KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 861
CRIV 52 COM 861
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
31-03-2010
31-03-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Philippe Blanchart aan de
staatssecretaris voor de Modernisering van de
Federale
Overheidsdienst
Financiën,
de
Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale
fraude, toegevoegd aan de minister van
Financiën, over "de belastingverminderingen voor
passieve woningen" (nr. 20780)
1
Question de M. Philippe Blanchart au secrétaire
d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la
Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre
des Finances, sur "les réductions d'impôts
accordées pour les maisons passives" (n° 20780)
1
Sprekers: Philippe Blanchart, Bernard
Clerfayt, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Philippe Blanchart, Bernard
Clerfayt, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van mevrouw Marie Arena aan de
staatssecretaris voor de Modernisering van de
Federale
Overheidsdienst
Financiën,
de
Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale
fraude, toegevoegd aan de minister van
Financiën, over "het bankgeheim" (nr. 20899)
2
Question de Mme Marie Arena au secrétaire
d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la
Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre
des Finances, sur "le secret bancaire" (n° 20899)
2
Sprekers: Marie Arena, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Marie Arena, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Joseph George aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bijdrage van
de banksector aan de begroting" (nr. 20449)
6
Question de M. Joseph George au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la contribution du secteur
bancaire au budget" (n° 20449)
5
Sprekers: Joseph George, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Joseph George, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Joseph George aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de controle op
de autoverzekeringen" (nrs. 20468 en 20471)
7
Question de M. Joseph George au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le contrôle des assurances
automobiles" (n°s 20468 et 20471)
7
Sprekers: Joseph George, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Joseph George, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Joseph George aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het belasten
van de bonussen van de traders en hun
superieuren" (nr. 20474)
9
Question de M. Joseph George au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la taxation des bonus des
traders et de leurs supérieurs" (n° 20474)
9
Sprekers: Joseph George, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Joseph George, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Interpellatie van de heer Robert Van de Velde tot
de vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen over "vermeende
koersmanipulatie Nationale Bank van België"
(nr. 422)
11
Interpellation de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et
Réformes institutionnelles sur "les soupçons de
manipulation de cours à la Banque nationale de
Belgique" (n° 422)
11
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Moties
14
Motions
14
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij de
btw-administratie van Aarlen" (nr. 20665)
15
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le manque d'effectifs dans
les offices TVA d'Arlon" (n° 20665)
15
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij de
btw-administratie van Aarlen" (nr. 21097)
15
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le manque d'effectifs dans
les offices TVA d'Arlon" (n° 21097)
15
Sprekers: Josy Arens, Didier Reynders, vice-
eerste minister en minister van Financiën en
van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Josy Arens, Didier Reynders, vice-
premier ministre et ministre des Finances et
des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
herstructureringsplan voor de dienst Financiën te
Vielsalm" (nr. 20671)
16
Question de M. Josy Arens au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le projet de restructuration du
service des Finances de Vielsalm" (n° 20671)
16
Sprekers: Josy Arens, Didier Reynders, vice-
eerste minister en minister van Financiën en
van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Josy Arens, Didier Reynders, vice-
premier ministre et ministre des Finances et
des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "bijkomende
vragen van de fiscus" (nr. 20704)
18
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"des
questions
complémentaires posées par le fisc" (n° 20704)
18
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de vragen om
inlichtingen bij bedrijven en zelfstandigen"
(nr. 20736)
18
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
demandes
de
renseignements faites aux entreprises et aux
indépendants" (n° 20736)
18
Sprekers:
Jenne
De
Potter,
Hagen
Goyvaerts, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jenne
De
Potter,
Hagen
Goyvaerts, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de ongelijke
behandeling van werkgevers met betrekking tot
de vrijstelling van belasting voor de ontvangen
Vlaamse Ondersteuningspremie" (nr. 20715)
21
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le traitement inégal des
employeurs en ce qui concerne l'exonération
d'impôts sur la 'Vlaamse Ondersteuningspremie'
(Prime flamande de soutien) qui leur est attribuée"
(n° 20715)
21
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Didier Reynders, vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
uitbreidingsplannen van het vredegerecht in
Hoogstraten" (nr. 20732)
22
Question de M. Servais Verherstraeten au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les projets
d'extension de la justice de paix de Hoogstraten"
(n° 20732)
22
Sprekers: Servais Verherstraeten, voorzitter
van de CD&V-fractie, Didier Reynders, vice-
eerste minister en minister van Financiën en
van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Servais Verherstraeten, président
du groupe CD&V, Didier Reynders, vice-
premier ministre et ministre des Finances et
des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "onderhouds-en
herstellingswerken aan het douanecentrum
Antwerpen Kattendijkdok" (nr. 20762)
23
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les travaux d'entretien et de
réparation au centre des douanes 'Kattendijkdok'
situé à Anvers" (n° 20762)
23
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Didier Reynders, vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de verkoop door
Aldi van tabaksproducten aan een lagere prijs dan
aangegeven op de fiscale zegel" (nr. 20766)
24
Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la vente par Aldi de produits
du tabac à un prix inférieur à celui indiqué sur le
timbre fiscal" (n° 20766)
24
Sprekers: Luk Van Biesen, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Luk Van Biesen, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Cathy Plasman aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de site van het
Vlaams
Instituut
voor
Landbouw-
en
Visserijonderzoek" (nr. 20807)
27
Question de Mme Cathy Plasman au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le site de l'institut flamand
'Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek'"
(n° 20807)
27
Sprekers: Cathy Plasman, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Cathy Plasman, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Guy Milcamps aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vestiging van
een politieafdeling te Achêne" (nr. 20810)
29
Question de M. Guy Milcamps au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'installation d'une division de
police à Achêne" (n° 20810)
29
Sprekers: Guy Milcamps, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Guy Milcamps, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale
voordelen voor investeringen in inbraakpreventie"
(nr. 20860)
30
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les avantages
fiscaux liés aux investissements pour la
prévention des cambriolages" (n° 20860)
30
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
premieverhoging bij DKV, de medische index en
de
winstcijfers
hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 20870)
31
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'augmentation de la prime
chez DKV, l'index médical et les bénéfices
engendrés par les assurances hospitalisation"
(n° 20870)
31
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Patrick De Groote aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de subsidies
gestort door de Nationale Loterij aan de vzw
Mobilys" (nr. 20907)
33
Question de M. Patrick De Groote au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les subsides versés par la
Loterie Nationale à l'ASBL Mobilys" (n° 20907)
33
Sprekers: Patrick De Groote, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen, Peter Logghe
Orateurs:
Patrick
De
Groote,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des
Finances
et
des
Réformes
institutionnelles, Peter Logghe
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
34
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
34
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Institutionele Hervormingen over "het elektronisch
eurovignet" (nr. 20701)
Réformes institutionnelles sur "l'eurovignette
électronique" (n° 20701)
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
35
Questions jointes de
35
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de eventuele
forse verhoging van de premie voor de
autoverzekering" (nr. 20924)
35
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"l'éventuelle
sensible
augmentation des primes de l'assurance
automobile" (n° 20924)
35
- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
autoverzekering" (nr. 20926)
35
- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'assurance automobile"
(n° 20926)
35
Sprekers: Peter Logghe, Karine Lalieux,
Didier Reynders, vice-eerste minister en
minister van Financiën en van Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Karine Lalieux,
Didier Reynders, vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
Samengevoegde vragen van
38
Questions jointes de
38
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de opleiding
van de ambtenaren van de FOD Financiën"
(nr. 20942)
38
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"la
formation
des
fonctionnaires du SPF Finances" (n° 20942)
38
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de opleiding
van het personeel van de FOD Financiën"
(nr. 21008)
38
- Mme Magda Raemaekers au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la formation du personnel du
SPF Finances" (n° 21008)
38
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
bedrijfsvoorheffing op het vakantiegeld voor
gepensioneerden" (nr. 20868)
40
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le précompte
professionnel sur le pécule de vacances des
pensionnés" (n° 20868)
40
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eersteminister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "een toelage
voor de voorzitter van de Waarnemingspost voor
gewestelijke fiscaliteit" (nr. 20978)
41
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'octroi d'une
allocation au président de l'observatoire de la
fiscalité régionale" (n° 20978)
41
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"een
afbetalingsplan voor mensen die tijdelijk werkloos
werden" (nr. 20979)
43
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "un plan de
paiement pour les personnes qui se retrouvent
temporairement au chômage" (n° 20979)
43
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de leningen
toegestaan aan Dexia Israël" (nr. 20980)
45
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "des prêts octroyés
à Dexia Israël" (n° 20980)
45
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bankentaks
en toepassing ervan voor kleine banken"
(nr. 21014)
47
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la taxe bancaire et
son application pour les petites banques"
(n° 21014)
47
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
49
Questions jointes de
49
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de strijd tegen
fraude met de notionele intrestaftrek" (nr. 21039)
49
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la lutte contre la fraude aux
intérêts notionnels" (n° 21039)
49
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de controle van
misbruiken met de notionele intrestaftrek"
(nr. 21141)
49
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les contrôles en matière de
recours abusif aux intérêts notionnels" (n° 21141)
49
Sprekers: Georges Gilkinet, Dirk Van der
Maelen,
Didier
Reynders,
vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Georges Gilkinet, Dirk Van der
Maelen, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de uitkering van
dividenden door BNP Paribas" (nr. 21040)
52
Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le paiement des dividendes
de BNP Paribas" (n° 21040)
52
Sprekers:
Georges
Gilkinet,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Georges
Gilkinet,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de
staatssecretaris voor de Modernisering van de
Federale
Overheidsdienst
Financiën,
de
Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale
fraude, toegevoegd aan de minister van
Financiën, en aan de vice-eerste minister en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen over "de voornemens in verband
met de CO2-taks" (nr. 21150)
53
Question de Mme Rita De Bont au secrétaire
d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la
Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre
des Finances, et au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les intentions en matière de
taxe CO2" (n° 21150)
53
Sprekers: Rita De Bont, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Rita De Bont, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de aandelen
54
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les actions de la
54
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vi
van de NBB" (nr. 21093)
BNB" (n° 21093)
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "consultancy
HR" (nr. 21095)
55
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la consultance
dans le domaine des ressources humaines"
(n° 21095)
55
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"ICAP"
(nr. 21096)
56
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "ICAP" (n° 21096)
56
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Fortis bonus"
(nr. 21132)
58
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le bonus octroyé
par la Fortis" (n° 21132)
58
Sprekers: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
31
MAART
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
31
MARS
2010
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.22 uur en voorgezeten door de heer Luk Van Biesen.
La séance est ouverte à 14.22 heures et présidée par M. Luk Van Biesen.
01 Question de M. Philippe Blanchart au secrétaire d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre des
Finances, sur "les réductions d'impôts accordées pour les maisons passives" (n° 20780)
01 Vraag van de heer Philippe Blanchart aan de staatssecretaris voor de Modernisering van de
Federale Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude,
toegevoegd aan de minister van Financiën, over "de belastingverminderingen voor passieve
woningen" (nr. 20780)
01.01 Philippe Blanchart (PS): Monsieur le secrétaire d'État, l'article
145/24 du Code des impôts sur les revenus prévoit dans son second
paragraphe qu'une réduction d'impôts est accordée au contribuable
qui, en tant que propriétaire, possesseur, emphytéote ou superficiaire,
investit dans la construction ou l'acquisition à l'état neuf d'une maison
passive ou, encore, la rénovation totale ou partielle d'un bien
immobilier en vue de le transformer en une maison passive.
La réduction d'impôts s'élève à 790 euros par période imposable et
par habitation. On peut aussi lire dans le même paragraphe qu'on
entend par maison passive une habitation sise dans un État membre
de l'Espace économique européen et qui répond à des conditions qu'il
n'est pas nécessaire d'évoquer dans cette question.
Mon attention a été attirée par le fait que le Code des impôts inclut
comme éligibles à la réduction d'impôts les maisons situées dans tout
l'Espace économique européen, et donc potentiellement hors de
Belgique.
Pouvez-vous me confirmer cette interprétation? Dans l'affirmative,
avez-vous des données sur le nombre de contribuables ayant
bénéficié, à ce jour, de réductions d'impôts pour des maisons
passives situées hors de Belgique?
01.01 Philippe Blanchart (PS):
Artikel 145/24 van het Wetboek
van
de
Inkomstenbelastingen
bepaalt dat er een belasting-
vermindering wordt verleend aan
de belastingplichtige die investeert
in het bouwen of het in nieuwe
staat
verwerven
van
een
passiefhuis of in de volledige of
gedeeltelijke vernieuwing van een
onroerend goed om het te
verbouwen tot een passiefhuis. De
belastingvermindering
bedraagt
790 euro per belastbaar tijdperk
en per woning. Volgens het
Wetboek komen woningen in de
hele
Europese
Economische
Ruimte in aanmerking voor de
belastingvermindering, dus ook
buiten België. Klopt die inter-
pretatie?
Hoeveel
belasting-
plichtigen genoten al een belasting-
vermindering voor passiefhuizen
buiten België?
01.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur Blanchart, je
confirme votre interprétation. La réduction d'impôts pour maisons
passives est également accordée aux habitations répondant aux
conditions des maisons passives sises hors de Belgique dans un État
membre de l'Espace économique européen. La réduction d'impôts
pour les maisons basse énergie et zéro énergie instaurée à partir de
l'exercice d'imposition 2011, donc valable dès cette année, est
également accordée pour les habitations sises dans un État membre
01.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Ik bevestig uw inter-
pretatie. Het is een bepaling die
werd
opgelegd
door
de
oprichtingsregels van de Europese
Unie. De administratie heeft geen
gegevens met betrekking tot het
aantal
belastingplichtigen
die
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
de l'Espace économique européen.
C'est une disposition imposée par les règles fondatrices de l'Union
européenne. Par contre, l'administration ne dispose pas de données
relatives au nombre d'habitations sises hors de Belgique pour
lesquelles une réduction d'impôts pour les maisons passives a été
accordée.
J'ai déjà eu l'occasion de répondre à des demandes similaires
concernant les informations statistiques sur d'autres types
d'investissements économiseurs d'énergie. Le Conseil d'État, dans un
arrêt datant de quelques années, avait répondu que l'administration
fiscale ne pouvait pas réclamer plus d'informations à contenu
statistique que celles qui étaient nécessaires à l'établissement de
l'impôt, et donc ces informations restent brutes en l'état telles qu'elles
sont nécessaires uniquement pour l'établissement du calcul de
l'impôt. C'est peut-être regrettable mais c'est le respect des
dispositions du Conseil d'État.
belastingvermindering
hebben
genoten voor passiefwoningen
buiten België. In een arrest van
enkele jaren geleden heeft de
Raad van State gesteld dat de
belastingadministratie niet meer
statistische informatie mag vragen
dan die welke nodig is voor de
aanslagprocedure. Het is jammer,
maar de uitspraken van de Raad
van
State
moeten
worden
nageleefd.
01.03 Philippe Blanchart (PS): On peut comprendre cette
disposition. Votre réponse constitue finalement une bonne nouvelle
pour toutes les habitations passives qui se situent hors de Belgique.
01.03 Philippe Blanchart (PS):
Men kan de zin van deze bepaling
begrijpen. Het is uiteindelijk goed
nieuws voor alle eigenaars van
passiefhuizen buiten België.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de Mme Marie Arena au secrétaire d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre des
Finances, sur "le secret bancaire" (n° 20899)
02 Vraag van mevrouw Marie Arena aan de staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale
Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan
de minister van Financiën, over "het bankgeheim" (nr. 20899)
02.01 Marie Arena (PS): Comme vous le savez, c'est un sujet qui
est tout à fait d'actualité. Je vais reprendre l'historique de ce que nous
avons vécu la semaine dernière. Nous avons eu une annonce, en
exclusivité dans Le Soir, d'une levée du secret bancaire, version MR.
D'après ce que nous avons lu dans Le Soir puisque, comme nous
l'avons dit, nous n'avons pas eu droit à un quelconque document, une
idée ou un passage en gouvernement, tout cela n'a pas existé il
s'agissait pour nous d'un renforcement du secret bancaire et surtout,
d'une protection du droit des fraudeurs.
Nous avons eu un débat houleux et surtout un dialogue de sourds le
vendredi après-midi, dans le groupe de suivi Fraude fiscale et vous
recommencez avec une nouvelle annonce exclusive dans un autre
journal, le samedi. Cette fois, c'est vous, monsieur Clerfayt, qui
annoncez une DLU attractive, version MR. Ce qui, pour nous encore
une fois et je le rappelle, d'après ce que vous expliquez dans
L'Écho - est plutôt une prime à la fraude. Vous, vous appelez cela une
nouvelle arme pour favoriser les régularisations spontanées. Il y a
manifestement divergences de vues! En plus, vous dites, dans cet
article de L'Écho, que ce sera un préalable à la levée du secret
bancaire version MR. Donc, vous en rajoutez une couche, après les
discussions que nous avons eues dans ce groupe de travail.
02.01 Marie Arena (PS): Vorige
week konden we in Le Soir de MR-
versie van de opheffing van het
bankgeheim lezen. Maar het ging
veeleer om de versterking van het
bankgeheim en de bescherming
van de rechten van de fraudeurs.
Op vrijdag 19 maart hadden we
een verhit debat en een dovemans-
gesprek in de werkgroep `Fiscale
Fraude', maar zaterdag herhaalde
u uw uitspraken in L'Echo, en
kondigde u een aantrekkelijke
EBA aan. Voor ons is die eerder
een premie voor fraude. U noemt
dat een nieuw wapen voor de
spontane regularisaties en voegt
eraan toe dat dit een voorwaarde
is voor het opheffen van het
bankgeheim zoals de MR dat ziet!
Hoewel de Europese landen en de
G20 zich voorbereiden om de
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Pour le groupe PS, il est vraiment compliqué d'envisager qu'après les
initiatives qui ont été prises ces deux dernières années sur le plan
international, on ait encore besoin d'une nouvelle arme pour ramener
de l'argent, dissimulé par les grands fraudeurs, dans l'escarcelle des
Finances. C'est pour nous le monde à l'envers. Alors que des États
européens ou que le G20 fourbissent leurs armes pour éradiquer les
paradis fiscaux et la grande fraude fiscale, en Belgique, le secrétaire
d'État et le ministre des Finances je dirais, le MR font des
propositions qui, au contraire, donnent de nouvelles chances aux
fraudeurs de ne pas être sanctionnés.
Avec une telle conception des choses, que nous ne partageons pas,
le droit à la rédemption devient presque une garantie pour vous et la
levée du secret bancaire un véritable épouvantail bien amical qui fait
plus rire que peur, comme dans les bandes dessinées.
Le sujet est pourtant grave; je ne me permettrai pas d'en rire. Il s'agit
de coincer les grands fraudeurs fiscaux, ceux qui n'ont pas cédé aux
premières DLU (déclaration libératoire unique), aux possibilités de
régularisation, aux menaces induites par le contexte international. Et
nous allons encore leur faire des cadeaux: une nouvelle DLU et le
renforcement du secret bancaire.
Monsieur Clerfayt, confirmez-vous vouloir, dans votre projet
personnel, conditionner la levée du secret bancaire à une nouvelle
DLU, comme vous l'avez expliqué dans L'Écho? Quelles seraient les
conditions de cette proposition? Confirmez-vous vouloir lever le secret
bancaire sur base d'indices sérieux, concrets et vérifiables? Pouvez-
vous m'expliquer la différence entre ceci et le langage de preuve tel
qu'il est appliqué en général? J'aimerais avoir plus de précisions sur
ce que vous avez annoncé et répété dans le journal L'Écho de samedi
dernier.
belastingparadijzen en de grote
belastingfraude uit te roeien,
formuleert de MR voorstellen om
ervoor te zorgen dat fraudeurs niet
worden gestraft.
Met een dergelijke opvatting wordt
het recht op vrijkoping gewaar-
borgd en wordt de opheffing van
het bankgeheim een lachwekkend
spookbeeld.
Om de grote fiscale fraudeurs te
vatten - zij die niet ingingen op de
eerste EBA's, op de geboden
regularisatiemogelijkheden, op de
dreigingen die voortvloeien uit de
internationale context krijgen ze
nog een paar extra cadeaus: een
nieuw EBA en een versterking van
het bankgeheim.
Is het inderdaad uw bedoeling de
opheffing van het bankgeheim te
laten afhangen van een nieuw
EBA? Onder welke voorwaarden?
Zal dit gebeuren op grond van
ernstige, concrete en controleer-
bare aanwijzingen? Wat is het
verschil met het bewijsrecht in het
algemeen?
02.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Madame Arena, j'ai déjà
eu l'occasion de rappeler, à de nombreuses reprises, que les
enquêtes en banque sont déjà d'application dans les circonstances
suivantes: lorsque le dossier est traité par le parquet, lorsque le
dossier est traité par l'administration en matière de TVA,
d'enregistrement ou de succession, dans tous les dossiers de
réclamation ou dans les dossiers de recouvrement.
En ce qui concerne la taxation en matière d'impôts sur les revenus,
les enquêtes en banque ne sont actuellement possibles qu'en cas de
fraude constatée dans le cadre du contrôle de la banque, ce qui est
très limitatif. Certes, la procédure actuelle décrite à l'article 318, alinéa
2 du Code des impôts sur les revenus subsistera mais elle sera
complétée par d'autres moyens supplémentaires d'investigation.
La proposition évoquée le 19 mars lors du groupe de travail Fraude
fiscale comporte des extensions fondamentales par rapport à la
situation actuelle. Elle vise les cas de fraudes constatées dans le
cadre du contrôle du client lui-même, c'est-à-dire de tout contribuable
et non plus de la banque. Elle ne requiert pas la preuve d'un
mécanisme de fraude mais simplement la présence d'indices de
fraude. Enfin, elle tente à inciter le contribuable à coopérer tout au
long de processus afin de l'accélérer.
Par définition vous pouvez relire le Code des impôts sur les revenus
02.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: In bepaalde omstandig-
heden worden er al bank-
onderzoeken uitgevoerd (dossier
behandeld door het parket, door
de administratie bevoegd voor btw,
registratie of erfenissen, bezwaar-
en invorderingsdossiers). Voor de
aanslag
inzake
inkomsten-
belastingen zijn bankonderzoeken
enkel mogelijk wanneer er fraude
aan het licht kwam in het kader
van de controle van de bank. De in
artikel 318, 2
de
lid van het WIB
beschreven procedure zal worden
aangevuld
met
bijkomende
onderzoeksmiddelen.
Het voorstel dat op 19 maart in de
werkgroep 'Fiscale Fraude' werd
besproken gaat veel verder. Het
heeft betrekking op de fraude-
gevallen die worden vastgesteld in
het kader van de controle van de
klant zelf. Er is geen bewijs van
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
ou la jurisprudence , des indices de fraude doivent toujours être,
comme je l'ai dit en commission, sérieux, concrets et vérifiables sans
quoi ils ne constituent pas des indices de fraude.
La distinction entre les indices de fraude et une preuve de fraude
n'est pas neuve. Elle existe depuis très longtemps dans le Code des
impôts sur les revenus. Je pourrais d'ailleurs m'étendre davantage sur
cette distinction mais je ne le ferai pas dans le cadre de cette
réponse.
Je rappellerai simplement que les indices de fraude permettent de
prolonger le délai d'investigation de 3 à 7 ans (article 333) alors que la
preuve d'une fraude permet évidemment de prolonger le délai
d'imposition de 3 à 7 ans (article 354) mais également d'infliger un
accroissement de 50 % dès l'instant que la preuve est faite.
Quant au phasage de la procédure, il implique par rapport à la
procédure actuelle, que le directeur régional soumettrait les indices de
fraude au collège du service de conciliation fiscale qui apprécierait la
pertinence des indices sérieux de fraude. En aucun cas, ledit collège
ne proposerait une conciliation au fraudeur présumé, qui n'aurait donc
pas, contrairement à ce qui est soutenu dans la question, à accepter
ou pas la transaction.
Dans le cadre de la procédure d'enquête en banque que nous
proposons, le service de conciliation fiscale n'a donc en aucune
manière un rôle de conciliateur, mais simplement un rôle
d'appréciation des demandes d'enquêtes en banque émanant des
directions régionales, dans un souci de traitement uniforme des
contribuables visés.
Ce service serait donc doté d'une compétence supplémentaire,
totalement étrangère à la fonction de conciliation proprement dite.
Contrairement à ce qui est soutenu dans la question, aucun contact
ne pourra être établi entre le service de conciliation fiscale et le
contribuable, dans le cadre de la présente procédure, c'est-à-dire
avant l'enrôlement ou avant la cotisation, et ce, ni à l'initiative du
contribuable, ni à l'initiative du service de conciliation fiscale.
Enfin, en ce qui concerne ce que vous appelez une nouvelle DLU,
j'estime que la levée du secret bancaire ou la possibilité de créer des
enquêtes en banque nouvelles dans un cadre simplifié, comme je le
propose, doit faire l'objet de mesures d'accompagnement qui
pourraient se traduire notamment par la mise en oeuvre d'une
campagne transitoire de régularisation spontanée.
Le principal avantage d'une campagne transitoire est qu'elle
permettrait de toucher une base beaucoup plus large alors que
l'administration n'aura peut-être pas la possibilité, pendant les
premières années, de dénicher tous les indices et d'exploiter toutes
les informations utilisables. Car, de deux choses l'une, soit vous
estimez qu'il y a peu de fraudes et donc peu d'enquêtes en banque à
mener, et dans ce cas-là, cette campagne de régularisation n'offrira
pas grand-chose à personne, soit vous estimez qu'il y a énormément
d'indices de fraude et d'enquêtes à mener, mais l'administration serait
bien incapable de les mener toutes très rapidement. Il serait alors
intéressant, tant pour les finances de l'État que pour l'avancement
plus rapide de cette forme de remise en ordre, que cela puisse se
fraude vereist, maar er moeten wel
aanwijzingen van fraude zijn De
belastingplichtige wordt aangezet
om mee te werken aan het
onderzoek. De aanwijzingen van
fraude moeten ernstig, concreet
en controleerbaar zijn.
Het
onderscheid
tussen
aanwijzingen en bewijs van fraude
bestaat sinds geruime tijd in het
WIB. Wanneer er aanwijzingen
van
fraude
zijn
kan
de
onderzoekstermijn van drie tot
zeven jaar worden opgetrokken,
wanneer er een bewijs van fraude
is kan de aanslagtermijn van drie
tot zeven jaar worden opgetrokken
en
kan
de
belasting
met
50 procent worden verhoogd.
De fasering van de procedure
houdt in dat de gewestelijk
directeur de aanwijzingen van
fraude voorlegt aan het college
van de fiscale bemiddelingsdienst.
Dit college zal de vermeende
fraudeur
geen
schikking
voorstellen, en deze zal de
schikking dus niet hoeven te
aanvaarden of af te wijzen.
In het kader van de voorgestelde
procedure
heeft
de
fiscale
bemiddelingsdienst een loutere
beoordelingbevoegdheid
met
betrekking tot de verzoeken van
de gewestelijke directies om een
onderzoek uit te voeren, zulks om
de gelijke behandeling van de
belastingplichtigen te waarborgen.
Ik kom tot wat u als een nieuwe
EBA bestempelt. De opheffing van
het bankgeheim of de mogelijk-
heid om bankonderzoeken uit te
voeren moet gepaard gaan met
flankerende maatregelen, en met
name met een overgangsregeling
inzake spontane regularisatie. Op
die
manier
kunnen
meer
belastingplichtigen worden bereikt.
De administratie zal hoe dan ook
de eerste jaren niet in staat zijn
alle aanwijzingen van fraude op
het spoor te komen en alle
bruikbare informatie effectief te
gebruiken.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
produire dans le cadre d'une très temporaire campagne de
régularisation spontanée, profitant du délai technique qui est
nécessaire pour mettre en oeuvre la plate-forme de connaissances
des comptes bancaires de tous les individus. Je pense pour ma part
que cette campagne ne devrait pas se faire à des taux aussi
favorables ou plus favorables que ceux qui ont été connus par le
passé mais à des taux légèrement supérieurs.
Van de tijd die nodig is om het
kennisplatform betreffende de
bankrekeningen
van
alle
individuen op punt te stellen, kan
dus gebruik worden gemaakt om
een
tijdelijke
regularisatie-
campagne op het getouw te
zetten. De openbare financiën
zouden daar wel bij varen en we
zouden sneller orde op zaken
kunnen stellen.
02.03 Marie Arena (PS): Je suis assez interpellée par votre réponse.
Vous dites que l'administration ne sera pas capable de mener les
enquêtes en banque et que, parce qu'elle n'en sera pas capable, vous
allez procéder à une amnistie. C'est inacceptable, alors que le
ministre des Finances va fêter ses plus de dix ans d'exercice dans le
secteur. Si l'administration n'est pas capable d'enquêter, c'est dû à un
manque de gestion du département des Finances.
Vous dites que la DLU est un accompagnement. Je pense que les
fraudeurs ne doivent pas être accompagnés. Ils doivent être
sanctionnés. D'ailleurs, le rapport de la Cour des comptes, qui date
d'il y a un mois, précise que trois actions en matière de lutte contre la
fraude fiscale doivent être menées. Ces trois actions sont des actions
prioritaires d'alourdissement des sanctions.
Le rapport préconise d'aggraver les sanctions et M. Devlies est
d'accord avec ces trois actions prioritaires. Vous venez par contre
avec une proposition qui vise à soulager la sanction. Vous dites que
vous savez qu'il y a des fraudeurs et que vous allez les amnistier. Je
trouve que c'est vraiment grave d'avoir une telle divergence de vues à
l'intérieur du même gouvernement, entre des personnes qui travaillent
sur les mêmes thématiques, à savoir la lutte contre la fraude fiscale.
J'aimerais que nous puissions disposer le plus rapidement possible
au sein de ce parlement de textes validés par le gouvernement en
matière de lutte contre la fraude fiscale. Car, encore une fois, nous
parlons en l'air.
Nous avons deux propositions sur la table, qui je l'espère vont pouvoir
être mises à l'agenda le plus rapidement possible après les vacances
de Pâques. Ces propositions sont le fruit de constats et de
recommandations de cette commission d'enquête.
