KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 718
CRIV 52 COM 718
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTE PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIETE
dinsdag
mardi
8-12-2009
8-12-2009
Voormiddag
Matin
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de 'Low Level Laser Therapy'"
(nr. 17000)
1
Question de Mme Rita De Bont à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "la thérapie au laser à faible intensité ('Low
Level Laser Therapy')" (n° 17000)
1
Sprekers: Rita De Bont, Laurette Onkelinx,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Rita De Bont, Laurette Onkelinx,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de wanpraktijken in de Belgische
slachthuizen" (nr. 17012)
3
- Mme Magda Raemaekers à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "les pratiques abusives constatées dans les
abattoirs belges" (n° 17012)
3
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het onverdoofd slachten van
dieren uit geldgewin" (nr. 17033)
3
- M. Mark Verhaegen à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'abattage sans anesthésie d'animaux à des fins
lucratives" (n° 17033)
3
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het onverdoofd slachten van
dieren uit geldgewin" (nr. 17234)
3
- M. Mark Verhaegen à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'abattage sans anesthésie d'animaux à des fins
lucratives" (n° 17234)
4
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het onderzoek van Gaia in de
Belgische slachthuizen" (nr. 17238)
3
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'enquête de Gaia dans les abattoirs belges"
(n° 17238)
4
- de heer Flor Van Noppen aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het onverdoofd ritueel slachten"
(nr. 17272)
3
- M. Flor Van Noppen à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'abattage rituel sans anesthésie" (n° 17272)
4
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het onverdoofd ritueel slachten"
(nr. 17312)
3
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'abattage rituel sans anesthésie" (n° 17312)
4
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het onderzoek van Gaia over de
praktijken
in
de
Belgische
slachthuizen"
(nr. 17577)
3
- M. Wouter De Vriendt à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'enquête de Gaia sur les pratiques dans les
abattoirs belges" (n° 17577)
4
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het ritueel slachten" (nr. 17237)
3
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'abattage rituel" (n° 17237)
4
Sprekers:
Magda
Raemaekers,
Mark
Verhaegen, Xavier Baeselen, Flor Van
Noppen, Koen Bultinck, Laurette Onkelinx
,
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid, Jean-Jacques
Flahaux
Orateurs:
Magda
Raemaekers,
Mark
Verhaegen, Xavier Baeselen, Flor Van
Noppen, Koen Bultinck, Laurette Onkelinx
,
vice-première ministre et ministre des Affaires
sociales et de la Santé publique, Jean-
Jacques Flahaux
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
11
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
11
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
11
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de derdebetalersregeling bij
A/H1N1-vaccinaties" (nr. 17048)
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "le
tiers-payant dans le cadre de la vaccination
contre le virus A/H1N1" (n° 17048)
- mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het niet updaten van de site
www.influenza.be in het Duits" (nr. 17179)
11
- Mme Kattrin Jadin à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur
"l'absence de mise à jour en allemand du site
www.influenza.be" (n° 17179)
11
- de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de verenigbaarheid van het
koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°,
van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen
verleent aan de Koning in geval van een
griepepidemie of -pandemie met de eerbiediging
van het privéleven" (nr. 17316)
11
- M. Olivier Maingain à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la
compatibilité avec le respect de la vie privée de
l'arrêté royal portant exécution de l'article 3, 5°, de
la loi du 16 octobre 2009 accordant des pouvoirs
au Roi en cas d'épidémie ou pandémie de grippe"
(n° 17316)
11
Sprekers: Koen Bultinck, Kattrin Jadin,
Laurette Onkelinx
, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Koen Bultinck, Kattrin Jadin,
Laurette Onkelinx
, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Samengevoegde vragen van
14
Questions jointes de
14
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de Bemiddelingscommissie
Ziektekostenverzekering" (nr. 17069)
14
- Mme Sofie Staelraeve à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "la Commission de conciliation Assurance
soins de santé" (n° 17069)
14
- mevrouw Katrien Partyka aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de Bemiddelingscommissie voor
Hospitalisatieverzekeringen" (nr. 17535)
14
- Mme Katrien Partyka à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la
Commission
de
médiation
en
matière
d'assurances hospitalisation" (n° 17535)
14
Sprekers: Sofie Staelraeve, Katrien Partyka,
Laurette Onkelinx
, vice-eerste minister en
minister
van
Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
Orateurs: Sofie Staelraeve, Katrien Partyka,
Laurette Onkelinx
, vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid,
belast
met
Maatschappelijke Integratie, over "de aandacht
voor patiënten met hersentumor" (nr. 17105)
15
Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique, chargée de l'Intégration
sociale, sur "le suivi des patients atteints d'une
tumeur au cerveau" (n° 17105)
15
Sprekers: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Yolande Avontroodt, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de biggencastratie in fokkerijen"
(nr. 17127)
18
Question de M. Xavier Baeselen à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique, chargée de l'Intégration
sociale, sur "la castration des porcelets en
élevage" (n° 17127)
18
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de ontwikkeling van synthetische
drugs" (nr. 17151)
19
Question de M. Xavier Baeselen à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique, chargée de l'Intégration
sociale, sur "le développement des drogues de
synthèse" (n° 17151)
19
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Sociale Zaken en Volksgezondheid
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de veiligheid van huisartsen"
(nr. 17011)
20
Question de M. Michel Doomst à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "la sécurité des médecins généralistes"
(n° 17011)
20
Sprekers:
Michel
Doomst,
Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid,
belast
met
Maatschappelijke Integratie, over "hulp bij het
naleven
door
patiënten
van
medische
behandelingen" (nr. 17156)
23
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique, chargée de l'Intégration
sociale, sur "l'aide à l'observance des traitements
médicaux par les patients" (n° 17156)
23
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
Samengevoegde vragen van
25
Questions jointes de
25
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het beleid ter bestrijding van
aids" (nr. 17157)
25
- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "les politiques de lutte contre le sida"
(n° 17157)
25
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "het aidsbeleid" (nr. 17324)
25
- Mme Martine De Maght à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "la politique en matière de sida" (n° 17324)
25
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de stijging van het aantal HIV-
gevallen in ons land" (nr. 17482)
25
- Mme Magda Raemaekers à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "l'augmentation du nombre de cas de VIH
dans notre pays" (n° 17482)
25
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Martine
De Maght, Laurette Onkelinx
, vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, Magda Raemaekers
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Martine
De Maght, Laurette Onkelinx
, vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique, Magda Raemaekers
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTE
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIETE
van
DINSDAG
8
DECEMBER
2009
Voormiddag
______
du
MARDI
8
DECEMBRE
2009
Matin
______
Le développement des questions et interpellations commence à 10.35 heures. La réunion est présidée par
Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 10.35 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers.
01 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de 'Low Level Laser Therapy'"
(nr. 17000)
01 Question de Mme Rita De Bont à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la thérapie au laser à faible intensité ('Low Level
Laser Therapy')" (n° 17000)
01.01 Rita De Bont (VB): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de
minister, uw belangstelling voor het algemeen rookverbod hebt u
misschien een beetje moeten temperen. Dat zullen wij deze namiddag
wel horen. Ik denk echter niet dat dit het geval is voor uw
belangstelling voor het kankerplan.
De behandeling van kanker evolueert voortdurend en bij tijdig
ingrijpen worden de overlevingskansen steeds groter. Deze positieve
evolutie is in grote mate te danken aan chemotherapie en
radiotherapie, maar deze behandelingsmethodes gaan vaak ook
gepaard met heel wat ongemakken.
Mucositis en meer bepaald oropharyngeale mucositis is een van die
ongemakken. Het gaat ten gevolge van de evolutie van erytheem tot
ulceraties gepaard met ondraaglijke pijn in de mondholte, waardoor
uiteindelijk eten, drinken, slikken en praten nagenoeg onmogelijk
worden. Het gaat gepaard met koorts, risico op infectie, nood aan
parenterale voeding, aan intraveneuze narcotische pijnstilling en een
verhoogde kans op mortaliteit na minder dan 100 dagen. De nodige
chemotherapie of radiotherapie moet dan ook vaak als gevolg van
orale mucositis in dosis beperkt worden of onderbroken worden, wat
de hospitalisatietijd en -kost verhoogt.
Een nieuwe succesvolle behandeling van mucositis is de low level
lasertherapie. Verscheidene klinische studies over low level
lasertherapie voor orale mucositis tonen verschillende resultate allemaal tot dezelfde conclusie, namelijk een
onmiddellijk pijnstillend effect, een afremming van de progressie van
01.01 Rita De Bont (VB): Les
traitements du cancer évoluent en
permanence et une intervention en
temps voulu accroît sans cesse
les chances de survie. La mucite
buccale est cependant l'un des
effets
secondaires
les
plus
douloureux et dangereux des
chimio et radiothérapies: manger,
boire, déglutir et parler deviennent
impossibles. Le patient devient
fiévreux et réceptif aux infections,
doit être alimenté artificiellement et
doit recevoir des analgésiques par
voie intraveineuse. La fameuse
thérapie au laser à faible intensité
propose un nouveau traitement
efficace de la mucite buccale. Elle
a un effet calmant immédiat, freine
la propagation de l'inflammation et
accélère le processus de guérison.
La ministre envisage-t-elle un
remboursement de cette thérapie
par l'INAMI et quelles seraient les
éventuelles conditions pour en
bénéficier?
Est-il
possible
d'autoriser du personnel infirmier
spécialement
formé,
placé
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
de orale mucositis en een versneld genezingsproces, wat een
aanzienlijke besparing van andere noodzakelijke behandelingen en
medicatie met zich meebrengt en de levenskwaliteit en het comfort
van de patiënt aanzienlijk verbetert.
De multinational association of supportive care in cancer en de
international society for oral oncology bevelen de lasertherapie dan
ook aan aIs een zinvolle aanpak van orale mucositis. RIZIV-
terugbetaling voor die behandeling is er momenteel nog niet, maar
ondanks die belemmering worden de enkele deskundigen die de
behandeling uitvoeren enorm overbelast.
Mevrouw de minister, vandaar mijn volgende vragen.
Ten eerste, bent u op de hoogte van de gunstige resultaten van de
low level laser therapy op orale mucositis?
Ten tweede, acht u het enigszins haalbaar om een zekere
terugbetaling voor die therapie te voorzien en wat zouden de
eventuele voorwaarden zijn om van het RIZIV terugbetaling te kunnen
bekomen?
Ten derde, acht u het enigszins mogelijk dat speciaal opgeleid
verplegend personeel, eventueel onder begeleiding van de artsen, die
therapie zou kunnen toepassen? Wat zouden de daaraan gekoppelde
voorwaarden zijn?
éventuellement sous le contrôle
des médecins, à administrer cette
thérapie?
01.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, mevrouw
De Bont, ik ken inderdaad die nieuwe therapie, namelijk de low level
laser therapy voor behandeling van mucositis, die inderdaad niet
wordt terugbetaald door het RIZIV.
Er werden weliswaar gunstige resultaten gerapporteerd, maar met
betrekking tot nieuwe technieken is een grondige evaluatie van de
voor- en nadelen van gezondheidstechnologieën nodig. Deze
evaluatie moet onder meer gebeuren op basis van gepubliceerd en
kwalitatief onderzoek. Het is nuttig om na te gaan of de nieuwe
technieken wel evidence based zijn, en in welke mate hun
meerwaarde gekoppeld aan de beschikbare budgetten een
terugbetaling toelaten.
Ten tweede, vooraleer de terugbetaling van een nieuwe techniek in de
nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen op te nemen,
dient men een aanvraag bij het RIZIV in te dienen. De bevoegde
commissies zullen over de terugbetaling en de modaliteiten daarvan
oordelen. De artsen noch de verzekeringsinstellingen hebben tot nu
toe voorstellen bij de Technisch Geneeskundige Raad ingediend om
de low level laser therapy in de terugbetaling van de verplichte
verzekering op te nemen.
Een dergelijke aanvraag zal eerst worden behandeld binnen de
werkgroepen van de TGR. Komen deze werkgroepen tot een
consensus over de terugbetaling, dan wordt een voorstel aan de
plenaire vergadering van de TGR voorgelegd. Bij gunstig advies wordt
dit voorstel verder beoordeeld in de nationale commissie
Geneesheren-Ziekenfondsen,
de
commissie
voor
de
Begrotingscontrole en het verzekeringscomité, mede in het licht van
de beschikbare budgetten.
01.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je suis informée de
l'existence de cette thérapie qui
n'est
effectivement
pas
remboursée par l'INAMI.
Toutes les nouvelles technologies
utilisées dans le secteur des soins
de santé doivent être soumises à
une évaluation approfondie. Des
études qualitatives, faisant l'objet
d'une publication, ont ainsi pour
but de vérifier si les techniques en
question sont evidence based et si
elles offrent une plus-value dans le
cadre
d'un
éventuel
remboursement.
Jusqu'à
présent,
le
Conseil
médical technique n'a pas encore
été saisi d'une demande de
remboursement
pour
la
thérapeutique en question, ni de la
part des médecins ni de celle des
organismes assureurs. L'examen
du dossier au sein de l'un des
groupes de travail au sein de cet
organisme constitue la première
étape de la procédure de
remboursement.
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Ten derde, er is nood aan een grondige evaluatie binnen de hiervoor
bevoegde organen binnen de FOD Volksgezondheid, van de
toepassing van deze techniek door speciaal opgeleid verpleegkundig
personeel en de voorwaarden waaronder dit dient te gebeuren.
Daarna kan deze handeling eventueel in de lijst van verpleegkundige
handelingen worden opgenomen en door de verplichte verzekering
worden terugbetaald.
Il y a lieu de réaliser au sein du
SPF
Santé
publique
une
évaluation des conditions dans
lesquelles la thérapeutique en
question pourrait être appliquée
par le personnel soignant. Le cas
échéant, le traitement pourra
ensuite être inscrit sur la liste des
actes infirmiers et faire l'objet d'un
remboursement.
01.03 Rita De Bont (VB): Mevrouw de minister, ik zal deze informatie
alleszins doorgeven. Ik ben van mening dat er in verband met deze
therapie voldoende fatsoenlijke studies zijn. Dat zal geen probleem
zijn. Ik zal de artsen ertoe aanzetten om de aanvraag in te dienen.
Ik adviseer u een bezoekje te brengen aan het UZ in Gent. U zult zelf
zien dat deze therapie patiënten, waaronder ook kinderen, heel wat
pijn en ellende kan besparen, en dat er eigenlijk geen tegenindicaties
zijn. Ik hoop dat men deze therapie zo snel mogelijk en op grotere
schaal zal toepassen.
01.03 Rita De Bont (VB): Il existe
déjà quantité d'études sérieuses
consacrées à cette thérapeutique.
