KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 725
CRIV 52 COM 725
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
09-12-2009
09-12-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "het dragen van
religieuze
symbolen
door
ambtenaren
of
contractueel personeel" (nr. 17116)
1
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "le port de signes religieux par des
fonctionnaires ou des agents contractuels"
(n° 17116)
1
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van de heer Thierry Giet aan de minister
van Justitie over "het optreden van de rechterlijke
macht in de regeling van collectieve conflicten en
de toegang tot bedrijven bij stakingspiketten"
(nr. 17046)
3
Question de M. Thierry Giet au ministre de la
Justice sur "l'intervention du pouvoir judiciaire
dans le règlement des conflits collectifs et l'accès
aux entreprises en présence de piquets de grève"
(n° 17046)
3
Sprekers: Thierry Giet, voorzitter van de PS-
fractie, Stefaan De Clerck, minister van
Justitie
Orateurs: Thierry Giet, président du groupe
PS, Stefaan De Clerck, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
5
Questions jointes de
6
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de overbezetting van de hoven
van assisen" (nr. 17018)
5
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "la surcharge de travail dans les cours
d'assises" (n° 17018)
6
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "de overbezetting van
het Hof van Assisen te Brussel" (nr. 17087)
6
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "la surcharge de travail à la Cour
d'assises de Bruxelles" (n° 17087)
6
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de lange wachttijd voor een
assisenproces" (nr. 17220)
6
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la longueur des délais avant la tenue des procès
d'assises" (n° 17220)
6
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de schrijnende vertraging bij de
Brusselse assisenprocedures" (nr. 17281)
6
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"l'inquiétant retard en matière de procédures
d'assises à Bruxelles" (n° 17281)
6
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Renaat
Landuyt, Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Renaat
Landuyt, Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
12
Questions jointes de
12
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "het inlichten van de slachtoffers bij
vrijlating van de dader" (nr. 17094)
12
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "la possibilité d'avertir des victimes
lors de la libération de l'auteur de l'acte
délictueux" (n° 17094)
12
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "de slachtoffers die ingelicht worden
over de vrijlating van een veroordeelde"
(nr. 17138)
12
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"les victimes informées de la libération d'un
condamné" (n° 17138)
12
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "het initiatief van de procureur van
Antwerpen om slachtoffers in te lichten bij de
vrijlating van de dader" (nr. 17229)
12
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"l'initiative du procureur d'Anvers d'avertir les
victimes lors de la libération de l'auteur de l'acte
délictueux" (n° 17229)
12
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "het proefproject van het Antwerpse
parket" (nr. 17285)
12
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"le projet pilote du parquet d'Anvers" (n° 17285)
12
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "het proefproject dat opgezet wordt
door de Antwerpse procureur" (nr. 17530)
12
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"le projet pilote mis sur pied par le procureur
anversois" (n° 17530)
12
Sprekers: Carina Van Cauter, Renaat
Landuyt, Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Carina Van Cauter, Renaat
Landuyt, Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
16
Questions jointes de
16
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "het gestolen bewijsmateriaal uit het
Brussels justitiepaleis" (nr. 17214)
16
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"les pièces à conviction volées au palais de
justice de Bruxelles" (n° 17214)
16
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "het dossier dat uit het Brussels
Justitiepaleis gestolen werd" (nr. 17642)
16
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "le dossier volé au palais de justice de
Bruxelles" (n° 17642)
16
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van
Justitie over "de inbraak in de griffie van het hof
van beroep van Brussel" (nr. 17671)
16
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice
sur "le cambriolage au greffe de la cour d'appel
de Bruxelles" (n° 17671)
16
Sprekers: Renaat Landuyt, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Renaat Landuyt, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen en interpellaties van
17
Questions et interpellations jointes de
17
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de veiligheid in Brussel" (nr. 17227)
17
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la sécurité à Bruxelles" (n° 17227)
17
- de heer Renaat Landuyt tot de eerste minister
over "de veiligheid in Brussel" (nr. 394)
17
- M. Renaat Landuyt au premier ministre sur "la
sécurité à Bruxelles" (n° 394)
17
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de recente rellen in Anderlecht en
Vorst" (nr. 17284)
17
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"les émeutes survenues récemment à Anderlecht
et à Forest" (n° 17284)
17
- de heer Bart Laeremans tot de minister van
Justitie over "de onveiligheid in Brussel" (nr. 400)
17
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"l'insécurité à Bruxelles" (n° 400)
18
Sprekers: Renaat Landuyt, Bart Laeremans,
Stefaan De Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Renaat Landuyt, Bart Laeremans,
Stefaan De Clerck, ministre de la Justice
Moties
26
Motions
26
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "de stappen die gezet
worden om de verspreiding van aids in de
gevangenissen te voorkomen" (nr. 17132)
26
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "les actions entreprises afin de
prévenir la propagation du sida en milieu carcéral"
(n° 17132)
26
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie, Renaat Landuyt
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice, Renaat
Landuyt
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "het gesjacher met
gsm's in de gevangenissen" (nr. 17133)
28
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "le trafic de gsm dans les prisons"
(n° 17133)
28
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van de heer David Clarinval aan de
minister van Justitie over "de vraag naar een
haalbaarheidsstudie over de bouw van een
nieuwe gevangenis die niet in Sambreville maar
op de huidige militaire basis van Baronville in
Beauraing zou komen" (nr. 17176)
29
Question de M. David Clarinval au ministre de la
Justice sur "une demande d'étude de faisabilité
du transfert du projet de construction d'une
nouvelle prison à Sambreville vers l'actuelle base
militaire de Baronville à Beauraing" (n° 17176)
29
Sprekers: David Clarinval, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: David Clarinval, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen en interpellatie van
31
Questions et interpellation jointes de
31
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "het gebrek aan plaatsen in gesloten
jeugdinstellingen" (nr. 17215)
31
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"le manque de place dans les établissements
fermés pour jeunes délinquants" (n° 17215)
31
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de nieuwe jeugdinstelling in
Tongeren" (nr. 17232)
31
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"le nouvel établissement fermé pour les jeunes
délinquants à Tongres" (n° 17232)
31
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Justitie over "de komst van een gesloten
jeugdinstelling te Mechelen" (nr. 17247)
31
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Justice sur "un nouvel établissement fermé pour
les jeunes délinquants à Malines" (n° 17247)
31
- de heer Renaat Landuyt tot de minister van
Justitie over "het protocolakkoord met de Vlaamse
minister van Welzijn" (nr. 393)
31
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"le protocole d'accord conclu avec le ministre
flamand du Bien-Être" (n° 393)
31
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie
over
"de
eventuele
gesloten
jeugdinstelling te Mechelen" (nr. 17549)
31
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"la création éventuelle d'un établissement fermé
pour jeunes délinquants à Malines" (n° 17549)
31
Sprekers:
Renaat
Landuyt,
Bruno
Orateurs:
Renaat
Landuyt,
Bruno
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Stevenheydens, Stefaan De Clerck, minister
van Justitie
Stevenheydens, Stefaan De Clerck, ministre
de la Justice
Moties
36
Motions
36
Samengevoegde vragen van
37
Questions jointes de
37
- de heer Ben Weyts aan de minister van Justitie
over "de werking van de moslimexecutieve"
(nr. 17326)
37
- M. Ben Weyts au ministre de la Justice sur "le
fonctionnement de l'Exécutif des musulmans"
(n° 17326)
37
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de minister van Justitie
over "de moslimexecutieve" (nr. 17670)
37
- Mme Hilâl Yalçin au ministre de la Justice sur
"l'Exécutif des musulmans" (n° 17670)
37
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "de geplande hervorming van het
Executief van de moslims van België" (nr. 17703)
37
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"les projets de réforme de l'Exécutif des
musulmans de Belgique" (n° 17703)
37
- de heer Francis Van den Eynde aan de minister
van
Justitie
over
"de
moslimexecutieve"
(nr. 17707)
37
- M. Francis Van den Eynde au ministre de la
Justice sur "l'Exécutif des musulmans" (n° 17707)
37
Sprekers: Ben Weyts, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Ben Weyts, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen en interpellatie van
39
Questions et interpellation jointes de
39
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van
Justitie
over
"de
gemiddelde
duur
van
gerechtelijke onderzoeken in België" (nr. 17267)
39
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice
sur "la durée moyenne des instructions judiciaires
en Belgique" (n° 17267)
39
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "de achterstand bij de parketten"
(nr. 17332)
39
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "l'arriéré auprès des parquets"
(n° 17332)
39
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de gemiddelde duur van
gerechtelijke onderzoeken in België" (nr. 17370)
39
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "la durée moyenne des instructions
judiciaires en Belgique" (n° 17370)
39
- de heer Peter Logghe tot de minister van Justitie
over "de werklastmeting" (nr. 397)
39
- M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "la
mesure de la charge de travail" (n° 397)
39
Sprekers: Bart Laeremans, Peter Logghe,
Stefaan De Clerck, minister van Justitie
<
n n'a pas tranché et
aucune directive n'en est ressortie.
Les règles en vigueur sont les principes de base de notre
Constitution: la neutralité de l'État, ainsi que la liberté de culte et
d'expression. En réponse à l'une de vos questions, j'avais aussi
évoqué le statut des agents de l'État.
Par ailleurs, le cadre déontologique (circulaire du 17 août 2007)
s'applique tant aux contractuels qu'aux statutaires.
J'ai également eu l'occasion de vous signaler que certaines règles
spécifiques à la justice devraient être prises en compte. Je pense
01.02 Minister Stefaan De Clerck:
Er bestaat op dit moment geen
enkele richtlijn die het dragen van
religieuze symbolen in de FOD
Justitie toestaat of verbiedt.
De geldende regels zijn de
basisbeginselen
van
onze
Grondwet: neutraliteit van de Staat
alsmede godsdienstvrijheid en
vrijheid van meningsuiting.
Het
deontologische
kader
(omzendbrief van 17 augustus
2007) is zowel op de contractuele
als
op
de
statutaire
personeelsleden van toepassing.
Bovendien moet rekening worden
gehouden met een aantal regels
die specifiek zijn voor justitie. Ik
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
particulièrement au milieu carcéral et à l'ordre judiciaire où certains
prescrits vestimentaires ou de sécurité refusent explicitement le port
de signes religieux. Voilà deux catégories qui font l'objet de prescrits
précis.
Le nombre de collaborateurs portant actuellement un signe religieux
au sein de mon administration est négligeable. Peut-être y en a t-il,
mais je n'en ai pas encore vu.
Par contre, plusieurs demandes de collaboratrices musulmanes
souhaitant porter le voile ont été adressées au service Bien-être et
Diversité de mon département.
Cette question est actuellement à l'étude en interne. Elle a été
abordée en comité de direction début octobre, mais une ligne de
conduite opérationnelle n'a pas encore pu être dégagée. Cette ligne
de conduite future devra notamment se fixer sur la distinction à faire
ou non entre les agents en contacts avec le public et ceux qui ne le
sont pas.
Pour le reste, je renvoie à la réponse donnée par mon collègue,
M. Vanackere, lorsqu'il était responsable de la Fonction publique en
commission de l'Intérieur, des Affaires générales et de la Fonction
publique le 7 octobre 2009.
Pour terminer, je répète que des demandes ont été faites, mais
qu'aucune position n'a encore été prise au sein de l'administration, à
l'exception des prisons et de la magistrature.
denk in het bijzonder aan de
gevangenissen
en
aan
de
rechterlijke orde, waar bepaalde
vestimentaire
en
veiligheidsvoorschriften het dragen
van
religieuze
symbolen
uitdrukkelijk verbieden.
Het aantal medewerkers in mijn
administratie dat momenteel een
religieus
symbool
draagt,
is
verwaarloosbaar.
Wel
hebben
verscheidene
islamitische medewerksters een
vraag gericht tot de dienst Welzijn
en
Diversiteit
van
mijn
departement waarin ze de wens
uitdrukken een hoofddoek te
mogen dragen. Die vraag wordt
door mijn diensten bestudeerd.
Voor het overige verwijs ik naar
het antwoord dat op 7 oktober
2009 door mijn collega Vanackere
als
toenmalig
minister
van
Ambtenarenzaken werd gegeven
in
de
commissie
voor
de
Binnenlandse
Zaken,
de
Algemene Zaken en het Openbaar
Ambt.
Ik herhaal ten slotte dat er
aanvragen
werden
ingediend,
maar dat daarover nog geen
standpunt werd ingenomen door
mijn
administratie,
met
uitzondering van de regels die
gelden in de gevangenissen en
voor de magistratuur.
01.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je constate que
la note émanant de votre département reste une note interne. Cela
étant dit, il faudra que la question soit tranchée à un moment donné
puisque des demandes ont été formulées.
Dans sa réponse, le ministre de la Fonction publique de l'époque,
M. Vanackere, faisait savoir que, selon lui, il ne fallait pas préciser les
règles puisqu'il existe le statut Camu. Mais avec cela, on ne va pas
loin! Il déclarait également qu'il n'était pas nécessaire d'avoir une
réglementation pour l'ensemble de la Fonction publique fédérale.
01.03 Xavier Baeselen (MR): De
nota van uw departement blijft een
intern document. Op een bepaald
ogenblik zullen er hoe dan ook
knopen
moeten
worden
doorgehakt,
aangezien
er
aanvragen werden geformuleerd.
Mijn vraag betreft alle uiterlijke
tekenen van een geloofs- of
levensovertuiging.
Alle
godsdiensten moeten immers op
voet
van
gelijkheid
worden
behandeld.
01.04 Stefaan De Clerck, ministre: (...)
01.05 Xavier Baeselen (MR): Le crucifix est un signe convictionnel
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
religieux ostensible. Je ne vise pas uniquement le voile. Je vise tous
les signes convictionnels religieux. En effet, toutes les religions
doivent être traitées sur un pied d'égalité en la matière. Donc le
gouvernement devra se pencher sur cette question puisque des
demandes ont été formulées. Et je ne pense pas que leur nombre
diminuera dans les années à venir.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Thierry Giet au ministre de la Justice sur "l'intervention du pouvoir judiciaire dans
le règlement des conflits collectifs et l'accès aux entreprises en présence de piquets de grève"
(n° 17046)
02 Vraag van de heer Thierry Giet aan de minister van Justitie over "het optreden van de rechterlijke
macht in de regeling van collectieve conflicten en de toegang tot bedrijven bij stakingspiketten"
(nr. 17046)
02.01 Thierry Giet (PS): Monsieur le ministre, je souhaite vous
interroger sur la problématique des conflits collectifs de travail.
Avec une jurisprudence constante mais déjà ancienne, les juridictions
du travail ont refusé de s'immiscer dans le règlement des conflits
collectifs de travail. Par contre, pour les juridictions civiles, certains
présidents de tribunaux de première instance s'estiment compétents
pour régler des problèmes annexes, au sens strict du terme, d'une
grève, en ce qui concerne l'accès à l'entreprise pour des fournisseurs
ou des travailleurs lorsque des piquets de grève sont organisés.
Par la voie de cette requête unilatérale, les responsables de
l'entreprise font alors appel au président du tribunal de première
instance pour obtenir le respect du droit de propriété ou du droit à la
libre entreprise. C'est alors que ces droits entrent en concurrence
avec le droit de grève, reconnu à tout travailleur.
Aujourd'hui, il existe une jurisprudence dominante qui fait que les
présidents de tribunaux de première instance ordonnent la levée des
piquets pour permettre l'accès à l'entreprise.
Au-delà de cela, je voulais vous interroger sur une évolution un peu
inquiétante de la jurisprudence à la lecture d'un arrêt rendu par la cour
d'appel de Liège le 19 juin 2009. Dans son dispositif, la Cour ordonne
non seulement le libre accès au site à toute personne autorisée par la
direction mais elle condamne celui qui s'y opposerait à une astreinte,
conformément à la loi sur les astreintes. De plus, la Cour prend la
peine d'ajouter que l'huissier instrumentant est autorisé à avoir
recours à la force publique pour assurer le respect de la décision et
elle donne injonction aux représentants de la force publique de prêter
assistance à l'huissier afin de faire respecter, si besoin en est par la
contrainte physique, les termes de l'arrêt ainsi rendu.
À la lecture de ce dispositif, je ne peux m'empêcher de considérer
que la Cour me paraît violer très clairement le principe de la
séparation des pouvoirs. En effet, l'article 40, alinéa 2 de la
Constitution précise que "les arrêts et jugements sont exécutés au
nom du Roi".
Jusqu'à présent, il me paraît que la législation n'autorise, dans le chef
des juges assis, à recourir qu'à une seule modalité d'exécution d'une
02.01 Thierry Giet (PS): Volgens
vaste rechtspraak weigeren de
arbeidshoven en -rechtbanken om
zich in te laten met de regeling van
collectieve arbeidsconflicten. Op
burgerlijk vlak vinden sommige
voorzitters van rechtbanken van
eerste aanleg dat ze bevoegd zijn
om problemen te regelen die
onrechtstreeks door een staking
veroorzaakt worden, zoals de
(versperde) toegang tot het bedrijf
als er stakingsposten zijn. Bij
eenzijdig verzoekschrift vragen de
verantwoordelijken van een bedrijf
de voorzitter het eigendomsrecht
en het principe van het vrije
ondernemerschap te vrijwaren.
Deze rechten komen dan in
botsing met het stakingsrecht van
iedere werknemer.
In een arrest van 19 juni 2009
beveelt het hof van beroep te Luik
dat iedere bevoegde persoon tot
de site moet worden toegelaten,
én veroordeelt het ook degenen
die de toegang beletten tot het
betalen van een dwangsom.
Bovendien beveelt het hof dat de
vertegenwoordigers
van
het
openbaar
gezag
de
instrumenterende
gerechtsdeurwaarder
moeten
bijstaan om de beslissing te doen
naleven.
Daarmee schendt het hof mijns
inziens het principe van de
scheiding der machten. Artikel 40,
tweede lid van de Grondwet
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
décision, soit l'astreinte. De plus, la lecture de la formule exécutoire
appliquée sur l'expédition des décisions, "mendons et ordonnons à
tout huissier de justice à ce requis de mettre in casu le présent arrêt à
exécution, à nos procureurs généraux et à nos procureurs du Roi près
les tribunaux de première instance d'y tenir la main et à tous,
commandants et officiers de la force publique, d'y prêter main-forte,
lorsqu'ils en seront légalement requis", est, à mon sens, la traduction
claire de l'article 40, alinéa 2 de la Constitution. L'exécution est le fait
du ministère public et de la force publique, donc de l'exécutif.
Je tiens à mentionner ceci. On peut discuter de la jurisprudence, mais
aller jusqu'à cette interprétation est quelque peu, voire beaucoup,
vexatoire à l'égard des parties concernées, plus précisément à l'égard
de ceux qui ne sont pas parties, puisqu'il s'agit de procédures menées
sur requête unilatérale et au-delà de l'atteinte à la séparation des
pouvoirs.
Par conséquent, je voulais savoir si le collège des procureurs
généraux ne pouvait jouer son rôle d'interface entre le pouvoir
exécutif et le pouvoir judiciaire; si, en l'espèce, un pourvoi en
Cassation dans l'intérêt de la loi n'aurait pu intervenir. Pour ce faire,
ne conviendrait-il pas qu'à l'avenir, une copie de cette décision soit
adressée au ministère public?
bepaalt immers dat de arresten en
vonnissen in naam des Konings
ten uitvoer worden gelegd. Zoals ik
het begrijp, heeft de rechter
krachtens de wetgeving maar één
enkel middel om zijn beslissing te
doen uitvoeren: de dwangsom. Het
formulier van tenuitvoerlegging
waarvan de expeditie van een
beslissing is voorzien, is volgens
mij de ondubbelzinnige toepassing
van dat artikel: de uitvoering is de
zaak van het openbaar ministerie
en van het openbaar gezag, dus
van de uitvoerende macht.
De
interpretatie
dusdanig
doordrijven is vexatoir ten aanzien
van de stakers, aangezien het om
gerechtelijke
procedures
op
eenzijdig verzoek gaat waaraan zij
geen deel hebben en die indruisen
tegen het principe van de
scheiding der machten.
an het College van procureurs-
generaal hier zijn brugfunctie
tussen de uitvoerende en de
rechterlijke macht niet vervullen?
Zou het niet nuttig zijn om in het
belang van de wet cassatieberoep
in te stellen? Moet er geen kopie
van die beslissingen aan het
openbaar
ministerie
worden
bezorgd?
02.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, avant toute
chose, il convient de préciser que ni mon cabinet, ni l'administration
de la Justice ne possèdent une copie de l'arrêt évoqué dans la
question, à savoir l'arrêt de la cour d'appel de Liège du 19 juin 2009.
En ce qui concerne le principe proprement dit du recours à la main-
forte de la police, on peut dire qu'il trouve son fondement dans
différentes dispositions légales. Vous en avez fait mention.
En premier lieu, vous avez fait référence à l'article 40 de la
Constitution, § 1
er
, alinéa 2, libellé comme suit: "Les arrêts et
jugements sont exécutés au nom du Roi". Ceci est développé dans
l'article 1386 du Code judiciaire qui dispose que "nul jugement ni acte
ne peuvent être mis à exécution que sur production de l'expédition ou
de la minute revêtue de la formule exécutoire déterminée par le Roi".
Cette formule exécutoire qui est établie dans l'arrêté royal du
27 mai 1971, déterminant la formule exécutoire des arrêts,
jugements, ordonnances, mandats de justice, modifié ultérieurement
par l'arrêté royal du 9 août 1993, contient la formule citée par vous,
laquelle formule ordonne de prêter main-forte lorsque cela est
légalement requis.
02.02 Minister Stefaan De Clerck:
Het gebruik van de openbare
macht vindt zijn grondslag in
diverse bepalingen. U verwees
naar artikel 40, § 1, 2
e
lid, van de
Grondwet, dat als volgt luidt: " De
arresten en vonnissen worden in
naam des Konings ten uitvoer
gelegd". In artikel 1386 van het
Gerechtelijk Wetboek ("Vonnissen
en akten kunnen alleen ten uitvoer
worden gelegd op overlegging van
de uitgifte of van de minuut,
voorzien van het formulier van
tenuitvoerlegging dat de Koning
bepaalt") wordt dit beginsel verder
ontwikkeld. Met dit formulier van
tenuitvoerlegging
kan
worden
bevolen de sterke arm te lenen
wanneer dit wettelijk gevorderd
wordt. In artikel 44 van de wet van
5 augustus
1992
op
het
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
L'article 44 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police est libellé
comme suit: "Les services de police prêtent main-forte lorsqu'ils sont
légalement requis. Ils peuvent pareillement être chargés de notifier et
de mettre à exécution les mandats de justice. Lorsque les services de
police sont requis pour prêter main-forte aux anciens officiers de
police judiciaire et aux officiers ministériels, ils les assistent afin de les
protéger contre les violences et les voies de fait qui seraient exercées
contre eux pour leur permettre de lever les difficultés qui les
empêcheraient de remplir leur mission".
