KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 693
CRIV 52 COM 693
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
S
OCIALE
Z
AKEN
C
OMMISSION DES
A
FFAIRES SOCIALES
dinsdag
mardi
10-11-2009
10-11-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "het advies van de NAR (nr. 1690) met
betrekking tot 'verlof voor bijstand aan of
verzorging van een zwaar ziek kind dat in een
ziekenhuis opgenomen is'" (nr. 14224)
1
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile, sur "l'avis du CNT (n° 1690) à
propos du 'congé pour assister ou soigner un
enfant hospitalisé qui souffre d'une maladie
grave'" (n° 14224)
1
Sprekers: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "de discriminatie in de uitzendsector"
(nr. 14241)
3
Question de Mme Meyrem Almaci à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile, sur "les discriminations dans
le secteur du travail intérimaire" (n° 14241)
3
Sprekers: Meyrem Almaci, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Meyrem Almaci, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de
hervorming van de begeleiding van de
werkzoekenden" (nr. 14649)
7
- Mme Valérie De Bue à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur
"la
réforme
de
l'accompagnement
des
demandeurs d'emploi" (n° 14649)
7
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "de begeleiding van de werkzoekenden"
(nr. 16218)
8
- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances, chargée de la Politique de migration et
d'asile, sur "l'accompagnement des demandeurs
d'emploi" (n° 16218)
7
Sprekers: Valérie De Bue, Jean-Jacques
Flahaux, Joëlle Milquet, vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Valérie De Bue, Jean-Jacques
Flahaux, Joëlle Milquet, vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances
Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "telewerk" (nr. 15135)
10
Question de Mme Valérie De Bue à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile, sur "le télétravail" (n° 15135)
10
Sprekers: Valérie De Bue, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Valérie De Bue, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "het uitblijven van toepassingsmodaliteiten
met
betrekking
tot
de
certificatie
van
veiligheidscoördinatoren op tijdelijke en mobiele
bouwplaatsen" (nr. 15507)
12
Question de Mme Sofie Staelraeve à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile, sur "l'absence de modalités
d'exécution relatives à la certification des
coordinateurs de sécurité sur les chantiers
temporaires ou mobiles" (n° 15507)
12
Sprekers: Sofie Staelraeve, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Sofie Staelraeve, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
14
Questions jointes de
14
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie, over "de 8000 werklozen met een
baan" (nr. 15262)
14
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre
et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les
8000 chômeurs ayant un emploi" (n° 15262)
14
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke
Integratie,
over
"onterecht
geregistreerde
werklozen" (nr. 15312)
14
- Mme Martine De Maght à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
sur "les chômeurs abusivement enregistrés"
(n° 15312)
14
Sprekers: Martine De Maght, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Martine De Maght, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en
asielbeleid,
over
"groepsverzekeringen"
(nr. 15602)
16
Question de M. Dirk Van der Maelen à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile, sur "les assurances de
groupe" (n° 15602)
17
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Joëlle
Milquet, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Joëlle
Milquet, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "de toepassing van de bepalingen inzake
zondagswerk in de bedrijven die onder paritair
comité 311 vallen" (nr. 15631)
18
Question de Mme Kattrin Jadin à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances, chargée de la Politique de migration et
d'asile, sur "l'application des dispositions réglant
le travail du dimanche dans les entreprises
ressortissant de la commission paritaire 311"
(n° 15631)
18
Sprekers: Kattrin Jadin, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Kattrin Jadin, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
21
Questions jointes de
21
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid, over "het
doelgroepenbeleid
en
de
banenplannen"
(nr. 16006)
21
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur
"la politique des groupes cibles et les plans
d'embauche" (n° 16006)
21
- mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de
maatregelen die werden voorgesteld in het kader
van de begroting en het standpunt van de
bevoegde Vlaamse minister" (nr. 16020)
21
- Mme Valérie De Bue à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur
"les mesures proposées dans le cadre du budget
et la position du ministre flamand compétent"
(n° 16020)
21
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid, over "het
doelgroepenbeleid
en
de
banenplannen"
(nr. 16107)
21
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur
"la politique des groupes cibles et les plans
d'embauche" (n° 16107)
21
Sprekers: Valérie De Bue, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Valérie De Bue, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de
uitspraak van het Europees Hof omtrent de te
betalen opzeggingsvergoeding voor werknemers
bij deeltijds ouderschapsverlof" (nr. 16027)
22
- M. Jenne De Potter à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur
"le jugement de la Cour européenne concernant
l'indemnité de préavis pour des travailleurs en
congé parental à temps partiel" (n° 16027)
22
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid over "de
ontslagvergoeding
van
werknemers
met
loopbaanonderbreking" (nr. 16304)
22
- M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile sur
"l'indemnité de licenciement de travailleurs en
interruption de carrière" (n° 16304)
22
Sprekers: Jenne De Potter, Georges
Orateurs: Jenne De Potter, Georges
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Gilkinet, Joëlle Milquet, vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen
Gilkinet,
Joëlle
Milquet, vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances
Samengevoegde vragen van
25
Questions jointes de
25
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "de groeiende kloof tussen de seksen in ons
land" (nr. 16105)
25
- Mme Magda Raemaekers à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances, chargée de la Politique de migration et
d'asile, sur "le fossé grandissant entre les
hommes et les femmes dans notre pays"
(n° 16105)
25
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "de economische kloof tussen man en
vrouw" (nr. 16125)
25
- Mme Mia De Schamphelaere à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances, chargée de la Politique de migration et
d'asile, sur "le fossé économique entre hommes
et femmes" (n° 16125)
26
Sprekers:
Magda
Raemaekers,
Joëlle
Milquet, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs:
Magda
Raemaekers,
Joëlle
Milquet, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Meryame Kitir aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
over "de regeringsaanpak van onderaangifte van
arbeidsongevallen" (nr. 16123)
28
Question de Mme Meryame Kitir à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile, sur "l'approche du
gouvernement concernant la non-déclaration du
nombre réel d'accidents de travail" (n° 16123)
29
Sprekers: Meryame Kitir, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Meryame Kitir, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid
over "een interpretatieve omzendbrief ter
verduidelijking van het begrip 'afdeling van een
onderneming'" (nr. 16302)
31
Question de M. Georges Gilkinet à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration
et
d'asile
sur
"une
circulaire
interprétative relative à la notion de division
d'entreprise" (n° 16302)
31
Sprekers: Georges Gilkinet, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Georges Gilkinet, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid
over
"de
arbeidsongevallen
in
bepaalde
ondernemingen" (nr. 16305)
33
Question de M. Georges Gilkinet à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile sur "les accidents de travail
dans certaines entreprises" (n° 16305)
33
Sprekers: Georges Gilkinet, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Georges Gilkinet, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid
over "het niet functioneren van het paritair comité
voor
sociale
huisvestingsmaatschappijen"
(nr. 16325)
37
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile sur "le non-fonctionnement de
la commission paritaire pour les sociétés de
logement social" (n° 16325)
37
Sprekers: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid
over "de voorgenomen besparingen bij PWA's en
39
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile sur "les économies projetées
39
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
dienstencheque-ondernemingen
sui
generis"
(nr. 16351)
dans les ALE et les entreprises de titres-services
sui generis" (n° 16351)
Sprekers: Joëlle Milquet, vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen,
Stefaan Vercamer
Orateurs: Joëlle Milquet, vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, Stefaan Vercamer
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid
over "het uitblijven van de beloofde KB's inzake
sociale dienstencheques" (nr. 16352)
44
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de
migration et d'asile sur "l'absence des arrêtés
royaux annoncés en matière de chèques-services
sociaux" (n° 16352)
44
Sprekers: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE
ZAKEN
COMMISSION DES AFFAIRES
SOCIALES
van
DINSDAG
10
NOVEMBER
2009
Namiddag
______
du
MARDI
10
NOVEMBRE
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.25 heures et présidée par Mme Valérie De Bue.
De vergadering wordt geopend om 14.25 uur en voorgezeten door mevrouw Valérie De Bue.
01 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "het advies van de NAR (nr. 1690) met betrekking
tot 'verlof voor bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek kind dat in een ziekenhuis opgenomen
is'" (nr. 14224)
01 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "l'avis du CNT (n° 1690) à propos du
'congé pour assister ou soigner un enfant hospitalisé qui souffre d'une maladie grave'" (n° 14224)
01.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, het
zorgverlof en dus ook het verlof voor bijstand of verzorging van een
zwaar ziek kind dat in een ziekenhuis is opgenomen, ligt mij na aan
het hart. De Nationale Arbeidsraad heeft daarover in haar vergadering
van 20 mei een advies uitgebracht.
Mevrouw de minister, daarover heb ik toch enkele vragen aan u, om
te weten welke visie u daarover zou ontwikkelen.
Ten eerste, welk gevolg zult u aan het advies geven? Bent u
voorstander van het voorstel van de NAR om het koninklijk besluit van
10 augustus 1998
tot
invoering
van
een
recht
op
loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek
gezins- of familielid, mits een aantal wijzigingen, van toepassing te
maken op situaties waarin er sprake is van verlof voor bijstand aan of
verzorging van een zwaar ziek kind dat in het een ziekenhuis wordt
opgenomen? Wenst u in dat KB een aparte afdeling in te lassen voor
die specifieke situatie?
Ten tweede, krachtens artikel 3 van het KB van 1998 is het mogelijk
om zowel de arbeidsovereenkomst volledig te schorsen alsook om de
arbeidsprestaties met de helft of een vijfde te verminderen. Wat vindt
u van de oplossing van de NAR om enkel de volledige schorsing van
toepassing te maken op situaties waarin een ziek kind wordt
opgenomen in het ziekenhuis?
Ten derde, wat vindt u van de suggestie van de NAR om enkel aan
personen die samenwonen met het kind en die tevens instaan voor de
opvoeding
ervan,
de
mogelijkheid
te
bieden
om
de
arbeidsovereenkomst volledig te schorsen?
Ten vierde, hoe staat u tegenover het advies van de NAR om bij de
definiëring van het begrip "zware ziekte" niet langer melding te maken
van de noodzaak tot herstel?
01.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Le 20 mai, le Conseil
national du Travail a formulé un
avis sur le congé d'assistance et
par la même occasion donc sur le
congé pour assistance et octroi de
soins à un enfant gravement
malade hospitalisé.
Quelle suite la ministre compte-t-
elle réserver à l'avis? Va-t-elle
inclure une section séparée dans
l'arrêté royal du 10 août 1998?
Souhaite-t-elle
introduire
une
exception
pour
la
période
minimale
des
périodes
d'interruption
en
cas
d'hospitalisation
d'un
enfant
gravement malade, c'est-à-dire
une période minimale d'une
semaine au lieu d'un mois,
éventuellement prorogeable une
seule fois? Que pense la ministre
de la position adoptée par le CNT
visant à déduire les deux
semaines déjà prises de la période
minimale d'un mois, si au terme de
la
première
semaine
d'hospitalisation, il ressort que le
séjour de l'enfant à l'hôpital se
prolongera au-delà des deux
semaines initialement prévues?
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Ten vijfde, in de artikelen 6 en 6bis van het KB staat vermeld dat
onderbrekingperiodes slechts kunnen worden opgenomen voor een
minimumperiode van één maand. Bent u er voorstander om in een
uitzondering te voorzien bij de opname van een zwaar ziek kind,
namelijk een minimumperiode van één week, die vervolgens nog één
keer zou kunnen verlengd worden?
Ten zesde, de NAR wil ook afwijken van de algemene regel, waarbij
kennisgeving aan de werkgever minstens zeven dagen voor de
ingangsdatum van de schorsing van de arbeidsovereenkomst dient te
gebeuren, in het geval dat de behandelende arts een attest afgeeft
waaruit blijkt dat de ziekenhuisopname van het kind onvoorzien is.
Ten slotte, indien na de eerste week van ziekenhuisopname blijkt dat
het kind langer dan de oorspronkelijk geplande duur van veertien
dagen in het ziekenhuis zal moeten verblijven, dan moet de
werknemer zich beroepen op de minimumperiode zoals vastgelegd is
in de artikelen 6 en 6bis van het KB. Hoe staat u tegenover het
standpunt van de NAR om de reeds opgenomen twee weken in
mindering te brengen van de minimumperiode van één maand?
Président: Yvan Mayeur.
Voorzitter: Yvan Mayeur.
01.02 Minister Joëlle Milquet: Op mijn vraag heeft het uitvoerend
bureau van de NAR op 1 juli 2009 advies uitgebracht over de
verhouding tussen het advies nr. 1689 en nr. 1690. Beide adviezen
dateren immers van 20 mei 2009 en behandelen adviesaanvragen
van zowel de minster als het Parlement omtrent de verschillende
verlofstelsels.
Het advies nr. 1689 is een tussentijds advies waarin de NAR
formuleert dat hij op 31 december 2009 een volledig advies zal geven
over alle bestaande verlofstelsels. Het advies nr. 1690 behandelt de
toekenning van verlof voor de opvang van een zwaar ziek kind. De
NAR heeft meegedeeld dat beide adviezen los van elkaar moeten
worden gelezen en dat advies nr. 1690 onverkort mag worden
uitgevoerd.
Dat advies valt als volgt samen te vatten: de NAR raadt een periode
van minimaal 1 week aan, die 1 keer kan worden verlengd, omdat dat
kadert in een betere combinatie van arbeid en gezin. Het laat de
betrokkene werknemer toe te voldoen aan zijn legitieme behoefte om
bij zijn kind te zijn dat in het ziekenhuis is opgenomen. Tegelijkertijd
worden de arbeidsorganisatorische moeilijkheden waarmee de
werkgever kan worden geconfronteerd, beperkt.
Ik heb nadien mijn administratie de opdracht gegeven om het advies
van de NAR verder te onderzoeken en het KB over het zorgverlof aan
te passen overeenkomstig het advies van de NAR.
Het lijkt mij immers opportuun om de visie van de sociale partners in
de materie onverkort toe te passen. De verbetering van het zorgverlof
is immers een van de prioriteiten uit mijn beleidsnota. Het betekent
concreet dat de mogelijkheid tot volledige schorsing van een
arbeidsovereenkomst wordt geboden aan personen die samenwonen
met het kind en instaan voor de opvoeding ervan. De schorsing loopt
01.02 Joëlle Milquet, ministre:
Le 1
er
juillet 2009, le bureau
exécutif du CNT a rendu, à ma
demande, un avis sur la relation
entre ses avis n° 1689 et 1690.
Dans son avis n° 1689, le CNT
annonce qu'il rendra avant le
31 décembre
2009
un
avis
congé existants. Son avis n° 1690
traite quant à lui de l'octroi d'un
congé pour assister ou soigner un
enfant qui souffre d'une maladie
grave. Le CNT dit qu'il convient de
dissocier complètement ces deux
avis et que son avis n° 1690 peut
être exécuté sans délai.
Pour
des
raisons
liées
à
l'organisation du travail, le CNT
recommande un congé d'une
durée minimale d'une semaine
pouvant être prolongé une fois.
J'ai demandé à mes services
d'examiner minutieusement cet
avis et d'adapter à sa teneur
l'arrêté royal concernant le congé
d'assistance.
L'amélioration du système de
congé d'assistance est l'une de
mes priorités, et il me semble
opportun de suivre le point de vue
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
voor een periode van minimaal een week en kan met een week
worden verlengd voor een zwaar ziek kind dat gedurende minimaal
zeven opeenvolgende dagen in een ziekenhuis is opgenomen. Die
modaliteiten laten toe om werk en privéleven optimaal te verzoenen.
De administratie heeft ondertussen het betreffende advies onderzocht
en samen met de RVA een aantal vragen en knelpunten naar voren
gebracht. De vragen en knelpunten werden door de administratie en
de leden van mijn beleidscel onderzocht en uitgeklaard tijdens een
vergadering van 9 oktober. Momenteel legt de administratie de laatste
hand aan een ontwerp van besluit.
Het ontwerp van besluit zal conform advies nr. 1690 weer moeten
worden voorgelegd aan de NAR. Ik hoop dat de NAR spoedig een
advies zal afleveren, waarna ik mij engageer om het ontwerp zo
spoedig mogelijk aan de Ministerraad voor te leggen. Dat zal uiteraard
vóór het einde van het jaar gebeuren. De budgettaire kosten van het
voorstel zijn immers veeleer gering en wegen niet op tegen de sociale
voordelen voor een gezin dat door een dergelijk ongeluk wordt
getroffen.
Afhankelijk van de snelheid waarmee de nodige adviezen worden
verkregen, kan de maatregel tegen het eind van 2009 worden
ingevoerd.
des partenaires sociaux en la
matière. Toute personne habitant
avec un enfant et responsable de
son éducation aurait ainsi la
possibilité
de
suspendre
totalement son contrat de travail
pour une période d'une semaine
minimum, prolongeable à deux
semaines.
Mon administration met en ce
moment la dernière main à un
projet d'arrêté qui sera soumis au
CNT.
J'espère
que
celui-ci
remettra son avis rapidement, ce
qui permettrait de soumettre le
projet au conseil des ministres
encore avant la fin de l'année. Le
coût budgétaire de cette mesure
est limité et ne fait pas le poids
face aux avantages sociaux
qu'elle offre.
En fonction de la rapidité avec
laquelle nous recevrons les avis, la
mesure pourrait être introduite
pour la fin 2009.
01.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u
voor het omstandige antwoord. Ik begrijp dat u het advies van de NAR
volledig zult volgen en dat we mogen verwachten dat een en ander
tegen eind 2009 kan worden ingevoerd. U engageert zich daartoe?
01.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): La ministre suit donc
intégralement l'avis du CNT et
s'engage à introduire la mesure
pour la fin 2009.
01.04 Minister Joëlle Milquet: In elk geval voor het begin van 2010.
De bespreking in Ministerraad en de handtekening moeten vóór het
einde van het jaar rond zijn.
01.04 Joëlle Milquet, ministre:
La discussion en conseil des
ministres et la procédure de
signature doivent être terminées
pour la fin de l'année.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de discriminatie in de uitzendsector" (nr. 14241)
02 Question de Mme Meyrem Almaci à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "les discriminations dans le secteur
du travail intérimaire" (n° 14241)
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik had vóór het reces een vraag ingediend,
omdat er op dat moment enige agitatie was over een proces rond
discriminatie in de uitzendsector. Het proces in kwestie is niet kunnen
doorgaan.
Er zijn al enkele jaren berichten over discriminatie in de uitzendsector.
De voorbije jaren zijn er ook heel wat controles geweest. In 2009
waren dat vijfentwintig controles, waarvan vier in een proces-verbaal
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Il est question depuis
quelques
années
déjà
de
discrimination dans le secteur du
travail intérimaire. En 2009,
25 contrôles ont été effectués et
quatre procès-verbaux ont été
dressés. Une audition a été
organisée
à
ce
sujet
le
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
zijn uitgemond.
De organisatie Kif Kif heeft al in 2007 een vijfpuntenplan opgesteld
over de aanpak van discriminatie in de uitzendsector. Er is ook, in
navolging van een vergelijkbaar proces in Frankrijk, een rechtzaak
aangespannen. De desbetreffende rechtzaak is omwille van een
procedurefout niet kunnen doorgaan.
Intussen is er na het reces, met name op 16 september 2009, een
hoorzitting geweest. Dat is belangrijk, want uit de hele
voorgeschiedenis en ook uit het onderzoek van het voornoemde,
specifieke geval blijkt dat er toch heel wat meer aan de hand is dan
louter een geïsoleerd geval of een individuele misstap.
Ondertussen gaan dergelijke misbruiken nog steeds door en komen
er heel wat klachten in die zin binnen. Dat is erg pijnlijk ten tijde van
crisis, niet alleen omwille van de mensen die nu al in België zijn en
vanuit een andere, etnisch-culturele achtergrond werk zoeken maar
ook voor zij die nu in een asielprocedure zijn verwikkeld. Zij worden in
de nieuwe, tijdelijke asielprocedure aangemaand een job te zoeken of
te proberen een contract te bemachtigen.
Mevrouw de minister, ik hoef u er niet van te overtuigen dat dergelijke
praktijken niet alleen onze arbeidsmarkt ontwrichten maar ook onze
samenleving ondergraven.
Ik heb dan ook de volgende vragen.
Was u op de hoogte van voornoemde, eerste rechtzaak? Wat was of
is uw standpunt over de gang van zaken en over de procedurefout,
die erop neerkomt dat er geen goede vertaling was?
Zullen er nieuwe stappen worden ondernomen?
Wat is er ondertussen uit de hoorzitting gekomen? Mijn vraag is
immers al enigszins gedateerd.
Bent u op de hoogte van het vijfpuntenplan van Kif Kif, dat al in 2007
is gemaakt? Deelt u de mening van Kif Kif over de aanwezigheid van
discriminatie in de uitzendsector?
Kunt u zich scharen achter een aantal ideeën uit het vijfpuntenplan,
meer bepaald het idee dat klanten of bedrijven die systematisch
allochtone kandidaten of kandidaten uit kansengroepen weigeren, op
een interne, zwarte lijst kunnen worden geplaatst en hun recht op
uitzendarbeid kunnen verliezen? Bent u ook van mening dat de
overheden dringend werk moeten maken van de invoering van
diversiteitsclausules bij de toekenning van eigen contracten? Moet er
ook werk worden gemaakt van de invoering van proactieve, sociale
inspecties, dus praktijktests, om beëdigde ambtenaren toe te laten na
te gaan of er al dan niet wordt gediscrimineerd?
Bent u van plan om specifiekere, op de uitzendsector gerichte acties
te ondernemen of gesprekken aan te gaan, teneinde de discriminatie
in voornoemde sector uit te bannen? Hebt u op voornoemd plan al
dan niet een termijn geplakt?
16 septembre
dernier.
Entre-
temps, les abus continuent, ce qui
est d'autant plus regrettable en
période de crise ou pour les
personnes impliquées dans une
procédure d'asile temporaire et
sommées de chercher un emploi.
Kif Kif a intenté une action en
justice qui n'a pas abouti pour vice
de procédure.
Quelle est la position de la
ministre? Des nouvelles mesures
seront-elles prises? Quelles ont
été les conclusions de l'audition?
Comment juge-t-elle le plan en
cinq points de Kif Kif de 2007?
Faut-il dresser une liste noire des
entreprises
qui
se
rendent
coupables
de
pratiques
discriminatoires? Les autorités
doivent-elles procéder à des tests
de situation? La ministre prendra-
t-elle
des
mesures
visant
spécifiquement le secteur du
travail intérimaire?
02.02 Minister Joëlle Milquet: Wat uw vraag betreft over 02.02 Joëlle Milquet, ministre:
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
discriminatie in de uitzendsector, heb ik als minister van Werk en van
Gelijke Kansen natuurlijk met veel aandacht het verloop van de zaak
gevolgd waarnaar u verwijst. Het is volgens mij nuttig u er nogmaals
aan te herinneren dat het niet aan mij is als minister om een uitspraak
te doen over een rechterlijke beslissing.
Ik vind het persoonlijk een spijtige zaak dat de raadkamer wegens
een procedurefout de zaak niet kon doorverwijzen naar de
correctionele rechtbank. SOS-racisme heeft na deze uitspraak beslist
de zaak voor de burgerlijke rechtbank te brengen en heeft het
uitzendkantoor op 1 september een dagvaarding gestuurd om voor de
rechtbank in eerste aanleg te verschijnen. De vereniging, gesteund
door het ABVV, eist 150 000 euro van Adecco in naam van alle niet-
geïdentificeerde personen van vreemde afkomst die bij aanwerving
worden gediscrimineerd.
Het Centrum kan helaas geen burgerlijke procedure starten,
aangezien de toenmalige antiracismewet van 30 juli 1981 geen
burgerrechtelijk discriminatieverbod bevat en het Centrum niet
bevoegd is om in rechte op te treden op grond van collectieve
arbeidsovereenkomsten, ook al hebben deze betrekking op non-
discriminatie.