J'invite les médecins à introduire le
plus rapidement possible une
demande de remboursement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de wanpraktijken in de Belgische
slachthuizen" (nr. 17012)
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het onverdoofd slachten van dieren
uit geldgewin" (nr. 17033)
- de heer Mark Verhaegen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het onverdoofd slachten van dieren
uit geldgewin" (nr. 17234)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het onderzoek van Gaia in de
Belgische slachthuizen" (nr. 17238)
- de heer Flor Van Noppen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het onverdoofd ritueel slachten"
(nr. 17272)
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het onverdoofd ritueel slachten"
(nr. 17312)
- de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het onderzoek van Gaia over de
praktijken in de Belgische slachthuizen" (nr. 17577)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het ritueel slachten" (nr. 17237)
02 Questions jointes de
- Mme Magda Raemaekers à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les pratiques abusives constatées dans les abattoirs
belges" (n° 17012)
- M. Mark Verhaegen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'abattage sans anesthésie d'animaux à des fins
lucratives" (n° 17033)
- M. Mark Verhaegen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'abattage sans anesthésie d'animaux à des fins
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
lucratives" (n° 17234)
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'enquête de Gaia dans les abattoirs belges" (n° 17238)
- M. Flor Van Noppen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'abattage rituel sans anesthésie" (n° 17272)
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
chargée de l'Intégration sociale, sur "l'abattage rituel sans anesthésie" (n° 17312)
- M. Wouter De Vriendt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'enquête de Gaia sur les pratiques dans les abattoirs
belges" (n° 17577)
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'abattage rituel" (n° 17237)
02.01 Magda Raemaekers (sp.a): Mevrouw de minister,
voorafgaandelijk, wil ik benadrukken dat het geenszins mijn bedoeling
is het Offerfeest of de godsdienstvrijheid van eender wie in het
gedrang te brengen. Alle godsdiensten, maar dan ook alle
godsdiensten verbieden pijn en leed te berokkenen aan levende
wezens. Door de commercialisering van de rituele slachtingen werden
die godsdiensten opnieuw in een slecht daglicht gesteld. Het is dan
echter niet mijn bedoeling om het even welke godsdienst aan te vallen
of ze iets te verwijten.
Ik kom tot mijn vraag, mevrouw de minister. Twee dagen voor het
Offerfeest konden wij op de nationale televisie beelden zien over de
wrede behandeling van vee in de Belgische slachthuizen. Runderen,
schapen en geiten worden er onverdoofd geslacht voor de halalmarkt.
Volgens dierenrechtenorganisatie Gaia worden de dieren onverdoofd
geslacht en wordt het vlees zonder etikettering verkocht in het
reguliere circuit. De consument is hier echter vaak niet van op de
hoogte.
De beelden die wij te zien kregen, getuigen van onaanvaardbare
middeleeuwse praktijken, waaraan dringend paal en perk gesteld
moet worden. Sinds 1998 is het onverdoofd slachten in ons land
nochtans verboden. De enige uitzondering is het geval van rituele
slachting. Toch toonde de film die de dierenrechtenorganisatie kon
maken, de schokkende realiteit: geitjes, krijsend van angst,
spartelend, terwijl zij met overgesneden keel aan de haak worden
gehangen, het lijden van runderen die met een stroomschok de
kantelbox ingeduwd worden, hopeloos vechtend om te overleven.
Die praktijken druisen volledig in tegen artikel 3 van het koninklijk
besluit van 16 januari 1998, waarin staat dat ervoor gezorgd moet
worden dat de dieren elke vermijdbare opwinding of pijn, en elk
vermijdbaar lijden, worden bespaard. Dat lijkt mij hier geenszins het
geval te zijn.
Door de wettelijke uitzondering voor ritueel slachten lijkt het
onverdoofd slachten van dieren op grote schaal plaats te vinden, en
overschrijdt het ruimschoots de behoefte aan religieus geslacht vlees.
Volgens cijfers van Gaia wordt in ons land op dit moment 92 % van de
schapen, 21 % van de kalveren en 10 % van de runderen
onvoldoende verdoofd geslacht. Dat is meer dan 250 000 dieren per
jaar. De uitzondering lijkt vandaag gewoon de regel geworden te zijn.
In heel Europa is het onverdoofd slachten van dieren het middelpunt
van de discussies inzake het dierenwelzijn. Nochtans is het standpunt
02.01 Magda Raemaekers (sp.a):
Mon intention n'est pas d'attaquer
une religion. Deux jours avant la
fête du Sacrifice, la télévision a
montré des images cruelles et
choquantes de l'abattage de bétail
pour le marché halal. Selon Gaia,
l'organisation de protection des
animaux, les animaux sont abattus
sans anesthésie préalable et la
viande est commercialisée sans
étiquetage dans le circuit régulier.
Ces pratiques sont contraires à
l'article 3 de l'arrêté royal du
16 janvier 1998, stipulant qu'il faut
épargner
toute
agitation
ou
douleur aux animaux. Depuis
1998, l'abattage rituel est la seule
exception à l'abattage de bétail
sans anesthésie, mais cette
exception semble occasionner
l'abattage
sans
anesthésie
d'animaux à grande échelle, plus
de 250 000, selon Gaia.
En Europe, l'abattage d'animaux
sans anesthésie est le thème de
débats sur le bien-être des
animaux. Les scientifiques de
l'Agence européenne de sécurité
des Aliments et de la Fédération
vétérinaire européenne sont clairs:
ils
préconisent
l'anesthésie
systématique des animaux de
manière à leur éviter d'inutiles
souffrances.
La ministre est-elle disposée à
négocier avec la communauté
musulmane
afin
d'adapter
l'actuelle législation et d'interdire
l'abattage rituel sans anesthésie?
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
van de wetenschap onbetwistbaar. De wetenschappers van EFSA,
het Europese voedselagentschap, en van de Europese Federatie voor
Dierenartsen pleiten voor het systematisch verdoven van dieren om
ze zo onnodig lijden te besparen.
Vele mensen zijn misselijk geworden van de getoonde beelden. Het is
duidelijk dat wij die praktijk een halt moeten toeroepen.
Mevrouw de minister, ik heb maar één vraag. Die is heel duidelijk.
Bent u bereid de wet aan te passen, en vooraf met de islamitische
gemeenschap aan de tafel te zitten, om in gezamenlijk overleg de
bestaande wetgeving dringend aan te passen, zodat onverdoofd
ritueel slachten verboden wordt?
La présidente: Chers collègues, puis-je vous suggérer d'exposer la
situation le plus brièvement possible puisque de nombreuses
questions sont posées sur ce thème.
02.02 Mark Verhaegen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijn
invalshoek is anders, vandaar dat ik toch even de tijd neem.
In 2006 confronteerde ik de toenmalige minister voor Dierenwelzijn
met een grootscheepse bevraging van het onderzoeksbureau Ipsos
en het ontbreken van ieder maatschappelijk draagvlak voor het
onverdoofd slachten. 87 % van de Belgen is hier tegen. Een kleine,
bijna onbestaande minderheid van 7 % vindt dat allemaal niet nodig.
Opmerkelijk vond ik toch dat een zeer ruime meerderheid van 79 %
van de landgenoten de uitzonderingsmaatregel van toepassing voor
slachtingen voorgeschreven door de rituele ritus, uit de wet op het
dierenwelzijn van 14 augustus 1988 geschrapt wil zien.
Ik heb er wetenschappelijke documenten op nageslagen. De
Europese federatie van dierenartsen stelt duidelijk dat het slachten
zonder verdoving vooraf veel slechter is voor het dierenwelzijn dan
met verdoving. Zij wijzen op een aantal extreme pijnreacties, shock,
plotse bloeddrukdaling, verstijving en dus ook heel veel stress en
uiteindelijk een eindeloze en wel te vermijden doodsstrijd, terwijl men
in de plaats daarvan de dieren gewoon eerst had kunnen schieten en
dan het werk met respect afmaken, waar wij voor pleiten.
De beelden van Gaia net voor het Offerfeest hebben natuurlijk een
grote golf van verontwaardiging uitgelokt. Mensen hebben mij daar op
straat over aangesproken en gevraagd hoe dat allemaal mogelijk is in
Belgische slachthuizen. Daar worden dus elementaire regels voor
dierenwelzijn met voeten getreden, alsook alle regels die het vlees
halal zouden moeten maken. Het motief blijkt hier vooral economisch
te zijn. Dieren met het etiket halal kunnen overal verkocht worden.
Mevrouw de minister, bent u op de hoogte van de opiniepeiling
enerzijds en derhalve ook van het ontbreken van elke acceptatie bij
de modale burger ten opzichte van rituele slachtingen, en anderzijds,
van de wantoestanden in onze slachthuizen?
Bent u zich ervan bewust dat de wet op het dierenwelzijn, waarbij
onverdoofd slachten een uitzonderingsmaatregel uitmaakt, hier wordt
overtreden?
Bent u ervan op de hoogte dat er nog thuisslachtingen zouden
02.02 Mark Verhaegen (CD&V):
Selon une enquête réalisée en
2006 par l'institut de sondages
Ipsos, 87 % des Belges sont
opposés aux abattages rituels.
Une large majorité de 79 %
voudrait même que l'on supprime
la dérogation pour les abattages
rituels prévue par la loi du 14 août
1988 relative au bien-être des
animaux. Par ailleurs, selon la
Fédération
européenne
des
vétérinaires, l'abattage de bétail
sans étourdissement préalable
nuit clairement au bien-être des
animaux. Il est donc logique que
les images diffusées par Gaia
aient suscité une grande vague
d'indignation. La justification de ce
type d'abattage serait surtout
économique, étant donné que les
animaux portant le label halal
peuvent être vendus partout.
La ministre est-elle au courant des
résultats du sondage de 2006 et
des pratiques intolérables au sein
de nos abattoirs? Sait-elle que ces
pratiques
constituent
une
infraction à la loi sur le bien-être
des animaux? La dérogation à la
règle
de
l'étourdissement
obligatoire pour les abattages
rituels ne devrait-elle pas être
supprimée? Quelles initiatives
concrètes compte-t-elle prendre
afin
de
transposer
les
recommandations de l'AFSCA
dans des règlements? Comment
organise-t-elle le contrôle du bien-
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
gebeuren?
Bij een bevestigend antwoord op de voorgaande drie vragen wil ik ook
weten of u van oordeel bent dat de thans vastgelegde uitzondering op
de algemeen geldende wettelijke verplichting tot verdoving van de
slachtdieren voor rituele slachtingen dient opgeheven te worden?
Bent u bereid de consument te informeren over de manier waarop het
dier geslacht wordt?
Welke concrete initiatieven zult u nemen om de adviezen van het
wetenschappelijk comité van het FAVV te vertalen in reglementen?
Tot slot, op welke wijze organiseert u de controles inzake toezicht op
het dierenwelzijn in het belang van de voedselveiligheid tijdens het
Offerfeest? Bent u bereid die controles op te voeren?
être animal lors de la fête du
sacrifice?
02.03 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, il en sera de
même pour mes questions n
os
17237 et 17328.
Je ne vais pas répéter ce qui a été dit par mes collègues. Je leur dirai
simplement que le Parlement peut aussi prendre ses responsabilités
et qu'en ce qui me concerne, avec ma collègue Hilde Vautmans, nous
avons déposé une proposition de loi visant à supprimer l'exception
pour abattages rituels.
Il est évident que les religions doivent pouvoir continuer à être
pratiquées et que les abattages rituels doivent pouvoir avoir lieu. Il
faut être clair en la matière. Cela étant dit, il y a les accommodements
que les religions peuvent raisonnablement voir appliqués sur le
terrain. Une fois n'est pas coutume, la proposition va dans ce sens.
D'ailleurs, les pratiques actuelles des abattages ne respectent pas les
prescrits prévus par les textes religieux. Il est notamment prévu que
les moutons ne peuvent pas se voir et ne peuvent voir du sang. Ceux
qui ont vu les images ou qui se sont rendus dans les abattoirs ont pu
constater que ces prescrits n'étaient pas observés.
La question de l'étourdissement, qui par ailleurs n'est pas interdite par
les textes religieux, doit pouvoir être discutée en tenant compte d'une
valeur que nous avons décidé de protéger dans la législation belge: le
bien-être
animal.
Il
existe
effectivement
une
obligation
d'étourdissement préalable de l'animal pour tout abattage. Cette
obligation s'impose aux éleveurs, aux fermiers et aux abattoirs. Il n'y a
pas de raison qu'elle ne s'applique pas aux abattages rituels.
J'avais des questions concernant les éventuels dérapages que nous
avons pu constater lors de la fête de l'Aïd le vendredi 27 novembre
dernier mais elles relèvent selon moi des compétences de
Mme Laruelle.
Ma question principale est de savoir si la ministre de la Santé est
prête à débattre de cette thématique. Certes, il ne faut pas se
précipiter mais il faut mener la réflexion en temps voulu, notamment
ici au Parlement, peut-être à travers des auditions, et ce dès que nous
aurons connaissance de l'avis du Conseil pour le bien-être animal qui
se penche actuellement sur cette question.
02.03 Xavier Baeselen (MR):
Samen met onze collega mevrouw
Vautmans
hebben
we
een
wetsvoorstel ingediend dat ertoe
strekt de uitzondering voor rituele
slachtingen op te heffen. Al
moeten die kunnen plaatsvinden,
een en ander dient wel te worden
verduidelijkt. De huidige praktijken
stroken niet met de voorschriften
van de religieuze teksten en de
kwestie van de verdoving, die in
de religieuze teksten niet wordt
verboden, dient te kunnen worden
besproken in het licht van het
begrip `dierenwelzijn'. Bent u
bereid om over dat thema te
debatteren?
02.04 Flor Van Noppen (N-VA): Mevrouw de minister, de beelden 02.04 Flor Van Noppen (N-VA):
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
zijn duidelijk. Onverdoofd ritueel slachten kan eigenlijk niet meer.
Blijkbaar misbruiken vele slachthuizen de uitzondering uit
economische overwegingen. Als blijkt dat alle schapen en een vijfde
van de kalveren onverdoofd ritueel worden geslacht, dan weet u dat
er een probleem is. Blijkbaar onderhandelt de Raad voor
Dierenwelzijn al jaren over het onderwerp, evenwel zonder tot een
akkoord te komen. Volgens mij is het onderwerp al lang begraven.
Wat vindt u van de beelden van Gaia?
Vindt u het aanvaardbaar dat dieren in onze slachthuizen op zo'n
manier aan hun einde komen?
Kunt u een stand van zaken geven over de betreffende besprekingen
in de werkgroep van de Raad voor Dierenwelzijn?
Bent u bereid om mee te gaan in een verbod op het onverdoofd
ritueel slachten?
Wat is uw standpunt hierover en wat is het standpunt van de
regering?
Het FAVV behoort niet tot uw bevoegdheden, maar wat vindt u van de
houding van het FAVV in deze? Vertegenwoordigers ervan zijn elke
dag aanwezig in de slachthuizen, maar slagen er blijkbaar niet in om
de misbruiken op de wetgeving vast te stellen.
Les images sont claires: l'abattage
rituel
sans
étourdissement
préalable n'est absolument pas
acceptable. Il semblerait que les
abattoirs
abusent
de
cette
dérogation
pour
des
considérations économiques. La
question serait sur la table du
conseil du bien-être animal depuis
des années déjà mais les
négociations ne semblent pas
aboutir.
La ministre estime-t-elle que de
telles pratiques sont acceptables?
Comment
les
choses
se
présentent-elles au niveau du
Conseil du bien-être animal? La
ministre est-elle disposée
à
interdire les abattages rituels sans
étourdissement préalable? Quel
est son avis sur la position de
l'AFSCA,
qui
ne
parvient
manifestement pas à constater les
abus?
02.05 Koen Bultinck (VB): Mevrouw de minister, het dossier van het
onverdoofd ritueel slachten hebben we reeds diverse keren kunnen
bespreken. Enerzijds was er de bespreking van de programmawet,
toen onze fractie een amendement heeft ingediend, en anderzijds
tijdens de bespreking van de Begroting. Ieder van ons was, over de
partijgrenzen
heen, geschokt door de beelden die de
dierenrechtenorganisatie Gaia heeft vrijgegeven. Eigenlijk kunnen wij
het probleem met een simpele handeling oplossen.
De wet op het dierenwelzijn van 14 augustus 1986 is heel duidelijk:
het slachten van dieren moet altijd onder verdoving gebeuren met een
uitzondering voor de slachting in het kader van een eredienst.
Met een eenvoudig parlementair wetgevend initiatief kunnen wij de
problemen oplossen, tenminste als wij de moed hebben om te doen
wat wij in het Parlement altijd bepleiten: het item dierenwelzijn zeer
ernstig nemen.
