Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Dinsdag 6 maart 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 6 mars 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.06 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 14.06 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

01 Vraag van mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de afspraak met Gerald Knaus van denktank ESI" (nr. 22822)

01 Question de Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le rendez-vous avec Gerald Knaus du groupe de réflexion ESI" (n° 22822)

 

01.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, op 5 december vroeg ik u of u de heer Knaus van de denktank ESI had kunnen overtuigen van de noodzaak om in het kader van het Romeplan, i.e. het plan voor de centraal-mediterrane route, asielaanvragen aan de Europese buitengrensen te behandelen, met aansluitend toewijzing van vluchtelingen na erkenning aan de lidstaten. Ook vroeg ik u of de heer Knaus u had kunnen overtuigen van zijn plan voor bijkomende terugnameakkoorden met Afrikaanse landen. Zo zou men in terugkeer kunnen voorzien vanaf dag X+1.

 

U hebt toen niet geantwoord op die vragen, maar u hebt wel gezegd dat de heer Knaus voorstander is van asielkantoren of asielhubs in Afrika. U bent daar geen voorstander van, wat ons betreft terecht. Ik citeer u even: "Ik ben niet overtuigd van de argumenten van de heer Knaus. Ik ken zelf het Rome- en Maltaplan al vele maanden en ik heb daar eigenlijk nergens een pleidooi in gelezen voor asielkantoren in Afrika. Meer nog, zo'n pleidooi lijkt ons haaks te staan op alles wat de heer Knaus tot nu toe vurig heeft verdedigd, vooral hervestiging".

 

Blijft u erbij dat de heer Knaus voorstander is van asielkantoren of asielhubs in Afrika, waar asielaanvragers erkend zouden worden?

 

Heeft de heer Knaus u kunnen overtuigen van de noodzaak om asielaanvragen al aan de Europese buitengrenzen te behandelen met toewijzing van de erkende vluchtelingen aan de lidstaten? Waarom wel of niet?

 

Heeft de heer Knaus u kunnen overtuigen van de idee om bijkomende terugnameakkoorden met Afrikaanse landen te sluiten?

 

01.02 Staatssecretaris Theo Francken: Ik ben reeds lang overtuigd van het belang om maximaal in te zetten op de externe dimensie van het Europese migratiebeleid, namelijk goedwerkende re-admissie- en terugkeerarrangementen met derde landen die de grootste instroom van illegale economische migratie naar de EU genereren. België is dan ook grote voorstander van een partnerschapsbenadering, waarbij via alle relevante hefbomen geprobeerd wordt de samenwerking inzake re-admissie en terugkeer met de West-Afrikaanse landen te verbeteren. Waar de heer Knaus voor pleit, is een beperking van de re-admissiesamenwerking met derde landen voor al wie na een bepaalde datum in Europa aankomt. Dat komt de facto neer op een collectieve regularisatie van de illegalen die voor een bepaalde datum in Europa zijn toegekomen. Ik kan mij niet voorstellen dat u daar voorstander van zou zijn.

 

Het pleidooi van de heer Knaus voor een Europese asielprocedure aan de buitengrenzen gekoppeld aan een relocatiesysteem van erkende asielzoekers lijkt op het ogenblik politieke en juridische fictie. Hoewel belangrijke aspecten van het asielbeleid vastgelegd zijn in Europese en internationale regelgeving, blijft er ook een belangrijke interpretatiemarge, die meteen aan een nationale soevereiniteit raakt.

 

Ik heb het met de heer Knaus inderdaad ook gehad over de plannen omtrent de behandeling van asielaanvragen voor Europa op het Afrikaanse continent. Dergelijke plannen circuleren wel vaker op Europees vlak. Zoals ik tijdens de vorige commissievergadering uiteengezet heb, ben ik dergelijke voorstellen niet genegen. Als ik mij het goed herinner, deelde u toen mijn mening.

 

01.03  Monica De Coninck (sp.a): Dank u voor het antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "dwang bij de registratie en identificatie van kinderen vanaf 6 jaar" (nr. 22966)

- mevrouw Sarah Smeyers aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de geplande herziening van het Europese migratiebeheer" (nr. 23037)

02 Questions jointes de

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la contrainte lors de l'enregistrement et l'identification d'enfants dès 6 ans" (n° 22966)

- Mme Sarah Smeyers au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le projet de révision de la gestion européenne du phénomène de migration" (n° 23037)

 

De voorzitter: Mevrouw Smeyers is nog niet aanwezig voor het stellen van haar vraag.

 

02.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, er lopen momenteel EU-besprekingen over Eurodac, dat de registratie en identificatie regelt van personen die aankomen in Europa. De registratie zou gebeuren via vingerafdrukken en gezichtsopnames. Er is een voorstel om de leeftijd waarop vingerafdrukken kunnen worden genomen te verlagen van 14 naar 6 jaar. Er is ook discussie over de vraag of dwang kan worden opgelegd om vingerafdrukken of gezichtsopnames van kinderen vanaf de leeftijd van 6 jaar te verkrijgen.

 

Wat is het Belgisch standpunt ter zake? Is dwang voor België gerechtvaardigd? Zo ja, vanaf welke leeftijd en vooral onder welke omstandigheden? Welke waarborgen moeten minstens aanwezig zijn voor België?

 

02.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De Coninck, België staat positief ten opzichte van de herziening van Eurodac. De commissievoorstellen concentreren zich op het verstrengen van Eurodac, wat een meer efficiënte toepassing van het systeem mogelijk maakt, maar er eveneens voor zorgt dat Eurodac een belangrijker instrument wordt voor het monitoren en tegengaan van irreguliere secundaire migratiestromen en het bevorderen van de terugkeer.

 

Het nieuwe voorstel werd binnen de Raad uitgebreid besproken met de lidstaten, waarna de volgende aspecten kunnen worden geïdentificeerd als mogelijkheden voor een efficiënter asiel- en terugkeerbeleid, maar ook als hulpmiddel in de strijd tegen terrorisme en zware misdaad.

 

Ten eerste, de toevoeging van de opslag van biometrische en biografische gegevens van irreguliere migranten die aanwezig zijn op het grondgebied van de lidstaat, met het oog op het vergemakkelijken van de identificatie en de terugkeer en als uitbreiding van de reeds bestaande categorieën.

 

Ten tweede, voor het eerst wordt een verplichting ingevoerd voor de lidstaten om vingerafdrukken te nemen en vervolgens effectief op te slaan in de databank, samen met de naam, nationaliteit, plaats en geboortedatum en informatie over een eventueel reisdocument. Voorts moeten de lidstaten ook een gezichtsfoto in het systeem opslaan, wat situaties kan ondervangen waarbij een persoon weigert vingerafdrukken te geven of er geen heeft. In het geval dat een persoon weigert om mee te werken met het afnemen van vingerafdrukken, voorziet de tekst in het gebruik van administratieve maatregelen, waaronder de mogelijkheid om dwang te gebruiken in lijn met de nationale wetgeving van de lidstaten.

 

De leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken en gezichtsfoto's wordt onder dit voorstel verlaagd van 14 naar 6 jaar. Een dergelijke wijziging zou de autoriteiten kunnen helpen om na te gaan of kinderen die tijdens de reis gescheiden werden van hun ouders zich al dan niet in een andere lidstaat bevinden.

 

Wat de dwang specifiek bij minderjarigen betreft, stellen de Europese Commissie en de Raad in hun voorstellen dat deze niet gedwongen mogen worden om vingerafdrukken af te staan, tenzij in grondig gerechtvaardigde omstandigheden zoals voorzien in de nationale wetgeving. Het Europees Parlement stelt in een apart artikel voor minderjarigen dat de lidstaten geen dwang mogen gebruiken ten aanzien van minderjarigen en dat detentie verboden is. De Belgische wetgeving voorziet in detentie van personen die weigeren hun vingerafdrukken te geven, maar dit geldt niet voor minderjarigen. Begeleide minderjarigen van wie de ouders weigeren mee te werken aan de afname van vingerafdrukken kunnen eventueel naar een FIT-woning worden doorverwezen. Dan rijst de vraag in hoeverre dit als dwang kan worden beschouwd. Ook bij de federale politie is er in de wet geen dwang voorzien voor minderjarigen die weigeren vingerafdrukken te geven.

 

Momenteel voorziet Eurodac in een toegang voor de wethandhavingsdiensten, maar dit louter onder de vorm van consultatie in het geval van zware criminaliteit en terrorisme. Gelet op het feit dat dergelijke diensten niet steeds beschikken over de biometrische data van de dader of het slachtoffer, zou er worden voorzien in de mogelijkheid om alfanumerieke opzoekingen te kunnen verrichten in het kader van het onderzoek.

 

In principe zou, waar mogelijk, een gekleurde scan van een identiteitskaart of reisdocument kunnen worden opgenomen in Eurodac. Dit kan de lidstaten helpen in het kader van de terugkeer. Voor Europol wordt er in een directe toegang tot de Eurodac-databank voorzien. Het voorstel voorziet ook in de afname van biometrische gegevens van hervestigden. In lijn met de toepassing van de hervestigingsvordering is het namelijk nodig de identiteit na te gaan van personen voor wie een lidstaat een admissieprocedure wil opstarten. Dit maakt het eveneens mogelijk dat een lidstaat kan nagaan of een persoon die als illegaal werd aangetroffen op het grondgebied, al dan niet door een lidstaat werd toegelaten in het kader van hervestiging.

 

De onderhandelingen bevinden zich momenteel in de fase van een tripartiet overleg met het Europees Parlement, dat een aantal standpunten inneemt die lijnrecht ingaan tegen deze van de Commissie en de Raad, met name over het gebruik van dwang en de termijn voor opslag van gegevens. Het Europees Parlement sprak daarentegen wel zijn expliciete steun uit voor de directe toegang voor Europol tot de Eurodac-databank, het toevoegen van gezichsfoto's, namen en identiteitsnummers in Eurodac en het afnemen van vingerafdrukken bij kinderen vanaf 6 jaar, teneinde tracing en gezinshereniging mogelijk te maken.

 

02.03  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, dit is een zeer formeel antwoord.

 

Wij weten, voor alle duidelijkheid, dat heel veel kinderen verdwijnen of dat er heel veel kinderen zijn van wie wij geen gegevens hebben. Wij moeten daarover erg bezorgd zijn. Misbruik van kinderen bestaat, en dat moeten wij maximaal voorkomen. Er bestaat ook een soort orgaanhandel ten aanzien van kinderen, wat wij zeker moeten bestrijden.

 

Het nemen van vingerafdrukken en van foto’s van kinderen vanaf 6 jaar is een concreet middel om ervoor te zorgen dat kinderen ten minste in een databank zijn opgenomen en blijvend kunnen worden getraceerd. Op zich kunnen wij dus niet tegen die maatregel zijn. Er is echter ook het element dwang. In welke mate moeten kinderen worden gedwongen vingerafdrukken te laten nemen? Op dat vlak zouden wij een aantal kwalitatieve voorwaarden moeten vastleggen, onder andere ervoor zorgen dat bij die kinderen vertrouwen kan worden geschapen; hen aanspreken in een taal die zij verstaan; duidelijk maken dat het niet de bedoeling is hen in de gevangenis te stoppen of op te sluiten; duidelijk maken dat zij een aantal rechten hebben en ervoor zorgen dat een voogd aanwezig is, vooral bij niet-begeleide minderjarigen.

 

Ook vanuit België moeten een aantal kwalitatieve criteria worden vastgelegd, indien men van kinderen vanaf 6 jaar vingerafdrukken wil nemen of foto’s wil maken, om in een databank op te nemen. Hier gaat het immers niet over terrorisme. Het kan over misdaad gaan, vooral dan bij het verhandelen en het misbruiken van kinderen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 22967 van mevrouw De Coninck wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

03 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de terugkeercijfers" (nr. 23049)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de terugkeercijfers van 2017" (nr. 24064)

03 Questions jointes de

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les statistiques de rapatriements" (n° 23049)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les statistiques de rapatriements de 2017" (n° 24064)

 

03.01  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, graag had ik van u de terugkeercijfers van 2017 vernomen, opgedeeld naargelang terugkeer – al dan niet gedwongen – met vermelding van het herkomst­land, volgens de Dublin-akkoorden, volgens bilateraal akkoord, het totaal, de terugdrijvingen, de vrijwillige terugkeer, de tussenstaat­overbrengingen en het algemeen totaal.

 

Ook had ik graag vernomen welke uw ambitie is voor respectievelijk de gedwongen en de vrijwillige terugkeer in 2017. Hebt u uw ambities kunnen waarmaken? Eerder zei u bijvoorbeeld dat de verhoogde capaciteit u in staat moest stellen om nog duizend personen extra gedwongen te verwijderen. Wat is uw ambitie voor gedwongen en vrijwillige terugkeer in 2018?

 

Bij die vraag zijn er vragen samengevoegd over de terugkeercijfers van 2017. Die vragen zijn opgesplitst in deelvragen, waarmee ik heel veel cijfers opvraag. Die vragen heb ik als schriftelijke vragen ingediend, maar ik heb daarop geen antwoord gekregen. Om die reden herneem ik ze nu als mondelinge vragen. Ik kan er wel mee leven als u die vragen schriftelijk beantwoordt. Ik zou in ieder geval graag hebben dat er geantwoord wordt. De termijn is verlopen op 16 februari. Daarom stel ik de vraag mondeling. Als u de cijfers op papier kunt geven, dan is dat voor mij ook goed.

 

03.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mevrouw De Coninck, wat betreft onze ambitie voor gedwongen terugkeer in 2018, is het de bedoeling om een special flight per week in te leggen en 150 gevangenen per maand, in totaal dus 1 800, terug te sturen. Er zijn 80 tussenstaatse overbrengingen gepland en, wat de repatriëringen betreft, 21 effectief uitgevoegde escortes (DEPA), per week, 85 effectief uitgevoegde verwijderings­operaties zonder escorte (DEPU), per week, en 150 effectieve verwijderingsoperaties per week. Het aantal repatriëringen, terugdrijvingen en tussenstaatse overbrengingen bedraagt samengeteld 7 800 op een jaar. Wat de vrijwillige terugkeer betreft, rekenen we op 400 personen per maand of 4 800 per jaar. De gedwongen en vrijwillige terugkeer samen bedraagt dus 12 600 voor 2018. Dat is de ambitie. Het cijfer voor de zelfstandige terugkeer bedraagt 1 600. Het algemeen totaal bedraagt dus ongeveer 14 200 terugkeerders. Dat is de doelstelling voor 2018.

 

De eerste twee maanden waren niet op dat niveau. Ik leg de lat altijd zeer hoog. Wij zullen zien of ik die haal, maar tot nu toe gingen de cijfers elk jaar in stijgende lijn.

 

Is het gelukt om 1 000 extra personen gedwongen te verwijderen? Ja, het waren er 5 894 in 2015 en 6 977 in 2017. Dat zijn er meer dan 1 080 meer. De extra plaatsen helpen dus effectief om meer mensen gedwongen te verwijderen.

 

Ik heb ook nog een tabel met de terugkeercijfers voor 2017. Er waren in totaal 4 503 repatriëringen, 2 474 terugdrijvingen en 4 033 vrijwillige vertrekken. Het algemeen totaal, met de tussenstaatse overbrengingen erbij, 59, bedraagt 11 069.

