KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 871
CRIV 52 COM 871
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
21-04-2010
21-04-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Peter Logghe aan de
staatssecretaris voor de Modernisering van de
Federale
Overheidsdienst
Financiën,
de
Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale
fraude, toegevoegd aan de minister van
Financiën, over "de premies tegen natuurrampen"
(nr. 21252)
1
Question de M. Peter Logghe au secrétaire d'État
à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la
Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre
des Finances, sur "les primes pour les
assurances contre les catastrophes naturelles"
(n° 21252)
1
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
prefinanciering van de btw" (nr. 21186)
2
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le préfinancement de la TVA"
(n° 21186)
2
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het nieuwe
justitiepaleis te Doornik" (nr. 21341)
4
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le nouveau palais
de justice de Tournai" (n° 21341)
4
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de
cdH-fractie,
Bernard
Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Bernard Clerfayt, secrétaire
d'État - Modernisation du SPF Finances,
Fiscalité environnementale et Lutte contre la
fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
6
Questions jointes de
6
- de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Belgische
deelname aan een mogelijk reddingsplan voor
Griekenland" (nr. 21426)
6
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la participation belge à un
éventuel plan de sauvetage de la Grèce"
(n° 21426)
6
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Belgische
deelname aan een mogelijk reddingsplan voor
Griekenland" (nr. 21475)
6
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la participation belge à un
éventuel plan de sauvetage de la Grèce"
(n° 21475)
6
Sprekers: Jenne De Potter, Robert Van de
Velde, Bernard Clerfayt
, staatssecretaris -
Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Jenne De Potter, Robert Van de
Velde, Bernard Clerfayt
, secrétaire d'État -
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de
minister van Justitie over "het in het parlement
aangenomen wetsontwerp betreffende 'goed
bestuur'" (nr. 20499)
9
Question de Mme Valérie Déom au ministre de la
Justice sur "le projet de loi 'bonne gouvernance'
voté au Parlement" (n° 20499)
9
Sprekers: Valérie Déom, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Valérie Déom, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de evaluatie
11
Question de Mme Katrien Partyka au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'évaluation du droit à
11
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
van het recht op hospitalisatieverzekering voor
verzekerden met een bestaande aandoening"
(nr. 21162)
l'assurance hospitalisation pour les assurés
souffrant d'une affection préexistante" (n° 21162)
Sprekers: Katrien Partyka, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Katrien Partyka, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
bemiddelingscommissie
voor
hospitalisatieverzekeringen" (nr. 21161)
12
Question de Mme Katrien Partyka au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la commission de médiation
en
matière
d'assurances
hospitalisation"
(n° 21161)
12
Sprekers: Katrien Partyka, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Katrien Partyka, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het telefonisch
debiteurenbeheer" (nr. 21305)
13
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la gestion téléphonique des
débiteurs" (n° 21305)
13
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Bernard Clerfayt, staatssecretaris
- Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Bernard Clerfayt, secrétaire d'État -
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bijkomende
vergoeding
voor
de
voorzitter
van
de
waarnemingspost voor de gewestelijke fiscaliteit"
(nr. 21329)
15
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'indemnité complémentaire
allouée au président de l'observatoire de la
fiscalité régionale" (n° 21329)
15
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Bernard Clerfayt, staatssecretaris
- Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Bernard Clerfayt, secrétaire d'État -
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
21
APRIL
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
21
AVRIL
2010
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.26 heures et présidée par M. François-Xavier de Donnea.
De vergadering wordt geopend om 14.26 uur en voorgezeten door de heer François-Xavier de Donnea.
De voorzitter: De minister wordt vervangen door staatssecretaris Clerfayt.
01 Vraag van de heer Peter Logghe aan de staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale
Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan
de minister van Financiën, over "de premies tegen natuurrampen" (nr. 21252)
01 Question de M. Peter Logghe au secrétaire d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre des
Finances, sur "les primes pour les assurances contre les catastrophes naturelles" (n° 21252)
01.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de staatssecretaris, begin 2010
stelde ik u enkele schriftelijke vragen betreffende de evolutie van de
premies tegen natuurrampen en de uitbetaalde schadegevallen. lk
kreeg op mijn vragen nogal magere antwoorden en bij enkele vragen
werd zelfs gewoon gesteld dat de cijfers nog niet voorhanden waren.
lk wil u daarom graag enkele vragen nog eens mondeling voorleggen.
Misschien kent u nu het antwoord wel op een aantal ervan.
De bescherming tegen natuurrampen dateert van maart 2007. U hebt
mij laten weten dat er in 2007 8000 dossiers ingediend werden. In
2008 verdubbelde dat aantal. De cijfers voor het jaar 2009 kon u toen
nog niet verschaffen. Ik hoop dat die cijfers ondertussen toch bekend
zijn. Hoeveel schadedossiers waren er concreet in 2008
en 2009
? U
kon me merkwaardig genoeg wel zeggen hoeveel de schade bedroeg
in het jaar 2008, namelijk 63 miljoen euro, maar niet voor 2007. Zou u
mij het totale schadebedrag van 2007 en 2009 kunnen geven?
Mijn belangrijkste vraag is de volgende. Op mijn vraag destijds of u er
weet van had dat verzekeraars gelet op de stijging van het aantal
natuurrampen en het aantal dossiers, de premies voor de
brandverzekering wilden aanpassen, antwoordde u, volkomen terecht,
dat de overheid zich niet meer bemoeit met de prijsbepaling van de
verzekering. Dat laatste is natuurlijk correct, mijnheer de
staatssecretaris. Ik vroeg echter of u weet had van verzekeraars die
de premies van hun brandverzekering sinds 2007 hebben
opgetrokken of zouden optrekken. De FOD Economie moet ten
minste toch wel een idee hebben van de situatie op de markt?
Bedankt voor uw hopelijk uitgebreider antwoord.
01.01 Peter Logghe (VB): Je n'ai
pas reçu de réponses satis-
faisantes à certaines questions
écrites portant sur les primes pour
les
assurances
contre
les
catastrophes
naturelles.
Le
nombre de dossiers introduits est
passé de 8 000 en 2007 au double
en 2008. Combien de dossiers a-t-
on enregistrés l'an passé? Les
indemnisations
ont
atteint
63 millions d'euros en 2008. À
combien s'élevait ce chiffre en
2007 et 2009? Certains assureurs
ont-ils majoré le montant de leur
prime d'assurance incendie en
raison de ce nombre élevé de
dossiers
portant
sur
des
catastrophes naturelles?
01.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Wat de eerste vraag
betreft, aangezien in 2007 ongeveer 8 000 dossiers werden ingediend
en aangezien dat aantal in 2008 verdubbelde, zijn er in 2008 concreet
01.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire
d'État:
Huit
mille
dossiers d'indemnisation ont été
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
16 000 dossiers ingediend. Over 2009 zijn er nog steeds geen cijfers
bekend.
Wat de tweede vraag betreft, beschik ik noch over de cijfers
van 2007, noch over de cijfers van 2009. Ik kan u ter zake dus geen
precies antwoord geven.
Ten slotte betreffende uw derde vraag, de afschaffing van de
toepassing van de prijzenreglementering op de verzekeringssector
heeft tot gevolg dat de verzekeringsondernemingen geen individuele
dossiers meer hoeven in te dienen bij de prijzendienst van de
FOD Economie. De FOD Economie weet dus niet meer welke
verzekeringsondernemingen hun prijzen hebben opgetrokken. Ze
volgt echter de algemene prijzenevolutie via het Prijzenobservatorium.
De tussentijdse verslagen en de jaarverslagen van die instelling zijn
voor iedereen toegankelijk en kunnen op het internet geconsulteerd
worden. Ik zal u de precieze referentie later geven.
introduits en 2007 et seize mille en
2008. Les chiffres ne sont pas
encore disponibles pour 2009. De
même, je n'ai pas encore de
données chiffrées relatives aux
montants des indemnisations en
2007 et 2009.
En raison de la suppression de la
réglementation des prix dans le
secteur des assurances, les
assureurs ne sont plus tenus
d'introduire
des
dossiers
individuels
auprès
du
SPF
Économie. Celui-ci ignore, dès
lors, quelles entreprises ont
augmenté leurs primes. Par
contre, l'Observatoire des Prix
surveille l'évolution générale des
prix. Ses rapports sont disponibles
par le biais du site du SPF.
