KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 837
CRIV 52 COM 837
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
17-03-2010
17-03-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "problemen bij
hypothecair krediet" (nr. 20152)
1
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les problèmes liés au
crédit hypothécaire" (n° 20152)
1
Sprekers: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Peter Logghe, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Roland Defreyne aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het statuut van
makelaar in bank- en beleggingsdiensten"
(nr. 19898)
3
Question de M. Roland Defreyne au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le statut de courtier en
services
bancaires
et
d'investissement"
(n° 19898)
3
Sprekers:
Roland
Defreyne,
Bernard
Clerfayt, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs:
Roland
Defreyne,
Bernard
Clerfayt, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
4
Questions jointes de
4
- mevrouw Rita De Bont aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de stappen die
moeten worden gezet in verband met de
achterstand bij de federale aankoopcomités en
onteigeningscomités" (nr. 20178)
4
- Mme Rita De Bont au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
démarches
à
entreprendre en vue de résorber l'arriéré auprès
des comités d'acquisition et d'expropriation
fédéraux" (n° 20178)
4
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
werklastmeting bij de aankoopcomités van FOD
Financiën" (nr. 20397)
4
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la mesure de la charge de
travail des comités d'acquisition du SPF
Finances" (n° 20397)
4
Sprekers: Rita De Bont, Jenne De Potter,
Bernard
Clerfayt,
staatssecretaris
-
Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Rita De Bont, Jenne De Potter,
Bernard
Clerfayt,
secrétaire
d'État
-
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de vergoeding
van de juridische tweedelijnsbijstand" (nr. 19841)
7
- M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la rémunération de l'aide
juridique de deuxième ligne" (n° 19841)
7
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de juridische
tweedelijnsbijstand" (nr. 20374)
7
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'aide juridique de deuxième
ligne" (n° 20374)
8
Sprekers: Raf Terwingen, Sabien Lahaye-
Battheu, Bernard Clerfayt
, staatssecretaris -
Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Raf Terwingen, Sabien Lahaye-
Battheu, Bernard Clerfayt
, secrétaire d'État -
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
Samengevoegde vragen van
12
Questions jointes de
12
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de uitspraak
van
het
hof
van
beroep
inzake
kasgeldvennootschappen" (nr. 20193)
12
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le jugement prononcé par la
cour d'appel dans l'affaire des sociétés de
liquidités" (n° 20193)
12
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de uitspraken
12
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations de la cour
12
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
van het hof van beroep te Antwerpen inzake
kasgeldvennootschappen" (nr. 20307)
d'appel d'Anvers concernant les sociétés de
liquidités" (n° 20307)
Sprekers: Hagen Goyvaerts, Robert Van de
Velde, Bernard Clerfayt
, staatssecretaris -
Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Hagen Goyvaerts, Robert Van de
Velde, Bernard Clerfayt
, secrétaire d'État -
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"gerichte
controles met betrekking tot de boekhouding en
de rekeningen van kleine vzw's" (nr. 20215)
15
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "des contrôles
ciblés relatifs à la comptabilité et les comptes des
petites ASBL" (n° 20215)
15
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de
cdH-fractie,
Bernard
Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Bernard Clerfayt, secrétaire
d'État - Modernisation du SPF Finances,
Fiscalité environnementale et Lutte contre la
fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de gebouwen in
Andenne waarin de diensten van de directe
belastingen en de registratie gehuisvest zijn"
(nr. 20223)
18
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les bâtiments sis à Andenne,
hébergeant les services des contributions directes
et de l'enregistrement" (n° 20223)
18
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de geplande
verhuis van de registratie en de directe
belastingen van Andenne" (nr. 20355)
18
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le projet de déménagement
de l'enregistrement et des contributions directes
d'Andenne" (n° 20355)
18
Sprekers: Marie Arena, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Marie Arena, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de toekomst
van de Antwerpse Diamantbank" (nr. 20239)
20
Question de M. Kristof Waterschoot au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'avenir de la
Banque Diamantaire Anversoise" (n° 20239)
20
Sprekers: Kristof Waterschoot, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Kristof Waterschoot, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de mogelijke
oprichting van een Europees Monetair Fonds"
(nr. 20240)
21
Question de M. Kristof Waterschoot au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la possible
création d'un fonds monétaire européen"
(n° 20240)
21
Sprekers: Kristof Waterschoot, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Kristof Waterschoot, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de aanbeveling
van het beurshuis Nomura 'Go short on Belgium'"
(nr. 20305)
23
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la recommandation de la
société en bourse Nomura 'Go short on Belgium'"
(n° 20305)
23
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
23
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
23
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Institutionele Hervormingen over "de uitspraken
van het Japanse beurshuis Nomura" (nr. 20323)
institutionnelles sur "les déclarations de la société
de bourse japonaise Nomura" (n° 20323)
- de heer Robert Van de Velde aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de uitspraken van
het Japanse beurshuis Nomura" (nr. 20324)
23
- M. Robert Van de Velde au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "les déclarations de la
société de bourse japonaise Nomura" (n° 20324)
23
Sprekers: Kristof Waterschoot, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Kristof Waterschoot, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale
gegevensbank Fisconetplus en de algemene
wetgevingswebsite Justel" (nr. 20423)
26
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la base de données fiscales
Fisconetplus et le site législatif général Justel"
(n° 20423)
26
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Bernard Clerfayt, staatssecretaris
- Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Bernard Clerfayt, secrétaire d'État -
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
Vraag van de heer Philippe Collard aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
herstructureringen bij de administratie van
Financiën" (nr. 20431)
28
Question de M. Philippe Collard au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les restructurations au sein
de l'administration des Finances" (n° 20431)
28
Sprekers:
Philippe
Collard,
Bernard
Clerfayt, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Philippe Collard, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Alternative
Investment Fund Managers-richtlijn" (nr. 20247)
30
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la directive sur les
gestionnaires
de
fonds
d'investissement
alternatifs" (n° 20247)
30
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
elektronische aangifte" (nr. 20249)
32
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la déclaration
électronique" (n° 20249)
32
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Nationale
Bank" (nr. 20262)
33
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la Banque
Nationale" (n° 20262)
33
Sprekers: Robert Van de Velde, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Robert Van de Velde, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de teruggave op
34
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le remboursement
34
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
een belastingaangifte" (nr. 20263)
afférent à une déclaration d'impôt" (n° 20263)
Sprekers: Robert Van de Velde, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Robert Van de Velde, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het opstellen
van een lijst van bedrijven die betrokken zijn bij de
productie van clustermunitie of landmijnen"
(nr. 20435)
35
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'établissement
d'une liste de sociétés concernées par la
production d'armes à sous-munitions ou de mines
terrestres" (n° 20435)
35
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Bestrijding van de fiscale fraude
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
Lutte contre la fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
36
Questions jointes de
36
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
belastingformulier voor het aanslagjaar 2010"
(nr. 20507)
36
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le formulaire de déclaration
d'impôt pour l'exercice 2010" (n° 20507)
36
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
belastingformulier voor het aanslagjaar 2010"
(nr. 20541)
36
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le formulaire de déclaration
d'impôt pour l'exercice 2010" (n° 20541)
36
Sprekers: Kristof Waterschoot, Hagen
Goyvaerts, Bernard Clerfayt
, staatssecretaris
- Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Kristof Waterschoot, Hagen
Goyvaerts, Bernard Clerfayt
, secrétaire
d'État - Modernisation du SPF Finances,
Fiscalité environnementale et Lutte contre la
fraude fiscale
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
rondzendbrief nr. Ci.RH. 331/554.678 (AOIF
2/2003) van 22 september 2009" (nr. 20529)
40
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la circulaire n° Ci.RH.
331/554.678
(AFER
2/2003)
du
22 septembre 2009" (n° 20529)
40
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Bernard Clerfayt, staatssecretaris
- Modernisering van de FOD Financiën,
Milieufiscaliteit en Bestrijding van de fiscale
fraude
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Bernard Clerfayt, secrétaire d'État -
Modernisation du SPF Finances, Fiscalité
environnementale et Lutte contre la fraude
fiscale
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de geüpdatete
lijst van de DBI-landen" (nr. 20545)
41
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la liste actualisée
des pays RDT" (n° 20545)
41
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de
cdH-fractie,
Bernard
Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Bernard Clerfayt, secrétaire
d'État - Modernisation du SPF Finances,
Fiscalité environnementale et Lutte contre la
fraude fiscale
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "vermeende
koersmanipulatie
van
het
aandeel
NBB"
(nr. 20608)
43
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les soupçons de
manipulation du cours de l'action de la BNB"
(n° 20608)
43
Sprekers: Robert Van de Velde, Bernard
Clerfayt
, staatssecretaris - Modernisering van
de FOD Financiën, Milieufiscaliteit en
Orateurs: Robert Van de Velde, Bernard
Clerfayt
, secrétaire d'État - Modernisation du
SPF Finances, Fiscalité environnementale et
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
Bestrijding van de fiscale fraude
Lutte contre la fraude fiscale
Samengevoegde vragen van
45
Questions jointes de
45
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
onkostenvergoeding aan J.-Cl. Laes" (nr. 20627)
45
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le remboursement de frais
forfaitaires accordés à M. J.-Cl. Laes" (n° 20627)
45
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "een toelage
voor de voorzitter van de Waarnemingspost voor
gewestelijke fiscaliteit" (nr. 20644)
45
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'octroi d'une allocation au
président de l'observatoire de la fiscalité
régionale" (n° 20644)
45
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "het voornemen
tot toekenning van een jaarlijkse forfaitaire
onkostenvergoeding
voor
Jean-Claude Laes"
(nr. 20662)
45
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'intention d'accorder une
indemnité de frais forfaitaire annuelle à M. Jean-
Claude Laes" (n° 20662)
45
Sprekers: Robert Van de Velde, Dirk Van der
Maelen, Hagen Goyvaerts, Bernard Clerfayt
,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Robert Van de Velde, Dirk Van der
Maelen, Hagen Goyvaerts, Bernard Clerfayt
,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Guy Milcamps aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de overdracht
van eigendommen aan de deelgebieden"
(nr. 20498)
50
Question de M. Guy Milcamps au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de propriété aux
entités fédérées" (n° 20498)
50
Sprekers: Guy Milcamps, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Guy Milcamps, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
17
MAART
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
17
MARS
2010
Après-midi
______
Le développement des questions et interpellations commence à 14.35 heures. La réunion est présidée par
M. François-Xavier de Donnea.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 14.35 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer François-Xavier de Donnea.
01 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "problemen bij
hypothecair krediet" (nr. 20152)
01 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les problèmes liés au crédit
hypothécaire" (n° 20152)
01.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik had de
minister van Energie aangeschreven. Minister Reynders zou
antwoorden, maar uiteindelijk kom ik bij u terecht.
Uit de studie van Immotheker blijkt dat hypothecaire leningen met een
jaarlijks aanpasbare rente de voorbije tien jaar nog nooit zo duur zijn
geweest, in tegenstelling tot wat de modale burger zou denken. De
intrestvoeten zijn laag, dus men verwacht dat de hypothecaire
leningen wel goedkoop zouden zijn. Daarnaast worden er steeds
meer hypothecaire leningen gesloten door wettelijk samenwonenden,
waardoor er problemen kunnen ontstaan met de dekking van de
schuldsaldoverzekering. Maatregelen dringen zich op.
Kent u de resultaten van de studie van Immotheker?
Immotheker is een onafhankelijke kredietbemiddelaar, die met zowat
alle kredietmaatschappijen werkt en een vrij goed beeld van de markt
heeft. Volgens zijn bevindingen heeft de financiële crisis vooral de
risicopremie doen stijgen.
Klopt zulks met uw bevindingen? Worden er concrete maatregelen
genomen? Zijn er marktvergelijkingen voor de risicopremie? Betaalt
men momenteel meer risicopremie dan pakweg vijf jaar geleden?
Daarnaast
zijn
er
nogal
wat
problemen
met
de
schuldsaldoverzekering bij wettelijk samenwonenden.
Door het feit dat de overlevende partner geen wettelijke erfgenaam is,
is men dus als wettelijk samenwonenden verplicht om tweemaal een
dekking van 100 % te nemen, indien men de partner niet in de
problemen wil brengen op het moment dat een van beiden overlijdt.
Wordt er een wettelijk initiatief genomen, mijnheer de
staatssecretaris, om in die materie een en ander op te lossen?
Mijn derde vraag is de volgende. Nog steeds denkt de meerderheid
van de klanten die een hypothecaire lening afsluit, dat ze hun loon
moet storten op een rekening van de bank waarbij ze de hypothecaire
01.01 Peter Logghe (VB): Il
ressort d'une étude menée par
l'intermédiaire
de
crédit
indépendant De Immotheker que
les emprunts assortis d'un taux
d'intérêt révisable annuellement
n'ont jamais été aussi chers alors
que les taux d'intérêt sont toujours
pour l'heure relativement bas. La
crise financière aurait surtout
entraîné
une
augmentation
sensible de la prime de risque. Un
problème se poserait également
en matière de couverture de
l'assurance solde restant dû, dans
la mesure où de plus en plus de
cohabitants légaux concluent un
emprunt
hypothécaire.
Le
partenaire survivant n'étant pas
héritier légal, il serait préférable
que
les
cohabitants
légaux
prennent une double couverture
de deux fois 100%, pour ne pas
mettre, en cas de décès, le
partenaire survivant en difficulté.
Ces observations correspondent-
elles
aux
constatations
du
gouvernement?
Des
mesures
légales vont-elles être prises?
Ne serait-il pas temps d'informer
les personnes qui contractent un
emprunt hypothécaire de la non-
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
lening hebben gesloten. Misschien wordt het tijd om daarover een
nieuwe informatiecampagne te starten.
obligation de verser le salaire sur
un compte de la banque émettrice
de l'emprunt?
01.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Ten eerste, ik ken die
studie persoonlijk niet, maar ik neem nota van de conclusies, waarin
een verhoging van de risicopremie wordt bevestigd. Voor zover ik
weet, zijn er in verband daarmee geen recente wetenschappelijke
studies gebeurd. De verhoging van de risicopremie kan verklaard
worden op grond van de algemene economische situatie en de
onzekerheden in verband met de evolutie van zowel het kredietrisico
als van de immobiliënmarkt zelf. Het lijkt mij niet onlogisch dat de
belangrijkste spelers op de markt hun risico's voorzichtig proberen in
te schatten.
Uw tweede vraag betreft eigenlijk het verschil inzake erfrecht tussen
gehuwden en wettelijk of feitelijk samenwonenden. Het antwoord op
de vraag of daarin enig wettelijk initiatief nodig is, behoort tot de
bevoegdheid van de minister van Justitie.
Op uw derde vraag kan ik het volgende antwoorden. Het is inderdaad
een praktijk die vaak voorkomt, namelijk dat de kredietnemers hun
loon laten storten op een rekening bij hun hypothecaire kredietgever.
Heel wat kredietgevers bieden een rentevoetvermindering aan, zolang
de kredietnemer de loondomiciliëring aanhoudt. Ook al heeft de
kredietnemer te allen tijden een opzegmogelijkheid, toch moet er
rekening mee gehouden worden dat de rentekorting kan wegvallen,
zodat de rentevoet van de kredietovereenkomst verhoogd wordt. De
problematiek van het gezamenlijke aanbod als dusdanig, behoort tot
de bevoegdheid van de minister van Ondernemen en
Vereenvoudigen.
Het spreekt voor zich dat de kredietnemer op een zo uitgebreid
mogelijke manier geïnformeerd moet worden over zijn rechten en
plichten inzake het hypothecaire krediet. Zo voorziet de wet op het
hypothecair krediet onder meer in de verplichting om een prospectus
ter beschikking te stellen aan de kredietnemers, waarin de
belangrijkste informatie betreffende de aangeboden kredieten en de
voorwaarden zijn opgenomen.
01.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Je ne connais
pas l'étude en question. À ma
connaissance, il n'existe aucune
étude scientifique récente sur une
augmentation de la prime de
risque. Celle-ci peut s'expliquer
par la situation économique
actuelle
et
les
incertitudes
spécifiques
au
marché
hypothécaire.
L'observation
concernant
les
cohabitants légaux relève du droit
successoral et ressortit donc à la
compétence du ministre de la
Justice.
La question de l'obligation ou non
de verser le salaire relève du
domaine de l'offre conjointe et
ressortit donc à la compétence du
ministre de l'Entreprise.
La loi sur le crédit hypothécaire
prévoit une obligation de fournir à
l'emprunteur
un
prospectus
comportant les informations les
plus importantes sur les crédits
proposés.
01.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u
voor uw antwoord. Ik heb niet veel gehoord dat ik nog niet wist. Ik had
de vraag evengoed niet kunnen stellen. Ik weet ook wel dat er een
prospectus moet worden voorgelegd, ik ken dat allemaal. Mijn vragen
zijn eigenlijk niet onmiddellijk beantwoord. Ik zal ze dus opnieuw
indienen, dit keer wat scherper gesteld.
Ik wist bijvoorbeeld ook dat erfrecht tot de bevoegdheid van de
minister van Justitie behoort. Dat was de vraag niet. De vraag was of
er zich inderdaad nog altijd problemen voordoen wat betreft de
schuldsaldoverzekeringen en het feit dat men tweemaal een dekking
van 100 % moet hebben. Ik wou ook weten of in dat verband
eventueel initiatieven vanuit onze commissie werden voorbereid. Ik ga
ervan uit dat er geen initiatieven worden voorbereid. Ik stel de vraag
opnieuw, iets anders geformuleerd.
01.03 Peter Logghe (VB): Je n'ai
en fait reçu de réponse à aucune
de mes questions.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
02 Vraag van de heer Roland Defreyne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het statuut van makelaar in bank- en beleggingsdiensten"
(nr. 19898)
02 Question de M. Roland Defreyne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le statut de courtier en services bancaires et d'investissement" (n° 19898)
02.01 Roland Defreyne (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, de
wet van 22 maart 2006 op de bemiddeling in bank- en
beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten,
gewijzigd door het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot omzetting
van een Europese richtlijn over de markten voor financiële
instrumenten heeft het statuut geregeld van de makelaar in bank- en
beleggingsdiensten.
Het nieuwe artikel 12, § 1, van die wet stelt dat een makelaar in bank-
en beleggingsdiensten niet mag bemiddelen voor de nevendienst die
bedoeld is in artikel 46secundo, 1
e
, van de wet op de
beleggingsdiensten, namelijk: de bewaring en het beheer van
financiële instrumenten van cliënten, met inbegrip van de
bewaarneming en de daarmee samenhangende diensten, zoals
contanten- en zekerhedenbeheer.
In afwijking van het eerste lid mag de bankmakelaar wel voor eigen
rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden. De Koning kan
de specifieke organisatorische regels, evenals de gedragsregels,
opleggen aan de makelaars in bank- en beleggingsdiensten die voor
eigen rekening dergelijke diensten van beleggingsadvies aanbieden.
De sector wacht op het koninklijk besluit dat de specifieke
organisatorische regels, evenals de gedragsregels, oplegt aan de
makelaars in bank- en beleggingsdiensten die voor eigen rekening
diensten voor beleggingsadvies aanbieden.
De vragen die ik u wil stellen, zijn de volgende. Wanneer mogen wij
dit koninklijk besluit verwachten? En wat is de oorzaak van het
uitblijven van dit koninklijk besluit?
02.01 Roland Defreyne (Open
Vld): À quand un arrêté royal fixant
les
règles
applicables
aux
courtiers en services bancaires et
d'investissement proposant des
services de conseils de placement
pour leur compte propre?
02.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, het
koninklijk besluit waarnaar het geachte lid verwijst, is in voorbereiding.
Het zal hopelijk in de loop van de volgende maanden kunnen worden
genomen. Zoals u weet, is de regering een geheel van maatregelen
ter verhoging van de consumentenbescherming aan het bestuderen.
Het uitstel heeft ook te maken met het gecoördineerd laten verlopen
van al deze werkzaamheden. Het besluit is wel op komst.
02.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Cet arrêté royal
est en préparation. Il sera finalisé
dans les prochains mois.
02.03 Roland Defreyne (Open Vld): Ik hoop met u, mijnheer de
staatssecretaris, dat het een vlugge komst zal zijn.
Er is nogal wat diversiteit op het speelveld van de bankmakelaars. De
ene is al inventiever dan de andere om beleggingsadvies te kunnen
verstrekken. Het besluit zal zeker ten goede komen aan de
consument-spaarder, die degelijk advies moet krijgen. Het zal ook ten
goede komen aan de bankmakelaars, die zullen weten aan welke
spelregels zij zich moeten houden. Bedankt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Le développement des questions et interpellations est suspendu de 14.45 heures à 15.01 heures.
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt geschorst van 14.45 uur tot 15.01 uur.
Voorzitter: Hendrik Bogaert.
Président: Hendrik Bogaert.
03 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Rita De Bont aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de stappen die moeten worden gezet in verband met de achterstand bij de
federale aankoopcomités en onteigeningscomités" (nr. 20178)
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de werklastmeting bij de aankoopcomités van FOD Financiën" (nr. 20397)
03 Questions jointes de
- Mme Rita De Bont au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les démarches à entreprendre en vue de résorber l'arriéré auprès des comités
d'acquisition et d'expropriation fédéraux" (n° 20178)
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la mesure de la charge de travail des comités d'acquisition du SPF Finances"
(n° 20397)
03.01 Rita De Bont (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, begin dit jaar heb ik de minister van Financiën
ondervraagd in verband met de achterstand bij de federale
aankoopcomités en onteigeningscomités, waarover ook Vlaams
minister Hilde Crevits hem had aangesproken.
Hij bevestigde dat hij op 24 november een brief heeft ontvangen van
mevrouw Crevits. Hij heeft zijn administratie om advies gevraagd en
gevraagd om een antwoord op te stellen. Het lijkt mij dat die
administratie ruim de tijd neemt hiervoor, want op 24 februari 2010
had mevrouw Crevits nog steeds geen formeel antwoord van de
minister ontvangen.
Hij had inmiddels wel, op 26 november, een studieopdracht gegeven,
namelijk de studie Aankoopcomités 2009 C 15, om te onderzoeken
wat er eigenlijk allemaal kon verbeterd worden om tot een efficiëntere
werking te komen.
Ik ben nieuwsgierig om te vernemen hoe het met deze studie staat.
Gaat dat ook zo traag? De minister van Financiën vindt dat blijkbaar
allemaal niet zo dringend, want hij zei dat de Gewesten niet verplicht
zijn om op de diensten van de aankoopcomités een beroep te doen.
Mevrouw Crevits beweert echter dat hoewel er geen wettelijke
verplichting is er wel een protocol bestaat, het protocol van
5 maart 1985 tussen de federale regering en de regeringen van de
Gemeenschappen en de Gewesten, dat de bevoegdheden regelt en
dat aan de Gemeenschappen opdraagt om toch een beroep te doen
op deze aankoopcomités. Dit protocol kan alleen door de federale
overheid worden aangepast of veranderd.
Als dat dan gebeurt, dan kunnen de hangende dossiers behandeld
worden door de dienst Vastgoedakten van de Vlaamse Overheid,
maar zij zou hiervoor landmeters-experts moeten inschakelen, die
dan ook op een juridisch sluitende wijze zouden moeten kunnen
toegang krijgen tot de patrimoniumdocumentatie van de federale
overheidsdienst Financiën om hun opdracht fatsoenlijk te kunnen
03.01 Rita De Bont (VB): Au
début de cette année, j'ai interrogé
le ministre des Finances sur
l'arriéré au sein des comités
d'acquisition et d'expropriation
fédéraux. La ministre flamande
Mme Crevits l'avait également
interpellé à ce sujet. Le ministre a
répondu qu'il avait demandé à son
administration de formuler un avis
et qu'un marché d'étude avait
également
été
passé
pour
examiner toutes les améliorations
qui pourraient être apportées au
fonctionnement de ces comités.
Le ministre ne semble pas
considérer qu'il y a urgence car il a
également
déclaré
que
les
Régions ne sont pas tenues de
faire
appel
aux
comités
d'acquisition. Mme Crevits affirme
pourtant que s'il n'existe pas
d'obligation légale, il y a bien un
protocole de coopération datant du
5 mars 1985 qui impose aux
Communautés de faire appel aux
comités d'acquisition. Ce protocole
ne peut être modifié que par les
autorités fédérales. À l'issue de
cette modification, les dossiers
pendants pourraient être traités
par le service 'Vastgoedakten' des
autorités flamandes, qui doit pour
cela recourir à des géomètres-
experts
ayant
accès
à
la
documentation patrimoniale du
SPF Finances. Il appartient au
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
uitoefenen. Daarvoor zou de FOD Financiën een oplossing moeten
bedenken of onderhandelen.
Heeft de minister inmiddels al een formeel antwoord gegeven aan
mevrouw Crevits in verband met de gestelde vragen?
Is men bereid het samenwerkingsprotocol van 5 maart 1985 tussen
de federale regering en de regeringen van de Gemeenschappen en
de Gewesten aan te passen? In welke zin zal men het dan aanpassen
en wanneer?
Bent u bereid de landmeters-experten van de Vlaamse overheid
toegang te verlenen tot de patrimoniumdocumentatie van de federale
overheidsdienst Financiën?
Ten slotte en vanuit mijn vrouwelijke nieuwsgierigheid, hoever staat
het met de op 26 november aangekondigde studieopdracht?
SPF Finances de résoudre ce
problème.
Le ministre a-t-il déjà répondu à la
ministre flamande Mme Crevits?
Le ministre est-il prêt à adapter le
protocole, dans quel sens et
quand? Les géomètres-experts du
gouvernement flamand auront-ils
accès
à
la
documentation
patrimoniale du SPF Finances?
Qu'en est-il du marché d'étude
annoncé le 26 novembre?
03.02 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, ik wil ook terugkomen op een problematiek die hier
al meermaals aan bod is gekomen, met name de achterstanden bij de
federale aankoopcomités. In het antwoord van de minister van
Financiën van 23 juni kondigde hij aan dat na het zomerreces van
2009, wat toch al een tijdje achter ons ligt, de werklast van de
aankoopcomités zou worden gemeten in het kader van de uitvoering
van Coperfin en met het oog op de voorbereiding van het
personeelsplan 2010. In dat personeelsplan zou binnen de
beschikbare globale enveloppe een gerichte werving voor kritische
functies worden verricht.
Bovendien kondigde de minister ook een studieopdracht over de
problematiek van de werking en de achterstand bij de
aankoopcomités aan. Die studie moet voorstellen van oplossingen
uitwerken om de effectiviteit, de efficiëntie en de resultaat- en
klantgerichtheid van de werking van de comités te verhogen.
Ten eerste, wat zijn de concrete resultaten van de werklastmeting?
Wat zijn de conclusies die u aan de resultaten van de werklastmeting
verbindt?
Ten tweede, hebt u maatregelen genomen als reactie op de
werklastmeting?
Ten derde, was er een specifieke reden om in het najaar van 2009
een dergelijke werklastmeting in te voeren?
Ten vierde, is het de bedoeling op basis van de werklastmeting een
herverdeling van het personeel binnen de Patrimoniumdocumentatie
door te voeren? Zo ja, op welke manier zult u dat doen?
