KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 784
CRIV 52 COM 784
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
09-02-2010
09-02-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde vragen van
1
Questions jointes de
1
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen over "de erkenning van de hagelbui in
Limburg als ramp" (nr. 18645)
1
- Mme Hilâl Yalçin au secrétaire d'État au Budget,
à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la reconnaissance comme
catastrophe naturelle de l'averse de grêle qui s'est
abattue au Limbourg" (n° 18645)
1
- mevrouw
Hilde
Vautmans
aan
de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
hagelstormen in Limburg" (nr. 18646)
1
- Mme Hilde Vautmans au secrétaire d'État au
Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "les tempêtes de grêle au Limbourg"
(n° 18646)
1
- de heer Peter Luykx aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen over "de erkenning van de hagelstorm
in Limburg als ramp" (nr. 18655)
1
- M. Peter Luykx au secrétaire d'État au Budget, à
la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la reconnaissance comme
catastrophe naturelle de l'averse de grêle qui s'est
abattue sur le Limbourg" (n° 18655)
1
- mevrouw
Magda
Raemaekers
aan
de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
hagelstormen in Limburg" (nr. 18676)
1
- Mme Magda Raemaekers au secrétaire d'État
au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions
culturelles fédérales sur "les tempêtes de grêle au
Limbourg" (n° 18676)
1
Sprekers: Hilde Vautmans, voorzitter van de
Open Vld-fractie, Peter Luykx, Magda
Raemaekers,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Hilde Vautmans, présidente du
groupe Open Vld, Peter Luykx, Magda
Raemaekers, Melchior Wathelet, secrétaire
d'État - Budget, Migration et asile, Familles et
Institutions culturelles fédérales
Vraag van mevrouw Meryame Kitir aan de
minister van Klimaat en Energie over "het fonds
voor particuliere stookolietanks" (nr. 18564)
5
Question de Mme Meryame Kitir au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le fonds pour les
citernes à mazout des particuliers" (n° 18564)
5
Sprekers: Meryame Kitir, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Meryame Kitir, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Olivier Maingain aan de minister van
Klimaat en Energie over "de organisatie van de
ombudsdienst Energie" (nr. 18702)
7
- M. Olivier Maingain au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'organisation du service de
médiation Énergie" (n° 18702)
7
- de heer David Clarinval aan de minister van
Klimaat en Energie over "het uitblijven van de
benoeming van een Franstalige ombudsman voor
energie" (nr. 19276)
7
- M. David Clarinval au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'absence de nomination d'un
médiateur de l'énergie" (n° 19276)
7
Sprekers: Olivier Maingain, David Clarinval,
Paul Magnette, minister van Klimaat en
Energie
Orateurs: Olivier Maingain, David Clarinval,
Paul Magnette, ministre du Climat et de
l'Énergie
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
aansluiting op het net van de offshore
windparken" (nr. 18816)
10
Question de Mme Katrien Partyka au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le raccordement au
réseau des parcs éoliens offshore" (n° 18816)
10
Sprekers: Katrien Partyka, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Katrien Partyka, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
gevolgen van de onterechte toekenning van het
sociaal
energietarief
aan
gehandicapten"
(nr. 18817)
12
Question de Mme Katrien Partyka au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les conséquences de
l'octroi erroné du tarif social en matière d'énergie
à des personnes handicapées" (n° 18817)
12
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Katrien Partyka, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Katrien Partyka, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
13
Questions jointes de
13
- de heer David Clarinval aan de minister van
Klimaat en Energie over "de werkelijke omvang
van de olievoorraden in ons land" (nr. 18869)
13
- M. David Clarinval au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "le niveau réel des stocks de
produits pétroliers dans notre pays (n° 18869)
13
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Klimaat en Energie over "de onvoldoende
oliereserves" (nr. 19266)
13
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de
l'Énergie
sur
"l'insuffisance
des
réserves
pétrolières" (n° 19266)
13
Sprekers: David Clarinval, Peter Logghe,
Paul Magnette, minister van Klimaat en
Energie
Orateurs: David Clarinval, Peter Logghe,
Paul Magnette, ministre du Climat et de
l'Énergie
Samengevoegde vragen van
17
Questions jointes de
17
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de manipulatie van de gasprijzen"
(nr. 18831)
17
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la manipulation des prix du gaz" (n° 18831)
17
- de heer Paul Vanhie aan de minister van
Klimaat en Energie over "de energieprijzen in
België" (nr. 18924)
17
- M. Paul Vanhie au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les prix de l'énergie en Belgique"
(n° 18924)
17
Sprekers: Renaat Landuyt, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Renaat Landuyt, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "het
advies van de CREG met betrekking tot de
bevoorradingszekerheid" (nr. 18977)
19
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'avis de la
CREG
concernant
la
sécurité
d'approvisionnement" (n° 18977)
19
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de
minister van Klimaat en Energie over "de giftige
stoffen in tankstations" (nr. 19056)
20
Question de M. Flor Van Noppen au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les substances nocives
dans les stations service" (n° 19056)
20
Sprekers: Flor Van Noppen, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Flor Van Noppen, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de
minister van Klimaat en Energie over "Bebat"
(nr. 19074)
21
Question de M. Flor Van Noppen au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "Bebat" (n° 19074)
21
Sprekers: Flor Van Noppen, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Flor Van Noppen, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Joseph George aan de
minister van Klimaat en Energie over "de werking
van APETRA" (nr. 19257)
22
Question de M. Joseph George au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le fonctionnement
d'APETRA" (n° 19257)
22
Sprekers: Joseph George, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Joseph George, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
9
FEBRUARI
2010
Namiddag
______
du
MARDI
9
FEVRIER
2010
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.05 uur en voorgezeten door de heer Bart Laeremans.
La séance est ouverte à 14.05 heures et présidée par M. Bart Laeremans.
01 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de erkenning van de hagelbui in
Limburg als ramp" (nr. 18645)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de hagelstormen in Limburg" (nr. 18646)
- de heer Peter Luykx aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de erkenning van de hagelstorm in
Limburg als ramp" (nr. 18655)
- mevrouw Magda Raemaekers aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid,
voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de hagelstormen in Limburg"
(nr. 18676)
01 Questions jointes de
- Mme Hilâl Yalçin au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la reconnaissance comme catastrophe
naturelle de l'averse de grêle qui s'est abattue au Limbourg" (n° 18645)
- Mme Hilde Vautmans au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "les tempêtes de grêle au Limbourg"
(n° 18646)
- M. Peter Luykx au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique des
familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la reconnaissance comme catastrophe naturelle
de l'averse de grêle qui s'est abattue sur le Limbourg" (n° 18655)
- Mme Magda Raemaekers au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "les tempêtes de grêle au Limbourg"
(n° 18676)
01.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister,
verschillende Limburgse gemeenten werden in juli 2009 heel erg
getroffen door hagelschade en ik som er een aantal op: Heusden-
Zolder, Houthalen-Helchteren, Halen, Herk-de-Stad, Lummen,
Hasselt, Zonhoven en Lommel. In totaal wordt de schade geraamd op
meer dan 60 miljoen euro en er zijn alleen al voor Limburg ruim
3 000 schadedossiers ingediend. Er sneuvelden voornamelijk serres
01.01 Hilde Vautmans (Open
Vld):
Six
mois
après
les
événements, les bourrasques de
grêle qui se sont abattues sur le
Limbourg en juillet 2009 n'ont
toujours
pas
été
reconnues
comme catastrophe naturelle. Le
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
en ramen en ook auto's vertoonden heel veel schade aan de
carrosserie.
We zijn nu een half jaar verder en er is nog geen duidelijkheid. Wel
heeft minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom, toen we haar
daarover een paar weken geleden hebben ondervraagd, verklaard dat
de hagelstorm alle kenmerken heeft om erkend te worden als
natuurramp, maar dat het dossier momenteel bij u ligt om de
financiële impact na te kijken.
Kunt u een stand van zaken geven omtrent de erkenning als
natuurramp van de hagelstorm in juli?
Welke problemen zijn er in verband de procedure?
Wanneer kunnen wij eigenlijk een antwoord verwachten, zodat de
burgers eindelijk hun dossier afgehandeld zien en geld kunnen
ontvangen? Zeker in economische crisis heeft de landbouwer die
schade heeft aan zijn serres, de schadepremie absoluut nodig, net
zoals de gewoner burger overigens, die ook heel zwaar getroffen is.
Wanneer zal het dossier op de Ministerraad komen?
Wanneer mogen de burgers de uitkering van hun geld verwachten?
ministre peut-il dresser un état de
la question? Quels problèmes
rencontre-t-on au niveau de la
procédure?
Quand
ce
point
figurera-t-il à l'agenda du Conseil
des ministres de manière à ce que
les
victimes
puissent
être
dédommagées?
01.02 Peter Luykx (N-VA): Bedankt mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, we zijn hier met een aantal Limburgse
Kamerleden verenigd om u aan te manen om dit dossier snel af te
ronden. Collega Vautmans heeft al voldoende toegelicht wat de
aanleiding was van onze vraag en de grote impact dat die situatie
toch wel gehad heeft voor bedrijven, landbouwers en private
personen. Ik ga me daarom meteen toeleggen op de vragen die ik in
dit dossier aan u wil stellen.
Ten eerste, op welk exact tijdstip is het volledige dossier op uw
kabinet beland en in welke fase het zich vandaag bevindt? Om welke
redenen werd het tot op vandaag nog niet op de agenda van de
Ministerraad geplaatst? Ten slotte, op basis van welke criteria worden
de individuele vergoedingen van elk dossier berekend? Ik dank u bij
voorbaat voor uw omstandig antwoord, mijnheer de staatssecretaris.
01.02 Peter Luykx (N-VA):
Quand ce dossier est-il parvenu
au cabinet du ministre? Où en est
la reconnaissance? Pourquoi ce
point n'a-t-il pas encore été inscrit
à l'ordre du jour du Conseil des
ministres? Quels critères seront
pris en compte pour calculer
l'indemnisation individuelle?
01.03 Magda Raemaekers (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, ik kan mij hier alleen maar aansluiten bij hetgeen
mijn collega's uit Limburg gezegd hebben. Als eerste schepen van
Herk-de-Stad heb ik de schade zelf kunnen ondervinden. Alleen al in
Herk-de-Stad waren er niet minder dan 353 aanvragen, voor een
totale waarde van ongeveer 4,5 miljoen euro. Het dossier zou
inderdaad al een tijdje op uw kabinet liggen en er zouden
moeilijkheden zijn in verband met de te volgen procedure.
Mijnheer de staatssecretaris, u moet zich toch bewust zijn dat heel
wat getroffenen van de storm nog altijd wachten op een vergoeding.
Niet iedereen zit zo goed bij kas dat ze voor onbeperkte tijd of
gedurende maanden de som voor de herstellingswerken kunnen
voorschieten. Het gaat daarbij om herstellingswerken die onmiddellijk
uitgevoerd moeten worden. Heel wat burgers, ook bij ons in Herk-de-
Stad, hebben een krediet moeten aangaan, wat hun alleen maar
bijkomende koste
nistre des Finances. D'après
mes informations, aucune suite n'a
encore
été
donnée
à
ma
demande.
J'ai en tout cas signé, le
20 janvier,
les
cinq
projets
d'arrêtés royaux relatifs à la
reconnaissance des calamités. Ils
pourront être publiés après leur
approbation par le Conseil des
ministres, après l'avis du Conseil
d'État et après avoir été signés par
le Roi. Les différentes phases
relèvent
cependant
de
la
compétence de la ministre de
l'Intérieur,
de
même
que
l'indemnisation des victimes de la
calamité.
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
betrokken diensten om op het terrein de materiële schade vast te
stellen.
01.05 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor uw antwoord. U gaf echter geen datum. Via mijn
contacten meende ik te hebben begrepen dat het dossier eind
februari aan de Ministerraad kon worden voorgelegd. Is dat correct?
