Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven

Commission de l'Infrastructure, des Communications et des Entreprises publiques

 

van

 

Dinsdag 29 januari 2019

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 29 janvier 2019

 

Après-midi

 

______

 

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.25 uur en voorgezeten door de heer Jef Van den Bergh.

La réunion publique de commission est ouverte à 14.25 heures et présidée par M. Jef Van den Bergh.

 

01 Samengevoegde vragen van

- de heer David Geerts aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "de impact van de stralingsnormen op de uitrol van mobiele netwerken" (nr. 28133)

- de heer David Geerts aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "de invloed van de komst van een 4de speler op de Belgische telecommarkt" (nr. 28512)

01 Questions jointes de

- M. David Geerts au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "l'incidence des normes de rayonnement sur le déploiement des réseaux mobiles" (n° 28133)

- M. David Geerts au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "l'influence de l'arrivée d'un 4ème acteur sur le marché belge des télécommunications" (n° 28512)

 

01.01  David Geerts (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in de plenaire vergadering hebben we al gedebatteerd over de impact van stralingsnormen en de veiling van de mobiele frequenties, met name 900 megahertz, 1 800 megahertz en 2 100 megahertz. In maart 2021 lopen die licenties af. Bijgevolg zou een nieuwe veiling moeten plaatsvinden, die eigenlijk nu georganiseerd zou moeten worden, voor de licenties voor de komende twintig jaar en ook voor de nieuwe frequenties, namelijk 700 megahertz, 1 400 megahertz en 3 600 megahertz. De uitrol van het 5G-netwerk moet daarvan vanaf 2020 gebruikmaken. In de plenaire vergadering en in voorgaande commissievergaderingen heb ik al verwezen naar de persconferentie bij de begrotingsonderhandelingen van 2018, waarin een deel naar voren geschoven werd.

 

Wij hebben al gesproken over de impact van een vierde speler in het algemeen, voor de tewerkstelling in de sector. De huidige spelers, naast Agoria en anderen, hebben gewaarschuwd voor jobverlies, wat momenteel zeer actueel is. Ook dat is in de plenaire vergadering al aan bod gekomen.

 

Mijnheer de minister, in eerste instantie wil ik u vragen stellen naar de stand van zaken in het dossier van een vierde speler. In het Parlement en in de media hebt u verklaard dat u voorstander bent van een vierde speler. Nochtans circuleert er in het Parlement een tekst die ertoe aanzet om daarmee voorzichtig om te gaan, aangezien de tewerkstelling in de sector door de komst van een vierde speler zou dalen.

 

Mijn tweede ingediende vraag gaat over de uitrol van de mobiele netwerken. Daarbij heb ik verwezen naar de hoorzitting met vertegenwoordigers van het BIPT op 5 december 2018, waarbij er werd stilgestaan bij de impact van de stralingsnormen op de uitrol van de mobiele netwerken. Meer in detail werden de Brusselse stralingsnormen besproken. De stralingsnormen behoren tot de gewestelijke bevoegdheden, maar die normen hebben natuurlijk wel een belangrijke impact op een federale veiling. De huidige Brusselse normen laten het immers niet toe om naast de huidige 2G-, 3G- en 4G-netwerken ook een 5G-netwerk uit te bouwen, gelet op het toegestaan aantal volt per meter. Ik heb gelezen dat de Brusselse regering beloofd heeft om de norm op te trekken naar 14,5 volt per meter.

 

Het BIPT heeft er in zijn analyse op gewezen dat de 2G-, 3G- en 4G-netwerken nog gedurende een zeer lange periode blijven bestaan, aangezien er daarvan nog veel simkaarten in omloop zijn: 23 % van de huidige simkaarten zou niet 4G-compatibel zijn. Daarom is het stopzetten van 2G nog niet voor onmiddellijk. Daarnaast verklaarde het BIPT hier in zijn presentatie dat er voor de uitrol van het 5G-netwerk met de MIMO-technologie bijkomende maatregelen genomen moeten worden, zodat er hoge datasnelheden en lage reactietijden aangeboden kunnen worden, met name voor het internet of things.

