Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen

Commission des Relations extérieures

 

van

 

Woensdag 20 juni 2018

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 20 juin 2018

 

Matin

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.34 uur en voorgezeten door de heer Dirk Van der Maelen.

La réunion publique de commission est ouverte à 10.34 heures et présidée par M. Dirk Van der Maelen.

 

01 Questions jointes de

- M. Stéphane Crusnière au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "les éventuelles conséquences du Brexit pour l'économie belge" (n° 21582)

- M. Werner Janssen au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "les conséquences du Brexit pour la Belgique" (n° 21599)

01 Samengevoegde vragen van

- de heer Stéphane Crusnière aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de eventuele gevolgen van de brexit voor de Belgische economie" (nr. 21582)

- de heer Werner Janssen aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de gevolgen van de brexit voor België" (nr. 21599)

 

01.01  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, bien que ma question date, elle  est toujours d'actualité. Elle est relative aux conséquences éventuelles du Brexit sur notre économie en cas de non-accord commercial entre l'Union européenne, et donc la Belgique, et le Royaume-Uni.

 

Faute d'accord commercial avant mars 2019, le Royaume-Uni sortira automatiquement de l'Union douanière. Une telle sortie provoquerait une réinstauration des frais de douane pour les importations et exportations. Or, de nombreux emplois en Belgique sont directement liés aux relations commerciales avec le Royaume-Uni et pourraient donc être impactés en cas d'absence d'accord.

 

Monsieur le secrétaire d'État, compte tenu des très timides avancées des négociations actuelles en vue d'un accord commercial, avez-vous des pistes de solutions afin de réduire les effets de cette situation sur l'économie belge? Quelles pistes sont-elles sur la table?

 

01.02  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, mijn vraag dateert van oktober maar heeft zeker nog actualiteits­waarde.

 

Het water tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk lijkt steeds dieper te worden tijdens de onderhandelingen over de brexit. De kans dat een handelsakkoord tijdig rond zal zijn vóór de deadline in 2019 lijkt steeds kleiner te worden. Uit het rapport van de Brexit High Level Group en uit verscheidene studies blijkt dat België, van alle lidstaten van de Europese Unie, het meest getroffen zal worden door een brexit. Hoe harder de brexit, hoe groter de weerslag op onze economie. Dat is voor de Vlaamse economie zeer nijpend.

 

Het gebrek aan een handelsakkoord vóór 2019 zal nefaste gevolgen hebben voor belangrijke industrieën, onder andere de Vlaamse tapijt­industrie, de voedingsnijverheid en de auto-industrie. Ook onze havens van Zeebrugge, Antwerpen en Oostende zullen negatieve gevolgen kunnen ondervinden van een brexit zonder handelsakkoord.

 

Mijnheer de staatssecretaris, welke signalen vangt u op omtrent de mogelijkheden voor de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk om vóór 2019 tot een handelsakkoord te komen?

 

Welke gevolgen voorziet u voor onze bedrijven in geval van een harde brexit?

 

Welke maatregelen worden er genomen om onze open economie voor te bereiden op dat alsmaar waarschijnlijker wordend scenario?

 

01.03 Staatssecretaris Pieter De Crem: (…) aan de Europese Raad en artikel 50 heeft het Verenigd Koninkrijk twee jaar gegeven om over een terugtrekkingsakkoord te onderhandelen, zoals dat in het artikel is opgenomen. Zolang het Verenigd Koninkrijk nog een EU-lidstaat is, kan er juridisch gezien nog geen akkoord worden gesloten over het nieuw kader van onze relaties. Het artikel 50 bepaalt evenwel dat er al rekening kan worden gehouden met het toekomstig kader en dat zal gerealiseerd worden door, samen met het terugtrekkingsakkoord, een politieke verklaring te ondertekenen of overeen te komen met de grote lijnen van de toekomstige samenwerking. De inhoud daarvan zal daarna worden uitgewerkt in een of meerdere akkoorden, waaronder, onafwendbaar, een vrijhandelsakkoord.

 

Monsieur le président, chers collègues, dans le cadre des négociations sur l'accord de retrait, un consensus a déjà été trouvé au sujet de la période de transition qui durera jusqu'à la fin de 2020. Cela donnera plus de temps pour développer davantage le futur cadre dans lequel nous devrons travailler.

 

Dans le cas d'un hard Brexit, l'économie belge sera fortement touchée, le Royaume-Uni étant notre quatrième partenaire commercial. Le commerce s'effectuera alors sur la base des règles de l'Organisation mondiale du commerce (OMC), ce qui conduira à des droits d'importation qui pourraient être assez élevés pour certains secteurs. En outre, les entreprises qui commercent actuellement avec le Royaume-Uni verront évoluer leurs relations vers des échanges avec un pays tiers entraînant des formalités, des contrôles et des retards supplémentaires. Les entreprises qui ne commercent pas avec le Royaume-Uni pourront être affectées de façon indirecte par l'impact sur leurs fournisseurs ou leurs clients, leur financement ou encore leur capacité à attirer les talents.

 

Il faut surtout retenir de cette partie de mon intervention qu'il sera bien question d'un pays tiers. Cette situation sera comparable à celle qui existait jusqu'au 31 décembre 1972, donc avant l'accession du Royaume-Uni à ce qui s'appelait, à l'époque, le Marché commun.

 

Le groupe à haut niveau présidé par le comte Buysse, où je siège avec le vice-premier ministre, Kris Peeters, a été mis en place en juin 2016. Il a pour tâche d'étudier et de préparer les différents scénarios. Une task force a également été créée au sein du SPF Économie afin d'appuyer ce groupe à haut niveau. 

 

Le deuxième rapport du groupe Buysse a été publié en décembre 2017. Il décrit en détail les effets d'un hard Brexit et propose huit recomman­dations pour mitiger les effets.

 

De verschillende betrokken overheidsdiensten bereiden zich dus op alle scenario's voor, bijvoorbeeld door het aantrekken en opleiden van het benodigde personeel. Net zoals de regionale bevoegde instanties staan zij in contact met de betrokken stakeholders om hen te helpen met de voorbereidingen op alle mogelijke scenario's.

 

Daarnaast werd binnen het secretariaat-generaal van de Commissie een aparte taskforce opgericht om het element voorbereiding uit te werken. Tegelijkertijd wordt het werk op Europees niveau voortgezet om een zo zacht mogelijke brexit te bekomen.

 

In het geval van een harde brexit zal België economisch sterk getroffen worden aangezien het Verenigde Koninkrijk onze vierde handelspartner is.

 

Les conséquences du Brexit seront considérables pour nos ports, en particulier ceux d'Anvers et de Zeebrugge, et certainement pour une très grande partie de notre économie. Ainsi, l'industrie automobile et le secteur du textile en seront profondément affectés.

 

Wij mogen natuurlijk niet vergeten dat meer dan 80 % van de Belgische export uit het noorden van het land komt en dat het om historische redenen vooral die bedrijven zijn, die door de brexit zullen worden getroffen.

 

Ik lees ook krantenartikelen en opiniestukken waarin erop wordt gealludeerd dat de Britse bevolking aan het nut van een brexit zou beginnen te twijfelen, zoals eerder al de ondernemerswereld haar afkeur liet blijken.

 

Le monde entrepreneurial au Royaume-Uni s'oppose vivement aux conséquences du Brexit, ce qui entraîne une situation politico-économique très particulière.

 

Gelet op het Britse politieke landschap en de teneur van vele van mijn gesprekken echter meen ik dat de decision makers niet op hun stappen zullen terugkeren. Ik moet daarom in alle duidelijkheid concluderen dat de brexit er zal komen, want ook de Labourleider Jeremy Corbyn is op dat vlak bijna even onverzettelijk als zijn collega's van de Tories. De Lib Dems spelen, wegens hun relatieve zwakte in het House of Commons, in het dossier geen grote rol.

