KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 759
CRIV 52 COM 759
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
20-01-2010
20-01-2010
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Ben Weyts aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"het
integriteitsbeleid" (nr. 17052)
1
Question de M. Ben Weyts au secrétaire d'État au
Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la politique en matière d'intégrité"
(n° 17052)
1
Sprekers: Ben Weyts, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Ben Weyts, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de winst van de
grootste ondernemingen" (nr. 17629)
4
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les bénéfices
engrangés par les entreprises les plus
importantes" (n° 17629)
4
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
inbeslagnames van namaakgeneesmiddelen"
(nr. 17039)
5
Question de Mme Marie Arena au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les saisies réalisées sur les
médicaments de contrefaçon" (n° 17039)
5
Sprekers: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Marie Arena, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de omkoping bij
de Regie der Gebouwen" (nr. 17828)
7
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les faits de corruption au sein
de la Régie des Bâtiments" (n° 17828)
7
- de heer Guy Coëme aan de vice-eerste minister
en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "corruptie bij de Regie der
Gebouwen" (nr. 17901)
7
- M. Guy Coëme au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la corruption au sein de la
Régie des Bâtiments" (n° 17901)
7
Sprekers: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Guy Coëme, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de selecties van
kandidaten voor betrekkingen van klasse A3 en
A4 bij de FOD Financiën" (nr. 17927)
10
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les sélections de
postulants aux emplois dans la classe A3 et A4
au sein du SPF Finances" (n° 17927)
10
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
aftrekbaarheid van geldboeten opgelegd in
mededingingszaken" (nr. 18122)
12
Question de M. Jenne De Potter au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la déductibilité des amendes
infligées dans les affaires de concurrence"
(n° 18122)
12
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
verkoop van onroerende goederen zonder
metingplan" (nr. 17953)
14
Question de M. Peter Logghe au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "la vente de
biens immobiliers sans plan de mesurage"
(n° 17953)
14
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"nieuwe
financieringsproblemen voor de banken in België"
(nr. 17954)
15
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "de nouvelles difficultés de
financement pour les banques belges" (n° 17954)
15
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
hospitalisatieverzekeringen" (nr. 18053)
17
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
assurances
hospitalisation" (n° 18053)
17
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
garantiefonds
voor
levensverzekeringen"
(nr. 18220)
20
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le fonds de garantie pour les
assurances-vie" (n° 18220)
20
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het uitbetalen
van zwart geld bij provinciale voetbalclubs"
(nr. 18154)
22
Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les paiements au noir dans
les clubs de football provinciaux" (n° 18154)
22
Sprekers:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de laattijdigheid
in het omzetten en toepassen van Europese
richtlijnen" (nr. 18155)
23
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le retard pris dans la
transposition et l'application des directives
européennes" (n° 18155)
23
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de omzetting
van de Europese richtlijnen" (nr. 18222)
23
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"la
transposition
des
directives européennes" (n° 18222)
23
Sprekers:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de premie voor
private kinderopvanginitiatieven" (nr. 18297)
25
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la prime octroyée pour les
initiatives privées en matière d'accueil de la petite
25
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
enfance" (n° 18297)
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de problematiek
van de vzw afsluitend anders dan per
kalenderjaar" (nr. 18298)
27
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le problème des ASBL qui ne
clôturent pas leurs comptes en fonction de
l'année calendrier" (n° 18298)
27
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de procedure
voor het bewijzen van kosten gemaakt door
vrijwilligers" (nr. 18299)
29
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la procédure concernant la
justification des dépenses effectuées par les
volontaires" (n° 18299)
29
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
gemeentelijke opcentiemen op pensioenkapitaal"
(nr. 18511)
30
Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les centimes additionnels
communaux sur le capital pension" (n° 18511)
30
Sprekers:
Hendrik
Bogaert,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Hendrik Bogaert, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de btw-
verlaging in de horeca" (nr. 18348)
32
Question de Mme Martine De Maght au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'abaissement de
la TVA dans l'horeca" (n° 18348)
32
Sprekers:
Martine
De
Maght,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Martine
De
Maght,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de toegang van
erkende
landmeters
tot
de
patrimoniumdocumentatie" (nr. 18354)
33
Question de M. Jenne De Potter au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'accès accordé à la
documentation patrimoniale aux géomètres-
experts reconnus" (n° 18354)
33
Sprekers: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jenne De Potter, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
dubbelbelastingverdrag
tussen
België
en
Marokko" (nr. 18500)
34
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la nouvelle
convention préventive de double imposition entre
la Belgique et le Maroc" (n° 18500)
34
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "een verslag van
Morgan Stanley over de aankoop van Fortis door
BNP Parisbas 'voor niets'" (nr. 18501)
36
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "un rapport de
Morgan Stanley évoquant l'acquisition par BNP
Paribas de Fortis 'pour rien'" (n° 18501)
36
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Didier Reynders, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Didier Reynders, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
20
JANUARI
2010
Namiddag
______
du
MERCREDI
20
JANVIER
2010
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.18 heures et présidée par M. François-Xavier de Donnea.
De vergadering wordt geopend om 14.18 uur en voorgezeten door de heer François-Xavier de Donnea.
01 Vraag van de heer Ben Weyts aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid,
voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "het integriteitsbeleid" (nr. 17052)
01 Question de M. Ben Weyts au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la politique en matière d'intégrité"
(n° 17052)
01.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik heb reeds
op 1 april van vorig jaar naar het jaarverslag gevraagd van het Bureau
voor Ambtelijke Ethiek en Deontologie, voor de periode 2006-2008.
U had het aangekondigd voor 31 maart. Daarna verklaarde u dat het
misschien eind juli klaar zou zijn. Ondertussen werd er enkel het
handboek "Beheer van belangenconflicten" gepubliceerd. Ik heb
echter nog geen werkingsverslag van het Bureau voor de Ambtelijke
Ethiek en Deontologie gezien.
Mijnheer de minister, kunt u mij, ten eerste, het verslag bezorgen?
Ten
tweede,
hoeveel
meldingen
van
vermoedelijke
integriteitsinbreuken en belangenconflicten heeft het bureau
ontvangen? Wat was de aard van de inbreuken? Welke adviezen
heeft het bureau gegeven?
Ten derde, hoeveel ambtenaren zijn er bij het bureau te rade gegaan?
Welke vragen kwamen het meest aan bod?
Ten vierde, welke acties, bijvoorbeeld inzake communicatie en
vorming, heeft het bureau ondernomen om de implementatie van het
deontologisch kader te verzekeren?
Ten vijfde, welke acties ter preventie van corruptie en
integriteitsinbreuken onderneemt de federale regering? Ik refereer
daarvoor ook aan het verslag van Transparency International, dat ter
zake niet echt flatterend was.
Ten slotte, ook de klokkenluidersregeling kwam aan bod in het
verslag van Transparency International. Wat is de stand van zaken in
dat dossier? Komt er daarin eindelijk een doorbraak?
01.01 Ben Weyts (N-VA): Le
1
er
avril 2009, j'ai demandé à
pouvoir disposer du rapport annuel
2006-2008 du Bureau d'éthique et
de déontologie administratives.
Entre-temps, seul un manuel
relatif à la gestion des conflits
d'intérêts a été publié, sans que
j'aie
vu
un
rapport
de
fonctionnement
du
Bureau
d'éthique
et
de
déontologie
administratives.
Le secrétaire d'État peut-il me
procurer le rapport? Combien
d'infractions
à
l'intégrité
et
combien de conflits d'intérêts ont-
ils été signalés au Bureau
d'éthique? De quelles infractions
s'agissait-il et quels avis ont été
donnés par le Bureau? Combien
de fonctionnaires ont-ils demandé
conseil à ce bureau et quelles ont
été les questions les plus
fréquemment posées? Quelles
démarches
le
Bureau
a-t-il
entreprises afin de mettre en
oeuvre le cadre déontologique?
Que fait le gouvernement fédéral
dans le but de prévenir la
corruption et les infractions à
l'intégrité?
01.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Weyts, ten
eerste, u vindt de voornaamste inlichtingen in het antwoord op de
01.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Je renvoie à ma
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
mondelinge vraag nr. 15970 die u hebt gesteld. Voor meer informatie
verwijs ik naar het meerjarenverslag 2006-2009 van het Bureau voor
Ambtelijke Ethiek en Deontologie. Ik heb dat op 1 juli jongstleden
goedgekeurd en overhandig u nu een kopie.
Ten tweede, het bureau heeft zowat honderd gevallen gerapporteerd
gekregen. Die verzoeken werden helemaal officieus behandeld. Er
bestaat thans immers geen officiële structuur om die verzoeken te
behandelen, behalve het beroep op de hiërarchische overste met
toepassing van artikel 29 van het Strafrechtboek. In punt 3 wordt de
aard van die gevallen vermeld. De antwoorden zijn natuurlijk
vertrouwelijk.
Ongeveer 60 % van de aanvragen wordt ingediend door het
rijkspersoneel, voornamelijk op federaal niveau, maar ook op het
niveau van de Gewesten en de Gemeenschappen. Het saldo betreft
diverse categorieën, waaronder met name studenten, onderzoekers,
universiteiten, nationale en/of internationale instellingen.
Wederkerende vragen betreffen alle theoretische en praktische
kwesties inzake ethiek en integriteit, meer bepaald cumul,
overheidsopdrachten, geschenken, het deontologisch kader,
netwerken enzovoort.
Op initiatief van het bureau of op vraag van verschillende diensten
werden verschillende opleidingen gegeven, zowel intern als extern.
Het publiek kan worden geschat op enkele honderden ambtenaren.
Een handleiding inzake het beheer van het belangenconflict in de
Belgische federale administratie, het openbaar ambt werd ook
gepubliceerd.
Bovendien heeft de Ministerraad in april een ontwerp van
rondzendbrief
betreffende
de overheidsopdrachten en het
belangenconflict goedgekeurd. Het ontwerp van rondzendbrief wordt
momenteel voorgelegd aan de vakbondorganisaties.
Ten vijfde, de rol die het Bureau voor Ambtelijke Ethiek en
Deontologie is toebedeeld, is voornamelijk een van preventie in de
strijd tegen corruptie en niet-integer gedrag. Het gaat erom de
aanbevelingen van de Raad van Europa en van de OESO uit te
voeren, alsook de verplichtingen die voortvloeien uit hoofdstuk 2 van
de wet van 8 mei 2007 houdende de instemming van het verdrag van
de VN tegen de corruptie, gedaan te New York op 31 oktober 2003.
De vragen over de dubbele handtekening, het rotatiestelsel enzovoort
behoren tot de uitvoering van de interne controle. Als dergelijke
maatregelen ontbreken of tekortschieten, kan dat een weerslag op de
integriteit hebben, met corruptie tot gevolg.
Het verstrekken van een antwoord op die vragen behoort eveneens
tot de bevoegdheid van de heer De Padt, de regeringcommissaris
belast met de Interne Audit van de federale overheid.
Op 9 juli jongstleden heeft het Bureau voor Ambtelijke Ethiek en
Deontologie me een voorontwerp van klokkenluiderregeling
overhandigd. De problematiek is uiterst ingewikkeld en betreft ook
andere partijen zoals de FOD's Justitie en P&O, de vakbonden en de
privacycommissie.
réponse à la question 15970 de
M. Weyts et au rapport pluriannuel
2006-2009 du Bureau, dont je
transmettrai une copie à M. Weyts.
Une centaine de cas ont été
signalés au Bureau. Les réponses
sont confidentielles. Environ 60 %
des demandes sont déposées par
des
agents
de
l'État.
Les
demandes
concernent
entre
autres le cumul, les missions
publiques, les dons, le cadre
déontologique et les réseaux.
Différentes formations internes et
externes ont été organisées pour
quelques
centaines
de
fonctionnaires et un manuel sur la
gestion des conflits d'intérêts a été
publié. En avril, un projet de
circulaire sur les conflits d'intérêts
dans le cadre de marchés publics
a été adopté et il est actuellement
soumis
aux
organisations
syndicales.
Le Bureau doit essentiellement se
charger de tâches de prévention
dans le cadre de la lutte contre la
corruption et les comportements
non
intègres.
Il
s'agit
principalement de mettre en
oeuvre
les
recommandations
formulées par le Conseil de
l'Europe et l'OCDE et de veiller au
respect de la loi du 8 mai 2007.
L'absence de mesures telles que
la double signature peut avoir une
incidence sur l'intégrité. Cette
matière relève cependant de la
compétence de M. De Padt.
L'avant-projet élaboré par le
Bureau sur le règlement relatif aux
"informateurs" débouchera début
février sur un texte définitif
régissant cette matière complexe.
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Het voorontwerp wordt thans onderzocht. Ik kan ook zeggen dat
daarover vanmorgen nog een vergadering plaatsvond. Wij zullen
begin februari klaar zijn met een tekst ter zake.
01.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u
voor uw antwoord. Ik krijg het verslag hopelijk mee. Het werd alleszins
nog niet op de website gepubliceerd, zag ik. Ik zal dat met genoegen
bekijken.
De regeringscommissaris, de heer De Padt, is inderdaad bevoegd
voor de interne audit. Iemand die buiten de regering staat, kan ik hier
echter niet ondervragen. U kunt moeilijk verwijzen naar een
regeringscommissaris, want ik kan het parlementair controlerecht niet
gebruiken om hem hier te ondervragen.
Tot slot, u zegt dat in februari een ontwerp van klokkenluiderregeling
in bespreking komt?
01.03 Ben Weyts (N-VA): Je lirai
volontiers le rapport à ce sujet.
M. De Padt est compétent en la
matière, mais je ne puis lui poser
des questions sur ce sujet. La
proposition qui sera examinée est-
elle celle déposée par M. Beke?
01.04 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Er zijn verschillende
wetsvoorstellen hangende in Kamer en Senaat.
01.05 Ben Weyts (N-VA): Van de heer Beke.
01.06 Staatssecretaris Melchior Wathelet: U noemt zelf het voorstel
van de heer Beke, dat een goede basis vormt. Of dat de basis van het
ontwerp zal zijn, is nog niet beslist. Er zijn natuurlijk veel partijen, die
het daarover eens moeten worden. Het is ook een gevoelige materie,
omdat het evenwicht niet altijd gemakkelijk is. Ik denk dat wij de
bespreking begin februari zullen kunnen aanvatten. De manier
waarop dat zal gebeuren, een wetsontwerp, een amendement of een
voorstel, staat nog niet vast.
01.06
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: La proposition de
M. Beke constitue une base utile.
Aucune décision n'a cependant
encore été prise concernant la
question de savoir si elle servira
également de base au projet.
Cette matière sensible nécessite
d'obtenir un consensus avec un
grand nombre de parties. La
méthode qui sera appliquée n'a
pas encore été déterminée.
01.07 Ben Weyts (N-VA): Dat is ook voor mij niet belangrijk, maar
het is wel belangrijk dat er een consensus is in de regering, want
uiteindelijk werd ons een regeling beloofd tegen 1 januari 2007. Wij
zijn ondertussen twee jaar later en hoe sneller die er komt, hoe beter.
01.07 Ben Weyts (N-VA): Il est
temps d'aboutir à un consensus,
vu qu'une date butoir avait déjà été
fixée au mois de janvier 2007.
De voorzitter: De heer De Padt was vanmorgen wel degelijk
aanwezig in de commissie. Hij is uitgebreid ondervraagd door
verschillende leden onder andere de heer De Potter.
Le président: M. De Padt était
présent en commission ce matin
et il y a été longuement interrogé.
01.08 Ben Weyts (N-VA): (...).
De voorzitter: U kunt hem niet rechtstreeks ondervragen, dat is juist.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Ons volgende punt is vraag nr.°17039 van mevrouw Arena die op komst is. Wij behandelen dus eerst
punt 5 van de agenda.
02 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de winst van de grootste ondernemingen" (nr. 17629)
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
02 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les bénéfices engrangés par les entreprises les plus importantes"
(n° 17629)
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik heb u op 2 juli tijdens de plenaire vergadering van de
Kamer een vraag gesteld. U beloofde toen uw administratie een
studie te zullen laten maken over de honderd grootste bedrijven in
België, en meer bepaald hoeveel winst zij de voorbije tien jaar hebben
gemaakt en hoeveel belastingen zij hebben betaald.
U wist te vertellen dat dit zeer vlug kon gebeuren. Ik heb hier het
verslag van die plenaire vergadering, waar dat woordelijk in staat.
Omdat ik die informatie niet kreeg, heb ik u op 22 oktober een vraag
gesteld in deze commissie en u aan uw belofte herinnerd. U hebt mij
toen informatie gegeven, maar die informatie was geen antwoord op
mijn vraag, mijnheer de minister. U deelde mij alleen mee hoeveel
belastingen de vijfhonderd grootste ondernemingen betaald hadden
tijdens de voorbije jaren, maar over de gemaakte winst repte u met
geen woord.
Uit de door u onvolledig overgemaakte cijfers kan ik alleen opmaken
dat de vijfhonderd grootste bedrijven ongeveer 25 % tot 27 % van de
totale vennootschapsbelastingen betalen.
Mijnheer de minister, ik vraag u opnieuw hoeveel winst de honderd,
tweehonderd of vijfhonderd grootste bedrijven de voorbije jaren
hebben gemaakt en hoeveel belastingen zij in dezelfde periode
hebben betaald. Ik vraag deze gegevens voor de periode 2001-2008.
U mag bijkomend dezelfde gegevens verstrekken over de honderd of
vijfhonderd grootste ondernemingen.
02.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le 2 juillet 2009, le ministre
m'a
promis
de
confier
à
l'administration une étude sur les
bénéfices réalisés et les impôts
payés par les 100 plus grandes
entreprises de Belgique au cours
des dix dernières années. Je lui ai
rappelé sa promesse le 22 octobre
dernier. J'ai reçu des informations
sur les impôts payés mais pas sur
les bénéfices. Il ressort de ces
données chiffrées que les 500 plus
grandes entreprises payent 25 à
27 % de l'impôt total des sociétés.
A combien s'élèvent les bénéfices
réalisés par les 100 plus grandes
entreprises entre 2001 et 2008 et
combien d'impôts ont été versés?
Le ministre pourrait-il également
fournir ces données pour les 200,
voire les 500 plus grandes
sociétés.
02.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
der Maelen, zoals u weet verschilt het boekhoudkundig resultaat van
een vennootschap van het fiscaal resultaat. Daarnaast verstoren
verscheidene aftrekbewerkingen in de vennootschapsbelasting de link
tussen het fiscaal resultaat en de effectief verschuldigde
vennootschapsbelasting. Vooral de aftrek voor definitief belaste
inkomsten, DBI, met voorsprong de grootste aftrekpost, verstoort
deze link. Inderdaad, wanneer bijvoorbeeld het fiscaal resultaat voor
100 euro een reeds belast dividend bevat, zal daarvan slechts 5 euro
voor taxatie in aanmerking komen. Vanuit dat perspectief lijkt de
vergelijking tussen het positief fiscaal resultaat van het belastbaar
tijdperk, code 060 van de aangifte, en een verschuldigde
vennootschapsbelasting, weinig van relevant.
