Bijzondere commissie "Klimaat en Duurzame Ontwikkeling"

Commission spéciale "Climat et Développement durable"

 

van

 

Maandag 5 maart 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Lundi 5 mars 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


De commissievergadering wordt geopend om 14.12 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke en mevrouw Viviane Teitelbaum.

La réunion de commission est ouverte à 14.12 heures et présidée par M. Siegfried Bracke et Mme Viviane Teitelbaum.

 

01 Interparlementaire Klimaatoverleg

01 Concertation interparlementaire sur le Climat

 

01.01  Siegfried Bracke, voorzitter: Dames en heren, het is om te beginnen mij een genoegen om na het Vlaamse, het Brusselse en het Waalse Parlement, u vandaag in de Kamer te mogen verwelkomen voor de vergadering van het interparlementaire klimaatoverleg.

 

Ik hoef u niet te zeggen dat klimaat een belangrijk dossier is, waarover de bevoegdheden in België verdeeld zijn over verscheidene niveaus. Vanzelfsprekend is het even waar dat er geen grenzen zijn aan het klimaat en de uitdagingen errond en daarom is het aangeraden, met respect voor de respectieve bevoegdheden, om te overleggen tussen parlementen. Het is dan ook in dat kader dat sedert vorig jaar en naar aanleiding van de ietwat moeizame intrabelgische dialoog over de burden sharing de voorzitters en de betrokken leden van de parlementen besloten om op regelmatige basis voor dat dossier samen te komen.

 

Chers collègues, les travaux menés dans le cadre du dialogue interparlementaire sur le climat peuvent combler des lacunes et jeter un pont entre les politiques menées par les entités fédérées et celles de l'État fédéral.

 

À l'occasion de la COP23, la conférence sur le climat qui s'est tenue à Bonn, le dialogue interparlementaire sur le climat permit, en novembre 2017, d'adopter une déclaration commune. Cette déclaration a été appréciée à sa juste valeur et a reçu un accueil favorable à Bonn. Le prochain objectif consiste, dès lors, à élaborer une résolution en vue de la COP24, la conférence sur le climat qui se tiendra, comme vous le savez tous, à Katowice, en Pologne, du 3 au 18 décembre 2018. Le défi de cette conférence sera de taille car de nombreux débats de fond devront être menés.

 

Certains accords pratiques doivent encore être pris. Ils concernent la manière dont ces objectifs peuvent être atteints. Vouloir, c'est pouvoir. Il est clair que nous ne partons pas de zéro, puisque nous pouvons nous baser sur la déclaration commune.

 

M. Benoît Drèze prend également place au banc de la présidence.

De heer Benoît Drèze neemt ook plaats op de voorzittersbank.

 

Dames en heren collega's, ik wil u alleen maar danken voor uw aanwezigheid in de Kamer en zal mijn uiteenzetting daartoe beperken. Graag geef ik het voorzitterschap over aan mijn goede collega Bert Wollants, de voorzitter van de bijzondere commissie voor het Klimaat en de Duurzame Ontwikkeling in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Ik kan u alleen maar een zeer spoedige en constructieve vergadering en een uitzonderlijk goed overleg toewensen.

 

De heer Bert Wollants neemt plaats op de voorzittersbank.

M. Bert Wollants prend place au banc de la présidence.

 

01.02 Bert Wollants, voorzitter: Collega's, ook ik heet u hartelijk welkom in de Kamer voor het interparlementair klimaatoverleg. Ik wil heel kort nog even onze agenda overlopen. Het is de bedoeling dat wij het vandaag over een aantal zaken hebben.

 

Ten eerste moeten wij nagaan hoe wij het overleg om te komen tot een gemeenschappelijke tekst naar aanleiding van de COP 24, die eind van dit jaar zal plaatsvinden, moeten organiseren.

 

Ten tweede zal de heer Wittoeck, die wij hartelijk welkom heten in ons midden, een uiteenzetting geven over de resultaten van de COP 23 en een vooruitblik werpen op COP 24, punten die wij bij onze bespreking kunnen meenemen, samen met alles wat daartussen al is gebeurd.

 

Ik stel voor dat wij beginnen met de regeling der werkzaamheden en de procedure vastleggen die wij zouden kunnen volgen. Het Waals Parlement stelt voor om een huishoudelijk reglement op te maken en ter goedkeuring voor te leggen. Ik heb begrepen dat er vanuit de andere parlementen ook voorstellen zijn in die richting. Wij moeten ons eerst uitspreken over de vraag of wij met een huishoudelijk reglement werken of op een andere manier te werk gaan. Ten minste moet duidelijk zijn op welke manier wij aan het werk zullen gaan de komende maanden.

 

Tegelijk wil ik ook vragen dat eenieder die het woord neemt, eerst zijn naam en het Parlement waarvan hij of zij lid is, noemt, zodat het verslag de juiste woorden bij de juiste persoon kan leggen, om eventuele vervelende situaties te vermijden.

 

01.03  Benoît Drèze, président: Chers collègues, cette idée est issue de l'expérience des mois précédents. Nous avons finalement pu accoucher d'une déclaration. C'est un résultat très tangible, très concret. Mais nous avons parfois dû improviser un peu notre méthode de travail. Nous avons parfois suspendu la séance pour essayer de nous mettre d'accord, notamment sur des modalités de vote et des modalités de renvoi, ou non, vers nos assemblées respectives. Nous nous en sommes sortis parce que tout le monde avait manifestement la volonté d'aboutir. Nous en sommes tous très heureux.

 

Veuillez excuser le président André Antoine cet après-midi. Son idée est qu'il faut baliser nos travaux à venir pour que les choses coulent plus facilement, en nous mettant d'accord sur un règlement d'ordre intérieur. Deux points devraient être décidés. D'une part, les modalités de vote. S'il n'y a pas d'unanimité, comment les positions minoritaires sont-elles reflétées? D'autre part, il y a le retour vers nos assemblées. À titre moins important, il y a la problématique des lieux de réunion. Nous avons assez naturellement été de l'un vers l'autre. Cet accueil au sein de chacune des assemblées pourrait être précisé dans ce règlement d'ordre intérieur. Voilà, dans les grandes lignes, monsieur le président.

 

01.04  Viviane Teitelbaum, présidente: Monsieur le président, mesdames, messieurs, je suis la présidente de la Commission environnement et je remplace M. Picqué au sein de cette commission.

 

Selon nous, il serait souhaitable d'arriver à un consensus plutôt qu'à un vote sur les textes. Nous proposons également de faire valider les textes par nos parlements respectifs afin que le message envoyé soit plus fort.

 

Par ailleurs, nous proposons de partir du texte COP précédent pour définir la façon dont seront présentés les amendements, la manière selon laquelle nous allons travailler, à savoir si c'est sur la base d'un règlement d'ordre intérieur ou non.

 

En outre, il serait opportun de vérifier les horaires des réunions.

 

01.05  Andries Gryffroy (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijn naam is Andries Gryffroy, lid van het Vlaams Parlement. Met uw toestemming wil ik graag voortgaan op de procedure. Wij hebben uw vraag bekeken met een aantal andere partijen in het Vlaams Parlement, om te zien hoe men deze op een eenvoudige, transparante en democratische manier kan aanpakken. Wij zijn tot de volgende synthese gekomen.

 

Eerst en vooral, welk gewicht geeft men aan welke assemblee binnen dit orgaan? Om een complexe procedure ter zake te vermijden volstaat het puur wettelijk en decretaal gezien dat als exact dezelfde resolutie in de vier assemblees wordt goedgekeurd op de wijze eigen aan elke assemblee — in de ene kamerbreed en in de andere misschien niet maar die beslissing komt de assemblee toe — men niet noodzakelijk hier een stemming moet organiseren. Als de resolutie in de vier assemblees wordt goedgekeurd, is er een consensus. Men moet hier altijd zorgen voor een consensus.

 

Ten tweede, hoe gaat men dan praktisch te werk? Zoals ook in uw nota staat, mijnheer de voorzitter, wordt er over een bepaald onderwerp gewerkt aan een sneuveltekst in elk parlement, die ook intern in elk parlement wordt besproken volgens de eigen procedures. Dan komen de vier sneuvelteksten in dit gremium samen, waar de bespreking ervan in het beste geval de eerste keer al moet leiden tot een definitieve tekst die dan terugkeert naar de vier assemblees waar men erover kan stemmen. Als de vier assemblees hun goedkeuring geven, is er automatisch een consensus. Als dat niet het geval is, kan het zijn dat de tekst een paar keer heen en weer moet gaan.

 

De vraag is dan hoe men dat doet met de vertegenwoordiging van de verschillende assemblees in dit gremium? Als men dat op deze manier doet, dan maakt het geen verschil uit, want dan bepaalt elke assemblee zelf hoe zij de vertegenwoordiging in dit gremium organiseert. Bijvoorbeeld voor het Vlaams Parlement zou dat de voortzetting van onze eigen klimaatcommissie zijn. De vertegenwoordigers komen naar hier. Een groot aantal van de vertegenwoordigers zijn hier trouwens aanwezig. Het Brussels Parlement, het Vlaams Gewest en de Kamer van volksvertegenwoordigers kunnen dat elk nog anders doen.

 

Het is ook niet belangrijk of het ene of het andere parlement door meer personen vertegenwoordigd is, want daarna moet er toch over worden beslist in de eigen assemblee. Het is natuurlijk niet eenvoudig tot een consensustekst te komen — dat hebben wij vorige keer ook gezien —, tenzij het over een wollige, brede en niet concrete tekst gaat. Men kan er dan ook over discussiëren of het niet mogelijk moet zijn om minderheidsamendementen op te nemen. Minderheidsamendementen zouden volgens mij een goede zaak zijn, maar wij mogen het ook niet te vrijblijvend maken. Ons voorstel daaromtrent houdt in dat minstens twee parlementen en vier partijen een minderheidsamendement moeten ondersteunen opdat het wordt opgenomen in de tekst.

