KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 816
CRIV 52 COM 816
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
03-03-2010
03-03-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Mathias De Clercq aan de
staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste
minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de
minister van Justitie, over "het organiseren van
kermiskoersen en criteriums" (nr. 19584)
1
Question de M. Mathias De Clercq au secrétaire
d'État à la Coordination de la lutte contre la
fraude, adjoint au premier ministre, et secrétaire
d'État, adjoint au ministre de la Justice, sur
"l'organisation de courses de kermesse et de
critériums" (n° 19584)
1
Sprekers: Mathias De Clercq, Carl Devlies,
staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding
Orateurs: Mathias De Clercq, Carl Devlies,
secrétaire d'État à la Coordination de la lutte
contre la fraude
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de
staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste
minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de
minister van Justitie, over "de stand van zaken
inzake een wettelijke regeling voor de minnelijke
schikking in strafrechtelijke zaken" (nr. 19869)
3
Question de M. Jenne De Potter au secrétaire
d'État à la Coordination de la lutte contre la
fraude, adjoint au premier ministre, et secrétaire
d'État, adjoint au ministre de la Justice, sur "l'état
de la situation en ce qui concerne une
réglementation légale en matière de règlement
transactionnel dans les affaires pénales"
(n° 19869)
4
Sprekers: Jenne De Potter, Carl Devlies,
staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding
Orateurs: Jenne De Potter, Carl Devlies,
secrétaire d'État à la Coordination de la lutte
contre la fraude
Vraag van de heer Luc Gustin aan de
staatssecretaris voor de Modernisering van de
Federale
Overheidsdienst
Financiën,
de
Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale
fraude, toegevoegd aan de minister van
Financiën, over "het gemeenschappelijk vervoer
van personeelsleden" (nr. 19409)
6
Question de M. Luc Gustin au secrétaire d'État à
la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la
Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre
des Finances, sur "le transport collectif des
membres du personnel" (n° 19409)
6
Sprekers: Luc Gustin, Bernard Clerfayt,
staatssecretaris - Modernisering van de FOD
Financiën, Milieufiscaliteit en Bestrijding van
de fiscale fraude
Orateurs: Luc Gustin, Bernard Clerfayt,
secrétaire d'État - Modernisation du SPF
Finances, Fiscalité environnementale et Lutte
contre la fraude fiscale
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de rattenplaag
die in Gent veroorzaakt wordt door het sluikstort
dat zich bevindt op het terrein van de
Wondelgemse Meersen dat eigendom is van het
Fonds voor Spoorweginfrastructuur" (nr. 19122)
8
Question de M. Francis Van den Eynde au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la prolifération des
rats à Gand, due au dépôt clandestin situé sur le
terrain du 'Wondelgemse Meersen' appartenant
au Fonds de l'infrastructure ferroviaire" (n° 19122)
8
Sprekers: Francis Van den Eynde, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Francis Van den Eynde, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
belastingaftrek voor octrooien" (nr. 19195)
10
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la déduction fiscale pour les
brevets" (n° 19195)
10
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "kredietverzekeraars die
toegeven dat ze 'te ver zijn gegaan'" (nr. 19265)
11
Question de M. Peter Logghe à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "les assureurs-crédit qui
reconnaissent certains excès" (n° 19265)
11
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
en van Institutionele Hervormingen
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
13
Questions jointes de
13
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de uitspraken
van de voormalige personeelsdirecteur van de
FOD Financiën" (nr. 19309)
13
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations de l'ancien
directeur du personnel du SPF Finances"
(n° 19309)
13
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Panorama-uitzending over
de FOD Financiën" (nr. 19317)
13
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'émission de Panorama
concernant le SPF Finances" (n° 19317)
14
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de werking van
de FOD Financiën" (nr. 19326)
13
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le fonctionnement du SPF
Finances" (n° 19326)
14
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de diagnose
van de toestand bij de FOD Financiën"
(nr. 19352)
13
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le diagnostic posé sur la
situation au sein du SPF Finances" (n° 19352)
14
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de Panorama-
uitzending
over
de
FOD Financiën
van
7 februari 2010" (nr. 19459)
13
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"l'émission
Panorama
concernant le SPF Finances du 7 février 2010"
(n° 19459)
14
Sprekers:
Kristof
Waterschoot,
Jan
Jambon, voorzitter van de N-VA-fractie, Dirk
Van der Maelen, Didier Reynders
, vice-
eerste minister en minister van Financiën en
van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Kristof Waterschoot, Jan Jambon,
président du groupe N-VA, Dirk Van der
Maelen, Didier Reynders
, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "het aflopen van
de btw-verlaging in de bouw" (nr. 19340)
18
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la fin de l'application d'un
taux de TVA réduit dans la construction"
(n° 19340)
18
- de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën en van Institutionele
Hervormingen over "de btw-verlaging in de
bouwsector" (nr. 20079)
18
- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le taux de TVA réduit dans le
secteur de la construction" (n° 20079)
18
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen, Jan
Jambon
, voorzitter van de N-VA-fractie
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles, Jan
Jambon
, président du groupe N-VA
Vraag van de heer Guy Milcamps aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
protocolakkoord met betrekking tot het creëren
van nieuwe plaatsen in de openbare instellingen
voor jeugdbescherming dat in november 2008
tussen de federale overheid en de deelstaten
werd afgesloten" (nr. 19349)
20
Question de M. Guy Milcamps au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le protocole d'accord signé
en novembre 2008 entre l'État fédéral et les
entités fédérées relatif à la création de nouvelles
places en IPPJ" (n° 19349)
20
Sprekers: Guy Milcamps, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Guy Milcamps, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale
bemiddelingsdienst" (nr. 19365)
25
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le service de conciliation
fiscale" (n° 19365)
25
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Didier Reynders, vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de lijsten van
landen met een gunstig fiscaal tarief en van
landen zonder of met lage belasting" (nr. 19379)
27
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la liste des pays
appliquant des taux de fiscalité réduits et des
pays où la fiscalité est inexistante ou peu élevée "
(n° 19379)
27
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan
de vice-eerste minister en minister van Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
masterplan 2008-2009" (nr. 19446)
29
Question de Mme Mia De Schamphelaere au
vice-premier ministre et ministre des Finances et
des
Réformes
institutionnelles
sur
"le
masterplan 2008-2009" (n° 19446)
29
Sprekers: Mia De Schamphelaere, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Mia De Schamphelaere, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
32
Questions jointes de
32
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de btw-heffing
voor wielerkoersen" (nr. 19503)
32
- Mme Magda Raemaekers au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le prélèvement de TVA sur
les courses de kermesse" (n° 19503)
32
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de btw-
controles bij de organisatie van wielerwedstrijden"
(nr. 19975)
32
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les contrôles TVA lors de
l'organisation de courses cyclistes" (n° 19975)
32
Sprekers: Magda Raemaekers, Robert Van
de Velde, Didier Reynders
, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Magda Raemaekers, Robert Van
de Velde, Didier Reynders
, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
36
Questions jointes de
36
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
hospitalisatieverzekeringen" (nr. 19504)
36
- Mme Sofie Staelraeve au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
assurances
hospitalisation" (n° 19504)
36
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 19505)
36
- Mme Sofie Staelraeve à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "les assurances hospitalisation" (n° 19505)
36
- mevrouw Maya Detiège aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de medische
index
voor
hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 19517)
36
- Mme Maya Detiège au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'indice médical pour les
assurances hospitalisation" (n° 19517)
36
- mevrouw Maya Detiège aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de medische index voor
hospitalisatieverzekeringen" (nr. 1 9518)
36
- Mme Maya Detiège à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'indice
médical
pour
les
assurances
hospitalisation" (n° 19518)
36
- mevrouw Katrien Partyka aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "het KB inzake
36
- Mme Katrien Partyka au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'arrêté royal relatif à l'indice
36
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
de medische index en de gevolgen voor de
verzekerden
bij
DKV
en
andere
hospitalisatieverzekeraars" (nr. 19541)
médical et ses conséquences pour les assurés de
DKV
et
d'autres
sociétés
d'assurances
hospitalisation" (n° 19541)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
hospitalisatieverzekeringen" (nr. 19553)
36
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
assurances
hospitalisation" (n° 19553)
36
- de heer Roland Defreyne aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 19924)
36
- M. Roland Defreyne à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les
assurances hospitalisation" (n° 19924)
37
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de medische index" (nr. 19968)
36
- Mme Sofie Staelraeve à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "l'indice médical" (n° 19968)
37
Sprekers: Sofie Staelraeve, Peter Logghe,
Roland Defreyne, Didier Reynders
, vice-
eerste minister en minister van Financiën en
van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sofie Staelraeve, Peter Logghe,
Roland Defreyne, Didier Reynders
, vice-
premier ministre et ministre des Finances et
des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
44
Questions jointes de
44
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "een nakende
Europese richtlijn die de automatische informatie-
uitwisseling tussen de EU-lidstaten mogelijk
maakt" (nr. 19556)
44
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "une prochaine directive
européenne permettant l'échange automatique
d'informations entre les États-membres de l'UE"
(n° 19556)
44
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de houding van
Oostenrijk en Luxemburg ten aanzien van de
Europese spaarrichtlijn" (nr. 19963)
44
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la position de l'Autriche et du
Luxembourg vis-à-vis de la directive européenne
de l'épargne" (n° 19963)
44
Sprekers: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de
staatssecretaris voor de Modernisering van de
Federale
Overheidsdienst
Financiën,
de
Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale
fraude, toegevoegd aan de minister van
Financiën, over "Bebat" (nr. 19548)
45
Question de M. Flor Van Noppen au secrétaire
d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la
Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre
des Finances, sur "Bebat" (n° 19548)
45
Sprekers:
Flor
Van
Noppen,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Flor
Van
Noppen,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het fiscaal
voordeel
van
het
bedrijfspensioenplan"
(nr. 19576)
47
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'avantage fiscal du plan
d'assurance de groupe" (n° 19576)
47
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het uitvoeren
van de Europese aanbeveling van 30 april 2009"
(nr. 19647)
48
Question de M. Jenne De Potter au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la mise en oeuvre de la
recommandation européenne du 30 avril 2009"
(n° 19647)
49
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de zaak
Kobelco" (nr. 19653)
50
Question de M. Jenne De Potter au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'affaire Kobelco" (n° 19653)
50
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Magda Raemaekers aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de berekening
van de 15 % ECO CO2 staatspremie" (nr. 19759)
53
Question de Mme Magda Raemaekers au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le calcul de la
prime ECO CO2 de 15 % allouée par l'État"
(n° 19759)
53
Sprekers:
Magda
Raemaekers,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Magda
Raemaekers,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
55
Questions jointes de
55
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de lijst met
bedrijven die betrokken zijn bij de productie van
clustermunitie en antipersoonsmijnen" (nr. 19768)
55
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la liste des entreprises
concernées par la production de sous-munitions
et de mines anti-personnel" (n° 19768)
55
- de heer André Flahaut aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de zwarte lijst
vastgesteld door de wet van 20 maart 2007 die
clustermunitie verbiedt" (nr. 19769)
55
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la liste noire prévue par la loi
du 20 mars 2007 interdisant les armes à sous-
munitions" (n° 19769)
55
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de zwarte lijst
clustermunitie producenten" (nr. 19770)
55
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la liste noire de fabricants de
sous-munitions" (n° 19770)
55
Sprekers: Jenne De Potter, Hilde Vautmans,
voorzitter van de Open Vld-fractie, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Jenne De Potter, Hilde Vautmans,
présidente du groupe Open Vld, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
aankoopcomités" (nr. 19791)
59
Question de M. Guy Coëme au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les comités d'acquisition"
(n° 19791)
59
Sprekers: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
personeelsbestand bij het kadaster" (nr. 19792)
62
Question de M. Guy Coëme au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
effectifs
de
l'administration du cadastre" (n° 19792)
62
Sprekers: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de oprichting
van een specifiek orgaan in het Parlement ter
controle van de financiële instellingen die een
64
Question de Mme Marie Arena au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la création d'un organe
spécifique au sein du Parlement chargé de suivre
les institutions financières qui présentent un
64
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vi
systeemrisico inhouden" (nr. 19793)
risque 'systémique" (n° 19793)
Sprekers: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de invordering
van schuldvorderingen" (nr. 19794)
65
Question de Mme Marie Arena au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"le
recouvrement
de
créances" (n° 19794)
65
Sprekers: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
69
Questions jointes de
69
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de overheveling
van de verkeersbelasting naar Vlaanderen"
(nr. 19836)
69
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de la taxe de
circulation vers la Flandre" (n° 19836)
69
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de overheveling van de
inning en de controle van de verkeersbelasting"
(nr. 20071)
69
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de la perception
et du contrôle de la taxe de circulation" (n° 20071)
69
Sprekers:
Kristof
Waterschoot,
Jan
Jambon, voorzitter van de N-VA-fractie,
Didier Reynders
, vice-eerste minister en
minister van Financiën en van Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Kristof Waterschoot, Jan Jambon,
président du groupe N-VA, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de voorwaarden
voor de toepassing van het tijdelijk verlaagd btw-
tarief van 6 % op nieuwbouw" (nr. 19866)
73
Question de M. Jenne De Potter au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions d'application
du taux temporairement réduit de TVA de 6 %
pour les nouvelles constructions" (n° 19866)
73
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
75
Questions jointes de
75
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de activiteiten
van BNP, KBC en Dexia in bepaalde
belastingparadijzen" (nr. 19868)
75
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les activités des banques
BNP, KBC et Dexia dans certains paradis fiscaux"
(n° 19868)
75
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
aanwezigheid in belastingparadijzen van banken
die door de Staat geholpen worden" (nr. 19877)
75
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la présence de banques
aidées par l'État dans des paradis fiscaux"
(n° 19877)
75
Sprekers: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de mogelijke
vrijstelling van accijnsborg voor bedrijven met een
AEO-certificaat" (nr. 19981)
78
Question de M. Kristof Waterschoot au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes
institutionnelles
sur
"l'éventuelle
dispense de caution d'accise pour les entreprises
en possession d'un certificat AEO" (n° 19981)
78
Sprekers: Kristof Waterschoot, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Kristof
Waterschoot,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vii
Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de sale-and-
lease-backoperaties met overheidsgebouwen"
(nr. 19315)
79
Question de M. Kristof Waterschoot au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les opérations de
sale-and-lease-back concernant des bâtiments
publics" (n° 19315)
79
Sprekers: Kristof Waterschoot, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Kristof
Waterschoot,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het actieplan
van de administratie douane en accijnzen"
(nr. 19983)
80
Question de M. Kristof Waterschoot au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le plan d'action de
l'administration
des
douanes
et
accises"
(n° 19983)
80
Sprekers: Kristof Waterschoot, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Kristof
Waterschoot,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de uitbreiding
van het stelsel sloop- en nieuwbouw tot het hele
grondgebied" (nr. 19985)
82
Question de M. Kristof Waterschoot au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'extension du
régime de démolition et reconstruction à tout le
territoire" (n° 19985)
82
Sprekers: Kristof Waterschoot, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Kristof
Waterschoot,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de goedkeuring
van de Regie der Gebouwen voor het gebruik van
haar gebouwen" (nr. 20061)
83
Question de Mme Barbara Pas au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'accord de la Régie
des Bâtiments concernant l'utilisation de ses
immeubles" (n° 20061)
83
Sprekers: Barbara Pas, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Barbara Pas, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
3
MAART
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
3
MARS
2010
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.07 uur en voorgezeten door de heer Jenne De Potter.
La séance est ouverte à 14.07 heures et présidée par M. Jenne De Potter.
01 Vraag van de heer Mathias De Clercq aan de staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister
van Justitie, over "het organiseren van kermiskoersen en criteriums" (nr. 19584)
01 Question de M. Mathias De Clercq au secrétaire d'État à la Coordination de la lutte contre la fraude,
adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice, sur "l'organisation de
courses de kermesse et de critériums" (n° 19584)
01.01 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris,
kermiskoersen en criteriums maken een belangrijk deel uit van onze
wielersport. Meestal worden zij ingericht in de week van de jaarlijkse
kermis. Dat groeit vaak uit tot een dorpsfeest in een zeer sfeervolle
omgeving.
Sinds 1 februari 2010 dienen de inrichters van deze koersen en
criteriums die meer dan 5 580 euro aan sponsorgelden hebben
ontvangen, in het bezit te zijn van een btw-nummer. Daarenboven
worden zij verplicht om met een terugwerkende kracht van drie jaar
btw te betalen. Gelet op de actiepunten die u in uw Actieplan 2009-
2010 voor de fraudebestrijding vooropstelt, ga ik ervan uit dat het
initiatief van u komt.
Vooral de terugwerkende kracht is vrij dramatisch voor de betrokken
organisatoren. Het brengt de voortzetting van die koersen en
criteriums in het gedrang. Ik ken tal van mensen in dat milieu. Vele
van die inrichters denken eraan te stoppen wegens de financiële
onhaalbaarheid. Dat is een spijtige zaak voor de vele
wielerliefhebbers die ons land rijk is en voor het wielergebeuren in het
algemeen.
Mijnheer de staatssecretaris, wat is uw mening in deze?
Bent u van plan de voorziene terugwerkende kracht van drie jaar met
betrekking tot de terugbetaling van de btw, terug te schroeven?
01.01 Mathias De Clercq (Open
Vld): Les courses de kermesse et
les
critériums
sont
des
événements animés importants
pour notre sport cycliste.
Depuis le 1
er
février 2010, les
organisateurs de courses dont les
revenus
de
sponsoring
représentent plus de 5 580 euros
doivent être titulaires d'un numéro
de TVA. Par ailleurs, ils doivent
régler la TVA avec un effet
rétroactif de trois ans. Je suppose
que ce règlement découle du Plan
d'action 2009-2010 pour la lutte
contre la fraude. Cette mesure
constitue toutefois une menace
pour l'avenir de ces courses.
Qu'en pense le secrétaire d'État?
Réduira-t-il l'effet rétroactif prévu?
Voorzitter: Luk Van Biesen.
Président: Luk Van Biesen.
01.02 Staatssecretaris Carl Devlies: Collega De Clercq, ik waardeer
uw interesse en bekommernis voor onze kermiskoersen. Dat zijn
mijns inziens sfeervolle gebeurtenissen die vaak door vrijwilligers
georganiseerd worden. Zij verdienen dan ook de nodige aandacht.
01.02 Carl Devlies, secrétaire
d'État: Les courses de kermesse
sont souvent organisées par des
volontaires et méritent l'attention
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Ook collega's uit andere partijen zijn met die problematiek begaan.
Wellicht was u aanwezig op één van de vergaderingen van deze
commissie, de commissie voor de Justitie of de commissie voor de
Sociale Zaken. In die commissies heb ik toelichting gegeven over de
activiteiten van het staatssecretariaat en over de verschillende
actiepunten die worden uitgewerkt. Één van die actiepunten heeft een
raakpunt met de problematiek die u signaleert. Het betreft meer
bepaald het actiepunt uit het eerste programma van het jaar 2008-
2009 met betrekking tot de organisatie van culturele manifestaties,
sportmanifestaties en vermakelijkheden.
Uiteraard is het niet de bedoeling van de coördinatie van de
fraudebestrijding om zich met dergelijke kleine manifestaties bezig te
houden. Het actiepunt had daar betrekking op belangrijke grote
manifestaties, vaak met een internationaal karakter in de
verschillende domeinen van cultuur en sport.
Het had ook betrekking op wielerwedstrijden, maar dan beperkt tot 23
grote wielerevenementen in België en geen kermiskoersen.
Het actiepunt werd trouwens overgebracht door de administratie van
Financiën. U weet dat het College Fraudebestrijding samengesteld is
uit topambtenaren van verschillende administraties, zoals Financiën,
Sociale Zaken, Economie, Binnenlandse Zaken en dat ook de
parketten-generaal daar vertegenwoordigd zijn. De verschillende
administraties doen voorstellen, die vervolgens besproken en al dan
niet goedgekeurd worden. Vervolgens worden ze aan het inisteriële
comité voorgelegd. Dat was een punt dat vanuit de administratie van
Financiën kwam en dat ook de belangstelling kreeg van onze sociale
inspectiediensten, omdat het ging over grote en belangrijke
manifestaties.
Ik denk niet dat dat het probleem is waarmee de kleine
kermiskoersen worden geconfronteerd. In de marge daarvan had de
administratie van Financiën echter ook contacten met de Koninklijke
Belgische Wielrijdersbond en werd er vastgesteld dat bij andere
sportwedstrijden zich af en toe onregelmatigheden voordeden.
De minister van Financiën, die daarvoor ten volle bevoegd is, heeft
reeds geantwoord aan de collega's Van Campenhout en Waterschoot
over het wettelijke kader waarin die manifestaties moeten
plaatsvinden en de mogelijkheid tot vrijstellingen die er momenteel
bestaan. De minister van Financiën heeft trouwens gesteld, naar
aanleiding van de vraag van de heer Van Campenhout, dat hij bereid
was om een overleg te laten organiseren tussen de dienst Financiën
en
de
betrokken
organisaties,
de
Koninklijke
Belgische
Wielrijdersbond of eventueel de organisatoren van kermiskoersen.
Dat overleg heeft plaatsgevonden en er is door de organisatoren een
nota overhandigd, waarin werd verwezen naar recente arresten van
het Europese Hof van Justitie. De administratie kijkt momenteel die
arresten na, en ze zal een definitief standpunt innemen in de loop van
de maand maart. Dat zal normalerwijze door de minister van
Financiën worden meegedeeld. Dat komt omdat deze gelegenheid
uitsluitend tot de bevoegdheid van de minister van Financiën behoort.
Indien het zou gaan om een bevoegdheid die gespreid was over
meerdere departementen, zou de coördinatie kunnen spelen. In
requise.
J'ai commenté les différents points
d'action de lutte contre la fraude
dans
les
commissions
des
Finances, de la Justice et des
Affaires sociales. Le point d'action
du programme 2008-2009 relatif à
l'organisation de manifestations
culturelles, sportives et autres
divertissements
présente
des
points communs avec le problème
signalé, mais la coordination de la
lutte
contre
la
fraude
n'a
certainement pas pour vocation de
s'occuper
de
petites
manifestations comme les courses
de kermesse. Cette mesure
concerne
des
manifestations
culturelles
ou
sportives
d'envergure,
à
connotation
internationale, parmi lesquelles
figurent 23 grandes manifestations
cyclistes.
Cette action a été proposée par
l'administration des Finances lors
d'une réunion du Collège de lutte
contre la fraude, qui est composé
de fonctionnaires supérieurs des
Finances, des Affaires sociales, de
l'Économie et de l'Intérieur, ainsi
que
de
représentants
des
parquets généraux, et elle a été
approuvée
par
le
Comité
ministériel. L'action se focalisait
uniquement sur les grandes
manifestations. En marge de cette
mesure, il est ressorti des contacts
de l'administration des Finances
avec la Royale ligue vélocipédique
belge, que d'autres compétitions
sportives étaient parfois entachées
d'irrégularités.
Ces matières relèvent totalement
de la compétence du ministre des
Finances. Celui-ci a d'ailleurs, à
l'occasion de questions posées
par MM. Van Campenhout et
Waterschoot, expliqué le cadre
légal ainsi que la possibilité
d'exonération, et a en outre
organisé une concertation avec les
organisations concernées. Lors de
cette
concertation,
les
organisateurs ont remis une note
faisant référence à des arrêts
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
voorliggend geval is de minister van Financiën echter alleen bevoegd.
Ik denk dat de behandeling van voorliggend dossier in goede handen
is.
De administratie onderzoekt de argumentatie van de organisatoren
van wielerkoersen en zal ongetwijfeld, in de mate van hetgeen
mogelijk en wettelijk is, rekening houden met de standpunten en zal
ook de door u gesignaleerde problematiek van de terugvordering over
de drie voorbije jaren onder de loep nemen. Dat laatste kan inderdaad
voor kleine organisatoren een probleem vormen.
Zoals ik reeds zei, dit zal verder ressorteren onder de
verantwoordelijkheid van de minister van Financiën.
Wat betreft het globale actiepunt dat in ons eerste actieprogramma
stond en waarbij ook de inspectie van sociale zaken betrokken is,
daarover zal later afzonderlijk worden gerapporteerd als het actiepunt
volledig is afgewerkt.
récents de la Cour de justice.
L'administration est en train
d'examiner ces arrêts et prendra
position de manière définitive dans
le courant du mois. Cette position
sera
communiquée
par
le
ministère des Finances. Il pourra
être tenu compte des points de
vue des organisateurs et des
difficultés qu'ils rencontrent en
raison du recouvrement de la TVA.
Je ferai rapport sur le point
d'action du premier programme
d'action
lorsqu'il
sera
complètement achevé.
01.03 Mathias De Clercq (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Het is
inderdaad eens goed om vast te stellen dat iedereen zich perfect
bewust is van de ernst van de situatie voor de voortzetting van onze
kermiskoersen en de criteriums zodat deze niet in gevaar komen. Het
zou bijzonder jammer zijn, mochten deze koersen verloren gaan.
Mocht de administratie beslissen dat zij btw-plichtig zijn, willen wij toch
benadrukken dat wij het erg moeilijk hebben met de geplande
retroactiviteit. Dit zou echt de doodsteek kunnen betekenen. Ik zal
deze problematiek dan ook kritisch opvolgen en ik blijf steeds bereid
om deel te nemen aan bijeenkomsten ter zake. Hopelijk kan er snel
resultaat worden geboekt.
01.03 Mathias De Clercq (Open
Vld): Il est heureux que chacun
soit conscient que la survie de nos
courses de kermesse et critériums
ne doit pas être mise en péril.
C'est
essentiellement
la
rétroactivité prévue qui pourrait
leur donner le coup de grâce. Je
suivrai le problème d'un oeil
critique et suis disposé à participer
à des réunions sur ce thème.
Espérons
que des
résultats
puissent
être
rapidement
enregistrés.
De voorzitter: Ik wil nog even zeggen dat wij straks rond dezelfde
problematiek twee vragen krijgen van mevrouw Raemakers en de
heer Van de Velde. De vice-premier en minister van Financiën zal in
deze problematiek een soortgelijk antwoord geven.
Er is inderdaad al overleg geweest met leden van de commissie voor
de Financiën en het kabinet over een goede afloop van deze zaak. Ik
denk dat wij binnen een drietal weken een uitspraak zullen krijgen
over de problematiek van de retroactiviteit en het exacte
toepassingsveld van deze maatregel. Het kan immers niet de
bedoeling zijn ­ ik denk dat iedereen in deze commissie het daarmee
eens is ­ dat deze maatregel van toepassing is op de gewone
kermiskoersen en kleinere activiteiten. Dit geldt uiteraard niet voor de
internationale wedstrijden, want laat ons eerlijk zijn, wie de wielersport
kent, weet dat de meeste van de internationale wedstrijden onder
vennootschapsvorm worden georganiseerd.
Le président: Des questions sur
le
même
thème
de
Mme Raemaekers et de M. Van
de Velde à l'adresse du ministre
des Finances sont encore inscrites
à l'ordre du jour de notre
commission. Des membres de la
commission et le cabinet se sont
déjà concertés à ce sujet. La
décision définitive sur la question
de la rétroactivité et de son champ
d'application
précis
sera
communiquée
dans
deux
semaines.
Tout
le
monde
reconnaît que le but n'est pas
d'appliquer cette mesure aux
courses de kermesse et autres
activités de moindre importance.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
van Justitie, over "de stand van zaken inzake een wettelijke regeling voor de minnelijke schikking in
strafrechtelijke zaken" (nr. 19869)
02 Question de M. Jenne De Potter au secrétaire d'État à la Coordination de la lutte contre la fraude,
adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice, sur "l'état de la
situation en ce qui concerne une réglementation légale en matière de règlement transactionnel dans
les affaires pénales" (n° 19869)
02.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, aanbeveling nr. 21 van het parlementair onderzoek
naar de grote fiscale fraudedossiers handelt over de minnelijke
schikking en beveelt een algemene regeling voor de minnelijke
schikking of dading aan.
Uit de hoorzittingen van de onderzoekscommissie is immers gebleken
dat er nood is aan een sluitend systeem dat akkoorden mogelijk
maakt waarbij de administratie aan de belastingplichtige het betalen
van een belasting plus een bepaald bedrag voorstelt en waarbij de
strafvervolging vervalt. Belangrijk hierbij is dat werd aangestipt dat
volgens de aanbeveling er zeker een controle ex post door het
Rekenhof op de afgesloten minnelijke schikkingen zou moeten
worden ingevoerd.
Tijdens de begrotingsbespreking 2010-2011 in het najaar van 2009
heeft de regering beslist dat de verschillende mogelijkheden inzake
de minnelijke schikking in strafrechtelijke zaken verder zouden
worden onderzocht.
Mijnheer de staatssecretaris, wat is de stand van zaken met
betrekking tot het wetsontwerp tot het invoeren van een minnelijke
schikking in strafrechtelijke zaken? Is er al een akkoord binnen de
regering om hier verder werk van te maken? Zo nee, waar situeren
zich de moeilijkheden? Hebt u al een zicht op een concrete timing ter
zake?
02.01 Jenne De Potter (CD&V):
La
recommandation 21
de
l'enquête parlementaire sur les
grands dossiers de fraude fiscale
recommande la mise en place
d'une réglementation générale
pour conclure un accord à
l'amiable
ou
proposer
une
transaction. Les auditions de la
commission d'enquête ont fait
apparaître la nécessité d'un
système efficace permettant la
conclusion d'accords et rendant
les poursuites pénales caduques.
Selon la recommandation, les
accords à l'amiable devraient
certainement faire l'objet d'un
contrôle ex post par la Cour des
comptes.
Où en est exactement ce projet de
loi? Existe-t-il déjà un accord au
sein du gouvernement? Où se
situent les éventuelles difficultés?
Le secrétaire d'État a-t-il déjà une
idée du timing?
02.02 Staatssecretaris Carl Devlies: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
De Potter, u verwijst terecht naar de aanbevelingen van de
parlementaire onderzoekscommissie. In aanbeveling nr. 36 staat:
"Een algemene regeling voor de minnelijke schikking of dading
invoeren. De toepassing van die regeling zou een einde maken aan
de strafvervolging in fiscale fraudezaken".
Ik kan u zeggen dat mijn kabinet niet op deze aanbeveling heeft
gewacht om werk te maken van de materie. In het eerste actieplan
voor de bestrijding van de fraude, dat in juli 2008 werd goedgekeurd,
stond reeds een punt met betrekking tot de uitbreiding van de
minnelijke schikking. Het was een van de 59 actiepunten van het
eerste actieplan.
Het actieplan werd principieel volledig goedgekeurd door de regering,
dus ook het punt dat betrekking heeft op de uitbreiding van de
minnelijke schikking.
Er is dus een principieel akkoord van het ministerieel comité waarvan
u de samenstelling kent, en waarvan u weet dat, naast de eerste
minister, ook de vice-premiers er deel van uitmaken. Ik denk dus dat
het representatief is voor de hele regering. Ook het College van
procureurs-generaal ondersteunt de uitbreiding van de minnelijke
schikking en in de plannen van de minister van Justitie wordt dat als
02.02 Carl Devlies, secrétaire
d'État: La recommandation 36 de
la
commission
d'enquête
parlementaire prévoit l'instauration
d'une réglementation générale
favorable aux accords à l'amiable
ou
aux
transactions.
Son
application permettrait de mettre
fin aux poursuites pénales dans
les affaires de fraude fiscale. Mon
cabinet n'a pas attendu cette
recommandation pour se pencher
sur la question. Le premier plan
d'action de lutte contre la fraude
évoquait déjà cette possibilité. Le
plan d'action, en ce compris
l'extension de l'accord à l'amiable,
a été entièrement approuvé à l'été
2008.
Il existe un accord de principe du
Comité
ministériel
qui
est
représentatif
pour
tout
le
gouvernement. Le Collège des
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
een hulpmiddel voorgesteld om Justitie slagvaardiger te maken.
Ik moet u signaleren dat een eerste ontwerp opgemaakt is en reeds
besproken is op een interkabinettenwerkgroep, en voorgelegd is in
het kader van de begrotingsbesprekingen 2010-2011. Ik kan u
trouwens signaleren dat het gaat over een voorstel dat voor de
overheid belangrijke meerontvangsten met zich mee zou kunnen
brengen. Volgens het rapport en het advies van de Inspectie van
Financiën, waarover wij beschikken, zou het kunnen gaan over een
bedrag van 50 miljoen euro op jaarbasis.
Er is naar aanleiding van de discussies bij de voorbereiding van de
begroting gesteld dat de verschillende denkpistes met betrekking tot
de concrete implementatie van de minnelijke schikking verder
onderzocht moeten worden. Er is onder meer discussie over het
stadium binnen de gerechtelijke procedure, waarin een minnelijke
schikking nog mogelijk zou zijn. Is dat bijvoorbeeld mogelijk tot op het
einde van de procedure, of bijvoorbeeld nog tot na een arrest van het
hof van beroep, of zegt men dat het beperkt is in de procedure, en de
minnelijke schikking dus moet worden aangegaan vooraleer er een
uitspraak is van de vonnisrechter in eerste aanleg? Dat zijn punten
van discussie die momenteel nog lopen, maar principieel is er dus
een akkoord om werk te maken van het voorstel van uitbreiding van
de minnelijke schikking.
Omwille van een zekere verbondenheid met de problematiek van de
una via-regeling -- en dat was ook een advies van de parlementaire
onderzoekscommissie --, dachten wij dat het nuttig zou zijn om de
werkgroep die binnen het College voor de strijd tegen de fiscale en
sociale fraude aangesteld is, een voorstel te laten uitwerken inzake de
una via-regeling.
Dat is een beperkte werkgroep van specialisten op het terrein,
bestaande uit twee procureurs-generaal bevoegd voor fiscale en
sociale fraude, een topambtenaar van de FOD Financiën en een
ambtenaar of een toppolitieman van de federale politie. Het zijn dus
personen van het terrein die nu een voorstel uitwerken, waarbij het
misschien nuttig was om in het kader daarvan de voorstellen van
minnelijke schikking te toetsen. Wij wachten nu op de adviezen van
deze werkgroep binnen het college van de fraudebestrijding.
Aangezien het voor een belangrijk gedeelte over fiscale zaken gaat,
pleeg ik overleg met collega Clerfayt. Collega Clerfayt en ikzelf
hebben binnen de regering trouwens de opdracht gekregen om de
coördinatie op ons te nemen met betrekking tot de uitvoering van de
aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie.
Ik heb goede hoop dat wij binnen een afzienbaar aantal weken, en in
elk geval voor het zomerreces, concrete voorstellen zullen kunnen
voorleggen, die dan verder zullen besproken worden binnen de
regering en die zo snel mogelijk ook aan het Parlement en aan deze
commissie zullen worden gecommuniceerd.
procureurs
généraux
soutient
également
l'extension
de
la
transaction, de même que le
ministre de la Justice.
Un premier projet a déjà été
examiné au sein du groupe de
travail intercabinets et présenté
dans le cadre des discussions
budgétaires
2010-2011.
Cette
proposition génèrera d'importantes
recettes supplémentaires pour les
autorités publiques. Selon l'avis de
l'Inspection des Finances, il
pourrait s'agir d'un montant de
50 millions d'euros sur une base
annuelle.
Il conviendra d'examiner encore
les différentes possibilités de la
mise en oeuvre concrète de la
transaction. Le stade de la
procédure judiciaire dans lequel la
transaction serait encore possible
fait
notamment
l'objet
de
discussions. Sera-t-elle encore
possible à la fin de la procédure ou
même jusqu'après l'arrêt de la
cour d'appel ou la demande de
transaction doit-elle être introduite
avant que le juge du fond ait rendu
un
jugement
en
première
instance?
Nous avons également estimé
utile de charger le groupe de
travail pour la lutte contre la fraude
fiscale et sociale d'élaborer une
proposition relative à la règle una
via.
Il s'agit d'un groupe de travail
restreint de spécialistes du terrain,
composé de deux procureurs
généraux compétents en matière
de fraude fiscale et sociale, d'un
fonctionnaire dirigeant du SPF
Finances et d'un policier occupant
un grade élevé dans la police
fédérale.
Nous
attendons
à
présent les avis de ce groupe de
travail.
Mon collègue Clerfayt et moi-
même avons été chargés de la
coordination de la mise en oeuvre
des recommandations de la
commission
d'enquête
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
parlementaire. J'ai bon espoir de
pouvoir présenter des propositions
concrètes dans les prochaines
semaines et en tout cas avant les
vacances d'été.
02.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor uw antwoord. Ik noteer dat u er goede hoop op heeft om
binnen een aantal weken of maanden toch met een concreet voorstel
te komen, want ik denk dat het voorstel, het idee van die minnelijke
schikkingen en de regeling daarvan, inderdaad een belangrijk effect
kan hebben op de gerechtelijke achterstand, maar ook op de
begroting, op de inkomsten van de Staat. Ik zie dat u daar verder rond
werkt en ik hoop dat wij daar binnenkort de resultaten kunnen van
zien, zodat een van de aanbevelingen van de parlementaire
onderzoekscommissie kan gerealiseerd worden. Er zijn er nog een
aantal die moeten uitgevoerd worden, maar wij hopen toch dat wij hier
werk kunnen van maken.
02.03 Jenne De Potter (CD&V):
Je note que le secrétaire d'État
présentera prochainement une
proposition
concrète,
car
la
proposition transactionnelle peut
avoir
une
incidence
non
négligeable sur l'arriéré judiciaire,
mais également sur le budget.
De voorzitter: Mijnheer De Potter, u weet dat de commissie voor de
Financiën de aanbevelingen ten volle tot zich neemt en met andere
woorden de staatssecretaris voor honderd procent steunt in zijn
initiatief om ze om te zetten.
Op dat vlak was er vorige week -- we zijn nu toch even aan het
wachten op de heer Clerfayt voor het volgende deel -- nog een kleine
evolutie door het advies van de Raad van State over het eigen
wetsvoorstel, waarbij geen enkel bezwaar van de Raad van State
wordt gesteld bij een dergelijk voorstel van minnelijke schikking als
voorafgaande mogelijkheid. Het lijkt mij toch wel bijzonder belangrijk
dat ook de Raad van State onze aanbevelingen op dat vlak ten volle
tot zich kan nemen, en met andere woorden geen enkel juridisch
bezwaar oppert. Dat lijkt mij toch een stapje in de goede richting om
uw werkgroep mee te kunnen duiden in welke richting zij verder kan
werken.
Le président: La commission des
Finances apporte son soutien le
plus complet à l'initiative du
secrétaire
d'État
tendant
à
transposer les recommandations
en mesures concrètes. Une
évolution positive est encore
intervenue la semaine dernière,
lorsque le Conseil d'État n'a
formulé aucune objection juridique
sur nos recommandations.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Monsieur Gustin, nous devons attendre l'arrivée de M. Clerfayt pour traiter votre question.
Par conséquent, je suspends cette réunion pour quelques instants, afin de permettre à M. Clerfayt de nous
rejoindre.
La réunion publique de commission est suspendue de 14.25 à 14.32 heures.
De openbare commissievergadering wordt geschorst van 14.25 uur tot 14.32 uur.
Voorzitter: Mathias De Clercq.
Président: Mathias De Clercq.
03 Question de M. Luc Gustin au secrétaire d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre des
Finances, sur "le transport collectif des membres du personnel" (n° 19409)
03 Vraag van de heer Luc Gustin aan de staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale
Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan
de minister van Financiën, over "het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden" (nr. 19409)
03.01 Luc Gustin (MR): Monsieur le président, monsieur le 03.01 Luc Gustin (MR):
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
secrétaire d'État, selon l'article 64 du Code des impôts relatif aux
transports partagés, il est prévu une déductibilité majorée à 120 %
des frais liés aux minibus, autocars et autobus supportés lorsqu'un
employeur organise le transport collectif de ses membres du
personnel entre le domicile et le lieu de travail.
Lorsqu'une entreprise contracte directement avec une firme privée
pour l'organisation du transport collectif, les frais pris en charge sont
déductibles à 120 % conformément à l'article précité. Mais qu'en est-il
des transports collectifs partagés? En effet, plutôt que d'organiser
elles-mêmes le transport du personnel, certaines entreprises
préfèrent passer par une association d'entreprises du zoning. Cette
prise en charge est-elle également déductible à 120 %?
Rien ne semble l'exclure dans la loi, mais afin d'assurer une sécurité
juridique aux nombreuses entreprises concernées, pouvez-vous me
confirmer que cet article de loi s'applique également aux sous-
facturations sous toutes leurs formes (paiement direct à l'association,
achat d'un pass ou d'un libellé) des entreprises qui financent une
navette via une association d'entreprises?
Wanneer
een
bedrijf
een
rechtstreekse
overeenkomst
aangaat met een particuliere firma
voor de organisatie van het
gemeenschappelijk vervoer van
personeelsleden
tussen
de
woonplaats en de plaats van
tewerkstelling, zijn de gedragen
kosten
voor
120 procent
aftrekbaar,
overeenkomstig
artikel 64 van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen.
Wat gebeurt er echter wanneer
het gemeenschappelijk vervoer
gezamenlijk door een aantal
bedrijven wordt georganiseerd?
Is dit artikel eveneens van
toepassing op alle vormen van
subfacturering aan de bedrijven
die het vervoer financieren via een
vereniging van bedrijven?
03.02 Bernard Clerfayt, secrétaire d'État: Monsieur Gustin, votre
question vient bien à point puisque j'ai eu l'occasion, hier, de visiter le
zoning de Nivelles-Sud à Saintes, où les mêmes questions m'étaient
posées par des entreprises qui sont sur le zoning et qui souhaitaient
connaître les mécanismes fiscaux d'incitation pour le transport
partagé.
En l'absence de précisions, notamment quant à la forme juridique de
l'association d'entreprises, quant à son activité, quant au contrat qui
existe entre cette association d'entreprises et la ou les entreprises de
transport, quant à la nature des versements effectués, il m'est difficile
de me prononcer exactement de manière formelle et définitive sur la
question.
Cependant, sur le plan des principes, chaque employeur est
susceptible de bénéficier de la déduction à concurrence de 120 %
visée à l'article 64ter, alinéa 1
er
, 1° du Code des impôts sur les
revenus 1992 pour la quote-part des frais qu'il supporte réellement
dans le cadre de l'organisation d'un transport collectif des membres
du personnel entre le domicile et le lieu de travail, peu importe le
mode de transport utilisé.
Il est entendu que cette déduction est subordonnée au respect de
toutes les conditions légales, notamment les articles 49 et 64ter du
Code des impôts.
Je tiens également à faire remarquer que de mêmes frais ne peuvent
être déductibles à concurrence de 120 % à la fois chez les
employeurs et dans le chef de l'entreprise qui supporte en premier
lieu lesdits frais. Il n'est donc pas question que l'entreprise qui preste
le service au bénéfice d'une autre entreprise commanditaire
décompte ses frais à 120 % et que l'entreprise commanditaire les
déduise à son tour: c'est une seule fois.
03.02 Staatssecretaris Bernard
Clerfayt: Elke werkgever heeft
recht op de aftrek ten belope van
120 procent
bedoeld
in
artikel 64ter, eerste lid, 1° van het
Wetboek
van
de
inkomstenbelastingen 1992 voor
het aandeel van de kosten dat hij
effectief ten laste neemt in het
kader van de organisatie van het
gemeenschappelijk vervoer van
personeelsleden
tussen
de
woonplaats en de plaats van
tewerkstelling. De aard van het
vervoer speelt geen rol.
Die aftrek is uiteraard afhankelijk
van de inachtneming van alle
wettelijke voorwaarden, en met
name van de artikelen 49 en 64ter
van
het
Wetboek
van
de
inkomstenbelastingen.
Er dient tevens op te worden
gewezen dat diezelfde kosten niet
ten
belope
van
120 procent
aftrekbaar zijn voor zowel de
werkgevers als de onderneming
die de kosten in de eerste plaats
maakt.
De onderneming die de kosten
van de belasting wil aftrekken,
moet bij haar aangifte alle
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Une entreprise qui organise au moyen d'un autobus ou d'un autocar
dont elle serait le propriétaire un transport collectif pour ses propres
membres, son propre personnel et en même temps pour un autre
groupe d'employeurs ne pourra bénéficier de ces déductions
majorées à 120 % que dans la mesure où les frais en cause se
rapportent effectivement à son propre personnel.
Par ailleurs, il est encore précisé que le simple versement d'une
somme d'argent à une association ­ l'ASBL des entreprises du zoning
pour prendre le cas concret qui m'a été exposé hier ­ ne peut être
considéré à lui seul comme une dépense qui répond aux conditions
de déduction des frais professionnels tels que visés à l'article 64ter du
Code des impôts sur les revenus 1992. Ces sommes ne pourront
constituer des frais déductibles à concurrence de 120 % qu'à partir du
moment où elles seront affectées au financement des frais visés à
l'article 64ter. En fait, l'entreprise qui souhaite obtenir une déduction
doit pouvoir amener tous les éléments probants dans le cadre de sa
déclaration qui permettent de justifier au cent près que ces sommes
ont été affectées au transport collectif de son propre personnel.
Une somme versée généralement à l'association des entreprises du
zoning qui elle-même verse une contribution générale pour payer le
déficit du transport collectif ne suffit pas: pour bénéficier de la
déduction, il faut présenter une facturation claire et précise des frais
exposés pour le transport du personnel.
mogelijke
bewijzen
kunnen
voorleggen om tot op de cent te
verantwoorden dat die bedragen
werden uitgegeven voor het
gemeenschappelijke vervoer van
haar personeel.
03.03 Luc Gustin (MR): Merci, monsieur le secrétaire d'État; vos
précisions apporteront la sécurité juridique que les entreprises
recherchent.