Ik wil u echter de cijfers niet onthouden, en bezorg u daarom een
aanvulling op de reeds verstrekte cijfers inzake verschuldigde
vennootschapsbelasting voor de vijfhonderd grootste ondernemingen
voor de aanslagjaren van 2001 tot 2008. Ik blijf bij mijn standpunt om
enkel de vijfhonderd grootste vennootschappen af te wegen
tegenover alle vennootschappen, en niet de honderd grootste
vennootschappen, zoals door u gevraagd, wegens de problematiek
van het beroepsgeheim, zoals opgenomen in artikel 336 van het
WIB 1992. De resultaten van een beperkte groep van grote
ondernemingen zouden al te zeer kunnen worden vertekend door de
resultaten van enkele grote spelers.
02.02 Didier Reynders, ministre:
Résultat comptable et résultat
fiscal d'une société sont deux
choses
différentes.
Diverses
opérations de déduction et en
particulier la déduction prévue
pour les revenus définitivement
taxés (RDT) parasitent en outre le
lien entre le résultat fiscal et
l'impôt effectivement dû.
Par respect pour le secret
professionnel prévu à l'article
336 CIR 92, je puis seulement
vous donner les chiffres relatifs
aux 500 plus grandes entreprises.
Il ne m'est pas permis de vous
fournir ces données chiffrées pour
un groupe de dimensions plus
modestes. Le critère de sélection
est le chiffre d'affaires, lequel
ressort des comptes annuels non
consolidés qui ont été déposés.
J'ai apporté un tableau où figurent
les chiffres relatifs aux années
2001 à 2008, dont peuvent être
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Tenslotte herinner ik eraan dat als selectiecriterium voor de bepaling
van de omvang van de onderneming, het omzetcijfer zoals dat blijkt
uit de neergelegde niet-geconsolideerde jaarrekeningen, werd
weerhouden. Ik heb, mijnheer de voorzitter, een tabel met de cijfers
van 2001 tot en met 2008 die ik zal overhandigen aan de
commissieleden.
Uit tal van cijfers kunnen de volgende conclusies getrokken worden.
In de eerste plaats is de verhouding van de globale
vennootschapsbelasting tot het positief fiscaal resultaat relatief laag,
en deze lage verhouding kan voor een groot deel worden verklaard
door de aftrek voor DBI. De afname van de verhouding globale
vennootschapsbelasting tegenover positief fiscaal resultaat vanaf het
aanslagjaar 2006 is inderdaad niet enkel te wijten aan de aftrek voor
risicokapitaal, maar eveneens aan de boost van de aftrek voor DBI en
VRI vanaf het aanslagjaar 2006. Ter informatie, de aftrek voor DBI en
VRI voor het aanslagjaar 2005 bedroeg 16,51 miljard, en voor het
aanslagjaar 2008 bedraagt het voorlopig cijfer 31,15 miljard euro.
Ten tweede, de vijfhonderd grootste ondernemingen dragen grote
delen bij aan de globale vennootschapsbelasting. De verhouding van
de globale vennootschapsbelasting tegenover het positief fiscaal
resultaat is in het algemeen niet lager voor de vijfhonderd grootste
ondernemingen dan voor alle ondernemingen. Dat kunt u lezen in een
tabel met alle cijfers voor de jaren 2001 tot en met 2008.
tirées quelques conclusions.
La corrélation entre l'impôt des
sociétés global et le résultat fiscal
positif est relativement faible, ce
qui peut s'expliquer en grande
partie par la déduction prévue pour
les RDT. En effet, la baisse
enregistrée à partir de l'année
d'imposition
2006
n'est
pas
uniquement
imputable
à
la
déduction pour le capital à risque
mais aussi à l'impulsion donnée
par le biais de la déduction prévue
pour les RDT et les revenus
mobiliers exonérés (RME), cette
dernière
étant
passée
de
16,51 milliards d'euros en 2005 à
31,15 milliards d'euros en 2008.
De
manière
générale,
la
corrélation entre l'impôt des
sociétés global et le résultat fiscal
positif n'est pas plus faible pour
les 500 plus grandes entreprises
que pour les entreprises en
général.
02.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Ik zal de cijfers die u mij bezorgt, goed bestuderen.
Zo nodig, kom ik op deze aangelegenheid terug.
02.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je vais étudier les chiffres.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de Mme Marie Arena au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les saisies réalisées sur les médicaments de contrefaçon" (n° 17039)
03 Vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de inbeslagnames van namaakgeneesmiddelen" (nr. 17039)
03.01 Marie Arena (PS): Monsieur le président, j'aurais dû poser
cette question à la fin de l'année dernière. Elle pourrait donc sembler
moins actuelle, mais j'estime qu'il est important que nous nous
penchions sur cette réalité.
La presse nous informait dernièrement que les douanes et accises de
notre pays avaient saisi, au cours de l'année 2008, un tiers de
produits de contrefaçon en plus que l'année précédente. Les
médicaments contrefaits constituaient 36 % du total des produits
saisis.
En décembre 2009, le commissaire européen en charge de l'Industrie
a exprimé son inquiétude quant à ce grave problème, d'autant plus
que ces produits transitent par l'Europe. Il a dit espérer que l'Union
européenne pourra agir en vue de mettre en place une vraie
traçabilité des médicaments.
Je sais que la question a été posée à la ministre de la Santé, plus
03.01 Marie Arena (PS): In de
pers stond onlangs te lezen dat de
Belgische
douane-
en
accijnzendiensten in 2008 een
derde meer namaakproducten in
beslag hebben genomen dan het
jaar daarvoor. 36 procent van de in
beslag genomen producten waren
geneesmiddelen.
In
december
2009 zei
de
Europese
commissaris
voor
Industrie dat hij hoopte dat de
Europese Unie werk zou maken
van de traceerbaarheid van
geneesmiddelen.
Kan u ons meedelen hoeveel
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
précisément en termes qualitatifs. Mes questions porteront plutôt sur
les douanes.
Quels sont les chiffres réels concernant les saisies réalisées par les
services des douanes en 2008? Pourriez-vous m'indiquer l'évolution
de ces saisies par rapport aux années précédentes? Quelle est la
nature des médicaments contrefaits confisqués par les services de
douanes?
Oxfam avait signalé que des produits génériques devaient être
envoyés en Afrique. La saisie a-t-elle aussi concerné des
médicaments génériques?
Enfin, quelle est la position de la Belgique que lui inspirent les propos
du commissaire européen?
inbeslagnemingen er in 2008
plaatsvonden?
Oxfam heeft erop gewezen dat er
generieke geneesmiddelen naar
Afrika zouden worden gestuurd.
De inbeslagneming betrof echter
ook generieke geneesmiddelen.
Wat is daar van aan?
Wat vindt de Belgische regering
van het standpunt van de
Europese commissaris?
03.02 Didier Reynders, ministre: Madame Arena, comme vous
l'avez signalé, les douanes et l'Agence fédérale des médicaments et
des produits de santé ont réagi dans un communiqué de presse
commun à la dépêche Belga du dimanche 15 novembre 2009.
Le service des douanes a saisi des médicaments génériques à
destination de l'Afrique. Oxfam-Solidarité remet en question une
partie de cette opération. Le service susnommé confirme que la saisie
en octobre 2008 de 2 200 000 pilules à l'aéroport de Zaventem
concernait bien des médicaments contrefaits.
Les douanes soulignent que leur contribution à la santé publique fait
partie de leurs missions de base, de même qu'arrêter la diffusion de
produits de contrefaçon figure parmi leurs tâches essentielles. Elles
déplorent également qu'Oxfam-Solidarité ait établi à tort un lien entre
elles et la saisie des médicaments génériques destinés à l'Afrique,
alors qu'en saisissant des produits contrefaits, elles ont contribué à la
protection de la santé publique du tiers-monde. Entre-temps, Oxfam
International a déjà reconnu que les douanes avaient réalisé un
excellent travail dans ce dossier.
L'instrument de droit auquel vous vous référez, et qui constitue
également la base de l'intervention des agents des douanes, est un
règlement et non une directive. Cela signifie que les consignes qu'il
comporte sont immédiatement applicables dans les États membres.
Les autorités d'exécution, in casu les douanes, ont donc l'obligation
d'appliquer ces règles.
Le règlement concerne la protection des droits de propriété
intellectuelle et sans aucune distinction de biens. Les critères de ce
règlement obligent les douanes à retenir des biens en cas de
suspicion de violation des droits de propriété intellectuelle.
Sans approuver la position qui avait été défendue par une sénatrice
lors d'une question précédente, qui tendait à dire que le problème
avait été provoqué par les douanes, ces dernières pourront travailler à
l'avenir en plus étroite collaboration avec l'Agence fédérale des
médicaments et des produits de santé pour faire la distinction entre
les médicaments de marque et les génériques. Des solutions de nature légale ne relèvent de mes compétences mais
03.02 Minister Didier Reynders:
De douane heeft inderdaad beslag
gelegd
op
generieke
geneesmiddelen die onderweg
waren
naar
Afrika.
Oxfam-
Solidariteit stelt een gedeelte van
die operatie ter discussie. De
inbeslagneming van 2,2 miljoen
pillen op de luchthaven van
Zaventem in oktober 2008 betrof
inderdaad nepmedicijnen.
De douane wijst erop dat het
bijdragen tot de volksgezondheid
deel uitmaakt van haar basistaken,
evenals het bestrijden van de
verspreiding van namaakartikelen.
Oxfam International heeft al
erkend dat de douane in dit
dossier uitstekend heeft gewerkt.
Het rechtsinstrument waarnaar u
verwijst is een verordening, geen
richtlijn. De aanwijzingen die erin
zijn opgenomen, zijn onmiddellijk
toepasbaar in de lidstaten.
De douane is verplicht die regels
toe te passen en moet de
goederen dus in beslag nemen
wanneer er een vermoeden van
schending van de intellectuele
eigendomsrechten bestaat.
De douane zal in de toekomst
nauwer kunnen samenwerken met
het Federaal Agentschap voor
Geneesmiddelen
en
Gezondheidsproducten.
Voor oplossingen van wetgevende
aard zijn de ministers van
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
de celles de mon collègue de l'Économie et/ou de la Santé publique.
Je tiens aussi à votre disposition le communiqué qui avait été diffusé
en commun par les douanes et la FMPS au moment des faits.
Economie en/of Volksgezondheid
bevoegd.
03.03 Marie Arena (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour
votre réponse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Questions jointes de
- M. Georges Gilkinet au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les faits de corruption au sein de la Régie des Bâtiments" (n° 17828)
- M. Guy Coëme au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "la corruption au sein de la Régie des Bâtiments" (n° 17901)
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de omkoping bij de Regie der Gebouwen" (nr. 17828)
- de heer Guy Coëme aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "corruptie bij de Regie der Gebouwen" (nr. 17901)
04.01 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre,
la presse relatait, voilà quelques mois, une affaire à la Régie des
Bâtiments, qui met en cause, deux mois après, une septantaine de
personnes, dont une douzaine de fonctionnaires, une bonne trentaine
d'entrepreneurs et vingt-trois sociétés. Il s'agirait d'un scandale de
grande ampleur au sujet duquel nous en saurons plus dans les mois
qui viennent.
Ce qui est étonnant, c'est que cette affaire porterait sur une période
d'une dizaine d'années. Ce n'est donc pas un fait ponctuel, mais une
répétition. C'est cela qui étonne dans un tel dossier, d'autant plus qu'il
concernerait à la fois l'attribution et l'exécution de marchés publics.
Les personnes concernées pourraient, avant la fin de cette année,
être renvoyées devant le tribunal correctionnel.
Par ailleurs, toujours si j'en crois la presse, ce ne sont pas des petits
dossiers, mais des dossiers importants, voire emblématiques, comme
le Palais royal, le Mont des Arts, le musée du Cinquantenaire, les
prisons de Forest et de Saint-Gilles, Val Duchesse, l'Observatoire
d'Uccle. Les chefs d'accusation semblent également très graves.
Je pose dès lors simplement la question, tout en disant au ministre
que je discerne facilement la direction politique qu'il assume, comme
je l'ai fait il y a une quinzaine d'années, de la Régie des Bâtiments; ce
n'était déjà pas simple à l'époque et je peux comprendre votre
sourire!
Il me paraît essentiel dans notre rôle de parlementaire de vous poser
diverses questions: d'abord, pour avoir une confirmation quant au
fond de l'affaire, au nombre de personnes qui auraient participé à ce
dossier; ensuite, pour voir comment il est possible qu'une telle affaire
puisse perdurer durant une dizaine d'années sans qu'elle ne soit mise
au jour; il s'agit alors d'une défaillance des organes de contrôle. Un
nouveau directeur général a été désigné; il arrive avec toute la
virginité qui doit être la sienne et c'est très bien ainsi.
04.01 Guy Coëme (PS): De pers
berichtte een paar maanden
geleden over een schandaal bij de
Regie der Gebouwen waarbij een
zeventigtal mensen, waaronder
een twaalftal ambtenaren, een
dertigtal
ondernemers
en
23 bedrijven ongeveer tien jaar
lang betrokken waren.
Dat dossier zou betrekking hebben
op de toewijzing en de uitvoering
van overheidsopdrachten. Het
Koninklijk Paleis, de Kunstberg,
het
Jubelparkmuseum,
de
gevangenissen van Vorst en Sint-
Gillis,
Hertoginnedal
en
het
observatorium van Ukkel zouden
hierbij betrokken zijn. Ten aanzien
van de betrokkenen zijn blijkbaar
heel ernstige tenlasteleggingen
geformuleerd.
Toen ik een vijftiental jaren
geleden aan het hoofd van de
Regie der Gebouwen stond was
het al niet gemakkelijk om deze
instantie politiek te leiden. Ik zou
graag meer uitleg krijgen over de
grond van de zaak en over het
aantal
betrokken
personen.
Hebben
de
toezichtorganen
gefaald? Welke maatregelen zijn
er
genomen
om
zulke
wanpraktijken in de toekomst te
voorkomen?
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Cependant, finalement, quelles sont les mesures éventuellement
prises qui ont pu être mises en évidence et les réformes adoptées
pour éviter de pareils dérapages, qui portent atteinte à la réputation
d'un service essentiel de l'État?
Je pose ma question avec beaucoup de prudence et de pudeur parce
que je mesure bien que de tels faits sont humainement dramatiques.
04.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, monsieur
Coëme, j'avais eu l'occasion de répondre en séance plénière à une
question de M. Brotcorne à ce sujet.
Je ne vais pas revenir en détails sur ce que nous avons déjà évoqué
à plusieurs reprises en commission, comme toutes les mesures
prises au sein de la Régie des Bâtiments depuis quelques années
pour tenter de remédier à un certain nombre de problèmes que vous
avez évoqués puisqu'ils perdurent depuis pas mal de temps.
Avant même que l'enquête judiciaire ne démarre, j'avais demandé un
audit, et ce dès mon arrivée en charge de la Régie des Bâtiments.
C'est ce qui a conduit à une série de modifications légales et
réglementaires et à la mise en place d'une nouvelle structure avec un
nouveau comité de direction et un nouvel administrateur général et de
toute une série de nouvelles procédures internes.
Pour répondre aux aspects précis que vous soulevez, tous les
fonctionnaires concernés par cette enquête portant sur des faits dont
les premiers remontent à la fin des années 90 sont soit à la retraite
soit écartés des dossiers en cause. Quant aux chiffres que vous avez
cités, il s'agit de ceux qui ont été communiqués par le parquet.
Comme je viens de le dire, nous avons mis en place un nouveau
comité de direction avec des procédures internes renforcées. Avec
ma collègue de la Fonction publique et avec celles et ceux qui l'ont
précédée, nous avons entamé la mise en place de systèmes d'audit
généralisés pour l'ensemble des institutions. La Régie est une des
premières à mettre en oeuvre cette procédure qui devrait, selon le
programme mis en place avec la Fonction publique, démarrer dans le
courant de 2010.
J'ai souvent entendu évoquer les faits et la poursuite d'une situation
telle qu'on la connaît depuis la fin des années 90. Y a-t-il encore
aujourd'hui au sein de la Régie des éléments à découvrir auxquels on
pourrait être amené à mettre fin en fonction des informations
disponibles? Aucun fait de corruption n'ayant entraîné une
quelconque dénonciation n'a été constaté depuis.
Quelques dossiers de conflits d'intérêts potentiels ont été dénoncés à
la police. Selon moi, le fait de collaborer avec les autorités judiciaires
dans ce genre de dossiers et surtout la poursuite de la mise en place
d'un certain nombre de réformes internes constituent la priorité.
Les structures d'audit et les structures de comité de direction
existantes sont chargées de déceler toute problématique qui pourrait
toucher à des infractions pénales ou à des difficultés relevant de
conflits d'intérêts. Dans tous les cas de figure, dès que de tels
dossiers sont isolés, ils sont transmis aux autorités policières ou
judiciaires. Je le répète, nous n'avons pas, dans les analyses
04.02 Minister Didier Reynders:
Nog voordat het gerechtelijk
onderzoek van start ging, had ik
om een doorlichting gevraagd. Die
leidde tot een reeks wettelijke en
reglementaire wijzigingen en de
invoering
van
een
nieuw
organogram, met een nieuw
directiecomité en een nieuwe
algemeen
bestuurder,
alsook
nieuwe interne procedures.
Alle ambtenaren die bij dat
onderzoek betrokken zijn, zijn of
met
pensioen,
of
van
de
gewraakte dossiers gehaald. De
cijfers die u citeerde, zijn de cijfers
die het parket heeft meegedeeld.
Samen met mijn collega van
Ambtenarenzaken werken we aan
de algemene invoering van audits
in alle instellingen. De Regie komt
daarbij als een van de eerste aan
de beurt, en in 2010 zou die
procedure van start moeten gaan.
Zijn er bij de Regie nog elementen
die zouden kunnen opduiken en
die een halt moeten worden
toegeroepen op grond van de
beschikbare informatie? Er zijn
sindsdien geen nieuwe gevallen
meer aan het licht gekomen van
omkoping met een aanklacht tot
gevolg.
Wel liepen er bij de politie een
aantal
klachten
binnen
met
betrekking
tot
mogelijke
belangenconflicten. De prioritaire
aandachtspunten zijn nu de
samenwerking
met
de
gerechtelijke autoriteiten en het
doorvoeren van een aantal interne
hervormingen.
De
auditstructuren
en
de
directiecomités moeten ervoor
zorgen dat elk probleem dat een
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
réalisées dernièrement, détecté de nouveaux phénomènes pouvant
entraîner des dénonciations pour corruption. Ce sont des problèmes
de conflits d'intérêts qui ont été soulevés.
Il est évident qu'à l'avenir le but est d'éviter que l'on puisse encore
être confronté à ce genre de situations et de faire en sorte que l'on
puisse réagir rapidement. On ne peut pas éviter de telles situations
mais, comme vous l'avez dit, il n'est pas normal que, pendant
longtemps, aucune réaction ne soit intervenue ni via une dénonciation
interne, ni via une détection des services d'audit.