 

Ik heb nog een praktische opmerking. Wij zijn nu welkom in de Kamer. Er zal straks waarschijnlijk een initiatief starten, maar dat zal nog niet afgerond zijn. Ik weet niet in welk parlement de volgende vergadering zal plaatsvinden, maar het moet ten minste de bedoeling zijn dat de diensten van de Kamer dit stuk verder aanpakken en begeleiden tot het einde. Als er de volgende keer iets anders wordt besproken, moeten de diensten van het desbetreffende parlement dat verder begeleiden tot het einde, zodanig dat er geen versnippering van de administratie is, maar dat iedere administratie tot het einde het stuk behartigt dat is opgestart in die specifieke assemblee.

 

Ik vat even samen. Wij moeten ervan uitgaan dat de uitkomst van onze besprekingen een consensus is. Die consensus kan men bereiken door in elke assemblee dezelfde tekst ter stemming voor te leggen. De sneuvelteksten worden eerst gemaakt op assembleeniveau en komen vervolgens naar ons voor de bespreking. De stemming gebeurt dan weer in de assemblee, zodanig dat hier geen discussie bestaat over de vertegenwoordiging: met hoeveel mensen, per partij of per parlement. Zo kan er ook geen discussie bestaan over hoe er moet worden gestemd. Daardoor komt een aantal items die in uw brief worden vermeld, te vervallen.

 

01.06 Bert Wollants, voorzitter: Zijn er andere reacties of zijn er reacties op dit concretere voorstel van aanpak? Kan iedereen zich erin vinden om het op die manier aan te pakken?

 

01.07  Viviane Teitelbaum (MR): Pour ce qui est des amendements, ne pourrions-nous pas rester dans une logique de parlement plutôt que de redoubler la logique des parlements par une logique des partis politiques, ce qui, à mon avis, compliquerait fortement les choses? Ainsi, on garde une procédure interne à chaque parlement plutôt qu'une procédure liée aux partis pour le dépôt des amendements? Ne pourrait-on pas dire qu'on peut tenir compte des amendements si deux parlements les soutiennent, de manière à faciliter un peu les choses?

 

01.08  Andries Gryffroy (N-VA): Als men het beperkt tot twee parlementen, dan gaat men volgens mij tot bizarre situaties komen. Stel dat er binnen alle assemblees een meerderheid is om een bepaalde tekst goed te keuren maar dat bepaalde partijen vinden dat er toch een bepaald accent ontbreekt en graag willen dat dit wordt opgenomen in een minderheidsamendement. Als men dan zegt dat het parlement daarmee akkoord moet gaan, dan verwacht men een meerderheid binnen dat parlement voor een minderheidsamendement. Men zit dan met een contradictio in terminis. Men heeft dan een meerderheid nodig voor een minderheidsamendement. Vandaar dat wij zeggen dat men geen meerderheid nodig heeft binnen twee assemblees maar dat men gewoon de goedkeuring nodig heeft van minstens twee Gewesten en vier partijen, als ik mij zo mag uitdrukken, om zo'n amendement op te nemen. Wat ik voorstel is dus minder stringent dan wat u voorstelt. U hebt anders binnen uw parlement de goedkeuring voor een bepaalde resolutie maar een minderheidsamendement moet dan plots ook weer goedgekeurd worden binnen datzelfde parlement met een meerderheid om het op te laten nemen als minderheidsamendement. Ik zit hier dus te spelen met de woorden majorité en minorité.

 

01.09 Bert Wollants, voorzitter: Ik kijk even naar de andere parlementsleden en delegaties. Zijn er geen reacties?

 

Mijnheer Gryffroy, is het mogelijk om ons een iets verder uitgewerkte tekst te bezorgen over wat u voorstelt? Dan kunnen wij hem gebruiken als sneuveltekst zodat iedereen de kans krijgt dit in zijn parlement even te bekijken binnen het gremium dat daarvoor bevoegd is. Op die basis kunnen wij dan voortwerken. Iedereen kan dan nadenken over de problematiek van de minderheidsamendementen en de manier waarop deze zouden kunnen worden behandeld. Gaat iedereen daarmee akkoord?

 

01.10  Benoît Drèze (cdH): Dans la note que l'on m'a transmise venant du greffier de notre Parlement, il est suggéré de se référer à la procédure en matière d'assentiment, une procédure qui est connue. Cela pourrait être une alternative. Je crois que ce qui est effectivement important, c'est qu'on dispose d'un texte martyr et qu'on y revienne la prochaine fois pour ne pas improviser aujourd'hui.

 

01.11 Bert Wollants, voorzitter: Wij nemen dat zo mee en vragen aan het Vlaams Parlement om een basistekst aan te leveren zodat wij dat de volgende keer verder kunnen behandelen.

 

Wij moeten ook nog een aantal beslissingen nemen over onze verdere werkzaamheden.

 

Als wij een degelijke kalender willen opstellen om te komen tot een tekst die bruikbaar is op de COP 24, moeten wij onze werkzaamheden best zo proberen te organiseren dat wij voor het zomerreces kunnen landen. Zo kunnen wij vermijden waarmee wij vorige keer gekampt hebben, namelijk dat onze werkzaamheden te veel uitlopen en men op het laatste moment nog met tekstwijzigingen en dergelijke komt.

 

Dit wil zeggen dat wij voor het afronden van onze werkzaamheden met betrekking tot die tekst mikken op voor 11 juli, want ik denk dat het Vlaams Parlement als eerste in reces vertrekt. De vraag is dan hoeveel samenkomsten wij moeten plannen om dat rond te krijgen. Het is niet onverstandig om te mikken op ongeveer drie bijeenkomsten. Als wij ze niet allemaal nodig hebben, des te beter, maar dan zijn ze ten minste gepland. Dat geeft ons ook een zekere frequentie om ons allemaal scherp te houden en de druk op de ketel hoog genoeg te houden.

 

Daaraan gekoppeld, en hierover wil ik de vergadering ook even bevragen, ik heb begrepen dat voor een aantal parlementen en deelnemers aan onze vergadering maandagnamiddag enigszins moeilijk ligt. Dat is de verklaring dat er vandaag een aantal afwezigen is, die wellicht heel graag hadden deelgenomen vanmiddag.

 

Op dat vlak wil ik even de vergadering bevragen om te kijken wat een beter moment is om te vergaderen en of u akkoord kunt gaan om te trachten nog drie vergaderingen in te plannen voor het zomerreces om onze werkzaamheden tot een goed einde te brengen.

 

Wie vraagt hierover het woord?

 

01.12  Viviane Teitelbaum (MR): Pour ce qui concerne le parlement bruxellois, nous sommes tout à fait d'accord de tenir trois réunions avant l'été. Cela ne pose pas de problème. S'agissant des horaires des réunions, cela devrait rester lundi vers midi ou alors mardi après-midi. Il faudrait consulter les présidents d'assemblée pour vérifier ce qui serait le mieux.

 

01.13 Bert Wollants, voorzitter: Als het verschuiven van onze vergadering naar het middaguur een oplossing is, dan kan dat overwogen worden. Ik kijk naar de anderen om daarop te reageren.

 

01.14  Benoît Drèze (cdH): Si c'est à midi, vous seriez aimable de vérifier pour les députés wallons si c'est une semaine "Communauté française", où nous sommes alors à Bruxelles. Sinon, cela deviendra très difficile. À défaut, le jeudi et le vendredi offrent plus de souplesse, puisque nous avons moins de travail parlementaire ces deux jours.

 

01.15 Bert Wollants, voorzitter: Op donderdag zitten wij natuurlijk in de Kamer met de plenaire zitting.

 

01.16  Viviane Teitelbaum (MR): En in het Brussels Parlement, le vendredi, nous sommes en plénière.

 

01.17  Andries Gryffroy (N-VA): Als ik het samenvat, dan blijft alleen de dinsdagmiddag over. Op maandagmiddag komt het Bureau samen in het Vlaams Parlement.

 

01.18 Bert Wollants, voorzitter: Is dinsdagmiddag een betere optie, mijnheer Tobback?

 

01.19  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de voorzitter, aangezien de dinsdagnamiddag ook het vaste vergadermoment is van de commissie voor Leefmilieu in het Vlaams Parlement, waarvan zowat alle leden van de klimaatcommissie in het Vlaams Parlement deel uitmaken, is dat een beetje absurd. Er zal dan namelijk niemand van het Vlaams Parlement aanwezig zijn.

 

01.20  Benoît Drèze (cdH): Le mardi midi nous convient, tout comme le lundi midi, à condition que ce soit une semaine de la Fédération Wallonie-Bruxelles.

 

01.21 Bert Wollants, voorzitter: Is dinsdagmiddag een mogelijkheid voor alle parlementen? Het vraagt natuurlijk enige efficiëntie om twee keer op het middaguur voldoende resultaten te boeken. Ik merk dat dinsdagmiddag op het middaguur een optie is waartegen ik niet meteen veel bezwaren zie.

 

01.22  Brigitte Grouwels (CD&V): Als de vergaderingen op dinsdagmiddag plaatsvinden, kom ik niet meer, want ik heb op dinsdagmiddag telkens een vaste vergadering. Wat wel kan, is dinsdagnamiddag, op het moment waarop de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement samenkomt. Kan dat niet? Waarom niet?

 

01.23  Bruno Tobback (sp.a): Wanneer kan de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement volgens u dan vergaderen?

 

01.24  Brigitte Grouwels (CD&V): De leden van de commissie Leefmilieu kunnen naar deze vergadering komen in plaats van de commissie Leefmilieu bij te wonen.

 

01.25  Bruno Tobback (sp.a): Hoe suggereert u dan de organisatie van de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement?

 

01.26  Brigitte Grouwels (CD&V): Deze commissie Klimaat komt toch niet elke week samen?

 

01.27  Bruno Tobback (sp.a): (…)

 

01.28 Bert Wollants, voorzitter: (…) het belang van de verschillende parlementen niet tegenover mekaar afwegen.

 

01.29  Brigitte Grouwels (CD&V): Dan vind ik het voorstel om te vergaderen op maandagmiddag, op het moment waarop de Franstalige Gemeenschap in Brussel vergadert, een goed voorstel.

