KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 826
CRIV 52 COM 826
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN
C
OMMISSION DES
R
ELATIONS EXTERIEURES
woensdag
mercredi
10-03-2010
10-03-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
speciaal gezant voor ons land in de OVSE"
(nr. 18429)
1
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"le représentant spécial de notre pays à l'OSCE"
(n° 18429)
1
Sprekers: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
mensenrechten in Vietnam" (nr. 18652)
3
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"les droits de l'homme au Vietnam" (n° 18652)
3
Sprekers: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "een
uitspraak van het hof van beroep van Londen
inzake Grieks-Cypriotische eigendommen in het
bezet gedeelte van het eiland" (nr. 19088)
4
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"un jugement rendu par la cour d'appel de
Londres concernant des propriétés chypriotes
grecques de la partie occupée de l'île" (n° 19088)
4
Sprekers: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
maatregelen om de toegang tot ons grondgebied
voor bepaalde Haïtianen te vergemakkelijken"
(nr. 19058)
6
Question de Mme Zoé Genot au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les mesures visant
à faciliter l'accès sur notre territoire de certains
Haïtiens" (n° 19058)
6
Sprekers: Zoé Genot, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Zoé Genot, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
9
- de heer Francis Van den Eynde aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, en aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
uitspraken van vice-eerste minister Laurette
Onkelinx met betrekking tot de deelname van de
Koning aan de viering van de 50e verjaardag van
de onafhankelijkheid van Congo" (nr. 19334)
8
- M. Francis Van den Eynde au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, et au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations de la vice-
première
ministre
Mme Laurette
Onkelinx
relatives à la participation du Roi à la célébration
du 50e anniversaire de l'indépendance du Congo"
(n° 19334)
9
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
koningsbezoek ter gelegenheid van de Congolese
onafhankelijkheidsfeesten" (nr. 20139)
8
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la visite royale à
l'occasion des festivités pour le cinquantenaire de
l'indépendance du Congo" (n° 20139)
9
- de heer Francis Van den Eynde aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid en aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
8
- M. Francis Van den Eynde au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile et au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
9
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
permanente pendel van regeringsleden naar
Congo" (nr. 20153)
institutionnelles sur "les incessants voyages de
membres du gouvernement au Congo" (n° 20153)
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
bezoek van de koning aan Congo" (nr. 20217)
8
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la visite royale au
Congo" (n° 20217)
9
Sprekers: Francis Van den Eynde, Dirk Van
der Maelen, Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Francis Van den Eynde, Dirk Van
der Maelen, Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- de heer André Flahaut aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
vergadering
van
de
EU-ministers
van
Buitenlandse Zaken" (nr. 18885)
15
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la réunion des ministres des
Affaires étrangères de l'Union européenne"
(n° 18885)
15
- de heer Georges Dallemagne aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Belgische betrokkenheid bij de vorming van de
Somalische veiligheidsdiensten" (nr. 19609)
15
- M. Georges
Dallemagne
au
vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'implication de la
Belgique dans la formation des forces de sécurité
somaliennes" (n° 19609)
15
Sprekers: Georges Dallemagne, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Georges Dallemagne, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid en aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
opvang van ex-gedetineerden van Guantanamo"
(nr. 19581)
17
Question de M. Xavier Baeselen au premier
ministre, chargé de la Coordination de la Politique
de migration et d'asile et au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'accueil d'autres
ex-détenus de Guantanamo" (n° 19581)
17
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Peter Luykx aan de eerste
minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid, over "de 'macht' van
mevrouw Onkelinx in de federale regering"
(nr. 19600)
18
Question de M. Peter Luykx au premier ministre,
chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "le 'pouvoir' de Mme
Onkelinx au sein du gouvernement fédéral"
(n° 19600)
18
Sprekers: Peter Luykx, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Peter Luykx, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag
tot bescherming van de rechten van de mens en
de fundamentele vrijheden" (nr. 19695)
19
Question de Mme Camille Dieu au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'adhésion de
l'Union européenne à la Convention européenne
de sauvegarde des droits de l'homme et des
libertés fondamentales" (n° 19695)
19
Sprekers: Camille Dieu, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Camille Dieu, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
21
Questions jointes de
21
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
beslissing over de verlenging van de Belgische
operatie in Afghanistan" (nr. 19808)
21
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la décision de
prolonger les opérations belges en Afghanistan"
(n° 19808)
21
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Belgische operatie in Afghanistan" (nr. 19837)
21
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'opération belge
en Afghanistan" (n° 19837)
21
Sprekers: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
incident op het Vakantiesalon van Brussel"
(nr. 19823)
23
Question de M. Wouter De Vriendt au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"l'incident qui s'est produit au Salon des Vacances
de Bruxelles" (n° 19823)
23
Sprekers: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "leden
van stadsbendes die als lijfwachten worden
gerekruteerd door Congolese prominenten die
Brussel bezoeken" (nr. 19860)
25
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"le
recrutement,
par
des
personnalités
congolaises en visite à Bruxelles, de membres de
bandes urbaines comme gardes du corps"
(n° 19860)
25
Sprekers: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
kostprijs van de visa voor lang verblijf" (nr. 19885)
26
Question de Mme Zoé Genot au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le coût des visas
long séjour" (n° 19885)
26
Sprekers: Zoé Genot, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Zoé Genot, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
standpunt en de initiatieven van de regering met
betrekking tot de vervolging van politieke
dissidenten in Cuba" (nr. 19935)
28
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"la position et les initiatives du gouvernement en
ce qui concerne les poursuites intentées à
l'encontre de dissidents politiques à Cuba"
(n° 19935)
28
Sprekers: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Francis Van den Eynde, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
terugtrekking van de MONUC" (nr. 20180)
29
Question de M. Wouter De Vriendt au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"le retrait de la MONUC" (n° 20180)
30
Sprekers: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
Orateurs: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Samengevoegde vragen van
32
Questions jointes de
32
- de heer Éric Jadot aan de vice-eerste minister
en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
aangekondigde sluiting van de Italiaanse
consulaten in België" (nr. 19962)
32
- M. Éric Jadot au vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'annonce de fermeture des
consulats italiens en Belgique" (n° 19962)
32
- de heer Xavier Baeselen aan de staatssecretaris
voor Europese Zaken, toegevoegd aan de
minister van Buitenlandse Zaken, over "de sluiting
van het Italiaans viceconsulaat in 2011"
(nr. 20108)
32
- M. Xavier Baeselen au secrétaire d'État aux
Affaires européennes, adjoint au ministre des
Affaires étrangères, sur "la fermeture du vice-
consulat d'Italie en 2011" (n° 20108)
32
- de heer Patrick Moriau aan de staatssecretaris
voor Europese Zaken, toegevoegd aan de
minister van Buitenlandse Zaken, over "de sluiting
van de Italiaanse consulaten te Luik, Bergen en
Genk" (nr. 20210)
32
- M. Patrick Moriau au secrétaire d'État aux
Affaires européennes, adjoint au ministre des
Affaires étrangères, sur "la fermeture des
consulats italiens à Liège, Mons et Genk"
(n° 20210)
32
Sprekers: Éric Jadot, Xavier Baeselen,
Steven Vanackere
, vice-eerste minister en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Éric Jadot, Xavier Baeselen,
Steven Vanackere
, vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BUITENLANDSE BETREKKINGEN
COMMISSION DES RELATIONS
EXTERIEURES
van
WOENSDAG
10
MAART
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
10
MARS
2010
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 15.13 uur en voorgezeten door de heer Geert Versnick.
La séance est ouverte à 15.13 heures et présidée par M. Geert Versnick.
Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, concernant
l'ordre des travaux, je vous avais envoyé, au nom d'Ecolo-Groen!, une
lettre officielle ainsi qu'aux deux vice-présidents au sujet du
cinquantième anniversaire de l'indépendance du Congo. Je n'ai pas
encore reçu de réponse.
Ma demande était de pouvoir organiser des auditions au nom de la
commission des Relations extérieures, ce qui est symboliquement
important. Il y a eu des demandes de la société civile de pouvoir être
auditionnée par la commission pour faire le point sur le passé et le
futur du Congo. J'aurais souhaité avoir une réponse officielle de votre
part sur ce point.
Le président: Chère collègue, le bureau de la commission se réunit demain pour en discuter. La réponse
vous parviendra dès que possible.
Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): J'imagine que j'aurai la réponse lors
de la prochaine réunion de notre commission.
Le président: Oui.
Hoe dan ook, ik kan nooit verhinderen dat een commissielid het woord neemt over de regeling van de
werkzaamheden. Laten we nu met de vragen van de heer Van den Eynde beginnen.
01 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de speciaal gezant voor ons land in de OVSE" (nr. 18429)
01 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "le représentant spécial de notre pays à l'OSCE" (n° 18429)
01.01< Eynde (VB): Mijnheer de minister, ik maak al
enkele jaren deel uit van de parlementaire assemblee van de OVSE
in opdracht van ons eigen parlement. Ik had daar nooit de heer
Chevalier tegen het lijf gelopen, zodat ik nogal verbaasd was toen ik
voor enkele weken, begin januari, een interview hoorde met de heer
Chevalier over de OVSE, het voorzitterschap door Kazachstan
enzovoort. De heer Chevalier is uiteraard afgevaardigde van de
regering en dat heeft met de parlementaire assemblee misschien niet
niks, maar toch heel weinig te maken. Vandaar waarschijnlijk dat ik
hem er nooit heb ontmoet.
Ik was toch verbaasd omdat de heer Chevalier, als ik mij niet vergis,
01.01 Francis Van den Eynde
(VB): Depuis plusieurs années
déjà,
je
fais
partie
de
l'Organisation pour la sécurité et la
coopération en Europe (OSCE),
où je n'ai jamais eu l'honneur de
rencontrer M. Chevalier. Début
janvier, il a pourtant accordé une
interview détaillée sur l'OSCE. Le
gouvernement précédent avait
désigné
M. Chevalier
comme
envoyé spécial pour l'OSCE. Le
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
door de vorige regering was aangesteld voor zijn functie bij de OVSE.
Ik had willen vernemen of die functie door de huidige regering werd
verlengd. Wat is in feite zijn opdracht? Op welke begroting komen de
kosten die dat mandaat met zich meebrengt? Ik neem aan dat dat de
federale begroting is. Of is dat de begroting van de OVSE? Dat weet
ik niet.
Ten slotte, in het interview, waarvan ik hier een kopie heb, sprak de
heer Chevalier zich uit ten voordele van het voorzitterschap van
Kazachstan. Dat is een vrij merkwaardige zaak. De OVSE is officieel
in het leven geroepen om de democratie over de wereld te
bevorderen. Dat precies Kazachstan op dit ogenblik het
voorzitterschap waarneemt, komt dan een klein beetje hilarisch over,
neem mij niet kwalijk. Ik heb in Astana de president van die staat
ontmoet en tijdens een gesprek opgemerkt: "Mijnheer de president, er
is geen oppositie in uw parlement". Zijn antwoord was: "Nu u het zegt,
dat is waar; ik moet er iets aan doen". De man verdient de Nobelprijs
voor humor, maar daarbuiten...
Ik verwijt de federale regering niet dat Kazachstan voorzitter is. Dat is
een spel waarin wij weinig te vertellen hebben. In de OVSE zitten wij
tussen heel grote kleppers als Rusland, de Verenigde Staten,
Duitsland en Frankrijk. Onze stem daar zal echt niet doorslaggevend
zijn. Ik kan begrijpen dat men daarvan zegt dat alleen maar te kunnen
vaststellen en daar niet enthousiast over te zijn, maar wanneer de
heer Chevalier dan zegt dat dat de democratie bevordert in dat land,
dan neem ik dat toch met enkele kilo's zout.
Is dat ook het officiële standpunt van de regering?
gouvernement
actuel
l'a-t-il
reconduit dans sa fonction? Quelle
est sa mission? Les coûts liés à
son mandat sont-ils à charge du
budget fédéral ou du budget de
l'OSCE?
Dans l'interview en question,
M. Chevalier se prononçait en
faveur de la présidence du
Kazakhstan. Étant donné que
l'OSCE a pour vocation de
promouvoir la démocratie dans le
monde,
la
présidence
du
Kazakhstan a quelque chose
d'hilarant en réalité. Je n'en ferai
pas le reproche au gouvernement
fédéral car nous n'avons que peu
à dire à ce niveau. Cependant,
M. Chevalier considère que cette
présidence
favoriserait
la
démocratie dans le pays. Est-ce
aussi la position officielle du
gouvernement?
01.02 Minister Steven Vanackere: Collega, u zult een bijzonder kort
antwoord van mij krijgen. Het is namelijk bijzonder eenvoudig.
Luidens de informatie die ik heb ingewonnen, oefent Pierre Chevalier
bij de OVSE geen enkele functie uit, noch vervult hij enige opdracht
namens de Belgische regering.
01.02
Steven
Vanackere,
ministre:
M. Pierre
Chevalier
n'assume aucune fonction auprès
de l'OSCE et n'y effectue aucune
mission au nom du gouvernement
belge.
01.03 Francis Van den Eynde (VB): Ik moet zeggen dat dat
bijzonder kort is. U verbaast mij vreselijk.
Ter informatie, in het interview op Radio 1 in de uitzending "De
ochtend" van 4 januari kwam hij uitgebreid aan het woord. Uitgetikt
bedraagt het tweeënhalve bladzijde.
01.03 Francis Van den Eynde
(VB): Votre réponse m'étonne. En
effet, M. Chevalier s'est exprimé
de façon circonstanciée dans le
cadre du programme De Ochtend
de la chaîne de radio Radio 1,
expliquant qu'il siégeait encore au
sein de l'OSCE.
01.04 Minister Steven Vanackere: Zegt de heer Chevalier daar dat
hij namens de Belgische regering optreedt?
01.05 Francis Van den Eynde (VB): Neen, hij zegt dat hij nog altijd
in de OVSE zetelt en dat hij...
01.06 Minister Steven Vanackere: Leg de twee informatiebronnen
naast elkaar. Dan weten wij het. Ik zeg u: de heer Chevalier oefent bij
de OVSE geen enkele functie uit, noch vervult hij enige opdracht,
namens de Belgische regering.
01.06
Steven
Vanackere,
ministre: Ma réponse est claire.
01.07 Francis Van den Eynde (VB): Ik stel mij de vraag: is het een 01.07 Francis Van den Eynde
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
grap, of zetelt hij voor een andere instelling in de OVSE?
(VB): Y siège-t-il peut-être pour
une autre organisation?
De voorzitter: Bij mijn weten zetelde de heer Chevalier vroeger
namens de Belgische regering in de OVSE. Als de minister zegt dat
die opdracht afgelopen is, is die opdracht afgelopen.
Le président: Si le ministre
affirme que la mission qu'effectuait
M. Chevalier pour le compte du
gouvernement a pris fin, il en est
bien ainsi.
01.08 Francis Van den Eynde (VB): Ik geloof de minister wel. Daar
gaat het niet om. Maar u zult mijn verbazing begrijpen, voorzitter.
01.08 Francis Van den Eynde
(VB): Je vous fais seulement part
de mon étonnement.
De voorzitter: Ik begrijp uw verbazing.
01.09 Francis Van den Eynde (VB): Ik bedank de minister in elk
geval voor zijn antwoord. Het was een zeer interessant antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de mensenrechten in Vietnam" (nr. 18652)
02 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "les droits de l'homme au Vietnam" (n° 18652)
02.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, deze
vraag is een beetje gedateerd, ze werd op 21 januari ingediend. Maar
goed, we weten allemaal hoe dit Parlement werkt.
De voorzitter: Ik laat deze woorden uit het verslag schrappen.
02.02 Francis Van den Eynde (VB): Heb ik nu al gechoqueerd? Het
was voor een keer nochtans niet kritisch bedoeld.
Op 21 januari konden we vernemen dat de rechtbank van Ho Chi
Minhstad, het vroegere Saigon ­ onder ons gezegd, wanneer een
regime het nodig vindt om de namen van steden te veranderen, dan
hangt daar altijd een beetje een parfum van totalitarisme aan ­ een
aantal Vietnamezen heeft veroordeeld waaronder een toch niet
onbekende man Le Cong Dinh, een advocaat die zich zeer sterk
bezighoudt met de verdediging van de mensenrechten. Een van de
redenen waarom hij voor de rechtbank verscheen was dat hij lid was
van de democratische partij van Vietnam. Er werd de man geen
gewelddaad verweten, het is doodgewoon een dissident. Als we het
hebben over de straffen, dan gaat dat over jaren en jaren gevangenis.
Volgens de vereniging Human Rights Watch is het Westen ­ ze
vernoemen zowel de Verenigde Staten als Europa ­ medeplichtig. Ik
citeer ze letterlijk. "Ze zijn mede verantwoordelijk voor de uitspraak
van de rechtbank want het Westen haalt gretig voordeel uit de
economische groei van Vietnam en kijkt de andere kant op wanneer
het over mensenrechten gaat". Ik vrees dat dit waar is. Ik vrees dat de
sprookjesverhalen die men ons in dat verband voorschotelt, namelijk
dat we contact houden omdat we daar dan iets kunnen veranderen,
zeer weinig zoden aan de dijk zetten.
Mijnheer de minister, werd er niet overwogen om een iets drastischer
politiek te voeren met betrekking tot de mensenrechten in dat land?
02.02 Francis Van den Eynde
(VB): Le 21 janvier, le tribunal de
Ho Chi Minh ville, anciennement
Saigon, a condamné un certain
nombre de Vietnamiens à une
peine de prison de plusieurs
années. Parmi eux figurait le
défenseur des droits de l'homme
Le Cong Dinh, un dissident qui a
commis l'erreur d'être membre du
parti démocratique du Vietnam.
Selon Human Rights Watch,
l'Occident ­ tant les États-Unis
que l'Europe ­ est complice, dès
lors qu'il "tire avidement parti de la
croissance
économique
du
Vietnam et détourne le regard dès
qu'il est question des droits de
l'homme". Je crains que ce ne soit
exact. Le ministre envisage-t-il de
mener une politique un peu plus
stricte à l'égard du Vietnam,
compte tenu de la situation des
droits de l'homme dans ce pays?
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Het staat immers buiten kijf dat de mensenrechten daar met voeten
getreden worden.
02.03 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, net als mijn
Europese ambtgenoten baart het mij grote zorgen dat arrestaties en
veroordelingen van mensenrechtenactivisten in Vietnam de jongste
tijd zijn toegenomen.
De Europese Unie ondernam verschillende acties om de
mensenrechtensituatie in Vietnam aan te klagen. Ik ga u vooral wijzen
op de acties die het meest recent zijn ondernomen.
