Commissie voor de Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 17 januari 2018

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 17 janvier 2018

 

Après-midi

 

______

 

 


La réunion publique de commission est ouverte à 15.40 heures et présidée par M. Philippe Goffin.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 15.40 uur en voorgezeten door de heer Philippe Goffin.

 

01 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "het pilootproject Achter de Spiegel" (nr. 22809)

01 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "le projet pilote Achter de Spiegel" (n° 22809)

 

01.01  Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, in het pilootproject Achter de Spiegel van vzw Moderator werden slachtoffers en daders die niet bij hetzelfde misdrijf betrokken waren, via gespreksgroepen met elkaar in contact gebracht en legden zij samen een traject naar herstel af. Het idee kwam al in het najaar van 2016 tot stand en werd ondersteund door de provincie West-Vlaanderen. Concreet kwamen daders en slachtoffers vijf keer samen in de Ieperse gevangenis om met elkaar in gesprek te gaan.

 

Het project werd geëvalueerd. Op een evaluatievergadering werden de resultaten verbluffend positief genoemd. Voor zowel daders als slachtoffers heeft dat project zeker een meerwaarde gehad. Slachtoffers die voorheen verbitterd waren vanwege bepaalde feiten, kregen opnieuw vertrouwen. Het project kon het afsluiten van een moeilijke periode en een nieuwe start betekenen. Het project toonde aan dat een dader ook maar een mens is met zijn of haar slechte en goede kanten.

 

Op 2 januari van dit jaar zond Canvas de documentaire “Oog in oog” uit, een documentaire waaraan ook de vzw Moderator maandenlang meewerkte. De documentaire bracht twee zussen in beeld die hun broer verloren door een moord en die daarop elk op hun eigen, verschillende manier hebben gereageerd en geprobeerd hebben om dat te verwerken.

 

Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van het bestaan van dat pilootproject? Liep dat ook al in andere gevangenissen en zo ja, in welke?

 

Staat u open voor een eventuele verdere uitrol van dat pilootproject, desgevallend met steun vanuit Justitie? Bestaan er plannen om te werken met daders en slachtoffers van misdrijven?

 

01.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Lahaye-Battheu, naast het pilootproject Achter de Spiegel vonden en vinden in andere inrichtingen gelijkaardige initiatieven plaats. Ik vernoem enkele voorbeelden. Een tiental jaar geleden liep er in Marneffe een herstelbemiddelingsproject met een positief resultaat. In 2006 werd er in Antwerpen een schrijfproject georganiseerd tussen daders en slachtoffers, waarbij er ook ontmoetingen tussen beide partijen plaatsvonden. Dat project resulteerde in het boek Mijn gedachten zijn mijn tralies. Vorig jaar startte het project “Herstel kleurt kunst” in de gevangenis in Beveren, met de herstelthematiek als vertrekpunt, waarin kunst als een middel wordt gebruikt om de verhalen en emoties in beeld te brengen via fotografie en graffiti. Op kleinschaliger niveau vinden er ook workshops plaats waarin slachtoffers en daders met elkaar in contact treden.

 

Dergelijke projecten hebben mijn grootste waardering. Ze laten toe om buiten het carcan van de gerechtelijke conflictafhandeling te treden, die uiteraard cruciaal is in een rechtsstaat en voor diverse delicten ook de onvermijdelijke eerste stap betekent. Zoals u terecht vermeldt, geven ze ruimte aan het meer emotioneel aspect in de verstoorde relatie tussen dader en slachtoffer, en faciliteren zij authentiek herstelgericht werk. Op die manier kunnen slachtoffers ook medeambassadeurs worden van de nood aan begeleiding van gedetineerde daders, een begeleiding die mijns inziens niet zelden verkeerdelijk als een luxe wordt aangezien.

 

Die projecten werden geïnitieerd door de diensten van de Gemeenschappen. Ik meen dat het belangrijk is dat zij de trekkersrol ervan blijven opnemen, niet omdat de federale overheid geen betrokken partij zou zijn, maar omdat net het gegeven dat diensten van buiten Justitie ze opnemen, zowel voor slachtoffers als voor daders een meerwaarde betekent en de drempel verlaagt om tot die initiatieven toe te treden. Het ligt dus voor de hand dat de penitentiaire administratie er alles aan moet doen om die projecten te faciliteren en omgevingsfactoren dient te creëren waarin een dergelijke variant van herstelgericht werken kan gedijen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 22828 van mevrouw Becq is omgezet in een schriftelijke vraag.

 

02 Samengevoegde vragen van

- de heer Brecht Vermeulen aan de minister van Justitie over "verboden kansspelwebsites" (nr. 22880)

- de heer Brecht Vermeulen aan de minister van Justitie over "de controle op de online goksector" (nr. 22887)

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "online gokken" (nr. 22948)

02 Questions jointes de

- M. Brecht Vermeulen au ministre de la Justice sur "les sites de jeux de hasard interdits" (n° 22880)

- M. Brecht Vermeulen au ministre de la Justice sur "le contrôle du secteur des jeux de hasard en ligne" (n° 22887)

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "les paris en ligne" (n° 22948)

 

02.01  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de minister, het is wettelijk verboden om zonder voorafgaande vergunning van de Kans­spel­commissie kans­spelen te gaan exploiteren en het is ook verboden om deel te nemen aan een illegaal kansspel, de exploitatie ervan te vergemakkelijken of ervoor reclame te maken. Spelers kunnen beboet worden met een straf van 26 euro tot 25 000 euro, vermenigvuldigd met opdecimen. Voor organisatoren worden bedragen vastgelegd van 100 euro tot 100 000 euro, eveneens vermenigvuldigd met opdecimen.

 

De Kansspelcommissie publiceert regelmatig op haar website de zogenaamde zwarte lijst van verboden kansspelwebsites. Behoudens een vergissing van mijnentwege zijn er 148 verboden websites met kansspelen of weddenschappen voor Belgen. Een gokker is bijgevolg strafbaar als hij op een van deze sites probeert weddenschappen te zetten of speelt.

 

Ten eerste, een aantal van die websites is Nederlandstalig. Zij richten zich dus uitsluitend op een Vlaams of Nederlands publiek. Zijn er dan websites bij die toegelaten zijn in Nederland maar niet in België? Op basis van welke specifieke verschillen in de wetgeving laat Nederland die wel toe en België niet?

 

Ten tweede, hoe gebeurt de controle precies?

 

Ten derde, hoe wordt bepaald om een bepaalde website toe te voegen aan of te schrappen van die lijst van verboden kansspelwebsites?

 

Ten vierde, hoeveel theoretische personeelsinzet zou nodig zijn om dit correct en efficiënt te laten controleren door de Kansspelcommissie, de politie en eventueel andere overheidsdiensten? Wordt hiervoor ook gebruikgemaakt van private partners?

 

Ten vijfde, het feit dat die verboden kans­spel­websites officieel gepubliceerd worden en dat er soms ook een bijkomende melding komt wanneer iemand een verboden website bezoekt vanuit België, heeft vooral een ontradend effect. Dat is goed, maar in hoeverre worden spelers die deelnemen aan een kansspel op een verboden website, die de exploitatie ervan vergemakkelijken of ervoor reclame maken, werkelijk vervolgd en voor de rechtbank gebracht? Kunt u cijfers geven van het aantal onderzoeken, van het aantal vervolgingen en van het aantal rechtszaken in de voorbije drie jaar?

 

Ten slotte, wordt elk van die 148 verboden websites in België geblokkeerd en omgeleid naar de zogenaamde STOP-pagina?

 

Dan kom ik aan mijn tweede hoofdvraag. Deze gaat over de controle op de onlinegoksector, niet zozeer bij de illegale maar vooral bij de legale. Het feit dat het marktaandeel online in de gok- en wedden­schap­sector steeds groter wordt, heeft gevolgen. In 2003 was de wereldwijde onlinegokmarkt goed voor 7,4 miljard dollar. Tegen 2020 zou dat 50 miljard dollar worden.

 

Dat heeft natuurlijk ook implicaties voor het toezicht en de reglementering.

 

De onlinekansspelinrichtingen zijn ook veel moeilijker door nationale overheidsinstellingen te controleren dan de klassieke inrichtingen, omdat de servers dikwijls in het buitenland staan en de bedrijven erachter ook buitenlands zijn. Sommige onlinekansspelinrichtingen worden erkend en mogen hun producten aanbieden in België, andere zijn illegaal, zoals vermeld in mijn vorige vraag. In Nederland toonde in november 2015 een onderzoek in opdracht van Holland Casino aan dat bijna 1,5 miljoen Nederlanders op illegale onlinewebsites durfden te spelen, waarbij zij een half miljard euro inzetten.

 

De erkende exploitanten van onlinekansspelinrichtingen hebben vorig jaar al laten weten dat er betere controles zouden moeten komen. In antwoord op een kritiek van december 2017 van Marijs Geirnaert, de directrice van het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs (VAD), en professor verslavingszorg Frieda Matthys, experten in een werkgroep van de Hoge Gezondheidsraad over gokverslaving, dat de Kansspelcommissie gokkers onvoldoende beschermt en dat zij de goksector eerder zou faciliteren dan dat zij die controleert, liet de Kansspelcommissie al weten dat haar werk door online gokken veel complexer is geworden.

 

Het personeelstekort bij de Kansspelcommissie is een oud zeer. In de voorbije jaren is het aantal medewerkers zelfs nog gedaald. In een customer case van Realdolmen van enkele jaren geleden die online beschikbaar is, kwam dat al ter sprake, maar de toestand is nog niet verbeterd. Ook voorzitter Etienne Marique klaagde in september 2017 aan dat de IT-dienst van de Kansspelcommissie het met amper drie werknemers moest stellen, terwijl de goksector steeds actiever wordt op het internet.

 

Ik heb hierover de volgende vragen.

 

Ten eerste, bestaan er studies of cijfers die een inschatting maken van het aantal personen dat in België op illegale onlinekansspelinrichtingen speelt? Bestaan er ook studies of cijfers over de ingezette bedragen? Kunnen de cijfers met betrekking tot België ook worden gebenchmarkt ten opzichte van andere Europese landen? Graag kreeg ik een vergelijking met de cijfers uit de studie in opdracht van Holland Casino.

 

Ten tweede, hoe kunnen de identiteiten van de onlinespelers nog beter worden gecontroleerd? Er zijn daarvoor al een aantal voorstellen geformuleerd, maar misschien kan het nog beter.

 

Ten derde, moet het wettelijk kader worden aangepast om illegale websites van bepaalde kansspelinrichtingen beter te kunnen inperken?

 

Ten vierde, hoe kan nog meer dan nu internationaal worden samengewerkt om de onlinegoksector te controleren en om de illegale kansspelinrichtingen te doen verminderen?

 

Ten slotte, hoeveel medewerkers telt de IT-dienst van de Kansspelcommissie? Vindt u dat aantal voldoende om de taken aan te kunnen of zult u stappen ondernemen om het aantal op te krikken?

 

02.02  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, mijn vraag is zeer kort. De topman van de Nationale Loterij was onlangs opvallend scherp voor de Kansspelcommissie. Volgens hem oefent ze haar rol als regulator en controlerend orgaan niet naar behoren uit. Men heeft zelf de proef op de som genomen. Een minderjarige heeft zich onder toezicht van een gerechtsdeurwaarder zonder probleem kunnen laten registreren bij de Kansspelcommissie.

 

De Kansspelcommissie verschuilt zich achter het ontbreken van uitvoeringsbesluiten. Er zijn geen criteria of regels en ze kunnen dus niet anders dan alle aanvragen goedkeuren, zo zeggen zij. In onze buurlanden is online gokken verboden of heel strikt gereglementeerd. België lijkt echter wel de Far West van het online gokken. Er is hier dus dringend nood aan een strikte reglementering voor het online gokken.