 

We blijven in stijgende lijn gaan. In 2016 was het 10 907. In 2015 was het 10 125. In 2014 was het 8 758. In 2013 was het 10 483. Ik hoop de grens van 12 000 te bereiken: 1 000 per maand in 2018. Hopelijk lukt dat.

 

03.03  Monica De Coninck (sp.a): Als ik het goed begrijp, schommelt het rond de 10 000.

 

03.04 Staatssecretaris Theo Francken: 11 000.

 

03.05  Monica De Coninck (sp.a): 11 000 vorig jaar.

 

03.06 Staatssecretaris Theo Francken: En 10 900 in 2016. Dat is eerder 11 000 dan 10 000.

 

03.07  Monica De Coninck (sp.a): Ik kan die cijfers niet zo snel noteren en vergelijken. Het komt dus neer op rond 10 000 en 12 000 in 2018.

 

03.08 Staatssecretaris Theo Francken: Dat zullen we zien. Dat is mijn ambitie. Men moet hoog mikken in het leven, want de pijl valt bij het vliegen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het uitwijzen van families met schoolgaande kinderen" (nr. 23078)

04 Question de M. Stefaan Vercamer au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'expulsion de familles avec enfants scolarisés" (n° 23078)

 

04.01  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, de voorbije weken berichtten de media eens te meer over een Albanees gezin uit Oudenaarde met drie schoolgaande kinderen van 3 tot 11 jaar dat door uw diensten werd opgepakt voor overbrenging naar een terugkeerwoning met het oog op de uitwijzing naar Albanië.

 

Er zijn al verscheidene malen problemen gerezen omtrent de praktijk waarbij gezinnen die al jaren – in dit geval zeven jaar – op ons grondgebied verblijven en zich al dan niet in een procedure bevinden, worden uitgewezen Hierbij zijn vaak kinderen betrokken die hier geboren zijn – dat is ook zo bij het Albanese gezin – en totaal geen band hebben met het herkomstland. Ze spreken zelfs niet eens de taal van dat land. Wij vinden daarom dat ook het belang van het kind in overweging moet worden genomen.

 

Dat is ook de mening van de heer Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs, die aanklaagt dat, als leerlingen er van de ene dag op de andere niet meer zijn, dat niet alleen traumatiserend is voor de uitgewezen kinderen, maar ook voor hun klasgenoten. Verschillende instanties vragen menselijke oplossingen voor dergelijke situaties. CD&V heeft ook al meermaals gevraagd om op zijn minst die kinderen de kans te bieden het schooljaar af te ronden of een opleiding te beëindigen.

 

Bent u bereid om alsnog het beleid rond de uitwijzingen van families met schoolgaande kinderen te herzien, zodat zij op zijn minst de mogelijkheid hebben om het schooljaar te voleindigen?

 

Welke mogelijke oplossingen ziet u voor de schrijnende uitwijzing van dikwijls goed geïntegreerde kinderen?

 

04.02 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer Vercamer, ingaan op de vraag om geen schoolgaande kinderen te verwijderen tijdens het schooljaar, zou neerkomen op een regularisatie de facto. Mijn diensten zouden voor schoolgaande jongeren enkel tijdens de zomervakantie de terugkeer mogen organiseren. Die twee maanden zijn te kort om iemand die niet meewerkt, te verwijderen. Zo zijn de vluchten in de zomervakantie meestal volzet en kan voor sommige landen moeilijk een ticket worden geboekt, zeker wanneer het om families gaat. Een dergelijke beslissing zou betekenen dat dergelijke families gedoogd worden tijdens het schooljaar en opvang zouden krijgen. Dat zou een zeer sterke aantrekkingskracht uitoefenen op de illegalen in andere Europese lidstaten.

 

De volgende regels worden toegepast. Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen worden niet gedwongen verwijderd. Zij krijgen een voogd toegewezen. Samen met de voogd wordt gezocht naar een oplossing. Dat kan een vrijwillige terugkeer zijn. Minderjarige kinderen die deel uitmaken van een gezin, volgen de beslissing van de ouders. Voor de periode vanaf de paasvakantie kunnen bepaalde gezinnen die nog een geldig bevel hebben om het grondgebied te verlaten, vragen om de geldigheid van het bevel te verlengen tot het einde van het schooljaar. Indien alle minderjarigen het recht zouden krijgen om hun schooltijd af te maken, kan dat erop neerkomen dat het merendeel van die families wordt geregulariseerd of moet worden geregulariseerd. Als ieder kind zijn schooltijd moet afmaken, is de periode van de gedoogtijd zo lang dat het alleen maar moeilijker wordt, bijna onmogelijk en moreel onverantwoord, om ze nadien terug te sturen. Er geldt twaalf jaar schoolplicht in dit land. Na een verblijf van minstens twaalf jaar tot zelfs vijftien of zestien jaar, als er ook broers of zussen zijn, neem ik aan dat niemand zal voorstellen om hen dan nog terug te sturen.

 

Het probleem ontstaat als de ouders geen gevolg geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten. In het geval van het Albanese gezin, waarnaar u verwijst, wist de familie al na drie maanden dat zij moest terugkeren. Men kan dus moeilijk spreken van een verantwoordelijkheid van de overheid, van een lange asielprocedure of van een verantwoordelijkheid van onze asieldiensten, quod non.

 

De familie ging tegen die beslissing in beroep. Dat is uiteraard haar goed recht. Na drie maanden werd de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken in beroep bekrachtigd en bevestigd door de RvV. Na zes maanden, inclusief beroepsprocedure, wist het gezin waar zij aan toe was. In de meeste andere landen – het Duitsland van mevrouw Merkel – duurt dat iets langer. Bij ons kwam er na zes maanden al een definitief nee. Zes maanden na aankomst had het gezin dus vrijwillig kunnen vertrekken. In plaats van dat te doen, diende de familie telkens opnieuw nieuwe verblijfsaanvragen in, telkens uiteraard met een negatieve beslissing tot gevolg.

 

Men gaat in de discussie telkens voorbij aan het feit dat de ouders ook verantwoordelijkheid dragen, in eerste instantie om hun kinderen weg te nemen uit het land van herkomst en ermee een onzekere toekomst te willen opbouwen in België.

 

De erkenningsgraad voor Albanezen bedraagt al heel veel jaren minder dan 5 %. Toch koos het gezin ervoor om hier asiel aan te vragen. Die kans was zeer klein en dat wist het gezin ook toen het hierheen kwam. Ik ben de jongste jaren heel vaak in Albanië geweest en ik heb met heel veel Albanese gezinnen gepraat. Zij zijn er goed van op de hoogte dat de kans op asiel niet heel groot is. De kinderen komen in een land terecht waar zij geen band mee hebben en waarvan zij de taal niet spreken. Wanneer men dan een negatieve beslissing krijgt, moet men die onmiddellijk opvolgen. Op dat moment is er nog geen band met België. Het is echter de beslissing van sommige ouders dat niet te doen, met alle gevolgen van dien.

 

Wat de kinderen betreft die hier geboren worden met ouders in illegaal verblijf, gaat men opnieuw totaal voorbij aan de verantwoordelijkheid van de ouders. Het is hun keuze. Zij zijn verantwoordelijk voor hun kinderen. Zij kunnen terugkeren en hun kinderen krijgen in het land van herkomst.

 

Ik wil vooral inzetten op het correct informeren van de vreemdelingen die een bevel het grondgebied te verlaten betekend krijgen. Voor hen is illegaal verblijf in België niet mogelijk. De vrijwillige terugkeer is de beste oplossing. Wie een bevel krijgt het grondgebied te verlaten, krijgt een termijn van 30 dagen om het grondgebied vrijwillig te verlaten. Als men daar geen gevolg aan geeft, zal de Dienst Vreemdelingenzaken de huidige praktijk van vasthouding in de woning voortzetten. In de toekomst zullen wij gezinnen kunnen vasthouden in een gesloten structuur. Als alle andere middelen zijn uitgeput, zal ik dan alsnog een gedwongen verwijdering kunnen organiseren.

 

Ik ken uw casus, mijnheer Vercamer. Ik ken het dossier zeer goed. Het is al een tijdje in de actualiteit. Het gezin is na zes maanden volledig uitgeprocedeerd en heeft verscheidene bevelen blijvend genegeerd. Men heeft de kinderen gebruikt als instrument om een bepaalde emotie op te wekken.

 

Als u morgen als ouder beslist geen belastingen te betalen en het wijs vindt om het bevel tot betaling niet op te volgen, dan komt na vijf jaar en verscheidene bevelen tot betaling de deurwaarder langs om uw huis in beslag te nemen en ervoor te zorgen dat u naar een noodwoning van het OCMW moet verhuizen. Dat is ook een zeer traumatische belevenis voor de kinderen. Die kinderen treft geen enkele schuld voor de beslissing van de ouders om geen belastingen te betalen aan de fiscus. Het is een heel traumatische ervaring wanneer hun huis wordt afgenomen en ze misschien de gemeente worden uitgezet, terwijl heel het dorp erop zit te kijken en ze naar een noodwoning worden gebracht, die in niets te vergelijken is met de kinderkamer die ze hadden, maar wie zijn verantwoordelijkheid is dat? Het is de verantwoordelijkheid van de ouders, die beslissen om de belastingen niet te betalen. Dat is een gelijkaardige situatie.

 

Wij hebben het betrokken gezin zelfs nog voorgesteld om te vertrekken aan het begin van de schoolvakantie, dus afgelopen zomer. Wij hebben het een heel concreet voorstel gedaan, waarop het niet is ingegaan. Het gezin blijft kiezen voor de illegaliteit en vroeg of laat stopt dan het verhaal. Dat is wat ik daarop zeg.

 

U kunt argumenteren dat ik een discretionaire bevoegdheid heb om te regulariseren. Ik heb die, maar ik heb het dossier van alle kanten bekeken en ik zie hier geen objectieve grond voor regularisatie. Ik zou het moeilijk aan mijn administratie uitgelegd krijgen, mocht ik dat gezin regulariseren nadat het zes maanden asielprocedure doorliep, beroepsinstantie erbij geteld, een neen kreeg en tot in het oneindige bleef procederen.

 

Er moet altijd een balans zijn. Ik ben ervan overtuigd dat ook u pleit voor een balans tussen de toepassing van het recht en de nodige humanitaire reflex en liefdadigheid, die er moeten zijn in heel de immigratieproblematiek. Ik zie in het aangehaalde dossier persoonlijk alvast geen andere oplossing dan dewelke wij nu hebben bepleit en ik heb het dossier heel grondig bekeken.

 

04.03  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord.

 

Uw vergelijking met de fiscus gaat niet op. Ik begrijp dat het uitgangspunt voor uw benadering de keuze van de betrokken ouders is. Men kan daarover veel zeggen, alleen zijn de kinderen daarvan het slachtoffer en gaat men voorbij aan een aantal essentiële basisrechten voor kinderen, die gelijk wanneer zullen gelden. Ook in uw vergelijking met de fiscus zullen de rechten van de kinderen blijven gelden. Daaraan gaat u in dit geval voorbij.

 

Ik vind het betreurenswaardig dat men het dossier alleen vanuit de verantwoordelijkheid van de ouders bekijkt en niet vanuit de basisrechten van de kinderen.

 

04.04 Staatssecretaris Theo Francken: Welke basis­rechten worden er volgens u dan geschonden? Welk basisrecht van een kind werd er geschonden? Dat wil ik dan toch wel eens horen. U verwijt mij hier de schending van basisrechten van kinderen bij verwijderingsoperaties van gezinnen met kinderen. Het gaat uiteraard niet alleen over de casus die u aanhaalt; zo zijn er honderden per jaar. Welke basisrechten worden er daarbij geschonden?

 

04.05  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik raad u aan om al de verslagen te lezen die u toegestuurd hebt gekregen van de Kinderrechtencommissaris en van een heel aantal andere instanties, die heel duidelijk omschreven hebben welke die basisrechten zijn. Het gaat onder meer om het recht op onderwijs en om het recht op een menswaardig leven, ook als kind.

 

04.06 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer Vercamer, die verslagen heb ik gezien. Het recht op onderwijs staat echter niet boven het recht op verblijf. Het klopt dus niet dat iedere minderjarige die recht heeft op onderwijs in de wereld, naar België kan migreren en dan ook een verblijf kan vereisen. Het ene leidt tot het andere. Wie hier een verblijfsrecht heeft als kind, ook al bevindt de procedure zich in dubio of in een grijze zone, kan inderdaad het recht op onderwijs laten gelden. Dat neemt echter niet het voorrecht weg van de overheid om het bevel om het grondgebied te verlaten, effectief in de praktijk om te zetten.

 

Geen enkele rechtsspraak zegt dat er een basisrecht geschonden is. Dat zijn allemaal heel creatieve, zeer brede interpretaties vanuit erg eenzijdige hoek, waardoor ik met de regering het verwijt krijg dat wij de basisrechten van kinderen zouden schenden. Dat gaat zeer ver. In die redenering zou het recht op onderwijs ertoe leiden dat kinderen sowieso het recht hebben om hier te blijven. Volgens mij zou dat niet verstandig zijn en het komt alleszins niet overeen met het beleid zoals dat in de afgelopen vijftig of zestig jaar in België is toegepast. Als er een beleidswijziging voorgesteld wordt door deze of gene, dan zou ik dat graag vernemen.

 

De Kinderrechtencommissaris geeft interpretaties weer op het vlak van de absoluutheid van de grondrechten van kinderen. Dat is een zeer eenzijdige interpretatie die in de Europese richtlijnen nergens een grond heeft en evenmin in onze Belgische Grondwet of in andere Belgische wetten.

 

04.07  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, het is wel zeer eigenaardig dat in erg vergelijkbare casussen er in het ene geval wel rekening wordt gehouden met de rechten van de kinderen en in de andere gevallen niet. Op zijn minst zouden er enkele eenduidige criteria kunnen komen, of kunt u verwijzen naar eenduidige criteria waarop u zich baseert om in het ene geval wel en in het andere geval niet als dusdanig te beslissen?

 

04.08 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer Vercamer, de instructies aan mijn administratie zijn duidelijk. Op het vlak van regularisatie gaat het om twee jaar verblijf met kinderen, een asielprocedure langer dan twee jaar als er kinderen zijn en drie jaar als alleenstaande. Die instructie bestaat al jaar en dag, ik heb die instructie nooit gewijzigd. Het is een van de belangrijke instructies op het vlak van regularisatie.

 

De voorzitter: Het laatste woord komt altijd het Parlementslid toe. Mijnheer Vercamer, het allerlaatste woord dan?

 

04.09  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, u moet mij dan eens uitleggen waarom u in het ene geval kinderen die hier zeven jaar verblijven, wel de gelegenheid geeft om hier verder onderwijs te volgen en in andere gelijkaardige gevallen niet. Wat zijn de eenduidige richtlijnen waarop u zich baseert om die twee gevallen heel verschillend te behandelen?

 

04.10 Staatssecretaris Theo Francken: Ik begrijp dat u geen expert in vreemdelingenrecht bent, dat neem ik u ook niet kwalijk. De duur van de procedure en niet de duur van het verblijf speelt een rol. De duur van de procedure: twee jaar of drie jaar. Dat is toch heel duidelijk. Hier was het zes maanden, mijnheer Vercamer.

