KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 670
CRIV 52 COM 670
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
21-10-2009
21-10-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
bekendheid en toegankelijkheid van de Dienst
voor Alimentatievorderingen (DAVO)" (nr. 14914)
1
Question de Mme Sonja Becq au secrétaire d'État
au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions
culturelles fédérales sur "la visibilité et
l'accessibilité
du
Service
des
créances
alimentaires (SECAL)" (n° 14914)
1
Sprekers: Sonja Becq, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Sonja Becq, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen
over
"de
toename van het
partnergeweld en het overleg over het nationaal
plan tegen geweld tussen partners" (nr. 15177)
3
- Mme Sonja Becq au secrétaire d'État au Budget,
à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la recrudescence de la violence
conjugale et la concertation concernant le plan
national de lutte contre la violence au sein du
couple" (n° 15177)
3
- mevrouw Zoé Genot aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen over "de opvolging van het nationaal
actieplan ter bestrijding van het intrafamiliaal
geweld en de opvolging van de klachten"
(nr. 15792)
3
- Mme Zoé Genot au secrétaire d'État au Budget,
à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "le suivi du Plan d'action national
contre les violences conjugales et le suivi des
plaintes" (n° 15792)
3
Sprekers: Sonja Becq, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Sonja Becq, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie-
en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale Culturele Instellingen over "het statuut
van de pleegouders" (nr. 15495)
5
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
secrétaire d'État au Budget, à la Politique de
migration et d'asile, à la Politique des familles et
aux Institutions culturelles fédérales sur "le statut
des parents d'accueil" (n° 15495)
5
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Melchior
Wathelet
,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Melchior
Wathelet
, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
8
- de heer Raf Terwingen aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen over "de geldigheidsduur van het
geschiktheidsvonnis in het kader van een
interlandelijke adoptie" (nr. 15429)
8
- M. Raf Terwingen au secrétaire d'État au
Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la durée de validité du jugement
d'aptitude dans le cadre d'une adoption
internationale" (n° 15429)
8
- mevrouw Zoé Genot aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen over "de mogelijkheid tot verlenging
van
de
geldigheidsduur
van
een
geschiktheidsvonnis in het kader van een adoptie"
(nr. 15796)
8
- Mme Zoé Genot au secrétaire d'État au Budget,
à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la possibilité d'allonger la validité
d'un jugement d'aptitude dans le cadre d'une
adoption" (n° 15796)
8
Sprekers: Zoé Genot, Melchior Wathelet,
staatssecretaris - Begroting, Migratie en Asiel,
Gezinsbeleid
en
Federale
Culturele
Instellingen
Orateurs: Zoé Genot, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État - Budget, Migration et asile,
Familles et Institutions culturelles fédérales
Samengevoegde vragen van
10
Questions jointes de
10
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
- mevrouw Valérie Déom aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen over "de evaluatie van de wet op de
gelijkmatig verdeelde huisvesting" (nr. 15231)
10
- Mme Valérie Déom au secrétaire d'État au
Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "l'évaluation de la loi sur
l'hébergement alterné égalitaire" (n° 15231)
10
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
gelijkmatig verdeelde huisvesting" (nr. 15494)
11
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions
culturelles
fédérales
sur
"l'hébergement égalitaire" (n° 15494)
10
Sprekers: Valérie Déom, Sabien Lahaye-
Battheu, Melchior Wathelet
, staatssecretaris
- Begroting, Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en
Federale Culturele Instellingen
Orateurs: Valérie Déom, Sabien Lahaye-
Battheu, Melchior Wathelet
, secrétaire d'État
- Budget, Migration et asile, Familles et
Institutions culturelles fédérales
Samengevoegde vragen van
14
Questions jointes de
13
- mevrouw Valérie Déom aan de staatssecretaris
voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen over "de evaluatie van de wet op de
gezinsbemiddeling" (nr. 15232)
14
- Mme Valérie Déom au secrétaire d'État au
Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "l'évaluation de la loi sur la
médiation familiale" (n° 15232)
13
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
bemiddeling in familiezaken" (nr. 15493)
14
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au secrétaire
d'État au Budget, à la Politique de migration et
d'asile, à la Politique des familles et aux
Institutions culturelles fédérales sur "la médiation
en matière familiale" (n° 15493)
13
- mevrouw
Clotilde
Nyssens
aan
de
staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de
Federale
Culturele
Instellingen
over
"de
bemiddeling in familiezaken" (nr. 15509)
14
- Mme Clotilde Nyssens au secrétaire d'État au
Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles
fédérales sur "la médiation en matière familiale"
(n° 15509)
13
Sprekers: Valérie Déom, Sabien Lahaye-
Battheu,
Clotilde
Nyssens,
Melchior
Wathelet,
staatssecretaris
-
Begroting,
Migratie en Asiel, Gezinsbeleid en Federale
Culturele Instellingen
Orateurs: Valérie Déom, Sabien Lahaye-
Battheu,
Clotilde
Nyssens,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État - Budget, Migration
et asile, Familles et Institutions culturelles
fédérales
Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de
minister van Justitie over "de contacten tussen de
voorzitter van de 18de kamer van het hof van
beroep te Brussel met een parlementslid over het
Fortisarrest van 12 december 2008 en de
contacten van een raadsheer van de 18de kamer
tijdens het beraad over het Fortisarrest"
(nr. 15159)
16
Question de M. Servais Verherstraeten au
ministre de la Justice sur "les contacts entre le
président de la 18ème chambre de la cour d'appel
de Bruxelles et un membre du parlement au sujet
de l'arrêt Fortis du 12 décembre 2008 et les
contacts
pris
