Commissie voor de Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Dinsdag 8 mei 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 8 mai 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 14.25 heures et présidée par M. Philippe Goffin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.25 uur en voorgezeten door de heer Philippe Goffin.

 

01 Gedachtewisseling met de minister van Justitie over het dossier van de Bende van Nijvel en samengevoegde vragen van

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "het onderzoek naar de Bende Van Nijvel" (nr. 25282)

- mevrouw Özlem Özen aan de minister van Justitie over "de Bende van Nijvel" (nr. 25341)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "l'enquête sur les tueurs du Brabant" (nr. 25347)

01 Échange de vues avec le ministre de la Justice sur le dossier des tueries du Brabant et questions jointes de

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "l'enquête sur les tueurs du Brabant" (n° 25282)

- Mme Özlem Özen au ministre de la Justice sur "les tueries du Brabant" (n° 25341)

- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "het onderzoek naar de Bende Van Nijvel" (n° 25347)

 

01.01  Koen Geens, ministre: Monsieur le président, chers collègues, comme convenu au sein de cette commission la semaine passée, je vous fais aujourd'hui rapport de l'état d'avancement du dossier relatif aux faits des tueurs du Brabant wallon. Notre dernière réunion à cet égard date du 6 février 2018, il y a donc trois mois. Un tel dossier nécessite un suivi rigoureux de la part des acteurs concernés, chacun dans le cadre de ses compétences légales.

 

Je répondrai également aux questions orales posées par Mme Lambrecht, Mme Özen et M. Van Hecke.

 

Le 6 février dernier, je vous annonçais le renforcement de l'équipe d'enquête tant au niveau des services de police qu'au niveau de la justice. Ce renforcement est concrétisé. Ceci signifie que maintenant – ou à très court terme – 30 enquêteurs et analystes sont opérationnels à plein temps. 

 

Op vraag van de heer Van Hecke geef ik enige toelichting bij de onderzoekscel. Er is één verantwoordelijke en één adjunct voor de onderzoekscel. Er wordt gewerkt in vijf teams. De eerste vier teams krijgen elk voor zich bepaalde onderzoeksonderdelen die zij volledig uitwerken, waardoor elk team een deel van het dossier perfect kent.

 

De volgorde waarin de onderzoeken worden uitgevoerd, wordt bepaald door de onderzoeksrechter, in samenspraak met de verantwoordelijken en de teamchefs van de verschillende groepen.

 

Het vijfde team, dat wij steun/appui noemen, richt zich vooral op de verdere analyse van de overtuigingsstukken, alsook op het oplijsten van de binnengekomen informatie en de binnenkomende tips.

 

Naast die vijf teams zijn er op dit ogenblik twee analisten en twee assistent-analisten aan het werk.

 

Ten slotte zijn er ook de zogenaamde experts. Dit zijn enquêtechefs van de onderzoeken die destijds werden gevoerd en waaraan reeds een einde is gekomen, maar die nog steeds een nauwe band met het dossier hebben. Zij bekijken het dossier vanuit de bevindingen die zij eertijds in hun dossier hebben gedaan.

 

La contribution du parquet fédéral est également un fait acquis depuis la fédéralisation de l'enquête, il y a quelques mois, en étroite concertation avec le juge d'instruction. À Charleroi, un vaste plan d'investigation a été élaboré et une stratégie ciblée est suivie.

 

In antwoord op de vraag van mevrouw Lambrecht kan ik zeggen dat ik dat gerechtelijk onderzoek natuurlijk niet naar mij toe getrokken heb. Als minister heb ik in dezen geen enkele vervolgingsbevoegdheid. Wel heb ik mij die zaak aangetrokken, in die zin dat ik erop heb aangedrongen dat de nodige middelen ter beschikking werden gesteld, wat de onderzoekers en de slachtoffers van dergelijke feiten meer dan verdienen.

 

Het onderzoeksteam en het gerecht werken dus bijzonder hard om tot resultaten te komen. Het is precies na een grondige analyse van de diverse elementen van het onderzoek dat met kennis van zaken de grootte van het speurdersteam en de profielen van de speurders konden worden vastgesteld.