Ten slotte, welke voorstellen zijn naar voren gekomen in de
studieopdracht die op 26 november 2009 werd uitgeschreven? Wat is
uw reactie op die voorstellen?
03.02 Jenne De Potter (CD&V):
Le ministre des Finances a
déclaré le 23 juin 2009 que la
charge de travail des comités
d'acquisition serait mesurée après
les vacances d'été, conformément
aux objectifs définis dans le cadre
de la réforme Coperfin et en vue
de la préparation du plan de
personnel 2010. Il a également
annoncé un marché d'étude sur le
fonctionnement de ces comités et
l'arriéré de dossiers.
Quels sont les résultats et les
conclusions de cette mesure de la
charge
de
travail?
Quelles
mesures sont prises? Pour quelle
raison spécifique éventuelle a-t-on
décidé de procéder à des mesures
de la charge de travail? A-t-on
l'intention de mettre en oeuvre une
nouvelle répartition du personnel
au sein de la documentation
patrimoniale? De quelle façon?
Quelles propositions ont été
formulées dans le cadre du
marché d'étude et sur quelles
réactions ont-elles débouché?
03.03 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
mevrouw De Bont, de minister heeft wel een antwoord gegeven aan
mevrouw Crevits en aan de premier. Ik heb hier een kopie van de
twee brieven.
03.03
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Le ministre des
Finances a envoyé une réponse
au premier ministre ainsi qu'à
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Het
protocol
van
5 maart
1985
is
eigenlijk
een
samenwerkingsakkoord avant la lettre. Het resulteerde in de wet van
18 december 1986 en diverse decreten, waaronder dat van de
Vlaamse Raad van 23 december 1986. Die teksten bevatten geen
wettelijke verplichting voor de Gewesten en de Gemeenschappen een
beroep te doen op de federale aankoopcomités. Al bepaalt het
voormelde protocol dat de Gewesten en Gemeenschappen een
beroep doen op de aankoopcomités, het stelt ook expliciet dat het
beroep op de comités geen afbreuk doet aan het recht van de
executieven aan een van hun leden de bevoegdheid te delegeren de
akten betreffende de verwerving van onroerende goederen op te
maken.
Dat samenwerkingsprotocol wordt door mij, de minister en zijn
administratie met respect voor de autonomie van de Gewesten en de
Gemeenschappen geïnterpreteerd als een mogelijkheid die aan de
Gewesten en Gemeenschappen wordt geboden om op de diensten
van de aankoopcomités een beroep te doen.
De Gewesten en Gemeenschappen kunnen project per project
beslissen om al dan niet een beroep te doen op de medewerking van
de aankoopcomités. Ik ben hoe dan ook bereid met de Gewesten en
Gemeenschappen te praten over de verdere samenwerking met de
aankoopcomités. Ik wens hiervoor evenwel de resultaten en
aanbevelingen af te wachten van de aan de gang zijnde
studieopdracht in verband met de aankoopcomités.
Voor uw derde vraag kan ik u verwijzen naar de antwoorden van de
minister op de schriftelijke vraag nr. 289 van de heer Jenne De Potter
over
de
toegang
van
erkende
landmeters
tot
de
Patrimoniumdocumentatie.
Wat uw vierde vraag betreft, de kick-off meeting van de bedoelde
studieopdracht die wordt uitgevoerd door het studiebureau McKinsey
heeft plaatsgevonden op 3 maart 2010. De resultaten van deze studie
worden verwacht tegen eind april.
Ik kan op de aanvullende vraag van de heer De Potter het volgende
antwoorden. In deze studie zal ook het aspect werklastmeting worden
opgenomen. Hierbij zal onder meer gebruik worden gemaakt van de
in het jaar 2009 in het kader van de uitvoering van Coperfin
opgestarte herevaluatie van de benodigde personeelsenveloppe.
Deze herevaluatieoefening bevindt zich thans in een eindstadium
zodat deze zal kunnen worden opgenomen in de lopende
studieopdracht. Deze oefening werd opgestart in het najaar van 2009
ter voorbereiding van de op stapel staande overgang naar de to be
Coperfinstructuren en de to be functies. Ik wacht het resultaat van de
studieopdracht af om conclusies te trekken met betrekking van de
aankoopcomités in de toekomst.
Op basis van onder andere vaststellingen met betrekking tot de zeer
ongunstige leeftijdspiramide bij de aankoopcomités en de al van bij
het begin van de herevaluatieoefening gedane vaststelling dat de
stock van te behandelen dossiers groot blijft, werd eind 2009 in het
ontwerp van personeelsplan 2010 de gerichte werving van 11 niveau
A's met een juridisch profiel en ervaring in de vastgoedsector,
specifiek voor de aankoopcomités, opgenomen. Ik verwijs naar het
Mme Crevits, à l'échelon flamand.
Je dispose ici d'une copie de ces
deux courriers.
Le protocole du 5 mars 1985, un
accord de coopération avant la
lettre, a inspiré les auteurs de la loi
du 18 décembre 1986 ainsi que de
divers décrets parmi lesquels celui
du Conseil régional flamand du
23 décembre
1986.
Ces
documents ne contiennent aucune
obligation légale de faire appel aux
comités d'acquisition fédéraux,
même si le protocole stipule
explicitement que le recours aux
comités ne porte pas préjudice au
droit des exécutifs de déléguer à
un
de
leurs
membres
la
compétence d'établir des actes
d'acquisition de biens immeubles.
Mon interprétation du protocole de
coopération en tant que ministre
des Finances ainsi que celle de
l'administration consiste à dire que
ce texte offre la possibilité aux
Régions de faire appel aux
services des comités d'acquisition.
Les Communautés et Régions
peuvent décider au cas par cas si
elles recourent ou non aux
services des comités pour un
projet.
Je
suis
disposé
à
rencontrer ces entités fédérées
pour évoquer la poursuite de la
collaboration avec les comités
d'acquisition,
mais
j'attends
d'abord
de
pouvoir
prendre
connaissance
des
recommandations formulées dans
le cadre de l'étude.
En ce qui concerne l'accès des
géomètres
agréés
à
la
documentation patrimoniale, je
renvoie à la réponse à la question
écrite n° 289 de M. Jenne De
Potter.
Les résultats de l'étude de
McKinsey sont attendus fin avril.
Cette étude évalue également la
charge de travail. J'attends les
résultats de l'étude pour tirer les
conclusions en ce qui concerne
les futurs effectifs du personnel
des comités d'acquisition. Quant
au personnel, on observe, d'une
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 19791 van de
heer Guy Coëme over hetzelfde onderwerp.
part, une pyramide des âges
défavorable et, d'autre part, un
volume important de dossiers à
traiter. C'est pourquoi le projet de
plan du personnel 2010 prévoit
l'embauche de 11 membres du
personnel de niveau A présentant
un profil juridique et ayant une
expérience du secteur immobilier.
Je réfère à ce sujet à la réponse à
la question écrite n° 19791 de
M. Coëme.
03.04 Rita De Bont (VB): Mijnheer de staatssecretaris, het is
duidelijk dat de Gemeenschappen en Gewesten geen beroep moeten
doen op die aankoopcomités. Ik kan niet beoordelen of het hen in de
realiteit mogelijk gemaakt wordt, want ik ken het antwoord op die
schriftelijke vraag niet. Ik zal die eens bestuderen. Zij moeten
blijkbaar toegang krijgen tot de documentatie inzake die federale
mogelijkheid. Als het mogelijk is, meen ik dat een deel van het werk
van de federale overheid kan worden gedelegeerd aan de
Gemeenschappen en de Gewesten.
Zoals ook op andere vragen al is geantwoord, kampt men met een
tekort aan personeel in die diensten en is er ook geen belangstelling
voor. Dat geeft problemen, zowel aan Franstalige als aan
Nederlandstalige kant. Ik zal het schriftelijke antwoord bestuderen en
hoop dat het ook duidelijk is voor mevrouw Crevits, zodat zij voort
kunnen werken. Dank u.
03.04 Rita De Bont (VB): Les
Communautés et les Régions ne
doivent donc pas faire appel aux
comités d'acquisition. Je lirai la
réponse à la question écrite. Si les
Régions et Communautés doivent
pouvoir
accéder
à
la
documentation patrimoniale, le
fédéral pourrait peut-être leur
déléguer une partie du travail, car
le manque de personnel engendre
des problèmes dans toutes les
régions.
03.05 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor uw antwoord. Ten behoeve van mevrouw De Bont moet
ik zeggen dat ingevolge het antwoord gezegd is dat landmeters-
experts
wel
degelijk
toegang
kunnen
krijgen
tot
de
patrimoniumdocumentatie wanneer een aantal voorwaarden vervuld
is.
Ik betreur dat wij nog steeds niet kunnen beschikken over de
werklastmeting. Die wordt opnieuw geëvalueerd. Ik kan begrijpen dat
dit gebeurt in het raam van de nieuwe studieopdracht, maar dit
probleem sleept al zo lang aan dat ik mij soms vragen stel bij de
activiteiten om het probleem op te lossen. Eind april zal ik nog eens
terugkomen met de vraag of er al resultaten zijn van die
studieopdracht en wat u doet om dit probleem, dat al lang aansleept,
op te lossen.
03.05 Jenne De Potter (CD&V):
Sous certaines conditions, les
géomètres-experts peuvent donc
avoir accès à la documentation
patrimoniale. Je reviendrai fin avril
sur la question de la mesure de la
charge de travail et sur la solution
aux problèmes de manque de
personnel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de vergoeding van de juridische tweedelijnsbijstand" (nr. 19841)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de juridische tweedelijnsbijstand" (nr. 20374)
04 Questions jointes de
- M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "la rémunération de l'aide juridique de deuxième ligne" (n° 19841)
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
institutionnelles sur "l'aide juridique de deuxième ligne" (n° 20374)
04.01 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, mijn vraag handelt over het toe te passen fiscaal
regime op de vergoedingen die advocaten krijgen wanneer zij in het
kader van de juridische tweedelijnsbijstand zijn opgetreden. Het gaat
zogezegd over de voormalige pro-Deovergoedingen.
Dit soort prestaties en de vergoedingen daaraan verbonden worden
vaak laattijdig uitbetaald. Pas één, twee of drie jaar later dan de
werkelijke verleende prestaties, worden de inkomsten door de
advocaten geïnd. Dat is het probleem. Bijvoorbeeld de inkomsten
voor de prestaties die door de advocaten pro Deo verricht zijn in het
gerechtelijk jaar 2008-2009 zullen pas uitbetaald worden ten vroegste
in juni 2010, naar alle veronderstelling.
Dan is het blijkbaar zo dat er geen uniformiteit is over het toe te
passen fiscale regime. Sommige belastingcontroleurs beschouwen dit
soort van uitbetalingen in hoofde van de advocaten als laattijdige
inkomsten en laattijdige betalingen en daardoor kan er vaak een
voordeliger fiscaal regime genoten worden dan bij andere
belastingcontroleurs die dat niet doen, die dat niet beschouwen als
laattijdige betalingen, waardoor er dus wordt belast in het jaar van de
ontvangst zelf.
Vooral jonge advocaten werken pro Deo, dat hoef ik u niet te zeggen.
Dit soort advocaten heeft in het begin van de carrière vaak niet zoveel
eigen inkomsten. Zij hebben er dus alle belang bij dat dit wordt
aanzien, als het pas twee tot drie jaar later wordt uitbetaald, als
laattijdige betalingen. In de andere gevallen, als men het beschouwt
als niet-laattijdige betalingen, dreigt men belast te worden aan de
hogere aanslagvoet waarin men dan valt, omdat men dan reeds een
paar jaar advocaat is en dus meer verdient.
Mijnheer de staatssecretaris, kunt u bevestigen dat betalingen die
gedaan worden in het kader van de tweedelijnsbijstand, zoals ik
daarnet heb geschetst, als achterstallige erelonen moeten beschouwd
worden en derhalve van het voordelige fiscaal tarief kunnen genieten?
Zo ja, kunt u mij dan meedelen op welke manier u duidelijke
instructies gaat geven aan uw belastingscontroleurs op het terrein,
zodat overal hetzelfde wordt toegepast, want er is wel degelijk een
divergentie?
Zo nee, wat zijn de redenen hiervoor, waarom u het niet als
achterstallige betalingen zult beschouwen?
04.01 Raf Terwingen (CD&V):
L'indemnité perçue par les avocats
pour l'aide de deuxième ligne,
correspondant
aux
anciennes
prestations 'pro deo', est souvent
réglée tardivement, parfois jusqu'à
trois ans après la date de la
prestation. Par ailleurs, il n'y a pas
d'uniformité en ce qui concerne le
régime fiscal à appliquer. Dans
certains cas, les revenus sont
considérés comme des paiements
tardifs, dans d'autres pas. Les
paiements relatifs à l'aide de
deuxième ligne doivent-ils être
considérés comme des arriérés
d'honoraires, plus avantageux
fiscalement? Le secrétaire d'État
peut-il
communiquer
des
instructions claires aux contrôleurs
des impôts?
04.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag gaat ook over de juridische
tweedelijnsbijstand, maar dan een ander facet ervan, namelijk de
toekenning van de juridische tweedelijnsbijstand.
Om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor juridische
tweedelijnsbijstand kan het Bureau in principe afgaan op meer dan
alleen de beroepsinkomsten en/of eventuele vervangingsinkomsten.
Zo kunnen bijvoorbeeld ook inkomsten uit onroerende goederen,
zoals huur, en roerende inkomsten, zoals intresten, in rekening
worden genomen. Dat is tenminste het principe, maar in de praktijk
04.02 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): En principe, hormis
les revenus professionnels ou de
remplacement, les revenus de
biens immobiliers sont également
pris
en
considération
pour
déterminer si une personne est
éligible à une aide juridique de
deuxième ligne. Sur le terrain, il
est
toutefois
impossible
de
contrôler les revenus immobiliers.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
loopt deze controlemogelijkheid eerder stroef. Het probleem is dat het
Bureau Juridische Bijstand niet over de nodige instrumenten beschikt
om te controleren of de rechtszoekende over andere inkomsten
beschikt dan deze uit arbeid. In Nederland lost men dit zeer
eenvoudig op door de Raad voor Rechtsbijstand inzage te geven in
bepaalde gegevens van de FOD Financiën. Dit veroorzaakt geen
extra inspanning in hoofde van de rechtszoekende en is een kleine
moeite voor de bedienden van de Raad.
Dit is een niet-onbelangrijke problematiek, mijnheer de minister, die
ook wordt aangetoond door cijfers. Er is in een jaarlijks stijgend
budget voorzien voor de tweedelijnsbijstand dat momenteel meer dan
54 miljoen euro bedraagt. Samen met het budget stijgt ook het aantal
zaken. In het gerechtelijk jaar 2004/2005 waren er bijvoorbeeld
148 000 aanstellingen terwijl dit in het gerechtelijk jaar 2007/2008 al
was opgeklommen tot meer dan 190 000 pro-Deozaken. In dat
gerechtelijk jaar kwam 92 % van de rechtszoekenden, die om bijstand
verzochten, in aanmerking voor een volledig kosteloze bijstand.
4,43 % moest een eigen bijdrage betalen en de overige 3,11 % van
de aanstellingen betrof ambtshalve aanstellingen.
Deze cijfers zijn van belang omdat zij aantonen dat juridische
tweedelijnsbijstand geen randverschijnsel is en dat de bureaus dus
dringend over goede controlemogelijkheden moeten kunnen
beschikken om na te gaan of iemand werkelijk recht heeft op deze
bijstand. Bovendien tonen de cijfers ook aan dat samen met het
budget ook het aantal zaken stijgt wat ervoor zorgt dat de vergoeding
per zaak relatief gelijk blijft. Als door een betere controle aan het licht
zou komen dat sommige aanvragers toch niet in aanmerking komt
voor bijstand zou deze afname van het aantal tussenkomsten ervoor
kunnen zorgen dat de vergoeding per prestatie kan worden
aangepast.
Mijn vragen zijn de volgende. Zijn er afspraken tussen de
FOD Financiën en de Bureaus voor Juridische Bijstand over de
controle-instrumenten waarover die bureaus kunnen beschikken? Tot
welke gegevens hebben de BJB's nu toegang? Is volgens u een
systeem zoals in Nederland ook haalbaar in ons land?
Aux Pays-Bas, le Raad voor
Rechtsbijstand
(Conseil d'Aide
juridique) est autorisé à consulter
les données du service des
Finances. Chez nous, les Bureaux
d'Aide
juridique
(BAJ)
ne
disposent pas de cette possibilité.
Le budget destiné à l'aide juridique
de deuxième ligne augmente
chaque année et il faut dès lors
d'urgence accorder davantage de
possibilités de contrôle aux BAJ.
Existe-t-il des accords entre le
SPF Finances et les BAJ en
matière
de
possibilités
de
contrôle?
Quelles
sont
les
données
qu'ils
peuvent
actuellement
consulter?
Un
système comparable à celui des
Pays-Bas est-il envisageable chez
nous?
04.03 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, er
werden twee aparte vragen gesteld die verband houden met de
juridische tweedelijnsbijstand.
De eerste vraag ging over de aanbodzijde en de fiscalisering van de
honoraria. De tweede vraag ging meer over de vraagzijde. Hoe kan
men controleren of de mensen recht hebben op de juridische
tweedelijnsbijstand?
Mijnheer Terwingen, wat uw vraag betreft, opdat er sprake zou
kunnen zijn van laattijdige honoraria die aan de bijzondere
aanslagvoet van artikel 171, ten zesde, tweede gedachtestreepje, van
het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992, onderworpen zijn, is er
onder meer vereist dat de laattijdigheid door toedoen van de overheid
ontstaat. Hieronder wordt verstaan dat zij te wijten is aan het verzuim,
de nalatigheid of een uitzonderlijke maatregel van de uitbetalende
overheid. Indien de laattijdigheid evenwel louter te wijten is aan de
complexiteit van de reglementaire procedure, kan geen sprake zijn
van de toepassing van een taxatie als laattijdig honorarium. Welnu, uit
04.03
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Pour qu'on
puisse
parler
d'arriérés
d'honoraires,
le
retard
de
paiement doit être dû à l'autorité
concernée et non à la complexité
de la procédure réglementaire
comme c'est le cas pour les
rémunérations dans le cadre de
l'aide juridique de deuxième ligne.
Celles-ci ne tombent pas, dès lors,
sous le régime fiscal des arriérés
d'honoraires,
sauf
si
le
contribuable peut prouver que le
retard est effectivement dû à une
négligence réelle des instances de
paiement. Ce n'est donc possible
que dans des cas individuels.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
de feiten blijkt dat de wettelijke procedure van de vaststelling en de
verdeling van de beoogde staatsvergoedingen zeer complex is en dat
de overheid verplicht is de procedure te volgen. Derhalve kan niet
zonder meer worden gesteld dat de laattijdige betaling van deze
vergoedingen door toedoen van de overheid ontstaat. Zij lijkt veeleer
een gevolg van de specifieke reglementering die moet worden
gevolgd.
Slechts indien de belastingplichtige kan aantonen dat de laattijdigheid
niet zozeer het gevolg is van de complexiteit van deze reglementering,
maar effectief te wijten is aan de concrete nalatigheid van de
uitbetalende instanties in kwestie, kan voormelde afzonderlijke
aanslagvoet worden toegepast indien aan alle andere voorwaarden is
voldaan. Dit kan uiteraard slechts blijken uit het onderzoek van elk
geval afzonderlijk.
Mevrouw Lahaye-Battheu, ik kom tot uw vraag. Jaren geleden werd
een semigeautomatiseerd systeem ingevoerd waarbij door de
belastingplichtige
of
zijn
wettelijke
vertegenwoordiger
een
inkomstengetuigschrift kon worden opgevraagd bij de administratie
der directe belastingen, teneinde als bewijs te dienen inzake
kosteloze rechtsbijstand. Dit systeem is echter grotendeels in onbruik
geraakt. Er wordt immers vastgesteld dat in de huidige wetgeving tot
vaststelling van de voorwaarden voor het genieten van de volledige of
gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand
bepaald wordt dat de bewijsstukken aangaande het actuele
gemiddelde maandelijkse netto-inkomen van het gezin dienen te
worden voorgelegd, terwijl de administratie van de directe
belastingen, gelet op de wettelijke aangiftetermijn inzake de
inkomstenbelastingen, niet over recente en actuele informatie
aangaande de inkomsten van de belastingplichtige beschikt.
Bovendien wordt opgemerkt dat in dezelfde wetgeving bepaalde
rechtzoekenden vermoed worden onvermogend te zijn, louter op
grond van hun sociale situatie-- ik denk aan genieters van leefloon,
het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, asielzoekers, enzovoort --
, zodat voor die gevallen wettelijk geen bewijs van inkomsten wordt
gevraagd. Indien het door mijn collega, de minister van Justitie, nuttig
geacht wordt voor de toekenning van de kosteloze juridische
tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand een nieuw soort
controlesysteem in te voeren, dan is de FOD Financiën bereid
daaraan mee te werken.
Er dient dan uiteraard te worden onderzocht of deze samenwerking
wettelijk kan worden geregeld. Teneinde alle misverstanden
aangaande de controlemogelijkheden ter zake uit de weg te ruimen,
wordt echter reeds nu benadrukt dat hoe dan ook enkel informatie
kan worden verschaft die beschikbaar is. In dat verband wordt de
aandacht erop gevestigd dat er in principe geen inlichtingen kunnen
worden verschaft over inkomsten waarvan er geen aangifte is in de
personenbelasting,
zoals
bijvoorbeeld
huurinkomsten
van
privéwoningen -- dat kennen we niet --, vrijgestelde roerende
inkomsten, enzovoort, of inkomsten waarvoor de termijn van indiening
van de aangifte nog niet is verstreken. Het is dienaangaande ook
belangrijk reeds nu te signaleren dat het begrip "gezin" in fiscale zin
niet noodzakelijk overeenstemt met het begrip "gezin" zoals bedoeld
in de wetgeving tot vaststelling van de voorwaarden voor het genieten
van kosteloosheid van een juridische tweedelijnsbijstand en
Voici
plusieurs
années,
un
système
permettait
au
contribuable désireux d'obtenir
une aide juridique gratuite de
demander une attestation de
revenus auprès de l'administration
des contributions directes, mais ce
système n'est plus utilisé. En vertu
de la réglementation actuelle, en
effet, le demandeur doit présenter
des preuves relatives aux revenus
mensuels
moyens
de
son
ménage, alors que l'administration
des contributions ne possède pas
ce type de données récentes. De
plus, la législation dispose aussi
que certains demandeurs sont
automatiquement
considérés
comme étant indigents en raison
de leur situation sociale. Si le
ministre de la Justice souhaite
instaurer un système de contrôle
d'un nouveau type, il peut compter
sur le SPF Finances.
Il est évident que ne pourront
jamais être communiquées des
informations relatives à des
revenus qui ne doivent pas être
déclarés à l'impôt des personnes
physiques, tels que les revenus
locatifs, ou pour lesquels le délai
de déclaration n'est pas encore
écoulé. En outre, la notion de
"ménage" n'est pas définie de la
même façon dans la législation
fiscale et dans les conditions à
remplir pour bénéficier d'une aide
juridique gratuite.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
rechtsbijstand.
04.04 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, uw
antwoord is zeer duidelijk. U zegt dat we het geval per geval moeten
bekijken, maar al die pro-Deoadvocaten zitten in hetzelfde schuitje;
het systeem is wat het is. Het is dus duidelijk dat die inkomsten niet
mogen worden beschouwd als achterstallige betalingen. Helaas voor
de advocaten, want zij kunnen in principe niets doen aan de
laattijdigheid van de betaling. Dit is een onbillijke situatie.
Het is geen verwijt, maar een vaststelling, dat we wettelijk zullen
moeten ingrijpen om daaraan paal en perk te stellen, want het kan
niet dat jonge advocaten, die twee tot drie jaar op hun geld moeten
wachten, bovendien niet eens kunnen genieten van de voordelen van
het systeem.
04.04 Raf Terwingen (CD&V): Le
secrétaire d'État dit qu'il convient
d'examiner
chaque
cas
séparément mais tous les avocats
pro deo sont logés à la même
enseigne. Il est dommage que ces
rémunérations ne puissent pas
être considérées comme des
arriérés de paiement car ces
avocats ne sont en aucune façon
responsables de la très grande
complexité du système. Nous
devrons prendre une initiative
législative pour remédier à cette
situation inéquitable.
04.05 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Dat is niet alleen voor dit
beroep. De nieuwe regels moeten gelijk zijn voor alle liberale
beroepen. Daarom is het moeilijk dit specifieke probleem op te lossen
via een dergelijk voorstel.
04.05
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Ce nouveau
règlement
devrait
toutefois
s'appliquer
à
toutes
les
professions indépendantes, ce qui
ne serait pas une sinécure.
04.06 Raf Terwingen (CD&V): Het specifieke probleem bestaat
enkel bij de advocaten om de eenvoudige reden dat het systeem
wordt toegepast bij pro-Deoadvocaten, waarbij het zo laattijdig is. Ik
ken geen ander beroep dat op dezelfde manier dezelfde problematiek
in concreto kent. Ik ken geen andere beroepsgroepen die op dezelfde
manier worden vergoed, laat staan twee jaar na hun prestatie. Als we
een wetgeving maken, moeten we erover nadenken om het principe
te poneren dat dit onredelijk en onbillijk is en dat we dat moeten
opentrekken.
Natuurlijk kunnen we niet over de advocaten op zich spreken, maar
over alle groepen die op deze manier worden verloond. Dan spreken
we enkel over de advocaten. We moeten dat alleszins doen. We
moeten proberen daar wettelijk iets aan te doen. Ik zal proberen er
iets op te vinden. Ik begrijp uw opmerking natuurlijk ook, mijnheer de
staatssecretaris. Ik ben al langer pleitbezorger om na te denken over
een andere manier van uitbetaling van de pro-Deovergoedingen. Los
van het fiscaal regime kan het niet dat jonge advocaten vaak twee tot
drie jaar moeten wachten op verloning van hun prestaties, al is dat
nog een andere discussie.
04.06 Raf Terwingen (CD&V):
Seuls les avocats sont confrontés
à
ce
problème.
À
ma
connaissance,
aucune
autre
profession n'y est confrontée. Je
vais essayer de trouver une
solution en tenant compte de la
remarque du secrétaire d'État.
Nous devons imaginer une autre
manière
de
payer
les
rémunérations pro deo.
04.07 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord, maar herhaal evenwel
dat uit de cijfers blijkt dat het budget voor de tweedelijnsbijstand
fenomenaal stijgt van bijna 150 000 euro naar bijna 200 000 euro op
vier jaar. Als wij het systeem staande willen houden is het evident dat
de controle up-to-date moet zijn. Iemand die bijvoorbeeld een
vervangingsinkomen heeft van 1 000 euro, maar daarnaast roerende
en onroerende goederen bezit, zou eigenlijk door de controle moeten
worden aangeduid als geen recht meer hebbende op
tweedelijnsbijstand.
