KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 850
CRIV 52 COM 850
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
V
ERENIGDE COMMISSIES VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN EN VOOR DE
L
ANDSVERDEDIGING
C
OMMISSIONS RÉUNIES DES
R
ELATIONS
EXTÉRIEURES ET DE LA
D
ÉFENSE NATIONALE
maandag
lundi
29-03-2010
29-03-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
De verlenging van de Belgische aanwezigheid in
Afghanistan - Inleidende uiteenzetting door
vertegenwoordigers
van
de
regering
en
samengevoegde interpellaties en vragen van
1
La prolongation de la présence belge en
Afghanistan
-
Exposé
introductif
des
représentants du gouvernement et interpellations
et questions jointes de
2
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van
Landsverdediging over "de verlenging van het
Belgisch engagement in Afghanistan" (nr. 20764)
1
- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense
sur "la prolongation de l'engagement belge en
Afghanistan" (n° 20764)
2
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de verlenging
van het Belgisch engagement in Afghanistan"
(nr. 20765)
1
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la prolongation de
l'engagement belge en Afghanistan" (n° 20765)
2
- de heer Dirk Van der Maelen tot de minister van
Landsverdediging over "de beslissing tot
verlenging van onze militaire aanwezigheid in
Afghanistan" (nr. 426)
1
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la
Défense sur "la décision de prolonger notre
présence militaire en Afghanistan" (n° 426)
2
- de heer Dirk Van der Maelen tot de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de verlenging van
onze militaire aanwezigheid in Afghanistan"
(nr. 427)
1
- M. Dirk Van der Maelen au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "la prolongation de notre
présence militaire en Afghanistan" (n° 427)
2
- de heer Dirk Van der Maelen tot de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de beslissing tot
verlenging van onze militaire aanwezigheid in
Afghanistan" (nr. 428)
1
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la décision de
prolonger notre présence militaire en Afghanistan"
(n° 428)
2
- de heer Luc Sevenhans aan de minister van
Landsverdediging over "het verlengen van de
Belgische deelname aan de ISAF-missie in
Afghanistan" (nr. 20768)
1
- M. Luc Sevenhans au ministre de la Défense sur
"la prolongation de la participation belge à la
mission de l'ISAF en Afghanistan" (n° 20768)
2
- de heer Gerald Kindermans aan de minister van
Landsverdediging over "de beslissing van het
kernkabinet
wat
betreft
de
Belgische
aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20782)
1
- M. Gerald Kindermans au ministre de la Défense
sur "la décision du conseil des ministres restreint
concernant la présence belge en Afghanistan"
(n° 20782)
2
- de heer Gerald Kindermans aan de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de beslissing
van het kernkabinet wat betreft de Belgische
aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20783)
1
- M. Gerald Kindermans au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la décision du
conseil des ministres restreint concernant la
présence belge en Afghanistan" (n° 20783)
2
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Landsverdediging over "de verlenging tot eind
2011 van de deelname aan de operaties in
Afghanistan" (nr. 20784)
1
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Défense sur "la prolongation jusque fin 2011 de la
participation aux opérations en Afghanistan"
(n° 20784)
2
- de heer Gerald Kindermans aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de beslissing van het
kernkabinet
wat
betreft
de
Belgische
aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20792)
1
- M. Gerald Kindermans à la ministre de l'Intérieur
sur "la décision du conseil des ministres restreint
concernant la présence belge en Afghanistan"
(n° 20792)
2
- de heer Gerald Kindermans aan de minister van
Ontwikkelingssamenwerking over "de beslissing
van het kernkabinet wat betreft de Belgische
aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20793)
1
- M. Gerald Kindermans au ministre de la
Coopération au développement sur "la décision
du conseil des ministres restreint concernant la
présence belge en Afghanistan" (n° 20793)
2
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
verlenging tot eind 2011 van de deelname aan de
operaties in Afghanistan" (nr. 20801)
1
- M. Bruno
Stevenheydens
au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la prolongation
jusque fin 2011 de la participation aux opérations
en Afghanistan" (n° 20801)
2
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Landsverdediging over "de recente incidenten
in het noorden van Afghanistan" (nr. 20802)
1
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Défense sur "les incidents récents dans le nord
de l'Afghanistan" (n° 20802)
2
ass="ft18">Sevenhans,
Bruno
Stevenheydens, Dirk Vijnck, Georges
Dallemagne, Stefaan De Clerck, minister van
Justitie, Juliette Boulet
Orateurs: Yves Leterme, premier ministre,
Steven Vanackere, vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles, Pieter De Crem,
ministre
de
la
Défense,
Annemie
Turtelboom, ministre de l'Intérieur, Charles
Michel, ministre de la Coopération au
développement, Dirk Van der Maelen, Gerald
Kindermans, Wouter De Vriendt, Luc
Sevenhans, Bruno Stevenheydens, Dirk
Vijnck, Georges Dallemagne, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice, Juliette Boulet
Moties
58
Motions
58
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
VERENIGDE COMMISSIES VOOR
DE BUITENLANDSE
BETREKKINGEN EN VOOR DE
LANDSVERDEDIGING
COMMISSIONS RÉUNIES DES
RELATIONS EXTÉRIEURES ET DE
LA DÉFENSE NATIONALE
van
MAANDAG
29
MAART
2010
Namiddag
______
du
LUNDI
29
MARS
2010
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.06 uur en voorgezeten door de heren Ludwig Vandenhove en
Georges Dallemagne.
La séance est ouverte à 14.06 heures et présidée par MM. Ludwig Vandenhove et Georges Dallemagne.
01 De verlenging van de Belgische aanwezigheid in Afghanistan - Inleidende uiteenzetting door
vertegenwoordigers van de regering en samengevoegde interpellaties en vragen van
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Landsverdediging over "de verlenging van het
Belgisch engagement in Afghanistan" (nr. 20764)
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de verlenging van het Belgisch engagement in Afghanistan"
(nr. 20765)
- de heer Dirk Van der Maelen tot de minister van Landsverdediging over "de beslissing tot verlenging
van onze militaire aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 426)
- de heer Dirk Van der Maelen tot de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "de verlenging van onze militaire aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 427)
- de heer Dirk Van der Maelen tot de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de beslissing tot verlenging van onze militaire aanwezigheid in
Afghanistan" (nr. 428)
- de heer Luc Sevenhans aan de minister van Landsverdediging over "het verlengen van de Belgische
deelname aan de ISAF-missie in Afghanistan" (nr. 20768)
- de heer Gerald Kindermans aan de minister van Landsverdediging over "de beslissing van het
kernkabinet wat betreft de Belgische aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20782)
- de heer Gerald Kindermans aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de beslissing van het kernkabinet wat betreft de Belgische
aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20783)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Landsverdediging over "de verlenging tot eind
2011 van de deelname aan de operaties in Afghanistan" (nr. 20784)
- de heer Gerald Kindermans aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de beslissing van het
kernkabinet wat betreft de Belgische aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20792)
- de heer Gerald Kindermans aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de beslissing
van het kernkabinet wat betreft de Belgische aanwezigheid in Afghanistan" (nr. 20793)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de verlenging tot eind 2011 van de deelname aan de operaties in
Afghanistan" (nr. 20801)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Landsverdediging over "de recente incidenten in
het noorden van Afghanistan" (nr. 20802)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Landsverdediging over "de verlenging tot eind
2011 van de deelname aan de operaties in Afghanistan" (nr. 20803)
- de heer Bruno Stevenheydens tot de minister van Landsverdediging over "de verlenging tot eind
2011 van de deelname aan de operaties in Afghanistan" (nr. 429)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Landsverdediging over "de verlenging van de missie
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
in Afghanistan" (nr. 20818)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "de verlenging van de missie in Afghanistan" (nr. 20819)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de verlenging van de missie in Afghanistan" (nr. 20820)
- mevrouw Brigitte Wiaux aan de minister van Landsverdediging over "de verlenging van het Belgisch
engagement in Afghanistan" (nr. 20864)
- de heer Dirk Vijnck aan de minister van Landsverdediging over "de blijvende Belgische inzet in
Afghanistan" (nr. 20885)
- de heer André Flahaut aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "de beslissing van het kernkabinet over de verlenging van het Belgisch engagement
in Afghanistan" (nr. 20914)
- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Landsverdediging over "een zwaar offensief in het
noorden van Afghanistan" (nr. 20954)
- mevrouw Brigitte Wiaux aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het sturen van Belgisch
politiepersoneel naar Afghanistan" (nr. 20956)
- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Landsverdediging over "het sturen van Belgische
troepen naar Afghanistan" (nr. 21023)
01 La prolongation de la présence belge en Afghanistan - Exposé introductif des représentants du
gouvernement et interpellations et questions jointes de
- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Défense sur "la prolongation de l'engagement belge en
Afghanistan" (n° 20764)
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la prolongation de l'engagement belge en Afghanistan" (n° 20765)
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Défense sur "la décision de prolonger notre présence
militaire en Afghanistan" (n° 426)
- M. Dirk Van der Maelen au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la prolongation de notre présence militaire en Afghanistan" (n° 427)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la décision de prolonger notre présence militaire en Afghanistan" (n° 428)
- M. Luc Sevenhans au ministre de la Défense sur "la prolongation de la participation belge à la
mission de l'ISAF en Afghanistan" (n° 20768)
- M. Gerald Kindermans au ministre de la Défense sur "la décision du conseil des ministres restreint
concernant la présence belge en Afghanistan" (n° 20782)
- M. Gerald Kindermans au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la décision du conseil des ministres restreint concernant la présence belge en
Afghanistan" (n° 20783)
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Défense sur "la prolongation jusque fin 2011 de la
participation aux opérations en Afghanistan" (n° 20784)
- M. Gerald Kindermans à la ministre de l'Intérieur sur "la décision du conseil des ministres restreint
concernant la présence belge en Afghanistan" (n° 20792)
- M. Gerald Kindermans au ministre de la Coopération au développement sur "la décision du conseil
des ministres restreint concernant la présence belge en Afghanistan" (n° 20793)
- M. Bruno Stevenheydens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la prolongation jusque fin 2011 de la participation aux opérations en
Afghanistan" (n° 20801)
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Défense sur "les incidents récents dans le nord de
l'Afghanistan" (n° 20802)
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Défense sur "la prolongation jusque fin 2011 de la
participation aux opérations en Afghanistan" (n° 20803)
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Défense sur "la prorogation jusqu'à la fin de 2011 de la
participation belge aux opérations en Afghanistan" (n° 429)
- Mme Hilde Vautmans au ministre de la Défense sur "la prolongation de la mission en Afghanistan"
(n° 20818)
- Mme Hilde Vautmans au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la prolongation de la mission en Afghanistan" (n° 20819)
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la prolongation de la mission en Afghanistan" (n° 20820)
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
- Mme Brigitte Wiaux au ministre de la Défense sur "la prolongation de l'engagement belge en
Afghanistan" (n° 20864)
- M. Dirk Vijnck au ministre de la Défense sur "la prolongation de la présence belge en Afghanistan"
(n° 20885)
- M. André Flahaut au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "la décision du Kern sur la prolongation de l'engagement belge en Afghanistan" (n° 20914)
- M. Georges Dallemagne au ministre de la Défense sur "une offensive importante dans le nord de
l'Afghanistan" (n° 20954)
- Mme Brigitte Wiaux à la ministre de l'Intérieur sur "l'envoi de policiers belges en Afghanistan"
(n° 20956)
- M. Georges Dallemagne au ministre de la Défense sur "l'envoi de troupes belges en Afghanistan"
(n° 21023)
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Collega's, ik open officieel deze gezamenlijke vergadering van de
commissies voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging, ook namens de heer Dallemagne
die de voorzitter van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen, de heer Versnick, vervangt.
Welkom, mijnheer de eerste minister en heren ministers.
Collega's, de bedoeling is dat er eerst een inleiding wordt gegeven door de eerste minister, aangevuld door
de minister van Buitenlandse Zaken en/of de minister van Defensie. De minister van Binnenlandse Zaken
heeft ons reeds vervoegd en de minister van Justitie zou omstreeks 16 uur aanwezig zijn. Mochten er
eventueel vragen zijn in verband met Justitie, dan kunt u die tot dan opsparen.
Ik geef eerst het woord aan de regering. Ik heb begrepen dat de inleiding in globo ongeveer een halfuur zal
beslaan. Daarna is het woord uiteraard aan u, collega's.
Collega's, zoals elke commissievoorzitter verzoek ik u om in uw betoog weliswaar alles te zeggen wat u wilt
zeggen, maar zo beknopt mogelijk.
Ik geef thans het woord aan de eerste minister.
01.01 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, we
zullen proberen zo beknopt mogelijk te zijn omdat ik begrepen heb, en
dat is ook het volste recht van de commissie, dat de collega's-
parlementsleden hebben aangedrongen om zoveel mogelijk tijd te
krijgen voor het eigenlijke debat over onze aanwezigheid in
Afghanistan.
Er zijn tot op heden iets meer dan zeshonderd van onze militairen
aanwezig in Afghanistan en op 19 maart werd beslist om onze
aanwezigheid aldaar te bestendigen tot einde 2011. De eerste vraag
die zich daarbij stelt, is natuurlijk waarom ons land zich engageert.
Ik geef daarvoor een viertal redenen. Op de eerste plaats is het
duidelijk dat de aanwezigheid van de hele internationale
gemeenschap in het algemeen, en van een loyale partner in dat
geheel in het bijzonder, gewettigd wordt door de meerwaarde van een
stabiliteit in dat land en in heel de regio. Die stabiliteit is van belang
voor de internationale veiligheid. Het eerste objectief of de eerste
reden waarom we daar zijn, is bij te dragen tot meer stabiliteit, het
vermijden dat Afghanistan meer nog dan vandaag, opnieuw een soort
safe haven zou zijn of worden voor terrorisme.
01.01 Yves Leterme, premier
ministre: Notre présence en
Afghanistan concerne un peu plus
de 600 militaires. Il a été décidé le
19 mars
de
maintenir
cette
présence jusque fin 2011. Les
motifs de cet engagement sont au
nombre de quatre.
En premier lieu, la présence de la
communauté internationale est
justifiée par la valeur ajoutée que
la stabilité apporte dans ce pays et
dans cette région au regard de la
sécurité
internationale.
Nous
sommes présents là-bas pour
contribuer à renforcer la stabilité.
Nous
devons
éviter
que
l'Afghanistan redevienne un safe
haven pour le terrorisme.
Un Afghanistan où des droits minimaux sont garantis, où règnent une
forme de bonne gouvernance et un contrôle efficace sur les trafics de
drogue sera donc un pays plus sûr pour l'extérieur qui ne reste pas un
lieu safe haven pour les extrémistes et les terroristes. Pour rappel, 80
Afghanistan is niet langer een
veilig
toevluchtsoord
voor
extremisten en terroristen: er
wordt niet enkel toegezien op de
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
à 90 % des stupéfiants illégaux qui sont commercialisés dans notre
pays et dans les alentours proviennent de cette région-là. C'est un
aspect très important.
inachtneming
van
de
minimumrechten en op een
bepaalde
vorm
van
good
governance, ook de drugshandel
wordt
er
doeltreffend
gecontroleerd. Dat is voor ons erg
belangrijk, want 80 tot 90 procent
van de in ons land verhandelde
illegale verdovende middelen is uit
die regio afkomstig.
De eerste belangrijke reden om daar te zijn, is om samen met de
internationale gemeenschap te werken aan stabiliteit, goed bestuur,
orde en een rechtsstaat die functioneert en om te vermijden dat
Afghanistan een oord zou blijven voor vrijbuiters die de internationale
veiligheid in gevaar kunnen brengen.
Ten tweede willen wij op een solidaire manier bijdragen aan de
uitvoering van een aantal resoluties van de VN-Veiligheidsraad. Er zijn
ondertussen 9 resoluties van de VN-Veiligheidsraad van toepassing
op de vredesmacht ISAF. Dat is de internationaalrechtelijke
onderbouw van onze aanwezigheid daar. Wij maken deel uit van de
internationale stabilisatiemacht ISAF, die uitdrukkelijk gemandateerd
is door de Veiligheidsraad. U zult gemerkt hebben, collega's, dat
onder die 43 landen alle NAVO-lidstaten aanwezig zijn. Ook daarom
willen we op een loyale en correcte manier de solidariteit in een
verdragsorganisatie gestand doen.
Ten derde is er de solidariteit van België met zijn bondgenoten, zowel
in de Europese Unie als in NAVO-verband. Wij steunen de
inspanningen van de Europese Unie om te komen tot een stabilisering
van Afghanistan via de EUPOL Afghanistan-missie. Het doel van de
EUPOL-missie is enerzijds bij te dragen tot een duurzame en
effectieve civiele politiedienst en anderzijds het verzekeren van een
aangepaste interactie met het bredere rule of lawsysteem onder
Afghaans ownership, zoals afgesproken. De Belgische bijdrage aan
de EUPOL-missie strookt volledig met onze visie om wat meer
evenwicht tussen civiele en militaire inspanningen tot stand te
brengen.
Naar aanleiding van de toelichting bij de beslissing, wil ik ook wijzen
op de inhoudelijke evolutie in dat beslissingsproces.
Nous oeuvrons à la stabilité, à la
bonne administration et à l'État de
droit.
En deuxième lieu, nous voulons
contribuer, sur une base solidaire,
à la mise en oeuvre d'un certain
nombre de résultions du Conseil
de sécurité des Nations Unies.
Neuf résolutions s'appliquent entre
temps à la FIAS, dont nous
faisons partie. Parmi les 43 pays
participants, il y a tous les États
membres de l'OTAN.
En troisième lieu, il y a la solidarité
avec les alliés de l'UE et de
l'OTAN. La mission EUPOL
Afghanistan vise à mettre en place
un service de police civile durable
et une interaction appropriée avec
le système de rule of law plus
large sous ownership afghan. Cela
correspond à notre conception de
l`équilibre entre les efforts civils et
militaires.
D'une part, les efforts militaires demeurent nécessaires, mais, de
l'autre, l'approche doit évoluer aussi. Plus précisément, il s'agit de
passer d'une focalisation sur l'aspect sécuritaire à une approche civile
et militaire destinée à créer des conditions de sécurité et à promouvoir
la possibilité d'un développement durable et d'une "afghanisation" du
pays.
De militaire inspanningen blijven
noodzakelijk, maar de benadering
moet evolueren. De focus van de
aandacht moet worden verlegd
van het veiligheidsaspect naar een
civiele en militaire benadering,
teneinde te zorgen voor veiligheid
en duurzame ontwikkeling te
bevorderen.
Bij het debat over het evenwicht tussen het civiele en militaire aspect,
wordt al te vaak uit het oog verloren dat het uiteraard onmogelijk is
om op een duurzame manier en met kansen op resultaat civiele
inspanningen te leveren, zonder dat de veiligheid gegarandeerd wordt
van diegenen die die inspanningen moeten leveren of zonder dat de
Dans le débat sur l'équilibre entre
les efforts civils et militaires, on
oublie trop souvent que les efforts
civils sont impossibles à déployer
si la sécurité n'est pas garantie.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
veiligheid van de resultaten die behaald worden, gegarandeerd wordt.
Er is met andere woorden steeds, dus ook voor de civiele
inspanningen, een belangrijke militaire aanwezigheid vereist.
De inspanning om Afghaanse troepen op te leiden, moet ondertussen
uiteraard ook voortgezet worden. Als land onderschrijven wij die
aanpak, die evolutie, die trouwens vorig jaar vastgelegd werd in het
eindcommuniqué van de NAVO-top in Straatsburg en Kehl. Op de
Londen-conferentie van 28 januari 2010, waar meer dan 70 landen
aanwezig waren en waar collega Vanackere ook ons land heeft
vertegenwoordigd, werden de krijtlijnen van die evolutie en aanpak
duidelijk uiteen gezet.
België is uiteraard niet zomaar ingegaan op vragen. We zijn niet plat
op de buik gegaan, zoals ik gehoord heb, voor vragen van
Amerikanen. De Amerikaanse autoriteiten vroegen heel duidelijk om
een grotere, bijkomende inzet van een betekenisvol aantal
bijkomende militairen. Ik zeg dat heel krachtig, omdat op minstens
twee of drie gelegenheden die vraag aan mij gesteld is geweest. Ik
herinner me dat op Hertoginnedal, collega's, ik denk daar nu aan
omdat u toen ook naast mij zat collega, mevrouw Clinton heel
uitdrukkelijk, met een getal erop geplakt, de vraag heeft gesteld. Wij
hebben daar heel duidelijk gezegd dat België een eigen
besluitvormingsproces zou volgen. Met betrekking tot dat
besluitvormingsproces heeft trouwens ook de permanente
vertegenwoordiger van de Verenigde Staten in ons land, een
leerproces doorgemaakt. Wij gaan helemaal niet plat op de buik voor
de Verenigde Staten.
We zijn trouwens niet ingegaan op een zeer duidelijke vraag om meer
gevechtstroepen te leveren voor de VS. We hebben daar een eigen
benadering gevolgd. België streeft naar een samenhang van haar
inspanningen, die bestaan uit een mix van civiele en militaire inzet.
Wat ons betreft beantwoordt een civiel en militair totaalpakket immers
beter aan de noden van Afghanistan en de Afghaanse bevolking.
Alles is daar uiteindelijk met elkaar verbonden. Ik denk daarbij aan de
veiligheid, de wederopbouw, het indijken van de opiumteelt en de
drugstrafiek, de opbouw van de maatschappij, de strijd tegen de
corruptie, de bevordering van de mensenrechten en de strijd tegen
het internationale terrorisme.
Une présence militaire est donc
toujours nécessaire.
Il faut poursuivre la formation des
troupes afghanes. La conférence
de Londres a défini les grandes
lignes de l'évolution et de
l'approche à suivre.
Les autorités américaines ont
souhaité un effort supplémentaire
que
Mme Clinton
a
très
explicitement chiffré. Nous avons
répondu que la Belgique mènerait
sa propre procédure décisionnelle.
Nous ne nous sommes nullement
mis à plat ventre devant les États-
Unis et nous n'avons pas répondu
favorablement à la demande
d'envoyer davantage de troupes
de combat. La Belgique tend vers
la cohérence pour tous les efforts
déployés car cela correspond
mieux
aux
besoins
de
l'Afghanistan et de sa population.
Monsieur le président, je tiens à m'attarder sur la décision du
19 mars.
Premièrement, nous avons décidé que la Belgique resterait présente
jusqu'à la fin 2011 en Afghanistan, avec un nombre maximum de
626 militaires, hommes et femmes.
Deuxièmement, la Belgique agit en accord avec la ligne civilo-militaire
de transition qui a été définie et à laquelle je viens de faire allusion. Je
pense notamment aux discussions lors du sommet de l'OTAN à
Strasbourg-Kehl, à la conférence de Londres, aux prises de position
tant du président Obama que du secrétaire général de l'OTAN. Un
plus grand accent sera mis sur la formation y compris de soldats
afghans. La priorité du moment est l'afghanisation, the afghan
ownership, qui a été mise en avant par la communauté internationale.
Op 19 maart hebben we beslist
dat België tot eind 2011 in
Afghanistan aanwezig zou blijven,
met maximaal 626 militairen.
België volgt in dat kader de door
de internationale gemeenschap
aanbevolen
civiel-militaire
overgangsstrategie, waarin het
accent meer op opleiding -
inclusief van Afghaanse soldaten -
wordt gelegd en de Afghanisering
vooropstaat.
Ten derde, België zal de voor 2010 voorziene deelname aan de Notre
pays
réalisera
et
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
EUPOL-missie realiseren en tot einde 2011 handhaven.
Ten vierde, na een verdere verhoging met 2,5 miljoen euro nog dit
jaar voor Ontwikkelingssamenwerking, voorziet België voor 2011 in
een minimale enveloppe van 13 miljoen. Buitenlandse Zaken levert
daar een bijdrage via een verhoging van de enveloppe "middelen
vredesopbouw", waarbij wordt ingezet op het versterken van het goed
beheer.
Ten vijfde, België zal ook op initiatief van Buitenlandse Zaken zijn
diplomatieke aanwezigheid in Kabul uitbreiden door de omvorming
van het bureau tot een ambassade en de benoeming van een
speciale gezant voor Afghanistan, die tot einde 2011 wordt verlengd.
Ik zou tot slot willen benadrukken dat deze beslissing goed is
voorbereid de weken en maanden voor 19 maart 2010. Wij zijn niet
over één nacht ijs gegaan. Er zijn diplomatieke contacten geweest om
uitleg te geven. Intern is overlegd, ook bij Defensie, over de
verschuivingen die plaatsvinden en waarover collega De Crem het
straks nog zal hebben. Ook binnen de regering hebben wij zeer goed
overlegd, in het bewustzijn dat wij, ten eerste, vandaag een
belangrijke bijdrage leveren en in de toekomst wensen te leveren aan
stabilisatie van de situatie in Afghanistan om zo de transitie naar een
meer geafghaniseerde toestand mogelijk te maken en, ten tweede,
dat het hier gaat over de inzet van mensen, van mannen en vrouwen.
Het verschil met politici is dat zij er niet alleen over spreken, maar in
Afghanistan zelf door hun aanwezigheid en hun handelen een
bijdrage proberen te leveren aan de opbouw en het behoud van de
vrede.
Wanneer men dergelijke beslissingen neemt, mijnheer de voorzitter,
is het evident dat men daar twee, drie, vier keer over nadenkt en
probeert alle elementen uit het dossier op een rijtje te zetten. Dat is
wat wij op een zeer collegiale manier binnen de regering hebben
gedaan
en
waarvoor
wij
ons
uiteraard
tegenover
de
volksvertegenwoordiging wensen te verantwoorden, zoals dat ook in
ons grondwettelijk bestel is voorzien.
maintiendra jusque fin 2011 sa
participation à la mission EUPOL
telle qu'elle est prévue pour cette
année.
Après
une
augmentation
à
concurrence
de
2,5 millions
d'euros pour la Coopération au
développement cette année, la
Belgique prévoit une enveloppe
minimum de 13 millions d'euros.
Le département des Affaires
étrangères y contribuera par le
biais d'une augmentation de
l'enveloppe pour la consolidation
de la paix, l'accent étant mis sur le
renforcement
de
la
bonne
gouvernance.
Notre pays va développer sa
présence diplomatique à Kaboul
en transformant son bureau actuel
en une ambassade. La nomination
d'un représentant spécial pour
l'Afghanistan
sera
prolongée
jusque fin 2011.
Le gouvernement a mûrement
réfléchi sa décision. Une très large
concertation
a
été
menée
préalablement tant au sein du
gouvernement qu'à l'extérieur de
celui-ci sans jamais perdre de vue
que nous voulons contribuer dans
une
mesure
substantielle
à
assurer l'avenir de l'Afghanistan et
des Afghans. La décision a été
prise
collégialement
et
le
gouvernement veut s'en expliquer
à présent devant les députés.
01.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, met het
oog op de complementariteit van wat hier wordt meegedeeld, zal ik
mij tot drie punten beperken.
Ik schets nog eens de internationale context in de aanloop naar deze
beslissing. Ik wil ook nog even stilstaan bij een aantal afspraken van
de komende maanden. Tot slot wil ik heel bondig, zoals mijn andere
collega's dat ook zullen doen, een toelichting geven bij het onderdeel
van de beslissing van het kernkabinet met betrekking tot mijn eigen
bevoegdheden.
Het is duidelijk dat de beslissing van het kernkabinet niet op zichzelf
staat, zoals daarnet ook al werd gezegd. Het is ingebed in een brede
internationale strategie, waarover binnen de internationale
gemeenschap een heel brede consensus bestaat.
Ik geloof dat wij daarover in het Parlement al van gedachten hebben
01.02
Steven
Vanackere,
ministre:
La
décision
du
gouvernement s'inscrit dans une
vaste stratégie internationale qui
fait l'objet d'un large consensus au
sein
de
la
communauté
internationale. Le 24 février, j'ai
déjà formulé un commentaire
devant cette même commission
au sujet de la Conférence de
Londres.
J'ai
pu
prendre
connaissance, à cette occasion,
des sensibilités des uns et des
autres et je m'en suis inspiré pour
prendre ma décision.
Le transfert de pouvoirs aux
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
gewisseld. Op 24 februari hebben wij na afloop van de conferentie
van Londen een duidelijke toelichting gegeven bij wat daar gezegd is
en bij de rol die België in de internationale conferentie van Londen
heeft gespeeld. In dat parlementaire debat was er de kans om goed
kennis te nemen van verschillende gevoeligheden. Dat heeft ons in
belangrijke mate inspiratie gegeven voor de beslissing die we hebben
genomen.
Voor het debat van vanmiddag is het belangrijk om de hoofdlijnen van
de conferentie van Londen nog eens te herhalen, gezien de logica
van de beslissing van 19 maart daardoor in grote mate is bepaald.
Centraal in de uitkomst van de conferentie van Londen staat de
geleidelijke overdracht van verantwoordelijkheid aan de Afghaanse
autoriteiten, zowel op het vlak van de veiligheid als op het vlak van het
bestuur. Dat is het zogenaamde afghaniseringsproces. Hiervoor
opteert de internationale gemeenschap voor de zogenaamde civiel-
militaire aanpak, waarbij in eerste instantie naar een transitie van de
veiligheidstaken wordt gestreefd.
Hier maak ik een uitzondering op de regel dat ik niet wil herhalen wat
de eerste minister al heeft gezegd. Ik herhaal dit omdat het cruciaal is.
Elke redenering die erin bestaat te denken dat men een civiele
opbouw kan realiseren in een land dat niet eerst de voorwaarden met
betrekking tot de veiligheid heeft kunnen verzekeren, is natuurlijk
heilloos.
Ik weet dat wij straks in het debat de militaire en civiele inspanningen
opnieuw naast elkaar zullen leggen, maar men moet goed beseffen
dat de inspanningen die op het militaire vlak gebeuren een context
moeten creëren waarbinnen men op het vlak van de civiele opbouw
nuttig werk kan verlenen. Men kan hier de vergelijking met een
ziekenhuis maken. Een ziekenhuis bevat bijzonder veel bakstenen,
waarmee nog niemand gezond is geworden, maar zonder de
bakstenen van het ziekenhuis kan de dokter niet aan de slag. We
moeten de inzichten ter zake voldoende evenwichtig bekijken.
Wat de transitie van veiligheidstaken voor de Afghaanse overheid
betreft, ziet de internationale gemeenschap binnen deze aanpak een
cruciale rol voor zichzelf weggelegd, door training en vorming van het
Afghaanse leger en de Afghaanse politie. Tegelijkertijd, samen met
dat ene element van de Londen-conferentie, heeft Londen ook
opgeleverd dat de Afghaanse autoriteiten relatief belangrijke
engagementen binnen deze transitiestrategie hebben genomen, in het
bijzonder inzake het goed beheer en de strijd tegen de corruptie. Ook
hier wens ik stil te staan bij de evidentie dat het niet volstaat om
engagementen te nemen en dat het belangrijk is dat die ook op het
terrein gerealiseerd worden.
Wij hebben er in vorige parlementaire debatten al voldoende kunnen
op hameren dat de Belgische diplomatie in al haar contacten erop
aangedrongen heeft, bij de internationale gemeenschap, bij de
minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, die het
initiatief voor de Londen-conferentie genomen heeft, en bij de
collega's van de Verenigde Staten, dat men een voldoende
engagement moest laten combineren met voldoende benchmarks en
een voldoende zekerheid, dat er resultaten op het terrein zichtbaar
moeten zijn en dat daarop ook controle moet komen.
autorités afghanes dans les
domaines de la sécurité et de
l'administration - le processus dit
d'"afghanisation" - constitue le
point essentiel de l'aboutissement
de la Conférence de Londres. À
cet
égard,
la
communauté
internationale opte en faveur d'une
approche à la fois civile et militaire,
qui constitue la seule voie
possible: tout raisonnement qui
consisterait à dire que l'on peut
construire une société civile dans
un pays en proie à l'insécurité
serait vain. Les efforts militaires
doivent créer un contexte dans
lequel la construction civile peut
s'effectuer dans un climat de
stabilité.
La communauté internationale
joue
un
rôle
crucial
dans
l'entraînement et la formation de
l'armée et de la police afghanes.
Dans le même temps, les autorités
afghanes prennent une série
d'engagements importants dans le
cadre de la stratégie de transition,
en particulier sur le plan de la
bonne gouvernance et de la lutte
contre la corruption. La Belgique a
insisté par toutes les voies
possibles sur le fait que, sur ce
dernier
point,
des
résultats
concrets doivent absolument être
produits et pouvoir être contrôlés.
J'ai encore passé ce message
hier, à Phil Gordon, qui est chargé
du suivi du volet eurasiatique de la
politique étrangère américaine
ainsi que, par téléphone, à la
ministre Clinton. D'ailleurs, dans le
cadre de la visite surprise
effectuée par le président Obama
en Afghanistan, le président Karzai
a insisté sur le fait que les Afghans
doivent à présent produire des
résultats véritablement concrets
par rapport aux engagements
qu'ils ont contractés.
Par ailleurs, le mandat de la
mission des NU en Afghanistan,
l'UNAMA, a été prolongé d'un an
le 19 mars dernier. Cette décision
a été prise à l'unanimité par le
Conseil de sécurité.