Wat is uw beleidsvisie?
Wij steken ons weg achter het uitblijvend resultaat binnen de Raad
voor Dierenwelzijn. Moet het Parlement blijven wachten op een of
ander adviesorgaan, dat blijkbaar niet in staat is om zijn ei te leggen
en een consensus rond dit gevoelig thema te bereiken. Op welke
termijn kunnen wij concrete initiatieven verwachten?
02.05 Koen Bultinck (VB): Le
dossier a déjà été abordé dans le
cadre des discussions sur la loi-
programme et sur le budget. Les
politiciens de tous bords ont été
choqués par les images diffusées
par Gaia. La loi sur le bien-être
animal est pourtant claire: les
animaux doivent toujours être
anesthésiés avant l'abattage, sauf
lorsqu'il s'agit d'un abattage dans
le cadre d'un culte. Ce problème
peut donc être réglé par le biais
d'une simple initiative législative
parlementaire.
Quelle est la position de la ministre
en la matière? Le Parlement doit-il
continuer à attendre un consensus
au sein du Conseil du bien-être
animal? Quand pouvons-nous
attendre des initiatives concrètes?
La présidente: M. De Vriendt étant retenu, il sollicite une réponse
écrite à sa question n° 17577.
02.06 Minister Laurette Onkelinx: Het onverdoofd slachten is voor
mij een bijzonder aandachtspunt sedert mijn aantreden als minister
02.06
Laurette
Onkelinx,
ministre: Lors de mon entrée en
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
bevoegd voor dierenwelzijn. Daarom heb ik aan de Raad voor
Dierenwelzijn gevraagd mij een advies te bezorgen over de
zogenoemde religieuze slachtingen. Daarop heeft de Raad reeds
in 2008 een werkgroep samengesteld, met wetenschappers,
dierenbeschermers, dierenartsen, en vertegenwoordigers van de
joodse en van de islamitische godsdienst. De werkgroep is enkele
keren bijeengekomen om de problematiek te bespreken op grond van
een wetenschappelijk verslag dat door een medewerker van de Raad
voorbereid was.
Ook werden enkele slachthuizen bezocht met de werkgroep. De
aanpak is dus grondig, maar heeft tot dusver niet geleid tot de
formulering van een advies.
Terzelfder tijd heb ik getracht de discussie op Europees niveau te
voeren. Daar is immers zopas een verordening goedgekeurd over de
bescherming van dieren bij het doden. De verordening voorziet in een
uitzondering op de verplichte voorafgaande verdoving voor religieuze
slachtingen. België heeft er in de voorbereidende vergaderingen voor
gepleit die uitzondering te schrappen en de beslissing om onverdoofd
slachten toe te laten over te laten aan de lidstaten zelf. Jammer
genoeg is daarvoor geen meerderheid gevonden.
Het bovenstaande moet duidelijk maken dat ik elke gelegenheid
aangrijp om de discussie over het vraagstuk van onverdoofd slachten
te voeren.
Volgens de wetenschappelijke informatie waarover ik nu beschik, is
het onmiskenbaar dat het verdoven voor het slachten bijdraagt tot een
verminderd lijden voor de slachtdieren.
fonction en tant que ministre, j'ai
demandé au Conseil du bien-être
des animaux de me fournir un avis
sur les abattages religieux. En
2008, le Conseil a, pour ce faire,
constitué un groupe de travail
réunissant
scientifiques,
défenseurs
des
animaux,
vétérinaires et représentants des
religions juive et musulmane. Ce
groupe s'est déjà réuni à plusieurs
reprises et a visité quelques
abattoirs. À ce jour, aucun avis n'a
encore été rendu.
Un règlement sur la protection des
animaux lors de l'abattage vient
d'être adopté à l'échelon européen
et il prévoit une dérogation à
l'anesthésie obligatoire pour les
abattages religieux. La Belgique a
plaidé pour la suppression de cette
dérogation,
mais
n'a
malheureusement pas pu réunir
une majorité en faveur de cette
proposition.
Les informations scientifiques sont
claires: l'anesthésie atténue les
souffrances des animaux de
boucherie.
Sur le plan scientifique, il est indéniable que l'étourdissement avant
l'abattage contribue à réduire la souffrance des animaux. Mon objectif
est dès lors de généraliser cette pratique à tous les abattages,
comme c'est déjà le cas dans d'autres pays, tant au sein de l'Union
européenne qu'en dehors de celle-ci.
Si les travaux du Conseil du bien-être animal ne permettent pas
d'aboutir à un avis unanime auquel adhèrent les deux communautés
religieuses, je prendrai mes responsabilités sur base des études
scientifiques.
Pour ce qui concerne les images vues, pour moi comme pour tous les
autres spectateurs, elles étaient particulièrement choquantes. Des
contrôles sont en cours; comme vous l'avez dit, qui sont de la
responsabilité de Mme Laruelle, alors que je suis responsable de la
législation.
Pour ce qui concerne les contrôles, il conviendra d'étudier les
infractions commises par rapport à la législation existante et les
exceptions, mais aussi de chercher si, en dehors de l'exception
religieuse, certains n'en profitent pas pour élargir ce type d'abattage,
voire le généraliser.
Il est donc important que je reçoive le résultat de ces contrôles. J'ai
d'ailleurs demandé à mes services que, dès réception des résultats,
ils les évaluent en concertation avec l'AFSCA afin d'améliorer la
Mijn streven is dat al de
slachtdieren verdoofd worden. Als
de werkzaamheden van de Raad
voor Dierenwelzijn niet resulteren
in
een
advies
dat
beide
geloofsgemeenschappen
onderschrijven,
zal
ik
een
beslissing nemen op grond van de
wetenschappelijke studies.
Wat de beelden betreft, worden er
controles uitgevoerd onder de
verantwoordelijkheid van mevrouw
Laruelle. Ik ben verantwoordelijk
voor de wetgeving, mijn diensten
zullen de resultaten dus evalueren,
in overleg met het FAVV. Er komt
een vergadering in januari. Ik hoop
dat we samen de wetgeving zullen
kunnen laten evolueren.
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
situation. Une réunion d'évaluation est d'ailleurs programmée pour le
mois de janvier.
J'espère une évolution de la législation, dans le consensus. C'est
pourquoi nous discutons notamment avec les scientifiques, le Conseil
du bien-être animal et les délégués des autorités religieuses. Soit,
nous aboutissons à un accord, soit, je prendrai mes responsabilités.
02.07 Magda Raemaekers (sp.a): Mevrouw de minister, zoals ik
gewoon ben van u, weet ik nu al zeker dat u uw verantwoordelijkheid
zult nemen, wanneer er ergens in januari toch geen uitsluitsel
gegeven wordt. U zult dan toch, samen met de meerderheid in de
regering, akkoord gaan om een wetsvoorstel tot wijziging, met de
schrapping van onverdoofd ritueel slachten, op te maken. Daarvoor
ben ik heel dankbaar, samen met alle dieren en de organisaties,
zonder dat ik daarmee afbreuk wil doen aan de ene of gene
godsdienst.
02.07 Magda Raemaekers (sp.a):
Si ce point n'est toujours pas
clarifié
en
janvier,
je
suis
convaincue
que
la
ministre
souscrira à une proposition de loi
supprimant la dérogation accordée
pour les abattages rituels.
02.08 Mark Verhaegen (CD&V): Mevrouw de minister, bedankt voor
uw antwoord. Ik vind het vrij bizar dat ik in de zomer van 2006 de
belofte heb gekregen van uw voorganger op mijn vraag om op dat
moment onverwijld een dialoog aan te gaan. Meer dan twee jaar later
­ u spreekt over 2008 ­ moeten we wachten op een werkgroep van
wetenschappers. Na nog twee jaar en schokkende beelden konden
we het debat in de Kamer pas aangaan. Ik vind dat we veel te traag
vorderen. Het probleem is ernstig genoeg.
Ik heb ook verwezen naar de Europese dierenartsenfederatie, die
heel duidelijk en wetenschappelijk onderbouwde conclusies heeft over
het dierenleed bij het onverdoofd slachten. Voor ons moet de
waardigheid van de dieren altijd gerespecteerd worden. Daarmee
bedoel ik de hele keten, van de opfok tot en met de slacht. Een
verpletterende meerderheid van onze landgenoten ziet het ook op die
manier.
Mevrouw de minister, ik geef u dan ook een gouden raad. Zorg ervoor
dat de moslims, alsook de joden en misschien nog andere
volksgemeenschappen in ons bonte land, een alternatief uitwerken
voor de onverdoofde slachting, al dan niet in samenwerking met de
Raad voor Dierenwelzijn, zoals u hebt aangekondigd. Zorg ook dat
men zich schikt naar wat onze mensen verwachten van hun
medelanders in verband met het dierenwelzijn.
Tot slot wil ik meegeven dat in landen als Nederland, Zweden,
Denemarken, Noorwegen, Australië, Nieuw-Zeeland en Zwitserland,
de verdoofde slachting verplicht is. Dat is misschien een goed
voorbeeld, een illustratie dat het wel kan.
02.08 Mark Verhaegen (CD&V):
À l'été 2006, le ministre en
fonction à l'époque m'avait promis
d'engager le dialogue sans tarder.
Or nous sommes en 2008 et nous
attendons toujours qu'un groupe
de
travail
composé
de
scientifiques soit créé. Les choses
vont beaucoup trop lentement
compte tenu de la gravité de ce
problème. Une majorité écrasante
de nos concitoyens est convaincue
que la dignité doit primer dans le
cadre de l'élevage d'animaux mais
aussi dans le cadre de leur
abattage. La ministre actuelle doit
veiller à ce que les musulmans,
les juifs et peut-être d'autres
communautés encore élaborent
une solution de substitution à
l'abattage sans anesthésie, le cas
échéant en concertation avec le
Conseil du Bien-être des animaux.
Dans nombre d'autres pays,
l'abattage sous anesthésie est
déjà obligatoire.
02.09 Xavier Baeselen (MR): Madame la ministre, je vous remercie
pour votre réponse claire et pour votre détermination à faire avancer
ce dossier.
Vous avez raison de souligner que le problème réside dans le fait que
l'exception est largement utilisée et qu'elle se transforme parfois et
malheureusement en règle.
Je voudrais insister sur la nécessité d'un dialogue avec les autorités
religieuses. Je prends l'exemple du Royaume-Uni où, même si
02.09 Xavier Baeselen (MR):
Verwijzend naar het voorbeeld van
het Verenigd Koninkrijk dring ik
erop aan dat er met de religieuze
overheden
overleg
wordt
gepleegd.
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
l'exception est prévue par la loi, on est arrivé, grâce au dialogue avec
les autorités religieuses, à faire en sorte que l'étourdissement
devienne la règle
02.10 Flor Van Noppen (N-VA): Mevrouw de minister, ik ben blij te
vernemen dat de werkgroep Dierenwelzijn nog actief is. Ik hoop dat u
ons zo vlug mogelijk een verslag zal bezorgen.
Intussen heb ik een wetsvoorstel ingediend om onverdoofd, ritueel
slachten te verbieden. Ik reken dan ook op de steun van de
meerderheidspartijen of eventueel op een initiatief van de minister
zelf.
02.10 Flor Van Noppen (N-VA):
J'attends le rapport de la ministre
concernant les activités du Conseil
du Bien-être des animaux. J'ai
personnellement
déposé
une
proposition de loi tendant à
interdire l'abattage rituel sans
anesthésie. J'ose solliciter l'appui
des partis de la majorité.
02.11 Koen Bultinck (VB): Mevrouw de minister, ik wil u danken voor
uw antwoord en ook voor de klaarblijkelijk consistente houding op
Europees niveau. Ze is heel duidelijk.
Vandaag stelt u ook vast dat er over alle partijgrenzen heen een
consistente houding is, met name dat het in het kader van het
dierenwelzijn niet langer te verantwoorden is dat onverdoofd, ritueel
slachten nog wordt toegestaan. Wij zijn het daarover over alle
partijgrenzen heen eens.
Mevrouw de minister, één cruciale vraag blijft over. Tegen wanneer
kunnen wij het advies van de Raad voor Dierenwelzijn verwachten?
Immers, zoals in zovele, andere dossiers in het Parlement, maken wij
soms mee dat de parlementsleden op allerlei adviesorganen blijven
wachten. Ik ben een overtuigd parlementariër. Op een bepaald
moment moet het Parlement zijn verantwoordelijkheid nemen. Er is
door onze fractie een wetsvoorstel ter zake ingediend. Indien wij te
lang op de adviesorganen moeten wachten, is het de taak van het
Parlement zijn verantwoordelijkheid te nemen.
Ik verwijs ter zake naar het dossier van het eenheidsstatuut voor
arbeiders en bedienden in de commissie voor de Sociale Zaken,
waarbij ook alle, hangende adviesprocedures verhinderen dat het
Parlement iets kan doen en zijn verantwoordelijkheid kan nemen.
Gezien de heel brede consensus vandaag moet het Parlement in het
bewuste dossier zo snel mogelijk en met de steun van de minister zijn
verantwoordelijkheid nemen.
02.11 Koen Bultinck (VB): Quand
le Conseil du Bien-être des
animaux rendra-t-il son avis? Si
les organes consultatifs traînent à
se manifester, le Parlement doit
assumer
ses
responsabilités.
Notre groupe politique a déposé
une proposition de loi en la
matière.
Pourquoi
patienter
davantage si un consensus aussi
large se dégage au sein du
Parlement?
La présidente: Nous prenons acte en tout cas de la responsabilité
partagée de Mme la ministre avec la ministre Laruelle, qui est
compétente pour les contrôles par l'AFSCA.
De voorzitter: We nemen er nota
van dat zowel minister Onkelinx
als minister Laruelle voor een stuk
bevoegd zijn. Minister Laruellle is
bevoegd voor de controles door
het FAVV.
02.12 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, wij
wachten op een advies over het ritueel slachten.
02.12
Laurette
Onkelinx,
ministre: Nous attendons un avis
concernant l'abattage rituel.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
La présidente: Nous passons à une série de questions sur la grippe A/H1N1, son traitement et la gestion
de la pandémie.
02.13 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, (hors
micro)... un bilan hebdomadaire sur la grippe. Ici, c'est par le biais
des questions que nous l'abordons. Ne devrait-on pas cependant
prévoir de refaire un bilan? Même si nous ne connaissons pas un pic
comme la France, la situation mérite tout de même que l'on en fasse
le point.
02.13 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Zou er geen nieuwe balans
moeten worden opgemaakt met
betrekking tot de griep?
02.14 Laurette Onkelinx, ministre: J'ai toujours peur de cette
question à laquelle je n'ai pas de réponse: pourquoi cela augmente-t-il
de la sorte en France et pas en Belgique? Je sais que nous faisons
mieux que la France mais dans le détail, c'est compliqué à justifier.
La présidente: C'est peut-être parce que nous avons eu conscience
de la diminution de la pandémie. Il est prévu de reprendre ce type de
débat. J'ignore cependant si nous pourrons organiser des réunions de
commission la semaine prochaine car on me dit qu'il y aurait plusieurs
séances plénières. Ce sera sans doute pour début janvier mais une
mise au point était prévue.
De voorzitter: Er was in een
evaluatie voorzien.
02.15 Laurette Onkelinx, ministre: En outre, il n'y a rien de neuf!
02.15 Minister Laurette Onkelinx:
Er
zijn
geen
nieuwe
ontwikkelingen.
La présidente: Enfin, passons aux questions. Comme cela, au
moins, certaines d'entre elles trouveront réponse dès aujourd'hui.