03.03 Luc Gustin (MR): Uw
antwoord biedt de ondernemingen
de rechtszekerheid die ze zochten.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de rattenplaag die in Gent veroorzaakt wordt door het sluikstort dat
zich bevindt op het terrein van de Wondelgemse Meersen dat eigendom is van het Fonds voor
Spoorweginfrastructuur" (nr. 19122)
04 Question de M. Francis Van den Eynde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la prolifération des rats à Gand, due au dépôt clandestin situé sur le
terrain du 'Wondelgemse Meersen' appartenant au Fonds de l'infrastructure ferroviaire" (n° 19122)
04.01 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is een beetje bizar dat ik op een Luikenaar beroep
doe om een mysterie in de Arteveldestad te helpen oplossen. U bent
echter mijn laatste hoop in deze zaak.
Het verhaal is lang, maar ik zal het kort houden. In Gent, langs de
spoorweg tussen Gent en Eeklo in het havengebied, ligt een groot
braakliggend terrein, de Wondelgemse Meersen. Dat terrein is al
jaren een probleem. Het wordt regelmatig als sluikstort gebruikt. Af en
toe waren er ook volkstuintjes. De laatste tijd is het nog erger en
wonen daar Roma-zigeuners. Dat is, onder ons gezegd, een
onmenselijke situatie.
Daar moet dringend iets aan worden gedaan, want het terrein is
afschuwelijk vervuild, in die mate dat in het jongste jaarverslag van de
Gentse ombudsvrouw te lezen stond dat een rattenplaag zich van het
terrein naar de omgeving verspreidt. Volgens het verslag zou dit te
04.01 Francis Van den Eynde
(VB): À Gand, les chemins de fer
sont toujours propriétaires d'un
terrain vague ­ les Wondelgemse
Meersen - qui est utilisé depuis
des
années
comme
dépôt
clandestin et, depuis peu, des
Roms s'y sont installés.
Ce site est pourtant très pollué et
apparemment même infesté de
rats. Mme Vervotte m'a renvoyé
au ministre étant donné que le
Fonds de l'infrastructure ferroviaire
relève de ses compétences. Selon
Mme Vervotte, les chemins de fer
sont toujours propriétaires de ce
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
wijten zijn aan de spoorwegen die eigenaar zijn van het terrein, maar
er weinig aan zouden doen.
In de correspondentie bij de Stad Gent wordt geregeld gewag
gemaakt van de spoorwegen. Er wordt ook regelmatig gewag
gemaakt van het feit dat de spoorwegen dat terrein aan De Lijn
zouden hebben verkocht. Er wordt ook gewag gemaakt van het Fonds
voor Spoorweginfrastructuur.
Ik heb minister Vervotte hierover ondervraagd. Zij heeft naar u
verwezen
voor
het
antwoord,
want
het
Fonds
voor
Spoorweginfrastructuur valt onder uw bevoegdheid. Volgens haar zijn
de spoorwegen nog steeds eigenaar van dat terrein, maar zou dat in
april aan De Lijn worden verkocht.
Het maakt mij niet uit van wie het terrein is, maar ik wil dat probleem
zo snel mogelijk oplossen. Ik heb het hier over de rattenplaag, wat
geen zegen is in een stad. Ik heb het ook over het feit dat daar Roma-
zigeuners wonen. Het wordt hoog tijd dat hieraan iets wordt gedaan.
Mijnheer de minister, is het nog zo dat het Fonds voor
Spoorweginfrastructuur hier wat aan te zeggen heeft? Zo ja, wanneer
zal men hieraan iets doen?
terrain, qui serait toutefois vendu à
De Lijn en avril.
Est-il exact que le Fonds de
l'infrastructure
ferroviaire
est
compétent en la matière? Quand
des mesures seront-elles prises?
04.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
den Eynde, ik kan u meedelen dat de onteigeningsakte werd
ondertekend op 23 februari 2010 en de onteigening zodoende
afgerond is. De eigenaar van de betrokken terreinen is dus niet langer
het FSI en de datum van april 2010 bijgevolg niet langer accuraat.
Mijn eerste antwoord is dus nee, maar ik zal toch een precisering
geven.
Voorts werd het volgende afgesproken op de vergadering van
5 februari 2010, in aanwezigheid van de stad Gent, De Lijn en de
politie.
Ten eerste, er werd overeengekomen dat de omheinings- en
opruimingswerken zullen starten op 15 maart. Dinsdag 9 februari
werd met de zigeuners en bezetters van het terrein vergaderd door de
stad en De Lijn om de informatie te geven dat het terrein tegen die
datum moet worden ontruimd. Het FSI heeft aan GIA Cataro een
bestek gevraagd om alle tuinhuisjes af te breken en op te ruimen,
alsook om het sluikstort te ontruimen. Zoals eerder afgesproken,
zullen de kosten worden verdeeld tussen De Lijn en het FSI. De Lijn
zal de kosten voor de rattenbestrijding dragen.
Ik hoop u hiermee verder te helpen. Ik hoop ook dat het mogelijk zal
zijn zo'n belangrijke evolutie in de stad af te ronden.
04.02 Didier Reynders, ministre:
L'acte d'expropriation a été signé
le 23 février 2010. Le Fonds de
l'infrastructure ferroviaire (FIF)
n'est donc plus propriétaire des
terrains concernés.
Lors de la réunion du 5 février
2010, des accords ont été conclus
en présence de la ville de Gand,
de la société De Lijn et de la
police. Il a été convenu que les
travaux d'installation des clôtures
et de déblayage des terrains
débuteront le 15 mars prochain.
Le mardi 9 février dernier, une
réunion a été organisée avec les
gitans et les occupants du terrain,
afin de les informer que le terrain
devra être libre pour cette date. Le
FIF a demandé à la firme GIA
Cataro de dresser un devis pour la
démolition et le déblayage de tous
les abris de jardin, ainsi que pour
le déblayage du dépôt sauvage
d'immondices. Les coûts seront
répartis entre la société De Lijn et
le FIF. La société De Lijn
supportera les coûts de la
dératisation.
04.03 Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, ik dank
de minister voor de informatie. Ik kan hem verzekeren dat ik nu naar
de familie in het Vlaams Parlement ga, opdat ze daar bij De Lijn
04.03 Francis Van den Eynde
(VB): Je demanderai au Parlement
flamand d'insister auprès de la
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
zouden aandringen dat het zo snel mogelijk gebeurt. Hartelijk dank.
société De Lijn pour qu'elle fasse
avancer les choses.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de belastingaftrek voor octrooien" (nr. 19195)
05 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la déduction fiscale pour les brevets" (n° 19195)
05.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, op
19 december 2009 ondervroeg ik de minister van Vereenvoudigen en
Ondernemen over de belastingaftrek voor octrooien, vooral in het licht
van het plan van de minister van Ondernemen om van België de
vestigingsplaats te maken van octrooien. Ik had het op dat moment
over de belastingaftrek voor octrooien en het feit dat men vanuit de
regering misschien toch beter het moment van de fiscale aftrek van
investeringen bij octrooien zou verleggen van het moment van
toekenning van het octrooi naar het moment van de aanvraag van het
octrooi.
De minister van Vereenvoudigen en Ondernemen verklaarde zich
akkoord met mijn standpunt en liet verstaan dat het uw bevoegdheid
als minister van Financiën is om de fiscale maatregel te laten ingaan.
Wat is uw standpunt? Volgt u in de voorliggende kwestie de minister
van Vereenvoudigen en Ondernemen?
Uit de cijfers, mijnheer de minister, blijkt dat de belastingaftrek voor
octrooien, die als sinds het aanslagjaar 2008 geldt, eigenlijk nog maar
door een bedrijf werd gebruikt. Wat de fiscale uitbreiding betreft, ligt
de bal dus volledig in uw kamp.
Bevestigt u het cijfer van een bedrijf dat op die belastingaftrek een
beroep heeft gedaan? Wat is de situatie voor het aanslagjaar 2009?
Hebt u al zicht op beterschap? Zijn er signalen uit de sector dat er
meer aanvragen zullen plaatsvinden?
Waarom werd er eigenlijk nog maar door een bedrijf effectief
gebruikgemaakt van de maatregel? Zou het kunnen dat het moment
van de aftrek, namelijk het moment van de toekenning van het
octrooi, eigenlijk beter verlegd zou worden naar het moment van de
aanvraag van het octrooi?
Welke maatregelen zult u ten slotte concreet nemen om de
belastingaftrekregeling voor octrooien ten volle te ontplooien?
Onze economie kan er maar de vruchten van plukken. Als het
inderdaad de bedoeling van de regering is om van België de
vestigingsplaats van octrooien te maken, zullen we moeten maken dat
we mee zijn met de trein. Zo niet zullen we helemaal achteraan lopen.
05.01 Peter Logghe (VB): Le
19 décembre 2009, le ministre
pour l'Entreprise a proposé de
prévoir à l'avenir la déductibilité
des investissements pour brevets
à partir du moment de la demande
de brevet et non plus à partir du
moment de l'octroi du brevet. Le
ministre a marqué son accord
mais a répondu que cette question
est de la compétence du ministre
des Finances. Quelle est sa
position?
Cette mesure est déjà en vigueur
depuis
l'exercice
d'imposition
2008, or une seule société y aurait
recouru à ce jour. Est-ce exact? À
quoi cet échec est-il dû? Les
choses devraient-elles s'améliorer
pour l'exercice d'imposition 2009?
Quelles mesures le ministre
envisage-t-il de prendre pour
encourager la déduction fiscale
des brevets?
05.02 Minister Didier Reynders: Voor het aanslagjaar 2008 werd de
aftrek voor octrooi-inkomsten toegekend voor 197 aangiften van de
vennootschapsbelasting. Het totaalbedrag van de aftrek van octrooi-
inkomsten bedroeg 28 620 000 euro. Dat was de situatie eind
januari 2010.
05.02 Didier Reynders, ministre:
Pour l'exercice d'imposition 2008,
la déduction des revenus tirés de
brevets a été accordée pour 197
déclarations
représentant
une
valeur totale de 28 620 000 euros.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Voor het aanslagjaar 2009 werd bijna 70 % van de aangiften van de
vennootschapsbelasting reeds verwerkt. Tot op heden werd de aftrek
voor octrooi-inkomsten in 49 aangiften toegepast, voor een
totaalbedrag van aftrek van octrooi-inkomsten van 90 910 000 euro.
Het lijkt dus dat de maatregel meer en meer succes heeft en zich niet
tot enkele specifieke ondernemingen beperkt.
Kan het moment van de belastingaftrek verlegd worden naar het
moment van de aanvraag van het octrooi? Op het ogenblik van de
aanvraag van het octrooi is er nog geen zekerheid dat het octrooi
werkelijk zal verleend worden. De uitvinding moet immers nieuw,
inventief, industrieel toepasbaar en geoorloofd zijn vooraleer een
octrooi wordt toegekend. Wanneer de aftrek zou verlegd worden naar
het moment van de octrooiaanvraag, zouden er problemen gecreëerd
worden in geval de procedure tot octrooiaanvraag uiteindelijk niet leidt
tot een octrooi, terwijl er reeds belastingaftrek voor octrooi-inkomsten
in mindering gebracht werd.
Niettegenstaande ben ik bereid om aanpassingen aan de maatregel
te onderzoeken, teneinde het behoud en het aantrekken van banen
en investeringen in ons land te bevorderen. Dat heb ik trouwens al
aan vertegenwoordigers van verschillende sectoren gezegd. U hebt
gezien dat er een forse stijging is van het aantal dossiers waarbij van
die specifieke maatregel gebruik wordt gemaakt.
Pour l'exercice d'imposition 2009,
à peu près 70 % des déclarations
à l'impôt des sociétés ont déjà été
traitées. La déduction a été
appliquée dans 49 de ces
déclarations, ce qui représente un
montant de 90 910 100 euros.
Cette mesure, qui ne se limite pas
à
quelques
entreprises
spécifiques, récolte un franc
succès.
Au moment où un brevet est
demandé, il n'est pas encore
certain qu'il sera effectivement
octroyé. Par conséquent, si le
moment de la déduction fiscale est
déplacé, cela peut poser des
problèmes si, in fine, le brevet
n'est pas octroyé. Je suis disposé
à
examiner
d'éventuels
aménagements de nature à
promouvoir à la fois le maintien
d'emplois et d'investissements
dans notre pays, et toute initiative
visant à attirer chez nous emplois
et investissements.
05.03 Peter Logghe (VB): Ik zal kort zijn. Ik neem er nota van dat er
een belangrijke stijging is wat betreft het bedrag van de fiscale aftrek.
Ik neem ook nota van uw opmerking dat er een onzekerheid over de
toekenning van een octrooi bestaat, indien de belastingaftrek op het
moment van de aanvraag wordt toegekend. Ik heb er twee
opmerkingen over.
Wij zouden eens moeten nagaan hoeveel octrooien er aangevraagd
worden en niet toegekend worden. Ik zal daarover een schriftelijke
vraag stellen.
Als lidstaten van de Europese Unie die piste beginnen te volgen, denk
ik dat wij goed moeten opletten dat wij de trein niet missen.
05.03 Peter Logghe (VB): Je
poserai une question écrite afin de
connaître le nombre de brevets
non octroyés. Nous devons veiller
à ne pas nous laisser dépasser
par les autres pays étant donné
que la Belgique est la seule à ne
pas déjà prévoir une possibilité de
déduction à partir du moment de la
demande.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "kredietverzekeraars die toegeven dat ze 'te ver zijn gegaan'" (nr. 19265)
06 Question de M. Peter Logghe à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "les assureurs-crédit qui reconnaissent certains excès" (n° 19265)
06.01 Peter Logghe (VB): Mijn vraag dateert van begin
februari 2010, intussen al een maand geleden.
Op een colloquium in het Gentse waren de belangrijkste
kredietverzekeraars aanwezig: Euler Hermes, Coface, u kent ze wel.
Deze maatschappijen gaven toe dat zij in het recente verleden soms
erg kort door de bocht zijn gegaan. De prijsstijgingen tot 30 % en de
beperking van bepaalde risico's zit heel wat klanten hoog. Er zijn wat
06.01 Peter Logghe (VB): Lors
d'un colloque organisé dans la
région gantoise, les principaux
assureurs-crédit de Belgique ont
admis qu'ils avaient quelque peu
dérapé dans un passé récent. De
nombreux clients digèrent mal les
hausses de prix atteignant parfois
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
wrijvingen op de markt van de kredietverzekeringen.
Kreeg u een verslag onder ogen van dit colloquium van de
kredietverzekeringen in België?
Wat denkt u over die prijsstijging van ongeveer 30 % voor een aantal
klanten en een aantal risico's?
Ik zou denken dat er zich in dat geval toch een overleg opdringt met
de sector van de kredietverzekeraars om in het belang van de
verzekerbaarheid van risico's en van de economie in het algemeen te
kijken in welke mate de drastische prijsverhogingen kunnen worden
ongedaan gemaakt of verminderd. Meer dan vroeger hebben onze
bedrijven zuurstof nodig.
Euler Hermes zou van plan zijn om met een 'transparancy charter'
naar de klant te stappen. De bedoeling is dat elke klant een
risicoscore krijgt van elk van zijn debiteuren. Zo zal de klant de
gezondheidstoestand van zijn klanten op voorhand kennen. Hij komt
dus voor minder verrassingen te staan en zal waarschijnlijk minder
beroep op tussenkomst van de kredietverzekeraar doen. Dat is een
positief voorstel.
Zou het geen aanbeveling verdienen om het charter mee te nemen
naar het eventuele overleg met de kredietverzekeraars waar men kan
voorstellen om dit charter door alle kredietverzekeraars te laten
gebruiken?
jusqu'à 30 % et la limitation de
certains risques.
Le ministre a-t-il reçu un rapport
de ce colloque des assurances-
crédit de Belgique? Qu'en pense-t-
il? Euler Hermes aurait l'intention
de proposer une charte de la
transparence à ses clients. Ne
faudrait-il pas recommander de
soumettre
cette
charte
à
l'éventuelle concertation avec les
autres assureurs-crédit?
06.02 Minister Didier Reynders: Ik ben niet op de hoogte van het
verslag van het colloquium van kredietverzekeraars in België waarin
verzekeringsondernemingen toegeven dat zij soms erg kort door de
bocht zijn gegaan. U kunt een kopie van het verslag naar mijn kabinet
sturen.
De overheid komt niet tussenbeide in de prijszetting van
verzekeringsondernemingen. Toch heeft de regering in de loop van
2009 vastgesteld dat er op het vlak van de kredietverzekeringen
problemen waren.
Voorzitter: Jenne De Potter.
Président: Jenne De Potter.
Zij heeft bijgevolg haar verantwoordelijkheid genomen en in
samenspraak met de bedrijven en de verzekeringsondernemingen het
systeem Belgacap ingesteld. U kent dat systeem. Ik geef u de cijfers.
Verplichtingen: 34 266 018 euro. Er zijn 717 dossiers ingediend en
behandeld door het Participatiefonds. 515 dossiers zijn in
behandeling. Tot nu toe is er geen schadegeval. De overheid zet haar
interventies verder via het Belgacap-systeem. Dat kent een zeker
succes. Er zijn vele interventies, maar tot nu toe was er geen
schadegeval.
06.02 Didier Reynders, ministre:
Je n'ai pas connaissance du
rapport du colloque des assureurs-
crédit en Belgique. M. Logghe peut
en adresser une copie à mon
cabinet.
Le gouvernement ne s'immisce
pas dans la fixation des tarifs des
entreprises
d'assurances.
En
2009, il a cependant observé
l'existence de problèmes dans le
domaine des assurances-crédit.
Le gouvernement a assumé ses
responsabilités en créant le
système Belgacap en collaboration
avec les entreprises et les
compagnies d'assurance. Je vous
donne quelques chiffres. Les
obligations
s'élèvent
à
34 266 018 euros. Un total de 717
dossiers ont été introduits et
traités
par
le
Fonds
de
participation et 515 dossiers sont
en cours de traitement. Jusqu'à
présent, aucun sinistre n'a été
signalé.
06.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw 06.03 Peter Logghe (VB): Je
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
antwoord. Ik heb alleen geen antwoord gekregen op mijn derde vraag
over het transparency charter. Ik meen dat dit een nuttig instrument
kan zijn om de risico's te beperken en om de toestand op de
kredietverzekeringsmarkt te verbeteren. Ook voor de klanten, de
bedrijven.
Ik heb ook een opmerking over Belgacap. Natuurlijk ken ik dat
systeem. Ik heb minister Laruelle daarover een aantal vragen gesteld.
Ik dank u voor uw antwoord wat de cijfers betreft. Ik kan mij echter
niet ontdoen van twijfel wat de doelstelling ervan betreft. Ik vraag mij
af of de doelstelling van de overheid moet zijn in tweede rang
kredietverzekeringen aan te bieden. Belgacap gaat toch in tweede
rang verzekeren. Ik vraag mij af of dat wel een taak van de overheid
moet zijn.
Vandaar mijn vraag of u met de sector aan tafel wilt gaan zitten om na
te gaan of de prijsverhogingen deels ongedaan kunnen worden
gemaakt, zodat Belgacap een deel kan terugtrekken. U hebt immers
toch serieuze bedragen uitgekeerd.
pense
que
la
charte
de
transparence peut constituer un
instrument utile pour limiter les
risques et améliorer la situation du
marché de l'assurance-crédit.
Je voudrais également formuler
une
observation
concernant
Belgacap. Je me demande si
l'objectif de l'État doit consister à
proposer des assurances crédit de
deuxième rang. Je voudrais dès
lors savoir si le ministre a la
volonté d'étudier avec le secteur la
possibilité d'annuler en partie les
hausses de prix en vue de
permettre à Belgacap de retirer
une partie. Des montants non
négligeables ont en effet été
versés.
06.04 Minister Didier Reynders: Ik heb uw vraag over het
transparency charter gelezen. Dat was de aankondiging van een
experiment van een bedrijf. Ik ben bereid dat experiment te
onderzoeken en contact op te nemen met de sector. Tot nu toe heb ik
het nog niet zien toepassen. U zei dat een bepaalde onderneming van
plan "zou" zijn een transparency charter op te stellen. Als dat
experiment resultaten heeft, ben ik bereid verder te gaan, in overleg
met de sector.
06.04 Didier Reynders, ministre:
La charte de transparence est
mentionnée dans le cadre de
l'annonce de la mise en oeuvre
d'une
expérience
par
une
entreprise. Je suis disposé à me
pencher sur cette expérience et à
prendre contact avec le secteur.
Jusqu'à présent, je n'ai cependant
pas encore vu d'application de
cette charte.
06.05 Peter Logghe (VB): Ik zal u zowel een verslag van de
vergadering van die kredietverzekeraar bezorgen als het document
met dat transparency charter. Dank u.
06.05 Peter Logghe (VB): Je
transmettrai au ministre un rapport
de la réunion de ces assureurs-
crédit ainsi que le document relatif
à cette charte de transparence.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de uitspraken van de voormalige personeelsdirecteur van de FOD Financiën"
(nr. 19309)
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Panorama-uitzending over de FOD Financiën" (nr. 19317)
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de werking van de FOD Financiën" (nr. 19326)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de diagnose van de toestand bij de FOD Financiën" (nr. 19352)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de Panorama-uitzending over de FOD Financiën van 7 februari 2010" (nr. 19459)
07 Questions jointes de
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations de l'ancien directeur du personnel du SPF Finances" (n° 19309)
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
sur "l'émission de Panorama concernant le SPF Finances" (n° 19317)
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le fonctionnement du SPF Finances" (n° 19326)
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le diagnostic posé sur la situation au sein du SPF Finances" (n° 19352)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'émission Panorama concernant le SPF Finances du 7 février 2010" (n° 19459)
07.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, net als vele collega's, en uzelf misschien ook, heb ik met
veel verwachting uitgekeken naar de televisie-uitzending Panorama,
van 7 februari. Ik had verwacht daar allerlei spectaculaire onthullingen
te vernemen. Om eerlijk te zijn, ik was teleurgesteld, want ik heb
eigenlijk niet veel nieuws gehoord en ik vond het niet echt heel
spannend.
Op één ding na. Een voormalige werkneemster van uw ministerie, en
dan een voormalig personeelsdirecteur, zei -- dat is natuurlijk voor
haar rekening -- dat er verschillende topambtenaren bij Financiën
doelbewust de inning van belastingen zouden saboteren. Ik weet niet
of er daarvan iets waar is, maar ik vond het een vrij choquerende
uitspraak van een voormalige ambtenaar.
De rest van die aflevering vond ik niet zo spectaculair. Ik had echter
graag uw reactie gekregen op die uitspraak.
Zult u de nodige maatregelen nemen of laten nemen of is dat intussen
reeds gebeurd mocht er ook maar iets waar zijn van hetgeen
mevrouw Dreessen heeft gezegd, zodat zulke praktijken onmiddellijk
ophouden en in de toekomst niet meer zullen kunnen plaatsvinden?
Wat betreft de uitvoeringen van uw KB's van begin december, met
betrekking tot de hervorming, wanneer zal de volledige invulling van
de titularissen op niveau N-1 ongeveer rond geraken?
07.01 Kristof Waterschoot
(CD&V): L'émission Panorama du
7 février
n'était
pas
aussi
spectaculaire que ce qui avait été
annoncé. J'ai seulement été
frappé par les déclarations d'un
ancien directeur du personnel des
Finances affirmant que différents
hauts fonctionnaires saboteraient
sciemment la perception des
impôts.
Quelle est la réaction du ministre?
Si ces déclarations devaient ­
même en partie ­ s'avérer
exactes, quelles mesures le
ministre prendra-t-il? Quand la
désignation des titulaires de
niveau N1
sera-t-elle
complètement bouclée?
07.02 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik ben wellicht niet zo'n frequente televisiekijker als de heer
Waterschoot en daarom ben ik misschien sneller gechoqueerd dan
de heer Waterschoot; hij is misschien meer gewend door veel
televisie te kijken.
Ik heb naar die uitzending met veel aandacht gekeken, dat zult u
begrijpen, en ik kan mij voorstellen dat menig minister niet graag zo'n
uitzending over zijn departement meemaakt. De choqueringsdrempel
voor de heer Waterschoot ligt waarschijnlijk een stuk hoger dan voor
mijzelf, maar ik kan daar gezien de situatie perfect inkomen.
Mijnheer de minister, ik zal niet alles herhalen wat in die uitzending
gezegd is. Dat is trouwens in deze commissie reeds meermaals aan
bod gekomen. De conclusie van de uitzending was een weinig
lovenswaardig beeld van de FOD Financiën, gefrustreerde,
gedemotiveerde ambtenaren, die zeggen dat zij de fraude nauwelijks
gericht kunnen aanpakken.
Zoals de heer Waterschoot zei, werd dat inderdaad door een
voormalige personeelsdirecteur gezegd. Dat is toch niet zomaar
iemand van het vijfde knoopsgat, bij wijze van spreken. Ook het
voormalige lid van het directiecomité, verantwoordelijk voor de human
07.02 Jan Jambon (N-VA): J'ai
regardé l'émission avec beaucoup
d'attention et je suis quand même
plus effrayé que M. Waterschoot.
L'émission a dressé un portrait du
SPF Finances où les agents sont
frustrés et démotivés et ne
peuvent s'attaquer de manière
ciblée à la fraude. D'après les
témoignages d'un ancien directeur
du personnel et d'un ancien
membre du comité de direction, le
mauvais
fonctionnement
des
Finances est dû à la politisation au
sommet du département.
Le ministre confirme-t-il que la
politisation au sommet de la
hiérarchie est à l'origine du
mauvais fonctionnement du SPF?
Que compte-t-il faire à ce sujet? Y
aurait-il d'autres raisons expliquant
la démotivation et la frustration
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
resources, legde de oorzaak van dit alles bij de politisering van de top
van Financiën.
Mijn vragen zijn tamelijk eenvoudig, mijnheer de minister.
Is volgens u ook de slechte werking van de FOD Financiën te wijten
aan de politisering van de top, zoals in de reportage werd
uiteengezet? Als u dat kunt bevestigen, wat zullen wij daaraan doen?
Als u dat ontkent, als dat niet de oorzaak zou zijn, wat is dan volgens
u wel de oorzaak voor de demotivatie en de frustratie van de
ambtenaren in uw departement?
des fonctionnaires du SPF, selon
lui?
De voorzitter: Aangezien de volgende vraagstellers zijn verontschuldigd geef ik het woord aan de heer Van
der Maelen.
07.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijn
collega's hebben in hun vraag voldoende uitgeweid. Mijn vragen zijn
simpel. Mijnheer de minister, hoe reageert u op die uitzending? Zult u
acties ondernemen naar aanleiding van de diverse feiten die in de
uitzending aan bod zijn gekomen?
Mijn laatste vraag is niet alleen een vraag aan de minister, maar ook
aan het voorzitterschap van deze commissie. Zou het niet de moeite
zijn om met de betrokken ambtenaren een gesprek of een hoorzitting
te hebben, zodat deze commissie een beter zicht krijgt op wat de
staat en stand is waarin de FOD Financiën zich bevindt? Dat kan dan
eventueel aanleiding geven tot acties vanuit het Parlement.
07.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je me joins aux questions
précédentes. Comment le ministre
réagit-il
à
l'émission?
Entreprendra-t-il des actions? Les
fonctionnaires concernés peuvent-
ils être auditionnés par cette
commission?
07.04 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, collega's, wat
de uitzending van Panorama betreft, wens ik mij niet persoonlijk uit te
spreken. Dat heeft ook weinig zin. Het is uiteindelijk aan de kijker om
het journalistieke werk van de Panoramaploeg te beoordelen.
Hetzelfde geldt voor de geïnterviewden. In België heeft iedereen het
recht op zijn persoonlijke mening. Het staat ook iedereen vrij om zich
uitspreken.
Precies omdat deze uitspraken alleen maar de weergave zijn van een
persoonlijke opinie wens ik daarover geen polemiek te beginnen. Ik
heb de uitzending zelf niet bekeken, maar de persweergave van de
reportage geeft de indruk dat men een clichématig beeld van de
administratie heeft willen ophangen. Dat doet het merendeel van onze
ambtenaren, die wel gemotiveerd en met volle inzet hun opdracht
vervullen, onrecht aan.
Dat is betreurenswaardig, maar zoals altijd, mijnheer de voorzitter,
ben ik bereid om, misschien gedurende een vergadering van onze
commissie, een presentatie te doen van het resultaat van tien jaar van
investeringen bij de FOD Financiën. Het is misschien ook nuttig om
een vergelijking te maken met andere departementen. Ik heb al vaker
gezegd dat wij soms problemen hebben met informaticatoepassingen
bij Financiën, maar het is precies door de aanwezigheid sinds enkele
jaren van informatica bij de FOD Financiën. Ik weet dat men bij
Justitie niet veel informaticaproblemen heeft, maar dat is normaal,
want daar is bijna geen informatica.
Als het nodig is voor de commissie, ben ik bereid, niet om met een
journalist een bespreking te hebben over een of andere ambtenaar,
maar wel om een presentatie te maken van tien jaren van
07.04 Didier Reynders, ministre:
Je ne tiens pas à me prononcer
sur l'émission Panorama, ni sur
les intervenants. Chacun a le droit
d'exprimer
son
opinion
personnelle et les spectateurs
doivent pouvoir faire la part des
choses quant à la qualité du travail
journalistique fourni. Je n'ai pas vu
l'émission en question mais
d'après les échos dans la presse,
tout porte à croire qu'elle donne
une image stéréotypée de la
situation. C'est injuste vis-à-vis de
nos fonctionnaires, qui pour la
plupart ne manquent pas de
motivation.
C'est regrettable mais je suis
disposé à vous présenter les
résultats
d'une
décennie
d'investissements
au
SPF
Finances, le cas échéant à
l'occasion d'une réunion de notre
commission. En outre, il ne serait
peut-être pas inutile de comparer
mon département aux autres. À la
justice, par exemple, presque
aucun problème informatique ne
se pose mais c'est normal car
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
investeringen bij de FOD Financiën. Wij zullen de evolutie van de
FOD Financiën over een periode van tien jaar kunnen aantonen. Het
is misschien een geluk voor een departement om dezelfde minister te
hebben gedurende meer dan tien jaar. Wissels vergen steeds nieuwe
besprekingen. Het is traditie voor een feniks om terug te keren. Met
zo een naam bij Justitie was het mogelijk om legislatuur na legislatuur
te zeggen dat wij zouden starten met informatica. Bij ons is het
gedaan, wij zijn zeer ver.
Nogmaals, ik ben bereid, hier of in een andere zaal, een presentatie
te geven van tien of zelfs bijna elf jaar bij Financiën. Dat zou
misschien nuttig zijn voor de leden van de commissie.
l'informatique y est quasi absente,
ce qui n'est pas du tout le cas
dans mon département.
De voorzitter: Mijnheer de minister, wat mij betreft, maar ik ben
natuurlijk niet de echte voorzitter van deze commissie, is het een
interessante suggestie om daarvan een overzicht te krijgen en
daaromtrent een goede discussie te voeren.
Le
président:
C'est
une
suggestion intéressante.
07.05 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de minister, ik wil
twee opmerkingen maken.
Ik begrijp uw standpunt dat u niet wilt meespelen in het mediaspel en
de mediahetze die gecreëerd worden. Ik had nochtans verwacht, al
zijn het maar aanklachten en al kunnen wij van hieruit onmogelijk
oordelen of ze waar zijn of niet, dat u die uitspraken, sterk zou
veroordelen. Ik ga ervan uit dat u het ook niet aanvaardbaar vindt dat
topambtenaren van Financiën doelbewust -- mocht het zo zijn, maar
ik durf dat hier nauwelijks zeggen al werd het daar wel gezegd -- de
inning saboteren. Ik neem aan dat u het op zijn minst met mij eens
bent dat, mocht dat zo zijn, zoiets absoluut onaanvaardbaar is.
Ten tweede denk ik dat u niet geantwoord hebt op mijn vraag
wanneer de aanduiding van de nieuwe titularissen N-1 ongeveer
verwacht wordt.
07.05 Kristof Waterschoot
(CD&V): Je comprends que le
ministre rechigne à participer à
une échauffourée médiatique mais
j'attendais néanmoins de lui qu'il
condamne sans appel ces propos.
Je présume qu'il juge également
inacceptable le fait que des
fonctionnaires
dirigeants
des
Finances sabotent sciemment la
perception.
Le ministre n'a pas répondu à ma
question précise: quand les
nouveaux titulaires N1 devraient-
ils être désignés?
07.06 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, ik moet eerlijk
zeggen dat ik uw antwoord bevredigender vond dan de repliek van de
heer Waterschoot. U zei tenminste dat een ambtenaar, en bij
uitbreiding iedereen in België, mag spreken en zijn mening, al dan niet
terecht, mag geven; dat er vrijheid van meningsuiting is. Het gaat hier
trouwens om een ex-ambtenaar die recht tot spreken heeft en haar
mening maar uiten -- al dan niet terecht, maar dat is een andere
discussie en daarover zal ik het later hebben. De heer Waterschoot
wil die mensen echter de mond snoeren.
(...): (...)
07.06 Jan Jambon (N-VA): Le
ministre a néanmoins dit qu'un
fonctionnaire a le droit de
s'exprimer et de donner son avis,
qu'il
ait
raison
ou
tort.
M. Waterschoot,
lui,
veut
bâillonner les fonctionnaires.
07.07 Jan Jambon (N-VA): Af en toe komt dat liberalisme toch eens
bovendrijven.
Alle gekheid op een stokje, uw antwoord is absoluut ontoereikend,
maar ik had niets anders verwacht. Hier worden, al dan niet terecht,
belangrijke dingen gezegd. Interne medewerkers bevestigen een
aantal discussie die in de commissie Financiën gevoerd worden. U
maakt er zich toch wel bijzonder makkelijk vanaf.
Ongeveer anderhalf jaar geleden hebben wij reeds zo een
uiteenzetting gehad op het departement zelf. Toen heb ik u gezegd,
07.07 Jan Jambon (N-VA): Mais
la
réponse
ministérielle
est
totalement insuffisante. La vitesse
à laquelle les choses sont mises
en place laisse encore à désirer.
Ce qui est en jeu dans ce cas-ci,
c'est évidemment la politique de
ressources humaines dans son
département.
Je
pense
personnellement qu'il ne serait pas
judicieux que le ministre vienne
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
mijnheer de minister, dat het plan en de manier van aanpak naar mijn
mening tamelijk professioneel is, maar dat de snelheid waarmee
zaken geïmplementeerd worden absoluut te wensen overlaat. Ik blijf
bij dat standpunt.
In voorliggend geval gaat het natuurlijk over iets anders. Het gaat over
de motivatie van het personeel, het human resources beleid in uw
departement. Naar mijn mening is het geen goed idee van u om hier
zelf een presentatie over dat onderwerp te houden. Mijns inziens is
het een goede suggestie om mensen van alle niveaus op het
departement zelf hier eens te horen en te kijken wat hun echte
bevindingen zijn. Ik hoop dat er op elk niveau respect is voor de
freedom of speech.
présenter lui-même un exposé
consacré à cette politique. En
revanche, il serait intéressant
d'entendre ici le point de vue
d'agents des finances appartenant
à tous les niveaux.
Voorzitter: Raf Terwingen.
Président: Raf Terwingen.
07.08 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, al ben ik
geen liberaal, toch vind ik dat de minister de kans moet krijgen om
zijn beleid van de voorbije tien jaar te verdedigen. De fout die hij heeft
gemaakt was misschien om geen interview te willen geven in die
uitzending. Ik ben hier niet om de belangen van de minister te
verdedigen, maar daarmee heeft hij in de ogen van velen de indruk
gewekt dat hij veel te verbergen heeft.
Vervolgens apprecieer ik het dat de minister in de commissie een
uiteenzetting wil geven over tien jaar Reynders. "10 jaar Reynders:
puinhoop of modeldepartement" zou een mooie titel zijn. Ik vind het
goed dat de minister komt en wij zullen ons daar graag op
voorbereiden.
Twee kanttekeningen daarbij. Ik zou de minister dan ook willen
vragen dat als hij komt, hij informatie die hij achterhoudt, ook
meebrengt. Ik verduidelijk. In de uitzending wordt melding gemaakt
van mistoestanden met betrekking tot aanwerving van contractuelen
die allen uit de streek van Aalst komen. Dit is gebaseerd op informatie
die de minister heeft gegeven voor Vlaamse contractuelen. Ik probeer
al twee jaar van de minister identieke informatie te krijgen over
opleidingsniveau en woonplaats van contractuelen, maar dan langs
Franstalige kant. De minister heeft die informatie nooit gegeven, dus
ik zeg hem nu al dat als hij komt, het goed zou zijn dat hij daarover
ook eens een studie laat maken. Ik wil zien of er ook een
geografische concentratie is inzake de herkomst van de
contractuelen.
Wat mij eigenlijk nog het meest van al interesseert en mij het meest
tegen de borst stuitte bij het verhaal aan Vlaamse kant, is dat men
duidelijk maakt dat men bij de aanwerving van contractuelen heeft
gezocht naar een goede match tussen wat het departement nodig
heeft inzake kwalificaties en of de aangeworven contractuelen die
bezitten. Dat lijkt mij de belangrijkste vraag en ik reken erop dat de
minister dit brengt.
Een tweede kanttekening die ik wil maken bij het aanbod van de
minister om te komen, is de volgende. Natuurlijk kan dit niet beperkt
blijven tot het luisteren naar de minister. Ook de mensen die in de
uitzending aan bod zijn gekomen en die daar kritiek en commentaar
hebben gegeven, zouden we hier in de commissie moeten vragen. De
07.08 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le ministre doit avoir la
possibilité de défendre la politique
qu'il a mise en oeuvre au cours de
la décennie écoulée. Il a peut-être
commis une erreur quand il a
refusé d'accorder une interview
dans le cadre de cette émission de
télévision car nombreux sont les
téléspectateurs
qui
ont
eu
l'impression qu'il avait beaucoup
de choses à cacher.
J'apprécie
la proposition du
ministre
Reynders
de
venir
présenter dans notre commission
un exposé consacré à ses dix
années à la tête du département
des Finances mais j'aimerais lui
demander d'apporter à cette
occasion les informations qu'il
dissimule, concernant par exemple
la concentration géographique de
l'origine des contractuels de son
département.
Nous
devrions
également inviter à une réunion de
notre commission les personnes
qui ont émis des critiques et se
sont livrées à des commentaires
au cours de cette émission de
télévision. Toutefois, c'est en tout
état de cause le ministre lui-même
qui autorise ou non un agent des
Finances à venir en commission.
Je
lui
demande
dès
lors
instamment
d'accorder
cette
autorisation.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
minister is liberaal, zegt hij, en er is vrijheid van spreken, maar het is
nog altijd de minister zelf die de toestemming moet geven aan een
ambtenaar van Financiën om naar een commissie te komen. Ik dring
erop aan dat de minister zo ver gaat in zijn liberalisme dat hij ook aan
die ambtenaren de vrijheid geeft om hier in de commissie tekst en
uitleg te komen geven bij die uitzending.
07.09 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik weet dat u
dienstdoend voorzitter bent en richt mij daarmee niet echt tot u, maar
misschien tot het commissiesecretariaat.
Wij hebben hier de discussie gehad over een commissievergadering
waarop die mensen van Financiën al dan niet zouden worden
gevraagd. Wij hebben tijdens vorige commissievergadering hetzelfde
besproken over de douane. Mag ik vragen dat op de volgende
vergadering van de commissie van Financiën de regeling der
werkzaamheden wordt geagendeerd, zodat wij die zaak kunnen
bediscussiëren? Zo kan de echte voorzitter van deze commissie
worden gevraagd om volgende keer te beginnen met de regeling der
werkzaamheden om specifiek die twee punten uit te klaren.
07.09 Jan Jambon (N-VA): Nous
venons de discuter d'une réunion
de commission à laquelle nous
pourrions convier ou non des
agents des Finances. La dernière
fois que nous nous sommes
réunis, nous avons eu une
discussion identique au sujet des
douanes.
Puis-je
demander
l'inscription de ces points à l'ordre
des travaux de notre prochaine
réunion? Ainsi, nous pourrons
demander au vrai président de
notre commission de commencer
la prochaine fois nos travaux par
ces deux points.
De voorzitter: Ik denk dat daarover geen probleem bestaat.
07.10 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, dat denk ik ook
niet.
De voorzitter: Dat zullen wij op die manier trachten op de agenda te
plaatsen en het zal besproken worden met de gebruikelijke voorzitter
van deze commissie.
Le président: Cette question sera
examinée avec celui qui préside
d'ordinaire notre commission.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Samengevoegde vragen van
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het aflopen van de btw-verlaging in de bouw" (nr. 19340)
- de heer Peter Luykx aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en van Institutionele
Hervormingen over "de btw-verlaging in de bouwsector" (nr. 20079)
08 Questions jointes de
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la fin de l'application d'un taux de TVA réduit dans la construction" (n° 19340)
- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "le taux de TVA réduit dans le secteur de la construction" (n° 20079)
De heer Luykx heeft zijn vraag nr. 20079 ingetrokken.
M. Luykx a retiré sa question
n° 20079.
08.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, zoals u weet
mist de tijdelijke btw-verlaging in de bouw haar effect niet. Omwille
van dat succes en zeker met het oog op een verdere relance heeft de
regering die maatregel al een eerste keer verlengd. Zo geldt de btw-
verlaging nu tot eind 2010, dit op voorwaarde dat de aanvraag tot
stedenbouwkundige vergunning zoals ze in de wet wordt genoemd bij
de bevoegde overheid wordt ingediend voor 1 april 2010.
08.01 Jenne De Potter (CD&V):
La baisse provisoire de la TVA
dans le secteur de la construction
a atteint son but. Elle a été
prorogée une première fois jusqu'à
la fin de 2010, moyennant
l'introduction d'une demande de
permis d'urbanisme avant le
er
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
NAV,
met
2.200
leden
de
meest
representatieve
architectenorganisatie van het land, vreest echter voor een forse
flessenhals nu 31 maart nadert. Meer dan de helft van de
ondervraagde architecten ziet absoluut geen ruimte meer om nu nog
bouwaanvragen in te dienen tegen 31 maart hoewel nog heel wat
kandidaat-bouwers een bouwaanvraag willen indienen tegen die
datum. Ik kan deze redenering absoluut volgen. Het indienen van een
bouwaanvraag vergt immers heel wat werk. De regelgeving inzake
ruimtelijke ordening is dermate complex dat het veel tijd vergt om een
volledig bouwdossier in te dienen en samen te stellen. NAV heeft al
de suggestie gedaan om te werken met een soort intentieverklaring
aan de btw-administratie samen met een engagement om de
bouwaanvraag in te dienen binnen de drie maanden. Men vraagt om
de nodige soepelheid aan de dag te leggen zodat dit voldoende zou
zijn.
Mijnheer de minister, volstaat het om een onvolledige bouwaanvraag
in te dienen voor 1 april 2010 om het recht te openen op een btw-
verlaging tot 6 %? Ten tweede, wat gebeurt er als het dossier door de
dienst Stedenbouw wordt geweigerd wegens onvolledig of
onontvankelijk en er dus eigenlijk een nieuwe aanvraag moet worden
ingediend die dan dateert van na 31 maart? Geldt dan de datum van
de eerste onvolledige aanvraag van voor 31 maart om recht te
hebben op een btw-verlaging tot 6 %? Daarbij aansluitend, kunt u de
btw-administratie om enige soepelheid ter zake verzoeken? Zult u
eventueel ingaan op de suggestie van NAV om te aanvaarden dat
voor 31 maart een intentieverklaring wordt ingediend waarbij men zich
ertoe verbindt om binnen de drie maanden een volledig bouwdossier
in te dienen? Hebt u soms zelf een andere oplossing om het positief
effect van de maatregel ­ wat wij allemaal hopen en wensen ­ toch te
garanderen?
1
er
avril 2010.
La NAV, l'organisation la plus
représentative des architectes
craint le goulet d'étranglement. La
constitution et l'introduction d'un
dossier de construction prennent
en effet du temps. La NAV
propose l'introduction d'une sorte
de déclaration d'intention auprès
de l'administration de la TVA,
assortie
d'un
engagement
d'introduire une demande de
permis de bâtir dans un délai de
trois mois.
Suffit-il de déposer une demande
de permis de bâtir incomplète
avant le 1
er
avril 2010 pour obtenir
le droit à une baisse de la TVA?
Que se passe-t-il si le service de
l'Urbanisme rejette le dossier et si
une nouvelle demande doit par
conséquent être introduite? Le
ministre peut-il demander une
certaine
souplesse
à
l'administration de la TVA? Se
ralliera-t-il à la suggestion de la
NAV? A-t-il d'autres solutions de
manière à garantir l'effet bénéfique
de la mesure?
08.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer De Potter, in
artikel 1quater, 1quinquies en 1sexies van het koninklijk besluit nr. 20
inzake btw-tarieven wordt als een van de voorwaarden voor de
toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % uitdrukkelijk bepaald
dat de aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning met
betrekking tot de bouwwerken moet worden ingediend bij de
bevoegde overheid voor 1 april 2010. De datum van indiening kan
aangetoond worden door bijvoorbeeld de ontvangstmelding van de
bevoegde overheid of de datum van een aangetekende zending. Het
voorstel van NAV komt erop neer te aanvaarden dat de aanvraag
voor de stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de
bouwwerken wordt ingediend bij de bevoegde overheid voor
1 juli 2010.
Aangezien dit strijdig is met de voormelde wettelijke bepaling kan ik
het betreffende voorstel niet aanvaarden. Het was een beslissing
gedurende de voorbereiding van de begroting 2010-2011.