01.05 Hilde Vautmans (Open
Vld): Quand le dossier sera-t-il
soumis au Conseil des ministres?
J'ai entendu dire "fin février".
01.06 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Dat kan zijn, maar het is
een bevoegdheid van minister Turtelboom. Zij moet dat op de agenda
laten plaatsen; dat mag ik niet doen. Ik heb mijn akkoord op
20 januari gegeven, en vanaf dan moet de procedure worden gevolgd.
Het zal zeker omstreeks eind februari gebeuren.
01.06
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Peut-être, mais
c'est
une
compétence
de
Mme Turtelboom.
01.07 Hilde Vautmans (Open Vld): Ik heb inderdaad begrepen dat
de vertraging te maken heeft met een misvatting omtrent de te volgen
procedure. Er is een nieuwe procedure goedgekeurd, maar die
goedkeuring gebeurde nog niet in het Parlement en bijgevolg is de
oude procedure nog van kracht. Dat is de vertraging waarnaar u
verwijst.
Het is alleszins positief dat u uw akkoord hebt gegeven en dat het
dossier naar de Ministerraad kan. Alsdan zal de procedure tussen de
gemeenten en het fonds in werking worden gezet.
U zei dat het fonds er niet goed voor staat. Welnu, daarvoor moeten
oplossingen worden gezocht en ik neem aan dat de nodige initiatieven
hiervoor worden genomen.
Wat betreft de ramp in Limburg, waarvan sprake, meen ik dat wij
betrokkenen alleszins mogen geruststellen, in die zin dat het KB tot
erkenning van een ramp wel degelijk werd goedgekeurd door u -- wat
u mij net bevestigde --, als door de FOD Binnenlandse Zaken -- mij
bevestigd in de commissie voor de Binnenlandse Zaken. Wij kunnen
dus de definitieve positieve boodschap brengen aan betrokkenen dat
de afhandeling weldra zal starten.
Ik betreur de vertraging ter zake, maar dat is in de politiek vaak het
geval. Wij zullen vanuit het Parlement blijven waken over deze
aangelegenheid en de belangen van Limburg blijven aankaarten
wanneer wij opnieuw vertraging zouden vaststellen.
01.08 Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, uw antwoord stelt mij gerust. Wij zijn tenminste toch
al zo ver. Wat mijn vierde vraag betreft, met betrekking tot de criteria,
ik weet inderdaad dat dit niet uw bevoegdheid is, maar het is wel voor
een stuk bepalend voor de orde van grootte van het bedrag dat wel of
niet goedgekeurd wordt. Net als mijn collega's kijk ik uit naar een
spoedige afronding van dit dossier. Wij spreken soms wel eens
langzaam, maar wij wachten niet graag heel lang.
01.09 Magda Raemaekers (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor uw antwoord. Ik betreur natuurlijk de vertraging, want
heel wat mensen die niet zo begoed zijn, wachten echt al lang op hun
geld. Kunt u mij zeggen, als het eind februari naar de Ministerraad zou
gaan, wanneer die mensen de uitbetaling van hun schade kunnen
krijgen? Hebt u daar een idee van?
01.09 Magda Raemaekers
(sp.a): Quand pourra-t-il être
procédé
effectivement
au
paiement?
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
01.10 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Dat behoort ook tot de
bevoegdheid van minister Turtelboom. Wat mijn bevoegdheid betreft,
heb ik gezegd dat ik mijn akkoord gegeven heb in de
begrotingsprocedure, maar met verschillende voorwaarden. Daarop
hadden mevrouw Turtelboom en ikzelf een verschillende interpretatie
van een notificatie van de Ministerraad. Door contacten tussen onze
twee kabinetten zijn wij tot een akkoord gekomen over die
interpretatie.
Ik heb gezegd dat ik daarmee akkoord kan gaan, maar er moet een
overleg komen om een globale oplossing te vinden voor de
problematische gevallen. Intussen kunnen wij doorgaan voor dit
specifieke dossier. Door het feit dat het akkoord werd gegeven in de
begroting is het nu de bevoegdheid van mevrouw Turtelboom om dat
punt op de agenda te zetten en om de procedure te volgen. Ik weet
dat zij veel aandacht aan dit dossier geeft. Ik weet zeker dat zij er
alles aan zal doen om dit dossier zo spoedig mogelijk op te lossen. Zij
weet hoe belangrijk dat is voor de personen die in die provincie leven.
U mag gerust zijn. Mevrouw Turtelboom doet haar best om zo vlug
mogelijk te gaan, maar zij moet natuurlijk ook de procedure volgen.
01.10
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Pour cette
question, je dois également
renvoyer
à
ma
collègue,
Mme Turtelboom.
01.11 Magda Raemaekers (sp.a): Ik dank u voor uw antwoord. Ik zal
mevrouw Turtelboom daarover ondervragen.
01.12 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris,
collega's, ter informatie, mevrouw Turtelboom was afgelopen zondag
in Herk-de-Stad en heeft daar een aantal getroffen mensen ontmoet.
Wij hebben daar ook over het dossier gesproken. Zij is zich er dus
zeker van bewust en ze zal heel snel de nodige stappen zetten om
een en ander goed af te ronden.
01.12 Hilde Vautmans (Open
Vld): Je suis convaincue que
Mme Turtelboom suit ce dossier
de près.
De voorzitter: Collega, ik dank u voor de nuttige aanvulling.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le développement des questions et interpellations est suspendu de 14.21 heures à 14.50 heures.
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt geschorst van 14.21 uur tot 14.50 uur.
02 Vraag van mevrouw Meryame Kitir aan de minister van Klimaat en Energie over "het fonds voor
particuliere stookolietanks" (nr. 18564)
02 Question de Mme Meryame Kitir au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le fonds pour les
citernes à mazout des particuliers" (n° 18564)
02.01 Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, er wordt al jaren gesproken over de oprichting van een fonds
voor particuliere stookolietanks, dat zou betalen voor de opkuis van
stookolieverontreiniging die onvrijwillig is veroorzaakt door
onopgemerkte Iekken in stookolietanks.
Op 20 mei 2005 sloten de Gewesten en de federale overheid een
protocolakkoord om binnen de drie maanden tot een resultaat te
komen. Die termijn is duidelijk overschreden. Het nieuwe Vlaamse
regeerakkoord plant de oprichting van een eigen Vlaams fonds als er
in 2010 geen oplossing is: "AIs er voor 2010 geen uitzicht is op een
Belgisch stookolietankfonds, richten we, met een bijdrage van de
sector en cofinanciering door de overheid, een Vlaams
stookolietankfonds
op
dat
gezinnen
bijstaat
die
worden
02.01 Meryame Kitir (sp.a): La
création d'un fonds pour la
pollution involontaire au mazout
occasionnée par des fuites de
citernes de mazout de particuliers
est à l'ordre du jour depuis des
années. Le 20 mai 2005, les
Régions et le gouvernement
fédéral signaient un protocole
d'accord s'engageant à obtenir un
résultat dans les trois mois. Ce
délai est manifestement dépassé.
À défaut de solution en 2010, le
nouvel accord de gouvernement
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
geconfronteerd met de kosten van een stookolieverontreiniging." Dat
staat in het Vlaams regeerakkoord. Ondertussen blijven mensen bij
wie een bodemverontreiniging is vastgesteld, in het ongewisse omdat
hun schadeclaims van duizenden euro's boven het hoofd hangen als
het fonds er niet zou komen.
Daarom heb ik de volgende vragen, mijnheer de minister.
Hebt u initiatieven genomen om de oprichting van het fonds te
realiseren? Wat zijn de obstakels?
Acht u het nodig om zo snel mogelijk een oplossing te vinden? Wat is
uw timing daarvoor?
Welke gevallen van verontreiniging komen in aanmerking voor een
tussenkomst, als het fonds is opgericht?
de l'exécutif flamand prévoit la
mise en place d'un Fonds
flamand.
Le ministre a-t-il déjà pris des
initiatives en vue de la création de
ce
fonds?
Quels
sont
les
obstacles? Quel est le calendrier?
Quelles sont les pollutions prises
en
considération
pour
une
intervention du fonds?
02.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Kitir,
ik verwijs naar het antwoord dat ik u in november 2009 heb gegeven
op een gelijkaardige, mondelinge vraag nr. 16410, waarin ik meldde
dat ik spoedig enkele concrete voorstellen van de stookolie- en
verzekeringssector verwachtte. Die voorstellen werden vrijdag
22 januari op mijn kabinet uiteengezet door de beroepsfederaties en
door de vereniging van verzekeraars, Assuralia. Het voorstel zal nu
worden besproken met de bevoegde kabinetten en worden getoetst
aan de regionale wetgeving. Ik zal natuurlijk niet nalaten u op de
hoogte te houden van de verdere evolutie in dit dossier.
02.02 Paul Magnette, ministre:
En novembre 2009, j'ai déjà
indiqué en réponse à la question
n° 16410 que j'attendais des
propositions
concrètes
des
secteurs
pétrolier
et
des
assurances. Ces propositions ont
été présentées à mon cabinet le
22 janvier dernier et seront à
présent
débattues
avec
les
cabinets concernés et évaluées en
fonction de la législation régionale.
J'informerai la commission de la
suite des événements.
02.03 Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik denk dat u zich vergist. Ik heb die vraag nog niet aan u
gesteld. Het is nog altijd dezelfde vraag, die toen geagendeerd was
en die nog niet aan bod is gekomen. Kunt u de voorstellen waarover u
het toen had, een beetje toelichten? U zegt dat u mij eerder hebt
geantwoord op die vraag, maar ik heb mijn vraag nooit gesteld.
02.03 Meryame Kitir (sp.a): Ma
question n'a jamais été évoquée
ici. Le ministre peut-il commenter
ces propositions?
02.04 Paul Magnette, ministre: Chère collègue, je reviens sur une
question au sujet de laquelle vous m'aviez déjà interrogé et je vous
indique ce qui est intervenu entre-temps, c'est-à-dire que j'ai reçu les
réponses des fédérations et d'Assuralia. Nous allons examiner tout
cela en cabinet et je vous informerai de l'étape prochaine. Mais à ce
stade, je ne peux pas vous en dire beaucoup plus.
02.04 Minister Paul Magnette:
Zodra mijn kabinet de antwoorden
van de beroepsfederaties en van
Assuralia heeft onderzocht, zal ik u
daar
meer
toelichting
over
verstrekken.
02.05 Meryame Kitir (sp.a): En wat is de timing?
02.05 Meryame Kitir (sp.a): Quel
calendrier sera suivi?
02.06 Minister Paul Magnette: Enkele weken of maanden.
02.06 Paul Magnette, ministre: Il
faudra encore patienter quelques
semaines ou quelques mois.
02.07 Meryame Kitir (sp.a): Enkele maanden?
02.08 Minister Paul Magnette: Ja.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Het incident is gesloten.
03 Questions jointes de
- M. Olivier Maingain au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'organisation du service de médiation
Énergie" (n° 18702)
- M. David Clarinval au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'absence de nomination d'un médiateur
de l'énergie" (n° 19276)
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Olivier Maingain aan de minister van Klimaat en Energie over "de organisatie van de
ombudsdienst Energie" (nr. 18702)
- de heer David Clarinval aan de minister van Klimaat en Energie over "het uitblijven van de
benoeming van een Franstalige ombudsman voor energie" (nr. 19276)
03.01 Olivier Maingain (MR): Monsieur le ministre, la loi du
31 décembre 2009 portant des dispositions diverses a modifié celle
du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité,
plus particulièrement son article 27, pour ce qui concerne
l'organisation et le fonctionnement du service de médiation Énergie.
Je cite l'article ainsi modifié: "Par dérogation au § 3, alinéa 5, au § 6,
alinéa 2a et au § 7, et lorsqu'un seul des deux membres du service de
médiation est nommé, celui-ci est habilité à exercer seul les
attributions prévues au présent article".