par un conseiller de la
18ème chambre lors du délibéré sur l'arrêt Fortis"
(n° 15159)
16
Sprekers: Servais Verherstraeten, voorzitter
van de CD&V-fractie, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie, Renaat Landuyt, Bart
Laeremans
Orateurs: Servais Verherstraeten, président
du groupe CD&V, Stefaan De Clerck, ministre
de la Justice, Renaat Landuyt, Bart
Laeremans
Vraag van d e heer Olivier Hamal aan de minister
van Justitie over "een voorrecht voor de mede-
eigendom" (nr. 15242)
19
Question de M. Olivier Hamal au ministre de la
Justice sur "un privilège pour les copropriétés"
(n° 15242)
19
Sprekers: Olivier Hamal, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Olivier Hamal, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Olivier Hamal aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
administratieve vereenvoudiging in het kader van
het Wetboek van vennootschappen" (nr. 15248)
21
Question de M. Olivier Hamal au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "une
simplification administrative dans le cadre du
Code des sociétés" (n° 15248)
21
Sprekers: Olivier Hamal, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Olivier Hamal, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de
minister van Justitie over "de aanval op een
advocate aan het Brusselse justitiepaleis"
(nr. 15001)
22
Question de M. Francis Van den Eynde au
ministre de la Justice sur "l'agression d'une
avocate au palais de justice de Bruxelles"
(n° 15001)
22
Sprekers: Francis Van den Eynde, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Francis Van den Eynde, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
24
Questions jointes de
24
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "het beleid van het parket ten
aanzien
van
de
Brusselse
drugbendes"
(nr. 14933)
24
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la politique du parquet face aux trafiquants de
drogue à Bruxelles" (n° 14933)
24
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "het beleid van het parket ten
aanzien
van
de
aanhoudende
reeks
geweldincidenten in Brusselse wijken" (nr. 14934)
24
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la politique du parquet face aux incessants
incidents dans certains quartiers bruxellois"
(n° 14934)
24
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de reactie van het parket op de
rellen in Molenbeek" (nr. 14954)
24
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la réaction du parquet face aux émeutes
survenues à Molenbeek" (n° 14954)
24
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "de rellen in Molenbeek" (nr. 15186)
24
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "les émeutes survenues à Molenbeek"
(n° 15186)
24
Sprekers: Bart Laeremans, Renaat Landuyt,
Carina Van Cauter, Stefaan De Clerck
,
minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Renaat Landuyt,
Carina Van Cauter, Stefaan De Clerck
,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
35
Questions jointes de
35
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "het incident in het vredegerecht van
Gent waarbij twee gesluierde vrouwen betrokken
waren" (nr. 14862)
35
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"l'incident à la justice de paix de Gand impliquant
deux femmes voilées" (n° 14862)
35
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "het dragen van een hoofddoek
tijdens een rechtszitting" (nr. 15458)
35
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"le port du voile islamique à l'audience" (n° 15458)
35
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "de potentiële
voorkeursbehandeling door het parket-generaal
van Brussel van zaken die de aandacht van de
media trekken" (nr. 14976)
39
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "le traitement préférentiel potentiel
d'affaires médiatiques par le parquet général de
Bruxelles" (n° 14976)
39
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
39
Questions jointes de
40
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de jonge recidiverende moordenaar"
(nr. 14987)
39
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"le jeune meurtrier récidiviste" (n° 14987)
40
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "de dubbele moord op een bejaarde
vrouw en een kleuter van anderhalf jaar"
(nr. 15187)
40
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "le double meurtre d'une personne
âgée et d'un enfant d'un an et demi" (n° 15187)
40
Sprekers: Bart Laeremans, Carina Van
Cauter, Stefaan De Clerck
, minister van
Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Carina Van
Cauter, Stefaan De Clerck
, ministre de la
Justice
Samengevoegde vragen van
44
Questions jointes de
44
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van
Justitie
over
"de
onaanvaardbare
opsluitingsvoorwaarden in de gevangenis van
Namen" (nr. 15018)
44
- Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur
"les conditions de détention inacceptables à la
prison de Namur" (n° 15018)
44
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van 44
- M. Georges Gilkinet au ministre de la Justice sur 44
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Justitie over "investeringen in de infrastructuur
van de gevangenis van Namen" (nr. 15031)
"des investissements dans l'infrastructure de la
prison de Namur" (n° 15031)
Sprekers: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie, Bart Laeremans
Orateurs: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice, Bart Laeremans
Samengevoegde vragen van
47
Questions jointes de
47
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de benoeming tot magistraat van
een beklaagde in de Beaulieu-zaak" (nr. 15057)
47
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la nomination à la fonction de magistrat d'un
inculpé dans l'affaire Beaulieu" (n° 15057)
47
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de benoeming van een
beklaagde
in
de
Beaulieuzaak
tot
plaatsvervangend rechter" (nr. 15146)
47
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "la nomination à la fonction de juge
suppléant d'un prévenu dans l'affaire Beaulieu"
(n° 15146)
47
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Justitie over "de nieuwe vertraging in het dossier-
Beaulieu" (nr. 15197)
47
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice
sur "le nouveau retard dans le dossier Beaulieu"
(n° 15197)
47