Depuis que le nouveau comité de direction est en fonction, on n'a pas
découvert de nouveaux faits de corruption. Le comité a cependant
ouvert deux procédures disciplinaires face à d'autres types de
problèmes potentiels et a informé la police de ces deux dossiers.
Comme je vous le disais, ce sont des problèmes de conflit d'intérêts
ou de confusion potentielle d'intérêts qui ont été décelés.
Le comité fédéral de l'audit pour la Régie des Bâtiments est celui qui
a été formé pour l'État fédéral. On verra prochainement une
transformation en un véritable service d'audit dans le cadre de la
procédure mise en place pour tous les départements.
En ce qui concerne la création d'une cellule d'audit interne pour la
Régie des Bâtiments, une fonction d'auditeur interne est prévue. Il
s'agit d'une fonction N-1, comme cela a été inscrit dans le plan
opérationnel. La procédure devrait être entamée, selon le calendrier
du Selor mais on souffre très souvent de ses calendriers au cours
du premier trimestre 2010.
Je confirme que la Régie a préféré se concentrer sur le contrôle
interne avant d'aller vers cette constitution d'audit sous des formes
plus lourdes. J'espère et je confirme, monsieur le président que la
Régie va collaborer complètement avec les autorités judiciaires et
policières pour faire toute la lumière sur ce qui s'est passé depuis la
fin des années 90 et qu'elle va surtout renforcer encore ses
mécanismes de contrôle interne pour détecter au plus vite les
problèmes potentiels.
Je le répète, pour l'instant, de nouveaux faits qui pourraient être
qualifiés de faits de corruption n'ont pas été détectés mais bien des
faits de confusion d'intérêts ou de conflit d'intérêts, qui sont suivis par
la Régie sur le plan disciplinaire et transmis aussi aux autorités
policières et judiciaires.
Pour le reste, je ne peux pas vous en dire beaucoup plus. Le parquet
décide de diffuser les informations sur le sujet. Nous essayons de
nous mettre le plus possible à la disposition des autorités judiciaires
pour accompagner l'ensemble de leurs démarches.
mogelijke
strafrechtelijke
overtreding
of
een
belangenconflict
zou
kunnen
vormen, opgespoord wordt. Zodra
dergelijke
dossiers
ontdekt
worden, worden ze overgezonden
aan de politie of het gerecht.
Dergelijke situaties kunnen niet
worden voorkomen, maar het is
niet normaal dat er gedurende
lange tijd niet werd gereageerd.
Het nieuwe directiecomité heeft
twee tuchtprocedures geopend
met betrekking tot andere types
van potentiële problemen en heeft
de politie van die twee dossiers in
kennis gesteld.
Het federaal auditcomité voor de
Regie der Gebouwen is het comité
dat samengesteld werd voor de
federale
overheid.
Binnenkort
komt er een omvorming tot een
echte auditdienst.
Voor de Regie der Gebouwen is er
voorzien in een functie van intern
auditeur
(functie
N-1).
De
procedure zou tijdens het eerste
trimester van 2010 moeten worden
opgestart.
De Regie zal ten volle meewerken
met de gerechtelijke en politionele
autoriteiten
om
klaarheid
te
scheppen over hetgeen er is
gebeurd sinds het einde van de
jaren 90 en zal de interne
controlemechanismen
aanscherpen.
04.03 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, je prends acte de la
réponse du ministre.
Le président: Quand il y a association de malfaiteurs entre
contrôleurs et contrôlés, dans n'importe quelle organisation, il est
extrêmement difficile de détecter les dysfonctionnements.
De voorzitter: Wanneer er sprake
is
van
bendevorming
door
controleurs en gecontroleerden,
dan is het moeilijk om disfuncties
bloot te leggen.
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le développement des questions et interpellations est suspendu de 14.58 heures à 15.06 heures.
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt geschorst van 14.58 uur tot 15.06 uur.
05 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les sélections de postulants aux emplois dans la classe A3 et A4 au
sein du SPF Finances" (n° 17927)
05 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de selecties van kandidaten voor betrekkingen van klasse A3 en A4
bij de FOD Financiën" (nr. 17927)
05.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le vice-premier ministre,
ma question porte sur la méthode de sélection des candidats aux
grades A3 et A4 des services centraux du SPF Finances. En 2007,
des candidats s'étaient vu contraints de participer à une épreuve
écrite imprévue. Vous étiez intervenu par courrier en juin 2008 auprès
du comité de direction pour les appeler à ne pas tenir compte de cette
épreuve dans les décisions de nomination.
Or le 25 novembre dernier, les candidats ont étonnamment reçu une
réponse leur proposant des nominations retenues ou rejetées. Les
justifications de cette sélection peuvent paraître aberrantes
puisqu'elles tiennent compte des résultats des questionnaires écrits
de 2007, ce qui est mentionné en toutes lettres sur la proposition de
nomination. Vous aviez pourtant demandé de ne pas tenir compte de
cette épreuve. Les candidats n'avaient d'ailleurs jamais obtenu les
résultats de cette épreuve et ne pouvaient donc contester ni les
corrections ni les arguments qui y renvoient.
Enfin, pour les candidats évincés surtout, ces justifications s'appuient
sur des défauts de compétences ou des marques d'aptitudes
particulières constatées par un comité administratif alors que l'arrêté
royal d'octobre 1971 qui fixe le règlement organique du SPF Finances
et celui du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des
agents prévoient uniquement comme conditions d'accès à ces postes
la possession de grades ou de classes particuliers.
Monsieur le ministre, la situation est étonnante. Pourquoi a-t-on tenu
compte des résultats des sélections écrites alors que vous en aviez
demandé l'abandon? Que sont devenus les résultats de ces
épreuves? Pourquoi n'ont-ils pas été communiqués aux participants?
Comment se fait-il que des compétences techniques et des aptitudes
particulières soient demandées alors que les textes de loi en vigueur
ne les imposent pas? Un comité administratif a été créé pour
examiner les candidatures. Par qui cet organe a-t-il été créé? Quel est
son statut légal? Comment a-t-il été composé? Sur quels éléments
objectifs s'est-il appuyé pour émettre un avis sur les candidats?
05.01 Christian Brotcorne
(cdH):
In
2007,
bij
de
selectieproeven voor graad A3 en
A4 van de centrale diensten van
de FOD Financiën, moest een
aantal
kandidaten
een
onverwachte schriftelijke proef
afleggen. U hebt in juni 2008 een
brief geschreven waarin u oproept
om
bij
benoemingen
geen
rekening te houden met de
resultaten van die proef. Op
25 november
van vorig jaar
hebben de kandidaten nochtans
een
brief
ontvangen
waarin
aanvaarde
of
verworpen
benoemingen voorgesteld werden.
Bijzondere competenties die niet in
het Koninklijk Besluit van oktober
1971 vermeld zijn, worden daarin
gebruikt om de verwerping te
rechtvaardigen.
Waarom is met de resultaten van
die schriftelijke proeven toch
rekening gehouden, hoewel u
gevraagd had om ze te laten
vallen? Wat is er met de resultaten
van die proeven gebeurd en
waarom zijn ze niet aan de
deelnemers
meegedeeld?
Waarom worden er technische
competenties gevraagd die niet
door de wetteksten opgelegd
worden?
Wie
heeft
het
administratief comité opgericht om
de kandidaturen te onderzoeken?
Wat is het wettelijk statuut van dat
comité? Hoe is het samengesteld?
Aan de hand van welke objectieve
elementen wordt de mening over
een kandidaat opgesteld?
05.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Brotcorne, 05.02 Minister Didier Reynders:
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
conformément à la réponse que je vous avais communiquée suite à
votre question parlementaire du 30 juillet 2008, je confirme que
l'élément que je mettais en avant dans le courrier adressé par moi le
12 juin 2008 au président du comité de direction du SPF Finances
s'est avéré n'être qu'une erreur matérielle qu'il a été possible de
corriger sans problème par l'envoi d'un courrier à tous les postulants
concernés. Aucune modification de la procédure annoncée n'a donc
eu lieu: la première question est par conséquent sans objet.
L'évaluation des aptitudes particulières réalisée par Selor est reprise
dans le dossier de candidature de l'agent. Dans un souci
d'accompagnement et d'explication des éléments du dossier, chaque
candidat a la possibilité de consulter son dossier de postulation
auprès de son service du personnel.
Cette possibilité de consultation est effective dès que le candidat
reçoit la notification du résultat de sa candidature établie par le comité
de direction. En outre, la possibilité de consultation est assurée de
manière continue et tous les candidats peuvent demander à leur
service du personnel respectif de consulter leur dossier de
postulation. Plusieurs candidats ont d'ailleurs déjà consulté leur
dossier et ont reçu à leur demande copie de celui-ci.
Les aptitudes particulières et les compétences techniques ne sont
certes pas imposées par le règlement organique mais ce dernier
n'interdit pas non plus à l'autorité, si elle le souhaite, d'en tenir compte
lors des mises en compétition d'emploi. Dans ce souci de bonne
compréhension, chaque emploi déclaré vacant est dès lors défini par
un profil de fonctions et de compétences. Chaque agent peut ainsi
comprendre au mieux les missions, les tâches, les aptitudes
particulières et les compétences techniques nécessaires au candidat
retenu dans la réalisation de sa nouvelle mission.
Le comité de direction du SPF Finances est seul compétent pour me
proposer les candidats aux emplois déclarés vacants. Le comité de
direction relève tous les mérites des candidats qui remplissent les
conditions réglementaires de postulation et qui ont sollicité les
emplois déclarés vacants et les ordonnent conformément aux règles
de classement en vigueur. Pour l'aider à constituer les dossiers de
postulation et à réunir les différents éléments qui lui permettront de
relever les mérites des candidats, le comité de direction du SPF
Finances a mis en place et ce, sous son autorité, un groupe de
personnes, appelé comité administratif, par administration.
Le comité administratif ne réalise que des travaux préparatoires qui
permettront au comité de direction de me proposer les candidats
retenus par lui pour les emplois déclarés vacants. J'ajoute
qu'évidemment, pour les candidats ayant eu l'occasion de déposer
des réclamations, le comité de direction les examine avant de me
présenter les différentes propositions.
De façon plus générale, je voudrais confirmer ce que j'ai déjà dit à de
nombreuses reprises en commission et en séance plénière. Nous en
débattons en ce moment avec ma collègue de la Fonction publique. Il
faut que les procédures en matière de promotion ou de désignation
dans des fonctions soient revues dans la Fonction publique. On sent
bien qu'un certain nombre de mécanismes qui passent par le Selor ne
répondent pas aux besoins des départements et posent réellement
Conform mijn antwoord van 30 juli
2008, bevestig ik dat wat in mijn
brief wordt behandeld, slechts een
materiële fout was die rechtgezet
kon worden. De aangekondigde
procedure is in geen enkel opzicht
veranderd. De eerste vraag is dan
ook zonder voorwerp.
De evaluatie die Selor van
bijzondere vaardigheden uitvoert,
is in het kandidaatstellingsdossier
van de ambtenaar opgenomen.
Kandidaten
kunnen
hun
sollicitatiedossier
bij
hun
personeelsdienst inkijken.
De specifieke vaardigheden en de
technische kennis worden niet
opgelegd door het organiek
reglement, al verbiedt dat laatste
de overheid evenmin er rekening
mee te houden. Het directiecomité
van de FOD Financiën is als enige
bevoegd om me de kandidaten
voor
de
vacant
verklaarde
betrekkingen voor te stellen. De
FOD heeft een administratief
comité
opgericht
dat
de
sollicitatiedossiers
mee
helpt
samenstellen.
Meer
algemeen
moeten
de
procedures inzake de aanstelling
en de bevordering in functies bij
het
openbaar
ambt
worden
herzien. Ik heb nooit ontkend dat
de wijze waarop Selor bepaalde
taken uitvoert voor problemen
zorgt. Het debat is aan de gang en
ik hoop spoedig een hervorming te
kunnen doorvoeren.
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
problème aujourd'hui. Je n'ai jamais caché qu'un réel problème existe
dans la façon dont le Selor exécute certaines tâches. Le débat est en
cours et j'espère que nous pourrons aboutir à des éléments de
réforme rapidement. On voit en effet que certaines procédures
prévues, imaginées auprès du Selor, compliquent les procédures de
sélection retenues au sein des départements.
05.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le vice-premier ministre,
je vous remercie pour vos réponses. Je vais les confronter aux
informations en ma possession.
Néanmoins, pour rebondir sur vos derniers propos, il est vrai que des
difficultés importantes sont rencontrées dans toute la Fonction
publique fédérale. Tout à l'heure, nous avions une réunion de la sous-
commission Cour des comptes qui abordait, en vertu du 116
e
cahier
de la Cour des comptes, les points dont nous pourrions discuter. J'ai
demandé que l'on mette cette problématique à l'ordre du jour. Cela
sera fait dans le courant du mois de mai, je crois.
On ne peut plus continuer de cette manière avec les
incompréhensions, les incohérences, les recours qui aboutissent
quasi systématiquement. Il faut que l'on retravaille efficacement ce
statut de la Fonction publique fédérale.
05.03 Christian Brotcorne
(cdH): Er doen zich ernstige
problemen voor in het hele
federale
overheidsapparaat.
Daarnet nam ik deel aan een
vergadering van de subcommissie
"Rekenhof". Ik heb gevraagd dat
dit probleem op de agenda zou
worden geplaatst. Ik denk dat we
het er in de loop van de maand
mei over zullen kunnen hebben.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de aftrekbaarheid van geldboeten opgelegd in mededingingszaken"
(nr. 18122)
06 Question de M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la déductibilité des amendes infligées dans les affaires de concurrence"
(n° 18122)
06.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, de belastingadministratie heeft in een circulaire van
13 augustus 2008 uitdrukkelijk opgenomen dat de administratieve
geldboeten opgelegd in mededingingszaken door de Europese
Commissie niet aftrekbaar zijn.
Dat is een terugkeer naar het administratieve standpunt dat op
verzoek van de toenmalige minister van Financiën, Maystadt,
geschrapt en vervangen werd door een bepaling die stelt dat de
beoogde boeten wel als aftrekbare beroepskosten kunnen worden
aangemerkt.
In een arrest van het Antwerpse Hof van Beroep van 23 juni 2009
oordeelde dit hof dat de boeten opgelegd door de Belgische
mededingingsautoriteit wel fiscaal aftrekbaar zijn, omdat het
administratieve boeten zijn en geen strafrechtelijke boeten. Dit arrest
gaat dan ook in tegen het nieuwe standpunt van de administratie dat
stelt dat administratieve geldboeten opgelegd in mededingingszaken,
weliswaar opgelegd door de Europese Commissie, niet aftrekbaar
zijn.
Mijnheer de minister, heeft uw administratie eventueel een
voorziening in Cassatie ingeleid tegen voornoemd arrest?
06.01 Jenne De Potter (CD&V):
L'administration fiscale précise
clairement dans une circulaire du
13 août 2008 que les amendes
administratives imposées par la
Commission européenne dans des
dossiers de concurrence ne sont
pas déductibles.
Dans un arrêt du 23 juin 2009, la
Cour d'appel d'Anvers a estimé
que les amendes infligées par
l'autorité belge de la concurrence
sont fiscalement déductibles parce
qu'il
s'agit
d'amendes
administratives et non pénales.
Cet arrêt est en contradiction avec
la nouvelle prise de position de
l'administration sur la question des
amendes européennes.
L'administration s'est-elle pourvue
en cassation contre cet arrêt?
N'est-il pas prématuré de déclarer
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Ten tweede, is het niet voorbarig om het administratieve standpunt
inzake administratieve geldboeten opgelegd in mededingingszaken
door de Europese Commissie onmiddellijk van toepassing te
verklaren, in eender welk stadium van de procedure, ook wat de
hangende en de toekomstige geschillen betreft? Zo is het in de
circulaire opgenomen.
Ten derde, welk standpunt verdedigt u momenteel ten aanzien van de
aftrekbaarheid als beroepskosten van de administratieve boeten
opgelegd in mededingingszaken door zowel de Europese Commissie
als door de Belgische mededingingsautoriteit?
Ten vierde, bent u van plan om de circulaire van 13 augustus 2008
aan te passen zodat duidelijk wordt dat ook boetes opgelegd door de
Belgische mededingingsautoriteit niet fiscaal kunnen worden
afgetrokken?
cette
nouvelle
position
d'application immédiate? Quel est
le point de vue du ministre
concernant la déductibilité à titre
de
frais
professionnels
des
amendes administratives infligées
dans des dossiers de concurrence
par la Commission européenne ou
l'autorité belge de la concurrence?
Le ministre a-t-il l'intention de
revoir la circulaire du 13 août
2008, de manière à interdire
également la déduction fiscale des
amendes infligées par l'autorité
belge de la concurrence?
06.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
De Potter, ik kan u meedelen dat mijn administratie momenteel geen
reden ziet om tegen het arrest van het hof van beroep van Antwerpen
van 23 juni 2009 een voorziening in Cassatie in te dienen, daar het
arrest ten gronde weigert de betrokken boeten als beroepskosten af
te trekken bij gebrek aan het bestaan van een zekere vaststaande
schuld op het moment van de aftrek.
Wel heeft mijn administratie zich negatief uitgelaten, uitvoerig via de
aanschrijving van 13 augustus 2008 op de aftrekbaarheid van de door
de EU opgelegde kartelboetes.
Niettemin is het hof van beroep van Antwerpen in zijn arrest van
23 juni 2009 van mening dat het aftrekverbod geldstraffen betreft die
op grond van de strafrechtelijke reglementering opgelegd worden en
dat de boeten inzake mededinging aan het aftrekverbod niet
onderworpen worden, aangezien zij niet op grond van de strafwet
worden opgelegd.
Rekening houdend met de in dat arrest vermelde argumenten,
verzocht ik bijgevolg mijn administratie om een onderzoek inzake
boeten, in het bijzonder inzake mededinging, opnieuw in te stellen en
mij haar conclusies zo vlug mogelijk mede te delen. In voorkomend
geval zal ik er alle nodige gevolg uit trekken.
De eventuele bij deze boeten betrokken ondernemingen kunnen
natuurlijk een beroep doen op de verschillende verhaalmiddelen, die
hun door de fiscale wetgeving geboden worden.
06.02 Didier Reynders, ministre:
Pour l'instant, mon administration
ne voit aucune raison de se
pourvoir en Cassation contre cet
arrêt puisque, sur le fond l'arrêt
rejette la déduction à titre de frais
professionnels des amendes en
question, en l'absence d'une dette
certaine au moment de la
déduction. Mon administration a
néanmoins formulé une opinion
défavorable en ce qui concerne la
déductibilité
des
amendes
imposées par l'UE pour formation
de cartel.