01.03 Peter Logghe (VB): Ik had evengoed beneden mijn koffie
kunnen opdrinken.
Mijnheer de staatssecretaris, het is toch merkwaardig dat men geen
cijfers heeft van 2007, terwijl men wel bedragen heeft van 2008. Ik
kan dat bijna niet geloven.
Waarom duurt het bovendien zo lang om cijfergegevens omtrent het
aantal schadegevallen voor 2009 te verkrijgen? Het is een algemeen
mankement in dit land dat, als men cijfergegevens moet hebben, men
toch heel veel geduld moet hebben.
Wat de laatste vraag betreft, ik zal eens kijken op die webstek. Ik had
de vraag beter aan mijn computer gesteld.
01.03 Peter Logghe (VB): Les
chiffres relatifs au nombre de
sinistres en 2009 ne sont donc
toujours pas disponibles et le
secrétaire d'État ne peut pas
fournir de montant pour 2007.
Apparemment, il faut se montrer
très patient dans ce pays si l'on
veut obtenir des chiffres.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de prefinanciering van de btw" (nr. 21186)
02 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le préfinancement de la TVA" (n° 21186)
02.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, sinds begin 2010, met de toepassing van het VAT
Package 2010, ontstond een nieuwe verkooptruc die nadelig is voor
de btw-ontvangsten. Belastingplichtigen uit andere lidstaten,
voornamelijk uit Frankrijk, verkopen hier goederen met het
verkoopsargument bij uitstek, met name vrijstelling van btw.
Dit gebeurde in eerste instantie ten aanzien van de belastingplichtigen
van groep 4 die van artikels 44, 56, § 2 en 57 gebruik kunnen maken
en de niet-belastingplichtige rechtspersonen, maar ook van andere
belastingplichtigen. Uiteraard dient die Belgische btw slechts na
verloop van tijd -- binnen een kwartaal -- betaald te worden via de
bijzondere btw-aangifte of bij de andere belastingplichtigen via de
02.01 Peter Logghe (VB): Depuis
le début de 2010, certains
commerçants recourent à une
astuce qui a un effet néfaste sur
les recettes TVA. Cette astuce est
la suivante: des contribuables
étrangers vendent en Belgique des
marchandises exonérées de TVA.
Or à un moment donné, cette TVA
belge
doit
évidemment
être
acquittée par le biais de la
déclaration TVA trimestrielle ou de
la déclaration spéciale à la TVA
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
kwartaal- of maandaangifte. Dit maakt dus een voordeel van
voorfinanciering of prefinanciering uit. De btw dient niet onmiddellijk
samen met de factuur betaald te worden maar slechts bij het indienen
van de btw-aangifte. Een bijkomend nadeel voor België is natuurlijk
de derving van de vennootschaps- of personenbelasting omdat de
leverancier hier niet gevestigd is. Ten slotte is dit volgens mij een
vorm van oneerlijke concurrentie voor de Belgische leverancier.
Mijn vragen zijn heel kort. Hebt u weet van deze praktijken? Wat zijn
uw bevindingen over deze kwestie? Hebt u enig idee hoeveel
inkomsten de Belgische Staat op deze manier op jaarbasis zou
kunnen verliezen? Kunt u een schatting geven? Zal de minister van
Financiën hiertegen maatregelen tegen en wetgevende of andere
initiatieven ontwikkelen? De belangrijkste vraag is natuurlijk binnen
welke termijn wij deze maatregelen mogen verwachten.
mais en attendant, l'acheteur jouit
ainsi d'un avantage appréciable: le
préfinancement de sa TVA. L'État
belge subit bien entendu un
préjudice
supplémentaire:
un
manque à gagner dû à la non-
perception d'impôt des sociétés ou
d'impôt sur les revenus des
personnes physiques étant donné
que
le
fournisseur
des
marchandises concernées n'est
pas établi chez nous. Enfin, tous
ces éléments constituent une
forme de concurrence déloyale
pour le fournisseur belge.
Le ministre a-t-il connaissance de
cette pratique? Quel montant de
recettes est ainsi perdu? Le
ministre compte-t-il prendre des
mesures?
02.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, in
het kader van de handelingen tussen buitenlandse belastingplichtigen
en Belgische afnemers wordt de veralgemeende verlegging van
heffing, zoals het geachte lid wellicht bedoelt, reeds sinds
1 januari 2002 toegepast. Voorwaarde is wel dat de Belgische klant
gehouden is tot het indienen van een periodieke btw-aangifte. Deze
regeling geldt niet alleen voor dienstprestaties maar eveneens voor
leveringen van goederen die hier te lande plaatsvinden.
Sinds 1 januari 2010 geldt als algemene regel de verlegging van
heffing
ook
voor
diensten
verricht
door
buitenlandse
belastingplichtigen ten behoeve van Belgische klanten die lid zijn van
de door het geachte lid geciteerde groep 4 die geen periodieke, maar
wel een bijzondere btw-aangifte indienen. Ten aanzien van de
levering van goederen aan deze groep 4 is er op dit vlak niets
gewijzigd en dient in beginsel de buitenlandse leverancier de
Belgische btw op de factuur aan te rekenen. Mijn administratie heeft
momenteel geen kennis van grootschalige misbruiken inzake deze
regels maar blijft uiteraard alert. Dankzij de gegevensuitwisseling
tussen verschillende lidstaten wordt mijn administratie in kennis
gesteld van de gegevens die door de buitenlandse belastingplichtige
al dan niet ten onrechte in de btw-opgave van de intracommunautaire
handelingen worden opgenomen.
Bovendien kunnen onregelmatigheden in voorkomend geval ook
worden vastgesteld naar aanleiding van controles bij groep 4.
De administratie zal dan ook niet nalaten gepaste maatregelen te
treffen indien op deze wijze of anderszins misbruiken aan het licht
komen. Aangezien ook de Belgische btw-wetgeving gesteund is op
Europese richtlijnen is het evenwel niet mijn bedoeling om de
nationale regelgeving ter zake aan te passen.
02.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Ce déplacement
généralisé de prélèvement est
appliqué depuis le 1
er
janvier 2002.
Une condition doit toutefois être
remplie: il faut que le client belge
introduise une déclaration TVA
périodique. Le 1
er
janvier 2010,
cette réglementation a été étendue
aux services fournis par des
contribuables étrangers pour le
compte de clients belges qui
n'introduisent pas une déclaration
TVA
périodique
mais
une
déclaration spéciale à la TVA. La
situation reste inchangée pour la
livraison de marchandises et le
fournisseur étranger est tenu de
facturer la TVA belge.
Actuellement, mon administration
n'a pas connaissance d'abus de
grande ampleur mais elle demeure
naturellement en alerte. Dans ce
cadre, l'échange de données entre
les différents États membres revêt
une grande utilité.
Des contrôles permettent en outre
de découvrir des irrégularités et
des mesures seront prises si mes
services constatent des abus. La
législation belge en matière de
TVA s'appuyant sur des directives
européennes, je n'ai aucune
intention de modifier la législation
nationale.
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
02.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u
voor uw antwoord.
Ik kreeg echter geen antwoord op de vraag hoeveel inkomsten men
op deze manier op jaarbasis denkt te zullen verliezen. Door de
prefinanciering van de btw is er sprake van een decalageperiode.
Heeft men er enig zicht op wat dit betekent op het vlak van de
inkomsten voor België?
Ik merk aan uw uitdrukking, mijnheer de staatssecretaris, dat men
daarover niet meteen simulaties voor handen heeft. Ik zal dit nog
eens schriftelijk vragen.
02.03 Peter Logghe (VB): Je n'ai
pas obtenu de réponse à la
question concernant les recettes
ainsi perdues sur une base
annuelle. Je renouvellerai la
question par écrit.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le nouveau palais de justice de Tournai" (n° 21341)
03 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het nieuwe justitiepaleis te Doornik" (nr. 21341)
03.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le secrétaire d'État, ma question est adressée au ministre en charge
de la Régie des Bâtiments. Ce palais de justice m'est cher et vous
l'est peut-être aussi indirectement.