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de benoeming van Beaulieu-
verdachte Jan Van Camp tot plaatsvervangend
rechter bij de Brusselse rechtbank van
koophandel" (nr. 15221)
47
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la nomination du suspect dans l'affaire Beaulieu,
Jan Van Camp, à la fonction de juge suppléant
auprès du tribunal du Commerce bruxellois"
(n° 15221)
47
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "de benoeming tot magistraat van
een beklaagde in de Beaulieuzaak" (nr. 15330)
47
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la
nomination en qualité de magistrat d'un inculpé
dans l'affaire Beaulieu" (n° 15330)
47
Sprekers:
Bart
Laeremans,
Els
De
Rammelaere, Stefaan Van Hecke, Renaat
Landuyt, Stefaan De Clerck
, minister van
Justitie
Orateurs:
Bart
Laeremans,
Els
De
Rammelaere, Stefaan Van Hecke, Renaat
Landuyt, Stefaan De Clerck
, ministre de la
Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de risicoanalyse van
het ontsnappingsgevaar bij het overbrengen van
gedetineerden van de gevangenis naar het
gerechtsgebouw" (nr. 15060)
56
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "l'analyse des risques
d'évasion lors du transfert de détenus de la prison
au palais de justice" (n° 15060)
56
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Olivier Maingain aan de
minister van Justitie over "de aanbeveling ten
gevolge van de audit van het Rekenhof met
betrekking tot de tenuitvoerlegging van de
patrimoniale straffen" (nr. 14630)
59
Question de M. Olivier Maingain au ministre de la
Justice sur "la recommandation formulée à la
suite de l'audit de la Cour des comptes en matière
d'exécution des peines patrimoniales" (n° 14630)
59
Sprekers: Olivier Maingain, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Olivier Maingain, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
60
Questions jointes de
61
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de bescherming en de bevordering
van een Brusselse parketmagistraat" (nr. 15082)
60
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la protection et la promotion d'un magistrat du
parquet de Bruxelles" (n° 15082)
61
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de zaak Merckx" (nr. 15106)
60
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"l'affaire Merckx" (n° 15106)
61
- de heer Servais Verherstraeten aan de minister
van Justitie over "voormalig eerste substituut-
procureur des Konings, de heer Dirk Merckx"
(nr. 15130)
60
- M. Servais Verherstraeten au ministre de la
Justice sur "l'ancien premier substitut du
procureur du Roi, M. Dirk Merckx" (n° 15130)
61
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de zaak Merckx" (nr. 15145)
60
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "l'affaire Merckx" (n° 15145)
61
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Justitie over "de zaak Merckx" (nr. 15149)
60
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice
sur "l'affaire Merckx" (n° 15149)
61
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "de bescherming en de bevordering
van een Brusselse parketmagistraat" (nr. 15331)
60
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la
protection dont bénéficie un magistrat du parquet
de Bruxelles et sa promotion" (n° 15331)
61
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van 61
- de M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice 61
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
Justitie over "de vermeende sabotage door
substituut-procureur Dirk Merckx van een
belastingonderzoek" (nr. 15688)
sur "le sabotage présumé d'une enquête fiscale
par le substitut du procureur du Roi Dirk Merckx"
(n° 15688)
Sprekers: Bart Laeremans, Renaat Landuyt,
Els De Rammelaere, Stefaan Van Hecke,
Stefaan De Clerck
, minister van Justitie,
Robert Van de Velde
Orateurs: Bart Laeremans, Renaat Landuyt,
Els De Rammelaere, Stefaan Van Hecke,
Stefaan De Clerck
, ministre de la Justice,
Robert Van de Velde
Samengevoegde vragen van
71
Questions jointes de
71
- de heer Robert Van de Velde aan de minister
van
Justitie
over
"informanten
bij
de
politiediensten" (nr. 15178)
71
- M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice
sur "les indicateurs auprès des services de police"
(n° 15178)
71
- de heer Robert Van de Velde aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "informanten bij de
politiediensten" (nr. 15207)
71
- M. Robert Van de Velde à la ministre de
l'Intérieur sur "les indicateurs auprès des services
de police" (n° 15207)
71
Sprekers: Robert Van de Velde, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Robert Van de Velde, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
21
OKTOBER
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
21
OCTOBRE
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.09 heures et présidée par Mme Clotilde Nyssens.
De vergadering wordt geopend om 14.09 uur en voorgezeten door mevrouw Clotilde Nyssens.
01 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de bekendheid en
toegankelijkheid van de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO)" (nr. 14914)
01 Question de Mme Sonja Becq au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à
la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la visibilité et l'accessibilité du
Service des créances alimentaires (SECAL)" (n° 14914)
01.01 Sonja Becq (CD&V): Mijn vraag is eigenlijk een stuk van een
tweeluik, waarvan ik het eerste luik heb gesteld aan minister
Reynders ­ het was weliswaar niet hij die heeft geantwoord ­ die
bevoegd is voor de Dienst Alimentatievorderingen en dan vooral het
luik terugvorderingen en het specifiek financiële aspect van deze
instelling. Aan de andere kant is er toch ook de vraag naar het gebruik
dat er van de Dienst Alimentatievorderingen kan gemaakt worden
door de betrokken personen die recht hebben op alimentatie en dat
niet krijgen.
Daarbij worden pijnpunten gesignaleerd door een aantal organisaties
te velde. Volgens hen is de dienst niet of onvoldoende gekend, is de
zichtbaarheid niet groot genoeg en zijn er te weinig mensen die er
appel op doen of kunnen doen. Dat is een element. Een tweede
element is inderdaad wel de mogelijkheden van of het feit dat er een
inkomensplafond is voor het beroep doen op de DAVO. De
terugvordering is het andere pijnpunt, maar dat was niet onmiddellijk
uw bevoegdheid, dacht ik. Ik wil tot mijn vragen komen.