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
U mag dat voor mij gerust als een bijzondere speling van het toeval
beschouwen, maar gisteren heb ik dezelfde boodschap ook nog
gegeven aan Phil Gordon, de man die voor de Verenigde Staten
instaat voor het Euraziatische deel van het buitenlands beleid, en aan
mevrouw Clinton, langs de telefoon. Ook het zogenaamde
verrassingsbezoek van president Obama, dat u voor mijn part ook
gerust een enorme speling van het toeval mag noemen, moet
duidelijk gezien worden in het licht van de boodschap aan de heer
Karzai dat er deliverables moeten komen. In het verleden heeft men
kansen laten liggen om de eigen verantwoordelijkheid te nemen.
Vanuit de internationale gemeenschap kan men niet verdragen dat dit
niet in een sterker tempo wordt aangepakt.
Samengevat, de beslissing van 19 maart past binnen een
transitiestrategie. In die context is het misschien ook goed om even te
verwijzen naar de recente verlenging tot 19 maart, dezelfde dag
toevallig, met een jaar, van het mandaat van de VN-missie in
Afghanistan, UNAMA. Ik wil toch even benadrukken dat dit een door
de Veiligheidsraad van de VN unaniem genomen resolutie is, waarin
de Veiligheidsraad de conclusies van de Londenconferentie ook
verwelkomt.
Als u het goedvindt, wil ik nog even kort stilstaan bij een paar
belangrijke afspraken voor de komende maanden. Begin mei wordt in
Kabul de zogenaamde Peace Jirga georganiseerd door de Afghaanse
president Karzai. Dat zal een belangrijk moment in zijn politieke
reconciliatie-inspanningen vormen. Eind mei wordt in Kabul een
internationale opvolgingsconferentie gepland. Het is de bedoeling dat
de Afghaanse autoriteiten daar de eerste resultaten van de
implementatie en de uitvoering van hun engagementen in Londen
zouden voorleggen.
Début mai, le président Karzai
organisera à Kaboul la conférence
pour la paix Peace Jirga, qui
constituera un moment important
dans sa stratégie de réconciliation
nationale.
Fin
mai
devrait
également se tenir à Kaboul une
commission
de
suivi
internationale, à l'occasion de
laquelle les autorités afghanes
devraient présenter les premiers
résultats de la mise en oeuvre et
de l'application des engagements
contractés à Londres.
J'en viens finalement à la troisième question à laquelle je souhaitais
répondre dans mon introduction. Pour ce qui est de la contribution
spécifique de mon département dans la décision du kern, je tiens à
souligner les aspects suivants. Dans l'enveloppe d'aide civile de
13 millions d'euros prévue pour 2011, j'ai décidé d'augmenter les
moyens pour la consolidation de la paix de 2,5 millions d'euros à
3,5 millions d'euros, ce qui revient à une augmentation d'un million
d'euros. Mon intention est de mettre l'accent sur la bonne
gouvernance au travers de programmes et de projets d'organisations
internationales et d'ONG. Dans ce contexte, je vous signale qu'à
l'heure actuelle notre pays n'a pas l'intention de contribuer au fonds
de réconciliation.
Op het budget van 13 miljoen euro
voor civiele hulp voor 2011 heb ik
de middelen voor het consolideren
van de vrede verhoogd van 2,5 tot
3,5 miljoen euro. Via programma's
en projecten van internationale
organisaties en ngo's leg ik de
nadruk op behoorlijk bestuur. We
dragen echter niet bij tot het
verzoeningsfonds.
Het is in deze fase niet de intentie van de regering om bij te dragen
aan het trust fund waarvan hier in het Parlement al eerder sprake is
geweest. Er komt echter 1 miljoen bij voor vredesopbouw.
Dans
cette
phase,
le
gouvernement n'a pas l'intention
de contribuer au trust fund. Mais
1 million d'euros sera consacré au
processus de paix.
En deuxième lieu, le mandat du représentant spécial pour
l'Afghanistan/Pakistan sera prolongé jusqu'à fin 2011. Le représentant
spécial se rendra à Madrid à la mi-mai et à Rome en juillet pour
participer aux réunions des représentants spéciaux AfPak.
En troisième lieu, j'ai décidé de renforcer la présence diplomatique de
Bovendien wordt het mandaat van
de
speciale
gezant
voor
Afghanistan en Pakistan verlengd
tot eind 2011. De gezant zal in
Madrid en Rome de vergaderingen
van de speciale AfPak-gezanten
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
notre pays au début de 2011. L'actuel bureau diplomatique sera
transformé en une ambassade sous la direction d'un ambassadeur
entouré d'un collaborateur diplomatique et de personnel engagé sur
place. Les mesures de sécurité seront, bien entendu, établies en
fonction de ce nouveau dispositif.
bijwonen. Tot slot zal ons
diplomatiek bureau in Kabul begin
2011 omgevormd worden tot een
ambassade,
met
een
ambassadeur, een diplomatiek
medewerker
en
lokaal
gerekruteerd personeel. Er komen
aangepaste
veiligheidsmaatregelen.
Tot zover de toelichting die ik graag in de inleiding wilde geven.
01.03 Minister Pieter De Crem: Heren voorzitters, collega's, ik sluit
mij aan bij de toelichtingen die de minister van Buitenlandse Zaken en
de eerste minister hebben gegeven.
Ik zal een korte toelichting geven met betrekking tot de beslissing die
de regering heeft genomen rond de verdere bijdrage van het
departement van Landsverdediging tot de internationale aanwezigheid
in Afghanistan want er zijn nog een aantal collega's die nadien vragen
hebben ingediend. Wij zullen de gelegenheid hebben om dan van
gedachten te wisselen.
Ik breng kort nog eventjes in herinnering waar België thans aanwezig
is in Afghanistan. Wij hebben onze inspanning sinds iets meer dan
twee jaar verdubbeld met een aangehouden aanwezigheid in Kabul,
een aanwezigheid in het Regional Command North in Kunduz, een
Provincial Reconstruction Team waarvoor de beslissing is genomen
door de regering-Verhofstadt II en twee OMLT's -- Operational
Mentoring and Liaison Teams -- die onder de koepel op het niveau
van brigade met onze Duitse collega's de inzet voor vorming en
opleiding doen. Ten slotte is er ook de aanwezigheid van ons F-16
smaldeel, eerst vier en nadien in de Regional Command South in de
provincie Kandahar, meer in het bijzonder in Kandahar-stad.
De regering heeft onze militaire aanwezigheid vorig jaar verlengd tot
eind 2010 en nu tot eind 2011. Dit betekent dat België zeker aanwezig
is tot 31 december 2011.
01.03 Pieter De Crem, ministre:
Où se trouvent actuellement nos
forces armées en Afghanistan?
Nous sommes présents à Kaboul,
au Regional Command North à
Kunduz:
une
Provincial
Reconstruction Team et deux
OMLT (Operational Mentoring and
Liaison Team), qui suivent des
formations et un entraînement
avec des militaires allemands,
ainsi que notre escadrille F-16.
Le gouvernement a prolongé la
présence militaire belge jusqu'à fin
2011. Nos effectifs resteront donc
présents en Afghanistan jusqu'au
31 décembre 2011 au moins.
Monsieur le président, chers collègues, le cabinet restreint puis le
gouvernement ont décidé de prolonger la présence de nos militaires
en Afghanistan jusqu'à la fin de l'année 2011, et ceci en respectant le
nombre de participants qui était déjà plafonné à 626 militaires. Cette
décision est d'abord basée sur les conclusions de la Conférence de
Londres de la fin du mois de janvier dernier et répond aussi à la
demande exprimée dans la lettre du secrétaire général de l'OTAN.
Comme l'effort principal de la FIAS porte sur l'instruction et
l'entraînement de la police et de l'armée afghanes, il a été
précisément demandé à la Belgique de fournir une contribution
supplémentaire en déployant 22 instructeurs. C'est donc un apport
considérable à une participation militaire qui est déjà décrite comme
très importante.
Het kernkabinet en de regering
hebben beslist om onze militaire
aanwezigheid in Afghanistan te
verlengen tot eind 2011, met 626
manschappen.
Die
beslissing
stoelt op de besluiten van de
Conferentie van Londen van
januari en beantwoordt tevens aan
de vraag van de secretaris-
generaal van de NAVO. ISAF
houdt zich vooral bezig met de
opleiding en de training van de
Afghaanse
politie
en
strijdkrachten, en daarom werd
België gevraagd 22 instructeurs in
te zetten, wat een aanzienlijke
bijdrage
is,
boven
op
de
inspanning die wij reeds leveren.
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Concreet gaat het over de volgende functies.
In de eerste plaats zullen er tien onderrichters worden ingezet in de
logistieke school van het Afghaans leger, die in Kabul is gevestigd.
Die instructeurs zullen volgens het principe van "train the trainer" de
Afghaanse onderrichters opleiden en bijstaan met technische en
administratieve expertise. Ze zullen hoofdzakelijk werkzaam zijn in het
domein van de basis rij-instructie voor wielvoertuigen. Daarnaast
zullen tien andere instructeurs van de genietroepen worden ingezet
om een opleidings- en trainingsteam in het domein van de constructie
te vormen. Het gaat om zowel de horizontale constructie, de
wegenbouw, als de verticale constructie die we ook wel
infrastructuurbouw noemen.
Het team zal worden tewerkgesteld in de genieschool van het
Afghaans leger te Mazar-e Sharif. Het zal ook Afghaanse genie-
eenheden begeleiden op werven buiten de genieschool. Vervolgens
zullen twee instructeurs deel uitmaken van het intellectual and
development team, dat gehuisvest is in Kabul. Dat team ontwikkelt de
doctrines en de procedures die toegepast worden in de genieschool
van Mazar-e Sharif.
Dix instructeurs seront affectés à
l'école de la logistique de l'armée
afghane à Kaboul. Ils assisteront
les instructeurs afghans de leur
expertise
technique
et
administrative,
essentiellement
dans le domaine de l'instruction de
base pour les véhicules à roues.
Dix autres instructeurs des troupes
du génie seront chargés de la
constitution d'une équipe de
formation et d'entraînement dans
le domaine de la construction des
routes
et
de l'infrastructure.
L'équipe travaillera dans l'école du
génie de Mazar-e Sharif. Elle
accompagnera par ailleurs les
unités du génie afghanes sur des
chantiers extérieurs à l'école du
génie.
Deux instructeurs feront partie du
intellectual and development team
à Kaboul. Il appartient à cette
équipe
de
développer
les
procédures nécessaires dans le
cadre de l'école du génie
susmentionnée.
Enfin, monsieur le président, chers collègues, six fonctions
supplémentaires ont été prévues afin d'assurer les appuis
nécessaires au personnel déployé, que ce soit pour des problèmes de
transport, de logistique, de transmission ou de protection.
L'ensemble des demandes exprimées par l'OTAN est analysé au sein
de notre état-major de la Défense. Tous les contacts nécessaires ont
été pris avec nos partenaires allemands avec qui nous partageons
ces missions et ce, afin d'obtenir des descriptions précises de ces
fonctions. Ces instructeurs et les personnels d'appui seront déployés
au cours du second semestre 2010.
Er
komen
zes
bijkomende
functies. De staf van Defensie
analyseert de verzoeken van de
NAVO. We staan in contact met
onze Duitse partners met wie we
de
missie
uitvoeren.
Het
ondersteuningspersoneel zal in de
loop van het tweede semester
2010 ingezet worden.
Voorzitter, collega's, om af te sluiten, het is heel duidelijk dat we ons
met deze beslissing volledig inschrijven in de logica van de beslissing
die eind januari-begin februari 2008 genomen is, toen we ervan
overtuigd waren dat een civiel-militaire benadering van Afghanistan
het land vooruit ging helpen binnen het internationaal mandaat dat
door de UNO was uitgevaardigd.
We hebben daarmee in deze omstandigheden natuurlijk ook het
beleid van de Obama-administratie en de benadering van president
Obama, minister van Buitenlandse Zaken Clinton en minister van
Defensie Gates gesteund, ervan uitgaande zoals de eerste minister
en de minister van Buitenlandse Zaken benadrukten dat wij
onmogelijk de veiligheid kunnen garanderen voor de opbouw van een
civiele maatschappij zonder militair aanwezig en versterkt aanwezig te
zijn. Tot daar mijn toelichting.
Cette décision s'inscrit donc dans
la droite ligne de la décision de
février 2008, à savoir qu'une
approche civile et militaire en
Afghanistan dans le cadre du
mandat international des Nations
Unies peut aider le pays à
avancer. La mise en place de la
société civile dans les conditions
de
sécurité
requises
est
impossible sans une présence
militaire renforcée.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
01.04 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, ik zal
ook heel kort zijn en niet alles herhalen wat ik in een voorgaande
commissie heb gezegd.
Op 4 december heeft de kern beslist om ook in het raam van de
civiel-militaire opdracht op mijn voorstel een aantal politieagenten te
sturen ter ondersteuning en opbouw van de civil society in
Afghanistan. Ik heb mij toen geëngageerd om drie politiemensen
effectief te sturen. Ik kan de leden van de commissie bevestigen dat
de drie politiemensen zich ingeschreven hebben in de Europese
politiemissie in Afghanistan, EUPOL-Afghanistan. Zij hebben op dit
ogenblik al deelgenomen aan een algemene basistraining. Op dit
ogenblik volgen zij een militaire training. Daarna zullen zij concreet
ontplooid worden op het terrein in het noorden van Afghanistan of in
Kabul. Deze politie-experts zullen de Afghaanse politie bijstaan in hun
hervorming door training en vorming te geven. Deze missie past
volledig in het raam van mentoring en advising.
01.04 Annemie Turtelboom,
ministre:
Le
4 décembre,
le
cabinet restreint a décidé, sur ma
proposition,
d'envoyer
trois
policiers en Afghanistan. Ces trois
experts de la police ont entre
temps été inscrits à EUPOL-
Afghanistan,
ont
reçu
une
formation de base et suivent
aujourd'hui une formation militaire.
Il entraineront et formeront la
police afghane dans le nord de
l'Afghanistan ou à Kaboul.
De manière plus concrète, ces policiers experts sélectionnés par
l'Union européenne pourront être engagés pour les missions
suivantes:
- fournir un appui au développement du département Affaires
intérieures et à celui de la stratégie policière;
- contribuer au développement du corps de police moderne, doté
d'une structure de commandement, de contrôle et de communication
adaptée, qui devra porter une attention particulière à la lutte contre la
corruption et au respect des droits humains fondamentaux;
- fournir un appui au développement de la capacité de recherche.
Deze politie-experts die door de
Europese
Unie
geselecteerd
werden, kunnen worden ingezet
voor opdrachten ter ondersteuning
van
de
opbouw
van
het
departement Binnenlandse Zaken,
van de ontwikkeling van het
modern politiekorps vooral in het
kader van de strijd tegen de
corruptie en voor de eerbiediging
van de mensenrechten en van
de
ontwikkeling
van
de
onderzoekscapaciteit.
Mijnheer voorzitter, hiermee wil ik zeggen dat wij ons geëngageerd
hadden om 3 politiemensen te sturen, dat wij op planning zitten en dat
deze politiemensen met de EUPOL missie Afghanistan binnenkort
ook vertrekken.
Nous concrétisons donc notre
engagement: ces trois policiers
partiront
prochainement
en
mission.
01.05 Minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, ik zal ook heel
kort reageren, zonder te herhalen wat reeds gezegd is.
01.05 Charles Michel, ministre:
Sur le plan civil, je tiens à apporter quelques éléments d'information
pour compléter ce qui a été dit. L'approche est à la fois militaire et
civile. Il est intéressant de regarder l'évolution des moyens qui ont été
mobilisés sur le plan civil par la Belgique. Quelques rétroactes me
semblent intéressants à cet égard. Entre 2002 et 2008, la moyenne
des engagements civils de la Belgique en Afghanistan s'est élevée à
6 millions d'euros par an, conformément aux engagements pris par le
gouvernement belge lors de la Conférence de Tokyo et également en
2006, lors de la Conférence de Londres.
En 2009, à la suite de la décision du Conseil des ministres d'avril,
cette contribution a été portée à 12 millions d'euros dont 7,5 millions
étaient à charge de la Coopération au développement. Pour 2010, sur
la base de la décision du Conseil des ministres d'avril 2009 et,
ensuite, du kern qui s'est réuni le 19 mars dernier, la contribution
civile belge s'élève à 14,5 millions d'euros dont 12 millions d'euros,
soit 86 %, sont à charge de la Coopération au développement. Cela
représente, par conséquent, une hausse de 240 % par rapport aux
De benadering is militair en civiel.
Tussen 2002 en 2008 besteedde
België gemiddeld 6 miljoen euro
per jaar aan civiele inspanningen
in Afghanistan. In 2009 werd die
bijdrage
opgetrokken
tot
12 miljoen
euro,
waarvan
7,5 miljoen ten laste van het
departement
Ontwikkelingssamenwerking.
In
2010
beloopt
het
bedrag
14,5 miljoen
euro,
waarvan
12 miljoen ten laste van het
departement
Ontwikkelingssamenwerking. Dat
komt neer op een stijging met
240 procent. De regering heeft
beslist
in
2011
minstens
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
moyens civils consacrés à l'Afghanistan sous la précédente
législature.
Pour ce qui concerne 2011, la décision du gouvernement est de
consacrer au minimum 13 millions d'euros aux efforts civils en
Afghanistan. Ce montant pourra augmenter en fonction du budget de
la Coopération au développement en 2011.
13 miljoen euro te bestemmen
voor civiele inspanningen.
Ik geef nog enkele voorbeelden van onze inspanningen in Afghanistan
in 2009. Er werd 2 miljoen euro aan UNICEF gegeven voor projecten
in de onderwijssector. Er ging ook 2 miljoen euro naar een project van
de Wereldbank, meer bepaald het Afghanistan Reconstruction Trust
Fund. Voor de PAN-voedselhulp werd 2 miljoen euro voorzien en er
werd 1 miljoen euro geschonken voor de verkiezingen in Afghanistan.
Tot slot werd er aan de Aga Khan Foundation in de landbouwsector
bijna 1 miljoen euro geschonken.
Je vais illustrer au moyen de
quelques exemples les efforts que
nous avons fournis en Afghanistan
en 2009. Nous avons donné
2 millions d'euros à des projets
d'enseignement
de
l'UNICEF,
2 millions d'euros à un projet de la
Banque
Mondiale,
2 millions
d'euros pour de l'aide alimentaire,
1 million d'euros pour les élections
et 1 million d'euros à la Fondation
Aga Khan.
En ce qui concerne les prochains mois de 2010, nous serons
confrontés à quelques défis sur le plan civil: d'une part, une situation
humanitaire qui demeure extrêmement préoccupante avec des
populations très vulnérables, ce qui renforce les besoins en terme
d'aide humanitaire immédiate urgente; d'autre part, une
préoccupation visant à soutenir les efforts de développement sur le
moyen et le long terme. Il ne faut pas se contenter de quelques
initiatives rapides en termes de visibilité mais qui ne seraient pas
suivies d'effets durables.
Troisième point sur lequel j'avais eu l'occasion d'insister lors de la
précédente réunion d'une commission composée de la même
manière, c'est l'extrême importance de renforcer les efforts
d'efficacité et de coordination de l'aide de manière opérationnelle sur
le terrain. Si je prends les chiffres de l'OCDE, on observe que les
moyens civils envers l'Afghanistan sont proportionnellement
importants par rapport à d'autres pays mais il subsiste des déficits
importants en ce qui concerne la coordination et l'efficacité de l'aide.
Je donnerai quelques exemples: l'Afghanistan reçoit en moyenne
140 USD d'aide publique au développement par habitant et par an,
alors que des pays tels que la RDC reçoivent 19,50 USD; la Bolivie
50 USD ou encore le Mali 82 USD. Par ailleurs, il est important d'avoir
cela à l'esprit, plus de 60 bailleurs sont présents en Afghanistan. Cela
complique indiscutablement la tâche des autorités afghanes lorsqu'il
s'agit de synchroniser l'aide de dizaines de gouvernements, sans
compter les dizaines voire les centaines d'organisations
internationales présentes sur le terrain.
Quatrième défi important déjà évoqué, il s'agit de la bonne
gouvernance et de la lutte contre la corruption. Des discours
intéressants et importants ont été exprimés directement après les
élections qui ont eu lieu en Afghanistan.
Force est de constater que la communauté internationale et
certainement la Belgique attendent des concrétisations fortes sur le
plan de progrès à réaliser concernant la lutte contre la corruption et
In de loop van de volgende
maanden staat ons een aantal
uitdagingen te wachten, met
betrekking tot de zorgwekkende
humanitaire
situatie,
de
ontwikkelingsinspanningen
op
middellange en lange termijn, de
efficiency en de coördinatie van de
hulpverlening, good governance
en de strijd tegen de corruptie en
de drugsteelt.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
contre la culture de la drogue, cette dernière générant aussi
l'insécurité et un certain nombre de difficultés.
Een laatste punt betreft onze belangen voor een regionale aanpak in
Afghanistan. Aan Pakistan wil ik meer civiele steun geven. Een
regionale aanpak wordt belangrijker in het toezicht en de aanpak van
de internationale gemeenschap. Het is mijn overtuiging dat wij
daaraan zeer veel aandacht moeten besteden.
J'ai la conviction qu'une approche
régionale par la communauté
internationale devient de plus en
plus importante. C'est pourquoi je
souhaite soutenir davantage le
Pakistan sur le plan civil.
Pour l'année 2010, un certain nombre de décisions déjà
opérationnelles ont été prises sur le plan civil. Sur les montants
annoncés, 3 millions d'euros sont déjà mobilisés par le biais
d'organisations telles que la FAO, l'Unicef et le CICR.
Nous avons l'intention de continuer à travailler avec la Banque
mondiale et la Fondation Aga Khan ainsi qu'avec la coopération
allemande dans le souci de renforcer la coordination de l'aide au
développement. Au vu de ce que je viens de dire, vous aurez compris
la logique. Par ailleurs, nous avons l'intention de continuer à réserver
des moyens pour ce qui concerne les projets de lutte contre la
corruption et de lutte contre le trafic de drogue. On mesure bien
combien ces problèmes sont difficiles à appréhender, compte tenu de
l'ensemble des contraintes sur le terrain. Soutenir les efforts qui visent
à s'en prendre à la culture et au trafic de drogue peut participer à une
solution durable, même si l'enjeu est extrêmement compliqué.
Voici, monsieur le président, chers collègues, les quelques éléments
d'information que je souhaitais communiquer à ce stade sur ce
dossier.
Er werden voor 2010 reeds
operationele
beslissingen
genomen
op
civiel
vlak.
Organisaties als de FAO, UNICEF
en het ICRK stellen al drie miljoen
euro ter beschikking. We willen
samenwerken
met
de
Wereldbank,
de
Aga
Khan
Foundation
en
de
Duitse
ontwikkelingssamenwerking.
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Bedankt voor die inleiding.
Ik denk dat de ministers zich goed gehouden hebben aan de afspraak
van de spreektijd van een halfuur. Ik hoop dat de collega's
Parlementsleden dat nu ook trachten te doen.
Met goedkeuring van de commissie, stel ik voor om de volgorde te
volgen van de vragen en interpellaties zoals ze zijn binnengekomen.
De collega's die diverse vragen ingediend hebben, wil ik verzoeken
om hun vragen te bundelen, zodat we die volgorde kunnen
aanhouden.
Ik heb nog een mededeling te doen die de eerste minister mij zonet
persoonlijk is komen meedelen. Er is een schrijven geweest, vorige
week dinsdag al, waarmee de voorzitter van de Kamer, de heer
Dewael, zijn akkoord gegeven heeft om het antwoord op de
interpellatie nr. 427 van de heer Van der Maelen en op de vragen
20819 en 20914 van respectievelijk mevrouw Vautmans en de heer
Flahaut, die gericht waren aan de eerste minister, te laten verstrekken
door de minister van Buitenlandse Zaken.
Tot slot wil ik vragen of er vragen gericht zijn aan de minister van
Binnenlandse Zaken, want zij heeft vandaag nog andere
verplichtingen. Volgens mijn lijst zijn er echter geen vragen voor de
minister van Binnenlandse Zaken. Laten wij haar gaan?
Ludwig Vandenhove, président:
Je propose que les membres qui
ont déposé plusieurs questions les
regroupent.
La réponse à l'interpellation n° 427
de M. Van der Maelen et aux
questions 20819 et 20914 de
Mme Vautmans et de M. Flahaut
sera fournie par le ministre des
Affaires étrangères.
01.06 Dirk Van der Maelen (sp.a): (...)
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Voorzitter Ludwig Vandenhove: U hebt een vraag aan de minister
van Binnenlandse Zaken? Dan moet de minister van Binnenlandse
Zaken blijven.
Gaan de commissie en de ministers ermee akkoord dat de vragen
aan de minister van Binnenlandse Zaken eerst aan bod komen,
vooraleer we de andere volgorde volgen? (Instemming)
Mijnheer Van der Maelen, u krijgt het woord voor uw tête-à-tête met
mevrouw Turtelboom.
01.07 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, is uw departement zich bewust van de zeer moeilijke taak
die daar op drie agenten rust. Samen met andere Europese agenten
moeten zij proberen om van de Afghaanse politie "iets" te maken.
Toeval wil dat dit weekend in The Independant on Sunday
documenten zijn uitgelekt van het Foreign Office over de
inspanningen die de Britten al hebben geleverd om daar een
politiemacht op de been te brengen die in staat moet zijn om enige
orde te brengen.
Ik haal drie puntjes aan. In die gelekte rapporten staat dat die
Afghaanse nationale politie gekenmerkt
wordt door een
wijdverspreide corruptie, drugsmisbruik en we kennen dit uit Congo
het bestaan van spookagenten. Deze laatsten staan op de paylist
maar zij zijn er niet. Volgens dat rapport gaat het over 25 %. Mevrouw
de minister, in datzelfde rapport staat ook dat in de provincie
Helmand, waar de Britten zeer actief zijn, 60 % van de rekruten nooit
de opleiding afmaken en worden verwijderd omwille van wangedrag.
Dit is de taak die u te wachten staat. Het allerbelangrijkste in dat
rapport is het zinnetje dat zegt dat volgens het Britse ministerie van
Buitenlandse Zaken de opleiding van een enigszins betrouwbare
politiemacht een werk van jaren is. Mijn vraag is dan ook voor hoeveel
jaren wij politieagenten naar daar zullen sturen.
Wat betreft de afghanisering zijn er twee mogelijkheden. De eerste
mogelijkheid is: wij menen dit echt. Dit betekent dan wel dat wij daar
jaren zullen zitten.
Ofwel is dit alleen een cover up om het gezicht te redden. We gaan
daar een of twee jaar een beetje opleiding geven en dan zijn we weg.
Als men het echt meent, dan wil ik van de vier ministers die hier zitten
maar in de eerste plaats van u horen of dit een engagement is dat
we echt menen. Gaan we daar dus jaren blijven of spelen we mee in
een mogelijke gezichtsreddende operatie van sommigen die dan
binnen anderhalf jaar gaan zeggen dat we ons deel gedaan hebben
en weg kunnen omdat het leger en de politie klaar staan? Dat is mijn
vraag.
01.07 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Ce week-end, le quotidien
anglais The Independent a publié
des documents du ministère
britannique
des
Affaires
étrangères d'où il ressort que la
police nationale afghane se livre à
la corruption et à l'abus de drogue.
En outre, un quart de la police
afghane se compose d'agents
fictifs qui sont rémunérés alors
qu'ils n'existent pas. Dans la
province de l'Helmand, 60 % des
recrues ne terminent pas leur
formation en raison de problèmes
d'inconduite. La conclusion de ces
documents
est
dénuée
d'équivoque: la formation d'une
police fiable est une oeuvre de
longue
haleine
qui
prendra
plusieurs années.
Combien d'années nos policiers
resteront-ils en Afghanistan? Soit
nous sommes résolus en ce qui
concerne l'Aghanisation et nous
prévoyons une présence de
plusieurs
années,
soit
le
gouvernement ne cherche qu'à
sauver la face et nous quittons le
pays après un ou deux ans de
formation.
S'agit-il
d'un
engagement véritable ou veut-on
seulement
sauver
les
apparences?
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Als er nog leden zijn die willen inpikken op wat de minister van
Binnenlandse Zaken heeft gezegd, dan ronden we dat hoofdstuk natuurlijk af. We zijn hier aan het afwijken
van de volgorde.
01.08 Gerald Kindermans (CD&V): Mevrouw de minister, ik ga een
paar korte vragen stellen. U hebt gezegd dat er op dit ogenblik drie
01.08 Gerald Kindermans
(CD&V): L'envoi de seulement
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
inspecteurs zijn aangeduid. U zult het met ons eens zijn dat dit aantal
geen geweldige indruk maakt. Als u nog een keer naar de commissie
moet komen bent u hier bij wijze van spreken een keer per politieman
geweest. Is het de bedoeling dat dit in het komende jaar of in de
komende twee jaar nog wordt opgedreven? Gaan er nog meer
mensen komen? Anderzijds stellen we vast dat de EUPOL-missie
waarnaar u hebt verwezen en waarmee onze politiemensen gaan
samenwerken of waaraan ze zullen deelnemen oorspronkelijk 400
manschappen zou tellen. Op dit ogenblik lijkt het zo te zijn dat die
missie nog altijd onderbemand is. Internationaal zou men dat aantal
niet halen. Ik heb ook begrepen dat de opdracht die men daar gaat
vervullen zich eigenlijk afspeelt in militaire kampen. Men gaat niet
buiten Kabul opereren. Men blijft in de basissen waar die opleiding
gebeurt. Meent u dat dit een probleem zou kunnen vormen voor de
geloofwaardigheid van de opbouw van een civiele samenleving? Kan
men dit met andere woorden vanuit die kampen doen? Ten slotte, de
politietrainers uit vooral Denemarken, Roemenië en Estland zouden
daar volgens informatie erg goed functioneren. Heeft ons land daar
een samenwerking mee? Treedt men gezamenlijk op? Ik heb ook nog
een vraag over de reactie van de politievakbonden. Zijn zij eigenlijk
mee in dit verhaal?
trois inspecteurs en Afghanistan
ne fait guère impression. Ce
nombre sera-t-il accru? Nos
policiers participent à la mission
EUPOL. Il était initialement prévu
q'un effectif de 400 personnes y
participerait mais ce nombre ne
peut être réuni pour l'instant.
Quels sont les objectifs?
La mission serait également
circonscrite
à
des
camps
militaires.
L'objectif
de
reconstruction de la société civile
est-il dès lors encore crédible?
Cela peut-il se faire à partir de
bases militaires? Les instructeurs
de police du Danemark, de la
Roumanie et de l'Estonie jouissent
d'une excellente réputation. Notre
pays collaborera-t-il avec eux? Les
syndicats sont-ils disposés à
apporter leur concours?
01.09 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, ik geef
een korte reactie. Wij maken met onze 3 agenten, die wij sturen, deel
uit van een EUPOL-missie. Ik denk dat het geen zin heeft om agenten
alleen te sturen, alleen 3 agenten, het is een missie die op dit ogenblik
meer dan 200 agenten naar Afghanistan zal sturen en die, om op de
vraag van collega Kindermans te antwoorden, uiteraard aan vorming
en training doen. Uiteraard is dan de plaats waar zij opereren, minder
van belang. Voor ons is dat van belang omdat ik wil dat ze natuurlijk in
een zo maximaal veilige omgeving opereren. Vandaar dat wij ervoor
geopteerd hebben, om hen te laten opereren in de buurt en hen ook
een militaire opleiding te geven, zodanig dat hun veiligheid maximaal
gegarandeerd is. Zij opereren voor opleiding, vorming en mentoring.
Zij maken deel uit van een EUPOL-missie. Wij waren trouwens een
van de weinige Europese landen die geen politieagenten stuurden.
Uiteraard is het steeds op een vrijwillige basis. Wij hebben op de kern
beslist om er 3 te sturen. Wij hebben inderdaad 3 mensen gevonden
die op vrijwillige basis gaan en die ook geslaagd zijn in het
assessment van Europa. Vraag is of de vakbonden mee zijn in dit
verhaal. Voor de interne politiecapaciteit heeft dit geen effect omdat
de kosten gecompenseerd worden door Buitenlandse Zaken en het
betekent ook inzake de binnenlandse veiligheid een neutrale operatie.
Uiteraard zal het een moeilijke job zijn in Afghanistan, maar dat geldt
ook voor de andere mensen. Ik denk dat wij met deze stap de eerste
keer onze verantwoordelijkheid ook op het civiele vlak opnemen in
Afghanistan. Zij vertrekken voor 6 maanden, die zijn hernieuwbaar.
Omdat het om de eerste stap gaat, zullen wij dat achteraf ook
evalueren en kan ik u nu ook niet zeggen hoe lang wij deelnemen aan
zulke missies. Dat zal ook afhangen van de Europese context, waarin
ik mij met dit verhaal inschrijf.
01.09 Annemie Turtelboom,
ministre: Nos trois policiers font
partie de la mission EUPOL
actuellement constituée de plus de
deux cents hommes qui se
rendront en Afghanistan pour
suivre une formation et un
entraînement. Le lieu de leurs
activités n'est pas tellement
important mais nous voulons
néanmoins être en mesure de leur
garantir une sécurité maximale et
nous opérerons dès lors dans les
camps militaires. Jusqu'à présent,
la Belgique était l'un des rares
pays européens à ne pas avoir
envoyé de policiers.
Le cabinet restreint a décidé
d'envoyer trois personnes, qui
partent sur une base volontaire et
qui répondent aux conditions de
l'Europe. Cette opération n'a
aucune
répercussion
sur
la
capacité interne de la police; les
coûts sont compensés par le
département
des
Affaires
étrangères et il s'agit d'une
opération neutre pour la sécurité
intérieure. Les syndicats auront
dès lors peu de remarques à
formuler.