Il est peut-être un peu fort d'affirmer que lorsqu'un juge ordonne à la
force publique d'assister l'huissier de justice dans l'exécution de sa
mission, il commet ce faisant une violation de la séparation des
pouvoirs. En pareil cas, le juge ne fait finalement que rappeler
l'obligation légale qui existe déjà sur la base des dispositions légales
citées plus haut.
En ce qui concerne le fait de savoir s'il n'est pas préférable d'adresser
à l'avenir une copie de pareille décision au ministère public, on peut
s'interroger sur l'opportunité d'une telle initiative. En effet, l'obligation
de prêter main-forte est irréfutable. En outre, pareille procédure
imposerait à nouveau une charge de travail supplémentaire aux
greffes.
Pour terminer, la question a été transmise au Collège des procureurs
généraux pour avis afin de savoir comment intervenir et donner des
instructions si nécessaire. Mais il me paraît que cet ajout dans le
jugement ou l'arrêt que vous citez semble inutile.
politieambt is bepaald dat "de
politiediensten de sterke arm
lenen wanneer zij daartoe wettelijk
worden gevorderd. (...) Wanneer
de
politiediensten
worden
gevorderd om aan de officieren
van gerechtelijke politie en aan de
ministeriële ambtenaren de sterke
arm te lenen, staan zij hen bij om
hen
te
beschermen
tegen
gewelddaden en feitelijkheden die
tegen
hen
kunnen
worden
gepleegd of om hen in staat te
stellen de moeilijkheden weg te
nemen waardoor zij zouden
worden belet hun opdracht te
vervullen".
Wanneer een rechter de openbare
macht beveelt de deurwaarder bij
de uitvoering van zijn opdracht bij
te staan, herhaalt hij gewoon de
bovenvermelde
wettelijke
bepalingen.
Men kan zich de vraag stellen of
het opportuun is kopieën van
dergelijke besluiten naar het
openbaar ministerie te verzenden.
De verplichting om de sterke arm
te lenen is immers onweerlegbaar
en deze procedure zou bijkomend
werk voor de griffies meebrengen.
Ten slotte deel ik u mee dat uw
vraag
voor
advies
werd
doorgestuurd naar het College van
procureurs-generaal.
02.03 Thierry Giet (PS): Monsieur le ministre, je prends note avec
satisfaction de votre dernière réflexion. Par conséquent, je constate
que vous êtes d'accord avec moi pour dire qu'il est fondamentalement
superfétatoire et vexatoire d'énoncer des choses évidentes dans une
décision de justice l'exécution n'incombant pas à la magistrature
assise, mais au pouvoir exécutif. Si le Collège des procureurs
généraux a un avis sur le sujet, j'en prendrai connaissance avec
intérêt.
02.03 Thierry Giet (PS): Ik neem
met genoegen akte van uw laatste
zin. Ik leid daaruit af dat u het met
mij eens bent dat het tergend is
om vanzelfsprekendheden uit te
drukken
in
een
rechterlijke
beslissing waarvan de uitvoering
exclusief bij de uitvoerende macht
ligt.
02.04 Stefaan De Clerck, ministre: L'avis a été soumis au Collège
des procureurs généraux.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de overbezetting van de hoven van
assisen" (nr. 17018)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de overbezetting van het Hof van
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Assisen te Brussel" (nr. 17087)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de lange wachttijd voor een
assisenproces" (nr. 17220)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de schrijnende vertraging bij de Brusselse
assisenprocedures" (nr. 17281)
03 Questions jointes de
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "la surcharge de travail dans les cours
d'assises" (n° 17018)
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la surcharge de travail à la Cour d'assises
de Bruxelles" (n° 17087)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la longueur des délais avant la tenue des procès
d'assises" (n° 17220)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "l'inquiétant retard en matière de procédures
d'assises à Bruxelles" (n° 17281)
03.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
dit is eigenlijk een heel korte vraag. De agenda van het Brussels hof
van assisen zit overvol waardoor vijf verdachten van moord vrij
rondlopen in afwachting van hun proces. Er werd onder andere
gesuggereerd om in de toekomst twee zaken tegelijkertijd te laten
doorgaan. Bent u dit voorstel genegen, mijnheer de minister? Wat
zouden de gevolgen zijn inzake organisatie en eventuele financiële
impact?
03.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): En raison de la
saturation du calendrier de la cour
d'assises de Bruxelles, cinq
assassins présumés sont toujours
en liberté dans l'attente de leur
procès.
Le
ministre
serait-il
favorable
à
l'organisation
simultanée
de
deux
procès
d'assises? Quelles seraient les
conséquences d'une telle formule
sur le plan organisationnel et
financier?
03.02 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, collega's, naar verluidt lopen sinds kort een vijftal verdachten
terug vrij rond omdat het Brussels gerecht niet tijdig een zitting van
het hof van assisen kan organiseren. Naar verluidt wijt het Brussels
gerecht deze situatie aan een samenloop van omstandigheden. Via
de media wordt ter verdediging aangevoerd dat de Brusselse
assisenagenda van 2009 vol zit, onder meer met de processen
Habran-bis, Leopold Storme en de moordenaars van agente Kitty Van
Nieuwenhuyzen. Volgens de mededeling zullen deze processen
overigens lang duren. De situatie zou daardoor dermate zijn dat men
mensen moet vrijlaten omdat zij geen zicht hebben op een tijdig
proces.
Ik kom dan bij mijn vragen. Klopt dit allemaal? Ik wil ook van de
gelegenheid gebruik maken om de algemene problematiek aan te
kaarten wat meestal beter is in de commissie voor de Justitie. Hoe is
de situatie in de andere rechtsgebieden op het vlak van de hoven van
assisen?
Naar verluidt zou er binnen het hof van beroep te Antwerpen een
oorzakelijk verband zijn tussen het aantal vrijgestelde raadsheren
voor assisen en de duurtijd van de assisenprocessen aldaar. Hoeveel
raadsheren worden er per hof van beroep eigenlijk vrijgesteld van
assisenzaken? Welke criteria worden ter zake gebruikt? Wie bepaalt
hoeveel en welke raadsheren dit zijn? Met andere woorden, is er
sprake van een algemene politiek in de verschillende hoven inzake
het organiseren van assisenprocessen? Ik stel deze vraag omdat zij
ook invloed heeft op de rechtspraak en de beoordeling van individuele
zaken. Hoeveel assisenprocessen worden er jaarlijks per
03.02 Renaat Landuyt (sp.a):
Confirmez-vous que le calendrier
de la cour d'assises de Bruxelles
est saturé de procès dont on
prévoit, de surcroît, qu'il prendront
des allures de procès-fleuves?
Combien de conseillers près la
cour d'appel sont-ils exemptés de
siéger aux assises? Sur la base
de quels critères la décision en ce
sens
est-elle
prise?
Quelle
instance décide-t-elle du nombre
et de la désignation de ces
conseillers? Combien de procès
d'assises
sont-ils
organisés
chaque année par ressort et quelle
est la durée moyenne de ces
procès? Quel est le délai d'attente
moyen par ressort pour un procès
d'assises?
N'était-il pas possible en cette
matière
d'agir
sur
le
fonctionnement des tribunaux sur
la base de l'article 140 du Code
judiciaire? Le ministre prévoit-il
des mesures afin que les cours
d'assises rendent la justice plus
rapidement?
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
rechtsgebied gehouden? Wat is de gemiddelde duurtijd van een
assisenproces per rechtsgebied? Wat is de gemiddelde wachttijd
vooraleer een crimineel feit voor assisen wordt gebracht en dit per
rechtsgebied?
U begrijpt dat deze vragen bedoeld zijn om de Brusselse situatie te
kunnen inschatten in zijn algemene context.
Ik stel mijn cruciale politieke vraag. Mocht op dit vlak op basis van
artikel 140, u goed bekend, van het erechtelijk Wetboek niet worden
ingegrepen in de werking van de rechtbanken? Plant u maatregelen
om de assisenhoven sneller recht te laten spreken?
Mijn laatste vraag is niet bedoeld als verwijzing naar de wet die wij
samen gemaakt hebben, maar uiteraard om te verwijzen naar wat u
doet binnen uw bevoegdheden.
03.03 Bart Laeremans (VB): Mijnheer de minister, mijn betoog zal
wat korter zijn. De feiten zijn geschetst.
Nieuwe assisenzaken kunnen pas in 2011 voorkomen. Sommige
advocaten maken zich al zorgen omdat sommige betrokkenen veel te
vroeg zijn vrijgelaten. Dat is natuurlijk ook niet in het belang van de
daders zelf, ingeval zij schuldig zijn en weten dat zij feiten hebben
bedreven. Dan is het uiteraard essentieel dat zij hun straf zo snel
mogelijk kunnen uitzitten om nadien aan een nieuw leven te beginnen,
eerder dan dat zij hun straf in stukken moeten uitzitten of dat er
tussen hun voorhechtenis en hun straf een lange periode is. Dat is
eigenlijk in niemands belang.
In alles blijkt dit te maken te hebben met een aantal grote processen
die in 2010 gepland zijn en die alle middelen en alle infrastructuur
naar zich toetrekken. Blijkbaar is het Brusselse gerecht niet in staat
twee assisenprocessen tegelijk te voeren, wat toch heel vreemd is.
Mijn vragen zijn de volgende, mijnheer de minister.
Ten eerste, kunt u de vrijlatingen bevestigen? Om welke dossiers
gaat het? Is men werkelijk in staat die zaken te behandelen?
Ten tweede, wat is de echte oorzaak van de vertragingen? Is het een
personeelskwestie bij de zetelende magistratuur? Zo ja, hoe verklaart
u dit? Geniet dit soort zaken dan geen prioriteit waardoor er extra
magistraten ter beschikking gesteld kunnen worden? Hoe kunt u als
minister die problemen verhelpen?
Is er soms een personeelsgebrek bij de staande magistratuur? Daar
gelden dezelfde vragen. Hoe kunt u als minister die problemen
verhelpen?
Is er soms een gebrek aan zalen om die processen te kunnen
voeren? Het zou mij helemaal absurd lijken dat het Justitiepaleis niet
groot genoeg zou zijn? Zo ja, bestaat er dan geen mogelijkheid om
dat probleem te verhelpen? Ik meen dat er toch altijd
uitwijkmogelijkheden zijn om elders een assisenproces te voeren dan
in de klassieke zalen die men nu gebruikt.
Ten derde, bent u van oordeel dat de wetgeving op de voorlopige
03.03 Bart Laeremans (VB):
Étant donné la programmation en
2010 d'une série de grands
procès, de nouvelles affaires ne
devraient pas se plaider devant les
cours d'assises avant 2011. Ce
n'est évidemment pas dans
l'intérêt des auteurs: s'ils sont
coupables, il est essentiel qu'ils
puissent purger leur peine le plus
rapidement possible.
Le ministre peut-il confirmer les
libérations et de quels dossiers
s'agit-il? Quelle est la véritable
cause
des
retards?
La
magistrature debout manque-t-elle
de personnel ou de salles? Quelle
aide peut apporter le ministre dans
ce domaine? Le ministre est-il
satisfait de la loi sur la détention
préventive et la juge-t-il équitable
pour l'ensemble des parties
concernées? Quelques exceptions
ne pourraient-elles pas être
introduites en matière de détention
préventive?
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
hechtenis wel adequaat is en strookt met het belang van alle
betrokkenen, inclusief de toekomstige veroordeelde zelf?
Concreet is het toch in het belang van de daders zoals ik daarstraks
al heb gezegd dat zij hun straf zo snel mogelijk kunnen uitzitten? In
die zin zou de voorlopige hechtenis toch in een aantal
uitzonderingsbepalingen kunnen voorzien, die niet alleen in het belang
van de slachtoffers maar ook in het belang van de daders is?
03.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
ik denk dat we hier de context van de wetgeving en de ambitie om tot
minder zaken en tot kortere periodes te komen, even opzij mogen
laten. De huidige vraag is gekoppeld aan een aantal specifieke
gevallen. Wordt vanwege een mogelijke achterstand tot vrijlatingen
beslist? Dat maakt deel uit van de vraag.
U hebt de zaak van de heer Maton uit de pers geciteerd. De
belanghebbende werd inderdaad op 10 augustus doorverwezen naar
het hof van assisen van Brussel-Hoofdstad en werd op verzoek
vrijgelaten door de KI op 5 november jongstleden. De beslissing tot
opschorting van uitvoering van de gevangenneming is uitsluitend
gebaseerd op de analyse van de huidige vereisten van de openbare
veiligheid. De voorwaarden die aan de opschorting worden gesteld,
hangen af van de woonplaats van de belanghebbende, van zijn
inspanningen om werk te zoeken, van zijn medische behandelingen
en van de oproepingen die onder andere door het parket zullen
worden opgestuurd. Er is bij deze beslissing absoluut geen sprake
van dat de redelijke termijn voor de voorlopige hechtenis
overschreden wordt.
In een andere zaak werd een persoon op 15 juli doorverwezen naar
het hof van assisen te Brussel, waarbij ook met voorwaarden werd
gewerkt. Men heeft zich gebaseerd op de analyse van de huidige
vereisten van de openbare veiligheid om te beslissen tot vrijlating door
de KI op 17 september. Dat is een ander dossier, maar ook daarin is
het wegens elementen van openbare veiligheid gebeurd.
In het dossier-Habran zijn op 12 oktober en 3 november de nog drie
verdachte personen vrijgelaten onder voorwaarden.
Uit de informatie die ik heb gekregen van de procureur-generaal van
het hof van beroep te Brussel, blijkt het niet te kloppen dat voor geen
enkele zaak voor het hof van assisen van het administratief
arrondissement Brussel-Hoofdstad nog een rechtsdagbepaling kan
worden gevraagd voor 2011. De toestand bij het hof van beroep is de
volgende. Voor zes zaken is er een rechtsdagbepaling, de laatste op
8 maart 2010. Voor drie dossiers met gedetineerden moet er nog een
rechtsdagbepaling worden gevraagd, omdat zij op 30 september en
28 oktober zijn doorverwezen. Ik heb dat al geantwoord. Nu moet de
fixatie gebeuren. Zij zullen dus in 2010 een rechtsdagbepaling krijgen,
naargelang de mogelijkheden overgelaten door zaken waarvan wordt
aangenomen dat ze lang zullen aanslepen, zoals het dossier-Habran.
Men durft nog geen datum te fixeren omdat men nog niet precies
weet hoe lang het dossier zal lopen. Men probeert dat ordentelijk te
schikken.
De samenstelling van het hof van assisen uit magistraten bij het hof
van beroep en de rechtbank van eerste aanleg, behoort tot de
03.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
Ces
questions
concernent un certain nombre de
cas concrets de libérations et de
fixation des dates d'audience.
Elles portent par ailleurs sur la
fixation de calendriers auprès des
différents tribunaux, sur l'effectif
du personnel des tribunaux et sur
l'organisation des cours d'assises,
par ressort. De telles questions
appellent des réponses détaillées
comportant de nombreux chiffres.
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
bevoegdheid van de rechterlijke overheden. De organisatie van een
assisenproces is afhankelijk van de personeelsbezetting en van
diverse factoren, zoals het aantal zaken, de concentratie ervan in een
bepaald tijdsbestek, de complexiteit ervan, de geschatte duurtijd
alsmede de vereisten van de logistieke omkadering.
De kalender van de zaak wordt in functie van de dringendheid en de
belangrijkheid van de zaak vastgelegd. Er dient eveneens rekening te
worden gehouden met de tijdstippen waarop de advocaten van de
partijen zich kunnen vrijmaken. Vaak is dat, ook door hun drukke
agenda's, moeilijk te bepalen. De zaken waarbij het om
gedetineerden gaat, krijgen daarenboven een prioritaire behandeling.
Zij zijn in principe gefixeerd binnen het jaar nadat de verwijzing is
beslist. In deze mate zullen de dossiers betreffende niet-
gedetineerden niet onmiddellijk hun rechtsdagbepaling kunnen
krijgen.
Wat betreft de beschikbaarheid van de zittingszalen, zijn er door de
procureur-generaal te Brussel wel een aantal problemen
gesignaleerd. Er is tot op heden echter door het hof van assisen te
Brussel bij de dienst Infrastructuur van de FOD Justitie geen enkele
vraag over het tekort aan zittingszalen ontvangen. Dat is dus niet het
argument. De problematiek schuilt meer in de veiligheidsvoorschriften
dan in ruimte op zich.
Uit de personeelssamenstelling van de betrokken rechtbanken leid ik
geen specifiek personeelsprobleem af.
Het kader van het hof van beroep te Brussel telt eenenzeventig
magistraten. Er zijn momenteel slechts twee vacante plaatsen. De
procedures tot invulling van de betrekkingen verlopen op normale
wijze.
Ook bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel zijn er op een
kader van honderdenvijf magistraten slechts twee vacante plaatsen
van rechter. Bovendien zijn er op dit ogenblik ook nog drieënveerig
toegevoegde rechters voor het rechtsgebied van het hof van beroep
te Brussel benoemd.
Ook het kader van het parket-generaal bij het hof van beroep te
Brussel is volledig ingevuld.
Ik heb op 6 november 2009 een brief naar de eerste voorzitter bij het
hof van beroep te Brussel gestuurd, waarin ik hem mijn bezorgdheid
mededeel over het binnen een redelijke termijn vastleggen van
rechtsdagbepalingen voor de zaken die voor assisen moeten
verschijnen. Ik heb hem eveneens gevraagd mij de mogelijke
moeilijkheden mede te delen.
De eerste voorzitter heeft mij medegedeeld dat hij de mogelijkheid
onderzoekt om in bepaalde omstandigheden en op uitzonderlijke
basis het aantal zittingen te verdubbelen en dus in Brussel een
tweede assisenkamer te creëren. Het voorgaande werd mij
medegedeeld. Ik wacht nu nog op de concretisering van de
mogelijkheid die hij heeft geopend.
Ik volg de problematiek dus samen met de procureur-generaal te
Brussel op.
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Ik zal nu antwoorden op de meer algemene vragen over de
organisatie van het hof van assisen.
De voorzitter van het hof van assisen wordt op grond van artikel 20
van het Gerechtelijk Wetboek door de eerste voorzitter van het hof
van beroep aangeduid.
In Antwerpen en Tongeren wordt het leeuwendeel van de
assisenzaken door twee raadsheren gedaan. Zij zijn ook aan een
correctionele kamer van het hof van beroep gehecht. Zij worden in
voornoemde kamer mee ingeschakeld in de perioden waarin zij het
hof van assisen niet moeten voorzitten.Soms worden ook andere
raadsheren aangewezen, maar dat is veeleer uitzonderlijk. Gemiddeld
is er een tweetal raadsheren per hof van beroep, hoewel ik daarvan
niet altijd de bevestiging heb gekregen.
Ik heb hier de cijfers voor de diverse ressorten.
Voor Henegouwen zijn er in 2006 22 zittingen geopend, in 2007 16, in
2008 17 en in 2009 23. Voor 2010 zijn er nu al 5 zaken gefixeerd voor
het einde van februari, twee zaken zijn in maart gefixeerd, 1 in april en
1 in juni. De gemiddelde duur van een proces volgens de informatie
die ik krijg, ligt tussen 4,64 en 8,25 dagen. Dat is de precieze info
vanuit Henegouwen.
Voor Brussel zijn de cijfers de volgende. In 2006 14, waarvan 4 in
Nijvel en 3 in Leuven. Dat is Brussel. In 2007 10, waarvan 3 in Nijvel
en 4 in Leuven. In 2008 11, waarvan 2 in Nijvel en 5 in Leuven. De
gemiddelde duur is daar wat complexer geweest en daarover heb ik
dus geen precieze cijfers. Men zegt mij dat het gemiddeld een week
zou moeten zijn.
In Oost-Vlaanderen hebben we in 2007 7 zittingen gehad, in 2008 9
en in 2009 7 dagen. De kortste procedure duurde 3 dagen, de langste
20 dagen. In West-Vlaanderen in 2007 4 zittingen, in 2008 7 en in
2009 7. Kortste periode 5 dagen, langste periode 12 dagen. In
Antwerpen in 2007 10, in 2008 12 en in 2009 13. Kortste periode 5
dagen, langste periode 17 dagen. In Limburg in 2007 6, in 2008 4 en
in 2009 5. Kortste periode 5 dagen, langste periode 17 dagen. In het
hof te Luik zijn er in 2007 21 geweest, waaronder 5 in Namen en 4 in
Luxemburg, in 2008 15 waarvan 4 in Namen en 2 in Luxemburg, en in
2009 14 waarvan 5 in Namen en 5 in Luxemburg. Ook daar is er een
gemiddelde duur van een week, zegt men mij. Tot daar, mevrouw de
voorzitter, de informatie die ik u wilde meegeven.
03.05 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
dank u voor uw antwoord. Ik onthoud dat de vrijlatingen waarover wij
u hebben ondervraagd, volgens u niet zijn gelinkt aan onredelijke
wachttermijnen om voor assisen te verschijnen, maar volgens u zijn
uitgesproken op basis van geen verder gevaar voor de openbare
veiligheid op dat ogenblik.
Ten tweede de rechtsdagbepaling en de problemen met de overvolle
kalender voor 2010. Daarover zegt u dat de procureur-generaal bij het
hof van beroep te Brussel ontkent dat er geen ruimte meer zou zijn of
zegt dat alles loopt zoals verwacht.
03.05 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Je note que ces
libérations ne sont pas liées à des
délais d'attente exagérés pour
comparaître devant les assises
mais qu'elles ont été ordonnées
parce que les intéressés ne
représentent pas, pour l'instant, de
menace pour la sécurité publique.
Par ailleurs, le procureur général
près la cour d'appel de Bruxelles
dément
qu'il
y
aurait
des
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Ten derde, de piste van de dubbele kamer wordt onderzocht, hebt u
gezegd.
problèmes
d'espace
ou
d'encombrement du calendrier.
Enfin, la piste de la double
chambre sera explorée.