Ik heb weet van het opzet van vzw Kif Kif. Dat is tamelijk interessant,
denk ik. Zonder een uitspraak te doen over de cijfers die ze naar
voren brengen, weet ik dat de uitzendsector gevoelig is voor
discriminatie. Ik houd er aan eveneens te herhalen dat de zaak
waarover hier een rechterlijke beslissing werd genomen, een specifiek
geval is en dat dit dus geen algemeen fenomeen is in de sector. Toch
moeten we natuurlijk voorzichtig zijn. Het is ook duidelijk dat we
dankzij de socio-economische monitoring een duidelijker beeld zullen
hebben van de reikwijdte van dit fenomeen.
Wat de punten betreft die de vzw Kif Kif naar voren schuift, kan ik u
volgende zaken meedelen. Er bestaat reeds een verplichting voor
uitzendbureaus om bepaalde gebruikers te weigeren, die hun
uitzendkrachten systematisch in onveilige arbeidsomstandigheden
laten werken. Dat is bepaald in de wet van 4 augustus 1996. Hiervoor
werd een interne procedure uitgewerkt door de beroepsfederatie
Federgon. De sector zou dus, rekening houdend met alle wettelijke en
deontologische principes, een gelijkaardige interne procedure kunnen
uitwerken om discriminatie binnen de uitzendsector tegen te gaan.
Ik zal de sector vragen een deontologische code op te stellen en de
aangeslotenen van de sector uit te nodigen een lijst bij te houden van
leden die zich niet aan deze code houden. Ik verwijs naar het federale
actieplan Duurzame Overheidsopdrachten, waarin de mogelijkheid
wordt voorzien om een sociale clausule in te lassen bij
overheidscontracten.
Ik waak erover dat het actieplan en de bijhorende gids voor
administratie en overheidsdiensten niet alleen aandacht zullen
hebben voor de diversiteitclausule die de tewerkstellingskansen van
allochtonen
en
personen
met
een
arbeidshandicap
bij
onderaannemers
bevorderen,
maar
eveneens
voor
non-
discriminatieclausules waarbij aan alle kandidaat-werknemers op
ondernemingsniveau een bijkomende bescherming wordt geboden
tegen discriminatie op grond van de wettelijke beschermcriteria,
J'ai suivi cette affaire avec
attention, mais il n'appartient pas à
un ministre de se prononcer à
propos d'une décision juridique.
Je regrette que la chambre du
conseil n'ait pas pu renvoyer
l'affaire
devant
le
tribunal
correctionnel à la suite d'une
erreur de procédure. SOS-racisme
a maintenant assigné la société
d'intérim devant le tribunal de
première instance. L'association,
soutenue par la FGTB, réclame
150 000 euros à Adecco au nom
de toutes les personnes non
identifiées
victimes
de
discriminations. Le Centre ne peut,
légalement,
entamer
une
procédure au civil.
La démarche de l'ASBL Kif Kif me
semble assez intéressante. Je
sais que l'intérim est un secteur
exposé
aux
problèmes
de
discrimination. Ceci dit, la décision
juridique qui a été prise concerne
un cas spécifique, et on ne peut
en déduire que le phénomène est
général dans le secteur. Un
monitoring nous permettra de
mieux en mesurer la portée.
La loi du 4 août 1996 oblige les
sociétés d'intérim à refuser les
employeurs
qui
font
systématiquement travailler leurs
intérimaires dans des conditions
peu sûres. La fédération Federgon
a mis au point une procédure à cet
effet. Il serait également possible
de concevoir une procédure
interne similaire pour lutter contre
la discrimination. Je compte par
ailleurs demander au secteur de
rédiger un code de déontologie.
Pour les contrats des pouvoirs
publics, on peut prévoir l'insertion
d'une clause sociale.
Je veillerai à ce que dans le plan
d'action et le vade-mecum y
afférent, une attention soit prêtée
également à des clauses de non-
discrimination qui offrent une
protection supplémentaire à tous
les candidats-travailleurs au sein
de chaque entreprise.
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
namelijk huidskleur, etnische afstamming, geslacht, leeftijd, handicap,
enzovoort.
Ten slotte werden in 2007 op federaal niveau wettelijke
antidiscriminatiebepalingen goedgekeurd die werden gevolgd door
decreten en bepalingen in de deelstaten. Deze wetgevingen verfijnen
de discriminatiebegrippen alsook de middelen om ze te bestrijden.
Bovendien moedigen de Belgische federale en gewestelijke
overheden reeds sinds geruime tijd de werkgevers en hun
organisaties,
de
verantwoordelijken
voor
het
humanresourcesmanagement, de vakbondsorganisaties en de
verschillende openbare organisaties en administraties aan om hun
inspanningen ter bestrijding van discriminatie op de werkvloer op te
drijven.
Deze wettelijke bepalingen zijn van toepassing op alle werkgevers,
dus ook op de uitzendkantoren. Het lijkt mij niet opportuun dwingende
maatregelen te nemen die slechts op één sector van toepassing zijn.
Dit kan overigens een verschil in behandeling creëren en dat is
ongerechtvaardigd. Als toch zou blijken dat alle sectoren met deze
moeilijkheden worden geconfronteerd, zal ik het niet laten de sociale
partners te sensibiliseren en indien nodig de Inspectie van de Sociale
Wetten vragen tussen te komen.
Ik wil duidelijk stellen dat deze discussie geen deel kan uitmaken van
het debat dat momenteel aan de gang is in de uitzendsector over de
modernisering van de reglementering en het omzetten van de
Europese richtlijnen.
En 2007, le fédéral a adopté des
dispositions
antidiscriminatoires
dont les entités fédérées ont tenu
compte.
Les
autorités
fédérales
et
régionales
encouragent
les
employeurs et leurs organisations,
ainsi
que
les
organisations
syndicales et les services publics,
à intensifier leurs efforts sur le
plan de la lutte contre les
discriminations sur le lieu de
travail.
Ces
dispositions
légales
s'appliquent
à
tous
les
employeurs, en ce compris les
agences de travail intérimaire car il
ne m'a pas semblé opportun de
prendre des mesures pour un seul
secteur. En cas de problème, je
sensibiliserai
les
partenaires
sociaux
et,
si
nécessaire,
j'actionnerai l'Inspection des lois
sociales.
Je pense que ce débat-ci doit être
dissocié du débat concernant la
modernisation et la réglementation
du secteur du travail intérimaire, et
la transposition des directives
européennes y relatives.
02.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, eerst
en vooral dank ik u voor uw antwoord.
Het is mij niet duidelijk wat er op 16 september als resultaat van de
hoorzitting naar aanleiding van de dagvaarding van Adecco door SOS
Racisme uit de bus is gekomen. Ik had daarover graag nu of op iets
langere termijn wat meer info gekregen.
Wat mij gunstig stemt, is dat de ideeën die worden geopperd door Kif
Kif dat werd in 2007 al aangekaart en vandaag zijn wij bijna 2010
enige weerklank beginnen te krijgen en dat u van plan bent met
Federgon aan tafel te gaan zitten. Het is immers Federgon dat, bij
wijze van spreken, heel lang de kop in het zand heeft gestoken. In De
Standaard is er een hele artikelenreeks geweest waarin werd
aangegeven dat Federgon het probleem altijd heeft ontkend, omdat
het geen signalen kreeg over kantoren die zich daaraan bezondigden.
Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk. Niemand bazuint graag uit dat
zijn kantoor zich aan dergelijke praktijken bezondigt. Dat is evenwel
niet goed voor de sector zelf, wiens imago wordt onderuitgehaald. Het
is zeker ook niet goed voor uw beleidsdomein en voor de gelijke
kansen die u wil realiseren.
02.03 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Je n'ai pas encore
compris exactement ce qui est
ressorti de l'audition organisée le
16 septembre dans le cadre de
l'assignation d'Adecco. Je me
réjouis que les idées avancées par
Kif Kif en 2007 trouvent enfin un
écho. La ministre souhaite se
mettre autour d'une table avec
Federgon, qui a toujours nié le
problème en l'absence de signaux
indiquant que certaines agences
se sont livrées aux pratiques
incriminées.
J'attends avec impatience le code
de déontologie et les discussions.
Nous fera-t-on rapport sur le
monitoring socioéconomique?
Les tests de situation sont et
demeurent un problème. Il est
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Ik kijk reikhalzend uit naar de opstart van de deontologische code en
naar de gesprekken die u zult voeren. Ik zou graag weten binnen
welke termijn u dit verwacht. Ik ken de positie van het Centrum voor
Gelijkheid van Kansen. Dat is geen probleem. Ik ben ook erg
benieuwd naar hoe die socio-economische monitoring in het werk zal
gaan. Krijgen wij daar een verslag van? Op welke manier kunnen wij
ons daarover informeren?
Het is toch belangrijk in de toekomst na te gaan hoe groot de impact
is van bijvoorbeeld zo'n deontologische code en van de sensibilisering
van deze problematiek.
Ik wil u nog heel expliciet volgende vraag stellen. U hebt er een beetje
omheen gefietst maar de praktijktests zijn en blijven een probleem. Ik
meen dat deze meerderheid daar dringend duidelijkheid over moet
scheppen. Willen wij praktijktests? In theorie kan het, in de praktijk
bestaan zij gewoon niet, of worden zij niet erkend. Het wordt echt tijd
dat er een groep van beëdigde ambtenaren mee bezig kan zijn.
Ik roep u op daaraan te werken en er een oplossing voor te vinden.
Anders zal men in de gevallen waar het niet kan worden bewezen
nooit een stap vooruit zetten en dat zou zeer jammer zijn. Dat geldt
niet alleen voor deze sector, maar voor de arbeidsmarkt in zijn
geheel.
Op die manier kan men de "cowboys" onderscheiden van de mensen
die het goed menen. Dat maakt het samenleven toch net iets
makkelijker. Kortom, ik roep op daar voldoende aandacht voor te
hebben, en ik kijk uit naar de deontologische code ter zake en naar de
monitoring. Ik hoop dat die er op korte termijn komen. Misschien kunt
u over de termijn nog kort wat uitleg geven?
grand temps qu'un groupe de
fonctionnaires assermentés puisse
s'y atteler, car on ne pourra jamais
progresser dans les cas où
aucune preuve ne peut être
fournie.
02.04 Minister Joëlle Milquet: Ik heb binnen twee weken een
afspraak met Federgon over een aantal zaken in het dossier en
natuurlijk ook over dat dossier. Zoals u weet ben ik ook een grote
voorstander van diversiteit. Ik wacht op het resultaat van het Centrum
voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding. We zijn bijna
klaar met de socio-economische monitoring. Dat zal voor maart of
april 2010 zijn. De eerste test voor de diversiteit is daarmee
verbonden.
02.04 Joëlle Milquet, ministre:
Une rencontre est prévue dans
deux semaines avec Federgon. Je
prône fortement la diversité.
J'attends les résultats du CECLR.
Le monitoring socioéconomique
sera prêt en mars ou avril 2010.
Le premier test en matière de
diversité y est lié.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Questions jointes de
- Mme Valérie De Bue à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "la réforme de l'accompagnement des demandeurs
d'emploi" (n° 14649)
- M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "l'accompagnement des demandeurs
d'emploi" (n° 16218)
03 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, over "de hervorming van de begeleiding van de werkzoekenden"
(nr. 14649)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de begeleiding van de werkzoekenden" (nr. 16218)
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
03.01 Valérie De Bue (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, je serai brève car nous avons abordé ce thème lors de la
séance plénière d'il y a deux semaines dans le cadre de la motion
votée par la ville de Châtelet. Vous avez donc déjà répondu en partie
à mes questions. Il s'agit néanmoins d'un débat important.
Une réforme globale du plan d'accompagnement des demandeurs
d'emploi doit être mise en oeuvre dans le cadre d'un nouvel accord de
coopération.
Je ne vais pas rappeler les priorités car je crois qu'elles sont les
mêmes pour tous mais je voudrais savoir où en est cette réforme. Par
ailleurs, je voudrais connaître les contacts qui ont été pris avec les
gouvernements régionaux pour la conclusion de l'accord.
03.01 Valérie De Bue (MR):
Deze aangelegenheid kwam twee
weken geleden al aan bod tijdens
de plenaire vergadering. Er moet
een hervorming komen van het
begeleidingsplan
voor
werkzoekenden in het kader van
het
nieuwe
samenwerkings-
akkoord. Wat is de stand van
zaken?
Werd
al
contact
opgenomen
met
de
deelstaatregeringen met het oog
op het sluiten van een nieuw
akkoord?
03.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, madame
la ministre, ma question peut paraître particulière mais elle doit
absolument être intégrée. C'est pour cette raison que j'ai insisté pour
qu'elle soit orale et non écrite.
Je voulais citer le cas d'une personne qui, pour des raisons
personnelles, a abandonné son activité commerciale et qui, depuis
deux ans sentant qu'elle changerait de métier -, a commencé une
formation de coiffeuse à l'IFAPME.
Le 30 juin 2009, elle a cessé son activité commerciale et bénéficie
d'allocations chômage depuis juillet 2009. Elle a donc demandé une
dispense à l'ONEM afin de poursuivre sa troisième année de
formation, année nécessaire pour obtenir son diplôme, devenir
coiffeuse à Nivelles, chez ma voisine, et ainsi sortir de la liste des
demandeurs d'emploi.
L'ONEM, dans son cas, a refusé la dispense, au motif que la
demandeuse d'emploi en question n'était pas inscrite depuis assez
longtemps pour pouvoir prétendre à une formation. En outre, l'ONEM
s'arroge le droit de lui interdire de continuer celle-ci sous peine de
perdre ses droits. Pour ajouter au caractère surréaliste de cette
situation, cette dame reçoit une convocation le 19 octobre pour
rencontrer dans deux mois des responsables du Forem afin de voir
quelle formation elle pourrait suivre. Entretien qui arrive après le délai
de recours auquel la demandeuse d'emploi a droit pour défendre sa
position.
Si on résume cela en quelques mots, on empêche une personne
motivée de sortir rapidement du chômage, avec pour conséquences,
d'une part, de lui faire rater une promesse d'embauche chez un
coiffeur de Nivelles à l'issue de sa formation et, d'autre part, de coûter
à la collectivité alors qu'elle prenait en charge elle-même depuis deux
ans les coûts de sa formation.
Madame la ministre, doit-on décréter comme certains bourgmestres
du pays noir que l'offre d'emploi étant inexistante, l'accompagnement
des chômeurs doit être interrompu?
03.02 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik wil het hebben over een
persoon die haar handelsactiviteit
om persoonlijke redenen heeft
stopgezet
en
die
een
kappersopleiding volgt in het
IFAPME. Die persoon vroeg de
RVA om een vrijstelling om haar
opleiding te kunnen voortzetten,
haar diploma te behalen, kapster
te worden en opnieuw aan de slag
te gaan. De RVA wees haar
verzoek echter af, omdat ze nog
niet lang genoeg ingeschreven zou
zijn om een opleiding te kunnen
volgen. Bovendien verbiedt de
RVA haar de opleiding voort te
zetten, zoniet zou ze haar rechten
verliezen. Kafka ten top: op
19 oktober ontving deze dame een
oproepingsbrief van de Forem om
na te gaan welke opleiding ze zou
kunnen volgen.
Moeten we dan maar, net als
sommige burgemeesters van "le
Pays Noir", decreteren dat de
werklozen niet meer hoeven te
worden begeleid aangezien er
toch geen werk is?
03.03 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, je ne répèterai pas tout ce que j'ai déjà dit à Mme De Bue.
03.03 Minister Joëlle Milquet:
Wat het samenwerkingsakkoord
betreft, heb ik, gelet op de houding
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
J'en arrive ainsi à l'accord de coopération. Je suis généralement de
nature volontaire et optimiste. Mais ici et au regard de l'attitude de
certains, je n'ai plus vraiment le sentiment que nous pourrons encore
avancer sous cette législature. Cela est vraiment dommage car cet
accord de coopération était le résultat d'un avis unanime de tous les
partenaires sociaux, ce qui est très rare lorsqu'il s'agit d'une matière
aussi sensible. Par ailleurs, il visait une amélioration de l'efficacité,
une plus grande autonomie pour les services régionaux, ce qui allait
dans le sens de la demande de la Région flamande. Il visait
également à raccourcir les délais, à améliorer l'accompagnement.
Bref, tous les points étaient je pense pouvoir le dire positifs.
Cependant, les raisons institutionnelles empêchent même de passer
un accord qui pourtant répond aux demandes des trois Régions, donc
y compris la Région flamande. Je ne ferai pas d'autres commentaires,
mais je ne suis pas sûre que, dans le climat actuel, cet accord puisse
être signé.
Par ailleurs, j'ai pris l'engagement d'avancer sur toutes les matières
fédérales prévues dans cet accord. Une série de projets sont donc à
l'étude au niveau de l'ONEM. Nous ferons, quant à nous, notre part du
travail.
Monsieur Flahaux, vous avez eu raison d'aborder cette
problématique. En effet, depuis que je suis devenue ministre de
l'Emploi, j'ai reçu un certain nombre de lettres dans lesquelles il est
fait état de cas plus ou moins similaires. Il s'agit de cas ciblés et
déterminés qui ne remettent pas du tout en cause la politique
d'activation et la nécessité de dispenses en matière de formations.
Mais il est vrai qu'il existe des cas qui ne sont plus tout à fait adaptés.
Dans le cas qui nous occupe, la personne dont question n'avait pas le
nombre de jours d'ancienneté suffisant. Elle ne peut donc en
bénéficier. Mais il est vrai que lorsque l'on considère le cas concret,
cette situation est absurde. J'ai donc demandé à l'ONEM et une
rencontre est prochainement organisée pour affiner les choses avec
le nouvel administrateur général de ce dernier de procéder à l'état
des lieux.
J'ai proposé aux trois Régions du pays qui sont très satisfaites, donc y
compris la Région flamande, de travailler ensemble et de faire la liste
des pratiques actuelles en matière de dispenses pour des raisons de
formation dans le cadre de l'activation. Qu'est-ce qui est trop
excessif? Qu'est-ce qui n'est pas ou plus adapté par rapport aux
formations qui sont offertes dans les Régions? Que peut-on modifier
dans la pratique de l'ONEM? Cela peut aller très vite. Il s'agit
d'arrêtés, de pratiques au niveau de l'ONEM. En tout cas, de
nombreux points doivent être améliorés, notamment en ce qui
concerne la formation des coiffeurs.
Nous aurons sans doute l'occasion de discuter du résultat de cette
concertation. En tout cas, nous sommes tous demandeurs. Il ne faut
pas changer grand chose à l'arsenal. On est en train de recenser le
nombre de cas auxquels nous avons été confrontés. Si vous en
connaissez d'autres, faites-le-nous savoir. Nous analysons
actuellement les règles en vigueur.
van sommigen, niet het gevoel dat
we in de huidige regeerperiode
nog vooruitgang zullen kunnen
boeken. Dat is jammer, want dat
akkoord was het resultaat van een
eenparig advies van de sociale
partners. Het strekte ertoe de
efficiëntie
te
vergroten,
de
gewestelijke
diensten
meer
autonomie
te
verlenen,
de
termijnen in te korten en de
begeleiding te verbeteren. Dat
waren
kortom
dus
allemaal
positieve punten. Om institutionele
redenen is het niet mogelijk een
akkoord te sluiten dat aan de
verwachtingen
van
de
drie
Gewesten, met inbegrip van het
Vlaams Gewest, tegemoetkomt. Ik
heb
me
ertoe
verbonden
vooruitgang te boeken in federale
materies waarop dat akkoord
betrekking heeft. Wij, van onze
kant, zullen ons werk doen.
Mijnheer Flahaux, ik werd al in
kennis gesteld van soortgelijke
situaties.
Het
gaat
om
alleenstaande gevallen die het
activeringsbeleid en de noodzaak
van vrijstellingen op het stuk van
de opleiding niet ter discussie
stellen. De persoon waarover u het
heeft,
had
niet
voldoende
anciënniteit en kwam dus niet in
aanmerking voor een vrijstelling.
Maar in dit concrete geval is een
en ander absurd. Ik heb de RVA
dan ook gevraagd om een stand
van zaken op te maken. Ik heb de
drie Gewesten voorgesteld om
een inventaris op te maken van de
praktijken op het stuk van de
vrijstelling wegens opleiding in het
kader van de activering. Wat zijn
overdreven
praktijken?
Vanaf
wanneer is een en ander niet meer
aangepast? Welke wijzigingen zijn
er mogelijk met betrekking tot de
handelwijze van de RVA? Indien u
kennis
heeft
van
andere
onaangepaste situaties, gelieve
ons die dan te melden met het oog
op onze analyse van de vigerende
regels.
03.04 Valérie De Bue (MR): Madame la ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Il est regrettable de ne pas pouvoir avancer dans
03.04 Valérie De Bue (MR): Het
is jammer dat de hervorming in het
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
cette réforme. Quelles sont nos marges de manoeuvre sans les
Régions? Nous en reparlerons prochainement. Je suppose qu'il fallait
de toute façon un accord pour améliorer le système de contrôle et
d'accompagnement. Sans les Régions, je doute que notre marge de
manoeuvre soit grande.
slop
zit.
Welke
speelruimte
hebben
we
zonder
de
Gemeenschappen?
03.05 Joëlle Milquet, ministre: Dans la note globale figurait tout ce
qui relevait du raccourcissement des délais. On peut toujours en
décider seul mais il faut évidemment que cela "colle" avec les
pratiques des Régions. Elle comprenait également toute une série de
choses qui relèvent normalement de l'ONEM, notamment sur les
formations, l'amélioration des dispenses, la situation après la
troisième évaluation positive, etc. À ce niveau, nous avancerons
seuls.
03.05 Minister Joëlle Milquet:
We
kunnen
eigengerechtig
beslissen over een verkorting van
de termijnen, maar dit moet wel
stroken met de praktijk bij de
Gewesten.
Wij
zullen
eigenmachtig verdere stappen
zetten voor alles wat onder de
RVA ressorteert.
03.06 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, la
réponse de Mme la ministre me satisfait amplement. Elle a le souci de
la cohérence et d'accompagner véritablement le dynamisme des
personnes motivées. Madame la ministre, je suis heureux que ma
modeste contribution puisse vous aider à apporter des arguments,
des atouts pour convaincre de l'amélioration du système.
03.06 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik ben blij dat ik u er met
mijn bescheiden bijdrage mee van
kon overtuigen dat deze regeling
moet worden verbeterd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de Mme Valérie De Bue à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "le télétravail" (n° 15135)
04 Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "telewerk" (nr. 15135)
04.01 Valérie De Bue (MR): Monsieur le président, madame la vice-
première ministre, le télétravail est une forme d'organisation du
travail, un outil de gestion des ressources humaines qui n'est pas
suffisamment utilisé.
Pourtant, l'utilisation du télétravail comporte de nombreux avantages,
tant pour l'employeur que pour le travailleur, même s'il ne s'agit pas
d'une panacée. Entre autres, nous pouvons citer une meilleure
conciliation entre la vie privée et la vie professionnelle, des réductions
de coûts et un accroissement de la productivité. Le télétravail s'inscrit
également dans une politique globale de mobilité, d'économies
d'énergie et dans une logique de développement durable.
À l'heure actuelle, nous ne connaissons pas l'ampleur du phénomène
faute de statistiques récentes sur le télétravail. À ma connaissance,
aucune étude n'a été réalisée pour connaître les facteurs qui
influencent le recours au télétravail et pour évaluer les divers gains
énergétique, écologique et en termes de mobilité. Il serait peut-être
utile de réaliser de telles études afin de pouvoir mettre en place une
vraie politique globale de télétravail.
Madame la vice-première ministre, disposez-vous de chiffres récents
sur le télétravail?
Si oui, quelle est la définition du télétravailleur utilisée?
Quels sont les secteurs et le type d'entreprises où le recours au
télétravail est le plus fréquent?
Des études ont-elles été réalisées ou sont-elles en cours? Si non,
04.01 Valérie De Bue (MR):
Telewerk vindt steeds meer
ingang, maar geniet nog altijd
weinig bekendheid. Het biedt vele
voordelen.