Ik heb verschillende voorstellen op tafel gelegd, ook om tot en met het
einde van het jaar door te kunnen gaan met de indiening van een
vraag voor een vergunning. De regering heeft beslist dat er een
andere datum moest komen, namelijk eind maart. Ik moet ook
herhalen dat de aankondiging van die datum niet nu gebeurd is. De
datum kent men sinds enkele maanden. Het was dus perfect mogelijk
voor de architect om vroeger te starten. De Ministerraad heeft beslist
om niet tot het einde van het jaar of tot juli door te gaan, maar tot eind
08.02 Didier Reynders, ministre:
L'une des conditions à remplir
pour bénéficier de la baisse de la
TVA est d'introduire la demande
de permis d'urbanisme avant le
1
er
avril 2010. La preuve peut en
être apportée par l'accusé de
réception ou la date d'envoi du
courrier
recommandé
par
exemple. La proposition de la NAV
revient à autoriser le dépôt de la
demande jusqu'au 1
er
juillet 2010,
ce qui est contraire aux termes de
l'arrêté royal n°20. Je ne puis dès
lors accéder à cette suggestion.
J'ai
déposé
différentes
propositions sur la table mais lors
du conclave budgétaire 2010-
2011, le gouvernement a arrêté
cette date. Celle-ci est connue
depuis des mois. Il faut trancher à
présent.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
maart. Wij moeten stoppen op een zeker moment. Wij stoppen op 1
april, maar ik herhaal dat het verlaagde tarief tot eind 2010 geldt, voor
alle werken op basis van een vergunning die werd verkregen na
indiening van een vraag vóór 1 april 2010.
08.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik weet dat dit
de letter van de wet is, maar wij worden met het volgende probleem
geconfronteerd. Stel dat een dossier onvolledig is. Ik heb er gisteren
de Codex Ruimtelijke Ordening van de Vlaamse regering eens op
nagelezen. Ik vermoed dat het in Wallonië hetzelfde zal zijn. Om het
dossier volledig te maken zijn er heel wat attesten en formaliteiten
nodig. Het kan gaan om een enkel document dat ontbreekt, maar het
gevolg van een onvolledig dossier is dat mensen de btw-verlaging
verliezen, als zij na 31 maart hun dossier volledig maken. Dat is
natuurlijk een bijzonder pijnlijk en schrijnend geval.
Het is vandaag Batibouw. Op de beurs maken architecten en
aannemers reclame met de btw-verlaging van 6 %. Ik hoef u niet te
vertellen dat het onmogelijk is om nog vóór 31 maart een dossier
volledig te maken, klaar te maken en in te dienen om de btw-verlaging
te kunnen genieten.
Ik betreur dat men zeer strikt de reglementering toepast. Het doel van
de maatregel was toch het herstel en de ondersteuning van de
bouwsector en kandidaat-bouwers ertoe aanzetten snel nog
investeringen te doen? De complexiteit van de regelgeving verhindert
dat mensen nu nog een bouwaanvraag kunnen indienen om nog recht
daarop te krijgen. De facto is de termijn nu al afgesloten, want de
architecten krijgen het niet meer klaar om dat nog vóór 31 maart te
doen. Ik betreur dat een beetje.
Ik heb de wet zelf goedgekeurd. Ik pleit op dat vlak volledig schuldig.
08.03 Jenne De Potter (CD&V):
Il est bien sûr frustrant que les
contribuables dont le dossier est
incomplet ne puissent bénéficier
d'une réduction de TVA parce
qu'ils ne peuvent compléter leur
dossier qu'après le 31 mars. La
réduction de TVA fait actuellement
l'objet d'une publicité au salon
Batibouw mais il est bien sûr
impossible d'encore préparer et
déposer un dossier d'ici au
31 mars.
Je déplore que la réglementation
soit appliquée de manière stricte.
L'objectif était quand même de
soutenir le secteur. Le terme est
aujourd'hui atteint de facto.
08.04 Jan Jambon (N-VA): (...)
08.05 Jenne De Potter (CD&V): Ik denk dat u die wet ook
goedgekeurd hebt, mijnheer Jambon. Ik betreur dat wij het positieve
effect van de maatregel op die manier fnuiken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Guy Milcamps au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le protocole d'accord signé en novembre 2008 entre l'État fédéral et les entités
fédérées relatif à la création de nouvelles places en IPPJ" (n° 19349)
09 Vraag van de heer Guy Milcamps aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het protocolakkoord met betrekking tot het creëren van nieuwe
plaatsen in de openbare instellingen voor jeugdbescherming dat in november 2008 tussen de federale
overheid en de deelstaten werd afgesloten" (nr. 19349)
09.01 Guy Milcamps (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, un petit rappel historique ne serait pas inutile pour aborder
un des aspects concernés par ce protocole d'accord.
Au printemps 2006, le gouvernement fédéral exprimait l'intention de
vouloir construire de nouvelles prisons pour faire face à la
surpopulation carcérale. Très rapidement, le Bureau économique de
la province de Namur a pris les contacts informels avec la Régie des
09.01 Guy Milcamps (PS): In het
voorjaar van 2006 vatte de
federale regering het plan op om
nieuwe gevangenissen te bouwen
om een antwoord te bieden op de
overbevolking
in
de
gevangenissen.
Het
Bureau
économique de la province de
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Bâtiments puisque la ville de Ciney se montrait favorable pour le site
d'Achêne et ce, en concertation avec la ville de Dinant.
En septembre 2006, en pleine campagne électorale, vous vous êtes
rendu dans la région de Dinant afin d'aborder le projet de construction
d'un nouveau palais de justice à Dinant et d'une prison à Ciney. J'ai le
compte rendu de cette visite qui reprend vos propos: "J'espère
pouvoir poser la première pierre du nouveau palais de justice de
Dinant d'ici huit mois." Je rappelle que nous sommes en pleine
campagne électorale! Nous savons où nous en sommes aujourd'hui,
s'agissant dudit palais de justice; si je suis bien informé, le permis de
bâtir n'a pas encore été déposé!
Une première rencontre a lieu avec la Régie des Bâtiments en
octobre 2006. Cette réunion du 11 octobre rassemble vos
représentants, ceux du ministre de la Justice, de la DGATLP, de la
Régie des Bâtiments, de la ville et du Bureau économique. Le but de
la réunion est de préparer une validation du site d'Achêne qui
présente les caractéristiques requises pour accueillir une prison.
Le 11 décembre 2006, la Régie des Bâtiments confirme la demande
d'acquisition de la parcelle et l'urgence est même sollicitée. Le 23
mars 2007, la Régie des Bâtiments, agissant au nom et pour compte
de l'État, acquiert pour un prix d'environ 800 000 euros un ensemble
de parcelles d'une superficie globale de huit hectares ainsi qu'un hall
relais situé sur la parcelle.
Quinze mois plus tard, donc en mai 2008, une rencontre a lieu à
Ciney avec M. Vrijdaghs, administrateur général de la Régie des
Bâtiments, qui annonce un changement d'optique. Étaient également
présents à cette réunion, votre conseiller, M. Defays, et M. Van Belle,
conseiller architecte de la Régie des Bâtiments en Hainaut. Au cours
de cette réunion, on nous annonce qu'en lieu et place de la prison, on
envisage l'installation à Achêne d'un centre de détention pour jeunes
délinquants d'une capacité de 120 places.
La déclivité naturelle de la propriété permettant difficilement d'y
construire une prison mais n'étant pas un handicap pour un tel centre
de type pavillonnaire, il est remarquable de constater, alors que les
architectes se sont rendus à plusieurs reprises sur place avec le
patron de la Régie des Bâtiments, qu'un délai de 15 mois aura été
nécessaire pour se rendre compte que le terrain était légèrement en
pente et ne permettait plus la construction d'une prison.
Sans vouloir polémiquer, je rappelle que, depuis le lancement du
dossier, les élections communales ont eu lieu. La majorité a changé à
Ciney, le MR ne siège plus au sein de celle-ci. La majorité a changé à
Hamois, commune voisine, le MR n'y figure plus. La majorité a
changé à Havelange, le MR n'y siège plus non plus. Il nous reste
votre nouveau vice-président bien connu, M. Willy Borsus de Somme-
Leuze et qui, à ce moment-là, se tourne plutôt vers la commune de
Marche avec laquelle il a constitué un bassin de vie. L'idée émerge
selon laquelle M. Bouchat verrait bien l'installation d'une prison à
Marche. J'ignore s'il s'agit d'une coïncidence, mais tandis que l'idée
de Marche commence à se profiler, le dossier d'Achêne est assez
bizarrement enterré.
Je rappellerai que le dossier d'Achêne, que vos services ont contribué
Namur nam in dat verband contact
op met de Regie der Gebouwen,
omdat Ciney de site in Achêne
voorstelde, in overleg met Dinant.
In september 2006 bracht u een
bezoek aan Dinant om te praten
over de plannen voor de bouw van
een nieuw gerechtsgebouw in
Dinant en van een gevangenis in
Ciney. U bevestigde bij die
gelegenheid dat u wilde dat de
eerste
steen
van
het
gerechtsgebouw
binnen
een
termijn van acht maanden zou
worden gelegd!
In oktober 2006 vond een eerste
ontmoeting plaats met de Regie
der Gebouwen in verband met de
gevangenis van Achêne. Op
11 december 2006 bevestigt de
Regie dat een aanvraag werd
ingediend met het oog op de
aankoop van de kavel en daarvoor
werd zelfs de urgentie gevraagd.
Op 23 maart 2007 koopt de Regie
in naam en voor rekening van de
Staat een reeks kavels met een
totale oppervlakte van 8 hectare
en met een doorgangsgebouw op
het terrein. In mei 2008 laat de
administrateur-generaal van de
Regie echter weten dat de plannen
worden gewijzigd: in plaats van
een gevangenis plant men in
Achêne een centrum voor jonge
delinquenten met 120 plaatsen.
De architecten van de Regie
hebben er dus vijftien maanden
over gedaan om in te zien dat er
op die site bezwaarlijk een
gevangenis
kon
worden
opgetrokken,
wegens
de
natuurlijke glooiing van dat terrein
(wat geen probleem vormt is voor
een
centrum
bestaand
uit
paviljoenen).
Na de start van dit dossier kwam
er in Ciney en in de aangrenzende
een andere meerderheid (zonder
de MR) en ­ toeval of niet ­ het
dossier-Achêne lijkt een stille dood
te zijn gestorven. Er werden drie
potentiële projecten geselecteerd,
in Marche, Sambreville en Leuze-
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
à constituer, est en fait aujourd'hui l'offre du seul terrain compatible
pour accueillir une prison en Région wallonne. Depuis lors, les trois
projets ont été identifiés à Marche, Sambreville et à Leuze-en-
Hainaut - PS, MR, cdH, tout le monde est servi ­ mais aucun des trois
terrains n'est, a priori, compatible. Deux d'entre eux se situent en
zone agricole. Dès lors, des modifications du plan de secteur seront
nécessaires, tandis que le troisième se situe en zone Seveso. Il est
plutôt savoureux d'apprendre que le seul terrain, sis en zone
compatible, acheté pour la construction d'une prison et dont l'État est
aujourd'hui propriétaire est abandonné par la Régie des Bâtiments
pour ce faire.
En novembre, le gouvernement fédéral et les trois Communautés du
pays signent un protocole d'accord sur les nouveaux centres fédéraux
fermés destinés à accroître la prise en charge de mineurs d'âge
délinquants. M. Vandeurzen, ministre de la Justice et Catherine Fonck
pour la Communauté française projettent la construction d'un
nouveau centre fédéral fermé à Achêne.
en-Hainaut (PS, MR, cdH, ieder
krijgt wat) maar geen van de sites
is geschikt (twee terreinen liggen
in landbouwgebied, het derde in
een Sevesozone). Van het enige
terrein, namelijk in Achêne, dat in
een geschikte zone ligt, keert de
Regie der Gebouwen zich af!
In november ondertekenden de
federale
overheid
en
de
Gemeenschappen
een
protocolakkoord met betrekking tot
nieuwe gesloten centra voor
minderjarige
delinquenten,
en
werd het plan gesmeed in Achêne
zo een centrum te bouwen. Acht
dagen geleden vroeg de minister
van Justitie dat het protocol van
2008 zou worden toegepast.
Eergisteren
stelde
mevrouw Huytebroeck echter dat
plan niet te willen uitvoeren.
Le président: Monsieur Milcamps, vous serait-il possible de clôturer votre intervention?
09.02 Guy Milcamps (PS): Le ministre de la Justice, en séance de
la Chambre, il y a huit jours, a demandé l'application du protocole
d'accord de 2008 en souhaitant que le projet soit poursuivi.
Mme Huytebroeck, en réponse à une question de M. Willy Borsus au
parlement de la Communauté française, il y a 48 heures, a exprimé
son souhait de ne pas poursuivre le projet.
Ma question est très simple: où en est la Régie des Bâtiments dans
l'élaboration du dossier? On peut supposer qu'aujourd'hui les plans
sont terminés puisqu'il y a deux ans que la décision de construction a
été prise.
Je voulais donc avoir des nouvelles en ce qui concerne l'évolution
concrète du projet de construction du centre à Achêne et l'application
plus générale du protocole d'accord en Communauté francophone et
néerlandophone.
09.02 Guy Milcamps (PS):
Hoever is de Regie der Gebouwen
in dit dossier al opgeschoten? Hoe
staat het met de geplande bouw
van het centrum in Achêne en de
toepassing van het voormelde
protocolakkoord in ruimere zin?
09.03 Didier Reynders, ministre: Cher collègue, très concrètement
et brièvement. Au sujet des prisons, nous avançons avec mon
collègue de la Justice sur base des autorisations qui nous sont
données par les Régions. Les trois sites que vous avez cités en
Région wallonne nous ont été proposés ­ un ne correspondait pas à
ce que nous avions proposé nous-même ­ par le ministre en charge
de l'Aménagement du territoire et le gouvernement wallon à Marche,
à Leuze-en-Hainaut et à Sambreville. Je vous dis déjà que pour
Sambreville, certains problèmes et certaines remarques se posent
concernant la possibilité d'utiliser ce site. Je crains que le choix fait
par le gouvernement wallon n'entraîne un retard en la matière. Donc,
pour les prisons, nous avançons de cette façon-là.
Je vous rappelle aussi, pour autant que de besoin, que la Régie des
Bâtiments preste des services pour compte d'un certain nombre
09.03 Minister Didier Reynders:
Wat de gevangenissen betreft,
hangen wij en mijn collega van
Justitie bij de uitvoering van de
werken af van de vergunningen
die door de Gewesten worden
uitgereikt. De drie Waalse sites
waar u naar verwees, werden door
de Waalse regering voorgesteld.
De Regie der Gebouwen verleent
diensten in functie van de
vergunningen die we voor de
bouwwerkzaamheden ontvangen.
Met betrekking tot het geplande
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
d'acteurs, évidemment en fonction des besoins qui nous sont
présentés, ici par la Justice, parfois par la Communauté française, je
vais y revenir, et en fonction des autorisations qui nous sont données
pour réaliser des constructions.
Dans le cadre du projet d'Achêne et des centres fermés en général, la
Régie, en étroite collaboration avec le SPF Justice, poursuit
l'exécution de tout le masterplan Justice 2008-2012-2016 tel qu'il a
été approuvé par le Conseil des ministres d'avril et de décembre
2008. Il porte notamment sur l'augmentation de la capacité d'accueil
des jeunes dans différents centres fermés existants: Everberg,
Tongres, Saint-Hubert et, à construire, Achêne.
Quant à la situation actuelle, je vais vous dire où en est chacun des
projets.
Pour Everberg, l'étude du projet a commencé par la sélection de
l'équipe d'études multidisciplinaires chargée d'assister la Régie des
Bâtiments pour la conception d'un nouveau bâtiment. Cette étude est
actuellement en cours.
Pour Tongres, l'ancienne prison a été adaptée et propose
actuellement une capacité d'accueil supplémentaire de 34 cellules.
Pour Saint-Hubert, la mise à disposition des infrastructures devant
permettre une capacité d'accueil supplémentaire de 50 places est
prévue probablement pour le mois d'avril de cette année ­ peut-être
déjà fin mars.
Pour Achêne, le projet de construction du centre de détention pour
jeunes délinquants est en cours d'étude par les services de la Régie
des Bâtiments. Je vous rassure, la demande de permis d'urbanisme
devrait être finalisée et déposée auprès des instances compétentes
de la Région wallonne dès le tout début du mois d'avril. Le mois
prochain, nous déposerons la demande de permis d'urbanisme. Tout
est mis en oeuvre pour que ce projet se réalise dans les meilleures
conditions en respectant les délais fixés.
Quel problème rencontrons-nous? Vous en avez parlé. J'ai rencontré
en compagnie du premier ministre et du ministre de la Justice, la
ministre de l'Aide à la Jeunesse de la Communauté française. J'ai vu
qu'elle venait de répondre à des questions au Parlement de la
Communauté française. Elle annonce qu'elle hésite à poursuivre le
projet.
Comprenez-moi bien: la Régie des Bâtiments va déposer la demande
de permis, mais nous n'allons pas démarrer la construction d'un
bâtiment si on nous ne confirme pas le respect du protocole signé en
2008 par la Communauté française, à travers sa ministre de l'époque,
Mme Fonck.
Si on nous ne confirme pas que les 284 unités temps plein, comme
dit par Mme la ministre à la Communauté française seront mis à
disposition et qu'on pourra dès lors ouvrir le centre, nous n'allons pas
réaliser une construction pour, dans quelques années, constater que
c'était inutile.
Je demande aujourd'hui le respect par la Communauté française, des
centrum in Achêne en de gesloten
centra in het algemeen, voert de
Regie het masterplan Justitie
2008-2012-2016, dat in april en
december
2008
door
de
ministerraad werd goedgekeurd,
verder uit. Dat plan voorziet met
name in de uitbreiding van de
opvangcapaciteit voor jongeren in
de gesloten centra.
Voor Everberg is men gestart met
de selectie van het multidisciplinair
onderzoeksteam dat de Regie der
Gebouwen moet bijstaan bij het
ontwerpen van een nieuw gebouw.
Dit onderzoek is nog bezig. In
Tongeren
werd
de
oude
gevangenis aangepast zodat ze
over 34 extra cellen beschikt. In
Saint-Hubert zullen er in april 50
extra opvangplaatsen bijkomen.
Wat Achêne betreft, wordt de
voorgenomen bouw van het
gesloten
centrum
voor
jeugddelinquenten nog door de
Regie der Gebouwen bestudeerd.
De
aanvraag
voor
een
stedenbouwkundige
vergunning
zou begin april moeten worden
ingediend. We stellen alles in het
werk opdat dit project in de beste
omstandigheden en op tijd wordt
gerealiseerd.
De premier, mijn departement en
dat van Justitie willen voortgang
maken met dit dossier. De
bouwvergunningsaanvraag wordt
volgende maand ingediend. We
zullen de werken echter niet van
start laten gaan zolang we geen
zekerheid hebben dat de Franse
Gemeenschap
de
aangegane
verbintenissen
-
de
terbeschikkingstelling van 284
voltijdse
eenheden
en
de
zekerheid dat het centrum zal
opengaan - zal naleven.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
engagements pris à l'époque par Mme Fonck. Si ce n'est pas le cas,
nous devrions éviter de lancer un projet inutile. J'attire votre attention,
et cela ne fait pas partie de mes compétences, sur le fait que si nous
devions constater cette volonté d'arrêter le projet, il y aurait une
extension de capacité pour de jeunes délinquants néerlandophones à
Everberg et à Tongres. Il n'y aurait évidemment pratiquement aucune
extension de capacité, puisque toute l'extension est prévue à Achêne.
Au niveau du gouvernement fédéral, le premier ministre, mon
département et celui de la Justice souhaitent avancer. La demande
de permis sera introduite le mois prochain. Je peux déjà vous
annoncer que nous ne lancerons pas l'opération de construction si
nous n'avons pas la certitude que les engagements pris par la
Communauté française seront respectés. Ayant lu, comme vous, les
déclarations de la ministre hier devant le Parlement de la
Communauté française, j'ai quelques inquiétudes sur le respect des
délais et des engagements.
Vous avez fait une cartographie complète d'une sous-région sur le
plan politique. Dès lors, je voudrais confirmer votre information: ma
formation ne se retrouve ni au gouvernement de la Communauté
française, ni au gouvernement de la Région wallonne. Faites donc
passer le message!
Voorzitter: Luk Van Biesen.
Président: Luk Van Biesen.
09.04 Guy Milcamps (PS): Monsieur le président, je voudrais
rappeler à M. le ministre des Finances, chargé de la tutelle sur la
Régie des Bâtiments, que les trois sites en Wallonie relevaient pour le
choix définitif du gouvernement wallon mais ont été ­ je connais
l'historique - inspirés très largement par le fédéral.
Les trois idées de site n'ont pas été soudainement parachutées sur la
table du gouvernement wallon. Depuis longtemps, on savait que ces
trois sites étaient pressentis par le fédéral et que celui-ci sollicitait de
la Région un examen complémentaire et un accord définitif sur les
trois sites. Nous parlons ici des prisons. Pour le reste, j'enregistre
avec satisfaction votre déclaration.
09.04 Guy Milcamps (PS): De
drie sites in Wallonië werden
zogezegd
door
de
Waalse
regering gekozen, maar waren
duidelijk naar voren geschoven
door het federale niveau, dat het
Gewest
heeft
verzocht
een
bijkomend onderzoek uit te voeren
en zich definitief akkoord te
verklaren met die drie sites. Voor
het overige ben ik tevreden met
uw verklaring.
09.05 Didier Reynders, ministre: (...) proposé par le ministre de
l'Aménagement du territoire et ne correspond pas à ce que nous
souhaitions. Pour vous donner deux exemples anecdotiques, dans les
premiers rapports que j'ai reçus, on nous explique que nous ne
pourrons pas réaliser des caves ou des constructions en sous-sol
parce que le site contient des produits à base d'arsenic notamment
provenant d'une ancienne verrerie, la verrerie Saint-Gobain. Cela peut
faire sourire mais nous devons respecter pour une prison les mêmes
règles que pour du logement ou de l'hôtellerie. La seule différence
avec l'hôtellerie, c'est que le client n'a pas la clé de sa chambre.
Pour le reste, je rappelle toujours à mes collègues qu'il s'agit de
logement, que des personnes vont y vivre. Qu'on nous installe dans
un site de cette qualité nous a donc un peu surpris. En outre, même si
je n'ai pas encore totale confirmation, on nous a précisé que ce site
était dans un périmètre Seveso d'une telle catégorie qu'en cas
d'alarme, il fallait l'évacuer. Ce n'est pas l'idéal d'évacuer de la sorte
une prison.
09.05 Minister Didier Reynders:
Andere sites die door de Waalse
minister van Ruimtelijke Ordening
werden voorgesteld, voldeden niet
aan onze wensen (op een van die
sites
waren
er
bijvoorbeeld
producten op basis van arseen
aanwezig, die afkomstig waren
van de voormalige glasfabriek van
Saint-Gobain). Het gaat hier om
huisvesting: op die sites gaan
mensen verblijven, we kunnen
geen gevangenis bouwen binnen
een Seveso-perimeter!
De keuze van de bevoegde
Waalse
gewestminister
zal
problemen doen rijzen of op zijn
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Le ministre de la Justice et moi-même avons déjà dit que
malheureusement, ce choix qui n'émane pas de la Régie ou de la
Justice mais directement du ministre en charge à la Région wallonne
va nous poser un problème: cela va au moins retarder le projet. Nous
avions d'autres sites comme Marche et Leuze-en-Hainaut qui ont
finalement été retenus par la Région. Nous allons travailler sur ces
sites-là.
minst het project vertragen. We
zullen voortwerken rond sites
zoals die van Marche en Leuze-
en-Hainaut.
Président: François-Xavier de Donnea.
Voorzitter: François-Xavier de Donnea.
09.06 Guy Milcamps (PS): Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale bemiddelingsdienst" (nr. 19365)
10 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le service de conciliation fiscale" (n° 19365)
10.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, in 2007 stelde de toenmalige staatssecretaris Jamar dat de
fiscale bemiddelingsdienst binnen de drie maanden operationeel zou
zijn. Hij hoopte dat het systeem zo goed zou werken dat hij in de
daarop volgende jaren het aantal bemiddelaars zou kunnen optrekken
tot een honderdtal. Helaas is ook dat niet zo vlot verlopen als
oorspronkelijk
aangekondigd
werd.
Ondertussen
zijn
in
november 2009 vijf bemiddelaars aangesteld. Ik zou met u eens een
de stand van zaken willen opmaken.
Hoeveel aanvragen zijn er ondertussen ingediend die ontvankelijk
verklaard zijn en dus ten gronde behandeld zullen worden of reeds
behandeld zijn? Hoeveel van deze aanvragen zijn in het Nederlands
opgesteld en hoeveel in het Frans? Hoeveel van de aanvragen zijn
reeds afgehandeld?
Ten slotte, wat de fiscale bemiddelaars zelf betreft, hoeveel
kandidaten waren er voor die functies? Op basis van welke criteria
zijn zij aangesteld? Hoe is de selectieprocedure verlopen? Wie is
benoemd als voorzitter van het College van de fiscale bemiddelaars?
10.01 Jan Jambon (N-VA): En
2007, le secrétaire d'État de
l'époque, M. Jamar, annonçait que
le service de médiation en matière
de fiscalité serait opérationnel
dans les trois mois et qu'il pourrait
faire passer le nombre de
médiateurs à une centaine au
cours des années suivantes. Les
choses n'ont malheureusement
pas été aussi simples.
Entre-temps,
combien
de
demandes introduites ont été
déclarées
recevables?
Parmi
celles-ci, combien seront dès lors
traitées quant au fond ou combien
l'ont déjà été? Combien de ces
demandes
sont
formulées
respectivement en français et en
néerlandais?
Combien
de
demandes ont déjà été traitées?
Combien de candidats ont postulé
pour la fonction de médiateur
fiscal? Sur la base de quels
critères
sont-ils
désignés?
Comment
s'est
déroulée
la
procédure de sélection? Qui a été
nommé à la présidence du collège
des médiateurs fiscaux?
10.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, van 1 november 2007, de datum vanaf wanneer de burger
een aanvraag tot bemiddeling kan indienen, tot 8 februari 2010
ontving het contactcenter van de FOD Financiën 197 aanvragen. Een
aantal van deze aanvragen had niet specifiek een bemiddeling tot
10.02 Didier Reynders, ministre:
Entre le 1
er
novembre 2007 et le
8 février 2010, le centre de contact
du SPF Finances a reçu 197
demandes, dont 167 étaient
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
doel, wat verklaart waarom wij in het totaal aan 167 effectieve
aanvragen komen. Daarvan werden 129 aanvragen door de
ambtenaren van de FOD Financiën ontvankelijk verklaard. In
afwachting van de oprichting van de fiscale bemiddelingsdienst waren
die ambtenaren tijdelijk aangesteld om zich uitsluitend over de
ontvankelijkheid van de aanvragen uit te spreken.
De vertraging bij de oprichting en het feit dat het inhoudelijke
onderzoek van de dossiers daardoor onmogelijk was, verklaart het
voorlopig relatief beperkte aantal aanvragen tot bemiddeling. Wij
mogen redelijkerwijs veronderstellen dat dit cijfer zal stijgen in de
komende maanden, zodra de fiscale bemiddelingsdienst volledig
operationeel zal zijn en er adequate publiciteit aan zal worden
gegeven, zoals bijvoorbeeld het geval was voor de dienst
voorafgaande beslissingen.
Wat de ontvankelijk verklaarde aanvragen tot bemiddeling betreft, er
werden 64 aanvragen in het Frans ingediend en 65 in het Nederlands.
Eentje meer. Goed gedaan, dus.
Zoals ik al uitlegde, werden aanvragen tot bemiddeling in afwachting
van de benoeming van de leden van de fiscale bemiddelingsdienst en
van de effectieve start van deze dienst alleen op hun ontvankelijkheid
onderzocht door een aantal hiertoe aangeduide ambtenaren van de
FOD Financiën, behalve de aanvragen over de invordering van
belastingen. Die werden immers behandeld door de Contactcel
Invordering, waarvan de activiteiten weldra door de fiscale
bemiddelingsdienst zullen worden overgenomen.
In aansluiting op de in het Belgisch Staatsblad van 14 juni 2007
gepubliceerde oproep tot kandidaten voor het mandaat van lid van de
fiscale bemiddelingsdienst hebben 94 ambtenaren van de FOD
Financiën hun kandidatuur per aangetekende brief ingediend bij de
voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën.
Overeenkomstig Titel 7, Financiën, hoofdstuk 5, fiscale bemiddeling
op het fiscale gebied, van de wet van 25 april 2007 en het koninklijk
besluit van 9 mei 2007 tot uitvoering ervan, is het aan de Ministerraad
om de leden van het college van de fiscale bemiddelingsdienst aan te
duiden. Het directiecomité vergaderde op 18 december 2007 en heeft
na onderzoek van de sollicitaties voor deze functie en van het
competentieprofiel van de leden van het college van de fiscale
bemiddelingsdienst ­ zoals bepaald in de voormelde oproep tot
kandidaten voor het mandaat van leden van het college van de fiscale
bemiddelingsdienst ­ een advies aan de Ministerraad gezonden.
Op 19 november 2009 heeft de Ministerraad het ontwerp van
koninklijk besluit tot aanduiding van de leden dan de fiscale
bemiddelingsdienst bij de FOD Financiën goedgekeurd. Bij koninklijk
besluit van 7 december 2009 zijn de leden van het college van de
fiscale bemiddelingsdienst benoemd.
Overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 mei 2007
wees de minister van Financiën onder de leden van het college een
voorzitter aan. Er wordt aan herinnerd dat het college, eventueel met
uitzondering van de voorzitter, is samengesteld uit een gelijk aantal
leden behorend tot respectievelijk de Nederlandse en de Franse
taalrol.
effectives alors que 129 ont été
déclarées recevables par les
agents du SPF Finances. Le
retard qui a été pris dans la
création du service explique que le
nombre
de
demandes
de
médiation reste assez peu élevé
pour l'instant. Nous supposons
que ce chiffre augmentera dans
les prochains mois, dès que le
service de médiation en matière
de fiscalité sera entièrement
opérationnel et qu'il sera l'objet
d'une
publicité
adéquate.
Soixante-quatre demandes ont été
introduites en français et soixante-
cinq en néerlandais.
Pas moins de 94 fonctionnaires du
SPF Finances ont présenté leur
candidature pour le service de
conciliation
fiscale.
Le
18 décembre 2007, le comité de
direction a rédigé un avis à
l'attention du conseil des ministres.
Les membres du Collège du
service de conciliation fiscale ont
été nommés par l'arrêté royal du
7 décembre 2009. À l'exception du
président, le Collège est composé
d'un
nombre
égal
de
néerlandophones
et
de
francophones. Le 23 décembre
2009, j'ai nommé M. Edouard
Trzcinski au poste de président.
Le service de conciliation est
depuis opérationnel et je pense
que le nombre de demandes de
conciliation va augmenter. Je
pourrai présenter un premier
rapport sur le fonctionnement du
service au Parlement au terme de
la première année d'application de
la nouvelle procédure.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Bij besluit van 23 december 2009 heb ik de heer Edouard Trzcinski
benoemd als voorzitter. De bemiddelingsdienst werkt intussen en ik
meen dat er meer en meer aanvragen zullen komen voor
bemiddeling. Ik kan eventueel met een eerste verslag over de werking
van de dienst naar het Parlement komen wanneer de nieuwe
procedure 1 jaar in werking is.
10.03 Jan Jambon (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister, voor
uw gedetailleerde antwoorden. Eens te meer stellen we vast dat iets
dat ambitieus werd aangekondigd, in 2007, heel lang heeft
aangesleept vooraleer het operationeel gemaakt werd, en dat het
vandaag eigenlijk nog altijd niet optimaal werkt. De reden volgens mij
is de volgende. Men heeft heel lang gedaan om de postjes toe te
wijzen, eens te meer weer hetzelfde verhaal over de postjes en de
politieke benoemingen.
We hebben ook kunnen constateren dat zowel onpartijdige mensen
op het terrein, de fiscalisten als de ambtenaren zelf, tegen de gang
van zaken zijn. De huidige fiscale bemiddelaars, de 5 uitverkorenen,
zijn allemaal politiek benoemd, en krijgen een vergoeding die ­sta mij
toe dat te zeggen -, buiten alle proportie is. Het wil zeggen dat ook in
dit dossier de politisering van Financiën verder doorgang vindt.
U hebt het aantal dossiers afgegeven, en het is 50/50, wat u zelfs een
glimlach ontlokte, en toch moeten we meemaken dat er in het college
van de 5 bemiddelaars 3 Franstaligen zijn, en 2 Nederlandstaligen,
terwijl er eigenlijk evenveel dossiers zijn. Ik vraag mij dan ook af
waarom u niet gestart bent met 3 fiscale bemiddelaars, gezien het
geringe aantal dossiers tot hiertoe, en de mogelijkheid in het KB om
3 tot 5 bemiddelaars aan te stellen. Ik snap echter het antwoord. Het
is gebeurd op basis van de politieke kleur, de politieke verdeling, en
natuurlijk niet op basis van de noodzaak het aantal dossiers.
10.03 Jan Jambon (N-VA): Nous
constatons une fois de plus qu'un
projet ambitieux a été annoncé en
2007, que les choses ont traîné et
que le fonctionnement laisse en
fait toujours à désirer aujourd'hui.
On a surtout pris son temps pour
distribuer les postes.
Tous les médiateurs fiscaux
actuels
ont
bénéficié
d'une
nomination politique et ont droit à
une plantureuse rémunération.
Le nombre de dossiers est réparti
de manière égale entre les
Communautés linguistiques et
pourtant,
trois
francophones
siègent au collège contre deux
néerlandophones.
10.04 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, ik zal even
een precisering doen. Wij waren in mei 2007 klaar met alle wetten en
KB's in dat verband. Ik weet niet of u het zich herinnert, maar het was
gedurende een aantal maanden zeer moeilijk om een nieuwe regering
te vormen, dankzij verschillende partijen. Er is dus een vertraging van
2 jaar, maar voor een zeer groot deel omdat er gedurende een jaar de
onmogelijkheid bestond om een regering te vormen, en er daarna een
tijdelijke regering was en de moeilijkheden met de regering eind 2008.
Ik begrijp dat er een vertraging is, en daarom proberen wij nu verder
te gaan, maar voor de rest is het de perfecte toepassing van een
dergelijk KB.
10.04 Didier Reynders, ministre:
En mai 2007, toutes les lois et
tous les arrêtés royaux étaient
prêts mais la formation d'un
nouveau gouvernement fut très
difficile et a pris plusieurs mois.
10.05 Jan Jambon (N-VA): Ik kan de minister geruststellen, ik
herinner mij die periode nog perfect.
10.05 Jan Jambon (N-VA): Je
m'en souviens.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de lijsten van landen met een gunstig fiscaal tarief en van landen
zonder of met lage belasting" (nr. 19379)
11 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la liste des pays appliquant des taux de fiscalité réduits et des pays où
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
la fiscalité est inexistante ou peu élevée " (n° 19379)
11.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, op de Ministerraad van 27 januari 2010 werd de lijst van
landen met een gunstig fiscaal tarief geactualiseerd. Tegelijk werd er
een lijst zonder of met lage belasting goedgekeurd, ter uitvoering van
artikel 307, § 1, van het Wetboek inkomstenbelastingen. Voor beide
lijsten wordt een gelijkaardig maar niet helemaal gelijk criterium
gebruikt. In het ene geval is het criterium een gemeenrechtelijk
nominaal tarief, dat lager is dan 15 %. In het andere geval betreft het
een nominaal tarief dat lager is dan 10 %.
Ten eerste, waarom werd geopteerd voor twee verschillende criteria,
en daaruit volgend twee verschillende lijsten?
Ten tweede, waarom komen landen die geen vennootschapsbelasting
kennen, met de facto een belastingstarief van 0 % toch niet voor op
de lijst van landen met een gunstig fiscaal tarief?
11.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le Conseil des ministres du
27 janvier 2010 a actualisé la liste
des pays proposant un tarif fiscal
avantageux et a approuvé une
liste des pays au tarif fiscal
inexistant ou réduit. Dans le
premier cas, le tarif nominal est
inférieur à 15 %, dans le second il
est inférieur à 10 %.
Pourquoi ce choix de deux critères
et de deux listes? Pourquoi les
pays ne pratiquant pas l'impôt des
sociétés ne figurent-ils pas sur ces
listes?
11.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, zoals de heer
Van der Maelen aangeeft, werden op de Ministerraad van
27 januari 2010 twee landenlijsten goedgekeurd. De eerste lijst houdt
verband met het vermijden van een economische dubbele belasting
op binnenkomende dividenden, de zogenaamde Belgische DBI-
regeling. Zij geeft een opsomming van landen waar de
gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk
gunstiger zijn dan in België.
Die lijst is beperkt tot landen waar een inkomstenbelasting van
toepassing is op vennootschappen, en waar het gemeenrechtelijk
nominaal tarief van die inkomstenbelasting minder dan 15 %
bedraagt, dus van 0 % tot minder dan 15 %. Rekening houdend met
de wettekst, zijn de landen waar er geen stelsel van
inkomstenbelasting voor vennootschappen bestaat, niet opgenomen
in de lijst.
Dividenden afkomstig van vennootschappen die gevestigd zijn in
landen zonder inkomstenbelasting worden echter wel uitgesloten van
het recht op DBI-aftrek. Het eerste deel van het artikel van het WIB 92
handelt over inkomsten die uitgesloten zijn van DBI-aftrek. Er wordt
immers gesproken over een vennootschap die niet aan de
vennootschapsbelasting of aan een buitenlandse belasting van gelijke
aard als die belasting is onderworpen. Het gaat over artikel 203, § 1,
eerste lid, primo, WIB 92.
Voor die categorie vennootschappen voorziet de wet echter niet in de
opmaak van een landenlijst. Het gaat hier immers niet alleen over
landen zonder inkomstenbelasting, maar tevens over welbepaalde
vennootschapsvormen of vennootschappen actief in welbepaalde
sectoren die in hun land van vestiging niet worden onderworpen aan
een belasting die gelijkaardig is aan de vennootschapsbelasting. In
dat opzicht volstaat het dus niet louter een landenlijst op te maken.
Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven een circulaire op te
stellen die in detail zal ingaan op de verschillende categorieën van
dividenden die worden uitgesloten van de DBI-aftrek.
Deze circulaire zal ook een lijst bevatten van landen waar
11.02 Didier Reynders, ministre:
La première liste est à mettre en
corrélation avec la prévention
d'une
double
imposition
économique sur les dividendes
entrants, le régime RDT belge.
Cette liste est limitée aux pays où
les sociétés sont soumises à un
impôt sur les revenus et où le tarif
nominal de droit commun est
inférieur à 15 %. Les pays où les
sociétés ne sont pas soumises à
l'impôt sur les revenus ne figurent
pas dans la liste, conformément à
la loi. Les dividendes provenant de
sociétés établies dans des pays ne
connaissant pas l'impôt sur les
revenus sont toutefois exclus de la
déduction RDT. Il s'agit dans ce
cas non seulement de pays sans
impôt sur les revenus mais encore
de sociétés issues de secteurs qui
n'y sont pas soumiss et, dans ce
cas, une liste de pays ne suffit
pas. J'ai demandé à mon
administration de rédiger une
circulaire détaillant les exclusions
de la déduction RDT. Elle
comprendra également une liste
des pays où les sociétés ne sont
soumises à aucun impôt sur les
revenus.
La seconde liste a trait à la
déclaration
de
paiements
effectués à des personnes établies
dans des États où il n'y a pas ou
peu d'imposition, des pays où les
sociétés ne sont pas soumises à
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
vennootschappen aan geen enkele inkomstenbelasting onderworpen
worden.
De tweede lijst die werd goedgekeurd op de Ministerraad van
27 januari houdt verband met de aangifte van betalingen gedaan aan
personen gevestigd in staten zonder belasting of met lage belasting.
Het betreft hier landen waar de vennootschappen niet worden
onderworpen aan enige inkomstenbelasting of waar er sprake is van
inkomstenbelasting met een nominaal tarief dat minder bedraagt dan
10 %. Op deze lijst komen dus ook landen voor waar geen belasting
op het inkomen van vennootschappen wordt geheven. De reden
waarom verschillende grenstarieven -- 10 % of 15 % -- worden
gebruikt is tweeërlei. De DBI-lijst heeft betrekking op het vermijden
van economische dubbele belasting op dividenden die afkomstig zijn
van de opgelijste landen, terwijl de lijst van landen zonder belasting of
met lage belasting betrekking heeft op de aangifteplicht voor betaling
aan dergelijke landen. Bij de invoering van de laatste maatregel werd
de drempel bewust vastgesteld op 10 % om de administratieve last
voor de Belgische ondernemingen niet onnodig te verzwaren.
Daarnaast dient benadrukt te worden dat het tarief van 15 % werd
vastgelegd in 2002 toen de nominale tarieven van de
vennootschapsbelasting nog niet de vermindering gekend hadden die
we momenteel wereldwijd vaststellen. De laatste jaren beschouwen
veel partnerstaten en internationale organisaties het nominaal tarief
van 10 % als de standaarddrempel die een lage belasting kenmerkt.
l'impôt ou ceux où l'impôt sur le
revenu est fixé à un taux nominal
inférieur à 10 %. Y figurent donc
également des pays où les
revenus des sociétés ne sont pas
taxés.
Cette
liste
concerne
l'obligation
de
déclarer
les
transferts effectués vers de tels
pays.
Le seuil a été fixé à 10 % afin de
ne pas alourdir inutilement la
charge
administrative
des
entreprises. Le taux de 15 % avait
été fixé en 2002, à une époque où
les taux nominaux étaient encore
plus élevés. Aujourd'hui, bon
nombre d'États partenaires et
d'organisations
internationales
considèrent le taux nominal de
10 % comme le seuil de référence
d'une imposition faible.
11.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik zal uw
antwoord met aandacht bestuderen. Ik wil echter van de gelegenheid
gebruikmaken om even een citaat voor te lezen. Het gaat om een
citaat van collega's van de heer Van Biesen, De Hoon & Partners, die
fiscaal advies geven. "Het leuke is dat het echt een vreemd en zeer
exotisch lijstje is. Het gaat om landen die nooit rechtstreeks in een
internationale structuur worden gebruikt. Dus, a contrario, zij die niet
op dit lijstje voorkomen zijn geen belastingparadijzen. Goed hé dus.
Dus ook niet de Seychellen, Mauritius, Panama, enzovoort". Ik neem
aan dat hiermee voor iedereen uit onverdachte bron bevestigd wordt
wat ik gezegd heb toen we over de programmawet stemden, namelijk
dat het in zeer grote mate een operatie windowdressing is waarbij
deze regering de indruk wil wekken dat zij echt iets doet tegen fiscale
paradijzen. De specialisten die werken met die fiscale paradijzen
lachen echter met de maatregel. Ik verwijs dus naar De Hoon &
Partners. Voor degenen die het willen weten, het is de tip van de
week, 27 januari 2010, aanbevolen lectuur voor de collega's van de
meerderheid die dit allemaal mee goedgekeurd hebben.
11.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Il s'agit essentiellement
d'un simple ravalement de façade.
Un certain nombre de paradis
fiscaux ne figurent pas sur la liste.
De voorzitter: Dank u voor de goede raad inzake weekendlectuur.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van Financiën
en Institutionele Hervormingen over "het masterplan 2008-2009" (nr. 19446)
12 Question de Mme Mia De Schamphelaere au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le masterplan 2008-2009" (n° 19446)
12.01 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mijnheer de minister, u weet
dat ik vooral actief ben in de commissie voor de Justitie, maar mijn
vraag belangt onze domeinen aan, in die zin dat u toch wel de
12.01 Mia De Schamphelaere
(CD&V): Le masterplan prévoyait
d'augmenter la capacité carcérale
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
belangrijkste uitvoerder bent van het masterplan, dat is goedgekeurd
op 18 april 2008. In dat masterplan stelt de regering voorop om de
gevangeniscapaciteit op te trekken met 1 500 bijkomende plaatsen.
Daartoe is er directe samenwerking met de dienst Penitentiaire
Inrichtingen van de FOD Justitie, maar het is vooral de Regie der
Gebouwen die bevoegd is voor de uitvoering.
Het maatschappelijk belang van het masterplan zal u zeker niet
ontgaan. Er is een gevoel van straffeloosheid in onze samenleving en
voor de effectieve strafuitvoering is er natuurlijk nood aan voldoende
capaciteit. Op dit moment is er een overbevolking van ongeveer
1 500 gevangenen. Bovendien moet een aantal alternatieve
maatregelen
constant
uitgewerkt
worden,
omdat
voor
gevangenisstrafuitvoering geen plaats is. Eigenlijk komen we in een
vicieuze cirkel.
Door die overbevolking kan er ook niet gewerkt worden met de
gedetineerden. Er kan geen werk aangeboden worden in de
gevangenis. Er is geen vormingsmogelijkheid. Er is geen recreatie.
De gevangenen verzeilen in een mentale apathie. Zij zijn vatbaar voor
drugs- of medicatieverslaving. Op die manier zijn zij ook niet
voorbereid op hun vrijlating, wat dan weer de kans op recidive
verhoogt.
Het is dus zeker een prioritair punt van de regering om vooruitgang te
boeken met de uitbreiding van de gevangeniscapaciteit.
Mijnheer de minister, daarom vraag ik u, als bevoegd minister voor de
Regie der Gebouwen, een stand van zaken.
Er is ten eerste het renovatieprogramma voor het herstel van verloren
capaciteit door slijtage of door het in onbruik raken van bepaalde
cellen.
Er is ten tweede het programma voor de uitbreiding van de capaciteit
door de bouw van bijkomende cellen op de bestaande sites.
Er is de geplande bouw van de zeven nieuwe inrichtingen.
