KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 806
CRIV 52 COM 806
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN
C
OMMISSION DES
R
ELATIONS EXTERIEURES
woensdag
mercredi
24-02-2010
24-02-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
houding van de Europese president over de
Vlaamse Beweging" (nr. 17422)
1
Question de Mme Alexandra Colen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"l'attitude du président européen vis-à-vis du
mouvement flamand" (n° 17422)
1
Sprekers:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
loonsverhoging voor EU-ambtenaren" (nr. 18544)
2
Question de Mme Alexandra Colen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"l'augmentation du traitement des fonctionnaires
européens" (n° 18544)
2
Sprekers:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
EU-informatiecampagne in Turkije" (nr. 18545)
4
Question de Mme Alexandra Colen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"la campagne d'information de l'UE en Turquie"
(n° 18545)
4
Sprekers:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
situatie in Egypte en het onderzoek naar
sektarisch geweld" (nr. 18546)
4
Question de Mme Alexandra Colen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"la situation en Egypte et l'enquête sur la violence
sectaire" (n° 18546)
4
Sprekers:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de EU
in de VN" (nr. 18547)
6
Question de Mme Alexandra Colen au vice-
premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles sur
"l'UE au sein des Nations Unies" (n° 18547)
6
Sprekers:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Alexandra
Colen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
8
- de heer Gerald Kindermans aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "diens
deelname aan de Conferentie in Londen rond
Afghanistan" (nr. 18852)
8
- M. Gerald Kindermans au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "sa participation à
la Conférence de Londres sur l'Afghanistan"
(n° 18852)
8
- de heer André Flahaut aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
vergadering
van
de
EU-ministers
van
Buitenlandse Zaken" (nr. 18885)
8
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la réunion des ministres des
Affaires étrangères de l'Union européenne"
(n° 18885)
8
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
conferentie in Londen op 28 januari" (nr. 18897)
8
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la conférence du 28 janvier à
Londres" (n° 18897)
8
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
conferentie in Londen op 28 januari" (nr. 18898)
8
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la conférence du
28 janvier à Londres" (n° 18898)
8
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Londen-conferentie over Afghanistan" (nr. 18998)
8
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la conférence de
Londres sur l'Afghanistan" (n° 18998)
8
- de heer André Flahaut aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
internationale conferentie te Londen over
Afghanistan" (nr. 19008)
8
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la conférence internationale
de Londres sur l'Afghanistan" (n° 19008)
8
Sprekers:
Gerald
Kindermans,
Hilde
Vautmans, voorzitter van de Open Vld-fractie,
Dirk Van der Maelen, Wouter De Vriendt,
Steven Vanackere, vice-eerste minister en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Gerald
Kindermans,
Hilde
Vautmans, présidente du groupe Open Vld,
Dirk Van der Maelen, Wouter De Vriendt,
Steven Vanackere, vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
20
Questions jointes de
20
- de heer Bruno Tuybens aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
mensonwaardige leefomstandigheden van de
Roma" (nr. 18857)
20
- M. Bruno Tuybens au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions de vie
inhumaines des Roms" (n° 18857)
20
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Roma" (nr. 18884)
20
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "les Roms"
(n° 18884)
20
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
uitspraak van de Israëlische premier" (nr. 18843)
23
Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la déclaration du
premier ministre israélien" (n° 18843)
23
Sprekers:
Fouad
Lahssaini,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Fouad
Lahssaini,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Samengevoegde vragen van
26
Questions jointes de
26
- de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
diplomatiek incident met de heer Michel"
(nr. 18844)
26
- M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur
"l'incident diplomatique
impliquant M. Michel" (n° 18844)
26
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
toegang tot de Gazastrook" (nr. 18917)
26
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'accès à la bande
de Gaza" (n° 18917)
26
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
Belgische
standpunt
over
Israël-Palestina"
(nr. 19643)
26
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la position de la
Belgique en ce qui concerne la situation en Israël
et en Palestine" (n° 19643)
26
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
- mevrouw
Marie
Arena
aan
de
vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
verbod op werkvisa voor ontwikkelingswerkers
van ngo's in de Palestijnse gebieden" (nr. 19357)
26
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'interdiction d'obtenir des
visas de travail pour les coopérants des ONG
dans les territoires palestiniens" (n° 19357)
26
Sprekers: Fouad Lahssaini, Wouter De
Vriendt, Marie Arena, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Fouad Lahssaini, Wouter De
Vriendt, Marie Arena, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
34
Questions jointes de
34
- de heer Georges Dallemagne aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
actie van B-Fast in Haïti" (nr. 18624)
34
- M. Georges
Dallemagne
au
vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'action de B-Fast
à Haïti" (n° 18624)
34
- de heer André Flahaut aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
vergadering
van
de
EU-ministers
van
Buitenlandse Zaken" (nr. 18885)
34
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la réunion des ministres des
Affaires étrangères de l'Union européenne"
(n° 18885)
34
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
Europese hulp voor Haïti" (nr. 18918)
34
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre
et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "l'aide européenne
en faveur de Haïti" (n° 18918)
34
Sprekers: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Wouter De Vriendt, Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "het
Iraanse nucleaire programma en mogelijke
sancties" (nr. 19784)
37
Question de M. Mark Verhaegen au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le programme
nucléaire iranien et les éventuelles sanctions"
(n° 19784)
37
Sprekers:
Mark
Verhaegen,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Buitenlandse Zaken en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Mark
Verhaegen,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Ben Weyts aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de
problematiek van de Marokkaanse voornamen"
(nr. 19606)
40
Question de M. Ben Weyts au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le problème des
prénoms marocains" (n° 19606)
40
Sprekers: Ben Weyts, Steven Vanackere,
vice-eerste
minister
en
minister
van
Buitenlandse
Zaken
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Ben Weyts, Steven Vanackere,
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BUITENLANDSE BETREKKINGEN
COMMISSION DES RELATIONS
EXTÉRIEURES
van
WOENSDAG
24
FEBRUARI
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
24
FÉVRIER
2010
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door de heer Dirk Van der Maelen.
La séance est ouverte à 14.20 heures et présidée par M. Dirk Van der Maelen.
01 Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de houding van de Europese president over de Vlaamse
Beweging" (nr. 17422)
01 Question de Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "l'attitude du président européen vis-à-vis du mouvement flamand"
(n° 17422)
01.01 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, deze vraag stel ik naar aanleiding van uitspraken van
Herman Van Rompuy, de huidige president van Europa. In het
weekblad Elsevier verklaarde hij op 7 november 2009 in een interview
dat hij als Europeaan werd opgevoed. Hij noemde de Europese
gedachte en ik citeer hier zijn woorden: "een antidotum voor
flamingantisme, een tegengif tegen de Vlaamse beweging". President
Van Rompuy beschouwt de Vlaamse Beweging blijkbaar als een gif.
Dat is in alle geval de beeldspraak die hij gebruikt.
De Vlaamse Beweging heeft ervoor gezorgd dat de Vlaamse identiteit
bewaard bleef in een tijd waarin men de Nederlandse taal en cultuur
in ons land probeerde te vernietigen. Zelfs voorstaande
christendemocraten zoals priester Daens en Frans Van Cauwelaert
beschouwden zich als flaminganten en noemden zich ook zo. Voor
hen was "flamingant" een woord dat eigenlijk door tegenstanders
van de Vlaamse beweging was bedacht een eretitel.
Graag vernam ik of ook u en de Belgische regering Europa als een
antidotum voor flamingantisme - dus de woorden van Herman
Van Rompuy - en een tegengif voor de Vlaamse beweging
beschouwt.
Indien niet, vernam ik graag hoe u er zal op toezien dat de nieuwe
Europese president zijn positie niet zal misbruiken om de historische
verwezenlijkingen van de Vlaamse beweging, die naar hij zelf
aangeeft een tegengif behoeft, terug te draaien.
01.01 Alexandra Colen (VB):
Dans une interview parue dans
l'hebdomadaire
Elsevier
en
novembre 2009, le président
européen, M. Van Rompuy, a
qualifié
l'idée
européenne
d'antidote au Mouvement flamand.
Ce point de vue est-il partagé par
le gouvernement? Le ministre
veillera-t-il à ce que le président
européen n'abuse pas de sa
position pour remettre en cause
les
acquis
historiques
du
Mouvement flamand?
01.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Colen, ik heb het interview met de toenmalige Belgische eerste
minister Van Rompuy in Elsevier van 7 november laatstleden ook
gelezen. Hoewel u het met mij eens zult zijn dat wij geen club van
tekstexegeten zijn, is het toch wijs het fragment waarvan sprake even
eruit te lichten.
01.02
Steven
Vanackere,
ministre: J'ai également lu cette
interview,
dans
laquelle
le
président Van Rompuy décrit son
éducation par les Jésuites, qui
considéraient
le
Mouvement
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Ik citeer uit de tekst. Eerst is er een beschrijvend stuk: "De
intellectueel Van Rompuy sluit zijn gedachten niet op binnen de
landsgrenzen. Hij is een Europeaan. `Zo zijn wij opgevoed bij de
jezuïeten. De Europese gedachte was een antidotum voor
flamingantisme, een tegengif tegen de Vlaamse beweging' ".
Wanneer ik lees wat ik lees, stel ik vast dat de heer Van Rompuy een
beschrijving van zijn opvoeding geeft, en voor zover men een mening
geventileerd kan zien, veeleer een beschrijving hoe de jezuïeten, die
hem opvoedden, tegen een aantal zaken aankeken. Hij geeft zijn
persoonlijke mening niet weer.
Voor het overige vind ik dat het vervolg van uw vraag niet van
toepassing is. Ik ben het immers niet met u eens dat de heer Van
Rompuy de woorden die hij in de mond neemt, voor zijn rekening
neemt, maar veeleer een beschrijving geeft van de wijze waarop hij in
zijn jeugd een opvoeding heeft genoten.
flamand comme du poison. Il ne
s'agit dès lors pas de son opinion
personnelle. Je ne peux donc pas
répondre
aux
questions
de
Mme Colen.
01.03 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de minister, ik neem akte
daarvan. In zijn functie van president van de Europese Unie zit hij nu
natuurlijk een instelling voor die zelf ook boven nationalisme en
regionalisme wil uitstijgen, en dat ook herhaaldelijk zegt. Ik zal er in
elk geval op blijven toezien dat men de Europese positie en ambities
niet gebruikt om zich af te zetten tegen de eigen identiteit. Dat is
immers niet de bedoeling, en is dat ook nooit geweest van het
oorspronkelijke Europese project. Gezien het feit dat de voormalige
premier van België de eerste president van Europa is, hoop ik dat hij
zich in het vervolg zal hoeden voor dergelijke uitspraken en voor
misverstanden die daaruit kunnen voortkomen.
Er is nog een aspect dat altijd in de Vlaamse beweging heeft gezeten,
misschien bij de jezuïeten van Herman Van Rompuy maar
bijvoorbeeld wel bij August Vermeylen, met name een heel sterke
correlatie tussen de Vlaamse beweging en het Europese
gedachtegoed: Vlaming zijn om Europeeër te zijn. Dat wil ik gewoon
even kwijt. De twee staan niet in tegenstelling tot elkaar.
01.03 Alexandra Colen (VB): Je
veillerai à ce que le président Van
Rompuy n'utilise pas son ambition
européenne de transcender le
nationalisme et le régionalisme
pour s'opposer à sa propre
identité. Le Mouvement flamand
n'est par ailleurs pas opposé à
l'idée européenne.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: In afwachting van de aanwezigheid van alle collega's die een vraag hebben onder punt 1
van de agenda, stel ik voor het woord te geven aan mevrouw Colen voor het stellen van haar volgende
vraag.
02 Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de loonsverhoging voor EU-ambtenaren" (nr. 18544)
02 Question de Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "l'augmentation du traitement des fonctionnaires européens"
(n° 18544)
02.01 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik heb die vraag een tijdje geleden ingediend.
Ik weet momenteel niet precies hoe het afgelopen is met de zaak de
rond loonsverhoging van de EU-ambtenaren.
Ze eisten een loonsverhoging van 3,4 %. In het kader van hun statuut
kunnen ze dat ook eisen, maar in de context van de economische
crisis, loonmatiging en werkloosheid, kwam dat bij de bevolking in het
02.01 Alexandra Colen (VB): Les
3,7 % d'augmentation salariale
revendiqués
leur
ayant
été
refusés,
les
fonctionnaires
européens
ont
entamé
une
procédure
contre
les
États
membres devant la Cour de justice
de l'Union européenne. Or les
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
algemeen nogal slecht over. Omdat ze die verhoging niet kregen,
hebben ze een rechtsgeding aangespannen tegen de zevenentwintig
EU-lidstaten, bij het Europees Hof van Justitie. De rechters van het
hof kunnen echter eveneens genieten van de 3,4 % loonsverhoging,
indien die er zou komen. Ze zijn dus tevens betrokken partij.
Vandaar mijn volgende vraag, met name zou u mij kunnen
mededelen wat de houding van de Belgische regering is in dat
dispuut, waarin ze rechtstreeks betrokken is omdat ze ook voor het
Europees Hof van Justitie wordt gedaagd? Heeft de regering daar een
standpunt in en hoe gaat ze handelen?
juges de cette Cour sont partie
prenante. Quelle est l'attitude du
gouvernement belge?
02.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Colen, het klopt dat de Ministerraad van de Europese Unie op
23 december 2009 de verordening heeft aangenomen die met
terugwerkende kracht op 1 juli 2009 de salarissen en de pensioenen
van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese
Unie aanpast. De Raad heeft daarbij het oorspronkelijke voorstel van
de Commissie gewijzigd, om zo de verhoging van de salarissen van
de EU-ambtenaren tot 1,85 % te beperken, terwijl de Commissie zelf
een verhoging met 3,7 % had voorgesteld.
Als gevolg van die beslissing van de Raad, die het voorstel van de
Commissie naar beneden aanpaste, heeft de Europese Commissie
beslist om in beroep te gaan bij het Hof van Justitie, krachtens
artikel 263 van het Verdrag van Lissabon. Dat beroep heeft betrekking
op die beslissing van de Raad en niet op België als zodanig. Het is
technisch dus niet volledig juist dat er een beroep tegen de
zevenentwintig lidstaten is aangetekend. Dat klopt niet, het is ten
opzichte van de beslissing van de Raad als college dat dat gebeurd
is.
De Commissie betwist immers de door de Raad aangenomen
verordening en heeft de annulering ervan gevraagd. De Commissie
meent dat de verordening van de Raad afwijkt van de correcte
toepassing van de door bijlage 11 van het statuut van ambtenaar van
de Europese Gemeenschap geijkte methode. De situatie is
momenteel relatief eenvoudig; in afwachting van het vonnis krijgen de
Europese ambtenaren enkel de tot 1,85 % beperkte verhoging, met
terugwerkende kracht weliswaar vanaf 1 juli 2009. Voor het overige
kan ik u melden dat België als zodanig geen partij is in het geding en
het vonnis van het Europees Hof van Justitie afwacht.
02.02
Steven
Vanackere,
ministre: Le Conseil de ministres
de l'UE du 23 décembre 2009 a
adopté, avec effet rétroactif au
1
er
juillet 2009, un règlement
autorisant une augmentation des
traitements et des pensions des
fonctionnaires
européens
de
1,85 %. La proposition de la
Commission
européenne
de
relever les traitements de 3,7 %
n'a donc pas été suivie. La
Commission européenne a alors
formé un recours devant la Cour
de justice. Ce recours ne vise pas
les États membres mais la
décision du Conseil des ministres.
En attendant que le jugement soit
rendu,
les
fonctionnaires
européens ne recevront que
l'augmentation de 1,85 %. Notre
pays n'est pas partie au procès et
nous attendons donc le jugement.
02.03 Alexandra Colen (VB): Bedankt voor uw antwoord, mijnheer
de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Geert Versnick.
Président: Geert Versnick.
De voorzitter: Collega's, gelieve mij te verontschuldigen voor mijn laattijdig aankomen. Ik dank de heer
Van der Maelen die het voorzitterschap op een voortreffelijke manier heeft overgenomen.
Naar verluidt heeft de heer Kindermans laten weten dat hij wordt opgehouden in het verkeer en dus wat
later zal aankomen.
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
03 Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de EU-informatiecampagne in Turkije" (nr. 18545)
03 Question de Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "la campagne d'information de l'UE en Turquie" (n° 18545)
03.01 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de voorzitter, mijn vraag
betreft de EU informatiecampagne in Turkije. De heer Mark Pierini,
ambassadeur van de EU in Turkije, kondigde op 14 januari aan dat de
EU in Instanbul en in 16 andere Turkse plaatsen informatiecentra zal
openen. Dat zou gebeuren ten einde de Turkse bevolking informatie
te verschaffen over de EU, over haar standpunten, en over het Turkse
toetredingsproces.
Op
welke
manier
zullen
de
Belgische
diplomatieke
vertegenwoordigers met die EU-centra samenwerken? Welk
standpunt zal aan de Turkse bevolking verkondigd worden
betreffende de toetreding van Turkije tot de EU?
03.01 Alexandra Colen (VB):
L'ambassadeur
européen
en
Turquie a annoncé l'ouverture de
dix-sept
centres
d'information
dans ce pays pour informer ses
habitants sur l'Union européenne
et sur sa position en ce qui
concerne le processus d'adhésion.
Comment les diplomates belges
vont-ils
coopérer
avec
ces
centres? Quelle position sera
défendue?
03.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, wat de
communicatie
betreft
hanteert
de
Europese
Unie
een
gedecentraliseerde aanpak. Op die manier kan rekening gehouden
worden met de specifieke noden van elk kandidaat-land. Met het oog
daarop werd op 14 januari 2010 in Instanbul een zestiende
informatiecentrum over de EU geopend.
Het personeel van het informatiecentrum wordt autonoom geleid en
gecoördineerd door de Europese Commissie in het kader van haar
algemene communicatiestrategie. De lidstaten nemen ter zake dus
geen initiatief. De contacten met de delegaties van de lidstaten zijn
dan ook zeer beperkt.
De centra hebben als opdracht de Turkse bevolking te informeren
over het functioneren van de EU, over het aan de gang zijnde
hervormingsproces, en over het toetredingsproces van Turkije. Zij
formuleren daarbij echter geen standpunten. Het doelpubliek bestaat
voornamelijk uit de media, de jongeren, en de zakenwereld. Daartoe
worden door de centra informatieactiviteiten, conferenties, en
workshops of culturele activiteiten georganiseerd. Ik benadruk
nogmaals dat de informatiecentra geen standpunten willen innemen
of die indruk willen wekken. Ze leveren een louter pedagogische en
communicatieve inspanning.
03.02
Steven
Vanackere,
ministre:
En
matière
de
communication avec les États
candidats à l'adhésion, l'Union
européenne
opte
pour
une
approche décentralisée et adaptée
aux besoins spécifiques des
différents pays. La Commission
européenne a effectivement ouvert
un
centre
d'information
le
14 janvier à Istanbul. Les contacts
avec les délégations des États
membres seront très restreints. Le
but est d'informer la population sur
le fonctionnement de l'UE et sur
les réformes qui sont requises en
vue de l'adhésion. Il ne s'agit donc
pas d'adopter une position ni de la
défendre.
03.03 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw
antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de situatie in Egypte en het onderzoek naar sektarisch
geweld" (nr. 18546)
04 Question de Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "la situation en Egypte et l'enquête sur la violence sectaire"
(n° 18546)
04.01 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, Marc Franco, het hoofd van de EU-delegatie in Egypte,
verklaarde op 15 januari in Cairo dat de mensenrechten een prioriteit
04.01 Alexandra Colen (VB): Le
chef de la délégation de l'Union
européenne en Égypte a récem-
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
zijn in het buitenlands beleid van de EU. Hij sprak zijn bekommernis
uit over de situatie van de kopten, die nog steeds het slachtoffer
worden van islamitisch geweld. Met een jaarlijkse steun van
250 miljoen euro is de Europese Unie na de Verenigde Staten de
grootste buitenlandse donor van Egypte, waardoor haar woorden wel
een zeker gewicht hebben. Ook voor ons land zijn de mensenrechten
een prioriteit in het buitenlands beleid.
Daarom zou ik graag vernemen op welke wijze onze ambassade in
Cairo aan de Egyptische autoriteiten kenbaar maakt dat sektarisch
geweld niet door de beugel kan.
De Egyptische regering kondigde aan dat een onderzoek zou worden
opgestart na de aanvallen op christenen in Naga Hammadi op
kerstavond. Weet u hoe ver dat onderzoek staat? Verloopt het
volgens onze ambassade op een ernstige wijze?
ment exprimé ses inquiétudes à
propos de la situation des
chrétiens coptes dans le pays.
L'Union
européenne,
avec
250 millions d'euros par an, est le
deuxième plus grand donateur de
l'Égypte. Pour l'Union européenne,
les droits de l'homme représentent
une priorité dans le domaine de la
politique étrangère.
Comment notre ambassade au
Caire signifie-t-elle le caractère
inadmissible
des
violences
sectaires? Où en est l'enquête
annoncée par le gouvernement
égyptien
au
lendemain
des
agressions de chrétiens à Nag
Hammadi le soir de Noël?
04.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Colen, u zegt terecht dat de mensenrechten een prioriteit zijn in het
Belgische buitenlands beleid. Mijn administratie en onze ambassade
in Cairo volgen bijgevolg de toestand van de mensenrechten uiteraard
ook in Egypte op, inclusief de situatie van religieuze minderheden.