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de derdebetalersregeling bij A/H1N1-
vaccinaties" (nr. 17048)
- mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het niet updaten van de site
www.influenza.be in het Duits" (nr. 17179)
- de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de verenigbaarheid van het koninklijk
besluit tot uitvoering van artikel 3, 5°, van de wet van 16 oktober 2009 die machtigingen verleent aan
de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie met de eerbiediging van het privéleven"
(nr. 17316)
03 Questions jointes de
- M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
chargée de l'Intégration sociale, sur "le tiers-payant dans le cadre de la vaccination contre le virus
A/H1N1" (n° 17048)
- Mme Kattrin Jadin à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'absence de mise à jour en allemand du site
www.influenza.be" (n° 17179)
- M. Olivier Maingain à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la compatibilité avec le respect de la vie privée de
l'arrêté royal portant exécution de l'article 3, 5°, de la loi du 16 octobre 2009 accordant des pouvoirs au
Roi en cas d'épidémie ou pandémie de grippe" (n° 17316)
03.01 Koen Bultinck (VB): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de
minister, ik wil nog even terugkomen op het dossier inzake de
Mexicaanse griep en het eraan gekoppelde dossier van de
derdebetalersregeling.
03.01 Koen Bultinck (VB): Le
régime du tiers payant est
d'application pour les vaccinations
collectives
contre
la
grippe
mexicaine, alors que pour les
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Zoals ieder van ons het nu heeft begrepen, is er bij de collectieve
vaccinatie wel degelijk ruimte om de derdebetalersregeling toe te
passen, maar als die vaccinatie tegen de Mexicaanse griep gebeurt in
de eigen huisartsenpraktijk is er principieel verzet vanuit het RIZIV en
van u als bevoegde minister.
Daarom heb ik een duidelijke vraag, mevrouw de minister. Waarom is
er
een
blijvend verzet
tegen
het toepassen
van de
derdebetalersregeling, ook als het in de eigen huisartsenpraktijk van
de arts gebeurt? Wat is het verschil met de collectieve vaccinatie?
Waarom maakt men daarvoor een uitzondering? Kan men niet, al was
het maar in het kader van de administratieve vereenvoudiging, in de
hangende procedure toch nog aan de terechte eis van de huisartsen
tegemoetkomen?
vaccinations
individuelles
effectuées dans les cabinets
médicaux, l'INAMI et le ministre y
sont
opposés
par
principe.
Pourquoi fait-on cette différence?
Ne pourrait-on pas accéder aux
demandes justifiées des médecins
généralistes en cette matière?
03.02 Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, ma question a trait à la gestion du site www.influenza.be.
En fait, plusieurs personnes de ma région m'ont fait remarquer à
maintes reprises que ce site, qui existe dans les trois langues, n'est
plus mis à jour dans sa version allemande depuis le 6 juillet 2009.
03.02 Kattrin Jadin (MR): De
website www.influenza.be, die in
de drie landstalen beschikbaar is,
werd in de Duitstalige versie niet
meer geüpdatet sinds 6 juli 2009.
03.03 Laurette Onkelinx, ministre: Voyons!
03.04 Kattrin Jadin (MR): Madame la ministre, avant de déposer
cette question, il y a environ trois semaines, j'ai vérifié sur le site et je
puis vous assurer qu'il y était mentionné que le vaccin contre la grippe
A/H1N1 n'était pas encore disponible. Je vous avoue que cette
situation m'a quelque peu interloquée et je serais très heureuse si l'on
pouvait remédier à ce problème.
Madame la ministre, je voudrais que vous fassiez le point sur la
question. Je ne sais pas qui est responsable en la matière, même si
je suis consciente du fait que les responsabilités sont partagées et
que les Communautés sont également concernées.
03.04 Kattrin Jadin (MR): Drie
weken geleden stond er nog te
lezen dat het vaccin tegen de
A/H1N1-griep
nog
niet
beschikbaar was. Het gaat hier
natuurlijk
om
een
gedeelde
verantwoordelijkheid, die ook de
Gemeenschappen
aanbelangt.
Hoe dan ook moet dit probleem op
korte termijn worden verholpen.
03.05 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, wat betreft
de derdebetalersregeling, het volgende. Een huisarts mag inderdaad
niet op veralgemeende wijze de derdebetalersregeling toepassen, met
uitzondering van de wettelijk bepaalde uitzonderingen en van de
situaties die door de sociale derdebetalersregeling zijn beoogd voor
de verstrekkingen, raadplegingen of bezoeken tijdens dewelke een
vaccin wordt toegediend. De wetsbepalingen betreffende de
derdebetalersregeling zijn en blijven van toepassing.
Met de rondzendbrief wordt informatie verstrekt over de mogelijkheid
om de derdebetalersregeling toe te passen in de volgende
omstandigheden. In het geval van een collectieve vaccinatie tegen de
griep A/H1N1 georganiseerd door of in samenwerking met een
huisartsenwachtdienst
van
een
huisartsenzone,
buiten
de
spreekkamer van een huisarts. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat
het algemeen opgelegde verbod voor de raadplegingen niet van
toepassing is op de verstrekkingen die zijn verricht in het raam van
een georganiseerde wachtdienst. De derdebetalersregeling kan
worden toegepast voor de verstrekkingen die in het kader van een
wachtdienst worden verricht. De maatregel blijft dus in
overeenstemming met de bepalingen die op dat vlak bestaan.
03.05
Laurette
Onkelinx,
ministre: Un médecin généraliste
ne peut appliquer de façon
généralisée le régime du tiers-
payant, sauf pour les exceptions
prévues par la loi et les
campagnes de vaccination. Une
circulaire prévoit que ce régime
peut être appliqué en cas de
vaccination collective contre la
grippe A/H1N1 organisée par un
service de garde de médecins
généralistes en dehors du cabinet
de consultation d'un médecin
généraliste ou en collaboration
avec un tel service. L'interdiction
générale qui est actuellement en
vigueur pour les consultations ne
s'applique pas aux prestations qui
sont assurées dans le cadre d'un
service de garde organisé. Le
régime du tiers-payant peut donc
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Het
probleem
is
dat
de
wetgeving
betreffende
de
derdebetalersregeling, te weten het KB van oktober 1986, niet is
gewijzigd teneinde de derdebetalersregeling toe te staan voor de
verstrekkingen welke uitdrukkelijk voor die vaccinatie zijn verricht.
Bovendien is het feit dat voor een verstrekking geen persoonlijk
aandeel wordt opgelegd, op zich niet van die aard dat het automatisch
ertoe leidt dat een dergelijke verstrekking in de derdebetalersregeling
wordt opgenomen.
être appliqué à ces prestations. La
mesure concernée est dès lors en
conformité avec les dispositions
existantes mais le problème est
que la législation relative au
régime du tiers-payant - l'arrêté
royal d'octobre 1986 ­ n'a pas été
modifiée afin de permettre que ce
régime soit appliqué à ces
vaccinations. En outre, le fait
qu'une intervention personnelle ne
soit pas imposée pour une
prestation
n'aboutit
pas
automatiquement à l'inclusion de
cette prestation dans le régime du
tiers-payant.
Pour ce qui est de la traduction allemande, on m'a dit ­ ce que j'irai
vérifier tout à l'heure ­ qu'il y a parfois du retard dans les traductions.
Au sein de l'administration, les informations sont immédiatement
traduites en français ou en néerlandais alors que, pour l'allemand, il
faut passer par un service de traduction. Cependant, le retard est
résorbé régulièrement. Au call center, si vous parlez allemand, on
vous répond dans votre langue. S'il est vrai que le site ne mentionne
pas encore l'existence d'un vaccin, ce serait inacceptable. Je vais
aller vérifier par moi-même et j'en reparlerai avec vous cet après-midi.
Binnen de administratie wordt de
informatie onmiddellijk vertaald in
het Frans of het Nederlands maar
voor de Duitse versie moeten we
een vertaaldienst inschakelen. De
achterstand
wordt
echter
regelmatig ingehaald. We zullen
nagaan of het bestaan van het
vaccin wel degelijk op de website
wordt vermeld.
03.06 Koen Bultinck (VB): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de
minister, ik betreur de situatie, al was het maar omdat de huisartsen
volgens mij dienaangaande terecht de vraag stellen dat de
derdebetalersregeling ook zou kunnen toegepast worden als zij die
vaccinatie in het eigen huisartsenkabinet doen.
De wetgeving is inderdaad klaar en duidelijk ter zake. Ik zou u bijna
een suggestie willen doen. Misschien moeten wij deze namiddag, als
wij dan toch een wetsontwerp houdende diverse bepalingen met
betrekking tot gezondheidszorg bespreken, dit via een amendement
oplossen. Dan zou ook dit probleem van de baan kunnen zijn. De
huisartsen uiten hier immers terecht hun bezorgdheid. Wij moeten
ervoor zorgen dat wij daaraan een oplossing kunnen geven.
03.06 Koen Bultinck (VB): Je
déplore cette situation et je
comprends la demande tout à fait
justifiée
des
médecins
généralistes. Nous pourrions peut-
être y répondre favorablement par
le biais d'un amendement au
projet
de
loi
portant
des
dispositions diverses.
03.07 Laurette Onkelinx, ministre: Mon cabinet est occupé à
vérifier ...
03.07 Minister Laurette Onkelinx:
Mijn kabinet verricht de nodige
controles.
03.08 Kattrin Jadin (MR): Je procéderai également aux vérifications
nécessaires, madame la ministre. J'ai déposé ma question voici trois
semaines parce qu'on a attiré mon attention à ce sujet. De toute
façon, l'information peut également être obtenue via le corps médical.
Étant donné que cette matière peut s'intégrer dans une politique
préventive, les services de la Communauté germanophone pourraient
également collaborer, mais peut-être est-ce déjà le cas.
03.08 Kattrin Jadin (MR): In elk
geval kan die informatie ook via
het
medisch
korps
worden
verkregen. Ook de diensten van
de
Duitstalige
Gemeenschap
kunnen worden ingeschakeld.
03.09 Laurette Onkelinx, ministre: Il y a parfois un peu de retard
pour certaines fiches techniques, mais le reste suit.
03.09 Minister Laurette Onkelinx:
Voor sommige technische fiches
wordt er soms enige vertraging
vastgesteld.
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
03.10 Kattrin Jadin (MR): Je vérifierai à nouveau. Je vous remercie
pour votre réponse, madame la ministre.
03.10 Kattrin Jadin (MR): Ik zal
het nogmaals nakijken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de Bemiddelingscommissie
Ziektekostenverzekering" (nr. 17069)
- mevrouw Katrien Partyka aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de Bemiddelingscommissie voor
Hospitalisatieverzekeringen" (nr. 17535)
04 Questions jointes de
- Mme Sofie Staelraeve à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la Commission de conciliation Assurance soins de
santé" (n° 17069)
- Mme Katrien Partyka à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la Commission de médiation en matière d'assurances
hospitalisation" (n° 17535)
04.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mevrouw de minister, deze vraag
betreft een item dat ook aan bod is gekomen bij de bespreking van
het wetsvoorstel inzake de schuldsaldoverzekering. In een andere
zaal wordt op dit moment de beleidsnota verzekeringen besproken.
Het betreft een klein maar niet onbelangrijk luik, namelijk de
Bemiddelingscommissie voor Ziektekostenverzekeringen. Die werd bij
KB opgericht eind 2007 maar kan volgens de laatste info nog niet
operationeel worden omdat nog steeds twee vertegenwoordigers uit
de verbruikersorganisaties, aan wie u dan uw volmacht zou geven,
moeten worden aangesteld. Kunt u daar ons iets nieuws over
vertellen? Dat is eigenlijk de essentie van de vraag. Met andere
woorden, hebt u reeds volmacht verleend aan Raad voor het Verbruik
voor het aanduiden van vertegenwoordigers? Wanneer zullen de
vertegenwoordigers van de consumentenorganisaties bekend zijn
zodat die commissie van start kan gaan?
04.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld):
La
commission
de
conciliation pour l'assurance soins
de santé a été constituée fin 2007
par arrêté royal. Néanmoins, cette
commission n'est toujours pas
opérationnelle parce que deux
représentants des organisations
de consommateurs doivent encore
être désignés pour y siéger. La
ministre doit donner mandat à cet
effet
au
Conseil
de
la
consommation. Quand les deux
représentants seront-ils désignés?
04.02 Katrien Partyka (CD&V): Mevrouw de minister, ik zal niet in
herhaling vallen. Begin juni hebt u mij gezegd dat u dat eind juni in
orde zou brengen. Wat is ondertussen de stand van zaken? Het is
immers noodzakelijk voor de consumenten om een beroep te kunnen
doen op deze dienst.
04.02 Katrien Partyka (CD&V):
Début juin 2009, la ministre
m'avait assuré que la désignation
serait réglée pour la fin du mois.
Pourquoi la désignation n'est-elle
toujours pas intervenue quasiment
six mois plus tard?
04.03 Minister Laurette Onkelinx: Ik heb net mijn collega Reynders
de twee namen doorgegeven die voorgesteld werden door de
voorzitter van de Raad voor het Verbruik. Met deze twee
benoemingen zal de Bemiddelingscommissie voor de Verzekering
Gezondheidszorg voor chronisch zieken en personen met een
handicap
snel
van
start
kunnen
gaan
met
haar
bemiddelingswerkzaamheden.
04.03
Laurette
Onkelinx,
ministre: Le Conseil de la
consommation a présenté deux
personnes. J'ai communiqué leurs
noms
dernièrement
à
M.
Reynders.
04.04 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mevrouw de minister, ik wou nog
even informeren welke die twee namen zijn.
04.04 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Qui sont les deux candidats?
04.05 Minister Laurette Onkelinx: Dat weet ik niet.
04.05
Laurette
Onkelinx,
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
ministre: Je l'ignore.
04.06 Sofie Staelraeve (Open Vld): U zei dat u ze net doorgegeven
hebt. Was dat vandaag, gisteren of vorige week?
04.06 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Quand leurs noms ont-ils été
communiqués à M. Reynders?
04.07 Laurette Onkelinx, ministre: En tout cas, c'est fait. Vous
n'aviez pas demandé ces noms mais ma collaboratrice va s'informer.
04.08 Katrien Partyka (CD&V): Mevrouw de minister, bedankt voor
uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 17092 van mevrouw De Block wordt op haar verzoek uitgesteld.
05 Vraag van mevrouw Yolande Avontroodt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de aandacht voor patiënten met
hersentumor" (nr. 17105)
05 Question de Mme Yolande Avontroodt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "le suivi des patients atteints d'une
tumeur au cerveau" (n° 17105)
05.01 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mevrouw de minister, deze vraag heeft betrekking op de aandacht die
ik hier vorige keer gevraagd heb tijdens de begrotingsbespreking.
Inmiddels werd het echter breder uitgeschreven, omdat de opvolging
van die resolutie inzonderheid voor patiënten die lijden aan een
hersentumor, actueel is gelet op de toegankelijkheid inzake
geneesmiddelen -- dat heb ik ook tijdens de begrotingsbespreking
aan bod gebracht -- maar ook gelet op de andere aspecten, zoals de
behandeling van kinderen met een hersentumor en de specifieke
omkadering die daarvoor gevraagd wordt.
Zoals u weet is er een onderscheid tussen de low grade en de high
grade malignancy tumoren. Daarnaast is er ook nog een secundaire
groep, te weten de metastasen van een ander type.
Mevrouw de minister, de incidentie is niet gering, 8 gevallen op
100 000 per jaar. In Europa zijn er 40 000 nieuwe high grade
hersentumoren. Het is uiteraard jammer dat de mortaliteit verbonden
aan deze aandoeningen zeer hoog is.
De levensverwachting voor low-gradepatiënten is hoger. De oorzaak
is dat de tumor trager evolueert en niet onmiddellijk infiltreert en
dergelijke. De chirurgische behandelingen die voorradig zijn kunnen
het leven van de patiënt redden.