Er is ook, na de incidenten van onder meer afgelopen zomer, een
inhaalprogramma
goedgekeurd
voor
herstel-
en
beveiligingswerkzaamheden.
Mijnheer de minister, kunt u mij daarover een overzicht geven?
de 1 500 places. La surpopulation
génère
en
effet
d'énormes
problèmes.
Où en sont le programme de
rénovation pour récupérer la
capacité perdue, le programme
d'extension de la capacité passant
par la construction de nouvelles
cellules sur des sites existants, la
construction prévue de sept
nouveaux
établissements
pénitentiaires et le programme de
rattrapage
des
travaux
de
réparation et de sécurisation?
12.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw De Schamphelaere, ik zal
kort een stand van zaken geven. Ik heb ook veel tabellen op papier bij
mij voor u in verband met uw verschillende vragen.
Uw eerste punt is het renovatieprogramma voor het herstel van de
verloren capaciteit. Met uitvoering van dat renovatieprogramma zullen
tegen eind dit jaar in totaal 268 cellen opnieuw ter beschikking zijn.
Op datum van vandaag zijn er reeds 161 opnieuw bruikbaar. In feite
hebben we enkele ontwikkelingen in Sint-Gillis, Vorst, Doornik,
Hoogstrade en Turnhout. De details daarvan heb ik voor u ter
beschikking op papier.
Ten tweede, wat de uitbreiding van de capaciteit via de bouw van
12.02 Didier Reynders, ministre:
Grâce
au
programme
de
rénovation pour récupérer la
capacité perdue, 268 cellules au
total seront à nouveau disponibles
d'ici à la fin de l'année.
Actuellement, 161 sont déjà à
nouveau utilisables.
En ce qui concerne l'élargissement
de la capacité par la construction
de cellules supplémentaires sur
des sites existants, quelque 144
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
bijkomende cellen op bestaande sites betreft, zijn er nu reeds
144 bijkomende cellen gebouwd. Tegen eind 2012 zouden er nog
eens 297 cellen bijkomen, in Merksplas in het gebouw De Haven, en
verder in Everberg, Turnhout, Leuven, Hoogstraten, Tongeren,
Hasselt en Saint-Hubert. In totaal gaat het om 397 cellen. Ik heb de
details van de projecten per site ter beschikking.
Ten derde, wat de bouw van nieuwe inrichtingen betreft, is de stand
van zaken als volgt. In Gent is de aanvang der werken voor het
forensisch psychiatrisch centrum gepland voor augustus 2010. De
werken zouden tegen december 2012 voltooid moeten zijn. Voor het
forensisch psychiatrisch centrum van Antwerpen is de aanvang der
werken gepland voor december 2010 en de werken moeten ook
voltooid zijn tegen december 2012. De oorspronkelijk geplande
capaciteit van 120 gedetineerden wordt verhoogd tot 180.
Voor het centrum in Achêne is de studie aan de gang. De
bouwaanvraag wordt nog dit jaar ingediend. Ik verwacht het antwoord
te ontvangen begin april. De werken moeten voltooid zijn in 2013,
maar wij moeten nog bevestiging krijgen van de Franse
Gemeenschap, omdat de Franse Gemeenschap moet investeren in
personeel. Zonder personeel heeft het geen zin daar een nieuwe
constructie te bouwen.
Voor de nieuwe gevangenissen in Dendermonde, Beveren, Leuze-en-
Hainaut en Marche-en-Famenne loopt de tweede fase van de
aanbestedingsprocedure.
De
gekozen
kandidaat-privépartners
ontvingen op 18 januari 2010 het bestek, op basis waarvan zij hun
offertes moeten indienen. Die gevangenissen zullen in 2013 voltooid
zijn. Ik heb hier de details inzake de verschillende locaties, met het
aantal cellen van alle programma's.
Ik heb tegen de heer Milcamps reeds gezegd dat wij wat Sambreville
betreft twijfels hebben over de keuze van een site daar door het
Waalse Gewest. Het gaat om een eigenaardige keuze, namelijk op
een oude industriële site. Wij verwachten een aantal problemen
inzake milieu en de besprekingen daarover zijn nog niet rond.
Ten vierde, voor het inhaalprogramma voor herstellings- en
beveiligingswerkzaamheden is een werkgroep gestart, samengesteld
uit vertegenwoordigers van de FOD Justitie, de Regie der Gebouwen
en de erkende vakorganisaties.
Die moet onderzoeken hoe de veiligheid en infrastructuur kan
verbeterd worden. Vergaderingen zijn gepland in de loop van de
volgende weken.
Ten slotte heb ik samen met mijn collega van Justitie de beslissing
genomen om in maart of april een voorstel van herziening van het
masterplan, dus een actualisatie van het masterplan, met alle
beslissingen en alle termijnen, en met wellicht ook een aantal nieuwe
intenties wat Brussel betreft aan de Ministerraad voor te leggen. Er
zijn voorstellen van nieuwe mogelijkheden voor een gevangenis en
van herlokalisatie van de verschillende rechtbanken in het
Justitiepaleis van Brussel.
cellules ont déjà été construites à
ce jour. Pour la fin 2012, 297
cellules supplémentaires devraient
encore
être
construites.
Je
dispose des projets détaillés pour
chaque site.
En ce qui concerne la construction
de nouveaux établissements, les
travaux relatifs au centre de
psychiatrie
légale
de
Gand
devraient commencer en août
2010 et d'Anvers, en décembre
2010. Les travaux devraient être
terminés
pour
le mois
de
décembre 2012. La capacité
initialement
prévue
de
120
détenus est portée à 180 détenus.
En ce qui concerne le centre
d'Achêne, l'étude est en cours. Le
permis de bâtir sera déposé cette
année
encore.
J'attends
la
réponse pour début avril. Les
travaux doivent être terminés en
2013 mais nous devons encore
obtenir la confirmation de la
Communauté française. Pour les
autres nouveaux établissements
pénitentiaires, la deuxième phase
de la procédure d'adjudication est
en cours. Ces établissements
seront achevés en 2013. Je
dispose ici des détails relatifs aux
différents sites, ainsi que du
nombre de cellules pour tous les
projets. En ce qui concerne
Sambreville, nous hésitons sur le
choix d'un site par la Région
wallonne. Les discussions à ce
sujet sont encore en cours.
En ce qui concerne le programme
de rattrapage relatif aux travaux
de restauration et de sécurisation,
nous avons lancé un groupe de
travail composé de représentants
du SPF Justice, de la Régie des
Bâtiments et des organisations
syndicales reconnues.
Ce groupe de travail doit examiner
les possibilités d'améliorer la
sécurité et l'infrastructure. Des
réunions sont programmées au
cours des prochaines semaines.
Enfin, au mois de mars ou avril, je
soumettrai avec mon collègue de
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
la Justice une version actualisée
du masterplan au conseil des
ministres. Il existe dans ce cadre
des propositions de construction
de nouvelles prisons et de
relogement
des
différents
tribunaux au Palais de justice de
Bruxelles.
12.03 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mijnheer de minister, ik
hoop dat die actualisatie toch wel de streefcijfers meeneemt en dat
het geen vermindering zal zijn van de vooropgestelde doeleinden.
12.03 Mia De Schamphelaere
(CD&V):
J'espère
que cette
actualisation n'entraînera aucune
réduction des objectifs arrêtés.
12.04 Minister Didier Reynders: Wij zullen dat misschien jaar na jaar
doen. Het is normaal om de dossiers systematisch op te volgen en de
plannen te permanent actualiseren. Dat is wellicht niet mogelijk voor
Achève, althans als het antwoord van de Franse Gemeenschap om
daarmee voort te gaan, negatief is. Wij zullen geen nieuw centrum
bouwen, dat daarna niet zal gebruikt worden door een gemeenschap.
12.05 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mijnheer de minister, wie
ooit bouwheer geweest is, weet hoe belangrijk het is dat een persoon
eenduidig de volledige bevoegdheid heeft om een project op te
volgen, als het gaat over aanbestedingen, het aanvragen van de
bouwvergunningen, het
onderhandelen
met gemeente-
of
stadsbesturen. Het is heel belangrijk dat medewerkers van uw
diensten, de Regie der Gebouwen, echt verantwoordelijkheid nemen
en daar constant mee bezig zijn, want daarvan hangt vaak de
snelheid van uitvoering af.
De situatie inzake de beveiligingswerkzaamheden verontrust mij. Na
de spectaculaire helikopterontsnapping van augustus is er
onmiddellijk gestart met het proberen in te vullen van het budget, dat
vrij was. Er waren verschillende mogelijkheden. Men kan de
wandelingen in de gevangenissen beveiligen met netten, met palen,
zelfs eenvoudig met bomen. Men zou daaromtrent snel beslissen,
maar nu hoor ik dat er nog altijd wordt gedebatteerd over de aard van
de beveiligingsmaatregelen. Ze zullen dus nog niet direct worden
uitgevoerd.
12.05 Mia De Schamphelaere
(CD&V): Toute personne ayant
assumé la fonction de maître de
l'ouvrage sait combien il est
important qu'une même personne
assure le suivi intégral d'un projet,
car souvent, la vitesse d'exécution
en dépend.
L'état des travaux de sécurisation
est
inquiétant.
Après
la
spectaculaire
évasion
en
hélicoptère du mois d'août, une
décision
rapide
avait
été
annoncée, mais il semble que les
discussions se poursuivent sur la
nature
des
mesures
de
sécurisation à prendre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de btw-heffing voor wielerkoersen" (nr. 19503)
- de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de btw-controles bij de organisatie van wielerwedstrijden" (nr. 19975)
13 Questions jointes de
- Mme Magda Raemaekers au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le prélèvement de TVA sur les courses de kermesse" (n° 19503)
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les contrôles TVA lors de l'organisation de courses cyclistes" (n° 19975)
13.01 Magda Raemaekers (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, u weet ook dat ons land een wielrennersland is. In bijna
elk dorp in ons land is er wel een kermiskoers. Ook in Herk-de-Stad,
13.01 Magda Raemaekers
(sp.a): En dépit de l'importance du
cyclisme pour notre pays, les
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
mijn gemeente, zijn er geregeld kermiskoersen en hebben we
bovendien een heleboel wielerverenigingen.
Ik ben trouwens zelf voorzitter van een wielrennersvereniging. Het is
dus geen understatement wanneer ik zeg dat wielrennen ons in het
bloed zit. Ik adoreer het wielrennen.
De wortels van onze wielersport worden nu echter bedreigd
aangezien sommige organisatoren van kermiskoersen en criteria
plots tegen een btw-schuld van tienduizenden euro's aankijken. Dit is
allemaal het gevolg van artikel 56, § 2 van het btw-boek. Daarin staat
dat een kleine onderneming geen btw moet betalen zolang de
jaaromzet niet meer dan 5 580 euro bedraagt. Is die opbrengst hoger,
dan wil de Staat zijn deel. Heel wat organisatoren van kleine
wielerwedstrijden
waren
zich
hiervan
niet
bewust.
De
wielerwedstrijden
worden
immers
vaak
door
vrijwilligers
georganiseerd.
Vroeger werd er geen controle uitgevoerd, maar recent werd, geheel
volgens de wet, wel gecontroleerd op wielerwedstrijden. Na overleg
met de KBWB werd echter beslist om alleen te focussen op
wedstrijden waar profrenners aan de start staan. Ook dan blijven wij
echter met een gigantisch probleem zitten. Van de vierentachtig
organisaties zijn er maar liefst zevenendertig niet in orde met de btw-
regel. Het gaat hier dan voornamelijk om de kermiskoersen en
criteriums.
Bovendien, en dat maakt de situatie alleen maar erger, geldt de regel
met een terugwerkende kracht van drie jaar. De boetes kunnen dus al
snel oplopen en moeten voor 31 maart worden betaald. Heel wat
organisatoren zien de toekomt dus somber in. Zij stellen een
retroactief gedoogbeleid voor. Laat het verleden rusten, zeggen zij, en
vanaf nu zullen wij aan onze btw-verplichtingen voldoen. Hier is de
KBWB echter niet voor te vinden omdat dit oneerlijk zou zijn ten
aanzien van hen die in het verleden wel btw betaalden.
Mijnheer de minister, ik weet dat u naar aanleiding van eerder
gestelde vragen door collega's bereid bent om contact te nemen met
de organisatoren om een oplossing te vinden en de toekomst van de
wedstrijden te verzekeren. Ik heb dan ook nog volgende vragen voor
u.
Hebt u al het beloofde contact gelegd tussen uw administratie en een
aantal organisatoren om een oplossing te vinden om de toekomst van
de wielerwedstrijden te verzekeren en de ontstane commotie ter zake
in te dijken? Zo ja, wat was hiervan het resultaat? Zo nee, komt er
nog een overleg en wanneer wordt dit gepland? Welke bijkomende
maatregelen denkt u te kunnen nemen om het voortbestaan van de
kermiskoersen te garanderen? Hebt u al overleg gepleegd met de
bevoegde gemeenschapsministers hierover?
fondements de ce sport sont
désormais
menacés
puisque
certains organisateurs de courses
de kermesse et de critériums sont
soudain confrontés à une dette de
TVA de plusieurs dizaines de
milliers d'euros. De nombreux
organisateurs de petites courses
cyclistes, souvent des volontaires,
n'étaient
pas
conscients
de
l'obligation de payer la TVA
lorsque le chiffre d'affaires annuel
dépasse
5 580 euros.
Or
contrairement à la situation qui
prévalait
auparavant,
cette
disposition commence à faire
l'objet de contrôles. Il a été décidé,
à l'issue d'une concertation avec la
RLVB, de se concentrer sur les
courses accueillant des cyclistes
professionnels sur la ligne de
départ. Le problème n'en reste
cependant pas moins épineux,
puisque 37 associations sur 84,
principalement des organisateurs
de courses de kermesse et de
critériums, sont en infraction.
Pour couronner le tout, la règle en
question a un effet rétroactif de
trois ans. Le montant des
amendes peut dès lors rapidement
grimper et celles-ci doivent être
payées avant le 31 mars. De
nombreux
organisateurs
demandent une tolérance pour le
passé, mais la RLVB estime qu'il
s'agirait d'un procédé déloyal vis-
à-vis des associations qui ont bel
et bien payé la TVA durant des
années. Le ministre semblait
enclin à chercher une solution.
Des contacts ont-ils déjà eu lieu
entre l'administration et certains
organisateurs? Quels en sont les
résultats? D'autres concertations
seront-elles encore organisées?
Quand? Comment le ministre
pense-t-il pouvoir garantir la survie
des courses de kermesse? S'est-il
déjà entretenu avec les ministres
compétents
à
l'échelon des
Communautés?
13.02 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik ben
jammer genoeg geen voorzitter van een wielervereniging, wellicht een
tekortkoming van mijnentwege. In elk geval belangt de materie ons
13.02 Robert Van de Velde
(LDD): L'administration a vérifié
quels
organisateurs
ne
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
allemaal aan, vooral omdat het gaat om een aantal onduidelijkheden
in de wet.
Zoals de collega vertelde hebt u samen met uw administratie beslist
om na te trekken welke organisatoren van wielerwedstrijden zich al
dan niet aan de btw-regels houden. Er bleken er effectief
zevenendertig van de vierentachtig niet in orde te zijn. Zij riskeren een
boete van 15 000 tot 20 000 euro. Niet onbelangrijk is dat in de
beleidsnota Sport van de Vlaamse Gemeenschap letterlijk staat
vermeld dat wegens de zeer complexe en weinig transparante
wetgeving en de verschillende mogelijke interpretaties van de btw-
reglementering en ­tarieven, de sportwereld vandaag geconfronteerd
wordt met een probleem aangaande de toepassing van de btw-
wetgeving. Het is dus duidelijk een gekend probleem.
Bovendien loopt er op dit moment een procedure voor het hof van
beroep, zoals uit het rapport van KPMG gebleken is, vooral over de
vrijstelling die wordt verleend op basis van artikel 44 § 2, derde lid van
het btw-wetboek. Dat bepaalt dat de vrijstelling niet van toepassing is
op alle activiteiten van sportclubs. Wat betreft de interpretatie zijn er
dus een aantal mogelijke pistes. Vandaar wellicht ook het feit dat een
aantal wielerwedstrijden vandaag niet in orde zijn. Dat artikel bepaalt:
"De diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en
inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan
lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen wanneer die exploitanten
en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij
de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend
gebruiken tot dekking van de kosten". Daar loopt op dit moment zoals
u wellicht weet een procedure bij het hof van beroep over.
Mijn vragen hebben enerzijds betrekking op de manier waarop de
inquisitie -- als ik het zo mag noemen -- vandaag verloopt. Kloppen
de gegevens die we gezien hebben in verband met de zevenenderig
op vierentachtig die niet in orde zijn en de boetes van 15.000 tot
20.000 euro die zij riskeren? Vaak is de boete veel hoger dan de
mogelijke inkomsten die gehaald worden. Waarom wordt nu precies
deze actie gevoerd? Welke zijn de rechtsvormen van de niet in orde
geachte organisaties? Niet onbelangrijk, is er ook op voorhand op een
of andere manier aangekondigd dat men zich in regel moest stellen
met de btw-wetgeving?
Tot slot de belangrijkste vraag. We merken dat -- ook het rapport van
KPMG stelt dat -- het deels te maken heeft met interpretatie en
onduidelijkheden binnen de wetgeving. Bent u bereid om de btw-
wetgeving inzake wielerwedstrijden te herbekijken?
respectaient pas les règles en
matière de TVA, et il s'est avéré
que 37 organisateurs sur un total
de 84 étaient en infraction. Ceux-ci
risquent à présent des amendes
de 15 000 à 20 000 euros. Le
problème était connu, et la note de
politique
générale
de
la
Communauté flamande relative au
sport soulignait déjà la complexité
et le manque de transparence de
la législation, ainsi que les
différentes
interprétations
possibles des règles en matière de
TVA.
Une procédure est actuellement
en cours devant la cour d'appel à
propos de l'exemption accordée
en vertu de l'article 44, § 2,
alinéa 3 du Code de la TVA, qui
stipule
que
l'exemption
ne
s'applique pas à toutes les
activités des clubs sportifs. Il y a
donc
plusieurs
interprétations
possibles, ce qui explique sans
doute pourquoi un certain nombre
d'organisateurs de compétitions
cyclistes ne sont pas en règle à
l'heure actuelle.
Est-il exact que 37 organisateurs
sur 84 ne sont pas en ordre et
qu'ils risquent des amendes de
15 000 à 20 000 euros? L'amende
dépasse souvent les recettes
possibles
des
compétitions
concernées. Pourquoi cette action
est-elle
menée
justement
maintenant? Quelles sont les
formes
juridiques
des
organisations qui seraient en
infraction? Leur a-t-on jamais
indiqué d'une quelconque manière
qu'elles devaient se mettre en
règle en matière de TVA? Le
ministre est-il prêt à réexaminer et
à rendre plus claires les règles de
la
TVA
applicables
aux
compétitions cyclistes?
13.03 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, het is een
moeilijke taak om tegen fiscale fraude te strijden. Dat is een
permanente taak voor mijn departement. Er werd in dat verband zelfs
een onderzoekscommissie opgericht. Wij proberen dus om wat te
doen, maar het is niet gemakkelijk.
In 2006 werd een beschrijving van de doelgroep "organisatie van
13.03 Didier Reynders, ministre:
La lutte contre la fraude fiscale est
une mission difficile et permanente
de
mon
département.
Une
commission d'enquête a même
été instituée.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
culturele manifestaties, sportmanifestaties en vermakelijkheden"
aangevangen. Een actie in die sector werd opgenomen in het
actieplan 2008-2009 voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude,
in samenwerking met de staatssecretaris, de heer Devlies.
Tijdens die werkzaamheden heeft de fiscale administratie een reeks
risicovolle toestanden vastgesteld, zowel in hoofde van de
organisatoren als in hoofde van de deelnemers en toeleveranciers
van die evenementen. Het is in dat ruimer verband dat de genoemde
administratie onder andere contacten heeft opgenomen met de
directie van de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond aangaande
vastgestelde
onregelmatigheden
bij
organisatoren
van
wielerwedstrijden, cyclocross en wegwedstrijden.
De door u aangehaalde cijfers zijn vermeld geweest in de genoemde
krant. De vierentachtig vermelde wedstrijden, welke lijst door de KWB
werd opgesteld, worden in feite georganiseerd door zesenzeventig
verschillende organisatoren. Daarvan blijken er uiteindelijk
eenenveertig niet over een actief btw-nummer te beschikken. Die
organisatoren handelen als vzw of feitelijke vereniging, hoewel voor
een belangrijk deel ervan de rechtsvorm momenteel nog onduidelijk
is. Wat transparantie aangaat, ligt dat dus misschien niet alleen aan
de reglementering.
Ik kan u mededelen dat ik, zoals medegedeeld in antwoord op de
parlementaire
vragen
van
de
heren
Waterschoot
en
Van Campenhout,
ondertussen
contact
had
met
diverse
organisatoren van wielerwedstrijden. Zij hebben hun bezorgdheid
geuit over de toekomst en het voortbestaan van die wielerwedstrijden.
Ik heb hen beloofd om aan mijn administratie de opdracht te geven
om na te gaan welke de mogelijkheden zijn om tegemoet te komen
aan hun bekommernissen en om de administratieve formaliteiten
inzake btw voor dergelijke organisatoren tot een minimum te
herleiden.
De meesten onder hen organiseren immers slechts een keer per jaar
een wielerwedstrijd. Zodra de administratie alle mogelijkheden heeft
onderzocht, zal het standpunt aan de organisatoren worden
meegedeeld. Er is op dit ogenblik dus nog geen sprake van het
opleggen van boeten, noch van het invorderen van achterstallige
belastingen.
Ik ben bereid om elke week een antwoord te geven over zo'n
belangrijk probleem, maar wij hebben contact gehad met de
organisatoren en we proberen een oplossing te vinden voor het
probleem. Ik hoop dat het mogelijk zal zijn om in de komende jaren
verder te gaan met organisaties uit zo'n sector.
En 2006, une description du
groupe-cible
'organisation
de
manifestations
culturelles,
sportives et de divertissement' a
même été initiée. Une action dans
ce secteur faisait partie du plan
d'action 2008-2009 pour la lutte
contre la fraude fiscale et sociale.
Dans le cadre de ce plan,
l'administration fiscale a fixé
plusieurs situations à risque, tant
en
ce
qui
concerne
les
organisateurs que les participants
et les fournisseurs travaillant dans
le cadre de ces événements.
L'administration
a
alors
notamment pris contact avec la
Ligue royale vélocipédique belge.
Les 84 courses cyclistes citées,
dont la liste a été dressée par la
Ligue, sont en fait organisées par
76 organisateurs différents. Parmi
ces organisateurs, il s'avère
finalement que 41 ne disposent
pas d'un numéro de TVA actif.
Ces organisateurs ont la forme
d'une ASBL ou d'une association
de fait; le statut d'une grande
partie d'entre eux n'est pas encore
clair. Le manque de transparence
ne provient donc peut-être pas
uniquement de la réglementation.
Dans l'intervalle, j'ai eu des
contacts
avec
différents
organisateurs
de
courses
cyclistes. Ils ont exprimé leur
inquiétude pour l'avenir des
courses cyclistes. Je me suis
engagé à demander à mon
administration
d'examiner
de
quelle manière il est possible de
répondre à leurs préoccupations et
de
limiter
les
formalités
administratives en matière de
TVA. Il n'est donc pas encore
question d'imposer des amendes
ou de percevoir des arriérés
d'impôts. Nous tentons de trouver
une solution.
13.04 Magda Raemaekers (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Uiteraard kunnen wij er zeker niet mee instemmen
dat er fraude zou worden gepleegd. U zegt dat er nog geen aanslag
zou zijn geweest. Ik heb toevallig een mail ontvangen, die ook naar
uw kabinet is gestuurd, van een wielerorganisatie die een aanslag
gepresenteerd kreeg van 38 399,48 euro, hoofdsom en intresten.
13.04 Magda Raemaekers
(sp.a): Il est évident que nous ne
pouvons accepter les fraudes. Le
ministre affirme qu'il n'y a pas
encore eu d'imposition mais une
organisation
cycliste
s'est
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Bovendien werd op 14 december 2009 een dwangbevel betekend
voor voormeld bedrag. Ik wil u dat meegeven. Ik heb daarvan een
kopie genomen, want ik neem aan dat u al uw mails niet zomaar kunt
inzien. Misschien kunt u de kopie eens bekijken.
Nogmaals, wij willen zeker niet aan fiscale fraude doen.
néanmoins vu présenter une
facture de 38 399,48 euros alors
qu'une contrainte a été signifiée le
14 décembre.
13.05 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord.
Gezien het gebrek aan transparantie langs twee kanten -- daarmee
ben ik het volmondig eens -- moeten we inderdaad niet elke
organisatie a priori van fiscale fraude betichten. Dat er een oplossing
wordt gezocht, is voor mij perfect, maar ik noteer dat er op dit moment
geen sprake kan zijn van boetes. Wat dat betreft, zullen wij ook de
nodige stappen ondernemen om te onderzoeken of er reeds boetes
zijn uitgesproken. Indien ze zijn opgelegd, zullen wij ze u meedelen.
13.05 Robert Van de Velde
(LDD): Nous ne pouvons pas
accuser
à
la
légère
les
organisations de fraude. Je me
réjouis de constater que l'on
s'attelle à la recherche d'une
solution et je prends note du fait
qu'il ne peut, pour le moment, être
question d'infliger des amendes.
Nous allons le vérifier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de hospitalisatieverzekeringen" (nr. 19504)
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 19505)
- mevrouw Maya Detiège aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de medische index voor hospitalisatieverzekeringen" (nr. 19517)
- mevrouw Maya Detiège aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de medische index voor
hospitalisatieverzekeringen" (nr. 19518)
- mevrouw Katrien Partyka aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het KB inzake de medische index en de gevolgen voor de verzekerden bij DKV en
andere hospitalisatieverzekeraars" (nr. 19541)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de hospitalisatieverzekeringen" (nr. 19553)
- de heer Roland Defreyne aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 19924)
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de medische index" (nr. 19968)
14 Questions jointes de
- Mme Sofie Staelraeve au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les assurances hospitalisation" (n° 19504)
- Mme Sofie Staelraeve à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les assurances hospitalisation" (n° 19505)
- Mme Maya Detiège au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'indice médical pour les assurances hospitalisation" (n° 19517)
- Mme Maya Detiège à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'indice médical pour les assurances hospitalisation"
(n° 19518)
- Mme Katrien Partyka au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'arrêté royal relatif à l'indice médical et ses conséquences pour les assurés de
DKV et d'autres sociétés d'assurances hospitalisation" (n° 19541)
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "les assurances hospitalisation" (n° 19553)
- M. Roland Defreyne à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les assurances hospitalisation" (n° 19924)
- Mme Sofie Staelraeve à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'indice médical" (n° 19968)
14.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, van mijn drie vragen was er een initieel aan minister
Onkelinx gesteld, omdat de vraag toch iets meer tot haar
bevoegdheden behoorde, maar ik zie dat ze doorverwezen is naar u.
Mijn eerste vraag kwam er naar aanleiding van het verhaal dat wij
allemaal gelezen en gehoord hebben, namelijk de premiestijgingen in
de hospitalisatieverzekering, vooral van DKV, die begin dit jaar een
brief over een premiestijging naar haar klanten stuurde, in afwachting
van de medische index waarop wij op dat ogenblik nog geen zicht
hadden. Ondertussen is dat wel het geval.
Ik heb eerst een aantal vragen over het geval-DKV. Daarna zal ik
ingaan op de medische index.
Is de premiestijging van ongeveer 8 %, die na de publicatie van de
medische index te hoog blijkt, legaal? Ik weet dat u in eerdere
verklaringen in het Parlement al neen geantwoord hebt, "tot de
medische index er is, is de verhoging niet legaal". Nu is er een
medische index. De index laat een maximale stijging van 7,45 % toe.
8 is nog altijd hoger dan 7,45. Zullen de klanten van de DKV die een
brief kregen met de mededeling dat zij een hogere premie moeten
betalen dat ook effectief moeten doen? Wat kunnen of moeten
mensen doen die al dan niet betaald hebben?
Welke garantie hebben de consumenten ouder dan 65 jaar dat hun
private hospitalisatieverzekering ook met de medische index niet
jaarlijks fenomenaal stijgt? Met andere woorden, welke garantie biedt
die medische index dat die stijgingen niet fenomenaal zullen zijn, jaar
per jaar, telkens op de vervaldatum?
Wanneer zal de medische index een eerste keer effectief toegepast
worden? Die vraag is een beetje achterhaald, maar wat wel blijft, is de
timing. De medische index is nu gepubliceerd. De eerste vervaldagen
komen telkens per kwartaal. Wat gebeurt er met eventuele stijgingen
die gerekend worden vóór de vervaldag, vóór de eerste kwartaaldag,
nu bijvoorbeeld, nog voor de eerste kwartaaldag ingaat. Wat gebeurt
er in die tussenperiode?
In het geval van de DKV, wat moeten klanten doen die geconfronteerd
werden met een premiestijging? Welke middelen heeft de overheid,
zijnde wijzelf en uzelf, in handen om op te treden tegen de praktijken
van de DKV? Wat kunnen wij daaraan doen.
Een tweede blok van vragen gaat meer specifiek over de
tariefbepaling in de een- of tweepersoonskamers in ziekenhuizen. Het
is merkwaardig om vast te stellen dat sinds een aantal jaren de
prijzen van vooral eenpersoonskamers steeds meer stijgen.
Aangezien de kosten van hospitalisatieverzekeringen gebaseerd zijn
op de kosten van eenpersoonskamers, is de vraag wat de impact is
van de RIZIV-beslissingen om de bijdragen in de sociale zekerheid te
beperken voor specifieke diensten die opgenomen zijn in
hospitalisatieverzekeringen. Met andere woorden, heeft de regering al
eens stilgestaan bij de effecten op de hospitalisatieverzekeringen?
14.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld): L'indice médical autorise une
hausse de 7,45 % seulement.
L'augmentation d'environ 8 % de
l'assurance hospitalisation de DKV
est-elle légale? Les clients de DKV
devront-ils vraiment payer une
prime majorée? Quelle garantie
les consommateurs de plus de
65 ans ont-ils que leur assurance
hospitalisation
privée
n'augmentera pas dans des
proportions gigantesques, chaque
année, en dépit de l'indice
médical?
Quand
cet
indice
médical
sera-t-il
réellement
appliqué?
Qu'en
est-il
des
hausses
qui
seraient
comptabilisées avant la date
d'échéance, avant le premier jour
du trimestre? Que se passera-t-il
pendant la période intermédiaire?
Comment les clients doivent-ils
réagir si leur prime est majorée?
De quels moyens le gouvernement
dispose-t-il pour intervenir contre
les pratiques de DKV?
Depuis quelques années, les prix
des
chambres
individuelles,
surtout, ne cessent d'augmenter.
Quelle est l'incidence sur les
assurances hospitalisation des
décisions de l'INASTI de limiter les
interventions dans le cadre de la
sécurité sociale pour certains
services?
Des
données
relatives
à
l'augmentation des prix des
chambres à deux lits et à plusieurs
lits au cours des trois dernières
années sont-elles disponibles?
Comment
les
primes
des
assurances hospitalisation ont-
elles évolué au cours de ces
années?
Dans le premier indice médical
publié, nous constatons que le
coût des chambres individuelles
augmente relativement beaucoup
plus que celui des chambres à
deux lits. De plus en plus de coûts
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Twee, zijn er gegevens over de prijsstijging van die twee- of
meerpersoonskamers de voorbije drie jaar? Hoe zijn de premies voor
de verzekeringen in die jaren geëvolueerd? Met andere woorden, wat
is de verhouding tussen de prijzen van de kamers en de
premiestijgingen?
Een derde blok vragen betreft de medische index zelf. Wij zien in de
eerste gepubliceerde medische index, die sinds vrijdag op de website
van de FOD Economie is te zien, dat de kosten voor
eenpersoonskamers toch relatief veel meer stijgen dan de
tweepersoonskamers. Dit is ook gelinkt aan mijn vorige vraag. Er
worden ook effectief steeds meer kosten aangerekend aan
eenpersoonskamers. Met andere woorden, klopt de coherentie tussen
prijs van de kamers en de premies die de hospitalisatieverzekeraars
aanrekenen? Werd dit al dan niet al eens bekeken?
sont en outre facturés aux patients
qui ont occupé une chambre
individuelle. Le rapport entre le
prix des chambres et les primes
des assurances hospitalisation
est-il cohérent et cette cohérence
est-elle conforme à une réalité?
14.02 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik zal alle vragen van collega Staelraeve, die de
problematiek zeer degelijk heeft gekaderd, niet herhalen. Er zijn in de
voorbije maanden al heel veel klachten genoteerd over die
premieverhogingen van de hospitalisatieverzekeringen. U weet dat
het hierbij gaat over exponentiële stijgingen. Ik heb u en uw collega
Clerfayt in deze commissie al een aantal keren ondervraagd in het
verleden over de medische index, hospitalisatieverzekeringen en
onder andere ook de stijging van DKV. Ik zal mij dan ook beperken,
mijnheer de minister, tot mijn concrete vragen.
Ten eerste, hoe zijn de verhogingen van de premies tussen 2009 en
2010 te verklaren? Ten tweede, wanneer wordt die eerste medische
index effectief toegepast? Op welke premies wordt die index
toegepast? Wanneer mogen wij die toepassing zien? Ten derde,
klanten worden geconfronteerd met die hoge premiestijgingen.
Mijnheer de minister, u heeft een paar keer aangekondigd dat de
klanten die premiestijgingen, wat u betreft, niet moesten betalen. Wat
kunnen klanten doen met die premiestijgingen in afwachting van de
toepassing van die medische index? Ik zou hierop toch een heel
concreet en juist antwoord willen krijgen. Hoe kan u ageren tegen die
premiestijgingen?
Hoe kunt u tegen die premiestijgingen ageren?
Is de gekozen methode voor het samenstellen van die medische
index in overeenstemming met de wettelijke vereiste dat de medische
index uit een geheel van objectieve en representatieve parameters
moet worden samengesteld?
14.02 Peter Logghe (VB): Durant
les
mois
écoulés, de très
nombreuses plaintes ayant trait à
ces majorations exponentielles
des primes des assurances
hospitalisation
ont
déjà
été
enregistrées.
Comment
expliquez-vous
les
majorations de ces primes entre
2009 et 2010? Quand le premier
indice
médical
sera-t-il
effectivement appliqué? À quelles
primes
cet
indice
sera-t-il
appliqué? Quand sera-t-il procédé
à son application? Comment les
clients peuvent-ils faire face à ces
majorations
de
primes
en
attendant que l'indice médical soit
appliqué? Que peut faire le
ministre?
L'indice médical se compose-t-il
d'un ensemble de paramètres
objectifs et représentatifs?
14.03 Roland Defreyne (Open Vld): De vorige sprekers hebben de
problematiek uitvoerig geschetst. Eigenlijk gaat het om een eenzijdige
verhoging van de verzekeringspremie voor hospitalisatie door een
verzekeraar met betrekking tot een welbepaalde risicogroep, met
name de eenpersoonskamerpatiënten. Die problematiek kadert in een
veel groter geheel, dat van de steeds duurder wordende
gezondheidszorg en de middelen die de consument heeft, en meer en
meer ook niet heeft, om daaraan het hoofd te bieden.
De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen heeft
als taak de consument te beschermen tegen ontoelaatbare
14.03 Roland Defreyne (Open
Vld): La Commission bancaire,
financière et des assurances a
pour mission de protéger le
consommateur contre des actes
inadmissibles commis par des
banques ou des assureurs. Dans
le cas concret de DKV, la CBFA
n'aurait
pas
autorisé
l'augmentation de la prime, mais la
société DKV n'en a cure.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
handelingen van banken en verzekeraars. In het concreet geval van
DKV zou het CBFA geen toestemming hebben gegeven voor de
premieverhoging, maar daar trekt DKV zich blijkbaar niets van aan. Zij
zeggen verlies te lijden in deze sector, meer bepaald in het segment
van de eenpersoonskamerpatiënten. Zij weten dat het CBFA de
toelating geeft om via de wet toch een premieverhoging toe te staan.
Kunt u bevestigen dat het DKV van het CBFA geen toestemming
kreeg voor deze premieverhoging?
Moeten wij de bevoegdheid van het CBFA in het raam van de
wetgeving die bedoeld is om forse premieverhogingen te voorkomen,
niet beter omschrijven?
Ik zou durven zeggen 'beperken', om te vermijden dat het CBFA
premieverhogingen kan toestaan, enkel en alleen in het economisch
belang van de verzekeraar, zonder oog te hebben voor het belang van
de consument en het algemeen belang van de maatschappij?
Le ministre peut-il confirmer que
DKV n'a pas obtenu l'autorisation
de
la
CBFA
pour
cette
augmentation de prime? Ne
devrait-on pas mieux spécifier,
voire limiter, les compétences de
la CBFA?
14.04 Minister Didier Reynders: Ik heb al veel antwoorden over DKV
gegeven. Er was geen toestemming van het CBFA. Dat zal ik niet
elke week herhalen.
Er zijn veel twijfels en vragen over het koninklijk besluit. Het koninklijk
besluit op de medische index voorziet in een driemaandelijkse
rapportering, verwerking en publicatie. De verzekeraars dienen hun
gegevens aan de CBFA en de FOD Economie in de loop van de
maanden december, maart, juni en september mee te delen.
De gegevens hebben betrekking op de hospitalisatie in het derde
trimester dat voorafgaat aan de rapporteringsmaand. Zo worden in de
loop van december de gegevens meegedeeld die betrekking hebben
op de hospitalisaties gedurende het eerste trimester en alle daaruit
voortvloeiende ziekenhuisfacturen. Uiterlijk op de laatste dag van
januari, april, juli en oktober deelt de CBFA de FOD Economie mee of
de gegevens voldoen aan de door het KB gestelde eisen. Tot slot
worden uiterlijk op de laatste dag van februari, mei, augustus en
november de nieuwe indexcijfers gepubliceerd.
Om een vlotte inwerkingtreding van het indexmechanisme te
verzekeren gelden gedurende de eerste rapporteringscyclus een
aantal bijzonderheden. In de circulaire die de CBFA aan de
verzekeringsondernemingen heeft verstuurd, werd gevraagd om de
noodzakelijke gegevens met betrekking tot het eerste trimester van
2009 uiterlijk op 15 februari 2010 mee te delen. De eerste indexen
zullen normaal gezien gepubliceerd zijn.
De eerste rapportering heeft daarnaast niet enkel betrekking op de
gegevens met betrekking tot het eerste trimester van 2009 maar
tevens op de acht daaraan voorafgaande trimesters. De bijkomende
gegevens zijn nodig teneinde de evolutie ten opzichte van de
startindex te kunnen bepalen, aangezien het KB het indexcijfer met
inbegrip van de startindex definieert als het voortschrijdend
gemiddelde van de gegevens over vier trimesters. De verzekeraars
zullen de index kunnen toepassen voor de vervaldagen die zich
situeren na de publicatie van de index, uiteraard binnen de perken
van de voorwaarden die het KB oplegt. De maximale toename van de
premie wordt bepaald door de verhouding tussen het indexcijfer dat
14.04 Didier Reynders, ministre:
La CBFA n'a effectivement pas
donné son autorisation. Je ne le
répéterai pas chaque semaine.
Il y a beaucoup de doutes et de
questions à propos de l'arrêté
royal relatif à l'indice médical. Les
assureurs doivent communiquer
leurs données chaque trimestre à
la CBFA et au SPF Économie.
Les
données
concernent
l'hospitalisation durant le troisième
trimestre qui précède le mois de
rapportage. Au plus tard le dernier
jour d'avril, juillet et octobre la
CBFA indique au SPF Economie si
les données sont conformes aux
exigences de l'arrêté royal. Le
nouvel indice est communiqué au
plus tard le dernier jour de février,
mai, août et novembre.
Afin de garantir une mise en
oeuvre aisée du mécanisme, un
certain nombre de particularités
s'appliquent au premier cycle de
rapportage. La CBFA a demandé
que les données relatives au
premier trimestre de 2009 soient
communiquées pour le 15 février
2010. Le premier rapportage a en
outre également trait aux données
des huit trimestres précédents.
Ces données sont nécessaires
pour la détermination de l'indice de
départ.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
van kracht is op de vervaldag en het indexcijfer met betrekking tot het
tijdstip een jaar daaraan voorafgaand. Ik vraag een zekere stabiliteit
gedurende enkele trimesters om een evaluatie te kunnen maken. Ik
heb al veel commentaren gelezen, maar het is toch normaal dat de
maatregel eerst moet zijn toegepast voor men die kan evalueren.
Ik kom dan bij de wettigheid van de onlangs uitgevoerde verhoging.
Zoals ik reeds herhaaldelijk heb bevestigd, zijn tariefwijzigingen die
door een verzekeringsonderneming eenzijdig worden doorgevoerd en
waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een van de mogelijkheden
waarin de wet voorziet, onwettig en moeten ze als niet geschreven
worden beschouwd.
Ik wens te benadrukken dat premieverhogingen in afwachting van niet
toegelaten zijn. De belanghebbenden hebben dan ook het recht om
het bedrag van de tariefverhoging die hun onrechtmatig is
aangerekend, niet te betalen. Aan consumenten die menen het
slachtoffer te zijn van een onrechtmatige premieverhoging, raad ik
aan om klacht in te dienen bij de ombudsdienst voor de
verzekeringen.
Ten derde, wat met de ouderen? In het kader van de nieuwe
wetgeving is het in principe niet meer mogelijk dat verzekerden op
latere leeftijd zonder verzekering vallen. De niet-beroepsgebonden
hospitalisatieverzekeringen zijn nu verplicht om een levenslange
dekking te bieden. Contracten van beperkte duur of opzeggingen op
latere leeftijd door de verzekeraar zijn niet langer toegelaten.
Wel kan er inderdaad een zeer grote financiële drempel bestaan voor
ouderen die voorheen nooit verzekerd waren en die op latere leeftijd
voor het eerst een hospitalisatieverzekering wensen te sluiten. We
kunnen herinneren aan het belang om op relatief jonge leeftijd een
verzekering te sluiten en ook aan het voordeel van overeenkomsten
met daadwerkelijk genivelleerde premies, dat wil zeggen
overeenkomsten die een evolutie waarborgen die los van de leeftijd
van de verzekerde staat.
De medische indexen die wij uitwerkten, omvatten uiteraard niet-
leeftijdgebonden indexen die op dat type van overeenkomsten
moeten worden toegepast. Het indexmechanisme waarborgt dat de
verhoging van de premies op een objectieve manier wordt gekoppeld
aan de reële stijging van de medische kosten. Dat verhindert dat
ouderen plots geconfronteerd zouden worden met een enorme
stijging van de premies en dus de facto uitgesloten zouden worden.
De stijging van de premies voor 65-plussers met een overeenkomst
zonder genivelleerde premies kan niet meer bedragen dan de
daadwerkelijk geconstateerde stijging van de medische uitgaven voor
die leeftijdscategorie.
Ik herinner er ook aan dat de indexering van de premies een
mogelijkheid voor de verzekeraar is, maar geen verplichting. Wie zijn
concurrentiepositie op de markt wenst te behouden, mag beslissen
om zijn premies gedurende meer dan een jaar ongewijzigd te laten.
Een van de belangrijkste wijzigingen die de door mij ingevoerde
regeling invoert, is evenwel dat men in dat geval niet meer tot een
latere inhaalbeweging mag overgaan.
Les assureurs peuvent appliquer
l'indice pour les échéances après
la
publication
de
l'indice.
L'augmentation maximale de la
prime est fonction du rapport entre
l'indice en vigueur et celui de
l'année précédente.
Les augmentations tarifaires qui
sont appliquées unilatéralement
par une compagnie d'assurances,
et pour lesquelles il n'est pas fait
usage des possibilités légales,
sont illégales. Les augmentations
des primes "en attendant que" ne
sont pas autorisées non plus. Il ne
faut pas verser le montant d'une
augmentation de tarif abusive. Je
conseille par ailleurs de déposer
une plainte auprès du service de
médiation des assurances.
La nouvelle loi impose une
couverture
à
vie
pour
les
assurances hospitalisation non
liées à l'activité professionnelle. Il
en résultera que les assurés ne
pourront
plus
tomber
sans
assurance à un âge plus avancé. Il
peut toutefois exister un seuil
financier élevé pour les personnes
âgées qui ne souscrivent une
assurance hospitalisation qu'à un
âge plus avancé. C'est pourquoi il
est important de souscrire plus
jeune une assurance avec des
primes nivelées. Les nouveaux
indices ne sont évidemment pas
liés à l'âge. Le système garantit
qu'une augmentation de la prime
est
liée
objectivement
à
l'augmentation réelle des coûts
médicaux.
L'indexation n'est pas obligatoire
pour l'assureur. Il est libre de
maintenir ses tarifs mais il est
toutefois interdit d'imposer une
prime
de
rattrapage
ultérieurement.
Selon une étude du Centre fédéral
d'expertise des soins de santé, les
coûts pour les plus de 65 ans ont
augmenté en 2006 et 2007 dans
une moindre proportion que pour
les autres catégories d'âge.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Overigens, de medische kosten nemen niet noodzakelijk sneller toe
bij de leeftijdscategorie van de 65-plussers dan bij jongere
leeftijdsklassen. Uit de studie van het Federaal Kenniscentrum voor
de Gezondheidszorgen bleek bijvoorbeeld dat voor de jaren 2006 en
2007 de kosten in verband met de waarborg voor de hospitalisatie
minder snel waren gestegen voor de 65-plussers dan voor de andere
leeftijdscategorieën.