 

Mijnheer de minister, ik heb slechts twee vragen. Ten eerste, wanneer mogen we die uitvoeringsbesluiten verwachten? Ten tweede, welke criteria zullen ze bevatten?

 

02.03 Minister Koen Geens: Mijnheer Vermeulen, mevrouw Lambrecht, in Nederland zijn onlinekansspelen momenteel nog niet gereguleerd en bijgevolg verboden. In België gebeurt de controle van illegale websites op basis van ontvangen klachten. Een gespecialiseerd ambtenaar van de Kansspelcommissie onderzoekt de website en bekijkt of deze in een aanbod voorziet ten aanzien van Belgische inwoners. Als dat het geval is, wordt een proces-verbaal opgesteld dat naar het parket wordt verzonden. Ingevolge hiervan beslist de Kansspelcommissie vervolgens tot toevoeging van de website aan de zwarte lijst. Dit gegeven wordt tevens bekendgemaakt via het Belgisch Staatsblad.

 

Een website kan van de zwarte lijst worden gehaald indien de operator van deze site zich voegt naar de Belgische reglementering en op voorwaarde dat hij een boete betaalt. In overleg met het openbaar ministerie wordt bepaald of het dossier wordt behandeld door het openbaar ministerie dan wel door de Kansspelcommissie.

 

Momenteel wordt er een personeelsplan besproken om de Kansspelcommissie met een twintigtal personeelsleden te versterken. Onder meer de onlinecontroles zouden zo in de toekomst kunnen worden versterkt en beter worden uitgevoerd. Enkel in 2015 werden tegen spelers van een welbepaalde website inbreuken vastgesteld. In totaal werd bij deze 162 procedures een bedrag van 82 900 euro aan administratieve boetes opgelegd.

 

Ik weet niet zeker of ik het juist heb voorgelezen. Ik doe het nog eens.

 

Enkel in 2015 werden tegen spelers van een welbepaalde website inbreuken vastgesteld. In totaal werd bij deze 162 procedures een bedrag van 82 900 euro aan administratieve boetes opgelegd.

 

De Kansspelcommissie heeft in samenwerking met de FCCU een protocol afgesloten om websites die op de zwarte lijst zijn opgenomen, te laten blokkeren. Alle providers worden hiervan op de hoogte gebracht en zorgen ervoor dat een STOP-pagina wordt gegenereerd.

 

Exacte cijfers over het aantal mensen dat op de STOP-pagina belandt, zijn niet ter beschikking. Dit omwille van het feit dat providers in hun eigen STOP-pagina voorzien, die niet wordt beheerd door de Kansspelcommissie. In de toekomst zal worden getracht alles samen te brengen op een STOP-pagina, zodat er een betere inschatting kan worden gemaakt van de illegale markt, die wordt geschat op 25 %.

 

De authenticatie van een speler – Wie bent u? – gebeurt in de eerste plaats bij de vergunninghouder. De autorisatie – Mag ik? – gebeurt bij de Kansspelcommissie door de EPIS-controle. Door de verbinding met het Rijksregister is de Kansspelcommissie nu in staat om meer in real time spelers te autoriseren. De webservices die hiervoor moeten zorgen, zijn klaar en worden uitgerold.

 

Voorts wordt er ook verder werk gemaakt van andere controlemiddelen. Zo bestaat er een instructie van de Kansspelcommissie voor de vergunninghouders om een kopie te vragen van de identiteitskaart van hun klanten. Sommige vergunninghouders maken ook gebruik van een tweede identificatiekanaal, een sms-code of een e-maillink om hun aanvraag te bevestigen en af te ronden. Er wordt naar gestreefd om op termijn ook andere moderne technische mogelijkheden te implementeren die gebruikmaken van bijvoorbeeld een irisscan of vingerafdrukken.

 

Wat de reglementering betreft rond het online aanbieden van spelen, is het niet correct te stellen dat er ter zake momenteel helemaal geen regels bestaan. Zo zijn er bijvoorbeeld twee KB's van 21 juni 2011 die voorzien in een aantal voorwaarden inzake de kwaliteit van de aanvrager van de onlinevergunning. Ik ben het echter met u eens dat er meer regulering rond kansspelen en onlinekansspelen zou moeten komen.

 

Zoals u weet, zal dit jaar een heel pakket aan nieuwe maatregelen, waaronder de beperking van reclame, in werking treden. Voor het overige is het zo dat reeds in de vorige legislatuur specifieke KB's werden opgesteld over het aanbieden van spelen op het internet – waaronder specifieke technische regels per type onlinevergunning A+, B+ en F+ –, en de betalingswijze en de verdeling van de prijzen. Hierover kon destijds geen politiek compromis worden gevonden.

 

Er zal worden nagegaan of hiervoor nu wel een draagvlak bestaat en of er tot een consensus kan worden gekomen.

 

02.04  Brecht Vermeulen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord met veel cijfermateriaal. Ik zal daaraan nog wat studiewerk hebben.

 

Er zijn al wat punten waarover ik heel tevreden ben, met name het feit dat een personeelsplan zal zorgen voor twintig extra personeelsleden bij de Kansspelcommissie, specifiek voor de online controles.

 

Ook ben ik blij dat er wordt overwogen om nog meer controles van de identiteit van de onlinespelers te doen. U hebt gesproken over de EPIS, maar er worden bijkomende controle­mogelijkheden overwogen om ervoor te zorgen dat Kermit de Kikker zich niet meer kan registreren, zoals nu mogelijk is, doordat daaraan ook sms'en, irisscans en vingerafdrukken worden gekoppeld, zodat wij dan weten wie Kermit de Kikker echt is.

 

Wat mij wel verwondert, is dat u hebt gezegd en herhaald dat in 2015 door het openbaar ministerie maar tegen spelers van één verboden website in het verweer is gegaan. Dat heeft dan wel geleid tot een goede 82 000 euro aan boetes, maar dat er in één jaar maar tegen één website is opgetreden, is volgens mij veel te weinig.

 

Dat kan veel te maken hebben met een personeelstekort bij de Kansspelcommissie, maar ook met een tekort aan prioriteiten voor dit soort zaken bij het openbaar ministerie.

 

02.05  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik sta versteld van een paar zaken.

 

Er is wel goed nieuws, namelijk dat er twintig personeelsleden bijkomen. Ik denk dat dit geen man te veel is als men ziet tot welke menselijke drama's een verslaving aan online gokken kan leiden. In Nederland is het niet gereglementeerd, in België wel, maar het baat niet veel om gereglementeerd te zijn als de reglementering op allerlei manieren kan worden omzeild.

 

Ik ben ten zeerste verwonderd, en ik treed daar collega Vermeulen bij, over de hoerastemming omdat er maar één website zou zijn die in 2015 inbreuken pleegde. Dat is niet omdat er maar één site was die inbreuken pleegde, maar omdat er te weinig controles zijn om inbreuken vast te stellen.

 

Die zin is een beetje de wereld op zijn kop. Ik mag hopen dat die twintig fulltime personeelsleden meteen in dienst zullen worden genomen om onmiddellijk veel meer controles uit te voeren, zodat wij schrijnende verhalen van minderjarigen die online gokken in de toekomst kunnen vermijden.

 

Ik kijk vol verwachting uit naar al het goede dat dit jaar blijkbaar op ons afkomt. Ik hoor u zeggen dat er in het verleden niet genoeg politiek draagvlak was om de volle vlucht vooruit te nemen. U zult de steun van sp.a zeker hebben voor elke vorm van verstrenging van online gokken.

 

Ik kan het fout begrepen hebben, mijnheer de minister, maar mijn tweede vraag was welke criteria men zal gebruiken om te bepalen of iemand al dan niet toegelaten wordt op de sites. Ik heb niet goed begrepen of het alleen om meerderjarigheid gaat.

 

02.06 Minister Koen Geens: Mevrouw Lambrecht, mijn medewerker is met het antwoord naar buiten gegaan, omdat er volgens mij een inconsistentie in het antwoord zat. U weet hoe dat gaat. Als u nog blijft, zal ik straks proberen om daarop te antwoorden, maar in de regel zijn het uiteraard alleen meerderjarigen die op de sites kunnen. Dat spreekt vanzelf, maar ik wil nog even bekijken of er een preciezer technisch detail in het antwoord stond.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 22926 de M. Paul-Olivier Delannois est reportée.

 

03 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "de gevangenis van Sint-Gillis" (nr. 22931)

- mevrouw Özlem Özen aan de minister van Justitie over "het advies van de toezichtscommissie van de gevangenis van Sint-Gillis over de detentieomstandigheden" (nr. 22990)

03 Questions jointes de

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "la prison de Saint-Gilles" (n° 22931)

- Mme Özlem Özen au ministre de la Justice sur "l'avis de la commission de surveillance de la prison de Saint-Gilles sur les conditions de détention" (n° 22990)

 

03.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, de Commissie van Toezicht van de gevangenis van Sint-Gillis heeft u een brief gestuurd met enkele bemerkingen over de onaanvaardbare toestanden in de gevangenis van Sint-Gillis.

 

Sinds eind 2016 is er een gemiddelde maandelijkse bevolking van ongeveer achthonderd gedetineerden. Momenteel is de situatie uiterst kritisch met een populatie van bijna negenhonderd gedetineerden, terwijl er eigenlijk maar een capaciteit is van 587 gedetineerden.

 

Ik som hieronder enkele voorbeelden van mankementen op die men aanhaalt in de brief. Het elektrische systeem van de gevangenis is extreem oud en defect. Dit heeft grote gevolgen voor de algemene veiligheid. De arbeidsomstandigheden voor de agenten in de psychiatrische afdeling zijn bijna onmogelijk. Men kan niet communiceren met andere afdelingen. Er zijn geen geschikte cellen om geagiteerde gedetineerden in onder te brengen. Gebroken spoelbakken, kapotte stoelen en kapotte kasten worden niet vervangen wegens een gebrek aan budget. Er zijn geen schoonmaakmiddelen of gereedschap om de cellen te reinigen. Vanwege het krappe budget voor voedsel worden soms vervallen producten aan gedetineerden uitgedeeld. Door gebrek aan personeel moeten gedetineerden vaak heel lang wachten op medische of tandheelkundige zorg.

 

Dit zijn allemaal zeer alarmerende bevindingen die dringende maatregelen vragen om de levensomstandigheden van de gedetineerden en de arbeidsvoorwaarden van het gevangenis­personeel te verbeteren en opnieuw menselijk te maken.

 

Mijnheer de minister, welke maatregelen zult u nemen om de volgende problemen aan te pakken: het elektrische systeem van de gevangenis, de arbeidsomstandigheden voor de agenten in de psychiatrische afdeling, het kapot materiaal zoals stoelen en kasten, het voedselprobleem, de gezondheidszorg voor de gedetineerden?

 

03.02  Özlem Özen (PS): Monsieur le ministre, la commission de surveillance de la prison de Saint-Gilles a remis un avis dans le cadre de ses compétences. Cet avis rendu public épingle les conditions de détention inacceptables en raison du manque de moyens financiers alloués aux prisons et singulièrement à la prison de Saint-Gilles.

 

Le rapport fait état de situations très inquiétantes: la population carcérale atteint les 900 détenus pour une capacité moyenne de 587 détenus, la nourriture, parfois avariée, est distribuée en quantité insuffisante, l'aide psychologique est inexistante, l'accessibilité aux soins de santé est mauvaise, le personnel est en sous-effectif, les cellules sont très sales, parfois sans oreiller ni lingerie propre à disposition, les toilettes sont bouchées, les vitres sont cassées, le système électrique est défaillant, dangereux, et prive les détenus d’électricité pendant de longues périodes, etc.

Dans ces conditions, vous conviendriez, monsieur le ministre, que l’institution pénitentiaire n’est plus en mesure d’accomplir ses missions de manière efficiente et cohérente et que l’état de cette prison n’est pas le reflet d’un État démocratique.