 

De verwondering bij de slides van het BIPT was dat werd gesteld dat de toegelaten stralingsnorm tot 41,5 volt per meter zou moeten stijgen, een stralingsnorm die hoger is dan de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dat zou bovendien zijn voor een segment van drie operatoren.

 

Mijnheer de minister, ik kom tot mijn vragen.

 

Wat is de impact van de gewestelijke stralingsnormen op de federale veiling van verschillende licenties? Hebt u daarover overleg met de Gewesten?

 

Indien de vierde operator er komt, welke impact heeft dat specifiek voor de huidige normering van de Brusselse stralingsnormen?

 

Dat waren mijn technische vragen.

 

01.02 Minister Philippe De Backer: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Geerts, u hebt in uw vraag al aangehaald dat de Gewesten autonoom over de stralingsnormen beslissen.

 

Het 5G-netwerk vergt een hogere stralingsnorm per antenne. De mensen die het toestel niet gebruiken, moeten evenwel minder straling ondergaan. Daarover heeft het BIPT u uitvoerig gebrieft.

 

Ook het cijfer van 41,5 volt per meter, waarnaar u verwijst, is een cijfer in optimale omstandigheden. U begrijpt echter dat ook in mindere omstandigheden dat netwerk perfect uitrolbaar is.

 

Het 5G-netwerk is essentieel om in de toekomst een aantal nieuwe diensten en producten te kunnen aanbieden. In de eerste plaats gaat het om het internet of things, maar er zullen ook tal van andere toepassingen ontstaan door de uitrol van het 5G-netwerk.

 

De impact op de verdeling van het spectrum is ook beschreven in de studie van het BIPT van 12 juli 2018, die u online kan terugvinden.

 

Er komen drie bijkomende banden op de markt: eentje van 700 megahertz, eentje van 1 400 megahertz en eentje van 3 600 megahertz. Zelfs met een vierde speler, indien hij er zou komen, komt er voor de bestaande spelers extra spectrum vrij, door de nieuwe banden die ter beschikking worden gesteld. Omdat er effectief een toename van het dataverkeer zal zijn, is het belangrijk dat er voldoende spectrum aanwezig is.

 

Wij zullen bekijken wie en hoe meebiedt, maar na de veiling zullen de operatoren zich moeten aanpassen. De aanpassing moet trouwens ook zonder vierde speler gebeuren. De uitrol zal op een zodanige manier worden doorgevoerd dat het maximale dataverkeer kan gebeuren.

 

Wat de stand van zaken voor de veiling betreft, vindt op 6 februari 2019 een Overlegcomité plaats. Dat gaat over het wetgevend kader om de veiling te organiseren en om eventueel een vierde speler aan de veiling te kunnen laten deelnemen en dus op de markt te introduceren.

 

Het is niet zeker dat die vierde speler er komt. Wij zullen dat bekijken. De veiling wordt dermate opgezet dat het mogelijk is. Wij zullen op dat moment bekijken welke partijen effectief aanwezig zullen zijn.

 

Het gaat sowieso al om een competitieve markt. Puur op het vlak van tewerkstelling zijn heel wat veranderingen merkbaar. Dat was te merken bij Proximus, waar het management ook publiekelijk duidelijk heeft verklaard dat er nog geen impact is van de vierde speler. Het gaat om een transformatie veroorzaakt door de normale werking van de markt. Dat is uiteraard niet evident, maar het sociaal overleg daarover is, zoals u weet, nog bezig.

 

Op dat vlak is het ook duidelijk dat de verschillende operatoren, niet alleen Proximus maar ook de andere, zich aan de situatie zullen moeten aanpassen en zich zullen moeten positioneren op die markt, die niet alleen nationaal maar ook internationaal is, teneinde de kosten te drukken die zij vandaag hebben en de dienstverlening ten opzichte van de klanten te verbeteren en te optimaliseren, alsook om ervoor te zorgen dat het kantelmoment waarop de verschillende operatoren zich bevinden, door hen ten volle wordt aangegrepen om in de toekomst extra jobcreatie en extra investeringen te kunnen volhouden.