 

04.11  Stefaan Vercamer (CD&V): Voor die kinderen maakt dat geen verschil.

 

04.12 Staatssecretaris Theo Francken: U komt hier een keer in de commissie binnengewaaid om hier eens even uw waarheid te zeggen, allemaal goed en wel.

 

04.13  Stefaan Vercamer (CD&V): Ik ben bekommerd om de situatie van kinderen. Een procedure van drie jaar of van vijf jaar maakt voor die kinderen niet uit. Voor de kinderen maakt het uit dat ze hier zeven jaar zijn en dat ze hier geboren zijn.

 

De voorzitter: Individuele dossiers worden best niet in een algemene vraag besproken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- M. Marco Van Hees au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la vérification de l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme" (n° 23134)

- M. Marco Van Hees au premier ministre sur "la vérification de l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme" (n° 23135)

- M. Benoit Hellings au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'arrêt de la Cour de cassation du 31 janvier 2018 concernant les rapatriements forcés de ressortissants soudanais" (n° 23438)

- M. Raoul Hedebouw au premier ministre sur "les expulsions et la collaboration avec le Soudan" (n° 23475)

- M. Raoul Hedebouw au premier ministre sur "les expulsions et la collaboration avec le Soudan" (n° 23482)

- M. Olivier Maingain au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le suivi du rapport du Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides relatif au respect du principe de non-refoulement dans l'organisation des retours de personnes vers le Soudan" (n° 23740)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les expulsions vers le Soudan" (n° 23814)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la tentative récente d'expulsion vers le Soudan" (n° 24045)

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le suivi du rapport sur le Soudan" (n° 24062)

- Mme Monica De Coninck au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les Soudanais rentrés au pays" (n° 24063)

- M. Wouter De Vriendt au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "une expulsion vers le Soudan" (n° 24070)

- Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les éloignements de Soudanais" (n° 24082)

05 Samengevoegde vragen van

- de heer Marco Van Hees aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de verificatie van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens" (nr. 23134)

- de heer Marco Van Hees aan de eerste minister over "de verificatie van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens" (nr. 23135)

- de heer Benoit Hellings aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het arrest van het Hof van Cassatie van 31 januari 2018 betreffende de gedwongen repatriëring van Sudanezen" (nr. 23438)

- de heer Raoul Hedebouw aan de eerste minister over "de uitwijzingen en de samenwerking met Sudan" (nr. 23475)

- de heer Raoul Hedebouw aan de eerste minister over "de uitwijzingen en de samenwerking met Sudan" (nr. 23482)

- de heer Olivier Maingain aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de follow-up van het rapport van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen met betrekking tot de naleving van het non-refoulementbeginsel bij de organisatie van de terugkeer van personen naar Sudan" (nr. 23740)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitzettingen naar Sudan" (nr. 23814)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de recente poging tot uitzetting naar Sudan" (nr. 24045)

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de opvolging van het Sudanrapport" (nr. 24062)

- mevrouw Monica De Coninck aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de teruggekeerde Sudanezen" (nr. 24063)

- de heer Wouter De Vriendt aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "een uitwijzing naar Sudan" (nr. 24070)

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de uitzettingen van Sudanezen" (nr. 24082)

 

05.01  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, après l'Open Vld, il semble que ce soit au CD&V que vous vous attaquez. L'ambiance dans la majorité est intéressante… Mais revenons à nos moutons!

 

Depuis plusieurs mois, vous procédez à des rapatriements de Soudanais, au motif que ces ressortissants n’avaient pas introduit de demande d’asile sur notre territoire.

 

Une personne d’origine soudanaise menacée d’expulsion a introduit un recours. Ce 31 janvier, la Cour de cassation vous a donné tort et a confirmé le jugement déjà rendu par la cour d’appel à ce sujet. Le jugement indique que vous avez essayé, dans au moins un cas, d’extrader un ressortissant soudanais sans avoir dûment vérifié qu’il ne courait aucun risque de torture, de traitements inhumains ou dégradants – en vertu de l’article 3 de la Convention européenne de sauvegarde des droits de l’homme et des libertés fondamentales.

 

Lors d’un échange que nous avons eu ensemble les 3 et 25 octobre et le 17 janvier derniers, vous aviez confirmé votre interprétation très restrictive et sommaire de l’application de cet article 3. La Cour de cassation vous donne tort et estime que la charge de la preuve réside bien du côté de l’État, pas de la personne concernée. L’État belge s’est officiellement mis hors la loi en voulant expulser des personnes qui pourraient voir leurs droits fondamentaux remis substantiellement en cause une fois de retour au Soudan. Ce jugement de la plus haute instance judiciaire du pays fait désormais jurisprudence dans tous nos arrondissements judiciaires.

 

J'ajoute en complément de ma question du 2 février que le rapport, qui a été rendu public dans cette commission le 9 février au sujet des cas potentiels de mauvais traitements infligés à des personnes renvoyées de Belgique au Soudan, confirme que vous n'avez pas respecté l'application de l'article 3. Il conclut que tout doit être mis en œuvre pour que la Belgique le respecte mieux à l'avenir. Pour être de bon compte, monsieur le secrétaire d'État, je reconnais que le rapport se montre extrêmement critique quant à la véracité des cas soulevés.

 

D'où, monsieur le secrétaire d’État, mes questions. Combien de Soudanais sont-ils encore détenus en centre fermé à ce jour? Pourriez-vous détailler ce chiffre pour chaque centre?

 

Ensuite, ce jugement va-t-il modifier la façon dont les rapatriements des Soudanais sont envisagés par l’Office des Étrangers, quel que soit leur lieu de détention actuel en Belgique ? En clair, allez-vous arrêter ces opérations?

 

Enfin, donnerez-vous l’ordre à l’Office des Étrangers en général et à son directeur en particulier – puisque, selon ses propres mots, c'est lui qui est "porteur de la ligne de l'analyse sommaire de l'article 3" – d'en modifier la méthode de vérification, en vous appuyant sur la note de l’Office des Étrangers du 24 octobre 2017, que nous connaissons bien?

 

L'Office des Étrangers mettra-t-il fin à l'analyse sommaire du respect de ce fameux article 3? Enfin, quelles dispositions administratives ont-elles été prises à cet égard depuis lors pour mieux appliquer l'article 3, comme vous le demande également le rapport de l'instance indépendante du CGRA à propos des Soudanais rapatriés dans leur pays?

 

De voorzitter: De heer Hedebouw is niet aanwezig.

 

Het woord is aan mevrouw De Coninck.

 

05.02  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb deze vraag schriftelijk ingediend op 12 januari. Dat is de reden waarom ik ze nu mondeling stel.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik vraag naar een overzicht en een aantal gegevens van Soedanezen die terugkeren naar Soedan, na identificatie door de Soedanese missie. Ik wou hierover een aantal gegevens krijgen.

 

Ik had van alle betrokkenen de datum van hun laatste aanhouding willen weten, eventueel ook voorgaande, en dit uiteraard anoniem. Betreft het een persoon wiens asielaanvraag werd geweigerd, dan wel een voormalige Dublin-case, of iemand die nooit asiel aanvroeg? Indien er aanvankelijk sprake was van een Dublin-case, waarna alsnog werd uitgezet, in welke omstandigheden gebeurde dit dan?

 

Ik had ook graag een overzicht gekregen van de bevelen om het grondgebied te verlaten sinds die laatste aanhouding, alsook de datum van het definitief worden van het BGV.

 

Na een arrest van de Raad voor Vreemdelingen­betwistingen zou de Dienst Vreemdelingenzaken de motivaties hebben herschreven voor de toen uit te wijzen Soedanezen. Gebeurde dit hier? Werd er een nieuw bevel om het grondgebied te verlaten geschreven, met een nieuwe termijn om RvV-beroep aan te tekenen?

 

Voor de verschillende dossiers had ik graag de datum gekend van het instellen van eventueel RvV-beroep, de datum van de RvV-uitspraak en het resultaat ervan.

 

Graag ook de datum van het instellen van andere gerechtelijke procedures? Bij welke gerechtelijke instanties gebeurde dit? Wat is de datum van de uitspraak en het resultaat daarvan?

 

Wat is de datum van het interview door de Soedanese missie?

 

Wat is de datum van het artikel 3 van het EVRM-onderzoek en de conclusie ervan?

 

Werd de herkomstregio eventueel vastgesteld? Zo ja, welke was die?

 

Bevat de laissez-passer een specifieke gemeente en uit welke regio was dit dan?

 

Op welke wijze gebeurde de terugkeer: vrijwillig, gedwongen zonder escorte, gedwongen met escorte enzovoort?

 

Wat was de datum van terugkeer? Indien er meerdere pogingen zijn ondernomen, had ik ook daarvan graag een overzicht gekregen.

 

Wat was de concrete wijze van begeleiding na uitzetting? Gebeurde dit via het ERIN-netwerk of de UN?

 

Wat was de wijze van opvolging na uitzetting via de ambassade en haar netwerken?

 

05.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ik heb twee vragen. De eerste gaat over de algemene opvolging van het Soedanrapport en de tweede over een concreet geval van uitwijzing.

 

Wat het rapport betreft, zijn de feiten gekend. Begin februari werd het rapport overgemaakt aan de regering. Daarin stonden een aantal zeer duidelijke punten van kritiek over de manier waarop Soedanezen worden gerepatrieerd die geen asiel hebben aangevraagd in ons land. Er was ook kritiek met betrekking tot de samenwerking met Soedan, de identificatie­missies enzovoort.

 

De premier kondigde daarop in het parlement een beleidswijziging aan op zeven punten. Het belangrijkste is natuurlijk dat er een grondige toetsing moet gebeuren aan artikel 3 van het EVRM, voorafgaand aan de terugwijzing.

 

Ik heb hierover de volgende vragen.

 

Hoe ver staat u met de implementatie van de aanbevelingen van het rapport en van de zeven beleidswijzigingen die de premier aankondigde? Hoe zal de bijkomende toetsing aan artikel 3 gebeuren? Wie zal dat precies doen?

 

Voor welke nationaliteiten zal de bijkomende toetsing gelden? De aanbeveling van het commissariaat-generaal was om dit zeker te doen voor problematische landen, wat Soedan overduidelijk is. Voor ons is dat ook het minimum. Hebt u er zicht op welke deze problematische landen kunnen zijn? Of zal deze toetsing gebeuren voor alle nationaliteiten, voor alle mensen die zullen worden gerepatrieerd en die geen asielprocedure hebben doorlopen?

 

Staan er nog identificatiemissies gepland momenteel? Zo ja, door welke landen?

 

Zijn de modaliteiten voor dit soort identificatie­missies aangepast, te weten dat bij een ondervraging zowel een tolk aanwezig moet zijn als een ambtenaar van de DVZ, die zich binnen gehoorafstand moet bevinden, en dat de toetsing aan artikel 3 plaatsvindt voordat de persoon wordt blootgesteld aan de identificatiemissie?

 

Zijn er sinds 9 februari al Soedanezen gerepatrieerd die geen asiel hadden aangevraagd? Zo neen, wanneer zal dit volgens u opnieuw mogelijk zijn?

 

Mijn tweede vraag gaat over een concreet geval van uitwijzing, waarvoor ik me baseer op een verslag uit Knack waarin melding wordt gemaakt van een Soedanese uitgeprocedeerde asiel­zoeker.

 

Hier gaat het dus wel om iemand die asiel had aangevraagd. Hij zou worden gerepatrieerd naar zijn land. Uit het dossier zou blijken dat er voorafgaand aan de repatriëring geen toetsing aan artikel 3 had plaatsgevonden. De DVZ reageerde dat die toetsing deel had uitgemaakt van de asielprocedure bij het commissariaat-generaal. Tot daar kunnen we volgen.

 

Achteraf bleek dat de man zich had uitgegeven als Eritreeër en dat de toetsing, en dus de asielprocedure, betrekking had op die vermeende nationaliteit. Hij werd uiteindelijk door de Soedanese identificatiemissie als Soedanees geïdentificeerd. Dan komt het. Zeven dagen nadat de advocaat het ontbreken van de toetsing had gemeld, had de Dienst Vreemdelingenzaken alsnog een onderhoud met de man over het risico dat hij in Soedan zou kunnen lopen bij een repatriëring. Er is, met andere woorden, geen toetsing gebeurd eenmaal duidelijk was dat de man de Soedanese nationaliteit had. Toch wilde men hem uitwijzen.

 

Ik heb hierover vier vragen.

 

Ten eerste, het is duidelijk dat voor mensen die asiel hebben aangevraagd maar dat niet hebben verkregen en moeten worden teruggestuurd, de toetsing aan artikel 3 kan gebeuren door het commissariaat-generaal in het kader van de normale asielprocedure. Gebeurt dit systema­tisch? Verschijnt er een neerslag van deze toetsing in het dossier bij de DVZ?

 

Ten tweede, op het moment dat alles in gereedheid werd gebracht voor een repatriëring, wist de DVZ dat de man Soedanees is en geen Eritreeër. Waarom ging de Dienst Vreemdelingen­zaken er dan van uit dat de toetsing aan artikel 3, als Eritreeër, kon volstaan? Stond de DVZ werkelijk op het punt een Soedanees te repatriëren terwijl de dienst overduidelijk wist dat zijn risico op onmenselijke behandeling in Soedan niet was onderzocht? Dat trouwens na de nota van het commissariaat-generaal eind oktober vorig jaar, waaruit blijkt dat er in Soedan een zeer groot probleem is qua risico op foltering.

 

Ten derde, heeft de Dienst Vreemdelingenzaken momenteel überhaupt al de mogelijkheid om zelf dergelijke toetsingen te doen? Zo neen, waarom heeft de DVZ deze persoon dan toch in dat kader ondervraagd?

 

Ten vierde, hoe is de identificatie van de man als Soedanees precies gebeurd? Is de identificatie door de Soedanese identificatiecommissie gebeurd in de kantoren van DVZ? Hebt u kunnen achterhalen of daar een tolk bij aanwezig was, evenals een ambtenaar van DVZ, wetende dat de aanbevelingen uit het rapport kort nadien werden gepubliceerd?

 

De voorzitter: Mevrouw De Coninck, ik was in de veronderstelling dat u al uw vragen had gesteld. U hebt echter meerdere vragen en hebt me laten weten dat een aantal vragen nog niet gesteld is.

 

Ik geef u het woord voor de andere vragen.

 

05.04  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, de heer De Vriendt heeft zijn vragen allemaal na elkaar gesteld. Een deel van mijn vragen zat eigenlijk tussen zijn vragen.

 

Ik had een vraag en deelvragen die heel gelijkaardig zijn aan de laatste vraag die de heer De Vriendt heeft gesteld. Ik zal ze dus niet herhalen. De vragen zijn echter vrij identiek. Ik had ook nog een andere vraag. Alles is hier onder Soedan geklasseerd, maar dat is heel breed, namelijk Soedan in het verleden en de Soedanprocedure in de toekomst. Ik heb vooral over de toekomstige procedure een aantal vragen.