03.06 Minister Stefaan De Clerck: Als wij een tweede kamer zouden
organiseren, ben ik natuurlijk bereid om schikkingen te treffen
waardoor veiligheids- en andere initiatieven kunnen worden genomen,
om te maken dat die ontdubbeling mogelijk is, om niet met een lang
proces andere dossiers abnormaal lang te laten lopen.
03.06
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
Si
une
deuxième
chambre était mise en place, je
suis
évidemment
disposé
à
prendre
les
dispositions
nécessaires pour faciliter un tel
dédoublement.
03.07 Bart Laeremans (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik stel hetzelfde vast. Ik ben blij dat u een duidelijk antwoord
hebt gegeven, dat het dus niets te maken heeft met een gebrek aan
mensen of infrastructuur, maar gewoon met een aantal randaspecten,
onder andere de veiligheid, en dat u daaraan iets wilt doen. U kunt
daar trouwens een cruciale rol spelen. Wij hebben het debat reeds
herhaaldelijk gevoerd over de veiligheid van het Brusselse
justitiepaleis.
De pers heeft in dit dossier een heel nuttige rol gespeeld. Onze
vragen hebben een nuttige rol gespeeld. U hebt zelf, door uw
schrijven aan de voorzitter van het hof van beroep, nuttig geageerd en
uiteindelijk toch wel een interessant antwoord bekomen.
Het lijkt mij het minimum dat er een verdubbeling kan komen van het
aantal kamers, tijdelijk. Al bij al is het probleem toch niet zo
dramatisch. Ik zie in 2008 op 11 procedures er amper 4 in Brussel.
Brussel is eigenlijk niet overvraagd, nu een klein beetje. Het is dan
nodig om daaraan een mouw te passen. Veel meer dan dat is het
echter eigenlijk niet.
Ik hoop dat nu in alle orde en rust die vijf zaken die eerst naar 2011
moesten gaan, toch plaats kunnen vinden in 2010 en dat u er alles
aan doet opdat dit zou kunnen lukken.
03.07 Bart Laeremans (VB): Je
suis heureux d'apprendre que cela
n'a rien à voir avec un manque de
personnel ou d'infrastructure mais
tout
simplement
avec
des
considérations d'ordre secondaire
comme la sécurité, et que le
ministre est de bonne composition.
Un dédoublement du nombre de
chambres, bien que non urgent,
nous
semble
indispensable.
J'espère que les cinq affaires
initialement postposées à 2011
pourront être réglées en 2010 en
toute sérénité.
03.08 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik heb uw taal en lichaamstaal in verband met Brussel zeer
goed begrepen, waarvoor dank.
Op de cijfers en de analyse zal ik later nog een paar keer moeten
terugkeren, nadat ik ze goed heb bekeken, want ik begrijp dat u niet
op al mijn vragen zomaar hebt kunnen antwoorden.
Het enige dat ik heel graag had geweten is het volgende. U hebt uw
bezorgdheid uitgedrukt richting voorzitter van het hof van beroep van
Brussel en u volgt de zaak verder op, samen met de procureur-
generaal.
Ik heb nog een detailvraag. U hebt een brief met bezorgdheden
overgemaakt aan de voorzitter van het hof van beroep van Brussel en
hij heeft de boodschap begrepen. U zegt dat u het verder zult
opvolgen samen met de procureur-generaal.
Is dat nu een toepassing van artikel nr. 140 van het Gerechtelijk
Wetboek?
03.08 Renaat Landuyt (sp.a): Le
ministre a donc fait part dans un
courrier de ses préoccupations au
président de la cour d'appel de
Bruxelles qui a bien reçu le
message. Le ministre en assurera
le suivi avec le procureur général.
S'agit-il d'une application de
l'article 140 du Code judiciaire?
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
03.09 Minister Stefaan De Clerck: Ik bood mijn hulp aan op
organisatorisch vlak, vanuit mijn administratie. Ik vroeg hem om mee
in te staan voor tijdelijke maatregelen. Ten gevolge van de veel te
lang uitgesponnen Habran-procedure, dreigen andere zaken te
worden uitgesteld. Hij bekijkt nu hoe hij versnelde initiatieven kan
nemen. Hij weet dat wij klaarstaan om zijn operationele en logistieke
initiatieven mee te ondersteunen.
03.09
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je lui ai proposé mon
aide sur le plan organisationnel et
lui ai demandé de contribuer à
l'élaboration
de
mesures
provisoires.
Il
s'emploie
actuellement
à
étudier
la
possibilité d'accélérer la prise
d'initiatives et il sait que nous
sommes disposés à appuyer les
mesures d'ordre logistique qu'il
envisagerait.
03.10 Renaat Landuyt (sp.a): Mijn vraag heeft geen addertje onder
het gras. Mijn bezorgdheid is: wat kan een minister van Justitie doen
wanneer de hoven al dan niet goed functioneren?
03.11 Minister Stefaan De Clerck: Ik doelde meer op het logistieke
vlak. Ik wilde mij niet in zijn plaats stellen en een tweede kamer
openen. Ik heb hem gevraagd hoe hij het zou doen en ik stelde mij
beschikbaar om hem vanuit mijn administratie te helpen.
03.12 Renaat Landuyt (sp.a): Wat heeft de procureur-generaal te
maken met de logistiek?
03.12 Renaat Landuyt (sp.a): ):
Le
procureur
général
est-il
également chargé de tâches
logistiques?
03.13 Minister Stefaan De Clerck: Dat heeft invloed op zijn functie in
de gebouwencommissie. Ik vroeg hem over de fixaties in het aantal
zaken. Hij heeft natuurlijk een bepaalde rol te spelen.
03.13
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il occupe une fonction au
sein de la commission des
bâtiments.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "het inlichten van de slachtoffers bij
vrijlating van de dader" (nr. 17094)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de slachtoffers die ingelicht worden over
de vrijlating van een veroordeelde" (nr. 17138)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "het initiatief van de procureur van
Antwerpen om slachtoffers in te lichten bij de vrijlating van de dader" (nr. 17229)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het proefproject van het Antwerpse
parket" (nr. 17285)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "het proefproject dat opgezet wordt door de
Antwerpse procureur" (nr. 17530)
04 Questions jointes de
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "la possibilité d'avertir des victimes lors de la
libération de l'auteur de l'acte délictueux" (n° 17094)
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "les victimes informées de la libération d'un
condamné" (n° 17138)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'initiative du procureur d'Anvers d'avertir les
victimes lors de la libération de l'auteur de l'acte délictueux" (n° 17229)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "le projet pilote du parquet d'Anvers" (n° 17285)
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "le projet pilote mis sur pied par le procureur
anversois" (n° 17530)
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
04.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, Hermans Dams, procureur des Konings in
Antwerpen, wil voortaan de slachtoffers over de vrijlating van
verdachten inlichten. Het telefoonnummer zou daartoe worden
bewaard. Het zou enkel toegankelijk zijn voor zij die het nummer met
het oog op het inlichten van de slachtoffers nodig hebben.
Aldus wil voornoemde procureur des Konings terecht vermijden dat
slachtoffers de berichtgeving over de vrijlating via de media moeten
vernemen of dat zij, erger nog, met de veroordeelde dader in contact
zouden komen.
Momenteel zou er een praktijk bestaan waarbij het inlichten van de
slachtoffers af en toe gebeurt, zij het dan in functie van de aard van
het dossier.
Voornoemde maatregel zou vanaf januari 2010 in Antwerpen worden
toegepast.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende, concrete vragen.
Is voormelde berichtgeving correct?
Hoe evalueert u de maatregel in kwestie?
Bent u zinnens om de maatregel naar andere arrondissementen uit te
breiden?
Is de maatregel realistisch in functie van de momenteel reeds
bestaande werkdruk?
Kan ook een systeem worden uitgewerkt om de privacy van de
slachtoffers terdege te waarborgen?
04.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Le Procureur du Roi d'Anvers
souhaite qu'à partir de janvier
2010, les victimes soient averties
par téléphone de la libération de
prévenus ou d'auteurs condamnés
afin d'éviter qu'elles n'apprennent
la nouvelle dans la presse. Cette
information est-elle exacte? Cette
mesure sera-t-elle étendue à
d'autres arrondissements? Si on
considère la charge de travail
actuelle, cette initiative est-elle
bien réaliste? Va-t-on également
mettre en place un système
destiné à assurer la protection de
la vie privée des victimes?
04.02 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik heb nog geen enkele kopie van de schriftelijke antwoorden
gekregen.
Vanaf 1 januari 2010 wil de ons bekende, Antwerpse procureur des
Konings, Herman Dams, alle slachtoffers in het arrondissement
Antwerpen inlichten, wanneer de dader van het op hen gepleegde
misdrijf vrijkomt.
Nu al proberen enkele parketten de slachtoffers zoveel mogelijk in te
lichten. Nieuw is dat voortaan ook alle slachtoffers, indien zij dit willen,
over de vrijlating van de dader zullen worden ingelicht. Een en ander
zal telefonisch gebeuren.
Terloops wil ik erop wijzen dat het sedert de Octopushervorming de
evidentie zou moeten zijn dat de slachtoffers worden verwittigd.
Procureur des Konings Dams voegt er echter aan toe dat, indien de
verdachten buiten zijn arrondissement worden opgepakt en opnieuw
vrijgelaten, hij niet kan garanderen dat zijn systeem ook werkt.
Hij geeft dus zelf aan dat er beperkte mogelijkheden zouden kunnen
zijn. Dat is nieuw.
04.02 Renaat Landuyt (sp.a): Je
n'ai encore reçu aucune copie des
réponses écrites.
À
l'heure
actuelle,
certains
parquets essaient déjà d'informer
les victimes autant que faire se
peut. La nouveauté réside dans le
fait que les victimes, si elles le
souhaitent, pourront être averties
par téléphone de la libération de
l'auteur du délit. Au passage,
j'attire votre attention sur le fait
que, depuis la réforme Octopus, la
nécessité d'avertir les victimes
devrait apparaître comme une
évidence.
Comment cette initiative sera-t-elle
mise en oeuvre concrètement?
Quel budget lui sera alloué? S'agit-
il de frais de justice ou le coût est-
il à charge de la police? Quels
accords ont été conclus à Anvers
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Hoe zal dat concreet gebeuren? Hoe is het gebudgetteerd? Zal dat bij
de gerechtskosten zijn? Of is dat ten laste van de politie? Wat zijn de
afspraken in Antwerpen en nationaal? Ik kijk er dus naar uit hoe u zelf
beleidsmatig staat ten opzichte van dit pilootproject dat in de krant
wordt aangekondigd.
et au niveau national?
04.03 Bart Laeremans (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen start het parket
met een proefproject waarbij vanaf 1 januari 2010 alle slachtoffers,
indien gewenst, zullen worden ingelicht wanneer de dader vrijkomt.
Een volledig geautomatiseerd programma moet dat mogelijk maken.
Het parket in Antwerpen is na de moord op Kitty Van Nieuwenhuyze
ook gestart met een proefproject voor de opvolging van vrijgelaten
veroordeelden. Dat project is dus al een tijd bezig. Naar aanleiding
van dat proefproject werd een draaiboek opgesteld waarin staat wie
van welke vrijlating moet worden ingelicht en welke voorwaarden
daarbij zijn opgelegd.
Recent werd ook gestart met een stuurgroep alternatieve maatregelen
die Justitie en hulpverlening op elkaar moeten afstemmen. Daarbij
wordt nagegaan welke maatregelen haalbaar zijn en wat het effect is
van bepaalde voorwaarden of werkstraffen.
Ten eerste, staat u achter de idee slachtoffers te informeren bij de
vrijlating van hun dader? Zal dat systeem worden uitgebreid naar alle
gerechtelijke arrondissementen?
Ten tweede, bent u tevreden over de resultaten van het proefproject
over de opvolging van vrijgelaten veroordeelden en kan het
opgestelde draaiboek worden toegepast in andere arrondissementen?
Ten derde, bestaat er in andere gerechtelijke arrondissementen ook
een soortgelijk overleg tussen Justitie en hulpverlening? Zo niet, is het
niet aangewezen dat men in alle arrondissementen een dergelijk
overleg opstart?
Ten vierde, klopt het, zoals procureur Dams zegt, dat u het aantal
parketjuristen in de grote parketten sterk wilt verminderen? Antwerpen
zou er bijvoorbeeld zeven verliezen. Zo ja, waarom? Wat zijn de
criteria en wat zijn de concrete gevolgen voor de 27 parketten? Hebt u
cijfers daarover? Kunt u daarbij nadere toelichting verstrekken?
04.03 Bart Laeremans (VB): À
Anvers, un projet pilote visant à
informer les victimes lorsque
l'auteur des faits qu'elles ont subis
est libéré a été lancé. L'expérience
sera effective à partir du 1
er
janvier
2010. Il existe également un autre
projet pilote axé sur le suivi de
condamnés libérés. Un scénario a
été rédigé afin de préciser qui doit
être averti de quelle libération et
quelles sont les conditions de cette
libération. De plus, un groupe de
pilotage
sur
les
mesures
alternatives a été mis sur pied afin
de mieux coordonner les actions
de la Justice et des services
sociaux.
Le ministre soutient-il ces projets
et est-il satisfait des résultats?
Existe-t-il
également
une
concertation entre la Justice et les
services sociaux dans d'autres
arrondissements? Est-il exact que
le ministre a l'intention de réduire
sensiblement le nombre de juristes
de parquet? Pourquoi? Quelles en
seront
les
conséquences
concrètes pour les 27 parquets?
04.04 Minister Stefaan De Clerck: In het gerechtelijk arrondissement
Antwerpen start het parket inderdaad met een proefproject waarbij de
slachtoffers die dat wensen, zullen worden ingelicht bij de
invrijheidsstelling van de verdachte waarmee zij gelieerd kunnen zijn.
Het nieuw proefproject in Antwerpen is een uitloper van een circulaire
van 3 maart 1998 van de procureur-generaal van Gent die in 2000
werd overgenomen in het rechtsgebied van Antwerpen en Mons. Die
circulaire voorzag reeds een procedure voor het informeren van het
slachtoffer bij de invrijheidsstelling van de verdachte. Het is dus een
soort van een algemene regel.
Onder de impuls van een ander proefproject te Antwerpen, met name
rond de opvolging van personen in vrijheid, wordt een dergelijk
initiatief ten aanzien van die slachtoffers opnieuw opgenomen en
gestimuleerd vanuit het parket.
04.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Dans l'arrondissement
d'Anvers,
le
parquet
est
effectivement en train de lancer un
projet pilote dans le cadre duquel
les victimes qui le souhaitent
pourront être prévenues de la
libération d'un suspect avec lequel
elles pourraient être liées. Ce
projet trouve son origine dans une
circulaire du 3 mars 1998 du
procureur général de Gand, qui a
été reprise en 2000 dans les
ressorts judicaires d'Anvers et de
Mons. Le projet pilote concerne
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Het gaat alleen om dossiers waarbij iemand op bevel van een
magistraat, een substituut of een onderzoeksrechter, voorgeleid dient
te worden. De verbaliserende politiedienst maakt in die gevallen een
specifiek slachtofferformulier op. Daarop kunnen de slachtoffers
aangeven of zij ingelicht wensen te worden over de vrijlating en op
welk telefoonnummer dat kan gebeuren.
Als dan later een invrijheidsstelling wordt goedgekeurd door het
parket, door de onderzoeksrechter, door de raadkamer, door de
rechter ten gronde of door de strafuitvoeringsrechtbank, dan wordt het
slachtoffer de dag zelf verwittigd. Het parket of de onderzoeksrechter
zal vragen aan het justitiehuis of aan de politiedienst om het
slachtoffer via het aangegeven nummer te verwittigen.
De informatie inzake het slachtoffer, bijvoorbeeld het opgegeven
telefoonnummer, blijft in een gesloten circuit: het parket, de politie, het
justitiehuis en eventueel de onderzoeksrechter. Er zijn afspraken
gemaakt om te vermijden dat de informatie van het slachtoffer aan de
verdachte zou worden bekendgemaakt of omgekeerd. Zo zal
bijvoorbeeld het telefoonnummer niet kenbaar worden gemaakt aan
de verdachte. In die zin wordt de privacy inderdaad beschermd.
Het proefproject werd grondig voorbereid met alle betrokken partners.
Een transparante en volledige werkwijze werd uitgewerkt, inclusief
standaardformulieren om de informatieflux aan te kunnen.
De extra werklast die die werkwijze met zich meebrengt, zowel voor
het parket, de griffie als de onderzoeksrechters, de justitiehuizen en
de politie, is momenteel moeilijk in te schatten. Ook de verdeling van
de reële werklast tussen die diensten is nog onduidelijk. Dat hangt
immers grotendeels af van het aantal slachtoffers dat van dat aanbod
gebruik wenst te maken. Volgens een eerste ruwe inschatting zal het
aantal zaken dat daarvoor in aanmerking komt, relatief beperkt
blijven.
Wel zal moeten blijken in welke mate die informatieverstrekking
bijkomende hulpvragen genereert bij de slachtoffers.
Ook moet worden nagegaan hoe dat kan worden ingepast in de
prioriteitsbepaling van andere opdrachten in het justitiehuis. Ook van
het parket en de onderzoeksrechters vraagt het een nauwgezette
opvolging en een snelle verwittiging van hetzij de politiediensten, hetzij
het justitiehuis. Het project is nog niet opgestart. Een evaluatie lijkt mij
dan ook nog niet aan de orde. Het project zal verder worden
opgevolgd in het kader van de arrondissementele raad voor het
slachtofferbeleid te Antwerpen en andere overlegorganen tussen
parket, politie en justitiehuis. De testperiode zal ook toelaten om
eventuele randvoorwaarden te detecteren voor een eventuele
implementatie in andere arrondissementen, voor zover dat nog niet
het geval is. Ik wacht de bevindingen ter zake af.
Er is ook nog een vraag naar de oprichting van een stuurgroep
Alternatieve Maatregelen. Dat is een initiatief om Justitie en
hulpverlening beter op mekaar af te stemmen. Antwerpen heeft ter
zake een lange traditie. Het justitiehuis van Antwerpen is trouwens
een van de weinige dat ooit de commissie Strafrechttoepassing heeft
geïnstalleerd, zoals initieel vastgelegd in de regelgeving tot
uniquement des dossiers dans
lesquels une personne doit être
déférée devant le juge sur l'ordre
d'un magistrat. La police remplit
alors un formulaire spécifiquement
destiné aux victimes, dans lequel
celles-ci peuvent indiquer si elles
souhaitent ou non être informées
de la libération, en donnant, le cas
échéant, un numéro de téléphone
par lequel on peut les joindre. Ces
informations restent confinées
dans le circuit fermé du parquet,
de la police, de la maison de
justice et du juge d'instruction. Des
accords ont été conclus afin de
protéger la vie privée de la victime.
Ce projet pilote a été préparé de
manière approfondie. La charge
de travail supplémentaire qu'il
entraînera est difficile à évaluer.
Selon une première estimation, le
nombre d'affaires susceptibles
d'entrer en ligne de compte serait
assez limité. On ne sait pas
encore très bien non plus quelles
demandes
supplémentaires
d'assistance ce projet suscitera
parmi les victimes.
Le projet fera l'objet d'un suivi au
sein du conseil pour la politique
d'aide aux victimes à Anvers ainsi
que dans d'autres organes de
concertation entre le parquet, la
police et la maison de justice.
J'attends
les
résultats
de
l'évaluation avant d'éventuellement
étendre le projet à d'autres
arrondissements.
La création de la commission des
mesures alternatives vise à mieux
harmoniser justice et aide. À
Anvers, il s'agit déjà d'une
tradition. Cette commission se
situe en fait dans le prolongement
de la commission pour l'application
du droit pénal. Je mets également
tout en oeuvre pour créer de
nouvelles formes de coopération
entre Justice et Bien-être. Les
contacts
avec
les
autorités
régionales seront renforcés et
conduiront
à
de
nouvelles
initiatives. La concertation sera
organisée aux niveaux fédéral,
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
organisatie van de justitiehuizen. De nieuwe stuurgroep is hiervan een
voorzetting. Overleg tussen Justitie en hulpverlening kan natuurlijk
alleen maar worden aangemoedigd.
Ook ik stel momenteel alles in het werk om tot nieuwe
samenwerkingsvormen te komen tussen Justitie en Welzijn. Ik heb al
de nodige verkennende stappen gezet met de bevoegde regionale
overheden. De volgende maanden zal dat moeten worden
geïntensifieerd en zullen wellicht nieuwe initiatieven volgen. Conform
het KB van 1 oktober 2008 wordt dergelijk overleg geïnstalleerd op
federaal, regionaal en lokaal niveau. Op federaal niveau werd de
installatievergadering begin dit jaar gehouden. Op regionaal en lokaal
niveau zal dat binnenkort worden opgestart.
Tot slot, wat de vraag van de heer Laeremans betreft over het aantal
parketjuristen, ik heb vroeger reeds geantwoord op de vragen 17 224
en 17 625.
régional et local, comme stipulé
dans l'arrêté royal du 1
er
octobre
2008.
En ce qui concerne les questions
sur les juristes de parquet, j'y ai
déjà répondu dans le cadre des
questions n°s 17224 et 17625.
04.05 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, het is
mijns inziens toe te juichen dat de regels van de goede praktijk
worden veralgemeend en dat zij worden aanbevolen aan hen die ze
moeten toepassen. Ik stel alleen vast dat men in het verleden al eens
een project heeft opgestart dat nadien achterwege werd gelaten. Ik
zou u dan ook willen vragen om slachtoffers niet onnodig te
confronteren met voormalige daders. Ik vraag u dat op te volgen,
zodat dergelijke regels geen stille dood sterven en ergens in een of
andere commissie niet langer worden opgevolgd. Ik ben ervan
overtuigd dat u dat zult doen en dat de regel van de goede praktijk
overal zal worden toegepast.
04.05 Carina Van Cauter (Open
Vld): Un projet de ce type avait
déjà été lancé par le passé. Il a
ensuite été abandonné. J'insiste
dès lors sur le fait que les victimes
ne devraient pas être confrontées
inutilement aux auteurs. Il convient
par ailleurs d'appliquer les bonnes
pratiques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "het gestolen bewijsmateriaal uit het
Brussels justitiepaleis" (nr. 17214)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "het dossier dat uit het Brussels
Justitiepaleis gestolen werd" (nr. 17642)
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de inbraak in de griffie van het hof van
beroep van Brussel" (nr. 17671)
05 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "les pièces à conviction volées au palais de justice
de Bruxelles" (n° 17214)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "le dossier volé au palais de justice de
Bruxelles" (n° 17642)
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "le cambriolage au greffe de la cour d'appel de
Bruxelles" (n° 17671)
05.01 Renaat Landuyt (sp.a): In het justitiepaleis, bij de afdeling "In
beslag genomen goederen" werden de in beslag genomen gsm's
teruggehaald, ofwel werd er ingebroken.
