Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt

Commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction publique

 

van

 

Dinsdag 20 februari 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 20 février 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.05 uur en voorgezeten door de heer Brecht Vermeulen.

La réunion publique de commission est ouverte à 14.05 heures et présidée par M. Brecht Vermeulen.

 

De voorzitter: De samengevoegde vragen nr. 23105 van de heer Verherstraeten en nr. 23722 van de heer Calvo worden omgezet in schriftelijke vragen.

 

01 Questions jointes de

- Mme Catherine Fonck au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la mise en œuvre du droit aux aménagements raisonnables pour les fonctionnaires en situation de handicap" (n° 23316)

- Mme Catherine Fonck à la secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, à l'Égalité des chances, aux Personnes handicapées, et à la Politique scientifique, chargée des Grandes Villes, adjointe au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "la mise en œuvre du droit aux aménagements raisonnables pour les fonctionnaires en situation de handicap" (n° 23315)

- M. Brecht Vermeulen au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la demande d'aménagements raisonnables pour les fonctionnaires en situation de handicap" (n° 23435)

01 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Catherine Fonck aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de toepassing van het recht op redelijke aanpassingen voor ambtenaren met een handicap" (nr. 23316)

- mevrouw Catherine Fonck aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, en Wetenschapsbeleid, belast met Grote Steden, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de toepassing van het recht op redelijke aanpassingen voor ambtenaren met een handicap" (nr. 23315)

- de heer Brecht Vermeulen aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de vraag naar redelijke aanpassingen voor ambtenaren met een handicap" (nr. 23435)

 

Mevrouw Fonck is ziek.

 

01.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de minister, op 22 januari 2018 stuurde Unia mij een mail met in bijlage haar aanbeveling nr. 185 van november 2017, die zij ook aan drie leden van de federale regering alsook aan de bevoegde ministers in de gewest- en gemeenschapsregeringen stuurde.

 

Unia, het Vlaams Patiëntenplatform (VPP) en La Ligue des Usagers des Services de Santé (LUSS) wijzen erop dat de vervroegde pensionering wegens medische ongeschiktheid bij vast–benoemde ambtenaren voor problemen zorgt. Sommige ambtenaren hebben door hun ziekte of handicap alle ziektedagen opgebruikt en worden verplicht vervroegd op pensioen te gaan wegens definitieve ongeschiktheid om nog voor een overheidswerkgever te kunnen werken, hoewel zij nog willen werken.

 

De huidige regering doet er alles aan om zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk te laten werken. In het rapport melden Unia, het VPP en de LUSS echter dat de beslissing wegens definitieve arbeidsongeschiktheid vaak valt, zonder dat wordt nagegaan of er alternatieve tewerkstellings­mogelijkheden zijn, waardoor de betrokken ambtenaar wel nog kan werken, desnoods met redelijke aanpassingen.

 

In de studie “Arbeidsongeschiktheidscircuits in de publieke sector”, een rapport voor Steunpunt Bestuurlijke Organisatie uit 2016, maakten Léa Janvier, Sofie Aerts en Inge De Wilde een analyse van de beslissing van de dienst Medische Expertise (MEDEX). Zij verwezen naar de Europese rechtspraak op het vlak van non-discriminatie. Zij stelden vast dat redelijke aanpassingen altijd op voltijdse werkzaamheden waren gericht, terwijl ook deeltijds werk een redelijke aanpassing kan zijn.

 

Mijnheer de minister, mag ik van u vernemen hoe u de aanbeveling van Unia, het VPP en de LUSS evalueert en op welke manier u daaraan gevolg wil geven?

 

01.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer de voorzitter, u zult het mij wel vergeven dat mijn vraag in het Frans was voorbereid en dat ik dus deels in het Frans zal antwoorden, teneinde zo volledig mogelijk te zijn.

 

Ik heb de aanbeveling nr. 185 van Unia, het Vlaams Patiëntenplatform en van la Ligue des Usagers des Services de Santé inderdaad ontvangen. Mijn diensten bestuderen vandaag ten gronde en in de diepte welke maatregelen kunnen worden genomen om een en ander in de realiteit om te zetten.

 

Je peux déjà vous communiquer qu'un nouvel appel à projets "diversité" a été lancé fin janvier. Les différents SPF pourront bénéficier de budgets supplémentaires, également pour des projets relatifs à des aménagements raisonnables pour les fonctionnaires en situation de handicap, par exemple par l'adaptation du poste de travail.