En prenant cette initiative, nous
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
prenons pour la première fois nos
responsabilités au niveau civil en
Afghanistan.
Les intéressés partiront pour six
mois et cette période pourra être
prolongée. La durée de notre
participation à la mission dépendra
de son évaluation et du contexte
européen.
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Wenst u nog iets te zeggen, mijnheer Van der Maelen, mijnheer
Kindermans? Nee? Dan volgen wij verder onze agenda.
Nogmaals, wie verschillende vragen heeft, gelieve ze te bundelen. Ook de vragen en de interpellaties. Ik
meen dat dit de beste oplossing is.
01.10 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
heren ministers, mevrouw de minister, ik dank u voor uw
uiteenzettingen en uw inleidende toelichting.
Wij hebben de eerste minister horen zeggen dat het evident is om na
te denken over de buitenlandse operatie in Afghanistan. Dat is
inderdaad evident, want wij zetten daar mensenlevens op het spel.
Ik blijf eerlijk gezegd op mijn honger zitten, want ik begrijp deze
regeringsbeslissing niet. Ik kan met de beste wil van de wereld niet
begrijpen waarom de regering op dit moment deze beslissing neemt.
Ik verwijs naar de herhaalde uitspraken van verschillende leden van
de regering, van minister Vanackere in het bijzonder, dat er eerst een
evaluatie zou komen van de Belgische inspanningen op dit moment
op het militaire vlak en op het civiele vlak, vooraleer te spreken over
een mogelijke verlenging. Welnu, heren ministers, van die evaluatie
heeft het Parlement niets gezien. Van die evaluatie hebben wij
vandaag niets gehoord. Er is een zeer algemene beschrijving
geweest, met een algemene motivering waarom het nodig is dat
België en de internationale gemeenschap in Afghanistan blijven. Een
evaluatie van de huidige inzet van militaire middelen is er echter niet
geweest. Een evaluatie van het rendement van de inspanningen die
wij daar leveren zowel op militair als civiel vlak, is hier niet gebeurd.
Mijn eerste vraag aan u is dus aan het Parlement uit te leggen
wanneer deze evaluatie in regeringskringen is gebeurd? Hoe is dat
gebeurd? Waar is het evaluatierapport? Ik mag toch hopen, heren
ministers, dat als er een evaluatie wordt uitgevoerd, er ook een
rapport wordt opgemaakt? Ik mag toch hopen dat dit rapport dan aan
het Parlement bezorgd wordt? Ik mag toch hopen dat het beleid van
deze regering gestoeld is op de evaluatie van feitelijke gegevens en
niet op een beslissing, halsoverkop, in een kernkabinet dat vooral aan
image building wil doen. Ik mag toch hopen dat deze
regeringsbeslissing hier straks kan worden gemotiveerd, zowel op
papier als mondeling?
Ten gronde meen ik dat de regering een ontstellend gebrek aan durf,
visie en creativiteit tentoonspreidt. In alle landen is er een breed debat
over de verlenging of zelfs over de terugtrekking van de troepen. Hier
zegt de eerste minister dat er binnen de Belgische regering geen
sprake van was om het militair engagement uit te breiden, enkel om
01.10 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!):
Je
ne
comprends
absolument pas la décision du
gouvernement. Le ministre des
Affaires étrangères, entre autres, a
répété à plusieurs reprises qu'il
serait procédé à une évaluation
des efforts consentis par la
Belgique avant qu'il puisse être
question
d'une
prolongation.
Cependant, le Parlement n'a pas
eu
connaissance
de
cette
évaluation. Tout ce que nous
avons pu entendre, c'est une
motivation générale.
Quand le gouvernement a-t-il
procédé
à
l'évaluation
de
l'engagement actuel de moyens
militaires et des effets de nos
efforts sur le plan militaire et civil?
Comment s'y est-on pris? Où est
ce rapport d'évaluation? Espérons
que la décision repose sur ce
rapport et qu'elle n'a pas été prise
précipitamment parce que le
cabinet
ministériel
restreint
souhaitait améliorer son image.
Par
cette
décision,
le
gouvernement fait preuve d'un
manque d'audace, de vision et de
créativité. La question du retrait ou
du maintien des troupes a été
l'objet d'un large débat dans tous
les pays mais, ici, la décision a été
prise à huis clos. Aux Pays-Bas,
ce débat a même entraîné la chute
du gouvernement. Chez nous, le
Parlement n'y est même pas
associé. Les partis de la majorité
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
het te verlengen. Welnu, over een mogelijke terugtrekking van de
troepen uit Afghanistan wordt wel een debat gevoerd in andere
landen. In regeringskringen! Het heeft zelfs geleid tot de val van de
regering in Nederland. Hier wordt die beslissing in de beperkte kring
van het kernkabinet genomen, zonder het Parlement bij de evaluatie
te betrekken.
In ons land, in België, weigeren de meerderheidspartijen halsstarrig
om de realiteit onder ogen te zien. Zij houden vast, met deze
beslissing, aan recepten die al hebben bewezen niet te werken.
Ondertussen is de tol aan burgerdoden zeer hoog. 2009 was volgens
VN-cijfers het zwaarste jaar sinds het begin van de oorlog in
Afghanistan in 2001; 2 412 burgers kwamen om het leven. Ik denk dat
die stijgende tol aan burgerdoden ons kritisch moet laten reflecteren
over wat wij daar bezig zijn. Die kritische reflectie is niet gebeurd.
Daar hoor ik niets van. Ik hoor niets van een evaluatie, ik hoor niets
van een motivatie. Ik heb zelfs het aantal burgerslachtoffers hier niet
horen vernoemen in de uiteenzetting die werd gehouden. Als teken
van gebrek aan zelfkritiek over de militaire strategie die wordt gevoerd
in Afghanistan, kan dat toch wel tellen.
Ik denk dat deze regeringsbeslissing getuigt van een naïef geloof in
een militaire oplossing in Afghanistan. Voor alle duidelijkheid, mijn
partij Groen! wil Afghanistan niet overlaten aan de Taliban. Wij
hebben op geen enkel moment gezegd dat wij daar van het ene op
het andere moment willen vertrekken. Wie zegt dat wij dat wel
beweerd hebben, raad ik aan om de commissieverslagen er nog eens
op na te lezen. Wij willen Afghanistan niet overlaten aan de Taliban.
Wij pleiten niet voor de terugtrekking van de ene dag op de andere.
Iedereen weet echter dat in Afghanistan op dit moment de prioriteiten
anders liggen dan op militair vlak.
Het gaat om drie prioriteiten. Een eerste prioriteit is wederopbouw en
ontwikkeling. Een tweede prioriteit is de opstarting van een politiek
proces met de Taliban. Een derde prioriteit is de opstarting en de
effectieve doorvoering van een regionaal politiek overleg, want een
oplossing in Afghanistan alleen zullen we nooit kunnen bereiken. Dat
zijn de prioriteiten. Dat is wat er nu moet gebeuren.
Als we de regeringsbeslissing langs Belgische kant analyseren, dan
zien we dat het veel belangrijker is om na te gaan wat er niet wordt
beslist dan om te kijken wat er wel is beslist. Wat er wel werd beslist
is iets heel gemakkelijk, te weten we verlengen het militair
engagement en we beslissen hier, nu, vandaag al, om in 2011
opnieuw meer dan 100 miljoen euro te gaan besteden. Wat er niet
gebeurt, zijn aanzienlijke inspanningen op het civiel vlak en
aanzienlijke inspanningen op het politiek vlak. Daarover wil ik het nu
hebben.
Het politiek regionaal overleg gaat niet goed. Op de
Afghanistanconferentie was een belangrijk land in heel die
problematiek, Iran, afwezig.
Op het vlak van de politieke onderhandelingen met de Taliban is er
ook nog zeer veel werk. De Afghanistanconferentie gaf formeel groen
licht om onderhandelingen met bepaalde Talibanfracties op te starten.
Daarmee is die piste dan ook definitief gelegitimeerd.
se cramponnent à une recette
dont l'inefficacité a déjà été
démontrée.
Le nombre de tués parmi les civils
est très élevés. En 2009, il était de
2 412. Je n'ai entendu aucune
réflexion critique à ce sujet. Le
gouvernement n'a pas même cité
le nombre de victimes civiles dans
sa motivation.
Cette décision traduit aussi une foi
naïve dans une solution militaire
en Afghanistan. Groen! n'entend
pas abandonner l'Afghanistan et
ne préconise nullement un retrait
du jour au lendemain. Mais
chacun sait que les priorités en
Afghanistan ne se situent pas
dans la sphère militaire. Ce qui est
vraiment
important,
c'est
la
reconstruction
et
le
développement, la mise en oeuvre
d'un processus politique et la mise
en place d'une concertation
politique régionale.
Il est beaucoup plus important de
souligner ce que le gouvernement
belge n'a pas décidé que ce qu'il a
décidé, à savoir la prolongation du
déploiement
militaire
et
l'affectation, à nouveau, de plus de
100 millions supplémentaires en
2011. Ce qui fait défaut, ce sont
des efforts substantiels sur les
plans civil et politique.
L'Iran n'était pas représenté à la
conférence sur l'Afghanistan alors
qu'il revêt une grande importance
pour la concertation régionale. De
même, il reste beaucoup à faire
dans le domaine des négociations
politiques avec les Talibans. La
conférence sur l'Afghanistan a
donné le feu vert pour le début des
négociations. Un Fonds pour la
paix et la réconciliation a été créé
pour réintégrer les Talibans dans
la société. L'Allemagne, le Japon,
et
l'Australie,
entre
autres,
apportent
une
contribution
annuelle de 10 millions d'euros
mais notre pays a décidé de ne
pas y investir d'argent.
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Wat doet België echter? Op de Afghanistanconferentie is er een
Peace and Reconciliation Fund opgericht dat de Taliban moet
losweken en proberen te herintegreren in de samenleving. Er zijn
landen die daarvoor een bijdrage hebben toegezegd; Duitsland,
Japan en Australië geven bijvoorbeeld 10 miljoen euro per jaar. Waar
blijft België? Men heeft hier het lef om te zeggen dat de Belgische
regering niet meestapt in dat project, terwijl het een essentiële pijler
is. Het is meerbepaald een van de drie pijlers om naar een oplossing
te gaan in Afghanistan. De Belgische regering besteedt geen geld aan
dat nieuwe fonds, dat net tot doel heeft om die herintegratie te
bewerkstelligen. Wat doet België wel? Meer dan 100 miljoen euro
toezeggen voor het militair aspect. Naar mijn mening getuigt dat van
een gebrek aan visie en een gebrek aan analyse van hetgeen er
momenteel moet gebeuren in Afghanistan.
Toen Groen!, maar ook andere partijen, hier twee jaar geleden zei dat
er onderhandelingen moesten komen met de vijand, met name de
Taliban, werd er gelachen. Men vroeg zich af waar we met onze
gedachten zaten, omdat we voorstelden om te gaan praten en
onderhandelen met de Taliban. Meerbepaald de CD&V was zeer
bedreven in het ridiculiseren van die optie. Nu zien we dat tot op het
allerhoogste niveau van de Verenigde Naties, die piste van
onderhandelingen en de politieke processen met de Taliban
gelegitimeerd wordt. Dat getuigt nogmaals van een gebrek aan
analyse vanwege de Belgische regering twee jaar geleden en ook nu
nog. In het fonds, dat net tot doel heeft de Taliban te herintegreren,
wordt immers geen eurocent geïnvesteerd.
Het is voorts heel cynisch, dat ook in de eerste pijler of prioriteit,
namelijk de wederopbouw en ontwikkeling, de Belgische inspanning
zeer minimaal is. Men verlengt heel gemakkelijk en heel snel het
militaire engagement, maar men doet amper iets om de bijdragen in
ontwikkelingssamenwerking, de wederopbouw en ontwikkeling, te
verhogen. In 2009, collega's, bedroeg het budget 12 miljoen euro. In
2010 blijft dat budget 12 miljoen euro en in 2011 komt er 1 miljoen
euro bij, om zo tot een bedrag van 13 miljoen euro te komen. Dat blijft
peanuts in vergelijking met de militaire uitgaven, die meer dan
100 miljoen euro opslorpen. Het onevenwicht van de regering tussen
het civiele en het militaire luik is onverantwoord. Het zal de oplossing
in Afghanistan immers geen stap dichterbij brengen.
Uit de reportages die ook in onze pers zijn verschenen, blijkt dat er
geld nodig is voor de wederopbouw en ontwikkeling. Bepaalde
projecten kampen met een tekort aan budget. België heeft daar dus
een verantwoordelijkheid, namelijk om niet enkel te beslissen over
100 miljoen euro, maar ook om te beslissen om die 12 of 13 miljoen
euro gevoelig op te trekken. Op het terrein heeft men immers geld
nodig.
Minister Vanackere heeft die nood aan een grotere civiele investering
erkend, maar volgens hem moeten wij toch niet naar een evenwicht
gaan omdat elk land dat toch niet moet doen. De feiten op het terrein
bewijzen dat er geld nodig is. België maakt zich er nogal gemakkelijk
vanaf door te zeggen dat het niet aan ons is, maar aan anderen.
Ik heb een concrete vraag voor minister Michel. Wat is de vooruitgang
die werd gemaakt in de concrete besteding van het geld voor civiele
Lorsque mon parti a plaidé pour
des
négociations
avec
les
Talibans il y a deux ans, nous
avons été ridiculisés, alors que
cette démarche a entre temps été
légitimée au plus haut niveau par
les
Nations
Unies.
Notre
gouvernement fait preuve d'un
défaut
d'analyse.
L'absence
d'efforts suffisants en vue de la
reconstruction
et
du
développement sont par ailleurs
cyniques.
Avec 12 millions d'euros en 2009
et 2010, et 13 millions en 2011, les
dépenses en faveur de la
reconstruction
et
du
développement ne représentent
qu'une toute petite partie des
dépenses
militaires.
Ce
déséquilibre est aberrant, en
particulier parce que certains
projets de développement se
heurtent à un manque de moyens.
La Belgique porte à cet égard une
certaine responsabilité. Le ministre
Vanackere a reconnu qu'il est
indispensable d'investir beaucoup
dans la société civile tout en
n'estimant pas nécessaire que
chaque pays s'efforce de tendre
vers l'équilibre sur le plan des
dépenses. En disant cela, il s'en
sort par une pirouette.
Je voudrais demander au ministre
Michel
ce
qu'il
en
est
concrètement de l'affectation des
fonds destinés aux programmes
civils. J'ai ouï dire que les moyens
consacrés aux projets quick
impact
sont
insuffisants.
La
Belgique oeuvre-t-elle, avec ses
équipes
provinciales
de
reconstruction
(EPR),
à
un
développement
durable
de
l'Afghanistan ou se sert-elle
uniquement de ces projets pour
faire accepter notre présence
militaire par la population locale?
J'invite le gouvernement à prendre
garde au danger que comporte le
fait
de
conditionner
notre
coopération au développement à
l'opération militaire menée en
Afghanistan. À l'évidence, notre
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
programma's? Catherine Ashton en Kai Eide, de VN-
vertegenwoordiger in Afghanistan, zeggen dat de huidige middelen
beter moeten worden besteed. Effectiviteit is ook belangrijk; niet
alleen meer middelen maar ook een effectieve inzet ervan.
Mijnheer de minister, er gaat veel te veel geld naar quick impact-
projecten, die in tegenstelling tot duurzame investeringen niet voor
een duurzame economische groei kunnen zorgen. De vraag rijst of
België met zijn provinciale reconstructieteams aan duurzame groei
doet of het genoegen van de bevolking afkoopt voor de militaire
aanwezigheid van de Belgen. Men moet opletten dat men
ontwikkelingssamenwerking niet te veel met het militaire aspect
verbindt. Ontwikkelingssamenwerking moet op zichzelf staan. Er zou
een verschuiving zijn omdat de Belgische regering het
ontwikkelingsgeld meer wil inzetten in samenwerking met de Duitse
projecten in Kunduz, terwijl de ontwikkelingssteun nu vooral via de
multilaterale organisaties verloopt.
Heren ministers, collega's, moeten wij er niet van uitgaan dat het
besteden van geld via multilaterale organisaties efficiënter, objectiever
en nog meer in het belang van de Afghanen is dan een al te grote
samenwerking met de PRT's. Over de PRT's zijn de meningen zeer
sterk verdeeld. De speciale ontwikkelingsadviseur in Afghanistan voor
de secretaris-generaal van de VN liet in september 2009 weten dat de
PRT's beter kunnen worden afgeschaft. Laten wij opletten met het
nemen van beslissingen in de richting van een al te grote
samenwerking
met
de
PRT's
op
het
vlak
van
Ontwikkelingssamenwerking.
Ik denk dat de Belgische betrokkenheid bij de PRT's, minister De
Crem, minister Michel, minister Vanackere, een apart debat verdient.
Ik denk dat een grondige evaluatie nodig is. Ik zou eens willen weten
of die evaluatie binnen de administratie en de kabinetten gebeurt. Ik
denk dat daarover nog veel kan worden gezegd.
Mijn conclusie is dat de Belgische regering hier een gemakkelijke
beslissing heeft genomen. Het is een zeer gemakkelijke beslissing om
nu al blijkbaar meer dan 100 miljoen euro te gaan vastleggen en om
het militaire engagement in Afghanistan te verlengen.
De F-16's brengen weinig risico voor onze militairen met zich mee. De
kans is klein dat een F-16 uit de lucht wordt gehaald door de Taliban,
en het levert ons goede punten bij de NAVO op. Het brengt een
oplossing in Afghanistan echter geen stap dichterbij. Er zijn andere
prioriteiten die moeten worden aangepakt, namelijk de wederopbouw,
ontwikkeling, politiek. Daar faalt deze regering met de beslissing die is
genomen. Het zou veel moediger zijn geweest als men een
alternatieve Belgische visie op tafel had gelegd en die bij de NAVO en
de EU diplomatiek had verdedigd. Met de huidige beslissing toont de
regering zich het slaafje van een reeds achterhaalde NAVO-strategie.
Het is bewezen dat die strategie een oplossing in Afghanistan geen
stap dichterbij brengt.
gouvernement souhaite consacrer
davantage
l'argent
de
la
coopération belge au financement
des projets allemands à Kunduz
auxquels la Belgique participe.
Toutefois, l'aide au développement
que
nous
dispensons
en
collaboration
avec
des
organisations internationales
c'est
la
formule
appliquée
aujourd'hui - est nettement plus
efficace et objective. Le conseiller
spécial pour le développement du
secrétaire général de l'ONU, qui
est en poste en Afghanistan, dit
lui-même qu'il est préférable de
supprimer les EPR. Les services
des ministres évalueront-ils le
fonctionnement des EPR?
La Belgique prend une décision
facile en fixant d'ores et déjà un
montant de plus de 109 millions
d'euros et en prolongeant sa
présence en Afghanistan. Nous ne
prenons guère de risques avec les
F16, qui nous donnent doit à des
bons
points
de
l'OTAN.
Cependant, nous ne contribuons
en rien à une solution. Au lieu de
nous aligner docilement sur la
stratégie dépassée de l'OTAN,
nous aurions mieux fait de nous
montrer un peu plus assertifs.
01.11 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik moet
helaas andermaal vaststellen dat wat in Nederland kan, wat in
Duitsland gebeurt, wat in Frankrijk in de Grondwet ingeschreven staat
en wat in Groot-Brittannië is toegezegd, namelijk dat elke belangrijke
01.11 Dirk Van der Maelen
(sp.a):
Aux
Pays-Bas,
en
Allemagne, en France et au
Royaume-Uni, tout envoi de
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
beslissing met betrekking tot het uitzenden van troepen gebeurt na
een plenair debat en met een stemming onder alle leden van een
parlement, in België niet kan. Het is nu de derde maal dat wij
meemaken dat deze regering een gebrek aan politieke moed
vertoont, dit soort van beslissingen neemt in de kern, er dan meer dan
een week laat overgaan en dan niet verder wil gaan dan een
commissiedebat.
(...): (...)
troupes est précédé d'un débat en
séance
plénière
et
reçoit
l'assentiment de tous les membres
du Parlement. En Belgique, pour la
troisième fois de suite déjà, cette
décision est prise en cabinet
ministériel restreint et n'est suivie
que d'un débat en commission.
01.12 Dirk Van der Maelen (sp.a): Excuseer, dan dient u een
eenvoudige motie in en dan stemmen wij over de eenvoudige motie.
In Nederland, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië zijn er
regeringen die enig respect opbrengen voor een parlementaire
democratie en de moed hebben om hun beslissingen inzake het
uitzenden van troepen voor te leggen aan het voltallige Parlement.
Ik kom bij u, minister De Crem. U maakt er een gewoonte van om in
de Kamer zaken te zeggen en die dan niet uit te voeren. Op
6 oktober 2008 hebt u hier, samen met uw collega van Buitenlandse
Zaken, gezegd dat onze trainers nooit mee op het terrein zouden
gaan. Wij hebben gezien dat het omgekeerde gebeurd is. Ik heb,
mijnheer de minister, het verslag bij van de commissievergadering
van 6 januari. U kondigde toen aan dat de regering een kritische
evaluatie zou maken vooraleer zij een beslissing over een verlenging
zou nemen. U hebt dat herhaald op 3 februari: "Er zal eerst een
evaluatie zijn en dan zal de regering beslissen." Ik denk dat die
volgorde van goed bestuur zou getuigen. Goed bestuur was het motto
waaronder uw partij in 2007 campagne gevoerd heeft.
Vandaag stellen wij echter vast dat deze regering een beslissing
neemt. In de wandelgangen loopt het verhaal dat wij later een
Afghanistannota zullen krijgen waarin die evaluatie zou vervat zijn.
Eerst beslissen en dan de evaluatie maken. Volgens mij is goed
bestuur iets anders.
Over evaluatie gesproken. Wij hebben een evaluatie gemaakt. Na
acht jaar faalt deze oorlog over de hele lijn. Er is geen uitschakeling
van Al Qaeda of Taliban. Dat was het hoofdobjectief van deze oorlog.
Nadien was er een ander objectief: men ging van Afghanistan een
democratie maken. Volgens mij durft niemand dat nog luidop zeggen.
Ik vond het straf wat de eerste minister, en onze minister van
Buitenlandse Zaken op televisie, stelden: de verantwoording van onze
militaire aanwezigheid in Afghanistan is het feit dat 90 % van de
opiumproductie in Afghanistan gebeurt.
Dat is de wereld op zijn kop. Weet u hoeveel opium er in 2000 in
Afghanistan werd geproduceerd, voor de oorlog? Tien procent van de
wereldproductie. Nu is dat 90 %. Die oorlog, waarvan u beweert dat
hij dient om tegen die opium in te gaan, is net verantwoordelijk voor
een enorme stijging van de opiumproductie. Deze oorlog zou meer
veiligheid brengen. Het omgekeerde is gebeurd. Deze oorlog is in de
kringen van gekke jihadisten een permanente promotie voor het
plegen van aanslagen. Ik daag u uit. Ik nodig u uit om te kijken naar
de jongste vijf jaar. Geen enkele van de gepleegde of verijdelde
aanslagen heeft ook maar een link met Afghanistan. Die worden nu in
01.12 Dirk Van der Maelen
(sp.a): De plus, le ministre De
Crem a coutume de ne pas mettre
en oeuvre ce qu'il annonce à la
Chambre. Ainsi, il a indiqué en
décembre
2008
que
nos
formateurs
n'accompagneraient
jamais de troupes sur le terrain.
Le 6 janvier 2010, il a dit que la
décision relative à la prolongation
serait précédée d'une évaluation
de
la
mission
par
le
gouvernement. Procéder de la
sorte serait effectivement un signe
de
bonne
gouvernance.
En
l'occurrence, le gouvernement a
d'abord pris la décision. Il se dit
qu'une note sur l'Afghanistan
suivra et qu'elle comportera une
évaluation.
L'option militaire est une faillite à
tous égards mais on observe une
évolution dans la légitimation de
notre présence. Dans un premier
temps, il s'agissait d'éliminer Al
Quaïda, ce qui n'a pas réussi. Nul
n'ose plus affirmer aujourd'hui
qu'on va faire de l'Afghanistan une
démocratie. Aux yeux du premier
ministre, notre présence se justifie
par la lutte contre le trafic d'opium
dont l'Afghanistan, en effet, assure
90 % de la production mondiale.
Mais c'est le monde à l'envers! La
guerre
est
précisément
responsable d'un accroissement
énorme de la production d'opium.
Avant la guerre, l'Afghanistan ne
produisait que 10 %.
Il n'est pas exact non plus que la
guerre apporte davantage de
sécurité. Pas un seul des attentats
commis ces cinq dernières années
est à mettre en rapport avec
l'Afghanistan. Va-t-on à présent
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Pakistan, Jemen en Soedan gepleegd. Gaan we daar ook oorlog
voeren volgens die stompzinnige strategie van `war on terror'? Neen,
wij hebben goed inlichtingen- en politiewerk nodig.
De Afghanen zouden er beter van worden? Kijk naar de rapporten van
Unicef of Oxfam. U zult daar het omgekeerde lezen. Het ergste van
dat alles is dat deze domme en uitzichtloze oorlog, waarvan alle
militaire experts zeggen dat hij nooit kan worden gewonnen, de hele
internationale gemeenschap in 2010 en ook in 2011 meer dan
honderd miljard dollar zal kosten. Ons landje zal 109 miljoen euro
bijdragen. Volgens de Stafchef is dat bedrag nog onderschat.
Ik vroeg u in de commissie tot tweemaal toe naar de raming van de
stafchef, maar ik krijg geen antwoord op die vraag. Nu al weten wij dat
onze militaire aanwezigheid 109 miljoen euro kost. En dat voor een
domme, uitzichtloze oorlog die we nooit zullen kunnen winnen.
Na Londen was er de wijziging van de militaire strategie. Die nieuwe
militaire strategie, mijnheer de minister van Defensie, inspireert zich
op Irak een surge en ze werd de eerste keer toegepast in de
provincie Helmand.
étendre la guerre contre le
terrorisme au Yémen, au Pakistan
ou au Soudan? Ce qu'il faut, c'est
un travail de police et de
renseignement efficace. La guerre
ne sert pas non plus les intérêts
de la population afghane et il suffit
pour s'en convaincre de lire les
rapports de l'Unicef ou d'Oxfam.
Le plus grave est assurément que
cette guerre stupide et sans issue
coûtera 100 milliards de dollars à
l'échelle mondiale en 2010 et en
2011 et que nous y investissons
encore quelque 109 millions de
plus. Selon le chef d'état-major de
la Défense, ce montant est
d'ailleurs sous-estimé mais le
ministre refuse de me transmettre
les chiffres précis.
01.13 Minister Pieter De Crem: Daar zijn wij niet aanwezig.
01.14 Dirk Van der Maelen (sp.a): Nee, maar het gaat mij om de zin
of de onzin van die oorlog. Dankzij die nieuwe militaire strategie zou
die oorlog weer zin krijgen. Wat is er gebeurd in Helmand? Men is er
daar in geslaagd het terrein te bezetten dankzij een ongelofelijke
militaire inspanning. Tegenover elke acht Afghanen stond ofwel een
militair, ofwel een politieagent. Men is erin geslaagd het terrein te
bezetten. Er is echter aan het gebeuren wat met al die andere,
zogezegde succesrijke offensieven uit het verleden is gebeurd,
namelijk het terrein wordt weer bezet door de Taliban.
Ik lees u twee verklaringen voor van een stamoverste uit Helmand:
"After dark, the city is like the kingdom of the Taliban. The Karzai
government and international forces can not defend anyone, even one
kilometre from this basis." Al die militaire inspanningen kosten
handenvol geld en hebben geen enkel resultaat, en toch wil deze
regering dat voortzetten.
Er is meer want na Helmand komt Kandahar en na Kandahar komt
Kunduz. Hier is een persbericht van Berljin waarin de Duitse generaal,
Bruno Kasdorff, zegt dat wat in Helmand is gebeurd nog dit jaar in
Noord-Afghanistan zal gebeuren, met name een groot militair
offensief. Mijnheer de minister van Defensie, zal België, met zijn in
Noord-Afghanistan aanwezige trainers, al dan niet deelnemen aan dit
offensief? U hebt op 6 oktober 2008 het Parlement al eens
voorgelogen. Ik wil van u een antwoord met ja of neen. Als dit
offensief in Noord-Afghanistan wordt uitgerold, zullen onze Belgische
militairen, die in Noord-Afghanistan aanwezig zijn, dit mee helpen
uitvoeren? Mijnheer de minister, dit is een simpele vraag.
Het antwoord is ja of nee.
Ten tweede, wij hebben gehoord dat onze regering nu ook inzet op de
Afhanisering van het leger. Dit is ineens de wonderoplossing. Ik heb
enkele eenvoudige vragen. Voor de minister van Landsverdediging
01.14 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Une nouvelle stratégie a
été adoptée après la conférence
de Londres, notamment la surge
strategy, qui était déjà appliquée
dans la province d'Helmand. Un
déploiement militaire énorme a
permis une occupation sur le
terrain mais, selon les chefs de
tribus locaux, les talibans n'ont
absolument pas été délogés.
Après la province d'Helmand, nous
serons présents dans celles de
Kandahar et de Kunduz. Nos
militaires
participeront-ils
à
l'offensive dans le Nord, qui
d'après le général allemand Bruno
Kasdorff aura lieu cette année
encore?
Le
gouvernement
mise
sur
l'"afghanisation"
de
l'armée,
considérée comme la solution
miracle. Si 140 000 militaires bien
équipés ne parviennent pas à
battre les Talibans, comment la
bande de militaires désorganisés
qui constituent l'armée nationale
afghane pourrait-elle mener à bien
cette mission?
J'entends que nous enverrons
davantage de soldats encore en
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
moet het gemakkelijk zijn erop te antwoorden.
Als de Westerse legers -- 100 000 Amerikanen en 40 000 anderen --
er straks met 140 000 goed uitgeruste, goed getrainde en goed
begeleide militairen niet in slagen de Taliban te verslaan, kunt u mij
dan uitleggen hoe het zootje ongeregeld dat nu het Afghaanse
nationale leger is bij machte zal zijn de Taliban te verslaan?
Mijnheer de minister, wij zetten daarop in. Wij gaan nog meer mensen
naar ginder sturen. In de evaluatie die nog moet komen zou u de
Kamer algemene cijfers kunnen geven over desertie.
Afghanistan ...
01.15 Minister Pieter De Crem: (...)
01.16 Dirk Van der Maelen (sp.a): Men is uw evaluatie gaan halen.
Als ik het goed begrijp, zullen de additionele militairen allemaal
worden ingezet voor de training. Mag ik dan vragen of u in uw
evaluatie cijfers hebt over hoe het zit met de inspanningen die tot nu
toe geleverd zijn? Quid met de desertie? Quid met de
betrouwbaarheid van de troepen? Als u de evaluatie gemaakt hebt,
moet u mij dat kunnen zeggen.
Ten derde, zal de Afghaanse begroting bij machte zijn een politie- en
legermacht van 400 000 mensen te betalen?
Meent de regering dat een Pasjtoen op een andere Pasjtoen zal
schieten? Of zijn die mensen alleen bij het leger omwille van de dag-
of maandvergoeding en is er weinig bereidheid -- daar lijken de
rapporten op te wijzen --Afghanen tegen andere Afghanen te laten
vechten?
Ten vierde, stel ik de belangrijkste vraag, mijnheer de minister. Wat
als het Westen zich daar ooit terugtrekt? Wat als daar een
veiligheidsmacht van 400 000 mensen rondloopt, goed bewapend?
Men hoeft geen kenner van Afghanistan te zijn om te kunnen
voorspellen dat leger en politie uit elkaar zullen vallen volgens
clanlijnen en volgens etnische lijnen en dat zulks tot een burgeroorlog
zal leiden van ongekend proporties.
Mijnheer de minister, meent u vandaag nog altijd dat de piste van de
Afghanisering van het Afghaanse leger de oplossing is?
Denkt u dat dit realiseerbaar is voor medio 2011? Als ik namelijk de
beslissing van Obama goed begrepen heb, doet hij nu een search van
30 000 mensen erbij, maar vanaf 2011 begint het afbouwen. Is er hier
iemand in deze zaal -- u misschien, mijnheer de minister van
defensie -- die gelooft dat er daar tegen 2011 een geloofwaardig
Afghaans leger staat? Of is men hier bezig met die gezichtreddende
operatie waarover ik het daarstraks had inzake de politie?
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Mijnheer Van der Maelen, ik moet u
vragen om uw betoog af te ronden.
01.16 Dirk Van der Maelen
(sp.a): ... et que ceux-ci seront
tous affectés à des missions
d'entraînement. Qu'en est-il du
taux de désertion et de fiabilité des
troupes locales? Le budget afghan
permet-il de payer les 400 000
hommes qui constituent la police
et
les
forces
armées?
Le
gouvernement pense-t-il que des
Pachtouns
se
prendront-
mutuellement
pour
cible?
Qu'adviendra-t-il si les troupes
occidentales se retirent? Les corps
de police et d'armée bien
entraînés se désagrègeront en
groupes ethniques et claniques.
Ce processus débouchera sur une
guerre civile d'une gravité sans
précédent.