Par contre, ce dont vous venez de nous parler est un exercice virtuel
qui provient de votre tête et de celle de M. Reynders. En attendant
que vous nous proposiez quelque chose qui soit validé par le
gouvernement, nous continuons à travailler selon la procédure
parlementaire.
02.03 Marie Arena (PS): U zegt
dat de administratie niet in staat
zal zijn bankonderzoeken uit te
voeren en dat u daarom fiscale
amnestie zal verlenen. Een en
ander is dus te wijten aan een
gebrekkig beheer door Financiën.
U zegt voorts dat de EBA een
flankerende
of
begeleidende
maatregel is; fraudeurs hebben
echter geen begeleiding nodig, ze
moeten worden gestraft! In een
rapport van het Rekenhof van een
maand geleden staat te lezen dat
er drie acties nodig zijn in de strijd
tegen de fiscale fraude. Bovendien
wordt er aangeraden de sancties
te verzwaren. De heer Devlies is
daar voorstander van, en nu komt
u aanzetten met een voorstel om
de sancties te verlichten. Dat men
er in één en dezelfde regering
zulke uiteenlopende standpunten
op na houdt, is zeer ernstig!
Er liggen twee voorstellen ter tafel,
die het resultaat zijn van vast-
stellingen en aanbevelingen van
die onderzoekscommissie. Maar u
had het daarnet over een virtuele
oefening
die
door
de
heer Reynders en uzelf werd
uitgedacht. In afwachting van een
voorstel dat door de regering werd
bekrachtigd,
zullen
we
de
parlementaire procedure blijven
volgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Joseph George au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la contribution du secteur bancaire au budget" (n° 20449)
03 Vraag van de heer Joseph George aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Institutionele Hervormingen over "de bijdrage van de banksector aan de begroting" (nr. 20449)
03.01 Joseph George (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, Febelfin a précisé que les discussions étaient toujours en
cours avec votre cabinet quant à la contribution des banques dans le
budget fédéral pour 2010 et 2011.
Le sujet de la répartition avait été largement abordé fin de l'année
dernière. Selon Febelfin, la contribution du secteur bancaire au
budget 2010 devrait s'élever à 1,130 milliard d'euros. Cependant,
dans le budget, le chiffre est de 939 millions d'euros.
Monsieur le ministre, confirmez-vous ces informations?
Quel sera le montant définitif des contributions du secteur bancaire?
Quand peut-on espérer un accord sur la contribution de ce secteur?
Comment seront réparties les contributions entre petites et grandes
banques?
Pour quelles raisons les discussions n'ont-elles pas encore abouti?
03.01 Joseph George (cdH):
Volgens Febelfin werd er met uw
kabinet onderhandeld over de
bijdrage van de banken aan de
federale begrotingen 2010 en
2011.
Eind vorig jaar werd de verdeling
besproken. Volgens Febelfin zou
de sector 1,13 miljard euro aan de
begroting 2010 moeten bijdragen.
Maar in de begroting wordt een
bedrag van 939 miljoen euro
vermeld.
Kan u die informatie bevestigen?
Hoeveel
zal
de
banksector
uiteindelijk bijdragen? Wanneer
zal er een akkoord bereikt worden
over deze bijdrage? Hoe zullen de
bijdragen verdeeld worden over de
banken? Waarom hebben de
gesprekken nog niets opgeleverd?
03.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur George, le montant de
939 millions prévu dans le budget 2009 est la somme des estimations
des recettes de dividendes, intérêts, primes de garantie, résultant de
l'intervention de l'État dans la crise financière. Un montant de
220 millions est également prévu qui représente la prime payée au
Fonds spécial de protection des dépôts et des assurances sur la vie
par les banques et les compagnies d'assurances, Ethias, pour la
protection des dépôts et des assurances sur la vie. La somme des
deux est de 1,160 milliard. Je ne sais d'où provient la différence de 30
millions avec les estimations du secteur bancaire.
À noter d'ailleurs que les montants que je viens de citer ne
représentent pas uniquement des contributions du secteur bancaire,
mais une part provient de recettes versées par des acteurs ne faisant
pas partie du secteur, par exemple, je vous le rappelle, le Grand-
Duché du Luxembourg à qui nous avons fait un prêt à travers l'État
belge, la SNCB ou des compagnies d'assurances.
Le montant définitif des contributions du secteur bancaire pour 2010
sera connu à la fin de l'exercice 2010, donc début 2011. En effet, un
certain nombre de variables ne seront décidées qu'en cours d'année.
En ce qui concerne la prime payée au Fonds spécial de protection
des dépôts et des assurances sur la vie, j'ai toujours dit que j'étais
ouvert à une autre forme de calcul de la prime à payer, pour autant
que la recette budgétaire soit au moins identique.
Les membres de Febelfin ont créé un groupe de travail afin de me
soumettre une proposition en la matière, notamment en ce qui
concerne la répartition entre petites et grandes banques, pour faire
simple. À ce jour, je n'ai pas encore reçu de proposition détaillée et
validée par le secteur. Je suis toujours prêt, je l'ai dit, à débattre avec
03.02 Minister Didier Reynders:
De 939 miljoen in de begroting
2009 is de som van de ramingen
van de inkomsten aan dividenden,
interesten, waarborgpremies, die
voortvloeien uit de interventie van
de Staat in de financiële crisis. Er
is ook een bedrag van 220 miljoen
uitgetrokken als premie voor het
Bijzonder Beschermingsfonds voor
deposito's en levensverzekeringen.
De som van de twee bedraagt
1,16 miljard. Ik weet niet van waar
het verschil met de ramingen van
de banksector komt.
Die bedragen vertegenwoordigen
niet alleen de bijdragen van de
sector, maar een deel vloeit voort
uit inkomsten die door partijen van
buiten de sector gestort werden,
zoals
het
Groothertogdom
Luxemburg dat wij een lening
verstrekt hebben via de Belgische
Staat, de NMBS, of verzekerings-
maatschappijen.
Het definitieve bedrag van de
bijdragen van de banksector voor
2010 zal begin 2011 gekend zijn,
want over een aantal variabelen
wordt maar in de loop van het jaar
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
le secteur et à venir ensuite avec une proposition qui pourrait faire
l'objet d'un accord au sein de l'ensemble des acteurs.
Mon cabinet ne participe pas aux discussions internes à Febelfin,
mais nous avons indiqué aux représentants du secteur que nous
étions à leur disposition pour discuter avec eux de leurs propositions.
Pour l'instant, le débat a lieu au sein du secteur et je suis toujours
disponible pour recevoir une proposition qui ferait accord entre tous
les partenaires.
beslist.
Wat de door het Bijzonder
Beschermingsfonds voor deposito's
en levensverzekeringen betaalde
premie betreft, sta ik open voor
een andere vorm van berekening
van de premie voor zover de
budgettaire
inkomsten
gelijk
blijven.
Febelfin heeft een werkgroep
opgericht om me een voorstel
inzake de spreiding tussen kleine
en grote banken voor te leggen. Ik
ben bereid daarover met de sector
te spreken en sta open voor alle
voorstellen van partners.
03.03 Joseph George (cdH): Monsieur le président, je n'ai rien à
ajouter si ce n'est qu'il faudra dire à un moment que les discussions
doivent se terminer et que le paiement devra avoir lieu. Nous sommes
tous d'accord.
03.03 Joseph George (cdH):
Men moet op een bepaald
moment tot het besluit komen dat
de besprekingen afgelopen zijn en
dat dient te worden betaald.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Joseph George au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le contrôle des assurances automobiles" (n°
s
20468 et 20471)
04 Vraag van de heer Joseph George aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de controle op de autoverzekeringen" (nrs. 20468 en 20471)
04.01 Joseph George (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, mes questions touchent à la même problématique de la non-
assurance de nombreux véhicules qui circulent sur nos routes, avec
toutes les conséquences que cet état de fait entraîne, à charge du
Fonds commun de garantie, et les problèmes qui touchent les
particuliers. Ajoutons-y le fait que ce sont les assurés qui paient pour
ceux qui ne font pas l'effort de s'assurer.
Dans le dispositif actuel de nos lois, l'article 19bis prévoit que le
Fonds commun de garantie automobile, qui intervient lorsqu'une
personne n'est pas valablement assurée, est chargé de collecter les
informations nécessaires pour remplir sa mission. Lorsqu'il interroge
un particulier non assuré ou qu'il ne reçoit pas de réponse dans le
mois, il transmet sans délai les renseignements aux officiers de police
judiciaire, fonctionnaires ou agents.
Je souhaiterais savoir si le Fonds s'est acquitté correctement de cette
obligation qui lui a été ajoutée.
Disposez-vous de statistiques ou autres éléments permettant de dire
si ce flux est important annuellement?
Ma question jointe touche au même problème, à la différence qu'un
registre centralise les immatriculations auprès de la DIV et qu'il
entretient des relations avec les compagnies d'assurances. Nous
savons aussi que, dans l'état actuel des choses, les contrats
04.01 Joseph George (cdH):
Overeenkomstig artikel 19bis van
de wet betreffende de verplichte
aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen moet het
Gemeenschappelijk
Motorwaar-
borgfonds, dat schade vergoedt
wanneer iemand niet geldig
verzekerd
is, alle informatie
verzamelen die nodig is om zijn
opdracht te vervullen. Wanneer
het Fonds een niet-verzekerde
particulier ondervraagt of binnen
de maand geen antwoord krijgt,
moet het die situatie zonder verwijl
aangeven bij de officieren van
gerechtelijke politie. Voldoet het
Fonds naar behoren aan die
bijkomende verplichting?
Aangezien
de
verzekerings-
contracten
momenteel
zeer
volatiel zijn, vraag ik u of u de
schikkingen die de sector heeft
genomen om de kruising van
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
d'assurance sont très volatils. On peut, en effet, changer de
compagnie très rapidement. Cela nécessite une mise à jour des
fichiers.
Les dispositions que le secteur a prises pour permettre le croisement
des données entre la DIV et les compagnies d'assurances vous
semblent-elles suffisantes? Quel est le pourcentage de personnes qui
ne disposent pas d'assurance automobile? Entrevoyez-vous d'autres
possibilités d'action, et si oui lesquelles?
gegevens tussen de DIV en de
verzekeringsmaatschappijen
mogelijk te maken, toereikend
acht. Wat is het percentage van de
mensen zonder autoverzekering?
04.02 Didier Reynders, ministre: Cher collègue, depuis août 2002,
le Fonds signale aux autorités de police les véhicules pour lesquels il
ne parvient pas à identifier l'assureur. En termes de détection d'un
défaut d'assurance, on peut décrire la procédure comme suit.
La DIV transmet tout son fichier de plaques en circulation et les
entreprises d'assurance transfèrent les renseignements et la totalité
de leur portefeuille RC auto. Les données sont croisées et, lorsqu'il en
résulte que la réponse à une demande d'identification se solde par un
échec - une impossibilité d'identifier l'assureur - le titulaire de la
plaque est interrogé quant à sa situation d'assurance.
Celui-ci dispose d'un mois pour communiquer les coordonnées de
son assureur ainsi que le numéro de sa police. S'il ressort que cette
personne n'est pas assurée ou si elle ne répond pas au courrier dans
le mois, elle est signalée aux autorités policières. Si par contre, cette
personne transmet le nom de son assureur, il est demandé à cette
dernière de confirmer dans les 15 jours qu'un contrat a bien été
souscrit pour le véhicule en question.
Cette confirmation de l'entreprise d'assurance doit intervenir. S'il n'y a
pas de confirmation, la personne est signalée aux autorités de police.
Si l'assureur confirme l'existence d'un contrat, l'information est bien
évidemment inscrite dans la base de données Veridas.
Lorsque la vérification n'a pas permis d'identifier l'entreprise
d'assurance, les véhicules sont signalés aux autorités de police. Le
rapport annuel du Fonds précise qu'au 31 décembre 2008, 15 708
véhicules ont été signalés (32,85 % des interrogations du titulaire de
plaques) contre 15 531 véhicules au 31 décembre 2007 (29,38 % des
interrogations).
Le croisement se fait dès lors au départ du Fonds commun de
garantie et la base de données Veridas permet de reprendre
l'ensemble des éléments dont nous disposons; à défaut des
signalements sont effectivement réalisés à l'égard des autorités de
police.
04.02 Minister Didier Reynders:
Sinds augustus 2002 deelt het
Fonds de politieautoriteiten mee
voor welke voertuigen er geen
verzekeraar
kan
worden
geïdentificeerd. Daarbij wordt de
volgende procedure gevolgd.
De DIV bezorgt zijn bestand met
de in omloop zijnde platen, en de
verzekeringsinstellingen
zenden
de inlichtingen in verband met hun
assurantieportefeuille BA auto
over.
De
gegevens
worden
vergeleken en wanneer er geen
verzekeraar
kan
worden
geïdentificeerd, wordt de houder
van de plaat gecontacteerd. Deze
beschikt over een maand om de
gegevens van zijn verzekeraar en
het polisnummer mee te delen.
Indien blijkt dat betrokkene niet
verzekerd is of wanneer hij niet
antwoordt, wordt het dossier aan
de politiediensten overgezonden.
Indien die persoon de gegevens
van zijn verzekeraar meedeelt,
heeft die laatste vijftien dagen de
tijd om te bevestigen dat er wel
degelijk
een
verzekerings-
overeenkomst werd gesloten voor
het voertuig. Wordt dit niet
bevestigd,
dan
worden
de
gegevens aan de politie bezorgd.
Wanneer de verzekeraar bevestigt
dat er een polis bestaat, wordt die
informatie opgenomen in de
Veridasdatabank.
Op 31 december 2008 stonden er
15.708 voertuigen geseind bij de
politiediensten, tegen 15.531 op
31 december 2007.
04.03 Joseph George (cdH): Monsieur le ministre, je prends note de
votre réponse. Le problème, c'est que le secteur soutient toujours qu'il
y a plus de 100 000 véhicules non assurés, donc pas en ordre.
Lorsqu'on regarde les statistiques, il reste un écart. Les praticiens du
04.03 Joseph George (cdH): De
sector blijft erbij dat er meer dan
100 000 onverzekerde voertuigen
rondrijden. De cijfers blijven dus
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
droit se rendent vite compte que l'écart est toujours fort important
dans ces chiffres. Ce serait la réalité.
sterk uiteenlopen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Joseph George au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la taxation des bonus des traders et de leurs supérieurs" (n° 20474)
05 Vraag van de heer Joseph George aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het belasten van de bonussen van de traders en hun superieuren"
(nr. 20474)
05.01 Joseph George (cdH): Monsieur le ministre, lors de son
dernier sommet, le G20 a décidé certaines mesures visant à limiter
les rémunérations dans le secteur financier mondial: interdiction des
bonus garantis supérieurs à un an; paiement différé (en moyenne de
50 %, des bonus sur trois ans et deux tiers pour les bonus élevés) qui
permet l'instauration d'un système de malus en cas d'échec;
instauration d'un système de bonus-malus; paiement d'une partie des
bonus en actions.
Au niveau européen également, le sujet est examiné. Les projets
visant à adopter une législation paneuropéenne pour limiter les
rémunérations des banquiers sont examinés par le Conseil des
ministres de l'Union européenne et par le Parlement européen.
Par ailleurs, plusieurs de nos pays voisins ont déjà pris des
dispositions pour taxer les bonus octroyés aux traders ou à leurs
supérieurs. C'est le cas de la France, dont le Sénat a étendu ce
16 février la taxe exceptionnelle sur les bonus des traders à leurs
supérieurs hiérarchiques dans le cadre du projet de loi de finances
rectificative pour 2010. La France compte d'ailleurs défendre l'idée
qu'en la matière, il conviendrait de refuser les mandats aux banques
qui ne respecteraient pas les règles internationales en matière de
bonus et de limiter le montant des bonus.
Pour cette dernière initiative, plusieurs idées sont envisagées: une
limitation globale des bonus distribués en pourcentage des revenus
des banques de financement et d'investissement, une limitation des
bonus les plus élevés ou encore la création dans toutes les places
financières d'une taxe assise sur les bonus distribués dont le produit
alimenterait les systèmes de garantie des dépôts, qui sont sollicités
en cas de crise.
Monsieur le ministre, mes questions sont donc les suivantes.
Comptez-vous prendre des initiatives au niveau national ou attendez-
vous des dispositions à l'échelle européenne ou mondiale? Ces
mesures seront-elles prises pour une durée limitée? Quel est votre
avis sur l'initiative française?
05.01 Joseph George (cdH): De
G20 heeft op zijn jongste top een
aantal maatregelen aangenomen
met het oog op het beperken van
de bezoldigingen in de financiële
sector op wereldvlak.
De kwestie wordt eveneens
besproken op het Europese
niveau, namelijk door de Raad van
de Europese Unie en door het
Europees Parlement.
Een aantal van onze buurlanden
hebben trouwens al maatregelen
genomen. Zo ook de Franse
overheid, die in dat verband voorts
het idee zal verdedigen dat
banken die de internationale
regels inzake bonussen niet
naleven, geen mandaten mogen
krijgen, en dat de bonussen
begrensd moeten worden.
Zal
u
op
Belgisch
niveau
initiatieven nemen of wacht u de
maatregelen op Europees of
internationaal niveau af? Zullen die
maatregelen voor een bepaalde
duur worden genomen? Wat is uw
oordeel met betrekking tot het
Franse initiatief?
05.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, monsieur
Georges, le 26 novembre 2009, la CBFA a publié une circulaire
relative à l'adoption d'une bonne politique de rémunération dans les
établissements financiers. Cette circulaire qui s'applique aux
banques, aux entreprises d'investissement et aux entreprises
d'assurance vise à inciter les établissements financiers à adopter une
politique de rémunération générale qui soit compatible avec une
gestion saine et efficace des risques et favorise une telle gestion.
05.02 Minister Didier Reynders:
Op 26 november 2009 publiceerde
de CBFA een circulaire die de
financiële instellingen ertoe aanzet
een verloningsbeleid aan te
nemen dat verenigbaar is met een
gezond en efficiënt risicobeheer. In
de circulaire vindt men ook de
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Cette politique de rémunération s'alignera sur la stratégie d'entreprise,
la tolérance au risque, les objectifs, les valeurs et les intérêts à long
terme des établissements financiers, tels que les perspectives de
croissance durable. La circulaire préconise, en outre, l'instauration,
sur le plan des rémunérations individuelles, d'incentives adéquats.
La circulaire accorde une attention particulière à différents aspects de
la problématique, tels que le juste équilibre entre la composante fixe
et la composante variable des rémunérations, le plafond à fixer par
les établissements financiers pour les rémunérations variables et
individuelles, le paiement reporté et échelonné des rémunérations
variables significatives, la constitution d'un comité de rémunération, la
modulation en fonction des risques qui doit être opérée lors de la
détermination et du paiement des rémunérations variables, etc.
La circulaire s'inscrit dans le droit fil de différentes initiatives
internationales, parmi lesquelles figure celle du Financial Stability
Board, agissant sur le mandat du G20. La recommandation de la
Commission européenne du 30 avril 2009 sur les politiques de
rémunération dans le secteur des services financiers a également
constitué une source d'inspiration importante lors de la rédaction de la
circulaire de la CBFA.
De manière générale, les principes énoncés dans la circulaire
concernant la politique de rémunération à mettre en place
s'appliquent à toutes les personnes concernées, à savoir:
- aux membres de l'organe d'administration de l'établissement
financier;
- aux personnes chargées de la direction effective, le cas échéant aux
membres du comité de direction de l'établissement financier;
- aux membres du personnel de l'établissement financier qui exercent
des fonctions-clés ou des fonctions de contrôle indépendantes;
- aux membres du personnel de l'établissement financier dont
l'activité professionnelle, exercée individuellement ou au sein d'un
groupe tel qu'un service ou une section de département, a ou est
susceptible d'avoir une incidence matérielle sur le profil de risque de
l'établissement, et notamment à certains membres du personnel
opérant dans le domaine de l'octroi de crédits, dans la salle des
marchés (les traders) ou dans le domaine du private banking, du
private equity ou de l'investment management.
Les établissements financiers étaient tenus d'établir les principes de
leur politique de rémunération en interne pour le 31 janvier 2010. Ces
principes, une fois développés, devront être appliqués à partir du
30 juin 2010, sous réserve de la renégociation de contrats existants.
La CBFA s'emploie actuellement à analyser les documents introduits
par les établissements financiers au sujet de leur politique de
rémunération et entreprendra, en cas de non-respect de la circulaire,
une action à l'égard de tout établissement en défaut.
Les instances européennes préparent, de leur côté, une directive
dans laquelle seront intégrés, d'une part, les principes énoncés dans
la recommandation susvisée et, d'autre part, les principes récemment
édités par le Financial Stability Board. Cette initiative amènera le
législateur belge à prévoir, en principe en 2010, un ancrage légal pour
les principes cités dans la circulaire de la CBFA et dans les
différentes initiatives internationales.
aanbeveling
om
bruikbare
incentives in te voeren op het vlak
van de individuele vergoedingen.
De circulaire sluit naadloos aan bij
de verschillende internationale
initiatieven waaronder dat van de
Financial Stability Board, die
optreedt krachtens het mandaat
van de G20, en de aanbeveling
van de Europese Commissie van
30 april 2009.
De financiële instellingen moesten
de principes van hun intern
verloningsbeleid tegen 31 januari
2010 vastleggen. Ze moeten ze
toepassen vanaf 30 juni 2010. De
CBFA is momenteel bezig met de
analyse van die documenten en
zal optreden in geval van niet-
naleving van de circulaire.
De Europese instanties werken
dan weer aan een richtlijn waarin
de in de genoemde aanbeveling
opgesomde principes en de recent
door de Financial Stability Board
uitgegeven
principes
worden
opgenomen. Dat initiatief zal de
Belgische wetgever er in principe
in 2010 toe brengen in een
wettelijke verankering te voorzien
van de principes uit de circulaire
van de CBFA en de verschillende
internationale initiatieven.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
À l'heure actuelle, il n'y a pas lieu de mentionner d'initiative spécifique
autre que celles que je viens de décrire. Évidemment, nous suivrons
au niveau belge les développements internationaux, comme c'était
déjà le cas dans le passé.
Je tiens à votre disposition la circulaire du 26 novembre 2009. S'il faut
ensuite ancrer un certain nombre de principes déjà repris dans cette
circulaire dans un texte légal, et peut-être compléter cela par un
certain nombre de recommandations internationales, nous le ferons.
05.03 Joseph George (cdH): Monsieur le vice-premier ministre, je
connais cette circulaire de la CBFA, qui date de novembre 2009. C'est
toujours le même problème: les règles sont les règles, mais il faut
veiller à en assurer le contrôle. Vous l'avez mentionné dans votre
réponse, pour le 30 juin, leur respect devrait pouvoir être assuré.
Je souhaitais indiquer la voie qui avait été choisie par la France dès
l'année dernière, à savoir taxer. Je suis aussi de ceux qui pensent
qu'il faut un ancrage légal. On ne pourra pas s'en passer. Mais la voie
de la taxation en cas de dérapage ou de non-respect des dispositions
reste toujours une voie possible.
05.03 Joseph George (cdH): Ik
ken die omzendbrief van de
CBFA. Het is altijd hetzelfde
probleem: regels zijn regels, maar
men moet toezien op de naleving
ervan. Ik wou aangeven welke
weg Frankrijk is ingeslagen:
natuurlijk is er een wettelijke
verankering
nodig,
maar
belastingheffing blijft altijd mogelijk
indien de bepalingen niet worden
nageleefd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Interpellatie van de heer Robert Van de Velde tot de vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen over "vermeende koersmanipulatie Nationale Bank van België"
(nr. 422)
06 Interpellation de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et
Réformes institutionnelles sur "les soupçons de manipulation de cours à la Banque nationale de
Belgique" (n° 422)
06.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, dit is een dossier waarover we al enkele keren gesproken
hebben. Vorige keer was u spijtig genoeg afwezig en heb ik het
antwoord van de heer Clerfayt mogen ontvangen.
Eerst schets ik even de situatie. We hebben het dossier via de pers
moeten ontdekken. In de pers wordt gesproken over pakketjes
aandelen die op bepaalde manieren zouden worden verkocht op
regelmatige tijdstippen en over een aantal transacties buiten de beurs
van relatief grote pakketten, waarvan de ordegrootte tot hiertoe
steeds in het vage is gebleven, hoewel er allerlei aantallen rond
circuleren. In elk geval, feit is, gelet op de reactie van de CBFA, dat er
buitenbeurstransacties plaatsgevonden hebben.
Het dossier is blijkbaar in september vorig jaar aanhangig gemaakt bij
het parket. Het onderzoek verloopt niet echt super vlot. Wel is
duidelijk dat noch binnen de CBFA, noch bij de NBB, stappen zijn
gezet. Trouwens, bij monde van staatssecretaris Clerfayt hebt u
gezegd dat u niet op de hoogte was van het dossier toen het in de
pers naar buiten kwam.
De vragen die daaromtrent gesteld kunnen worden, zijn legio. Ik denk
dat het vandaag vooral van belang is dat wij de rol van de CBFA
onder de loep nemen.
06.01 Robert Van de Velde
(LDD): Ces derniers temps, les
médias ont attiré l'attention sur des
transactions hors bourse portant
sur de gros volumes d'actions. Le
parquet aurait été saisi du dossier
en
septembre
2009,
mais
l'enquête semble piétiner. La
Commission bancaire, financière
et des assurances (CBFA) ou la
Banque nationale n'ont pas encore
accompli de démarches. Par la
voix du secrétaire d'État Clerfayt,
le ministre avait déjà répondu que
lui-même n'était pas au courant de
ce dossier.
Pourquoi le parquet examine-t-il
ce
dossier?
Cette
tâche
n'incombe-t-elle pas à la CBFA?
Comment
se
déroulent
précisément la procédure et le
traitement des plaintes déposées
à la CBFA?
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Een eerste vraag. Waarom is dat dossier via het parket onderzocht?
Moet dat via het parket worden onderzocht? Ik vraag mij dan af of de
CBFA de kans niet heeft gekregen of heeft de CBFA niet gewild, heeft
de CBFA het niet aanvaard, waardoor er geen onderzoek heeft
plaatsgevonden?
Dat brengt mij meteen bij de procedure en de klachtenbehandeling.
Wat gebeurt er, op het moment dat een dossier eventueel bij het
CBFA, al dan niet aangekondigd, al dan niet wordt onderzocht?
De cijfers die de CBFA over de buitenbeursverrichtingen ter
beschikking heeft gekregen, lijken mij, als ik de aantallen moet
geloven die in de pers verschenen, vragen op te roepen. Blijkbaar
heeft de CBFA geoordeeld daarop zelf niet verder in te gaan.
Een klein zijsprongetje, ik denk dat het niet onnuttig zou zijn dat wij
eens een grondige analyse maken van wat de laatste drie tot vier jaar
met de ontvangen en behandelde klachten bij de CBFA gebeurd is.
Hoe transparant verloopt dit? Welk gevolg is daaraan gegeven? Wij
moeten dit eens op een grondige manier analyseren, maar dit staat
buiten dit dossier.
Wat het dossier betreft, welke stappen heeft de CBFA gezet, want de
CBFA is wel door het parket gecontacteerd en heeft op dat ogenblik
ook zijn medewerking verleend, lees ik in het persbericht dat de CBFA
heeft verspreid. Ik vraag mij dan af welke stappen zijn gezet
tegenover de NBB en eventueel ook tegenover u. Is daarover op
enige manier met u of uw diensten gecommuniceerd? Nogmaals, de
aantallen zijn belangrijk genoeg om op verder te werken.
Tot slot, de communicatie van de CBFA. In het persbericht wordt
vooral op een element afgegeven, namelijk de transactie van meer of
minder dan 5 % van de waarde van de Nationale Bank. Uit de
aantallen die naar boven zijn gekomen, lijkt het op het eerste gezicht
te kloppen dat minder dan 5 % is verhandeld. De CBFA maakt een
hele ophef rond het publiek maken van gegevens.
Mijnheer de minister, ik vraag mij af wat nu precies in de pers naar
buiten is gekomen dat niet mocht geweten zijn. Uiteindelijk zijn de
cijfers publiek. Ze moeten worden gepubliceerd en aangegeven. Voor
mij is er niets uit een onderzoek naar voren gekomen. Waar is de
CBFA zo op gebrand dat naar buiten is gekomen en dat niet mocht
geweten zijn?
Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen in orde van
belangrijkheid. Ten eerste, waarom is het onderzoek via het parket
moeten verlopen en heeft de CBFA daarvan zelf geen werk gemaakt?
Ten tweede, welke stappen zijn dan achteraf wel gezet, zodra de
CBFA wist van het onderzoek en wetende dat zij door het parket zijn
gecontacteerd? Ten derde, in de communicatie, wat stoort de CBFA
nu precies aan het hele verhaal?
Soit dit en passant, n'est-il pas
indiqué que nous soumettions à
un examen approfondi les plaintes
déposées auprès de la CBFA?
Ces plaintes sont-elles traitées
dans la transparence? Quelles
suites leur ont été réservées?
Le parquet s'est mis en rapport
avec la CBFA qui lui prêté son
concours. Quelles démarches la
CBFA a-t-elle entreprises ensuite?
Quoi qu'il en soit, les chiffres
relatifs aux transactions extra-
boursières soulèvent certaines
questions.
Dans un communiqué de presse,
la CBFA s'est déclarée choquée
par la publication de certaines
informations. Quelles informations
publiées dans la presse ne
pouvaient être divulguées, selon
elle? Ces chiffres ne seraient-ils
pas publics?
06.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, wat de
vermeende koersmanipulatie van het aandeel van de NBB betreft
verwijs ik naar het persbericht dat de CBFA woensdagavond
gepubliceerd heeft. Ik heb dat meegedeeld in de plenaire vergadering.
In het persbericht legt de CBFA de oorsprong uit van de confidentiële
informatie die zij op vraag van het parket had meegedeeld en die op
06.02 Didier Reynders, ministre:
Dans son communiqué de presse,
la CBFA évoque les informations
confidentielles
qu'elle
avait
communiquées à la demande du
parquet et que la presse a
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
onrechtmatige wijze in de pers is terechtgekomen.