Depuis de nombreuses années, le palais de justice actuel est
considéré comme inapte à remplir les fonctions judiciaires qui sont les
siennes. Des condamnations de justice ont d'ailleurs considéré que
l'usage de ce palais était dangereux pour ceux qui y travaillaient mais
aussi pour les usagers. Des tentatives de solution ont dès lors vu le
jour. La dernière date de novembre dernier, alors que le ministre de la
Justice et le ministre Reynders rencontraient à Tournai les autorités
judiciaires. Ils se sont mis d'accord avec elles pour envisager la
solution d'un tout nouveau palais de justice dans un lieu appelé
"Luchet d'Antoing", terrain appartenant à la Défense nationale. Cette
solution agréait tout le monde car elle permettait de regrouper
l'ensemble des services judiciaires même si, dans l'intervalle, il fallait
louer d'autres locaux ailleurs.
Depuis lors, une autre hypothèse est envisagée. De fait, il semblerait
que l'armée compte se défaire de la caserne Saint-Jean à Tournai
dans le courant de l'année prochaine. Il s'agit d'un bâtiment récent et
bien entretenu, assez vaste que pour regrouper l'ensemble des
services judiciaires. Je ne manquerai pas d'interroger le ministre de la
Défense nationale à ce sujet dans les prochains jours.
Monsieur le secrétaire d'État, cette hypothèse ne devrait-elle pas être
étudiée concomitamment avec celle d'une construction dans une
dizaine d'années au lieu-dit "Luchet d'Antoing"? Il semble
effectivement que la solution de la caserne Saint-Jean puisse donner
satisfaction aux services judiciaires. Le président du tribunal de
première instance de Tournai est favorable à ce type de formule. Il l'a
d'ailleurs dit récemment dans une interview à la presse. Le collège
échevinal de la ville de Tournai est aussi intéressé par cette
possibilité, dans la mesure où elle permet d'éviter qu'un bâtiment
important qui va se vider ne soit pas affecté à n'importe quoi. La
03.01 Christian Brotcorne
(cdH): Het gerechtsgebouw wordt
al jarenlang totaal ongeschikt
bevonden voor de moderne
rechtspraak. De ministers van
Justitie en Financiën hebben zich
aangesloten bij het voorstel van de
gerechtelijke
autoriteiten
van
Doornik om een nagelnieuw
gerechtsgebouw op te trekken aan
de Quai du Luchet d'Antoing.
Nadien is een andere hypothese
opgedoken. Het leger zou zich
volgend jaar willen ontdoen van de
kazerne Saint-Jean in Doornik.
Zou die hypothese niet moeten
worden bestudeerd, net zoals die
van de bouw, over een tiental jaar,
van een nieuw gerechtsgebouw
aan de Quai du Luchet d'Antoing?
Hoe staat de voogdijminister van
de
Regie
der
Gebouwen
tegenover deze hypothese, die
opportuun en interessant lijkt? Ze
moet
onderzocht
en ernstig
worden genomen.
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
solution de l'hébergement des services judiciaires sera plus rapide et
donc moins coûteuse. En effet, cette solution ne nécessite pas de
nouvelle construction et la capacité d'intégrer ce bâtiment sera plus
rapide. On parle d'un an et demi de travaux, voire deux ans, afin de
mettre ce bâtiment en ordre pour accueillir les services judiciaires
plutôt que les neuf à dix ans de location envisagée ailleurs en ville à
Tournai, en attendant la construction d'un nouveau bâtiment.
Quelle est l'opinion du ministre en charge de la Régie des Bâtiments
sur cette hypothèse qui semble opportune et intéressante
aujourd'hui? Elle doit, en tout cas, être examinée et considérée
comme étant tout à fait crédible.
03.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur le président,
cher collègue, le ministre qui a la Régie des Bâtiments dans ses
compétences a donc le plaisir de vous faire la réponse suivante.
L'état d'avancement du dossier concernant l'hébergement des
services judiciaires à Tournai est le suivant.
Tout d'abord, les services devant quitter le palais de justice existant
dans le but de diminuer la surcapacité de la surface du palais et d'y
réaliser les travaux nécessaires de sécurité et de mise en conformité
ont enfin été identifiés par le SPF Justice afin de permettre les travaux
de mise en conformité et de sécurisation dans le bâtiment actuel qui
sera encore utilisé pendant un certain temps, en tout cas, tant qu'une
solution définitive n'aura pas été trouvée.
Par ailleurs, le programme des besoins de ces services devant être
relogés temporairement dans l'attente d'une construction future d'un
nouveau palais de justice a été transmis par le SPF Justice à la Régie
des Bâtiments.
En outre, sur base d'une prospection récente du marché immobilier à
Tournai, la recherche d'un immeuble de bureaux permettant un
hébergement temporaire des services est en cours de finalisation. Je
ne peux en dire plus pour l'instant.
Enfin, une note à la signature du ministre sera présentée lors d'un
très prochain Conseil des ministres. Elle vise, d'une part, en une
location temporaire d'un immeuble comme je viens de l'évoquer et,
d'autre part, à un accord de principe sur la construction d'un nouveau
palais de justice à Tournai.
Pour ce qui concerne la question de l'emplacement et des
suggestions que vous faites, bien que la Régie des Bâtiments n'ait
pas, à ce jour, été informée par la Défense d'une future disponibilité
de la caserne Saint-Jean, même si cette piste est évoquée, je tiens à
vous rappeler que lors de la visite à Tournai, le 12 novembre dernier,
du ministre des Finances compétent pour la Régie et du ministre de la
Justice, ces derniers se sont exprimés en faveur d'un regroupement
de l'ensemble des services judiciaires tournaisiens dans un bâtiment
neuf permettant de répondre efficacement aux exigences très
pointues et actualisées d'un palais de justice moderne sur un terrain
qui reste encore à confirmer.
La configuration d'une caserne militaire, même si le bâtiment est
prestigieux et bien situé, permet difficilement de remplir les conditions
03.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: De FOD Justitie heeft
beslist
welke
diensten
het
gerechtsgebouw moeten verlaten.
Het behoeftenprogramma van die
diensten,
die
tijdelijk
elders
moeten worden ondergebracht,
werd door de FOD Justitie aan de
Regie
der
Gebouwen
over-
gezonden. De zoektocht naar een
geschikt kantoorgebouw dat die
diensten tijdelijk onderdak kan
bieden,
wordt
momenteel
afgerond. Op een van de eerst-
volgende ministerraden zal er een
door de minister ondertekende
nota worden voorgesteld. Die
voorziet in de tijdelijke huur van
een gebouw en in een principe-
akkoord over de bouw van een
nieuw gerechtsgebouw in Doornik.
Tijdens hun bezoek aan Doornik
op 12 november hebben de
ministers van Financiën en van
Justitie zich uitgesproken voor een
hergroepering van alle Doornikse
gerechtelijke diensten in een
nieuw gebouw, op een nog te
bevestigen locatie, waarmee op
een doeltreffende manier kan
worden tegemoetgekomen aan de
zeer verregaande eisen van een
modern
gerechtsgebouw.
De
ruimtelijke
indeling
van
een
kazerne beantwoordt bezwaarlijk
aan de essentiële voorwaarden en
het specifieke karakter van het
behoeftenprogramma van de FOD
Justitie
met
betrekking
tot
gerechtsgebouwen. Op de eerst-
volgende ministerraad zal er dus
worden voorgesteld dat de studies
met het oog op een nieuw gebouw
worden voortgezet.
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
essentielles et les spécificités du programme des besoins du
SPF Justice en matière de palais de justice. Il paraît, à ce stade, peu
vraisemblable d'opter pour une telle solution. Il sera donc proposé au
prochain Conseil des ministres, dans le cadre de la délibération que je
viens d'évoquer, de poursuivre les études dans le cadre d'une
nouvelle construction. Cela n'exclut pas cette piste, mais à ce stade,
elle ne semble pas répondre au mieux aux exigences du SPF Justice
en matière d'aménagement du futur palais.
03.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, loin
de moi l'idée de remettre en cause l'accord de novembre dernier
mais, depuis lors, un élément nouveau est intervenu, à savoir la
libération prochaine de la caserne Saint-Jean. En bon responsable et
gestionnaire des deniers publics, cette piste doit être étudiée en
profondeur. En effet, il ne suffit pas de penser qu'une caserne ne
paraît pas, à première vue, susceptible d'accueillir les services
pointus du SPF Justice.