 

Ten eerste, over de aanwezigheid van de DVZ tijdens het interview was eerder al duidelijk geworden dat geen tolk aanwezig was tijdens de interviews door de Soedanese identificatie­commissie. Mijnheer de staatssecretaris, u verklaarde echter wel dat de mensen van de DVZ ”zware verklaringen” zouden begrijpen op een andere manier en puur verbaal. Nu lezen wij in het CGVS-rapport dat de DVZ-ambtenaren niet altijd heel dicht in de buurt waren. Hoe rijmt u die twee uitspraken met elkaar? Hoe kunnen DVZ-ambtenaren die niet heel dichtbij in de buurt zijn, op een andere manier en puur verbaal begrijpen wat er gebeurt? Hoe ver bevonden de DVZ-ambtenaren zich dan wel?

 

Ten tweede, over het onderzoek naar de praktijk in andere lidstaten verklaarde eerste minister Michel tijdens de commissievergadering net voor de krokusvakantie dat de regering nog niet alle informatie over de tenuitvoerlegging van artikel 3 van het EVRM in andere landen heeft. De commissaris-generaal verklaarde daarover dat de conclusie daarbij was dat het interessant is naar good practices op zoek te gaan. Dat vergt echter een andere manier van contact nemen en onderzoek voeren dan het sturen van een query, waarop de antwoorden in het algemeen heel kort zijn. Hebt u ondertussen meer informatie? Zal een aangepast overzicht naar de leden van de commissie voor de Binnenlandse Zaken worden gestuurd? Werd, zoals de commissaris-generaal toelichtte, ondertussen met individuele lidstaten contact opgenomen? Wat leverden ze op? Werd een best practice gevonden?

 

Ten derde, over het onderzoek naar het aan te passen artikel 3 van het EVRM moeten er volgens onze commissaris-generaal meer vragen en meer onderzoek komen voor landen met een bepaald onveiligheidsniveau. Is er al duidelijkheid over de samenwerking tussen de DVZ en het commissariaat-generaal? Welke taakverdeling zal er zijn? Zal het commissariaat-generaal, in bepaalde omstandigheden, na een DVZ-filter verder onderzoek doen en de DVZ helpen bij de motivering waarna de DVZ effectief motiveert en beslist over het verblijfsrecht? Zal het inderdaad gaan om een gemotiveerde beslissing, met mogelijkheid tot beroep, en dus niet langer op basis van een interne nota? Zal het hoorrecht in de toekomst gebeuren vooraleer er aan de ambassade gevraagd wordt naar identificatie? Denkt u dat het daarnaast ook nuttig is om nadien, op basis van de gekregen informatie, een tweede artikel 3 EVRM-onderzoek te doen?

 

Ten vierde, wij begrijpen dat nog vijf mensen die geen asielaanvraag hebben ingediend, naar Soedan moeten worden uitgezet. Klopt het dat twee onder hen ondertussen werden vrijgelaten? Zijn er dus nog drie Soedanezen die wachten op dit aangepast artikel 3 EVRM-onderzoek? Hoeveel Soedanezen die uitgezet zouden worden, heeft u vrijgelaten sinds de opschorting?

 

Ten vijfde, de begeleiding en opvolging. In het kader van de samenwerking met de IOM zouden de re-integratiemaatregelen versterkt worden, aldus premier Michel op 9 februari in deze commissie. Wat zijn de exacte aanpassingen van dit beleid? Een lid van de DVZ zou de betrokkenen begeleiden tot in Soedan. Kan u de praktijk tot voor kort vergelijken met de toekomstige praktijk? Wat zal dit lid van de DVZ exact doen? Tot waar en wanneer loopt deze DVZ-begeleiding exact? Zal er ook samengewerkt worden met de ambassade in Caïro om de opvolging ter plaatse te verzekeren? Hoe zal dat gebeuren? Waarom kwam deze samenwerking niet eerder tot stand?

 

Tot slot, de permanente opvolgingscommissie. De premier somde op 9 februari een aantel leden op die in de commissie zouden moeten zitten. Betrof dit hier een limitatieve lijst of wordt de lijst nog aangepast? Zo ja, in welke zin? Zal de commissie zich ook buigen over de wijze van identificatie? Dit gaat dus over datgene wat aan de uitvoering van de verwijderingsmaatregelen voorafgaat.

 

05.05  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, chers collègues, monsieur Francken, à la suite du rapport du CGRA qui établit clairement que vos services n’ont pas apporté les soins nécessaires à la vérification préalable qu’il n’y avait pas de violation de l’article 3 de la Convention européenne des droits de l’homme dans le cadre de l’éloignement de ressortissants soudanais vers leur pays d’origine – ce qui a aussi été soutenu par des décisions de justice –, le premier ministre a annoncé une série de points d’attention, notamment en ce qui concerne les entretiens préalables.

 

Pourtant la presse, flamande et francophone, s'est fait l’écho d’une tentative d’expulsion de ce type réalisée le 13 février dernier alors qu’il ressort du dossier que l’entretien visant à établir les risques de violation de l’article 3 ne se serait déroulé que le 20 février, soit une semaine après l’échec de cette tentative d’éloignement. Avez-vous connaissance de ces faits?

 

Cela fait maintenant un mois que le rapport du CGRA est paru et que nous avons eu droit aux déclarations du premier ministre quant à l'examen préalable des dossiers sous l'angle de l'article 3. Avez-vous pris des mesures spécifiques pour répondre tant aux décisions de la justice qu’aux craintes légitimes des défenseurs des droits de ces personnes en voie d’expulsion? Si oui, lesquelles? Si non, qu’attendez-vous pour que le dossier puisse évoluer?

 

De voorzitter: Ik zag daarstraks de heer Maingain, maar hij is opnieuw vertrokken.

 

05.06 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, beste collega's, in verband met het arrest van het Hof van Cassatie kan ik u het volgende zeggen.

 

Vous citez un arrêt qui estime que la Belgique n'aurait pas examiné les risques de violation de l'article 3 de la CEDH. Je tiens à souligner que la Cour ne se prononce pas sur le fond. Elle ne dit pas s'il y a violation de l'article 3 de la CEDH, elle se contente de dire que l'arrêt de la cour d'appel est correctement motivé lorsqu'il considère que l'Office des Étrangers n'a pas fait les vérifications nécessaires par rapport à l'article 3 de la CEDH au vu des informations connues sur la situation générale du Sud-Soudan ou des éléments invoqués par l'étranger.

 

En outre, la Cour de cassation et la Cour constitutionnelle ont statué différemment dans des arrêts récents.

 

En tout état de cause, selon le rapport du CGRA, l'Office des Étrangers a fait des efforts pour l'examen de l'article 3 de la CEDH mais devrait encore approfondir cet examen.

 

De manier waarop de toetsing van artikel 3 van het EVRM uitgediept zal worden, zal eerst binnen de regering besproken worden. Indien hierbij een beroep gedaan wordt op een good practice van een andere lidstaat, kan dit meegeven worden. Een deel van de bevraging van het European Migration Network (EMN) in verband met de toetsing van artikel 3 van het EVRM kan geraadpleegd worden. Van sommige lidstaten is het antwoord vertrouwelijk en kan het niet meegegeven worden.

 

De gezamenlijke missie van de DVZ en Buitenlandse Zaken in Khartoem vond plaats van 26 februari tot 1 maart. Tijdens deze missie werden onder andere de mogelijkheden bekeken met de IOM en andere partners om in een versterkte opvolging van de teruggekeerde migranten te voorzien. Intussen kan verder gebruik worden gemaakt van het bestaande programma van de IOM. Er werd ook met deze VN-organisatie afgesproken dat zij de teruggestuurde Soedanezen opwacht aan de luchthaven. Er zal dus een airport pick-up zijn. Aan de teruggestuurde Soedanezen wordt, zoals voorheen, alle beschikbare informatie over het programma bezorgd. Ook de IOM wordt op voorhand verwittigd van hun aankomst.

 

In verband met de toetsing van artikel 3 van het EVRM, betreffende de vragen in verband met details over de individuele dossiers van de personen die naar Soedan werden gerepatrieerd en meer specifiek naar hun toetsing van artikel 3 van het EVRM, wil ik verwijzen naar de informatie die te vinden is in het onderzoekrapport van het CGVS.

 

Je ne puis vous donner accès aux dossiers individuels et/ou aux documents relatifs à l'examen de l'article 3 dès lors qu'il s'agit de dossiers personnels. Le rapport du CGRA précise comment l'examen de l'article 3 de la CEDH a été effectué dans les dossiers en question. Cet examen a été réalisé lors de l'entretien individuel auquel les intéressés ont droit. Dans ce cadre, il est demandé à la personne de soumettre des éléments concrets pouvant constituer un risque réel de traitement inhumain ou dégradant au sens de l'article 3 de la CEDH en cas de retour. Il lui est également rappelé que la procédure adéquate pour l'évaluation du risque de violation de l'article 3 de la CEDH est la procédure d'asile.

 

Je répète ce qui a déjà été signalé plusieurs fois: la procédure appropriée pour enquêter sur la violation de l'article 3 est la procédure d'asile. Toutes les personnes éloignées en ont été informées à plusieurs reprises. Le rapport du CGRA le confirme et mentionne également que toutes les personnes ne courent pas un risque réel tel que défini à l'article 3 de la CEDH lors de leur retour.

 

Nu over de heropstart van de repatriëringen.

 

Comme vous le savez, l'enquête est terminée et le rapport précise ce qui suit: "Le CGRA n'a pas pu déterminer clairement ou avec certitude si les faits cités dans la note de l'Institut Tahrir se sont effectivement produits. Il ne dispose pas de preuves qui montrent que ces faits ont réellement eu lieu."

 

Les déclarations des intéressés présentaient de nombreuses informations erronées, ce qui suscite des interrogations quant au reste des déclarations, comme indiqué dans le rapport. Je cite: "Mais pour ce qui est des trois principaux témoignages cités dans le rapport de l'Institut Tahrir, il a été constaté que des parties importantes de ces témoignages ne sont pas conformes à la vérité, à tel point qu'il est permis d'avoir de sérieux doutes quant au reste du témoignage."

 

Les éloignements peuvent reprendre tout en tenant compte de la recommandation du commissaire général aux réfugiés et aux apatrides, à savoir à condition de vérifier au préalable sur le fond pour chaque personne si elle éprouve ou non un besoin de protection.

 

Dan kom ik nu bij de repatriëringen naar Soedan na stopzetting.

 

La personne qui a déjà fait l'objet d'un éloignement depuis la publication du rapport du CGRA (op 13 februari 2018) est un demandeur d'asile débouté qui, selon le CGRA, ne pouvait prétendre à l'asile ou à la protection subsidiaire.

 

Dat is tot op heden de enige persoon die sedert het stopzetten van de repatriëringen naar Soedan werd verwijderd.

 

Op 13 februari 2018 was de verwijdering van een tweede Soedanees gepland. Dat klopt niet. Ik denk dat het 13 maart 2018 moet zijn. Nee, toch niet, op 13 februari 2018 was de verwijdering van een tweede Soedanees gepland. Dus op 13 februari 2018 is één persoon teruggestuurd en een tweede repatriëring was gepland. Er waren op 13 februari 2018 dus twee verwijderingen gepland, waarvan één repatriëring niet en de andere wel is doorgegaan. De tweede repatriëring was normaal voor 13 maart 2018 herboekt. Daarom was ik in de war. Die verwijdering gaat nu ook niet door.

 

Deze persoon werd geboekt nadat zijn asielaanvraag werd geweigerd door het CGVS op 24 november 2017. De betrokkene wisselde telkens van nationaliteit. Bij interceptie was hij een Soedanees. Bij de asielaanvraag was hij een Eritreër. Bij het eenzijdige verzoekschrift was hij opnieuw een Soedanees. Tijdens het hoorrecht in het centrum was hij opnieuw een Eritreër. Het was dus nogal ingewikkeld, collega's. Hij heeft asiel aangevraagd. Dat dossier werd op 24 november afgesloten. Zijn verhaal werd door het CGVS als volstrekt ongeloofwaardig bestempeld. De betrokkene heeft bovendien steeds vastgehouden aan zijn verklaring dat zijn vrees bij terugkeer naar Soedan een deportatie naar Eritrea betrof. Deze verklaarde vrees is op 24 november ten gronde onderzocht, vóór de poging tot repatriëring op 13 februari 2018.

 

Na zijn weigering te vertrekken werd hij op 20 februari opnieuw gehoord door een expert van het CGVS. Opnieuw verklaarde de betrokkene de Eritrese nationaliteit te hebben en als enige vrees in geval van verwijdering naar Soedan een deportatie naar Eritrea te hebben. De betrokkene haalde aan geen enkele andere vrees te hebben bij repatriëring naar Soedan.

 

De conclusie van het CGVS was opnieuw dat zijn verhaal ongeloofwaardig is. Het is nogal ingewikkeld. Hij zei elke keer dat hij van een ander land was, naargelang het hem uitkwam: of van Eritrea, of van Soedan. Bij de asielaanvraag heeft hij zelf gezegd dat hij van Eritrea is. Bij zijn eenzijdig verzoekschrift zei hij ineens dat hij van Soedan was. Hij zat toen nog in het centrum. Toen is hij opnieuw gehoord en zei hij ineens dat hij van Eritrea was. Oké, goed, dat is nogal ingewikkeld. Ik hoop dat hij zelf weet vanwaar hij is. Hij is alleszins niet weg. Hij is hier nog. Het is heel ingewikkeld, maar de asielaanvraag is als volstrekt ongeloofwaardig afgerond door het CGVS, die deze, zoals u weet, in alle onafhankelijkheid onderzoekt. Daar hebben wij niets over te zeggen.

 

Wees dus toch voorzichtig als u iemand verdedigt. Dat is altijd heel verstandig in migratiedossiers.

 

Momenteel zijn er 16 Soedanezen opgesloten in gesloten centra. Drie personen zitten in de procedure herkomstland en hebben dus geen Eurodac-hit. Twee van hen hebben momenteel een asielaanvraag lopen. Dertien personen zitten in de Dublin-procedure en hebben dus een Eurodac-hit.

 

Dan wil ik even ingaan op de verdeling over de gesloten centra. Zes van hen zitten in Merksplas, vijf in Brugge, drie in 127bis, een in Vottem en een in de Caricole.

 

Dan wil ik het hebben over Dublin en artikel 3 van de EVRM-toets.

 

Dans le cadre de la procédure Dublin, un examen approfondi des accords et une surveillance seront nécessaires pour certains pays. Lors d'un rapatriement, Dublin ou pas, l'article 3 de la CEDH est toujours respecté.

 

Identificatiemissies.

 

Wat de vraag naar de aanwezigheid van de DVZ-ambtenaren tijdens het interview met de Soedanese identificatiedelegatie betreft, kan ik enkel herhalen dat er maximale inspanningen geleverd zijn om steeds een medewerker van de DVZ aanwezig te hebben, maar dat ik mijn diensten de opdracht heb gegeven om hier, conform de aanbevelingen van het CGVS, bij toekomstige identificatiemissies nog nauwkeuriger op toe te zien. Bovendien zal, eveneens conform het rapport, in een tolk worden voorzien indien het gesprek met de identificatiemissie plaatsvindt in een taal die de DVZ-medewerker niet machtig is.

 

Over de permanente opvolgingscommissie.