Uit het bericht blijkt dat de cijfers die in de pers werden geciteerd
foutief waren en dat er geenszins een drempel van 5 % werd
overschreden zoals opgenomen in de wet van 2 mei 2007 op de
openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan
aandelen
zijn
toegelaten
tot
de
verhandeling
op
een
gereglementeerde markt.
Wat de behandeling betreft van gebeurlijke sanctiedossier inzake
marktmisbruik in het aandeel NBB, moet ik u het antwoord schuldig
blijven. Die vallen onder het beroepsgeheim van de CBFA. Voor zover
nodig wens ik u graag te bevestigen dat de CBFA geen enkele
verplichting heeft tot publicatie na de handel van de gegevens over
aandelentransacties in aandelen die op Euronext genoteerd zijn. Voor
de verrichtingen op een gereglementeerde markt zoals Euronext of op
een MTF, multilateral trading facility, valt deze verplichting zowel bij de
financiële instelling als bij de gereglementeerde markt en de MTF's.
Voor de buitenbeursverrichtingen zijn het exclusief de aandelen de
financiële instellingen zelf die instaan voor de publicatie van deze
gegevens. De CBFA heeft bovendien geen enkele bevoegdheid ten
aanzien van de buitenlandse partijen ter zake.
Tot slot heb ik van de CBFA begrepen dat zij naar aanleiding van
sommige onterechte commentaren in de pers over haar werking
voornemens is in rechte of op deontologisch vlak op te treden en/of te
reageren tegen de auteur van deze verklaringen die bij naam in de
commentaren wordt geciteerd.
Tot daar, mijnheer de voorzitter. Ik heb in dit verband niets meer te
zeggen.
indûment divulguées.
Des informations erronées ont été
publiées. En effet, il n'a nullement
été question d'un dépassement du
seuil de 5 % prévu dans la loi du
2 mai 2007 relative à la publicité
des participations importantes
dans des émetteurs.
Un éventuel dossier de sanction
concernant un fait d'abus de
marché sur l'action de la Banque
Nationale de Belgique relève du
secret professionnel de la CBFA.
Au demeurant, la CBFA n'a
absolument pas l'obligation de
publier des informations relatives à
des transactions réalisées avec
des actions cotées sur Euronext.
Pour les opérations sur un marché
réglementé,
cette
obligation
incombe aussi bien à l'établis-
sement financier qu'au marché
réglementé
et
au
système
multilatéral de négociation. Pour
les opérations boursières, elle
incombe
aux
établissements
financiers eux-mêmes. La CBFA
n'a aucune compétence à l'égard
de parties étrangères.
J'ai cru comprendre que la CBFA
avait l'intention de réagir à certains
commentaires
inexacts
parus
dans la presse.
06.03 Robert Van de Velde (LDD): Ik hoor hier niets nieuws.
Mijnheer de minister, ik denk dat deze Kamer zich toch op zijn minst
vragen mag stellen over wat er aan de gang is in dit dossier. Wij zijn
op dit moment bezig met het herzien van het toezicht op de financiële
markten. Tegelijkertijd ontspint zich een dossier dat rechtstreeks te
maken heeft met beide partijen. Wat dat betreft, meen ik dat enige
vorm van transparantie wenselijk is zodat wij weten waar we aan toe
zijn. Ik heb er alle begrip voor als u zegt dat wij daar niet meteen een
persverhaal van moeten maken.
Nogmaals, het aantal van de buitenbeursverrichtingen zijn van die
orde dat zij tenminste vragen kunnen doen rijzen. Het lijkt mij dan ook
niet onverstandig om die analyse ten gronde te maken. U steekt zich
weg achter het feit dat de CBFA geen bevoegdheid of geen
verplichting tot communicatie heeft. Wat dat betreft, blijft dit een
dossier waarrond niet alleen vragen rijzen, maar waarrond stilaan ook
vermoedens rijzen over de reden waarom men hierop niet wenst in te
gaan.
Ik heb tot slot nog een punt over de grond van de zaak. Het gaat niet
over de vraag of 5 % van de aandelen al dan niet werd verkocht,
06.03 Robert Van de Velde
(LDD): Il est souhaitable de faire
montre
d'un
minimum
de
transparence dans ce dossier à
l'heure où la Chambre s'emploie à
reconsidérer le mode de contrôle
des marchés financiers. Les
chiffres relatifs aux opérations
effectuées hors marché appellent
au moins quelques questions. La
CBFA n'est peut-être pas tenue de
communiquer à ce sujet, mais
cette absence de communication
ne manque pas d'étonner.
La question n'est pas de savoir si
5 % des actions ont été vendues
mais bien si certaines transactions
sont suspectes. Or je n'ai reçu
aucune réponse à ce sujet. Je
dépose dès lors une motion pour
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
maar vooral over de vraag of er momenteel vraagtekens kunnen
worden geplaatst bij bepaalde transacties. Wat dat betreft, heb ik
geen antwoord gekregen van de CBFA. Ik heb ook niet gezien wat de
CBFA intern heeft gedaan om de zaak verder uit te klaren. U geeft
daar ook geen antwoord op.
Ik dien dan ook een motie in waarin wordt gevraagd om een grondige
analyse te maken van de klachtenbehandeling door de CBFA
gedurende de laatste vier jaar. Gezien de gevoeligheid van het
dossier met de NBB zouden wij een compleet overzicht willen vragen
van de interne stappen die de CBFA heeft gezet, alsmede de
communicatie die werd gevoerd met Euronext, de Nationale Bank en
desgevallend met de regering.
demander
une
analyse
approfondie du traitement des
plaintes par la CBFA au cours des
quatre dernières années. Nous
voulons obtenir un aperçu complet
des
démarches
internes
entreprises
au
sein
de
la
commission
et
de
la
communication mise en place
avec Euronext, avec la Banque
nationale
et
avec
le
gouvernement.
De voorzitter: De tussenkomst bewijst natuurlijk de problematiek van
de Nationale Bank, de aandeelhoudersstructuur en het feit dat ze
beursgenoteerd is.
Le président: Cette question met
en exergue les problèmes liés à la
structure de l'actionnariat de la
Banque nationale et à sa cotation
en bourse.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Robert Van de Velde en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Robert Van de Velde
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen,
vraagt de regering
1. een transparante procedure met betrekking tot de klachtenontvangst en klachtenbehandeling door het
CBFA. LDD stelt met name voor om allereerst een grondige analyse uit te voeren over het aantal klachten
en het gevolg door het CBFA hieraan gegeven en dit over de laatste vier jaar;
2. gezien de gevoeligheid van het dossier met betrekking tot de vermeende koersmanipulatie van het
aandeel NBB vraagt LDD de regering om een compleet overzicht van de interne stappen die het CBFA
heeft gezet alsmede de communicatie die gevoerd werd met Euronext, NBB en de regering."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Robert Van de Velde et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Robert Van de Velde
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles,
demande au gouvernement
1. d'entamer une procédure transparente visant à faire la clarté sur les plaintes déposées auprès de la
CBFA et leur traitement par celle-ci. La LDD propose qu'il soit tout d'abord procédé à une analyse
approfondie du nombre de plaintes déposées et des suites que la CBFA y a réservées, et ce pour les
quatre dernières années;
2. compte tenu du caractère sensible du dossier relatif aux soupçons de manipulation de cours portant sur
l'action BNB, la LDD demande au gouvernement de fournir un aperçu complet de toutes les démarches
que la CBFA a entreprises en interne et des contacts qu'elle a eus avec Euronext, la BNB et le
gouvernement."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Josy Arens, Jenne De Potter en Luk Van Biesen.
Une motion pure et simple a été déposée par MM. Josy Arens, Jenne De Potter et Luk Van Biesen.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
07 Questions jointes de
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "le manque d'effectifs dans les offices TVA d'Arlon" (n° 20665)
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "le manque d'effectifs dans les offices TVA d'Arlon" (n° 21097)
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij de btw-administratie van Aarlen" (nr. 20665)
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij de btw-administratie van Aarlen" (nr. 21097)
07.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, au 31 décembre 2009, les deux offices TVA d'Arlon géraient
et supervisaient environ 4 400 assujettis à la TVA dont environ 3 500
assujettis déposants réguliers.
Durant 2009, il a été procédé à 416 immatriculations pour 440
cessations d'activités. Malgré les nouveaux moyens informatiques
développés par le SPF Finances, sur l'ensemble des déclarations non
déposées ou en retard, plus de 650 comptes spéciaux doivent être
traités et une réponse doit être donnée à près de 1 300 demandes du
public ainsi qu'à 650 demandes émanant des notaires.
Ces chiffres n'ont certes rien d'exceptionnels par rapport à d'autres
contrôles mais doivent être mis en parallèle avec un personnel en
perpétuelle baisse. Ainsi, en 2002, les deux offices arlonais
totalisaient 13,3 équivalents temps plein pour seulement 11,16
équivalents temps plein en 2008. Ce nombre pourrait passer à 9
durant l'année 2010. En comparaison, en Région bruxelloise, 11
agents contrôleurs sont responsables de 3 000 dossiers mais à Arlon
il y a 4 000 dossiers à traiter.
Face à cette baisse de personnel, il semble difficile, voire impossible,
pour les agents de remplir les objectifs impartis d'un contrôle TVA
classique, d'autant plus qu'il faut tenir compte de plusieurs éléments
dus au statut de région transfrontalière. En effet, vu la proximité des
frontières luxembourgeoise et française se pose la problématique des
voitures de sociétés qui représente 3 428 attestations délivrées, sans
compter le renouvellement, soit 630 dossiers en 2009.
De plus, il faut compter également sur la situation particulière du
marché immobilier dans la région du Sud-Luxembourg. On assiste à
une complexification croissante des tâches résultant de
l'informatisation parallèlement à un manque de formation en interne.
Il découle de ces éléments qu'une approche volontariste ou positive
envers les assujettis deviendra quasiment impossible.
Monsieur le ministre, êtes-vous informé de la baisse constante du
personnel dans ces offices? Comptez-vous prendre des mesures afin
de permettre aux agents de mieux remplir leur mission?
07.01 Josy Arens (cdH): In 2002
waren er bij de twee btw-diensten
in
Aarlen
nog
13,3 voltijds
equivalenten werkzaam, maar in
2008 was dat aantal tot 11,16
teruggevallen. In 2010 zou dat nog
kunnen verminderen tot 9, terwijl
er meer dan 4.000 dossiers
moeten worden behandeld (in het
Brussels Gewest zijn er 11
controleurs voor 3 000 dossiers).
Voor de ambtenaren wordt het
onmogelijk om de toegewezen
doelstellingen in het kader van een
klassieke btw-controle te halen, te
meer daar er rekening moet
worden gehouden met verschil-
lende factoren die verband houden
met het feit dat het gaat om een
grensstreek
(bedrijfswagens,
specifieke vastgoedmarkt in het
zuiden
van
de
provincie
Luxemburg). Door de informati-
sering en de gebrekkige opleiding
wordt hun taak nog bemoeilijkt.
Zal u maatregelen treffen om
ervoor
te
zorgen
dat
de
ambtenaren hun taken beter
kunnen vervullen?
07.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Arens, les offices TVA
d'Arlon disposent actuellement, selon les chiffres du mois de février
2010, de 14,5 équivalents temps plein. Au total, pour l'ensemble des
cellules de gestion et de contrôle, cela correspond à dix-huit
personnes, chefs de service compris. S'agissant uniquement du
07.02 Minister Didier Reynders:
Volgens de gegevens voor februari
2010 beschikken de btw-diensten
te
Aarlen
momenteel
over
14,5 fte's, hetgeen overeenkomt
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
contrôle, il y a 5,11 équivalents temps plein pour un total de 4 380
dossiers.
À la lumière de ces chiffres, on ne peut pas encore considérer que la
situation soit inquiétante. Les effectifs actuels sont suffisants pour
atteindre les objectifs visés. En effet, le but n'est pas d'effectuer un
contrôle systématique de tous les assujettis, mais bien d'opérer une
sélection des dossiers à contrôler sur la base d'une analyse de
risques.
Par ailleurs, vous avez raison de signaler qu'il est prévu que certaines
personnes ayant atteint l'âge de la pension s'en aillent dans les mois
ou les années à venir. Il va de soi que l'administration n'attendra pas
que la situation devienne alarmante pour prendre les mesures
nécessaires à la continuité du service. J'attire évidemment l'attention
de l'administration sur la nécessité de prévoir l'évolution dans les mois
et les années à venir.
met 18 personeelsleden, met
inbegrip van de diensthoofden.
Voor de eigenlijke controle zijn er
5,11 fte's, voor in totaal 4 380
dossiers.
Het huidige personeelsbestand
volstaat om de doelstellingen te
bereiken:
geen systematische
controle
van
alle
belasting-
plichtigen, maar een steekproefs-
gewijze controle van de dossiers
op grond van een risicoanalyse.
Een aantal personeelsleden zal
eerlang de pensioengerechtigde
leeftijd
bereiken,
maar
de
administratie zal niet wachten tot
de situatie uit de hand begint te
lopen om de nodige maatregelen
te nemen.
07.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre de sa réponse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le projet de restructuration du service des Finances de Vielsalm" (n° 20671)
08 Vraag van de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het herstructureringsplan voor de dienst Financiën te Vielsalm"
(nr. 20671)
08.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, une importante
restructuration de toutes les administrations des Finances est en
cours. Je me permets dès lors de vous faire part de mon inquiétude
quant au sort des implantations de Vielsalm, situé dans la province de
Luxembourg.
En effet, la tendance semble se diriger vers une centralisation de ces
services et donc une délocalisation des bureaux actuels de Vielsalm
vers des centres citadins de moyenne ou de grande envergure. Ce
service public offert à la population de Vielsalm mais aussi des
communes voisines telles que Gouvy, Houffalize, Manhay, La Roche
et Bertogne serait donc appelé à disparaître ou, du moins, à
s'éloigner, pour être installé principalement dans les locaux de la Cité
administrative de Marche-en-Famenne.
Mais Marche-en-Famenne est doublement éloignée de ces
communes car son accès au départ de Vielsalm est pratiquement
impossible via les transports en commun (multiples lignes à
emprunter sans correspondance organisée), et très pénible en voiture
au quotidien (trajet très indirect, routes secondaires sinueuses et
dangereuses en hiver). Cette situation serait en contradiction totale
avec le mouvement écologique actuel et générerait un surcoût
important pour le personnel ainsi que pour la population de toute notre
région. De plus, une multitude de personnes serait dans l'impossibilité
08.01 Josy Arens (cdH): Het
schijnt dat bij de herstructurering
van
de
administraties
van
financiën,
de
vestiging
van
Vielsalm zou kunnen worden
overgebracht naar het adminis-
tratief Centrum van Marche-en-
Famenne (dat vanuit de naburige
gemeenten moeilijk toegankelijk is
met het openbaar vervoer en met
de wagen). Voor heel wat situaties
is nochtans een rechtstreeks
contact nodig met de bedienden
van de diensten.
In Marche zouden de diensten op
verschillende
plekken
terecht
komen, terwijl ze in Vielsalm
momenteel gecentraliseerd zijn in
een
gebouw
dat
in
2001
opgetrokken werd en eigendom is
van de Staat.
Door minder gebruik te maken van
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
d'accéder à des bureaux aussi éloignés. Or, bon nombre de situations
requièrent un contact de visu avec les employés des services: cas
particuliers, demandes spécifiques, questions de personnes ne
disposant pas d'internet. Supprimer cette implantation de Vielsalm,
qui offre un accès facilité à des milliers de personnes, ne semble
comporter que des inconvénients.
Par ailleurs, il semble que la Cité administrative de Marche ne soit
pas d'une capacité suffisante pour accueillir chacun des services
installés à Vielsalm. Le projet serait alors de disperser les
implantations en installant certaines d'entre elles dans des immeubles
de location à Marche. À Vielsalm, ils sont pour l'instant centralisés
dans un bâtiment neuf construit en 2001 et appartenant à l'État. Mais
il semble que cette situation ne soit que partiellement connue des
responsables de la décision. On évoque même le maintien "ailleurs"
de certains services.
En outre, il semble que la centralisation du travail induise, en
diminuant la polyvalence des agents, un appauvrissement des tâches
de chacun. Ce type de situation, qui réduit à la fois les compétences
des employés et donc la qualité du service, donne l'impression d'être
une erreur à moyen terme. Enfin, déplacer une cinquantaine de
personnes, c'est aussi nuire gravement à l'économie de cette région
de Vielsalm.
Monsieur le ministre, la province de Luxembourg et d'autres régions
comme celle de Bastogne se trouve dans une situation
géographique et démographique tout à fait exceptionnelle. Les
communes de Vielsalm et avoisinantes n'y échappent pas. Leurs
possibilités et leurs besoins sont totalement différents de ceux
d'autres régions ou d'autres milieux plus citadins. Elles doivent
vraiment, dans bon nombre de décisions, faire l'objet d'une réflexion
toute particulière.
Dans ce sens, le lundi 22 février, en séance du conseil communal de
Vielsalm, les mandataires communaux se sont prononcés en faveur
du maintien des emplois et services qui existent aujourd'hui au sein
de la cité administrative salmienne. Les conseillers disent "non" à un
futur démantèlement ou à une restructuration du service des
Finances, et estiment que Vielsalm doit pouvoir conserver son
contrôle et sa recette des contributions, son contrôle de la TVA, du
cadastre et sa recette de l'enregistrement.
Voici une série d'arguments favorables au maintien des services des
Finances à Vielsalm. Au vu de ces éléments, qu'en pensez-vous,
monsieur le ministre? Que comptez-vous prendre comme décision?
de
veelzijdigheid
van
het
personeel leidt de centralisering
van het werk tot een verschraling
van de taken van elkeen. Een
vijftigtal
personen
verplaatsen
brengt ernstige schade toe aan de
economie van de regio Vielsalm.
De mogelijkheden en behoeften
van de gemeenten van Vielsalm
en
omstreken
zijn
totaal
verschillend van die van andere
meer stedelijke plaatsen en er
moet heel goed over nagedacht
worden.
De lokale mandatarissen hebben
zich uitgesproken voor het behoud
van de banen en diensten binnen
het administratief Centrum van
Vielsalm. Wat vindt u ervan? Wat
bent u van plan te doen?
08.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Arens, comme je le dis à
l'occasion de questions sur les implantations locales aujourd'hui, les
conclusions du plan Coperfin remises en 2001 comportaient
effectivement un volet Bâtiments. Compte tenu de la diminution
programmée du nombre d'agents et dans un souci de rationalisation,
elles prévoyaient le regroupement d'un nombre important
d'implantations plus de 600 à l'époque toutes administrations
confondues. Depuis lors, des réalisations en ce sens ont été
effectuées, essentiellement dans les grands centres urbains. À titre
d'exemple, je citerai la réouverture de FINTO qui a permis de
regrouper au centre de Bruxelles plusieurs bureaux disséminés dans
08.02 Minister Didier Reynders:
Gelet op de geplande inkrimping
van het personeelsbestand en met
het oog op rationalisatie voorzag
de Coperfin-hervorming (2001) in
de hergroepering van een groot
aantal vestigingen, ongeacht de
administratie waartoe de kantoren
in kwestie behoren. Dat project
werd
sindsdien
al
deels
verwezenlijkt, vooral in de grote
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
la Région de Bruxelles-Capitale. Ces opérations ont pu se faire sans
diminuer l'accessibilité des bureaux pour la population.
La situation est bien évidemment toute différente dès que l'on
envisage une restructuration en dehors de ces grands centres. Mon
souci a toujours été, et continuera d'être, le maintien d'un service de
proximité et de qualité. Ce service passe par des conditions
d'accessibilité correctes pour la population. J'ai demandé à mon
administration de tenir compte de cet aspect essentiel, étroitement lié
à la mission de service public que le SPF Finances se doit de remplir,
avant d'envisager tout déménagement de bureaux. Ce n'est que si
l'assurance du maintien du service de proximité est garantie qu'un
déménagement pourra être effectué.
Cette optique est valable non seulement pour l'exemple cité par M.
Arens, mais aussi pour tous les autres bureaux du pays. Je ne cache
pas que des études sont effectuées, qui peuvent être source
d'inquiétude chez certains. Je le concède. Mais elles n'en sont qu'à ce
stade, le stade de l'étude. Aucune décision n'a encore été prise et ne
le sera si le service de proximité n'est pas maintenu.
steden.
Daarbuiten is de situatie anders. Ik
heb mijn administratie gevraagd
rekening te houden met de
noodzaak
om
een
goede
plaatselijke
dienstverlening
te
behouden
alvorens
er
een
verhuizing van kantoren wordt
overwogen.
Er worden studies uitgevoerd die
sommigen
tot
ongerustheid
kunnen stemmen. In dit stadium
werd er echter nog geen beslissing
genomen.
08.03 Josy Arens (cdH): Je remercie le ministre pour sa réponse. Je
me réjouis de voir qu'il connaît bien les problèmes des zones rurales
et qu'il se sentirait effectivement écarté de tout service à ce moment-
là.
Le président: Voilà des hommes heureux!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "bijkomende vragen van de fiscus" (nr. 20704)
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de vragen om inlichtingen bij bedrijven en zelfstandigen" (nr. 20736)
09 Questions jointes de
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "des questions complémentaires posées par le fisc" (n° 20704)
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les demandes de renseignements faites aux entreprises et aux indépendants"
(n° 20736)
09.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik verneem van boekhouders dat het aantal bijkomende
vragen om inlichtingen van de fiscus aan boekhouders en
belastingplichtigen, nog nooit zo hoog is geweest. De meeste vragen
gaan over bijlagen meegestuurd met de originele aangifte of over
bijlagen waarvoor eigenlijk geen verplichting bestaat of bestond om ze
toe te voegen. Wanneer de betrokken boekhouder of
belastingplichtige telefoneert naar de belastingadministratie met de
verwijzing naar de al toegestuurde bijlagen, wordt soms verwezen
naar het gebrek aan tijd van de ambtenaren om de bewuste bijlagen
op te zoeken. Bovendien is er ook nogal wat discussie over de
periode van 8 dagen waarin de betrokken belastingplichtige of zijn
boekhouder kan antwoorden op die vraag naar bijkomende
inlichtingen. Verscheidene belastingplichtigen kregen reeds te horen
dat er bij een niet-tijdig antwoord een forfaitaire belastingaanslag zou
09.01 Jenne De Potter (CD&V):
J'ai appris par des comptables que
le nombre de demandes de
renseignements supplémentaires
que
le
fisc
adresse
aux
comptables et aux contribuables
n'a jamais été aussi élevé. La
plupart des questions portent sur
les annexes. Il semblerait qu'il soit
procédé
à
une
imposition
forfaitaire si le comptable ou le
contribuable ne répond pas dans
les huit jours.
Ces
informations
sont-elles
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
volgen wegens ontwijking van controle.
Ik wil de minister hierover een aantal vragen stellen.
Ten eerste, hoeveel bijkomende vragen om inlichtingen werden er in
2009 verstuurd naar bedrijven en zelfstandigen? Welk percentage van
deze vragen werd elektronisch verstuurd? Is er inderdaad een stijging
merkbaar van vragen van de fiscus aan de belastingplichtige? Kunt u
dat staven of bewijzen met cijfers uit voorgaande jaren?
Ten tweede, gebeurt het vaak dat er een forfaitaire belasting wordt
opgelegd wegens ontwijking van controle? Hebt u daarvan cijfers?
Ten derde, in welke maatregelen voorziet de minister om te vermijden
dat de overheid informatie opvraagt die ze eigenlijk al heeft in
departement van Financiën? Op welke manier zult u de
dienstverlening trachten te verbeteren?
Tot slot, hebt u cijfers over het aantal bedrijven en zelfstandigen dat in
2009 werd gecontroleerd en cijfers over het aantal bedrijven en
zelfstandigen dat in de jongste 5 jaar aan geen enkele controle werd
onderworpen?
exactes? Pourrions-nous obtenir
des données chiffrées à ce sujet?
Le ministre veillera-t-il à ce que
l'autorité
ne
réclame
plus
d'informations dont elle dispose
déjà? Comment améliorer le
service? Le ministre connaît-il le
nombre
d'entreprises
et
d'indépendants contrôlés en 2009
et le nombre d'entreprises qui
n'ont jamais été contrôlées au
cours des cinq dernières années?
09.02 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de voorzitter, ik heb een
vraag over hetzelfde onderwerp, die ik aanvankelijk als een
schriftelijke vraag had ingediend. Omdat ik dacht dat het efficiënter
zou zijn dan te wachten op het schriftelijk antwoord, heb ik mijn vraag
laten samenvoegen bij deze van collega De Potter.
Mijnheer de minister, collega De Potter heeft de toelichting gegeven.
Ik heb dat niet alleen gehoord, maar ook gelezen. Ik zag daarnet zelfs
onze voorzitter de hand over het voorhoofd wrijven om het zweet weg
te vegen, dus blijkbaar kent hij als cijferberoeper de problematiek
maar al te goed.
Ik kom meteen tot mijn vragen, die in dezelfde lijn liggen als die van
de heer De Potter.
Klopt het dat de fiscale administratie steeds meer vragen om
inlichtingen stuurt naar bedrijven en zelfstandigen? Kunt u daarover
cijfergegevens bezorgen, niet alleen voor het jaar 2009, zoals de heer
De Potter dat vraagt, maar ook voor de jaren 2006, 2007 en 2008?
Klopt het argument van uw administratie dat veel vragen om
inlichtingen worden verzonden vanwege het gebrek aan tijd om de
bijlagen op te zoeken? U weet dat een bijlage niet verplicht is, maar
als ze er dan bijzit, dan wordt blijkbaar toch niet de moeite genomen
om die documenten op te sporen. Blijkbaar is het gemakkelijker om
de
vraag
terug
te
kaatsen
naar
de
betrokken
boekhouder/zaakvoerder, om alsnog die informatie te bezorgen.
Hoeveel vragen om inlichtingen werden niet tijdig beantwoord voor de
aanslagjaren 2006, 2007, 2008 en 2009, en werd er door de fiscale
administratie overgegaan tot de vestiging van een forfaitaire
belastingaanslag?
09.02 Hagen Goyvaerts (VB):
Est-il exact que l'administration
fiscale envoie de plus en plus de
demandes
d'informations
aux
entreprises et aux indépendants?
Le ministre peut-il fournir des
chiffres pour la période allant de
2006 à 2009 inclus? L'adminis-
tration fiscale n'a-t-elle pas le
temps de rechercher elle-même
les
annexes?
Combien
de
demandes
d'information
ont
finalement donné lieu à une
imposition forfaitaire, la réponse
n'ayant pas été fournie dans le
délai imparti?
09.03 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, ik heb geen
kennis van de vooropgestelde handelwijze van de controlediensten.
09.03 Didier Reynders, ministre:
Je ne suis pas au courant. Les
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
De gevraagde gegevens zijn niet als dusdanig beschikbaar. Zo
worden geen statistieken over vragen om inlichtingen bijgehouden. De
administratieve geldboetes die de administratie kan opleggen voor
iedere overtreding op het deel van de inkomstenbelastingen, worden
niet in een statistiek vastgelegd volgens de aard van de vastgestelde
overtreding.
Voor cijfers inzake aantallen belastingplichtigen en controles verwijs ik
naar het jaarverslag van mijn administratie. De cijfers voor 2009 zijn
nog niet beschikbaar. De cijfers voor 2008 vindt u op de website van
de entiteit Belasting en Invordering.
De permanente richtlijnen zijn onder meer te vinden in de
administratieve commentaar op artikel 316 van het WIB '92 dat de
schriftelijke vragen om inlichtingen regelt. Daarin wordt duidelijk
vermeldt dat de administratie slechts een goed overwogen en
gematigd gebruik mag maken van de bevoegdheid die haar is
verleend.
Recent werden aan de taxatieambtenaren nog bijkomende richtlijnen
gegeven inzake het opvragen van de bijlagen bij de aangiften. Deze
richtlijnen benadrukken dat het systematisch opvragen van niet-
toegevoegde bijlagen niet is toegelaten en absoluut dient te worden
vermeden. In de richtlijnen staat dat het opvragen van ontbrekende
bijlagen slechts mag gebeuren als dat nodig en verantwoord is en dat
rekening moet worden gehouden met informatie die reeds in het
dossier beschikbaar is.
Voor sommige gegevens zijn dus geen statistieken beschikbaar. Voor
de andere gegevens verwijs ik naar het jaarverslag op onze website.
données demandées ne sont pas
disponibles
telles
quelles.
Il
n'existe pas de statistiques sur les
demandes de renseignements ni
sur la nature de l'infraction à
l'origine
de
l'amende
administrative.
En ce qui concerne les chiffres
relatifs aux contribuables et aux
contrôles, je vous renvoie au
rapport
annuel
de
mon
administration. Les chiffres de
2009 ne sont
pas
encore
disponibles.
L'article 316 du CIR 92 régit les
demandes de renseignements
écrites.
Le
commentaire
administratif à cet égard exhorte
l'administration à un usage réfléchi
et modéré de sa compétence. Des
directives récentes soulignent que
la
réclamation
systématique
d'annexes non jointes n'est pas
autorisée.
Ces
annexes
manquantes ne peuvent être
demandées que si cela est
nécessaire et justifié.
09.04 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
het antwoord. Ik stel vast dat er geen cijfers over bestaan. Dat
bemoeilijkt natuurlijk het debat ter zake. Wij kunnen alleen maar
voortgaan op wat wij horen van boekhouders en wat blijkbaar ook
door de voorzitter van de commissie wordt bevestigd.
09.04 Jenne De Potter (CD&V):
L'absence de chiffres complique
évidemment le débat.
De voorzitter: Wij zijn daar niet rouwig om, want (...)
(...): Dat is de combine!
09.05 Jenne De Potter (CD&V): Ik denk niet dat dat de bedoeling
was.