Hebt u recent cijfermateriaal met
betrekking tot telewerk? Op grond
van welke criteria is er sprake van
telewerk?
In welke sectoren komt telewerk
het meest voor?
Werden of worden er studies naar
telewerk uitgevoerd en wat zijn de
resultaten?
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
demanderez-vous la réalisation d'études et d'un bilan statistique?
04.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, dans notre réglementation, le télétravail a en fait vraiment
connu une définition dans le cadre d'une nouvelle convention
collective, la Convention 85 du 9 novembre 2005; elle définit le
télétravail comme une forme d'organisation et/ou de réalisation du
travail utilisant les technologies de l'information dans le cadre d'un
contrat de travail dans laquelle un travail qui aurait pu aussi être
effectué dans les locaux de l'entreprise est effectué hors de ses
locaux de façon régulière et non occasionnelle.
La convention collective règle les modalités d'application du télétravail
et les mesures spécifiques qui doivent être prises par l'employeur.
Elle prévoit également que le travail ne peut s'effectuer que sur base
volontaire, c'est-à-dire que les deux parties doivent être d'accord,
aucune des deux ne pouvant l'imposer à l'autre.
Pour répondre à votre question sur la nécessité d'une sensibilisation,
faute d'être suffisamment connu et valorisé, dans le but d'aider les
entreprises, le SPF Emploi a publié une brochure clé pour introduire le
télétravail dans une entreprise, qu'il a largement envoyée dans le
monde de l'entreprise afin de l'inciter à y recourir, pour des questions
de qualité de travail et de mobilité.
Encore à la demande du SPF Emploi, une étude a été réalisée par
l'ULB et la VUB, qui concernait le télétravail et la négociation
collective. L'objectif de cette recherche était de s'attacher aux
caractéristiques du télétravail salarié, d'un point de vue juridique et
sociologique, et de mettre l'accent sur les modalités d'un
encadrement concerté pour l'introduction de cette forme
d'organisation du travail. Cette étude est téléchargeable sur le site
web du SPF.
Pour ce qui concerne les études statistiques, nous n'en disposons
pas directement sur la base d'outils belges mais la quatrième enquête
européenne sur les conditions de travail de la Fondation européenne
pour l'amélioration des conditions de vie et de travail de Dublin nous
fournit des éléments importants. Cette enquête est réalisée à termes
réguliers. La dernière date de 2005 et a été réalisée dans les vingt-
sept États membres de l'Union européenne. Elle contient un
indicateur spécifique concernant le télétravail qui est d'ailleurs défini
d'une manière relativement proche de notre définition de la
convention collective.
En fonction des réponses de cette étude, la proportion globale de
télétravailleurs était très faible. Chez nous, un peu plus de 8 % de
l'ensemble des travailleurs travaillent très occasionnellement à
distance et moins de 2 % travaillent régulièrement à domicile avec un
pc. Le télétravail concerne davantage les indépendants que les
salariés. En termes de secteurs, trois domaines d'activité se
distinguent par un recours beaucoup plus systématique au télétravail:
l'immobilier, l'intermédiation financière et l'éducation dans le sens
large, en ce compris les études supérieures universitaires.
Seules des professions intellectuelles et scientifiques et les
professions intermédiaires comptent plus de 10 % de travailleurs
exécutant parfois ou toujours leur travail à domicile avec un pc. En ce
04.02 Minister Joëlle Milquet: In
de collectieve arbeidsovereen-
komst 85 van 9 november 2005
wordt telewerk omschreven "als
een vorm van organisatie en/of
uitvoering van het werk waarin,
met
gebruikmaking
van
informatietechnologie, in het kader
van een arbeidsovereenkomst
werkzaamheden die ook op de
bedrijfslocatie van de werkgever
zouden
kunnen
worden
uitgevoerd, op regelmatige basis
en niet-incidenteel buiten die
bedrijfslocatie worden uitgevoerd".
Die
cao
stelt
de
toepassingsmodaliteiten vast en
bepaalt welke maatregelen de
werkgever moet nemen. De FOD
Werk publiceerde hierover een
informatiebrochure en bestelde
een studie bij de ULB en de VUB.
Die studie kan op de website van
de FOD worden gedownload.
Er zijn geen statistische studies
van Belgische instanties, maar de
vierde enquête van de Europese
Stichting tot verbetering van de
leef- en arbeidsvoorwaarden te
Dublin.verschaft
een
aantal
aanwijzingen. In België bedraagt
het aandeel van de mensen die af
en toe op afstand werken,
8 procent, en het aandeel van de
mensen die regelmatig op afstand
werken, 2 procent. Er doen meer
zelfstandigen dan loontrekkenden
aan telewerk. Telewerk is vooral
populair
in
drie
sectoren:
vastgoed, financiële bemiddeling
en onderwijs.
Ik heb een meer gedetailleerde
enquête gevraagd. Die zal begin
2010 worden opgestart.
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
qui concerne l'enquête de la Fondation de Dublin, j'ai dégagé des
budgets en partie l'an dernier et cette année pour avoir une enquête
beaucoup plus forte qui, cette année, devrait toucher plus de
4 000 travailleurs. Ils seront interrogés sur toute une série de
conditions de travail en termes de santé, de santé mentale mais aussi
au sujet des pratiques. Nous disposerons dès lors de beaucoup plus
d'indications sur le télétravail. L'enquête débutera début 2010.
04.03 Valérie De Bue (MR): Madame la ministre, je vous remercie
pour votre réponse complète et détaillée. Nous pourrions
effectivement non seulement mieux étudier le phénomène mais aussi
sensibiliser en la matière.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "het uitblijven van toepassingsmodaliteiten met
betrekking tot de certificatie van veiligheidscoördinatoren op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen"
(nr. 15507)
05 Question de Mme Sofie Staelraeve à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "l'absence de modalités d'exécution
relatives à la certification des coordinateurs de sécurité sur les chantiers temporaires ou mobiles"
(n° 15507)
05.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, de titel van mijn vraag is een mond vol voor een op het
eerste gezicht technische materie, die volgens mij toch razend
interessant is.
Het gaat over de veiligheidscoördinatoren op bouwplaatsen, zeker
voor private werven. Al vaak is aangekaart dat het zogenaamd spook
op de werf niet door iedereen even geliefd is.
Een tijd geleden werd dat nog aangekaart, onder meer in een Vlaams
radioprogramma, waar ook een vertegenwoordiger van uw kabinet te
horen was. Onder meer werd ook gesproken over de wens om toch
een certificatie voor die veiligheidscoördinatoren in te voeren. Dat
moet trouwens ook wettelijk tegen eind dit jaar, tegen
31 december 2009.
Vandaag echter, ongeveer zes weken voor die einddatum, is er bij
mijn weten nog maar weinig schot in de zaak gekomen. Het blijkt dat
een aantal veiligheidscoördinatoren die nieuwe job uitoefent zonder
daarvoor gecertificeerd te zijn. Die mensen kunnen dan ook zomaar
prijzen aanrekenen, waarop weinig controle is. Zij wenden zich tot
Nederland, waar zij proberen een certificaat te krijgen.
Mevrouw de minister, ik heb de volgende vragen aan u.
Wat is de stand van zaken op dat gebied?
Ziet u het nog haalbaar om die certificatie rond te krijgen tegen eind
dit jaar? Aan welke concrete modaliteiten denkt u dan?
Wat vindt u ervan dat een aantal mensen zich via Nederland probeert
te certificeren, met het risico dat zij daar aan andere voorwaarden
moeten voldoen dan de Belgische?
05.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Une certification pour les
coordinateurs de sécurité doit être
instaurée d'ici à la fin de l'année,
mais nous en sommes encore
loin. Il apparaît qu'une série de
coordinateurs exercent la fonction
en l'absence de toute certification.
Rares sont les contrôles sur les
prix qu'ils facturent. Ils se tournent
vers les Pays-Bas pour tenter
d'obtenir un certificat.
Où en sommes-nous dans ce
dossier? La certification pourra-t-
elle être réglée d'ici à la fin de
l'année?
Quelles
sont
les
modalités concrètes? Que pense
la ministre des tentatives de
certains pour obtenir un certificat
aux Pays-Bas? Les rumeurs selon
lesquelles l'administration ne peut
pas préparer certains éléments
sont-elles exactes?
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Klopt het gerucht in de wandelgangen, dat de administratie een en
ander niet zou mogen voorbereiden?
Graag kreeg ik wat meer uitleg over de hele materie.
Présidente: Valérie De Bue.
Voorzitter: Valérie De Bue.
05.02 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw Staelraeve, het koninklijk
besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele
bouwplaatsen, bepaalt dat de coördinatoren van de bouwplaatsen met
een totale oppervlakte boven de 500 vierkante meter gecertificeerd
moeten zijn. Dat geldt ook voor bepaalde gevaarlijke bouwwerken,
zoals bruggen, tunnels, viaducten, aquaducten, watertorens, pylonen,
en dies meer.
Die verplichting geldt voor werken waarvoor een volledig veiligheids-
en gezondheidsplan vereist is. Dat is het geval voor bijzonder
gevaarlijke werken of werken van langere duur of grotere omvang.
Die verplichting gaat in vanaf 31 december 2009.
De problematiek van de certificatie kan niet los worden gezien van het
onderzoek dat momenteel loopt binnen de Europese Commissie naar
mogelijke aanpassingen van de richtlijn 92/56 van 24 juni 1992 naar
de opstelling van een gids voor de tijdelijke en mobiele bouwplaatsen,
ingegeven door het feit dat momenteel alle lidstaten te kampen
hebben met toepassingsproblemen.
Gelet op deze moeilijkheden heeft mijn administratie mij voorgesteld
de uitvoeringsmodaliteiten, met name het vaststellen van het
certificatieschema en het aanbod van certificatie-instellingen, uit te
stellen. Het spreekt dan ook voor zich dat dit het bekomen van een
certificatie voor 31 december 2009 moeilijk maakt. Daarom overweeg
ik voor te stellen deze datum uit te stellen tot 1 april 2010, maar niet
later.
Uw verwijzing naar Nederlandse certificaties heeft geen zin omdat
deze reglementering een Belgische landgebonden reglementering is.
Een buitenlandse certificatie heeft dan ook geen reglementaire
waarde in België.
De toekomst, met name de resultaten van het door de Europese
Commissie bestelde onderzoek, zal uitwijzen of de certificatie nog
haalbaar of nodig zal zijn in zijn huidige vorm.
Voorzitter: Yvan Mayeur.
Président: Yvan Mayeur.
05.02 Joëlle Milquet, ministre:
L'arrêté royal du 25 janvier 2001
relatif aux chantiers temporaires
ou mobiles stipule que les
coordinateurs des chantiers dont
la superficie totale dépasse les
500 m
2
doivent être certifiés. Ces
dispositions valent également pour
certains travaux dangereux.
Cette obligation concerne les
travaux exigeant un plan de
sécurité et de santé complet. Elle
entre en vigueur le 31 décembre
2009.
Le problème de la certification ne
peut pas être dissocié de l'étude
de la Commission européenne
relative
aux
éventuelles
modifications de la directive 92/52.
Vu
les
problèmes,
mon
administration m'a proposé de
reporter les modalités d'exécution.
C'est pourquoi j'envisage de
proposer de reporter la date pour
l'obtention d'une certification au
1
er
avril 2010 mais pas plus tard.
Une certification étrangère n'a
aucune valeur en Belgique.
L'enquête de la Commission
européenne
révèlera
si
la
certification est encore possible ou
si elle sera encore nécessaire
sous sa forme actuelle.
05.03 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, u zegt dat u de certificatie of de regeling daarvan uitstelt
tot ongeveer april 2010. Er blijft de constante verwijzing naar het
onderzoek van de Europese Commissie. Voor zover ik meen te weten
is dat onderzoek toch reeds ongeveer afgerond. Ik vraag mij af
wanneer wij dan het langverwachte rapport en de conclusies daaruit
voor België hier kunnen horen en actie daaromtrent kunnen
vernemen.
05.03 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Quand recevrons-nous des
informations supplémentaires sur
le rapport de la Commission
européenne et sur les conclusions
qui ont été tirées à l'égard de la
Belgique? La nuance se trouve
parfois dans un mot. Il y a surtout
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Ik meen bijvoorbeeld te weten dat bij de opmaak van de richtlijn voor
België het verschil of de nuance kan zitten in een woord, in de
vertaling van een woord uit de oorspronkelijke richtlijn om zo de zaak
heel wat soepeler te maken voor private werven. Het is vooral bij die
private werven dat er heel wat twistpunten zijn. Niemand betwist de
coördinatie voor de grote werven, zoals u hebt aangehaald, maar
eerder voor de private werven.
Ziet u daar reeds concreet een aantal lijnen als uitslag van het
rapport? Of insinueert u hier nu dat voor heel Europa de regelgeving
rond veiligheidscoördinatoren wel eens zou kunnen worden
versoepeld?
des
discordances
pour
les
chantiers privés. La ministre
discerne-t-elle déjà des lignes
conductrices? S'attend-elle à un
assouplissement?
05.04 Minister Joëlle Milquet: Ik wacht natuurlijk, en dat is een van
de oorzaken van het uitstel, op de resultaten van de evaluatie van de
Europese Commissie. Die moeten er binnenkort komen. Tot nu toe
heb ik de resultaten nog niet. Als er wijzigingen zijn aan de
verschillende wettelijke bepalingen, kunnen wij al deze aanbevelingen
aanpassen.
Ik wacht dus op deze resultaten. Misschien kunnen wij het andere
koninklijk besluit een beetje wijzigen om zo een betere
doeltreffendheid te bereiken. Dat is de reden van het kleine uitstel van
enkele maanden. Zo kunnen wij de afronding van de evaluatie van de
Europese Commissie afwachten.
05.04 Joëlle Milquet, ministre:
J'attends
les
résultats
de
l'évaluation de la Commission
européenne et il s'agit là d'une des
raisons du report. Nous pourrions
modifier légèrement l'autre arrêté
royal afin d'obtenir ainsi une
meilleure efficacité.
05.05 Sofie Staelraeve (Open Vld): De Europese Commissie krijgt
dan het rapport en de suggesties. U zegt binnenkort. Ik heb gehoord
dat het al klaar is.
05.06 Minister Joëlle Milquet: Het moest binnenkort komen maar tot
nu toe ken ik de datum niet. Maar we kunnen er wel naar informeren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de 8000 werklozen met een baan"
(nr. 15262)
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "onterecht geregistreerde werklozen"
(nr. 15312)
06 Questions jointes de
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les 8000 chômeurs ayant un emploi" (n° 15262)
- Mme Martine De Maght à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "les chômeurs abusivement enregistrés" (n° 15312)
06.01 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, volgens de
kranten van de groep Sudpresse zouden ongeveer 8 000 werklozen
officieel aan het werk zijn. Een en ander is uitgekomen, na de
modernisering van de computersystemen.
Mevrouw de minister, klopt het dat 8 000 ingeschreven werklozen
vandaag officieel aan het werk zouden zijn?
06.01 Martine De Maght (LDD):
Selon certains articles de presse,
une modernisation des systèmes
informatiques
aurait
révélé
qu'environ 8 000 chômeurs inscrits
sont officiellement occupés.
La ministre peut-elle confirmer
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Gaat het om exact 8 000 werklozen of zijn er andere aantallen waarbij
u ons toelichting kunt geven?
Hoelang gaat die fout in de registratie al mee? Kon ze via de
Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid niet vroeger zijn opgemerkt?
In voornoemde kruispuntbank komen immers alle gegevens samen.
Ook de werkenden worden dus in voormelde gegevensbank
geregistreerd.
In welke beroepscategorieën kwam de bewuste, onterechte registratie
voor?
Van welke nationaliteit zijn de betrokken, onterecht geregistreerden?
Kunt u het aantal onterecht geregistreerden opsplitsen naar Gewest?
Welk bedrag hoopt de regering met de vaststelling in kwestie te
kunnen recupereren?
cette information? Depuis combien
de
temps
cette
erreur
d'enregistrement
existe-t-elle?
N'aurait-il pas été possible de la
détecter plus tôt en consultant la
Banque Carrefour de la sécurité
sociale?
Quelles
catégories
professionnelles
ces
erreurs
d'enregistrement
concernent-
elles? Quelle est la nationalité des
personnes concernées? Pouvez-
vous donner les chiffres par
Région?
Quel
montant
le
gouvernement
espère-t-il
récupérer?
06.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, de constante
verbetering van de data matching van gegevens uit de databanken
van de RVA met andere databanken, zoals Dimona bij de RSZ, laat
inderdaad toe vele cumuls van werkloosheidsuitkeringen met
beroepsinkomens te identificeren.
In de meeste gevallen gaan de vastgestelde inbreuken over een
cumul van enkele dagen. In dergelijke gevallen kan dus niet van
systematische fraude worden gesproken, wat een belangrijke
opmerking is. Het kan bijvoorbeeld gaan om een uitzendkracht die bij
de aanduiding op de controlekaart van zijn gewerkte dagen een fout
begaat. Het kan ook gaan om verstrooidheid of om een simpele
vergetelheid.
Voor het overige lopen de dossiers in kwestie, die door de RVA
worden gecontroleerd, over meerdere jaren.
Het persartikel dat aan de oorsprong van de mondelinge vraag ligt,
dwaalt, wanneer het spreekt over 8 000 onregelmatig ingeschreven
werknemers per jaar. Het aantal vastgestelde inbreuken bedraagt
8 839 dossiers. Het betreft hier de toestand op 31 augustus 2009 voor
de dossiers waarvan de databanken RVA-Dimona in oktober 2008
werden vergeleken.
In die dossiers werd een te recupereren bedrag van 5 156 000 euro
genoteerd.
De dossiers met cumul werkloosheid en werk die in oktober 2008
werden opgespoord, kunnen als volgt regionaal worden verdeeld: het
Brussels Gewest 17,6 procent, het Vlaams Gewest 49,3 procent en
het Waals Gewest 33,9 procent. De personen die effectief een loon
hebben gecumuleerd met een uitkering, kunnen naast de
terugbetaling van de onterecht ontvangen uitkeringen ook een
administratieve sanctie oplopen. Ik denk daarbij aan de uitsluiting op
het recht op uitkeringen en 1 tot 26 weken schorsing. De schorsing
wordt verdubbeld in het geval van herhaling.
Op mijn voorstel werd een koninklijk besluit ondertekend en
gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 2008. Het
besluit heeft de bedoeling om preventief de ongeoorloofde cumul aan
06.02 Joëlle Milquet, ministre:
L'amélioration
constante
des
procédures de comparaison entre
données permet d'identifier de
nombreux cumuls d'allocations de
chômage
et
de
revenus
professionnels. Il s'agit la plupart
du temps d'infractions portant sur
quelques jours. Dans de tels cas,
on ne peut donc parler de fraude
systématique.
Les
dossiers
contrôlés par l'ONEM couvrent en
revanche plusieurs années. Des
infractions de ce type ont été
constatées dans 8 839 dossiers.
Ce chiffre se rapporte à la
situation au 31 août 2009 et
résulte d'une comparaison entre la
base de données de l'ONEM et la
base
de
données
Dimona
effectuée en octobre 2008.
Le montant à récupérer atteint 5
156 000 euros.
Parmi les dossiers établissant le
cumul chômage et travail dépistés
en octobre 2008, 17,6 % se
situaient dans la Région de
Bruxelles-Capitale,
49,3 %
en
Région flamande et 33,9 % en
Région wallonne.
Les
intéressés
encourent
également
une
sanction
administrative.
L'arrêté royal publié au Moniteur
belge le 16 octobre 2008 a pour
but de détecter à titre préventif le
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
de bron te detecteren in plaats van hem a posteriori uit te zoeken. De
maandelijkse betaling van de werkloosheidsuitkeringen zal voortaan
worden voorafgegaan door een consultatie van de databank Dimona.
Die controle wordt uitgevoerd door de betalingsinstelling met als doel
na te gaan of een werkzoekende niet werd betaald door een
werkgever tijdens de betrokken maand. Die preventieve procedure
laat toe om systematisch de meeste cumuls te detecteren. Ze zal
volledig in werking treden vóór het einde van dit jaar.
De gegevens inzake nationaliteit of beroepscategorie van de
werknemers die een loon met een werkloosheidsuitkering
cumuleerden, zijn niet beschikbaar. Er is geen link tussen de
nationaliteit en dat soort van gedrag.
Tijdens het recente conclaaf heb ik een aantal maatregelen genomen
om de strijd tegen de sociale fraude nog te versterken. Ik denk daarbij
aan de verbetering van de kruising van databanken, zowel tussen de
sociale verzekeringsinstellingen onderling als die van Financiën en de
gegevens van inkomsten uit het buitenland, en een betere controle op
zwartwerk, onder meer via een verhoging van het aantal controles in
het kader van de arrondissementscellen en een project van
elektronische registratie van de aanwezigheden op de werf.
cumul interdit à la source. La
procédure
préventive
entrera
pleinement en vigueur avant la fin
de l'année.
Aucune donnée n'est disponible
sur la nationalité ou la catégorie
professionnelle. Il n'existe aucun
lien entre la nationalité et ce type
de comportement.
Lors du dernier conclave, j'ai pris
une série de mesures pour
renforcer encore la lutte contre la
fraude
sociale,
comme
l'amélioration du croisement des
bases de données par exemple.
06.03 Martine De Maght (LDD): Bedankt voor uw antwoord,
mevrouw de minister.
Ik begrijp uiteraard dat u niet kunt zeggen over welke
beroepscategorieën het gaat. Het is inderdaad minder relevant welke
nationaliteit de onterecht geregistreerden hebben.
Wat betreft de beroepscategorieën hebt u een verwijzing gemaakt
naar de uitzendarbeid. U zegt dat er geen systematische fraude is,
maar dat het veleer te wijten is aan verstrooidheid, het verkeerd
invullen van werkloosheidsgegevens bij de aangifte om een
werkloosheidsuitkering te verkrijgen. Werd de fraude dus telkens
vastgesteld naar aanleiding van uitzendarbeid? Daar komt voor een
stuk mijn vraag naar de beroepscategorieën uit voort. Het is toch niet
onbelangrijk om te weten of het enkel en alleen gaat over
uitzendarbeid. U kunt inroepen dat het geen systematische fraude
maar verstrooidheidsfraude is, maar u spreekt over 8 839 dossiers.
Dat is toch niet niets: 8 839 keer even verstrooid zijn. Het gaat om
8 839 personen veronderstel ik, of gaat het ook om dezelfde persoon
in meerdere dossiers?
Ten slotte, kunt u het bedrag dat zal worden gerecupereerd door de
federale overheid, herhalen?
06.03 Martine De Maght (LDD):
La ministre fait référence au travail
intérimaire et dit à ce propos que
la fraude n'y est pas systématique.
Selon elle, une simple distraction
serait en cause. Toutefois, il s'agit
de 8 839 dossiers!
06.04 Minister Joëlle Milquet: Het gaat om 5, 156 miljoen. Voorts
gaat het over 8 839 dossiers. Misschien zijn er 2 of 3 dossiers per
persoon. Het gaat dus om het aantal dossiers en niet het aantal
betrokken personen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "groepsverzekeringen" (nr. 15602)
07 Question de M. Dirk Van der Maelen à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
l'Égalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "les assurances de groupe"
(n° 15602)
07.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, ongeveer een derde van de groepsverzekeringen zijn
verzekeringen met een vast te bereiken...
07.02 Minister Joëlle Milquet: Na verificatie en een mail van het
kabinet van de heer Reynders, blijkt deze vraag tot de bevoegdheid
van de minister van Financiën te behoren.
07.02 Joëlle Milquet, ministre:
Après examen, je pense que votre
question est de la compétence du
ministre des Finances.
07.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik zal de vraag dan ook aan de
minister van Financiën stellen. Maar mag ik misschien van de
gelegenheid gebruik maken om ook uw aandacht voor het probleem
te vragen.
07.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je la poserai donc au
ministre
Reynders.
Toutefois,
j'aimerais attirer aussi l'attention
de la ministre Milquet sur ce
problème.