 

Aviez-vous connaissance des problèmes évoqués dans cet avis? Quelles mesures urgentes allez-vous prendre afin de répondre aux problèmes évoqués par la commission de surveillance de la prison de Saint-Gilles? Dans quel délai? Des moyens supplémentaires seront-ils dégagés rapidement pour améliorer, d’une part, les conditions d’incarcération des détenus et, d’autre part, les conditions de travail des membres du personnel pénitentiaire?

 

03.03  Koen Geens, ministre: Madame Özen, mevrouw Lambrecht, la panne d'électricité survenue sur le site de la prison de Saint-Gilles le 13 octobre 2017 a été provoquée par une panne dans une cabine à haute tension d'Electrabel située dans les environs. Il est vrai que les installations électriques au sein de cet établissement sont vétustes, mais des initiatives sont en cours afin d'améliorer la situation. La direction générale des établissements pénitentiaires prévoit cette année une rénovation complète du système électrique dans une aile de la prison. Le matériel récupéré, qui se trouve encore en bon état, sera utilisé pour l'entretien du système au sein des autres ailes de la prison. De cette manière, les moyens disponibles servent de manière optimale à garantir la sécurité dans l'établissement de façon durable.

 

La Régie des Bâtiments prévoit également un entretien complet et la réparation du groupe de secours. Le marché public à cette fin a été lancé. En outre, une étude est en cours à la Régie des Bâtiments afin d'améliorer le fonctionnement de la cabine à basse tension ainsi qu'un dossier sur le réaménagement complet du Port industriel.

 

Bij de overgang van de psychiatrische annexen, punt b, van de site Vorst naar de site Sint-Gillis werden tal van aanpassingen gedaan om de vleugel voor te bereiden op de komst van de geïnterneerden en om een geschikte werkomgeving te creëren voor het personeel. De nodige burelen werden voorzien en ingericht voor de verschillende personeelsgroepen en doeleinden. Voorts ondergingen alle cellen aanpassingen om geïnterneerden te kunnen opvangen: aangepaste lichtarmaturen en spiegels, het fixeren van de radiatoren en een aangepaste opstelling van het celmeubilair om dode hoeken te vermijden. De psychiatrische annex beschikt ook over een time-outcel waarin geïnterneerden kortstondig kunnen verblijven in geval van een psychotische opstoot die gepaard gaat met een zekere mate van agitatie. Beide worden regelmatig gebruikt als time-outcel om geïnterneerden vanuit een reguliere strafcel vroegtijdig, vóór afloop van de tuchtsanctie, in een zorgcontext binnen te trekken. Een gecapitonneerde cel is niet aanwezig.

 

Wat de communicatie betreft, klopt het dat er problemen waren. Dat wordt opgelost door, enerzijds, een extra communicatie­systeem en, anderzijds, komt er binnenkort een versterking van het DECT-netwerk via de plaatsing van bijkomende antennes.

 

Le site de Saint-Gilles se caractérise par une grande population effectuant de courts séjours entraînant une accélération de l'usure du matériel mis à disposition par rapport aux prisons où la durée moyenne de séjour est plus longue.

 

Avec le budget qui lui est octroyé, la prison fait de son mieux pour remplacer ou réparer le matériel défectueux. Ainsi, le matériel issu des ailes inoccupées du site de Forest, comme le mobilier, est récupéré au maximum.

 

La plainte relative à l'insuffisance de produits d'entretien ou d'outillage servant à nettoyer les cellules n'est pas fondée.

 

Het klopt ook niet dat er voeding aan gedetineerden wordt gegeven waarvan de bruikbaarheidsdatum overschreden is. Binnen de budgettaire ruimte doet de gevangenis, net zoals andere inrichtingen, al het mogelijke om kwalitatieve maaltijden aan te bieden aan de gedetineerden. Gedetineerden hebben steeds de keuze uit drie menu's: het traditionele, het varkensvleesvrije en het vegetarische menu. Kwalitatieve klachten zijn uiteraard moeilijker te objectiveren zonder een grondige analyse.

 

Het DG EPI heeft een overheidsopdracht gelanceerd om een analyse te laten uitvoeren van de huidige organisatie en van de processen en de procedures omtrent de catering in de gevangenissen. Het doel is om zicht te krijgen op mogelijke initiatieven om de catering te optimaliseren en dit binnen de beschikbare budgettaire ruimte. Kostenefficiëntie en kwaliteitsoptimalisatie, de kwaliteit en kwantiteit van het voedsel, de nutritionele waarde van maaltijden, de kwaliteit van de werkprocessen en de controle zijn daarbij de belangrijkste criteria. De procedure hiervoor loopt. Wat maatregelen op het vlak van de voedselveiligheid betreft, werkten de inrichtingen een lokaal actieplan uit naar aanleiding van een controle van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen in november 2017. Over de punten die de gevangenis niet zelf kan opnemen, werd overlegd en dit werd opgenomen met de Regie der Gebouwen.

 

Tous les détenus qui entrent sont consultés par un omnipraticien dans les 24 heures et reçoivent une aide médicale de première ligne. Par la suite, le détenu peut réclamer des consultations supplémentaires. Il revient évidemment au service médical de régler ces consultations.

 

Au niveau de l'aide médicale spécialisée en dentisterie, il existe une période d'attente comparable à celle observée dans la société libre.

 

Pour ce qui concerne l'aide médicale apportée en cas de problème lié à la drogue, la prison était déjà plus qu'active dans le cadre de son propre service médical, mais également grâce à la présence d'intervenants issus de divers services qui relèvent de la compétence des Communautés.

 

En outre, cette prison fait partie des projets pilotes qui ont récemment été lancés en collaboration avec le SPF Santé publique.

 

03.04  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Als ik u hoor praten, zou ik op de duur denken dat iedereen die ons alarmeert over klachten in Sint-Gillis, aanleg heeft voor overdrijving en onware zaken. Ik neem akte van uw antwoord. Bij de mensen die daar werken, zal ik aftoetsen of zij overdrijven, of het klopt dat het in Sint-Gillis allemaal zo goed is en of zij vooruitgang zien.

 

03.05  Özlem Özen (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie. Je suis assez surprise de votre réponse. Comme l'a dit Mme Lambrecht, les problèmes concernant la nourriture sont inexacts et je ne vois pas quel intérêt la commission d'avis, dont de nombreux membres travaillent bénévolement, aurait à mentir.

 

Même si vous avez donné beaucoup de détails – que je prendrai la peine d'analyser –, vous n'avez répondu que de manière partielle à la question de savoir si vous étiez au courant des problèmes évoqués par la commission de surveillance.

 

Vous nous avez également fait part d'une série d'initiatives en cours mais nous n'avons toujours pas obtenu les délais. Ces gens ont été condamnés à des peines de privation de liberté mais certainement pas à la torture qu'on leur fait subir! On ne peut leur demander de mettre leur souffrance en sourdine en attendant l'une ou l'autre analyse ou la construction de la prison de Haren!

 

Vous êtes au courant des nombreuses condamnations à l'encontre de la Belgique pour traitements inhumains et dégradants car les conditions de vie dans nos prisons sont vraiment inacceptables.

 

Monsieur le ministre, je vous demande instamment de prendre des mesures urgentes pour faire face à ces problèmes et ramener un peu de dignité au sein de nos prisons.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Annick Lambrecht aan de minister van Justitie over "protocol 436" (nr. 22932)

- de heer Philippe Pivin aan de minister van Justitie over "het protocolakkoord inzake het penitentiair personeel" (nr. 22973)

- mevrouw Özlem Özen aan de minister van Justitie over "de aangekondigde stakingen in de gevangenissen en het niet naleven van het protocolakkoord van mei 2016" (nr. 22991)

04 Questions jointes de

- Mme Annick Lambrecht au ministre de la Justice sur "le protocole 436" (n° 22932)

- M. Philippe Pivin au ministre de la Justice sur "le protocole d'accord concernant le personnel pénitentiaire" (n° 22973)

- Mme Özlem Özen au ministre de la Justice sur "les grèves annoncées dans les prisons et le non-respect du protocole d'accord de mai 2016" (n° 22991)

 

04.01  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, na verscheidene weken van stakingen in zowat alle Franstalige en Brusselse gevangenissen, werd eind mei 2016 het protocol 436 gesloten tussen u en de vertegenwoordigers van het penitentiair personeel. Het protocol 436 omvat onder andere de optrekking van het aantal bewakingsassistenten tot een effectief van 7 075 voltijdse equivalenten, de terugdringing van de overbevolking van de gevangenissen tot 10 000 gedetineerden, de verbetering van de gevangenisinfrastructuur en het wegwerken van de verlofachterstand.

 

Mijnheer de minister, waar staan we ondertussen met de uitvoering van protocol 436?

 

Waarom werden de eerdere beloftes nog steeds niet ingelost?

 

Wanneer zal het kader opgevuld zijn, zoals anderhalf jaar geleden beloofd werd aan de vakbonden?

 

04.02  Philippe Pivin (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, les mouvements de grève survenus dans nos prisons ont laissé des traces dans les services internes. Il n'est pas nécessaire de rappeler les mises à disposition exceptionnelles qu'il a alors fallu mettre en place pour assurer la sécurité dans nos établissements pénitentiaires.

 

Comme cela a été dit, un protocole d'accord avait été signé. Cependant, selon certains syndicats, il semblerait que le renfort de personnel décidé connaisse du retard et ce, pour raisons administratives.

 

Même si mes questions font double emploi avec celles de mes collègues sur le même sujet, j'aimerais savoir combien il y a de surveillants dans nos établissements pénitentiaires et quelle a été l'évolution de cet effectif depuis janvier 2016? Quelle augmentation de personnel est-elle fixée dans le protocole d'accord et selon quel calendrier? Quelle en est la planification géographique? Le protocole d'accord a-t-il pris du retard dans sa concrétisation et, dans l'affirmative, quelles en sont les raisons? Parallèlement, quelle est l'évolution du nombre de détenus dans nos établissements pénitentiaires depuis janvier 2016? Dans quel délai le renfort prévu sera-t-il effectif?

 

04.03  Özlem Özen (PS): Monsieur le ministre, les syndicats du secteur pénitentiaire ont décidé, en front commun, de programmer des arrêts de travail de deux heures les 29, 30 et 31 janvier ainsi que le 1er février. Le 2 février, une grève de 24 heures serait également attendue. Les syndicats dénoncent le non-respect du protocole d'accord, signé par les seules délégations flamandes et le syndicat francophone minoritaire SLFP.

 

Ce protocole prévoyait le remplacement de un par un à concurrence du recrutement complet des 480 personnes pour atteindre l'effectif de 7 075 engagements. Il semblerait qu'on soit loin du compte puisque les syndicats estiment que, pour plus de 300 départs, il n'y a eu que 120 engagements. Faut-il également rappeler que la Cour des comptes vous avait pourtant mis en garde lors du contrôle budgétaire de 2017 concernant l'absence de fonds suffisants pour respecter toutes les mesures du protocole d'accord?

 

Monsieur le ministre, vous ne pouvez mépriser votre parole donnée à ces agents qui travaillent dans de dures conditions et qui ont cessé leur action sur la base d'un accord qui serait jeté, aujourd'hui, aux oubliettes. Même si mes questions ont déjà été posées par mes collègues, pouvez-vous nous faire état aujourd'hui de l'exécution du protocole d'accord? Combien d'agents supplémentaires ont-ils été engagés et combien en reste-t-il à engager pour que l'accord soit respecté totalement? Quid également de la question de l'évolution en grade et en salaire des agents?

 

Comment justifiez-vous que l'entièreté des mesures du protocole n'ont pas été exécutées? Comptez-vous prendre rapidement des engagements à l'égard des agents pénitentiaires? Le cas échéant, quels sont-ils? De nouvelles rencontres avec les syndicats sont-elles prévues? Il est urgent de prendre des mesures concrètes et satisfaisantes pour éviter une nouvelle crise telle que celle nous avons connue en mai 2015.