Op welke manier worden op dit moment de mensen ingelicht over het
bestaan en de werking van de Dienst Alimentatievordering? Ik weet
dat de OCMW's daar een belangrijke rol in kunnen spelen, om
effectief een stukje op die manier te werken. Vroeger was dat hun rol,
nu loopt dat specifiek via deze dienst. Hoe wordt uiteindelijk de
zichtbaarheid daar vergroot? Op welke manier zult u dat aanpakken?
Hebt u elementen of voorziet u in maatregelen om de toegankelijkheid
van DAVO te versterken? U zei in uw beleidsverklaring 2008 een
onderzoek te zullen voeren naar mogelijkheden om het
inkomensplafond te verhogen. Hebt u daar al verdere resultaten over
in functie van de DAVO?
01.01 Sonja Becq (CD&V): Le
Service des créances alimentaires
(SECAL) serait insuffisamment
connu et le plafond de revenus est
en outre très faible. Comment les
gens
sont-ils
informés
de
l'existence du SECAL? Des
mesures vont-elles être prises
pour rendre le service plus
accessible? Le plafond de revenus
va-t-il être majoré?
01.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw de voorzitter,
mevrouw Becq, voor informatieverstrekking over zijn bestaan en
werking maakt de DAVO gebruik van verschillende instrumenten en
distributiekanalen. Elk jaar worden brochures, folders en affiches
01.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Le SECAL
diffuse
plusieurs
brochures
spécialisées actualisées ainsi que
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
gedrukt en verspreid. Om ervoor te zorgen dat de informatie zo
actueel mogelijk is, worden de brochures en folders jaarlijks
geactualiseerd. Die verschillende instrumenten zijn beschikbaar in de
drie landstalen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van het
aantal affiches, folders en andere brochures die de voorbije drie jaar
werden gedrukt. Ik zal de cijfers niet aflezen maar zal ze u bezorgen.
Wat de distributiekanalen betreft, de brochures, affiches en folders
worden over het algemeen verdeeld over de lokale kantoren van de
DAVO, alsook over de grote administratieve centra van de FOD
Financiën. Er dient evenwel te worden opgemerkt ­ en dat verklaart
de hoge cijfers voor het jaar 2007 ­ dat in 2007 een grote
informatiecampagne werd gelanceerd, waarvoor de verspreiding van
brochures, folders en affiches werd uitgebreid naar bijvoorbeeld de
OCMW's, de vrouwenverenigingen, het ONE, Kind en Gezin, de
justitiehuizen, notarissen, vakbonden, mutualiteiten, postkantoren,
Union
des
Villes
et
Communes,
verenigingen
voor
armoedebestrijding, RVA, ONEM, VDAB, Forem, Actiris, centra voor
gezinsplanning, portaalsites en federale websites van de FOD
Financiën en FOD Justitie.
Ten slotte wenste de DAVO zich, naar het voorbeeld van andere
organismen, uit te rusten met een informatie-instrument in de vorm
van een website die het mogelijk maakt alle personen die op een of
andere manier met de problematiek van het niet-betalen van
onderhoudsbijdragen worden geconfronteerd, zo goed mogelijk te
bereiken. Die site kan in het Frans, in het Nederlands en sinds kort in
het Duits worden geraadpleegd.
Over het onderzoek naar de mogelijkheid de inkomensplafonds te
verhogen zal een studie worden gelanceerd. Om te weten wat de
budgettaire gevolgen zullen zijn van een verhoging van de plafonds,
moet de financiering ervan normaal gezien aan bod komen in de
Ministerraad van vrijdag.
des affiches dans les trois langues
nationales. Je fournirai des chiffres
à Mme Becq par écrit. Ils sont
publiés par les bureaux locaux du
SECAL par les grands centres
administratifs du SPF Finances et,
depuis 2007, par les CPAS, les
associations féminines, l'ONE,
Kind en Gezin, les maisons de
justice, les notaires, les syndicats,
les mutuelles, les bureaux de
poste, l'Union des Villes et
Communes, les associations de
lutte contre la pauvreté, le RVA,
l'ONEM, le VDAB, le Forem,
Actiris, les centres de planning
familial et les sites internet des
pouvoirs publics. Le SECAL
possède
également
un
site
internet propre dans les trois
langues nationales. Je formulerai
lors de la prochaine réunion du
Conseil
des
ministres
des
propositions
tendant
à
faire
procéder à une étude sur le
relèvement du plafond de revenus.
01.03 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de minister, ten eerste, over de
verspreiding van brochures en folders. In de commissie Familierecht
hebben we het daarnet gehad over bemiddeling. Misschien moeten
we in het kader van de persoonlijke verschijning er mee in voorzien
dat daar informatie wordt gegeven over het bestaan van de DAVO en
over wanneer daarvan gebruik kan worden gemaakt.
Ik zeg dat een beetje met een knipoog naar die commissie
Familierecht, maar toch ook niet helemaal. In de commissie voor de
Financiën hebben we de DAVO immers ook besproken, en het
probleem van de terugvordering. Zonder er een zicht op te hebben, is
het probleem van de inkomensdelegatie, ook sommendelegatie
genoemd, eveneens aan de orde gekomen. Het verraste mij een
beetje dat er niet zo veel wordt vooropgesteld, terwijl ik had gedacht
van wel, omdat dat volgens mij ook een beetje het werk van de DAVO
zou moeten vergemakkelijken.
