KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 862
CRIV 52 COM 862
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN
C
OMMISSION DES
R
ELATIONS EXTÉRIEURES
woensdag
mercredi
31-03-2010
31-03-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
opvolging van het Goldstone-rapport" (nr. 18839)
1
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"le suivi du rapport Goldstone" (n° 18839)
1
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Rwandese verkiezingen" (nr. 20100)
3
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"les élections au Rwanda" (n° 20100)
4
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
onderhandelingen over Israëls toetreding tot de
OESO" (nr. 20137)
5
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"les négociations relatives à l'adhésion d'Israël à
l'OCDE" (n° 20137)
5
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
aanhouding van Kemalistiche officieren in Turkije"
(nr. 20187)
6
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"l'arrestation d'officiers kémalistes en Turquie"
(n° 20187)
6
Sprekers: Francis Van den Eynde, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Francis Van den Eynde, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Samengevoegde vragen van
9
Questions jointes de
9
- de heer Francis Van den Eynde aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
afslachten van christenen in Nigeria en het
standpunt
van
de
regering
hieromtrent"
(nr. 20354)
9
- M. Francis Van den Eynde au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le massacre de
chrétiens au Nigéria et la position du
gouvernement à ce sujet" (n° 20354)
9
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de aanvallen op
christelijke minderheden" (nr. 20426)
9
- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les attaques contre
les minorités chrétiennes" (n° 20426)
9
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de golf van
uitwijzingen van buitenlandse werkers door
Marokko" (nr. 20432)
9
- M. Mark Verhaegen au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la vague d'expulsions de
travailleurs étrangers par le Maroc" (n° 20432)
9
- mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele
Hervormingen
over
"godsdienstvrijheid in Marokko" (nr. 20893)
9
- Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la liberté de
religion au Maroc" (n° 20893)
9
- mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele
Hervormingen
over
"godsdienstvrijheid in Pakistan" (nr. 20975)
9
- Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la liberté de
religion au Pakistan" (n° 20975)
9
Sprekers: Francis Van den Eynde, Clotilde
Nyssens, Mark Verhaegen, Alexandra
Orateurs: Francis Van den Eynde, Clotilde
Nyssens, Mark Verhaegen, Alexandra
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Colen, Olivier Chastel, staatssecretaris voor
Europese Zaken
Colen, Olivier Chastel, secrétaire d'État aux
Affaires européennes
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister
en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de politionele
actie jegens sommige leden van de Koerdische
gemeenschap van 4 maart 2010" (nr. 20320)
18
- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les actions policières du
4 mars 2010 contre certains membres de la
communauté kurde" (n° 20320)
18
- de heer Francis Van den Eynde aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
gevolgen op vlak van buitenlandse politiek van de
politionele actie tegen een aantal Koerdische
verenigingen van 4 maart jongstleden" (nr. 21088)
18
- M. Francis Van den Eynde au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les conséquences
au niveau de la politique étrangère de l'action
policière du 4 mars dernier contre certaines
associations kurdes" (n° 21088)
18
Sprekers: Peter Luykx, Francis Van den
Eynde, Olivier Chastel
, staatssecretaris voor
Europese Zaken
Orateurs: Peter Luykx, Francis Van den
Eynde, Olivier Chastel
, secrétaire d'État aux
Affaires européennes
Samengevoegde vragen van
20
Questions jointes de
20
- mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de oproep van
Kadhafi tot een heilige oorlog tegen Zwitserland
en de gevolgen voor de Europese Unie"
(nr. 20325)
20
- Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'appel à la guerre sainte de
Kadhafi à l'encontre de la Suisse et les
conséquences
sur
l'Union
européenne"
(n° 20325)
20
- mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het conflict
tussen Zwitserland en Libië, Zwitserland en
Schengen" (nr. 20894)
20
- Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le conflit entre la
Suisse et la Libye, la Suisse en Schengen"
(n° 20894)
20
Sprekers: Juliette Boulet, Alexandra Colen,
Olivier
Chastel,
staatssecretaris
voor
Europese Zaken
Orateurs: Juliette Boulet, Alexandra Colen,
Olivier Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Samengevoegde vragen van
25
Questions jointes de
25
- mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het BLEU-
akkoord met Colombia" (nr. 20326)
25
- Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'accord UEBL avec la
Colombie" (n° 20326)
25
- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het wederzijds
investeringsakkoord tussen Colombia en de
BLEU en het vrijhandelsakkoord tussen de EU en
Colombia" (nr. 21031)
25
- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'accord d'investissement
réciproque entre la Colombie et l'UEBL, ainsi que
l'accord de libre-échange entre l'UE et la
Colombie" (n° 21031)
25
Sprekers: Juliette Boulet, Karine Lalieux,
Olivier
Chastel,
staatssecretaris
voor
Europese Zaken
Orateurs: Juliette Boulet, Karine Lalieux,
Olivier Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Rwandese vluchtelingen" (nr. 20347)
29
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"les réfugiés rwandais" (n° 20347)
29
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan
de vice-eerste minister en minister van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele
Hervormingen over "de teruggave door de
Albanese autoriteiten van eigendommen die
30
Question de Mme Mia De Schamphelaere au
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"la restitution par les autorités albanaises de
propriétés
confisquées
sous
le
régime
30
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
werden geconfisqueerd onder het communistisch
bewind" (nr. 20357)
communiste" (n° 20357)
Sprekers: Mia De Schamphelaere, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Mia De Schamphelaere, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Litouwse wet van 8 maart 2010 die het
aanmoedigen
van
het
huwelijk
tussen
homoseksuelen verbiedt" (nr. 20387)
33
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"la loi lituanienne du 8 mars 2010 interdisant la
promotion du mariage homosexuel" (n° 20387)
33
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
aanwezigheid op de website van het islamitisch
en cultureel centrum van België van links naar
sites met negationistische uitspraken" (nr. 20414)
35
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la présence sur le
site internet du centre islamique et culturel de
Belgique de liens vers des sites affichant des
propos négationnistes" (n° 20414)
35
Sprekers: Xavier Baeselen, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Europese Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires européennes
Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
projecten die worden gesubsidieerd in het kader
van het Belgisch voorzitterschap van de Europese
Unie" (nr. 20573)
36
Question de Mme Marie Arena au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les projets
subsidiés dans le cadre de la présidence belge de
l'Union européenne" (n° 20573)
36
Sprekers: Marie Arena, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Europese Zaken
Orateurs: Marie Arena, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires européennes
Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
conclusies van de eerste internationale zitting van
het Russell-Tribunaal over Palestina" (nr. 20574)
37
Question de Mme Marie Arena au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les conclusions de
la première session internationale du Tribunal
Russell sur la Palestine" (n° 20574)
37
Sprekers: Marie Arena, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Europese Zaken
Orateurs: Marie Arena, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires européennes
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
exploitatie van de mariene rijkdommen van
Somalië" (nr. 20681)
39
Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'exploitation
étrangère des ressources marines de la Somalie"
(n° 20681)
39
Sprekers: Karine Lalieux, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Europese Zaken
Orateurs: Karine Lalieux, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires européennes
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
versterking van de betrekkingen tussen de EU en
Israël" (nr. 21056)
41
Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le rehaussement
des relations UE-Israël" (n° 21056)
41
Sprekers: Karine Lalieux, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Europese Zaken
Orateurs: Karine Lalieux, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires européennes
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "ex-
rebellen die in Congo op lucratieve wijze tinmijnen
uitbaten" (nr. 20505)
43
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"d'anciens rebelles congolais exploitant dans un
but de lucre des mines d'étain" (n° 20505)
43
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Sprekers: Francis Van den Eynde, Olivier
Chastel
, staatssecretaris voor Europese
Zaken
Orateurs: Francis Van den Eynde, Olivier
Chastel
, secrétaire d'État aux Affaires
européennes
Samengevoegde vragen van
45
Questions jointes de
46
- de heer Francis Van den Eynde aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "films
over Congo op het jaarlijks Leuvens Afrika
Filmfestival" (nr. 20738)
45
- M. Francis Van den Eynde au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la projection de
films sur le Congo lors du Afrika Filmfestival
organisé chaque année à Louvain" (n° 20738)
46
- de heer Guy Milcamps aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de voorwaarden
voor de toekenning van subsidies in het kader van
de festiviteiten voor de 50ste verjaardag van de
onafhankelijkheid van Congo" (nr. 21026)
46
- M. Guy Milcamps au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions à l'octroi de
subsides dans le cadre des festivités liées au
50ème anniversaire de l'indépendance du Congo"
(n° 21026)
46
Sprekers: Francis Van den Eynde, Guy
Milcamps, Olivier Chastel
, staatssecretaris
voor Europese Zaken
Orateurs: Francis Van den Eynde, Guy
Milcamps, Olivier Chastel
, secrétaire d'État
aux Affaires européennes
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BUITENLANDSE BETREKKINGEN
COMMISSION DES RELATIONS
EXTERIEURES
van
WOENSDAG
31
MAART
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
31
MARS
2010
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.18 heures et présidée par M. Georges Dallemagne.
De vergadering wordt geopend om 14.18 uur en voorgezeten door de heer Georges Dallemagne.
01 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de opvolging van het Goldstone-rapport" (nr. 18839)
01 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "le suivi du rapport Goldstone" (n° 18839)
01.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijn vraag
dateert van 24 januari. Ik wil dat het secretariaat of de minister niet
verwijten, want ik heb zelf al eens gevraagd om de vraag uit te stellen.
Het probleem is dat er sindsdien al veel is veranderd. Ik zou dan ook
een paar bijkomende vragen willen stellen. Ik neem er wel genoegen
mee om later een schriftelijk antwoord op die vragen te krijgen.
Ik voel mij ongelukkig over wat er gebeurt met het Goldstonerapport.
Ik heb de indruk dat de betrokken landen, Israël en de Palestijnse
autoriteiten, klaarblijkelijk de bedoeling hebben om een en ander op
de lange baan te schuiven. Ik denk dat mijn gevoel het best wordt
samengevat met de woorden van rechter Goldstone: "justice delayed
is justice denied
".
In het Gazaconflict hebben zowel burgers aan Israëlische zijde, die
getroffen werden door inslaande raketten van Hamas, als honderden
burgers aan Palestijnse zijde, die het slachtoffer werden van de
oorlog, schade geleden. Welnu, hoe langer men de behandeling van
het Goldstonerapport uitstelt, hoe groter het onrecht dat hun is
aangedaan.
Meer algemeen is het heel slecht dat de afwerking daarvan wordt
uitgesteld, omdat men daarmee het gevoel van straffeloosheid dat in
de regio bestaat, bevestigt. Klaarblijkelijk gaan de verschillende
partijen, zowel aan Palestijnse als Israëlische zijde, ervan uit dat ze
zich eender wat kunnen veroorloven, dat ze het internationaal recht
met voeten kunnen treden, omdat ze er toch niet voor worden
gestraft. Als men de behandeling van het Goldstonerapport blijft
uitstellen, wordt dat sterk gevoel van straffeloosheid bevestigd.
Mijnheer de minister, ik heb hierover vijf vragen, maar als sommige
vragen schriftelijk worden beantwoord, neem ik daar graag genoegen
mee.
Ten eerste, deelt Buitenlandse Zaken mijn ongenoegen met en
onvrede over het uitstel van de afwerking van het Goldstoneproces?
01.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je suis très mécontent de
l'évolution du rapport Goldstone.
J'ai l'impression qu'Israël et les
autorités
palestiniennes
ont
l'intention de le renvoyer aux
calendes grecques.
Dans le conflit de Gaza, les
citoyens tant du côté israélien que
palestinien ont beaucoup souffert.
Plus le traitement du rapport
Goldstone est postposé, plus
grande sera l'injustice dont ils sont
victimes. Les Affaires étrangères
partagent-elles mon mécontente-
ment
quant
au
report
de
l'achèvement
du
processus
Goldstone?
L'UE s'est par ailleurs engagée à
assurer le suivi des enquêtes
internes à effectuer en Israël et en
Palestine. La Belgique y a-t-elle
pris part et de quelle manière? Par
l'entremise de notre ambassade
en Israël et du consulat à
Jérusalem Est? La Belgique veille-
t-elle à ce que les enquêtes
internes en cours respectent les
critères internes?
Pourquoi la Belgique s'est-elle
abstenue lors du vote sur la
résolution au Conseil des droits de
l'homme? La résolution n'était-elle
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Ten tweede, de EU en de lidstaten hebben zich geëngageerd om de
interne onderzoeken die aan Israëlische en Palestijnse zijde moesten
gebeuren, op te volgen. Heeft België ingestaan voor de opvolging en
hoe deed het dat? Was dat via onze ambassade in Israël en het
consulaat in Oost-Jeruzalem?
De interne onderzoeken van de beide partijen voldoen volgens mij en
volgens de rest van de internationale gemeenschap niet aan de
internationale criteria.
Kijkt België erop toe of de lopende interne onderzoeken voldoen aan
de interne criteria? Zo ja, hoe vergewist België zich er dan van dat
rekenschap op de agenda blijft staan?
Ten derde, waarom onthield België zich bij de stemming over de
resolutie in de Mensenrechtenraad. Vond het de resolutie niet
evenwichtig genoeg?
Als België zich onthoudt op de multilaterale fora, betekent het dan dat
het bilateraal verder niets doet, of integendeel, wat ik hoop, dat het,
ondanks zijn onthouding, bilateraal zijn stem laat horen? Heeft de
minister van Buitenlandse Zaken tijdens zijn recente ontmoeting met
zijn collega van Buitenlandse Zaken, de heer Lieberman, en president
Abbas, gesproken over de verdere afhandeling van het
Goldstoneproces? Zal hij daarover ook spreken tijdens zijn komende
bezoek, dat eerst uitgesteld was wegens ziekte van de minister, maar
waarvan ik aanneem dat het er toch nog komt?
Ten vierde, plant de minister een bezoek aan de Gazastrook, als hij
op bezoek gaat, wat ik ten zeerste aanraad? Ik heb gelezen dat
mevrouw Ashton, na haar bezoek aan Gaza, gezegd heeft dat het
nogal confronterend was en het inzicht in het conflict enorm versterkt
heeft. Ikzelf ben na een bezoek tot dezelfde vaststelling gekomen. Ik
pleit er dus ten zeerste voor dat de minister zelf er sterk op aandringt
om Gaza te mogen bezoeken.
Mijn laatste vraag is, gezien het engagement van België voor een
duurzame vrede in het conflict tussen Israeli's en Palestijnen, welke
rol België gespeeld heeft en zal blijven spelen om de bestraffing van
oorlogsmisdaden tijdens de Gazaoorlog kracht bij te zetten.
pas suffisamment équilibrée?
Le
ministre
des
Affaires
étrangères s'est-il entretenu de la
suite du traitement du procès
Goldstone lors de sa récente
rencontre avec le ministre des
Affaires étrangères Lieberman et
le président Abbas? En parlera-t-il
également lors de sa prochaine
visite? Envisage-t-il une visite à
Gaza? Quel rôle la Belgique a-t-
elle joué pour renforcer la
répression des crimes de guerre
commis pendant la guerre de
Gaza?
01.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Op 5 februari werd het
rapport ter zake van de secretaris-generaal van de VN, dat een stand
van zaken geeft over de strafrechtelijke onderzoeken van beide
partijen, vrijgegeven voor het publiek. Het rapport is een feitelijke
weergave van de huidige stand van zaken, waarin alle documenten
die de secretaris-generaal ontving, integraal zijn opgenomen.
Van Israëlische zijde ontving de secretaris-generaal het document
"Gaza Operation Investigations: An Update". Van Palestijnse zijde
ontving de secretaris-generaal een afschrift van het presidentieel
decreet
van
25 januari 2010,
dat
een
onafhankelijke
onderzoekscommissie in het leven roept, samen met een rapport van
de eerste bijeenkomst van die commissie.
Zwitserland rapporteerde bij de vierde Conventie van Genève over de
consultaties met diverse partijen over de organisatie van een
01.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Le rapport du secrétaire
général des Nations unies qui
donne un aperçu des enquêtes
pénales menées par les deux
parties a été rendu public le
5 février 2010. Il reflète la situation
actuelle.
Israël a transmis au secrétaire
général un document intitulé
"Gaza Operation Investigations:
An Update
", tandis que les
Palestiniens lui ont remis une
copie du décret présidentiel du
25 janvier 2010 instituant une
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
vergadering van hoge verdragspartijen. Op 26 februari 2010 nam de
Algemene Vergadering van de VN een nieuwe, veeleer technische
resolutie aan van de opvolging van het Goldstonerapport.
Samen met 17 andere EU-lidstaten stemde België voor die resolutie,
terwijl de overige negen EU-landen zich onthielden. In Genève zal de
eerstvolgende discussie over de opvolging van het Goldstonerapport,
en de resolutie hieromtrent tijdens de laatste week van de 13
de
reguliere sessie van de Mensenrechtenraad, van 1 tot en met
27 maart 2010, plaatsvinden.
Zowel België als de EU heeft systematisch het belang benadrukt van
onafhankelijke en evenwichtige onderzoeken door de betrokken
partijen zelf en heeft zich geëngageerd om die onderzoeken van nabij
te volgen. De Belgische regering voorziet niet alleen in zo'n opvolging
door regelmatige bilaterale contacten met de betrokken partijen, maar
ook met Israëlische, Palestijnse en internationale ngo's.
commission
d'enquête
indépendante, ainsi que le rapport
de la première réunion de cette
commission.
Lors de la quatrième Convention
de Genève, la Suisse a fait le point
sur les consultations engagées
avec diverses parties à propos de
l'organisation d'une réunion des
hautes parties contractantes. Le
26 février
2010,
l'Assemblée
générale des Nations unies a
adopté une nouvelle résolution
relative au suivi du rapport
Goldstone.
Comme
dix-sept
autres États membres de l'UE, la
Belgique a voté en faveur de cette
résolution, tandis que les neuf
États membres restants se sont
abstenus. À Genève, le suivi du
rapport Goldstone et la résolution
qui s'y rapporte étaient inscrits à
l'ordre du jour de la session
régulière du Conseil des droits de
l'homme qui devait se tenir du 1
er
au 27 mars 2010.
La Belgique et l'UE ont systé-
matiquement souligné l'importance
de
mener
des
enquêtes
indépendantes et équilibrées et se
sont engagées à suivre de près le
déroulement de ces enquêtes. Du
côté du gouvernement belge, ce
suivi est assuré par le biais de
contacts bilatéraux réguliers avec
les parties concernées, mais
également
avec
des
ONG
israéliennes, palestiniennes et
internationales.
01.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Als de staatssecretaris geen
bezwaar heeft, dan zou ik hem mijn drie bijkomende vragen voor een
schriftelijk antwoord willen bezorgen. Het zou mij veel plezier doen
mocht ik daarop een schriftelijk antwoord ontvangen.
01.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Si le secrétaire d'État n'y
voit pas d'objection, je souhaite
que mes trois autres questions
fassent l'objet d'une réponse
écrite.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
01.04 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijn vraag
nr. 19507 zet ik om in een schriftelijke vraag.
01.04 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je transforme ma question
n° 19507 en question écrite.
02 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de Rwandese verkiezingen" (nr. 20100)
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
02 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "les élections au Rwanda" (n° 20100)
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, de laatste jaren stuurde de Europese Unie
verschillende observatiemissies uit naar aanleiding van verkiezingen
in Centraal-Afrika. In augustus 2010 vinden presidentsverkiezingen
plaats in Rwanda. Zowel de Europese ngo EurAc als Human Rights
Watch meldden dat de Europese Unie daarvoor geen
observatiemissie plant. Graag vernam ik het standpunt van de
minister omtrent deze kwestie. Mijns inziens is het aangewezen dat er
observatoren aanwezig zijn tijdens die verkiezingen.
02.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): En août 2010, des élections
présidentielles auront lieu au
Rwanda.
L'Union
européenne
n'organiserait pas de mission
d'observation, alors qu'elle le fait
habituellement et qu'une telle
mission est indiquée selon moi.
Quelle est la position du ministre?
02.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter,
Rwanda staat inderdaad niet vermeld op de lijst van prioritaire landen
voor het zenden van een verkiezingsobservatiemissie van de
Europese Unie in 2010. Die lijst werd afgesloten door de Europese
Commissie op 23 december 2009. De Europese Commissie heeft
enkel gepland om een beperkte ploeg van drie verkiezingsexperts te
zenden. België heeft reeds een pleidooi gehouden in die zin tijdens
het opstellen van de lijst en blijft ook nu vasthouden aan het sturen
van een observatiemissie van de EU voor de presidentiële
verkiezingen die zullen plaatsvinden in Rwanda op 9 augustus 2010.
Er kan genoteerd worden dat ook de Rwandese autoriteiten een
officieel verzoek daarvoor hebben overgemaakt. Op vraag van België
kwam die kwestie ter sprake in de Afrikawerkgroep van de EU op
10 maart jongstleden. Het Belgische pleidooi voor een volwaardige
EU observatiemissie kon daar rekenen op ruime bijval van andere
lidstaten. Enkele dagen geleden richtte de minister dan ook een
schriftelijk verzoek aan de Hoge Vertegenwoordiger, Mevrouw
Ashton, om de beslissing van de commissie te herbekijken en alsnog
een missie te sturen.
De herziening van bovenvermelde lijst in het eerste semester van
2010
met
het
oog
op
de
ontwikkelingen
inzake
de
verkiezingskalender, alsook de politiek en veiligheidssituatie in de
betrokken landen, vormt hiertoe het uitgelezen kader.
02.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Le Rwanda ne figure pas
sur la liste des pays prioritaires
pour l'envoi d'une mission d'obser-
vation électorale par l'Union
européenne en 2010. Seule la
constitution d'une petite équipe de
trois experts est prévue. Notre
pays a toujours plaidé pour l'envoi
d'une mission d'observation et
maintient sa position. Les autorités
rwandaises en ont d'ailleurs
officiellement fait la demande. Le
10 mars 2010, cette question a été
examinée à l'initiative de la
Belgique dans le cadre d'un
groupe de travail sur l'Afrique de
l'Union européenne. De nombreux
États membres soutiennent notre
plaidoyer. Il y a quelques jours, le
ministre des Affaires étrangères a
adressé une demande écrite à la
Haute Représentante Mme Ashton
afin qu'une mission soit tout de
même envoyée sur place.
Une révision de la liste des pays
prioritaires pour l'envoi d'une
mission d'observation est prévue
dans le courant du premier
semestre.
02.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor het antwoord en de minister voor de inspanningen om
alsnog een verkiezingswaarneming in Rwanda mogelijk te maken.
02.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je remercie le ministre
pour ses efforts visant à permettre
tout de même l'envoi d'une
mission d'observation électorale
au Rwanda.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 20103 van de heer Tuybens wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
03 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de onderhandelingen over Israëls toetreding tot de
OESO" (nr. 20137)
03 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "les négociations relatives à l'adhésion d'Israël à l'OCDE"
(n° 20137)
03.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, hoewel
oorspronkelijk gepland voor mei 2010, vinden momenteel gesprekken
plaats over de eventuele toetreding van Israël tot de OESO. Om in
aanmerking te komen voor het lidmaatschap van de OESO, moet een
kandidaat-lidstaat aan verschillende vereisten voldoen. Nochtans stel
ik vast dat Israël weigert een onderscheid te maken tussen
statistische gegevens uit Israël en gegevens uit nederzettingen in de
bezette gebieden. Ook de bezetting is internationaal niet erkend en
aanvaard.
Ook stel ik vast dat Israël niet kan aantonen dat het aan de
fundamentele waarden van de OESO-leden voldoet, zoals het respect
voor de mensenrechten, respect voor het internationaal humanitair
recht en naleving van de internationale rechtspraak. Tot nu toe zijn
deze onderwerpen nog niet aan bod gekomen in de
toetredingsgesprekken. Graag verneem ik van de minister of hij van
plan is om dit soort van argumenten op tafel te leggen.
Ook neem ik graag kennis van zijn standpunt inzake de kandidatuur
van Israël voor toetreding tot de OESO.
03.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): L'adhésion d'Israël à
l'OCDE fait actuellement l'objet de
négociations. Un candidat-État
membre doit satisfaire à plusieurs
conditions. À mon sens, Israël n'y
satisfait pas tant qu'il refuse de
faire la distinction entre les
données statistiques d'Israël et
celles des colonies de peuplement
dans les territoires occupés, tant
qu'il
mène
une
politique
d'occupation et qu'il foule au pied
les valeurs fondamentales des
membres de l'OCDE, dont le
respect des droits de l'homme, le
respect du droit humanitaire
international et le respect de la
jurisprudence internationale.
Quelle est la position du ministre
quant à la candidature d'Israël? A-
t-il l'intention d'utiliser des argu-
ments contraires de ce genre?