Ik noteer dat u zegt dat het systematisch opvragen van gegevens die
al beschikbaar zijn, niet is toegestaan conform de richtlijn waarnaar u
verwees. Het opvragen van gegevens die niet verplicht moeten
worden bijgevoegd, is eigenlijk ook niet toegestaan. Ik vind het
vreemd dat in de praktijk het omgekeerde blijkbaar het geval is. Ik
vind dat wij moeten waken over een correcte en goede
dienstverlening en een goede werking van onze FOD Financiën. Daar
is mogelijk nog werk aan de winkel.
09.05 Jenne De Potter (CD&V):
Je trouve curieux qu'en pratique,
on constate le contraire de ce que
prescrivent les directives. Nous
devons veiller au bon fonction-
nement du SPF Finances et de
ses services.
09.06 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de minister, ik sluit mij aan
bij de mening van de heer De Potter. Ik heb een ander beeld van een
moderne dienstverlening van uw administratie. Keer op keer worden
wij geconfronteerd met elementen die bij ons vragen oproepen.
09.06 Hagen Goyvaerts (VB):
J'ai une autre image du service
offert par une administration
moderne.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
U verwees naar een aantal richtlijnen waarbij u zegt dat als de
informatie beschikbaar is, deze geen twee keer mag worden
opgevraagd. Als de informatie niet beschikbaar is, dan mag men haar
desgevallend opvragen maar men mag er geen gewoonte van
maken.
Uw antwoord kan bij een aantal fiscale ambtenaren of diensten
misschien een lampje doen branden.
Het feit dat er geen gegevens beschikbaar zijn bemoeilijkt het
vergelijken met voorgaande jaren. Daardoor moeten wij u vragen
stellen over de signalen die wij horen uit de sector. De voorzitter van
deze commissie kan het blijkbaar bevestigen, los van het gegeven dat
het wat meer gepresteerde werkuren en prestaties oplevert.
Niettemin ben ik van oordeel dat u uw administratie een herinnering
kunt sturen aangaande deze problematiek.
On ne peut donc pas demander
d'informations qui sont pourtant
disponibles et on ne peut pas
systématiquement demander les
informations qui ne sont pas
disponibles. Cette réponse peut
peut-être réveiller les consciences
de certains fonctionnaires ou
services.
La comparaison avec les années
précédentes est difficile à cause
de l'absence de chiffres.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de ongelijke behandeling van werkgevers met betrekking tot de
vrijstelling van belasting voor de ontvangen Vlaamse Ondersteuningspremie" (nr. 20715)
10 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le traitement inégal des employeurs en ce qui concerne l'exonération d'impôts
sur la 'Vlaamse Ondersteuningspremie' (Prime flamande de soutien) qui leur est attribuée" (n° 20715)
10.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, een werkgever die
in Vlaanderen een werknemer met een arbeidshandicap aanwerft
ontvangt hiervoor een premie vanwege de Vlaamse overheid. Fiscaal
worden deze tewerkstellingspremies beschouwd als vrijgestelde
inkomsten indien de premies door de bevoegde gewestelijke
instanties worden toegekend aan vennootschappen die beantwoorden
aan een bepaalde verordening van de Europese Unie of die in dat
raam aanvaard worden of zijn door de Europese Commissie. De
Vlaamse ondersteuningspremie die de VDAB als bevoegde
gewestelijke instantie toekent valt onder bovenstaande verordening
en is wat de vennootschappen betreft vrij van inkomstenbelasting.
Voor natuurlijke personen, eenmanszaken, die een Vlaamse
ondersteuningspremie krijgen voor een werknemer met een
arbeidshandicap en voor zelfstandigen die wegens hun eigen
arbeidshandicap zo'n ondersteuningspremie krijgen geldt deze
vrijstelling van inkomstenbelasting niet.
Mijnheer de minister, ik heb drie vragen. Ten eerste, erkent u dat er
op fiscaal vlak bij de aanwerving van een werknemer met een
arbeidshandicap een ongelijke behandeling bestaat tussen een
werkgever die voor zijn activiteiten een vennootschap heeft opgericht
en een werkgever die voor de uitvoering van zijn activiteiten heeft
geopteerd voor een eenmanszaak? Ten tweede, wat is de reden voor
deze ongelijkheid? Met andere woorden, waarom worden werkgevers
die kiezen voor een eenmanszaak benadeeld tegenover werkgevers
die kiezen voor een vennootschap? Ten derde, bent u bereid om deze
ongelijkheid weg te werken, eventueel retroactief?
10.01 Jan Jambon (N-VA): En
Flandre, un employeur qui engage
un travailleur affecté d'un handicap
professionnel reçoit une prime du
gouvernement
flamand.
Les
entreprises unipersonnelles qui
reçoivent cette prime de soutien à
la suite du recrutement d'un tel
travailleur et les indépendants qui
touchent cette prime en raison de
leur propre handicap professionnel
ne bénéficient pas de l'exonération
fiscale de la prime.
Le ministre reconnaît-il qu'au plan
fiscal, il existe une inégalité de
traitement entre l'employeur qui a
fondé une société et celui qui a
opté
pour
une
entreprise
unipersonnelle?
Qu'est-ce
qui
justifie
cette
différence
de
traitement? Le ministre serait-il
disposé à corriger cette inégalité,
éventuellement
avec
effet
rétroactif?
10.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, indien de door u bedoelde Vlaamse ondersteuningspremie
10.02 Didier Reynders, ministre:
Si cette prime de soutien flamande
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
wordt toegekend aan een werkgever-natuurlijke persoon die een
persoon met een arbeidshandicap aanwerft, moet die in de huidige
stand van de wetgeving al zijn belastbare beroepsinkomsten in de zin
van artikel 24, eerste lid, primo, of 27, tweede lid, primo, van het
Wetboek van inkomstenbelasting 1992 worden aangemerkt.
In tegenstelling tot wat u meent te moeten veronderstellen, is het
toepasselijk
belastingsstelsel
in
geval
de
Vlaamse
ondersteuningspremie aan een werkgeversvennootschap wordt
toegekend, geen uitgemaakte zaak. De vraag of de Vlaamse
ondersteuningspremie overeenkomstig artikel 193bis, § 1, van het
WIB 92 is vrijgesteld van inkomstenbelastingen, wordt momenteel
door mijn diensten onderzocht. Het lijkt mij dan ook voorbarig nu
reeds een antwoord te formuleren op de gestelde vraag.
Ik vraag mijn administratie tevens het lopende onderzoek zo spoedig
mogelijk af te ronden en het resultaat ervan via een circulaire mee te
delen. Ik denk dat dit zal gebeuren via een omzendbrief.
est accordée à un employeur-
personne physique qui recrute une
personne affectée d'un handicap
professionnel, la prime doit être
considérée comme un revenu
professionnel imposable au sens
de l'article 24, 1° ou de l'article 27,
2° du CIR 92.
Si la prime est toutefois accordée
à une association d'employeurs, le
régime d'impôt à appliquer n'est
pas
clairement
établi.
Mes
services examinent actuellement
si la prime est exonérée de l'impôt
sur les revenus conformément à
l'article 193bis, §1, du CIR 92. J'ai
demandé à mon administration de
terminer le plus rapidement
possible cet examen et de
communiquer les résultats par le
biais d'une circulaire.
10.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 20731 vervalt, aangezien mevrouw Snoy et d'Oppuers niet aanwezig is.
11 Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de uitbreidingsplannen van het vredegerecht in Hoogstraten"
(nr. 20732)
11 Question de M. Servais Verherstraeten au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les projets d'extension de la justice de paix de Hoogstraten" (n° 20732)
11.01 Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de minister, vorig
jaar reeds was in een budget voorzien voor de uitbreiding van het
vredegerecht van Hoogstraten. Wat is de stand van zaken in het
dossier?
11.01 Servais Verherstraeten
(CD&V): L'année dernière, un
budget avait été prévu pour
l'extension de la justice de paix de
Hoogstraten. Qu'en est-il de ce
dossier?
11.02
Minister
Didier
Reynders:
De
studie
en
de
aanbestedingsdocumenten zullen midden 2010 klaar zijn. Rekening
houdend met de publicatietermijn voorafgaand aan de aanbesteding
en het bouwverlof kan de aanbesteding van de werken in september
2010 worden verwacht. Het gebouw zal eind 2011 klaar zijn en in
dienst kunnen worden genomen. Dat is de concrete termijn die ik van
de Regie der Gebouwen heb gekregen.
11.02 Didier Reynders, ministre:
L'étude
et
les
documents
d'adjudication seront disponibles
pour la mi-2010. L'adjudication des
travaux devrait avoir lieu en
septembre 2010. Le bâtiment sera
prêt pour le service fin 2011.
11.03 Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank
u voor het antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
12 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "onderhouds-en herstellingswerken aan het douanecentrum
Antwerpen Kattendijkdok" (nr. 20762)
12 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les travaux d'entretien et de réparation au centre des douanes 'Kattendijkdok'
situé à Anvers" (n° 20762)
12.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, in de loop van het tweede kwartaal van 2010 zullen de
personeelsleden van het douanecentrum gelegen aan het
Kattendijkdok, Oostkaai 22 te Antwerpen, hun intrek nemen in een
nieuw gebouw "Noordster", gelegen aan de Ellermanstraat en de
Noorderlaan. Nadat de werknemers het oude gebouw verlaten zullen
hebben, zal het volledig afgebroken worden.
Mijn verbazing was dan ook groot toen ik hoorde dat er nog
regelmatig onderhouds- en herstellingswerken worden uitgevoerd. Vrij
recentelijk kwam nog een firma opmetingen doen om extra
brandhaspels te plaatsen en heeft men het voornemen om nog
enkele branddeuren aan te passen. Het betreft branddeuren die in de
jaren `70 werden geplaatst. Enkele weken voor de verhuis en voor het
gebouw zelfs afgebroken zal worden, acht men het nodig de
draairichting van de deuren te wijzigen.
Voorzitter: Jenne De Potter.
Président: Jenne De Potter.
Mijnheer de minister, wanneer werd de beslissing genomen om het
gebouw gelegen aan het Kattendijkdok te verlaten en nadien af te
breken? Welke herstellings- en onderhoudswerken werden er sedert
de beslissing uitgevoerd? Wat is de budgettaire weerslag van deze
werken? Zijn er nog herstellings- en onderhoudswerken voor het
gebouw in kwestie gepland? Vindt u het een daad van goed beheer
om aan een gebouw dat binnen enkele weken wordt afgebroken nog
ingrijpende herstellings- en onderhoudswerken uit te voeren?
12.01 Jan Jambon (N-VA): Dans
le courant du deuxième trimestre
de 2010, les membres du
personnel du centre des douanes
"Kattendijkdok"
emménageront
dans un nouveau bâtiment, le
Noordster. L'ancien immeuble
sera démoli.
Or j'ai appris à ma grande surprise
que des travaux d'entretien et de
réparation sont encore effectués à
intervalles réguliers dans cet
immeuble. Des aménagements
seraient même encore apportés à
des portes coupe-feu qui datent
des années septante.
Quand a-t-il été décidé que cet
immeuble serait abandonné puis
démoli?
Quels
travaux
de
réparation et d'entretien y ont-ils
été effectués depuis que cette
décision a été prise? Combien ces
travaux ont-ils coûté? D'autres
travaux de réparation et d'entretien
sont-ils prévus? Est-ce là de la
bonne gestion?
12.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, ik heb van u vier vragen gekregen.
Op uw eerste vraag, het gebouw gelegen in het Kattendijkdok,
Oostkaai 22, werd op 28 december 2006 verkocht aan Fedimmo en
opnieuw ingehuurd met een huurcontract van drie jaar. In afwachting
van een verhuis van de douane naar het gebouw Noordster, werd het
huurcontract verlengd. Tegen eind september 2010 zal het gebouw
worden verlaten.
Ook op uw tweede vraag heb ik een antwoord van de Regie. De
Regie der Gebouwen heeft enkel de herstellingswerken uitgevoerd die
volgens het huurcontract ten laste vallen van de huurder. Sinds het
ingaan van het huurcontract op 29 december 2006, ging het om een
aantal kleine herstellingen, zoals ontstopping, de vervanging van
lampen, kleine lekken, onderhoud van liften, en dergelijke meer, voor
in totaal ongeveer 14 000 euro.
In gevolge een brandweerrapport, dienden ook een aantal
brandveiligheidswerken uitgevoerd te worden. Teneinde de veiligheid
van de personeelsleden te waarborgen, heeft de Regie der
Gebouwen werken laten uitvoeren om te voldoen aan de
12.02 Didier Reynders, ministre:
L'immeuble "Kattendijkdok" a été
vendu à Fedimmo le 28 décembre
2006 avant d'être reloué pour trois
ans.
En
attendant
le
déménagement, le bail a été
prolongé. Le centre des douanes
quittera cet immeuble d'ici à la fin
septembre 2010.
La Régie des Bâtiments s'est
bornée à effectuer les travaux de
réparation qui sont contractuelle-
ment à charge du locataire. Il s'est
agi de petites réparations pour un
montant total de 14 000 euros.
À la suite d'un rapport du service
incendie, une série de travaux de
protection incendie ont également
dû être réalisés. Leur coût s'élève
à 45 401,62 euros.
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
opmerkingen uit het brandweerrapport. De kosten van die werken
bedragen 45 401,62 euro.
In antwoord op uw derde vraag, neen, er zijn geen werken meer
gepland.
Voor uw laatste vraag, zo lang het gebouw in gebruik blijft voor de
huisvesting van federale overheidsdiensten, moet de veiligheid
gewaarborgd zijn. Indien het huurcontract stipuleert dat de
brandveiligheidswerken ten laste van de huurder vallen, dient die
uitgave gedragen te worden door de Regie der Gebouwen. Dezelfde
redenering heb ik gevolgd voor andere werken, waarmee wel een
zekere kostprijs gepaard gaat, maar we willen die werken als huurder
toch uitvoeren omwille van de brandveiligheid.
D'autres travaux ne sont pas
prévus.
Tant que cet immeuble restera en
service, il faudra y garantir la
sécurité. Si le bail stipule que les
travaux de protection incendie sont
à charge du locataire, la dépense
y relative doit être supportée par la
Régie des Bâtiments.
12.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, ik vind het toch
heel eigenaardig dat er in een gebouw, waaruit de mensen over
enkele weken weggaan, nog voor 45 000 euro aan werken uitgevoerd
worden. U geeft toch toe dat dit een heel rare manier van werken is?
De opmerking over de brandveiligheid klopt, maar dat rapport is al
lang geleden gemaakt. Er wordt al een hele tijd in die zogenaamd
onveilige omstandigheden gewerkt. Nu, enkele weken vooraleer dat
gebouw verlaten wordt, worden die werken nog uitgevoerd.
Ik denk dat u met die 45 000 euro andere dingen had kunnen doen.
Dat geld zou beter besteed kunnen geweest zijn, dan nog
brandhaspels te gaan hangen in een gebouw dat over enkele weken
verlaten wordt.
12.03 Jan Jambon (N-VA): Il me
semble curieux que des travaux
pour un montant de 45 000 euros
soient réalisés dans un immeuble
qui sera bientôt abandonné. Ce
rapport du service incendie n'est
pas nouveau, ce qui signifie que
les agents du centre des douanes
y travaillent depuis un certain
temps dans des conditions de
sécurité
prétendument
insuffisantes.
12.04 Minister Didier Reynders: (...)
12.05 Jan Jambon (N-VA): Oké, maar die ambtenaren zitten al
sinds de jaren '70 in dat gebouw!
Er zouden nog andere werken uitgevoerd kunnen worden aan dat
gebouw. Er zijn nog risico's. Er kan misschien een vliegtuig op dat
gebouw vallen. Er zou nog een bunker rond kunnen worden gebouwd
voor de veiligheid van het personeel!
Ik vind het weggegooid geld.
12.05 Jan Jambon (N-VA): Je
trouve que c'est de l'argent jeté
par les fenêtres.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de verkoop door Aldi van tabaksproducten aan een lagere prijs dan
aangegeven op de fiscale zegel" (nr. 20766)
13 Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la vente par Aldi de produits du tabac à un prix inférieur à celui indiqué sur le
timbre fiscal" (n° 20766)
13.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, deze vraag werd uiteraard reeds grotendeels vorige week
in de pers behandeld. Onder punt 35 zijn er een aantal collega's die
vragen stellen, maar ik moet mijn vraag nu stellen omdat ik
weggeroepen ben om commentaar te geven op dwaze uitspraken van
een FDF-voorzitter, vanochtend.
13.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): Le gouvernement a pris une
série
d'initiatives
visant
à
dissuader nos concitoyens de
consommer des produits du tabac.
Aussi peut-on s'étonner de voir
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Het gaat over het volgende. Wij hebben met deze regering een aantal
initiatieven genomen om de mensen te ontraden tabaksproducten te
consumeren. Groot was de verbazing als men dan ziet dat bepaalde
grote ketens op bepaalde producten tot maximum 20 % korting
gaven, op bepaalde tabaksproducten. Ze gebruikten wel telkenmale
de juiste fiscale zegel, dus op het vlak van de minister van Financiën
is er geen probleem.
Het is echter natuurlijk wel een beetje eigenaardig. Artikel 26 van het
ministerieel besluit van 1 augustus 1994 gaat over wettelijke
minimumprijzen en deze zin werd geschrapt door een bepaling,
eind 2009. U hebt reeds geantwoord dat u een nieuw ministerieel
besluit gaat nemen waarin die zin opnieuw staat.
U verwijst in uw repliek dat het eigenlijk weinig effect zal hebben
omdat wij zouden veroordeeld geweest zijn door Europa. Ik heb dat
een beetje zitten nakijken. Ik vind wel een aanbeveling van de
Europese commissaris daaromtrent terug uit 2006, maar een echte
veroordeling, waarbij aan ons land wordt gezegd dat wij een boete
zouden krijgen indien wij nog minimumprijzen hanteren, vind ik niet
terug.
Door het terug in te voeren via een ministerieel besluit doet u wel een
belangrijke stap. U zei eerder in de pers dat het weinig effect gaat
hebben, maar u doet wel een belangrijke stap omdat de
grootwarenhuisketens op dat ogenblik tegen uw ministerieel besluit in
toch verkopen en naar Europa moeten stappen om gelijk te krijgen.
Het is dus wel een belangrijk gegeven dat u het weer invoert.
Mijn vragen zijn natuurlijk wat anders dan oorspronkelijk gesteld,
omdat er reeds heel wat antwoorden gegeven zijn, waarvoor ik u
dank, mijnheer de minister, alsook om vrij snel uw ministerieel besluit
te hebben aangepakt.
Kunt u mij zeggen welke concrete veroordelingen daaromtrent er
reeds geweest zijn op het vlak van Europa?
Wanneer zal het ministerieel besluit terug gepubliceerd zijn zodanig
dat de grootwarenhuisketens opnieuw de wettelijke minimumprijs
zullen kunnen hanteren?
certaines chaînes de grands
magasins accorder sur certains
produits du tabac des réductions
allant jusqu'à 20 %, tout en
employant les bons timbres
fiscaux. Fin 2009, la disposition
sur les prix minimums a été
retranchée d'un arrêté ministériel
du 1
er
août 1994. Le ministre a
l'intention de promulguer un arrêté
ministériel aux termes duquel il
devrait de nouveau être fait
mention de ces prix. Les chaînes
de grands magasins qui, en dépit
de cet arrêté, commercialisent des
produits du tabac en consentant
des réductions de prix peuvent
toujours demander à la Cour
européenne de Justice de leur
donner raison.
Quelles
condamnations
euro-
péennes
ont-elles
déjà
été
prononcées? Quand cet arrêté
ministériel sera-t-il publié?
13.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
Biesen, de Administratie der Douane en Accijnzen is op de hoogte
van het project van de verkoop van tabaksfabrikaten tegen een lagere
prijs dan deze die vermeld staat op het fiscale kenteken. Dit heeft
reeds vroeger aanleiding gegeven tot betwistingen en principiële
stellinginnemingen. De verkoop tegen een lagere prijs dan die
vermeld op het fiscale kenteken doet zich niet alleen voor bij de firma
Aldi, waar losse pakjes sigaretten en roltabak worden verkocht tegen
een lagere prijs, maar ook bij andere winkelketens, waaronder Makro
en Colruyt, waar de verkoop van sigaretten plaatsvindt per slof.
De oorspronkelijke tekst van artikel 26 van het ministeriële besluit van
1 augustus over het fiscale stelsel van de gefabriceerde tabak
stipuleert inderdaad dat eenmaal het fiscale teken is aangebracht, het
product aan de verbruiker moet worden verkocht tegen de op het
kenteken vermelde prijs.
13.02 Didier Reynders, ministre:
La vente de cigarettes à un prix
inférieur à celui indiqué sur le
timbre fiscal n'est pas uniquement
pratiquée par les supermarchés
Aldi, où les paquets de cigarettes
et de tabac à rouler sont vendus à
l'unité,
mais
également
par
d'autres chaînes de magasins,
notamment Makro et Colruyt, où
les cigarettes sont vendues par
cartouche.
Dans
l'arrêté
ministériel
du
23 octobre 2009, l'article 26 de
l'arrêté ministériel du 1
er
août 1994
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
In het ministerieel besluit van 23 oktober 2009 over het fiscaal stelsel
van gefabriceerde tabak, dat in werking trad op 1 november 2009,
heb ik mijn standpunt inzake deze problematiek gewijzigd. Het
bovengenoemde artikel 26 werd aangepast, in die zin dat
tabaksfabrikaten voortaan niet meer mogen verkocht tegen een
hogere prijs dan die vermeld op het kenteken. Niets belet bijgevolg
dat een tabaksfabrikaat wordt verkocht tegen een lagere prijs dan die
vermeld op het fiscale kenteken.
Dit gewijzigde standpunt werd ingenomen rekening houdend met het
standpunt van de Europese Commissie die zich herhaaldelijk heeft
uitgesproken tegen het opleggen van minimumprijzen voor
tabaksfabrikaten. Ook het Europees Hof van Justitie heeft in een
aantal arresten -- waaronder het arrest-Beyne van 7 mei 1991-- dit
standpunt ingenomen, bij interpretatie van artikel 5, lid 1 van richtlijn
72/464, vervangen door artikel 9, lid 1, van richtlijn 95/59 EG van de
Raad van 27 november 1995, over de belasting, andere dan
omzetbelasting, op het verbruik van tabaksfabrikaten, dat bepaalt: "De
fabrikanten of in voorkomend geval hun vertegenwoordigers of
gemachtigden in de Gemeenschap, alsmede importeurs van
fabrikaten uit derde landen, stellen vrijelijk de maximale
kleinhandelverkoopprijs vast van elk van hun producten voor iedere
lidstaat waar deze tot verbruik worden uitgestald".
De bepaling van de tweede alinea mag echter geen beletsel vormen
voor de toepassing van de wettelijke regelingen van de lidstaten
inzake prijs en controle of de inachtneming van de vastgelegde prijzen
voor zover deze verenigbaar zijn met de communautaire
voorschriften.
In het arrest-Beyne wordt dit artikel als volgt uitgelegd. "In de eerste
plaats kan met `prijzencontrole' niet anders zijn bedoeld dan de
algemene nationale wettelijke regelingen tot afremming van de
prijsstijgingen.
In de tweede plaats moet de uitdrukking `inachtneming van de
vastgestelde prijzen' worden opgevat als doelende op prijzen die,
eenmaal door de fabrikant of importeur vastgesteld en door de
overheid goedgekeurd, als maximumprijzen gelden en dus zodanig in
alle stadia van de distributieketen tot en met de verkoop aan de
gebruiker in acht moeten worden genomen".
Inzake het vaststellen van een minimumprijs wordt in de richtlijn niets
vermeld, bovendien wordt in bovengenoemd arrest bepaald dat de
mogelijkheid voor de lidstaat om een schaal voor de kleinhandelsprijs
vast te stellen, niet tot doel of gevolg heeft de lidstaat toe te staan de
marktdeelnemers een minimumkleinhandelsprijs op te leggen in
omstandigheden die een schending van artikel 30 van het EEG-
verdrag opleveren.
Tot slot, vermits de accijnzen worden berekend volgens de
kleinhandelsprijs van de producten die op het fiscale kenteken staan
vermeld, is er in het beoogd geval van verkoop van sigaretten tegen
een lagere prijs dan deze op het fiscale kenteken vermeld, geen
ontduiking van belastingen, vermits die op een hogere
kleinhandelsprijs werden berekend en betaald.
a été modifié. Cette modification
était conforme au point de vue de
la Commission européenne, qui
s'est
prononcée à plusieurs
reprises contre l'imposition de prix
minimums
pour
les
tabacs
manufacturés.
Ce n'est pas nouveau. Depuis de
nombreuses années déjà, de
nombreux magasins de tabac
pratiquent des prix inférieurs à
ceux qui sont indiqués sur le signe
fiscal. Je ne suis pas opposé à
une réglementation sur la base de
la santé publique ou des affaires
économiques. Je suis disposé à
coopérer à la mise en place de
pareille réglementation.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
De verkoop tegen een hogere prijs dan die op het fiscale kenteken
vermeld is echter wel een overtreding, vermits de accijnzen volgens
de kleinhandelsprijs van de producten worden berekend. Indien ze
tegen een hogere kleinhandelsprijs worden verkocht worden de
belastingen berekend volgens een te lage prijs zodat de accijnzen op
btw niet volledig worden geïnd.
Bovenvermeld standpunt geldt enkel en alleen vanuit accijnsoogpunt.
Eventueel afwijkende wettelijke bepalingen inzake volksgezondheid
en op vlak van handelsreglementering ressorteren respectievelijk
onder de bevoegdheid van de minister van Volksgezondheid en de
minister van Economische Zaken.
Ik heb dezelfde redenering gevolgd na een aantal opmerkingen. Wij
hebben dezelfde teksten gepubliceerd. Wij gaan naar de toepassing
van zo een tekst langs de grenzen die niet alleen door de Europese
Commissie maar ook door het Hof van Justitie zijn beslist. Nog in
maart 2010 geldt het voor Frankrijk, Oostenrijk en Ierland.
Het is geen nieuwe realiteit. Sinds vele jaren zagen wij in vele winkels
voor tabaksproducten lagere prijzen dan de prijzen die op het
kenteken staan. Ik heb niets tegen een reglementering op basis van
volksgezondheid of economische zaken. Dat heb ik altijd gezegd. Het
is niet de taak van Financiën om dat te doen. Ik ben bereid om samen
te werken aan zulke reglementering.
13.03 Luk Van Biesen (Open Vld): Een minimumprijs voor
producten die fundamenteel de gezondheid schaden moeten kunnen
worden ingevoerd. Daarvan moeten wij Europa kunnen overtuigen.
Dat kan echt niet door de beugel. Enerzijds worden er miljoenen
geïnvesteerd in het ontraden van zulke producten en anderzijds laten
wij de grootwarenhuizen braderen rond het stimuleren van de
verkoop.
Wij moeten de zaak hand in hand rechtzetten en Europa proberen te
overtuigen van hun ongelijk in deze materie. Het heeft geen enkele
zin om de verkoop van zulke producten te stimuleren. Wij moeten de
mensen ontraden zulke producten te blijven gebruiken.
Wij volgen deze aangelegenheid verder op en kijken uit naar de
publicatie van het ministeriële besluit.
13.03 Luk Van Biesen (Open
Vld):
Il
doit
être
possible
d'instaurer un prix minimum pour
des
produits
qui
sont
fondamentalement nocifs pour la
santé. Nous devons essayons de
convaincre
les
autorités
européennes qu'elles ont tort sur
ce point. Il faut dissuader les
citoyens de consommer ces
produits. Nous attendons la
publication de l'arrêté ministériel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van mevrouw Cathy Plasman aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de site van het Vlaams Instituut voor Landbouw- en
Visserijonderzoek" (nr. 20807)
14 Question de Mme Cathy Plasman au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le site de l'institut flamand 'Instituut voor Landbouw- en
Visserijonderzoek'" (n° 20807)
14.01 Cathy Plasman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, in 2003 werd de federale bevoegdheid voor landbouw
geregionaliseerd. De instelling en het personeel van het vroegere
Rijksstation
voor
Landbouwonderzoek
in
Merelbeke
werd
ondertussen overgedragen aan het Gewest, maar de eigendom is
blijkbaar nog altijd niet overgedragen. Dat blijkt ook uit een bespreking
14.01 Cathy Plasman (sp.a):
L'agriculture a été régionalisée en
2003. L'ancienne station nationale
de recherche agricole a ainsi été
transférée à la Région. Si le
personnel a été transféré, ce n'est
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
in het Vlaams Parlement waar minister Bourgeois zei dat dit wellicht
komt omdat er nog problemen zijn met overdrachten naar Wallonië
inzake de regionalisering van de landbouwbevoegdheid.
Met de regionalisering in zicht werd er door de Regie der Gebouwen
echter niets meer gedaan aan het onderhoud van de gebouwen. De
renovatie, die kadert in een Vlaams masterplan, is nu ook
geblokkeerd door het ontbreken van de overdracht van de eigendom.
Ook het plaatsen van bijvoorbeeld een windmolen voor groene stroom
voor de serre kan niet doorgaan. Ik heb er persoonlijk gewerkt en ik
vind het zeer jammer dat een instelling met internationale allures
mensen moet ontvangen in gebouwen met lekkende daken. Nochtans
heeft de federale overheid met het fiscale statuut voor
wetenschappers een zeer goede zaak gedaan. Hier schiet men echter
te kort.
Ik had graag geweten hoe het staat met de overdracht van die
eigendommen.
manifestement pas encore le cas
pour le bâtiment proprement dit. Il
y aurait un problème avec les
transferts vers la Wallonie. Dans
l'intervalle, la Régie des Bâtiments
n'assure
plus
l'entretien
de
l'immeuble. La rénovation prévue
dans le cadre du masterplan
flamand est bloquée.
Qu'en est-il du transfert des
propriétés?
14.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Plasman, op basis van de bijzondere wet van 13 juli 2001 werd de
overdracht van een aantal gebouwen, onmisbaar voor de uitoefening
van de bevoegdheden van de Gemeenschappen en de Gewesten,
van het vroegere ministerie van Middenstand en Landbouw aan het
Vlaams en Waals Gewest voorbereid. Bij die overdracht bevinden
zich eveneens de gebouwen van het Landbouwkundig Centrum te
Merelbeke.