07.04 Minister Joëlle Milquet: Ja, natuurlijk.
07.05 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik bekijk het probleem vanuit het
oogpunt van de bescherming van de werknemers. U zult het mij niet
kwalijk nemen maar ik heb niet al te veel vertrouwen in het oordeel
van minister Reynders. Ik weet dat hij de kant van de verzekeringen
zal kiezen. Dat betekent wel dat de werknemers in de kou blijven
staan. Ik voel mij nogal persoonlijk betrokken bij deze problematiek
omdat in mijn omgeving de aandacht is getrokken op de problemen
die zich stellen. Als u het mij toestaat, ga ik die toch even schetsen.
Die problemen zijn eigenlijk dubbel.
Het eerste is dat als iemand, die gans zijn leven een premie heeft
betaald voor een groepsverzekering en bijvoorbeeld op zijn 58
e
op
brugpensioen gaat, komt te overlijden tussen zijn 58
e
en zijn 60, zijn
nabestaanden geen enkel recht meer hebben op de tweede pijler
pensioen die in opbouw was.
De tweede reeks van problemen die zich stellen, zijn dat, als je een
arbeidscontract hebt en bezig bent een tweede pijler pensioen op te
bouwen, en dat arbeidscontract wordt onderbroken omwille van een
thematisch verlof, of omwille van een borstvoedingsverlof, of omdat u
rust moet nemen tijdens de zwangerschap zonder arbeidsongeschikt
te zijn, en er komen er nog zo een reeks van, als je tijdens die periode
te overlijden komt, hebben de nabestaanden geen enkel recht op de
opgebouwde tweede pijler pensioen.
Toen het probleem mij werd gemeld, heb ik het aan een aantal
werknemers gevraagd, die ook een tweede pijler pensioen op
dezelfde manier aan het opbouwen zijn, en ik heb vastgesteld dat
niemand daarvan op de hoogte was. Het minimum minimorum lijkt mij
dat er aan die mensen, zeker aan diegenen die een thematisch verlof
nemen als u zwanger bent, kunt u niet anders, ook soms als u op
brugpensioen gaat een verplichte melding gebeurt van dat feit. Dit
zou al kunnen helpen, maar natuurlijk zou ik veel liever hebben dat er
naar andere oplossingen wordt gezocht.
Een oplossing zou kunnen zijn dat tijdens die periode dat het
arbeidscontract is geschorst, de betrokkenen de mogelijkheid hebben
07.05 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Lorsqu'une personne a
payé pendant toute sa vie une
assurance de groupe et part, par
exemple, à la retraite à l'âge de 58
ans mais décède avant ses 60
ans, ses proches n'ont plus aucun
droit à la pension du deuxième
pilier qui était en train de se
constituer. Il en va de même
lorsque quelqu'un décède après
que son contrat de travail a été
interrompu par toute une série de
congés.
Or il se trouve que les travailleurs
n'en sont pas informés. Ne
trouvez-vous pas qu'il conviendrait
à tout le moins d'en informer tout
travailleur qui décide de prendre
l'une de ces formes de congé?
Cependant, je préférerais que
d'autres solutions soient apportées
à ce problème, par exemple une
solution consistant à prévoir que
pendant son congé, le travailleur
puisse payer lui-même une prime,
son employeur continuant de
payer l'autre partie. Dans certains
cas, les compagnies d'assurances
sont néanmoins d'accord que le
travailleur paie sa propre prime et
celle de son employeur mais cela
pose évidemment un problème
social.
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
om zelf een premie te betalen, en dat de werkgever het andere stuk
blijft betalen. In sommige dossiers stel ik vast dat de
verzekeringsmaatschappijen akkoord zijn als de werknemer zowel zijn
eigen premie als de premie van de werkgever betaalt. Hier stelt zich
echt een sociaal probleem en ik signaleer dat niet vanuit oppositie
tegenover meerderheid.
De voorzitter: U kunt misschien uw vraag ook aan de heer Daerden stellen, die bevoegd is voor
Pensioenen.
07.06 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik zal mijn vraag dan én aan
minister Reynders én aan minister Daerden stellen. Ik hoop toch dat
ik op de steun van de minister van Werk kan rekenen want het gaat
hier over de bescherming van werknemers.
07.06 Dirk Van der Maelen
(sp.a): J'adresserai aussi cette
question au ministre Daerden, en
espérant que la ministre du Travail
m'apporte son soutien.
07.07 Minister Joëlle Milquet: U krijgt uiteraard mijn steun. Ik zal ook
een brief sturen over dat geval aan de heren Reynders en Daerden.
Dit is totaal onrechtvaardig en antisociaal. Wij moeten betere
informatie geven. Totnogtoe was ik persoonlijk niet op de hoogte. Het
is interessant dat u de verschillende bevoegde ministers ter zake zult
bevragen. Ik zal een brief sturen in verband met deze problematiek.
07.07 Joëlle Milquet, ministre: Je
soutiens la démarche de M. Van
der Maelen. J'adresserai un
courrier à ce sujet à mes collègues
Reynders et Daerden.
07.08 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik dank de minister voor haar
steun.
De voorzitter: U zult een nieuwe vraag stellen aan minister Daerden?
07.09 Dirk Van der Maelen (sp.a): Ja, aan minister Daerden en aan
minister Reynders. Ik zal de vraag aan beide ministers stellen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 15630 de M. Baeselen est reportée.
De voorzitter: Vraag nr. 15630
van
de
heer
Baeselen
is
uitgesteld.
08 Question de Mme Kattrin Jadin à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "l'application des dispositions réglant le
travail du dimanche dans les entreprises ressortissant de la commission paritaire 311" (n° 15631)
08 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de toepassing van de bepalingen inzake
zondagswerk in de bedrijven die onder paritair comité 311 vallen" (nr. 15631)
08.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, notre législation prévoit expressément l'interdiction de
l'ouverture des magasins le dimanche, qu'elle assortit toutefois
d'assouplissements dans certains cas. Ces exceptions sont dûment
répertoriées et liées à des éléments de trois ordres: la nature du
commerce (boulangerie, magasins de meubles, etc.), l'emplacement
de l'entreprise (zone touristique, braderies, etc.) et l'ouverture
exceptionnelle (soldes, fêtes de fin d'année, etc.).
Certains secteurs ont approuvé en commission paritaire des
dispositions supplémentaires encadrant et adaptant le nombre
d'ouvertures du dimanche, ainsi que les conditions de rémunération
des travailleurs qui y sont employés.
08.01 Kattrin Jadin (MR): Onze
wetgeving
bevat een aantal
uitzonderingen op de gedwongen
winkelsluiting
op
zondag.
Sommige sectoren hebben in het
paritair
comité
aanvullende
bepalingen goedgekeurd met het
oog op de omkadering en de
aanpassing
van
het
aantal
winkelopeningen.
In het paritair comité 311 werden
er maatregelen genomen om het
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Dans la commission paritaire 311, commission paritaire des grandes
entreprises de vente au détail où l'on retrouve des magasins comme
Ikea ou Décathlon, de telles mesures ont été prévues et élargissent
les possibilités d'ouverture à six dimanches par an. Dans les
entreprises de distribution, l'arrêté royal du 27 novembre 2007, publié
au Moniteur belge le 11 décembre 2007, encadre précisément ces
exceptions à la règle générale de fermeture dominicale.
Pourtant, il existe dans certaines enseignes une volonté d'interpréter
l'article 14 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 comme une
autorisation d'ouverture le dimanche matin de 8 h à 12 h. Cette
disposition prévoit notamment que "dans les magasins de détail
autres que ceux où le travail du dimanche a été autorisé en exécution
de l'article 13, les travailleurs peuvent être occupés au travail le
dimanche de 8 heures du matin à midi".
Ma question est donc la suivante.
Les entreprises dépendant de la commission paritaire 311 peuvent-
elles se considérer comme magasins de détail et dès lors prétendre à
l'ouverture dominicale ou, comme semblent l'indiquer les annales de
Ia commission parlementaire, se rapprochent-elles de la grande
distribution qui expressément ne peut y prétendre?
Il s'agit donc bien d'une question relevant de votre ministère puisque
si la question de l'ouverture du dimanche appartient en partie aux
affaires économiques, c'est bien d'une interprétation de la loi de 1971
qu'il s'agit dans ce cas.
aantal koopzondagen op zes per
jaar
te
brengen.
In
de
distributiebedrijven worden die
uitzonderingen
geregeld
bij
koninklijk besluit van 27 november
2007.
Kunnen bedrijven die afhangen
van het paritair comité 311
beschouwd
worden
als
kleinhandelszaken zodat ze 's
zondags
kunnen
openblijven?
Aangezien het hier om een
interpretatie van de wet van 16
maart 1971 gaat, is uw ministerie
hier wel degelijk bevoegd.
08.02 Joëlle Milquet, ministre: La notion de magasin de détail est
visée par l'article 14 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail. Elle vise
les magasins, qu'ils soient grands ou petits, qui commercialisent leurs
marchandises au détail le plus souvent au consommateur final, par
opposition aux magasins qui commercialisent leurs marchandises en
gros, à des grossistes qui sont souvent des intermédiaires dans la
chaîne de production et de distribution.
Il n'y a pas lieu d'assimiler le vocable "commerces de détail" visé par
l'article 14 aux seuls commerces de détail indépendants, petits, etc.
rentrant dans le champ d'application de la commission paritaire 201.
Ikea, par exemple, qui ressortit à la commission paritaire des grandes
entreprises de vente au détail, la commission 311, est effectivement
un commerce de détail en ce sens que les articles qu'il commercialise
sont vendus au détail.
Les dérogations à l'interdiction du travail dominical applicables aux
magasins de détail doivent être interprétées de la manière suivante:
l'article 14 de la loi du 16 mars 1971 introduit une dérogation à
caractère général applicable à tous les magasins de détail, en ce
sens que cet article autorise ces magasins à occuper des travailleurs
le dimanche de 8 heures du matin à midi. Cela vaut pour tout le
monde.
L'article 13 permet, pour sa part, au Roi d'étendre la dérogation de
l'article 14. Un arrêté royal du 3 décembre 1987, qui concerne
l'occupation des travailleurs le dimanche dans le secteur de la
08.02 Minister Joëlle Milquet:
Met kleinhandelszaak, waarnaar in
artikel 14 wordt verwezen, worden
de grote en kleine winkels
bedoeld, die hun goederen in het
klein
verkopen,
vooral
aan
eindverbruikers, in tegenstelling tot
winkels die hun goederen in bulk
verkopen,
meestal
aan
de
groothandel. Ikea, dat onder
comité 311
valt,
is
een
kleinhandelszaak.
Bedrijven die onder het paritair
comité 311 vallen, mogen 's
zondags open zijn van 8.00 uur tot
's middags op grond van artikel 14.
Wanneer ze niet in badsteden
gelegen zijn, mogen ze op grond
van artikel 13 van dezelfde wet
maximum zes zondagen per jaar
de hele zondag open zijn, behalve
wanneer
het
om
kleine
handelszaken gaat die krachtens
een afwijkende regeling het hele
jaar door 's zondags open mogen
zijn.
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
distribution, a été pris en exécution de cet article et a été modifié en
novembre 2007. Il autorise deux types d'ouverture le dimanche: soit
l'ouverture toute la journée pour tous les dimanches de l'année dans
certains commerces de détail (boucheries, boulangeries, fleuristes,
petits magasins indépendants, etc.), soit l'ouverture toute la journée
du dimanche mais uniquement pour certains dimanches au cours de
l'année, à savoir trois dimanches par an à choisir librement par
l'employeur et trois dimanches supplémentaires en application d'une
procédure de concertation, ce qui fait un total de six dimanches.
L'article 14 de la loi du 16 mars 1971 introduit par ailleurs des
dérogations pour les magasins de détail qui sont situés dans les
stations balnéaires et climatiques et les centres touristiques, puisque
ces dernières notions sont définies dans l'arrêté royal du 9 mai 2007
relatif à l'occupation du travail le dimanche dans les magasins de
détail et les salons de coiffure situés dans les stations balnéaires et
climatiques ainsi que dans les centres touristiques. Dans ce cas-là,
les magasins de détail peuvent occuper leur personnel toute la
journée du dimanche dans les conditions définies par l'arrêté royal du
9 mai 2007. Il y a des périodes à respecter notamment de mai à
septembre.
En conclusion, il est possible pour les entreprises ressortissant à la
commission paritaire 311 d'ouvrir le dimanche de 8 heures du matin à
midi en vertu de l'article 14. Situées en dehors des stations
balnéaires, elles peuvent en outre ouvrir le dimanche toute la journée
à raison de six dimanches par an au maximum en vertu de l'article 13
de cette même loi, sauf s'il s'agit des petits commerces dont j'ai parlé
précédemment et qui ont une dérogation pour toute la journée.
Dans les stations balnéaires et les centres touristiques, les
entreprises peuvent, outre toute la journée du dimanche, ouvrir du
1
er
mai jusqu'au 30 septembre, pendant les vacances de Noël et de
Pâques (selon les définitions de l'enseignement organisé par les
Communautés) et, en dehors de ces périodes-là, pendant treize
dimanches au maximum par année civile. Les treize dimanches visés
sont soit les moments où il y a une affluence de touristes en raison de
l'existence de curiosités, soit lorsqu'il y a des manifestations, entre
autres Halloween, condition que j'ai réhabilitée l'an dernier. Au total,
les centres touristiques peuvent ouvrir quarante-trois dimanches par
an, ce qui n'est pas si loin de la quasi-totalité des dimanches.
In de badsteden en de toeristische
centra mogen de handelszaken 's
zondags open zijn van 1 mei tot
30 september, tijdens de kerst- en
de paasvakantie en, buiten die
periodes, gedurende maximum
dertien zondagen per kalenderjaar.
Het gaat om zondagen waarop er
veel toeristen zijn of wanneer er
speciale evenementen worden
georganiseerd. In totaal kunnen de
handelszaken in de toeristische
centra 43 zondagen per jaar open
zijn.
08.03 Kattrin Jadin (MR): Merci, madame la ministre, pour votre
réponse complète et détaillée. La question était bien orientée vers les
magasins de type Ikea ou Decathlon qui pourraient avoir l'opportunité
d'ouvrir de huit heures à midi le dimanche. Vous confirmez qu'ils sont
assimilés à un commerce de détail pour les produits qu'ils vendent.
08.03 Kattrin Jadin (MR):
Winkels zoals Ikea en Decathlon
zouden op zondag hun deuren
mogen openen van 8 uur `s
morgens tot 12 uur `s middags.
08.04 Joëlle Milquet, ministre: Ils le peuvent mais pour cela, il faut
une convention. N'ouvre pas celui qui ne l'a pas obtenue.
08.04 Minister Joëlle Milquet: Ze
mogen dat doen, maar daartoe
moet er een overeenkomst worden
gesloten.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Mme Sarah Smeyers et M. Luc Goutry sont absents.
La question n
o
15982 de Mme Sophie Staelraeve est transformée en
De voorzitter: Mevrouw Sarah
Smeyers en de heer Luc Goutry
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
question écrite.
zijn afwezig. Vraag nr. 15982 van
mevrouw Sophie Staelraeve wordt
omgezet in een schriftelijke vraag.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, over "het doelgroepenbeleid en de banenplannen" (nr. 16006)
- mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, over "de maatregelen die werden voorgesteld in het kader van de
begroting en het standpunt van de bevoegde Vlaamse minister" (nr. 16020)
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, over "het doelgroepenbeleid en de banenplannen" (nr. 16107)
09 Questions jointes de
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "la politique des groupes cibles et les plans
d'embauche" (n° 16006)
- Mme Valérie De Bue à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "les mesures proposées dans le cadre du budget et
la position du ministre flamand compétent" (n° 16020)
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "la politique des groupes cibles et les plans
d'embauche" (n° 16107)
09.01 Valérie De Bue (MR): Madame la ministre, vous avez annoncé
des mesures dans la cadre de la déclaration gouvernementale. Le
Plan Emploi sera focalisé sur les jeunes, plusieurs mesures étant
destinées à favoriser leur entrée sur le marché du travail. Cela a
suscité une réaction de votre équivalent flamand qui s'inquiète de la
suppression des mesures pour les plus de 50 ans, catégorie
fortement représentée en Flandre. Il a même évoqué dans la presse
la possibilité de déclencher un conflit d'intérêts.
Cela nous rappelle le blocage de la simplification des plans
d'embauche, et ce pour les mêmes raisons. L'opération de
simplification visait à affecter les budgets actuellement disponibles
pour les réductions aux groupes cibles à un renforcement de la
réduction structurelle des cotisations, en particulier pour sa
composante bas salaires. Les partenaires sociaux continuent de
soutenir cette simplification. Nous pensons qu'un renforcement de la
réduction structurelle de cotisations pour les bas et moyens salaires
est souhaitable, nécessaire et serait bien plus efficace.
Vous avez annoncé que vous vouliez rencontrer le ministre flamand
de l'Emploi. Cette rencontre a-t-elle déjà eu lieu? Un accord est-il
possible? Le Plan Emploi est-il remis en cause? Peut-on confirmer
que la simplification des plans d'embauche aura bien lieu en 2010?
09.01 Valérie De Bue (MR): Toen
u aankondigde dat het banenplan
zich zou focussen op de jongeren,
maakte uw Vlaamse ambtgenoot
zich zorgen over het schrappen
van de maatregelen ten gunste
van de 50-plussers. Hij opperde
zelfs de mogelijkheid om een
belangenconflict in te roepen. Dit
doet
ons
denken
aan
de
vereenvoudiging
van
de
banenplannen, die om dezelfde
redenen tegengehouden werd.
Heeft u met de Vlaamse minister
van Werk gesproken? Wordt het
banenplan op de helling gezet? Zal
de
vereenvoudiging
van
de
banenplannen wel degelijk haar
beslag krijgen in 2010?
09.02 Joëlle Milquet, ministre: Comme vous le savez, un premier
accord est intervenu en novembre 2008 sur la simplification des plans
d'embauche qui, reconnaissons-le, a été négocié à partir de juin 2008,
c'est-à-dire avant la crise financière, dans un contexte très différent.
S'il avait été négocié dans le contexte actuel, certaines dispositions
auraient été différentes. Néanmoins, c'est un accord unanime des
partenaires sociaux, syndicats et patronat.
Pour les raisons que vous savez, cet accord qui avait déjà été moulé
dans un projet de loi a été retiré des textes législatifs pour éviter un
éventuel conflit d'intérêts. Les partenaires sociaux ont insisté une
09.02 Minister Joëlle Milquet:
Het eerste akkoord van de sociale
partners over de vereenvoudiging
van
de
banenplannen
werd
gesloten in november 2008, dus
vóór de financiële crisis.
Om
een
eventueel
belangenconflict
te vermijden,
werd dit akkoord uit de wetteksten
gelicht. De sociale partners willen
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
nouvelle fois sur leur volonté de voir cet accord intégré dans un texte
législatif pour une entrée en vigueur la plus rapide possible. Au mieux,
mathématiquement, du fait des adaptations des cotisations sociales
notamment, cela pourrait être en avril 2010. Comme je l'ai déjà dit, en
période de crise, la suppression de certaines mesures, notamment en
faveur des jeunes, est délicate, d'autant que parallèlement, on
renforce par d'autres méthodes le soutien qu'on leur apporte.
Cela dit, un accord est un accord et il faut respecter la concertation
sociale. Le gouvernement s'est donc engagé à respecter cet accord
et à déposer un texte. Ce texte passera vendredi en première lecture
au Conseil des ministres. Le texte fait partie d'un projet de loi portant
des mesures relatives à la simplification des plans d'embauche. Il
n'est pas mêlé aux autres mesures qui seront intégrées à un autre
projet de loi. Le texte reviendra au Conseil des ministres le 27
novembre et sera déposé devant le Parlement début décembre. Nous
verrons alors ce qui se passera et s'il y aura un recours en conflit
d'intérêts.
Je persiste à dire qu'il s'agit de mesures voulues par les partenaires
sociaux, intégrées dans un projet de loi. Cela ne fait pas partie du
Plan tel que je l'avais présenté, qui sera repris dans un autre projet de
loi.
dat dit akkoord snel in een
wettekst gegoten en van kracht
wordt, liefst nog tegen april 2010.
De regering heeft zich ertoe
verbonden
dit
akkoord
te
respecteren. De tekst wordt vrijdag
in een eerste lezing voorgelegd
aan de ministerraad, en maakt
deel uit van een wetsontwerp
houdende
maatregelen
met
betrekking tot de vereenvoudiging
van de banenplannen. Deze tekst
staat
los
van
de
andere
maatregelen, die in een ander
wetsontwerp
zullen
worden
ingepast. De ministerraad zal zich
op 27 november opnieuw over het
dossier
buigen,
waarna
het
ontwerp begin december bij het
Parlement zal worden ingediend.
09.03 Valérie De Bue (MR): Madame la ministre, je vous remercie
pour votre réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, over "de uitspraak van het Europees Hof omtrent de te betalen
opzeggingsvergoeding voor werknemers bij deeltijds ouderschapsverlof" (nr. 16027)
- de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid over "de ontslagvergoeding van werknemers met
loopbaanonderbreking" (nr. 16304)
10 Questions jointes de
- M. Jenne De Potter à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "le jugement de la Cour européenne concernant
l'indemnité de préavis pour des travailleurs en congé parental à temps partiel" (n° 16027)
- M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances,
chargée de la Politique de migration et d'asile sur "l'indemnité de licenciement de travailleurs en
interruption de carrière" (n° 16304)
10.01 Jenne De Potter (CD&V): Mevrouw de minister, het Europees
Hof van Justitie heeft op 22 oktober 2009 naar aanleiding van een
prejudiciële vraag een oordeel uitgesproken over een rechtszaak die
een Vlaamse werkneemster had aangespannen tegen haar
werkgever, nadat zij voor het verstrijken van haar deeltijds
ouderschapsverlof was ontslagen. De betrokkene klaagde aan dat zij
slechts de vergoeding voor deeltijdse werkneemster ontving. Het hof
heeft de werkneemster in zijn arrest gelijk gegeven. Dat betekent dat
de betrokkene voor haar opzegvergoeding moet worden behandeld
als een voltijdse werkneemster.
Het Europees Hof beriep zich op de artikelen 6 en 7 van clausule 2
van de Raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, gesloten op
10.01 Jenne De Potter (CD&V):
La Cour européenne de Justice a
répondu le 22 octobre 2009 à une
question
préjudicielle
qu'une
travailleuse licenciée avant la fin
de son congé parental à temps
partiel avait droit à une indemnité
de préavis identique à celle d'un
travailleur
à
temps
plein,
notamment parce que durant leur
congé parental à temps partiel
elles continuent à acquérir de
l'ancienneté
comme
les
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
14 december 1995, die is opgenomen in bijlage bij richtlijn 96/34EG
van de Raad van 3 juni 1996. Het Europees Hof was van mening dat
iemand die deeltijds ouderschapsverlof opneemt, voor de
opzegvergoeding niet anders mocht worden behandeld dan een
voltijdse werkneemster. Het hof bracht ook in kaart dat
werkneemsters tijdens het deeltijdse ouderschapsverlof verder op
gelijke wijze als voltijdse werkneemster anciënniteit blijven opbouwen
met de door de Belgische wetgever bepaalde opzegtermijnen.
Tevens bepaalde het hof dat er rekening moet worden gehouden met
het feit dat de betrokkene voor haar deeltijds ouderschapsverlof niet
alleen loon ontvangt, maar ook een uitkering van de RVA. Bovendien
is het ouderschapsverlof beperkt in de tijd.
De vakbonden juichen het arrest toe en vinden dat de voltijdse
opzegvergoeding ook van toepassing moet zijn op mensen die
deeltijds tijdskrediet opnemen of andere deeltijdse verloven.
De werkgevers daarentegen vinden dat dat enkel het geval mag zijn
voor deeltijds ouderschapsverlof, omdat het als enige verlofstelsel
een Europese basis heeft.
Graag leg ik u de volgende vragen voor. Ten eerste, wat was uw
reactie op het arrest?