Cette "afghanisation" de l'armée
afghane
constitue-t-elle
véritablement la solution? Est-elle
réalisable d'ici à la mi-2011? Qui
parmi nous croit vraiment que
l'Afghanistan pourra se doter d'ici
à 2011 d'une armée afghane
crédible? À moins que nous
n'assistions ici qu'à une opération
destinée à permettre aux uns et
aux autres de sauver la face?
01.17 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik kom nu
bij de minister van Ontwikkelingssamenwerking, die ons echter
verlaten heeft.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Hij komt terug.
01.18 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn
vraag toch nu stellen.
Als we kijken naar het communiqué dat na het kernkabinet is
gelanceerd, dan zegt de regering in de aanhef dat wij ons aansluiten
bij de afspraken die in Londen gemaakt zijn om meer civiel-militair in
te grijpen. In de genoemde cijfers zie ik echter heel wat verschillen. Er
is hier wat met cijfers gegoocheld. De ene keer hoorde ik 1 miljoen
euro erbij, de andere keer 2,5 miljoen euro, al was het mij niet
duidelijk hoe men tot die 2,5 miljoen euro kwam.
Kan iemand met enig sérieux beweren, als men 1 miljoen of zelfs
2,5 miljoen euro bij de ontwikkelingsinspanningen bijtelt, dat men zich
inschrijft in de benadering van Londen, die veel meer de nadruk legt
op het civiele en minder op het militaire? 109 miljoen euro, volgens de
stafchef nog onderschat, tegenover 13 miljoen euro, is 1 tegenover 7.
berekend in mankracht gaat het om 628 militairen en 5 civielen die
voorheen al uitgestuurd werden en nu bevestigd worden plus een
speciale gezant, plus, in plaats van een vertegenwoordiger, een
ambassadeur. Dat maakt 7 civielen tegenover 628 militairen. Mijnheer
de minister van Buitenlandse Zaken, mijnheer de minister van
Landsverdediging, is dat volgens u gevolg geven aan de afspraken
die in Londen gemaakt zijn, om meer nadruk te leggen op het civiele
en minder op het militaire? Plus één persoon, en plus 1 tot maximum
2,5 miljoen euro? Neemt u het mij niet kwalijk, maar dat is puur
bedrog.
Ik zie dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking terug
binnenkomt.
De heer De Vriendt heeft het er al over gehad. Ik maak mij ongerust
over het feit dat wij niet alleen militair dat kan nog maar ook
inzake Ontwikkelingssamenwerking nauwer zullen samenwerken met
Duitsland. Waarom maak ik mij daar ongerust over? Het is geweten
dat GTZ, de Duitse DGOS, voorstander is van nauwe samenwerking
met militairen in Afghanistan.
Ze stoppen ook redelijk veel geld in de PRT's. Ik heb de minister
horen zeggen dat wij projecten hebben, maar kan hij uitsluiten dat er
Belgisch geld van Ontwikkelingssamenwerking via GTZ wordt
aangewend in PRT-projecten? Kunt u dat bevestigen?
01.18 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Dans le communiqué publié
à l'issue de la réunion du cabinet
restreint, le gouvernement dit se
rallier aux accords de Londres en
vue d'une intervention sur le plan
civil et militaire. On cite parfois à
ce propos le chiffre de 1 million
d'euros,
parfois
celui
de
2,5 millions d'euros. Même si on
ajoute 2,5 millions d'euros aux
efforts
en
faveur
du
développement, il s'agit au moins
de 109 millions d'euros d'efforts
militaires et de 13 millions d'euros
d'efforts civils. On dénombre 628
militaires pour 7 collaborateurs
civils. Affirmer qu'on se rallie à ce
qui a été convenu à Londres est
un mensonge.
Je m'inquiète également de
l'annonce d'une coopération plus
poussée avec l'Allemagne dans le
domaine de la coopération au
Développement. GTZ, la DGCD
allemande, est en effet favorable à
une étroite collaboration avec les
militaires en Afghanistan. Elle
consacre beaucoup d'argent aux
EPR. Le ministre peut-il garantir
que des moyens de la Coopération
au développement belge ne seront
pas injectés dans des projets de
EPR?
01.19 Minister Charles Michel: Ik zal antwoorden.
01.20 Dirk Van der Maelen (sp.a): U zult antwoorden? Dat is goed.
Ten slotte, de vorige keer hebben de ministers in hun repliek gezegd
dat wij geen alternatief hebben. Daarom wil ik met ons alternatief
afronden, mijnheer de voorzitter, dat al enkele maanden is
neergeschreven en nauw aansluit bij wat collega De Vriendt daarnet
heeft gezegd. Wij zijn voor een geleidelijke, in overleg bepaalde
terugtrekking, als onderdeel van een in VN-kader bedongen politieke
regeling, die wordt onderhandeld met alle op het terrein aanwezige
krachten in Afghanistan en die wordt gegarandeerd door een groep
van landen: de buurlanden, de Europese Unie, India en de
permanente landen van de Veiligheidsraad.
01.20 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La fois précédente, les
ministres ont déclaré qu'il n'y avait
aucune autre solution. Or nous
disposons d'une autre solution
depuis plusieurs mois déjà. Nous
sommes favorables à un retrait
progressif et concerté, dans le
cadre d'un règlement politique
déterminé par les Nations Unies.
Ce retrait, négocié avec toutes les
forces présentes sur le terrain en
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Er zijn verschillende varianten, maar de sp.a heeft een voorkeur voor
de variant die is uitgewerkt door Henry Kissinger. U kunt ons dus niet
enig antiamerikanisme verwijten. De heer Kissinger heeft volgens mij
een heel goed doordacht plan klaar. Wij vinden dat België daarmee
van politieke moed zou getuigen. Zeker als we binnenkort het
Europees voorzitterschap waarnemen, moet het toch mogelijk zijn om
onze diplomatieke staf op te nemen en voor dit soort van oplossingen
te pleiten.
Op korte termijn verwondert het mij dat er in de beslissing van de
regering nergens melding wordt gemaakt van het keerpunt van
1 juli 2011. Op dat moment zullen de Amerikanen beginnen
terugplooien. Ik had verwacht dat deze regering ook iets zou
aankondigen voor midden 2011. Als u het aan de sp.a vraagt, zouden
wij, in overleg met onze partners, midden 2011 beginnen met de
terugtrekking van de F-16's en we zouden ons terugtrekken uit de
PRT in Noord-Afghanistan, om redenen die door collega De Vriendt
zijn vermeld en die ik nog eens wil herhalen. De veiligheidsadviseur
en de ontwikkelingsadviseur van de VN pleiten voor het stopzetten
van PRT-samenwerkingsprojecten omdat is gebleken dat die niet
duurzaam zijn. Het zou dus niet goed zijn, mochten wij Belgisch
belastinggeld, zeker ontwikkelingsgeld, gebruiken voor dit soort van
niet-duurzame projecten.
De sp.a wil in 2011 een begin van terugtrekking zien. In de
Verenigde Staten staat dat reeds vast, maar wij hebben vastgesteld
dat daarvan in de Belgische regeringsbeslissing van 19 maart geen
enkel spoor te vinden is.
Afghanistan, sera garanti par un
groupe de pays: les pays voisins,
l'Union européenne, l'Inde et les
pays membres permanents du
Conseil de sécurité.
Le préférence du sp.a va à la
variante de M. Henry Kissinger. La
Belgique ferait ainsi preuve de
courage politique, d'autant plus
qu'elle exercera sous peu la
présidence européenne.
Je m'étonne que la décision du
gouvernement ne mentionne pas
le tournant que constituera le
1
er
juillet 2011, le moment où les
Américains commenceront à se
retirer.
Le
sp.a
souhaite
qu'en
concertation avec nos partenaires,
nous amorcions à la mi-2011 le
retrait des F-16 et que nous nous
retirions
de
l'EPR
(Equipe
Provinciale de Reconstruction)
dans le Nord de l'Afghanistan. Les
conseillers
en
sécurité
et
développement des Nations Unies
préconisent l'arrêt des projets de
collaboration EPR parce qu'ils se
sont avérés non durables. Il n'est
donc pas souhaitable d'utiliser à
cette fin des impôts belges, a
fortiori des fonds de la coopération
au développement.
Le sp.a veut un début de retrait en
2011. Celui-ci a déjà été décidé
par les États-Unis. Nous n'en
voyons aucun signe dans la
décision du gouvernement belge
du 19 mars.
01.21 Luc Sevenhans (N-VA): Om te beginnen wil ik mijn
tevredenheid uitdrukken, omdat de regering vijf missies afvaardigt
naar de vergadering om te antwoorden op de interpellaties van
collega's Van der Maelen en De Vriendt. Naar mijn mening is dat een
grote eer voor onze commissie, waarvoor mijn dank.
Alle gekheid op een stokje, mijns inziens is het logisch dat de regering
haar beslissing komt toelichten. Dat heeft ze dan ook gedaan. Ik heb
wel niet veel nieuwe zaken gehoord. Het past gewoon in de
continuïteit van het beleid. Als lid van de N-VA heb ik er dan ook geen
probleem mee om dat beleid te blijven steunen.
Vanmorgen zat ik aan de ontbijttafel en hoorde ik een aantal politieke
commentatoren die hun licht reeds lieten schijnen op deze
01.21 Luc Sevenhans (N-VA):
Peu d'éléments neufs ont été
communiqués aujourd'hui. Je n'ai
aucun problème, en tant que
membre de la N-VA, à soutenir
cette politique. À la radio ce matin,
un observateur néerlandais parlait
"d'une réunion parfaitement inutile
prévue
au
Parlement
belge
l'après-midi". Compte tenu du
grand nombre d'interpellations, j'ai
pensé que les interventions de
mes collègues De Vriendt et Van
der Maelen comporteraient des
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
vergadering. Er was onder andere een Nederlander bij, die sprak over
een volstrekt nutteloze vergadering die `s middags in het Belgische
Parlement zou plaatsvinden. Mijn vrouw vroeg me of ik wel zou gaan.
Ik wees haar op het grote aantal interpellaties en zei dat de regering `s
avonds misschien wel kon vallen. Ik nam immers aan dat er
belangrijke nieuwe argumenten waren in de aanvallen van collega's
De Vriendt en Van der Maelen.
Helaas heb ik moeten vaststellen dat het voor 99 % om dezelfde
argumenten gaat als tijdens de vergadering van 13 januari. Niets
nieuws onder de zon dus. Ik heb uiteraard respect voor de mening
van mijn collega's. De mening die ik hier namens mijn partij kom
verkondigen, is helaas een andere. Mijns inziens is er vandaag de
dag geen andere keuze. De collega's zullen allicht president Obama
gehoord hebben toen hij het volgende stelde: "Yes we can! Yes we
must!" Er is geen andere keuze, we moeten de situatie eerst militair
oplossen. Uw idool, en ook mijn idool, wees gerust, heeft duidelijk
gesteld dat er geen andere keuze is. We moeten voortgaan, de
situatie moet eerst militair worden opgelost.
Ik ben uiteraard een voorstander van een civiele oplossing. Het zou
maar erg zijn mocht het tegendeel waar zijn. Ik ben er echter van
overtuigd dat mochten we eerst voor een civiele oplossing kiezen, om
dan vervolgens terug te trekken, die oplossing een weekend overeind
blijft. Op maandag zal heel Afghanistan dan opnieuw talibanland zijn.
We hebben geen andere keuze, collega's, dan de strijd tegen het
terrorisme te blijven voortzetten.
Ben ik nu blind? Nee, aangezien ik ook moet vaststellen dat op het
terrein de situatie niet is zoals ze zou moeten zijn. Ik denk evenwel dat
we daaruit niet mogen besluiten om op te geven. We zullen verder
moeten proberen om een oplossing te zoeken binnen de NAVO. Naar
mijn mening is de inspanning die we nu leveren een goede
inspanning. Ik heb ook begrepen dat men binnen de NAVO tevreden
is over de inspanning die we momenteel leveren. Men had natuurlijk
liever een iets grotere inspanning gezien. Dat kan ik begrijpen.
De manier waarop we hier aan het debat begonnen zijn, vind ik een
beetje jammer. Collega's, en dan bedoel ik vooral collega's Van der
Maelen en De Vriendt, hebt u al eens goed rondgekeken? Wie is hier
allemaal aanwezig? Ik kom hier uit sympathie en voor jullie uiteraard,
en ook omdat het mijn commissie is. Ik voel me verplicht om hier
aanwezig te zijn. De afwezigheid van sommige partijen is naar mijn
mening echter ook een statement. Mijns inziens vormt jullie opinie een
minderheid. Ik leef misschien in een andere wereld, maar ik kan mij
toch niet van de indruk ontdoen dat het debat momenteel in België
niet echt leeft. Hetzelfde geldt voor Nederland.
Ik heb vanmorgen horen zeggen dat men daar ook al stilletjesaan
probeert de aanwezigheid van de Nederlanders te verlengen. Dat zal
ook wel een kwestie van tijd zijn en die zullen ook wel blijven tot 2011,
omdat zij uit verantwoordelijkheidsbesef goed weten dat men geen
andere keuze heeft. Ik weet dat de regering daarover gevallen is en ik
weet ook dat de hoofdrolspeler nu met de noorderzon verdwenen is,
want zijn haring heeft niet gebraad. De Nederlandse bevolking heeft
het niet afgekeurd en ook onze bevolking keurt het niet af. Dat we
staan te juichen, leg die woorden alstublieft niet in mijn mond, want
dat is ook mijn bedoeling niet. Ik zie vandaag de dag geen
arguments neufs. Toutefois, leur
argumentaire était quasi identique
à celui qu'ils ont développé le
13 janvier.
Il n'y a pas d'autre option,
aujourd'hui, que de commencer
par une solution militaire. Je suis
évidemment favorable à une
solution civile mais nous n'avons
pas
d'autre
choix
que
de
poursuivre la lutte contre le
terrorisme. Sur le terrain, la
situation n'est pas ce qu'elle
devrait
être.
Nous
devrons
poursuivre la recherche d'une
solution à l'OTAN. L'OTAN est
satisfaite de notre contribution
actuelle.
L'absence de certains partis est
aussi
révélatrice.
Ce
débat
n'émeut guère la Belgique. Je ne
vois pas de raison de modifier la
position à laquelle mon parti
adhère maintenant.
Le nombre de militaires est limité.
A-t-on
jamais
envisagé
de
concentrer nos efforts militaires?
Il semblerait que l'engagement des
F16 puisse poser problème. Est-
ce exact? J'espère que nous
maintiendrons une présence d'au
moins six chasseurs. Il n'y a en
effet pas de raison pour diminuer
leur nombre, mais plutôt pour le
revoir à la hausse.
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
aanwijzingen om het standpunt dat mijn partij momenteel huldigt, te
veranderen.
Mijnheer de minister van Defensie, ik heb wel enkele concrete vragen
voor u over onze militaire inspanning daar. Het aantal militairen is
geplafonneerd, dat zij zo. Is er nooit overwogen onze militaire
inspanning daar een beetje te concentreren? We zitten nu al minstens
op drie theaters. Het is wat van het goede te veel om met 600
militairen de inspanning te verspreiden. Is er geen mogelijkheid om
dat eens te herbekijken?
Langs de andere kant zet men militairen in, maar ook middelen. In de
wandelgangen heb ik horen zeggen dat er een probleem zou kunnen
rijzen over de inzet van onze F-16's. Kunt u dat eens ontzenuwen?
We blijven toch minimaal met zes F-16's aanwezig, denk ik, hoop ik,
zoniet zou onze inspanning helemaal verloren moeite zijn. Vandaag is
er zeker geen enkele aanwijzing om dat te verminderen. Verhogen is
misschien een andere optie, maar zeker niet verminderen. Deze twee
concrete vragen aan u, mijnheer de minister.
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Collega Sevenhans, voor alle
duidelijkheid: de persoon die u vanmorgen op de radio hebt gehoord,
is hier ook in onze commissie geweest.
01.22 Gerald Kindermans (CD&V): Diegenen die beweren dat wij in
het Parlement zelden een debat hebben over Afghanistan, begrijp ik
niet goed. Ik heb het hier eens opgelijst. Wij hebben de bespreking
gehad van de beleidsnota Defensie voor het kerstreces. Dan hebben
wij de beleidsnota gehad in de plenaire. Wij hebben het Afghanistan-
debat gehad in januari met de gemengde commissie voor de
Buitenlandse Betrekkingen. Wij hebben de hoorzitting gehad met de
Amerikaanse ambassadeur Goodman en wij hebben naar aanleiding
van de debriefing van uw bezoek aan Londen ook nog een debat
gehad. In feite hebben wij zes keer gedebatteerd.
01.22 Gerald Kindermans
(CD&V): Quiconque, dans cet
hémicycle, ose affirmer que le
Parlement débat rarement de
l'Afghanistan
profère
une
contrevérité. Personnellement, j'ai
déjà pris part à six débats
consacrés à ce thème.
01.23 Minister Steven Vanackere: U vergeet nog de nachtelijke
plenaire vergadering van eind december waar men tot 2 uur in de
morgen de kans heeft gehad om daar ook nog over te spreken in het
kader van de begrotingsgoedkeuring. Dan hebt u ook nog de kans te
baat genomen om daar even over te spreken.
01.24 Gerald Kindermans (CD&V): Sinds een drie- of viertal
maanden is het de zesde of de zevende keer dat wij uitvoerig
samenkomen over Afghanistan. Ik vind dat niet erg, maar kom dan
niet beweren dat wij de kans niet hebben om er onze mening over te
ventileren. Beweren dat wij in tegenstelling tot andere landen hier
geen mogelijkheid tot debat laten, is er toch wel echt over. Wat mij
vooral opvalt, is de zwakheid van de argumenten. Dat blijft een
constante, idem dito voor de holheid van de retoriek van de oppositie.
Iedere keer horen wij hetzelfde plaatje hier draaien. Zoek toch eens
wat andere argumenten dan diegene die vorige keer aan bod zijn
geweest.
Er is hier al een paar keer gesproken over de stem van het volk. Ik
heb een recente opiniepeiling gevonden van de BBC en de ARD
waaruit blijkt dat 7 op de 10 Afghanen de aanwezigheid van
Amerikaanse troepen in hun land steunen, dat 6 op 10 voor
troepenversterking zijn en dat driekwart van de Afghaanse bevolking
01.24 Gerald Kindermans
(CD&V): J'ajoute que je suis
frappé par la faiblesse des
arguments
avancés
par
l'opposition, ces arguments ne
dépassant pas le niveau des
clichés.
Un sondage d'opinion réalisé
récemment par la BBC et l'ARD a
fait apparaître qu'une grande
majorité des Afghans est favorable
à la présence militaire actuelle et
qu'elle souhaiterait même une
présence
militaire
étrangère
accrue.
Cette
enquête
a
également montré que les trois
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
ervan overtuigd is dat ze het over een jaar beter zullen hebben dan
vandaag, wat een stijging is van 20 % ten opzichte van de enquête die
een jaar geleden werd gehouden. Dat bewijst dat de Afghaanse
bevolking wel degelijk geloof hecht aan het feit dat wij een belangrijke
bijdrage
kunnen
leveren
aan
de
verbetering
van
hun
leefomstandigheden.
Ik wil ook verwijzen naar de Afghaanse journalist Danish Karokhel die
in het decembernummer van MO Magazine zegt: "Als mijn vaderland
een toekomst wil hebben, dan zal die opgebouwd worden door
Afghanen, met de steun van de internationale gemeenschap. De
tragedie van Afghanistan is uiteraard dat er nog steeds geen sprake is
van een interne samenwerking of van volgehouden internationale
steun".
Collega's, wij moeten ons bewust zijn van het feit dat de problematiek
zeer complex is en niet kan gevat worden in een aantal
demagogische sloganeske tussenkomsten van de oppositie. Wij
weten dat er geen garantie is voor succes in Afghanistan. Het is een
zeer precaire situatie. Evenwel, komen beweren dat Afghanistan niets
te maken heeft met internationale veiligheid is de waarheid geweld
aandoen.
Het is heel duidelijk dat Afghanistan een grote bedreiging heeft
gevormd en nog vormt voor de internationale gemeenschap. Hier
komen zeggen dat er geen links zijn tussen de terroristische
aanslagen in West-Europa slaat nergens op. Ik kan immers verwijzen
naar de verijdelde aanslag in Straatsburg, de aanslagen in Londen en
Madrid, de aanslag van 11 september en de processen die nu in
België worden gevoerd, hebben toch te maken met de tribal areas in
Afghanistan. Een van de verdachten is trouwens voortvluchtig en
wordt geacht zich daar te bevinden.
De clichés die vanuit de oppositie regelmatig naar voren worden
gebracht, hebben te maken met de stelling: waarom geven wij niet
meer aan ontwikkelingshulp? Het is altijd populair om te zeggen dat er
meer geld naar ontwikkelingshulp moet gaan en minder naar wapens.
Dit gaat er bij iedereen goed in. Bij een afweging vindt iedere goed
geaarde mens dat het zo zou moeten zijn.
Welnu, als men er de literatuur op naleest de groene oppositie is
daar blijkbaar niet zo mee vertrouwd dan wordt er gesproken over
absorptie en lage technische capaciteit om het tot zich nemen van de
financiële middelen die wij aan ontwikkelingssamenwerking
spenderen. In een land waar geen veiligheid is, is dit niet mogelijk. U
hebt zelf heel terecht aangegeven dat men 's nachts niet buiten kan
komen. Dat is juist het beste bewijs dat men daar vandaag niet naar
toe kan met de ngo's omdat die mensen daar niet in veilige
omstandigheden kunnen werken. U geeft een voorbeeld dat de
legitimatie vormt voor het garanderen van de noodzakelijke veiligheid
via een militaire aanwezigheid zodat de civiele opbouw van de
samenleving mogelijk wordt.
Wij zijn geen voorstander van een militaire aanwezigheid. Het gaat
over de dualiteit. De aanwezige ngo's zijn buitenlandse ngo's. Ik heb
de indruk, mijnheer De Vriendt, dat u wordt geadviseerd door ngo's
die alleen maar aan een politiek discours doen, maar niet aanwezig
zijn op het terrein. De aanwezige ngo's zijn vragende partij voor een
quarts de la population afghane
sont même convaincus que leur
situation s'améliorera dans un
délai d'un an. Cette proportion est
de 20 % supérieure à ce qu'elle
était il y a un an, selon un sondage
analogue.
La question afghane est très
complexe et par conséquent, elle
ne peut être résumée par
quelques
slogans
ni
être
appréhendée
par
l'approche
démagogique
que
propose
l'opposition.
Affirmer qu'il n'existe aucun lien
entre les attentats terroristes
commis en Europe occidentale et
la situation en Afghanistan est
absurde. Il suffit de songer à
l'attentat déjoué à Strasbourg, aux
attentats de Londres et de Madrid,
à l'attentat du 11 septembre et
même au procès de terroristes qui
se tient actuellement dans notre
pays.
L'opposition
demande
au
gouvernement de consacrer des
moyens accrus à l'aide au
développement. C'est évidemment
plus populaire que réclamer l'envoi
de militaires belges. Mais je pose
la question: comment peut-on faire
travailler des ONG dans un pays
où toute sécurité fait défaut? Le
fait que l'opposition dise elle-
même qu'il est impossible de sortir
la nuit n'est-il pas la meilleure
preuve qu'actuellement, les ONG
actives en Afghanistan sont tout
simplement empêchées de faire
leur travail? La reconstruction des
infrastructures civiles de ce pays
passera obligatoirement par une
sécurisation de son territoire par
une présence militaire. J'ai la forte
impression que M. De Vriendt se
fait conseiller par des ONG qui
discourent sur la situation politique
en l'Afghanistan mais qui n'y sont
absolument pas actives sur le
terrain. Les ONG qui, elles, sont
présentes en Afghanistan sont
demandeuses d'une présence
militaire accrue de façon à pouvoir
au moins faire leur travail dans
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
verhoogde militaire aanwezigheid en een beter veiligheidskader zodat
zij hun werk in fatsoenlijke omstandigheden kunnen doen.
Er wordt verwezen de tweede gemeenplaats naar Nederland. Dat
is nu het voorbeeld waarop wij ons moeten richten. Ik weet niet of de
Nederlandse situatie zo aantrekkelijk is. Het was voor de leider van de
socialisten alleszins niet zo aantrekkelijk om er zijn tijd nog in te
steken want hij is vertrokken. In elk geval steunen uw collega's van de
SPD in Duitsland de toename met 850 militairen in Afghanistan. De
socialistische internationale is blijkbaar niet meer wat het is geweest,
want wij horen heel veel verschillende gezangen in dat ene lied.
Het Verenigd Koninkrijk heeft in de maand december ook 500 extra
soldaten toegewezen.
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Ik heb u altijd gezegd dat men
moet kijken welke websites men raadpleegt. Ik heb de indruk dat u er
bepaalde literatuur speciaal op naleest.
des
conditions
de
sécurité
satisfaisantes.
En Allemagne, le SPD soutient
l'envoi
de
850
militaires
supplémentaires. Une chose est
sûre: l'internationale socialiste ne
parle pas d'une seule voix car à la
fin de l'année dernière, le
Royaume-Uni a envoyé 500
militaires supplémentaires. Or ce
sont aussi des socialistes même
si ce sont peut-être de drôles de
socialistes - qui gouvernent à
Londres.
01.25 Gerald Kindermans (CD&V): Mijnheer de voorzitter, u ziet dat
het helpt in de argumentatie.
Ik had het al over Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Ik
kan mij voorstellen dat de samenleving in het Verenigd Koninkrijk,
waar al 276 doden zijn gevallen bij de troepen, niet veel appetijt heeft
om daar te blijven. Toch heeft de regering beslist om te blijven. Ik
dacht nochtans dat het daar ook socialisten zijn die aan het bewind
zijn of toch zo ongeveer.
Dan kom ik bij de dooddoener dat we ons geld beter zouden besteden
aan andere conflicten. Het getuigt niet van goede smaak als men
conflicten tegen elkaar gaat afwegen om te bepalen waar de situatie
het meest schrijnend is. Kunnen we Congo tegen Afghanistan
afwegen? Het is bijna alsof men vraagt welke van zijn kinderen men
het liefste ziet. Wij moeten als klein land met onze beperkte middelen
proberen om zoveel mogelijk te doen op zoveel mogelijk plaatsen
waar we een zinvolle inspanning kunnen doen.
Mijnheer De Vriendt, u zegt dat we niet bijgedragen hebben aan dat
bepaald fonds. Een klein land met een klein leger kan niet overal alles
doen. We moeten keuzes maken. Het is niet omdat we aan bepaalde
dingen niet meedoen dat we die dingen niet belangrijk vinden. Binnen
de internationale context past het dat wij als klein land een aantal
dingen kiezen waarvan we denken dat wij daar een meerwaarde
kunnen leveren. Andere landen zullen andere dingen doen. Men
aanvaardt perfect dat België niet overal kan meedoen aan alle
mogelijke onderdelen van het globale geïntegreerde beleid dat
absoluut noodzakelijk is.
Mijnheer Van der Maelen, u hebt de onhebbelijke gewoonte om
werken te citeren. Het siert u dat u die werken raadpleegt maar het
siert u niet dat u ze zeer selectief raadpleegt. U verwijst niet voor de
eerste keer naar de Rand Corporation. U verwijst daar heel dikwijls
naar. Ik heb het boek van Achmed Rachid gelezen, u waarschijnlijk
alleen de recensies. Ik heb heel het boek gelezen, ook al zijn het 600
pagina's. Ik heb het boek van Rachid gelezen, vorige herfstvakantie in
Marrakech. Wat ik daar gelezen heb is regelrecht in strijd met wat u
zegt, namelijk dat Rashid beweert dat er heel duidelijk geen redenen
01.25 Gerald Kindermans
(CD&V): Un autre argument
fallacieux invoqué par l'opposition
est que la Belgique devrait
consacrer ses moyens à d'autres
régions en conflit. Comment peut-
on
imaginer
mettre
en
concurrence des conflits? La
Belgique est un petit pays qui ne
peut engager des moyens illimités.
Nous
devons
nécessairement
opérer des choix. L'absence de
contribution belge au trust fund en
est une illustration.
Monsieur Van der Maelen multiplie
les citations, mais elles sont
sélectives. Je songe entre autres à
l'ouvrage de Ahmed Rashid. En
effet,
cet
auteur
écrit
contrairement aux affirmations de
M. Van der Maelen que rien
n'indique que les Talibans vont
opérer un total revirement et
accepter subitement de négocier.
À son estime, on ne peut négocier
qu'avec les Talibans subalternes
mais en aucun cas avec les
dirigeants.
Le ministre de la Coopération au
développement peut-il fournir des
explications concernant la clé de
répartition qui doit être utilisée
pour
les
moyens
dégagés?
Comment faire parvenir l'argent à
qui de droit par le biais des canaux
adéquats
et
en
évitant
la
corruption?
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
zijn om aan te nemen dat de Taliban morgen overstag zullen gaan en
dat men ermee zal kunnen onderhandelen. Hij zegt heel duidelijk dat
men met de lagere Taliban kan onderhandelen maar niet met de
leiding. De lagere zijn eigenlijk mensen die om den brode
meevechten. Als men hun morgen een alternatief kan geven zodat ze
een ander inkomen kunnen verwerven. Het is niet omdat wij niet
deelnemen aan dat fonds dat wij het niet belangrijk vinden. We
kunnen niet overal tegelijk zijn. We zijn maar een klein land in de
Europese context en nog veel kleiner in de context van de Verenigde
Naties. Als klein land leveren wij een bijzonder belangrijke inspanning.
De vergelijking met Nederland gaat trouwens ook niet op. Ik kan mij
daarbij best wat voorstellen. Er zijn namelijk al 21 mensen gestorven
bij de troepen die men naar Afghanistan gestuurd heeft. Zij hebben
aan gevechtseenheden deelgenomen. Dat is helemaal iets anders
dan hetgeen wij gedaan hebben. Wij hebben ons altijd gefocust op de
veiligheid van de luchthaven van Kabul en op het ondersteunen van
de reconstruction teams in het noorden.
Mijnheer Van der Maelen, in het Rand-rapport lees ik in elk geval:
"Terwijl ontelbare terroristische groeperingen gestopt zijn omdat er
een politieke oplossing was, maken de brede doelstellingen van Al
Qaeda eenzelfde uitkomst onwaarschijnlijk. Aangezien het doel van
deze beweging de stichting van een panislamitisch kalifaat blijft, is er
weinig reden om te verwachten dat een politionele overeenkomst en
een vredesproces met de betrokken regering mogelijk is." Zij spreken
dus tegen dat men geen onderscheid kan maken tussen verschillende
vrijheidsstrijdbewegingen in de wereld en de Taliban.
Ik kom tot mijn vragen aan de ministers.
Mijnheer de minister van Ontwikkelingssamenwerking, kunt u iets
meer zeggen over de verdeelsleutel die bij het besteden van de
middelen gehanteerd zal worden? Er is een rurale ontwikkeling. Wij
hebben de technische capaciteit. Wij maken ons nog zorgen over de
manier waarop het geld bij de juiste mensen kan terechtkomen, gelet
op de corruptie. Welke mogelijkheden ziet u om de corruptie in grote
mate te omzeilen of te neutraliseren bij het verdelen van de
middelen?
Mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, u hebt recentelijk een
bezoek aan India gebracht. Wij weten dat India een enorm belangrijke
speler in die regio is. Uit het boek van Rachid blijkt ook dat men geen
oplossingen in Afghanistan kan bewerkstelligen als men geen
regionale oplossing heeft. De buurlanden zijn van een enorm groot
belang. In het begin werd dat belang onderschat, ook door de
Verenigde Staten. Men heeft de rol van Pakistan en India onderschat.
Dat is de kern van het hele verhaal. Men weet dat de Taliban opgeleid
worden en dat mensen die in Kasjmir wonen met de hulp van de
geheime dienst van Pakistan in de bergen van Afghanistan opgeleid
worden. Ik denk dat India en Pakistan in het vredesproces betrokken
moeten worden en dat een economische integratie en regionale
ontwikkeling ook kan bijdragen tot een verbetering van de stabiliteit in
Afghanistan.
Ik heb ook nog een delicate vraag over de warlords en de mensen die
zich schuldig hebben gemaakt aan grove schendingen van de
mensenrechten. Wij weten dat een snelle terugtrekking heel dikwijls
Comment le ministre des Affaires
étrangères conçoit-il le rôle des
pays voisins de l'Afghanistan, qui
a trop souvent été sous-estimé
jusqu'ici? Songeons, par exemple,
aux centres de formation des
Talibans au Pakistan. Il convient
d'associer plus étroitement l'Inde
et le Pakistan au processus de
paix.
Que pense le ministre Vanackere
de la conclusion d'accords avec
des seigneurs de guerre locaux
qui ne se sont que trop souvent
rendus coupables de violations de
droits de l'homme?
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
gepaard gaat met het maken van deals met oorlogsmisdadigers,
omdat men zich niet kan veroorloven om hen te vervolgen wanneer
men op een snelle manier een land wil verlaten. Hoe gaat u daarmee
om? Hoe ziet u die evolutie? Hoe ziet u de dualiteit tussen, enerzijds,
de oorlogsmisdadigers voor het internationaal hof brengen en,
anderzijds, proberen deals te maken met ik hoor dat zelfs de
oppositie zegt dat dit moet gebeuren oorlogsmisdadigers. Hoever
gaan wij daarin? Wat is het beleid van de regering op dat vlak?
01.26 Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer de voorzitter, de
militaire operaties in Afghanistan zijn dit jaar hun negende jaar
ingegaan. Ik heb de eerste minister daarstraks heel kort enkele zaken
horen evalueren. Hij deed dat in drie punten die ik wil herhalen.