 

In navolging van de uitgewerkte strategie en het onderzoeksplan bestaat de wil en de overtuiging om de waarheid, al dan niet volledig, aan het licht te brengen. In die context hebben de betrokken personen mij gezegd dat zij de zaak binnen dit en drie jaar tot een proces willen brengen.

 

Vous n'êtes pas sans savoir que l'un de nos premiers projets de loi, le Pot-pourri I, était l'allongement du délai de prescription pour la poursuite de ce type de délits. C'était fin 2015. Si nous souhaitons aboutir à une décision judiciaire définitive pour la fin 2025 et étant donné les procédures judiciaires existantes, en ce compris les délais de prescription, le procès doit être introduit endéans les trois ans.

 

Geachte commissieleden, enkele van uw mondelinge vragen gaan concreet over de inhoud van het strafdossier en het verloop ervan. Over de inhoud, de vooruitgang en de resultaten van de onderzoeksdaden en over het lopende gerechtelijke onderzoek, zal ik niet uitweiden. Dus ook niet over de recente gegevens verschenen in de pers. Ik zou daarmee niet alleen het geheim van het onderzoek schenden maar ook de strategie en de voortgang belemmeren. Ook kan een ontijdige mededeling collusiegevaar met zich brengen. Het nieuwe elan dat het onderzoek heeft gekregen, mag absoluut niet gehypothekeerd worden door het onthullen van geheime gerechtelijke informatie. Het onderzoek verdient nu de sereniteit die een goede afloop nodig heeft.

 

Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, tot hier mijn korte mededeling over de voortgang van het dossier.

 

01.02  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, u hebt over een paar elementen heel kort geantwoord. Ik meen begrepen te hebben dat u niet uitgebreid kunt antwoorden omdat het onderzoek dan geschaad zou kunnen worden. Maar het is minstens merkwaardig dat wij op 27 april lazen dat de personen die met het onderzoek bezig zijn, lekten dat de piste naar de mogelijke reus voor 99 % dood is, en dat u twee dagen daarna, op 29 april, via de VTM verklaarde dat de onderzoekers hard werken en dat het binnen drie jaar tot een proces zou moeten komen.

 

Nu zegt u dat het logisch is om dit te zeggen, omdat dan de verjaringstermijn bereikt is. Maar ik meen dat het in het kader van het onderzoek en voor het bewaren van de sereniteit zeker niet logisch is om dit te zeggen, temeer daar wij weten dat u in uiterst uitzonderlijke omstandigheden bondgenoten zou kunnen vinden om de verjaringstermijn te verlengen. Volgens mij mogen wij ons niet toespitsen op die drie jaar om vervolgens aan de mensen te vertellen dat het proces er zeker over drie jaar komt.

 

Mijnheer de minister, blijft u bij uw standpunt dat u dergelijke verklaringen kunt afleggen in uw hoedanigheid van minister van Justitie, terwijl wij op heel wat op de door ons gestelde vragen als antwoord krijgen dat in België de scheiding der machten speelt?

 

01.03  Özlem Özen (PS): Monsieur le ministre, nous avions décidé d'une méthode de travail selon laquelle vous deviez tenir le Parlement au courant de l'état d'avancement du dossier. Malheureusement, je constate bien souvent que vous faites d'abord des déclarations dans la presse et que les parlementaires doivent ensuite vous demander plus de détails au sujet de ces déclarations.

 

L'année dernière, vous n'aviez déjà pas été très prudent dans vos premières déclarations concernant la piste du géant. Vous avez fait naître des attentes et de l'espoir chez les familles des victimes. Il est donc d'autant plus étonnant d'entendre aujourd'hui que les enquêteurs ne croient plus à cette piste, qui était présentée comme la plus importante. Aujourd'hui, elle tombe à l'eau et, dans le même temps, vous dites que vous avez l'espoir de voir le dossier des tueries du Brabant aboutir à un procès d'ici trois ans. Ces déclarations ne sont-elles pas prématurées?