Ten tweede, artikel 39, §1, tweede lid van de wet op de
arbeidsovereenkomsten bepaalt dat de opzegvergoeding niet alleen
het lopende loon omvat, maar ook de voordelen die zijn verworven
krachtens overeenkomsten. Acht u het noodzakelijk de Belgische
wetgeving aan te passen en te verduidelijken? Of volstaat het dat de
rechter en de RVA de wettelijke bepaling anders interpreteren?
Ten derde, moeten werknemers met deeltijdse vormen van
tijdskrediet of andere deeltijdse verloven zoals medische bijstand en
palliatief verlof, ook recht hebben op een voltijdse opzegvergoeding?
Deelt u de mening van het VBO, dat stelt dat de voltijdse
opzegvergoeding enkel geldt voor mensen met deeltijds
ouderschapsverlof, of bent u het eens met de zienswijze van de
vakbond? Indien u kiest voor het standpunt van de werkgevers, wat
rechtvaardigt het onderscheid?
Ten vierde, spelen naast het feit dat ouderschapsverlof een Europese
basis heeft, ook andere factoren een rol?
travailleurs à temps plein. Les
syndicats se réjouissent de cette
décision de la Cour européenne.
Ils estiment qu'une indemnité de
préavis complète doit également
s'appliquer aux travailleurs qui
prennent un crédit-temps à temps
partiel ou bénéficient d'autres
congés à temps partiel. Les
employeurs estiment pour leur part
qu'une indemnité de préavis
complète ne peut être versée
qu'en cas de congé parental à
temps partiel, dans la mesure où il
s'agit du seul régime de congé
ayant un fondement européen.
Quelle est la réaction de la
ministre à ce sujet? La législation
belge doit-elle être adaptée en ce
sens que l'indemnité de préavis
devrait également s'appliquer aux
avantages acquis? Les travailleurs
bénéficiant de régimes de crédit-
temps à temps partiel comme le
congé pour assistance médicale
ou le congé palliatif doivent-ils
également avoir droit à une
indemnité de préavis complète?
La ministre partage-t-elle l'avis des
syndicats ou celui des employeurs
et comment motive-t-elle sa
position? Outre le fondement
européen du congé parental,
d'autres
facteurs
jouent-ils
également un rôle?
10.02 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, ma
question porte sur le même objet, mais mon point de vue est qu'il
faudrait adapter la loi en fonction de la demande des syndicats.
Madame la ministre, actuellement, lorsqu'un travailleur occupé à plein
temps se trouvant en interruption de carrière "temps plein" est
licencié, son préavis est calculé sur la base de son salaire à temps
plein. Par contre, lorsque ce même travailleur prend une interruption
de carrière à mi-temps et est ensuite licencié, seul son salaire à mi-
temps est pris en considération pour le calcul du préavis. La Cour de
cassation estime en effet qu'en vertu de la législation belge,
l'indemnité de licenciement doit être calculée sur la base du salaire
que le travailleur percevait au moment de son licenciement, c'est-à-
10.02 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Volgens mij moet de wet
worden aangepast in de door de
vakbonden
gewenste
zin.
Wanneer een voltijdse werknemer
een
halftijdse
loopbaan-
onderbreking neemt en ontslagen
wordt, wordt zijn verminderd loon
in aanmerking genomen voor de
berekening
van
zijn
opzegvergoeding,
wat
onrechtvaardig en discriminerend
is. Onlangs heeft het Europees
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
dire un salaire réduit. Cette forme d'injustice et de discrimination est
inacceptable. Il faudrait donc modifier la loi pour mettre fin à cette
inégalité.
Et justement, dans un récent arrêt relatif à un congé parental (qui est
une forme d'interruption de carrière), la Cour de Justice des
Communautés européennes a estimé que l'indemnité de licenciement
d'un travailleur occupé à temps plein doit être calculée sur la base du
salaire à temps plein, même en cas de congé parental à mi-temps.
Dans ce cadre, la Cour européenne estime que législation belge est
contraire à la directive relative au congé parental, puisqu'il y a une
discrimination, en cas de licenciement, entre une personne qui se
trouve en interruption de carrière à mi-temps et une personne qui se
trouve en interruption de carrière à temps plein - cette dernière ayant
à un préavis calculé en fonction d'un salaire à temps plein.
Dans ce contexte, madame la ministre, que pensez-vous de ce
jugement de la Cour de Justice? Considérez-vous qu'il y a lieu de
mettre fin à ces discriminations que subissent les travailleurs en
pause-carrière ou en congé parental à mi-temps et de modifier la loi
en leur faveur pour ce qui concerne leurs conditions éventuelles de
préavis? Comment et dans quels délais comptez-vous procéder à
cette adaptation? Le cas échéant, nous vous soutiendrons en votant
le projet de loi ou l'article que vous nous soumettriez.
Hof van Justitie in een geschil
inzake
ouderschapsverlof een
arrest in die zin geveld. In dat
geval zou er dus voor de
berekening
van
de
opzegvergoeding
moeten
uitgegaan worden van het loon
voor een voltijdse betrekking.
Wat vindt u van die rechterlijke
uitspraak? Moet de wet volgens u
worden gewijzigd om een einde
aan die discriminatie te maken?
Zo ja, wanneer en op welke
manier? Wij zullen u steunen en
voor een wetsontwerp of artikel
dienaangaande stemmen.
10.03 Joëlle Milquet, ministre: Alors, vous allez nous aider très vite!
L'arrêt du 22 octobre 2009 de la Cour de Justice européenne a
entraîné certaines conséquences dans notre droit du travail. Comme
vous l'avez expliqué, il en résulte que la Cour de cassation devra
nuancer l'interprétation classique de l'article 39 de la loi du 3 juillet
1978 relative au contrat de travail, selon laquelle, en cas de réduction
des prestations de travail, l'indemnité de rupture devait être calculée
sur le salaire à temps partiel auquel le travailleur pouvait prétendre au
moment du licenciement, pour autant qu'elle concernait le
licenciement d'un travailleur ayant réduit ses prestations sous la forme
d'un congé parental. Objectivement, ce n'était pas très juste.
Après la parution de cet arrêt, et pour garantir la sécurité juridique,
nous avons immédiatement demandé à l'administration de préparer
un texte adaptant la législation en vigueur à la jurisprudence de la
Cour de Justice européenne. Ce texte est repris dans l'avant-projet de
loi portant des dispositions diverses. J'espère qu'il sera adopté
vendredi en Conseil des ministres et qu'il pourra être discuté ici dans
une quinzaine de jours.
Je compte donc sur ce soutien
10.03 Minister Joëlle Milquet:
Dan zal u ons snel helpen!
Er is in het voorontwerp van de
wet houdende diverse bepalingen
een tekst opgenomen waarbij de
vigerende wetgeving aangepast
wordt aan de rechtspraak van het
Europese Hof van Justitie. Ik hoop
dat
de
ministerraad
het
voorontwerp aanstaande vrijdag
zal goedkeuren en dat het over
een week of twee in de commissie
zal kunnen worden besproken.
In een eerste fase zal de aanpassing van de Belgische
arbeidswetgeving enkel betrekking hebben op de ontslagregeling in
het kader van het ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof maakt
immers het voorwerp uit van een regelgeving op Europees vlak. Het
Hof van Justitie vertrekt in zijn redenering van clausule 2, punt 6 van
de raamovereenkomsten inzake ouderschapsverlof, dat bepaalt dat
de op de datum van ingang van het ouderschapsverlof door de
werknemers verworven rechten of rechten in wording ongewijzigd
behouden blijven tot het einde van dat verlof.
Dans un premier temps, ce
changement ne concernera que le
congé parental, celui-ci étant
l'objet
d'une
réglementation
européenne sur laquelle s'est
d'ailleurs basée la Cour de justice.
Les droits acquis ou les droits en
cours d'acquisition à la date de
début du congé parental resteront
en effet inchangés jusqu'au terme
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
In een tweede fase zullen mijn beleidscel en de administratie
onderzoeken wat de gevolgen zijn van het arrest voor andere
verloven. Ik zal daarover aan de NAR natuurlijk een advies vragen.
Dus eerst pakken we het ouderschapsverlof aan en daarna evalueren
we de gevolgen voor de andere verloven.
de ce congé.
Dans une seconde phase, nous
nous pencherons sur la question
de savoir quelles répercussions
l'arrêt de la Cour est susceptible
d'avoir sur les autres congés. À ce
sujet, je demanderai un avis au
CNT.
10.04 Jenne De Potter (CD&V): Ik noteer dat de regeling voor de
opzegvergoeding bij vermindering van arbeidsprestatie in geval van
ouderschapsverlof zal worden geregeld in het wetsontwerp diverse
bepalingen. Wij zullen dat met onze fractie zeker ten volle steunen.
Ik noteer ook dat er op dit ogenblik geen nieuwe regeling voor de
opzegvergoeding van de andere deeltijdse vormen van tijdskrediet en
thematische verloven zal worden uitgewerkt. De opzegvergoeding
moet dus nog steeds worden berekend op het deeltijds loon. Ik weet
niet of dat op termijn houdbaar zal blijven. Ik vermoed dat er vragen
kunnen worden gesteld naar mogelijke discriminaties tussen de
verschillende stelsels. Vandaar is een onderzoek en een advies van
de NAR zeker op zijn plaats. Ik denk dat wij op termijn ook die
regeling zullen moeten aanpassen.
10.04 Jenne De Potter (CD&V):
Nous apporterons notre soutien à
la
réglementation
relative
à
l'indemnité de préavis pour les
travailleurs en congé parental
lorsque le projet de loi portant des
dispositions diverses sera soumis
aux voix.
Pour les autres formes de crédit-
temps à temps partiel et les
congés thématiques, l'indemnité
de préavis sera toujours calculée
sur la base du salaire à temps
partiel. J'ignore si ce système sera
viable à terme. Un examen et un
avis du CNT ne sont certainement
pas superflus.
10.05 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre,
l'Europe ne nous apporte pas toujours des progrès sociaux. Je ne
referai pas le débat sur la libéralisation du marché postal mais en
l'occurrence, il me semble positif de s'appuyer sur cet avis de la Cour
européenne de Justice pour modifier notre législation et aboutir à une
plus grande égalité entre les travailleurs, pour renforcer ce système
bénéfique pour les travailleurs comme pour le marché de l'emploi qui
consiste à pouvoir interrompre sa carrière à temps partiel. Dès lors,
vous pouvez informer vendredi vos collègues du gouvernement que
nous soutenons totalement cet article de la loi portant des dispositions
diverses, ce qui va les impressionner. Cet article-là, nous le voterons
puisque je l'appelais de mes voeux dans la formulation de ma
question.
10.05 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): In dit geval lijkt het
passend om ons naar Europa te
richten. Met het oog op een
grotere gelijkheid zullen we dit
artikel van de wet houdende
diverse bepalingen ten volle
steunen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Magda Raemaekers aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen,
belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de groeiende kloof tussen de seksen in ons land"
(nr. 16105)
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de economische kloof tussen man en vrouw"
(nr. 16125)
11 Questions jointes de
- Mme Magda Raemaekers à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "le fossé grandissant entre les hommes et
les femmes dans notre pays" (n° 16105)
- Mme Mia De Schamphelaere à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "le fossé économique entre hommes et
femmes" (n° 16125)
11.01 Magda Raemaekers (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, in het rapport van het World Economic Forum, over de
kloof tussen mannen en vrouwen, daalt België opnieuw in de ranglijst
ten opzichte van de voorbije jaren. De ongelijkheid tussen mannen en
vrouwen neemt dus weer toe in ons land. De gendergap index geeft
inzicht in de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen voor meer dan
93 procent van de wereldbevolking. Er zijn honderdvierendertig
landen vergeleken op vier aspecten van ongelijkheid, zijnde
economische participatie, toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en
politieke macht.
Voor het tweede jaar op rij zakt België in de rangschikking. In 2007
stond ons land nog op de negentiende plaats maar vorig jaar vielen
we terug naar de achtentwintigste. Nu belanden we op plaat
drieëndertig. De indexscore van België die ruwweg kan
geïnterpreteerd worden als het percentage van de sekskloof dat
gedicht is, ging van 0,72 in 2007 naar 0,717 in 2009. Dat betekent dus
dat de ongelijkheid tussen de seksen in ons land niet meer verkleint
en zelfs lichtjes groter wordt.
Het World Economic Forum meet de gelijkheid tussen mannen en
vrouwen aan de hand van vier deelindexen, namelijk economische
participatie en kansen, opleiding, gezondheid en overlevingskansen
en politieke macht van vrouwen. Alleen op dat laatste punt haalt
België met de negenentwintigste plaats een betere score dan zijn
algemeen gemiddelde. Het aantal vrouwelijke parlementsleden,
35 procent, is goed voor een dertiende plaats op de ranglijst van
honderdvierendertig landen. Als men dan kijkt naar het aantal
vrouwelijke ministers en het aantal jaren dat er een vrouwelijke
regeringsleider is geweest, dan zakt België echter weer lager in de
rangschikking.
Wat betreft de gelijkheid van economische participatie en kansen
strandt ons land op een vijfenzestigste plaats. Dat is vooral te wijten
aan de gepercipieerde loonkloof.
Voor het criterium gelijk loon voor gelijk werk staat België maar
zevenentachtigste, net als voor de absolute hoogte van het loon. Het
inkomen van Belgische vrouwen bedraagt gemiddeld slechts
52 procent van dat van de mannen. Dat dit onder meer komt omdat
vrouwen vaker deeltijds werken verandert niets aan deze objectieve
cijfers. Met ongeveer een derde vrouwen in hoge ambtenaren- en
kaderfuncties doet België het niet zo slecht maar met iets minder dan
de helft vrouwen in de vrije en technische beroepen zitten we dan
weer aan de lage kant.
Een verbetering is er wel voor de arbeidsparticipatie van vrouwen.
Inmiddels werkt 60 procent van de Belgische vrouwen, zegt het WEF,
tegenover slechts 57 procent in 2007. Bij de mannen stagneerde de
arbeidsparticipatie op 73 procent.
Als vrouw verontrusten deze cijfers mij toch in hoge mate, mevrouw
de minister, vandaar mijn vragen.
Welke acties zult u ondernemen om de gendergap te verkleinen?
11.01 Magda Raemaekers
(sp.a): Pour la deuxième année
consécutive, la Belgique obtient un
score moins bon au classement
du Gender Gap Index du Forum
Économique Mondial. Le Gender
Gap Index reflète les inégalités
entre les hommes et les femmes
pour plus de 93 % de la population
mondiale et pour 134 pays. En
2007, notre pays occupait encore
la 19
e
place. Aujourd'hui, il se
retrouve à la 33
e
.
Quelles
actions
la
ministre
compte-t-elle mener afin de
réduire ce gender gap? Envisage-
t-elle d'imposer aux entreprises
des quotas garantissant une
représentativité suffisante des
femmes
à
des
fonctions
dirigeantes? Est-elle disposée à
faire réaliser une enquête portant
sur les écarts salariaux entre
professions
masculines
et
féminines?
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Waarom overweegt de minister niet om zoals in bepaalde
Scandinavische landen quota op te leggen aan bedrijven voor
vrouwen in topfuncties -- zij voeren immers de top 10 aan in deze
index -- net als constructieve maatregelen om de ongelijkheid de
wereld uit te helpen? Wil de minister een onderzoek starten naar de
loonverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke beroepen?
11.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, elk jaar voert
het World Economic Forum in honderdvierendertig landen een
onderzoek uit naar de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. De
globale gendergap index is het totaal van vier parameters, namelijk de
kansen op de arbeidsmarkt, gelijkheid in het onderwijs, in de
gezondheidszorg en in de politieke vertegenwoordiging. De scores
schommelen tussen 1 en 0. Hoe dichter bij 1, hoe meer er sprake is
van gelijkheid. Hoe dichter bij 0, hoe meer er sprake is van
ongelijkheid. In 2009 behaalt België een score van 0,717. Dat is in het
algemeen meer dan 70 procent. In 2008 was dat 0,716. Dat is een
klein verschil, maar België zakt in het klassement van de
achtentwintigste naar de drieëndertigste plaats.
Die score moet echter worden genuanceerd. De achteruitgang van
ons land zou hoofdzakelijk te wijten zijn aan het feit dat de loonkloof
tussen mannen en vrouwen groter is geworden. Om de loonkloof te
meten, weten we dat het onderzoek zich baseert op de Executive
Opinion Survey van het World Economic Forum, dat gebaseerd is op
de waarnemingen van een honderdtal bedrijfsleiders. Deze indicator
geeft dus niet de werkelijke loonkloof weer, maar is het resultaat van
de waarnemingen van enkele managers. Onnodig te zeggen dat u bij
die werkwijze bedenkingen kunt maken.
Sinds 2007 publiceert België jaarlijks een officieel rapport over de
loonkloof tussen mannen en vrouwen. In dat rapport worden de
loonverschillen tussen mannen en vrouwen berekend op basis van de
enquête naar structuur en de verdeling van de lonen, aangevuld met
gegevens van de RSZ. De berekeningen worden gemaakt volgens
officiële Europese indicatoren. Na dat rapport organiseren de sociale
partners elk jaar verschillende acties om de ondernemingen en
organisaties voor dit probleem te sensibiliseren. Hierdoor raken velen
op de hoogte van het bestaan en de gevolgen van de loonkloof. Dat is
een goede zaak, aangezien de sensibilisering broodnodig is in de
strijd tegen de loonkloof.
Om terug te komen op de pseudoslechte score van België en hoe
raar het ook zal klinken: ik denk dat een betere bewustmaking van het
probleem grotendeels verklaart waarom België slecht scoort in dat
klassement. De gehanteerde werkwijze zorgt er immers voor dat
landen waar de loonverschillen tussen mannen en vrouwen weinig
gekend zijn, een betere score behalen.
Dat gezegd zijnde, wij worden wel degelijk geconfronteerd met een
aanhoudende loonkloof. In het algemeen bedraagt die 12 procent in
2009. Wij behoren tot de groep van de beste leerlingen van de
Europese landen.
Die onaanvaardbare vaststelling moet ons ertoe aanzetten te blijven
werken aan de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, met name ook
op economisch vlak. Daarom heb ik enkele maanden geleden aan de
sociale partners een voorstel voorgelegd om de rubriek 102 --
11.02 Joëlle Milquet, ministre:
Le World Economic Forum (WEF)
analyse
chaque
année
les
inégalités entre les hommes et les
femmes dans 134 pays. Les
résultats fluctuent entre 1 et 0.
Moins il y a d'inégalités, plus le
résultat est proche de 1. La
Belgique a obtenu un score
de 0,717 en 2009 et de 0,716 en
2008. Notre pays est passé ainsi
de la 28
ème
à la 33
ème
place. La
croissance de l'écart salarial entre
les hommes et les femmes
expliquerait principalement
ce
recul. Cependant, cette analyse ne
repose que sur les observations
d'une centaine de responsables
d'entreprises dans le cadre de
l'Executive Opinion Survey.
Depuis 2007, la Belgique publie un
rapport officiel annuel sur l'écart
salarial entre les hommes et les
femmes calculé sur la base
d'indicateurs européens officiels.
En raison de la méthode de travail
du WEF, les pays où les écarts
salariaux entre les hommes et les
femmes
sont
peu
connus
obtiennent de meilleurs résultats.
Nous
sommes
réellement
confrontés à un écart salarial
persistant, atteignant les 12 % en
2009.
Ces
chiffres
nous
positionnent en bonne place à
l'échelle européenne.
J'ai proposé il y a quelques mois
aux
partenaires
sociaux
de
modifier la rubrique 102 'Frais de
personnel' du bilan social pour
pouvoir la subdiviser en fonction
du sexe. J'ai demandé par écrit
aux présidents des commissions
paritaires
d'inscrire
systématiquement la question de
l'égalité des rémunérations à
l'ordre du jour des négociations
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
personeelskosten -- van de sociale balans te wijzigen om ze te
kunnen opdelen in functie van het geslacht. Ik heb de voorzitters van
de paritaire comités ook aangeschreven om hen te vragen de kwestie
van gelijke beloning systematisch op de agenda van de sectorale
onderhandelingen te plaatsen.
Aangezien de gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt
een economische en democratische aangelegenheid is, heb ik beslist
om aan de sociale partners te vragen om per sector een ambitieuze
doelstelling vast te leggen om de loonkloof tussen mannen en
vrouwen tegen 2016 te overbruggen in een tijdspanne van drie IPA's.
Ook heb ik stappen gezet om het koninklijk besluit van 14 juli 1987 te
wijzigen. Dat schrijft voor dat jaarlijks een rapport wordt gepubliceerd
over de gelijke kansen in privéondernemingen. Het is de bedoeling
om de gegevens te verbeteren en te systematiseren, gegevens die bij
de ondernemingen worden verzameld inzake de gelijke behandeling
van mannen en vrouwen, en met name inzake arbeidsduur,
mogelijkheden om beroepsopleidingen te volgen aangeboden door de
onderneming, enzovoort.
Bovendien zal ik tegen maart 2010 nogmaals alle voorzitters van de
paritaire comités aanschrijven om hen in te lichten over de loonkloof
die binnen hun sector bestaat. Ik zal hen vragen om tegen juli 2010
ten laatste hun voorstellen voor concrete maatregelen te bezorgen om
die kloof te dichten. In het raam van het volgend IPA 2011-2012
zullen, naargelang de antwoorden, maatregelen worden voorgesteld.
Tot slot, mijn antwoord op uw vraag over het quotabeleid. Ik stel vast
dat het voorbeeld van Noorwegen zeer bemoedigend is. Dat land
bepaalt sinds 2004 voor naamloze vennootschappen en sinds 2006
voor beursgenoteerde vennootschappen dat in de raden van bestuur
minstens 50 procent van elk geslacht vertegenwoordigd moet zijn. In
2007 behaalde 60 procent van de beursgenoteerde vennootschappen
dat quotum en in 2008 was dat al 84 procent.
Op basis van een onderzoek van het instituut over vrouwen aan de
top, dat gisteren werd gepubliceerd, moet ik een aantal denkpistes
omtrent de quota's voorleggen, alsook een piste voor een quotum van
30 procent in de verschillende ondernemingsraden voorstellen. Dat is
volgens mij noodzakelijk. In het Franse Parlement vindt daaromtrent
nu ook een debat plaats en nu is het aan onze beurt.
sectorielles. J'invite les partenaires
sociaux à fixer un objectif
ambitieux
par
secteur
pour
combler l'écart salarial en l'espace
de
trois
accords
interprofessionnels.
J'ai également entrepris des
démarches afin de modifier l'arrêté
royal du 14 juillet 1987. D'ici à
mars
2010,
j'adresserai
un
nouveau courrier à l'ensemble des
présidents
des
commissions
paritaires sur l'écart salarial dans
leur secteur. En fonction des
réponses, des mesures seront
proposées dans le cadre de l'AIP
2011-2012.
En matière de politique de quotas,
l'exemple norvégien est très
encourageant.
Partant d'une enquête publiée hier
sur les femmes occupant des
fonctions supérieures, je dois
proposer une série de pistes de
réflexion sur les quotas et
notamment une piste suggérant un
quota de 30 % dans les différents
conseils d'entreprise.
11.03 Magda Raemaekers (sp.a): Mevrouw de minister, na uw
antwoord te hebben gehoord kan ik niet anders dan u in naam van die
duizenden vrouwen hartelijk danken voor het feit dat u er alles aan
doet om de loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten.
11.03 Magda Raemaekers
(sp.a): Je remercie la ministre, au
nom des milliers de femmes
concernées, pour tous les efforts
qu'elle fournit afin de combler le
fossé salarial entre hommes et
femmes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de regeringsaanpak van onderaangifte van
arbeidsongevallen" (nr. 16123)
12 Question de Mme Meryame Kitir à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, sur "l'approche du gouvernement
concernant la non-déclaration du nombre réel d'accidents de travail" (n° 16123)
12.01 Meryame Kitir (sp.a): Mevrouw de minister, toen ik vernam
dat de regering voor de begroting 2010 maatregelen wil nemen inzake
de onderaangifte van arbeidsongevallen was ik hoopvol gestemd. Tot
ik las wat er concreet zou gebeuren.
