik. Toen was er 2 % werkloosheid. Vandaag ligt die nog een stuk hoger. Er is geen zinnige uitleg voor te geven dat er vandaag zo veel vacatures zijn waarvoor zelfs geen kwalificatie, ervaring of diploma nodig is en we ze toch niet ingevuld krijgen. Dan moeten we toch nagaan hoe dat komt. Dan zullen we toch mensen moeten gaan motiveren om die opleidingen wel te volgen en die jobs wel kan te nemen.

 

Mevrouw Kitir, het klopt dat iemand die zijn job verliest ongerust is. Dat kan iedereen overkomen en dat is geen plezante ervaring, maar deze regering heeft voor die mensen voor nieuwe jobs gezorgd. Er worden massa's jobs gecreëerd, dag na dag. Dat is in vorige legislaturen wel anders geweest. U haalde het voorbeeld van Genk aan. De werkloosheid in Genk is vandaag lager dan toen Ford Genk nog open was. Dat is toch het beste bewijs dat het beleid van deze regering werkt. We krijgen al de vacatures niet meer ingevuld. Dus ja, we zullen de activiteitsgraad moeten blijven verhogen.

 

We horen dikwijls kritiek over onze lage pensioenen. Onze pensioenen zijn schandalig laag. We hebben al stappen gezet, maar we hebben daarin nog heel veel werk te doen. We zullen dat alleen maar kunnen doen als die activiteitsgraad verder omhoog gaat. We zitten inderdaad nog lang niet op het niveau van Nederland, maar we moeten daar toch naar proberen te evolueren, zeker met de jobs en het aanbod dat er vandaag is.

 

Collega's, Belfius mag eindelijk richting beurs gaan. Dat is een goede zaak. Ik denk niet dat het de taak van de overheid is om bankier te spelen. In het verleden is bewezen dat een bank geleid door overheden en het middenveld de grootst mogelijke puinhoop heeft gecreëerd die we hebben meegemaakt. Ik denk dat de beursgang een goede zaak is.

 

Het verbaast mij elke keer weer opnieuw dat de collega's van Ecolo-Groen denken dat als een bank voor 30 % geprivatiseerd wordt plots haar businessmodel waarmee ze winst maakt niet meer gaat uitvoeren. De financiering van lokale projecten is net hun sterkte. Ze zijn daarin marktleider. Ze maken daarmee winst. Waarom zouden ze daar in godsnaam mee stoppen als ze in privéhanden zijn? Daarvoor is geen enkele logische redenering te vinden. In deze fase is er slechts sprake van 30 %. De overheid blijft meerderheidsaandeelhouder. Dat doembeeld blijft bizar, zeker als we de historiek van Dexia kennen.

 

Ik wil collega Verherstraeten geruststellen. Wij willen heel graag dat er een oplossing komt voor de ARCO-beleggers. Wij zouden dat echt graag hebben, voor mijn part voor 100 %. Ik geef toe dat ik liever had gezien dat die schade volledig betaald zou worden door diegene die deze mensen heeft opgelicht. Dat gebeurt echter niet. Er is een bijdrage. Soit, het is een begin. Net als bij elke maatregel zullen we moeten afwachten of dit juridisch standhoudt. Zoals u terecht zegt, geldt dit voor elke maatregel. Ik meen dat het nodig is om daarover te overleggen met Europa maar met de bestaande goede contacten met de Europese Commissie heb ik vertrouwen in de redenering die u daar opbouwt. We zullen het wel zien.

 

Ik ben alleszins heel blij dat de redenering nu is omgedraaid: we gaan Belfius eerst naar de beurs moeten brengen vooraleer we verder kunnen met ARCO.

 

Er zit nog een tegenstelling in het verhaal van de collega's Calvo en Vanden Burre. Voor de ene kan het niet snel genoeg gaan, voor de andere mag men het niet doen. Als er een oplossing komt, dan zal ze gefinancierd moeten zijn. Collega Calvo, ik begrijp dat u zich nooit zorgen maakt over hoe facturen betaald moeten worden, maar andere mensen doen dat wel.

 

01.42  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, je vous remercie.

 

Vous savez bien que je serai bref parce que cela fait trois heures que l'on discute.

 

Je vais revenir à quelques fondamentaux.

 

Au terme de ce travail budgétaire, on se rend compte qu'on progresse dans l'assainissement budgétaire. On progresse dans la diminution de l'endettement. On progresse dans la stimulation des investissements. On progresse dans la création d'emplois, le tout, en diminuant la pression fiscale, en augmentant le pouvoir d'achat et en renforçant notre économie et la compétitivité. C'est vraiment le cercle vertueux! Effectivement, le gouvernement renforce d'année en année ce cercle vertueux.

 

L'opposition défend les allocations de chômage. Elle a raison mais nous, nous défendons la création d'emplois. On ne défend pas la descente dans la pauvreté. Justement, on défend la politique qui permet de sortir de la pauvreté. Il y a donc une cohérence et un renforcement de la politique du gouvernement.

 

Il y a toute une série de commentaires sur les chiffres, sur les baguettes magiques, etc. mais, comme l'a dit mon collègue Klaps, ce qu'il faut aller voir après coup, ce sont les résultats et les résultats confirment toujours les options qui ont été avancées. Les résultats confirment toujours qu'il y a un bon suivi budgétaire et qu'on arrive à faire ce que l'on avait dit.

 

Au niveau du MR, nous sommes vraiment satisfaits de l'exercice qui a été mis en place. On encourage évidemment à trouver cette solution qui avait été annoncée pour ARCO. On est content de voir arriver un quatrième opérateur qui va effectivement faire baisser les prix et faire jouer la concurrence. Franchement, en ayant rappelé les fondamentaux, monsieur le président, je pense que le gouvernement peut maintenant répondre et confirmer.

 

01.43  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, je rebondis sur vos déclarations qui nous informaient des propos de M. Reynders. Je souhaiterais avoir l'avis et la position de M. le premier ministre. M. Reynders considère dans De Standaard qu'on peut se débarrasser du Comité de monitoring. J'aimerais savoir si M. le premier ministre désavoue le ministre Reynders sur ce point précis. Je vous remercie

 

01.44  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik wil mij aansluiten bij de verklaring van de heer Laaouej. Ondertussen gaat het niet meer om minister Reynders, ook minister Jambon heeft zich expliciet aangesloten bij dat voorstel van zijn collega Reynders. Ik zei daarnet lachend dat men het Monitoringcomité wilt afschaffen. Toen was het nog een grap en een kwartier later blijkt het echt het plan van de regering te zijn. Net als collega Laaouej wil ik de eerste minister uitnodigen om daarover iets te zeggen.

 

De voorzitter: Er is heel wat gezegd. Het zal moeilijk zijn om op alle vragen te antwoorden, maar de regering moet bij monde van de eerste minister het werk maar verdelen.

 

01.45  Charles Michel, premier ministre: Monsieur le président, je vais tenter de me concentrer sur les interpellations politiques qui sont faites et d'apporter un certain éclairage. Certaines questions sont pertinentes et légitimes eu égard au fait que le détail des points n'a pas encore été transmis même si, dans l'introduction, on a tenté de présenter certains éléments.

 

Het eerste belangrijk thema betreft de situatie van Belfius en een oplossing voor ARCO.