Ik neem er akte van dat u zegt dat het eigenlijk met de minister van
04.07 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): En quatre ans de
temps, le budget pour l'aide
juridique de deuxième ligne est
passé de presque 150 000 euros à
presque 200 000 euros. Si nous
voulons préserver le système, il
faudra adapter les possibilités de
contrôle. Les personnes disposant
de
revenus
mobiliers
et
immobiliers ne devraient pas avoir
accès au système.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Justitie zou moeten bekeken worden en dat u bereid bent om het
debat aan te gaan en om eventueel mee te werken aan een ander,
beter systeem van controle bij de toekenning van tweedelijnsbijstand.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de uitspraak van het hof van beroep inzake kasgeldvennootschappen" (nr. 20193)
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de uitspraken van het hof van beroep te Antwerpen inzake
kasgeldvennootschappen" (nr. 20307)
05 Questions jointes de
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le jugement prononcé par la cour d'appel dans l'affaire des sociétés de
liquidités" (n° 20193)
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations de la cour d'appel d'Anvers concernant les sociétés de
liquidités" (n° 20307)
05.01 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, mijn vraag gaat over de uitspraak van het hof van
beroep van Antwerpen inzake kasgeldvennootschappen. Als wij het
woord kasgeldvennootschap uitspreken, dan gaat bij velen in deze
commissie het lampje branden van de onderzoekscommissie naar de
grote fiscale fraude, die wij gehad hebben en waar wij over dat
onderwerp toch het een en ander hebben gehoord en hebben
besproken en waarover ook een aantal aanbevelingen werd
geformuleerd.
Mijnheer de staatssecretaris, los daarvan, in een recent arrest van het
hof van beroep te Antwerpen in een zaak van frauduleuze verkopen
van kasgeldvennootschappen bevestigt het hof dat een
kasgeldstructuur in principe een perfect legale structuur is.
Ik heb meteen een aantal vragen voor u.
Hebt u of hebben uw diensten inmiddels kennis kunnen nemen van
het vermelde arrest
van het hof van beroep inzake
kasgeldvennootschappen?
Wat zijn de gevolgen van de beslissing van het hof van beroep voor
de fiscale administratie?
Ingeval van fraude bij kasgeldvennootschappen ging het meestal om
fraude in hoofde van de verkoper van een lege vennootschap. Nu lijkt
de fraude te zijn gepleegd door de kopers van de aandelen van de
kasgeldvennootschap. Op welke manier interpreteert u het arrest in
het kader van de aanpak tegen kasgeldvennootschappen?
Welke rechtsmiddelen heeft uw administratie om buitenlandse kopers
van aandelen van een kasgeldvennootschap, zeker als er fraude mee
gemoeid is, te vervolgen?
Is de fiscale administratie van plan om de kopers daadwerkelijk te
vervolgen?
05.01 Hagen Goyvaerts (VB):
Dans un arrêt rendu récemment
par la cour d'appel d'Anvers dans
une affaire de ventes frauduleuses
effectuées par des sociétés de
liquidités, la cour affirme le
principe selon lequel une structure
de liquidités est parfaitement
légale. Le ministre a-t-il pris
connaissance
de
cet
arrêt?
Quelles répercussions aura-t-il
pour
l'administration
fiscale?
Comment interprète-t-il cet arrêt
dans le cadre de la politique visant
à lutter contre les sociétés de
liquidités? De quelles voies de
recours dispose son administration
pour poursuivre les acheteurs
étrangers d'actions d'une société
de
liquidités?
L'administration
fiscale
a-t-elle
l'intention
de
poursuivre
réellement
ces
acheteur?
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Ik ben uitermate benieuwd naar het antwoord op mijn vijf vragen.
05.02 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, mijn vraag ligt een beetje in dezelfde lijn, met
enkele toetsen van nuances. Het hof van beroep heeft duidelijk zijn
stelling
meegegeven
dat
naar
de
verkoper
van
de
kasgeldvennootschap de intentie moet bewezen worden dat de
verkoop frauduleus gebeurd is.
Het is inderdaad zo dat de situatie waarin de kasgeldvennootschap
zich bevindt perfect legaal is, dat die wordt overgelaten, ook tot
daaraan
toe,
maar
dat
dan
effectief
de
koper
de
belastingadministratie via die constructie gaat oplichten, is natuurlijk
een andere zaak. Daar heeft het hof van beroep een stelling
ingenomen, zeggende dat de intentie vanuit de verkoper moet
bewezen zijn. Dat lijkt mij op zich een zeer aanvaardbare stelling.
Natuurlijk, dan komt men op een zeer dunne scheidingslijn, want de
intentie gaan bewijzen is een zeer moeilijke zaak. Wat men wel zou
kunnen doen, dat zal ik straks voor mijn repliek houden, is proberen
om die intentie te materialiseren, binnen contracten en weet ik veel
wat.
In elk geval, op dit moment is het zo dat de duidelijke mededeling
door het hof van beroep is gegeven dat zolang de intentie niet
bewezen is de verkoper ook vrijuit gaat, terwijl op dit moment de
verkopers ook werden benaderd vanwege het gedacht dat zij mee in
het complot zaten van de hele fraudestructuur.
Ik heb dus in dat verband een aantal gelijkaardige vragen. Hebt u
intussen al kennis genomen van de gevolgen? Zijn er nog andere
lopende zaken waar we in hetzelfde geval zitten en die dus riskeren
herroepen te worden?
Zult u effectief overgaan tot vervolging van de koper? Dat is niet
gemakkelijk want vaak krijgen we te maken met kopers die zich op
een of andere manier indekken en beschermen.
Tot slot, op welke manier zult u de intentie waarnaar het hof van
beroep verwijst materialiseren om ervoor te zorgen dat er een
duidelijk oogmerk is dat de verkoop op dat moment begeleidt?
05.02 Robert Van de Velde
(LDD): Le point de vue adopté par
la cour consiste à dire que
l'intention de procéder à une vente
frauduleuse doit être prouvée, ce
qui me semble correct. Les
sociétés de liquidités sont, en elle-
mêmes, parfaitement légales et
peuvent, le cas échéant, faire
l'objet d'une cession. Le fait qu'un
acheteur escroque l'administration
fiscale par le biais d'un tel
montage est bien sûr une autre
affaire. Il est évidemment très
difficile de prouver une intention
mais l'on peut essayer d'en
prouver la matérialité, par exemple
dans des contrats.
Le ministre a-t-il déjà eu l'occasion
de prendre connaissance des
conséquences de cette décision
judiciaire? Reste-t-il des affaires
similaires? Le ministre va-t-il
réellement poursuivre l'acheteur,
ce qui ne sera pas simple?
Comment compte-t-il matérialiser
l'intention?
05.03 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: De fiscale administratie
heeft wel kennis genomen van het arrest van het hof van beroep te
Antwerpen van 10 februari van dit jaar in haar hoedanigheid van
burgerlijke partij in het dossier en van schuldeiser in het faillissement
van een andere vennootschap waarvan de curator zich burgerlijke
partij heeft gesteld. De fiscale administratie onderzoekt het concrete
geval en zal alle rechten uitputten die zij haalt uit het arrest om de
onbetaalde belastingschulden terug
te vorderen van de
veroordeelden.
In het arrest waarnaar het geachte lid verwijst heeft de rechter in
beroep geoordeeld dat het moreel element ofwel de frauduleuze
bedoeling niet met voldoende zekerheid was aangetoond in hoofde
van de verkopers en hun adviseurs waardoor ze bijgevolg werden
vrijgesproken. Vooreerst moet worden opgemerkt dat in eerste aanleg
werd geoordeeld dat het ging om een frauduleuze constructie waarbij
05.03
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: L'administration
fiscale a pris connaissance du
fameux arrêt de la cour d'appel
d'Anvers, en tant que partie civile
dans le dossier et en tant que
créancier dans la faillite d'une
autre société dont le curateur s'est
constitué
partie
civile.
L'administration fiscale étudie ce
cas concret et épuisera l'ensemble
des droits pour pouvoir récupérer
les
dettes
fiscales
des
condamnés. Dans cet arrêt, le
juge d'appel a estimé que les
intentions frauduleuses n'étaient
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
de gelden van de vennootschap een kasrondje maakten en aldus
terugkwamen in handen van de verkopers. De eerste rechter
veroordeelde dan ook zowel de ondernemers als hun adviseurs en de
kopers die noodzakelijkerwijs in collusie hadden samengewerkt.
Bovendien moet erop gewezen worden dat hetzelfde hof, in een
andere samenstelling, dezelfde dag een andere verkoper nochtans
wel heeft veroordeeld voor een gelijkaardige fraude met een
kasgeldvennootschap. Er werden gevangenisstraffen uitgesproken
tegen de acteurs van de fraude. Ik heb hier de precieze elementen.
De fiscale administratie is van oordeel dat het mechanisme van de
kasgeldvennootschappen per definitie frauduleus is wanneer de eigen
gelden van de vennootschap worden gebruikt voor de verkrijging van
haar aandelen en de belastbare grondslag tijdelijk geneutraliseerd
wordt via bepaalde fiscale technieken met als enige bedoeling de
bedoelde vennootschap alle financiële middelen te ontnemen die
nochtans noodzakelijk zijn om haar fiscale schulden te voldoen.
Zij is van mening dat de techniek van de kasgeldvennootschappen
zoals vastgesteld in het op het Belgisch grondgebied gebruikte
mechanisme enkel de bedrieglijke en onwettelijke verkrijging van het
patrimonium van een aanvankelijk lonende vennootschap tot doel
heeft. Die verkrijging gebeurt ten nadele van de bedoelde
vennootschap die haar vermogen ontnomen werd enerzijds en van de
Belgische staat anderzijds.
Bijkomend kan hiervoor verwezen worden naar de analyse die de
heer Olivier Coene over deze problematiek gemaakt heeft in het
Tijdschrift
voor
Fiscaal
Recht
nr.
287
van
2005,
"Kasgeldvennootschap: een forensische en juridische analyse",
pagina 773 en volgende. Men kan daar met name lezen: "Het vaak
gehoorde verhaal dat men een onderscheid dient te maken tussen
frauduleuze en bonafide transacties klopt niet. Er is geen enkel
voorbeeld
gekend
waarbij
na
opkoop
van
meerdere
kasgeldvennootschappen
effectief
tot
herinvestering
werd
overgegaan".
De Belgische staat kan een burgerlijke vordering instellen en zich
burgerlijke partij stellen lastens buitenlandse kopers. De
daadwerkelijke uitvoering daarvan wordt vanzelfsprekend bemoeilijkt
in geval zij verblijven in het buitenland.
Er bestaat evenwel een uitgebreide internationale regelgeving die de
Belgische staat, afhankelijk van het geval, in samenwerking met de
verblijfstaat van de verkoper, toepast om de betaling van de schuld te
verkrijgen.
Zoals nog aangegeven in punt 3 zal de fiscale administratie verder
gaan met het vervolgen van actoren van fraude in het kader van de
kasgeldvennootschappen. De administratie gaat aldus verder met de
invordering
van
de
belastingschulden
bij
fraude
met
kasgeldvennootschappen met elk juridisch middel dat haar bij wet is
toegekend, mogelijks via invordering bij elke derde die aansprakelijk
kan worden gesteld.
suffisamment
prouvées.
En
première instance, le tribunal avait
cependant jugé qu'il s'agissait
d'une construction frauduleuse. Le
même jour, ce même tribunal a
cette fois condamné un autre
acheteur
pour
une
fraude
identique avec une société de
liquidités. L'administration fiscale
estime que le mécanisme des
sociétés de liquidités est par
définition frauduleux, lorsque les
fonds propres de la société
servent à acheter des actions de
ladite société et à neutraliser ainsi
provisoirement la base imposable
par
le
biais
de
certaines
techniques fiscales. Cette prise de
position est partagée dans un
article publié dans le Tijdschrift
voor Fiscaal Recht
. L'État belge
peut intenter une action civile et se
constituer partie civile contre des
acheteurs étrangers, mais c'est
précisément leur domiciliation à
l'étranger qui complique une réelle
exécution.
L'État belge peut invoquer à cet
effet à une vaste réglementation
internationale.
L'administration
fiscale continuera à poursuivre les
fraudeurs dans le cadre des
sociétés de liquidités et continuera
donc dans de tels cas de figure à
recouvrer les dettes fiscales par
toute voie juridique légale.
05.04 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank
u voor uw antwoord.
05.04 Hagen Goyvaerts (VB): Ce
point de vue est clair. Il est
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Uw standpunt is ook duidelijk geweest. Ik denk niet dat dit echt
vatbaar is voor interpretatie. Naar het einde van uw antwoord maakt u
natuurlijk een nuancering met betrekking tot het pakken van de veelal
buitenlandse kopers. Dat zal op zich geen evidentie zijn. Dat mag
natuurlijk niet het excuus worden om er achteraan te gaan, zeker
binnen de Europese context, als wij zien dat daar toch al een aantal
andere dingen lopen. Het gaat hier voornamelijk over landen zoals
Zweden en Denemarken. Ik denk dat het moet mogelijk zijn om, met
de bestaande juridische instrumenten die u heeft en die ter
beschikking staan van de fiscus maar ook van het parket, die kopers
te vervolgen.
Voor de rest volgen wij het dossier van de kasgeldvennootschappen
nog verder op. U weet dat wij een aantal aanbevelingen geformuleerd
hebben in onze onderzoekscommissie. Op een zeker moment gaan
wij kijken wat de regering daarmee van plan was.
évidemment plus difficile d'arrêter
des acheteurs étrangers mais cela
ne peut être une excuse pour ne
pas
les
inquiéter,
plus
particulièrement dans le contexte
européen. Il est possible de
poursuivre ces acheteurs en
recourant
aux
instruments
juridiques
existants.
Nous
continuons à assurer le suivi des
sociétés de liquidités et nous
examinerons
quelle suite le
gouvernement réservera à nos
recommandations en la matière.
05.05 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de staatssecretaris, ik
ben het volledig eens naar de inhoud en de grond van de zaak. Ik heb
één probleem en dat is dat u zich als fiscale of financiële administratie
eigenlijk voor een stuk boven de wet zet. Ik denk dat de uitspraak van
het hof van beroep in deze zeer duidelijk is. Zolang de intentie vanuit
de verkoper niet bewezen is, is er geen sprake van een frauduleuze
verkoop, eventueel wel van een frauduleuze aankoop. Wat dat betreft
moet het onderscheid heel duidelijk gemaakt worden, omdat wij niet in
een samenleving moeten terechtkomen waarbij ondernemingen die
zich willen heroriënteren a priori beschouwd worden als zouden ze te
maken hebben met een frauduleuze praktijk. Dat is niet zo. Een
kasgeldvennootschap wordt immers gebruikt om te heroriënteren.
Wat dat betreft, meen ik dat het verstandig zou zijn na te denken over
het materialiseren van de intentie van de verkoper, dit eigenlijk als
een addendum. Dan kan men nog discussiëren over in hoeverre wat
op papier staat effectief de bedoeling is. In elk geval, op die manier
kan de verkoper zich indekken op rechtmatige wijze, zonder
gestigmatiseerd te worden en te worden verdacht van frauduleus
opzet.
Ik heb nog een kleine randopmerking. Deze mensen worden door het
gerecht en de politie vaak onder druk gezet, door het misbruik van
voorhechtenis, wat volgens mij leidt tot een situatie waarover wij,
gezien de jaloeziestructuur die wij hebben opgebouwd in onze
maatschappij, wel eens mogen nadenken.
Ik ben begonnen met te zeggen dat ik het eens ben met de inhoud. Ik
ben het eens met de grond van de zaak. Maar de gevolgen die eraan
verbonden zijn en de manier van interpretatie laten te wensen over. Ik
meen dat het hof van beroep daar heel duidelijk over geweest is.
05.05 Robert Van de Velde
(LDD): Je souscris pleinement au
contenu et au fond de l'affaire
mais
en
l'occurrence
l'administration
fiscale
ou
financière se place en partie au-
dessus de la loi, vu le caractère
non équivoque de l'arrêt. Une
définition très claire de la notion
d'intention frauduleuse de vente
est extrêmement importante pour
éviter
des
conclusions
prématurées.
Il serait indiqué de réfléchir à la
matérialisation de l'intention du
vendeur. Le vendeur peut alors se
couvrir en toute légalité, sans être
automatiquement
suspecté
d'intentions
frauduleuses.
En
abusant
de
la
détention
préventive, la justice et la police
mettent souvent ces personnes
sous pression et ce problème
mérite d'être examiné plus en
profondeur. Je suis d'accord sur le
fond mais les effets et la méthode
d'interprétation sont sujets à
discussion.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "des contrôles ciblés relatifs à la comptabilité et les comptes des
petites ASBL" (n° 20215)
06 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "gerichte controles met betrekking tot de boekhouding en de
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
rekeningen van kleine vzw's" (nr. 20215)
06.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le secrétaire d'État, il me revient que les services de contrôle des
impôts s'intéressent particulièrement ces derniers temps et de
manière quasi systématique en Région wallonne à la comptabilité et
aux comptes des petites ASBL. Cela engendre de nombreux
redressements fiscaux et des amendes assez lourdes tenant compte
de la capacité financière de ces associations.
Loin de moi l'idée de nier le principe d'équité fiscale et de bonne
perception de l'impôt dû par les citoyens et par les sociétés, mais il
semble que cela se fasse sans aucun discernement pour les
nombreuses petites associations qui sont constituées dans un vrai
cadre bénévole et au profit d'activités sociales, caritatives, culturelles
ou sportives indispensables pour la population.
Ces redressements fiscaux et ces amendes sont parfois tels qu'ils
mettent en péril l'existence même de ces associations. De plus, ces
associations n'ont pas les compétences fiscales ni les moyens
financiers pour engager un fiscaliste pour réfuter les arguments des
contrôleurs; c'est pourquoi elles acceptent leurs conclusions par
crainte de tracasseries supplémentaires.
Je pense qu'il n'y a pas équilibre entre les parties et que cela pourrait,
comme dans d'autres cadres, être considéré comme du harcèlement.
Il est bien connu qu'il existe une multitude de "fausses ASBL" ­ et
nous avons déjà tenté à plusieurs reprises d'y remédier ­ dont
l'objectif est d'éluder l'impôt ou les cotisations sociales mais cela ne
doit pas être un motif pour mettre en péril des associations qui font
partie du tissu social local. Il existe en effet une grande différence
entre, par exemple, la petite ASBL locale qui gère une salle de
spectacle ou un centre culturel ou sportif et une ASBL qui a été
constituée par un grand groupe financier pour assurer la gestion d'une
maison de repos et de soins ou d'une société de consultance.
Ne pensez-vous pas, monsieur le secrétaire d'État, qu'une adaptation
des priorités de contrôle voire une adaptation de la législation serait à
envisager pour éviter les tracasseries inutiles aux petites
associations? Je répète que c'est dans le respect de l'équité fiscale et
des contrôles auxquels chaque ASBL, quelle que soit sa forme
juridique, est tenue de répondre.
06.01 Christian Brotcorne (cdH):
In het Waalse Gewest gaat de
aandacht
van
de
belastingcontroleurs de jongste tijd
in het bijzonder uit naar de
rekeningen van de kleine vzw's.
Dat geeft aanleiding tot tal van
rechtzettingen en boetes die in
verhouding tot de financiële
draagkracht van die verenigingen
behoorlijk zwaar zijn. U zal mij niet
horen verklaren dat de belastingen
niet rechtvaardig en billijk moeten
zijn en niet correct moeten worden
geïnd, maar men lijkt daarbij geen
begrip te tonen voor talrijke pure
vrijwilligersverenigingen
die
sociale, caritatieve, culturele of
sportieve activiteiten uitvoeren.
Bovendien
beschikken
die
verenigingen niet over de nodige
fiscale knowhow, noch over de
middelen om een fiscalist in de
arm te nemen die de argumenten
van de belastingcontroleurs kan
weerleggen; uit angst voor meer
narigheid aanvaarden ze dan maar
de rechtzettingen. Men zou dat als
pesterijen kunnen opvatten.
Het is inderdaad geen geheim dat
er een groot aantal valse vzw's
bestaan,
die
dienen
om
belastingen of sociale bijdragen te
ontduiken, maar dat mag geen
reden zijn om het voortbestaan
van verenigingen die ingebed zijn
in het sociale weefsel, in gevaar te
brengen.
Zouden er voor de controles geen
andere prioriteiten moeten worden
gesteld, of zou men zelfs niet beter
de wetgeving aanpassen?
06.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur le président,
cher collègue, je peux comprendre l'émoi que ces opérations de
contrôle peuvent créer. J'ai moi-même des contacts avec des ASBL
et nous sommes parfois membres à titres divers ou proches de gens
qui en sont membres; nous avons donc écho de ces opérations de
contrôle.
Cependant, laissez-moi vous rappeler que les ASBL, quelle que soit
leur taille, quelles que soient leurs activités, sont toutes des
personnes morales assujetties à l'impôt du même nom, dans le chef
06.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Ik begrijp de beroering
waartoe die controles leiden.
Vzw's zijn echter rechtspersonen
die ongeacht hun omvang of
activiteit onderworpen zijn aan de
vennootschapsbelasting. Ze zijn
dus verplicht een aangifte in te
dienen, een boekhouding en de
nodige stukken bij te houden,
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
desquelles existent diverses obligations comme le dépôt d'une
déclaration, ainsi que la tenue de livres et de documents permettant,
entre autres, d'apprécier le régime fiscal applicable et d'assurer la
communication d'informations utiles à la taxation de tiers.
La question du contrôle des ASBL se pose depuis un certain temps.
La Cour des comptes a fait récemment des recommandations au SPF
Finances. C'est dans ce cadre, aux fins de garantir au mieux le
contrôle du respect des obligations fiscales imposées à ces
personnes morales et de répondre aux recommandations de la Cour
des comptes, que des services spécialisés en matière d'impôt des
personnes morales ont été créés en 2008, dans le ressort de chaque
direction régionale des contributions directes.
Il va de soi qu'aucune priorité de contrôle n'a été établie à l'égard des
associations de petite taille. Il y a peut-être simplement un rattrapage
de longues années durant lesquelles on n'avait pas réalisé
suffisamment de contrôles. Aujourd'hui que le rythme et le nombre
des contrôles s'accélèrent, il y a quelques surprises, car certains
réflexes de tenue de comptes et de livres n'étaient pas toujours
respectés. Cela peut parfois engendrer, à défaut du respect de ces
règles, des situations de redressement ou des amendes.
Je répète qu'aucune priorité n'est donnée aux petites associations par
rapport aux autres, bien au contraire. Par contre, il y a un intérêt
particulier pour ce que l'on appelle les fausses ASBL, pour parvenir à
les dénicher. À première vue, rien ne distingue une fausse ASBL
d'une vraie. Ce sont le contrôle, l'examen des pièces et de l'activité,
bref, des éléments probants qui permettent de faire la différence.
Quant aux ASBL importantes qui gèrent d'énormes structures (des
maisons de repos, des hôpitaux, des clubs de football, etc.), les
centres de contrôle consacrent quelque 3 % de leur capacité de
contrôle à ces rares, mais importantes structures.
onder meer met het oog op het
vaststellen van het toepasselijke
belastingstelsel en het meedelen
van de voor de belasting van
derden nuttige informatie.
De kwestie van de controle op de
vzw's is al een poos aan de orde.
Het Rekenhof heeft onlangs
aanbevelingen gedaan aan de
FOD Financiën met het oog op
een betere naleving van de fiscale
verplichtingen
van
die
rechtspersonen. Daarom werd er
in 2008 bij elke gewestelijke
directie van de directe belastingen
een speciale dienst voor de
rechtspersonenbelasting
opgericht.
Er werden geen prioriteiten gesteld
inzake de controle op de kleine
verenigingen. Misschien gaat het
gewoon om een inhaalslag, nadat
er
jarenlang
onvoldoende
controles werden uitgevoerd. Nu
het aantal controles toeneemt,
komen
de
vzw's
die
de
boekhouding niet goed bijhielden,
voor verrassingen te staan. Dat
leidt soms tot verbeteringen van
de aanslag of boetes.
Er wordt wel bijzondere aandacht
besteed aan de valse vzw's. De
controle zelf - onderzoek van de
stukken,
de
activiteit,
de
bewijskrachtige gegevens - wijst
uit of het al dan niet om een valse
vzw gaat. De centra besteden
ongeveer 3 procent van hun
controlecapaciteit aan de controle
van de grote vzw's, waarvan er
niet veel zijn.
06.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, je remercie
M. le secrétaire d'État. Je me réjouis de l'esprit dans lequel il place ce
contrôle. Je peux comprendre que des contrôles soient nécessaires
pour discerner les vraies des fausses ASBL, qu'elles soient petites ou
grandes d'ailleurs. Mais je suppose que l'on peut en déduire que,
dans
l'identification
de
manquements,
voire
d'infractions,
l'administration pourrait aussi faire preuve d'une certaine flexibilité ou
d'une grande souplesse à l'égard de ces ASBL, leur donnant le temps
de se mettre en règle, plutôt que d'aller à la chasse à l'amende
directement. Si l'on se conforme à l'esprit de votre réponse, je pense
que c'est dans ce sens-là que l'on devrait aller, monsieur le secrétaire
d'État. Tout le monde pourrait s'y retrouver.
06.03 Christian Brotcorne (cdH):
Ik begrijp wel dat controles
noodzakelijk zijn, maar uit de
geest van uw antwoord maak ik op
dat de administratie zich best wat
soepeler zou kunnen opstellen ten
aanzien van de vzw's en ze de tijd
zou kunnen geven om een en
ander in orde te brengen met de
voorschriften.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Questions jointes de
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "les bâtiments sis à Andenne, hébergeant les services des contributions directes et de
l'enregistrement" (n° 20223)
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le projet de déménagement de l'enregistrement et des contributions directes
d'Andenne" (n° 20355)
07 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de gebouwen in Andenne waarin de diensten van de directe belastingen en de
registratie gehuisvest zijn" (nr. 20223)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de geplande verhuis van de registratie en de directe belastingen van Andenne"
(nr. 20355)
07.01 Marie Arena (PS): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, comme vous l'avez souligné précédemment,
l'administration fiscale doit être proche des gens. Être proche induit la
proximité physique. Il s'avère qu'en ce qui concerne le ressort
Andenne - Gesves - Ohey - Fernelmont, les services des
Contributions et de l'Enregistrement sont assurés par une vingtaine
d'agents localisés à Andenne. Ces services fonctionnent en étroite
collaboration avec six notaires et trois huissiers de justice. Ils
permettent non seulement aux citoyens de ces communes, d'avoir
accès, à proximité de leur lieu de vie, au point de contact avec le SPF
Finances, mais aussi à tous les professionnels qui interviennent dans
les mutations immobilières de disposer à courte distance des services
opérationnels de ces administrations.
Apparemment, une incertitude planerait sur l'avenir de cette
implantation. Cette incertitude n'est pas sans inquiéter les acteurs
locaux que je viens de citer, mais aussi le personnel qui y travaille.
Pouvez-vous garantir le maintien à Andenne d'une implantation
assurant les services des Contributions directes et de
l'Enregistrement? Des travaux de rénovation sont-ils programmés afin
d'améliorer les conditions de travail dans ces services et aussi de
donner un message positif aux personnes qui utilisent ces services et
aux personnes qui travaillent dans ces services?