 

01.30 Bert Wollants, voorzitter: Kan iedereen zich vinden in een vergadering op maandag op het middaguur in de juiste week zodat er zoveel mogelijk collega's hier aanwezig kunnen zijn? (Instemming)

 

Goed, dan ga ik meteen over naar de volgende stap. Wij hebben de agenda al eens geraadpleegd om na te gaan wat er mogelijk zou kunnen zijn op maandag, dus ook op maandagmiddag. De kalender van het Waals Parlement ken ik echter onvoldoende. Wij dachten aan 30 april, 28 mei en 2 juli. Kunnen de vertegenwoordigers van het Waals Parlement nakijken of die data problematisch zijn? Of kunnen we daarover nog terugkoppeling krijgen?

 

01.31  Benoît Drèze (cdH): Mme Salmon peut-elle m'aider? Je n'ai pas le calendrier des parlements francophones sous la main.

 

01.32 Bert Wollants, voorzitter: Ik consulteer snel iedereen even. Dankzij mevrouw weten we dat 30 april, 28 mei en 25 juni geen probleem vormen voor het Waalse parlement.

 

01.33  Wilfried Vandaele (N-VA): Ik ben lid van het Vlaams parlement en merk op dat wij in Vlaanderen 's maandags op de middag een vergadering van het Bureau hebben. Als we echt 's middags moeten samenkomen, kan ook voorzitter Peumans in principe niet aanwezig zijn. Is het echt de bedoeling om steeds met een vaste dag te werken? Is het geen betere idee om eens te verspringen? Dan kan iemand er de ene keer wel en de andere keer niet zijn.

 

01.34 Bert Wollants, voorzitter: We kunnen ook overgaan tot consultatie van de verschillende parlementen en proberen zo aan drie data te komen. Ik vrees dat we er anders niet uit raken. We nemen dus het voorstel voor maandagmiddag mee en trachten met de parlementen tot een gedragen voorstel te komen.

 

01.35  Andries Gryffroy (N-VA): Met andere woorden, de parlementen moeten u zelf data voorstellen? Dat zal niet in orde komen hoor.

 

01.36 Bert Wollants, voorzitter: Neen, wij zullen de data die worden voorgesteld, aan de leden die er nu niet zijn, voorleggen en hen ook consulteren of we op die manier tot de beste oplossing kunnen komen. Als er op andere data nog minder mensen beschikbaar zijn, dan is dat ook geen oplossing en kunnen we het beter houden bij de voorgestelde drie data.

 

01.37  Andries Gryffroy (N-VA): Als ik mijn collega Wilfried even mag bijtreden, u zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat de vergadering van maandag 28 mei verschoven wordt naar dinsdag 29 mei. Dat is dan misschien moeilijk voor mevrouw Grouwels, maar dan kunnen Jan Peumans en Wilfried Vandaele er wel bij zijn. Vervolgens kan er dan vergaderd worden op maandagmiddag 30 april, nadien op 29 mei 's middags, wat moeilijk is voor Brussel maar makkelijker voor ons, en ten slotte op 25 juni, wat weer moeilijker is voor ons maar makkelijker voor anderen. We hebben dan wel een alternatie tussen maandag en dinsdag. Kan iedereen daarmee instemmen?

 

01.38 Bert Wollants, voorzitter: Voor mij is dat goed. Is iedereen het daarmee eens? (Instemming)

 

Dan leggen we het zo vast.

 

Het volgende punt betreft de werkwijze.

 

Ik heb hier al gehoord dat er de voorkeur aan wordt gegeven om te werken op basis van de gemeenschappelijke verklaring. Ik hoorde ook tijdens de uiteenzetting in het Vlaams Parlement dat op basis daarvan tekstvoorstellen zouden worden gedaan. Of heb ik dat verkeerd begrepen?

 

01.39  Andries Gryffroy (N-VA): Ik heb niet gezegd dat wij voort moeten werken op basis van onze gemeenschappelijke verklaring. Ik verklaar mij nader. De gemeenschappelijke verklaring kijkt te veel naar wat wij intern moeten doen, in België en in de verschillende regio's. Wat wij nu willen proberen te doen, is een boodschap meegeven aan onze klimaatministers die naar COP 24 gaan.

 

Die boodschap moet geen opsomming geven van wat we wel en niet hebben gedaan. Ik zou de ministers liever de boodschap willen meegeven welke standpunten zij voor ons moeten verdedigen tegenover de rest van de wereld.

 

Ons voorstel is dus veeleer te vertrekken van de werkzaamheden van vandaag om een tekst te produceren die vooral gaat over het standpunt van de vier assemblees, die onze klimaatministers op COP 24 moeten verkondigen en niet een opsomming te geven van wat zij al gedaan hebben of nog niet gedaan hebben, waar het beter gaat of waar het slechter gaat. Dat is allemaal interne politiek.

 

Op zo'n COP wordt een pak thema's besproken, die niet enkel gaan over wat een land intern doet.

 

01.40 Bert Wollants, voorzitter: U stelt dus voor dat elk Parlement voor insteken zorgt met de bedoeling aan onze ministers standpunten mee te geven die ze in de COP 24 kunnen innemen als nuttige bijdragen over wat wij willen, en dus minder te focussen op wat wij in eigen land zelf doen. Het moet meer een boodschap aan de anderen zijn.

 

Collega's, is het een goed voorstel dat elk Parlement op basis daarvan insteken aanlevert, zodat wij tot een soort sneuveltekst kunnen komen waar die elementen in vervat zijn?

 

01.41  Jenny Baltus-Möres (MR): Je pense que c'est une bonne idée. C'est une bonne proposition mais, si on regarde déjà la déclaration qui a été élaborée, j'ai l'impression qu'on ne dit pas trop ce qu'on a fait mais aussi ce qu'on demande. Il s'agissait de formulations claires et précises pour déterminer où on veut aller et ce à quoi on veut aboutir. Je ne vois pas une énorme différence par rapport à ce qu'on a fait, sauf qu'il s'agit maintenant bien sûr d'une résolution concrétisant plus avant les objectifs de la présente déclaration qui a été ratifiée par l'ensemble des parlements représentés au sein de notre dialogue interparlementaire.

 

J'ai encore une petite question. Vous avez parlé de quatre assemblées qui doivent finalement voter cette résolution et d'un membre ayant le statut d'observateur. Il faudra préciser si ce doit être voté par tous les parlements, ceux des Communautés également. C'est une question pratique à ajouter éventuellement aux questions à clarifier dans le ROI.

 

01.42  Andries Gryffroy (N-VA): Wat uw laatste punt betreft, ik zal dat proberen duidelijk te maken in de nota die wij tijdig zullen bezorgen en waarover wij de volgende keer kunnen discussiëren.

 

Wat uw eerste punt betreft, het verder uitwerken van onze gemeenschappelijke verklaring is een opdracht op zich en gaat over wat wij zelf willen doen binnen de verschillende Gewesten en/of op federaal niveau.

 

Daaraan heeft de buitenwereld op de COP 24 echter geen boodschap, maar dat kan een aparte opdracht zijn die wij de komende maanden kunnen volbrengen, naast de eisenbundel die wij aan onze ministers willen meegeven, met daarin wat zij op de COP 24 wereldkundig moeten maken. Ik denk bijvoorbeeld aan de eeuwige discussie over transport via de lucht, dat niet wordt opgenomen. Wij kunnen een duidelijke boodschap geven aan de ministers dat zij daarvoor vechten en hun standpunt meedelen aan de Raad.

 

Met andere woorden, die gemeenschappelijke boodschap verder concretiseren specifiek rond eigen intern beleid kan dan gebeuren in parallelle vergaderingen of meteen daarna, maar nu wil ik vooral een eisenbundel kunnen meegeven aan de ministers met wat voor ons belangrijk is om als externe boodschap te brengen.

 

01.43  Évelyne Huytebroeck (Ecolo): Tout dépend des termes qu'on utilise. Je le vois moins dans un "cahier de revendications" en tant que tel ou de "ce qu'on demande" ou de "ce qu'on a  fait". Cela ne peut pas être rien que cela. Cela doit être un texte qui a du souffle, du "projet" et de l'ambition à court et moyen termes. On ne pourra pas se contenter uniquement de mettre une liste de revendications de ce que nous, parlementaires, nous voulons. Je pense qu'on doit trouver l'équilibre entre ce que nous concevons comme projet, y compris à moyen et long terme, mais pas uniquement une liste de choses que nous demandons ou que nous avons faites. Il faudra voir l'équilibre mais je n'appellerais pas cela un "cahier de revendications". Il faut qu'on ait un texte ambitieux et qui a du souffle.

 

01.44  Robrecht Bothuyne (CD&V): Uiteindelijk willen wij allemaal hetzelfde, namelijk een nieuwe tekst voor de volgende COP, met de ambitie die wij zelf uitstralen, maar ook met een aantal vragen die wij aan de rest van de wereld willen stellen. Dat kan geen enkel probleem zijn. Ik wil er ook op wijzen dat het de bedoeling zou moeten zijn dat deze commissie niet alleen met het oog op de volgende COP een tekst samenstelt, maar eventueel ook andere initiatieven kan nemen.

 

Ik denk daarbij heel concreet aan hetgeen wij in onze vorige verklaring hebben opgenomen onder punt 13, het interfederale energiepact, waarbij wij vragen om daarin betrokken te worden. Ook dat kan hier in de komende maanden nuttig ter sprake worden gebracht en aanleiding geven tot nieuwe initiatieven.

 

01.45  Michel de Lamotte (cdH): Monsieur le président, lors de la précédente intrerparlementaire, nous avions proposé un texte. Il me semble intéressant qu'on puisse évaluer sa mise en œuvre depuis la dernière fois et repartir avec de nouveaux objectifs ou consolider les objectifs que nous avons déjà inscrits. On ne part pas de rien. Il faut voir ce qu'on a déjà fait et fixer des objectifs. Dans le futur, on ne peut pas être en-dessous de ce que nous avons fixé dans le texte précédent car les choses n'évoluent pas nécessairement dans le bon sens. Je suggérerais que chaque assemblée puisse évaluer le texte et y revenir avec un certain nombre de précisions pour le texte suivant.