03.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, op
16 mei 2007 heeft de Raad van de OESO beslist om
toetredingsgesprekken op te starten met Chili, Estland, Rusland,
Israël en Slovenië. Alvorens de Raad een mandaat kan geven aan de
secretaris-generaal van de OESO om een land uit te nodigen toe te
treden tot het OESO-verdrag, dienen de verschillende technische
comités van de OESO een positief advies uit te brengen. Er wordt
onderzocht in welke mate de kandidaat zich ertoe kan verbinden het
normatief acquis van de OESO toe te passen.
Wat Israël betreft, is dat proces voltooid. De beslissing van de Raad in
verband met de uitnodiging van dit land wordt voorbereid. Hetzelfde
geldt voor Estland en Slovenië. Chili is reeds toegetreden en het
technisch onderzoek over Rusland is verre van rond.
Bij het nemen van de initiële beslissing heeft de Raad bevestigd dat
het lidmaatschappij van de OESO betekent dat kandidaat-leden de
fundamentele waarden onderschrijven, waaronder gehechtheid aan
een pluralistische democratie, gebaseerd op het respect voor de
rechtsstaat en de mensenrechten.
Het komt toe aan de huidige lidstaten om over de situatie in een
kandidaat-lidstaat een oordeel te vellen. België is voorstander van
toetreding van Israel tot de OESO, maar wil vermijden dat toetreding
zou gebeuren onder voorwaarden die de geloofwaardigheid van het
standpunt van de Europese Unie met betrekking tot de niet-erkenning
van de annexatie van Oost-Jeruzalem of de illegaliteit naar
03.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: En mai 2007, le Conseil de
l'OCDE a décidé d'entamer des
négociations d'adhésion notam-
ment avec Israël. Les comités
techniques de l'OCDE devaient
rendre un avis positif, ce qu'ils ont
fait entre-temps. L'invitation du
pays est en cours de préparation.
L'adhésion implique effectivement
le respect des valeurs fonda-
mentales de l'OCDE. Il appartient
aux États membres en place
d'évaluer la situation dans le pays
candidat. La Belgique soutient
l'adhésion d'Israël mais ne veut
pas donner l'impression qu'elle ne
condamne pas l'annexion de
Jérusalem-Est ni les colonies de
peuplement illégales dans les
territoires occupés.
Les conclusions définitives sont
encore en pourparlers et notre
pays reste vigilant.
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
internationaal recht van de nederzettingen in de bezette gebieden zou
aantasten.
In de loop van het toetredingsproces hebben verscheidene lidstaten,
waaronder België, hiervoor aandacht gevraagd. Er dreigde immers
een probleem te ontstaan over de statistieken die Israël aan de OESO
zou leveren na zijn toetreding. België, in nauw overleg met de leden
van de EU, heeft er naar gestreefd dat de nodige caveats worden
aangebracht, zodat ontvangst en gebruik van de Israëlische
statistieken niet geïnterpreteerd kunnen worden als een wijziging van
de al vermelde posities.
Op dit ogenblik zijn de definitieve toetredingsbesluiten nog in
onderhandeling en ons land blijft in dit verband waakzaam, samen
met onze EU-partners.
03.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik stel
andermaal vast dat België en de rest van de Europese Unie met
woorden de naleving van het internationaal recht belijden, maar ze
volgen niet als het aankomt op het stellen van daden. Volgens mijn
informatie blijft Israël weigeren om de statistische gegevens die
werden bezorgd alleen betrekking te laten hebben op producten die
worden geproduceerd op legaal Israëlisch grondgebied. Zij willen niet
de opsplitsing maken tussen legale Israëlische producten en
producten die uit de bezette gebieden komen. Van Israëlische kant
wordt het voorgesteld alsof de OESO zelf die opsplitsing zou maken.
Het spijt me, maar dit gaat regelrecht in tegen het internationale recht.
Ik vind dat België zich samen met de rest van de Europese Unie op
een positie zou moeten zetten waarbij zij van Israël eisen dat zij zelf
de scheiding maken tussen producten die van legaal Israëlisch
grondgebied komen en producten die van illegaal Israëlisch
grondgebied komen.
Ik vind dat België zich moet blijven verzetten tegen de toetreding van
Israël tot de OESO tot die garantie bekomen is.
03.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La Belgique et l'Union
européenne pratiquent le droit
international en paroles mais pas
dans les actes. Israël refuse de
faire la distinction entre les
produits fabriqués sur le sol
israélien légal et ceux provenant
des colonies illégales. Ce refus est
en flagrante contradiction avec le
droit international. La Belgique doit
s'opposer à l'adhésion d'Israël à
l'OCDE jusqu'à ce que ce pays
respecte le droit international.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 20138 van de heer De Clercq wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
04 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de aanhouding van Kemalistiche officieren in Turkije"
(nr. 20187)
04 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "l'arrestation d'officiers kémalistes en Turquie" (n° 20187)
04.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de staatssecretaris,
de politiek in Turkije wordt gekenmerkt door twee hoofdtendensen.
Ten eerste is er de tendens die destijds in het leven werd geroepen
door Mustafa Kemal, een tendens die ik op zijn minst antiklerikaal durf
te noemen. Die houdt zeer sterk aan de scheiding tussen kerk en
staat en is in feite sterk geïnspireerd op wat men in Frankrijk la
république laïque noemt. Ten tweede is er de traditionele islamitische
tendens, waarvoor de scheiding tussen kerk en staat een bijna
ondenkbare zaak is. Beide komen vanzelfsprekend regelmatig in
botsing.
04.01 Francis Van den Eynde
(VB): La politique turque se
partage entre deux tendances
importantes, à savoir la tendance,
instaurée par Mustafa Kemal,
fortement orientée vers l'État laïc
et la tendance traditionnelle
islamique.
Lorsque les islamistes sont au
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Dat brengt met zich dat wanneer de islamieten aan de macht zijn en
de scheiding tussen kerk en staat beginnen te slopen, het leger af en
toe geneigd is een militaire putsch te plegen om de zaken te
herstellen, zoals Mustafa Kemal ze heeft gewild.
Dat komt neer op een zeer sterke contradictie: om de waarden van de
democratie te redden, wordt het Turkse leger af en toe verplicht zelf
een militaire staatsgreep te plegen. Contradictorischer kan niet. Sinds
2002 is er een partij aan het bewind, de AKP, die zichzelf gematigd
islamitisch noemt, maar waarvan iedereen weet dat het woordje
gematigd een eufemisme is.
Vanzelfsprekend heeft die partij, die de verkiezingen gewonnen heeft
met een meerderheid - dat kan niet betwist worden ­, een beetje
angst voor een militaire reactie. Ook dat is begrijpelijk. Wat minder
begrijpelijk is, is dat men er om alle pogingen tot militaire staatsgreep
in de kiem te smoren, niet beter op gevonden heeft dan onlangs een
behoorlijk aantal hoge officieren aan te houden, op beschuldiging dat
zij 3 jaar geleden plannen gesmeed zouden hebben voor een
staatsgreep.
Dat gaat volgens mij te ver. Dat is het muilkorven van de oppositie.
Bovendien meende ik dat in een democratie ­ en Turkije zou toch een
democratie moeten zijn, al zeg ik dat in zeer voorwaardelijke zin ­
alleen feiten crimineel kunnen zijn, niet ideeën, enzovoort.
Nu afkomen met het feit dat men drie jaar geleden in bepaalde
militaire kringen zou gedroomd hebben van een militaire coup, lijkt mij
nogal sterk overdreven. Het is wel een gedroomd excuus om de
oppositie het zwijgen op te leggen.
Wat is het standpunt van de Belgische regering?
Ik wil eraan herinneren dat Turkije, ondanks dat het zo weinig
democratisch en niet-Europees is, nog altijd een kandidaat is voor
toetreding tot de EU. Op dat vlak heb ik de Belgische regering nog
nooit een duidelijk standpunt horen innemen.
pouvoir et commencent à remettre
en cause la séparation entre
l'Église et l'État, l'armée est parfois
tentée de commettre un coup
d'État. Il s'agit d'une situation
contradictoire: pour sauver les
valeurs démocratiques, l'armée
turque est de temps à autre
contrainte de commettre un coup
d'État.
Depuis 2002, l'AKP, qui se veut
modérément islamique mais ne
l'est absolument pas, est au
pouvoir. On peut comprendre qu'il
craint quelque peu une réaction
militaire. Il est moins compré-
hensible que plusieurs officiers
supérieurs, qui auraient concocté
des plans pour commettre un coup
d'État il y a trois ans, ont été
arrêtés récemment. Dans une
démocratie,
seuls
des
faits
peuvent être qualifiés de criminels
et pas des idées. Il me semble que
le fait que l'on ait pensé, il y a trois
ans,
dans
certains
milieux
militaires à un coup, constitue
l'excuse idéale pour réduire au
silence l'opposition.
Quelle
est
la
position
du
gouvernement? Quelle est sa
position en ce qui concerne la
candidature de la Turquie à l'Union
européenne?
04.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Op basis van de informatie
die de minister van Buitenlandse Zaken werd aangereikt, kan hij u
meedelen dat er op 22 februari 2010 49 actieve en gepensioneerde
militairen werden opgepakt en er op 27 februari 2010 nog eens
18 militairen werden gearresteerd. Dat gebeurde in het kader van
onderzoeken naar mogelijke plannen tot staatsgreep die de namen
Sledgehammer en Cage droegen. Het Cageplan kwam aan het licht
na de ontdekking van een grote wapenopslagplaats in april 2009 in
Istanboel, het Sledgehammerplan na gerechtelijke onderzoeken in
januari 2010.
Volgens de gerechtelijke autoriteiten in Turkije zouden beide plannen
door militairen zijn voorbereid. Volgens dezelfde autoriteiten voorzag
het Sledgehammerplan in een aantal politieke moorden, in een
bomaanslag op een van de belangrijkste moskeeën van Istanboel
tijdens het vrijdaggebed en in het opzettelijke uitlokken van
schermutselingen met de Griekse luchtmacht boven de Egeïsche
Zee.
04.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Selon les informations dont
dispose le ministre des Affaires
étrangères, 49 militaires d'active et
retraités ont été arrêtés le
22 février. Dix-huit autres ont été
arrêtés le 27 février. Il a été
procédé à ces arrestations dans le
cadre d'investigations portant sur
d'éventuels projets de coups
d'État. L'un de ces projets, baptisé
Opération La Cage, a été mis au
jour après la découverte à Istanbul
d'un dépôt d'armes en avril 2009.
L'autre, dit plan Masse de
Forgeron, a été mis au jour après
des instructions menées en janvier
2010.
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
De chaos die daarop zou volgen, moest het omverwerpen van de
regering door het leger rechtvaardigen.
Volgens de Turkse generale staf was Sledgehammer echter alleen
een scenario van fictieve gebeurtenissen, dat tijdens een
trainingsseminarie in 2003 werd besproken en betrof het helemaal
geen plan voor een staatsgreep. Volgens de Turkse pers zouden
beide plannen deel uitmaken van de nog grotere Ergenekonzaak,
waarbij niet alleen militairen maar ook magistraten, journalisten,
intellectuelen en politici betrokken zouden zijn. Het ondergrondse
netwerk Ergenekon zou tot doel hebben de regering, geleid door de
islamitische AKP-partij, omver te werpen en zo de seculiere staat te
vrijwaren.
Sinds het begin van de onderzoeken naar de Ergenekonzaak in
2007 zijn reeds meer dan 200 personen aangehouden, maar werd
nog niemand veroordeeld.
Zoals de Europese Commissie neemt ook België nota van de ernstige
beschuldigingen tegen de gearresteerden en volgt de Belgische
regering de situatie met veel aandacht. Wat de EU en België betreft
moet het onderzoek uitgevoerd worden met volledige eerbiediging van
de beginselen en normen van een rechtvaardige rechtsgang, met
inbegrip van eerbiediging voor het recht van verdediging.
In die context hebben wij nota genomen van de bespreking die
president Gül, premier Erdogan en stafchef-generaal Basbug op
donderdag 25 februari hebben gewijd aan de gespannen situatie. Na
afloop werd door het presidentieel paleis een korte verklaring met
volgend punten afgelegd: ten eerste, de problemen zullen opgelost
worden binnen het grondwettelijke kader en met respect voor de
geldende wetten; ten tweede, iedereen moet handelen met de nodige
verantwoordelijkheidszin, teneinde de staatsinstellingen niet in gevaar
te brengen.
Ces deux plans seraient l'oeuvre
de militaires. Le plan Masse de
Forgeron visait à perpétrer un
certain
nombre
d'assassinats
politiques, à commettre un attentat
contre une importante mosquée
lors de la prière du vendredi et à
provoquer des incidents avec la
force aérienne grecque. Le chaos
qui s'en serait suivi aurait justifié le
renversement du gouvernement.
D'après
l'état-major
turc,
Sledgehammer était un scénario
fictif dont il avait été question
pendant un séminaire de formation
en 2003 et non un projet de coup
d'État.
Selon les médias turcs, les deux
projets
s'inscrivent
dans
le
contexte plus large du dossier
Ergenikon qui implique, outre des
militaires, des magistrats, des
journalistes, des intellectuels et
des responsables politiques. Le
réseau Ergenikon aurait pour
objectif de préserver l'État séculier
en renversant le gouvernement.
Dans ce dossier, 200 personnes
sont arrêtées depuis 2007 mais
aucune
n'a
encore
été
condamnée.
La Belgique prend acte de ces
accusations sérieuses et suit la
situation très attentivement. Nous
avons pris note de la rencontre, le
25 février, entre le président Gül,
le premier ministre Erdoan et le
chef de l'état-major Babu, qui
ont discuté des tensions. Le palais
présidentiel a diffusé ensuite une
brève déclaration, selon laquelle
les problèmes seront résolus dans
le cadre constitutionnel et dans le
respect des lois en vigueur,
chacun étant par ailleurs invité à
prendre ses responsabilités de
manière à ne pas mettre les
institutions en péril.
04.03 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik
zou er inderdaad voor durven te pleiten om de zaak van zeer nabij te
volgen om er zeker van te zijn dat de rechten van de mens en ook de
rechten van elke beschuldigde, het vermoeden van onschuld, worden
gevrijwaard.
04.03 Francis Van den Eynde
(VB): Nous devons veiller à ce que
les droits de l'homme et de toute
personne
inculpée
soient
respectés.
Les
théories
du
complot, auxquelles s'apparentent
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Immers, complottheorieën zijn steeds het meest gehoorde excuus
geweest van totalitaire regimes om de oppositie uit te schakelen. Dat
het hier om complottheorieën gaat, lijkt mij toch iets wat men zeer
sterk kan vermoeden. Het onderzoek duurt sinds 2007, er is nog
niemand veroordeeld, normaal gezien zou dat toch wat sneller
moeten gaan.
Ook de verhalen zijn nogal bij het haar getrokken. Er is sprake van
moorden, die niet gepleegd zijn, van bomaanslagen op moskeeën
naar aanleiding van het vrijdagsgebed, die niet gepleegd zijn. Het
verhaal van een luchtgevecht boven de Egeïsche Zee tussen de
Turkse en de Griekse luchtmacht, bovendien twee NAVO-
bondgenoten, lijkt mij helemaal letterlijk en figuurlijk uit de lucht
gegrepen.
Het blijft een beetje mijn overtuiging dat de Turkse regering lastige
opponenten probeert uit te schakelen op een niet-democratische
wijze. Ik zou in dat verband durven te pleiten voor scherpe
waakzaamheid.
les accusations que nous venons
d'évoquer, sont souvent utilisées
pour éliminer l'opposition. Aucun
des faits mentionnés n'ont été
commis. Par ailleurs, un combat
aérien entre deux alliés de l'OTAN
semble improbable. Je préconise
la plus grande vigilance en la
matière.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het afslachten van christenen in Nigeria en het standpunt van de
regering hieromtrent" (nr. 20354)
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de aanvallen op christelijke minderheden" (nr. 20426)
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de golf van uitwijzingen van buitenlandse werkers door Marokko"
(nr. 20432)
- mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "godsdienstvrijheid in Marokko" (nr. 20893)
- mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "godsdienstvrijheid in Pakistan" (nr. 20975)
05 Questions jointes de
- M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le massacre de chrétiens au Nigéria et la position du gouvernement à
ce sujet" (n° 20354)
- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les attaques contre les minorités chrétiennes" (n° 20426)
- M. Mark Verhaegen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la vague d'expulsions de travailleurs étrangers par le Maroc" (n° 20432)
- Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la liberté de religion au Maroc" (n° 20893)
- Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la liberté de religion au Pakistan" (n° 20975)
05.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, ik zou
het toch even willen hebben over de werkzaamheden. Ik vind het
nogal merkwaardig ­ voor mij is alles goed hoor - dat al die vragen
zijn samengevoegd. De vraag van mevrouw Nyssens en die van mij
gaan over hetzelfde, maar dan komt er een vraag van de heer
Verhaegen over de uitwijzing van buitenlandse werkers door Marokko,
een vraag van mevrouw Colen over godsdienstvrijheid in Marokko en
nog een vraag van mevrouw Colen over godsdienstvrijheid in
Pakistan.
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Ik heb er geen probleem mee dat er een globaal antwoord wordt
gegeven...
Le président: Je dois dire que c'est un peu la faute de Mme Nyssens qui, avec sa question, a couvert toute
une série de sujets qui étaient abordés par les autres questions. Voilà la raison pour laquelle les travaux ont
été organisés de cette manière-là.
05.02 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, ik heb
deze vraag gesteld omdat ik een goed voorbeeld wou volgen,
gegeven door een zekere mijnheer Dallemagne die hier nog niet zo
lang geleden in deze commissie een voorstel van resolutie verdedigde
in verband met vervolgingen tegen christenen in de wereld. U hebt
toen gezegd dat hierover ook wel eens mocht worden gesproken. Ik
vond dat ook. Excuseer mij dat ik het met u eens was. Naar
aanleiding van wat onlangs is gebeurd in Nigeria meende ik dat ik
hierover een vraag moest stellen. Ik wil beklemtonen dat mijn vraag
ditmaal niets te maken heeft met artikels uit Le Soir over de
binnenlandse politiek.
Nigeria is een land dat ik soms eens durf vergelijken met Congo. Het
is een land dat potentieel over veel troeven beschikt om een rijk land
te zijn. Het is groot land en het meest bevolkte land van Afrika. Men
heeft daar een van de belangrijkste economische troeven die er op dit
ogenblik in de wereld bestaan, namelijk heel wat petroleum. Er zijn
trouwens ook nog andere zaken die men daar uit de grond kan halen.
Ik wil daar niet te lang bij stil blijven staan. Het is een land dat
tegelijkertijd in een complete chaos leeft. Toen wij twee jaar geleden
in Benin waren, hebben wij de Belgische ambassadeur in Nigeria
ontmoet. Als die mensen buitenkomen, moeten zij eerst en vooral
letten op hun veiligheid. Ook als zij buiten de stad rijden, moeten zij
bijna over een soort lijfwacht beschikken. Er is daar een totale chaos,
een totale anarchie. Ik herinner mij trouwens uit mijn verzekeringstijd
dat Nigeria werd gekenmerkt door piraterij in de letterlijke zin van het
woord.
In dat land komen regelmatig botsingen voor tussen christenen en
moslims.
Ik zeg niet dat de christenen daar altijd als onschuldige lammetjes
fungeren. Soms reageren zij ook. Ik heb evenwel de indruk dat zij veel
meer het slachtoffer zijn dan de andere zijde. Ik had willen vernemen
wat de regering in dat verband meent te kunnen doen. Het is niet
alleen een kwestie van mensenrechten en van doodgewone
menselijkheid. Voor de ontwikkeling van Afrika en voor het evenwicht
in Afrika zal het wel noodzakelijk zijn een beetje peis en vree te
kennen in dat grote land. Daarom vind ik het belangrijk genoeg
hierover een vraag te stellen.
05.02 Francis Van den Eynde
(VB): M. Dallemagne a récemment
défendu
au
sein
de
cette
commission une proposition de
résolution contre les poursuites de
chrétiens. Tel est le sujet de ma
question.
Le Nigeria possède de nombreux
atouts économiques mais le chaos
total y règne. Des affrontements
opposent régulièrement chrétiens
et musulmans. Bien que les
chrétiens également ne réagissent
pas toujours comme il le faudrait,
j'ai l'impression qu'ils sont souvent
plus victimes que les musulmans.
Cette problématique ne concerne
pas seulement les droits de
l'homme;
il
est
également
essentiel pour le développement
de l'Afrique de rétablir la paix dans
ce grand pays à forte densité de
population. Notre gouvernement
prendra-t-il des mesures en ce
sens?
05.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je reviens sur la
question des minorités chrétiennes. En effet, une résolution votée au
sein d'un parlement ne doit pas devenir un document classé. Il
importe d'en assurer le suivi.
C'est le 28 janvier dernier que notre Assemblée a voté une résolution
sur le sujet précis des minorités chrétiennes.
La presse quotidienne fait de plus en plus état, dans de nombreuses
05.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Op 28 januari heeft de Kamer een
resolutie aangenomen betreffende
de christelijke minderheden, die
overal ter wereld aangevallen en
zelfs uitgeroeid worden, zoals in
de Plateau State in Centraal-
Nigeria, en in Irak, waar de
Verenigde Naties melding maken
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
parties du monde, des attaques, voire d'"actes de génocide", dont font
l'objet ces minorités chrétiennes. Je reprends l'expression du Soir, qui
relatait des "actes de génocide commis dans des villages chrétiens
des environs de la capitale de l'État du Plateau, au centre du Nigeria".
Je ne me prononce pas sur le terme "génocide", ni sur les causes du
conflit, qu'elles soient d'ordre économique ou autre, mais ce qui
m'interpelle, c'est la violence de l'affrontement et le fait que des
éleveurs nomades s'en sont pris, d'une manière radicale, à des
minorités chrétiennes.
Je pourrais également reprendre l'exemple de l'Irak, où
quotidiennement, des exactions sont commises contre des minorités
chrétiennes. Les Nations unies ont rapporté que plus de 4 000
personnes, soit près de 700 familles chrétiennes irakiennes ont fait
l'objet d'actes de répression.
Monsieur le ministre, depuis l'adoption de la résolution sur les
minorités chrétiennes, quelles mesures ont-elles été adoptées par la
Belgique pour la mettre en oeuvre? Cette résolution a-t-elle été
relayée auprès d'autres autorités? Une attention plus grande a-t-elle
été accordée par l'Union européenne? La Belgique a-t-elle attir2
l'attention de l'Union européenne, étant donné le vote de la résolution
au Parlement? La résolution a-t-elle eu un impact sur la manière dont
sont examinés les dossiers de personnes demandant l'asile à la suite
d'actes couverts par la résolution?
van daden van repressie.
Welke maatregelen heeft België
genomen ter uitvoering van deze
resolutie? Werd de resolutie al
doorgegeven
aan
andere
autoriteiten? Heeft België na de
goedkeuring van deze resolutie
door het Parlement de aandacht
van de Europese Unie op die
problematiek gevestigd? Is ze van
invloed op de manier waarop de
dossiers worden behandeld van
mensen die hier asiel aanvragen
op grond van feiten die onder de
resolutie vallen?
05.04 Mark Verhaegen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, enkele weken geleden wees de Marokkaanse
overheid nog 6 Nederlandse hulpverleners van een christelijk
weeshuis het land uit. Het gaat om mensen die actief waren in het
diaconaal project Village of Hope bij het stadje Azrou. De
buitenlandse werkers zijn vooral oudere paren die Marokkaanse
weeskinderen hebben opgenomen in hun gezinnen. De uitwijzing
brengt het project in het Midden-Atlasgebergte uiteraard een heel
zware klap toe en zou ertoe kunnen leiden dat die kinderen hun
ouders een tweede keer verliezen.
De staf van Village of Hope zou beticht zijn van zendingswerk.
Daarvan is mijns inziens echter nooit sprake geweest. Village of Hope
is een christelijk diaconaal project zonder evangelisatieoogmerk. Het
Griekse diakonos betekent dienaar, in deze context armenverzorger.
Er bestaan trouwens langlopende afspraken tussen de organisatie en
de Marokkaanse overheid over de opvang van weeskinderen.
Dit droeve nieuws volgt eigenlijk op verscheidene recente uitwijzingen
­ dit is voor mij de druppel geweest ­ van mensen die het veld
moesten ruimen omdat ze volgens de Marokkaanse politie niet-
aangemelde bijeenkomsten hielden en zich schuldig zouden hebben
gemaakt aan evangelische bekeringsijver. Alsmaar meer berichten
bereiken ons van buitenlandse werkers in Marokko, maar ook van
Marokkaanse christenen, die soms worden ondervraagd en onder
druk gezet om namen te noemen van buitenlandse werkers
enzovoort.
Daarom wil ik aan de staatssecretaris de volgende vragen stellen.