Op 20 oktober 2009 deed de Europese trojka, dus de Commissie,
Zweden en Spanje, een demarche bij de Vietnamese autoriteiten in
verband
met
de
arrestatie
en
de
veroordeling
van
mensenrechtenactivisten.
Op 10 december 2009 overhandigde het Zweedse voorzitterschap
namens de EU opnieuw een protestnota aan de Vietnamese
autoriteiten. Die nota steunde op de aanbevelingen die werden
geformuleerd tijdens het universeel periodiek onderzoek van Vietnam
in de Mensenrechtenraad. Deze aanbevelingen waren ingegeven door
de recente beperking van de vrijheid van meningsuiting en het
blokkeren van een aantal internetsites, feiten die de EU in de
protestnota veroordeelde.
De Europese Unie hecht veel belang aan de mensenrechtensituatie in
Vietnam. Zij voert tweemaal per jaar een dialoog met Vietnam over de
samenwerking, de administratieve hervorming, de hervorming van de
instellingen, het bestuur en de rechten van de mens. In de laatste
dialoog, die op 16 juni 2009 plaats had, kwam de situatie van Le
Cong Dinh die enkele dagen voordien gearresteerd was, uitgebreid
aan bod.
02.03
Steven
Vanackere,
ministre:
Je
partage
les
inquiétudes de mes homologues
européens face à la multiplication
ces
derniers
temps
des
arrestations et des condamnations
de militants des droits de l'homme
au Vietnam.
L'Union européenne a entrepris
différentes actions pour dénoncer
la situation des droits de l'homme
au Vietnam. En octobre 2009, la
troïka avait déjà entrepris une
démarche
auprès
du
gouvernement vietnamien et en
décembre, la présidence suédoise
avait
remis
une
note
de
protestation. Deux fois par an,
l'Union européenne organise un
dialogue avec le Vietnam sur la
coopération, la réforme des
institutions et de l'administration, la
gouvernance et les droits de
l'homme. La situation de Le Cong
Dinh,
arrêté
quelques
jours
auparavant, a été longuement
évoquée lors du dernier dialogue
qui s'est tenu le 16 juin 2009.
02.04 Francis Van den Eynde (VB): Ik dank de minister voor zijn
antwoord en ook voor de informatie die hij bezorgt met betrekking tot
wat ondernomen werd. Dit heeft echter niet belet dat in januari toch
mensen zwaar veroordeeld werden. Ik durf er op aandringen dat men
nog strenger zou optreden ten overstaan van deze staat, die
misschien economisch zeer goed rendeert op dit moment, maar die
sinds het land "bevrijd" werd van de Amerikanen toch steeds een
dictatuur gebleven is. Het is met de bootvluchtelingen begonnen en
het is er in feite nog altijd niet op verbeterd.
02.04 Francis Van den Eynde
(VB): Tout cela n'a pas empêché
la condamnation au mois de
janvier d'une série de personnes à
de lourdes peines. Il faut dès lors
intervenir plus fermement vis-à-vis
de cette dictature, quelle que soit
sa prospérité économique.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Collega Van der Maelen heeft laten weten dat hij vraag
nr. 18839 uitstelt. Collega Flahaut ziet af van zijn vraag nr. 18885 bij
de samengevoegde vragen. Zowel de heer Dallemagne als mevrouw
Genot zullen later toekomen.
Le président: M. Van der Maelen
reporte sa question n° 18839.
M. Flahaut retire sa question
n° 18885.
03 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "een uitspraak van het hof van beroep van Londen inzake
Grieks-Cypriotische eigendommen in het bezet gedeelte van het eiland" (nr. 19088)
03 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "un jugement rendu par la cour d'appel de Londres concernant
des propriétés chypriotes grecques de la partie occupée de l'île" (n° 19088)
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
03.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, op 19 januari heeft het hof van beroep van Londen een
uitspraak gedaan in een zaak die werd aangespannen door een
Grieks-Cyprioot, met betrekking tot zijn eigendommen in het Noorden
van dat eiland, met name het gedeelte dat door Turkije
wederrechtelijk bezet wordt.
De uitspraak bevestigt enerzijds het onvervreemdbare recht van de
Grieks-Cypriotische
vluchtelingen
ten
overstaan
van
hun
eigendommen in dat gedeelte van het eiland, ondanks de
wederrechtelijke Turkse aanwezigheid. Anderzijds bevestigt de
uitspraak de juistheid van de standpunten van de Cypriotische
regering omtrent dit dossier. De uitspraak bevestigt ook de
bevoegdheid van de Cypriotische rechtbanken over het hele
grondgebied van de republiek, dus met inbegrip van het deel dat op
dit ogenblik onder controle staat van de Turkse bezetting. Dat is in
feite normaal, want wanneer een land of een stuk van een land
wederrechtelijk bezet is, schort dat de bevoegdheden van de wettelijk
ingestelde rechtbanken van dat land voor dat gebied niet op.
Bovendien bevestigt de uitspraak dat de vonnissen van de
Cypriotische rechtbank moeten geëerbiedigd worden en ook
uitvoerbaar zijn. Dat zal waarschijnlijk wel zeer theoretisch zijn gezien
de bezetting, maar in elk geval, de uitspraak is er. De vonnissen zijn
uitvoerbaar zelfs wanneer ze betrekking hebben, dit wordt nog eens
bevestigd in het vonnis, op onroerende goederen die zich in dat
bezette gedeelte bevinden.
Is de regering op de hoogte van deze uitspraak?
Welk gevolgen kan dit hebben voor de Belgische politiek ten
overstaan van Cyprus, ten overstaan van het probleem in Cyprus en
uiteraard ten overstaan van Turkije?
03.01 Francis Van den Eynde
(VB): La cour d'appel de Londres a
confirmé le 19 janvier dernier le
droit inaliénable des réfugiés
chypriotes
grecs
sur
leurs
propriétés dans la partie de l'île
illégalement occupée par les
Turcs. Il s'agit également d'une
confirmation de la compétence
des tribunaux chypriotes sur
l'ensemble du territoire de la
république. Leurs jugements sont
donc exécutoires, du moins en
théorie.
Notre
gouvernement
a-t-il
connaissance de ce jugement?
Quelles pourraient en être les
conséquences pour la politique
belge à l'égard de Chypre et de la
Turquie?
03.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, collega, het
arrest van het hof van beroep van Londen dat op 19 januari
jongstleden geveld werd in de rechtszaak Apostolidis tegen Ohram, is
mij inderdaad bekend. Deze uitspraak bevestigt zowel het
onvervreemdbare recht van de Grieks-Cypriotische vluchtelingen ten
opzichte van hun eigendommen in het noordelijke deel van het eiland,
als het feit dat de arresten van Cypriotische rechtbanken steeds
uitvoerbaar zijn, zelfs wanneer ze betrekking hebben op onroerende
eigendommen gelegen in de zogenaamde Turkse Republiek Noord-
Cyprus.
De conclusie, want ik denk dat wij dezelfde lezing hebben van de
inhoud van het arrest, die op het niveau van de Belgische regering
wordt getrokken is de volgende. Er is het advies met betrekking tot
Cyprus, dat consulteerbaar is op de website van mijn departement.
Dat advies bevat als sinds enkele jaren een expliciete waarschuwing
aan het adres van Belgen die van plan zijn onroerende eigendommen
te verwerven op Cyprus. Het wordt hun ten stelligste aangeraden een
beroep te doen op de diensten van een onafhankelijke en ervaren
raadsman, zich zorgvuldig te informeren over de juridische en
eigendomsstatus van het goed dat zij wensen aan te kopen en zich
effectief te laten bijstaan bij de administratieve en juridische
afwikkeling van de vrij omslachtige aankoopprocedures.
03.02
Steven
Vanackere,
ministre: Je connais cet arrêt et je
l'interprète de la même manière
que M. Van den Eynde. Quelles
conclusions
le
gouvernement
belge en tire-t-il? Il y a tout d'abord
l'avis relatif à Chypre qui peut être
consulté sur le site internet de
mon département.
Nous
conseillons
à
nos
compatriotes souhaitant acquérir
un bien immobilier dans le Nord de
Chypre de bien s'informer, d'être
prudents dans leurs démarches et
de se faire assister par un conseil
avisé. Les droits de propriété de
nombreux biens immobiliers y sont
en effet contestés et réclamés par
des milliers de citoyens chypriotes-
grecs ayant fui le nord du pays lors
de l'intervention turque en 1974.
La Cour européenne des droits de
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Daarnaast wordt de aandacht van onze landgenoten er ook op
gevestigd dat bij de aankoop van vastgoed gelegen in het noordelijke
gedeelte van Cyprus, zich bijkomende complicaties kunnen voordoen
die verband houden met de politieke verdeling van het eiland en de
niet-erkenning van de zogenaamde Turkse Republiek Noord-Cyprus.
De eigendomsrechten van talrijke onroerende goederen, gelegen in
het noordelijk deel van het eiland, worden immers betwist en opgeëist
door duizenden Grieks-Cypriotische burgers die het Noorden zijn
ontvlucht tijdens de Turkse interventie van 1974. De aankoop van die
eigendommen kan dan ook ernstige juridische en financiële gevolgen
hebben.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft reeds in een
aantal gevallen geoordeeld dat de pre-1974 eigenaars van vastgoed
gelegen in het Noorden nog steeds als de wettelijke eigenaars van die
eigendommen dienen te worden beschouwd. Kopers van dergelijke
eigendommen stellen zich dan ook bloot aan juridische acties voor de
rechtbanken van de republiek Cyprus.
Tot slot wijs ik erop dat bij mijn weten tot nu toe geen enkele
landgenoot vastgoed heeft verworven in het noordelijk deel van
Cyprus.
l'homme a déjà estimé dans un
certain nombre de cas que les
propriétaires
d'avant
1974
devaient toujours être considérés
comme les propriétaires légaux
des
biens
concernés.
Les
acheteurs de tels biens s'exposent
dès lors à des actions devant les
tribunaux chypriotes.
À
ma
connaissance,
aucun
compatriote n'a encore acquis de
bien immobilier dans la partie nord
de Chypre.
03.03 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de minister, uit wat u
ons meedeelt, meen ik te mogen concluderen dat voor België de
bezetting van Noord-Cyprus door Turkije nog steeds wederrechtelijk
is, dat zij niet wordt erkend en dat er ook geen erkenning is van de
regering, de marionettenregering die daar werd geïnstalleerd. Alleen
durf ik ervoor pleiten dat, wanneer er sprake is van onderhandelingen
met Turkije over een eventuele toetreding tot de EU, men nooit zou
vergeten dat dit land intussen een stuk grondgebied van een
volwaardig EU-lid blijft bezetten.
03.03 Francis Van den Eynde
(VB): J'en conclus que pour la
Belgique l'occupation de la partie
nord de Chypre est toujours
illégale. Il faudra y songer dans le
cadre des négociations avec la
Turquie
sur
une
éventuelle
adhésion à l'UE.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Nous allons passer à la question n° 19058 de Mme Zoé Genot en espérant qu'entre-temps,
les collègues vont arriver.
04 Question de Mme Zoé Genot au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les mesures visant à faciliter l'accès sur notre territoire de certains
Haïtiens" (n° 19058)
04 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de maatregelen om de toegang tot ons grondgebied voor bepaalde
Haïtianen te vergemakkelijken" (nr. 19058)
04.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la presse nous apprend que le ministre de la Justice est
intervenu pour accélérer certains dossiers d'adoption pour permettre
à des enfants haïtiens de rejoindre plus rapidement leurs parents
adoptifs et ainsi éviter une attente inutile dans les conditions
dramatiques qu'on connaît.
Certains citoyens haïtiens résidant en Belgique ou certains Belges
d'origine haïtienne ont encore des membres de la famille sur place,
vivant parfois dans des conditions intolérables. Certains membres de
04.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
De minister van Justitie zou
initiatieven hebben genomen in
een aantal adoptiedossiers om
Haïtiaanse kinderen de kans te
geven
sneller
naar
hun
adoptieouders te komen.
Met welke reisdocumenten en
verblijfsvergunningen konden deze
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
leur famille pourraient avoir droit au séjour sur base du regroupement
familial. D'autres membres de la famille ne peuvent prétendre au
regroupement familial au sens strict mais pourraient se trouver dans
des situations tout aussi périlleuses et pourraient obtenir un visa
humanitaire.
À juste titre, de nombreuses personnes parmi la communauté
haïtienne résidant en Belgique se font du souci pour leurs proches qui
ont survécu au tremblement de terre et souhaiteraient pouvoir
accueillir ici un ou plusieurs membres de leur famille. Vu le chaos
actuel, il est certain que ces membres de la famille, dont des enfants
orphelins, auront les pires difficultés à se procurer les documents
habituellement exigés pour l'octroi d'un visa de regroupement familial.
Il est très probable que de nombreux actes d'état civil (actes de
mariage ou de naissance) ont été détruits ou sont indisponibles.
Monsieur le ministre, concernant les enfants adoptés, dont l'arrivée
sur le sol belge a été largement médiatisée, avec quels documents de
voyage et quelles autorisations de séjour ont-ils pu voyager et entrer
sur le sol belge? Ont-ils dû introduire une demande de visa? Si oui,
auprès de quel poste diplomatique? Si non, sur quelle base juridique
en ont-ils été dispensés?
Comptez-vous prendre des mesures similaires pour faciliter le voyage
et le séjour de membres des familles de ressortissants haïtiens
résidant légalement en Belgique et de Belges d'origine haïtienne? Si
oui, lesquelles? Si non, pour quelle raison?
Dans les cas où une dispense de visa ne pourrait pas être octroyée, à
quel poste diplomatique les Haïtiens concernés pourraient-ils déposer
leur demande, sachant que le site internet du ministère des Affaires
étrangères ne mentionne que la présence d'un consul honoraire à
Port-au-Prince?
Combien de visas de regroupement familial et de visas humanitaires
ont-ils été demandés par des ressortissants haïtiens au cours des
cinq dernières années? Sur ce nombre de demandes, combien en ont
été octroyées pour chaque catégorie?
kinderen reizen en kregen ze
toegang
tot
het
Belgische
grondgebied? Moesten ze een
visumaanvraag indienen? Zo ja, bij
welke diplomatieke post? Zo niet,
wat is de rechtsgrond voor die
vrijstelling?
Zal u vergelijkbare maatregelen
uitvaardigen om de reis en het
verblijf van familieleden van
Haïtiaanse ingezetenen die wettig
in België verblijven en van Belgen
van Haïtiaanse oorsprong te
faciliteren? Zo ja, welke? Zo neen,
waarom niet?
Indien er geen visumvrijstelling
kan worden toegekend, waar
kunnen de betrokken Haïtianen
dan hun aanvraag indienen?
Hoeveel visa met het oog op
familiehereniging
en
hoeveel
humanitaire visa werden er de
jongste vijf jaar door Haïtiaanse
ingezetenen
aangevraagd?
Hoeveel visa werden er voor elk
van beide categorieën toegekend?
04.02 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, madame
Genot, vos deux premières questions relèvent de la compétence du
ministre en charge de l'Office des étrangers. Pour vos autres
questions, je peux vous dire que les Haïtiens peuvent introduire leur
demande de visa court séjour soit auprès de l'ambassade de France
à Port-au-Prince ­ la France représente la Belgique dans le cadre des
accords de Schengen ­ soit auprès de notre ambassade à Caracas.
Les demandes de visa long séjour doivent être introduites auprès de
notre ambassade à Caracas.
Le système informatique de notre SPF ne permet pas de faire la
différence entre les visas de regroupement familial selon les articles
10 et 40 que depuis la fin 2007. Voici les chiffres concernant les visas
de regroupement familial, pour les articles 10 et 40 confondus pour
les premières années et de façon répartie pour 2008 et 2009.
En 2004: 17 demandes dont neuf délivrées; en 2005: 23 demandes
dont 19 délivrées; en 2006: huit demandes dont sept délivrées; en
2007: 19 demandes dont 12 délivrées.
04.02
Minister
Steven
Vanackere: Uw eerste twee
vragen
vallen
onder
de
bevoegdheid van de minister die
verantwoordelijk is voor de Dienst
Vreemdelingenzaken.
De
Haïtianen
kunnen
hun
visumaanvraag voor een kort
verblijf indienen bij de Franse
ambassade in Port-au-Prince of bij
onze ambassade in Caracas. De
visumaanvragen voor een lang
verblijf moeten worden ingediend
bij onze ambassade in Caracas.
Dit zijn de cijfers voor de visa met
het oog op familiehereniging. Voor
de eerste jaren gaat het om cijfers
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Pour l'année 2008, je peux faire la répartition: dix demandes dans le
cadre de l'article 40 dont huit délivrées, six demandes dans le cadre
de l'article 10 dont cinq délivrées. Pour cette année-là, il y a eu 16
demandes dont 13 délivrées.
Pour l'année 2009, il n'y a pas eu de demande d'article 10. Quatre
demandes dans le cadre de l'article 40 ont été toutes délivrées.
Aucun visa humanitaire n'a été demandé entre 2004 et 2009 par les
ressortissants haïtiens.
voor
artikel 10
en
artikel 40
samen, voor de jaren 2008 en
2009 zijn de cijfers opgesplitst.
In
2004
werden
er
17
visumaanvragen ingediend en 9
visa uitgereikt. In 2005 waren dat
er respectievelijk 23 en 19, in 2006
respectievelijk 8 en 7, en in 2007
respectievelijk 19 en 12. In 2008
werden er 10 visumaanvragen in
het kader van artikel 40 ingediend
en werden er 8 visa uitgereikt, en
voorts werden er 6 aanvragen
ingediend in het kader van
artikel 10 en daarvan werden er 5
ingewilligd. Voor 2009 waren er 4
aanvragen "artikel 40" en die
werden
allemaal
ingewilligd.
Tussen 2004 en 2009 werd er
geen enkel visum om humanitaire
redenen
aangevraagd
door
inwoners van Haïti.
04.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie. J'ai déjà interrogé M. Wathelet sur ces questions.
Il est particulièrement compliqué de se rendre à Caracas ou dans
d'autres pays perturbés, comme Haïti pour l'instant. Certains pays
européens ont conçu des postes diplomatiques de fortune pour
pouvoir recueillir et traiter les demandes. La France collabore par
exemple avec d'autres pays pour aider les personnes à rentrer des
dossiers. Plusieurs pays européens pourraient s'allier pour mettre sur
pied un poste accessible aux personnes ayant vécu la catastrophe,
n'ayant plus d'argent et ne possédant pas les moyens de se rendre à
Caracas pour introduire un dossier.