Dans son arrêt du 23 juin 2009, la
Cour d'appel d'Anvers estime que
l'interdiction de déduction porte sur
des
sanctions
pécuniaires
imposées en vertu de la loi pénale
et que les amendes en matière de
concurrence
ne
sont
pas
soumises à cette interdiction de
déduction. C'est la raison pour
laquelle
j'ai
chargé
mon
administration
d'ouvrir
une
enquête et de m'en communiquer
les conclusions dans les meilleurs
délais.
Les entreprises concernées par
ces
amendes
disposent
évidemment de différents moyens
de recours.
06.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik noteer dat
de administratie een onderzoek zal doen. Ik pleit voor een uniform
systeem waarbij boeten opgelegd door zowel de EU als de Belgische
mededingingsautoriteit hetzelfde fiscaal regime ondergaan. Dat zou
dan zijn dat deze niet fiscaal mogen worden afgetrokken. Ik zal echter
06.03 Jenne De Potter (CD&V):
Je plaide en faveur d'un système
uniforme dans le cadre duquel les
amendes infligées tant par l'Union
européenne que par l'autorité
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
samen met u het onderzoek afwachten. Ik kom daarop zeker nog wel
eens terug.
belge de la concurrence seraient
soumises au même régime fiscal.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
verkoop van onroerende goederen zonder metingplan" (nr. 17953)
07 Question de M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la vente de
biens immobiliers sans plan de mesurage" (n° 17953)
07.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, het probleem is u
natuurlijk bekend: bij de verkoop van een onroerend goed wordt in
90 % van de gevallen geen metingplan toegevoegd. Het is wettelijk
niet verplicht. Achteraf kunnen echter zware problemen rijzen als blijkt
dat de verkochte oppervlakte niet overeenkomt met de notariële
verkoopakte, en wat dan!
Mijn concrete vragen aan u zijn de volgende. Is de problematiek u
bekend? Ik veronderstel van wel. Waarom wordt er geen metingplan
opgelegd bij de verkoop van een onroerend goed, terwijl er wel een
bodemattest en een energiecertificaat worden gevraagd,. Zonder die
attesten is de verkoop zelfs niet geldig. Waarom legt men niet ook
een metingplan op? Dat zou de zaak enorm vereenvoudigen, meen
ik.
Neemt de overheid maatregelen om dat soort problemen in de
toekomst op te lossen? Denkt u aan wetgevend werk ter zake?
Mijn volgende vraag mag gerust schriftelijk worden beantwoord als u
dat beter uitkomt. Hoeveel conflicten worden er jaarlijks geregistreerd
op basis van een divergentie tussen de verkochte oppervlakte en de
oppervlakte volgens de notariële verkoopakte?
07.01 Peter Logghe (VB): Lors
de la vente d'un bien immeuble,
dans 90 % des cas, aucun métré
n'est présenté. Des problèmes
peuvent dès lors se poser par la
suite.
Le ministre est-il informé de cette
problématique? Pourquoi le métré
n'est-il
pas
obligatoire?
Ce
problème
sera-t-il
résolu?
Combien
de
litiges
sont-ils
répertoriés chaque année à la
suite d'une différence entre la
superficie vendue et la superficie
qui figure dans l'acte de vente?
07.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Logghe, het feit dat een
grote meerderheid van de akten inzake de verkoop van een
onroerend goed zonder bijgevoegd plan opgesteld wordt, is
welbekend. Die situatie kan gevolgen hebben voor het burgerlijke
plan. Door het bijvoegen van een plan worden inlichtingen over de
twee aspecten verstrekt: de identificatie en de oppervlakte.
De identificatie wordt door het kadastraal perceelnummer
gewaarborgd. Wanneer de verkoop een volledig perceel betreft, is het
niet absoluut noodzakelijk een plan bij te voegen. In dat geval bestaat
de identificatie reeds en is zij eenduidig.
Het is iets anders als de verkoop een deel van een bestaand
kadastraal perceel betreft of als het goed afkomstig is van een niet
gekadastreerd domein, enzovoort. In dat geval is een plan zeker
nodig, om de perimeter van het betrokken goed precies te bepalen en
om het goed te kunnen identificeren.
De in de patrimoniale documentatie vermelde oppervlakte wordt niet
door de administratie gewaarborgd. Zij neemt de oppervlakte die
vermeld staat in de akte, op. Bij die handeling wordt een onderscheid
gemaakt tussen oppervlakten die wel of niet afkomstig zijn van een
plan.
07.02 Didier Reynders, ministre:
Si une parcelle est vendue dans
son entièreté, il existe déjà une
identification et elle est univoque.
Si la vente concerne une partie
d'une parcelle cadastrale existante
ou si le bien provient d'un domaine
non cadastré, un plan est
indispensable.
La superficie qui figure dans la
documentation patrimoniale n'est
pas garantie par l'administration.
Elle est retranscrite sur la base de
l'acte.
L'Administration générale de la
documentation
patrimoniale
a
préparé un projet d'arrêté royal
pour rendre un plan obligatoire en
l'absence de numéro de parcelle
cadastrale. Si le bien a déjà fait
l'objet
d'une
identification
univoque, l'obligation de présenter
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Bij de zoektocht naar een grotere rechtszekerheid en modernisering
van haar documentatie, heeft de algemene administratie van de
Patrimoniumdocumentatie een ontwerp van KB ingediend dat ertoe
strekt bij afwezigheid van een kadastraal perceelnummer de
voorlegging van een plan verplicht te maken om het betrokken goed
eenduidig te identificeren. Als het goed reeds eenduidig
geïdentificeerd is, wordt de voorlegging van een plan door de
administratie niet opgelegd. In dat geval zou de toevoeging van een
plan slechts tot doel hebben de oppervlakte te garanderen, voor zover
de aanwonende eigenaars dat plan hebben goedgekeurd. In dat geval
zou het een plan zoals bedoeld in artikel 646 van het Burgerlijk
Wetboek zijn. De opstelling van zo'n plan, slechts om de oppervlakte
systematisch te garanderen, blijkt overdreven en zou ten opzichte van
het resultaat zeer duur uitvallen voor de burger.
De administratieve beslissing past zeer goed in de logica van
artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek en in de gebruikelijke praktijk
volgens dewelke een verschil van minder dan één twintigste minder of
meer in de verkochte oppervlakte, over het algemeen geen aanleiding
geeft tot een prijssupplement of prijsvermindering ten gunste van de
verkoper of aankoper.
Ten slotte, aangezien de materie betreffende uw vierde vraag niet tot
de bevoegdheid van de algemene administratie van de
Patrimoniumdocumentatie behoort, kent zij het aantal geschillen op
grond van verschil in oppervlakte niet.
un plan n'est pas étendue. Il
s'agirait dans ce cas d'un plan
comme visé à l'article 646 du
Code civil qui garantit la superficie
pour autant que les propriétaires
voisins l'aient approuvé. Ceci me
paraît exagéré.
La décision administrative s'inscrit
dans la logique de l'article 1619 du
Code civil et de la pratique
courante en vertu de laquelle une
différence d'un vingtième ne
donne
pas
lieu
à
une
compensation de prix.
La quatrième question ne relève
pas de la compétence de
l'Administration générale de la
documentation patrimoniale. Celle-
ci n'est donc pas au courant du
nombre de litiges.
07.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister
voor zijn antwoord, dat ik nog eens rustig zal nalezen. Ik neem er nota
van, mijnheer de minister, dat de administratie een KB heeft
ingediend om de plannen voor een aantal gevallen verplicht te maken.
Ik zal dat allemaal rustig nakijken. Desgevallend zullen wij hierover
bijkomende vragen stellen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "nieuwe financieringsproblemen voor de banken in België"
(nr. 17954)
08 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "de nouvelles difficultés de financement pour les banques belges" (n° 17954)
08.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, dit is een volledig andere problematiek, met name de
financieringsproblematiek bij banken.
Ongetwijfeld hebt u er ook nota van genomen dat door de
bankencrisis de gemiddelde duur van leningen sterk is afgenomen,
waardoor de banksector heel wat leningen vervroegd moet
terugbetalen. Tussen nu en 5 jaar, dat zijn cijfers die ik van de sector
heb, zou ongeveer 4 200 miljard dollar aan handelshypotheken
vervallen en voor ongeveer 10 000 miljard dollar aan gewone
bankleningen.
Mijnheer de minister, begin jaren `90 van de vorige eeuw bedroeg de
gemiddelde duur van leningen nog 14 jaar, sinds de jaren `90 en
vooral sinds het uitbreken van de crisis schommelt die duur tussen 6
08.01 Peter Logghe (VB): À
cause de la crise, le secteur
bancaire se voit contraint de
rembourser anticipativement de
nombreux
emprunts.
Des
hypothèques
commerciales
à
concurrence
de
quelque
4 200 milliards de dollars et des
prêts
bancaire
ordinaires
à
concurrence de quelque 10 000
milliards de dollars devraient
échoir
au
cours
des
cinq
prochaines années.
Les mesures d'aide en faveur des
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
en 8 jaar. Naar het schijnt zou deze nu zelfs veeleer 4,7 tot 5 jaar
bedragen.
De vraag die rijst is hoe de banken die leningen zullen kunnen
vervangen. Als de duur afneemt, wordt dit een prangende
problematiek die wel eens zou kunnen zorgen voor het ontstaan van
een nieuwe bankencrisis. Het lijkt er dus steeds meer op dat de
kostprijs van de vervanging zal oplopen, althans dat verwacht een
aantal banken. Eigenlijk zouden de centrale banken in Europa de
huidige steunmaatregelen moeten handhaven willen zij, volgens een
aantal bank- en financiële commentatoren, het bankstelsel overeind
houden.
Hoe zit het met de steunmaatregelen aan de banken in ons land?
Wanneer zullen de banken die terugbetalen of worden die
steunmaatregelen voorlopig gehandhaafd? Hebt u daarin reeds een
optie genomen?
Quid met de kortere looptijd van de leningen sinds de jaren `90 van de
vorige eeuw? Dreigen de banken op die manier niet met een tekort op
hun activa te worden geconfronteerd, wat natuurlijk een nadelig effect
zou hebben op verdere ontplooiing van de bankactiviteiten?
Dreigt op die manier geen veralgemeende interestverhoging op alle
nieuwe en/of bestaande leningen? Welke maatregelen zal de regering
nemen?
Ten slotte de traditionele vraag, met name of daarover wordt overlegd
met de banken. Ik hoop van wel. Zo ja, wat zijn de resultaten? Zijn er
reeds resultaten? Wat zijn de bevindingen van de banksector?
banques seront-elles maintenues?
La durée réduite des prêts pourrait
entraîner un déficit des actifs. Ne
risque-t-on pas une augmentation
des taux d'intérêt généralisée sur
tous les emprunts nouveaux et/ou
existants? Une concertation a-t-
elle lieu avec les banques? Qu'en
pense le secteur?
08.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, er werd geen vaste en algemeen toepasselijke kalender
overeengekomen voor de terugbetaling van de steunmaatregelen die
de overheden in dit land hebben getroffen ten opzichte van de banken
en verzekeringsondernemingen. Door de verschillen tussen de
instellingen en door de verschillen in de gebruikte instrumenten --
kapitaalinbreng, garantieverstrekkingen, onderschrijving uitgifte
hybride kapitaalinstrumenten, enzovoort -- is een eenduidig antwoord
hierop trouwens niet te geven. In de meeste dossiers werden
bovendien combinaties van verschillende instrumenten gehanteerd.
De stopzetting en terugbetaling van de diverse maatregelen is
afhankelijk van de evolutie van elke onderneming en in het bijzonder
de financiële capaciteit om de terugbetaling te realiseren. Voor
sommige instellingen vormt de terugbetaling bovendien een
onderdeel van de voorwaarden die werden overeengekomen met de
Europese Commissie in het kader van de beoordeling en de
aanvaarding van de toegekende overheidssteun.
Wat uw overige vragen betreft, mijnheer Logghe, wijs ik erop dat de
omvang en desgevallend de kortere gemiddelde looptijd van de
uitstaande leningen als zodanig geen maatstaf is voor het risicoprofiel
van de instelling. Van belang is dat de instellingen over een
aangepast risicobeheer, bijvoorbeeld een adequaat ALM-beheer,
beschikken waarbij zij de risico's die voortvloeien uit een eventuele
mismatch tussen activa -- uitstaande kredieten -- en passiva -- de
funding basis van de bank -- beheren binnen de grenzen van hun
08.02 Didier Reynders, ministre:
Aucun
calendrier
fixe
et
d'application générale n'a été
convenu pour le remboursement
des mesures que nos autorités ont
prises pour venir en aide aux
banques
et
aux
entreprises
d'assurances. L'arrêt de ces aides
et leur remboursement seront
fonction de l'évolution de chaque
entreprise et, en particulier, de sa
capacité financière à procéder à
ce remboursement. Pour certaines
institutions, le remboursement fait
partie intégrante des modalités
dont nous avons convenu avec la
Commission européenne.
L'importance et la durée moyenne
plus brève des crédits en cours ne
constituent pas, en tant que telles,
un
étalon
permettant
de
déterminer le profil à risque de
l'institution. Ce qui importe, c'est
que l'institution dispose d'une
gestion adaptée des risques. En
principe, la durée moyenne plus
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
financiële draagkracht. De gemiddelde kortere looptijd van de
leningen zou in beginsel het risicobeheer van de instellingen moeten
vereenvoudigen aangezien op die wijze de mismatch met de funding
die doorgaans een kortere looptijdstructuur heeft, verkleint hetgeen
het beheer zou moeten vereenvoudigen.
Het door u beschreven fenomeen is daarenboven niet van aard om
aanleiding te geven tot een veralgemeende intrestverhoging.
brève des crédits devrait simplifier
la gestion des risques dans la
mesure
où
elle
réduit
l'inadéquation
avec
le
financement. Il n'y aura pas non
plus de relèvement généralisé des
taux d'intérêt.
08.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, over deze
problematiek kan zonder moeite een hele namiddag worden
gedebatteerd.
U zegt dat de omvang en de kortere looptijd van de leningen geen
maatstaf is voor de financiële gezondheid van de banken. Ik wil dat
aanvaarden. Het is uiteraard wel zo dat men bij het sluiten van
leningen en het vervroegd terugbetalen ervan over de nodige
financiële capaciteit moet beschikken. Daar zou het schoentje
natuurlijk wel eens kunnen knellen. Ik denk dat men het daarover toch
wel had in een aantal financiële tijdschriften. Op die manier zou
misschien wel eens een tweede financiële crisis kunnen ontstaan. Het
is beter gewaarschuwd te zijn dan de zaken zonder meer te
klasseren.
Ik vraag in elk geval uw aandacht voor deze problematiek en ik
verzoek u daaraan de nodige aandacht te besteden tijdens het
overleg met de banken. U bent uiteraard een vrij man.
08.03 Peter Logghe (VB):
J'accepte volontiers l'explication
fournie par le ministre mais je
pense
qu'il
est
évidemment
impératif de disposer de la
capacité financière nécessaire lors
de la conclusion de crédits et de
leur remboursement anticipé. Je
demande au ministre de prêter
néanmoins toute l'attention requise
à ce problème dans le cadre de la
concertation avec les banques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de hospitalisatieverzekeringen" (nr. 18053)
09 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les assurances hospitalisation" (n° 18053)
09.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, mijn vraag heeft
betrekking op de Deutsche Krankenversicherung, DKV, de leidende
maatschappij inzake hospitalisatieverzekeringen.
Gisteren stond er in de krant De Standaard een artikel met de titel
"Verzekeraar zet illegale premieverhoging door". De nieuwe wetgeving
over hospitalisatieverzekering, mijnheer de minister, bepaalt dat de
premie slechts mag worden verhoogd door de consumptie-index toe
te passen, door de medische index te hanteren, of na tussenkomst
van de CBFA. Tussen de marktleider voor individuele
hospitalisatieverzekeringen DKV en de CBFA is onlangs een conflict
ontstaan, omdat DKV haar premies met 7,84 procent wil verhogen.
Dat heeft alles te maken met tegenvallende schadecijfers, namelijk de
verhouding schade op premie, SOP.
Er valt te vrezen, mijnheer de minister, dat DKV de eerste verzekeraar
zal zijn die haar premies onder druk van tegenvallende
schadegevallen zal moeten verhogen, en het zal waarschijnlijk niet de
laatste zijn. Mijn vragen aan u zijn dan ook de volgende.
Ten eerste, wanneer mogen we de medische index verwachten?
09.01 Peter Logghe (VB):
Conformément à la nouvelle loi sur
les assurances hospitalisation, la
prime
peut
être
majorée
seulement par l'application de
l'indice à la consommation ou de
l'indice
médical
ou
après
l'intervention de la CBFA.
Un conflit a surgi récemment entre
le
leader
du
marché
des
assurances
hospitalisation
individuelles, DKV, et la CBFA,
parce que DKV veut augmenter
ses primes de 7,84 % à la suite
d'un indice S/P (sinistres/prime)
défavorable.
D'ici à quand disposera-t-on de
l'indice
médical?
Cela
nous
permettrait, en effet, de supprimer
un moyen détourné de procéder à
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ten tweede, hebt u ook niet de indruk dat het ontbreken ervan juist
één van de oorzaken is waarom verzekeraars zo gemakkelijk, zo
drastisch en zo snel hun premies verhogen? Met andere woorden,
waarom wacht u om de medische index in te voeren? Zo zou u toch
een achterpoortje sluiten.
Ten derde, wat als bepaalde verzekeraars, ondanks de toepassing
van de consumptie-index en de medische index, door de evolutie van
hun verzekeringsportefeuille met tegenvallende resultaten, verplicht
zijn hun premies met procenten te verhogen, bijvoorbeeld gewoon
omdat hun portefeuille veroudert? DKV heeft twintig à vijfentwintig jaar
geleden zijn portefeuille gevormd, maar ondertussen zijn al deze
mensen ook twintig à vijfentwintig jaar ouder geworden. Ook al is de
portefeuille voor een stuk vernieuwd, historisch zit men evenwel met
een stuk van de portefeuille dat blijft. Men heeft dus steeds meer en
meer tegenvallende SOP-cijfers, waardoor een aantal maatschappijen
hun premies moeten verhogen, want ze willen niet met verlies werken
en mogen dat ook niet.
Ten vierde, dreigt het gevaar niet dat DKV, de marktleider in
hospitalisatieverzekeringen, onze markt verlaat en op deze manier
heel wat expertise en kennis mee naar het buitenland zal nemen?
Neemt u maatregelen? Zet u overleg op gang met DKV of laat u de
gang van zaken, het overleg tussen CBFA en DKV, gewoon betijen?
pareilles majorations de primes.
Que se passera-t-il si, à cause de
mauvais résultats dus par exemple
au vieillissement des assurés,
certains assureurs étaient tout de
même
contraints d'augmenter
encore leurs primes? DKV ne
risque-t-elle pas de quitter notre
marché en emportant avec elle
son
expertise
et
ses
connaissances?
Le
ministre
prendra-t-il des mesures ou
laissera-t-il tout simplement suivre
son cours la concertation entre la
CBFA et DKV?