In die zin meen ik dat het informeren wel een heel belangrijk element
is dat we op een of andere manier toch nog zouden moeten kunnen
versterken. Er gaat namelijk niets boven een personencontact. Wij
weten allemaal dat we de mensen proberen te informeren, maar
folders of brochures helpen niet als het niet ergens op een of andere
manier kan worden meegedeeld. Misschien is dat in het kader van
01.03 Sonja Becq (CD&V): Peut-
être des informations sur le
SECAL
pourraient-elles
être
fournies dans le cadre de dossiers
de médiation. L'information revêt
une importance essentielle et les
brochures ne sont pas toujours
utiles.
Mieux
vaut
toujours
s'adresser
directement
aux
intéressés. Quand l'étude sur le
plafond de revenus sera-t-elle
prête?
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
een familiale rechtbank nog een van de perspectieven die we moeten
meenemen om daar aan de orde te brengen.
Ten tweede, over het punt van de studie voor het doorbreken van het
inkomensplafond. Als ik u goed begrijp, komt in de Ministerraad de
vraag aan bod om een studie te maken. Of brengt u reeds de
resultaten van de studie?
01.04 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Om de studie te lanceren.
01.05 Sonja Becq (CD&V): Om ze te lanceren. Hebt u er een zicht
op hoe lang die studie zal duren?
01.06 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Dat weet ik niet uit het
hoofd, maar ik kan u die informatie bezorgen, zo vlug mogelijk.
01.06
Melchior
Wathelet,
secrétaire
d'État:
Je
vous
communiquerai les informations
dans les meilleurs délais.
01.07 Sonja Becq (CD&V): Op die manier weet ik dan ook wanneer
ik een vervolgvraag kan stellen wanneer de resultaten bekend zijn.
01.08 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Ik zou nog iets willen
toevoegen. U zult zich herinneren dat wij in de wet over de
objectivering van de alimentatiegelden, die is goedgekeurd in de
Kamer en nu in bespreking is in de Senaat, hebben kunnen melden
dat er in het vonnis een vermelding over DAVO moest staan, om de
betrokkenen zo goed mogelijk in te lichten over het bestaan van
DAVO. Dat is een ander soort van kanaal om de mensen te
informeren over het bestaan van DAVO. Wij moeten die initiatieven
op de grootst mogelijke manier uitbreiden.
01.08
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: La loi sur
l'objectivation
des
aliments
dispose que le jugement doit faire
mention du SECAL. Nous devons
informer les gens par le plus grand
nombre de canaux possibles.
01.09 Sonja Becq (CD&V): Het is volgens mij terecht dat u daar nog
eens de aandacht op vestigt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de toename van het partnergeweld en
het overleg over het nationaal plan tegen geweld tussen partners" (nr. 15177)
- mevrouw Zoé Genot aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de opvolging van het nationaal actieplan
ter bestrijding van het intrafamiliaal geweld en de opvolging van de klachten" (nr. 15792)
02 Questions jointes de
- Mme Sonja Becq au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la recrudescence de la violence conjugale et
la concertation concernant le plan national de lutte contre la violence au sein du couple" (n° 15177)
- Mme Zoé Genot au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "le suivi du Plan d'action national contre les
violences conjugales et le suivi des plaintes" (n° 15792)
02.01 Sonja Becq (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, al een tijdje geleden vernamen wij via de pers dat er
sprake was van een toename van het partnergeweld. Dit stond in een
artikel in Knack. Ik weet niet of u dit leest. Uit het artikel bleek vooral
dat driekwart van de strafdossiers inzake partnergeweld wordt
geseponeerd. Uit de cijfers bleek wel dat het totaal aantal zaken in
02.01 Sonja Becq (CD&V): Les
trois-quarts des dossiers pénaux
relatifs à des violences entre
partenaires sont classés sans
suites. C'est là le résultat de la
charge de travail qui pèse sur la
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
2008 was gestegen, maar dat er blijkbaar veel wordt geseponeerd.
Vanuit ons OCMW waren wij bezig met deze aangelegenheid en van
een parketmagistraat vernam ik dat een van de redenen van het
seponeren is dat dit soort problemen niet altijd als prioritair worden
beschouwd omdat zij zoveel werk hebben. Een andere reden is dat
dergelijke feiten niet altijd kunnen worden bewezen. Ik neem wel aan
dat dit niet altijd zo vanzelfsprekend is.
Naast het bestraffende en vervolgende aspect vind ik evenzeer het
preventieve aspect van belang. Ik weet dat preventie geen federale
materie is, maar ik denk dat men bij dergelijke signalen vanuit politie,
rechtbank of parket via samenwerkingsakkoorden, die vooral
afspraken inhouden, op een of andere manier de link naar de
Gemeenschappen moet leggen of versterken. Ik heb ook begrepen
dat inzake partnergeweld overleg gaande is over een nationaal plan
tegen geweld tussen partners.
Ik heb om die reden de volgende vragen. Bestaat een dergelijk
overleg? Wie neemt daaraan deel? Wat zijn de resultaten van dat
overleg? Hoe wordt dat plan in de praktijk geconcretiseerd? Zijn er
evaluaties en op welke manier? Op grond van welke gegevens
gebeuren deze evaluaties? Zitten er in dat nationaal plan nog extra
maatregelen die u de moeite vindt?
magistrature et de la faible priorité
dont ces dossiers font l'objet, sans
parler de la difficulté à établir les
faits. Une concertation est menée
avec les Communautés ­ qui sont
compétentes pour la prévention ­
à propos d'un plan d'action
national contre la violence entre
partenaires. Le secrétaire d'État
peut-il fournir des précisions sur
ce plan?