 

01.04  Stéphane Crusnière (PS): Merci, monsieur le secrétaire d'État d'avoir fait le point sur ce dossier.

 

Votre réponse réaffirme que c'est un dossier extrêmement important avec des conséquences importantes en cas de Brexit dur. Comme vous l'avez rappelé, le Royaume Uni est notre quatrième partenaire commercial.

 

Je pense qu'il est primordial aussi que nous, parlementaires, soyons tenus informés des négociations. Je ne sais pas trop de quelle manière. J'entends qu'il y a cette période transitoire jusque 2020, mais il faudra tout doucement faire des avancées sur le cadre commercial potentiel futur.

 

Je ne sais pas si ce groupe de haut niveau continue à se réunir. Ce cadre a fait toute une série de recommandations et certaines choses ont été mises en place, vous l'avez confirmé. Je ne sais pas si eux continuent à travailler en la matière. Si c'est le cas, cela pourrait être intéressant de faire le point là-dessus en cette commission et de les réentendre, pour voir où en sont les négociations. Ce serait utile. Je vous remercie.

 

01.05  Werner Janssen (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, bedankt voor het uitgebreide antwoord.

 

Wij hebben ondertussen vernomen dat de politieke wereld onverzettelijk blijft, ongeacht wat de mensen en de bedrijfswereld ervan denken. Het is zeker belangrijk voor ons land, aangezien de export vanuit België, inzonderheid Vlaanderen, naar het Verenigd Koninkrijk op topniveau zit, dat wij een goed akkoord sluiten, zodat onze bedrijven ginder en eventueel ook de Engelse bedrijven hier nog steeds hun goederen op een goede manier kunnen verdelen.

 

01.06  Pieter De Crem, secrétaire d'État: Si vous me le permettez, monsieur le président, chers collègues, concernant les réunions du groupe à haut niveau, il y avait des réunions prévues cette semaine – si je ne me trompe pas, demain – avec des hauts responsables de la Commission, entre autre l'ancien commissaire et actuel président Barnier. Or, comme un sommet européen s'annonce sur un autre point de haute importance, cette réunion a été postposée jusqu'au début du mois de juillet.

 

Je suis tout à fait disposé à faire le point là-dessus ici au sein de la commission.

 

De voorzitter: Mijnheer de staatssecretaris, ik stel vast dat u de suggestie van de heer Crusnière oppikt.

 

Wat zou een goed moment zijn om het punt op de agenda te zetten? Er zijn een aantal vervalmomenten. Ik meen te weten dat mevrouw May op de top van 28 en 29 juni met het Britse voorstel moet komen. Is dat het goede moment? Voor de timing van het Parlement is dat slecht en ik hoef u niet te herinneren aan wat er in september en oktober op de agenda staat. Denkt u dat eind oktober, begin november een goed moment zou zijn om het punt te bespreken?

 

01.07 Staatssecretaris Pieter De Crem: (…)

 

De voorzitter: Dan pikken we die hint op. Ik zal de suggestie van de heer Crusnière en de positieve reactie van de staatssecretaris meenemen bij de regeling van de werkzaamheden van de commissie vanmiddag.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Questions jointes de

- Mme Gwenaëlle Grovonius au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "la mission belge au Canada" (n° 24532)

- M. Vincent Van Peteghem au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "la visite d'État au Canada" (n° 26153)

02 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de Belgische missie naar Canada" (nr. 24532)

- de heer Vincent Van Peteghem aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "het staatsbezoek aan Canada" (nr. 26153)

 

02.01  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, du 11 au 17 mars 2018, vous avez participé à une visite d'État au Canada. Vous étiez accompagné de votre collègue des Affaires étrangères, des ministres-présidents des entités fédérées, de journalistes, de chefs d'entreprise, d'universitaires ainsi que du couple royal.

 

Cette visite d'État était organisée autour de trois axes distincts: la commémoration des guerres mondiales, les relations économiques et les échanges culturels et académiques.

 

Lors de cette visite, un protocole d'entente a notamment été signé entre la Belgique et le Canada afin de permettre un renforcement de nos liens.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous nous dresser un bilan de cette visite d'État? Avez-vous eu des contacts bilatéraux concernant le CETA? Si oui, quelle a été la teneur des échanges, au lendemain d'un vote favorable de la majorité sur le projet de loi portant assentiment à ce traité hier en commission des Relations extérieures? Monsieur le secrétaire d'État, je pense être déjà en possession de quelques éléments de réponse mais je vous pose quand même la question au cas où il y aurait des nouveautés ou certaines choses particulières que vous souhaiteriez partager avec nous. N'hésitez pas!

 

02.02  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, u begeleidde van 11 tot 27 maart een koninklijk bezoek aan Canada. Dat land is niet alleen een belangrijke handelspartner voor ons, het is historisch ook een zeer belangrijke strategische partner in geopolitieke context en veiligheidscontext.

 

Naar aanleiding van dat staatsbezoek heb ik een drietal vragen.

 

Ten eerste, wat is de algemene en economische balans van het staatsbezoek?

 

Ten tweede, werd CETA besproken tijdens dat bezoek?

 

Ten derde, Canada is ook een zeer belangrijke handelspartner van onze Gentse haven. Welk effect zal CETA hebben op die handelsbalans gelet op de verhoogde invoertarieven van de VS op staal en aluminium, die ook voor Canada zullen gelden?

 

02.03  Pieter De Crem, secrétaire d'État: Monsieur le président, chers collègues, toutes les parties prenantes estiment que la visite d'État au Canada peut être considérée comme un franc succès, lequel peut être attesté par le nombre de participants, la qualité du programme et des contacts ainsi que par son impact.

 

Notre délégation, quant à elle, était composée de plus de 200 personnes, dont sept ministres – y compris quatre ministres-présidents –, 106 hommes et femmes d'affaires ainsi que 23 recteurs d'université ou de haute école.

 

Ils ont rencontré Mme le gouverneur général du Canada, les lieutenants-généraux, les premiers ministres de l'Ontario et du Québec, deux ministres fédéraux, les recteurs des grandes universités canadiennes ainsi que des personnalités du monde des affaires et du secteur de la culture.

 

Comme vous l'aurez constaté, le programme était organisé autour de trois axes. Le premier concernait la commémoration de la fin de la Première Guerre mondiale, qui comprenait notamment une cérémonie au Musée canadien de la guerre, laquelle fut couronnée de succès. La délégation belge a exprimé sa gratitude pour les sacrifices canadiens dans la lutte pour la liberté et la démocratie durant les deux guerres mondiales.

 

En 2018, le Canada et la Belgique restent des alliés dans la défense de valeurs communes et d'un ordre mondial fondé sur des règles soutenues par des organisations multilatérales telles que les Nations Unies et l'OTAN.

 

Het economisch luik van het staatsbezoek maakt het mogelijk om enkele belangrijke sectoren van ons land eens te meer onder de aandacht te brengen: diamant, voeding, logistiek, biotechno­logie en ruimtevaart.

 

Tijdens mijn onderhoud met de Canadese minister voor Internationale Handel, François-Philippe Champagne, benadrukte ik de strategische ligging van ons land als toegangspoort tot de Europese Unie, de gateway, la porte d'accès vers l'Europe pour les entreprises canadiennes. België is een van de belangrijkste Europese handelspartners van Canada. Met onze havens en luchthavens vormt ons land een logistieke hub met een hinterland dat zich uitstrekt over Frankrijk en Duitsland. Ik heb ook in herinnering gebracht dat België een van de meest open landen is voor de internationale handel, die instaat voor 83 % van ons bruto binnenlands product. Het belang van een goede en vlotte communicatie naar de kmo's en de rol van de Kamers van Koophandel werden eveneens benadrukt. Ik hield ook een pleidooi voor een economische NAVO en voegde hieraan toe dat België zich niet kan distantiëren van het handelsbeleid van de Europese Unie, zelfs al wordt het zwaarder getroffen dan andere EU-landen door bepaalde protectionistische maatregelen.