07.01 Marie Arena (PS): Het is
belangrijk
dat
de
belastingadministratie bereikbaar
is voor de bevolking. Er zijn twijfels
gerezen omtrent het behoud van
de vestiging van de belasting- en
de registratiediensten in de regio
Andenne-Gesves-Ohey-
Fernelmont. Momenteel werken er
nog een twintigtal beambten in
Andenne.
Kunt u bevestigen dat die vestiging
blijft
bestaan?
Zijn
er
renovatiewerken gepland?
07.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur le président, j'ai
le plaisir de répondre ce qui suit à l'honorable membre. Le plan
Coperfin prévoit effectivement le maintien d'un front office dont le
personnel est estimé à 23 personnes. Mon souci et celui du ministre
est évidemment de maintenir un service de proximité pour la
population.
Je vous rappelle que le plan Coperfin, qui date de 2001, comprenait
un volet bâtiments. Compte tenu de la diminution programmée du
nombre d'agents au sein du département Finances, et dans un souci
de rationalisation, elle prévoyait le regroupement d'un nombre
important d'implantations. À l'époque, il y avait plus de 600
implantations à travers le pays. Il y avait une volonté de les regrouper,
parfois en assemblant des administrations différentes au sein du
même ministère, en un même lieu. Ils avaient parfois pris l'habitude
de se mettre en des lieux épars, ce qui n'assurait pas la simplicité, la
07.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt:
Het
Coperfin-plan
voorziet inderdaad in het behoud
van een frontoffice, met ongeveer
23 personeelsleden. De minister
en ikzelf vinden het belangrijk dat
de plaatselijke dienstverlening
verzekerd wordt.
Het Coperfin-plan 2001 voorzag in
de samenvoeging van een groot
aantal vestigingen. Destijds waren
er meer dan 600 over het hele
land. Die herstructurering werd
echter al uitgevoerd en had vooral
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
lisibilité pour le citoyen qui devait parfois aller à des adresses
différentes.
Toutes ces réalisations ont donc déjà eu lieu, principalement dans les
centres urbains. À titre d'exemple, la réouverture de la tour Finto, à
Bruxelles, a permis de regrouper au centre de Bruxelles, au
Botanique, plusieurs bureaux précédemment disséminés dans
l'ensemble de la Région de Bruxelles-Capitale.
Ces opérations ont pu se faire sans diminuer l'accessibilité des
bureaux pour la population bruxelloise. La situation est bien différente
lorsqu'on envisage une restructuration en dehors des grands centres
urbains. Notre souci au ministre et à moi-même a toujours été et
continuera à être le maintien d'un service de proximité et de qualité.
Ce service passe par des conditions d'accessibilité correctes pour la
population. J'ai demandé à mon administration de tenir compte de cet
aspect essentiel étroitement lié à la mission de service public que le
SPF Finances doit remplir, avant d'envisager tout déménagement de
quelque bureau que ce soit. Ce n'est que si l'assurance du maintien
d'un service de proximité est garantie qu'un déménagement pourra
être effectué. Cette optique est valable non seulement dans l'exemple
que vous citez mais également pour tous les autres bureaux du pays.
Je ne vous cache pas que des études sont effectuées ici et là,
sources parfois d'inquiétude pour certains - je le concède-, mais ces
études, qui analysent plusieurs pistes et permettent de vérifier les
conditions de maintien de l'accessibilité des services cités plus haut,
ne sont menées que dans ce cadre-là. Donc aucune décision n'a été
prise et elle ne pourrait l'être que si, comme je l'ai rappelé, un service
de proximité est maintenu. Le rafraîchissement des locaux est prévu
dans le courant du 2
nd
semestre et l'achat de mobilier suivra dans la
foulée.
betrekking op de kantoren in de
stadscentra.
Buiten de grote stedelijke centra
liggen de zaken heel anders.
Ik heb mijn administratie gevraagd
rekening te houden met het
cruciale element, namelijk de
toegankelijkheid, vooraleer de
verhuis van welk kantoor dan ook
te overwegen. Studies die links en
rechts gemaakt worden, doen
misschien
enige ongerustheid
ontstaan, maar ze maken het wel
mogelijk na te gaan of de
voorwaarden voor het behoud van
de
toegankelijkheid
van
de
diensten al of niet gerealiseerd
zijn. Er is nog geen enkele
beslissing genomen. Het opfrissen
van de lokalen is gepland in de
loop van het tweede semester en
de aankoop van meubilair volgt.
07.03 Marie Arena (PS): J'entends bien qu'une étude analysera le
besoin effectif ou non de mettre ces services ailleurs et cela ne
pourrait aboutir à un recentrage des activités que si les services de
proximité sont garantis. Je traduis: est-ce que vous considérez que
recentrer les activités à Namur serait contraire au service de
proximité? Il est vrai que les distances sont importantes entre
Andenne, Namur, Gesves, Ohey, et Fernelmont . Nous ne sommes
plus en centres urbains quand nous parlons de ces communes. Et
donc j'entends bien qu'il faut garder des services de proximité; ça
veut dire qu'on reste à Andenne et qu'on ne va pas à Namur.
07.03 Marie Arena (PS): Wat wil
zeggen dat we in Andenne blijven
en niet naar Namen gaan?
07.04 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Oui vous connaissez les
grands ministères. Vous savez qu'ils sont organisés parfois en
métiers différents. Parmi ceux-ci, il y a le métier de ceux qui gèrent
les bâtiments dont, évidemment, le rêve est d'avoir le moins de
bâtiments distincts à gérer. Cela mène parfois à des études et des
réflexions dans ce sens-là. Ça ne veut pas dire que cette opinion
s'impose sur toutes les prises de décisions et d'options, surtout que,
comme je viens de le rappeler, le ministre et moi-même souhaitons
conserver une accessibilité et une proximité des services et donc cela
fait obstacle à certaines demandes et analyses faites par d'autres
départements.
07.04 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: In de grote ministeries
dromen de mensen die de
gebouwen beheren, ervan zo
weinig
mogelijk
te
moeten
beheren. Dat kan aanleiding geven
tot studies en denkwerk, maar het
betekent niet dat die mening
algemeen erkend wordt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
08 Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de toekomst van de Antwerpse Diamantbank" (nr. 20239)
08 Question de M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'avenir de la Banque Diamantaire Anversoise" (n° 20239)
08.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris,
de diamantsector is uiterst belangrijk voor onze economie. Zij redt
jaar na jaar de cijfers van onze handelsbalans. Een van de redenen
waarom wij het wereldcentrum van de diamant in België kunnen
houden is de specifieke rol van de kredietverstrekking aan deze
sector. Die heeft weinig te maken met de normale sector van het
ondernemingskrediet. Het verbaast dan ook niet dat men in de
praktijk op de markt een soort oligopolie aantreft met de Antwerpse
Diamantbank die voor 100 % dochter van KBC is en andere spelers
zoals ABN Amro en voor een heel klein stuk de State Bank of India
die zich begint te manifesteren.
In het afslankingsplan dat de Europese Commissie KBC vorig jaar
heeft opgelegd, is er in ruil voor staatssteun in de verkoop van de
Antwerpse Diamantbank voorzien. Dat veroorzaakt de nodige onrust
en zelfs praktische problemen in de sector. Het is te begrijpen dat een
bank die bijna wordt verkocht, geen extra risico's meer neemt en haar
kredietlijnen bewaakt, wat voor een aantal projecten problematisch
wordt.
Gelet op het strategisch belang van de sector, zeker macro-
economisch, voor ons land en onze economie moet erover worden
gewaakt dat er voldoende financiering voor deze sector beschikbaar
blijft.
Bent u bereid om met de overheidsbestuurders van het federale
niveau bij KBC te overleggen, om te vermijden dat de Antwerpse
Diamantbank wordt verkocht?
Hoe staat het met de verkoop?
Indien dit niet meer kan worden gestopt, is het voor het verankeren
van de sector in ons land van primordiaal belang dat onze
overheidsbestuurders erover waken dat de Diamantbank wordt
verkocht aan een financiële instelling die verder in de sector wil
investeren en niet enkel op de financiële rentabiliteit van de instelling
uit is, want die is zeer goed.
08.01
Kristof
Waterschoot
(CD&V): KBC et ABN Amro
détiennent la quasi-totalité de la
Banque Diamantaire Anversoise.
Le plan de dégraissage imposé à
la KBC par la Commission
européenne, en contrepartie de
l'aide publique reçue, prévoit la
cession de la Banque Diamantaire
Anversoise. Étant à vendre, celle-
ci évite bien sûr de prendre des
risques
supplémentaires
et
surveille ses lignes de crédit. Il en
résulte des difficultés pour un
certain nombre de projets. Il est
essentiel pour notre économie que
le secteur diamantaire dispose
d'un financement suffisant.
Le ministre se concertera-il avec
les administrateurs représentant
l'État au sein de la KBC afin
d'éviter la vente de la Banque
Diamantaire Anversoise? Si la
vente se révèle inéluctable, le
ministre
assurera-t-il
que
la
banque
soit
cédée
à
un
établissement disposé à investir
dans le secteur et qui ne
recherche pas exclusivement la
rentabilité
financière
de
la
banque?
08.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Aangezien het gaat om
beslissingen van de Europese Gemeenschap die deels het gevolg zijn
van de beleidskeuze van het management van KBC, valt deze vraag
volgens mij niet onder de bevoegdheid van de federale overheid.
Ter herinnering, de Staat is geen aandeelhouder van KBC, maar
houder van hybride effecten.
08.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Cette question
s'intéresse
à
une
décision
communautaire européenne qui
est en partie la conséquence d'un
choix stratégique du management
de la KBC. Elle ne relève donc pas
de la responsabilité des autorités
fédérales. Par ailleurs, l'État n'est
pas actionnaire de la KBC, mais
détient des titres hybrides.
08.03 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris,
het klopt dat de Staat geen aandeelhouder is. Dat heb ik ook nergens
beweerd, voor alle duidelijkheid. Ik meen dat het wel uw
08.03
Kristof
Waterschoot
(CD&V): Il appartient au secrétaire
d'État et au ministre de veiller à ce
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
verantwoordelijkheid en die van de minister is erover te waken dat er
voldoende financieringscapaciteit voor de sector aanwezig blijft. Ik
meen dat het uw opdracht is te overleggen met de bestuurders die er
wel zijn. U moet de aandacht daarop vestigen, want zonder deze
belangrijke randvoorwaarde dreigt het tot een belangrijk
financieringsprobleem in de sector te komen.
Wij dreigen daar een stuk van te verliezen, wat macro-economisch ­
voor onze handelsbalans en onze hele economie ­ gevolgen kan
hebben. Het gaat over 10 % tot 20 % van het volume. Het gaat niet
over een kleine speler. Ik wil dus pleiten voor de nodige aandacht
voor deze problematiek.
que le secteur du diamant
continue
à
bénéficier
d'une
capacité
de
financement
suffisante.
Une
concertation
devrait être organisée à ce sujet
avec les administrateurs de la
KBC. Il s'agit d'un secteur
important de notre économie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de mogelijke oprichting van een Europees Monetair Fonds"
(nr. 20240)
09 Question de M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la possible création d'un fonds monétaire européen" (n° 20240)
09.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, ik heb een vraag naar aanleiding van de lancering
van het idee van de Duitse minister van Financiën over de oprichting
van een tegenhanger van het IMF. Mijn vraag dateert van 8 maart.
Ondertussen is een aantal zaken al duidelijker geworden.
De Europese Commissie reageerde positief op dit voorstel, op
voorwaarde dat de lidstaten van de eurozone hier positief tegenover
zouden staan. Bovendien zouden er strenge afspraken moeten
gemaakt worden als dit fonds steun zou kunnen verlenen.
Hoe staat de Belgische regering tegenover de oprichting van een
Europees Monetair Fonds? Bent u het met het uw Duitse collega's
eens dat het IMF niet mag tussenkomen in de eurozone, maar dat dit
een verantwoordelijkheid van de eurozone zelf is, hier om het
probleem in Griekenland op te lossen? Hoe zit het daarmee nu
precies? Ik heb vernomen dat België 3,5 % van eventuele steun aan
Griekenland zou verlenen. Welke randvoorwaarden, in het kader van
de strenge afspraken, zouden daaraan moeten worden gekoppeld?
09.01
Kristof
Waterschoot
(CD&V): Le ministre allemand des
Finances a lancé l'idée de créer un
pendant européen au FMI. La
Commission européenne a réagi
favorablement à cette proposition,
à condition que les États membres
de la zone euro l'approuvent et
que des accords stricts soient
conclus à propos des conditions
d'accès à ce fonds. Quelle est la
position du gouvernement belge à
l'égard de la création d'un Fonds
monétaire européen? Partage-t-il
le point de vue selon lequel le FMI
ne peut intervenir dans la zone
euro et qu'il appartient aux pays de
cette zone de résoudre le
problème de la Grèce? Dans ce
cadre, la Belgique devrait prendre
à sa charge 3,5 % de l'aide
accordée à la Grèce. Quelles
conditions sont-elles liées à ce
soutien?
09.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Waterschoot, ten eerste, ik verzet mij niet tegen het idee om
een Europees Monetair Fonds op te richten, voor zover de oprichting
van een dergelijk fonds gepaard gaat met een versteviging van het
preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact, in de vorm van ex
ante-toezicht en in het bijzonder met een versterking van het
economische beheer van de eurozone.
Bovendien zou de werking van een dergelijk fonds aan ten minste drie
voorwaarden moeten beantwoorden: een voldoende beperkte
toegang tot de middelen om morele bezwaren te vermijden, een
09.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Je ne suis pas
opposé à la création d'un Fonds
monétaire européen dans la
mesure où une telle création irait
de pair avec une consolidation du
volet préventif du pacte de stabilité
et de croissance, sous la forme
d'une surveillance ex ante et d'un
renforcement
de
la
gestion
économique de la zone euro. De
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
versterkte conditionaliteit en het op punt stellen van de gepaste
sancties wanneer dit nodig blijkt te zijn.
Ten tweede, volgens de informatie die ik tot mijn beschikking heb, zou
de door de Griekse regering aangekondigde maatregelen momenteel
moeten volstaan om de toestand met betrekking tot de openbare
financiën recht te trekken zonder dat een beroep op financiële steun
moet worden gedaan, zowel van de EU als van het IMF. De rentevoet
van de Griekse schuld gaat nu naar beneden.
Indien nodig is de verantwoordelijkheid van de eurozone inzake
financiële bijstand uitermate belangrijk, doch een akkoord zal op dit
niveau noodzakelijk zijn om deze eventuele financiële back up in te
brengen.
Deze kwestie zal zeker worden behandeld door de vergadering van
de eurogroep. Die vond recent plaats.
Het op punt stellen van het programma met betrekking tot de Griekse
begrotingscorrectie gebeurt reeds in nauwe samenwerking tussen de
Europese instellingen en de experts van het IMF.
Ten derde, los van elke financiële tussenkomst worden vanaf nu drie
basisvoorwaarden op Europees niveau geformuleerd.
De maatregelen die reeds door de Griekse regering beslist zijn,
moeten ten eerste op een overtuigende wijze uitgevoerd worden. Ten
tweede zal er een nauwgezetter toezichtsysteem met betrekking tot
die maatregelen op touw gezet moeten worden. Ten derde zal het
Griekse statistische beheer fundamenteel verbeterd moeten worden.
Een eventuele financiële steun zal zonder twijfel een kader vereisen,
waarvan het in dit stadium niet mogelijk is om de karakteristieken te
bepalen. In de vergadering gisteren en eergisteren van de landen van
de eurozone en Ecofin heeft onze minister van Financiën wel beweerd
dat het mogelijk is dat België intervenieert om Griekenland te helpen.
Dat zou echter verbonden zijn aan een aantal voorwaarden, die
Griekenland zal moeten accepteren.
plus, le fonctionnement d'un tel
fonds
devrait
au
minimum
satisfaire à trois conditions: un
accès suffisamment restreint aux
ressources
du
fonds,
une
conditionnalité
renforcée
et
l'élaboration
de
sanctions
adéquates.
Les mesures annoncées par le
gouvernement
grec
devraient
suffire pour rétablir la situation des
finances publiques, sans devoir
faire appel à l'aide financière de
l'UE ou du FMI. La responsabilité
de la zone euro en matière d'aide
financière est importante, mais
cette question nécessite un accord
préalable au sein de l'Eurogroupe.
L'élaboration du programme relatif
à la correction budgétaire grecque
s'effectue, déjà en ce moment, en
étroite collaboration avec les
institutions européennes et les
experts du FMI.
Indépendamment
de
toute
intervention
financière,
trois
conditions de base sont formulées
dès à présent au niveau européen.
Les mesures décidées par le
gouvernement grec doivent être
correctement mises en oeuvre, un
système de surveillance plus
rigoureux doit être mis en place et
la
gestion
des
statistiques
grecques
doit
être
fondamentalement améliorée.
Lors des réunions de la zone euro
et de l'Écofin, le ministre des
Finances a déclaré que la
Belgique
interviendra
éventuellement pour aider la
Grèce, mais cette intervention
sera assortie de conditions.
09.03 Kristof Waterschoot (CD&V): Ik ben het absoluut eens met
uw antwoord, mijnheer de staatssecretaris. Naar mijn mening kan een
Europees Monetair Fonds enkel dienen als laatste reddingsboei.
Gelet op de problematiek met Griekenland en gelet op het feit dat
men daar ook voor een stuk met vervalste cijfers heeft gewerkt,
moeten we toch vermijden om aan paniekvoetbal te gaan doen.
Ik denk dat de grote rol van de eurozone er vooral in bestaat om
Griekenland op zijn verantwoordelijkheden te wijzen en te verplichten
om te saneren. Mocht er in dat parcours nog iets mislopen, kan men
09.03
Kristof
Waterschoot
(CD&V): Le fonds monétaire
européen ne peut en effet être
qu'une
ultime
bouée
de
sauvetage. Le rôle de la zone euro
est avant tout de confronter la
Grèce à ses responsabilités et de
contraindre le pays à assainir.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
eventueel nog bijspringen. Ik ben blij met uw antwoord, namelijk dat
we niet sowieso bijspringen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de aanbeveling van het beurshuis Nomura 'Go short on Belgium'" (nr. 20305)
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de uitspraken van het Japanse beurshuis Nomura" (nr. 20323)
- de heer Robert Van de Velde aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, over "de uitspraken van het Japanse beurshuis Nomura" (nr. 20324)
10 Questions jointes de
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la recommandation de la société en bourse Nomura 'Go short on Belgium'"
(n° 20305)
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations de la société de bourse japonaise Nomura" (n° 20323)
- M. Robert Van de Velde au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et
d'asile, sur "les déclarations de la société de bourse japonaise Nomura" (n° 20324)
10.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik
heb u een uitbundig schriftelijk betoog bezorgd. Ik ga dat niet
voorlezen, ik zal het heel kort samenvatten. Eigenlijk gaat het over de
problematiek van de credit default swaps en het advies van Nomura
inzake go short on Belgium met de credit default swaps. Als Belg is
het toch redelijk choquerend om te moeten vaststellen dat er plots
een beurshuis oproept om tegen het land te gaan shorten.
Ik heb dan ook enkele vragen. Het is niet de eerste keer dat er een
striktere regulering voor die credit default swaps op tafel komt. Dat is
al verschillende keren gebeurd. Ik begrijp dat men er op Europees
niveau na het indienen van mijn vraag nog niet in geslaagd is om daar
iets aan te doen, voorlopig toch niet. Op internationaal vlak lukt dat
helemaal niet.
Kan België daar eventueel op eigen houtje iets aan doen of iets
forceren?
Denkt u dat er bij deze problematiek haast geboden is? Hebben we
aanwijzingen dat internationale investeerders dit advies opvolgen?
Zien we dat in contracten? Dat zou immers zeer zorgwekkend zijn.
De structurele gebreken waar Nomura op wijst zijn er natuurlijk wel
maar ik denk dat er ook allerlei andere macro-economische
paramaters zijn om deze analyse onderuit te halen. Plant de
Belgische overheid enige actie daaromtrent? Het gaat dan eerder om
marketing en contacten met institutionele investeerders. Is er op dat
vlak iets gepland?
10.01
Kristof
Waterschoot
(CD&V): La société de bourse
Nomura a considéré qu'il était
préférable d'éviter la Belgique pour
les contrats d'échange sur défaut
(credit default swaps). J'en suis
assez choqué.
Une réglementation plus stricte
des contrats d'échange sur défaut
a déjà été demandée à plusieurs
reprises. À l'échelle européenne,
aucune mesure n'a encore été
prise et à l'échelle internationale,
encore moins. La Belgique seule
peut-elle prendre des initiatives ou
imposer des mesures? Y a-t-il
urgence? Y a-t-il des indications
que
des
investisseurs
internationaux suivent cet avis?
Les
manquements
structurels
épinglés par Nomura existent
effectivement mais cette analyse
ne résiste pas à quantité de
paramètres macro-économiques.
Les autorités belges envisagent-
elles de prendre des mesures?
10.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: De markt voor credit default
swaps die het mogelijk maakt om zich tegen betaling van een premie
tegen het debiteurenrisico van een tegenpartij te verzekeren heeft
zich de voorbije jaren sterk ontwikkeld. Deze producten beperken zich
niet tot de soevereine risico's maar spelen ook een belangrijke rol op
de markt van de bedrijfsobligaties. Het zou zeer moeilijk zijn om ze
volledig te schrappen.
10.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Le marché des
contrats d'échange sur défaut, qui
permet de s'assurer contre le
risque de défaillance d'un tiers,
s'est fortement développé au
cours des dernières années. Ces
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Niettemin kunnen er terecht vragen worden gesteld bij de motivatie
van bepaalde spelers op deze markt, vooral in het geval van de
staatsobligaties, en bij de representativiteit van deze producten.
Welke strategie kan een marktdeelnemer er bijvoorbeeld toe brengen
om zich te willen indekken tegen het debiteurenrisico van de Duitse
staat waarvan de obligaties vaak worden gebruikt als ijkpunt voor de
risicoloze renten binnen de eurozone?
Bovendien staat het volume van de CDS-transacties en het uitstaande
bedrag van de bestaande overeenkomsten soms helemaal los van
het uitstaande bedrag van de onderliggende schulden, zodat de
representativiteit van de CDS-prijzen als indicator van het krimprisico,
ter discussie kan worden gesteld.
Het zou zeker nuttig zijn om over meer informatie te beschikken over
de aard van de interveniënten, de concentratie van de vereffeningen
of de evolutie van volumes op de CDS-markten. De oprichting van
een Central Counterparty Clearing House of CCP zou daaraan
moeten bijdragen. Een CCP zou niet alleen de veerkracht van de
CDS-markt versterken door de operationele risico's en de
tegenpartijrisico's
te
verminderen,
maar
zou
ook
de
markttransparantie vergroten.
België verleent zeer actief steun aan initiatieven die een groot deel
van de CDS-transacties van de niet-gereguleerde OTC-markten of
Over-The-Counter-markten naar CCP's overdragen. Die overdracht is
nog meer gerechtvaardigd in het geval van de markten voor openbare
schulden, aangezien het gaat om gestandaardiseerde producten, die
vlot verhandelbaar zijn op de gecentraliseerde markt.
Wat betreft uw tweede vraag wil ik onmiddellijk verduidelijken dat ik
inlichtingen heb ingewonnen bij Nomura en dat het advies `Go short
Belgium' niet afkomstig is van een officiële analyse van die
vennootschap en nog minder van een van haar publicaties. Het gaat
blijkbaar om een opinie die een analist van Nomura, puur persoonlijk
en op eigen verantwoordelijkheid, formuleerde voor bepaalde cliënten.
Diezelfde dag, 4 maart, publiceerde een grote Amerikaanse
investeringsbank een studie, geen opinie, met de titel `no needs to
(...) about Belgium that'. We moeten dus uiterst voorzichtig zijn en
vermijden dat we overreageren op geïsoleerde standpunten die buiten
de context zijn ingenomen.
De beste waarborg voor een houdbare positie van de Belgische
openbare financiën, is doorgaan met een geloofwaardige strategie
van budgettaire aanpak. Dat moet niet alleen de fundamenten leggen
voor een duurzame groei die zelfs een terugkeer naar een
begrotingsevenwicht moet bewerkstelligen, maar ook de markten
geruststellen door het vertrouwen van de beleggers te vrijwaren. De
budgettaire slagkracht moet dus een sleutelrol spelen in het
regeringsbeleid. Die boodschap moet stelselmatig en op
geloofwaardige wijze worden verspreid.
Op uw derde vraag kan ik het volgende antwoorden. Eventuele
structurele maatregelen om specifiek de accumulatie van short-
posities op de Belgische schuld te verhinderen of af te remmen, lijken
mij niet aanbevelingswaardig op puur nationaal niveau.
produits jouent également un rôle
important sur le marché des
obligations d'entreprises. Il serait
très difficile de les supprimer
complètement.
Il est permis de s'interroger sur les
motivations de certains acteurs du
marché. Quelles sont les raisons
qui vont par exemple amener
quelqu'un à vouloir se couvrir
contre les risques débiteurs de
l'État allemand dont les obligations
servent souvent de référence pour
les revenus sans risque dans la
zone euro?
De
plus,
le
volume
des
transactions CDS et l'encours des
contrats existants sont parfois
totalement
indépendants
de
l'encours des dettes sous-jacentes
et la représentativité des prix des
CDS en tant qu'indicateur des
risques de contraction peut dès
lors être remise en question.
La
création
d'une
Central
Counterparty
Clearing
House
(Chambre
centrale
de
compensation)
ou
CCP
renforcerait l'élasticité du marché
des CDS en réduisant les risques
opérationnels et les risques pour la
contrepartie
et
contribuerait
également à une transparence
accrue du marché.
La Belgique soutient activement
des initiatives transférant un grand
nombre des transactions CDS des
marchés non régulés ou marchés
Over-The-Counter (marchés OTC)
(de gré à gré) vers les CCP. Cela
vaut assurément pour les marchés
des dettes publiques, produits
standardisés
facilement
négociables
sur
le
marché
centralisé.
Une enquête menée auprès de
Nomura a révélé que cet avis ne
constituait
pas
une
analyse
officielle, mais plutôt l'avis donné à
certains clients par un analyste
financier. Le même jour, le 4 mars,
une grande banque américaine
d'investissement a publié une
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Maatregelen zonder internationale coördinatie die op het geheel van
openbare schulden gericht zijn, dreigen ondoeltreffend te zijn gezien
de globalisering van de financiële markten en het zeer beperkte
aandeel van de CDS-transacties op de Belgische markten. Een puur
symbolische actie op dit vlak zou geen tastbaar resultaat opleveren.
Onze beste bescherming is transparantie, striktheid en continuïteit
van ons beleid van begrotingsconsolidatie.
Voorts ben ik voorstander van strenge acties op het niveau van de
G20 of andere relevante fora om de CDS-transacties beter te
omkaderen.
De recente initiatieven die de Amerikaanse federale reserve ter zake
nam, onderzoek naar Goldman Sachs, lijken mij in de goede richting
te gaan, zonder mij over de inhoud van het dossier te kunnen
uitspreken.