Cette modification a été rendue nécessaire par l'impossibilité actuelle
de trouver des candidats francophones satisfaisant aux conditions de
sélection et de nomination à la fonction de médiateur. Il en résulte
évidemment que le seul médiateur néerlandophone est habilité à
décider du fonctionnement du service de médiation du secteur
Énergie, c'est-à-dire à établir, en toute autonomie, le règlement
d'ordre intérieur, voire même de procéder au recrutement du
personnel dudit service.
Depuis que j'ai introduit ma question, j'ai relevé un article du quotidien
La Dernière Heure du 3 février, relatant trois tentatives de procédure
de sélection. Aucun candidat n'aurait encore émergé. Je conjugue
ceci au conditionnel, bien que l'article de presse auquel je fais
référence soit, quant à lui, plus affirmatif.
Nous sommes quelque peu surpris qu'il ne soit pas possible de
trouver de candidat satisfaisant aux conditions, d'autant plus que les
services de médiation ne manquent pas dans ce pays. Une personne
travaillant dans un autre service de médiation pourrait être très
heureuse de postuler un emploi tel que celui qui est vacant au service
de médiation de votre département.
Je ne sais si cette situation va se prolonger. Elle peut poser un
problème de principe d'égalité de traitement entre les usagers selon
leur appartenance linguistique, et éventuellement un problème
d'impartialité.
Tout en respectant la qualité du travail accompli par le médiateur
néerlandophone en fonction, j'aurais souhaité savoir, monsieur le
ministre, comment vous envisagez l'évolution de ce dossier. Quelles
sont les chances d'aboutir à la procédure de nomination? Peut-on
espérer, en attendant, un médiateur francophone faisant fonction?
Une personne du service pourrait peut-être endosser ce rôle.
03.01 Olivier Maingain (MR): De
wet betreffende de organisatie van
de
elektriciteitsmarkt
moest
worden gewijzigd omdat het
onmogelijk was om Franstalige
kandidaten te vinden die aan de
selectie-
en
benoemingsvoorwaarden voor de
functie van ombudsman voldeden.
Bijgevolg is de Nederlandstalige
ombudsman als enige bevoegd
voor het opstellen van het
huishoudelijk reglement van de
ombudsdienst en zelfs voor de
indienstneming van personeel.
Sinds ik mijn vraag heb ingediend,
las ik in een artikel in La Dernière
Heure
dat
er
drie
selectieprocedures
zouden
hebben plaatsgevonden. Er zou
nog altijd geen enkele kandidaat
zijn geselecteerd.
Het verbaast ons dat het niet
mogelijk is een kandidaat te
vinden die aan de voorwaarden
voldoet.
Die situatie zou tot een ongelijke
behandeling van de gebruikers
kunnen leiden afhankelijk van de
taalrol waartoe zij behoren en zou
problemen op het stuk van de
onpartijdigheid
kunnen
veroorzaken.
Hoe groot is de kans dat de
benoemingsprocedure succesvol
kan
worden afgerond? Mag
worden verwacht dat er intussen
een
waarnemend
Franstalige
ombudsman
zal
worden
benoemd?
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
03.02 David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, selon mes
informations, il semblerait que le SPF Économie, Classes moyennes,
PME et Énergie ait reçu environ 96 000 appels téléphoniques auprès
de son call center institué afin de collecter les plaintes des
consommateurs finaux (privés et petites entreprises, notamment) à
l'égard des fournisseurs d'électricité et de gaz. Il en ressortirait à
présent un solde de 2 000 à 3 000 dossiers de plaintes non traitées
par la Direction générale Contrôle et Médiation, dans l'attente de
l'avènement du médiateur fédéral Énergie.
Nous n'ignorons pas que la nomination de ce médiateur est
actuellement bloquée par l'absence de la nomination du médiateur
francophone, alors que la loi "électricité" du 29 avril 1999 prévoit en
son article 27 un fonctionnement en collège entre deux médiateurs,
l'un néerlandophone, l'autre francophone. La loi portant des
dispositions diverses a permis, à travers une seule modification, au
seul médiateur néerlandophone de pouvoir agir seul à partir du
1
er
janvier 2010 et pendant le temps indéterminé que prendra la
désignation finale d'un francophone. Pour louable que soit cette
intention, elle entraîne un problème important de rupture d'égalité des
citoyens face à la loi, et spécialement pour les plaignants
francophones qui verront leurs dossiers traités par un seul médiateur
néerlandophone dont la loi n'exige pas qu'il dispose de la garantie
d'un bilinguisme égal.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous préciser s'il est exact que 96
000 plaintes relatives à l'énergie ont été enregistrées au call center du
SPF Économie? Pourquoi les 2 000 à 3 000 dossiers de fond ne sont-
ils toujours pas traités à ce stade? Quand sera mis en oeuvre le
prochain concours pour la sélection du médiateur francophone?
Comptez-vous insérer dans la modification de la loi évoquée une
exigence de bilinguisme légal de chacun des deux médiateurs? Enfin,
comptez-vous amender le projet de loi concerné, en prévoyant par
exemple une entrée en vigueur de la modification légale envisagée,
au même jour que celui de la publication de la nomination du
médiateur francophone au Moniteur belge? Cela serait de nature à
préserver et à garantir les droits des usagers francophones et à
accélérer la nouvelle procédure de recrutement du médiateur
francophone.
03.02 David Clarinval (MR):
2 000 tot 3 000 klachtendossiers
van eindverbruikers aan het adres
van
de
elektriciteits-
en
gasleveranciers zouden nog niet
behandeld zijn, in afwachting van
de aanstelling van de Franstalige
ombudsman voor energie.
Overeenkomstig de wet houdende
diverse bepalingen mocht de
Nederlandstalige
ombudsman
alleen werken tot de definitieve
aanstelling van een Franstalige
ombudsman. Daardoor zijn de
burgers niet gelijk voor de wet, en
dat geldt in het bijzonder voor de
Franstalige reclamanten.
Klopt het dat er 96 000 klachten in
verband met energie bij het
callcenter van de FOD Economie
werden
genoteerd?
Waarom
werden de 2 000 tot 3 000
inhoudelijke dossiers nog altijd niet
in
behandeling
genomen?
Wanneer
zal
het
volgende
vergelijkende examen voor de
selectie
van
de
Franstalige
ombudsman van start gaan? Zal u
ter gelegenheid van de wijziging
van voormelde wet een wettelijke
tweetaligheidsvereiste voor beide
ombudsmannen invoegen? Zal u
het
betrokken
wetsontwerp
wijzigen, bijvoorbeeld door erin op
te nemen dat de voorgenomen
wetswijziging in voege zal treden
op de dag dat de benoeming van
de Franstalige ombudsman in het
Belgisch
Staatsblad
bekendgemaakt wordt?
03.03 Paul Magnette, ministre: Messieurs Maingain et Clarinval, je
retracerai d'abord un bref historique de ce dossier pour bien faire
comprendre la raison de la modification législative. Vous savez que le
service de médiation Énergie a été créé par la loi de 1999 relative au
marché de l'électricité. Quand je suis entré en fonction huit ans plus
tard, rien n'avait été fait. J'ai donc pris immédiatement les mesures
nécessaires pour mettre en application ce projet très attendu par les
consommateurs, comme en témoigne la publication d'un arrêté royal,
en date du 18 janvier 2008, relatif au fonctionnement du service.
J'ai également demandé tout de suite au Selor de lancer les
procédures de sélection. Un candidat néerlandophone a réussi
l'épreuve et a été nommé. Du côté francophone, aucun candidat n'a
réussi à être sélectionné.
03.03 Minister Paul Magnette:
Toen ik, acht jaar na de oprichting
van de ombudsdienst, minister
werd,
was
er
nog
niets
ondernomen. Ik heb onmiddellijk
de nodige maatregelen genomen
om dat ontwerp ten uitvoer te
leggen, en ik heb Selor meteen
verzocht de selectieprocedures op
te starten. Een Nederlandstalige
kandidaat is voor het examen
geslaagd
en
werd
intussen
benoemd.
Geen
enkele
Franstalige kandidaat is door de
selectie gekomen.
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Vous vous souviendrez d'ailleurs qu'on avait même modifié, dans la
loi portant des dispositions diverses de l'an dernier, les critères exigés
des candidats afin de permettre un plus large vivier potentiel de
candidats. Malgré cela, aucun francophone encore n'a pu présenter
une candidature et réussir l'examen.
Dès lors, pour assurer le principe de collégialité, l'arrêté royal du
15 juin 2009 de nomination du médiateur néerlandophone précisait
que celui-ci entrait en vigueur en même temps que l'arrêté royal de
nomination du médiateur francophone et au plus tard le
1
er
septembre 2009. Le médiateur néerlandophone est donc
patiemment entré en fonction au 1
er
septembre dernier mais ne
pouvait entreprendre aucune démarche officielle en raison de
l'absence de son homologue francophone. Nous étions donc dans
une situation absurde. Il était là, était en fonction mais il ne pouvait
rien faire.
Face à la nécessité pour les consommateurs de voir ce service ouvert
et de pouvoir s'y adresser, le gouvernement a décidé de proposer une
modification légale afin de suspendre temporairement le principe de
collégialité via la loi fixant les dispositions diverses, sanctionnée le
30 décembre 2009 par le Roi et publiée au Moniteur belge le
31 décembre 2009. Cette modification a permis au médiateur de
prendre, entre autres, des décisions en matière de logistique,
d'organisation et de personnel. Le service est donc enfin opérationnel
depuis le 21 janvier dernier et est à même de recevoir des plaintes de
tous les citoyens de notre pays.
En effet, le service de médiation est un service qui, du point de vue
territorial, est compétent pour tout le pays. Vu le fait que le législateur
n'a pas prévu dans la loi d'avril 1999 de dispositions linguistiques
spécifiques, les obligations linguistiques du service par rapport au
public sont réglées par la législation générale, notamment les lois
coordonnées du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière
administrative, lesquelles stipulent - j'imagine monsieur Maingain qu'il
ne faut pas vous le rappeler - que les services dont l'activité s'étend à
tout le pays utilisent dans leurs rapports avec les particuliers la langue
officielle dont les particuliers ont fait usage. Je rappelle aussi que la
Commission permanente de contrôle linguistique a toujours estimé
que, dans ce cas, c'est le service qui est bilingue et non les agents.
Les plaignants francophones ont bel et bien droit à un traitement
francophone de leurs plaintes. Pour assurer son bon fonctionnement
et pour garantir le traitement correct des dossiers francophones, du
personnel francophone a été engagé ou mis à la disposition du
service de médiation. Dans l'attente du médiateur francophone, ils
agissent sous la responsabilité du médiateur néerlandophone, dont
j'ajoute au passage qu'il est bilingue. Je tiens à préciser que cette
situation est temporaire. Je souhaite vivement avoir un service
totalement opérationnel pour chaque rôle linguistique, y compris au
sujet de la collégialité des décisions. Pour y parvenir, une nouvelle
procédure de sélection du médiateur francophone a été lancée et le
Selor devrait y procéder en mars 2010.
Pour répondre plus spécifiquement aux questions de M. Clarinval sur
le nombre de plaintes, je puis vous indiquer que le nombre de plaintes
introduites auprès du call center du SPF Économie, en ce qui
concerne l'énergie, s'est élevé en 2009 à 110 051.
Hoewel de criteria vorig jaar bij de
wet houdende diverse bepalingen
werden uitgebreid, konden er nog
geen Franstaligen hun kandidatuur
indienen en slagen voor het
examen.
De regering heeft voorgesteld om
het collegialiteitsbeginsel tijdelijk
op te schorten, omdat het de
Nederlandstalige
ombudsman
verhinderde om ook maar enig
officieel initiatief te nemen in
afwezigheid van een Franstalige
ambtgenoot.
Dankzij
die
aanpassing kan de ombudsman
beslissingen
nemen
met
betrekking tot de logistiek, de
organisatie en het personeel. De
dienst
is
sinds
21 januari
operationeel en is bevoegd voor
heel het land.