 

Il faudrait faire preuve d'une très grande prudence, surtout pour les victimes, qui sont à juste titre en attente de réponses. Comme tout le monde, nous ne voulons pas compromettre cette enquête. Je pense qu'à l'avenir, il serait beaucoup plus prudent de vous entretenir d'abord avec le Parlement plutôt que de faire des déclarations qui donnent de faux espoirs aux familles des victimes.

 

01.04  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik heb mijn vraag ingediend niet alleen naar aanleiding van het nieuws rond de piste-Bonkoffsky, die blijkbaar op een of andere manier bij de media is gekomen, maar ook naar aanleiding van uw uitspraken van 29 april in gesprek met de VTM-nieuwsredactie. U maakte daar toen nieuws met uw verrassende aankondiging dat er binnen de drie jaar een proces kan komen. Gelet op het feit dat een procedure heel complex is, betekent zulks wel dat men al binnen het jaar concrete resultaten moet kunnen voorleggen. Vele mensen vragen zich dan af op basis waarvan u dat kunt poneren.

 

Mijnheer de minister, ik hoop samen met u dat er binnen de drie jaar een proces komt en dat het geen proces wordt met nauwelijks beklaagden in de beklaagdenbank, omdat ze bijvoorbeeld overleden zijn.

 

Dat neemt niet weg dat ik uw uitspraak tegelijk gevaarlijk vind. U creëert op die manier immers opnieuw hoop en slachtoffers en nabestaanden willen absoluut elke sprankel hoop grijpen om klaarheid te krijgen in het dossier. Als u zegt dat er binnen de drie jaar een proces komt, dan creëert u hoop. En dat is gevaarlijk. Ik weet niet of u over drie jaar nog minister van Justitie zult zijn, maar als u dan nog minister van Justitie bent - ik zal het in mijn agenda zetten -, zult u opnieuw vragen krijgen over de uitspraken die u op 29 april 2018 hebt gedaan op VTM Nieuws. Die zullen u achtervolgen, nog drie jaar lang.

 

Wij moeten voorzichtig zijn en erover waken geen valse hoop te wekken bij de slachtoffers, want zij hebben de voorbije weken, maanden en jaren signalen van hoop gekregen en telkens opnieuw eindigde het in een ontgoocheling. Wij moeten daarmee absoluut rekening houden.

 

U pleit vandaag, net als toen, voor sereniteit. Ik begrijp dat ook. Zo'n complex dossier heeft nood aan een zekere rust en zeker niet aan lekken. Anderzijds, als u hoop creëert en duidelijk aangeeft dat er interessante pistes worden onderzocht, voedt u natuurlijk ook een beetje de speculatie. Misschien is dat ook niet goed voor de sereniteit van het dossier.

 

U antwoordde daarnet reeds op vragen. Sta mij toe nog een paar kleine opmerkingen te maken.

 

Wat de samenstelling van het onderzoeksteam betreft, bedankt voor de informatie. Ik begrijp dat het team nu volledig is samengesteld, zoals u ook eerder had aangekondigd.

 

Wat nieuw is voor mij, is dat er ook experts die destijds al aan het dossier hebben gewerkt, deel van uitmaken. Zij hebben, zoals u het omschreef, een nauwe band met het dossier. Ik leid daaruit af dat het gaat over speurders die vroeger reeds aan het dossier hebben gewerkt en nu opnieuw werden opgevist. Kunt u eventueel toelichting geven bij de redenen waarom men specifiek op hen een beroep doet? Als zij zo goed zijn en zo’n waardevolle bijdrage kunnen leveren, waarom werden zij destijds dan uit het team gezet? Zijn er voldoende garanties dat die speurders, die lang bepaalde pistes volgden, de gegevens ook met nieuwe inzichten en met een frisse kijk zullen benaderen? Lopen wij niet het gevaar dat wij opnieuw in de oude pistes verzeild geraken?