étude rassurante. Inutile donc de
dramatiser.
La meilleure garantie pour assurer
une position tenable aux finances
publiques belges est de poursuivre
une stratégie crédible sur le plan
budgétaire.
D'éventuelles
mesures
structurelles
destinées
spécifiquement à empêcher ou à
freiner l'accumulation de positions
courtes sur la dette de la Belgique
ne
me
semblent
pas
recommandables
à
l'échelon
national.
Il est peu efficace de prendre des
mesures non coordonnées au
niveau international. Une action
purement
symbolique
n'engendrerait pas de résultat
tangible. Notre meilleure protection
réside dans la transparence, la
rigueur et la continuité de notre
politique
de
consolidation
budgétaire. Je suis favorable à
des actions énergiques au niveau
du G20 ou d'autres forums
pertinents en vue d'un meilleur
encadrement des transactions
CDS. Les initiatives récentes de la
Réserve fédérale américaine vont
à mes yeux dans le bon sens.
10.03 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, ik ben blij te vernemen, want dat wist ik niet in alle
eerlijkheid, dat het om een allerindividueelste opinie van het beurshuis
ging. U verwijst naar Goldman Sachs, er zijn er ook andere. Gevaar
dreigt evenwel als de overheid deze markt niet onder controle krijgt,
gelukkig tot nu toe zonder al te veel schade. Er zijn financiële
instellingen die in het verleden tegen staten en tegen munten
speculeerden en nu nog steeds speculeren, maar van dat risico zijn
wij gespaard.
Het is dus toch wel belangrijk om die OTC-markten proberen te
reguleren. Dat zal nooit volledig lukken. Dat is hetzelfde als op de
interbankenmarkt, men zal die nooit volledig onder controle krijgen.
Daar moeten wij echt inspanningen leveren.
Het is politiek onaanvaardbaar dat soevereine staten, muntblokken,
landen gedestabiliseerd worden puur om politieke redenen. Wij
moeten op alle internationale fora uitschreeuwen dat wij dit echt niet
aanvaarden. Wij zouden alles moeten doen binnen onze
mogelijkheden om dit soort praktijken te stoppen.
10.03
Kristof
Waterschoot
(CD&V):
Je
me
réjouis
d'apprendre qu'il s'agissait d'un
point de vue personnel. Si les
autorités ne parviennent pas à
contrôler ce marché, nous courons
un risque. Certains établissements
financiers
s'adonnent
à
la
spéculation monétaire ou contre
des états. Il convient dès lors de
s'efforcer de réguler les marchés
OTC, même si on n'y arrivera
jamais tout à fait. Il est
inadmissible que des états et des
blocs monétaires soient ainsi
déstabilisés.
Het incident is gesloten.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
L'incident est clos.
De voorzitter: Ik zou iedereen eraan willen herinneren dat wij bezig
zijn met vragen en niet met interpellaties. De tijdsduur voor vragen is
vijf minuten inclusief het antwoord van de regering. Zowel de regering
als de parlementsleden moeten zich dus inspannen om synthetisch te
zijn. Anders zitten wij hier urenlang en komen sommige mensen nooit
aan bod of pas met een grote vertraging. Ik herinner u er dus aan dat
dit betekent vijf minuten voor vraag en antwoord en twee minuten
voor de repliek, inclusief de tijd die de regering mag besteden aan
haar antwoord.
Le président: Je rappelle à tout un
chacun que nous sommes dans le
cadre de questions et non pas
d'interpellations. Le temps de
parole pour les questions est de
cinq minutes, y compris la réponse
du gouvernement.
11 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale gegevensbank Fisconetplus en de algemene
wetgevingswebsite Justel" (nr. 20423)
11 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la base de données fiscales Fisconetplus et le site législatif général Justel"
(n° 20423)
11.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, de fiscale gegevensbank Fisconetplus van het
ministerie van Financiën en de algemene wetgevingswebsite Justel,
die gekoppeld is aan het Belgisch Staatsblad, worden veelvuldig
geraadpleegd door advocaten, magistraten, studenten, professoren
enzovoort. Zij moeten immers allen op de hoogte zijn van de wet en
moeten juist daarom vlot toegang hebben tot wijzigingen allerhande.
Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat iedereen die
de huidige stand van zaken van de wetgeving wil of moet kennen, die
ook vlot kan vinden. Daar wringt precies het schoentje.
De Fisconetwebsite werd volledig up-to-date gehouden door uitgeverij
Kluwer. Sedert het ministerie het contract met Kluwer verbrak, ging
het met de website van kwaad naar erger. Men lanceerde
Fisconetplus, maar het resultaat is zeer mager en ontoereikend.
Regelmatig wordt er door specialisten aan de alarmbel getrokken. Zij
weten niet welke info er wel of niet op komt, waardoor de
gegevensbank absoluut onbetrouwbaar is geworden. Hetzelfde
verhaaltje horen wij over Justel, de algemene wetgevingswebsite
gekoppeld aan het Belgisch Staatsblad.
Als men up-to-date wil blijven bij de veelvuldige wetswijzigingen, dan
moeten de betrokken specialisten de wijzigingen manueel opzoeken
of hun heil zoeken in commerciële bronnen. Ik neem aan dat dit niet
de bedoeling was van een modern overheidsapparaat dat streeft naar
digitalisering en online-informatieverstrekking.
Ik heb een aantal vragen daarover.
Ten eerste, erkent u de problematiek bij de fiscale gegevensbank
Fisconetplus?
Ten tweede, welk departement binnen Financiën houdt zich bezig met
het onderhoud en het up-to-date houden van Fisconetplus?
Ten derde, hoeveel personeelsleden zijn verantwoordelijk voor het up-
to-date houden?
Ten vierde, werden er binnen uw dienst onderrichtingen gegeven
11.01 Jan Jambon (N-VA): Les
pouvoirs publics doivent veiller à
ce qu'une personne qui veut ou
doit connaître l'état actuel de la
législation puisse avoir aisément
accès aux informations requises.
Lorsque le ministère des Finances
a rompu le contrat avec la maison
d'édition Kluwer, la qualité du site
internet Fisconet n'a cessé de se
dégrader. Le site Fisconetplus qui
a alors été lancé ne donne pas
davantage
satisfaction.
La
situation ne serait guère meilleure
en ce qui concerne le site Justel,
dépendant du Moniteur belge.
Le
ministre
reconnaît-il
les
problèmes
rencontrés
par
Fisconet? Quel service au sein du
département
des
Finances
s'occupe de la maintenance et de
la mise à jour du site? Combien de
membres du personnel sont
chargés de cette mission? Existe-
t-il des instructions en ce qui
concerne le délai entre la
publication au Moniteur belge et
l'enregistrement dans la base de
données fiscale? Après combien
de temps la réponse à une
question orale ou écrite est-elle
consignée dans la base de
données? Quelles mesures le
ministre entend-il prendre dans ce
cadre?
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
inzake de termijn tussen de publicatie in het Belgisch Staatsblad en
de uiteindelijke opname in de fiscale gegevensbank?
Ten vijfde, binnen welke termijn na publicatie in het Belgisch
Staatsblad worden op dit ogenblik wetten, KB's, ministeriële besluiten
en omzendbrieven in de fiscale gegevensbank opgenomen?
Ten zesde, binnen welke termijn na de beantwoording van een
mondelinge of schriftelijke vraag wordt die op dit ogenblik opgenomen
in de Fisconetplus?
Ten zevende, welke maatregelen bent u van plan te nemen en binnen
welke termijn?
11.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Sinds 1 november 2008
verleent het departement Financiën de burgers rechtstreeks toegang
tot de inhoud van zijn fiscale en niet-fiscale gegevensbanken, via de
website www.fisconetplus.be. Deze nieuwe toepassing beoogt de
invoering en de kwalificatie van de technische infrastructuur die
noodzakelijk is om een kennisbeheersysteem te ontwikkelen, conform
de doelstellingen van de Coperfinhervorming.
Zoals bij elke innovatie zijn er kleine vertragingsproblemen
opgedoken tijdens het updaten van de informatie. Momenteel worden
nog regelmatig publicaties toegevoegd. De recente wijzigingen
worden vermeld in een specifieke rubriek, die dagelijks word
geüpdatet.
Om de dienstverlening aan de burgers te blijven verbeteren, werkt het
departement op dit ogenblik aan de ontwikkeling van een nieuwe
versie van de toepassing, die vooral zal worden gekenmerkt door een
gebruiksvriendelijker en intuïtiever portaal. De inhoud en de
documenten op de website Fisconetplus worden beheerd door de
dienst Kennisbeheer van het departement, die een twintigtal personen
telt, met de technische steun van de stafdienst ICT van het
departement.
Ik geef ook het antwoord op uw drie laatste vragen. Fisconetplus doet
dienst als informatieve website voor de beroepsmensen, ambtenaren
en burgers die belangstelling hebben voor fiscale en niet-fiscale
aangelegenheden. Daarbij waakt het departement erover dat de
informatie over deze aangelegenheden overeenkomstig de
taalwetgeving en de interne procedures van het departement ter
beschikking gesteld worden. Parlementaire vragen kunnen op de
website gepubliceerd worden zodra de definitieve teksten
raadpleegbaar zijn op de websites van de betrokken Kamers.
De wetten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten en
rondzendbrieven kunnen dan weer gepubliceerd worden zodra de
teksten door de Federale Overheidsdienst Financiën bekendgemaakt
zijn.
11.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire
d'État:
Depuis
le
1
er
novembre 2008, tous les
citoyens disposent d'un accès
direct aux bases de donnés
fiscales
et
non-fiscales
du
département des Finances, par le
biais
du
site
internet
www.fisconetplus.be.
Des petits problèmes sont apparus
dans un premier temps lors de la
mise à jour des informations. À
l'heure actuelle, des publications
sont
encore
ajoutées
régulièrement. Les modifications
récentes sont mentionnées dans
une rubrique spécifique, mise à
jour
quotidiennement.
Le
département oeuvre pour l'heure à
la mise au point d'une nouvelle
version de l'application qui devrait
être plus conviviale et plus
intuitive.
Le
service
Gestion
des
connaissances gère le contenu et
les
documents
du
site
Fisconetplus. Il compte une
vingtaine
de
membres
du
personnel et bénéficie de l'appui
technique
du
service
d'encadrement ICT.
Fisconetplus
est
un
site
d'information
destiné
aux
professionnels, agents et citoyens
intéressés par des matières
fiscales ou non fiscales.
Des
questions parlementaires
peuvent être publiées sur le site
dès que les textes définitifs sont
disponibles sur les sites internet
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
des Assemblées concernées.
Les lois, circulaires et arrêtés
royaux et ministériels peuvent
également y être reproduits dès
que les textes sont rendus publics
par le SPF Finances.
11.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, dank u
voor uw antwoord.
Ik noteer dat al die dingen zodra zij op de geëigende websites
gepubliceerd worden ook in het systeem Fisconetplus opgenomen
worden. Vandaag is dat niet het geval. Vandaag loopt men erg achter.
Dit maakt dat het de ene keer wel gebeurt en de andere keer niet. Het
is typisch voor dat type van databanken dat zij dan onbruikbaar zijn.
Men moet daar in volle vertrouwen informatie kunnen gaan halen. Als
men daar niet zeker van is, is het systeem waardeloos. Dat is de
toestand vandaag.
Ik heb begrepen dat u het binnen de kortste keren gaat rechtzetten.
Wij gaan dit dus verder opvolgen. Ik dank u voor uw antwoord.
11.03 Jan Jambon (N-VA): On
observe actuellement un arriéré
important dans la mise à jour des
informations, ces dernières n'étant
pas toujours directement publiées
sur Fisconet dès qu'elles sont
disponibles
sur
les
sites
concernés. Or le système n'a de
valeur que si l'utilisateur peut être
certain que les informations sont à
jour. Il sera donc remédié à ce
problème. Je continuerai à suivre
attentivement l'évolution de ce
dossier.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Philippe Collard au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les restructurations au sein de l'administration des Finances" (n° 20431)
12 Vraag van de heer Philippe Collard aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de herstructureringen bij de administratie van Financiën"
(nr. 20431)
12.01 Philippe Collard (MR): Monsieur le secrétaire d'État, ces
dernières semaines, la presse a relayé des rumeurs persistantes
concernant des projets de restructuration au sein de l'administration
des Finances. Je me permets dès lors de vous faire part de mes
inquiétudes sur le sort d'une série d'implantations en zone rurale et
d'interroger le ministre des Finances sur ses intentions en la matière.
En effet, la tendance semble se diriger vers une centralisation de ces
services et donc une délocalisation vers des centres de moyenne ou
de grande envergure. Parmi les bureaux menacés,, on cite
notamment Vielsalm, pour le contrôle et la recette des contributions,
le contrôle de la TVA, le cadastre et l'enregistrement, qui représentent
une cinquantaine de personnes, et Bastogne, contrôle et recette des
contributions, cadastre, enregistrement, douanes et recherches, qui
représentent 58 emplois.
L'objectif semble consister à regrouper ces services respectivement
sur Marche et Neufchâteau. Cette restructuration serait très
préjudiciable pour le déplacement des agents, - je pense à l'absence
ou à l'insuffisance de transports en commun, aux trajets en voiture
par des routes secondaires et dangereuses en hiver - mais aussi et
surtout, pour les citoyens dont un grand nombre serait dans
l'impossibilité d'accéder à des bureaux aussi éloignés. Or bon nombre
de situations requièrent un contact direct avec les employés des
services: demandes spécifiques, cas particuliers, questions de
personnes ne disposant pas d'internet. Bref, cette situation serait, me
semble-t-il, en contradiction totale avec le mouvement écologique
12.01 Philippe Collard (MR):
Volgens de pers doet het gerucht
de ronde dat er plannen zijn voor
een herstructurering van de
administratieve
diensten
van
Financiën,
die
meer
gecentraliseerd zouden worden,
wat in sommige gevallen een
verhuizing
noodzakelijk
zou
maken. Zo zouden onder meer de
kantoren
in
Vielsalm
en
Bastenaken hun deuren sluiten.
De diensten zouden respectievelijk
in Marche en Neufchâteau worden
samengebracht. Als gevolg van
die herstructurering zouden de
ambtenaren en de burgers zich
veel verder moeten verplaatsen,
temeer
daar
de
provincie
Luxemburg door een specifieke
geografische en demografische
situatie
gekenmerkt
wordt.
Bevestigt u deze geruchten, en
welke houding zal u in dit dossier
aannemen?
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
actuel et générerait un surcoût important pour le personnel. Elle est
aussi en contradiction avec la nécessité de maintien de services
publics proches des citoyens.
Vous le savez, la province du Luxembourg se trouve dans une
situation géographique et démographique ­ pour ne pas dire
climatique ­ tout à fait unique et en tous cas très spécifique. Les
besoins et les possibilités de ses habitants sont totalement différents
de ceux d'autres régions plus citadines. Pourriez-vous m'indiquer si
les rumeurs dont je vous ai fait part sont fondées et me renseigner sur
l'attitude que compte prendre le ministre des Finances pour la
sauvegarde des services publics de proximité?
Le président: Vous êtes un ardent avocat de votre province, monsieur Collard.
12.02 Philippe Collard (MR): Je suis élu pour cela, monsieur le
président!
12.03 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur Collard, je ne
compte pas tenir à votre égard des propos différents de ceux que j'ai
tenus en réponse à une question similaire de Mme Arena.
La volonté du plan Coperfin, qui date de 2001, est de restructurer, de
regrouper ce qui était considéré comme un grand éclatement des
bureaux des finances, puisque plus de 600 bâtiments étaient répartis
sur le territoire avec, parfois, des administrations différentes au sein
du même ministère qui, dans des lieux proches, ne disposaient pas
d'un bâtiment commun, ce qui pour le citoyen était totalement illisible,
compliqué lors des démarches à effectuer dans deux départements
distincts du ministère des Finances.
Depuis la mise en place du plan Coperfin, on a commencé à
regrouper, à rationaliser les bâtiments existant. Certes, le
département "bâtiments" effectue parfois des études, ce dernier
rêvant évidemment d'avoir le moins de bâtiments possible pour
faciliter sa tâche. De temps à autre, il y a des raisons d'entendre des
craintes. Cela ne signifie pas que des décisions soient prises sans
tenir compte de la proximité ni de l'accessibilité pour la population.
Le ministre et moi-même continuons à être attentifs au maintien d'un
service de proximité et de qualité. Parfois, les deux objectifs sont en
contradiction, car pour offrir un service de qualité, il faut disposer d'un
personnel suffisant pour avoir toute la gamme de réponses à donner
aux citoyens. Aussi convient-il de trouver le bon équilibre entre les
besoins de restructurer l'administration, d'offrir un service et de qualité
et de proximité. La volonté n'est pas, en tout cas, d'imposer à la
population de parcourir de grandes distances qui rendraient pour elle
inaccessible ce service de proximité et de qualité que nous
souhaitons.
12.03 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Met het Coperfin-plan
wordt een herstructurering van de
kantoren van Financiën beoogd.
Zoals ik daarnet al antwoordde
aan mevrouw Arena, waren er
immers meer dan 600 gebouwen
verspreid over het grondgebied,
soms
met
verschillende
administraties, waardoor het voor
de burger moeilijk was om daarin
wegwijs te worden. De minister en
ikzelf vinden het belangrijk dat een
goede,
laagdrempelige
dienstverlening behouden wordt.
Soms zijn die beide doelstellingen
met elkaar in tegenspraak. Het
komt er dan ook op aan het juiste
evenwicht te vinden.
12.04 Philippe Collard (MR): Monsieur le secrétaire d'État, la
réponse que vous venez de m'apporter me satisfait pleinement, du
moins à ce stade-ci. Nous verrons dans quelques mois!
Le président: Il conviendra de rester vigilant, monsieur Collard.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
13 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Alternative Investment Fund Managers-richtlijn" (nr. 20247)
13 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la directive sur les gestionnaires de fonds d'investissement
alternatifs" (n° 20247)
13.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, momenteel wordt de zogenaamde AIFM-richtlijn
besproken. Deze richtlijn werd in 2009 door de Europese Commissie
voorgesteld.
Mijnheer de staatssecretaris, wat is na de Ecofinraad van gisteren de
stand van zaken in dit dossier? Welke houding neemt België aan in
de discussie over deze richtlijn? Bent u het met mij eens dat niet
alleen de managers van de fondsen maar ook de fondsen zelf
gereguleerd moeten worden? Zult u dit standpunt verdedigen? Bent u
het met mij eens dat de drempels van 100 miljoen euro betreffende
de hedge fund managers en 500 miljoen euro betreffende de private
equity managers uit de richtlijn moeten verdwijnen en dat alle
alternative investment fund managers, ongeacht de grootte van het
fonds, onder de richtlijn moeten vallen? Zult u dit standpunt
verdedigen? Bent u het met mij eens dat de hefboomratio aan een
beperking moet worden onderworpen? Zult u dit standpunt
verdedigen? Welke beperking lijken u redelijk?
13.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Actuellement, il est débattu
de la "directive AIFM", la nouvelle
directive sur les gestionnaires de
fonds d'investissement alternatifs,
qui a été proposée par la
Commission européenne en 2009.
Quel est l'état d'avancement de ce
dossier? Quelle est la position de
la Belgique en la matière? Le
secrétaire d'État est-il d'accord
pour
dire
qu'en
plus
des
gestionnaires de fonds, il convient
de soumettre aussi à la régulation
les fonds eux-mêmes? Est-il
d'accord pour dire que les seuils
de 100 millions d'euros concernant
les
gestionnaires
de
fonds
spéculatifs et de 500 millions
d'euros
concernant
les
gestionnaires
de
fonds
d'investissement
doivent
être
supprimés de la directive, et que
tous les gestionnaires de fonds
d'investissement alternatifs doivent
être soumis à la directive, quelle
que soit l'importance du fonds?
Va-t-il défendre ces positions?
Est-il d'accord pour dire, tout
comme moi, qu'il convient de fixer
une limite au levier et, dans
l'affirmative, laquelle?
13.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, ik
heb de eer om op de vragen van het geachte lid het volgende te
antwoorden.
Het compromisvoorstel, zoals het nu voorligt, staat op donderdag
11 maart voor de tweede keer op de agenda van Coreper en zal
vervolgens op 16 maart ­ dat was dus gisteren ­ besproken worden
in Ecofin, waar een general approach voor de discussie met het
Europees Parlement afgesproken dient te worden. U zult al hebben
vernomen dat het Spaans voorzitterschap het dossier verschoven
heeft. We kunnen vermoeden dat het zelfs naar later dan juni
verschoven zal worden. Waarschijnlijk zal het terugkomen onder het
Belgisch voorzitterschap.
In het Parlement zijn er al 1 669 amendementen ingediend. Het zal
dus een boeiende discussie worden in het Europees Parlement.
13.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: La proposition de
compromis a été discutée au sein
d'Ecofin le 16 mars 2010. Comme
la présidence espagnole a remis le
dossier à une date ultérieure à
juin, celui-ci devra probablement
être traité par la présidence belge.
À l'instar de la présidence
espagnole, notre pays a un
agenda limité dans ce dossier.
Autrement dit, il faudra se mettre
d'accord sur un texte équilibré de
manière relativement impartiale.
La Commission a dès le début
opté pour la réglementation des
managers, pas des fonds. Ce sont
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Ons land heeft, net als het Spaans voorzitterschap, een beperkte
eigen agenda in dat dossier. Dat betekent dat het Spaans
voorzitterschap, en indien de richtlijn niet tijdig wordt aangenomen het
Belgisch voorzitterschap, zoals ik net zei, op een tamelijk
onbevooroordeelde manier zal kunnen streven naar een evenwichtige
tekst.
Van bij de aanvang heeft de Commissie, de enige instantie die
initiatiefrecht heeft, gekozen voor de regulering van de managers en
niet van de fondsen zelf. De redenering van de Commissie is dat het
de managers zijn die de beslissingen nemen. "The decision making
and the risk taking entities in the value chain."
De productregulering zou dus een nationale bevoegdheid blijven.
In de praktijk blijkt dat onderscheid zeer moeilijk houdbaar te zijn. Er
zijn verschillende artikelen in de richtlijn die toch zeer dicht in de buurt
van de productregulering komen.
Wat betreft de drempels van 100 miljoen euro inzake de hedge fund
managers en 500 miljoen euro inzake de private equity managers, is
België van mening dat zij kunnen bijdragen tot een evenwichtige
benadering. Ons land heeft er steeds op aangedrongen om geen
overbodige administratieve lasten op te leggen aan kleine private
equity vennootschappen en venture capitalist.
Ook de vennootschappen onder de drempels zullen aan een aantal
verplichtingen onderworpen worden. Zij zullen zich moeten laten
registreren en zij zullen geregeld moeten rapporteren aan de
bevoegde autoriteiten.
Het probleem van de hefboom is niet eenvoudig. Banken waar voor
de crisis over het algemeen meer leverage was dan fondsen, zouden
onder die richtlijn vallen. De berekening van de hefbomen en, a
fortiori, een eventuele cap, is bovendien niet eenvoudig. De
raadswerkgroep heeft ervoor geopteerd om geen cap in te schrijven in
de richtlijn. De richtlijn voorziet wel in de inzameling van informatie
over de gehanteerde hefboom met het oog op de evaluatie van het
systematisch risico. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen
optreden als een hedge fund een te hoge hefboom hanteert.
Rekening houdend met het feit dat er alleen een richtlijn komt als er
compromissen gesloten worden, kan ons land leven met wat in de
tekst van het Spaans voorzitterschap staat als basis voor de
onderhandelingen met het Europees Parlement, dat het laatste woord
heeft.
effectivement les managers qui
décident. La réglementation des
produits devrait demeurer une
compétence
nationale.
En
pratique, cette distinction semble
toutefois difficile à opérer.
En ce qui concerne les seuils de
100 millions d'euros pour les
managers hedgefunds et de
500 millions d'euros pour les
managers private equity, ils
pourraient
contribuer
à
une
approche équilibrée, estime la
Belgique. Notre pays ne souhaite
pas
imposer
de
charges
administratives
inutiles.
Les
sociétés en deçà de ces seuils
devront
également
respecter
certaines obligations. Le calcul du
taux de levier n'est pas simple. Le
groupe de travail du conseil
suggère de ne pas inscrire de cap
dans la directive. Cette dernière
prévoit cependant la collecte
d'informations sur le taux de levier
appliqué afin d'évaluer le risque
systématique.
Les
autorités
compétentes des États membres
peuvent intervenir si un hedgefund
applique un taux de levier trop
élevé. Notre pays approuve le
texte de la présidence espagnole
comme base des négociations
avec le Parlement européen.
13.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik moet tot
mijn spijt vaststellen dat de positionering van België onder mijn
verwachtingen blijft, maar ik put vreugde uit het feit dat dit een dossier
zal worden voor het Belgisch voorzitterschap. We zullen daarop dus
terugkomen. Ik zal ook proberen om de minister van Financiën tot
andere inzichten te brengen.
13.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La position de notre pays
ne répond pas à mes attentes
mais la perspective de voir ce
dossier traité par la présidence
belge constitue un point positif.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Institutionele Hervormingen over "de elektronische aangifte" (nr. 20249)
14 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la déclaration électronique" (n° 20249)
14.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, elk jaar
staan duizenden ambtenaren, zowel op kantoor als op zitdagen, op
diverse locaties de belastingplichtigen bij om voor hen de aangifte
elektronisch in te dienen. In 2009 werden, zoals daarnet ook gezegd,
950 000 aangiften van particulieren door ambtenaren ingediend via
tax-on-web.
Klopt het dat voor elk dossier dat een ambtenaar via tax-on-web
indient, een samenvattend rapport in tweevoud moet worden
afgedrukt en door de belastingplichtige moet worden ondertekend om
vervolgens, samen met de blanco ondertekende aangifte van de
belastingplichtige, in het papieren dossier van de belastingplichtige te
worden geklasseerd?
Dient dit ook te gebeuren met de elektronische aangiften die
particulieren doen zonder hulp van een ambtenaar?
Ten slotte, is de minister het met mij eens dat dit indruist tegen de
logica van de vereenvoudiging en de elektronische aangifte?
14.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Est-il exact qu'il y a lieu,
pour chaque déclaration fiscale
introduite par un fonctionnaire par
le biais de Tax-on-web, d'imprimer
un rapport récapitulatif en deux
exemplaires, de le faire signer et
de le classer avec la déclaration
papier non complétée et signée
dans le dossier papier du
contribuable?
Cette même procédure s'applique-
t-elle
également
pour
les
déclarations
électroniques
introduites par des particuliers
sans
l'assistance
d'un
fonctionnaire?
Le ministre reconnaît-il que cette
procédure est contraire à la
logique
de
la
simplification
administrative et de la déclaration
électronique?
14.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Tax-on-web is eigenlijk een
veilige manier om de aangifte in de personenbelasting via internet in
te dienen. Daartoe dient de burger over een elektronische
identiteitskaart, een ID met pincode of over een persoonlijke
toegangscode ­ een token ­ te beschikken. Duizenden burgers die
elk jaar hulp zoeken op kantoor of op een zitdag beschikken
doorgaans niet over dergelijke toegangscode. Daar ligt het probleem.