De taalverplichtingen ten opzichte
van de bevolking zijn vastgelegd in
de algemene wetgeving, meer
bepaald in de gecoördineerde
wetten van 18 juli 1966 op het
gebruik
van
de
talen
in
bestuurszaken.
De
Vaste
Commissie voor Taaltoezicht heeft
steeds geoordeeld dat in dat geval
de dienst tweetalig is, en niet de
ambtenaren.
De Franstalige klagers hebben het
recht om te eisen dat hun klachten
in het Frans behandeld worden. Er
werd
Franstalig
personeel
aangeworven of ter beschikking
gesteld van de ombudsdienst. Die
ambtenaren staan momenteel
onder
het
gezag
van
de
Nederlandstalige ombudsman, die
trouwens tweetalig is. Die situatie
is maar tijdelijk. In maart 2010 zal
Selor
een
nieuwe
selectieprocedure voor het ambt
van
Franstalig
ombudsman
opstarten.
Mijnheer Clarinval, in 2009 werden
er bij het callcenter van de FOD
Economie 110 051 klachten met
betrekking tot energie ingediend.
De
meeste
vragen
hadden
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
La plupart des demandes (95 014 exactement) concernaient le Fonds
social mazout. Le solde concernait principalement l'organisation et le
fonctionnement des marchés libéralisés du gaz et de l'électricité
(9 487 demandes) ainsi que les diverses mesures sociales relatives
au gaz naturel, à l'électricité et au gasoil de chauffage - celles
auxquelles M. Clarinval est si profondément attaché -, soit 3 253
demandes.
Il est à noter qu'il s'agit généralement de demandes d'information,
parfois de plaintes qui sont alors transmises automatiquement pour
traitement à la DG Contrôle et Médiation.
En 2009, le nombre de plaintes enregistrées par la DG Contrôle et
Médiation s'est élevé à 2 735. Ces plaintes ont fait l'objet d'un
règlement dans l'immense majorité des cas. Seules une centaine de
plaintes sont encore en cours.
betrekking
op
het
Sociaal
Stookoliefonds. De overige vragen
hadden vooral betrekking op de
organisatie en de werking van de
geliberaliseerde
gas-
en
elektriciteitsmarkt en op de diverse
sociale
maatregelen
met
betrekking tot aardgas, elektriciteit
en stookolie.
Meestal gaat het om vragen om
informatie, soms ook om klachten.
In
dat
geval
worden
ze
automatisch
ter
behandeling
overgezonden aan de Algemene
Directie Controle en Bemiddeling.
In 2009 werden er 2 735 klachten
ingediend. Slechts een honderdtal
daarvan zijn nog niet afgehandeld.
03.04 Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse exhaustive et précise.
Je prends acte de ce que le Selor devrait avoir terminé la procédure
de sélection pour mars 2010. On vérifiera le résultat. Si personne ne
devait satisfaire aux conditions, il faudra s'interroger sur la manière
dont travaille le Selor ou sur l'incompétence notoire des candidats qui
se présentent. Mais ce serait surprenant.
S'il n'y avait toutefois pas d'issue, je recommanderais d'étudier la
piste de la désignation à titre de faisant fonction d'un médiateur, peut-
être quelqu'un issu du service lui-même ou d'un autre service
médiation. Il faudra peut-être donner un fondement légal à cette
démarche mais elle permettrait de rétablir une égalité de traitement.
03.04 Olivier Maingain (MR):
Indien
niemand
aan
de
voorwaarden voldoet, doet dat
vragen rijzen over de werking van
Selor of betekent zulks dat de
kandidaten kennelijk onbekwaam
zijn. Dat laatste zou me echter
verwonderen.
Indien men geen oplossing vindt,
kan er worden gedacht aan de
aanwijzing van een waarnemend
ombudsman.
03.05 David Clarinval (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour ses réponses.
Je prends également bonne note des informations concernant le futur
recrutement, en espérant à mon tour qu'on puisse enfin obtenir une
fin heureuse à ce mauvais feuilleton.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Klimaat en Energie over "de aansluiting
op het net van de offshore windparken" (nr. 18816)
04 Question de Mme Katrien Partyka au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le raccordement au
réseau des parcs éoliens offshore" (n° 18816)
De voorzitter: Mevrouw Partyka, wellicht handelt uw vraag ook weer over het stopcontact? Of betreft het
een ander verhaal? Over het fameuze stopcontact op zee werden al vaak vragen gesteld.
04.01 Katrien Partyka (CD&V): Inderdaad, mijnheer de voorzitter.
Mijnheer de minister, het pentalateraal forum -- de landen van de
BENELUX, Frankrijk en Duitsland -- heeft in juni 2009 een akkoord
04.01 Katrien Partyka (CD&V):
En
juin
2009,
le
Forum
pentalatéral est parvenu à un
accord sur le réseau de transport.
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
bereikt over het transmissienet, of het fameuze stopcontact, wat
overigens een uitstekend initiatief was. Hoever staat het met dat
programma en wat houdt het programma precies in?
Het Verenigd Koninkrijk heeft nieuwe offshore windparken vergund
voor een totaal van 32 Gigawatt. Is er in het kader van het
pentalateraal forum sprake van aansluiting op het transmissienet of
zal het een apart bestaan leiden?M
Où en est ce programme et que
contient-il
exactement?
Par
ailleurs, le Royaume-Uni a délivré
des
autorisations
pour
la
construction d'un nouveau parc
d'éoliennes off shore pour un total
de 32 gigawatts. Est-il question de
raccorder ce parc au réseau de
transport?
04.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, op basis van
voormeld akkoord werd gevraagd een werkprogramma op te stellen
voor de installatie van een transmissienet in de Noordzee. Er werd
vooraf een lijst opgesteld van mogelijkheden, de uitdagingen en de
toekomst van een dergelijk net. Een van de conclusies uit deze en
andere studies was dat om tot de uitbouw van een effectief net te
komen, samenwerking met andere landen rond de Noordzee
noodzakelijk was.
Daarom besloten negen Europese lidstaten samen te werken en een
politiek akkoord te sluiten over de ontwikkeling van een offshore
windnetwerk in de Noordzee. Dat akkoord werd op 7 december 2009
in de marge van de Europese Energieraad ondertekend door negen
Europese lidstaten, namelijk België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk,
Duitsland, Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Het
document werd eveneens ondertekend door Europees commissaris
Andris Piebalgs.
Begin maart 2010 zal een stakeholdersvergadering worden
georganiseerd, waarbij een strategisch werkplan voor de verdere
ontwikkeling van een offshore windnetwerk zal worden voorbereid.
Het plan zal gebaseerd zijn op drie pijlers. De eerste betreft de
voordelen van samenwerking tussen de betrokken partijen. De
tweede behandelt het planningsbeleid, en de derde pijler zal zich
bezig houden met een betere afstemming inzake regelgeving en
beleidsopties.
Het werkplan dient de basis te vormen van een memorandum of
understanding tussen de verschillende partijen voor de verdere
ontwikkeling van het net. Het besluit van de onderhandeling van dat
memorandum of understanding wordt beoogd voor oktober 2010.
Het is inderdaad de bedoeling dat ook reeds bestaande parken aan
dit project gekoppeld worden. Het is technisch en economisch
haalbaar, maar het dient nog verder uitgewerkt te worden.
04.02 Paul Magnette, ministre:
Avant que soit arrêté un plan de
travail pour la création d'un
réseau de transport en mer du
Nord, toutes les possibilités et tous
les défis ont préalablement été
envisagés. L'une des conclusions
a été qu'il fallait collaborer avec
d'autres pays de la mer du Nord.
C'est pourquoi un accord a été
signé le 7 décembre 2009 par le
Benelux, la France, l'Allemagne, le
Danemark, la Suède et le
Royaume-Uni, ainsi que par le
commissaire Andries Piebalgs.
Au début du mois de mars 2010
se tiendra une réunion des
stakeholders au cours de laquelle
sera préparé un plan de travail
stratégique
relatif
au
futur
développement du réseau éolien
off shore. Ce plan reposera sur
trois piliers: les avantages d'une
collaboration entre les parties
concernées,
la
politique
de
planification et une meilleure
harmonisation en matière de
réglementation
et
d'options
politiques. Il servira alors de base
à
un
memorandum
of
understanding entre les différentes
parties
dans
l'optique
du
développement
ultérieur
du
réseau. Ce mémorandum est
attendu
pour octobre
2010.
L'objectif est effectivement que
des parcs préexistants y prennent
part.
Il
s'agit
d'un
objectif
techniquement
et
économiquement réalisable, mais
il doit encore être développé.
04.03 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord. Dit is misschien iets voor het Belgische voorzitterschap,
als het in oktober 2010 afgerond zal worden. U bent daarvoor ook
actief geweest in december. Het lijkt mij een uitstekende gelegenheid
om daaraan verder te werken.
04.03 Katrien Partyka (CD&V):
Cela relèvera peut-être de la
présidence belge.
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Klimaat en Energie over "de gevolgen van
de onterechte toekenning van het sociaal energietarief aan gehandicapten" (nr. 18817)
05 Question de Mme Katrien Partyka au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les conséquences de
l'octroi erroné du tarif social en matière d'énergie à des personnes handicapées" (n° 18817)
05.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, wij hebben het hierover reeds een paar keer gehad.
Verschillende collega's hebben daarover reeds vragen gesteld. Het
probleem bestaat echter echt wel. Er zijn verschillende leveranciers
die per vergissing op basis van ziekenfondsattesten dat sociaal tarief
hebben toegekend. Die consumenten moeten nu dat verschil
bijbetalen, wat natuurlijk niet evident is voor de meeste van hen.
Ten eerste, als de leverancier het verschil terugvordert, aan welk
tarief is dat dan, het gewone commerciële tarief of zijn daaromtrent
regels of afspraken? Dat is toch wel belangrijk voor veel mensen die
dat verschil moeten terugbetalen.
Ten tweede, veel van die mensen dachten dat zij het sociaal tarief
hadden en hebben dus ook niet die forfaitaire korting aangevraagd.
Nu blijkt dat ze geen recht hebben op sociaal tarief, kunnen ze nu
alsnog aanspraak maken op die forfaitaire korting? Normaalgezien
zou men na 1 maart geen aanvragen meer aanvaarden. Kunnen
consumenten die pas in de loop van dit jaar te weten komen dat ze in
2009 geen recht hadden op sociaal tarief toch nog een aanvraag
indienen voor die forfaitaire korting?
05.01 Katrien Partyka (CD&V):
Certains
fournisseurs
ont
erronément octroyé leur tarif social
en matière d'énergie sur la base
d'attestations délivrées par des
mutuelles. Les consommateurs
concernés
doivent aujourd'hui
payer la différence. Existe-t-il des
accords spécifiant le tarif dont il
doit être fait application dans ces
cas-là? Les consommateurs qui
en 2010 apprendront qu'ils n'ont
en réalité pas droit au tarif social
pourront-ils demander néanmoins
la réduction forfaitaire même si, en
principe, ils devront le faire avant
le 1
er
mars 2010?
05.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Partyka, in artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 januari 2004 in
verband met aardgas en elektriciteit wordt bepaald dat de
energieleverancier die een residentieel beschermde klant heeft
bevoorraad tegen de sociale maximumprijs recht heeft op een
terugvordering bij de verschillende klantenfondsen die door de CREG
worden beheerd.
In de volgende artikelen wordt bepaald dat de normale marktprijs de
prijs is die de energieleverancier aanrekent aan niet-beschermde
klanten met gelijkaardige afnamekarakteristieken. Het verschil tussen
de marktprijs en de sociale maximumprijs wordt voor elke residentieel
beschermde klant berekend ter gelegenheid van elke facturatie.
Praktisch wordt door de betrokken energieleverancier de maand
volgend op elk kwartaal een schuldvordering ingediend bij de CREG.