Ten eerste, vaak is de uitwijzing een reactie op gespannen politieke
05.04 Mark Verhaegen (CD&V):
Voici quelques semaines, le Maroc
a expulsé six collaborateurs
néerlandais
d'un
orphelinat
chrétien en raison d'accusations
de prosélytisme. Il n'a jamais été
question de cela. Village of Hope
est un effet un projet diaconal
chrétien sans portée évangéliste.
C'est la goutte d'eau qui fait
déborder le vase.
Est-ce un indice de tensions dans
les relations diplomatiques? Les
nouveaux rapports de force locaux
jouent-ils ici un rôle? Assiste-t-on
à une radicalisation de l'islam au
Maroc et à une détérioration de la
liberté de religion? Quel a été le
point de départ des expulsions
récentes? Doit-on faire pression
sur le Maroc pour que les
minorités
religieuses
soient
protégées? Le secrétaire d'État
mettra-t-il la liberté religieuse à l
`ordre du jour des assemblées
concernées?
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
verhoudingen. Soms spelen nieuwe lokale machtsverhoudingen een
rol. Is er misschien sprake van een verslechtering van de vrijheid van
godsdienst in Marokko of van een radicalisering van de islamitische
overtuiging in Marokko? Wat is volgens de staatssecretaris de
aanleiding voor de recente uitwijzingen van de buitenlandse werkers?
Ten tweede, bent u van oordeel dat de druk op het Noord-Afrikaanse
land moet worden opgevoerd om de positie van de religieuze
minderheden in het land te waarborgen? Zo ja, op welke wijze?
Ten slotte, er worden in Marokko dermate strenge regels gehanteerd
dat het voor moslims zeer moeilijk is om zich tot het christendom te
bekeren. Is de staatssecretaris van plan om de kwestie van de
godsdienstvrijheid op de gepaste fora aan de orde te stellen?
05.05 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de voorzitter, mijn eerste
vraag houdt ook verband met het voorval in Marokko. Er is duidelijk
een toenemende onverdraagzaamheid tegenover christenen, mensen
uit het buitenland die daar werken of inheemse christenen.
Het voorbeeld is al beschreven door mijn voorganger.
Herman Boonstra en 15 andere Nederlandse en Amerikaanse
christenen werden op 8 maart uit Marokko gezet. Ze leidden een
weeshuis, Village of Hope, en werden ervan beticht dat zij de
weeskinderen zouden hebben voorgelezen uit een kinderbijbel, met
verhaaltjes over de Ark van Noach, Jonas en de walvis en dergelijke,
verhalen die nota bene ook in de Koran voorkomen. In het weeshuis
kregen de kinderen trouwens ook koranles.
De Marokkaanse wet verbiedt niet-islamieten pogingen te
ondernemen om moslims te bekeren. Boonstra en zijn collega's
werden uitgewezen omdat zij deze wet geschonden zouden hebben.
De Marokkaanse minister van Communicatie, Khalid Naciri,
verklaarde dat de Marokkaanse wet die christenen verbiedt hun
geloof te propageren, streng zal worden toegepast. Vrijheid van
godsdienst is echter een fundamenteel mensenrecht.
Naar aanleiding van deze zaak heb ik de volgende vragen.
Wat is de houding van de Belgische regering in deze zaak? Heeft
onze ambassade in Marokko geprotesteerd naar aanleiding van het
uitwijzen van de Nederlanders? Marokko wil nauwere contacten
hebben en banden aanhalen met de Europese Unie. Zal de EU van
Marokko respect voor de godsdienstvrijheid eisen alvorens zij de
contacten tussen Marokko en de EU nauwer aanhaalt? Op welke
wijze zal ons land erop toezien dat de rechten van christenen, het
weze buitenlanders of Marokkaanse staatsburgers, in Marokko
gerespecteerd worden?
Ik kom tot mijn volgende vraag, over godsdienstvrijheid in Pakistan. Ik
stel deze vraag ook naar aanleiding van een incident. De Italiaanse
regering heeft op woensdag 24 maart de Pakistaanse zaakgelastigde
in Rome op het matje geroepen naar aanleiding van de vervolging van
christenen in Pakistan.
Op 23 maart 2010 overleed Arshed Masih, een 38-jarige christen, in
Rawalpindi, nadat hij door moslims in brand was gestoken omdat hij
zich niet tot de islam wilde bekeren. Zijn 33-jarige vrouw werd het
05.05 Alexandra Colen (VB): On
assiste en effet à une intolérance
croissante vis-à-vis des chrétiens
et des étrangers au Maroc.
L'expulsion de collaborateurs de
Village of Hope a déjà été citée.
Iles sont accusés d'avoir lu aux
orphelins une bible pour enfants,
alors que les récits de l'arche de
Noé ou, de Jonas et la baleine, par
exemple, apparaissent aussi dans
le Coran. De plus, les enfants de
l'orphelinat étudiaient aussi le
Coran.
La loi marocaine interdit aux non-
musulmans toute tentative de
convertir des musulmans. Les
collaborateurs de Village of Hope
sont accusés d'avoir enfreint cette
loi. Le ministre marocain de la
Communication
entend
faire
respecter à la lettre la loi
interdisant aux chrétiens de
propager leur foi.
Quelle est l'attitude de la Belgique
sur
cette
question?
Notre
ambassade a-t-elle protesté contre
l'expulsion des Néerlandais? L'UE
exigera-t-elle du Maroc le respect
de la liberté de culte avant
d'améliorer
les
contacts?
Comment notre pays veillera-t-il à
ce que les droits des chrétiens au
Maroc soient respectés?
Au Pakistan également, des
chrétiens
sont
poursuivis et
victimes
de
violences.
Le
gouvernement italien a interpellé le
chargé de mission pakistanais à
Rome à ce sujet. Notre pays fera-
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
slachtoffer van een groepsverkrachting door drie politieagenten in het
politiekantoor waar zij werd vastgehouden. Dat was de aanleiding
voor het op het matje roepen van de Pakistaanse zaakgelastigde door
de Italiaanse regering.
Dat was niet het eerste incident in Pakistan. Eerder in maart werden
zes Pakistani gedood en raakten er vijf ernstig gewond nadat een
groep moslims de kantoren van een christelijke organisatie in de
noordwestelijke stad Oghi bestormde.
Ik heb daarover de volgende vragen.
Bent u op de hoogte van de verslechterde toestand voor christenen in
Pakistan? Onderneemt ons land stappen om hierover zijn
bekommernis uit te spreken bij de Pakistaanse autoriteiten? Zal het
Italiaanse voorbeeld gevolgd worden en zal de Pakistaanse
vertegenwoordiger in ons land hierover op het matje worden geroepen
of is dat al gebeurd?
t-il part de ses inquiétudes aux
autorités pakistanaises ou le
représentant du Pakistan en
Belgique a-t-il déjà été invité à
rendre des comptes?
05.06 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, de
minister heeft verschillende vragen ontvangen over religieuze
minderheden, waarop hij graag een gebundeld antwoord wil geven.
Hij wil vooreerst benadrukken dat hij veel belang hecht aan de vrijheid
van religie en geloofsovertuiging. Daarom is België tussengekomen in
het interactieve debat met de speciale rapporteur van de Verenigde
Naties voor vrijheid van religie en geloofsovertuiging dat op
11 maart 2010 plaatsvond in de Mensenrechtenraad. Daarbij uitte
België in het bijzonder zijn bezorgdheid voor de precaire situatie van
religieuze minderheden in Irak, Iran en Saoedi-Arabië. Uiteraard
zullen zijn diensten zowel in Brussel als ter plaatse deze problematiek
verder volgen.
Hij wil er verder nog op wijzen dat ook de EU groot belang hecht aan
de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Daarom heeft de
raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen in november 2009
conclusies aangenomen over dit onderwerp. De raad heeft zich toen
onder meer verontrust getoond over meldingen van recente en
toenemende extreme gewelddaden tegen personen die tot religieuze
minderheden behoren en zijn bezorgdheid uitgesproken over hun
kwetsbare situatie in vele delen van de wereld. De raad heeft het
strategische belang onderstreept van de vrijheid van godsdienst en
levensovertuiging
en
van
het
tegengaan
van
religieuze
onverdraagzaamheid en heeft verklaard dat hij prioriteit zal blijven
verlenen aan die thema's als onderdeel van het mensenrechtenbeleid
van de Europese Unie.
05.06 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Différentes questions sur
les minorités religieuses ont été
posées au ministre des Affaires
étrangères. Il attache une très
grande importance à la liberté de
culte et de conviction religieuse.
C'est pourquoi la Belgique est
intervenue dans le débat des
Nations unies qui a eu lieu le
11 mars 2010 au sein du Conseil
des droits de l'homme. La
Belgique a exprimé son inquiétude
face à la situation précaire des
minorités religieuses en Irak, en
Iran et en Arabie saoudite.
Le ministre souligne que l'Union
européenne y attache également
une grande importance et que le
Conseil Affaires générales et
Relations extérieures a adopté des
conclusions à ce sujet en
novembre 2009. Le Conseil s'est
dit inquiet de la montée de la
violence envers des personnes qui
appartiennent à des minorités
religieuses et de leur vulnérabilité
dans de nombreuses parties du
monde. Le Conseil a souligné
l'importance stratégique de la
liberté de culte et de conviction et
de la lutte contre l'intolérance
religieuse. Le Conseil continuera à
donner
la
priorité
à
cette
problématique dans le cadre de la
politique des droits de l'homme de
l'Union européenne.
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Les attaques contre les minorités en Irak et les communautés
chrétiennes en particulier se sont en effet accentuées ces derniers
temps. Depuis février 2010, le bureau des Affaires humanitaires des
Nations unies (OCHA), publie des rapports spécifiques réguliers sur la
situation et l'aide humanitaire apportée à ces familles chrétiennes
déplacées. Le dernier état des lieux dont nous disposons date du 4
mars 2010. À cette date, le rapport de OCHA dénombrait 866 familles
chrétiennes déplacées. Je tiens à votre disposition le tableau précis
des personnes déplacées, par district et localité, ainsi que l'évolution
au cours des trois dernières semaines.
La situation des différentes minorités en Irak, y compris les minorités
chrétiennes, est suivie de près par nos postes diplomatiques qui
reçoivent régulièrement des rapports de notre ambassade à Genève
sur l'analyse de la situation en Irak du point de vue des organisations
internationales humanitaires et de notre ambassade à Amman
compétente pour l'Irak.
Le gouvernement a pris acte de la résolution de la Chambre visant à
promouvoir la protection des minorités culturelles et religieuses. Lors
de la 7
e
session de l'Universal Periodic Review du Conseil des droits
de l'homme, la Belgique a spécifiquement attiré l'attention des
autorités irakiennes et a interrogé celles-ci sur la protection effective
des minorités chrétiennes.
En conclusion, la Belgique a formellement recommandé au
gouvernement irakien de veiller à ce que toutes les exactions à
l'encontre de minorités ethniques, linguistiques ou religieuses soient
dûment investiguées et poursuivies. Les autorités irakiennes ont
accepté la recommandation. Le département a aussi spécifiquement
fait part de la préoccupation de la Belgique en ce qui concerne la
protection des minorités religieuses, et en particulier celles des
communautés chrétiennes de Mossoul lors d'une rencontre avec
M. Ad Melkert, représentant spécial des Nations unies en Irak, lors de
son passage à Bruxelles le 12 février dernier.
Les demandes d'asile d'Irakiens en Belgique se chiffrent à 825 en
2007, 1 070 en 2008 et 1 386 en 2009. En 2009, 269 Irakiens se sont
vus reconnaître le statut de réfugié en Belgique. Pour les deux
premiers mois de 2010, nous avons enregistré 222 demandes d'asile
d'Irakiens. Pour plus de précisions, je vous renvoie vers mon collègue
Melchior Wathelet qui possède la tutelle sur le Commissariat général
aux réfugiés et apatrides.
De jongste tijd worden de
minderheden in Irak, en in het
bijzonder
de
christelijke
minderheden, inderdaad vaker het
doelwit van aanvallen. De UN
Office for the Coordination of
Humanitarian Affairs publiceert
sinds 2010 regelmatig rapporten
over de situatie van de ontheemde
christelijke
gezinnen
en
de
hulpverlening aan die mensen.
Volgens het jongste verslag ging
het om 866 mensen. Onze
diplomatieke posten volgen de
situatie op de voet.
De regering heeft nota genomen
van die resolutie. Naar aanleiding
van de zevende zitting van de
Universal Periodic Review van de
Raad voor de mensenrechten
heeft België de Iraakse autoriteiten
vragen gesteld over de effectieve
bescherming van de christelijke
minderheden. We hebben de
Iraakse regering gevraagd om op
te treden tegen de uitwassen
waarvan de etnische, gods-
dienstige en taalminderheden het
slachtoffer
zijn.
De
Iraakse
autoriteiten hebben die aanbe-
veling aanvaard. Het departement
heeft op 12 februari jongsteden
ook
onze
bezorgdheid
met
betrekking tot de bescherming van
de religieuze minderheden, in het
bijzonder van de christelijke
gemeenschappen
in
Mosul,
uitgedrukt ten aanzien van de heer
Ad
Melkert,
de
speciale
vertegenwoordiger
van
de
Verenigde Naties in Irak.
In 2007 werden er in ons land 825
asielaanvragen ingediend door
Irakezen, in 2008 1.070 en in 2009
1.386.
Aangaande Pakistan kan de minister u melden dat hij op de hoogte is
van de discriminatie en de ernstige gewelddaden tegen de christenen.
De christenen zijn vaak het slachtoffer van meestal ongegronde
rechtszaken die gebaseerd zijn op de wetgeving inzake godslastering.
Ook andere religieuze minderheden, met name de Hindoes en de
Sikhs, zijn daar het slachtoffer van. Hetzelfde geldt voor talrijke
moslims, bijvoorbeeld voor de sjiieten in gebieden waar de soennieten
in de meerderheid zijn.
Tijdens de gesprekken die op Belgisch en op Europees niveau met de
Le ministre est informé de la
discrimination et des violences
graves dont les chrétiens sont
victimes au Pakistan. Par ailleurs,
les chrétiens sont souvent victimes
d'affaires judiciaires généralement
sans fondement, basées sur la
législation
en
matière
de
blasphème. Les hindous et les
sikhs en sont également victimes.
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Pakistaanse autoriteiten worden gevoerd, brengt België regelmatig
dat probleem van discriminatie van de minderheden ter sprake. Wij
moedigen de regering aan om een kordatere aanpak te voeren om
een representatieve democratie in te stellen die de mensenrechten
eerbiedigt. Die inspanningen leveren weliswaar reële resultaten op,
maar moeten toch nog verder worden opgevolgd.
België acht het niet aangewezen om het probleem te herleiden tot een
bepaalde religieuze minderheid. België benadrukt in zijn contacten
steeds het universeel karakter van de rechten van de mens.
De elementen waarover de minister in dit stadium beschikt inzake
Nigeria, maken gewag van enkele honderden personen die gedood
werden in drie christelijke dorpen in de nabijheid van de stad Jos in
het centrum van Nigeria. De aanvallen zouden uitgevoerd zijn in de
nacht van zaterdag 6 maart door de veehouders van de Fulani-etnie,
die overwegend uit moslims bestaat. De slachtoffers behoorden tot de
Berom-etnie, die hoofdzakelijk christelijk is. Het zou gaan om
represailles na een voorafgaand conflict tussen beide etnische
groepen.
De regio van de stad Jos wordt regelmatig getroffen door
opflakkeringen van religieus of etnisch geweld. Zo werden er in
januari meer dan 300 personen gedood bij geweld tussen christenen
en moslims.
De internationale gemeenschap heeft dit religieus geweld
veroordeeld. De secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, riep
maandag de partijen in Nigeria nog op om blijk te geven van een
maximum aan terughoudendheid. Het geweld lijkt momenteel te
bedaren ten gevolge van de aankondiging door de interim-president
van Nigeria Goodluck Jonathan van een ontplooiing van
veiligheidstroepen alsook van een afkondiging van de hoogste
alarmfase voor de regio.
Op 8 maart laatstleden zijn 16 christelijke zendelingen uit Marokko
gezet. Ze maakten deel uit van het weeshuis Village of Hope. De
regering beschuldigt hen ervan onder het mom van liefdadigheid
bekeringsactiviteiten gericht op jonge kinderen uit te voeren. De
Marokkaanse grondwet erkent de drie religies van het boek, islam,
judaïsme en christendom, en garandeert de vrijheid van eredienst
maar verbiedt elke bekeringsactiviteit. Elke vorm van bekeringsdrang
wordt als een aantasting van de eenheid van de Marokkaanse
beleving van de soennitisch-malekitische rite gezien. Om dezelfde
reden worden regelmatig evangelische predikanten uit het land gezet.
Zolang ze zich echter onthouden van bekeringsdrang kunnen de
religieuzen minderheden in Marokko hun godsdienst wel in
aanzienlijke vrijheid beleven.
Il en va de même pour de
nombreux
musulmans,
par
exemple les chiites dans les
territoires où les sunnites sont
majoritaires.
Lors des discussions avec les
autorités
pakistanaises,
la
Belgique aborde régulièrement le
problème de la discrimination des
minorités. Nous encourageons le
gouvernement à mener une
politique plus résolument axée sur
l'instauration d'une démocratie
représentative qui respecte les
droits de l'homme. La Belgique
estime qu'il n'est pas indiqué de
ramener le problème à une
minorité religieuse en particulier
mais souligne systématiquement
le caractère universel des droits
de l'homme.
Quelques centaines de personnes
ont été tuées dans trois villages
chrétiens proches de la ville de
Jos dans le centre du Nigeria. Les
attaques auraient été menées
dans la nuit du samedi 6 mars par
les éleveurs de la tribu Fulani
composée
essentiellement de
musulmans.
Les
victimes
appartenaient à la tribu Berom,
essentiellement
chrétienne.
Il
s'agirait de représailles à la suite
d'un conflit antérieur.
La ville de Jos et les alentours
sont régulièrement victimes de
violence religieuse ou ethnique.
En janvier
dernier,
plus
de
300 personnes ont trouvé la mort
dans des affrontements entre
chrétiens et musulmans. La
communauté
internationale
a
condamné
cette
violence
à
caractère religieux. Lundi dernier,
le secrétaire général des NU a
invité les parties à faire preuve de
réserve au Nigeria. La violence
semble s'apaiser du fait du
déploiement
des
forces
de
sécurité et de la proclamation de
la phase d'alerte la plus élevée
dans cette région.
Le 8 mars 2010, 16 missionnaires
chrétiens de l'orphelinat Village of
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Hope ont été expulsés du Maroc.
Le gouvernement les accuse
d'avoir cherché à convertir de
jeunes enfants sous le couvert de
la
charité.
La
constitution
marocaine
reconnaît
trois
religions, à savoir l'islam, le
judaïsme et le christianisme. Elle
garantit la liberté de culte mais
interdit
toute
activité
de
prosélytisme. Toute tentative de
convertir est considérée comme
une atteinte à l'unité de la société
marocaine autour du rite sunnite-
malékite.
Des
prédicateurs
évangéliques sont régulièrement
expulsés du pays pour les mêmes
raisons. Toutefois, tant qu'elles ne
cherchent pas à convertir, les
minorités religieuses sont libres de
pratiquer leur culte librement au
Maroc.
05.07 Francis Van den Eynde (VB): Dit antwoord toont iets heel
klassiek in dit land aan. Men toont zich heel bekommerd om de
mensenrechten. Men toont zich heel bekommerd om de democratie.
En hoe brengt men dat tot uiting? Men maakt deel uit van wat men
noemt, interactieve debatten. Men zegt dat men verontrust is. Men
gebruikt alle woorden uit het woordenboek om uitdrukking te geven
aan die onrust, maar het blijft bij woorden. Geen enkele maatregel
wordt getroffen om deze woorden te beklemtonen. Dan ben ik nog
niet aan het pleiten voor oorlog of voor zeer sterke
retorsiemaatregelen.
Mevrouw Colen heeft daarstraks een voorbeeld gegeven uit Europa.
Er is toch een mogelijkheid om iets meer gespierd te reageren dan de
Belgische regering doorgaans doet.
05.07 Francis Van den Eynde
(VB): On s'inquiète toujours des
droits de l'homme et de la
démocratie dans ce pays mais ces
belles paroles ne sont pas suivies
d'actes concrets. La Belgique ne
pourrait-elle pas intervenir de
façon plus musclée?
05.08 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour cette réponse détaillée.
Monsieur le ministre, je prendrai volontiers connaissance des chiffres
dont vous avez parlé concernant les origines de ces familles en Irak.
Je vois que vous essayez de faire bouger nos ambassadeurs à l'ONU
et auprès des gouvernements concernés.
Vous avez cité des dates de réunions importantes. Je sens qu'il y a
un embryon de réponse pour faire état de cette résolution dans les
différents lieux où nous sommes présents. Je ne peux que vous
inviter à poursuivre dans cette voie.
Si la Belgique, et d'autres, peuvent faire valoir leur intérêt pour la
protection de ces minorités religieuses ou culturelles, en particulier
des minorités chrétiennes victimes de génocides dans des endroits
précis, je serais très satisfaite.
05.08 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
stel vast dat u onze ambassadeurs
bij de VN en bij de betrokken
regeringen tot actie tracht aan te
zetten en verzoek u om op de
ingeslagen weg voort te gaan.
05.09 Mark Verhaegen (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik wil 05.09 Mark Verhaegen (CD&V):
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
in dezelfde lijn als collega Nyssens repliceren.
Ik ben blij dat de regering uw resolutie, mijnheer Dallemagne, van
28 januari, goedgekeurd in plenaire zitting, zo goed mogelijk opvolgt.
Ik hoop ook dat ze correct zal worden opgevolgd in de toekomst.
Mijnheer de staatssecretaris, na uw antwoord begrijp ik beter waarom
onze Europese president Herman Van Rompuy na een recente top
tussen de Europese Unie en Marokko in het Spaanse Granada, dit
Noord-Afrikaanse land bekritiseerde. Ik begrijp dat nu meer dan ooit.
Ten slotte, wat de Marokkanen verwachten van de Europese landen,
om de rechten van de moslims te eerbiedigen en waarborgen, is goed
op voorwaarde dat hun autoriteiten, die nu nog mensen uitwijzen en
hun kinderen en bezittingen afnemen, paal en perk stellen aan die
praktijken, en zeker op een valse beschuldiging van christelijk
proselectisme. Dat mag ik wel zeggen. Dat vind ik dus aberrant, want
het is inderdaad een valse beschuldiging. Ik hoop dan ook dat onze
regering daartegen heel sterk optreedt.
Je
suis
heureux
que
le
gouvernement
applique
au
maximum la résolution déposée
par M. Dallemagne. Après avoir
entendu
cette
réponse,
je
comprends d'autant mieux les
critiques formulées par M. Van
Rompuy en sa qualité de président
européen.
Les
autorités
marocaines, qui attendent de la
part des pays européens qu'ils
respectent et garantissent les
droits des musulmans, doivent de
leur côté s'opposer fermement aux
expulsions, surtout lorsqu'elles
sont fondées sur de fausses
accusations. J'espère que le
gouvernement belge réagit avec
fermeté contre ces pratiques.
05.10 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik noteer
het antwoord in verband met het incident in Marokko en ook dat de
regering zegt in haar beschrijving van de wetgeving in Marokko dat de
minderheden wel een aanzienlijke vrijheid hebben om hun geloof te
belijden op voorwaarde dat ze niet evangeliseren of hun geloof niet
uitdragen. Hoe kunt u dat een aanzienlijke vrijheid noemen als men
over zijn eigen geloof niet mag spreken zonder daarvoor onmiddellijk
op dergelijke manier vervolgd te worden?
Verder constateer ik dat ik geen enkel concreet antwoord heb
gekregen op mijn vragen. Ik kan er dus van uitgaan dat in dit geval,
naar aanleiding van dit incident, de Belgische regering waarschijnlijk
helemaal niets heeft ondernomen. Dat spijt mij zeer. Ik hoop dat zij in
de toekomst, op het vlak van de Europese Unie, enzovoort, op die
manier toch een beetje druk op Marokko probeert uit te oefenen om
zich op dat vlak als een meer beschaafd land te gedragen en eigenlijk
zelfs ook om hun grondwet te veranderen, want het is eigenlijk een
onaanvaardbare grondwet wanneer men ervan uitgaat dat de landen
in hun betrekkingen onder elkaar een gemeenschappelijk kader van
mensenrechten willen aanhouden.
Betreffende het antwoord op de vraag in verband met de vraag over
de godsdienstvrijheid in Pakistan, noteer ik dat er inderdaad
gesprekken zijn geweest met de Pakistaanse autoriteiten en dat
België van plan is de druk op Pakistan verder op te voeren.
Ik kan begrijpen dat men dat niet tot één bepaalde religieuze
minderheid beperkt en dat men de rechten van alle religieuze
minderheden wil doen respecteren, maar daarmee heb ik geen
antwoord op de vraag wat België in dit specifieke geval gedaan heeft.