02.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw Becq, ik heb
kennis genomen van uw vragen omtrent de oprichting van het
nationaal actieplan tegen partnergeweld en alle vormen van geweld
tegen vrouwen. Ik wens u erop te wijzen dat deze kwestie niet tot mijn
bevoegdheid behoort, maar wel tot die van mijn collega, de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, mevrouw
Milquet.
Het nationaal actieplan waarover ik het heb in mijn algemene
beleidsnota heeft betrekking op een plan dat de strijd wil aangaan
tegen intrafamiliale geweldpleging op ouderen in het bijzonder. Mij
bewust zijnde van dit maatschappelijk fenomeen, heb ik in het kader
van mijn bevoegdheden beslist om een werkgroep op te richten,
samengesteld uit betrokken organisaties uit de bevoegde deelstaten,
inzake de strijd tegen intrafamiliaal geweld tegen ouderen. Mijn eerste
doelstelling is om ervaring en good practices te verzamelen en te
bundelen. Dit kan dienen als basis van een gemeenschappelijk
lexicon en gemeenschappelijke concepten met het oog op een beter
welzijn en een betere behandeling, met eerbied, van onze ouderen.
De tweede doelstelling van dat project is het lanceren van een
informatie- en sensibiliseringscampagne in de loop van het eerste
semester van 2010, niet alleen om deze problematiek meer
bekendheid te geven, maar ook om onze verschillende partners voor
te stellen.
Voor het geweld tussen partners verwijs ik naar de vraag die Anne
Delvaux stelde aan vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen. Ik heb daaruit verschillende elementen genomen en
die ik u zal bezorgen. Het is zeer interessante informatie. Het debat
moet u echter voeren met mevrouw Milquet zelf.
De strijd tegen partnergeweld maakt deel uit van de thema's die in het
02.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Cette question a
trait aux compétences de la
ministre
pour
l'Égalité
des
chances, Mme Milquet. C'est à
elle que vous devez l'adresser.
Dans ma note de politique, je parle
spécifiquement d'un plan d'action
national
contre
la
violence
intrafamiliale à l'égard de parents.
J'ai constitué en cette matière un
groupe de travail avec des
représentants
des
pouvoirs
régionaux, dans le but de réunir
toutes les expériences dans ce
cadre. Je me propose également
de mettre sur pied une campagne
d'information et de sensibilisation
dans le courant de la première
partie de 2010.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
kader van de interministeriële conferentie Integratie en Samenleving
worden ontwikkeld. Het aannemen van een nieuw nationaal actieplan
zal een diepgaande samenwerking vereisen tussen de federale en de
gemeenschaps- en gewestministers die bij deze problematiek
betrokken zijn.
Zonder volledig te zijn, worden de aangehaalde elementen in
overweging genomen, in het licht van de in ons land van kracht zijnde
regels voor de verdeling van bevoegdheden.
02.03 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik zal de
volgende keer goed nagaan hoe de bevoegdheden precies zijn
verdeeld. Ik was mij er niet van bewust dat ik mij tot de vice-eerste
minister moest richten. Ik vond het zo vanzelfsprekend dat deze
materie in uw familiale bevoegdheid lag, dat ik er zelfs niet over
nadacht.
Het intrafamiliaal geweld tegen ouderen is inderdaad heel belangrijk.
Het is verborgen geweld. Tegelijk weet ik uit ervaring in een vorig
parlement dat er binnen de Gemeenschappen dienaangaande al heel
veel wordt ondernomen. Het is belangrijk dat de Gemeenschappen
goed op elkaar afstemmen. De vorige jaren hebben we bijvoorbeeld
vanuit de Vlaamse Gemeenschap specifieke vorming gegeven aan
familiale helpsters. Het heeft vaak met thuissituaties te maken.
In Vlaanderen wordt deze materie geregeld door de minister van
Welzijn.
02.03 Sonja Becq (CD&V): À
l'avenir,
j'examinerai
plus
scrupuleusement les différentes
compétences.
Bien des mesures sont prises au
niveau
de
la
Communauté
flamande en matière de violence
intrafamiliale à l'égard de parents.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie-
en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "het statuut van de
pleegouders" (nr. 15495)
03 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration
et d'asile, à la Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "le statut des parents
d'accueil" (n° 15495)
03.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, wij zijn intussen oktober 2009, bijna een
jaar na de bespreking van uw beleidsnota. Het is dus goed om op een
aantal punten na te gaan hoever u staat.
Een van de punten die in de bespreking van uw beleidsnota werd
aangehaald, ging over het statuut van de pleegouders. U hebt
aangekondigd dat er aan het dossier moest worden gewerkt. U hebt
ook medegedeeld dat het statuut op overleg met alle betrokkenen in
de pleegzorg was gebaseerd. U wees er ook op dat bedoeld statuut in
het belang van het kind moet zijn, zonder de soms tegengestelde
belangen van de betrokkenen ­ meer bepaald het kind, de natuurlijke
ouders en de pleegouders ­ uit het oog te verliezen.
U gaf te kennen dat een voorstel ter zake werd uitgewerkt en voor
advies naar de verschillende Gemeenschappen was verzonden.
Wat is de stand van zaken?
Wat is er voortgevloeid uit de besprekingen met de verschillende
03.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Qu'en est-il de
l'élaboration d'un statut des
parents d'accueil?
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Gemeenschappen? Wat waren de eventuele opmerkingen?
Hebt u een zicht op de timing voor het uitwerken en het definitief
gestalte geven aan een statuut voor pleegouders?