Deze schuldvordering omvat naast de vermelding van het totaal
verschuldigde bedrag een nominatieve lijst van de bevoorrade
residentieel beschermde klanten met vermelding van het gefactureerd
bedrag van het aan de normale marktprijs verschuldigde bedrag en
van het verschil tussen de twee bedragen.
Aangezien deze koninklijke besluiten een bepaalde soepelheid
toelaten in de definitie van het referentietarief heeft de CREG in een
rondzendbrief dit tarief als volgt bepaald: ten eerste, hetzij de
tariefformule die wordt toegepast op de meerderheid van de
verbruikers met hetzelfde verbruiksprofiel, eventueel bevestigd met
05.02 Paul Magnette, ministre:
Un fournisseur ayant erronément
approvisionné un consommateur
au tarif social a le droit, sur la base
de l'article 2 de l'arrêté royal du
20 janvier 2004, de se faire
rembourser par les divers fonds de
la clientèle gérés par la CREG. Ce
fournisseur doit avoir facturé à ce
consommateur le prix normal du
marché, qui est le prix demandé
aux
clients
non
protégés
présentant
un
profil
d'achat
analogue. Au cours du mois qui
suit
chaque
trimestre,
le
fournisseur doit introduire une
créance détaillée auprès de la
CREG. En pratique, le modèle
tarifaire suivant sera utilisé: soit la
formule tarifaire de la majorité des
consommateurs
présentant
le
même profil de consommation,
soit la moyenne mensuelle des
divers tarifs que le fournisseur
propose à ses clients présentant
un
profil
de
consommation
similaire.
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
een getekend contract of, ten tweede, hetzij het gewone maandelijkse
gemiddelde van de verschillende tarieven die door de leverancier
voorgesteld worden aan de residentiële klanten die een gelijkaardig
verbruiksprofiel vertonen. Om representatief te zijn voor de keuzes
van de klantenkring wordt de weging uitgevoerd op basis van het
aantal getekende contracten of van de volumes voor elke
tariefformule verkocht tijdens die maand.
Indien er consumenten zijn die geen recht hadden op het sociaal
tarief in 2009, kunnen zij nog een aanvraagformulier opsturen tot en
met 1 maart 2010. De aanvraagformulieren zijn nog te vinden op de
website van de FOD Economie. Ze kunnen daar eveneens online
ingevuld worden. Indien men niet over toegang tot het internet
beschikt, kan men een aanvraagformulier vragen bij het contactcenter
van de FOD Economie. Na 1 maart 2010 zullen er geen nieuwe
aanvragen meer aanvaard worden, aangezien alle aanvragen
afgewerkt dienen te worden voor eind dit jaar omdat de FOD
Economie dan niet langer over een machtiging zal beschikken om de
controles uit te voeren.
De bijzondere toestand die u aanhaalt, is in de praktijk weinig
waarschijnlijk, aangezien het sociaal tarief wordt toegekend op basis
van attesten die geldig zijn voor het lopende jaar. In principe werden
de beschermde klanten die hun statuut voor 2009 verliezen, vanaf
2009 verwittigd en hebben zij de tijd gehad om een formulier in te
dienen voor de forfaitaire bijdrage.
Het geval waarvan u gewag maakt, zal zich dus enkel voordoen
indien een aanvraag van het attest eind 2009 voor het jaar 2009 werd
ingediend bij een instelling en deze instelling het geijkte formulier
slechts na eind februari 2010 zou hebben verstuurd.
Un consommateur qui n'avait pas
droit au tarif social en 2009 peut
encore introduire une demande
jusqu'au 1
er
mars 2010. Plus
aucune
demande
ne
sera
acceptée après cette date, parce
que tous les contrôles devront
avoir été effectués cette année,
étant donné que le SPF Économie
ne pourra plus effectuer de
contrôles à partir de l'année
prochaine.
Les clients qui ont perdu leur droit
au tarif social pour 2009 en ont été
informés à temps, de sorte qu'ils
ont eu tout le temps pour remplir
une
demande
d'indemnité
forfaitaire.
05.03 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, als het
mogelijk is, zou ik het antwoord graag op papier krijgen, want het was
nogal ingewikkeld. Ik dank u in ieder geval voor uw antwoord. Ik meen
dat het toch duidelijkheid schept over welk tarief uiteindelijk
terugbetaald moet worden en over het verschil tussen het sociaal
tarief en het basistarief.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Questions jointes de
- M. David Clarinval au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le niveau réel des stocks de produits
pétroliers dans notre pays (n° 18869)
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'insuffisance des réserves pétrolières"
(n° 19266)
06 Samengevoegde vragen van
- de heer David Clarinval aan de minister van Klimaat en Energie over "de werkelijke omvang van de
olievoorraden in ons land" (nr. 18869)
- de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de onvoldoende oliereserves"
(nr. 19266)
De voorzitter: U zult het waarschijnlijk hebben over de bovengrondse en niet over de ondergrondse
olievoorraden?
06.01 David Clarinval (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il s'agit bien sûr de stocks pétroliers au-dessus du sol.
06.01 David Clarinval (MR):
Eind september verklaarde de
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Fin septembre dernier, Gaëtan van de Werve, secrétaire général de
la Fédération pétrolière, affirmait que l'agence publique de pétrole
APETRA, l'organisme responsable des réserves stratégiques de
produits pétroliers, a laissé passer une opportunité de réserver
d'importantes capacités de stockage de pétrole dans les ports de
Rotterdam et d'Anvers. En effet, selon lui, il semblerait que la
Belgique n'ait pas été en mesure de payer, lorsque les compagnies
pétrolières lui ont proposé des tickets de réservation de stocks dans
ces deux ports. C'est la Nouvelle-Zélande qui s'est acquittée de ces
capacités de stockage et qui sera donc prioritaire si, en cas de
pénurie, il faut puiser dans les stocks d'Anvers.
Selon des chiffres récents de l'Union européenne, la Belgique dispose
d'un stock de produits pétroliers pour 46 jours, contre 121 jours de
réserves en moyenne pour les autres États membres. Au cours des
débats budgétaires, vous nous avez communiqué des chiffres
approximatifs nettement plus positifs.
Monsieur le ministre, Ies déclarations de M. van de Werve sont-elles
exactes? En ce qui concerne les stocks, qu'en est-il concrètement?
Pouvez-vous nous donner, en détail, les chiffres, les contrats, les
lieux. etc. concernant nos réserves de carburant?
heer Gaëtan van de Werve, de
secretaris-generaal
van
de
Belgische Petroleum Federatie,
dat APETRA, de nv van publiek
recht die belast is met het beheer
van de strategische reserves aan
aardolieproducten, een kans heeft
gemist om in de havens van
Rotterdam en Antwerpen een
aanzienlijke opslagcapaciteit voor
aardolie te reserveren. België zou
niet in staat geweest zijn om de
reserveringstickets
voor
de
opslagcapaciteit
te
betalen.
Volgens
de
Europese
Unie
beschikt België over een reserve
voor
46 dagen,
terwijl
de
gemiddelde reserve van de andere
EU-lidstaten
goed
is
voor
121 dagen.
Tijdens
de
begrotingsbespreking heeft u ons
veel positievere cijfers gegeven.
Kloppen de verklaringen van de
heer van de Werve? Kan u ons de
cijfers en de contracten bezorgen,
en ons meedelen waar onze
brandstofreserves
worden
opgeslagen?
06.02 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik zal de gegevens uit de vraag van collega Clarinval niet
herhalen. De materie werd in deze commissie al een aantal keren
besproken. Wij hebben daarover al een aantal vragen gesteld.
Telkens werd erop gewezen dat de achterstand van België steeds
kleiner werd en dat er dus wel degelijk inspanningen werden gedaan.
Wij willen dat wel graag geloven wij zijn allemaal mensen van goede
wil maar keer op keer worden wij met de neus op de feiten gedrukt:
België blijft een probleem hebben met zijn strategische olievoorraden
om het hoofd te bieden aan een mogelijke oliecrisis.
Het Rekenhof meldt dat APETRA nog steeds niet voldoet aan de
gestelde minimumvoorwaarden, namelijk 347 000 ton benzine,
3,15 miljoen ton diesel en kerosine en 127 000 ton fuel. Voor
bijvoorbeeld diesel en kerosine bedroeg de voorraad eind
2009 2,26 miljoen ton. We kennen de tonnage die België moet
aanhouden en we weten ook dat APETRA daar niet aan kan voldoen.
Ten eerste, wat zijn uw concrete verwachtingen naar het einde van
2010?
Ten tweede, welke zijn de oorzaken waardoor we nog steeds niet
kunnen voldoen aan die minimumvoorraad? In verschillende
persberichten was te lezen dat het tekort te maken zou hebben met
speculatie op de internationale oliemarkt. Ik wil dat wel geloven, ik ben
van goede wil, maar andere landen hebben ook dezelfde
problematiek van speculatie. Hoe zit het dan met de strategische
olievoorraden in onze buurlanden?
06.02 Peter Logghe (VB): La
Cour des comptes fait savoir
qu'APETRA ne satisfait toujours
pas aux conditions minimales qui
sont: 347 000 tonnes d'essence,
3,15 millions de tonnes de diesel
et de kérosène, et 127 000 tonnes
de fuel.
Quels sont les pronostics du
ministre pour la fin 2010?
Pourquoi ne pouvons-nous pas
encore satisfaire à cette exigence
d'une réserve minimale? À en
croire la presse, c'est le résultat
des spéculations sur le marché
pétrolier international mais qu'en
est-il des réserves pétrolières
stratégiques
dans
les
pays
limitrophes
de
la
Belgique?
Quelles mesures le ministre
compte-t-il prendre pour pallier
cette insuffisance dans les plus
brefs délais? Quel calendrier a-t-il
fixé à cette fin?
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Ten derde, welke dringende maatregelen neemt u om het tekort zo
snel mogelijk op te vullen en tegen welke termijn denkt u dat de
problemen opgelost zullen zijn?
06.03 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, monsieur
Clarinval, il faut quelque peu nuancer les chiffres. La Belgique est
tenue de garder des stocks pour trois catégories différentes de
produits. Le dernier chiffre disponible date de fin décembre 2009.
Les chiffres que nous avons fournis à l'Union européenne montraient
que la Belgique avait 99 jours de stocks pour la catégorie 1, 66 jours
pour la catégorie 2 et 102 jours pour la catégorie 3.
Pour la catégorie 2 qui reste déficitaire, nous étions à peine à une
trentaine de jours fin 2007/début 2008 et à 46 jours fin avril 2009.
Nous en sommes à 66 jours aujourd'hui, ce qui indique un
mouvement de croissance constant qui s'inscrit bien dans le plan
d'entreprise d'APETRA qui prévoit qu'en 2012, la Belgique aura atteint
les 90 jours requis pour la catégorie 2.
Le SPF Économie et APETRA disposent tous deux d'un registre
reprenant les lieux de stockage. Seul APETRA dispose des contrats,
qui sont confidentiels. Étant donné qu'il s'agit de données sensibles
tant d'un point de vue commercial que stratégique, elles ne sont pas
communiquées. La nouvelle directive qui définit les obligations de
rapportage pour les stocks de sécurité prévoit d'ailleurs que les
informations sensibles telles que la localisation exacte des stocks ne
doivent pas être communiquées.
06.03 Minister Paul Magnette:
België moet drie categorieën van
producten in voorraad hebben. Uit
de recentste cijfers van
december 2009 - die aan de
Europese
Unie
werden
meegedeeld, blijkt dat België voor
99 dagen
over
voorraden
beschikte voor categorie 1, voor
66 dagen over voorraden voor
categorie 2 en voor 102 dagen
over voorraden voor categorie 3.
In categorie 2 is er nog steeds een
tekort, maar er is sprake van een
gestage toename, en volgens het
ondernemingsplan van APETRA
zal voor die categorie de vereiste
voorraad voor 90 dagen in 2012
worden bereikt.
De FOD Economie en APETRA
beschikken over een register van
de
opslagplaatsen.