 

Wat Belfius betreft, nemen we volledig onze verantwoordelijkheid. Ik ga even terug in de geschiedenis. Een paar jaar geleden heeft de Belgische regering in het kader van de financiële crisis haar verantwoordelijkheid opgenomen. Ik bevestig wat ik gisteren heb gezegd, mijnheer Dispa: principieel is het niet de rol van de Staat om een bank te beheren op lange termijn. Daarover kan men een verschil van mening hebben. Voor Ecolo-Groen kan het de rol van de Staat zijn om een bank te beheren.

 

Hier gaat het over een deel van de participatie, namelijk 30 %. We zullen inderdaad de bank niet in een keer volledig privatiseren. Wij zijn zeer tevreden over de geboekte resultaten de afgelopen jaren dankzij het goed beheer van Belfius door het management. Het openstellen van Belfius voor een private participatie is een kans om de sterkte van Belfius in de toekomst nog te verbeteren. Dit is ons doel: nog beter te doen.

 

Sur ce même sujet, il faut être très mal informé ou avoir été très inattentif depuis la crise financière pour ne pas avoir compris que, actionnaire public ou pas, il y a des règles de supervision bancaire et financière belges et européennes qui doivent s'appliquer. En outre, je trouve très choquant, et même méprisant, pour ceux qui travaillent pour Belfius au quotidien, de donner l'impression que cette banque ne serait pas concentrée dans l'économie réelle. Belfius est une banque qui stimule, qui développe l'économie réelle, qui permet de concrétiser des investissements, des emplois. Ceci résulte d'une mauvaise foi crasse ou d'une information particulièrement médiocre et limitée sur un sujet aussi important!

 

Le but, avec Belfius, est d'avoir un effet sur la dette. Le budget, c'est d'une part un déficit et d'autre part un endettement. Le but de cette réalisation de participation est de contribuer à accélérer le désendettement. J'entends le raisonnement sur les dividendes. Monsieur Dispa, cela a dû vous échapper, mais quand on baisse la dette, on paie moins d'intérêts aux banques et on obtient dès lors des moyens supplémentaires pour les services publics pour la relance économique et pour le soutien à ce qui forme l'essentiel de l'action publique! Un détail a manifestement dû vous échapper dans votre raisonnement!

 

Je le répète, nous voulons stimuler les investisse­ments, raison pour laquelle une partie du rendement devra être affectée pour du désen­dettement, une autre pour stimuler réellement les investissements stratégiques dans l'avenir, dans l'agenda digital, dans les changements climatiques et la transformation énergétique – cela ne nous a pas du tout échappé, il y a des projets très concrets en la matière – et dans la mobilité.

 

Ik kom tot een zeer belangrijk punt.

 

Om op een positief verhaal en een hogere opbrengst te kunnen hopen, wat Belfius betreft, is een oplossing voor ARCO zeer nuttig; zo wordt de operatie namelijk aantrekkelijker. Het is een basisidee in onze redenering. Sommigen vergeten dat belangrijk element in het verhaal. Er is dus een link tussen een IPO voor Belfius en een oplossing voor ARCO. Wij hebben in de voorbije maanden hard gewerkt, met de Europese Commissie, in een open dialoog, om goed te begrijpen wat op het juridische niveau de voor- en nadelen zijn van de potentiële oplossingen.

 

Nous avons fait ces efforts de dialogue avec la Commission européenne. Je veux être précis car, au cours des dernières heures, certains messages ont pu être interprétés de façon ambiguë. Il est très clair que notre décision n'est pas de demander formellement, via une notification, un accord à la Commission européenne mais bien de poursuivre le dialogue avec elle. C'est là la nuance, la différence. Pourquoi avoir pris cette décision? Parce qu'un des arguments qui nous était opposé les mois précédents était la notion d'aide d'État au regard du droit européen.

 

Premier paramètre: ARCO a été liquidé. Deuxième paramètre: la solution envisagée aujourd'hui vise les personnes physiques et non les personnes morales. C'est un élément qui nous semble rétrécir les critiques possibles en lien avec la notion d'aide d'État. Troisième paramètre: nous avons déjà pris des premiers contacts informels avec la Commission européenne depuis l'annonce de la décision pour annoncer ce souhait d'expliquer ce qui est sur la table, d'expliquer les modalités concrètes de la décision qui est envisagée.

 

Er is een precieze timing. Er is een akkoord over een potentiële verdeling van de bijdragen, om een fonds op te richten. Eind oktober komt er een publiek mechanisme voor de schade­vergoedingen.

 

Nous allons travailler sur ce sujet dans les jours et les semaines qui viennent et poursuivre le dialogue avec la Commission européenne.

 

01.46  Ahmed Laaouej (PS): Et s'il n'y a pas d'accord?

 

01.47  Charles Michel, premier ministre: J'entends bien, avec l'ensemble du gouvernement, comme nous l'avons fait dans le passé, par exemple dans le cadre de l'IPO BNP Paribas, faire en sorte que des décisions soient prises. Le moment venu, le gouvernement devra prendre les décisions sur le sujet. Quand on lance une IPO, il y a un point de départ. Quand on lance un processus, on le prépare avec nos conseillers et les banques spécialisées. En fonction du processus, nous reviendrons, dans les semaines ou les mois qui viennent, pour apprécier, le moment venu, les décisions qui sont prises sur les deux sujets. Telle est la démarche. Je sais que vous êtes habituellement pessimistes, plutôt fatalistes – c'est votre nature dans l'opposition –, alors que  nous sommes optimistes. Nous lançons les opérations et nous entendons bien prendre les décisions sur les sujets.

 

Tweede fundamenteel punt: de begroting.

 

Wat de begroting betreft, probeer ik altijd zeer rustig en zen te blijven, zelfs na enkele zeer idiote zaken te hebben gehoord tijdens de voorbije commissievergadering. Ik excuseer mij voor die uitdrukking.

 

Ik herinner mij dat wij bij de start van de regering veel kritiek hebben gekregen van de oppositie. Wij waren een bezuinigingsregering.

 

Nous voulions absolument, disait-on dans l'opposition, un équilibre à n'importe quel prix en 2018. C'était l'austérité. Nous allions matraquer les plus fragiles et les plus faibles.

 

Aujourd'hui, quatre ans plus tard, 190 000 emplois ont été créés et du pouvoir d'achat a été restitué. Et on nous explique qu'il est scandaleux que nous n'ayons pas atteint l'équilibre. Il faut savoir ce que l'on veut: ou bien l'austérité ou bien soutenir ce que nous faisons effectivement, c'est-à-dire l'assainissement budgétaire, la relance économique et le soutien aux plus fragiles. J'appelle à un minimum de cohérence, de conséquence et de mémoire à ce propos.

 

Dan kom ik aan een ander belangrijk punt, dat een van de collega's terecht heeft geopperd. Elke budgettaire oefening is een voorspelling en een politieke keuze, het is inderdaad een raming. Bij elke initiële begroting hoor ik een festival van slogans en karikaturen, van hocus pocus tot Copperfield. Nochtans zijn de realisaties elke keer in grote mate conform onze voorspellingen. Dat was ook het geval met de begroting 2018.

 

On n'a pas dû faire de grands efforts ni mener de grandes discussions pour mettre le budget 2018 en ordre parce que notre budget initial 2018 était en ordre et sur les rails. On a principalement travaillé sur 2019 parce qu'effectivement, on avait vu juste dans la manière d'envisager un certain nombre d'hypothèses de départ sur le sujet.