 

Als speciale gezant van de regering voor het MYRRHA-project steunde ik de ondertekening van een overeenkomst omtrent de uitwisseling van knowhow in nucleair onderzoek door directeur Jonathan Bagger van het TRIUMF Lab, een vooraanstaande Canadees onderzoekscentrum, en directeur-generaal Eric van Walle van het Studiecentrum voor Kernenergie.

 

Pour sa part, la délégation universitaire était d'une taille inédite, illustrant l'attrait du Canada pour nos universités et hautes écoles. Des rencontres avec des recteurs canadiens ont eu lieu à Ottawa et à Montréal. Les échos à ce sujet ont été très positifs, et les autorités compétentes peuvent être contactées à ce propos.

 

Dans le secteur culturel, le Canada et nos Communautés ont signé, après plus de dix ans de négociations, un protocole d'entente longtemps attendu, ce qui facilitera les coproductions dans le secteur audiovisuel.

 

L'impact de la visite est au moins triple. Premièrement, 46 accords de nature commer­ciale, académique ou culturelle ont été signés. Deuxièmement, tous les événements ont affiché complet au vu de l'énorme intérêt canadien. Troisièmement, la visite a eu un impact extrêmement positif sur l'image de notre pays. La présence belge dans la société canadienne est très diverse mais pas toujours très visible.

 

La visite d'État s'est concentrée sur la richesse et le dynamisme de nos relations et les a rendues visibles.

 

La mission a coïncidé avec les premiers mois de la mise en œuvre provisoire de l'accord de libre-échange, le CETA (ou AECG), entre l'Union européenne et le Canada, ce qui explique le vif intérêt des entreprises belges. L'accord CETA a été un thème récurrent tout au long de la visite d'État. Le Roi a mentionné à plusieurs reprises le CETA dans ses discours. Il a souligné qu'il ne s'agit pas seulement du commerce des biens et services, mais que l'accord rapprocherait également les gens, les étudiants, les hommes et femmes d'affaires, les chercheurs et les académiques.

 

Le sujet a également été abordé lors de mes échanges avec mon collègue canadien, le ministre du Commerce international, M. François-Philippe Champagne, le 12 mars, premier jour de la visite d'État. L'entretien a permis de discuter des relations commerciales bilatérales entre le Canada et la Belgique, de l'impact des tendances protectionnistes émergeantes chez des partenaires commerciaux conjoints et de l'importance de l'accord de libre-échange entre le Canada et l'Union européenne.

 

Canada en België zijn historische partners en CETA zal de economische banden tussen onze beide landen versterken. Beide landen waren het er ook over eens dat de voordelen van het CETA-vrijhandelsverdrag beter moesten worden gecommuniceerd op basis van concrete voordelen. De heer Champagne bevestigde eveneens dat CETA als model geldt, in het bijzonder de sociale en ecologische componenten ervan. Tijdens zijn contacten met ministers van Handel uit Latijns-Amerika of de regio van de Stille Oceaan laat hij niet na dat te beklemtonen.

 

Op dinsdag 13 maart nam ik deel aan de powerontmoeting in de residentie van de ambassadeur, waar CETA werd besproken met de captains of industry uit beide landen. De gedachtewisseling onderstreepte de verwachte voordelen van het verdrag en toonde de wil van de Canadese bedrijven om hun exportmarkten verder te diversifiëren.

 

Op 14 maart nam ik deel aan een rondetafelconferentie met Canadese en Belgische bedrijfsleiders, die ik ook inleidde. De conferentie werd georganiseerd door het VBO-FEB, in samenwerking met de Business Council of Canada en opgeluisterd door de aanwezigheid van koning Filip. Ik opende de conferentie met een toespraak waarin ik het belang van vrijhandel en de historische banden tussen Canada en België benadrukte. Het vrijhandelsakkoord CETA moet onze bedrijven aanmoedigen om commerciële opportuniteiten te onderzoeken in een brede waaier van domeinen, wat moet leiden tot een win-winsituatie aan beide kanten van de Atlantische Oceaan.

 

Ten slotte, heb ik ook gesproken met de heer Michael Chan, minister van Internationale Handel van Ontario. Met hem heb ik de bilaterale relaties tussen ons land en Ontario besproken, alsook de impact van het vrijhandelsakkoord hierop.

 

Dat brengt mij bij de vraag van collega Van Peteghem over de impact van CETA op onze handelsbalans gelet op de verhoogde invoer­tarieven van de VS op aluminium en staal.

 

De Chinese, Mexicaanse en Canadese tegen­maatregelen creëren bijkomende opportuni­teiten voor de Europese export naar die markten. Dat zou, zoals ik eerder aangehaald heb, zeker gelden voor Canada door de Comprehensive Economic and Trade Agreement. De import in bepaalde sectoren kwam traditioneel bijna volledig uit de VS, maar door het handelsakkoord heeft Canada een toch behoorlijk protectionistische markt moeten openen, wat ook voor Belgische producten in de agroalimentaire sector en de zuivelsector bijzonder interessant is.

 

Pour conclure, il faut souligner que la visite d'État a été un grand succès. Elle a offert une clarté essentielle à notre présence au Canada et à la force de nos entreprises et de nos universités. La visite d'État offre maintenant un élan additionnel aux futures visites et un levier aux autres aspects de notre relation. Elle contribue, en outre, largement à donner une crédibilité et une visibilité positives supplémentaires à notre pays et à nos entreprises, tenant compte de la diversification de nos deux marchés industriels.

 

02.04  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour cette réponse complète et détaillée.

 

Bien évidemment, comme je l'avais déjà indiqué dans ma question, je m'y attendais un peu. Effectivement et c'est bien logique, vous faites partie de la majorité et on entend ce soutien au CETA.

 

Je tiens à rappeler que, comme j'ai pu le dire hier en commission, ce n'est pas parce qu'on s'oppose au CETA dans son état et dans son concept actuels, qu'on s'oppose aux partenariats ou aux échanges avec le Canada. On souhaiterait juste un autre modèle d'accord, qui soit plus respectueux d'une série de normes qui nous sont chères: droits humains, droits environnementaux, droits sociaux. Nous sommes néanmoins très satisfaits que cette visite ait pu se passer dans les meilleures conditions et que sur toute une série d'aspects, notamment la recherche et la culture, des échanges fructueux aient pu intervenir.

 

02.05  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik meen dat het bilan van het bezoek zeer positief is. CETA zal nieuwe mogelijkheden bieden, maar een aantal sectoren zal ook wat nadelen ondervinden.

 

Volgens mij is de opmerking van mijn collega, over mensenrechten en milieunormen een beetje overdreven. Ik vrees dat er in de wereld geen gemakkelijkere partner zal worden gevonden om een handelsakkoord mee te sluiten.

 

U antwoordde niet op mijn vraag over de impact die CETA ongetwijfeld zal hebben op de Gentse haven. Het is belangrijk om dit van nabij te volgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 24427 van de heer Casier wordt op zijn verzoek uitgesteld tot de volgende vergadering.

 

03 Questions jointes de

- M. Stéphane Crusnière au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "les conséquences potentielles pour les entreprises belges du retrait des USA de l'accord nucléaire iranien" (n° 25742)

- M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "les conséquences pour les entreprises belges du retrait des États-Unis de l'accord sur le nucléaire iranien" (n° 25967)

- M. Vincent Van Peteghem au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "le retrait des États-Unis de l'accord sur le nucléaire iranien" (n° 26154)

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Stéphane Crusnière aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de mogelijke gevolgen voor Belgische bedrijven van de opzegging van het nucleaire akkoord met Iran door de Verenigde Staten" (nr. 25742)

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de gevolgen voor de Belgische ondernemingen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het nucleaire akkoord met Iran" (nr. 25967)

- de heer Vincent Van Peteghem aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de terugtrekking van de VS uit het nucleaire akkoord met Iran" (nr. 26154)

 

03.01  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, nous avons tous entendu que le président Trump a décidé de se retirer de l'accord nucléaire iranien. Je souhaite dès lors vous interroger sur les conséquences potentielles auxquelles les entreprises belges pourraient être confrontées à la suite de ce retrait des États-Unis de l'accord nucléaire.