05.01 Renaat Landuyt (sp.a):
Lors d'un cambriolage au palais de
justice de Bruxelles, des GSM
saisis ont été volés. Comment de
tels faits ont-ils pu se produire?
05.02 Minister Stefaan De Clerck: Twee individuen werden betrapt in
het lokaal met overtuigingsstukken van de griffie van de correctionele
rechtbank van Brussel. Het blijkt dat de verdachten niets hebben
gestolen, zegt men mij.
05.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Deux personnes ont été
prises sur le fait au greffe du
tribunal correctionnel de Bruxelles.
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Volgens het parket van Brussel zijn er in dit stadium geen gevolgen
voor de lopende procedures. Tot op vandaag is dit het derde dossier
inzake diefstal van de overtuigingsstukken bij de griffie van de
correctionele rechtbank van Brussel. Ondertussen heeft men
natuurlijk initiatieven genomen om het slot te vervangen en
bijkomende veiligheidsmaatregelen te treffen, zodat dit zoveel
mogelijk kan worden vermeden in de toekomst.
Les suspects n'auraient rien volé
et les faits n'affecteront en rien les
procédures en cours. Le greffe du
tribunal correctionnel de Bruxelles
a déjà fait l'objet de vols à trois
reprises.
La
serrure
sera
remplacée et des mesures de
sécurité complémentaires seront
prises.
05.03 Renaat Landuyt (sp.a): De bedoeling van mijn vraag is
uiteraard om te weten te komen hoe men daar praktisch op reageert,
omdat het natuurlijk onrustwekkend overkomt indien men zelfs voor
eigen of inbeslaggenomen goederen niet kan zorgen. Dat is het
pijnpunt dat ik even wilde aankaarten. We zijn dergelijke verhalen
vanuit Brussel zodanig gewoon, dat het op zich onrustwekkend wordt.
Mijn bedoeling is om erop te wijzen dat we dat niet zomaar kunnen
laten passeren. Ik ben al blij dat ze eraan denken om het slot te
vervangen, maar wat hebben ze nog ondernomen?
05.03 Renaat Landuyt (sp.a):
D'autres initiatives seront-elles
prises?
05.04 Minister Stefaan De Clerck: Ik denk dat het een problematiek
is die inderdaad bijzondere aandacht vraagt. Ik heb ondertussen een
paar ruimtes met overtuigingsstukken bezocht. Ik hoop dat u dat ook
al eens hebt gedaan, dat is tamelijk hallucinant: er liggen daar veel
zaken. Hier beschrijft men dat de veiligheid wordt verscherpt.
05.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: La sécurité devrait être
renforcée. En tout cas la nécessité
d'un tel renforcement se fait sentir.
05.05 Renaat Landuyt (sp.a): Is dat in het bijgebouw, of in het
gebouw zelf van de rechtbank?
05.06 Minister Stefaan De Clerck: Ik dacht dat dat in het gebouw zelf
was, ik zal eens informeren, maar dat weet ik niet.
05.07 Renaat Landuyt (sp.a): We weten nog niet eens hoeveel in-
en uitgangen er zijn in dat gebouw. Ik herinner me de discussie toen
het aantal uitgangen van 34 naar 42 ging.
05.07 Renaat Landuyt (sp.a): A-t-
on déjà fait l'inventaire du nombre
d'entrées et de sorties au palais de
justice?
05.08 Minister Stefaan De Clerck: Ik heb de juiste gegevens, maar
dat is niet voor het verslag bestemd. Ik kan dat aan de hand van de
beschrijving hier niet zeggen, maar ik kan u dat straks vertrouwelijk
melden.
05.08
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il s'agit-là de données
confidentielles,
que
je
communiquerai confidentiellement
à M. Landuyt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen en interpellaties van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de veiligheid in Brussel" (nr. 17227)
- de heer Renaat Landuyt tot de eerste minister over "de veiligheid in Brussel" (nr. 394)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de recente rellen in Anderlecht en Vorst"
(nr. 17284)
- de heer Bart Laeremans tot de minister van Justitie over "de onveiligheid in Brussel" (nr. 400)
06 Questions et interpellations jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la sécurité à Bruxelles" (n° 17227)
- M. Renaat Landuyt au premier ministre sur "la sécurité à Bruxelles" (n° 394)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "les émeutes survenues récemment à Anderlecht et
à Forest" (n° 17284)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "l'insécurité à Bruxelles" (n° 400)
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
06.01 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, sinds april 2008
is de problematiek van het geweld in Brussel verergerd. In ieder geval
wordt er in sinds april 2008 in deze commissie, maar ook in de
commissie voor de Buitenlandse Zaken, vragen gesteld over het
geweld op straat in Brussel, en meer specifiek in Anderlecht en
Molenbeek.
Het lijkt wel of de politie en de straat op voet van oorlog leven. Een
politiekantoor in brand gestoken, agenten worden voortdurend
geïntimideerd, en zelfs met de dood bedreigd, aldus de media. Bij
iedere interventie wordt de naam van de betrokken agent naar verluidt
secuur bijgehouden door jongeren. Vaak worden zij ook gefilmd. De
politievakbonden zijn ongerust. Steeds meer moeten zij rechtsbijstand
verlenen aan agenten die slachtoffer werden van geweldplegingen.
Maar ook de politie gaat soms in de fout. De spijtige gebeurtenissen
die zich voordeden tijdens de staking in de gevangenis van Vorst
illustreren dit. Wederom is geweld het antwoord.
Wij zitten blijkbaar in een spiraal van geweld. Of, om het met de
woorden
van
professor
De
Ruyver
de
voormalige
veiligheidsadviseur van eerste minister Verhofstadt te zeggen: "Wat
wij nu meemaken in Brussel zijn de uitwassen van de oorlog waarin
de politie zich in bevindt." Een oorlog die de politie niet kan winnen,
aldus de professor, en die alleen maar erger kan worden. De feiten
zijn gekend. De aanleidingen zijn divers. Er zijn rellen in Anderlecht, er
zijn rellen in Molenbeek, er is geweld op het openbaar vervoer, er is
straatcriminaliteit. In een dergelijke context is opbouwend politiewerk
evident niet haalbaar. Verder dan de openbare orde garanderen
geraakt men op dit moment niet.
Terecht werd door de minister van Binnenlandse Zaken gesteld dat
iedere aanleiding wordt aangegrepen om rellen te schoppen. Het zou
volgens u eerder gaan om tientallen onruststokers dan om honderden
gewelddadige jongeren.
De politie probeert haar werk te doen. De procureur van Brussel
belooft iedere keer weer een actief vervolgingsbeleid te voeren. Na
het geweld in Molenbeek werd door de regering beslist 50 bijkomende
politieagenten ter beschikking te stellen van de Brusselse
politiezones. Ook wordt gewerkt aan een betere samenwerking
tussen de lokale politiediensten en de federale politie, en tussen de
lokale politiediensten onderling.
Er is altijd wel een reactie. De vraag is of die voldoende is?
Volstaat een reactief optreden, voor een en ander escaleert en zich
over heel Brussel uitbreidt?
Brussel heeft een bijzondere aanpak nodig. Dit kan niet het werk zijn
van een enkele politiezone. Ook Justitie, de preventiediensten, de
sociale en financiële inspectie en de Gemeenschappen moeten
worden betrokken.
Volgend jaar is Brussel niet enkel onze hoofdstad maar ook die van
de Europese Unie. Het wordt dus hoog tijd om er een veilige stad van
te maken.
06.01 Renaat Landuyt (sp.a):
Depuis avril 2008, la violence s'est
aggravée à Bruxelles, et plus
particulièrement à Anderlecht et à
Molenbeek. Il semblerait que la
police soit sur le pied de guerre
avec le monde extérieur. Les
syndicats de la police doivent
augmenter l'aide juridique aux
agents de police victimes de
violence.
Ceux-ci
commettent
toutefois aussi des erreurs. Nous
nous
trouvons
manifestement
dans une spirale de violence et
seul le maintien de l'ordre public
peut encore être garanti. Toute
occasion est bonne pour semer la
pagaille. Selon le ministre, il ne
s'agit que de quelques dizaines de
fauteurs de troubles.
De nombreuses mesures ont déjà
été prises pour permettre à la
police d'effectuer son travail. Une
intervention réactive suffit-elle pour
éviter que les problèmes ne
s'aggravent
et
s'étendent
à
l'ensemble du territoire bruxellois?
Bruxelles a besoin d'une solution
particulière qui ne peut être
trouvée par une seule zone de
police. Le département de la
Justice,
les
services
de
prévention, l'inspection sociale et
l'Inspection des Finances ainsi que
les Communautés doivent être
associés au problème.
Le gouvernement est-il disposé à
s'atteler à l'élaboration d'un plan
de
sécurité
intégral
pour
Bruxelles? Va-t-il s'occuper de la
coordination entre le parquet, la
police
et
les
services
de
prévention? Le ministre va-t-il
donner
des
instructions
particulières
au
parquet
concernant la question de la
sécurité à Bruxelles? Projette-t-il
de conclure des accords avec les
Communautés et les Régions?
Comment va-t-il y associer les
communes?
Des
actions
particulières seront-elles prévues
dans
la perspective de la
présidence belge de l'UE en
2010?
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Deze interpellatie was oorspronkelijk gericht aan de eerste minister.
Uw antwoord is in naam van de eerste minister en in naam van de
regering.
Vandaar mijn vragen aan de regering, met een antwoord van de
minister van Justitie.
Is de regering bereid om werk te maken van een integraal
veiligheidsplan in Brussel?
Maakt de regering werk van de coördinatie van, in eerste instantie, de
eigen bevoegdheden, namelijk parket, politie en preventiediensten?
Zal de regering aan het parket bijzondere instructies geven met
betrekking tot de veiligheid in Brussel?
Plant u afspraken met de Gemeenschappen en de Gewesten omtrent
de veiligheid in Brussel?
Hoe zult u de Brusselse gemeenten hierbij betrekken?
Worden er bijzondere acties gepland omtrent de veiligheid in Brussel
met het oog op het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie
in 2010?
06.02 Bart Laeremans (VB): Mijnheer de minister, ik combineer de
interpellatie met een vraag die ik had gesteld naar aanleiding van de
rellen in Anderlecht en Vorst en de brandstichting in dat
politiecommissariaat.
Het is wel degelijk een zeer schrijnende problematiek, getuige
daarvan de vrije tribune die werd geschreven in De Standaard op 25
november. Ik citeer even: "In Anderlecht is het wekelijks prijs. We
worden hier geconfronteerd met zowat alle denkbare vormen van
misdaad. Moorden zijn hier schering en inslag, een viertal op één
maand. Er zijn carjackings, sackjackings, diefstal en afpersing. Wij
houden het hier echt niet meer vol, alles gaat hier kapot. De feiten
doen zich voor in alle wijken. Elke hoek van elke straat wordt als
gevaarlijk ervaren. Geen ouder durft het nog aan zijn kinderen alleen
om boodschappen te sturen. Het sociaal-cultureel leven van onze
senioren valt om dezelfde reden helemaal stil".
Mijnheer de minister, ik wou bijna dat ik het zelf had geschreven. Als
men de auteur niet zou kennen zou men zeggen dat het overdreven is
en praat van Vlaams Belang'ers. Het is echter geschreven door
Walter Vandenbossche, gemeenteraadslid van Anderlecht en
ondervoorzitter van het Brussels parlement.
De beschreven situatie is evengoed van toepassing op andere
gemeenten van Brussel zoals Molenbeek en Schaarbeek. Het
probleem is dus zeer schrijnend en eigenlijk komt men zeer laat tot
die vaststelling. Wat hier staat zeggen wij al lang. We zijn lang
verguisd omdat wij het durfden te zeggen maar nu kan men niet
anders meer dan onze stellingen overnemen.
Ondanks deze dramatische situatie wordt er tot op heden nog steeds
geen samenhangend veiligheidsbeleid gevoerd in de hoofdstad en
06.02 Bart Laeremans (VB):
Certaines communes bruxelloises
sont confrontées à des problèmes
de sécurité aigus. Alors même que
notre parti a été vilipendé pendant
longtemps
pour
avoir
osé
dénoncer
ouvertement
cette
situation, nous entendons à
présent des sources jugées non
suspectes reprendre le même
discours.
M. Walter
Vandenbossche,
conseiller
communal CD&V à Anderlecht, a
actionné la sonnette d'alarme dans
une tribune libre publiée le
25 novembre dans le quotidien De
Standaard.
En dépit de cette situation
dramatique, aucune riposte et
aucune politique cohérente en
matière de sécurité n'a encore été
menée. Les moyens mis en oeuvre
par le parquet de Bruxelles sont
nettement insuffisants pour lutter
efficacement contre les problèmes
que rencontrent certains quartiers.
La situation s'envenime, comme
l'illustre l'incendie criminel au
bureau de police de Kuregem.
L'ensemble des personnes ayant
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
ontbreekt een lik-op-stukbeleid van de justitie. Het is duidelijk dat het
Brussels parket veel te weinig mensen en middelen inzet om de
toestanden in deze wijken echt aan te pakken. Men wil ook niet
kordaat optreden. Zo kan aan een akkoord tussen de Vlaamse en de
Franstalige ministers van Onderwijs inzake spijbelen daar begint
toch het probleem geen gevolg worden gegeven wegens gebrek
aan mensen bij het parket.
Intussen escaleert de situatie. Het politiekantoor van Kuregem werd
bij de rellen van 20 november in brand gestoken. Dat is toch wel een
nieuwe stap in de escalatie, dat een politiecommissariaat gewoon
doelbewust in brand wordt gestoken en uitbrandt. Verdienstelijke
politiemensen worden met de dood bedreigd.
Al wie na de rellen van 20 november gerechtelijk werd aangehouden
werd echter korte tijd later alweer vrijgelaten. Alles wijst erop dat
niemand een effectieve celstraf zal moeten uitzitten en dat er voor
minderjarigen geen plaatsingsmaatregelen zullen worden opgelegd
naar aanleiding van deze toch wel ernstige feiten. Het beleid van
straffeloosheid bij de justitie is dus stilaan een van de belangrijkste
oorzaken geworden van het escalerend geweld.
Een opmerkelijke evolutie in Brussel is ook het stijgend gebruik van
zware wapens en zelfs oorlogswapens. Sedert vorig jaar neemt het
gebruik van de Kalasjnikov sterk toe. Enkele weken geleden zou zelfs
een politiehelikopter hiermee beschoten zijn bij een patrouille boven
het Lemmensplein. Volgens politiebronnen zou begin dit jaar een
lading met maar liefst 4.000 Kalasjnikovs naar ons land zijn
gesmokkeld vanuit Tsjetsjenië. Dat stond in een hoofdartikel van
Knack vorige week.
Gisteren heb ik nog kunnen meemaken, op tweehonderd meter van
mijn eigen deur in Grimbergen, dat er een grote raid op een
elektrozaak werd gehouden met oorlogswapens. Die mensen konden
vluchten maar dat soort wapens hadden ze bij. Ze waren dus tot de
tanden gewapend. Dat is toch een zeer beangstigende evolutie.
Ik kom dan tot mijn vragen.
Ten eerste, kunt u een schematisch overzicht geven, liefst volledig,
van de diverse onderzoeken, procedures, dagvaardingen, zittingen en
eventuele veroordelingen van meerderjarigen en minderjarigen inzake
het groepsgeweld en de rellen sinds deze zomer? Wordt dit
bijgehouden? Inventariseert men dat? Houdt men statistieken bij
specifiek voor dat fenomeen van criminaliteit?
Ten tweede, kunt u een overzicht geven van alle gerechtelijke
aanhoudingen, de motieven en de duur ervan?
Ten derde, wordt er nu beter met de politie samengewerkt en worden
de onderzoeksgegevens sneller uitgewisseld zodat het parket sneller
kan dagvaarden? Bij vorige vragen hebt u gezegd dat de traagheid
van Justitie eigenlijk aan de politie te wijten was omdat die te traag
was met haar informatie. Is er ondertussen enige evolutie ten goede?
Ten vierde, over hoeveel mensen beschikken het Brussels parket en
het jeugdparket die zich specifiek met de kwestie van de rellen en het
georganiseerd geweld bezighouden? Zijn er specifieke cellen die zich
fait
l'objet
d'une
arrestation
judiciaire à l'issue des bagarres du
20 novembre ont été rapidement
relâchées. Aucun suspect majeur
ne devra purger une peine de
prison et aucun mineur ne sera
placé. L'escalade de la violence
est en grande partie attribuable à
un sentiment d'impunité. Le
recours croissant à des armes
lourdes, voire à des armes de
guerre, constitue une évolution
inquiétante.
Le ministre peut-il récapituler les
mesures prises à l'égard des
personnes, tant majeures que
mineures, impliquées dans les
bagarres ayant éclaté depuis l'été?
Peut-il dresser la liste des
arrestations judiciaires auxquelles
il a été procédé en précisant les
motifs et la durée de ces
arrestations? La collaboration avec
la police s'est-elle améliorée de
manière à permettre au parquet
d'accélérer la citation en justice
des prévenus? Combien de
personnes peuvent être chargées
des dossiers de bagarres et de
violence organisée au parquet de
Bruxelles, y compris celui de la
jeunesse? Se focalisent-elles sur
les vrais quartiers à problèmes
d'Anderlecht et de Molenbeek?
Le ministre peut-il confirmer que le
parquet
bruxellois
manque
d'effectif
pour
réprimer
le
phénomène d'école buissonnière
persistant? N'est-il pas urgent de
scinder l'arrondissement judiciaire
de Bruxelles pour que le parquet
puisse se concentrer sur les dix-
neuf communes de Bruxelles?
Quelle est la réaction de la Justice
et du parquet à propos de la fusion
des six zones de police de
Bruxelles?
Le ministre dispose-t-il de chiffres
sur l'utilisation d'armes de guerre
par les bandes? Est-il exact qu'un
hélicoptère de la police a été la
cible de tirs de kalachnikov? Est-il
vrai qu'une importante cargaison
de ce type d'armes en provenance
de
Tchétchénie
a
été
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
op Anderlecht, politiezone Zuid, en Molenbeek, politiezone West,
toespitsen? Zijn ze voldoende bemand en krijgen ze voldoende
armslag?
Ten vijfde, kunt u bevestigen dat het Brussels parket te weinig
mensen heeft of wil inzetten om het hardnekkig spijbelgedrag bij
jongeren te beteugelen?
Ten zesde, wordt het niet tijd dat het Brussels parket zich exclusief
kan toespitsen op Brussel 19 en dat het Brussels gerechtelijke
arrondissement alleen al om die reden gesplitst wordt?
Ten zevende, hoe staan Justitie en het Brussel parket tegenover een
eventuele fusie van de zes Brusselse politiezones? Kan dit bijdragen
tot een meer gestroomlijnde en gecoördineerde aanpak? Ik vraag dus
ook de mening van Justitie daarover.
Ten achtste, wat is de stand van zaken in het dossier van de
doodsbedreiging? Deze vraag laat ik vallen omdat het eigenlijk een
aparte vraag was en ik het antwoord al gelezen heb.
Ten negende, kan de minister cijfers geven over het gebruik van
Kalasjnikovs of ander oorlogstuig door Brusselse bendes? Werden er
de voorbije maanden reeds mensen gearresteerd en veroordeeld die
dergelijke wapens hanteerden? Kan de minister bevestigen dat een
politiehelikopter met zo'n wapen werd beschoten?
Ten slotte, klopt de informatie dat een grote lading Kalasjnikovs van
Tsjetsjenië ons land binnen werd gesmokkeld? Wordt er hoge
prioriteit gegeven aan het onderzoek ter zake? Dat lijkt mij de
evidentie zelf maar ik vraag het toch om uw mening te kennen. Zijn er
al resultaten?
Ik heb die vraag ook gekoppeld aan een specifieke vraag over de
recente rellen in Anderlecht en Vorst. Een aantal vragen heb ik
eigenlijk al gesteld. Specifiek over de omvang van de schade aan het
politiecommissariaat had ik meer willen weten. Wat is de stand van
het onderzoek? Zijn de daders van de feiten herkend en gevat?
Hoeveel mensen werden er aangehouden? Een dergelijke vraag heb
ik in meer algemene zin al gesteld in de interpellatie.
clandestinement importée dans
notre pays? L'enquête à ce sujet
a-t-elle déjà donné des résultats?
Où en est l'enquête sur les actes
de vandalisme au bureau de police
de Cureghem?
06.03 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, de
veiligheid in Brussel is een breed thema, maar natuurlijk met concrete
incidenten die hebben plaatsgevonden. Die diverse incidenten zullen
natuurlijk moeten bekeken worden in een bredere of diepere socio-
economische context. Niemand zal ervan opkijken als ik zeg dat deze
zaak breder zal moeten worden opgelost dan alleen maar met politie
en Justitie. Dit dossier vraagt een geïntegreerde oplossing; er moet
een integraal pakket maatregelen worden genomen.
De zes Brusselse politiezones hebben in elk geval elk hun eigen
zonaal veiligheidsplan met bijhorende actieplannen. Die zijn tot stand
gekomen in overleg met de diverse actoren van de veiligheidsketen.
Bepaalde politiezones werden hierbij ondersteund door zowel de
dienst Strafrechtelijk Beleid, de algemene dienst Preventie en
Veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken, het parket-generaal, als
door de directie voor de Relaties met de Lokale Politie. Normaal
gezien is daaraan dus heel wat overleg voorafgegaan.
06.03
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il convient d'analyser ces
problèmes en les resituant dans
leur contexte socio-économique
car leur analyse requiert une
approche intégrée qui va bien au-
delà d'une intervention de la police
et de la justice.
Chacune des six zones de police
bruxelloises est dotée d'un plan de
sécurité zonal et d'un plan d'action
qui ont été échafaudés au terme
d'une longue concertation avec les
divers acteurs de la chaîne de
sécurité. Dans le plan national de
sécurité, la pertinence d'une
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Bovendien wordt het belang van een integrale aanpak van
veiligheidsproblemen onderstreept in deel 1 van het nationaal
veiligheidsplan.
Zowel de bestuurlijke overheden van Justitie als van de politie hebben
de voorbije weken en maanden aangetoond dat ze duidelijke
symptomen van de zogenaamde oorlogssituatie wel degelijk de baas
kunnen wanneer die feiten zich voordoen. Dit mag ons echter niet
beletten na te gaan welke meer structurele oplossing kan worden
geboden.