Na die periode toch een tamelijk lange periode van militair ingrijpen
blijkt dat het nog steeds erg gesteld is met de stabiliteit van het land.
Ten eerste, Afghanistan is blijkbaar nog steeds een verzamelplaats
voor het internationale terrorisme.
Ten tweede, de drugsproblematiek is er nog toegenomen. In 2000
hielden de Taliban zich nauwelijks bezig met drugsteelt. Op dit
moment is 80 % of 90 % gerelateerd aan de opiumteelt in Afghanistan
en financieren de Taliban via drugsteelt en drugsverkoop hun militaire
slagkracht.
Ten derde en ten slotte, heb ik de eerste minister horen zeggen dat
de corruptie er nog altijd heerst. Ik geef twee recente voorbeelden: de
verkiezingen van vorig jaar en de samenstelling van de regering. De
vrees blijft dat men daar in de toekomst blijft zitten met een corrupt
regime waarmee men moet samenwerken.
Heren ministers, kan men stellen dat het gezamenlijke optreden van
ISAF en de Verenigde Staten wanneer men kijkt naar de
doelstellingen van acht jaar geleden gefaald heeft of ernstig
tekortgeschoten is?
U spreekt over een conflict dat al meer dan acht jaar aansleept. Ik mis
toch een ernstige evaluatie zowel van ons beperkte optreden als
van het optreden van ISAF, met de Verenigde Staten erbij over de
voorbije acht jaar.
Ik denk daarbij aan vijf punten.
Ten eerste, zijn er de gevolgen van het langdurend conflict voor de
burgerbevolking. De burgerbevolking stond zeker positief tegen het
militair optreden acht jaar geleden, omdat wij de Taliban gingen
verjagen. Nu ziet de burgerbevolking, zeker in bepaalde provincies,
echter geen positieve vooruitgang, eerder een achteruitgang.
Het gaat daar niet om een West-Europees land. Het gaat zelfs niet
over een Europees land. In zo'n land kan de sympathie door alle
ellende die zo'n langdurig militair conflict met zich brengt snel
omslaan naar sympathie voor de Taliban. Dat is toch precies wat wij
willen vermijden?
Ten tweede, is er de drugsproblematiek, waarnaar ik daarjuist al
verwezen heb.
01.26 Bruno Stevenheydens
(VB): Après neuf ans d'opérations
militaires,
l'Afghanistan
est
toujours un lieu de rassemblement
du terrorisme international. Entre-
temps,
les
stupéfiants
sont
devenus la principale source de
revenus des talibans ce qui
n'était absolument pas le cas voici
neuf
ans.
L'Afghanistan
représente déjà jusqu'à 90 % de la
culture du pavot. Enfin, la
corruption y prospère toujours,
comme les élections de l'an
dernier et la formation du
gouvernement le montrent. Est-ce
le
signe
que
l'intervention
commune de la FIAS et des États-
Unis a échoué? Je cherche en
vain une évaluation sérieuse de
l'intervention
internationale
en
Afghanistan au cours des huit
dernières années.
Les civils étaient certainement
favorables à l'intervention militaire
voici huit ans mais, aujourd'hui, ils
constatent que leur situation
régresse au lieu de s'améliorer.
Ceci pourrait expliquer que la
population
manifeste
quelque
sympathie pour les talibans. N'est-
ce pas, justement, ce que nous
voulions éviter?
Combien d'hommes désertent
l'armée afghane? Qu'en est-il de
l'infiltration des talibans dans cette
armée? Les effets à long terme
d'un conflit aussi persistant ne
sont-ils pas négatifs par définition?
Qu'adviendra-t-il après 2011? Le
gouvernement
entend-il
les
critiques formulées dans les autres
pays sur l'évolution du conflit en
Afghanistan? Quels autres pays
prolongeront-ils leur engagement
en 2011 et quels pays y mettront-
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Ten derde, is er de corruptie.
Ten vierde, zijn er de problemen van de desertie uit het leger. Ik zou
daar graag cijfers over zien. Daar is ons land immers bij betrokken.
Wij gaan ginder mensen opleiden. Hoe is het daarmee gesteld?
Hoeveel mensen deserteren uit het Afghaanse leger?
Ten vijfde, hoe is het gesteld met de infiltratie van de Taliban in het
Afghaanse leger? Ik wil het zo samenvatten: via die opleiding geven
wij een deel van de militaire knowhow door aan de Taliban. Volgens
mij zal, hoe langer zo'n langdurig conflict loopt, de kans toenemen dat
het uitdraait op een negatief einde. Ook daarop wil ik van de
verschillende ministers een antwoord horen.
Wat na 2011?
U hebt met de Ministerraad beslist om onze medewerking aan die
operaties tot het einde van 2011 te verlengen. Wat is uw visie op wat
er na 2011 moet gebeuren?
Werd er rekening gehouden met de kritische geluiden ten aanzien
van de evolutie van het conflict in Afghanistan in andere landen?
Welke andere landen zullen in 2011 hun engagement verlengen?
Welke partners zullen dat niet doen? Welke landen nemen die
vrijgekomen plaats in?
Ons land werkt mee aan de opleiding van het Afghaanse leger. Er is
een aantal bondgenoten die ter plaatse zeer gevaarlijke opdrachten
vervullen. Ik denk aan Nederland die haar medewerking heeft
beëindigd. Is er met de bondgenoten gesproken over wie die
vrijgekomen plaats inneemt? Is er een samenhangende organisatie?
Minister De Crem heeft toegelicht dat hij achter de Afghanistanvisie
van president Obama staat. Kunt u dat toelichten? Over welke visie
hebt u het dan?
De strategie om het troepenaantal van de Amerikaanse strijdkrachten
te verhogen en midden 2011 te beginnen met een terugtrekking is
volgens mij ingegeven door de binnenlandse Amerikaanse politiek.
Wat bedoelt minister De Crem concreet met zijn uitspraak dat hij
achter de visie van president Obama staat?
Ik heb nog een aantal detailvragen over de incidenten van de voorbije
weken. Onze Belgische militairen zijn verschillende keren onder vuur
genomen. Ik denk aan de ontmijners die Duitse troepen
ondersteunden. Ik denk aan het incident op 15 maart 2009 toen het
OMLT werd beschoten. Ik heb vernomen dat het ISAF-kamp in
Kunduz het doelwit van een raketaanval zou zijn geweest.
Kunt u toelichting geven bij de gevechten? Hoe is de situatie in de
provincie Kunduz geëvolueerd?
In mijn perceptie zijn er verhoogde spanningen en gewapende acties
waarbij onze troepen werden betrokken. Kunt u dat toelichten?
Ik heb nog een vraag voor de minister van Buitenlandse Zaken. Kunt
ils un terme? Les Pays-Bas
arrêtent leur collaboration. Les
alliés examinent-ils qui reprendra
leur place? L'organisation est-elle
cohérente en réalité?
M. De Crem a déclaré qu'il se
ralliait à la vision de M. Obama.
Peut-il nous expliquer ce qu'il
entend concrètement par là?
Au cours des dernières semaines,
nos militaires belges ont été
associés à quelques conflits: des
démineurs ont été la cible de
coups de feu; le 15 mars 2009,
l'Operational
Mentoring
and
Liaison Team (OMLT) a été visée
et le camp de l'ISAF à Kunduz a
été la cible de tirs de roquettes. Le
ministre peut-il faire le point sur la
situation?
Est-il
effectivement
question de tensions accrues?
Le
ministre
des
Affaires
étrangères peut-il préciser quels
effectifs l'ambassade belge à
Kaboul
obtiendra?
Comment
l'ambassade sera-t-elle sécurisée
et quel sera le coût de son
entretien?
Quelles
sont
les
conséquences financières de la
prolongation des opérations en
Afghanistan? Quel était le coût en
2009?
La Défense réalise des économies
d'environ 90 millions d'euros: ce
montant devra-t-il être engagé en
2011 afin de prolonger notre
présence en Afghanistan d'un an?
Sera-t-il insuffisant?
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
u toelichting geven over de ambassade die ons land in Kabul zou
krijgen? In hoeveel personeel wordt er voorzien? Wat met de
beveiliging? Wat zijn de kosten voor het onderhoud van een
ambassade in Kabul? Wat met de veiligheidsproblemen dat zulks met
zich zal meebrengen?
Mijn laatste vraag is voor minister De Crem. Wat zijn de financiële
consequenties van het verlengen van de operaties in Afghanistan?
Wat zijn de geschatte kosten?
Voor 2009 vernamen wij dat het zou gaan om een bedrag van
50 miljoen euro. Voor dit jaar zijn er uiteenlopende cijfers geciteerd:
79 miljoen euro, of zelfs 109 miljoen euro. Kunt u toelichten welk het
correcte cijfer is?
Waarin voorziet men in 2011 om onze aanwezigheid daar nog met
een jaar te verlengen?
Mijnheer de minister, mag ik concluderen dat het bedrag van
ongeveer 90 miljoen euro, dat we besparen bij Landsverdediging,
ongeveer gelijk is aan het bedrag of misschien zelfs niet zal
volstaan dat in 2011 moet worden gespendeerd om onze
aanwezigheid in Afghanistan met een jaar te verlengen?
01.27 Dirk Vijnck (LDD): Mijnheer de voorzitter, eerst en vooral wil ik
zeggen dat wij akkoord gaan met de verlenging van de Belgische
missie in Afghanistan. Er is eigenlijk geen enkel alternatief, omdat we
een betrouwbare partner zijn van de NAVO en er een VN-mandaat is.
Ik heb nog wel een vraag voor de minister van Landsverdediging.
Overweegt u de luchtsteun naar het noorden te verplaatsen? Gaat
men zich meer concentreren op het noorden of blijft men zich
verspreiden over Noord- en Zuid-Afghanistan?
01.27 Dirk Vijnck (LDD): La
Belgique est un partenaire fiable
de l'OTAN, nous souscrivons donc
certainement à la prolongation de
la mission belge en Afghanistan. Il
n'y a en fait pas d'alternative. Le
ministre de la Défense envisage-t-
il de redéployer l'appui aérien dans
le Nord?
01.28 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, messieurs
les ministres, mon groupe a toujours soutenu la politique du
gouvernement en Afghanistan en considérant qu'elle est adéquate,
proportionnée, conforme à nos capacités, qu'elle ne place la Belgique
ni au balcon, ni en première ligne, mais que notre pays fournit un
effort substantiel. Sur le fond de la décision du gouvernement, notre
groupe soutient cette décision.
Première observation: pour l'avenir, il serait bon que nous ayons des
débats parlementaires qui ne se passent pas à contre-temps. En tant
que démocrate, je trouve qu'actuellement il est difficile de créer un
débat au parlement alors que la décision est déjà prise au niveau de
l'exécutif. Ce n'est pas au parlement à prendre la décision, ce n'est
pas conforme aux lois, aux traditions. Cependant, nous aurions des
débats plus utiles avec plus de collègues en séance si les discussions
avaient lieu préalablement à la décision du gouvernement. Ce sont
des débats fondamentaux. Nous sommes présents dans un pays,
l'Afghanistan, qui est en guerre; nous fournissons un effort de guerre
et un effort civil substantiel. Nous avons des soldats qui risquent leur
vie pour notre sécurité. J'en suis convaincu et le premier ministre et
vous-même l'avez rappelé à de nombreuses reprises. Il est important
que ce débat engage la responsabilité du parlement également, en
cas de difficultés majeures en Afghanistan. Ce débat, je le dis sans
amertume, qui mérite une réflexion pour l'avenir, devrait avoir lieu
01.28 Georges Dallemagne
(cdH): Onze fractie heeft altijd het
beleid
van
de
regering
in
Afghanistan gesteund, maar wij
willen dat het debat op het juiste
ogenblik wordt gevoerd. Dat land
is in oorlog en de soldaten zetten
er hun leven op het spel. De inzet
is groot en het Parlement moet
bijgevolg zijn verantwoordelijkheid
op zich nemen.
Wat de grond van de zaak betreft
moeten allereerst bepaalde cijfers
nader worden toegelicht.
Politiek gezien zullen wij niet
ingaan op het Amerikaans verzoek
om onze bijdrage te verhogen
maar we zullen wel een jaar langer
ter plaatse blijven. Het is dus zaak
dat een dialoog wordt aangegaan
met de Verenigde Staten opdat
ook
zij
aan
de
Europese
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
avant que les décisions soient prises, afin que le parlement puisse
assumer pleinement sa prise de responsabilités, par rapport à une
charge lourde pour un gouvernement qui est d'envoyer des soldats à
l'étranger sur un terrain militaire.
Deuxième observation: quant au fond: il n'y a pas de grandes
nouveautés par rapport à nos opérations en cours. Je me réjouis
d'une montée en puissance, relative sur le plan militaire, mais plus
substantielle sur le plan civil. Il faudra préciser certains chiffres. Le
ministre des Affaires étrangères a parlé de 3,5 millions d'euros, vous
avez parlé, monsieur le ministre de la Coopération, de 12 millions
d'euros. Cela fait donc 15,5 millions, si je suis bien informé. Il faudra
clarifier car il y a eu des chiffres dans différents sens. C'est un effort
important.
Sur le plan politique, j'ai bien entendu le premier ministre dire "nous
ne répondons pas à la demande américaine." Certes, nous ne
répondons pas à la demande d'augmentation de contribution. Mais
c'est une forme de réponse malgré tout puisque notre contribution va
finalement se prolonger sur une année supplémentaire.
Comme déjà dit lors d'une réunion précédente, il me semble
important d'engager un dialogue politique avec les États-Unis pour
qu'eux aussi répondent aux agendas et aux priorités européennes,
que sont la gouvernance économique financière ou le développement
durable, par exemple. Aujourd'hui, il existe un déséquilibre dans ce
dialogue politique qui fait que les Américains ne viennent pas en
Europe lors d'un sommet prévu en avril à Madrid.
Dans le cas du dialogue transatlantique, il serait bon que les priorités
du gouvernement, dans d'autres domaines que la sécurité, puissent
également recevoir de la part de nos partenaires et alliés américains
une réponse et un intérêt qui leur font défaut aujourd'hui.
Ma troisième observation est une question adressée au ministre de la
Défense et au ministre des Affaires étrangères: quel est le bilan que
vous tirez de l'opération qui s'est déroulée dans le Helmand? Il serait
intéressant de connaître l'appréciation du gouvernement belge, de
votre département sur cette nouvelle stratégie; elle sera probablement
mise en oeuvre également dans la province de Kunduz. Comment
évaluez-vous cette opération? Quels en sont les prolongements
politiques? Le même type d'opération sera-t-il mené dans la province
de Kunduz? Les troupes belges présentes sur place et les troupes
afghanes, que nous avons formées, seront-elles impliquées,
directement ou indirectement, dans les opérations prévues dans cette
province de Kunduz?
Quatrième observation: je me félicite du rehaussement de nos
relations diplomatiques avec l'Afghanistan. C'est une excellente
nouvelle. Il était important d'avoir un ambassadeur à Kaboul.
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, je me souviens que
vous aviez dit que vous seriez très exigeant sur la gouvernance et la
qualité de la gouvernance en Afghanistan. Cet ambassadeur aura-t-il
accès aux différents dispositifs de dialogue politique entre la
communauté internationale et le gouvernement afghan? Quelle sera
sa feuille de route dans les prochains mois? J'estime que la qualité du
dialogue politique, une des clés pour l'avenir, dépendra de nos
exigences quant à l'amélioration de la gouvernance.
prioriteiten tegemoetkomen.
Ik
zou
de
ministers
van
Landsverdediging en Buitenlandse
Zaken willen vragen de balans op
te maken van de operatie in
Helmand. Welk politiek vervolg zal
die operatie krijgen?
Zal er een soortgelijke operatie
uitgevoerd worden in de provincie
Kunduz?
Zullen de Belgische en de
Afghaanse
troepen
daarbij
betrokken worden?
Het verheugt me dat onze
diplomatieke betrekkingen met
Afghanistan verbeteren. Het is
belangrijk
dat
we
een
ambassadeur in Kabul hebben.
Zal hij op de verschillende niveaus
kunnen
deelnemen
aan
de
politieke
dialoog
tussen
de
internationale gemeenschap en de
Afghaanse regering?
Welke routekaart zal hij volgen?
Mijnheer
de
minister
van
Buitenlandse
Zaken,
welke
gevolgen heeft de evolutie van de
situatie in Pakistan volgens u voor
Afghanistan?
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Enfin, monsieur le ministre des Affaires étrangères, quelle est votre
appréciation de l'impact sur l'Afghanistan de l'évolution plutôt
substantielle de la situation pakistanaise? Des succès militaires y ont
été enregistrés, puisque des membres d'Al Qaïda ont été arrêtés.
Mais certains ont critiqué l'intervention du Pakistan, estimant qu'elle
troublait le dialogue avec les talibans.
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Collega's, de minister van Justitie
is binnengekomen. Zijn er specifieke vragen voor de minister van
Justitie?
Wilt u zelf enige toelichting geven, mijnheer de minister?
01.29 Minister Stefaan De Clerck: (...)
Voorzitter Ludwig Vandenhove: Dan geef ik het woord aan
mevrouw Boulet.
01.30 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je vous
remercie pour la tenue de cette réunion. Nous l'avions demandée
rapidement après les informations parues dans la presse à l'issue du
kern qui a décidé de l'envoi de renforts en Afghanistan. Nous sommes
encore loin de la prise en compte réelle du parlement dans des
décisions aussi importantes.
(...)
En Belgique, on prend une décision sans débat préalable et surtout
sans vision stratégique globale de la présence belge en Afghanistan,
et sans l'assortir de conditions ou d'une stratégie de sortie, alors que
les États-Unis, comme vous le disiez, l'ont décidé il y a bien
longtemps.
Existe-t-il une vision commune et une stratégie du gouvernement
belge au sujet de la politique à mener en Afghanistan? Ou bien
l'objectif du ministre de la Défense est-il d'être le meilleur élève de
l'OTAN, en disant amen à tout, en s'en montrant fier? Des ONG
présentes sur le terrain ont exprimé dans plusieurs rapports leurs
difficultés à travailler, étant donné la présence militaire européenne et
américaine. Cela ne provoque-t-il pas un sentiment de haine qui va
croissant au sein de la population? Des opérations humanitaires qui
se déroulent ailleurs ne sont-elles pas victimes de cette attitude? Je
pense à la situation de plus en plus difficile dans le nord du Congo,
monsieur le ministre de la Défense.
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, M. Obama a assorti sa
décision d'envoyer des renforts d'une stratégie de sortie. Il est
extrêmement attentif à l'évolution du gouvernement afghan et aux
prises de position du président Karzai. En revanche, nous sommes
incapables d'adopter une position claire, hormis celle qui consiste à
suivre sans logique ni vision, ni même comme l'a dit mon collègue
De Vriendt une évaluation de ce qui a été entrepris et de l'efficacité
des moyens belges. Vous disiez, monsieur le ministre de la
Coopération, que vous les aviez augmentés. Mais quels
enseignements en tirez-vous? Comment recadrer ces actions, si
nécessaire, en vue d'une meilleure efficacité de la présence belge, au
sens global du terme?
01.30 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Korte tijd na afloop van
de
vergadering
van
het
kernkabinet waarop werd beslist
om versterking te sturen naar
Afghanistan, vroegen we dat er
een vergadering zou worden
bijeengeroepen.
Met de mening van het Parlement
wordt nog steeds geen rekening
gehouden bij dergelijke belangrijke
beslissingen. Het zou goed zijn dat
het volledige middenveld zich kan
uitspreken
in
dergelijke
omstandigheden. Helaas worden
dergelijke beslissingen in België zo
genomen, zonder parlementair
debat, zonder evaluatie van wat er
werd uitgevoerd, zonder dat er
voorwaarden
aan
verbonden
worden en vooral zonder een
globale strategische visie op de
Belgische
aanwezigheid
in
Afghanistan.
Heeft de Belgische regering een
strategie, of is het enkel de
bedoeling de beste leerling van de
NAVO te zijn, in weerwil van de
noodkreten van de ngo's, de
groeiende haatgevoelens bij de
bevolking, de nijpende humanitaire
noden in andere regio's van de
wereld, bijvoorbeeld in Congo?
President Obama werkt aan een
exitstrategie voor Afghanistan. Wij
zijn blijkbaar enkel in staat om te
volgen, zonder te weten waar we
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Enfin, monsieur le ministre des Affaires étrangères, nous nous
apprêtons à prendre la présidence de l'Union européenne, mais
qu'apportons-nous en termes de vision relative à l'Afghanistan? N'est-
il pas temps de regrouper les États membres autour d'une vision
commune? Quel projet avons-nous pour cette région? Et je parle
également de ses relations avec le Pakistan, l'Iran mais aussi la
Russie, dont nous connaissons les rapports ambigus qu'elle a
entretenus avec l'Afghanistan. Les enjeux sont gigantesques, car il en
va de notre sécurité menacée par le terrorisme international. Comme
nous l'avons lu dans la presse, Al Qaïda est de plus en plus fragilisée,
mais si nous n'agissons pas, notamment sur le plan de nos relations
avec le Pakistan, cette organisation pourrait malheureusement
reprendre des forces dans les poches situées à la frontière de ce
dernier pays et de l'Afghanistan.
Quelle est la vision globale de la présence occidentale en
Afghanistan? Qu'apportons-nous comme solution régionale à ce
conflit?
On sait également que les enjeux énergétiques sont cruciaux dans
cette région avec des conséquences potentielles sur notre mode de
vie européen. Il en va de même de la production et du trafic d'opium.
La présence militaire en Afghanistan n'a en rien résolu ce problème.
De plus, il y a encore la question de la reconstruction du pays, qu'il
s'agisse des infrastructures mais aussi des bases politiques qui
permettraient de mettre en place un gouvernement représentatif de
toutes les ethnies. J'ajoute qu'il faudra obtenir le soutien des pays
limitrophes qui jouent un rôle majeur dans cette situation.
En conclusion, le gouvernement belge n'a aucune vision commune,
non seulement pour l'Afghanistan mais pour toute la région. La preuve
en est que le ministre de l'Immigration n'hésite pas à renvoyer des
demandeurs d'asile afghans sous prétexte que la région est calme et
l'environnement parfait pour assurer un avenir à ces personnes. Je
regrette de devoir constater que le gouvernement adopte une attitude
hypocrite. Il manque d'une réelle vision d'une région du monde dont
l'avenir sera déterminant pour nous et notre sécurité.
naartoe gaan.
Wij maken ons op voor het EU-
voorzitterschap, maar welke visie
zullen
wij
aanreiken
met
betrekking tot Afghanistan? Wordt
het niet eens tijd om de lidstaten te
verenigen
rond
een
gemeenschappelijke visie? Wat is
ons streven voor die regio,
eveneens in het licht van haar
betrekkingen met Pakistan, Iran,
maar ook met Rusland?
Het is eveneens bekend dat het
energievraagstuk van cruciaal
belang is in die regio, en dat de
uitkomst
van
dat
vraagstuk
gevolgen zou kunnen hebben voor
onze levenswijze in Europa.
De militaire aanwezigheid in
Afghanistan heeft het probleem
van de opiumproductie en
smokkel in geen enkel opzicht
opgelost. En dan moet het land
nog worden heropgebouwd, zowel
de infrastructuur als het politiek
bestel, zodat er een regering kan
worden gevormd die alle etnieën
vertegenwoordigt. In dat opzicht
zou de steun van de buurlanden
van groot belang zijn.
De Belgische regering heeft geen
gemeenschappelijke visie. Het
bewijs daarvan is dat de minister
die over immigratie gaat, niet
aarzelt
om
Afghaanse
asielzoekers terug te sturen, met
als argument dat de regio rustig is.
De houding van de regering is
hypocriet.
01.31 Minister Steven Vanackere: Heren voorzitters, ik zal trachten
gegroepeerd de opmerkingen van de parlementsleden te behandelen.
Een eerste groot thema is het vraagstuk over de evaluatie. De heer
De Vriendt heeft daarover gesproken, alsook de heer Van der
Maelen. De heer Dallemagne vraagt zich af of wij hier geen debat
hebben à contretemps, waarbij hij vindt dat men daarover vooraf een
debat zou moeten hebben.
Ik ga niet herhalen wat de heer Kindermans heeft gezegd, maar echt
waar, ik heb de stellige overtuiging dat wij in dit Parlement, zowel in
de commissievergadering, maar ook op bepaalde ogenblikken in
plenaire vergadering, de kans hebben gehad om toelichting te geven,
om vooral ook geconfronteerd te worden met de opinie van het
01.31
Steven
Vanackere,
ministre: Il a été dit qu'un débat
comme celui d'aujourd'hui aurait
dû avoir lieu avant la décision. Six
débats se sont tenus à propos de
l'Afghanistan
en
commission
comme en séance plénière et, en
ces occasions, le gouvernement a
fourni des informations et a été
confronté aux points de vue du
parlement. Une longue tradition
veut que le gouvernement justifie
de telles décisions mais pas qu'il
demande
l'autorisation
du
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Parlement.
Aansluitend bij een lange traditie is het zo dat de regering zich voor dit
soort politiek moet verantwoorden, maar dat er geen parlementair
debat wordt gevoerd op een manier alsof men vooraf parlementaire
toestemming vraagt voor aangelegenheden waarvoor wij ons
uiteraard moeten verantwoorden. Wanneer wij de vijf, zes of zeven
debatten over Afghanistan op een rij zetten, dan kan ik niet anders
dan aansluiten bij wat de collega van de N-VA daarnet zei, met name
dat hij hier al veel reeds heeft gehoord, déjà entendu. Gelieve mij bij
voorbaat te excuseren.
Wij trachten natuurlijk zoveel mogelijk zelf ook bij ieder nieuw debat
een stukje nieuwe informatie te geven, maar wij zitten, op het niveau
van de beginselen, toch wel heel sterk met verhalen die veel déjà
entendu veronderstellen.
Voor ik inga op de grond van een aantal zaken, het volgende.
Verschillende collega's hebben gevraagd hoe het juist zit met die
cijfers, want dat wij niet zo heel duidelijk waren. De heer Van der
Maelen heeft ernaar gevraagd, alsook de heer Dallemagne. Wel, het
is eenvoudig, wij vergelijken 2009 met 2011. Als wij dat doen, dan zal
de inspanning van 12 miljoen euro naar 13 miljoen euro gaan. Van de
12 miljoen euro is er 2,5 miljoen euro voor de consolidation de la paix,
dus voor de vredesopbouw. Dat wordt 3,5 miljoen in het jaar 2011,
telkens binnen die enveloppe van in totaal 13 miljoen. De minister van
Ontwikkelingssamenwerking kan straks nog meer toelichtingen
geven. In 2010 gebeurt er ook een verhoging van de middelen voor
ontwikkelingssamenwerking, hetgeen vergelijkingen steeds wat
moeilijker maakt, maar voor 2011 is er een engagement om minstens
13 miljoen te hebben. Dat is het gevolg van een beslissing om
1 miljoen
extra
aan
vredesopbouw
te
doen.
Voor
ontwikkelingssamenwerking zal men zien wat er uiteindelijk te
beslissen
valt,
maar
de
9,5 miljoen euro
die
in
ontwikkelingssamenwerking wordt ingezet in 2009, wordt minimaal in
2011 gehandhaafd.
Wat betreft de cijfers en de aanwending van de middelen, de regering
heeft vandaag inderdaad niet beslist om mee te doen met het Trust
Fund. Zoals de heer Kindermans aangaf, betekent dat niet dat wij dat
uitsluiten voor eeuwig en altijd. Wij hebben gewoon vandaag,
vooralsnog, niet beslist om daarin in te treden. Een paar contouren
van het Trust Fund kunnen overigens nog duidelijker worden.
Diplomatiek gesproken, hebben wij het volgende laten blijken. Dat
Trust Fund moet goed worden aangepakt. Het mag geen middel zijn
om met centen mensen naar de andere kant te trekken zonder enige
context. Het Trust Fund moet inderdaad voldoende inspelen op die
leden van de Taliban die, zoals collega Kindermans zei, voor een
groot stuk om economische redenen zich aan de verkeerde kant van
dat conflict bevinden. Zij moeten ervan overtuigd worden om dat
gewelddadig gewapend leven op te geven om, eventueel voor een
deel, in het normaal economisch leven, bijvoorbeeld in de landbouw,
te stappen. Dan kan dat een piste zijn. Toch willen wij eerst de
contouren ervan zien. Dat verklaart waarom wij vandaag zeggen dat
wij 1 miljoen extra investeren in vredesopbouw, maar vooralsnog nog
geen beslissing hebben genomen om deel te nemen aan het Trust
Fund.
parlement avant de prendre une
décision. Le gouvernement a donc
déjà longuement débattu avec le
Parlement et, à vrai dire, j'ai
entendu aujourd'hui bien des
redites.
Douze millions d'euros ont été
dégagés en 2009 pour la mission
en Afghanistan, dont 2,5 millions
pour la reconstruction. En 2011, le
budget total passera à 13 millions
d'euros
en
raison
d'une
augmentation
à
3,5 millions
d'euros des moyens pour la
reconstruction.
En
2009,
la
Coopération au développement a
à nouveau libéré 9,5 millions
d'euros pour l'Afghanistan. Ce
montant sera au moins maintenu
en 2010 et sera peut-être même
augmenté.
Il est exact que nous avons choisi
ne pas participer, pour l'instant, au
Trust Fund mais il ne s'agit pas là
d'une décision définitive. Nous
avons laissé entendre au niveau
diplomatique
que
nous
considérons que la négociation
avec les partisans plutôt modérés
des Talibans dans le but de les
convaincre de renoncer à la lutte
armée constitue
une bonne
approche.
Nous
adoptons
actuellement une attitude plutôt
attentiste jusqu'à ce que les lignes
de forces du fonds deviennent un
peu plus précises et c'est
précisément pour cette raison que
nous augmentons d'un million
d'euros le budget consacré à la
construction de la paix.
Certains membres ont renvoyé à
la stratégie régionale.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Dan is er een cluster van vragen die ik bijzonder verwelkom en
waarop ik misschien wat nieuwe gegevens kan geven. Veel collega's
hebben geïnsisteerd op het belang van een regionale strategie. De
heer De Vriendt zei dat er een regionaal politiek overleg nodig is.
Collega Kindermans spreekt van de nood om regionale oplossingen
te vinden en insisteert op wat kan bijdragen tot economische
integratie en conflictbeheersing.
M. Dallemagne a parlé du rôle du Pakistan et d'autres collègues sont
intervenus pour insister sur cet élément.
Het is misschien goed dat ik even een kleine toer doe.
Ik ben inderdaad recent in India geweest. Ik heb daar ook met mijn
collega over de problematiek in Afghanistan gesproken. India is zeer
geïnteresseerd in wat in Afghanistan gebeurt en heeft een politieke
analyse. Het zal u niet verbazen dat zij hun buurland Pakistan in
belangrijke mate verantwoordelijk achten voor de instabiliteit. Zij
wijzen daar in hun gesprekken met ons voortdurend op.
Hun aanwezigheid daar is vooral economisch en politiek en is ook
ondersteunend. Zij hebben in dat verband trouwens recent een aantal
aanslagen te verwerken gekregen, waarbij mensen die in het herstel
van de Afghaanse samenleving, in de ontwikkelingshulp, aan de slag
waren zijn omgekomen.
Zij zijn inderdaad bereid, onder meer door de opening van nieuwe
consulaten, om zich actief met de opbouw van Afghanistan in te laten.
Zij zien dat ook sterk, ik druk mij uit in de meest diplomatieke vorm, in
het kader van een rivaliteit met Pakistan.
De benadering van Pakistan ten opzichte van Afghanistan is dat men
Afghanistan graag als een bevriend land wil beschouwen, maar
tegelijkertijd is het zo dat Pakistan niet altijd de nodige stappen zet om
daarvan niet alleen een bevriend maar ook een voldoende sterk land
te maken.
Positiever in dat verband zijn de militaire acties tegen de Pakistaanse
Taliban op eigen grondgebied, die er zijn gekomen na zware druk van
de VS en het recente partnerschap tussen de VS en Pakistan. Dat
geeft wel aan dat Pakistan zich geleidelijk meer in een internationale
aanpak wil inschakelen.
Wij mogen ook de partner Iran niet vergeten. Voor Iran lijkt de grote
prioriteit te zijn dat de troepen van de VS, en bij uitbreiding van alle
andere troepen in het kader van het bondgenootschap, zo snel
mogelijk vertrekken. Het oordeel over de precieze motivatie van die
ambitie laat ik bij u, maar ik denk dat het eerlijk is om te zeggen dat
de Iraanse politiek vooral is gebaseerd op het voortzetten van de
militaire steun aan de politiek-militaire groepen waar men traditioneel
steun aan verleende, de Noordelijke Alliantie.
Er is ook een officiële steun aan de heropbouw van het land. In veel
analyses komt het echter erop neer dat men het bespoedigen van het
vertrek van troepen van de VS en andere als een van de grootste
prioriteiten ziet.
China is in dat regionale concept ook een belangrijke partner. China
Je me suis récemment rendu en
Inde,
qui
s'intéresse
à
l'Afghanistan.
Selon
l'analyse
politique de ce
pays,
une
responsabilité importante incombe
au Pakistan. La présence de l'Inde
en
Afghanistan
est
essentiellement
de
nature
économique et politique et le pays
a dès lors été la victime d'attentats
contre des compatriotes qui y
participaient à la reconstruction
économique du pays. Le pays est
disposé à jouer un rôle actif en
Afghanistan,
notamment
en
ouvrant de nouveaux consulats,
mais
sa
réflexion
est
essentiellement guidée par sa
rivalité avec le Pakistan.