Om die reden is er een alternatieve procedure uitgewerkt om de
burger met behulp van de ambtenaar, via login en paswoord van de
ambtenaar, toe te laten zijn aangifte alsnog elektronisch in te dienen.
Omdat deze aangifte rechtsgeldig moet zijn ondertekend, luidt het
antwoord op de door het geachte lid gestelde vraag bevestigend. Het
gaat hier over artikel 2 van het koninklijk besluit tot vaststelling van
het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting. Wij
hebben nood aan een of andere vorm van handtekening, elektronisch
of als dat niet kan, op papier.
14.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Les milliers de
contribuables s'adressant chaque
année
à
un
bureau
des
contributions ou se présentant à
une permanence ne disposent
généralement pas d'un code
d'accès ou token pour Tax-on-
web. Une procédure de rechange
a dès lors été élaborée pour
permettre
au
contribuable
d'introduire sa déclaration par voie
électronique en utilisant le login et
le mot de passe du fonctionnaire.
Comme il convient de signer la
déclaration, la réponse à votre
question est affirmative.
14.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, kan
er niet nagegaan worden of er eenvoudiger systemen bestaan dan
deze? Het lijkt mij immers een beetje contradictorisch. Enerzijds willen
wij de elektronische weg opgaan. Het voordeel voor de
belastingadministratie is dan ook dat alles vlotter en eenvoudiger
afgehandeld kan worden. Als men echter anderzijds in tweevoud toch
nog papieren dossiers moet bijhouden, dan moet toch onderzocht
worden of dat niet veel eenvoudiger kan dan zoals het nu geregeld is.
14.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): L'approche actuelle me
semble
quelque
peu
contradictoire. Ne pourrait-on pas
trouver un système plus simple?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
15 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de Nationale Bank" (nr. 20262)
15 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la Banque Nationale" (n° 20262)
15.01 Robert Van de Velde (LDD): Deze vraag bestaat uit twee
elementen. Er is nog een andere vraag over de Nationale Bank
geagendeerd. Het zou verstandig zijn dat ik nu het eerste deel van de
vraag stel. Het tweede deel hevel ik over naar de vraag die later volgt.
De Nationale Bank heeft van de ECB het goede nieuws mogen
vernemen dat er goede resultaten zijn geboekt.
Wat is het aandeel dat van die goede resultaten naar de Nationale
Bank wordt getransfereerd?
15.01 Robert Van de Velde
(LDD):
La
Banque
centrale
européenne (BCE) a informé la
Banque nationale de Belgique
(BNB) que de bons résultats ont
été enregistrés. Quelle part sera
transférée à la BNB?
15.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Het persbericht van
4 maart 2010 van de Europese Centrale Bank stelt "na een besluit
daartoe van de raad van bestuur is op 5 januari 2010 uit het
nettoresultaat voor 2009 een bedrag van 787 miljoen euro, te weten
de volledige inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in
omloop, onder de nationale centrale banken verdeeld. Op
4 maart 2010 heeft de raad van bestuur van de ECB besloten de
resterende 1 466 miljoen euro aan de nationale centrale banken uit te
keren."
Het aandeel van de Nationale Bank in het resultaat van de ECB van
2 253 miljoen euro wordt volgens de verdeelsleutel van het gestorte
kapitaal bepaald, te weten 3,4755 % sinds 1 januari 2009. Voor de
Nationale Bank is het aandeel in de inkomsten uit de
eurobankbiljetten een opbrengst van het boekjaar 2009 voor
27 miljoen euro, terwijl het aandeel in het resterende resultaat als
dividend een opbrengst vormt van het lopende boekjaar 2010 voor
een bedrag van 51 miljoen euro.
Het feit dat de Nationale Bank een genoteerde vennootschap is vormt
geen beletsel om haar in de toekomst het microprudentiële toezicht
toe te kennen. Het markttoezicht blijft immers bij de nieuwe CBFA die
zoals in het verleden toeziet op de door de Nationale Bank in haar
hoedanigheid van genoteerde vennootschap na te leven regels. Er
rijst in dit opzicht dan ook geen probleem van een toezichthouder die
op zichzelf zou moeten toezien.
Bovendien heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van
de Nationale Bank, gelet op de opdrachten van algemeen belang
waarmee zij reeds is belast, slechts beperkte zeggenschapsrechten.
De algemene vergadering van de aandeelhouders van de Nationale
Bank is niet bevoegd om de jaarrekening goed te keuren, of om
kwijting
te
verlenen.
De
aandeelhouders
hebben
geen
vertegenwoordigers in de Regentenraad. Aldus vormen de privé-
aandeelhouders geen beletsel voor de manier waarop de Nationale
Bank haar toezichtsopdracht zal uitoefenen.
Tot slot wil ik nog opmerken dat het feit dat de Nationale Bank ook
instaat voor dividenduitkering, geen beletsel vormt voor het toekennen
van de nieuwe toezichtsopdracht. Om te beginnen geldt in het
algemeen dat het dividend dat door de Nationale Bank uitgekeerd
15.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: La part de
2 253 millions d'euros de la BNB
dans le résultat de la BCE est
définie selon la clé de répartition
du capital versé qui s'élève à
3,4755 % depuis le 1
er
janvier
2009. La part des recettes issues
des billets en euro pour l'exercice
2009 s'élève à 27 millions d'euros
et la part du résultat restant
comme dividende de l'exercice en
cours 2010 équivaut à une recette
de 51 millions d'euros.
La BNB est une société cotée en
bourse, ce qui n'empêche pas de
lui
accorder
la
surveillance
microprudentielle à l'avenir. La
nouvelle CBFA continue en effet
d'exercer
la
surveillance du
marché. L'assemblée générale
des actionnaires de la BNB n'a en
outre que des compétences
limitées.
Ce n'est pas, non plus, parce que
la BNB verse aussi un dividende
qu'elle ne peut pas se voir confier
une nouvelle mission de contrôle,
le dividende qu'elle verse étant en
grande
partie
dissocié
des
résultats des missions d'intérêt
général qu'elle remplit.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
wordt krachtens het dividendbeleid, dat door de regent wordt
vastgesteld, grotendeels los staat van het verloop van de resultaten
van de uitgeoefende opdrachten van algemeen belang.
Artikel 26, § 1, 4, van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van
2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en
de financiële dienst en van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling
van het organiek statuut van de Nationale Bank van België en andere
diverse bepalingen, machtigt de Koning bovendien uitdrukkelijk om
regels vast te stellen voor de overgedragen bevoegdheden, die in het
bijzonder verband houden met het aansprakelijkheidsregime van
toepassing op de Nationale Bank. Verder wordt de Koning
gemachtigd voor de financiering van de uitoefening van die
opdrachten en bevoegdheden.
Op die basis kan de Koning een adequate regeling uitwerken op het
vlak van de financiering van de nieuwe toezichtsopdracht en de
aansprakelijkheidsrisico's die daarmee samenhangen, zodat er ook
op dat vlak geen probleem hoeft te ontstaan.
15.03 Robert Van de Velde (LDD): Ik dank u voor de cijfers,
mijnheer de staatssecretaris.
Ik kan niet anders dan daarop reageren. We gaan straks nog een
discussie over de Nationale Bank hebben, aangezien we
ondertussen, met het lopende dossier bij het parket in verband met de
vermeende koersmanipulatie, in een heel andere situatie zijn
terechtgekomen.
U zegt dat het feit dat de toezichthouder op zichzelf gaat toezien geen
probleem vormt. Mijns inziens is dat wel een probleem. Achteraf
zullen daar ook de nodige problemen uit volgen. Ik laat het dan
eventueel zelfs aan het gerecht over, maar dat gaat niet.
Er is nog een klein puntje dat ik nu wil aanhalen, aangezien we straks
toch terugkomen op de materie. U zegt dat de aandeelhouders geen
beletsel meer vormen in voorliggende beursgenoteerde onderneming.
Dat is volledig terecht. De aandeelhouders zijn op alle mogelijke
vlakken reeds buitenspel gezet. U geeft zelf ruiterlijk toe dat u de
statuten en het doel van de onderneming zodanig kunt veranderen,
dat zelfs de aandeelhouders er op geen enkele manier meer bij
betrokken worden. Dat is naar mijn mening niet echt een liberaal
standpunt en toch op zijn minst verbazingwekkend van de regering, of
toch zeker van de baas van Financiën.
15.03 Robert Van de Velde
(LDD): Nous débattrons bientôt de
la BNB mais avec le dossier
consacré
à
la
manipulation
présumée des cours qui est
actuellement à l'instruction au
parquet, nous nous trouvons dans
une situation tout à fait différente.
Le
ministre
ne
voit
pas
d'inconvénient à ce qu'une autorité
investie d'un pouvoir de contrôle
se contrôle elle-même. Je ne suis
pas d'accord avec lui car je pense
que cela posera des problèmes.
Le ministre dit à juste titre que les
actionnaires ne constituent plus un
obstacle dans les entreprises
cotées en Bourse. Ils ont déjà été
court-circuités dans tous les
domaines
possibles
et
imaginables. Le ministre ne fait
pas mystère du fait que l'on peut
modifier les statuts et la raison
sociale d'une entreprise de façon à
ce que les actionnaires eux-
mêmes n'y soient plus associés du
tout.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de teruggave op een belastingaangifte" (nr. 20263)
16 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le remboursement afférent à une déclaration d'impôt" (n° 20263)
16.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer 16.01 Robert Van de Velde
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
de staatssecretaris, ik heb een korte vraag over de aard van een
teruggave. Wanneer een belastingsaangifte, gebaseerd op
vervangingsinkomens, leidt tot een teruggave, wat is dan precies de
aard van het teruggegeven bedrag? En vooral, is het beslagbaar of
niet beslagbaar? Welke vorm moeten wij toekennen aan dat bedrag?
In rechtszaken kan dat immers eventueel een belangrijk gevolg
hebben.
(LDD): Quelle est la nature du
montant remboursé dans le cadre
d'une déclaration fiscale basée sur
des revenus de remplacement?
Est-il saisissable?
16.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
artikel 127 van het Wetboek van Inkomstenbelasting van 1992 strekt
ertoe, in geval van vestiging van de gemeenschappelijke aanslag op
naam van twee echtgenoten of wettelijk samenwonende partners,
vast te stellen bij welke echtgenoot of partner de verschillende
categorieën van inkomsten in principe belastbaar zijn. Zo is elke
echtgenoot of wettelijk samenwonende partner in principe belastbaar
op
het
deel
van
zijn
beroepsinkomsten
waartoe
de
vervangingsinkomsten behoren, zoals dat in voorkomend geval na de
toekenning van een meewerkinkomen overeenkomstig artikel 86 of
na de toerekening van het huwelijksquotiënt overeenkomstig artikel
87 of artikel 88 van hetzelfde wetboek is bepaald.
Uw vraag betreffende de teruggave die het gevolg is van een
belastingaanslag op vervangingsinkomsten peilt daarentegen naar de
aard van het terug te geven bedrag. Ik zie dan ook niet in welk
verband met het bovenvermeld artikel 127 u beoogt. Indien u de
volledige draagwijdte van uw vraag voort concretiseert en
verduidelijkt, ben ik evenwel bereid ze in het licht van uw aanvullende
informatie opnieuw te laten onderzoeken. In de huidige stand van uw
vraag kan ik alleen verklaren dat de terugbetaling de aard heeft van
een terugbetaling van personenbelasting zonder meer.
16.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: M. Van de Velde
ayant adapté sa question in
extremis, je dois préparer une
nouvelle réponse. Le seul élément
que
je
peux
déjà
vous
communiquer actuellement est
que
la
nature
de
ce
remboursement est identique à
celle de tout remboursement
effectué dans le cadre de l'impôt
des personnes physiques.
16.03 Robert Van de Velde (LDD): Ik begrijp uw tegenvraag. Zonder
de tijd van de commissie in beslag te nemen, zal ik ze opnieuw
indienen met een omstandige vraagstelling. Wanneer twee partners
een inkomen hebben, de ene een vervangingsinkomen en de andere
een ander inkomen, en een van beiden partner is geweest in een
vorige relatie, zijn er bij de teruggave mogelijk problemen op basis
van artikel 127. Ik zal u dat allemaal omstandig uitleggen.
16.03 Robert Van de Velde
(LDD): Je déposerai une nouvelle
question.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het opstellen van een lijst van bedrijven die betrokken zijn bij de
productie van clustermunitie of landmijnen" (nr. 20435)
17 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'établissement d'une liste de sociétés concernées par la production
d'armes à sous-munitions ou de mines terrestres" (n° 20435)
17.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, België was in 2007 het eerste land ter wereld dat
een wet aannam waarmee investeringen in bedrijven die anti-
persoonsmijnen en clustermunitie produceren, verboden werden. Tot
op heden is de Belgische regering er niet in geslaagd om de wet te
implementeren, omdat er nog geen lijst is opgesteld van bedrijven die
betrokken zijn bij de productie ervan.
Eerdere mondelinge vragen toonden ook verwarring aan over wiens
17.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La Belgique a été le
premier pays au monde à adopter
une
loi
interdisant
tout
investissement
dans
les
entreprises productrices de mines
antipersonnel et d'armes à sous-
munitions. Jusqu'à présent, la loi
n'est pas encore appliquée car il
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
bevoegdheid dit is. Minister van Justitie De Clerck verwijst nu naar uw
departement, nadat u mij eerder verwezen had naar minister van
Justitie De Clerck.
Graag had ik van u de stand van zaken vernomen.
Zijn ondertussen de nodige initiatieven genomen binnen de regering
om de lijst samen te stellen en bekend te maken?
n'existe
pas
de
liste
des
entreprises concernées. Il y aurait
également confusion quant au
département compétent, la Justice
ou les Finances. Où en est-on
actuellement? Le gouvernement
établira-t-il une liste et la publiera-
t-il?
17.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
vorige keer hebben de heer De Potter, de heer Flahaut en mevrouw
Vautmans exact dezelfde vragen gesteld aan minister Reynders. Hij
heeft daarop een volledig antwoord gegeven. Ik verwijs dus naar dat
antwoord.
Ik kan u gewoon zeggen dat de minister bereid is in samenwerking
met zijn collega van Justitie om een werkgroep te organiseren met de
leden van het Parlement die bezig zijn met de problematiek, om een
correcte oplossing uit werken.
17.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Je renvoie à la
réponse du ministre Reynders aux
questions en tout point identiques
de MM. De Potter et Flahaut et de
Mme Vautmans. Le ministre est
disposé à organiser, de concert
avec son collègue de la Justice, un
groupe de travail avec les
membres
du
Parlement
connaissant le dossier afin de
trouver une solution appropriée.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het belastingformulier voor het aanslagjaar 2010" (nr. 20507)
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het belastingformulier voor het aanslagjaar 2010" (nr. 20541)
18 Questions jointes de
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le formulaire de déclaration d'impôt pour l'exercice 2010" (n° 20507)
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le formulaire de déclaration d'impôt pour l'exercice 2010" (n° 20541)
18.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de minister, op vrijdag
12 maart vonden we het nieuwe belastingformulier voor het
aanslagjaar 2010 in het Staatsblad, en opnieuw is het nog complexer
geworden. Het is niet complexer geworden omdat de regering dat per
se wil, maar er zijn wel heel wat rubrieken bijgekomen voor
belastingvermindering voor milieuvriendelijke en energiebesparende
maatregelen.
Dat staat eigenlijk in schril contrast met de roep naar eenvoudigere
belastingsaangiften. Ik heb daar soms een beetje problemen mee,
want ik vind het niet ethisch dat de belastingsadministratie hoe langer
hoe meer de drempel verhoogt voor de gemiddelde Belg om zelf zijn
belastingsformulier in te vullen.
Hoe kunnen we daar op termijn een oplossing voor vinden? Is het
echt nodig om voor elke aftrek in die categorie in een aparte code te
voorzien? Zou het niet eenvoudiger zijn om met globale codes te
werken, die even goed achteraf gecontroleerd kunnen worden?
Zou het voor heel deze grote categorie niet beter zijn om in
samenwerking met de Gewesten te streven naar het zoveel mogelijk
rechtstreeks aftrekken op de factuur, met de bedoeling om dit alles te
18.01
Kristof
Waterschoot
(CD&V): Le 12 mars, la nouvelle
déclaration d'impôt relative à
l'exercice d'imposition 2010 a été
publiée au Moniteur belge. Elle est
encore
plus
complexe.
De
nombreuses rubriques sont ainsi
ajoutées pour la réduction d'impôt
relative aux mesures visant à
préserver l'environnement et à
économiser
l'énergie.
Cette
déclaration ne répond absolument
pas
à
la
demande
de
simplification.
Est-il vraiment nécessaire de
prévoir un code différent pour
chaque déduction? Ne serait-il pas
plus simple d'appliquer des codes
globaux et en collaboration avec
les Régions, d'opérer tant que
possible des déductions directes
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
vermijden? Zult u inspanningen doen om inzake milieuvriendelijke en
energiebesparende maatregelen tot een vereenvoudiging te komen?
sur les factures? Des efforts
seront-ils fournis pour parvenir à
une simplification?
18.02 Hagen Goyvaerts (VB): Collega Waterschoot heeft de
inleiding al gegeven, we hebben afgelopen vrijdag in het Staatsblad
de nieuwe versie van het belastingaangifteformulier kunnen
ontdekken. En inderdaad, hij is nog wat ingewikkelder geworden dan
de vorige editie. We zitten nu al aan meer dan 700 vakjes en het
bijbehorende boekje met uitleg wordt stilaan een boek van een dikke
100 pagina's tekst. Dat is blijkbaar een trend geworden onder het
ministerschap van Didier Reynders: de wildgroei van vakjes en
aftrekposten maken het voor leken alsmaar moeilijker om hun
belastingsbrief in te vullen.
Ik hoorde de minister op tv allerlei bochtige verklaringen afleggen
waarin hij zei dat de burger een complexere aangifte met een
verlaging van de belastingen verkiest boven een vereenvoudigde
aangifte met een verhoging van de belastingen.
18.02 Hagen Goyvaerts (VB): Le
nouveau formulaire de déclaration
fiscale est en effet devenu un peu
plus complexe encore que l'édition
précédente.
De voorzitter: Dat is wel juist, denk ik toch.
18.03 Hagen Goyvaerts (VB): Dat kan misschien wel juist zijn, het
mag geen motivering zijn om blijvend posten te genereren op de
aangifte. En bovendien verweet hij dat het de mensen van de politieke
oppositie zijn die op een dergelijke manier reageren. Mijnheer
Waterschoot, als steller van deze vraag behoort u dus tot het kamp
van de oppositie.
Mijnheer de staatssecretaris, ik had toch nog een aantal vragen.
Waarom is er tot op heden nog niet gedacht aan een bundeling van
aftrekposten, in plaats van een individuele aftrekpost per maatregel?
Bent u het ermee eens dat een korting op factuur voor een
vereenvoudiging van de fiscaliteit zorgt, en dit in tegenstelling tot de
techniek van de aftrekposten? U blijft daar halsstarrig aan
vasthouden. Herinner u het debat over elektrische voertuigen.
Daarvoor kon men gerust het principe van korting op factuur
introduceren. U hebt daar geen oren naar gehad. Ik vraag mij nu af
waarom de korting op factuur niet meer wordt gebruikt.
In het vervolg van het verhaal van steeds meer aftrekposten en meer
vakjes, hoe staat het voor het aanslagjaar 2010 ­ over de inkomsten
voor 2009 ­ met de vooraf ingevulde belastingbrief? Voor welke
doelgroepen zal er voor het aanslagjaar 2010 een vooraf ingevulde
belastingbrief worden opgesteld? Over welk aantal zal het deze keer
gaan? Ik neem aan dat u ter zake ook wat vooruitgang wilt boeken?
Ik ben uiteraard benieuwd naar uw antwoord.
18.03 Hagen Goyvaerts (VB):
Pourquoi n'a-t-on pas prévu un
ensemble de postes déductibles
au lieu d'un poste déductible
distinct pour chaque mesure? Le
secrétaire d'État est-il d'accord
qu'une réduction sur la facture
contribue à simplifier la fiscalité
contrairement à la technique des
postes déductibles? Qu'en est-il
de la déclaration pré-complétée
pour l'exercice d'imposition 2010?
Pour quels groupes cibles une
déclaration pré-complétée sera-t-
elle
établie
pour
l'exercice
d'imposition 2010? Combien de
contribuables
seront-ils
concernés?
18.04
Staatssecretaris
Bernard
Clerfayt:
Wat
de
belastingvermindering
voor
milieuvriendelijke
energie
en
energiebesparende uitgaven betreft, bevat de voorbereiding van de
aangifte van de personenbelasting voor het aanslagjaar 2010 in feite
slechts twee wijzigingen.
De eerste wijziging behelst de inlassing van een nieuwe rubriek,
18.04
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Pour ce qui
concerne les réductions d'impôt
pour
utilisation
de
sources
d'énergie
respectueuses
de
l'environnement et les dépenses
faites
en
vue
d'économiser
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
bestaande uit één enkele nieuwe code voor het vermelden van de
intresten van leningen ter financiering van energiebesparende
uitgaven,
de
groene
leningen,
waarvoor
een
nieuwe
belastingvermindering is ingevoerd door de economische herstelwet
van maart 2009.
De
tweede
wijziging
gebeurt
in
de
rubriek
van
de
belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een
woning, die volledig is herwerkt om de diverse wijzigingen in de
betrokken wetgeving correct te kunnen toepassen. Het gaat vooral
om de volgende maatregelen die ten voordele van de
belastingplichtige en van het milieu getroffen zijn.
Ten eerste, de invoering van de overdraagbaarheid van het deel van
de belastingvermindering dat de toepasselijke begrenzing overschrijdt
naar de drie volgende belastbare tijdperken indien de werken zijn
uitgevoerd in een woning die ten minste vijf jaar in gebruik is
genomen.
Ten tweede, de invoering van de omzetting van het deel van bepaalde
belastingverminderingen dat geen daadwerkelijke vermindering van
belasting oplevert in een terugbetaalbaar belastingkrediet in de mate
dat het gaat om uitgaven voor de isolatie van daken, muren en
vloeren.
De invoering van deze nieuwe maatregelen, in combinatie met het feit
dat de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven per
woning geldt, en in combinatie met het bestaan van twee
verschillende grensbedragen volgens de aard van de uitgevoerde
werken, heeft ertoe geleid dat de berekening van het bedrag van de
vermindering in bepaalde gevallen bijzonder ingewikkeld geworden is.
Ondanks de sterk toegenomen complexiteit van de wetgeving heeft
mijn administratie ernaar gestreefd de aangifte voor de
belastingplichtigen zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken.
Als de energiebesparende uitgaven, zoals bij de overgrote
meerderheid van de belastingplichtigen, op een enkele woning
betrekking hebben, moet hij naast zijn aandeel in de woning alleen het
bedrag van zijn uitgaven aangeven in de passende rubriek, rekening
houdend met het aantal jaren dat de woning in gebruik is genomen en
de aard van de uitgevoerde werken. De belastingplichtige moet dus
niet langer zelf het belastingvoordeel berekenen zoals dat tot
aanslagjaar 2009 het geval was. De belastingadministratie zal dat
voordeel voortaan zelf berekenen.
Wegens plaatsgebrek was het helaas niet mogelijk om die
aangiftevriendelijke werkwijze ook toe te passen als de
belastingplichtige energiebesparende uitgaven heeft gedaan in meer
dan een woning. Ook aan die belastingplichtigen zal de administratie
echter een eenvoudige oplossing aanreiken door op haar website een
gebruiksvriendelijke berekeningsmodule ter beschikking te stellen
waarmee zij het bedrag van hun belastingvermindering zelf zullen
kunnen berekenen. Daarna zullen zij het resultaat van die berekening
samen met het aantal woningen waarin zij energiebesparende
uitgaven hebben gedaan eenvoudig in hun aangifte kunnen
overnemen. Bij de bekendmaking van een nieuw aangifteformulier
moet men zich niet steeds blindstaren op het oppervlakkige
l'énergie, la déclaration à l'impôt
des personnes physiques pour
l'exercice d'imposition 2010 ne
comporte que deux modifications.
Une nouvelle rubrique a été
ajoutée pour les intérêts des
emprunts verts souscrits pour
financer des dépenses faites en
vue d'économiser de l'énergie et la
rubrique pour la réduction d'impôt
sur les dépenses faites en vue
d'économiser de l'énergie a été
entièrement revue. Il s'agit de
deux mesures prises en faveur
des
contribuables
et
de
l'environnement.
La seconde modification concerne
tout d'abord la possibilité de
transférer sur les trois périodes
imposables suivantes la part de la
réduction d'impôt dépassant le
plafond applicable, pour autant
que les travaux aient été effectués
dans une habitation occupée
depuis au moins cinq ans. Il s'agit
également de l'instauration de la
conversion de la part de certaines
réductions d'impôt ne générant
pas de véritable diminution de
l'impôt en un crédit d'impôt
remboursable pour autant qu'il
s'agisse de dépenses d'isolation
de toits, murs et sols.
L'instauration
de
ces
deux
mesures
a
sensiblement
compliqué le calcul de la réduction
d'impôt. Mon administration a
toutefois voulu une déclaration
facile
à
remplir
par
les
contribuables.
Si les des dépenses faites en vue
d'économiser l'énergie concernent
une
habitation
unique,
le
contribuable n'est plus tenu,
comme il était de mise jusqu'à
l'exercice d'imposition 2009, de
calculer
lui-même
l'avantage
fiscal. Par manque de place, il
n'était pas possible d'appliquer la
même méthode aux contribuables
qui ont réalisé de telles dépenses
dans plusieurs habitations. Ces
contribuables
se
verront
cependant
proposer
par
l'administration une solution simple
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
rekensommetje van het aantal bijkomende codes maar moet men ook
oog hebben voor de toenemende belastingvoordelen en voor de
inspanningen die worden geleverd om de gebruiksvriendelijkheid voor
de belastingplichtige te verbeteren.
Wat de tweede vraag van de heer Waterschoot betreft, in
februari 2008 werd reeds een wetsvoorstel ingediend om de
belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven te vervangen
door een korting op de factuur. De Raad van State is in zijn advies
over dit voorstel tot het besluit gekomen dat de federale overheid niet
bevoegd is om een dergelijke korting toe te kennen. Het werd dus
geprobeerd, maar zonder resultaat.
Wat de vraag betreft van de heer Goyvaerts over de bundeling van de
fiscale vermindering, in de personenbelasting worden fiscale
voordelen verleend onder de vorm van onder meer belastingvrije
sommen, aftrekbare bestedingen of uitgaven die in mindering worden
gebracht van het belastbaar inkomen, belastingvermindering of
bedragen die in mindering worden gebracht van de verschuldigde
belasting en belastingkredieten die al dan niet terugbetaalbaar kunnen
zijn. Een bundeling van deze aftrekposten in een aantal korven
veronderstelt dus een grondige herziening van de personenbelasting.