Mevrouw de minister, wij streven -- en dat is zeker ook uw zorg --
naar de beste behandeling voor patiënten met een hersentumor. Er is
op dat vlak toch een heel sterke bundeling van expertise in ons land
en ook een heel sterke bundeling van expertise bij de
patiëntenvereniging.
Een aantal knelpunten werden opgesomd, onder meer door het
Bijzonder
Solidariteitsfonds
voor
Bepaalde
Toegang
tot
Geneesmiddelen, ook knelpunten inzake infrastructuur en van
05.01
Yolande
Avontroodt
(Open Vld): Nous appelons tous
de nos voeux le meilleur traitement
possible pour les patients atteints
d'une tumeur au cerveau. À la
demande de la ministre, certains
points posant problème à cet
égard ont été spécialement inclus
dans le Plan Cancer. Le Olivia
Fund, un fonds ayant pour
vocation de venir financièrement
en aide aux enfants atteints d'une
tumeur au cerveau, m'a adressé la
semaine dernière un courrier dans
lequel il est question d'une
demande introduite à l'INAMI dans
le but d'apporter un soutien fort à
ce projet. Il semblerait aujourd'hui
que la ministre ait donné son
accord de principe mais qu'elle
tarde à prendre une décision
parce que ce dossier n'aurait pas
encore été bouclé à l'INAMI.
Selon moi, le dossier repose
pourtant
sur
des
bases
suffisamment solides. La ministre
peut-elle vérifier? Où en est
l'exécution
des
résolutions
approuvées en séance plénière et
en particulier les propositions
relatives aux enfants atteints de
tumeurs
au
cerveau?
La
concertation a-t-elle déjà été
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
multidisciplinaire aard. Dat zijn allemaal elementen die opgenomen
werden in het aparte luik van de resolutie. Aanvankelijk was dat vervat
onder de koepel van hersenaandoeningen, maar op uw verzoek werd
het in het Kankerplan opgenomen.
U hebt inderdaad geantwoord dat er middelen zijn en dat er aandacht
aan geschonken wordt. Toch werd ik vorige week nog aangesproken
door het Oliviafonds. U weet dat dit een fonds is dat zich inzet voor de
behandeling van kinderen met hersentumoren. Professor Van Gool
van de universiteit van Leuven heeft een verzoek ingediend bij het
RIZIV om dit project substantieel te ondersteunen.
Mijn verrassing was groot, mevrouw de minister, toen in de Munt,
tijdens een vergadering met alle mensen betrokken bij het
Oliviafonds, werd gezegd dat de toezegging er wel is, maar dat de
beslissing achterwege blijft want dat het dossier bij het RIZIV blijkbaar
nog niet is afgehandeld. Volgens mij was de toezegging er. Professor
Van Gool voert niet alleen onderzoek maar bekijkt ook de
mogelijkheid van behandeling via vaccinaties. Volgens mij was dit
toegezegd op niveau van het RIZIV. Tijdens de plenaire vergadering
werd gezegd dat de zaak nog niet rond was.
Mevrouw de minister, kunt u dit nagaan? Volgens mij is het dossier
voldoende onderbouwd. Dat is in wederzijds overleg gebeurd, maar
blijkbaar is er om een of andere reden nog altijd geen invulling van die
projecten.
Ik heb drie vragen, mevrouw de minister.
Ten eerste, mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, herhaal ik
mijn vraag om een debat te organiseren over alle resoluties die in
plenaire vergadering werden goedgekeurd. Ik vraag dat niet voor
Kerstmis en Nieuwjaar, maar in de loop van volgend jaar.
Mijn tweede, concrete, vraag, mevrouw de minister, is of er reeds
gevolg werd gegeven aan de voorstellen van de resolutie, en
inzonderheid die inzake kinderen met hersentumoren? Is er reeds
overleg gepleegd met alle stakeholders?
Ten derde, is er de klassieke vraag. Kunt u deze problemen een
plaats geven ter gelegenheid van het Belgische EU-voorzitterschap?
menée avec toutes les parties
concernées? La ministre peut-elle
mettre ces problèmes à l'ordre du
jour à l'occasion de la présidence
belge de l'UE?
05.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, bij de strijd
tegen kanker moet men eveneens bijzondere aandacht besteden aan
de specifieke opvang die nodig is bij bepaalde vormen van kanker.
Hersentumoren vormen een groep van aandoeningen met een hoge
morbiditeit en mortaliteit. Ook de behandeling ervan op zich heeft
uitgebreide gevolgen op verschillende vlakken en heeft een
belangrijke impact op het verdere leven van de patiënt.
In het raam van het Nationaal Kankerplan 2008-2010 heb ik in
verband met de organisatie van de behandeling van zeldzame
tumoren in België, een advies gevraagd aan het College voor
Oncologie. Dit advies wordt verwacht in de loop van december.
Aangezien hersentumoren ook tot deze groep behoren, zal het advies
ook hierop betrekking hebben. De besprekingen voor de opstelling
van een volgend kankerplan door het Kankercentrum zijn momenteel
05.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: Dans la lutte contre le
cancer, il est important d'accorder
une attention particulière à la
nécessité d'organiser un accueil
spécifique pour certains cancers.
En cas de tumeurs au cerveau, la
mortalité est importante et le
traitement de la maladie est
perceptible sur plusieurs plans.
Dans le cadre du Plan national
cancer 2008-2010, j'ai demandé
au collège pour l'oncologie un avis
quant
à
l'organisation
du
traitement des tumeurs rares en
Belgique. Cet avis est attendu
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
volop aan de gang. Om tot een zo breed mogelijk overleg te komen,
met inbreng van de verschillende actoren en experts vanop het
terrein, heeft het Kankercentrum een aantal werkgroepen
georganiseerd, waarin ook een vertegenwoordiging van patiënten met
hersentumoren aanwezig was.
In het kader van het overleg dat georganiseerd werd door het
Kankercentrum zal het Kankercentrum in het bijzonder de specifieke
organisatie voor de behandeling van hersentumoren en voor de
revalidatie en re-integratie van patiënten met een behandelde
hersentumor, analyseren. Bij die gelegenheid zal het aandacht
besteden aan de voorstellen van resolutie die hierover werden
ingediend bij de Kamer en de Senaat in december 2007 en
januari 2008.
In deze problematiek is het ook van groot belang om in een goede
internationale en Europese samenwerking te voorzien, onder andere
voor de registratie van deze tumoren. In september 2009 lanceerde
de Europese Commissie het European Partnership Against Cancer,
waarin België ook participeert. Dat zal een prioriteit zijn tijdens ons
voorzitterschap.
dans le courant du mois de
décembre. Il sera également
d'application sur les tumeurs au
cerveau.
La rédaction d'un prochain plan
sur le cancer par le Centre du
Cancer passe par l'intermédiaire
d'une série de groupes de travail,
incluant une représentation des
patients souffrant de tumeurs
cérébrales,
et
ces
groupes
travaillent pour l'instant à plein
régime. Le Centre du Cancer
vérifiera en particulier comment
organiser au mieux le traitement
des tumeurs cérébrales, de même
que la réadaptation fonctionnelle
et la réinsertion des patients.
L'ensemble
des
résolutions
adoptées ces dernières années
seront prises en compte dans ce
domaine.
Ce problème requiert en outre une
étroite coopération internationale
et européenne. C'est la raison
pour laquelle la Belgique participe
au nouveau European Partnership
Against Cancer
de la Commission
européenne.
05.03 Yolande Avontroodt (Open Vld): Mevrouw de minister, wat het
partnerschap betreft is het inderdaad zo dat voorzitter Barroso eind
september de krachtlijnen heeft toegelicht van zijn EU-beleid, met
daarin aandacht voor preventie, enerzijds. Misschien moeten wij ook
nog eens debatteren over de preventie en de screening van
longkanker. Dat zit momenteel in de pipeline.
Hij vraagt ook aandacht voor het wetenschappelijk onderzoek,
anderzijds. Ik wil daarop nu nog eens terugkomen in verband met de
minder vaak voorkomende kankers. Er zouden daar aanzienlijke
middelen zijn op Europees niveau. Wij willen u en uw kabinet bij deze
vragen om ervoor te zorgen dat de middelen die ter beschikking zijn,
effectief kunnen worden aangewend voor de hooggradige en
zeldzame hersentumoren. Het onderzoek op dat niveau zou zeker
relevant kunnen zijn. Hiervoor vragen wij uw aandacht.
Immers, hersentumoren gaan gepaard met een hoge mortaliteit,
komen steeds meer voor en treffen vaak zeer jonge mensen. Gelieve
er aldus voor te zorgen dat ons land een deel van de middelen die
Europa ter beschikking stelt, ook kan aanwenden voor deze
doelstelling, waarvoor dank.
05.03
Yolande
Avontroodt
(Open Vld): Pour ce qui est de ce
partenariat, fin septembre, le
président Barroso a effectivement
commenté les lignes de force de
sa politique européenne dans ce
domaine évoquant la prévention
d'une part, et la recherche
scientifique, d'autre part. L'Europe
libérerait des moyens importants
pour les cancers moins fréquents
et nous voudrions demander à la
ministre de les utiliser et d'obtenir
ainsi des recherches pertinentes.
C'est essentiel, au vu du taux de
mortalité élevé et des nombreux
très jeunes patients victimes d'une
grave tumeur cérébrale.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la castration des porcelets en élevage"
(n° 17127)
06 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de biggencastratie in fokkerijen"
(nr. 17127)
06.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, le problème réside moins dans la castration que dans la
castration à vif. Nous sommes plusieurs parlementaires à avoir été
sensibilisés à ce phénomène de castration à vif qui concerne en
Belgique, annuellement, 5 à 6 millions d'animaux. Elle est
généralement pratiquée dans le but d'éliminer les risques d'apparition
d'une odeur de verrat, nauséabonde lors de la cuisson de la viande
de porc.
La Commission européenne a délivré une autorisation de mise sur le
marché, via son Agence du médicament, d'un vaccin par une firme
dont je tairai le nom pour éviter toute publicité. Ce vaccin combat
efficacement l'odeur de verrat. Plusieurs distributeurs en Belgique et
en Europe ont d'ailleurs choisi aujourd'hui le commerce de viande de
porcs qui n'ont pas subi cette castration à vif.
Cette question a déjà été abordée par d'autres parlementaires dans le
passé, malheureusement sans succès jusqu'à ce jour.
Madame la ministre en charge du bien-être animal, avez-vous
connaissance de cette demande et de ces revendications?
Quel est l'État d'avancement du dossier? Peut-on espérer aboutir
dans un avenir proche?
06.01 Xavier Baeselen (MR):
Jaarlijks worden in België vijf tot
zes
miljoen
dieren
zonder
verdoving gecastreerd. Meestal
gebeurt dit om het optreden van
de misselijk makende berengeur
bij het klaarmaken van het
varkensvlees te voorkomen.
De Europese Commissie heeft
een vergunning uitgereikt voor het
in de handel brengen van een
vaccin dat berengeur doeltreffend
bestrijdt. Verscheidene Belgische
en
Europese
handelaars
opteerden overigens al voor vlees
van varkens die niet onverdoofd
werden gecastreerd. Hebt u weet
van aanvragen en eisen in dat
verband? Wat is de stand van
zaken van dit dossier? Kan een en
ander binnenkort zijn beslag
krijgen?
06.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, en ce qui concerne la castration des porcelets, le principe
d'un arrêt de la castration chirurgicale a été avancé comme objectif à
atteindre à terme. D'ailleurs, je vous renvoie à la déclaration de
principe de décembre 2002, conclue entre les autorités, le secteur, les
organisations de défense du bien-être animal et les instituts
scientifiques.
Ma volonté est d'appliquer ce principe aussi vite que possible, dès
que des alternatives durables seront disponibles, impliquant une
réelle amélioration du bien-être animal et ne mettant pas nos éleveurs
de porcs en position défavorable vis-à-vis de leurs collègues d'autres
États membres.
Vous n'êtes pas sans savoir qu'un groupe de travail du Conseil du
bien-être des animaux suit de près les évolutions en la matière. Ainsi,
dernièrement, et vous en avez parlé, un vaccin contre l'odeur de
verrat a été enregistré au niveau européen. Ce type d'enregistrement
garantit la qualité, l'innocuité et l'efficacité du produit.
Néanmoins, des représentants du secteur des porcs au sein du
groupe de travail ont signalé que cette vaccination immunitaire ne
bénéficiait pas d'un grand soutien de la part des abattoirs ni de
l'industrie de transformation des viandes.
Bien que le vaccin soit utilisé depuis longtemps et à grande échelle
dans différents pays, chez nous son application généralisée se fait
06.02 Minister Laurette Onkelinx:
Het principe van de stopzetting
van de chirurgische castratie van
biggen werd vooropgesteld als op
termijn te bereiken doelstelling. Ik
verwijs in dit verband naar de
beginselverklaring van december
2002 die door de autoriteiten, de
sector, de dierenorganisaties en
de wetenschappelijke instituten
werd goedgekeurd.
De registratie van een vaccin
tegen berengeur op het Europese
niveau waarborgt de kwaliteit, de
onschadelijkheid
en
de
doeltreffendheid van het product,
maar vertegenwoordigers van de
varkenssector wezen er al op dat
die immunovaccinatie niet veel
bijval krijgt van de slachthuizen en
de vleesverwerkende nijverheid.
De vaccinatie is bij ons en in onze
buurlanden
nog
niet
veralgemeend.
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
attendre. C'est pourquoi le groupe de travail avait prévu une entrevue
avec des représentants des abattoirs et du secteur de la distribution à
son agenda du mois de novembre.
Parallèlement, je constate que chez nos proches voisins présentant
une importance cruciale pour nos exportations de viande de porc, la
méthode n'est quasiment pas appliquée non plus.
Vous dites que les méthodes de détection de l'odeur de verrat
gagneront probablement en importance dans le futur si le nombre de
porcs castrés chirurgicalement diminue. Il faut effectivement une
garantie que la viande est exempte d'odeur de verrat. En 2005 déjà,
mon prédécesseur M. Demotte demandait la réalisation d'une étude
où le volet détection d'odeurs occupait une place très importante. Le
résultat de cette étude terminée récemment confirme que nous
devons nous garder de toute conclusion hâtive concernant la
détection de l'odeur en général et des nez électroniques en particulier.
En effet, il n'existe aucune définition d'acception générale de l'odeur
de verrat et les différences de sensibilité aux composés connus, et
probablement encore partiellement inconnus, de l'odeur de verrat sont
particulièrement grandes parmi la population. Pour la détection d'un
certain nombre de composés aromatiques (scatole, indole,
androstérone), des progrès techniques importants ont été réalisés
mais cela ne signifie pas que la méthode soit dès à présent
suffisamment validée ni susceptible d'être mise en pratique dans les
abattoirs.
En conclusion, pour le moment, j'attends les résultats de la très
récente entrevue du groupe de travail avec les abattoirs et le secteur
de la distribution avant de revenir vers vous.
Men moet inderdaad kunnen
waarborgen dat het vlees geen
berengeur heeft. De resultaten van
een recente studie bevestigen dat
we geen overhaaste conclusies
mogen trekken met betrekking tot
de geurdetectie in het algemeen
en het gebruik van elektronische
neuzen in het bijzonder.
Ik wacht dus op de resultaten van
de recente vergadering van de
werkgroep
met
vertegenwoordigers
van
de
slachterijen en de distributiesector
vooraleer ik de kwestie opnieuw
met u aankaart.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "le développement des drogues de synthèse"
(n° 17151)
07 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de ontwikkeling van synthetische
drugs" (nr. 17151)
07.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, madame la
ministre, ma question concerne le développement de drogues de
synthèse. Selon le dernier rapport de l'Observatoire européen des
drogues et des toxicomanies, le cannabis de synthèse serait en plein
essor en Europe. Notre pays serait particulièrement touché par ce
phénomène.