 

Vanaf begin 2018 kunnen de projecten worden gecofinancierd met een bijzonder budget ten bedrage van 80% van het project. Het budget voor 2018 is vastgesteld op 154 000 euro.

 

In het verleden werden die budgetten niet uitgeput en wij hebben beslist om meer incentives te geven. In plaats van in het verleden 50% te subsidiëren, gaan wij nu dus naar 80%.

 

Daarnaast voorziet de FOD BOSA in de nodige aanpassingen voor personen met een handicap bij selectie en opleiding.

 

Tot slot, wordt het personeelsstatuut geregeld bijgestuurd met het oog op de ondersteuning van de instroom van personen met een handicap en het wegwerken van de obstakels voor personeels­leden met een handicap of personeelsleden die in de loop van hun beroepsloopbaan worden geconfronteerd met aanhoudende gezondheids­problemen.

 

De voorbije jaren is de regelgeving op dat vlak al op een aantal punten aangevuld en veranderd.

 

Premièrement, permettre aux agents handicapés effectuant un stage de travailler à temps partiel pendant leur période de stage.

 

Deuxièmement, permettre aux agents ayant une maladie chronique de travailler à temps partiel pendant des périodes plus longues.

 

Men kan dus langer deeltijds werken dan in het verleden.

 

Troisièmement, les formes de télétravail et le travail en bureaux satellites pourront être assouplies.

 

Ook kunnen de mogelijkheden tot telewerk en werken in satellietkantoren worden versoepeld.

 

Ten slotte, kan de belasting met betrekking tot de functie worden verlicht.

 

Ces adaptations du statut doivent permettre d'accroître les possibilités de travail sur mesure pour les membres du personnel confrontés à des problèmes de santé au cours de leur carrière professionnelle et d'encadrer le retour au travail après une absence de longue durée pour maladie.

 

Het gaat dus om re-integratie en in het ontwerp van de codex gaan we daar nog verder in.

 

Tot slot heb ik de FOD BOSA de opdracht gegeven om een nieuw re-integratieproject uit te werken waarbij de rol van de preventieadviseur-arbeidsarts wordt uitgebreid. Aangezien de rol van de arts wordt uitgebreid, wordt hij sneller betrokken bij het re-integratieproject en kan hij veel actiever samen met de werkgever en de werknemer werken aan mogelijkheden voor re-integratie bijvoorbeeld mits aanpassing van de werkpost, het arbeidsvolume, de arbeidstijd of de functie.

 

01.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de minister, dank u voor het antwoord.

 

Een goed hr-beleid houdt normaal in dat men niet alleen goede werkkrachten probeert aan te trekken, maar ook dat men de goede werkkrachten, die men al heeft, zo lang mogelijk aan zich probeert te binden.

 

Het bestaande systeem van ziektedagen leek mij alvast heel raar. Het is ook een onderdeel van de problematiek… Inderdaad, als men alles heeft opgebruikt, komt men plots in een soort val terecht. Die val moet te allen tijde vermeden worden, vooral wanneer bij de overheid de wil bestaat om de betreffende persoon tewerkgesteld te houden, in principe omdat hij goed werk kan leveren, en wanneer de ambtenaar zelf denkt dat hij effectief nog een goede bijdrage kan leveren in zijn job of in een andere, aangepaste job.

 

Mijnheer de minister, u bent goed bezig met aanpassingen op verschillende niveaus. Een van de grote bemerkingen was dat er vooral ook moest worden gekeken naar deeltijdse jobs, niet alleen naar voltijdse jobs. Er zijn kennelijk aanpassingen mogelijk in het kader van de arbeidsduur. Ik ben dan ook tevreden met het antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- de heer Kristof Calvo aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het redesign" (nr. 23719)

- mevrouw Julie Fernandez Fernandez aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het redesignen van de overheid" (nr. 23729)

02 Questions jointes de

- M. Kristof Calvo au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le redesign" (n° 23719)

- Mme Julie Fernandez Fernandez au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "le redesign de la fonction publique" (n° 23729)

 

02.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik ben altijd nieuwsgierig naar de stand van zaken van de redesign. Een kleine maand geleden hebben wij daarover ook al van gedachten gewisseld in dezelfde zaal. Toen gaf u aan dat het plan wordt uitgerold en dat elke minister dat voor zijn/haar traject doet.