Alleen
APETRA
beschikt
over
de
contracten; die zijn vertrouwelijk,
aangezien ze gegevens bevatten
die zowel uit een commercieel
oogpunt als in strategisch opzicht
gevoelig zijn.
Ik kom tot de vraag van de heer Logghe. In de loop van 2010 nemen
behoorlijk wat bijkomende opslagcontracten een aanvang. Een derde
ondergrondse caverne voor opslag van de ruwe aardolie zal ter
beschikking van APETRA komen deze zomer. Verschillende van de
nieuwbouwprojecten voor afgewerkte APETRA-producten worden in
de loop van dit jaar operationeel. Deze bijkomende opslagcapaciteit
zal APETRA in staat stellen om dit jaar circa 400 000 ton extra
producten en 300 000 ton extra ruwe aardolie welke voor de helft mag
worden toegewezen aan productcategorie 2, in eigendom te
verwerven en op te slaan. De eigen voorraden samen met de
beschikkingsrechten op voorraden vanwege de olie-industrie die
APETRA contracteert, zullen naar schatting resulteren in een totaal
volume middeldistillaten in beheer van APETRA einde 2010 van
2,6 miljoen ton, zijnde zo'n 83 % van de voorraadplicht categorie 2
van het agentschap.
Deze situatie ligt volledig in lijn met het laatste ondernemingsplan
2010 van APETRA waarin het scenario beschreven staat hoe
APETRA in 2012 in staat zal zijn de volledige strategische
olievoorraden van België te beheren. Vanaf haar oprichting in 2006
heeft APETRA alle nodige acties ondernomen om voorraden in
eigendom te verwerven. Een lening ter financiering van de aankopen
werd afgesloten. Procedures voor aankoop werden uitgewerkt. Een
inspecteur voor de meting en kwaliteitscontrole van de aangekochte
De
nouveaux
contrats
d'entreposage débutent au cours
de l'année 2010. Un troisième
dépôt souterrain de pétrole brut
sera mis à disposition d'APETRA
et plusieurs projets de nouvelle
construction pour les produits finis
APETRA
deviendront
opérationnels. L'accroissement de
la capacité d'entreposage devrait
permettre à APETRA de stocker
cette année environ 400 000
tonnes
de
produits
supplémentaires
et
300 000
tonnes
de
pétrole
brut
supplémentaires. À la fin de
l'année, l'agence satisfera ainsi
pour 83 % à son obligation de
stockage en ce qui concerne les
produits de catégorie 2 et sera en
mesure de gérer l'ensemble des
stocks stratégiques de pétrole en
2012. Depuis sa fondation en
2006, APETRA a pris toutes les
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
hoeveelheden werd aangesteld. De eerste aankopen van eigen
stocks vonden plaats in februari 2008. Sindsdien bouwt APETRA
gestaag haar niveau eigen stocks op, maar daarvoor dient er
voldoende opslagcapaciteit te zijn. APETRA heeft vandaag de dag
reeds meer dan 3,3 miljoen kubieke meter opslagruimte onder
contract. Een deel hiervan zijn evenwel nieuwe tanks of zelfs volledig
nieuwe depots, waarvoor men tot 2 jaar dient te rekenen tussen de
gunning van het contract en het operationeel zijn van de capaciteit.
Het Belgisch agentschap APETRA is een van de laatst bijgekomen
agentschappen in de Europese Unie. Landen als Duitsland en
Frankrijk hebben reeds vele jaren, zelfs verschillende decennia, een
agentschap dat ondertussen al zijn stocks sinds lang heeft
opgebouwd. Ik heb bij de bespreking van het ondernemingsplan
2009-2010 van APETRA benadrukt dat het agentschap resoluut
diende te gaan voor de verwerving van voorraden in eigendom en dit
zo snel mogelijk. In uitvoering van deze ondernemingsplannen heeft
APETRA in 2009 525 000 ton ruwe aardolie gekocht en 410 000 ton
producten. Voor 2010 komen bij deze voorraden zoals eerder gezegd
nog eens circa 700 000 ton bij. In vergelijking met de wettelijke
verplichtingen van het agentschap om jaarlijks 370.000 ton eigen
stock aan te kopen, zijn dit aanzienlijke inspanningen, zowel
operationeel als financieel. Op 1 juni 2010 dient APETRA aan mij het
ondernemingsplan 2011 voor te leggen. Op basis van dit plan zal ik er
kunnen over waken dat APETRA inderdaad de positieve trend van het
voorbije jaar doortrekt tot in 2012.
initiatives
nécessaires
pour
acquérir les stocks en propriété.
APETRA est une des dernières
agences créées au sein de l'Union
Européenne. Des pays comme
l'Allemagne et la France ont
constitué leurs réserves depuis
longtemps.
Lors de la discussion du plan
d'entreprise
d'APETRA
2009-
2010, j'ai insisté pour qu'APETRA
acquière des stocks en propriété.
C'est pourquoi APETRA a acheté
en 2009 525 000 tonnes de pétrole
brut et 410 000 tonnes de produits,
ce qui représente un énorme effort
financier.
APETRA doit présenter son plan
d'entreprise 2011 le 1
er
juin 2010.
On pourra ainsi déterminer si la
tendance positive se poursuit.
06.04 David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, je constate qu'il y
a une évolution positive. Mais je dirais que c'est une évolution lente
pour ce qui concerne la catégorie 2. L'année 2012 me semble trop
éloignée, j'aurais souhaité qu'on puisse aller plus vite.
Je comprends bien qu'on ne diffuse pas d'informations stratégiques et
confidentielles. Pour ce qui concerne la localisation des stocks,
avons-nous la garantie que les réserves sont bien situées sur le
territoire national?
Par le passé, des réserves avaient été stockées dans d'autres pays.
Les chiffres que vous citez ne concernent-ils que des réserves situées
sur le territoire national?
06.04 David Clarinval (MR):
Voor categorie 2 is er sprake van
een positieve, zij het trage
evolutie.
Bevinden
er
zich
voorraden op ons grondgebied?
06.05 Paul Magnette, ministre: Il y en a sur le territoire national et il y
en a en dehors. Il y a des garanties conventionnelles extrêmement
fiables quant à leur la disponibilité.
06.05 Minister Paul Magnette: Er
bevinden zich voorraden op ons
grondgebied en daarbuiten. We
hebben waterdichte garanties wat
de beschikbaarheid ervan betreft.
06.06 Peter Logghe (VB): Ik dank de heer minister voor zijn
uitgebreid antwoord. Ik leer er uit dat wij tegen half 2010 aan 83 %
zullen zitten en dat u op 1 juni 2010 een nieuw ondernemingsplan
verwacht van APETRA. Ik veronderstel dat wij u in de weken volgend
op 1 juni 2010 hierover opnieuw mogen ondervragen, om te zien wat
de evolutie is. Ik leer hieruit toch wel dat de reden van de achterstand
van APETRA, eensdeels te maken heeft met het feit dat APETRA een
van de laatste Europese instellingen is die daarmee begonnen is en
dat wij blijkbaar een achterstand hebben ten overstaan van het
buitenland. Ik leer ook dat er een tekort aan opslagruimte is en dat dit
eigenlijk niets te maken heeft met de reden die men in de pers kon
06.06 Peter Logghe (VB):
APETRA a donc commencé à
constituer des stocks relativement
tard dans le contexte européen.
Elle a également été confrontée à
un manque de capacité de
stockage. Ce n'était donc pas la
spéculation présumée qui a
entraîné le retard. Nous sommes
d'ailleurs sur la bonne voie et
atteindrons probablement l'objectif.
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
lezen, namelijk speculatie op de internationale oliemarkt. Het heeft er
omzeggens niets mee te maken. APETRA is gewoon later begonnen
dan de rest of later opgericht. Er is gewoon een tekort aan
opslagplaatsen. Speculatie zit daar voor niets tussen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de manipulatie van de gasprijzen"
(nr. 18831)
- de heer Paul Vanhie aan de minister van Klimaat en Energie over "de energieprijzen in België"
(nr. 18924)
07 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la manipulation des prix du gaz" (n° 18831)
- M. Paul Vanhie au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les prix de l'énergie en Belgique" (n° 18924)
07.01 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik ben hier aanwezig uit beleefdheid. Inderdaad, er klopt iets
niet aan de indeling van de vragen. Mijn vraag is immers gericht aan
de minister van Justitie, precies omdat hij, in tegenstelling tot de
minister van Energie, bevoegd is wat betreft de procureurs.
Volgens mij zal de minister van Energie op mijn vraag hetzelfde
antwoorden als op de vraag van een van mijn collega's. Dan zal hij
echter voorbijgaan aan de essentie. Ik vraag mij dus af wie de
werkzaamheden heeft gemanipuleerd. Mijn vraag is gericht aan de
minister van Justitie, niet aan de minister van Energie, tenzij hij meent
ditmaal iets meer te kunnen toevoegen aan zijn antwoord.
07.01 Renaat Landuyt (sp.a): Ma
question était destinée au ministre
de la Justice car il est le ministre
de tutelle des procureurs.
De voorzitter: Die aangelegenheden worden meestal geregeld in de regering. De commissie heeft daar
niet veel mee te maken.
07.02 Minister Paul Magnette: Ik heb in samenwerking met minister
De Clerck een kort antwoord op uw vraag voorbereid.
07.03 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn
vraag toch ook stellen aan de minister van Justitie.
Met alle respect, mijnheer de voorzitter, maar het Parlement mag zich
zo niet laten doen. Het is geweten dat ministers ondereen bepaalde
afspraken maken, maar het Parlement beslist aan welke minister men
wenst zijn vraag te stellen. Mijn vraag was gericht aan de minister van
Justitie, precies omdat hij bevoegdheid heeft over de procureurs.
Ik treed met mijn vragen bijna nooit buiten het domein van de
commissie voor de Justitie. Mijn huidige vraag betreft een specifieke
functionele bevoegdheid van de minister van Justitie.
De voorzitter van de CREG spreekt publiekelijk over manipulatie van
de gasprijzen. Het is dus correct te zeggen dat er een misdrijf
gepleegd zou kunnen zijn. Moet een procureur dan niet de reflex
hebben dat potentieel misdrijf te onderzoeken? En indien hij die reflex
niet heeft, zou de minister van Justitie dan niet moeten verantwoorden
waarom geen enkele van zijn procureurs die reflex heeft? Moet dat
niet worden onderzocht?
Waarschijnlijk zal de minister van energie nu nog eens herhalen dat
07.03 Renaat Landuyt (sp.a): Le
président de la CREG a évoqué
publiquement une manipulation
des prix du gaz par l'effet de
l'indexation. Un rapport l'aurait fait
apparaître
clairement.
Nous
sommes donc bien en présence
d'un délit potentiel. Un procureur
ne doit-il pas dès lors avoir le
réflexe
d'examiner
ce
délit
potentiel? Sinon, le ministre de la
Justice ne doit-il pas avoir le
réflexe de charger un procureur de
mener
les
investigations
nécessaires? Le ministre de
l'Énergie répétera sans doute une
fois de plus que la CREG est un
organisme autonome et qu'à ce
titre, il ne relève pas de sa
compétence mais je pense que
cela n'est même pas vrai. Dans
quel sens l'indexation des prix du
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
de CREG een onafhankelijk orgaan is, bijna erger dan het gerecht,
waarover hij geen bevoegdheid heeft en dat daarover niets specifiek
kan worden gevraagd. Een stelling die mijns inziens foutief is.
Ik vraag echter concreet aan de minister van Justitie hoe hij het
gedrag van zijn procureurs kan verantwoorden en of zij niet
geïnteresseerd zijn in dat potentieel misdrijf.
Hoe dan ook, aangezien ik hier aanwezig ben uit beleefdheid,
mijnheer de minister, zou ik graag van u vernemen hoe de vork in de
steel zit. Immers, de voorzitter van de CREG zegt in een krant dat uit
een rapport blijkt dat de bedragen inzake de indexering van de
gasprijzen werden gemanipuleerd. Wat is daarvan aan?