09.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, naar aanleiding van de vragen over de door DKV Belgium NV
doorgevoerde tariefverhoging dient een toelichting te worden gegeven
bij het wettelijk kader van de mogelijkheden waaronder een
verzekeringsonderneming de contractuele voorwaarden van een
ziekteverzekeringsovereenkomst kan wijzigen, met name wanneer zij
een tariefverhoging wenst door te voeren.
Artikel 138bis, 4,
van
de
wet
van
25 juni 1992
op
de
landverzekeringsovereenkomst, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2007
en recent vervangen door de wet van 17 juni2009, beperkt de
mogelijkheden voor de verzekeringsonderneming om na het sluiten
van een individuele ziekteverzekeringsovereenkomst de technische
grondslagen van de premie en de dekkingsvoorwaarden van zo'n
overeenkomst te wijzigen.
In beginsel kunnen dergelijke wijzigingen enkel bij wederzijds akkoord
van de partijen op uitsluitend verzoek van de hoofdverzekerde en in
het uitsluitend belang van de verzekerde worden doorgevoerd. Buiten
voornoemd geval mogen volgens §2 de premie, de vrijstelling en de
prestatie op de jaarlijkse premievervaldag worden aangepast op
grond van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
De mogelijkheid tot herziening van de contractuele voorwaarden
worden voorts aangevuld door §3 van het voornoemde artikel, dat
stelt dat de premie, de vrijstelling en de prestaties op de jaarlijkse
premievervaldag op grond van een of verschillende specifieke
indexcijfers mogen worden aangepast aan de kosten van de dienst
die door de privéziekteverzekeringsovereenkomsten worden gedekt,
indien en voor zover de evolutie van die indexcijfers het indexcijfer
van de consumptieprijzen overschrijdt.
Daartoe bepaalt de Koning op basis van bij de wet vastgestelde
09.02 Didier Reynders, ministre:
La loi définit les possibilités de
modifier
les
conditions
de
couverture
d'un
contrat
d'assurance maladie individuel. Ce
n'est en principe possible qu'avec
l'accord mutuel des parties, sur
demande exclusive de l'assuré
principal et dans l'intérêt exclusif
de l'assuré. Pour le reste, la prime,
l'exonération et la prestation à
l'échéance annuelle de la prime
sont adaptées sur la base de
l'indice
des
prix
à
la
consommation.
C'est également possible sur la
base d'un ou plusieurs indices
spécifiques si et pour autant que
l'évolution de ces indices dépasse
l'indice
des
prix
à
la
consommation. Les critères en la
matière sont légalement fixés et se
fondent sur l'avis du Centre fédéral
d'Expertise des Soins de Santé.
Une fois la méthode fixée par le
Roi, le SPF Économie évalue la
valeur des indices concernés qui
sont ensuite publiés au Moniteur
belge.
La CBFA dispose elle aussi de
certaines prérogatives et peut par
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
criteria en op advies van het Federaal Kenniscentrum voor de
Gezondheidszorg de wijze waarop die indexcijfers worden
opgebouwd. Nadat de Koning die methode heeft bepaald, gaat de
FOD Economie over tot de berekening van de waarde van het
betrokken indexcijfer of -cijfers, en publiceert hij dat of die jaarlijks in
het Belgisch Staatsblad. De Koning kan daarbij de regelmaat van de
berekening en de bekendmaking van de waarde van voornoemde
indexcijfers verhogen.
Naast de in voornoemde wet van 25 juni 1992 vermelde mogelijkheid
tariefwijzigingen door te voeren, dient ook te worden vermeld dat de
CBFA, in het kader van haar toezichtsopdracht op de
verzekeringsondernemingen, over bepaalde prerogatieven beschikt.
Een van de prerogatieven houdt met name in dat de CBFA kan eisen
dat een verzekeringsonderneming maatregelen neemt om een tarief
in evenwicht te brengen indien zij vaststelt dat de toepassing van dat
tarief verlieslatend is.
Dit is slechts één van de talrijke maatregelen die de CBFA krachtens
de controlewet kan nemen. In het bijzonder geval van een
ziekteverzekeringsovereenkomst,
met
uitsluiting
van
een
beroepsgebonden
ziekteverzekeringsovereenkomst,
bepaalt
artikel 2 octies, § 2, 2
e
lid van dezelfde wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle der verzekeringsondernemingen, dat de CBFA kan
beslissen dat een verzekeringsonderneming maatregelen moet
nemen om haar tarief in evenwicht te brengen, indien zij vaststelt dat
de toepassing van het tarief verlieslatend is of dreigt te worden,
niettegenstaande de procedure van de herziening van de wijziging
van de contractuele voorwaarden van de premies, vrijstellingen en
prestaties, als vastgesteld in artikel 138bis, 4, §§ 2 en 3 van de wet
van 1992.
Nu het algemene kader in herinnering is gebracht, kunnen wij op
basis van dit kader de volgende antwoorden op de vragen formuleren.
Deze week nog werd de laatste hand gelegd aan het KB dat de wijze
bepaald waarop de indexcijfers worden opgebouwd. Na het vervullen
van de laatste formaliteit werd het ter ondertekening voorgelegd aan
de Koning. Het besluit werd opgesteld in overleg met de sector van de
verzekeringsondernemingen, waaronder DKV Belgium NV.
De voltooiing van dit KB heeft enige vertraging opgelopen, waar
bepaalde verzekeringsondernemingen over hebben geklaagd, omwille
van de langdurige discussies die nodig waren met de
verzekeringsondernemingen om tot een voorontwerp van KB te
komen. Aangezien er op dit ogenblik geen indexcijfer voorhanden is,
dat is vastgesteld op basis van het KB, genomen met toepassing van
artikel 138bis, 4, §3 van de wet van 1992, is het niet mogelijk om een
tariefwijziging, gebaseerd op het medisch indexcijfer, door te voeren.
Tariefwijzigingen die eenzijdig zouden worden aangekondigd door een
verzekeringsonderneming, of dat nu DKV Belgium NV of een andere
verzekeringsonderneming is, en waarbij dus geen gebruik zal worden
gemaakt van één van de mogelijkheden waarin de wet voorziet, en
die hierboven zijn toegelicht, zouden dan ook onwettig zijn en dreigen
op burgerrechtelijk vlak nietig verklaard te worden door de rechtbank.
De belanghebbenden hebben dan ook het recht om het bedrag van
de tariefverhoging die hen onrechtmatig is aangerekend, niet te
betalen.
exemple exiger qu'une compagnie
d'assurance prenne des mesures
pour équilibrer un tarif déficitaire.
En ce qui concerne le contrat
d'assurance maladie, cet aspect
est réglé par l'article 21octies, § 2,
2
ème
alinéa de la loi du 9 juillet
1975 relative au contrôle des
entreprises d'assurances.
Cette semaine, l'arrêté royal qui
détermine le mode de fixation des
indices des prix, a été soumis au
Roi pour signature. L'arrêté royal a
été rédigé en concertation avec le
secteur
des
entreprises
d'assurances, notamment DKV
Belgium SA. La ratification de cet
arrêté a pris du retard à cause des
longues discussions qui ont été
nécessaires pour rédiger l'avant-
projet.
Étant donné qu'aucun indice, fixé
en vertu d'un arrêté royal, n'existe
à ce jour, les tarifs ne peuvent être
modifiés. De telles modifications
seraient en effet illégales et
peuvent être annulées par le
tribunal. Les intéressés ont dès
lors le droit de ne pas régler le
montant de l'augmentation tarifaire
portée en compte illégalement.
L'Ombudsman des Assurances a
déjà reçu de nombreuses plaintes
à ce sujet. L'intention de DKV
Belgium
NV
de
quitter
éventuellement le marché belge
procède intégralement de la
stratégie de cette entreprise
privée.
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
In dit verband wijzen wij erop dat de Ombudsdienst Verzekeringen
hierover al heel wat klachten blijkt te hebben ontvangen. Wat een
eventueel voornemen van DKV Belgium NV betreft om de Belgische
markt te verlaten, wordt erop gewezen dat het geenszins de taak van
de regering is zich uit te spreken over een punt dat deel uitmaakt van
de strategie van een privéonderneming.
09.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
kort en bondig antwoord. Ik ga zeker de moeite doen het nog eens
grondig door te lezen.
Ik heb toch een paar opmerkingen, mijnheer de minister.
Ten eerste, u roept de klanten eigenlijk op de premieverhoging niet te
betalen? Dat lees ik toch in de krant. Quid indien DKV op dat moment
zijn dekking opschort? Dan rijst er toch een probleem? Ik meen dat u
zich beter op de vlakte houdt wat dat betreft, maar goed, ik heb u
natuurlijk geen raadgevingen te geven. Toch is het mijn mening dat u
daar beter afblijft.
Ten tweede, ik noteer dat de medische index op komst is en dat wij
daar in de komende weken inzage van zullen krijgen.
Ten derde, ik meen dat dit een problematisch marktsegment is. Ik heb
u een tijdje geleden een schriftelijke vraag gesteld over de financiële
gezondheid van de verzekeringsmaatschappijen. Ik heb van u het
antwoord
gekregen
dat
op
dit
moment
23 verzekeringsondernemingen zijn die in dit land individuele
hospitalisatieverzekeringen aanbieden. Het aantal ondernemingen dat
met verlies werkt is in de loop van de jaren constant toegenomen:
8 ondernemingen op 23 in 2005, 10 ondernemingen in 2006 en
13 ondernemingen in 2007. Kortom, meer dan de helft van de
verzekeringsondernemingen
die
in
België
individuele
hospitalisatieverzekeringen verkopen doen dit met verlies.
Ik meen dat dit een problematisch marktsegment is. Ik meen te weten
dat een deel van de problematiek te maken heeft met de
eenpersoonskamers en alles wat daar verband mee houdt. Maar
goed, er is nog stof voor vele discussies. Ik dank u in elk geval voor
uw antwoord.
09.03 Peter Logghe (VB): Le
ministre n'invite-t-il pas, au fond,
les clients de DKV à ne pas payer
la majoration de la prime?
Qu'adviendra-t-il si, à ce moment-
là, DKV suspend sa couverture?
J'observe que l'indice médical est
sur le point d'être instauré. Enfin,
je constate que plus de la moitié
des entreprises d'assurances qui
vendent
des
assurances
hospitalisation individuelles en
Belgique
travaillent
à
perte,
principalement en raison du coût
des chambres individuelles.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.04 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, betaamt het dat ik
mijn vraag onder punt 19 hier onmiddellijk op laat aansluiten? Als de
collega's daar geen bezwaar tegen hebben?
De voorzitter: Als de collega het daarmee eens zijn, is dat goed voor mij. Dan kunt u daarna vertrekken.
09.05 Peter Logghe (VB): Dank u, mijnheer de voorzitter.
10 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het garantiefonds voor levensverzekeringen" (nr. 18220)
10 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le fonds de garantie pour les assurances-vie" (n° 18220)
10.01 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de 10.01 Peter Logghe (VB): À la
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
minister, in de nasleep van de financiële crisis werd het
depositogarantiefonds voor bancaire producten en rekeningen
verhoogd tot 100 000 euro per rekeninghouder. Men voerde dit
Garantiefonds ook in voor de levensverzekeringen. Hierdoor werd tot
100 000 euro gegarandeerd, ten voordele van de klant. De
verzekeraars werd een premie van 0,15 % aangerekend, met als
onderliggende voorwaarde dat de premie niet naar de klanten van de
levensverzekeringspolissen mocht worden doorgerekend.
Hoeveel premievolume hebben de levensverzekeraars ondertussen
opgehoest? Hebben alle levensverzekeraars hun premies betaald?
Hoeveel premie begroot u in 2010 te ontvangen?
Het brede publiek en heel wat verzekeringsmakelaars vragen zich af
of die bedragen in een soort van veiligheidsfonds worden gestort,
waaruit kan worden geput, bijvoorbeeld als een verzekeraar failliet
gaat. Is dat, met andere woorden, een afgeschermd potje of verdwijnt
alles in de grote staatspot? Zit daar een aparte rekening tussen?
Welke middelen heeft u om ervoor te zorgen dat de premie van
0,15 %, te betalen door de verzekeraars, niet wordt doorgerekend
naar de klanten? Quid het met het rendement van de
levensverzekeringen? Welke garantie heeft u dat het rendement van
die levensverzekering niet zal dalen als men dat stukje premie, dat
men moet betalen voor het depositogarantiefonds, doorrekent.
suite de la crise financière, l'on a
augmenté le fonds de garantie des
dépôts pour les produits et
comptes
bancaires
jusqu'à
100 000 euros par titulaire de
compte. En outre, il a été décidé
de faire jouer aussi ce fonds pour
les assurances-vie.
À quel volume de primes se monte
la contribution versée par les
assureurs-vie? Ont-ils tous payé
leurs primes? Quel montant global
le ministre espère-t-il engranger
en 2010? Versera-t-il cet argent
dans une sorte de fonds de
sécurité où l'on puisera chaque
fois qu'un assureur fera faillite?
Comment le ministre fera-t-il en
sorte que les assureurs ne
répercutent pas sur leurs clients la
prime de 0,15 % qu'ils sont tenus
de payer? Quelle garantie a-t-il
que le rendement de l'assurance-
vie ne diminuera pas?
10.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, de nv Ethias is de enige levensverzekeringsonderneming die
toegetreden is tot het bijzonder beschermingsfonds voor deposito's en
levensverzekeringen. Ethias heeft voor 2009 een bijdrage van
4 947 639,92 euro betaald. In 2010 wordt een bedrag in dezelfde orde
van grootte verwacht.
De gestorte premies van de levensverzekeringsondernemingen aan
het bijzonder beschermingsfonds worden niet op een afzonderlijke
rekening geplaatst. Het bedrag van de jaarlijks aan het bijzonder
beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen gestorte
bijdragen wordt door de deposito- en consignatiekas aan de Schatkist
overgemaakt, zoals voorzien bij artikel 8 § 3 van het KB van
14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008
houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en
inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte
krediet- en andere verrichtingen in het kader van de financiële
stabiliteit voor de bescherming van de deposito's en de
levensverzekeringen en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële
risico's.
Mijnheer Logghe, de door u bedoelde maatregel is van toepassing
vanaf 1 januari 2011 en niet 2010. Naar mijn mening staat het niet
vast,
zoals
in
de
vraag
wordt
vermoed,
dat
de
verzekeringsmaatschappijen de premie van 0,15 % in het kader van
de reeds gesloten overeenkomst aan de klant zullen kunnen
doorrekenen.
In elk geval zal de regering aandacht hebben voor deze problematiek.
De regering is van oordeel dat op dit moment, zijnde één jaar voor de
inwerkingtreding van de maatregel, een daadwerkelijke concurrentie
10.02 Didier Reynders
,
ministre:
La sa Ethias est la seule
compagnie d'assurances vie à
s'être affiliée au Fonds spécial de
protection des dépôts et des
assurances sur la vie. Ethias a
versé en 2009 une cotisation de
4 947 639,32 euros. Le montant
devrait être sensiblement similaire
en 2010.
Les primes versées ne sont pas
placées sur un compte séparé. La
caisse
des
dépôts
et
consignations
reverse
les
cotisations au Trésor.
La mesure visée par M. Logghe
est d'application à partir du
1
er
janvier 2011 et non 2010. On
ignore encore si les compagnies
d'assurances répercuteront, pour
ce qui est des contrats existants,
la prime de 0,15 % sur les clients.
Le gouvernement sera en tout état
de cause attentif à la question.
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
tussen producten en operatoren moet bestaan en moedigt de
verzekerde ertoe aan deze concurrentie te benutten.
10.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik neem er nota van dat inderdaad alleen Ethias is
toegetreden tot dit depositogarantiefonds of garantiefonds voor
levensverzekeringen en dat de toepassing van dit fonds eigenlijk
1 januari 2011 is.
Mijnheer de minister, ik heb niet de indruk dat veel
levensverzekeraars staan te springen om toe te treden tot dit
garantiefonds. Dit zal voor u echter oud nieuws zijn, veronderstel ik.
10.03 Peter Logghe (VB): Les
compagnies d'assurance vie ne
montrent en tout état de cause
guère d'empressement à adhérer
au fonds de garantie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het uitbetalen van zwart geld bij provinciale voetbalclubs"
(nr. 18154)
11 Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les paiements au noir dans les clubs de football provinciaux"
(n° 18154)
11.01 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de minister, sta mij toe om u
met enige voorzichtigheid over dit delicate onderwerp ik ben mij
daarvan bewust te ondervragen. Mijn vraag gaat over het uitbetalen
van vergoedingen waarop mijns inziens ten onrechte geen
belastingen werden betaald. Ik verwijs naar een aantal artikelen die in
de geschreven pers zijn verschenen, in de periode rond
17 september 2009, over het uitbetalen van vergoedingen van
sportclubs aan sporters en zelfs aan trainers, opleiders en
begeleiders.
De directeur-generaal van de Voetbalbond werd daarover aan de tand
gevoeld. Hij beweerde dat hij bereid was om ten volle mee te werken,
maar dat zijn bevoegdheden veeleer beperkt zijn. Hij verwachtte dat
de fiscus daartegen zou optreden. Ik heb daarover twee eenvoudige
vragen aan u.
Ten eerste, heeft er over het uitbetalen van vergoedingen waarop ten
onrechte geen belastingen werden betaald enig overleg
plaatsgevonden tussen de fiscus en, in casu, de Voetbalbond?
Ten tweede, wat werd daar afgesproken? Wat zijn de resultaten
daarvan geweest? Werd er door de fiscus in acties voorzien tegen het
uitbetalen van dergelijke vergoedingen aan spelers?
11.01 Hagen Goyvaerts (VB):
Dans la période du 17 septembre
2009, des clubs sportifs ont versé
des rémunérations qui n'ont pas
donné lieu, à tort, au paiement de
contributions.
Une concertation a-t-elle déjà été
organisée sur ce point avec
l'Union belge de football? Qu'a-t-il
été
convenu?
Le
fisc
entreprendra-t-il des actions?
11.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Goyvaerts, de elementen
in uw vraag zijn niet aan de aandacht van de administratie ontsnapt.
Er werd beslist over te gaan tot een meer proactieve benadering
inzake de fiscale controle op de sportwereld in het algemeen, en de
voetbalclubs op de verschillende competitieniveaus in het bijzonder,
evenals op de culturele evenementen of ontspanningsevenementen.
Rekening houdend met de omvang van de zaak dient de nadruk te
worden gelegd op de niet-periodiek voorkomende evenementen. Op
het moment dat een grotere benadering van de fiscale doelgroepen
11.02 Didier Reynders, ministre:
Il a été décidé de mener une
approche
plus
proactive
en
matière de contrôle fiscal dans le
milieu sportif en général et dans
les clubs de football en particulier.
Cela
s'applique
aussi
aux
événements culturels ou aux
divertissements. Ce point a aussi
été mentionné dans le plan
d'action 2008-2009 du Collège
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
op touw zal worden gezet, lijkt het vanzelfsprekend dat de nodige
contacten gelegd dienen te worden met vertegenwoordigers van die
verenigingen en federaties, zoals trouwens vooropgesteld werd. Dat
zal gebeuren vooraleer de dekking van de doelgroep op touw gezet
wordt.