 

Enfin, à ceux qui nous donnent de grandes leçons par rapport à cela, je rappelle encore une fois que, depuis la crise financière, la dette belge n'a cessé d'augmenter, devenant un boulet dramatique pour les générations futures. Chers amis d'Ecolo-Groen, nous sommes très préoccupés par les générations futures. Nous sommes le premier gouvernement qui, après la crise financière, non seulement stoppe la hausse de la dette mais encore qui enclenche une descente de 108 à 107 % vers 100 % du PIB.

 

On sera probablement en dessous de 100 % du PIB à la fin de cette législature. Cela, c'est effectivement prendre en compte les générations futures et les respecter davantage qu'avec le raisonnement un peu insensé pour l'avenir que j'ai entendu sur le sujet. Le déficit est d'ores et déjà divisé par trois. C'est un fait. Selon nos prévisions, il devrait même pouvoir être divisé par 3,7 avant la fin de cette législature. On serait autour de -0,6. C'est l'objectif, sachant que nous venons de -3,1.

 

Donc, avec les grandes leçons d'exemplarité budgétaire que je reçois de ceux qui ont plombé la dette et qui n'ont pas été capables de résorber le déficit autrement qu'en matraquant par des impôts, je pense que vous êtes mal placés sur le sujet. Nous menons cette opération en faisant baisser la pression fiscale et la pression parafiscale.

 

Dan kom ik nu aan een paar concrete en pertinente vragen.

 

Ten eerste, de jobsdeal is goed voor 505 miljoen euro. Men kan daarop kritiek hebben, maar het gaat om een voorzichtige analyse, op basis van wetenschappelijke argumenten. Wij zullen de kans hebben om daaromtrent meer details te geven. Wij hebben rekening gehouden met de realiteit, met de gemiddelde opbrengst voor elke gecreëerde job.

 

Pourquoi 12 500 jobs? Parce qu'il y a 130 000 emplois qui ne sont pas occupés dans les métiers en pénurie pour le moment; 12 500 jobs, c'est une analyse assez prudente compte tenu de ce potentiel de jobs qui pourraient être pourvus. Le nombre de 12 500 jobs nous amènerait aussi, sur la base des prévisions, au même niveau de création d'emplois que ce que l'on a connu les années précédentes - l'année passée et celle d'avant. Il s'agit donc d'une analyse politique et prévisionnelle très prudente, qui nous semble très réaliste, non pas parce qu'on espère que des emplois tombent du ciel mais surtout parce que nous prenons des mesures pour stimuler la capacité d'aller vers les emplois en pénurie.

 

Ander pertinent punt, mijnheer Laaouej, betreft het Monitoringcomité en de maatregelen in de gezondheidszorg ten belope van 500 miljoen euro in 2019. De opbrengst van die maatregelen werd niet opgenomen in de berekening voor de 2,6 miljard euro, maar komt daar nog bovenop. Ook met die realiteit hebben we rekening gehouden in onze oefening. Kortom, wij hebben een serieuze en ernstige oefening gedaan om er zeker van te zijn dat de uitgaven maximaal onder controle zijn volgend jaar.

 

C'est aussi un point qui sera détaillé plus en profondeur dans le cadre des travaux budgétaires, le moment venu.

 

En ce qui concerne les versements anticipés, c'est vrai qu'il y a un débat.

 

Er is een debat met de Europese Commissie, niet met de Nationale Bank. We hebben wel rekening gehouden met de rapporten van de Nationale Bank wat dat betreft. De Europese Commissie houdt a priori geen rekening met een structureel effect van de voorafbetalingen. Wij denken dat er wel een structureel effect is en zullen daarover nog een dialoog voeren met de Europese Commissie. Wat wij ter zake hebben gedaan, is zeer rationeel.

 

Men bekritiseert hier dat wij zo maar een bedrag plakken op de inkomsten uit de strijd tegen de fiscale fraude. Dat is niet het geval. Wij hebben in dat verband drie duidelijke maatregelen genomen; u zult daar later meer details over krijgen.

 

J'aborde un troisième grand point, rapidement.

 

Vous m'avez interrogé sur les F-16 et je vous réponds comme je l'ai déjà fait au moins une dizaine de fois ces dernières semaines au Parlement ou lors de conférences de presse. Il y a une procédure RfGP, des propositions exprimées par la France et un débat sur la prolongation des F-16. Ces débats ont eu lieu très longuement en commission de la Défense et il existe un timing de procédure. Une des offres est valable jusqu'en octobre, une autre jusqu'à janvier 2019. Nous allons prendre en compte le timing des procédures et, le moment venu, nous prendrons des décisions.

 

Cependant, admettez que ce débat n'a pas de lien avec le budget 2019, ni à court terme de lien direct avec le 'jobs deal'. Il était donc raisonnable de faire un paquet cohérent de décisions sur le sujet.

 

J'en viens maintenant au 'jobs deal'.

 

Je suis assez stupéfait de ce que j'ai entendu de la part de certains sur le sujet.

 

Dit is voor de eerste keer in vele jaren een gigantische oefening met een positief verhaal. Het is geen strafverhaal, wat ons betreft. Dat maakt een groot verschil met het verleden. Wij hebben, mevrouw Kitir, lessen geleerd uit het verleden

 

Ik kan daar iets meer informatie over geven. In deze legislatuur, onder de huidige minister van Werk, zijn er 190 000 jobs gecreëerd. Onder deze regering is via de taxshift voor de lageloon­trekkenden en de middenloontrekkenden een extra maandloon gerealiseerd, een dertiende maand als het ware.

 

Vous pouvez en permanence revenir avec l'électricité. Selon Test-Achats, l'impact moyen sur la facture est d'environ 100 ou 150 euros par an. Le gain pour les bas salaires est de 1 500 euros par an. Cela fait une différence de un à dix. Vos raisonnements sur le pouvoir d'achat ne correspondent en aucun cas à la réalité des raisonnements de la Commission européenne, du Bureau du Plan ou de la Banque nationale.

 

Mevrouw Kitir, het volstaat niet arrogant te zijn om leugens in waarheden te veranderen. Ik ben bijzonder gechoqueerd door uw abominabele aanval. Wat is het verschil met het verleden, mevrouw Kitir? Er is een zeer groot verschil. Wat was in de vorige legislatuur, onder een minister van uw partij, de situatie van de jobcreatie? Wat is de waarheid ter zake?

 

Sous le précédent gouvernement, 27 000 emplois ont disparu!

 

Er zijn 27 000 jobs in de privésector verdwenen. Wij hebben er 190 000 gecreëerd! In de vorige legislatuur werden 37 000 personen uitgesloten van de werkloosheid in een saneringsoperatie, in een budgettaire operatie, zonder positieve maatregelen te nemen op het vlak van vorming of aanmoediging. Ik ben kwaad omdat u niet intellectueel eerlijk genoeg bent om de vooruit­gang in deze legislatuur te erkennen.

 

Vous avez choisi la technique du mensonge et de la caricature! Cela ne correspond pas à ma philosophie des débats politiques!

 

J'ajouterai que l'enveloppe bien-être a été mobilisée à 100 %, ce qui fait une grande différence avec le passé. L'ensemble des allocations les plus basses en matière de pension ou de personnes handicapées ont été relevées, davantage que cela n'a été le cas sous la précédente législature.