Ik vind dus dat wij een ruimer debat moeten blijven voeren over de
opportuniteit van één globaal, integraal veiligheidsplan voor het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit is noodzakelijk. Ik moet mij
daarbij zelfs nog niet uitspreken over de manier waarop dit moet
leiden tot samenwerkingsmodellen of tot het samenvoegen van
politiezones. De afstemming van die verschillende zonale
veiligheidsplannen in één globaal, integraal veiligheidsplan voor het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou een zeer belangrijk instrument
moeten zijn.
Daarmee kan men dan ook de dieperliggende socio-economische
oorzaken duiden. Men zal ze niet wegnemen, maar men kan in functie
daarvan een aantal strategieën ontwikkelen. Wij kunnen daarbij een
aantal realistische stappen ontwikkelen.
Het besef dat de aanpak van veiligheidsproblemen gecoördineerd en
ketengericht dient te gebeuren, is natuurlijk niet nieuw. Zowel in
Brussel als elders werden de voorbije jaren met succes permanente
inspanningen geleverd om alle actoren op elkaar af te stemmen. De
manier waarop deze filosofie lokaal wordt ingevuld, hangt ook af van
de plaatselijke bestuurlijke overheden. Verschillen van zone tot zone
zijn natuurlijk niet uit te sluiten.
Het parket heeft intussen, spijtig genoeg, voldoende ervaring om dit
soort ernstige incidenten aan te pakken, al is het maar dat voor de
aanpak van de rellen in Anderlecht in mei 2008 op een correcte
manier werd gereageerd en dat ingevolge meer recentere feiten door
iedereen, ook door de politiediensten, werd bevestigd dat het parket
zich bijzonder goed had georganiseerd. Het probleem ligt dus niet
daar.
Bijzondere instructies van de minister van Justitie, laat staan van de
regering, zijn niet aan de orde op dit ogenblik, omdat daarrond ook
geen specifiek probleem wordt gesignaleerd. Wel wordt met
Binnenlandse Zaken het toenemend geweld tegen politiemensen
bekeken. Een evaluatie van de wetswijziging van eind 2006 die heeft
gezorgd voor een strengere bestraffing van weerspannigheid, inclusief
bedreigingen tegen politieambtenaren en mensen die een taak van
algemene dienst of openbaar belang waarnemen, bijvoorbeeld
buschauffeurs, kan nuttig zijn. Desgevallend kan ook de bijbehorende
rondzendbrief van het College van procureurs-generaal worden
verfijnd. Dit is de rondzendbrief COL3 van 2008 van het College van
procureurs-generaal bij het hof van beroep betreffende gewelddaden
ten aanzien van personen die bekleed zijn met een openbaar ambt of
mandaat of die een taak van openbare dienst of algemeen belang
waarnemen en die in contact komen met het publiek.
approche intégrale des problèmes
de sécurité est soulignée. Ces
derniers
mois,
les
autorités
administratives, la Justice et la
police ont démontré qu'elles sont
tout à fait en mesure de faire face
aux symptômes d'une "situation de
guerre". Cependant, nous devons
nous mettre en quête d'une
solution structurelle. Je pense que
l'instauration d'un plan de sécurité
intégral unique pour l'ensemble de
la Région de Bruxelles-Capitale
est un levier majeur dans cette
perspective. Un tel plan permettra
notamment d'identifier les causes
socio-économiques sous-jacentes
et d'élaborer des stratégies. Ces
dernières années, des efforts
fructueux ont été fournis aussi
bien à Bruxelles qu'ailleurs pour
accorder les violons des différents
acteurs. Toutefois, des différences
d'une zone à l'autre ne peuvent
être exclues.
Le parquet a acquis à ce jour une
grande expérience de ce type
d'incidents. Selon les services de
police, les émeutes de mai 2008 à
Anderlecht de même que les
incidents récents ont été traités
convenablement.
Il n'est pas question, à l'heure où
nous
parlons,
que
le
gouvernement
donne
des
instructions
particulières.
Toutefois, l'Intérieur se penche
actuellement sur le problème des
violences contre les policiers qui
sont en augmentation. Il ne serait
peut-être pas inutile d'évaluer la loi
de 2006 qui prévoit des sanctions
plus sévères en cas de rébellion
contre
des
personnes
qui
exécutent une mission d'intérêt
public. En outre, la circulaire
connexe COL3 du Collège des
procureurs généraux pourrait être
affinée.
Le dossier des émeutes de mai
2008 à Anderlecht sera traité par
la chambre du conseil le 12 janvier
2010.
22 personnes
y
sont
attendues en vue d'un règlement
de procédure.
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Ik kan u meedelen dat het dossier met betrekking tot de rellen in
Anderlecht van mei 2008 is gefixeerd voor regeling van rechtspleging
op de zitting van 12 januari 2010 van de raadkamer te Brussel. Dat is
dus voor de feiten in Anderlecht van mei 2008. Daarvoor worden 22
personen op 12 januari 2010 verwacht voor de raadkamer, voor de
regeling van de rechtspleging, dus om desgevallend naar de
strafrechtbank verwezen te worden. Voor mei 2008 komen de zaken
nu voor op 12 januari 2010 voor 22 personen.
Los van het eventueel ruimer debat over de opportuniteit van een
integraal veiligheidsplan voor Brussel, kan ik u ook meedelen dat de
regering op voorstel van collega Jo Vandeurzen voor het algemeen
veiligheids- en handhavingsbeleid een aparte interministeriële
conferentie heeft opgericht. Hierin zullen alle betrokken federale
ministers de premier, Justitie, Binnenlandse Zaken, Financiën,
Volksgezondheid, Werk, Mobiliteit evenals de Gewesten en de
Gemeenschappen vertegenwoordigd zijn. Het is tijd om dit nu in
verband te brengen met de problematiek die ik heb vermeld:
nadenken over een globaal, integraal veiligheidsplan voor Brussel. Dit
zou een goed thema zijn om het debat over te voeren in die
interministeriële conferentie.
Ik ben zinnens daar de komende weken werk van te maken en een
initiatief te nemen met mijn collega van Binnenlandse Zaken om te
zien hoe wij de nodige garanties kunnen bieden voor een
geïntegreerde en integrale aanpak, net als een politiek draagvlak te
vinden voor een gemeenschappelijke actie. Veiligheid is immers een
zaak van iedereen. In de loop van de komende weken zal deze
interministeriële conferentie worden gestart. Niets belet ons om naast
de kadernota Integrale Veiligheid die hierin aan bod zal komen, ook
de specifieke Brusselse situatie van naderbij te bekijken.
Dit is een ambitie voor de toekomst. Er is ook een vraag gesteld over
de veiligheid tijdens het Belgisch voorzitterschap. Door de regering
werd een task force opgericht onder leiding van het crisiscentrum.
Deze is reeds enkele malen bijeengekomen met alle betrokken
actoren en houdt ook rekening met de specifieke Brusselse situatie.
Het is te vroeg om nu reeds in detail over bepaalde acties te spreken,
maar dat zal ongetwijfeld aan bod komen. De toestand in Brussel is
ernstig, maar ook niet zo hopeloos als sommigen beweren. Ook in de
Europese en internationale context denk ik dat dit niet overdreven
mag worden. Het is wel belangrijk dat onder het Europees
Voorzitterschap bijzondere initiatieven worden genomen.
Er werden enkele concrete vragen gesteld. Ik kan niet op al die
vragen antwoorden, zoals u al vermoed zult hebben. Het parket-
generaal van Brussel heeft niet altijd de tijd gehad om, ook niet
schematisch, een volledig overzicht te maken van de diverse
onderzoeken, procedures en eventuele veroordelingen van
minderjarigen en meerderjarigen inzake groepsgeweld en de vele
rellen sinds deze zomer. Die informatie is nog niet binnen. Ik heb er
wel naar gevraagd. Misschien kan dat in antwoord op een schriftelijke
vraag voortgezet worden.
Ten tweede, ook het geven van een overzicht van alle gerechtelijke
aanhoudingen, de motieven en de duur ervan sinds de zomer, is een
Sur la proposition de mon
prédécesseur, le gouvernement a
créé une conférence ministérielle
distincte pour la politique de
sécurité et la politique pénale. Au
cours des prochaines semaines, je
tenterai en collaboration avec la
ministre
de
l'Intérieur
de
déterminer la façon dont nous
pourrions offrir les garanties
nécessaires pour une approche
intégrée et intégrale. Nous devons
également rechercher une assise
politique en vue de mener une
action commune. Lors de la
conférence interministérielle qui
débutera au cours des prochaines
semaines, il faudra aborder, outre
la note-cadre Sécurité Intégrale, la
situation spécifique de Bruxelles et
l'instauration d'un plan de sécurité
intégral.
Concernant la sécurité pendant la
présidence, une taskforce a été
constituée sous la direction du
centre de crise. Il est prématuré de
parler d'actions spécifiques. La
situation est certes sérieuse à
Bruxelles
et
des
initiatives
supplémentaires
devront
être
prises pendant la présidence, mais
elle n'est pas aussi désespérée
que d'aucuns le prétendent.
Le parquet général n'a pas encore
eu le temps de dresser un bilan
complet
des
enquêtes,
des
procédures et des condamnations
pour violence en groupe dans le
cadre des nombreuses émeutes
qui ont eu lieu pendant l'été. Dès
qu'elles seront disponibles, ces
informations pourraient vous être
communiquées en réponse à une
question écrite. De même, le bilan
des arrestations judiciaires ne
constitue pas une information
susceptible d'être fournie dans le
cadre d'une question orale. Les
services de police ont besoin de
plus de temps à cet effet. Pour la
question
sur
les
données
d'enquêtes, je me réfère à ma
réponse à la question n° 17227.
Le parquet a créé pour le parquet
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
vraag die eigenlijk niet in een mondelinge vraag past, noch in een
interpellatie. Het is een vraag waarvoor ik en de politiediensten meer
tijd nodig hebben.
Een derde vraag ging erover of in de samenwerking de politiediensten
de onderzoeksgegevens sneller uitwisselen. Ik heb daarover op een
gelijkaardige vraag van de heer Landuyt, vraag 17227, al geantwoord.
Ten vierde, het parket heeft voor de materie van het jeugdparket, de
rellen, enzovoort, een bijzondere cel opgericht die dagelijks dergelijke
dossiers opvolgt en behandelt, waarbij er tevens gewaakt wordt over
een uniforme aanpak. De dagelijkse permanentie van het parket van
Brussel wordt bij rellen, daar waar nodig, preventief versterkt
naargelang de ernst van de incidenten. Er wordt tevens proactief
gewerkt. De daders van dergelijke feiten worden in principe prioritair
vervolgd.
Ten vijfde, voor de vraag over het spijbelgedrag kan ik verwijzen naar
vraag 17460 van de heer Renaat Landuyt.
De zesde vraag gaat over de exclusieve toespitsing op Brussel-19 en
het Brussels gerechtelijk arrondissement. Dat is een debat over het
gerechtelijk landschap. Die debatten worden voortgezet. Na afronding
van de eerste debatten zal daar in het bijzonder op ingegaan worden.
Voor uw zevende vraag, over de fusie van de zes politiezones, verwijs
ik naar interpellatie nr 394 van de heer Landuyt. Eigenlijk denk ik dat
het mij niet toekomt om mij uit te spreken over de vraag naar fusies.
Mij
interesseert
meer
het
gemeenschappelijk
plan,
een
gemeenschappelijke aanpak in samenwerking, al dan niet in een
gefuseerde of gesplitste politiezone. Er zal zeker proximiteit moeten
zijn in die korpsen.
Eén korps voor bepaalde acties zal nodig zijn, omdat bijvoorbeeld
voor Europese en internationale opdrachten beter afgestemd wordt op
mekaar. Dat is wel duidelijk. Voor de proximiteit zal men echter toch
een gedecentraliseerd model moeten hebben.
Ik wil mij niet over de structuur uitspreken, maar ik vind dat er meer
voor een gemeenschappelijke aanpak van een aantal fenomenen
moet worden geopteerd. Ik zou dit willen onderwerpen aan een
interministeriële conferentie, die daarover van gedachten moet
wisselen.
Mijnheer Landuyt, u hebt een vraag gesteld over bedreiging van
agenten met de dood en op uw vragen 9 en 10 laat het geheim van
het onderzoek niet toe te antwoorden op de vragen over de invoering
van de kalasjnikovs.
de la jeunesse une cellule spéciale
qui veille au suivi quotidien des
dossiers et à l'uniformité de
traitement.
La
permanence
quotidienne
au
parquet
est
renforcée préventivement en cas
de troubles. Les auteurs de pareils
faits
sont
poursuivis
prioritairement.
La
question
relative
à
la
concentration
sur
les
19
communes bruxelloises s'inscrit
dans le cadre du débat sur le
paysage judiciaire. Elle sera
examinée plus avant lorsque les
premiers débats seront clôturés.
Pour la question sur la fusion des
six zones de police, je me réfère à
ma réponse à l'interpellation
n°394. Je ne me prononcerai pas
sur les fusions, je m'intéresse
surtout au développement du plan
commun.
Je ne puis répondre à certaines
questions de M. Landuyt en raison
du secret de l'instruction.
06.04 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik dank u voor het positief antwoord op de kernvraag van de
interpellatie. U hebt beloofd werk te maken van een integraal
veiligheidsplan voor Brussel. Ik heb dus goed begrepen dat de
regering beslist heeft om de conferentie inzake veiligheid, opgericht
op voorstel van de heer Vandeurzen en voorgezeten door de minister
van Justitie, zal samenroepen om te werken aan een integraal
veiligheidsplan voor Brussel.
06.04 Renaat Landuyt (sp.a): Si
je comprends bien, le ministre de
la Justice compte inviter la
conférence sur la sécurité à se
pencher sur un plan de sécurité
globale pour Bruxelles. À titre de
remerciement,
j'introduis
une
motion positive avec la demande
expresse d'en faire partie.
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Om u te bedanken zal ik een positieve motie indienen met de vraag
aan de Kamer om daadwerkelijk deze conferentie samen te roepen
en werk te maken van een bijzonder integraal veiligheidsplan voor
Brussel.
Ik dank de minister. Ik vermeld ook in de motie dat hij daarop positief
reageert.
06.05 Bart Laeremans (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik moet zeggen dat het antwoord op een aantal vlakken
interessant was. De zaken licht en luchtig behandelen, zeker in het
begin was dat de neiging, vind ik nogal eigenaardig. Er wordt niet
rechtstreeks geantwoord op de zeer schrijnende zaken die de heer
Vandenbossche in het Brussels parlement en De Standaard heeft
blootgelegd.
U zweeft een beetje boven de feiten. U zegt dat u aan een groot plan
gaat werken, maar er zijn al plannen in die zes politiezones, maar die
werken niet. Die halen niets uit. De situatie wordt alleen maar erger.
Door nu opnieuw te zeggen dat er een groot plan voor Brussel komt,
vrees ik dat het bij woorden en overleg blijft. De concrete praktijk, een
lik-op-stukbeleid, wat zo nodig en zo evident is in Brussel, daarvan zie
ik nauwelijks iets.
U illustreert het zelf door te zeggen dat de fameuze rellen in
Anderlecht van mei 2008, anderhalf jaar geleden, nog moeten
voorkomen. De regeling van de rechtspleging moet nog gebeuren in
januari 2010.
In het beste geval worden ze dan in mei 2010, twee jaar na de feiten,
veroordeeld. Dat is precies de kern van het probleem, dat zeggen alle
politiemensen: zo lang Justitie niet kort op de bal speelt, onmiddellijk
reageert en met snelrecht voor onmiddellijke bestraffing zorgt, voelen
die jongeren, die criminelen, die amokmakers zich straffeloos. Zij
voelen zich oppermachtig en er verandert niks. Dan kunt u nog 1 000
plannen opstellen!
Ik ben natuurlijk blij dat u eindelijk inziet dat er iets globaals moet
komen voor heel Brussel, maar eigenlijk zegt u tegelijkertijd ook dat
de interministeriële conferentie die minister Vandeurzen had
opgericht, tot op heden dode letter is gebleven. Dat is allemaal straf!
Men kondigt zoveel aan, maar ik hoop dat er vandaag niet opnieuw
een aankondigingspolitiek is, maar dat er daden zullen volgen en er
op korte termijn concrete afspraken zullen worden gemaakt.
U zegt dat het Brussels parket voldoende ervaring heeft en op
correcte wijze heeft gereageerd, dat het goed georganiseerd is en dat
dit allemaal door de politiediensten wordt gezegd. Ik lees in de media
wat politiemensen en syndicaten zeggen en dat is precies het
tegenovergestelde. De politie functioneert tamelijk behoorlijk, alleen
vaak laattijdig omdat ze met één combi dikwijls niet in een woelige
wijk durven te komen. Hun klacht is algemeen: Justitie volgt niet en de
politie krijgt geen onmiddellijke reactie van het parket. Daar is dus wel
degelijk een groot probleem en daar schort het meest aan, aan de
reactie van Justitie. U kunt nog veel interministerieel overleg houden,
maar ik hoop dat uw parket en uw diensten hun verantwoordelijkheid
opnemen en zich eindelijk toespitsen op Brussel zelf.
06.05 Bart Laeremans (VB): Le
ministre prend les choses assez à
la légère. Il dit plancher sur un
plan de grande envergure mais les
six zones de police se sont déjà
dotées de plusieurs plans ne
donnant
aucun
résultat!
La
situation ne fait qu'empirer. Je
crains que le grand plan annoncé
ne dépasse pas le stade de la
concertation. Une politique de
réaction rapide n'est jamais
productive.
Nous continuerons à mener un
combat inutile aussi longtemps
que la Justice ne réagira pas
rapidement et laissera circuler les
fauteurs de troubles avec un
sentiment d'impunité. Je me
réjouis d'entendre que le ministre
perçoit la nécessité d'un plan
intégral pour Bruxelles, mais il
déclare dans le même temps que
la conférence interministérielle de
son prédécesseur est restée lettre
morte et cela est inadmissible.
D'après le ministre, le parquet de
Bruxelles fait du bon travail, mais il
est évident que les policiers et les
organisations
syndicales
ne
partagent pas cet avis. Ils se
sentent
abandonnés
par
la
Justice. En ce qui me concerne, le
ministre
peut
sans
aucun
problème mobiliser l'ensemble du
parquet
pour
les
dix-neuf
communes de Bruxelles et mettre
en place un tout nouveau parquet
pour la périphérie flamande. Le
morcellement des efforts ne
produit rien de bon.
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Van mij mag u het hele bestaande Brusselse parket integraal
gebruiken voor Brussel-19 en een totaal nieuw parket lanceren voor
de Vlaamse rand, voor Halle-Vilvoorde. Als het maar opgelost geraakt
in Brussel, als het parket eindelijk maar gaat werken! Het parket van
Brussel mag gerust meer mensen hebben: laat ze maar stevig
ondersteund worden, maar zorg dat ze zich kunnen toespitsen op
Brussel zelf en zich niet meer moeten bezighouden met Vlaams-
Brabant. Dat is onvergelijkbaar, dat is een ander soort criminaliteit, en
dat zorgt ervoor dat men in Brussel veel te veel zijn aandacht moet
versnipperen, wat voor niks goed is.
Moties
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Renaat Landuyt en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de heren Renaat Landuyt en Bart Laeremans
en het antwoord van de minister van Justitie,
vraagt de regering
- de Interministeriële Conferentie veiligheid samen te roepen;
- werk te maken van een bijzonder integraal veiligheidsplan voor Brussel."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Renaat Landuyt et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de MM. Renaat Landuyt et Bart Laeremans
et la réponse du ministre de la Justice,
demande au gouvernement
- de réunir la conférence interministérielle sur la sécurité;
- de s'atteler à l'élaboration d'un plan de sécurité intégral propre à Bruxelles."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Carina Van Cauter.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Carina Van Cauter.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
07 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "les actions entreprises afin de
prévenir la propagation du sida en milieu carcéral" (n° 17132)
07 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de stappen die gezet worden
om de verspreiding van aids in de gevangenissen te voorkomen" (nr. 17132)
07.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je voudrais vous
interroger sur la problématique de la propagation du virus du sida en
milieu carcéral. Certains pays européens ont pris des mesures
particulières en la matière, notamment la France, par rapport à ce
fléau qui fait, bien évidemment, des ravages. C'est d'autant plus
d'actualité que, depuis des années maintenant en Belgique, la
possibilité est offerte aux détenus de bénéficier d'espaces permettant
des relations sexuelles.
Notre pays a-t-il pris des mesures spécifiques au niveau de la
prévention du sida en milieu carcéral? Ont-elles fait l'objet d'une
attention particulière au sein des établissements pénitentiaires?
Quelles sont les pratiques de prévention généralement admises ou
07.01 Xavier Baeselen (MR):
Sommige
Europese
landen
hebben specifieke maatregelen
genomen om de verspreiding van
het aidsvirus in de gevangenissen
tegen te gaan. Dat is een actueel
thema, temeer daar gedetineerden
al jarenlang gebruik kunnen
maken van ruimten waar ze
geslachtsverkeer kunnen hebben.
Heeft
ons
land
specifieke
maatregelen
genomen
inzake
aidspreventie
in
de
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
encouragées au sein des établissements pénitentiaires? En effet, la
question de la sexualité en milieu carcéral reste taboue, alors qu'elle
n'en demeure pas moins une réalité.
gevangenissen? Wordt er daaraan
bijzondere aandacht besteed in de
penitentiaire inrichtingen? Welk
preventiebeleid wordt er gevoerd?
07.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, le service soins
de santé des prisons tente, de plusieurs façons, de répondre aux
risques de propagation du sida en milieu carcéral. Tout détenu entrant
est questionné au sujet d'un éventuel comportement à risques et subit
un test de dépistage. Si nécessaire, durant la détention, un dépistage
est possible sur simple demande. Des détenus ayant contracté le
virus VIH reçoivent des soins et des médicaments suivant les normes
médicales courantes.
Pour ce faire, nos services travaillent en collaboration avec les
centres de référence sida régionaux. Les personnes détenues
peuvent recevoir gratuitement des préservatifs sur simple demande.
Dans les pièces pour les visites en intimité, des préservatifs sont
également mis à disposition. Des héroïnomanes incarcérés peuvent
faire appel à des programmes de substitution avec la méthadone ou
de la Buprénorphine.