 

04.04  Koen Geens, ministre: Mesdames, monsieur, les engagements repris dans le protocole 436 conclu le 30 mai 2016 concernant le personnel étaient les suivants: le recrutement de 480 personnes statutaires, avec une répartition de 386 agents de surveillance pénitentiaire, 9 psychologues, 13 assistants sociaux, 4 médicaux, 31 administratifs, 26 corps de sécurité et 11 agents de niveau A; une augmentation du personnel ASP (assistants de surveillance pénitentiaire) en vue d'atteindre l'effectif de 7 075 équivalents temps plein qui était prévu. Cependant, simultanément, l'exercice "Travailler autrement" était en cours. Le but de l'exercice était de déterminer comment il était possible de travailler autrement et d'économiser en même temps.

 

Le deuxième engagement était le gel de toute économie en matière de personnel en 2016, ce qui s'est traduit par le remplacement de chaque départ en 2016, pour toutes les catégories de personnel. Le remplacement un sur un s'est poursuivi en 2017 visant le recrutement complet de 480 personnes pour tenter d'atteindre l'effectif de 7 075 équivalents temps plein. Il fallait recruter 386 assistants de surveillance pénitentiaire avant la fin du premier semestre 2017. Cet engagement prévoyait également qu'en tout état de cause, le cadre de chaque établissement serait maintenu au niveau du cadre "Travailler autrement". Il était prévu que l'exercice soit finalisé mi-2017 et que le cadre "Travailler autrement" devienne le cadre de référence. Les résultats de l'exercice ont été acceptés dans le protocole 455 du 9 juin 2017.

 

Quelles ont été les réalisations? Voici les chiffres de décembre 2017: 581 recrutements d'assistants de surveillance pénitentiaire, 386 promis plus 60 statutarisations; 14 recrutements de psychologues, 9 promis plus 4 statutarisations; 10 recrutements d'assistants sociaux, 13 promis plus 8 statutarisations, plus 2 prévus; 4 recrutements de personnel médical, 4 promis plus 12 statutarisations; 6 recrutements de personnel  administratif, 31 promis plus 4 statutarisations, plus 39 prévus; 21 recrutements pour le corps de sécurité, 26 promis (26 dossiers de recrutement étaient prêts mais 5 personnes se sont désistées); 1 recrutement de niveau A, 11 promis.

 

Zoals u kunt vaststellen, is het protocol wel degelijk uitgevoerd wat de aanwerving van nieuwe personeelsleden betreft. Het is echter door het relatief hoge aantal personeelsleden dat op pensioen gaat, op pensioen wordt gestuurd wegens medische redenen, ontslag neemt of met mobiliteit naar een ander departement gaat, dat het aantal van 7 075 niet werd gehaald tegen midden 2017.

 

Het protocol 436, gesloten op 30 mei 2016, spreekt echter ook over het kader "anders werken". Met het sluiten van het protocol 455, op 9 juni 2017, werd de oefening "anders werken" afgesloten en werd bepaald dat de postenbezetting in de penitentiaire inrichtingen volgens een specifieke verdeling per gevangenis niet mag dalen onder de 6 825. Op 23 oktober 2017 bevonden wij ons het dichtst bij dat aantal, namelijk op 6 795,8 voor 7 866 effectieven. Dat was 29,2 voltijdse equivalenten verwijderd van de standaard van 6 825.

 

Le 9 janvier 2018, les engagements de l'autorité étaient les suivants. En respectant le protocole 436, conclu le 30 mai 2016, on comble les cadres du personnel de surveillance et technique de chaque établissement jusqu'au niveau du cadre "Travailler autrement". Ce nombre est établi globalement à 6 825 équivalents temps plein dans le protocole 455 du 9 juin 2017. Il sera maintenu à ce niveau, à politique inchangée. Pour respecter cet engagement, un accord de la ministre du Budget pour recruter 120 personnes pour la direction générale des Établissements pénitentiaires (DG EPI) a été donné le 22 décembre 2017. Ce recrutement se ventile comme suit: 79 assistants de surveillance pénitentiaire et 41 personnes pour le personnel administratif et médical. Ce matin, j'ai reçu le consentement du ministre de la Fonction publique pour ces 120 engagements.

 

Au-delà de cet accord budgétaire, est prévu le recrutement de 80 assistants de surveillance pénitentiaire supplémentaires pour arriver partout au cadre "Travailler autrement". De cette manière, il sera possible d'exécuter les mutations promises. D'autres mesures seront discutées dans le groupe de travail "Absentéisme", sachant que l'impact budgétaire éventuel de celles-ci devra pouvoir être pris en charge au sein des crédits disponibles.

 

En ce qui concerne le personnel médical, la priorité sera donnée dans la mesure du possible à l'engagement de personnel sur la base des réserves de recrutement existantes.

 

Op die manier kunnen een aantal verpleegkundigen, die op dit moment als interimaris aan de slag zijn en die geslaagd zijn in een wervingsselectie, ook werkelijk personeels­leden van het gevangeniswezen worden. Aangezien zij op dit moment betaald worden via de werkingskosten, is er ook een verschuiving van de middelen nodig naar de personeelskredieten.

 

Lors de la prochaine concertation avec les syndicats, une proposition de phasage, de promotion barémique et de promotion vers le niveau supérieur ou vers le grade supérieur sera soumise, à répartir sur 2018 et 2019 dans le respect de l'enveloppe 2.

 

En ce qui concerne la surpopulation, les diverses mesures qui ont déjà été prises à cet égard seront poursuivies. L'évolution du nombre de détenus est la suivante: le 4 janvier 2016, 11 071; le 3 janvier 2017, 10 345; le 12 janvier 2018, 10 225.

 

En collaboration avec la Régie des Bâtiments, de nombreux efforts sont consentis afin de réunir les conditions préalables et nécessaires à la réussite de "Travailler autrement". La problématique relative à l'indemnité pour les frais de séjour lors des détachements sera résolue en exécutant les mutations promises tandis que la problématique concernant les déplacements entre domicile et lieu de travail sera clarifiée par l'administration avant le 1er mars 2018.

 

Le 15 janvier 2018, on totalise 6 699,66 équivalents temps plein sur 7 784 effectifs. L'évolution du personnel de surveillance technique est la suivante:

- le 4 janvier 2016: 7 842 effectifs, ce qui représentait 6 825,76 équivalents temps plein;

- le 2 janvier 2017: 7 693 effectifs, ce qui représentait 6 653,9 équivalents temps plein;

- le 1er janvier 2018: 7 791 effectifs, ce qui représente 6 713,06 équivalents temps plein.

 

Je prévois d'engager le plus vite possible les lauréats. Cela se fera en date du 1er février pour certains, pour d'autres le 15 février, le 1er et le 15 mars, etc.

 

04.05  Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik ben net als mijn collega's overdonderd door de cijfers. Wij kunnen die niet onmiddellijk interpreteren.

 

Het antwoord had kort kunnen zijn. Waar staan wij ondertussen? Hoever zijn wij nog verwijderd van de beloften? Zeer ver of zijn we er zeer dicht bij? Ik kan dat onmogelijk inschatten aan de hand van de cijfers, die ik hier hoorde.

 

Wij weten dat wij er nog ver van verwijderd zijn. Dat horen wij hier en daar. Maar uw antwoord geeft geen duidelijkheid. Het was gemakkelijker geweest als u had kunnen zeggen dat we over een half jaar alles zouden hebben verwezenlijkt. Ik meen dat zelfs de vakbonden tevreden zouden zijn, als ze nu hadden kunnen vernemen dat het doel alleszins zou worden bereikt, ook al zou de verwezenlijking ervan nog enige tijd in beslag nemen.

 

Ik zal uw cijfers bekijken en ze ook doorgeven. Hoe dan ook, uit wat ik nu hoor, concludeer ik dat wij nog ver verwijderd zijn van de uitvoering van protocol 436.

 

04.06  Philippe Pivin (MR): Monsieur le ministre, même si vous avez parlé lentement, je mentirais en disant avoir noté tous les chiffres cités. Du reste, votre réponse était très complète, je ne répliquerai pas davantage.

 

04.07  Özlem Özen (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie. Comme les traducteurs, j'ai été un peu perdue, voire "enfumée" par tous ces chiffres. J'aurais préféré avoir un chiffre précis. Il y a eu 120 engagements pour 300 départs. Quand va-t-on remplir le cadre? La question est aussi simple que cela. Dans quel délai?

 

Il faudra pas mal de temps pour analyser les chiffres fournis. Mais il faudrait aussi éviter les grèves à répétition. Cela participe de la même philosophie que la question précédente: les conditions de travail et de détention, le manque de moyens alloués. Vous prétendez travailler autrement en faisant des économies. À un moment, ce n'est plus possible!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 22954 de M. Gilles Vanden Burre est reportée.

 

05 Question de M. Philippe Pivin au ministre de la Justice sur "la circulaire du Collège des procureurs généraux visant une uniformisation des règles en matière d'excès de vitesse" (n° 22972)

05 Vraag van de heer Philippe Pivin aan de minister van Justitie over "de omzendbrief van het College van procureurs-generaal houdende een eenvormig beleid betreffende snelheidsovertredingen" (nr. 22972)

 

05.01  Philippe Pivin (MR): Monsieur le ministre, avec raison, vous faites, avec votre collègue le ministre Bellot, une priorité de la sécurité routière. Vous l'avez encore récemment démontré avec l'adoption du projet de loi modifiant les sanctions en matière de législation routière et en aggravant les sanctions à l'encontre des faits d'alcoolémie élevés, de récidive, d'absence de permis ou de délit de fuite. Mais la question des excès de vitesse reste un réel problème en certains endroits du pays.

 

Il existe des seuils de tolérance définis vis-à-vis des excès de vitesse mais il semblerait qu'une circulaire des procureurs généraux aurait été diffusée pour recommander une uniformisation des réglementations en matière de contrôle de roulage et une sévérité accrue pour ce qui concerne la perception immédiate en cas d’excès de vitesse.

 

Monsieur le ministre, quel est le seuil de tolérance établi à l’encontre des dépassements de limitation de vitesse de 30 km/h et de 50 km/h? Confirmez-vous la diffusion de cette circulaire des procureurs généraux? Dans l'affirmative, quelle est la raison de cette initiative? Les zones de police seront-elles alors dans l'obligation de garantir l'uniformisation souhaitée par les procureurs généraux quel que soit le lieu de l'infraction?

 

05.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Pivin, il existe effectivement une circulaire 11/2006 du ministère de la Justice et du Collège des procureurs généraux contenant une politique uniforme des contrôles, des constatations, de recherche et d'orientation des poursuites en matière d'infraction de dépassement de la vitesse autorisée.

 

La base légale de cette initiative est l'article 151 de la Constitution. Le ministère public est indépendant dans l'exercice des recherches et poursuites individuelles sans préjudice du droit du ministre compétent d'ordonner des poursuites et d'arrêter des directives contraignantes en matière de politique criminelle, y compris en matière de politique de recherche et de poursuite.

 

Concernant votre question sur les degrés de tolérance, lorsque l'infraction est commise en zone 30 en agglomération, pour les personnes résidant en Belgique, la circulaire 11/2006 prévoit que la police ne peut proposer au contrevenant de perception immédiate qu'à la condition que le dépassement de la vitesse maximale autorisée ne soit pas supérieur à 30 km/h.

 

Si les dépassements de vitesse excèdent 30 km/h, la police est tenue d'envoyer directement le procès-verbal au parquet aux fins de poursuites. Dès lors que la circulaire précitée est commune, les services de police sont tenus de l'appliquer.