 

Je suis très modeste. Je ne suis pas dans une démarche qui vise à caricaturer ce qui a été fait dans le passé. Je constate simplement que la grande différenc

 

De degressiviteit werd in het regeerakkoord van de vorige legislatuur beslist in een budgettaire operatie om besparingen te realiseren in het budget van de werkloosheidsuitkering. Dat is een gevolg van de vorige legislatuur!

 

Je répète ici les principes forts de ce gouverne­ment: premièrement, nous augmentons au début; deuxièmement, nous utilisons la dégressivité qui s'accompagne de mesures positives d'encourage­ment pour aller vers des métiers en pénurie, afin de pouvoir se former réellement; troisièmement, nous ne baissons pas les montants forfaitaires de la troisième période, ce qui est aussi un élément très important.

 

Madame Kitir, je pense que sur un sujet pareil, vous devriez être ou bien un peu plus honnête sur le plan intellectuel ou un peu plus modeste que cela n'a été le cas! Je trouve que la démonstration qui a été faite n'est pas une démonstration très raisonnable, me semble-t-il.

 

Enfin, sur la question du pacte d'investissements, nous avons effectivement des contacts sur le plan européen à ce sujet.

 

Het is wel onze bedoeling om maximaal de flexibiliteit te gebruiken die bestaat op Europees niveau. We hebben een gemengd akkoord met de deelstaten om dit samen op Europees niveau te bepleiten. We hebben al veel vergaderingen gehad om dit te bespreken.

 

We willen de budgettaire oefening ook gebruiken als momentum om hiervoor opnieuw te pleiten.

 

J'ajoute que, dans le tableau budgétaire, nous ne reprenons qu'une partie des montants dédicacés aux investissements, qui seront présentés dans le cadre de la flexibilité souhaitée sur le sujet.

 

Voilà, monsieur le président, chers collègues, les principaux points.

 

Je conclus en vous disant que nous sommes totalement convaincus qu'il faut poursuivre les réformes économiques et sociales jusqu'au dernier jour de cette législature. Nous pensons que le meilleur assainissement budgétaire, c'est la création d'emplois, ce sont les investissements. C'est l'assainissement le plus durable.

 

Quand nous faisons la comparaison avec les pays qui sont plus performants sur le plan budgétaire, ce sont les pays qui ont un taux d'activité plus élevé que ce n'est le cas chez nous. C'est un point clé. Nous pensons que nous devons utiliser les différents leviers et aussi dialoguer avec les Régions pour renforcer cette dynamique-là. C'est dans cet esprit-là que nous allons continuer à travailler tout au long des prochains mois. Je vous remercie.

 

01.48 Minister Kris Peeters: Ook al heeft de eerste minister op alle vragen geantwoord, , aangezien ik door sommigen zo in het vizier werd genomen, moet ik toch even de puntjes op de i zetten.

 

Ten eerste, hoop ik dat iedereen en zeker de wat meer linkse partijen, als die nog zouden bestaan, ervan uitgaat dat we naar full employment gaan. Ik heb gezegd dat full employment tegen 2025 mogelijk moet zijn. Technisch betekent het dat de werkloosheid strandt op 3 %. Daar streven we met zijn allen naar. Sommige regio's gaan daar nu al in een rechte lijn naartoe, aangezien ze nu al een werkloosheidsgraad van amper 4,4 % noteren. We zitten inderdaad aan een historisch laag record inzake aantal werkzoekenden en proberen dat nog te verbeteren.

 

Ik sluit mij volledig aan bij de opmerking van de eerste minister, waarmee ik trouwens mijn verklaring van vorige week in de plenaire vergadering herhaal: men moet de waarheid durven te zeggen, namelijk dat bepaalde partijen vroeger net het omgekeerde verdedigden van wat zij hier bepleiten. De vorige minister van Werk zei in 2012 dat werkzoekenden terecht sneller aan het werk moeten worden gezet door een versterkte degressiviteit. Ik zal het citaat van mijn voorgangster herhalen, aangezien u het vorige week blijkbaar niet hebt gehoord: "Ik hou niet veel van blabla. Mensen moeten werk zoeken en blijven proberen. En ja, dat kan al eens mislukken, maar dan is het een kwestie van andere middelen en manieren te zoeken. Ik hou niet van fataliteit, die in onze samenleving heerst. We kunnen werklozen niet zomaar in de hoek zetten en hen gewoon geld geven zonder hen vooruit te helpen. Dan krijg je verzuurde mensen, die door geldgebrek geen gezin of toekomst hebben".

 

Wanneer men in de vorige legislatuur de degressiviteit sterker heeft doen dalen, met als argument de mensen aan te moedigen, dan mag men dat ons hier niet verwijten, zoals u hebt gedaan. Ofwel lijdt u aan geheugenverlies, ofwel bent u te kwader trouw door dat hier zo te formulieren. Uw beleid in de vorige regering was heel duidelijk. Ik kan ook nog verwijzen naar het regeerakkoord en de opmerkingen van onder andere de eerste minister dat de versnelde degressiviteit een instrument zal zijn om jobs te creëren, wat wij gelukkig ook doen.

 

Ten tweede, tijdens deze legislatuur hebben wij de minimumuitkeringen sterk doen stijgen. Ik heb een overzicht, dat ik gerust met u wil delen, waaruit blijkt dat wij alle minimumuitkeringen hebben opgetrokken. Zoals de eerste minister heeft gezegd, hebben wij tijdens deze legislatuur al 2 miljard uitgetrokken via de welvaartsenveloppe voor de realisatie daarvan.

 

Wat de degressiviteit betreft, ga ik ermee akkoord dat wij dat instrument objectief moeten beoordelen.

 

Nous devons effectivement tenir compte d'études nationales et internationales.

 

Wij moeten daarover een debat houden. Ik heb daarmee geen enkel probleem, maar men kan niet enerzijds zeggen dat wij dat soort beleid grondig moeten voorbereiden en studies moeten bekijken en anderzijds vragen waarom het vandaag nog niet in kannen en kruiken is en waarom wij tot november moeten wachten. Het is het een of het ander. Ik ben er voorstander van om de kwestie van de degressiviteit rustig te bekijken, in alle objectiviteit, en ervoor te zorgen dat wij stappen zetten voor de realisatie van de activeringsuitkering.

 

Wat de gemeenschapsdiensten betreft, ofwel is men niet te goeder trouw, ofwel probeert men wat fuzz te maken. Ten eerste, de gemeenschaps­diensten zijn een bevoegdheid van de Gewesten. In het verleden heb ik de regionale ministers al gevraagd hoe zij die zouden aanpakken. Sommige ministers achten ze niet nodig; andere delen die mening niet. Hoe dan ook, wij maken de gemeenschapsdiensten op federaal niveau mogelijk; de invulling ervan komt toe aan de Gewesten. Ten tweede, gemeenschapsdiensten – dit staat netjes in het regeerakkoord – moeten worden bekeken in het kader van een traject naar werk. De Gewesten hebben de mogelijkheid om de degressiviteit te bevriezen, wanneer zij daarvan zelf gebruikmaken. De degressiviteit kan ook worden gestopt, zoals daarstraks is gezegd. Ik meen dat wij op die manier effectief jobs zullen realiseren.