Hoe heeft België gereageerd?
Het is wel zeer grof. Het gaat ook om een terreur vanwege het regime
zelf. De politie is zelf betrokken bij de gewelddaden tegen dit
christelijke koppel.
Ik noteer dat ik geen antwoord heb inzake de reactie van België op dit
specifieke voorval. Ik hoor alleen algemene verklaringen, waarin men
05.10 Alexandra Colen (VB):
Ces persécutions ne reflètent pas
la "grande liberté de religion"
offerte aux minorités en vertu de la
législation marocaine et évoquée
par le gouvernement. Par ailleurs,
n'ayant obtenu aucune réponse
concrète à mes questions, je
suppose que le gouvernement
belge n'a rien entrepris en la
matière. J'espère qu'à l'avenir, le
gouvernement
exercera
des
pressions sur le Maroc dans un
cadre européen commun et au
nom des droits de l'homme.
En ce qui concerne la question de
la liberté de religion au Pakistan, je
note que des discussions ont eu
lieu et que la Belgique entend
renforcer les pressions sur le
Pakistan. Quelle a été la réaction
de la Belgique à la suite des
violences perpétrées récemment
par le régime contre un couple de
chrétiens?
Je n'entends que des explications
générales laissant entendre que
les incidents de ce genre sont
chaque fois évoqués lors de
contacts
avec
les
autorités
pakistanaises.
Je
demande
instamment que cela se fasse plus
souvent et que ces incidents
dramatiques soient également
condamnés.
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
zegt dat men dit telkens ter sprake brengt in gesprekken met de
Pakistaanse autoriteiten. Ik wil erop aandringen dat men dit meer
doet, ook naar aanleiding van specifieke incidenten. Men moet die
gevallen toch veroordelen. Zij zijn zo schrijnend en flagrant dat
niemand er naast kan kijken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen over "de politionele actie jegens sommige leden van de Koerdische gemeenschap van
4 maart 2010" (nr. 20320)
- de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de gevolgen op vlak van buitenlandse politiek van de politionele
actie tegen een aantal Koerdische verenigingen van 4 maart jongstleden" (nr. 21088)
06 Questions jointes de
- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les actions policières du 4 mars 2010 contre certains membres de la
communauté kurde" (n° 20320)
- M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les conséquences au niveau de la politique étrangère de l'action
policière du 4 mars dernier contre certaines associations kurdes" (n° 21088)
06.01 Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, twee weken
geleden werden een 22-tal Koerden opgepakt, waarvan er zeven een
tijdje aangehouden bleven. Die zijn ondertussen ook vrijgelaten.
Waar ik in mijn vraag in het bijzonder op wil ingaan, is de mogelijke
voorbereiding of de contacten die België had met Turkije in het kader
van die actie. Er blijven immers geruchten circuleren dat België actief
met Turkije meegewerkt zou hebben bij de voorbereiding van die
zogenaamde aanval op de Koerden. Daarom heb ik de volgende
vragen aan u.
Welke diplomatieke contacten hebt u, ter voorbereiding van die actie,
zelf over die zaak gehad met vertegenwoordigers van de Turkse
regering?
Welke boodschap hebt u voor de Koerdische gemeenschap in ons
land? Welke houding neemt u aan tegenover de Koerdische kwestie
in het algemeen? Vindt u ook dat een streven naar een autonoom
Koerdistan legitiem is, zolang het op een democratische wijze
gebeurt?
Bij voorbaat dank voor uw antwoord.
06.01 Peter Luykx (N-VA): Il y a
deux semaines, 22 Kurdes ont été
appréhendés. Certains ont été
maintenus en détention, mais
relâchés depuis. D'après certaines
rumeurs,
la
Belgique
aurait
activement collaboré avec la
Turquie pour préparer cette action.
Quels contacts diplomatiques la
Belgique a-t-elle eus avec les
représentants du gouvernement
turc? Quel message le secrétaire
d'État a-t-il à adresser à la
communauté kurde dans notre
pays? Quelle est sa position sur la
question kurde? Estime-t-il que la
lutte pour l'autonomie est légitime?
06.02 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de staatssecretaris,
als Vlaams nationalist heb ik altijd heel wat sympathie gekoesterd
voor de strijd die de Koerden leveren voor de vrijwaring van hun
culturele en deels ook godsdienstige identiteit. Daarom heb ik het
dossier van in het begin van nabij gevolgd, ook door een aantal
parlementaire vragen te stellen.
Het is altijd mijn indruk geweest dat in die zaak België opgetreden is
als een lakei van Turkije. Ik wil nog eens herhalen dat Turkije zeker
geen model is van een democratie. Nog niet zo lang geleden werd
een Koerdische partij die parlementairen had in het parlement,
06.02 Francis Van den Eynde
(VB): En tant que nationaliste
flamand, j'éprouve de la sympathie
pour
la
cause
kurde.
J'ai
l'impression que dans cette affaire,
notre pays a agi en tant que
laquais de la Turquie. Dans ce
pays, un parti kurde vient d'être
déclaré illégal et ses élus font
l'objet d'une interdiction profes-
sionnelle. Ce n'est certainement
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
verboden
en
haar
parlementairen
werden
doodgewoon
werkonbekwaam verklaard.
Dat is zeker geen voorbeeld van democratie en men gaat daar de
oppositie nogal stevig te lijf.
Vanaf het begin had ik de indruk dat we daar hand- en spandiensten
leverden aan het Turks regime en het verloop van het gerechtelijk
onderzoek spreekt mij daarin voorlopig niet tegen. Er was in het begin
sprake van terrorisme en massarazzia's op terroristen, maar na
14 dagen zijn er slechts twee mensen die nog aangehouden blijven,
en de grote meerderheid van wie de aanhouding bevestigd werd door
de raadkamer, is al in beroep vrijgelaten. Ik heb de indruk dat het een
operatie was ten voordele van Turkije.
Ik wil de minister van Buitenlandse zaken dan ook vragen ­ en ik heb
deze vraag ook in petto voor de minister van Justitie -, in welke mate
we zijn opgetreden op basis van Turkse inspiratie en om Turkije en
misschien nog andere bondgenoten, een plezier te doen. Er zijn
bepaalde hele grote bondgenoten, zoals de Verenigde Staten, die
Turkije heel graag beschermen ter zake wegens geopolitieke
belangen in het Midden-Oosten.
pas un exemple de démocratie.
Selon le tribunal, cette action
contre les communautés kurdes
s'inscrivait dans le cadre de la lutte
contre le terrorisme mais au bout
de deux semaines, seulement
deux personnes restaient en
détention. Cela ne fait que
renforcer
l'impression
selon
laquelle la Belgique a en fait agi
pour le compte de la Turquie.
Dans quelle mesure cette action
avait-elle pour but de plaire à la
Turquie ou à d'autres alliés?
06.03 Staatssecretaris Olivier Chastel: De actie van 4 maart kadert
in het gerechtelijk onderzoek. Er zijn ter zake geen voorafgaande
diplomatieke contacten geweest met de Turkse of enige andere
regering.
De minister van Buitenlandse Zaken is begaan met de plaats van de
Koerden in de Turkse maatschappij. Hij verwelkomt dus, net zoals de
Europese Commissie in haar jongste jaarlijks voortgangsrapport over
Turkije, dat op 14 oktober gepubliceerd werd, dat de afgelopen zomer
de regering van premier Erdogan een programma heeft
aangekondigd voor een democratische opening. Dat programma
heeft tot doel de Koerdische kwestie op vreedzame wijze op te lossen.
Gelet op de historische context en het feit dat de kwestie zeer
gevoelig ligt in Turkije, kan alleen vooruitgang geboekt worden door
omzichtig en bedachtzaam te werk te gaan.
Daar gaat tijd overheen en daarvoor is politiek engagement van alle
zijden nodig. Daarom is het ook belangrijk dat de EU Turkije blijft
aanmoedigen bij zijn streven naar een oplossing van de Koerdische
kwestie en dat er daarbij over dient te worden gewaakt dat er
vooruitgang wordt geboekt.
06.03 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: L'action du 4 mars 2010
s'inscrivait dans le cadre d'une
enquête judiciaire. Il n'y a eu
aucun
contact
diplomatique
préalable avec le gouvernement
turc. Le ministre des Affaires
étrangères se sent concerné par la
place des Kurdes dans la société
turque. À l'instar de la Commission
européenne, il applaudit l'initiative
du gouvernement Erdogan prise
l'été dernier
de lancer
un
programme
d'ouverture
démocratique afin de résoudre
pacifiquement la question kurde.
Vu le contexte historique et
l'extrême sensibilité de la question
en Turquie, la plus grande
prudence est de mise.
L'UE doit continuer à encourager
la Turquie à trouver une solution.
06.04 Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, u zegt dat
er helemaal geen diplomatieke contacten zijn geweest tussen België
en Turkije. Het verwondert mij toch enigszins dat de Turkse overheid
er als de kippen bij was om de Belgische regering uitbundig proficiat
te wensen. Ik denk dat de brokstukken bij Roj TV nog niet allemaal
waren geteld, terwijl de felicitaties al toekwamen. Dat doet mij
vermoeden dat er in Turkije een voorkennis over de geplande actie
was.
U spreekt over omzichtig en bedachtzaam. De wijze waarop de actie
plaatsvond, was allerminst omzichtig en bedachtzaam. Ik kan mij niet
06.04 Peter Luykx (N-VA): S'il
n'y a pas eu de contacts
diplomatiques, il est quand même
surprenant que les autorités
turques aient félicité le gouverne-
ment belge tout de suite après
l'intervention, ce qui porte à croire
que la Turquie en avait été
préalablement informée. La façon
dont l'action a été menée est tout
sauf prudente et réfléchie. Il est
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
voorstellen dat België onder het mom van antiterreur Ankara helpt om
de Koerdische stem die vanuit België weerklinkt, te smoren. Het is
natuurlijk paradoxaal dat personen met een vluchtelingenstatuut hier
in België in de gevangenis vliegen precies om de redenen waarom zij
zijn gevlucht. Dat vind ik zeer vreemd.
Ik roep ertoe op dat wij misschien voorzichtig en bedachtzaam maar
toch duidelijk laten horen wat wij vinden van de acties en dat wij tegen
Turkije in aanmanen om op te komen voor de Koerden.
paradoxal que les personnes
ayant obtenu le statut de réfugié
dans notre pays soient jetées en
prison précisément pour les
raisons qui les ont poussées à fuir.
Je suggère que la Belgique
exprime son point de vue claire-
ment mais avec circonspection et
qu'elle prenne dorénavant la
défense des Kurdes.
06.05 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, er waren
niet alleen onmiddellijk felicitaties van het regime in Ankara. Terwijl de
operatie bij ons 's ochtends een aanvang nam en bij ons dus in de
media kwam in de voormiddag, was het reeds punt 1 om 13.00 uur op
de Turkse televisie. Ook dat wijst in de richting van voorkennis.
Ik heb dus nota genomen van het antwoord van de minister, maar ik
zal u bekennen dat ik dat cum grano salis doe.
06.05 Francis Van den Eynde
(VB):
Cette
opération
s'est
déroulée le matin et nous a été
rapportée par les médias dans le
courant de la matinée. À 13 h, elle
faisait les gros titres de la télé-
vision turque. Le gouvernement
turc a immédiatement félicité la
Belgique, ce qui tendrait à montrer
qu'il était au courant. Permettez-
moi de douter de la réponse du
ministre.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Questions jointes de
- Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'appel à la guerre sainte de Kadhafi à l'encontre de la Suisse et les
conséquences sur l'Union européenne" (n° 20325)
- Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "le conflit entre la Suisse et la Libye, la Suisse en Schengen" (n° 20894)
07 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de oproep van Kadhafi tot een heilige oorlog tegen Zwitserland en
de gevolgen voor de Europese Unie" (nr. 20325)
- mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het conflict tussen Zwitserland en Libië, Zwitserland en Schengen"
(nr. 20894)
07.01 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le secrétaire d'État,
ma question date du 8 mars. Les relations entre la Libye et la Suisse
ne cessent de s'enliser et déteignent sur les relations de la première
avec l'Union européenne. Le leader libyen n'aurait pas digéré
l'arrestation musclée de son fils et de sa belle-fille. Sa colère n'a fait
que durcir les rapports de son pays avec la Suisse. De représailles en
représailles, on a vu le guide libyen en appeler à la guerre sainte
contre cette dernière avant d'annoncer qu'il refusait l'octroi de visa à
tous les ressortissants de l'espace Schengen pour dénoncer "la
solidarité systématique dont font preuve ses États membres avec la
Suisse".
Ce conflit prend une telle envergure qu'il déteint sur l'ensemble de la
population européenne au point que l'Union européenne aurait
entrepris des consultations diplomatiques discrètes auprès des deux
parties. Mais l'unanimité n'a pas été réunie entre les États membres à
ce propos. L'Italie a ainsi reproché à la Suisse d'utiliser le principe des
07.01 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!):De betrekkingen tussen
Zwitserland en Libië zijn zo slecht
geworden dat de Libische leider
opgeroepen heeft tot een heilige
oorlog tegen Zwitserland en
aangekondigd heeft dat hij alle
visa
zou
weigeren
aan
onderdanen uit de Schengen-
ruimte. De Europese Unie zou
discrete
diplomatische
raad-
plegingen hebben opgezet met de
twee partijen, maar de lidstaten
zouden het niet allen eens zijn.
Wat is het standpunt van België op
de Raad Algemene Zaken van
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
listes noires à des fins politiques, alors que ce n'était pas leur
vocation.
Par ailleurs, il est ressorti du dernier Conseil des Affaires générales et
des Relations extérieures que celui-ci prenait acte de la situation,
mais aussi des efforts diplomatiques fournis notamment par
l'Allemagne et l'Espagne en espérant qu'ils puissent suffire.
Monsieur le secrétaire d'État, quelles ont été les prises de parole de la
Belgique au sujet de cette crise lors du Conseil des Affaires générales
du 22 février? Des démarches à l'égard de la Libye ont-elles été
entreprises ou sont-elles prévues? Dans le cas où aucune pacification
n'aurait été constatée, la Belgique ne devrait-elle pas prendre des
initiatives pendant la présidence de l'Union? Je pense, par exemple,
au rappel de nos diplomates. Et puis, pouvons-nous avoir un aperçu
de la vision de notre pays quant à ses relations avec la Libye?
De plus, certains parlementaires suisses - tel l'un de mes collègues
Verts, Antonio Hodgers ­ ont demandé que le Conseil de sécurité des
Nations unies se saisisse de cet appel au djihad du colonel Kadhafi
contre la Suisse. Nous ne sommes pas au Conseil de sécurité, mais
des démarches pourraient-elles être entreprises le cas échéant?
Enfin, le Sommet arabe de cette année aura lieu en Libye. Que
pouvons-nous en attendre?
On sait Kadhafi friand d'apparitions assez clownesques ou théâtrales
et surtout de grandes déclarations. Mais est-ce vraiment productif?
22 februari? Zijn er demarches
gedaan (of gepland) ten aanzien
van Libië? Moet België niet het
initiatief
nemen
tijdens
het
voorzitterschap en zijn diplomaten
terugroepen,bijvoorbeeld? Wat zijn
de relaties tussen ons land en
Libië?
Kunnen er demarches kunnen
worden gedaan bij de Veiligheids-
raad van de Verenigde Naties
opdat hij zich zou buigen over
deze dreigende heilige oorlog,
zoals Zwitserse parlementsleden
hebben gevraagd? Wat mogen we
verwachten van de Arabische Top
die dit jaar in Libië wordt
gehouden?
Is het clownesk optreden van
Kadhafi productief?
07.02 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de voorzitter, het gaat over
hetzelfde conflict dat al beschreven werd. Het is al een tijdje bezig en
escaleert nu, op dit moment. Het conflict begon in juli 2008 toen de
Zwitserse politie Hannibal Kadhafi arresteerde, de zoon van de
Libische dictator Moammar Kadhafi. Hij werd gearresteerd nadat hij
personeel zwaar fysiek had mishandeld in een hotel in Genève.
Kadhafi's zoon werd twee dagen later uitgewezen.
Libië nam wraak door de Zwitserse zakenmannen die zich toevallig in
Libië bevonden, te arresteren. Een van hen, Max Göldi, zit nog steeds
in een Libische gevangenis. Vervolgens heeft Zwitserland 180 Libiërs,
waaronder Kadhafi en zijn zoon, op een zwarte lijst geplaatst en hun
de toegang tot Zwitserland ontzegd. Aangezien Zwitserland lid is van
de Schengengroep, geldt dit toegangsverbod voor alle landen van de
Schengengroep. Op 24 februari jongstleden dan kondigde Kadhafi
een jihad tegen Zwitserland af. De Italiaanse minister van
Buitenlandse Zaken, Franco Frattini, verklaarde op 21 maart dat
Zwitserland uit de Schengengroep gezet moet worden, tenzij de
Zwitsers het toegangsverbod voor de 180 Libiërs intrekken.
Welke houding neemt ons land in ten aanzien van de jihad of heilige
oorlog die Libië tegen Zwitserland heeft afgekondigd? Werd door ons
land aan de Libische autoriteiten duidelijk gemaakt dat dergelijke
oproepen tot grootschalig geweld ontoelaatbaar zijn?
Ten tweede. Volgt ons land de situatie in verband met Max Göldi op?
Zijn er nieuwe ontwikkelingen in deze zaak?
Ten derde. Op welke manier hebben de Zwitserse autoriteiten de lijst
07.02 Alexandra Colen (VB): Le
conflit entre la Libye et la Suisse,
commencé en juillet 2008, s'est
depuis
encore
aggravé.
Un
homme d'affaires suisse est
encore détenu dans une prison
libyenne et la Suisse entretient une
liste de 180 Libyens qui ne
peuvent pénétrer dans le territoire
helvétique.
La
Suisse
étant
membre du groupe Schengen,
cette interdiction d'accès est
valable pour l'ensemble des États
Schengen. Dans l'intervalle, l'Italie
plaide pour que la Suisse soit
exclue de ce groupe de pays, à
moins que l'interdiction d'accès
soit levée. En février, M. Kadhafi a
lancé un nouveau djihad contre la
Suisse.
Quelle est la position adoptée par
notre pays vis-à-vis de ce djihad
contre la Suisse? Notre pays a-t-il
fait comprendre à la Libye que
cette attitude était inacceptable?
La Belgique suit-elle de près le
dossier de l'homme d'affaires
suisse?
Observe-t-on
de
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
van 180 Libiërs die niet langer welkom zijn in Zwitserland aan ons
land bezorgd? Past ons land dit toegangsverbod ook toe?
Ten vierde. Wat is de houding van ons land inzake de eis van Italië
dat Zwitserland uit de Schengengroep zou worden gezet? Deelt ons
land dit standpunt? Is het juridisch mogelijk om een land uit de
Schengengroep te stoten?
Président: Dirk Van der Maelen
Voorzitter: Dirk van der Maelen
nouveaux développements dans
cette affaire? Comment la Suisse
a-t-elle transmis à notre pays la
liste des Libyens interdits d'accès?
Appliquons-nous également cette
interdiction? La Belgique rejoint-
elle la position de l'Italie? Est-il
juridiquement
envisageable
d'exclure un État du groupe
Schengen?
07.03 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Ce samedi 27 mars, la
Libye, vous le savez, après avoir reçu la confirmation de la décision
suisse de lever ses restrictions à l'octroi de visas à près de 180
personnalités libyennes reprises dans une liste noire, a décidé de
suspendre ses propres mesures restrictives à l'égard des
ressortissants de l'espace Schengen. C'est la conclusion de cette
aventure.
À noter que le règlement de la question des visas ne liquide
évidemment pas le différend entre la Suisse et la Libye, notamment
en ce qui concerne la détention de Max Göldi. Le ministre tient
toutefois à répondre à vos questions concernant les faits qui se sont
déroulés ces dernières semaines dans le cadre de la crise des visas
entre l'Union européenne et la Libye.
Premièrement, le point que vous avez soulevé a effectivement été
discuté au conseil Affaires étrangères du 22 février. Mme Catherine
Ashton, haute représentante du Conseil et vice-présidente de la
Commission, a lancé un appel à la Libye pour qu`elle mette fin à ses
pratiques frappant les citoyens de l'espace Schengen, et à la Suisse
pour qu'elle trouve une solution au différend qui l'oppose à la Libye.
La Belgique a appuyé les efforts entrepris par Mme Ashton afin
d'éviter toute escalade de la situation, estimant que le différend entre
la Suisse et la Libye devait être réglé bilatéralement et politiquement,
au besoin avec l'aide de l'Union européenne, mais sans prendre en
otage la liberté de mouvement de l'ensemble des citoyens européens.
La Belgique avait, via son ambassade à Tripoli, transmis une note de
protestation au ministère libyen des Affaires étrangères, suite au
refoulement d'un de ses ressortissants, titulaire d'un passeport
diplomatique et en ordre de visa.
Il n'a pas été question de saisir le Conseil de sécurité des Nations
unies suite à l'appel au djihad qui a été lancé par le colonel Kadhafi
contre la Suisse. C'est en marge du sommet de Syrte de la ligue
arabe, que les ministres des Affaires étrangères d'Espagne et de
Libye se sont rencontrés, et sont arrivés à l'accord mettant un terme à
la crise des visas entre l'Union et la Libye.
07.03 Staatssecretaris Olivier
Chastel:
Libië
besliste
op
27 maart zijn beperkende maat-
regelen ten aanzien van de
onderdanen van de Schengen-
landen op te schorten, na de
opheffing door Zwitserland van de
visabeperkingen ten aanzien van
180
Libische
vooraanstaande
personen die opgenomen zijn op
een zwarte lijst. Daarmee is het
geschil tussen beide landen echter
nog niet van de baan, met name
wat Max Göldi betreft.
Dit punt kwam aan bod op de
Raad Buitenlandse Zaken van
22 februari.
Mevrouw
Ashton
vroeg dat Libië zijn praktijken ten
aanzien
van
de
Schengen-
onderdanen zou staken en dat
Zwitserland een oplossing zou
vinden voor zijn geschil met Libië.
België steunde de inspanningen
van mevrouw Ashton. We moeten
immers voorkomen dat de zaken
escaleren. Het geschil moet
worden geregeld langs bilaterale
en politieke weg, zo nodig met de
hulp van de Unie. In geen geval
mag de bewegingsvrijheid van de
burgers van de Unie op de helling
worden gezet. België had via zijn
ambassade
in
Tripoli
een
protestnota overgezonden na de
uitwijzing van de houder van een
diplomatiek paspoort die in het
bezit was van het nodige visum.
Er is geen sprake van geweest de
jihaddreiging tegen Zwitserland
aanhangig te maken bij de
Veiligheidsraad.
De ministers van Buitenlandse
Zaken van Spanje en Libië, die
elkaar ontmoetten in de rand van
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
de Top van de Arabische Liga in
Syrte, bereikten een akkoord in
verband met de visumcrisis met
de Unie.
Op 25 februari deed de Libische leider Moammar Kadhafi in een
redevoering ter gelegenheid van maulid, de dag waarop de geboorte
van de profeet Mohammed wordt herdacht, een oproep tot jihad tegen
Zwitserland. Deze oproep kwam er na het referendum in november
2009, waarbij de Zwitserse bevolking zich uitsprak voor een verbod
tegen de bouw van minaretten. Deze oproep dient te worden
gerelativeerd. De oproep van kolonel Khadafi moet eerder worden
begrepen als een oproep tot boycot, niet als een oproep tot gewapend
geweld, aldus Ali Aujali, de ambassadeur van Libië in de Verenigde
Staten.
Onze ambassade in Tripoli volgt het dossier van Max Göldi op de
voet. Op 22 februari gaf Max Göldi zich over aan de Libische
autoriteiten om een gevangenisstraf van vier maanden uit te zitten
wegens illegaal verblijf in Libië. Volgens zijn advocaat zijn de
detentieomstandigheden van de heer Göldi goed. Met de hulp van
Spanje en Duitsland blijven Zwitserland en Libië onderhandelingen
voeren met het oog op een oplossing voor het bilaterale conflict en de
vrijlating van de heer Göldi.
De Zwitserse autoriteiten hebben geen lijst overgemaakt. De regels
inzake identificatie van personen die bij de Schengenpartners
gesignaleerd staan, worden niet op het niveau van de
FOD Buitenlandse Zaken vastgesteld, maar vallen binnen de
bevoegdheid van de FOD Binnenlandse Zaken, waaraan deze vraag
beter wordt gesteld. Er gold ook geen automatisch visumverbod ten
aanzien van Libische onderdanen die naar een Schengenlidstaat
wilden reizen. Ondanks een eventueel signalement kan de lidstaat die
de visumaanvraag heeft ontvangen, toch overwegen om bij wijze van
uitzondering een visum met beperkte territoriale geldigheid af te
geven.