Iedere werkgever, ongeacht of hij zich schuldig gemaakt heeft aan
deze praktijk of niet, zal een bijdrage van 0,02 procent moeten
betalen, waarvan de totale opbrengst 15 miljoen euro naar het
RIZIV gaat, om deze instelling te compenseren voor de vergoedingen
en
terugbetalingen
die
eigenlijk
door
de
arbeidsongevallenverzekeraars moesten gebeuren.
Het is dus een platte budgettaire ingreep, wars van enige beleidsvisie.
Onderaangifte van arbeidsongevallen kan zware gevolgen hebben
voor de betrokken slachtoffers, vooral als er zich nadien
verwikkelingen voordoen. Wat de regering nu doet, is niet meer dan
ervoor zorgen dat de overheid geld binnenkrijgt om de eruit
voortvloeiende kosten te dekken, maar zij doet niets om deze
misbruiken met zoals gezegd vaak dramatische gevolgen voor de
slachtoffers weg te werken.
Mevrouw de minister, mijn vragen zijn de volgende. Hoe heeft men
het bedrag van 15 miljoen euro bekomen? Over hoeveel gevallen
gaat het jaarlijks? Is er een toenemend gebruik van onderaangifte?
Hebt u meer structurele maatregelen voor ogen die het slachtoffer
beter beschermen?
12.01 Meryame Kitir (sp.a): Pour
ce qui est du budget 2010, le
gouvernement a décidé que
chaque employeur devait verser
une contribution de 0,02 % dont
l'intégralité
des
recettes
15 millions d'euros
irait
à
l'INAMI, en compensation des
indemnités et remboursements qui
sont en fait à charge des
compagnies
assurant
les
accidents du travail. La non-
déclaration d'accidents du travail
peut
avoir
de
lourdes
conséquences pour les victimes
et, par le biais de cette mesure, le
gouvernement veille simplement à
ce que de l'argent entre dans les
caisses des pouvoirs publics sans
s'attaquer aux abus en matière de
non-déclaration d'accidents du
travail.
Comment est-on parvenu au
montant de 15 millions d'euros?
De combien de cas s'agit-il
annuellement? Constate-t-on une
augmentation du nombre de non-
déclarations?
La
ministre
envisage-t-elle de prendre des
mesures davantage structurelles
pour mieux protéger les victimes
de non-déclarations?
12.02 Minister Joëlle Milquet: Het is onmogelijk op dit moment na te
gaan hoeveel arbeidsongevallen niet worden aangegeven in België,
en dus nog minder per onderneming. Noch is het mogelijk de evolutie
van dit fenomeen in de jongste jaren te kennen.
In Frankrijk, waar het fenomeen al ettelijke jaren van naderbij wordt
onderzocht, heeft de commissie die daarvoor werd opgericht geschat
dat het aantal onderaangiften van beroepsrisico's is gestegen. In 1997
heeft de commissie het verlies op 135 miljoen euro geschat. In 2002
werd dat bedrag geschat tussen 300 en 500 miljoen euro. In 2005
bedroeg het tussen 300 en 700 miljoen euro. Het rapport dat in 2008
werd ingediend, schatte het bedrag tussen 500 miljoen en 1 miljard
euro.
Wij hebben naar analogie van de kosten van de overdracht van de
lasten naar de sectoren ziekte en invaliditeit, die voortkomen uit de
onderaangifte van arbeidsongevallen in een voorzichtige en
minimalistische raming geschat op slechts 15 miljoen euro.
Wat arbeidsongevallen betreft, is het basisprincipe dat het herstel van
de schade die door het slachtoffer werd geleden, via de gesloten
12.02 Joëlle Milquet, ministre: Il
est impossible de dire à l'heure
actuelle combien d'accidents du
travail ne sont pas déclarés et
comment le phénomène a évolué
au cours des dernières années.
En France, il serait question d'une
augmentation du nombre de non-
déclarations, avec des pertes qui
seraient passées d'un montant de
135 millions d'euros en 1997 à un
montant situé entre 500 millions et
un milliard d'euros en 2008. Dans
le
cadre
d'une
estimation
prudente, nous avons fixé les
pertes résultant de la non-
déclaration de certains accidents
du travail à 15 millions d'euros
seulement.
Le principe de base en matière
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
wetsverzekering volledig en uitsluitend ten laste is van de werkgever.
Om tot het geschat bedrag te komen, werd aan de werkgevers een
bijdrage van 0,02 procent opgelegd.
d'accidents du travail, c'est que la
réparation du dommage subi par
la victime incombe entièrement et
exclusivement à l'employeur.
Pour parvenir au montant estimé,
une contribution de 0,02 % a été
imposée aux employeurs.
12.03 Meryame Kitir (sp.a): Mevrouw de minister, uiteindelijk
verandert dat nog altijd niets aan het probleem ten gronde.
12.03 Meryame Kitir (sp.a): Cela
ne change toutefois rien au
problème fondamental.
12.04 Minister Joëlle Milquet: Dat past in de gehele strategie tegen
ongevallen. Hier gaat het over iets anders. Het was een wijze om een
terugbetaling te krijgen voor de onderaangifte. Dat zijn twee
verschillende thema's. Dat is niet opgelegd om meer veiligheid te
krijgen. Door de onderaangifte betaalt in feite de publieke
gezondheidssector in plaats van de ondernemingen. Dat is niet
correct. Normaal moeten de verschillende ondernemingen betalen.
Het was een wijze om de rechtvaardigheid te herstellen, maar het had
niets te maken met veiligheid enzovoort. Het was een budgettaire
kwestie, ook met het oog op meer rechtvaardigheid. Anders betaalt de
Staat in plaats van de werkgever.
12.04 Joëlle Milquet, ministre: Il
s'agit en l'espèce d'un moyen
d'obtenir un remboursement pour
la non-déclaration, ce qui constitue
une autre question. En raison de la
non-déclaration, c'est le secteur
public de la santé qui paie au lieu
des entreprises, ce qui n'est pas
correct. Avec ce système, nous
souhaitons
tendre
vers
une
situation budgétaire plus équitable.
12.05 Meryame Kitir (sp.a): Mevrouw de minister, ik denk niet dat
we over rechtvaardigheid kunnen spreken, want uiteindelijk worden
werkgevers die hun werk wel goed hebben gedaan, ook gestraft. Wat
is de werknemer hiermee? Welke acties wilt u ondernemen inzake de
onderaangifte? Voor de nadelen voor de werknemers, als er een
arbeidsongeval is met alle gevolgen van dien, wordt hier geen
oplossing geboden.
12.05 Meryame Kitir (sp.a):
Finalement, les employeurs qui ont
correctement fait leur travail sont
également pénalisés, ce qui n'est
pas juste non plus. Quelles actions
la
ministre
compte-t-elle
entreprendre en ce qui concerne
la non-déclaration?
12.06 Minister Joëlle Milquet: Het is quasi onmogelijk om het
fenomeen onderneming per onderneming te meten. Het moet
collectief gebeuren. Het is niet zo duur, om eerlijk te zijn. Het is een
collectieve verantwoordelijkheid voor de betalingen door de Staat in
plaats van door de ondernemingen.
12.06 Joëlle Milquet, ministre: Il
est très difficile de mesurer le
phénomène
entreprise
par
entreprise. L'approche doit être
collective et la contribution n'est
pas si élevée.
12.07 Meryame Kitir (sp.a): Er komen dus geen acties voor de
onderaangifte van arbeidsongevallen?
12.07 Meryame Kitir (sp.a):
Aucune action spécifique ne sera
entreprise en ce qui concerne la
non-déclaration d'accidents du
travail.
12.08 Minister Joëlle Milquet: Andere acties, met andere doelen.
12.09 Meryame Kitir (sp.a): Welke acties?
12.10 Minister Joëlle Milquet: Verschillende acties uit ons plan tegen
ongevallen. Dat past in de bredere strategie.
12.10 Joëlle Milquet, ministre:
Mais plusieurs mesures seront
prises pour lutter contre les
accidents, dans le cadre de notre
stratégie globale.
12.11 Meryame Kitir (sp.a): Ik zal mijn vraag de volgende keer
duidelijker stellen.
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Les questions n
os
16126 et 16127 de Mme Martine De
Maght sont transformées en questions écrites.
La question n° 16178 de Mme Valérie Déom est reportée.
De voorzitter: Vragen nrs 16126
en 16127 van mevrouw Martine
De Maght worden omgezet in
schriftelijke
vragen.
Vraag
nr. 16178 van mevrouw Valérie
Déom wordt uitgesteld.
13 Question de M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile sur "une circulaire interprétative relative à
la notion de division d'entreprise" (n° 16302)
13 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid over "een interpretatieve omzendbrief ter
verduidelijking van het begrip 'afdeling van een onderneming'" (nr. 16302)
13.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je
voudrais poursuivre un dialogue que nous avions entamé le 20
octobre autour du conflit chez IAC-Fiat. Lors de cette réunion de
commission, vous m'aviez informé de votre volonté de consulter le
CNT sur la définition juridique d'une division d'entreprise.
C'est sur ce point que j'aimerais revenir précisément, dès lors qu'en
consultant les travaux préparatoires à la loi du 13 février 1998 portant
des dispositions diverses en faveur de l'emploi, il me semble que la
difficulté d'interprétation relève davantage d'une imprécision du
législateur que d'une nécessité de clarification entre partenaires
sociaux. En effet, cette loi dispose que, en référence à la loi de 1948,
l'entreprise est l'unité technique d'exploitation, chacune des divisions
de l'entreprise étant assimilée à celle-ci. Cette interprétation marque
un hiatus avec la CCT 24 et l'arrêté royal du 24 mai 1976.
Dans sa précipitation à apporter une solution aux conséquences
négatives de l'affaire Renault Vilvorde, le législateur a commis une
confusion avec la loi du 28 juin 1968 (depuis lors modifiée par la loi du
26 juin 2002) relative au cas des fermetures d'entreprises et à
l'intervention du Fonds de fermeture des entreprises, proposant
d'assimiler, pour l'application de la loi sur les fermetures d'entreprises,
les divisions de l'entreprise à celle-ci.
Certains employeurs ont saisi l'occasion d'utiliser cet illogisme du
législateur pour en arriver à l'idée que l'entreprise est égale à la
division, avec les conséquences que cela suppose sur l'obligation
d'informer et de consulter. C'est ce qui s'est passé dans le dossier
lAC-Fiat - fait que j'ai relevé lors de la commission du 20 octobre.
Si l'on reprend les travaux préparatoires à la loi du 13 février 1998, il
en ressort que l'esprit de cet usage de "division" est clair. C'est
pourquoi je voudrais vous inciter à explorer une solution plus simple
et plus rapide qu'une consultation du CNT, qui obligerait les
partenaires sociaux à réitérer un débat qui a déjà eu lieu au parlement
et retarderait la réponse à ce problème technique mais essentiel en
termes de protection des travailleurs.
Le CNT est compétent pour l'interprétation de ses propres
instruments. Dans ce contexte, il conviendrait de lui demander s'il
13.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Op 20 oktober hadden we
het over het conflict bij IAC-FIAT.
U zegde toen de NAR te willen
raadplegen omtrent het begrip
economische
en
technische
redenen, en over de juridische
omschrijving
van
een
bedrijfsafdeling.
De interpretatiemoeilijkheid lijkt me
voort te komen uit onnauwkeurig
wetgevend werk, waardoor er een
afwijking ontstond tussen de
cao 24 en het koninklijk besluit van
24 mei 1976. Na de sluiting van
Renault
Vilvoorde
heeft
de
wetgever, in zijn haast een
oplossing
te
formuleren,
onduidelijkheid gecreëerd in de
wet van 28 juni 1966. Een aantal
werkgevers heeft daar gebruik van
gemaakt om de onderneming
gelijk te stellen met de afdeling,
met alle gevolgen van dien voor de
verplichting tot voorlichting en
raadpleging.
Uit de voorbereiding van de wet
van 13 februari 1998 blijkt duidelijk
in welke geest het begrip afdeling
moet worden gebruikt. Ik wil u dan
ook
aanmoedigen
een
eenvoudigere
en
snellere
oplossing te hanteren in plaats van
de NAR te raadplegen, waarbij de
sociale partners nogmaals het
debat zouden moeten voeren dat
al plaatsvond in het parlement. Het
staat aan de minister met
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
s'agissait de difficultés d'interprétation liées à la CCT 24. Dès lors qu'il
s'agit d'interpréter la volonté du législateur ou de l'auteur d'un projet
soumis au parlement en son temps, la compétence d'interpréter
revient au ministre en charge de ce dossier, qui peut interpréter
utilement avec son administration, ce qu'a voulu dire son
prédécesseur.
Madame la ministre, pouvez-vous me confirmer par une réponse
claire la façon dont doit être et ne peut pas être interprétée la notion
de division d'entreprise? Ne serait-il pas plus efficace, plutôt que de
consulter de nouveau le CNT, de rédiger une circulaire interprétative
de l'esprit de la loi, quant à la notion de division d'entreprise telle
qu'elle doit être entendue? Enfin, êtes-vous prête à envisager la
publication d'une telle circulaire et, si oui, dans quel délai? Veuillez
m'excuser pour la dimension technique de cette question.
bevoegdheid voor dit dossier om
de wet te interpreteren.
Kunt u me de juiste interpretatie
van het begrip bedrijfsafdeling
geven?
Zou het niet praktisch zijn met
betrekking tot dat begrip een
omzendbrief op te stellen waarin
de geest van de wet wordt
uitgelegd?
Bent u van plan die omzendbrief te
publiceren en, zo ja, tegen
wanneer?
13.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, à question technique, réponse technique.
Rappelons que la loi du 13 février 1998 portant des dispositions en
faveur de l'emploi avait pour objet de prévoir des sanctions au civil en
cas de non-respect de la procédure d'information et de consultation,
telle que prévue par la convention collective n° 24 du 2 octobre 1975
concernant la procédure d'information et de consultation des
représentants des travailleurs en cas de licenciement collectif. Pour
ce faire, la loi a prévu un droit de contestation individuelle pour les
travailleurs concernés par un licenciement collectif.
Cette loi n'a pas normalement pour objectif de modifier la définition
même de licenciement collectif telle que prévue par la convention
collective n° 28, définition qui doit s'apprécier par rapport à l'unité
technique d'exploitation au sens de la loi du 20 septembre 1948
portant organisation de l'économie. Pour avoir un licenciement
collectif, il faut avoir au niveau de l'unité technique d'exploitation un
certain nombre de licenciements, variable en fonction de la taille de
l'entreprise au cours d'une période de 60 jours.
La référence à la notion de division dans la loi du 13 février 1998
susmentionnée s'explique par le fait que cette loi définit la période de
protection qui permet de déterminer les travailleurs pouvant bénéficier
du droit de contestation individuelle.
Ainsi, en cas de licenciement collectif, le droit de contestation
individuelle est prévu pour les travailleurs dont le licenciement
individuel est intervenu soit dans la période de 60 jours qui sert à
établir le caractère collectif du licenciement, soit dans la période de
60 jours qui suit la période de 60 jours visée lorsque la fermeture n'est
pas envisagée, soit dans la période qui commence à la fin de la
période initialement visée et qui se termine à la fermeture de
l'entreprise, toujours au sens de la loi du 28 juin 1996 relative à
l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture
d'entreprise.
Dans la mesure où, dans son point 3 susmentionné, la dernière
définition sur la notion de fermeture d'entreprise, la loi du 13 février
1998 envisage l'hypothèse de la fermeture de l'entreprise au sens de
la réglementation sur les fermetures d'entreprise et où cette
13.02 Minister Joëlle Milquet: De
wet van 13 februari voorziet in
sancties in geval van niet-naleving
van
de
informatie-
en
raadplegingsprocedure
zoals
bepaald
in
de
collectieve
overeenkomst nr. 24 van 2 oktober
1975 en in een recht op individuele
betwisting voor de bij een collectief
ontslag betrokken werknemers.
Die wet heeft niet tot doel de
eigenlijke
definitie
van
het
collectief ontslag te wijzigen, wat
een variabel aantal ontslagen
veronderstelt, naargelang van de
omvang van de onderneming en
dat in de loop van een periode van
60 dagen. De verwijzing naar het
begrip afdeling in de wet van
13 februari 1998 wordt verklaard
door het feit dat die wet de
beschermingsperiode vastlegt om
het aantal werknemers te kunnen
bepalen dat recht heeft op de
individuele betwisting.
De wet van 13 februari 1998
beschouwt de hypothese van een
bedrijfssluiting in de zin van de
reglementering die bepaalt dat de
sluiting van een bedrijfsafdeling
ook een bedrijfssluiting is. De
algemene
directie
heeft
die
interpretatie altijd verdedigd.
Maar ik leg uw vraag toch voor
aan de NAR.
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
réglementation prévoit que la fermeture d'une division de l'entreprise
est également une fermeture d'entreprise, il y avait lieu de se référer
également, dans la loi du 13 février 1998, à la notion de division pour
définir la fermeture de l'entreprise permettant ainsi de déterminer la
fin de la période de protection en pareil cas.
Cette interprétation a toujours été défendue par la direction générale;
elle a toujours pensé qu'à ce stade, il n'y avait pas lieu de rédiger une
circulaire dans la mesure où celle-ci n'avait pas valeur légale et que
cette réglementation relève de l'appréciation souveraine des cours et
tribunaux.
Néanmoins, comme je m'y étais engagée, je soumets votre question
au Conseil national du Travail, qui ne manquera pas de nous éclairer
précisément sur le problème.
13.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): C'est affreusement
technique mais derrière cela se cache l'utilisation par certains
employeurs ils ne sont pas tous à mettre dans le même panier
d'une faiblesse du droit, une imprécision dont vous n'êtes pas
responsable.
Dès lors que c'est l'interprétation de la direction générale du
SPF Emploi, je m'étonne qu'on ne puisse pas, même si une circulaire
ne vaut pas une loi, être plus proactifs en la matière.
Comme vous me l'aviez annoncé le 20 octobre, je me vois réduit à
attendre l'avis du CNT. Néanmoins, si on arrive à une situation de
blocage entre partenaires sociaux, on restera face à la même
difficulté, la même incertitude dans un domaine qui est pourtant
important pour la protection des travailleurs.
13.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Sommige werkgevers
maken
gebruik
van
een
onduidelijkheid in de wet waarvoor
u niet verantwoordelijk bent. Het
verbaast me dan ook dat men ter
zake niet voor een wat meer
proactieve aanpak kan kiezen. Ik
kan niet anders dan het advies van
de NAR afwachten.
13.04 Joëlle Milquet, ministre: À ce moment, on analysera ce qu'il
convient de faire.
Il est vrai que cette matière est relativement délicate. Je trouve que
vos questions sont pertinentes, raison pour laquelle on tiendra compte
des éléments que vous avez abordés aujourd'hui. Toutefois, je pense
qu'il est indispensable de passer d'abord par eux.
13.04 Minister Joëlle Milquet: Er
zal rekening worden gehouden
met de aspecten die u vandaag
heeft aangehaald.
13.05 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Je prends acte de votre
position. La mienne est différente mais ce qui importe, c'est d'avoir
une réponse rapide. Renvoyer tout le temps la patate chaude au CNT
n'est pas, selon moi, la meilleure des stratégies!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Georges Gilkinet à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile sur "les accidents de travail dans
certaines entreprises" (n° 16305)
14 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid over "de arbeidsongevallen in bepaalde
ondernemingen" (nr. 16305)
14.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, cette question aurait peut-être pu être jointe à
celle de ma collègue, Mme Kitir.
14.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): In het jaarverslag van het
Fonds voor Arbeidsongevallen
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Madame la ministre, selon le rapport annuel du Fonds des accidents
du travail, 1 259 entreprises ont accusé, en 2008, un pourcentage
d'accidents de travail au moins 10 fois plus élevé que la moyenne du
secteur. Ces entreprises proviennent de tous les secteurs, mais
l'industrie manufacturière, la grande distribution et la construction sont
les secteurs les plus représentés.
Dans ce même rapport, on apprend qu'à une lettre du Fonds des
accidents du travail enjoignant ces entreprises à remédier à cette
situation, de préférence avec une aide professionnelle, seules 95
entreprises, soit 7,7 % ont pris la peine de réagir mi-septembre, ce qui
est plutôt préoccupant.
Une analyse syndicale réalisée sur la base des chiffres du Fonds des
accidents du travail a par ailleurs montré que le secteur privé avait
enregistré, l'an dernier, pas moins de 103 accidents de travail mortels.
Les chiffres pour le secteur public sont, quant à eux, plus difficilement
disponibles.
En outre, les compagnies d'assurance s'attendent à ce que 15 011
accidents de travail survenus en 2008 chez les ouvriers entraînent
une incapacité de travail permanente.
Les risques sont plus importants au sein de certains secteurs,
notamment au niveau du secteur de l'intérim qui enregistre des
résultats deux fois plus élevés que la moyenne.
Toujours d'après cette étude, cette problématique ne s'est pas
améliorée en 30 ans. Je cite: "un ouvrier a aujourd'hui plus de chance
d'être victime d'un accident de travail grave qu'en 1980".
Des questions se posent quant à l'enregistrement ou à la déclaration
effective de certains accidents moins graves, notamment dans le chef
d'entreprises qui préfèrent éviter la publicité de ces incidents.
Il me semble essentiel de se positionner fermement et clairement dès
aujourd'hui vis-à-vis des 1 259 entreprises à risques identifiées par le
Fonds sous peine de faire preuve de laxisme à l'égard d'une
problématique très grave, mais également de prendre des mesures à
divers égards en combattant les évidentes causes de ces problèmes:
le rythme de travail effréné, le manque de formation en matière de
sécurité, le nombre d'inspections en diminution constante. D'après un
audit international, le nombre d'inspecteurs en Belgique est inférieur
de moitié à la moyenne européenne. Par ailleurs, d'après cette même
source syndicale, tous les ministres de l'Emploi ont quitté leur poste
ministériel avec moins d'inspecteurs qu'au moment de leur entrée en
fonction.
Ma question est un peu longue. Mais cette thématique me semble
importante.
Mes questions sont les suivantes: Pour ce qui concerne la liste de
1 259 entreprises à risques, comptez-vous renforcer les contrôles
effectués? Envisagez-vous de prendre des sanctions à l'égard de ces
entreprises, et en particulier à l'égard des entreprises qui n'ont pas
réagi à la lettre du Fonds des accidents du travail? Envisagez-vous de
(FAO) staat te lezen dat er in 2008
in 1 259 ondernemingen tien keer
meer arbeidsongevallen dan het
sectorgemiddelde
geregistreerd
werden. Het gaat in hoofdzaak om
ondernemingen
uit
de
verwerkende
nijverheid,
de
groothandel en de bouwsector.
Volgens het verslag zou slechts
7,7 procent van die bedrijven
gereageerd hebben op een brief
waarin
ze
gelast
werden
maatregelen te nemen om die
slechte prestaties te verbeteren.
Er zijn minder cijfers beschikbaar
voor de overheidssector.
Het lijkt me essentieel dat men
zich vanaf nu hard opstelt ten
aanzien van die 1 259 risico-
ondernemingen, maar ook dat er
maatregelen genomen worden om
de oorzaken aan te pakken: zeer
hoog arbeidstempo, gebrek aan
opleiding, gestaag dalende aantal
inspecties.
Bent u van plan het toezicht op die
risico-ondernemingen
te
verscherpen? Zal u maatregelen
nemen tegen de ondernemingen
die niet gereageerd hebben? Zal u
de problematische ondernemingen
ertoe verplichten externe hulp in te
roepen
om
het
aantal
arbeidsongevallen
terug
te
dringen?
Zullen
de
nodige
voorzieningen getroffen worden
om
cijfers
inzake
arbeidsongevallen
in
de
overheidssector
te
kunnen
verzamelen? Wat kan er gedaan
worden voor de ondernemingen
die alle ongevallen keurig melden?