 

Er werd gevraagd hoe wij de berekening gemaakt hebben. Wij zijn, zoals daarstraks werd aangetoond, zeer zorgvuldig te werk gegaan. Wij zijn vertrokken van een mediaan brutoloon van 3 300 euro per maand. Op jaarbasis betekent dat een jaarloon van ongeveer 46 000 euro. De inkomsten voor de Staat zijn dan terug te vinden in de personenbelasting, 34,2 %, en in de socialezekerheidsbijdragen van de werkgevers, 25 %, en werknemers, 13,9 %. Er zijn minder uitgaven bij de RVA en meer opbrengsten bij de RSZ. Die berekening is gemaakt volgens de regels van de kunst.

 

Mijnheer Calvo, u hebt verwezen naar het Federaal Planbureau. Als mijn informatie juist is, kwam dat in zijn jongste berekening ter zake in 2000 uit op 25 000 euro. Wij hebben de cijfers geactualiseerd en voorzichtig geconcretiseerd. Wij gaan ervan uit dat het gaat om knelpuntberoepen.

 

01.49  Charles Michel, premier ministre: Il y a un point auquel je n'ai pas répondu. Il s'agit de la question relative au Comité de monitoring. Vous étiez distrait, monsieur Laaouej, mais je veille à ce que vous y soyez attentif. Je voudrais indiquer que le gouvernement a bien l'intention de travailler avec le Comité de monitoring jusqu'à la fin de la législature.

 

De voorzitter: Het Monitoringcomité wordt dus, in tegenstelling tot wat de heer Reynders zegt en wat ik in de krant had gelezen, niet afgeschaft.

 

01.50 Minister Sophie Wilmès: Mijnheer de voorzitter, de meeste antwoorden met betrekking tot de begroting werden reeds gegeven. Ik kan natuurlijk meer in detail gaan, maar dan loop ik vooruit op het debat over de begroting. Wij bewaren dat beter tot dan.

 

01.51 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, ik heb een gelijkluidende opmerking.

 

Je me réjouis à l'avance des débats que nous aurons ensemble. Je saisis l'opportunité pour répondre à M. Laaouej sur un point spécifique au sujet de l'évolution des taux d'intérêt. Nous suivons une hypothèse selon laquelle les taux d'intérêt ont un effet sur la dette et sur le coût des intérêts notionnels.

 

Cette hypothèse est là mais il y a un élément nouveau: le président de la Banque centrale européenne, M. Draghi, vient d'annoncer que, dans la nouvelle politique monétaire, d'une part, on cesse de créer des liquidités additionnelles et, d'autre part, on garantit presque les mêmes taux d'intérêt jusqu'à la fin de l'année prochaine.

 

01.52  Ahmed Laaouej (PS): (…)

 

01.53  Johan Van Overtveldt, ministre: Dans notre hypothèse, nous avions prévu une légère hausse des taux d'intérêt dans notre budget. M. Draghi annonce qu'il ne changera pas les taux d'intérêt. Nous avons pris ce fait en considération et ce, non pas d'une manière crédule mais sur base d'une analyse profonde de l'Agence de la dette.

 

En ce qui concerne le coût des intérêts notionnels, si nous suivons notre hypothèse sans prendre en considération la baisse des taux d'intérêt relative à la projection conséquente à l'annonce faite par M. Draghi, vous pouvez constater que nous sommes très prudents car nous avons de la marge. Une baisse des taux d'intérêt aura pour effet de réduire les intérêts notionnels dans le plan ISOC.

 

Vous vous contredisez, monsieur Laaouej.

 

01.54  Ahmed Laaouej (PS): (…)

 

01.55  Johan Van Overtveldt, ministre: Non. C'est asymétrique. C'est sûr et certain.

 

01.56  Ahmed Laaouej (PS): Ce n'est pas votre raison­nement d'il y a quelques mois. C'est le contraire. Vous avez un problème!

 

01.57  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur Laaouej, je serai ravi de discuter avec vous des autres points dans les semaines et les mois à venir.

 

01.58  Alexander De Croo, ministre: M. Laaouej avait posé une question relative aux revenus minimums des ventes aux enchères: ils sont estimés à 680 millions d'euros. Ces revenus ne sont pas structurels et seront majoritairement payés en une fois. Cependant, ils doivent être partagés avec les entités fédérées, comme il se doit. Une discussion avec celles-ci devra être programmée comme nous l'avons fait par le passé.

 

Monsieur Dispa, vous avez souligné le fait que la couverture est tout aussi importante. Comme je l'ai dit dans mon introduction, nous avons augmenté les conditions de couverture de 98 % pour atteindre les 99,8 %. Il en va de même pour les voies ferroviaires: au début de la législature, il y avait 39 zones blanches alors qu'aujourd'hui, il n'y en a plus que 16. Mais il faut continuer l'effort. Quoi qu'il en soit, l'effort de couverture a été maintenu.

 

01.59 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, er is gesuggereerd dat we voor de bestrijding van fiscale fraude 150 miljoen inschrijven, terwijl daar geen maatregelen tegenover zouden staan. Klassiek krijgen we het verwijt dat zaken in de pers staan, vooraleer we ze aan de commissie voorleggen. Nu gun ik de commissie de primeur van die maatregelen. Ik hoop dat dat geapprecieerd wordt.

 

Ik verduidelijk het even.

 

Buitenlandse moederbedrijven geven vaak aandelenopties en dus finaal aandelen aan medewerkers van dochtervennootschappen. De wet zegt dat dat gewoon in de belasting wordt meegenomen. De realiteit is echter dat dat zelden gebeurt, onder meer omdat dochtervennoot­schappen niet verplicht zijn om een fiscale fiche van de waarde van die aandelen op te maken. We zullen dat nu wel verplichten en die fiche dus invoeren. Die inkomsten zullen dus effectief belast worden, zoals dat ook in de wet voorgeschreven is. Het gaat hierbij over een substantieel bedrag, de diverse acties die de BBI in het verleden rond dergelijke projecten of evenementen gedaan heeft, geven dat aan.

 

Ten tweede, draait de common reporting standard of CRS op OESO-niveau steeds beter. Steeds meer landen schrijven daarop in en er komen dus steeds meer gegevens ter beschikking. Die gegevens komen zeker ter beschikking van de fiscus en er is met de minister van Justitie afgesproken dat we die informatie, waar nodig en waar dat voor de hand ligt, ook zullen delen met de parketten.

 

Ten derde, worden er momenteel in het kader van de Panama-aanbevelingen maatregelen nader besproken. Dat zal finaal resulteren in bijkomende operationele maatregelen. Zoals de eerste minister net al aangaf, zijn er dus drie pakketten van maatregelen, die dat bedrag ruimschoots moeten kunnen invullen.

 

De voorzitter: Er is nog ruimte voor korte replieken.

 

01.60  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, je prends tout d'abord acte des déclarations de M. le premier ministre concernant les propos du ministre M. Reynders. Sur la base de l'article que vous m'avez transmis, monsieur le président, et que vous comprenez comme moi, il y a donc un désaveu des propos de M. Reynders par le premier ministre. M. Reynders considérait qu'on pouvait se débarrasser du Comité de monitoring. Dont acte! Je crois que c'est un élément important. Cela clarifie en effet l'évolution des travaux budgétaires.