Ten vierde, is de methode, bepaald in het KB, voldoende objectief?
Het was een zeer lange bespreking. De medische index wordt wel
degelijk samengesteld op basis van de evolutie van de medische
uitgaven. De index geeft immers de evolutie weer van de door
ziekenhuizen gefactureerde bedragen. Die bedragen vormen de
meest objectieve en representatieve elementen voor de berekening
van de evolutie van de medische uitgaven. Het zijn immers precies
die bedragen die het voorwerp uitmaken van de tussenkomst door de
hospitalisatieverzekeringen. De Raad van State heeft over de keuze
van onze methodologie trouwens geen opmerkingen geformuleerd.
Uiteraard is het zeer belangrijk dat de aangeleverde gegevens
betrouwbaar zijn. Daartoe werd voorzien in een dubbele waarborg.
Vooreerst dienen de gegevens van een verzekeringsonderneming
door een erkend commissaris te worden gecertificeerd. Voorts dient
de CBFA na te gaan of de gegevens voldoende representatief zijn.
Daartoe gaat de CBFA na of de gegevens ten minste betrekking
hebben op 75 % van de markt en afkomstig zijn van ten minste drie
verzekeringsondernemingen.
De medische index heeft geen impact op de evolutie van de medische
kosten, net zo min als de index van consumptieprijzen een impact zou
hebben op de evolutie van de consumptieprijzen. Hetzelfde geldt ook
voor de automatische indexering van de lonen.
De evolutie van de medische kosten wordt door verschillende factoren
bepaald. Die materie behoort tot de bevoegdheid van de ministers van
Sociale Zaken en Volksgezondheid. Het is misschien mogelijk om de
prijzen van de medische kosten minder snel te laten stijgen, maar dat
staat los van de index. Misschien moet overleg met de ziekenhuizen
en de artsen worden gepleegd om de kosten te verlagen. De
onderhandelingen tussen de verschillende actoren in de
gezondheidssector, dat is ook een zeer lang verhaal.
Ten vijfde, werd rekening gehouden met de leeftijd en
discriminerende factoren?
Er is slechts sprake van discriminatie voor zover een onderscheid niet
gebaseerd is op objectieve criteria of niet redelijk verantwoord is. Dat
is niet het geval wanneer in het kader van een verzekering, waarbij de
leeftijd een essentieel element vormt bij de beoordeling van het risico,
met dat criterium rekening wordt gehouden om de omvang van de
premies
vast
te
stellen.
Dat
is
het
geval
bij
hospitalisatieverzekeringen, waarbij het risico toeneemt met de
leeftijd. De tarifering op grond van de leeftijd is noodzakelijk om het
evenwicht voor de verzekeringsonderneming te waarborgen.
Het is wel mogelijk om het risico, dat stijgt met de leeftijd, gelijkmatig
over de gehele duurtijd van het contract te spreiden, zoals ik reeds
gezegd heb, via een overeenkomst met genivelleerde premies.
Daarbij wordt in de aanvangsjaren een reserve opgebouwd. Ook in
La méthode de définition de l'index
médical est tout à fait objective
étant donné qu'elle repose sur
l'évolution
des
dépenses
médicales. Le Conseil d'État n'a
formulé aucune remarque à
propos de notre méthode de
calcul.
Les informations fournies doivent
évidemment être fiables. C'est
pourquoi il existe une double
garantie. Dans un premier temps,
les
renseignements
des
entreprises d'assurance doivent
être certifiés par un commissaire
agréé. La CBFA vérifie ensuite si
les
renseignements
sont
suffisamment représentatifs. Ils
doivent avoir trait à minimum 75 %
du marché et provenir de trois
entreprises d'assurance au moins.
L'index
médical
n'a
aucune
incidence sur l'évolution des frais
médicaux, pas plus que l'indice à
la consommation sur les prix à la
consommation.
La discrimination ne peut être
invoquée
que
lorsqu'une
différence n'est pas fondée sur
des critères objectifs ou n'est pas
raisonnablement justifiée. Ce n'est
pas
le
cas
en
matière
d'assurances hospitalisation où le
risque augmente objectivement
avec l'âge. Il est cependant
possible d'étaler le risque sur
l'ensemble de la durée du contrat
par le biais de primes nivelées.
Les retombées des décisions de
l'INAMI relèvent de la compétence
de ma collègue en charge des
Affaires sociales. La décision de
l'INAMI de limiter la quote-part de
la sécurité sociale pour des
services spécifiques en matière
d'assurance
hospitalisation
augmente
effectivement
les
dépenses des assureurs. Selon
les estimations, les encaissements
des assurances hospitalisation
individuelles ont doublé entre 2002
et 2009. En revanche, en termes
commerciaux, le produit ne génère
que de maigres bénéfices.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
dat geval zal de hoogte van de genivelleerde premie echter
noodzakelijkerwijze afhangen van de leeftijd die men had op het
moment van het sluiten van het contract.
Wat betreft de prijs van de gezondheidskosten en de
gezondheidszorg en de impact van de RIZIV-beslissing, vallen die
zaken meer onder de bevoegdheid van mijn collega bevoegd voor
Sociale Zaken, mevrouw Onkelinx. De beslissing van de RIZIV om de
tussenkomst van de sociale zekerheid te beperken voor specifieke
diensten die opgenomen zijn in de hospitalisatieverzekering, leidt tot
hogere uitgaven voor de verzekeraars. Dat is correct. Uit cijfers die
recent door Assuralia gepubliceerd werden, blijkt dat het incasso voor
de individuele hospitalisatieverzekering tussen 2002 en 2009 naar
schatting verdubbeld is. Daartegenover staat dat het bruto technisch-
financieel saldo van dezelfde verzekering tijdens dezelfde periode
ofwel negatief was, ofwel rond 0 % van de geïnde premies
schommelde. Dat betekent dat op marktniveau dat product nauwelijks
winst genereert.
Ik herhaal, ik heb de klachten gelezen tegen een dergelijke medische
index. Er zijn echter klachten van de verzekeringsondernemingen en
van de consumentenverenigingen. Er bestaat misschien een goed
evenwicht in de klachten, en dus bestaat er misschien ook een goed
evenwicht in de berekening van de medische index.
Verder heb ik reeds gezegd dat we een evaluatie moeten houden
binnen een bepaalde termijn. Ik heb sinds enkele dagen of weken
zoveel gehoord en gelezen in verband met de nieuwe index. Het is
bijna onmogelijk om nu een evaluatie te houden, we moeten
misschien enkele trimesters wachten.
Voor wat DKV of andere betreft, heb ik reeds gezegd dat het mogelijk
is om een klacht bij de ombudsdienst in te dienen. Na een evaluatie
van de klacht, kunnen de CBFA, de FOD Economie of de dienst
Justitie misschien een initiatief nemen.
Les entreprises d'assurances et
les
associations
de
consommateurs ont déposé des
plaintes contre l'indice médical. Il
existe peut-être un bon équilibre
dans les plaintes de même que
dans le calcul de l'indice médical.
Une évaluation au stade actuel est
pratiquement impossible, il faut
encore
patienter
quelques
trimestres.
En ce qui concerne DKV, une
plainte peut être déposée auprès
du service de médiation. À l'issue
de l'évaluation de la plainte, la
CBFA, le SPF Économie et le
service Justice peuvent peut-être
prendre une initiative.
De voorzitter: Mevrouw Staelraeve krijgt het woord voor het liefst een korte repliek.
14.05 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, als
parlementslid heb ik het laatste woord, en daar zal ik ook gebruik van
maken. Ik denk dat de minister een duidelijk en omstandig antwoord
gegeven heeft, en ik treed hem bij wat de nuancering in het verhaal
betreft. We horen er heel erg veel over, maar de realiteit is, nu we de
medische index zien, dat het wel de 20 tot 34-jarigen zijn die de
grootste stijging van de hospitalisatieverzekering zullen betalen. Het
verhaal dat alles naar de senioren wordt toegeschoven is dus niet
helemaal juist, zoals de minister ook heeft gezegd. Er zijn van beide
kanten reacties gekomen op de medische index, al dan niet terecht,
maar in heel het verhaal is toch wel wat nuancering nodig.
Ik denk dat de medische index een goede zaak is, een aantal
richtlijnen geeft, maar dat er toch een sluimerende operatie bezig is,
en er een link is tussen de keuzes die de overheid maakt inzake de
prijzen van kamers, eenpersoonskamers meer bepaald, en de prijzen
van de hospitalisatieverzekering, die toch wel eens wat verder
onderzocht kan worden. Ik zal zeker mijn vragen daarover aan de
bevoegde minister richten.
14.05 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Dans la réalité, ce sont les
personnes âgées de 20 à 34 ans
qui seront confrontées à la plus
forte augmentation de la prime
d'assurance hospitalisation. L'idée
que tout est reporté sur les seniors
n'est donc pas tout à fait exacte,
comme l'a également expliqué le
ministre.
Il
convient
donc
d'apporter certaines nuances.
Je me réjouis de l'instauration de
l'indice médical mais le lien entre
les
options
prises
par
le
gouvernement en ce qui concerne
le prix des chambres individuelles
et
les
prix
de l'assurance
hospitalisation doit être examiné
en détail.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Ten derde, wat betreft DKV, het moet toch voor eens en altijd duidelijk
zijn dat de mensen die premie niet moeten betalen, en bij voorkeur
niet betalen. Het is ook zo dat de klant die de brief krijgt van DKV
bang blijft zitten, en denkt dat hij niet verder verzekerd zal zijn als hij
een burgerlijke ongehoorzaamheid toont. Ik denk daarom dat wij als
politici daar wel degelijk een taak hebben, u als minister, en wij als
parlementsleden, om te zeggen dat de burger naar de ombudsdienst
moet stappen, maar we moeten ook, wanneer het te laat is, de
schroef aanvijzen, en optreden tegen DKV, beste minister, want het
kan niet zijn dat daardoor de mensen hun verzekering verliezen.
En ce qui concerne DKV, il doit
être clair qu'il serait préférable de
ne pas payer cette prime et de
s'adresser au service de médiation
mais le ministre doit également
intervenir contre DKV.
14.06 Peter Logghe (VB): Mijn repliek zal zeer kort zijn, de
welsprekende collega Staelraeve heeft het essentiële ondertussen in
haar repliek gezegd. Ik dank u voor de uitleg over de procedure van
de driemaandelijkse rapportering. Ik noteer dat u inderdaad oproept
tot burgerlijke ongehoorzaamheid, een eerder zeldzaam geluid voor
een liberaal. Ik zal zeggen dat het vooral bij Vlaams-nationalisten de
gewoonte is om op te roepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, maar
ik ben blij dat u daarin volgt.
Een laatste punt, mijnheer de minister, is dat u zegt dat het probleem
vooral bij ouderen ligt, en er een financiële drempel is voor diegenen
die nooit verzekerd geweest zijn, en nu een premie naar het hoofd
geslingerd krijgen die onmogelijk te betalen is. Misschien moeten we
eens denken om de premies van de verzekering fiscaal aftrekbaar te
maken.
Alles hangt samen met de verhoging van het remgeld en de stijging
van de medische kosten van de eenpersoonskamers. Alles hangt aan
elkaar vast. Misschien moesten wij de ministers van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over de prijs van die ziekenhuiskamers aanspreken.
Ik kijk uit naar de eerste evaluatie. Ik hoop dat het in de commissie
komt, dan kunnen we het goed bestuderen.
14.06 Peter Logghe (VB): Je
remercie le ministre pour les
explications
relatives
à
la
procédure
des
rapports
trimestriels. Je prends également
note du fait qu'il invite à la
désobéissance civile, fait assez
rare de la part d'un libéral. Il
s'indique peut-être également de
permettre la déduction fiscale des
primes d'assurance.
Tout est lié à l'augmentation du
montant de l'intervention du
patient et à la hausse des frais
médicaux pour les chambres
individuelles. Nous devrions peut-
être interpeller les ministres des
Affaires sociales et de la Santé
publique sur le prix de ces
chambres d'hôpital. J'attends la
première
évaluation
avec
impatience.
14.07 Roland Defreyne (Open Vld): Die mogelijkheid voor de
consument om de premie niet te betalen is in het verzekeringsrecht
een boemerang die in het eigen gezicht terugkomt. Wie een aanbod
tot premieverhoging krijgt, heeft twee mogelijkheden: ofwel betaalt
men, ofwel zegt men zijn contract op. Maar wie zijn contract opzegt zit
zonder hospitalisatieverzekering. Dat kan niet de bedoeling van het
systeem zijn.
Wij moeten de rol van het CBFA in dat verhaal bekijken. Het CBFA
kan een premieverhoging toestaan wanneer een bepaald segment uit
de verzekeringsbranche verlies lijdt. Men kan winst maken op alle
andere
en
enkel
en
alleen
op
het
punt
van
de
eenpersoonskamerpatiënten verlies maken. Het moet in zijn totaliteit
worden bekeken.
DKV is de Rolls-Royce van de hospitalisatieverzekering. Ik kan
moeilijk geloven dat zij op de totaliteit van hun activiteiten verlies
zouden maken.
14.07 Roland Defreyne (Open
Vld): Les personnes qui se sont vu
proposer une augmentation de
leur prime peuvent soit payer, soit
résilier leur police. Dans ce dernier
cas,
toutefois,
elles
se
retrouveront
sans
assurance
hospitalisation. Tel ne saurait être
le but. La CBFA peut autoriser une
majoration de la prime si un
segment en particulier subit des
pertes, mais DKV est la Rolls-
Royce en matière d'assurances
hospitalisation.
Je
puis
difficilement croire qu'elle serait en
perte sur l'ensemble de ses
activités.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Questions jointes de
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "une prochaine directive européenne permettant l'échange automatique d'informations entre les
États-membres de l'UE" (n° 19556)
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "la position de l'Autriche et du Luxembourg vis-à-vis de la directive européenne de l'épargne"
(n° 19963)
15 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "een nakende Europese richtlijn die de automatische informatie-uitwisseling
tussen de EU-lidstaten mogelijk maakt" (nr. 19556)
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de houding van Oostenrijk en Luxemburg ten aanzien van de Europese
spaarrichtlijn" (nr. 19963)
15.01 Marie Arena (PS): Monsieur le ministre, la directive
européenne de l'épargne de 2005 permet un échange automatique
d'informations entre les pays membres de l'UE. Depuis cette année,
la Belgique est enfin entrée dans le rang. Comme vous le savez, deux
pays manquent cependant à l'appel, à savoir l'Autriche et le
Luxembourg. En effet, ceux-ci bénéficient toujours du système
intermédiaire que je ne rappellerai pas ici. Néanmoins, dans peu de
temps, les revenus de l'épargne en provenance de ces deux pays et
également de la Suisse, seront imposés à un taux de 35 %. Cette
évolution de taux (15, 20 et finalement 35 %) devait être dissuasive et
permettre à terme une harmonisation du système à tous les pays de
l'Union. Il ne semble pourtant pas que l'Autriche et le Luxembourg
soient prêts à basculer dans l'échange automatique d'informations.
Monsieur le ministre, dans L'Écho du 26 février dernier, vous
déclariez qu'il serait intéressant que ces deux pays adoptent la
position de l'ensemble des pays européens "parce que l'objectif d'une
place financière n'est pas d'attirer les fraudeurs".
Dans le cadre de notre présidence européenne, ne serait-il pas utile
de défendre le principe d'une date butoir, à laquelle l'ensemble des
pays de l'UE devraient prendre part au système d'échange
automatique d'informations? Pensez-vous défendre cette date butoir
durant la présidence de l'Union européenne de la Belgique?
15.01 Marie Arena (PS): Dankzij
de Europese Spaarrichtlijn van
2005
is
een
automatische
gegevensuitwisseling
mogelijk
tussen de lidstaten van de EU.
België heeft er zich dit jaar bij
aangesloten. Er ontbreken nog
twee
landen:
Oostenrijk
en
Luxemburg, die niet klaar lijken te
zijn om over te stappen naar de
automatische
gegevensuitwisseling.
In
L'Écho
van
26 februari
jongstleden verklaarde u dat het
interessant zou zijn mochten die
twee landen het standpunt van alle
Europese landen overnemen. Zou
het niet nuttig zijn, in het kader van
ons Europees voorzitterschap, het
principe van een deadline te
verdedigen?
15.02 Didier Reynders, ministre: Madame Arena, lors de la
négociation de la directive 2003/48/CEE du Conseil du 3 juin 2003 en
matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiement
d'intérêts, il fut, à un moment, envisagé de prévoir une date mettant
fin à la période de transition de la directive, période permettant à
certains États membres de percevoir une retenue à la source à la
place de l'échange d'informations.
Cependant, en vue de ne pas mettre en péril la position
concurrentielle des États membres vis-à-vis de certains pays tiers, il a
finalement été prévu que la période de transition de la directive ne
s'achèverait que lorsque le Conseil aura décidé, à l'unanimité, que les
accords conclus entre la Communauté européenne, la Confédération
suisse, la principauté de Liechtenstein, la République de San Marin, la
Principauté de Monaco et la Principauté d'Andorre prévoient, pour les
intérêts de l'épargne, l'échange d'informations sur demande, tel qu'il
est défini dans le modèle de convention de l'OCDE sur l'échange de
renseignements en matière fiscale, publié le 18 avril 2002 et lorsque
le dernier de ces accords sera entré en vigueur.
15.02 Minister Didier Reynders:
Tijdens de onderhandeling over de
richtlijn was er op een bepaald
ogenblik sprake van een datum
vast te stellen voor het einde van
de overgangsperiode van de
richtlijn.
Maar om de concurrentiepositie
van de lidstaten ten opzichte van
bepaalde derde landen niet in het
gedrang
te
brengen,
werd
uiteindelijk
beslist
dat
de
overgangsperiode voor de richtlijn
pas zou aflopen wanneer de Raad
zal beslist hebben dat de tussen
de Europese Gemeenschap en de
Zwitserse
Confederatie,
het
Prinsdom
Liechtenstein,
de
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
La Commission européenne a récemment demandé aux États
membres de lui accorder des mandats pour négocier des accords
anti-fraude avec les pays tiers prévoyant, entre autres, un échange
d'informations sur demande pour les intérêts bancaires.
La conclusion de ces accords, suivie d'une décision unanime du
Conseil, pourrait donc déclencher la fin de la période de transition de
la directive épargne et le passage pour l'Autriche et le Luxembourg à
l'échange automatique de renseignements. Au cours de la présidence
belge au deuxième semestre 2010, la Belgique collaborera
activement à ce processus.
Nous allons essayer de faire en sorte que la Commission puisse
aboutir à ces accords et que, sur cette base, une décision unanime
puisse être prise au sein du Conseil. Cela constituerait la date butoir.
Republiek
San
Marino,
het
Prinsdom
Monaco
en
het
Prinsdom
Andorra
gesloten
akkoorden,
voorzien
in
de
uitwisseling van informatie op
aanvraag voor wat de interesten
op spaargeld betreft.
De Europese Commissie heeft
onlangs aan de lidstaten gevraagd
haar mandaten te verlenen om te
onderhandelen over anti-fraude
akkoorden met derde landen.
Het sluiten van die akkoorden,
gevolgd door een unanieme
beslissing van de Raad, kan dus
het
einde
van
de
overgangsperiode inluiden. België
zal tijdens het voorzitterschap
actief meewerken aan dat proces.
Wij zullen trachten ervoor te
zorgen dat de Commissie deze
overeenkomsten kan sluiten, en
de Raad op basis daarvan
unaniem een beslissing kan
nemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Madame Arena, voulez-vous me remplacer?
Présidente: Marie Arena.
Voorzitter: Marie Arena.
16 Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale
Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan
de minister van Financiën, over "Bebat" (nr. 19548)
16 Question de M. Flor Van Noppen au secrétaire d'État à la Modernisation du Service public fédéral
Finances, à la Fiscalité environnementale et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjoint au ministre des
Finances, sur "Bebat" (n° 19548)
16.01 Flor Van Noppen (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, de vzw Bebat heeft tot doel alle gebruikte accu's en
batterijen te verzamelen om ze opnieuw een nuttige toepassing te
geven. Bebat bouwde de voorbije jaren een reserve op uit de
inkomsten van de inzamel- en recyclagebijdrage. In 2007 bijvoorbeeld
heeft Bebat 20 154 420,18 euro aan inkomsten uit de activiteiten
ontvangen. Het merendeel, 18 992 519,02 euro, is afkomstig van de
inning van de inzamel- en recyclagebijdrage.
De inzamel- en recyclagebijdrage is voor elke batterij gelijk aan
0,1239 euro, en is vastgelegd door middel van een Koninklijk besluit
inzake de federale ecotakswetgeving. De kosten met betrekking tot
de
activiteiten
bedragen
12 680 609,03 euro.
Uit
de
resultatenrekening van Bebat blijkt elk jaar een teveel aan inkomsten
16.01 Flor Van Noppen (N-VA):
Au cours des dernières années,
l'ASBL Bebat, chargée de la
collecte de toutes les piles et
batteries usagées, s'est constitué
une
réserve
de
37 112 935,48 euros en percevant
la cotisation de collecte et de
recyclage. Le montant actuel de la
cotisation de collecte et de
recyclage applicable aux batteries
n'est donc plus proportionnel aux
frais de leur collecte et de leur
traitement,
et
peut
être
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
van ongeveer 30 %. Uit de balans blijkt dat de overgedragen winst
cumulatief 37 112 935,48 euro bedraagt. Er moet dus besloten
worden dat de huidige inzamel- en recyclagebijdrage voor batterijen
niet in verhouding staat tot de kosten voor inzameling en verwerking
en aanzienlijk kan verminderd worden. Aangezien deze te hoge
inzamel- en recyclagebijdrage is vastgesteld door een federale
wetgeving, heeft de Vlaamse overheid geen impact op deze bijdrage.
Mijnheer de minister, erkent u dat de huidige inzamel- en
recyclagebijdrage voor batterijen de effectieve kosten voor inzameling
en verwerking ruimschoots overschrijdt?
Bent u bereid de bijdrage voor elke batterij terug te schroeven en dus
de wetgeving hieromtrent aan te passen?
sensiblement diminué. Le ministre
reconnaît-il que le montant actuel
de la cotisation de collecte et de
recyclage applicable aux batteries
dépasse largement le coût réel?
Envisage-t-il
de
réduire
la
cotisation
due
pour
chaque
batterie?
16.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, de inzamel-
en recyclagebijdrage voor batterijen waarnaar u verwijst, vindt zijn
juridische grondslag in artikel 378 van de gewone wet van 16 juli 1993
tot vervollediging van de federale staatsstructuur; een mooie naam.
Dit artikel handelt over de vrijstelling van de milieutaks op basis van
een ophaal- en recyclagesysteem voor batterijen en bepaalt dat dit
systeem moet gefinancierd worden door middel van een inzamel- en
recyclagebijdrage, waarvan het bedrag door de Koning wordt bepaald.
De Koning kan bij een door in de Ministerraad overlegd besluit het
bedrag van deze bijdrage wijzigen.
In navolging van het advies van 30 juni 1995 van de
opvolgingscommissie ingesteld door de wet, heeft de Koning, via het
besluit van 16 april 1996 het bedrag van deze bijdrage destijds
vastgesteld op 4 Belgische frank.
Ingevolge
onderhandelingen
tussen
Bebat
en
de
opvolgingscommissie
werd
deze
bijdrage
verhoogd
vanaf
1 januari 1999. De bijdrage aan Bebat bedraagt thans 5 oude
Belgische frank of 0,1239 euro per batterij. De voornaamste
argumenten voor de verhoging van deze bijdrage zijn enerzijds het
verlieslatende boekjaar 1998 van Bebat en anderzijds de verbetering
van de beschikbare technische mogelijkheden inzake recyclage. De
kostprijs voor de verwerking van de batterijen stijgt onvermijdelijk,
doch in economisch aanvaardbare proporties. In artikel 378, § 1c van
bovengenoemde gewone wet, wordt er trouwens in voorzien dat alle
opgehaalde batterijen een aangepaste verwerking moeten krijgen of
moeten worden gerecycleerd met de best beschikbare technische
mogelijkheden.
Zonder afbreuk te willen doen aan de door u geciteerde bedragen,
had ik toch graag uw aandacht gevestigd op volgende punten. Voor
elke batterij die op de Belgische markt wordt gebracht, wordt door
degene die deze batterij op de Belgische markt brengt, de inzamel- en
recyclagebijdrage gestort aan Bebat. Deze organisatie heeft als
voornaamste doel de in België gebruikte batterijen in te zamelen en
de sortering en recyclage ervan te verzekeren. Een andere
verplichting van Bebat is de gebruikers te informeren en te
sensibiliseren door informatiecampagnes, met als enige doel de in de
wet vastgelegde inzamelpercentages te bereiken.
Niettegenstaande de door Bebat geleverde inspanningen is het
systeem van inzameling van batterijen niet volledig sluitend, in die zin
16.02 Didier Reynders, ministre:
La cotisation de collecte et de
recyclage applicable aux batteries
trouve son fondement juridique
dans une législation fédérale
prévoyant que ce système doit
être financé au moyen d'une
cotisation de collecte et de
recyclage dont le montant est fixé
par le Roi. Le Roi peut modifier le
montant de cette cotisation par
arrêté délibéré en Conseil des
ministres. Son montant a été fixé
en 1996 à 4 francs belges.
La cotisation est actuellement
fixée à 0,1239 euro par pile. Le
coût de traitement des piles
augmente inévitablement, bien
que de façon économiquement
acceptable. Pour chaque pile
vendue sur le marché belge, une
cotisation de collecte et de
recyclage est versée à Bebat, qui
assure la collecte, le tri et le
recyclage de piles usagées. Bebat
doit également organiser des
campagnes d'information et de
sensibilisation
des
consommateurs. Le système de
collecte n'est pas hermétique,
puisque les consommateurs ne
sont pas obligés de déposer leurs
piles usagées aux points de
collecte Bebat. Il y a également
davantage de piles rechargeables
en vente sur le marché, dont on
ignore la durée de vie.
Les sommes dont Bebat dispose
aujourd'hui doivent servir de
protection financière et seront
utilisées à l'avenir pour financer le
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
dat de gebruikers niet verplicht zijn de gebruikte batterijen te
deponeren in door Bebat ter beschikking gestelde verzamelpunten. Er
werd trouwens vastgesteld dat de verbruikers de neiging hebben om
batterijen te bewaren, gelet op het geringe aantal dat zij
vertegenwoordigen. De in België aangekochte batterijen worden niet
noodzakelijk in België gebruikt, bijvoorbeeld bij aankoop door
buitenlandse gebruikers. Naar analogie daarmee kunnen batterijen
door Belgische gebruikers in het buitenland worden aangekocht. Op
de markt van de batterijen zijn steeds meer oplaadbare batterijen
terug te vinden, waarvan de levensduur niet bekend is. Specialisten
spreken zelfs over een levensduur van tien tot twintig jaar.
Spreken over een speciale reserve is hier eigenlijk niet op zijn plaats.
De sommen die Bebat momenteel voorhanden heeft, moeten dienen
als een financiële bescherming die in de toekomst zal worden gebruikt
voor de financiering van de recyclage van batterijen die momenteel op
de markt worden gebracht. De kostprijs daarvan zal ongetwijfeld aan
inflatie onderhevig zijn.
Ik had ook graag uw aandacht getrokken op het feit dat Bebat werd
opgericht in de vorm van een vzw, die dus geen winst maakt maar wel
een negatief of positief saldo kan hebben. Het is bijgevolg niet aan de
orde om het bedrag van de bijdrage terug te schroeven.
Het is misschien wel nuttig om een volledige informatie te krijgen van
de nieuwe acties van Bebat op de markt.
recyclage
des
batteries
actuellement mises sur le marché.
En tant qu'ASBL, Bebat ne fait pas
de bénéfices mais elle peut par
contre avoir un solde négatif ou
positif.
Une diminution des cotisations
n'est dès lors pas à l'ordre du jour.
16.03 Flor Van Noppen (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor
het antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het fiscaal voordeel van het bedrijfspensioenplan" (nr. 19576)
17 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'avantage fiscal du plan d'assurance de groupe" (n° 19576)
17.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, volgens berichten
die u ongetwijfeld ook hebt gelezen, zijn steeds meer bedrijven
overtuigd van het belang van de tweede pensioenpijler voor hun
personeel. 62 % van de werknemers uit een onderzoek bij
381 bedrijven blijkt een aanvullend pensioenplan te hebben. Grote
bedrijven hebben al veel langer dan vandaag de weg naar
groepsverzekeringen gevonden. De kmo's zijn de jongste jaren bezig
met een inhaalbeweging. Ook arbeiders worden steeds vaker gedekt
door een pensioenplan. Volgens bepaalde commentatoren zou het
mogelijk zijn een penetratie van 75 % te bereiken, waar we
momenteel op 45 % zitten.
Als het wettelijk pensioen inderdaad zo sterk onder druk staat als
bijvoorbeeld Frank Vandenbroucke in een recente uitgave stelt, zou ik
er als normale burger van uitgaan dat de regering toch sterker moet
inzetten op die tweede pensioenpijler. Zijn er regeringsplannen in de
maak met betrekking tot de versterkte uitbouw van de
groepsverzekeringen?
Ten tweede, het lijkt er sterk op dat de fiscale aftrekmogelijkheid een
17.01 Peter Logghe (VB): De
plus en plus d'entreprises sont
convaincues de l'importance du
second pilier de pension. Des
mesures sont-elles en préparation
en
vue
de
renforcer
les
assurances de groupe?
Les possibilités de déduction
fiscale constituent un stimulant
important pour la constitution
d'assurances de groupe. Les
incitants
fiscaux
seront-ils
renforcés?
La certitude du retour financier de
la formule est un moyen important
d'inciter les entreprises à adopter
le système de l'assurance de
groupe. Le gouvernement a-t-il
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
van de grote stimulansen is bij het opzetten van nieuwe
groepsverzekeringen. Is men zinnens de fiscale stimuli te versterken
in dit land? Of blijft voorlopig alles bij het oude?
De derde vraag luidt als volgt. Dit is misschien belangrijk in het licht
van de geschiedenis van pensioenspaarverzekeringen. Uit het
onderzoek bij die 381 bedrijven blijkt dat vooral de zekerheid over de
opbrengst een zeer belangrijk instrument is om bedrijven aan te
zetten tot het opzetten van groepsverzekeringen. Ik verwijs naar het
pensioensparen, in verband waarmee toch een kleine storm is
opgestoken toen de regering bekendmaakte dat ze de fiscale aftrek
een stukje zou terugschroeven en dat ook heeft gedaan. Bent u
zinnens de fiscale aftrek van groepsverzekeringen aan te passen,
bijvoorbeeld te verminderen, zoals u destijds met het pensioensparen
hebt gedaan? Gelet op de financiële krapte bij de overheid gaan er
hier en daar stemmen op om aan pensioensparen en vooral
groepsverzekeringen wat te morrelen. Ik zou van u graag de
zekerheid krijgen dat dat niet gebeurt.
l'intention, par analogie avec
l'épargne-pension, de réduire la
déduction fiscale de cette formule?
17.02 Minister Didier Reynders: De minister van Pensioenen zal
binnenkort het groenboek, dat werd opgesteld in het kader van de
nationale pensioenconferentie, voorstellen aan de Ministerraad, en
vervolgens een breed politiek debat over de pensioenproblematiek
organiseren. Het lijkt me dan ook niet opportuun om nu al in te gaan
op vragen over concrete maatregelen die door de regering overwogen
zouden worden.
Op dit ogenblik wordt het groenboek bestudeerd door de
verschillende betrokkenen bij de pensioenconferentie, meer bepaald
door de vertegenwoordigers van de verschillende beroepsorganisaties
van werknemers en werkgevers. We kunnen dus misschien later een
debat houden over uw verschillende vragen, maar het is nu te vroeg
om dat te doen. Ik laat mijn collega van Pensioenen komen met een
groenboek, en daarna met een witboek, zoals is aangekondigd.
17.02 Didier Reynders, ministre:
Étant donné que le ministre des
Pensions
présentera
prochainement au Conseil des
ministres son livre vert rédigé
après la conférence nationale sur
les pensions, j'estime qu'il n'est
pas opportun de répondre dès à
présent aux questions relatives à
des mesures concrètes.
17.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, uw woorden zijn
natuurlijk weinig geruststellend: eerst een groenboek, en dan
inderdaad een witboek, en het blad is wit en we zullen wel zien wat er
opstaat. We zullen de minister van Pensioenen te gelegener tijd
ondervragen.
Ik hoop alleen dat men niet terugkomt op de fiscale aftrekbaarheid
van groepsverzekeringen. Men heeft het al eens bij pensioensparen
gedaan. Dat heeft in elk geval de geloofwaardigheid van de vorige
regering niet verhoogd, en ik kan u alleen maar waarschuwen voor de
beperking van de aftrekmogelijkheden op het vlak van
groepsverzekeringen, mijnheer de minister.
Hoe dan ook, we zullen dus de minister van Pensioenen daarover
ondervragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het uitvoeren van de Europese aanbeveling van 30 april 2009"
(nr. 19647)
18 Question de M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
institutionnelles sur "la mise en oeuvre de la recommandation européenne du 30 avril 2009" (n° 19647)
18.01 Jenne De Potter (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, de Europese Commissie heeft op 30 april 2009, in de
nasleep van de financiële crisis, een aanbeveling uitgevaardigd om de
verloning in banken en financiële instellingen aan te pakken. In de
mate waarin bepaalde van deze ondernemingen niet beursgenoteerd
zijn en dus niet vallen onder het omvangrijke wetsontwerp nr. 2236
inzake het versterken van het deugdelijk bestuur in beursgenoteerde
ondernemingen, dat wij hier voor het krokusverlof hebben
goedgekeurd, dienen er afzonderlijke, bijkomende maatregelen te
worden genomen voor de banken en de financiële instellingen. De
Europese aanbeveling stelt onder andere dat "het beloningsbeleid van
een financiële instelling ertoe moet strekken dat de persoonlijke
doelstellingen van de medewerkers en de langetermijnbelangen van
de financiële onderneming op elkaar worden afgestemd". In dit kader
is de rol van de traders aan te stippen. Enkel banken en financiële
instellingen werken met traders die bij uitstek instaan voor het
risicoprofiel van de onderneming in kwestie.
Mijnheer de minister, in welke mate bent u van plan om de Europese
aanbeveling van 30 april 2009 over het beloningsbeleid in de
financiële sector op te volgen, meer specifiek, ten eerste, op het
gebied van de verloning van de traders die hen zouden kunnen
aanzetten tot onverantwoorde risico's, ten tweede, op het gebied van
de exuberante bonussen bij sommige banken en financiële
instellingen die niet beursgenoteerd zijn en, ten derde, op mogelijke
andere gebieden?
Vervolgens, wat is de stand van zaken van de mogelijke omzetting
van deze aanbeveling in Belgisch recht? Is hiervoor al in een concrete
timing voorzien?
18.01 Jenne De Potter (CD&V):
La Commission européenne a
promulgué une recommandation le
30 avril 2009 pour résoudre le
problème
des
rémunérations
appliquées dans les banques et
les institutions financières. Dans
quelle
mesure
le
ministre
assurera-t-il le suivi de cette
recommandation?
18.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, mijnheer De
Potter, op 26 november 2009 heeft de CBFA een circulaire inzake
behoorlijk beloningsbeleid van de financiële instellingen gepubliceerd.
De circulaire is van toepassing op banken, beleggingsondernemingen
en verzekeringsondernemingen en beoogt de vaststelling van een
algemeen beloningsbeleid door financiële instellingen, dat
overeenstemt met en bijdraagt tot een gezonde en doeltreffende
risicobeheersing. Een dergelijk beloningsbeleid sluit aan bij de
bedrijfsstrategie, de risicotolerantie, de doelstelling, de waarde en de
langetermijnbelangen van de financiële instellingen, zoals duurzame
groeivooruitzichten. Ook strekt de circulaire ertoe om op het vlak van
de individuele beloningen de juiste incentives in te voeren.
Concrete aandachtspunten uit de circulaire zijn onder andere de
evenwichtige verdeling tussen vaste en variabele vergoedingen, de
maximumgrens die een financiële instelling moet vaststellen voor
individuele variabele vergoedingen, de uitgestelde en gespreide
betaling van significante variabele vergoedingen, het oprichten van
een remuneratiecomité, de risicocorrectie die dient te gebeuren bij het
vaststellen en het uitbetalen van variabele vergoedingen.
De circulaire sluit nauw aan bij verschillende internationale initiatieven.
Onder meer de Financial Stability Board, opgericht in opdracht van de
G20, en de aanbeveling van de Europese Commissie van
30 april 2009 betreffende het beloningsbeleid in de financiële
18.02 Didier Reynders, ministre:
La CBFA a publié une circulaire
relative à une politique de
rémunération cohérente pour les
institutions
financières.
La
circulaire est d'application pour les
banques et les compagnies
d'assurances et vise à mettre en
place une politique générale de
rémunération par les compagnies
d'assurances qui corresponde et
contribue à une maîtrise des
risques saine et efficace. La
circulaire
tend
également
à
instaurer les incitants appropriés
au niveau des rémunérations
individuelles.
La circulaire s'inscrit dans le
prolongement des initiatives du
Financial Stability Board et de la
recommandation
de
la
Commission européenne. Elle
constitue la transposition par la
Belgique
de
cette
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
dienstensector waren een belangrijke inspiratiebron van de circulaire.
De CBFA circulaire geldt dan ook als de Belgische omzetting van
deze aanbeveling.
Globaal gesteld zijn de principes van de circulaire inzake behoorlijk
beloningsbeleid van toepassing op alle betrokkenen, namelijk de
leden van de bestuursorganen van financiële instellingen; de
personen die belast zijn met de effectieve leiding, in voorkomend
geval de leden van het directiecomité van een financiële instelling;
medewerkers die sleutelfuncties of onafhankelijke controlefuncties
uitoefenen; medewerkers van wie de beroepsmatige activiteit het
risicoprofiel van de financiële instelling materieel kan beïnvloeden,
meerbepaald medewerkers die individueel of groepsmatig als dienst
of
onderdeel van een departement
actief zijn in de
kredietverstrekking, zoals de traders, of in het domein van private
banking, private equity of investment managment.
Tegen 31 januari 2010 diende de financiële instellingen de principes
van hun beloningsbeleid intern vast te stellen. Die principes moeten
na de uitwerking ervan vanaf 13 juni 2010 worden toegepast onder
voorbehoud van de heronderhandeling van bestaande contracten. De
CBFA is momenteel volop bezig de door de financiële instellingen
ingediende documenten in verband met hun remuneratiebeleid te
beoordelen en zal bij niet-naleving van de circulaire optreden ten
opzichte van de betrokken instelling.
In de EU wordt een richtlijn voorbereid waarin zowel de principes
opgenomen in de aanbeveling als de recente FSB-principes worden
geïntegreerd. De Belgische wetgever zal door die richtlijn verplicht
worden in 2010 voormeldde principes wettelijk te verankeren. Wij
passen momenteel de verschillende internationale principes en de
Europese aanbeveling correct toe. Het kan misschien nuttig zijn om
verder te gaan met een wet die gebaseerd is op de circulaire van de
CBFA. Dat is mogelijk.
recommandation. Les principes de
la circulaire s'appliquent à tous les
intéressés.
Les
institutions
financières
devaient arrêter les principes de
leur politique de rémunération à
l'échelon interne pour le 31 janvier
2010. Une fois élaborés, ces
principes doivent ensuite être
appliqués à partir du 13 juin 2010,
sous réserve de la renégociation
des contrats existants. La CBFA
procède
pour
l'instant
aux
évaluations et, en cas de non-
respect, prendra des mesures
contre les institutions concernées.
L'Union
européenne
prépare
actuellement
une
directive
intégrant les principes de la
recommandation, de même que
les récents principes du FSB. À la
suite de cette directive, le
législateur belge sera tenu en
2010 de transposer les principes
précités dans la législation. Peut-
être conviendrait-il de poursuivre
par une loi fondée sur la circulaire
CBFA.
18.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik noteer dat
wij nu beschikken over een circulaire van de CBFA, die beantwoordt
aan de Europese aanbevelingen. Wij kunnen ons afvragen in
hoeverre die circulaire juridisch afdwingbaar is.
Het onderzoek dat de CBFA nu voert naar de omzetting in de praktijk
van de aanbevelingen uit de circulaire, kan opheldering brengen.
Desgevallend moeten wij in de toekomst naar juridisch afdwingbare
wetgeving gaan.
Ik volg het verder op. Het is een belangrijke stap om de
langetermijndoelstelling van een onderneming te koppelen aan de
doelstelling van een individuele werknemer. Daarin moeten wij een
evenwicht vinden. Hopelijk geeft die circulaire een aanzet daartoe.
18.03 Jenne De Potter (CD&V):
On peut se demander dans quelle
mesure
la
circulaire
est
juridiquement
contraignante.
L'enquête menée présentement
par la CBFA peut clarifier les
choses.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de zaak Kobelco" (nr. 19653)
19 Question de M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'affaire Kobelco" (n° 19653)
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
19.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, op 2 februari
werd verzekeringsmakelaar Kobelco failliet verklaard door de
rechtbank van koophandel van Antwerpen. Het is duidelijk dat de
financiële crisis af en toe blijft zorgen voor naschokken en steeds
opnieuw particulieren treft. In België zouden zo'n 400 beleggers bij
deze zaak betrokken zijn, beleggers die meenden dat zij een
verzekeringsproduct met kapitaalwaarborg hadden gekocht maar in
feite een risicovolle lening aan een onderneming in moeilijkheden
hebben verstrekt.
De federale overheid heeft snel een meldpunt opgericht. Het gerecht
heeft de zaak nu in handen. Ik heb vernomen dat de regering de
CBFA-regelgeving voor verzekeringsmakelaars gaat verstrengen, in
de zin van een beperking van het soort producten dat zij mogen
verkopen
en
de
uitbreiding
van
de
MiFID-regels
tot
verzekeringsmakelaars.
Ik stel u nog een paar vragen naar de stand van zaken van het
Kobelcodossier.
Ten eerste, kunt u zeggen om hoeveel beleggers het in België gaat en
wat het totale bedrag is dat in het geding is?
Ten tweede, stel ik de belangrijkste vraag: wat zijn de volgende
stappen, na het faillissement? Kan er nog een oplossing gevonden
worden voor de houders van Kobli-beleggingsproducten, zoals in de
pers gesuggereerd werd door de curator ter zake? Is er een oplossing
in de maak voor de gedupeerde klanten? Wat is de stand van zaken?
Ik heb vernomen dat de CBFA een potentiële overname door de
Catalyst Investment Group tegenhoudt? Wat zou verhinderen dat de
gedupeerden een gedeelte van hun geïnvesteerd geld terugkrijgen?
Ik verneem graag uw antwoord.
Ten derde, zijn er volgens u parallellen met de zaak-Kaupthing, waar
de regering geen enkele spaarder in de kou heeft laten staan? Of, zijn
er parallellen met het dossier-Citibank, waar pas na het begin van een
rechtszaak de beleggers zekerheid kregen dat zij via een minnelijke
schikking een deel van hun inleg zouden terugzien? Of is het een
zaak op zich, daar het hier zou gaan om flagrante misleiding?
Ten vierde, ingevolge de wet-Cauwenberghs moet iedere
verzekeringstussenpersoon
zijn
beroepsaansprakelijkheid
verzekeren. Had Kobelco zijn beroepsaansprakelijkheid verzekerd?
Zo ja, kan zo een deel van de schade worden vergoed? Zo nee,
betekent dit dat er onvoldoende toezicht werd uitgeoefend?
Ten vijfde, professor De Ceuleneer stelde onlangs in het Parlement
dat een land als Italië vooraf een veel strengere regelgeving had over
wie wat mocht aanbieden op de markt van beleggingen. Betekent dit
dat het toezicht op de regelgeving door de Belgische CBFA niet
streng genoeg was? Of deelt u die visie niet?
Ten zesde, klopt het dat de regeling voor verzekeringsmakelaars zal
worden verstrengd? Zo ja, in welke zin?
19.01 Jenne De Potter (CD&V):
Le
2 février,
le
courtier
d'assurances Kobelco a été
déclaré en faillite. En Belgique,
quelque 400 investisseurs, qui
croyaient avoir acquis un produit
d'assurances
assorti
d'une
garantie de capital mais qui en
réalité avaient consenti sans le
savoir un prêt à haut risque à une
entreprise en difficulté, seraient
concernés. L'État fédéral a créé
rapidement un point de contact et
la justice s'est saisie de l'affaire.
Le gouvernement durcira en outre
la réglementation de la CBFA
applicable
aux
courtiers
d'assurances, il limitera le nombre
de
produits
qu'ils
seront
dorénavant autorisés à vendre et il
étendra les règles MiFID aux
courtiers d'assurances.
De combien d'investisseurs s'agit-
il en Belgique et quel est le
montant total des sommes en jeu
dans ce dossier? Une solution
peut-elle encore être trouvée pour
les titulaires de produits Kobli?
Pourquoi la CBFA fait-elle obstacle
à une reprise potentielle par le
Catalyst
Investment
Group?
Qu'est-ce qui empêcherait les
personnes lésées de récupérer
une partie de l'argent qu'elles ont
investi? Des parallèles peuvent-ils
être établis entre cette affaire-ci et
l'affaire Kaupthing ou, peut-être
plus encore, avec le dossier
Citibank? Ou s'agit-il réellement,
dans ce cas-ci, d'une tromperie
flagrante?
Kobelco avait-il souscrit une
assurance
en
responsabilité
professionnelle? Cette assurance
pourrait-elle
permettre
une
indemnisation
partielle
des
dommages? Le contrôle de la
réglementation exercé par la
CBFA
belge
n'est-il
pas
suffisamment sévère? Est-il exact
que le règlement auquel sont
soumis les courtiers d'assurances
sera durci?