Il semblerait que cette drogue fabriquée en laboratoire soit
fréquemment présentée comme de l'encens, éventuellement mélangé
à du tabac. Or, selon plusieurs spécialistes, ce produit de synthèse
serait plus dangereux, car plus puissant, que le cannabis.
Plusieurs pays (France, Allemagne, Autriche, Luxembourg, Suède) en
ont interdit la production, la vente et la consommation.
Madame la ministre, quelle analyse faites-vous de ce rapport de
07.01 Xavier Baeselen (MR):
Volgens het rapport van het
Europees Waarnemingscentrum
voor drugs en drugsverslaving
kent synthetische cannabis - die
krachtiger en dus gevaarlijker is
dan gewone cannabis - een sterke
opgang in Europa. Vooral in België
zouden er veel gebruikers zijn.
Verscheidene landen hebben de
productie, de verkoop en het
gebruik van synthetische cannabis
verboden.
Welke maatregelen zal u nemen
om de opmars van synthetische
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
l'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies sur le plan
de la santé publique? Quelles mesures comptez-vous prendre pour
lutter contre le développement de ces drogues de synthèse?
drugs te stoppen?
07.02 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, monsieur
Baeselen, ce que l'on a entendu dire dernièrement est évidemment
effrayant. Pour ce qui concerne la Belgique, ce phénomène est
relativement nouveau. On me dit que nous n'avons pas constaté, ces
dernières années, une augmentation de la consommation de
cannabis de synthèse dans notre pays. Les effets en termes de santé
de ce type de consommation restent encore, même s'ils sont très
inquiétants, fort méconnus. C'est pourquoi il me semble que des
études supplémentaires doivent être effectuées d'urgence en la
matière. L'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies,
qui dépend de l'Union européenne, est un centre d'expertise par
excellence en la matière. Il suit la problématique et nous informe
régulièrement.
En ce qui concerne la Belgique, nous pourrons intervenir lorsque nous
aurons une meilleure connaissance de ce type de substance. Des
discussions à ce sujet ont lieu tant au niveau des instances
européennes que des Nations unies pour trouver une solution efficace
à ce nouveau problème. Il apparaît néanmoins essentiel de mettre en
oeuvre les moyens nécessaires afin de combattre la demande pour ce
type de produits psychoactifs. Il importe d'informer la population de
manière objective et sans préjudice des risques liés à la
consommation de toute substance psychoactive tant légale
qu'illégale. Il est évident que les jeunes constituent un groupe cible
prioritaire.
Beaucoup d'initiatives existent déjà en la matière tant au niveau
fédéral qu'au niveau des Communautés et Régions. Pour renforcer
les actions des différents ministres de la Santé, nous avons convenu,
lors de la dernière Conférence interministérielle Santé publique, de
conclure un accord de coopération pour la cogestion du Fonds de
lutte contre les assuétudes. De cette manière, des actions conjointes
en matière de santé, qui sont de la compétence de plusieurs
ministres, pourront être financées. De telles initiatives correspondent
à une demande du terrain pour renforcer et coordonner davantage les
actions entreprises. C'est d'autant plus efficace dans le cadre d'un tel
phénomène car, pour ce qui concerne l'information et la prévention, la
compétence relève des Régions et des Communautés. Nous ne
faisons que poursuivre leur action en nous concentrant sur l'aspect
purement "prise en charge" de la santé publique. Dans ce cadre, nous
travaillons en conférence interministérielle pour être plus efficaces.
07.02 Minister Laurette Onkelinx:
De voorbije jaren hebben we niet
vastgesteld dat het gebruik van
synthetische cannabis in ons land
gestegen is. Er moet dringend
bijkomend
onderzoek
worden
verricht naar de gevolgen die
dergelijke producten voor de
gezondheid
kunnen
hebben.
Zowel bij de Europese instellingen
als bij de Verenigde Naties ligt dit
thema ter tafel.
De vraag naar die psychoactieve
middelen
moet
worden
teruggedrongen en de bevolking,
inzonderheid de jeugd, moet voor
de
risico's
ervan
worden
gewaarschuwd.
Er werden al heel wat initiatieven
genomen, zowel op federaal
niveau
als
door
de
Gemeenschappen
en
de
Gewesten.
OP
de
laatste
Interministeriële
Conferentie
Volksgezondheid
zijn
we
overeengekomen dat we een
samenwerkingsakkoord
zouden
sluiten met betrekking tot het
medebeheer van het Fonds tot
bestrijding van de verslavingen.
Daardoor
zouden
initiatieven
kunnen worden gefinancierd die
onder
de
bevoegdheid
van
verscheidene
ministers
ressorteren, waarmee aan een
vraag van uit het veld wordt
tegemoetgekomen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de veiligheid van huisartsen"
(nr. 17011)
08 Question de M. Michel Doomst à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la sécurité des médecins généralistes"
(n° 17011)
08.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de
minister, ik dank u voor uw begrip. Wegens werkzaamheden in
08.01 Michel Doomst (CD&V): La
ministre a lancé, en collaboration
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
andere commissies was ik hier te laat.
Mevrouw de minister, samen met uw collega van Binnenlandse Zaken
hebt u een sensibiliseringscampagne gelanceerd die huisartsen op de
veiligheidsrisico's moet wijzen. Onder de slogan "Respecteer de
veiligheid van uw arts" lanceerde de minister ook een website met
een draaiboek met preventiemaatregelen.
Tezelfdertijd kondigden beide ministers een proefproject aan om een
centraal noodnummer vanaf januari 2010 naar de provincie
Luxemburg uit te breiden.
Kunt u wat meer toelichting bij voornoemde campagne geven?
In welke mate is er met de artsen zelf overleg gepleegd?
Hoe werden de proefprojecten inzake de centrale dispatching
ervaren?
Waarom werd ervoor gekozen om voorlopig enkel naar Luxemburg uit
te breiden?
Wat is de stand van zaken van een mogelijke uitbreiding van het
derdebetalersysteem?
avec le ministre de l'Intérieur, une
campagne de sensibilisation axée
sur la sécurité des médecins
généralistes. Dans la foulée, les
deux ministres ont annoncé qu'à
partir de janvier 2010, la zone
géographique
du
numéro
d'urgence serait étendue à la
province de Luxembourg. La
ministre peut-elle commenter ces
initiatives? Ont-elles fait l'objet
d'une
concertation
avec
les
médecins? Comment les projets
pilote
en
rapport
avec
le
dispatching central ont-ils été
perçus? Pourquoi le numéro
d'urgence centralisé n'a-t-il été
étendu qu'à la province du
Luxembourg?
en
est
actuellement la question de
l'élargissement
possible
du
système du tiers payant?
08.02 Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Doomst, de campagne waarnaar u verwijst, werd in nauwe
samenwerking tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en van
Volksgezondheid
georganiseerd.
Ze
is
tegelijk
voor
de
eerstelijnactoren en voor het grote publiek bedoeld, teneinde beide te
sensibiliseren voor de veiligheidsproblemen waarmee de huisartsen
dagelijks op het terrein te maken krijgen.
De campagne die op 23 november 2009 werd gelanceerd, kwam er
als gevolg van talrijke getuigenissen op het terrein, die aantonen dat
de
veiligheidsproblemen
waarmee
de
huisartsen
worden
geconfronteerd, wel degelijk reëel zijn. Zij nemen, rekening houdend
met de vervrouwelijking van het beroep, ook toe.
Voor het uitzetten van de grote lijnen van de campagne hebben onze
diensten zich gebaseerd op de getuigenissen van de artsen, die op
het contactpunt "Agressie bij de artsen" werden verzameld. Zij hebben
in overleg met de verenigingen van huisartsen gewerkt.
De evaluatie van de campagne zal uiteraard ook in overleg met
voornoemde verenigingen gebeuren.
De campagne wordt met folders, affiches en websites ondersteund.
De folder bevat praktische raadgevingen voor het verhogen van de
veiligheid tijdens de consultaties en huisbezoeken, evenals tijdens de
wachtdiensten. Hij geeft ook een overzicht van gevallen van diefstal,
inbraak en de verschillende vormen van agressie.
Hij geeft ook een maximum aan concrete raadgevingen, gaande van
de houding die bij agressie best wordt aangenomen tot
preventiemaatregelen
die
kunnen
worden
ingesteld
via
architectonische maatregelen, zoals de mogelijkheid van fiscale
aftrekbaarheid voor bepaalde aanpassingen in verband met de
08.02
Laurette
Onkelinx,
ministre:
La
campagne
est
destinée tant aux prestataires de
soins de santé de première ligne
qu'au grand public. Elle a vu le jour
à
la
suite
de
nombreux
témoignages
soulignant
les
problèmes de sécurité auxquels
sont confrontés les médecins
généralistes. Ces témoignages ont
été récoltés via le point de contact
électronique "agression" destiné
aux médecins. La féminisation de
la profession entraîne encore une
augmentation des problèmes de
sécurité. Une concertation a bel et
bien eu lieu avec les généralistes,
et l'évaluation de la campagne se
fera également en concertation
avec les intéressés. La campagne
a été soutenue par des dépliants,
des affiches et des sites Web. Le
dépliant comporte des conseils
pratiques destinés à accroître la
sécurité des médecins lors des
consultations,
des
visites
à
domicile et des gardes.
Différentes mesures ont été prises
au cours des dernières années.
En tant que ministre de la Justice,
j'ai renforcé les sanctions relatives
aux violences commises contre
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
veiligheid. De affiches die voor de wachtkamers zijn bedoeld, leggen
het accent op het respecteren van de veiligheid van de artsen.
Deze campagne versterkt trouwens een aantal maatregelen dat de
afgelopen jaren werd genomen. Zo heb ik als minister van Justitie een
wet laten goedkeuren die op significante wijze de sancties verhoogt
voor geweldpleging ten aanzien van personen die een opdracht van
openbaar nut uitvoeren, zoals de gezondheidswerkers.
Als minister van Volkgezondheid en Sociale Zaken heb ik ook een
aantal maatregelen genomen, in het bijzonder in het kader van de
organisatie van de wachtdiensten van de huisartsen en betreffende de
ondersteuning van de netwerken van de eerstelijnszorg.
Ik heb ook het proefproject 1733 van de centrale dispatching
ingesteld, waarnaar u verwijst, dat door het verminderen van de
huisbezoeken en het verbeteren van de traceerbaarheid van de
oproepen zal zorgen voor meer veiligheid van de huisartsen tijdens de
wachtdiensten.
Dit proefproject loopt momenteel in Brugge en Henegouwen. De
eerste fase, waarin met het unieke oproepnummer wordt gewerkt,
loopt nu ten einde. De tweede fase gaat in de loop van deze maand
december van start.
Ik herinner ook aan de maatregelen die al werden genomen met
betrekking tot het derdebetalersysteem, die tijdens de wachtdiensten
systematisch van toepassing is. De discussies over de uitbreiding van
het derdebetalersysteem zijn bezig en er is in een elektronisch
systeem van derdebetaler voorzien voor het vierde trimester van
2011.
des personnes exerçant une
mission d'utilité publique, comme
les professionnels de la santé. En
tant que ministre de la Santé et
des
Affaires
sociales,
j'ai
également pris des mesures dans
le cadre de l'organisation des
services de garde des généralistes
et du soutien des réseaux des
soins de première ligne.
Le
projet
pilote
1733
du
dispatching central à Bruges et
dans le Hainaut contribuera au
renforcement de la sécurité
pendant les services de garde
grâce à la réduction du nombre de
visites
à
domicile
et
à
l'amélioration de la traçabilité des
appels. Par ailleurs, lors des
services de garde, le système du
tiers
payant
s'applique
automatiquement. La discussion
relative à l'élargissement de ce
système est en cours. Fin 2011, le
système électronique du tiers
payant sera une réalité.
08.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de
minister, ik dank u voor de toelichting en voor het duidelijk beeld dat in
de aandacht voor dit probleem toch wel vooruitgang zit.
Het eerste proefproject met het noodnummer loopt ten einde. Komt er
nu een evaluatie, alvorens de tweede fase wordt aangevat?
08.03 Michel Doomst (CD&V): Le
premier projet pilote relatif au
numéro d'urgence touche à sa fin.
Une évaluation de la deuxième
phase sera-t-elle lancée?
08.04 Minister Laurette Onkelinx: De evaluatie van de eerste fase is
afgerond. Wij beginnen nu aan de tweede fase.
De tweede fase omvat een dispatching, gebaseerd op de redenen
van de oproep en zal de patiënten, naargelang het geval, verder
leiden naar een transport met de ziekenwagen naar de wachtdienst
van een ziekenhuis of naar de huisarts.
Na evaluatie is het inderdaad de bedoeling om het project de
komende jaren beetje bij beetje uit te breiden naar het hele
grondgebied, te beginnen bij de provincie Luxemburg waar de actoren
op het terrein thans vragende partij zijn.
Omdat elke regio eigen karakteristieken heeft betreffende de
organisatie van de wachtdiensten is het niet mogelijk om het systeem
van de ene op de andere dag voor alle huisartsen te veralgemenen.
08.04
Laurette
Onkelinx,
ministre:
L'évaluation
de
la
première phase est terminée.
Nous entamons la deuxième
phase, dans le cadre de laquelle le
central dirigera les patients vers un
transport en ambulance, vers le
service de garde d'un hôpital ou
vers un généraliste. Dans les
prochaines années, ce projet sera
élargi à l'ensemble du pays, à
commencer par la province du
Luxembourg parce que les acteurs
de terrain sont demandeurs dans
cette province. Étant donné que
chaque région a ses propres
caractéristiques d'organisation des
services de garde, il n'est toutefois
pas possible de généraliser
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
immédiatement le système à
l'ensemble des généralistes.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'aide à l'observance des traitements
médicaux par les patients" (n° 17156)
09 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken
en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "hulp bij het naleven door patiënten
van medische behandelingen" (nr. 17156)
09.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, madame
la ministre, j'ai déjà évoqué les risques pris à ne pas s'administrer les
traitements médicaux en conformité avec les prescriptions données.
Parmi ces risques, il y a la non-observance scrupuleuse des
quantités, heures, moment hors et/ou pendant les repas des
traitements en question. Cela est tout particulièrement vrai pour les
traitements de longue durée.
En la matière, cette observance est souvent difficile pour les
personnes âgées, déprimées ou très fatiguées qui ne se rappellent
pas toujours qu'il leur faut prendre leur traitement ou pire encore qui le
prennent deux fois.
Les pharmaciens français mettent actuellement au point un pilulier
sécurisé permettant aux patients de prendre leur traitement à l'heure
voulue, évitant ainsi tout oubli ou toute double prise.
Une démarche similaire est-elle en cours au niveau des pharmaciens
belges? Si ce n'est pas le cas, comptez-vous leur proposer une telle
démarche de sécurisation de prise de traitement par les patients?
La présidente: Je pense savoir que ce point fera l'objet d'un vote cet
après-midi.
09.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De Franse apothekers
werken momenteel aan een
beveiligde pillenstrip of ­doos
waarmee voorkomen kan worden
dat patiënten hun pillen vergeten
of net twee keer slikken. Zal u de
Belgische apothekers ook zo een
systeem voorstellen om ervoor te
zorgen dat patiënten de juiste
medicatie op het juiste moment
innemen?
09.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Cela fait déjà quelques
semaines que j'ai déposé ma question.
09.03 Laurette Onkelinx, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, la non-observance de leur traitement par les patients,
surtout ceux confrontés à une maladie chronique, constitue
effectivement un problème sérieux.
Monsieur Flahaux, je m'arrête un instant pour vous dire que j'ose
espérer que vous ne m'interrogerez plus cet après-midi sur ce point.