 

De aanleiding voor mijn nieuwe vraag is echter een rapportagenota over het volledige programma inzake de redesign. Die nota werd op 9 februari door de Ministerraad besproken. Uit de notities van de Ministerraad die wij kunnen inkijken, leid ik ook af dat die rapportage door u getrokken zou zijn, dus ben ik benieuwd naar de stand van zaken en de coördinatie, ook omdat ik al eerdere vragen over de coördinatie heb gesteld aan de eerste minister die mij naar u doorstuurde, terwijl u de boot afhield toen het over het totale plaatje ging. Ik ben dus heel benieuwd naar een globale stand van zaken. U hoeft de nota natuurlijk niet helemaal voor te lezen, maar ik wil u vragen dat het Parlement kan beschikken over de volledige rapportagenota.

 

Voorts heb ik nog de volgende vragen, mijnheer de minister.

 

Ligt de coördinatie alsnog in uw handen, aangezien u de rapportagenota op de Ministerraad hebt gebracht?

 

Wat is de budgettaire impact van de acht verbetertrajecten op jaarbasis tot nu toe?

 

Heeft de Ministerraad ook conclusies geformu­leerd naar aanleiding van de rapportagenota? Het lijkt mij een logische en goede manier van werken om na de rapportage ook een aantal beslissingen te nemen.

 

Welke nieuwe initiatieven worden er uitgerold naar aanleiding van de rapportagenota?

 

Ik kijk uit naar uw antwoorden en naar de ontvangst van de rapportagenota zodat wij hem kunnen inkijken en bestuderen.

 

02.02  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, une des lignes de force de ce gouvernement réside dans une opération de redesign de l’administration publique, supposée dégager des moyens substantiels pour le budget de l’État sans diminuer la qualité du service rendu au citoyen. Après bientôt trois ans et demi de discussions, il nous semble utile de faire le point avec vous.

 

En effet, si l’on en croit les réponses de votre collègue Wilmès dans d’autres commissions, il apparaît que les retours attendus ne seront pas à la hauteur des annonces faites en début de législature. Il semblerait également que le processus soit désormais confié à un groupe de travail, mais on ignore le timing suivant lequel celui-ci aurait à remettre des conclusions et plus encore celui de leur mise en oeuvre.

 

Monsieur le ministre, qu’en est-il? Quelle est la composition de ce groupe de travail et quel est le calendrier de ses travaux? Quelles sont les mesures structurelles prises au-delà de la création du BOSA? Avec quel impact sur les conditions de travail des agents de l’État? Et par ricochet, sur la qualité du service à la population?

 

02.03 Minister Steven Vandeput: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Fernandez Fernandez, mijnheer Calvo, ik wil eerst en vooral graag uw aandacht erop vestigen dat de vragen die u mij vandaag stelt, reeds meermaals gesteld werden in deze commissie en via schriftelijke weg. Ik heb dus reeds meermaals antwoord hierop gegeven. Maar, welwillend als ik ben, wil ik natuurlijk een aantal dingen herhalen, vaak zit de kracht van begrijpen in het aanhoren van de herhaling.

 

Zoals ik reeds heb aangegeven in vorige commissievergaderingen, redesign is een project van de voltallige regering, mijnheer Calvo. Voor elk traject zijn een of meerdere ministers aangeduid als sponsor. Elke minister is bevoegd voor zijn of haar traject en bijgevolg ook verantwoordelijk voor zijn of haar traject. Ik begrijp een beetje uw bezorgdheid, mijnheer Calvo, omdat ik rapporteur ben van een aantal dingen en probeer een aantal dingen samen te brengen in één nota, die aan de Ministerraad als voortgangsrapportage wordt voorgelegd. Ik zie echter regelmatig leden van de oppositie rapport uitbrengen van geleverd werk in de commissie. Ik vermoed dat zij zich niet altijd verantwoordelijk voelen voor hetgeen in die verschillende commissies gerealiseerd werd.

 

02.04  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): (…)

 

02.05 Minister Steven Vandeput: Er is een verschil tussen rapporten samenbrengen en de uiteinde­lijke verantwoordelijkheid dragen. Men kan niet verantwoordelijk zijn zonder ook bevoegd te zijn, mijnheer Calvo. Ik ben minister van Ambtenarenzaken, ik ben geen minister van Federaal Bestuur.