Wij gaan dus verder daarmee. Ik meen dat dat ook opgenomen is het
actieplan 2008-2009 van het College voor de fraudebestrijding, onder
voorzitterschap van staatssecretaris Devlies.
pour la lutte contre la fraude
fiscale, qui est placé sous la
présidence du secrétaire d'État
Devlies.
11.03 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de minister, ik heb daaraan
niet direct iets toe te voegen. Carl Devlies heeft inderdaad op
17 september gezegd dat de fiscus bij problemen zeker het nodige
moet doen. Ik verneem bovendien dat u sinds 12 januari een
overwinning hebt geboekt tegen de zogenaamde schijn-vzw's. Ik zeg
niet dat voetbalclubs schijn-vzw's zijn, maar er zijn daarin wel
argumenten
te
vinden
die
u
bij
wijze
van
spreken
controleactiemiddelen geven om stilaan daartegen op te treden.
11.03 Hagen Goyvaerts (VB): Il
me revient en outre que le
12 janvier, le ministre a remporté
une victoire contre les "fausses
ASBL". Le ministre pourra aussi y
puiser des moyens pour intervenir
contre les clubs de football.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de laattijdigheid in het omzetten en toepassen van Europese richtlijnen"
(nr. 18155)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de omzetting van de Europese richtlijnen" (nr. 18222)
12 Questions jointes de
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le retard pris dans la transposition et l'application des directives européennes"
(n° 18155)
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la transposition des directives européennes" (n° 18222)
12.01 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, het is soms nuttig om naar een briefing te gaan van uw
partijgenoot en staatssecretaris voor Europese Zaken Olivier Chastel.
Uit de recente informatie die hij ter beschikking heeft gesteld, blijkt dat
u als minister van Financiën een aanzienlijke achterstand hebt
aangaande het omzetten en toepassen van Europese richtlijnen in
nationale wetgeving. Hij heeft daarover een uitgebreide tabel
gemaakt. Er blijken onder uw bevoegdheid zelfs richtlijnen te vallen
waarvan de laattijdigheid in de omzetting, en dus in de toepassing,
meer dan twee jaar bedraagt.
Ik zou daarover graag de volgende vragen aan de minister stellen.
Kunt u een actueel overzicht bezorgen met de status van
verschillende om te zetten richtlijnen die onder uw bevoegdheid
vallen? Welke zijn de redenen voor de laattijdige omzetting en de
toepassing naar nationaal recht? Voor welke van die om te zetten
richtlijnen loopt er momenteel een inbreukprocedure van de
Commissie tegen België? Voor welke van die om te zetten richtlijnen
loop er momenteel een veroordeling door het Europees Hof van
Justitie? Welke initiatieven hebt u genomen of zult u nemen om de
laattijdige omzetting in te halen? Wat is uw timing ter zake?
12.01 Hagen Goyvaerts (VB): De
récentes
informations
du
secrétaire d'État aux Affaires
européennes,
Olivier
Chastel,
révèlent que le ministre des
Finances accumule un retard
considérable dans la transposition
dans la législation nationale et
l'application
des
directives
européennes, ce retard atteignant
parfois deux ans.
Le ministre peut-il fournir un
récapitulatif, assorti du statut des
différentes directives à transposer
relevant de ses compétences?
Quels sont les motifs de ce retard?
Quelles sont actuellement les
directives à transposer pour
lesquelles
la
Commission
européenne
a
engagé
une
procédure d'infraction contre la
Belgique ou notre pays a-t-il déjà
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
été condamné par la Cour
européenne de Justice? Quelles
sont les initiatives programmées
par le ministre pour résorber le
retard et dans quels délais
compte-t-il
réaliser
cette
opération?
12.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Goyvaerts, met betrekking tot de omzetting van Europese richtlijnen
doet België het niet bijzonder goed in vergelijking met de andere
lidstaten. Wij staan daarvoor op de twintigste plaats op een totaal van
zevenentwintig lidstaten, maar de staatssecretaris voor Europese
Zaken Chastel trekt wel aan de kar. Eind vorig jaar zei hij dat België
volgens onze ramingen voor het eerst de intermediaire norm van 1 %
zal naleven; 1 % is ook het gemiddelde van de achterstand van de
lidstaten.
Ook met betrekking tot de open inbreukprocedure is België niet bij de
beste leerlingen van de klas.
Er zijn een aantal nieuwe elementen om in 2010 naar een betere
toestand te gaan, waarmee ik het klaar en duidelijk standpunt van
mijn collega Chastel wil herhalen, en niet alleen sommige elementen
ervan.
Ik zal niet alle elementen richtlijn per richtlijn voorlezen, mijnheer de
voorzitter. Dat is onmogelijk, maar ik zal een kopie van het document
aan de heer Goyvaerts geven. Wat mijn departement betreft, worden
op dit ogenblik 11 omzettingen van Europese richtlijn uitgevoerd, 9 op
financieel vlak en 2 op fiscaal vlak. Ik heb een lijst van de
verschillende richtlijnen ter beschikking van de heer Goyvaerts en van
de commissie.
Zoals uit het overzicht blijkt, werd enkel voor de richtlijnen 2005/60/EG
en 2006/70/EG de eerste omzettingsdatum niet in acht genomen.
Als reden voor een laattijdige omzetting kan naast het delicate
karakter en de complexiteit van de te regelen materie, een
annulatieprocedure voor het Grondwettelijk Hof vermeld worden.
Deze rechtsgang heeft in belangrijke mate aanleiding gegeven tot een
vertraging in de omzetting van voormelde richtlijn, aangezien in
voorkomend geval de ontwerptekst dient te worden aangepast aan de
bevindingen van het Grondwettelijk Hof.
Op 20 november 2009 werd er door de Commissie een
ingebrekestelling overeenkomstig artikel 228 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap verzonden wegens de
niet-uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van de
Europese Gemeenschappen van 16 juli 2009 in de zaak C-574/8. Dit
is een antwoord op uw vraag over de inbreuk op de procedure.
In dat arrest werd het koninkrijk België veroordeeld wegens het niet
tijdig omzetten van de richtlijn 2006/70/EG. In het arrest C-69 van
6 oktober 2009 van het Europees Hof van Justitie, werd het koninkrijk
België veroordeeld wegens de niet-tijdige omzetting van de
richtlijn 2005/60/EG. Dit was het antwoord op uw vraag over de
veroordeling door het Europees Hof van justitie.
12.02 Didier Reynders, ministre:
Il est vrai qu'en la matière, la
Belgique occupe une 20
ème
place
peu enviable sur 27, mais le
secrétaire d'État Chastel ne
ménage pas ses efforts. À la fin de
l'année dernière, il a déclaré que,
d'après
nos
estimations,
la
Belgique devrait atteindre pour la
première
fois
la
norme
intermédiaire
de
1 %,
correspondant à la moyenne du
retard des États membres. De
même, pour les procédures
d'infraction en cours, la Belgique
n'obtient
pas
les
meilleurs
résultats, mais dans ce domaine
aussi, nous ferons des efforts en
2010.
Mon
département
procède
actuellement à la transposition de
neuf directives financières et de
deux directives fiscales. Je puis
vous fournir une liste des
différentes directives.
Des
transpositions
tardives
peuvent être dues non seulement
au caractère délicat et à la
complexité de la matière mais
aussi
à
une
procédure
d'annulation
devant
la Cour
constitutionnelle.
Le 20 novembre 2009, une mise
en demeure a été envoyée pour
transposition tardive de la directive
2006/70/CE.
L'arrêt C-69
du
6 octobre 2009 a condamné la
Belgique pour avoir tardé à
transposer
la
directive
2005/60/CE.
Le
22 décembre
2009, la Chambre a adopté un
projet de loi modifiant la loi relative
à la prévention de l'utilisation du
système financier aux fins du
blanchiment de capitaux et du
financement du terrorisme ainsi
que le Code des sociétés qui
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Wat de initiatieven betreft, het volgende. Het wetsontwerp tot wijziging
van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van
het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering
van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen, dat voorziet in
omzetting van de richtlijn 2005/60/EG en 2006/70/EG, werd op
22 december 2009 door de Kamer van volksvertegenwoordigers in
plenaire vergadering aangenomen. Na de ondertekening door de
Koning en de bekleding met 's lands zegel, zal het nodige worden
gedaan om de wettekst zo snel mogelijk in het Belgisch Staatsblad te
publiceren.
Nogamaals, de lijst met de verschillende richtlijnen is ter beschikking
van de leden van deze commissie.
prévoit
la
transposition
des
directives
2005/60/CE
et
2006/70/CE.
De voorzitter: Wij zullen deze lijst laten kopiëren.
12.03 Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de minister, het was mijn
bedoeling een duidelijk overzicht te krijgen wat uw domein betreft.
Ik noteer dat er momenteel één inbreuk is en twee veroordelingen. In
december hebben wij inderdaad nog twee wetsontwerpen
goedgekeurd in plenaire vergadering van de Kamer, die Europese
richtlijnen in nationale wet omzetten. Daarmee hebt u bij wijze van
spreken al een beetje ingehaald, maar niettemin stel ik vast dat er nog
wel wat werk aan de winkel is. Misschien kan het Europees
voorzitterschap wel enige druk op de ketel houden, zodanig dat er
vooruitgang wordt geboekt.
12.03 Hagen Goyvaerts (VB): Je
note qu'il y a actuellement une
infraction et deux condamnations.
En décembre, nous avons en effet
encore adopté deux projets de loi
concernant la transposition d'une
directive européenne. Je constate
qu'il y a encore du pain sur la
planche.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de premie voor private kinderopvanginitiatieven" (nr. 18297)
13 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la prime octroyée pour les initiatives privées en matière d'accueil de la petite
enfance" (n° 18297)
13.01 Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
vice-eerste minister, mijn vraag gaat over de premie voor
privékinderopvanginitiatieven. Dat is een Vlaamse premie, en
ingevolge het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009,
werden in het Belgisch Staatsblad op 14 juli 2009 de modaliteiten en
bedragen in verband met financiële tegemoetkomingen voor
instellingen erkend door Kind en Gezin. Door die maatregel
ondersteunt Vlaanderen financieel welbepaalde kosten voor de
toegang tot de instelling of de woning van de onthaalmoeder of -
vader.
Zoals u ongetwijfeld weet, opteren de meeste onthaalgezinnen voor
het bepalen van hun belastbare resultaat in de personenbelasting
voor de toepassing van het bijzonder kostenforfait, geldend per kind
per opvangdag. In dat kostenforfait worden geacht alle uitgaven te
zitten die de betrokkene doet voor de uitoefening van zijn of haar
beroep.
Indien men nu investeert in veiligheidsmaatregelen, bijvoorbeeld door
een videoparlofoon wat geen overbodige luxe blijkt te zijn ,
13.01 Hendrik Bogaert (CD&V):
L'arrêté
du
Gouvernement
flamand du 15 mai 2009 régit les
primes destinées aux structures
privées d'accueil d'enfants. Dans
la déclaration de l'impôt des
personnes physiques, la plupart
des
accueillant(e)s
d'enfants
optent pour la déduction forfaitaire
des frais, ce forfait étant censé
couvrir l'ensemble des dépenses
nécessaires à l'exercice de leur
profession. Les accueillant(e)s
d'enfants qui investissent dans des
mesures de sécurité reçoivent une
prime du gouvernement flamand,
laquelle est imposée sans qu'il soit
possible de la déduire des
revenus, étant donné que ces
personnes ont opté pour la
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
ontvangt men de premie van 500 euro. Hij of zij zal dan worden belast
op de premie die hij of zij ontvangt, evenwel zonder de mogelijkheid
de uitgave in mindering van zijn of haar inkomsten te kunnen
brengen, aangezien hij of zij destijds heeft geopteerd voor de
toepassing van het bijzonder kostenforfait.
In de handelingen van de plenaire vergadering van 11 februari 2009
heeft toenmalig minister Veerle Heeren geantwoord dat er inderdaad
een probleem is met de fiscaliteit van de maatregelen voor
brandveiligheid en toegangsveiligheid. Er werd verwezen naar de
moeilijke contacten met het ministerie van Financiën teneinde een
oplossing te bekomen die ervoor zorgt dat de premie, die Vlaanderen
geeft, fiscaal niet dubbel moet worden betaald door degene die de
premie ontvangt.
Volgens mij is er voor dit probleem nog steeds geen oplossing
behaald. De premie voor veiligheidsinvesteringen is op aanvraag. De
premie inzake brandveiligheid werd destijds automatisch uitbetaald.
Naar het schijnt is die premie door sommige onthaalmoeders zelfs
spontaan terugbetaald, teneinde op die som geen belasting te moeten
betalen.
Niet alleen rijst de vraag of voor een dergelijke premie, die zeer
specifiek in het voordeel van de veiligheid van de kinderen is, al dan
niet belastingheffing moet plaatsvinden. Meer specifiek rijst hier de
vraag of het verschil in de bepaling van de belastbaar netto baten
verantwoord is. Degene die opteert voor het forfait kan de extra
uitgaveninvestering immers niet in mindering brengen. Degene die
opteert voor de werkelijke kosten, kan dat wel.
De meest efficiënte oplossing zou er mijns inziens in bestaan de
belastingplichtige de werkelijk gedane uitgaven inzake veiligheid,
specifiek door deze premie bedoeld, additioneel te laten aftrekken of
opnemen als investering, en af te schrijven, en dat bovenop het
bijzonder kostenforfait. Graag zou ik weten wat de vice-eerste
minister hiervan denkt.
formule des frais forfaitaires.
Il y a un an environ, M. Heeren, qui
était à l'époque ministre au
gouvernement
flamand,
avait
admis que les primes à la
sécurisation posaient un problème
de fiscalité. La concertation avec
le SPF Finances à ce sujet aurait
été
particulièrement
rude.
Certain(e)s
accueillant(e)s
d'enfants remboursent à présent la
prime afin d'éviter de payer les
impôts qui la grèvent.
Est-il opportun de prélever des
impôts sur les primes à la
sécurisation? Les contribuables
qui optent pour le forfait ne
peuvent
déduire
la
prime,
contrairement à ceux qui optent
pour les frais réels. Ne vaudrait-il
pas mieux que la prime puisse
être déduite dans tous les cas?
13.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Bogaert, mijn administratie
heeft bevestigd dat het kostenforfait voor zelfstandige onthaalouders
tot stand is gekomen na overleg met de betrokken beroepsfederaties.
Het in het collectief akkoord vastgelegde kostenforfait omvat alle
beroepskosten, met uitzondering van eventuele bijdragen inzake het
sociaal statuut van de zelfstandigen. Belastingplichtigen die voor het
kostenforfait kiezen, kunnen de toepassing van het forfait niet laten
samengaan met de aftrek van andere wegens de opvangactiviteit
vastgestelde beroepskosten, die met bewijsstukken worden gestaafd.
Mijn administratie bevestigt dat de toepassing van het kostenforfait
een keuze van de betrokken belastingplichtige is. Belastingplichtigen
die de toepassing van het kostenforfait niet wensen, mogen er steeds
voor kiezen hun kosten post per post te bewijzen. Ik ben altijd bereid
om met mijn collega van het Vlaams Gewest te overleggen om te zien
of het gemakkelijk is ter zake een verhoogde forfait in te voeren, dan
wel de keuze te laten voor de aftrek voor reële kosten.
13.02 Didier Reynders, ministre:
Le forfait de frais des gardiennes
indépendantes a été établi en
concertation avec les fédérations
professionnelles. Le forfait de frais
ne peut être combiné avec la
déduction
d'autres
frais
professionnels. Les contribuables
optent volontairement pour le
forfait de frais et ont aussi la
possibilité de prouver leurs frais
réels. Je suis disposé à me
concerter avec le ministre flamand
afin d'examiner la nécessité
éventuelle d'un relèvement de ce
forfait.
13.03 Hendrik Bogaert (CD&V): Ik begrijp uw redenering, maar hier
zit toch wel een nieuw element in. Wellicht zijn die videoparlofoons
meer van toepassing, helaas, dan vroeger en is dat een nieuw
13.03 Hendrik Bogaert (CD&V):
L'installation de vidéophones, par
exemple, ne me semble hélas pas
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
element. Ik zal bij de bevoegde Vlaamse minister aandringen contact
te nemen met uw kabinet om overleg te plegen dienaangaande. Het
zou een mooie vorm van samenwerkingsfederalisme zijn.
superflue mais il s'agit d'un
élément relativement neuf qui n'a
donc pas été inclus dans le calcul
du forfait. J'insisterai auprès du
ministre flamand pour qu'il prenne
contact avec le ministre et nous
mettrons ainsi en pratique le
fédéralisme de coopération.
13.04 Minister Didier Reynders: Het is een eerste stap.
13.05 Hendrik Bogaert (CD&V): Ik denk dat het een belangrijke
materie is. Een aantal mensen acht die investering nu helaas wel
nodig.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de problematiek van de vzw afsluitend anders dan per kalenderjaar"
(nr. 18298)
14 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le problème des ASBL qui ne clôturent pas leurs comptes en fonction de l'année
calendrier" (n° 18298)
14.01 Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
vice-eerste minister, collega's, overeenkomstig het artikel 200 c van
het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het WIB 92, valt voor de
toepassing van de rechtspersonenbelasting, het belastbaar tijdperk
samen met het jaar voor dat waarnaar het aanslagjaar wordt
genoemd.
Evenwel vat het boekjaar van heel wat verenigingen aan op de dag
bepaald in de statuten. Dat is niet noodzakelijkerwijs 1 januari, om te
eindigen op 31 december. Voor verenigingen die anders dan per
kalenderjaar boekhouden, zou een letterlijke interpretatie betekenen
dat zij genoodzaakt worden een dubbele boekhouding te voeren,
namelijk één overeenkomstig hun statuten en één overeenkomstig
het belastbaar tijdperk.
Mijnheer de minister, is een aanpassing van artikel 200 c van het
KB/WIB 92
mogelijk,
in
dezelfde
zin
als
inzake
de
vennootschapsbelasting?
Is het onderzoek aangaande een eventuele aanpassing reeds
beëindigd? Welke zijn de resultaten daarvan?
Daarnet had ik het over een dubbele boekhouding en daarmee bedoel
ik niet een dubbel boekhoudingsysteem, maar tweemaal een
boekhouding.
Voorts, mijnheer de minister, had ik graag uw standpunt gekend
omtrent de volgende specifieke situaties.
Ten eerste, een vzw onderworpen aan de rechtspersonenbelasting
sluit haar boekhouding volgens haar statuten af op een andere datum
dan per 31 december, bijvoorbeeld op 30 september. Voor de betaling
van een ereloon is zij onderworpen aan de opmaak van een
14.01 Hendrik Bogaert (CD&V):
En vertu d'une interprétation
littérale de l'article 200, c de
l'arrêté royal pris en exécution du
CIR 1992, les associations qui ne
tiennent pas de comptabilité par
année civile devraient tenir deux
comptabilités,
l'une
qui
soit
conforme à leurs statuts et l'autre
à la période imposable.