Le Pakistan se veut être une
nation amie de l'Afghanistan.
Pourtant, les mesures qu'il prend
pour renforcer également le pays
ne sont pas toujours suffisantes.
Les actions menées sur son
propre
territoire
contre
les
Talibans après une pression
importante des États-Unis sont en
revanche
plus
positives.
Le
Pakistan
se
rallie
ainsi
progressivement
à
l'approche
internationale.
Le retrait le plus rapidement
possible des Américains et de
leurs alliés du territoire constitue la
priorité de l'Iran. La politique du
pays est axée sur la poursuite de
l'appui à l'Alliance du Nord. L'Iran
soutient
par
ailleurs
la
reconstruction du pays.
La Chine applique surtout une
stratégie économique et est l'un
des principaux investisseurs en
Afghanistan.
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
heeft voornamelijk, ik denk dat het correct is om dat zo samen te
vatten, een positie als economische speler.
China is niet te onderschatten op het niveau van de investeringen ter
plaatse. Het is de belangrijkste investeerder in Afghanistan, onder
andere in de ontginning, en streeft in dat verband vooral een
economische strategie na.
Rusland schijnt opnieuw aan invloed te winnen. Het heeft veel
aandacht voor de drugsproblematiek. Zij stellen ook vast dat ik
verwijs naar de klacht die wij formuleren Rusland overspoeld wordt
door Afghaanse drugs. Een positief element van het Amerikaanse
resetbeleid is dat ISAF zich ondertussen opnieuw via het Russische
luchtruim en grondgebied kan laten bevoorraden, zodat er ook daar
een stuk positievere ingesteldheid is.
Ik denk, met de heer Kindermans, dat de zorg voor een grotere
economische integratie altijd een motor is voor stabilisering en
conflictbeheersing. Iedereen zal het echter met ons eens zijn dat dit,
ten eerste, een werk van lange adem is en, ten tweede, nooit in de
plaats kan komen van een beveiligingsstrategie die ervoor zorgt dat er
een economische integratie mogelijk is. Men kan de kar niet voor het
paard spannen.
Ik kom tot een volgende cluster van ideeën, waarbij ik vooral de heer
Van der Maelen kan citeren. In de grond zegt de heer Van der Maelen
hij heeft dat al enkele keren gezegd dat het eigenlijk een nutteloze
oorlog is, zonder resultaten. Een aantal collega's parafraseren dat. Ik
hoor de heer Stevenheydens dat ook zeggen. Als men vaststelt dat
men in de aanpak van bijvoorbeeld de corruptie weinig vooruitgang
heeft geboekt, is dat dan geen gefaalde operatie? Ik zou echt niet
willen dat wij in dit parlementair debat de indruk wekken dat de enen
alleen maar naar het negatieve kijken en de anderen alleen maar
naar het positieve.
De evaluatie maken, is één zaak. Wij hebben in voorgaande
parlementaire debatten toch echt wel de kans gehad om aan te tonen
dat er in een aantal aangelegenheden best wel vooruitgang is, zonder
daarmee te willen zeggen dat "tout va pour le mieux dans le meilleur
des mondes". Er is vooruitgang, maar die is onvoldoende. Ik denk dat
wij in dit Parlement die analyse delen. De vraag is veel meer wat wij
daaraan kunnen doen. Een collega, ik denk dat het de heer Vijnck
was, heeft het tradtionele TINA, there is no alternative, uitgesproken.
Wat is het alternatief? Ik hoor dat de heer Van der Maelen zegt dat wij
een alternatief hebben, namelijk de terugtrekking. In zijn uiteenzetting
zei hij erbij dat wij dat binnen de VN kunnen overeenkomen. Ik heb
dat tenminste ontwaard in zijn toelichting. Mijnheer Van der Maelen,
de VN zit vandaag unaniem op koers om door te gaan. Ik wil geen
oneerlijke vergelijkingen maken, maar het is een beetje te vergelijken
met een situatie waarin de brandweer een brandende schuur aan het
blussen is. Men kan aannemen dat de schuur misschien verloren zal
gaan en iemand zegt: laat ons stoppen met blussen. Doch, als we
stoppen met blussen, dan weten we een ding: het brandt helemaal af.
We blijven blussen en werken volgens de strategie van onder andere
de heer Obama, maar ook van de Londen-conferentie met meer dan
70 landen en internationale organisaties die samen zeggen dat er
La Russie regagne en influence.
Elle s'intéresse beaucoup à la
question des drogues. L'aspect
positif de la politique américaine
du reset est que les troupes de la
FIAS peuvent à nouveau être
approvisionnées au départ de la
Russie.
Je pense que nous sommes
d'accord sur le fait qu'une
intégration économique renforcée
est la base de la maîtrise du
conflit. Il s'agit d'un travail de
longue haleine qui ne pourra être
mené à bien que si nous
appliquons en même temps une
stratégie de la sécurité.
À en croire M. Van der Maelen,
nous participons à une guerre
inutile. Nous avons déjà dit que si
des progrès ont été réalisés sur
certains plans, nous savons aussi
qu'ils sont insuffisants. Procéder à
une évaluation est une chose mais
la question qui se pose est: que
faut-il faire? M. Vijnck affirme qu'il
n'y a pas d'alternative. Selon
M. Van der Maelen, il faut conclure
au sein de l'ONU un accord
prévoyant notre retrait. Toutefois,
l'ONU s'est engagée à l'unanimité
dans une autre voie, celle de la
persévérance.
Lors
de
la
conférence de Londres, il a été
convenu que nous devons fournir
des efforts supplémentaires si
nous
voulons
mener
cette
opération à bien. Si le succès n'est
pas garanti, l'échec l'est en cas de
retrait. Il est honorable de ne pas
être du même avis qu'autrui mais
suivre l'avis de M. Van der Maelen
nous isolerait complètement sur la
scène internationale.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
verder moet worden gewerkt als we dit tot een goed einde willen
brengen.
Is daar een garantie op? Kunnen wij tekenen met ons bloed op een
goede afloop? Neen. Maar een ding is duidelijk: holderdebolder
vertrekken is zeker geen oplossing.
Ik vrees dat het vertrouwd in uw oren zal klinken, net zoals dat bij mij
was. Dit is een eerbare confrontatie van twee meningen. Ik kan niet
anders dan, samen met de regering, mijn verantwoordelijkheid nemen
in iets waarvan ik u zeg dat uw positie ons in ieder geval internationaal
zeker zal isoleren. De mensen die daarover nadenken wensen verder
te gaan.
Mme Boulet me demande si l'on se contente de suivre: non, il y a une
vision! Cette vision a été développée tant par la diplomatie belge que
dans un cadre plus européen: un plan d'action a encore été approuvé
au mois d'octobre et un représentant de l'Union européenne,
M. Vygaudas Usakas, a été désigné. Il suit une logique dans laquelle,
sur plusieurs thèmes, j'ai la prétention d'être intervenu avec un certain
résultat.
Par exemple, dans la préparation de la Conférence de Londres, dans
mes conversations avec M. Miliband, j'ai insisté sur le fait de disposer
de benchmarks qui aideraient à observer si les engagements de
M. Karzai pouvaient se réaliser sur le terrain, de ne pas se laisser
endormir par des discours, mais de convenir d'éléments concrets
d'évaluation de sa volonté de respecter ses engagements. Tout cela
figure dans la conclusion de la Conférence de Londres.
Hier, dans ma discussion avec Phil Gordon, puis avec Mme Clinton
par téléphone, j'ai insisté sur le fait que, pour nous, dans le cadre de
cet engagement que nous sommes prêts à prendre, mais aussi pour
nous justifier face à l'opinion publique, il fallait des progrès au niveau
de la responsabilité afghane. C'est certainement un hasard
absolument fortuit mais, aujourd'hui, M. Obama se trouve en
Afghanistan et insiste exactement sur les sujets dont nous avons
discuté avec Phil Gordon.
Je ne me sens donc pas du tout dans une position de suiveur,
uniquement de suiveur, mais je n'exagérerai pas non plus ma
position. Alors, de deux choses l'une: soit vous nous encouragez à
prendre position, ce que nous faisons, soit vous dites de suite que
nous n'aurons pas la capacité d'influencer la situation. La vérité doit
être probablement entre les deux.
Mevrouw Boulet, we doen meer
dan alleen volgen. Er werd een
visie ontwikkeld op het Belgische
en het Europese niveau, en in
oktober werd er een actieplan
goedgekeurd. Er werd een EU-
gezant
aangesteld,
de
heer Vygaudas Usakas, en hij
volgt een bepaalde logica.
We hebben onze stem laten
horen, met een zeker resultaat. Zo
heb ik bij de voorbereiding van de
Conferentie van Londen met
succes gepleit voor benchmarks
voor
de
wijze
waarop
de
verbintenissen van de heer Karzaï
in daden worden omgezet. Ik heb
er tevens bij Philip Gordon en
mevrouw Clinton
op
aangedrongen dat vooruitgang
inzake
de
Afghanisering
noodzakelijk is, en vandaag
verdedigt
de
heer Obama,
misschien puur toevallig, hetzelfde
standpunt. Ik wil mijn vermogen
om beslissingen te beïnvloeden
niet overdrijven, maar ik denk toch
dat ik meer doe dan alleen maar
anderen volgen.
Ten slotte kom ik dan aan een aantal punctuele vragen.
Mijnheer Kindermans, u vroeg naar de positie over de integratie van
de fameuze warlords. Er is daarover geen officiële regeringspositie.
Als minister van Buitenlandse Zaken herinner ik eraan dat wij in de
recente internationale geschiedenis slechte ervaringen op een ander
continent hebben gehad met de integratie van personen tegen wie
men evengoed de justitiële benadering kan hanteren, maar tegenover
wie men om zogenaamd praktische of tactische redenen opteert voor
een integratie in een groter kader. Ik zeg u dus dat ik in het kamp zal
zitten van degenen die menen dat wij daarmee bijzonder goed
moeten opletten.
M. Kindermans
a
posé
des
questions sur l'intégration des
seigneurs de la guerre. À ce sujet,
le gouvernement n'a pas défini de
position officielle mais je crois que
nous avons eu, sur un autre
continent,
suffisamment
d'expériences négatives quant à
l'intégration de gens qui auraient
tout aussi bien pu être poursuivis
en justice. Je plaide en faveur
d'une approche prudente. Le prix
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Wanneer het gaat over vredesprocessen, moet men op zeker
ogenblik verkiezen dat de wapens zwijgen en dan is er daarvoor soms
een bepaalde prijs te betalen, maar die mag niet onevenredig hoog
zijn en die mag vooral ook niet de kiemen van toekomstige conflicten
in zich dragen. Iedereen voelt wel wat wij daarmee bedoelen.
Mijnheer Stevenheydens, u vroeg wat er zal gebeuren na 2011 en wat
met de andere landen. Ik heb een lijstje met de engagementen van
een aantal andere landen. Sommige landen zoals het Verenigd
Koninkrijk, Duitsland en Spanje hebben extra troepen aangekondigd.
Ik insisteer nogmaals: wij hebben niet aangekondigd meer troepen te
sturen, wij houden onze inspanningen stabiel. Ik kan natuurlijk niet
voorspellen wat er na 2011 zal gebeuren. Ook de heer Obama heeft
het tijdstip van midden 2011 niet veel meer herhaald. Dat is iedereen
ook opgevallen. Men wil hoe dan ook niet kalendergebonden zijn,
maar resultaatgebonden.
Wij hebben dit hier ook reeds kunnen ontwikkelen als argument: er is
niets zo slecht als een kalendermatig aangekondigd vertrek. Als men
namelijk alle krachten die willen vermijden dat er daar een goede
stabiele oplossing komt, argumenten wilt geven, dan moet men vooral
data aankondigen. Wij moeten ervoor zorgen dat de geleidelijke
overdracht van verantwoordelijkheid, waarbij reeds tegen het einde
van dit jaar sommige provincies op het niveau van veiligheid in
handen zouden moeten zijn van de Afghaanse verantwoordelijken,
wordt gerealiseerd. Wij moeten dus vooral resultaten zien te boeken.
Wij zullen evalueren wat wij op dat ogenblik doen. Dat geldt trouwens
in het algemeen voor de beslissing van de Ministerraad. Er zal dus
permanent worden geëvalueerd.
Dan waren er twee vragen over de ambassade van de heer
Stevenheydens en de heer Dallemagne.
de
la paix ne peut être
déraisonnablement élevé et ne
peut porter en lui les germes d'un
conflit futur.
Quels seront nos engagements
après 2011? Je ne puis le prédire.
Le président Obama lui-même
s'abstient de se référer trop
souvent à la "mi-2011". Plutôt que
de réfléchir en termes de
calendrier, l'on veut réfléchir en
termes de résultats. Rien de pire,
en effet, qu'un retrait lié à un
calendrier. Fixer un calendrier
précis constituerait la meilleure
manière de renforcer la position de
ceux qui veulent empêcher une
solution stable. Nous devons
oeuvrer à un transfert progressif
aux forces armées afghanes. Des
objectifs doivent toutefois être
fixés, des résultats engrangés et
une évaluation mise en place.
Je confirme qu'il y aura un ambassadeur et qu'il sera accompagné.
Hij zal vergezeld worden door een diplomatieke medewerker.
Ik heb nog geen precieze blauwdruk van die ploeg. Er zullen ook
personeelsleden ter plaatse gerekruteerd worden. We zullen het
veiligheidsdispositief aanpassen, zodat er grondig kan worden
gewerkt, uiteraard ook samen met onze speciale gezant voor
Afghanistan. Die zal natuurlijk intensief met die ambassadeur
samenwerken.
Ik verontschuldig mij ervoor dat ik het wat langer heb getrokken, maar
toch nog dit. Misschien blijven veel collega's op hun honger met de
vraag of wij eigenlijk wel een en ander geëvalueerd hebben. Het gaat
dan niet alleen over een evaluatie met het Parlement, maar over de
vraag of wij, ministers, geëvalueerd hebben, dan wel of we blindelings
te werk zijn gegaan.
Welnu, ik som even op hoe we tot onze beslissing gekomen zijn. Er is
een reguliere en punctuele rapportering van onze diplomatieke post in
Kabul. Ik druk mijn respect uit voor onze verantwoordelijke daar, die
ons in bijzonder moeilijke omstandigheden zeer goed op de hoogte
heeft gehouden. We hebben informatie van de internationale
organisaties ter plaatse en van de hoofdkwartieren. Er zijn
terreinbezoeken van onze ministers en de premier, zowel de heer Van
En ce qui concerne l'ambassade,
je
puis
confirmer
que
l'ambassadeur sera accompagné
d'un collaborateur diplomatique
mais on ignore encore quelle sera
la composition de l'équipe. Des
recrutements seront également
organisés sur place. Le dispositif
de sécurité sera adapté pour
permettre
un
travail
plus
approfondi.
L'ambassadeur
travaillera évidement en étroite
collaboration
avec
notre
représentant
spécial
pour
l'Afghanistan.
On
me
demande
si
le
gouvernement
procède
correctement à l'évaluation. Nous
nous appuyons sur les rapports
réguliers et ponctuels de notre
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Rompuy als Leterme in 2009, en minister De Crem eind 2009 en in
februari 2010 en de aanwezigheid van Charles Michel op de
inauguratie van Karzai. Er is het bezoek van Pieter De Crem aan
Washington in januari 2010. Ik vernoem ook diplomatieke contacten
op hoog niveau, met president Karzai, Kai Eide, Holbrook, Hillary
Clinton, Cathy Ashton, Robert Gates, Rasmussen, de nieuwe
vertegenwoordiger Uzachas. Ik heb gesproken met Milliban en met
general Jones. We hebben Jim Townsend ontmoet. Er is met Robert
Gates gesproken, en gisteren nog met Hillary Clinton. Er kan niet
gesteld worden dat we een kans hebben laten liggen om onze
informatie up-to-date te houden.
Ik spreek nog niet over onze deelname aan de raden in Europa, onze
participatie aan de Londenconferentie, het feit dat wij een speciale
gezant sturen, en de debatten in het Parlement.
Ik heb respect voor iedereen die pleit voor een veel sterkere
beslissingsboom ter zake. Maar ik ben ervan overtuigd in eer en
geweten dat er intensief is nagedacht. Het grote punt is dat wij van
mening verschillen! Wij hebben een verschillende strategische kijk op
wat er moet gebeuren. Dat kunnen wij met zes nieuwe debatten niet
veranderen.
Het is hoe dan ook een opdracht voor de geschiedenisschrijvers om
achteraf te kijken of de beslissing inderdaad de verstandigste was. Ik
hoop alleen maar dat men respect heeft voor het feit dat een regering
zich niet kan beperken tot de geschiedenis, maar ook dagelijks haar
verantwoordelijkheid moet nemen.
poste diplomatique à Kaboul et sur
l'information des organisations
internationales. Des membres du
gouvernement
se
rendent
régulièrement en Afghanistan.
Nous
avons
des
contacts
diplomatiques au plus haut niveau.
Nous ne négligeons aucune
possibilité
d'actualiser
nos
informations. J'ose affirmer en
âme et conscience que la décision
a été mûrement réfléchie.
Le noeud du problème, c'est que
les avis divergent en ce qui
concerne l'approche adéquate. Six
nouveaux débats n'y changeront
rien. Les historiens jugeront quelle
décision était la plus judicieuse.
01.32 Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, na de
uiteenzetting van collega Vanackere, waarin het geopolitieke kader
geschetst werd, zal ik mij enigermate beperken. In de vastentijd is het
niet slecht om zich een gevoelige beperking op te leggen. Ik zal
antwoorden op de vragen van de collega's met betrekking tot het
militaire karakter van onze inzet in Afghanistan.
De aanpak van de internationale gemeenschap is drievoudig. Ik heb
dat, in de vele vergaderingen die wij reeds hebben gehad, in het
honderdvoud mogen benadrukken, maar ik wil het nogmaals doen.
Ten eerste, er is, vanuit het standpunt van de veiligheid, beslist dat
bijkomende troepen de bevolking zullen beschermen, door acties te
ondernemen tegen de mensen die wij kennen, namelijk de mensen
die tot Al Qaeda en de Taliban behoren en, anderzijds, door de
Afghaanse veiligheidstroepen te vormen. Dat is de twee-eenheid
waarin wij werken.
Ten tweede, wij maken gebruik van de versterkte stabiliteit om een
civiele strategie te ontwikkelen. Die civiele strategie heeft tot doel dat
er een beter bestuur en een betere justitie tot stand kunnen komen en
dat een betere economische en sociale ontwikkeling bespoedigd kan
worden.
Ten derde, de situatie in Afghanistan wordt sterk beïnvloed door de
omgeving, waardoor er een absolute noodzaak is om het dossier-
Afghanistan ook in zijn regionale context aan te pakken. Daarover
heeft collega Vanackere het net gehad.
01.32 Pieter De Crem, ministre:
Je vais me limiter à l'aspect
purement
militaire
de
notre
engagement
en
Afghanistan.
L'approche de la communauté
internationale est triple. Pour des
motifs de sécurité, il a été décidé
que des troupes supplémentaires
protégeraient la population par des
actions contre des membres d'Al-
Quaïda et les Talibans, tout en
formant des troupes de sécurité
afghanes. Une stratégie civile sera
développée sur la base de cette
stabilité renforcée, afin de mettre
en place une justice et une
administration
meilleures
et
d'accélérer
le
développement
économique et social.
La situation en Afghanistan est
largement
influencée
par
le
contexte
environnant.
Il
est
absolument
nécessaire
d'appréhender le dossier dans son
contexte régional. Le ministre
Vanackere
a
évoqué
cette
question.
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Die drievoudige aanpak moeten wij voorafgaandelijk met elkaar
uitklaren, om onze aanwezigheid, hoofdzakelijk militair, maar ook
civiel, in Afghanistan te kunnen duiden. Eigenlijk, collega Vanackere
heeft dat ook benadrukt, is dat standpunt sinds februari 2008 niet
veranderd. Wij hebben gezegd dat de Belgische regering opteerde,
door een versterkte aanwezigheid in Afghanistan, voor een civiel-
militaire oplossing van het conflict en dat de militaire aanwezigheid
noodzakelijk was om een civiele oplossing mogelijk te maken. Wij
staan daarmee niet alleen. Wij zijn daarbij gedekt door een
internationaal mandaat, een unaniem mandaat, goedgekeurd door de
Veiligheidsraad van de VN. Aan de internationale operatie die wij
ISAF noemen, nemen meer dan 42 landen deel, NAVO-landen en
niet-NAVO-landen, Europese, Amerikaanse en Aziatische landen, om
met de internationale gemeenschap, weliswaar gewapenderwijs,
stabiliteit in de regio te brengen.
We weten ondertussen allemaal waarom we dat doen. De
antwoorden op de vragen die ik nu wil geven is hoe we met België,
met ons land en met de Belgische Defensie, daarin een essentieel
onderdeel spelen.
Wij volgen, steunen en voeren ook uit en dat mogen we zeggen
zonder daar beschaamd over te hoeven zijn de visie van president
Obama die ook de visie is van heel veel landen. Wij spannen ons in
om die visie ook mogelijk te maken. Die visie bestaat er in dat er op
dit moment ongeveer 90 000 militairen aanwezig zijn op Afghaans
grondgebied uit meer dan 40 landen, zoals ik daarnet zei. Die zijn
ontplooid binnen het kader van de ISAF.
De ISAF heeft momenteel 26 PRT's of Provincial Reconstruction
Teams. Ik wil nogmaals zeggen dat het de regering Verhofstadt II is
die dergelijk PRT heeft ontplooid. Ik moet dan toch even de oren
spitsen als ik hier mensen bepaalde verklaringen hoor afleggen over
de wijze waarop de Belgische Defensie aanwezig is in Afghanistan in
het kader van een stabiliteitsoperatie. Blijkbaar is men bijzonder kort
van geheugen en is men compleet vergeten dat men de ontplooiing
van deze PRT heeft gesteund. Wat men ook van PRT's moge
zeggen, ze blijven de draaischijf voor contacten tussen de plaatselijke
bevolking en de autoriteiten en helpen bij het creëren van een veilige
omgeving. Ze maken dat mee mogelijk. Ze coördineren de
ontwikkelings- en heropbouwprojecten en ze geven ondersteuning in
vele domeinen.
In deze commissie zijn er mensen die om het even wat vertellen, niet
gehinderd door enige terreinkennis, op basis van selectieve
informatie. Het werk dat de PRT's doen is basisopbouwend werk. Het
is een bottom upaanpak, waarvan de internationale gemeenschap
overtuigd is dat dit tot resultaten leidt, en niet het minst de ngo's.
Weet u dat de ngo's wanneer wij daar ter plaatse zijn, op de
Londenconferentie en elders, bij de deelnemende landen bijna
smeken dat zij zich militair niet zouden terugtrekken, omdat wanneer
wij dat doen, al het werk dat gedaan is, volledig verloren gaat en de
ngo's kunnen opkrassen? Dat is, helaas, de pijnlijke realiteit. Met
andere woorden, onze inspanningen zijn nog niet voldoende geweest
om de civiele opbouw mogelijk te maken.
Wij werken in het internationale kader in die samenlevingsopbouw,
verlengd tot eind 2011, sinds deze regering verhoogd met twee
En fait, le point de vue n'a pas
varié depuis février 2008. La
présence militaire est nécessaire
pour permettre une solution civile.
Nous sommes ainsi couverts par
un mandat unanime du Conseil de
sécurité des Nations Unies. La
FIAS réunit plus de 42 pays
désireux de rétablir la stabilité
dans la région.
La Belgique constitue à cet égard
un
maillon
essentiel.
Nous
contribuons à la mise en oeuvre de
la doctrine du président Obama,
une doctrine appuyée par de très
nombreux pays. Nous travaillons à
rendre cette doctrine possible.
Quelque 90 000 militaires sont
actuellement
déployés
en
Afghanistan.
La FIAS dispose actuellement de
26
Provincial
Reconstruction
Teams
ou
PRT.
Sous
le
gouvernement Verhofstadt II, un
tel PRT avait d'ailleurs également
été
déployé.
Apparemment,
certains
ont
la
mémoire
particulièrement courte et oublient
qu'ils ont eux-mêmes soutenu en
son temps l'envoi de ces PRT.
Ceux-ci continuent de faire office
de plaque tournante pour les
contacts entre la population locale
et les autorités et contribuent à la
création
d'un
environnement
sécurisé. Ils coordonnent les
projets de développement et de
reconstruction et apportent leur
appui
dans
de
nombreux
domaines.
Certains dans cette commission
disent n'importe quoi parce qu'ils
ignorent les réalités du terrain et
se fondent sur des informations
sélectives.
Les
équipes
provinciales
de
reconstruction
(PRT) accomplissent un travail de
reconstruction
de
base.
La
communauté internationale, et
particulièrement les ONG, est
convaincue que ce travail de base
porte ses fruits. Les ONG
supplient
presque
les
pays
participants de ne pas se retirer
militairement parce que tout le
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
OMLT's, opleidings- en vormingsteams, in het noorden van
Afghanistan in de RCN. We doen dat, met vooruitgang, met onze
belangrijkste partner op het niveau van een brigade, namelijk met
onze Duitse collega's.
travail effectué serait alors perdu.
Nos efforts n'ont donc pas encore
suffi, à ce jour, à permettre la
reconstruction civile.
Nous collaborons avec deux
OMLT
dans
le
nord
de
l'Afghanistan, dans le cadre du
RCN.
Nous
le
faisons
en
collaboration avec l'Allemagne
notre partenaire le plus important
à l'échelon des brigades - et nous
engrangeons des résultats.
Chers collègues, l'analyse de la situation sécuritaire en Afghanistan
est très régulièrement soumise à la commission de Suivi des
opérations militaires à l'étranger. Ces informations sont strictement
confidentielles et ne peuvent donc être divulguées ici.
Ce n'est pas le ministre de la Défense qui a inventé cette
commission! M'y rendre ne me pose aucun problème! Pure
coïncidence, une majorité à la Chambre et au Sénat souhaite le
maintien de cette commission dans laquelle toutes les données et
toutes les évolutions sont discutées une fois par mois! Je n'accepte
donc pas qu'on me dise qu'il n'y a pas de dialogue ou d'échange
d'informations!
Je pense que le parlement belge, certes dans un cadre limité avec
des membres ayant presté serment, est un des seuls parlements, de
ce côté de l'Atlantique, au sein duquel les membres désignés du
Sénat et de la Chambre peuvent, s'ils le veulent, être parties
prenantes dans l'échange d'informations. Je rends donc hommage à
ceux qui le font, qui ne se soustraient pas à cette lourde
responsabilité, qui gardent le secret et qui ont donc l'avantage d'être
au courant des évolutions et des évaluations qui ont lieu en
permanence.
En ce qui concerne les aspects ayant trait à l'aide civile, je vous
renvoie aux commentaires et suggestions livrés par le ministre des
Affaires étrangères, M. Vanackere, par la ministre de l'Intérieur, Mme
Turtelboom, et par le ministre de la Coopération au Développement,
M. Michel. Je ne ferai pas référence à la brève apparition du ministre
de la Justice dans cette commission.
Une question est souvent revenue: celle des coûts. Mais vous ne
pensez quand même pas que j'ai l'intention de les cacher à cette
commission ou à une autre telle celle du Suivi des opérations
militaires à l'étranger? Je suis titulaire d'un département qui se trouve
en pleine transformation et réorganisation en raison de contraintes
budgétaires. Je n'ai nullement l'intention de taire les montants exacts.
J'ai l'impression que, dans cette commission, se noue parfois un
véritable dialogue de sourds.
Ces coûts sont inscrits dans notre budget et ont été approuvés par
l'Inspection des Finances et la Cour des comptes: en 2009, ils
s'élevaient à 50,3 millions d'euros nets et sont estimés, pour 2010,
à 53 millions d'euros nets. Une première estimation pour 2011, basée
sur les décisions du Conseil des ministres, s'élève à 51,6 millions
De
veiligheidssituatie
in
Afghanistan wordt op geregelde
tijdstippen geanalyseerd door de
commissie
belast
met
de
opvolging van de buitenlandse
zendingen. Die informatie is strikt
vertrouwelijk. Het is niet de
minister van Landsverdediging die
die commissie heeft uitgevonden!
Men moet ermee ophouden te
zeggen dat er geen infomatie-
uitwisseling bestaat of dat er geen
mogelijkheid is tot dialoog! België
is een van de weinige landen aan
deze kant van de Atlantische
Oceaan die de parlementsleden
die dat wensen, toelaten tot die
dialoog. Ik wil hulde brengen aan
de parlementsleden die de moed
hebben om dat te doen, die het
voordeel hebben dat ze op de
hoogte zijn van de ontwikkelingen,
en die het geheim bewaren.
Er wordt permanent geëvalueerd.
Wat de kosten betreft, wil ik deze
of
elke
andere
commissie
helemaal niets verhelen. Ik ben
bevoegd voor een departement
dat door budgetbeperkingen een
transformatie doormaakt. Soms
heb ik de indruk dat ik met deze
commissie een dovemansgesprek
aan het voeren ben.
De kosten, die op de begroting
ingeschreven
staan,
werden
goedgekeurd door de Inspectie
van Financiën en het Rekenhof:
50,3 miljoen euro netto in 2009,
een geraamde 53 miljoen euro
netto in 2010. Op grond van de
beslissingen van de ministerraad
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
d'euros nets. La décision en vue de compléter ou de remplacer le
matériel fait partie d'un processus continu d'appréciation.
Donc, une fois de plus, ce sont les tenants et aboutissants, ainsi que
les modulations des coûts de l'opération que nous menons en
Afghanistan.
is er volgens een eerste raming
sprake van 51,6 miljoen euro netto
voor 2011. De beslissing met het
oog op het aanvullen of het
vervangen
van
materieel
is
ingebed
in
een
permanent
beoordelingsproces.
De heer Stevenheydens heeft mij gevraagd om over de incidenten in
de provincie Kunduz te spreken. Ik kan dat hier niet doen om de heel
eenvoudige reden dat ik net zoals u, en nog net iets meer, gehouden
ben aan het militaire geheim dat ik moet respecteren. Als ik dat zou
doen, stel ik mij bloot aan strafrechterlijke vervolging. Dat kan bij
sommigen wat ongeloof opwekken, maar het is helaas zo. Militaire
incidenten bij militaire operaties in het buitenland bespreekt men niet
à la belle maraîchère. Zo gaat dat niet. Dat zijn zaken die belangrijk
zijn. Weet u waarom ze belangrijk zijn? Niet omdat wij het belang van
een of andere organisatie zouden verdedigen, maar wel omdat wij
door het openbaar maken van omstandigheden, van incidenten en de
gevolgen ervan, de veiligheid van onze eigen mannen en vrouwen in
gevaar zouden brengen. Dat is voor mij de belangrijkste reden om het
niet te doen.
Nogmaals, de commissie Opvolging Buitenlandse Operaties, zo heeft
het Parlement het gewild, is het gremium waarbinnen we deze
aangelegenheden kunnen bespreken.
Ik kan de incidenten in de
provincie Kunduz niet bespreken,
want ik moet het militaire geheim
respecteren. Als ik zoiets zou
doen, zou ik me blootstellen aan
strafrechtelijke vervolging. Door
het
openbaar
maken
van
omstandigheden, van incidenten
en de gevolgen ervan, zouden we
de veiligheid van onze eigen
mannen en vrouwen in gevaar
brengen. Dat is voor mij de
belangrijkste reden om het niet te
doen. De commissie Opvolging
Buitenlandse Operaties - zo heeft
het Parlement het gewild - is het
gremium waarbinnen we deze
aangelegenheden
kunnen
bespreken.
Les collègues Dallemagne et Van der Maelen m'ont posé la question
concernant "une offensive importante dans le nord de l'Afghanistan".
Je me sens un peu comme Multatuli car je dois toujours répéter la
même phrase ou la même appréciation: il m'est impossible, sur la
place publique, d'annoncer si, oui ou non, une offensive militaire a lieu
quelque part sur le territoire de l'Afghanistan. Imaginez que je
l'annonce, que mon collègue l'annonce ou le premier ministre. C'est
inconcevable!
Si des informations doivent être données, ce sera dans l'enceinte de
cette commission.
Pour répondre à MM. Dallemagne
et Van der Maelen, je dois répéter
comme Multatuli qu'il m'est
impossible
d'annoncer
publiquement le lancement ou non
d'une offensive militaire quelque
part
sur
le
territoire
de
l'Afghanistan.
Mijnheer de voorzitter, als er in dat
verband informatie moet worden
verstrekt, dan zal dat in de
beslotenheid van die commissie
gebeuren.
Ik wil het nog even hebben over de wijze waarop de inzet in
Afghanistan wordt geëvalueerd. Naar mijn mening getuigt het van
weinig respect voor onze militairen ter plaatse, wanneer men de
indruk zou wekken dat ze uitgestuurd worden, dat ze om de 3 of 6
maanden in rotatie zouden gaan, en dat daarmee de kous af is. Het
zou van weinig respect getuigen mocht men de indruk wekken dat ze
niet voorbereid zouden zijn, dat er zelfs geen voorbereiding aan die
voorbereiding zou voorafgaan, dat verder het verblijf niet voortdurend
zou worden geëvalueerd, en dat er geen `lessons learned' zouden
zijn. Het zou nogal straf zijn mocht dat gebeuren. Ik wil nogmaals
herhalen dat het van weinig respect getuigt ik hoop dat het onwil is
van bepaalde leden van de commissie om zich de eigenheid van onze
opdracht in Afghanistan eigen te maken.