 

Deuxième chose, je n'ai pas eu de réponse précise à la question relativement simple que je posais sur ARCO. La question était: si l'Europe ne marque pas son accord sur la proposition de solution, gèle-t-on le projet de privatisation partielle de Belfius? Je n'ai pas de réponse. On nous explique que ce n'est pas un accord qui est cherché au niveau de l'Europe, mais plutôt un espace de dialogue, comme si l'Europe était un copain avec qui on va boire un verre et avec qui on s'arrange! Non, à un moment donné, ils diront si oui ou non, c'est compatible avec le droit primaire ou le droit dérivé européen. Ils sont relativement clairs du point de vue des aides d'État et de la compatibilité avec le droit européen.

 

Par contre, ce qui n'est pas clair, c'est la réponse du premier ministre. Cela signifie qu'à ce stade, nous ne savons pas à quel point le dossier ARCO et le dossier Belfius sont liés. C'est peut-être une question qu'il faudra à un moment donné poser à M. Peeters. C'est lui qui a négocié pour le compte du CD&V.

 

Troisième chose, monsieur le ministre des Finances, je crois que vous avez un problème, s'agissant des intérêts notionnels, qui se chiffre peut-être à 400 millions d'euros. Lorsque je vous ai interrogé sur ce qui expliquait que le rendement budgétaire de la suppression des intérêts notionnels passait d'à peu près 470 millions en 2018 au double en 2019, vous m'expliquiez que ce doublement s'expliquait par une prévision de la hausse des taux d'intérêt. Et en effet, plus les taux d'intérêt sont élevés, plus les intérêts notionnels coûtent au Trésor. Si les taux d'intérêt augmentent, leur suppression engendre un gain supplémentaire pour le budget. C'est l'explication que vous m'avez donnée. Je peux vous renvoyer au compte rendu de nos travaux.

 

Mais en l'occurrence, vous nous expliquez que M. Draghi a décidé de stabiliser les taux d'intérêt. Cela signifie clairement que vous devez revoir à la baisse les gains budgétaires que vous attendez de la suppression des intérêts notionnels. Vous avez un problème.

 

Monsieur le président, un autre point plus fondamental, c'est que M. le premier ministre réécrit l'histoire. C'est son droit. Mais comme dirait l'autre: ceux qui ne connaissent pas l'histoire racontent des histoires et cela finit par faire des histoires!

 

De quoi s'agit-il? En début de législature, un élément phare de ce gouvernement était de rétablir l'équilibre budgétaire en 2018. Comment? En opérant des grandes réformes structurelles et en imposant des sacrifices à la population, comme le saut d'index, mais aussi pour colmater des trous, des augmentations de taxes sur la consommation, sans compter les réductions de cotisations sociales non financées. C'est ce dernier problème que vous traînez derrière vous d'exercice budgétaire en exercice budgétaire parce qu'il y a un problème de financement à la base.

 

Aujourd'hui, parce que vous n'avez pas les effets-retour escomptés et que, selon le Bureau du Plan, vous devez trouver 8,4 milliards d'euros d'ici 2020, vous êtes en échec budgétaire et vous racontez une nouvelle histoire.

 

Nous n'avons pas voulu faire de l'austérité mais vous, vous avez fait de l'austérité! Quand on ampute de trois milliards la SNCB, quand on impose un saut d'index à la population, c'est de l'austérité! Vous pouvez dire ce que vous voulez, vous avez fait de l'austérité et cela ne marche pas! Maintenant, vous racontez une nouvelle histoire en disant que l'opposition veut nous pousser à faire du fétichisme budgétaire. Pas du tout! Nous n'avons jamais tenu ce discours. Nous avons dénoncé votre politique d'austérité qui mène à l'échec budgétaire de votre politique économique. C'est cela qu'on a dénoncé et vous, vous nous racontez une nouvelle histoire car cela vous arrange mieux. C'est votre problème, mais vous n'allez pas nous imposer votre récit et votre réécriture de l'histoire.

 

Pour le reste, je remercie M. le premier ministre de dire qu'à ce stade, il existe toujours un débat sur les versements anticipés et de dire que les remarques sur le rapport du Comité de monitoring sont pertinentes. On parle de 1,8 milliard d'euros pour les versements anticipés. On parle de 500 millions d'euros s'agissant d'un éventuel manque de financement au niveau des soins de santé. Vous dites que ce n'est pas dans l'épure budgétaire mais que c'est en débat. Quand allons-nous en débattre? Lors des travaux budgétaires? Je veux bien mais il ne faut pas venir claironner qu'il y a un grand accord budgétaire qui a résolu tous les problèmes.

 

Aujourd'hui, nous n'avons pas pu épuiser les vrais problèmes, à savoir la vérité des chiffres budgétaires. Nous sommes loin du compte.

 

Pour le reste je m'étonne un peu de cette rhétorique constante dans le chef de certains membres du gouvernement qui prétendent faire mieux que le précédent gouvernement et, en particulier, sur le plan budgétaire ou sur la fiscalité. Je m'étonne de votre façon de faire. Qui faut-il féliciter? À qui faut-il adresser les critiques? À M. Chastel, qui a été ministre du Budget?

 

Aux précédents ministres des Finances, M. Geens ou M. Vanackere? Voire même, pourquoi pas, M. Reynders? À qui faut-il adresser les critiques de la gestion budgétaire de ces dernières années?

 

01.61  Charles Michel, premier ministre: Au premier ministre!

 

01.62  Ahmed Laaouej (PS): Votre rhétorique, ce n'est rien d'autre que d'accabler ceux qui ont eu en charge le budget! C'est un peu comme si vous critiquiez aujourd'hui Mme Wilmès en anticipant le fait qu'elle sera responsable, elle, des problèmes budgétaires. Un peu de solidarité avec vos coreligionnaires, monsieur le premier ministre. Je crois que c'est le rôle d'un premier ministre ou, en tout cas, ce serait, me semble-t-il, plus conforme à la fonction que vous occupez!

 

Pour le reste, vous dites que les fraudes fiscales, on verra plus tard, lors des travaux budgétaires, etc. J'ai l'impression qu'à un moment donné, il vous fallait pouvoir arriver à 2,6 milliards. En gros, le vrai problème, c'était le deal Belfius-ARCO pour la cohésion de votre gouvernement et vous avez bâclé votre travail budgétaire! Voilà, finalement, la conclusion que nous pouvons en tirer.

 

Pour le reste, nous aurons l'occasion de revenir sur votre 'jobs deal'. Les 500 millions d'euros, j'attends les chiffres, mais effectivement, les éléments qui ont été fournis par M. Calvo sont plus qu'interpellants. Vous ne m'ôterez pas de l'idée, monsieur le premier ministre que, depuis le début de la législature,  vous avez quand même fortement dégradé le niveau de protection sociale de nos concitoyens!

 

01.63  Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, ik zal u geruststellen.

 

Ik lijd niet aan geheugenverlies. Ik weet heel goed wat de vorige regering beslist heeft. Maar ik weet ook heel goed wat het verschil is tussen de vorige regering en deze regering. De vorige regering heeft een hervorming gedaan die, zoals ik al in mijn eerste betoog gezegd heb, duidelijk gekop­peld was aan begeleiding. Wat doet uw regering nu? Omdat die hervorming er geweest is, gaat u nu nog een stukje verder en bekijkt later wel waar het uitkomt.