Voorzitter: Georges Dallemagne.
Président: Georges Dallemagne.
Voor België kan dit zoals hierboven uitgelegd voor zover de aanvraag
eerst aan de Dienst Vreemdelingenzaken van de FOD Binnenlandse
Zaken wordt voorgelegd.
De minister is altijd van mening geweest dat dit geschil op bilateraal
en politiek niveau moest worden geregeld, eventueel met de hulp van
het Spaanse voorzitterschap en van de lidstaten die als bemiddelaar
wilden optreden en in overleg met Zwitserland. Het is immers altijd de
bedoeling geweest deze crisis op diplomatiek niveau af te handelen
om te vermijden dat er nog langer een rem wordt gelegd op het vrij
verkeer van alle Europese burgers.
De Europese Commissie, die waakt over de toepassing van het
gemeenschapsrecht en dus ook van de Schengen-akkoorden, blijft bij
haar oordeel dat Zwitserland zijn verplichtingen inzake de Schengen-
regeling inzake visa heeft nageleefd. Het idee om Zwitserland niet
langer deel te laten uitmaken van de Schengen-ruimte is onevenredig.
Op de vraag of het juridisch mogelijk is om een land geen deel meer
Le 25 février, Kadhafi appelait au
jihad contre la Suisse à la suite du
vote helvète de novembre 2009
interdisant la construction de
minarets. Cet appel doit, selon
l'ambassadeur de Libye aux États-
Unis, être considéré comme un
appel au boycott et non à la lutte
armée.
Notre ambassade à Tripoli suit de
très près le dossier de Max Göldi.
Celui-ci s'est rendu aux autorités
libyennes le 22 février pour purger
une peine de prison de quatre
mois pour séjour illégal en Libye. À
en croire son avocat, les condi-
tions de détention sont décentes.
L'Espagne
et
l'Allemagne
contribuent aux négociations entre
la Libye et la Suisse pour résoudre
le conflit et libérer Göldi.
Les Suisses n'ont pas fourni de
liste. Les règles relatives à
l'identification
des
personnes
signalées auprès des partenaires
de l'espace Schengen ne sont pas
fixées par le SPF Affaires
étrangères mais relèvent de la
compétence
des
Affaires
intérieures. Il n'y a donc pas eu
d'interdiction automatique pour la
délivrance de visa aux Lybiens
désireux de se rendre dans un
pays de l'espace Schengen.
Malgré un éventuel signalement,
l'État membre auquel la demande
de visa est adressée peut délivrer
à titre exceptionnel un visa de
validité territoriale limitée.
Cette possibilité existe en Belgique
pour autant que la demande soit
d'abord soumise à l'Office des
étrangers. Le ministre a toujours
estimé que ce différend devait être
réglé au niveau bilatéral et
politique, éventuellement avec
l'aide de la présidence espagnole
et des États membres qui
souhaitaient intervenir comme
médiateur et en concertation avec
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
te laten uitmaken van de Schengen-ruimte luidt het antwoord dat de
teksten over de Schengen-ruimte en met name de overeenkomst ter
uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord niet voorzien in een
uitsluitingsprocedure. Zwitserland is echter een specifiek geval. Het
heeft met de Europese Unie een bijzondere overeenkomst gesloten
voor toetreding tot het Schengen-systeem. Deze overeenkomst werd
op 12 december 2008 van kracht. Krachtens artikel 17 punt 1 kan de
overeenkomst worden opgezegd door Zwitserland maar ook door de
Raad van de Europese Unie die met eenparigheid van stemmen
beslist. Het is dus theoretisch mogelijk dat de EU-lidstaten met
eenparigheid van stemmen Zwitserland niet langer deel laten
uitmaken van de Schengen-ruimte.
la
Suisse.
La
Commission
européenne reste d'avis que la
Suisse a respecté ses obligations
concernant la réglementation des
accords Schengen en matière de
visas. L'idée d'exclure la Suisse de
l'espace Schengen est dispropor-
tionnée. La Suisse a conclu une
convention spéciale avec l'Union
européenne qui est entrée en
vigueur le 12 décembre 2008. La
Suisse peut annuler la convention
et
le
Conseil
de
l'Union
européenne
peut
décider
à
l'unanimité d'exclure la Suisse de
l'espace Schengen.
07.04 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je
remercie le secrétaire d'État pour sa réponse détaillée. J'entends bien
que la Belgique a envoyé une note de protestation, que Catherine
Ashton a dit que cela devait d'abord être réglé de manière bilatérale et
qu'il était inacceptable que ce différend ait des conséquences sur tout
l'espace Schengen. Je pourrais comprendre à la limite le courroux de
Khadafi devant la décision suisse d'interdire la construction de
minarets, qui constitue un refus d'une certaine réalité et du principe de
la multidiversité et de la coexistence des différentes religions.
Mais il y avait davantage, notamment le fait que Khadafi n'avait pas
digéré qu'on s'en prenne à son fils alors qu'il y avait tout de même
d'excellentes raisons de le faire. Les propos de Khadafi sont
totalement inacceptables. Appeler à la guerre sainte, c'est incohérent
mais on commence à avoir l'habitude avec lui. Je le trouve plutôt mal
placé pour nous donner des leçons de morale, encore moins en
matière de droits de l'Homme. Ses propos, d'une part, sa réaction
consistant à interdire l'octroi de visas aux citoyens de l'espace
Schengen, d'autre part, ne peuvent pas rester sans réponse. J'en
appelle, dans le cas où ce genre d'événement viendrait encore à
survenir, notamment pendant notre présidence de l'Union, à durcir le
ton à l'égard d'un clown capable de provoquer des dégâts dans nos
relations avec le continent africain et qui pourrait pourrir ces relations
de manière durable.
07.04 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Er waren goede redenen
om zijn zoon aan te pakken, maar
Kadhafi heeft dat niet verteerd.
Zijn verklaringen zijn onaanvaard-
baar en hij is slecht geplaatst om
ons de les te spellen. Er moet
harder worden opgetreden tegen
een clown die onze relaties met
het
Afrikaans
continent
kan
verstoren.
07.05 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u
voor uw antwoord dat dit keer wel uitgebreid was.
Ik heb nochtans enkele bedenkingen. Ik hoor onder meer dat men wil
opletten en dat men het probleem politiek bilateraal wil oplossen,
maar dat men ervoor terugdeinst, in de woorden van het antwoord,
alle EU-burgers door Khadafi te laten gijzelen. Men gelooft ook wat de
ambassadeur van Libië in de Verenigde Staten zegt, met name dat
men de jihad moet relativeren en dat het alleen maar gaat over een
boycot en niet over een oproep tot geweld. Als men weet wat jihad
betekent, dan weet men dat het een oproep tot geweld is en een
vrijgeleide voor elke moslim vanuit die motivatie gewelddadig te
handelen tegen wie de jihad is uitgesproken. Dat belooft niet veel
goeds voor de Zwitsers die in de toekomst willen reizen.
Ik wijs erop dat de Europese Unie op een bepaalde manier zelf al
07.05 Alexandra Colen (VB): On
veut
résoudre
le
problème
bilatéralement au plan politique
mais on recule devant une
éventuelle prise d'otages de tous
les citoyens de l'Union européenne
par Khadafi. On croit aux
déclarations de l'ambassadeur de
Libye aux États-Unis mais lorsque
l'on sait ce que le mot 'jihad'
signifie, cela n'augure rien de bon
pour les Suisses qui veulent
voyager. L'Union européenne cède
à la terreur de Khadafi car elle le
caresse systématiquement dans le
sens du poil. L'Union européenne
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
toegeeft aan de terreur van Khadafi. Europa is reeds gegijzeld omdat
men iedere keer met kousenvoetjes om die man heenloopt. Eigenlijk
is het tijd dat men zelf optreedt tegen de schendingen van de
mensenrechten door zijn familie, nota bene in Zwitserland zelf
uitgevoerd. De Europese Unie en Europese landen moeten zelf
collectief maatregelen nemen tegen Libië in plaats van zich een beetje
van de zaak te distantiëren, heel voorzichtig met de zaak om te gaan
en uiteindelijk het initiatief te laten aan de man die de gijzeling
uitvoert, met name Khadafi zelf.
et les pays européens doivent eux-
même prendre des mesures
collectives contre la Libye.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Questions jointes de
- Mme Juliette Boulet au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'accord UEBL avec la Colombie" (n° 20326)
- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'accord d'investissement réciproque entre la Colombie et l'UEBL, ainsi que
l'accord de libre-échange entre l'UE et la Colombie" (n° 21031)
08 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Juliette Boulet aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het BLEU-akkoord met Colombia" (nr. 20326)
- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het wederzijds investeringsakkoord tussen Colombia en de BLEU
en het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Colombia" (nr. 21031)
08.01 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je
compte réduire substantiellement l'énoncé de ma question: en effet,
depuis le 8 mars, bien des choses ont changé dans cet accord entre
la Colombie, d'une part, et le Luxembourg et la Belgique, d'autre part.
Comme vous l'avez vu, des ONG et des syndicats avaient attiré
l'attention sur le fait que la ratification de cet accord pouvait avoir des
conséquences assez graves en Colombie. Depuis lors, la Région
flamande et, aussitôt après, la Région wallonne ont fait part de leur
volonté de ne pas signer cet accord.
J'aurais donc aimé savoir quelle réaction était attendue de la part du
gouvernement fédéral par rapport à ces décisions des Régions.
08.01 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Sinds 8 maart is er nogal
wat veranderd in verband met de
overeenkomst tussen de BLEU en
Colombia. Ngo's en vakbonden
hadden
benadrukt
dat
die
overeenkomst
nogal
ernstige
gevolgen zou kunnen hebben in
Colombia. Sindsdien hebben het
Vlaamse
Gewest
en,
direct
daarna, het Waalse Gewest
meegedeeld de overeenkomst niet
te willen ondertekenen. Wat is de
reactie van de federale regering
ten aanzien van de beslissingen
van de Gewesten?
08.02 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, je ne répéterai ce
que vient de dire ma collègue. Simplement, comme le gouvernement
wallon et le gouvernement flamand ont décidé de ne pas poursuivre le
processus de ratification de l'accord UEBL avec la Colombie, le
gouvernement fédéral agira-t-il de la même façon, c'est-à-dire de ne
pas proposer au parlement fédéral de le ratifier?
Au niveau européen, la Commission a dernièrement conclu des
négociations commerciales avec la Colombie (et le Pérou) en vue de
la signature d'un accord d'association et de commerce avec l'Union
européenne. Cet accord devrait être paraphé au mois de mai lors du
Sommet Union européenne - Amérique Latine. Il semblerait que le
chapitre "développement durable" n'offre pas une base assez solide
pour garantir le respect des droits humains et syndicaux en Colombie.
08.02 Karine Lalieux (PS): Zal
de federale regering hetzelfde
doen,
dat
wil
zeggen
het
Parlement niet voorstellen die
overeenkomst tussen de BLEU en
Colombia te ratificeren?
De Europese Commissie heeft
handelsbesprekingen
met
Colombia en Peru gevoerd met
het oog op een associatie- en
handelsovereenkomst.
De
overeenkomst zou in mei moeten
worden ondertekend op de top van
de Europese Unie en Latijns-
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Quelle sera la position de la Belgique à ce sujet?
Enfin, le Traité de Lisbonne élargit la politique commerciale commune
avec, entre autres, les investissements directs étrangers (article 207).
Cette disposition signifie-t-elle que les investissements directs
étrangers deviendront une compétence exclusive de l'Union
européenne et non plus des États membres? Quelle est la portée de
cette nouvelle compétence? Pouvez-vous nous éclairer sur cette
question et les conséquences pour notre pays?
Amerika, maar het hoofdstuk
"duurzame
ontwikkeling"
zou
onvoldoende garanties bieden met
betrekking tot de naleving van de
mensenrechten en de vakbonds-
rechten
in
Colombia.
Welk
standpunt zal België ter zake
innemen?
Overeenkomstig het Verdrag van
Lissabon wordt het gemeenschap-
pelijke handelsbeleid uitgebreid tot
de
directe
buitenlandse
investeringen. Betekent dat dat de
directe buitenlandse investeringen
een exclusieve bevoegdheid van
de Europese Unie zullen worden,
en de lidstaten die bevoegdheid
verliezen? Kan u die kwestie en de
gevolgen voor ons land toelichten?
08.03 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Monsieur le président,
chères collègues, en raison de la position des Régions vis-à-vis du
traité bilatéral d'investissement, qui a d'ores et déjà été signé, et en
raison de nombreuses interventions, le gouvernement fédéral a mis
ce traité en attente. Il ne l'a pas encore soumis à la ratification du
parlement. Cela ne risque manifestement pas d'arriver.
Le ministre va entamer un processus de consultation avec les
autorités concernées ainsi qu'avec les acteurs de la société civile au
sujet de ces traités. Il pense que c'est avant tout pour le pays lui-
même et pour sa population que la situation des droits du travail en
Colombie est problématique. Différents rapports l'amènent néanmoins
à conclure que le pays, soutenu par des partenaires internationaux,
fait d'importants efforts et progresse.
Selon le ministre, il faut soutenir la société et les autorités politiques
de Colombie de manière à ce que les nombreux traités que le pays a
conclus en la matière soient effectivement mis en oeuvre. La question
se pose ensuite de savoir quelle méthode conviendrait le mieux pour
atteindre un objectif: isoler le pays et ne conclure aucun traité tel que
notre traité bilatéral sur la protection de l'investissement, ou collaborer
par la voie diplomatique ou d'autres voies. Il est clair que la solution à
ce problème ne pourra être trouvée sans que l'on y associe la
Colombie.
En ce qui concerne l'accord de libre échange et l'attitude de la
Belgique, le ministre adoptera un point de vue identique, et par
conséquent cohérent, à celui adopté à l'égard des négociations du
Bilateral Investment Treaty (BIT). Il faut veiller entre autres à défendre
les droits fondamentaux du travail. La question est de savoir si nous
jugerons que le résultat négocié sera suffisant ou non.
Le ministre attendra donc les textes issus des négociations, qu'il n'a
pas encore pu consulter. Dans le cadre des consultations entre le
gouvernement fédéral et les gouvernements des entités fédérées,
d'une part, et avec les acteurs de la société civile, d'autre part, il
étudiera tant le traité bilatéral sur la protection de l'investissement que
08.03 Staatssecretaris Olivier
Chastel: Naar aanleiding van het
standpunt dat de Gewesten
ingenomen hebben ten aanzien
van de bilaterale investerings-
overeenkomst en ingevolge de
talrijke interventies, heeft de
federale regering beslist het
verdrag
voorlopig
niet
te
ondertekenen.
De minister zal de betrokken
autoriteiten en de actoren van het
middenveld hierover raadplegen.
Verschillende rapporten brengen
hem evenwel tot de overtuiging dat
dat land aanzienlijke inspanningen
levert. Volgens de minister moeten
de Colombiaanse autoriteiten de
nodige steun krijgen om ervoor te
zorgen dat de talrijke verdragen
ook effectief worden uitgevoerd.
Vraag is of we er goed aan doen
het land te isoleren en of niet beter
wordt geopteerd voor samen-
werking langs diplomatieke weg of
anderszins.
U vroeg naar het Belgische
standpunt over het Europese
vrijhandelsakkoord. De minister
hanteert in dit verband dezelfde
benadering. Er moet onder meer
worden
toegezien
op
de
fundamentele
arbeidsrechten.
Vraag is of het resultaat van de
onderhandelingen al dan niet
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
l'accord de libre échange.
Comme vous l'indiquez, le Traité de Lisbonne introduit un
changement majeur en matière d'investissements étrangers. En effet,
l'article 207, que Mme Lalieux citait, du nouveau Traité étend la
politique commerciale commune européenne à ses investissements
étrangers directs qui relèvent ainsi désormais de la compétence
exclusive de l'Union européenne. La mise en oeuvre effective du
Traité se manifestera donc par un transfert de compétences en
matière d'investissements en faveur de l'Union européenne.
Pour donner corps à ce changement substantiel, au moins deux
questions fondamentales semblent se poser: comment assurer la
pérennité des traités d'investissements bilatéraux conclus par les
États membres et comment exploiter au mieux les nouvelles
compétences de l'Union européenne en matière d'investissements?
L'extension de la compétence exclusive de l'Union aux
investissements étrangers directs est immédiate. Elle est donc
effective depuis le 1
er
décembre 2009.
Pour la Belgique, comme pour tous les autres, il est essentiel de
dégager rapidement des solutions pour assurer la sécurité juridique
des traités d'investissements bilatéraux existants. Dans cette
perspective, un dialogue ouvert, transparent et constructif est engagé
avec la Commission européenne. Celle-ci diffusera prochainement,
probablement d'ici fin avril, une proposition de règlement qui sera
soumise au Conseil et au Parlement européens, conformément à la
procédure législative ordinaire de co-décision. Ce règlement devrait
notamment autoriser le maintien des traités bilatéraux conclus par les
États membres.
Au-delà de la gestion urgente de l'actuelle phase de transition, le
Traité de Lisbonne nous presse également à définir une politique
européenne d'investissements globale unifiée et ambitieuse. Autour
de quels principes s'articuleront les futurs accords européens
d'investissements? Quelle sera la forme de ces accords? Quels
seront les partenaires prioritaires de l'Union? Sur base de quels
critères ces partenaires seront-ils sélectionnés? Je pose presque les
questions à votre place finalement!
La réflexion est en cours afin de contribuer à la définition d'une
stratégie européenne globale en matière d'investissements.
voldoende zal zijn. De minister
wacht dus de teksten af. Hij zal
zowel het bilaterale verdrag over
de bescherming van investeringen
als
het
vrijhandelsakkoord
bestuderen.
Het Verdrag van Lissabon voert
een belangrijke wijziging in wat de
buitenlandse investeringen betreft.
Artikel 207 van het Verdrag breidt
het gemeenschappelijk Europees
handelsbeleid immers uit tot de
rechtstreekse
buitenlandse
investeringen, die voortaan onder
de uitsluitende bevoegdheid van
de Europese Unie vallen. De
uitvoering van het Verdrag gaat
dus gepaard met een bevoegd-
heidsoverdracht.
Er rijzen twee belangrijke vragen:
hoe kunnen we de bilaterale
investeringsverdragen bestendigen
die door de lidstaten werden
gesloten, en hoe kunnen we de
nieuwe investeringsbevoegdheden
van de Europese Unie maximaal
benutten?
Voor
België
is
het
van
fundamenteel belang dat de
bestaande bilaterale investerings-
verdragen rechtszekerheid bieden.
In het licht daarvan wordt er een
dialoog
aangegaan
met
de
Europese Commissie. Die komt
eerstdaags met een voorstel van
verordening dat met name het
behoud
van
de
bilaterale
verdragen moet mogelijk maken.
Het Verdrag van Lissabon spoort
ons er tevens toe aan een
eenvormig en ambitieus Europees
investeringsbeleid te ontwikkelen.
Volgens welke principes, onder
welke vorm en met welke
prioritaire partners moeten die toe-
komstige Europese investerings-
akkoorden
worden
gesloten?
Daarover wordt nagedacht.
Le président: Le ministre pose les questions et y répond lui-même! J'imagine que les répliques seront
brèves!
08.04 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le secrétaire d'État,
je vous remercie pour votre réponse. J'entends bien le point de vue
08.04 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Ik begrijp dat de
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
du ministre disant qu'il faut souligner les efforts et les progrès de la
Colombie en matière notamment de respect des droits syndicaux et
du droit du travail. Ceci étant dit, je l'aurais vraiment encouragé et
invité à assister à la rencontre que l'on a eue avec la société civile,
d'une part, et avec l'ambassadeur de Colombie, d'autre part, il y a
quelques semaines en commission des Relations extérieures sur ce
sujet. Il s'agissait réellement d'un dialogue de sourds où
l'ambassadeur, fort aimable au demeurant, avait énormément de mal
à reconnaître la voix de la société civile belge et européenne.
Il prétendait que celle-ci ne connaissait pas du tout la réalité vécue
par le peuple colombien. Je vous avoue que j'ai eu quelques doutes
quant à sa propre connaissance de cette réalité.
En ce qui concerne le Traité de Lisbonne, vous nous annoncez une
grande nouvelle. J'espère que cela nous donnera la possibilité, via
tant le Parlement européen que le gouvernement belge, de travailler
réellement à la mise en place de clauses sociales et
environnementales, avec un niveau élevé d'ambition qui nous
permettra vraiment d'avoir des accords bien négociés avec une base
forte de respect des droits des travailleurs et de l'environnement.
inspanningen van Colombia om
het arbeidsrecht te doen naleven,
dienen te worden toegejuicht. Dit
gezegd zijnde, vind ik het jammer
dat u niet aanwezig was toen we
daarover met de Colombiaanse
ambassadeur in deze commissie
van gedachten wilden wisselen.
Het onderhoud had immers meer
weg van een dovemansgesprek.
Hij beweerde dat de Europeanen
de
realiteit
waarin
het
Colombiaanse volk leeft totaal niet
kennen.
Wat het Verdrag van Lissabon
betreft, hoop ik dat het zo echt
mogelijk
zal
worden
om
ambitieuze clausules inzake arbeid
en milieu in te voeren.
08.05 Karine Lalieux (PS): Merci, monsieur le secrétaire d'État. Il
est clair que le gouvernement attend. Vous savez qu'une résolution
est sur la table concernant la Colombie; elle est signée par de
nombreux partis et demande de ne pas signer cet accord. J'espère
que le gouvernement ne viendra pas avec cela en parallèle avec la
résolution qui sera probablement votée d'ici quelques semaines dans
ce parlement belge.
J'ai également assisté à ces auditions. Comme je le dis toujours,
celles-ci reposent quand même sur des rapports internationaux, non
pas sur des dires de l'un ou l'autre. Ce qui m'a frappé, par rapport
notamment aux droits syndicaux, c'est que la personne qui est
rapporteur depuis dix ans pour ces pays-là, a un rapport particulier à
chaque fois; il en a donc rédigé un concernant la Colombie. Je lui ai
demandé combien de pays étaient dans la même situation, avec un
rapport négatif. Il n'y en a que deux en plus de la Colombie: la
Biélorussie et la Birmanie.
On parle d'efforts mais le rapport 2010 est plus que négatif. Il y a
aussi les rapports des ONG et des Nations unies. Pour moi, ces
rapports-là doivent être aussi décisifs pour la position de la Belgique;
en réalité, ils sont catastrophiques pour la Colombie, malgré les
efforts produits par le gouvernement.
08.05 Karine Lalieux (PS): Er ligt
een voorstel van resolutie over
Colombia ter tafel waarin wordt
gevraagd dat akkoord niet te
ondertekenen; tal van partijen
hebben dat voorstel ondertekend.
U gewaagt van inspanningen door
Colombia, maar het rapport van
2010 is zeer negatief; de rapporten
van de ngo's en van de Verenigde
Naties zijn zelfs catastrofaal.
08.06 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Je voudrais simplement dire
à Mme Boulet et à Mme Lalieux que j'ai pleine confiance dans les
prochaines décisions que la Commission proposera en matière de
niveau d'ambition des prochains accords. Il s'agira de co-décisions,
d'un rôle conjoint entre le Conseil et le Parlement européens. J'ai
pleine confiance dans nos groupes politiques du Parlement européen
pour donner toute la haute valeur ajoutée à ces accords. Sans une
décision au Parlement européen, il n'y aura pas d'accord.
08.06 Staatssecretaris Olivier
Chastel:
Voor
de
volgende
akkoorden heb ik het volste
vertrouwen in wat de Commissie
zal voorstellen aan de Raad van
de Europese Unie en aan het
Europees Parlement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
09 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de Rwandese vluchtelingen" (nr. 20347)
09 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "les réfugiés rwandais" (n° 20347)
09.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, de
zeker in Vlaanderen goed bekende journalist John Vandaele heeft
een aantal weken door Oost-Congo gereisd en hij heeft een artikel
gepubliceerd in MO Magazine over de situatie in Oost-Congo. Ik
probeer dat artikel in drie lijnen samen te vatten.
Ten eerste, de FDLR zijn verzwakt, maar staan militair nog zeer sterk
op het terrein. Ten tweede, de Rwandese regering weigert
vredesonderhandelingen te voeren met de vertegenwoordigers van de
Rwandese vluchtelingen in de Democratische Republiek Congo. Ten
derde, het ontbreekt de internationale gemeenschap aan politieke wil
om president Kagame onder druk te zetten om onderhandelingen te
voeren.
Ik kom tot mijn vragen voor de minister. Ten eerste, is het
departement Buitenlandse Zaken nog steeds van oordeel dat de
problemen in Oost-Congo langs militaire weg kunnen worden
opgelost?