Men doet dat trouwens van nabij, zowel in het raam van het actieve
mensenrechtenbeleid van de EU en van België als met het oog op de
bespreking van het land Egypte in de context van het Universeel
Periodiek Onderzoek van de VN-Mensenrechtenraad, dat plaatsvond
van 8 tot 19 februari.
Wat de recente aanvallen op koptische christenen in Naga Hammadi
betreft, is het onderzoek van de Egyptische autoriteiten naar
misdadigers onmiddellijk van start gegaan. Volgens onze informatie
gaat dat onderzoek trouwens ook snel vooruit. Drie verdachten
werden opgepakt en zullen door een speciale veiligheidsrechtbank
worden berecht. Uit het overheidsoptreden na de moorden blijkt dat
de Egyptische staat de moorden bijzonder ernstig neemt.
Onderzoekscommissies van het parlement en van de nationale
mensenrechtenraad hebben de regio bezocht. Hierbij kan ook worden
gemeld dat heel wat inspanningen werden ondernomen om het
kwalijke karakter van de moorden te onderstrepen. Alle politieke en
religieuze overheden van het land riepen de bevolking op tot tolerantie
en verzoening. Zowel leden van de regering en het parlement, alsook
de koptische paus Shenouda en de grote imam van het Al-Azhar, het
hoogste religieuze gezag van de moslimgemeenschap in Egypte,
hebben de aanvallen zwaar veroordeeld.
04.02
Steven
Vanackere,
ministre: Les droits de l'homme
représentent effectivement l'une
des priorités de la politique
étrangère belge. L'évolution de la
situation en Égypte est suivie
attentivement dans le cadre de la
politique active des droits de
l'homme
menée par l'Union
européenne et la Belgique, en
raison également du débat qui
s'est tenu du 8 au 19 février sur
l'Égypte dans le cadre de
l'Examen périodique universel au
Conseil des Droits de l'Homme
des Nations unies.
Le gouvernement égyptien a
immédiatement lancé une enquête
après l'agression de chrétiens
coptes à Nag Hammadi. Trois
suspects ont été appréhendés et
seront jugés par un tribunal
spécial de sécurité. L'intervention
du gouvernement permet de
supposer que le gouvernement
égyptien prend ces assassinats au
sérieux
et
les
condamne.
L'ensemble
des
autorités
politiques et religieuses du pays
ont appelé la population à la
tolérance et à la réconciliation.
04.03 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de minister, ik vind het wel
belangrijk dat men het dossier blijft opvolgen. Die moorden hebben
het nieuws gehaald, maar er zijn aanhoudend wrijvingen en
problemen tussen de religieuze gemeenschappen. Zeker de situatie
van de kopten in Egypte is niet benijdenswaardig.
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Ik dank u voor uw antwoord. Ik zal de zaak blijven opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken en Institutionele Hervormingen over "de EU in de VN" (nr. 18547)
05 Question de Mme Alexandra Colen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et
des Réformes institutionnelles sur "l'UE au sein des Nations Unies" (n° 18547)
05.01 Alexandra Colen (VB): Mijnheer de minister, in januari
verklaarde de Spaanse minister van Europese Zaken Diego Lopez
Garrido dat het Spaans EU-voorzitterschap een krachtige globale
speler wil maken van de Europese Unie door de Europese Unie met
dezelfde stem te laten spreken op internationale fora zoals de VN en
de G20. Er gaan stemmen op om de 27 delegaties van de EU-
lidstaten verregaand met elkaar te versmelten zodat de EU nog
slechts met één stem zou spreken in de Verenigde Naties.
Wat is de houding van de Belgische regering dienaangaande? Is dit
geen nieuwe aantasting van de soevereiniteit van ons land waardoor
wij op het internationale forum als land onzichtbaar dreigen te
worden? Wat is het standpunt dat u ter zake inneemt?
05.01 Alexandra Colen (VB):
Selon le ministre espagnol des
Affaires européennes, la prési-
dence espagnole de l'Union
européenne souhaite transformer
l'Union européenne en un acteur
global puissant en faisant parler
d'une voix les États membres lors
des forums internationaux. Des
voix s'élèvent pour fusionner les
27 délégations européennes aux
Nations unies. Quelle est la
réaction du gouvernement belge à
ce sujet? Ne s'agit-il pas en fait
d'une atteinte à notre souveraineté?
05.02 Minister Steven Vanackere: Mevrouw Colen, ik moet u eerlijk
zeggen dat dit van de reeks vragen degene is die ik het minst goed
begreep. U verwijst naar stemmen die opgaan om de delegaties van
de EU-lidstaten te versmelten. Ik heb eigenlijk moeite om in te
schatten wat men daar precies mee bedoelt. Ik citeer wat dat betreft
ook tal van uw collega's in de zitting die we gisteren hebben gehad
samen met de senatoren over het EU-voorzitterschap. Daarbij werd
nogal Kamerbreed onderstreept dat het essentieel is, wanneer
Europa wat sterker voor de dag wil komen in het kader van het
mondiale debat en meer player in plaats van alleen maar payer wil
zijn, om veel meer met één stem te spreken. Ik meen trouwens dat
niemand ten gevolge van die thesis veronderstelt dat de nationale
soevereiniteit wordt aangetast
Het is duidelijk dat het verdrag van Lissabon met het installeren van
twee nieuwe figuren die in dit verband relevant zijn, de permanente
voorzitter voor aangelegenheden wanneer het gaat over
regeringsleiders en de hoge vertegenwoordiger, mevrouw Ashton,
precies wou beantwoorden aan de stellige ambitie om bijvoorbeeld
niet te vaak mee te maken wat we in Kopenhagen hebben
meegemaakt. De Europese lidstaten kwamen toen immers met sterke
ambitie naar de klimaatconferentie om vervolgens vast te stellen dat
men er bij het opmaken van de conclusies veel te weinig aan te pas
kwam, zeker niet in verhouding tot onze ambitie. Wanneer we dus
vandaag spreken over het organiseren van ons eigen buitenlands
beleid, in overeenstemming met het verdrag van Lissabon trouwens,
dan is dat niet met de bedoeling om de soevereiniteit te verminderen
of aan te tasten maar om sterker met één stem te spreken.
Bij het creëren van de externe actiedienst van mevrouw Ashton zal
een logica worden gevolgd waarbij delegaties van de Unie bij derde
05.02
Steven
Vanackere,
ministre: Je ne comprends pas
bien cette question. Lors de la
réunion au Sénat sur la présidence
de l'Union européenne, il a encore
été souligné hier que si l'Union
européenne souhaite renforcer
son image à l'avenir, elle devra
précisément
parler
davantage
d'une seule voix. Je ne pense pas
que quelqu'un craigne que cela
porterait atteinte à la souveraineté
nationale.
L'objectif du Traité de Lisbonne,
qui comporte l'installation du
président permanent et du haut
représentant, est précisément que
l'Europe puisse parler davantage
d'une
seule
voix
et
donc
concrétiser ses ambitions sur les
forums internationaux. Par consé-
quent, l'objectif n'est aucunement
de porter atteinte à la souveraineté
des États membres.
Lors de la création du service
d'action
extérieure
de
Mme Ashton, les délégations de
l'Union seront renforcées par la
présence de représentants des
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
staten en internationale organisaties versterkt zullen worden met
vertegenwoordigers van de nationale diplomatieke diensten. Dat
betekent echter geen opheffing of annulering van de diplomatieke
realiteit lidstaat per lidstaat. Het is duidelijk dat er een debat zal
komen. Ik ben trouwens ook geïnteresseerd om met het Parlement
van gedachten te wisselen over de precieze definitie van de
complementariteit tussen enerzijds de taak van de nationale
diplomatie die uiteraard blijft bestaan en anderzijds dat wat de dienst
van de hoge vertegenwoordiger doet. Ik geloof wel dat er grote
eensgezindheid
bestaat
over
de
vaststelling
dat,
door
vertegenwoordiging van mensen die oorspronkelijk uit de Commissie
komen of door mensen die uit de lidstaten komen, het essentieel is
dat wij er met de Europese externe actiedienst voor zorgen dat we
veel sterker met één stem spreken op de internationale fora, waarbij
ik denk aan de Verenigde Naties en de G20.
Wat dat betreft is de uitspraak van collega Garrido perfect te
begrijpen. Ik kan die gerust ook voor mijn rekening nemen. Ook wij
willen tijdens ons roterend voorzitterschap inspanningen doen om er
een realiteit van te maken dat Europa zoveel mogelijk met één stem
spreekt.
Tot slot wil ik nog zeggen dat dit niet alleen een institutioneel verhaal
is van "wie er mag spreken"? Het is eerst en vooral een verhaal van
"en wat zeggen wij"? Het is daar dat uitgerekend de werkzaamheden
in de Raad Algemene Zaken, voorbereiding van de Europese Raad
en tegelijkertijd ook de werkzaamheden in de Raad Buitenlandse
Zaken belangrijk zijn om tot een consensus te komen. Eens men een
consensus heeft in een aantal heikele of delicate onderwerpen, lijkt
het mij inderdaad van belang om zoals de heer Garrido zegt, ervoor te
zorgen dat wij een krachtige algemene speler kunnen zijn door met
één enkele stem te spreken op internationale fora.
services diplomatiques nationaux,
ce qui ne signifie nullement la
suppression des fonctions diplo-
matiques dans les États membres.
Tout le monde s'accorde pour dire
que le service d'action extérieure
doit
permettre
à
l'Union
européenne de s'exprimer d'une
seule voix. Dans cette optique, je
comprends le point de vue de mon
homologue espagnole, que je
soutiens. En fin de compte, ce qui
se dit est plus important que celui
qui s'exprime. C'est pourquoi un
consensus doit être négocié à
l'interne mais, une fois obtenu, il
devra être présenté d'une même
voix sur la scène internationale.
05.03 Alexandra Colen (VB): Ik kan u daar helemaal in volgen.
Oorspronkelijk had ik ook mijn interpretatie van die uitlatingen van
Garrido en van andere zaken die ik hier en daar lees, en dat gaf mij
de indruk dat men er ooit wil naar streven om doodgewoon de
diplomatie van de Europese Unie zelf in handen te nemen. Uiteraard
is het logisch dat de Europese Unie meer met één stem moet
spreken, in die zin dat de lidstaten in situaties zoals bijvoorbeeld de
vertegenwoordiging in Kopenhagen, zelf goed moeten weten wat ze
willen vertellen, dat ze op één lijn moeten staan en dat dan ook
krachtig doen. Dat is niet iets wat ik ga betwisten.
Ik heb toch de indruk, maar ik ga dat misschien wat grondiger met
meer citaten stofferen, dat er ook een mogelijkheid inzit dat er een
evolutie kan zijn binnen de Europese Unie om te zeggen dat wij als
Europese Unie als een politiek geheel proberen te spreken, zoals
bijvoorbeeld bij de Verenigde Naties. Zolang u mij verzekert dat dit op
geen enkele manier de diplomatieke status van de lidstaten zou
aantasten, denk ik dat wij dit maar moeten afwachten en zien welke
dynamiek zich ontwikkelt. Met het verdrag van Lissabon is men met
een geheel nieuwe dynamiek gestart. Zoals u zegt moet de functie en
de positie van mevrouw Ashton ten opzichte van de diplomatieke
instellingen van de individuele lidstaten, nog al doende afgetast
worden en in evenwicht gebracht.
Ik denk niet dat het denkbeeldig is dat er ooit een stroming zal
05.03 Alexandra Colen (VB): J'ai
le sentiment que se profile au sein
de l'Union une tendance favorable
à ce que l'UE s'exprime comme
une seule et même entité
politique. Tant que le statut
diplomatique des États membres
n'en souffre pas, il conviendra de
voir comment Mme Ashton se
positionne vis-à-vis des options
diplomatiques des États membres.
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
opstaan binnen de Europese Unie en de instellingen om het
vertegenwoordigen van de Europese Unie, vooral in internationale
fora, te stroomlijnen en op zich te nemen. Als we op zo'n punt komen,
moeten we toch opletten in elk van de lidstaten dat dit niet ten koste
gaat van de soevereiniteit op dat vlak. Want dan zitten wij in een gans
ander verhaal.
Ik dank u in ieder geval voor uw uitgebreid antwoord hierover.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Gerald Kindermans aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "diens deelname aan de Conferentie in Londen rond Afghanistan"
(nr. 18852)
- de heer André Flahaut aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken"
(nr. 18885)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de conferentie in Londen op 28 januari" (nr. 18897)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de conferentie in Londen op 28 januari" (nr. 18898)
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de Londen-conferentie over Afghanistan" (nr. 18998)
- de heer André Flahaut aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de internationale conferentie te Londen over Afghanistan"
(nr. 19008)
06 Questions jointes de
- M. Gerald Kindermans au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "sa participation à la Conférence de Londres sur l'Afghanistan" (n° 18852)
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la réunion des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne"
(n° 18885)
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la conférence du 28 janvier à Londres" (n° 18897)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la conférence du 28 janvier à Londres" (n° 18898)
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la conférence de Londres sur l'Afghanistan" (n° 18998)
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la conférence internationale de Londres sur l'Afghanistan" (n° 19008)
06.01 Gerald Kindermans (CD&V): Mijnheer de minister, mijn
vragen, en ongetwijfeld ook die van de collega's, hebben te maken
met de conferentie over Afghanistan die in Londen heeft
plaatsgevonden. Ik vond het eigenaardig dat alleen de minister van
Buitenlandse Zaken aanwezig was, terwijl het toch over een operatie
gaat die meer en meer een civiel karakter krijgt. Ik bedoel dat het
geen pure militaire operatie meer is. Ik had gedacht dat de minister
van Ontwikkelingssamenwerking daar ook op zijn plaats zou zijn
geweest.
Graag vernam ik welke concrete initiatieven er zullen worden
genomen voor de economische wederopbouw in Afghanistan. Zijn er
ook initiatieven die met landbouw te maken hebben? Gisteren heb ik
de heer de Donnea nog een voorstel horen formuleren. Mijnheer de
voorzitter, u was daarbij. Hij vond dat er alternatieven moesten
06.01 Gerald Kindermans
(CD&V): Il m'a paru curieux que
seul le ministre des Affaires
étrangères soit présent lors de la
conférence
de
Londres
sur
l'Afghanistan.
La
composante
civile de cette opération allant
croissant, je m'attendais à ce que
le ministre de la Coopération au
développement
y
participe
également.
Quelles initiatives la Conférence a-
t-elle prises en vue de la
reconstruction économique de
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
worden gezocht voor de drugsindustrie, inzonderheid de
landbouwindustrie die zorgt voor de aanmaak van grondstoffen voor
drugs.
Er is ook nadruk gelegd op de versterking van de civiele factor. Kunt u
dieper ingaan op de rol die de VN, de Europese Unie en de
Wereldbank daarin zouden kunnen spelen?
Hoe is de idee de lagere kaders van de taliban in de samenleving te
re-integreren aan bod gekomen tijdens de conferentie in Londen? Die
vraag werd ooit nog gesteld.
Welke garanties heeft de internationale gemeenschap betreffende de
strijd tegen de corruptie, de versterking van de Afghaanse instellingen
en het democratisch gehalte van de Afghaanse regering?
Ten slotte, hebt u ook ontmoetingen gehad met vertegenwoordigers
van
Afghaanse
mensenrechtenorganisaties,
bijvoorbeeld
vrouwenorganisaties? Is er daarvoor gelegenheid geweest op de
conferentie? Is er vanuit die hoek ook informatie gekomen?
De afwezigheid van Iran is ons ook opgevallen. Het land was niet bij
de conferentie betrokken. Wat was de reden daarvoor en zou het
geen meerwaarde betekenen indien Iran meer betrokken werd bij de
politieke oplossing die eventueel kan worden gevonden?
l'Afghanistan? Quel rôle les
Nations unies, l'UE et la Banque
mondiale joueront-elles dans le
cadre de la consolidation du
facteur civil? Comment en est-on
venu à parler du plan visant à
réinsérer dans la société les
cadres inférieurs talibans? Quelles
garanties
la
communauté
internationale a-t-elle que le
gouvernement
afghan
luttera
contre la corruption, pour le
renforcement de l'armée afghane
et pour la démocratie? Le ministre
a-t-il rencontré des organisations
afghanes de défense des droits de
l'homme? Pourquoi l'Iran a-t-il
brillé par son absence lors de
cette conférence? N'importe-t-il
pas,
précisément,
d'associer
Téhéran à l'élaboration d'une
solution
politique
pour
l'Afghanistan?
06.02 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijns
inziens is het logisch dat het Parlement die belangrijke conferentie
van vorige maand even evalueert. Collega Kindermans stelde al een
aantal concrete vragen. Mijn vragen zijn veel algemener van aard.
Mijnheer de minister, hoe is de conferentie verlopen en welke
standpunten heeft ons land ingenomen?
Een recent geval toont aan dat buitenlands beleid kan leiden tot de val
van een regering. Daarvoor hoeven we niet eens ver over de
landsgrenzen heen te kijken. Men begint nu te beseffen dat het
dossier Afghanistan heel belangrijk is. Niemand had verwacht dat de
Nederlandse regering daarover zou vallen. Ikzelf word persoonlijk
voor de eerste keer aangesproken over ons beleid ter zake.
Zijn wij van plan langer te blijven dan tot eind 2010? Bepaalde partijen
doen daar namelijk allerlei uitspraken over. Welke standpunten
hebben wij ingenomen? Welke nevenactiviteiten hebben daar
plaatsgevonden? Welke bilaterale contacten hebt u in de marge van
de conferentie gehad? Hebt u gesproken met ministers van andere
landen? Zo ja, enkel over Afghanistan of ook over andere thema's?
Eind januari waren de problemen in Congo heel actueel en misschien
hebt u daarover ook gesproken?
Ik vraag u dus in een eerste fase enkel toe te lichten hoe de
conferentie verlopen is en welke standpunten we daar ingenomen
hebben. Daarnaast stel ik mij vragen naar de regionale strategie.
Collega kindermans heeft al gewezen op de afwezigheid van Iran.
Wat gaan we bijvoorbeeld doen met de drugshandel in de regio?
06.02 Hilde Vautmans (Open
Vld): Comment la Conférence sur
l'Afghanistan s'est-elle déroulée?
Quelle position notre pays y a-t-il
adoptée? Nos soldats resteront-ils
à Kaboul au-delà de 2010?
Quelles décisions la Conférence
a-t-elle
prises
concernant
l'approche
à
suivre
pour
démanteler le trafic de drogue?
Quels contacts bilatéraux le
ministre a-t-il eus en marge de la
Conférence?
06.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijn beide
collega's hebben al een aantal vragen gesteld die ik ook wenste te
06.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Lors de la Conférence sur
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
stellen. Vandaar nog slechts twee concrete vragen die dateren van
voor de conferentie.
Ten eerste, in Londen is beslist dat de strijd tegen corruptie en drugs
opgevoerd zou worden. Hoe wordt dat gedaan en welke inspanningen
wil onze regering ter zake leveren om de situatie in Afghanistan op dat
vlak te verbeteren?
Ten tweede, ik stel vast dat de Britse ambassadeur Mark Sedwill tot
NATO Senior Civilian Representative is benoemd. Ik maak mij
ongerust voor de mogelijke interferenties met de UNAMA. Bij mijn
weten zijn het de Verenigde Naties die de leiding moeten nemen van
de civiele uitdagingen waarvoor wij in Afghanistan staan. Ik maak mij
ongerust over het feit dat er een NAVO-topman met de civiele
reconstructie wordt belast. Ik zie niet waar de grens ligt.
Lopen wij niet het risico dat er tussen beide heren rivaliteit ontstaat?
l'Afghanistan, il a été décidé
d'intensifier la lutte contre la
corruption et la drogue. Comment
la Conférence compte-t-elle s'y
prendre et quel rôle la Belgique
jouera-t-elle dans le cadre de cette
lutte?
L'ambassadeur
britannique,
M. Mark Sedwill, a été nommé
Senior Civilian Representative de
l'OTAN, ce qui m'inspire certaines
craintes au sujet d'un risque
d'interférence
avec
l'UNAMA.
J'estime en effet qu'il incombe aux
Nations unies de prendre les
rênes de la composante civile. La
nomination de M. Sedwill ne
risque-t-elle pas de faire naître
une rivalité entre l'ONU et l'OTAN?
06.04 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb mijn vraag vlak na de start van de
conferentie ingediend.
Kunt u toelichting geven bij een aantal beslissingen op de conferentie
en dan vooral aangaande het Belgische engagement?
U kent het standpunt van onze fractie, met name dat er meer moet
gebeuren inzake wederopbouw en ontwikkeling. Daarnaast moet er
ook meer aandacht zijn voor de herintegratie van de gematigde
taliban, het opstarten van politieke verzoeningsprocessen en het
opstarten van een burenoverleg die naam waardig. Ik sluit mij aan bij
de collega's Kindermans en Vautmans. Het is geen goed teken dat
een land zoals Iran in het overleg afwezig blijft.
Ik verwijs naar Duitsland. Voor de top begon heeft de Duitse regering
een aantal prioriteiten geformuleerd. Zij kondigde een extra militaire
bijdrage aan, maar ook een bijkomende bijdrage in het Fonds voor de
Herintegratie van de gematigde taliban en in de middelen voor
ontwikkelingshulp. Duitsland engageert zich nu tot 430 miljoen euro
per jaar, wat een verdubbeling is.
Wat is het Belgische financiële engagement? Volgens sommigen van
uw collega's blijft het bij 12 miljoen euro. Misschien is dat ondertussen
al veranderd. Ik vind het hoe dan ook jammer dat België geen
voorbeeld heeft genomen aan de proactieve Duitse houding. Voor de
start van de top was er in Duitsland een debat. De Duitse regering
heeft haar prioriteiten duidelijk gemaakt. Zij nam een kritische stelling
in tegenover de huidige strategie. Dat heeft België veel te weinig
gedaan.