 

Mijnheer de minister, ik heb nog een bijkomende vraag. Hoe verloopt de samenwerking tussen de betrokkenen? Wij hebben dat ook de vorige keer besproken. Heel veel partijen moeten samenwerken: de oorspronkelijke speurders, de onderzoeksrechter, het federaal parket, dat er voor het eerst bij betrokken wordt, de procureurs-generaal, de Veiligheid van de Staat, de ADIV en het Comité P, dat werd aangetrokken voor het deel politie-rijkswacht. Dertig jaar geleden ressorteerde de rijkswacht onder Defensie. Verloopt de samenwerking met Defensie, althans degenen die inzicht in de documenten van destijds hadden, goed? Wat zijn de ervaringen van wie vandaag de leiding heeft?

 

Ten slotte, mijnheer de minister, bij onze vorige gedachtewisseling hebben wij verwezen naar een piste die ook door historici werd gelanceerd. Zij hebben zich bereid verklaard om historische onderzoek te doen naar een aantal deelaspecten uit het dossier die nuttig kunnen zijn om meer inzicht te krijgen in de veel bredere problematiek. Ik meen dat die experts nog steeds bereid zijn om dat te doen. Hebt u daar nog over kunnen nadenken? Meent u nog altijd dat die piste nuttig kan zijn in het dossier?

 

Uiteindelijk moet de beslissing genomen worden door de onderzoeksrechter of door wie in het dossier de leiding neemt, maar volgens mij is dat nog altijd een zeer interessant aanbod, dat zeker ook, ongeacht of de piste-Bonkoffsky al dan niet begraven is, een vraag die u onbeantwoord laat, nieuwe elementen aan de oppervlakte kan brengen.

 

01.05  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, si on vous a demandé de revenir rapidement, c'est évidemment en lien avec vos déclarations sur le dossier des tueurs du Brabant. J'imagine que vous vous rendez compte de l'espoir que vous suscitez auprès des familles des victimes en particulier, mais aussi chez tous ceux qui, dans ce pays, ont envie – et nous en faisons évidemment partie – que soient trouvés les auteurs de ces faits dramatiques.

 

Lorsque vous vous exprimez en direct à la télévision en disant qu'il y aura un procès dans trois ans, voilà qui suscite d'énormes espoirs. Vous le savez bien. Pourquoi? Parce que, concrètement, dans les semaines ou mois à venir ou au plus tard dans l'année, il faudra procéder à des arrestations et poser des actes. Cela signifie que des éléments objectifs importants dont disposait l'équipe d'enquête ont été portés à votre connaissance, ce qui vous a poussé à faire cette déclaration.

 

Je ne veux pas entrer dans le secret de l'instruction mais j'aimerais comprendre. Vous évoquez à la télévision un terme de trois ans. Avez-vous des éléments objectifs que vous ne devez pas dévoiler et qui vous poussent aujourd'hui à faire cette déclaration? Ou est-ce simplement l'équipe d'enquête qui vous a fait part de ce délai? Il ne s'agirait pas de créer de faux espoirs, comme il y en a déjà eu de nombreux dans ce dossier depuis des décennies. À chaque fois, un espoir renaît au sein des familles pour aboutir ensuite à une déception.

 

On l'a vu encore avec la piste Bonkoffsky qui, selon la presse, semble "enterrée" à 99 %. Les déclarations que vous faites dans ce dossier sont particulièrement sensibles et importantes. Je souhaiterais dès lors que vous nous disiez si vous avez des éléments objectifs sur lesquels baser une telle déclaration, sans rentrer évidemment dans le détail de l'enquête.

 

Je comprends parfaitement que vous ne souhaitiez pas intervenir dans l'enquête, mais il y a eu des fuites dans la presse. Des enquêteurs se sont exprimés en disant que la piste Bonkoffsky est mise de côté à 99 %. Pouvez-vous nous confirmer ces déclarations sans vous exprimer sur le contenu de l'enquête? Confirmez-vous que les enquêteurs ont mis cette piste de côté? Cela fait au moins une porte qu'on referme! En quelque sorte, cela aussi fait avancer cette enquête hyper complexe. À nouveau, on a créé beaucoup d'espoir depuis la fin de l'année dernière avec ces révélations et ces débats dans la presse. Tous les avocats et vous-même vous êtes exprimés sur les plateaux de télévision. Les attentes étaient énormes, en particulier dans le chef des familles des victimes.