04.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Verscheidene Europese landen
zouden samen een post kunnen
opzetten voor de slachtoffers van
de ramp die geen geld meer
hebben en niet de middelen
hebben om naar Caracas te gaan
om een dossier in te dienen.
04.04 Steven Vanackere, ministre: Je comprends.
04.04
Minister
Steven
Vanackere: Ik begrijp waarom u
dat vraagt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Francis Van den Eynde aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid, en aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen over "de uitspraken van vice-eerste minister Laurette Onkelinx met betrekking tot de
deelname van de Koning aan de viering van de 50
e
verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo"
(nr. 19334)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het koningsbezoek ter gelegenheid van de Congolese
onafhankelijkheidsfeesten" (nr. 20139)
- de heer Francis Van den Eynde aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en
asielbeleid en aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen over "de permanente pendel van regeringsleden naar Congo" (nr. 20153)
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het bezoek van de koning aan Congo" (nr. 20217)
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
05 Questions jointes de
- M. Francis Van den Eynde au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration
et d'asile, et au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations de la vice-première ministre Mme Laurette Onkelinx relatives à
la participation du Roi à la célébration du 50
e
anniversaire de l'indépendance du Congo" (n° 19334)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la visite royale à l'occasion des festivités pour le cinquantenaire de
l'indépendance du Congo" (n° 20139)
- M. Francis Van den Eynde au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration
et d'asile et au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les incessants voyages de membres du gouvernement au Congo" (n° 20153)
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la visite royale au Congo" (n° 20217)
05.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, mijn
eerste vraag is sinds vanmiddag voorbijgestreefd, vermits wij sinds
vanmiddag weten dat er beslist werd dat de Koning naar Congo trekt.
De collega's stellen vragen over de reden waarom enzovoort. Als u
mij toestaat, zou ik aan dat debat nu willen deelnemen, vanuit dat
standpunt. Vragen of de Koning naar Congo zal gaan is immers een
klein beetje voorbijgestreefd.
05.01 Francis Van den Eynde
(VB): Nous avons entre temps
appris que le Roi se rendra au
Congo.
De voorzitter: Uw vraag is geagendeerd in deze groep vragen omdat het uiteindelijk over hetzelfde thema
gaat. De draagwijdte van een vraag verandert natuurlijk wanneer de omstandigheden evolueren. Ik ga
ervan uit dat u de pertinentie van uw vraagstelling zult aanpassen aan de huidige omstandigheden en
waarschijnlijk niet meer zult vragen naar de innerlijke motieven of zielenroerselen bij mevrouw Onkelinx op
het ogenblik dat zij die uitspraken heeft gedaan.
05.02 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ondertussen hebben wij het dus vernomen. In het Frans
zegt men: ce que femme veut dieu le veut. Ik zou in diezelfde taal
durven zeggen: ce que Mme Onkelinx du PS veut dieu le veut au
carré. Dat is duidelijk.
Op het ogenblik dat iedereen nog aarzelde of de Vorst al dan niet zou
deelnemen aan de 50
ste
verjaardag van de onafhankelijkheid van
Congo, kwam zij terug uit dat land en zei ze dat Koning moet gaan.
En vandaag hebben wij vernomen dat hij gaat. Iedereen springt in
geef acht, inclusief de vorst, en de Koning gaat dus naar ginder. Dit is
alleen maar een vaststelling die ik kan maken.
Dit gezegd zijnde, misschien is mevrouw Onkelinx zeer enthousiast
namens de PS over het feit dat de vorst naar Congo gaat naar
aanleiding van die 50
ste
verjaardag, ik denk dat men dat in Vlaanderen
veel minder is. Alleszins ben ik dat veel minder en ik denk dat ik
spreek namens een heel groot deel van de Vlaamse openbare
mening daaromtrent.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wat gaan wij daar
herdenken? 50 jaar miserie! 50 jaar dictatuur! Herinner u, zodra
Congo onafhankelijk werd, waren er rellen die het noodzakelijk
maakten dat de para's naar ginder trokken om landgenoten te
ontzetten. Wij hebben verder ook heel lang het beruchte en totaal
doorrotte Mobutu-regime gekend. Het huidige regime is geen sikkepit
beter. De vorige minister van Buitenlandse Zaken had ter zake groot
gelijk toen hij zich kritisch uitliet.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, waarom moeten wij dan
05.02 Francis Van den Eynde
(VB): La volonté de Mme Onkelinx
a de toute évidence force de loi.
Elle a beau s'enthousiasmer pour
cette visite du souverain à notre
ancienne colonie, je pense refléter
l'avis d'une grande partie de la
population flamande en disant que
je
suis
beaucoup
moins
enthousiaste qu'elle.
Nous
allons
commémorer
50 années de misère et de
dictature
au
Congo.
Après
l'indépendance, les paras ont dû
s'y rendre à plusieurs reprises
pour libérer des compatriotes.
Après le régime pourri de Mobutu,
le régime actuel ne vaut pas
mieux. La participation à la
commémoration
des
50 ans
d'indépendance nous coûtera la
bagatelle de 80 millions d'euros, et
cela pour un régime qui se moque
éperdument des droits de l'homme
et est incapable de nourrir sa
population en dépit de la richesse
du pays. Notre présence là-bas est
un scandale et j'y suis résolument
opposé.
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
deelnemen aan die viering? De bevolking heeft er niets aan. Wij gaan
daar, als ik mij niet vergis, 80 miljoen euro insteken, 80 miljoen euro
om iets te vieren dat het niet waard is om te vieren, om een regime op
te vrijen dat de rechten van de mens aan zijn laars lapt en niet in staat
is om de eigen bevolking te voeden, in een land dat potentieel zeer
rijk is. Ik vind dit persoonlijk een schande dat wij daarheen gaan. Ik wil
hier met klem tegen deze gang van zaken protesteren.
05.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, wij hebben hierover al meermaals gediscussieerd. Helaas
is vandaag de kogel door de kerk. Ik heb met mijn vroegere betogen
niet kunnen bewerkstelligen dat de regering zou afzien van het
zenden van de Koning naar Congo. Ik wil de redenen daarvoor nog
eens herhalen, die eigenlijk tweeledig zijn.
Ten eerste ben ik verontwaardigd dat u de Koning vraagt om het
wanbeleid van president Kabila af te dekken. Ten tweede vrees ik dat
president Kabila het koningsbezoek zal misbruiken tot meerdere eer
en glorie van zijn persoon en zijn beleid.
Ik verduidelijk mij.
Ten eerste, door het bezoek dekt de Koning het wanbeleid van Kabila
af. Alle waarnemers, van de ngo's tot de VN, zijn het erover eens dat
de situatie sinds de verkiezingen in 2006 van kwaad naar erger is
gegaan. Kabila lijkt hoe langer hoe meer op Mobutu. Er is een
centralisatie van de macht rond zijn persoon en een kliek rond hem.
Er is corruptie en er zijn schendingen van mensenrechten. Gisteren
nog verklaarde Amnesty International dat alle politieke tegenstanders
en mensenrechtenorganisaties worden vervolgd. Er is de situatie in
Oost-Congo. Ik weet dat de Koning een symbool is in ons land, maar
in Congo is hij nog een groter symbool.
Mijn tweede vrees is dat Kabila het koningsbezoek zal misbruiken om
er een pr-actie van te maken voor zijn regering en zijn beleid en dat er
dus een kaakslag gegeven wordt aan alle krachten in Congo -- die
zijn er gelukkig -- die een ommekeer van het beleid willen, die een
beleid willen dat niet meer ten dienste staat van de leiders van het
land, maar ten dienste van het volk.
Ik ben ten zeerste ontgoocheld dat het kernkabinet vanochtend deze
beslissing heeft genomen.
05.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Les différents arguments
que nous avons avancés à l'envi
n'empêcheront
donc
pas
la
présence du Roi lors des
commémorations organisées au
Congo. Je suis outré que le
gouvernement demande au Roi de
couvrir la gestion désastreuse de
Kabila, marquée par le culte de la
personnalité, la corruption et la
violation des droits de l'homme. Je
crains en outre que le président
congolais n'abuse de la visite
royale pour glorifier plus encore sa
personne et sa politique, infligeant
ainsi un camouflet aux forces qui
heureusement luttent en faveur
d'un renversement de la politique.
Je regrette par conséquent au plus
haut point la décision prise par le
cabinet restreint d'autoriser le Roi
à se rendre au Congo.
05.04 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de beslissing is inderdaad genomen. Ik denk dat
er een zeker risico verbonden is aan het feit dat de Koning een
bezoek zal brengen aan Oost-Congo, maar de beslissing werd
genomen door de regering. Daarmee moeten we verder. Dan vind ik
dat we oog moeten hebben voor wat de Koning daar precies zal doen.
Als hij zich zal laten opsluiten in de salons in Kinshasa en zich zal
laten bedwelmen door de peptalk en propaganda van president
Kabila, die er ongetwijfeld zal zijn, dan zal zo'n bezoek weinig zin
hebben.
Ik denk echter dat een bezoek van de Koning ook nuttig kan zijn om
een aantal maatschappelijke wantoestanden aan de kaak te stellen.
Ons voorstel zou zijn dat hij met een ruime delegatie, met inbegrip
van ngo's, naar Congo gaat en dat hij, net zoals hij dat in andere
05.04 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Comme il nous est
impossible de casser la décision
du gouvernement, nous devons à
présent nous concentrer sur ce
que fera précisément le Roi au
Congo. S'il reste dans les salons
de Kinshasa et ne prête l'oreille
qu'aux bavardages de Kabila, sa
visite n'a que peu d'intérêt. Son
déplacement au Congo peut
cependant s'avérer utile pour
dénoncer
une
série
d'abus
sociaux. Nous suggérons qu'une
imposante
délégation
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
landen doet, officiële bezoeken brengt aan bedrijven en organisaties,
maar ook aan mensenrechtenactivisten, vrouwenorganisaties en
Oost-Congo.
Volgens mij kan dat helpen om aan de alarmbel te trekken. Het kan
een belangrijke signaalfunctie hebben. De Koning is geen diplomaat.
Hij moet daar geen gesprekken opstarten. Het afleggen van gerichte
bezoeken in Congo kan mijns inziens wel een opportuniteit zijn.
Ik zou u willen vragen wat daar de marge is? Uit het bericht dat
verschenen is blijkt dat er nog geen duidelijkheid is omtrent de
modaliteiten, het programma en de delegatie. De beslissing is
niettemin al in positieve zin genomen. Wij vinden dat voorbarig.
U begrijpt toch ons standpunt en onze logica? Een bezoek van de
Koning aan Congo kan nuttig zijn, maar dan moet er precies
duidelijkheid zijn over de delegatie. Die moet voldoende breed zijn.
Ook het programma moet duidelijk zijn. U hebt nu veel te vroeg
toegezegd zonder duidelijkheid te hebben over de mogelijkheden die
er zijn naar aanleiding van het bezoek van de Koning aan Congo.
Daarom wil ik u dus vragen hoe u dat bezoek ziet? Wat is de marge
die we daar hebben?
l'accompagne, incluant une série
d'ONG et qu'ensemble, nous
allions dans l'est du Congo et
rendions visite à des militants des
droits de l'homme et à des
organisations féminines.
C'est la raison pour laquelle
j'aimerais
obtenir
des
éclaircissements à propos des
activités prévues en marge de la
visite et de la délégation qui
accompagnera
le
souverain.
J'estime que le gouvernement a
trop vite promis que le Roi
viendrait. Quel sera le programme
de cette visite?
05.05 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, het is
misschien goed dat ik begin met te zeggen dat, anders dan voor een
aantal andere landen, wij aan de Congolese overheid duidelijk hadden
gemaakt dat het verstandig was om nog even te wachten met het
sturen van een officiële uitnodiging. Bovendien bestaat datgene dat
we vandaag in de kern beslist hebben er precies in te zeggen dat er
gerust een officiële uitnodiging gestuurd kan worden.
Ik moet dus een opmerking maken aan degenen die zeggen dat wij
voorbarig hebben gesproken over datgene wat er gaat gebeuren. De
normalisering van onze relaties is ingezet met de gezamenlijke
verklaring van premier Van Rompuy -- toen was de heer De Gucht
nog minister van Buitenlandse Zaken -- en premier Muzito. Wij
hebben als enig land van deze die met een uitnodiging zijn voorzien,
gezegd dat wij moeten kijken hoezeer die normalisering gepaard gaat
met tekenen en feiten die ons vertrouwen geven dat de normalisering
ook een feit is.
Dat heeft ons geïnspireerd om het tempo wat te vertragen waarmee
de Congolese regering werd verzocht om een officiële uitnodiging te
sturen. Voorbarigheid kunnen wij in deze moeilijk aanvaarden als de
juiste analyse. Integendeel, door het groen licht dat vanochtend
gegeven werd in de kern komt er volgens mij een proces op gang om
volwaardig kennis te nemen van de uitnodiging en in te gaan op de
vragen die terecht gesteld worden, vragen naar wat men precies gaat
doen. Zo kunnen wij, zo gaf een lid van de oppositie ook reeds aan, er
een opportuniteit van maken veeleer dan een risico.
Ik stem in met de analyse dat de aanwezigheid van het staatshoofd
ten eerste dient te worden gezien als de normale reactie als men met
genormaliseerde betrekkingen te maken heeft.
Men mag niet vergeten dat zulks voor om het even welk soeverein
land, wanneer er een herdenkingsplechtigheid te vieren valt,
bijvoorbeeld rond een vijftigjarig bestaan, tot de normale
05.05
Steven
Vanackere,
ministre: Je veux être clair:
contrairement à d'autres pays,
nous
avons
clairement
fait
comprendre
aux
autorités
congolaises qu'il serait judicieux
d'attendre encore un peu avant
d'envoyer leur invitation. En comité
ministériel restreint, nous avons
maintenant
décidé
qu'elles
pouvaient le faire. Nous n'avons
nullement agi inconsidérément car
après la déclaration commune du
premier ministre d'alors, M. Van
Rompuy, et du premier ministre
Muzito, nous avons expressément
souligné la nécessité de signaux et
de faits prouvant qu'une véritable
normalisation des relations était en
cours.
Le feu vert donné par le comité
ministériel
restreint
signifie
précisément que nous sommes en
train de définir le programme de la
visite. Celle-ci peut en effet
devenir une opportunité. À la
lumière de la normalisation des
relations entre les deux pays, la
présence du chef de l'État est
logique.
La diplomatie belge a actuellement
pour mission de mener à bien
cette visite et de veiller à ce que
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
geplogenheden behoort om daar hoffelijk op in te gaan.
Gelet op de historische banden die ons land met Congo heeft, zullen
wij nagaan hoe wij daarvan, zoals de heer De Vriendt terecht opmerkt,
een opportuniteit kunnen maken. Ervoor zorgen dat er een
opportuniteit van wordt gemaakt, heeft veel te maken met de precieze
context van het programma, met datgene wat in symbolische daad en
ook in woord gebeurt naar aanleiding van de herdenking van 30 juni.
Dat is nu de opdracht van de Belgische diplomatie, met name de
nodige fact finding doen, om ervoor te zorgen dat dit in goede
omstandigheden kan gebeuren.
In elk geval, ik bevestig dat het kernkabinet deze ochtend de
beslissing heeft genomen om een principieel groen licht te geven.
In deze commissie hebben wij al vaak gesproken over de absolute
noodzaak om dat soort van aanwezigheden niet te laten misbruiken.
Mijnheer Van der Maelen, wij willen niet dat die aanwezigheid wordt
misbruikt. Wij willen niet dat er wordt gewerkt op een manier waarbij
mensen, wie dan ook, voor het karretje gespannen kunnen worden.
Dat vergt werk, dat vergt alertheid. Het vergt ook een zeker
zelfbewustzijn en het zelfvertrouwen om een aantal dingen te zeggen.
Wat dat betreft, mag er geen enkele twijfel over bestaan. Het
document waarin Herman Van Rompuy met Muzito overeenkwam om
tot normale relaties te komen, spreekt niet alleen over respectvolle
relaties, maar spreekt ook over openhartige relaties. Dat betekent,
met andere woorden, dat veel van de bekommernissen die hier in het
Parlement aan bod komen, ongetwijfeld ook deel kunnen uitmaken
van de manier waarop die aanwezigheid zal worden gezien door de
publieke opinie.
Ik wil tot slot het volgende nog zeggen. Samen met enkele
parlementsleden die dat al luidop hebben gezegd, vind ik dat we
moeten opletten om 30 juni als het ankerpunt te beschouwen van
onze relaties met Congo. Eerlijk gezegd, 1 juli en 2 juli en alles wat
daarop volgt, is zo mogelijk belangrijker voor de toekomst van de
Congolezen, dan de dag van 30 juni. Het is normaal dat een land zijn
vijftigjarig bestaan wil herdenken. Het is ook niet abnormaal dat het
land dat daarmee een gemeenschappelijke geschiedenis heeft, door
de aanwezigheid van zijn staatshoofd, samen met staatshoofden van
andere landen trouwens, respect toont voor de geschiedenis van dat
land en dat volk. Dat moet niet verward worden met een
ondersteuning van welk regime dan ook. Dat moet gezien worden als
een erkentelijkheid, als een vorm van respect, ten opzichte van het
land.
Datgene wat op een duurzame wijze in de maanden en jaren daarna
zal gebeuren, is zo mogelijk voor de toekomst van de Congolezen
veel belangrijker. Het blijft mijn vaste overtuiging, als minister van
Buitenlandse Zaken, dat de beste manier voor de Belgen om ervoor
te zorgen dat wij daar een positieve impact kunnen hebben, het
bewerkstelligen van genormaliseerde relaties is.
Dat wil zeggen relaties waarin de andere bereid is om naar onze
inbreng te luisteren en rekening te houden met onze standpunten.
We zullen nog veel debatten hebben in dit Parlement over Congo,
over MONUC, over de manier waarop de ontwikkelingssamenwerking
cette
dernière
constitue
effectivement une occasion unique
de réaliser certaines avancées. Il
va de soi que nous veillerons
également à ce que cette visite ne
soit aucunement détournée de son
but. Dans le document qu'ils ont
signé, MM. Van Rompuy et Muzito
évoquent d'ailleurs des relations
aussi respectueuses que franches.
Cette intention signifie que nous
prendrons
également
en
considération les préoccupations
évoquées au sein du Parlement.
Il est assez normal que nous
témoignions notre respect vis-à-vis
d'un pays qui fête ses 50 ans
d'existence et dont l'histoire est
étroitement liée à la nôtre. Il faut
simplement y voir une forme de
respect et non une marque de
soutien au régime. L'évolution
future du pays revêt cependant
une importance nettement plus
grande pour l'avenir des Congolais
que les cérémonies en elles-
mêmes. Je reste convaincu que la
normalisation des relations entre
nos
deux
pays
permettra
d'atteindre ces objectifs avec la
plus grande efficacité.