Blijft de Belgische regering bij het voornemen om geen extra militairen
naar Afghanistan te sturen? Tussen het moment van de indiening van
de vraag en de Afghanistanconferentie waren er vragen van onder
andere de Amerikaanse ambassadeur in België. Kunt u ons
daaromtrent toelichting geven?
06.04 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Quelles décisions ont-
elles été prises lors de la
conférence? Quel rôle notre pays
a-t-il joué à cet égard? À la veille
du sommet, l'Allemagne avait
formulé certaines priorités, telles
qu'un renfort militaire et une
contribution financière supplémen-
taire au fonds de réintégration de
talibans
modérés.
Quel
est
l'engagement financier de la
Belgique? Notre pays maintiendra-
t-il sa décision de ne pas envoyer
davantage
de
militaires
en
Afghanistan?
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
06.05 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, het is
inderdaad juist dat ik op 28 januari de Belgische regering heb
vertegenwoordigd op de conferentie over Afghanistan in Londen. Er
waren meer dan 70 staten en internationale organisaties aanwezig.
Uiteraard was ook mevrouw Ashton aanwezig, de hoge
vertegenwoordigster, evenals de heer Ban Ki-moon en de heer
Rasmussen. Samen met een aantal staten is dus ook een aantal
belangrijke spelers, multilaterale en internationale organisaties, een
bijdrage komen leveren.
Op de conferentie heeft men de contouren getrokken van een
transitiestrategie, zowel civiel als militair, waarbij het accent meer op
het civiele moet komen te liggen. Ik vat graag nog eens de
belangrijkste elementen daarvan voor u samen.
De resultaten van de conferentie zijn opgenomen in een finaal
communiqué dat ook publiek is gemaakt en dat aan de leden ter
beschikking kan worden gesteld.
De internationale gemeenschap heeft zich in Londen duidelijk
uitgesproken voor een verdere, weliswaar geleidelijke, overdracht van
verantwoordelijkheden
aan
de
Afghaanse
autoriteiten,
de
zogenaamde Afghan ownership of de afghanisering zoals wij het hier
soms noemen, op het vlak van zowel veiligheid als bestuur.
In het bijzonder zullen het Afghaanse leger en de politie steeds meer
de leiding overnemen van veiligheidsoperaties, inclusief in onveilige
regio's. In die context zal tegen de Kabul-opvolgingsconferentie later
dit jaar een plan worden uitgewerkt voor een gefaseerde transitie,
provincie per provincie, van IISAF naar het Afghaanse leger en de
politie.
De verantwoordelijkheid voor de veiligheid zou in de eerste provincies
aan de Afghaanse overheid tegen eind 2010, begin 2011 moeten
worden overgedragen. Ik moet onderstrepen dat in dit proces training
en vorming van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie een zeer
belangrijke rol spelen. In deze context is een belangrijke rol
weggelegd voor de Europese Unie via EUPOL.
Bij de voorbereiding van de conferentie hier hebben zowel het
Parlement als de regering onderstreept dat het belangrijk was dat
Londen een gelegenheid bood om de Afghaanse regering te laten
verklaren, op de meest geloofwaardige manier, dat ze bereid was om
haar verantwoordelijkheid te nemen.
In dat verband werd verwezen en wordt ook verwezen in de eindtekst
van de conferentie van Londen naar het creëren van efficiënte,
slagkrachtige instellingen, het creëren van een rechtsstaat, het
respect van de mensenrechten, de strijd tegen de corruptie, de strijd
tegen criminaliteit en drugs.
Wat de in Londen gevraagde engagementen van president Karzai
betreft, is het juist en kan men inderdaad vaststellen dat specifieke
maatregelen zijn aangekondigd door president Karzai.
Om in te gaan op een relatief concrete vraag, onder meer van de heer
Kindermans en de heer Van der Maelen, kan ik zeggen dat er in het
raam van strijd tegen de corruptie de creatie is van een onafhankelijk
06.05
Steven
Vanackere,
ministre: Lors de la Conférence
sur l'Afghanistan qui s'est tenue à
Londres le 28 janvier 2010 ont été
tracés les contours d'une stratégie
de transition civile et militaire. Les
résultats ont été formulés dans un
communiqué auquel le grand
public peut avoir accès. Plus de 70
États et organisations interna-
tionales y ont pris part.
La communauté internationale
s'est prononcée en faveur d'une
passation continuée et graduelle
des responsabilités en matière de
sécurité et d'administration aux
autorités
afghanes.
C'est
le
fameux
Afghan
ownership.
Lorsque la commission de suivi se
réunira un peu plus tard dans le
courant de cette année à Kaboul,
un plan pour une transition phasée
sera présenté. Fin 2010, début
2011, la responsabilité en matière
de sécurité devra être transférée
aux autorités afghanes dans les
premières provinces. Dans ce
contexte, l'entraînement et la
formation des policiers et des
soldats afghans seront déter-
minants.
Europol
sera
par
conséquent appelée à jouer un
rôle majeur.
La Conférence de Londres a été
pour le gouvernement afghan une
occasion importante de déclarer
qu'il était prêt à prendre ses
responsabilités. Lors de cette
conférence, il a été question de la
mise
en
place
d'institutions
efficaces, de la création d'un État
de droit, du respect des droits de
l'homme et de la lutte contre la
corruption.
Le président Karzaï a annoncé la
création d'un mécanisme indépen-
dant auquel des représentants
internationaux
collaboreront
également visant à suivre les
progrès réalisés dans la lutte
contre la corruption, et ce, à l'aide
de paramètres objectifs. Par
ailleurs, le gouvernement s'ouvrira
aux talibans modérés. Il s'agit de
personnes qui se battent aux
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
mechanisme dat niet alleen Afghaanse mensen telt maar ook een
internationale vertegenwoordiging om de vooruitgang in de strijd
tegen de corruptie te verifiëren op basis van precieze parameters.
Ik kom trouwens direct op de kwestie wat de Belgen hebben
aangebracht in die discussie, omdat ik denk dat wat dat betreft wij ons
hoofd iets meer mogen recht houden dan sommige vragen schijnen te
doen aanvoelen. Ik kom daar direct op terug.
De internationale gemeenschap verwelkomde voorts het Afghaanse
initiatief om de deur te openen voor diegenen die men in eerste
instantie kwalificeert als "gematigde taliban". Ik moet eerlijk zeggen
dat ik dit zelf geen geschikte woordkeuze vind. Wanneer men dieper
ingaat over welke mensen het gaat, schijnt men toch wel sterk het
accent te leggen op diegenen die vandaag binnen de
rebellenbeweging actief zijn, maar waarvan men veronderstelt dat dit
niet vanuit een ideologische gedrevenheid is, of omwille van een
bepaalde overtuiging, maar omwille van het gebrek aan alternatieven
die op een economisch leefbare manier in het onderhoud van die
mensen kunnen voorzien. Wij spreken daar eerder over mensen
waarvan men mag veronderstellen dat zij, mits het aanbieden van een
relevant alternatief, in staat zouden kunnen zijn om de strijd te staken
en bij wijze van spreken de keuze te maken voor een wat legitiemer,
meer binnen de rechtsstaat georganiseerd bestaan.
Voor die personen wil men de deur openen om het geweld af te
zweren. Aan hen zou wat men noemt een "an honourable place in
society" worden aangeboden. Om deze reïntegratie financieel te
ondersteunen, is er in Londen beslist om een trust fund op te richten,
waartoe alvast in Londen een totaalbedrag van reeds 140 miljoen
euro werd toegezegd. Daarvan hebben Japan en Duitsland elk
50 miljoen euro toegezegd. Dit trust fund is bestemd om het
herintegratie-initiatief te ondersteunen. Het gaat niet om een
onvoorwaardelijke en overhaaste financiële transfer, een soort van
afkoopsom. Er zal een internationaal begeleidingscomité worden
opgericht en de eventuele begunstigden zullen het voorwerp uitmaken
van een onderzoek.
De doelstelling is dus niet om rebellen als het ware af te kopen maar
om lokale economische ontwikkelingsprogramma's op te zetten
waarin voormalige rebellen een plaats kunnen krijgen. Ik bevestig dus
wat de heer Kindermans ook aanhaalde en wat uit de discussie van
gisteren in het raam van een debat rond het Europees voorzitterschap
in deze commissie ook aan bod kwam. Het idee met betrekking tot
het organiseren van aankopen van gronden die voorheen gebruikt
werden voor de papavercultuur, om in de richting te gaan van meer
traditionele of normale landbouwactiviteiten is een voorbeeld van een
mogelijke aanwending van dit soort van middelen. Het is duidelijk dat
met betrekking tot dat trust fund er een principebeslissing is genomen
en dat het uitwerken van de concrete modaliteiten nog wat werk zal
vergen.
België ondersteunt dat politieke initiatief van de Afghaanse regering.
Het is aan de internationale gemeenschap om de precieze steun te
bepalen. Er is op dit moment geen beslissing van Belgische zijde om
financieel aan het trust fund deel te nemen. Ik heb er ook over
gewaakt om niet vooraf of zelfs niet ter plaatse tot engagementen
over te gaan. Dat moeten wij op een ordentelijke manier bespreken
côtés des talibans, moins par
conviction idéologique que parce
qu'ils ne voient pas d'autre
possibilité au plan économique.
L'idée, en leur offrant une "place
honorable au sein de la société",
est de les convaincre de renoncer
à la violence.
Une somme de 140 millions
d'euros
dont
50 millions
provenant de l'Allemagne et
50 millions du Japon - a déjà été
promise, à Londres, en vue
d'alimenter un trust fund destiné à
soutenir cette stratégie. Ces
moyens serviront non pas à
"acheter" ces personnes en vue de
leur réinsertion mais à mettre sur
pied
des
programmes
de
développement locaux. Un comité
d'accompagnement international a
été
créé
et
les
éventuels
bénéficiaires seront soumis à une
enquête. Des actions concrètes
doivent encore être développées.
Une des options consisterait à
acheter des terrains accueillant
actuellement des plantations de
pavot en vue de les transformer en
des terres agricoles disponibles
pour d'autres cultures. Si la
Belgique soutient l'initiative lancée
par le gouvernement afghan, elle
n'a
cependant
pris
aucune
décision lors de la conférence
concernant
une
éventuelle
participation au trust fund, ce point
devant
préalablement
être
examiné
au
sein
du
gouvernement.
La
conférence
a
souligné
l'importance de la collaboration
régionale. Celle-ci implique des
responsabilités au niveau des
pays voisins tels le Pakistan. La
communauté
internationale
a
renouvelé son plaidoyer en faveur
d'une
architecture
cohérente,
coordonnée par les Nations unies.
J'ai eu des contacts avec le
ministre britannique des Affaires
étrangères, M. Miliband, avant le
début de la conférence. J'ai insisté
auprès de lui sur l'importance que
le gouvernement belge attache à
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
binnen de voltallige regering.
De conferentie heeft bijzonder duidelijk het belang van het regionale
feit, van de regionale samenwerking onderlijnd. Dat impliceert
inderdaad ook verantwoordelijkheden voor de buren van Afghanistan.
Daarbij denkt men in het algemeen, en wij ook, vaak aan Pakistan.
Op dezelfde manier is het zo dat de internationale gemeenschap
opnieuw een pleidooi heeft gehouden voor een internationale
coherente architectuur met de Verenigde Naties als coördinator.
Wat was nu onze inbreng in heel dat verhaal? Misschien eerst
onderstrepen dat onze aanwezigheid betekent dat wij belang hechten
aan deze conferentie. Ik heb contact gehad met een van de
"initiatoren", samen met zijn eerste minister, namelijk de minister van
Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, David Miliband. Ik
heb met hem een contact gehad. Ik heb toen nog vóór de conferentie
zwaar geïnsisteerd op het belang dat de Belgische regering hecht aan
de geloofwaardigheid van de engagementen onder de vorm van
duidelijk bepaalde mile stones en dat wij niet in een situatie wensten
te komen waarin men enkel een aantal engagementen op lange
termijn formuleerde en wij vervolgens geacht werden een soort
vertrouwenssprong te wagen. Ik heb erop aangedrongen om in de
aanloop naar de opvolgingsconferentie voldoende rekening te houden
met de noodzaak om mile stones te bepalen die ons toelaten om te
kijken of men het ook ernstig meent met de genomen engagementen.
In de periode waarin wij ons toen bevonden en vandaag nog steeds
bevinden, hebben wij de internationale verplichting om aan de heer
Karzai de kans te geven om zijn engagementen ook daadwerkelijk te
realiseren. Het heeft volgens mij weinig zin om hem iets te laten
beloven terwijl wij hem duidelijk maken dat we hem bij voorbaat niet
geloven. Er moet een goed evenwicht worden gevonden. Ik denk dat
wij wat dat betreft op een nuttige manier zijn tussenbeide gekomen.
Wij hebben daarenboven meegedaan aan het bepalen van het finale
communiqué. Wij hebben daarin een duidelijke paragraaf verkregen
met betrekking tot de noodzaak voor de Afghaanse regering om te
vechten tegen corruptie, alsook een duidelijke vermelding van de
noodzaak om de civiele initiatieven nog beter te coördineren met een,
wat ons betreft, centrale rol voor de Verenigde Naties.
Het is misschien ook goed om te zeggen dat ik een interventie heb
ingediend. Daarmee bedoel ik dat er een schriftelijk document
ingediend werd. Het werd ook publiek gemaakt. Wij hebben daarin
een aantal accenten, onder andere degene die ik heb aangehaald, op
een rij gezet.
Concluderend kan ik zeggen dat de internationale gemeenschap dat
moeten wij toch erkennen opvallend eensgezind haar steun heeft
uitgesproken voor een vernieuwde civiel-militaire strategie. Ook de
militairen die aanwezig waren hebben duidelijk de overtuiging
uitgesproken dat zij goed beseften dat de militaire strategie en de
veiligheidsstrategie dienend moesten zijn ten aanzien van de echte,
fundamentele optie, namelijk de reconstructie en de civiele opbouw.
Men begreep wel degelijk dat men sprak over een ongetwijfeld
noodzakelijke doch niet voldoende voorwaarde, namelijk dat men
ervoor moest zorgen dat datgene wat aan civiel werk en opbouwwerk
te realiseren was in veilige omstandigheden moest kunnen gebeuren.
Op dat vlak kan men spreken van een wijziging in het accent.
la crédibilité des engagements,
sous
la
forme
de
balises
clairement définies. Il conviendra
d'en tenir suffisamment compte à
l'approche de la conférence de
suivi
pour
vérifier
si
les
engagements sont pris au sérieux.
Dans l'intervalle, nous devons
donner la possibilité au président
Karzaï
de
traduire
ses
engagements dans la réalité.
Dans le communiqué final, nous
avons fait insérer un paragraphe
très clair à propos de la nécessité
pour le gouvernement afghan de
lutter contre la corruption et de
mieux coordonner les initiatives
civiles. J'ai également déposé un
document écrit énumérant ces
éléments.
La communauté internationale,
remarquablement à l'unisson, a
exprimé son soutien vis-à-vis
d'une nouvelle stratégie militaire et
civile. Les militaires présents sont
également conscients du fait que
la stratégie militaire et de sécurité
doit aussi servir à la reconstruction
civile.
Face à la volonté internationale de
prêter main forte aux autorités
afghanes pour asseoir le pouvoir,
ces dernières ont elles aussi des
engagements précis à tenir. Le
président Karzaï a annoncé les
mesures nécessaires. Il faut à
présent,
avant
la
prochaine
conférence, déterminer au moyen
d'instruments de mesure clairs si
des progrès ont été accomplis.
Le résultat de la conférence sera
déterminant pour les délibérations
que notre gouvernement doit
mener à propos de l'éventuelle
poursuite de l'engagement belge
en Afghanistan.
En ce qui me concerne, la
conférence m'a pris une journée.
Je n'ai donc pas eu l'occasion
d'avoir des contacts bilatéraux en
dehors de la conférence. Une
représentante
afghane
d'une
organisation féminine a témoigné
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Ik geloof dat men op een opvallend eensgezinde manier daaraan zijn
ondersteuning heeft gegeven. Tegenover deze internationale
bereidheid om de Afghaanse autoriteiten bij te staan in het vestigen
van het nodige gezag in hun land, staan er ook duidelijke
verbintenissen vanwege de Afghaanse autoriteiten. In die context
heeft president Karzai de nodige maatregelen aangekondigd. Samen
met de Afghanen moet de internationale gemeenschap nu natuurlijk
toezien op de concrete uitvoering van deze verbintenissen en hopelijk,
dankzij een aantal duidelijke objectieve meetinstrumenten, voldoende
tijdig, en voor mij nog vóór de volgende conferentie dit jaar, kunnen
opvolgen of er wel degelijk vooruitgang is.
De uitkomst van de conferentie, met andere woorden de resultaten
die eruit voortvloeien, zal dus, zoals ook door de regering werd
vastgelegd, een belangrijk element vormen in de beraadslagingen die
wij binnen de regering moeten voeren over de mogelijke voortzetting
van het Belgische engagement in Afghanistan na 2010.
Dan werden er nog twee punctuele vragen aan toegevoegd. De
eerste ging over wat er in de marge eventueel nog is gebeurd. De
conferentie zelf was voor mij nogal een over-en-weer-gaan. Daar ik
niet heb overnacht in Londen, was het voor mij dus een werkdag. Ik
heb dus weinig kans gehad om in de marge nog bilaterale contacten
te hebben. Ik kan alleen maar verwijzen naar mijn contact met de
heer Miliband vooraf.
In verband met de contacten met de ngo's en de civiele maatschappij
moet ik u ook nog signaleren dat een vertegenwoordigster van een
vrouwenrechtenorganisatie, een Afghaanse mevrouw, een getuigenis
heeft afgelegd. De inbreng op die conferentie heeft zich dus niet
beperkt tot de officiële vertegenwoordigers van de Afghaanse
regering, maar wij hebben daar ook de kans gehad om te luisteren
naar een getuigenis van een mevrouw die met betrekking tot de
vrouwenrechten een aantal overwegingen naar voren heeft
geschoven.
Mijnheer de voorzitter, ik heb u een overzicht gegeven van wat op de
conferentie gezegd is geworden. Ik herhaal nogmaals voor diegenen
die nog geen toegang daartoe zouden hebben gehad, maar het is
publiek, dat er geen enkel probleem is om het document van het
finale communiqué bekend te maken. U zult zien dat mijn antwoord
de grote lijnen daarvan heeft aangeraakt.
In sommige gevallen gaat men uiteraard wat dieper. Mijnheer Van der
Maelen, ik merk dat ik niet veel over drugs heb gezegd. Wel, in
punt 27, om dat als illustratie te geven, van het communiqué wordt er
gewezen op de zeer nadelige links die er bestaan tussen de
narcoticahandel en het ontstaan van andere criminele en
veiligheidsrisico's. In dat verband worden er vijf puntjes aangekaart
waarbij, als u mijn evaluatie daarvan vraagt, ik moet vaststellen dat dit
voornamelijk gaat over het ondersteunen van reeds aan de gang
zijnde initiatieven van de Afghaanse regering, in sommige gevallen
met de ondersteuning van de Verenigde Naties. Er wordt daar echter
wel degelijk verwezen naar deze problematiek op een manier dat men
kan vaststellen dat ze au sérieux wordt genomen.
à la conférence.
Cette réponse correspond en
grande partie au communiqué final
de la conférence. Le texte fait
également référence aux rapports
négatifs entre le narcotrafic et
l'apparition d'autres risques en
matière de criminalité et de
sécurité. Cet aspect est pris très
au sérieux.
06.06 Gerald Kindermans (CD&V): U verbleef maar één dag in 06.06 Gerald Kindermans
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Londen, maar toch stel ik met genoegen vast dat die Conferentie een
vrij breed omvattend spectrum van onderwerpen heeft behandeld.
Ik heb het verslag waarin dat punt 27 voorkomt. U verwijst
ongetwijfeld naar dat verslag.
Ik vind het een goede zaak dat er in Kaboel een opvolgingscommissie
komt. Ik neem aan dat België daar in de mate van het mogelijke
aanwezig zal zijn. Dan kan er misschien ook al een eerste evaluatie
worden gemaakt van de ontwikkelingen die voor 2010 waren
aangekondigd. Men kan nagaan of het effectief mogelijk is om
bepaalde bevoegdheden aan de Afghaanse milities en de daar
aanwezige politiemacht over te dragen.
Een aantal mensen twijfelt aan de geloofwaardigheid van de
Afghaanse regering. Het zal moeten blijken in de komende weken en
maanden of zij de test zal doorstaan.
U verwees naar de regionale betrokkenheid. Er is over Iran
gesproken. De positievere houding die wij in Pakistan meemaken,
onder andere door de recente arrestatie van een kopstuk van de
Pakistaanse taliban, wijst erop dat er alleszins een grotere
samenwerking is tussen de Verenigde Staten en de geheime dienst
van Pakistan. Vroeger was die aanwezig op papier, maar in
werkelijkheid werd eraan getwijfeld of het allemaal door de
Pakistaanse overheid en haar geheime dienst op die manier was
uitgewerkt.
Ik neem nota van de strijd tegen de corruptie. The High Office of
Oversight is opgericht ter bestrijding van de industrie van de poppies.
Wij kennen de poppies uit de Eerste Wereldoorlog, maar blijkbaar
kan men daar ook nog iets anders mee doen.