 

Le dernier point que je voulais mettre en avant – je sais que vous vous êtes déjà exprimé à ce sujet en février dernier, mais je rejoins en cela la demande de mon collègue Stefaan Van Hecke – porte sur la possibilité d'avoir recours à un panel d'experts historiens qui pourraient apporter leur aide, comme ils l'ont fait dans d'autres enquêtes pour des faits jamais élucidés et pour lesquels ils ont été très utiles. Est-ce une piste encore envisageable aujourd'hui?

 

En février dernier, vous disiez qu'on y réfléchissait. Où en est cette réflexion? En effet, cette possibilité pourrait s'avérer intéressante en parallèle évidemment de l'enquête en cours. L'idée n'est pas de remplacer cette dernière, mais de travailler avec des experts historiens, qui ont l'habitude de dossiers ultra-complexes et qui remontent loin dans les archives. Nous leur donnerions un certain pouvoir d'enquête pour qu'ils puissent aussi contribuer à trouver une solution dans ce dossier.

 

01.06  Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de minister, ik ben blij dat u als minister van Justitie anno 2018 toch werkt maakt van het informeren van het Parlement. U geeft een stand van zaken van een onderzoek dat liefst al dertig jaar geleden moest opgelost zijn. Nadat in de herfst van vorig jaar iedereen weer hoop kreeg werden we enkele weken geleden opnieuw met de voeten op de grond gezet. Heel wat aanwijzingen richting Cristiaan Bonkoffsky als zijnde de reus blijken nu toch weer een doodlopend spoor te zijn. Dat mochten we althans vernemen.

 

In hoeverre klopt de berichtgeving dat Christiaan Bonkoffsky zo goed als zeker wordt uitgesloten als lid van de Bende van Nijvel? Ik heb twee weken geleden door uw afwezigheid uw collega  Peeters mogen ondervragen in het Parlement. Uw collega wimpelde die vragen af met als reden het geheim van het onderzoek. U zult dat nu ongetwijfeld ook doen. U mag daar niets over zeggen. Ik vraag mij toch af of het geheim van het onderzoek niet toelaat dat u ons op zijn minst zegt of er gewoon onvoldoende bewijs is dan wel of er elementen zijn die in een andere richting wijzen. Ik meen dat u met een antwoord op die vraag het geheim van het onderzoek niet schendt.

 

Als u zegt dat er binnen drie jaar een proces kan komen, dan antwoordt u eigenlijk impliciet wel maar u zegt niet in welke richting. Kunt u ons garanderen dat er effectief een proces komt? Ik hoop dat u ons dat kunt garanderen zonder het geheim van het onderzoek te schenden. Als het immers gewoon de bedoeling is om hoop te creëren, dan zou ik dat heel onrechtvaardig vinden. Dat zou heel erg zijn, niet alleen voor de justitie maar ook voor de vele slachtoffers. Kunt u ons op een of andere manier, zonder het geheim van het onderzoek te schenden, garanderen dat de hoop die u hier toch creëert niet ijdel is?

 

Zoals gezegd zorgde dit nieuws opnieuw voor een zeer emotioneel moment voor de slachtoffers. Ik kom zelf uit Aalst en ik ken sommige kinderen van de slachtoffers persoonlijk. Ik voel dat zeer sterk aan. Zij komen dan bij mij als gewoon Parlementslid maar vooral als Aalsterse aankloppen. Dat roept nieuwe vragen op. Werden de slachtoffers van tevoren op de hoogte gebracht van dit nieuws? Hebben zij dat via de media moeten vernemen?

 

U hebt in het verleden al een paar keer op een correcte wijze werk gemaakt van informatievergaderingen ten aanzien van slachtoffers. Hebt u dit nu ook gedaan of plant u dit in de nabije toekomst?

 

En dan heb ik een heel concrete vraag die al maandenlang op mijn lippen brandt. Ik wil u nu toch eens horen zeggen wat er moet gebeuren met die vele tips. Het is echt niet uit de lucht gegrepen als ik u zeg dat mensen mij, als eenvoudig parlementslid, maar ik vermoed dus ook andere leden van de commissie voor de Justitie of andere mensen die betrokken zijn, komen zeggen dat zij een of andere tip hebben, maar hem gewoon niet durven te zeggen.