 

Mijnheer de eerste minister, u hebt mij eraan herinnerd hoeveel jobs er verloren gegaan zijn onder de vorige regering en hoeveel jobs er onder deze regering gecreëerd zijn. Ik ga nooit de discussie aan over het aantal jobs dat gecreëerd is, want elke job extra is een goede zaak voor ons land. Aan die discussie heb ik dus nooit deelgenomen, en dat zal ik ook nooit doen. Elke job die erbij komt, is goed. Maar het is niet fair dat u die twee aantallen met elkaar vergelijkt. U weet heel goed dat er ten tijde van de vorige regering een economische crisis was. Deze regering heeft het geluk dat er een economische groei is. Ondanks die economische groei bengelt ons land wat de werkgelegenheid betreft helemaal onderaan in het peloton. Dat is niet echt iets om fier op te zijn. Er is nog werk aan de winkel.

 

Ten tweede, als u dan toch wil vergelijken, vergelijk dan de hervorming van de inkomens­garantie voor de deeltijdse werknemers. U hebt die zo streng gemaakt dat het zelfs niet meer interessant is voor de mensen deeltijds te gaan werken. U hebt een indexsprong ingevoerd. U kunt wel zwaaien met het feit dat u de welvaartsenveloppe verhoogd hebt, maar die welvaartsenveloppe gebruikt u vooral om de besparingen, die 2 % op de uitkeringen – iets wat die mensen nooit meer inhalen, te corrigeren. Dat is ook niet iets om fier op te zijn.

 

Ten derde, begeleiding is zeer belangrijk. Dit verhaal is niet alleen een verhaal van het federale niveau. Dit is ook een verhaal van het regionale niveau. Als u het wil doorvoeren, moet u ook afspraken maken met de regio's. Wat zie ik in de regio's? Het aantal mensen dat een opleiding volgt, is met een kwart gedaald. Met een kwart! Het aantal mensen dat een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, is met 20 % gedaald. 20 %!

 

Het ene met het andere vergelijken is niet correct. Aan de ene kant morrelt u aan de werkloosheids­uitkeringen, zonder aan de andere kant garanties te bieden dat werklozen de juiste begeleiding krijgen. Dat is niet oké.

 

Kom mij niet verwijten dat ik geheugenverlies heb. Ik ken heel goed het verschil tussen nu en toen.

 

01.64  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, collega Verherstraeten was zeer formeel: er zijn adviezen opgevraagd inzake ARCO. Wil u die ter beschikking stellen?

 

01.65 Eerste minister Charles Michel: Het antwoord is: neen.

 

01.66  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Waarom niet?

 

01.67 Eerste minister Charles Michel: Omdat er regels zijn. Omtrent juridische adviezen bestaat een regel inzake vertrouwelijkheid.

 

01.68  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): U probeert dit Parlement te overtuigen van het feit dat uw oplossing voor ARCO robuust is. De heer Verherstraeten maakt heel formeel gewag van adviezen die zijn ingewonnen, adviezen die niet door de MR, CD&V, Open Vld en N-VA zijn betaald maar door de Belgische belastingbetaler. U zegt carrément dat wij die adviezen niet krijgen.

 

01.69 Eerste minister Charles Michel: Dat is in toepas­sing van de wetgeving. Er is geen verplichting om de juridische adviezen publiekelijk te maken. De adviezen zijn een hulp bij het beslissingsproces. Als de tijd daar is, zullen we naar het Parlement komen met de details van de beslissing. De juridische adviezen zijn door vertrouwelijkheid gedekt. Dat is een belangrijk principe als men met advocaten werkt.

 

01.70  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, dat is een uitnodiging om….

 

De voorzitter: Ik denk dat de eerste minister een punt heeft.

 

Ik heb nooit meegemaakt dat juridische adviezen in dit stadium worden bekendgemaakt, zeker in een dergelijke delicate materie waarin de Belgisch Staat moet onderhandelen met de Europese Commissie waar niet iedereen op dezelfde golflengte zit op het vlak van juridische adviezen. Dat zou te kwader trouw zijn. U wil die deal daardoor hypothekeren.

 

Die discussie gaan we hier niet voeren. Ook het Parlement heeft nog nooit om juridische adviezen gevraagd, zeker niet in een delicate onderhan­delings­fase. Dat was ook zo tijdens de bankencrisis. Ik denk dat we de eerste minister daarin gelijk moeten geven.

 

Mijnheer Calvo, gaat u verder over andere punten?

 

01.71  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, er komen andere punten maar ik ga eerst nog op dit punt antwoorden.

 

De voorzitter: Het antwoord is duidelijk, ik steun de eerste minister daarin. Het is niet de taak van het Parlement om juridische adviezen in financiële transacties op te vragen.

 

01.72  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ik weet nu wat de as Michel-Van Rompuy vindt over het feit…

 

De voorzitter: Soms bestaat die as.

 

01.73  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ik beschouw het antwoord van de eerste minister als een uitnodiging om alle mogelijke manieren uit te putten om het advies te bemachtigen. Dit advies werd mij in het verleden nog al geweigerd in een delicaat dossier zoals het nucleaire. Ik heb dat toen ook kunnen bemachtigen.

 

Blijkbaar beroept de eerste minister zich op formele argumenten om vooral de fragiliteit van dit dossier, zowel technisch als politiek, toe te dekken. Als u carrément zegt dat uw verhaal klopt, dan stelt u ook die adviezen ter beschikking.

 

De heer Verherstraeten zit niet in de regering maar blijkt daarover wel te kunnen beschikken. Dat is niet meteen een fraaie manier van werken.

 

01.74  Nahima Lanjri (CD&V): Dat heeft hij niet gezegd.

 

01.75  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Hij zal ze ingekeken hebben. Over de modaliteiten kunnen we nog discussiëren. Het is één van de dingen op mijn to do-lijst deze zomer. Ik zal ze opvragen. Openbaarheid van bestuur en Rekenhof en zo. We horen elkaar daar nog over.

 

Hetzelfde, mijnheer Peeters, inzake de 500 miljoen. U hebt deels geantwoord op het aspect Planbureau en de indexering, maar niet op alle andere argumenten die ik heb aangebracht om dat cijfer in twijfel te trekken. U hebt niet geantwoord inzake het feit dat er een aantal meeruitgaven in de jobsdeal zitten, die ik nergens terugvind. U hebt niet geantwoord inzake het feit dat u dit al voorziet voor 2019, wat toch wel een heel erg snel rendement is. U hebt niet geantwoord inzake het feit dat een aantal maatregelen bijkomend al gebudgetteerd zijn, naast die 500 miljoen.

 

Mijnheer de voorzitter, hopelijk hebt u er geen probleem mee dat ik vraag om de concrete berekening van de 500 miljoen euro, geen onbelangrijk bedrag, ter beschikking te stellen? Ik hoop dat ik daarvoor geen juridische procedures moet starten. Kan dat? Waarvoor dank. Op dat vlak bent u iets meegaander dan de eerste minister.