Hoe is het aantal inspecteurs de
voorbije tien jaar geëvolueerd?
Overweegt u dat aantal te
verhogen? Zijn de controles
gericht
op
bepaalde
risicosectoren?
Zullen
de
preventiemaatregelen
versterkt
worden?
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
doter le Fonds du pouvoir d'imposer le recours à des aides
professionnelles pour réduire le nombre d'accidents au sein des
entreprises qui posent problème? En ce qui concerne une meilleure
appréhension de la problématique, envisagez-vous de mettre en
place les structures ou les dispositifs nécessaires à la collecte et à la
centralisation des chiffres concernant les accidents de travail au sein
du secteur public? Quelle stratégie pouvez-vous mettre en oeuvre
pour que les entreprises déclarent et enregistrent bien tous les
accidents intervenus? Pour ce qui concerne les mesures envisagées
afin d'endiguer le nombre d'accidents de travail, et en particulier le
nombre d'accidents de travail graves chez les ouvriers, quelle est
l'évolution du nombre d'inspecteurs depuis 10 ans? Comptez-vous
augmenter le nombre d'inspecteurs et d'inspections? Les contrôles
sont-ils ou seront-ils ciblés sur certains secteurs en particulier où les
accidents sont plus nombreux? Quelles actions spécifiques comptez-
vous développer à l'égard d'un certain public, comme les intérimaires
ou les étudiants, plus régulièrement victimes d'accidents de travail?
Envisagez-vous d'imposer davantage de formations à la sécurité ou
de renforcer les mesures préventives, notamment en ce qui concerne
le rythme de travail au sein des entreprises?
14.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur Gilkinet, je vous remercie
pour cette question qui montre l'obligation dans laquelle nous étions
de prendre l'arrêté du 23 décembre 2008 en matière de risques
aggravés et imposant des mesures pour les entreprises qui
dépasseraient la moyenne des accidents dans leur secteur. Sur cette
base, un nouvel arrêté introduit une nouvelle approche en deux
étapes des employeurs présentant un taux anormal d'accidents de
travail. La première étape consiste à repérer les employeurs avec des
chiffres d'accidents disproportionnés. C'est ce qui vient d'être fait. La
seconde étape consiste pour les employeurs ainsi identifiés à verser
une contribution forfaitaire de prévention à leur assureur loi qui en
retour les assistera dans leur politique de prévention.
Avec cet arrêté, nous avons essayé de ne pas nous livrer à un
exercice de sanction aveugle mais de faire de la sanction prévention.
Non seulement les employeurs en question doivent payer mais leur
assureur doit leur demander des plans de prévention pour arriver à
revenir dans la moyenne.
Le critère utilisé pour la détection des entreprises est l'indice de
risque. Il s'agit d'une combinaison de la fréquence des accidents et de
leur gravité. La période d'observation est de trois ans. La première
période couvre donc les années 2006, 2007 et 2008. L'arrêté royal
commence par distinguer les employeurs dont le taux est dix fois
supérieur à la moyenne du secteur en 2008 et au cours de l'une des
deux autres années de la période d'observation. L'application effective
de l'arrêté royal porte sur les cent employeurs dont le taux supérieur
d'accidents s'écarte le plus de la moyenne et qui sont considérés
comme "auteurs" de risque aggravé.
Même si l'arrêté royal ne s'applique pas dans sa finalité réelle à tous
les employeurs présentant un taux supérieur à la moyenne, le Fonds
des accidents du travail a envoyé un courrier de sensibilisation aux
entreprises dont le taux était supérieur en 2007 à dix fois le taux
moyen sans que tous les critères du risque aggravé ne soient
nécessairement remplis. Ils se sont adressé à une cible plus large
d'employeurs pour lesquels les indices étaient préoccupants. Le
14.02 Minister Joëlle Milquet: Uit
uw vraag blijkt duidelijk de
gegrondheid van het besluit van
23 december 2008 in verband met
de
onevenredig
verzwaarde
risico's, dat maatregelen oplegt
voor
bedrijven,
waarin
er
gemiddeld
meer
ongevallen
gebeuren dan elders in de
betrokken sector. Uitgaande van
dit nieuwe vertrekpunt bestond de
eerste stap erin de werkgevers
met een onevenredig groot aantal
ongevallen op te sporen. Dat is
ondertussen gebeurd. De tweede
stap zal erin bestaan dat deze
werkgevers
een
forfaitaire
preventiecontributie zullen moeten
betalen
aan
hun
verzekeringsonderneming, die hen
op hun beurt bij de preventie moet
bijstaan. We hebben getracht via
het dreigen met sancties de
bedrijven tot preventie aan te
zetten.
Om de ondernemingen op te
sporen maken we gebruik van het
criterium van de risico-index, die
een combinatie is van de
frequentie en de ernst van de
ongevallen
die
tijdens
de
observatieperiode van drie jaar
worden geregistreerd. Hoewel het
koninklijk
besluit
niet
van
toepassing is op alle werkgevers
met een bovengemiddeld aantal
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Fonds n'a pas encore examiné la situation des années précédentes.
Il s'agit des fameuses 1 259 entreprises mentionnées dans votre
question. Ce n'est qu'à la fin de ce mois de novembre que le Fonds
va déterminer la liste des cent entreprises considérées comme
présentant un risque aggravé. En fait, il n'était nullement demandé
aux entreprises de réagir à la lettre de sensibilisation. Il est vrai que
7,5 % d'entre elles ont pris contact spontanément avec le Fonds pour
obtenir des éclaircissements. La lettre n'appelait pourtant pas a priori
de réponse ou de commentaire. Ce n'est évidemment pas une lettre
qui suffira à mener à bien la politique qui doit être la nôtre par rapport
à ce type d'entreprises.
Le Fonds des accidents du travail est chargé depuis 1999 de collecter
les données sur les accidents du travail dans le secteur public. Cette
collecte ne bénéficie pas des mêmes outils que ceux mis en place
pour les accidents dans le secteur privé.
Le Fonds s'est fixé comme objectif de mettre au point un outil
informatique efficace pour les déclarations du secteur public.
En ce qui concerne la déclaration des accidents du secteur privé, le
Fonds a réalisé une enquête dont les conclusions sont en discussion
au comité de gestion du Fonds.
En ce qui concerne les mesures pour éviter les accidents, tout cela
fait partie de la stratégie de réduction des accidents du travail qui a
été présentée l'an dernier et analysée au Conseil national du Travail
et pour laquelle j'ai déjà pris toute une série d'arrêtés royaux.
En ce qui concerne les inspecteurs, leur nombre a légèrement
augmenté de 2004 à 2009. On est passé de 172 inspecteurs à 181.
Avec des moyens budgétaires accrus, nous pourrions idéalement
augmenter ce nombre. Jusqu'à présent, pour des raisons
budgétaires, cela n'a pas pu se faire au-delà de la bonne dizaine
d'inspecteurs obtenus dans le cadre du budget 2008.
Nous avons également connu une vague de mises à la retraite, c'est
un peu le problème de la structure démographique du SPF Emploi,
mais nous avons toujours veillé à remplacer la personne sortante.
Il y a des rankings de comparaison avec les pays européens mais,
contrairement à nous, ils ne confient pas le contrôle de la sécurité et
de la qualité du travail dans les entreprises à des services de
prévention privés. Ce contrôle ne dépend donc pas que des
inspecteurs publics et il n'en est pas tenu compte dans les
comparatifs européens. Je pense qu'il était important de le signaler.
L'inspection du travail a renforcé ses contrôles ces derniers temps.
Rien qu'en 2008, elle a traité 6 000 dossiers et dans 14 % des cas,
elle a requis une inspection sur place. Il y a donc un vrai travail de
suivi.
De plus, dans le cadre de la stratégie nationale, l'inspection mène
actuellement quatre campagnes ciblées sur des secteurs particuliers.
En 2009, les campagnes visent les secteurs de l'intérim, des
promoteurs immobiliers, des sous-traitants et des garages. En 2010,
les campagnes sont programmées dans les secteurs du bois, des
ongevallen, heeft het FAO een
brief gericht aan een groter aantal
werkgevers met zorgwekkende
aanwijzingen teneinde hen voor de
problematiek te sensibiliseren.
Eind deze maand zal het Fonds de
lijst van de honderd bedrijven met
een verzwaard risico vastleggen.
Hoewel die bedrijven helemaal niet
gevraagd
werd
op
die
sensibiliseringsbrief te reageren,
heeft 7,5 procent van hen om
opheldering gevraagd bij het
Fonds.
Het Fonds voor Arbeidsongevallen
is sinds 1999 belast met het
inzamelen van gegevens over
arbeidsongevallen in de openbare
sector. Deze gegevensinzameling
gebeurt
niet
met
dezelfde
instrumenten
als
die
welke
gebruikt worden voor de registratie
van ongevallen in de privésector.
Het Fonds heeft zich ten doel
gesteld
een
ICT-tool
te
ontwikkelen voor de openbare
sector.
De strategie met betrekking tot de
preventiemaatregelen werd vorig
jaar geanalyseerd bij de Nationale
Arbeidsraad. Ik heb al een heel
reeks
koninklijke
besluiten
uitgevaardigd.
Tussen 2004 en 2009 is het aantal
inspecteurs licht gestegen, van
172 naar 181. Met meer middelen
zullen we meer kunnen doen. In
België waken privédiensten voor
preventie over de controle van de
kwaliteit
van
de
preventiemaatregelen
in
de
bedrijven.
De arbeidsinspectie heeft het
aantal controles de jongste tijd
opgevoerd. In 2008 heeft de
inspectie
6 000
dossiers
behandeld, en in 14 procent van
de gevallen een inspectie ter
plaatse geëist. Er wordt dus wel
gezorgd voor een follow-up.
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
maîtres d'ouvrage publics où il y a des mesures de prévention à
renforcer et des services externes de contrôle technique et loueurs
d'engins de levage. Depuis trois ou quatre ans, nous avons ciblé des
secteurs différents afin de les sensibiliser.
L'inspection s'inscrit également dans les campagnes menées en
collaboration avec le comité national d'action pour la sécurité et
l'hygiène dans la construction. J'ai signé des conventions avec les
différentes fédérations régionales et sous-régionales. Ces campagnes
ont été menées de manière très efficace. En 2007, nous avons ciblé
les travaux de toiture, en 2008, les travaux de voirie et, en 2009, les
travaux de finition.
En 2010, on se chargera des campagnes entamées les années
précédentes et on ciblera les secteurs dans lesquels des accidents
graves ont été constatés. On redéploiera tout un mécanisme de
formation.
En ce qui concerne les formations à la sécurité, la stratégie nationale
comporte, dans son premier programme, toute une série de mesures
et de propositions pour renforcer la prévention des maladies
professionnelles et accidents du travail, notamment en ce qui
concerne les changements de comportements et le déploiement
d'une culture de prévention au sein des entreprises. Des outils de
sensibilisation sont en train d'être mis en place dans le cadre de la
stratégie nationale pour le bien-être au travail.
De inspectie voert momenteel vier
campagnes: ze zijn respectievelijk
gericht
op
uitzendkrachten,
projectontwikkelaars,
onderaan-
nemers en garagehouders. De
campagnes voor 2010 zullen het
vizier richten op de houtindustrie,
opdrachtgevers
in
de
overheidssector,
de
externe
diensten voor technische controle
en
de
verhuurders
van
hefwerktuigen.
De inspectie werkt ook mee aan
de zeer efficiënte campagnes van
het Nationaal Actiecomité voor
Veiligheid en Hygiëne in het
Bouwbedrijf.
In 2010 zullen we ons toespitsen
op de sectoren waar er ernstige
ongevallen werden vastgesteld. Er
zal een heel opleidingstraject
worden ontwikkeld.
Wat de opleidingen op het stuk
van de veiligheid betreft, werden
er heel wat maatregelen genomen
ter versterking van de preventie.
Er wordt voorzien in instrumenten
om de betrokken te sensibiliseren.
14.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je vous
remercie pour cette réponse complète et ces informations utiles.
La prévention des accidents de travail doit être prioritaire. Des choses
ont été faites; je ne peux qu'encourager leur poursuite.
J'insisterai particulièrement sur deux publics que vous n'avez pas
cités, même si vous en avez cité beaucoup: d'une part, les étudiants
souvent victimes d'accident car ils ne connaissent pas toujours les
métiers qu'ils exercent de façon ponctuelle et, d'autre part, les
travailleurs du secteur des titres-services.
Pour le reste, nous serons attentifs à l'évolution des statistiques en la
matière mais surtout aux actions développées pour éviter ces
accidents de travail.
14.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): De studenten en de
werknemers uit de sector van de
dienstencheques verdienen in dat
kader bijzondere aandacht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid over "het niet functioneren van het paritair comité voor
sociale huisvestingsmaatschappijen" (nr. 16325)
15 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile sur "le non-fonctionnement de la
commission paritaire pour les sociétés de logement social" (n° 16325)
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
15.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik heb daar reeds vroeger een
vraag over gesteld, maar u hebt mij toen geantwoord dat de
besprekingen en de administratieve procedure nog lopende waren.
We zijn ondertussen weer een hele tijd verder. Het betreffende paritair
comité werd opgericht via een KB op 27 januari 2008; dat is
ondertussen bijna een kleine twee jaar geleden. Ondernemingen die
onder dat paritair comité vallen, worden uitgesloten van de
werkingssfeer van het paritair comité voor het beheer van de
gebouwen en voor de dienstboden, dat ook werd opgericht door een
KB van 27 januari 2008.
Het probleem dat zich momenteel voordoet, is dat de leden van het
paritair comité nog steeds niet zijn benoemd. Klopt het dat het paritair
comité nog altijd niet functioneert, omdat de leden nog altijd niet zijn
benoemd? Als dat het geval is, wat zijn dan de oorzaken van de niet-
benoeming van de leden? Ik kan mij niet inbeelden dat die
administratieve procedure blijft duren.
Welke problemen rijzen er bij de voordracht van de leden? Welke
acties hebben u of uw administratie reeds ondernomen om de leden
van dat paritair comité benoemd te krijgen?
Welke maatregelen zult u voorts nog nemen?
Betekent het voorlopig niet-functioneren van het paritair comité
nr. 339 dat de maatschappijen inzake sociale huisvesting voorlopig
onder het toepassingsgebied van het paritair comité voor het beheer
van de gebouwen en de dienstboden vallen? Of wil dat zeggen dat
voor de werknemers van de sociale huisvestingsmaatschappijen
voorlopig geen loon en arbeidsvoorwaarden, inclusief een
indexpremie, worden onderhandeld?
15.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): La commission paritaire
des sociétés de logement social a
été créée par un arrêté royal du 27
janvier 2008 mais les membres de
cette commission n'ont toujours
pas été nommés.
Est-ce exact? Quelle en est la
raison?
Quelles mesures
la
ministre prendra-t-elle? Quelles
sont les conséquences pour les
travailleurs
des
sociétés
de
logement social?
15.02 Minister Joëlle Milquet: Het paritair comité nr. 339 voor sociale
huisvestingsmaatschappijen functioneert nog niet, omdat de
procedure tot samenstelling van het paritair comité vertraging heeft
opgelopen. Een bepaalde werkgeversorganisatie werd namelijk pas
bij het KB van 6 februari 2009 als representatief voor de bedrijfstak
erkend.
Besprekingen zijn aan de gang met de representatieve organisatie
over de vaststelling van het aantal leden. Dat is een zeer moeilijke
materie. Wanneer hierover een consensus bestaat, hopelijk
binnenkort, zal ik onmiddellijk een ontwerp van KB ter ondertekening
aan het Staatshoofd voorleggen, gevolgd door een ontwerp van
ministerieel besluit tot aanduiding van de organisaties en verdeling
van de mandaten tussen de organisaties.
Ten slotte zullen de betrokken organisaties worden gevraagd om
kandidaten voor te dragen en zullen de leden worden benoemd. De
snelheid van de procedure zal afhangen van de consensus die de
sociale partners in de materie bereiken. De ondernemingen die
ressorteren onder het paritair comité nr. 339, vallen niet onder het
paritair comité nr. 323 voor het beheer van gebouwen, de
vastgoedmakelaars en dienstboden, in afwachting van de installatie
van het paritair comité nr. 339.
Zij zijn expliciet van het paritair comité 323 uitgesloten.
15.02 Joëlle Milquet, ministre:
La procédure pour la composition
de cette commission paritaire a
pris du retard parce qu'une
certaine organisation patronale n'a
été reconnue que par arrêté royal
du 6 février 2009. Des discussions
concernant la fixation du nombre
de membres sont actuellement en
cours. Dès qu'un consensus se
sera dégagé à ce sujet, je
rédigerai un projet d'arrêté royal,
suivi
d'un
projet
d'arrêté
ministériel.
Il
sera
ensuite
demandé
aux
organisations
concernées de présenter des
candidats et les membres seront
nommés.
Les travailleurs des entreprises
concernées ne ressortent pas à
une autre commission paritaire,
mais conservent les actuelles
conditions de rémunération et de
travail.
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
De werknemers uit de betrokken ondernemingen behouden voorlopig
wel de bestaande loon- en arbeidsvoorwaarden die op hen van
toepassing zijn. Zij zijn gedekt door de in de Nationale Arbeidsraad
gesloten cao's.
Ik hoop dat wij binnenkort een consensus kunnen bereiken.
15.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik blijf erop
aandringen dat het dossier zo snel mogelijk zou worden afgerond. Het
dossier sleept nu bijna twee jaar aan.
De betrokken sector is altijd al zonder paritair comité gebleven. Er zijn
bijgevolg altijd al problemen bij de bepaling van arbeids- en
loonvoorwaarden geweest. Een paritair comité voor de sector
waarbinnen onderhandelingen kunnen gebeuren, zou dringend
moeten worden opgericht.
Ik zal het dossier dus blijven opvolgen en u ter zake te gelegener tijd
vragen stellen, opdat de kwestie zo snel mogelijk zou worden
geregeld.
15.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): J'insiste pour que ce
dossier soit clôturé dans les
meilleurs délais. Le secteur en
question n'a jamais eu de
commission
paritaire
et
les
problèmes
concernant
les
conditions de rémunération et de
travail ne sont pas neufs. Je
continuerai à suivre ce dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid over "de voorgenomen besparingen bij PWA's en
dienstencheque-ondernemingen sui generis" (nr. 16351)
16 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile sur "les économies projetées dans les
ALE et les entreprises de titres-services sui generis" (n° 16351)
16.01 Minister
Joëlle Milquet: Dat is de vraag over
dienstencheques?
De voorzitter: De vraag over de dienstencheques is vervangen.
16.02 Stefaan Vercamer (CD&V): Het gaat over PWA's in eerste
instantie. Het gaat over de voorgenomen besparingen bij de PWA's
en de PWA-dienstenchequeondernemingen sui generis.
Mevrouw de minister, in het kader van de begroting 2010-2011 hebt u
zich voorgenomen om de reserves van de PWA's en de
dienstenchequeondernemingen sui generis te verminderen met
respectievelijk 4 en 55,2 miljoen euro tegen 2011. De opbrengst van
die middelen zullen worden gebruikt voor de financiering van de
maatregelen die bedrijven ertoe moeten aanzetten om onder meer
laaggekwalificeerde jongeren en ouderen aan te nemen. Zo hebben
wij het althans begrepen. Dat zijn maatregelen waarvan PWA's en
PWA-dienstenchequeondernemingen ook kunnen profiteren.
Daartegenover
staat
dat
PWA's
en
PWA-
dienstenchequeondernemingen kunnen getroffen worden door
afzwakking of afschaffing van een aantal doelgroepverminderingen,
onder andere activa in het kader van de vereenvoudiging van de
vooropgestelde banenplannen.
De opbrengst van die besparingen zal worden ingezet voor de
versterking de structurele lastenvermindering bij de lage lonen.
16.02
Stefaan
Vercamer
(CD&V): En 2010 et 2011, les
réserves des ALE et des ALE-
entreprises de titres-services sui
generis
seront
réduites
respectivement de 4 millions et de
55,2 millions d'euros. Les recettes
serviront à financer des mesures
tendant à inciter les entreprises à
embaucher plus de jeunes peu
qualifiés et de travailleurs âgés.
Pourquoi la ministre se concentre-
t-elle sur deux catégories, à savoir
les ALE et les ALE-entreprises de
titres-services sui generis, dans le
cadre de la réduction des
réserves? Rien n'est demandé aux
entreprises de titres-services qui
relèvent d'autres catégories.
Quels critères seront appliqués
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Mevrouw de minister, daar heb ik toch een aantal vragen bij.
Ten eerste, in het rapport van Idea Consult wordt nergens melding
gemaakt van de opgebouwde reserves van de verschillende
categorieën dienstenchequeondernemingen. Waarom focust u zich
als minister voor de vermindering van de reserves uitsluitend op twee
van
die
categorieën,
enkel
de
PWA's
en de PWA-
dienstenchequeondernemingen sui generis? Er zijn nog andere
actoren aan wie u blijkbaar geen vragen stelt inzake reserves. Ook
Idea Consult spreekt niet over die reserves.
Ten tweede, op basis van welke criteria zal u bepalen hoeveel
reserves welke PWA's en PWA-dienstenchequeondernemingen sui
generis precies moeten terugbetalen? Hoe zal u vermijden dat er
nieuwe discriminaties ontstaan? Hoe zult u bij de vordering van de
reserves het gelijkheidsprincipe organiseren?
Ten derde, blijkbaar wil u enkel de reserves van de PWA's en de
dienstenchequeondernemingen aanpakken. De Raad van State kan
daarover oordelen dat het om discriminatie gaat; dat zullen we
moeten afwachten. Indien dat oordeel negatief is, zult u dan ook een
of ander vorm van financiële bijdrage vragen aan de andere
dienstenchequebedrijven zoals nu gebeurt bij de PWA's en PWA-
dienstenchequeondernemingen? Immers, als de Raad van State op
basis van discriminatie zou zeggen dat dit niet kan, dan moet het
gelijkheidsprincipe worden gehanteerd.
Tot slot, de regering is van plan om de vereenvoudiging van de
banenplannen
door
te
voeren.
Hoeveel
jobs
bij
dienstenchequeondernemingen, opgesplitst naar categorie, zullen er
door
de
afzwakking
of
afschaffing
van
bepaalde
doelgroepverminderingen, onder andere activa, in gevaar komen,
weliswaar rekening houdend met de voorgenomen versterking van de
structurele vermindering of lastenvermindering bij de lage lonen? De
afschaffing van bepaalde doelgroepverminderingen zal namelijk ook
zijn gevolgen hebben voor de dienstenchequeondernemingen. Welke
impact zal dat hebben op die ondernemingen?
pour
fixer
l'importance
des
réserves à rembourser? Comment
la
ministre
évitera-t-elle
les
discriminations?
Si le Conseil d'État juge qu'il y a
des discriminations, la ministre
demandera-t-elle aussi une aux
autres entreprises de titres-
services
de
contribuer
financièrement?
Le gouvernement projette de
simplifier les plans d'embauche.
Combien
d'emplois
seront
menacés auprès des entreprises
de titres-services en raison de la
suppression
de
certaines
réductions pour groupes cibles?
16.03 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, zoals u weet
heeft de huidige economische crisis nood aan krachtdadige
antwoorden en antwoorden van formaat om te kunnen reageren op de
uitdagingen inzake werkgelegenheid. Het aantal werklozen stijgt en
zal in 2010 blijven stijgen. De regering heeft in die context beslist
uitzonderlijke maatregelen te nemen voor het stimuleren en behouden
van banen en om de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt te
beschermen.
Zo werden een aantal tijdelijke maatregelen goedgekeurd in het kader
van het conclaaf, naast de structurele maatregelen die werden
genomen om de arbeidskosten te verminderen of om het circuit van
de werkgelegenheid te ontwikkelen in sectoren zoals de
dienstensector, de horeca en de bouw.