 

Heel concreet, ik heb maanden geleden, toen het nieuws over de Reus uitkwam, telefoon gekregen van iemand die zei dat hij in een labo werkte en er bijna zeker van was dat de stalen waren verwisseld, maar dat gewoon niet durfde zeggen. Is dat waar of niet?

 

Waarschijnlijk krijgen de onderzoekers van Justitie dagelijks tips waarvan zij op voorhand al weten dat het weer de zoveelste is die denkt een oplossing te hebben. Wat doen zij met dergelijke tips? Kunt u ons garanderen dat elke tip wordt behandeld?

 

Kunt u bovendien ook garanderen dat tipgevers, getuigen worden beschermd? Ik hoop dat u die garantie kunt bieden, want als dat niet het geval is, denk ik dat vandaag zeggen dat er binnen drie jaar een proces komt ijdele hoop is.

 

01.07  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, als ik u goed heb begrepen, hebt u vandaag en ook eerder in de media gezegd enkel de betrachting te delen van de speurders om dit dossier alsnog op te helderen en het zo mogelijk binnen de drie jaar voor de rechter te brengen.

 

Ik denk dat dit een betrachting is die wij allemaal met u delen. De slachtoffers niet in het minst, maar ook de nabestaanden moeten erop kunnen vertrouwen dat alles in het werk wordt gesteld om de waarheid alsnog te achterhalen.

 

In die zin moeten wij respect hebben voor het geheim van het onderzoek. Ik hoop alleen maar dat wat wordt betracht daadwerkelijk een feit kan worden. Mocht dat niet het geval zijn, mochten wij er niet in slagen om dit dossier alsnog binnen een redelijke termijn af te handelen, dan zullen wij ons op een bepaald moment moeten buigen over de vraag of dergelijke ernstige misdaden voor verjaring in aanmerking komen.

 

Mijnheer de minister, ik hoop echter dat wij ons die vraag niet zullen moeten stellen en dat het dossier alsnog kan worden opgehelderd. Dat zijn wij aan de slachtoffers en hun nabestaanden verschuldigd.

 

01.08  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb nog één bijkomende vraag, omdat wij van u en van andere leden horen dat het hoofddoel hier de grote sereniteit is ten aanzien van de slachtoffers en het onderzoek. Die sereniteit wordt echter continu doorbroken door de lekken vanuit de gerechtelijke overheid, die ook u in uw hoedanigheid van minister in een heel moeilijk parket brengen.

 

Mijn concrete vraag is de volgende. Wordt opgetreden tegen die lekken die telkens opnieuw vanuit de gerechtelijke overheid komen?

 

01.09 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, collega’s, sta mij toe eerst en vooral iets mee te geven over lekken in het algemeen. Wij hebben gedurende de voorbije legislatuur de straffen op schending van het onderzoeksgeheim en het beroepsgeheim met uw medewerking drastisch verhoogd van zes maanden naar drie jaar. Het spreekt voor zich dat die verhoging een afschrikwekkend effect heeft op zij die informatie lekken, of die informatie nu correct is of niet.

 

Anderzijds hebben wij angstvallig het bronnengeheim bewaakt.

 

Dat zijn twee zaken die bijzonder moeilijk te verzoenen zijn. U zult daar allemaal wellicht begrip voor opbrengen.

 

Dat is een eerste algemeen antwoord dat ik op uw vraag wil geven.

 

Inzake het concrete lek in het geval in kwestie kan ik melden dat het onderzoeksteam dat bij de zaak is betrokken, ervan overtuigd is dat het lek niet uit zijn midden komt. Indien het dus een lek zou zijn dat op waarheid zou berusten, wat ik niet weet, is dat in elk geval niet gebeurd vanuit het onderzoeksteam dat op dit ogenblik met de zaak bezig is.

 

Je suis un peu étonné que l'on me reproche de ne pas venir suffisamment au Parlement.