09.04 Jean-Jacques Flahaux (MR): Bien entendu, madame la
ministre!
09.05 Laurette Onkelinx, ministre: Différents facteurs interviennent
pour l'expliquer. L'adéquation et l'efficacité des aides à la bonne
observance varient donc d'une situation à l'autre. Diverses méthodes
ont déjà été proposées avec plus ou moins de succès. Elles peuvent
être liées à la présentation d'un médicament spécifique et font alors
partie intégrante des données évaluées et approuvées dans le cadre
de l'autorisation de mise sur le marché de ce médicament. Cela peut
09.05 Minister Laurette Onkelinx:
Of
dergelijke
systemen,
die
mensen moeten helpen hun
behandeling nauwgezet te volgen,
aangepast en doeltreffend zijn,
hangt af van de situatie. Er werden
al
verscheidene
methoden
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
être tout simplement l'indication d'un calendrier sur le blister ou
l'utilisation d'un emballage intelligent.
D'autres méthodes (pilulier, envoi de messages de rappel, système
électronique d'enregistrement des prises des médicaments, etc.) ne
sont pas liées à un médicament spécifique et peuvent être adaptées à
différents types de traitement. Le rôle des médecins et des
pharmaciens est toujours essentiel dans l'accompagnement du
patient pour assurer la prise adéquate de son traitement. Ils doivent
l'informer et l'impliquer suffisamment, le motiver à suivre
scrupuleusement les schémas thérapeutiques et les posologies
prescrites, mais aussi l'aider à trouver la bonne organisation, le
meilleur système pour suivre correctement son traitement,
éventuellement avec l'aide de son entourage. En cela, pour certains
patients l'utilisation d'un pilulier sécurisé pourrait effectivement être
une aide bien adaptée.
Je rappelle que l'annexe de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant
instruction pour les pharmaciens définit les soins pharmaceutiques de
base, le suivi de base et le suivi des soins pharmaceutiques. Dans ce
cadre, le pharmacien est tenu d'accompagner la délivrance des
médicaments des informations et des conseils ciblés nécessaires à
leur utilisation rationnelle. Par ailleurs, par exemple, en cas de non-
observance du traitement médicamenteux, avec l'accord du patient, le
pharmacien pourra mettre en place un suivi personnalisé des soins
pharmaceutiques qui visera à établir un plan spécifique pour
rencontrer au mieux ce problème.
Les dispositions relatives aux soins pharmaceutiques de base
devraient entrer en vigueur le 1
er
janvier prochain et celles relatives au
suivi pharmaceutique le 1
er
janvier 2012.
voorgesteld,
met
wisselend
succes. De arts en de apotheker
spelen altijd een cruciale rol bij de
begeleiding van de patiënt.
Ik wijs erop dat de farmaceutische
zorg (basiszorg en voortgezette
zorg) in de bijlage bij het koninklijk
besluit van 21 januari 2009 wordt
gedefinieerd.
Die
bepalingen
zullen respectievelijk op 1 januari
2010 en 1 januari 2012 in werking
treden.
09.06 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la ministre, entendons-
nous bien! Je ne mettais pas du tout en question le travail des
pharmaciens et le suivi qu'ils assurent. Mais j'ai déjà rencontré
plusieurs personnes dans le cas. Elles prennent leurs médicaments,
se rendorment et se réveillent en ayant l'impression de ne pas les
avoir pris. Dès lors, elles en consomment une seconde fois.
Évidemment, le pharmacien ne vit pas avec les personnes âgées
pour les accompagner à ce point. Je vous promets de ne pas reposer
la question cet après-midi!
09.06 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik wou het werk van de
apothekers
geenszins
ter
discussie stellen, maar ouderen
hebben
nu
eenmaal
een
specifieke begeleiding nodig.
La présidente: Il convient simplement de veiller à ne pas se baser
entièrement sur les systèmes électroniques, car je ne crois pas que
les personnes âgées soient enclines à utiliser l'informatique.
De voorzitter: Men moet er
gewoon voor zorgen dat men zich
niet uitsluitend op elektronische
systemen baseert.
09.07 Laurette Onkelinx, ministre: Si, elles commencent. Je le
constate avec mes parents! Ils ont appris à surfer sur internet depuis
deux ans. Je pense que les personnes âgées commencent à se servir
de l'outil électronique. Leurs facultés d'adaptation sont d'ailleurs
étonnantes!
09.07 Minister Laurette Onkelinx:
Nochtans raken ouderen steeds
meer vertrouwd met elektronische
instrumenten.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Questions jointes de
- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les politiques de lutte contre le sida" (n° 17157)
- Mme Martine De Maght à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la politique en matière de sida" (n° 17324)
- Mme Magda Raemaekers à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'augmentation du nombre de cas de VIH dans notre
pays" (n° 17482)
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het beleid ter bestrijding van aids"
(nr. 17157)
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "het aidsbeleid" (nr. 17324)
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de stijging van het aantal HIV-gevallen
in ons land" (nr. 17482)
10.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente, madame
la ministre, selon l'organisation Health Consumer Powerhouse, une
société suédoise qui a réalisé une étude sur le sujet, le sida
progresse en Europe.
En 2007, 800 000 personnes vivaient avec le VIH, soit une
progression de 8 % par rapport à 2006. Cette augmentation semble
liée à la hausse des comportements à risque mais aussi à la
réduction des budgets de prévention dans nombre de pays. Cette
organisation souligne d'ailleurs qu'aucun pays ne connaît réellement
le nombre de personnes vivant avec le virus sur son territoire.
La Belgique est en onzième position sur les vingt-neuf pays
européens. Ce classement est certes meilleur que celui de nos
grands voisins français et allemand. Cependant, la situation pourrait
être bien meilleure si une autorité de coordination, un régime de
monitoring et d'évaluation à l'échelle nationale, était mis en place. Or,
la Belgique de par sa structure quasiment confédérée, répartit les
compétences en la matière entre entités fédérées et gouvernement
fédéral avec pour résultat, selon l'étude, une moindre efficacité.
Madame la ministre, pouvez-vous nous présenter de manière
détaillée le budget consacré par votre département à la lutte contre le
sida?
Pouvez-vous notamment nous indiquer la politique de prévention en
milieu carcéral?
Pouvez-vous nous indiquer comment vos actions se mettent en
synergie avec celles mises en oeuvre par les entités fédérées?
Y a-t-il eu des évolutions en matière de coopération entre les entités
fédérées et le fédéral?
Quelles actions avez-vous ou allez-vous proposer pour améliorer
cette coopération en matière de coordination des politiques des
différents gouvernements belges, de manière à améliorer le
monitoring et l'évaluation de la progression du sida et les réponses à y
apporter?
10.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Volgens de studie van de
Zweedse
organisatie
Health
Consumer Powerhouse is aids in
opmars in Europa. In 2007 werd er
een
stijging
genoteerd
van
8 procent ten opzichte van 2006,
die kon worden toegeschreven
aan toegenomen risicogedrag,
maar ook aan de bezuiniging op
de preventiebudgetten in tal van
landen.
Die
organisatie
onderstreept dat geen enkel land
met zekerheid kan zeggen hoeveel
van hun inwoners het virus hebben
opgelopen. België staat slechts op
de elfde plaats. De situatie zou
veel beter kunnen zijn als er een
nationaal
monitoring-
en
evaluatiesysteem
zou
worden
ingevoerd.
Kan u een gedetailleerd overzicht
geven van de begroting die uw
departement
aanwendt
voor
aidsbestrijding? Kan u meer
bepaald
aangeven
welk
preventiebeleid
er
in
de
gevangenissen wordt gevoerd?
Hoe wordt er samengewerkt met
de
deelgebieden?
Is
de
samenwerking
tussen
de
deelgebieden en de federale
overheid verbeterd? Welke acties
heeft u voorgesteld of zal u
voorstellen om die samenwerking
te optimaliseren, teneinde de
monitoring en de evaluatie van de
verspreiding van het aidsvirus te
verbeteren?
10.02 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, ik heb het 10.02 Martine De Maght (LDD):
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
genoegen gehad om u in het verleden reeds te ondervragen over het
Belgisch beleid betreffende de HIV-problematiek. Via de pers
mochten we vernemen dat er nieuwe cijfers van het Wetenschappelijk
Instituut voor Volksgezondheid beschikbaar zijn over de HIV-
besmettingen in ons land. We hebben daar zeer recent nog een
reportage over gehad in TerZake, waarin zeer diverse maar zeer
onrustwekkende problemen werden aangeduid. Vorig jaar zouden er
in ons land 1 079 mensen te horen hebben gekregen dat ze besmet
waren met HIV. Dat zijn dan degenen die zich laten testen hebben.
Het virus kan dan ook leiden tot aids als dusdanig. Dat is meer dan in
2007 toen er 1 051 nieuwe diagnoses werden gesteld. Bijzonder
onrustwekkend is ook dat het aantal nieuwe diagnoses bij
homomannen weer in stijgende lijn zit. In het verleden heb ik de
regering in dat verband reeds meermaals ondervraagd. Naar
aanleiding van de nieuwe cijfers heb ik een aantal bijkomende vragen.
Mevrouw de minister, kunt u voornoemde cijfers bevestigen? Kunt u
ze eventueel verder specificeren, met name ook per gewest indien
mogelijk? Kunt u op basis van de cijfergegevens eventueel meedelen
of migratie mee verantwoordelijk is voor de stijgende evolutie van
voornoemde cijfers?
Plant u in de toekomst een screening voorafgaand aan regularisaties,
om door medische redenen ingegeven asielaanvragen te vermijden?
Waarom vindt u dat al dan niet opportuun? Waarom wordt er niet voor
iedereen die wordt getest en bij wie een HIV-diagnose wordt gesteld,
een profiel opgesteld?
Kunt u de manier toelichten waarop gegevens worden verzameld en
verwerkt?
Plant u een monitoring- en evaluatiesysteem op nationaal niveau?
Waarom wel of niet?
Het expertisecentrum Sensoa vraagt dat de federale overheid werk
maakt van een gecoördineerd aidsbeleid in België, wat volgens de
organisatie tot op heden ontbreekt. Ik heb dat ook al bij u aangekaart.
Kunt u bevestigen dat er op dit vlak wel degelijk overleg is gebeurd?
Kunt u eventueel het overleg dat zou gehouden zijn, toelichten?
Sensoa is voorts vragende partij voor meer gespecialiseerde
testcentra, meer counseling voor seropositieve homomannen en
bijkomend wetenschappelijk onderzoek naar het profiel van de
groepen die het hoogste risicogedrag vertonen. Plant u initiatieven om
aan die vragen tegemoet te komen? Zo ja, kunt u de initiatieven
verder toelichten?
In Wallonië is er vooralsnog geen tegenhanger van Sensoa. Zult u uw
Waalse collega vragen een preventieplan op te stellen en uit te
voeren?
L'an passé, 1 079 personnes ont
appris
qu'elles
étaient
contaminées par le virus HIV. Ce
chiffre est supérieur à celui de
2007, alors que 1 051 nouveaux
cas avaient été diagnostiqués. La
situation est inquiétante également
parce que le nombre de nouveaux
diagnostics est à nouveau en
hausse chez les homosexuels.
La ministre peut-elle préciser ces
chiffres par Région? Le facteur
"migration" explique-t-il en partie
cette tendance à la hausse? La
ministre envisage-t-elle à l'avenir
un screening médical avant les
régularisations? Pourquoi un profil
n'est-il pas établi pour chaque
personne
diagnostiquée
séropositive? La ministre peut-elle
commenter la manière dont les
données
sont
récoltées
et
traitées? La ministre prévoit-elle
un système de monitoring et
d'évaluation à l'échelon national?
La
ministre
s'est-elle
déjà
concertée avec Sensoa en ce qui
concerne
une
politique
coordonnée en matière de SIDA
en Belgique? La ministre prévoit-
elle des initiatives pour répondre
aux demandes de Sensoa en ce
qui
concerne
des
centres
d'examens plus spécialisés, des
conseils plus nombreux aux
homosexuels séropositifs et des
études
scientifiques
complémentaires relatives au profil
des groupes aux comportements
les plus risqués? Demandera-t-elle
à son homologue wallon de
rédiger et d'exécuter un plan de
prévention?
10.03 Laurette Onkelinx, ministre: C'est assez rare qu'un
parlementaire flamand, quel qu'il soit, me demande de donner des
injonctions à une Région. C'est étrange.
10.04 Jean-Jacques Flahaux (MR): À la Wallonie, oui, mais pas à la
Flandre!
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
10.05 Magda Raemaekers (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mevrouw
de minister, vorig jaar kregen 1 079 personen in ons land te horen dat
ze besmet waren met HIV. Dat zijn drie nieuwe diagnoses per dag, zo
blijkt
uit
de
cijfers
van
het
Wetenschappelijk
Instituut
Volksgezondheid. Het is onrustwekkend dat het aantal nieuwe
diagnoses bij homomannen weer in stijgende lijn is. Sensoa schat dat
1 p 20 homomannen besmet is met HIV. Bij hetero's is dat slechts 1
op 20 000. Eén keer onveilig vrijen kan dus heel grote gevolgen
hebben aIs men homo is. Ook de onlangs vertoonde reportage bij
TerZake ­ ze is vertoond nadat ik mijn vraag had ingediend ­ toont
aan dat heel wat homo's onveilig vrijen. Het is schokkend om de
beelden te zien, waarop de meeste homo's toegeven dat zij wel op de
hoogte zijn van de mogelijke gevolgen van onveilig vrijen, maar dat zij
ervan houden om Russische roulette te spelen en de kick van het
onveilig vrijen niet willen missen. Een deel van die mannen gaf zelfs
toe dat ze bij een onenightstand hun partner niet verwittigden dat ze
HIV hadden. Die houding kan men niet anders dan misdadig noemen.
10.05 Magda Raemaekers (sp.a):
D'après des données publiées par
l'Institut scientifique de Santé
Publique, 1 079 personnes ont
appris l'an passé qu'elles avaient
été infectées par le VIH. Il est
particulièrement
inquiétant
de
constater que le nombre de
nouveaux
cas
diagnostiqués
s'inscrit à nouveau en hausse
chez les homosexuels. Selon
Sensoa, 1 homosexuel sur 20
serait porteur du virus, contre 1
hétérosexuel sur 20 000. Certains
homosexuels
prennent
des
risques
considérables
et
n'informent pas leur partenaire de
leur maladie. Cette attitude est
criminelle!
10.06 Minister Laurette Onkelinx: Dat is een zeer beperkte
minderheid.
10.06
Laurette
Onkelinx,
ministre: Il s'agit cependant d'une
très faible minorité.
10.07 Magda Raemaekers (sp.a): Ja, het is een minderheid, maar
het is echt getoond op TerZake.
Mevrouw de minister, ik weet naar aanleiding van mijn vorig vraag
over het aidsbeleid dat preventie een bevoegdheid van de
Gemeenschappen is, maar ik heb toch nog de volgende vragen.
Bent u bereid om, met de nieuwe wetenschappelijke gegevens in het
achterhoofd, opnieuw aan de tafel te zitten met uw collega's van de
Gemeenschappen? Zoals weer eens is aangetoond, dringt meer
preventie zich op.
In De Standaard lezen we eveneens dat Sensoa vragende partij is
voor een gecoördineerd aidsbeleid. Kunt u hiervoor de nodige
stappen zetten?
Bovendien vraagt Sensoa ook om bijkomend wetenschappelijk
onderzoek, zodat een duidelijk profiel van de groepen die het hoogste
risicogedrag vertonen, kan worden afgebakend.
Bent u bereid om opdracht te geven voor dat bijkomend
wetenschappelijk onderzoek?