Les services médicaux des prisons travaillent avec les initiatives
communautaires pour l'organisation d'activités de prévention et
l'instauration de formations, comme par exemple avec Modus Vivendi,
etc. Le risque de propagation du sida et la prévention font partie de la
formation de base des agents pénitentiaires.
07.02 Minister Stefaan De Clerck:
De gezondheidsdienst in de
gevangenissen tracht het risico op
de verspreiding van het aidsvirus
in de strafinrichtingen zoveel
mogelijk te beperken. Elke nieuwe
gedetineerde wordt ondervraagd
over risicogedrag en moet een
aidstest ondergaan. Tijdens de
detentie is een aidstest mogelijk
op aanvraag. Gedetineerden die
met het hiv-virus besmet zijn,
krijgen
een
aangepaste
behandeling en medicatie.
Onze diensten werken samen met
de regionale aidsreferentiecentra.
De gedetineerden kunnen op
verzoek
condooms
krijgen.
Heroïneverslaafden
in
de
gevangenissen
kunnen
een
substitutieprogramma volgen.
De medische diensten van de
gevangenissen organiseren ook
preventieacties en opleidingen. In
de
basisopleiding
van
de
penitentiaire beambten wordt er
aandacht besteed aan aids en
preventie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.03 Renaat Landuyt (sp.a): Mag ik vraag nr. 17359 omzetten in
een schriftelijke vraag? Mijn excuses.
De voorzitter: Dat is een vraag over Oost-Congo.
07.04 Minister Stefaan De Clerck: Had u niet gevraagd om die niet
om te zetten?
07.05 Renaat Landuyt (sp.a): Ja, maar nu vraag ik het wel.
07.06 Minister Stefaan De Clerck: En vraag nr. 17261 ook?
De voorzitter: Ja.
07.07 Renaat Landuyt (sp.a): En vraag nr. 17624 van de heer Dirk
Van der Maelen mag ook worden omgezet.
De voorzitter: Wie biedt meer?
08 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "le trafic de gsm dans les prisons"
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
(n° 17133)
08 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "het gesjacher met gsm's in de
gevangenissen" (nr. 17133)
08.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je souhaiterais revenir sur les informations relayées
récemment dans la presse quant à un trafic de gsm en milieu
carcéral. La problématique des évasions dans les établissements
pénitentiaires est intimement liée à l'utilisation de moyens modernes
de communication et notamment de gsm. Des enquêtes de type
journalistique ont été menées et des contacts ont été pris avec les
prisonniers dans certaines prisons, en particulier à Bruxelles. Il
semblerait qu'il y ait un trafic de gsm entre détenus mais aussi entre
gardiens et détenus.
Monsieur le ministre, les enquêtes internes à l'administration des
établissements pénitentiaires confirment-elles ce phénomène? Des
gardiens ont-ils déjà été sanctionnés et pris sur le fait pour de tels
trafics au cours de ces dernières années? Si tel est le cas, combien
de cas y a-t-il eu et quelles sanctions ont-elles été appliquées?
Des mécanismes modernes de brouillage des communications sont-
ils envisagés ou déjà d'application dans certains établissements
pénitentiaires pour empêcher l'utilisation de ces modes de
communication entre les détenus et d'éventuels complices aux
évasions extérieurs?
08.01 Xavier Baeselen (MR): Er
bestaat een nauw verband tussen
de
ontsnappingen
uit
strafinrichtingen en het gebruik
van
moderne
communicatiemiddelen,
meer
bepaald van gsm's. Uit het
speurwerk
van
onderzoeksjournalisten blijkt dat er
zowel tussen de gedetineerden
onderling als tussen de cipiers en
de gedetineerden gsm's worden
verhandeld.
Wordt die bevinding bevestigd
door de interne onderzoeken van
het bestuur der strafinrichtingen?
Werden er al cipiers gestraft of op
heterdaad betrapt?
Wordt er gedacht aan het gebruik
van stoorsystemen?
08.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, monsieur
Baeselen, la présence de gsm en prison est hélas une réalité en
Belgique, tout comme dans les autres pays européens. Il arrive
effectivement que des membres du personnel soient surpris à
introduire ou à tenter d'introduire des gsm en prison. Dans une telle
situation, des mesures sont évidemment prises. Si l'agent est
contractuel, il est immédiatement mis fin au contrat pour faute grave.
Si l'agent est statutaire, une procédure disciplinaire est
immédiatement initiée.
Il faut bien reconnaître qu'il s'agit d'une situation exceptionnelle
puisque, depuis 2007, une seule procédure a été initiée, avec pour
résultat une démission d'office. La Direction générale des
établissements pénitentiaires est consciente de la problématique des
gsm dans les prisons et fournit de grands efforts dans la lutte contre
la présence et l'utilisation de ces appareils.
Afin de combattre l'introduction et la contrebande de gsm, la Direction
générale des établissements pénitentiaires a acheté des appareils
permettant de détecter les gsm. Ce matériel est actuellement testé et
une procédure est élaborée. Entre-temps, plusieurs systèmes de
détection et de brouillage de gsm sont examinés et les opportunités
de ces différents systèmes sont comparées. Une fois l'étude
terminée, un choix définitif sera fait quant à la technologie à installer
partout. Ce choix dépend évidemment de l'établissement, étant donné
qu'on ne peut offrir une même solution à toutes les infrastructures.
Un système intégré sera directement prévu dans les nouvelles
prisons. Des nouvelles technologies pour brouiller les appels existent,
différentes formules sont possibles et nous testons actuellement
plusieurs systèmes. Ce point est repris dans le cahier des charges
08.02 Minister Stefaan De Clerck:
De aanwezigheid van gsm's is
spijtig genoeg, net als in de andere
Europese landen, ook een realiteit
in de Belgische gevangenissen.
Het
gebeurt
inderdaad
dat
personeelsleden
gsm's
binnensmokkelen
in
de
gevangenis.
Wanneer
een
personeelslid op heterdaad wordt
betrapt, wordt hij op staande voet
ontslagen wegens zware fout
wanneer hij tewerkgesteld wordt
met een arbeidsovereenkomst.
Wanneer hij statutair is, wordt
meteen
een
tuchtprocedure
opgestart.
Sinds 2007 werd een enkele
procedure opgestart, die leidde tot
een ambtshalve ontslag. De
algemene
directie
van
de
strafinrichtingen is zich bewust van
het probleem en doet ernstige
inspanningen om de aanwezigheid
en het gebruik van die apparaten
te bestrijden. Zo werden er onder
meer toestellen aangekocht om
gsm's op te sporen. Die worden
momenteel getest en er wordt een
procedure
op
punt
gesteld.
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
des nouvelles prisons.
Intussen worden ook verschillende
systemen onderzocht om gsm's op
te sporen én de communicatie te
verstoren. Er moet nog worden
beslist
welke
technologie
uiteindelijk in de verschillende
strafinrichtingen
zal
worden
ingevoerd.
In de nieuwe gevangenissen zal er
onmiddellijk in een geïntegreerd
systeem worden voorzien.
08.03 Xavier Baeselen (MR): La volonté est donc d'en arriver à un
brouillage maximal là où c'est possible dans les établissements
pénitentiaires.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08.04 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, je souhaite
transformer mes questions n
os
17136 et 17388 en questions écrites et
je demande le report de ma question n° 17491.
08.04 Xavier Baeselen (MR):
Mevrouw de voorzitter, ik wens
mijn mondelinge vragen nr. 17136
en nr. 17388 om te zetten in
schriftelijke vragen en mijn vraag
nr. 17491 uit te stellen.
09 Question de M. David Clarinval au ministre de la Justice sur "une demande d'étude de faisabilité du
transfert du projet de construction d'une nouvelle prison à Sambreville vers l'actuelle base militaire de
Baronville à Beauraing" (n° 17176)
09 Vraag van de heer David Clarinval aan de minister van Justitie over "de vraag naar een
haalbaarheidsstudie over de bouw van een nieuwe gevangenis die niet in Sambreville maar op de
huidige militaire basis van Baronville in Beauraing zou komen" (nr. 17176)
09.01 David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, le masterplan
2008-2012 "Pour une incarcératIon plus humaine" prévoit la
rénovation et l'extension de prisons anciennes, mais aussi la
construction de sept nouvelles prisons sur le territoire belge. Ces
nouveaux établissements peuvent se situer sur le site d'anciennes
casernes ou sur des sites désaffectés. Actuellement, l'autorité
fédérale a retenu trois sites en Région wallonne: Leuze-en-Hainaut,
Marche-en-Famenne et Sambreville. Une vive contestation s'est
manifestée à l'encontre du projet de Sambreville. En outre, des
difficultés administratives semblent freiner la réalisation de ce projet.
Par ailleurs, le plan de restructuration de l'armée présenté par M. le
ministre Pieter De Crem prévoit dans notre pays la fermeture de 23
casernes d'ici 2011 en rassemblant les petites unités occupées à
moins de 50 %. La base militaire de Baronville, située dans la
commune de Beauraing, figure parmi les casernes qui devraient
fermer leurs portes.
Monsieur le ministre, je souhaiterais que vous étudiiez, en partenariat
avec la Régie des Bâtiments, l'opportunité et la faisabilité du transfert
du projet de construction de la prison de Sambreville vers la base
militaire de Baronville, un site de 300 hectares. Il paraît en effet
évident qu'en agissant de la sorte, l'État belge réalisera une énorme
économie. Je pense, entre autres, au fait que plusieurs bâtiments
09.01 David Clarinval (MR): Het
masterplan 2008-2012 voorziet in
de bouw van zeven nieuwe
gevangenissen. Tegen een van de
sites die daarvoor in aanmerking
komen in het Waals Gewest, die
van Sambreville, rijst hevig verzet
bij de omwonenden. Bovendien
zouden
ook
administratieve
problemen stokken in de wielen
komen steken.
Het herstructureringsplan van het
leger voorziet in de sluiting van
23 kazernes tegen 2011. Een
daarvan is de militaire basis van
Baronville, in Beauraing. Kunt u
nagaan of het niet mogelijk is het
project betreffende de bouw van
een gevangenis in Sambreville
naar de basis van Baronville te
verhuizen? De Staat zou zo heel
wat geld kunnen besparen. In
Baronville staan al verscheidene
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
existent déjà à Baronville. Moyennant quelques travaux d'adaptation,
ils devraient pouvoir satisfaire aux normes requises pour les prisons.
Cette solution permettrait d'éviter la construction d'un nouveau
complexe public à Sambreville, source de désagrément pour les
riverains.
La base militaire de Baronville ne serait ainsi pas laissée à l'abandon
après le départ des militaires, et il y aurait dans ses locaux une
nouvelle activité, source d'emploi pour les habitants de la commune
de Beauraing et des environs. La base militaire de Baronville est
située sur l'axe routier Dinant-Bouillon, à l'écart de toute habitation,
mais à proximité d'un axe routier de grande communication: l'E411.
Cela permettrait d'économiser la perte de bonnes terres agricoles à
Sambreville. Enfin, les attentes des riverains de la future prison de
Sambreville pourraient être satisfaites.
Bref, a priori, cette idée de transfert d'implantation entre deux
communes de la province de Namur ne comporterait que des
avantages. Toutefois, afin d'objectiver ces derniers, une étude
réalisée en collaboration avec l'armée et la Régie des Bâtiments
serait, me semble-t-il, la bienvenue. Pouvez-vous m'indiquer si cette
étude est possible? Si oui, comptez-vous la demander? Un tel
déménagement est-il envisageable? Monsieur le ministre, pourriez-
vous étudier avec attention cette piste?
gebouwen,
die
alleen
maar
moeten
worden
aangepast.
Bovendien zou men dan ook geen
gevangeniscomplex hoeven op te
trekken in Sambreville, een project
dat tot groot ongenoegen leidt bij
de omwonenden. De basis van
Baronville zou niet leeg komen te
staan en dit project zou bovendien
de werkgelegenheid in Beauraing
ten goede komen. De basis ligt ver
van de woonzones maar dicht bij
de E411. In Sambreville zouden
geen goede landbouwgronden
moeten worden opgeofferd. De
verhuizing van dit project van
Sambreville naar Beauraing zou
dus
alleen
maar
voordelen
hebben. Bent u bereid dit
denkspoor
grondig
te
onderzoeken?
09.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, nous examinons en collaboration avec la Défense et la
Régie des Bâtiments les sites éventuels des bases militaires. Cet
examen est toujours en cours.
Le fait de transformer des casernes en prisons n'est cependant pas
considéré comme une bonne option. Les travaux d'adaptation
seraient tellement coûteux et radicaux que cela ne serait pas une
solution efficace.
Comme je l'ai déjà dit, nous nous intéressons uniquement aux
surfaces, aux sites. Nous examinons, d'une part, s'il y a des terrains
entièrement ou partiellement vagues et, d'autre part, s'il y a des
terrains intéressants où des bâtiments de la Défense peuvent
facilement être détruits.
Il est vrai qu'après examen, c'est surtout en Wallonie que certains
sites intéressants ont été retenus. Ils sont actuellement examinés par
la Régie des Bâtiments ainsi que par les services du ministre wallon
compétent, M. Henry. Ce dernier et son administration étudient tous
les sites et toutes les alternatives; cela vaut également pour
Sambreville. La demande d'étudier le site militaire à Baronville comme
site de substitution de celui de Sambreville fait aussi partie de cette
étude globale.
Le gouvernement wallon prendra prochainement une décision à ce
sujet et nous saurons alors quels sites retiennent ses préférences.
Aujourd'hui encore j'ai contacté M. Demotte pour lui dire qu'il y a
urgence et que je souhaitais qu'une décision soit prise dans les
prochains jours. Il faut avancer dans ce dossier et indiquer les sites
retenus. Il m'a répondu qu'il m'informerait le plus vite possible, lui-
même ayant encore des contacts utiles ce jour. J'attends donc la
09.02 Minister Stefaan De Clerck:
We bestuderen, in samenwerking
met Defensie en de Regie der
Gebouwen, de sites van de
militaire basissen. Het ombouwen
van kazernes tot gevangenissen
wordt echter niet beschouwd als
een
goede
optie.
De
aanpassingswerken zouden te
duur
zijn.
We
zijn
alleen
geïnteresseerd in de gronden. We
zoeken gronden met weinig of
zonder gebouwen, of bebouwde
gronden waar de gebouwen
makkelijk
kunnen
worden
afgebroken.
Vooral in Wallonië zijn er enkele
sites die interessant lijken. Ze
worden momenteel bestudeerd
door de Regie der Gebouwen en
door de diensten van de Waalse
minister
Henry,
die
alle
alternatieven
onderzoekt,
met
inbegrip van een alternatieve site
voor Sambreville. De Waalse
regering
zal
binnenkort
een
beslissing nemen over de sites die
haar voorkeur genieten. Ik hoop
dat er de komende dagen een
beslissing zal worden genomen,
want men moet vooruitgang
boeken. De jury beëindigt zijn
werkzaamheden. We moeten nu
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
décision du gouvernement wallon.
dus
aanduiden
welke
sites
geselecteerd
zijn.
Ik
wacht
daarvoor op de beslissing van de
Waalse regering.
09.03 David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse très claire. J'ai pris note du fait que l'étude est
actuellement en cours. La porte est donc ouverte pour opérer le
déménagement et changer d'option. La balle est dans le camp du
gouvernement wallon et, en particulier, du ministre Henry.
Logiquement, le ministre Henry devrait pouvoir proposer cette
solution. En tout cas, j'ai entendu que vous ne fermiez pas la porte.
09.03 David Clarinval (MR): De
Waalse regering is aan zet. In
ieder geval sluit u de deur niet en
daar ben ik u dankbaar voor.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen en interpellatie van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "het gebrek aan plaatsen in gesloten
jeugdinstellingen" (nr. 17215)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de nieuwe jeugdinstelling in Tongeren"
(nr. 17232)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Justitie over "de komst van een gesloten
jeugdinstelling te Mechelen" (nr. 17247)
- de heer Renaat Landuyt tot de minister van Justitie over "het protocolakkoord met de Vlaamse
minister van Welzijn" (nr. 393)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de eventuele gesloten jeugdinstelling te
Mechelen" (nr. 17549)
10 Questions et interpellation jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "le manque de place dans les établissements fermés
pour jeunes délinquants" (n° 17215)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "le nouvel établissement fermé pour les jeunes
délinquants à Tongres" (n° 17232)
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Justice sur "un nouvel établissement fermé pour les
jeunes délinquants à Malines" (n° 17247)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "le protocole d'accord conclu avec le ministre
flamand du Bien-Être" (n° 393)
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la création éventuelle d'un établissement fermé pour
jeunes délinquants à Malines" (n° 17549)
De voorzitter: De heer Terwingen wil zijn vraag nr. 17549 omzetten in een schriftelijke vraag.
10.01 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, ik begin met
mijn interpellatie over het protocolakkoord met de Vlaamse minister
van Welzijn. Verder heb ik nog twee vragen. Doordat de vragen zo
traag beantwoord worden, moeten wij overschakelen naar dit soort
globaliseringen.
Mijnheer de minister, ik probeer de kwestie-Tongeren, die daar wat
los van staat, even te schetsen. Ik heb vastgesteld dat voor de
federale jeugdinstelling in Tongeren, waar plaats is voor 34 jongeren,
er geen grote opening werd gehouden, wat wel gebeurde voor de
gevangenis te Doornik.
De eerste jeugddelinquenten werden er op 26 november verwacht.
Wie die jongeren zijn, is niet helemaal duidelijk. Er werd onder meer
gesproken over "jongeren die niet meer in Everberg terechtkunnen."
Vandaar mijn vragen ter zake. Over welke jongeren gaat het nu
precies? Zijn het jongeren die door de jeugdrechter werden
10.01 Renaat Landuyt (sp.a): Il
me revient que l'établissement
fermé pour jeunes de Tongres,
pouvant
accueillir
jusqu'à
34 pensionnaires, vient d'entamer
ses
activités.
Quels
jeunes
précisément y sont-ils hébergés?
Quelle est leur moyenne d'âge?
L'ancienne prison de Tongres est-
elle
désormais
entièrement
conforme aux normes flamandes
en la matière? Combien de jeunes
attendent encore leur placement
en institution fermée?
Par ailleurs, le bourgmestre de
Malines a annoncé que les
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
veroordeeld? Wat wordt bedoeld met "jongeren die niet meer in
Everberg terechtkunnen?"
Wat is de gemiddelde leeftijd van die jongeren?
Voldoet de oude gevangenis van Tongeren nu toch volledig aan de
Vlaamse normen die van toepassing zijn op jeugdinstellingen?
Hoeveel delinquente jongeren wachten nog op een plaats in een
jeugdinstelling?
Voorts is er de problematiek van de jeugdinstelling in Mechelen. De
burgemeester van Mechelen heeft aangekondigd dat hij samen met
het schepencollege en de gemeenteraad zelf in budgetten heeft
voorzien om extra plaatsen in gesloten jeugdinstellingen op te vullen.
Tegen 2011 wil hij in zijn stad zelfs een extra gesloten instelling
openen.
Eigenlijk is dit initiatief voor mij de aanleiding om te kijken waarom
een stad een dergelijk initiatief neemt. Het lijkt mij veeleer een signaal
te zijn dat men er niet van overtuigd is dat de Vlaamse regering of de
Belgische regering de nodige initiatieven neemt.
Met mijn interpellatie wil ik achterhalen hoe het staat met de
samenwerking tussen de Gemeenschappen en federale overheid. Ik
verwijs daarvoor naar het samenwerkingsakkoord dat in 2001 werd
gesloten tussen de toenmalige federale minister van Justitie, de
Vlaams minister van Welzijn en de minister van Tewerkstelling.
Sindsdien staan medewerkers van de VDAB bijvoorbeeld in voor
begeleiding in de gevangenis. De termijn van die overeenkomst is
eigenlijk overschreden, maar ik veronderstel dat in de praktijk een en
ander nog doorgaat.
Wordt er onderhandeld over een nieuwe overeenkomst of een
verlenging van de overeenkomst? Hoever staan we in die
onderhandelingen en wat is de timing? Is Mechelen de eerste stad die
aan de alarmbel trekt?
Hoever staat het met de uitvoering van elk van de deelaspecten van
het protocol?
Over welke aspecten heeft er recent overleg met de Vlaamse minister
van Welzijn plaatsgevonden? Daarover lees ik namelijk korte
berichten in de pers. Welke afspraken werden daar gemaakt? Of
wordt
er
überhaupt
niet
gedacht
aan
een
nieuwe
samenwerkingsovereenkomst tussen de departementen Welzijn en
Justitie?
Ik heb nog een specifiekere vraag over slachtofferzorg. Meer dan tien
jaar
geleden,
in 1998
meer
bepaald,
kwam
er
een
samenwerkingsakkoord op het vlak van slachtofferzorg tot stand
waarin de taken van de verschillende departementen wat betreft de
begeleiding, opvang en informatie aan slachtoffers van een misdrijf
werden geformuleerd. De verdeling is echter nog steeds niet duidelijk
en ook de doorverwijzing naar al die diensten zou niet perfect
verlopen.
In het akkoord werd ook in een evaluatie voorzien. Heeft die evaluatie
autorités locales avaient libéré un
budget
pour
des
places
supplémentaires dans des centres
fermés
et
qu'un
nouvel
établissement fermé verrait même
le jour dans sa cité en 2011. Les
Malinois craindraient-ils que les
initiatives
prises
par
le
gouvernement flamand ou belge
ne soient insuffisantes?
Par le biais de mon interpellation,
je souhaiterais en fait savoir si
l'accord de coopération conclu en
2001 entre les Communautés et
les autorités fédérales est déjà
arrivé à expiration, a été prolongé
ou fait à nouveau l'objet de
négociations? Où en sont les
négociations
et
quel
est
l'échéancier? Qu'en est-il de la
mise en oeuvre de chaque aspect
du protocole? Quels aspects ont
récemment
fait
l'objet
de
négociations avec le ministre
flamand du Bien-être et quels
accords ont été conclus? Le
fonctionnement de l'assistance
aux victimes a-t-il déjà été évalué?
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
reeds plaatsgevonden? Indien dat niet het geval is, bent u dan van
plan dat op korte of lange termijn te doen?
10.02 Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer de minister, de
problematiek werd reeds geschetst. De stad Mechelen voorziet in
haar begroting van volgend jaar een bedrag voor de bouw van een
gesloten instelling om jonge delinquenten opnieuw op te voeden met
een strak regime.
Mijn vraag dateert van meer dan een maand geleden. U bent dus
uiteraard op de hoogte van de plannen. Wat is uw reactie, mijnheer
de minister?