Misschien zou men op die manier inderdaad het aantal codes op de
aangifte kunnen beperken. Minder codes leiden echter niet
noodzakelijk tot meer eenvoud en transparantie. Als dezelfde fiscale
stimuli zouden worden gegeven is de kans groot dat de doorsnee
belastingplichtige nog meer moeite zou hebben om zijn aangifte te
optimaliseren ondanks een beperkt aantal codes.
Op de korting op de factuur ben ik al ingegaan. De laatste vraag van
de heer Goyvaerts had betrekking op de doelgroep voor de ingevulde
belastingbrief. Die doelgroep is omschreven in artikel 1 van het
koninklijk besluit van 2 maart 2010 tot wijziging van artikel 178 van het
WIB '92 met betrekking tot het voorstel van aanslag.
Het betreft ongeveer 4 600 dossiers. Het is een heel kleine test. Wij
zullen zien of het werkt en welke problemen wij hebben. Als het goed
werkt, proberen wij dat volgend jaar aan te passen aan een grotere
doelgroep, met het doel om op een termijn van 2 jaar 500 000
belastingbetalers te kunnen bereiken.
basée sur un module de calcul
convivial disponible sur le site
internet. Il conviendra de reporter
le résultat de ce calcul dans la
déclaration.
Le remplacement de la réduction
d'impôt pour les dépenses faites
en vue d'économiser l'énergie par
une réduction sur la facture a déjà
fait l'objet d'une proposition de loi
déposée en février 2008. Le
Conseil d'État a cependant estimé
que l'octroi d'une telle réduction ne
relevait pas des compétences de
l'État fédéral. Par ailleurs, un
regroupement de postes de
déduction supposerait une révision
approfondie
de
l'impôt
des
personnes
physiques.
Une
réduction du nombre de codes
n'accroîtrait
cependant
pas
nécessairement la simplicité et la
transparence.
Le groupe cible de la déclaration
précomplétée
est
décrit
à
l'article 1
er
de l'arrêté royal du
2 mars 2010.
Le groupe cible pour la déclaration
fiscale pré-complétée est décrit à
l'article 1 de l'arrêté royal du
2 mars 2010. Il s'agit de 4 600
dossiers. Un test sera effectué afin
de voir quels problèmes se
présentent. Si tout se passe bien,
l'année prochaine, nous élargirons
ce groupe cible, et notre objectif
est
d'arriver
à
500 000
contribuables d'ici deux ans.
18.05 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik
ben het in de eerste plaats met u eens dat niemand de aftrekposten
rond milieu in vraag stelt. Ik denk wel dat u in uw antwoord de vinger
op de wonde hebt gelegd. U bewijst het zelf door te stellen dat er
diverse
aftrekposten
zijn,
belastingskrediet,
verrekenbare,
terugbetaalbare en niet-terugbetaalbare, en dat veroorzaakt natuurlijk
de complexiteit. Het is niet het formulier op zich. Wij moeten toch
eens fundamenteel het debat aangaan hoe meer groeperingen
mogelijk zouden zijn en hoe kan worden vermeden dat mensen soms
het bedrag van de uitgaven, soms het bedrag van de aftrek of soms
het bedrag van het krediet moeten aangeven. Dat maakt het juist
complex en niet het aantal vakjes. Daar ben ik het met u eens. Het
zou veel beter zijn naar één logica te gaan.
18.05
Kristof
Waterschoot
(CD&V): La complexité est plutôt
liée à la nature et au nombre de
postes
de
déduction
qu'au
formulaire lui-même. Il serait
opportun d'y mettre un peu
d'ordre.
18.06 Hagen Goyvaerts (VB): Ik zit hier al enkele jaren langer dan
collega Waterschoot en wij hebben hier altijd geprobeerd om het
18.06 Hagen Goyvaerts (VB):
Cela fait déjà très longtemps qu'on
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
fundamentele debat over een fiscale vereenvoudiging door te
drukken. Ik stel vast dat dit een lege doos blijft. Hoeveel jaren zegt u
al dat wij met die vooraf ingevulde belastingaangifte zullen beginnen?
U doet nu een test met 4 600 dossiers. Ik kan begrijpen dat u daar
eens mee moet beginnen, maar in feite bent u daar al veel te laat
mee.
Tweede element is natuurlijk het debat over de korting op factuur en
de aftrekpost op het aanslagbiljet. U kunt er van op aan, mijnheer de
staatssecretaris, het Vlaams Belang is voorstander van een korting op
factuur. Ik weet wel dat dit een gewestbevoegdheid is en ik zou niet
liever hebben dat het daar zit, want daar kunt u ook aan fiscale
vereenvoudiging doen. De federale overheid wil natuurlijk liever zelf
eerst het geld incasseren, om het dan twee jaar later terug te geven
aan de burger via een belastingvoordeel. Wij moeten absoluut van dat
mechanisme af, want dat is op zich helemaal geen vereenvoudiging.
Ik stel evenwel vast dat de politieke wil niet aanwezig is om op een
structurele manier met kortingen op factuur te werken.
nous parle d'une simplification de
la fiscalité. Depuis combien de
temps ce formulaire pré-complété
est-il annoncé?
Dans le débat sur le choix entre la
réduction sur la facture et le poste
de déduction dans la déclaration
fiscale, notre parti est en faveur de
la
première
option.
Mais
l'administration fédérale préfère
bien sûr encaisser d'abord l'argent
pour ensuite le restituer au citoyen
sous forme d'avantage fiscal. Il ne
s'agit en aucun cas d'une
simplification.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de rondzendbrief nr. Ci.RH. 331/554.678 (AOIF 2/2003) van
22 september 2009" (nr. 20529)
19 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la circulaire n° Ci.RH. 331/554.678 (AFER 2/2003) du 22 septembre 2009"
(n° 20529)
19.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, in die bewuste circulaire wordt uitgelegd hoe
belastingcontroleurs de fiscale aftrek van het onderhoud van
stookketels moeten controleren.
Ik heb de tekst zowel in het Nederlands als in het Frans gelezen en
het volgende viel mij op. Ik zal die tekst niet helemaal lezen, maar in
de Nederlandstalige versie schrijft u dat "de bevoegde taxatiediensten
inzonderheid waakzaam zijn wanneer de factuur 200 euro
overschrijdt". Het is duidelijk dat de belastingcontroleur zeer
waakzaam zal zijn als de factuur meer bedraagt dan 200 euro.
In de Franstalige tekst staat echter een andere versie, met name "Les
services de taxations compétents feront preuve de souplesse pour un
montant qui ne dépassera pas 200 euro."
Het is duidelijk dat de Franstalige belastingcontroleur blijk moet geven
van soepelheid, terwijl de Nederlandstalige controleur waakzaam
moet zijn. In het ene geval gaat het om facturen onder de 200 euro en
in het ander geval om facturen boven de 200 euro.
Het identiteitsdebat woedt tegenwoordig. Heeft het daarmee
misschien iets te maken, dat aan Nederlandstalige kant
waakzaamheid en aan Franstalige kant soepelheid aan de dag
moeten worden gelegd? Mijnheer de staatssecretaris, ik heb in elk
geval een paar vragen.
Bestaat er met die formulering niet het risico niet dat de
Nederlandstalige belastingcontroleur, die alleen wordt geconfronteerd
19.01 Jan Jambon (N-VA): Cette
circulaire fournit des précisions sur
la manière dont les contrôleurs
fiscaux
doivent
contrôler
la
déduction fiscale pour l'entretien
des chaudières.
Il y a toutefois une grande
différence entre les versions
néerlandaise et française de ce
document.
La
version
néerlandaise précise que "de
bevoegde
taxatiediensten
inzonderheid
waakzaam
zijn
wanneer de factuur 200 euro
overschrijdt", alors que la version
française précise que "les services
de taxations compétents feront
preuve de souplesse pour un
montant qui ne dépassera pas
200 euros". Cela aurait-il quelque
chose à voir avec le débat sur
l'identité?
Cette formulation n'entraîne-t-elle
pas le risque que le contrôleur
néerlandophone
examine
scrupuleusement
toutes
les
factures alors que le contrôleur
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
met de zinsnede "inzonderheid waakzaam", alle facturen, of zij nu
meer of minder dan 200 euro bedragen met "enige waakzaamheid"
zal benaderen en dat de Franstalige betastingcontroleur zowel de
facturen onder als boven 200 euro met enige soepelheid zal
benaderen?
Waarom werd er een verschillende formulering gebruikt in de
Nederlandse en de Franstalige versie? Zou dat niet tot enige
verwarring kunnen leiden of tot een verschillende behandeling van de
dossiers?
francophone les examine avec
souplesse? Pourquoi avoir utilisé
une formulation différente?
19.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter,
collega, het is geen vorm van een nieuwe transfer van Noord naar
Zuid. U hebt terecht opgemerkt dat er een fout is gebeurd bij de
vertaling van de bedoelde tekst. Deze materiële vergissing zal worden
rechtgezet middels een corrigendum van de desbetreffende circulaire.
Nochtans geeft deze niet-letterlijke vertaling geen aanleiding tot een
verschillende behandeling van de Nederlandstalige of Franstalige
belastingplichtige. De tekst die onder nr. 77 van de Nederlandstalige
tekst van de circulaire wordt vermeld, namelijk dat de bevoegde
taxatiediensten inzonderheid waakzaam zullen zijn wanneer de
factuur voor het onderhoud van een individuele stookketel 200 euro
overschrijdt, heeft in de praktijk dezelfde draagwijdte als de
bepalingen in nr. 77 van de Franstalige tekst, namelijk dat de
bevoegde taxatiediensten zich soepel opstellen wanneer een factuur
voor het onderhoud van een individuele stookketel 200 euro niet
overschrijdt.
Het zal echter verbeterd worden in de toekomst om zo een correcte
vertaling van de tekst te hebben.
19.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: M. Jambon a
remarqué l'erreur de traduction.
Cette erreur matérielle sera
rectifiée par un corrigendum.
Cette
traduction
non-littérale
n'entraîne
toutefois
pas
de
différence de traitement. Dans les
deux cas, les services de taxations
compétents
font
preuve
de
souplesse lorsque la facture ne
dépasse pas le montant de
200 euros.
19.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, aangezien
u de tekst zult wijzigen, gaan wij hier niet in een semantische
discussie vervallen, al zou dat misschien plezant zijn.
19.03 Jan Jambon (N-VA):
Puisque le texte sera modifié, il n'y
a pas lieu de mener une
discussion sémantique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
20 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la liste actualisée des pays RDT" (n° 20545)
20 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de geüpdatete lijst van de DBI-landen" (nr. 20545)
20.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, la
déduction au titre des RDT n'est pas autorisée pour les dividendes
alloués ou attribués par une société qui n'est pas assujettie à l'impôt
des sociétés ou à un impôt étranger qui lui est analogue ou qui est
établie dans un pays dont les dispositions du droit commun en
matière d'impôt sont notablement plus avantageuses qu'en Belgique.
En ce qui concerne ce dernier motif d'exclusion, la loi du 24 décembre
2002 indique qu'à partir de l'exercice d'imposition 2004, les
dispositions de droit commun en matière d'impôt sont présumées être
notablement plus avantageuses qu'en Belgique lorsque, soit, le taux
nominal de droit commun de l'impôt sur les bénéfices de la société
est inférieur à 15 %, soit, en droit commun, le taux correspondant à la
20.01 Christian Brotcorne (cdH):
De
dividenden
van
een
vennootschap
die
niet
onderworpen
is
aan
de
vennootschapsbelasting of een
soortgelijke
buitenlandse
belasting, of die gevestigd is in
een
land
waar
de
gemeenrechtelijke
bepalingen
inzake
belastingen
aanzienlijk
gunstiger zijn dan in België,
mogen niet worden afgetrokken
als definitief belaste inkomsten
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
charge fiscale effective est inférieur à 15 %.
Le législateur a en même temps chargé le Roi de dresser une liste de
pays où tel est effectivement le cas. Cette liste de pays a été
officialisée par un arrêté royal du 13 février 2003 inséré à l'article
73/4 quater du Code des impôts sur les revenus 1992. Le rapport au
Roi précédant cet arrêté royal indiquait que la liste serait adaptée
chaque fois qu'à la suite des modifications légales étrangères,
certains pays devaient y être ajoutés ou en être retirés.
Dans un article récent du Fiscologue, il est fait mention que le Conseil
des ministres du 27 janvier 2010 a approuvé une actualisation de la
liste. Comme antérieurement, cette liste comprend uniquement les
pays où les dispositions de droit commun en matière d'impôt sont
notablement plus avantageuses qu'en Belgique - y compris les pays
où l'impôt des sociétés est perçu à un taux de 0 %.
Comme je l'ai évoqué auparavant dans ma question, la déduction
RDT n'est toutefois pas non plus d'application lorsque les dividendes
sont distribués par une société qui n'est pas assujettie à un impôt
étranger analogue à l'impôt des sociétés. Or ces pays qui ne lèvent
pas un tel impôt ne figurent pas, selon Le Fiscologue, sur la liste
actualisée. Les listes datent de 1991 et demeurent, dès lors, le seul
point de repère pour ces pays.
Monsieur le secrétaire d'État, confirmez-vous ce qui précède? Si oui,
n'est-il pas regrettable qu'on n'ait pas profité de ce grand nettoyage
pour revoir également les listes de 1991 et pour les intégrer à l'article
73/4 quater dont je viens de faire état, d'autant plus que vous l'aviez
annoncé dès 2007 en réponse à une question posée par notre
éminent collègue, M. Van der Maelen.
(DBI).
Luidens de wet van 24 december
2002
worden
de
gemeenrechtelijke
bepalingen
inzake
belastingen
geacht
aanzienlijk gunstiger te zijn dan in
België,
hetzij
wanneer
het
gemeenrechtelijk nominaal tarief
van de belasting op de winsten
van de vennootschap lager is dan
15 procent, hetzij wanneer het
tarief dat met de werkelijke
belastingdruk overeenstemt, lager
is dan 15 procent.
Een lijst van landen waar dit het
geval is, werd officieel vastgelegd
bij koninklijk besluit van 13 februari
2003.
Volgens een recent artikel in
Fiscologue heeft de ministerraad
van 27 januari 2010 een update
van die lijst goedgekeurd.
De DBI-aftrek is echter evenmin
van toepassing, wanneer de
dividenden worden uitgekeerd
door een vennootschap die niet
onderworpen
is
aan
een
buitenlandse
belasting
die
vergelijkbaar
is
met
de
vennootschapsbelasting.
De
landen die zo'n belasting niet
heffen, staan echter niet op de
geüpdatete lijst.
Kan
u
het
bovenstaande
bevestigen? Zo ja, is dat geen
spijtige zaak?
20.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur le président,
s'agissant des listes relatives à l'article 203, § 1
er
1° du Code des
impôts sur les revenus 1992, je me permets de renvoyer l'honorable
membre à la réponse que le ministre des Finances a donnée en
commission des Finances et du Budget le 3 mars dernier à la
question similaire n° 19379 posée par M. Van der Maelen, qui pourra
le lui confirmer puisqu'il est ici.
20.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Wat de lijsten met
betrekking tot artikel 203, §1 van
het
Wetboek
van
de
inkomstenbelastingen
1992
betreft, verwijs ik u naar het
antwoord
dat
op
3 maart
jongstleden gegeven werd op een
gelijkaardige
vraag
van
de
heer Van der Maelen.
Le président: Heureusement que M. Van der Maelen veille au grain!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
21 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "vermeende koersmanipulatie van het aandeel NBB" (nr. 20608)
21 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les soupçons de manipulation du cours de l'action de la BNB"
(n° 20608)
De voorzitter: Mijnheer Van de Velde, hou het kort, want het onderwerp werd al besproken. Bovendien is
het geen interpellatie, maar een vraag.
21.01 Robert Van de Velde (LDD): Enkele dagen geleden was er
bericht dat de koers van de aandelen van de Nationale Bank zou zijn
gemanipuleerd. Een derde partij, een makelaar, zou vanuit
Zwitserland op regelmatige tijdstippen pakketjes aandelen hebben
gedropt en die hebben teruggekocht om de prijs op een bepaald
niveau te houden. Dat heeft zich gedurende minstens twee jaar
afgespeeld.
Over het volgende is er een aparte interpellatie, maar ik geef het
gewoon even mee, want het is belangrijk. Het dossier werd besproken
met de CBFA, maar werd op dat moment niet aanhangig gemaakt. De
CBFA zei immers: "die gefrustreerde aandeelhouders, daar beginnen
we niet aan". In elk geval, op 23 september is een klacht ingediend
om het parket te laten onderzoeken of er inderdaad sprake is van
koersmanipulatie en zo ja, hoe.
Intussen kennen wij ook een ander element. Buiten de beurs zijn er
regelmatig zwaardere pakketten van 10 000, 20 000 en meer
bewegingen gebeurd op het aandeel van NBB. In principe moet dat
door Euronext worden gemeld. De CBFA krijgt daarvan de nodige
listings. Bij de CBFA zou er op dat moment een lichtje moeten
branden, doordat er iets niet klopt. Tot zover het kader van mijn
vraag.
Sinds wanneer zijn de minister en zijn kabinet op de hoogte van het
onderzoek? Heeft de NBB op dit moment, gedurende die periode,
reeds zelf met de minister overlegd?
Kan de minister uitleg verschaffen over eventuele interne stappen die
bij de NBB zelf werden ondernomen sinds toen?
In hoeverre doorkruist het onderzoek de plannen tot oprichting van het
nieuwe orgaan voor prudentieel toezicht? Daarom zei ik daarstraks
dat het eigenlijk geen zin had op mijn andere vraag te antwoorden.
Zal de minister de oprichting van dat nieuwe orgaan uitstellen tot er
volledige duidelijkheid is omtrent het dossier? Ik zal het niet toelichten,
maar ik vraag dat om redenen van geloofwaardigheid.
Ten slotte, heeft de minister bij zijn collega van Justitie aangedrongen
op extra middelen om het onderzoek te versnellen? Op dit moment
zouden er belangrijkere dossiers spelen, dat wordt zelfs niet
weggestoken. Ik weet niet of men bij het gerecht of bij de dienst
fiscale financiën van de wereld is geweest, maar op dit moment zijn
de dossiers die ons hele financiële systeem potentieel ondermijnen,
de belangrijkste dossiers.
21.01 Robert Van de Velde
(LDD): La presse a annoncé que
le cours de l'action de la Banque
Nationale de Belgique (BNB) a été
manipulé pendant au moins deux
ans par un courtier basé en Suisse
qui, à intervalles réguliers, aurait
vendu puis racheté des actions
afin de maintenir le prix à un
certain niveau. La CBFA n'avait
d'abord pas été saisie du dossier,
mais une plainte a été déposée au
parquet le 23 septembre 2009. Le
parquet doit mener l'enquête pour
voir s'il est question ou non de
manipulation du cours.
Des
transactions plus importantes,
impliquant des milliers d'actions de
la BNB, ont en outre été réalisées
hors bourse. Elles auraient dû être
signalées par Euronext et la CBFA
aurait dû s'en inquiéter.
Depuis quand le ministre est-il au
courant de cette enquête? La BNB
s'est-elle déjà concertée avec lui?
Le ministre peut-il préciser quelles
démarches la BNB a entreprises
depuis le début de l'enquête?
Dans quelle mesure cette enquête
pose-t-elle problème pour la
création du nouvel organe de
contrôle prudentiel? Le ministre
attendra-t-il que la clarté soit faite
dans ce dossier avant sa mise en
place? Le ministre a-t-il insisté
auprès de son homologue de la
Justice pour que des moyens
supplémentaires soient mis en
oeuvre afin d'accélérer l'enquête?
Des dossiers qui risquent de
mettre à mal l'ensemble de notre
système financier revêtent bien
évidemment
une
importance
capitale.
21.02 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: De minister en ik zelf
hebben afgelopen zaterdag via de pers kennisgenomen van het
21.02
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Samedi dernier,
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
bestaan van de klacht die door een aandeelhouder van de NBB bij het
parket werd ingediend omtrent vermeende koersmanipulatie van het
aandeel NBB. Hierover is geen overleg geweest tussen de minister en
de NBB. Het komt mij noch de minister toe om in dat verband nadere
stappen te zetten. Het spreekt voor zich dat het gerecht zijn werk
volledig onafhankelijk zal doen.
Voor zover nodig, wil ik herhalen wat de minister reeds vorige
woensdag aan de leden van de commissie heeft bevestigd ter
gelegenheid van de bespreking van het wetsontwerp dat het Twin
Peaksmodel invoert voor financieel toezicht. Bij de regering bestaat
en bestond geen plan dat ertoe zou leiden dat de NBB niet langer een
beursgenoteerde vennootschap zou zijn. Voor zover dit nodig is, kan
ik ook verduidelijken dat de Belgische Staat op welke wijze dan ook
geen orders heeft gegeven met betrekking tot het aandeel NBB. Het
is mij dan ook niet duidelijk waarom men de verdere behandeling van
het wetsontwerp dat het Twin Peaksmodel voor financieel toezicht
invoert, zou moeten uitstellen.
le ministre et moi-même avons
appris par la voie de la presse le
dépôt par un actionnaire d'une
plainte pour manipulation de
cours. Le ministre ne s'est pas
concerté avec la BNB. La justice
devra mener l'enquête en toute
autonomie.
Il n'y avait et il n'y a toujours pas
au sein du gouvernement de projet
visant à retirer la BNB de la
bourse. L'État n'a jamais donné
d'ordres concernant l'action BNB.
Je ne vois donc pas pourquoi il
faudrait reporter l'examen du
projet de loi qui instaure le modèle
twin peaks en matière de contrôle
financier.
21.03 Robert Van de Velde (LDD): Ik noteer dat u kennis hebt
genomen van het dossier via de pers. We zullen dat achteraf nog
verder kunnen uitspitten. Ik noteer ook dat u geen overleg hebt gehad
met de Nationale Bank.
Een belangrijk punt in uw betoog was dat er geen plan is om de NBB
niet als beursgenoteerde onderneming verder te laten gaan.
Indien er op dit moment koersen zijn gemanipuleerd ­ het is nog niet
bewezen, het gaat over vermeende koersmanipulaties ­, dan zijn er
twee mogelijke partijen die daarvoor interesse zouden kunnen
hebben. Dat is de overheid zelf, voor eventueel een lagere koers, dat
zou kunnen.
21.03 Robert Van de Velde
(LDD): Je note que le ministre
puise ses informations dans la
presse et qu'il ne s'est pas
concerté avec la BNB.
La manipulation de cours servirait
les intérêts de deux acteurs. Il
s'agit d'une part des pouvoirs
publics qui verraient une baisse du
cours d'un bon oeil mais qui ont
démenti toute responsabilité et,
d'autre
part,
des
grands
spéculateurs du secteur des
banques ou des assurances qui
considéreraient que la BNB sera
nationalisée et ne pourrait pas
subsister sous sa forme actuelle.
21.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Dat hebben we nu volledig
ontkend.
21.05 Robert Van de Velde (LDD): Dat hebt u ontkend, dat is goed.
Een tweede mogelijk type partij die daarin geïnteresseerd zou kunnen
zijn, zijn grotere mogelijke speculanten uit de bank- of
verzekeringssector bijvoorbeeld die er baat bij hebben om eventueel
te speculeren op het nationaliseren van de Nationale Bank, omdat
algemeen wordt erkend dat die situatie niet meer kan bestaan.
In beide gevallen is het mijn inziens ongeoorloofd dat het wetsontwerp
nr. 2408 door de Kamer zou worden gejast, zonder duidelijkheid over
de partij die daarachter zit. Het onderzoek moet eerst worden
afgerond, vooraleer men met een clean sheet verder kan gaan, los
van de discussie die wij nog willen voeren. Ik heb gehoord dat er bij
CD&V de bereidheid bestaat om te praten over een eventuele exit
voor de aandeelhouders uit de Nationale Bank, omdat men weet dat
men deze situatie op lange termijn niet kan volhouden.
21.05 Robert Van de Velde
(LDD): Dans ces conditions, il
serait inopportun d'examiner le
projet de loi n° 2408 à la hâte à la
Chambre sans savoir qui est à la
source des manipulations de
cours. Il faut d'abord clôturer
l'enquête. Le CD&V songerait déjà
à des stratégies de sortie pour les
actionnaires de la BNB. On mine
d'avance la crédibilité de la BNB
en tant que futur organe de
contrôle. On ne peut être à la fois
juge et partie.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Los van de timing en de manier waarop het dossier wordt behandeld,
was de koersmanipulatie al een vraagteken. Nu is er nog een dossier
bij het parket aanhangig gemaakt, waardoor de geloofwaardigheid
van de Nationale Bank in haar rol als toekomstig toezichthouder bij
voorbaat is ondermijnd.
Ik vraag mij werkelijk af waarmee wij bezig zijn. Ik denk dat wij de
komende weken nog een hartige discussie over dit dossier moeten
hebben, los van de rol van de CBFA in het dossier. Uiteindelijk krijgt
de toezichthouder hier een dubbele rol. U zegt dat dat voor de
toezichthouder geen probleem is. Als wij die regel voor alle
rechtsonderhorigen invoeren, weet ik dat wij bijvoorbeeld in het
verkeer een grote chaos veroorzaken. Ik wil mijzelf gerust op mijn
eigen snelheid controleren.
21.06 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: U vraagt duidelijkheid. Ik
heb zeer duidelijk gezegd dat de regering geen plannen heeft om iets
te veranderen aan het huidige beursgenoteerde karakter van de NBB.
Er is geen plan tot nationalisering, tot het aankopen van private
aandelen enzovoort. Er komt geen verandering aan de huidige
toestand.
De regering zelf heeft geen orders gegeven over de aandelen van de
NBB. Dat zijn de meningen van de mensen op de markt. Dat is uw
mening. Er is klacht ingediend. Het gerecht zal zijn taak doen.
21.06
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: M. Van de Velde
demande que la clarté soit faite et
je l'ai exaucé. La situation actuelle
ne sera en rien modifiée. Le
gouvernement n'a donné aucun
ordre concernant les actions de la
BNB. Il n'y a pas eu de plainte. La
justice jouera son rôle.
De voorzitter: Mijnheer Van de Velde, u hebt een interpellatie ingediend voor volgende week. Ik denk dat u
de zaak vandaag niet volledig moet uitputten, anders zult u volgende week niets meer te zeggen hebben.
21.07 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, wees
gerust, ik vind altijd wel iets.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22 Samengevoegde vragen van
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de onkostenvergoeding aan J.-Cl. Laes" (nr. 20627)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "een toelage voor de voorzitter van de Waarnemingspost voor gewestelijke
fiscaliteit" (nr. 20644)
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het voornemen tot toekenning van een jaarlijkse forfaitaire onkostenvergoeding
voor Jean-Claude Laes" (nr. 20662)
22 Questions jointes de
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le remboursement de frais forfaitaires accordés à M. J.-Cl. Laes" (n° 20627)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'octroi d'une allocation au président de l'observatoire de la fiscalité régionale"
(n° 20644)
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'intention d'accorder une indemnité de frais forfaitaire annuelle à M. Jean-
Claude Laes" (n° 20662)
22.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, ik heb dankzij het spit- en delfwerk van collega
Van der Maelen deze week vernomen dat een mooie
onkostenvergoeding zal worden toegekend aan een medewerker van
22.01 Robert Van de Velde
(LDD): J'ai appris de M. Van der
Maelen qu'un collaborateur du
département des Finances allait
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Financiën. Een medewerker van Financiën, die, volgens het artikel,
inhoudelijk niet de meest sterke figuur zou zijn. Het is niet aan mij om
vanuit deze positie een medewerker van Financiën te beoordelen in
directo, zonder kennis van zaken over het volledig dossier. Ik ben ook
zijn HR-overste niet. Het is ook niet mijn bedoeling om in een soort
van rode jaloezie de onkostenvergoeding te bekritiseren, maar het
valt me wel op dat de vrijheid wordt genomen om op een of andere
manier vrijblijvend een onkostenvergoeding toe te kennen.