La meilleure façon d'influencer
positivement le Congo est de
veiller à normaliser nos relations. Il
doit s'agir de relations où l'autre
partie est prête à tenir compte de
nos points de vue. Les discussions
menées au Parlement sur l'Afrique
centrale, le Congo et la MONUC
valent la peine parce que le point
de vue de la Belgique est pris en
considération là-bas. Par ailleurs,
nous sommes considérés à
l'échelon international comme un
pays dont il faut tenir compte en
vertu des relations que nous
entretenons avec cette région. Je
suis dès lors favorable à la visite
mais je souligne que les modalités
doivent permettre de vérifier que
nos
préoccupations
sont
respectées.
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
moet worden georganiseerd, over tal van thema's waarin Centraal-
Afrika voor de Belgische diplomatie van bijzonder groot belang is. Die
discussies zijn de moeite waard om gevoerd te worden, maar ze zijn
vooral de moeite waard als wij weten dat er aan de andere kant ook
geluisterd wordt naar datgene wat België te vertellen heeft en als wij
daarenboven in het concert van de andere Europese staten, de
Verenigde Staten en de andere grote spelers in Centraal-Afrika,
beschouwd worden als een land waar rekening mee moet worden
gehouden op basis van onze relaties die wij kunnen hebben met dat
land. Dat is de reden waarom ik met grote overtuiging datgene dat
deze morgen is beslist, verdedig, er goed bij vertellend dat de
modaliteiten van die reis, van dat bezoek, van die aanwezigheid, nog
moeten toelaten om te verifiëren dat de bekommernissen die hier
worden geuit, wel degelijk gerespecteerd worden.
05.06 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de minister, ten
eerste, in uw antwoord gebruikt u de argumentatie die naar voren
gebracht werd door Groen! om uw standpunt te verdedigen. Dat is het
bewijs van een verregaande groene naïviteit om te verwachten dat
Albert II naar Congo zal gaan om daar luid kritiek uit te oefenen op het
regime. Wie dat gelooft, gelooft in sinterklaas. Dat is een eerste zaak.
Ten tweede, u zegt ons dat die reis niet mag misbruikt worden, maar
die reis wordt misbruikt. U hebt zelf gezegd dat men naar elk normaal
land iemand zou sturen. U stelt 80 miljoen euro ter beschikking om
dat feest te vieren. Dat is Belgisch geld, dat is geld van de
belastingbetaler. Hier is door minister Michel gezegd dat het geld
dient voor het vieren van de onafhankelijkheid. Het gaat inderdaad
over geld van de ontwikkelingssamenwerking, wat het nog erger
maakt. Dat bewijst dat u dat land als normaal beschouwt. Dat regime
zal dat gebruiken en zal zeggen dat zij zelfs door België erkend
worden. De vroegere kritiek van De Gucht wordt weggeveegd. Wij
gaan daar business as usual doen, want daar komt het op neer:
zaakjes doen. De Congolese bevolking en haar bekommernissen, de
slachtpartijen door het eigen leger in Oost-Congo en de
verkrachtingen daar wordt niet meer over gesproken. Dat kan ik u
garanderen.
05.06 Francis Van den Eynde
(VB): Le ministre utilise les
arguments du parti Groen! pour
défendre son point de vue et ces
arguments sont naïfs. Le Roi ne
formulera aucune observation sur
le régime lorsqu'il sera au Congo.
Par ailleurs, le ministre déclare
que le voyage ne peut être utilisé à
des fins détournées mais c'est
assurément le cas. Il a déclaré
qu'il enverrait un représentant vers
tout pays normal et M. Michel
libère 80 millions d'euros pour la
fête de l'indépendance congolaise.
Cette somme sera utilisée pour
montrer que les observations
formulées par l'ancien ministre
M. De Gucht sont balayées et que
la situation est revenue à la
normale. On ne parlera donc plus
ni des massacres perpétrés par
l'armée dans l'Est du Congo ni des
viols à grande échelle. C'est très
clair.
De voorzitter: Collega, u hebt uiteraard het recht op uw opinie, maar
zeggen dat onze ontwikkelingssamenwerking in Congo dient voor het
financieren van een feestje, is toch wel zeer kort door de bocht en
intellectueel onjuist.
Le président: Prétendre que notre
coopération au développement
sert à financer une cérémonie est
un raccourci un peu rapide.
05.07 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, neem
contact met de minister van Ontwikkelingssamenwerking.
05.08 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zou
twee punten willen maken.
Het eerste punt is een vaststelling. Zolang Karel De Gucht bevoegd
was voor Buitenlandse Zaken, steunde sp.a vanuit de oppositie dat
beleid. Ik stel vast dat sinds de komst van eerst de heer Leterme, en
nu de heer Steven Vanackere, er een wijziging is in het Congobeleid
van de regering. Ik stel vast dat er een verschil zit tussen de
doelstelling die wij beiden hebben.
05.08 Dirk Van der Maelen
(sp.a): En notre qualité de membre
de
l'opposition,
nous
avons
soutenu la politique menée par
Karel De Gucht aussi longtemps
qu'il
était
en
charge
du
département
des
Affaires
étrangères. Il y a manifestement
un changement de cap depuis la
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
U hebt daarnet, net zoals in vorige gelegenheden, gezegd dat uw
objectief de normalisering is van de betrekkingen. Ik stel vast dat om
tot die normalisering te komen, de Congolese leiders u opgelegd
hebben om publiekelijk te zwijgen over de mistoestanden in Congo. Ik
herhaal dat ons objectief niet een normalisering van de betrekkingen
is, en was in het verleden. Ons objectief is een beter bestuur voor
Congo, in het belang van de Congolese bevolking.
Het tweede punt waarover ik vaststel dat we van mening verschillen is
het volgende. 30 juni, mijnheer de minister, is symbolisch ongelooflijk
belangrijk voor Kabila en zijn regime. Het is geen toeval dat hij
eigenlijk die uitnodiging, langs zijn neus weg, via de televisie heeft
gelanceerd. Hij wil zo België onder druk zetten opdat de Koning zou
komen. U zei daarnet dat er niet op 30 juni zal worden beslist wat er
op 1 en 2 juli gaat gebeuren. Helaas, mijnheer de minister, is dat naar
mijn mening wel het geval. De aanwezigheid van de Koning op 30 juni
daar zal door Kabila met een megafoon misbruikt worden in Congo
om te stellen dat zelfs de Belgen achter zijn beleid staan. Het
wanbeleid zal doorgaan. Wie is daar het slachtoffer van? De
Congolese bevolking.
venue de M. Leterme et de
M. Vanackere. L'objectif est la
normalisation des relations. Si
nous voulons l'atteindre, les
dirigeants congolais ont exigé de
passer sous silence les pratiques
abusives au Congo. Notre objectif
est
toutefois
d'améliorer
l'administration au Congo, dans
l'intérêt
de
la
population
congolaise. La visite au Congo le
30 juin
prochain
est
symboliquement très importante
pour M. Kabila et son régime. Ce
n'est pas par hasard qu'il a lancé
l'invitation par la télévision. Il
entend ainsi mettre le Roi sous
pression pour qu'il se rende au
Congo. M. Kabila abusera de la
visite du Roi pour annoncer que la
Belgique soutient sa politique. Il
poursuivra la mauvaise gestion et
la population congolaise en sera
victime.
05.09 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, naar
mijn mening kunnen we de situatie als volgt samenvatten: indien de
Koning enkel ter meerdere eer en glorie van president Kabila tijdens
de festiviteiten naar Congo gaat, dan zou dat geen goed idee zijn.
Ik ben er echter wel van overtuigd dat er meer mogelijk is. Dat is geen
kwestie van naïviteit, collega Van den Eynde, dat is de normale gang
van zaken. Als de Koning op officieel bezoek gaat naar een land, dan
brengt hij bezoeken aan diverse sectoren in de samenleving. Door
gerichte bezoeken te brengen aan mensenrechtenactivisten,
vrouwenorganisaties en de conflictgebieden in Oost-Congo samen
met ngo's, hoeft de Koning zich niet uit te spreken, maar brengt hij
wel een zeer belangrijk signaal. Dat signaal zal overigens
gemediatiseerd en publiek zijn. Op die datum zullen immers alle
schijnwerpers op Congo gericht zijn.
Ik pleit voor een respectvol, maar zeer assertief Congobezoek van de
Koning. De bal ligt in uw kamp, mijnheer de minister, de bal ligt in het
kamp van de regering en van het Paleis om van het bezoek een
opportuniteit te maken, en die kans niet verloren te laten gaan.
Ik heb straks nog een vraag over de MONUC. Er is uiteraard een
actueel element. Er zijn geruchten over een eventuele terugtrekking
van de MONUC. Ook zoiets is belangrijk en weinig
vertrouwenwekkend. Ook dat moet meegenomen worden in het debat
over een eventueel bezoek van de Koning.
05.09 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Si le Roi ne se rend aux
festivités que pour la plus grande
gloire du président Kabila, ce n'est
pas une bonne idée. Je suis
toutefois convaincu qu'il y a
d'autres possibilités et ce n'est pas
faire preuve de naïveté. Lorsque le
Roi se rend en visite officielle, il
visite
également
les
divers
secteurs de la société. En rendant
des visites ciblées aux militants
des droits de l'homme, aux
organisations de femmes et aux
zones de conflit dans l'Est du
Congo accompagné des ONG, il
peut lancer un signal important qui
sera médiatisé car le Congo sera
sous le feu des médias ce jour-là.
Je plaide donc en faveur d'une
visite respectueuse mais assertive
au Congo.
Certaines rumeurs font état d'un
retrait éventuel de la MONUC, ce
qui n'est guère rassurant. Cet
élément devrait également être
inclus dans le débat sur cette visite
royale.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
06 Questions jointes de
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la réunion des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne"
(n° 18885)
- M. Georges Dallemagne au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'implication de la Belgique dans la formation des forces de sécurité
somaliennes" (n° 19609)
06 Samengevoegde vragen van
- de heer André Flahaut aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken"
(nr. 18885)
- de heer Georges Dallemagne aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de Belgische betrokkenheid bij de vorming van de Somalische
veiligheidsdiensten" (nr. 19609)
06.01 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, tout le monde connaît la situation désastreuse de la
Somalie. Le gouvernement ne contrôle que très peu le pays et
quelques quartiers de la capitale Mogadiscio et ses environs grâce
essentiellement à la présence de la force de l'Union africaine
AMISOM.
Plusieurs informations pourraient concerner la Belgique. Deux sous-
officiers belges sont présents en Somalie; ils contribuent à la
formation d'un bataillon ougandais qui est appelé à se déployer en
Somalie dans le cadre de l'AMISOM. Par ailleurs, le Conseil de
l'Union européenne a adopté une décision le 4 février sur une mission
militaire de la Politique européenne de sécurité et de défense (PESD)
pour contribuer à la formation de 2 000 recrues des forces de sécurité
somaliennes. Plusieurs États membres de l'Union européenne
(France, Allemagne, Italie, Royaume-Uni) ont mentionné leur intention
de former les forces de sécurité somaliennes. La France est déjà
active dans ce domaine.
En ce qui concerne l'AMISOM, ce n'est pas la première fois que la
Belgique participe à de telles formations. Monsieur le ministre, quel
bilan tirez-vous de cette participation? Comme vous le savez,
l'AMISOM n'est pas exempte de critiques notamment dans la manière
dont elle mène ses opérations armées. Elle a été accusée de causer
des victimes civiles lors de certaines opérations militaires.
Par ailleurs, la Belgique a-t-elle été approchée ou compte-t-elle
s'impliquer dans la formation des forces de sécurité somaliennes
directement? Si oui, de quelle manière? Qui va-t-on former? Quel est
le processus de sélection des personnes à former? Quelles seront les
procédures de contrôle mises en place ou de vérification en matière
de droits de l'homme? Quel sera le contenu de la formation? Quel
sera le timing?
Voilà les questions que je me pose. Nous sommes dans un contexte
particulièrement sensible et délicat. Je ne voudrais pas que certaines
forces de sécurité formées par des pays tiers dont la Belgique se
retrouvent à commettre des actes contraires à la légalité et aux droits
de l'homme.
06.01 Georges Dallemagne
(cdH):
Iedereen
kent
de
rampzalige situatie van Somalië.
De regering controleert enkele
wijken van de hoofdstad en
omgeving dankzij de troepen van
de Afrikaanse Unie (AMISOM). Er
zouden twee Belgische officiers
meewerken aan de opleiding van
een Oegandees bataljon dat
ontplooid moet worden in het
kader van AMISOM. Anderzijds
heeft de Raad van de Europese
Unie op 4 februari beslist een
militaire missie van het EVDB te
sturen om 2 000 rekruten van de
Somalische veiligheidstroepen op
te leiden.
Hoe staat het met onze deelname
aan de opleiding van leden van
AMISOM, dat ervan beschuldigd
wordt de oorzaak geweest te zijn
van
burgerslachtoffers
tijdens
bepaalde militaire operaties? Is
België benaderd geworden of van
plan zich rechtstreeks te mengen
in de opleiding van de Somalische
veiligheidstroepen?
Wie
zal
opgeleid worden en hoe verloopt
het selectieproces? Wat zullen de
controle- of verificatieprocedures
zijn inzake mensenrechten? Wat
zal de inhoud van de opleiding
zijn? En het tijdpad?
Ik zou niet willen dat door België
opgeleide
veiligheidstroepen
daden begaan die indruisen tegen
de
wettelijkheid
en
de
mensenrechten.
06.02 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, monsieur 06.02
Minister
Steven
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Dallemagne, lors du Conseil Affaires étrangères du 25 janvier, le
Conseil a réaffirmé qu'il était nécessaire de remédier, dans le cadre
d'une approche globale, aux difficultés qui se posent en Somalie.
L'Union européenne devrait, par conséquent, continuer d'aider à la
stabilisation du pays en apportant un soutien dans les domaines
vitaux et prioritaires tels que les secteurs de la sécurité, le
développement, l'assistance aux populations et l'aide au renforcement
des capacités, outre le déploiement en cours de l'opération Eunafvor
Atalanta et de l'aide humanitaire.
Le Conseil a rappelé les résolutions pertinentes adoptées par le
Conseil de sécurité des Nations unies, en particulier la résolution
1872 qui demande instamment à la communauté internationale d'offrir
une assistance technique aux forces de sécurité somaliennes. Selon
les premières indications, entre 110 et 120 militaires européens
pourraient participer à l'EU Training Mission Somalia (EUTM) La
mission devrait être dirigée en étroite coordination avec le
gouvernement fédéral de transition, l'Ouganda, l'Union africaine, les
Nations unies et les États-Unis d'Amérique. Les militaires formés
devraient être encadrés par la mission de l'Union africaine en
Somalie, AMISOM, après leur retour en Somalie.
L'attitude de la Belgique, lors des discussions sur l'EUTM dans les
enceintes européennes, fut critique mais constructive. La Belgique a
notamment posé des questions sur le recrutement, le suivi, le
paiement et l'équipement des militaires formés après leur retour en
Somalie. Actuellement deux militaires belges donnent un cours ad
hoc
sur le mine awareness à des militaires ougandais qui
participeront à AMISOM dans le cadre d'une formation organisée par
la France. J'estime que la formation est un facteur essentiel
contribuant au respect des lois internationales régissant les actions
militaires que ce soit dans le cadre d'AMISOM ou ailleurs.
La participation à l'EUTM est à l'étude au niveau technique. Le
gouvernement belge n'a pas encore pris de décision quant à la
possibilité d'une participation à cette mission de formation. Lors des
discussions sur l'EUTM au sein des instances européennes, la
Belgique a insisté sur la sélection des recrues somaliennes afin
d'éviter que soient formés des mineurs d'âge ou des personnes
soupçonnées d'actes criminels. À la demande de la Belgique, la
surveillance du personnel en formation a été reprise dans les
conclusions du Conseil sur la mission de formation en Somalie du
25 janvier 2010.
Le contenu de la formation est en cours de préparation. Je peux déjà
vous confirmer qu'elle comportera une attention particulière au droit
international humanitaire et aux droits de l'homme. Les conclusions
du Conseil du 25 janvier insistent sur le suivi et l'encadrement des
forces après leur retour à Mogadiscio, ainsi que sur le financement et
le paiement de la solde des soldats. Vous serez d'accord avec moi
pour reconnaître qu'il est impossible de se munir des garanties
absolues dans ce domaine. Toutefois, la mission mettra tout en
oeuvre pour éviter les risques que vous avez, à juste titre, identifiés.
Vanackere:
Op
de
Raad
Buitenlandse Zaken van 25 januari
werd eens te meer de nadruk
gelegd op de noodzaak om de
problemen in Somalië op te
lossen. De Europese Unie zou dat
land bijstand moeten verlenen op
het
vlak
van
veiligheid,
ontwikkeling, bijstand aan de
bevolking en capaciteitsopbouw.
De Raad herinnerde aan de
resoluties van de Veiligheidsraad
van de Verenigde Naties, in het
bijzonder
aan
resolutie 1872
waarin
de
internationale
gemeenschap wordt gevraagd
technische bijstand te verlenen
aan
de
Somalische
veiligheidstroepen. Tussen 110 en
120 Europese soldaten zouden
hebben deelgenomen aan de EU
training mission Somalia
(EUTM).
De missie zou moeten worden
gecoördineerd
met
de
overgangsregering, met Oeganda,
de Afrikaanse Unie, de Verenigde
Naties en de Verenigde Staten.
De opgeleide militairen zullen
worden
begeleid
door
de
vredesmacht van de Afrikaanse
Unie in Somalië (AMISOM).
Tijdens de besprekingen op het
Europese niveau namen we een
kritische en constructieve houding
aan. Momenteel geven twee
Belgische militairen een opleiding
over
mine
awareness
aan
Oegandese
militairen
van
AMISOM in het kader van een
Franse opleiding.
De deelname aan de EUTM wordt
nog nader bekeken. Tijdens de
besprekingen op het Europese
niveau wees België erop dat de
selectie
van de Somalische
rekruten erg belangrijk is. Het is
immers
niet
de
bedoeling
minderjarigen op te leiden of
personen die worden verdacht van
misdaden. De noodzaak om
toezicht uit te oefenen op het
personeel in opleiding werd
opgenomen in de besluiten van de
Raad van 25 januari 2010.