 

Cependant, comme souligné dans ma réponse à la question parlementaire écrite n°54/1/1791 de Mme Karin Temmerman sur les excès de vitesse, la circulaire 11/2006 prévoit une concertation entre les procureurs du Roi et les autorités policières afin d'établir les modalités de contrôle les plus efficaces: intervenants, policiers et autres, nature des contrôles, moment, durée, nombre d'heures de contrôle sur place, fréquence, densité de circulation et débit de trafic, lieu, nombre de personnes affectées, nombre de véhicules à contrôler, nombre d'appareils manuels et automatiques mis à disposition par unité et nombre d'heures de fonctionnement de ces appareils, quota par zone de police, etc.

 

C'est dans le cadre de cette circulaire qu'est déterminée, au sein de chaque arrondissement judiciaire, la politique de contrôle (les constatations de recherches et d'orientation des poursuites) qui peut notamment conduire à la détermination de seuils de tolérance en cas de dépassement de la vitesse autorisée.

 

Cette politique concertée permet de concentrer les efforts sur la constatation et sur la poursuite des infractions les plus dangereuses pour la sécurité routière. De ce fait, elle doit pouvoir être amendée rapidement par les parquets en fonction des circonstances de temps et de fait.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de M. Philippe Pivin au ministre de la Justice sur "les tribunaux de la jeunesse" (n° 22974)

06 Vraag van de heer Philippe Pivin aan de minister van Justitie over "de jeugdrechtbanken" (nr. 22974)

 

06.01  Philippe Pivin (MR): Monsieur le ministre, selon un avis du Conseil supérieur de la Justice sur un projet de décret, il semble qu’il existe un risque de voir survenir des dérogations à certaines décisions du tribunal de la jeunesse dans le cadre de l’aide contrainte. C'est la presse qui le renseigne, en citant la compétence élargie du directeur de la protection de la jeunesse, qui est le dirigeant, en Communauté française, du service de Protection judiciaire. Celui-ci pourrait mettre fin aux décisions d'un magistrat, par exemple, lorsqu'il constaterait que la sécurité d'un mineur n'est pas gravement compromise.

 

Je ne connais pas ce projet de décret. Je voulais dès lors savoir si vos services ont été saisis de cette question, qui recadre quelque peu la compétence du directeur de la protection de la jeunesse en matière de mise en œuvre d'une contrainte que déciderait le tribunal de la jeunesse.

 

Existe-t-il effectivement un risque de dérogation aux décisions que prendrait le tribunal de la jeunesse en cette matière? Vos services ont-ils pris des initiatives à la suite de l'avis rendu par le Conseil supérieur de la Justice afin de clarifier cette question?

 

06.02  Koen Geens, ministre: Monsieur Pivin, j'ai soumis votre question au Collège des procureurs généraux. Le coordinateur du réseau d'expertise du ministère public en matière de protection de la jeunesse m'a communiqué les éléments suivants. En résumé, la problématique concerne plutôt la compétence du ministre Madrane puisque les Communautés sont compétentes en matière d'Aide et de Protection de la jeunesse. Néanmoins, le coordinateur m'a informé sur quelques aspects généraux en la matière.

 

Je cite: "En région unilingue de langue française, la compétence donnée au directeur de la protection de la jeunesse de mettre en œuvre la mesure d'aide contrainte du tribunal de la jeunesse n'est pas nouvelle, mais date du décret du 4 mars 1991 relatif à l'aide à la jeunesse. Cela ne concerne pas la situation des mineurs dont les personnes exerçant l'autorité parentale résident dans la Région de Bruxelles-Capitale. Ne sont visés que les mineurs en danger et pas les mineurs poursuivis du chef d'un fait qualifié d'infraction. Enfin, la possibilité de mettre fin à une mesure d'aide contrainte à l'égard des mineurs en danger avant le terme d'un an est même désormais soumise à une homologation du tribunal de la jeunesse."

 

06.03  Philippe Pivin (MR): Merci, monsieur le ministre, pour les précisions que vous m'apportez. J'entends quand même que vous n'avez pas été totalement documenté concernant ces questions. Je veillerai sans doute à recueillir des éclaircissements ailleurs à ce sujet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van de heer Koen Metsu aan de minister van Justitie over "de bezoekers in de Deradex-vleugels" (nr. 22975)

07 Question de M. Koen Metsu au ministre de la Justice sur "les visiteurs dans les sections Deradex" (n° 22975)

 

07.01  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb een zestal vragen over onze gevangenissen. De eerste vraag gaat over het bezoek van de DeRadex-vleugels. Bezoekers in gevangenissen kunnen weleens proberen iets binnen te smokkelen voor hun geliefden. Dat moet ons niet verrassen. Het is daarom belangrijk om bezoekers voldoende te screenen alvorens hen toegang te verlenen.

 

Ik heb hier drie vragen over. Hoe worden de bezoekers gecontroleerd bij aankomst in de gevangenis?

 

Is er een verschil tussen bezoekers voor het gewone regime en deze van de DeRadex-vleugels?

 

Krijgen gedetineerden in de DeRadex-vleugels ook bezoek? Zo ja, is dit in een open ruimte of achter glas? Met andere woorden, is er een fysiek contact mogelijk?

 

Wordt het bezoek voor de gedetineerden in DeRadex-vleugels strenger gecontroleerd dan voor anderen? Hebt u cijfers van het aantal keer dat een bezoeker iets probeerde binnen te smokkelen in een van de DeRadex-afdelingen?

 

07.02 Minister Koen Geens: Mijnheer Metsu, de organisatie van de toegangscontrole tot de gevangenissen wordt in eerste instantie geregeld via de ministeriële omzendbrief nr. 1728 van 19 april 2001. Deze controle is opgebouwd uit een drieluik van identificatie, registratie en detectie. De activiteiten die hieronder vallen zijn later uitgewerkt in veiligheidsprocessen die door hun aard vanzelfsprekend vertrouwelijk zijn. Er zijn duidelijke instructies die beschrijven aan welke controles bezoekers zijn onderworpen en hoe de controles concreet moeten worden uitgevoerd. De beambten die hiervoor instaan krijgen een specifieke opleiding.

 

De identiteitscontrole heeft tot doel na te gaan in welke hoedanigheid een persoon de gevangenis wenst te betreden: als personeelslid, als bezoeker van een gedetineerde, als leverancier van goederen of als gedetineerde indien hij via deze weg bijvoorbeeld de gevangenis verlaten heeft om met verlof te gaan en vervolgens terugkeert.

 

Vervolgens wordt elke persoon geregistreerd. Voor bezoekers van gedetineerden gebeurt dit op basis van hun identiteitskaart. Bezoekers van gedetineerden worden bovendien preventief gescreend via de FTF-databank. Op die manier werden tot op heden reeds ruim tweehonderdduizend bezoekers vanaf het moment van de bezoekaanvraag, en dus voorafgaand aan een mogelijke eerste aanwezigheid in de gevangenis, gescreend op mogelijke veiligheidsissues.

 

Vervolgens dienen al deze personen de metaaldetectieportieken te doorlopen en worden zij pas toegelaten indien de portieken geen signaal geven. In sommige persoonsgebonden omstandigheden vindt deze detectie plaats aan de hand van draagbare scanners. De persoonlijke bezittingen en andere goederen of voorwerpen worden gecontroleerd via een RX-toestel. Verboden voorwerpen zoals gsm's worden in kastjes achter slot bewaard.

 

Ten tweede, voor bezoekers van gedetineerden die op een DeRadex-afdeling verblijven geldt dezelfde strikte controle. Het personeel wordt wel geacht extra alert te zijn, strikt te observeren en alles wat verdacht zou kunnen zijn te rapporteren.

 

Ten derde a, gedetineerden van DeRadex-afdelingen kunnen dagelijks bezoek ontvangen, in principe in een gemeenschappelijke ruimte. Hun bezoekmoment vindt niet op hetzelfde moment plaats als dat van de andere gedetineerden.

 

Ten derde b, het aantal gedetineerden dat aanwezig is in de bezoekzaal is bijgevolg beperkter. Zij moeten plaatsnemen op aangeduide plaatsen. Er wordt dus een strikter toezicht gehouden dan bij andere gedetineerden.

 

Indien er individuele aanwijzingen zijn dat het bezoek de veiligheid in het gedrang zou kunnen brengen, wordt bij ordemaatregel beslist om het bezoek achter glas te laten plaatsvinden.

 

Ik kan nog meegeven dat in de gevangenis van Ittre een project loopt om een annex te bouwen aan de DeRadex-afdeling, zodat er volledig apart bezoek kan worden georganiseerd in een zaal die enkel voor deze categorie van gedetineerden is bestemd.

 

Vanuit preventief standpunt vindt er tevens een extra controle plaats voor de bezoektoelatingen, die vooraf moeten worden aangevraagd en in het bijzonder voor aanvragen van familieleden die verder verwant zijn dan de tweede graad of van niet-familieleden. Het gerechtvaardigd belang van het bezoek moet hier in het bijzonder worden aangetoond.

 

Ten derde c, in Hasselt werd driemaal een persoon betrapt op een poging om iets binnen te smokkelen voor een gedetineerde die op de DeRadex-afdeling verbleef. Telkens ging het om dezelfde persoon en om specifieke etenswaren, kebab en dadels.

 

In Ittre hebben zich in 2016 twee incidenten voorgedaan. Een keer ging het om het verbergen van postzegels bij het verlaten van het bezoek en een keer probeerde een gedetineerde een usb-stick mee te smokkelen na het bezoek.

 

07.03  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van de heer Koen Metsu aan de minister van Justitie over "de inlichtingendiensten in de gevangenissen" (nr. 22976)

08 Question de M. Koen Metsu au ministre de la Justice sur "les services de renseignements au sein des prisons" (n° 22976)

 

08.01  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, Frankrijk begon in februari van vorig jaar op aanraden van een antiterrorismecommissie met het Bureau Central du Renseignement Pénitentiaire een inlichtingendienst die zich richt op het Franse gevangeniswezen. De dienst verzamelt alle mogelijke relevante informatie in de strijd tegen terrorisme, groot banditisme en ontsnappingspogingen. Hij komt nooit zelf in contact met gedetineerden, maar installeert afluisterapparatuur in de gevangeniscellen of luistert de vaak gesmokkelde mobiele telefoons van gedetineerden af. Met het groot aantal geradicaliseerden in onze Belgische gevangenissen kan zo’n dienst ook in ons land doeltreffend zijn.

 

Ten eerste, is het een optie om zo’n inlichtingendienst in België te creëren?

 

Ten tweede, gebeuren zulke onderzoeken reeds in onze gevangenissen? Kunnen gedetineerden bijvoorbeeld worden afgeluisterd?

 

Ten derde, volgens een krant wordt momenteel een onderzoek gevoerd naar de haalbaarheid van zo’n dienst in ons land. Hoe verloopt dat onderzoek? Wanneer zal de beslissing kunnen vallen?

 

Ten vierde, wat zijn volgens u de voor- en nadelen van zo’n inlichtingendienst bij ons ?

 

08.02 Minister Koen Geens: Mijnheer Metsu, de inlichtingenvergaring in de gevangenissen werd toevertrouwd aan de Veiligheid van de Staat. In 2015 werd met de actualisering van het plan Radicalisme daartoe bij de VSSE een afdeling opgericht die gespecialiseerd is in het fenomeen van radicalisme en extremisme in de gevangenissen. De agenten van de VSSE maken dus geen deel uit van het gevangeniswezen. Evenwel staat de VSSE in dagelijks contact met de gevangenisdirecties en de coördinatiecel Extremisme bij het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen.

 

De strategische samenwerking wordt afgestemd in de werkgroep Gevangenissen van het plan Radicalisme. De wet van 30 november 1998 geeft de VSSE de mogelijkheid om diverse bijzondere inlichtingenmethodes toe te passen, waaronder het direct afluisteren bij inlichtingenonderzoeken naar fenomenen zoals terrorisme en radicalisme. Die methodes kunnen worden toegepast in de gevangenissen. Om de gebruikte technieken en inlichtingenonderzoeken niet in het gedrang te brengen, kan daarover niet nader worden gecommuniceerd. Ook het Wetboek van strafvordering voorziet in tal van mogelijkheden bij de opsporing van ernstige misdrijven.