Étant donné que le terrain sur lequel la construction devrait être
érigée n'est pas encore acquis, il serait opportun d'effectuer l'étude
relative à l'occupation de la caserne Saint-Jean. Sur le plan financier,
le gain est double. Le premier est d'éviter une nouvelle construction,
par ailleurs onéreuse. Un aménagement ­ le bâtiment a été visité par
les services judiciaires de Tournai ­ ne devrait pas requérir un
entretien insupportable financièrement, que du contraire. Le deuxième
est l'économie de cette location pendant une durée imaginée de neuf
à dix ans en attendant la construction d'un nouveau palais, économie
permise par la rapidité d'occupation des lieux par l'ensemble des
services de justice.
Personnellement, je souhaiterais que le ministre nous dise que cette
étude sera examinée. Dès que j'aurai confirmation du ministère de la
Défense de la libération du bâtiment dont question, peut-être
reviendrais-je pour demander davantage de précisions sur la capacité
dudit bâtiment.
03.03 Christian Brotcorne
(cdH): Het lijkt me aangewezen de
ingebruikname van de Saint-
Jeankazerne door de gerechts-
diensten te bestuderen . Uit een
financieel oogpunt zou dit een
dubbele besparing betekenen: er
hoeft geen nieuwbouw te komen ­
en de inrichting van het gebouw
zou geen onoverkomelijke kosten
met zich brengen ­ én men hoeft
niet gedurende negen à tien jaar
gebouwen in huur te nemen. Ik
zou willen dat de minister me zegt
dat dat denkspoor zal worden
onderzocht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Belgische deelname aan een mogelijk reddingsplan voor Griekenland"
(nr. 21426)
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Belgische deelname aan een mogelijk reddingsplan voor Griekenland"
(nr. 21475)
04 Questions jointes de
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la participation belge à un éventuel plan de sauvetage de la Grèce" (n° 21426)
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la participation belge à un éventuel plan de sauvetage de la Grèce" (n° 21475)
04.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, het reddingsplan voor Griekenland krijgt na weken
onderhandelen stilaan meer vorm. Wij konden in de media vernemen
dat dit reddingsplan voorziet in een lening van 30 miljard euro van de
andere eurolanden, aan een rente van ongeveer 5 procent, en een
krediet van een kleine 15 miljard, tegen een wat lagere rente, van het
04.01 Jenne De Potter (CD&V):
À l'issue de plusieurs semaines de
négociations, le plan de sauvetage
de la Grèce se concrétise de plus
en plus. Les pays de la zone euro
consentiraient
un
prêt
de
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
IMF. Dat is geld voor dit jaar. Het plan loopt evenwel over drie jaar.
U stelde in de media dat België ongeveer 1 miljard euro zou bijdragen
aan het reddingsplan voor Griekenland, als het ooit op die manier
geactiveerd moet worden. Dat bedrag zou zijn gebaseerd op het
Belgische belang van 3,58 procent in het kapitaal van de Europese
Centrale Bank. U stelde bovendien dat België zelfs inkomsten zou
kunnen halen uit het reddingsplan, omdat België tegen een lagere
rente zal ontlenen dan het zelf aan Griekenland leent.
Ik heb de volgende vragen.
Ten eerste, onder welke voorwaarden zullen België en, bij uitbreiding,
de andere eurolanden bijspringen in het herkapitaliseren van
Griekenland? Is er hierover al volledige duidelijkheid?
Ten tweede, kunt u ons meer duidelijkheid verschaffen over de
potentiële bijdrage van ons land? Hoe is die bepaald en hoeveel
bedraagt die? Wie zou de Belgische lening verstrekken, de Schatkist
of de Federale Participatiemaatschappij, of zal het gaan om geld van
de Nationale Bank of om geld van private banken met een waarborg
van de Belgische Staat?
Ten derde, hoeveel zou de rente bedragen die België aan
Griekenland zou aanrekenen, mocht het reddingsplan op korte termijn
geactiveerd worden? Hoe is die bepaald? In de komende weken moet
Griekenland namelijk al 10 miljard euro overheidsschuld financieren.
Ten vierde, kan elke lidstaat van de eurozone onafhankelijk zijn
rentetarief bepalen? Hoe zit dat in elkaar?
Ten slotte, wat gebeurt er bij een mogelijke wanbetaling door
Griekenland? Wie draagt het verlies of, omgekeerd, waar zou de
eventuele winst die de Belgische Staat zou halen uit een dergelijke
lening terechtkomen?
30 milliards d'euros à un taux
d'environ 5 %, le FMI octroyant
pour sa part un crédit de
15 milliards d'euros à un taux
légèrement inférieur. La Belgique
contribuerait à
hauteur d'un
milliard d'euros, un chiffre basé
sur la part de 3,58 % détenue par
la Belgique dans le capital de la
Banque centrale européenne.
Quelles
sont
les
conditions
imposées dans le cadre du plan
de sauvetage? Quelle est la
contribution réelle de la Belgique
et quelle institution va octroyer ce
prêt éventuellement assorti d'une
garantie de l'État belge? À quel
montant
s'élève
le
taux
éventuellement pratiqué par la
Belgique
et
comment
est-il
déterminé? Chaque pays de la
zone euro peut-il déterminer en
toute
indépendance
le
taux
d'intérêt qu'il applique à l'égard de
la Grèce? Qu'adviendra-t-il en cas
de défaut de paiement de la part
de la Grèce? Qui supportera les
pertes ou emportera l'éventuel
bénéfice de cette opération?
04.02 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, we zien dat
het reddingsplan voor Griekenland een soort van combinatielening
wordt, gebaseerd op het aandeel van de Belgische Nationale Bank in
de Europese Centrale Bank. Wat mij vooral zorgen baart, en dat is de
laatste dagen aan de gang, is de stijgende rente die Griekenland op
dit moment moet betalen. De financiële markten voelen duidelijk aan
dat er wel eens een probleem zou kunnen zijn. De speculatiegolf
stijgt. Dat betekent twee dingen.
Ten eerste, het reddingsplan dat door de Europese partners in gang
is gezet zal vrij snel in voege moeten treden. De financiële markten
worden als het ware bijna verplicht door het feit dat de rente de laatste
dagen verder gestegen is.
Ten tweede, het is een duidelijk signaal dat er een aantal factoren zijn
waardoor de financiële markten vandaag de indruk hebben dat de
terugbetalingscapaciteit van de Grieken te wensen overlaat en dat er
eventueel problemen te verwachten zijn.
Dat zijn voor mij de twee belangrijkste vragen, naast de algemene
termen voor deze operatie, hoe ze er zal uitzien en wat het
mechanisme is.
04.02 Robert Van de Velde
(LDD): Pour ce qui est de la
Belgique, le plan de sauvetage de
la Grèce consiste en une sorte
d'emprunt combiné s'appuyant sur
les actions que détient la Banque
nationale de Belgique dans la
Banque
centrale
européenne.
Dans l'intervalle, les taux d'intérêt
dont la Grèce doit s'acquitter
continuent à grimper et la
spéculation dont le pays est
victime augmente, car des doutes
existent quant à sa capacité à
rembourser ses dettes. Le plan de
sauvetage devra dès lors être
lancé rapidement. Où notre pays
va-t-il trouver l'argent? Quelles
garanties nous sont données et
quand et de quelle manière
l'Europe va-t-elle intervenir?
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Waar gaan wij de centen halen? Wat zijn de waarborgen? Hoe zitten
de vandaag bedongen overeenkomsten in elkaar? Hoe werkt het
mechanisme voor de invoegetreding? Wanneer zal Europa ingrijpen?
Is dat op vraag van Griekenland? Zal een eigen comité beslissen?
Hoe zal dat in zijn werk gaan?
04.03 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, ik
heb de eer de leden het hiernavolgende antwoord te bezorgen.
Naar aanleiding van de beslissing van de staatshoofden en
regeringsleiders op 25 maart 2010 hebben de lidstaten van de
eurozone de modaliteiten bepaald voor de financiële steun die aan
Griekenland zal worden toegekend, indien voornoemd land op de
bedoelde steun een beroep doet. Griekenland heeft al enige
informatie gevraagd, maar heeft nog geen formeel beroep gedaan op
de financiële steun.