Ik kan mij voorstellen dat hij het waarschijnlijk spijtig vindt dat hij dat
gezegd heeft en dat hij dat liever eerst intern had besproken, maar hij
heeft het nu gezegd. Zelfs op het moment van zijn verspreking, zal die
uitspraak toch gebaseerd zijn op de vaststelling dat de indexering van
de gasprijzen en cours de route op een of andere manier werd
aangepast. De indexeringsberekening werd dus op een of andere
manier gewijzigd in de loop der jaren. Dat heeft men in een rapport
vastgesteld en vervolgens in vraag gesteld.
Vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister, omdat u iets meer
zou kunnen weten over wat er in dat rapport staat. In welke zin werd
de indexering van de prijzen zodanig aangepast dat men zich bijna
zou kunnen verspreken in de richting van een manipulatie?
gaz sera-t-elle "adaptée"?
07.04 Minister Paul Magnette: Mijnheer Landuyt, neemt u het mij niet
kwalijk, maar ik heb het einde van uw vraag niet verstaan.
07.05 Renaat Landuyt (sp.a): Monsieur le ministre, je me demande
quels éléments du rapport soutiennent la thèse que la manière
d'indexer le prix du gaz a été modifiée. Pour le reste, la réponse que
vous avez préparée m'intéresse également.
07.05 Renaat Landuyt (sp.a): Uit
welke gegevens in het rapport
moet
blijken
dat
de
indexeringsberekening voor de
gasprijs aangepast werd?
07.06 Minister Paul Magnette: In verband met dat aspect heb ik alle
vragen die door uw collega's zijn gesteld, beantwoord.
07.06 Paul Magnette, ministre:
J'ai déjà répondu à toutes les
questions relatives à cet aspect.
C'étaient des déclarations du président de la CREG. Je répète que je
lui ai simplement répondu que cela avait été transmis à l'autorité de la
concurrence qui a considéré qu'il n'y avait pas à intenter d'action au-
delà.
Het ging om verklaringen van de
voorzitter van de CREG. Ik heb
hem geantwoord dat een en ander
werd
overgelegd
aan
de
mededingingsautoriteit.
Wat uw eerste vraag betreft, over een onderzoek door een procureur,
herinner ik eraan dat deze materie geregeld wordt door de wet tot
bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op
15 september 2006. Deze wet voorziet slechts in administratieve
sancties en niet in strafrechtelijke. Het openbaar ministerie is derhalve
ter zake niet bevoegd, hetgeen de procureur-generaal bij het hof van
beroep te Brussel bevestigt.
L'action des procureurs est régie
par la loi du 15 septembre 2006
sur la protection de la concurrence
économique.
Les
sanctions
prévues par cette loi étant d'ordre
exclusivement administratif et non
pénal, cette matière ne relève pas
de la compétence du ministère
public.
07.07 Renaat Landuyt (sp.a): Je pourrais avoir donné cette réponse 07.07 Renaat Landuyt (sp.a):
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
moi-même.
In alle openheid, het is niet omdat de reglementering en de manier
van onderzoeken administratief niet tot de bevoegdheid van de
procureur behoren, dat het niet zou kunnen dat op een bepaald
moment in de aanpassing van de indexeringen eigenlijk sprake is van
een algemeen misdrijf, met name bedrog en oplichting. Het zijn zware
woorden, maar die worden in de praktijk bereikt als men begint te
manipuleren.
Ik zal de vraag opnieuw stellen aan de minister van Justitie. Hoe kan
een procureur die bezorgd is voor de rechtshandhaving zomaar, à la
légère, eroverheen stappen dat zo'n verantwoordelijke figuur als de
voorzitter van de CREG het woord manipulatie in de mond neemt?
Dat is meer dan het niet respecteren van administratiefrechtelijke
regels. Mijn excuses dat ik u daarmee lastigval. Dat was niet mijn
bedoeling.
L'absence de compétence du
procureur, sur le plan administratif,
dans ce domaine n'implique pas
l'impossibilité d'ouvrir une enquête
lorsqu'il s'agit manifestement de
fraude et d'escroquerie. Je poserai
à nouveau cette question au
ministre de la Justice. Je ne
comprends pas qu'un procureur
n'ouvre pas d'enquête lorsque le
président de la CREG fait état
d'une manipulation.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "het
advies van de CREG met betrekking tot de bevoorradingszekerheid" (nr. 18977)
08 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'avis de la
CREG concernant la sécurité d'approvisionnement" (n° 18977)
08.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
we hebben er al over gesproken in de commissievergadering van
27 oktober 2009 naar aanleiding van het protocolakkoord gesloten
tussen België en een van de nucleaire operatoren. Er was toen ook
een hoorzitting in het Parlement over de onderliggende studie, de
GEMIX-studie, en de beslissing om de levensduur van de
kerncentrales met 10 jaar te verlengen.
In de commissievergadering van 27 oktober hebt u gezegd dat u een
advies over de bevoorradingszekerheid zou vragen aan de CREG, en
niet alleen aan het directiecomité, maar waarschijnlijk ook aan de
algemene raad. Dat was logisch, omdat op een eerder ogenblik uw
kabinetschef in de algemene raad van de CREG dat ook al bevestigd
had. We zijn ondertussen al een paar maanden verder en ik ben
benieuwd naar de stand van zaken.
Ten eerste, wanneer hebt u de CREG om een advies verzocht?
Ten tweede, werd het advies ook gevraagd aan de algemene raad?
Ten derde, wanneer verwacht u het advies?
08.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le 27 octobre, en
commission, lors de la discussion
sur le protocole d'accord entre la
Belgique et l'un des opérateurs
nucléaires, le ministre a déclaré
qu'en ce qui concerne la décision
de proroger de dix ans la durée de
vie des centrales nucléaires, il
demanderait l'avis de la CREG sur
la sécurité d'approvisionnement.
Quand l'avis a-t-il été demandé?
Le conseil général a-t-il également
été appelé à formuler un avis?
Quand le ministre pense-t-il
recevoir une réponse?
08.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, ik heb nog
geen advies aan de CREG of de algemene raad gevraagd. Zodra de
tekst van de wijziging van de wet houdende de geleidelijke uitstap uit
kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie klaar is, zal ik
inderdaad een advies vragen.
08.02 Paul Magnette, ministre:
Je n'ai pas encore demandé l'avis
de la CREG ou du conseil général.
Je ne manquerai pas de le faire
dès que la modification de la loi
sur la sortie progressive de
l'énergie nucléaire sera prête.
Si je peux compléter ma réponse en français pour être précis, la loi
prévoit qu'en cas de modification de la durée de vie, par arrêté, pour
Indien de levensduur van de
kerncentrales bij besluit wordt
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
des raisons "de force majeure", on le fait après avis de la
commission. Mais ici, l'intention est de procéder par modification
législative. Un avis sera néanmoins demandé à la CREG, sur la base
du texte de loi. Cela me permettra d'avoir un avis plus circonstancié.
verlengd wegens "overmacht", zal
dat gebeuren nadat het advies van
de commissie werd ingewonnen.
Het is evenwel de bedoeling de
wet te wijzigen. Er zal niettemin
aan de CREG een omstandig
advies gevraagd worden, op grond
van de wettekst.
08.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Bedankt voor uw
antwoord. U hebt gelijk wat de wet betreft. De wet voorziet alleen in
een advies van de CREG in het geval dat men een beroep doet op
een koninklijk besluit om een antwoord te geven op een force majeur.
Ik was drie maanden geleden in die zin een beetje verrast door uw
antwoord. U zei toen dat u een advies zou vragen en zou zelfs al naar
de CREG hebben geschreven om het advies te vragen. Het staat ook
zo in de notulen van de vergadering van 27 oktober.
Sensu stricto hebt u het advies niet nodig. Ik ben uiteraard wel blij dat
u het vraagt, aangezien er toch enige discussie bestond, ook in onze
commissie, naar aanleiding van de hoorzitting. Die discussie ging over
het feit of de CREG al dan niet formeel gevraagd was of al dan niet
medewerking had verleend aan de GEMIX-studie. Dat werd in twijfel
getrokken door het directiecomité, enzovoort. In die zin denk ik dat het
een goede zaak is dat het advies gevraagd zal worden. Ik hoop dat de
teksten niet te lang op zich zullen laten wachten.
08.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): En effet, la loi
prévoit que l'avis de la CREG ne
doit être recueilli que si l'on recourt
à un arrêté royal. C'est la raison
pour laquelle la réponse fournie
par le ministre le 27 octobre
dernier m'a surprise. Il y a
actuellement
une
controverse
concernant le point de savoir si la
CREG
avait,
ou
non,
été
officiellement invitée à prêter son
concours à l'étude GEMIX. Vu
cette situation, il est d'autant plus
utile de demander l'avis de la
CREG.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de minister van Klimaat en Energie over "de giftige stoffen
in tankstations" (nr. 19056)
09 Question de M. Flor Van Noppen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les substances nocives
dans les stations service" (n° 19056)
09.01 Flor Van Noppen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, uit een onderzoek van Test-Aankoop in verschillende
Belgische tankstations blijkt dat klanten tijdens het tanken met hoge
concentraties
aan
vluchtige
organische
stoffen
en
kankerverwekkende
benzeen
worden
geconfronteerd.
Drie
tankstations kregen de beoordeling '"zwak" en zeven "slecht".
De Europese Unie stelt als maximale concentratie voor benzeen een
waarde van 5 microgram per kubieke meter. In een bepaald
tankstation in Anderlecht werden concentraties van meer dan 1 000
microgram per kubieke meter gemeten. Nochtans zijn er
recuperatiesystemen voorzien die ervoor moeten zorgen dat zulks
onmogelijk wordt. In stations die niet goed scoren zouden die
recuperatiesystemen niet of slecht functioneren.
Bent u op de hoogte van het onderzoek van Test-Aankoop? Hoe
interpreteert u de resultaten?
Welke controles worden er door de overheid uitgevoerd en wat zijn
daarvan de resultaten?
Waarom moeten kleine tankstations niet voldoen aan die
recuperatiesystemen? Bent u van plan om hieromtrent een initiatief te
09.01 Flor Van Noppen (N-VA):
D'après Test-Achats, les stations-
services belges présenteraient de
trop fortes concentrations de
substances organiques volatiles et
de benzène cancérigène. Les
concentrations maximales de l'UE
ont été largement dépassées. Il
existe pourtant des systèmes de
récupération permettant d'éviter
de tels dépassements.
Le ministre est-il au courant de
ces constatations? Les pouvoirs
publics procèdent-ils également à
des contrôles? Quels en sont les
résultats? Pourquoi les petites
stations-services ne doivent-elles
pas être dotées d'un système de
récupération? Le ministre prendra-
t-il une initiative?
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
nemen?
09.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, het is de FOD
Mobiliteit,
bijgevolg
de
bevoegde
staatssecretaris,
die
verantwoordelijk is voor de technische controle van de mobiele tanks.
De tanks die benzine vervoeren moeten inderdaad zodanig worden
ingericht dat ze de vluchtige organische samenstelling tijdens de
verdelingsoperatie recupereren. Deze tanks, containers, voertuigen,
wagens of schepen moeten ten eerste, de restuitwasemingen na het
uitladen van het product weerhouden; ten tweede, de terugvloeiing
van dampen die vrijkomen uit de tanks van tankstations of terminals
opvangen en weerhouden; ten derde, de dampen bijhouden tot aan
het vullen in een terminal of tot aan hun ontgassing.
09.02 Paul Magnette, ministre: Il
s'agit d'une compétence du
secrétaire d'État à la Mobilité. Il
faut en effet installer des systèmes
de récupération.