 

Dit gezegd zijnde, de vooruitgang van de trajecten wordt besproken in een stuurgroep, zoals meermaals aangehaald. Die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verschillende sponsors, de eerste minister, vice-eersteministers en de minister van Begroting, en dit onder leiding van de beleidscel van de eerste minister. Ik zit die groep dus niet voor. Die groep maakt een driemaandelijkse rapportage aan de Ministerraad. Zoals u inmiddels weet, ik ben zelf verant­woordelijk voor de trajecten 1 en 6. Voor de andere trajecten moet ik u opnieuw vragen u te wenden tot de bevoegde en verantwoordelijke ministers. Het lijkt mij ook logisch, gelet op de uiteenlopende specificiteit van de verschillende dossiers, zoals inning van overheidsinkomsten of gezondheidszorg, dat elke minister met zijn departement zijn trajecten uitvoert.

 

In verband met de budgettaire impact van traject 1, dus de centraal gecoördineerde federale aankopen, kan ik u zeggen dat in 2017 het doel was om minstens 250 000 euro te besparen en dat dit overschreden werd. Op basis van de recentste cijfers blijkt er voor dit traject in 2017 een besparing te zijn geleverd van 616 000 euro. Dat is dus meer dan een verdubbeling ten opzichte van het voorziene doel. Voor dit jaar, 2018, zijn er 17 bijkomende gemeen­schappelijke aankoopdossiers geselecteerd, wat het mogelijk moet maken om ook in 2018 de doelstelling te behalen en te overschrijden.

 

Traject 6, het tweede traject waarvoor ik zelf verantwoordelijk ben, ambieert de hertekening van de ondersteunende processen in het federaal openbaar ambt met het oog op een optimale dienstverlening tegen een lagere kostprijs.

 

Les mesures structurelles ont été prises. Au niveau législatif, le SPF Stratégie et Appui a été créé par l'arrêté royal du 22 février 2017, entré en vigueur le 1er mars 2017. Ce SPF absorbe trois SPF horizontaux existants: le SPF Personnel et Organisation, le SPF Budget et Contrôle de la gestion et Fedict, et les services Empreva, Selor et Fed+.

 

Au niveau organisationnel, la structure est définitivement entérinée. Toutes les directions générales ont finalisé leur catalogue de services et de produits et leur organigramme. Ainsi, le Comité de pilotage des clients est opérationnel en tant qu'organe consultatif.

 

02.06  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): (…)

 

02.07 Minister Steven Vandeput: Het is niet aan mij om daarin al dan niet toezeggingen te doen, maar ik zal het navragen, mijnheer Calvo.

 

02.08  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): (…) Ik vind dat niet correct. Ik lees dat de rapportagenota uit uw hand en op uw voorstel in de Ministerraad is gebracht. Ik citeer de notificaties van de Ministerraad. Ik bevraag u daarover. Die vraag is ook niet last minute ingediend. Als parlementslid moet ik toch geen procedure van openbaarheid van bestuur starten om die rapportagenota te kunnen inkijken?

 

02.09 Minister Steven Vandeput: U vraag dateert van gisteren en is dus volgens de regels op tijd. Dat is zo, maar ze dateert wel van gisteren. Ik moet dus een beetje nuance aanbrengen. Verder bepaal ikzelf niet wat er van de achterliggende stukken uit de Ministerraad al dan niet publiek gemaakt wordt.

 

02.10  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Blijkbaar was de vraag dan toch van gisteren. Ik heb de voorbije 24 uur dan zo veel gedaan dat het al veel langer lijkt, maar dan nog. Er zijn al zo lang vragen gesteld over het redesignproject en de stand van zaken daarin. Er is een rapportagenota en die kan niet meteen vrijgegeven worden. Ik zal die zaak dan morgen laten agenderen in de Conferentie van voorzitters, maar ik vind het jammer.

 

Ik weet niet hoe het bij u zit, maar als ik aan een paradepaardje werk, dan moet men meestal aan mij zelfs niet vragen om daarover te rapporteren of het tonen. Ik zou dan zeggen: "Kijk eens hoe goed wij bezig zijn."

 

02.11 Minister Steven Vandeput: Ik heb u gerappor­teerd over het paradepaardje binnen mijn bevoegdheid, mijnheer Calvo. U weet hoe het gaat in de politiek. U zou het zelf niet aanvaarden van collega's dat zij gaan lopen met uw dossiers.

 

02.12  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Dat brengt mij bij mijn tweede punt.

 

In het proces dat, mijns inziens, nog altijd boeiend en noodzakelijk is, blijft er een probleem in de aansturing. Ik heb daarover een aantal maanden geleden een vraag gesteld aan de eerste minister. Hij stuurde die naar u door. Ik ondervraag u en u zegt dat u daarvoor niet bevoegd bent, ook al zegt de Ministerraad dat de rapportagenota van uw hand komt en door u geïnitieerd is.