Naast de kommer en kwel die we over Afghanistan horen en het
ongelooflijk
triestige
verhaal
van
burgerslachtoffers
na
vliegtuigaanvallen, is er toch een klein lichtpunt uit die Conferentie
naar voren gekomen. Wij hopen dat wij het dal hebben bereikt en dat
het vanaf nu beter zal gaan.
(CD&V): Nous verrons dans les
semaines et mois à venir si le
gouvernement afghan passera
l'épreuve de crédibilité.
06.07 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is natuurlijk een internationale conferentie van één
dag, met vele deelnemers. Het is een groot document, maar het blijft
ook wel vaag. Als men zegt dat men tegen eind 2010 de veiligheid per
provincie gaat overdragen aan de Afghanen, vind ik dat heel goed,
maar dan moeten we ook durven zeggen hoe we dat gaan doen. Ik
zie op dit ogenblik niet goed in hoe dat mogelijk zal zijn, maar
misschien ben ik te pessimistisch. Ik hoop alleszins dat het mogelijk
zou zijn, want dat zou ook betekenen dat we niet meer moeten
nadenken over de verlenging van de missie.
U zegt dat u de resultaten van de conferentie meeneemt. Als we
tegen eind 2010 de bevoegdheden voor veiligheid per provincie gaan
overdragen...
06.07 Hilde Vautmans (Open
Vld): Je ne vois pas bien comment
la responsabilité de la sécurité par
province sera transférée aux
Afghans pour la fin 2010. Je suis
peut-être trop pessimiste. J'espère
que ce transfert sera possible car
nous ne devrons alors plus nous
interroger sur la prolongation de la
mission.
06.08 Minister Steven Vanackere: Beginnen over te dragen.
06.08
Steven
Vanackere,
ministre: Nous commencerons à
transférer cette responsabilité à
partir de fin 2010.
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
06.09 Hilde Vautmans (Open Vld): Ik probeer gewoon een link te
leggen met het debat dat we in België zullen moeten voeren. Ik zou
daarover graag iets meer vernemen.
Voor de rest zou ik heel graag het document krijgen dat u hebt
ingediend.
06.10 Minister Steven Vanackere: U bedoelt het eindcommuniqué?
06.11 Hilde Vautmans (Open Vld): Neen, u zegt dat uzelf ook een
schriftelijk document hebt ingediend. Dat heb ik nog niet in mijn bezit.
06.12 Minister Steven Vanackere: Dat kunnen wij uiteraard ook ter
beschikking stellen. Dat is ook publiek.
06.13 Hilde Vautmans (Open Vld): Misschien kan het aan de leden
worden rondgedeeld, want het zal niet de laatste keer zijn dat we hier
in de commissie over Afghanistan zullen spreken. Geef het
communiqué misschien mee aan het secretariaat, dan kan het
misschien ook worden verstuurd naar de afwezige leden.
06.14 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, hebt u
graag dat ik mevrouw Vautmans nu antwoordt?
De voorzitter: Heel punctueel. We zullen ervoor zorgen dat de documenten worden verstuurd naar alle
leden van de commissie.
06.15 Minister Steven Vanackere: Mevrouw Vautmans' gevoel dat
alles nogal vaag is wens ik even te nuanceren. De regering van de
heer Karzaï moest wel een aantal moeilijke noten kraken. In dat
verband denk ik aan de strijd tegen corruptie. De Afghaanse delegatie
zat niet bepaald te wachten op een comité dat internationaal toezicht
zou uitoefenen om te kijken of er wel resultaten werden behaald en
dat het niet alleen bleef bij engagementen.
Mijn complimenten bovendien aan de heren Miliband en Blair voor het
oprichten van het trust fund. Zij hebben op die manier een nieuw
element binnengebracht dat de overgang naar een burgerlijke
strategie kan inluiden. Uiteraard kan kritiek geuit worden op de manier
waarop het geld aangewend zal worden. Men moet immers vermijden
dat mensen overstappen omwille van het geld en dus een schijnbare
overstap doen. Het accent wordt echter onmiskenbaar gelegd op de
poging tot verzoening, herstel van vertrouwen en de bijdrage van ex-
taliban in de richting van een rechtsstaat, maar niet op het militaire
aspect.
Dat zijn mijns inziens concrete elementen die verder gaan dan het
uiten en uitwisselen van ijdele wensen. Naar mijn aanvoelen was de
conferentie van Londen dan ook een nuttige stap waarbij het concrete
nut zal afhangen van de juiste opvolging van de aangegane
engagementen.
U zegt dat indien dat allemaal lukt, wij geen probleem hebben met de
discussie over wat er moet gebeuren na 2010. op dat vlak ben ik het
niet met u eens. Wij zullen ongetwijfeld binnenkort zien of de zaden
die in Kabul gepland zijn ook effectief uitkomen. De lijn die uitgezet
werd in de toespraak van president Obama, en die men mag
06.15
Steven
Vanackere,
ministre: Le gouvernement Karzaï
doit effectivement traiter un certain
nombre de dossiers difficiles. En
matière de corruption, on n'était
pas pressé de voir instaurer un
comité chargé de la surveillance
internationale. La mise en place du
trust fund par M. Miliband et
M. Blair a apporté un nouvel
élément qui pourra inaugurer la
transition vers une stratégie civile.
L'affectation des moyens peut
évidemment
faire
l'objet
de
critiques. Il convient d'éviter que
des personnes passent d'un
régime à l'autre pour des raisons
d'argent. Indéniablement toutefois,
l'accent est mis sur la tentative de
réconciliation avec les anciens
talibans et non sur l'aspect
militaire.
La
conférence
de
Londres
constituait une étape dont l'utilité
concrète dépendra du suivi des
engagements qui ont été pris.
La ligne qui avait été définie dans
le discours du président Obama
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
betwijfelen, maar die in elk geval ook de lijn is die de conferentie heeft
geïnspireerd, is echter een piste van geleidelijke Afghanisering. Als
tegen het einde van 2010 een of meerdere provincies volledig in
handen van de Afghanen kunnen komen, betekent dat nog niet dat wij
er mogen van uitgaan dat alles beklonken is. De operatie zal nog wel
van iets langere adem zijn en dat voelt iedereen wel aan.
Wij moeten het wel plaatsen tegenover de andere, terechte, wens dat
dit geen oneindig verhaal mag worden. Ik meen niet dat wij mogen
zeggen dat het daar in december 2010 opeens licht zal zijn en dat de
Belgische regering geen discussie meer zal moeten voeren over hoe
wij onze internationale engagementen het beste voortzetten.
est également celle qui a inspiré la
conférence, à savoir la piste de
réflexion de l'afghanisation pro-
gressive. Si une ou plusieurs
provinces
pouvaient
être
complètement contrôlées par les
Afghans pour fin 2010, cela ne
permettrait pas pour autant de
considérer que tous les problèmes
seraient résolus. L'opération sera
une entreprise de plus longue
haleine.
Il ne faut pas espérer de miracle
soudain en décembre 2010 ni que
les
discussions
sur
nos
engagements
internationaux
cessent au gouvernement.
06.16 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, mag ik
daaruit besluiten dat u wel voorstander bent van een verlenging?
06.16 Hilde Vautmans (Open
Vld): Le ministre est-il favorable à
une prorogation?
06.17 Minister Steven Vanackere: Nee, u mag daaruit besluiten dat
ik mij opstel als loyaal lid van een coalitieregering. Ik wens dat de
beslissing bij consensus genomen wordt. Ik kan enkel de elementen
verzamelen zoals het hoort. Uiteraard schuift men een aantal
elementen naar voren. Er is de kwestie van onze internationale
geloofwaardigheid. Er is de kwestie wat voor de Belgische publieke
opinie en uiteraard ook de Belgische volksvertegenwoordiging als een
geloofwaardige strategie kan worden gepresenteerd. Persoonlijk
meen ik dat de opvolging in de komende maanden -- niet alleen
inzake Kaboel, maar nog voor die tijd -- van signalen die ons doen
geloven dat wat de heer Karzai zegt aannemelijk is, een bepalende
factor is.
Met de conferentie van Londen nog te vers in het geheugen acht ik
mij vandaag nog niet geroepen daarover een definitief oordeel te
formuleren. U kent mij, ik ben een voorzichtig man en ik probeer
zoveel mogelijk te zorgen voor logica en loyaliteit binnen deze
meerderheid.
06.17
Steven
Vanackere,
ministre: J'adopte l'attitude d'un
membre loyal de la coalition
gouvernementale et souhaite une
décision consensuelle. Il en va en
effet de notre crédibilité à l'échelon
international et vis-à-vis de notre
opinion
publique
et
des
représentants du peuple. Notre
suivi de l'attitude du président
Karzaï au cours des prochains
mois sera selon moi déterminant.
La conférence de Londres est
encore
trop
récente
pour
prononcer un jugement définitif en
la matière.
De voorzitter: Mevrouw Vautmans heeft natuurlijk de prangende vraag van collega's Van der Maelen en
De Vriendt weggenomen. Toch vermoed ik dat zij daarop nog even zullen willen terugkomen.
06.18 Dirk Van der Maelen (sp.a): Dat is al heel deze legislatuur ons
probleem, voorzitter. De oppositie binnen de meerderheid maakt het
leven van de echte oppositie er niet makkelijker op.
Ik geef gewoon deze reactie op de besluiten van de conferentie. Het
ging daar inderdaad om de vertaling van de Obamastrategie. Centraal
in die strategie staat "Afghanisering". Wat dat betreft, staat of valt
alles met de betrouwbaarheid van het regime-Karzai. Op papier ziet
het er allemaal goed uit, maar in de praktijk moet alles nog
gerealiseerd worden.
Zoals u zegt, ziet de nieuwe instelling die de corruptie moet bestrijden
er goed uit op papier. Alleen heb ik vastgesteld dat president Karzai
06.18 Dirk Van der Maelen
(sp.a):
À
la
lecture
des
conclusions de la conférence, il
apparaît que le sort de toute la
stratégie d'"afghanisation" dépend
de la fiabilité du régime du
président Karzaï Sur papier tout
semble merveilleux, mais sur le
terrain tout reste à faire. La
semaine dernière, en l'absence du
parlement, le président Karzaï a
mis en place une commission
électorale composée de cinq
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
vorige week in afwezigheid van het Parlement -- want het is niet in
zitting -- de macht gegrepen heeft en dat hij een nieuwe
verkiezingscommissie heeft aangeduid die bestaat uit vijf door hem
gekozen personen. Wij weten wat er gebeurd is bij de jongste
presidentsverkiezingen.
Tijdens die laatste presidentsverkiezingen is er alleen tegenwind
gekomen omdat er in die groep van 5 3 internationalen zaten. Zij
hebben zich verzet tegen allerlei manipulaties die van Karzai en zijn
regering uitgingen om die verkiezingen zomaar wettig te verklaren. Nu
lijkt het mij toch wel verontrustend te moeten vaststellen dat president
Karzai ineens heeft beslist om die verkiezingscommissie alleen
samen te stellen, hoogstwaarschijnlijk met 5 van zijn vertrouwelingen,
wetende dat er binnenkort nog verkiezingen op het schema staan. Dit
lijkt mij dan ook geen geruststellend teken.
Ik zou het wat mij betreft bij die vaststelling willen houden.
personnes
qu'il
a
lui-même
choisies. Ces pratiques ne sont
vraiment rassurantes.
06.19 Minister Steven Vanackere: Toch niet zonder dat ik u gelijk
geef dat dit zorgwekkend is en dat het geen enkele zin heeft om te
zeggen dat Londen goed was omdat de tekst er goed uitzag en
vervolgens niet te kijken naar de realiteit op het terrein. Dit is een punt
waarbij ik mij haast om te zeggen dat ik dit ook vind. Ik wil u ook wel
toezeggen dat de opvolging van de realiteit wat mij betreft nog
belangrijker is dan het lezen van de al dan niet goede teksten. Ik
heb de zwakheid om te denken dat het goede teksten waren, maar
dat die teksten enkel relevantie krijgen in de mate dat de opvolging
voldoende aantoont dat men het ook ernstig meent. Het incident
waarnaar u verwijst, is ook voor onze Belgische diplomatie een
signaal, een oranje licht, een waarschuwing die ons zeker geen
vertrouwen inboezemt, maar die in het evenwicht van alle fenomenen
tegelijkertijd moet worden bekeken en die ongetwijfeld binnen de
alliantie van de internationale gemeenschap tot de nodige gesprekken
zal leiden om te zien welke conclusies desgevallend moeten worden
getrokken.
06.19
Steven
Vanackere,
ministre: Cette situation me paraît
effectivement préoccupante et
c'est pourquoi j'accorde encore
plus d'importance au suivi de la
réalité sur le terrain qu'aux textes.
Le fait en question constitue aussi
pour notre diplomatie belge un
signal qui fera indéniablement
l'objet des entretiens nécessaires
au sein de la communauté
internationale.
De voorzitter: Om het met een Londens gezegde samen te vatten: "The proof of the pudding is in the
eating."
06.20 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, wat
mij vooral interesseerde was de Belgische rol en bijdrage tot de
beslissingen die werden genomen op die Afghanistan conferentie.
Wat leid ik af uit uw antwoord? Er is geen Belgische deelname aan
het trust fund voor de herintegratie van...
06.20 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Puis-je déduire de la
réponse du ministre qu'il n'y aura
pas de participation belge au trust
fund?
06.21 Minister Steven Vanackere: Daarover is nog geen beslissing
genomen zoals in talloze andere landen.
06.21
Steven
Vanackere,
ministre: Aucune décision n'a
encore été prise sur ce point,
comme c'est aussi le cas de
beaucoup d'autres pays.
06.22 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ja, maar ik merk in uw
antwoord op de opmerkingen van collega Vautmans dat u wel met lof
strooit ten aanzien van het initiatief. Ik merk ook dat een aantal
andere landen wel al hebben beslist om bij te dragen. België heeft dat
nog niet gedaan. U heeft gezegd dat dit eerst moet worden besproken
binnen de regering. Betekent dit dat er een voorstel op tafel komt om
wel bij te dragen tot het trust fund? Zal u dat op de agenda leggen van
06.22 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Le ministre semble être
partisan de l'initiative. Certains
pays ont déjà décidé, par contre,
de
participer.
Le
ministre
formulera-t-il une proposition dans
ce sens au gouvernement? Par
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
de Ministerraad, van de Kern? Dat is een vraag die open blijft. U
poneert dat dit eerst binnen de regering moet worden besproken,
maar ik vraag mij af of er van uw kant een voorstel komt.
Ten aanzien van de Belgische rol. U zegt dat het dankzij de
onderhandelingen aan Belgische kant is dat er een centrale rol komt
voor de Verenigde Naties in de wederopbouw en ontwikkeling. Dat
blijft bijzonder vaag, mijnheer de minister. Hoe wordt dat
gerealiseerd? Welke maatregelen worden genomen? Wat is beslist
op die Afghanistan conferentie? Wat is de reactie geweest van ISAF?
U weet dat ook de PRT's aan civiele opbouw trachten te doen. U zegt
dat de Afghanistan conferentie beslist heeft dat er een meer centrale
rol moet komen voor de VN inzake wederopbouw en ontwikkeling.
U zegt echter niet hoe men een en ander zal realiseren. Ik verwijs ook
naar het voorbeeld inzake corruptie. Men beslist de ene dag het ene
en de andere dag zien we dat er op het terrein al een aantal
discutabele beslissingen worden genomen.
Tot slot, u hebt hier niet gezegd dat België meer middelen zal
besteden aan wederopbouw en ontwikkeling. Men blijft dus blijkbaar
nog altijd bij de 12 miljoen euro. Ik herhaal de opmerking die ik in mijn
vraag heb gemaakt. Duitsland had al beslist om zijn budget inzake
wederopbouw en ontwikkeling te verdubbelen. Ik lees in de pers dat
een aantal wederopbouwprojecten in Kunduz, waar Belgen actief zijn,
te kampen hebben met een gebrek aan middelen. Mijnheer de
minister, we blijven hier zitten met een zeer groot onevenwicht tussen
het militair engagement voor meer dan 100 miljoen euro in
Afghanistan en het civiele engagement van de Belgische regering
voor 12 miljoen euro. Hoewel er op de conferentie inzake Afghanistan
een aantal interessante dingen gezegd werden, vind ik dat het
Belgische engagement terzake beneden alle peil blijft. Ik blijf wachten
op een grondig, eerlijk engagement van de Belgische regering en een
hernieuwde strategie die wel tot succes kan leiden in Afghanistan.
ailleurs, le ministre parle de la
place prépondérante des Nations
unies dans le processus de
reconstruction de l'Afghanistan,
mais comment cela se passera-t-il
dans la pratique?
Le ministre n'a pas dit que notre
pays consacrera plus de moyens à
la reconstruction. On en reste
donc à un montant de 12 millions
d'euros, alors que notamment
l'Allemagne double son budget. Il y
a donc toujours un écart très
important entre notre engagement
militaire pour un montant de plus
de 100 millions d'euros et notre
engagement civil pour un montant
de 12 millions d'euros.
06.23 Minister Steven Vanackere: Mijnheer De Vriendt, ik denk niet
dat het eerlijk is om te zeggen dat ik na of zelfs voor de conferentie
heb nagelaten om met geweldige nieuwe engagementen te komen. Ik
heb hier tijdens de voorbereiding immers duidelijk laten blijken dat dit
ook onze intentie niet was. Trouwens, op aangeven van een aantal
parlementairen moest Londen ons vooral de kans geven om te weten
of we in een geloofwaardig verhaal zaten. Ik herinner mij heel goed
dat er in deze commissie ook velen zijn geweest die wensten dat ik
zou nagaan of wat de heer Karzai daar kwam vertellen een beetje
steek hield. Als u nu dus zegt dat ik eigenlijk al van tevoren geld had
moeten beloven voor een trust fund of dat ik al had moeten zeggen
wat ik extra wou gaan doen, al dan niet in een scenario met een
sterker civiel accent, moet ik zeggen dat we ook nooit hadden
aangekondigd dat België 's anderendaags na Londen dit soort positie
zou innemen.
U vroeg of ik voorstellen ging formuleren aan de kern. Natuurlijk, als
dit moet besproken worden binnen de regering betekent dit uiteraard
dat wij naar een pad gaan waarin wij als Belgische regering moeten
nadenken over de tijdshorizon van ons engagement en over ons
engagement in zowel het militaire als het civiele luik. In dat verband
verwijs ik gewoon naar mijn eerdere verklaringen. We zullen de
beslissingen in consensus nemen op het ogenblik waarop we
06.23
Steven
Vanackere,
ministre:
Je
formulerai
bien
évidemment des propositions au
sein du gouvernement, qui doit se
pencher sur nos engagements
militaires et civils et sur le
calendrier en la matière. Je
respecte l'engagement formulé par
Mme Merkel pour un montant de
50 millions d'euros, mais je n'ai
reçu aucun mandat en la matière.
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
daarvoor voldoende elementen hebben. Het is nooit de bedoeling
geweest om dat in de marge of aan de vooravond van Londen aan te
kondigen. Ik heb groot respect dat mevrouw Merkel de dag voor de
conferentie van Londen 50 miljoen euro beloofde. Ik kan u echter ook
verzekeren dat ik geen mandaat had van de Belgische regering om
dat soort stappen te zetten.
Wat betreft onze inbreng heb ik de indruk dat u het wat verkeerd
voorstelt. Ik ben niet zoals de muis die naast de olifant loopt en zegt
"wij maken nogal wat stof". Ik heb er gewoon op willen wijzen dat ik in
termen van bijdragen op het niveau dat wij als Belgen mogen willen
bijdragen een statement heb gedaan, dat ik contact heb gehad met de
heer Miliband en dat wij bij het opmaken van het eindcommuniqué
een aantal voorstellen van compromistekst hebben gedaan die
aanvaard zijn. Ik wil alleen aantonen dat we onze dag daar niet in
ledigheid hebben doorgebracht. We hebben binnen het internationaal
concert wel degelijk onze rol gespeeld op het niveau van onze ambitie
en onze dimensie.
06.24 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
heb niet gezegd dat u vóór die top beslissingen had moeten nemen.
Ik heb u gevraagd waarom er op de top zelf geen beslissing werd
genomen door de Belgische regering om bijvoorbeeld meer middelen
vrij te maken inzake wederopbouw en ontwikkeling, om bijvoorbeeld
bij te dragen tot een trust fund. Een geloofwaardig verhaal in
Afghanistan kan maar gemaakt worden als er voldoende budgetten
zijn voor wederopbouw en ontwikkeling. Nogmaals, ik stel vast dat dit
vandaag in Kunduz, op het terrein, niet het geval is. Andere landen
geven blijkbaar wel een mandaat aan hun ministers om op die top
beslissingen ter zake te nemen. De Belgische regering, met u in het
bijzonder, heeft dat niet gedaan.
06.24 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Pourquoi, lors du sommet
même, le gouvernement belge n'a-
t-il pas décidé d'affecter davantage
de moyens à la reconstruction et
au développement et de contribuer
à un fonds fiduciaire? D'autres
pays ont manifestement bel et
bien donné un mandat en ce sens
à leurs ministres.
De voorzitter: Waarvan akte. Ik bedoel, de minister daarin steun ik hem had dat in het debat
voorafgaand ook zeer duidelijk gesteld. Elk land heeft zijn eigen systeem. Sommige ministers gaan naar
een top met een zeer gebonden mandaat, wat zeer vervelend is. Zij kunnen dan ook niet bewegen. Maar ik
stel voor dat we daar nu niet verder op ingaan.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Er werd overeengekomen dat vraag nr. 18835 van de heer Van der Maelen zou worden omgezet in een
schriftelijke vraag.