Zo werd beslist te voorzien in de middelen om de
anticrisismaatregelen te verlengen, om de ontslagen binnen de
ondernemingen te beperken en om te vermijden dat de structurele
werkloosheid de hoogte inschiet. Ook werd voorzien in de
16.03 Joëlle Milquet, ministre:
L'augmentation
du
chômage
persistera également en 2010.
Des
réponses
énergiques
s'imposent par conséquent. Les
mesures
exceptionnelles
du
gouvernement ont pour objectif de
protéger en priorité les plus faibles
sur le marché de l'emploi.
Il a ainsi déjà été décidé de
proroger les mesures anti-crise et
d'élaborer un plan d'embauche
ambitieux pour les jeunes et les
chômeurs de plus de 50 ans,
notamment par le biais d'une
exonération complète des charges
patronales.
Pour
assurer
le
financement de ces mesures
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
ontwikkeling van een ambitieus aanwervingsplan voor jongeren en
werklozen ouder dan 50 jaar. Zo kunnen wij ze helpen werk te vinden,
en dat via een volledige vrijstelling van de patronale lasten en via een
activering van de werkloosheidsuitkering van 1 000 euro per maand
voor de doelgroepen tot eind 2011.
De regering heeft in het kader van de opmaak van de begroting 2010-
2011 natuurlijk beslist deze uitzonderlijke maatregelen te financieren
onder meer via de aftopping van de reserves die werden opgebouwd
door de traditionele afdelingen en de afdelingen dienstencheques sui
generis van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen.
Via de Balanscentrale, opgericht door de RVA voor de PWA's, is
gebleken dat de reserves, opgebouwd door de traditionele afdelingen
van de PWA's, op 31 december 2008 bijna 15 miljoen euro
bedroegen. Voor de afdelingen dienstencheques sui generis was dat
bijna 93 miljoen euro. De regering heeft dan ook beslist dat de
traditionele afdelingen in het eerste kwartaal van 2011 4 miljoen euro
moesten terugbetalen aan de RSZ Globaal Beheer. Dat is 26 procent
van hun opgebouwde reserve per 31 december 2008. De afdelingen
dienstencheques sui generis van de PWA's moeten 55 miljoen euro
terugbetalen, of 60 procent van de opgebouwde reserve per
31 december 2008. Binnenkort zal meer nauwkeurige informatie
worden meegedeeld over de exacte bedragen die elke PWA zal
moeten terugbetalen.
De RVA houdt zich momenteel bezig met die berekeningen.
Wat dienstenchequeactiviteit betreft, zal het bedrag worden bepaald
met een verdeelsleutel die enerzijds rekening houdt met de
opgebouwde reserve van de afdelingen sui generis per
31 december 2008 en anderzijds met het aantal dienstencheques dat
per dienstencheque afdeling sui generis sinds het opstarten van het
stelsel werd verkocht. Er zal natuurlijk wel voor worden gezorgd dat
deze aftopping geen enkele PWA in financiële moeilijkheden brengt.
Om in de toekomst problemen te vermijden, vragen wij de PWA's om
reeds in 2010 in hun boekhouding hoe dan ook in een provisie te
voorzien voor het af te toppen bedrag dat in het eerste kwartaal van
2011 aan de RSZ zal moeten worden betaald.
Deze beslissing van de regering kadert binnen de doelstelling om
slapend geld binnen de PWA's terug te recupereren om het te
besteden aan uitzonderlijke tewerkstellingsmaatregelen. Deze
maatregel is zoals gezegd uitzonderlijk. Het gaat om een
oneshotoperatie en in geen geval om een structurele operatie. Het is
alleen maar voor het jaar 2011.
Deze maatregel werd genomen aangezien de economische en
budgettaire crisis en de crisis van de werkgelegenheid het nodig
maken uitzonderlijke maatregelen te treffen om de werkgelegenheid
te stimuleren.
U spreekt ook over een zogenaamde discriminatie, maar er is ook
verschil in de verschillende voordelen voor de dienstenchequeafdeling
van de PWA's. Zij hebben natuurlijk minder kosten en ze hebben een
aantal specifieke voordelen in vergelijking met de privésector. Ik heb
het daarover al gehad.
exceptionnelles, le gouvernement
puise notamment dans une partie
des réserves constituées par les
agences locales pour l'emploi,
dans la section titres-services
notamment. Le 31 décembre
2008, ces réserves atteignaient un
total de près de 108 millions
d'euros. Le gouvernement a dès
lors décidé que les ALE devraient
reverser
un
pourcentage
déterminé de ces réserves au
cours du premier trimestre 2011.
Des informations détaillées seront
bientôt disponibles à propos des
montants exacts qui sont dus mais
nous allons veiller à ce qu'aucune
ALE ne soit mise en difficulté pour
cette raison.
La décision a été prise de
consacrer de l'argent dormant à
des mesures exceptionnelles en
matière d'emploi. Il ne s'agit pas
d'une mesure structurelle mais
d'une opération "one shot". Il n'est
par ailleurs certainement pas
question de discrimination dans la
mesure où les ALE bénéficient
également d'avantages par rapport
au secteur privé.
En cas d'avis négatif du Conseil
d'État, nous devrons nous pencher
sur la réaction à adopter.
Je voudrais également insister sur
le fait qu'il s'agit d'une décision
prise par le gouvernement lors du
conclave et non pas d'une
décision de la ministre de l'Emploi.
Les ALE doivent à présent déjà
rembourser une partie de leurs
recettes si elles ne les ont pas
consacrées à la formation. En ce
qui concerne les fonds du Maribel
social, les réserves qui ne sont
pas consacrées à la création
d'emplois et qui dépassent 5 % de
la dotation sont remboursées à
l'ONSS.
La simplification ne portera pas
préjudice aux emplois actuels liés
aux titres-services. La mesure
Activa pour les travailleurs actuels
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Ik wil uw aandacht ook vestigen op het feit dat deze beslissing van de
regering zeker niet wil zeggen dat ze geen belangstelling meer heeft
voor de PWA en dat ze de PWA niet langer duurzaam zou willen
maken.
Indien, quod non, de Raad van State een negatief advies zou geven,
moeten wij te gelegener tijd in overleg met mijn collega's van de
regering nadenken over welk gevolg wij eraan moeten geven.
Ik wil er nog eens op wijzen dat het hier gaat om een beslissing die
werd genomen tijdens het conclaaf, en dus een beslissing van de
regering is. Het is niet mijn beslissing. Ik kan niet alleen beslissen
welk gevolg er aan te geven indien de Raad van State een negatief
advies verleent. Ik herhaal trouwens nog eens dat in het kader van het
overheidsbeleid het niet nieuw is om opgebouwde reserves die niet
worden gebruikt, terug te betalen. Deze reserves waren helemaal niet
gebruikt. Anders zouden we geen reserve meer hebben.
Zo moeten de PWA's al een deel van hun opbrengsten terugbetalen
aan de RVA als zij het bedrag niet hebben besteed aan vorming zoals
de reglementering hen oplegt. Dat gebeurt ook in fondsen sociale
Maribel. Zij moeten de opgebouwde reserves, die niet werden
besteed aan de creatie van jobs en die 5 procetn van hun dotatie
overschrijden, terugbetalen aan het RSZ globaal beheer. Het gaat dus
niet om een nieuw principe. Er is geen sprake van dat de
vereenvoudiging de huidige dienstenchequebanen in moeilijkheden
zou brengen. De vereenvoudiging voorziet immers in het behoud van
de activa-maatregel voor de huidige activa-werknemers met een
arbeidsovereenkomst. Ze schrapt alleen de activa-maatregel voor de
nieuwe aanwervingen.
Bovendien voorziet de vereenvoudiging in een substantiële
versterking van de bijdragevermindering voor de lage lonen wat alle
dienstenchequebanen aanzienlijk ten goede komt.
est maintenue. Elle est supprimée
pour les nouveaux engagements
uniquement.
Par
ailleurs, la
réduction de cotisation sera
substantiellement renforcée pour
les bas salaires.
16.04 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik ga akkoord met uw
uitgangspunten maar het blijft natuurlijk een feit dat slechts aan twee
actoren wordt gevraagd om een financiële bijdrage te leveren om de
uitzonderlijke tewerkstellingsmaatregelen te financieren.
U geeft de cijfers over de reserves van de PWA's en de
dienstenchequebedrijven,
maar
de
andere
actoren
zullen
waarschijnlijk ook wel reserves hebben. Via de balanscentrale kunnen
die gegevens ook worden opgevraagd. Het blijft een feit dat slechts
twee actoren om een financiële bijdrage wordt gevraagd, terwijl dit
voor de andere actoren niet het geval is. Ik blijf daar enigszins over
verwonderd.
U zegt dat dit slapend geld is. In sommige gevallen kan dit zo zijn,
maar anderzijds zegt men mij op het terrein dat dit geen slapend geld
is, maar een soort sociaal passief dat wordt opgebouwd om bepaalde
tewerkstellingsmaatregelen, die uitdoven of stoppen, op te kunnen
vangen en de tewerkstelling van de betrokkenen te kunnen blijven
garanderen in de toekomst. Men heeft dit dus eigenlijk opgebouwd
vanuit een goed beheer. Zij die goed hebben beheerd en reserves
hebben opgebouwd, worden nu eigenlijk bestraft.
16.04
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Je continue à me
demander
pourquoi
une
contribution
financière
n'est
demandée qu'à deux acteurs.
Selon la ministre, il s'agit d'argent
dormant mais sur le terrain, on me
dit que ces fonds constituent un
passif
social
permettant
de
compenser la suppression de
mesures de mise au travail. Ceux
qui ont bien géré leur argent et ont
constitué des réserves sont
aujourd'hui sanctionnés.
Selon la ministre, quels sont les
avantages de ces sociétés par
rapport au secteur privé?
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Ik blijf met een vraag zitten. U zegt dat zij veel meer voordelen
hebben dan de privésector. Ik zou graag eens vernemen welke
concrete voordelen zij hebben ten opzichte van de privésector. Mij is
dat niet zo duidelijk.
16.05 Minister Joëlle Milquet: Zij kunnen bijvoorbeeld gebruik maken
van federale ambtenaren. Dat is waar. Soms betalen zij een deel van
de lonen, maar niet de totaliteit. Dat is inderdaad een voordeel. Zij
kunnen ook bijvoorbeeld openbare gebouwen gebruiken. Hun zetel
bevindt zich dan in een openbaar gebouw, en dat is gratis.
Kortom, zij moeten een aantal kosten niet betalen, vergeleken met de
privésector. Er is een hele lijst van voordelen die in de privésector een
nadeel zouden vormen.
16.05 Joëlle Milquet, ministre:
Ces sociétés peuvent par exemple
avoir recours à des fonctionnaires
fédéraux ou des bâtiments publics.
16.06 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik kan mij inbeelden dat
gemeentebesturen en OCMW's dit ook doen en dat OCMW's en
gemeentebesturen dezelfde voordelen zouden willen krijgen.
16.07 Minister Joëlle Milquet: Een vereniging of een
privéonderneming moet bijvoorbeeld huur betalen en het eigen
personeel. Een PWA stelt een deel van het personeel bijna gratis te
werk, omdat het bijvoorbeeld gaat om federale ambtenaren. Dat geldt
ook voor de kosten voor het gebouw, enzovoort.
Dat zijn inderdaad interessante voordelen, maar die zijn nodig als wij
een doeltreffend werkgelegenheidsbeleid willen in deze crisisperiode.
Immers, wat kan één PWA van één gemeente doen tegen de crisis bij
de jeugd? Het was noodzakelijk dit als oneshotmaatregel uit te voeren
om echt doelmatige maatregelen voor jongeren voor heel België te
kunnen nemen. Dat was doeltreffender dan voor elke gemeente en
elke PWA in iets kleins te voorzien.
16.07 Joëlle Milquet, ministre: Il
s'agit d'avantages importants mais
ils sont indispensables pour mener
une politique de l'emploi efficace.
La mesure que nous prenons
aujourd'hui est beaucoup plus
efficace que de prévoir un petit
quelque chose pour chaque
commune et chaque ALE.
16.08 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik ga mij er niet over uitspreken.
Wel blijft het gegeven dat u er slechts twee actoren uithaalt, die
misschien
wat
voordelen
hebben
schaalvoordelen
of
gebruiksvoordelen doordat zij samenwerken of doordat zij het
kunnen combineren met andere activiteiten. U treft niet de andere
actoren, alleen die twee.
Ik heb nog een specifieke vraag over de criteria voor het aftoppen van
die reserves. Heb ik het goed begrepen dat de criteria rekening zullen
houden met, ten eerste, de grootte van de reserve die al is
opgebouwd, en ten tweede, het aantal dienstencheques dat werd
gebruikt?
16.08
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Les critères appliqués
pour
écrémer
les
réserves
tiennent-ils compte de l'ampleur de
la réserve et du nombre de titres-
services utilisé?
16.09 Minister Joëlle Milquet: Dat klopt. Er zijn objectieve criteria
nodig.
16.09 Joëlle Milquet, ministre:
Oui.
16.10 Stefaan Vercamer (CD&V): En die 60 procent waar u over
sprak?
16.10
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Que représentent ces
60 % dont la ministre a parlé?
16.11 Minister Joëlle Milquet: Die 60 procent slaan op die 55
miljoen, 60 procent van de hele reserve.
16.12 Stefaan Vercamer (CD&V): Wat behelst de genoemde
60 procent?
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
16.13 Minister Joëlle Milquet: Het is het bedrag van de reserve voor
alle PWA's van het land. In het algemeen gaat het om een bedrag van
93 miljoen en die 55 miljoen euro is dus 60 procent van de reserve.
16.13 Joëlle Milquet, ministre:
Le montant de 55 millions d'euros
représente 60 % de la réserve
totale des ALE, qui s'élève à
93 millions d'euros.
16.14 Stefaan Vercamer (CD&V): Er is echter nog altijd de
onbekende factor van de Raad van State. Naar gelang van de
uitspraak van de Raad van State kan het zijn dat het dossier opnieuw
ter discussie komt.
16.14
Stefaan
Vercamer
(CD&V): À la suite d'une décision
du Conseil d'État, la mesure peut
être remise en question.
16.15 Minister Joëlle Milquet: Een andere, juridische redenering is
dat de PWA onder de bevoegdheid vallen van de federale Staat. Dat
is niet het geval voor de privésector of voor andere verenigingen, die
soms onder de bevoegdheid van de regio's en van de
Gemeenschappen vallen. Waarom worden de PWA's geviseerd? Dat
komt omdat zij onder onze directe bevoegdheid vallen. Dat is ook een
redenering.
16.15 Joëlle Milquet, ministre:
On peut également argumenter
que les ALE ressortissent à la
compétence directe des autorités
fédérales alors que ce n'est pas le
cas des autres entreprises.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid over "het uitblijven van de beloofde KB's inzake
sociale dienstencheques" (nr. 16352)
17 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile sur "l'absence des arrêtés royaux
annoncés en matière de chèques-services sociaux" (n° 16352)
17.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, we hebben
het deze morgen even gehad over de sociale dienstencheques. Dat
dossier sleept al een hele tijd aan. In de beleidsnota Werk voor 2009
had u zich voorgenomen om voor dat jaar een systeem van sociale
dienstencheques...
De voorzitter: Deze morgen werd beslist dat de vragen over de dienstencheque...
17.02 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik heb mijn vragen die daar
specifiek betrekking op hadden, deze morgen gesteld wat betreft de
criteria voor de OCMW's. Ik had daar nog graag een paar kleine
andere vragen aan gekoppeld.
De voorzitter: De andere leden van de commissie hebben hun vragen...
17.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik had nog drie kleine, bijkomende
vragen. Ik zal ze onmiddellijk stellen, de inleiding hebben we deze
morgen immers gehad.
Ten eerste, stellen er zich bij het opstellen van het KB problemen bij
de afbakening van het systeem ten opzichte van de
gemeenschapsbevoegdheden zoals sociale economie en bijstand aan
personen? Dat was een beetje de discussie van deze morgen. Welke
criteria zullen worden gehanteerd om de sociale dienstencheques te
verdelen onder de verschillende OCMW's, die dat dan kunnen
verdelen onder de beoogde doelgroep? Dan stelt zich ook de vraag
welke rol de OCMW's zullen spelen bij de verdeling van de sociale
dienstencheques onder de verschillende categorieën en welke criteria
17.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Comment délimitera-t-on
le système des titres-services
sociaux par rapport à des
compétences
communautaires
telles que l'économie sociale et
l'assistance aux personnes? Quels
critères
appliquera-t-on
pour
répartir les titres-services sociaux
entre les différents CPAS? Quels
critères les CPAS devront-ils
respecter lors de la répartition des
titres-services
sociaux?
Pour
CRIV 52
COM 693
10/11/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
de OCMW's in acht zullen moeten nemen bij het verdelen van de
sociale dienstencheques. Tegen welke datum zal de regering haar
definitieve goedkeuring geven aan het KB?
U zou naar de commissie voor de Sociale Zaken komen, maar u hebt
deze morgen gezegd dat u dat zo snel mogelijk zult doen. Hier weer
de vraag naar een concrete datum. Wanneer zal wat voorligt in
werking treden?
quelle date le gouvernement
approuvera-t-il
définitivement
l'arrêté royal?
17.04 Minister Joëlle Milquet: De wettelijke basis voor een sociaal
dienstenchequestelsel werd gegeven via de wet van 19 juni 2009.
Sindsdien heb ik een ontwerp van KB voorbereid het is klaar dat
het stelsel vaste vorm moet geven. Dit ontwerp van KB voorziet in
volgend stelsel.
De OCMW's ontvangen een zeker aantal dienstencheques die ze aan
2 of 3 euro kunnen verkopen over de prijs moet nog met de
OCMW's worden overlegd aan hun begunstigden en een
doelpubliek dat ze het meest relevant achten. De sociale
dienstencheques worden conform volgende verdeelsleutel over de
OCMW's verdeeld: 50 procent op basis van het aantal personen die
op 1 januari van het kalenderjaar in de gemeente genieten van een
verhoogde verzekeringstegemoetkoming als bedoeld in artikel 37 en
19 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, 50 procent op basis van het
aantal personen die op 1 januari van het betrokken kalenderjaar recht
hebben op sociale integratie, als bedoeld in de wet van 26 mei 2002.
Het ontwerp van KB voorziet erin dat de sociale dienstencheques
alleen kunnen worden toegekend aan belastingbetalers met een laag
inkomen, met name een belastbaar inkomen dat niet hoger is dan het
bedrag vermeld in artikel 131. Hetzelfde geldt trouwens voor de
verwarmingstoelage.
Het staat het OCMW vrij om onder de gebruikers met lage inkomens
prioritaire gebruikers te bepalen die zich in de meest kwetsbare
situatie bevinden. Worden met name als prioritaire gebruikers
beschouwd: eenoudergezinnen, personen die genieten van het
gewaarborgd inkomen voor ouderen. Het krijgen van zo'n sociale
dienstencheque kan evenwel onder geen beding als een individueel
recht worden beschouwd.
Om het onderscheid aan te geven tussen beroepen in de sector van
de gezinshulp enerzijds, en beroepen in de dienstenchequesector
voor huishoudhulp anderzijds is er de bepaling dat sociale
dienstencheques slechts kunnen worden aangewend via erkende
dienstenchequebedrijven die eveneens door de bevoegde
gemeenschapsoverheid zijn erkend als hulpdienst aan gezinnen of
bejaarden. Dat is volgens mij een heel belangrijke voorwaarde.
Gezien de doelgroep relatief gemeenschappelijk is met die van de
gezinshulp is het inderdaad belangrijk erover te waken dat de sociale
dienstencheque de gezinshulp niet verdringt. De diensten voor
gezinshulp zullen dus over de noden van de gebruiker kunnen
oordelen en zullen die hetzij naar de sectie gezinshulp, hetzij naar de
sectie dienstencheque kunnen toeleiden.
Mijn kabinet heeft dit ontwerp van koninklijk besluit eind juni
17.04 Joëlle Milquet, ministre:
La base légale pour un système
social de titres-services a été
créée par la loi du 19 juin 2009.
Un projet d'arrêté royal doit
concrétiser le système. Les CPAS
recevront un certain nombre de
titres-services et pourront les
vendre au public cible qu'ils jugent
le plus pertinent. Les titres-
services sociaux seront répartis
entre les CPAS conformément à la
clé de répartition suivante: 50 %
sur la base du nombre de
personnes
bénéficiant
d'une
intervention
majorée
de
l'assurance au 1
er
janvier de
l'année civile concernée et 50 %
sur la base du nombre de
personnes
ayant
droit
à
l'intégration sociale.
Le projet d'arrêté royal stipule que
les titres-services sociaux ne
peuvent être octroyés qu'aux
contribuables dont le revenu
imposable n'est pas supérieur au
montant indiqué à l'article 131. Le
CPAS est libre de désigner des
utilisateurs prioritaires parmi les
utilisateurs à bas revenus.
Les titres-services sociaux ne
peuvent être obtenus que par
l'intermédiaire des entreprises de
titres-services qui sont reconnues
comme service d'aide aux familles
ou aux personnes âgées par les
autorités
communautaires
compétentes. Les services d'aide
familiale pourront donc juger des
besoins de l'utilisateur et orienter
ce dernier soit vers la section aide
familiale, soit vers la section titre-
services.
Mon cabinet a soumis, fin juin, ce
projet d'arrêté royal au cabinet de
10/11/2009
CRIV 52
COM 693
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
voorgelegd aan het kabinet-Arena dat belast was met de
maatschappelijke integratie. Ten gevolge van de ministerswissel zijn
vergaderingen, die aanvankelijk waren gepland voor de maand juli,
verdaagd naar de maanden augustus en september. Een laatste
bijeenkomst heeft plaatsgehad op 30 oktober. Het kabinet-Courard en
de administratie van de staatssecretaris hadden enkele vragen om
technische wijzigingen in het ontwerp van KB. Daarover werd een
akkoord bereikt, maar ik wacht op een aantal technische inlichtingen
om in het ontwerp van KB te kunnen integreren. Deze werden mij nog
voor deze week beloofd.
Eind deze week zal dus een vraag om advies kunnen worden
verzonden naar het beheerscomité van de RVA. Ik reken erop het
ontwerp van koninklijk besluit eind november aan de Ministerraad te
kunnen voorleggen na het debat in het Parlement.
la ministre de l'Intégration sociale.
Une dernière réunion a eu lieu le
30 octobre
dernier.
J'attends
encore
quelques
informations
techniques. Une demande d'avis
sera envoyée à la fin de cette
semaine au comité de gestion de
l'ONEM.
J'espère
pouvoir
soumettre le projet d'arrêté royal
fin novembre au Conseil des
ministres.
17.05 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u
voor uw omstandig antwoord met veel concrete elementen.
Eens de sociale dienstencheques zijn verdeeld over de OCMW's,
hebben de OCMW's de vrijheid om die toe te kennen aan de
personen die zij willen als zij rekening houden met het lage inkomen.
Dat is eigenlijk het enige criterium wat vastligt.
17.05
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Les CPAS peuvent
librement octroyer des titres-
services sociaux aux groupes
qu'ils estiment prioritaires, à
condition
qu'ils prennent en
considération le faible niveau des
revenus.
17.06 Minister Joëlle Milquet: Ik zal u twee voorbeelden geven, de
alleenstaanden en de ouderen. Het OCMW is natuurlijk het best
geplaatst om daarover te oordelen.
17.07 Stefaan Vercamer (CD&V): Natuurlijk. Het is ook een
belangrijk gegeven dat de socialedienstencheques enkel kunnen
gebruikt worden voor diensten die tegelijkertijd ook thuiszorgdiensten
zijn.
17.07
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Nous nous félicitons
également qu'il n'y ait pas de
concurrence avec le secteur privé.
17.08 Minister Joëlle Milquet: Inderdaad. Het is namelijk heel
belangrijk dat we geen concurrentie vormen voor onder andere de
hulp aan gezinnen uit de privésector. Dat is belangrijk.
17.09 Stefaan Vercamer (CD&V): Ja, zeer belangrijk.
17.10 Minister Joëlle Milquet: We hebben goed gewerkt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.53 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.53 heures.