09.03 Flor Van Noppen (N-VA): Mijnheer de minister, ik zal de vraag
opnieuw stellen aan de minister van Mobiliteit. Ik vind het persoonlijk
onaanvaardbaar dat men enerzijds geweldig in een prestigieus
kankerplan investeert, terwijl anderzijds de mensen in tankstations
aan kankerverwekkende middelen worden blootgesteld.
09.03 Flor Van Noppen (N-VA):
Je reposerai cette question au
secrétaire d'État à la Mobilité. Je
trouve inadmissible, alors qu'on
investit dans un plan cancer, que
des personnes soient exposées à
des
substances
cancérigènes
dans des stations-services.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de minister van Klimaat en Energie over "Bebat"
(nr. 19074)
10 Question de M. Flor Van Noppen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "Bebat" (n° 19074)
10.01 Flor Van Noppen (N-VA): Mijnheer de minister, de vzw Bebat
heeft tot doel alle gebruikte accu's en batterijen te verzamelen en ze
opnieuw een nuttige toepassing te geven. Bebat bouwde de voorbije
jaren een reserve op uit inkomsten van de inzamel- en
recyclagebijdrage.
In
2007
heeft
Bebat
bijvoorbeeld
20 154 420,18 euro aan inkomsten uit de activiteiten ontvangen. Het
merendeel, 18 992 519 euro, is afkomstig uit de inning van de
inzamel- en recyclagebijdrage. De inzamel- en recyclagebijdrage voor
elke batterij is gelijk aan 0,1239 euro en is vastgesteld door middel
van een koninklijk besluit. De kosten met betrekking tot de activiteiten
bedragen 12 680 609 euro. Uit de resultatenrekening van Bebat blijkt
dat er elk jaar een teveel aan inkomsten is van ongeveer 30 %. Uit de
balans blijkt dat de overgedragen winst cumulatief 37 112 935 euro
bedraagt. Er moet dus besloten worden dat de huidige inzamel- en
recyclagebijdrage voor de batterijen niet in verhouding is met de
kosten voor de inzameling en verwerking en aanzienlijk verminderd
kan worden.
Ik heb dan ook enkele vragen. Erkent u dat de huidige inzamel- en
recyclagebijdrage voor batterijen de effectieve kosten voor de
inzameling en verwerking ruimschoots overschrijdt? Bent u bereid de
bijdrage op elke batterij terug te schroeven en dus de betrokken
wetgeving aan te passen?
10.01 Flor Van Noppen (N-VA):
L'ASBL
Bebat
collecte
les
batteries et les piles usées afin de
les recycler. Cette ASBL s'est
constitué une réserve financière
au cours des dernières années sur
la base de recettes provenant de
la cotisation de collecte et de
recyclage qui a été fixée par arrêté
royal.
Bebat
engrange
annuellement
des
bénéfices
d'environ 30 %. La cotisation en
vigueur pour la collecte et le
recyclage
n'est
donc
manifestement pas proportionnelle
aux coûts engendrés par la
collecte et le recyclage. Le
ministre envisage-t-il de réduire la
cotisation actuelle prélevée sur les
batteries et les piles?
10.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer Van Noppen, uw vraag gaat
volledig over een gewestelijke bevoegdheid en ik kan er dus niet op
antwoorden.
10.02 Paul Magnette, ministre: Il
s'agit d'une matière ressortissant à
la compétence des Régions.
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
10.03 Flor Van Noppen (N-VA): Als ik het goed begrepen heb, is dit
bedrag
van
0,1239 euro
vastgelegd
door
de
federale
ecotakswetgeving. Ik meen dus dat dit een federale bevoegdheid is.
10.03 Flor Van Noppen (N-VA):
La cotisation de collecte et de
recyclage est tout de même fixée
dans la législation fédérale sur les
écotaxes.
10.04 Minister Paul Magnette: Ik denk dat het een gewestelijke taks
is. Als het toch een federale taks zou zijn, valt die onder de
bevoegdheid van mijn collega Clerfayt.
10.04 Paul Magnette, ministre:
S'il s'agit d'une taxe fédérale,
M. Clerfayt est compétent en la
matière.
10.05 Flor Van Noppen (N-VA): Die 0,1239 euro is vastgelegd bij
koninklijk besluit in de federale ecotakswetgeving. Het is dus een
federale materie.
10.06 Minister Paul Magnette: In dat geval moet u de vraag aan mijn
collega Clerfayt stellen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Joseph George au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le fonctionnement
d'APETRA" (n° 19257)
11 Vraag van de heer Joseph George aan de minister van Klimaat en Energie over "de werking van
APETRA" (nr. 19257)
11.01 Joseph George (cdH): Fin 2009, la Belgique ne disposait
toujours pas d'un stock stratégique suffisant et APETRA ne parvenait
toujours pas à maintenir ce stock. Le rapport de la Cour des comptes
sur le fonctionnement d'APETRA stipulait qu'en vertu des articles 16
et 19 de la loi APETRA, la direction générale de l'Énergie devait
contrôler les contributions versées. Les données relatives aux
quantités mises en consommation fournies tant par l'administration
centrale des Douanes et Accises du SPF Finances que par APETRA
permettent de contrôler l'exhaustivité des contributions. La direction
générale de l'Énergie peut compléter l'information avec les données
du bilan pétrolier mensuel.
À ce jour, la Cour des comptes constate que la direction générale de
l'Énergie n'a toujours pas effectué ce contrôle. Les données relatives
aux quantités mises en consommation fournies par l'administration
centrale des Douanes et Accises du SPF Finances se basent en effet
sur une autre période de référence que les données fournies par
APETRA. Le SPF Finances doit donc adapter le rapportage pour
permettre le contrôle futur.
La direction générale de l'Énergie a-t-elle effectué cette évaluation
relative aux contributions versées? Avez-vous les résultats? Quels
sont-ils?
11.01 Joseph George (cdH):
Eind 2009 beschikte België nog
steeds niet over een toereikende
strategische voorraad en APETRA
slaagde er evenmin in om die
voorraad te handhaven.
Thans merkt het Rekenhof op dat
de Algemene Directie Energie de
APETRA-bijdragen nog steeds
niet heeft gecontroleerd. De door
de centrale administratie van
Douane en Accijnzen van de FOD
Financiën geleverde gegevens in
verband met de in verbruik
gestelde
hoeveelheden
zijn
immers gebaseerd op een andere
referentieperiode dan de gegevens
van APETRA. De FOD Financiën
zal dus de rapportage moeten
aanpassen om de controles in de
toekomst mogelijk te maken.
Heeft de Algemene Directie
Energie
die
evaluatie
met
betrekking
tot
de
gestorte
bijdragen uitgevoerd? Beschikt u
over de resultaten? Wat houden
die in?
11.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur George, en effet, notre 11.02 Minister Paul Magnette:
CRIV 52
COM 784
09/02/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
pays ne dispose toujours pas des 90 jours de stock stratégique requis
pour la deuxième catégorie de produits, contrairement aux deux
autres catégories (catégorie 1: les essences et catégorie 3: les
combustibles résiduels lourds). Il faut préciser que les progrès
réalisés dans la constitution de stocks pour cette deuxième catégorie
sont importants et plus qu'encourageants.
Lorsque j'ai pris mes fonctions fin décembre 2007, on était à moins de
30 jours. Après une refonte complète du fonctionnement d'APETRA et
la désignation d'un nouveau président, en décembre 2008, on avait
dépassé les 33 jours et un an plus tard, en décembre 2009, nous en
sommes à 66 jours, soit le double. En un an, nous avons donc
comblé la moitié du retard sur l'objectif des 90 jours. Le plan
d'entreprise 2010 contient un scénario dit "APETRA 2012" qui prévoit
une constitution de stock en 2012 à hauteur des 90 jours pour la
deuxième catégorie de produits.
Depuis le 1
er
avril 2007, la constitution et la gestion de la majorité des
stocks stratégiques de notre pays relèvent donc de cette société
anonyme de droit public. Le système est financé par la contribution
dite "APETRA", laquelle est calculée tous les trois mois par la DG
Énergie. En réalité, il y a trois contributions APETRA différentes, une
par catégorie de produits. En Belgique, un contrat-programme fixant
un prix maximum pour différents produits pétroliers est d'application.
APETRA est responsable de la collecte de ces contributions. Afin
d'identifier les sociétés qui doivent lui verser des contributions, elle
utilise simplement le rapport trimestriel des Douanes et Accises.
En revanche, le contrôle des volumes y afférant incombe à
l'administration, laquelle compare le rapport des Douanes et Accises
et le rapport d'APETRA. La tâche est néanmoins ardue pour deux
raisons. La première est que le rapport des Douanes et Accises est
trimestriel alors que le rapport APETRA est mensuel. La deuxième
est que la méthode utilisée par les Douanes et Accises pour établir le
rapport mensuel comprenant l'ensemble des contributions versées
diffère en partie de celle appliquée par APETRA.
La DG Énergie va lancer une concertation avec les Finances pour
trouver une solution à ce problème.
Par ailleurs, le législateur mentionne également la balance pétrolière
comme source potentielle d'informations. L'administration utilise
effectivement cette source mais les volumes ne sont qu'indicatifs. Dès
lors, la balance pétrolière ne peut être utilisée pour mettre en
demeure une société dont les contributions n'ont pas l'air correctes.
Enfin, il me paraît utile également de rappeler qu'APETRA est une
société anonyme de droit public dont l'actionnariat est à 100 % public.
À ce titre, un collège de réviseurs et la Cour des comptes la contrôle
régulièrement. En conséquence, il me semble acquis qu'APETRA est
bien contrôlée dans tous les aspects de son fonctionnement, y
compris au niveau de ses recettes.
Ons land beschikt nog steeds niet
over de vereiste strategische
reserve van 90 dagen voor de
tweede categorie producten. In
een jaar tijd hebben we echter de
helft van achterstand op het
gestelde doel van 90 dagen
kunnen inlopen.
Sinds 1 april 2007 valt het
aanleggen en het beheer van de
meeste strategische voorraden
van
onze
land
onder
de
bevoegdheid van die nv van
publiek recht. Het systeem wordt
gefinancierd via de zogenaamde
APETRA-bijdrage, die om de drie
maanden door de Algemene
Directie Energie wordt berekend.
In werkelijkheid zijn er drie
verschillende APETRA-bijdragen,
één
per
productcategorie.
APETRA is verantwoordelijk voor
de inning van deze bijdragen. Om
vast
te
stellen
welke
ondernemingen bijdragen moeten
betalen,
gebruikt
APETRA
eenvoudigweg het kwartaalverslag
van Douane en Accijnzen.
De
controle
op
de
overeenstemmende volumes moet
echter worden uitgevoerd door de
administratie, die de verslagen van
Douane en Accijnzen en APETRA
met elkaar vergelijkt. Het verslag
van Douane en Accijnzen is
evenwel
een
kwartaalverslag,
terwijl
dat
van
APETRA
maandelijks
wordt
opgesteld.
Bovendien
stelt
Douane
en
Accijnzen het maandverslag met
alle gestorte bijdragen volgens een
enigszins andere methode op dan
APETRA.
De Algemene Directie Energie zal
overleg
plegen
met
het
departement Financiën teneinde
een oplossing voor dat probleem
uit te werken. De administratie
gebruikt
inderdaad
de
petroleumbalans als potentiële
bron van informatie, maar de
volumes zijn enkel indicatief. Er
mag dus niet van die bron gebruik
worden gemaakt om een bedrijf
waarvan de bijdragen niet correct
09/02/2010
CRIV 52
COM 784
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
lijken, in gebreke te stellen.
APETRA
is
een
naamloze
vennootschap van publiek recht
waarvan
de
aandelen
voor
100 procent in handen zijn van de
overheid; alle aspecten van haar
werking worden dan ook goed
gecontroleerd, en dat geldt ook
voor haar inkomsten.
11.03 Joseph George (cdH): Monsieur le ministre, nous pouvons
donc espérer. Nous sommes sur le bon chemin.
11.03 Joseph George (cdH): Wij
zijn op de goede weg.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 15.45 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.45 uur.