De bedoelde steun zal de vorm aannemen van bilaterale leningen die
worden gecentraliseerd bij en beheerd door de Europese Commissie
en de Europese Centrale Bank. De steun zal met een financiering van
het IMF worden aangevuld. De lidstaten van de eurozone zullen een
bijdrage tot maximaal 30 miljard euro voor het eerste jaar leveren, en
dat in het kader van een driejarenprogramma. Voornoemd bedrag is
door een nog niet gekende bijdrage van het IMF aan te vullen.
De financiële steun voor de daaropvolgende landen zal op basis van
het gemeenschappelijke programma worden bepaald. De bijdrage
van elk land wordt berekend op basis van zijn deelname in het
kapitaal van de Europese Centrale Bank. België zal bijgevolg
ongeveer 1,1 miljard euro op het totaal van 30 miljard euro bijdragen,
conform zijn aandeel in het kapitaal van de ECB van 3,58 %. Het zal
de Belgische Schatkist zijn die de lening zal verstrekken.
Om Griekenland aan te zetten zo snel mogelijk naar een financiering
via de markten terug te keren, werd de methode voor het bepalen van
de intrestvoet geïnspireerd op de methode van het IMF. Zo zullen de
tarieven voor de leningen tegen een variabele rentevoet op de Euribor
op drie maanden worden gebaseerd. Voor de leningen tegen een
vaste rentevoet vormen de Euribor swaps met vergelijkbare looptijd
de basis. Een verhoging met 300 basispunten zal worden toegepast.
Voor bedragen die langer dan drie jaar uitstaan, komen daar nog
eens 100 basispunten bovenop. Voor het dekken van de operationele
kosten, ten slotte, wordt, zoals bij het IMF, een eenmalige commissie
van maximaal 50 basispunten aangerekend.
Op basis van de actuele cijfers zou de rentevoet voor Griekenland,
afhankelijk van de marktcondities, ongeveer 5 % bedragen. Voor alle
deelnemers van de eurozone zal hetzelfde tarief gelden.
De genoemde leningen zullen met strikte voorwaarden gepaard gaan,
met name voorwaarden inzake het begrotingsbeleid, het algemeen
beheer, de verbetering van de competitiviteit en de financiële stabiliteit
van het land.
De eventuele winst voor België, meer bepaald het verschil tussen het
tarief waaraan ons land op de financiële markt kan ontlenen en het
tarief dat van Griekenland ontvangen zal worden, komt als ontvangst
04.03
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Le 25 mars
2010, les chefs d'État et de
gouvernement des États membres
de la zone euro ont fixé les
modalités de l'aide financière qui
sera accordée à la Grèce si celle-
ci souhaite y faire appel. Cette
aide sera constituée de prêts
bilatéraux qui seront centralisés
auprès
et
gérés
par
la
Commission européenne et la
Banque
centrale
européenne
(BCE). L'aide sera complétée par
un financement du FMI. Il s'agit
d'un
montant
maximum
de
30 milliards
d'euros
pour
la
première année, et ce dans le
cadre d'un programme triennal. Le
FMI versera en outre encore une
contribution dont le montant n'est
pas encore connu.
La contribution de chaque pays est
calculée sur la base de sa part
dans le capital de la BCE. Pour la
Belgique, il s'agit d'un montant
d'environ 1,1 milliard d'euros. Le
prêt sera accordé par le Trésor
belge. Afin d'inciter la Grèce à en
revenir à un financement normal
par le biais des marchés, il a été
recouru à la méthode couramment
utilisée par le FMI pour fixer le
taux d'intérêt et les coûts. Le taux
d'intérêt s'élèverait à environ 5 %
pour la Grèce et ce tarif est
d'application pour tous les pays
participants de la zone euro. Les
prêts seront liés à des conditions
strictes en matière de politique
budgétaire, de gestion générale,
d'amélioration de la compétitivité
et de la stabilité financière du
pays.
Le bénéfice éventuel, pour la
Belgique, réside dans la différence
entre le taux auquel notre pays
peut emprunter sur le marché
financier et le taux qui sera
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
terecht in de rijksmiddelenbegroting. Aangezien het juist het doel is
van de operatie om wanbetaling door Griekenland te vermijden, is die
laatste hypothese niet aan de orde.
appliqué à la Grèce. Cette
différence apparaîtra dans le
budget des voies et moyens.
04.04 Jenne De Potter (CD&V): Ik dank de minister voor zijn
antwoord.
Ik noteer dat het tarief dat voor Griekenland gehanteerd zal worden
ongeveer 5 procent zal bedragen en dat dat voor alle EU landen
hetzelfde zal zijn. Uiteraard is het belangrijk dat strikt wordt toegezien
op de voorwaarden die gesteld worden met betrekking tot de
begroting en het herstellen van de competitiviteit, zeker in het licht van
de ongerustheid die momenteel bestaat op de financiële markten met
betrekking tot de slaagkansen van het project. We zullen de
voorwaarden dus strikt in de gaten moeten houden, in het belang van
alle landen van de EU, maar ook in het belang van de Grieken zelf.
04.04 Jenne De Potter (CD&V):
Ce taux s'élèvera donc à 5 % pour
tous les pays de la zone euro. Il
faudra suivre les conditions de très
près, dans l'intérêt de l'Union
européenne et de la Grèce elle-
même.
04.05 Robert Van de Velde (LDD): Ik deel die zorg ook. Als we
kijken naar de track record van Griekenland binnen de Europese
Unie, dan blijkt, naast het feit dat de Grieken er niet fier op kunnen
zijn, vooral dat wij als leninggever met de nodige voorzichtigheid
zullen moeten optreden.
Wat dat betreft is het hoger belang, namelijk het redden van de euro
en de geloofwaardigheid van de eurozone, een zwaard dat aan twee
kanten snijdt. Door niet te helpen riskeren we een land in diepe
problemen te storten. Die problemen zijn er trouwens al. Door te
helpen riskeren we dan weer de eigen put groter te maken.
Het lijkt me dus niet onverstandig om de terugbetalingsgaranties op
dubbel vlak te bekijken. De steun van het IMF is daarin een
belangrijke factor. Niettemin zal de opvolging cruciaal zijn.
Ik zie heel wat professoren en financiële specialisten momenteel
pleiten voor het verwijderen van Griekenland uit de Europese
muntunie om op die manier een gezondere situatie te verkrijgen.
Daarom denk ik dat de oefening vandaag nog zeker niet ten einde is
en dat als we gaan ingrijpen, het snel moet gebeuren. Wat dat betreft
is de vraag naar steun mijns inziens onvoldoende en moeten we de
steun opleggen. We zullen wel zien wat de volgende dagen brengen.
04.05 Robert Van de Velde
(LDD): L'intérêt supérieur, à savoir
le sauvetage de l'euro et de la
crédibilité de la zone euro, est une
lame à double tranchant. Sans
notre aide, la Grèce risque bien de
sombrer mais, si nous l'aidons,
nous prenons un risque non
négligeable. C'est pourquoi les
conditions
de
remboursement
devront être suivies de près.
Entre-temps, des voix s'élèvent
pour repousser la Grèce hors de
l'union monétaire européenne et
assainir la situation. C'est pourquoi
il convient d'agir très vite.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "le projet de loi 'bonne gouvernance'
voté au Parlement" (n° 20499)
05 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "het in het parlement
aangenomen wetsontwerp betreffende 'goed bestuur'" (nr. 20499)
05.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le secrétaire d'État, voici
quelques semaines, nous avons voté le projet de loi relatif à la bonne
gouvernance. En séance plénière, j'avais posé une question au
ministre de la Justice relativement à l'aspect fiscal des indemnités de
départ que prévoyait ce texte. Malheureusement, je n'ai pas obtenu
de réponse. Je la réitère donc.
Dans le projet, il existe une possibilité de déroger aux règles relatives
aux indemnités de départ. En effet, dans certains cas et après
05.01 Valérie Déom (PS): Het
wetsontwerp tot versterking van
het deugdelijk bestuur voorziet in
de mogelijkheid om af te wijken
van de regels betreffende de
vertrekvergoedingen.
Deze
overschrijden
soms
achttien
maanden loon. Welke fiscale en
parafiscale behandeling zult u in
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
contrôle et approbation de différents organes propres aux entreprises,
les indemnités de départ peuvent être supérieures à dix-huit mois de
salaire.