 

Je crois qu'il y a rarement eu des ministres, madame Özen, qui sont venus présenter leurs plans au Parlement comme je l'ai fait pour le plan de justice ou le plan de recodification. Même en ce qui concerne les tueries du Brabant wallon, je suis venu au Parlement avant de parler à la presse. Lors des événements relatifs à Bonkoffsky, je suis d'abord venu ici, vous le savez très bien. Et je suis revenu par après.

 

Vous ne pouvez pas dire que je n'informe pas le Parlement en temps utile. Personne ne m'a demandé si je trouvais que c'était une bonne idée de venir ici aujourd'hui. On m'a convoqué et je suis venu. Par conséquent, ce que vous dites n'est pas correct.

 

01.10  Özlem Özen (PS): Vous ne parlez pas d'abord au Parlement, vous parlez d'abord dans la presse. Et ensuite, nous vous appelons pour avoir les détails.

 

01.11  Koen Geens, ministre: Madame Özen, au moment de l'affaire Bonkoffsky, je suis d'abord venu au Parlement et vous le savez très bien. Ce n'est pas honnête.

 

01.12  Özlem Özen (PS): Moi, je lis la presse comme tout le monde. J'y apprends des informations.

 

01.13  Koen Geens, ministre: Ce n'est pas honnête!

 

Ik ga nu over tot de grond van de zaak.

 

Toen wij in 2015 beslisten om de verjaringstermijn te verlengen, was het enthousiasme minder dan groot. Wij hebben die beslissing toen genomen vanuit de overtuiging dat het mogelijk zou zijn om toch nog de waarheid en gerechtigheid in dit dossier te achterhalen. Wij hebben dat geprobeerd. Het klopt — en er is hier niemand die dat zou kunnen ontkennen — dat de affaire rond de heer Bonkoffsky een nieuw animo heeft gegeven aan het dossier, wat toegelaten heeft om, in samenwerking met de onderzoeksrechter in Charleroi, een nieuw onderzoeksteam op het dossier te zetten en het onderzoek te federaliseren.

 

Volgens mij heeft mevrouw Van Cauter een en ander correct samengevat. De vraag rijst of dergelijke misdrijven onverjaarbaar moeten worden gemaakt. Bij eerdere gelegenheden heb ik al gezegd dat ik bereid ben om daarover na te denken, bijvoorbeeld in geval van seksuele misdrijven, zeker wanneer het om misbruik van kinderen gaat, omdat de slachtoffers zich soms pas veel later zaken herinneren. Seksueel misbruik is niet het onderwerp van vandaag, maar onverjaarbaarheid is voor mij niet onbespreekbaar. Volgens de huidige wetgeving verjaren de feiten in 2025.

 

Mij het enthousiasme herinnerend van 2015 heb ik een uitspraak gedaan om duidelijk te maken dat verdere persheisa nu niet behulpzaam is, evenmin als mij als minister verklaringen te laten afleggen in het Parlement — al ben ik bereid om zo vaak terug te komen als u dat vraagt — op het ogenblik dat er een dynamisch en competent onderzoeksteam met nieuwe energie aan het dossier werkt. Ik moet u niet uitleggen dat, wanneer een raadkamer een zaak ter behandeling krijgt van een parket na een verslag van een onderzoeksrechter, gevolgd door een zaak voor het hof van assisen, een mogelijke cassatie, en nogmaals voor een hof van assisen, wij dan niet te laat moeten starten. Dat heb ik gezegd.

 

Mijnheer Vanden Burre, word ik in mijn uitspraak gesteund door de onderzoekers?

 

Oui, je suis soutenu par la cellule, monsieur Vanden Burre. En effet, les enquêteurs ne travaillent pas pour rien. Il n'entre pas du tout dans mes intentions de créer de faux espoirs. Mais j'invite les gens à prendre un peu de distance et à faire preuve de sérénité par rapport au dossier en ne multipliant pas les déclarations dans la presse. Je regrette énormément que cela se soit produit le jour où je me trouvais à Paris et que M. Peeters ait dû répondre à ma place. Arrêtons les déclarations et ayons confiance dans cette cellule et ces enquêteurs qui – je vous l'assure – sont très compétents, formidables et travaillent comme des fous. Si eux ne peuvent pas résoudre la question, cela se fera peut-être par le biais de la loi sur les repentis: quelqu'un déclarera peut-être un jour quelque chose.