Hoewel beide ontwerpen van koninklijk besluit reeds lang werden
opgemaakt, is de uiteindelijke overdracht tot heden niet gebeurd om
volgende redenen. Vooraleer de eigenlijke overdracht zou kunnen
plaatsvinden, wenste de Waalse regering in 2007 met betrekking tot
het centrum van Gembloers een financiële compensatie. Ik denk dat
dit op basis van de huidige financieringswet niet mogelijk is, voor wat
betreft de Regie der Gebouwen van mijn departement. Gelet op de
eisen van de Waalse regering wenste de Vlaamse regering met
betrekking tot het Landbouwkundig Centrum te Merelbeke op haar
beurt een financiële vergoeding bij de overdracht van bepaalde
gebouwen.
Aangezien er tot heden nog geen precenten en geen wettelijke basis
in de bijzondere wet bestaan betreffende die financiële compensaties
in verband met de overdrachten, heeft het Overlegcomité van de
federale regering en de Gemeenschappen en de Gewesten op 9 juli
2008 gevraagd dat de Interministeriële Conferentie voor Financiën en
Begroting zou willen onderzoeken in hoeverre financiële middelen
beschikbaar zijn om de door de Gewesten gevraagde werken uit te
voeren en een verslag hierover uit te brengen aan het Overlegcomité.
Op 12 december 2008 werd in de notulen van de vergadering van de
Interministeriële Conferentie voor Financiën en Begroting het
volgende opgenomen. De vertegenwoordiger van het Waals Gewest
opteert voor een financiële regeling van de overdracht van gebouwen.
Het Gewest zal zelf de werken laten uitvoeren, mits hiervoor een
financiële regeling wordt getroffen. Dat is mogelijk via een aanpassing
van de begrotingsdoelstelling. Een wijziging van de bijzondere
financieringswet wordt uitgesloten. Voor de gebouwen waarvoor geen
discussie bestaat, dringt het Gewest aan op een snelle afhandeling.
14.02 Didier Reynders, ministre:
Le transfert de plusieurs bâtiments
de l'ancien ministère des Classes
moyennes et de l'Agriculture
parmi lesquels celui de Merelbeke
aux Régions a été préparé. Bien
que les projets nécessaires et les
arrêtés royaux aient déjà été
élaborés depuis longtemps, le
transfert final n'a pas encore été
effectué. Le gouvernement wallon
souhaitait
d'abord
une
compensation financière en 2007,
ce qui n'est pas possible sur la
base de la loi de financement. Le
gouvernement flamand a ensuite
également
demandé
une
compensation.
Étant donné qu'il n'existe encore
aucun fondement légal pour ces
compensations
financières,
le
Comité
de
concertation
a
demandé le 9 juillet 2008 à la
conférence interministérielle des
Finances
d'examiner si
des
moyens
financiers
étaient
disponibles pour effectuer les
travaux demandés. Il n'est pas
possible de modifier la loi de
financement. Il faudra donc trouver
les moyens dans le budget. Le
16 octobre 2009, le Comité de
concertation a pris acte de ma
note relative à la poursuite de la
concertation bilatérale entre les
Régions et les autorités fédérales.
Le bâtiment à Merelbeke ne
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Het Overlegcomité nam op 16 december 2009 akte van mijn nota en
van de toelichting door de vice-eerste minister en minister van
Begroting met het oog op verder bilateraal overleg tussen de
verschillende actoren ter zake. Aangezien de overdracht van de
gebouwen met betrekking tot de ondergeschikte besturen en de
gebouwen van het vroegere ministerie van Landbouw en Middenstand
zowel voor Vlaanderen als Wallonië aan elkaar worden gekoppeld,
kan het ILVO-gebouw te Merelbeke enkel worden overgedragen na
het bekomen van een globaal akkoord aangaande alle gebouwen. Wij
zijn dus nog bezig met onderhandelingen met de Gewesten.
pourra être transféré que lorsqu'un
accord aura été conclu pour tous
les bâtiments. Les négociations
sont encore en cours à ce sujet.
14.03 Cathy Plasman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik dank u voor het antwoord. Iets wat evident lijkt, is toch een
zeer complex dossier geworden. Het doet mij denken aan de heisa
over de plantentuin in Meise. Ik denk dat dit vergelijkbaar is. Het is
zeer jammer. Ik hoop dat er zo vlug mogelijk een oplossing komt.
14.03 Cathy Plasman (sp.a):
Cela semble évident mais le
dossier est malgré tout devenu
complexe.
J'espère
qu'une
solution sera trouvée dans les
meilleurs délais.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Guy Milcamps au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'installation d'une division de police à Achêne" (n° 20810)
15 Vraag van de heer Guy Milcamps aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de vestiging van een politieafdeling te Achêne" (nr. 20810)
15.01 Guy Milcamps (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il y a près de deux ans, la décision avait été prise d'installer
une division de la police de la route fédérale à Achêne.
Cette décision revêtait et revêt toujours un caractère important
puisque, comme vous le savez, les agents en charge de cette mission
sont non seulement installés dans des locaux étroits et exigus, mais
sont situés relativement loin de l'accès de l'autoroute, ce qui pose des
problèmes en cas d'intervention.
Pour les responsables de la cellule de police concernée, le transfert
de leurs locaux à Achêne est donc une question prioritaire en termes
de sécurité et d'exercice efficace de leurs missions.
Toutefois, le dossier, qui paraissait devoir aboutir sans embûche
particulière, semble aujourd'hui au point mort. Ni les acteurs
concernés ni moi-même ne sommes au courant de son évolution.
Il y a une quinzaine de jours, j'ai posé une question similaire à la
ministre Turtelboom, qui me certifiait que cette installation devrait se
faire dans le courant de cette année. Elle m'a également dit qu'il serait
intéressant de vous demander confirmation.
Monsieur le ministre, y aura-t-il une division de la police de la route
fédérale à Achêne?
Dans combien de temps peut-on espérer l'installation?
15.01 Guy Milcamps (PS): Twee
jaar geleden werd er beslist om
een afdeling van de federale
wegpolitie in Achêne onder te
brengen. Het is belangrijk dat die
beslissing wordt uitgevoerd, omdat
het huidige kantoor van de
agenten die met die taak belast
zijn, smal en piepklein is en ver
van de oprit van de snelweg ligt.
De overplaatsing naar Achêne is
dus
prioritair
uit
veiligheids-
overwegingen en voor de efficiënte
uitvoering van de taken van de
wegpolitie.
Er lijkt vandaag echter geen schot
meer te zitten in dat dossier. Noch
de betrokkenen, noch ikzelf
worden op de hoogte gehouden
van de voortgang in dat dossier.
Twee weken geleden verzekerde
minister Turtelboom mij dat de
overplaatsing in de loop van dit
jaar een feit zou zijn.
Zal er een afdeling van de federale
wegpolitie in Achêne worden
gevestigd? Wanneer?
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
15.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Milcamps, c'est
effectivement une bonne idée de réinterroger à travers moi la Régie
des Bâtiments.
Le projet est inscrit au plan pluriannuel Police fédérale de la Régie
des Bâtiments pour un montant estimé à 2,5 millions d'euros.
Dès finalisation des études et passation des marchés courant 2011,
les travaux pourraient commencer début 2012 pour se finaliser par
une mise à disposition des installations fin 2013. C'est le calendrier
qui m'est donné par la Régie.
15.02 Minister Didier Reynders:
Het project maakt deel uit van het
meerjarenplan federale politie van
de Regie der Gebouwen voor
2,5 miljoen euro. Zodra de studies
zijn afgerond en de overeen-
komsten in 2011 zijn gesloten,
kunnen de werkzaamheden begin
2012 worden aangevat zodat de
installaties
eind
2013
ter
beschikking
kunnen
worden
gesteld. Dat is het tijdpad van de
Regie.
15.03 Guy Milcamps (PS): La collègue du ministre des Finances me
semblait, en effet, fort optimiste!
15.03 Guy Milcamps (PS): De
collega van de minister van
Financiën
lijkt
me
zeer
optimistisch!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale voordelen voor investeringen in inbraakpreventie"
(nr. 20860)
16 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les avantages fiscaux liés aux investissements pour la prévention des
cambriolages" (n° 20860)
16.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, met deze
vraag beoog ik een update te krijgen van de stand van zaken. Ik
meen mij te herinneren dat op een bepaald moment een aantal fiscale
voordelen aan beveiliging werden toegekend. Hoever gaan die? Wat
is de looptijd? Kunt u een totaaloverzicht geven?
16.01 Robert Van de Velde
(LDD): Où en est-on à l'heure
actuelle? Quelles sont les limites
des avantages fiscaux pour la
sécurisation et quel est le délai?
Quel est le coût global?
16.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Van de Velde, inzake
uitgaven en investeringen in beveiliging voorziet het Wetboek van
Inkomstenbelasting 1992 in een aantal fiscale stimuli. Zo wordt,
overeenkomstig de bepalingen van artikel 145, 31 van het WIB 1992,
onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen een
belastingvermindering in de personenbelasting en de belasting van
niet-inwoners, natuurlijke personen, verleend voor welbepaalde
uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor
de beveiliging tegen inbraak van een woning waarvan de
belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder,
vruchtgebruiker of huurder is.
Voor een overzicht van de verschillende categorieën van uitgaven
voor de beveiliging van woningen tegen inbraak kan ik verwijzen naar
de bepalingen van artikel 63, 15 van het KB WIB 1992. De
belastingvermindering is gelijk aan 50 % van de werkelijk gedane
uitgaven.
Voor het aanslagjaar 2011, inkomsten 2010, bedraagt het
maximumbedrag van de belastingvermindering 690 euro per woning.
Volledigheidshalve kan ik u eveneens verwijzen naar het bericht dat in
het Belgisch Staatsblad van 28 juli 2009 werd gepubliceerd, waarbij
16.02 Didier Reynders, ministre:
La loi dispose qu'une réduction
d'impôts
est
accordée
sous
certaines conditions pour les
dépenses qui sont effectivement
payées
pendant
la
période
imposable pour sécuriser une
habitation contre le vol. Les
diverses catégories de dépenses y
afférentes sont prévues par la loi
et la réduction d'impôt s'élève à
50 % des dépenses réelles. Pour
l'exercice
d'imposition
2011,
revenus
2010,
le
montant
maximum de cette réduction
s'élève à 690 euros par habitation.
La moitié du coût du placement
d'un moteur de porte de garage
peut également être prise en
considération pour l'application de
cette réduction. Les indépendants
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
het standpunt werd ingenomen dat de uitgaven voor de levering en
plaatsing door een geregistreerde aannemer van een motor van een
elektrisch aangedreven garagepoort voor de helft in aanmerking komt
voor de hier bedoelde belastingvermindering, op voorwaarde dat de
motor met een antiophefsysteem is uitgerust.
Overeenkomstig artikel 63, paragraaf 1, eerste lid, 1 en 3, en artikel
201, vierde lid, van het WIB 1992 kunnen de zelfstandigen en de in
voormeld artikel 201, vierde lid, bedoelde vennootschappen een
verhoogde investeringsaftrek genieten voor de materiële vaste activa
die dienen voor de beveiliging van de beroepslokalen en hun inhoud
en van de in artikel 44bis, paragraaf 1, derde lid, van hetzelfde WIB
1992 bedoelde bedrijfsvoertuigen. De aftrek bedraagt 20,5 % voor
dergelijke investeringen die gedaan zijn tijdens het belastbare tijdperk
dat verbonden is aan het aanslagjaar 2011.
Bepaalde, in artikel 64 ter, eerste lid, van het WIB 1992 omschreven
kosten inzake beveiliging die niet als materiële vaste activa kunnen
worden
aangemerkt
en
derhalve
niet
voor
voormelde
investeringsaftrek in aanmerking komen, kunnen ten belope van
120 % als beroepskosten worden afgetrokken. De maatregel is van
toepassing op de zelfstandigen en de in artikel 185 quater, WIB 1992
bedoelde kleine en middelgrote vennootschapen.
ainsi que certaines sociétés
peuvent bénéficier d'une déducti-
bilité
plus
importante
des
investissements en immobilisa-
tions corporelles consistant à
sécuriser des locaux profession-
nels, leur contenu et certaines
catégories
de
véhicules
d'entreprise.
La
déductibilité
s'élève dans ces cas à 20,5 %.
Certains frais de sécurisation
définis dans la loi et qui ne
peuvent pas être considérés
comme
des
immobilisations
corporelles sont déductibles à
120 %
en
tant
que
frais
professionnels.
Cette
mesure
s'applique aux indépendants et à
des
petites
et
moyennes
entreprises.
16.03 Robert Van de Velde (LDD): Ik dank de minister voor het
duidelijk overzicht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de premieverhoging bij DKV, de medische index en de winstcijfers
hospitalisatieverzekeringen" (nr. 20870)
17 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'augmentation de la prime chez DKV, l'index médical et les bénéfices engendrés
par les assurances hospitalisation" (n° 20870)
17.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik heb nog een vraag over de zaak-DKV en de verhoging van
de premies die u onwettig noemde. U riep de civiele maatschappij op
om dit niet te nemen.
De particuliere hospitalisatieverzekeringen bevinden zich al een tijdje
in het oog van de storm. De hospitalisatieverzekeraar DKV,
marktleider op het vlak van hospitalisatieverzekeringen, verhoogde
zijn premies met 7,84 %. De CBFA ging zelfs tot bij de Raad van
State om dit aan te vechten. Ondertussen laat ook Assuralia, weten
dat ondanks de recente premieverhogingen de premies eigenlijk nog
te goedkoop zijn.
De stelling van Assuralia komt ook tegemoet aan de cijfers die ik van
u mocht ontvangen over het verlies van de hospitalisatieverzekeraars,
die aangeven dat steeds meer verzekeringsmaatschappijen en de
sector hospitalisatieverzekeringen zwaar verlies lijden en niet meer
genoeg ontvangen om de uitgaven te dekken. Ze werken dus met
verlies. Net als ik weet u dat dat eigenlijk niet kan en dat men de
premies dan moet verhogen.
17.01 Peter Logghe (VB): Les
assurances hospitalisation privées
sont dans l'oeil du cyclone depuis
quelque temps déjà. Le leader du
marché, DKV, a augmenté ses
primes de 7,84 %. Entre-temps,
Assuralia a également fait savoir
qu'en dépit du relèvement récent
des primes, celles-ci étaient
encore trop basses. De plus en
plus de compagnies d'assurances
ne perçoivent plus assez de
primes
pour
couvrir
leurs
dépenses et travaillent donc à
perte.
Où en est le dossier de la société
DKV? D'autres assureurs ont-ils
annoncé leur intention de revoir
leurs primes à la hausse?
Comment les assureurs ont-ils
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken in het dossier-DKV?
Zijn er nog wijzigingen gebeurd? Hebben ondertussen andere
verzekeraars laten weten dat zij ook hun premies willen verhogen?
Als we merken dat de medische index een verhoging toestaat van
7,45 % en als we dat cijfer vergelijken met de verhoging bij DKV van
7,84 %, dan begrijpen we eigenlijk niet goed waarom men het zo snel
moet hebben over de onwettigheid van de premieverhoging van DKV.
Misschien zie ik dat verkeerd en dan kijk ik uit naar uw antwoord. Hoe
werd de mogelijke verhoging van de premies met maximaal 7,45 %
door de verzekeraars onthaald? Komen zij toe met de verhoging om
de verliezen in de sector te dekken?
accueilli
l'idée
de
limiter
l'augmentation des primes à
7,45 % maximum? Une telle
augmentation leur permettra-t-elle
de s'y retrouver et de couvrir les
pertes du secteur?
17.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Logghe, wat dit KB betreft
heb ik reeds herhaaldelijk mijn zienswijze meegedeeld. Ik zal deze
niet herhalen. Wel wil ik nogmaals onderstrepen dat verzekerden die
menen het slachtoffer te zijn van een onrechtmatige premieverhoging
klacht kunnen indienen bij de ombudsman voor de verzekeringen.
Zonodig kan de CBFA bijkomende maatregelen nemen. De
verzekeringsondernemingen die overwegen om hun tarieven te
verhogen binnen de grenzen van de medische index en/of de index
der consumptieprijzen dienen dit niet aan te melden. Indien echter de
financiële gezondheid van de onderneming niettegenstaande de
toepassing van de index in het gedrang dreigt te komen kan zij een
dossier indienen bij de CBFA.
De aangekondigde premieverhoging met 7,84 % is wel degelijk
illegaal en dit om twee redenen. Ten eerste is er de evidente reden
dat 7,84 hoger is dan 7,45 %. Ten tweede mag de medische index
alleen worden toegepast op overeenkomsten die op vervaldag komen
na de publicatie van het gebruikte indexcijfer. Premieverhogingen in
afwachting daarvan zijn onder geen beding toegelaten.
De uitwerking van de medische index heeft het voorwerp uitgemaakt
van uitvoerig en langdurig overleg met alle betrokken partijen, dus ook
met de verzekeringssector. Deze index heeft als bedoeling de
consument te beschermen tegen bruuske stijgingen van de premies.
Vermits de index is gebaseerd op de waargenomen evolutie van de
kosten moet hij de verzekeringsondernemingen in principe toelaten
om rendabel te blijven.
De index geeft evenwel een gemiddelde evolutie van de kosten weer
voor de gehele markt zodat het mogelijk is dat de toepassing niet
volstaat voor sommige ondernemingen. Om te vermijden dat zij in de
problemen komen werd voorzien dat de CBFA een premieverhoging
kan goedkeuren wanneer een tarief verlieslatend is of dreigt te
worden. Op die manier waarborgt het wettelijk kader zowel de
belangen van de consument als de mogelijkheid voor ondernemingen
om op een rendabele manier op de Belgische markt actief te zijn.
Vanzelfsprekend kan ik mij niet uitspreken over de beslissingen die
individuele ondernemingen op dat vlak zouden kunnen nemen. Ik
herhaal dat het altijd mogelijk is om een klacht bij de ombudsman
voor de verzekeringen in te dienen. Ik zal hem vragen welke klachten
er tot nu toe waren.
17.02 Didier Reynders, ministre:
Les assurés qui estiment être
victimes d'une augmentation de
prime abusive peuvent déposer
une plainte au service de
médiation des assurances. Le cas
échéant, la CBFA peut également
prendre des mesures supplé-
mentaires.
Les
compagnies
d'assurance
qui
veulent
augmenter leurs tarifs dans les
limites de l'index médical et/ou de
l'indice
des
prix
à
la
consommation ne doivent pas le
signaler. Si la santé financière de
la compagnie est menacée, un
dossier peut néanmoins être
introduit auprès de la CBFA.
L'augmentation de prime de
7,84 % annoncée est donc bien
illégale. Premièrement pour la
raison évidente que 7,84 %, c'est
plus que 7,45 %. Deuxièmement,
parce que l'index médical ne peut
être appliqué qu'aux contrats dont
la date d'échéance est postérieure
à la publication de l'index utilisé.
Des augmentations de prime
antérieures à cette publication ne
sont en aucun cas autorisées.
L'index médical a fait l'objet d'une
longue et intense concertation
avec toutes les parties concernées
et donc aussi avec le secteur des
assurances. Cet index a pour but
de protéger le consommateur
contre les brusques augmenta-
tions des primes. Il doit également
permettre
aux
compagnies
d'assurance de rester rentables. Il
est toutefois possible que dans
certains cas son application ne
suffise
pas
pour
certaines
compagnies. Pour cette raison, la
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
CBFA
peut
approuver
une
augmentation de prime lorsqu'un
tarif entraîne des pertes ou risque
de le faire.
17.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
volledig antwoord.
Het zou misschien nuttig kunnen zijn dat u met een overzicht van de
klachten naar de commissie komt, zodat wij nota kunnen nemen van
welke klachten werden ingediend. Ik blijf alleen op mijn honger zitten
met de vaststelling dat, wanneer wij de cijfers bekijken en de
toegelaten verhoging van 7,45 % daarnaast leggen, ik vrees dat een
aantal maatschappijen er inderdaad niet zullen komen en niet uit de
verliezen zullen geraken met die verhoging van 7,45 %.
Maar zoals gezegd, dan volstaat het een dossier in te dienen bij de
CBFA.
Ik
kijk
dus
uit
naar
de
evolutie
van
de
hospitalisatieverzekeringen.
17.03 Peter Logghe (VB): Je
crains qu'un certain nombre de
compagnies n'y arriveront pas
avec cette augmentation de
7,45 %. Il suffit donc alors
d'introduire un dossier auprès de
la CBFA. J'attends dès lors de voir
comment évoluera la situation sur
le
plan
des
assurances
hospitalisation.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Patrick De Groote aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de subsidies gestort door de Nationale Loterij aan de vzw Mobilys"
(nr. 20907)
18 Question de M. Patrick De Groote au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les subsides versés par la Loterie Nationale à l'ASBL Mobilys"
(n° 20907)
18.01 Patrick De Groote (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, naar verluidt zou de NMBS Holding een vzw Mobilys
opgericht hebben om het mogelijk te maken subsidies te ontvangen
van de Nationale Loterij.
Heeft deze vzw inderdaad subsidies van de Nationale Loterij
gekregen? Zo ja, hoeveel en wanneer?
Zo ja, wat is de sociale logica van de Nationale Loterij om deze vzw te
subsidiëren?
Welk beheersorgaan binnen de Nationale Loterij heeft deze subsidies
toegekend en wanneer?
De vzw Mobilys organiseerde concerten in grote treinstations. Wie
was
de
concertorganisator,
de
toeleverancier
of
het
evenementenbureau dat dit organiseerde voor rekening van de vzw
en dus onrechtstreeks voor de NMBS-groep?
18.01 Patrick De Groote (N-VA):
La SNCB-Holding aurait créé
l'ASBL Mobilys afin de pouvoir
obtenir des subsides de la Loterie
nationale. Cette ASBL a-t-elle
effectivement reçu des subsides
de la Loterie nationale? Combien
et quand? Quelle est la logique
sociale qui a poussé la Loterie
nationale à subventionner cette
association? Quel organe de
gestion de la Loterie nationale a-t-
il octroyé ces subsides et quand?
Mobilys a organisé des concerts
dans plusieurs grandes gares du
pays. Quel est le nom de
l'organisateur de concerts, du
fournisseur de services ou de
l'agence d'événements qui a
organisé ces manifestations pour
le compte de l'ASBL, et donc,
indirectement, pour le groupe
SNCB?
18.02 Minister Didier Reynders: Bij ministerieel besluit van
29 november 2007, ondertekend door de toenmalige voogdijminister
van de Nationale Loterij, werd een subsidie van 175 000 euro
18.02 Didier Reynders, ministre:
Par
arrêté
ministériel
du
29 novembre
2007,
une
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
toegekend aan de vzw Mobilys te Brussel voor de organisatie van de
Nacht van het Openbaar Vervoer op 15 september 2007.
In deze subsidie werd voorzien door het koninklijk besluit van
15 maart 2007, houdende de vastlegging van het voorlopig
verdelingsplan van de subsidies van het dienstjaar 2007 van de
Nationale Loterij en nadien bekrachtigd door het koninklijk besluit van
28 september 2008, houdende de vastlegging van het definitieve
verdelingsplan van de subsidies van het dienstjaar 2007 van de
Nationale Loterij, onder de rubriek 2114/6 Nacht van de Vervoering,
Nuit des Transports.
In overeenstemming met de artikelen 22 en 23 van de wet van
19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de
Nationale Loterij bepaalt de Koning ieder jaar op voorstel van de
minister en bij een in de Ministerraad overlegd besluit het
verdelingsplan van de subsidies van de Nationale Loterij onder de
voorwaarden die in het beheerscontract worden vastgelegd. De
Nationale Loterij zorgt voor de uitvoering van het koninklijk besluit.
Ter verantwoording en tot uitbetaling van de subsidie ontving de
Nationale Loterij op 21 april 2008 een afschrift van een
voorschotfactuur op naam van de vzw Mobilys van de NV Conrad
Consulting Special Events Engineering, Veldstraat 147 te Hasselt,
alsook een betalingsbewijs. De toelage werd betaald aan de
vzw Mobilys op 17 juni 2008.
subvention de 175 000 euros a été
octroyée à l'ASBL Mobilys à
Bruxelles pour l'organisation de la
Nuit des transports en commun, le
15 septembre
2007.
Cette
subvention prévue dans l'arrêté
royal du 15 mars 2007 a été
confirmée par arrêté royal du
28 septembre 2008.
Le Roi détermine chaque année
sur proposition du ministre et par
arrêté délibéré en Conseil des
ministres le plan de répartition des
subsides de la Loterie Nationale.
La Loterie Nationale veille à
l'exécution de cet arrêté royal.
La Loterie Nationale a reçu le
21 avril 2008 une copie d'une
facture d'acompte et une preuve
de paiement de la SA Conrad
Consulting
Special
Events
Engineering au nom de l'ASBL
Mobylis. La subvention a été
versée à l'ASBL Mobylis le 17 juin
2008.
18.03 Patrick De Groote (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor
die informatie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Volgens de agenda komen we nu aan samengevoegde vragen van de heer Logghe en
mevrouw Lalieux, maar mevrouw Lalieux is nu niet aanwezig.
18.04 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, zonet was ze nog
hier. Ik heb ook nog vragen geagendeerd staan in de commissie
Bedrijfsleven.
(...)
Als het niet te lang duurt, wil ik wel even wachten, maar ik heb nog
vragen in de commissie Bedrijfsleven. Ik wacht wel even.
De voorzitter: Ik zal eerst het woord geven aan de heer Van der Maelen voor zijn vraag.
19 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het elektronisch eurovignet" (nr. 20701)
19 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'eurovignette électronique" (n° 20701)
19.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, einde 2008 werd het papieren eurovignet vervangen door
een elektronisch eurovignet. In tegenstelling tot Nederland heeft
België niet geopteerd voor de controle van het eurovignet via een
scanauto. De douane in België controleert de betaling van de
19.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): L'eurovignette papier a été
remplacée par une eurovignette
électronique fin 2008. La douane
belge contrôle le versement de
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
belasting op het eurovignet met behulp van een mobiele terminal via
het ingeven van de nummerplaat. De vervoerder betaalt zijn
eurovignet bij zijn ontvangkantoor en de gegevens van het voertuig
worden ingevoerd in een database die door de douane kan worden
geraadpleegd met behulp van de mobiele terminal. Het invoeren van
gegevens in de databank zou vertraging oplopen, wat voor problemen
zorgt bij een controle. De douane vindt dan immers geen eurovignet
terug in de databank, terwijl de vervoerder wel heeft betaald. De
vervoerder moet dan aantonen dat hij het eurovignet effectief heeft
betaald door het faxen van het betalingsbewijs naar de
desbetreffende douane. Ondertussen loopt het transport vertraging op
en draait de vervoerder op voor de verliesuren.
Is de minister op de hoogte van deze problemen met betrekking tot
het elektronisch eurovignet? Welke maatregelen heeft de minister
genomen of gaat de minister nemen om deze vertraging aan te
pakken?
l'impôt en introduisant le numéro
de la plaque d'immatriculation
dans
un
terminal
mobile.
L'introduction de données dans la
banque de données aurait pris du
retard, ce qui engendre des
problèmes lors d'un contrôle.
Quelles mesures le ministre a-t-il
prises
ou
prendra-t-il
pour
résoudre le problème du retard?
19.02 Minister Didier Reynders: Ik weet dat er zich regelmatig
problemen stellen met het eurovignet. Het meest voorkomende geval
is het ten onrechte staande houden van voertuigen die na controle via
de mobiele terminals van de bevoegde dienst van de administratie der
Douane & Accijnzen op het eerste gezicht in overtreding zijn. Bij
nazicht blijkt regelmatig dat de overtreding niet voortkomt uit een fout
gemaakt door de wegvervoerder, maar wel uit een laattijdig of
verkeerd invoeren van de betalingen in de applicatie eurovignet door
de verschillende bevoegde ontvangkantoren van de belastingen.
Teneinde een goede werking van het systeem te garanderen, en
teneinde overbodige klachten en bezwaarschriften te voorkomen,
heeft de administrateur-generaal van de Invordering aan de bevoegde
ontvangkantoren een schrijven gericht. Daarin is de aandacht
gevestigd op het belang van een correct en onmiddellijk invoeren van
de vereiste gegevens bij ontvangst van de betaling van het ...-biljet in
de applicatie eurovignet. Het moet onmiddellijk in aanmerking komen
voor een inschrijving op een nieuwe applicatie. Dan moet het
probleem normaal gezien geregeld zijn.
Er werd aan de verschillende diensten bericht.
19.02 Didier Reynders, ministre:
Je sais qu'il y a régulièrement des
problèmes avec l'eurovignette.
Pour garantir le bon fonction-
nement du système et prévenir les
plaintes et réclamations inutiles,
dans un courrier adressé aux
bureaux de recette compétents,
l'administrateur
général
du
Recouvrement a attiré l'attention
sur l'importance d'introduire les
données nécessaires correcte-
ment et dès la réception du
paiement.
19.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik dank de minister voor het
ondernomen initiatief. Ik hoop dat ik niet meer met dit soort van
klachten moet terugkomen.
19.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je remercie le ministre
pour son initiative.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de eventuele forse verhoging van de premie voor de autoverzekering" (nr. 20924)
- mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de autoverzekering" (nr. 20926)
20 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "l'éventuelle sensible augmentation des primes de l'assurance automobile" (n° 20924)
- Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'assurance automobile" (n° 20926)
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
20.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, onlangs werd
meegedeeld
dat
de
verzekeringsmaatschappijen
hun
autoverzekeringen drastisch duurder willen maken. Dat gebeurt na 4-
5 jaar van stabilisatie van de premies. De reden voor de verhoging
moet grotendeels gezocht worden in de stijgende schadelast, maar
anderzijds ook in tegenvallende beleggingen en de economische en
financiële crisis. De verzekeringsmaatschappijen slaan dus alarm en
kondigen drastische verhogingen aan. Zo zou Ethias de prijzen
verhogen met 2,8 procent en AG Insurance zelfs met 4,5 procent.