Dans ce cas spécifique de dérogation aux règles fixées relatives aux
indemnités de départ, quel traitement fiscal et parafiscal comptez-
vous appliquer? Si aucune décision n'a encore été prise à cet égard,
comptez-vous mettre en oeuvre un groupe de travail à ce sujet? Si
oui, dans quels délais?
dat geval toepassen? Indien
hierover nog geen beslissing werd
genomen,
zult
u
dan een
werkgroep bijeenroepen? Zo ja,
wanneer?
05.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Madame Déom, les
indemnités dont le montant brut dépasse 615 euros, qui doit être
indexé ­ il s'agit de 850 euros pour l'exercice d'imposition 2010 des
revenus 2009 ­ et qui sont payées, contractuellement ou non, en suite
de la cessation de travail ou de la rupture d'un contrat de travail sont,
sauf si l'imposition globale est plus favorable, imposées distinctement
au taux moyen afférent à l'ensemble des revenus imposables de la
dernière année pendant laquelle le contribuable a eu une activité
professionnelle normale. Lorsque les indemnités ne dépassent pas le
montant de 615 euros ­ 850 à l'index ­, elles sont imposées
globalement.
Je précise également que ce régime fiscal ne vaut que pour les
travailleurs et les dirigeants d'entreprise sous statut fiscal de salarié.
Je ne vois pas la nécessité de prendre d'autres mesures et je ­ c'est-
à-dire, le ministre des Finances ­ suis disposé à ce que les membres
de mon cabinet et les fonctionnaires de mon administration apportent
leur collaboration si un groupe de travail devait être constitué au sein
du parlement.
S'agissant de l'instauration éventuelle de dispositions de nature
parafiscale, je ne suis pas compétent en la matière et je vous renvoie
évidemment à Mme Onkelinx, vice-premier ministre et ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration
sociale.
05.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: De vergoedingen die het
bedrag
van
615 euro
(geïndexeerd)
overschrijden,
worden ­ behoudens wanneer de
globale aanslag gunstiger uitvalt ­
afzonderlijk belast tegen de
gemiddelde
aanslagvoet
met
betrekking tot het geheel van de
belastbare inkomsten van het
laatste
jaar
waarin
de
belastingplichtige een normale
beroepswerkzaamheid
heeft
gehad. Wanneer de vergoedingen
het
bedrag
van
615 euro
(geïndexeerd
850 euro)
niet
overschrijden, worden ze globaal
belast. Deze belastingregeling is
enkel van toepassing op de
personeelsleden
en
de
bedrijfsleiders met het statuut van
werknemer.
De minister van Financiën ziet niet
de
noodzaak
om
andere
maatregelen te nemen, maar heeft
er geen bezwaar tegen dat
kabinetsmedewerkers of leden van
zijn
administratie
zouden
deelnemen aan een werkgroep die
in het Parlement zou worden
opgericht.
Voor de eventuele invoering van
parafiscale maatregelen is minister
Onkelinx bevoegd.
05.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le président, je remercie M. le
secrétaire d'État pour la réponse.
Donc, la nouvelle loi adoptée voici quelques semaines ne va rien
changer.
Je retiens, de toute façon, l'idée d'une collaboration si un groupe de
travail se mettait en place au cas où la nouvelle loi pourrait changer la
donne.
05.03 Valérie Déom (PS): De
nieuwe wet die we een aantal
weken
geleden
goedkeurden,
verandert dus niets? Ik noteer de
bereidheid om, in voorkomend
geval, deel te nemen aan een
werkgroep.
05.04 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Cela concerne le
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
parlement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05.05 Hendrik Daems (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, is er een
redelijke kans dat wij nog in aantal komen? Het is anders een beetje
te gek om hier voor de vragen te blijven.
De voorzitter: Het quorum is nu bereikt met aanwezigheid van de heer Otlet. Mevrouw Partyka blijft en de
heer De Potter is ook aanwezig.
De minister komt niet, maar ik heb begrepen dat er een akkoord is om het eerste wetsontwerp te
behandelen, maar niet de wetsvoorstellen.
06 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de evaluatie van het recht op hospitalisatieverzekering voor
verzekerden met een bestaande aandoening" (nr. 21162)
06 Question de Mme Katrien Partyka au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'évaluation du droit à l'assurance hospitalisation pour les assurés
souffrant d'une affection préexistante" (n° 21162)
06.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, in de wet op de landsverzekeringsovereenkomst is
een recht voorzien op verzekering voor chronisch zieken. Dat is een
nieuwigheid die nog niet permanent is. Men plande een evaluatie in
januari 2011.
Hebt u al de nodige maatregelen getroffen om die evaluatie te kunnen
maken in januari 2011? Het Federaal Kenniscentrum zou dit doen,
samen met Assuralia en de patiëntenverenigingen. Hebt u al contact
met hen opgenomen? Zult u hierbij ook de ziekenfondsen betrekken?
Gezien de nieuwe wetgeving inzake level playing field zijn zij ook
betrokken partij.
06.01 Katrien Partyka (CD&V):
La loi sur le contrat d'assurance
terrestre
consacre
un
droit
d'assurance pour les malades
chroniques.
Comment
cette
innovation sera-t-elle évaluée en
janvier 2011? Les mutuelles
seront-elles associées à cette
évaluation, au même titre que le
Centre
fédéral
d'Expertise,
Assuralia et les associations de
patients?
06.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ten eerste, het
bemiddelingsorgaan werd opgericht bij koninklijk besluit van...
06.03 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, u
antwoordt op een andere vraag. Ik heb mijn tweede vraag gesteld.
De voorzitter: U hebt toch uw vraag nummer 21161 gesteld?
06.04 Katrien Partyka (CD&V): Heb ik dan de verkeerde vraag
gesteld?
De voorzitter: Er zijn twee vragen en beide vragen handelen over de hospitalisatieverzekering, maar met
een andere invalshoek.
06.05 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Gelieve mij te excuseren, u
hebt gelijk.
Op uw eerste twee vragen kan ik het volgende antwoorden, mevrouw
Partyka.
Aangezien deze evaluatie voor 1 januari 2011 gepland is, lijkt het mij
redelijk om de betrokken actoren voor het einde van het parlementair
jaar samen te roepen om een akkoord over een voorstel en een
06.05
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Je convoquerai
toutes les parties concernées
avant
la
fin
de
l'année
parlementaire en vue de la
confection
d'un
calendrier
d'évaluation. La loi ne prévoit pas
d'associer les mutuelles à cette
évaluation.
Toutefois,
nous
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
kalender te bereiken. In dit stadium heeft een patiëntenvereniging, het
Vlaams Patiëntenplatform, contact met mij opgenomen om zich over
de kalender te informeren.
Ik kom tot uw derde vraag. De wet vermeldt de ziekenfondsen niet bij
het opmaken van de evaluatie. Dit gezegd zijnde zou deze situatie
bijvoorbeeld opnieuw kunnen worden onderzocht als de specifieke
regeling voor een gewaarborgde toegang ten gunste van de
chronische zieken tot medio 2011 zou worden verlengd teneinde
rekening te houden met eventueel nieuw opgerichte entiteiten die de
producten die tot nu toe door de ziekenfondsen worden aangeboden,
al zouden aanbieden.
pourrions envisager de les y
associer si cette mesure est
prolongée jusqu'à la moitié de
2011.
06.06 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik
begrijp dus dat u voor het einde van het parlementair jaar alles in
gereedheid zult brengen en de actoren op de hoogte zult brengen van
de kalender. Als er desgevallend entiteiten van ziekenfondsen zouden
zijn die deze hospitalisatieverzekering al zouden aanbieden, kunnen
die er eventueel ook bij betrokken worden.
06.07 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ja.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mevrouw Partyka, we zullen uw tweede vraag behandelen na het wetsontwerp. We hebben
nu een quorum en we moeten daar gebruik van maken.
06.08 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, is dat een
truc om mij hier te houden?
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt geschorst van 15.05 uur tot 15.28 uur.
Le développement des questions et interpellations est suspendu de 15.05 heures à 15.28 heures.
07 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bemiddelingscommissie voor hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 21161)
07 Question de Mme Katrien Partyka au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la commission de médiation en matière d'assurances hospitalisation"
(n° 21161)
07.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, deze
vraag handelt over de bemiddelingscommissie die zal worden
opgericht ingevolge de wet op de landsverzekeringsovereenkomsten,
met de aanpassingen die minister Reynders heeft voorgesteld.