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Er wordt gewerkt aan de inhoud
van de opleiding. Er zal bijzondere
aandacht
gaan
naar
het
internationaal humanitair recht en
naar de mensenrechten. In de
besluiten van de Raad van
25 januari wordt de nadruk gelegd
op de opvolging en de omkadering
van de troepen na hun terugkeer
naar
Mogadishu,
op
de
financiering en op het betalen van
de soldij.
06.03 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre, merci
beaucoup pour cette réponse détaillée. L'objet de ma question est
effectivement de souligner la sensibilité et la délicatesse d'une telle
mission.
Je retiens notamment le fait que vous ayez souligné l'importance d'un
suivi et d'un encadrement après la formation. Cela me paraît
constituer un élément indispensable si l'on veut éviter que ces
personnes se trouvent petit à petit dans des situations ou des
opérations contraires au but recherché en Somalie, c'est-à-dire la
consolidation d'un minimum d'État et d'un minimum de stabilité et de
paix.
Je me félicite donc de votre regard particulièrement attentif à cette
question.
06.03 Georges Dallemagne
(cdH): U heeft gewezen op het
belang van de opvolging en de
omkadering na de opleiding. Dat is
essentieel als we een minimum
aan overheid, stabiliteit en vrede
willen behouden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Xavier Baeselen au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile et au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'accueil d'autres ex-détenus de Guantanamo" (n° 19581)
07 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het
Migratie- en asielbeleid en aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de opvang van ex-gedetineerden van Guantanamo" (nr. 19581)
07.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, l'ambassadeur des États-Unis en Belgique a proposé, lors
d'une conférence à deux pas d'ici, le jeudi 11 février, que la Belgique
donne l'exemple en accueillant l'un ou l'autre détenu supplémentaire
du centre de détention américain de Guantanamo à Cuba, afin
"d'aider le président Barack Obama à fermer le camp de Guantanamo
définitivement".
Monsieur le ministre, une demande officielle a-t-elle été formulée par
les États-Unis à la Belgique? Si oui, par quelle voie? L'ambassadeur
des États-Unis à Bruxelles a-t-il officiellement formulé une demande
d'accueil supplémentaire de détenus de Guantanamo par la
Belgique? Quelle est la position du gouvernement belge en la
matière? Qu'en est-il du suivi de l'actuel ex-détenu arrivé en Belgique,
puisqu'une seule personne a été accueillie sur le territoire belge? À
combien évaluez-vous le coût du suivi global de cet ex-détenu
accueilli par la Belgique?
Président: Georges Dallemagne.
07.01 Xavier Baeselen (MR): De
ambassadeur van de Verenigde
Staten in België stelde op
11 februari voor dat België het
voorbeeld
zou
geven
en
bijkomende gedetineerden uit het
detentiecentrum van Guantanamo
zou opvangen teneinde president
Obama te helpen om dat kamp te
sluiten.
Werd er een officieel verzoek
geformuleerd? Zo ja, langs welke
weg? Wat is het standpunt van de
Belgische
regering
dienaangaande? Hoe zit het met
de follow-up van de enige ex-
gedetineerde die in België werd
opgevangen? Kan u een raming
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Voorzitter: Georges Dallemagne.
van de kosten van de globale
follow-up van de betrokkene?
07.02 Steven Vanackere, ministre: Monsieur Baeselen, la Belgique
n'a pas encore reçu de demande formelle au sujet de l'éventuel
accueil d'ex-détenus de Guantanamo. L'ex-détenu de Guantanamo,
qui séjourne actuellement en Belgique, est accompagné de près pour
son intégration, laquelle se passe correctement. Il ne bénéficie pas
d'une assistance financière spécialement créée pour lui, à l'exception
d'un montant forfaitaire unique de 15 000 euros, qui a été libéré par
mes services pour la couverture des frais initiaux d'accueil et
d'installation. Il n'y a pas d'autres dossiers d'ex-détenus de
Guantanamo, qui seraient examinés à ce stade-ci.
07.02
Minister
Steven
Vanackere: België heeft nog geen
formeel verzoek ontvangen. De
ex-gedetineerde uit Guantanamo
die momenteel in België verblijft
wordt van nabij begeleid met het
oog op zijn integratie, die correct
verloopt. Die ex-gedetineerde uit
Guantanamo
geniet
geen
bijzondere financiële bijstand, met
uitzondering van een eenmalig
forfaitair bedrag van 15 000 euro,
dat uitgetrokken werd voor de
initiële
opvang-
en
vestigingskosten. In dit stadium
worden er geen andere dossiers
van
ex-gedetineerden
uit
Guantanamo onderzocht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Peter Luykx aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie-
en asielbeleid, over "de 'macht' van mevrouw Onkelinx in de federale regering" (nr. 19600)
08 Question de M. Peter Luykx au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de
migration et d'asile, sur "le 'pouvoir' de Mme Onkelinx au sein du gouvernement fédéral" (n° 19600)
08.01 Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de minister, de nieuwe
Amerikaanse ambassadeur, de heer Howard Gutman, deed enige tijd
geleden een expliciete oproep aan vice-eerste minister Laurette
Onkelinx om het voortouw te nemen en haar coalitiepartners ervan te
overtuigen meer steun te geven aan het beleid van de Amerikaanse
president Barack Obama in Afghanistan en Guantánamo. Wij kennen
allemaal die uitspraak.
In de media zijn daarover intussen wat reflecties geweest. Ik houd er
toch aan mijn vraag vandaag aan u te stellen, al dateert zij al van 12
februari. Vindt u het niet een beetje vreemd dat de Amerikaanse
ambassadeur zich richt tot de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid inzake het verhogen van de troepensterkte? Vindt u
niet dat hij zich wat ver gewaagd heeft in het zich uitdrukken over de
Belgische machtsverhoudingen? Zou u, in een mogelijk contact met
de ambassadeur, hem daarop wijzen? Ik dank u bij voorbaat voor uw
antwoord.
08.01 Peter Luykx (N-VA): Il y a
quelque
temps,
M. Gutman,
l'ambassadeur des États-Unis en
Belgique, a demandé à la vice-
première
ministre
Laurette
Onkelinx de convaincre ses
partenaires de la coalition de
soutenir davantage la politique du
président
américain
en
Afghanistan et à Guantánamo. Le
ministre ne trouve-t-il pas étrange
que l'ambassadeur américain se
soit adressé pour cela à la ministre
des Affaires sociales et de la
Santé
publique?
Le
fera-t-il
remarquer à l'ambassadeur?
08.02 Minister Steven Vanackere: Ik heb natuurlijk de verklaringen
de Amerikaanse ambassadeur kennis kunnen nemen. Wie onder ons
niet, trouwens? Ik maak hierbij de bedenking dat elke ambassadeur
het recht heeft op een eigen stijl en zelf kan kiezen welke manier hij of
zij het beste vindt om het eigen land te vertegenwoordigen. Misschien
doet de enthousiaste en energieke stijl van de betrokken
ambassadeur sommigen de wenkbrauwen fronsen. Ik kan alvast
zeggen dat ik zijn warme gevoelens voor ons land respecteer en dat
ik ze ervaar als zeer oprecht.
08.02
Steven
Vanackere,
ministre: Chaque ambassadeur a
le droit d'adopter le style qui est le
sien. Le style énergique et
enthousiaste de l'ambassadeur
américain fait froncer les sourcils
de certains, mais je respecte ses
sentiments chaleureux pour notre
pays et je les estime sincères.
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Naast oprechtheid is voor een diplomaat, en dus ook voor een
ambassadeur, efficiëntie een belangrijk criterium om te beslissen of er
gesproken of gezwegen moet worden. Uit een aantal verklaringen van
de ambassadeur, en ook uit een bijzonder openhartig gesprek met de
directeur van mijn beleidscel en de heer Gutman is mij ondertussen
duidelijk gebleken dat de ambassadeur dit ook begrijpt.
Pour le reste, un ambassadeur
doit toujours savoir ce qui est le
plus efficace: parler ou se taire.
Certaines de ses déclarations et le
contenu d'une discussion franche
qu'il a eue avec le directeur de ma
cellule stratégique m'indiquent
clairement que l'ambassadeur
comprend
parfaitement
ce
principe.
08.03 Peter Luykx (N-VA): Dank u voor uw bondige antwoord,
mijnheer de minister. Het is inderdaad belangrijk te weten wanneer
men zwijgt of spreekt, niet alleen tijdens bezoeken aan Congo maar
ook in het ingewikkelde Belgische politieke huishouden. Hij mag dan
al zeer oprecht geweest zijn, en misschien ook terecht, in zijn
uitspraken inzake mevrouw Onkelinx. Ik dank u in elk geval voor uw
antwoord.
08.03 Peter Luykx (N-VA): Il est
effectivement important de savoir
quand il faut parler ou se taire, non
seulement lors de visites au
Congo, mais également dans le
contexte du ménage politique
complexe de la Belgique.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de Mme Camille Dieu au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'adhésion de l'Union européenne à la Convention européenne de
sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales" (n° 19695)
09 Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "de toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag tot
bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden" (nr. 19695)
09.01 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, à l'heure actuelle,
l'Union européenne n'est pas formellement liée par la Convention
européenne des droits de l'homme (CEDH). Ceci a pour conséquence
qu'il est impossible de se plaindre directement devant la Cour de
Strasbourg d'une violation des droits fondamentaux qui trouve sa
source dans un acte de l'Union. Par contre, une mise en cause
indirecte de la conformité du droit communautaire est possible en
attaquant un État membre devant la Cour européenne des droits de
l'homme. Cette possibilité résulte du fait que tous les États membres
de l'Union adhèrent à la Convention européenne des droits de
l'homme.
On voit ici l'utilité pour l'Union d'adhérer à la Convention afin d'éviter la
mise en cause de la responsabilité des États membres pour des
violations de la Convention découlant du droit communautaire.
Le traité de Lisbonne prévoit ainsi l'adhésion de l'Union à la
Convention. Un protocole au traité fixe le contenu de l'accord
d'adhésion. Le traité prévoit également que cet accord doit recevoir
l'approbation du Parlement européen et que la décision de conclure
l'accord d'adhésion devra être prise par le Conseil à l'unanimité. De
plus, cette décision pourra seulement entrer en vigueur après son
approbation par les États membres, conformément à leurs règles
constitutionnelles respectives.
Au regard de ces éléments, permettez-moi, monsieur le ministre, de
vous poser les questions suivantes. Le processus d'adhésion de
l'Union à la Convention, tel que prévu par le traité de Lisbonne, a-t-il
été entamé par les différentes institutions européennes? Où en est-on
09.01 Camille Dieu (PS): De
Europese Unie is niet formeel
gebonden door het Europees
verdrag voor de rechten van de
mens (EVRM). Bijgevolg is het
onmogelijk bij het Hof van
Straatsburg een klacht in te dienen
over het schenden van een
grondrecht dat voortvloeit uit een
akte van de Unie. Maar het
onrechtstreeks aan de kaak
stellen
van
het
gemeenschapsrecht is mogelijk
door een lidstaat voor het
Europees Hof voor de rechten van
de mens te dagen, aangezien alle
lidstaten tot het EVRM zijn
toegetreden.
Men merkt hier dat het nuttig is
voor de Unie bij dat Verdrag
aangesloten te zijn, zoals bepaald
in het Verdrag van Lissabon,
teneinde
te
voorkomen
dat
lidstaten in opspraak komen. Het
verdrag
bepaalt
dat
het
toetredingsakkoord
de
goedkeuring van het Europees
Parlement moet krijgen en dat de
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
au niveau du Conseil de l'Union européenne et du Parlement
européen? Existe-t-il, à l'heure actuelle, un consensus au sein des
États membres afin de faire aboutir cette procédure au plus vite?
Dans l'affirmative, dans quels délais faut-il s'attendre à voir l'adhésion
de l'Union à la CEDH se concrétiser? Dans la négative, quels
obstacles faut-il encore surmonter? Quelle est la position de la
Belgique à cet égard?
Enfin, du côté du Conseil de l'Europe, toutes les modifications
nécessaires ont-elles été apportées au texte de la Convention afin de
rendre possible cette adhésion?
toetredingsbeslissing
door
de
Raad eenparig moet worden
genomen. Bovendien zal de
toetreding slechts van kracht
worden na goedkeuring van de
lidstaten, overeenkomstig hun
grondwettelijke regels.
Is het toetredingsproces van de
Unie tot de EVRM al gestart? Is er
een consensus onder de idstaten?
Tegen wanneer kan die toetreding
gestalte krijgen? Ten slotte, heeft
de Raad van Europa de nodige
wijzigingen doorgevoerd aan de
tekst van het Verdrag zodat die
toetreding mogelijk wordt?
09.02 Steven Vanackere, ministre: Madame Dieu, je vous remercie
d'avoir posé cette question. Cela me permettra de clarifier un certain
nombre de choses.
L'adhésion de l'Union européenne à la Convention européenne de
sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales
prendra la forme d'un accord international. Le processus formel
débutera par l'adoption, par le Conseil de l'Union européenne, d'un
mandat énonçant les directives des négociations avec le Conseil de
l'Europe. Ce mandat doit être adopté sur la base de
recommandations de la Commission européenne. Or la Commission,
qui était en affaires courantes jusqu'à son investiture assez récente
par le Parlement européen, n'a pas encore formulé de propositions.
Elle devrait toutefois le faire à brève échéance. Le Conseil de l'Union
européenne et le Parlement européen ont toutefois déjà entrepris des
travaux exploratoires. Au niveau du Conseil, différentes réunions
d'experts se sont ainsi tenues dès la fin de l'année dernière. Le
Parlement européen a déjà, de la même manière, tenu des
discussions exploratoires, notamment au sein de sa commission
Affaires constitutionnelles.
L'adhésion de l'Union européenne à la Convention européenne de
sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales est
prévue par le Traité. Il importe dès lors que les travaux soient
entamés sans délai pour qu'elle soit mise en oeuvre. Lors du Conseil
Justice et Affaires intérieures des 25 et 26 février, l'urgence de
l'adoption du mandat des négociations a encore été rappelée. La
présidence espagnole a pour objectif de faire approuver ce mandat de
négociations avant la fin du premier semestre. La durée totale des
négociations avec le Conseil de l'Europe ne peut être
raisonnablement évaluée à ce stade.
La Belgique a toujours été favorable à l'adhésion de l'Union
européenne à la Convention européenne des droits de l'homme. Elle
estime que cette adhésion est indispensable compte tenu de
l'importance des compétences transférées par les États membres à
l'Union européenne. Le Traité de Lisbonne, à la demande notamment
de la Belgique, a donné à l'Union européenne la base juridique
nécessaire pour permettre cette adhésion. La future présidence belge
veillera, durant le second semestre de 2010, à ce que les travaux
09.02
Minister
Steven
Vanackere: De toetreding van de
Europese Unie tot het Europees
Verdrag tot bescherming van de
rechten van de mens en de
fundamentele
vrijheden
zal
geschieden
middels
een
internationaal akkoord. Het proces
zal in gang gezet worden wanneer
de Raad van de Europese Unie
een mandaat goedkeurt waarin de
richtlijnen
voor
de
onderhandelingen met de Raad
van Europa uiteengezet worden.
Dat
mandaat
zal
worden
aangenomen
op
grond
van
aanbevelingen van de Europese
Commissie. De Commissie, die tot
voor kort alleen nog lopende
zaken behartigde, is nog niet met
voorstellen gekomen, maar zou
dat binnenkort moeten doen. De
Raad en het Parlement hebben
echter
al
voorbereidende
werkzaamheden verricht. Op de
Raad Justitie en Binnenlandse
Zaken van 25 en 26 februari
jongstleden werd er nog op
gewezen
dat
het
onderhandelingsmandaat dringend
moet worden aangenomen. Het
Spaanse voorzitterschap wil het
onderhandelingsmandaat vóór het
einde van het eerste semester
2010 aannemen.
Voor België is de toetreding tot het
Verdrag onontbeerlijk, gelet op de
bevoegdheden die de lidstaten
aan
de
Europese
Unie
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
progressent le plus rapidement possible.
L'adhésion de l'Union européenne à la Convention a été rendue
possible par l'adoption, en mai 2004, du protocole n° 14. En date du
18 février, la Russie, qui était le dernier État à devoir ratifier ce
protocole, a déposé son instrument de ratification, ce qui permettra
une entrée en vigueur au 1
er
juin 2010. L'obstacle majeur à une
adhésion de l'Union est donc levé au sein du Conseil de l'Europe. Il
est toutefois trop tôt pour savoir si d'autres modifications à la
Convention européenne des droits de l'homme seront ou non
nécessaires. Il n'est en effet pas exclu que dans le cadre des
négociations, qui restent à mener entre l'Union et le Conseil de
l'Europe, d'autres modifications de nature technique doivent encore
être apportées à la Convention européenne de sauvegarde des droits
de l'homme et des libertés fondamentales.
overdragen.
Het
toekomstige
Belgische voorzitterschap zal erop
toezien dat die werkzaamheden
snel vorderen.
Die toetreding wordt mogelijk
gemaakt door de goedkeuring van
het protocol nr. 14 in mei 2004. Op
18 februari heeft Rusland, de
laatste Staat die het protocol nr. 14
nog moest ratificeren, zijn akte
voor de bekrachtiging neergelegd,
waardoor het protocol op 1 juni
2010 in werking zou kunnen
treden. Het grootste struikelblok
voor de toetreding binnen de Raad
van Europa is dus uit de weg
geruimd. Het is echter te vroeg om
te weten of het EVRM nog andere
wijzigingen moet ondergaan. Dat
zal
afhangen
van
de
onderhandelingen tussen de Unie
en de Raad van Europa.
09.03 Camille Dieu (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour vos réponses tout aussi détaillées que ma question.
Vous précisez que la Belgique veillera à faire progresser les travaux
le plus vite possible. Je reviendrai vers vous au moment de la
présidence belge afin de voir comment les choses se passent à ce
niveau.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de beslissing over de verlenging van de Belgische operatie in
Afghanistan" (nr. 19808)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de Belgische operatie in Afghanistan" (nr. 19837)
10 Questions jointes de
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la décision de prolonger les opérations belges en Afghanistan" (n° 19808)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'opération belge en Afghanistan" (n° 19837)
10.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, zoals wij ondertussen allemaal weten is de
Nederlandse regering gevallen over de beslissing om de operatie in
Afghanistan eventueel te verlengen.
Ook België moet binnenkort beslissen over een eventuele verlenging
van haar engagement in Afghanistan. Wanneer zal deze beslissing
genomen worden? In het verleden was sprake van een evaluatie.
Wordt deze evaluatie uitgevoerd? Is deze al lopende en wat zijn de
resultaten?