 

Bien que cela ne constituait pas une recommandation contenue dans le rapport du CGRA, je rappelle que le gouvernement a l'intention de mettre sur pied une commission qui va évaluer la mise en œuvre des dispositions légales et réglementaires dans le cadre de la politique de retour.

 

De commissie zal worden opgericht voor een periode van tenminste twee jaar, met een tussentijds verslag na een jaar.

 

Het is inderdaad de bedoeling om in de volgende leden te voorzien: een voorzitter, een professor, de federale politie, de DVZ, het CGVS, de Algemene Inspectie van de federale politie en de lokale politie, de AIG, Fedasil, de Vereniging van Belgische piloten en een publieke luchtvervoer­operator.

 

Dat is dezelfde samenstelling als de commissie-Vermeersch 1 en de commissie-Vermeersch 2, behalve misschien Fedasil.

 

05.07  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Merci pour votre très longue réponse, monsieur le secrétaire d'État.

 

Ce qui vous est reproché, en tout cas ce que nous, les verts, nous vous reprochons, ce n'est pas d'avoir envoyé des Soudanais vers la torture. C'est d'avoir décidé de renvoyer des individus vers une dictature sans avoir vérifié si ces personnes n'encouraient pas de mauvais traitements éventuels. Et c'est ce que dit le rapport du CGRA. Donc, quand le premier ministre disait en séance plénière, "l'article 3 est pour moi un principe sacré", je suis désolé mais ce principe sacré a été bafoué de l'aveu même du rapport du CGRA qui – non, monsieur Francken – ne vous blanchit pas.

 

Autre élément: l'arrêt de la Cour de cassation est un arrêt qui clôt définitivement un débat où vous êtes allé en appel. Vous êtes allé en appel, et puis vous êtes allé en cassation. Donc, il vous donne tort, et encore une fois, vous n'êtes pas blanchi. Cet arrêt est définitif et vous donne tort.

 

Vous avez beaucoup parlé de Dublin, des dix-sept personnes, si j'ai bien entendu, qui sont dans un cas de "dublinisation", comme on dit. Dublin, c'est exactement la raison pour laquelle ces Soudanais ne demandent pas l'asile en Belgique, comme vous le réclamez. Et c'est exactement ce que vous dit la Cour de cassation: même les personnes qui n'ont pas introduit une demande d'asile ne doivent pas être renvoyées vers une dictature où elles encourent de mauvais traitements, sans qu'on ait vérifié que ces personnes n'encourent très clairement pas de mauvais traitements. L'arrêt de la Cour de cassation précise aussi que la charge de la preuve réside dans le chef de l'État et non pas de l'individu concerné.

 

Et enfin, j'ai bien compris que malgré le fait que le rapport soit connu depuis un mois aujourd'hui, il n'y a pas encore eu de modification sur la façon dont l'Office des Étrangers applique l'article 3. L'expertise sur les pays en question, les pays problématiques, dont le Soudan fait partie, est au CGRA. D'ailleurs, quand le CGRA vous a envoyé une note confidentielle, le 24 octobre 2017, c'était bien parce que le CGRA dispose de cette expertise.

 

J'attendais de vous que vous nous présentiez aujourd'hui une méthode pour que l'expertise sur ces pays problématiques dont dispose le CGRA soit systématiquement et automatiquement transmise vers l'Office des Étrangers, dans le respect de l'indépendance du CGRA, pour faire en sorte que l'Office des Étrangers, sur la base des informations extrêmement fouillées du CGRA, puisse prendre une décision par rapport à l'article 3.

 

Je vois que ces modifications ne sont pas encore intervenues. J'espère donc que vous allez attendre d'avoir modifié radicalement les procédures, comme vous le demande le rapport, avant de procéder au rapatriement de cette vingtaine de Soudanais qui se trouvent aujourd'hui dans l'antichambre du renvoi vers le Soudan.

 

Dans le cas contraire, cela pourrait constituer une nouvelle entorse au respect de la Convention des droits de l'homme et des libertés fondamentales de l'Union européenne, que nous devrions tous chérir en tant que démocrates.

 

05.08 Staatssecretaris Theo Francken: Er is een misverstand, voorzitter.

 

Voor alle duidelijkheid: er zijn 16 Soedanezen opgesloten in gesloten centra. Drie daarvan zitten in de procedure herkomstland en gaan dus eventueel terug naar Soedan. Twee daarvan hebben een lopende asielaanvraag. De toetsing van artikel 3 maakt deel uit van de asielaanvraag, daarvoor dient ze. We zullen zien wat daaruit komt. Dertien personen zitten in de Dublin-procedure. Die kunnen terechtkomen in Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Luxemburg… Ik weet niet naar welke landen precies, daarvoor zult u bijkomende vragen moeten stellen. Het gaat dus niet om een terugkeer naar Soedan.

 

05.09  Benoit Hellings (Ecolo-Groen): Quand une personne est en centre fermé, c'est qu'elle sera rapatriée. J'entends bien que, dans les cas précis de Dublin, elles seront rapatriées vers un pays européen. Par contre, les personnes ayant reçu un ordre de quitter le territoire qui se trouvent en centre fermé, mis à part les cas de Dublin, seront rapatriées vers un autre pays. Monsieur le secrétaire d'État, tant que vous n'avez pas mis en œuvre ce que vous demande le rapport du CGRA, c'est-à-dire l'application scrupuleuse de l'article 3 dans le cadre des personnes à rapatrier, je vous demande de ne pas procéder à des rapatriements.

 

De voorzitter: Mijnheer Maingain, u heeft niet de kans gekregen om uw vraag te stellen, maar u mag natuurlijk wel repliceren op de antwoorden van de staatssecretaris.

 

05.10  Olivier Maingain (DéFI): Monsieur le président, j'ai dû m'absenter très brièvement, au mauvais moment. Je vous présente donc toutes mes excuses, ainsi qu'aux membres de la commission et au secrétaire d'État.

 

Je rejoins le point de vue déjà exprimé.

 

Monsieur le secrétaire d'État, en dehors de tout aspect polémique et de la question politique de savoir si l'on doit collaborer avec un État dictatorial dans l'identification de ses ressortissants, je continue d'affirmer qu'un État démocratique tel que le nôtre n'a pas à collaborer à une mission d'identification menée par les services de sécurité et de police soudanais. C'est comme si vous demandiez au régime syrien de Bachar el-Assad d'envoyer ses représentants en Belgique pour identifier des personnes d'origine syrienne se trouvant sur notre territoire, afin de savoir si elles réunissent les conditions pour obtenir l'autorisation d'y séjourner. Peut-être est-ce parce que le Soudan est lointain et que sa situation est moins connue que le cas syrien, faute de médiatisation, mais les deux dossiers sont parfaitement comparables. Les deux régimes sont également condamnables sur le plan du respect des droits de l'homme. De plus, ce sont des pays en guerre, source d'aggravation des atteintes aux droits fondamentaux.

 

J'en reviens aux conditions de l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme. Le CGRA vous a quand même mis en garde. Tout d'abord, il a demandé une information complémentaire quant aux faits allégués dans le passé. J'ignore si le gouvernement va accepter l'ouverture d'une enquête complémentaire. Or le rapport du CGRA est clair: il souhaite la poursuite de ses investigations. À cette question, le gouvernement n'a pas encore répondu.

 

À l'instar des intervenants précédents, je me permets ensuite de rappeler que les conditions de l'article 3 n'ont pas été respectées dans les cas de rapatriement des personnes. De surcroît, elles risquent de ne pas l'être non plus dans les cas à venir.

 

Il n'est notamment pas acceptable que les personnes susceptibles de faire l'objet d'un rapatriement aient été entendues préalablement pour identification par des représentants du régime soudanais. C'est une violation de l'article 3, qui sera contestable devant des juridictions si les sbires du régime soudanais ont été appelés à connaître la situation personnelle des gens susceptibles d'être rapatriés avant même que des mesures de protection ne soient prises à leur égard. Je pense en particulier à la qualité de l'entretien qui doit avoir lieu entre les intéressés et les autorités, mais plus avec des membres de l'Office des Étrangers; suggestion que j'avais avancée auprès du premier ministre et qui m'a semblé avoir trouvé un écho, y compris dans certaines de vos déclarations publiques. En effet, l'Office des Étrangers n'est pas l'organisme apte à apprécier si les conditions de l'article 3 sont respectées, parce qu'il est juge est partie.

 

Pouvez-vous confirmer qu'à l'avenir, cette procédure d'évaluation du respect des conditions de l'article 3 sera faite par le CGRA ou tout autre organisme indépendant, mais plus habilité à évaluer que l'Office des Étrangers?

 

05.11 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, hierop heb ik toch al geantwoord?

 

Ik vind dit een rare manier van werken. De heer Maingain heeft het antwoord niet gehoord. Hij komt hier nog een show opvoeren, terwijl ik op al die vragen al heb geantwoord. Ik vind dit niet correct. Er zijn toch bepaalde regels? De Parlementsleden doen hun best om tijdig aanwezig te zijn in het Parlement. Ik begrijp dat de heer Maingain een kleine fractie heeft, en heb alle respect daarvoor, Mijnheer Maingain, u komt hier toe terwijl ik antwoord op de vragen van zes of zeven Parlementsleden. U stelt uw vraag niet maar komt er op het einde nog een beetje tussenfietsen en een grote show opvoeren omdat hier enkele camera’s staan. U stelt allerlei vragen waarop ik daarnet al geantwoord heb. U kon niet eens de beleefdheid opbrengen om aanwezig te zijn tijdens mijn antwoord.  Is dat hier een politiek cabaret of is dat hier een parlement?

 

05.12  Olivier Maingain (DéFI): Je veux bien que vous le preniez sur ce ton. Je n'ai aucun problème. J'ai une certaine expérience parlementaire et ce n'est pas cela qui va beaucoup m'émouvoir.

 

Je sais bien que vous avez tenté de prétendre que le rapport du CGRA vous avait blanchi de tout. On en est loin quand on le regarde dans le détail. Il a quand même pointé des manquements au respect des conditions de l'article 3. Que cela vous plaise ou non, il demande à poursuivre un travail d'enquête. J'attends de savoir dans quelles conditions celui-ci va se poursuivre.

 

C'est un vrai sujet et vous ne vous en sortirez pas en faisant croire, comme vous le déclarez tous azimuts: "Circulez, il n'y a plus rien à voir; j'ai été blanchi par le rapport du CGRA." Ce n'est pas la vérité!

 

05.13 Staatssecretaris Theo Francken: Kom dan op tijd!

 

05.14  Olivier Maingain (DéFI): Vous pouvez continuer à interrompre. Ce n'est pas cela qui va changer l'argumentation.

 

Vous allez devoir continuer à rendre des comptes sur le respect de l'article 3 de la Convention européenne, que cela vous plaise ou non. L'objectif est de faire en sorte que les conventions internationales soient encore respectées dans notre pays.

 

05.15  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, u hebt een aantal vragen niet beantwoord, onder andere in welke mate men een zicht heeft op de herkomstregio van de Soedanezen die gerepatrieerd zijn. Het commissariaat-generaal had immers een aantal aanbevelingen voor een aantal regio’s uitgeschreven. Werd daarnaar gepolst? Zit dit al dan niet in het dossier?

 

Ik had ook gevraagd naar de rol van de ambassade in Caïro. Werd met de ambassade contact opgenomen en zal haar een rol worden toebedeeld? Waarom werd die rol in het verleden niet gedefinieerd? Deze vraag stelde ik ook aan minister Reynders en hij antwoordde mij dat hij openstaat voor dialoog met u, maar dat er eigenlijk niets is gebeurd.

 

Mijn grootste bekommernis is hoe wij er in de toekomst zullen voor zorgen dat de procedures sluitend zijn, zodat wij ze niet als een boemerang in het gezicht krijgen zodra wij mensen verwijderen?

 

Op basis van het onderzoek van het commissariaat-generaal zijn een aantal aanbevelingen gedaan, wordt de procedure opnieuw bekeken en wordt er ook nagegaan of er een opvolgingscommissie kan worden samengesteld. Er wordt al een maand gezegd dat men daarmee bezig is, volgens mij zou dat veel sneller moeten gaan.

 

Wat mij in het hele verhaal ook bekommert, is de samenwerking tussen de DVZ en het commissariaat-generaal, in een aantal dossiers. Hoe vermijdt men dubbele administratie? Hoe zorgt men ervoor dat zowel de DVZ als het commissariaat-generaal optimaal gebruik kunnen maken van de beschikbare informatie, zodat er openheid is? Wie geeft welk advies of wie neemt in welke situatie de uiteindelijke beslissing? Of moet er altijd worden samengewerkt om tot een gezamenlijk gemotiveerde beslissing te komen? Ik heb daarover een aantal ideeën en scenario’s die ik u wel wil bezorgen als u daarvoor belangstelling hebt.

 

Volgens mij moet de samenwerking tussen de DVZ en het commissariaat-generaal, dat vaak veel meer informatie heeft over de plaatselijke situatie en het al of niet veilig zijn van bepaalde regio’s en bepaalde landen, zorgvuldiger gebeuren, zodat men sterkere beslissingen kan nemen.

 

05.16  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoorden.

 

Voor alle duidelijkheid, u zegt dat de implementatie van de aanbevelingen uit het rapport eerst nog moet worden besproken door de regering. De regering zal ook de best practices onderzoeken in andere landen. Echter, op de vraag of het theoretisch zou kunnen dat de repatriëring van Soedanezen die geen asiel hebben aangevraagd, wordt heropgestart, antwoordt u dat dit kan na rekening te hebben gehouden met de aanbevelingen. Als men beide antwoorden naast elkaar legt, betekent dit dan toch dat uitwijzingen naar Soedan nog niet kunnen worden heropgestart, omdat de implementatie van het rapport nog niet werd besproken door de regering en dus nog niet is gefinaliseerd.

 

Ik weet niet over welke termijn wij spreken, maar dit betekent hopelijk toch dat wij een aantal weken hebben vooraleer wij een duidelijke conclusie inzake de implementatie van het rapport van het commissariaat-generaal hebben. Met andere woorden, uitwijzingen naar Soedan zijn niet mogelijk tot dit rapport nogmaals in detail wordt besproken door de regering. Dat heb ik toch juist begrepen?

 

05.17 Staatssecretaris Theo Francken: De 13 Dubliners kunnen doorgaan, want dat betreft andere Europese landen. De twee Soedanezen die werden vastgehouden met de asielprocedure, worden bij positief gevolg vrijgelaten en krijgen de erkende vluchtelingenstatus. Zij blijven dan in België. Bij negatief gevolg kunnen zij weg, want zij hebben de toetsing aan artikel 3 gehad in de asielaanvraag. Dat kan dan ook. Als de derde iemand is die geen asielaanvraag indient en toch de toetsing aan artikel 3 vreest, dan moet de regering eerst bespreken hoe de toetsing aan artikel 3 zal gebeuren. Concreet, voor 15 van de 16 personen is er geen probleem, en wat die ene persoon betreft laat ik de informatie opvragen en zal ik ze alsnog bezorgen.

 

05.18  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Dat is duidelijk.