Die bemiddelingscommissie had eigenlijk al een hele tijd geleden
opgericht moeten zijn. Zij moet paritair samengesteld zijn uit
vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen en van de
consumenten. Mevrouw Onkelinx heeft eind vorig jaar gezegd dat zij
de namen die zij moest doorgeven inderdaad heeft doorgegeven.
Kunt u mij zeggen of dit bemiddelingsorgaan intussen is opgericht en
of het werkt? Als dat niet het geval is, kunt u mij zeggen waarom het
zo lang duurt?
07.01 Katrien Partyka (CD&V):
Une commission de médiation
devait être créée en vertu de la loi
sur les contrats d'assurance
terrestre. Cette commission aurait
d'ailleurs déjà dû être mise sur
pied. Elle doit être composée
paritairement de représentants
des compagnies d'assurances et
des consommateurs. Qu'en est-il
de ce dossier?
07.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mevrouw Partyka, het
bemiddelingsorgaan werd opgericht bij koninklijk besluit van
20 december
2007
houdende
de
oprichting
van
het
e
07.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: L'organe de
médiation a été créé par l'arrêté
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
bemiddelingsorgaan, bedoeld in artikel 138bis, 6, 3
e
lid, van de wet
van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomsten,
gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 april 2008.
In antwoord op uw tweede vraag kan ik zeggen dat het
bemiddelingsorgaan zijn werking en de mogelijkheden tot aanhangig
maken besproken heeft. Het heeft zijn werkzaamheden dinsdag
opgestart.
royal du 20 décembre 2007, pris
en exécution de la loi du 25 juin
1992 sur les contrats d'assurance
terrestre. Il a entamé ses travaux
mardi dernier. Les membres ont
parlé fonctionnement et modalités
de saisie de la commission.
07.03 Katrien Partyka (CD&V): Dinsdag?
07.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ja, dat lees ik. Ik was er
niet. Wanneer is dit geschreven? Het gaat waarschijnlijk over dinsdag
vorige week. Ik ben niet zeker.
De dienst van de Ombudsman van de Verzekeringen, waarbinnen
deze commissie werkt, werd tot nu toe niet gevat door een concrete
vraag om bemiddeling.
07.04
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Le médiateur
pour les assurances, dans le
cadre duquel cette commission
fonctionne, n'a pas encore été
saisi d'une demande concrète de
médiation.
07.05 Katrien Partyka (CD&V): Het orgaan is dus wel degelijk
opgericht, en het is effectief aan het werk?
07.06 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ja. Sinds onlangs.
07.07 Katrien Partyka (CD&V): Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het telefonisch debiteurenbeheer" (nr. 21305)
08 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la gestion téléphonique des débiteurs" (n° 21305)
08.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, uit de
hoorzitting met de algemene administratie Inning en Invordering bleek
dat er een nieuw project opgestart is, namelijk het telefonisch
debiteurenbeheer.
Ik heb daarover de volgende vragen. Ten eerste, in welk ambtsgebied
heeft het project plaatsgevonden en hoeveel dossiers zijn er
behandeld?
Ten tweede, hoeveel ambtenaren hebben eraan deelgenomen en van
welke diensten kwamen zij?
Ten derde, welke opleidingen hebben die ambtenaren kunnen
genieten?
Ten vierde, hoe zijn de dossiers geselecteerd?
Ten vijfde, in welke fase van de procedure werden de
belastingplichtigen opgebeld? Gebeurde dat voor of na de aanmaning
of voor of na het dwangbevel?
Ten slotte, is er onderzoek gedaan of een en ander in
overeenstemming is met de privacywetgeving?
08.01 Jan Jambon (N-VA): Il
ressort
d'une
audition
avec
l'administration
générale
Perception et Recouvrement qu'un
nouveau projet relatif à la gestion
téléphonique des débiteurs aurait
été lancé. Dans quel ressort ce
projet a-t-il été lancé et combien
de dossiers ont été traités?
Combien de fonctionnaires ont
participé au projet et à quels
services appartiennent-ils? Quelle
formation leur a été dispensée?
Comment s'est opérée la sélection
des dossiers? Dans quelle phase
de la procédure les contribuables
ont-ils
été
contactés
par
téléphone? Cette manière de
procéder est-elle conforme à la loi
sur la protection de la vie privée?
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
08.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer Jambon, in de
eerste plaats verwijs ik u naar het antwoord dat gegeven werd op de
parlementaire vraag nummer 178 van 23 juni 2008 betreffende het
onderwerp.
Ik kan eraan toevoegen dat, met uitvoering van de beslissing van de
Ministerraad van 20 juli 2006 om door de toepassing van moderne
invorderingstechnieken de fiscale ontvangsten te verhogen en in het
kader van het project telefonisch debiteurenbeheer, in december 2007
overgegaan werd tot de oprichting van 10 belcellen, doorheen het
land.
De voornaamste bedoeling van het project was en blijft het vroegtijdig
opsporen en ondersteunen van beginnende belastingplichtigen, zodra
vastgesteld wordt dat zij de aangegeven btw of bedrijfsvoorheffing niet
spontaan voldoen op de wettelijke vervaldag ervan. De gegevensbank
van de administratie laat niet toe exact te bepalen hoeveel dossiers
juist werden behandeld. De belcellen hebben voor de periode
december 2007 tot maart 2010 evenwel in totaal 103 373 oproepen
uitgevoerd, teneinde een spontane betaling te verkrijgen van de
onbetaalde fiscale schulden inzake btw en bedrijfsvoorheffing.
De medewerkers van het telefonisch debiteurenbeheer zijn allen
afkomstig van de ontvangkantoren die meewerken aan het project.
Het betreft 40 btw-ontvangkantoren en 21 vennootschapskantoren
DB, waaraan zij op administratief vlak verbonden blijven. De
medewerkers werken deeltijds voor de belcellen. Het aantal
medewerkers in elke belcel varieert naargelang van de werklast. De
medewerkers van de belcellen ontvangen immers iedere week,
inzake btw, en iedere maand, inzake bedrijfsvoorheffing, een lijst met
artikels waarvoor er moet worden overgegaan tot een telefonische
oproep. De grootte van de lijst, en bijgevolg ook het aantal
toegewezen medewerkers, varieert en is afhankelijk van de betrokken
periode.
Alle medewerkers hebben diverse passende opleidingen gekregen,
die hun toelaten om efficiënt een telefoongesprek te voeren en het
beschermde dossier van de belastingschuldigen te raadplegen,
teneinde te antwoorden op eventuele vragen die hun gesteld worden.
De opleidingen betreffen, enerzijds, richtlijnen omtrent het te voeren
telefoongesprek en, anderzijds, technische vorming betreffende de
informaticaonderdelen bedrijfsvoorheffing en btw. Al die opleidingen
worden ten minste eenmaal per jaar georganiseerd, ten behoeve van
de nieuwe medewerkers die in het project worden ingeschakeld.
Ten vierde, de selectie van de dossiers gebeurt aan de hand van een
aantal criteria bepaald door een werkgroep van de administratie en
die al een filtering tot doel hebben van het totaal aantal te behandelen
artikelen om te komen tot een lijst van belastingplichtigen die voor de
eerste maal in gebreke bleven, zodat die de door hen verschuldigde
bedrijfsvoorheffing of btw spontaan voldoen, alsmede van
belastingschuldigen die geen andere onbetaalde belastingschulden
hebben, maar die in het verleden onbetaalde belastingschulden
hadden die werden voldaan.
Ten vijfde, inzake de btw vinden de telefonische oproepen plaats voor
de opmaak van het dwangbevel. Inzake de BV vinden de telefonische
oproepen plaats na de inkohiering die de uitvoerbare titel vestigt die
08.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Je puis me
référer à la réponse donnée à la
question parlementaire n° 178 du
23 juin 2008 sur le même sujet.
Le Conseil des ministres a décidé
le 20 juillet 2006 d'augmenter les
recettes fiscales par le recours à
des techniques modernes de
recouvrement.
Dix
centres
téléphoniques ont ainsi été créés
en décembre 2007. Ce projet vise
à détecter précocement et à
accompagner
des
nouveaux
contribuables qui ne versent pas
spontanément dans les délais la
TVA
ou
le
précompte
professionnel.