Heeft u ter zake ondertussen al overleg gepleegd met de sector? Kan
u
bevestigen
dat
alle
verzekeringsmaatschappijen
die
autoverzekeringen aanbieden de premies zullen verhogen, of is dat
beperkt tot een aantal verzekeraars?
Betreft het gemiddelde verhogingen of worden de premieverhogingen
gedifferentieerd volgens de verschillende leeftijdscategorieën?
Zullen de verzekeringsmaatschappijen met verhoogde vrijstellingen te
werken of is dat niet aan de orde?
Zit een deel van het probleem niet bij het feit dat te veel
verzekeringsmaatschappijen te vaak kiezen voor beleggingen om hun
opbrengst veilig te stellen? Verdient het geen aanbeveling om zoals
vroeger de belegging in onroerende goederen op te drijven,
conservatief beleggen dus, en minder te beleggen in allerlei
risicoproducten? Welke andere maatregelen zal u nemen om
eventueel de winstcijfers van verzekeringsmaatschappijen voor een
deel veilig te stellen?
Welke andere middelen hebben de verzekeringsmaatschappijen om
de premies op te drijven? Men zou kunnen pleiten voor nog meer
differentiatie, maar dan zijn er op lange termijn risico's die volledig
onverzekerbaar worden. Immers, als alle verzekeraars zich gaan
toeleggen op het goede segment van de markt zijn er natuurlijk
andere segmenten die minder goed zijn. Mijn vraag is dus of u
eventueel
zelf
perspectieven
te
bieden
heeft
aan
die
verzekeringsmaatschappijen?
Voorzitter: Dirk Van der Maelen
Président: Dirk Van der Maelen
20.01 Peter Logghe (VB): Les
assureurs
ont
l'intention
d'augmenter considérablement les
tarifs de l'assurance automobile.
Cette majoration est en grande
partie destinée à compenser la
hausse du nombre de sinistres
ainsi que les mauvais résultats
obtenus dans le cadre de certains
placements et les effets de la crise
économique et financière.
Le ministre s'est-il concerté avec
le secteur à ce sujet? Confirme-t-il
que l'ensemble des assureurs vont
augmenter leurs primes? S'agit-il
de hausses moyennes ou ces
augmentations de primes sont-
elles différenciées en fonction de
certains critères? Les assureurs
appliqueront-ils des franchises
plus élevées? Le problème n'est-il
pas en partie attribuable au choix
opéré par de nombreux assureurs
de protéger leurs recettes par des
placements? Ne serait-il pas
indiqué d'opter pour une stratégie
de placement conservatrice et
partant,
de
réduire
les
investissements dans des produits
à risque? Quelles autres mesures
le ministre va-t-il prendre pour
protéger en partie les bénéfices
des assureurs? De quels autres
moyens les assureurs disposent-
ils pour augmenter les primes?
20.02 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, comme on vient de le dire, après une stabilité de plusieurs
années, nous assistons à une augmentation de 4,5 % pour
l'assurance automobile.
Nous en avons déjà souvent parlé: la tendance est à une
segmentation à outrance des assurances, particulièrement pour les
assurances automobiles, selon des critères sur lesquels le
consommateur n'a aucune emprise (critère d'âge, critère d'habitation,
etc.). Ainsi, beaucoup de primes d'assurances sont impayables pour
des jeunes, des personnes âgées ou des gens habitant des quartiers
difficiles ou fragilisés.
Les assureurs les justifient par la statistique de la sinistralité qui serait
particulièrement désavantageuse pour certaines catégories. C'est une
manière particulière de concevoir la solidarité. Ils assurent de moins
20.02 Karine Lalieux (PS): We
stellen vast dat de prijs van de
autoverzekeringen met 4,5 procent
gestegen is. Jongeren, ouderen,
kansarmen
en
mensen
achterstandswijken kunnen de
verzekeringspremie
vaak
niet
meer betalen.
De verzekeraars rechtvaardigen
die prijsstijgingen door te verwijzen
naar de schadestatistieken, waar
bepaalde categorieën bijzonder
slecht zouden uitkomen. Dat is
een eigenaardige opvatting van
solidariteit. Zelf verzekeren ze
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
en moins, mais font payer les autres de plus en plus.
Monsieur le ministre, une ouverture se fait tant de votre part via la
note de discussion générale que lorsque nous avons abordé les
propositions de loi en commission Économie en matière d'assurance,
et peut-être concernant le retour au bonus-malus ou d'autres moyens
de diminuer la segmentation des assurances automobiles; avec votre
collaborateur, nous entamerons bientôt les négociations.
Mais il demeure une autre question: ne faudrait-il pas imposer aux
assureurs l'obligation d'introduire une demande d'augmentation de
prix auprès des autorités, comme cela se fait pour d'autres
assurances? En attendant, vu ces augmentations systématiques des
primes d'assurances, ne faudrait-il pas jeter un regard plus autoritaire,
monsieur le ministre, sur les assureurs?
steeds minder, maar ze doen de
anderen wel steeds meer betalen.
Zou men de verzekeraars niet
moeten verplichten prijsverhogingen
bij de overheid aan te vragen? Zou
men ondertussen, gelet op die
systematische verhogingen van de
verzekeringspremies, niet strenger
moeten
toezien
op
de
verzekeraars?
20.03 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, je ne vais
évidemment pas répéter ce que j'ai eu l'occasion de dire en séance
plénière la semaine dernière en réponse à la question de Mme
Partyka à la Chambre mais aussi de M. Van Den Driessche au Sénat
sur les chiffres fournis essentiellement par le secteur. J'ai émis toutes
les réserves à ce sujet.
J'ai communiqué simplement les chiffres montrant que les
modifications n'ont pas été particulièrement importantes quand on
compare les moyennes des dernières années.
J'ai surtout confirmé que l'étude demandée au SPF Économie allait
être disponible dans les 4 à 6 semaines. J'ai donc proposé un débat
au mois de mai. J'ai toujours fait preuve de prudence en la matière.
Je ne peux pas dire, à titre personnel, que je souhaite que l'on en
revienne au système bonus-malus; nous l'avons changé et j'étais déjà
au sein d'un gouvernement quand cela a été fait en 2004.
Je crois qu'on doit pouvoir regarder très ouvertement les différents
mécanismes. Je ne sais pas si un contrôle anticipé portant sur des
déclarations d'augmentation est la bonne formule. En tout cas, je suis
ouvert au débat car la segmentation est un vrai problème. Je l'avais
évoqué dans la déclaration de politique générale.
Je propose d'abord de vous renvoyer aux réponses formulées lors
des séances plénières dans les deux assemblées la semaine
dernière et, pour le reste, d'organiser ce débat.
20.03 Minister Didier Reynders:
Ik maakte eerder al een ernstig
voorbehoud bij de cijfers die in
hoofdzaak afkomstig zijn van de
sector zelf. Ik bezorg u cijfers
waaruit blijkt dat de gemiddelden
van de laatste jaren niet zo sterk
verschillen.
De studie die aan de FOD
Economie werd gevraagd, zal
binnen vier tot zes weken
beschikbaar zijn. Daarom heb ik
voorgesteld in de loop van de
maand mei hierover een debat te
organiseren.
Het is mogelijk om een aantal verschillende pistes te onderzoeken,
maar eerst en vooral op basis van de studie. Er zijn tal van cijfers
gevraagd aan de FOD Economie en ik heb zelf tijdens de plenaire de
suggestie gemaakt een hoorzitting te houden met enerzijds
vertegenwoordigers van Assuralia en, anderzijds met de FOD
Economie om een vergelijking te maken van de verschillende
gegevens. Nadien kan dan een open bespreking gevoerd worden, die
geen maanden moet duren, om te kijken of het mogelijk is tot een
zekere consensus te komen of tenminste een meerderheid te vinden
voor een aanpassing in dat verband.
J'ai moi-même déjà insisté sur la
tenue d'une audition avec des
représentants d'Assuralia et du
SPF Economie. On pourra ensuite
tenter d'aboutir à un consensus.
20.04 Peter Logghe (VB): Ik zal het heel kort houden, mijnheer de
voorzitter, op uw stille wenk ingaande.
20.04 Peter Logghe (VB):
J'attends un débat sur les chiffres,
dans la mesure où il y a de fortes
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Het gaat mij inderdaad, mijnheer de minister, over het feit dat de
cijfers van Test Aankoop en Assuralia zodanig uit elkaar liggen dat
het inderdaad wel nuttig is om één en ander eens naast elkaar te
leggen. Ik kijk dus uit naar het debat over de cijfers.
divergences entre les chiffres de
Test Achats et ceux d'Assuralia.
20.05 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, j'étais absente la
semaine dernière, sinon j'imagine que ma question aurait été jointe.
Monsieur le ministre, nous attendons l'enquête, car une objectivation
des chiffres me semble nécessaire pour éviter de continuels
échanges entre les associations de consommateurs et Assuralia.
Encore une fois, je pense que si l'on a changé la loi en 2004, c'est
parce que la directive européenne avait été mal interprétée et que la
Cour de Justice européenne a rectifié cette erreur. Il arrive que les
gouvernements et les parlements se trompent dans le vote d'une loi.
Nous avons tous eu une interprétation restrictive et erronée de cette
directive. Ce n'est donc pas un mal de changer cette loi.
20.05 Karine Lalieux (PS): We
wachten het onderzoek af want er
moeten
objectieve
cijfers
beschikbaar zijn om de plooien
tussen
de
consumenten-
verenigingen Assuralia glad te
kunnen strijken.
De wet werd in 2004 gewijzigd
nadat het Europees Hof van
Justitie een interpretatiefout van
de
Europese
richtlijn
had
rechtgezet. Het valt dus voor dat
regeringen en parlementen zich
vergissen wanneer ze een wet
goedkeuren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Samengevoegde vragen van
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de opleiding van de ambtenaren van de FOD Financiën" (nr. 20942)
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de opleiding van het personeel van de FOD Financiën" (nr. 21008)
21 Questions jointes de
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la formation des fonctionnaires du SPF Finances" (n° 20942)
- Mme Magda Raemaekers au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la formation du personnel du SPF Finances" (n° 21008)
21.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, het is een gegeven dat de belastingwetgeving elk jaar wijzigt
en ook elk jaar complexer wordt. Dat vereist natuurlijk dat ambtenaren
van de FOD Financiën ook up-to-date kunnen blijven en zich kunnen
bijscholen, zowel met het oog op het helpen invullen van de aangiftes,
waar steeds meer belastingplichtigen een beroep op doen, als voor
het controleren van de aangiftes in een later stadium.
De bijscholing van de ambtenaren van de directe belastingen loopt
echter steevast vertraging op en zij wordt uitgesteld door een
chronische onderbemanning van de centra voor beroepsopleiding, die
trouwens steeds worden geroemd voor hun uitstekende lesgevers.
Daarom wordt het quasi onmogelijk de opleiding over de vernieuwde
belastingaangifte te geven voordat de aangiftes worden verstuurd.
Ten gevolge daarvan scholen ambtenaren van de FOD Financiën
zichzelf bij en gaan zij zelf op zoek naar publicaties uit de privésector.
Door die werken aan te kopen kunnen ambtenaren de juiste
informatie aan de belastingplichtige geven en hem helpen bij het
invullen van de aangifte.
Ten eerste, hoeveel ambtenaren verzorgen de opleiding inzake
21.01 Jenne De Potter (CD&V):
La législation fiscale change
d'année en année et devient aussi
chaque année plus complexe. La
formation continuée des fonction-
naires des Contributions directes a
pris du retard en raison d'un
problème chronique de sous-
occupation des effectifs au sein
des
centres
de
formation
professionnelle.
Combien
de
fonctionnaires
assurent-ils la formation? À quel
moment la formation relative à la
nouvelle déclaration fiscale sera-t-
elle dispensée, en Flandre et en
Wallonie? Le ministre prendra-t-il
des initiatives afin d'améliorer la
formation? Du personnel supplé-
mentaires sera-t-il affecté aux
formations afin que celles-ci
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
directe belastingen in de drie centra voor beroepsopleiding in
Vlaanderen?
Ten tweede, rond welk tijdstip wordt de opleiding over de nieuwe
belastingaangifte gegeven aan de ambtenaren van de directe
belastingen, respectievelijk in Vlaanderen en Wallonië?
Ten derde, op welke manier zult u de opleiding van de ambtenaren
van de FOD Financiën verbeteren? Zult u daarvoor initiatieven
nemen?
Ten vierde, zijn er plannen extra personeel aan te werven en ter
beschikking te stellen in de centra voor beroepsopleiding om alle
opleidingen tijdig te laten verlopen?
puissent toutes être dispensées en
temps utile?
21.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer De
Potter, ik heb een antwoord van mijn administratie op uw vier vragen.
De drie Nederlandstalige centra voor beroepsopleiding der directe
belastingen, respectievelijk gevestigd in Antwerpen, Brussel en Gent,
stellen op dit ogenblik zeventien ambtenaren-lesgevers tewerk
waarvan tien gespecialiseerd zijn in de personenbelasting en zeven in
de vennootschapsbelasting.
Het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar
2010 werd op 12 maart 2010 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Op 1 en 2 april 2010 wordt in eerste instantie aan de dienstchefs van
de controles PB en het centraAL taxatiekantoor één dag opleiding
gegeven over de nieuwigheden die voorkomen in de aangiften van
2010. Deze dienstchefs moeten op hun beurt de personeelsleden van
hun dienst onderrichten over de fiscale nieuwigheden, inzonderheid
met behulp van een syllabus die hen overhandigd zal worden. Er
wordt opgemerkt dat de syllabus enerzijds gepubliceerd zal worden
op het intranet van de FOD Financiën en anderzijds bijkomende
studiedagen georganiseerd zullen worden voor alle ambtenaren van
de PB, hoofdzakelijk tijdens de maanden april, mei en juni 2010.
De verbetering van de opleiding is een permanent streefdoel van de
FOD Financiën. Er worden bijzondere inspanningen geleverd om de
permanente opleiding zo snel mogelijk te laten beantwoorden aan de
actuele opleidingsbehoeften van de ambtenaren en aan de
begeleiding van andere moderniseringsprojecten. In de loop van dit
jaar zal er eveneens een systeem worden ingevoerd voor de
inzameling en analyse van gegevens met betrekking tot de
opleidingsbehoeften van de ambtenaren op het terrein.
Wat uw vierde vraag betreft, de administraties van de FOD Financiën
streven er voortdurend naar om voldoende lesgevers in de CBO
tewerk te stellen. Om aan die dringende noodzakelijkheid tegemoet te
komen wordt in sommige gevallen beroep gedaan op toevallige
lesgevers voor een welbepaalde periode. Wij proberen dus een
correcte opleiding te geven.
21.02 Didier Reynders, ministre:
Les trois centres néerlandophones
de formation professionnelle pour
les
contributions
directes
emploient pour l'heure dix-sept
fonctionnaires-professeurs,
dont
dix spécialisés en matière d'impôt
des personnes physiques et sept
en matière d'impôt des sociétés.
Le formulaire de déclaration pour
l'exercice d'imposition 2010 a été
publié au Moniteur belge le
12 mars 2010. Les 1
er
et 2 avril
2010, les chefs de service des
contrôles
des
personnes
physiques et du bureau central de
taxation
participeront
à
une
journée de formation concernant
les nouveautés. Ils devront ensuite
à leur tour répercuter l'information
auprès
des
membres
du
personnel de leur service, à l'aide
notamment d'un syllabus qui leur
sera remis. Le syllabus sera
également publié sur l'intranet du
SPF Finances. Des journées de
formation supplémentaires seront
organisées
pour
tous
les
fonctionnaires PP, majoritairement
durant les mois d'avril, mai et juin
2010.
Des efforts particuliers sont fournis
afin que la formation permanente
puisse
répondre
le
plus
rapidement possible aux besoins
actuels de formation. Dans le
courant de l'année un système
sera par ailleurs introduit pour la
collecte et l'analyse de données
concernant
les
besoins
en
formation des fonctionnaires. Les
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
administrations du SPF Finances
s'efforcent
de
disposer
en
permanence d'un nombre suffisant
de professeurs dans les centres
de formation et à cet effet
travaillent parfois pour une période
déterminée avec des professeurs
occasionnels.
21.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik steun
natuurlijk het initiatief om de opleiding van ambtenaren te verzorgen
en te versterken. Dat is volgens mij een absoluut minimum
minimorum. Ik noteer dat de dienstchefs morgen en vrijdag een
opleiding zullen krijgen. Ik had natuurlijk graag gezien dat meer
personeelsleden rechtstreeks die opleiding hadden kunnen volgen en
niet afhankelijk waren van hun dienstchefs.
Ik noteer ook dat u ernaar streeft die centra voor beroepsopleiding
beter te bemannen en dat men daar alle pogingen toe onderneemt,
zoals het aanstellen van toevallige lesgevers. Dat is mijns inziens
absoluut noodzakelijk. Die centra hebben een goede reputatie, maar
ik denk dat het verbeteren van de opleiding van de ambtenaren iets is
dat wij in de toekomst nog verder moeten nastreven en verbeteren.
21.03 Jenne De Potter (CD&V):
L'initiative visant à soigner et
renforcer
la
formation
des
fonctionnaires est un minimum
absolu. J'aurai voulu qu'un plus
grand nombre de fonctionnaires
puissent directement suivre la
formation, sans devoir dépendre
de leurs chefs de service. Je
prends acte du fait que le ministre
souhaite renforcer les effectifs des
centres de formation.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
22 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le précompte professionnel sur le pécule de vacances des
pensionnés" (n° 20868)
22 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bedrijfsvoorheffing op het vakantiegeld voor gepensioneerden"
(nr. 20868)
22.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, en 2008, le gouvernement a procédé à une revalorisation
des pensions de 2 %, ce qui est une décision utile et heureuse mais
qui a eu des conséquences sur le précompte professionnel chez
certains, parce qu'ils percevaient plus de revenus. Au mois de mai
notamment, période à laquelle est payé le pécule de vacances, ils
étaient taxés. J'avais déposé à l'époque une proposition de résolution
pour adapter les barèmes du précompte et le gouvernement a
apporté directement les corrections qui s'imposaient de manière à
rembourser en août 2008 les pensionnés concernés et à mettre en
place un calcul spécifique du précompte professionnel sur le pécule
de vacances.
Pourtant, dans son dernier rapport, le médiateur des pensions relève
qu'il y a encore un léger problème concernant les pensions pour
lesquelles une échelle unique qui s'applique sur le pécule de
vacances ne tient pas compte des charges de famille ou d'un
handicap, contrairement à ce qui se fait pour le calcul de la pension
elle-même.
Pour quelques dossiers encore, il y a les mêmes conséquences
négatives, à savoir le paiement d'un impôt au moment du versement
du pécule de vacances. Le médiateur a suggéré d'établir des échelles
de précompte différenciées pour le pécule de vacances qui tiennent
22.01 Christian Brotcorne
(cdH): In 2008 trok de regering de
pensioenen met 2 procent op. Dat
was een nuttige beslissing, maar
ze had voor sommigen wel
gevolgen met betrekking tot de op
het
vakantiegeld
berekende
bedrijfsvoorheffing.
Ik
heb
daarover destijds een voorstel van
resolutie ingediend, en de regering
heeft de betrokken gepensio-
neerden in augustus 2008 het
verschuldigde terugbetaald en een
specifieke berekening vastgelegd
voor de bedrijfsvoorheffing op het
vakantiegeld.
De
ombudsman
voor
de
pensioenen wijst er echter op dat
er een klein probleem blijft
bestaan wanneer op het vakantie-
geld van de gepensioneerde maar
één schaal wordt toegepast,
zonder rekening te houden met de
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
compte des taux ménage, isolé voire handicapé.
Monsieur le ministre, envisagez-vous d'apporter une réponse positive
et une solution structurelle au problème soulevé par le médiateur par
la mise en place de cette échelle différenciée?
gezinslasten of een handicap.
De ombudsman stelt voor de
bedrijfsvoorheffingsschalen
te
differentiëren. Is dat voor u een
optie?
22.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, monsieur
Brotcorne, j'ai pris bonne note du rapport 2009 du service de
médiation pour les pensions. Dès le 1
er
janvier 2009, les règles
relatives au pécule de vacances des pensionnés ont été modifiées
suite aux problèmes rencontrés en 2008. Comme il est constaté dans
le rapport du médiateur, la plupart des cas ont été réglés grâce à ces
modifications.
Cependant, ce nouveau système n'était pas encore parfait vu l'échelle
unique prévue. La question parlementaire n°1116 de M. Luc Goutry,
du 28 mai 2009, a également souligné ces problèmes. C'est pourquoi,
depuis le 1
er
janvier 2010, une nouvelle solution structurelle a été
apportée et l'annexe 3 à l'arrêté royal du CIR 1992 remplacé en
dernier lieu par l'arrêté royal du 3 décembre 2009 (Moniteur Belge du
11 décembre 2009) a dès lors été adapté (n°4.7 de l'annexe 3) en
prévoyant deux échelles.
Cette problématique est donc normalement résolue depuis le
1
er
janvier 2010. S'il devait encore y avoir l'un ou l'autre problème,
nous tenterions d'améliorer encore la solution structurelle.
Président: Georges Gilkinet.
Voorzitter: Georges Gilkinet.
22.02 Minister Didier Reynders:
Ik heb kennisgenomen van het
rapport
2009
van
de
Ombudsdienst Pensioenen. Met
ingang van 1 januari 2009 werden
de regels betreffende het vakantie-
geld van de gepensioneerden
gewijzigd. Dankzij die wijzigingen
konden de meeste problemen
worden opgelost.
De nieuwe regeling was echter
nog niet perfect. Daarom bestaan
er sinds 1 januari 2010 twee
schalen.
Indien er toch nog problemen
zouden opduiken, zullen we
proberen
om
de
structurele
oplossing nog bij te schaven.
22.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, dont acte. Je me réjouis de cette réponse du ministre.
22.03 Christian Brotcorne
(cdH): Ik ben blij met dit antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
23 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "een toelage voor de voorzitter van de Waarnemingspost voor
gewestelijke fiscaliteit" (nr. 20978)
23 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'octroi d'une allocation au président de l'observatoire de la fiscalité
régionale" (n° 20978)
23.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, in de
commissie voor de Financiën van 17 maart jongstleden antwoordde
staatssecretaris Clerfayt op de vragen betreffende de voorgestelde
toelage voor de voorzitter van de waarnemingspost voor gewestelijke
fiscaliteit dat het dossier onderworpen is aan de administratieve
controle en de begrotingscontrole. De administratie zou een ontwerp
van besluit aan de inspectie van Financiën hebben voorgelegd.
De staatssecretaris stelde dat hij het advies van de inspectie van
Financiën nog niet had gekregen, maar liet verstaan, verwijzend naar
een persartikel, dat het advies een positieve strekking heeft.
Ik heb aan de staatssecretaris gevraagd om ons de inhoud van het
advies mee te delen, zodra hij dat advies heeft gekregen.
23.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le secrétaire d'État Clerfayt
a déclaré que le dossier de
l'indemnité proposée pour le
président de l'Observatoire de la
fiscalité régionale est soumis à un
contrôle administratif et à un
contrôle budgétaire. L'administra-
tion aurait soumis un projet
d'arrêté
à
l'Inspection
des
Finances mais le secrétaire d'État
n'avait pas encore reçu l'avis.
Le secrétaire d'État ou le ministre
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Heeft de staatssecretaris of hebt u intussen het advies van de
inspectie van Financiën gekregen? Zo ja, op welke datum heeft hij of
hebt u dat advies ontvangen?
Mijnheer de minister, wat is de strekking van dat advies? Kunnen de
leden van de commissie voor de Financiën het betreffende advies
inkijken?
Ten slotte herhaal ik mijn vraag om een kopie te krijgen van het
jaarverslag van de werkzaamheden van de waarnemingspost voor het
jaar 2008 en 2009.
ont-ils reçu dans l'intervalle l'avis
de l'Inspection des Finances? À
quelle date? Quelle est la teneur
de cet avis? Les commissaires
peuvent-ils
en
prendre
connaissance?
Recevront-ils
également une copie du rapport
annuel
des
travaux
de
l'Observatoire pour les années
2008 et 2009?
23.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Van der Maelen, zoals
reeds door de staatssecretaris van Financiën werd aangegeven op
17 maart jongstleden genieten verschillende ambtenaren van het
departement Financiën reeds een identieke of gelijkaardige toelage
als die waarvan sprake in uw vraag. Dergelijke toelagen zijn uiteraard
belastbaar.
De staatssecretaris heeft de redenen toegelicht waarom de
administratie het initiatief genomen heeft om een voorstel voor te
leggen aan de inspectie van Financiën. Zoals u weet, is het niet
gebruikelijk dat de adviezen gevraagd aan de inspectie van Financiën,
meegedeeld worden. Het dossier werd uiteraard onderworpen aan
alle stappen inzake administratieve en budgettaire controle. Alle
vereiste akkoorden werden verkregen.
Daarna hebben wij een overleg gehad met de vakbond in sector twee,
Financiën. Wij moeten nog een advies krijgen van de Raad van State
voor het ontwerp. Pas na dat advies zal het mogelijk zijn om tot een
eindbeslissing te komen.
Wat uw tweede vraag betreft, tot nu toe werden mij de verslagen voor
de jaren 2007, 2008 en 2009 bezrogd. Het gaat om zuiver interne
verslagen, die bestemd zijn voor de minister en die niet bedoeld zijn
om publiek gemaakt te worden.
23.02 Didier Reynders, ministre:
Plusieurs
fonctionnaires
du
département
des
Finances
bénéficient déjà d'une allocation
identique ou similaire à celle dont il
est question. De telles allocations
sont évidemment imposables.
Le secrétaire d'État a expliqué les
raisons pour lesquelles l'adminis-
tration a soumis une proposition à
l'Inspection des Finances. Le
dossier a évidemment dû passer
par toutes les étapes en matière
de
contrôle
administratif
et
budgétaire. Tous les accords
nécessaires ont été obtenus.
Ensuite, nous nous sommes
concertés avec le syndicat du
secteur II, Finances. Nous devons
encore recevoir un avis du Conseil
d'État sur le projet. Une décision
finale ne pourra être prise que
lorsque cet avis aura été rendu.
Jusqu'à présent, j'ai reçu les
rapports des années 2007, 2008
et 2009. Il s'agit de rapports
internes destinés au ministre et qui
ne peuvent pas être rendus
publics.
23.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik blijf op
mijn honger. Voor zover ik u heb begrepen, heb ik geen informatie
gekregen en ook geen antwoord gekregen op mijn vraag in welke
richting het advies van de inspectie van Financiën ging. Ik zal daarop
blijven aandringen.
Ik zou willen kennisnemen van de jaarverslagen; ik heb vernomen dat
ze bijzonder mager zijn. Als ik daarnaar vraag, dan is het omdat ik
weet dat wij van de andere genieters van dit soort van toelagen,
bijvoorbeeld de dienst Voorafgaande Beslissingen, weliswaar soms
met vertraging, in de Kamer een zeer uitgebreid verslag krijgen.
Daaruit blijkt dat die personen zich moeten buigen over geen
eenvoudige vraagstukken. Van de persoon die op de
23.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je n'ai pas reçu de réponse
à ma question concernant la
tendance de l'avis de l'Inspection
des Finances. Je continuerai à
insister sur ce problème. Je
souhaiterais avant tout consulter
les rapports annuels, parce que j'ai
appris qu'ils ne représentent pas
grand-chose.
D'autres
béné-
ficiaires de ce type d'allocations
doivent souvent se pencher sur
des
problèmes
compliqués.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
waarnemingspost zit, weet iedereen dat zijn opdracht niet van een
dergelijk belang is dat het verantwoord is om aan hem zo'n toelage
toe te kennen. Dat zou geïllustreerd kunnen worden aan de hand van
de magerte van de jaarverslagen.
Ik begrijp wel dat u die jaarverslagen niet wilt geven, want die zouden
bewijzen wat ik vermoed, namelijk dat die post gecreëerd werd à la
tête du client, om iemand, een oud-kabinetschef van u, mijnheer de
minister, aan een lucratieve vergoeding te helpen. Ik zal de onderste
steen in het departement proberen boven te halen en onder meer het
advies van de inspectie van Financiën en het jaarverslag proberen te
pakken te krijgen en dan ik zal met alle graagte in onze commissie
daarop terugkomen.
Chacun sait que la personne
occupée
à
l'Observatoire
permanent n'a pas une lourde
tâche. Je comprends pourquoi le
ministre ne souhaite pas fournir
ces rapports annuels, car ils
démontreraient que ce poste a été
créé pour octroyer une indemnité
lucrative à son ancien chef de
cabinet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
24 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "een afbetalingsplan voor mensen die tijdelijk werkloos werden"
(nr. 20979)
24 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "un plan de paiement pour les personnes qui se retrouvent
temporairement au chômage" (n° 20979)
24.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, op de
uitkeringen tijdelijke werkloosheid wordt 10,09 % bedrijfsvoorheffing
ingehouden. Wanneer de tijdelijke vermindering van werk meer dan
een jaar duurt, loopt het verschil tussen de bedrijfsvoorheffing en de
verschuldigde belasting hoog op. Voor veel werknemers die het
slachtoffer werden van de crisis en tijdelijk werkloos werden, zal dat
voor onaangename verrassingen zorgen en mogelijk tot
betalingsproblemen leiden. De procedure om via de ontvanger een
bijkomende termijn of spreiding van de betaling te verkrijgen, is een
informele procedure. Het is niet voor iedereen duidelijk dat die
mogelijkheid bestaat en wat ze daarvoor precies moeten doen.
Mijnheer de minister, bent u bereid om voor de mensen die werden
geconfronteerd met tijdelijke werkloosheid, enige soepelheid aan de
dag te leggen? Is het mogelijk dat de fiscus zelf voor die mensen een
afbetalingsplan voorstelt of automatisch in een bijkomende termijn
voorziet?