Binnen ISAF is er een permanent en continu proces van evaluatie.
Il serait particulièrement peu
respectueux pour nos militaires de
donner l'impression que ces
derniers seraient envoyés sur
place puis remplacés tous les trois
ou six mois sans que ce
processus fasse l'objet d'une
évaluation. Il ne faut pas croire
qu'ils ne sont pas préparés et que
nous
ne
tirons
aucun
enseignement des expériences
passées. Certains membres de la
commission
refusent
manifestement de comprendre la
spécificité de notre mission en
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
We spelen daarin trouwens zelf een belangrijke rol. We hebben een
generaal-majoor, namelijk de heer De Vos, die op het niveau van
generaal
McCrystal,
permanent
betrokken
is
bij
de
besluitvormingsprocessen ter plaatse. Om de vier maanden komt er
een `periodic mission review' op politiek niveau in de schoot van de
Noord-Atlantische Raad, op het politieke/militaire niveau in de schoot
van het militair comité SACEUR en tot slot in de verschillende
hoofdkwartieren. Tijdens dat proces wordt op regelmatige tijdstippen,
aan de hand van sleutels en parameters, nagegaan of de
verschillende strategische, operationele en tactische objectieven
gehaald worden. Dat vormt de evaluatie binnen de NAVO en ISAF.
Daarnaast is er ook de nationale evaluatie. We hebben de mensen in
de internationale hoofdkwartieren. Er is een voortdurende nationale
evaluatie, die op het niveau van de Staf hier bij ons gebeurt. Dat is
een permanente opvolging. We hebben die evaluatie bovendien ook
nodig om in andere operaties militairen te kunnen inzetten. Omdat ze
een geklasseerd karakter hebben, kan ik die evaluaties niet zomaar
vrijgeven. Ik kan u wel mededelen dat in de huidige stand van zaken,
de objectieven van de nieuwe strategie in Afghanistan gehaald
kunnen worden.
Voor het overige ga ik niet te lang meer stilstaan bij een aantal
individuele opmerkingen die werden gemaakt. Ik kan de politieke
afweging maken van de betrokkenheid van België sinds 2004 in
Afghanistan met F-16's, en sinds 2005 en 2006 met in permanentie
met een PRT, in het noorden van het land. C'est un dialogue de
sourds.
Ik wil eigenlijk iedereen in de commissie oproepen om eens van de
stugge houding af te stappen, die ik hier al twee jaar hoor, en om
eindelijk eens een visie te ontwikkelen. Die visie is er niet. De enige
visie hier is een reproductie van perscommuniqués en van bepaalde
artikelen. Ik moet de woorden van collega Vanackere herhalen: ik heb
nog nooit een alternatief gehoord. Als we vragen wat u voorstelt, zegt
u dat we nog wat moeten afwachten en evalueren.
Ik zeg het nogmaals: u heeft gewoon geen alternatief omdat u heel
goed weet dat u, mocht u het uwe doorvoeren, namelijk de
terugtrekking, zelfs niet zou kunnen rekenen op de steun van de
publieke opinie. Zij weet heel goed wat het belang is van onze
internationale aanwezigheid in Afghanistan.
Collega Sevenhans had het over de concentratie. Heel duidelijk: wij
blijven met onze zes F-16's in Kandahar, minstens tot op het einde
van de periode zoals door de regering is vastgesteld, zijnde eind
2011.
Eigenlijk zitten wij al voor een groot deel met concentratie. In het
noorden is er een specifieke aanpak. In Kabul is er concentratie met
de Force Protection en het Deputy Lead-gebeuren, in het zuiden met
onze participatie in het luchtsmaldeel voor de door u gekende
opdrachten.
Collega Stevenheydens, u bent lid van de opvolgingscommissie.
Daarin bespreken wij in alle openheid alle zaken die betrekking
hebben op onze militaire aanwezigheid, niet alleen in Afghanistan. Dat
is het perfecte kader om daarbij toelichting te geven.
Afghanistan.
Un processus d'évaluation continu,
dans le cadre duquel nous jouons
d'ailleurs un rôle important, est
appliqué au sein de la FIAS. Le
général-major De Vos, en contact
avec le général McCrystal, est
associé en permanence à la prise
de décisions sur place. Une
évaluation périodique de mission
est réalisée tous les quatre mois
dans le giron du Conseil de
l'Atlantique Nord, sur le plan
politique, ainsi que sur le plan du
comité militaire SACEUR, pour
l'aspect militaire, et enfin, dans les
différents quartiers généraux. Au
cours de ce processus, les
responsables évaluent, sur la base
de divers paramètres et clés de
lectures, si les différents objectifs
stratégiques,
opérationnels
et
tactiques ont été atteints.
L'état-major procède en outre à
une évaluation permanente à
l'échelon national. Je ne puis vous
livrer le résultat de ces évaluations
parce qu'elles sont classifiées
mais je puis vous dire que dans
l'état actuel des choses, nous
pouvons atteindre les objectifs de
la nouvelle stratégie.
Je voudrais appeler tous les
membres de la commission à
abandonner leur position rigide
des deux dernières années et à
développer enfin une véritable
vision. D'une manière générale, on
ne fait que reproduire ici divers
communiqués et articles de
presse mais jamais je n'ai entendu
l'opposition proposer de véritable
solution. Je suis d'ailleurs certain
que si elle avait le pouvoir de
retirer les troupes, elle n'aurait pas
le soutien de l'opinion publique.
Je puis répondre à M. Sevenhans
que nos F 16 resteront bien à
Kandahar jusque fin 2011.
Les détails des questions relatives
à notre présence militaire en
Afghanistan sont discutés en
Commission
de
suivi.
Des
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Er zijn natuurlijk incidenten. Geheel Afghanistan is een bijzonder
gevaarlijk territorium. Dat men ooit een document bovenhaalt, dat
men ooit een verklaring laat lezen, waaruit zou blijken dat de regering,
of bij deductie een minister van de regering, of bij reductie de minister
van Landsverdediging, ooit zou gezegd hebben dat de situatie in
Afghanistan gesecuriseerd was. Het is heel eenvoudig het bewijs te
leveren. Indien ze gesecuriseerd was, dan waren we daar niet.
Onze mensen werken daar in moeilijke omstandigheden,
omstandigheden waarin zij het risico incalculeren. Zij zijn goed
opgeleid en beschikken over het beste materiaal.
incidents se produisent bien
évidemment mais nul n'a jamais
prétendu que l'Afghanistan était
aujourd'hui entièrement sûr. Si tel
était le cas, les forces militaires
internationales
se
seraient
retirées. Nos hommes travaillent
dans des conditions difficiles en
tenant
compte
des
risques
présents. Ils sont bien formés et
sont
dotés
d'un
matériel
performant.
01.33 Charles Michel, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, je réagirai brièvement concernant quelques points évoqués
à propos de la Coopération au développement.
À l'instar de Steven Vanackere, je souhaite une clarté totale en
matière de budgets; je vais donc répéter les montants que j'ai cités
précédemment. Pour la période comprise entre 2002 et 2008, le
montant annuel de la coopération s'élevait à 6 millions d'euros, à une
époque où le ministre du Budget était membre du parti de M. Van der
Maelen. En 2009, le montant était doublé et s'élevait à 12 millions
d'euros dont 7,5 millions à charge de la Coopération au
développement. S'agissant de 2010, l'effort civil sera de 14,5 millions
d'euros dont 12 millions d'euros à charge de la Coopération. Pour
2011, on s'est engagé pour un minimum de 13 millions d'euros; des
décisions complémentaires seront sans doute prises en fonction de la
confection du budget 2011.
En ce qui concerne les projets qui sont évoqués pour 2010, une partie
d'entre eux seront développés dans le cadre de l'aide humanitaire au
sens strict. Voici quelques exemples: CICR, 1 million d'euros pour
l'assistance aux blessés, aux invalides et aux soutiens hospitaliers;
FAO, 700 000 euros pour l'amélioration de la sécurité alimentaire;
UNHCR, 1 million d'euros pour l'aide aux déplacés internes et aux
réfugiés; UNICEF, 280 000 euros pour la lutte contre les violences
graves à l'encontre des droits des enfants, y compris les violences
sexuelles dans les conflits armés.
D'autres projets sont relatifs à la consolidation de la paix évoquée par
le ministre Vanackere: 2 millions d'euros pour le projet ARTF de la
Banque mondiale ou encore 500 000 euros pour la Fondation Aga
Khan.
J'en arrive à la coopération déléguée, avec l'Allemagne; je vais plaider
en sa faveur.
Il s'agit d'un montant de 3 millions d'euros pour 2010 sur une
enveloppe de 14,5 millions. Pourquoi ces 3 millions? Comme le disait
Mme Boulet, c'est parce que notre conviction est qu'il faut renforcer la
coordination de l'aide et évaluer en permanence afin de chercher à
orienter au mieux les moyens soit sur de grandes organisations
internationales présentes et actives sur le terrain, soit sur les grandes
ONG. C'est le sens de cet effort avec la coopération bilatérale
allemande.
Nous n'avons pas souhaité reproduire pour quelques millions d'euros
01.33 Minister Charles Michel: In
het begin van de vergadering heb
ik
de
bedragen
voor
het
departement
Ontwikkelingssamenwerking
opgesomd. De vermelde projecten
voor 2010 zijn ingebed in het
kader van de humanitaire hulp
sensu stricto enerzijds (een
miljoen euro voor het ICRK,
700 000 euro
voor
voedselzekerheid via de FAO, een
miljoen euro voor UNHCR en
280 000 euro voor UNICEF), en in
het
kader
van
de
vredesopbouwprojecten anderzijds
(twee miljoen euro voor het ARTF-
project van de Wereldbank en
500 000 euro voor de Aga Khan
Foundation).
Ik kom nu op de gedelegeerde
samenwerking met Duitsland. Het
gaat voor 2010 om een bedrag
van drie miljoen euro
(op
14,5 miljoen). De hulp moet beter
gecoördineerd en voortdurend
geëvalueerd
worden
om
de
middelen optimaal aan te wenden,
via de internationale organisaties
op het terrein of de grote ngo's.
We wilden niet opnieuw opteren
voor een bilaterale aanwezigheid;
dat is zinloos, daar er een tiental
institutionele actoren aanwezig
zijn. We hebben er dus voor
gekozen de middelen toe te wijzen
aan de ter plaatse aanwezige
actoren, samen met de GTZ.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
une présence bilatérale dans le cadre de la coopération au
développement belge: cela n'avait pas de sens compte tenu de la
dizaine d'acteurs institutionnels présents pour ce qui concerne les
efforts civils. C'est pourquoi nous avons préféré concentrer les
moyens vers les acteurs présents avec la GTZ.
Je veux vous rassurer, monsieur Van der Maelen.
Het is duidelijk dat die 3 miljoen euro geen verband houdt met het
Duitse militaire aspect van Duitsland. Het gaat vooral om projecten
met betrekking tot de voedselsector, meer bepaald de
landbouwsector. Het is duidelijk dat de bedragen conform DAC
moeten zijn. Er is in elk geval geen instrumentalisering van de
ontwikkelingssamenwerking mogelijk voor een ander aspect.
Ik ben het 100 % eens met de redenering van Pieter De Crem: er is
geen ontwikkelingsproces mogelijk in een land zonder veiligheid.
Veiligheid is noodzakelijk om een ontwikkelingsproces te steunen. Dat
is een evidentie. Alle actoren die ik op het terrein in Afghanistan heb
ontmoet, hebben mij verzekerd dat de aanwezigheid van de militairen
en de inspanningen voor meer veiligheid op het terrein
basisvoorwaarden zijn om het ontwikkelingsproces te steunen.
Je répondrai à M. Van der Maelen
que ce montant de 3 millions
d'euros est sans rapport avec les
relations que nous entretenons sur
le plan militaire avec l'Allemagne.
Il s'agit principalement de projets
dans le secteur alimentaire et
agricole.
Je
suis
d'accord
avec
la
déclaration de M. De Crem: il ne
peut y avoir de processus de
développement dans un pays qui
n'est pas sécurisé. Car la sécurité
est un élément essentiel à une
collaboration fructueuse. Tous les
acteurs de terrain que j'ai
rencontrés en Afghanistan m'ont
assuré que la présence de
militaires et la garantie de la
sécurité sont des conditions de
base à la mise en oeuvre d'un
processus de développement.
Le lien est évident entre la coopération au développement et la
sécurité. C'est une erreur de raisonnement de vouloir opposer l'un et
l'autre et de considérer que ce serait l'un ou l'autre; ce doit être l'un et
l'autre. C'est la stratégie soutenue par le gouvernement belge avec
des efforts remarquables compte tenu du poids socio-économique de
la Belgique. Passer d'un montant de 6 millions d'euros à 14,5 millions
d'euros en termes d'efforts civils, compte tenu de la capacité
d'intervention de la Belgique, c'est remarquable.
J'aimerais bien qu'on m'explique, dans un budget à 0,7 % du PIB en
2010 et qui en était loin entre 2000 et 2006, quels moyens il faudrait
retirer dans d'autres pays pour accroître les efforts en coopération au
développement. J'entends des commentaires et des remarques, on
dit qu'il faudrait faire encore davantage pour les efforts civils. Qu'on
m'explique dans lequel des 18 pays partenaires, à laquelle des
organisations non gouvernementales soutenues par la Belgique il
faudrait retirer des moyens. Nous avons réussi à dégager des marges
en raison d'une croissance du budget de la coopération au
développement due à une volonté politique du gouvernement belge
de se comporter de façon exemplaire et de respecter, d'honorer nos
engagements internationaux. Cela nous permet de porter la
contribution en termes civils en Afghanistan à un niveau plus
qu'honorable pour la Belgique.
Enfin, je me réjouis que Mme Boulet l'ait évoqué et je partage son
analyse, le tout n'est pas le montant en termes d'efforts civils.
Het
verband
tussen
ontwikkelingssamenwerking
en
veiligheid staat buiten kijf. Het ene
staat niet in tegenstelling tot het
andere.
Gelet
op
het
sociaaleconomische gewicht van
België
heeft
de
regering
buitengewone
inspanningen
geleverd.
Dat iemand mij eens uitlegt welke
middelen we - met een budget van
0,7 procent van het bbp in 2010,
en nog een heel stuk minder
tussen 2000 en 2006 - bij een van
de achttien partnerlanden of een
van de door België gesteunde
ngo's moeten weghalen om de
inspanningen
inzake
ontwikkelingssamenwerking
te
vergroten. En dan dekt dat bedrag
nog niet alles. Hoe kunnen we de
publieke
ontwikkelingshulp
vertalen in projecten die de
levensomstandigheden van de
bevolking
verbeteren,
in
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
Lorsqu'on rencontre des acteurs présents sur le terrain, pas
seulement des ONG présentes en Europe ou en Amérique mais des
acteurs de terrain, comment fait-on en sorte que ces montants d'aide
publique au développement comptabilisés par l'OCDE comme de
l'aide publique au développement soient bien transformés en projets
porteurs d'amélioration des conditions de vie des populations?
Comment transformer ces montants en infrastructures de base,
comment transforme-t-on ces montants en accès aux soins de santé,
en accès à l'éducation, en programmes pour favoriser l'égalité des
filles et des garçons? Comment faire cela sans un environnement où
il y a un minimum de sécurité?
Mobiliser beaucoup d'argent pour permettre à des humanitaires de
circuler dans les villages en 4X4 blindés sans pouvoir entrer en
contact avec la population pour porter des projets aux effets
perceptibles par celle-ci, cela n'a pas beaucoup de sens. Je confirme
donc que cette évaluation est permanente, non seulement au plan
belge mais dans toutes les instances internationales dans lesquelles
nous sommes présents, le Conseil européen notamment, dans le
cadre de nos contacts avec tous ceux qui ont un regard pertinent sur
la situation en Afghanistan.
Comme plusieurs l'ont dit et je partage leur raisonnement, il est
capital de soutenir tous les efforts en ce qui concerne la bonne
gouvernance, la lutte contre la corruption, le renforcement d'autorités
étatiques sur le plan afghan. Dans un contexte où la corruption et la
mal-gouvernance sont très fortes, les problèmes de développement
sont encore plus difficiles à réaliser. Nous avons bien l'intention, c'est
le sens de ce qui a été présenté, de renforcer notre présence
diplomatique sur place, d'être acteurs avec nos collègues de la
communauté internationale pour nous insérer dans un dialogue
politique extrêmement fort.
Le contexte européen doit nous permettre aussi de nous exprimer, de
porter des points de vue. Il y a quelques mois, pour la toute première
fois s'est tenue une réunion conjointe des ministres des Affaires
étrangères et de la Coopération au développement pour tenter
d'aligner les points de vue européens en ce qui concerne cette
question de la coopération au développement.
Il s'agit de montrer cette dimension d'efforts civils comme étant un
élément-clé. Ma conviction est de pouvoir progresser dans la lutte
contre l'obscurantisme, contre l'extrémisme, partout et y compris en
Afghanistan, aussi en construisant des écoles, aussi en construisant
des hôpitaux, aussi en privilégiant un certain nombre de principes
d'égalité entre les garçons et les filles. C'est résolument dans cette
politique-là que nous nous inscrivons au sein du gouvernement belge.
basisinfrastructuur,
in
een
algemeen
toegankelijke
gezondheidszorg, in onderwijs, in
programma's die de gelijkheid
tussen
meisjes
en
jongens
bevorderen? Daartoe is een
minimum aan veiligheid vereist.
De toestand in Afghanistan wordt
dan ook permanent geëvalueerd,
niet alleen op Belgisch niveau
maar ook bij alle Europese en
internationale organisaties.
Bovendien
moeten
we
de
inspanningen op het stuk van
behoorlijk
bestuur,
corruptiebestrijding en versterking
van het Afghaanse staatsgezag
steunen. Wij zijn van plan onze
diplomatieke aanwezigheid aldaar
te versterken, om op die wijze mee
te werken aan een krachtdadige
politieke dialoog.
Wij moeten onze standpunten ook
op Europees niveau verdedigen.
Een paar maanden geleden vond
er
een
eerste
gezamenlijke
bijeenkomst
plaats
van
de
Europese
ministers
van
Buitenlandse
Zaken
en
Ontwikkelingssamenwerking, om
te trachten alle neuzen één kant
op te krijgen. Het is belangrijk om
vooruitgang te boeken in de strijd
tegen het obscurantisme en het
extremisme, door het bouwen van
scholen en ziekenhuizen en door
het benadrukken van het beginsel
van gendergelijkheid. Dat is de
benadering die wij voorstaan.
01.34 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik repliceer op een paar
punten. Ten eerste, over de strategie.
Minister Vanackere, op een bepaald moment hebt u gezegd: "Wij
moeten blijven blussen. Wij mogen niet stoppen met blussen." Dat is
een verkeerde voorstelling van de zaken. Het gaat uiteraard niet om
blijven blussen of stoppen met blussen. Het gaat uiteraard niet om
gewoon voortdoen in Afghanistan of ons terugtrekken. Niemand van
ons in deze commissie vandaag heeft het debat op die manier
gevoerd. Het gaat om uw blustechniek, om het in uw metafoor te
01.34 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Nul n'a prétendu ici
aujourd'hui que le débat porte sur
la question de savoir si nous
devons poursuivre l'opération ou
nous retirer ou, comme l'a formulé
M. Vanackere, si nous devons
continuer ou non à éteindre des
incendies. Nous critiquons plutôt la
technique d'extinction d'incendies
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
zeggen.
Het gaat om uw blustechniek: over de vraag hoe wij het conflict in
Afghanistan tot een goed einde kunnen brengen. Wij stellen vast dat
er ter zake een zeer grote discrepantie is tussen wat de Belgische
regering zegt en wat zij doet. Er is ook een zeer grote discrepantie
tussen de houding van de Belgische regering en de houding van een
aantal andere landen en de internationale gemeenschap.
Op dit moment gaat het debat over een andere strategie. Er wordt
een andere strategie in werking gezet. Ik heb de elementen ervan al
opgesomd. Er zijn drie pijlers. Wederopbouw en ontwikkeling vormen
de eerste pijler. Een politiek proces, met fracties binnen de taliban,
vormt de tweede pijler. Een groot regionaal politiek burenoverleg
vormt de derde pijler.
Het probleem is dat door de beslissing die deze maand door de
Belgische regering genomen werd, België zich niet inschakelt in deze
strategieverandering. België blijft achter op andere landen en op de
internationale gemeenschap.
Onder andere het onevenwicht tussen het budget voor de militaire
inspanningen in Afghanistan en dat voor de civiele inspanningen in
Afghanistan is frappant. Minister Michel heeft gezegd: "Er is geen
budget. Zeg ons waar wij het geld moeten halen?"
De regering kan blijkbaar wel beslissen meer dan 100 miljoen euro
per jaar vast te leggen tot 2011 voor het militaire aspect, maar zij zou
niet kunnen beslissen van 12 miljoen euro naar een aanzienlijk
grotere bijdrage te gaan? Andere landen doen dat wel.
Minister Vanackere, Nederland besteedt 90 miljoen euro aan
wederopbouw en ontwikkeling. Dat is zeven keer meer dan België.
Inzake het budget voor wederopbouw en ontwikkeling zit België op het
niveau van Bulgarije. België is goed voor 1,3 % van de totale
ontwikkelingshulp aan Afghanistan. Wij zitten zelfs niet in het peloton.
Wij hinken achterop vergeleken met de internationale gemeenschap.
Ik kan nog iets zeggen over het Verzoeningsfonds. U zegt dat wij daar
op dit moment niet aan meedoen. Opnieuw, andere landen doen dat
wel, omdat zij geloven in de pijler van politieke onderhandelingen en
in het politieke proces samen met de Taliban. Opnieuw, België doet
het niet. België speelt niet mee in wat de nieuwe strategie kan zijn.
Collega's, laat ons niet in de val trappen door te zeggen dat dit debat
niet interessant is want wij hebben het al vaak gevoerd. De Belgische
regering heeft hier een zwaarwegende beslissing genomen. Zij heeft
haar Afghanistan-strategie namelijk vastgelegd tot eind 2011. Zij heeft
keuzes gemaakt. Die keuzes getuigen niet van een geloof in een
civiel-militaire oplossing. Minister De Crem vereenzelvigt zich de
laatste tijd nogal graag met een van zijn idolen, president Obama.
Mijnheer De Crem, uw vergelijking klopt echter niet. President Obama
zegt twee zaken. Ten eerste, meer militairen sturen naar Afghanistan.
België doet dat niet. Niet dat wij daarvoor vragende partij zijn, maar u
doet dat niet. President Obama vraagt ook meer civiele middelen voor
Afghanistan. De Belgische regering doet dat evenmin. U schakelt zich
niet in in de strategie van Obama. U schakelt zich niet in in de
utilisée par le gouvernement
belge. Il y a une grande différence
entre, d'une part, ce que notre
gouvernement dit et ce qu'il fait et,
d'autre part, entre la position de
notre gouvernement et celle de la
majorité
de la communauté
internationale.
Une nouvelle stratégie, fondée sur
trois piliers, a été mise en oeuvre:
la
reconstruction
et
le
développement, un processus
politique avec des groupes au sein
des Talibans et une large
concertation régionale avec les
pays voisins. Notre pays s'exclut
totalement de cette nouvelle
stratégie par la décision prise le
19 mars dernier.
Le déséquilibre entre l'effort
militaire belge 100 millions
d'euros et le budget civil
12 millions d'euros reste malgré
tout très frappant. Pourquoi ce
budget de 12 millions d'euros
n'est-il
pas
augmenté?
Il
représente 1,3 % de l'aide globale
au développement à l'Afghanistan.
Nous nous classons ainsi en fin de
peloton, à la même hauteur que la
Bulgarie. Les Pays-Bas, quant à
eux,
consacrent
90 millions
d'euros à la reconstruction et au
développement en Afghanistan!
D'autres pays participent au Fonds
pour la réconciliation nationale.
Nous ne pouvons pas minimaliser
le débat qui se tient ici: le
gouvernement belge a établi sa
stratégie
pour
l'Afghanistan
jusqu'à 2011. Il indique ainsi
clairement qu'il n'est pas partisan
d'une solution civile et militaire,
comme le président Obama qui
demande un renforcement des
moyens militaires et civils. La
Belgique ne suit pas cette voie,
elle ne suit donc pas la stratégie
de la communauté internationale.
Le gouvernement a seulement
décidé
d'affecter
109 millions
d'euros à des objectifs militaires.
Le ministre de la Défense estime
que
les
membres
de
la
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
strategie van andere landen. U schakelt zich niet in in de strategie van
de internationale gemeenschap. Dat toont uw diplomatiek
gelimiteerde beslissing van deze maand aan. De enige beslissing die
u hebt genomen, is om opnieuw 109 miljoen euro per jaar te besteden
aan het militaire luik. U blijft wel achterop hinken voor al de rest. Dat
zijn de cijfers. Dat toont uw beslissing aan.
Minister De Crem, over de PRT's. vind ik dat u getuigt van bijzonder
weinig respect voor het Parlement als u hier met de uitsmijter komt
dat wij niet weten waarover wij spreken als wij het nut van de PRT's in
vraag stellen. Ik wil u erop wijzen dat heel wat stemmen in het
Amerikaanse congres duidelijk hebben gezegd dat het systeem van
de PRT's moet worden herzien. De speciale ontwikkelingsadviseur in
Afghanistan voor de VN secretaris-generaal, Marc Ward, heeft in
september 2009 gezegd dat die PRT's moeten worden afgeschaft.
Waarom gaat u het debat niet aan met ons? Waarom maakt u zich
ervan af door te zeggen dat zij die de PRT's in vraag stellen niet
weten wat er gebeurt op het terrein? Dit is opnieuw een duidelijk
gebrek aan visie en kritische reflectie van uw kant.
Over budgetten inzake militaire besteding. U goochelt opnieuw met
cijfers. U spreekt over een goede 50 miljoen euro voor 2009 terwijl het
Rekenhof u heeft gecorrigeerd. Het Rekenhof spreekt over 76 miljoen
euro. Het Rekenhof zegt dat u niet de juiste cijfers geeft over de
militaire besteding in Afghanistan. Dat is de realiteit.
commission qui mettent en cause
l'utilité des PRT n'ont aucune idée
de ce dont ils parlent. Ces propose
démontrent une fois de plus le peu
de respect que le ministre a pour
ce Parlement. Un grand nombre
de
membres
du
Congrès
américain pensent qu'il faut revoir
les PRT. Selon le conseiller
spécial des Nations Unies au
développement, ils doivent même
être supprimés. Pourquoi ne pas
en débattre ici?
Le ministre De Crem jongle avec
les chiffres des budgets militaires,
que la Cour des comptes corrige:
en 2009, il ne s'agissait pas de
50 millions
d'euros
mais
de
76 millions d'euros.
01.35 Minister Pieter De Crem: Voor de eerste keer sinds de
rekeningen worden gecontroleerd, kon men heel duidelijk zien wat de
vastgestelde kosten waren van de militaire operaties in het buitenland
met een onderscheid tussen bruto en netto kosten. Ik heb u dit al drie
keer gegeven. Ik zal het u een vierde keer geven.
01.35 Pieter De Crem, ministre:
La Cour des comptes nous a
félicités: c'est la première fois que
l'on a une idée aussi claire du coût
d'opérations militaires à l'étranger.
01.36 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Geen probleem. Ik geef
dat toe. Het Rekenhof heeft inderdaad gezegd dat dat een
vooruitgang was, maar het Rekenhof heeft ook nog twee andere
zaken gezegd. Men vraagt al jaren een gedetailleerd, financieel
budgettair overzicht per buitenlandse operatie. U hebt dat niet
gedaan. Het Rekenhof heeft ook gezegd dat het cijfer van meer dan
50 miljoen euro dat u geeft voor Afghanistan niet klopt. Het zou gaan
om 76 miljoen euro. Ook dat heeft het Rekenhof gezegd.
Minister Vanackere, ik wil duidelijk en formeel aan deze regering
vragen of er een evaluatierapport is, op basis waarvan deze regering
een beslissing heeft genomen om het militaire engagement te
verlengen. Ik wil u erop wijzen dat u in antwoord op een parlementaire
vraag van 10 maart hebt gezegd dat de Belgische regering deze
evaluatie in de regering zal uitvoeren.
U somt nu een aantal debatten op die wij hier de afgelopen jaren
hebben gevoerd, maar dat hebt u niet gezegd in de commissie in
antwoord op mijn vraag. U hebt gezegd dat u een evaluatie zou doen.
Mijn vraag is klaar en duidelijk. Waar is het evaluatierapport?
U had het daarnet over een papier waarop u snel een aantal zaken
neerschreef. Dat is geen evaluatierapport. Waar is het rapport? Als er
een rapport is, dan wordt het tijd dat het Parlement dat krijgt. Mijnheer
de minister, bestaat er een evaluatierapport?. Misschien kunt u daar
nu op antwoorden.
01.36 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): La Cour des Comptes a
en effet indiqué que des progrès
ont été réalisés, mais a également
souligné deux points négatifs:
l'absence d'un relevé budgétaire
détaillé par mission à l'étranger et
l'inexactitude du montant de
50 millions d'euros. Il s'agit de
76 millions d'euros.
M. Vanackere peut-il formellement
confirmer que la décision du
gouvernement
de
prolonger
l'engagement militaire repose sur
un
rapport
d'évaluation? Le
10 mars, le ministre a répondu à
une question parlementaire que le
gouvernement belge devait encore
procéder à cette évaluation. Ce
rapport d'évaluation existe-t-il et le
Parlement peut-il en prendre
connaissance?
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
01.37 Minister Steven Vanackere: Vrijdag zal een en ander worden
geformaliseerd. Uiteraard zal dat, zoals de Ministerraad elke
beslissing zal formaliseren die in de kern werd overeengekomen,
gebeuren op basis van een nota. Ik heb telkens opnieuw gezegd dat
wij zullen evalueren.
Ik blijf zeggen, ik heb het gevoel dat ik compleet te goeder trouw ben,
dat deze beslissing uiteraard op een evaluatie is gebaseerd. Het
omgekeerde beweren is veronderstellen dat men zonder enige
reflectie een bepaalde beslissing zou nemen. Dat zou van een weinig
verantwoordelijke positie getuigen. De beslissing die vrijdag zal
worden geformaliseerd, zal uiteraard gebaseerd zijn op een nota die
in de regering zal worden rondgedeeld.
01.37
Steven
Vanackere,
ministre: Le Conseil des ministres
formalisera la décision du cabinet
restreint vendredi prochain, sur la
base d'une note. Il est évident que
le gouvernement ne prend pas de
décision
sans
réflexion
et
évaluation préalables.
01.38 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): De beslissing in de kern
werd dus al genomen zonder dat die nota er was? Dat is de realiteit.
01.38 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): La décision du cabinet
restreint a donc bien été prise en
l'absence d'une telle note.
01.39 Minister Steven Vanackere: Nu bent u echt wel aan het
insisteren op iets waarvan de bewoordingen niets te maken hebben
met wat er aan de grondslag ligt. Is deze beslissing door de
verschillende collega's van de kern en door alle betrokken bevoegde
ministers genomen met inachtneming van alle elementen die ik u
opsom en die uitvoerig in de commissievergaderingen aan bod zijn
gekomen en die de vrucht zijn van de werkzaamheden van de laatste
drie maanden? Daar is het antwoord affirmatief.
01.39
Steven
Vanackere,
ministre: Je viens d'énumérer tous
les éléments sur lesquels est
fondée la décision du cabinet
restreint.
01.40 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, dan
hebt u in de commissievergadering van 10 maart iets anders gezegd.
U hebt toen gezegd dat de evaluatie opgemaakt zal worden in de
regering. 10 maart, dat is twintig dagen geleden. Ik wil u duidelijk
horen bevestigen dat er, op het moment dat de kern heeft beslist, nog
geen nota was, laat staan een evaluatie, ...
01.40 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Le 10 mars dernier, le
ministre
a
été
clair:
le
gouvernement allait procéder à
une évaluation. On constate à
présent que le cabinet restreint a
pris une décision sans disposer de
ce rapport d'évaluation.
01.41 Minister Steven Vanackere: Maar natuurlijk...
01.42 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): ... en dat pas als de
beslissing zal worden genomen in de Ministerraad, in de regering, er
een nota zal komen.
01.43 Minister Steven Vanackere: Maar natuurlijk was er een nota
voor de kern.
01.43
Steven
Vanackere,
ministre: Il est évident que le
cabinet restreint a basé sa
décision sur une note.
01.44 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
hoop dat wij het evaluatierapport, dat er dan blijkbaar toch nog zal
komen, zullen krijgen.
01.45 Minister Steven Vanackere: Mijnheer De Vriendt, ik wens mij
niet te laten opsluiten in de door u gehanteerde definitie van het
probleem. U spreekt van een evaluatierapport. Dat woord hebt u
uitgevonden. Ik heb altijd gesproken van een evaluatie in de regering.
Ik weiger mij te laten opsluiten in een slimmigheid waarbij u mij vraagt
01.45
Steven
Vanackere,
ministre: M. De Vriendt me prête
des propos que je n'ai jamais
tenus: je n'ai parlé à aucun
moment d'un rapport d'évaluation,
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
waar het evaluatierapport is, terwijl u als enige die voorwaarde naar
voren schuift. U mag mij erop controleren: u zult mij nergens hebben
horen verklaren dat er een of ander rapport zou komen, dat
vervolgens opgevraagd kan worden. Ik heb gezegd dat wij een
evaluatie in de regering zouden houden. Dat hebben we in de kern
gedaan en dat zal straks zo ook in de Ministerraad gebeuren.
mais seulement d'une évaluation.