 

Les entreprises belges ont toujours été fort présentes en Iran. De nombreux entrepreneurs avaient d'ailleurs connu une belle percée lors de la levée des sanctions. D'après mes informations, les exportations belges sont passées de 226 millions en 2014 à 595 millions en 2017. Ce n'est pas rien!

 

Ce retour des sanctions américaines laisse malheureusement présager des conséquences pour ces entreprises. Aussi, monsieur le secrétaire d'État, je voudrais connaître le suivi qui est assuré au niveau belge des conséquences économiques potentielles de cette décision américaine.

 

03.02  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, le 8 mai 2018, le président des États-Unis indiquait sa décision de quitter unilatéralement – cela devient une habitude chez lui – l'accord de Vienne sur le nucléaire iranien, signé le 14 juillet 2015 entre l'Iran, d'une part, et l'Union Européenne, les cinq membres permanents du Conseil de sécurité des Nations Unies et l'Allemagne, d'autre part. Donald Trump annonçait de surcroît de nouvelles sanctions contre la République islamique.

 

Cette décision aura un impact économique négatif conséquent, non seulement sur les entreprises iraniennes et américaines, mais potentiellement sur toutes les entreprises de la planète, en raison de l'extraterritorialité du droit étasunien. Ainsi, des géants économiques, comme le pétrolier Total ou le constructeur automobile PSA, qui s'étaient peu à peu réimplantés dans le pays depuis quelques années, ont annoncé préférer quitter le marché iranien plutôt que de s'exposer à d'éventuelles sanctions de la part des États-Unis.

 

Monsieur le secrétaire d'État, des sociétés belges espéraient conclure des contrats en Iran prochainement, notamment dans les secteurs de l'industrie mécanique, des infrastructures ou de l'environnement. Si mes chiffres sont exacts, la Belgique a exporté pour près de 550 millions d'euros vers l'Iran lors des onze premiers mois de l'année 2017, contre quelque 115 millions d'euros d'importations. Les exportations belges vers l'Iran ont progressé de 20 % en 2016. La décision unilatérale des États-Unis est un couperet pour toutes ces entreprises qui avaient investi le marché iranien.

 

Monsieur le secrétaire d’État, confirmez-vous les chiffres que je viens d’avancer? Pouvez-vous nous préciser le nombre d’entreprises belges installées en Iran? Avez-vous pu discuter avec leurs représentants? Peut-on, aujourd’hui, estimer quel sera le manque à gagner causé par le retrait des États-Unis? Enfin, avez-vous connaissance d’entreprises belges qui auraient décidé de rester en Iran, malgré la menace des amendes et sanctions?

 

03.03  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, begin mei kondigde president Trump aan dat de VS uit het nucleair akkoord met Iran zouden stappen.

 

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, kondigde aan dat de VS de zwaarste sancties in de geschiedenis op Iran zouden opleggen. Deze sancties zouden echter ook onze bedrijven raken, want Europese bedrijven die aanwezig zijn in Iran zouden geen toegang meer krijgen tot de Amerikaanse markt. De Europese Commissie lanceerde daarop op 18 mei een blokkeringsbepaling die Europese bedrijven verbiedt gevolg te geven aan de Amerikaanse sancties of aan eventuele uitspraken van Amerikaanse rechtbanken wat betreft hun handelsbetrekkingen met Iran. Toch nemen verschillende bedrijven reeds maatregelen. Zo heeft KBC al aangekondigd de betaaltransacties met Iran te beperken en zou Boeing geen vliegtuigen meer leveren aan Iran.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik heb de volgende vragen.

 

Ten eerste, wat is de mogelijke impact op onze Belgische bedrijven?

 

Ten tweede, welke verdere maatregelen nemen wij om onze bedrijven te beschermen tegen sancties van de VS?

 

Ten derde, zullen de VS zich volgens uw inschatting onthouden om maatregelen te nemen die schade zouden kunnen berokkenen aan de Europese veiligheidsbelangen?

 

03.04  Pieter De Crem, secrétaire d'État: Chers collègues, depuis la levée des sanctions en janvier 2016, la Belgique a constaté une augmentation significative de son commerce bilatéral. En 2017, nous avons enregistré une hausse de plus de 20 % des exportations vers l'Iran. Les exportations vers l'Iran s'élevaient à près de 600 millions d'euros tandis que les importations en provenance d'Iran avaient chuté de 16,5 % et s'élevaient à 134,5 millions d'euros.

 

Les premiers chiffres relatifs aux mois de janvier et de février montraient une baisse des exportations vers l'Iran et des importations en provenance d'Iran. Au cours de ces dernières années, les exportations vers l'Iran étaient constituées principalement de produits chimiques, de machines et d'équipements et une grande partie des importations en provenance d'Iran étaient des plastiques.

 

À l'heure actuelle, je ne dispose pas d'informa­tions précises quant au nombre d'entreprises belges actives en Iran. Quoi qu'il en soit, la Belgique est le cinquième exportateur de l'Union européenne vers l'Iran. Ces chiffres auraient été bien plus élevés s'il n'y avait pas eu des difficultés liées à la fois aux transferts bancaires et à l'obtention de crédits. Encore s'agit-il probable­ment d'une sous-estimation car plusieurs sociétés ont continué à travailler indirectement avec l'Iran par des canaux mis en place à l'époque des sanctions.

 

À titre d'exemple de l'intérêt des entreprises belges pour le marché iranien, je citerai les nombreuses missions économiques et commer­ciales, sectorielles et ministérielles organisées par les agences commerciales régionales. Les autorités belges sont en contact étroit avec les entreprises belges établies en Iran et ont pris l'initiative d'informer les entreprises belges des sanctions annoncées par les États-Unis et de leur impact extraterritorial, ainsi que de la réponse aux sanctions préparée par l'Union européenne.

 

Les entreprises belges, quant à elles, souhaitent rester actives en matière d'exportation et d'investissement en Iran. Mais il est évident que les jours à venir seront de toute première importance pour obtenir plus de clarté quant à l'impact que pourront avoir les sanctions sur les entreprises de l'Union européenne et voir dans quelle mesure celui-ci pourra être calculé.

 

De trend op het terrein van de Amerikaanse demarches is duidelijk. Geleidelijk trekken grote bedrijven, meer bepaald uit de petroleumsector, de automobielsector, de transportsector en de verzekeringssector, zich terug uit de Iraanse markt. De laatste in de reeks zijn Procter & Gamble en Peugeot. Het Britse Vodafone, dat zijn samenwerking met de Iraanse internetprovider HiWEB stopzet, Boeing dat de levering van 80 toestellen annuleert, net als enkele ondertekende contracten met de nationale luchtvaart­maatschappij Iran Air, zijn allemaal tekenen aan de wand dat de handelsrelaties zwaar aan het verslechteren zijn.

 

De meeste Europese private banken en zelfs de Europese Investeringsbank volgen deze trend. Dat wordt een belangrijk struikelblok voor onze export. Onze exporteurs, onze uitvoerders leggen immers de nadruk op het essentiële belang van het vrijwaren van de bankkanalen. Ook zij geven aan dat de huidige onzekerheid een uitermate negatief gegeven is voor de privésector.