19.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, mijnheer De 19.02 Didier Reynders, ministre:
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Potter, ik geef een antwoord op uw zes vragen.
Ik beschik noch over de informatie inzake het juiste aantal beleggers,
noch over het totaal bedrag dat in het geding is. Mocht de CBFA over
deze informatie beschikken, zou haar beroepsgeheim haar beletten
om hierover gegevens mee te delen. Deze informatie zal wellicht wel
beschikbaar zijn bij de curator nadat deze is overgegaan tot verificatie
van de schuldvorderingen.
De benadeelden van Kobelco Groep NV en Kobelco Holding NV
zullen gecontacteerd worden door de aangestelde curatoren. De
benadeelden van Kobelco Luxembourg SA dienen zelf hun vordering
kenbaar te maken bij de Tribunal de Commerce te Luxembourg. Ik
heb ook begrepen dat de Engelse beleggingsonderneming Catalyst
de mogelijkheid onderzoekt om een oplossing te bieden voor de
benadeelden van de 3 vennootschappen. Ik beschik hier evenwel niet
over verdere informatie.
De zaak Kaupthing en Citibank verschillen van de zaak Kobelco.
Kaupthing was een kredietinstelling en de vorderingen van de
deponenten
waren
gegarandeerd
door
het
Luxemburgs
depositogarantiesysteem. Citibank is een Belgische kredietinstelling
en kent geen financiële problemen.
Kobelco Groep NV, Kobelco Holding NV, Kobelco Luxembourg SA
zijn
geen
kredietinstellingen
en
dus
komen
de
depositogarantiesystemen
niet
tussen.
De
betrokken
vennootschappen hadden niet de vereiste bankvergunning om de
Kobli's uit te geven. Als verzekeringstussenpersoon beschikte
Kobelco Groep NV over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering
voor haar activiteiten van verzekeringsbemiddeling. Dit werd door de
CBFA geverifieerd. De benadeelden kunnen zich, voor zover het gaat
om
schade
geleden
in
het
kader
van
verzekeringsbemiddelingsactiviteiten begane fouten, beroepen op
deze wettelijk verplichte verzekering en de betrokken verzekeraar
aanspreken. De tussenkomst van de verzekeraar is evenwel
gelimiteerd. Kobelco Holding NV was niet ingeschreven als
verzekeringstussenpersoon.
Het probleem met Kobelco is niet dat de Belgische
verzekeringsbemiddelingwetgeving niet streng genoeg is, maar dat
Kobelco de Belgische financiële wetgeving niet nageleefd heeft. De
Kobli's betreffen het ontvangen van terugbetaalbare gelden in de zin
van artikel 4 van de bankwet van 22 maart 1993, waarvoor een
vergunning van kredietinstelling nodig is.
Wat uw zesde vraag betreft, verwijs ik hiervoor naar mijn antwoord op
1 februari 2010 op de parlementaire vraag nr. 269 van mevrouw
Partyka.
Je ne dispose d'informations ni sur
le nombre exact d'investisseurs, ni
sur le montant total en cause. Les
curateurs
désignés
prendront
contact avec les clients lésés de
Kobelco Groep nv et de Kobelco
Holding nv. Les personnes lésées
par Kobelco Luxembourg SA
doivent se manifester elles-
mêmes auprès du tribunal de
commerce de Luxembourg pour
intenter une action en justice.
L'entreprise
d'investissement
anglaise
Catalyst
étudie
la
possibilité d'offrir une solution aux
clients lésés des trois sociétés.
Les affaires Kaupthing et Citibank
ne sont pas comparables au
dossier Kobelco. Kaupthing étant
un établissement de crédit, les
créances des clients étaient
garanties
par
le
système
luxembourgeois de garantie des
dépôts.
Citibank
est
un
établissement de crédit belge et
ne connaît aucun
problème
financier.
Kobelco
Groep nv,
Kobelco
Holding nv
et
Kobelco
Luxembourg SA ne sont pas des
établissements de crédit et ne sont
dès lors pas concernés par les
systèmes de garantie des dépôts.
Les sociétés concernées ne
disposaient pas de l'agrément
requis pour proposer des produits
Kobli. Les personnes lésées
peuvent
éventuellement
faire
appel à l'assurance responsabilité
professionnelle
qui
couvrait
Kobelco Groep nv en sa qualité
d'intermédiaire
d'assurances.
L'intervention de l'assureur est
cependant
limitée.
Kobelco
Holding nv n'était pas inscrite en
tant qu'intermédiaire d'assurances.
Le problème de Kobelco réside
dans le non-respect par cette
société de la législation financière
belge. La société émettrice des
Kobli doit disposer d'un agrément
d'établissement de crédit étant
donné que les produits en
question concernent une activité
de
réception
de
fonds
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
remboursables
au
sens
de
l'article 4 de la loi du 22 mars 1993
relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit.
En
ce
qui
concerne
le
durcissement du régime applicable
aux courtiers d'assurances, je
vous renvoie à la réponse que j'ai
donnée le 1
er
février 2010 à la
question 269 de Mme Partyka.
19.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik denk dat u
gelijk hebt wanneer u zegt dat de Belgische regelgeving voldoende
streng was, maar dat het probleem is dat Cobelco deze regelgeving
met voeten heeft getreden. Het enige waarmee ik bezig blijf is het feit
of de Catalyst Investment Group effectief tot een mogelijke redding
voor de gedupeerden kan overgaan. Men zegt mij dat de CBFA om
één af andere reden dwarsligt, al weet ik het niet, want ik heb het niet
kunnen checken, maar ik denk dat voor de mensen in kwestie de
enige hoop nog is dat deze Britse groep toch een deel van de
verplichtingen op zich kan nemen, en op deze manier een deel van de
gelden gerecupereerd kunnen worden. Ik zal uw antwoord ten gronde
nalezen, en ik hoop dat er voor deze mensen toch nog een zekere
oplossing uit de bus kan komen.
19.03 Jenne De Potter (CD&V):
Le problème est en effet que
Kobelco a enfreint la loi belge. La
question demeure de savoir si le
Catalyst Investment Group est en
mesure remédier à la situation des
personnes lésées. Si ce groupe
peut assumer une part des
obligations, il sera peut-être
possible de récupérer une partie
des fonds.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de berekening van de 15 % ECO CO
2
staatspremie" (nr. 19759)
20 Question de Mme Magda Raemaekers au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le calcul de la prime ECO CO
2
de 15 % allouée par l'État" (n° 19759)
20.01 Magda Raemaekers (sp.a): De regering maakte het
interessant om een milieuvriendelijke auto aan te kopen, door de
invoering van een ecopremie van 15 % bij de aankoop van een
milieuvriendelijke nieuwe wagen. Dat kaderde in het streven naar een
verlaging van de CO
2
-uitstoot ten bate van ons leefmilieu. De meeste
automerken bieden 1 of meerdere modellen aan die voldoen aan de
voorwaarden voor het verkrijgen van de staatspremie van 15 %.
In verband met de berekening van die premie had ik graag enige
verduidelijking gekregen, mijnheer de minister. Ik vernam van enkele
burgers dat de berekening van de premie op een niet-uniforme wijze
wordt toegepast door de verschillende constructeurs, wanneer de
overname van een oud voertuig in de deal betrokken is. Uit de
verschillende prijsoffertes die ik heb kunnen inkijken, stelde ik vast dat
de bepaling van de nettoprijzen waarop de 15 % staatspremie
berekend wordt, verschillend toegepast wordt. Dat laatste heeft in een
aantal gevallen een nadelig effect op de uiteindelijke prijs die de
consument moet betalen.
Ik verklaar mij nader. Alle automerken vertrekken vanaf de prijs uit de
catalogus plus 21 % btw. Dat bedrag wordt vermeerderd met de
eventuele opties die extra aangerekend worden en waarbij ook 21 %
btw wordt geteld. Vervolgens komen ze tot de nettoprijs, met btw
inbegrepen, die dient als basis voor de berekening van de 15 %
20.01 Magda Raemaekers
(sp.a): Le gouvernement entend
promouvoir l'achat de voitures
écologiques en accordant une
prime écologique de 15 %. La
plupart des marques automobiles
proposent
un
ou
plusieurs
modèles répondant aux conditions
prévues. Or le montant de la prime
ne serait pas calculé de manière
identique
par
les
différents
constructeurs
lorsque
la
transaction comporte par ailleurs
la reprise de l'ancienne voiture.
Dans certains cas, ce calcul
entraîne
des
conséquences
dommageables
pour
le
consommateur,
notamment
lorsque le prix net est diminué du
prix de reprise. Ce mode de calcul
ne me semble pas correct.
Convient-il de distinguer le prix de
reprise dans le cadre du calcul et
de le déduire du prix de vente total
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
staatspremie.
Ik maak nu een onderverdeling in twee groepen. Een aantal merken,
ik ga geen merken noemen aangezien ik dat not done vind, bepalen
de staatspremie ook op basis van die nettoprijs. Wanneer de
overname van een oud voertuig in de deal betrokken is, wordt die na
de voorgaande berekening in mindering gebracht. Een tweede groep
autoconstructeurs houdt er een andere berekeningswijze op na. Ze
brengen de prijs van een overname in mindering voor het bepalen van
de nettokostprijs van de wagen, waardoor ook de berekening van de
15 % staatspremie lager uitvalt.
Die laatste berekeningswijze is nadelig voor de consument omdat de
nettoprijs verlaagd wordt door rekening te houden met de
overnameprijs. Na raadpleging van de website van de Federale
Overdienst Financiën, meer bepaald het hoofdstuk `wegwijs in de
fiscaliteit van uw auto, meest gestelde vragen', ben ik persoonlijk
geneigd om te stellen dat de berekeningswijze van die tweede groep
niet correct is.
Daarom heb ik de volgende vragen voor u, mijnheer de minister.
Moet, zoals bij de eerste groep, de prijs van een overname apart
gehouden worden, en na de berekening van de totale koopprijs, min
de subsidie, afgetrokken worden? Of mag, zoals bij de tweede groep,
de prijs van de overname in mindering gebracht worden na de
berekening van de koopprijs, waarna de berekening volgt van de
subsidie? Het gegeven dat de autoconstructeurs er niet dezelfde
berekeningswijze op nahouden, leidt tot concurrentievervalsing,
aangezien er al snel prijsverschillen van minimum 200 euro zullen
optreden. Gaat u in dat geval daar tegen optreden, mijnheer de
minister?
ou le prix de reprise peut-il être
déduit après le calcul du prix
d'achat, le calcul de la subvention
étant effectué ultérieurement?
20.02 Minister Didier Reynders: Er wordt een korting op factuur
verleend voor de aankoop door de klant van een in nieuwe staat
verworven milieuvriendelijk voertuig met een maximale uitstoot van
115 gram CO
2
per kilometer. Deze korting wordt berekend op de
aanschaffingswaarde van het betrokken voertuig. De overnameprijs is
de prijs die de leverancier toekent aan zijn klant voor de inlevering van
het oude voertuig naar aanleiding van de aankoop van een nieuw
voertuig. Het spreekt dus voor zich dat dit bedrag niet in mindering
kan worden gebracht van de aanschaffingswaarde van het nieuwe
voertuig voor de vaststelling van het bedrag van de korting op factuur.
Ik vestig uw aandacht erop dat de wettelijke en reglementaire
bepalingen duidelijk de werkwijze van de berekening van de korting
op factuur omschrijven. Deze berekeningsmethode werd door mijn
administratie uitgewerkt, in samenwerking met de betrokken
beroepsorganisaties van de automobielsector en verder verspreid
onder hun leden.
Mijn administratie is niet op de hoogte van afwijkende
berekeningsmethodes die tot eventuele concurrentievervalsing
kunnen leiden. Indien u in kennis wordt gesteld van andere
berekeningsmethodes, nodig ik u uit om deze informatie aan mijn
administratie te verstrekken voor verder onderzoek. Daarna zal ik een
schriftelijk antwoord tot u richten na een onderzoek van een aantal
specifieke gevallen.
20.02 Didier Reynders, ministre:
Lors de l'achat d'un véhicule
respectueux de l'environnement
dont les émissions de CO
2
ne
dépassent pas les 115 grammes
par kilomètre, le client bénéficie
d'une remise sur la facture. Cette
remise est calculée sur la valeur
d'acquisition. La valeur de reprise
est la valeur attribuée par le
fournisseur au client pour la
remise de l'ancien véhicule à
l'occasion de l'achat d'un véhicule
neuf. Ce montant ne peut être
déduit de la valeur d'acquisition du
nouveau véhicule pour fixer la
remise accordée sur la facture.
Ces différents mécanismes sont
clairement définis par la loi. Mon
administration n'est pas informée
de méthodes de calcul s'écartant
de ces principes, mais toutes les
informations en la matière sont les
bienvenues et feront l'objet d'un
examen ultérieur.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
20.03 Magda Raemaekers (sp.a): Dat was heel duidelijk. Op die
manier kunnen wij verder.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Samengevoegde vragen van
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de lijst met bedrijven die betrokken zijn bij de productie van clustermunitie en
antipersoonsmijnen" (nr. 19768)
- de heer André Flahaut aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de zwarte lijst vastgesteld door de wet van 20 maart 2007 die clustermunitie
verbiedt" (nr. 19769)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de zwarte lijst clustermunitie producenten" (nr. 19770)
21 Questions jointes de
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la liste des entreprises concernées par la production de sous-munitions et de
mines anti-personnel" (n° 19768)
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "la liste noire prévue par la loi du 20 mars 2007 interdisant les armes à sous-munitions" (n° 19769)
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la liste noire de fabricants de sous-munitions" (n° 19770)
21.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, de wet inzake
het verbod op de financiering van de productie, het gebruik en het
bezit van antipersoonsmijnen en clustermunitie werd unaniem door
het Belgisch Parlement goedgekeurd op 20 maart 2007 en verscheen
in het Staatsblad van 27 april 2007. De wet verbiedt de financiering
van bedrijven die betrokken zijn bij een of meerdere delen van de
supply chain van antipersoonsmijnen en clustermunitie. Omwille van
de rechtszekerheid bepaalt de wet tevens dat een KB moet worden
uitgevaardigd met een lijst van die bedrijven, alsook van bedrijven met
een meerderheidsaandeel in dergelijke bedrijven, en van de
institutionele beleggers die de voorgaande twee soorten bedrijven
financieren.
Ondanks de goedkeuring van de wet in 2007, ondanks het feit dat ons
land altijd een voortrekker is geweest in de strijd tegen
antipersoonsmijnen en clustermunitie en dat ook wil blijven, is het nog
altijd wachten op de uitvaardiging van dat KB. We zien vooral dat de
minister van Financiën en de minister van Justitie de bal steeds naar
elkaar spelen voor de opmaak van de lijst.
Voor mij ligt de verantwoordelijkheid bij de FOD Financiën. De FOD
Financiën is meer thuis in financiële en bedrijfsgegevens dan de FOD
Justitie en is bovendien bevoegd voor de regulering van de financiële
sector. Het kabinet van de minister van Financiën heeft de betrokken
wetgeving destijds geïnitieerd, terwijl het kabinet van de minister van
Justitie mee heeft getekend, omdat bepalingen werden opgenomen in
de wapenwet. Zelfs als de FOD Financiën dergelijke gegevens nog
niet in zijn bezit heeft - wat zou kunnen - is de FOD het best geplaatst
om daartoe een overheidsopdracht uit te schrijven.
Ten eerste, wat is de stand van zaken met betrekking tot het opstellen
van de lijst? Zijn er recent nog stappen gezet?
Ten tweede, hebt u overleg gevoerd met de minister van Justitie ter
21.01 Jenne De Potter (CD&V):
Le 27 avril 2007, la loi interdisant
le financement de la fabrication,
de l'utilisation ou de la détention
de mines antipersonnel et de
sous-munitions a été adoptée à
l'unanimité par le Parlement belge.
Cependant, cette loi ne peut pas
entrer en vigueur avant la
publication d'un arrêté royal
comportant la liste des entreprises
qui sont concernées par la
production ou par la distribution de
ces armes et des investisseurs
institutionnels qui soutiennent ce
type d'entreprises. Cet arrêté royal
n'a toujours pas été pris. Les
ministres des Finances et de la
Justice se renvoient mutuellement
la balle.
Quel est l'état d'avancement de ce
dossier?
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
zake? Waarom is tot nu toe nagelaten om de lijst op te maken en te
publiceren? Wat is de oorzaak daarvan?
Tot slot, is er al een timing voor het publiceren van de lijst? Zo ja, had
ik die graag gekregen.
21.02 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik heb mij
bij de vraag aangesloten, omdat ik de situatie toch wat betreur. Ons
land is altijd een voortrekker geweest in de strijd tegen
antipersoonsmijnen en clustermunitie. Zoals collega De Potter zegt,
kan de wet pas in werking treden wanneer die lijst wordt gepubliceerd.
Ik ga niet zo ver als collega De Potter om te zeggen dat het vooral uw
bevoegdheid is, maar heb mij hierbij aangesloten, omdat ik zag dat
het debat hier plaatsvindt.
Ik verneem graag waar de knoop gebonden ligt. Als wij een wet
goedkeuren met het Parlement, moet de regering die uitvoeren door
de lijst te publiceren. In de regering moet er dan samengewerkt
worden. Ik neem aan dat de sfeer in regering en meerderheid zeer
goed is. Dat is toch wat mijn goede vriend Guy Vanhengel zegt.
Ik richt mij dus tot een vicepremier die heel wat bevoegdheden heeft.
Ik ben ervan overtuigd dat, wanneer u uw schouders daaronder zet,
we heel snel over die lijst kunnen beschikken.
Mijnheer de vicepremier, wat is de stand van zaken? Waarom heeft
het zo lang geduurd? Wanneer mogen we die lijst verwachten? U
weet dat ondertussen 30 landen het verdrag getekend hebben en dat
het in augustus in werking zal treden. Men kijkt dus ook naar ons om
de volgende stap te zetten. Ik hoop dus dat we met fierheid kunnen
zeggen dat België de voortrekkersrol blijft spelen. Ik reken erop dat u
er bij de regering heel snel voor kunt zorgen dat de lijst gepubliceerd
wordt.
21.02 Hilde Vautmans (Open
Vld): À partir du moment où le
Parlement adopte une loi, le
gouvernement doit faire en sorte
que cette loi soit aussi appliquée.
Pourquoi ces lenteurs? Quand
l'arrêté royal sera-t-il pris?
21.03 Minister Didier Reynders: Sedert 2008 word ik geregeld
ondervraagd over de uitvoering van artikel 2 van de wet van
20 maart 2007 inzake het verbod op de financiering van de productie,
het gebruik en het bezit van antipersoonsmijnen en clustermunitie. Ik
verwijs dus naar mijn parlementaire antwoorden op de verschillende
vragen, inzonderheid de vragen nr. 206 van 2 juli 2008 van de heer
Bogaert in de Kamer, nr. 1001 van 18 januari 2008 en nr. 486 van
20 mei 2009 van de heer Nollet in de Kamer, nr. 3760 van 9 juli 2009
van de heer Lambert in de Kamer en nr. 13184 van 11 mei 2009 van
de heer Van der Maelen in de Kamer, nr. 4898 van 14 april 2008 van
volksvertegenwoordiger
Wouter
De
Vriendt,
nr. 4010
van
25 april 2008 van volksvertegenwoordiger Bert Schoofs en nr. 4903
van 25 april 2008 van volksvertegenwoordiger Bruno Tobback. Ik kan
ook verwijzen naar een mondelinge vraag van senator Mahoux van
31 januari 2008 om compleet te zijn.
Ik mag het verhaal herhalen en ik ben bereid om alle inspanningen te
leveren. Ik vestig nogmaals de aandacht van de verschillende leden
van de commissie op het feit dat de wet alle ondernemingen beoogt
die actief zijn in de sector van de antipersoonsmijnen en submunitie.
Zij viseert eveneens de meerderheidsaandeelhouders van de
ondernemingen en de instellingen voor collectieve belegging die
investeren in de door hen uitgegeven financiële instrumenten. Het
21.03 Didier Reynders, ministre:
Je vous renvoie d'abord aux
réponses
aux
nombreuses
questions qui m'ont déjà été
posées sur ce sujet au cours des
dernières années.
La liste publique des entreprises
mentionnera toutes les entreprises
qui
exercent
des
activités
interdites par la loi du 20 mars
2007.
Les
établissements
financiers devront cesser, dans la
mesure du possible, tout contrat
conclu avec ces entreprises et
refuser toute forme de soutien
financier, comme un crédit ou une
garantie bancaire. L'interdiction de
financement ne s'appliquera pas à
certains projets bien déterminés
de ces entreprises, qui ne visent
aucune activité interdite.
En vertu de la loi, le ministre de la
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
doel van de wetgever in 2007 was volgens mij de financiering van die
illegale activiteiten te beletten. Om dat te bereiken, heeft de wetgever
aan de Koning de bevoegdheid gegeven de modaliteit vast te stellen
van de publicatie van een openbare lijst van ondernemingen die die
activiteit uitoefenen.
De openbare lijst zal de ondernemingen weergeven waarvan
aangetoond is dat zij een van de door de wet van 20 maart 2007
verboden activiteiten uitoefenen. Zodra een onderneming op de lijst
staat, zullen de financiële instellingen de uitvoering van elk lopend
contract dienen te stoppen, voor zover dat contractueel mogelijk is, of
iedere vorm van financiële ondersteuning dienen te weigeren, te
weten krediet- en bankwaarborg, alsook de verwerving voor eigen
rekening van financiële instrumenten uitgegeven door die
ondernemingen. Het verbod van financiering zal echter niet van
toepassing zijn op welbepaalde projecten van een onderneming
voorkomend op de openbare lijst, voor zover de financiering geen
enkele van de verboden activiteiten beoogt.
Ik heb geen probleem om uitvoering te geven aan de wet op basis
van die lijst. Artikel 2 van de wet van 20 maart 2007 vervolledigt
artikel 8 van de wet van 8 juni 2006, houdende regeling van
economische en individuele activiteiten met wapens. Het past dus
artikel 2 te lezen en uit te voeren en daarbij rekening te houden met
de wettelijke context waarin het zich inschrijft, inzonderheid in het
kader van de bevoegdheden die door de wetgever in het bijzonder
werden toegekend aan de autoriteit daartoe aangesteld door de wet
van 8 juni 2006. Zo heeft artikel 36, eerste lid van de wet van
8 juni 2006 een federale wapendienst opgericht bij de FOD Justitie.
Het punt 3 van die bepaling vertrouwt in het bijzonder aan die dienst,
geplaatst onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de minister
van Justitie, de taak toe om hem, in uitvoering van de wet, alle
besluiten en maatregelen voor te leggen, eventueel in overleg met de
verschillende betrokken sectoren en autoriteiten. Artikel 37, dat een
adviesraad voor wapens opricht, geeft eveneens de mogelijkheid aan
de minister van Justitie om die te raadplegen over ieder ontwerp van
besluit ter uitvoering van de wet of over ieder ontwerp van wijziging
van de wet.
De minister van Justitie wordt door de wet als verantwoordelijke
autoriteit gezien voor de toepassing van de hele wet en de wetgever
heeft hem de nodige administratieve medewerkers gegeven om dat te
doen. Daarom meen ik dat het initiatief om een ontwerp van Koninklijk
Besluit in te dienen bij de Koning? in uitvoering van artikel 8, 4
de
lid
van de wet van 8 juni 2006, gewijzigd bij artikel 2 van de wet van
20 maart 2007, tot zijn bevoegdheid behoort. Het was in dat kader dat
ik op 22 februari 2008 een brief aan de minister van Justitie heb
gericht. Ik blijf eveneens ter zijner beschikking om hem een
opbouwend voorstel te doen.
Het is toch normaal dat het de taak van de minister van Justitie is om
zo een lijst van ondernemingen op te stellen. Dat is misschien heel
moeilijk, tenzij na een beslissing van een rechtbank in verband met
dergelijke onderneming. Ik weet het niet.
Wat mijn departement betreft, wij hebben geen inlichtingen in verband
met zo'n activiteiten. Wij zijn belast met de belasting op alle
activiteiten. Dat betekent evenwel niet dat wij ermee belast zijn een
Justice est l'autorité responsable
de son application. À cet effet, le
législateur lui a d'ailleurs donné les
collaborateurs
administratifs
nécessaires. Le ministre de la
Justice doit donc rédiger un arrêté
royal pour exécuter l'article 2 de la
loi du 20 mars 2007. Je suis à sa
disposition pour lui soumettre une
proposition constructive.
L'établissement de la liste se
révèle difficile. Peut-être une
décision du tribunal sera-t-elle
nécessaire à cet effet. Mes
services sont chargés de la
taxation
des
activités
des
entreprises,
mais
nous
ne
disposons pas d'une liste des
activités spécifiques
de ces
dernières. L'établissement d'une
telle liste ne ressortit pas à la
compétence de mon département.
Je suis disposé à constituer, avec
le ministre de la Justice, un groupe
de travail chargé de trouver une
solution à ce problème.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
lijst te hebben van verschillende bedrijven met een specifieke
activiteit.
Als mijn collega dat vraagt ben ik bereid alle inlichtingen aan Justitie
te sturen maar wel op basis van zo'n lijst. Daar uitvoering aan geven
zou een betere taak zijn voor mijn departement, de CBFA en voor de
andere instellingen. Wij hebben echter niet de middelen om een
dergelijke lijst van ondernemingen met die activiteit te maken. Ik
verwijs ter zake ook naar de wet. Daarin staat toch duidelijk wat de
bevoegdheden van Justitie zijn.
Het is mijns inziens geen probleem tussen de ministers. Volgens mij
is er echter geen eenvoudige oplossing om zo'n lijst te schrijven,
behalve misschien na een aantal beslissingen van de rechtbanken of
hoven van beroep. V
Ik ben bereid, in samenwerking met mijn collega van Justitie, om een
werkgroep te organiseren met de leden van het Parlement die bezig
zijn met de problematiek, om een correcte oplossing uit te werken.
Nogmaals, bij de FOD financiën hebben wij geen informatie wat
betreft de interventie van verschillende bedrijven in specifieke
sectoren. Het is toch normaal dat dat niet tot mijn departement
behoort?
21.04 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, u verwijst net
zoals in uw vorige antwoorden opnieuw naar de minister van Justitie.
Als we dan de minister van Justitie ondervragen zegt hij dat de
federale wapendienst die het volgens de geciteerde artikelen zou
moeten doen, ook niet over die gegevens beschikt en de gegevens
dus evenmin kan samen leggen. Wij zitten dus met een probleem,
indien uw departement noch het departement van Justitie over die
gegevens beschikt.
Het feit dat die lijst niet wordt gepubliceerd, is eigenlijk geen dienst
voor de sector. De wet en dus het verbod om producenten van
antipersoonsmijnen te financieren, is eigenlijk al van toepassing,
zonder dat die lijst bestaat.
21.04 Jenne De Potter (CD&V):
Le ministre des Finances renvoie
une fois de plus au ministre de la
Justice, mais selon ce dernier, le
service fédéral des armes ne
dispose
pas
des
données
nécessaires. Si ni les services des
Finances, ni ceux de la Justice ne
disposent de ces données, le
problème est de taille.
21.05 Minister Didier Reynders: Er is een verbod, niet alleen van de
financiering, maar ook van de productie. Op basis van zo'n verbod
moeten er een aantal beslissingen in de rechtbanken komen, op basis
van een vervolgingsproces van het parket. Daarna is het mogelijk om
een bedrijf op een lijst te plaatsen. Voordat zo'n beslissing genomen
is, is dat zeer moeilijk.
Ik heb een vereniging gehoord die zegt dat we dat moeten doen. Op
welke basis? Er is een verbod op de productie van
antipersoonsmijnen. In België is het alleen mogelijk een lijst van
illegale producties in bedrijven te hebben, na een beslissing van een
rechtbank. Er is een verschil met een financiering van een bedrijf in
het buitenland. Is het mogelijk voor ons om zo'n lijst op te stellen?
Om een antwoord te geven aan mevrouw Vautmans: het zal
misschien gemakkelijker zijn om in contact met andere landen te zien
of het mogelijk is een internationale lijst van bedrijven op te stellen. Ik
ben bereid om verder te gaan met de toepassing van de wet op basis
van zo'n lijst. U kunt dat nog tien keer vragen in het Parlement, maar
ik mag geen informatie geven zonder dat ik over die informatie
21.05 Didier Reynders, ministre:
Étant donné que la fabrication de
ces armes est interdite, le parquet
peut entamer des poursuites, ce
qui ouvre la voie à une décision
judiciaire. Ce n'est qu'à partir de
ce moment-là qu'une entreprise
peut être inscrite sur la liste. Il est
impossible
de
dire
quelles
entreprises s'adonnent à des
activités illicites avant que le
tribunal ne prenne une décision.
Je suis toutefois prêt à voir s'il est
possible d'établir, en collaboration
avec d'autres pays, une liste
internationale d'entreprises.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
beschik in mijn departement. Ik zie niet in hoe het mogelijk is om dat
te doen. Het is misschien ook zeer moeilijk voor mijn collega van
Justitie. Het is geen strijd tussen ministers. Ik heb gezegd dat het
alleen mogelijk is om zo'n lijst te hebben op basis van de
verschillende beslissingen in de rechtbanken. Ik heb dat gezegd in de
Senaat, maar ik heb van de Parlementsleden het antwoord gekregen
dat ik het vroeger moet beslissen. Ik moet dus zeggen welke
bedrijven illegaal zijn, voordat de rechtbank een beslissing heeft
genomen. Dat is niet gemakkelijk.
21.06 Jenne De Potter (CD&V): Dat is inderdaad niet gemakkelijk.
Op het moment dat het amendement is toegevoegd aan de wet, heeft
men zich waarschijnlijk niet gerealiseerd dat dit de consequentie was.
De rechtsonzekerheid is er nu. Er is een verbod op productie, maar
inzake het verbod op financiering is het misschien voor sommige
bedrijven niet altijd klaar en duidelijk om te weten welk bedrijf ze
mogen financieren. Daar zit het probleem. Ik wil graag ingaan op uw
suggestie om daarover een werkgroep op te richten, maar ik denk dat
we hier met een moeilijk geval zitten, wat eigenlijk jammer is. Als we
onze voortrekkerspositie op het vlak van de strijd tegen
antipersoonsmijnen en clustermunitie willen behouden, moeten we
hierin tot een oplossing komen.
21.06 Jenne De Potter (CD&V):
Lorsque l'amendement a été
ajouté à la loi, on ne s'est
vraisemblablement
pas
rendu
compte qu'il aurait une telle
conséquence.
21.07 Hilde Vautmans (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, het is inderdaad niet evident, maar toch zullen wij samen
een oplossing moeten zoeken, anders heeft de wet die wij hebben
goedgekeurd geen enkel effect en hebben wij al die moeite voor niets
gedaan; dat kan toch niet de bedoeling zijn!
Ik vind het idee om met een aantal mensen samen te zitten goed. Ik
denk dat wij daarbij zelfs een aantal internationale experts kunnen
betrekken. Dit is immers geen Belgisch probleem, maar een probleem
op Europees en internationaal niveau. Ik vind uw suggestie wel heel
goed. Ik neem aan dat u binnen de regering uw invloed kunt
uitoefenen en ervoor kunt zorgen dat degene die binnen de regering
hiervoor verantwoordelijk is, wordt aangeduid om hiermee te starten
en wij hierop geen half jaar moeten wachten. Ik reken op uw inzet en
uw verantwoordelijkheidgevoel om aan uw collega te vragen om met
uw suggestie te starten.
Misschien kunnen wij daarbij inderdaad de vredesbewegingen
betrekken. Misschien hebben zij wel kennis of informatie die zij met
ons kunnen delen. Ik heb geen contacten gelegd voor ik deze vraag
stelde, maar misschien kunnen wij hier samen werk van maken. Wij
zien wel waar wij uitkomen. Als wij niet proberen samen te werken,
blijft de wet dode letter. Op Open Vld kunt u rekenen en ik reken op u
om binnen de regering alvast het initiatief te laten starten.
21.07 Hilde Vautmans (Open
Vld): Si une solution n'est pas
trouvée, la loi n'aura aucun impact
et ce n'est pas l'objectif poursuivi.
L'idée du groupe de travail est
bonne. Je propose d'y associer
également
des
experts
internationaux et de demander des
informations aux mouvements
pacifistes.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
22 Question de M. Guy Coëme au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les comités d'acquisition" (n° 19791)
22 Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de aankoopcomités" (nr. 19791)
22.01 Guy Coëme (PS): Madame la présidente, M. le ministre des
Finances ne sera pas étonné par les deux questions que je lui pose
22.01 Guy Coëme (PS): Mijn
eerste vraag betreft het aantal
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
puisque c'est une problématique que nous avons déjà abordée. Ma
première question concerne les effectifs des comités d'acquisition et
la lenteur de leur travail.
Monsieur le ministre, il y a presque deux ans maintenant, je vous
avais interrogé. C'est M. Clerfayt qui m'avait répondu. J'attirais
l'attention sur le fait que les pouvoirs publics, qui passent par les
comités d'acquisition pour l'évaluation de biens qui les intéressent,
attendent parfois des mois, parfois plus d'un an, avant de recevoir
cette estimation. Il est évident que ces retards affectent les projets de
ces pouvoirs publics. C'est la raison pour laquelle je vous avais
demandé s'il était dans vos intentions de renforcer les effectifs de ces
comités d'acquisition et peut-être de voir dans quelles conditions ils
pouvaient travailler de manière plus efficace au service des pouvoirs
publics. Au bout du compte, cela nous coûte de l'argent à tous.
À l'époque, M. Clerfayt m'avait répondu qu'il y avait eu une diminution
du personnel dans ce secteur entre 2005 et 2008, expliquant que,
pour cinq départs, seuls trois recrutements avaient été réalisés. Je
vous avais signalé la situation toute particulière que nous vivons, vous
et moi, à Liège et dans les communes environnantes.
Il est bon de pouvoir faire le point.
Des renforcements ont-ils eu lieu? Sur le terrain, je n'ai pas vu
beaucoup de différence malheureusement. Quelle est la situation
actuelle?
leden van de aankoopcomités en
de traagheid waarmee ze hun
werk doen. De overheden, die
gebruik
maken
van
de
aankoopcomités om de bezittingen
waarvoor
ze
belangstelling
hebben, te laten schatten, wachten
soms maanden en soms zelfs
meer dan een jaar vooraleer ze
een
raming
ontvangen.
Die
vertragingen
hebben
een
ongunstige
invloed
op
de
projecten. Aan het einde van de rit,
kost dat geld aan iedereen. Is er
versterking aangerukt? Hoe staat
het vandaag?
22.02 Didier Reynders, ministre: Madame la présidente, nous
avions effectivement pris rendez-vous sur le sujet.
Monsieur Coëme, comme vous le faites remarquer, un certain
nombre d'engagements avaient été pris pour les différents plans de
personnel.
Très concrètement, pour l'année 2008, 108 recrutements d'agents
statutaires à l'administration de la Documentation patrimoniale ont été
prévus au plan de personnel. Je dois bien constater qu'après
réalisation
dudit
plan,
seuls
30 recrutements
statutaires
(27 néerlandophones et 3 francophones) ont pu être effectués. J'y
ajouterai l'engagement de six agents contractuels.
Le constat est malheureusement identique pour 2009. Alors que le
plan de personnel prévoyait 138 recrutements statutaires pour
213 départs, l'administration de la Documentation patrimoniale n'a pu
en réaliser que 47, auxquels il faut ajouter 14 agents contractuels.
La question est de savoir pourquoi des autorisations de recrutement,
approuvées par les autorités de tutelle, ne peuvent être réalisées. Non
seulement elle mérite d'être posée, mais nous en cherchons surtout
les causes.
À plusieurs reprises, j'ai déjà évoqué le faible attrait des emplois dans
l'administration fédérale au Nord du pays. Nous l'avons constaté pour
des recrutements qui ont attiré très peu de candidatures. Ici, les
chiffres sont équivalents des deux côtés: même en 2008, c'était
encore plus lourd du côté francophone.
22.02 Minister Didier Reynders:
Voor het jaar 2008 konden op 108
wervingen
van
statutair
persooneelsleden
bij
de
administratie
voor
de
patrimoniumdocumentatie
zoals
bepaald in het personeelsplan,
slechts 30 statutaire wervingen
verricht
worden
(27
Nederlandstaligen
en
3
Franstaligen) plus 6 contractuelen.
Voor 2009 is die vaststelling
jammer genoeg identiek. Terwijl
het personeelsplan rekende op
138 statutaire wervingen tegen
213
afvloeiingen,
heeft
de
administratie er slechts 47 kunnen
realiseren
waaraan
14
contractuelen toegevoegd dienen
te worden
Ik heb de geringe aantrekkelijkheid
van de banen bij de federale
overheid al aangehaald. Dat is niet
de enige reden. Ook de traagheid
van Selor speelt een rol. Samen
met Selor worden er alternatieve
oplossingen
gezocht,
maar
beduidende
resultaten
blijven
voorlopig nog uit. Het is nochtans
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
Ce n'est donc pas la seule raison. Il en est une autre qui se trouve au
sein même de la fonction publique fédérale; je veux parler de la
lenteur mise par le service de recrutement Selor à exécuter les
missions qui lui sont confiées.
À titre indicatif, je ne citerai qu'un double exemple. Le 27 avril 2009 se
sont clôturées les inscriptions pour deux sélections de recrutement:
l'une pour le niveau A, l'autre pour le niveau B. Selor a fourni pour ces
deux sélections un premier procès-verbal intermédiaire le
10 septembre 2009. Mon département a commencé les consultations
des lauréats respectivement les 15 et 17 septembre, donc dans la
semaine, ce qui prouve à suffisance sa rapidité de réaction.
Des solutions alternatives sont certes recherchées par mon
département en collaboration avec Selor, mais il faut bien constater
qu'elles n'ont pas encore donné de résultats significatifs. Il est
pourtant primordial que le délai entre l'inscription et le procès-verbal,
date à partir de laquelle les recrutements peuvent être effectués, soit
le plus court possible.
Cela peut paraître étonnant, mais si l'on attend du mois d'avril au
mois de septembre pour recevoir le procès-verbal, il devient très
difficile d'organiser les recrutements de l'année.
Devant ce constat, le comité de direction a pris trois mesures dans
l'élaboration du plan de personnel 2010; elles concernent
particulièrement l'administration de la Documentation patrimoniale.
1. Même si la norme de trois remplacements pour cinq départs reste
d'actualité pour l'ensemble du département, il a été décidé pour
l'administration de la Documentation patrimoniale de prévoir
229 recrutements pour 230 départs, norme bien loin des trois pour
cinq. Encore faut-il les réaliser.
2. Vu la lenteur de Selor dans l'organisation des sélections de
recrutement, le comité a décidé, contrairement à la règle établie lors
des années précédentes, de ne plus concentrer les recrutements
dans les niveaux A et B, mais d'en prévoir 150 dans le niveau C et dix
dans le niveau D, niveaux pour lesquels il existe des réserves de
recrutement que l'on pourrait faire entrer au département.
3. Il a en outre prévu plus spécifiquement pour les comités
d'acquisition 11 engagements d'agents contractuels de niveau A,
rémunérés dans l'échelle A31.
Dès l'approbation du plan de personnel par les autorités de tutelle,
ces diverses mesures pourront être lancées.
De plus, en ce qui concerne la problématique du fonctionnement et du
retard au sein des comités d'acquisition, un marché d'études a été
lancé en vue de proposer des solutions pour augmenter,
indépendamment du nombre d'agents, l'effectivité, l'efficience et
l'orientation vers les clients, notamment les communes, des comités
d'acquisition afin de remédier aux retards. Cette étude doit démarrer
dans les prochains jours ou a peut-être déjà été entamée; dès qu'elle
sera terminée, elle permettra de prendre des décisions en matière de
fonctionnement.
essentieel dat Selor sneller werkt.
Uitgaande van die vaststelling,
heeft het directiecomité drie
maatregelen genomen. De norm
van 3 vervangingen voor 5
vertrekken blijft van kracht, maar
het
comité
heeft
vooreerst
besloten dat bij de administratie
van de Patrimoniumdocumentatie
230
vertrekken
door
229
rekruteringen
gecompenseerd
zullen worden. Die rekruteringen
moeten dan wel daadwerkelijk
gebeuren. Vervolgens heeft het
comité besloten niet langer enkel
voor de niveaus A en B te
rekruteren,
maar
voor
het
niveau C, 150 mensen en het
niveau D, 10 mensen in dienst te
nemen. Tot slot heeft het comité
besloten 11 nieuwe contractuele
personeelsleden van niveau A
voor de aankoopcomités aan te
werven. Zodra het personeelsplan
goedgekeurd is, kunnen die
maatregelen uitgevoerd worden.
Bovendien is een studieopdracht
uitgeschreven om oplossingen
voor te stellen die de efficiëntie en
de klantenoriëntatie (onder meer
de
gemeenten)
van
de
aankoopcomités
moeten
verbeteren. Met die studie moet in
de komende dagen worden
gestart.
Ik hoop dat er daardoor in 2010
ook een en ander in de praktijk zal
veranderen.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
J'ai également attiré l'attention, mais je n'y reviendrai pas, sur les
difficultés que nous rencontrons très régulièrement pour certains
types de biens pour lesquels il n'existe pas de point de comparaison.
Je ne vais pas rappeler le cas de la Défense que vous connaissez
bien, pour lequel on nous remet parfois un certain nombre de biens et
où le comité ne sait pas faire grand-chose en termes de comparaison.
Mais vous avez raison. Les mesures annoncées en termes de plans
de personnel ne donnent pas satisfaction. Le volume de recrutement
n'est pas là.
Pour 2010, on tente d'aller plus loin, de prévoir un volume plus
important dans des niveaux différents parce que des réserves de
recrutement existent. J'espère que cela permettra en 2010 de voir sur
le terrain, et pas simplement dans les chiffres, les choses changer.
22.03 Guy Coëme (PS): Monsieur le ministre, nous étudierons les
données que vous nous fournissez aujourd'hui. En ce qui concerne le
constat que vous faites au sujet de Selor, j'imagine que tous vos
collègues sont soumis à la même enseigne. Par conséquent, il y a
peut-être là un débat plus large à avoir au sein du gouvernement pour
une plus grande efficience.
En ce qui concerne l'engagement de niveau D et C, cela aidera peut-
être. Mais ce ne sont pas ces personnes-là qui seront envoyées sur le
terrain pour réaliser les évaluations. Nous avons l'impression que
c'est plutôt là que le bât blesse pour le moment.
Nous ferons chacun le constat du caractère dramatique des difficultés
que l'on éprouve à recruter dans la fonction publique alors que nous
vivons une période où, malheureusement, le chômage est tellement
important dans notre pays.
22.03 Guy Coëme (PS): Met
betrekking tot uw vaststelling
aangaande Selor veronderstel ik
dat al uw collega's in hetzelfde
schuitje zitten. Wellicht moet
daarover een breder debat binnen
de regering worden gevoerd. De
werving voor niveau C of D zal
misschien enigszins helpen, maar
het zijn niet die ambtenaren die
zich in het veld zullen begeven.
Eenieder stelt vast hoe moeilijk het
wel is om geschikt personeel te
vinden voor het openbaar ambt,
terwijl er thans jammer genoeg
veel mensen op de keien staan.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
23 Question de M. Guy Coëme au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les effectifs de l'administration du cadastre" (n° 19792)
23 Vraag van de heer Guy Coëme aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het personeelsbestand bij het kadaster" (nr. 19792)
Voorzitter: Jenne De Potter.
Président: Jenne De Potter.
23.01 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre,
quand nous avons discuté du budget en décembre, j'avais attiré votre
attention sur le problème que nous rencontrons dans toutes les
communes du Royaume concernant le cadastre. Très souvent, des
personnes construisent des habitations et ne les renseignent pas
immédiatement au cadastre. D'autres, qui ont déjà une habitation,
l'améliorent et augmentent par conséquent la valeur de leur bien et du
revenu cadastral.
On me dit qu'il s'agit de sommes très importantes qui échappent ainsi
au Trésor public, tant à votre département qu'aux communes, par le
biais des additionnels.
Monsieur le ministre, n'y a-t-il pas lieu de renforcer les effectifs de
23.01 Guy Coëme (PS): In het
kader
van
de
begrotings-
bespreking in december had ik uw
aandacht
gevestigd
op
een
probleem in verband met het
kadaster
dat
zich
in
alle
gemeenten voordoet. Het gebeurt
zeer vaak dat burgers een woning
bouwen zonder het kadaster daar
onmiddellijk van op de hoogte te
brengen. Anderen, die al een huis
bezitten, verbouwen het, waardoor
de waarde van hun eigendom en
het kadastraal inkomen stijgen.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
sorte à pouvoir contrôler cela au mieux et faire entrer dans les
caisses de l'État ce qui lui revient?
Op die wijze derft de schatkist
aanzienlijke inkomsten. Moet het
personeelsbestand niet worden
uitgebreid opdat de schatkist zou
worden gespijsd met de inkomsten
waarop de overheid recht heeft?
23.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, monsieur
Coëme, pour une part, je vous répondrai en renvoyant à la réponse
précédente puisqu'on parle d'une administration de la Documentation
patrimoniale en général. Effectivement, dans le plan de
personnel 2010, les chiffres que je vous ai cités (229 recrutements
pour 230 départs) constituent l'élément retenu, en espérant qu'avec
une bonne collaboration du Selor, nous puissions avancer. Je ne vais
pas répéter tout ce qui a été dit sur les divers niveaux.
En ce qui concerne la capacité en équivalents temps plein (ETP) dans
l'administration, telle que vous l'évoquiez dans votre question, je dirais
que les missions actuelles des services du cadastre sont destinées à
être reprises par le pilier "mesures et évaluations" (nouveau nom) de
l'administration générale de la Documentation patrimoniale.