Le cabinet restreint a réalisé cette
évaluation et le Conseil des
ministres fera de même
01.46 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): En die evaluatie staat
nergens op papier? Er wordt beslist om meer dan 100 miljoen euro te
besteden aan het militair aspect tot eind 2011. Men engageert zich tot
een Afghanistanstrategie, zonder papier, zonder nota, zonder rapport,
hoe u het ook noemen wil. Welnu, dat is beleid à l'improviste,
mijnheer de minister, en vooral vanuit de veronderstelling om toch
maar goede punten te kunnen blijven scoren in de NAVO. Dit is
waarover het gaat: uw beleid is niet gestoeld op een objectieve,
kritische analyse van de situatie in Afghanistan en er werd vooral
ervoor gezorgd dat de meest makkelijke beslissing genomen werd,
die mogelijk is, namelijk een voortzetting van het huidig beleid, zonder
dat men inzet op de twee nieuwe pijlers in de Afghanistanstrategie,
die momenteel door de internationale gemeenschap, in heel wat
andere landen, wel op tafel worden voorgesteld.
01.46 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!):
On
décide
donc
d'engager plus de 100 millions
d'euros sans que cette évaluation
ait été couchée sur le papier? Il
s'agit là d'une politique improvisée
qui vise à marquer des points au
sein de l'OTAN, coûte que coûte.
Cette politique ne se fonde pas sur
une analyse objective et critique
de la situation en Afghanistan. Le
gouvernement favorise la solution
la plus facile: poursuivre sa
politique actuelle. Il ne veut pas
investir dans les nouveaux piliers
de la politique internationale pour
l'Afghanistan.
01.47 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik wil beginnen met wat minister
Vanackere zei. Wij hebben hier inderdaad een debat waarvan door
beide zijden de bekende argumenten zijn uitgewisseld en dat de
geschiedenis zal oordelen wie gelijk heeft. Dat is juist.
De oorlog is in 2002 gestart op grond van de filosofie van de
toenmalige president Bush war on terror, oorlog aan de terreur. Alle
experts inzake terreurdreiging zijn van oordeel dat men terreur niet
aanpakt met een oorlog. Men kan zich trouwens gemakkelijk
inbeelden dat, indien u een land met militairen binnenvalt met de
bedoeling om al Qaeda aan te pakken, al Qaeda zich verplaatst. Het
probleem met de oorlog is niet alleen dat het uitgangspunt fout was,
maar ook dat men vervolgens redenen is beginnen te verzinnen om
de oorlog voort te zetten, argumenten zoals we pakken de Taliban
aan, wij doen het voor de Afghanen en ga zo maar verder.
Reeds toen wij nog in de meerderheid zaten, heb ik gepleit voor een
belangrijke strategiewissel, want het was duidelijk dat die aanpak in
Afghanistan niet zou werken. Ten eerste zou de militaire piste nooit
werken, om de simpele reden dat er historische voorbeelden zijn.
Afghanen en zeker de Pasjtoen, hebben nooit een buitenlandse
bezetting aanvaard. Wij spreken nu over Taliban en gematigde
Taliban. Hoogstwaarschijnlijk zijn die gematigde Taliban Afghaanse
nationalisten, die niet om religieus fundamentalistische reden tegen
de bezetter vechten. Het is geen enkele macht gelukt. Het recente
offensief in Helmand bewijst volgens mij opnieuw dat het niet zal
lukken. Als er een militaire en politionele aanwezigheid is van 1 militair
of 1 politieagent voor 8 burgers, nadat men een offensief heeft
uitgevoerd, waartegen al Qaeda weerstand heeft geboden, waarna
die zich teruggetrokken heeft, en als men er niet in slaagt om het
terrein definitief te bezetten en de inwoners ervan te overtuigen dat de
Taliban uitgeschakeld zijn en ze hun toekomst niet in handen van de
Taliban hoeven te leggen, dan is het duidelijk dat de militaire piste
01.47 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Aujourd'hui, chacun a eu
une fois de plus l'occasion de faire
valoir ses arguments. Le ministre
a dit à juste titre que l'avenir nous
dira qui a raison. Cette guerre,
c'est le président Bush qui l'a
déclenchée en 2002. C'était à ses
yeux une guerre contre le
terrorisme. Cependant, tous les
experts
des
questions
de
terrorisme s'accordent pour dire
qu'on
ne
peut
combattre
efficacement les terroristes en leur
faisant la guerre. Cette opération
militaire n'a produit qu'un seul
effet: Al-Qaïda a déplacé son
terrain d'action.
Non seulement cette guerre a été
déclenchée pour de mauvaises
raisons mais d'aucuns passent
leur temps à imaginer des
arguments pour en justifier la
continuation. Personnellement, je
prône
depuis
longtemps
un
changement de stratégie car cette
guerre est vouée à l'échec pour
plusieurs raisons bien précises.
D'abord et avant tout, des raisons
historiques:
l'Afghanistan
n'a
jamais accepté la présence sur
son sol d'un occupant étranger.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
nooit zal werken.
Er is nog een tweede reden waarom de strategie die het Westen nu
aan het volgen is, niet zal werken. De strategie staat of valt namelijk
voor een groot stuk met de geloofwaardigheid van het regime van
Karzai. Die regering moet het vertrouwen van de Afghanen winnen.
Die mensen zijn ook niet blind en dom. Zij zien wat daar gebeurt. Zij
zien dat de broer van Karzai de drugshandel in Zuid-Afghanistan leidt.
Zij zien de corruptie. Niet alleen militair zal men de Taliban nooit
kunnen verslaan, de troef die men ter plaatse zou moeten hebben, is
er niet. Daarom zeg ik altijd dat het een domme oorlog is. Het is dom
om hem door te zetten. Het is vooral ook een dure oorlog. De oorlog
zal ik herhaal het in 2010, alleen al voor de Amerikanen, 100
miljard dollar kosten. Dat is bijna evenveel als het bedrag dat de rijke
landen geven aan de arme landen in het Zuiden, in het kader van de
ontwikkelingssamenwerking. Is het niet knettergek om voor één land,
waar er inderdaad grote problemen zijn, zo'n dure operatie op te
zetten?
Al lang, nog toen wij in de regering zaten, pleit ik voor een andere
aanpak. Ik sta daarmee echt niet alleen. Hoe langer hoe meer
specialisten zeggen dat de buitenlandse militairen in Afghanistan niet
de oplossing, maar het probleem zijn.
Wat het alternatief betreft, men moet beginnen het is een toegift die
men moet doen aan de nationalisten in Afghanistan met te zeggen
dat de buitenlandse militaire bezetting niet eeuwig zal duren en dat wij
ons beginnen terug te trekken. Men moet natuurlijk niet alles in een
keer terugtrekken. U hebt mij daarnet even geciteerd. Misschien heb
ik mij niet goed uitgedrukt. Er moet in de VN een
onderhandelingsproces opgestart worden, onder leiding van de VN.
Dat onderhandelingsproces moet tastbaar en zichtbaar zijn van bij de
start en het moet de belofte inhouden van een terugtrekking van
militairen. Daarna moet er met alle krachten die in Afghanistan
aanwezig zijn een gesprek plaatsvinden. U weet evengoed als ik dat
die gesprekken bezig zijn. Kai Eide heeft gezegd dat hij bezig is met
dat proces. Ik open even de parenthesis. Dat proces werd zwaar
bemoeilijkt door de aanhouding van de heer Baradar in Pakistan. Er
zijn twee thesissen. Volgens een eerste thesis hebben de Pakistani
daarmee geprobeerd om het onderhandelingsproces te kelderen,
omdat zij willen dat de gesprekken via hen lopen. Volgens een tweede
hypothese hebben de Pakistani dat gedaan onder druk van de
Amerikanen,
omdat
de
Amerikanen
de
tijd
om
zo'n
onderhandelingsproces op te starten niet rijp achten.
Dat zijn de twee bestaande hypothesen. Daarmee sluit ik de haakjes
weer.
Ik wil maar zeggen, mijnheer de eerste minister, dat er nood is aan
een Europese visie. Ik meen dat onze visie dichter aansluit bij die van
de VN. Kai Eide is het nieuwe hoofd van UNAMA, en men wil
hetzelfde blijven doen. In plaats van blind achter de NAVO-strategie te
lopen, die grotendeels door de Verenigde Staten geïnspireerd is, moet
men met het onderhandelingsproces beginnen. Ik heb, net als vele
andere collega's, al gezegd dat dat niet kan slagen dan indien de
landen uit de regio erbij betrokken zijn.
L'offensive
récente
dans
la
province de l'Helmand en est
l'illustration. Il y a actuellement un
militaire pour huit habitants et
pourtant, nous ne parvenons pas à
occuper définitivement le terrain ni
à éliminer les Taliban.
Le manque de crédibilité du
régime
Karzai
constitue
la
deuxième raison. La population
civile n'ignore pas que le frère du
président afghan se trouve à la
tête d'un trafic de drogue dans le
sud du pays et que le régime est
corrompu. Il est stupide de
continuer à mener cette guerre.
Par ailleurs, cette guerre se révèle
également coûteuse: pour les
Américains, la facture s'élèvera,
pour 2010, à 100 milliards de
dollars, soit presque autant que la
somme consacrée par les pays
riches à la coopération au
développement dans les pays
pauvres du sud. Voilà qui est
absurde. Nous devons faire
comprendre
clairement
aux
nationalistes
afghans
que
l'occupation militaire étrangère ne
durera pas éternellement. Nous ne
devons évidemment pas nous
retirer en une fois. Les Nations
Unies
doivent
démarrer
un
processus
de
négociations
incluant un engagement de retrait.
Le chef de la MANUA, M. Kai
Eide, a indiqué récemment qu'il
s'occupe de ce processus mais
que celui-ci a été gêné par
l'arrestation de M. el-Baradei au
Pakistan.
Selon
certains,
le
Pakistan a essayé de saboter le
processus de négociations par ce
moyen mais, selon d'autres, ce
sont les États-Unis qui ont exercé
une pression parce qu'à leur
estime, les négociations seraient
prématurées.
Il faut développer une vision
européenne s'inscrivant dans le
prolongement des Nations Unies
au lieu de suivre aveuglément la
stratégie de l'OTAN, qui est
inspirée par les États-Unis. Les
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
Er is een alternatief. Zal het alternatief werken? Dat kan ik niet
zeggen. Wat ik wel weet, is dat wat u aan het doen bent, al 8 jaar niet
gewerkt heeft en dat het alleen al de Verenigde Staten 100 miljard
dollar per jaar kost. Mijn gezond verstand zegt me dat men even de
andere opties moet bekijken en dat men de politieke moed moet
hebben daarvoor te gaan.
Wij hebben hier van alles gehoord. Maar wat ik niet gehoord heb, is
een antwoord op mijn vraag over Noord-Afghanistan. Ik heb hier een
tekst uit NRC. Ik citeer. "Rotterdam-Berlijn, 19 maart." Ik neem aan
dat het in Berlijn op 18 maart bekendgemaakt is. Ik ga ervan uit dat
wij, daar wij zo dicht bij Duitsland staan, zowel wat het militaire betreft
als wat ontwikkelingssamenwerking betreft, goed weten wat er nu in
Duitsland aan het bewegen is en wat er beslist wordt. Ik lees u voor
wat er in NRC stond: "De NAVO-missie ISAF gaat dit jaar een groot
offensief uitvoeren tegen de Taliban in de Noord-Afghaanse provincie
Kunduz. Dat heeft de Duitse generaal Bruno Kasdorf gisteren gezegd
tegen de Duitse tv-zender ARD."
Ik heb die Duitse generaal niet weten terugfluiten. Het is dus een
beslissing die gedekt is door de Duitse regering of minstens door de
Duitse minister van Defensie. Kunduz is nu net de regio waar wij
samen met de Duitsers aanwezig zijn. Er zijn Belgen gelegerd in die
vesting. Mijn vraag is dus eenvoudig: gaat België samen met
Duitsland mee in dat grote offensief, ja of neen? Daar krijgen wij geen
antwoord op.
Ten slotte heb ik het over de uithaal van minister De Crem inzake de
PRT's.
Inderdaad, wij zijn in 2004, of zelfs iets later, mee in de PRT's gestapt.
Dat is misschien het verschil tussen de huidige regeringsleden en een
lid van de oppositie van sp.a. Het is niet omdat ik in 2005 een
beslissing nam en zei: ja, het is goed, we gaan mee met de PRT's;
dat ik niet de bereidheid toon om die beslissing te gepasten tijde te
evalueren.
Collega De Vriendt verwees er al naar. De uitspraak van Mark Ward
zette mij aan het denken: de PRT's moeten dringend worden
afgeschaft en de planning, leiding en uitvoering van het
ontwikkelingswerk moet in handen van Afghanen komen. Anders
zorgt buitenlandse hulp vaak voor niet veel meer dan exorbitante
expatlonen, veel privébewaking en overhead voor buitenlandse
aannemers.
Dat is een citaat van Mark Ward, de ontwikkelingsadviseur van de
secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Het is heel simpel, mijnheer de minister van Defensie. Dit is de
evaluatie van de VN. Leg daar de evaluatie van de Belgische regering
over de PRT's naast. Stuur ons het document met de Belgische
evaluatie van de PRT's. Dan zullen we die twee vergelijken en met
elkaar debatteren.
De verklaring van die man heeft mij doen inzien dat ik mijn beslissing
uit 2005 anderen hebben die genomen en ik heb die goedgekeurd
moet evalueren.
pays de la région doivent
évidemment être associés au
processus de négociations.
Une solution de rechange existe
donc. Nous ne pouvons pas
présager de sa réussite. Par
contre, nous savons avec certitude
que
la
stratégie
de
notre
gouvernement ne fonctionne pas
depuis huit ans déjà et que son
coût est énorme. Nous devons
avoir
le
courage
politique
d'examiner
les
solutions
de
remplacement.
Il n'a pas été répondu à ma
question
sur
le
nord
de
l'Afghanistan. La Belgique suivra-t-
elle l'Allemagne dans la grande
offensive?
Il est exact que le sp.a a
également approuvé EPR en
2004-2005. Mais ce qui nous
distingue du gouvernement, c'est
que nous sommes disposés à
évaluer la décision. Mark Ward, le
conseiller en développement des
Nations
unies
a
également
préconisé la suppression des
EPR. Il faut pouvoir comparer
l'évaluation des Nations unies
avec celle du gouvernement belge.
Nous voulons pouvoir consulter
cette évaluation afin d'en débattre.
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
(...) (...)
01.48 Dirk Van der Maelen (sp.a): Neen, ik verander niet van
gedacht. Ik verander van gedacht als ik goede gronden krijg
aangevoerd, dan toon ik de bereidheid om eerder genomen
beslissingen te herbekijken. Dit is deze regering klaarblijkelijk niet
zinnens en dat heeft ze niet gedaan. U bent beide minister van die
partij die de verkiezingscampagne van 2007 heeft gevoerd onder het
motto `Goed bestuur'. Goed bestuur betekent voor mij de bereidheid
om alle eerdere beslissingen te evalueren. Tot tweemaal toe, heren
ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, heeft u in deze Kamer
gezegd pas te zullen beslissen over een verlenging na een evaluatie.
Ik heb een motie van aanbeveling ingediend. Aangezien de regering
enkel in het kernkabinet een beslissing heeft genomen en ze de
Ministerraad nog moet aanvatten, vraag ik in mijn motie van
aanbeveling dat, vooraleer de Ministerraad over de verlenging beslist,
de regering ons de evaluatie bezorgt op basis waarvan de kern heeft
beslist en op basis waarvan de Ministerraad zal beslissen. Wij zouden
graag die evaluatie zien. Wij denken dat het van goed bestuur zou
getuigen dat zo een belangrijke beslissing, met een brutokostprijs van
109 miljoen euro, op een evaluatiedocument is gebaseerd. Dat
document willen wij graag zien.
01.48 Dirk Van der Maelen
(sp.a):
Le
CD&V
a
mené
campagne sur le thème de la
bonne gouvernance qui suppose
aussi la disposition à soumettre
des décisions antérieures à une
évaluation.
Le ministre de la Défense comme
son
collègue
des
Affaires
étrangères ont dit et répété qu'il ne
se
prononceraient
sur
une
prolongation
qu'après
une
évaluation. C'est pourquoi je
dépose
une
motion
de
recommandation demandant au
gouvernement de nous fournir
l'évaluation sur laquelle s'est
fondée le cabinet restreint.
01.49 Gerald Kindermans (CD&V): Mijnheer de voorzitter, om op
dat goed bestuur in te gaan, ik denk dat het getuigt van goed bestuur
dat men zijn verantwoordelijkheid neemt en dat men ervoor zorgt
geloofwaardig te zijn in het buitenland.
De minister van Buitenlandse Zaken zei daarnet dat er zeventig
landen op de Londenconferentie aanwezig waren. De Verenigde
Naties zijn daar unaniem akkoord gegaan. Er zijn weinig
internationale acties geweest met zo'n grote unanimiteit in het
internationaal veld als de activiteiten in Afghanistan.
Mijnheer Van der Maelen, ik vind het een beetje zielig dat u
telkenmale zegt dat alle experts het eens zijn, waarmee u eigenlijk
bedoelt dat alle experts in het kamp van de oppositie zitten. Blijkbaar
zijn de personen die de regeringen van de landen van over de hele
wereld adviseren, geen experts, maar allemaal mensen die er niets
van kennen, want u zegt dat alle experts het erover eens zijn dat u
gelijk hebt. Ik vind dat getuigen van een soort lachwekkende
hoogmoed, als u zich voortdurend beroept op alle experts van de
wereld.
Ik kan mij inbeelden dat er in het verleden interventies hebben
plaatsgevonden ik denk bijvoorbeeld aan Irak waarover niet alle
experts het eens waren. Niet alle landen hebben daar echter op
dezelfde wijze aan deelgenomen.
01.49 Gerald Kindermans
(CD&V):
Assumer
ses
responsabilités et veiller à être
crédible à l'étranger dénote une
bonne administration. Lors de la
Conférence de Londres, les 70
participants des Nations unies ont
abouti à un accord unanime sur la
stratégie en Afghanistan. Les
déclarations de M. Van der Maelen
traduisent chez lui de l'arrogance
suffisance car il feint de se fonder
sur les points de vue de
spécialistes, comme si tous ces
pays ne s'appuyaient pas sur
l'opinion d'experts.
01.50 Dirk Van der Maelen (sp.a): (...)
01.51 Gerald Kindermans (CD&V): Mijnheer Van der Maelen, uw
partij zat in de regering toen we naar Afghanistan zijn gegaan.
Mijnheer de voorzitter, er wordt geregeld gesproken over de
economische impact van aanslagen. De economische impact van
zaken zoals 11 september 2001 zijn niet te onderschatten. Studies
01.51 Gerald Kindermans
(CD&V): Il ne faut pas sous-
estimer
les
conséquences
économiques
des
attentats
terroristes. Il y a par ailleurs aussi
les effets à long terme pour la libre
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
hebben uitgewezen dat de economische groei met 4,2 %
teruggevallen is over de hele wereld ingevolge die terroristische
aanslagen, om nog niet te spreken van de effecten op lange termijn
voor het vrij verkeer van mensen en goederen en de kosten die de
terroristische aanslagen veroorzaakt hebben.
Ik meen dat het moeilijk is dat is jammer om een echt debat te
voeren wanneer niet alle partijen bereid zijn om in redelijkheid met
elkaar van mening te verschillen en ook effectief op te schuiven naar
een redelijk standpunt dat gedragen wordt door ongeveer alle landen
in onze samenleving. Hier wordt voortdurend vastgehouden aan de
sloganeske en nogal populaire manier ik wil niet `populistisch'
zeggen van aan politiek te doen.
Wat de grond van de zaak betreft, denk ik dat de regionale integratie,
de economische integratie van de regio, bijzonder belangrijk is.
Te vroeg aankondigen dat men zich zal terugtrekken, zou een risico
kunnen inhouden, omdat de omliggende landen zouden worden
uitgenodigd om hun eigen agenda te bewandelen en minder te gaan
samenwerken.
Het is in elk geval positief dat Rusland zich inschrijft in een
samenwerking en dat er ook gefocust wordt op de problematiek van
de drugs.
Belangrijk is ook dat er voldoende grenscontroles komen.
Inzake de economische integratie heb ik gelezen over een
grootschalig spoorwegproject dat zou kunnen zorgen voor een
economische ontsluiting van Afghanistan in de regio. Dat zou die
regio ook kunnen verbinden met havens in onder meer Iran.
Wij ondersteunen ook de visie van minister Michel die erop wijst dat
er wel degelijk een eenheid is binnen deze regering, dat er
transparantie moet zijn en dat de strijd tegen de corruptie voor de
toewijzing
van
onze
middelen
op
het
vlak
van
ontwikkelingssamenwerking zo efficiënt mogelijk moet gebeuren.
circulation des personnes et des
biens.
Il est malaisé de mener le débat
lorsque
toutes
les
parties
n'adoptent pas un point de vue
raisonnable. Certains ne cessent
de recourir aux slogans.
L'intégration économique de la
région
revêt
une
grande
importance. Si le retrait était
annoncé prématurément, il se
pourrait que les pays environnants
se remettent à suivre leur propre
ordre du jour et coopèrent moins.
La Russie met l'accent sur le
dossier de la drogue et c'est une
bonne chose. Il faut opérer
suffisamment de contrôles aux
frontières. Il est question aussi
d'un projet ferroviaire de nature à
désenclaver
économiquement
l'Afghanistan dans la région.
Nous adhérons à la conception du
ministre
Michel,
qui
attire
l'attention sur l'unicité de points de
vue au sein de ce gouvernement
et insiste sur la transparence et la
nécessité d'une lutte aussi efficace
que possible contre la corruption
dans le cadre de l'affectation de
nos moyens consacrés à la
coopération au développement
01.52 Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer de voorzitter, ik heb
een aantal kritische bedenkingen en vragen geformuleerd in de hoop
zo duidelijk mogelijke informatie te krijgen.
Minister De Crem, u haalt het Rekenhof aan. U zegt: "Ze hebben ons
een pluim gegeven". Ik herinner mij de alinea in de bijlage van de
begroting nog zeer goed, waarin staat dat het Rekenhof vaststelt dat
in vergelijking met vorige jaren nu wel een globaal cijfer van de
operaties wordt gegeven. In dezelfde alinea staat echter ook dat het
het Rekenhof nog altijd spijt dat Defensie niet de kostprijs per operatie
apart vermeldt.
Als u die vermelding als een pluim ziet, verschillen wij van mening. Ik
zie daar een punt van kritiek in. De kritiek is dat de informatie, die
vroeger helemaal niet werd gegeven, nu voor de helft wordt gegeven
maar dat het nog veel beter kan. Ik stel voor om de informatie van het
Rekenhof in die zin op te vatten en er vanaf dit jaar voor te zorgen dat
de kosten voor de operaties in de begrotingsdocumenten apart
worden weergegeven.
01.52 Bruno Stevenheydens
(VB): Le ministre De Crem nous
dit que la Cour des comptes a
salué son budget mais oublie de
préciser à cet égard que la Cour a
également
constaté
que,
contrairement à l'an dernier, seul
un chiffre global est mentionné et
non le coût de l'opération. Plutôt
qu'un compliment, je perçois pour
ma part une critique.
En réponse à mes questions
concernant la situation à Kunduz,
le ministre se réfère à la
commission de suivi mais celle-ci
a uniquement pour vocation de
prendre
connaissance
d'informations confidentielles qui
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
Ik heb een aantal vragen gesteld over de incidenten en de situatie in
Kunduz. U verwijst naar de opvolgingscommissie. Ik heb al vaak
aangekaart de leden van de meerderheid delen die kritiek dat de
opvolgingscommissie alleen moet dienen voor die informatie die
confidentieel is en die achter gesloten deuren moet worden gegeven.
Als ik u vraag of de toestand in de provincie Kunduz momenteel
onveiliger is, dan zegt u dat u op die vraag niet kunt antwoorden en
dat dit achter gesloten deuren moet gebeuren. Ik ben het daarmee
niet eens. Dat wil zeggen dat uw kabinet of uw woordvoerster aan de
pers zaken kan vertellen waarover wij hier in de openbare commissie
geen vragen mogen stellen omdat u zich schuilt achter die gesloten
commissie en het zogenaamde confidentiële karakter van alle
informatie die met operaties te maken heeft.
Mijnheer de minister, ik vind dat een zeer slechte manier van werken.
Ik stel voor dat u op zaken in het algemeen antwoordt. Zijn er de
afgelopen weken incidenten geweest, ja of nee? Is dat confidentieel?
Het staat al in de krant. Ik denk het dus niet. Is de situatie in Kunduz
gevaarlijker geworden, ja of neen? Dat zijn toch zaken waarop u in de
openbaarheid moet kunnen antwoorden.
Ik stel ook vast dat we binnenkort daar is al zes maanden geleden
om gevraagd door de fractieleidster van de Open Vld in deze
commissie met een aantal bondgenoten uit andere Europese landen
een debat zullen voeren. Ik had dat debat graag gehad vooraleer de
regering haar beslissing had genomen. Het was dus beter als de
regering haar beslissing had genomen na Pasen, nadat dit debat had
plaatsgevonden. Ik krijg hier de indruk dat dit debat vijgen na Pasen
zal zijn.
Minister Vanackere, u hebt hier eigenlijk net gezegd dat u het eens
was met de stelling van twee leden van de oppositie dat er geen
alternatief is en dat die beslissing daarom moest worden genomen.
Het spijt mij, ik vind dat een beslissing moet worden genomen op
basis van doelstellingen, resultaten, een goede strategie en de
samenhang binnen de ISAF. We kunnen immers niet elk jaar voor
zo'n belangrijke problematiek stellen dat we de beslissing gaan
nemen omdat er geen alternatief is. Dat is toch echt een zwakke
stelling.
U hebt daarjuist de twee leden van de meerderheid die dat hebben
gezegd gefeliciteerd. Lees het verslag er maar op na. Ik vind dat echt
een zwakke stelling. Ik wil duidelijke informatie krijgen. Precies
daarom stel ik die kritische vragen. Alleen op basis van duidelijke
informatie kan men een standpunt innemen.
Daarom leg ik een motie voor dat er een evaluatie moet komen. Ik
vind dat er in deze jaarlijks een schriftelijke evaluatie moet komen op
basis waarvan de regering een beslissing neemt. Ze kan die
beslissing dan motiveren tegenover het Parlement. Er moet een
schriftelijke evaluatie komen van het resultaat van onze militaire
aanwezigheid in Afghanistan, van de politieke stabiliteit in
Afghanistan, van de situatie inzake de drugsproblematiek en van de
situatie inzake de wederopbouw van het land. Dat is de motie die ik
voorleg aan het Parlement.
doivent être communiquées à huis
clos. Je crois pas que la question
concernant Kunduz ressortisse à
cette commission. Le porte-parole
du ministre peut s'exprimer à ce
sujet dans la presse, mais nous
n'avons pas le droit d'interroger le
ministre sur ce point!
J'aurais d'ailleurs aimé que le
gouvernement
attende
pour
prendre sa décision que le débat
ait été mené avec quelques alliés
d'autres pays européens. Débattre
après que la décision a été prise
ne sert plus à rien.
Selon M. Vanackere, l'opération
en Afghanistan est la seule
solution. Voilà une thèse bien
faiblarde. Il faut décider sur la
base d'objectifs, de résultats,
d'une stratégie, de la cohésion au
sein de la FIAS et non en fonction
du simple constat qu'il n'y a pas
d'alternative.
Je dépose une motion parce que
je considère qu'il faut une
évaluation annuelle écrite sur la
base de laquelle le gouvernement
décide de notre participation à la
mission en Afghanistan.
29/03/2010
CRIV 52
COM 850
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
Ik hoop dat men voor een keer geen eenvoudige motie zal indienen
om die weg te stemmen maar dat we misschien ook in de plenaire
vergadering daarover een debat kunnen krjigen.
01.53 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, je
remercie le gouvernement pour ce débat utile et de bonne qualité,
même si certains éléments des débats précédents ont été répétés. Je
dois avouer que je n'ai pas entendu beaucoup d'arguments dans le
chef de l'opposition sur des alternatives à ce que nous faisons en
Afghanistan. C'est une guerre difficile, compliquée, pour laquelle il y a
peu de résultats. Toutefois, je ne vois pas vraiment d'alternative à la
stratégie suivie aujourd'hui. Je crois effectivement que cette stratégie
à la fois civile et militaire est celle qu'il faut mener, tout en ayant une
évaluation régulière. L'évaluation effectuée sur le type de stratégie à
mener, notamment sous Obama, permet de s'inscrire dans une
stratégie nouvelle, telle que celle opérée dans la province d'Helmand
et à l'avenir dans celle de Kunduz.
Nous devons faire évoluer le débat parlementaire. Il y a eu de
nombreuses rencontres et discussions, malheureusement répétitives.
Peut-être est-ce dû au fait que nous n'entrons pas suffisamment dans
le détail sur certains aspects.
Monsieur le ministre de la Défense, je vous entends bien: il ne faut
pas dévoiler des aspects qui pourraient mettre en danger nos troupes
présentes sur le terrain. Je vous ai vu sourire, lorsque je vous ai
demandé si une offensive serait prochainement menée dans la
province de Kunduz. Ces réponses doivent, selon moi, être publiques.
Dans d'autres pays, ce type de question est posé publiquement au
parlement. Si la commission des opérations militaires à l'étranger était
un argument pour ne plus avoir du tout de débat public, je serais
inquiet pour l'avenir. Il faut effectivement trancher les informations
secrètes ou confidentielles qui, si elles étaient rendues publiques,
mettraient nos troupes en danger et ce qui doit rester du domaine du
débat public pour que nous puissions assumer chacun nos
responsabilités dans le cadre des efforts qui seront menés en
Afghanistan.
Pour le reste, le gouvernement tient son rôle loyalement parmi
d'autres acteurs en Afghanistan. J'imagine que les évaluations
menées ont été détaillées. À l'avenir, il serait utile de partager
davantage certains éléments de ces évaluations.
01.53 Georges Dallemagne
(cdH): In de gelederen van de
oppositie heb ik maar weinig
argumenten gehoord voor een
alternatief voor het thans gevoerde
beleid. Ik ben voorstander van een
civiele en militaire strategie, met
een evaluatie.
De debatten over Afghanistan
gaan steeds over dezelfde vragen,
maar misschien komt dat doordat
we onvoldoende in details treden.
Ik geef toe dat bepaalde informatie
niet
openbaar
mag
worden
gemaakt om de veiligheid van de
troepen ter plaatse niet in gevaar
te brengen, maar men zal moet
uitmaken welke informatie geheim
moet blijven en welke informatie
deel moet uitmaken van het
openbaar parlementair debat.
De regering blijft haar rol in
Afghanistan loyaal vervullen. Het
zou nuttig zijn dat er in de
toekomst
meer
informatie
vrijgegeven wordt met het oog op
de evaluatie van de situatie.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Dirk Van der Maelen en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de heren Dirk Van der Maelen en Bruno Stevenheydens
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen en van de minister van Landsverdediging,
beveelt aan dat de regering de Kamer haar evaluatie van de Belgische bijdrage aan ISAF overmaakt
vooraleer de Ministerraad de beslissing neemt om de Belgische bijdrage te verlengen tot in 2011."
Une première motion de recommandation a été déposée par M. Dirk Van der Maelen et est libellée comme
CRIV 52
COM 850
29/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de M. Dirk Van der Maelen et Bruno Stevenheydens
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles
et du ministre de la Défense,
recommande au gouvernement de communiquer à la Chambre son évaluation de la participation belge à la
FIAS avant que le Conseil des ministres prenne la décision de prolonger la participation belge jusqu'en
2011."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Bruno Stevenheydens en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de heren Dirk Van der Maelen en Bruno Stevenheydens
en het antwoord van de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen en van de minister van Landsverdediging,
vraagt de regering om een alles omvattende evaluatie aan het parlement voor te leggen van het optreden
en onze aanwezigheid in Afghanistan, zowel over het militair optreden van onze militairen in het bijzonder
en de ISAF in het algemeen, over de drugsproblematiek en de financiering van de Taliban door
drugsopbrengsten, over de corruptie en de politieke instabiliteit en over de wederopbouw van het land."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Bruno Stevenheydens et est libellée
comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de M. Dirk Van der Maelen et Bruno Stevenheydens
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles
et du ministre de la Défense,
demande au gouvernement de soumettre au parlement une évaluation exhaustive de l'intervention en
Afghanistan et de notre présence en Afghanistan. Cette évaluation portera à la fois sur l'intervention
militaire de nos soldats en particulier et la FIAS en général, sur le problème de la drogue et le financement
des talibans par les revenus de la drogue, sur la corruption et l'instabilité politique et sur la reconstruction
du pays."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Valérie De Bue en Clotilde Nyssens en door de
heren Georges Dallemagne, Gerald Kindermans en Ludo Van Campenhout.
Une motion pure et simple a été déposée par Mmes Valérie De Bue et Clotilde Nyssens et par
MM. Georges Dallemagne, Gerald Kindermans et Ludo Van Campenhout.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
La réunion publique de commission est levée à 17.34 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.34 uur.