 

Vandaag krijg ik andermaal alleen antwoorden over het rendement en de maatregelen binnen uw eigen trajecten. Ik word daar ambetant van. Ik vind dat geen correcte manier om met het Parlement om te gaan. Ik zal nu dus nog eens een vraag stellen aan de eerste minister, maar ik zal alle citaten, van het eerste tot het laatste… Eigenlijk zegt u dat hetgeen de eerste minister zegt niet klopt, omdat hij bevoegd is. Hij zit die vergaderingen voor.

 

Als ik u confronteer met het feit dat hij coördineert…

 

02.13 Minister Steven Vandeput: Het verslag zal duidelijk maken wat ik gezegd heb en wat ik niet gezegd heb. Ik heb niet gezegd dat de eerste minister de waarheid niet vertelt. U moet toch opletten welke interpretatie u geeft. U maakt er een intentieproces van.

 

02.14  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Zo kras was mijn interpretatie nog niet. Wat ik zei…

 

02.15 Minister Steven Vandeput: U komt nu wel voor het verslag iets te zeggen wat ik niet correct vind. Dat is niet wat ik gezegd heb. Ik heb gezegd: ik rapporteer. Inderdaad. Ik heb het programma ook geïnitieerd. Geen enkel probleem.

 

Echter, ik zeg ook dat u moet begrijpen – dat kan moeilijk zijn, maar probeer het toch eens te begrijpen – dat men niet verantwoordelijk kan zijn als men niet bevoegd is. Ik ben niet bevoegd voor alle federale overheden. Ik ben bevoegd voor het ambtenarenstatuut, voor de situatie van de ambtenaren, en voor de FOD's die vallen onder mijn bevoegdheid. Ik ben er samen met collega Wilmès en collega De Croo in geslaagd van zes entiteiten één entiteit te maken, wat sowieso al een geweldige stap vooruit is. Procentueel betekent dat heel veel voor de federale overheid. Dat is het eerste project dat ik geleid heb.

 

Het tweede project omvat het meer algemeen aansturen van de aankooppolitiek. Ook daar doen wij de realisaties die mogelijk zijn. Maar opnieuw, het is zeer moeilijk als minister met de bevoegdheid over een deel van één federale overheid zaken op te leggen aan andere federale overheidsinstellingen. Dat is niet aan mij. Dat is aan elke minister op zich.

 

02.16  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Voor alle duidelijkheid, ik heb niet gezegd dat u gezegd hebt dat de eerste minister liegt. Dat heb ik daarnet niet gezegd en zeg ik nu zeker niet.

 

Ik zeg alleen dat hij mij inzake de coördinatie van de redesign naar u heeft doorgestuurd. U zegt vandaag voor de tweede keer dat de eerste minister coördineert en dat hij die vergadering leidt. Ik veronderstelde dat er iets veranderd was omdat ik vaststelde dat u de rapportagenota brengt. Dus trok ik de, niet onlogische, conclusie dat u de coördinatie in handen had genomen.

 

Als de eerste minister het inderdaad nog altijd coördineert, verwijt ik u uiteraard niet persoonlijk dat u niet alles aanstuurt en dat u zich terughoudend opstelt bij het rapporteren over de andere onderdelen. Daar kan ik mee leven. Waar ik niet mee kan leven, is dat er uiteindelijk niemand het hele proces lijkt te coördineren, en dat de eerste minister niet thuis geeft op het moment dat ik hem daarover ondervraag. Dat heb ik niet uitgevonden. U weet dat.

 

02.17 Minister Steven Vandeput: Ik vind dit een heel goede discussie. Uiteraard heeft elke minister zich op een bepaald moment achter bepaalde projecten gezet. Ik heb het transversaal project voor de regering inderdaad getrokken. Wij hebben een governance opgezet via die werkgroep.

 

Het feit is wel dat de regering een beslissing heeft genomen met betrekking tot een aantal trajecten. Het is natuurlijk elk voor zich om die trajecten uit te voeren. Er is gevraagd om zicht te houden op het globale plaatje met een rapportage. Ik ben aangeduid als rapporteur in dat verhaal. Ik heb daar geen enkel probleem mee.

 

Als u wilt weten wat bij Volksgezondheid gebeurt, daar zijn ook zaken zichtbaar. Als u wilt weten wat in het domein van de inning van overheids­tegoeden gebeurt, kunt u daar rustig vragen over stellen. Dat kan voor alle trajecten die werden beschreven. Dat kan ook voor de toegevoegde trajecten, bijvoorbeeld met betrekking tot de studiediensten van de federale overheid. U kunt ook daar de bevoegde minister over bevragen. Niets houdt u tegen om dat te doen.