Dans le projet de réforme Coperfin, il était prévu 1 497 ETP pour ce
pilier. En 2009, après décompte des réalisations, les services du
Cadastre ont pu affecter 224 816 hommes/jour aux tâches de
mesures et évaluations, soit 1 249 ETP en prenant une moyenne de
180 jours par an. Cela montre donc un écart par rapport à l'objectif
Coperfin de 248 ETP, avec la vision que l'on avait à l'époque, mais
qui doit être relativisée en fonction de la manière de mettre en oeuvre
les mesures aujourd'hui.
Par ailleurs, la détermination précise des besoins réels est
actuellement difficile à préciser, car, si l'administration dispose
d'indicateurs précis pour les travaux effectués, ce n'est pas encore le
cas pour des travaux à venir: le calcul fait sur la réalisation ne peut
convenir à ce qui est encore devant nous.
C'est la raison pour laquelle, pour l'instant, l'administration s'investit
dans la construction de ce que l'administration surnomme un cockpit
lui permettant une gestion proactive de ses ressources humaines; je
dirais surtout qu'elle s'investit dans la mise en oeuvre de ce pilier
"mesures et évaluations".
Ainsi, à travers à la fois la volonté de recruter cette année dans le
volet documentation patrimoniale et la mise en oeuvre de la réforme
qui nous fera basculer dans la nouvelle organisation vers ce pilier
"mesures et évaluations", nous devrions pouvoir apporter une
réponse aux problèmes rencontrés en matière d'effectifs et de suivi
de dossiers.
Je ferai encore remarquer qu'en ce qui concerne la relation avec les
communes, nous avons fait de sérieux efforts quant à l'accélération
de transferts financiers. Je reconnais que, pour l'instant, cela
concerne encore plus les additionnels à l'impôt des personnes
physiques que les additionnels au précompte immobilier que vous
avez pointé du doigt.
23.02 Minister Didier Reynders:
Ik verwijs naar het antwoord dat ik
daarnet heb gegeven, aangezien
ik daarin heb verwezen naar een
administratie
van
de
patrimoniumdocumentatie in het
algemeen. Wat de capaciteit in
voltijdse
equivalenten
(VTE)
betreft,
zullen
de
huidige
opdrachten van het kadaster
worden ondergebracht in de pijler
"maatregelen en evaluaties" van
de algemene administratie van de
patrimoniumdocumentatie.
Het
hervormingsplan Coperfin voorzag
voor die pijler in 1 497 VTE. In
2009 hebben de diensten van het
kadaster er na aftrek van de
realisaties 1 249 VTE aan kunnen
toewijzen. Het verschil met de
Coperfin-doelstelling
dient
te
worden gerelativeerd in het licht
van
de
wijze
waarop
de
maatregelen vandaag ten uitvoer
worden gebracht.
Momenteel is het moeilijk om de
werkelijke behoeften precies te
bepalen, aangezien de berekening
op grond van de realisaties niet
volstaat om te voorspellen wat er
ons nog wacht. De administratie
maakt dan ook werk van een
proactief beheer van haar human
resources.
Wat de betrekkingen met de
gemeenten betreft, hebben we
aanzienlijke
inspanningen
geleverd op het stuk van de
financiële transfers.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
23.03 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre,
ils étaient les bienvenus. Je prendrai connaissance des données qui
sont fournies par M. le ministre. Nous aurons peut-être l'occasion d'en
reparler.
23.03 Guy Coëme (PS): Ik zal
nota nemen van die gegevens. We
zullen het er misschien nog
opnieuw over hebben.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
24 Question de Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la création d'un organe spécifique au sein du Parlement chargé de suivre les
institutions financières qui présentent un risque 'systémique" (n° 19793)
24 Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de oprichting van een specifiek orgaan in het Parlement ter controle
van de financiële instellingen die een systeemrisico inhouden" (nr. 19793)
24.01 Marie Arena (PS): Monsieur le ministre, il y a une semaine,
lors d'une audition à la Chambre en commission de suivi de la crise
financière et bancaire, vous vous êtes montré favorable à la création
d'un organe spécifique au sein du Parlement, chargé de suivre les
institutions financières qui présentent un risque systémique. Cet
organe contrôlerait donc les banques dites too big to fail, c'est-à-dire
celles qui, de par leur importance, devraient impérativement être
sauvées par les pouvoirs publics en cas de crise.
Vous plaidez pour la mise sur pied "d'un organe relativement
restreint", je vous cite, qui puisse "assurer un dialogue permanent"
avec les grandes institutions et qui puisse "travailler le cas échéant à
huis clos". Ce serait donc bien une nouvelle mission de contrôle
parlementaire d'institutions pour lesquelles l'État aurait des prises de
participations à la suite de la loi que nous avons votée.
Monsieur le ministre, avez-vous déjà un timing prévu pour la
discussion que nous pourrions avoir sur un tel organe?
Comment envisagez-vous son champ d'action, au regard de la
relation entre le Parlement, le gouvernement et les instances à
contrôler?
Pensez-vous ­ il y avait en effet une question juridique sur ce point ­
qu'il serait possible d'y entendre les administrateurs désignés
représentant l'État belge?
24.01 Marie Arena (PS): Vorige
week toonde u zich in de
bijzondere opvolgingscommissie
belast met het onderzoek naar de
financiële
en
bankcrisis
voorstander van de oprichting van
een specifiek orgaan in het
Parlement dat zou worden belast
met het toezicht op de financiële
instellingen die een systeemrisico
inhouden. Dat orgaan zou de
banken controleren die worden
beschouwd als zijnde too big to fail
(zodanig groot dat ze in geval van
crisis moeten worden gered). U
pleitte voor een beperkt orgaan dat
permanent
met
de
grote
instellingen in dialoog zou kunnen
treden en indien nodig met
gesloten deuren zou kunnen
werken.
Hebt u al een tijdpad vastgelegd
voor de bespreking over dat
orgaan? Welke bevoegdheden zal
het krijgen, gelet op de verhouding
tussen het Parlement, de regering
en de te controleren instanties?
Acht u het mogelijk dat de
bestuurders die de Belgische Staat
vertegenwoordigen tijdens een
bijeenkomst van dat orgaan
worden gehoord?
24.02 Didier Reynders, ministre: Madame Arena, pour vous
répondre concrètement, j'ai évoqué cette question à deux reprises
devant la commission de suivi de la crise financière et en commission
des Finances.
S'agissant du calendrier, il y a une certaine logique: nous venons de
voter en commission les deux projets conjoints de lois de crise.
Normalement, la réunion du 10 mars sera consacrée à l'examen
complet du troisième projet. J'espère que nous pourrons avancer vers
24.02 Minister Didier Reynders:
In
de
commissie
werden
recentelijk de twee ontwerpen van
crisiswet
aangenomen.
De
commissievergadering
van
10 maart is gewijd aan het derde
ontwerp nr. 2408. Dankzij die
ontwerpen moeten we in staat zijn
om tegen eind dit jaar de
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
un débat en séance plénière et un vote au Sénat. Comme je l'ai
répété devant l'assemblée générale de Febelfin, ces projets doivent
nous permettre de mettre en place d'ici la fin de l'année, non
seulement la phase intermédiaire, mais aussi la phase définitive ­ le
modèle twin peaks - pour la supervision. J'ai évoqué la possibilité de
sauter la phase intermédiaire qui ressemble un peu à une usine à
gaz.
D'ici là, ainsi que me l'a confirmé le président de la commission de
suivi de la crise financière, sont prévues des auditions de
représentants des banques, après celles du président de la CBFA et
du gouverneur de la Banque nationale.
Dans la foulée de la mise en place des nouvelles instances de
supervision et des auditions qui auront eu lieu en commission de
suivi, il conviendrait de se réunir avec les parlementaires concernés
pour voir sous quelle forme organiser cette possibilité. Pour ma part,
je trouverais assez normal que les institutions systémiques pour
lesquelles l'État annonce qu'il pourrait s'engager de nouveau soient
régulièrement entendues par le Parlement. Je ne parle donc pas
seulement de celles dans lesquelles l'État détient une participation. Le
projet de loi retient certains critères.
Ensuite, je ne vous rappellerai pas que des réunions à huis clos
pourraient se révéler utiles si nous voulons obtenir des informations
en provenance de ces institutions mais aussi des organismes de
contrôle.
Pour les types de personnes à entendre, je n'ai aucune objection à
formuler, même s'il s'agit d'accueillir des administrateurs, y compris
ceux désignés par l'État. Seulement, ce sont des administrateurs de
sociétés cotées. Une fois en fonction, ils sont là pour défendre l'intérêt
de la société. Cela n'empêche évidemment pas de s'entretenir avec
eux sur d'autres thèmes, mais certains de vos collègues devraient
cesser de croire qu'ils reçoivent des instructions pour adopter des
positions au nom de l'État belge actionnaire. Dès qu'ils sont désignés
administrateurs, ils n'interviennent pas directement dans le cadre d'un
mandat. Bien sûr, comme tout administrateur, ils peuvent avoir des
sentiments ou des intérêts à défendre.
Une fois le calendrier déterminé, nous devrons voir sous quelle forme
nous pourrons nous organiser. Si j'ai bien compris les dispositifs de
mise en place de la commission de suivi, je crois que les deux
assemblées devront en débattre. Je ne me permettrais pas
d'intervenir dans cette discussion, en raison de la séparation des
pouvoirs.
definitieve fase van het toezicht in
te voeren. In afwachting zullen nog
hoorzittingen
worden
georganiseerd
met
de
vertegenwoordigers
van
de
banken, na de hoorzittingen met
de voorzitter van de CBFA en de
gouverneur van de Nationale
Bank.
Aansluitend bij de invoering van
die nieuwe instanties zou met de
betrokken
parlementsleden
moeten worden nagegaan op
welke manier die hoorzittingen
kunnen worden georganiseerd.
Het
lijkt
me
normaal
dat
systemische instellingen waarvoor
de Staat verbintenissen zou
kunnen
aangaan
regelmatig
zouden worden gehoord door het
Parlement. De vergaderingen met
gesloten deuren zouden nuttig
kunnen zijn om informatie te
bekomen van die instellingen en
van de controleorganen.
Met betrekking tot de te horen
personen sluit ik niemand uit, ook
niet de door de Staat aangewezen
bestuurders. Het gaat hier echter
wel
om
bestuurders
van
beursgenoteerde
vennootschappen, die dus de
belangen van de vennootschap
verdedigen. Denk dus niet dat ze
instructies
krijgen
van
de
Belgische
Staat
-
tevens
aandeelhouder.
Eens de timing vaststaat moet
worden nagegaan hoe een en
ander zal worden georganiseerd.
Als ik het goed begrijp, moet dit in
beide
Assemblees
worden
besproken. Ik hou me afzijdig bij
deze
discussie,
wegens
de
scheiding der machten.
24.03 Marie Arena (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
25 Question de Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le recouvrement de créances" (n° 19794)
25 Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de invordering van schuldvorderingen" (nr. 19794)
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
25.01 Marie Arena (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre,
lors de son audition à la Chambre, M. Vandercapellen, administrateur
général de la Perception et du Recouvrement au SPF Finances, nous
a expliqué le fonctionnement du recouvrement.
Il classe les créances en trois catégories: les créances exigibles, les
créances litigieuses et les créances douteuses.
Les créances exigibles représentent 50 % des dossiers mais ne
représentent que 16 % du montant total des créances. Nous
constatons donc qu'un montant énorme est réparti de manière assez
équitable entre les créances litigieuses et les créances douteuses.
Les créances litigieuses sont des créances en cours de traitement au
service des réclamations. Non seulement, il apparaît que beaucoup
de contribuables réclament mais aussi que la durée de ces
réclamations semble relativement longue.
Monsieur le ministre, pourriez-vous m'exposer la procédure une fois
que la réclamation est introduite et me dire ce qui entrave
l'aboutissement du dossier? Il y a des dossiers qui sont relativement
longs, on a déjà constaté des périodes de plus de 20 ans.
Si un contribuable créancier de l'administration quitte la Belgique, les
services de l'administration ont-ils le pouvoir de réclamer sa dette quel
que soit le pays dans lequel il est domicilié?
Quelles pourraient être les raisons pour lesquelles 2 % des créances
sont classées comme étant litigieuses et douteuses depuis plus de
20 ans?
Pourriez-vous me communiquer le nombre de dossiers pour les trois
types de créances depuis 1995 ainsi que le montant par catégorie?
25.01 Marie Arena (PS): De
opeisbare
schuldvorderingen
vertegenwoordigen 50 procent van
de
dossiers,
maar
slechts
16 procent van het totale bedrag
van de vorderingen. Een enorm
bedrag wordt dus op vrij billijke
wijze
over
de
betwiste
schuldvorderingen en de dubieuze
vorderingen verdeeld.
De betwiste schuldvorderingen zijn
de schuldvorderingen die door de
Klachtendienst behandeld worden.
Vele belastingbetalers hebben
klachten en die klachten nemen
veel tijd in beslag.
Zou u kunnen uitleggen hoe de
procedure verloopt en wat de
afhandeling van een dossier in de
weg staat?
Als een belastingbetaler die
schulden heeft bij de administratie
België verlaat, hebben de diensten
van
de
administratie
de
bevoegdheid om zijn schuld te
eisen?
Waarom wordt 2 procent van de
schuldvorderingen al ruim twintig
jaar als betwist en dubieus
beschouwd?
Zou u me het aantal dossiers van
elk
van
de
drie
soorten
vorderingen sinds 1995 kunnen
meedelen, samen met het bedrag
per soort?
25.02 Didier Reynders, ministre: Madame Arena, je vais reprendre
chacune des questions dans l'ordre.
Après réception et encodage de la réclamation par le bureau d'ordre
de l'entité qui la reçoit, la réclamation est immédiatement transmise
par voie électronique au service chargé de son instruction. Il peut
arriver que le contribuable se soit adressé à un directeur régional
incompétent avec la conséquence que le litige administratif doive être
transféré vers la bonne entité, ce qui retarde sa mise à l'instruction.
La première tâche que l'agent instructeur doit effectuer est de calculer
l'incontestablement dû suivant les règles établies par l'article 410 du
Code des impôts sur le revenu '92 et communiquer le montant de la
dette liquide et certaine tant au contribuable qu'au receveur.
L'instruction des griefs invoqués par le contribuable dans sa
25.02 Minister Didier Reynders:
Na ontvangst en registratie wordt
de klacht elektronisch verstuurd
naar de dienst die ze moet
onderzoeken. Soms richt de
belastingplichtige zich tot een
gewestelijke directeur die niet
bevoegd is. Het administratief
geschil
moet
dan
worden
overgezonden naar de juiste
dienst, waardoor het onderzoek
vertraging oploopt.
De ambtenaar die de klacht
onderzoekt, moet het onbetwist
verschuldigd gedeelte berekenen
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
réclamation peut alors commencer après consultation du dossier
fiscal. L'instruction de la réclamation peut toutefois être ralentie pour
diverses raisons, entre autres lorsque le contribuable revient sur sa
déclaration ou sur un accord donné au stade de la taxation ou
revendique des déductions, réductions ou exonérations d'impôt. La
charge de la preuve lui incombe et il peut tarder à fournir les éléments
justificatifs nécessaires pour statuer sur la réclamation.
Il peut aussi arriver que le contribuable demande à être entendu ou à
consulter les pièces du dossier de la consultation. Et ensuite, il peut
compléter sa réclamation avec de nouveaux griefs même après
l'expiration du délai prévu à l'article 371 du même code, ce qui
requiert un complément d'instruction.
Lorsqu'un litige antérieur de même nature oppose le contribuable à
l'administration et qu'il a été porté devant la justice, il arrive que le
contribuable demande à l'administration d'attendre la solution qui sera
donnée par les cours et les tribunaux.
Lorsque la charge de la preuve incombe à l'administration, article 340
du même code, l'instruction peut requérir des investigations
complémentaires à charge du contribuable, de tiers ou d'autres
administrations ou services publics, ce qui peut également prendre un
certain temps.
Lorsque le contribuable est taxé d'office, l'examen de la réclamation
peut être prolongé, le législateur ayant conscience que de tels recours
administratifs requièrent davantage d'attention puisqu'il a porté le
délai raisonnable pour statuer à neuf mois.
L'administration doit parfois attendre l'avis d'autres administrations
pour prendre sa décision, par exemple, en matière de précompte
immobilier, l'avis du Cadastre au sein du département ou attendre la
solution de dossiers connexes.
Une fois l'instruction clôturée, la rédaction d'une décision motivée en
droit et en fait est tributaire de la complexité de l'affaire.
En ce qui concerne votre deuxième question portant sur les
contribuables qui quittent la Belgique, le recouvrement de l'impôt ne
pouvant en principe pas être poursuivi en dehors du territoire national
de l'État d'établissement dudit impôt, il n'est donc pas possible de
réclamer le paiement de la dette d'un redevable quel que soit le pays
dans lequel il est domicilié.
Cela étant précisé, un État a toutefois la possibilité de limiter sa
souveraineté nationale en accordant à un État étranger une
assistance pour le recouvrement des impôts établis par ce dernier. La
limitation à cette souveraineté s'effectue par le biais d'accords
internationaux bilatéraux et multilatéraux ou encore pour les États
membres de l'Union européenne par l'intermédiaire d'instruments
juridiques spécifiques au sein de celle-ci.
Il existe ainsi une directive du Conseil organisant l'assistance au
recouvrement réciproque de certaines créances entre les États
membres, directive 2008/55 et un règlement de la Commission fixant
les
modalités
d'application
de
la
directive
­ règlement
CEE 1179/2008. Ces instruments permettent actuellement le
en de zekere en vaststaande
schuld
meedelen
aan
de
belastingplichtige en de ontvanger.
Het onderzoek van de punten van
bezwaar kan dan beginnen na
raadpleging
van
het
belastingdossier. Het onderzoek
van de klacht kan om diverse
redenen vertraging oplopen.
Wanneer de bewijslast op de
administratie
rust,
kan
het
onderzoek vereisen dat er verdere
naspeuringen worden verricht ten
laste van de belastingplichtige,
derden of andere administraties of
overheidsdiensten.
Wanneer de belastingplichtige
ambtshalve wordt belast, kan de
behandeling van de klacht worden
verlengd. De wetgever is er zich
immers bewust van dat een
dergelijk administratief beroep
meer aandacht vereist, aangezien
hij de redelijke termijn om
uitspraak te doen op negen
maanden heeft gebracht.
De administratie moet soms
wachten op het advies van andere
administraties om een beslissing
te kunnen nemen.
Zodra het onderzoek afgerond is,
hangt het opstellen van een in
rechte en in feite gemotiveerd
beslissing af van de complexiteit
van de zaak.
Daar de inning van de belasting
niet kan worden voortgezet buiten
het nationaal grondgebied van het
land waar de belastingschuld
vastgesteld wordt, is het niet
mogelijk de betaling van de
belastingschuld
van
een
belastingplichtige
te
eisen,
ongeacht het land waar hij
woonachtig is. Een Staat beschikt
niettemin over de mogelijkheid om
de nationale soevereiniteit te
beperken door een buitenlandse
Staat bijstand te verlenen bij de
invordering van belastingen die
door
die
laatste
werden
vastgesteld
(internationale
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
recouvrement des droits et impôts les plus importants ­ droits de
douane et accises, TVA, impôt sur le revenu.
En ce qui concerne les accords bilatéraux, les textes relatifs à
l'assistance au recouvrement sont généralement intégrés dans des
conventions préventives de la double imposition, lesquelles
concernent uniquement les impôts directs.
Actuellement, 25 conventions préventives contenant une clause
d'assistance au recouvrement ont été conclues par la Belgique avec
des pays non membres de l'Union européenne, puisque pour les
autres, nous disposons de la directive et du règlement.
En matière d'accords multilatéraux, il existe une convention
d'assistance au recouvrement entre les pays du Benelux, datant du
5 septembre 1952. La Belgique est en outre partie à la convention
conjointe concernant l'assistance administrative mutuelle en matière
fiscale, élaborée par le Conseil de l'Europe et l'OCDE, laquelle est
ouverte depuis le 25 janvier 1988 à la signature des 54 pays qui sont
membres du Conseil de l'Europe, de l'OCDE ou de ces deux
organisations. Cette dernière convention qui a pour but majeur de
faciliter l'échange de renseignements entre administrations fiscales
prévoit également une assistance au recouvrement.
Quelles pourraient être les raisons pour lesquelles 2 % des créances
sont classées comme étant litigieuses et douteuses depuis plus de
20 ans? L'attente d'une décision définitive de justice me paraît être la
raison primordiale, que cela soit au stade de l'établissement de l'impôt
ou de son recouvrement.
J'ai également pour vous des tableaux qui reprennent le nombre de
créances et un tableau qui en signifie les montants, qui couvrent les
années 2005 à 2009, et qui comprennent toutes les créances de cette
période pouvant être identifiées comme faisant partie d'une des trois
catégories concernées. Il n'est pas possible de remonter plus loin
dans le temps, puisque, auparavant, l'arriéré fiscal ne faisait pas
encore l'objet d'une approche différenciée par catégorie.
bilaterale
en
multilaterale
overeenkomsten
of
juridische
instrumenten die specifiek bedoeld
zijn voor de lidstaten van de
Europese Unie: richtlijn 2008/ 55,
EEG-verordening 1179/2008).
Tot nog toe sloot België 25
dubbelbelastingverdragen met een
clausule voor invorderingsbijstand
met niet-EU-lidstaten. Er bestaat
een
overeenkomst
inzake
invorderingsbijstand tussen de
Benelux-landen en België is
verdragspartij bij het gezamenlijke
Verdrag
inzake
wederzijdse
administratieve bijstand in fiscale
aangelegenheden van de Raad
van Europa en de OESO.
De belangrijkste reden waarom
2 procent
van
de
schuldvorderingen sinds meer dan
20 jaar als betwist of dubieus
geklasseerd zijn, is dat er gewacht
wordt
op
een
definitieve
gerechtelijke uitspraak ­ zowel in
het stadium van de vaststelling
van de belasting als in dat van de
invordering. Ik heb een aantal
tabellen te uwer beschikking met
het aantal schuldvorderingen en
de bijhorende bedragen voor de
periode 2005-2009.
25.03 Marie Arena (PS): (...) les chiffres du tableau 2005-2009.
Nous avions également posé la question, lors de la rencontre sur le
recouvrement, de la possibilité d'obtenir une identification des
recouvrements par type d'impôt (impôt des sociétés, impôt des
salariés) parce qu'il y avait une incapacité d'analyse au niveau de ces
chiffres. Je ne sais pas s'il est possible d'affiner, si ce sont des
chiffres qui sont disponibles ...
25.03 Marie Arena (PS): We
vroegen de invorderingen per type
belasting te onderscheiden, want
die cijfers konden niet naar
behoren worden geanalyseerd.
25.04 Didier Reynders, ministre: Je vais interroger l'administration
pour voir si, par rapport aux chiffres communiqués, on peut aller plus
loin dans le détail concernant les différents types de contribuables et
d'imposition.
25.04 Minister Didier Reynders:
Ik zal mijn administratie vragen na
te gaan of er meer details kunnen
worden verstrekt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos
De voorzitter: De samengevoegde vragen 19828 van mevrouw
Almaci en 19972 van mezelf zijn uitgesteld naar volgende week.
Le président:
Les questions
jointes n° 19828 de Mme Almaci et
19972
de
moi-même
sont
reportées à la semaine prochaine.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
26 Samengevoegde vragen van
- de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de overheveling van de verkeersbelasting naar Vlaanderen" (nr. 19836)
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de overheveling van de inning en de controle van de verkeersbelasting"
(nr. 20071)
26 Questions jointes de
- M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de la taxe de circulation vers la Flandre" (n° 19836)
- M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "le transfert de la perception et du contrôle de la taxe de circulation" (n° 20071)
26.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, deze vraag gaat over de overheveling van de
verkeersbelasting naar Vlaanderen en de uitvoeringsmodaliteiten
daarvan.
Enkele maanden geleden besliste de Vlaamse regering om de
verkeersbelasting zelf te innen. Voor de controle neemt ze, conform
het akkoord, een aantal personeelsleden over. In mijn vraag was er
sprake van 93. Dat was op het moment van de indiening. Ik weet
ondertussen dat het er veel meer zijn. Hiervoor zou de Vlaamse
regering geld van de federale overheid ontvangen. Volgens de
vakbonden ­ zij hebben daarvoor betoogd ­ is er over de operatie
onvoldoende tot geen communicatie van de eigen administratie.
Bovendien zou de Douane blijkbaar enkel het principe huldigen dat
voor de overgang alleen de personeelsleden uit de motorbrigades in
aanmerking komen.
Ik heb de volgende vragen.
Hoeveel geld ontvangt Vlaanderen van de federale regering voor de
overdracht van deze bevoegdheid? Kunt u zeggen over hoeveel
personeelsleden het precies gaat?
Ik kom dan tot een specifiek geval. Wat zijn de gevolgen voor
personeelsleden van niveau B die bezig zijn aan het traject om niveau
A te worden? Welke problemen kunnen er opduiken bij het halen van
die brevetten?
Zal er enkel met vrijwilligers gewerkt worden of zullen er
personeelsleden naar de Vlaamse administratie moeten overstappen?
Worden
de
verschillende
loopbaanmogelijkheden
­
de
loopbaanmogelijkheden zijn groter in de federale administratie ­ en
het verschil tussen de beide personeelsstatuten gecompenseerd?
26.01 Kristof Waterschoot
(CD&V): Il y a quelques mois, le
gouvernement flamand a décidé
de procéder lui-même à la
perception
de
la
taxe
de
circulation. Un certain nombre de
membres du personnel seraient
transférés pour assurer le contrôle
et des moyens financiers seraient
également transférés à cet effet.
Selon
les
syndicats,
la
communication serait insuffisante
et
seuls
les
membres
du
personnel
des
brigades
motorisées entreraient en ligne de
compte.
Combien d'argent la Flandre
reçoit-elle? Combien de membres
du personnel sont concernés?
Quelles sont les conséquences
pour les membres du personnel du
niveau B qui parcourent le trajet
pour
accéder
au
niveau A?
Certains membres du personnel
seront-ils transférés d'office? La
différence
en
matière
de
possibilités de carrière sera-t-elle
compensée?
26.02 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, ik zal de inleiding
niet herhalen want de heer Waterschoot heeft dat schitterend
weergegeven. Ik heb enkele aanvullende vragen.
Ten eerste, werd de overheveling van federale ambtenaren reeds
gecommuniceerd met de ambtenaren van de FOd Financiën?
Ten tweede, klopt het dat er 94 federale ambtenaren uit het
departement Douane en Accijnzen worden overgeheveld naar het
Vlaams Gewest, en als dat klopt, uit welk deeldepartement van
Douane & Accijnzen komen deze dan?
26.02 Jan Jambon (N-VA): Le
transfert
des
fonctionnaires
fédéraux a-t-il déjà été évoqué
avec les fonctionnaires du SPF
Finances? Est-il exact que 94
fonctionnaires des Douanes et
Accises seront transférés? De
quels départements sont-ils issus?
De quels départements des
Finances viendront les 195 autres
fonctionnaires à transférer? Cette
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
70
Ten derde, uit welke departementen van Financiën zullen de overige
federale ambtenaren, ongeveer 195 als ik goed ben ingelicht, komen?
Ten vierde, zoals mijnheer Waterschoot al gevraagd heeft, is de
overstap op vrijwillige basis of gedwongen?
Ten vijfde, hoeveel ambtenaren hebben zich al gemeld voor een
vrijwillige overstap naar het Vlaams Gewest?
Ten slotte, wanneer zal de eerste federale ambtenaar effectief zijn
overstap naar het Vlaams Gewest maken?
mutation est-elle volontaire ou
forcée? Quel est le nombre actuel
des
volontaires?
Quand
les
premiers
transferts
seront-ils
effectifs?
26.03 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, collega's,
artikel 5, § 3, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende
de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten bepaalt dat
elk Gewest kan beslissen vanaf het tweede begrotingsjaar volgend op
de datum van notificatie van de gewestregering aan de federale
regering de dienst over te nemen van een groep gewestelijke
belastingen in de zin van artikel 3 van voormelde bijzondere wet.
Als een Gewest beslist de dienst van een groep belastingen over te
nemen, biedt artikel 68ter van dezelfde bijzondere wet de Gewesten
de keuze het personeel van de betrokken federale administraties al
dan niet over te nemen. Indien het Gewest opteert voor de overname
van het betrokken personeel, bekomt dat Gewest ieder jaar een
dotatie die wordt ingeschreven op de begroting van de FOD
Financiën.
Die dotatie stemt overeen met het gemiddelde van de voor de
begrotingsjaren '99 tot en met 2001 bepaalde kostprijs van de dienst
van de betrokken groep gewestelijke belastingen, vooraf uitgedrukt in
prijzen van 2002. Het aldus bekomen bedrag wordt vanaf het
begrotingsjaar 2003 jaarlijks aangepast aan de procentuele
verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen.
In uitvoering van voormeld artikel 68ter heeft de wet van 8 maart 2001
tot vaststelling van de totale kostprijs van de dienst van de
gewestelijke belastingen per Gewest en per groep van gewestelijke
belastingen het bedrag van de toe te kennen dotatie en het aantal
personeelsleden van de FOD Financiën, uitgedrukt in budgettaire
eenheden, bepaald dat in voorkomend geval aan de Gewesten wordt
overgedragen.
Teneinde uitvoering te kunnen geven aan die wettelijke bepaling, is
per administratie het aantal personeelsleden, uitgedrukt in fysieke
eenheden, vastgesteld dat voor iedere groep van gewestelijke
belastingen zal worden overgedragen.
Op 22 oktober 2009 heeft de Vlaamse minister van Financiën en
Begroting de beslissing van de Vlaamse regering de dienst van de
gewestelijke belastingen van groep 4, de verkeersbelasting, de
belasting op de inverkeersstelling en het Eurovignet, vanaf
1 januari 2011 over te nemen van de federale regering genotificeerd.
Met een brief van 5 februari 2010 werd ik vervolgens door dezelfde
minister formeel in kennis gesteld van de beslissing van de Vlaamse
regering van 15 januari 2010 tot een principiële goedkeuring van de
26.03 Didier Reynders, ministre:
La loi du 16 janvier 1989 précise
que chaque Région peut décider
de reprendre un service fédéral
d'un
groupe
régional
de
contributions. Il lui est libre alors
de reprendre ou non le personnel.
Si elle choisit cette option, elle
obtient une dotation du budget du
SPF Finances. Le montant est
calculé sur la base du coût moyen
sur plusieurs années budgétaires.
Le nombre de membres du
personnel qui sont transférés a été
fixé légalement pour chaque
groupe d'impôts régionaux.
Le 22 octobre 2009, le ministre
flamand des Finances et du
Budget a communiqué la décision
de reprendre le service Taxe de la
circulation à partir de 2011. Le
5 février 2010, j'ai été informé de
la reprise des membres du
personnel
de
l'administration
fédérale. Au total, 289 membres
du personnel seront transférés,
dont
94
fonctionnaires
des
Douanes et Accises. La dotation
annuelle
s'élèvera
à
11 565 145,78 euros.
C'est l'arrêté royal du 25 juillet
1989, modifié par les arrêtés
royaux du 20 mai 2009 et du
10 septembre 2009 qui règle le
transfert de personnel. L'arrêté
royal du 20 mai 2009 règle la
procédure
de
transfert
du
personnel du SPF Finances vers
les Régions. En l'absence d'un
nombre suffisant de volontaires,
des fonctionnaires sont désignés
d'office. D'autre part, l'arrêté royal
du 10 septembre 2009 inclut
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
71
overname van het contingent federale personeelsleden. Die
beslissing van de Vlaamse regering heeft, overeenkomstig de
bepalingen van de voorgaande wet van 8 maart 2001 tot gevolg dat in
totaal 289 personeelsleden, fysieke eenheden, moeten worden
overgeheveld naar het Vlaamse Gewest, waarvan 94 ambtenaren van
de Administratie van Douane en Accijnzen, en dat aan het Vlaamse
Gewest een jaarlijkse dotatie van 11 565 145,78 euro, nog te
indexeren, moet worden toegekend.
De regels betreffende de overdracht van personeelsleden zijn
vastgelegd in het koninklijk besluit van 25 juli 1989 tot vaststelling van
de wijze waarop personeelsleden van de federale ministeries
overgaan naar de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en naar het
verenigd
college
van
de
gemeenschappelijke
gemeenschapscommissie. Dit koninklijk besluit werd laatst gewijzigd
bij koninklijk besluit van 20 mei 2009 en 10 september 2009.
Het koninklijk besluit van 20 mei 2009 regelt de procedure die moet
worden gevolgd bij de overdracht van personeel van de
FOD Financiën naar de Gewesten. Het bepaalt onder meer dat bij
gebrek aan voldoende vrijwilligers ambtenaren van ambtswege
worden aangeduid. Anderzijds bevat het koninklijk besluit van
10 september 2009 verschillende maatregelen, gericht op het behoud
van de verworven rechten.
Wat inzonderheid vraag 3 van de heer Waterschoot betreft, is erin
voorzien dat wanneer op datum van de overdracht een vergelijkende
selectie voor overgang naar het niveau A is aangekondigd, de
personeelsleden die hieraan kunnen deelnemen het recht op
deelneming behouden, ook al worden zij tijdens de afwikkeling van de
selectie overgedragen.
Ik kom tot de aanvullende vraag van de heer Jambon. Op
25 mei 2009 werd op de site van de FOD Financiën uitgebreid
informatie verstrekt aan alle personeelsleden van de FOD Financiën
met betrekking tot de overname van de dienst van de Gewestelijke
Belastingen. Bovendien werd op 4 juni 2009 in dit verband een mail
verstuurd aan alle medewerkers. Ze hebben allen een mailadres, in
tegenstelling tot de situatie in 1999. Dat zal voor een volgende
vergadering zijn.
De informatie bevat uitleg over de overdracht van het personeel naar
de Gewesten, inzonderheid op het vlak van de procedure, publicatie
van de dienstorder tot oproep van kandidaten, de van toepassing
zijnde regels, voorrang voor vrijwilligers en aanduiding van
ambtswege bij gebrek aan voldoende vrijwilligers. In het raam van de
overname van de dienst van de Gewestelijke Belastingen van groep 4
werd ik pas per brief van 5 februari op de hoogte gebracht van de
beslissing van de Vlaamse regering om ook het betrokken federale
personeel over te nemen. De daartoe vereiste dienstorder zal zo
spoedig mogelijk en uiterlijk voor 1 mei 2010 worden gepubliceerd.
De beslissing van de Vlaamse regering heeft overeenkomstig de
bepalingen van de wet van 8 maart 2009 tot vaststelling van de totale
kostprijs van de dienst van de Gewestelijke Belastingen tot gevolg dat
in totaal 289 personeelsleden of fysieke eenheden moeten worden
overgeheveld naar het Vlaamse Gewest. Deze personeelsleden
zullen komen uit de administraties die betrokken zijn bij de dienst van
différentes mesures assurant le
maintien des droits acquis.
Si, au moment du transfert, une
sélection
comparative
pour
l'accession
au
niveau A
est
annoncée, les agents susceptibles
d'y participer conservent leur droit
de participation, même s'ils sont
transférés durant la procédure.
Le 25 mai 2009, le personnel a été
largement informé sur le site du
SPF. Un courriel a été adressé à
l'ensemble des collaborateurs le
4 juin 2009. Les informations
contiennent des explications sur le
transfert vers les Régions, la
procédure, l'appel aux candidats,
la priorité accordée aux volontaires
et la désignation d'office.
Ce n'est que le 5 février 2010 que
j'ai reçu un courrier de l'Exécutif
flamand, m'informant de son
intention de reprendre également
le personnel du service des Impôts
régionaux du groupe 4. L'ordre de
service requis sera publié dans les
meilleurs délais et avant le 1
er
mai
2010. La décision de l'Exécutif
flamand signifie que 289 agents
des
quatre
administrations
concernées doivent être transférés
à la Région flamande.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
72
de overgedragen belastingen, namelijk vier administraties. Morgen,
4 maart, is er een directiecomité over deze problematiek.
De cijfers over de oorsprong van de verschillende ambtenaren zijn de
volgende: 94 van Douane & Accijnzen, 140 van Invordering, 54 van
AOIF en 1 van de administratie van Fiscale Zaken.
We nemen die beslissingen in het directiecomité. Vandaag zijn het
voorlopige cijfers.
26.04 Kristof Waterschoot (CD&V): Een persoonlijke bedenking. Ik
ben er absoluut van overtuigd dat de uitvoering zal kloppen met de
door u aangehaalde regelgeving. Voor de mensen in kwestie blijft het
vreemd om te moeten overgaan naar een ander bestuursniveau. Zij
worden onmiddellijk op Mobiliteit geplaatst in een andere functie
waarmee men vandaag niet bezig is. Dat is niet uw
verantwoordelijkheid. Voor die mensen is het vreemd. Zij hebben die
job tot nu toe gedaan. Door een pure taakverschuiving komen zij in
een vacuüm terecht zonder te weten welke taak zij in de toekomst
moeten opnemen. Wiens fout het is, laat ik in het midden. Het is niet
de uwe. Ik betreur wel de manier waarop het geheel in onze
staatsstructuren is geregeld.
26.04 Kristof Waterschoot
(CD&V): Les intéressés ressentent
un sentiment étrange lorsqu'ils
sont transférés vers un autre
niveau d'administration. Ils se
retrouvent dans un vide et ignorent
quelles
tâches
leur
seront
confiées. Je déplore la façon dont
tout ceci est réglé dans nos
structures étatiques.
26.05 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw
duidelijk antwoord.
Ik denk dat ik op één vraag nog geen antwoord gekregen heb,
namelijk de vraag hoeveel vrijwilligers zich nu al hebben aangemeld.
Hebt u daar een idee van?
26.05 Jan Jambon (N-VA):
Combien de personnes se sont
déclarées volontaires?
26.06 Minister Didier Reynders: Mijnheer Jambon, ik heb daarover
geen elementen gezien in het voorbereid antwoord.
We zullen starten met een procedure. Ik heb enkele cijfers gegeven
op basis van de huidige stand van zaken. Na het directiecomité dat
morgen plaatsvindt, zal ik vragen om u schriftelijk een aanvullend
antwoord te sturen.
26.06 Didier Reynders, ministre:
Je vous communiquerai une
réponse écrite complémentaire à
ce sujet après le comité de
direction de demain.
Président: Kristof Waterschoot.
Voorzitter: Kristof Waterschoot.
26.07 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt daarvoor.
Ik heb begrepen dat er vanuit de Vlaamse regering een roadshow
opgestart zou worden om vrijwilligers bij Financiën warm te maken om
die overstap te maken. Ik neem aan dat daarvoor de nodige
faciliteiten gegeven worden. In dit geval pleiten wij wel voor faciliteiten.
Mijnheer de minister, tot slot wil ik u vragen of u het goedvindt dat ik
het schriftelijk antwoord op vraag 19933 in ontvangst kan nemen. Dan
is dat voor mijn part in orde.
26.07 Jan Jambon (N-VA): Le
gouvernement flamand tente de
convaincre des volontaires de
franchir le pas. Dans le cas
présent, je plaide pour des
facilités.
26.08 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, ik zal
proberen om mijn steun te geven om meer vrijwilligers te bekomen
om naar een ander departement te gaan. De toestand bij Financiën is
echter dermate goed dat het zeer moeilijk is om vrijwilligers te vinden.
26.08 Didier Reynders, ministre:
La
situation
au
sein
du
département des Finances est
toutefois tellement favorable qu'il
est très difficile de trouver des
volontaires.
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
73
26.09 Jan Jambon (N-VA): En in Vlaanderen is het zo slecht, dus...
26.10 Minister Didier Reynders: Dat heb ik niet gezegd. Maar zij
vragen om te blijven!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 19841 van de heer Terwingen is uitgesteld.
Le
président:
La
question
n° 19841 de M. Terwingen est
reportée.
27 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de voorwaarden voor de toepassing van het tijdelijk verlaagd btw-
tarief van 6 % op nieuwbouw" (nr. 19866)
27 Question de M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions d'application du taux temporairement réduit de TVA de 6 % pour
les nouvelles constructions" (n° 19866)
27.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, voor de toepassing van het tijdelijk verlaagd btw-tarief van
6 % op de eerste schijf van 50 000 euro in geval van nieuwbouw
wordt zowel in hoofde van de bouwheer als bij de verkrijger vereist dat
hij of zij, zonder uitstel, er zijn domicilie vestigt en behoudt tot
31 december van het vijfde jaar volgend op het jaar van de
ingebruikneming van het gebouw. Die periode van vijf jaar is uiteraard
lang. Het klein beschrijf inzake registratierechten kent een
vergelijkbare verplichting om drie jaar zijn domicilie te vestigen in de
aangekochte woning.
Als wij kijken naar de problemen die zich daarbij voordoen dan komt
het zelfs voor dat feitelijk samenwonende koppels al uiteen zijn voor
zij hun nieuwe woning betrekken. Het is dan ook niet denkbeeldig dat
een koppel zoveel ruzie maakt bij de bouw van een woning dat zij al
uiteen zijn vóór de woning in gebruik wordt genomen, laat staan dat zij
dan nog eens vijf jaar moeten samenblijven om de toepassing van het
verlaagd btw-tarief van 6 % te behouden.
Ik heb daarover een reeks vragen.
Ten eerste, staat een dergelijk lange termijn van vijf jaar niet haaks op
de wet van 27 april 2007 tot hervorming van de echtscheiding?
Ten tweede, zou het niet wenselijk zijn om de termijn van vijf jaar
terug te brengen tot drie jaar zoals bepaald in het klein beschrijf?
Ten derde, treedt de verjaring van de btw niet in na het verstrijken van
het derde jaar volgend op dat waarin de oorzaak van de
opeisbaarheid van de btw zich heeft voorgedaan, waardoor de
navordering in het vierde en vijfde jaar eigenlijk een maat voor niets
wordt?
Ten vierde, is het correct dat er geen nalatigheidsintresten en
administratieve geldboeten verschuldigd zijn indien een of meerdere
bouwheren of verkrijgers spontaan aangifte doen van het feit dat zij
de woning niet langer hoofdzakelijk als privéwoning gebruiken of er
hun hoofdverblijfplaats behouden binnen die vijfjarige termijn, en het
27.01 Jenne De Potter (CD&V):
Pour l'application du taux de TVA
temporairement ramené à 6 %
pour la première tranche de
50 000 euros pour une nouvelle
construction, le propriétaire doit
conserver son domicile pendant
cinq ans dans la nouvelle
habitation. Toutefois les couples
en cohabitation se sont parfois
déjà séparés avant d'entrer dans
leur nouvelle habitation.
Ce long délai de cinq ans n'est-il
pas en contradiction avec la loi
réformant le divorce? Ne serait-il
pas plutôt souhaitable de ramener
le délai de cinq à trois ans selon
l'exemple des frais d'acte réduits
pour les habitations modestes? La
prescription de la TVA n'entre-t-
elle pas en vigueur après la fin de
la troisième année qui suit l'année
au cours de laquelle la TVA est
devenue exigible? Est-il exact que
des intérêts de retard et des
amendes administratives ne sont
pas dus si un ou plusieurs maîtres
d'ouvrage ou acquéreurs déclarent
spontanément
le
fait
qu'ils
n'utilisent
plus
l'habitation
essentiellement comme habitation
privée ou résidence principale
dans ce délai de cinq ans et
règlent le tarif réduit de maximum
7 500 euros en sus? Si un seul
copropriétaire quitte l'habitation
prématurément, doit-il régler le
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
74
verschillende tarief van maximum 7 500 euro bijbetalen?
Ten vijfde, indien slechts een mede-eigenaar de woning vroegtijdig
verlaat, is het dan zo dat slechts verhoudingsgewijs op zijn aandeel
btw moet worden bijbetaald?
Ten zesde, geldt hetzelfde wanneer een of meerdere bouwheren of
verkrijgers om gewijzigde persoonlijke redenen niet zelf de woning in
gebruik nemen en, na spontane aangifte, betaling doen van de
verschuldigde btw?
Tot slot, zijn enkel bouwheren of verkrijgers en dus niet aannemers of
verkopers de btw verschuldigd zodra zij de woning niet langer als
hoofdverblijfplaats en/of hoofdzakelijk als privéwoning aanwenden?
supplément proportionnellement à
sa part de TVA? Cette mesure est-
elle
également
d'application
lorsqu'un ou plusieurs maîtres
d'ouvrage ou acquéreurs, à la
suite d'un changement dans leur
situation personnelle, n'occupent
pas eux-mêmes l'habitation et
après
l'avoir
signalé
spontanément, règlent la TVA
due? Seuls les maîtres d'ouvrage
ou les acquéreurs doivent-ils
régler la TVA dès qu'ils n'utilisent
plus l'habitation comme une
résidence principale ou une
habitation privée?
27.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
De Potter, u beoogt in essentie het geval van een koppel dat een
woning heeft laten oprichten, of heeft aangekocht, met toepassing van
het verlaagde btw-tarief van 6 % over een totaal gecumuleerde
maatstaf van heffing van 50 000 euro, onder de voorwaarden van
artikel 1quinquies van het koninklijk besluit nr. 20 inzake btw-tarieven.
Wanneer blijkt, of afdoend aangetoond wordt, dat de voorwaarde
inzake het gebruik van die woning door beide mede-eigenaars als hun
vaste privéwoning met domiciliëring vroegtijdig -- dit wil zeggen in de
loop van de in artikel 1quinquies, § 3, 1
e
lid van het voormelde
koninklijk besluit nr. 20 voorgeschreven periode -- niet langer vervuld
is wegens echtscheiding of uiteengaan van het koppel, wordt
aanvaard dat de terugstorting van het genoten belastingvoordeel niet
moet gebeuren. Indien er evenwel geen sprake is van een dergelijke
behoorlijk gerechtvaardigde oorzaak die de mede-eigenaars
verhindert samen het gebouw verder als hun vaste privéwoning te
gebruiken, moet het genoten belastingvoordeel van 7 500 euro
integraal te worden teruggestort door laatstgenoemden.