10.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Tout récemment, le
gouvernement néerlandais est
tombé suite à des divergences
quant à l'opportunité de prolonger
l'opération en Afghanistan. La
Belgique
doit
également
se
prononcer d'ici peu sur l'éventuelle
poursuite de son engagement en
Afghanistan. Quand cette décision
sera-t-elle prise? Une évaluation
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Wat zijn de criteria die meespelen bij de beslissing om de Belgische
operatie al dan niet te verlengen?
Is er sprake van een eventuele uitbreiding van het Belgische
engagement in Afghanistan de komende maanden?
Kunt u mij laten wat de voorziene Belgische bijdrage in 2010 is tot
wederopbouw, ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking? Enige
tijd geleden was dit bedrag 12 miljoen euro, maar ik wil graag weten
of dit bedrag opgetrokken wordt of niet.
doit-elle avoir lieu? Quels sont les
critères susceptibles d'intervenir
dans la décision éventuelle de
maintenir l'engagement belge?
Quelle contribution la Belgique est-
elle censée fournir pour la
reconstruction, le développement
et
la
coopération
au
développement? Le montant initial
de
12 millions
d'euros
a-t-il
augmenté?
10.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer De Vriendt, voor wat
betreft 2010 ga ik u een overzicht geven en dan kom ik tot uw vraag
met betrekking tot de verlenging. Ik moet er misschien ook bijzeggen
dat voor wat betreft de huidige militaire inzet in Afghanistan, ik verwijs
naar mijn collega van Defensie. Ik ga ingaan op de civiele
inspanningen.
Inzake de Belgische civiele inspanningen in Afghanistan zal België in
2010 12 miljoen euro besteden aan civiele hulp. Dat is het getal dat u
reeds kent, zoals beslist door de Ministerraad van 3 april 2009. Inzake
concrete vastleggingen voor 2010 kan ik u reeds melden dat ons land
voor 2 miljoen euro aan het Afghanistan Reconstruction Trust Fund
van de Wereldbank zal bijdragen en 500 000 euro zal besteed worden
aan lopende projecten van de Aga Kahn Foundation, dat is vooral
landbouw en plattelandsontwikkeling. De steun aan de Belgische
NGO's die actief zijn in Afghanistan, wordt voortgezet.
Voor het overige weet u dat de Belgische regering zich geëngageerd
heeft 3 politieagenten, 1 expert van Justitie en 1 expert van
Buitenlandse Zaken te detacheren naar EUPOL Afghanistan.
De meeste informatie die ik u hier geef, kende u ongetwijfeld reeds. Ik
bevestig het gewoon omdat u mij vraagt wat de bijdrage in 2010 is.
Wat de beslissing met betrekking tot 2011 betreft, moet ik bondiger
zijn. Het is trouwens ook niet bijzonder gebruikelijk dat men naar
intenties peilt op een ogenblik dat de beslissing nog niet genomen is.
Ik kan u alleen maar zeggen dat wij in de komende periode, en dat zal
niet zo lang op zich laten wachten, de huidige inspanningen in
Afghanistan willen evalueren in de regering. Die evaluatie zal
natuurlijk gebaseerd zijn op meerdere elementen en komt eigenlijk
neer op onze boeiende discussie die wij hebben gehad naar
aanleiding van de debriefing over de Afghanistan-conferentie. Het is
niet nodig om elk van die elementen opnieuw in herinnering te
brengen. Op basis van die evaluatie zal er een beslissing worden
genomen met betrekking tot een eventuele verlenging van de
inspanningen in het jaar 2011. Die beslissing is, zoals ik u moet
aangeven, vandaag nog niet genomen.
10.02
Steven
Vanackere,
ministre: En ce qui concerne le
déploiement militaire actuel en
Afghanistan, je vous renvoie à
mon collègue de la Défense. Je ne
peux m'exprimer que sur les
efforts civils.
En 2010, la Belgique consacrera
12 millions d'euros à l'aide civile,
comme en a décidé le conseil des
ministres du 3 avril 2009. Notre
pays contribuera au Afghanistan
Reconstruction Trust Fund
de la
Banque mondiale à concurrence
de
2 millions
d'euros
et
500 000 euros seront débloqués
pour les projets en cours de l'Aga
Khan
Foundation,
visant
essentiellement l'agriculture et le
développement rural. Le soutien
des ONG belges actives en
Afghanistan se poursuit. De plus,
le gouvernement belge s'engage à
détacher trois agents de police, un
expert de la Justice et un expert
des Affaires étrangères auprès
d'EUPOL Afghanistan.
Pour 2011, je serai plus concis.
Nous avons l'intention d'évaluer
les efforts consentis actuellement
pour l'Afghanistan. Sur la base de
cette évaluation, une décision sera
prise
quant
à
l'éventuelle
prolongation de ceux-ci.
10.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik heb weinig bijgeleerd,
mijnheer de minister, maar het was toch wel peilen naar een
eventuele nieuwe stand van zaken en nieuwe elementen. Ik kan
alleen maar hopen dat de evaluatie op een objectieve manier
plaatsvindt, maar u kent het debat. U kent ook onze standpunten
aangaande Afghanistan.
10.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Je ne peux qu'espérer
que l'évaluation s'effectuera de
manière objective. Je regrette que
le montant de 12 millions d'euros
soit confirmé; en effet, certains
projets belges de développement
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Sta mij toch toe het sterk te betreuren dat u nogmaals het bedrag van
12 miljoen euro bevestigt. Ik betreur dat omdat ik toch ook hoor dat
bepaalde ontwikkelingsprojecten in Kunduz, waar Belgen actief zijn, te
kampen hebben met een tekort aan budgetten.
Ik vind een bedrag van 109 miljoen euro voor de militaire
engagementen van ons land in Afghanistan tegenover 12 miljoen euro
engagement voor wederopbouw en ontwikkeling eigenlijk een
aberratie en een onevenwicht, zeker omdat ik hoor dat bepaalde
projecten te kampen hebben met een tekort aan middelen. Er zijn
meer middelen nodig. Ik betreur het sterk dat België nu al
maandenlang bij dat bedrag van 12 miljoen euro blijft.
menés à Kunduz sont confrontés à
une insuffisance de budgets. Le
déséquilibre est flagrant entre les
109 millions d'euros consacrés à
l'engagement
miliaire
et
les
12 millions d'euros destinés à la
reconstruction
et
au
développement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het incident op het Vakantiesalon van Brussel" (nr. 19823)
11 Question de M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "l'incident qui s'est produit au Salon des Vacances de Bruxelles"
(n° 19823)
11.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, actievoerders van Vredesactie VZW voerden op
7 februari een ludieke actie op het vakantiesalon in Brussel. Verkleed
als
airhostessen
en
stewards
van
de
Israëlische
luchtvaartmaatschappij El Al deelden zij aan de bezoekers van het
salon pseudovliegtickets uit, zogezegd als dank voor de steun van de
Belgische overheid aan de wapenleveringen aan Israël. De
luchthaven van Luik-Bierset wordt immers ter beschikking gesteld van
de Amerikaanse wapenleveringen aan Israël, die mede de bezetting
van de Palestijnse gebieden in stand houden. Niet alleen El Al staat in
voor dergelijke wapenleveringen, maar naar verluidt ook de
Israëlische maatschappij Cargo Airlines.
Israëlisch veiligheidspersoneel greep in en hield de actievoerders
vast. De politie werd opgeroepen en de actievoerders werden
opgepakt. Later werden zij ook gerechtelijk aangehouden.
Wat is uw mening over dit incident? Ludiek burgerprotest is ­ gelukkig
zou ik zeggen ­ toch een aanvaardbaar actiemiddel in België. Bij
ludieke, onschadelijke acties is het gebruikelijk dat actievoerders in
staat worden gesteld hun actie te voeren gedurende een beperkte tijd,
waarna zij vrij kunnen beschikken en zeker niet worden opgepakt.
Vindt u de reactie van de Israëlische veiligheidsdiensten
aanvaardbaar? Belgische actievoerders worden daarvoor voor de
rechter geleid. Wij willen u vragen bij de Israëlische ambassade aan
te dringen op een hogere graad van tolerantie voor burgerprotest.
Voorts willen wij graag weten wat uw standpunt ten gronde is, met
name over de wapenleveringen aan Israël via Belgische luchthavens.
In welke mate vindt u het aanvaardbaar dat Belgische luchthavens
worden gebruikt voor wapenleveringen die onder meer worden
gebruikt voor het in stand houden van de bezetting van de Palestijnse
gebieden? Hoe zult u hiertegen reageren? Bent u bereid bij uw
collega's aan te dringen op controles van wapenleveringen via
Belgische luchthavens door Israëlische maatschappijen bestemd voor
11.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): L'ASBL Vredesactie a
organisé une action ludique à
l'occasion du Salon des Vacances
de Bruxelles pour dénoncer les
livraisons d'armes américaines à
Israël, transitant par l'aéroport de
Liège-Bierset.
Déguisés
en
membres du personnel d'El AL,
les membres de l'ASBL ont
distribué de faux billets d'avion en
guise de remerciement pour l'aide
apportée par la Belgique aux
livraisons d'armes. Des agents de
sécurité israéliens sont intervenus
et ont retenu les militants qui ont
ensuite été remis à la police.
Le ministre juge-t-il la réaction des
services de sécurité israéliens
admissible? Le ministre insistera-t-
il auprès de l'ambassade d'Israël
en faveur d'une plus grande
tolérance
à
l'égard
des
protestations citoyennes? Quelle
est la position du ministre sur la
question des livraisons d'armes?
Va-t-il plaider auprès de ses
collègues pour un contrôle des
livraisons d'armes à Israël?
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Israël?
11.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, collega De
Vriendt, ik heb begrepen dat u een gelijkaardige vraag hebt gesteld
aan mijn collega van Binnenlandse Zaken. U hebt al een antwoord
gekregen van mijn collega binnen de bevoegdheid Binnenlandse
Zaken met betrekking tot de reactie op wat de Israëlische
veiligheidsdiensten bij dat incident hebben gedaan.
Voor wat uw andere vragen betreft, meer bepaald uw vraag bij de
Israëlische ambassade aan te dringen op een hogere graad van
tolerantie voor burgerprotest, bevestig ik graag dat ik natuurlijk
begaan ben met de vriendschappelijke banden die er moeten bestaan
onder landen in de wereld. Het respecteren van de Conventies van
Wenen maakt daarvan een onderdeel uit. Dat geldt natuurlijk voor
elke ambassade, maar ook voor de ambassade van Israël in België.
Evenzeer als u ben ik begaan met de vrijheid van meningsuiting.
Ik neem akte van uw suggestie om deze elementen op te nemen in
een gesprek dat mijn diensten met de Israëlische ambassade zouden
kunnen hebben.
In verband met de wapenleveringen aan Israël via Belgische
luchthavens moet ik erop wijzen dat de bevoegdheid voor het
verlenen van vergunningen voor de in- en uitvoer van wapens en
militair materiaal, evenals de transit ervan, bij de Gewesten berust.
Over de problematiek van het Midden-Oosten hebben we eerder al
een debat gehad. Ik wens mij in dat verband in te schakelen in dat
wat de Europese Unie zoveel mogelijk poogt te realiseren in haar
relaties met Israël. Ik zie geen reden om die politiek naar aanleiding
van deze vraag te herformuleren.
11.02
Steven
Vanackere,
ministre: La ministre de l'Intérieur
a déjà répondu à la question sur
l'intervention des services de
sécurité israéliens.
Je suis évidemment soucieux de
la liberté d'expression, mais je suis
tout aussi soucieux du maintien de
relations amicales avec d'autres
États et du respect de la
Convention de Vienne. Je prends
acte de la suggestion de plaider en
faveur d'une tolérance accrue à
l'égard
des
protestations
citoyennes lors de mes entretiens
avec l'ambassade d'Israël.
Les compétences en matière
d'attribution de licences pour
l'importation
et
l'exportation
d'armes
sont
dévolues
aux
Régions.
Nous avons déjà mené un débat
sur
la
politique
belge
et
européenne à l'égard d'Israël.
11.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): U zou natuurlijk een
principieel standpunt kunnen innemen aangaande wapenleveringen
aan Israël via onze luchthavens. Die worden gebruikt voor het
instandhouden van een illegale actie. U weet dat de bezetting van de
Palestijnse gebieden en de bouw van de Muur als illegaal wordt
bestempeld, onder andere door het Internationaal Gerechtshof. Ik
vind dat er principieel vragen te stellen zijn over wapenleveringen via
ons land voor het versterken van illegale daden van de Israëlische
overheid.
Ik had vandaag gehoopt op meer politieke moed van uwentwege en
op een duidelijker standpunt. Met enige tevredenheid neem ik akte
van uw antwoord dat u de reactie van de Israëlische
veiligheidsdiensten bij een volgende ontmoeting met de Israëlische
verantwoordelijken zal bespreken.
De reactie van de veiligheidsdiensten was buitensporig. Wij moeten
pleiten voor een graad van tolerantie ten aanzien van het
burgerprotest zoals wij dat kennen. Misschien kan men daar in Israël
niet zo goed mee omgaan. Het maakt deel uit van een gezond
democratisch debat. Dat moet misschien aan onze Israëlische
gesprekspartners duidelijk worden gemaakt.
11.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Le ministre pourrait
adopter une position de principe
sur les livraisons d'armes à Israël
transitant par nos aéroports. La
construction du mur et l'occupation
des territoires palestiniens sont
très
clairement
qualifiées
d'illégales, notamment par la Cour
internationale
de
justice.
J'attendais davantage de courage
politique de la part du ministre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
12 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "leden van stadsbendes die als lijfwachten worden
gerekruteerd door Congolese prominenten die Brussel bezoeken" (nr. 19860)
12 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "le recrutement, par des personnalités congolaises en visite à
Bruxelles, de membres de bandes urbaines comme gardes du corps" (n° 19860)
12.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, mijn informatie komt uit het maandblad MO waarin gewag
werd gemaakt van het feit dat Congolese VIP's bij niet officiële
bezoeken aan Brussel regelmatig tegen betaling bescherming krijgen
van Brusselse stadsbendes.
Wij weten allemaal dat er rond de Matongéwijk een aantal
stadsbendes met jonge Congolezen opereren. Zij pakken trouwens
voornamelijk de eigen mensen aan. Dat is ook zowat de traditie van
het Congolese leger in Oost-Congo. Zij zijn nogal berucht voor
groepsverkrachtingen en dergelijke. Die mensen zouden worden
gerekruteerd om voor de veiligheid te zorgen van Congolese
prominenten.
Er werd gewag gemaakt van het bezoek van de Congolese first lady.
Zij werd bewaakt door twee groepen zwarte bodyguards. De ene
groep bestond uit een tiental leden van een Brusselse stadsbende en
de andere groep uit ex-leden van een andere stadsbende die actief
zijn in het portiersmilieu.
Het is naar mijn mening toch niet echt gezond dat men een beroep
doet op mensen die in feite regelmatig op een zeer illegale wijze
geweld gebruiken om op te treden als een soort privé-politie. Ik had u
willen vragen wat uw standpunt ter zake is. Zou het geen aanbeveling
verdienen om contact op te nemen met de Congolese ambassade om
te vragen om dit genre van bescherming voortaan achterwege te
laten?
12.01 Francis Van den Eynde
(VB): À en croire des informations
publiées dans le mensuel MO, des
bandes
urbaines
actives
à
Bruxelles se chargeraient parfois
de la protection de personnalités
congolaises
lors
des
visites
informelles de ces denières. Ainsi,
la sécurité de la première dame du
Congo serait assurée par une
bande urbaine ainsi que par des
ex-membres d'une autre bande
active dans le milieu des portiers.
J'estime que cette situation est
malsaine. Quelle est la position du
ministre?
Ne
devrait-il
pas
demander à l'ambassade du
Congo de mettre fin à ces
pratiques?
12.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Van den Eynde, ik ben eind januari 2010 ervan op de hoogte gebracht
dat in het verleden is vastgesteld dat leden van stadsbendes wel eens
werden ingeschakeld als veiligheidspersoneel bij het bezoek van
Congolese VIP's aan België. De veiligheidsdiensten hebben die
problematiek in 2007 met de Congolese ambassade besproken
teneinde herhaling hiervan te kunnen voorkomen.
Volgens de informatie waarover wij thans beschikken, hebben die
contacten een positief gevolg gehad en wordt er vandaag van
dergelijke praktijken niet langer melding gemaakt. Het is natuurlijk
duidelijk dat ik u, voor zover nodig, nog eens kan bevestigen dat ons
land dergelijke praktijken niet kan dulden. Trouwens, als daarbij als
misdrijf gekwalificeerde feiten zouden worden gepleegd dan wordt van
de politie- en inlichtingendiensten trouwens verwacht dat zij de
procureur des Konings hiervan inlichten.
Zowel voor een informeel als officieel bezoek van een buitenlandse
VIP, die eventueel is bedreigd of zich in een risicosituatie bevindt,
bestaan er duidelijke afspraken en regels over de organisatie van de
veiligheidsmaatregelen die moeten worden gerespecteerd. Die regels
zijn gekend bij alle bevoegde diensten.
12.02
Steven
Vanackere,
ministre: J'ai été informé fin janvier
de ces pratiques qui consistaient
parfois, dans le passé, à confier la
sécurité
de
personnalités
congolaises à des membres de
bandes urbaines. Les services de
sécurité ont évoqué ce problème
avec l'ambassade du Congo en
2007 dans le but d'éviter que de
tels faits se reproduisent. Selon
nos informations, il a été mis fin à
ces pratiques.
Il va de soi que notre pays ne peut
cautionner de telles méthodes. Si
des infractions sont commises
dans ce cadre, nous attendons
des services de police et de
renseignements
qu'ils
en
informent le procureur du Roi.
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Naast mijn meer verklarend deel van het antwoord, kan ik u
bevestigen dat het volgens onze informatie over een problematiek
gaat die in de jaren voor of omstreeks 2007 te situeren is. We kunnen
vandaag zeggen dat die situatie niet meer tot de geplogenheden
behoort.
La sécurité des visites tant
formelles qu'informelles est régie
par des règles qui doivent être
respectées et dont tous les
services
compétents
ont
connaissance.
12.03 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, ik dank
de minister voor zijn antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Zoé Genot au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le coût des visas long séjour" (n° 19885)
13 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de kostprijs van de visa voor lang verblijf" (nr. 19885)
13.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, j'apprends
avec étonnement que le coût des demandes de visas de long séjour a
doublé en juillet 2009, passant de 90 à 180 euros. Sauf erreur de ma
part, la base légale de ce coût est la loi du 30 juin 1999 portant le tarif
des taxes consulaires et des droits de chancellerie et l'arrêté royal
relatif au tarif des taxes consulaires à percevoir par les
représentations diplomatiques et consulaires belges à l'étranger, qui
prévoit que la demande de visa pour un long séjour (visa D) coûte
45 euros.