 

De Ministerraad en de regering moeten op een bepaald moment toch een beslissing kunnen nemen die ze gewoon uitvoeren. Dat hierover regelmatig een globale rapportage gebeurt, zo veel te beter zou ik zeggen.

 

Moet er absoluut en noodzakelijk coördinatie zijn? U zegt dat. Het is goed dat wij een overzicht behouden van waar we staan.

 

02.18  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Ik zou in elk geval liever coördinator dan rapporteur zijn.

 

02.19 Minister Steven Vandeput: Opnieuw, men moet dan wel bevoegd zijn. Men kan moeilijk verantwoordelijk zijn voor iets waarvoor men niet bevoegd is.

 

02.20  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Dat is bij deze uitgeklaard. U neemt de lead in het rapportage­verslag omdat u rapporteur bent. De ministers zijn bevoegd voor hun trajecten. De eerste minister coördineert. Daaruit leid ik af dat, als ik het rapportageverslag wil inkijken, ik mij tot de eerste minister moet richten. Ik moet hem dus aanspreken over de coördinatie? Ik wil gewoon weten wie coördineert.

 

02.21 Minister Steven Vandeput: Als uw vraag is of u het rapportageverslag kan inkijken, dan moet u, volgens mij, die vraag in elk geval aan de eerste minister stellen. Hij beslist over het rapport van de Ministerraad.

 

02.22  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): De eerste minister coördineert. Ik zal mij richten tot de eerste minister.

 

Wij zitten hier niet in een vol voetbalstadion. Dit is ook niet het meest sexy thema. Ik zoek hierover niet de polemiek op. Ik vind dit wel een zeer relevant thema. Ik vind het belangrijk dat hiermee politiek ernstig wordt omgesprongen. Inzake de geloofwaardigheid van de publieke sector ten aanzien van de burger en voor de ambtenaren zelf, in tijden waarin heel veel over besparingen wordt gesproken, zou dit een constructief proces kunnen zijn.

 

Ik heb de indruk dat dit niet goed genoeg loopt, onder meer door een gebrek aan coördinatie. Ik wil u dit niet persoonlijk verwijten, maar ik verwijt het wel de regering in haar geheel.

 

02.23  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, je remercie M. le ministre et mon collègue pour cet intéressant débat.

 

Monsieur le ministre, j'en reviens aux fonction­naires, pour qui vous avez dit être compétent. J'entends qu'une mesure structurelle a été prise avec la fusion de trois SPF. Par contre, je n'ai pas entendu de réponse à mes questions sur les conditions de travail de ces agents de l'État.

 

02.24  Steven Vandeput, ministre: Il n'y a pas de changement, sauf peut-être le lieu où ils exécuteront leur travail. Le règlement de travail a été approuvé par les syndicats.

 

02.25  Julie Fernandez Fernandez (PS): Pour une fois, je ne vous faisais pas de procès d'intention. Si un règlement de travail a été approuvé, c'est qu'il y a eu des modifications.

 

02.26  Steven Vandeput, ministre: Il n'y a pas eu de modification.

 

02.27  Julie Fernandez Fernandez (PS): Vous êtes responsable des fonctionnaires mais aussi du service fourni à la population. Là non plus, il n'y a pas de modification.

 

02.28  Steven Vandeput, ministre: Je ne suis pas responsable du service à la population, je suis responsable de ma partie du SPF BOSA vis-à-vis des utilisateurs, qui sont les autres SPF et les organismes de l'État.

 

02.29  Julie Fernandez Fernandez (PS): Vous me renvoyez donc vers vos collègues.

 

02.30  Steven Vandeput, ministre: Les clients de BOSA sont les autres SPF et les organismes d'État.

 

02.31  Julie Fernandez Fernandez (PS): Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Aangezien we het nu over de lente hebben, zal ik de laatste vraag stellen, waarna we naar buiten kunnen om te zien of de eerste krokussen beginnen te bloeien. Ik heb ook al meiklokjes zien bloeien, dat is wel heel vroeg.