 

Mijnheer de eerste minister, mevrouw Wilmès, enerzijds, is het spijtig dat u heel wat vragen niet hebt beantwoord, anderzijds is dat goed nieuws want dat betekent dat wij daar in de zomer nog een paar keer kunnen op terugkomen. U hebt niet geantwoord op het feit dat u de begrotings­inspanning van het Monitoringcomité naar beneden bijstelt; u hebt er nog 170 miljoen euro afgeknepen. Er kwam geen antwoord op de vraag met betrekking tot de 300 miljoen euro voor de gezondheidszorg. Er kwam geen antwoord omtrent de welvaartsenveloppe van 80 miljoen euro. Er werd weinig informatie gegeven over de 138 miljoen euro inzake de pensioenen. Er kwam geen antwoord omtrent de 330 miljoen euro extra inzake de voorafbetaling van de vennootschaps­belasting en er kwam evenmin een antwoord omtrent de 210 miljoen euro rond de spreiding van de fiscale …

 

(…): (…)

 

01.76  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Op een aantal belangrijke politieke punten heb u geantwoord, maar op die punten hebt u niet geantwoord.

 

Ik heb nochtans aandachtig geluisterd, anders zou ik niet kunnen inspelen op uw antwoord op een aantal andere punten. Dat betekent dat wij nog de hele zomer zoet zijn met deelaspecten van het Zomerakkoord, net zoals vorig jaar is gebeurd.

 

Collega Kitir, de heer Peeters is sterk genoeg om zichzelf te verdedigen. Mijnheer de minister, ik vind het eigenlijk heel pover dat u naar het verleden verwijst om het verhaal van de degres­siviteit vandaag te verdedigen. Als er iemand is die inzake het tegendeel verdedigen van wat hij of zij in het verleden vertelde, weinig legitimiteit of kracht heeft, dan bent u het wel, mijnheer Peeters. U hebt in het verleden die maatregelen van versterkte degressi­viteit en het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd zelf altijd aangevallen. Over degressiviteit was u in het verleden altijd zeer kritisch, zeggende dat u dat nooit zou doen. "Wie gelooft die mensen nog?" Ik meen mij te herinneren dat u dat ook ooit hebt gezegd.

 

01.77 Minister Kris Peeters: (…) Ik ben altijd tegen de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd geweest. Ik ben nu zeer blij met de degressiviteit, die wij verder zullen concretiseren.

 

De voorzitter: Mijnheer Calvo, weldra wordt het integraal verslag gepubliceerd en daarin kunt u lezen wat de ministers al dan niet hebben gezegd en of uw interpretaties al dan niet beantwoorden aan wat de regering heeft gezegd. Het integraal verslag zal spoedig op de website van de Kamer staan en daarin zult u de precieze bewoordingen van de regering kunnen lezen.

 

01.78  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Het ging niet over dit debat, het ging over eerdere stellingname van de heer Peeters. Ik ontdek dat CD&V nu blijkbaar ook vurig voorstander is van deze versterkte degressiviteit. Ik vind dat moeilijk om te begrijpen.

 

Ik wil terugkomen op die timing. U spreekt over november. Men kan niet aan de ene kant vragen dat die maatregel niet wordt ingevoerd en aan de andere kant vragende partij zijn om hem zo snel mogelijk in te voeren. Ik vraag niet om deze maatregel in te voeren.

 

01.79 Minister Kris Peeters: (…)

 

01.80  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Wij zijn niet onnozel. Er is een heel duidelijke reden waarom u dat over de gemeenteraadsverkiezingen wil tillen. Als u gelooft dat deze maatregel echt sociaal is, echt goed is, heb dan de moed om er na het zomerreces op terug te komen, maar til het debat erover dan niet over de gemeenteraads­verkiezingen.

 

Wilt u die timing vervroegen: ja of nee?

 

01.81 Minister Kris Peeters: Het is afgesproken en het debat kan gevoerd worden.

 

01.82  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Het debat kan pas gevoerd worden op het moment dat de scenario's op tafel liggen. U zegt dat de maatregel goed is. Wel, breng hem dan zo snel mogelijk ter tafel; heb de moed om hem hier in het Parlement te bespreken nog voor de gemeenteraads­verkiezingen.

 

De voorzitter: Mijnheer Calvo, ik heb ook goed geluisterd en de minister heeft gezegd dat er enige tijd nodig is om de zaak te onderzoeken, zowel budgettair als wetgevend, want de wetgeving is ingewikkeld, om de juiste maatregelen te nemen. Dat brengt ons na de gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb overigens nog nooit geweten dat wij dergelijke zaken bespreken in september. Trouwens, u zult wel uw werk hebben in Mechelen met de verkiezingen. Laten wij dus wachten tot na de verkiezingen en dan zult u daarover hier in het Parlement zeker kunnen discussiëren met de minister. U zult daarvoor dan ook de tijd hebben, die u misschien niet hebt de volgende weken.

 

01.83  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ik ben zeer beschikbaar, mijnheer de voorzitter.

 

Mijnheer de minister, ik zal u blijven uitnodigen om de maatregel zo snel mogelijk ter bespreking voor te leggen aan het Parlement, want ik zie een manoeuvre om het debat over de gemeenteraads­verkiezingen te tillen.

 

Ik kom tot mijn laatste punt.

 

Mijnheer de eerste minister, u zegt dat de afschaffing van het Monitoringcomité in deze legislatuur niet aan de orde is. Heel wat maatregelen en ballonnetjes die u oplaat, zijn voor de volgende legislatuur. U schuift heel veel door, ook de afschaffing van het Monitoringcomité. Twee vicepremiers, niet alleen de heer Reynders, maar ook de heer Jambon, laten dat ballonnetje op. Ik vind dat veelzeggend.

 

Het is een systematiek die de N-VA wel vaker toepast. Kritische stemmen op haar weg en zij die zich niet inschrijven in de N-VA-logica of het N-VA-discours, moeten van de baan. Ik stel vast dat collega Reynders het spel van de N-VA heel graag meespeelt. Kritische ambtenaren die het povere begrotingspalmares van deze regering en de heer Van Overtveldt in beeld brengen, moeten blijkbaar geliquideerd worden. Dat is een manier van politiek bedrijven. Waakhonden en kritische stemmen moeten wijken. Wij zien die manier van politiek bedrijven steeds vaker opduiken bij de N-VA. Wij zullen zien wat de toekomst brengt voor het Monitoringcomité.

 

Ik neem het minister Peeters ook kwalijk dat er voor een heleboel maatregelen waarvoor een groot maatschappelijk draagvlak bestaat — voor het idee van een eerlijke bijdrage van de grootste vermogens bestaat er een verpletterende maatschappelijke en politieke meerderheid — gewacht moet worden tot na de verkiezingen. Vandaar onze hardnekkigheid in debatten als deze. Ik meen dat er veel meer andere keuzes mogelijk zijn dan deze die u ons voorschotelt.

 

01.84  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Monsieur le président, juste en ce qui concerne Belfius, je voulais être clair: nous n'avons jamais remis en cause le travail actuel de Belfius par rapport à l'économie réelle. Je dis que notre projet est justement de renforcer ce qui est fait actuellement pour les PME et les investissements, mais aujourd'hui, c'est une banque publique à 100 %, c'est ça que j'ai voulu dire. Vous nous avez accusé de remettre en question le travail des employés de Belfius, je démens formellement cette accusation. Nous relirons le rapport. Ce n'est pas correct.

 

De voorzitter: Ik dank de regering voor haar aanwezigheid en de toelichting, en de collega's. Ik wens u allen een zeer goede vakantie. Wij zien elkaar in september terug.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.10 uur.

La réunion publique de commission est levée à 14.10 heures.