 

In bepaalde andere landen, zoals Frankrijk, werd bij het gevangeniswezen een eigen inlichtingendienst opgericht. De coördinatiecel Extremisme van het DG EPI heeft in dat verband een werkbezoek gebracht aan Frankrijk en er zal intern worden nagegaan in welke mate een dergelijke organisatie in België wenselijk en mogelijk is. Een dergelijke dienst biedt voor- en nadelen, die grondig moeten worden bestudeerd. Als voordeel van een interne inlichtingendienst kan verwezen worden naar de kennis van het terrein, de gebruiken en de organisatie van de gevangenissen. De oprichting van een nieuwe dienst werpt echter onvermijdelijk opnieuw een barrière op, die de informatiedoorstroming naar andere binnen- en buitenlandse diensten kan verstoren en verbreekt de band tussen de informatie uit de buitenwereld en uit de gevangenissen.

 

Op korte termijn is het dus wenselijk de huidige structuur te behouden en de samenwerking tussen het DG EPI en de VSSE nog te versterken, bijvoorbeeld door het toevoegen van contactpersonen inzake radicalisering en verbindingsofficieren aan de gevangenissen.

 

In dat verband kan worden verwezen naar de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar de terroristische aanslagen, in het hoofdstuk Radicalisering.

 

08.03  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, dank u.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Koen Metsu aan de minister van Justitie over "de meertaligheid van cipiers" (nr. 22977)

09 Question de M. Koen Metsu au ministre de la Justice sur "le multilinguisme des gardiens de prison" (n° 22977)

 

09.01  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, de voertaal tussen gedetineerden onderling is vaak een andere taal dan het Nederlands. Regelmatig gaat het om het Arabisch. Dat is ook zo in de DeRadex-vleugels.

 

Wordt er bij de aanstelling van cipiers gelet op hun meertaligheid?

 

Zijn er in de DeRadex-afdelingen meer cipiers die Arabisch verstaan en/of spreken? Zijn deze cipiers aanwezig wanneer gedetineerden telefoneren?

 

Is het nut van Arabischsprekende cipiers reeds bewezen? Zijn er reeds situaties geweest waarin cipiers dankzij hun meertaligheid potentieel bedreigende situaties hebben kunnen voorkomen?

 

09.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, bij de aanwerving van penitentiair bewakings­assistenten wordt er geen rekening gehouden met meertaligheid, maar dit wordt wel aanzien als een extra troef. De personeelsleden worden geaffecteerd in een van de gevangenissen in de regio die zij als voorkeur hebben doorgegeven en waarvoor ze geslaagd zijn tijdens de selectietests.

 

Op de DeRadex-afdelingen werken niet meer bewakingsassistenten die Arabisch spreken dan in andere afdelingen. De personeelsleden die op deze afdelingen werken, zijn personeelsleden die zich hiervoor kandidaat hebben gesteld. De lokale gevangenisdirecties en de centrale administratie van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen hebben uiteindelijk uiteraard geen invloed op de kandidaatstellingen, ondanks het feit dat er wel meer personeelsleden zijn aangemoedigd om zich kandidaat te stellen omdat ze meertalig zijn. Op de DeRadex-afdeling in Hasselt werken geen personeelsleden die Arabisch spreken. In Ittre werkt wel een personeelslid dat de Arabische taal machtig is op de DeRadex-afdeling.

 

Het telefoonregime voor de DeRadex-gedetineerden wijkt in se niet af van dat van de andere gedetineerden. Er vindt wel een bijkomende screening van de telefoonnummers plaats voorafgaand aan de toestemming. Het bewakings­personeel mag echter geen telefoon­gesprekken van gedetineerden afluisteren. Zij blijven dus niet in de directe nabijheid van een gedetineerde wanneer hij of zij telefoneert. In elk geval registreert het telefoniesysteem alle nummers die door de gedetineerden worden opgeroepen en kunnen binnen het kader van hun wettelijke opdrachten de gerechtelijke overheden en de inlichtingendiensten daarop een onderzoek laten uitvoeren, tot en met het beluisteren van de gesprekken via de telecomoperator.

 

Dan kom ik aan uw derde vraag. Elke gevangenis werd in het verleden reeds geconfronteerd met een ad-hocbehoefte aan personeelsleden die het Arabisch machtig zijn. Dat kan bijvoorbeeld handig zijn om een eerste gesprek aan te gaan met de gedetineerde die de gevangenis wordt binnengebracht, om hem informatie te bezorgen over het reilen en zeilen in de gevangenis, om tuchtzittingen of andere gesprekken met personeelsleden van de gevangenis te begeleiden of om gesprekken tussen twee of meerdere gedetineerden te kunnen volgen.

 

Dit geldt ook voor andere talen, zoals de Slavische talen, die door vele gedetineerden worden gesproken.

 

Het begrijpen van de taal van een gedetineerde versnelt immers de communicatietijd en kan misverstanden voorkomen en een wederzijds begrip bevorderen.

 

Wij hebben geen kennis van een specifieke situatie waarin een personeelslid met kennis van het Arabisch of van een andere taal een crisissituatie heeft kunnen ontmijnen.

 

09.03  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik repliceer niet en ga graag over tot mijn volgende vraag.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van de heer Koen Metsu aan de minister van Justitie over "de risicoprofielen in onze gevangenissen" (nr. 22978)

10 Question de M. Koen Metsu au ministre de la Justice sur "les profils à risque dans nos prisons" (n° 22978)

 

10.01  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, het gevaar voor radicalisering in gevangenissen is helaas nog steeds niet geweken. Uw initiatief van de DeRadex-vleugels in Ittre en Hasselt moeten het probleem verhelpen.

 

Mijnheer de minister, hoeveel terreurverdachten met risicoprofielen zitten momenteel in onze gevangenissen? Kunt u een onderverdeling per gevangenis maken? Kunt u een onderverdeling tussen mannen en vrouwen maken? Worden die gedetineerden opgevolgd? Ziet u een positieve evolutie?

 

Hoeveel personen bevinden zich momenteel in de DeRadex-afdeling van Ittre? Hoelang zitten die personen hier al? Maken ze kans om terug te keren naar het gewone regime?

 

Hoeveel personen bevinden zich momenteel in de DeRadex-afdeling van Hasselt? Hoelang zitten die personen hier al? Maken ze kans om terug te keren naar het gewone regime?

 

Hoe schat u de toekomst in? Dat is uiteraard een zeer subjectieve vraag. Blijft uw aanpak van radicalisering binnen de gevangenismuren ongewijzigd?

 

10.02 Minister Koen Geens: Vandaag worden door de cel Extremisme van het DG EPI en de Veiligheid van de Staat 237 gedetineerden – veroordeelden, beklaagden en geïnterneerden – opgevolgd in het kader van extremisme en terreur. Dat zijn 229 mannen en 8 vrouwen.

 

Voor de verdeling per gevangenis zal ik een tabel aan het secretariaat van de commissie bezorgen.

 

Elk van die gedetineerden wordt ondergebracht in een van de volgende categorieën. Categorie A zijn de terroristen, zijnde alle gedetineerden die verdacht worden van, veroordeeld werden of geïnterneerd werden voor feiten die verband houden met terrorisme volgens artikel 137 of 141 van het Strafwetboek. Categorie B bevat alle gedetineerden die niet in hechtenis zijn voor feiten die juridisch werden gekwalificeerd als terroristische feiten maar waarbij een duidelijke link is met terrorisme, zoals blijkt uit de detentietitel of omdat de betrokkene via woord of daad aantoont sterk aan te sluiten bij het profiel van de gewelddadige extremist. Categorie C zijn de foreign terrorist fighters, de gedetineerden die werden opgenomen op de zogenaamde geconsolideerde lijst van het OCAD. Categorie D zijn de gedetineerden die tekenen vertonen, vermoeden van radicalisering of het radicaliseren van andere gedetineerden.

 

Naast de 237 gedetineerden heeft de Veiligheid van de Staat ongeveer 210 andere gedetineerden geïdentificeerd over wie informatie inzake een mogelijke radicalisering bestaat, maar voor wie een meer flexibele opvolging de voorkeur geniet.

 

Aan de hand van bijzondere instructies die bestemd zijn voor de lokale gevangenissen, wordt elke categorie nauwgezet opgevolgd. Naast de opvolging van die categorieën door het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen dragen ook de Gemeenschappen bij tot de opvolging en begeleiding van die gedetineerden.

 

Naast de reguliere werking van de verschillende diensten van de Gemeenschappen zijn in Vlaanderen twee radicaliseringsambtenaren werkzaam in onze gevangenissen. In Brussel en Wallonië worden die opdrachten waargenomen door de vzw CAPREV. Ook de imams in de gevangenissen leveren een belangrijke bijdrage aan de begeleiding en omkadering van geradicaliseerde gedetineerden.

 

Voor de opvolging beschikt de Veiligheid van de Staat over een gespecialiseerd team van agenten uit de buiten- en binnendiensten die in direct contact staan met de betrokken gedetineerden. De problematiek van extremisme en radicalisering vereist een multi-agency approach, waarbij alle partners vanuit hun specifieke invalshoek kunnen bijdragen aan het vinden van oplossingen en remedies voor de problematiek.

 

Het is vooralsnog te vroeg om trends te zien in de cijfers, laat staan om nu reeds conclusies te trekken. Ik stel wel vast dat wij erin slagen om de gevaarlijkste extremisten, rekruteerders en haatpredikers af te zonderen van de andere gedetineerden, zodat het risico op besmetting van anderen tot een minimum wordt beperkt, het zogenaamde containment.

 

Op het moment verblijven 22 gedetineerden op de DeRadex-afdelingen, 14 in Ittre en 8 in Hasselt. Zij werden tussen april 2016 en augustus 2016 op de DeRadex-afdelingen geplaatst.

 

De DeRadex-afdelingen zijn altijd opgevat geweest als transitafdelingen; met andere woorden, de daar geplaatste gedetineerden dienen er niet langer te verblijven, indien de redenen die aanleiding hebben gegeven tot de plaatsing niet meer aanwezig zijn. Het opzet is om ze zo snel mogelijk, maar met de zorg voor de veiligheid in het achterhoofd, opnieuw te laten deelnemen aan het gewone gevangenisleven en aan de dienst en activiteiten die daarmee gepaard gaan. Ook zij verlaten immers op een dag de gevangenis en moeten dat ook doen in de best mogelijke omstandigheden. Werken aan zo'n re-integratie gebeurt dus bij voorkeur niet vanuit de DeRadex-afdelingen, maar vanuit de reguliere afdelingen.

 

Gelet op de evolutie van de aanpak van radicalisering binnen de gevangenismuren de voorbije jaren ben ik ervan overtuigd dat stilstaan achteruitgaan betekent. De inzichten in en het aanpakken van radicalisering evolueren constant. De multi-agency approach brengt ons iedere dag nieuwe inzichten bij en maakt dat wij onze aanpak zullen moeten bijsturen naargelang onze inzichten over de genese van radicalisering, deradicalisering en disengagement groter zullen worden.

 

De zorg over de uitstroom van gedetineerden uit de DeRadex-afdelingen is daar een voorbeeld van.

 

Alles bij elkaar genomen, doen wij het in België zeker niet slecht. Steeds vaker komen buitenlandse diensten naar België kijken, om te zien hoe wij de problematiek aanpakken.

 

10.03  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Koen Metsu aan de minister van Justitie over "de post in de gevangenis" (nr. 22979)

11 Question de M. Koen Metsu au ministre de la Justice sur "le courrier en prison" (n° 22979)

 

11.01  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, elke gedetineerde heeft recht op het verzenden en ontvangen van een onbeperkt aantal brieven. De post wordt enkel gecontroleerd op voorwerpen of middelen, maar de inhoud wordt niet gelezen, tenzij de gevangenisdirecteur vreest voor de orde en de veiligheid van de gevangenis.