 

01.03  David Geerts (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, er is nog een vraag die ik mondeling vergeten te stellen ben, maar die wel in mijn schriftelijke voorbereiding stond. Wat is de stand van zaken in het kader van het Overlegcomité? Wordt het aspect van de stralingsnormen mee opgenomen of alleen de veiling met betrekking tot de media en dergelijke?

 

01.04 Minister Philippe De Backer: Daarover zijn vragen gesteld. De verschillende regio's hebben vragen gesteld, ze hebben antwoorden gekregen en het is nu aan hen om een keuze te maken. Ze hebben dus voldoende informatie om die beslissing gedegen te kunnen maken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Question de Mme Anne-Catherine Goffinet au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "le potentiel enjeu sécuritaire d'utiliser de l'équipement chinois dans les réseaux de télécommunication en Belgique" (n° 28415)

02 Vraag van mevrouw Anne-Catherine Goffinet aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "het mogelijke veiligheidsrisico van het gebruik van Chinese technologie in de telecomnetwerken in België" (nr. 28415)

 

02.01  Anne-Catherine Goffinet (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, le cyberespace est le potentiel champ de bataille de demain. Il l'est déjà en matière d'espionnage. La sécurité de nos infrastructures technologiques stratégiques doit donc être assurée afin de protéger les données d'un éventuel espionnage et de garder le contrôle, face à un risque de piratage, d'un nombre croissant de services publics et privés clés qui dépendent de la technologie digitale. Cette dépendance, avec les risques qui y sont associés, sera accrue pour des secteurs comme l'énergie et la mobilité avec le déploiement à venir de la 5G. Il est facile d'imaginer des scénarios catastrophes, par exemple, impliquant des voitures autonomes, comme l'ont déjà imaginé de nombreux films.

 

Par conséquent, de nombreux pays européens, mais aussi les États-Unis, l'Australie et la Nouvelle-Zélande, expriment de l'inquiétude face à l'implication de firmes étrangères, comme le groupe chinois Huawei qui est très lié à l'État chinois. Certains de ces pays, dont l'Allemagne, envisagent d'exclure ou ont déjà exclu Huawei du marché de déploiement de la 5G. J'ajoute que le 27 janvier, l'opérateur Vodafone a communiqué sur le fait qu'il allait exclure Huawei de son core equipment.

 

Monsieur le ministre, que pensez-vous du risque que de nombreux pays voient dans le déploiement d'équipements de firmes comme Huawei dans nos réseaux de télécommunication? Travaillez-vous avec les services de renseignement et de sécurité à ce sujet? La Cyber Security Coalition belge travaille-t-elle sur le sujet ? Que faites-vous afin de pallier ces risques? Faut-il établir de nouvelles normes de sécurité au niveau européen ainsi qu'au niveau belge? Envisagez-vous des adaptations à la loi relative aux communications électroniques? Quels changements estimez-vous qu'il faille envisager? Quelles mesures sont-elles prises dans le cadre du transfert des opérations du réseau ASTRID aux réseaux des opérateurs privés pour limiter l'exposition au risque?

 

Où en est le déploiement de la 5G dans notre pays? Dans quelle mesure Huawei est-elle impliquée dans ce déploiement? Dans quelle mesure cette entreprise a-t-elle été impliquée dans le déploiement du réseau télécom existant? Quels opérateurs utilisent-ils de l'équipement dans leurs réseaux? Cet équipement est-il utilisé pour le cœur du réseau?

 

Enfin, en tant que ministre libéral, que pensez-vous que l'Europe doive faire face à la politique économique de l'État chinois de soutien à ses champions technologiques?