 

01.46 Bert Wollants, voorzitter: Collega's, begrijp ik dan goed dat we willen komen tot een tekst die zowel een aantal dingen vraagt aan de ministers om mee te nemen naar de COP24, als ook intern een aantal ambities naar voren schuift, dat de verschillende parlementen intern hun evaluatie maken van wat al op papier is gezet en dat meenemen in de voorstellen die zij doen voor de nieuwe tekst die we graag willen aannemen voor het zomerreces, en dat we op basis van die invalshoeken trachten tot een sneuveltekst te komen, waarop we dan kunnen inzoemen een volgende vergadering? Kan iedereen zich vinden in die aanpak? (Instemming)

 

Dan stel ik voor dat wij nog even bekijken tegen wanneer wij de invalshoeken van alle parlementen verwachten. Als daar duidelijkheid over is, dienen we onze eventuele vergadering niet uit te stellen omwille van werkzaamheden en dergelijke, maar kan elk parlement een planning opmaken om de teksten tijdig aan te leveren, zodat wij daarmee aan de slag kunnen in dit gremium. Ik zie geen tegenkanting, dus ik stel voor dat we het op die manier organiseren. De voornaamste zaken wat betreft de inhoud van die toekomstige resolutie hebben we besproken. Zijn er leden die daar voorlopig nog graten in zien? (Neen)

 

Dan stel ik voor dat we de regeling der werkzaamheden hierbij afsluiten en het woord geven aan de heer Peter Wittoeck, die met uw instemming is gevraagd om hier enkele zaken toe te lichten.

 

De heer Peumans wijst mij terecht op het feit dat de plaats van de volgende vergadering eveneens nog dient te worden vastgelegd. Daarbij is de vraag of we het roterend systeem aanhouden zoals dat tot hiertoe is gebeurd, wat wil zeggen dat de vergadering in het Vlaams Parlement zou doorgaan. Ik weet dat de bijzondere commissie Klimaat van de Kamer heeft voorgesteld om het nadien eventueel hier te laten plaatsvinden, maar de vergadering mag beslissen wat het meest aangewezen is. Wij hebben vergaderd met de bijzondere commissie Klimaat van de Kamer en die stelde voor om hier ook de volgende vergadering te houden, maar als we het rotatiesysteem willen aanhouden, zou het naar het Vlaams Parlement gaan.

 

01.47  Viviane Teitelbaum (MR): Donc c'est toujours ici après?

 

01.48 Bert Wollants, voorzitter: Wij moeten dat natuurlijk nog voorleggen aan de Conferentie van voorzitters.

 

Als de bijeenkomst telkenmale hier zou plaatsvinden, dan hebben wij daarvoor wel het akkoord nodig, maar ik zou dan wel voorstellen dat het alleen voor de volgende drie vergaderingen geldt, tot wij aan een tekst gekomen zijn, en dat wij nadien opnieuw een rotatie opzetten. Anders lijkt mij dat toch een moeilijk punt te worden.

 

01.49  Benoît Drèze (cdH): Si j'ai bien compris, la prochaine fois, nous nous réunirons au parlement flamand?

 

01.50  Viviane Teitelbaum (MR): Les trois prochaines réunions se dérouleront ici.

 

01.51  Benoît Drèze (cdH): Ok si cela ne crée pas de précédent. Par la suite, on procédera à une tournante.

 

01.52 Bert Wollants, voorzitter: Nu werken wij aan de tekst met het oog op de COP24 als uitvoering van de gemeenschappelijke verklaring.

 

Als dat onderwerp is afgerond, dan stel ik voor dat het volgende parlement in de rotatie opnieuw aan zet is.

 

Wij zullen de vraag of we dat mogen, voorleggen aan de Conferentie van voorzitters.

 

Ik laat nu heel graag de heer Wittoeck aan het woord over de resultaten van de COP23, een vooruitblik naar de COP24 en alles wat daartussen ligt, zodat wij ook daar een goed zicht op hebben en ons kunnen laten inspireren voor de teksten die onze parlementen weldra zullen aanleveren om tot de resolutie te komen.

 

Mijnheer Wittoeck, ik geef u heel graag het woord.

 

01.53  Peter Wittoeck: Mijnheer de voorzitter, ik stel mijzelf even kort voor. Ik ben Peter Wittoeck, hoofd van de dienst Klimaatverandering bij de federale overheidsdienst Gezondheid. Ik heb de eer al een tijdje de Belgische delegaties naar de internationale klimaatonderhandelingen te mogen coördineren.

 

Ik zal proberen in de mij toegemeten tijd een aantal voor uw werk hopelijk relevante resultaten van de recentste Conferentie van de Partijen COP23 in Bonn te schetsen. Ik zal misschien ook proberen nu al aan te geven wat de voornaamste uitdagingen voor COP24 zijn.

 

Mijnheer de voorzitter, ik zal niet alles wat daartussen gebeurt, kunnen toelichten. Wij weten ook nog niet wat er allemaal zal gebeuren. Dat 2018 echter een druk jaar wordt, met zonder meer nog een hoop relevante processen vóór COP24 en ook voor uw werk, is zeker.

 

Ik hoop u daarover iets wijzer te kunnen maken.

 

COP23 was de tweede COP na de COP21, waarop de Overeenkomst van Parijs is gesloten. Het jaar 2018 wordt een belangrijk jaar, omdat 2018 het laatste jaar is, vooraleer wij een aantal afspraken die in Parijs zijn gemaakt, nader moeten hebben uitgewerkt tegen eind 2018 en tijdens COP24 in Katowice.

 

COP23 was in zeker zin een transitie-COP. Ik zou het echter geen tussendoor-COP maar veeleer een scharniermoment noemen, zoals wij er in het lange internationale proces al vele hebben gehad. Het is niettemin belangrijk.

 

Om te beginnen was COP23, hoewel zij in Bonn plaatsvond, de eerste COP in de lange geschiedenis van de UNFCC-onderhandelingen die onder het voorzitterschap van een kleine eilandstaat, een lid van de Alliance of Small Island States plaatsvond. Het is u uiteraard bekend dat zij als meest kwetsbare landen voor de effecten en de impact van de klimaatverandering een bijzonder belang hebben bij het slagen van de onderhandelingen opdat de partners voldoende ambitie aan de dag zouden leggen om de temperatuur binnen de perken te houden.

 

Op mijn volgende slide staat een kaart die aangeeft hoe de wereld zich bijna universeel achter de Overeenkomst van Parijs schaarde. De landen in het blauw hebben de overeenkomst geratificeerd.

 

De landen in het beige hebben getekend, maar wij wachten nog op de formele neerlegging van het instrument van ratificatie.

 

U ziet dat de Verenigde Staten nog steeds in het blauw staan. Dat zal nog zo blijven tot het einde van de huidige presidentiële termijn, omdat de procedure voor een land om zich terug te trekken uit de Overeenkomst van Parijs, zo lang duurt. Tot nader order en wellicht niet naar de zin van de president van de Verenigde Staten – u hebt wellicht allemaal zijn verklaring in de Rose Garden van het Witte Huis midden vorig jaar gezien – blijven de Verenigde Staten formeel, juridisch naar internationaal recht gebonden door hun verplichtingen onder de Overeenkomst van Parijs.

 

Ik zal niet te lang stilstaan bij de positie van de Verenigde Staten, maar wil wel aangeven dat die in flux is. Dat is onder andere wat president Trump verklaarde op 1 juni 2017. Net voor COP 23, tijdens de pre-COP, die gebruikelijk wordt georganiseerd, bracht de vertegenwoordiger van de Verenigde Staten al een iets genuanceerdere boodschap. Zij kondigde daar aan te zullen blijven deelnemen aan de onderhandelingen en, in tegenstelling tot wat president Trump aangaf, niet te zullen trachten de Overeenkomst van Parijs te heronderhandelen, iets wat trouwens onmogelijk zou zijn gelet op de evenwichten die daarin zitten en gezien de wereldwijde negatieve reactie op de suggestie van president Trump.

 

Ik zal in mijn betoog niet verder ingaan op dat geopolitieke element. Ik toon u alleen nog volgende slide met de officiële delegatieruimte van de VS, die ik low profile zou noemen. Welnu, de officiële VS-delegatieleden op de COP 23, mensen van het State Department, hebben zich vrij low profile en vrij constructief gedragen, in tegenstelling tot wat kon worden gevreesd, nadat president Trump in 2017 zijn verklaring aflegde.

 

Je poursuis à propos de la substance de ce qui a été décidé et discuté à Bonn lors de cette COP 23, en vous montrant un slide déjà présenté avant la COP par la présidence fidjienne de cette COP et qui mentionne les éléments-clés pour cette présidence.

 

Il s'agit d'abord et bien sûr de faire avancer les travaux qui ont été entamés à Marrakech lors de la COP 22 et d'établir, pour la COP 24, ce que l'on appelle le Paris Rule Book, à savoir toutes les règles encore à développer en détail pour rendre cet Accord de Paris complètement opérationnel.

 

Un deuxième élément très important, c'est que la présidence fidjienne établissait comme l'une de ses priorités le lancement, en 2018, de ce que, dans la décision qui accompagnait l'Accord de Paris en 2015, on a appelé le "dialogue facilitatif" - première phase dans un cycle d'évaluation du niveau d'ambition, cycle quinquennal contenu dans l'Accord de Paris.

 

Il y a aussi l'adaptation aux impacts néfastes des changements climatiques et, liés à cela, les pertes et préjudices qui figuraient également parmi les priorités de la présidence de la COP 23, ainsi qu'un point particulier, à savoir le fait d'accorder plus d'attention au rôle des océans dans ce contexte. Y figure aussi un élément qui est sous-jacent au cycle d'ambitions, à savoir essayer de rassembler une coalition autour de l'objectif de 1,5°C également contenu dans l'Accord de Paris. Cet objectif s'est retrouvé dans cet Accord de Paris, grâce aux efforts notamment de l'alliance des petites îles, dont les Fidji.

 

Ik ga vooral op de eerste twee punten ingaan in de rest van mijn presentatie.