Ten tweede, is het departement niet van oordeel dat een politieke
oplossing in de vorm van vredesonderhandelingen tussen de
Rwandese regering en de FDLR meer aandacht verdient? Zo neen,
waarom? Zo ja, is de minister van plan bij de internationale
gemeenschap hieromtrent druk uit te oefenen op de Rwandese
regering? Zo ja, als men die mening is toegedaan, heeft België al
stappen ondernomen en welke zijn dat dan?
09.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Dans un article publié dans
MO Magazine sur la situation dans
l'Est du Congo, John Vandaele
écrit que le FDLR est affaibli mais
qu'il est toujours fort, du point de
vue militaire, sur le terrain. Le
gouvernement rwandais refuse de
mener des négociations de paix
avec
les
représentants
des
réfugiés rwandais en République
démocratique du Congo (RDC) et
la communauté internationale n'a
pas la volonté politique de faire
pression dans ce sens sur le
président Kagame.
Estime-t-on toujours, aux Affaires
étrangères, que les problèmes qui
se posent dans l'Est du Congo
peuvent trouver une solution par
voie militaire? Ne conviendrait-il
pas d'accorder plus d'attention à
une solution politique par le biais
de négociations de paix? Le
ministre
va-t-il
exercer
une
pression à cet effet sur le
gouvernement rwandais? Quelles
initiatives la Belgique a-t-elle déjà
prises?
09.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: België blijft de mening
toegedaan dat een puur militaire aanpak van de FDLR niet wenselijk
en ook niet haalbaar is. België en zijn partners bij de internationale
gemeenschap menen dat het noodzakelijk is de druk, ook de militaire,
op de FDLR voortdurend aan te houden, maar dat die constante
militaire druk deel moet uitmaken van een ruimere en meer globale
aanpak, die ook voorziet in de terugkeer en relokalisatie van de
rebellen en hun families.
Aandacht moet hiertoe onder meer gaan naar DDRRR (disarmament,
demobilization, repatriation, resettlement and reintegration), alsook
naar reach out naar de FDLR, bijvoorbeeld via radio-uitzendingen, om
hen ertoe aan te zetten terug te keren naar Rwanda.
Politieke onderhandelingen tussen de Rwandese autoriteiten en de
FDLR zijn niet alleen niet aan de orde, ze lijken ook ondenkbaar
gezien het track record van de FDLR. De minister verwijst ter zake
naar de vele gruwelijke misdaden die werden begaan jegens de
Congolese bevolking. Rwanda en de DR Congo benadrukken dat de
FDLR zich zonder politieke of andere voorwaarden moeten overgeven
en terugkeren naar Rwanda. De militaire operaties tegen de FDLR
zijn daarvan een uiting. Er rijst de vraag waarover juist onderhandeld
09.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État:
La
Belgique
reste
convaincue
qu'une
approche
exclusivement militaire du FDLR
n'est pas souhaitable ni réaliste.
Nous voulons maintenir une
pression constante sur le FDLR,
en accord avec nos partenaires
internationaux,
mais
nous
considérons que cette pression
militaire constante doit s'inscrire
dans une approche globale, qui
prévoit également le retour des
rebelles et de leurs familles.
Des négociations politiques entre
les autorités rwandaises et le
FDLR ne sont pas à l'ordre du jour
et paraissent d'ailleurs incon-
cevables. Le Rwanda et la RDC
exigent que le FDLR se rende
sans conditions et retourne au
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
zou kunnen of moeten worden.
Dat er op een bepaald ogenblik contacten opgezet zullen worden
teneinde de terugkeerbeweging naar Rwanda te helpen bespoedigen,
lijkt niet ondenkbaar. Rwanda heeft een aantal goede centra
opgericht, die tot doel hebben de reïntegratie van de voormalige
FDLR-strijders in Rwanda te bevorderen en te omkaderen. De
minister bezocht een van die centra, met name in Mutombo. Hij kon
vaststellen dat prima werk wordt verricht. Tegelijkertijd is hij van
oordeel dat Rwanda nog meer zou kunnen doen om de terugkeer van
de FDLR-strijders naar Rwanda aan te moedigen.
Rwanda. Les opérations militaires
menées contre le FDLR illustrent
cette position. Se pose également
la question de savoir sur quoi
négocier exactement.
Le Rwanda a déjà créé des
centres en vue de la réintégration
au
Rwanda
des
anciens
combattants du FDLR. Le ministre
a visité l'un de ces centres. On y
fournit du bon travail mais le
Rwanda pourrait encore en faire
plus pour encourager le retour des
FDLR au Rwanda.
09.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik heb nota genomen van het
antwoord van onze regering.
Ik blijf erop aandringen dat meer nadruk gelegd zou worden op de
politieke piste, want de situatie in Oost-Congo is echt dramatisch aan
het worden. Bijvoorbeeld, van de 40 000 mensen die teruggekeerd
zijn naar Rwanda, zijn er inmiddels al 15 000 weer teruggekeerd naar
Congo. Dat legt een heel hoge druk op de beschikbare
landbouwgrond en leidt tot veel spanningen. Uit het artikel blijkt dat er
ondanks de inspanningen inzake disarmement, demobilization,
resettlement and reintegration of DDRR een stijgende militarisering in
de samenleving aan de gang is en dat van reïntegratie weinig of niets
in huis komt.
Ik blijf de houding van Rwanda dat stelt dat het niet onderhandelt met
genocidairs of massamoordenaars, achterhaald vinden. Uit het artikel
blijkt dat de meeste leden van de FDLR amper 35 jaar oud zijn. Die
mensen kunnen niet deelgenomen hebben aan de slachtingen die in
Rwanda hebben plaatsgegrepen. Mijns inziens moet er dus veel meer
druk gezet worden op Rwanda om te komen tot een politiek
onderhandelde oplossing tot terugkeer van die mensen die in Congo
verblijven. Zolang dat niet gebeurt, zullen de drama's in Congo zich
blijven voltrekken.
Volgens mij moet België zijn verantwoordelijkheid nemen en
internationaal veel meer aandringen op onderhandelingen en
insisteren dat men moet stoppen met die uitzichtloze militaire
operatie, die alleen tot gevolg heeft dat ook het Congolese volk
alsmaar vaker slachtoffer wordt van militaire operaties, zowel van de
FDLR als van de eigen Congolese troepen.
09.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Il faut mettre l'accent sur
une solution politique. La situation
est dramatique. Des 40 000
personnes retournées au Rwanda,
15 000 sont déjà revenues au
Congo. Cela met une forte
pression sur les terres agricoles
disponibles et conduit à des
tensions.
On
constate
une
militarisation croissante et il n'est
nullement
question
de
réintégration.
Il
faut
faire
davantage pression sur le Rwanda
afin de trouver une solution
négociée sur le plan politique. La
Belgique doit insister sur ce point
sur les forums internationaux.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van
Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen over "de teruggave door de Albanese autoriteiten
van eigendommen die werden geconfisqueerd onder het communistisch bewind" (nr. 20357)
10 Question de Mme Mia De Schamphelaere au vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur "la restitution par les autorités albanaises de
propriétés confisquées sous le régime communiste" (n° 20357)
10.01 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mijnheer de voorzitter, 10.01 Mia De Schamphelaere
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
mijnheer de staatssecretaris, de vraag is ingegeven door een aantal
Edegemse inwoners van Albanese afkomst die nog altijd bezorgdheid
zijn over hun familiegeschiedenis en over hun mogelijke
eigendommen in het land van oorsprong.
Zoals u weet, kende het Balkanland Albanië vanaf 1990 woelige
veranderingen zoals vele voormalige Oostbloklanden. Het
communistische regime is er in mekaar gestuikt in de periode tussen
1920 en 1992. Dit had onmiddellijk enorme gevolgen op sociaal,
economisch en politiek vlak. Albanië is altijd een buitenbeentje
geweest en was dit ook tijdens de Koude Oorlog, maar zeker ook in
heel de transitieperiode. Het vergt een enorme inzet om van een
extreem geïsoleerde, communistische staat een volwaardige
parlementaire democratie te maken die dan ook aanspraak wil maken
op het lidmaatschap van internationale organisaties zoals de NAVO
en de Wereldhandelsorganisatie.
Het communistische bewind, dat bijna een halve eeuw het land in zijn
greep had, liet diepe sporen na. Vanaf 1946 zou de communistische
partij er immers voor opteren een stalinistisch geïnspireerde
planeconomie uit te werken en eigendommen en landbouwgronden
zonder genade te nationaliseren. Vele Albanezen verloren hierbij hun
familiebezittingen.
In het begin van de jaren '90, bij de aanvang van de transitieperiode,
beloofden de toenmalige politieke leiders dat Albanezen opnieuw in
hun eigendom zouden kunnen worden hersteld en hun bezittingen
zouden kunnen terugkrijgen. De procedures ter zake zijn eigenlijk nog
altijd niet echt op punt gesteld. Bijna 15 jaar later blijkt er geen echte
concrete vooruitgang te zijn geboekt op dit vlak. Er zouden wel lijsten
zijn opgesteld en een zo nauwkeurig mogelijk overzicht werd
opgemaakt van terug te geven eigendommen, maar van de echte
teruggave of herstelbetaling is nog geen sprake.
Ik had de minister van Buitenlandse Zaken graag volgende vragen
voorgelegd. Kan de minister van Buitenlandse Zaken bevestigen dat
Albanië nog niet is overgegaan tot het teruggeven van de
eigendommen en gronden die werden geconfisqueerd en
genationaliseerd tijdens het communistische bewind? Bestaan er ter
zake afspraken tussen België en Albanië en/of specifieke regelingen
voor Belgen van Albanese origine? Is de teruggave van aangeslagen
eigendommen en gronden een aandachtspunt bij de lopende
onderhandelingen tussen Albanië en de Europese Unie betreffende
het mogelijke lidmaatschap van de Europese Unie?
(CD&V): Le régime communiste
en Albanie a laissé de profondes
cicatrices. En 1946, le parti
communiste albanais a opté en
faveur d'une économie planifiée
d'inspiration stalinienne assortie
de la nationalisation des propriétés
et des terres agricoles. De
nombreux Albanais ont perdu à
cette occasion leurs possessions
familiales. Au début de la période
de transition, dans les années
nonante, les dirigeants alors au
pouvoir ont promis la restitution de
leurs biens aux Albanais mais les
procédures en ce sens n'ont
toujours pas été précisément
définies. Près de quinze ans plus
tard, des listes de biens à restituer
ont certes été établies mais la
restitution effective des biens ou le
versement
de
montants
de
réparation ne sont toujours pas à
l'ordre du jour.
Le ministre peut-il confirmer que
l'Albanie n'a pas encore procédé à
la restitution des possessions et
des
terres
confisquées
et
nationalisées sous le régime
communiste? Des accords ont-ils
été conclus à ce sujet entre
l'Albanie et la Belgique concernant
les Belges d'origine albanaise?
Une initiative en ce sens figure-t-
elle à l'ordre du jour des
discussions relatives à l'adhésion
éventuelle de l'Albanie à l'UE?
10.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: De problematiek waarover u
de minister ondervraagt, is bijzonder complex. Sinds de val van het
communisme, de invoering van de democratie en de lancering van
het economische hervormingsproces werd het recht op privé-
eigendom in de grondwet verankerd en werden diverse wetten
goedgekeurd die stuk voor stuk deelaspecten regelen van de
restitutie- of compensatieproblematiek.
De uitvoering van deze wetten wordt echter bemoeilijkt door een
aantal factoren van politieke, sociale, juridische en administratieve
aard, waaronder de opgelopen vertraging in de opname van alle
eigendommen in het nochtans in 1994 ingestelde registratiesysteem
voor onroerende goederen, de blijvende gevolgen van de Albanese
10.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Ce dossier revêt une
grande complexité. Depuis la
chute du communisme, l'instaura-
tion de la démocratie et le
lancement du processus de
réforme économique, le droit à la
propriété privée a été ancré dans
la constitution albanaise. Plusieurs
lois de restitution et de compen-
sation ont été adoptées.
L'exécution de ces lois est
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
postcommunistische transitie en de overbelasting van de Albanese
rechtbanken van contestaties, lacunes in de Albanese administratieve
capaciteit en gebrek aan samenwerking tussen de instellingen belast
met de regularisaties en met de restituties of compensaties, de
beperking van de budgettaire middelen in hoofde van de Albanese
overheid met als gevolg een uiterst trage afsluiting van de financiële
compensatiedossiers. Het gevolg van dit alles is dat het restitutie- of
compensatieproces, zoals u opmerkt, bijzonder traag vordert.
Ten tweede,.geen van de EU-lidstaten heeft tot nu toe met Albanië
bilaterale regelingen uitgewerkt met betrekking tot de teruggave van
eigendommen aan landgenoten van Albanese afkomst. Algemeen
wordt de voorkeur gegeven aan de uitvoering van het Albanese
restitutie- of compensatieproces boven bilaterale demarches die de
restitutieproblematiek en de afwikkeling van de zeer talrijke
resterende dossiers alleen maar nog meer zouden vertragen.
Ten
derde,
juridische
consolidatie
van
de
onroerende
eigendomsrechten is een bijzonder aandachtspunt in de relaties
tussen Tirana aan de ene kant en de EU en haar lidstaten, waaronder
België, aan de andere kant. De aanhoudende juridische onzekerheid
in de vastgoedsector ondermijnt het vertrouwen van de burgers in de
democratie en verstikt de rechtsstaat. Het rechtssysteem vormt een
voedingsbodem voor reeds wijdverspreide fenomenen als corruptie
en nepotisme, schrikt de buitenlandse investeerders af en leidt zeer
frequent tot conflicten en geweld tussen burgers.
De weg naar het Albanese lidmaatschap van de EU loopt dan ook
mede langs een grotere juridische zekerheid in eigendomskwesties
en langs een correcte en efficiënte implementatie van het bestaande
juridische
kader
ter
zake,
inclusief
de
restitutie-
of
compensatiewetgeving.
entravée par des retards qui se
sont accumulés dans le système
d'enregistrement, une surcharge
des tribunaux, des lacunes sur le
plan
de
l'administration,
un
manque de collaboration entre les
institutions, une limitation des
moyens budgétaires entraînant
des lenteurs extrêmes dans le
cadre du traitement des dossiers
de
compensation
financière.
L'ensemble
du
processus
progresse donc très lentement.
Aucun État membre de l'UE n'a
élaboré
avec
l'Albanie
des
règlements bilatéraux portant sur
la restitution de propriétés à des
compatriotes d'origine albanaise.
La préférence est accordée à
l'exécution du processus albanais
de restitution et de compensation
plutôt
qu'à
des
démarches
bilatérales qui ne feraient que
ralentir encore le traitement de ces
très nombreux dossiers.
La consolidation juridique des
droits de propriété immobilière est
un aspect auquel une attention
toute particulière est prêtée dans
les relations entre l'Albanie et l'UE.
L'insécurité juridique persistante
dans le secteur immobilier sape la
confiance dans la démocratie et
asphyxie l'État de droit. Cet état de
choses
est
un terreau où
prospèrent la corruption et le
népotisme, ce qui n'est pas du tout
de
nature
à
attirer
les
investisseurs étrangers.
Par conséquent, l'adhésion à l'UE
dépendra notamment aussi de la
solution qui interviendra dans ce
dossier.
10.03 Mia De Schamphelaere (CD&V): Dank u voor deze informatie
vanuit Buitenlandse Zaken. Het is inderdaad een zeer complexe weg
die moet gevolgd worden. De Europese druk kan daar echter bij
helpen. Men mag niet vervallen in een systeem dat de corruptie nog
zou doen toenemen. De principes zijn goedgekeurd, zowel in de
Grondwet als wat het wetgevend kader betreft. Het komt er nu op aan
om de rechtbanken en de administratie zo ordentelijk mogelijk te
organiseren.
Wat de financiële compensatie betreft, als het gaat om teruggave van
gronden met aangelanden of gebouwen erop, boerderijen, landerijen,
10.03 Mia De Schamphelaere
(CD&V): L'UE doit exercer des
pressions sur l'Albanie pour
résoudre
le
problème.
Les
tribunaux
et
l'administration
doivent être organisés au mieux et
la restitution de propriétés en
nature ne pourra que relancer
l'économie mal en point car les
propriétés sont aujourd'hui mal
gérées en raison du manque de
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
dan gaat het gewoon over de teruggave in natura. Het blijkt trouwens
ook dat al die nationale bezittingen niet goed beheerd kunnen worden
door het gebrek aan slagkracht van de administratie. Het is dus beter
dat privé-eigendom opnieuw zijn werk kan doen in de opbouw van de
nu nog zwakke economie. Ik hoop dat als er tijdens het Europees
voorzitterschap gesprekken zouden gevoerd worden met Albanië dit
een belangrijk element zal zijn.
dynamisme de l'administration.
J'espère que des discussions
seront menées à ce sujet avec
l'Albanie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "la loi lituanienne du 8 mars 2010 interdisant la promotion du
mariage homosexuel" (n° 20387)
11 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de Litouwse wet van 8 maart 2010 die het aanmoedigen
van het huwelijk tussen homoseksuelen verbiedt" (nr. 20387)
11.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, la Lituanie
a approuvé une loi controversée qui interdit la promotion du mariage
homosexuel.
La loi, après de nombreuses critiques émises par le Parlement
européen, a été modifiée en décembre. Elle n'interdit donc plus,
comme prévu initialement, la diffusion publique de tout matériel qui
pourrait être perçu comme promouvant l'homosexualité. En revanche,
les législateurs ont approuvé des modifications qui permettent
d'interdire je cite: "les relations sexuelles entre les mineurs et les
autres relations sexuelles". Cela signifie donc de fait que la campagne
en faveur du mariage gay ou les partenariats civils est tout
simplement illégale, puisque faisant partie des autres relations
sexuelles. Les Gay Prides peuvent également être interdites, au
même prétexte d'encouragement aux autres relations sexuelles.
La loi, dont le but théorique est de protéger les mineurs, classe
désormais toute information dénigrant les valeurs familiales ou
encourageant, je cite "un concept du mariage et de la famille autre
que prévu dans la Constitution" comme préjudiciable aux enfants et
donc interdite. Or, le droit lituanien définit le mariage comme l'union
d'un homme et une femme, au sens strict. Un peu comme le droit
canon.
De manière insidieuse et hypocrite, cette loi va donc porter atteinte à
la liberté d'expression et sera directement discriminatoire à l'encontre
de personnes en raison de leur orientation sexuelle ou identité
sexuelle. Elle va stigmatiser les personnes gays et lesbiennes et
exposer les défenseurs de leurs droits à la censure et aux sanctions
financières.
La loi, qui interdit également la mention de la bisexualité, de la
polygamie, mais les images de sexe hétérosexuel, de décès et de
blessures graves, allant jusqu'aux mauvaises habitudes alimentaires
est un anachronisme dans l'Union européenne. La Pologne ne fait
pas mieux!
Mais surtout, monsieur le ministre, cette évolution, pour ne pas dire
cette régression, se fait à rebours de la charte des droits
fondamentaux de l'Union européenne en matière de respect des
11.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Litouwen
heeft
een
controversiële
wet,
die
het
bevorderen van het homoseksueel
huwelijk verbiedt, goedgekeurd.
Die evolutie druist in tegen het
handvest van de grondrechten van
de Europese Unie inzake het
respect voor de mensenrechten.
Wat opvalt is dat dit gebeurt in
weerwil van de teksten die de
landen die onlangs tot de
Europese Unie toegetreden zijn,
vooraf
hebben
moeten
goedkeuren.
Bent u, als toekomstig voorzitter
van de Raad van ministers van
Buitenlandse Zaken van de Unie,
van plan op te treden om Litouwen
ervan te overtuigen die wet in te
trekken, op straffe van sancties?
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
droits de l'homme, tels qu'établis en préambule des différents traités
de l'Union.
Elle se fait surtout au mépris des textes ayant dû être approuvés
préalablement par les nouveaux entrants dans l'Union européenne
pour pouvoir en faire partie. Elle est donc une violation de cet acte.
Elle est, au-delà - et c'est ce qui me préoccupe - un glissement
dangereux de l'adhésion aux valeurs communes en matière de droits
de l'homme et des libertés vers une mise en avant des bases judéo-
chrétiennes ou catholiques de la civilisation européenne, valeurs que
nul ne renie, - je suis chrétien - mais dont les évolutions, depuis le
siècle des lumières, ont permis de garder de ces dernières, les
valeurs humanistes en les libérant de leurs lectures liberticides.
Monsieur le ministre, en tant que futur président du Conseil des
ministres des Affaires étrangères de l'Union, comment comptez-vous,
dès maintenant agir de manière ferme et concrète pour qu'en premier
lieu la Lituanie retire, sous peine de sanctions, totalement cette loi et
se conforme aux traités signés par elle.
Comment comptez-vous agir pour qu'à la faveur de votre présidence
soit réaffirmée la charte des droits fondamentaux, garante de notre
démocratie, comme socle de l'identité européenne?
11.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Cher collègue, le débat sur
la loi dite de protection des mineurs du 10 septembre 2002, modifiée
à plusieurs reprises, a été effectivement relancé au parlement
lituanien. Les travaux ont finalement abouti à la modification de la loi
par le Parlement le 22 décembre. Cette version est entrée en vigueur
le 1
er
mars 2010.
La loi modifiée porte interdiction de propager par n'importe quel canal
public que ce soit toute information pouvant être dommageable au
développement des mineurs. La loi fait, entre autres, référence à la
promotion des relations sexuelles comme étant prohibée, sans
toutefois préciser la nature de ces relations.
La loi étend cette interdiction de publicité à de nombreux domaines.
Étant entrée en vigueur le 1
er
mars 2010, le ministre des Affaires
étrangères et ses services ne disposent pas pour l'heure
d'informations suffisamment précises concernant sa mise en
application et les conséquences qui en découlent. Il lui semble, en
tout cas, pour l'instant et dans un avenir proche, afin d'évaluer la
manière avec laquelle cette loi sera mise en application, peu utile de
mener des démarches.
Notre ambassade à Vilnius continue à suivre avec attention l'évolution
du dossier et tient, bien évidemment, nos services à Bruxelles et le
ministre en particulier informé de toute évolution et de la mise en
application de cette nouvelle législation.
11.02
Staatssecretaris Olivier
Chastel: De gewijzigde wet omvat
het
verbod
informatie
te
verspreiden die schadelijk kan zijn
voor de ontwikkeling van minder-
jarigen. Ze verwijst onder andere
naar
het
aanmoedigen
van
seksuele relaties als verboden,
zonder evenwel de aard van die
relaties nader te bepalen. Ze breidt
dat verbod uit naar vele domeinen.
Aangezien de wet op 1 maart 2010
van
kracht
geworden
is,
beschikken
de
minister van
Buitenlandse
Zaken
en
zijn
diensten voor het ogenblik nog niet
over
voldoende
duidelijke
informatie met betrekking tot de
toepassing en de gevolgen die
eruit voortvloeien. Onze ambas-
sade in Vilnius volgt de evolutie
van het dossier aandachtig en
houdt onze diensten op de hoogte
van de evolutie en de toepassing
van die nieuwe wetgeving.
11.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je
vous remercie pour votre réponse. Il importe d'être attentif à tout
éventuel débordement et non-respect par rapport à notre charte
fondamentale européenne. Je sais que je peux compter sur le
ministre, durant la présidence belge mais aussi après, pour rester
attentif à cette problématique.
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la présence sur le site internet du centre islamique et culturel de
Belgique de liens vers des sites affichant des propos négationnistes" (n° 20414)
12 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "de aanwezigheid op de website van het islamitisch en cultureel
centrum van België van links naar sites met negationistische uitspraken" (nr. 20414)
12.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, la presse relayait récemment une information selon
laquelle le site internet du Centre islamique et culturel de Belgique
comporterait plusieurs hyperliens discrets renvoyant à deux sites
saoudiens, qui publient tous deux une littérature négationniste et
xénophobe. Entre-temps, le ministre de la Justice a annoncé qu'une
enquête judiciaire était en cours.
Islamway, un des sites en question, publie notamment des extraits
d'un livre qui évoquent "la propagande sioniste et le mythe de
l'Holocauste". L'auteur affirme notamment qu'"il serait ridicule de
prétendre que les chambres à gaz des camps d'extermination nazis
ont été utilisées pour exécuter des gens."
Ce n'est pas la première fois que le site de la Grande Mosquée de
Bruxelles, qui est présidée par l'ambassadeur d'Arabie saoudite en
Belgique- et c'est à ce titre que je vous interroge - relaye
indirectement des propos négationnistes. L'agence `parlemento.com'
avait déjà révélé des faits similaires en septembre 2009. Les
responsables du site avaient supprimé les liens incriminés suite à
l'intervention du Centre pour l'Égalité des chances. Ces extraits ont
par la suite à nouveau été mis en ligne.