 

Eerst zal de regering de zaak dus gedetailleerd bespreken. Het is dus niet zo dat uw diensten en eventueel het commissariaat-generaal kunnen zeggen dat zij op eigen houtje rekening zullen houden met de aanbevelingen uit het rapport, om dan toch nog een Soedanees te kunnen terugsturen naar Soedan als hij geen asiel heeft aangevraagd in België? Dat zal dus niet kunnen. De volgorde is dus: eerst de regeringsbespreking, dan de implementatie, gevolgd door de conclusies en de aanbevelingen.

 

05.19 Staatssecretaris Theo Francken: Voor alle duidelijkheid, het is de kern.

 

05.20  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Het kan natuurlijk zijn dat er in de komende weken een Soedanees opduikt die geen asiel heeft aangevraagd in ons land en die in aanmerking zou komen voor terugkeer. Dat zal dan niet kunnen zolang het niet is besproken in de regering.

 

Ik volg mevrouw De Coninck, in die zin dat ik ook vrees dat een aantal vragen niet werden beantwoord. Bijvoorbeeld, voor welke nationaliteiten zal de bijkomende toetsing aan artikel 3 gelden? Gaat het alleen over Soedan of over nog andere nationaliteiten? Staan er nog identificatiemissies gepland, ook met andere landen? Een van de beleidswijzigingen die door de premier in het Parlement werden aangekondigd, was dat de identificatiemissies beter moeten worden gescreend door onze veiligheidsdiensten. Ook dat zal moeten worden geïmplementeerd. Ik vind dat persoonlijk heel belangrijk, zeker wanneer de regering zegt dat zij wil voort werken met Soedanese identificatiemissies — waarmee wij het niet eens zijn, voor alle duidelijkheid. Volgens ons moet uitwijzing uiteraard kunnen als dat nodig is, maar altijd in overeenstemming met onze normen en waarden en wij moeten de regie van het uitwijzingsbeleid zoveel mogelijk in eigen handen houden. Zeker een Soedanese identificatiemissie in onze kantoren uitnodigen moet met een tolk of ambtenaar die daar dichtbij staat, zodat wij een zekere controle kunnen houden.

 

Wat betreft de case van de Soedanese uitgeprocedeerde asielzoeker die eerst op de planning stond om te worden uitgewezen, het gaat er niet om die persoon te verdedigen. U zei dat wij moeten opletten wie wij verdedigen, maar daar gaat het niet over. Wij verdedigen die persoon niet, maar wij willen wel weten of het onderzoek naar een mogelijke schending van artikel 3 van het EVRM is gebeurd. Er is een asielaanvraag ingediend en u zegt, terecht, dat die persoon ongetwijfeld switchte tussen nationaliteiten, maar de vraag is of het risico van onmenselijke behandeling of foltering is onderzocht in zijn hoedanigheid van Soedanees of is dat alleen onderzocht in zijn hoedanigheid van Eritreeër?

 

Het is toch een identificatiemissie vanuit Soedan die heeft aangetoond dat hij werkelijk Soedanees is? Dat was namelijk ook een vraag.

 

05.21 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

05.22  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Ja, maar het is dus niet zo dat een Soedanese identificatiemissie heeft aangetoond dat hij Soedanees is? Was dat op geen enkel moment het geval?

 

05.23 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

05.24  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Het risico onderzoeken bij een terugkeer naar Eritrea is natuurlijk iets anders dan bij een terugkeer naar Soedan, ook al fungeert Soedan enkel als doorgeefluik naar Eritrea. Als die man toch Soedanees blijkt te zijn, en hij wordt op een uitwijzingsvlucht naar Soedan gepland, zoals gebeurd is want hij stond op de planning om te worden uitgewezen, dan moet dat onderzoek naar het risico op foltering en onmenselijke behan­deling als Soedanees in Soedan toch ook gebeurd zijn. Volgens de advocaat van betrokkene is dat niet gebeurd. Daar is een fout gemaakt. De uitwijzing is ook geannuleerd, mijnheer de staatssecretaris. Dat heeft ook een reden. Daar is opnieuw iets fout gelopen. De opmerkingen en bezwaren van de advocaat zijn gevolgd, en dat gebeurt niet zomaar.

 

05.25  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, à l'issue de la présentation du rapport du CGRA, le premier ministre déclarait notamment ceci:

"6. Un examen supplémentaire sur le fond du besoin de protection, en ce compris un besoin au regard de l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme, sera effectué pour les personnes qui n'introduisent pas de demande et pour celles qui font l'objet d'un retour forcé.

 

7. Le secrétaire d'État à l'Asile et à la Migration soumettra au gouvernement les modalités de cet examen supplémentaire, s'agissant de l'article 3."

 

En écoutant votre réponse aujourd'hui, monsieur Francken, je ne suis pas tout à fait certaine que vous ayez entendu ni compris les déclarations du premier ministre et encore moins que vous vouliez les appliquer. En effet, dans votre réponse, vous faites encore la distinction entre ceux qui ont fait une demande d'asile et ceux qui ne l'ont pas faite.

 

La cour d'appel, la Cour de cassation et le rapport du CGRA disent que vous n'avez pas fait le nécessaire au regard de cet article 3. Ces trois institutions ne sont pas des partis politiques ni des mouvements citoyens "bobo-gaucho". Ce sont des institutions et elles disent que vous n'avez pas fait le nécessaire! Vous, vous continuez à dire que vous êtes blanchi. Je pense que vous êtes le seul à le croire.

 

Il y a quelque chose d'extrêmement cynique dans votre réponse. Par rapport aux Soudanais qui avaient dit avoir été maltraités, selon vous, comme certains n'ont pas dit toute la vérité ou ont peut-être un peu menti ou un peu modifié les faits, ils ont donc menti et ont donc tort sur tout. Quand on connaît votre façon de faire et votre historique au sein de ce gouvernement, c'est assez cynique et je regrette que cette règle ne soit pas appliquée aux membres du gouvernement.

 

Dès lors, monsieur Francken, pour le groupe socialiste, vous n'êtes pas blanchi. Vous avez commis des erreurs et vous n'avez, à ce jour, encore assumé aucune responsabilité politique. Je n'ai pas entendu les modalités que le premier ministre annonçait. Cela fait pourtant un mois et si on reprend le début du problème, cela fait plus de deux mois maintenant.

 

Pour essayer d'avoir des réponses et d'avancer sur ces modalités essentielles à garantir le droit de ces personnes, nous interpellerons à nouveau le premier ministre et nous demanderons évidemment, comme l'ont fait d'autres collègues, que le CGRA, comme il le souhaite lui-même, puisse aussi continuer son enquête.

 

05.26 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, ik beantwoord nog enkele vragen.

 

De toetsing aan artikel 3 wordt momenteel aangepast en wij zijn daar bijna mee klaar. De toetsing zal voor meer landen gelden dan enkel Soedan. Het gaat over repatriëring in de brede zin.

 

Zullen identificatiemissies voortaan verlopen onder de genoemde voorwaarden, zijnde met screening, een tolk enzovoort? Ja, dat werd toegezegd.

 

Is er een identificatiemissie lopende of voor binnenkort gepland? Nee, niet voor meteen, maar dat kan snel wijzigen. Zodra er een identificatiemissie is gepland zult u dat wel merken. U zult mij dat van tijd tot tijd moeten vragen en dan zal ik u daarop antwoorden. Het zou dus kunnen dat er nog worden gepland. Het rapport stipuleert niet dat wij geen identificatiemissies meer mogen uitvoeren. Wij mogen dat blijven doen maar bepaalde voorwaarden moeten worden gerespecteerd en dat ben ik zeker ook van plan.

 

Mevrouw De Coninck, u stelde 16 specifieke vragen over één zaak. Ik weet niet of ik al die vragen heb beantwoord. Ik kan er misschien nog één beantwoorden, over de herkomstregio. Het zijn wel zeer gedetailleerde vragen.

 

05.27  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb deze zeer gedetailleerde vragen gesteld omdat volgens het CGVS Soedanezen die uit bepaalde regio's komen, wel in gevaar waren. Blijkbaar heeft de DVZ daar geen rekening mee gehouden en toch een aantal Soedanezen teruggestuurd naar die regio's.

 

05.28 Staatssecretaris Theo Francken: Dat is niet waar. Ik zal daarop antwoorden.

 

05.29  Monica De Coninck (sp.a): De vraag is in welke mate er onderzocht werd uit welke regio deze Soedanezen afkomstig waren. Daarom stelde ik de gedetailleerde vragen. Ik heb die ook schriftelijk ingediend.

 

05.30 Staatssecretaris Theo Francken: Voor iedereen werd een toetsing uitgevoerd aan artikel 3 van het EVRM. Indien personen een specifieke vrees hadden, gelinkt aan hun herkomstregio, is de asielprocedure de aangewezen weg. Bovendien gaat het niet enkel over de verklaarde herkomstregio, die dan ook niet bevestigd is, maar ook over een recent herkomst- en een eventueel intern vluchtalternatief.

 

Trouwens, wij repatriëren naar Khartoem, wij repatriëren natuurlijk niet naar de Blauwe Nijl of Darfoer.

 

05.31  Monica De Coninck (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, er komt een identificatiemissie van Soedan naar ons land. Zij moet toch kunnen nagaan of de betrokkene uit Soedan afkomstig is — blijkbaar was dat met die Eritreeër ook niet zo makkelijk — en uit welke regio hij dan komt. Dat zou toch moeten blijken uit de identificatie.

 

U gaat hen uiteraard repatriëren naar Khartoem, maar in welke mate zijn zij daar veilig, als zij uit een andere regio afkomstig zijn? De situatie is immers redelijk gecompliceerd in Soedan.

 

05.32 Staatssecretaris Theo Francken: (…)

 

Ten slotte, wat Syrië versus Soedan betreft, het volgende.

 

Dat zijn natuurlijk twee verschillende zaken. De erkenningsgraad van Syriërs in heel Europa bedraagt 98 of 99 %; elke Syriër wordt erkend. Bij Soedanezen ligt de erkenningsgraad onder de 50 %; de helft van de Soedanezen wordt dus niet erkend. Er is geen conflict aan de gang in Soedan, terwijl dat wel het geval was en nog altijd is in Syrië. Daarmee heb ik helemaal niet gezegd dat er in Soedan geen problemen zijn; leg mij dus geen woorden in de mond. Maar zeggen dat de situatie in Syrië en in Soedan dezelfde is, is licht overtrokken.

 

De voorzitter: Mevrouw De Coninck, u hebt het laatste woord.

 

05.33  Monica De Coninck (sp.a): Ik hoop dat mijn schriftelijke vragen eens worden beantwoord.

 

05.34 Staatssecretaris Theo Francken: Ik dacht dat ik bij was met mijn antwoorden.

 

05.35  Monica De Coninck (sp.a): Nee, ik heb nu twee of drie vragen mondeling gesteld, omdat u te laat was om ze schriftelijk te beantwoorden. Dat zijn echter vervelende vragen, omdat ik er veel gegevens in opvraag.

 

05.36 Staatssecretaris Theo Francken: Hoelang ben ik dan te laat?

 

05.37  Monica De Coninck (sp.a): Ik begrijp dat u niet alles kunt voorlezen en dat u, als u het antwoord voorleest, dat heel snel doet, maar zo kan ik het zelfs niet noteren. Ik doe dus een vriendelijke, warme oproep, met alle respect — ik probeer u niet af te snauwen — om een antwoord te krijgen op mijn schriftelijke vragen.

 

05.38 Staatssecretaris Theo Francken: U snauwt mij nooit af.

 

Ik heb het gisteren nog eens besproken met mijn kabinetschef: op 1 januari was ik met alles bij, maar blijkbaar sta ik nu alweer een paar vragen achter. Sommige vragen zijn echter niet beantwoordbaar, andere zijn zeer technisch en vergen heel wat statistisch opzoekwerk. Er werkt nu al bijna fulltime een statisticus bij de Dienst Vreemdelingenzaken aan het beantwoorden van vragen, maar soms zijn de vragen heel gedetailleerd. Ik heb nog één of twee vragen die een jaar oud zijn, maar de informatie daarvoor is gewoon bijna niet vast te krijgen. Dan moeten wij informatie vragen aan de parketten, aan de politie, en tegen dat wij het antwoord krijgen, is de termijn van 30 dagen al lang verstreken. Ik zal het echter zeker nog eens bespreken, mevrouw De Coninck.

 

05.39  Monica De Coninck (sp.a): Ik heb gedetailleerde vragen gesteld over de Soedanezen. Er werd geen massa Soedanezen teruggestuurd. Normaal gezien is dat heel recente informatie, gebaseerd op de dossiers.

 

Als u er niet kunt op antwoorden, zeg dat dan. Zo weet ik dat ook.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: Vraag nr. 23158 van collega Van Hees wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

06 Question de M. Paul-Olivier Delannois au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "les personnes en séjour illégal ayant effectué une peine de prison" (n° 23320)

06 Vraag van de heer Paul-Olivier Delannois aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de illegalen die een celstraf hebben uitgezeten" (nr. 23320)

 

06.01  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, dernièrement, j'ai interrogé votre collègue, le ministre de la Justice Koen Geens, sur le nombre de détenus en séjour illégal qui sont incarcérés dans les prisons de Tournai et Leuze.

 

Dans sa réponse, le ministre a déclaré qu'en date du 20 octobre 2017, le nombre de détenus sans droit de séjour était de 47 à Tournai et 92 à Leuze.

 

Monsieur le secrétaire d'État, mes questions s'inscrivent dans la continuité de ma précédente question. Quelle procédure s'applique-t-elle aux détenus en séjour illégal ayant effectué leur peine? Doivent-ils quitter le territoire? Si oui, comment cela se passe-t-il concrètement?

 

06.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur le président, monsieur Delannois, grâce à l'intense collaboration entre l'Office des Étrangers et le département de la Justice, nous sommes parvenus à augmenter substantiellement le nombre d'éloignements des étrangers à partir de la prison. L'an dernier, 1 622 étrangers ont été éloignés au départ de la prison, après avoir été libérés. En 2012, ils n'étaient que 378.

 

Dès qu'un étranger est arrêté, l'Office procède à l'examen de son dossier. Si l'étranger dispose d'un statut de séjour, on vérifie si ce statut peut être retiré sur la base des faits commis. Lorsque l'étranger est en séjour illégal sur le territoire, l'Office entame les préparatifs en vue de son éloignement. Les accompagnateurs migratoires de l'Office sont présents dans les prisons pour essayer de convaincre l'étranger de coopérer à son éloignement en rassemblant toutes les informations en rapport avec son identification. L'objectif est de boucler les dossiers d'éloignement au moment de la remise en liberté, afin qu'on puisse directement passer de la prison à l'éloignement sans que la personne concernée ne soit encore conduite dans un centre fermé.

 

De cijfers zijn dus goed; ze zijn in stijgende lijn.

 

Ik heb hier nog een interessante tabel voor u, mijnheer Delannois, die ik u overhandig.

 

06.03  Paul-Olivier Delannois (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour cette réponse.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Ik zet mijn eigen vraag nr. 23430 om in een schriftelijke vraag.

 

07 Vraag van mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "het aantal personen in een langdurige asielprocedure" (nr. 23586)

07 Question de Mme Nahima Lanjri au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le nombre de personnes engagées dans une longue procédure d'asile" (n° 23586)

 

07.01  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, begin februari heeft u kenbaar gemaakt dat er zowat 584 asielzoekers al langer dan vijf jaar op een eindbeslissing wachten in hun asieldossier. U gaf daarbij aan dat u voor deze mensen naar een oplossing zou zoeken, geval per geval.