 

Ten eerste, heel belangrijk om de geloofwaardigheid van de Overeenkomst van Parijs te behouden is het volledig uitwerken, tegen eind dit jaar, van de uitvoeringsbesluiten van de Overeenkomst van Parijs.

 

Ik ga niet in detail treden, want dat zou ons te ver leiden. U ziet hier een heel kort lijstje van alle onderwerpen die nader moeten worden uitgewerkt. Denk bijvoorbeeld aan het monitoren van vooruitgang. Hoe omgaan met het niet bereiken van voldoende vooruitgang? De ambitiecyclus waarover ik sprak. Hoe gaan we om met de ambitie voor 2020?

 

Die hele lijst moet worden vertaald in zeer gedetailleerde uitvoeringsbesluiten, niet tegen 2020 zoals we dachten bij de onderhandeling van de Overeenkomst van Parijs. De intentie van die overeenkomst was oorspronkelijk om pas in 2020 in werking te treden.

 

De Overeenkomst van Parijs is al in 2016 in werking getreden, waardoor we de kalender een aantal jaren vooruit hebben moeten schuiven want die regels moeten worden afgesproken door de eerste vergadering van de partijen van de Overeenkomst van Parijs, die dus drie keer zal vergaderen.

 

Die conferentie van die partijen heet de CMA. De eerste vergadering vond plaats in Marrakech en de tweede keer in Fiji. De derde vergadering van de eerste sessie zal plaatsvinden in Katowice, met de aanname van een hele hoop regels.

 

Ik overloop heel snel de verschillende vooruitgangsnota’s – dit zijn puur procedurele nota’s en niet de inhoud van alle uitvoeringsbesluiten die moeten worden genomen – om u een idee te geven van de uitdagingen voor 2018 om die onderhandelingen te laten vooruitgaan.

 

Hier worden gewoon de onderwerpen genoemd, wie daarvoor verantwoordelijk is en wat de stand van zaken is en waar de documenten worden genoemd. Dat is al een hoop papier op zich. De eigenlijke onderhandelingstekst bestaat uit honderden pagina’s.

 

Zoals u op een van de vorige slides zag, is de Fiji COP, de COP in Bonn, een soort van transitie geweest, een evaluatie van de stand van zaken in de onderhandelingen die in Marrakech van start waren gegaan.

 

Die onderhandelingen gaan zeer traag. Dat is een herhaling van wat wij voor Parijs hebben gezien. Dat maakt sommigen ongerust dat wij voor het eind van dit jaar niet alle regels zullen hebben kunnen uitwerken.

 

Niettemin heeft de COP in Bonn beslist om de deadline voor 2018 te behouden. De hele korte termijn die nog rest tot het einde van de COP 24 wordt voor een stuk gecompenseerd door de mogelijke, nog formeel te bevestigen, organisatie van een bijkomende onderhandelingssessie, waarschijnlijk begin september.

 

Het tweede punt waarop ik iets dieper zal ingaan dan op de Paris Rulebook is de facilitative dialogue waarover ik al sprak. Het gaat om de eerste fase in de vijfjarige ambitiecyclus, die het hart vormt van de overeenkomst van Parijs en die er ook op aandringen van de Europese Unie is gekomen.

 

Het belang daarvan probeer ik te illustreren met deze grafiek. Het gaat om een ondertussen bekende grafiek uit het jaarlijkse Gap Report van het UNEP, het milieuprogramma van de Verenigde Naties. In het rapport wordt geanalyseerd hoever we nog afstaan van een emissietraject, in het blauw en paars op de grafiek. Het emissietraject moet ons toelaten om de doelstelling van 2 graden en het streefdoel van 1,5 graden van de overeenkomst van Parijs te behalen.

 

Ik zoom even in op het stuk tot 2030. Als er geen beleid gevoerd zou worden, dan zitten we in het baselinescenario, of althans in de reeks van baselinescenario's die wij ter beschikking hebben. Onderaan ziet u het tweegradentraject en het anderhalvegraadtraject. Het is vooral interessant om te kijken naar de rode en de groene trajecten. De landen hebben hun ambitie in de overeenkomst van Parijs ingeschreven via hun zogenaamde nationally determined contributions en de rode en groene trajecten geven weer waar dat ons brengt. De gap – vandaar de naam van het rapport – van waar wij zullen zijn in 2030 met het huidig beleid zoals ingeschreven in de nationale actieplannen en doelstellingen in Parijs ten aanzien van waar wij zouden moeten zijn om de tweegradendoelstelling of het anderhalvegradenstreefdoel te behalen, is nog zeer groot. De emissiecijfers in de grafiek zijn vrij abstract, maar het wordt iets concreter als wij de gegevens bekijken, voorgesteld in een thermometer. Op deze thermometer ziet u in het groen de doelstellingen van Parijs, in het rood wat er zou gebeuren als we niets doen en in het oranje waar de nationally determined contributions ons brengen.

 

Het brengt ons dus niet bij 1,5 à 2 maar bij 3,5 graden. Volgens sommigen is dat nog optimistisch te noemen.

 

Dat is het belang van het ambitiemechanisme van die overeenkomst van Parijs. Hoe zorgen wij ervoor dat die nationally determined contributions op termijn ambitieuzer worden en de internationale gemeenschap collectief dichter bij een traject van 2° of 1,5° brengen?

 

U ziet die vijfjarige cyclus onderaan. Het begint met dit jaar, wat in de beslissingen van Parijs de facilitative dialogue wordt genoemd. Die moet in 2020 uitmonden in geüpdate of nieuwe ambities. Daarvoor heeft men in Bonn niet echt een aantal omkaderende beslissingen onderhandeld, maar er werd niettemin onderhandeld over een aantal spelregels die het voorzitterschap van de COP, Fiji dus, samen het inkomende voorzitterschap, dat van COP 24, zijnde Polen, zal moeten respecteren bij het verder begeleiden van die facilitatieve dialoog die omgedoopt is ter ere van Fiji en de cultuur van de kleine eilanden in de Pacific tot de Talanoadialoog. Dat is een model van overleg dat daar traditioneel gehanteerd wordt. Ik bespaar u de details, u kunt dat later nalezen.

 

Ik toon u wel het schematische overzicht van hoe het voorzitterschap vanaf 1 januari 2018 die Talanoadialoog zal organiseren. Er zijn twee fases. Links ziet u een overzicht van de voorbereidende fase, dat is de hele fase van 1 januari 2018 tot het begin van COP 24. Daarop aansluitend is er dan een politieke fase.

 

Die voorbereidende fase is in heel grote mate het verzamelen van informatie. Informatie rond drie kernvragen, heel eenvoudig. Waar staan wij? Waar moeten wij heen? Hoe geraken wij daar? Een GAP-analyse, een herbevestiging van wat wij moeten doen om de doelstelling van 2° à 1,5° te halen en het beleid, de doelstellingen en het ambitieniveau dat wij bereid zijn in te zetten.

 

De input waarover ik het had is heel breed. Het gaat niet alleen om formele submissies van partijen en staten, er wordt heel breed gekeken naar input in dit proces gericht op het opschalen van ambitie. Het gaat niet alleen om partijen maar ook om wat men non-party stakeholders noemt, wetenschappelijk instellingen, het is heel breed. Ook de processen die al jaren lopen binnen de UNFCCC-onderhandelingen zelf zullen daarbij van pas komen, zowel processen die hebben geanalyseerd wat we nog kunnen doen voor 2020. Dat is het technical examination process dat u hier ziet. Global climate action is wat al een aantal jaren loopt, het proberen galvaniseren van actie op het terrein door bedrijven en andere non-state actors. Het is ook een uitnodiging aan partijen, niet alleen om formele submissions te doen maar ook nationale, lokale en regionale – regionaal moet u hier lezen in internationale zin – events te organiseren die relevante input kunnen leveren voor deze Talanoadialoog.

 

Het proces is door de partijen voor een heel groot stuk in handen van het voorzitterschap gelaten – de voorzitterschappen van de COP 23 en  24 – omdat er een zekere mate van flexibiliteit nodig is om het proces in een jaar in goede banen te leiden. U weet dat VN-onderhandelingen zeer log zijn. Als dit allemaal volgens de formele spelregels van de VN zou moeten gebeuren, dan halen we de COP 24 niet om al die input samen te vatten en te synthetiseren. Dat wordt dus aan de voorzitterschappen van de COP 23 en 24 overgelaten. Zij krijgen dus voor een stuk de vrije hand. Zij zullen dat uiteraard niet doen zonder alle partijen te consulteren maar er zal niet formeel onderhandeld worden over een samenvatting en een synthese van al de input die we in de loop van dit jaar zullen verzamelen.

 

Een bijzondere input die speciale aandacht verdient in deze context is het special report dat het IPCC in het najaar zal produceren over de gevolgen van de anderhalvegraaddoelstelling en hoe we die zullen halen. Toen ik u daarnet de grafiek toonde uit het Gap Report sprak het voor zich dat de gap naar anderhalve graad nog groter is dan die naar twee graden. De vaststellingen van het IPCC zullen dus een bijkomende impuls zijn voor het proces om het ambitieniveau op te schalen.

 

Zoals ik zei, wordt de voorbereidende fase, de technische fase, gevolgd door een politieke fase, tijdens de COP 24 zelf, met daarin dezelfde vragen, gebaseerd op de rapporten gemaakt door de voorzitterschappen tijdens de voorbereidende fase, vooral met de bedoeling een politiek signaal te krijgen voor de partijen die bij de overeenkomst van Parijs betrokken zijn, om tegen 2020 te bekijken of zij hun nationally determined contribution niet moeten updaten of een nieuwe nationally determined contribution moeten indienen.

 

Dat leest men niet alleen in de beslissingen die in Parijs en Bonn zijn genomen, het is ook de manier waarop de uitvoerende secretaris Patricia Espinoza van het VN-Klimaatverdrag de zaken interpreteert: "The Talanoa Dialogue is a launch pad for higher ambition." Dat kan nauwelijks verkeerd verstaan worden.