 

Hetzelfde geldt voor de brieven die gedetineerden versturen. In uitzonderlijke gevallen kan de onderzoeksrechter briefwisseling voor bepaalde gedetineerden verbieden.

 

Ik heb de volgende vragen.

 

Ten eerste, heeft u cijfers van het aantal brieven dat vorige jaren werd geopend en bezwarend materiaal bevatte? Kan u een onderscheid maken tussen middelen, enerzijds, en bezwarende inhoud van brieven, anderzijds?

 

Ten tweede, heeft u cijfers van het aantal bezwarende brieven dat pas enige tijd na ontvangst werd onderschept? Ik denk dan bijvoorbeeld aan de handleiding om een bom te maken of een rekruteringsfolder van IS.

 

Ten derde, ook de gedetineerden op de DeRadex-afdelingen krijgen post. Worden hun brieven automatisch gecontroleerd uit vrees voor de orde en de veiligheid?

 

Ten vierde, hoeveel gedetineerden mogen momenteel op bevel van een onderzoeksrechter geen briefwisseling meer ontvangen?

 

11.02 Minister Koen Geens: Mijnheer Metsu, het aantal brieven dat na controle, als inkomende post of nadat zij werden onderschept, bezwarend materieel bleek te bevatten, wordt niet op een gecentraliseerde wijze geregistreerd. De vaststelling wordt bewaard in de individuele dossiers van de gedetineerden. Om die redenen kunnen geen globale cijfers worden gegeven.

 

Op de gedetineerden die op de DeRadex-afdelingen verblijven, zijn bijkomende orde­maatregelen van toepassing, waaronder de systematische controle op de inkomende en uitgaande post, overeenkomstig de bepalingen van de basiswet. Wat de inkomende post betreft, betekent dit dat de brieven die aan de gedetineerden worden toegezonden, aan een controle worden onderworpen vóór zij worden overhandigd. Deze controle heeft in aanvang een uitsluitend penitentiair karakter. Zij heeft betrekking op het openen van de brieven om de aanwezigheid van aan de briefwisseling vreemde voorwerpen of substanties na te gaan. De correspondentie mag worden gelezen indien er individuele aanwijzingen zijn dat dit nodig is voor het bewaren van de orde en veiligheid. De gedetineerde maakt in dat geval het voorwerp uit van een ordemaatregel die toelaat dat de directeur zijn briefwisseling leest. Dit gebeurt in voorkomend geval bovendien systematisch.

 

Wat de uitgaande briefwisseling betreft, bepaalt de basiswet dat de brieven die de gedetineerden verzenden, vóór de verzending niet aan de controle van de directeur of het personeelslid dat hij aanwijst, worden onderworpen, tenzij er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat een controle noodzakelijk is in het belang van de orde of de veiligheid.

 

Ook hier wijkt het regime op de DeRadex-afdelingen via ordemaatregelen af van de gewone regeling en wordt dus ook uitgaande briefwisseling systematisch gecontroleerd.

 

Indien uit een analyse van de inhoud van de uitgaande of inkomende brieven blijkt dat eventueel niet-toegelaten voorwerpen geen gevaar vormen voor de veiligheid, maar niettemin niet toegelaten zijn, dan worden zij gedeponeerd in de persoonlijke bagage van de gedetineerde.

 

Indien de detectie aanleiding geeft tot ongerustheid of de voorwerpen een manifeste bedreiging kunnen betekenen, dan worden zij ter beschikking gehouden van de gerechtelijke overheden.

 

Evenzo zal een nagelezen brief die geen verdachte informatie bevat aan de gedetineerde kunnen worden bezorgd, dan wel naar de buitenwereld worden verstuurd. In de andere gevallen, wanneer uit de inhoud een dreiging blijkt of indien de gevangenis niet bij machte is om de brief te onderzoeken, zal ook deze brief ter beschikking van de gerechtelijke autoriteiten worden gehouden.

 

Ten vierde, indien de onderzoeksrechter een op secreet stelling oplegt, wordt dit effectief geregistreerd in Sidis Suite en zou daarvan een overzicht kunnen worden gegeven. Een dergelijke maatregel heeft echter een bredere draagwijdte dan de beperking van de briefwisseling. Deze laatste beperking, indien ze op zich staat, wordt enkel in het individueel dossier geregistreerd. Er zijn dus ook in dit geval om die redenen geen globale cijfers beschikbaar. Naar onze ervaring maken de onderzoeksrechters hiervan weinig gebruik.

 

11.03  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van de heer Koen Metsu aan de minister van Justitie over "de problemen in de Deradex-afdelingen" (nr. 22980)

12 Question de M. Koen Metsu au ministre de la Justice sur "les problèmes dans les sections Deradex" (n° 22980)

 

12.01  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de zogenaamde recente problemen binnen de DeRadex-afdelingen. Wat ik daarover gelezen heb, neem ik met een korreltje zout, en daarom heb ik u er niet onmiddellijk over geïnterpelleerd. Ik pols gewoon even naar de stand van zaken.

 

Afgelopen weekend las ik in de krant wat er allemaal fout zou lopen in onze gevangenissen, meer bepaald met terreurverdachten en met gevangenen met een risicoprofiel in de gevangenissen. Men sprak over verboden wapens, maar als ik mij niet vergis ging het over een afgebroken tandenborstel. Men sprak ook over gsm's die moeiteloos naar binnen gesmokkeld werden, waardoor terreurverdachten en risicoprofielen met elkaar en met contactpersonen in Syrië en in Irak zouden kunnen communiceren.

 

Opdat u de puntjes op de i zou kunnen zetten, stel ik u de volgende vragen, mijnheer de minister.

 

Ten eerste, zijn deze aantijgingen correct?

 

Ten tweede, over hoeveel incidenten zou het gaan? Hoe vaak zijn er verboden wapens binnengesmokkeld in de gevangenissen en onderschept? Gaat het dan over het gewone regime of over de speciale DeRadex-afdelingen?

 

Hoe vaak zijn er mobiele telefoons ontdekt in de gevangenissen? Gaat het dan over het gewone regime of over de speciale DeRadex-afdelingen?

 

Hoe vaak is er een bedreigende communicatie onderschept tussen twee of meer terreurverdachten of risicoprofielen onderling of met de buitenwereld?

 

Hoeveel van zulke incidenten werden de jongste jaren geregistreerd? Kunt u een onderverdeling maken per gevangenis en per soort incident?

 

Hoe kunt en zult u zulke incidenten in de toekomst vermijden, mochten ze zijn voorgekomen of zich voordoen?

 

12.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Metsu, het minste wat men volgens mij kan zeggen, is dat deze aantijgingen lichtjes tendentieus zijn.

 

Sinds de oprichting van de DeRadex-afdelingen in 2016 is er één gsm aangetroffen in de DeRadex-afdeling van Hasselt, en één afgebroken tandenborstel waaraan een punt werd geslepen in de DeRadex-afdeling van Ittre. De vondst in Ittre zou beschouwd kunnen worden als een verboden wapen, al is het niet zeker dat de gedetineerde het opzet had dit voorwerp als een wapen te gebruiken.

 

Ik kan het niet beter verwoorden dan de directeur van de gevangenis van Hasselt afgelopen weekend deed in de uitzending De Zevende Dag.

 

Het directoraat-generaal EPI houdt geen systematische registratie bij over het aantal gevonden wapens in de gevangenissen, los van de invulling die men aan het begrip "wapen" wil geven. Tal van voorwerpen kunnen immers als wapen worden gebruikt indien men daartoe de intentie heeft. Ik denk bijvoorbeeld aan het bestek, een balpen, een glazen pot, kokend water, een stoel en dergelijke.

 

Verboden wapens stricto sensu, die gelukkig zelden in beslag worden genomen, worden aan de politie overhandigd. De meest gedetailleerde informatie met betrekking tot dergelijke incidenten is terug te vinden in de individuele dossiers van de gedetineerden. Het tuchtregister op het niveau van de gevangenis bevat te weinig gegevens om daaruit relevante statistieken te trekken. Een specifiek register voor wapens wordt vooralsnog niet gebruikt. Wat de DeRadex-afdelingen betreft, werd tot nu toe, zoals ik al zei, alleen in Ittre een afgebroken tandenborstel teruggevonden.

 

In 2017 werden in totaal 297 gsm's teruggevonden in de Belgische gevangenissen. Geen daarvan bevond zich op de DeRadex-afdelingen.

 

Zoals ook is gebleken uit het verslag van de onderzoekscommissie die opgericht werd naar aanleiding van de aanslagen in Brussel, bevestigen alle betrokken actoren van binnen en buiten het gevangeniswezen dat het hermetisch afzonderen van gedetineerden onmogelijk is. Contacten tussen de DeRadex-gedetineerden binnen de afdeling zijn uiteraard logisch, vermits het opzet van die afdeling is de betrokken gedetineerden van andere gedetineerden af te zonderen die zij zouden pogen mee te trekken in een radicaliseringsproces, maar het is niet de bedoeling hen binnen de afdeling zelf verder te isoleren. Ook binnen die afdeling dient immers een leefomgeving te worden gecreëerd die zo nauw als mogelijk aansluit bij een normaal gevangenisleven.

 

Op basis van de informatie waarover ik beschik, kan ik niet bevestigen dat er rechtstreekse telefonische contacten geweest zijn tussen gedetineerden uit de DeRadex en Belgische Syriëstrijders in Syrië of Irak. Bovendien vestig ik er graag uw aandacht op dat kennis inzake een contact met de buitenwereld in het kader van terrorisme niet betekent dat dat contact niet wordt opgevolgd door de diensten. U zult begrijpen dat ik daarover verder niets kan zeggen.

 

Het feit dat op de DeRadex-afdelingen tot nu toe slechts één gsm werd teruggevonden, bewijst dat de getroffen veiligheidsmaatregelen doeltreffend zijn. De ondernomen maatregelen betreffen voornamelijk fouilles van de kledij van de persoon van de gedetineerde, van de verblijfsruimte en van andere, gemeenschappelijke ruimten waarin gedetineerden kunnen vertoeven en sweepings. Voorts worden ook metaaldetectieportieken en RX-toestellen gebruikt. De portieken screenen personen. De RX-toestellen screenen bagage van gedetineerden, personeelsleden en bezoekers.

 

Via bijvoorbeeld de fouilleplannen, die elke inrichting dient op te stellen en waarvan sommige van de hiervoor genoemde controles deel uitmaken, blijven wij permanent opvolgen, om de alertheid te bewaren.

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Metsu, ik dank u.

 

12.03  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank ook u voor uw uitgebreide en heel duidelijke antwoorden op mijn vragen.

 

Een kleine vaststelling is dat voor bepaalde themata binnen deze problematiek hier en daar gecentraliseerde cijfers en data ontbreken. Misschien is het zinvol of zelfs nuttig na te gaan of daaruit nog masterdata kunnen worden getrokken.

 

Voor vandaag dank ik u heel hartelijk.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: Les questions n° 23000 de Mme Jadin et n° 23013 de Mme Lahaye-Battheu sont transformées en questions écrites.

 

13 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "het effect van de vernietiging van bepalingen uit Potpourri II op de te vorderen strafmaat" (nr. 23014)

13 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "l'effet de l'annulation de dispositions du pot-pourri II sur les peines à requérir" (n° 23014)

 

13.01  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, bij arrest van 21 december van het Grondwettelijk Hof werden enkele bepalingen van de wet van 5 februari 2016, de zogenaamde potpourri II-wet, onder meer bepalingen inzake de hervorming van het hof van assisen, vernietigd.