 

02.02  Philippe De Backer, ministre: Monsieur le président, madame Goffinet, selon les informations dont je dispose, actuellement, plusieurs pays ont adopté des mesures d'interdiction portant sur les acquisitions de composants de réseaux mobiles et fixes par des opérateurs situés sur le territoire de ces pays. Il s'agit des États-Unis, de la Nouvelle-Zélande et de l'Australie. Ils invoquent, à cet effet, des raisons de sécurité nationale. Pour l'instant, je ne dispose d'aucune information quant aux éléments factuels qui justifieraient que de telles décisions soient prises en Belgique. Aucun pays européen n'a adopté de mesures similaires. Toutefois, des évaluations sont en cours aux Pays-Bas et en Allemagne.

 

En Belgique, plusieurs départements sont en concertation dans le but de récolter un maximum d'informations et d'analyser la situation relative à ce dossier comme pour d'autres d'ailleurs. En effet, cela ne concerne pas seulement le réseau. Des analyses sont également relatives à la sécurité des réseaux de communications électroniques notamment.

 

Au niveau des institutions européennes, la Commission européenne mène des travaux sur le sujet ainsi que l'Agence européenne de sécurité des réseaux et de l'information à propos de la certification et de l'établissement des normes de sécurité. Aucune recommandation de la part de ces instances n'a été communiquée jusqu'ici. Nous sommes dans l'attente de la stratégie européenne.

 

Une évaluation doit être effectuée en toute connaissance de cause afin de s'assurer que les instruments dont le régulateur sectoriel IBPT dispose sont adéquats pour la problématique évoquée, notamment dans le contexte de la préparation de la transposition en droit fédéral. C'est en cours. Le Code des communications électroniques européen est aussi un élément important. Nous savons déjà que l'IBPT jouit de compétences en matière de sécurité des réseaux. La problématique relève également d'autres autorités compétentes en matière de sécurité qui sont actuellement en concertation.

 

Le projet d'arrêté royal relatif à la bande 700 MHz prévoit qu'un opérateur puisse conclure un accord avec ASTRID afin d'adapter son réseau pour le rendre compatible avec les spécifications d'un réseau de protection du public et des secours en cas de catastrophes. Les mesures en matière de couverture radio – robustesse, sécurité, disponibilité – sont mises en œuvre et jouent un rôle important. Ce projet d'arrêté royal prévoit également qu'en cas de désaccord entre un opérateur et ASTRID, les ministres des Télécommunications et de l'Intérieur puissent imposer, après avis de l'IBPT, l'implémentation de mesures spécifiques minimales à l'opérateur. L'élément-clé, c'est que les différents opérateurs peuvent se voir imposer certaines contraintes.

 

Pour ce qui concerne la 5G, ce n'est pas prévu avant 2020. Le timing est clair et pas clair puisque cela dépend aussi des Régions. Les réseaux existants des opérateurs mobiles utilisent des équipements de Huawei et de ZTE. Il est donc probable que ces deux équipementiers chinois soient impliqués dans le déploiement de la 5G en Belgique aussi. Cependant, cela dépend du choix des différents opérateurs.

 

Pour être clair, pour ce qui me concerne, je suis favorable au marché libre, mais il faut que ces échanges libres ne soient pas perturbés par des aides d'État illégales. C'est la raison pour laquelle un dialogue est en cours entre la Commission européenne et la Chine concernant les aides d'État. Je rappelle ici que c'est l'Europe qui est compétente en matière de commerce international. L'objectif est d'apporter des clarifications quant à la manière d'agir dans différentes situations. En la matière, il serait d'ailleurs important, selon moi, de définir une stratégie européenne.

 

02.03  Anne-Catherine Goffinet (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.

 

Je prends acte du fait que vous attendez des informations et qu'une évaluation est en cours.

 

Cela dit, il serait important de s'informer afin de savoir ce qu'il existe déjà dans le réseau existant. Vous avez dit qu'il était possible d'avoir du matériel Huawei dans ce dernier. Il me semble qu'il serait indiqué de faire preuve de prudence et de procéder à une évaluation du système qui existe actuellement.