 

Lors d'une émission de la RTBF, j'ai dit qu'il y aurait un projet "Repentis". Je sais que cela vient beaucoup trop tard, comme vous l'avez déclaré dans la presse, madame Lambrecht. Mais vous déposez tant de propositions de loi  qu'il est impossible d'allers plus vite!

 

Cela étant dit, la loi sur les repentis est en route. Vous avez procédé à des auditions à ce sujet. Donc, tout est mis en œuvre à cette fin.

 

Je crois honnêtement et avec conviction que ce procès aura lieu. La cellule le croit. Garantir, c'est autre chose. On ne donne pas de garantie en droit, ni d'obligation de résultat.

 

Vous connaissez toute la logique de la prescription. Sauf si, lors de la législature prochaine, le Parlement décide de rendre ce genre de chose imprescriptible, on sera à nouveau confronté à un problème en 2025. Pour ce qui me concerne, je calcule à partir d'un compte à rebours avec l'appui de la cellule.

 

Pour ce qui concerne les victimes, nous avons organisé une journée d'information, au mois de décembre et au mois de février, avec la cellule du parquet fédéral qui prend soin des victimes, avec les juges d'instruction, avec les procureurs de Liège et de Mons pour leur expliquer l'état des choses. Évidemment, on entrera de moins en moins dans le détail durant l'une ou l'autre période ou lors de l'une ou l'autre journée. Mais le parquet fédéral, avec Mme Pellens et M. Lamiroy, est vraiment excellent en la matière. J'espère donc que la confiance est restaurée. En effet, je comprends très bien que les gens d'Alost, d'Overijse ou de n'importe où en Brabant wallon soient très déçus par ce qui s'est passé durant les trente dernières années. On essaie de restaurer la confiance, mais cela n'est pas évident.

 

Wat betreft de samenwerking en de experts, het volgende. Op dit ogenblik, en ik verklap daarmee geen geheim, pakt de mayonaise zeer goed. Dat wil zeggen dat de onderzoeksrechter van Charleroi, de mensen van het federaal parket en de enquêteurs in een bijzonder goede sfeer samenwerken. De experts van voorheen, over wie u sprak, mijnheer Van Hecke, zijn soms mensen die de pensioenleeftijd nabij zijn, maar die het dossier bijzonder goed kennen en die geen valse pistes bewandelen. Door hun kennis van het verhaal kunnen zij een bijzondere bijdrage leveren tot de oplossing.

 

Ten slotte, wat betreft de historici, had ik u beloofd daarover contact op te nemen. Ik heb dat gedaan en ben bijvoorbeeld op dit ogenblik in contact met de professoren Gerard en Van Doorslaer, maar niet — en dat heb ik hun ook duidelijk gezegd — om dat nog te doen tijdens de enquête.

 

Pas pour le faire encore maintenant - parce que doubler les effets, avoir des approches tout à fait différentes d'un  même dossier, ce n'est pas possible -, mais il faut certainement tenir ces expériences et ces gens "à chaud" pour, le moment venu et le cas échéant, intervenir. Mais je leur ai dit, comme je vous ai dit la fois passée, que je ne suis pas pour un cumul des deux. Toujours prêt à être convaincu du contraire, mais cela sera pour ma part extrêmement compliqué.

 

Tot slot, ik zal de mails desgevallend aan de commissie bezorgen.

 

Mevrouw Smeyers, voor de informatie en de tips moet u zich richten tot info.b-nijvel@just.fgov.be of info.t-brabant@just.fgov.be.

 

Het federaal parket staat ook dag en nacht ter beschikking om tips te ontvangen. De namen die ik genoemd heb, zijn die van de mensen bij het federaal parket die via u of rechtstreeks steeds gecontacteerd kunnen worden.

 

De voorzitter: Vraagt er nog iemand het woord? (Nee)

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

L'échange de vues avec questions jointes se termine à 15.05 heures.

De gedachtewisseling met toegevoegde vragen eindigt om 15.05 uur.