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Tuybens aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de mensonwaardige leefomstandigheden van de Roma" (nr. 18857)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de Roma" (nr. 18884)
07 Questions jointes de
- M. Bruno Tuybens au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions de vie inhumaines des Roms" (n° 18857)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "les Roms" (n° 18884)
07.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, de uitbreiding van de Europese Unie tot
zevenentwintig landen heeft ervoor gezorgd dat de inwoners ervan
gebruik kunnen maken van een van de vier basisvrijheden, met name
07.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Depuis l'élargissement de
l'Union européenne à 27 membres,
les citoyens de l'ensemble de ces
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
de vrije verplaatsing van personen. Als gevolg van dat nieuw recht,
stellen wij vast dat bepaalde groepen daarvan massaal gebruik
maken.
Een zeer opvallende groep die gebruik maakt van het recht om zich
vrij te verplaatsen en te vestigen in de Europese Unie, zijn de Roma.
Ik begrijp dat die mensen dat doen, zeker als we de situatie bekijken
waarin zij zich in hun moederlidstaat bevonden voor de uitbreiding.
Die mensen zijn vaak het slachtoffer van uitbuiting, sociale uitsluiting,
discriminatie, kortom, zij worden heel vaak in hun oorspronkelijke
samenleving gemarginaliseerd. De problematiek van de groep van de
Roma is algemeen bekend. Toch blijkt er van bescherming en
integratie van die doelgroep in hun oorspronglidstaat niet veel in huis
te komen.
Als gevolg daarvan stellen wij vast dat verschillende Vlaamse steden
geconfronteerd worden met grote groepen Roma. De steden willen
hen wel begeleiden, maar er is een gebrek aan middelen, alsmede --
maar daarvoor kan ik u niet aanspreken -- een gebrek aan een
overkoepelend juridisch kader om die moeilijke opdracht tot een goed
einde te brengen.
Sinds hun toetreding zijn de nieuwe EU-lidstaten echter ook
gebonden aan verschillende essentiële waarden en het respect voor
de mensenrechten. Toch lijkt het erop dat de situatie van de Roma
niet verbetert in de landen waaraan die mensen hun nationaliteit
ontlenen.
Die problematiek behoort, zoals ik al zei, uiteraard niet exclusief tot
uw bevoegdheid, maar u staat wel aan het hoofd van de Belgische
diplomatie en u bent een van de hoofdverantwoordelijken voor de
organisatie van het Belgisch EU-voorzitterschap.
Ik heb vastgesteld dat u op 10 december 2009 in de Senaat een
aantal antwoorden hebt voorgelezen, op een vraag gesteld aan de
eerste minister.
Voorzitter: Marie Arena.
Présidente: Marie Arena.
Aansluitend op de antwoorden die u daar hebt gegeven, heb ik twee
bijkomende vragen.
Op 8 april 2010 organiseert Spanje, dat het roterend voorzitterschap
van de Raad van de Europese Unie op zich neemt, een tweede
Europese Roma-top. Neemt België daaraan deel? Zo ja, met welke
boodschap? Hoever staat het met uw voorbereidingen?
Bent u zinnens om contact op te nemen met de steden die op dit
moment met de problemen van de massale instroom van Roma
worden geconfronteerd?
Hoe zal ons land met de verschillende vakministers en tijdens het
eigen voorzitterschap in de tweede helft van 2010, invloed trachten uit
te oefenen op de betrokken lidstaten om de situatie van de Roma te
verbeteren
en
om
deze
lidstaten
te
wijzen
op
hun
verantwoordelijkheden?
pays peuvent faire valoir un droit à
la libre circulation des personnes,
ce que certains groupes font
d'ailleurs de manière massive.
Cela vaut notamment pour les
Roms, qui sont très souvent
marginalisés dans leur pays
d'origine. De ce fait, plusieurs
villes de Flandre se trouvent
confrontées à de grands groupes
de Roms, qu'elles ne peuvent
toutefois encadrer de manière
efficace en raison d'un manque de
moyens et de l'absence d'un cadre
juridique général adéquat.
L'Espagne organisera le 8 avril
2010
le
deuxième
sommet
européen sur les Roms. La
Belgique y participera-t-elle? Quel
sera le message porté par notre
délégation? Où en sont les
préparatifs du ministre? Prendra-t-
il
contact
avec
les
villes
actuellement confrontées à un
afflux massif de Roms? Quelle
stratégie adopterons-nous durant
la présidence belge, au second
semestre
2010,
pour
tenter
d'inciter
les
États
membres
concernés à prendre des mesures
permettant d'améliorer la situation
des Roms?
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Voorzitter: Geert Versnick
Président: Geert Versnick.
07.02 Minister Steven Vanackere: De Belgische regering is heel
gevoelig voor de problematiek van de Roma. Vanuit die optiek wordt
de uitwerking van een multisectorieel actieplan ten gunste van de
Roma onderzocht. Bij dit actieplan, dat de begunstiging van een
geïntegreerde aanpak en de verbetering van het lot van de Roma-
bevolking als doel heeft, worden alle bestuursniveaus betrokken. Het
moet de basis vormen van de reflecties en de initiatieven die onder
het Belgisch voorzitterschap kunnen worden genomen.
De Roemeense regering erkent het bestaan van het probleem van de
sociale integratie van de Roma. Zij verklaart zich onvoldoende
gewapend te voelen om dit probleem ten gronde te kunnen
aanpakken. De europeanisering van deze kwestie, voortgebracht door
president Basescu, zou gedeeltelijk kunnen bijdragen tot het vinden
van een oplossing.
De Europese Unie werd de laatste maanden gesensibiliseerd voor de
problematiek van de Roma. Drie opeenvolgende Europese raden
hebben aan de commissie gevraagd om zich met specifieke
bevolkingsgroepen en gemarginaliseerde gemeenschappen bezig te
houden. Tien gemeenschappelijke grondbeginselen over de opname
van gemarginaliseerde gemeenschappen werden tijdens de Raad van
8 juni 2009 aangenomen. Op basis van deze beginselen heeft de
commissie voorgesteld om een maatregel in te voeren die tot doel
heeft de huisvesting van de gemarginaliseerde bevolkingsgroepen te
bevorderen.
In het kader van het Europees jaar van de strijd tegen armoede en
sociale uitsluiting, zal bijzondere aandacht aan het lot van
gemarginaliseerde gemeenschappen, waaronder de Roma, worden
besteed. Het is duidelijk dat de situatie van de Roma in Roemenië op
Europees niveau een bron van bezorgdheid is. Niettemin zou het voor
de Europese autoriteiten contraproductief zijn om een specifiek land
met de vinger te wijzen. De problematiek moet in een ruimer regionaal
kader worden bekeken.
U spreekt mij terecht aan als postbus van een aantal
verantwoordelijken.
Het proces van intra-Belgisch overleg met betrekking tot dit
onderwerp is nog maar pas begonnen. Daarom is het voorbarig om
zich uit te spreken over mogelijke initiatieven die ons land zal nemen
ten gunste van de Roma, tijdens het Belgisch voorzitterschap van de
Europese Unie.
Ik beschouw mij echter als gesensibiliseerd en verwijs opnieuw naar
het begin van mijn antwoord. Met dat multisectorieel actieplan zullen
wij wel degelijk de dialoog met de verschillende autoriteiten, met
andere woorden ook met de lokale autoriteiten, de gepaste aandacht
geven.
Ik wil ook nog signaleren, ter illustratie van wat ik in mijn
voorbereidend antwoord heb verteld, dat er wel degelijk een grotere
sensibilisatie ten aanzien van de problematiek ontstaat. Bij twee
bilaterale contacten, namelijk met mijn Italiaanse collega en met mijn
07.02
Steven
Vanackere,
ministre: Le gouvernement belge
étudie actuellement la possibilité
d'élaborer un plan d'action multi-
sectoriel en faveur des Roms. Ce
plan tend à favoriser une approche
intégrée ainsi que l'amélioration du
sort du peuple rom. Ce document
servira de base aux initiatives qui
pourront être prises sous la
présidence
belge.
Le
gouvernement roumain admet le
problème, tout en affirmant qu'il
manque de moyens pour s'y
attaquer en profondeur.
Trois
Conseils
européens
successifs ont demandé à la
Commission de s'intéresser aux
communautés marginalisées. La
Commission a proposé, sur la
base des 10 principes fondamen-
taux communs adoptés lors du
Conseil du 8 juin 2009, d'instaurer
une mesure tendant à favoriser
l'établissement des groupes de
population marginalisés.
Dans le cadre de l'Année
européenne de lutte contre la
pauvreté et l'exclusion sociale, une
attention particulière sera consa-
crée au sort des communautés
marginalisées, parmi lesquelles
les Roms. Il est clair que la
situation de ces derniers en
Roumanie constitue une source
d'inquiétude au niveau européen.
Néanmoins, pour les autorités
européennes, la stigmatisation
d'un pays en particulier serait une
mesure
contre-productive.
Le
problème doit être considéré dans
un cadre régional plus large.
La concertation à ce sujet vient de
débuter en Belgique. Il serait dès
lors prématuré de se prononcer
sur les éventuelles initiatives que
notre pays prendra lors de la
présidence belge. Le sujet a
également été abordé dans le
cadre de deux contacts bilatéraux
avec mes homologues italien et
français.
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Franse collega, is het onderwerp aan bod gekomen. Er is dus wel
degelijk een grotere sensibilisatie met betrekking tot deze
problematiek. Wij zullen daaraan dus ook intra-Belgisch duidelijk
verder moeten werken, om te zorgen dat wij tegen het voorzitterschap
kunnen nagaan hoe wij kunnen bijdragen tot de verbetering van het
lot van deze gemarginaliseerde gemeenschap.
07.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik wil erop
wijzen dat in de stad die ik het beste ken, waar het probleem zich
misschien ook wel het scherpst van al presenteert, trouwens de
thuisstad van de voorzitter van de commissie, de aanwezige Roma
niet noodzakelijkerwijze allen uit Roemenië komen. Het merendeel
komt uit Slowakije. Het is dus een bijzonder breed probleem.
Ik ken persoonlijk een aantal verantwoordelijken van de stad die
geconfronteerd worden met dit probleem. Ik ben dit zelf al eens gaan
bekijken. Het is echt een probleem dat over de hoofden, buiten de
macht van die stad aan het groeien is. Willen wij het probleem
oplossen, dan moet naar de oorzaak ervan worden gekeken en die
ligt precies bij discriminatie en marginalisering in de thuislanden van
betrokkenen. Het is misschien goed dat er een actieplan op Belgisch
vlak wordt opgesteld.
Als wij het probleem echter bij de wortel willen aanpakken, dan
moeten wij iets doen op Europees vlak. Ik hoop dat het Belgisch
voorzitterschap op dat vlak een goede gelegenheid is. Wij moeten
gezamenlijk met een aantal landen ageren. U zegt dat ook Italië en
andere landen u daarover reeds aangesproken hebben, dat betekent
dus dat er een coalitie van landen kan ontstaan die aan de betrokken
landen kunnen duidelijk maken dat het niet opgaat om te worden
opgezadeld met problemen die zij creëren.
Mijnheer de minister, ik wil er dus echt op aandringen om in de
verdere voorbereiding van het Belgisch voorzitterschap dit probleem
op te nemen. Ik noteer uw bereidheid om daaromtrent ook overleg te
plegen met lokale autoriteiten, waarvoor dank.
07.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): À Gand, la ville où habite le
président de la commission, les
Roms ne viennent pas forcément
de Roumanie mais aussi de
Slovaquie. Le problème est donc
très vaste et la ville ne pourra
bientôt plus le gérer. La cause du
problème est la discrimination et la
marginalisation dont ces personnes
font l'objet dans leur pays
d'origine. Je me réjouis qu'un plan
d'action soit élaboré à l'échelon
belge mais si nous voulons
prendre le problème à la racine, il
faut agir à l'échelon européen.
J'espère que la présidence belge
nous en donnera l'occasion.
De voorzitter: Mijnheer de minister, Ik steun de vraag van collega
Van der Maelen. De OCMW-voorzitter van Gent heeft mij ook gemeld
dat dit een probleem is dat de kracht van de stad Gent en van het
OCMW van Gent overstijgt.
Le président: Je me rallie à cette
demande de M. Van der Maelen.
Ce problème dépasse en effet les
possibilités de la ville et du CPAS
de Gand.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Vraag nr. 18839 van de heer Van der Maelen wordt uitgesteld.
08 Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "la déclaration du premier ministre israélien" (n° 18843)
08 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "de uitspraak van de Israëlische premier" (nr. 18843)
08.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, j'ai déposé cette question le 26 janvier dernier,
mais comme cette commission procède souvent à des auditions, elle
aboutit seulement aujourd'hui. Elle n'en garde pas moins toute son
actualité.
08.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): De Israëlische eerste
minister verklaarde onlangs dat de
nederzettingen op de Westelijke
Jordaanoever altijd deel zullen
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Il y a quelques semaines, le premier ministre israélien, M. Benjamin
Netanyahu, a fait une déclaration selon laquelle "les colonies en
Cisjordanie feront toujours partie d'Israël".
Cette affirmation a été jugée "inacceptable"; elle risque de provoquer
"un nouveau conflit", selon le chef de la diplomatie luxembourgeoise,
qui s'est exprimé le 25 janvier et a pris ainsi ses responsabilités à la
veille d'une rencontre européenne et tenait à défendre ce point lors de
cette réunion.
En effet, de telles déclarations sont une provocation et une menace
sur le processus de paix dans la région et risquent de mener tout droit
à un nouveau conflit, qui ne peut pas être dans l'intérêt de la région, ni
des Palestiniens, ni des Arabes, ni des Israéliens, comme le disait
encore hier M. Mahmoud Abbas, en insistant sur le fait que la paix
dans la région est dans l'intérêt de tous et que personne n'en sortirait
grandi si la région devait rester une poudrière.
Monsieur le ministre, lors de cette rencontre européenne, quelle a été
la position défendue par le gouvernement belge face à de telles
affirmations? Quelle a été la réaction, en particulier par rapport à cette
déclaration du premier ministre israélien qui enfreint ainsi certains
accords et jugements internationaux?
blijven
uitmaken
van
Israël.
Dergelijke verklaringen zijn een
provocatie, houden een bedreiging
in voor het vredesproces in de
regio en dreigen regelrecht tot een
nieuw conflict te leiden. Welk
standpunt heeft ons land ten
aanzien van die verklaringen
ingenomen
op
de
jongste
Europese vergadering?
08.02 Steven Vanackere, ministre: Monsieur le président, la
Belgique et ses partenaires au sein de l'Union européenne continuent
à plaider pour un gel total de la politique de colonisation israélienne en
Cisjordanie et à Jérusalem, qui est d'ailleurs illégale au regard du droit
international.
C'est dans ce contexte que la Belgique a activement soutenu
l'adoption des conclusions du Conseil Affaires étrangères, auquel j'ai
assisté, du 8 décembre 2009, qui réaffirme que l'Union européenne
ne reconnaîtra aucune modification aux frontières d'avant 1967, qui
n'aurait pas reçu l'accord préalable des parties. Lors de l'entretien que
le premier ministre et moi-même avons eu hier avec le président
Abbas, ce dernier a encore exprimé sa reconnaissance pour l'apport
constructif de ces conclusions.
Je crois aussi qu'en citant cette déclaration, je synthétise assez
clairement la position de la Belgique vis-à-vis de la question que vous
me posez.
Plus généralement, ces mêmes conclusions ont réitéré l'appel de
l'Union européenne, mais aussi du Quartet, pour que toutes les
parties concernées s'abstiennent de toute provocation qui
compliquerait la reprise des négociations qui doivent aboutir à la
création d'un État palestinien coexistant dans la paix et la sécurité
mutuelle avec l'État d'Israël.
08.02 Minister Steven Vanackere:
België en onze EU-partners pleiten
voor een totale stopzetting van het
Israëlisch nederzettingenbeleid op
de Westelijke Jordaanoever en in
Jeruzalem, dat trouwens onwettig
is in het licht van het internationaal
recht.
België heeft aldus de goedkeuring
van de conclusies van de Raad
Buitenlandse
Zaken,
volgens
welke de Europese Unie geen
enkele wijziging van de grenzen
van vóór 1967 zal erkennen
waarmee de betrokken partijen
niet vooraf hebben ingestemd,
actief gesteund.
Meer in het algemeen werd in
diezelfde conclusies de oproep
herhaald van de Europese Unie,
maar ook van het Kwartet, opdat
alle betrokken partijen zich zouden
onthouden van iedere provocatie
die de hervatting zou bemoeilijken
van de onderhandelingen die
moeten uitmonden in de oprichting
van een Palestijnse Staat die in
vrede en onderlinge veiligheid
naast de Staat Israël zou bestaan.
08.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, merci 08.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
pour votre réponse. Je pense que vous avez aussi mis le doigt sur ce
que peut représenter l'implantation de nouvelles colonies, c'est-à-dire
une provocation! Jusqu'à quand l'Union européenne, en ce compris la
Belgique, va-t-elle permettre ces constructions?
À quel moment cette condition sera-t-elle posée dans la discussion
avec Israël - quasi-membre de l'Union européenne vu le statut dont
elle bénéficie? À quel moment des sanctions seront-elles prononcées
au cas où Israël ne respecterait pas ses engagements?
Prévoit-on des sanctions lors d'une prochaine construction ou
provocation? Ce ne sont pas seulement les partenaires régionaux qui
subissent ces provocations, c'est aussi une provocation au niveau
européen.
Groen!): Hoe lang zullen de
Europese Unie en België, lid van
de
EU,
die
bouw
van
nederzettingen
nog
toelaten?
Wanneer
zullen
er
sancties
worden genomen indien Israël zijn
engagementen niet zou naleven?
Le président: Dire qu'Israël est quasi-membre de l'Union européenne me paraît excessif!
08.04 Steven Vanackere, ministre: Je ne crois pas que ce soit le
langage utilisé par l'Union européenne ou les autres membres du
Quartet.
L'essentiel, et tout le monde le reconnaît, c'est de mettre les deux
parties autour de la table des négociations.
Parler de provocation et dès lors de sanction n'est pas de nature à
augmenter les chances d'arriver à un accord entre les deux parties,
selon les critères développés par l'Union européenne dans sa
déclaration faite début décembre.
Aujourd'hui, nous appuyons les efforts des États-Unis avec
M. Mitchell. La position de l'Union européenne est de supporter et de
soutenir ces efforts et d'être, si nécessaire, garante d'un certain
nombre d'engagements en vue d'augmenter les chances de
négociations.
Quant à la déclaration, je l'ai placée dans un contexte. Je crois que
nous avons l'obligation, avec la communauté internationale, de nous
intéresser à une solution stable pour les deux États. Nous devons
favoriser les chances pour les deux parties de se mettre autour d'une
table de négociations et non pas de se lancer dans un dialogue ou un
discours de sanction.
08.04 Minister Steven Vanackere:
Wat telt is de twee partijen samen
te brengen rond de onder-
handelingstafel. De kansen op een
akkoord worden er niet groter op
door te zeggen dat provocaties
door sancties gevolgd zullen
worden. We staan achter de
inspanningen van de Verenigde
Staten,
die
een
aantal
engagementen
bepleiten
en
steunen, om de slaagkansen van
de
onderhandelingen
te
verbeteren.
Le président: Dont acte!
08.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je ne
pense pas que la provocation vienne des termes que nous utilisons
ici.
La provocation vient de celui qui enfreint les accords. L'idéal serait de
geler l'implantation de nouvelles colonies et de se remettre alors
autour de la table. C'est ce que tout le monde souhaite.
Le premier ministre palestinien a réagi face aux nouvelles colonies en
disant qu'elles entravaient la mise en place du processus de paix. De
quel processus de paix peut-il encore être question si l'État israélien
ne se soumet pas au plus petit dénominateur commun pour que les
futures négociations soient un succès que nous souhaitons tous?
08.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Het is degene die de
akkoorden schendt die provoceert.
Idealiter zou de bouw van nieuwe
nederzettingen moeten worden
bevroren. Er moet ook opnieuw
worden onderhandeld!
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Questions jointes de
- M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'incident diplomatique impliquant M. Michel" (n° 18844)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'accès à la bande de Gaza" (n° 18917)
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la position de la Belgique en ce qui concerne la situation en Israël et en
Palestine" (n° 19643)
- Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'interdiction d'obtenir des visas de travail pour les coopérants des ONG dans
les territoires palestiniens" (n° 19357)
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het diplomatiek incident met de heer Michel" (nr. 18844)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de toegang tot de Gazastrook" (nr. 18917)
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het Belgische standpunt over Israël-Palestina" (nr. 19643)
- mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "het verbod op werkvisa voor ontwikkelingswerkers van ngo's in de
Palestijnse gebieden" (nr. 19357)
09.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, à
nouveau ma question arrive en retard quant à la forme mais, quant au
fond, je pense qu'elle reste d'actualité.
Monsieur le ministre, pendant quelques jours, la presse a fait état de
l'incident diplomatique entre notre pays et Israël dont le ministre
Charles Michel a été le protagoniste. En effet, lors de sa visite en
Israël et dans les territoires palestiniens, M. Michel s'est vu refuser
l'entrée dans Gaza par le gouvernement israélien. La mission de
M. Michel s'inscrivait pourtant bien dans le cadre de l'aide au
développement, canal reconnu par toutes les parties comme étant le
seul pour pouvoir entrer dans Gaza.