 

03 Vraag van de heer Brecht Vermeulen aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "het afbouwen van het aantal ambtenaren en het inzetten op digitalisering" (nr. 23455)

03 Question de M. Brecht Vermeulen au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "la réduction du nombre de fonctionnaires et l'accent mis sur la digitalisation" (n° 23455)

 

03.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb op 1 februari in de pers gelezen dat de Vlaamse socialistische partij, de sp.a, een nieuw plan aan de pers had toegelicht. Ik citeer uit hun verklaring: "Wij halen mensen weg van overtollige administratie en werk dat in deze nieuwe tijden door computers kan, en zetten ze opnieuw in waar de noden vandaag hoog zijn."

 

Een partij, die 25 jaar in de regering heeft gezeten, stelt nu vanuit de oppositie vast dat er overtollige administratie is. Ook al in 2010 vond de sp.a bij monde van Frank Vandenbroucke dat de overheid moest afslanken om de hogere pensioenen betaalbaar te maken. Nog langer geleden, in 2005, pleitte de toenmalige gedelegeerd bestuurder van het VBO, de heer Rudi Thomaes, om binnen de vijf jaar 30 000 ambtenaren van de 400 000 te laten afvloeien. Dat zou goed zijn voor een jaarlijkse besparing van 7 tot 8 miljard euro.

 

Ons land kent inderdaad een hoog overheidsbeslag van 54,3 % in 2015. Dit cijfer ligt hoger dan in andere landen – bijvoorbeeld 47 % in Nederland, ook in 2015. Dat overheidsbeslag wordt stelselmatig afgebouwd door deze regering. De Tijd meldde al in juli 2017 dat de Belgische overheid, na de inspanningen van de jongste jaren, nog steeds in de top vijf van de grootste uitgevers in Europa blijft. In de buurlanden maken de overheidsuitgaven, exclusief de rentelasten, gemiddeld 46,8% uit van het bbp. Dat verschil komt overeen met ongeveer 14 miljard euro.

 

Uiteraard vormt het grote ambtenarenapparaat een grote basis voor de hoge overheids­bestedingen. Het afbouwen van statutaire en contractuele personeelsleden, en ze vervangen door doorgedreven digitalisering, zal zeker een impact hebben. Dit zal ook zorgen voor een verschuiving van personeelskosten naar investerings- en werkingskosten, en een verschuiving naar andere personeelsprofielen. Er zal vooral veel tijd nodig zijn om dat uit te voeren en ervoor te zorgen dat alles efficiënt blijft verlopen.

 

Ik heb een viertal vragen voor u, mijnheer de minister.

 

Ten eerste, bestaan er studies of berekeningen binnen het geheel van de federale overheid, of binnen onderdelen ervan, om na te gaan of er inderdaad overbodige personeelsleden zijn bij het federaal overheidsapparaat? Zo ja, wat zijn de conclusies?

 

Ten tweede, bestaan er ook uitgewerkte voorstellen of studies van de federale overheid, of van onderdelen ervan, om de werking met minder personeelsleden maar met een sterk doorgedreven digitalisering te laten verlopen? Wat stellen deze voorstellen of studies voor?

 

Ten derde, hebt u zelf een visie op het verhogen van de efficiëntie van de federale overheid door nog meer in te zetten op digitalisering? Zo ja, kunt u deze eventueel toelichten?

 

Ten vierde, welke houding verwacht u van de vak-bonden over voorstellen om het ambtenaren­apparaat af te bouwen door nog meer in te zetten op digitalisering, wat de sp.a dus voorstelt?

 

03.02 Minister Steven Vandeput: Mijnheer de voorzitter, eerst en vooral, u hebt het over 400 000 ambtenaren, maar er zijn geen 400 000 federale ambtenaren. Hier heeft men het over alle ambtenarenniveaus. Sta mij evenwel toe mij te beperken tot het federaal ambt.

 

03.03  Brecht Vermeulen (N-VA): Daar ga ik volledig mee akkoord.

 

03.04 Minister Steven Vandeput: Uit algemene analyses kan men afleiden dat tot 10 % van de huidige functies niet meer zal bestaan tegen 2030. Tegelijk zullen nieuwe noden opduiken en nieuwe functies moeten worden gecreëerd. Daarnaast zal ongeveer 30 % van de huidige taken een impact ondervinden van digitalisering en automatisering. Wij spreken dus over 40 % dat in beweging is. Daarom zet ik vooral in op het op korte termijn verder ontwikkelen van nieuwe competenties, gelinkt aan innovatie en digitalisering, met het oog op efficiëntie, effectiviteit en beroepsfierheid.