24.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a):
Les
allocations
de
chômage
temporaire
sont
soumises à un taux de précompte
professionnel de 10,09 %. Lorsque
la diminution temporaire de la
charge
horaire
normale
se
prolonge au-delà d'un an, l'écart
entre le précompte professionnel
et l'impôt effectivement dû se
creuse dangereusement. Cet écart
peut dès lors poser des problèmes
de paiement à bon nombre de
travailleurs ayant connu des
périodes de chômage temporaire.
La procédure qui permet au
contribuable de demander au
percepteur un délai de paiement
supplémentaire ou un paiement
échelonné n'est pas claire pour
tout le monde.
Le ministre est-il disposé à faire
preuve d'une certaine souplesse
en
la
matière?
Pourrait-on
envisager que le fisc propose de
lui-même
aux
personnes
concernées un plan de paiement
ou qu'il accorde automatiquement
un délai supplémentaire?
24.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, ik vestig de
aandacht van de heer Van der Maelen erop dat de ontvangers in volle
24.02 Didier Reynders, ministre:
Lorsque les receveurs accordent
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
onafhankelijkheid en met persoonlijke verantwoordelijkheid handelen
wanneer zij betalingsfaciliteiten aan hun belastingschuldigen verlenen.
De termijnen waarbinnen de belastingen moeten worden betaald, zijn
immers wettelijk vastgelegd. Geen enkele wettekst verleent aan de
ontvanger de bevoegdheid om daarvan af te wijken. Wanneer een
ontvanger termijnen en uitstel van betaling toestaat aan de
belastingschuldige in moeilijkheden, wijkt hij dan ook af van de strikte
toepassing van een wetgeving van openbare orde. Hij doet dat dan
ook in zijn hoedanigheid van rekenplichtige van de Schatkist te
persoonlijken titel en onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid en
geldelijke aansprakelijkheid.
Dat principe vindt zijn oorsprong in artikel 66 van het KB houdende de
coördinatie van de wetten van de rijkscomptabiliteit, waarin wordt
bepaald dat elke rekenplichtige aansprakelijk is voor de invordering
van kapitaal, inkomsten, rechten en belastingen waarvan de inning
hem is toevertrouwd. Die persoonlijke aansprakelijkheid sluit bijgevolg
elke onderrichting en elke tussenkomst van een hiërarchische
overheid ter zake uit.
Ik heb derhalve niet de bevoegdheid om bij de ontvangers te
interveniëren naar aanleiding van een verzoek tot toekenning van
betalingsfaciliteiten, noch is het in de huidige stand van de wetgeving
mogelijk dat de fiscus zelf een afbetalingsplan voorstelt.
De
rekenplichtige
onderzoekt
evenwel
elke
vraag
naar
belastingfaciliteiten en houdt daarbij rekening met alle feitelijke
omstandigheden in het dossier, ouderdom en omvang van de schuld,
financiële draagkracht en solvabiliteit van de schuldenaar,
aangeboden waarborg. Hij waakt daarbij over het belang van de
Schatkist, doch tracht ook tevens op een redelijke wijze tegemoet te
komen aan de situatie waarin de belastingschuldige zich bevindt. Het
is evident dat de ontvanger hierbij het beginsel van de redelijkheid
moet hanteren.
Uiteraard ben ik tevens bereid de ontvangers uit te nodigen en de
verzoeken om belastingfaciliteiten van werknemers die financiële
moeilijkheden ondervinden ingeval tijdelijke werkloosheid, met de
meeste welwillendheid te behandelen.
des facilités de paiement à leurs
contribuables, ils agissent en toute
indépendance et engagent leur
responsabilité personnelle. Les
délais dans lesquels les impôts
doivent être payés sont des délais
légaux. Aucun texte de loi ne
confère au receveur la compé-
tence d'y déroger. Lorsqu'un
receveur accorde des délais et
des reports de paiement, il le fait à
titre personnel, sous sa propre
responsabilité,
notamment
pécuniaire.
Ce principe trouve son fondement
dans l'article 66 de l'arrêté royal
portant coordination des lois sur la
comptabilité de l'État. Je ne
dispose
donc
pas
de
la
compétence pour intervenir auprès
des receveurs et la législation
actuelle ne prévoit pas non plus
que le fisc puisse proposer lui-
même un plan de paiement.
Le comptable examine toutefois
toutes les demandes de facilités
de paiement et tient compte de
toutes les circonstances de fait du
dossier. Il veille, dans ce cadre,
aux intérêts du Trésor mais essaie
aussi de se montrer conciliant par
rapport
à
la
situation
du
contribuable. Je suis par ailleurs
disposé
à
demander
aux
receveurs de traiter les facilités
demandées par les travailleurs en
chômage temporaire avec la plus
grande bienveillance.
24.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u
voor de welwillendheid en het engagement om de aandacht van de
ontvangers hierop te vestigen.
Het eerste deel van uw antwoord was een illustratie van hoe het er in
de praktijk aan toegaat. Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om
te vragen of ook eens kan worden nagedacht over de mogelijkheid
om geval per geval apart te bekijken. Het vraagt vrij veel werk van de
ontvangers om dat allemaal te bekijken. Met het oog op de efficiëntie
voor de FOD Financiën is het misschien interessant om voor
bepaalde groepen - het gaat hier over duizenden werknemers in die
situatie - een groepsbenadering uit te denken. Als de wet dat nu nog
niet toelaat, nodig ik het departement uit om daarover even na te
denken en misschien dergelijke mogelijkheden in de toekomst te
creëren.
Ik dank u, mijnheer de minister, om die signalen aan de ontvangers te
24.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je remercie le ministre
pour la bonne volonté dont il fait
preuve et pour son engagement à
attirer l'attention des percepteurs
sur ce problème. À l'occasion,
pourrait-on également, dans ce
contexte, envisager la possibilité
de prévoir une approche collective
adaptée à de telles situations?
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
geven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
25 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de leningen toegestaan aan Dexia Israël" (nr. 20980)
25 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "des prêts octroyés à Dexia Israël" (n° 20980)
25.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, sinds kort
heeft de Israëlische tak van de Dexia Groep beslist om geen nieuwe
kredieten toe te kennen aan de Israëlische kolonies op de Westelijke
Jordaanoever. Daarmee erkent de bank impliciet dat zij door deze
leningen inging tegen het internationaal recht en de Conventie van
Genève. Deze beslissing is een stap in de goede richting.
Dexia Israël blijft echter leningen toekennen aan de stad Jeruzalem.
Volgens het internationaal recht bezet Israël ook illegaal het oostelijke
deel van de stad. Dexia plant dus haar commerciële relaties met de
gemeente Jeruzalem voort te zetten. Daarom verneem ik graag een
antwoord op volgende vragen.
Ten eerste, welke initiatieven zal de Belgische regering als
aandeelhouder nemen ten aanzien van Dexia om erop te wijzen dat
het meewerken aan financiering van projecten in Oost-Jeruzalem niet
in overeenkomst is met het internationale recht?
Ten tweede, welke initiatieven zal de minister nemen om ervoor te
zorgen dat er niet alleen geen nieuwe kredieten gegeven worden,
maar dat ook de lopende kredieten, die lopen tot 2017 volgens onze
informatie, worden geannuleerd?
Ten derde, zal de regering tijdens de eerstvolgende algemene
vergadering van Dexia, dd. 12 mei 2010, een vertegenwoordiger
sturen? Zo ja, welk standpunt zal hij/zij innemen? Zal de
vertegenwoordiger zich verzetten tegen financiering van Dexia op
bezette gebieden?
Ten vierde, vreest de minister niet voor mogelijke economische
verliezen in het geval Dexia verplicht zou worden schadevergoeding
te betalen ten gevolge van een veroordeling voor financiering van
illegale kolonies op bezet gebied?
25.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La branche israélienne du
Groupe Dexia a décidé de ne pas
accorder de nouveaux crédits aux
colonies israéliennes établies en
Cisjordanie. Dexia Israël continue
cependant à accorder des crédits
à la ville de Jérusalem. Or selon le
droit international Israël occupe
également illégalement la partie
orientale de la ville.
En tant qu'actionnaire, quelles
initiatives le gouvernement belge
prendra-t-il dans ce cadre vis-à-vis
de Dexia? Le ministre prendra-t-il
une initiative en vue d'annuler
également les crédits en cours?
Le gouvernement enverra-t-il un
représentant à la prochaine
assemblée
générale?
Quelle
position celui-ci adoptera-t-il? Le
ministre
ne
craint-il
pas
d'éventuelles pertes économiques
si Dexia est obligé de payer des
dommages et intérêts à la suite
d'une
condamnation
pour
financement de colonies illégales
en territoire occupé?
25.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
der Maelen, ik wil in de eerste plaats benadrukken dat de
financieringsactiviteiten waarnaar u verwijst worden verricht door een
onderneming die niet handelt voor rekening van de Belgische Staat,
die zelf via de FPIM slechts 5,7 % van de aandelen in de
vennootschap bezit.
In feite zijn Dexia NV en Dexia Israël onafhankelijke en
beursgenoteerde vennootschappen die in het belang van alle
aandeelhouders moeten worden bestuurd en zich aan de geldende
rechtsregels, met inbegrip van de plaatselijke regels, moeten houden.
Hier legt de lokale wetgeving op dat de financieringsbeslissingen
worden genomen op basis van objectieve bancaire criteria en niet op
basis van criteria die met discriminatie kunnen worden gelijkgesteld,
25.02 Didier Reynders, ministre:
Les activités de financement
auxquelles il est fait référence
seront
effectuées
par
une
entreprise qui n'opère pas pour le
compte de l'État belge. Celui-ci ne
possède, par le biais de la Société
Fédérale de Participations et
d'Investissement
(FIPM),
que
5,7 % des actions de la société.
Dexia SA et Dexia Israël sont des
sociétés indépendantes cotées en
Bourse
qui
doivent
être
administrées dans l'intérêt de tous
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
zoals geografische criteria.
Ik kan u evenwel verzekeren dat uw bekommernis en die van
bepaalde Belgische en Franse verenigingen en parlementsleden zijn
gerapporteerd aan de directie van Dexia NV in haar hoedanigheid van
aandeelhouder in Dexia Israël.
Om uw vraag precies te beantwoorden wil ik in de eerste plaats
terugkomen op de historiek van dit dossier. In het raam van de
internationale ontwikkeling in het verlengde van de historische
activiteit, namelijk het financieren van lokale openbare actoren in
Frankrijk en België, verwierf Dexia in 2001 Otzar Hashilton
Hamekomi, een Israëlische financiële instelling gespecialiseerd in de
financiering van plaatselijke overheden, die sindsdien de naam Dexia
Israël Bank Limited, hierna Dexia Israël, heeft.
Juridisch gezien is Dexia Israël een public company waarvan de
aandelen genoteerd staan op de beurs van Tel Aviv. Dexia-Crédit
Locale SA houdt daarvan 66 % van de stemrechten. De Union des
Autorités Locales Israéliennes beschikt in totaal over 17 % van de
stemrechten. Deze unie is samengesteld uit alle Israëlische
plaatselijke overheden, waaronder de plaatselijke overheden op
Palestijns grondgebied. De overige stemrechten zijn verdeeld onder
het publiek, aangezien het aandeel van Dexia Israël genoteerd staat
op de beurs van Tel Aviv. Er dient aan te worden herinnerd dat het
bestuur van de bank de verantwoordelijkheid is van haar raad van
bestuur en niet van haar enige meerderheidsaandeelhouder.
Dexia Israël wil op het gehele Israëlische grondgebied optreden, door
zonder onderscheid en zonder discriminatie alle gemeenten, zowel
joods als Arabisch, te financieren. In feite is Dexia Israël vandaag de
grootste Israëlische kredietverstrekker voor de Arabische gemeenten,
die goed zijn voor 10,2 % van haar totale uitstaande bedrag einde
2009. De voorzitter van de vereniging van de Arabische lokale
overheden en burgemeester van Nazareth drukte in maart 2009
persoonlijk en namens de vereniging waarvan hij voorzitter is, zijn
tevredenheid uit over de samenwerking met Dexia Israël.
Sinds de verwerving van Otzar Hashilton Hamekomi door Dexia
daalde het uitstaande bedrag van de leningen aan de kolonies
constant tot minder dan 1 % van het totaal vandaag.
Het was gedaald tot 0,55 % op 31 december 2009, dus amper
5,4 miljoen euro, tegenover bijna 5 % op het ogenblik van de
verwerving. Sinds juni 2008 werden immers geen nieuwe kredieten
verstrekt aan de kolonies, overeenkomstig de verklaring van Jean-Luc
Dehaene, voorzitter van de raad van bestuur van Dexia, tijdens de
algemene vergadering van 13 mei 2009. Dexia bevestigde dat deze
tendens in de toekomst zal worden voortgezet.
Wat de situatie in Jeruzalem betreft, moet Dexia Israël wegens haar
activiteiten deelnemen aan de financiering van Jeruzalem, dat het
belangrijkste Israëlische stadscentrum is. De eigenheid van de
financiering van de plaatselijke overheidssector is dat de bestemming
van de fondsen niet bekend is aan de bank die het globale
investeringsbudget van een gemeente of een werkingsbudget in het
raam van kortetermijnleningen financiert. Dat geldt voor alle
activiteiten in verband met de openbare sector en in alle landen waar
les actionnaires et qui doivent se
conformer aux règles de droit en
vigueur, y compris les règles
locales.
Les préoccupations de M. Van der
Maelen et celles de certaines
associations belges et françaises,
ainsi que de parlementaires, ont
été relayées auprès de la direction
de Dexia SA en sa qualité
d'actionnaire de Dexia Israël.
Dexia Israël veut opérer sur
l'ensemble du territoire d'Israël en
finançant toutes les communes,
tant
juives
qu'arabes,
sans
distinction ni discrimination. En
réalité, Dexia Israël constitue
aujourd'hui le plus grand créditeur
des communes arabes.
Depuis juin 2008, aucun nouveau
crédit n'a été octroyé aux colonies.
En raison de ses activités, Dexia
Israël
doit
participer
au
financement de Jérusalem, qui
constitue le principal centre urbain
israélien.
La
spécificité
du
financement du secteur public
local implique l'impossibilité de lier
les
fonds
prêtés
à
un
investissement spécifique et/ou à
un secteur géographique en
particulier.
Dexia n'a jamais participé à un
projet spécifique de financement
de Jérusalem Est. L'État belge est
représenté au sein du conseil
d'administration par l'intermédiaire
de la SFPI. Les règles de gestion
sont respectées.
La Belgique et la France, qui
accueillent
respectivement
le
siège de Dexia Banque et de DCL,
ressortissent au traité de Genève,
qui ne s'applique pas aux entités
qui ne sont pas des sujets de droit
international.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
Dexia gevestigd is. Het is dus onmogelijk de geleende fondsen aan
een specifieke investering en/of aan een specifieke geografische
sector te koppelen.
Er moet worden opgemerkt dat Dexia nooit heeft deelgenomen aan
een specifiek project ter financiering van Oost-Jeruzalem. Zoals
aangegeven is Dexia een onafhankelijke vennootschap. De Belgische
Staat is via de FPIM vertegenwoordigd in de raad van bestuur en laat
zijn standpunt in die hoedanigheid gelden, met dien verstande dat de
beslissingen in het belang van alle aandeelhouders worden genomen
en dat de beslissingen waarnaar u verwijst niet noodzakelijk op het
niveau van de raad van bestuur van Dexia worden genomen.
De bestuursregels worden nageleefd. Er moet worden opgemerkt dat
het Verdrag van Genève van toepassing is op België en Frankrijk,
vestigingsplaats van respectievelijk Dexia Bank en DCL, en niet op de
entiteiten die als dusdanig geen subjecten van het internationale recht
zijn.
25.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik merk twee dingen op.
Ten eerste. Ik vind dat men in het antwoord een beetje verwarring
zaait. Ik heb er geen probleem mee dat de Israëlische dochter van
Dexia ook actief zou zijn in de financiering van projecten in Palestijnse
steden en gemeenten. Het probleem is dat Dexia op de Westelijke
Jordaanoever ook actief deelnam aan projecten in wat men
nederzettingen of kolonies noemt, die volgens het internationaal recht
wederrechtelijk zijn. Dexia heeft inderdaad wat betreft die situatie
vorig jaar een aantal beslissingen genomen en de situatie is
verbeterd.
De bedoeling van mijn vraag is er de aandacht op vestigen dat het
even illegaal is om als Dexia mee te werken aan realisaties van
projecten in Oost-Jeruzalem. De discussie die er nu is tussen de
Verenigde Staten en Obama en Netanyahu en Israel, gaat er over dat
het oprichten van nieuwe gebouwen in Oost-Jeruzalem tegen het
internationaal recht is. Op dit punt wil Dexia-Israel niet erkennen dat
ze hiermee ook het internationaal recht overtreden. Ik blijf erop
aandringen dat de Belgische overheid, toch geen onbelangrijke
aandeelhouder van Dexia, iets doet. U hebt de cijfers geciteerd: 66 %
van het vermogen van Dexia-Israel is in handen van Dexia-België. Er
is dus wel degelijk een mogelijkheid om op te treden tegen de
voortschrijdende overtreding van het internationaal recht waarvoor
Dexia-Israel medeverantwoordelijk is.
25.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je ne vois aucun incon-
vénient à ce que la filiale
israélienne de Dexia finance des
projets
dans
des
villes
et
communes
palestiniennes. Le
problème réside davantage dans
la participation active de Dexia à
des projets liés à ce qu'il est
convenu d'appeler la colonisation
de la Cisjordanie.
La collaboration de Dexia à la
réalisation de projets à Jérusalem-
Est est tout aussi illégale. Dexia
Israël refuse de reconnaître qu'elle
enfreint ainsi également le droit
international. L'État belge, qui
détient 66 % du capital de Dexia
Israël et est dès lors l'actionnaire
majoritaire de la banque, se doit
de réagir.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 20982 de Mme Meyrem Almaci est transformée en question écrite.
26 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la taxe bancaire et son application pour les petites banques"
(n° 21014)
26 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bankentaks en toepassing ervan voor kleine banken" (nr. 21014)
26.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le ministre, à l'occasion 26.01 Christian Brotcorne
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
de l'élaboration du budget, le gouvernement fédéral a prévu une
contribution du secteur bancaire à raison des fonds qui ont été
apportés par l'État à la suite de la crise financière. Il a été question de
0,15 % des montants qu'elles détiennent en dépôt ou en branche 21 à
partir de 2011.
Certaines petites banques en l'occurrence le Crédit agricole, pour
ne pas le citer ont considéré qu'il s'agissait d'un traitement inégal et
discriminatoire en fonction de l'importance des différentes banques
dans la crise financière et qu'il faudrait peut-être davantage tenir
compte de la taille du bilan ou des risques encourus plutôt que des
seuls montants.
La décision du gouvernement est-elle figée? Une discussion est-elle
possible entre les acteurs du monde bancaire? La situation est-elle
encore aménageable? Le SPF Finances conduit-il une réflexion à ce
sujet?
(cdH): Naar aanleiding van de
opmaak van de begroting, heeft de
regering voorzien in een bijdrage
van de banken die in verhouding
staat tot de fondsen die de Staat
naar aanleiding van de financiële
crisis heeft ingebracht. Er was
sprake van 0,15 procent van de
bedragen
waarover
ze
als
spaargeld of belegd in tak 21
vanaf 2011 beschikken.
Sommige kleine banken het
Landbouwkrediet in dit geval
vinden dat het om een ongelijke
en discriminerende behandeling
gaat, op grond van de belangrijk-
heid van de verschillende banken
in de financiële crisis en dat eerder
rekening moet worden gehouden
met de balansomvang of de
opgelopen risico's dan enkel met
de bedragen.
Is de beslissing van de regering
definitief? Is er ruimte voor
bespreking onder de actoren van
de bankwereld?
26.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Brotcorne, je vous
confirme que les critères de base pour le calcul de la contribution des
établissements concernés, à savoir les dépôts éligibles et les
réserves d'inventaire, ont été retenus en raison de leur incontestabilité
et de leur objectivité.
Il est logique que le calcul de la contribution se base sur le montant
éventuel à rembourser. Le législateur a d'ailleurs adapté les textes en
la matière.
Prendre en compte le facteur risque encouru n'est pas
nécessairement à l'avantage d'une banque en particulier, mais
pourrait effectivement être très utile. J'ai fait savoir que j'étais disposé
à imaginer une évolution en la matière en ce qui concerne la prime
payée au Fonds spécial de protection des dépôts et des assurances
sur la vie par les banques et les compagnies d'assurances.
Je suis ouvert à une autre forme de calcul pour autant que la recette
budgétaire soit au moins identique. Les membres de Febelfin sont en
train de discuter des paramètres de cet éventuel nouveau calcul,
notamment en ce qui concerne la répartition entre petites et grandes
banques. J'attends de recevoir une proposition pour pouvoir en
débattre au gouvernement et éventuellement prévoir les adaptations
légales nécessaires.
26.02 Minister Didier Reynders:
Ik bevestig dat de criteria waarop
men zich baseert voor de
berekening van de bijdrage,
namelijk
de
in
aanmerking
komende
deposito's
en
de
inventarisreserve, gekozen werden
wegens hun onweerlegbaarheid
en objectiviteit.
Dat er rekening zou worden
gehouden met de bestaande
risicofactor speelt niet noodzakelijk
in het voordeel van een bepaalde
bank, maar het zou erg nuttig
kunnen zijn. Ik ben bereid na te
denken over een evolutie inzake
de premie die door de banken en
de
verzekeringsmaatschappijen
wordt betaald aan het Bijzonder
Beschermingsfonds
voor
Deposito's en Levensverzekeringen.
Ik sta open voor een andere
berekeningswijze, op voorwaarde
dat de ontvangsten voor de
begroting minstens even hoog zijn.
Ik wacht op een voorstel, zodat we
deze
aangelegenheid
in
de
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
regering kunnen bespreken en
eventueel
de
nodige
wets-
wijzigingen kunnen uitvoeren.
26.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le ministre, je retiens
que le débat est possible pour autant que le secteur bancaire
s'entende sur des propositions concrètes dans le cadre des montants
inscrits au budget de l'État.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 21015 de M. Coëme est transformée en question écrite. Il semble que vous
ayez déjà répondu, monsieur le ministre, à la question n° 21018 dans le cadre de cette commission. Si
vous me remettez la réponse écrite, je m'en contenterai.
Président: Christian Brotcorne.
Voorzitter: Christian Brotcorne.
27 Questions jointes de
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la lutte contre la fraude aux intérêts notionnels" (n° 21039)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les contrôles en matière de recours abusif aux intérêts notionnels" (n° 21141)
27 Samengevoegde vragen van
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de strijd tegen fraude met de notionele intrestaftrek" (nr. 21039)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de controle van misbruiken met de notionele intrestaftrek" (nr. 21141)
27.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, selon les informations publiées dans
l'hebdomadaire Le Vif de ce 26 mars, un centre de contrôle fiscal
aurait identifié un mécanisme de fraude caractéristique lié aux intérêts
notionnels au départ de deux dossiers "assez exemplaires". Ces
dossiers concerneraient des sociétés créées après le lancement du
système des intérêts notionnels en janvier 2006 et qui ont reçu des
fonds d'une société située dans un pays voisin, avant de rapatrier
l'argent sous forme de prêt à des filiales établies dans le même pays
d'origine. En transitant par la Belgique, les capitaux bénéficient de la
déduction prévue par la loi sur la déductibilité du capital à risque. Un
des deux montages ferait apparaître des sociétés offshore et des
capitaux suspects. Pour ces deux taxations, les fonctionnaires fiscaux
ont appliqué l'article 207, alinéa 2 du Code des impôts sur les
revenus, lequel stipule qu'aucune déduction ne peut être opérée sur
des bénéfices provenant "d'avantages anormaux ou bénévoles".
Sur cette base, le même centre de contrôle fiscal aurait mis au point
un logiciel de détection de ce type de fraude. En appliquant le logiciel
à la base des données comptables de la Banque nationale,
323 sociétés suspectes auraient été ciblées et il apparaîtrait que la
moitié d'entre elles, soit environ 160, sont des dossiers similaires aux
deux déjà rectifiés: même montage fiscal et parfois même fiduciaire
organisatrice.
Bref, cela ferait 160 dossiers à risque important d'abus ou de fraude à
la loi sur les intérêts notionnels, qui pourraient aboutir à des
rectifications de montants très élevées et, en tout cas, bien plus
27.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Volgens het tijdschrift Le
Vif zou een centrum voor fiscale
controle een fraudesysteem in
verband met de notionele interest-
aftrek op het spoor zijn gekomen,
op grond van twee "voorbeeld-
dossiers" met betrekking tot
ondernemingen
die
na
de
invoering
van
de
notionele
interestaftrek (in januari 2006)
werden opgericht en die kapitaal
zouden hebben ontvangen van
een in een buurland gevestigde
onderneming
en
het
geld
vervolgens
zouden
hebben
gerepatrieerd in de vorm van een
lening aan dochterondernemingen
in het land van herkomst.
Aangezien het kapitaal via een
onderneming in België werd
overgebracht,
kwam
het
in
aanmerking voor de aftrek zoals
bedoeld in de wet tot invoering van
een
belastingaftrek
voor
risicokapitaal.
Het centrum voor fiscale controle
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
élevées que celles que vous avez déjà annoncées. Selon Le Vif, on y
trouve surtout des entreprises étrangères mais aussi des belges et
même des sociétés semi-publiques réparties dans les trois Régions
du pays. Dans certains cas, la base imposable, qui serait "nettoyée"
grâce aux intérêts notionnels, dépasserait les 100 millions d'euros
annuels.
Monsieur le ministre, quel est votre avis sur l'application de
l'article 207, alinéa 2 du Code des impôts sur les revenus, c'est-à-dire
sur des montages où les apports en capitaux sont liés à des prêts "en
boucle"? Confirmez-vous ces informations et l'existence d'une liste de
160 dossiers à risque important d'abus ou de fraude à la loi sur les
intérêts notionnels? Confirmez-vous la présence, dans cette liste, de
sociétés semi-publiques? Une étude systématique des 160 dossiers
suspects identifiés est-elle en cours ou va-t-elle débuter? Quel serait
le montant total de fraude concerné? Quelle conclusion en tirez-vous
par rapport aux risques de fraude liés aux intérêts notionnels et à
l'éventuelle nécessité d'ajuster la loi?
zou
een
softwareprogramma
hebben ontwikkeld om dat soort
fraude
op
te
sporen.
De
boekhoudkundige databanken van
de Nationale Bank zouden met
behulp
van
dat
programma
onderzocht zijn, wat 323 verdachte
ondernemingen
zou
hebben
opgeleverd. De helft van die
dossiers zouden lijken op de twee
die al rechtgezet werden. In 160
dossiers, met andere woorden,
zou het bedrag van de rechtzetting
veel hoger kunnen liggen dan wat
u had aangekondigd. Het zou
vooral
om
buitenlandse
ondernemingen gaan, maar ook
om Belgische bedrijven en zelfs
semi-overheidsbedrijven.
Bestaat die lijst met 160 dossiers?
Worden die gevallen systematisch
bestudeerd? Om welk fraude-
bedrag zou het in totaal gaan?
Welke conclusie trekt u daaruit
met betrekking tot het risico van
fraude
met
de
notionele
interestaftrek, en een eventuele
wetswijziging?
27.02 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, volgens Le
Vif heeft een gewestelijk controlecentrum een computerprogramma
uitgewerkt dat toelaat mogelijke misbruiken met de notionele-
intrestaftrek te detecteren. Uit de databank van de Nationale Bank
werden zo in eerste instantie 323 vennootschappen geselecteerd. Na
een eerste onderzoek van de geselecteerde vennootschappen bleven
160 dossiers van mogelijk misbruik over.
Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende vragen. Ten
eerste, klopt die informatie?
Ten tweede, zult u aan het betrokken controlecentrum de opdracht
geven om die dossiers grondig te onderzoeken?
Ten derde, heeft het betrokken controlecentrum zich bij zijn
onderzoek beperkt tot de vennootschappen in zijn controlegebied? Zo
ja, dan betekent het dat er buiten dat controlegebied ook nood is aan
enige verdergaande controle. Zult u bijgevolg de opdracht geven om
het computerprogramma van dat ene betrokken controlecentrum ten
dienste te stellen van de andere gewestelijke controlecentra?
27.02 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Selon Le Vif, un centre de
contrôle régional a élaboré un
programme
informatique
qui
permet
la
détection
d'abus
éventuels dans le cadre de la
déduction des intérêts notionnels.
Quelque 323 sociétés ont été
sélectionnées dans la base de
données de la Banque Nationale.
Après un premier examen, il
subsiste
160
dossiers
dans
lesquels des abus ont peut-être
été commis.
Cette information est-elle exacte?
Le ministre chargera-t-il le centre
de contrôle concerné d'examiner
ces dossiers de manière appro-
fondie? Ce centre de contrôle a-t-il
limité ses investigations aux
entreprises établies dans son
ressort? Le ministre demandera-t-
il que ce programme informatique
soit mis à la disposition des autres
centres de contrôle régionaux?
27.03 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, chers 27.03 Minister Didier Reynders:
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
collègues, le centre de contrôle évoqué a opéré des redressements
en matière de déduction pour capital à risque dans le chef de deux
sociétés. Il a par ailleurs développé un logiciel tendant à identifier les
entreprises qui seraient dans une situation similaire. La motivation
des redressements et le logiciel créé seront analysés par le service
de la gestion des risques afin d'avoir une approche uniforme.
Il est prématuré de commenter plus avant l'argumentation retenue et
la sélection des dossiers réalisée. Dès que les résultats de l'analyse
seront connus, les actions qu'il conviendra d'entreprendre seront
définies par l'administration. Je demande bien entendu à
l'administration d'utiliser tous les moyens à sa disposition pour
permettre de corriger la situation et de redresser les entreprises qui
auraient effectivement commis un certain nombre de fraudes. Mais ne
me demandez pas le résultat des opérations avant qu'elles ne soient
entreprises!
Dat controlecentrum besloot voor
twee vennootschappen tot een
wijziging van de aanslag in
verband met de aftrek voor
risicokapitaal. Het ontwikkelde
sofware waarmee ondernemingen
in
een
vergelijkbare
situatie
kunnen worden geïdentificeerd.