Notre pays a consenti d'importants investissements dans la région du
Proche-Orient et y soutient la reconstruction d'un certain nombre
d'infrastructures. Il était donc légitime que le ministre en charge de
cette question se rende sur place pour en évaluer l'impact. C'est
d'ailleurs ce que le ministre Michel déclarait vouloir faire.
La décision du gouvernement israélien est donc une atteinte au
déploiement de la diplomatie belge. Monsieur le ministre, quelle a été
votre réaction à la suite de cet incident? Que comptez- vous faire pour
que de telles entraves aux missions de la diplomatie belge ne se
reproduisent plus? Je ne crois pas que seul M. Michel ait eu des
difficultés pour entrer dans Gaza. D'autres délégations, sous l'égide
des Affaires étrangères, qui ont voulu se rendre à Gaza n'ont pu y
accéder.
09.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Tijdens zijn bezoek aan
Israël en de Palestijnse gebieden
heeft de Israëlische regering
minister Michel de toegang tot
Gaza ontzegd. Ons land heeft
aanzienlijk in het Midden-Oosten
geïnvesteerd, en steunt er de
wederopbouw van een aantal
voorzieningen. Wat was uw reactie
naar aanleiding van dat incident?
Wat zal u ondernemen om een
herhaling in de toekomst te
voorkomen?
09.02 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, eind
januari werd de minister van Ontwikkelingssamenwerking, Charles
Michel, de toegang tot de Gazastrook geweigerd. Minister Michel
wilde
de
projecten
bezoeken
die
de
Belgische
Ontwikkelingssamenwerking daar ondersteunt. U plande ook een
09.02 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Fin janvier, le ministre
Michel n'a pas eu accès à la
bande de Gaza, où il voulait visiter
des projets financés par notre
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
bezoek aan de regio, maar u moest wegens ziekte afzeggen.
Heel wat politiek hete hangijzers staan op de agenda, zoals Gaza, de
Israëlische nederzettingenpolitiek op de Westelijke Jordaanoever, het
statuut van Oost-Jeruzalem, de rol van de buurlanden en de
verhoudingen tussen Israel en de Europese Unie.
We willen u vragen om die punten op de agenda te plaatsen tijdens
uw diplomatieke contacten en/of tijdens een volgend bezoek aan de
regio. Ik heb vijftal concrete vragen voor u.
Ten eerste, waarom kwam er geen formeel diplomatiek protest tegen
het verbod dat Israël aan minister Michel oplegde om in de
Gazastrook ontwikkelingsprojecten te bezoeken die door België
gefinancierd worden? Nochtans moet Israël de humanitaire respons
faciliteren in de gebieden die het bezet. Israël belemmert
systematisch de toegang tot Gaza voor internationale ngo's en
beleidsmakers. Dat is een bijzonder negatieve evolutie, vermits het
humanitaire actie onmogelijk maakt. Wat zal de Belgische regering
doen om dat te veranderen?
Ten tweede, is Israël volgens u een bezettende macht in Gaza?
Welke consequenties heeft dat volgens het internationale recht op
humanitair vlak?
Ten derde, internationale NGO's krijgen niet langer een
werkvergunning maar een toeristenvisum. Welke stappen zult u
zetten om Israël te overtuigen een verandering in zijn visapolitiek door
te voeren?
Ten vierde, wat is uw visie op een eventuele upgrade in de relaties
tussen de EU en Israël? De huidige voorzitter van de Europese Unie,
Spanje, zou naar verluidt de bevriezing daarvan ongedaan willen
maken? Wat is het Belgische standpunt en welke actie zal de
regering ondernemen?
De bilaterale akkoorden tussen Israël en de EU moeten zich ten slotte
beperken tot het grondgebied van Israël en mogen niet van
toepassing zijn op de, volgens het internationale recht illegale
kolonies. Hoe kan dat worden gegarandeerd? Wat is het Belgische
standpunt en welke actie zult u ondernemen? Een mogelijkheid kan
zijn om in nieuwe akkoorden een clausule op te nemen die Israël
ertoe verplicht om de akkoorden niet in de nederzettingen toe te
passen.
pays. Pourquoi notre pays n'a-t-il
pas
émis
de
protestation
diplomatique?
En
interdisant
systématiquement l'accès à Gaza
aux ONG et aux hommes
politiques,
Israël
rend
l'aide
humanitaire impossible. Quelles
initiatives le gouvernement belge
envisage-t-il?
Le
ministre
considère-t-il Israël comme une
force d'occupation à Gaza? Les
représentants
des
ONG
n'obtiennent plus de permis de
travail mais un visa touristique.
Quelles initiatives le ministre
compte-t-il prendre pour infléchir
cette politique de visas? Quelle est
sa vision sur un renforcement
éventuel des relations entre l'UE et
Israël? De quelle manière peut-on
garantir que les accords bilatéraux
conclus entre Israël et l'UE ne
s'appliquent que sur le territoire
israélien?
Le président: Mme Arena a demandé de pouvoir poser sa question n° 19357 maintenant, car elle porte sur
le même problème. Sa question concerne en effet l'interdiction d'obtenir des visas de travail pour les
coopérants d'ONG dans les territoires palestiniens. Si cela vous convient, monsieur le ministre, vous
pourrez répondre en une fois aux trois questions.
09.03 Marie Arena (PS): Merci beaucoup, monsieur le président. Ma
question ne porte pas exactement sur le fait que le ministre de la
Coopération n'a pas pu avoir accès à certains territoires, elle
concerne plus les ONG.
Monsieur le ministre, les autorités israéliennes ont décidé de ne plus
accorder que des visas touristiques mentionnant l'autorisation de
travailler sur le territoire palestinien. Néanmoins, ce type de visas
09.03 Marie Arena (PS): De
Israëlische overheid heeft beslist
om alleen nog toeristenvisa met
vermelding
van
een
werk-
vergunning op het Palestijnse
grondgebied uit te reiken. De
houder van zo'n visum mag niet
werken in Israël. Op die manier wil
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
interdit le travail en Israël. L'objectif que sous-tend cette décision
semble être de sceller l'isolement de Jérusalem-Est du reste de la
Cisjordanie, puisque le gouvernement israélien considère que
Jérusalem-Est fait partie de son territoire et n'autorise donc pas de
visa aux coopérants sur cette partie palestinienne.
Seuls 40 % des territoires occupés sont donc hypothétiquement
accessibles aux ONG, les visas étant de plus accordés de manière
aléatoire et dans un délai allant d'une semaine à un an. Enfin, ils
requièrent un renouvellement tous les trois mois. Les coopérants ne
sont dès lors jamais certains de pouvoir rester sur place.
Ces coopérants se plaignent que les quartiers généraux des ONG
ainsi que leurs propres habitations se trouvent sur Jérusalem-Est et
qu'ils sont dès lors dans une situation des plus difficiles et surtout
ridicule. Alors que l'on connaît la situation dramatique des territoires
palestiniens le témoignage d'hier de Mahmoud Abbas montrant bien
les difficultés vécues par les populations palestiniennes , toutes les
missions humanitaires sont remises en cause.
Vu le refus des autorités israéliennes d'accepter l'entrée des autorités
étrangères, comme vis-à-vis de notre ministre de la Coopération au
Développement ou de Bernard Kouchner dernièrement, nous
pouvons craindre une importante dégradation de la situation pour les
populations palestiniennes. Les ONG se sont regroupées pour faire
état de la situation et des difficultés qu'elles connaissent et pour
expliquer qu'elles craignent le pire quant à la détérioration des
conditions de vie en Palestine.
Monsieur le ministre, qu'avez-vous mis en oeuvre ou que comptez-
vous mettre en oeuvre à la suite de cette décision du ministre de
l'Intérieur israélien? Avez-vous plus d'informations sur les
changements de la politique à l'égard des Palestiniens et des ONG?
Vous aviez envisagé de faire une visite au Proche-Orient. Celle-ci est-
elle maintenue? Avez-vous l'intention d'aborder cette question à cette
occasion?
Israël blijkbaar het isolement van
Oost-Jeruzalem ten opzichte van
de rest van de Westbank
versterken.
Ontwikkelingswerkers
beklagen
zich erover dat het hoofdkwartier
van de ngo's zich in Oost-
Jeruzalem bevindt. Ze verkeren
daardoor in een belachelijke
situatie, die daarom niet minder
moeilijk is. Terwijl de toestand in
de Palestijnse gebieden met de
dag dramatischer wordt, komen
alle humanitaire missies op de
helling te staan. Doordat de
Israëlische overheid de buiten-
landse autoriteiten de toegang
ontzegt, valt te vrezen dat de
omstandigheden er voor de
Palestijnse bevolking alleen nog
maar penibeler op zullen worden.
Welke acties hebt u ondernomen
na die beslissing van de Israëlische
minister van Binnenlandse Zaken?
Beschikt u over meer informatie
met betrekking tot de koers-
wijziging ten aanzien van de
Palestijnen en de ngo's? U had
een bezoek gepland aan het
Nabije Oosten. Zal dat ook echt
plaatsvinden?
Le président: Cette visite était prévue. Elle était au calendrier de la
commission. Malheureusement, la santé du ministre a empêché son
départ.
De voorzitter: Dat bezoek was
inderdaad gepland maar de
minister is niet kunnen vertrekken
wegens gezondheidsredenen.
09.04 Steven Vanackere, ministre: Mais pas définitivement, n'est-ce
pas!
09.04 Minister Steven Vanackere:
Dat betekent echter niet dat het
bezoek definitief is geannuleerd!
Wat de relaties tussen de EU en Israël betreft, werd door de
gezamenlijke ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese
Unie nog in juni en december 2008 beslist de relaties met Israël te
verdiepen in het kader van de ruimere belangen die beide zijden
delen, vooral met het oog op het vinden van een oplossing voor het
Arabisch-Israëlisch conflict in de vorm van een tweestatenoplossing.
De politieke regionale ontwikkelingen zijn immers verweven in het
dossier van de nauwere relaties tussen de Europese Unie en Israël.
Tijdens de Associatieraad met Israël van 2009 werd er van EU-zijde
verklaard dat het huidige Associatieakkoord en het daarbij horende
actieplan van 2005 nog ruimte bood voor verdere invulling. Technisch
Les ministres européens des
affaires étrangères ont décidé en
juin et décembre 2008 d'appro-
fondir les relations avec Israël
dans le but de trouver une solution
au conflit israélo-arabe sous la
forme d'une solution biétatique.
Lors du conseil d'association avec
Israël qui s'est tenu en 2009, l'UE
a indiqué que l'actuel accord et le
plan d'action de 2005 pouvaient
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
gesproken was er in april 2009 reeds voldoende vooruitgang geboekt
om normaal gezien naar een volgende politieke fase over te gaan. De
wens van de Europese Unie was echter voldoende duidelijk te maken
dat het hervatten van de dialoog met de Palestijnse Autoriteit voor ons
deel uitmaakt van het klimaat waarin wij een eventuele verdieping met
Israël tot stand kunnen brengen. Dat betekent concreet dat de
verdere invulling van de verdieping thans niet wordt voortgezet. Men
wacht in ieder geval nog af op welke manier het klimaat voor
eventuele onderhandelingen verder positief evolueert.
De volgende Associatieraad wordt waarschijnlijk eind maart 2010
organiseert. Ik verwacht daarvan wat ik zonet gezegd heb.
Over het grondgebied van Israël bestaat er internationaal een
consensus dat het noch Jeruzalem noch de rest van de bezette
Westelijke Jordaanoever inhoudt. De Europese Unie kan dan ook niet
anders dan erop toezien dat in de interne Europese rechtsorde het
internationaal recht gerespecteerd wordt. Er is natuurlijk dat weet u
ook een spanningsveld met de Israëlische interne rechtsorde. De
uiteindelijke oplossing van het Israëlisch-Arabisch conflict zal een eind
maken aan het verschil tussen de Israëlische visie en die van de rest
van de internationale gemeenschap.
encore être étoffés et que l'on ne
passerait pas à une phase
suivante. L'UE entend clairement
faire savoir que le dialogue avec
l'Autorité
palestinienne
doit
reprendre avant qu'il ne puisse
être question d'un renforcement
des relations entre l'UE et Israël.
L'UE adopte pour l'heure une
attitude
attentiste.
Lors
du
prochain conseil d'association de
mars 2010, cette prise de position
sera confirmée.
Il existe un consensus interna-
tional à propos de l'étendue du
territoire israélien. Jérusalem et
les territoires occupés sur la rive
ouest du Jourdain n'en font pas
partie. L'UE doit dès lors veiller à
ce que le droit international soit
respecté dans le cadre de l'ordre
juridique européen interne.
S'agissant du statut de la Bande de Gaza, le Conseil de sécurité a
encore confirmé dans sa résolution 1860 de décembre que la Bande
de Gaza constitue une partie intégrante des territoires occupés depuis
1967 et fera partie de l'État palestinien. Cela reste également la
position de l'Union européenne encore confirmée par sa déclaration
de début décembre 2009 et celle de la Belgique, bien entendu.
De
Veiligheidsraad
heeft
in
resolutie 1860 bevestigd dat de
Gazastrook integraal deel uitmaakt
van de gebieden die sinds 1967
bezet worden, en deel zal
uitmaken van de Palestijnse Staat.
Dat is tevens het standpunt van de
Europese Unie en België.
De algemene vraag naar de toegang van om het even welke persoon
tot de Gazastrook is er een die elementen in zich draagt van
internationaal recht, maar ook van interne ordehandhaving en
politieke opportuniteit.
L'accès à la bande de Gaza est
défini non seulement par le droit
international mais aussi par le
maintien de l'ordre intérieur et
l'opportunisme politique.
L'accord intérimaire israélo-palestinien de 1995 sur la Cisjordanie et
Gaza, appelé les accords "Oslo II", dispose en son annexe 3 à
l'article 28, § 14, que les personnes originaires de pays ayant des
relations diplomatiques avec Israël et qui visitent la Bande de Gaza et
la Cisjordanie sont tenues d'obtenir un permis visiteur ou de détenir
un passeport valide ainsi qu'un visa israélien si requis. Ces visiteurs
peuvent entrer en Israël au cours de la validité de leur permis de visite
et n'ont aucunement besoin d'un autre permis.
Par ailleurs, l'État accréditaire, en l'occurrence Israël, doit assurer à
tous les membres de la mission diplomatique de l'État accréditant la
liberté de déplacement et de circulation sur son territoire
conformément à l'article 26 de la Convention de Vienne sur les
relations diplomatiques. Cette liberté de mouvement est cependant
subordonnée aux lois et règlements de l'État accréditaire en ce qui
concerne les zones dont l'accès est interdit ou réglementé pour des
raisons de sécurité nationale.
Krachtens
het
Israëlisch-
Palestijnse interim-akkoord van
1995 over de Westbank en de
Gazastrook moeten staatsburgers
van landen die diplomatieke
betrekkingen met Israël onder-
houden, die de Gazastrook en de
Westbank
bezoeken,
een
bezoekvergunning of een geldig
paspoort aanvragen en indien
nodig
een
Israëlisch
visum
bezitten. Die bezoekers hebben
toegang
tot
het
Israëlische
grondgebied
zolang
hun
vergunning geldig is en hebben
geen andere vergunning nodig.
De ontvangende Staat moet
ervoor zorgen dat alle leden van
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
de diplomatieke missie van de
zendstaat zich vrijelijk op zijn
grondgebied kunnen bewegen. Die
vrijheid is ondergeschikt aan de
wetten en regelgevingen van de
ontvangende Staat voor wat de
gebieden betreft waarvan de
toegang om redenen van nationale
veiligheid verboden is of aan
beperkingen onderhevig is.
Om de conclusie te trekken een ministeriële diplomatieke missie de
toegang tot Gaza te ontzeggen, zou Israël dus over zwaarwichtige
redenen van openbare veiligheid moeten beschikken. Ik kan er mij,
vanuit mijn positie, niet over uitspreken of deze redenen in het geval
van collega Michel aanwezig waren, maar het lijkt wel zo te zijn dat er
een bepaald patroon bestaat in het ontzeggen van politieke bezoeken
aan de Gazastrook. Een andere illustratie uit het recente verleden is
de heer Kouchner, die net zoals collega Michel geen toegang heeft
gekregen. De reden die daartoe door Israël wordt gegeven, is dat
men wil vermijden om legitimiteit te geven aan de door de Europese
Unie als terroristisch beschouwde Hamasbeweging.
Sinds de staatsgreep in de Gazastrook, in juni 2007, deelt de
Palestijnse Autoriteit trouwens de wens om zo weinig mogelijk politiek
krediet aan Hamas te geven. Ik neem dat niet voor mijn rekening. Ik
zeg u alleen maar wat in het diplomatiek verkeer wordt aangegeven
door de Israëlische zijde, als een van de redenen om de beslissing te
nemen die zij nemen. Dat neemt niet weg dat, zoals herhaaldelijk
gevraagd door de Europese Unie, de grenzen van de Gazastrook
open moeten zijn voor humanitaire hulp, commerciële goederen en
personen.
De algemene toegang van, onder meer, ngo's tot de bezette gebieden
is in het humanitaire en politieke belang van eenieder, met als doel de
implementatie van de bestaande projecten te begeleiden. Deze
kwestie wordt al lang door de Europese Unie opgebracht in haar
contacten met de Israëlische autoriteiten. Ik heb dat punt trouwens
ook eerder deze week bij mijn Israëlische collega aangekaart.
Israël ne peut pas refuser l'accès
à Gaza à une mission diplo-
matique européenne sans de
solides
raisons
de
sécurité
publique. Je constate que ce n'est
pas la première fois que des
visites politiques se trouvent ainsi
empêchées. Selon ses propres
dires, Israël entend ainsi refuser
toute légitimité au Hamas. Les
autorités palestiniennes veulent du
reste, elles aussi, accorder le
moins de crédit politique possible
au Hamas. L'UE a maintes fois
insisté pour que les frontières de
la bande Gaza restent ouvertes à
l'aide
humanitaire,
aux
marchandises commerciales et
aux personnes. L'accès des ONG
revêt une importance capitale pour
l'encadrement des projets en
cours. J'ai évoqué cette question
avec mon collègue israélien cette
semaine.
En effet, j'insisterai sur ce dernier point qui concerne la délivrance des
visas pour les coopérants d'ONG en Israël, notamment dans les
territoires palestiniens occupés. On constate effectivement une
politique qui rend le travail des ONG et la vie des coopérants plus
difficiles.
Bien qu'une approche cohérente de l'Union européenne ne soit pas
encore mise en place, différentes missions diplomatiques des États
membres ont soulevé la question auprès du ministère des Affaires
étrangères. La réponse donnée était que ce ministère comprenait les
demandes exprimées, mais que le dossier était dans les mains du
ministère de l'Intérieur, faisant référence à la problématique de la
sécurité. Il existe aussi le dossier du visa "Palestinian Authority only"
pour les visiteurs entrant via la Jordanie. Ces personnes se voient
également interdire l'accès à Jérusalem, par exemple.
Je plaide dès lors pour une approche européenne coordonnée, dans
une première phase, via les ambassades de l'Union européenne en
Verscheidene
diplomatieke
zendingen van de lidstaten wezen
al op het probleem betreffende de
uitreiking van de visa aan de ngo-
coöperanten in Israël. Dit dossier
bevindt
zich
echter
bij
Binnenlandse Zaken. Er is ook
nog het dossier betreffende het
Palestinian Authority Only-visum
voor
de
bezoekers
vanuit
Jordanië. Die personen wordt de
toegang tot Jeruzalem ontzegd.
Ik pleit voor een gecoördineerde
Europese benadering via de
ambassades van de Europese
Unie in Israël. Het is onlogisch dat
de
ontwikkelingssamenwerking
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Israël. Il est totalement illogique que la coopération au développement
avec les Palestiniens soit ainsi compliquée. La stabilité et le
développement de la région sont d'ailleurs dans l'intérêt commun de
l'Union européenne et d'Israël. Cette question doit donc être débattue
et résolue.
J'ai abordé le dossier à l'occasion du court entretien que j'ai eu voici
quelques jours avec mon homologue israélien. Pour ma part, je
considère ceci comme un exemple concret du dossier dans lequel
nous devons collaborer afin d'aboutir à des solutions pour les
problèmes qui se posent chez l'un des partenaires.
Comme vous l'avez vraisemblablement appris, mon voyage prévu
début février en Égypte, Israël et les territoires palestiniens a dû être
annulé. Mais il sera certainement réorganisé dans le courant du
premier semestre de cette année. En effet, c'est toujours mon
ambition d'avoir visité ces pays avant de devoir assumer le rôle de
présidence tournante, sachant que, parmi les divers sujets dont nous
pourrions débattre de par l'actualité et qui demanderaient des efforts
diplomatiques de notre part, le dossier israélo-palestinien figure parmi
les thèmes les plus importants. À travers ce voyage, mon ambition
était aussi d'encourager les différentes parties à créer un climat de
pourparlers afin d'obtenir la solution des deux États pour vivre en
sécurité et se reconnaître mutuellement.
Ce voyage aurait alors eu lieu en parfaite cohérence avec ce que
l'Union européenne a déclaré début décembre 2009, an avançant le
schéma d'une éventuelle solution et en parfaite cohérence avec les
efforts diplomatiques des États-Unis, qui sont aussi axés sur la
possibilité de placer les deux parties autour d'une table de
négociations.
met de Palestijnen op die manier
bemoeilijkt wordt. Dit probleem
moet worden besproken en er
moet een oplossing komen. De
reis die ik voor begin februari had
gepland naar Egypte, Israël en de
Palestijnse gebieden zal alsnog
worden georganiseerd tijdens het
eerste semester van dit jaar. Met
deze reis wilde ik de verschillende
partijen ertoe aanzetten de weg te
effenen voor onderhandelingen
om uiteindelijk te komen tot twee
Staten die elkaar zouden erkennen
en in veiligheid zouden kunnen
leven.