 

De VS-procedures zijn bijzonder ingewikkeld en hebben klaarblijkelijk als doel dat bedrijven uit de sector of uit het land in kwestie zouden stappen. Onze bedrijven willen het risico van mogelijke Amerikaanse sancties of de verminderde toegang tot de Amerikaanse markt natuurlijk niet nemen. Dit toont duidelijk aan dat er een kloof is tussen het politieke discours, namelijk het verdedigen van het nucleaire akkoord met Iran door onder andere de EU, en de situatie op het terrein. Die kloof kan naar mijn mening alleen nog maar groeien.

 

03.05  Stéphane Crusnière (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie de votre réponse.

 

Je conçois bien que les entreprises belges qui continuent à vouloir investir en Iran s'inquiètent vivement des mesures qui sont prises. Comme vous, j'estime qu'il faut les soutenir et maintenir la pression. Nous devons agir tant à l'échelle nationale qu'européenne pour résister aux décisions prises par les États-Unis.

 

De même, nous partageons tous votre avis selon lequel l'Union européenne doit maintenir son soutien à l'accord conclu. Pour ce faire, nous devons aussi veiller à soutenir nos entreprises qui souhaitent toujours investir en Iran.

 

03.06  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie de votre réponse complète et fouillée.

 

Toute la question est de savoir comment nous pouvons faire évoluer le régime. En octobre dernier, nous nous sommes rendus en mission en Iran avec le président de la Chambre. Nous y avons constaté une grande demande de relations avec l'Occident et de contacts humains, mais aussi d'un développement des échanges commerciaux.

 

Nous devons pouvoir trouver des solutions. Avant même la dénonciation de l'accord par le président Trump, l'organisation des flux financiers connaissait certaines difficultés, au point qu'il fallait souvent passer par des banques sises dans les Émirats pour contourner les obstacles aux échanges commerciaux. Dans le cas présent, je considère que l'Union européenne a eu raison de ne pas suivre le président américain. Bien entendu, ce n'est pas une raison pour accepter la nucléarisation de l'Iran, mais de la bonne volonté doit s'exprimer de part et d'autre.

 

En tout cas, mes collègues et moi-même suivrons ce dossier avec attention. Je sais, monsieur le secrétaire d'État, que vous y êtes également attentif.

 

03.07  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, aan het einde van uw antwoord hebt u de moeilijkheid duidelijk gemaakt, namelijk de kloof tussen, enerzijds, het standpunt over het nucleaire akkoord waarin Europa een belangrijke rol kan spelen en, anderzijds, onze economische belangen. Dat zal een kloof blijven en de kans bestaat dat die groter wordt. Het zal dan Europa maar ook de Belgische regering toekomen om de nodige stappen te zetten om beide doestellingen zo goed mogelijk te bewaren.

 

03.08 Staatssecretaris Pieter De Crem: (…) collega Van Peteghem in zijn eenzame aanwezigheid in deze commissie.

 

We zijn nu in een nieuwe fase getreden wat betreft de relaties tussen Iran en de rest van de wereld. Daar gaat het immers eigenlijk over. Alles heeft te maken met het voorwaardelijke akkoord dat ons in een voorwaardelijke nieuwe werkelijk­heid heeft laten leven in onze relatie met Iran. Er zijn heel veel voorwaarden waaraan Iran moet voldoen die soms buiten de zichtbaarheideinder zitten. Die hebben te maken met mensenrechten en de nog altijd beduidende ondersteuning van internationaal terrorisme door het Iraanse regime.

 

Wanneer we het enkel hebben over de handels­betrekkingen is het zo dat het financieel en economisch handelen met Iran nog altijd gebeurt in een weinig doorzichtige, om niet te zeggen een ondoorzichtige financiële structuur. Investeerders – ook Belgische – zijn alleen bereid om te investeren wanneer er een duidelijke financiële structuur bestaat aan de kant van diegene aan wie men levert, de cliënt dus. Dat is iets waarvan nog zeer veel werk moet worden gemaakt in Iran. Dat is slechts een van de zaken die we in de toekomst zullen moeten oplossen.

 

De voorzitter: Dit zal opgenomen worden in het verslag. De afwezige collega's zullen het daar kunnen lezen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van de heer Vincent Van Peteghem aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de Belgische campagne voor de niet-permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad" (nr. 26151)

04 Question de M. Vincent Van Peteghem au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "la campagne belge pour l'obtention d'un siège non permanent au Conseil de sécurité des Nations Unies" (n° 26151)

 

04.01  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, het is een mooie overwinning voor ons land dat deze regering erin is geslaagd om na tien jaar met een overweldigende meerderheid opnieuw verkozen te worden tot niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad. Dit is ook een mooie impuls voor het imago van ons land en voor onze diplomatie.

 

De VN-Veiligheidsraad heeft als belangrijkste missie het handhaven van de internationale vrede en veiligheid. Meer dan ooit zijn er enorme uitdagingen die het hoofd moeten worden geboden. Ons land staat gekend om zijn bemiddelings­rol en is ervarings­deskundige in het zoeken naar compromissen. Dat is, in de huidige geopolitieke context waar oplossingen en dialoog nodig zijn, meer dan een troef.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik heb de volgende vragen.

 

Waarop zal ons land de komende jaren inzetten in de VN-Veiligheidsraad?

 

Dit is een enorm mooie prestatie van onze regering, waarin u wellicht een belangrijke rol hebt gespeeld. Welke contacten hebt u hiervoor gehad en wat waren uw belangrijkste indrukken?

 

04.02 Staatssecretaris Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Peteghem, op 8 juni werd België, samen met Duitsland, de Dominicaanse Republiek, Indonesië en Zuid-Afrika, verkozen tot niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad voor het slot 2019-2020, ter vervanging van de uittredende leden Bolivië, Ethiopië, Kazachstan, Nederland en Zweden.

 

België behaalde 181 stemmen. Dat is een mooi resultaat en de bekroning van het werk van velen. Men zegt dat de overwinning vele vaderen heeft en de nederlaag een weeskind is. Welnu, dit werk hebben vele vaders en moeders tot een goed einde gebracht. De campagne werd ook door de Koning en de Koningin en door zovele anderen gesteund.

 

Het vertrekpunt was de Belgische visie op de noodzakelijkheid van een multilaterale aanpak van talrijke uitdagingen voor vrede en veiligheid op het internationaal vlak. Wij zijn het er allemaal over eens dat de slagkracht van de VN-Veiligheidsraad moet worden verhoogd. Het vraagt een sterkere eensgezindheid over diplomatieke oplossingen om gewelddadige conflicten bij voorkeur te voor­komen of deze zo snel mogelijk te beëindigen. De voorzitter kent ook heel goed het Handvest van de Verenigde Naties en de verschillende gradaties die daar zijn in bemiddeling en tussenkomst en waarbij to try to bring about a friendly settlement nog altijd het belangrijkste is, wat eigenlijk het scharnierpunt is in het streven en het handelen van de Verenigde Naties. De campagneslogan van België was dan ook "consensus bevorderen, streven naar vrede". Daarmee wil België duidelijk maken dat het actief wil bijdragen.

 

Wij hebben een grote trackrecord wat betreft die multilaterale diplomatie. Het gaat niet over het najagen van prestige maar wel over het realiseren van een mogelijk vredesobjectief. Het vredes­objectief wordt dan ook met alle partners in de Veiligheidsraad vastgelegd. Het objectief houdt in dat wij zoeken naar een politieke oplossing, die steeds primeert op het gebruik van geweld, dat ook niet uitgesloten wordt in het Handvest van de Verenigde Naties. De rechtsstaat en de internationale rechtsorde en het respect ervoor zijn voor ons van primordiaal belang, omdat wij van oordeel zijn dat duurzame ontwikkeling hierin een kiem kan vinden.

 

Zelf heb ik vanuit mijn functie deze Belgische verkiezingscampagne als volgt ondersteund.