 

Op het terrein zou er onduidelijkheid bestaan over de rechtsgevolgen van dat interveniërend arrest, dat nadrukkelijk de gevolgen handhaaft ten aanzien van de beslissingen die op grond van de vernietigde bepalingen zijn genomen vóór de datum van bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad. De actoren op het terrein lijken evenwel niet eensgezind te zijn over de op heden van toepassing zijnde strafmaat. Het zou niet voldoende zeker en duidelijk uit te maken zijn voor welke zaken het uitgebrachte arrest gevolgen zou sorteren. Het slaat niet op hangende zaken, met betrekking tot feiten die al zijn gepleegd maar nog niet zijn beoordeeld. Daarnaast zijn er ook vragen over wat er moet gebeuren met zaken waarin naar aanleiding van de regeling van de rechtspleging misdaden reeds werden gecorrectionaliseerd in toepassing van de wet van februari 2016. Wat dient er te gebeuren met zaken die vóór de publicatie in beraad werden genomen? Wat dient er te gebeuren met zaken die in eerste aanleg zijn beslecht, maar waarin een beroep hangende is?

 

In de potpourri II-wet werd de strafmaat verhoogd tot maximaal veertig jaar. Door die aanpassing zouden ook gecorrectionaliseerde misdaden een voldoende zware bestraffing kunnen kennen. Na de vernietiging door het Grondwettelijk Hof menen minstens enkele professoren en leden van het openbaar ministerie dat de maximum te vorderen straf slechts twintig jaar kan bedragen, ook al werd bijvoorbeeld in eerste aanleg een zwaardere straf opgelegd.

 

Ik lees in de pers dat u die mening niet deelt. Om duidelijkheid te scheppen wil ik u dan ook graag enkele vragen stellen.

 

Op welke zaken heeft de vernietiging door het Grondwettelijk Hof nu precies effect? Is dat enkel op hangende zaken die nog niet zijn beoordeeld of ook op zaken waarvan de rechtspleging al werd geregeld en die zo werden gecorrectionaliseerd? Wat met de vóór publicatie in beraad genomen zaken? Wat met de afhandeling in graad van beroep?

 

Wat zal de impact zijn op het vlak van de strafmaat? Aan welke strafmaat moet men zich houden in lopende processen, voor zaken die nog in beroep moeten worden behandeld, voor zaken die reeds doorverwezen zijn, dus waarin de rechtspleging reeds geregeld is enzovoort?

 

Tot slot heb ik u een vraag gesteld met betrekking tot de criminele kamers, maar ik heb gelezen dat u die vraag vorige week al hebt beantwoord. Dat onderdeel zal ik dus niet hernemen.

 

13.02 Minister Koen Geens: Merouw Van Cauter, het arrest nr. 148 van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 vernietigde de artikelen van de potpourri II-wet die de veralgemening van de correctionalisering van misdaden en daarmee verbonden de verhoging van de straf voor de gecorrectionaliseerde misdaden instelden. Het betreft dus alle misdaden die vóór deze wet niet correctionaliseerbaar waren krachtens artikel 2 van de wet op de verzachtende omstandigheden van 1867 en die met de bedoelde wetswijzigingen wel konden worden gecorrectionaliseerd door aanneming van verzachtende omstandigheden.

 

Aangezien het Hof besliste om de gevolgen te handhaven van de vernietigde bepalingen ten aanzien van de beslissingen die op grond ervan zijn genomen vóór 12 januari, de datum waarop het arrest in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt, treed ik het standpunt bij dat gisteren door het College van procureurs-generaal werd rondgestuurd aan de parketten en dat door professor en advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie Damien Vandermeersch in Le Soir als de meest logische optie naar voren werd geschoven, namelijk dat een maximumstraf van dertig jaar mogelijk is voor de hangende misdaden waarop een levenslange opsluiting staat, bijvoorbeeld moord.

 

Voor de nieuwe rechtszaken geldt vanaf 12 januari de oude situatie. Voor assisen is de levenslange opsluiting mogelijk, tenzij het hof verzachtende omstandigheden aanneemt.

 

Voor de correctionele rechtbank kunnen de gecorrectionaliseerde misdaden – deze omvatten dus niet meer moord, doodslag en dergelijke meer – maximaal twintig jaar gevangenisstraf opleveren.

 

Wat de oprichting van criminele kamers betreft, bestaat er nog geen akkoord binnen de regering.

 

13.03  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik zal mij onthouden van commentaar.

 

Ik denk dat het goed is dat u een duidelijk antwoord formuleert en dat het belangrijk is dat er op het terrein duidelijkheid wordt gecreëerd.

 

Ik heb nog een bijkomende vraag om het goed te begrijpen. Ik weet niet of u die onmiddellijk kunt beantwoorden. Hebt u gezegd dat daar waar misdaden werden gecorrectionaliseerd, ervan uitgaande dat de nieuwe wet van toepassing zou zijn en er dus zware straffen zouden kunnen worden opgelegd, dit niet meer het geval zal zijn vanaf de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het tussengekomen arrest van het Grondwettelijk Hof? Of heb ik u verkeerd begrepen? Of moet ik het gewoon nog eens lezen?

 

13.04 Minister Koen Geens: Ik denk het, want hoe graag ik ook duidelijk wil zijn, dit is zo technisch dat als ik een half woord verkeerd zeg, wij samen een groot risico nemen.

 

13.05  Carina Van Cauter (Open Vld): Het is precies daarom dat ik mij van commentaar wilde onthouden, maar ik zal uw antwoord eerst goed nalezen om te kijken of ik het goed heb begrepen en eventueel nadien terugkomen op de kwestie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de opvolging van veroordeelden voor terroristische misdrijven" (nr. 23015)

14 Question de Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "le suivi des personnes condamnées pour des infractions terroristes" (n° 23015)

 

14.01  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, naar aanleiding van een artikel in De Tijd van vorig weekend met betrekking tot het elektronisch toezicht en terreurgedetineerden, vernam ik met enige verwondering dat het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen enkel een schatting zou kunnen geven van het aantal terreurgedetineerden dat via de gevangenissen doorstroomde naar het elektronisch toezicht. Men stelt dat sinds het overgaan van het Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht naar de Gemeenschappen een en ander minder duidelijk is geworden.

 

Mijnheer de minister, u begrijpt ongetwijfeld mijn verwondering over die stelling, voor zover die correct is. Wat de strafuitvoering betreft, is enerzijds de strafuitvoeringsrechtbank bevoegd voor opgelegde straffen langer dan drie jaar, terwijl, anderzijds, voor de zogenaamde kortgestraften u als minister van Justitie bevoegd bent. De facto wil dat zeggen dat het directoraat-generaal uitvoering moet geven aan die straffen en een instructie krijgt van u via de omzendbrieven, tenzij ik mij vergis. Ook de langgestraften worden toch opgevolgd wat de strafuitvoering betreft. De stand van de uitvoering zou in ieder geval bekend moeten zijn bij het directoraat-generaal.

 

Ten eerste, onder welke omstandigheden kunnen gedetineerden die een vrijheidsstraf ondergaan voor terroristische misdrijven, doorstromen naar het elektronisch toezicht, dan wel in aanmerking komen voor een voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling? Maakt het een verschil uit voor welk misdrijf zij precies veroordeeld zijn, of is enkel de duur van de straf van belang?

 

Ten tweede, zijn kortgestraften in het kader van terroristische misdrijven niet via een bepaling van de omzendbrief uitgesloten van het elektronisch toezicht of de voorlopige invrijheidsstelling?

 

Ten derde, is het correct dat het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen moeilijk cijfers kan geven en enkel een schatting kan maken? Indien de cijfers inderdaad niet beschikbaar zijn, wat is daar dan de oorzaak van? Indien de cijfers wel beschikbaar zijn, kunt u mij dan een overzicht van de cijfers per gerechtelijk arrondissement geven?

 

14.02 Minister Koen Geens: Mevrouw Van Cauter, gedetineerden die werden veroordeeld voor terroristische feiten waarvan de straf niet hoger is dan drie jaar en voor wie de bevoegdheid tot toekenning van strafuitvoeringsmodaliteiten bij de minister ligt, zijn uitgesloten van elektronisch toezicht door de omzendbrief ET/SE2 van 17 juli 2013, die een aantal keren werd gewijzigd, onder andere wat veroordeelden voor terroristische feiten betreft.

 

Dergelijke veroordeelden kunnen in aanmerking komen voor een voorlopige invrijheidstelling met toepassing van de ministeriële omzendbrief nr. 1817 van 15 juni 2015, die in juli 2017 werd gewijzigd. Die omzendbrief laat gevangenisdirecteurs toe om gedetineerden die veroordeeld zijn voor terroristische feiten en voor wie de gevangenisstraf maximaal één jaar bedraagt, vervroegd vrij te laten.

 

Voor gedetineerden die veroordeeld zijn voor terroristische feiten en voor wie de gevangenisstraf hoger is dan één jaar maar niet hoger dan drie jaar, worden de voorstellen tot vervroegde invrijheidstelling door de gevangenisdirectie voorgelegd aan de directie Detentiebeheer van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen, dat bijzondere voorwaarden kan koppelen aan de eventuele invrijheidstelling, aangepast aan het profiel van de gedetineerde.

 

Gedetineerden die veroordeeld zijn voor terroristische feiten en van wie de gevangenisstraf hoger is dan drie jaar, vallen dan weer onder de bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechtbanken, net als gedetineerden die voor andere feiten werden veroordeeld. Dat is ingevolge de wet van 17 mei 2006.

 

In verband met uw derde en vierde vraag, in de penitentiaire databank bestaan de codes voor terroristische misdrijven pas sinds 1 juni 2016. Statistische gegevens van voor die datum zijn bijgevolg onbeschikbaar. Dergelijke misdrijven werden tot dan gecategoriseerd onder de noemer “andere misdrijven”. De afgesloten of lopende dossiers die onder die noemer werden geregistreerd, hebben de code “andere misdrijven” behouden. Volledige statistische gegevens zijn bijgevolg niet te geven voor de gevraagde categorie, behoudens voor opsluitingen die na 1 juni 2016 hebben plaatsgevonden. De gegevens zouden bijgevolg onvermijdelijk lacunes vertonen.

 

14.03  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik zal uw antwoord nog eens goed nalezen. De cijfers vanaf 2016, vanaf het moment dat terroristische misdrijven apart of specifiek gecodeerd worden, zijn natuurlijk beschikbaar en daarover kunnen wij beschikken.

 

Maar heb ik het goed begrepen dat daders die veroordeeld zijn voor terroristische misdrijven, toch voorlopig in vrijheid kunnen worden gesteld?

 

14.04 Minister Koen Geens: Dat zijn de regels. Ik heb u geen cijfers gegeven, maar dat zijn de regels. Op het ogenblik staat in onze wetgeving geen grond om mensen die kortgestraft zijn voor terrorisme, niet te laten genieten van een voorlopige invrijheidstelling. Ik heb echter wel het elektronisch toezicht uitgesloten.

 

14.05  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, is de voorlopige invrijheidstelling niet altijd slechts mogelijk wanneer er geen veiligheidsrisico is? Bestaat er een situatie of kunnen wij ons een situatie indenken waarbij iemand voor een terroristisch misdrijf is veroordeeld en toch wordt geacht geen enkel veiligheidsrisico voor de samenleving te betekenen?

 

Het is een vraag die mij in ieder geval tot nadenken stemt. Ik zie u ook nadenken.

 

14.06 Minister Koen Geens: Mevrouw Van Cauter, het veiligheidsrisico moet in elk geval van voorlopige invrijheidstelling strikt worden beoordeeld. Daarom gebeurt ze nog niet.

 

Zoals ik daarstraks op een vraag van de heer Metsu al heb geantwoord, zijn de Veiligheid van de Staat en een aantal andere diensten dicht bij de opvolging van terroristische gevangenen betrokken.

 

Zolang het Parlement echter geen wet goedkeurt die de voorlopige invrijheidstelling uitsluit, kan ik u alleen meegeven dat de regels worden toegepast.

 

14.07  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik zal erover nadenken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.11 uur.

La réunion publique de commission est levée à 17.11 heures.