 

Ik ga nu kort in op een aantal andere zaken die ons in Bonn hebben beziggehouden. Een beetje verrassend was de grote focus, vooral van ontwikkelingslanden, niet op horizon 2030, post 2020 – de uitvoeringsregels voor Parijs en de Talanoadialoog, de ambitiecyclus, gaan namelijk vooral daarover – maar op het verhogen van het ambitieniveau pré-2020. Daaraan gekoppeld – het is een detail, maar niet onbelangrijk, toch niet in de symbolische zin – is het feit dat de Europese Unie, met name de Europese Unie, het Doha-amendement bij het Kyotoprotocol nog steeds niet had geratificeerd. België heeft een geste willen doen en een signaal willen geven door al voor de Europese Unie als geheel, die dat had kunnen doen, met dank aan Polen, zijn instrument van ratificatie in te dienen tijdens de COP.

 

À Paris, il avait été décidé que le fonds d'adaptation (un fonds du protocole de Kyoto) pourrait (may) aussi servir l'accord de Paris. À Marrakech, après des négociations assez dures, le may est devenu should. Ce fonds servira aussi l'accord de Paris. Il s'agit d'un petit fonds, qui sert surtout à aider des petits pays qui ont un grand intérêt à accéder aux moyens financiers de ce fonds. C'est donc une avancée symbolique pour ces petits pays les plus vulnérables.

 

Un autre sujet difficile, qui restera difficile jusqu'à la COP 24, c'est: comment allons-nous respecter l'article 9, § 5 de l'accord de Paris? Il nous impose non seulement de rapporter quel financement nous avons donné aux pays en développement, comme nous le faisions jusqu'à présent, mais aussi d'anticiper et d'informer la communauté internationale de ce que nous comptons faire à l'avenir, non pas collectivement, comme cela avait été décidé à Copenhague avec l'objectif des 100 milliards, mais individuellement. Vous vous imaginez que la plupart des pays bailleurs de fonds ont des grandes difficultés à communiquer ce genre de projections de ressources financières.

 

Comme je le disais, le débat n'est pas clos. Nous allons continuer à discuter du type d'information qui devra être soumis à la communauté internationale au cours de cette année. Ce sera clairement l'élément-clé du paquet à adopter à Katowice.

 

Je ne vais pas aller dans les détails sur les pertes et préjudices, mais nous avançons sur  le sujet. Avant Paris, c'était un sujet tabou. Nous avançons quand même tout doucement. Il semblerait que les discussions relatives à ce sujet très difficile sont plus constructives qu'avant.

 

Même si cela peut sembler des détails, il y a des éléments pour lesquels la Belgique s'est battue depuis bien avant Paris. On les appelle parfois les rights agendas: les droits des femmes, les droits des peuples indigènes, les droits des travailleurs. Grâce aux collègues belges qui se sont investis pour cela, il y avait à la COP 23, pour la première fois, un gender action plan dans le contexte de l'UNFCCC. La création d'une plate-forme spécifique a permis un accès direct aux négociations des peuples indigènes et des communautés locales, qui, avant, devaient exprimer leur position via leurs délégations nationales, alors que celles-ci ne sont pas toujours enthousiastes pour faire passer ces messages. Pour la première fois dans l'histoire, les peuples indigènes et les communautés locales ont un accès direct aux négociations.

 

Il importe aussi de noter, s'agissant notamment des négociations à Bonn, que le monde réel se manifeste de plus en plus. 

 

Wij zien al een aantal jaren, parallel met de onderhandelingen zelf, activiteiten in de context van de Global Climate Action Agenda. Dit is een conferentie die mogelijk groter is geworden dan — ik ben niet zeker over de getallen — of toch even groot als de onderhandelingen zelf.

 

Ik laat de slides snel defileren, omdat dit anders te veel tijd zouden vragen. In Bonn zijn een hoop concrete initiatieven aangekondigd. Publieke initiatieven, maar ook initiatieven uit de privésector en initiatieven van subnationale overheden. Het is echt een showcase van hoe de overeenkomst van Parijs, zelfs al is deze nog niet echt operationeel, ook in de echte wereld al actie galvaniseert.

 

Met name in de Verenigde Staten is dat het geval. De Verenigde Staten hadden aangekondigd zich formeel terug te zullen trekken uit de overeenkomst van Parijs. Wel, één van de tegenreacties daartegen kwam van een zeer grote coalitie van subnationale overheden: van staten, steden, bedrijven, onderzoeksinstellingen en universiteiten. Ik heb een lijstje laten defileren om u een indruk te geven. Zij zullen, binnen hun eigen bevoegdheidssfeer, toch voortwerken alsof zij nog gebonden zijn door de overeenkomst van Parijs.

 

Dat het om een indrukwekkend aantal actoren gaat, wordt onder meer geïllustreerd door deze grafiek die ik toon, waarin het bruto binnenlands product van een aantal landen wordt weergegeven, en ook het opgetelde binnenlands product dat al die actoren samen genereren. Als zij een staat zouden vormen, waren zij in termen van bruto binnenlands product de derde grootste economie van de wereld. Ook op het vlak van emissies zijn zij niet min. Als zij een staat zouden zijn, een partij van de overeenkomst van Parijs, waren zij de derde grootste uitstoter.

 

De grafiek die u nu ziet toont u wat de ambitie van de Obama-administratie was om de emissies te reduceren. U ziet die in de groene driehoek.

 

Als het beleid dat president Trump wil realiseren effectief realiteit wordt, zullen de emissies van de Verenigde Staten evolueren zoals u hier ziet.

 

De impact van de non-state actors van America's Pledge: We're Still In, enzovoort, brengt de Verenigde Staten volgens henzelf nog niet terug op het niveau dat de Obama-administratie voor ogen had, maar het maakt die specifieke gap toch een stuk kleiner.

 

Zoals ik al zei, die coalitie wil zich gedragen alsof zij bijna een partijstaat is bij de overeenkomst van Parijs en heeft dus aangekondigd, net zoals staten verplicht zijn dat te doen, dat zij zal meten wat de impact van haar acties is en dat zij daarover zal rapporteren aan de internationale gemeenschap.

 

Er werd voorts een aantal specifieke aankondigingen gedaan die misschien uw aandacht verdienen.

 

Ten eerste werd er in Parijs een nieuwe alliantie gecreëerd, de Powering Past Coal Alliance, waarbij ook België zich heeft aangesloten. Deze alliantie telde toen meer dan 25 staten en ook een aantal steden en provincies, die een krachtig signaal wilden sturen dat de lagekoolstoftoekomst, waar Parijs ons heen moet brengen, niet verenigbaar is met het blijvend gebruik van steenkool voor elektriciteitsproductie.

 

Een tweede interessante aankondiging was de verklaring van de Nederlandse minister van Economische Zaken en Klimaat, de heer Wiebes, die aan de internationale gemeenschap nu al het signaal kwam brengen — dus niet na de Talanoadialoog — dat Nederland wil dat de Europese Unie haar ambitieniveau significant opschroeft: van de minstens 40 procent emissiereductie tegen 2030 — de huidige doelstelling — tot niet minder dan 55 procent emissiereductie. Daarbij werd nog gezegd — het staat ook letterlijk in het regeerakkoord van de regering-Rutte III — dat, als dat niet lukt op Europees niveau, zij zal zoeken naar een coalition of the willing — ik noem het maar zo — die dat nastreeft. De regering gebruikt dus geen holle woorden en wil zich niet verbergen achter de Europese Unie, want zij geeft zichzelf in die context alvast een emissiereductiedoelstelling van 49 procent.

 

Onze zuiderburen hebben ook een significante verklaring gedaan. Het zou president Macron niet zijn geweest natuurlijk, als Frankrijk ontbrak in dat lijstje. President Macron heeft in Bonn — ik noem nu alle acties op die werden aangenomen — op 12 december, de verjaardag van de overeenkomst van Parijs, aangekondigd een One Planet Summit te gaan organiseren. Hij wil ook een soort top action in the real world organiseren — ik ga even terug, want het ging te snel — waar rond 12  thema’s een heel groot aantal, soms extreem significante, initiatieven werd gelanceerd.

 

Ik start het filmpje nogmaals. Ik blijf even stilstaan bij een aantal beloften, verklaringen, allianties die daar zijn aangenomen. Er is bijvoorbeeld de belofte van 16 landen en 32 steden om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn. U ziet daar de Powering Past Coal Alliance en een aantal sectoriële zaken.

 

Ook significant is dat een aantal landen de economie daarin wil stimuleren. Zij willen ervoor zorgen dat de koolstofprijs hoger wordt en dat de economische actoren een sterkere stimulans krijgen om te investeren in lagekoolstoftechnologieën.

 

Ook de financiële wereld met alle manifestaties doet mee. Er is bijvoorbeeld een coalitie van 225 grote institutionele investeerders. Zij vertegenwoordigen samen 26 triljoen, wat 26 000 miljard dollar is, aan assets. Voor zij verder zullen investeren in de 100 grootste uitstoters wereldwijd willen zij serieus nadenken of zij niet beter rekening houden met het risico van stranded assets en risico’s verbonden aan de investeringen in klimaattermen en puur economische termen van een toekomst die carbon constraint zal zijn.

 

Ik eindig met een aantal zaken in aanloop van COP 24. Toen wij in Bonn dit logo zagen op het paviljoen van de Poolse delegatie, dachten wij: daar hebben wij het, het logo van de Poolse COP is steenkool. Dat is echter niet het logo van de Poolse COP maar van de stad Katowice die daarmee wil aangeven dat zij hun ontwikkeling inderdaad hebben gebaseerd op steenkool maar nu streven naar iets dat meer divers en duurzamer is. Ik heb het marketingtekstje van hun website gehaald. Zij zeggen inderdaad dat zij komen uit de zware industrie, de steenkool, maar dat zij streven naar nieuwe technologieën en innovaties en willen inzetten op duurzame investeringen.