L'étude relative à la modification
de cet article est-elle achevée?
Une ASBL soumise à l'impôt des
personnes morales et clôturant par
exemple
sa
comptabilité
le
30 septembre en vertu de ses
statuts doit-elle établir une fiche
325.50 mentionnant l'année 2008
pour un paiement d'honoraires
effectué le 25 novembre 2008?
L'administration est-elle habilitée à
demander un nouveau compte
d'exploitation par le biais d'une
demande de renseignements, de
façon à disposer d'un récapitulatif
des opérations par année civile?
Un compte d'exploitation clôturé
par exemple le 30 septembre 2008
doit-il être intégralement pris en
considération
pour
l'exercice
d'imposition 2009, revenus de
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
individuele fiche 325.50. Deelt u het standpunt dat voor een ereloon
dat bijvoorbeeld betaald werd op 25 november 2008 er een
fiche 325.50 opgemaakt dient te worden met vermelding van het jaar
2008, terwijl voor een ereloon dat bijvoorbeeld betaald werd op 25 mei
2009, een fiche 325.50 opgemaakt dient te worden met vermelding
van het jaar 2009?
Een tweede specifieke situatie is de volgende. Een vzw onderworpen
aan de rechtspersonenbelasting sluit haar boekhouding volgens haar
statuten af op een andere datum dan per 31 december, bijvoorbeeld
op 30 september. Is de administratie gerechtigd om een nieuwe
exploitatierekening te vragen, bijvoorbeeld via een vraag om
inlichtingen, zodat er een overzicht van de bewerkingen is per
kalenderjaar, zoals in feite het artikel 200 c, KB/WIB 92 voorschrijft?
Ik kom tot een derde specifieke situatie. Een vzw onderworpen aan de
rechtspersonenbelasting sluit haar boekhouding volgens haar statuten
af op een andere datum dan per 31 december, bijvoorbeeld op
30 september. Dient bijgevolg de exploitatierekening afsluitend op
bijvoorbeeld 30 september 2008 integraal te worden opgenomen voor
het aanslagjaar 2009, inkomsten van het kalenderjaar 2008?
Een vierde situatie, ten slotte, is de volgende. Een vzw onderworpen
aan de rechtspersonenbelasting sluit haar boekhouding volgens haar
statuten af op een andere datum dan per 31 december, bijvoorbeeld
op 30 september. In een bepaald boekjaar, bijvoorbeeld afsluitend op
30 september 2009, stelt de administratie een betaling van ereloon
vast die niet overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake wordt
verantwoord. De administratie wenst over te gaan tot de vestiging van
een bijzondere aanslag.
Stel dat de uitbetaling van het ereloon plaatsvindt op
25 november 2008, en het boekjaar volgens de statuten loopt van
1 oktober tot 30 september 2009, voor welk aanslagjaar dient de
administratie de bijzondere aanslag te vestigen?
l'année civile 2008?
Pour quel exercice d'imposition
l'administration doit-elle établir une
cotisation spéciale si le paiement
des honoraires en question a eu
lieu le 25 novembre 2008 et qu'en
vertu des statuts, l'exercice débute
le 1
er
octobre 2008 pour s'achever
le 30 septembre 2009?
14.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Bogaert, ik kan u mededelen dat een onderzoek inzake de eventuele
aanpassing van artikel 200 c van het koninklijk besluit tot uitvoering
van het WIB 92 nog niet is afgerond. Ik wacht op een voorstel ter zake
van mijn administratie.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 30, § 1, van het koninklijk
besluit WIB 92 luidt het antwoord op uw vraag over de fiche 281.50
bevestigend.
Met betrekking tot de tweede situatie dient de administratie inderdaad
een overzicht van de gerealiseerde verrichtingen per kalenderjaar te
hebben. Daartoe is het evenwel niet nodig dat de betrokken vzw een
boekhouding houdt en/of een exploitatierekening opstelt, waarbij de
ene of de andere verschilt van wat overeenkomstig de statuten wordt
gehouden.
Voor de derde situatie is het antwoord bevestigend. De aan de
aangifte in de rechtspersonenbelasting toe te voegen jaarrekening is
de jaarrekening die op het tijdens het betrokken belastbaar tijdperk
afgesloten boekjaar betrekking heeft.
14.02 Didier Reynders, ministre:
L'enquête relative à une éventuelle
adaptation de l'article 200, c n'est
pas encore achevée. J'attends une
proposition de mon administration.
La réponse à la question sur la
fiche 281.50 est affirmative.
L'administration doit en effet
disposer d'un aperçu par année
calendrier
des
opérations
réalisées. Il n'est cependant pas
nécessaire que l'ASBL concernée
tienne une comptabilité et/ou
élabore
des
comptes
d'exploitation, dont l'un ou l'autre
serait différent de ce qui est prévu
par les statuts. Les comptes
annuels à joindre à la déclaration à
l'impôt des personnes morales
sont ceux ayant trait à l'exercice
clôturé
lors
de
l'exercice
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
In geval van de vierde situatie zal voor het aanslagjaar 2009 de
bijzondere aanslag worden gevestigd.
comptable en question.
En ce qui concerne le quatrième
cas de figure, c'est la cotisation
spéciale qui sera établie pour
l'exercice d'imposition 2009.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de procedure voor het bewijzen van kosten gemaakt door
vrijwilligers" (nr. 18299)
15 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la procédure concernant la justification des dépenses effectuées par les
volontaires" (n° 18299)
15.01 Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, de wet van 3 juli 2005, betreffende de rechten van
vrijwilligers, regelt het statuut van de vrijwilliger, en de
kostenvergoedingen die kunnen worden betaald. De door de
vrijwilliger, voor de organisatie gemaakte kosten, moeten niet worden
bewezen, voor zover het totaal van de ontvangen vergoedingen niet
meer bedraagt dan 24,79 euro per dag, en 991,57 euro per jaar. Na
aanpassing aan het indexcijfer zijn de vergoedingen voor het
inkomstenjaar 2009 gelijk aan respectievelijk 30,22 euro per dag, en
1 208,72 euro per jaar.
Bij heel wat kleine vzw's die regelmatig vergaderingen in het
buitenland moeten bijwonen, wordt dit forfaitair bedrag vrij snel
bereikt. Zo moeten zij al hun kosten bewijzen. Dit zorgt voor heel wat
administratieve druk bij de vrijwilligers. Zij zijn in heel wat gevallen
zelfs genoodzaakt om een beroep te doen op professionele expertise.
Een van de doelstellingen van deze regering is minder administratieve
druk, maar deze druk wordt bij vzw's, gerund door vrijwilligers, steeds
groter.
Kunt u initiatieven nemen om de procedure voor het bewijzen van
kosten, gemaakt door vrijwilligers van vzw's, vereenvoudigen?
15.01 Hendrik Bogaert (CD&V):
Le statut du bénévole et ses
indemnités compensatoires de
frais sont régis par la loi. Pour les
revenus de l'année 2009, ces frais
ne doivent pas être justifiés tant
qu'il sont inférieurs à 30,22 euros
par jour et à 1 208,72 euros par
an. Pour bon nombre d'ASBL, ces
montants forfaitaires sont toutefois
assez rapidement atteints, si bien
qu'elles sont confrontées à un
travail administratif supplémentaire
important.
Le ministre pourrait-il prendre des
initiatives afin de simplifier la
procédure de justification des frais
dans de tels cas?
15.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, eerst en
vooral vestig ik de aandacht van de heer Bogaert erop het zevende
addendum van 13 november 2009 aan de circulaire van
5 maart 1999. Ik heb de referentie hier. Daarin wordt het volgende
bepaald. Het forfaitair stelsel, zijnde vergoedingen van 30,22 euro per
dag en 1 208,72 euro per jaar, kan vanaf 29 mei 2009 met de
terugbetaling van werkelijke kosten worden gecombineerd, wanneer
het de terugbetaling van vervoerkosten betreft. Dit voor maximaal
2 000 kilometer per jaar en per vrijwilliger. Voornoemde circulaire is
gepubliceerd op de website fisconet.be.
Indien een van de hiervoor vermelde grensbedragen wordt
overschreden, kunnen de vergoedingen alleen als niet-belastbare
terugbetaling van eigen kosten van de club, federatie, vereniging,
instelling of overheid worden aangemerkt, mits het dubbele bewijs
wordt geleverd dat de vergoeding is bestemd voor het dekken van de
kost die eigen is aan de club, federatie, vereniging, instelling of
15.02 Didier Reynders, ministre:
Le
régime
forfaitaire
des
indemnités plafonnées à 30,22
euros par jour et à 1 208,72 euros
par an peut, depuis le 29 mai
2009,
être
combiné
au
remboursement des frais de
transport réels à concurrence de
2 000 km maximum par an et par
travailleur bénévole. En cas de
dépassement de ces montants,
les indemnités ne peuvent être
déclarées comme remboursement
non imposable que moyennant la
production d'une double preuve
attestant que l'indemnité est
destinée à couvrir les frais de
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
overheid, en dat de vergoeding daadwerkelijk aan dergelijke kost is
besteed. Deze procedure geldt voor alle belastingplichtigen.
Er wordt ter zake geen nieuw initiatief genomen om specifiek voor de
vrijwilligers van vzw's een andere procedure uit te werken. Ik ben
echter altijd bereid om een aantal van uw voorstellen rond
vereenvoudiging te horen. Het lijkt mij alleszins mogelijk om volgens
deze procedure te werken, ook voor vzw's.
l'organisation concernée et que
cette
indemnité
concerne
effectivement ces frais. Cette
procédure vaut pour tous les
contribuables, et il n'est pas prévu
de nouvelle initiative en vue de la
modifier pour les bénévoles
travaillant pour des ASBL. Ceci dit,
je suis toujours ouvert à des
propositions de simplification.
15.03 Hendrik Bogaert (CD&V): Het zou zeer nuttig zijn. Ik heb een
delegatie ontvangen die daarmee geconfronteerd wordt. Het formele
antwoord is dat er geen discriminatie is en dat dit voor alle
belastingplichtigen gedaan wordt. Dat begrijp ik uiteraard, maar voor
de mensen van een vzw komt dat over als een werklast en een
bewijslast die vergelijkbaar is met die van een bedrijf, terwijl het hier
over een vzw gaat. Ik vrees dat controles keihard zullen worden
afgedwongen en Ik dring erop aan dat u ter zake een initiatief neemt.
15.03 Hendrik Bogaert (CD&V):
Un aménagement serait utile. Bien
que le système actuel permette
effectivement
d'éviter
toute
discrimination, il implique pour les
ASBL, en plus de la charge de la
preuve, une charge de travail
comparable
à
celle
d'une
entreprise. J'insiste dès lors pour
qu'une initiative soit prise.
15.04 Minister Didier Reynders: Ik ben bereid om een contact te
organiseren tussen mijn administratie en vertegenwoordigers van
vzw's om te zien of een andere procedure mogelijk is. Rekening
houdend met de verschillende bepalingen in de wetten en in de KB's
zie ik echter niet meteen een mogelijkheid voor een andere
procedure. Ik ben evenwel bereid om een contact te organiseren en
om de vertegenwoordigers van de vzw's te horen.
Om het stelsel correct toe te passen, moeten dezelfde regels gevolgd
worden. Ik zie dus niet echt een andere procedure, tenzij via een
wijziging van de wetten of de KB's.
15.04 Didier Reynders, ministre:
Je suis disposé à mettre mon
administration en contact avec des
représentants
d'ASBL
pour
examiner si une autre solution est
possible mais cela me paraît
complexe du point de vue légal.
15.05 Hendrik Bogaert (CD&V): Dit komt heel zwaar over voor de
vzw's. Vooral in mijn streek moeten er heel wat controles op de vzw's
hebben plaatsgevonden. Ik steun dat. Ik meen dat het frauderen bij of
het misbruiken van vzw's moet stoppen, maar echte vzw's
verschieten nogal bij zo'n controle en de consequenties ervan. Men
moet de zaken bijna bijhouden zoals een bedrijf. Dat komt voor hen
zwaar over.
15.05 Hendrik Bogaert (CD&V):
Il est évidemment inacceptable
que des ASBL se livrent à des
fraudes
ou
se
servent
abusivement de leur statut mais,
les ASBL de bonne foi ont du mal
à accepter ces contrôles sévères
et leurs conséquences. Pour le
secteur, la procédure reste très
lourde.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Hendrik Bogaert aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de gemeentelijke opcentiemen op pensioenkapitaal" (nr. 18511)
16 Question de M. Hendrik Bogaert au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les centimes additionnels communaux sur le capital pension" (n° 18511)
16.01 Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, het pensioenkapitaal dat mensen opbouwen doorheen hun
actieve loopbaan biedt hen een extra zekerheid om te kunnen
genieten van hun oude dag. Er werd in het verleden ook een aantal
maatregelen genomen om deze vorm van sparen te stimuleren.
16.01 Hendrik Bogaert (CD&V):
Le capital pension est soumis à
diverses taxes représentant au
total près de 20 % du capital
épargné si celui-ci est perçu avant
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Wanneer deze mensen hun pensioenkapitaal ontvangen, merken zij
echter dat het kapitaal aan een aantal belastingen onderworpen is,
wat zij in principe op voorhand weten: RIZIV-bijdrage en
solidariteitsbijdrage op het uitgekeerde kapitaal, aanvullende
personenbelasting
en
gemeentelijke
opcentiemen
op
het
gewaarborgde eindkapitaal.
Deze belastingen samen zijn goed voor ongeveer 20 % van het
gespaarde pensioenkapitaal als het kapitaal voor 65 jaar wordt
opgenomen.
Die belastingdruk gaat gevoelig omlaag als zij tot hun 65ste blijven
werken. Het Generatiepact uit 2005 voorziet in een korting op de
personenbelasting voor wie zijn kapitaal pas opneemt op de wettelijke
pensioenleeftijd en ook daadwerkelijk tot die leeftijd actief blijft. Die
korting bedraagt 6,5 %, waardoor de totale belastingdruk op het
kapitaal tot ongeveer 13,5 % terugvalt. Dat is een benaderend
percentage dat in de praktijk hoger of lager kan uitvallen.
De berekening van de belastingen is in dergelijke gevallen vrij
complex en moeilijk voorspelbaar voor de belastingplichtige.
Mijnheer de minister, als burgemeester van mijn gemeente wil ik deze
belasting eigenlijk niet omdat het kapitaal voor de pensioenen werd
gespaard. Ik heb als burgemeester geen ambitie om aan de kassa te
zitten omdat de mensen pensioengeld hebben gespaard. Kan ik als
burgemeester ontheffing van die belasting geven? Wat is de
procedure daarvoor? Kan ik bedragen opvragen wat dat voor mijn
gemeente zou betekenen, als wij dat zouden invoeren? Kunnen wij
aan die ongewilde belasting ontsnappen?
l'âge de 65 ans.
Une
remise
de
6,5 %
est
concédée aux personnes actives
jusqu'à l'âge de 65 ans, mais cet
impôt me heurte. Puis-je, en tant
que bourgmestre, accorder une
exonération de cet impôt? Quelle
est la procédure à suivre? Puis-je
demander quelle serait l'incidence
de cette exonération sur ma
commune?
De voorzitter: U bent een goede burgervader.
16.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Bogaert, spijtig genoeg
heb ik een negatief antwoord. Overeenkomstig artikel 468 van het
Wetboek der inkomstenbelastingen '92, worden aanvullende
gemeentebelastingen voor alle belastingplichtigen van een zelfde
gemeente op een eenvormig percentage van de rijksbelasting
vastgesteld, en mag er geen vermindering, vrijstelling of uitzondering
worden toegepast.
16.02 Didier Reynders, ministre:
Ma réponse est malheureusement
négative.
Conformément
à
l'article 468 du CIR 92, la taxe
communale additionnelle est fixée
pour tous les contribuables d'une
même commune à un taux
uniforme de l'impôt dû à l'État. La
taxe additionnelle ne peut être
l'objet
d'aucune
réduction,
exemption ou exception.
16.03 Hendrik Bogaert (CD&V): Voorziet u dit in de toekomst wel?
16.03 Hendrik Bogaert (CD&V):
Sera-t-il possible de modifier cette
taxe dans le futur?
16.04 Minister Didier Reynders: Het is zeer moeilijk om op federaal
vlak iets te zeggen over de mogelijke evoluties op gemeentelijk vlak,
maar zoals altijd in verband met een probleem van de gemeenten,
ben ik ertoe bereid om met de verschillende verenigingen van steden
en gemeenten een aantal mogelijkheden in het wetboek te bekijken.
Wat mij betreft kunnen er op vraag van een vereniging van steden en
gemeenten misschien wel met een wetsvoorstel een aantal
mogelijkheden aan de verschillende steden en gemeenten geboden
16.04 Didier Reynders, ministre:
Je suis en tout cas prêt à
examiner certaines possibilités
dans le futur mais aucune
modification n'est possible à ce
jour et je ne prendrai aucune
initiative sans que les communes
ne me le demandent.
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
worden. Tot nu toe is het echter nog niet mogelijk en ik zal geen
initiatief nemen om dat te doen zonder een overleg of vraag van de
gemeenten. Dat is denk ik normaal, gezien de autonomie op
gemeentelijk vlak.
Met een vraag van een vereniging, ben ik bereid om op basis
misschien zelfs van een wetsvoorstel een nieuwe mogelijkheid te
bekijken. Ik ben niet tegen een dergelijke evolutie. Het zal zeker geen
vereenvoudiging zijn.
16.05 Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer de minister, in feite vragen
wij een verlaging.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de btw-verlaging in de horeca" (nr. 18348)
17 Question de Mme Martine De Maght au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "l'abaissement de la TVA dans l'horeca" (n° 18348)
17.01 Martine De Maght (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, het is een zeer korte vraag en wellicht zal het antwoord ook
kort zijn.
Tot voor kort was het zo dat voor restaurants, cafés, feestzalen,
seminariezalen en hotels in het geval van consumptie ter plaatse een
btw-tarief van 21 % werd gehanteerd. De verlaging naar 12 % zou
doorgaan op 1 januari en dat is inmiddels ook gebeurd. Logies,
inbegrepen ontbijt en alle andere gebruikelijke bijkomende diensten,
worden in feite al sinds vroeger berekend met 6 % btw. Voor andere
maaltijden, drank inbegrepen, wordt vanaf 1 januari 2010 het tarief
van 12 % gehanteerd.
Ik had een kleine fout in de vraag laten staan. Indien het hier gaat
over een globale prijs, hetzij voor half pension, hetzij voor vol pension,
gold in het verleden de afspraak dat er een vereenvoudiging van de
administratie zou kunnen worden doorgevoerd, met name 50/50 voor
6 %, vroeger 21 %, nu 12 %. Zal die administratieve vereenvoudiging
al dan niet worden toegepast, nu er een btw-verlaging naar 12 % is
doorgevoerd?