Ik verwijs ter zake naar uw vijfde, zesde en zevende vraag.
De integrale terugstorting is ook verplicht wanneer slechts één van de
twee mede-eigenaars de woning betrekt of vroegtijdig verlaat.
De voormelde belasting van 7 500 euro wordt opeisbaar op het tijdstip
waarop de voorwaarde van het gebruik van de woning door beide
mede-eigenaars als hun vaste privéwoning met domiciliëring
vroegtijdig niet meer vervuld is.
Krachtens artikel 81bis, § 1, 1
e
lid van het btw-wetboek is er verjaring
voor de vordering tot voldoening van die belasting na het verstrijken
van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de
opeisbaarheid van de belasting zich voordeed, overeenkomstig wat
voorafging. Dit is mijn antwoord op uw derde vraag.
Slechts wanneer de mede-eigenaars aangifte doen op de wijze die
bepaald is in artikel 1quinquies, § 3, 2
e
lid van voormeld koninklijk
besluit nr. 20 zijn er geen fiscale geldboeten verschuldigd in hoofde
van de betrokkenen.
27.02 Didier Reynders, ministre:
Lorsqu'il s'avère que la condition
relative à l'utilisation de cette
habitation
par
les
deux
copropriétaires à titre de logement
privé durable avec domiciliation
cesse
prématurément
d'être
remplie à la suite d'un divorce,
l'avantage fiscal obtenu ne doit
pas être restitué. Mais si aucune
cause
justifiée
n'intervient,
l'avantage fiscal de 7 500 euros
doit être intégralement restitué. Il
en va de même lorsqu'un seul des
deux copropriétaires emménage
dans l'habitation ou la quitte
prématurément.
L'impôt
de
7 500 euros est exigible dès que la
condition n'est plus remplie.
La prescription s'applique à
l'action en recouvrement de cet
impôt après la fin de la troisième
année civile qui suit celle au cours
de laquelle la cause d'exigibilité de
l'impôt est intervenue. Aucune
amende fiscale n'est due si et
seulement si les copropriétaires
effectuent
une
déclaration
conformément aux prescriptions
légales. Les intérêts ne sont pas
dus par les copropriétaires. Les
intérêts moratoires sont dus au
taux qui s'appliquent aux matières
civiles.
La réponse aux première et
deuxième questions de M. De
Potter est non. Ma préférence va
assurément aux mesures fiscales
très simples mais, dans ce cas-ci,
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
75
De intresten, beoogd in artikel 91, § 1 van het btw-wetboek zijn in
hoofde van de mede-eigenaars niet verschuldigd. De moratoire
intresten -- artikel 91, § 4 van het btw-wetboek --zijn verschuldigd
tegen de rentevoet in burgerlijke zaken, en met inachtneming van de
ter zake geldende regeling. Dit is het antwoord op uw vierde vraag.
Het antwoord op uw eerste en tweede vraag is ontkennend.
Ik moet u zeggen dat ik liever veel fiscale maatregelen heb in een
zeer eenvoudig stelsel. Hier gelden een aantal condities voor de
toepassing van de maatregel. Dat vergt een heel ingewikkeld
mechanisme, spijtig genoeg. Het is echter aan het Parlement of aan
de regering om de condities te bepalen voor de toepassing van de
maatregel.
un mécanisme très complexe s'est
malheureusement
avéré
nécessaire.
27.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor
uw uitgebreid antwoord, dat ik verder zal bestuderen.
U hebt gelijk als u zegt dat wij een vrij ingewikkeld systeem hebben
gecreëerd, met lange termijnen. In de toekomst moeten wij daarover
misschien eens nadenken.
27.03 Jenne De Potter (CD&V):
Nous avons en effet créé un
système très complexe que nous
devrons peut-être réexaminer à
l'avenir.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
28 Questions jointes de
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "les activités des banques BNP, KBC et Dexia dans certains paradis fiscaux" (n° 19868)
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la présence de banques aidées par l'État dans des paradis fiscaux" (n° 19877)
28 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de activiteiten van BNP, KBC en Dexia in bepaalde belastingparadijzen"
(nr. 19868)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de aanwezigheid in belastingparadijzen van banken die door de Staat geholpen
worden" (nr. 19877)
28.01 Marie Arena (PS): Monsieur le président, ma question porte
sur une information étonnante parue dans la presse néerlandophone.
D'après cette source, BNP Paribas, KBC et Dexia seraient toujours
actives dans des paradis fiscaux, un an après leur sauvetage. Les
trois banques auraient des dizaines de filiales, de fonds et de trusts
dans les îles Caïman, à Jersey, aux Bermudes.
Ces informations sont-elles exactes? Ces trois banques auraient-elles
toujours des activités dans ces paradis fiscaux mondialement
reconnus comme tels? À l'heure d'une lutte acharnée contre la fraude
fiscale et les paradis fiscaux - et je pense que vous partagez cette
préoccupation -, ne pensez-vous pas qu'il serait grand temps que ces
banques, que l'État belge a sauvées, abandonnent ces activités
nébuleuses? Quelle serait notre capacité à les y inciter?
28.01 Marie Arena (PS): Volgens
de Nederlandstalige pers zouden
BNP-Paribas, KBC en Dexia een
jaar nadat ze werden gered nog
steeds
actief
zijn
in
belastingparadijzen. Kloppen die
berichten? Wordt het niet hoog tijd
dat die door de overheid geredde
banken stoppen met dergelijke
duistere activiteiten? Hoe kunnen
we hen daartoe brengen?
28.02 Didier Reynders, ministre: Madame Arena, je ne renverrai
pas à l'audition que la commission de suivi va réaliser des différents
représentants des banques. J'ai demandé des éléments de réponse à
BNP Paribas, Dexia et KBC, puisque nous sommes directement
concernés.
28.02 Minister Didier Reynders:
Wat BNP-Paribas betreft, worden
er in de media momenteel een
aantal zaken door elkaar gehaald.
De
OESO-lijst
van
de
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
76
Voici la réponse. En ce qui concerne BNP Paribas, le contexte
médiatique actuel confirme l'existence d'une confusion sémantique
(paradis fiscaux, paradis réglementaires et places off shore) et d'un
amalgame instauré entre des pays dont la situation est très différente.
La seule liste de paradis fiscaux officiellement publiée au niveau
international est la liste des paradis fiscaux non coopératifs de l'OCDE
et, en date du 22 février 2010, toutes les juridictions examinées par le
global forum de l'OCDE se sont engagées à respecter les standards
fiscaux de l'OCDE, ce qui ne veut pas dire qu'elles les ont déjà
implémentés.
Les principales places off shore sont de véritables centres
économiques et d'expertise financière en termes d'activité
internationale. Un groupe de premier plan mondial comme
BNP Paribas doit pouvoir servir ses clients internationaux partout
dans le monde. Des places off shore comme la Suisse, Monaco, le
Luxembourg, les îles Anglo-Normandes, Caïman disposent d'une
réglementation solide en matière prudentielle comme en matière de
sécurité financière anti-blanchiment, anti-terrorisme.
De la même manière, des évolutions réglementaires sont intervenues
en matière d'intégrité des marchés, d'intérêt du client et d'éthique
professionnelle, la Suisse et les îles Anglo-Normandes ayant, par
exemple, intégré dans leur dispositif juridique, des dispositions issues
de récentes directives européennes qui ne leur sont pourtant pas
applicables.
L'existence d'éventuels avantages fiscaux n'exonère ni les clients ni
les banques d'une imposition dans l'État dans lequel ils sont
domiciliés.
Par ailleurs, la législation fiscale belge, comme les réglementations
des autres pays industriels, contient toute une panoplie permettant de
taxer les bénéfices abusivement localisés dans un paradis fiscal.
BNP Paribas Fortis a toujours tenu à respecter les recommandations
de la CBFA en la matière. Ces recommandations (circulaire 97/9 du
18 décembre 1997) aux établissements de crédit sur les mécanismes
spéciaux qui facilitent la fraude fiscale font partie du Code fiscal de
conduite de tout employé de BNP Paribas Fortis en Belgique ou à
l'étranger. Les processus à respecter sont similaires en matière de
blanchiment d'argent. La banque utilise également la liste des
indicateurs décrits dans l'arrêté royal du 3 juin 2007 pour informer la
CETIF de toute transaction susceptible d'être de la fraude fiscale
organisée.
Tout cela étant, BNP Paribas Fortis n'a qu'un nombre limité d'entités
localisées dans les pays dits "paradis fiscaux". La plupart des entités
localisées dans de tels pays de l'ancien groupe Fortis ont, en effet,
été cédées au gouvernement néerlandais.
Ces entités ne représentent qu'environ un pour-cent du bénéfice net
consolidé de BNP Paribas Fortis. On ne peut donc réellement affirmer
que BNP Paribas Fortis soit très actif dans de tels pays et utilise ces
pays en vue de réduire sa base imposable. En outre, les activités de
ces entités sont une pratique courante dans les services financiers,
comme par exemple la gestion de fonds à Guernesey où de très
nombreux fonds sont localisés.
belastingparadijzen
die
niet
meewerken aan de strijd tegen de
fiscale fraude is de enige officiële
lijst die internationaal gepubliceerd
is. Op 22 februari 2010 hebben
alle rechtsgebieden die door het
Global Forum onderzocht werden,
zich
ertoe
verbonden
de
belastingnormen van de OESO na
te leven.
De belangrijkste offshorelanden
zijn
echte
economische
en
financiële centra, die beschikken
over een degelijke regelgeving
inzake prudentieel toezicht en de
beveiliging tegen witwaspraktijken
en de financiering van terrorisme.
De regelgeving is aangepast om
de integriteit van de markten, de
belangen van de klant en
beroepsethiek te garanderen. Het
feit
dat
er
bepaalde
belastingvoordelen zijn, ontheft de
klanten en de banken niet van
belastingbetaling in de Staat waar
ze gevestigd zijn.
De Belgische belastingwetgeving
maakt het mogelijk in een
belastingparadijs
opgestreken
winsten te belasten. BNP-Paribas-
Fortis heeft de aanbevelingen van
de CBFA altijd in acht genomen.
De bank baseert zich op de
indicatoren die in het koninklijk
besluit van 3 juni 2007 opgesomd
worden, om de CFI te informeren
over elke transactie die onder de
noemer georganiseerde fiscale
fraude zou kunnen vallen.
BNP Paribas Fortis heeft slechts
een
beperkt
aantal
dochterondernemingen
in
zogenaamde belastingparadijzen,
aangezien de meeste in de
handen van de Nederlandse
regering zijn overgegaan.
Dat
vertegenwoordigt
slechts
1 procent van de geconsolideerde
nettowinst van BNP Paribas Fortis.
Dexia oefent momenteel geen
enkele commerciële activiteit uit in
de
betrokken
landen
(Kaaimaneilanden,
Jersey
en
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
77
Je vous le répète, je vous ai lu la réponse de la banque. Vous aurez
l'occasion d'interroger ses responsables en commission. On voit bien
que l'essentiel a été transféré aux autorités néerlandaises mais il faut
poursuivre dans cette voie de limitation des activités dans ce qu'on
peut définir comme des pays avec lesquels il faut éviter ce genre de
pratiques.
Voici la réponse de Dexia. La banque n'a aujourd'hui aucune activité
commerciale dans les trois pays évoqués: les Îles Caïman, Jersey et
les Bermudes. En ce qui concerne Jersey, Dexia a revendu son
activité fiduciaire le 17 avril 2009 et a lancé un processus de
liquidation de ses activités bancaires. La sortie définitive est prévue fin
2010.
La présence de Dexia dans les Îles Caïman se limite à quelques
véhicules d'émissions non actifs depuis plusieurs années et dont la
localisation s'explique par les considérations de flexibilité juridique qui
prévalaient à l'époque.
Enfin, Dexia n'a aucune activité ou implantation aux Bermudes. Par
ailleurs, Dexia a suivi de très près les travaux réalisés cette année par
l'OCDE et le G20 sur la mise en oeuvre des standards internationaux
visant à améliorer la transparence en matière fiscale et d'échange
d'informations et s'est engagé le 1
er
octobre 2009 à sortir des pays
qualifiés de paradis fiscaux par l'OCDE.
Voici maintenant la réponse de KBC. Un nombre très limité d'entités
KBC est établi dans des pays communément connus comme paradis
fiscaux: Jersey ou les Iles Caïman. Cependant, la présence dans ces
pays n'est aucunement guidée par des considérations fiscales. Les
revenus limités de ces entités sont entièrement ou en grande partie
imposés dans des pays comme les États-Unis ou le Royaume-Uni.
Leur présence est uniquement guidée par la conjonction de deux
conditions: la souplesse et la rapidité en matière de constitution de
sociétés, d'une part, et l'expertise spécifique, l'expérience et la
tradition propres aux bureaux qui y sont établis, par exemple en
matière d'émission d'instruments financiers, d'autre part.
Voilà pour la lecture des réponses des trois banques.
Vous pourrez interroger les représentants de ces banques en
commission. En outre, j'ai déjà expliqué à plusieurs reprises que nous
devons avancer - la difficulté étant de définir la liste des pays - vers un
mécanisme fiscal qui, quelles que soient les activités, oblige les
entreprises à déclarer leurs activités dans des paradis fiscaux, avec
pour conséquence l'obligation d'expliquer en quoi consiste la réelle
activité économique justifiant cette implantation. À défaut, il faut
pouvoir prendre des mesures fiscales plus lourdes en termes de
prélèvements. Nous devons aussi pouvoir inverser la charge de la
preuve lorsque nous sommes en possession d'éléments indiquant
une présence qui n'a pas été déclarée. Il faudra peut-être aussi
renforcer les prélèvements ou les sanctions à défaut de déclaration.
J'ai déjà évoqué ce mécanisme; nous devrons y travailler dans la
foulée des travaux des commissions en cours.
Bermuda). De bank heeft de
werkzaamheden van de OESO en
de G20 over de invoering van de
internationale normen met het oog
op meer transparantie op de voet
gevolgd, en heeft zich er op
1 oktober 2009 toe verbonden zich
terug te trekken uit de landen die
door
de
OESO
als
belastingparadijs
aangemerkt
worden.
KBC heeft een zeer beperkt aantal
entiteiten gevestigd op Jersey of
de Kaaimaneilanden; KBC heeft
voor die vestigingen gekozen
omwille
van
de
soepele
regelgeving
en
de
snelle
procedures inzake het oprichten
van vennootschappen, en de
specifieke expertise in die landen.
De beperkte inkomsten van die
vestigingen worden geheel of
grotendeels belast in landen als de
Verenigde Staten of het Verenigd
Koninkrijk.
De moeilijkheid schuilt in het
opstellen van de lijst van de
landen
die
bedrijven
ertoe
verplichten hun activiteiten in
belastingparadijzen aan te geven,
waaruit dan weer de verplichting
voortvloeit
om
de
reële
economische activiteit die als
verantwoording geldt voor deze
vestiging te omschrijven. We
moeten de bewijslast kunnen
omkeren,
wanneer
we
over
aanwijzingen beschikken dat een
bedrijf
een
niet-aangegeven
vestiging
heeft.
We
zouden
misschien
ook
zwaardere
heffingen of sancties moeten
kunnen opleggen in geval van niet-
aangifte.
28.03 Marie Arena (PS): Monsieur le ministre, si dans la réponse de
BNP Paribas on parle de "confusion sémantique" sur ce que l'on peut
28.03 Marie Arena (PS): Ik denk
echt dat die verschillende situaties
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
78
qualifier de paradis fiscal, il existe parfois aussi des "utilisations
sémantiques" qui permettent à ces institutions, si pas de cacher, en
tout cas d'habiller un certain nombre de mécanismes.
Comme vous le disiez, nous aurons certainement l'occasion
d'analyser les différentes situations et les raisons pour lesquelles ces
institutions sont installées dans ces paradis fiscaux. Je pense à la
charge fiscale mais aussi au manque de transparence. On abordera
certainement la problématique du secret bancaire. On retrouve aussi
dans ces paradis fiscaux la possibilité d'éluder l'impôt dans le pays
d'origine et d'y gérer un certain nombre de revenus et de moyens
financiers qui sortent complètement de la taxation.
Ces différentes réponses méritent une analyse et il sera intéressant
de décortiquer les différents mécanismes.
en mechanismen grondig dienen
te worden bestudeerd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Marie Arena.
Présidente: Marie Arena.
29 Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de mogelijke vrijstelling van accijnsborg voor bedrijven met een
AEO-certificaat" (nr. 19981)
29 Question de M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'éventuelle dispense de caution d'accise pour les entreprises en
possession d'un certificat AEO" (n° 19981)
29.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de minister, ik verwijs
naar het verslag van onze commissie over het wetsontwerp houdende
de algemene regeling inzake accijnzen. Staatssecretaris Clerfayt, die
u toen verving, stelde dat de Europese wetgeving de lidstaten
verplicht om een accijnsborgstelling op te leggen. België kan dus niet
zomaar zelf beslissen om een totale vrijstelling te verlenen voor het
stellen van een zekerheid. Dat werd tijdelijk opgelost door een
amendement van de regering, dat de accijnsborg beperkt tot een
maximum van 9 miljoen euro.
Mijnheer de minister, ik heb daar, net als toen in de commissie ­
maar het was toen heel erg laat ­, een aantal bedenkingen bij en de
volgende vragen.
Kunt u mij meedelen welke Europese wetgeving inzake
accijnsgoederen aan de lidstaten verplicht om een borgstelling op te
leggen?
Bent u bereid de mogelijkheid te onderzoeken om ook voor
accijnsgoederen tot een vermindering of vrijstelling van borgstelling te
komen? Ik weet dat er momenteel volop een vergelijkbaar onderzoek
loopt voor de douaneborg.
Mocht Europa die borgstelling inderdaad verplichten, bent u dan
bereid om die problematiek opnieuw op Europees niveau aan te
kaarten, om tot afstemming te komen en concurrentie daaromtrent te
vermijden?
29.01 Kristof Waterschoot
(CD&V): Le secrétaire d'État
Clerfayt a déclaré en commission
que la législation européenne
obligeait les États membres à
imposer un cautionnement des
accises. De quelle législation
européenne s'agit-il? Le ministre
envisage-t-il
d'examiner
la
possibilité de parvenir à une
diminution ou à une exemption du
cautionnement pour les biens
soumis aux accises? Le ministre
serait-il disposé à rediscuter de ce
problème au niveau européen?
29.02 Minister Didier Reynders: Ten eerste, de verplichting om een 29.02 Didier Reynders, ministre:
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
79
zekerheid te stellen bestemd om de risico's te dekken die inherent zijn
aan het overbrengen van de accijnsgoederen onder schorsing van
accijnzen,
is
opgenomen
in
artikel 18
primo,
van
de
richtlijn 2008/118/EG van 16 december 2009 van de Raad, houdende
een algemene regeling inzake accijnzen en houdende intrekking van
de richtlijn 92/12/EG.
Ten tweede, de nationale wetgeving voorziet reeds in de mogelijkheid
om het geheel der zekerheden die door een erkend entrepothouder
moeten worden gesteld, te beperken tot een maximumbedrag van
9 miljoen euro. De beperking houdt reeds een belangrijke
vermindering in van het bedrag dat als zekerheidsstelling kan worden
gevraagd aan de operatoren die actief zijn in de sectoren van de
zwaar belaste accijnsproducten, in het bijzonder sommige
energieproducten en alcohol.
Het bedrag van 9 miljoen euro is een compromis voor de
administratie, die de zekerheid heeft om de in het spel zijnde
accijnzen te kunnen innen, en anderzijds, voor de economische
operatoren, die met een financieringslast worden geconfronteerd. Op
dit ogenblik is het niet opportuun om aan het compromis te raken.
Ten derde, het spreekt voor zich dat ik bereid ben om actief deel te
nemen aan welke discussie dan ook, die door de Europese
Commissie omtrent de borgstelling aanhangig zou worden gemaakt.
Gelet op het feit dat er in de nationale wetgeving al in een beperking
van de waarborg is voorzien en gelet op de belangrijkheid van de
bedragen aan accijnzen die in het spel zijn in geval van onregelmatige
overbrengingen, acht ik het niet opportuun om op communautair
niveau een dergelijke discussie op gang te brengen. Het is een
correct compromis voor mijn administratie.
L'obligation concernée est prévue
à l'article 18 primo de la directive
2008/118/CE du Conseil du
16 décembre 2009 relative au
régime
général
d'accise
et
abrogeant la directive 92/12/CE.
La législation nationale prévoit
déjà la possibilité de limiter à un
montant maximal de 9 millions
d'euros l'ensemble des sûretés
qu'un entrepositaire agréé doit
constituer. Ce montant est un
compromis entre les exigences de
l'administration et les desiderata
des
opérateurs
économiques.
Actuellement, il n'est pas opportun
de toucher à ce compromis. Pour
mon administration, il s'agit d'un
compromis correct.
29.03 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de minister, ik begrijp
uw standpunt wel over het evenwichtig compromis inzake
9 miljoen euro, dat een aantal jaren geleden bereikt is. Mijn enig
probleem daarmee is dat het een plafond is. Er is dus geen enkele
link tussen de activiteiten van een onderneming en het plafond. In de
praktijk zijn het dus alleen de zeer grote spelers in accijnsgoederen,
die een voordeel hebben. Dat zijn in de praktijk de grote
oliemaatschappijen en een aantal spelers in de chemische industrie.
Zij hebben een voordeel bij het plafond en de rest eigenlijk niet. Het
zou mij dus logischer lijken om op termijn te evolueren naar een
systeem dat een link legt met de effectief gerealiseerde accijnzen die
verschuldigd zijn. Die is op dit moment totaal afwezig.
29.03 Kristof Waterschoot
(CD&V): Ces 9 millions d'euros
sont un plafond. En pratique, seuls
les très gros acteurs sur le marché
des biens d'accise jouissent d'un
avantage. Il s'agit notamment des
compagnies pétrolières et de
certains acteurs de l'industrie
chimique. Il serait au fond plus
logique d'évoluer vers un système
qui établisse un lien avec les
accises effectivement réalisées qui
sont dues. Or ce lien est
totalement absent actuellement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
30 Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de sale-and-lease-backoperaties met overheidsgebouwen"
(nr. 19315)
30 Question de M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les opérations de sale-and-lease-back concernant des bâtiments
publics" (n° 19315)
30.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mevrouw de voorzitter, 30.01 Kristof Waterschoot
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
80
mijnheer de minister, u kent de discussie over de sale-and-lease-
back-operatie van de overheidsgebouwen, die als mechanisme geen
slechte maatregel zou moeten zijn. Er is echter heel wat discussie
over de voorwaarden waarop de federale regering een aantal
gebouwen in deze constructie heeft gestoken.
Mijnheer de minister, klopt het dat de hele operatie ongeveer een half
miljard euro zal kosten? Hoeveel gebouwen worden er gehuurd door
de Regie der Gebouwen die daarvoor in de sale-and-lease-back-
operatie zaten? Hoeveel is de kostprijs hiervan per jaar? Hoeveel van
deze gebouwen waren vroeger eigendom van de overheid?
(CD&V):
Les
modalités
des
opérations de sale-and-lease-back
concernant
divers
bâtiments
publics sont très controversées.
Est-il exact que ces opérations
coûteront
environ
0,5 milliard
d'euros à l'État fédéral? Combien
de bâtiments la Régie des
Bâtiments loue-t-elle et à combien
se monte le coût de ces loyers?
Combien de ces bâtiments étaient
précédemment la propriété de
l'État belge?
30.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Waterschoot, de huur voor
de gebouwen die de Staat tussen 2001 en 2006 verkocht, bedraagt in
2010 150 850 266 euro. Taksen en onroerende voorheffingen zijn
daar inbegrepen. Dat bedrag is iets meer dan 30 % van het totaal
bedrag van de jaarlijkse huurgelden ten laste van de Regie
der Gebouwen.
Om die informatie te vervolledigen, en om de doelstellingen van de
sale-and-lease-backs tussen 2001 en 2006 zo goed mogelijk toe te
lichten, herinner ik er graag aan dat de toevlucht tot dat type operaties
allerhande voordelen heeft geboden1: een groter aantal federale
ambtenaren
wordt
ondergebracht
in
veel
betere
werkomstandigheden; de overheidsdiensten worden gecentraliseerd
waardoor veel versnipperd geraakte inplantingen, vooral in het
Brussels Gewest, worden geschrapt; de Staat vermijdt forse
investeringen in de uitvoering van zware renovatiewerken in
omvangrijke gebouwen; de risico's en verplichtingen van de eigenaar
zijn voor de privé-sector gedurende de gehele looptijd van de
huurovereenkomst; er worden aanzienlijke financiële opbrengsten
gegenereerd ten aanzien van de federale begroting.
De Regie der Gebouwen huurt momenteel 533 gebouwen tegen een
jaarlijks totaal bedrag van 411 443 000 euro. Van die gebouwen zijn
er 80 door de Staat verkocht en opnieuw gehuurd.
Dat zijn de verschillende elementen in antwoord op uw vraag.
30.02 Didier Reynders, ministre:
Le loyer des bâtiments que l'État
belge a vendus entre 2001 et 2006
s'élève
en
2010
à
150 850 266 euros,
ce
qui
représente environ 30 % du
montant total des loyers annuels
de la Régie des Bâtiments. La
Régie loue 533 bâtiments pour un
montant de 411 443 000 euros par
an dont 80 ont été vendus puis
reloués par l'État.
Les opérations de sale-and-lease-
back
ont
généré
plusieurs
avantages tels que de meilleures
conditions de travail pour le
personnel, la centralisation des
services publics, le fait de ne plus
devoir
réaliser
de
gros
investissements pour effectuer
des travaux de rénovation ou pour
couvrir des risques que tout
propriétaire doit supporter, et des
recettes budgétaires.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
31 Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het actieplan van de administratie douane en accijnzen" (nr. 19983)
31 Question de M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le plan d'action de l'administration des douanes et accises" (n° 19983)
31.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik heb een vraag over het actieplan van de Administratie
der Douane en Accijnzen. U meldde vorige week in de commissie ­
en dat vond ik zeer positief ­ dat de douane zou overgaan tot een
actieplan om de problemen met het PLDA-systeem weg te werken en
een oplossing te bieden voor de historische niet-aanzuiveringen.
Tegen 1 september zouden alle historische niet-aanzuiveringen zijn
weggewerkt. Ik ben recent toch nog bij een aantal bedrijven ter
plaatse geweest. Ook vandaag worden nog steeds heel wat
31.01 Kristof Waterschoot
(CD&V): Le ministre a déclaré la
semaine dernière au sein de cette
commission que les douanes
mettraient en oeuvre un plan
d'action destiné à résorber les
problèmes liés au système PLDA
et à apporter une solution à la
question des non-apurements. En
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
81
bijkomende niet-aanzuiveringsdossiers bijgecreëerd, door het falen
van het systeem ­ en dat ben ik met u eens ­ of door fouten gemaakt
bij aangiftes.
Kunt u toelichting geven over de concrete acties die in het actieplan
van de douane zijn opgenomen?
Kan dit actieplan, zoals overlegd met de privésector, worden bezorgd
aan de kamercommissie?
Zal er ook een structurele oplossing worden gevonden voor de niet-
aanzuiveringen die er vandaag nog bij komen?
Bevat het actieplan elementen van oplossing in de problematieken
van de directe vertegenwoordiging en de vrijstelling van douaneborg
bij een AEO-certificaat?
raison du mauvais fonctionnement
du système ou en raison d'erreurs
au niveau des déclarations, de
nouveaux dossiers sont encore
créés à ce jour. Pourriez-vous
fournir des précisions sur le plan
d'action? La commission pourrait-
elle en prendre connaissance?
Une solution structurelle sera-t-elle
apportée aux non-apurements et
au problème de la représentation
directe et de la dispense de
caution
douanière
pour
les
certificats AEO?
31.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Waterschoot, het door de Douane uitgewerkte actieplan betreft de
regularisatie van een niet-aangezuiverde aangifte ingevolge het
gebruik van noodprocedures die sinds de opstart van PLDA werden
uitgeroepen tot op het ogenblik van de aanpassing van het PLDA-
systeem.
Het betreft inzonderheid de volgende gevallen. Ten eerste, de niet-
aanzuivering van de summiere aangifte inkomende zeevracht. Ten
tweede, de wisselwerking tussen NCTS en PLDA. Ten derde, het
opvolgen van de (...).
Voor de wisselwerking NCTS-PLDA zal het systeem aangepast zijn
tegen eind augustus 2010. Ondertussen werd een gestructureerde
opvolging voor de nieuwe niet-aanzuiveringen uitgewerkt, waardoor
de handel en de plaatselijke douane de mogelijkheid hebben
onmiddellijk te reageren, zodat nieuwe niet-aanzuiveringen onder
controle zijn. Voor het regulariseren van al deze niet-aanzuiveringen
werden aan de gewestelijke directies van Antwerpen en Gent de
nodige bestanden bezorgd. De plaatselijke douane zal, op basis van
deze informatie, en met gebruikmaking van een risicoanalyse, de
nodige acties ondernemen.
Op 24 februari 2010 werden de concrete maatregelen van het
actieplan besproken met de handel. Het plan werd gunstig onthaald.
Tijdens deze vergadering werden de vooropgestelde acties, de timing
en de werkverdeling besproken. Er werden tevens afspraken gemaakt
om twee evaluatievergaderingen te beleggen met de handel.
Ik acht het niet aangewezen om het volledige actieplan ter
beschikking te stellen, vermits het eveneens gevoelige informatie
bevat over de uit te voeren risicoanalyse.
De problematiek van de indirecte vertegenwoordiging en van de
vrijstelling van borg bij een AEO-certificaat behoort niet tot het
actieplan over de niet-aanzuiveringen, maar werd apart met de handel
overlegd.
Wat de directe vertegenwoordiging betreft, wordt onderzocht of die
wijzen van vertegenwoordiging kunnen worden toegelaten, alvorens
het nieuwe communautaire Douanewetboek in 2013 van toepassing
31.02 Didier Reynders, ministre:
Le plan d'action concerne la
régularisation
de
certaines
déclarations qui n'ont pu être
apurées par le recours à des
procédures d'urgence depuis le
démarrage du PLDA jusqu'à
l'adaptation du système.
Pour les interactions NCTS-PLDA,
le système sera aménagé d'ici à la
fin du mois d'août 2010. Une
solution structurée a été mise en
place pour les nouveaux non-
apurements.
Les
fichiers
nécessaires ont été transmis à cet
effet aux directions régionales
d'Anvers et de Gand.
Le 24 février, les mesures du plan
d'action ont été présentées aux
commerçants
qui
les
ont
accueillies
favorablement.
Rendez-vous a été pris pour deux
réunions d'évaluation. Il m'est
impossible de mettre le plan
d'action à votre disposition car il
contient
des
informations
sensibles.
Le problème de la représentation
indirecte et de la dispense de
caution en cas de certificat AEO
ne sont pas inclus dans le plan
d'action, mais ont été évoqués
avec les commerçants. Pour la
représentation directe, il faut
adapter les prescriptions du
système PLDA. Cette analyse
démarrera prochainement.
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
82
wordt en alvorens de Belgische wetgeving is aangepast. Directe
vertegenwoordiging vergt echter in de eerste plaats het aanpassen
van de voorschriften en van het elektronisch PLDA-systeem zelf.
Deze analyse zal binnenkort worden opgestart, met de contracten.
31.03 Kristof Waterschoot (CD&V): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het is jammer dat de heer Jambon er niet meer
is om mij uit te lachen met wat ik nu ga zeggen.
Ik heb de laatste tijd de indruk dat wij in het dossier inzake douane en
accijnzen een hele vooruitgang aan het maken zijn, waarvoor dank.
Ik vind het een beetje jammer dat uw administratie het actieplan niet
aan deze commissie wil bezorgen. Ik denk dat dit minder met de
gevoeligheid van het actieplan te maken heeft, maar meer met de
gevoeligheid van een aantal mensen bij de administratie. Ik denk dat
dit meer de reden is dan de gevoelige inhoud over de selectie. Voor
zover ik weet staat daar immers niet zo veel over in.
Ik dank u voor de positieve evolutie in dit dossier.
31.03 Kristof Waterschoot
(CD&V): Il est regrettable que
nous ne puissions pas prendre
connaissance du plan d'action. Je
me
demande
si
la
raison
invoquée, à savoir le caractère
sensible de son contenu, n'est pas
une excuse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
32 Vraag van de heer Kristof Waterschoot aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de uitbreiding van het stelsel sloop- en nieuwbouw tot het hele
grondgebied" (nr. 19985)
32 Question de M. Kristof Waterschoot au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'extension du régime de démolition et reconstruction à tout le
territoire" (n° 19985)
32.01 Kristof Waterschoot (CD&V): Mijnheer de minister, mijn
vraag gaat over het stelsel voor sloop en nieuwbouw in verpauperde
gebieden, de afloop ervan en de uitbreiding ervan.
In het raam van de crisismaatregelen werd het stelsel voor sloop en
nieuwbouw uitgebreid naar het hele grondgebied. Dit houdt in dat wie
voor 31 maart eigenaar geworden is van een gebouw, dat sloopt en
een volledig nieuw bouwt, aan 6 % kan werken. Nu is er een discussie
tussen een aantal ontwikkelaars en de btw-administratie.
De Antwerpse btw-administratie interpreteerde in elk geval de datum,
31 maart, in dit stelsel als de datum waarop de notariële akte verleden
moet zijn. Sommigen trekken dit in twijfel en zeggen dat de
regelgeving enkel zegt dat men eigenaar geworden moet zijn, en dat
men al eigenaar wordt bij het ondertekenen van het compromis, als
daar geen opschortende voorwaarden in staan.
Mijn vraag is: hoe zit het nu? Bent u het eens met die interpretatie dat
het ondertekenen van een compromis zonder opschortende
voorwaarden als datum van aankoop genomen kan worden?
32.01 Kristof Waterschoot
(CD&V): Dans le cadre des
mesures anti-crise, le régime en
vigueur pour les travaux de
démolition et de reconstruction a
été étendu à l'ensemble du
territoire. Toute personne devenue
propriétaire d'un bâtiment avant le
31 mars et qui le démolit pour en
construire un nouveau bénéficie
d'un taux réduit de TVA de 6 %.
L'administration
de
la
TVA
d'Anvers interprète cette date du
31 mars comme la date à laquelle
l'acte notarié doit être passé.
Certains
auteurs
de
projets
affirment
que
l'on
devient
propriétaire dès la signature du
compromis, si celui-ci ne contient
aucune condition suspensive.
Le
ministre
partage-t-il
l'interprétation selon laquelle la
date de signature d'un compromis
ne contenant aucune condition
suspensive peut être considérée
comme étant la date d'achat?
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
83
32.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Waterschoot, een van de
voorwaarden om van zo een verlaagd btw-tarief van 6 % te genieten,
is het feit dat de aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning
met betrekking tot de bedoelde werken, voor 1 april 2010 moet
worden ingediend bij de bevoegde overheid. In tegenstelling tot
hetgeen u veronderstelt, is het tijdstip waarop men eigenaar wordt niet
van belang.
Het vormt dus geen beletsel voor de toepassing van het verlaagde
btw-tarief van 6 % voor de afbraak en de daarmee gepaard gaande
heropbouw van een privéwoning, indien een persoon na 1 april 2010
een afbraakpand aankoopt en voor die datum een aanvraag voor de
stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de bedoelde
afbraak- en heropbouwwerken werd ingediend door de verkoper van
dat pand. De overige voorwaarden moeten vanzelfsprekend ook
vervuld zijn.
Ik herinner eraan dat het voor de toepassing van artikel 1 quater wel
van belang is dat het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt,
overeenkomstig artikel 22 van het BTW-Wetboek, zich uiterlijk
voordoet op 31 december 2010.
Indien u een concreet geval voor het oog hebt, ben ik steeds bereid
het te laten onderzoeken door de bevoegde diensten van mijn
administratie, voor zover u mij althans de nodige informatie verschaft.
32.02 Didier Reynders, ministre:
Pour que le taux de TVA réduit de
6 % puisse être appliqué, la
demande de permis d'urbanisme
relative aux travaux visés doit être
introduite auprès de l'autorité
compétente avant le 1
er
avril 2010.
La date à laquelle on devient
propriétaire n'est pas importante.
Si une personne achète après le
1
er
avril 2010 un bien destiné à la
démolition
pour
lequel
une
demande de permis d'urbanisme a
été introduite par le vendeur du
bien avant cette date, le taux de
6 % pourra donc aussi être
appliqué. Les autres conditions
doivent évidemment aussi être
remplies.
Pour
l'application
de
l'article 1quater, par contre, il est
important que la date d'exigibilité
de la taxe soit le 31 décembre
2010 au plus tard.
32.03 Kristof Waterschoot (CD&V): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik zal u de
informatie bezorgen, want het gaat in het concreet geval over de
verkoop van appartementsgebouwen die al af zijn en waar een
stedenbouwkundige vergunning voor is in het kader van een
promotieopdracht. Daar bestaat discussie over het compromis.
Ik dank u voor uw geduld vandaag met al mijn vragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
33 Vraag van mevrouw Barbara Pas aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de goedkeuring van de Regie der Gebouwen voor het gebruik van
haar gebouwen" (nr. 20061)
33 Question de Mme Barbara Pas au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'accord de la Régie des Bâtiments concernant l'utilisation de ses immeubles"
(n° 20061)
33.01 Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, al verscheidene jaren
wordt in de oude kazerne in Dendermonde met de steun van de stad
jaarlijks het muziekfestival City Sounds georganiseerd, een van de
weinige overblijvende grote muzikale evenementen in het centrum
van de stad. Het is een zeer succesvol evenement dat elk jaar meer
deelnemers kent.
Voor het gebruik van de oude kazerne waar dit plaatsvindt bestaat er
een convenant tussen de Regie der Gebouwen en de stad
Dendermonde. De Regie der Gebouwen is eigenaar van deze
kazerne. Voor de editie van City Sounds van dit jaar kregen de
organisatoren van de stad te horen dat er in het kader van de
33.01 Barbara Pas (VB): Depuis
plusieurs années, un festival de
musique dénommé "City Sounds"
est organisé dans l'ancienne
caserne de Termonde avec l'appui
de la ville. Une convention passée
entre la Régie des Bâtiments et la
ville de Termonde permet aux
organisateurs
d'utiliser
cette
caserne. Cette année, pour des
raisons
de
sécurité,
les
organisateurs ont besoin, pour la
03/03/2010
CRIV 52
COM 816
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
84
veiligheid eerst een formele goedkeuring moet zijn van de Regie der
Gebouwen opdat zij opnieuw gebruik zouden kunnen maken van het
gebouw.
Mijnheer de minister, ik heb hier een aantal vragen over. De eerste
vraag is een algemene. Is het de gewoonte dat de Regie
der Gebouwen steeds formeel goedkeuring geeft voor het gebruik van
de gebouwen waarvan zij eigenaar is? Zo ja, is dat ook het geval als
er reeds een convenant over het gebruik bestaat?
Ten tweede enkele vragen met betrekking tot dit concrete geval.
Werd er voor de vorige edities van City Sounds formeel goedkeuring
gegeven door de Regie der Gebouwen voor het gebruik van de oude
kazerne? Is het voor de editie van dit jaar nodig dat de Regie der
Gebouwen haar goedkeuring geeft?
première fois, de l'accord formel
de la Régie des Bâtiments pour
encore
pouvoir
utiliser
ce
bâtiment.
La Régie des Bâtiments doit-elle
toujours donner son accord, en
tant que propriétaire, pour que des
bâtiments soient utilisés à d'autres
fins que celles prévues? Est-ce
également le cas lorsqu'il existe
une convention? La Régie des
Bâtiments a-t-elle déjà, dans le
passé, donné son accord à
l'organisation du festival City
Sounds?
Son
accord
est-il
nécessaire pour l'édition 2010?
33.02 Minister Didier Reynders: Mevrouw de voorzitter, mevrouw
Pas, het is inderdaad volgens de geplogenheden dat de Regie
der Gebouwen een formeel akkoord heeft voor het gebruik van de
staatsgebouwen die zij in beheer heeft. Wanneer de Regie
der Gebouwen dergelijke aanvragen voor het gebruik van een
gebouw ontvangt, onderzoekt zij of een gebruikstoelating kan
gegeven worden en onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren.
De Regie der Gebouwen onderzoekt in eerste instantie of het
beoogde gebruik valt onder de functie van het gebouw. Ingeval het
gebouw een bestemming heeft, houdt de Regie der Gebouwen steeds
rekening met het standpunt van de gebruiker van het gebouw. Andere
criteria die onderzocht worden in het kader van dergelijke aanvragen
zijn de veiligheidsvoorschriften, de praktische modaliteiten, afspraken
rond vergoedingen, aansprakelijkheid en verzekeringen.
Voor de kazerne te Dendermonde werd in de aankoopakte een gratis
gebruiksrecht door de stad bedongen voor een periode van drie jaar.
Bij verder gebruik door de stad zou de stad hiervoor moeten betalen.
Na deze periode van drie jaar heeft de Regie der Gebouwen het
aankoopcomité dan ook gevraagd een huurvergoeding te bepalen en
werd een voorstel van huurovereenkomst aan de stad overgemaakt.
Dit voorstel van contract werd ondanks aandringen van de juridische
dienst van de Regie der Gebouwen evenwel nooit door de stad
ondertekend.
In 2004 heeft de stad haar intentie laten blijken om de site te
ontruimen met uitzondering van één tube voor het Ros Beiaard. De
stad heeft aan haar intentie tot dusver evenwel geen gevolg gegeven
en gebruikt tot op vandaag de kazerne voor de opslag van
praalwagens, grote museumstukken die tegen vocht kunnen,
bloembollen en dergelijke meer.
Dergelijke toestand kan niet blijven voortduren. Ik heb dan ook aan de
Regie der Gebouwen gevraagd onmiddellijk te onderzoeken op welke
wijze aan dit gedogen zo vlug mogelijk een einde kan worden gesteld
teneinde dit staatsgoed op de meest geschikte wijze te valoriseren.
In geen geval werden afspraken gemaakt met de stad over het
gebruik van het gebouw door derden. Een kandidaat-gebruiker dient
33.02 Didier Reynders, ministre:
Il est en effet d'usage que la Régie
des Bâtiments soit en possession
d'un accord formel avant toute
utilisation des bâtiments publics
gérés par cet organe. Lors de
chaque demande d'utilisation d'un
bâtiment, la Régie s'assure qu'une
autorisation d'utilisation peut être
délivrée et examine les conditions
dans lesquelles cette occupation
peut avoir lieu. La Régie vérifie en
premier
lieu
si
l'utilisation
envisagée répond à la fonction du
bâtiment. Les règles en matière de
sécurité, les modalités pratiques
ainsi que le volet financier, les
responsabilités et les questions
d'assurances sont également pris
en considération.
En ce qui concerne la caserne de
Termonde, un droit d'utilisation à
titre gratuit a été obtenu par la ville
pour une période de trois ans.
Passé ce délai, la ville devait payer
des droits si elle désirait continuer
à utiliser le bâtiment. Après cette
période de trois ans, la Régie a
demandé au comité d'acquisition
de déterminer une indemnité
locative. En dépit de l'insistance du
service juridique de la Régie, cette
proposition de contrat n'a jamais
été signée par la ville. La ville n'a
pas davantage mis en oeuvre son
projet,
annoncé
en
2004,
d'abandonner le site. J'ai dès lors
demandé à la Régie d'examiner
immédiatement le moyen le plus
CRIV 52
COM 816
03/03/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
85
zich dus tot de Regie der Gebouwen te wenden, die de aanvraag zal
beoordelen.
De Regie der Gebouwen heeft nog nooit een aanvraag ontvangen van
de organisatoren van City Sounds en heeft dus ook nooit eerder zijn
goedkeuring gegeven.
City Sounds dient zich voor een aanvraag voor het gebruik van een
gebouw tot de Regie der Gebouwen te wenden. Zo simpel is het.
rapide de mettre fin à cette
situation. Aucun accord n'ayant été
signé avec la ville concernant
l'utilisation du bâtiment par des
tiers, tout candidat utilisateur doit
s'adresser à la Régie.
La Régie des Bâtiments n'a
encore jamais reçu de demande
des organisateurs de City Sounds
et elle n'a dès lors encore jamais
donné son approbation par le
passé.
33.03 Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw
uitgebreid antwoord.
Ik heb u inderdaad in het verleden al vragen gesteld over de
bestemming van die oude kazerne, omdat daar met de stad
onduidelijkheid over was.
Ik begrijp de organisatoren van City Sounds wel. Een belangrijk
criterium dat u ook hebt vernoemd, is de veiligheid. Het gebouw heeft
altijd, voor de organisatie van het evenement van City Sounds,
positief advies gekregen van de brandweer en de politiediensten
inzake veiligheid. Dat is ook dit jaar het geval.
Ik hoop dan ook, als City Sounds een aanvraag indient bij de Regie
der Gebouwen, dat het zo snel mogelijk een antwoord kan krijgen en
zo snel mogelijk duidelijkheid heeft. Als City Sounds wil overgaan tot
praktische regelingen voor zijn evenement, boekingen en dergelijke,
dan heeft het immers wel een snelle reactie nodig.
33.03 Barbara Pas (VB):
J'espère que la Régie des
Bâtiments fournira rapidement une
réponse dès que City Sounds aura
introduit une demande.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.54 uur.
La réunion publique de commission est levée à 18.54 heures.