09.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie pour votre réponse développée et détaillée.
Je comprends que dans certaines phases de négociations, il vaille
mieux rester discret et s'en tenir à un dialogue direct, en face-à-face.
C'est ainsi que les choses avancent. J'espère que cela aboutira à des
résultats positifs.
Je voudrais encore avoir une réponse précise à la question suivante:
si demain une délégation parlementaire belge souhaite se rendre
dans la Bande de Gaza, pourra-t-elle le faire?
09.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!):
Ik
hoop
dat
die
benadering tot positieve resultaten
zal leiden. Als een Belgische
parlementaire delegatie morgen
naar Gaza wil reizen, zal ze dat
dan kunnen doen?
09.06 Steven Vanackere, ministre: Il s'agit d'une décision
souveraine de l'État d'Israël. Pour l'instant, en vertu de l'accord que je
viens de citer, si des arguments sécuritaires peuvent être invoqués, il
ne faut pas véritablement s'incliner; on peut évaluer cette décision
mais elle n'est pas nécessairement contraire aux textes qui régissent
ce type de décision. Il est en effet exact que des raisons de sécurité
peuvent influencer la décision israélienne.
09.06 Minister Steven Vanackere:
Het gaat om een soevereine
beslissing van de Staat Israël en
die beslissing is op dit moment
niet noodzakelijk strijdig met de
teksten, want ze kan ingegeven
worden door veiligheidsredenen.
09.07 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, uw
antwoord was uitgebreid en analytisch maar u verliest zich iets teveel
in de beschrijving.
Ik vroeg wat u zou ondernemen om een aantal onrechtvaardigheden
recht te zetten. Naar mijn bescheiden mening bent u daar ruim
09.07 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): En voulant fournir une
réponse par trop descriptive, le
ministre a été vague. Je lui ai
demandé ce qu'il compte faire
pour mettre fin à certaines
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
onvoldoende op ingegaan. U schetst de Israëlische logica.
Ik vraag naar de mogelijkheid om een parlementaire delegatie naar
Israël te laten afreizen. U zegt dat het aan Israël is om te bepalen of
er zich al dan niet een veiligheidsprobleem voordoet. Maar dat is het
nu net! Israël gebruikt dat argument te pas en te onpas om
delegaties, zelfs ministeriële delegaties, de toegang tot Gaza te
ontzeggen. U tekent geen protest aan.
injustices mais il ne m'a pas
répondu. Il a dit en substance en
quoi
consiste
la
logique
israélienne. L'État juif brandit à
tout bout de champ l'argument
sécuritaire pour refuser l'accès à
Gaza et le ministre s'y résigne
sans broncher.
09.08 Minister Steven Vanackere: U luistert niet, mijnheer De
Vriendt. Ik zeg u dat ik daar twee dagen geleden met mijn collega van
Buitenlandse Zaken heb over gesproken.
Misschien schets ik u iets te sibillijns een situatie waarin Israël wil
overgaan tot een verdieping van onze relaties. Ik antwoord mijn
collega van Buitenlandse Zaken, dus niet via diplomatieke messives
of via mijn diplomaten, dat het klimaat om naar een verdieping te
gaan moet verbeteren. Ik gaf het voorbeeld dat het geven van visa
aan ngo's een problematische kwestie is. Dat was al in april 2009
klaar.
In diplomatieke geplogenheden luidt het: zeg wat u meent en zorg dat
die boodschap goed overkomt.
Ik weet niet op welke manier ik mij moet uitdrukken om u duidelijk te
maken dat ik datgene wat u vraagt twee dagen geleden heb gedaan.
U zegt dat ik niets doe, dat ik alleen maar beschrijf.
Met alle respect, mijnheer De Vriendt, maar u heeft niet geluisterd
naar mijn antwoord.
09.08
Steven
Vanackere,
ministre: M. De Vriendt n'écoute
pas. Pas plus tard qu'il y a deux
jours, j'ai dit clairement à mon
homologue israélien qu'il importe
d'améliorer le climat des relations
avant de pouvoir approfondir
celles-ci.
Pour
illustrer
mon
propos, je lui ai cité le visa délivré
aux ONG. J'ignore comment je
dois
m'exprimer
pour
faire
comprendre à M. De Vriendt que
j'ai fait exactement ce qu'il
demande avant-hier.
09.09 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, u
heeft ons niets verteld over de reactie van uw Israëlische
gesprekspartner. U heeft niet gezegd hoe u daarop zou reageren.
Ik had het nu over de toegang van het parlementaire...
09.09 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Le ministre a passé sous
silence la réaction de son
homologue israélien et ce que lui-
même lui aurait dit ensuite...
De voorzitter: Collega De Vriendt, u moet toch een klein beetje
serieus blijven.
De minister heeft een heel sterk signaal gegeven. Het is een veel
sterker signaal dan publieke verklaringen.
Het is heel duidelijk. Op het ogenblik dat Israël vragende partij is in
dergelijke gesprekken wordt er niet onmiddellijk gereageerd.
Denk u nu werkelijk dat de Israëlische ministers dat onmiddellijk in
orde gingen brengen? Dat zijn zaken die heen en weer gaan. Als u de
minister ondervraagt met hypothetische vragen zoals 'indien hij dat
zou antwoorden...' dan begrijp ik dat hij daarop geen antwoord kan
geven.
Hij antwoordt u zeer concreet: ik heb op diplomatiek vlak dat en dat
ondernomen.
Uit ervaring weet ik dat zulks een zeer sterk signaal is.
Le
président:
Monsieur De
Vriendt, restons sérieux! Le
ministre a adressé un signal diplo-
matique fort, plus fort qu'auraient
pu
l'être
des
déclarations
publiques. Étant donné qu'il est
peu probable que le ministre
israélien résolve ce problème dans
l'immédiat, je comprends tout à fait
que le ministre Vanackere ne
réponde pas à des questions
hypothétiques.
09.10 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, 09.10 Wouter De Vriendt (Ecolo-
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
met alle respect, ik vind dat u uit uw rol valt. U onderbreekt mijn
repliek. Ik wil u vragen mij mijn repliek te laten voortzetten. Het is mijn
goed recht, als de minister zegt over een bepaald onderwerp te
hebben gesproken met een Israëlische gesprekspartner, door te
vragen wat de reactie van die gesprekspartner was. Zo komen wij tot
de essentie van mijn vraag.
Als u het mij toestaat, wil ik nu mijn repliek op het antwoord van de
minister voortzetten.
Groen!): Le président outrepasse
ses compétences et m'interrompt
pendant ma réplique.
De voorzitter: Mijn reactie, collega De Vriendt, was dat u vroeg wat de reactie van de minister zou zijn op
het ogenblik van een eventuele reactie. Daarom heb ik u onderbroken, omdat het een hypothetische vraag
was.
09.11 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik mag toch een
bijkomende vraag stellen in mijn repliek?
De voorzitter: U mag alle vragen stellen die u wilt.
09.12 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
heb u de vraag gesteld waarom er geen formeel diplomatiek protest
geweest is. Ik heb daar geen antwoord op gekregen. Tot daaraan toe,
maar ik wilde dat nog eens benadrukken in mijn repliek.
Inzake mijn vraag naar Israël als bezettende macht in Gaza, meen ik
dat dit inderdaad het geval is. Ik meen dat er een groot probleem is
inzake de verantwoordelijkheid voor de humanitaire situatie daar.
Israël
is
de
verantwoordelijke
macht
maar
neemt
die
verantwoordelijkheid op dit moment niet op. Het zou goed zijn dat u dit
in uw volgende contacten blijft benadrukken.
Over de problematiek dat mensen van internationale ngo's nu enkel
een toeristenvisum krijgen, hebt u gezegd dat dit onderwerp moet
uitmaken van een Europees debat, en dat dit duidelijk niet kan. Ik heb
goede hoop dat wij wat dat betreft naar een doorbraak gaan.
U hebt ook ontkracht dat de huidige voorzitter van de EU de
bevriezing van de relaties tussen de EU en Israël ongedaan wil
maken. Dat is goed nieuws. Want inderdaad, zoals u zegt, inzake de
mensenrechtensituatie gebeurt niet wat er zou moeten gebeuren, heel
specifiek: de mensenrechtenclausules die vervat zijn in de
Associatieakkoorden worden op dit moment niet nageleefd. Ik mag
hopen dat het Belgische voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar
even standvastig zal blijven wat dat punt betreft.
Aangaande de bilaterale akkoorden tussen Israël en de Europese
Unie is er effectief een probleem. U hebt geschetst wat de Israëlische
logica is, een interne rechtsorde. De Europese logica is anders. Ik
meen dat wij bij nieuwe akkoorden moeten proberen in voldoende
clausules te voorzien opdat de akkoorden niet van toepassing kunnen
zijn op de Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied. Ik wil heel
specifiek het voorbeeld aanhalen van de etikettering. Preferentiële
handelstarieven die van toepassing zijn op producten uit die
nederzettingen kunnen volgens ons niet. Misschien bent u van
diezelfde mening. Wij moeten toch een manier zoeken om de
etikettering aan te passen en ervoor te zorgen dat het voor onze
douanediensten duidelijk is van waar Israëlische producten specifiek
afkomstig zijn.
09.12 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Pourquoi le ministre n'a-t-
il pas formulé de protestation
diplomatique officielle? Israël est
la force d'occupation à Gaza et
est, dès lors, responsable de la
situation humanitaire dans la
région. Or le pays n'endosse pas
cette responsabilité. Le ministre
ferait bien de le souligner lors de
ses prochains contacts.
Le ministre a démenti que l'actuel
président de l'Union européenne
souhaiterait mettre un terme au
gel des relations entre l'UE et
Israël et je m'en réjouis. Les
clauses relatives aux droits de
l'homme qui sont insérées dans
les accords d'association ne sont
en effet pas respectées à l'heure
actuelle. J'ose espérer que la
présidence belge maintiendra sa
position.
Concernant les accords bilatéraux
entre Israël et l'Union européenne,
la logique européenne se heurte à
celle d'Israël. Nous devons veiller
à ce que les nouveaux accords
comportent
des
clauses
empêchant leur application dans
les
colonies.
Des
tarifs
commerciaux préférentiels, par
exemple, ne peuvent pas être
pratiqués pour les produits en
provenance des colonies.
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Maar goed, Israël-Palestina is een breed debat. Ik ben ervan
overtuigd dat wij daarop nog zullen terugkomen.
De voorzitter: Daarover zijn we het perfect eens, collega: we zullen daar zeker nog op terugkomen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Questions jointes de
- M. Georges Dallemagne au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'action de B-Fast à Haïti" (n° 18624)
- M. André Flahaut au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "la réunion des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne"
(n° 18885)
- M. Wouter De Vriendt au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes
institutionnelles sur "l'aide européenne en faveur de Haïti" (n° 18918)
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Georges Dallemagne aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de actie van B-Fast in Haïti" (nr. 18624)
- de heer André Flahaut aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken"
(nr. 18885)
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de Europese hulp voor Haïti" (nr. 18918)
10.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de Europese Raad heeft op 25 januari een
positief antwoord geformuleerd op de vraag van de Verenigde Naties
om een gecoördineerde actie op te zetten om in Haïti hulp te bieden.
De Europese Unie heeft zich ertoe verbonden expertise en materiaal
ter beschikking te stellen om de wegen berijdbaar te maken en
maritieme logistieke capaciteit te verzorgen en ten minste driehonderd
politiemensen te sturen om de aan de gang zijnde operatie te
versterken.
Mijn vragen zijn eenvoudig.
Ten eerste, in welke mate heeft België zich geëngageerd om bij te
dragen aan elk van die vragen van de VN?
Ten tweede, kunt u toelichting geven bij de Europese coördinatie
waarover eveneens beslist werd?
Misschien kunt u ook wat toelichting geven over de tweede fase die
nu opgezet moet worden in Haïti, na de noodhulp, de wederopbouw
op lange termijn, en specifiek de rol van België in dat proces.
10.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Le Conseil européen a
répondu
favorablement
le
25 janvier dernier à la demande
des Nations unies d'organiser une
action coordonnée en matière
d'aide à Haïti. L'Union européenne
s'est
engagée à
mettre
à
disposition de l'expertise et du
matériel afin de rendre les routes
praticables, d'assurer la capacité
logistique maritime et d'envoyer au
minimum 300 policiers en renfort.
Dans quelle mesure la Belgique
s'est-elle
engagée
en
l'occurrence? Le ministre pourrait-
il fournir des précisions à propos
de la coordination européenne?
10.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, het feit dat
twee leden een vraag hadden ingediend, terwijl zij nu niet aanwezig
zijn, zorgt ervoor dat ik moet opletten om aan de heer De Vriendt
geen te lang antwoord te verstrekken. Ik moet het antwoord even
ordenen, om niet te antwoorden op de vragen van collega's die er niet
zijn.
De voorzitter: Mijnheer de minister, collega Dallemagne is momenteel in het buitenland. Hij heeft al zijn
vragen ingetrokken. We hebben geprobeerd contact op te nemen met collega Flahaut, maar zonder
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
succes. In die omstandigheden komt het het lid dat wel aanwezig is toe om zijn vraag te stellen. Anders is
hij het slachtoffer van degenen die hier niet zijn. Ik hoop dat ik intussen de tijd heb gegeven om uw
antwoorden te ordenen.
10.03 Minister Steven Vanackere: Absoluut, mijnheer de voorzitter.
Ik zal trachten de vragen van de heer De Vriendt precies te
beantwoorden.
Mijnheer De Vriendt, ik ga even in op uw twee inderdaad eenvoudige
vragen. EUCO-Haiti is operationeel sinds 25 januari en heeft tot doel
om de coördinatie van de Europese inspanningen zowel op militair als
op veiligheidsvlak te versterken. De cel werkt samen met de
commissie en met ECHO, European Commission Humanitarian
Office. EUCO heeft een proactieve rol om te trachten de
aanbiedingen van de EU-lidstaten af te stemmen op de noden van de
VN-missie MINUSTAH. Het gaat hier wel enkel om de militaire en de
veiligheidsbijdrage en dus niet over noodhulp of heropbouw.
België heeft op verschillende manieren bijgedragen om de crisis in
Haïti aan te pakken. De federale regering heeft een bijdrage van
10 miljoen euro aangekondigd. Naast bilaterale initiatieven waaronder
de B-Fast interventie, zal het merendeel van die middelen de VN-
werking ondersteunen. Er werd voor 1 miljoen euro voedselhulp
geboden aan het VN wereldvoedselprogramma, en voor 350 000 euro
aan de voedsel en landbouworganisatie FAO. Via UNICEF wordt nog
eens 600 .000 euro hulp geboden aan kinderen en vrouwen. België
financiert eveneens op substantiële wijze het door de VN beheerde
Central Emergency Response Fund, het CERF. Het budget voor 2010
zal 6 miljoen euro bedragen en het grootste deel daarvan zal dit jaar
naar Haïti gaan.
Ik kijk nog even of er in het antwoord dat ik voor de andere collega's
had voorbereid zich elementen bevinden met betrekking tot de
Europese coördinatie.
Mijnheer De Vriendt, verwijst u daarbij naar de ideeën die ook
Mijnheer Dallemagne al had geformuleerd in de vorm van een
sterkere coördinatie bij het creëren van de noodhulp, of gaat het
veeleer over de coördinatie van de inspanningen bij de heropbouw?
10.03
Steven
Vanackere,
ministre: EUCO Haïti est opéra-
tionnelle depuis le 25 janvier et a
pour
but
de
renforcer
la
coordination
des
efforts
européens. Cette cellule collabore
avec la Commission et avec
ECHO (European Commission
Humanitarian Office). EUCO doit
tenter de faire correspondre l'offre
des États membres de l'UE aux
besoins de la mission onusienne
MINUSTAH, en ce qui concerne
les aspects militaires et de
sécurité.
La Belgique a contribué de
plusieurs façons à l'aide en Haïti.
Le
gouvernement
fédéral
a
annoncé une contribution de
10 millions d'euros, qui sera en
grande partie utilisée pour appuyer
le fonctionnement de l'ONU. À
cela s'ajoutent 1 million d'euros
versés au Programme Alimentaire
Mondial, 350 000 euros à la FAO
et 600 000 euros à l'UNICEF. En
outre, la Belgique contribue au
financement
du
Central
Emergency Response Fund de
l'ONU. Le budget 2010 s'élèvera à
6 millions d'euros, dont la majeure
partie sera consacrée cette année
à Haïti.
10.04 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
meen dat beide elementen even belangrijk zijn, naar aanleiding van
berichten dat het met de coördinatie toch niet zo vlot verloopt.
10.05 Minister Steven Vanackere: Over de eerste interventiefase zijn
wij in de Europese Raad overeengekomen dat aan Catherine Ashton
wordt gevraagd de lessons learned -- zo wordt dat genoemd in het
jargon -- te halen uit de interventie zelf, dus de manier waarop de
lidstaten respectievelijk hun inspanningen hebben georganiseerd, wat
daaruit als verbeterbaar naar voren komt, en wat daarbij de
mogelijkheden zijn van een sterkere complementariteit tussen de
lidstaten en een eventuele rol van de Europese Unie. Zij kreeg de
opdracht om tegen de maand juni met een rapport te komen dat de
lessons learned naar voren kan brengen.
U weet dat in dat verband de Belgische overheid, geïnspireerd door
het toch wel geslaagde model van B-Fast, een sterke suggestie wil
doen, gesteund trouwens door een aantal lidstaten zoals Frankrijk en
10.05
Steven
Vanackere,
ministre: Il a été convenu au
Conseil de l'Europe que Catherine
Ashton rédigerait pour juin 2010
un rapport sur les leçons à retenir
dans le cadre de l'aide euro-
péenne à Haïti. La Belgique
suggérera d'évoluer vers une plus
grande coordination européenne
sur le modèle performant de B-
Fast. Certains États membres sont
récalcitrants à cette idée qui
risque, craignent-ils, d'ajouter un
niveau
décisionnel
supplé-
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
enkele andere, om ook op Europees niveau te kijken naar een
sterkere coördinatie.
Ik moet u wel signaleren dat er ten opzichte van dat idee een zekere
argwaan bestaat bij sommige lidstaten, omdat men wil vermijden dat
er een laag bijkomt die de interventiesnelheid in geval van rampen
precies zou vertragen, omdat er bij wijze van spreken een
beslissingsniveau extra gemaakt zou worden. Men wil niet de creatie
van een of ander nieuw groot orgaan.
Ik denk dat we de collega's hierin kunnen geruststellen. Onze
bedoeling is wel degelijk het opzetten van een netwerk van snelle
informatie dat toelaat wat bijvoorbeeld de Belgen uit eigen beweging
hebben gedaan, namelijk op het ogenblik dat ons vliegtuig vertrok,
zorgen dat er ook Luxemburgse teams aan boord waren, dat er ook
Europese medewerkers aan boord waren en dat er een aanbod was
in de richting van de Fransen om gebruik te kunnen maken van onze
logistiek.
Dat soort van initiatieven moet kunnen worden versterkt en
vermenigvuldigd. Wij zullen op dat vlak ongetwijfeld vooruitgang
kunnen boeken tussen nu en juni. Het is de ambitie om tijdens het
Europese voorzitterschap daarin verdere vooruitgang te boeken. Ik
ben echter attent voor de vrees van sommige lidstaten dat men iets
nieuws wil creëren.
Ten tweede, wat de coördinatie van de heropbouwinitiatieven betreft,
moet
ik
wel
verwijzen
naar
mijn
collega
van
Ontwikkelingssamenwerking, de heer Michel. Er is in het kader van de
Europese Raad voor Ontwikkelingssamenwerking ook een
bespreking aan de gang om na te gaan hoe men de inspanningen in
termen van heropbouw tussen de lidstaten, maar ook transversaal
tussen de inspanningen die er gebeuren op het niveau van
ordehandhaving en deze die betrekking hebben op de heropbouw,
kan coördineren. Ik denk dat we die analyse kunnen maken van een
van de elementen die toch opmerkelijk is in het licht van wat Europa
heeft gedaan. Ik denk dat wij belangrijke initiatieven hebben
genomen, maar wij hebben wel moeten vaststellen dat, als het gaat
over de ordehandhaving, wij een beroep hebben moeten doen op
anderen en niet zelfstandig een stuk van de veiligheidsvoorzieningen
hebben kunnen organiseren.
Tot slot, in het licht van de heropbouwcoördinatie zullen wij zeker
aandringen op het enorme belang dat de coördinatie door de
Verenigde Naties gebeurt. Wij weten dat het in Haïti een bijzondere
situatie was doordat de Verenigde Naties precies veel extra
voorzieningen had getroffen. Dat neemt niet weg dat wij denken dat
de coördinatieoefening eerst en vooral op het niveau van de
Verenigde Naties tot een goed einde moet worden gebracht.
mentaire, ce qui risquerait de
freiner la rapidité d'intervention. Le
but est toutefois de mettre en
place un réseau rapide de manière
à optimiser la logistique de
chacun. Nous ambitionnons de
réaliser des progrès à ce niveau
sous la présidence belge.
Je vous renvoie au ministre Michel
pour
les
questions
sur
la
coordination des initiatives de
reconstruction. Des discussions se
déroulent au Conseil européen de
la Coopération au développement
sur
la
coordination
de
la
reconstruction et les efforts pour
assurer le maintien de l'ordre.