Depuis, le montant a quadruplé, et ce, semble-t-il, sans base légale.
Le confirmez-vous?
Pourriez-vous expliquer ce qui justifie ce coût?
Ne pensez-vous pas qu'il s'agit d'une somme exorbitante qui peut
s'avérer un obstacle à la réunification des familles? Lorsqu'il s'agit
d'une famille de plusieurs enfants, il peut s'avérer extrêmement
difficile pour une famille de rassembler une telle somme pour chaque
enfant, outre le conjoint.
En ce qui concerne les personnes qui obtiennent le statut de réfugié
ou de protection subsidiaire, personnes pour lesquelles la Belgique a
estimé qu'elles couraient un danger dans leur propre pays, ne
pensez-vous pas qu'en vertu du devoir de protection de notre pays, il
faudrait prévoir la gratuité des demandes de visa pour les membres
de la famille d'un réfugié reconnu ou d'une personne qui a obtenu la
protection subsidiaire, à l'instar de ce qui se passe pour les membres
de la famille d'un Belge ou d'un citoyen de l'Union européenne?
En effet, la Convention de Genève relative au statut des réfugiés et,
en particulier, l'article 25.4 concernant l'aide administrative, dispose
que certains services, dont l'octroi de certains documents, pourront
être rétribués, mais de manière modérée et en rapport avec les
perceptions opérées sur les nationaux à l'occasion de services
analogues.
L'article 29.1 prévoit que les réfugiés ne seront pas assujettis à des
droits, taxes, impôts ou autres, plus élevés que ceux perçus sur leurs
nationaux dans des situations analogues.
13.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
De kosten van een aanvraag voor
een visum voor lang verblijf is in
juli 2009 van 90 naar 180 euro
gestegen. Wat rechtvaardigt die
kost? Zo'n bedrag kan een
hinderpaal
zijn
voor
gezinsherenigingen.
Zouden
vluchtelingen en mensen die
subsidiaire bescherming gekregen
hebben niet hun aanvraag voor
een visum gratis moeten krijgen?
Artikel 29.1 van het Verdrag van
Genève
van
28 juli
1951
betreffende
de
status
van
vluchtelingen
bepaalt
dat
vluchtelingen niet onderworpen
mogen
worden
aan
hogere
rechten, belastingen, heffingen en
andere dan wat voor eigen
onderdanen geldt.
We
hebben
positieve
verplichtingen op het gebied van
gezinshereniging. Artikel 8 van het
Europees
Verdrag
tot
bescherming van de rechten van
de mens en het Internationaal
Verdrag inzake de Rechten van
het Kind verplichten staten alles te
doen om de gezinshereniging te
vergemakkelijken.
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Nous avons également des obligations positives en matière de droit
au regroupement familial en vertu de l'article 8 de la Convention
européenne des droits de l'homme et de la Convention internationale
des droits de l'enfant qui impose aux États de tout mettre en oeuvre
pour faciliter la réunification familiale des enfants vis-à-vis de leurs
parents.
13.02 Steven Vanackere, ministre: Madame Genot, l'augmentation
du handling fee, c'est-à-dire le coût de traitement d'une demande de
visa D, visa pour long séjour, a bien été faite sur une base légale. En
effet, ce coût de traitement est constitué de deux composants: la taxe
consulaire et les frais de production. La taxe consulaire d'une
demande de visa D pour un long séjour s'élève à 45 euros. La base
légale se trouve dans la loi du 30 juin 1999 portant le tarif des taxes
consulaires et des droits de chancellerie.
Jusqu'à présent, le tarif à percevoir par les représentations
diplomatiques et consulaires pour une demande de visa D est restée
inchangé.
La deuxième partie de ce montant, c'est-à-dire le montant des frais de
production est arrêté par le Comité de gestion du service de l'État à
gestion séparée (CEGS) chargé de la gestion des passeports, visas,
cartes d'identité pour Belges à l'étranger et légalisation. Ce CEGS a
été créé par deux arrêtés royaux du 9 mai 2006 en vertu des
articles 14, 15 et 16 de la loi-programme du 27 décembre 2005.
Je confirme que le 12 mars 2009, le comité de gestion a décidé
d'augmenter les frais de production de cette deuxième composante
de 45 euros à 135 euros, soit une augmentation de 90 euros à partir
du 1
er
juillet 2009.
Cette augmentation était due à l'augmentation significative des coûts
liés au processus de visa, c'est-à-dire des normes plus élevées en
matière de sécurité et l'introduction de la biométrie. Je vous fais
quand même remarquer que, par rapport à une approche qui serait
beaucoup plus liée à une logique coût équivaut recette, on devrait
bien sûr augmenter bien plus que cela. Le coût total des visas pour la
Belgique est couvert à presque 60 % par les recettes.
La démarche réalisée ici ne fait qu'augmenter de quelques
pourcentages ce taux de couverture, mais reste en-dessous des
coûts réels exposés, notamment par l'introduction de la biométrie et
d'autres éléments, qui accroissent la sécurité.
D'autres pays comme les Pays-Bas ou le Royaume-Uni ont une
approche bien plus axée sur une logique d'équivalence de recettes et
de dépenses.
Votre deuxième question concerne les cas d'exemptions de
handling fee. Les règles qui étaient en vigueur avant le 1
er
juillet 2009
restent bien entendu d'application. Plus spécifiquement les
dispositions européennes qui prévoient la gratuité de visa pour un
membre de la famille d'un citoyen de l'Union européenne et sur base
du traité instaurant l'Espace économique européen, les citoyens de
Norvège, l'Islande et du Liechtenstein sont assimilés aux citoyens de
l'Union. Ces dispositions ne s'appliquent pas aux membres de la
13.02
Minister
Steven
Vanackere:
De
duurdere
verwerking van een aanvraag voor
een visum voor lang verblijf heeft
een
wettelijke
basis.
Die
verwerking
heeft
twee
componenten:
de
consulaire
heffing en de productiekosten. De
consulaire
heffing
voor
een
aanvraag voor een D-visum voor
lang verblijf bedraagt 45 euro. Dat
tarief is tot nu toe niet veranderd.
Op 12 maart 2009 heeft het
beheerscomité
beslist
de
productiekosten van die tweede
component van 45 op 135 euro te
brengen, dus een stijging met
90 euro vanaf 1 juli 2009. Dat is te
wijten aan de hogere kosten voor
de aanmaak van visa. Indien de
ontvangsten de kosten zouden
moeten dekken, zouden we de
kostprijs nog veel meer moeten
verhogen.
Volgens de EU-regelgeving kan
een familielid van een EU-burger
gratis een visum verkrijgen. Op
grond van de Overeenkomst
betreffende
de
Europese
Economische Ruimte worden de
burgers van Noorwegen, IJsland
en Liechtenstein gelijkgesteld met
EU-burgers. Deze bepalingen zijn
niet van toepassing op de
familieleden van een vluchteling
die in België verblijft.
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
famille d'un réfugié établi en Belgique.
13.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Vous êtes donc conscient,
monsieur le ministre, que ne pas traiter de la même manière un
réfugié reconnu - quelqu'un qui est dans une situation jugée à risque,
car il est difficile d'obtenir le statut de réfugié - de la même manière
que nos nationaux ou qu'un citoyen de l'Union européenne est tout à
fait contraire à la convention de Genève à laquelle nous avons
souscrit. Cela pose donc un problème. Lorsqu'on compte le coût du
voyage et les nombreuses formalités, cela devient un obstacle au
regroupement familial.
Quand la Belgique a jugé qu'une famille était en danger, il est
important que l'on ne lui mette pas des bâtons dans les roues à cet
égard.
J'espère que pour ces deux catégories de personnes en danger, que
la Belgique a déclaré comme telles puisqu'elle les a reconnues
comme réfugiées ou relevant de la protection subsidiaire, vous
pourrez réexaminer la question du coût. Il s'agit d'un statut différent
de celui d'autres personnes ayant obtenu un droit de séjour par
d'autres biais.
13.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
U is er zich dus bewust van dat u
een erkende vluchteling niet op
dezelfde manier behandelt als
onze landgenoten of de EU-
burgers. Dit is in strijd met de
Conventie van Genève die wij
hebben onderschreven. Als men
de kosten van de reis en de vele
formaliteiten samentelt, wordt dat
een
obstakel
voor
de
gezinshereniging. Ik hoop dat u de
kwestie van de kostprijs voor deze
twee categorieën van personen in
nood zal herbekijken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het standpunt en de initiatieven van de regering met
betrekking tot de vervolging van politieke dissidenten in Cuba" (nr. 19935)
14 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères
et des Réformes institutionnelles sur "la position et les initiatives du gouvernement en ce qui
concerne les poursuites intentées à l'encontre de dissidents politiques à Cuba" (n° 19935)
14.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, in 1998 werden 5 Cubanen die in opdracht van het
regime van Havana in anti-Castristische organisaties infiltreerden,
aangehouden en daarna wegens spionage en moord tot levenslang
veroordeeld.
Volgens informatie die ik haal op de webstek van de burgemeester
van Gent, hebben 2 echtgenotes van die 5 Cubanen in oktober een
bezoek gebracht aan ons land, met het resultaat dat de burgemeester
van Gent een brief heeft gestuurd naar Obama om te protesteren
tegen de gevangenisstraf waartoe die mannen zijn veroordeeld.
Obama zal zeker onder de indruk geweest zijn toen hij die brief kreeg.
De burgemeester van Gent zegt dat ook de federale regering heeft
geprotesteerd en de verdediging van die 5 mensen op zich heeft
genomen.
Ik begin mijn verhaal hiermee omdat wij eind februari mochten
vernemen dat op Cuba de heer Zapata, een metselaar van Afro-
Cubaanse oorsprong die in 2003 met ongeveer 75 andere dissidenten
werd aangehouden, tijdens een hongerstaking is overleden. Hij hield
die hongerstaking om te protesteren tegen zijn wederrechtelijke
aanhouding. Dat is natuurlijk een opvallend feit, maar het is slechts
een van de verhalen die we mogen vernemen over de marxistische
dictatuur op Cuba.
14.01 Francis Van den Eynde
(VB): En 1998, cinq Cubains qui
avaient infiltré des organisations
anti-castristes sur ordre du régime
de La Havane ont été condamnés
à vie aux États-Unis pour
espionnage
et
meurtre.
En
consultant le site du bourgmestre
de Gand, j'ai lu que les épouses
de deux des détenus se sont
rendues dans notre pays en
octobre
et
qu'ensuite,
le
bourgmestre a protesté contre ces
peines de prison, dans un courrier
adressé au président Obama.
D'après
le
bourgmestre,
le
gouvernement fédéral prend aussi
sur lui la défense de ces cinq
personnes.
Fin février à Cuba, M. Zapata, un
maçon d'origine afro-cubaine qui
avait été arrêté avec environ 75
autres dissidents, est décédé. Il
avait fait la grève de la faim pour
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Indien het juist is dat de federale regering van destijds tussenbeide is
gekomen ten voordele van de 5 mensen die in Amerika voor spionage
zijn veroordeeld, zou ik u willen vragen welke initiatieven werden
genomen door de Belgische federale regering ten voordele van de
Cubaanse dissidenten, waarvan er heel wat sinds jaren in de
gevangenissen van Castro zitten.
protester contre son arrestation
illégitime. S'il est exact que le
gouvernement fédéral prend la
défense des cinq personnes
condamnées pour espionnage aux
États-Unis,
quelles
initiatives
prendra-t-il
en
faveur
des
dissidents cubains?
14.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Van den Eynde, net zoals de Europese Unie is België in het algemeen
van mening dat de problematiek van de mensenrechten in Cuba
verontrustend is, en in het bijzonder de behandeling van politieke
gevangenen.
België heeft middels en samen met de Europese Unie de hervatting
van de politieke dialoog EU-Cuba ondersteund, dit met de bedoeling
om op die manier vooruitgang te kunnen boeken inzake de
democratische hervormingen op het eiland. In het kader van deze
dialoog kunnen alle onderwerpen op voet van gelijkheid en zonder
enige uitzondering besproken worden, met inbegrip van deze met
betrekking tot het eerbiedigen van mensenrechten en het bevorderen
van de democratie. Voorzien wordt dat alle betrokken partijen, dus
eveneens de civiele maatschappij en de vertegenwoordigers van de
democratische oppositie aan deze dialoog moeten kunnen
deelnemen. Voor de Cubaanse autoriteiten zelf vormt de politieke
dialoog een platform dat de wederzijdse uitwisseling toelaat van
standpunten over moeilijke en zelfs conflicterende onderwerpen die
anders niet zouden besproken worden. Het is ongetwijfeld het beste
middel om onze boodschappen en bekommernissen over te brengen.
Deze politieke dialoog dient elk jaar geëvalueerd en vernieuwd te
worden door de Raad van de Europese Unie in overeenstemming met
het gemeenschappelijk standpunt van 1996 en op basis van de
vooruitgang die geboekt werd op het gebied van de democratie en de
mensenrechten. De problematiek van de vervolging van politieke
dissidenten en politieke gevangenen maakt daar integraal deel van
uit.
België, net zoals de Europese Unie, is vastberaden om onze
bezorgdheid over de vervolging van politieke dissidenten op het eiland
opnieuw duidelijk te maken aan de Cubaanse autoriteiten en alle
mogelijke druk uit te oefenen om een definitief einde te maken aan de
huidige betreurenswaardige toestand.
14.02
Steven
Vanackere,
ministre: La Belgique et l'Union
européenne sont d'avis que la
situation en matière de droits de
l'homme à Cuba, et certainement
en ce qui concerne les prisonniers
politiques, est inquiétante. Dans le
but
d'amener
des
réformes
démocratiques, nous avons dès
lors soutenu la reprise du dialogue
politique avec Cuba. Tous les
sujets peuvent être abordés dans
le cadre de ce dialogue et donc
également celui du respect des
droits de l'homme. Toutes les
parties concernées peuvent y
participer,
y
compris
les
représentants de la société civile
et de l'opposition démocratique.
De cette manière, des positions
sur des sujets délicats qui seraient
autrement tabous peuvent être
défendues.
Le Conseil de l'Union européenne
évalue chaque année les progrès
réalisés sur les plans de la
démocratie et des droits de
l'homme. Tout comme l'Union
européenne, la Belgique est bien
décidée à faire part aux autorités
cubaines de sa préoccupation en
ce qui concerne les poursuites
dont font l'objet des dissidents
politiques et d'exercer toute la
pression possible pour qu'il soit
mis définitivement un terme à
cette situation déplorable.
14.03 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de minister, dialoog,
ontmoetingen, allemaal goed en wel, maar ik heb de indruk dat dit op
het eiland in de Caraïben heel weinig heeft veranderd. Ik pleit ervoor
om op dat vlak misschien toch tot strengere actie over te gaan.
14.03 Francis Van den Eynde
(VB): Je plaide pour que l'on
envisage tout de même des
actions plus fermes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de terugtrekking van de MONUC" (nr. 20180)
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
15 Question de M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "le retrait de la MONUC" (n° 20180)
15.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, na een ontmoeting tussen de Congolese
President Kabila en de verantwoordelijke voor de vredesmissie
MONUC, kondigde een VN-diplomaat, maar ook een minister van de
regering van president Kabila, Lambert Mende, aan dat de
terugtrekking van MONUC uit Congo dit jaar zou starten en midden
2011 afgerond zou zijn. Volgens mij is dat op het niveau van
aankondigingen gebleven. Ik weet niet in hoeverre daarover al
concrete beslissingen werden genomen.
Ik wijs erop dat minister Mende degene was die in juli 2009 nogal
denigrerende uitspraken had gedaan over mensenrechtenactivisten in
zijn land. Ik heb berichten gelezen, in een latere fase, dat het bij
aankondigingspolitiek zou blijven en dat het eerder stoerdoenerij was
voor intern gebruik. Ik merk evenwel op dat het problematisch is dat
op dergelijke manier aankondigingen worden gedaan, vermits de
MONUC, de VN-vredesmissie, toch wel enig nut heeft in Congo,
zeker ten opzichte van de verkiezingen in 2011. Bij voorgaande
verkiezingen, onder andere in 2006, was de aanwezigheid van de
internationale gemeenschap toch zeer belangrijk. Dus ik denk dat de
terugtrekking van de MONUC een slechte zaak zou zijn, want het
conflict duurt voort. Onder Kimia II was er een groot probleem met de
bescherming van de burgerbevolking, zoals u weet. Het MONUC-
mandaat werd toen herzien en verlengd.
Mijnheer de minister, vandaar heb ik de volgende vragen.
Kunt u meer toelichting geven over de mate waarin de MONUC erin
slaagt om de burgerbevolking te beschermen? Ik hoor daar toch
constant zeer negatieve dingen over. Ik denk dat het nodig is dat de
internationale gemeenschap in Congo actief blijft, met de MONUC in
het oosten van het land, maar dan moet de burgerbevolking uiteraard
wel effectief beschermd worden. Dus, in hoeverre is er nu een
verbetering onder de militaire operatie Amani Leo in vergelijking met
die onder Kimia II?
15.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): À la suite d'une rencontre
entre le président congolais
M. Kabila et le responsable de la
mission de paix de la MONUC, un
diplomate des Nations Unies et le
ministre congolais M. Lambert
Mende ont annoncé que la
MONUC se retirerait à partir de
cette année et aurait quitté le
Congo
à
la
mi-2011.
Concrètement, rien ne semble
bouger
toutefois.
Le
gouvernement congolais semble
annoncer ce retrait pour rouler des
mécaniques.
La mission de paix de la MONUC
a pourtant son utilité, a fortiori à
l'approche des élections de 2011.
Lors des élections précédentes, la
présence de représentants de la
communauté internationale était
également très importante. Le
retrait de la MONUC n'est par
ailleurs pas souhaitable sur le plan
de la protection de la population
civile.
Le ministre peut-il fournir des
précisions sur la manière dont la
MONUC protège la population
civile?
15.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
De Vriendt, eerst en vooral benadruk ik dat uiteindelijk de
Veiligheidsraad zal beslissen over een toekomstig mandaat en de
modaliteiten van de verdere aanwezigheid van de MONUC in Congo.
Ik heb dat ook hier al eerder gezegd. Ik denk dat dit cruciaal is
wanneer we willen evalueren wat beslissingen zijn en wat
aankondigingspolitiek is, om terug te gaan naar de kern, naar de
essentie. Het is de Veiligheidsraad die daarover een beslissing te
nemen heeft, in het raam van de kalender die u kent. Het korte
mandaat komt tot een einde in mei 2010, ten gevolge van een
beslissing die in december in de Veiligheidsraad is genomen. Het is
de bedoeling om, op basis van evaluatie, na te gaan op welke manier
dat mandaat voortgezet of aangepast wordt, of wat dan ook. Dat is
uiteraard een beslissing die genomen moet worden door de
Veiligheidsraad.