Informeel, misschien zelfs formeel, zal er uiteraard met uw
partijcollega in de Vlaamse regering, de heer Vandeurzen, hierover
overleg zijn gepleegd. Wat is zijn reactie?
Kan een stad zelf een instelling bouwen? In dat verband is het de
bedoeling om een instelling voor ongeveer 18 delinquente jongeren
met een strak regime te bouwen. Kan een stad als Mechelen dan zelf
kiezen welk regime hier wordt opgelegd? Het is, zoals ik aangeef,
bedoeld voor 18 jonge delinquenten. Het is niet de bedoeling om daar
jongeren op te vangen in een problematische opvoedingssituatie. Die
zal men uiteraard ook hebben in Mechelen.
Mechelen wordt soms ook Chicago aan de Dijle genoemd. Ik lees die
benaming in verschillende krantenartikels. Ze komt van VLD-
burgemeester Somers. Ik heb die niet uitgevonden. Ik geef ze maar
mee. Het verbaast mij dat ze u onbekend is.
Men heeft daar dus nood aan plaatsen voor jongeren die een als
misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. De burgemeester van
Mechelen geeft aan dat er in Mechelen verschillende programma's en
maatregelen bestaan om een aantal delinquente jongeren weer op het
goede pad te krijgen. Sommige helpen, maar aan het einde van het
verhaal moet men toch een aantal jongeren plaatsen, om zowel de
slachtoffers als de maatschappij te beschermen. Daar schieten justitie
en de Vlaamse overheid, want het is uiteraard een samenwerking, te
kort.
Kan een stad zelf kiezen, als ze een instelling wilt bouwen, welke
categorie van jongeren daar geplaatst wordt en in welk regime?
Het zou natuurlijk een goede oplossing zijn. Hoe meer instellingen,
hoe beter. Het geeft Vlaanderen de mogelijkheid om een
gedifferentieerd beleid voeren. Jongeren die in een problematische
opvoedingssituatie terechtkomen, kunnen dan geholpen worden en
jongeren die echt een gevaar betekenen voor de maatschappij,
kunnen dan afgezonderd worden, gesanctioneerd worden en op die
manier ook nog geholpen worden.
Ten slotte, bestaat de mogelijkheid dat door de jeugdrechter expliciet
jongeren die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, in die
instelling geplaatst worden?
Kunt u wat meer toelichting geven over het dossier van de vordering
van de gesloten instellingen in Tongeren en Sint-Hubert?
10.02 Bruno Stevenheydens
(VB): Que pense le ministre des
plans de la ville de Malines
concernant la construction d'une
institution fermée pour les jeunes?
La ville est-elle habilitée à opérer
un tel choix et peut-elle également
choisir la catégorie de jeunes
concernée et le régime qui serait
d'application? Le projet permettrait
à la Flandre de mener une
politique différenciée, en faisant
une distinction entre des jeunes
connaissant
une
situation
éducationnelle problématique et
des jeunes qui représentent
réellement un danger pour la
société. Un juge de la jeunesse
pourrait-il décider formellement
qu'un jeune ayant commis un délit
sera placé dans cette institution?
Le ministre pourrait-il par ailleurs
fournir des précisions sur les
institutions fermées de Tongres et
de Saint-Hubert?
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
10.03 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
ik zal eerst een antwoord geven met betrekking tot Mechelen en
daarna met betrekking tot Tongeren.
Ik ben uiteraard op de hoogte van het initiatief. Zoals iedereen heb ik
in de media gelezen over een eventuele jeugdinstelling in Mechelen.
Voor alle duidelijkheid, er is vooraf geen enkel overleg gepleegd rond
dat thema.
Ik verwijs in hoofdzaak naar de reacties van de Vlaamse
Gemeenschap, aangezien de wet bepaalt dat de Gemeenschappen
bevoegd zijn voor de praktische organisatie van de maatregelen die
gericht zijn op de ten laste neming van de minderjarige delinquenten,
met uitzondering van de gesloten federale centra die onder mijn
bevoegdheid ressorteren.
Collega Vandeurzen verheugde zich erover dat de stad Mechelen wil
investeren in de jeugdbescherming. Hij heeft evenwel gewezen op de
uitbreiding van de opvangcapaciteiten in een gesloten regime en op
de noodzaak te investeren ook in de andere vormen van ten laste
neming. Volgens de informatie waarover ik beschik, is er een
vergadering gepland met minister Vandeurzen.
Een gesloten instelling, georganiseerd door een gemeente zonder het
akkoord van de bevoegde Gemeenschappen, zou geen enkele
wettelijke grondslag hebben. Een jeugdrechter zou daar ook geen
minderjarigen kunnen plaatsen. Wat mij betreft, is het overleg met de
Gemeenschappen opgestart. Op 18 november heb ik een vergadering
gehad met collega Huytebroeck over de problematiek van
delinquentie, minderjarigen en jeugdrecht in het algemeen. Ik heb
uiteraard ook met collega Vandeurzen al een aantal vergaderingen
gehad in dat verband.
Ik heb gesproken over de veiligheid in de steden en heb daarbij
Brussel vermeld. Die interministeriële conferentie zou ik ook willen
organiseren rond de problematiek van samenwerking met de
Gemeenschappen, aspecten van jeugdrecht en de andere problemen
die de contacten tussen Justitie en de Gemeenschappen
aanbelangen. Dat bereid ik voor door bilaterale contacten met elk van
hen. De problematiek van de jeugdinstellingen is daarvan een
onderdeel. De slachtofferproblematiek is een ander verhaal.
Als burgemeester van een stad als Kortrijk moet ik mij gedurende een
paar jaar hoeden voor commentaar op een collega-burgemeester van
een gelijkaardige stad. Louter vanuit Justitie vind ik die aankondiging
misschien een engagement waard. Als Mechelen daarin voortgaat,
kan hij er wel in investeren, maar niet zonder de Gemeenschappen en
Justitie binnen het wettelijk kader en de georganiseerde
dienstverlening inzake jongerencriminaliteit. Dat is duidelijk.
Ondertussen worden initiatieven genomen. Op 20 november heeft het
gesloten, federaal centrum voor jongeren te Tongeren zijn activiteiten
opgestart. Voornoemd centrum, dat op middellange termijn over een
opvangcapaciteit voor vierendertig jongeren zal beschikken, zal in
eerste instantie zeventien jongeren opvangen. Het gaat om een
eerste opvangfase, die in maart 2010 afloopt. Dat is namelijk bij de
opening van de instelling in Saint-Hubert. Daarna gaan wij naar een
tweede, opvolgende stap.
10.03
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je suis au courant de la
construction
éventuelle
d'une
institution pour jeunes à Malines
mais il n'y a pas eu de
concertation à ce sujet.
Je renvoie en la matière à la
réaction de la Communauté
flamande qui est compétente pour
la prise en charge des délinquants
mineurs, sauf pour ce qui est des
centrés fermés fédéraux qui
relèvent de ma compétence. Le
projet de la ville de Malines devrait
bientôt faire l'objet d'une réunion
avec
le
ministre
flamand
Vandeurzen. Si la ville de Malines
devait mettre en oeuvre le projet
sans l'accord de la Communauté
flamande, le fondement légal ferait
entièrement défaut.
Dans
le
cadre
des
mes
compétences fédérales en matière
de
délinquance
juvénile,
j'entretiens des contacts avec le
ministre
Vandeurzen
du
gouvernement flamand et la
ministre
Huytebroeck
du
gouvernement bruxellois. Il entre
également dans mes intentions
d'organiser
une
conférence
interministérielle sur les matières
touchant à la fois au domaine de
compétences de la Justice et des
Communautés. Sont notamment
concernées
les
institutions
publiques et la politique d'aide aux
victimes.
Si le bourgmestre de Malines
entend investir dans une institution
pour jeunes, il doit en tout état de
cause respecter le cadre légal.
Le centre fédéral de Tongres a
ouvert ses portes le 20 novembre.
Il accueillera 17 jeunes dans un
premier temps pour atteindre une
capacité de 34 jeunes à moyen
terme. L'ouverture de Saint-Hubert
en mars 2010 marquera le début
de la deuxième phase d'accueil.
Parmi les 17 places de Tongres, 6
sont réservées à des jeunes qui y
sont placés sur décision du juge
de la jeunesse après avoir commis
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
De opgevangen jongeren zullen het voorwerp van een
uithandengeving uitmaken. Zij zullen ofwel door een correctionele
rechtbank of, om precies te zijn, door de specifieke kamer van de
jeugdrechtbank worden veroordeeld ofwel ingevolge de genoemde
uithandengeving
door
een
onderzoeksrechter
onder
aanhoudingsmandaat worden geplaatst. Een en ander gebeurt in
toepassing van artikel 606 van het Wetboek van strafvordering.
In de genoemde, eerste fase gaat het uitsluitend om jongeren die op
het tijdstip van hun aankomst in het centrum te Tongeren nog
minderjarig zijn.
Binnen de voornoemde capaciteit van zeventien plaatsen is er in het
centrum te Tongeren voorzien in zes opvangplaatsen voor
minderjarigen die zijn geplaatst op grond van de wet van
1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen
die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. De betrokken
jongeren zijn er door de jeugdrechter geplaatst.
De plaatsen in kwestie kunnen slechts worden benut, mits aan
bepaalde voorwaarden is voldaan. De betrokkene moet met name
ouder dan zestien jaar zijn op het ogenblik dat de plaatsingsbeslissing
is genomen. Er mag bovendien geen plaats meer zijn in Everberg. De
duur van de plaatsing moet ook zo kort mogelijk zijn. De geplaatste
jongere moet tevens opnieuw in het centrum te Everberg worden
ondergebracht, zodra er in voornoemde instelling een plaats vrijkomt.
Dat is de methodiek die voor Tongeren in gang is gezet en straks ook
voor Saint-Hubert in gang zal worden gezet.
De jongeren die er zijn geplaatst, zijn tussen zestien en achttien jaar.
Het Federaal Centrum voor Jongeren van Tongeren werd in overleg
met de Vlaamse Gemeenschap geopend en voldoet dus aan de
Vlaamse normen die op de jeugdinstellingen van toepassing zijn.
Ik beschik niet over de nodige gegevens inzake de
gemeenschapsinstellingen om op uw zesde en laatste vraag te
kunnen antwoorden. Voor de federale instellingen wachten er
vandaag geen jongeren op een plaatsing. Bij ons weten is er op
federaal
vlak
geen
wachtlijst.
De
problematiek
bij
de
gemeenschapsinstellingen is mij niet bekend.
une infraction. Les jeunes doivent
avoir plus de 16 ans au moment
de la décision de placement. Il faut
par ailleurs qu'il n'y ait pas de
place disponible à Everberg. Dès
qu'une place s'y libère, le jeune
doit être transféré. Cette même
politique sera suivie pour Saint-
Hubert. Le centre de Tongres est
parfaitement
conforme
aux
normes de la réglementation
flamande.
Il n'y a actuellement aucune liste
d'attente
pour
les
centres
fédéraux.
10.04 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor
het feit dat u werk maakt van het overleg met de Vlaamse
Gemeenschap voor alle problemen die op de grens van de
bevoegdheden liggen en waarvoor samenwerking noodzakelijk is, in
het bijzonder inzake de jeugdinstellingen.
Om het belang van het voorgaande te onderstrepen, zal ik een motie
indienen.
10.04 Renaat Landuyt (sp.a):
J'introduirai
une
motion
de
manière à souligner l'importance
de ce problème.
10.05 Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer de minister, het was
een antwoord op de vraag van een collega, maar er is inderdaad geen
wachtlijst. Wanneer iemand niet geplaatst kan worden, laat men hem
opnieuw vrij. Dat is een spijtige vaststelling.
Ik vind het ook spijtig dat er geen overleg gepleegd is. U verwees
10.05 Bruno Stevenheydens
(VB): Il n'existe en effet pas de
liste d'attente: lorsqu'une personne
ne peut être placée, elle est
remise en liberté. L'annonce du
bourgmestre de Malines dans la
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
ernaar. Het is uiteraard een collega-burgemeester. Het is ook een lid
van de meerderheid in dit Parlement. Het is iemand waar u de
afgelopen maand formele of informele gesprekken mee had kunnen
voeren.
Het was veel beter geweest voor die burgemeester dat hij voor hij het
in de pers verkondigde er intern overleg over had gepleegd. Ik vind
het idee op zich veel belangrijker, dan dat het enkel gebruikt zou
worden voor een pre-electoraal proefballonnetje.
De verkiezingen zijn niet voor onmiddellijk, maar in de politiek moet
men kunnen denken op lange termijn. Daar zult u mij wel gelijk in
geven.
U zegt dat er geen grondwettelijke grondslag is waarom Mechelen zelf
kan beslissen welk regime daar van kracht is. Inderdaad. Volgens mij
is er wel een grondwettelijke grondslag als Mechelen in de bouw
voorziet, en als Justitie en de Vlaamse overheid zorgen voor de
omkadering. In die zin wil ik vragen dat men op het voorstel van
Mechelen in overleg met de Vlaamse Gemeenschap zou ingaan.
Ik verwijs naar ons bezoek u was erbij, mijnheer de minister, aan
een Nederlandse jeugdgevangenis. Wij hebben daar kunnen
vaststellen dat het het beste is dat er een gedifferentieerd
plaatsingbeleid is, en dat zware jeugdcriminelen afzonderlijk geplaatst
worden
van
jongeren
die
zich
in
een
problematische
opvoedingssituatie bevinden. Wij hebben zelfs uit de mond van die
jongeren in Nederland kunnen horen dat daar noodzaak aan is.
Men kan dat beleid maar op één manier verwezenlijken: voldoende
plaatsen hebben. Dat is de enige manier om te vermijden dat die
jongeren nog langer gemixt geplaatst worden. In die zin wil ik er toch
op aandringen dat de Vlaamse overheid, en dat u, mijnheer de
minister van Justitie, zorgt voor de omkadering. Dan kan men ingaan
op het voorstel van de stad Mechelen, die de kostprijs van de bouw
van zo'n instelling op zich wil nemen. Noem het een jeugdgevangenis
of noem het een kleinschalig Everberg, want het gaat om de plaatsing
van 18 jonge delinquenten.
presse n'a malheureusement pas
été précédée d'une concertation
interne qui aurait été appropriée vu
l'importance de l'idée. Selon le
ministre,
il
n'existe
aucun
fondement
constitutionnel
permettant à Malines de décider
elle-même d'un régime précis. À
mon estime, un tel fondement
existe bel et bien et je demande
de donner suite à la proposition de
Malines en concertation avec la
Communauté
flamande.
Il
appartiendra alors au ministre de
la Justice de mettre en place le
cadre.
Moties
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Renaat Landuyt en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Renaat Landuyt
en het antwoord van de minister van Justitie,
vraagt de regering
een nieuwe samenwerkingsovereenkomst te sluiten met de Vlaamse Gemeenschap over het op elkaar
afstemmen van het Justitie- en Welzijnsbeleid."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Renaat Landuyt et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Renaat Landuyt
et la réponse du ministre de la Justice,
demande au gouvernement
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
de conclure un nouvel accord de coopération avec la Communauté flamande afin d'harmoniser les
politiques en matière de justice et de bien-être."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Mia De Schamphelaere.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Mia De Schamphelaere.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Ben Weyts aan de minister van Justitie over "de werking van de moslimexecutieve"
(nr. 17326)
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de minister van Justitie over "de moslimexecutieve" (nr. 17670)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de geplande hervorming van het Executief
van de moslims van België" (nr. 17703)
- de heer Francis Van den Eynde aan de minister van Justitie over "de moslimexecutieve" (nr. 17707)
11 Questions jointes de
- M. Ben Weyts au ministre de la Justice sur "le fonctionnement de l'Exécutif des musulmans"
(n° 17326)
- Mme Hilâl Yalçin au ministre de la Justice sur "l'Exécutif des musulmans" (n° 17670)
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "les projets de réforme de l'Exécutif des musulmans
de Belgique" (n° 17703)
- M. Francis Van den Eynde au ministre de la Justice sur "l'Exécutif des musulmans" (n° 17707)
11.01 Ben Weyts (N-VA): Via de pers hebben we begin oktober
moeten vernemen dat de auditeur van de Raad van State zou
adviseren om de verkiezing van de Moslimexecutieve van
2005 ongeldig te verklaren. De reden zou de weigering destijds zijn
van de kandidatuur van een specifieke kandidaat, omdat de
betrokkene weigerde zijn afkomst bekend te maken. Als de Raad van
State het advies van de auditeur zou volgen, dan zou dat tot ook als
gevolg hebben dat alle beslissingen tussen 2005 en 2009 ongeldig
zouden worden verklaard, want de verkiezingen van dat orgaan
zouden worden vernietigd.
Nu een tweede luik: op een vraag van collega Ducarme antwoordde u
in de Commissie medio november dat u binnen enkele dagen contact
zou hebben met de Executieve. Ik heb u daaromtrent heel wat vragen
gesteld in de loop van het jaar.
Vandaar dat ik u volgende vragen wens te stellen.
Ten eerste, wat zijn de concrete gevolgen voor de Moslimexecutieve
wanneer de Raad van State het advies van de auditeur volgt, en is er
ondertussen al een uitspraak ten gronde gekomen.
Ten tweede, in de commissie van 22 april vond u dat er inzake de
organisatie van verkiezingen voor een formule zou moeten worden
gekozen waarbij, ik citeer u, "een gedeelte van de leden van de
Executief wordt verkozen en een gedeelte van de leden wordt
toegewezen op basis van hun representativiteit binnen hun
gemeenschap". Wat betekent dan het advies van de auditeur voor
deze piste? Ik denk dat het deze piste dan ook meteen afsluit en
onmogelijk maakt.
Uiteindelijk heeft u dit jaar via KB nogmaals het leven van de
executieven verlengd tot 31 december 2009 en dat loopt dus weldra
11.01 Ben Weyts (N-VA): Début
octobre, il a été annoncé que
l'auditeur
du
Conseil
d'État
formulerait un avis préconisant
l'annulation
de
l'élection
de
l'Exécutif musulman. Si le Conseil
suit cet avis, toutes les décisions
prises entre 2005 et 2009 seraient
annulées.
Une décision est-elle tombée
entre-temps sur le fond? Quelles
sont les conséquences concrètes
pour
l'Exécutif
musulman?
L'Exécutif
actuel
sera-t-il
à
nouveau prorogé après le 31
décembre 2009? Quels sont les
résultats
des
contacts
avec
l'Exécutif
à
propos
de
l'organisation
de
nouvelles
élections?
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
af. Gaat u opnieuw verlengen of wat gaat u doen? In dat verband
heeft u intussen gesproken met de executieven, vermits hun termijn
afloopt binnen enkele dagen. Wat is het resultaat van deze contacten
in functie van de concrete werking en ook de toekomstige
wedersamenstelling en ook in functie van de herverkiezing van de
executieven?
11.02 Minister Stefaan De Clerck: Het betreft een advies van de
auditeur bij de Raad van State, en nog geen arrest. Dat maakt het
moeilijk om er nu al uitspraak over te doen, en ik denk dat we moeten
wachten op het arrest van de Raad van State vooraleer we er
uitspraak over doen.
De Belgische Staat heeft een laatste memorie ingediend en het is nu
wachten op vaststelling van de zitting. Op dit ogenblik beschik ik niet
over enige informatie van de datum waarop de zitting zou kunnen
plaatsvinden. Ik wens dan ook een definitieve uitspraak af te wachten
vooraleer een uitspraak te doen over mogelijke gevolgen of vooraleer
verdere stellingen te nemen.
Ik was op dat moment hier in de commissie, maar er heeft op
8 december jongstleden een vergadering op mijn beleidscel
plaatsgevonden, met een delegatie van het Executief. Men had ook
een aantal documenten voor mij bij, met een aantal voorstellen om te
kijken welke aanpak mogelijk zou zijn. Zij hebben die voorstellen
afgegeven aan mijn medewerkers, terwijl ik hier bezig was met
wetgevend werk. Er is een document voorgelegd dat een synthese is
van alle stappen die zij tot op vandaag hebben gezet. Ik zal dat samen
met mijn diensten doornemen en kijken of er wel voldoende
vooruitgang is geboekt, op basis van vragen en opmerkingen die wij in
het verleden hebben gemaakt.
Er is dus regelmatig overleg. Een aantal concrete dossiers wordt
opgevolgd. Ik weet dat de tijd dringt en dat er een beslissing moet
worden genomen. Het wordt steeds duidelijker dat de huidige manier
om tot samenstelling van en samenwerking met het Executief te
komen, niet vol te houden is. Daarom heeft men andere voorstellen
geformuleerd. Ik zal moeten beslissen.
Wat mijn bevoegdheden betreft, de erkenning van de erediensten en,
in geval van erkenning, de betaling van de wedden en pensioenen
van de bedienaars zijn federale materies. Het Executief kan zich
natuurlijk intern vrij organiseren en kan ook voor andere materies
initiatieven nemen, maar het representatief orgaan dient op zich
federaal te zijn en dient met mij, op basis van de huidige
bevoegdheidsverdeling, de federale contacten te behouden. Ik heb
het Executief ook nodig voor een aantal materies die op federaal
niveau zijn geregeld, zoals dat ook voor de andere erediensten het
geval is.
Collega Hilâl Yalçin heeft vragen gesteld over het tijdelijk mandaat,
dat tot 31 december loopt. De vernieuwingsvoorstellen zijn afgegeven
en ik moet die nu bestuderen. Ik zal op korte termijn een initiatief
moeten nemen. Er is ondertussen voldoende aangetoond dat het
verkiezingsmodel niet werkt en dat een andere piste zal moeten
worden gezocht. Het komt de moslimgemeenschap zelf toe een
voorstel te doen. Ik zal dat moeten beoordelen.
11.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le Conseil d'État n'a pas
encore statué. Un ultime mémoire
a été déposé par l'État belge. Il
faut désormais attendre la fixation
de l'audience. J'attends une
décision
définitive
avant
de
m'exprimer sur les éventuelles
retombées.
Une réunion s'est tenue le
8 décembre auprès de ma cellule
politique avec une délégation de
l'Exécutif musulman. Un document
synthétisant
l'ensemble
des
initiatives prises à ce jour a été
présenté. Je verrai avec mes
services
si
des
avancées
suffisantes ont effectivement été
réalisées.
La concertation a donc lieu
régulièrement.
La
procédure
actuelle de mise en place des
exécutifs et de coopération avec
ces instances est intenable. C'est
pourquoi d'autres propositions ont
été formulées.