 

Hier ziet u het logo van COP 24, alsook een headline van de uitdrukking van goede wil van onze Poolse collega's. Zij geven het signaal dat ondanks hun niet zo goede reputatie in de Europese klimaatonderhandelingen, zij er toch voor gaan. Daarbij presenteerden zij al een eerste lijstje van prioriteiten, eerder dit jaar tijdens een workshop in Sofia — Bulgarije heeft het voorzitterschap van de Europese Unie — zijnde: uiteraard de Paris rulebook, dus het uitwerken van die uitvoeringsregels, maar ook de focus op climate finance, een onvermijdelijke focus in de onderhandelingen, zowel pre 2020, de honderdmiljarddoelstelling, alsook nagaan wat er daarna moet gebeuren. Zij willen een interessante inhoudelijke focus. Ik sprak daarnet in algemene termen met een paar voorbeelden over die rights agenda, die soms een beetje marginaal is in onze onderhandelingen. Eén ervan, ik zei het al, betreft de rechten van werknemers. Men vat dat samen onder de woorden just transition in de COP-terminologie. Het lijkt erop dat Polen met de just transition of the workforce ervoor wil zorgen dat werkgelegenheid, kwaliteit van werk en klimaatverandering niet elkaars tegenstrevers zijn. Zij hebben daar uiteraard de toekomst van hun mijnwerkers in gedachten, veronderstel ik, en willen daar een interessante inhoudelijke focus van maken. Dan is er uiteraard de Talanoadialoog.

 

Dit heel kort wat wij op Europees niveau tijdens de vergadering van een dikke maand geleden, reeds zegden. Over het Paris rulebook, bijvoorbeeld. Eén van de zaken die ik er uitleg is dat men nog een klein jaar heeft om te onderhandelen. Wat als dat niet helemaal lukt? Wat is het voldoende grootteniveau van detail om toch als significant te worden beschouwd en de geloofwaardigheid van het proces te behouden?

 

Een aantal van de financiële uitdagingen. Ik sprak daarnet al over artikel 9.5, de geprojecteerde bijdrage of transfers van klimaatfinanciering naar ontwikkelingslanden, en nog een hoop andere erbij. Eén ervan wil ik er misschien nog speciaal uitlichten, met name artikel 2.1 C van de overeenkomst van Parijs, dat op hetzelfde niveau als de temperatuurdoelstelling bepaalt dat in de geglobaliseerde economie investeringsstromen consistent moeten worden gemaakt met de temperatuursdoelstellingen.

 

Vandaar dat toen ik daarnet over de One Planet Summit sprak, ik het voorbeeld toonde van hoe men in de financiële wereld al bezig is met de financiële stromen in de richting van Parijs te brengen. Bij de onderhandelingen zelf is het nog altijd een uitdaging om te kijken hoe de internationale gemeenschap ervoor zal zorgen om aan de financiële en economische wereld het juiste signaal te geven, bovenop het stellen van de algemene doelstelling dat er naar consistentie moet worden gestreefd.

 

Ik ga nog even dieper in op wat er op Europees niveau staat te gebeuren, meer bepaald in de context van de Talanoadialoog. Ik zei daarnet dat de partijen worden uitgenodigd om ook lokaal, regionaal en nationaal overleg te organiseren. Op Europees niveau is men daarmee bezig. De Europese Commissie heeft aangekondigd dat zij zelf ook een of twee Talanoa-evenementen zal organiseren en heeft de lidstaten ook expliciet gevraagd om hetzelfde te doen. Het is nog niet heel duidelijk wie wat zal doen. Er zijn indicaties dat sommige lidstaten inderdaad specifieke events zullen organiseren. Er werd afgesproken dat wij elkaar zullen informeren over het soort events, om een coherente input te geven aan het internationaal proces.

 

De regionale samenwerking zegt “misschien in 2018”, als België het voorzitterschap van de Benelux waarneemt. Minister Marghem heeft in dit Huis al een aantal keren gesproken over Benelux-samenwerking. Ik kan u nog niet veel meer vertellen, behalve dat er gesprekken lopen tussen onze administratie, de Nederlandse en de Luxemburgse administraties en het Benelux-secretariaat, en dat de bereidheid zeker bestaat om als Benelux in deze context een en ander te doen.

 

Mijn bijna laatste slide gaat over de links. Mijnheer de voorzitter, ik hoorde u daarnet vragen of het het internationaal niveau is of vooral wat wij zelf doen. Wat wij zelf doen, is uiteraard ook Europa. Ik kan niet nalaten u te informeren over de tijdslijnen waarbinnen het Europese klimaat- en energiebeleid zal worden georganiseerd in de context van de energie-unie, zoals dat zal worden vastgelegd in de Energy Union Governance Regulation.

 

De onderhandelingen zijn zo goed als afgerond. De tijdslijnen voor planning van de nationale energie- en klimaatplannen en hun herziening en de rapportering over de vooruitgang moeten worden gezien in de vijfjarige ambitiecyclus van de Overeenkomst van Parijs.

 

Als wij kijken naar de volgende fase, dan zullen de draft updateplannen in 2023 op tijd zijn om de Global Stocktake — de huidige cyclus heet de Talanoadialoog, maar nadien wordt dat de Global Stocktake — te informeren. Met de uitkomst van de Global Stocktake kan dan rekening gehouden worden bij het finaliseren van de plannen. Deze kunnen dan meegenomen worden bij het indienen van een nieuwe NDC.

 

In de huidige fase is dat niet mogelijk gebleken. De ontwerpen van nationale energie- en klimaatplannen zullen niet op tijd klaar zijn om een insteek te kunnen geven aan de Talanoadialoog, die loopt in 2018. Er moest een evenwicht gezocht worden tussen de haalbaarheid van de opmaak van de plannen en het erkennen van de relevante informatie die de plannen kunnen bevatten, bijvoorbeeld informatie over langetermijndecarbonisering.

 

De timing is in zekere zin een beetje ongelukkig, maar er is wel een aanmoediging — dat staat expliciet in de verordening — voor lidstaten die al eerder klaar zijn met hun ontwerpplannen om ze vooralsnog als insteek te rapporteren aan het internationaal proces.

 

Considérons maintenant le dernier slide. Que va faire l'Union européenne pour augmenter son niveau d'ambition qui est, en fait, l'objectif post Talanoa?

 

Quelles sont les indications dont on dispose pour l'instant? La Commission européenne est en train de réviser ses projections. Vous vous souviendrez qu'en 2011, la Commission avait publié sa low carbon roadmap qui n'a jamais été formellement approuvée par le Conseil, ce, une nouvelle fois, "grâce" à nos collègues polonais, mais qui a quand même servi de cadre pour la suite. Par exemple, au moins 40 % de nos objectifs actuels au niveau de l'Union européenne à l'horizon 2030 sont la conséquence de cette analyse.

 

La Commission est occupée à finaliser une actualisation des analyses à l'horizon de 2050, mais aussi au-delà. En effet, je ne l'ai pas dit, mais les plans nationaux Énergie-Climat, dans leur vision à long terme, ne visent pas seulement 2050, mais aussi 2070.

 

Pour ce qui concerne l'augmentation de l'ambition, vous êtes sans doute au courant. Dans le contexte des négociations européennes, notamment sur ce règlement Energy Union Governance, le parlement européen a voté pour que les objectifs qui concernent les renouvelables et l'efficacité énergétique ne soient pas de 27 %, comme la Commission l'avait proposé, à l'horizon 2030, mais de 35 %.

 

Le Parlement européen a aussi décidé que dans l'UE, les émissions devraient être au niveau zéro en 2050. Il n'est donc plus question de l'ambition un peu plus floue de 80 à 95 % qui avait été approuvée au niveau européen, il y a déjà bien des années.

 

On a appris que la Commission européenne au plus haut niveau, autrement dit, au niveau du président Juncker lui-même, et non pas de la DG Climat, serait en train de préparer une communication qui serait discutée lors de la prochaine réunion du Conseil européen qui se tiendra ce mois-ci.

 

Je ne peux pas vous donner plus d'explications quant au contenu de cette communication, ni sur les matières à l'ordre du jour du Conseil européen. Mais il est important que vous gardiez en mémoire ces éléments. En effet, c'est dans ce contexte que l'on discutera de l'objectif post Talanoa ou du fait qu'il est acceptable que l'on ne soit pas collectivement sur la bonne voie de l'objectif des 1,5°C. L'Union européenne va-t-elle montrer une volonté de révision de son niveau d'ambition en fonction du rapport du GIEC? Dans ce contexte, l'Union européenne est-elle prête à revoir l'objectif d'au moins 40 %, à l'horizon 2030?

 

Je vous avais dit que nos voisins néerlandais, dans l'accord de gouvernement Rutte III, avaient vraiment augmenté le niveau d'ambition européen. Ils aspirent à une coalition of willing à l'échelle nationale, si ce n'est pas possible au niveau européen.

 

Ik toon u nu een tweetal slides, die een goede maand geleden door de Nederlandse Klimaatgezant, ambassadeur Beukeboom, zijn getoond, toen hij aan de stakeholders van het Belgische beleid in de context van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid toelichting is komen geven over de Nederlandse emissies.

 

Hij maakte een grapje, toen hij vertelde dat hij onlangs een boek over de doughnut economy las. Het deed hem denken aan de kaart, die ik hier toon. U ziet hier een kaartje van Noord-West-Europa, waarover het Nederlandse regeerakkoord spreekt. Hij wees erop dat er rond België allemaal landen lagen die verder willen gaan dan wat vandaag in Europese context wordt opgelegd. In het midden zit het gat in de doughnut.

 

Mijnheer de voorzitter, met die boutade wil ik afronden en u bedanken voor uw aandacht. Indien er vragen zijn, zal ik ze uiteraard proberen te beantwoorden.

 

01.54 Bert Wollants, voorzitter: Mijnheer Wittoeck, ik dank u voor uw uiteenzetting.

 

Collega's, ik kan mij voorstellen dat een aantal onder u hierover graag vragen wil stellen. Wie wenst het woord voor een vraag met betrekking tot de presentatie van de heer Wittoeck?

 

01.55  Johan Danen (Groen): Mijnheer Wittoeck, ik wil even terugkomen op de voorlaatste slide. Daar staan nog geen cijfers bij België. Ik neem aan dat u niet alles kunt zeggen, maar u kunt misschien wel zeggen hoe ver wij momenteel staan in de onderhandelingen.