Het is wel zo dat zo'n beslissing -- het omgekeerde zou verbazen --
gebeurt na grondig overleg met de ontvangststaat. De gesprekken
van de adjunct-secretaris-generaal van de VN en het hoofd van het
15.02
Steven
Vanackere,
ministre: La décision relative au
maintien de la présence de la
MONUC et aux modalités de cette
présence revient au Conseil de
sécurité des Nations Unies. Le
Conseil de sécurité a décidé il y a
quelque temps que le bref mandat
de la MONUC s'achèverait en mai
2010. Mais une évaluation aura
encore lieu pour déterminer si le
mandat sera prolongé ou adapté.
Une telle décision est bien sûr
prise après une concertation
approfondie avec l'État concerné.
D'après les discussions menées
par les Nations Unies avec le
Congo, le gouvernement congolais
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
VN-departement bevoegd voor de vredesoperaties, de heer Le Roy,
met president Kabila, dienen dan ook in die context gezien te worden.
Uit die gesprekken blijkt dat de Congolese regering graag zou zien dat
er een terugtrekking kan zijn uit de provincies buiten het Oosten tegen
het einde van dit jaar en een volledige terugtrekking, dus dat wil
zeggen ook uit de gebieden in het Oosten, tegen juni 2011. Het komt
mij voor dat deze data zeer ambitieus zijn. Het is absoluut niet
duidelijk of dat operationeel haalbaar is of wenselijk op
veiligheidsvlak.
Natuurlijk, als u mij vraagt of het in beginsel uitgesloten is dat ooit een
staat in staat zou zijn om zelf de taken waar te nemen die vandaag
door een internationale troepenmacht moeten worden georganiseerd,
dan moet men natuurlijk op het niveau van de beginselen uitdrukkelijk
zeggen dat wij niet liever wensen dan dat men in staat zou zijn de
veiligheidsgaranties te geven door de bemiddeling van het leger van
het land zelf. Dus, dat is een principepositie. Of dit haalbaar is? Mijn
appreciatie is dat de wens die uitgedrukt is in de gesprekken met de
vertegenwoordigers van de VN wel bijzonder ambitieus is.
De gesprekken tussen de Congolese autoriteiten en de VN vinden
plaats in het kader van de resolutie nr. 1906 van de VN-
Veiligheidsraad. In die resolutie werd aan de MONUC gevraagd om in
overleg met de Congolese regering de modaliteiten van de
herconfiguratie van het mandaat van de MONUC te bepalen. Het gaat
hier in het bijzonder om de bepaling van de essentiële taken die nog
moeten worden uitgevoerd alvorens de MONUC zich kan
terugtrekken, en dit zonder een terugkeer naar instabiliteit te
veroorzaken.
Volgend op het gesprek met de heer Le Roy heeft president Kabila
aangekondigd dat hij een ploeg zal aanduiden die de gesprekken over
deze kwestie zal voortzetten met de MONUC. Aldus zal een
gemengde groep MONUC-Congolese regering in de komende weken
verder overleg plegen. U weet dat de beslissing van de
Veiligheidsraad te verwachten valt in de maand mei.
Ik kom dan aan de evaluatie. De eerste operaties op het terrein in het
kader van Amani Leo zijn pas eind februari van start gegaan. Het is
volgens mij nog te vroeg om hierover een oordeel te kunnen vellen.
Wel heeft de MONUC op vraag van de Veiligheidsraad een formeel
conditiebeleid uitgewerkt dat gecoördineerd is met de Congolese
autoriteiten, en dat de MONUC-ondersteuning aan FARDC-bataljons
die zich bezondigen aan mensenrechtenschendingen onmogelijk
moet maken.
U herinnert zich de discussie die in december aanleiding gegeven
heeft tot zwaardere condities voor de ondersteuning door de MONUC,
en wel inzake het respect voor de mensenrechten. Die aanpak zou
meer garantie moeten bieden voor de bescherming van de
burgerbevolking, wat de prioritaire opdracht van de MONUC vormt. Er
zal nauwlettend moeten worden toegezien op de toepassing van die
condities en op de bescherming van de burgerbevolking in het raam
van operatie-Amani Leo.
Ook wat de Belgische inbreng betreft, is het nog te vroeg om een
zicht te hebben op de concrete gevolgen van dit alles. De Belgische
aimerait que la mission de paix se
retire à la fin de cette année des
territoires externes à l'Est du
Congo et pour le mois de juin
2011, de l'Est du Congo. Ces
dates me semblent ambitieuses et
on ne sait pas avec certitude si
elles pourront être respectées.
Il serait bien sûr souhaitable que
l'État congolais puisse reprendre
lui-même les missions de la force
militaire
internationale.
En
attendant, les Nations Unies
examinent avec les autorités
congolaises
quelles
missions
essentielles la MONUC doit
encore assumer avant de pouvoir
se retirer. Cette concertation se
poursuivra également dans les
prochaines
semaines.
Parallèlement, la MONUC a
déterminé des conditions avec les
autorités congolaises, visant à
empêcher les violations des droits
de l'homme commises par les
bataillons des FARC. Le Conseil
de sécurité prendra alors une
décision au mois de mai.
Il est encore trop tôt pour évaluer
les premières opérations qui ont
débuté sur le terrain fin février.
À la suite d'une discussion menée
au mois de décembre, l'aide de la
MONUC a été subordonnée à des
conditions
plus
sévères,
notamment en ce qui concerne le
respect des droits de l'homme. Il
faut y veiller scrupuleusement
dans le cadre de l'opération
Amanileo.
La contribution belge dépendra du
calendrier et des modalités d'un
retrait éventuel tels qu'ils seront
déterminés par le Conseil de
sécurité. En décembre 2009,
l'utilisation du C-130 belge a en
tout état de cause été prolongée
jusqu'au mois de juin 2010.
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
bijdrage zal afhangen van de tijdslijn en van de modaliteiten voor
eventuele terugtrekking die door de Veiligheidsraad bepaald zullen
worden. De inzet van de Belgische C-130 is eind december alvast
verlengd met zes maanden, tot juni dit jaar.
15.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. De realiteit is dat de MONUC er tot nu toe
niet in geslaagd is de burgerbevolking in het oosten van het land te
beschermen, niettegenstaande het feit dat dit een onderdeel was van
haar opdracht. Wij pleiten voor een versterking van het mandaat van
de MONUC om de bevolking beter te beschermen. U weet dat uit alle
analyses blijkt dat de MONUC tot nu toe niet in staat gebleken is te
doen waarvoor zij gecreëerd werd, te weten de bescherming van de
burgerbevolking.
Ik heb hier een rapport van de International Crisis Group, lid van het
VN-expertenpanel van de VN inzake Oost-Congo. U kent de kritische
analyses. De MONUC is er tot nu toe niet in geslaagd. Wij moeten
dus gaan naar een versterking ervan en niet naar een terugtrekking.
Ik pleit er dus voor dat men verzet aantekent tegen de eenzijdige
verklaringen die vanuit Congolese regeringskringen worden gegeven,
voor intern politiek gebruik, dat de internationale gemeenschap, en in
casu de MONUC zich zou moeten terugtrekken uit het land. Dat kan
misschien wel de Congolese politieke belangen dienen, maar niet de
belangen van de Congolese burgerbevolking.
Wij willen u vragen ter zake zeer waakzaam te zijn op internationale
fora waar gesproken wordt over de bescherming van de
burgerbevolking in Oost-Congo.
15.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): En réalité, la MONUC n'a
jusqu'à présent pas réussi à
protéger
correctement
la
population civile dans l'est du
pays, comme l'indique également
un rapport de l'International Crisis
Group,
membre
du
groupe
d'experts désignés par les Nations
Unies. Nous plaidons dès lors
pour un renforcement du mandat.
Et nous souhaiterions que le
gouvernement
s'oppose
aux
déclarations
unilatérales
du
gouvernement congolais relatives
au retrait de la mission de paix.
Cette attitude dessert en tout cas
les intérêts de la population locale.
Nous demandons également au
ministre d'être très vigilant lors des
forums internationaux où il est
question de la protection de la
population civile dans l'Est du
Congo.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Monsieur le ministre, si vous n'y êtes pas opposé, je vous propose de revenir aux questions
figurant au point 17 de l'ordre du jour.
15.04 Steven Vanackere, ministre: Je ne recule devant aucun
sacrifice!
16 Questions jointes de
- M. Éric Jadot au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'annonce de fermeture des consulats italiens en Belgique" (n° 19962)
- M. Xavier Baeselen au secrétaire d'État aux Affaires européennes, adjoint au ministre des Affaires
étrangères, sur "la fermeture du vice-consulat d'Italie en 2011" (n° 20108)
- M. Patrick Moriau au secrétaire d'État aux Affaires européennes, adjoint au ministre des Affaires
étrangères, sur "la fermeture des consulats italiens à Liège, Mons et Genk" (n° 20210)
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Éric Jadot aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen over "de aangekondigde sluiting van de Italiaanse consulaten in België" (nr. 19962)
- de heer Xavier Baeselen aan de staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister
van Buitenlandse Zaken, over "de sluiting van het Italiaans viceconsulaat in 2011" (nr. 20108)
- de heer Patrick Moriau aan de staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister
van Buitenlandse Zaken, over "de sluiting van de Italiaanse consulaten te Luik, Bergen en Genk"
(nr. 20210)
16.01 Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il y a quelques jours, la presse s'est fait l'écho une nouvelle
fois de l'annonce de la fermeture de certains postes consulaires
16.01 Éric Jadot (Ecolo-Groen!):
De in de pers aangekondigde
sluiting
van
de
Italiaanse
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
italiens en Belgique, à savoir ceux de Liège, Genk et Mons. Pour des
raisons d'ordre économique, le ministère italien des Affaires
étrangères semble envisager de plus en plus sérieusement depuis
juin 2009 une vaste restructuration des postes diplomatiques et
consulaires. L'hypothèse des fermetures évoquées n'est pas sans
provoquer l'émoi dans la communauté italienne de Belgique.
Selon mes sources, les consuls et vice-consuls des postes cités n'ont
reçu à ce jour aucune communication officielle en la matière de la part
du ministère italien des Affaires étrangères. Il s'avère qu'une mise en
oeuvre dudit plan de restructuration ne peut être confirmée que par
voie décrétale au Sénat italien. Or un décret en la matière ne serait
pas encore voté.
Cela étant dit, l'avenir de ces postes consulaires de proximité reste au
centre des attentions. Vous n'êtes pas sans savoir que le consulat
général de Liège joue de longue date un rôle très important pour plus
de 40 000 Italiens vivant en provinces de Liège et du Luxembourg.
Celui-ci remplit un rôle de proximité essentiel en termes de soutien
administratif, d'aide sociale et reste un vecteur d'échanges culturels
entre nos deux pays, moteur de multiples événements en région
liégeoise.
Prenant acte de l'hypothèse de fermeture du consulat général de
Liège, le conseil communal de Liège ainsi que le gouverneur de la
province de Liège ont adressé une demande auprès du ministre
italien des Affaires étrangères afin de solliciter le maintien des postes
consulaires cités plus haut.
Dès lors, monsieur le ministre, puis-je vous demander de quelles
informations vous disposez au sujet de cette annonce de
restructuration des postes consulaires? Quelle est l'analyse de votre
département des répercussions de la fermeture de ces consulats
auprès de la communauté italienne de notre pays? Des démarches
de votre département sont-elles en cours pour négocier le maintien
des postes consulaires, à l'instar et à la suite des initiatives
communales et provinciales en région liégeoise? Si les fermetures
étaient confirmées, quelles démarches peut-on entreprendre pour
favoriser le maintien d'un service consulaire minimum à Liège, Genk
et Mons? Dans cette optique, quel serait le contenu et les
caractéristiques des services dispensés à la population italienne des
villes citées?
consulaire posten in Luik, Genk en
Bergen zorgt voor heel wat
beroering
bij
de
Italiaanse
gemeenschap in ons land. De
consuls en vice-consuls hebben
geen enkele officiële mededeling
vanwege de Italiaanse minister
van
Buitenlandse
Zaken
ontvangen.
Het consulaat-generaal in Luik
speelt een zeer belangrijke rol
voor de ruim 40 000 Italianen die
in
de
provincies
Luik
en
Luxemburg wonen. De gouverneur
van de provincie Luik en de Luikse
gemeenteraad
hebben
een
verzoek gericht aan de Italiaanse
minister van Buitenlandse Zaken
met het oog op het behoud van de
consulaire posten.
Over welke informatie beschikt u
dienaangaande? Hoe analyseert u
de gevolgen van een dergelijke
sluiting? Heeft uw departement
stappen gedaan om over een
eventueel
behoud
van
de
consulaire
posten
te
onderhandelen?
Welke
demarches zou men kunnen doen
om het behoud van een minimale
consulaire dienstverlening in Luik,
Genk en Bergen te verzekeren?
16.02 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, en effet, nous
avions déjà entamé ce débat avec M. Chastel lorsque les premières
rumeurs de fermeture de consulats italiens avaient circulé. D'un côté,
c'est inquiétant aussi pour le rayonnement culturel de l'Italie. Le
consulat de Bruxelles par exemple joue un rôle important en la
matière. C'est important aussi pour les Italiens vivant dans notre pays.
Le réseau consulaire italien en Belgique était le deuxième dans le
monde dans les années '50 et '60 grâce à l'immigration italienne dans
notre pays.
De nombreux pays, y compris le nôtre, paraît-il, réfléchissent à une
réorganisation de leurs consulats à travers le monde. Cette démarche
est logique compte tenu de l'évolution des modes de déplacement et
des technologies qui permettent parfois à des ressortissants de faire
plus facilement des démarches que dans les années '50 ou '60.
16.02 Xavier Baeselen (MR): Dit
is een zorgwekkende kwestie. In
de jaren vijftig en zestig was het
Italiaans consulair netwerk in
België het tweede belangrijkste ter
wereld, gelet op de Italiaanse
immigratie in ons land.
Tal van landen overwegen een
reorganisatie van hun consulaten
overal ter wereld, wat logisch is. In
de pers vernemen we dat het
Italiaanse
decreet
momenteel
wordt besproken. Kan u ons meer
uitleg
verschaffen
over
de
10/03/2010
CRIV 52
COM 826
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
De nombreuses inquiétudes subsistent en ce qui concerne les
consulats de Liège, de Mons et de Genk. Ce sont en tout cas les
informations qui circulaient à l'époque. Lorsque nous avons interrogé
le secrétaire d'État, M. Chastel, voici plusieurs mois, il avait eu un
contact à ce propos avec l'ambassadeur italien qui n'avait pas encore
pu confirmer l'information. Depuis lors, à travers la presse, on
apprend que le décret italien est actuellement discuté.
Monsieur le ministre, disposez-vous aujourd'hui de davantage de
précisions quant à la fermeture éventuelle et au timing de ces
consulats?
eventuele
sluiting
van
die
consulaten?
16.03 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, messieurs
les députés, je puis tout d'abord vous confirmer que mon département
n'a pas reçu une information officielle relative à la fermeture d'un ou
de plusieurs postes consulaires en Belgique. Suivant les contacts
informels pris par la direction du protocole avec la mission et les
postes italiens en Belgique, je puis confirmer ce que vous mentionnez
déjà dans votre question, à savoir qu'il y a la possibilité de fermeture
de l'agence consulaire d'Italie à Genk et du consulat général d'Italie à
Liège. Toutefois, le consulat général d'Italie à Charleroi ne semble
pas être impliqué dans ces projets de rationalisation.
L'ouverture, tout comme la fermeture de postes consulaires, relève
intégralement de la décision souveraine d'un État. Bien sûr, pour
l'ouverture, un accord du pays hôte est nécessaire. Il n'est pas
d'usage qu'un État se prononce officiellement sur ce type de décision
souveraine. Si l'Italie décidait de fermer un ou plusieurs postes
consulaires, la juridiction de ce poste serait transférée à la juridiction
d'un autre poste consulaire ou à la juridiction consulaire de
l'ambassade d'Italie à Bruxelles.
16.03
Minister
Steven
Vanackere: Mijn departement
heeft geen officiële informatie
ontvangen over de sluiting van een
of meer consulaire posten in
België. Op grond van informele
contacten met de Italiaanse
zending en posten in België kan ik
bevestigen dat een sluiting van het
Italiaanse consulaire agentschap
te Genk en van het Italiaanse
consulaat-generaal te Luik tot de
mogelijkheden
behoort.
Het
Italiaanse consulaat-generaal te
Charleroi maakt blijkbaar geen
deel uit van die geplande
reorganisatie.
De opening en sluiting van
consulaire
posten
behoren
integraal
tot
de
soevereine
beslissingsbevoegdheid van een
Staat en het is ongebruikelijk dat
een andere Staat zich officieel
over zulke beslissingen uitspreekt.
Indien
die
hypotheses
werkelijkheid worden, zal de
jurisdictie van die eventueel te
sluiten consulaire posten worden
overgedragen naar een andere
consulaire post of naar de
Italiaanse ambassade te Brussel.
16.04 Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Je vous demandais la possibilité de prendre une initiative,
étant donné que le conseil provincial de Liège l'a fait. J'estimais qu'un
ministre des Affaires étrangères avait d'autant plus de poids et de
légitimité pour le faire, compte tenu de la population concernée et des
difficultés que cela peut poser aux gens.
La législation italienne permet la double nationalité, qui a été adoptée
par bon nombre de nos concitoyens. Dans ce cadre, il serait
catastrophique que les populations de Genk et Liège, qui sont assez
proches géographiquement, soient amenées à devoir aller à Charleroi
ou à Bruxelles.
16.04 Éric Jadot (Ecolo-Groen!):
Volgens mij kan de minister van
Buitenlandse Zaken meer gewicht
in de schaal leggen en beschikt hij
over een grotere legitimiteit om ter
zake een initiatief te neme. Deze
maatregel kan immers tot grote
problemen
leiden
voor
de
betrokkenen.
Heel
wat
medeburgers namen de dubbele
nationaliteit aan. Het zou een ramp
zijn indien de inwoners van Genk
CRIV 52
COM 826
10/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Je ne manquerai pas de vous interroger à nouveau si de nouvelles
informations apparaissent.
en Luik zich helemaal naar
Charleroi of Brussel zouden
moeten begeven.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 16.59 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.59 uur.