17.01 Martine De Maght (LDD):
Un taux de TVA de 6 % est
appliqué dans le secteur horeca
pour le logement avec petit
déjeuner et d'autres services. Pour
d'autres repas, boissons incluses,
le taux a été ramené de 21 à 12 %
à partir du 1
er
janvier 2010.
Pour un prix global en demi-
pension ou en pension complète,
une simpliificationl était possible
par le passé, à savoir l'application
d'un taux de 6 % à la moitié du
montant et de 21 % à l'autre
moitié.
Cette
simplification
administrative sera-t-elle ou non
maintenue, à présent que le taux
de TVA a été ramené à 12 %?
17.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mevrouw De
Maght, indien een hotelhouder een enige prijs vraagt voor volledig
pension of half pension, aanvaardt de administratie dat de helft van
die prijs betrekking heeft op het verschaffen van gemeubeld logies
met ontbijt en zodoende belast wordt met toepassing van het
verlaagde btw-tarief van 6 %, voor zover de gehanteerde coëfficiënt
van 50 % niet duidelijk afwijkt van de werkelijkheid. Wij moeten dus
toch controle uitvoeren.
De andere helft van de enige prijs heeft dan betrekking op het
middag- en/of avondmaal en kan vanaf 1 januari 2010 integraal belast
worden met toepassing van het btw-tarief van 12 %, voor zover de
dranken bij het middag- en/of avondmaal niet begrepen zijn in de
enige prijs. U kent de nieuwe toestand; er is een uitzondering voor
drank. Indien in de enige prijs van het volledig pension of half pension
toch de drank bij het middagmaal en/of avondmaal zou begrepen zijn,
17.02 Didier Reynders, ministre:
Lorsque qu'un hôtelier facture un
prix unique pour la pension
complète ou la demi-pension,
l'administration accepte que la
moitié de ce prix se rapporte à la
fourniture d'un logement meublé
avec petit déjeuner soumis au taux
de TVA de 6 %.
L'autre moitié se rapporte au
déjeuner et/ou au dîner et un taux
de 12 % y est appliqué depuis le
1
er
janvier 2010. Si les boissons
pour le déjeuner et/ou le dîner sont
comprises dans le prix unique, la
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
dient de helft van die prijs verder te worden uitgesplitst, derwijze dat
de drank belast wordt met toepassing van het normale btw-tarief van
21 %. Een eventuele forfaitaire splitsing dient te gebeuren onder
toezicht van de administratie. Wij hebben ook een onderzoek geval
per geval, dat is ook mogelijk met de verschillende actoren.
moitié de ce prix doit être
subdivisée, car un taux de 21 %
est appliqué aux boissons. Une
subdivision forfaitaire doit être
effectuée sous le contrôle de
l'administration.
17.03 Martine De Maght (LDD): Mijnheer de minister, ik had
gehoopt dat u mij gewoon zou antwoorden dat de tolerantie
voortgezet zou worden tussen 6 % en 12 % in plaats van zoals
voordien tussen 6 % en 21 %. Ik begrijp nu dat er drie tarieven zullen
worden gehanteerd, wat het voor de horecasector toch wel een beetje
moeilijker maakt. De boodschap was echter duidelijk, dus ik dank u
voor uw antwoord.
17.03 Martine De Maght (LDD):
Trois tarifs sont donc appliqués.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
toegang
van
erkende
landmeters
tot
de
patrimoniumdocumentatie" (nr. 18354)
18 Question de M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'accès accordé à la documentation patrimoniale aux géomètres-experts
reconnus" (n° 18354)
18.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, in het raam van de verbetering van de procedure tot het
verwerven van gronden voor publieke doeleinden, door steden en
gemeenten, bestaat nu de suggestie vanuit de Vlaamse regering om
erkende
landmeters
toegang
te
verschaffen
tot
de
patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën. Dat idee
beantwoordt volgens de Vlaamse regering aan het antwoord dat u
recent gaf op een parlementaire vraag, namelijk dat de deelstaten zelf
de rol van het aankoopcomité kunnen overnemen en dus eigenlijk niet
verplicht zijn om een beroep te doen op de federale aankoopcomités.
De
toelating
van
de
erkende
landmeters
tot
de
patrimoniumdocumentatie zou de werking van de federale
aankoopcomités kunnen ontlasten.
Mijnheer de minister, bestaat de kans dat erkende landmeters
toegang kunnen krijgen tot de patrimoniumdocumentatie van de FOD
Financiën bij de opsporing van vergelijkingspunten voor het uitvoeren
van de schattingen? Zo ja, wat zijn de eventuele voorwaarden? Zo
nee, wat zijn volgens u de hinderpalen en/of bezwaren?
Werd dit idee, dat vanuit de Vlaamse regering is geopperd, al
besproken op het overlegcomité?
18.01 Jenne De Potter (CD&V):
Le
gouvernement
flamand
souhaite que les géomètres
agréés
aient
accès
à
la
documentation patrimoniale du
SPF Finances, de manière à ce
qu'il puisse reprendre à son
compte le rôle des comités
d'acquisition.
Cette autorisation leur sera-t-elle
accordée? Quelles conditions y
seraient éventuellement liées?
Quels sont les obstacles ou les
objections? La question a-t-elle
déjà été débattue au sein du
comité de concertation?
18.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
De Potter, het antwoord op de eerste vraag is ja. Dat is dus zeer kort.
Voor de tweede vraag heb ik een ander antwoord. Hij of zij moet
daartoe een bevelschrift kunnen voorleggen waaruit blijkt dat hij of zij
daartoe door de vrederechter wordt gemachtigd. Dat bevelschrift moet
bepalen wat van de ontvanger van de registratie wordt verwacht:
omvang, ligging, aantallen, finaliteit.
Mocht het Vlaams Gewest beslissen om aan erkende landmeters
18.02 Didier Reynders, ministre:
Je pense que les géomètres
agréés pourraient avoir accès à la
documentation patrimoniale sur la
base d'un mandat indiquant qu'ils
y sont autorisés par le juge de
paix. Le mandat devra comporter
un certain nombre de précisions
en matière de superficie, de
situation, de nombres et de
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
expertopdrachten toe te vertrouwen die tot dusver door de
aankoopcomités werden uitgevoerd, zal de administratie die
opdrachten beschouwen als passende in punt b bij de bij wet
opgelegde mededeling, 3
de
punt. Ook in dat geval moet de opdracht
voldoende gedetailleerd zijn. Ik heb gerefereerd aan een element van
een wet.
Ik stel voor u op uw derde vraag een schriftelijk antwoord te geven.
Het gaat om de herinnering van de algemene principes die deze
materie regelen. Het lijkt mij aangewezen u daarvan een kopie te
geven.
Uw vierde vraag kan ik dan ook zeer kort beantwoorden. Het
antwoord is nee.
Als er nog andere vragen komen na de lezing van de algemene
principes, is het misschien mogelijk om terug te komen op deze
problematiek.
finalité.
Si la Région flamande confie à des
géomètres agréés des missions
d'expertise menées jusqu'alors à
bien par les comités d'acquisition,
l'administration
considérera
la
mission comme s'inscrivant dans
le cadre du point b de la
communication imposée par la loi,
troisième point. Dans ce cas
également la mission doit être
suffisamment détaillée.
Pour ce qui est des obstacles et
des objections, je propose de vous
fournir une réponse écrite. La
question n'a pas encore été
débattue au sein du comité de
concertation.
18.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik zal de ter
beschikking gestelde gegevens inkijken en overmaken. Als er
daarover nog vragen of opmerkingen zijn, zal ik er zeker op
terugkomen, of kan het overlegcomité dienaangaande zijn rol spelen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
19 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la nouvelle convention préventive de double imposition entre la
Belgique et le Maroc" (n° 18500)
19 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het dubbelbelastingverdrag tussen België en Marokko" (nr. 18500)
19.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le vice-premier ministre, cette nouvelle convention préventive de la
double imposition entre notre pays et le Maroc risque de créer des
difficultés puisque, à partir de cette année, les habitants du Royaume
de Belgique qui paient des rentes alimentaires à des résidents au
Maroc doivent retenir un précompte professionnel sur ces rentes et le
verser au Trésor.
Le SPF Finances souligne dans un avis que les rentes alimentaires
de source belge qui sont attribuées à partir du 1
er
janvier 2010 à un
résident marocain sont également imposables en Belgique selon les
règles prévues en la matière par la législation belge. Cette nouvelle
législation aura de grandes conséquences pratiques. En effet, le
débiteur doit désormais déposer une déclaration auprès du service du
précompte professionnel et verser le précompte retenu au Trésor; il
doit le faire, en principe, dans les quinze jours de l'expiration du mois
au cours duquel les rentes sont payées, à moins que le montant de
précompte professionnel dû au cours de l'année précédente
n'atteignait pas 25 000 euros après indexation, il s'agit de 34 610
euros. Ce sera, en principe, le cas pour l'année 2010, étant donné
que, pour 2009, en vertu de l'ancienne convention, les rentes n'étaient
pas imposables en Belgique et qu'il ne fallait donc pas non plus
retenir de précompte.
19.01 Christian Brotcorne
(cdH):
Dit
nieuwe
dubbelbelastingverdrag zou voor
moeilijkheden kunnen zorgen,
aangezien inwoners van ons land
die
een
onderhoudsuitkering
betalen
aan
inwoners
van
Marokko vanaf dit jaar op dat
bedrag bedrijfsvoorheffing moeten
inhouden en doorstorten aan de
Schatkist.
Tevens zijn de vanaf 1 januari
2010 aan inwoners van Marokko
toegekende
onderhouds-
uitkeringen
van
Belgische
oorsprong in ons land belastbaar.
De
onderhoudsplichtige
moet
voortaan een aangifte indienen bij
de
dienst
voor
de
bedrijfsvoorheffing, en moet het
ingehouden bedrag binnen 15
dagen na het verstrijken van de
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Dans ce dernier cas, la déclaration doit être déposée et le précompte
versé dans les quinze jours de l'expiration du trimestre au cours
duquel les rentes sont payées. Le précompte professionnel dû est
égal, en général, à 26,75 % des 80 % du montant des rentes. Le
débiteur est tenu, en outre, d'établir une fiche 281.30 et même un
relevé récapitulatif 325.30 si la fiche est déposée sur papier, et de les
déposer avant le 1
er
mars de l'année qui suit celle au cours de laquelle
les rentes alimentaires sont payées donc avant le 1
er
mars 2011 en
ce qui concerne les rentes alimentaires payées en 2010. Ces
nouveautés sont donc d'importance et concernent de nombreuses
personnes dans notre pays.
Monsieur le ministre, des mesures sont-elles prévues afin d'informer
correctement la population, en vue d'assurer la juste perception des
impôts et d'éviter que certains résidents ne se trouvent en
contravention avec la loi, et ce à leur corps défendant. Enfin, avez-
vous une idée des recettes fiscales qui pourraient découler de ces
nouvelles dispositions?
maand waarin de uitkering werd
uitbetaald overmaken aan de
Schatkist (behalve indien de
verschuldigde bedrijfsvoorheffing
tijdens het voorgaande jaar minder
dan 34 610 euro bedroeg).
De veranderingen op dit vlak zijn
aanzienlijk en betreffen heel wat
burgers van ons land.
Werd er gezorgd voor adequate
informatie? Hebt u er een idee van
hoeveel fiscale inkomsten die
nieuwe bepalingen zouden kunnen
opleveren?
19.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur Brotcorne, l'entrée en
vigueur de la Convention belgo-marocaine préventive de la double
imposition conclue le 31 mai 2006 modifie en effet radicalement le
régime applicable en Belgique aux rentes alimentaires que des
habitants du Royaume versent, depuis le 1
er
janvier 2010, à des
crédits-rentiers qui résident au Maroc. Aussi, l'administration a-t-elle
pris l'initiative de publier, depuis la fin de l'année dernière, un avis et
un frequently asked questions particulièrement détaillés sur les
changements intervenus et sur les modalités pratiques incombant
désormais aux débiteurs de ces rentes.
Diffusé sur le site internet du Service public fédéral Finances, cet avis
a déjà obtenu un retentissement certain si j'en juge par l'intérêt porté
à ce sujet tant par la presse spécialisée que par vous-même.
Je n'ai pas d'objection à émettre quant à discuter des moyens
d'améliorer la diffusion de cette information au-delà du site du
département.
Il n'existe pas à ce jour de données permettant de chiffrer l'impact de
nouvelles dispositions conventionnelles en termes de recettes
fiscales.
Il est à noter que le principal objectif poursuivi par la nouvelle
convention, en dehors de la prévention de la double imposition, est
d'éviter que les rentes alimentaires en cause échappent à tout impôt
sur les revenus. Dès que les données seront connues, je n'hésiterai
pas à vous les communiquer.
19.02 Minister Didier Reynders:
Op de site van de FOD Financiën
werd eind vorig jaar, door middel
van een bericht en een toelichting
in de frequently asked questions,
gedetailleerde
informatie
gepubliceerd met betrekking tot de
veranderingen en de praktische
schikkingen. Ik wil gerust spreken
over hoe die informatie, los van de
publicatie op de website, beter kan
worden verspreid.
Tot vandaag bestaan er geen
gegevens die de mogelijkheid
bieden om de impact van nieuwe
conventionele bepalingen op het
vlak van fiscale inkomsten te
becijferen.
Met de nieuwe overeenkomst
willen
we
voorkomen
dat
alimentaties volledig aan de
inkomstenbelasting
ontsnappen.
Zodra die gegevens bekend zijn,
zal ik ze u meedelen.
19.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le vice-premier ministre,
je vous remercie.
Je crois effectivement qu'un travail d'information doit être effectué. Je
suis persuadé que beaucoup de gens ignoreront jusqu'au moment
où on le leur rappellera, et peut-être avec des sanctions à la clé que
cette retenue du précompte professionnel s'impose. On a déjà
consenti un effort; il doit être poursuivi.
19.03 Christian Brotcorne
(cdH): Veel mensen weten niet dat
die
inhouding
van
de
bedrijfsvoorheffing noodzakelijk is,
tot men ze eraan herinnert. Zou
men de personen die nu al
alimentatie betalen, en ze fiscaal
aftrekken
niet
kunnen
identificeren?
20/01/2010
CRIV 52
COM 759
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
J'imagine que ceux qui payaient déjà des rentes alimentaires, s'ils
étaient soumis à l'impôt en Belgique, les déduisaient fiscalement.
Peut-être pourraient-ils être identifiés? Aujourd'hui, puisqu'une
retenue du précompte doit être appliquée, il serait intéressant
d'examiner cette piste.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
20 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "un rapport de Morgan Stanley évoquant l'acquisition par BNP Paribas
de Fortis 'pour rien'" (n° 18501)
20 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "een verslag van Morgan Stanley over de aankoop van Fortis door
BNP Parisbas 'voor niets'" (nr. 18501)
20.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, je m'étonne d'être seul à poser cette question car quand je
l'ai déposée, je me suis dit qu'une flopée de parlementaires allaient se
saisir de cet article de L'Écho du 16 janvier dernier qui fait référence à
ce rapport émis par Morgan Stanley.
On peut le résumer en disant que BNP Paribas a fait une bonne
affaire puisque Fortis a été vendue pour rien. Il arrive à cette
conclusion après avoir examiné sept points différents, dont je vous
ferai grâce. Ils sont repris dans le texte écrit de ma question.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de cette étude
autrement que par le biais de l'information journalistique? Ces
informations sont-elles fiables? Quelles conclusions en tirez-vous?
20.01
Christian Brotcorne
(cdH): Een artikel in L'Écho van
16 januari verwijst naar een
rapport van Morgan Stanley waarin
naar verluidt verklaard wordt dat
BNP Paribas een goede zaak
gedaan heeft aangezien Fortis
"voor niets" verkocht werd.
Bent u op de hoogte van die studie
via een andere weg? Is de
informatie betrouwbaar? Welke
conclusies trekt u eruit?
Ten gevolge van een technisch mankement is een deel van de digitale geluidsopname onhoorbaar. Voor
het antwoord steunt het verslag uitzonderlijk op de tekst die de minister heeft overhandigd.
À la suite d'un incident technique, une partie de l'enregistrement digital est inaudible. Pour la réponse, le
compte rendu se base sur le texte remis par le ministre.
20.02 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, l'étude n'est
pas en notre possession. Morgan Stanley est le conseiller financier de
Fortis Holding.
Il est difficile de tirer des conclusions sur la base d'un article de
presse. Signalons simplement qu'il ne s'agit pas de documents
neutres et objectifs, mais d'un "argumentaire" produit par des
conseillers financiers qui assistaient une partie dans le cadre d'une
négociation et lui soumettaient donc des arguments à opposer.
Depuis lors, entre autres éléments:
- Les experts nommés par la cour d'appel de Bruxelles le
12 décembre 2008 ont clairement considéré que l'opération n'était
pas contraire à l'intérêt de Fortis Holding.
- La Commission européenne a, dans ses décisions des
3 décembre 2008 et 12 mai 2009, considéré qu'il y avait en l'espèce
une aide de l'État justifiée, ce qui signifie que l'État a payé plus que la
valeur de marché.
- Enfin, en ce qui concerne la mention d'éventuelles synergies pour 5
20.02 Minister Didier Reynders:
De studie is niet in ons bezit.
Morgan Stanley is de financieel
adviseur van Fortis Holding.
Het is moeilijk om conclusies te
trekken uit een persartikel. Laat
het er ons gewoon bij houden dat
het niet gaat om neutrale en
objectieve documenten maar om
te weerleggen argumenten in het
kader van een onderhandeling die
door financieel adviseurs wordt
voorbereid.
Sedertdien hebben de door het hof
van beroep van Brussel op
12 december 2008 benoemde
experts geoordeeld dat de operatie
niet indruiste tegen de belangen
van Fortis Holding en de Europese
Commissie was van oordeel dat
CRIV 52
COM 759
20/01/2010
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
à 6 milliards d'euros, je ne peux m'empêcher de m'interroger sur
l'impact au niveau de l'emploi que de telles synergies auraient pu
causer.
het om verantwoorde staatssteun
ging, dat wil zeggen dat de Staat
meer betaald heeft dan de
marktwaarde.
Ten
slotte,
wat
eventuele
synergieën voor vijf of zes miljard
euro betreft, stel ik mij vragen over
de impact op de tewerkstelling die
dergelijke synergieën tot stand
kunnen brengen!
20.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le vice-premier ministre, je vous remercie. Je retiens que c'est un
document unilatéral.
20.03 Christian Brotcorne
(cdH): Ik neem er nota van dat het
een document betreft dat uitgaat
van een enkele actor.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Je constate l'absence de plusieurs collègues. Parmi
eux, certains ont demandé le report de leur question, ce qui sera fait;
pour les autres, leurs questions seront transformées en questions
écrites.
De voorzitter: Ik stel vast dat
verscheidene collega's afwezig
zijn. Sommigen hebben gevraagd
om hun vraag uit te stellen. De
overige
vragen
zullen
in
schriftelijke
vragen
worden
omgezet.
La réunion publique de commission est levée à 16.31 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.31 uur.