 

Ten eerste, ik heb in al mijn contacten op hoog niveau, in binnen- en buitenland, onze kandidatuur aangeprezen en getracht —  met succes, blijkt achteraf — de stem voor België te bevestigen of binnen te halen.

 

Ten tweede, in 2017 heb ik tijdens mijn aanwezig­heid op de top van de CARICOM-landen — de Caribische Gemeenschap of Caribbean Community and Common Market — via intensieve bilaterale contacten alle leden op de hoogte gebracht van onze kandidatuur, die ik ook heb verdedigd. De CARICOM vormt de belangrijkste Caribische handelsorganisatie, met lidstaten als Antigua en Barbuda, de Bahama's, Barbados, Belize, de Commonwealth van Dominica, Grenada, Guyana, Jamaica, Montserrat, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines — u wel bekend —, Suriname en Trinidad en Tobago. De stemgerechtigde leden hebben een invloed bij de VN, want het stemgedrag is dat van elke lidstaat, in de zin van one country one vote.

 

Ten derde, recent nam ik ook deel aan de top van de ACP-landen, in de Togolese hoofdstad Lomé. De ACP bestaat uit landen Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die een bijzondere band hebben met de Europese Unie. De samen­werking tussen de Europese Unie en de ACP-landen vormt een belangrijk aspect van het buitenlands beleid van de EU. De overeenkom­sten van Lomé, gevolgd door de overeen­komst van Cotonou, creëren een hecht partner­schap. Land per land zijn wij gaan overtuigen om voor ons te stemmen.

 

De campagne voor de Belgische kandidatuur werd ondanks de Israëlische terugtrekking als kandidaat voortgezet, omdat het er ook op aan kwam om in de eerste ronde zo goed mogelijk te scoren, zodanig dat er geen tweede ronde moest zijn om het vereiste quorum te bereiken. Dat is dus gebeurd. Wij hebben het vertrouwen gekregen van 181 landen. Dat is een bijzonder relevant resultaat.

 

De deelname aan het VN-orgaan dat als hoofdverant­woordelijk­heid de handhaving van de internationale orde, vrede en veiligheid heeft, is een zware verantwoordelijkheid voor ons land. In de alsmaar meer onstabiele en onvoorspelbare wereld staat het multilateraal systeem onder druk. Dat is een reden te meer voor een land als België om aan te tonen dat ons systeem meer dan ooit waardevol is, net als onze benadering. Tijdens een lidmaatschap van de Veiligheidsraad, zij het niet-permanent, gebeuren er, net als tijdens het Europees voorzitterschap, altijd onvoorspelbare zaken. De kennis en kunde van België worden daarbij altijd ten zeerste op prijs gesteld, gelet op het feit dat België behoort tot de founding fathers van beide organisaties.

 

04.03  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, succes kent inderdaad vele vaders. Als ik mij niet vergis, is de aanzet voor de niet-permanente zetel opgezet onder de regering-Van Rompuy. Vele personen zij ermee bezig geweest, voornamelijk uit de huidige regering. Ik denk dat u daarin een zeer belangrijke rol hebt gespeeld. Van de vele vaders hebt u volgens mij in ieder geval een van de zwaarste inspanningen geleverd, waarvoor dank.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van de heer Vincent Van Peteghem aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de Belgische economische missie naar Argentinië en Uruguay" (nr. 26152)

05 Question de M. Vincent Van Peteghem au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "la mission économique belge en Argentine et en Uruguay" (n° 26152)

 

05.01  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, van 23 tot 30 juni zult u vol enthousiasme naar Argentinië en Uruguay gaan om een Belgische economische missie te leiden. Argentinië en Uruguay zijn groeiende markten met vele mogelijkheden die actief inzetten op een verdere internationalisering van hun bedrijven.

 

Welke sectoren zullen hier centraal worden gesteld? Is er een specifieke bilaterale focus tijdens deze handelsmissie? Welke mogelijkheden ziet u voor onze bedrijven tijdens deze missie?

 

05.02 Staatssecretaris Pieter De Crem: De missie van 23 tot 30 juni naar Argentinië en Urugay vindt plaats onder leiding van prinses Astrid. Het is een omvangrijke handelsmissie met 134 zakenlui van 94 bedrijven. Op dat vlak is de missie alvast op voorhand een succes.

 

Het is de derde economische missie naar Argentinië sinds 1995. Het verkennen van de businessopportuniteiten en het verdiepen van de handelsrelaties met Argentinië en Uruguay zijn de belangrijkste doestellingen.

 

België staat in voor 6,5 % van de Europese uitvoer naar Argentinië voor een bedrag van 640 miljoen euro. De belangrijkste uitvoerproducten naar Argentinië in 2017 waren chemische producten, minerale producten, machines en toestellen. Aan de invoerzijde bedraagt het Belgische aandeel 4,2 % met 345 miljoen euro. Voedingsproducten domineren de import, gevolgd door chemische producten en plantaardige goederen.

 

Naar Uruguay is ons land de zevende grootste Europese uitvoerder met 107 miljoen euro, voornamelijk minerale producten, chemische producten, machines en toestellen. Inzake invoer is België slechts de elfde op Europees niveau met 18 miljoen euro. De belangrijkste invoerproducten in 2017 waren plantaardige producten, dierlijke producten en onedele metalen, ondanks de grote aanwezigheid van Belgische industriële groepen en havengroepen in Uruguay en in het bijzonder in Punta del Este. Daar is dus nog heel wat werk aan de winkel.

 

De 94 bedrijven zullen deelnemen aan B2B's, conferenties houden op hoog niveau, seminaries en officiële vergaderingen bijwonen, deelnemen aan netwerkmogelijkheden die de organisatoren hebben voorbereid. Er zullen 15 contracten en memoranda van overeenstemming met de respectieve autoriteiten worden ondertekend.

 

Prinses Astrid, mijn collega's en ikzelf zullen zowel in Argentinië als in Uruguay op het hoogste niveau politieke contacten hebben met president Macri in Argentinië, president Vázquez in Uruguay en de respectievelijke ministers van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Economie, Transport, Infra­structuur en andere leden van regeringen en autoriteiten.

 

Een serie van sectorale fora in Buenos Aires en Montevideo zullen onze bedrijven en onze troeven in de kijker plaatsen: innovatie inzake smart cities, agrobiotech, een bijzonder belangrijk punt, de productie van energie, biomassa en biogas, ecoconstructie, havens en haveninfrastructuur, de lucht- en ruimtevaartsector, de audiovisuele sector, de farmasector, de logistieke sector, de nucleaire sector en, hierover later meer, het MYRRHA-project van het SCK. Ik zal samen met mijn collega's ons land eveneens een aantrek­kelijke investerings­bestemming voor Zuid-Amerikaanse landen maken en een investerings­seminarie in elk van beide landen organiseren.

 

Een economische missie is en blijft een uitgelezen opportuniteit om onze troeven onder het voetlicht te brengen.

 

Ook de belangrijke financiële contacten met de Inter-American Development Bank zullen wij hoog houden.

 

Behalve de eerder geciteerde inspanningen voor onze exporterende bedrijven en het aanprijzen van ons land is er ook de rol als speciaal gezant voor MYRRHA. Ik zal in het kader van het seminarie over The impact of nuclear and aerospace technology on the society, dat door Agora en het SCK wordt georganiseerd, een belangrijke uiteenzetting geven. Ik plan ook een bezoek aan de site van CAREM in Argentinië op uitnodiging van de staatssecretaris voor Kernenergie, de heer Gadano.

 

Om af te ronden, geef ik nog het volgende mee.