La banque de données de
l'administration ne permet pas de
connaître
avec
précision
le
nombre de dossiers traités. Les
centres téléphoniques ont effectué
quelque 103 000 appels entre
décembre 2007 et mars 2010. Les
collaborateurs actifs dans le cadre
de la gestion téléphonique des
débiteurs proviennent tous des
40 bureaux de perception de la
TVA et des 21 bureaux des
contributions
directes
qui
collaborent au projet. Ils travaillent
à temps partiel pour les centres
téléphoniques. Le nombre de
collaborateurs de chaque centre
varie en fonction de la charge de
travail, très fluctuante.
Tous les collaborateurs ont reçu
une formation pour assurer ces
contacts téléphoniques ainsi que
sur les aspects informatiques liés
au précompte professionnel et à la
TVA.
Les dossiers sont sélectionnés à
partir d'une série de critères
arrêtés par un groupe de travail de
l'administration. L'objectif consiste
à
éliminer
ainsi
certaines
catégories:
les
contribuables
défaillants pour la première fois et
les redevables qui n'ont pas
d'autres dettes fiscales mais qui
en ont eu par le passé et qui ont
été apurées.
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
de gedwongen uitvoering toelaat.
Ten zesde, de gehanteerde methodologie is in overeenstemming met
de privacywetgeving. De invordering via de telefoon gebeurt via een
persoonlijk contact met de belastingschuldige. Wanneer de belasting
verschuldigd is door een vennootschap, communiceert de operator
enkel met de zaakvoerder. Wanneer die afwezig is, wordt een
boodschap achtergelaten met het verzoek om zo snel mogelijk
contact te nemen met de dienst. Wat de BV betreft, wordt nooit
contact genomen met de sociale secretariaten.
En matière de TVA, les appels
téléphoniques interviennent avant
l'établissement de la contrainte;
pour le précompte professionnel,
ils
n'interviennent
qu'après
l'enrôlement. Ce n'est en effet
qu'ensuite que l'exécution forcée
peut être effectuée.
Cette méthode est conforme à la
loi sur la protection de la vie
privée. Le recouvrement par
téléphone passe par un contact
personnel avec le redevable. Pour
les
sociétés,
l'opérateur
ne
communique qu'avec le gérant et
en l'absence de ce dernier, il
laisse un message demandant de
contacter le service dans les
meilleurs délais. Les secrétariats
sociaux ne sont jamais contactés
pour
le
recouvrement
du
précompte professionnel.
08.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u
voor het heel gedetailleerd antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer Jambon, u hebt nog een laatste vraag.
09 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bijkomende vergoeding voor de voorzitter van de
waarnemingspost voor de gewestelijke fiscaliteit" (nr. 21329)
09 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'indemnité complémentaire allouée au président de l'observatoire de la fiscalité
régionale" (n° 21329)
09.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik begrijp niet
goed wat u bedoelt met "laatste vraag". Heeft uw bemerking iets met
de situatie van de huidige regering te maken of bedoelt u enkel de
laatste vraag voor vandaag?
De voorzitter: Het is niet uw laatste vraag, maar uw laatste vraag vandaag. Ik hoop dat u nog wordt
herverkozen.
09.02 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, wij doen ons best.
Mijnheer de staatssecretaris, in 2007 is de waarnemingspost voor de
gewestelijke fiscaliteit opgericht. Nu blijkt dat de voorzitter van
voornoemde waarnemingspost een bijkomende toelage krijgt.
Het voorgaande roept bij mij een aantal vragen op, die deze keer wel
correct zijn genummerd.
09.02 Jan Jambon (N-VA):
L'Observatoire de la fiscalité
régionale a été créé en 2007. Il
apparaît
que
son
président
bénéficie d'une allocation supplé-
mentaire. S'agit-il réellement d'une
allocation
et
non
d'une
rémunération? Quelle évolution de
sa fonction justifie l'attribution
21/04/2010
CRIV 52
COM 871
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Ten eerste, voor alle duidelijkheid, gaat het hier om een toelage en
niet om een vergoeding?
Ten tweede, wat is er in de werkzaamheden van de voorzitter
veranderd, waardoor hij nu plots een bijkomende toelage voor een
niet-geïndexeerd bedrag van 20 000 euro krijgt?
Ten derde, hoeveel personen zijn er op de dienst van de voorzitter
werkzaam?
Ten vierde, wordt de voorzitter van de waarnemingspost als
ambtenaar betaald of krijgt hij een wedde als manager?
Ten slotte, waarom is het reglementair koninklijk besluit van
21 april 2007 betreffende de oprichting van de waarnemingspost niet
aan een advies van de Inspectie van Financiën onderworpen
geweest? Waarom heeft voormeld besluit geen akkoordverbinding
van de staatssecretaris voor Begroting gekregen?
d'une somme supplémentaire de
20 000 euros
non
indexés?
Combien de personnes travaillent
dans son service? Le président
est-il rémunéré en tant que
fonctionnaire
ou
manager?
Pourquoi l'arrêté royal du 21 avril
2007 n'a-t-il pas été soumis à
l'avis de l'Inspection des Finances
et pourquoi n'a-t-il pas reçu l'aval
du secrétaire d'État au Budget?
09.03 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, op
het merendeel van de hier gestelde vragen werd reeds geantwoord in
het raam van de vorige mondelinge vragen, die op 17 en
31 maart 2010 zijn gesteld.
Ten eerste, zoals reeds werd verduidelijkt, betreft het wel degelijk een
belastbare toelage. Het gaat dus om een brutobedrag.
Ten tweede, in het op 17 maart 2010 door mij, de staatssecretaris,
verstrekte antwoord had ik uitgelegd op welke manier de rol van de
waarnemingspost voor de gewestelijke fiscaliteit sinds de oprichting
ervan steeds meer werd uitgebreid.
Ten derde, van bij de aanvang werd geopteerd voor een beperkte
structuur met slechts drie medewerkers, die in een netwerk werken.
Daardoor moet de voorzitter van de waarnemingspost een intern
netwerk van 35 personen sturen en moet hij de vergaderingen leiden
van de werkgroepen Staat/Gewesten, waarin vertegenwoordigers van
de verschillende Gewesten en leden van het interne netwerk
samenzitten.
De behandelde kwesties hebben met de relaties tussen de federale
Staat en de deelentiteiten te maken. Zij hebben uiteraard een groot
strategisch belang voor de Federale Overheidsdienst Financiën.
Ten vierde, de voorzitter van de waarnemingspost is een ambtenaar
en ontvangt dus geen wedde als manager.
Ten vijfde, voor het koninklijk besluit van 21 april 2007 was geen
advies van de Inspectie van Financiën of een akkoord van de minister
van Begroting nodig, aangezien de oprichting van de
waarnemingspost geen enkele budgettaire impact had.
Uit de antwoorden op de op 17 en 31 maart 2010 gestelde
mondelinge vragen blijkt dat alle, momenteel vereiste formaliteiten
inzake administratieve en budgettaire controle thans reeds werden
vervuld.
09.03
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: J'ai déjà répondu
à la majorité de ces questions les
17 et 31 mars 2010. Il s'agit
effectivement
d'une
allocation
imposable et j'ai déjà commenté
l'extension continue du rôle de
l'Observatoire. Le président ne
dispose que de trois colla-
borateurs et dirige un réseau
interne de 35 personnes. Il doit
présider les réunions des groupes
de travail État-Régions où siègent
des représentants des différentes
Régions et du réseau interne. Ces
groupes de travail traitent de
dossiers stratégiques pour le SPF
Finances.
Le
président
de
l'Observatoire a le statut de
fonctionnaire et ne perçoit donc
pas de traitement de manager.
L'arrêté royal du 21 avril 2007 ne
nécessitait ni l'avis de l'Inspection
des Finances, ni l'accord du
ministre du Budget puisque la
mise en place de l'observatoire
n'avait
aucune
incidence
budgétaire. Il ressort enfin de mes
réponses des 17 et 31 mars que
toutes les formalités requises en
matière de contrôles administratif
et budgétaire ont été remplies.
09.04 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
CRIV 52
COM 871
21/04/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.39 uur.
La réunion publique de commission est levée à 15.39 heures.