03.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw de voorzitter,
mevrouw Lahaye-Battheu, ik bevestig u graag dat het statuut van
pleegouder zoals opgenomen in de meegedeelde beleidsnota,
prioritair is en blijft. De cijfers alleen al rechtvaardigen deze aandacht,
maar meer dan de cijfers tonen de pleegouders dag na dag hun
maatschappelijk engagement.
In 2007 waren er in de Franse Gemeenschap ongeveer
3 400 kinderen in een pleeggezin geplaatst, waarvan twee derde
omkaderd door de Service de Placement Familial. In Vlaanderen
waren er 5 772 pleegkinderen en pleeggasten in 4 117 pleeg- of
gastgezinnen. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State
van 4 september 2008, dit op het wetsvoorstel tot wijziging van de
wetgeving inzake de rechten en plichten van pleegouders van
7 december 2007, ingediend door onder andere de heer Servais
Verherstraeten, werden de Gemeenschappen naar aanleiding van
een door mij georganiseerde consultatieronde uitgenodigd om hun
advies mee te delen.
De Raad van State zelf sprak zich omtrent het pleegouderschap in
bovenvermeld advies in duidelijke bewoordingen uit over de
onderscheiden bevoegdheden tussen het federale niveau en de
Gemeenschappen. De Raad van State concludeerde dat de federale
overheid bevoegd is voor de uitwerking van het statuut van de
pleegouders, maar dat zij geen jeugdbeschermingsmaatregelen
invoert, noch dat zij de hulpverlening regelt die in het kader van de
jeugdbeschermingsbijstand aan de jongeren en hun gezin zal worden
verleend.
Minister Catherine Fonck, toenmalig minister in de Franse
Gemeenschap bevoegd voor de materie, maakte op datum van
6 januari 2009 een eerste advies over, met de mededeling dat het om
een eerste advies ging.
Ze zei ook dat "une réflexion plus dense devrait me parvenir dans les
prochains mois.
"
Het advies stoffeerde als bijlage een studie van meester Deterwagne.
Ook nam ik nota van het advies van het wetsvoorstel
pleegouderstatuut van de Vlaamse overheid, studie gedateerd op
15 oktober 2008 en uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse
Gemeenschap.
Vanuit deze dialoog met de Gemeenschappen bleek dat zij eerder
wensten om vanuit het gemeenschapsniveau te werken en van
daaruit overleg en ondersteuning te bieden.
Bij het formuleren van hun advies waren zij van oordeel dat geen
gezagsrechten aan de pleegouders mochten worden overgedragen.
Nochtans blijkt uit heel recent overleg met de pleeggezinnen dat zij
net vragende partij zijn om in bepaalde situaties te kunnen beslissen.
Ik heb echter niet alleen de bijkomende, aangekondigde adviezen
03.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire
d'État:
En
2007,
quelque 3 400 enfants étaient
placés en famille d'accueil en
Communauté
française.
En
Flandre, on dénombrait 5 772
enfants en famille d'accueil et
enfants placés pour 4 117 familles
d'accueil ou de placement. À la
suite d'un avis du Conseil d'État
sur la proposition de loi de
décembre
2007
de
M. Verherstraeten,
notamment,
sur les droits et les devoirs des
parents d'accueil, j'ai sollicité
l'avis des Communautés. Le
Conseil d'État a conclu dans son
avis que le pouvoir fédéral est
compétent pour arrêter le statut
des parents d'accueil mais ne peut
instaurer de mesures de protection
de la jeunesse ni régler l'octroi
d'aide dans le cadre de l'aide à la
jeunesse. Mme Fonck, ministre de
la Communauté française à
l'époque, a rendu le 6 janvier 2009
un premier avis assorti d'une
étude jointe en annexe. J'ai
également reçu l'avis relatif à la
proposition flamande de statut des
parents d'accueil du 15 octobre
2008. Il est ressorti des contacts
que les Communautés choisissent
de travailler à partir du niveau
communautaire.
Dans leur avis, ils estimaient que
l'on ne pouvait pas transférer de
droits d'autorité aux parents
nourriciers alors que les familles
d'accueil le demandent.
Le
dialogue
avec
les
Communautés a été relancé après
les élections régionales.
Les
groupements
d'intérêts
veulent avoir voix au chapitre
avant la fin de l'accueil familial. Il
s'agit d'un règlement de procédure
et par conséquent, une matière
fédérale de sorte que l'on peut la
reprendre dans l'initiative.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
afgewacht. In de bewuste materie acht ik de dialoog met de
Gemeenschappen immers zowel nuttig als aangewezen. Niettemin
heb ik ook de installatie van de nieuwe gemeenschapsregeringen
afgewacht. Hun adviezen bereikten mij immers pas op het einde van
de legislatuur van de gemeenschapsregeringen.
Voornoemde dialoog werd, gelet op de recente installatie van de
gemeenschapsregeringen en de invulling van de kabinetten, opnieuw
opgestart. Ze zal worden voortgezet.
Het is immers de bedoeling voort te maken met een gewijzigd statuut
voor de pleegouders, wat volgens de Raad van State federale materie
is, zodat er voor iedereen duidelijkheid is welke specifieke ouderlijke
gezagsrechten kunnen worden overgedragen. Ik herhaal echter dat
zulks in respect en dus in dialoog met de Gemeenschappen zal
gebeuren, gelet op de specifieke gemeenschapsbevoegdheden in de
materie van het pleegouderschap.