De motivering van de wijzigingen
van de aanslagen en de sofware
zullen worden onderzocht door de
Dienst Risicobeheer met het oog
op een uniforme benadering.
Het is voorbarig om nader in te
gaan op de gevolgde argumentatie
en op de selectie van de dossiers.
27.04 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, vous
confirmez l'information parue dans Le Vif mais vous êtes prudent sur
l'avenir.
Vous confirmez que deux sociétés ont fait l'objet d'un redressement
de la part d'un centre de contrôle fiscal régional, que 160 dossiers
doivent être analysés sur la base des mêmes reproches et que nous
pourrons vous réinterroger dans quelques semaines pour savoir ce
qu'il en est effectivement et à quoi aura conduit l'approche uniforme
que vous souhaitez dans le traitement de ces dossiers.
À la lecture des faits, le montage fiscal qui a été réalisé et corrigé par
le contrôle fiscal régional nous donne des indications sur les dérives
que peuvent susciter les intérêts notionnels. Ce n'est pas un montage
qui tend à soutenir l'économie dans notre pays et qui conduit à une
fiscalité juste.
J'espère qu'on ira au bout des choses dans l'analyse des 160
dossiers et je plaide, à nouveau, pour un resserrement des conditions
d'accès à ce mécanisme de déductibilité fiscale pour les entreprises.
27.04 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): De fiscale constructie
maakt duidelijk tot wat voor
uitwassen de notionele intrest-
aftrek kan leiden. Ik pleit voor
strengere
voorwaarden
om
toegang te krijgen tot dat
mechanisme.
27.05 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijn
reactie is quod erat demonstrandum. Sinds oktober 2007 zeg ik dat
vanuit het terrein mij wordt bericht dat er constructies opgezet werden
en dat er misbruik wordt gemaakt van de notionele-intrestaftrek. Dat
werd onthaald op een hautain wegwerpgebaar van de minister en
hoongelach van de collega's van de meerderheid.
Dit dossier bewijst echter dat ik dus in 2007 al gelijk had. Als ik mij
niet vergis, zullen we eind april een debat voeren over de notionele-
intrestaftrek. Graag kreeg ik van de minister op die vergadering een
overzicht hij hoeft ons geen namen te geven; wij hoeven niet te
weten om welk bedrijf het gaat - van het soort van constructies die
werden opgezet om misbruik te maken van de wet op de notionele-
intrestaftrek.
27.05 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Depuis le mois d'octobre
2007,
je
répète
que
des
constructions ont été ébauchées
et que des abus sont commis en
ce qui concerne la déduction des
intérêts
notionnels.
Mes
observations ont été huées par les
collègues de la majorité. Ce
dossier prouve toutefois que
j'avais raison en 2007.
J'aimerais que le ministre me
donne un aperçu du type de
constructions mises sur pied pour
contourner la loi sur la déduction
des intérêts notionnels.
L'incident est clos.
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Het incident is gesloten.
Voorzitter: Dirk Van der Maelen.
Président: Dirk Van der Maelen.
28 Question de M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le paiement des dividendes de BNP Paribas" (n° 21040)
28 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de uitkering van dividenden door BNP Paribas" (nr. 21040)
28.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, la
notification du point 27 du Conseil des ministres du 25 mars 2010
vous charge de donner instruction à la SFPI de mettre en oeuvre "le
mode le plus rémunérateur pour le budget de l'État fédéral pour le
paiement des dividendes de BNP Paribas".
Pouvez-vous m'indiquer le montant des dividendes concernés? Quel
est le mode de paiement des dividendes retenu par la SFPI en
l'occurrence? Quelles étaient les alternatives en place pour le
paiement de ces dividendes, dès lors que la notification du
gouvernement évoque "le mode le plus rémunérateur". Cela sous-
entend d'autres hypothèses.
28.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!):
Punt
27
van
de
ministerraad van 25 maart 2010
belast u met het geven van
onderrichtingen aan de FPIM om
de voor de Rijksbegroting beste
modus te vinden wat de betaling
van de dividenden van BNP
Paribas betreft.
Wat is het bedrag van die
dividenden en weke betalingswijze
heeft de FPIM in aanmerking
genomen? Welke alternatieven
waren er voor de betaling van die
dividenden?
28.02 Didier Reynders, ministre: À titre de dividende sur l'année
2009, le conseil d'administration de BNP Paribas va proposer à
l'assemblée générale du 12 mai 2010 de voter un dividende optionnel
avec un choix entre un dividende en cash de 1,50 euro par action ou
un dividende en actions, typiquement avec une décote. Actuellement,
l'État belge, via la SFPI (Société fédérale de participations et
d'investissement), détient 127 747 434 actions de BNP Paribas.
À condition que l'assemblée générale de BNP Paribas approuve la
proposition sur le dividende, les actionnaires auront le temps jusque
début juin pour faire connaître leur choix définitif. Les alternatives sont
donc le payement en cash ou le payement en actions. La SFPI
examine actuellement si et comment, sans courir un risque
supplémentaire, il y a moyen d'accroître le montant cash à recevoir
comme dividende tenant compte de la décote sur le dividende en
actions et de la période de temps entre le moment de la fixation de la
décote et le moment du choix à opérer par les actionnaires.
28.02 Minister Didier Reynders:
Bij wijze van dividend voor 2009
zal de raad van bestuur van BNP
Paribas de algemene vergadering
van 12 mei 2010 voorstellen een
keuzedividend goed te keuren,
met een keuze tussen een
dividend
in
contanten
van
1,50 euro per aandeel of een
stockdividend,
dat
doorgaans
gepaard gaat met een disagio.
Momenteel bezit de Belgische
Staat, via de FPIM, 127 747 434
aandelen van BNP Paribas.
Indien de algemene vergadering
van BNP Paribas dit voorstel
goedkeurt,
zullen
de
aandeelhouders tot begin juni de
tijd hebben om hun definitieve
keuze bekend te maken. De
alternatieven zijn de betaling in
contanten of in aandelen. De FPIM
onderzoekt momenteel of en hoe
het bedrag in contanten dat als
dividend moet worden uitgekeerd,
kan worden verhoogd, rekening
houdend met het disagio op het
stockdividend en het tijdsverloop
tussen het moment waarop het
disagio wordt vastgesteld en het
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
tijdstip waarop de aandeelhouders
hun keuze moeten bekendmaken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
29 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale
Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan
de minister van Financiën, en aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de voornemens in verband met de CO
2
-taks" (nr. 21150)
29 Question de Mme Rita De Bont au secrétaire d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre des
Finances, et au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles sur
"les intentions en matière de taxe CO
2
" (n° 21150)
29.01 Rita De Bont (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, regelmatig worden er ballonnetjes opgelaten, laatst door
staatssecretaris Clerfayt, om op CO
2
-uitstoot een extra taks te heffen
zoals werd voorgesteld door het Planbureau. Dit zou wel ingaan tegen
het regeerakkoord als deze extra belastingen voor de bedrijven niet
zou gepaard gaan met een belastingvermindering, bijvoorbeeld op het
vlak van arbeid, want anders krijgt men een belastingverhoging.
Tevens zou deze extra CO
2
-taks ingaan tegen de benchmarking
convenant over energie-efficiëntie in de industrie zoals goedgekeurd
door de Vlaamse regering, vandaar mijn volgende vragen.
Wat zijn de concrete plannen in verband met de CO
2
-taks?
Werd er in verband met deze plannen overleg gepleegd met de
Gemeenschappen en de Gewesten? Kan de Vlaamse minister van
Energie akkoord gaan met de voornoemde plannen?
Werd er overleg gepleegd met de bedrijven? Werd er een
compensatie voorgesteld aan de bedrijven onder de vorm van een
lastenvermindering op arbeid? Wat was de reactie van de bedrijven
indien er overleg werd gepleegd? Wordt er eventueel nog overleg in
het vooruitzicht gesteld met hen?
29.01 Rita De Bont (VB):
Régulièrement, de nouvelles idées
surgissent pour taxer davantage
les émissions de CO
2
. Le projet
actuel pourrait bien être contraire à
l'accord
de
gouvernement,
notamment si cette taxe supplé-
mentaire pour nos entreprises
n'était pas liée à une réduction de
la charge fiscale, par exemple sur
le travail. Cette nouvelle taxe sur
le CO
2
serait également contraire
à la convention de benchmarking
relative à l'efficacité énergétique
dans l'industrie telle qu'elle a été
approuvée par le gouvernement
flamand.
Quels sont les projets concrets du
gouvernement en matière de taxe
sur les émissions de CO
2
? Une
concertation a-t-elle eu lieu à ce
sujet avec les Régions et les
Communautés?
Le
ministre
flamand
de
l'Énergie
est-il
susceptible de consentir à de tels
projets?
Y
a-t-il
eu
une
concertation avec les entreprises?
Une compensation leur a-t-elle
proposée sous la forme d'une
réduction des charges sur le
travail?
29.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De
Bont, ik verwijs naar mijn antwoord op vraag nr. 393 van de heer
Ducarme over de carbontaks in de EU. Ik heb zelf een brief
geschreven naar de heer Van Rompuy als voorzitter van de Europese
Raad over de evolutie van ons programma voor het Belgisch
voorzitterschap.
Ik heb geen nieuwe elementen van antwoord. Wij hebben een
werkgroep opgericht die een aantal voorstellen zal doen. Dat zal
gebeuren tijdens het Belgisch voorzitterschap met een aantal
29.02 Didier Reynders, ministre:
Je renvoie à ma réponse à la
question n° 393 de M. Ducarme à
propos de la taxe carbone dans
l'UE, dont je peux procurer une
copie à Mme De Bont. J'ai adressé
un courrier à M. Van Rompuy, en
sa qualité de président du Conseil
européen, à propos de l'évolution
de notre programme. Nous avons
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
referenties. Ik heb hier een kopie van mijn antwoord aan de heer
Ducarme.
par ailleurs constitué un groupe de
travail
qui
formulera
des
propositions durant la présidence
belge.
29.03 Rita De Bont (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, kan ik de kopie ontvangen?
Wij zullen dit in elk geval verder opvolgen, want waar rook is, is vuur.
Ik kan alleen maar voorstellen om, als er toch concrete plannen zijn,
zeker op voorhand met de Gemeenschappen en de Gewesten maar
ook met het bedrijfsleven overleg te plegen.
29.04 Minister Didier Reynders: Zeker, in het begin van het proces.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: We komen nu aan een reeks vragen van de heer Van de Velde.
30 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de aandelen van de NBB" (nr. 21093)
30 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les actions de la BNB" (n° 21093)
30.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, het pakket
aandelen dat de Staat in de Nationale Bank aanhoudt, is in principe
niet publiek verhandelbaar.
Niettemin zou beslist kunnen worden, via het aandelenregister, om
een volume aandelen, zij het tijdelijk, te verkopen en weer aan te
kopen. Die transacties zouden dan effectief moeten blijken uit het
aandelenregister.
Mijnheer de minister, verhandelt de Staat en of de NBB aandelen? Zo
ja, wie is bevoegd om dergelijke transacties uit te voeren? Zelfs in een
hypothetisch geval zou ik dat graag weten, dus zelfs indien het
antwoord op de eerste vraag neen is.
Kunt u de inschrijvingen in het aandelenregister van de jongste twee
jaar toelichten?
30.01 Robert Van de Velde
(LDD): Le paquet d'actions de la
Banque Nationale détenu par l'État
n'est en principe pas négociable
sur le marché public. Il pourrait
néanmoins être décidé de vendre
un certain volume d'actions, fût-ce
temporairement, et de les racheter
ensuite. Le cas échéant, ces
transactions devraient apparaître
dans le registre des actions. L'État
ou la BNB négocient-ils des
actions?
Qui
possède
la
compétence d'effectuer ce genre
de transactions? Le ministre peut-
il commenter les inscriptions dans
le registre des actions des deux
dernières années?
30.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Van de Velde, de
Belgische Saat verhandelt geen aandelen NBB. Ik kan u bevestigen
dat de inschrijving op naam van de Staat in het aandelenregister van
de Nationale Bank van België sinds de intrede in het kapitaal van de
Nationale Bank in 1948 onveranderlijk 200 000 aandelen betreft.
30.02 Didier Reynders, ministre:
L'État belge ne fait pas le négoce
des parts de la BNB. Depuis
l'entrée dans le capital de la BNB
en 1948, les inscriptions au nom
de l'État dans le registre des
actionnaires
de
la
Banque
Nationale
de
Belgique
ont
invariablement porté sur 200 000
actions.
30.03 Robert Van de Velde (LDD): Ik heb gevraagd wie er bevoegd
zou zijn om dergelijke transacties uit te voeren. Hebt u daar een
antwoord op?
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
30.04 Minister Didier Reynders: Er zijn geen transacties.
30.05 Robert Van de Velde (LDD): Maar indien ze uitgevoerd
worden?
30.06 Minister Didier Reynders: Ja, ja, indien indien nog vele andere
dingen!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
31 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "consultancy HR" (nr. 21095)
31 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la consultance dans le domaine des ressources humaines" (n° 21095)
31.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, uit uw antwoord op een van mijn schriftelijke vragen, in
verband met de consultancy-opdrachten die door de regering worden
uitbesteed, blijkt dat u een zeer groot bedrag besteed aan HR-
opdrachten. Zo staat in het overzicht dat u mij gegeven hebt een
totaalbedrag van bijna 4 miljoen euro voor 2009, ingeschreven op
3 HR-posten, namelijk de ondersteuning voor leidinggevenden, de
ondersteuning
voor
operationaliseringsopdrachten
en
de
ondersteuning voor menselijke vaardigheden.
Over al deze verschillende topics zou ik graag wat meer informatie
krijgen, vooral rekening houdend met de aanpak van het personeel en
de perikelen die er daarover de voorbije tijd geweest zijn.
Ten eerste, aan welke partij of partijen werden deze opdrachten
toevertrouwd?
Ten tweede, wat zijn de precieze prestaties die u vraagt in elk van de
drie domeinen?
Ten derde, wat is de doelgroep van deze ondersteuningsopdrachten
of, met andere woorden, in wiens voordeel worden ze georganiseerd?
Is dat voor een beperkt managementteam of voor alle
leidinggevenden binnen de administratie?
Ten vierde, wie coördineert deze opdrachten?
31.01 Robert Van de Velde
(LDD): Le gouvernement a déjà
consacré pratiquement 4 millions
d'euros à des missions HR en
2009.
À qui ces missions ont-elles été
confiées?
Quelles
étaient
exactement
les
prestations
demandées? Quel est le groupe-
cible des missions de soutien? Qui
assure la coordination de ces
missions?
31.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, deze
opdracht werd toegekend aan Accentur en Möbius Business
Redesign.
De voorbije jaren zijn er in het kader van Coperfin belangrijke
investeringen gedaan in het ICT-project en applicaties, zowel op het
vlak van budgettaire middelen als op menselijke inzet.
Sinds 2005 wordt er in het kader van het OPERA-programma steeds
meer aandacht besteed aan het organisatorische aspect en het
integreren van informatisering met de menselijke aspecten ervan.
Informatisering brengt veranderingen met zich mee aan de manier
van werken van de medewerkers en de manier waarop zij worden
31.02 Didier Reynders, ministre:
La mission a été attribuée à
Accentur et à Möbius Business
Redesign.
En vue de la mise en oeuvre du
programme OPERA, le SPF
Finances initie un appel d'offres
général
pour
la
livraison
d'expertise et d'appui au service
de ligne et d'encadrement.
Le Conseil des ministres du
4 février 2005 a approuvé le
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
geleid. De organisatie van ICT en de menselijke aspecten kunnen niet
los van elkaar gebeuren maar dienen parallel en geïntegreerd te
worden uitgevoerd. Voor de uitvoering van het OPERA-programma
initieert de FOD Financiën een algemene offerteaanvraag voor het
voorzien van expertise en ondersteuning aan de lijn- en stafdienst in
het kader van een geïntegreerde implementatie.
Het dossier werd op de Ministerraad van 4 februari 2005
goedgekeurd. De overheidsopdracht bestaat voor het jaar 2009 uit
drie loten. Lot 1, ondersteuning van de verantwoordelijke
leidinggevende administrateurs, stafdirecteurs en hun projectleiders,
voor de aansturing op leveringen van de geïntegreerde realisatie op
het terrein. Lot 2, uitwerken van de werkingsprocessen die binnen de
context van de BPR's onvoldoende of niet werden uitgewerkt. Het
integreren daarbij van de verschillende componenten -- ICT,
werkproces, organisatiestructuren, medewerkers en logistiek -- tot
een coherent en werkzaam geheel in dienst op het terrein. Lot 3,
ondersteunen van de projectgroep in het laten aanvaarden, begrijpen
en toepassen van de verandering op het terrein, alsook uitwerking,
communicatie en opleidingsactiviteit.
Zoals gezegd, de opdracht verleent ondersteuning aan alle lijn- en
stafdiensten van de FOD Financiën bij de implementatie op het terrein
van nieuwe processen en organisatiestructuren.
Concreet betekent dit dat er ondersteuning wordt gegeven aan een
hele reeks van organisatieprojecten die door het directiecomité van de
FOD Financiën als prioritair werden beschouwd.
De lijst van de projecten voor het jaar 2009 is terug te vinden in het
moderniseringsplan 2009 en voor het jaar 2010 in het geïntegreerd
managementplan 2010. Beide documenten werden gepubliceerd op
internet.
De ondersteuning wordt dus rechtstreeks gegeven aan de
projectleiders en projectmedewerkers en de leidinggevenden van de
betrokken projecten.
De coördinatie van deze opdrachten is sinds mei 2008 in handen van
de stafdienst Strategische PMO en Communicatie. In de toekomst is
dat de stafdienst voor Strategische Coördinatie en Communicatie.
Ik verwijs naar de publicaties voor de precieze gegevens.
dossier. Le marché public pour
2009 est composé de trois lots, à
savoir l'appui aux administrateurs
dirigeants
responsables,
des
directeurs d'encadrement et de
leurs
chefs
de
projet,
le
développement des processus de
travail qui n'ont pas encore ou pas
suffisamment été développés au
sein
du
Business
Process
Reengineering
et l'appui
au
groupe de projet.
Un soutien est accordé à toute
une série de projets exécutés sur
ordre du comité de direction du
SPF Finances. La liste des projets
pour 2009 figure dans le plan de
modernisation de 2009 et celle
pour 2010 dans le plan de
management intégré de 2010, à
consulter sur l'internet.
Le
soutien
profite
donc
directement aux chefs de projet et
aux collaborateurs. Depuis mai
2008, la coordination est assurée
par le service d'encadrement PMO
stratégique et Communications.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
32 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "ICAP" (nr. 21096)
32 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "ICAP" (n° 21096)
32.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik las op 19
of 20 maart de aankondiging van ICAP dat het Belgisch Agentschap
van de Schuld zijn contract met ICAP heeft verlengd voor 2 jaar.
Ten eerste, wat is de precieze rol van ICAP? Ik veronderstel dat het in
het segment van de OLO's de rol van distributieonderneming op zich
32.01 Robert Van de Velde
(LDD): J'ai pu lire il y a un peu plus
d'une semaine que l'Agence belge
de la dette avait prolongé pour
deux ans son contrat avec ICAP.
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
neemt?
Ten tweede, voor welke soort verrichtingen wordt ICAP ingeschakeld?
Ten derde, op welke manier worden binnen het contract de
opdrachten aan ICAP gegeven?
Ten vierde, zijn er naast het Agentschap van de Schuld nog andere
overheidsinstanties
of
vennootschappen
waarin
de
Staat
vertegenwoordigd is, die met ICAP werken? Kunt u mij daar een lijst
van bezorgen?
Ten vijfde en tot slot, hoe wordt ICAP vergoed voor zijn diensten?
Quel est le rôle précis d'ICAP?
S'agit-il de la société émettrice des
OLO? Pour quel type d'opérations
est-il fait appel à ICAP? De quelle
manière les missions sont-elles
confiées à ICAP dans le cadre du
contrat?
D'autres
organismes
publics ou sociétés au sein
desquelles l'État est représenté
travaillent-elles avec ICAP? Puis-
je en obtenir la liste? Comment
ICAP est-elle rétribuée?
32.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Van de Velde, ik kan u
meedelen dat ICAP een elektronisch handelsplatform ter beschikking
zal stellen van de primary dealers van de schatkist. ICAP heeft zich er
verder toe verbonden om aan de schatkist dagelijks statistieken over
te maken die het de schatkist mogelijk maken om de prestaties van
haar primary dealers met betrekking tot de liquiditeitsverschaffing op
de markt van de overheidseffecten te kunnen inschatten.
De primary dealers zullen op dit platform onderling effecten van de
Belgische staatsschuld en schatkistcertificaten kunnen verhandelen.
Het contract beschrijft de te presteren diensten. Er zijn geen verdere
specificaties nodig. Alles staat in het contract. Gelet op de opgelegde
termijn is het voor mij niet mogelijk om de in uw vierde vraag
gevraagde inlichtingen te leveren. Ik zal vragen om u een schriftelijk
antwoord te bezorgen.
Wat uw laatste vraag betreft, niet de schatkist maar de primary
dealers betalen een vergoeding aan ICAP. Ik wil er u ook op wijzen
dat het de primary dealers zijn die ICAP gekozen hebben, samen met
nog twee andere concurrerende handelsplatformen. De schatkist
wenst zich er enkel van te vergewissen dat de platformen de handel in
effecten mogelijk zullen maken volgens de modaliteiten van het
lastenboek van de primary dealers en de procedures die aangenomen
werden door het ... ... dealers committee.
Daarenboven moeten de platformen zoals ik daarstraks al aanhaalde
de noodzakelijke statistieken leveren. Door het ondertekenen van het
contract met de schatkist verbinden ICAP en beide andere platformen
zich ertoe om dit te doen.
32.02 Didier Reynders, ministre:
ICAP mettra une plate-forme
commerciale électronique à la
disposition des primary dealers du
Trésor.
Cette
société
s'est
engagée par ailleurs à fournir
quotidiennement au Trésor des
statistiques permettant d'évaluer
les performances de ses primary
dealers.
Sur cette plate-forme, les primary
dealers pourront s'échanger des
titres de la dette publique belge et
des certificats de trésorerie. Le
contrat décrit les services à
fournir.
Je n'ai pas pu obtenir à temps les
informations demandées dans la
quatrième question. Elle fera donc
l'objet d'une réponse écrite.
Ce n'est pas le Trésor, mais bien
les primary dealers qui paient une
redevance à ICAP. Ce sont eux
qui ont choisi ICAP, ainsi que deux
autres plates-formes commer-
ciales concurrentes. Le Trésor
souhaite simplement s'assurer que
ces plates-formes permettront la
négociation de valeurs mobilières
conformément aux modalités du
cahier des charges et aux
procédures en vigueur. Les plates-
formes concernées doivent en
outre fournir les statistiques
nécessaires.
En signant le contrat avec le
Trésor, ICAP et les deux autres
plates-formes s'y engagent.
32.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik denk dat ik deel 4 van
deze vraag opnieuw als een mondelinge vraag zal indienen tegen de
volgende zitting, tenzij u ondertussen een antwoord hebt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
33 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Fortis bonus" (nr. 21132)
33 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le bonus octroyé par la Fortis" (n° 21132)
33.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, groot was
mijn verbazing toen ik las dat Jean-Laurent Bonafé, de voorzitter van
het directiecomité van BNP-Paribas Fortis, een bonus heeft gekregen
van 633 926 euro. Ik ben niet jaloers op deze mens voor dit bedrag,
daar gaat het mij niet om, wel om de manier waarop de corporate
governanceregels al dan niet worden toegepast. De bonus zal
blijkbaar niet worden uitbetaald volgens het in Frankrijk gangbare
principe: 50 % in jaar 1 en de rest gespreid over meerdere jaren:
Bonafé strijkt meteen 75 % op.
Een van de discussiepunten die we hebben gehad in de bijzondere
commissie financiële crisis was dat alle regelgeving die wij trachtten in
te voeren, een druppel op een hete plaat zou zijn omdat onze
belangrijkste banken in buitenlandse handen zijn. Wij kunnen zoveel
piepen als we willen, door de ondernemingen wordt zelf beslist hoe
het loopt. Dit is een eerste voorbeeld van dit verhaal.
Vanwaar deze uitzondering, waarom wordt deze bonus sneller
uitbetaald dan bijvoorbeeld in Frankrijk voorzien?
Wat was de aanbeveling van de Belgische vertegenwoordigers in de
raad van bestuur? Gaat u akkoord met deze beslissing?
Hoe zult u in de toekomst de afstemming tussen de regels qua
corporate governance bij Dexia en Fortis organiseren en afdwingen?
33.01 Robert Van de Velde
(LDD): Le président du comité de
direction de BNP Paribas a obtenu
un bonus de 633 926 euros. Ce
bonus ne sera pas versé selon le
principe habituellement appliqué
en France, à savoir 50 % la
première année et le reste réparti
en plusieurs années. En effet,
l'intéressé perçoit immédiatement
75 % de la somme.
La thèse selon laquelle une
réglementation en la matière ne
serait qu'une goutte d'eau dans
l'océan étant donné que les
principales banques de notre pays
sont entre des mains étrangères a
fait l'objet de discussions au sein
de
la
commission
spéciale
chargée d'examiner la crise
financière et bancaire. Nous
assistons à présent à une
première illustration de cette
théorie.
Pourquoi ce bonus sera-t-il versé
plus rapidement que s'il avait été
payé en France? Quelle est
l'attitude préconisée en la matière
par les représentants belges au
sein du conseil d'administration?
Le ministre se rallie-t-il à cette
décision? Comment va-t-on à
l'avenir organiser et imposer
l'harmonisation des règles de
gouvernance
d'entreprise
en
vigueur chez Dexia et Fortis?
33.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, de
remuneratie voor 2009 van de heer Jean-Laurent Bonnafé, waarnaar
wordt verwezen, heeft te maken met zijn functie van gedelegeerd
directeur-generaal van BNP Paribas. Zij werd op 22 maart 2010 door
de raad van bestuur van BNP Paribas goedgekeurd op voorstel van
het remuneratiecomité. De raad van bestuur van BNP Paribas heeft
er zorg voor gedragen dat de structuur van het variabele deel van de
33.02 Didier Reynders, ministre:
La rémunération de M. Bonnafé
pour 2009 est due à sa fonction de
directeur général délégué de BNP
Paribas et a été approuvée le
22 mars 2010 par le conseil
d'administration de BNP Paribas
CRIV 52
COM 861
31/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
remuneratie van de heer Bonnafé, en meer in het bijzonder de
verhouding tussen uitbetaalde en uitgestelde variabele remuneratie,
beantwoordt aan de internationale normen en aan de Franse
wetgeving. Deze beslissing heeft dus niets te maken met
BNP Paribas Fortis en met een Fortis-bonus.
Het jaarverslag van BNP Paribas Fortis vermeldt dat de remuneratie
van de heer Bonnafé als ceo van BNP Paribas Fortis voor de periode
van 14 mei tot het einde van 2009 35 625 euro bedroeg.
Ik heb geen andere opmerkingen.
sur proposition du comité de
rémunération.
Le rapport entre la rémunération
variable versée et reportée répond
aux normes internationales et à la
législation française.
Cette décision ne concerne donc
en rien BNP Paribas Fortis et ne
correspond pas à un bonus Fortis.
Le rapport annuel de BNP Paribas
Fortis indique que la rémunération
de M. Bonnafé en tant que CEO
s'élevait à 35 625 euros pour la
période du 14 mai 2009 à la fin de
l'année.
33.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, dit is bijna
cynisch. Wat u zegt klopt uiteraard. Wat ook klopt is dat wij
vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur.
Ondanks het feit dat wij op elk mogelijke manier trachten onze
banken en onze financiële instellingen qua corporate governance op
een lijn te krijgen, is dit een duidelijk voorbeeld dat dit niet zal lukken
met het buitenlandse beheer in onze banken. Een van de eerste
bonussen die wordt toegekend aan een lid van het directiecomité bij
BNP is meteen een uitzondering.
Wat garandeert ons dat dit wel anders zal verlopen binnen de
structuur waarin u wel verantwoordelijkheid draagt? Wij hebben
daarvoor geen garanties. Dat is net de grote kritiek die ik destijds heb
gegeven. Er zijn geen garanties voor dat het corporate-
governancebeleid, dat wij hier wensen te installeren, ook van
toepassing zal zijn op de buitenlands georganiseerde banken.
Ik blijf daarbij. We zien dat nu gebeuren, we zien het voor ons. Ik vind
het fantastisch dat u daar ook mee lacht. We hebben er gewoonweg
geen controle over.
33.03 Robert Van de Velde
(LDD): Ces informations sont
évidemment exactes mais nous
sommes représentés dans ce
conseil d'administration! Nous
tentons d'aligner nos établis-
sements financiers en matière de
gouvernance d'entreprise mais
cette situation prouve que nous n'y
parviendrons jamais étant donné
que nos banques sont gérées à
l'étranger. Il n'existe aucune
garantie que la politique de
gouvernance d'entreprise sera
également appliquée aux banques
organisées à l'étranger.
Nous n'avons tout simplement
aucun moyen de contrôle et le
ministre se contente d'en rire.
33.04 Minister Didier Reynders: (...) een beslissing van de regering
(...) Wat Fortis aangaat, heb ik een bedrag gegeven voor de heer
Bonnafé. U kunt vinden dat het te veel is, 35 000...
33.04 Didier Reynders, ministre:
Vous estimez sans doute que
35 000 euros, c'est exagéré.
33.05 Robert Van de Velde (LDD): Het gaat mij niet om het bedrag,
maar om het principe dat erachter zit.
33.05 Robert Van de Velde
(LDD): Il ne s'agit pas du montant,
mais du principe.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Faute de combattants, daarmee beëindigen we de vergadering.
33.06 Minister Didier Reynders: Ja, we zullen moeten stoppen!
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.24 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.24 heures.
31/03/2010
CRIV 52
COM 861
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60