 

Mijn vragen zijn de volgende.

 

Over wie gaat het in die groep van 584 mensen? Over welke profielen gaat het vooral? Zijn het eerste asielaanvragen of meervoudige aanvragen? Zijn het mensen die een beslissing van de RvV afwachten? Gaat het over zeer complexe dossiers die reeds jaren aanslepen? Zo ja, waarom? Zijn een aantal nationaliteiten sterker vertegenwoordigd dan andere?

 

Gaat u uit van de lopende procedure of moeten deze mensen een nieuwe aanvraag – asiel of regularisatie – indienen? Worden ze begeleid bij een nieuwe aanvraag? Zal u de Commissie van advies voor vreemdelingen hierbij betrekken?

 

U zegt ook dat u geval per geval zal beoordelen. Hoe zal u hierbij te werk gaan en welke criteria zal u hierbij hanteren? U heeft een discretionaire bevoegdheid als het aankomt op regularisatie. Misschien gaat het in de meeste gevallen echter niet over regularisatie. Of zult u vragen om een asielaanvraag alsnog versneld te behandelen? Kunt u dat wel vragen?

 

Wat als blijkt dat sommigen zich al jarenlang, buiten hun wil, in een bepaalde procedure bevinden? Ik heb het dus niet over mensen die telkens weer een andere aanvraag hebben ingediend maar over mensen van wie de procedure bij de overheid veel te lang heeft geduurd. Zult u in dergelijk geval, zoals in het verleden is gebeurd, deze mensen regulariseren op basis van een te lange procedure? Dit laatste kan uiteraard alleen als er geen negatieve elementen in het dossier zitten.

 

Betekent de voorgestelde oplossing voor deze mensen dat zij een verblijfsrecht van onbepaalde duur krijgen, of zal dit toch nog eerst een tijdelijke verblijfsvergunning inhouden?

 

Ik heb nog een kleine bijkomende vraag.

 

Gaat het bij die 584 mensen alleen maar over mensen die in opvangcentra of in een LOI zitten of gaat het ook over mensen die bijvoorbeeld al langer dan vijf jaar wachten op een uitspraak in hun asielprocedure en ondertussen ergens zelfstandig wonen?

 

07.02 Staatssecretaris Theo Francken: Het gaat, voor alle duidelijkheid, niet over mensen die allemaal in de asielprocedure zitten. In de eerste plaats wil ik verduidelijken dat het niet zo is dat die 584 personen al vijf jaar wachten op een antwoord op hun eerste asielaanvraag. Integendeel, het gaat over personen die al langer dan vijf jaar in het opvangnetwerk van Fedasil verblijven. Net omdat ze al zo lang in de opvang verblijven, dient er te worden nagegaan wat de reden daarvan is.

 

Ongeveer de helft van die groep heeft nog een asielaanvraag lopen die bij het CGVS, dan wel de RvV, zit. Het betreft echter niet noodzakelijk de eerste asielaanvraag. Ook voor de aanvragen die worden beschouwd als de eerste asielaanvraag moet worden opgemerkt dat het in veel gevallen gaat om een nieuwe eerste asielaanvraag van een ander gezinslid. Dat is een nieuwe trend. Dat weet u ook. Zo gebeurt het dat men bijvoorbeeld een nieuwe asielaanvraag indient in naam van de kinderen of één kind, en de volgende keer in naam van het andere kind. Als men veel kinderen heeft, dan kan men natuurlijk veel asielaanvragen indienen.

 

Bijna één op de vijf heeft een verlenging van het recht op opvang gekregen. Vaak gaat het om zeer specifieke situaties, waardoor een einde van de opvang niet direct mogelijk is. U begrijpt dat het dus vaak om zeer complexe situaties gaat, die geval per geval onderzocht dienen te worden door de administraties. Er werd een werkgroep opgericht met Fedasil, de DVZ, de RvV en het CGVS om na te gaan waar de oorzaak van de vertraging ligt, waar het dossier zit of wat de reden is. Het kan om een LOI gaan, maar wel binnen het Fedasil-opvangnetwerk. Het kan zowel om een open opvangcentrum als om een LOI gaan, waar men al lang verblijft.

 

Het gaat in de overgrote meerderheid van de gevallen over families (73,6 %) en in mindere mate om alleenstaande mannen (15 %). De groep bestaat verder uit tweeoudergezinnen (5 %) en alleenstaande vrouwen (3 %). Ik heb een hele reeks cijfers. Ik kan u die gewoon geven.

 

Wij streven in alle situaties naar correcte, maar efficiënte procedures en een zo kort mogelijk verblijf in de asielcentra. Dat is immers in het voordeel van zowel de asielzoeker zelf als van de belastingbetaler. Het feit dat die personen al zo lang in de opvangcentra verblijven, duidt er dan ook op dat het in de meeste gevallen gaat om complexe dossiers, met specifieke problematieken. Om toch voor elk van die dossiers tot een duurzame oplossing te komen, is dan ook een case-by-case-aanpak nodig.

 

De beoordeling gebeurt door de betrokken administraties, binnen een werkgroep die ik daarvoor heb opgericht. Voor elk dossier wordt op basis van de specifieke elementen nagegaan wat de opties zijn. Voor de dossiers waarvoor nog een asielaanvraag loopt, hetzij een eerste asielaanvraag, een meervoudige asielaanvraag, dan wel een nieuwe asielaanvraag door een ander gezinslid, zal een prioritaire behandeling door het CGVS plaatsvinden.

 

Voor de dossiers waarvoor geen asielaanvraag meer loopt, zal geval per geval worden bekeken wat de mogelijkheden zijn voor terugkeer, vrijwillig dan wel gedwongen, en/of er, indien een terugkeer op basis van het individuele dossier geen optie blijkt, mogelijkheden tot regularisatie zijn. Indien een regularisatie aan de orde is, dienen de betrokkenen de gewone procedure te doorlopen, via hetzij een aanvraag 9bis, dan wel 9ter. In het geval de regularisatieprocedure positief wordt afgesloten, zal een tijdelijk verblijf worden toegekend.

 

Dat er een tijdelijk verblijf wordt toegekend, is de gewone standaardprocedure, zoals die voor alle regularisaties geldt. Dat geldt dan uiteraard ook voor hen. Stap voor stap werken we daaraan. Over de langstlopende twintig of dertig dossiers komen we om de twee weken samen om geval per geval een oplossing te zoeken voor die mensen. Soms zal het om een terugkeer gaan. In veel gevallen zal er een regularisatie plaatsvinden, gelet op het feit dat die mensen al zo lang hier zijn. Een regularisatie zal echter niet voor iedereen worden toegepast. Zo zijn er gevallen met ernstige problemen voor de openbare orde en u weet dat ik daarop zeer streng toekijk en geen regularisatie wens te verlenen aan criminelen. Sommige dossiers liggen heel moeilijk. Wij bekijken dat goed. U kunt mij daarin vertrouwen en ik weet wel dat u dat doet.

 

07.03  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik zeg altijd: vertrouwen is goed, controle is beter. Als parlementslid heb ik ook de taak om de leden van de regering te controleren, net zoals u dat indertijd vanuit uw parlementaire functie gedaan hebt.

 

Mijnheer de staatssecretaris, in elk geval dank ik u voor uw antwoord.

 

U hebt enkele van de gevraagde cijfers niet vernoemd.

 

Mijnheer de voorzitter, kunnen die cijfergegevens eventueel toch in het verslag van deze commissievergadering opgenomen worden, of moet de staatssecretaris die echt allemaal voorlezen?

 

De voorzitter: Ze kunnen niet in het verslag opgenomen worden, aangezien voor de verslag­geving het gesproken woord telt. Wel bestaat de mogelijkheid dat u de documenten overhandigd krijgt. Wij kunnen de cijfers ook publiceren op het extranet, waardoor iedereen erover kan beschikken. Opname in het verslag is nu echter niet mogelijk.

 

07.04  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, wilt u die cijfers misschien toch nog even voorlezen?

 

07.05 Staatssecretaris Theo Francken: Ja.

 

07.06  Nahima Lanjri (CD&V): U was daarmee toch al bijna klaar. Anders is het dubbel werk.

 

07.07 Staatssecretaris Theo Francken: Het gaat om de overgrote meerderheid om families (73,6 %) in mindere mate op alleenstaande mannen (15 %). Verder bestaat die groep uit tweeoudergezinnen, koppels (5 %) en alleenstaande vrouwen (3 %). Gezinstype: familie 73,6 %, alleenstaande mannen 15 %, tweeoudergezinnen 5 %, alleen­staande vrouwen 3 %, andere 2 %. Totaal 100 %.

 

Wat het administratief statuut betreft: asielzoekers 50 %, verlenging recht op opvang 17,3 %, meer­voudige asielaanvraag 14,3 %.

 

De top drie van nationaliteiten zijn Rusland, Irak en Armenië. Cijfers over de voornaamste nationaliteiten zijn de volgende: Rusland 14,4 %, Irak 7,8 %, Armenië 6,2 %, Rwanda 5,8 %, Guinee 5,7 %, Afghanistan 5,5 %, Kosovo 4,7 %, Servië 4,4 %, Turkije 3,9 %, Georgië 3,6 % en Congo 3,6 %. Het is eigenlijk een panoplie van nationaliteiten, maar de grootste groep zijn Russen, vooral uit Tsjetsjenië, Dagestan enzovoort. Dat brengt ons terug naar de migratiecrisis van begin 2000, wat dus al een heel lang verblijf betekent, maar ook in de periode daarna hebben we altijd heel veel Russen binnengekregen, met vaak erg complexe dossiers, veel procedures en ook wel proceduremisbruik, als ik dat mag zeggen, en veel asielaanvragen, de ene na de andere. Goed, ik hoop dat we daarvoor oplossingen kunnen vinden. U kent ook de Armeniërs, in Antwerpen zijn er heel wat. Ook voor Armeniërs gaat het vaak om erg complexe dossiers.

 

Het zou goed zijn, ook financieel, om dat op te lossen, want dit kost handenvol geld. Ik heb het niet over de menselijke kosten. Het is evenwel niet goed dat er geen duidelijkheid komt. Het oudste dossier is 17 jaar.

 

07.08  Nahima Lanjri (CD&V): Het gaat niet over een massa dossiers. Het gaat over 600 dossiers. Op welke termijn ziet u die afgerond?

 

07.09 Staatssecretaris Theo Francken: Alle dossiers van langer dan twee of drie jaar in de opvang zouden zo snel mogelijk moeten worden bekeken. Vijf jaar vind ik al gigantisch lang, maar eigenlijk zouden ook dossiers van twee à drie jaar oud moeten worden bekeken.

 

Wij hebben nu afgesproken dat we beginnen met de langst verblijvenden. Dat zijn ook de moeilijkste dossiers. Dat gaat actiecomités geven. U gaat mij nog vragen stellen in de commissie over het gezin X en het gezin Y, zoals de heer Vercamer deed. Als men die lijst begint aan te pakken, dan krijgt men zoiets. Of men moet iedereen collectief regulariseren, in den duik. Dan zullen er geen actiecomités komen, dan is iedereen content. Als men dit geval per geval doet en in sommige gevallen een harde beslissing moet nemen, dan is men nog een tijd bezig. Ondertussen komen er nieuwe gevallen bij die over de vijfjaardrempel gaan, die ook nog moeten worden gemonitord. Daarna gaan wij naar de drie jaar.

 

Ik hoop dat wij tegen het einde van het jaar al een heel stuk zijn opgeschoten in die 580 dossiers. Het gaat niet zo snel vooruit, maar we komen heel vaak samen. Mijn administratie weet dat ik dit echt prioritair vind, maar het is verschrikkelijk moeilijk. Het zijn ook vaak LOI’s, OCMW-besturen, gemeentebesturen. De lokale context is ook niet altijd gemakkelijk.

 

07.10  Nahima Lanjri (CD&V): Dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 23600 van de heer Janssen wordt in een schriftelijke vraag omgezet.

 

Aan de orde zijn nu de samengevoegde vragen van mevrouw Van Cauter en mevrouw Pas over de bevelen om het grondgebied te verlaten.

 

07.11  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, wie niet meer voldoet aan de voorwaarden om op het grondgebied te verblijven, krijgt van de overheid het bevel om het grondgebied te verlaten. Een vreemdeling in een dergelijke situatie ontvangt dus een bevel. Hij kan hieraan vrijwillig en zelfstandig gevolg geven. Indien hij dat niet doet, kan hij worden opgesloten in een gesloten centrum of een woonunit met het oog op een gedwongen verwijdering van het grondgebied.

 

Het bevel wordt betekend door de gemeente van de verblijfplaats van de betrokkene, de politie of de DVZ. In sommige gevallen blijft het niet bij één betekend bevel. Het gebeurt maar al te vaak dat iemand herhaalde bevelen krijgt.

 

07.12 Staatssecretaris Theo Francken: Ik wil u even onderbreken.

 

Het gaat hier om vragen naar heel veel statistieken. Mijn antwoord bestaat dus uit een zin. Ik verzoek u om vragen naar omstandig en gedetailleerd cijfermateriaal schriftelijk te stellen, zoals artikel 122b van het Reglement van de Kamer voorschrijft.

 

07.13  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik begrijp dat u die opmerking maakt.

 

07.14 Staatssecretaris Theo Francken: Ik wil gewoon voorkomen dat u heel die vraag stelt en dat ik dan zeg dat u ze schriftelijk moet stellen.

 

07.15  Carina Van Cauter (Open Vld): Ik begrijp het.

 

Ik had zonet al overleg met mijn collega. We waren beiden van mening dat de vragen beter schriftelijk dan mondeling gesteld konden worden. Ik begrijp dus uw opmerking. Men had ons dat echter wel eerder kunnen zeggen. Ik verwijt u dat niet. De vraag was op die wijze toegelaten. Ik zou u dan ook willen vragen om ze zo snel mogelijk te kunnen behandelen. U begrijpt ook dat we, gelet op de werkzaamheden in verband met sommige ontwerpen, graag over een aantal inlichtingen beschikken en dat het niet gepast is om daar te lang op te moeten wachten.

 

07.16 Staatssecretaris Theo Francken: Ik zal proberen de komende week een schriftelijk antwoord te bezorgen aan u beiden. Ik denk wel dat die vragen dan eerst schriftelijk ingediend moeten worden, om puur technische redenen.

 

07.17  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, worden de vragen dan omgezet in schriftelijke vragen? Ik was van plan mijn vraag schriftelijk te stellen. Ik zag dat de vraag van mevrouw Van Cauter mondeling was en heb me daarbij aangesloten, ook gezien de gemiddelde antwoordtijd voor schriftelijke vragen van de staatssecretaris. Als hij ons kan garanderen dat wij de komende week de antwoorden krijgen, is dat uiteraard geen probleem.

 

07.18 Staatssecretaris Theo Francken: Ik heb gezegd dat ik mijn uiterste best zal doen. Het is een inspanningsverbintenis, geen resultaats­verbintenis.