 

02.04  Philippe De Backer, ministre: L'IBPT l'a déjà fait.

 

02.05  Anne-Catherine Goffinet (cdH): Il s'agit, en tout cas, de mesures importantes. Et force est de constater que les choses bougent en Allemagne et aux Pays-Bas. Mais je note que vous y êtes attentif.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- de heer David Geerts aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "het afslankingsplan van Proximus" (nr. 28229)

- de heer Raoul Hedebouw aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "het sociaal plan bij Proximus en de acties van de bonden" (nr. 28270)

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "het sociaal plan bij Proximus en de acties van de bonden" (nr. 28271)

- de heer Laurent Devin aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "de bedrijfsvoering bij Proximus" (nr. 28500)

- de heer Laurent Devin aan de minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, over "de bedrijfsvoering bij Proximus" (nr. 28501)

03 Questions jointes de

- M. David Geerts au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "le plan de dégraissage de Proximus" (n° 28229)

- M. Raoul Hedebouw au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "le plan social chez Proximus et les actions des syndicats" (n° 28270)

- M. Marco Van Hees au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "le plan social chez Proximus et les actions des syndicats" (n° 28271)

- M. Laurent Devin au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "la gestion de Proximus" (n° 28500)

- M. Laurent Devin au ministre de l'Agenda numérique, des Télécommunications et de la Poste, chargé de la Simplification administrative, de la Lutte contre la fraude sociale, de la Protection de la vie privée et de la Mer du Nord, sur "la gestion de Proximus" (n° 28501)

 

De voorzitter: Het thema zal morgen ook nog uitgebreid aan bod komen.

 

03.01  David Geerts (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wij hebben al een politiek debat gevoerd in de plenaire vergadering. Mijn vraag is daar ook grotendeels behandeld geweest, maar ik wil graag een tweede stand van zaken vragen.

 

Ik ben het met u eens dat het digitale transformatieplan van Proximus wel moest plaatsgrijpen, maar wij verschillen waarschijnlijk van mening over de impact van de aankondiging van een mogelijke vierde telecomspeler. Wij hebben daarover elk ons standpunt en waarschijnlijk blijven wij daarover van mening verschillen. Mijn standpunt is dat door die aankondigingspolitiek een en ander is versneld geworden.

 

Het digitale transformatieplan is voor mij eigenlijk – nu ik het concreet kan bekijken na ons debat in de plenaire vergadering – een plat besparingsplan. Ik volg deze commissie en het bedrijf Belgacom/Proximus al lange tijd. Er is vroeger nooit over naakte ontslagen gesproken, zoals dat nu wel gebeurt. Dat maakt hier een negatief kantelmoment van.

 

Proximus wil de samenwerking met 1 900 mensen stoppen en bovendien worden 900 mensen die met pensioen gaan, niet vervangen. Ook in de contact centers gaan nog eens 1 500 jobs verloren. Het credo "jobs, jobs, jobs" van de eerste minister is hier dus absoluut niet aan de orde. Er is immers sprake van een netto jobverlies van 4 500 werknemers. De nieuwe jobs voor hoger opgeleiden gaan immers naar BICS of naar de Verenigde Staten, Luxemburg, Sri Lanka, India en naar de callcenters in Marokko. Dat is het gevolg van het beleid: Proximus zegt nu dat het 200 miljoen euro moet besparen om zijn omzetcijfer te halen, maar het zijn enkel de werknemers die het gelag betalen voor die 200 miljoen euro. Het dividend van 520 miljoen euro blijft constant, waarvan de federale overheid 260 miljoen zal krijgen. Sinterklaas blijft dus langskomen voor de begroting, maar voor de getroffen werknemers is het verre van zeker of Sinterklaas nog zal langskomen.

 

Ik heb hierover de volgende concrete vragen, mijnheer de minister.

 

Is het dossier verder besproken in de regering na het debat in de plenaire vergadering, bijvoorbeeld inzake de termijn van de afvloeiingen (2020-2021) en de lopende cao-onderhandelingen? Heeft de regering – dat valt onder de bevoegdheid van minister Peeters – al gekeken naar de impact op de medewerkers bij de callcenters?