10.07 Magda Raemaekers (sp.a):
Certes, mais cette minorité existe.
La ministre se concertera-t-elle
avec les Communautés dans le
but d'instaurer de nouvelles
mesures de prévention? Va-t-elle
entreprendre des démarches en
vue de la mise en place d'une
politique coordonnée en matière
de sida? Va-t-elle faire étudier
d'une manière plus approfondie le
profil des groupes à risques,
comme le demande Sensoa?
10.08 Laurette Onkelinx, ministre: La situation sur le terrain et
évidemment inquiétante. Je me suis d'ailleurs exprimée, il n'y a pas si
longtemps, avant la Journée internationale de lutte contre le sida du
1
er
décembre. On meurt encore en Belgique des suites du sida. Le
diagnostic d'infection au VIH a été rapporté entre 1985 et 2007 chez
4 271patients homosexuels masculins. Le nombre de nouvelles
infections liées à ce mode de transmission et diagnostiquées
annuellement a été multiplié par un facteur de 2,8 entre 1997 et 2006.
En termes de proportion, la voie de transmission homosexuelle
masculine était rapportée dans 23,2 % des infections diagnostiquées
en 2002 et dans 37,8 % des infections diagnostiquées en 2007.
10.08 Minister Laurette Onkelinx:
De situatie is zorgwekkend. Ik heb
dat overigens al gezegd vóór
Wereldaidsdag op 1 december.
Tussen 1985 en 2007 werd er bij
4 271 mannelijke homoseksuelen
de diagnose van een hiv-infectie
gerapporteerd. Tussen 1997 en
2006 is het aantal infecties door
onveilige homoseks met een
factor 2,8 toegenomen. In 2002
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
was dat 23,2 procent, en in 2007
was
dat
al
opgelopen
tot
37,8 procent.
Het surveillanceprogramma "HIV-besmetting en aids in België" werd
vanaf 1984 op nationaal niveau ingesteld. De gegevens komen van
twee bronnen: enerzijds is er de notificatie van aids door de clinici en
anderzijds is er de registratie van nieuwe diagnoses van HIV-
besmetting door de aidsreferentielaboratoria, die bevestigende testen
uitvoeren. Omdat alleen de ARL gefinancierd worden om de testen te
realiseren, geeft de registratie van de nieuwe bevestigde
seropositieve gevallen een volledig beeld van het totaal aantal
gediagnosticeerde seropositieve personen in België. De gegevens
met betrekking tot de surveillance worden verzameld en statistisch
geanalyseerd
door
de
afdeling
Epidemiologie
van
het
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.
Il existe au niveau national depuis
1984
un
programme
de
surveillance de la contamination
par le virus HIV et du SIDA en
Belgique. Les données, qui sont
collectées et analysées par le
département Épidémiologie de
l'Institut scientifique de Santé
publique, sont fournies par les
cliniciens d'une part et proviennent
d'autre part de l'enregistrement
par les laboratoires de référence
SIDA (LRS) des nouveaux cas de
contamination par le virus HIV.
Les LRS étant seuls financés pour
effectuer
des
tests
de
confirmation, les chiffres donnent
un aperçu complet du nombre de
séropositifs
diagnostiqués
en
Belgique.
Les résultats des analyses statistiques font l'objet de trois publications
chaque année: deux rapports semestriels succincts et un rapport
annuel détaillé. Les derniers rapports sont disponibles sur le site
internet de l'Institut scientifique de Santé publique.
Les Communautés et les Régions interviennent dans le programme
de surveillance de l'infection au VIH. Le virus est repris sur la liste des
maladies transmissibles, la déclaration obligatoire des trois Régions.
La Communauté française et la Vlaamse Gemeenschap interviennent
également en finançant l'enregistrement et l'analyse des données par
l'Institut scientifique de Santé publique. Vous constaterez ainsi que
cette maladie est bien suivie en Belgique.
Étant donné que la prévention est une compétence communautaire,
nous n'avons pas de budget "prévention" dans le sens strict du mot
mais nous soutenons, par nos interventions au niveau du
remboursement, des tests et traitements.
Par exemple, l'assurance maladie intervient en finançant le
remboursement des tests de biologie clinique sida (1 200 000 euros),
le remboursement des traitements antiviraux (environ 54 millions
d'euros), des conventions avec des centres de référence pour le
traitement du sida (5 800 000 euros), les activités des laboratoires de
référence sida (environ 8 500 000 euros). Depuis à peu près un an,
elle rembourse des traitements prophylactiques en cas d'exposition
accidentelle à un risque de transmission du virus VIH à concurrence
de 505 000 euros. Ce dernier chiffre va encore augmenter.
L'assurance maladie obligatoire finance également, pour un budget
de presque 780 000 euros, trois projets expérimentaux de lutte contre
le sida et sa transmission. Les trois centres conventionnés, un par
Région, ont développé des actions de prévention primaire, secondaire
et tertiaire spécifiques ciblées sur des groupes à risque identifiés
De resultaten van de statistische
analyses worden driemaal per jaar
bekendgemaakt.
De
laatste
rapporten zijn beschikbaar op de
website van het Wetenschappelijk
Instituut Volksgezondheid.
Het virus staat ook op de lijst van
de
overdraagbare
ziekten,
waarvan
de
drie
Gewesten
verplicht aangifte moeten doen.
De Franse en de Vlaamse
Gemeenschap
financieren
daarenboven de registratie en de
analyse van de gegevens door het
Wetenschappelijk
Instituut
Volksgezondheid.
Aangezien
preventie
een
bevoegdheid
is
van
de
Gemeenschappen beschikken we
niet over kredieten voor preventie
als dusdanig, maar het federale
niveau
zorgt
wel
voor
de
vergoeding van - onder meer - de
aidstests.
De ziekteverzekering betaalt de
kosten voor klinisch biologische
tests en antivirale behandelingen
gedeeltelijk terug, in het kader van
de overeenkomsten met de
referentiecentra en de activiteiten
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
(comportements sexuels à risque, migrants, utilisation de drogues par
voie intraveineuse). Ils proposent des tests de dépistage sida et
autres maladies sexuellement transmissibles avec counselling
anonyme et gratuit. Ils disposent également des informations sur le
virus VIH et le sida, ils s'occupent de l'éducation à la santé sexuelle
ainsi que d'un suivi psychologique des cas dépistés et d'une guidance
psychologique pour les personnes qui présentent des comportements
à risque.
Ces trois centres agissent en collaboration étroite avec diverses
associations de terrain et mènent des actions spécifiques directement
auprès des groupes cibles. L'évaluation finale de ces projets est
attendue pour la fin 2010. En fonction des résultats, de nouvelles
mesures pourront être mises en place en concertation avec les
Communautés et les Régions.
En ce qui concerne le nombre de dépistages, nous sommes dans le
peloton de tête européen. Il y a donc énormément de dépistages,
c'est une bonne chose.
Comme je viens de le dire, les traitements prophylactiques, qui
doivent être réalisés rapidement, constituent une nouveauté.
Ce qu'il importe de travailler encore et toujours, c'est la prévention. Le
sujet est abordé en Conférence interministérielle de la Santé
publique. C'est le lieu idéal de collaboration..
van de aidsreferentielaboratoria.
Sinds een jaar worden ook
profylactische
maatregelen
in
geval
van
incidenteel
hiv-
besmettingsgevaar terugbetaald.
De ziekteverzekering financiert
ook drie projecten omtrent aids en
aidspreventie.
Drie
centra
waarmee
een
overeenkomst
gesloten werd, hebben gerichte
preventieacties ontwikkeld ten
behoeve van risicogroepen. Ze
bieden aidstests aan, geven
voorlichting en informatie over
veilig vrijen, en mensen die te
horen krijgen dat ze seropositief
zijn of die risicogedrag vertonen,
kunnen er ook terecht voor een
psychologische follow-up. Tegen
eind 2010 zouden die projecten
geëvalueerd worden, en op grond
van dat evaluatierapport zouden er
dan nieuwe maatregelen kunnen
worden genomen.
Inzake aidstests zitten we in het
Europese koppeloton. Er zijn
enorm veel mogelijkheden om zich
te laten testen, en dat is een
goede zaak.
Preventie is noodzakelijk en wordt
in de interministeriële conferentie
Volksgezondheid ­ het ideale
overlegplatform ­ behandeld.
De samenwerking tussen de federale overheid, de Gewesten en de
Gemeenschappen verloopt goed. We moeten echter strijden tegen de
banalisering.
La
coopération
entre
les
différentes autorités se passe
bien. Ce qui est important
maintenant, c'est de prévenir la
banalisation du problème.
Le danger le plus important est la banalisation. Pourtant, un travail est
organisé dans les écoles par les Communautés, un travail de
sensibilisation est opéré par quantité d'associations spécialisées, il y a
des campagnes et, en dépit de ces efforts, on constate une
banalisation, notamment grâce à des questionnaires destinés aux
jeunes. C'est la banalisation qui est la plus meurtrière. Pour le reste,
en Belgique, il existe une bonne organisation générale. Il faudra donc
veiller à contrer cette banalisation. Dans ce domaine, ce sont les
Communautés et les Régions qui se retrouvent en première ligne.
Ondanks
de
sensibiliserings-
inspanningen en zelfs al verloopt
de organisatie over het algemeen
goed, is de bagatellisering het
meest levensbedreigend, en moet
ze bestreden worden. Dat is op de
eerste plaats de taak van de
Gemeenschappen
en
de
Gewesten.
10.09 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je vous remercie pour votre
réponse. Ce que propose la Belgique au niveau fédéral ou dans ses
entités fédérées est efficace.
Vous ne m'avez pas répondu au sujet de la politique carcérale. Les
10.09 Jean-Jacques Flahaux
(MR): U heeft niet geantwoord op
mijn
vraag
over
het
gevangenisbeleid. Het verbaast
me dat er in de horecazaken geen
08/12/2009
CRIV 52
COM 718
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
prisons étant une compétence fédérale, je ne sais pas comment peut
fonctionner la prévention en milieu carcéral.
Par ailleurs, je suis toujours surpris de voir que dans les
établissements horeca à "usage" des homosexuels, au contraire de la
France, on ne trouve pas de distributeurs de préservatifs, ce qui n'est
pas sérieux. J'ignore s'il faut s'adresser à vous ou au ministre de
tutelle de l'horeca mais cela devrait être obligatoire et gratuit.
condoomautomaten
voor
homoseksuelen staan.
10.10 Laurette Onkelinx, ministre: Je suis totalement d'accord avec
vous. Il s'agit de distribution gratuite, c'est donc une mesure de
prévention. Quant au milieu carcéral, il faut s'adresser au ministre de
la Justice. Je vais peut-être lui écrire à ce sujet.
10.10 Minister Laurette Onkelinx:
Ik ben het met u eens. Het gaat
om een gratis verspreiding, en dus
om
preventie.
Wat
het
gevangenisbeleid betreft, dient u
zich te wenden tot de minister van
Justitie. Ik zal hem hierover
misschien schriftelijk op de hoogte
brengen.
10.11 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, bedankt voor
uw toelichting. Het spijt mij in feite dat ik van u hetzelfde antwoord heb
gekregen als zes maanden geleden, terwijl er, zoals u zelf aangeeft,
tussen 2006 en 2007 een stijging is geweest met maal 2,8. Dat is
bijzonder onrustwekkend.
Vooral blijf ik op mijn honger wat betreft het tijdstip dat de verplichte
aangifte moet gebeuren. Er zijn afspraken gemaakt met de Gewesten
dat de aangifte verplicht is. Wanneer is die aangifte echter verplicht?
Is dat op het ogenblik dat HIV vastgesteld wordt? Uit de reportage
bleek alvast dat niet iedereen daar helemaal eerlijk over is. Dat is ook
niet te verwonderen, want er is geen verplichte test op het moment
dat iemand seksueel actief wordt, drugs begint te gebruiken, kortom
risicogedrag begint te vertonen. Eenmaal bekend is dat men besmet
is, moet men het verplicht aangeven, maar wat er voordien gebeurt,
blijft een beetje een "flou artistique". U antwoordt ter zake niet
duidelijk. Dat aspect hoort zeker niet bij preventie. Op dat ogenblik
zou dat in feite al bestreden moeten worden. Het bestrijdingsplan
daaromtrent ontbreekt, naar mijn inzicht.
De vraag naar de opsplitsing per regio is toch niet onbelangrijk.
Daarmee willen we geenszins de discussie heropenen over wie welke
bevoegdheid ter zake moet uitoefenen: het federaal niveau of bij de
Gemeenschappen. Het kan u in elk geval een tool geven om bij te
sturen waar noodzakelijk. Als risicogedrag zich bijvoorbeeld meer
vertoont in Brussel, dan is het misschien nuttig, zinnig, noodzakelijk
om daar extra inspanningen te leveren. Op die vraag heb ik ook geen
antwoord gekregen. Dat vind ik zeer jammer, want volgens mij is dat
toch wel essentieel, zeer belangrijk, om er ook de nodige
actieplannen tegenover te stellen, zeker in het licht van de
beschikbare
cijfergegevens
ondanks
de
reeds
geleverde
inspanningen. Die inspanningen beperken zich nu tot de subsidiëring
van de tests en de screenings. Achteraf is terugbetaling voor
behandeling en voor de kosten van de test mogelijk.
Er zit echter een heel verhaal tussen de preventie en het ogenblik
waarop de besmetting vastgesteld wordt. Er worden dan inderdaad
kosten gemaakt voor screening en voor de terugbetaling van de
behandelingen. Voor mij is een en ander niet helemaal duidelijk. Ik
10.11 Martine De Maght (LDD):
La ministre me redonne hélas la
même réponse qu'il y a six mois,
alors qu'on note pourtant, entre
2006 et 2007, une multiplication
inquiétante par 2,8 du nombre de
cas.
L'adoption d'un comportement à
risque n'est liée à aucune
obligation de se faire dépister. Il y
a par contre obligation de
déclaration
dès
que
la
contamination est constatée. Il
persiste donc toujours plus ou
moins une zone grise et les
réponses de la ministre ne font en
tout cas toute la clarté sur la
situation.
La demande de la scission par
région n'est pourtant pas anodine
puisque celle-ci peut donner à la
ministre un instrument de pilotage
ou une raison de consentir à des
efforts supplémentaires là où ils
s'avèrent nécessaires.
Certains points ne m'apparaissent
toujours pas très clairement et
j'espère donc pouvoir bientôt
disposer d'un aperçu de la
politique globale de la ministre.
CRIV 52
COM 718
08/12/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
hoop dus dat we daarop nog een vervolg zullen horen van u, met een
overzicht van het totaalbeleid.
10.12 Magda Raemaekers (sp.a): Mevrouw de minister, ik weet uit
mijn vorige vragen dat u al het mogelijke en het nodige doet ter
bestrijding van het HIV-virus. Ik dank u dan ook voor uw bijzonder
krachtig signaal aan alle met HIV-besmette personen die toch nog
onveilig willen vrijen. Zij moeten weten dat ze een misdaad tegen de
mensheid begaan.
10.12 Magda Raemaekers (sp.a):
Je remercie la ministre du signal
puissant adressé à ceux qui sont
contaminés et qui continuent
néanmoins à avoir des relations
sexuelles non protégées. Ils
commettent ainsi un crime contre
l'humanité.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: Mme la ministre doit se rendre en commission des Affaires sociales, nous allons donc
terminer nos travaux maintenant.
10.13 Jean-Jacques Flahaux (MR): Les questions sont-elles
reportées à une autre date?
La présidente: S'il est possible de prévoir une séance la semaine
prochaine, nous les inscrirons à l'agenda mais je n'en ai pas encore la
certitude.
La réunion publique de commission est levée à 12.12 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.12 uur.