Monsieur le président, je voulais donc interroger le ministre des
Affaires étrangères sur l'éventuelle réaction par voie consulaire et
diplomatique qu'aurait pu avoir notre pays à l'égard de l'ambassadeur
de l'Arabie saoudite en Belgique, qui, comme je l'ai précisé, est le
président du site incriminé.
12.01 Xavier Baeselen (MR): Er
loopt momenteel een onderzoek
naar
de
website
van
het
Islamitisch en Cultureel Centrum
van België. Op die site zouden
diverse discrete links staan naar
twee Saudische websites, die
beide revisionistische en xenofobe
literatuur verspreiden. Het is
echter niet de eerste keer dat er
op de site van de Grote Moskee
van
Brussel,
die
wordt
voorgezeten door de ambas-
sadeur van Saudi-Arabië in België,
onrechtstreeks naar dergelijke
uitlatingen wordt verwezen. Hoe
kan ons land via de diplomatieke
en consulaire kanalen daartegen
optreden?
12.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Cher collègue, votre
question contient déjà la réponse. Autrement dit, il est évident que
nous avons appris par les médias les faits regrettables que vous
évoquez. Le jour suivant la parution de ces informations, les liens en
question avaient été retirés du site internet du Centre islamique et
culturel de Belgique, et notre collègue de la Justice - vous l'avez dit - a
annoncé, en séance plénière du 11 mars, qu'une enquête était
diligentée par les autorités compétentes afin d'étudier avec précision
ce dossier. Vous aurez compris qu'il est pour l'heure prématuré pour
le ministre des Affaires étrangères d'intervenir de quelconque façon
pour l'instant sans avoir eu connaissance des conclusions de cette
enquête pour pouvoir mener quelques interventions, vis-à-vis de
quelque ambassadeur que ce soit, même si celui d'Arabie saoudite
préside effectivement la mosquée en question.
12.02
Staatssecretaris
Olivier
Chastel: De vraag stellen is ze
beantwoorden. Daags na de
publicatie van deze informatie
werden die links van de website
verwijderd, en mijn collega van
Justitie heeft in de plenaire
vergadering
van
11 maart
aangekondigd
dat
er
een
onderzoek loopt. De minister van
Buitenlandse Zaken kan niet
optreden, zolang hij niet over de
conclusies van dit onderzoek
beschikt.
12.03 Xavier Baeselen (MR): Je prends note que vous attendez les
conclusions de cette enquête pour éventuellement réagir. Nous
verrons et nous suivrons ce dossier. Je vous remercie.
12.03 Xavier Baeselen (MR): Ik
neem er nota van dat u wacht op
de bevindingen van het onder-
zoek, vooraleer u eventueel iets
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
zal ondernemen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les projets subsidiés dans le cadre de la présidence belge de l'Union
européenne" (n° 20573)
13 Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "de projecten die worden gesubsidieerd in het kader van het
Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie" (nr. 20573)
13.01 Marie Arena (PS): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, le 1
er
juillet 2010 sera lancée la présidence belge de
l'Union. À cette occasion, un budget important a été débloqué. Ce
budget servira à la sécurité de notre pays lors des différents
sommets, à la préparation de ces sommets formels et informels mais
aussi à l'organisation d'autres événements.
J'aurais aimé savoir quel est le montant total prévu pour ces
événements "facultatifs"? Peut-on avoir une liste des projets subsidiés
ainsi que les montants octroyés à chacun de ceux-ci? Quels ont été,
ou quels sont, les critères de sélection de ces événements ainsi que
les critères d'allocation des montants des subsides?
Pourriez-vous nous dire quelles compétences sont concernées par
ces événements? Peut-on encore déposer des projets ou la période
de dépôt est-elle clôturée? A-t-on déjà informé les personnes ayant
déposé un projet des suites qui lui seront données et du montant du
subside alloué? Sinon, quand les concepteurs de projets seront-ils
informés de l'octroi ou non d'un subside? A-t-on déjà élaboré un
agenda des événements labellisés "Présidence belge de l'Union"?
13.01 Marie Arena (PS): Er werd
naar aanleiding van het Belgische
voorzitterschap van de Unie een
aanzienlijk bedrag vrijgemaakt met
het oog op de veiligheid en de
voorbereiding
van
de
top-
ontmoetingen, maar ook van
andere evenementen.
Welk
totaalbedrag
werd
er
uitgetrokken voor die 'facultatieve'
evenementen? Kunt u me een
overzicht
bezorgen
van
de
projecten die op subsidies kunnen
rekenen en van het bedrag dat
aan elk van die projecten wordt
toegekend? Op grond waarvan
worden de projecten geselecteerd
en wordt er beslist welke bedragen
worden toegekend? Op welke
bevoegdheden
hebben
die
evenementen betrekking? Kunnen
er
nog
projecten
worden
ingediend? Wanneer zullen de
indieners te horen krijgen of ze al
dan niet recht hebben op een
subsidie? Is er al een agenda voor
die evenementen?
13.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Monsieur le président, chère
collègue, à l'instar de ce qui se fait lors de chaque présidence
tournante du Conseil de l'Union européenne, le SPF Affaires
étrangères a lancé une procédure de labellisation pour les projets qui
lui ont été adressés. Il s'agit d'initiatives privées ou qui émanent des
Communautés et des Régions. Cette procédure est toujours en cours
et vise à la fois des projets culturels et non culturels, tous domaines
d'activités confondus.
Les critères pour l'octroi du label ont été décidés en gouvernement et
en comité de concertation. D'une part, il s'agit d'événements isolés
devant se dérouler pendant les six mois de la présidence belge et qui
ont un lien avec les thématiques de l'Union européenne ou avec les
priorités de la présidence belge. Ces deux critères sont cumulatifs.
D'autre part, il s'agit de manifestations récurrentes qui doivent, elles
aussi, avoir un lien direct avec l'Union européenne et les priorités de
la présidence et se dérouler pendant les six mois de la présidence.
13.02
Staatssecretaris Olivier
Chastel: Zoals steeds wanneer
het voorzitterschap wijzigt, startte
de FOD Buitenlandse Zaken met
een procedure om de projecten
een label toe te kennen. Die
procedure is nog aan de gang. Ze
heeft betrekking op culturele en
niet-culturele projecten.
Over de criteria werd een
beslissing genomen door de
regering en in het Overlegcomité.
Het gaat om eenmalige of
terugkerende evenementen die
rechtstreeks
verband
moeten
houden met de Europese Unie en
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
L'octroi du label se fait indépendamment d'un quelconque soutien
financier.
L'agenda des événements labellisés est en cours de préparation: il
sera disponible sur le site internet de la Présidence belge à partir du
1
er
juin 2010.
Nous avons reçu plus de 300 projets qui nous ont été proposés
concernant la période de six mois de la présidence. Environ trois
quarts ont été retenus à la labellisation puisque, à ce jour, c'est plus
d'une centaine de projets culturels et un peu plus de 150 projets non
culturels qui ont été retenus à l'agenda de la présidence belge. Tous
ceux qui ont déposé un projet ont été recontactés soit pour demander
des explications complémentaires pour accéder à la labellisation, soit
pour annoncer la décision du groupe de travail quant à l'octroi de ce
label.
Par ailleurs, certains projets recevront des subsides; leur octroi est
géré par la chancellerie du premier ministre. À cet effet, il dispose
d'un budget. À ma connaissance, aucune répartition de ces subsides
n'est encore finalisée à ce jour.
met de prioriteiten van het
voorzitterschap en die moeten
plaatsvinden in de loop van de zes
maanden van het voorzitterschap.
De toekenning van het label staat
los van de toekenning van enige
financiële steun.
De agenda van de evenementen
zal vanaf 1 juni 2010 beschikbaar
zijn op de website van het
Belgische voorzitterschap.
Er werden meer dan 300 projecten
ingediend,
waarvan
een
honderdtal culturele projecten en
iets meer dan 150 niet-culturele
projecten werden geselecteerd. Er
werd contact opgenomen met al
degenen die een project hebben
ingediend.
Voor sommige projecten zullen er
subsidies worden toegekend. De
toekenning ervan gebeurt onder
de leiding van de Kanselarij van de
eerste minister. Bij mijn weten
werd de verdeling van de
subsidies nog niet afgerond.
13.03 Marie Arena (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie pour votre réponse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les conclusions de la première session internationale du Tribunal
Russell sur la Palestine" (n° 20574)
14 Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "de conclusies van de eerste internationale zitting van het
Russell-Tribunaal over Palestina" (nr. 20574)
14.01 Marie Arena (PS): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, les 1, 2 et 3 mars 2010 s'est tenue, à Barcelone, la
première session internationale du Tribunal Russell sur la Palestine.
Ce tribunal citoyen est un tribunal de conscience internationale qui
répond à des attentes de la société civile. Il est parrainé par des
personnalités de nombreux États et est composé d'éminentes
personnes (prix Nobel, ambassadeurs, avocats, magistrats, députés,
etc.). Pour rendre ses conclusions, celui-ci se réfère au droit
international public et se base sur les déclarations de diverses
instances internationales, sur des rapports d'experts et des
témoignages.
Une des questions posées au Tribunal Russell par le Comité
organisateur international était de savoir si les relations de l'Union
14.01 Marie Arena (PS):
Begin maart
is
de
eerste
internationale zitting van het
Russell-Tribunaal over Palestina
gehouden. De conclusies maken
gewag van het feit dat er normen
voor internationaal recht bestaan
die de Europese Unie opleggen
bepaalde schendingen van het
internationaal recht te voorkomen
en de grondrechten door de
Israëlische regering te doen
naleven. Het tribunaal is van
oordeel dat de Europese Unie niet
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
européenne et de ses États membres avec Israël étaient des faits
illicites au sens du droit international.
Les conclusions de ce Tribunal - encore provisoires - font état du fait
qu'il existe des normes de droit international qui prescrivent
impérativement à l'Union européenne et à ses États membres, d'agir
pour empêcher certaines violations spécifiques du droit international
et pour faire respecter les droits et libertés fondamentaux, en
l'espèce, par le gouvernement de l'État d'Israël.
Ce Tribunal estime que l'Union européenne n'a pas utilisé toutes les
voies de droit disponibles pour assurer le respect du droit international
par le gouvernement israélien et que les simples déclarations
condamnant les violations du droit international commises par le
gouvernement israélien en place ne suffisent pas à vider les
obligations légales de l'Union et de ses États membres.
Le Tribunal Russell énonce ensuite les formes d'assistance, passive
et active de l'Union européenne aux violations par la politique
israélienne du droit international ainsi que les sanctions qui auraient
dû et devraient à l'avenir être prises par l'Union et ses États membres
à l'encontre des dirigeants israéliens.
Monsieur le secrétaire d'État, vous conviendrez que ces conclusions
sont accablantes pour ce qui concerne la politique menée par notre
pays et par l'Union européenne vis-à-vis de l'État d'Israël. Comment le
gouvernement compte-il réagir à ces conclusions? Qu'envisagez-vous
de mettre en place à l'avenir, compte tenu du rapport Goldstone et
des conclusions du Tribunal Russell? Quelle position sera-t-elle
défendue par le gouvernement au sein de l'Union, pour répondre aux
accusations du Tribunal Russell et mettre l'Union et ses États
membres en conformité avec le droit international, afin de faire
respecter le droit international et les droits fondamentaux par le
gouvernement de l'État d'Israël?
alle beschikbare rechtsmiddelen
gebruikt heeft om daarin te slagen
en dat de verklaringen die de door
de Israëlische regering begane
schendingen van het internationaal
recht veroordelen, niet volstaan
om de verplichtingen van de Unie
na te komen. Het tribunaal somt
de vormen van passieve en
actieve bijstand van de Unie aan
de schendingen door het Israëli-
beleid op evenals de sancties die
hadden en zouden moeten zijn
genomen.
Hoe denkt de regering te reageren
op die vernietigende conclusies?
Wat overweegt u in de toekomst te
doen? Welk standpunt zal de
regering
binnen
de
Unie
verdedigen om de beschuldigingen
van het Russell-Tribunaal van
antwoord te dienen en de Unie en
haar
Lidstaten
in
overeen-
stemming met het internationaal
recht te brengen?
14.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Les services du ministre
des Affaires étrangères ont évidemment bien pris connaissance des
conclusions du Tribunal Russell sur la Palestine. À la première
analyse, il leur semble qu'il s'agit d'un travail approfondi effectué par
des personnalités éminentes. La Belgique attache une grande
importance au respect du droit international dans le cadre de sa
politique étrangère.
Toutefois, ses conclusions méritent d'être examinées de très près.
Indépendamment des conclusions du Tribunal Russell, il y a lieu de
tenir une discussion au sein même de l'Union européenne, et pas de
manière indépendante en Belgique, afin d'aider ­ c'est l'objectif qu'il
faut retenir des discussions qui se déroulent aujourd'hui ­ les
différentes parties à trouver une solution négociée à ce conflit, selon
des paramètres que nous connaissons tous.
Un élément important dans cette perspective ressort de ce tribunal: le
fait d'assurer un meilleur respect du droit international par les
différentes parties. Les conclusions de ce tribunal doivent nous aider
à prendre certains paramètres en compte pour pouvoir agir dans une
seule voie, celle de trouver une solution négociée à ce conflit.
14.02
Staatssecretaris Olivier
Chastel: De diensten van de
minister van Buitenlandse Zaken
hebben kennis genomen van die
conclusies. Het gaat om een
grondig
werkstuk
dat
door
vooraanstaande personen werd
opgesteld. Die conclusies dienen
echter
nader
te
worden
onderzocht. Een en ander moet in
de Unie zelf en niet enkel in België
worden besproken, teneinde de
diverse partijen te helpen om via
onderhandelingen
tot
een
oplossing voor het conflict te
komen.
14.03 Marie Arena (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous 14.03 Marie Arena (PS): Als
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
remercie pour votre réponse. Néanmoins, je pense qu'il importe
d'opérer une distinction entre deux éléments: les possibles
discussions et négociations en vue d'un accord israélo-palestinien et
la prise en considération de faits indiscutables de violation, qui
obligeraient l'Europe à intervenir au sujet de celles-ci.
Bien entendu, nous devons en tant qu'État ou État membre de l'Union
oeuvrer dans le but d'un dialogue et d'une négociation en faveur d'un
accord de paix.
Cependant, il résulte des travaux du tribunal que des positions
accablantes se dégagent eu égard au soutien passif, voire actif que
l'Union européenne pourrait avoir par rapport à cette violation.
Quels sont les outils en possession de l'Europe pour faire respecter
ces droits, et non pas partiellement, car en matière de droits de
l'homme, notre rôle n'est pas d'apprécier le fait qu'ils soient
partiellement respectés. À partir du moment où il est établi qu'il y a
violation, notre rôle est de faire respecter ces droits fondamentaux.
Ce sujet figurera-t-il à l'ordre du jour de la présidence belge?
Si oui, comment le gouvernement belge va-t-il aborder les travaux de
ce tribunal pour pouvoir ouvrir un tel débat pendant la présidence de
l'Union?
lidstaat moeten wij voor een
vredesakkoord ijveren. Zal die
kwestie op de agenda van het
Belgisch voorzitterschap staan?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'exploitation étrangère des ressources marines de la Somalie"
(n° 20681)
15 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "de exploitatie van de mariene rijkdommen van Somalië"
(nr. 20681)
15.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le secrétaire d'État, l'impact de
la pêche illicite d'origine étrangère dans les zones économiques
exclusives de la Somalie n'est plus à prouver. Très riches en thons,
les eaux somaliennes ont été surexploitées par des navires de pêche
européens ou asiatiques. Conformément à la convention des Nations
unies sur les droits de la mer, la zone économique exclusive désigne
l'espace maritime sur lequel les États ont un droit souverain.
Cette pêche illégale par des pratiques de surpêche et de chalutage,
ce qui fait que les petits poissons restent coincés dans les filets,
entraîne une extrême paupérisation locale ainsi que la dégradation de
l'écosystème marin de ce pays. Cependant, les chalutiers pêchant
illégalement dans les eaux somaliennes bénéficient d'une législation
internationale extrêmement laxiste en la matière et de la
complaisance des États peu regardants sur l'illégalité de leurs
pratiques et desquels ils battent pavillon, bien que les navires
puissent être affrétés par des compagnies européennes.
Quant à la Somalie, elle ne dispose pas d'une flotte de garde côtière
et elle est donc incapable de faire respecter sa souveraineté. Un
chiffre des Nations unies repris par l'organisation Greenpeace a
d'ailleurs estimé à 300 millions de dollars les revenus perdus chaque
15.01 Karine Lalieux (PS): De
Somalische territoriale wateren,
die erg rijk zijn aan tonijn, worden
overbevist door Europese en
Aziatische vissersboten.
Overbevissing en trawlnetvisserij
leiden tot extreme verpaupering
van de lokale bevolking en de
achteruitgang van het mariene
ecosysteem van dat land. De
lakse internationale wetgeving en
de oogluiking van landen die het
niet zo nauw nemen, speelt de
illegale trawlnetvisserij in de
Somalische wateren in de kaart.
Somalië is niet bij machte zijn
soevereiniteit te doen eerbiedigen.
Volgens de Verenigde Naties
beloopt
de
jaarlijkse
inkomstenderving voor Somalië
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
année par la Somalie au profit de cette pêche illégale.
Pourriez-vous confirmer ou infirmer ce montant de 300 millions de
dollars? Si ce montant n'est pas exact, quel est le coût réel de ces
pertes? Aussi, nous savons que la piraterie somalienne n'est pas
sans lien avec cette surpêche illégale. Contre cette piraterie, une
opération européenne est en cours à laquelle participe la Belgique.
On avance un coût de 100 000 euros par jour et par frégate. Avez-
vous connaissance de la réalité de ce montant?
ongeveer 300 miljoen dollar.
Hoeveel kosten die verliezen
werkelijk? De piraterij vanuit
Somalië houdt zeker verband met
die
illegale
overbevissing.
Momenteel is er tegen die piraterij
een Europese operatie aan de
gang, waaraan België deelneemt.
Er is sprake van een kostenplaatje
van 100 000 euro per dag en per
fregat. Bevestigt u dat bedrag?
15.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Chère collègue, je suis sûr
que ma réponse va vous décevoir.
15.03 Karine Lalieux (PS): Vous allez me dire que ce n'est pas votre
compétence mais j'ai déposé la même question en Défense.
15.04 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Pour partie, c'est vrai.
Depuis le dépôt de votre question, nous n'avons pas obtenu
d'informations ou de chiffres fiables sur la pêche illégale en Somalie.
Les seules données en notre possession sont des données d'études
scientifiques datant du début des années '90. Je n'ose pas vous citer
les chiffres de l'époque. Il est actuellement impossible pour des
chercheurs de travailler en Somalie pour des raisons évidentes de
sécurité. À mon avis, il n'existe pas de chiffres complémentaires à
ceux dont on dispose ou dont on disposait à l'époque.
Ma deuxième réponse est encore plus sommaire. Comme vous l'avez
dit vous-même, notre département ignore le coût des frégates. Seul le
ministre de la Défense peut répondre à cette question.
15.04
Staatssecretaris Olivier
Chastel:
We
hebben
geen
betrouwbaar cijfermateriaal over
de illegale visserij in Somalië. De
enige gegevens waarover we
beschikken, dateren van het begin
van de jaren 90, en er zijn geen
geüpdate cijfers.
Voor het overige kent mijn
departement het kostenplaatje van
de fregatten niet. Enkel de minister
van Landsverdediging kan u op die
vraag antwoord geven.
15.05 Karine Lalieux (PS): J'ai évidemment déposé cette question
auprès du ministre de la Défense mais comme on le voit peu et qu'il
ne vient plus répondre aux questions, je m'étais dit qu'un membre du
gouvernement pourrait peut-être obtenir des informations sur la réalité
d'une dépense dans un gouvernement.
Cette question a également été posée au ministre de la Défense. Les
deux ministres sont du même parti!
Nous connaissons, via Greenpeace, la situation difficile des pêcheurs
somaliens, la situation difficile du thon dont l'Europe n'a pas réussi à
interdire la pêche. Beaucoup de bateaux sont encore présents dans
les eaux somaliennes vu ses richesses en thons.
Le chiffre de 300 millions de dollars est issu apparemment d'un
rapport des Nations unies, repris par Greenpeace; c'est pourquoi je
vous demandais d'en confirmer la véracité. Apparemment, vous
n'avez aucune information à ce sujet. Je reviendrai peut-être plus tard
devant vous après qu'une enquête aura été menée à ce sujet.
15.05 Karine Lalieux (PS): Ik
heb hem dat gevraagd, maar
aangezien hij de vragen niet meer
komt beantwoorden, dacht ik zo
dat een ander lid van de regering
mij misschien die informatie zou
kunnen bezorgen.
Via Greenpeace zijn wij op de
hoogte van de moeilijke situatie
van de Somalische vissers. Het
cijfer van 300 miljoen dollar werd
overgenomen uit een rapport van
de Verenigde Naties.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Réformes institutionnelles sur "le rehaussement des relations UE-Israël" (n° 21056)
16 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "de versterking van de betrekkingen tussen de EU en Israël"
(nr. 21056)
16.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le secrétaire d'État, suite à la
visite de Mme Ashton dans la Bande de Gaza afin d'évaluer la
situation humanitaire sur place, cette dernière a fait savoir aux
représentants des 27 États membres que les conditions n'étaient pas
réunies pour que le Conseil d'association UE-Israël, prévu le 23 mars
dernier, puisse avoir lieu. Ce Conseil prévoyait la mise en oeuvre du
rehaussement des relations entre l'Union européenne et Israël,
entériné par le Conseil des Affaires étrangères du 8 décembre 2008.
Il va sans dire que, depuis janvier 2009, force est de constater que la
situation sur le terrain n'a pas cessé de se dégrader. Le blocus de la
Bande de Gaza a été maintenu, plongeant l'ensemble de la
population dans une situation humanitaire plus critique et entravant
toute possibilité de reconstruction, même de la part des ONG ou des
agences des Nations unies travaillant sur le terrain. De plus, alors que
l'Autorité palestinienne avait donné son accord à des négociations
indirectes avec Israël, le gouvernement israélien a annoncé sa
mainmise sur des sites religieux en Cisjordanie, ainsi que la reprise
de la construction de logements dans les colonies.
Malgré les diverses condamnations de la communauté internationale
sur l'extension de ces colonies et malgré les nombreuses rencontres
diplomatiques de ces dernières semaines, le gouvernement israélien
a répété, vendredi passé, qu'il ne modifierait pas sa politique de
construction de colonies juives à Jérusalem-Est.
Monsieur le secrétaire d'État, quand le prochain Conseil d'association
UE-Israël est-il prévu? Au vu des derniers événements cités plus
haut, pensez-vous que la mise en oeuvre effective du rehaussement
des relations entre l'Union européenne et Israël serait actuellement
opportune, alors que les négociations de paix en sont toujours au
point mort? Quelle est votre position actuelle sur le Proche-Orient?
16.01 Karine Lalieux (PS): Na
haar bezoek aan de Gazastrook,
teneinde de humanitaire toestand
zelf te beoordelen, heeft mevrouw
Ashton de vertegenwoordigers van
de 27 lidstaten laten weten dat de
voorwaarden niet waren vervuld
om de EU-Israël Associatieraad te
laten plaatsvinden. Tijdens die
bijeenkomst zouden de banden
tussen de Europese Unie en Israël
nauwer worden aangehaald.
Sinds januari 2009 is de toestand
in
het
veld
voortdurend
verslechterd. De blokkade van de
Gazastrook blijft gehandhaafd en
de Israëlische regering heeft
herhaald
dat
ze
Joodse
nederzettingen wil blijven bouwen
in Oost-Jeruzalem en op de
Westelijke Jordaanoever.
Wanneer is de volgende EU-Israël
Associatieraad gepland? Acht u
het momenteel opportuun om de
banden tussen de Europese Unie
en Israël nauwer aan te halen?
Wat is uw huidige standpunt over
het Midden-Oosten?
16.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Madame Lalieux, le Conseil
d'association UE-Israël prévu le 23 mars a effectivement été reporté à
une date ultérieure. Ce report demandé par Israël a évidemment été
accepté par l'Union européenne, représentée par Mme Ashton qui
était alors en Israël dans le cadre de sa visite au Moyen-Orient.
Aucune nouvelle date n'a encore été fixée pour ce Conseil
d'association. Pour l'Union européenne, cette décision revient
désormais, en vertu de la mise en pratique du Traité de Lisbonne, à
Mme Ashton dans le cadre de ses compétences. La situation politique
actuelle ne permettait pas au Conseil d'association du 23 mars
d'atteindre les résultats espérés par Israël, notamment pour la mise
en oeuvre du rehaussement de ses relations avec l'Union européenne
qui avait été décidé en 2008.