 

03.02 Minister Philippe De Backer: Mijnheer de voorzitter, u weet dat ik, samen met de eerste minister en de minister van Werk, het management van Proximus heb ontmoet om meer uitleg te krijgen over de inhoud van de plannen. Nadien hebben wij ook samengezeten met de vakorganisaties om hun bekommernissen te aanhoren. Op dit moment is het sociaal overleg volop bezig. Ik wil dit ook respecteren en daarom zal ik op een aantal van uw vragen niet of heel algemeen antwoorden. Ik vind immers dat de bal nu bij het management en de vakorganisaties ligt. Zij moeten bekijken hoe zij het transformatieplan, dat veel breder is dan alleen maar de personeelspolitiek, vorm willen geven. Het plan gaat veel verder en ik zou er ook bij u op willen aandringen om dat blijvend in ogenschouw te nemen: het gaat immers over de positionering van Proximus in de toekomst.

 

Om die reden meen ik dat de sociale dialoog alle kansen moet krijgen. Daarbij zullen waarschijnlijk verschillende opties op tafel komen. Wat al dan niet mogelijk is, zal moeten blijken uit het sociaal overleg. Ik meen dat het belangrijk is dat dit overleg in alle rust kan plaatsvinden.

 

U weet ook dat er in dat transformatieplan van Proximus wordt bekeken hoe het netwerk, de productie, het dienstenaanbod en het IT-platform kan worden geoptimaliseerd. Dat is ook logisch, want de kosten die Proximus met zich meedraagt als historische operator zijn gewoon veel hoger dan die van de concurrenten. Dit is een heel concurrentiële markt en daarom moet Proximus ingrijpen op die kosten. Ook dat lijkt mij logisch.

 

In het transformatieplan is een heel duidelijke visie ontwikkeld, die ongetwijfeld morgen zal worden toegelicht door de CEO, over de wijze waarop zij willen omgaan met de toegenomen digitalisering van consumenten en bedrijven om concurrentiële prijzen te kunnen blijven aanbieden. Op die manier willen zij het voortbestaan van de onderneming op lange termijn veiligstellen.

 

Dit zijn volgens mij een aantal aspecten die ik heb meegenomen uit de gesprekken die ik met het management en de vakorganisaties heb gevoerd.

 

Ook de discussie over de callcenters zal in het sociaal overleg aan bod moeten komen. Ook op dat vlak zullen er keuzes moeten worden gemaakt. Ik kan mij daarover niet uitspreken, want dit is een keuze die het management moet maken.

 

03.03  David Geerts (sp.a): Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik moet u eerst een pluim geven, want ik heb ook de syndicale organisaties gezien en zij hebben mij gezegd dat zij u meer gezien hebben dan uw voorganger.

 

03.04 Minister Philippe De Backer: (…)

 

03.05  David Geerts (sp.a): Ik wil daarmee zeggen dat er onvoldoende aandacht was vanuit de voogdijoverheid voor het bedrijf zelf. Dat was een van de problemen in dit dossier. Ik weet dat het om een autonoom overheidsbedrijf gaat, maar ik vind dat de hoofdaandeelhouder, in een autonoom overheidsbedrijf waarin de overheid 53 % van de aandelen heeft, wel nog een zekere verantwoordelijkheid heeft, met name in de raad van bestuur en eventueel via een regeringscommissaris, die er al lang niet meer is.

 

Morgen zal het debat verder worden gevoerd. Wat de kostenstructuur van de historische operator betreft, ik weet dat er investeringen gebeuren. Als ik kijk naar de leninglast en naar de manier waarop de investeringen gebeuren, ook ten aanzien van andere operatoren, meen ik echter dat de transformatie op een meer gespreide manier had kunnen voorbereid worden. Ik zal dat morgen met de betrokkenen verder bespreken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Bij gebrek aan andere vraagstellers komen we daarmee aan het einde van de mondelinge vragen.

 

De behandeling van de vragen eindigt om 14.50 uur.

Le développement des questions se termine à 14.50 heures.