 

07.19  Barbara Pas (VB): Moeten we ze dan nog indienen als schriftelijke vraag?

 

De voorzitter: We zullen de vragen nu omzetten in schriftelijke vragen. Daardoor komen ze automatisch terecht op het secretariaat van de schriftelijke vragen. Ze zullen dan op die manier door het kabinet beantwoord worden.

 

07.20  Carina Van Cauter (Open Vld): We zullen dan, zo mogelijk binnen de week, een antwoord ontvangen.

 

De voorzitter: Dat staat alleszins zo in het verslag.

 

Bijgevolg worden de samengevoegde vragen nr. 23637 van mevrouw Van Cauter en nr. 23776 van mevrouw Pas omgezet in schriftelijke vragen.

 

08 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'Open Government Partnership" (n° 23751)

08 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "Open Government Partnership" (nr. 23751)

 

08.01  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je regrette que la presse se focalise sur quelques sujets et que les questions qu'on peut poser en dehors de ceux-ci ne l'intéressent pas.

 

Je mentionnerai d'abord le rapport de mesure 2016 de l’ASA soulignant les résultats positifs de vos actions dans la réduction des coûts administratifs. Le rapport mentionne qu’une partie de ces résultats vient d’une utilisation croissante du numérique dans les processus administratifs. L’administration 4.0, comme certains aiment à appeler cette nouvelle méthode de gouvernance, semble donc efficiente d’un point de vue budgétaire. Ajoutons que celle-ci permet également une meilleure transparence pour nos concitoyens.

 

Dans le même temps, la Belgique promeut le développement d’un gouvernement ouvert, avec une plus grande facilité d’accès aux données publiques via, par exemple, la plate-forme data.gov.be. De leur côté, des acteurs de la société civile, comme Open Knowledge Belgium, participent aussi à la mise en place d’un Open Government. Je suis donc quelque peu interrogatif quant au fait que notre pays n’est pas membre de l’Open Government Partnership. Cette organisation multilatérale promeut également une politique de transparence administrative et de participation citoyenne via les outils numériques, mais elle permet d’aller plus loin encore en encourageant ses membres à une harmonisation dans ce domaine.

 

Monsieur le secrétaire d’Etat, pouvez-vous m’expliquer l’absence de notre pays dans cette organisation, sachant que tous nos voisins et beaucoup de démocraties occidentales ont décidé de franchir le pas? Une adhésion est-elle envisageable à l’avenir?

 

08.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Monsieur Flahaux, à la suite d'une question parlementaire posée en juillet 2017, nous avons envisagé la possibilité d'adhésion à l'Open Government Partnership. La Belgique répond aux critères d'accès, mais cela implique la mobilisation de moyens humains et financiers qui sont trop limités pour le moment.

 

Cela n'empêche pas la Belgique de travailler avec d'autres pays de l'Union européenne et de l'OCDE pour promouvoir l'ouverture des données et la numérisation au sein de ses administrations. La DG Transformation digitale du SPF Stratégie et Appui et l'ASA, qui constituent l'open data task force, sont par ailleurs en contact régulier avec les entreprises et la société civile, y compris avec l'Open Knowledge Foundation.

 

L'adhésion de la Belgique à l'Open Government Partnership reste tout à fait envisageable lorsque les moyens humains et financiers le permettront.

 

Il y a quelques mois, en novembre ou décembre, j'étais à Paris pour une grande conférence de l'OCDE sur la digitalisation. J'y ai fait une note speech sur l'Open Government et sur les open data. C'était très positif. Nous avons conclu de nombreux partenariats, notamment avec la Tunisie et d'autres pays membres de l'OCDE, pour pouvoir apprendre des autres pays. En effet, les défis sont nombreux et beaucoup de pays vont très vite en ce domaine parce qu'il s'agit de l'avenir. La digitalisation et le concept d'un Open Government sont cruciaux et constituent des éléments-clés pour l'avenir.

 

Je suis tout à fait d'accord avec vous, mais vous devez savoir que les moyens de l'ASA se résument à treize personnes et à 1,7 million d'euros par année. C'est peu! Je ne dispose pas pour l'instant des moyens humains et financiers nécessaires à cette adhésion.

 

08.03  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour votre réponse et pour votre franchise.

 

Vous avez mis le doigt sur l'absence ou la limitation des moyens financiers et humains. Dans le cadre soit d'un avenant budgétaire soit du budget 2019, j'espère que vous pourrez obtenir ces moyens. En effet, vous mettez vous-même en évidence, et je vous en remercie, l'importance que cela représente pour l'avenir.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Question de Mme Gwenaëlle Grovonius au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la caserne de Belgrade" (n° 24081)

09 Vraag van mevrouw Gwenaëlle Grovonius aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de kazerne van Belgrade" (nr. 24081)

 

09.01  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le secrétaire d'État, ma question concerne la fermeture annoncée d'une caserne à Belgrade qui est par ailleurs un centre d'accueil de réfugiés.

 

Selon des informations parues dans la presse, la Croix-Rouge, locataire d'une partie du site de la caserne de Belgrade depuis deux ans, et, par extension, les 300 réfugiés qui y résident, devraient quitter les lieux le 1er avril, donc dans moins d'un mois. Ainsi en aurait décidé le ministère de la Défense, propriétaire du site. Le site serait vendu dans sa totalité au Bureau économique de la province de Namur qui souhaite y créer un parc d'activités économiques pour PME. La Croix-Rouge semble ne pas en avoir été informée et la Défense prétend en avoir informé votre département. Les responsables de la Croix-Rouge sur place nous indiquent qu'ils ont appris la nouvelle dans la presse.

 

Monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous me confirmer ces informations? Comment expliquez-vous que le centre ait été informé si tardivement, et par des voies détournées? Avez-vous des informations quant aux intentions de la Défense? Vend-elle effectivement l'ensemble du site ou seulement une partie? Dans ce cadre, une cohabitation avec le Bureau économique de la province de Namur est-elle envisageable? J'espère que nous n'en arriverons pas là mais, le cas échéant, quelles solutions sont-elles envisagées pour le relogement des demandeurs d'asile présents sur ce site?

 

09.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Grovonius, durant l'afflux de demandeurs d'asile en 2015 et 2016, chaque demandeur d'asile a bénéficié du gîte et du couvert, grâce à la bonne collaboration avec mon collègue de la Défense. La Défense a pris de bonnes dispositions, comme ouvrir les casernes et les transformer en centres d'accueil. Grâce à cela, nous sommes parvenus à encadrer la plus grosse crise humanitaire depuis la Deuxième Guerre mondiale.

 

La condition était que l'occupation des casernes par les demandeurs d'asile ne constitue pas un obstacle à un possible changement de destination d'une caserne ou à la vente de celle-ci. C'était l'accord conclu entre Steven Vandeput et moi-même.

 

Mon cabinet et Fedasil étaient depuis longtemps au courant de la possible vente du site de Belgrade, mais la chose n'était pas encore définitive. Le 27 février 2018, le cabinet de la Défense a informé aussi bien Fedasil que mon cabinet de la vente définitive du site de Belgrade. Fedasil, en sa qualité de gestionnaire du réseau d'accueil, et la Croix-Rouge discuteront avec le nouveau propriétaire, BEP, des modalités de fermeture de ce centre d'accueil.

 

En collaboration avec la Croix-Rouge, partenaire de Fedasil, nous examinerons les mesures à prendre pour que le déménagement se fasse dans les meilleures conditions, avec un impact limité pour les résidents.

 

Lorsque nous aurons tous les éléments en notre possession, nous examinerons toutes les possibilités et prendrons une décision qui tient compte du bien-être des résidents.

 

Est-ce définitif ou non? Nous le verrons au cours des jours qui viennent. S'il devait y avoir déménagement, nous avons déjà vécu cela à plusieurs reprises par le passé et je suis sûr que cela se déroulera dans des conditions optimales. Hier, la Belgique comptait pour la première fois moins de 17 000 demandeurs d'asile dans les centres d'accueil. Nous disposons pour l'instant d'une capacité de 22 000 à 23 000 places. Il y a donc de la place, ce n'est pas un problème.

 

Si vous déposez une nouvelle question dans quelques jours, je pense que nous en saurons plus. De nombreuses casernes sont en vente et, parfois, cela dure des dizaines d'années avant qu'elles soient réellement vendues. Nous savions depuis plusieurs années que le site de Belgrade pouvait être vendu par la Défense. Maintenant, c'est définitif et nous devons agir vite. Nous ne manquons pas d'expérience, nous avons déjà connu des situations similaires.

 

09.03  Gwenaëlle Grovonius (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous remercie pour ces éléments de réponse.

 

J'insiste sur le fait que les délais annoncés sont extrêmement brefs. Il est question d'une fermeture dans moins d'un mois. Je ne doute pas qu'il y ait des places. Néanmoins, il s'agit d'êtres humains qui vivent dans ce centre depuis un certain temps. Il y a la question des enfants ou des résidents qui suivent des formations dans cette zone, qui ont entrepris une série de choses à Namur. Ce ne sont pas des objets qu'on peut déplacer facilement d'un endroit à l'autre dans un délai aussi restreint.

 

J'insiste donc vraiment pour que toutes les parties puissent se mettre autour de la table afin de trouver une solution humaine et viable pour l'ensemble des parties. Les êtres humains doivent être au centre de la réflexion. Il suffirait par exemple que, dans un premier temps, la Défense ne vende pas l'ensemble du site puisque le Bureau économique de la province (BEP) n'a pas besoin de l'ensemble du site. Des pistes existent et peuvent être mises en œuvre.

 

J'ai également déposé une question auprès de votre collègue, Steven Vandeput, mais nous n'avons normalement pas de session de questions-réponses avec lui cette semaine. Je ne manquerai pas de revenir vers vous et M. Vandeput pour connaître l'évolution de ce dossier.

 

Au niveau namurois, il y a une volonté de poursuivre le travail d'accueil qui a été mené ces deux dernières années autour de ce centre et – je l'ai dit et je le répète – de placer ces êtres humains au centre de notre réflexion et de notre action.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Question de Mme Julie Fernandez Fernandez au secrétaire d'État à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative, adjoint au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "le délai d'enregistrement d'un citoyen de nationalité d'un pays membre de l'Union européenne" (n° 24106)

10 Vraag van mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de inschrijving van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie" (nr. 24106)

 

10.01  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le secrétaire d'État, les règles de calcul relatives au délai d’enregistrement d'un ressortissant d'un État membre de l'Union européenne sont inscrites dans l’article 6 de la loi du 15 décembre 1980. À moins d'une autorisation ministérielle, l'intéressé ne peut bénéficier de séjours successifs dont la durée totale dépasserait 90 jours sur une période globale de 180 jours. Cela implique que, si une personne quitte le territoire belge ou franchit la frontière d’un État européen Schengen, la date d’entrée semble toujours celle de la première arrivée sur le territoire.

 

La liberté de circulation représente l'un des attributs de la citoyenneté européenne, mais reste soumise à certaines conditions. Le droit de séjourner en Belgique pour un citoyen de l’Union est ainsi sujet à diverses procédures d’enregistrement. En effet, celui-ci doit se déclarer auprès de la commune où il a décidé de vivre et faire la preuve de revenus. Il existe trois critères visés à l’article 40 de la loi précitée: travailleur salarié, indépendant, étudiant ou rentier.

 

J’ai donc quelques questions à vous poser à ce sujet.

 

Le calcul des séjours successifs est-il d’application ou applique-t-on une mise à zéro de ce délai de 90 jours, si l'intéressé quitte le territoire?

 

La législation européenne admet que la libre circulation peut, selon les pays, être soumise à des conditions. Quelle sanction s’applique-t-elle concrètement à un citoyen de l’Union européenne en cas d’absence de déclaration d’enregistrement à la commune ou d'absence de preuve de revenus suffisants? Quels contrôles l’Office des Étrangers envisage-t-il dans ces cas? Une dérogation accordée par le ministre étant possible, j'aimerais savoir, monsieur le secrétaire d'État, si vous en avez délivré en 2017 et au début de cette année? Si oui, en quelle quantité?

 

10.02  Theo Francken, secrétaire d'État: Madame Fernandez, l'article 6 de la loi de 1980 n'est pas uniquement applicable aux ressortissants de pays tiers. Les dispositions particulières visant les citoyens de l'Union européenne sont reprises au Titre 2, chapitres 1 et 1bis de la loi. En clair, lorsqu'un citoyen de l'Union quitte la Belgique après un court séjour de maximum trois mois, il peut revenir tout de suite pour une nouvelle période de trois mois.

 

Ensuite, l'enregistrement n'est pas obligatoire quand la durée du séjour d'un citoyen de l'Union dans un État membre autre que celui dont il a la nationalité est inférieure à trois mois. En cas de séjours successifs dans plusieurs autres États membres, ce même délai est applicable dans chaque État. Après cette échéance, l'intéressé est obligé de s'enregistrer, en introduisant une demande d'attestation d'enregistrement auprès de l'administration communale du lieu de résidence. S'il ne s'exécute pas, l'article 24 4-2 prévoit la possibilité de lui infliger une amende administrative de 200 euros.

 

Si un citoyen de l'Union européenne ne remplit pas les conditions de séjour, l'Office peut lui refuser ou lui retirer son droit de séjour. Cela peut notamment être le cas quand il devient une charge déraisonnable pour le système d'aide sociale.

 

Quels contrôles sont-ils envisagés par l'Office dans ce cas? Chaque mois, le SPPIS signale à l'Office les citoyens de l'Union à qui il apporte une aide ou verse un revenu. L'Office des Étrangers réexamine leur situation en respectant leur droit à être entendus avant toute décision mettant fin à leur séjour.

 

Je ne crois pas que M. Puigdemont reçoive une aide sociale.

 

10.03  Julie Fernandez Fernandez (PS): C'est vous qui parlez de M. Puigdemont, ce n'est pas moi.

 

Pour bien comprendre, je récapitule: quand un citoyen quitte le territoire, le compteur est remis à zéro; s'il le fait régulièrement, on pourrait presque considérer que c'est une fraude. Alors, les citoyens ne sont pas égaux: il y a ceux qui auront les moyens de quitter le territoire et ceux qui ne l'auront pas.

 

Je ne dis pas que c'est ce que vous dites. J'interprète. Les citoyens européens, qui ont la possibilité de quitter le territoire tous les trois mois, ont un compteur remis à zéro. Si vous me dites que c'est la loi, je vous crois. Ceux qui n'en ont pas les moyens…

 

10.04  Theo Francken, secrétaire d'État: Il ne faut pas beaucoup de moyens pour prendre un bus vers les Pays-Bas.

 

10.05  Julie Fernandez Fernandez (PS): Il faut une attestation, je suppose. Il ne suffit pas de sortir du pays.

 

10.06  Theo Francken, secrétaire d'État: Presque tout le monde peut le faire. Prendre le train ou le bus pour se rendre en France ou aux Pays-Bas ne revient pas très cher.

 

10.07  Julie Fernandez Fernandez (PS): Il ne doit pas justifier d'une raison de quitter le territoire?

 

10.08  Theo Francken, secrétaire d'État: En vertu de la libre circulation, non! Mais s'il veut rester plus de trois mois, il doit s'enregistrer à la commune, comme Européen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: Vraag nr. 23432 van de heer Vermeulen wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.21 uur.

La réunion publique de commission est levée à 16.21 heures.