 

Grote transversale projecten bij de federale overheid viseren vandaag vooral de verdere automatisering van processen en dit vooral op het vlak van boekhouding, overheidsaankopen en hr. Dit betreft onze eigen organisatie, niet de diensten aan de burger. Dat laatste aspect valt onder de bevoegdheid van collega Francken. In deze domeinen kan en zal een doorgedreven digitalisering belangrijke efficiëntiewinst opleveren.

 

Voorts werkt elke federale overheidsdienst een roadmap uit voor de digitale transformatie van zijn bevoegdheden. Nu komt men op het vlak van de andere taken. Centraal daarbij zal altijd staan het leveren van kwaliteitsvolle diensten aan onze burgers en ondernemingen.

 

Op uw derde vraag kan ik antwoorden dat het mijn bedoeling is om ondersteunende en generieke taken zoveel mogelijk te steunen en daarbij te focussen op expertisecentra. Binnen mijn bevoegdheidsdomeinen zetten wij vandaag voornamelijk in op de verdere digitalisering van de personeelsadministratie en het loonbeheer, de digitalisering van het opleidingsaanbod en de optimalisering van het aankoopbeleid door meer gegroepeerde aankopen. Ik heb ook een voorstel op tafel gelegd om in te zetten op een grotere flexibilisering door het mogelijk maken van onder andere interimarbeid, de verdere uitbouw van de contractuele loopbanen en de hervorming van de bestaande regelgeving in verband met het statuut.

 

Wat betreft uw vierde vraag, het is mijn ambitie om te zorgen voor een dienstverlening met de hoogst mogelijke kwaliteit en doeltreffendheid, conform de beste prijs-kwaliteitverhouding en dit met ambtenaren die fier zijn op hun werk. Daartoe moet men de structuren van de federale overheid verder blijven vereenvoudigen, voortdurend innoveren en de klantgerichtheid centraal stellen, en daarbij waken over kostenefficiëntie en ijveren voor een kleiner overheidsbeslag. Daarmee kan men samen bouwen aan een overheidsapparaat dat in staat is om te anticiperen op toekomstige uitdagingen.

 

Ik verwacht van de vakorganisaties dat zij hieraan constructief meewerken binnen de reeds regle­mentair vastgelegde onderhandelings­procedures. Zij doen dat al voor een groot stuk. Bij elke stap die wij ondernemen, respecteren wij het overleg.

 

Wij gaan stap voor stap verder.

 

03.05  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik volg de logica, waar wij vooral inzetten op verschillende processen die moeten zorgen voor kostenbeheersing, zonder ze los te koppelen van het stimuleren van gemotiveerde mensen, zodat zij hun bijdrage zo actief mogelijk leveren.

 

Ik was verbluft door de cijfers die u bij het begin van uw antwoord gaf. U zei dat tegen 2030 10 % van de functies niet meer zal bestaan en dat 30 % van de huidige taken zal worden gedigitaliseerd. Dat is enorm.

 

03.06 Minister Steven Vandeput: Het is niet zo dat 30 % van de taken wordt gedigitaliseerd maar wel dat 30 % ervan een impact zal ondervinden door de digitalisering. Die taken zijn daarom niet weg.

 

03.07  Brecht Vermeulen (N-VA): Goed, maar het is een enorm verhaal.

 

De tijd waarin stempels werden gezet en papieren werden doorgegeven om andere stempels te zetten, zonder veel toegevoegde waarde, ligt achter ons. Die taken werden intussen al gedigitaliseerd en zorgen onder andere voor een grote efficiëntiewinst op het terrein.

 

Wij zullen het debat moeten voeren over hoever wij kunnen gaan met de digitalisering en wat effectief de winst daarvan is. Er zal een kosten-batenanalyse moeten worden gemaakt. Het vervangen van mensen met een lagere functie omwille van de digitalisering zal immers ook zorgen voor meer ambtenaren met hogere profielen, die de digitalisering goed kunnen aansturen en aan dataverwerking op hoog niveau doen, dus meer dan alleen werken met een excel- of een wordprogramma.

 

Ook voor de flexibilisering zal er een transitieperiode nodig zijn, in die zin dat er zeer veel verzet is telkens er verandering komt. Iedereen is voor verandering, maar de verandering in de nabije omgeving wordt soms wel eens gecontesteerd, hoewel zij heel dikwijls voor een verbetering zorgt, ook van de persoonlijke situatie. Satellietkantoren en de mogelijkheid van telewerk zijn heel bevorderlijk voor de werking in haar geheel, maar ook voor de verhouding tussen het werk en privéleven.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.42 uur.

La réunion publique de commission est levée à 14.42 heures.