Comme le ministre a eu l'occasion de le signaler lors de son entrevue
avec le ministre Lieberman à Bruxelles le 22 février dernier, il y a un
lien de fait entre la question du rehaussement et les développements
politiques sur le terrain. Depuis lors, Mme Ashton a d'ailleurs rappelé,
dans ses contacts en Israël, que les relations bilatérales avec l'Union
européenne ne pouvaient pas être tenues séparées du contexte
16.02
Staatssecretaris Olivier
Chastel: De EU-Israël Associatie-
raad van 23 maart werd inderdaad
uitgesteld, en wel op vraag van
Israël. Er werd nog geen nieuwe
datum
vastgelegd.
Wat
de
Europese Unie betreft, is mevrouw
Ashton bevoegd om daarover te
beslissen.
De minister heeft herhaald dat er
een feitelijk verband bestaat
tussen de toenadering enerzijds
en de politieke ontwikkelingen ter
plaatse
anderzijds.
Mevrouw
Ashton heeft er tijdens haar
contacten met Israël trouwens aan
herinnerd
dat
de
bilaterale
betrekkingen met de Europese
Unie niet los kunnen worden
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
politique régional. Les développements sur le terrain ne plaident donc
actuellement pas pour la reprise du rehaussement via la négociation
d'un nouveau plan d'action.
La situation actuelle au Proche et au Moyen-Orient mérite toute
l'attention de la communauté internationale. Outre le conflit israélo-
arabe, le ministre pense notamment au manque de progrès sur le
dossier nucléaire iranien et aux tractations en cours pour la formation
d'un nouveau gouvernement irakien.
En ce qui concerne spécifiquement le conflit israélo-arabe, il est
indéniable que nous traversons une nouvelle période délicate, même
si cela ne constitue pas tout à fait en soi une nouveauté. L'accord de
principe donné par les parties à une reprise indirecte des contacts
entre Israéliens et Palestiniens est le fruit d'un travail intense de la
part de la diplomatie américaine soutenue en cela par l'Union
européenne et le reste de la communauté internationale, comme l'a
montré la déclaration adoptée par le Quartet lors de sa réunion à
Moscou le 19 mars dernier. Tout le monde en est conscient, il faut en
effet absolument sortir de l'impasse actuelle qui ne peut que nourrir
une reprise des violences dont les populations civiles seraient, à
nouveau, les premières victimes.
Arriver à des résultats concrets exigera, certes, de faire des
concessions difficiles pour les deux parties mais une reprise des
négociations est la seule solution. C'est d'ailleurs le message que le
ministre des Affaires étrangères a transmis au cours des entretiens
qu'il a eus avec le président Abbas et le ministre Lieberman au cours
du mois de février.
Le ministre a le ferme espoir que ces négociations indirectes mènent,
à terme, à un calendrier clair de négociations directes qui porte sur
toutes les questions liées au statut final de la solution des deux États,
seul cadre envisageable pour une paix véritablement durable.
Dans ce contexte, il est crucial que les parties s'abstiennent de toute
initiative ou déclaration qui menace la confiance indispensable aux
négociations.
Certains
développements
récents
sont
malheureusement préoccupants. Le ministre pense évidemment aux
décisions annoncées par le gouvernement israélien particulièrement
en matière de poursuite de la colonisation à Jérusalem-Est ainsi que
la reprise des tirs de roquettes et des violences autour de la Bande de
Gaza.
Il importe que la communauté internationale soutienne activement le
processus de négociation. Le ministre salue ainsi la volonté qu'ont
affichée les membres du Quartet, de suivre attentivement les
développements sur le terrain.
Dans le même ordre d'idées, il se félicite aussi de la décision de la
Ligue arabe de continuer à soutenir le principe de négociation
indirecte. Bien conscient du rôle clef de la Ligue arabe, il avait, en
effet, chargé les postes diplomatiques belges dans le monde arabe,
après sa rencontre avec Mahmoud Abbas, d'informer leurs
interlocuteurs de l'espoir que la Belgique avait exprimé au président
palestinien qu'il puisse recevoir le soutien politique indispensable de
ses partenaires arabes.
gezien van de regionale politieke
context. Gezien de ontwikkelingen
in het veld is dit dus niet het
geschikte moment om middels
onderhandelingen over een nieuw
actieplan de banden met Israël
opnieuw aan te halen.
De partijen hebben hun principiële
instemming betuigd met een
onrechtstreekse hervatting van de
contacten tussen de Israëliërs en
de Palestijnen, en dat is het
resultaat van intense inspanningen
van de Amerikaanse diplomatie,
daarin gesteund door de Europese
Unie en de rest van de
internationale gemeenschap. Men
moet inderdaad absoluut uit de
huidige impasse geraken. De
minister hoopt vurig dat die
onrechtstreekse onderhandelingen
op termijn zullen leiden tot een
duidelijk tijdpad voor rechtstreekse
onderhandelingen
over
alle
kwesties die verband houden met
het finaal statuut van de twee
Staten-oplossing, het enige kader
dat denkbaar is om tot een echte
duurzame vrede te komen.
In die context is het van cruciaal
belang dat de partijen zich
onthouden van elk initiatief of van
elke verklaring die het voor de
onderhandelingen onontbeerlijke
vertrouwen
zouden
kunnen
aantasten.
Bepaalde
recente
ontwikkelingen
zijn
jammer
genoeg zorgwekkend.
Het
is
belangrijk
dat
de
internationale gemeenschap het
onderhandelingsproces
actief
ondersteunt.
De Arabische Liga steunt het
principe van indirecte onder-
handelingen ook nog altijd.
Wat de Europese Unie betreft,
hebben we op grond van de
conclusies van december vorig
jaar onze standpunten inzake het
onderhandelingskader
tussen
beide partijen, maar ook onze
bereidheid om bij te dragen aan de
nodige
garanties
voor
de
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
S'agissant de l'Union européenne, les conclusions de décembre
dernier ont permis de réaffirmer utilement nos positions sur le cadre
des négociations entre les parties, mais aussi notre volonté de
contribuer aux garanties nécessaires à la mise en oeuvre de l'accord
qui aura été négocié.
Le ministre vous confirme, par ailleurs, son intention de se rendre au
Proche-Orient, avant le début de notre présidence européenne. Ce
voyage est actuellement prévu pour la mi-mai. Ce sera l'occasion
pour lui de réaffirmer directement ces messages aux acteurs
concernés.
uitvoering van het toekomstige
akkoord,
opnieuw
kunnen
uitdragen.
De minister bevestigt dat hij vóór
de aanvang van ons EU-voorzitter-
schap naar het Midden-Oosten wil
afreizen.
16.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie pour cette réponse complète. Voilà dix ans que je suis
activement la situation. Voilà dix ans que l'on répète la même chose,
à savoir que l'on va reprendre les négociations, dans lesquelles on
place tous les espoirs. Malheureusement, la situation n'évolue guère.
En outre, on observe de plus en plus de provocations aujourd'hui de
la part du gouvernement israélien que du gouvernement palestinien.
Le seul moyen d'agir sur un pays, c'est de sévir économiquement, car
le dialogue et les pressions du Quartet ne fonctionnent pas
aujourd'hui sur l'État d'Israël. La provocation contenue dans sa
déclaration lors de la présence du délégué américain montrait à
suffisance à la communauté internationale combien Israël se sent
indépendant de cette communauté, mais aussi très confiant dans le
fait qu'elle n'osera rien entreprendre à son égard, du moins
économiquement.
16.03 Karine Lalieux (PS): Er
wordt nu al tien jaar gezegd dat de
onderhandelingen zullen worden
hervat. Spijtig genoeg is er bitter
weinig vooruitgang. Het enige
drukmiddel
zijn
economische
sancties, want de dialoog en de
pressie van het Kwartet hebben
vandaag geen effect op de staat
Israël.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "ex-rebellen die in Congo op lucratieve wijze tinmijnen
uitbaten" (nr. 20505)
17 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "d'anciens rebelles congolais exploitant dans un but de lucre
des mines d'étain" (n° 20505)
17.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, mijn vraag heeft betrekking op een van de vele
vormen van uitbuiting van de eigen bevolking waaraan het Congolese
leger zich bezondigt. Het gaat in dit verband over een verslag van een
Britse ngo, Global Witness. Die vertelt ons dat een voormalige
rebellengroep, de CNDP, nu ingelijfd in het Congolese leger, de nogal
merkwaardige gewoonte heeft om de mijngebieden die ze "bevrijd"
heeft van andere rebellen voor eigen profijt uit te baten, al is "uit te
buiten" misschien nog een beter woord.
Er wordt een heel klassiek voorbeeld gegeven, er zijn er veel meer
maar dit is een heel goed voorbeeld. Het gaat over de belangrijke
tinmijnen die onlangs in handen kwamen van de ex-CNDP, nu dus het
officiële Congolese leger, en die gevestigd zijn in of zich bevinden op
het grondgebied van Bisie, een dorpje in Noord-Kivu. Daar produceert
men 4 % van de mondiale tinproductie. Dat betekent per jaar
15 000 ton tin. Zodra die tinmijnen "bevrijd" werden door die mensen
van het Congolese leger, werden deze onmiddellijk uitgebaat --
uitgebuit -- door diezelfde mensen, en dit alleen maar voor eigen
17.01 Francis Van den Eynde
(VB): Une ONG britannique nous a
dit que le CNDP, un ancien groupe
de rebelles aujourd'hui incorporé à
l'armée congolaise, a la curieuse
habitude d'exploiter pour son
propre compte les zones minières
qu'elle a libérées d'autres rebelles.
Et de citer l'exemple d'une grande
mine d'étain dans le Nord-Kivu. La
population locale se voit imposer
le travail forcé. La récupération de
territoires par l'armée congolaise
ne profite donc pas à la
population congolaise.
Quel est le point de vue de notre
gouvernement à cet égard?
Apprécie-t-il ces agissements de
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
winst. Bovendien wordt de bevolking ginder gedwongen tot
dwangarbeid in die tinmijnen.
Met andere woorden, in de mate dat het Congolese leger al vecht
tegen rebellen, als het dan terreinwinst boekt, is het alleen maar voor
eigen profijt en heeft de Congolese bevolking daaraan niets.
Wat is het standpunt van de regering in dit verband? Ik wil u er
immers aan herinneren dat, voor zover ik weet, ik zal daarover
binnenkort een vraag stellen in de commissie voor de
Landsverdediging, het Belgische leger op 30 juni zal defileren met dat
Congolese leger in Kinshasa. De défilé hier is van de baan, maar
ginder gaat het wel gebeuren.
Het zou dus wel interessant zijn te weten in welke mate wij deze
manier van doen van het Congolese leger appreciëren.
l'armée congolaise avec laquelle
nous allons défiler à Kinshasa?
17.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, in een
perscommuniqué van 11 maart 2010 roept Global Witness op tot een
onmiddellijke demilitarisering van de mijnsector in Congo. België kan
deze oproep enkel ondersteunen. Het klopt immers dat voormalige
rebellen die nu in het reguliere nationale leger, FARDC, geïntegreerd
zijn in Kivu, de controle hebben overgenomen over sommige mijnsites
die eerder in handen waren van de Huturebellen van de FDLR.
Dit is in het bijzonder het geval voor de grote cassiterietmijn van Bisie
in Noord-Kivu. In januari 2010 werd een conferentie gehouden over
de legale exploitatie van natuurlijke rijkdommen. De conferentie werd
door de Congolese regering in Kinshasa georganiseerd, samen met
de leden -- waaronder België -- van de International Task Force on
Illegal Exploitation and Trade of Mineral Resources in the Great Lakes
Region. De Congolese minister van Mijnen heeft daar onderstreept
dat Kinshasa een einde wil maken aan de betrokkenheid van
militairen
in
commerciële
activiteiten,
en
meer
bepaald
mijnactiviteiten.
Uiteraard is het van belang dat de regering deze belofte nu effectief
waarmaakt. Global Witness pleit ook voor een rol voor de MONUC in
dit verband. België heeft dit steeds gesteund.
Global Witness heeft in eerdere rapporten inderdaad gesteld dat
onder andere Belgische bedrijven medeplichtig zijn aan de illegale
exploitatie van ertsen uit Oost-Congo. De Britse ngo verwijt de
regeringen nu onvoldoende inspanningen te ondernemen om op te
treden tegen bedrijven die grondstoffen blijven aankopen van wat zij
bestempelen als gemilitariseerde mijnen.
In de eerste plaats wenst de minister van Buitenlandse Zaken te
benadrukken dat de internationale gemeenschap het voorbije
anderhalf jaar enorme inspanningen heeft geleverd om vooruitgang
na te streven op dat vlak. Zo kwam de hierboven vermelde werkgroep
regelmatig bijeen en kwam ze tot een hele reeks aanbevelingen rond
een aantal cruciale deelonderwerpen, zoals due diligence, het in kaart
brengen van de mijnsites, de certificatie eb het opzetten van
handelscentra. Deze aanbevelingen werden in de maand januari
overgemaakt aan de Congolese regering die bereid werd gevonden
zich deze aanbevelingen toe te eigenen en aldus op te volgen.
17.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Dans un communiqué de
presse, Global Witness en appelle
à une démilitarisation immédiate
du secteur minier au Congo. La
Belgique ne peut que soutenir cet
appel. Il est en effet exact que les
anciens rebelles qui ont à présent
intégré l'armée nationale régulière
ont pris au Kivu le contrôle de
certains sites miniers qui étaient
auparavant
aux
mains
des
rebelles Hutus.
Lors
d'une
conférence
sur
l'exploitation minière en janvier,
Kinshasa a souligné qu'il voulait
mettre un terme à l'implication de
militaires dans des activités
minières commerciales. Il faut à
présent respecter cette promesse.
La MONUC peut sans doute jouer
ici un rôle.
Global Witness avait déjà dénoncé
la complicité d'entreprises belges
dans l'exploitation illégale de
minerais de l'Est du Congo.
L'ONG britannique reproche à
présent aux gouvernements de ne
pas intervenir assez fermement
contre
les
entreprises
qui
continuent à acheter les matières
premières produites par ces mines
militarisées.
Le
ministre
des
Affaires
étrangères
souligne
que
la
communauté
internationale
a
fourni des efforts importants au
cours des 18 derniers mois pour
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Wat het optreden van Belgische bedrijven betreft, kan de minister u
aangeven dat de genoemde Belgische bedrijven door de Belgische
overheid gewezen werden op hun verantwoordelijkheden en in het
bijzonder op het feit dat zij de OESO-richtlijnen dienen na te leven.
Om deze reden zal hij het internationale OESO-contactpunt vragen
om na te gaan of deze bedrijven al dan niet deze richtlijnen hebben
nageleefd.
In OESO-verband wordt nu gewerkt aan de verfijning van deze
richtlijnen, specifiek wat betreft het optreden van bedrijven in
omgevingen als Oost-Congo.
Tenslotte dient vermeld te worden dat de minister, volgend op de
publicatie van het rapport van de VN-expertengroep, waarin ook
Belgische actoren werden vermeld, een schrijven heeft gericht aan
zijn collega van Justitie om hem op deze informatie te wijzen.
De indruk die dus gewekt wordt door Global Witness dat Westerse
regeringen geen aandacht schenken aan deze problematiek en geen
inspanningen ondernemen om daar iets aan te doen, stemt dus niet
overeen met de realiteit.
pouvoir progresser sur ce plan. Le
gouvernement
congolais
s'est
déclaré disposé à suivre les
recommandations formulées par le
groupe de travail et qui lui ont été
transmises au mois de janvier.
L'État belge a rappelé aux
entreprises belges les responsa-
bilités qui leur incombent et
l'obligation qui leur est faite de
respecter les directives de l'OCDE.
Le ministre demandera au point de
contact de l'OCDE de vérifier le
respect des directives par les
entreprises. L'OCDE s'emploie
également à affiner les directives
en la matière. Le ministre a
également fait part à son collègue
de la Justice des conclusions du
rapport rédigé par les experts de
l'ONU et dans lequel sont
également cités des acteurs de
notre pays. Je puis dès lors
affirmer que Global Witness ne
prend pas
suffisamment en
considération nos efforts.
17.03 Francis Van den Eynde (VB): Eerst en vooral dank ik u voor
uw antwoord, mijnheer de staatssecretaris, maar tot mijn spijt moet ik
verwijsen naar het verslag van Global Witness. U verwijt deze
organisatie dat ze de waarheid niet zegt wanneer ze beweert dat er
niets gebeurt. Wat er echter wel gebeurt is dat er veel woorden
worden gebruikt, veel moties worden goedgekeurd, kortom veel
"blabla" wordt verkocht.
Men wijst inderdaad die bedrijven op hun plichten. Ik geloof dat, maar
dat is duidelijk niet genoeg. Wat zegt Global Witness: "Westerse
regeringen verklaren keer op keer dat ze zeer bezorgd zijn over de
vrede en de stabiliteit in Oost-Congo, maar die indruk wekkende
retoriek is in tegenspraak met hun systematische weigering om
grondstofbedrijven in hun eigen rechtsgebied ter verantwoording te
roepen". Iemand ter verantwoording roepen is iets anders dan iemand
op zijn plichten wijzen.
Specifiek over België zegt Global Witness: "Hoewel België in allerlei
rapporten al jaren wordt omschreven als draaischijf van de illegale
handel in grondstoffen uit de streek van de Grote Meren, heeft het
Belgisch gerecht nog geen enkele zaak aangespannen om er een
einde aan te maken". Het spijt mij, maar dat is naar mijn bescheiden
mening op dit ogenblik nog altijd de realiteit.
17.03 Francis Van den Eynde
(VB): Je voudrais encore me
référer au rapport établi par Global
Witness. À côté des nombreuses
discussions consacrées à ce sujet
et des motions qui ont été
adoptées, pose-t-on également
des actes concrets en la matière?
On rappelle les entreprises à leurs
devoirs, mais on refuse de leur
demander des comptes, ici, dans
leur propre ressort. La justice
belge n'a pas encore entamé la
moindre poursuite. On en reste
donc à de la rhétorique pure. De
ce point de vue, je dois
malheureusement donner raison à
Global Witness.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "films over Congo op het jaarlijks Leuvens Afrika Filmfestival"
31/03/2010
CRIV 52
COM 862
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
(nr. 20738)
- de heer Guy Milcamps aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de voorwaarden voor de toekenning van subsidies in het kader van
de festiviteiten voor de 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo" (nr. 21026)
18 Questions jointes de
- M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la projection de films sur le Congo lors du Afrika Filmfestival organisé
chaque année à Louvain" (n° 20738)
- M. Guy Milcamps au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions à l'octroi de subsides dans le cadre des festivités liées au 50
ème
anniversaire de l'indépendance du Congo" (n° 21026)
18.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de staatssecretaris,
mijn vraag steunt op een artikel in een krant waar men in Vlaanderen
nooit aan mag twijfelen, absoluut niet, namelijk De Morgen, die het
evangelie is van de politieke correctheid in Vlaanderen. Dat artikel is
getiteld "Ambtenaren viseren Congo-films". Wat verder lees ik dat er
in Leuven elk jaar een festival is van Afrikafilms en dat deze keer
ambtenaren van Buitenlandse Zaken de organisatoren met heel veel
nadruk gevraagd hebben om geen films te brengen over Mobutu,
Lumumba en Kabila. Ik vraag mij af wat men anders nog kan vertellen
over Congo de voorbije jaren, maar goed.
Nog altijd volgens die krant zou er ook gedreigd zijn met de
afschaffing van de subsidies indien dit wel gebeurt. Stemt dat bericht
overeen met de werkelijkheid? Zo ja, op welke basis past de regering
dan die ­ excuseer mij ­ vorm van censuur toe? Indien het waar is, is
het alleszins censuur, zij het een vorm van sluipende censuur.
18.01 Francis Van den Eynde
(VB): J'ai lu dans De Morgen que
des fonctionnaires des Affaires
étrangères avaient demandé aux
organisateurs du festival du
cinéma africain qui se déroule
chaque année à Louvain de ne
pas projeter de films sur Mobutu,
Lubumba ou Kabila, faute de quoi
leurs subsides pourraient leur être
retirés. Est-ce exact? Sur quoi le
gouvernement se base-t-il pour
pratiquer une telle censure?
18.02 Guy Milcamps (PS): Monsieur le ministre, comme vous êtes
pressé, je m'en remettrai à l'introduction de mon éminent collègue.
Ma question porte sur le même sujet et le développement était
identique. Je passe donc directement aux questions. Confirmez-vous
les informations qui viennent d'être rappelées par mon collègue et qui
semblent corroborées, d'après le journal De Morgen par les
organisateurs eux-mêmes? Si tel est le cas, qui a pris concrètement
cette décision? Des directives ont-elles été données dans ce sens?
En étiez-vous personnellement informé? Quelles mesures comptez-
vous prendre pour éviter tout nouveau dérapage? Si cette information
est confirmée, vous conviendrez qu'elle est tout simplement
inacceptable et qu'elle relève de pratiques d'un autre âge.
Enfin, de manière plus générale, je voudrais connaître la composition
de cette cellule "Cinquantième anniversaire" mise sur pied pour les
festivités prévues pour honorer ce cinquantième anniversaire entre le
Congo et la Belgique. Qui fait partie de cette cellule? Comment
fonctionne-t-elle? Et surtout, d'après quelles directives fonctionne-t-
elle?
18.02 Guy Milcamps (PS):
Bevestigt
u
de
inlichtingen
waaraan
mijn
collega
heeft
herinnerd? Wie heeft eventueel
die beslissing genomen? Werden
in die zin richtlijnen gegeven? Was
u daarover persoonlijk ingelicht?
Welke schikkingen denkt u te
nemen om elke nieuwe ontsporing
te voorkomen?
Wat is de samenstelling van die
cel "Vijftigste verjaardag"? Hoe
werkt die cel? En vooral volgens
welke richtlijnen werkt zij?
18.03 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, de
minister bevestigt dat de Belgische overheid zich helemaal niet verzet
tegen de vertoning van welke films dan ook en helemaal niet aan
censuur doet.
De aanvraag ter financiering van het evenement in het kader van de
viering van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van
Congo werd net zoals de andere aanvragen besproken door de
taskforce die zich buigt over de opportuniteit van de financiering van
18.03 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Le ministre des Affaires
étrangères confirme que les
autorités publiques ne s'opposent
aucunement à la présentation de
quelque film que ce soit. La
demande de financement de cet
événement organisé dans le cadre
du
50
e
anniversaire
de
CRIV 52
COM 862
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
projecten in het kader van de vijftigste verjaardag van de
onafhankelijkheid van de DRC.
l'indépendance du Congo a été
examinée au sein de la task force
qui se penche sur cette question.
Cette cellule rassemble des représentants des différentes directions
du Service public fédéral Affaires étrangères et de la Coopération au
développement ainsi que les cellules stratégiques des ministres des
Affaires étrangères et de la Coopération. Elle offre une plate-forme de
concertation entre les services sollicités dans ce contexte et a pour
tâche de donner des avis sur l'opportunité de financer des initiatives
dans le cadre de la célébration du cinquantième anniversaire de
l'Indépendance du Congo. Ce groupe n'est pas habilité à prendre des
décisions.
La task force "Cinquantième Anniversaire" a remis un avis positif sur
le financement du projet introduit par Africa Film Festival, même s'il
est exact qu'un débat a eu lieu pour savoir si la programmation du
festival "Afrique Taille XL" était suffisamment tournée vers l'avenir. Le
ministre peut, en tout cas, vous indiquer que son collègue Charles
Michel a décidé de financer les projets introduits par Africa Film
Festival. En effet, la décision lui appartient, puisqu'il est question de
financement sur les lignes budgétaires de la Coopération au
développement.
Die cel is samengesteld uit
vertegenwoordigers
van
de
verschillende directies van de FOD
Buitenlandse Zaken en Ontwik-
kelingssamenwerking, alsook van
de beleidscellen van de minister
van Buitenlandse Zaken en de
minister van Ontwikkelingssamen-
werking. Zij biedt een overleg-
platform tussen de diensten
waarop een beroep wordt gedaan
en verleent adviezen over de
opportuniteit van de financiering
van initiatieven in het kader van de
viering van de 50
ste
verjaardag van
de onafhankelijkheid van Congo.
Het klopt dat er een debat heeft
plaatsgevonden over de vraag of
de programmatie van het festival
"Afrique Taille XL" voldoende
toekomstgericht is. De beslissing
om de door Africa Film Festival
ingediende projecten te financieren
werd genomen door de minister
van Ontwikkelingssamenwerking
op grond van een positief advies
van de task force "Vijftigste
Verjaardag".
18.04 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik
wil u een suggestie meegeven voor de minister, namelijk dat hij een
rechtzetting zou eisen, want het verhaal in de krant is dus het
tegenovergestelde van wat ik hier gehoord heb en ik geloof in dit
geval de regering.
18.04 Francis Van den Eynde
(VB): Je conseille au ministre
d'exiger une rectification, car
l'article de presse semble donc
être totalement inexact.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.07 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.07 uur.