 

Zoals ik in mijn beleidsnota reeds aangaf, zijn de economische missies een belangrijk en substan­tieel instrument voor de promotie van onze bedrijven. Zij zijn een essentieel onderdeel van onze buitenlands handelsbeleid, en dat tot grote tevredenheid van onze deelnemers en onze handels­partners in een diepere competitieve omgeving, waarin onze belangrijkste handels­partners ook soms onze grootste concurrenten blijken te zijn. De vooropgestelde verdere diversificatie van de afzetmarkten in het geval van Argentinië en Uruguay van onze bedrijven zorgt niet alleen voor een stevige terugvalbasis om vanuit ons land een stukje te veroveren, maar het zorgt ook voor de inzet van kapitaal en meer jobs in eigen land.

 

Dat was mijn toelichting bij de vraag.

 

05.03  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoorden en wens u bijzonder veel succes.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van de heer Vincent Van Peteghem aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister belast met Buitenlandse Handel, over "de verhoging door de VS van de importtarieven voor Europees staal en aluminium" (nr. 26155)

06 Question de M. Vincent Van Peteghem au secrétaire d'État au Commerce extérieur, adjoint au ministre chargé du Commerce extérieur, sur "l'augmentation par les États-Unis des droits à l'importation sur l'acier et l'aluminium" (n° 26155)

 

06.01  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, de lidstaten van de Europese Unie hebben donderdag unaniem ingestemd met verhoogde invoerrechten op een reeks Amerikaanse producten zoals jeans, bourbon en motorfietsen, als antwoord op de verhoogde Amerikaanse heffingen op Europees staal en aluminium, die sinds begin deze maand gelden. Ook andere historische partners van de VS, zoals Canada, hebben tegenmaatregelen aange­kondigd.

 

Intussen escaleert ook de handelsoorlog tussen de VS en China. Nadat president Trump zijn goedkeuring gaf voor importheffingen op Chinese goederen, die een handelswaarde van 50 miljard dollar vertegenwoordigen, heeft China gereageerd met tegenmaatregelen. Nu zou president Trump opnieuw importheffingen invoeren voor meer dan 200 miljard dollar aan Chinese goederen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, wat is het standpunt van België?

 

Wat is het standpunt van de andere historische partners van de VS, zoals Japan?

 

Wat met onze automobielsector, die ook onder druk komt te staan door de hogere invoertarieven?

 

Onze welvaart is erg afhankelijk van onze economie. Wij zijn het er allemaal over eens dat er nood is aan een evenwichtig en vooruitstrevend Europees handelsbeleid. Hoe ziet u de toekom­stige trans-Atlantische handelsrelaties en ons bondgenootschap verlopen?

 

06.02 Staatssecretaris Pieter De Crem: Mijnheer Van Peteghem, ik zal zo beknopt mogelijk antwoorden.

 

Ik heb over dit onderwerp ook een vraag ontvangen van de heer Luykx. Hij heeft die doen omzetten in een schriftelijke vraag maar ik zal toch enkele elementen van mijn antwoord aanhouden. Dit ter verduidelijking.

 

Uw collega vroeg mij naar de contacten met de Amerikaanse minister van Handel, Wilbur Ross, die ik in 2017 en in 2018 heb gezien. Ik heb over dit voor onze bedrijven heel belangrijke dossier overlegd met hem en met de administraties. Deze gesprekken gingen lange tijd de goede richting uit.

 

Uiteindelijk eiste de president dat alle landen die genoten van een tijdelijke uitzondering op een of andere manier een inspanning zouden leveren om hun exporten naar de Verenigde Staten in te perken. Over de omvang van de vermindering van de export naar de Verenigde Staten kon en kan er gediscussieerd worden, maar niet over het principe, met het intussen gekende gevolg. De benadering was altijd kwantitatief, niet zozeer principieel, ofschoon het kwantitatieve soms wat ondergesneeuwd raakte.

 

Van zodra duidelijk werd dat de Verenigde Staten op basis van artikel 232 van de Trade Expansion Act zouden overgaan tot de instelling van een invoerheffing op buitenlands staal en aluminium, hebben de Europese Commissie en de lidstaten samen geijverd voor een permanente uitzon­dering. Alle bilaterale en Europese contacten, ook de contacten die ik zelf onderhield met onder andere Wilbur Ross en andere vertegenwoor­digers van de administratie, stonden in het teken van die belangrijke doelstelling. Op 31 mei besloot de Amerikaanse president dus toch de invoer­tarieven van respectievelijk 25 % en 10 % in te stellen op staal en op aluminium.

 

Dezelfde dag nog kondigde de EU tegenmaat­regelen aan die zij omschreef als "swift, firm, proportionate and fully WTO-compatible". Concreet gaat het om het starten op 1 juli van de geschillenbeslechtigingsprocedure bij de Wereld­handelsorganisatie, tegenmaatregelen in de vorm van tarieven op een lijst van Amerikaanse exportproducten die normaal gezien begin juli van kracht zouden moeten zijn, en vrijwarende maatregelen tegen handelsdeflexie. De EU wil die maatregelen bestuderen om te vermijden dat producten die nu minder gemakkelijk de VS binnenkomen, worden omgeleid naar Europa en hier de markt zouden overspoelen, bijvoorbeeld Chinees staal. Op zich waren wij de Amerikaanse economie en de Amerikanen al een heel eind weegs tegemoetgekomen. Verhinderen dat goedkoop Chinees staal op de Europese markt zou worden gedumpt, was ook een van mijn argumenten tijdens mijn onderhouden om op een soort goodwill te kunnen rekenen. Ook de modernisering van de Wereldhandelsorganisatie speelde daar een belangrijke rol in, waar wij met België en de Europese Unie ook achter staan.

 

Individuele ondernemingen behouden het recht om individuele uitzonderingen aan te vragen voor bepaalde producten. Vele bedrijfsleiders vertellen me dat ze hiertoe tot op zekere hoogte bereid zijn. Dat is natuurlijk geen gemakkelijke taak, maar het is een mogelijkheid die blijft bestaan. Het Commerce Departement vraagt enorm veel statistische en andere inlichtingen in te vullen en de bedrijfsleiders willen niet zo ver gaan om vertrouwelijke informatie te delen over hun markt­processen. Het is dus een precair evenwicht.

 

Ons land benadrukt in EU-verband de noodzaak om met één stem te spreken, proportioneel te werk te gaan en binnen het juridische kader van de WTO te blijven. Wij willen blijven praten met de VS om een verdere escalatie te vermijden.

 

Ik spreek dus niet over een handelsoorlog maar op dit moment nog steeds over een tarieven­oorlog. Daarover gaat het uiteindelijk in essentie. Het gaat niet over het feit dat bepaalde producten de toegang worden ontzegd, langs welke kant van de Atlantische Oceaan dan ook.

 

Zowel ikzelf, de Belgische ambassade in Washington als de FOD Buitenlandse Zaken volgen deze kwestie van dag tot dag op. Er moet vermeden worden dat de EU 28 in gespreide slagorde optreedt in het staaldossier. Ik zou moeten spreken over EU 27, namelijk EU 28-1. Dat maakt het niet altijd gemakkelijk om de eenheid in het staaldossier te behouden. Het Europese antwoord moet proportioneel zijn, zoals ik zei, en compatibel met de WTO. Daarover had ik het reeds.

 

Dan kom ik aan mijn persoonlijke visie.

 

Wij zijn een heel open economie, meer dan 80 % van ons bruto binnenlands product komt tot stand uit die export. daarin spelen de Verenigde Staten een belangrijke rol. Ik ben een antiprotectionist. Iedereen die de geschiedenis kent en een stuk van de inleidingen tot de economie heeft gelezen, beseft dat men gewoonweg niet meer protectionistisch kan zijn in deze 21ste eeuw.