L'accent est mis principalement
sur la prise en main de la
coordination de la reconstruction
par les Nations unies.
10.06 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
coördinatie zal effectief zeer belangrijk zijn en zal ook belangrijker
worden. Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat de aanwezigheid van de
Verenigde Staten te dominant wordt op heel wat domeinen die
verband houden met noodhulp en wederopbouw.
De Belgische inspanningen werden in een eerste fase ook door mijn
fractie geprezen. Het is net de meerwaarde geweest van B-Fast dat
10.06 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): La coordination est en
effet très importante. Il faut éviter
que la présence américaine ne
devienne trop prépondérante.
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
zij snel en efficiënt konden optreden. Uw opmerking is in die zin
interessant. Het kan inderdaad niet de bedoeling zijn van een initiatief
op Europees niveau dat de snelheid van de reactie daardoor zou
verminderen.
Ik dank u echter voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 18857 van de heer Tuybens, vraag nr. 18884
van de heer Van Der Maelen, vraag nr. 18885 van de heer Flahaut,
vraag nr. 19609 van de heer Dallemagne, vraag nr. 19058 van
mevrouw Genot, vraag nr. 19088 van de heer Van den Eynde, vraag
nr. 19261 van de heer Moriau, vraag nr. 19334 van de heer Van
den Eynde, vragen nrs. 19356 en 19357 van mevrouw Arena, vraag
nr. 19507 van de heer Van der Maelen, vraag nr. 19581 van de heer
Baeselen en vraag nr. 19695 van mevrouw Dieu zijn hetzij uitgesteld,
hetzij ingetrokken, hetzij behandeld, hetzij omgezet in een schriftelijk
vraag, hetzij door mij geschrapt overeenkomstig de beslissing
genomen in de Conferentie van voorzitters, namelijk: "indien een lid
niet aanwezig is en geen verzoek tot uitstel heeft gevraagd". Het is
een kwestie van beleefdheid en courtoisie ten aanzien van elkaar en
van de minister.
Le président: Les questions
n°
s
18857 de M. Tuybens, 18884
de M. Van der Maelen, 18885 de
M. Flahaut,
19609
de
M. Dallemagne,
19058
de
Mme Genot, 19088 de M. Van den
Eynde, 19261 de M. Moriau,
19334 de M. Van den Eynde,
19356 et 19357 de Mme Arena,
19507 de M. Van der Maelen,
19581 de M. Baeselen, 19606 de
M. Weyts et 19695 de Mme Dieu
sont soit reportées, retirées,
traitées,
transformées
en
questions écrites ou supprimées
conformément à la décision de la
Conférence des présidents en
vertu de laquelle une question est
supprimée si un membre est
absent et n'a pas demandé de
report. Il s'agit d'une question de
politesse à l'égard des autres
membres et du ministre.
11 Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
en Institutionele Hervormingen over "het Iraanse nucleaire programma en mogelijke sancties"
(nr. 19784)
11 Question de M. Mark Verhaegen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le programme nucléaire iranien et les éventuelles sanctions"
(n° 19784)
11.01 Mark Verhaegen (CD&V): Mijnheer de minister, zowat
dagelijks moeten wij vaststellen dat Iran en zijn nucleaire programma
de wereldpers kleuren en de wereld verontrusten.
Ali Akbar Salehi, het hoofd van de Iraanse Atoomenergie Organisatie,
maakte plots bekend dat zijn land van plan is om 10 extra sites voor
uraniumverrijking te bouwen en dat de installaties nog dit jaar voltooid
zullen zijn. Dergelijke uitlatingen zijn niet nieuw en passen bij de
provocatieve houding van het Iraanse regime, maar ze verontrusten
ons wel. Het is duidelijk nefast voor het broze veiligheidsgevoel, zowel
binnen als buiten de regio, denk maar aan het gigantische risico dat
Zuid-Europa, met NAVO-bondgenoten als Griekenland, Bulgarije en
Roemenië, binnen het bereik zou komen van de Iraanse
langeafstandsraketten, die dan nog met kernkoppen of een nucleaire
lading uitgerust zouden kunnen worden.
De schrik voor een raketaanval vanuit Iran maakt die bedreigde
11.01 Mark Verhaegen (CD&V):
L'an
dernier,
le
programme
nucléaire iranien a fait la "une"
chaque mois. L'Agence interna-
tionale de l'énergie atomique fait
état d'activités secrètes en vue de
développer une tête nucléaire. Ces
éléments ont évidemment une
incidence négative en matière de
sécurité. Le fait que l'Europe
méridionale puisse se trouver sous
la menace de tirs de missiles
iraniens à longue portée est aussi
inquiétant.
Le Sénat américain a adopté une
proposition de loi autorisant le
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
landen uiteraard ook heel wat meer welwillend tegenover een
alternatief Amerikaans antiraketsysteem, wat dan weer de relatie met
Rusland zou kunnen vertroebelen. De houding van Iran stimuleert ook
de wapenwedloop in het Midden-Oosten. Voor Iran hebben de
klassieke recepten van diplomatieke initiatieven en het opleggen van
economische sancties tot dusver heel weinig zoden aan de dijk
gebracht.
Recentelijk werd in de Amerikaanse Senaat een wetsvoorstel
goedgekeurd dat de Amerikaanse president toelaat om sancties te
nemen tegen elke persoon, instelling of firma die benzine en andere
petroleumafgeleide producten verkoopt aan Iran en het land helpt om
zijn raffinaderijcapaciteit op te drijven. De logica achter dat initiatief is
dat Iran, ondanks zijn eigen enorme energievoorraden, toch nog voor
40 percent van de binnenlandse consumptie afhankelijk is van de
invoer van benzine. Belangrijke handelspartners hierbij zijn het
Zwitserse Vitol, het Zwitsers-Nederlandse Trafigura, het Franse Total,
het Indische Reliance en, Iast but not least, British Petroleum.
Ik kom tot mijn vragen. Ten eerste, kunt u duiding geven bij de
rakettypes waarover het Iraanse leger momenteel beschikt. Wat is
hun precieze geconfirmeerde reikwijdte? Beschikt Iran, meer bepaald,
momenteel over raketten of andere projectielen die Zuid-Europa of
Europa binnen zijn bereik zouden kunnen brengen?
Ten tweede, wordt er ook op Europees niveau nagedacht over echt
daadkrachtige economische sancties tegen Iran of restricties op de
invoer van benzine of petroleumafgewerkte producten die hiervan
deel uitmaken? Wat is de houding van de andere Europese lidstaten
tegenover een dergelijke sanctie?
Ten slotte, welke maatregelen kunnen er volgens u genomen worden,
wanneer Iran hardnekkig blijft weerstaan aan de internationale druk
om het nucleaire programma openbaar te maken en de verrijking van
uranium stop te zetten?
président des États-Unis à prendre
des sanctions contre les pays ou
les institutions qui vendent du
pétrole à l'Iran ou qui l'aident à
accroître sa capacité de raffinage.
De quels types de missiles
dispose l'Iran et quelle est leur
portée? Ce pays possède-t-il des
missiles pouvant atteindre l'Europe
méridionale? D'autres sanctions
économiques
sont-elles
envisagées contre l'Iran au niveau
européen? Quelle est la position
des autres États membres?
Quelles mesures seront prises si
l'Iran continue de résister à la
pression internationale?
11.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer Verhaegen, u stelt een
belangrijke vraag die allicht het jaar 2010 diplomatiek mee zal
domineren. Iran werkt aan de uitbreiding van zowel de draagkracht als
de reikwijdte van een aantal ballistische raketten. Wij beschikken over
meer precieze informatie, maar dat gaat om geclassificeerde
informatie die wij met derde landen delen en niet kunnen of mogen
publiceren.
In elk geval kan ik u melden dat de activiteiten van Iran, alsook de
verdere ontwikkeling van een aantal nucleaire activiteiten vanuit
veiligheidsstandpunt als onrustwekkend worden gekwalificeerd en dat
zij haaks staan op de verwachtingen van de internationale
gemeenschap, zoals geformuleerd werd in een aantal resoluties van
de Veiligheidsraad en van de Board of Governors van het IAEA.
Uiteraard blijft de Europese Unie de verdere ontwikkelingen in het
dossier van bijzonder dichtbij volgen. Het onderwerp is trouwens
intensief besproken als het leeuwendeel van de vergadertijd die wij
jongstleden gehad hebben in de raad Buitenlandse Zaken, met de 27
collega's ministers van Buitenlandse Zaken.
In lijn met de dual-trackaanpak van de EU dit wil zeggen: dialoog
11.02
Steven
Vanackere,
ministre:
L'Iran
cherche
actuellement à augmenter la
charge et la portée de plusieurs
missiles
balistiques.
Nous
disposons
à
ce
propos
d'informations plus précises mais
extrêmement confidentielles. Du
point de vue de la sécurité,
certaines activités de l'Iran sont
qualifiées d'inquiétantes et ne
correspondent pas aux attentes de
la communauté internationale.
La question iranienne a été au
centre des débats lors du Conseil
européen des ministres des
Affaires étrangères de lundi passé.
L'Europe maintient son approche à
double voie, basée sur la
diplomatie tant que cette option
reste possible et sur des sanctions
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
wanneer mogelijk, sancties wanneer het moet zal de Europese Unie
de acties van de Veiligheidsraad steunen, indien Iran elke
medewerking met de internationale gemeenschap blijft weigeren.
Frankrijk neemt op dit ogenblik de coördinerende rol. Als lid van de
Europese Unie staan wij uiteraard klaar de noodzakelijke maatregelen
te nemen om de actie van de Veiligheidsraad te begeleiden. Ik meen
dat het duidelijk is dat wat België en de Europese Unie betreft, een
aanpak binnen de Veiligheidsraad te verkiezen is. Door de breedte
van de alliantie van de internationale gemeenschap is er meer ruimte
dan bij andere opties.
Natuurlijk moet ook worden nagegaan of men tot een beslissing kan
komen in de Veiligheidsraad. Enkele landen nemen een wat
terughoudender positie in. Ik denk bijvoorbeeld aan China. Het is dus
niet gegarandeerd dat men in de Veiligheidsraad tot een
daadkrachtige conclusie kan komen.
Er worden hoe dan ook verschillende opties onderzocht. De
wisselwerking tussen de Veiligheidsraad en de Europese Unie
gebeurt vrij intensief. Dat was trouwens ook het geval bij het
uitvaardigen van eerdere sancties tegen Iran.
Ik ga in op uw laatste vraag. Het spreekt voor zich dat een blijvende
negatieve opstelling van Iran alleen maar zou leiden tot een verhoogd
isolement van dat land op internationaal niveau. Ons land wenst een
diplomatieke oplossing voor de belangrijke veiligheidsuitdaging en
exploreert ten volle elke mogelijkheid om de diplomatieke druk te
verhogen en efficiënt te maken. De dual-trackaanpak van de
Europese Unie met dialoog en sancties is de enige werkbare optie.
Wij moeten er ook alles aan doen om dat zo te houden.
Tot slot kan ik eraan toevoegen dat maandag uit de besprekingen
duidelijk gebleken is dat, mocht men binnen de Veiligheidsraad niet
komen tot een klare positie, de leden van de Europese Unie bereid
zijn zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat wil zeggen dat zij zelf
willen nagaan of het hefboomeffect van eventuele EU-sancties een
gunstige invloed kan hebben op de ontwikkelingen in Iran. Daarbij
werd wel door verschillende collega's, met inbegrip van mezelf,
aangegeven dat ook in de hypothese waarbij de Veiligheidsraad geen
sancties neemt en er een initiatief van de Europese Unie komt, het
essentieel is aan outreaching te doen. Dat wil zeggen dat men op
zoek moet gaan naar bondgenoten buiten de kring van de Europese
Unie, met inbegrip van Arabische staten die zich ook zorgen kunnen
maken over de ontwikkelingen in de regio.
Op die manier zorgen wij voor een zo breed mogelijke coalitie om
onze bekommernis over de situatie uit te drukken en daar ook de
gepaste conclusies uit te trekken.
si nécessaire. Notre pays explore
minutieusement toutes les pistes
permettant d'accroître la pression
diplomatique sur l'Iran. Cette
stratégie à double voie est la seule
option réaliste.
Si l'Iran maintient son refus de
collaborer, l'UE appuiera les
actions décidées par le Conseil de
sécurité. Si l'UE et la Belgique
préfèrent s'attaquer à ce problème
au sein du Conseil de sécurité, on
peut toutefois se demander si le
Conseil de sécurité sera en
mesure de prendre une décision
énergique, certains pays tels que
la Chine adoptant une position
plus réservée.
Si le Conseil de sécurité ne peut
pas prendre de décision, l'Europe
examinera de quelle manière elle
peut prendre elle-même ses
responsabilités, le cas échéant par
le biais de sanctions européennes.
Dans le cadre de ce scénario
également, nous chercherons à
faire alliance avec d'autres pays, y
compris arabes, afin de former
une coalition la plus large possible.
11.03 Mark Verhaegen (CD&V): Het is goed dat de dreiging au
sérieux genomen wordt. Ik heb ook begrip voor het confidentieel
karakter van de technologische informatie over de raketten. Ik heb
echter een bijkomende vraag, waarvan ik hoop dat u ze kunt
beantwoorden.
Kunt u in het licht van het debat van de nucleaire ontwapening, dat nu
aangezwengeld is, bevestigen of Zuid-Europa binnen de radius ligt
van de raketten? Of kunt u dat niet bevestigen, omdat de informatie
11.03 Mark Verhaegen (CD&V):
L'Europe du Sud est-elle a portée
de tir des missiles?
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
confidentieel is?
11.04 Minister Steven Vanackere: Daar wil ik graag nog op
terugkomen.
11.04
Steven
Vanackere,
ministre: Il faudra revenir sur cette
question.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Ben Weyts aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en
Institutionele Hervormingen over "de problematiek van de Marokkaanse voornamen" (nr. 19606)
12 Question de M. Ben Weyts au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des
Réformes institutionnelles sur "le problème des prénoms marocains" (n° 19606)
De voorzitter: Net voor het einde, in limine litis, is collega Weyts ons komen vervoegen voor zijn vraag.
12.01 Ben Weyts (N-VA): Ik kom dus als geroepen.
De voorzitter: Als geroepen is een zeer persoonlijke interpretatie. Ik had een neutralere omschrijving: in
limine litis.
12.02 Ben Weyts (N-VA): Ik zag de minister toch blij opkijken.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de
problematiek van de Marokkaanse voornamen. Wij hebben het
hierover in de commissie al regelmatig gehad. Naar aanleiding van
haar bezoek aan Marokko, stelde minister Van der Laan recent haar
ambtgenoot Amoer, minister van Marokkanen in het buitenland, voor
obstakels zoals de verplichte namenlijst uit de weg te ruimen. Ik citeer
minister Van der Laan: "Een Marokkaan die naar Nederland komt om
daar een toekomst op te bouwen, moet niet met één been in Marokko
blijven staan".
De betrokken minister stelde zijn collega voor dat ouders bij het geven
van een voornaam aan hun kind de volledige keuzevrijheid moeten
hebben, net omdat zij geen afstand kunnen doen van de
Marokkaanse nationaliteit. U kent de problematiek. Vandaag moeten
niet alleen in Nederland, maar ook in ons land, ouders bij het
Marokkaans consulaat een naam opgeven met een Marokkaans
karakter. Men moet kiezen uit een vooropgestelde namenlijst, anders
wordt het kind niet ingeschreven en krijgt het geen Marokkaanse
nationaliteit of dubbele nationaliteit.
Ik heb deze problematiek al meermaals aangekaart. Minister De
Gucht zei eertijds, met name in februari 2009, intussen een jaar
geleden, dat hij de zaak zou opnemen in het Belgisch-Marokkaans
overleg.
Vervolgens
is
er
dan
toch
een
omvattend
samenwerkingsakkoord gekomen tussen België en Marokko.
Daarover heb ik u opnieuw ondervraagd. Toen hebt u gezegd dat de
zaak zou worden geagendeerd op de Belgisch-Marokkaanse
commissie begin februari in Brussel.
Mijn vraag ligt voor de hand. Kunt u toelichten wat de uitkomst van dat
overleg was? In welke maatregelen ten aanzien van de consulaten,
ambassades en gemeentebesturen resulteert die uitkomst? Deelt u
het standpunt van uw collega Van der Laan?
12.02 Ben Weyts (N-VA): Lors de
sa visite au Maroc, le ministre
néerlandais de l'Intégration M. Van
der Laan a proposé à son
homologue marocain, chargé de la
communauté marocaine résidant à
l'étranger, d'abolir l'obligation de
respecter la liste de prénoms
autorisés pour les Marocains
résidant
à
l'étranger.
Les
Marocains ne peuvent renoncer à
leur nationalité, et se voient dès
lors contraints de choisir un nom
marocain lors de la déclaration de
l'enfant au consulat.
Le ministre Vanackere a déclaré
précédemment qu'il aborderait ce
dossier au cours de la réunion de
la commission belgo-marocaine
de début février à Bruxelles. Quel
est
le
résultat
de
cette
concertation?
12.03 Minister Steven Vanackere: Mijnheer Weyts, u zegt dat u mij
CRIV 52
COM 806
24/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
opnieuw hebt ondervraagd, maar u had mijn voorganger ondervraagd.
12.04 Ben Weyts (N-VA): Neen, mijnheer de minister, ik heb ook u
ondervraagd.
12.05 Minister Steven Vanackere: Opnieuw betekent twee keer. U
kunt mij niet opnieuw ondervraagd hebben als het geen twee keer
was, toch? U hebt mij één keer ondervraagd, en u hebt ook mijn
voorganger één keer ondervraagd. Wel hebt u de minister van
Buitenlandse Zaken opnieuw ondervraagd. Het was echter een
andere persoon.
Mijnheer Weyts, het antwoord is jammer genoeg wat kort.
Gelet op de overvolle agenda van de vergadering van de Belgisch-
Marokkaanse commissie inzake burgerlijk recht, moesten er keuzes
gemaakt worden. Ik heb voorrang willen geven aan de dossiers van
de zogenaamde kinderontvoeringen.
Om te vermijden dat het punt te lang uitgesteld zou worden, zal het
wel het voorwerp zijn van een schriftelijke procedure tussen de beide
centrale overheden die voorzien zijn in die commissie. In België is de
centrale overheid het departement Justitie, bij wie ik die zaak
aankaart.
Met andere woorden, die kwestie is niet besproken geweest in
februari. Om te vermijden dat we binnen een jaar meemaken dat u
zegt dat u mij "opnieuw" ondervraagd hebt, zullen we de schriftelijke
procedure hanteren. Ik heb een en ander met het departement
Justitie doorgenomen om ervoor te zorgen dat er geen verder
tijdverlies meer inzake die aangelegenheid zou worden opgelopen.
12.05
Steven
Vanackere,
ministre: L'ordre du jour surchargé
de
la
commission
belgo-
marocaine du droit civil nous a
obligé à opérer des choix. J'ai
accordé la priorité au dossier des
enlèvements
parentaux.
Afin
d'éviter toute perte de temps
supplémentaire, ce dossier fera
l'objet d'une procédure écrite entre
les deux autorités centrales. En
Belgique, c'est le département de
la Justice qui sera compétent en la
matière. J'estime que ce dossier
pourra être constitué dans un délai
très raisonnable.
12.06 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, kunt u daarop
enigszins een termijn kleven?
12.07 Minister Steven Vanackere: De schriftelijke procedure
veronderstelt gewoon dat mijn collega van Justitie het dossier
voldoende in een schriftelijke vorm kan condenseren op een manier
die mogelijk maakt dat het aangekaart kan worden. Dat moet normaal
gesproken de werktijd vergen die nodig is om het dossier tot stand te
brengen. In de mate dat het dossier klaargemaakt was voor een
mondelinge toelichting op de commissie, ga ik ervan uit dat dit maar
pint u mij er alstublieft niet op vast, want ik ken de praktische details
er niet van in een zeer redelijke werkbare termijn tot stand moet
komen, die ik zal omschrijven als een korte termijn.
12.08 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, wij zien elkaar dan
binnen dit en twee maanden terug over die problematiek, want ik vind
het absoluut niet kunnen, in deze omstandigheden. We hebben net
een akkoord gesloten met dat land ter waarde van - als ik mij niet
vergis - 80 miljoen euro aan samenwerkingsakkoorden. Dan kunnen
we toch minstens respect vragen voor ons integratiebeleid en voor
ons rechtssysteem. Zulke praktijken, zoals met die naamgeving,
moeten snel tot het verleden kunnen behoren. Ik hoor dat in
Nederland toch meer vooruitgang wordt geboekt. In navolging van het
Nederlands voorbeeld, hoop ik dat er ook in ons land een oplossing
wordt gevonden.
12.08 Ben Weyts (N-VA):
Lorsque nous concluons des
accords de coopération d'une
valeur de 80 millions d'euros, nous
pouvons à tout le moins exiger
que notre politique d'intégration et
notre système juridique soient
respectés. Certaines pratiques
telles que celle liée au choix de
prénoms
marocains
devraient
bientôt appartenir au passé. Aux
Pays-Bas, l'on a manifestement
24/02/2010
CRIV 52
COM 806
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
enregistré davantage de progrès
dans ce domaine.
De voorzitter: Mijnheer Weyts, op dat ogenblik zal uw aanhef luiden dat u "opnieuw" de minister
ondervraagt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De werkzaamheden voor vandaag zijn afgerond.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.33 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.33 heures.