 

01.56  Évelyne Huytebroeck (Ecolo): Monsieur le président, je souhaite partager quelques réflexions. Je voudrais tout d'abord remercier M. Wittoeck pour sa présentation très concrète, qui n'était pas que technique. Celle-ci a montré l'équilibre, pour la prochaine COP, entre les points positifs et les points négatifs à l'heure actuelle. En effet, on imagine trop souvent que les COP tournent uniquement autour de certaines questions techniques. Or, à côté des COP, les villes et les acteurs non étatiques constituent des points importants.

 

Parmi les points positifs, les questions concernant le fonds d'adaptation, le loss and damage et les droits des femmes sont intéressantes. Il faut compter aussi avec la mobilisation des villes et des acteurs non étatiques, ou "le monde réel", comme vous l'avez dit. Un autre point positif est le fait que différents pays bougent.

 

À côté de cela, je tiens à souligner les points négatifs, surtout en lien avec le rapport du GIEC qui vient de sortir. Le premier est l'attitude des États-Unis, ou davantage peut-être, celle de Trump.

 

Vous avez présenté positivement la question de la Pologne, mais je nourris tout de même des inquiétudes. Différentes brochures et du greenwashing ont été présentés, mais la Pologne continue à bloquer les choses comme elle l'a toujours fait au niveau de l'Europe. Ce n'est pas parce que la conférence a lieu à Katowice que les Polonais seront tout à coup plus positifs. Il y a eu une conférence à Poznan et à Varsovie. Les Polonais ont bloqué, même en bout de discussion. Je reste très inquiète sur la position de la Pologne. Vous dites qu'il reste un an pour négocier, mais dans un an, c'est demain. C'est très court.

 

Du côté belge, nous ne sommes pas tout à fait prêts non plus compte tenu du timing nécessaire. Nous devrons garder à l'œil la position de l'Europe. N'oublions pas que nous entrons dans une année de campagne européenne. Nous sommes six mois avant des élections européennes. L'Europe se positionnera-t-elle de manière très ambitieuse juste avant cette campagne? Tout cela nous amène à dire que notre déclaration se devra aussi d'être ambitieuse.

 

01.57  Pierre Kompany (cdH): Monsieur le président, je remercie M. Peter Wittoeck qui a présenté le sujet ici. Je me pose néanmoins encore quelques questions.

 

À un certain moment, vous dites: "Comment faire pour que le monde financier fasse un pas en avant?" Il s'agit d'une question permanente. J'ajoute que vous avez parlé de la décarbonisation à long terme. Le long terme est-il encore d'usage pour le moment, étant donné que les choses vont très vite?

 

Pour conclure, j'ai une question sur les préjudices dont vous avez parlé. Il y en a plusieurs. Vous avez, par exemple, des préjudices au niveau de la gestion de ce que l'on considère comme poumons de la terre, certaines forêts notamment au Brésil ou en République démocratique du Congo. Mais toutes ces forêts sont attaquées de façon sauvage et le monde financier que vous avez cité au départ n'est pas sans questionnement à cet égard. Il n'est pas innocent. Dès lors, comment voyez-vous, demain, le long terme devenir court terme? Comment le monde financier peut-il s'impliquer comme il le faut? Ne faudrait-il pas le contrôle des États? Par État, j'entends particulièrement les États qui ont une certaine stabilité politique comme en Europe et, citons aussi, les États-Unis mais, cela, c'est encore une autre question.

 

01.58  Benoît Drèze (cdH): Professeur, je ne sais pas si c'est de votre compétence mais il y a, d'un côté, la volonté politique et, d'un autre côté, les possibilités technologiques. Un texte dans lequel on dit – en Europe ou ailleurs – qu'on va réduire les émissions de CO2 de 50 % d'ici 2030 et une société zéro carbone en 2050, cela se laisse écrire. La volonté politique a des effets dans certains pays. Par exemple, au niveau des voitures, dans certains pays tels les Pays-Bas, la Norvège ou la Chine, la pression politique fait en sorte qu'on passe progressivement à l'électrique. Mais l'électrique émet aussi du CO2.

 

Pour autant que vous en ayez la compétence, comment voyez-vous l'évolution des technologies pour coller à ces beaux objectifs? Faute de quoi, cela se laisse écrire mais, en pratique, le rouleau compresseur de nos consommations quotidiennes va continuer à faire grimper le thermomètre.

 

01.59 Bert Wollants, voorzitter: Mijnheer Wittoeck, u krijgt opnieuw het woord om te antwoorden op de verschillende vragen.

 

01.60  Peter Wittoeck: Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn best doen de vragen te beantwoorden.

 

De vraag van de heer Danen ging over het Belgische ambitieniveau. Ik veronderstel dat het dan gaat om de Europese context, de onderhandelingen over de effort sharing. Die onderhandelingen zijn rond. Het Belgische ambitieniveau voor de sectoren buiten het Europese emissiehandelsysteem, dus vooral gebouwen en transport en verder landbouw en afval staat vast. Dat zal 35 % minder bedragen tegen 2030 ten opzichte van 2005 als basisjaar. Dat percentage mag niet verward worden met de 40 %, waar ik daarnet over sprak.

 

Dat cijfer ligt vast, al is de wetgeving nog niet gepubliceerd. Het is formeel gezien nog niet van toepassing, maar in de praktijk zeker wel.

 

Hetzelfde geldt voor het ambitieniveau van de Belgische bedrijven die onder het Europese emissiehandelsysteem zullen vallen. De doelstelling ligt vast. Het traject ligt vast. Alle modaliteiten voor het herziene Europese emissiehandelsysteem zijn beslist.

 

Ik hoop dat dat een antwoord is op de vraag.

 

Mevrouw Huytebroeck heeft vooral een aantal statements gemaakt. Ik zal mij niet wagen aan politieke verklaringen, tenzij ik niet zou hebben begrepen dat zij hier en daar om verduidelijking heeft gevraagd? Ik kan wel beamen wat zij zei.

 

C'est demain, en effet. Nous n'avons pas beaucoup de temps. Nous avons quand même réussi à le faire un an avant Paris, dans le même état. Je reste donc optimiste en espérant qu'à la COP 24, nous pourrons conclure un accord qui tienne la route.

 

Monsieur Kompany, le long terme ce n'est pas demain; 2050 s'approche, tout comme 2070. Les investissements à long terme et les choix politiques censés nous mener vers cette décarbonisation doivent être pris aujourd'hui.

 

Comment va-t-on rendre opérationnel cet article de l'Accord de Paris, pour rendre cohérents les flux financiers? C'est une question. Il n'est pas évident pour un accord international comme l'Accord de Paris d'exercer une influence sur le monde financier. J'ai essayé d'illustrer mon propos par les initiatives qui ont été prises au Sommet de Paris (One Planet Summit). D'un côté, le secteur lui-même semble se rendre compte de sa responsabilité. D'un autre côté, des enceintes publiques comme le FMI et le Financial Stability Board travaillent sur ce que l'on appelle le Climate Disclosure, en obligeant les entreprises à être transparentes dans leurs investissements afin de savoir comment ceux-ci influencent le climat, mais aussi quelle est leur vulnérabilité aux impacts climatiques et à une politique visant à imposer une contrainte bas carbone - avec le risque de stranded asset.

 

Vous avez rappelé l'importance des forêts en mentionnant le Brésil et la République démocratique du Congo. Je n'en avais pas fait mention explicitement dans mes transparents, mais le rôle des forêts dans les négociations internationales a toujours été crucial. Ce point s'est toujours révélé difficile. Il sera abordé dans différentes thématiques en rapport avec l'Accord de Paris. On parle ainsi de comptabilité, avec les statistiques forestières, mais également du rapport entre la préservation des forêts et le marché du carbone. Cela a toujours été compliqué et cela le reste.

 

Vous avez évoqué le contrôle par les États du respect des règles.

 

Au niveau international, nous discutons de règles sur papier et le respect de ces règles est essentiel. Là, les États souverains – qui sont parties à une convention comme l'accord de Paris – ont  un rôle crucial à jouer.

 

Par rapport aux possibilités technologiques, je ne suis pas professeur – mais merci pour le compliment! – et je ne suis pas spécialiste des technologies. Les projections qui montrent l'écart entre les trajectoires théorique et actuelle sont basées non seulement sur du papier mais aussi sur des analyses très concrètes et très nombreuses des potentiels technologique et économique. Sans pouvoir vous répondre précisément sur telle ou telle technologie, je ne crois pas que l'écart entre le papier qu'on écrit et les possibilités connues par les spécialistes soit tellement grand.

 

Vous aviez mentionné quelques technologies particulières pour lesquelles on constate parfois que leur prix – par exemple pour les batteries, qui sont essentielles pour le développement de la voiture électrique – est en train de baisser de façon exponentielle. La même chose vaut pour les énergies renouvelables. Ce constat est fait par tout le monde. Par exemple, le dernier World Energy Outlook – qui est parfois critiqué pour être trop conservateur – va également dans ce sens.

 

Je suis donc plutôt optimiste puisque plein de signaux confirment que ces projections, ces analyses, ces modèles deviennent réalité. Mais cela ne se fera pas sans intervention et c'est la raison pour laquelle des accords tels que celui de Paris – et son implémentation aux niveaux national et européen – sont importants pour donner un cadre.

 

J'espère que j'ai répondu à toutes les questions.

 

01.61 Bert Wollants, voorzitter: Bedankt, mijnheer Wittoeck.

 

Vraagt iemand nog het woord voor een eventuele repliek of conclusie? (Neen)

 

Ik merk dat niemand het woord vraagt, dus de antwoorden zullen uitermate bevredigend zijn voor de heren en dames parlementsleden.

 

Geachte collega's, ik stel voor om onze vergadering hiermee te sluiten. Ondertussen hebben wij de nodige afspraken gemaakt voor de voortzetting van onze werkzaamheden. Daarover zult u uiteraard nog ingelicht worden via de uitnodiging, waarbij uiteraard rekening wordt gehouden met de deadlines, opdat wij tijdig zouden beschikken over de teksten.

 

Bedankt voor uw aanwezigheid tot de finish.

 

La réunion publique de commission est levée à 15.54 heures.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.54 uur.