 

Ik vind het belangrijk dat de EU van dit momentum gebruik maakt om zijn handelsrelaties te diversifiëren door zoveel mogelijk multi- en bilaterale vrijhandelsakkoorden te sluiten. Dat is ook de grote uitdaging voor de Unie, net als voor België. Wat er is gebeurd tussen Canada en de Europese Unie, met Japan is daarvan een goed voorbeeld. Binnenkort volgen ook de Mercosur en Bolivië. Het is belangrijk voor ons om onze markten verder te diversifiëren. De Verenigde Staten zijn weliswaar nog altijd onze vijfde handelspartner, maar onze bedrijven moeten zich verder diversifiëren, ook buiten de markten van onze eerste vijf of zes handelspartners.

 

Tot zover de politiek-filosofische beschouwing.

 

De protectionistische houding van de Verenigde Staten is op zich niet nieuw. Er zijn sinds de Tweede Wereldoorlog heel wat spanningen geweest op het vlak van de handel. Sommigen in deze zaal zullen zich nog de spaghetti wars van de jaren 80 herinneren. Ook tijdens het president­schap van George Bush Sr. waren er grote spanningen die uiteindelijk tot een akkoord hebben geleid. U weet net als ik dat tijdens de tweede ambtstermijn van president Obama de kaart van het protectionisme intentioneel werd getrokken. Ook de Obama-administratie en mevrouw Clinton kwamen regelmatig met een boodschap die meer neigde naar protectionisme dan resoluut te gaan voor het TTIP-akkoord in al zijn facetten. Die houding is dus bipartisan en heeft te maken met de domestieke politieke verhoudingen in de Verenigde Staten. Wij zijn geen land waar politics domestic zijn, maar in de Verenigde Staten is dat natuurlijk wel nog het geval.

 

Het verhogen van de Amerikaanse invoertarieven is natuurlijk geen mop. Wij zullen de consequen­ties ervan ondervinden. Het gaat om 25 % voor staal en om 10 % voor aluminium. Indien de situatie zich zou doorzetten, zal dat op middel­lange termijn toch tussen 3,4 en 4 miljard euro aan handel kosten, wat beduidend is. Wij kunnen onmiddellijk de tegenstelbaarheid van een dergelijk bedrag inschatten. Het is een beduidend bedrag. Europa heeft dan ook aangekondigd dat er een aantal tegenmaatregelen komen, zoals op het vlak van de invoertarieven op Kentucky Fried Chicken, op Jack Daniels whiskey, op spijker­broeken en op Harley Davidsonmotoren. Ik weet echter niet of die maatregelen bijzonder veel indruk zullen maken. Wij moeten dus hard werken.

 

Australië heeft een uitzondering voor staal en aluminium gekregen, wat een eigenaardige zaak was. Men was er immers van uitgegaan dat aan niemand nog een permanente uitzondering zou worden toegekend. Voor Australië is dat nu echter toch gebeurd. Argentinië, Brazilië en Zuid-Korea werden na aanvaarding van quota vrijgesteld. Dat zijn kwantitatieve restricties, die niet zo groot zijn, maar een groot psychologisch belang hebben om de handelspositie te kunnen vrijwaren. De akkoorden maken steeds het voorwerp uit van een Amerikaanse herinterpretatie, wat het fluctuerende aspect in de handelsrelaties benadrukt. Dat is niet erg goed, want men zoekt immers voor altijd grote zekerheid.

 

Wat is de impact van de geïmporteerde wagens op de nationale veiligheid? Dit dossier kan sneller worden afgerond dan statutair voorzien, 270 dagen na de aankondiging, maar algemeen wordt er niet aan getwijfeld dat er een belasting op geïmporteerde wagens komt. President Trump heeft een tarief van 25 % naar voren geschoven. In Amerikaanse handelskringen wordt gespecu­leerd op de aankondiging voor de parlements­verkiezingen van november 2018. De tarieven op de buitenlandse auto's en onderdelen zijn een logisch en perfide gevolg van de staal- en aluminiumtarieven die aan de grondslag liggen van de opwaartse spiraal. Door deze tarieven worden in de VS vervaardigde auto-onderdelen immers duurder en nog minder competitief met auto-onderdelen uit het buiten­land. De tarieven op de buitenlandse auto's en onderdelen moeten nu beletten dat er nog meer in het buitenland wordt aangekocht, met andere woorden autofabrikanten worden in de richting van duurdere binnenlandse aankopen geduwd.

 

Het is dus niet alleen kommer en kwel. Het biedt ons de mogelijkheid om ons handelsbeleid te diversifiëren. Zo creëren de Chinese, Mexicaanse en Canadese tegenmaatregelen bijkomende mogelijkheden voor de Europese export naar deze markten. Dit zou zeker gelden voor Canada, waar de import in bepaalde sectoren traditioneel bijna volledig uit de VS kwam.

 

Ik wil nog benadrukken dat de VS onze belangrijkste niet-Europese handelspartner blijven voor de economische NAVO, want als we 's werelds grootste producent aan 's werelds grootste interne markt kunnen koppelen, betekent dit een markt van 1,2 of 1,3 consumenten die de standaarden kunnen stellen.

 

Ik wou nog een kleine opmerking maken.

 

In het handelsgebeuren in de wereld spelen wij met een aantal partners die min of meer dezelfde standaarden hanteren. China hoort daar niet bij, want inzake het handelsbeleid is dat een gigantisch grote verstoorder van wat we “de normale marktorde” zouden kunnen noemen.

 

06.03  Vincent Van Peteghem (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw zeer uitgebreid en volledig antwoord.

 

Ik zou nog één vervolgvraag willen stellen.

 

U zei daarnet dat u gepraat hebt met uw Amerikaanse collega's over de Wereldhandels­organisatie. Daar zit een van de moeilijkheden met betrekking tot de conflicten tussen Europa en de VS. De werking van de Wereldhandels­organisatie wordt immers een beetje tegengewerkt door de VS, door de niet-aanstelling van een aantal rechters. Daardoor kan de Wereldhandels­organisatie eigenlijk geen uitspraken meer doen. Is dat iets dat u ook aangehaald hebt op dat overleg met die Amerikaanse collega's? Als de Wereldhandelsorganisatie ten volle zou werken, kunnen veel van de problemen die wij vandaag kennen immers veel gemakkelijker opgelost worden.

 

06.04 Staatssecretaris Pieter De Crem: Ik had een onderhoud net na de top van Sofia van de Europese regeringsleiders. Op die top was gesproken over de retaliation van Europese zijde, over de retorsiemaatregelen.

 

Ik werd tijdens het onderhoud met mijn collega Ross geconfronteerd met het feit dat er eigenlijk onvoldoende uitleg en duiding was gegeven bij de besluitvorming van Sofia. Ik heb die boodschap teruggebracht naar Europa.

 

Het is heel belangrijk dat goed uitgelegd en uitgesproken wordt wat de besluitvorming binnen Europa is. Bijvoorbeeld – dit ik heb dit staande de vergadering benadrukt – heb ik mogen uitleggen dat de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie absolute partners zijn en dat wij in die besluitvorming van Sofia een heel eind weegs tegemoetgekomen waren aan de vraag van de Amerikanen om de WTO te moderniseren en aan te passen aan de marktwerkelijkheden van de 21ste eeuw.

 

Het volgende is wel voor het verslag. Men was daar op dat moment niet van op de hoogte in Washington. Het was een essentieel onderdeel voor het creëren van een goodwill en om onze handelsrelatie in de mate van het mogelijke normaal te kunnen houden. Zo was men bijvoorbeeld ook onvoldoende geïnformeerd over het feit dat wij dezelfde aanpak hadden met betrekking tot het dumpen van goedkoop Chinees staal op de Europese markt. Op topniveau was men daarvan niet op de hoogte.

 

Het is dus belangrijk voor mij dat de lijnen open blijven. Om de wereldhandel goed te laten functioneren moeten we open communicatie­kanalen houden. Ik heb dat verslag dan ook aan mevrouw Malmström en haar diensten en aan de Belgische regering, de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken overgebracht.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.39 uur.

La réunion publique de commission est levée à 11.39 heures.