Ik zou dus van de minister heel duidelijk willen weten wat de
objectieve verklaring is voor de toegekende onkostenvergoeding.
En verder, wat zijn de modaliteiten hiervan en hoe is dit besproken
geweest? Wie keurt zoiets goed? Wat is de procedure om een
onkostenvergoeding toe te kennen en is deze procedure op een
normale manier gevolgd?
bientôt recevoir un défraiement
pour le moins appréciable. Tout
semble
indiquer
que
ce
défraiement a été accordé sans
réelle motivation. Le secrétaire
d'État
peut-il
expliquer
ce
défraiement élevé de manière
objective?
Quelles
sont
les
conditions de ce défraiement? Qui
en est responsable? La procédure
normale a-t-elle été suivie?
22.02 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, ik heb vernomen dat er een ministerieel besluit
klaarligt waarmee de voorzitter van de Waarnemingspost voor de
gewestelijke fiscaliteit een jaarlijkse toelage zou toegekend krijgen
van 22 000 euro. Deze Waarnemingspost bestaat sinds 2007, en mijn
vraag is dan ook waarom pas nu aan de voorzitter deze specifieke
toelage wordt toegekend?
Ik heb de krant vandaag gelezen. Daarin staat dat er volgens insiders
een positief advies zou zijn van de Inspectie van Financiën. Klopt dit?
Is er een advies van de Inspectie van Financiën, en zo ja, in welke
richting gaat dit advies?
22.02 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Un arrêté ministériel, qui
n'attend plus qu'une signature,
prévoit
l'octroi
d'un
remboursement forfaitaire de frais
de 22 000 euros par an au
président de l'observatoire de la
fiscalité
régionale.
Cet
observatoire existe déjà depuis
2007. Pourquoi cette allocation
n'est-elle
octroyée
que
maintenant? Est-il vrai qu'elle a
fait l'objet d'un avis positif de
l'Inspection des Finances?
22.03 Hagen Goyvaerts (VB): Minheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, het verhaal mag ons natuurlijk niet helemaal
verbazen want iedereen weet dat al wie kabinetschef is geweest bij de
minister van Financiën, nogal goed wordt verzorgd. In dit geval, voor
een zekere Jean-Claude Laes, is dat natuurlijk niet anders. Alleen is
het parcours niet helemaal gelopen zoals het moest, want nadat hij
topman was geworden bij Financiën heeft zijn carrière niet lang
geduurd. Omdat de Raad van State zijn benoeming had geschorst,
werd hij op de Waarnemingspost van de gewestelijke fiscaliteit
geplaatst; dat werd voor hem gecreëerd. In afwachting van een
tweede ronde bij Selor was het de bedoeling om hem terug naar de
top van financiën te brengen, maar ook dat verhaal is niet
uitgekomen.
Nu worden we blijkbaar geconfronteerd met het voornemen van de
minister om een ministerieel besluit voor te bereiden met betrekking
tot een jaarlijkse forfaitaire onkostenvergoeding ten bedrage van
22 000euro.
Ik ben dus ook, mijnheer de staatssecretaris, zeer benieuwd naar de
beweegredenen en de verdiensten die deze onkostenvergoeding
kunnen motiveren in dit geval.
22.03 Hagen Goyvaerts (VB):
Cette histoire ne nous étonne pas,
car tous les anciens chefs de
cabinet du ministre des Finances
sont bien soignés, et M. Jean-
Claude Laes ne déroge pas à la
règle. Il a pourtant un parcours
assez étrange. Lorsque le Conseil
d'État a suspendu sa nomination
au poste de top manager des
Finances, il a été nommé à
l'observatoire de la fiscalité
régionale dans le cadre d'une
fonction créée spécialement pour
lui. Et voilà à présent qu'un arrêté
ministériel
lui
octroie
un
défraiement
annuel
de
22 000 euros.
Comment
le
secrétaire d'État justifie-t-il ce
montant?
22.04 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Mijnheer de voorzitter, de
toelage die aan de voorzitter van de Waarnemingspost voor de
gwestelijke fiscaliteit zal worden toegekend, is eigenlijk geen unicum
22.04
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: Cette indemnité
est comparable aux indemnités
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
maar is gelijkaardig aan de toelages die worden toegekend aan de
leden van twee autonome diensten bij Financiën, namelijk de dienst
Voorafgaande Beslissingen in Fiscale Zaken en de Fiscale
Bemiddelingsdienst.
De
Waarnemingspost
oefent
zijn
opdracht
uit
in
alle
onafhankelijkheid, hetgeen een bijzondere verantwoordelijkheid
impliceert. De Waarnemingspost is gemachtigd om elk nodig contact
te leggen met de administratieve diensten van de betrokken federale
entiteiten of met om het even welke instelling of organisme. De
aanstelling van de leden van de Waarnemingspost is tijdelijk zodat zij
bij het verstrijken van hun termijn kunnen worden afgerekend op hun
verwezenlijkingen en sowieso kunnen terugvallen in hun
administratieve toestand van bij aanvang.
Binnen de Waarnemingspost moet men blijk geven van een hoog
kennisniveau, specifieke, leidinggevende en communicatieve
vaardigheden bezitten en kunnen werken in een meertalige omgeving.
De Waarnemingspost is daarenboven door mij belast met een
belangrijke specifieke bevoegdheid die zijn oorsprong vindt in de
bijzondere financieringswet van 16 januari 1989. Deze bijzondere wet
bepaalt dat ieder Gewest, met inachtneming van een opzegtermijn
van twee jaar, de dienst kan overnemen van het geheel of een
gedeelte van de in deze wet opgesomde gewestelijke belastingen. Zij
hebben daarbij de mogelijkheid om te kiezen per groep van
gewestelijke belastingen.
Het Gewest dat beslist om zelf in te staan voor de dienst van
gewestelijke belasting krijgt bovendien een jaarlijkse dotatie, in te
schrijven op de begroting van de FOD Financiën, die overeenstemt
met de kostprijs van de dienst die de belasting int, voor zover dit
Gewest het personeel van de desbetreffende administratie-generaal
van de FOD Financiën overneemt.
De toepassing van deze regels biedt elk Gewest een optimale
soepelheid en vormt bijgevolg een enorme uitdaging die nieuw is voor
de FOD Financiën en van de FOD een groot aanpassingsvermogen
zal vergen. De toepassing van deze regels is bovendien van groot
strategisch belang voor de FOD Financiën, gelet op het feit dat, bij de
wet van 8 maart 2009, voor het geheel van de gewestelijke
belastingen de totale dotatie werd vastgesteld op 74 855 769 euro,
uitgedrukt in prijzen van 2002 en jaarlijks te indexeren. Het daarmee
overeenstemmende totaal aantal eventueel over te dragen
personeelsleden werd vastgesteld op 1 563 budgettaire eenheden.
De Gewesten maken steeds meer gebruik van de mogelijkheid tot
overname van de dienst van de gewestelijke belastingen. Vanaf
1 januari 2010 neemt het Waals Gewest de belastingen van groep I
voor zijn rekening, namelijk de belasting op spelen en
weddenschappen, automatische ontspanningstoestellen, enzovoort.
Het Vlaams Gewest heeft mij op de hoogte gebracht van zijn
beslissing om vanaf 1 januari 2011 de belastingen van groep IV over
te nemen, namelijk de verkeersbelasting, enzovoort.
Gelet op die evolutie, heb ik aan de Waarnemingspost de bijzondere
opdracht gegeven om die overnames van de dienst van de
gewestelijke belastingen, en eventueel van het betrokken personeel,
in goede banen te leiden en de voorbereidende werkzaamheden te
accordées aux membres du
Service des Décisions Anticipées
en matière fiscale et du service de
médiation fiscale.
L'observatoire pour la fiscalité
régionale exerce sa mission en
toute indépendance et assume
dans ce cadre des responsabilités
particulières. Les membres de
l'observatoire sont désignés à titre
temporaire et auront ensuite à
rendre compte du travail accompli.
Ces personnes doivent disposer
d'un niveau d'expertise élevé et
disposer d'aptitudes à diriger et à
communiquer. Ils doivent en outre
travailler dans un environnement
multilingue.
En vertu de la loi de financement
de 1989 les Régions peuvent
reprendre à leur compte un
service
des
contributions
régionales, avec le personnel qui y
est rattaché, et recevoir à cette fin
une dotation annuelle. Il s'agit d'un
défi énorme pour le SPF Finances,
nécessitant une grande faculté
d'adaptation.
Les Régions ont de plus en plus
souvent recours à cette possibilité.
La taxe sur les jeux et les paris et
les appareils automatiques de
divertissement a été transférée à
la Région wallonne depuis le
1
er
janvier 2010. La taxe de
circulation sera transférée à la
Région flamande le 1
er
janvier
2011.
Vu
cette
évolution,
l'observatoire permanent a reçu
pour
mission
particulière
d'organiser ces transferts et de
coordonner
les
travaux
préparatoires. Plusieurs groupes
de travail ont été créés à cet effet.
Les
choix
stratégiques
nécessaires sont présentés au
comité de direction et au ministre
des Finances et soumis au
contrôle administratif et fiscal.
Sur la base de tous ces éléments,
l'administration a préparé et
soumis
à
l'Inspection
des
Finances
un
projet
d'arrêté
attribuant
une
allocation
au
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
coördineren. Op die manier kan de continuïteit van de openbare
dienst verzekerd worden.
Daartoe werden verschillende werkgroepen opgericht, waarvan de
Waarnemingspost het voorzitterschap waarneemt. De vereiste
strategische keuzes worden door de Waarnemingspost voor
beslissing voorgelegd aan het directiecomité en aan de minister.
Voorts is ook voorliggend dossier, net zoals andere dossiers,
onderworpen
aan
de
administratieve
controle
en
de
begrotingscontrole.
Op basis van al die elementen heeft de administratie een ontwerp van
besluit tot toekenning van een toelage aan de voorzitter van de
Waarnemingspost voor de gewestelijke fiscaliteit voorbereid en aan
de Inspectie van Financiën voorgelegd. Ik wil er ook op wijzen dat het
om een toelage gaat die belastbaar is en dat het niet, zoals sommigen
beweerden, om een onkostenvergoeding gaat.
président
de
l'observatoire
permanent
pour
la
fiscalité
régionale. Il s'agit d'une allocation
imposable
et
pas
d'un
défraiement.
22.05 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de staatssecretaris,
eerst en vooral schept u hier een precedent. Kijk naar de verloning
van werknemers. Als men onder bepaalde omstandigheden in dienst
komt en er wijzigt niets fundamenteels aan de functie, dan heeft men
die functie geaccepteerd. U doet achteraf een gelijkschakeling op
basis van andere diensten die op gelijkaardige wijze zouden
functioneren. Wat dat betreft is dit een mooi precedent voor iedereen
om te gaan uitzoeken in welke omstandigheden er eventueel nog een
gelijkschakeling zou kunnen plaatsgrijpen.
Vervolgens zegt u: dat de persoon in kwestie of de functie in kwestie
zal worden afgerekend op resultaat. U doet het uitschijnen als zijnde
een bonus. Dat is het niet, het is een deel van de directe verloning.
Het enige dat u daar kunt inbrengen is dat het een tijdsgebonden
functie is.
Omtrent de procedure zegt u vervolgens dat de administratie een
ontwerp van besluit heeft voorbereid. Hoe kadert dat ministerieel
besluit daarin? Is het er? Zijn de modaliteiten belastbaar? Ik vertrouw
erop als u zegt dat zulks het geval is. Die discussie is met de
vergoeding van de koning ook aan de gang.
Waar ik wel een probleem mee heb, is dat u zegt dat het een zware
taak is op dit moment, onder andere met de verkeersbelasting die
naar Vlaanderen wordt overgeheveld. Het dossier wordt niet ontmijnd.
Integendeel, kijk naar de problemen die u vandaag tegenkomt. Vorige
week hebben de douaniers nog zwaar gestaakt. De overgang van de
112 punten naar de 5 Vlaamse punten is, en dat weet u net zo goed
als ik, een zeer heftig discussiepunt binnen de administratie en wordt
op dit moment niet georganiseerd, door Muyters noch door Reynders,
en bijgevolg evenmin door de administratie. Dat is precies de reden
waarom de mensen op het terrein naar buiten treden en zich in acties
wringen. Als u het dossier op een deftige manier had ontmijnd,
zouden zij ook geen actie voeren. Het uitstel tot 2011 is er niet voor
niets gekomen.
Hier wordt veeleer een persoonlijk geschenk toegeschoven. Ik ben er
niet tegen. Ik zie niet rood van jaloezie, integendeel, maar wees
duidelijk en geef het gewoon toe.
22.05 Robert Van de Velde
(LDD): L'on procède a posteriori à
une uniformisation en fonction
d'autres
services
qui
fonctionneraient de la même
manière. On crée donc un
précédent. Je crois aussi que
l'intéressé sera évalué en fonction
de ses résultats, de sorte qu'on
pourrait croire qu'il s'agit d'un boni.
Or c'est bien une partie de la
rémunération.
En ce qui concerne la procédure,
l'administration aurait préparé un
projet d'arrêté. Comment l'arrêté
ministériel s'inscrit-il dans ce
contexte? Les modalités sont-elles
imposables?
L'affirmation que le transfert de la
taxe de circulation à la Flandre,
notamment,
constitue
une
entreprise de taille ne démine en
rien ce dossier. Le transfert de
compétences n'est préparé ni suivi
par aucun des responsables
politiques ou administratifs. Si tel
était le cas, les fonctionnaires
concernés ne mèneraient pas
d'action.
On
ferait
mieux
d'admettre ici qu'il s'agit purement
et simplement d'un cadeau à titre
personnel.
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
22.06 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zal het
antwoord van de minister goed bestuderen, maar naar wat ik gehoord
heb, is de belangrijkste opdracht van die Waarnemingspost of van de
voorzitter van die Waarnemingspost de transfer van personeel en
bevoegdheden naar de Gewesten doen.
Ik was in een vorig leven op een kabinet van Economische Zaken en
ik heb het overhevelen van gedeelten van die administratie naar de
Gewesten samen gedaan met de administratie. Daarvoor is geen
autonome dienst nodig, integendeel. Het is veel beter dat het iemand
is van de administratie, van de FOD Financiën zelf die dat organiseert
22.06 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je déduis de votre réponse
que la mission principale de cet
observatoire est de réaliser le
transfert de personnel et de
compétences vers les Régions.
Dans une vie antérieure, j'ai
assisté à des opérations de ce
genre et leur mise en oeuvre ne
requérait pas la création d'un
service
autonome,
bien
au
contraire.
22.07 Staatssecretaris Bernard Clerfayt: Wat het geval is.
22.08 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ja, maar dan zegt men dat men
die ambtenaar, hoogstwaarschijnlijk om die vergoeding te kunnen
geven, een autonome dienst maakt om hem dan die vergoeding te
kunnen geven zoals die andere. Maar ik ga het antwoord aandachtig
bestuderen.
Ten tweede, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag in welke
richting het advies van de Inspectie van Financiën ging. U hebt het
nog niet gekregen, maar zou ik u dan mogen vragen dat men ons de
strekking van het advies van de Inspectie van Financiën bekend
maakt of toestuurt?
22.08 Dirk Van der Maelen
(sp.a): En l'occurrence, si un
fonctionnaire met sur pied un
service autonome, c'est très
probablement pour que cette
indemnité puisse être octroyée.
Quelle était la teneur de l'avis de
l'Inspection des Finances? Peut-
on nous la communiquer ou nous
l'envoyer?
22.09
Staatssecretaris
Bernard
Clerfayt:
Het
werd
al
bekendgemaakt. Het is al in de pers. Maar wij wachten nu nog over
de administratieve en gewone stappen en het advies van de Inspectie
van Financiën.
22.09
Bernard
Clerfayt,
secrétaire d'État: La teneur de
l'avis est déjà connue mais nous
attendons
que
les
étapes
administratives d'usage aient été
accomplies.
22.10 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik durf niet beweren dat ik
honderd procent zeker ben, maar ik denk dat ik de procedures
voldoende ken om te weten dat er in deze stand van het dossier een
advies van de Inspectie van Financiën zou moeten zijn. En dus is mijn
vraag: kunnen wij de inhoud van het advies van de Inspectie van
Financiën kennen.
Derde puntje is: kunnen wij het jaarverslag krijgen van de
werkzaamheden van de voorzitter van de Waarnemingspost voor het
jaar 2008 en 2009? Ik weet dat de voorafgaande beslissingen een
jaarverslag moeten geven. Daar hebben wij zicht op het volume van
werk dat die mensen verzetten. Ik meen mij te herinneren dat dit
eveneens voorzien is in de wet op de bemiddelingsdiensten. Dan
gaan wij dat zien. Ik zou willen vragen, als men die dienst van de
Waarnemingspost voor gewestelijke fiscaliteit op hetzelfde niveau
plaatst als die twee andere autonome diensten, zou ik graag het
jaarverslag van 2008 en 2009 zien. Ik zou dat graag krijgen. Ik stel die
vraag.
22.10 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je pense que je connais
suffisamment les procédures pour
savoir qu'en l'état du dossier, un
avis de l'Inspection des Finances
doit avoir été rendu et je
souhaiterais en connaître le
contenu.
Et
pourrions-nous
également obtenir le rapport
annuel des travaux du président
de l'observatoire pour 2008 et
2009, pour que nous puissions
avoir une idée du volume de
travail?
22.11 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de voorzitter, als laatste in
de rij sluit ik aan bij de opmerkingen van de twee vorige collega's. Ik
kijk met toenemende verbazing op welke manier het wordt geregeld
voor de heer Laes: via zijn waarnemingspost voor de gewestelijke
22.11 Hagen Goyvaerts (VB): Je
me joins aux observations de mes
deux collègues. J'observe avec un
étonnement croissant le régime
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
fiscaliteit.
Als iedere transfer van ambtenaren of van bevoegdheden van het
federale naar het gewestelijke niveau op een dergelijke manier moet
verlopen, houd ik mijn hart vast.
Ik vind het ook ongehoord, mijnheer de staatssecretaris, dat in deze
tijden van economische crisis, in deze tijden waarin u zogezegd de
strijd voert tegen exorbitante bonussen, de overheid zelf niet een
voorbeeldfunctie aanneemt en zich een zekere soberheid aanmeet,
ook voor zijn ambtenaren. Men kent iemand zomaar een persoonlijk
cadeau ­ dat is het toch bijna ­ toe van 20 000 euro belastbaar per
jaar. Ik vind dit buiten alle proportie. Dat krijgt men aan de mens in de
straat ­ die dagelijks zijn job doet en die dagelijks moet zorgen dat de
boel draait ­ niet uitgelegd. Ik vind dit een verkeerd signaal vanwege
de overheid, ik kan er niets aan doen.
créé pour M. Laes dans le cadre
de sa fonction à la fiscalité
régionale. Si chaque transfert d'un
fonctionnaire ou de compétences
du fédéral au régional se passe
dans de telles conditions, je crains
le pire. En cette période de crise
économique, les pouvoirs publics
devraient précisément s'imposer
un certain devoir de sobriété,
également en ce qui concerne les
fonctionnaires.
Il
n'est
pas
admissible que l'on fasse ainsi un
cadeau à titre personnel de
20 000 euros imposables par an.
C'est absolument déraisonnable et
on adresse là au citoyen un signal
totalement erroné.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
23 Question de M. Guy Milcamps au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de propriété aux entités fédérées" (n° 20498)
23 Vraag van de heer Guy Milcamps aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de overdracht van eigendommen aan de deelgebieden" (nr. 20498)
23.01 Guy Milcamps (PS): Monsieur le président, je vous remercie
de me donner la parole. Je reviens de la commission de l'Intérieur.
Monsieur le secrétaire d'État, mon collègue Ben Weyts interrogeait
récemment le premier ministre par le biais d'une question écrite sur le
transfert de propriété aux entités fédérées. Le premier ministre lui
répondait qu'en exécution d'une notification du comité de concertation
du 23 avril 2008, un groupe de travail s'était réuni à plusieurs reprises
pour dresser un état des lieux du transfert de bâtiments aux Régions
et Communautés. Il ajoutait qu'il fallait encore boucler le transfert de
propriété de l'État aux Régions flamande et wallonne de bâtiments
utilisés pour l'hébergement d'administrations subordonnées et de
bâtiments du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
Si mes informations sont exactes, le gouvernement fédéral devrait
encore transférer aux entités fédérées 47 bâtiments et terrains dont
35 du ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture. Cette
procédure prendra du temps et les bâtiments et terrains concernés
sont donc susceptibles de souffrir de l'usure du temps et de
dégradations diverses. Ce dossier est d'ailleurs pendant depuis plus
de cinq ans: lorsque je siégeais au Parlement wallon, on en discutait
déjà en commission.
Le bâtiment qui m'a conduit à vous poser cette question, monsieur le
secrétaire d'État, est inoccupé depuis quinze ans et il se réduit peu à
peu à l'état de taudis en plein centre-ville. Un pouvoir public, en
l'occurrence une commune, intéressé par l'un de ces biens qui
n'intéresserait pas la Région, peut-il d'ores et déjà s'en porter
acquéreur et dans l'affirmative, selon quelles procédures et modalités
concrètes?
23.01 Guy Milcamps (PS): De
eerste minister antwoordde op een
schriftelijke vraag van de heer Ben
Weyts dat er een werkgroep was
bijeengekomen om een stand van
zaken op te maken van de
overdracht van gebouwen naar de
Gewesten
en
de
Gemeenschappen. Er moesten
nog enkele dossiers worden
gefinaliseerd,
onder
meer
betreffende de overdracht aan het
Vlaams en het Waals Gewest van
gebouwen waarin ondergeschikte
besturen zijn gehuisvest, en van
gebouwen van het voormalige
ministerie van Middenstand en
Landbouw.
Het gaat om een tijdrovende
procedure en de gebouwen en
gronden in kwestie raken dan ook
in verval.
Een van die gebouwen staat al
vijftien jaar leeg en verwordt
stilaan tot een stadskanker. Kan
een gemeente die belangstelling
heeft voor dat gebouw ­ voor
zover
het
Gewest
niet
geïnteresseerd zou zijn - zich nu al
CRIV 52
COM 837
17/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
als kandidaat-koper aanmelden?
Zo ja, hoe moet een en ander
praktisch worden geregeld?
23.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur Milcamps, voici
la réponse du ministre.
Je peux vous confirmer qu'à la suite du transfert de compétences en
matière de pouvoirs locaux et d'agriculture, une série de bâtiments en
propriété ou copropriété doivent être transférés aux Régions. Depuis
2002, des discussions sont en cours avec elles au sein du comité de
concertation et même au sein de la Conférence interministérielle
Finances et Budget pour dresser la liste des biens qui doivent être
transférés en application de l'article 12 de la loi spéciale du 8 août
1980, à savoir: "Les biens immeubles de l'État, tant du domaine public
que du domaine privé, indispensables à l'exercice des compétences
des Régions et des Communautés leur sont transférés sans
indemnités. Les conditions et modalités de ce transfert sont visés par
l'arrêté royal délibéré en Conseil des ministres".
Les projets d'arrêtés royaux portant le transfert de 57 bâtiments ont
déjà été présentés au Conseil des ministres en 2005 et au comité de
concertation à diverses reprises. Or, jusqu'à ce jour, la Région
wallonne s'oppose au transfert, car elle n'admet pas qu'il s'opère
gratuitement, mais sans indemnités. Elle a tenté d'obtenir une
compensation financière, ce qui heurte les principes de la loi spéciale.
Bien que celle-ci ne prévoie pas d'accord formel de la Région, nous
avons continué à chercher une solution consensuelle.
Dans l'attente du transfert des bâtiments indispensables à l'exercice
de leurs compétences, les services transférés aux Régions les
occupent toujours gratuitement. Toutefois, l'Inspection des Finances
s'oppose à ce que l'État fédéral investisse dans ces immeubles, sauf
dans la mesure où la Région prendrait l'engagement de les
rembourser au fédéral. Seuls les travaux de sécurité pour les
personnes sont envisageables. De même, l'Inspection estime que la
logique voudrait que la Région paie un loyer, ce qui n'est pas le cas.
Il ne peut donc être question d'une remise en état des bâtiments par
le pouvoir fédéral avant leur transfert. La loi spéciale est très claire à
cet égard. La Région wallonne est bien au courant de cette situation,
mais en décembre elle a de nouveau demandé le report de la
décision au comité de concertation.
La Conférence interministérielle Finances et Budget, saisie de la
question d'éventuelles conséquences financières du transfert par le
comité de concertation a décidé que des contacts bilatéraux seraient
pris pour régler rapidement la situation.
Dans la mesure où la Région wallonne nous ferait savoir qu'elle
renonce à une partie du transfert proposé, en considérant que le
bâtiment en question n'est pas indispensable à l'exercice de ses
compétences ­ ce qu'elle s'est refusée à faire jusqu'ici -, la Régie
pourrait alors décider de s'en séparer en vente publique, comme il est
de règle en termes d'aliénation des biens de l'État.
23.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Sinds 2002 zijn er
besprekingen aan de gang met de
Gewesten teneinde een lijst van
de over te dragen gebouwen op te
stellen.
De ontwerpen van koninklijk
besluit houdende de overdracht
van 57 gebouwen werden reeds
herhaaldelijk
voorgelegd.
Het
Waals Gewest is echter gekant
tegen die overdracht, omdat het
een financiële compensatie tracht
te verkrijgen, wat indruist tegen de
beginselen van de bijzondere wet.
In afwachting van de overdracht
van de gebouwen zijn de naar de
Gewesten overgehevelde diensten
er
nog
steeds
gevestigd,
kosteloos. De Inspectie van
Financiën verzet zich ertegen dat
de federale Staat in die panden
zou investeren. De Inspectie vindt
het ook maar logisch dat het
Gewest huur zou betalen.
Tijdens
de
Interministeriële
Conferentie voor Financiën en
Begroting werd beslist dat er
bilaterale
contacten
zouden
worden aangeknoopt teneinde
deze situatie snel te regelen.
Indien het Waals Gewest afziet
van
een
gedeelte
van
de
voorgestelde overdracht, wat het
tot op heden heeft geweigerd, kan
de Regie beslissen de gebouwen
openbaar te verkopen.
23.03 Guy Milcamps (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie beaucoup. Cela répond parfaitement à ma question.
17/03/2010
CRIV 52
COM 837
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.31 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.31 uur.