La reconnaissance des cultes
ainsi que le paiement des salaires
et pensions des ministres du culte
constituent
des
matières
fédérales. L'organe représentatif,
en tant que tel, doit être fédéral.
Le mandat temporaire est valable
jusqu'au 31 décembre 2009. Je
dois étudier les propositions de
rénovation. Je devrai prendre une
initiative à court terme.
Outre l'Exécutif des musulmans,
une administration assure la
continuité. Pour le reste, les
imams continuent évidemment à
percevoir des émoluments. Des
problèmes
se
posent
donc
uniquement avec l'interlocuteur,
l'Exécutif des musulmans.
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Ik kom tot de vragen van collega Van den Eynde. Het is eigenlijk
hetzelfde antwoord. Wij gaan ons beraden over de verdere toekomst
van het Executief. Ik wil daarop niet vooruitlopen. Naast de
Moslimexecutieve is er ook een administratie, die uiteraard wel de
continuïteit kan verzekeren. Verder worden de imams uiteraard
steeds betaald. De problemen doen zich alleen voor met betrekking
tot de Moslimexecutieve, de gesprekspartner, en dus niet voor de
lopende samenwerkingsmodellen, rechtstreeks met de administratie.
11.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb begrepen dat
er in hoofde van uw kabinet enige achterstand is, vermits u die
voorstellen naar verluidt nog niet heeft kunnen doornemen. Het is
vandaag de negende. U heeft ze gisteren gekregen? U had ze
natuurlijk kunnen meebrengen.
11.04 Minister Stefaan De Clerck: Ik zal ze eerst eens lezen en
bestuderen. We waren tot gisterenavond laat bezig met de BIM. Mijn
excuus.
11.05 Ben Weyts (N-VA): U bent verschoond, wilde ik zeggen, maar
dat is geen goede uitdrukking.
Zal er op korte termijn inderdaad een beslissing worden genomen? Ik
veronderstel dat u niet uitgaat van opnieuw nog eens een verlenging
van de erkenning of van het KB dat einde deze maand afloopt? Over
20 dagen loopt dit KB af. We gaan ervan uit dat er geen verlenging
komt en dat u effectief ingrijpt. We discussiëren al meer dan een jaar
over
transparantie,
controlemechanismen,
stabiliteit
en
representativiteit van die executieven. We kunnen dat niet eindeloos
blijven rekken. Ik hoop dat u deze maand nog een beslissing neemt,
zodat we hierover nog een grondige discussie kunnen voeren.
11.05 Ben Weyts (N-VA): Il faut
espérer qu'une décision effective
et non pas une prolongation
interviendra à bref délai. Nous
discutions depuis maintenant plus
d'un an de transparence, de
mécanismes de contrôle, de
stabilité et de représentativité.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Questions et interpellation jointes de
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "la durée moyenne des instructions judiciaires
en Belgique" (n° 17267)
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "l'arriéré auprès des parquets" (n° 17332)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "la durée moyenne des instructions judiciaires
en Belgique" (n° 17370)
- M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "la mesure de la charge de travail" (n° 397)
12 Samengevoegde vragen en interpellatie van
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de gemiddelde duur van gerechtelijke
onderzoeken in België" (nr. 17267)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de achterstand bij de parketten"
(nr. 17332)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de gemiddelde duur van
gerechtelijke onderzoeken in België" (nr. 17370)
- de heer Peter Logghe tot de minister van Justitie over "de werklastmeting" (nr. 397)
12.01 Bart Laeremans (VB): Mevrouw de voorzitter, is dit de
allerlaatste vraag?
12.01 Bart Laeremans (VB): Est-
ce la dernière question?
De voorzitter: Nee, de vraag van de heer Van Hecke over Beaulieu is
uitgesteld. Mevrouw De Permentier is niet aanwezig. Mevrouw
Raemaekers heeft ook niets laten weten. De heer Baeselen ook niet.
Ja, dit kan wel eens het einde zijn. Er zijn wel vragen maar geen
Le président: La question de
M. Van Hecke sur le dossier
Beaulieu est reportée. Mme de
Permentier est absente. Nous
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
aanwezigen meer.
sommes
sans
nouvelles
de
Mme Raemaekers
et
de
M. Baeselen.
12.02 Bart Laeremans (VB): Dit mag geen precedent zijn.
12.03 Peter Logghe (VB): Mijnheer de minister, het ontbreken van
cijfermateriaal om de werklast in de verschillende arrondissementen
te meten, is een oud zeer. Het vertraagt de invoering van
noodzakelijke maatregelen om het slecht functioneren van sommige
magistraten en sommige rechtbanken aan te pakken.
Uw voorganger, minister Vandeurzen, had op 4 juni 2008, een
protocolakkoord afgesloten met de vertegenwoordigers van de
rechtbanken en de hoven, de projectleidermagistraat, de Commissie
voor de Modernisering van de Rechterlijke Orde, de FOD Justitie, het
Beheerscomité Informatica van de Rechterlijke Orde en de
verantwoordelijke van de pilootsites.
Het is een uitgebreide vergadering. Ik lees dat ze sinds
september 2008 wordt ondersteund, zodat de zetel zelf, binnen
afgesproken termijnen, de aanpassing van zijn interne organisatie kan
voortzetten.
Zo werd afgesproken dat de minister van Justitie eind 2009 drie
concrete resultaten mocht verwachten: een concreet uitgewerkt
voorstel van een orgaan dat als vertegenwoordiger van de korpschefs
van alle hoven en rechtbanken, en als aanspreekpunt van de minister
geldt voor onder meer het optimaliseren van de werkprocessen; een
voorstel van een generiek werklastmeetinstrument met krijtlijnen voor
alle hoven en rechtbanken; en een eerste uitgewerkt resultaat van
een werklastmeting in de hoven van beroep.
In 2009 zou men de voortgang van het proces van de
werklastmetingen bij de parketten, hoven en rechtbanken permanent
opvolgen door deel te nemen aan begeleidingscomités, door het
proces naar en de resultaten van de werklastmeting te evalueren, en
door eventuele maatregelen te nemen om de resultaten van de
werklastmeting impact te geven. Ik lees dit allemaal op de website.
Op 10 juni 2009 stelde ik al een mondelinge vraag aan de minister
van Justitie over een bijdrage in De Tijd waarin de vraag werd gesteld
of Franstalige magistraten trager werken dan Nederlandstalige.
Verder in het artikel werd gezegd dat het College van procureurs-
generaal de grote verschillen tussen arrondissementen niet zou willen
bekendmaken. U bevestigde in uw antwoord dat er een rapport van
het College van procureurs-generaal bestond. Het ging om een intern
document, een werkinstrument voor het openbaar ministerie. De
studie wil inzicht krijgen in de knelpunten bij de doorlooptijd. Uit uw
antwoord bleek dat de cijfers onvolledig waren. Men was verder bezig
met een technische studie met alle mogelijke nuances. Deze studie
zou met de korpschefs worden besproken.
Eigenlijk bevestigde u in uw antwoord, mijnheer de minister, dat men
na twee jaar nog steeds niet wist wat de objectieve werklast in
concrete cijfers betekende.
Onlangs, in oktober 2009, was in De Standaard nog een opiniestuk te
12.03 Peter Logghe (VB):
L'absence de statistiques pour
mesurer la charge de travail dans
les différents arrondissements est
un problème bien connu. Le 4 juin
2008, le précédent ministre avait
conclu un protocole d'accord sur
ce point avec les représentants
des cours et des tribunaux, le
magistrat en charge de la direction
du projet, la Commission de
Modernisation de l'Ordre judiciaire,
le SPF Justice, le Comité de
Gestion informatique de l'Ordre
judiciaire et les responsables des
sites de test.
C'est ainsi qu'il a été convenu que
fin 2009, le ministre de la Justice
pourrait espérer obtenir trois
résultats tangibles. Le premier
résultat devait être une proposition
concrète émanant d'un organisme
qui ferait office à la fois de
représentant des chefs de corps
de toutes les cours et de tous les
tribunaux, et de point de contact
du ministre. Le deuxième résultat
devait
être
un
instrument
générique de mesure de la charge
de travail avec des balises pour
toutes les cours et tous les
tribunaux. Le troisième résultat
devait être une mesure de la
charge de travail au sein des
cours d'appel. En 2009, les
progrès engrangés sur le plan du
processus des mesures de la
charge de travail devaient être
l'objet d'un suivi permanent.
Dès juin 2009, le ministre a
confirmé l'existence d'un rapport
du
Collège
des
procureurs
généraux consacré aux problèmes
liés à la durée de traitement. Il est
toutefois ressorti de sa réponse
que les chiffres étaient incomplets
et qu'après deux ans, il ne savait
toujours pas ce que la charge de
travail objective représentait en
chiffres précis.
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
lezen, waarin stond: "Die werklastmeting is al tientallen keren
aangekondigd, als instrument om het werk tussen de rechters
eerlijker te verdelen. Het blijft wachten op het eerste resultaat." Voorts
zegt de commentator van De Standaard en niet ik: "Men kan niet
anders dan besluiten dat hier sprake is van kwade wil, van obstructie,
van dwarsliggen. Justitie mag niet worden hervormd, want dan
zouden sommigen hun bevoorrechte positie wel eens kunnen
verliezen."
Mijnheer de minister, ik heb drie concrete vragen voor u.
Wat is de stand van zaken van het dossier?
Op uw eigen website belooft u tegen eind 2009 een drietal zaken. Wij
zijn nu ongeveer eind 2009. Waar is dus het concreet uitgewerkte
voorstel over de aanspreekpunten en de optimalisering van de
werkprocessen?
Dat is niet het belangrijkste. Het belangrijkste is voor mij het voorstel
over een generiek werklastmeetinstrument met krijtlijnen voor en een
eerste, uitgewerkte resultaat van de werklastmeting.
Ten tweede, wanneer wordt het eerste rapport met de resultaten van
de objectieve werklastmeting per arrondissement voorgesteld?
Ten derde, mijnheer de minister, wil ik ingaan op de vraag van de
Orde van Vlaamse Balies. Voornoemde orde vraagt een objectieve
werklastmeting door een extern orgaan. Enkel een dergelijke meting
is voor de Vlaamse balies een garantie op een volledig onafhankelijk
verslag. Bovendien wil de orde niet alleen een werklastmeting per
rechtbank of per hof maar ook per individuele magistraat.
Mijnheer de minister, hoe ver staat het met de inwilliging van
voornoemde eisen over een externe meting en een individuele
werklastmeting?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Quel est l'état du dossier? Quelle
est la teneur de la proposition
concrète relative aux points de
contact et à l'optimisation des
procédures de fonctionnement?
Qu'en est-il de la proposition
relative à un instrument générique
de mesure de la charge de travail?
Quand sera présenté le premier
rapport comprenant les résultats
de la mesure objective de la
charge
de
travail
par
arrondissement? Qu'en est-il de la
réponse aux exigences de l'Ordre
des barreaux flamands concernant
une mesure externe et une
mesure individuelle de la charge
de travail?
12.04 Minister Stefaan De Clerck: Ik heb een uitgebreid antwoord op
verscheidene vragen die zijn gesteld, maar ik zal mij toespitsen op de
vragen van collega Logghe.
De werklastmeting is aan de gang, zowel in de zetel als in het
openbaar ministerie. We hebben daarvan overigens een
fundamentele randvoorwaarde gemaakt in het licht van de geplande
hervorming en hertekening van het gerechtelijk landschap. Men kan
geen management of beter beheer introduceren als men geen
werklastmeting heeft. We willen tot meer autonomie komen voor de
magistratuur, maar dan moet men zich wel kunnen verantwoorden.
Daarvoor heeft men uiteraard een werklastmeting nodig. Het integrale
management is daarop gebaseerd. We moeten dus de gepaste
managementinstrumenten hebben. Dat is belangrijk voor de
magistraten, maar ook voor de toewijzing van personeel en middelen.
Alles is daarop gebaseerd.
Het openbaar ministerie staat het verst omdat het project reeds werd
ontwikkeld vanaf 2004. Het begeleidingscomité ontving inmiddels het
rapport Werklastmeting van de politieparketten, zowel de nulmeting
12.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: La mesure de la charge
de travail est en cours. Il s'agit
d'ailleurs
d'une
condition
nécessaire à la mise en oeuvre de
la réforme de la Justice. Il convient
d'accorder
une
plus
large
autonomie à la magistrature,
étayée toutefois par une mesure
de la charge de travail. Cette
dernière doit également permettre
une gestion efficace.
La mesure de la charge de travail
est la plus avancée auprès du
ministère public, le projet ayant été
lancé dès 2004. Le comité
d'accompagnement a reçu dans
l'intervalle le rapport sur la mesure
de la charge de travail des
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
uit 2004-2006 als de voortgangsmetingen in 2007-2008. In de
rapporten van de werklastmeting voor de parketten-generaal is de
nulmeting 2005-2007 geweest. Nu wordt ook gewerkt aan metingen
voor de correctionele rechtbanken en rechtbanken van eerste aanleg,
gepland voor 2010. Als dat gebeurd is, is 85 % in kaart gebracht,
waarna we starten met het auditoraat. Het parket, zowel de parketten-
generaal als de parketten van eerste aanleg, is dan volledig in kaart
gebracht. Nu zijn we bezig met de correctionele rechtbanken, tegen
2010. Daarna kunnen we de overige 15 % doen, namelijk de
automatisering en werklastmeting van het auditoraat.
Voor de zetel is er dus een versnelde inhaaloperatie op basis van een
protocol van 4 juni 2008 dat collega Jo Vandeurzen heeft afgesloten
met de vaste vergadering van de korpschefs. Dit protocol loopt van
september 2008 tot december 2009.
U geeft zelf terecht aan dat tegen eind 2009 drie concrete resultaten
zijn afgesproken. Er is een voorstel van de vaste vergadering van de
korpschefs van de zetel, als een overkoepelend orgaan. Er is ook een
voorstel voor een generiek meetinstrument voor de hoven en de
rechtbanken. Er zijn ook eerste metingen voor de hoven van beroep
nagenoeg afgewerkt.
Volgende week, op 15 december, wordt op het begeleidingscomité
door het vast bureau in verband met die drie engagementen van het
protocol van 4 juni verslag uitgebracht. Concreet zal normaal een
volledig ontwerp van methodologie van de werklastmeting voor de
hoven van beroep voorliggen. Het eerste is de volledige methodologie
voor de hoven van beroep van Bergen en Antwerpen. Er is ook een
eerste meting voor het correctionele deel in twee arrondissementen.
De meting voor het burgerlijk deel bij de betrokken hoven zal pas
afgerond kunnen worden tegen juni 2010. Vermits het protocol in
principe einde 2009 vervalt, zal er een nieuw protocol met de
betrokken partners worden afgesloten dat de continuïteit van het
project garandeert.
Dan zullen ook een nieuwe coördinator aanstellen, aangezien
mevrouw Lola Boeykens ondertussen werd benoemd tot eerste
voorzitter van het arbeidshof te Antwerpen, en zij normaal gezien tot
het einde van dit jaar nog coördinator zou zijn.
Naast het engagement om tegen juni 2010 de metingen voor het
burgerlijk luik af te ronden in de proefprojecten, is het tevens de
bedoeling om in het nieuwe protocol voor 2010 de volgende nieuwe
engagementen aan te nemen. Ten eerste, de werklastmetingen
opstarten in de drie andere hoven van beroep, want nu gebeurt dat
enkel in Antwerpen en Bergen. Ten tweede, de werklastmetingen
opstarten in de arbeidsrechtbanken en de voorbereidingen treffen om
de werklastmeting op te starten in de overige niveaus van
rechtscolleges.
We gaan dus absoluut verder met het uitbreiden van werklastmeting
in rechtbanken en ik denk dat wij zo gelijktijdig evolueren met de rest
van de hervorming van het landschap. Ik heb hier nog tal van
informatie over, maar die is eigenlijk het antwoord op andere vragen.
De wettelijke basis voor de werklastmeting is artikel 352bis. De keuze
parquets de police. La mesure de
la charge de travail pour les
parquets généraux est déjà en
partie achevée. On s'attèle à
présent à la mesure de la charge
de travail pour les tribunaux
correctionnels et les tribunaux de
première instance, qui devrait
avoir lieu en 2010. Le travail sera
alors achevé pour 85%. Les 15%
restants
concernent
l'informatisation et la mesure de la
charge de travail de l'auditorat.
Le siège est soumis à une
manoeuvre
de
rattrapage
accélérée fondée sur un protocole
signé le 4 juin 2008 avec la
Conférence permanente des chefs
de corps.
Nous prévoyons en effet des
résultats concrets pour la fin de
l'année. Une proposition a été
formulée par la Conférence
permanente des chefs de corps du
siège. Une autre proposition a
également été faite concernant un
instrument de mesure générique
destiné aux cours et tribunaux.
Les premières mesures relatives
aux cours d'appel sont en voie
d'achèvement.
Lors de la réunion du comité
d'accompagnement qui aura lieu le
15 décembre,
le
Bureau
permanent rendra son rapport
concernant les trois engagements
pris dans le cadre du protocole du
4 juin et présentera un projet de
mesure de la charge de travail
pour les cours d'appel de Mons et
d'Anvers. Une première mesure
est déjà en cours pour les
tribunaux correctionnels de deux
arrondissements.
La mesure de la charge de travail
relative aux tribunaux civils sera
achevée en juin 2010. Un nouveau
protocole devra ensuite être
conclu.
Un nouveau coordinateur sera
alors également désigné.
Nous prenons en premier lieu
l'engagement de clôturer d'ici juin
CRIV 52
COM 725
09/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
om een dergelijke methodologie van meting uit te voeren of te
ontwikkelingen is gemaakt in een rapport dat nog onder collega
Onkelinx is besteld bij de Katholieke Universiteit Leuven en is
voorgesteld in 2007. Het vormt de basis van de methodieken die
gebruikt worden.
Ik dacht dat er dan ook nog bijkomende vragen waren van collega De
Rammelaere en collega Nyssens aangaande de gemiddelde duur van
de onderzoeken. De cijfers van de parketten zijn vrijgegeven om na te
gaan hoelang die onderzoeken duren.
Naar aanleiding van de werklastmeting, zijn de cijfers van de
parketten naar buiten gekomen waaruit kan worden afgeleid hoe lang
de onderzoeksperiodes duren. Die vragen zijn door andere collega's
gesteld en zullen in de toekomst wellicht nog terugkeren, tenzij ze als
beantwoord kunnen worden beschouwd.
Ik heb er geen probleem mee om een kopie te geven van de
uitgebreide tekst. Ik heb de tekst snel overlopen.
2010 les mesures pour le volet
civil dans les projets pilotes. Pour
le reste, nous entendons lancer,
dans le nouveau protocole pour
2010, les mesures de la charge de
travail dans les trois autres cours
d'appel et dans les tribunaux du
travail, et de faire les préparatifs
nécessaires afin de mesurer la
charge de travail aux autres
niveaux de juridiction.
Nous sommes donc tout à fait
déterminés
à
généraliser
la
mesure de la charge de travail
dans les tribunaux, et je pense
qu'en agissant de la sorte, nous
évoluons dans le sens de la
réforme. Au plan légal, la mesure
de la charge de travail repose sur
l'article 352bis. Le choix de mettre
au point un tel système de mesure
a été fait dans un rapport que ma
collègue, Mme Onkelinkx, avait
commandé à la KULeuven en
2007.
Dans le cadre de la mesure de la
charge de travail, les parquets ont
publié des chiffres permettant
d'établir par déduction la durée
des périodes d'instruction.
Je ne vois aucune objection à
communiquer une copie du texte
intégral.
12.05 Peter Logghe (VB): Mevrouw de voorzitter, ik dank de minister
voor zijn antwoord. Ik dien in elk geval een motie in naar aanleiding
van mijn interpellatie, waarin ik aandring op een strikter tijdschema. Ik
neem nota van uw vorderingen, maar we spreken toch van juni 2010
vooral nieuwe engagementen worden genomen.
Dan zijn we weer voor een hele tijd vertrokken. Ik weet ook wel dat
Rome niet op één dag is gebouwd, maar deze zaak sleept toch al
jaren aan. Ik hoop dan ook dat de nodige maatregelen zullen worden
genomen zodat de werklast voor Nederlandstalige en Franstalige
magistraten in hoven en rechtbanken op een gelijk peil kan worden
gebracht.
12.05 Peter Logghe (VB): Je
dépose une motion par laquelle je
demande
l'établissement
d'un
calendrier plus strict. Je prends
acte des progrès réalisés mais je
constate que, pour de nouveaux
engagements, il faudra à nouveau
patienter, cette fois jusqu'en juin
2010.
Ce problème se pose depuis des
années. J'espère que l'on prendra
les mesures nécessaires en vue
d'une répartition équitable de la
charge de travail entre magistrats
néerlandophones et francophones.
Moties
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
09/12/2009
CRIV 52
COM 725
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heren Bart Laeremans en Peter Logghe en luidt als
volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Peter Logghe
en het antwoord van de minister van Justitie,
roept de regering op
- eindelijk werk te maken van het creëren van de instrumenten en over te gaan tot een objectieve meting
van de werklast van de Vlaamse en Franstalige magistraten in de verschillende rechtbanken, de objectieve
werklastmeting per arrondissement, en de objectieve werklastmeting per magistraat;
- deze werklastmeting te laten uitvoeren door een externe organisatie;
- om hiervoor een strikt tijdschema te voorzien;
- om de resultaten van de objectieve en externe werklastmeting publiek te maken;
- de nodige maatregelen te nemen zodat de werklast voor Nederlandstalige en Franstalige magistraten in
hoven en rechtbanken op een gelijk peil kan worden gebracht."
Une motion de recommandation a été déposée par MM. Bart Laeremans et Peter Logghe et est libellée
comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Peter Logghe
et la réponse du ministre de la Justice,
demande au gouvernement
- de s'atteler enfin à la création d'instruments qui permettront de mesurer objectivement la charge de travail
des magistrats francophones et néerlandophones auprès des différents tribunaux, de mesurer
objectivement la charge de travail par arrondissement et de mesurer objectivement la charge de travail par
magistrat;
- de faire procéder à cette mesure de la charge de travail par une organisation externe;
- de prévoir à cet effet un calendrier strict;
- de rendre publics les résultats de ces mesures objective et externe de la charge de travail;
- de prendre les mesures qui s'imposent pour que les magistrats francophones et néerlandophones auprès
des cours et tribunaux soient soumis à une charge de travail identique."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Mia De Schamphelaere.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Mia De Schamphelaere.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
La réunion publique de commission est levée à 17.13 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.13 uur.