De belangengroepen geven te kennen dat er bij de pleegouders een
sterke vraag is om, naar het voorbeeld van de Franse Gemeenschap
en voorafgaand aan de beëindiging van de pleegzorg, te voorzien in
inspraak van de pleegouders. Zulks is duidelijk een procedureregeling
en dus een federale materie, zodat het mede in het initiatief kan
worden opgenomen.
03.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor de stand van zaken die u
hebt gegeven.
Uit de cijfers die u hebt bezorgd ­ 3 400 pleegkinderen in de Franse
Gemeenschap en 5 772 in Vlaanderen ­, blijkt dat ze stijgen. Kan er
een vergelijking worden gemaakt?
03.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le nombre d'enfants
placés est en augmentation. On
en dénombre actuellement 3 400
en Communauté française et
5 772 en Flandre. Pourriez-vous
faire une comparaison?
03.04 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Ik zal het bekijken, maar
ik kan u niet zomaar antwoorden.
03.04
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Je ne peux pas
vous répondre immédiatement.
03.05 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Het zou goed zijn, indien
het mogelijk zou zijn ons de gevraagde informatie te bezorgen.
Omtrent het statuut van de pleegouders stel ik vast dat er toch wel
een enigszins verschillende benadering is van, enerzijds, de
Gemeenschappen, die geen gezagsrechten voor pleegouders willen,
en, anderzijds, van u in uw hoedanigheid van bevoegd, federaal
minister, die luistert naar wat door de pleegouders wordt gevraagd. Zij
vragen om hen bepaalde rechten te geven.
Voornoemd verschil in benadering is misschien wel de aanleiding voor
het feit dat er tot op vandaag nog niet is getrancheerd en er nog geen
concreet resultaat is geboekt.
De dialoog moet worden voortgezet, maar we kunnen het debat ook
niet eindeloos laten duren. Er is al zoveel beloofd aan de pleegouders.
Men leest en hoort voortdurend oproepen om mensen zich kandidaat
te laten stellen om pleegouder te worden, maar zolang het statuut niet
is aangepast, zal het aanbod waarschijnlijk niet stijgen. Ik zou u willen
vragen om uw verantwoordelijkheid te nemen, in dialoog, zodat het
statuut er zo snel mogelijk komt.
03.05 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Il n'y a pas
d'unanimité
entre
les
Communautés et le fédéral au
sujet des droits d'autorité. C'est
probablement la raison pour
laquelle aucune décision n'a
encore été prise.
Le débat ne peut pas s'éterniser.
Tant que leur statut n'aura pas été
adapté, le nombre de parents
nourriciers d'accueil n'augmentera
sûrement pas.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
03.06 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Ik kan uw redenering
volgen. Ik heb alleen het volgende bezwaar. We hebben pas
verkiezingen gehad in de deelstaten. Er zijn nu nieuwe regeringen.
Daarom vond ik het redelijk opnieuw hun mening te vragen, vooraleer
eraan verder te werken, zelfs al heb ik mijn mening al enkele
maanden geleden gegeven. Hoe groter de samenwerking is met de
Gemeenschappen, hoe beter. Dat is de beste manier van werken.
Als we op een bepaald moment moeten vaststellen dat er geen
consensus is of dat wij te ver zijn om een consensus te bereiken, dan
zullen wij moeten verder gaan, met respect voor de eigen
bevoegdheid van de federale Staat.
03.06
Melchior
Wathelet,
secrétaire
d'État:
Les
Communautés sont dotées de
nouveaux gouvernements. Je leur
ai redemandé leur avis. Une
collaboration
avec
les
Communautés est la meilleure
voie à suivre.
Si nous ne parvenons pas à un
consensus, nous devrons exercer
les compétences fédérales.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Raf Terwingen aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de geldigheidsduur van het
geschiktheidsvonnis in het kader van een interlandelijke adoptie" (nr. 15429)
- mevrouw Zoé Genot aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de mogelijkheid tot verlenging van de
geldigheidsduur van een geschiktheidsvonnis in het kader van een adoptie" (nr. 15796)
04 Questions jointes de
- M. Raf Terwingen au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la durée de validité du jugement d'aptitude
dans le cadre d'une adoption internationale" (n° 15429)
- Mme Zoé Genot au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la possibilité d'allonger la validité d'un
jugement d'aptitude dans le cadre d'une adoption" (n° 15796)
04.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, monsieur
le secrétaire d'État, les jugements d'aptitude ne sont valables que
trois ans. En octobre 2008, le secteur de l'adoption a tiré la sonnette
d'alarme en signalant que l'allongement des procédures avec certains
pays ne permettra pas à certains candidats parents d'accueillir dans
ces délais les enfants pressentis. Le ministre de la Justice a donc,
avec l'aide du parlement, allongé d'un an la validité du jugement.
Force est de constater que de nombreux parents, en Communauté
française comme en Communauté flamande, sont de nouveau dans
cette situation. Pendant la période de validité d'un jugement
d'aptitude, certains changements peuvent intervenir et remettre ce
jugement en question.
Monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous expliquer comment cela se
passe? Vu cette possibilité, envisagez-vous de permettre un nouvel
allongement de la validité du jugement d'aptitude? Combien de
parents ont-ils demandé un allongement sur la base de la loi
d'octobre 2008? Avez-vous connaissance du nombre de parents dont
les jugements vont bientôt expirer? Une évaluation de cette
problématique est-elle planifiée afin d'éviter au parlement de devoir
voter des lois de modification?
04.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Geschiktheidsvonnissen zijn slechts
drie jaar geldig. Aangezien het
voor kandidaat-ouders door de
langere procedures met bepaalde
landen niet mogelijk is om de
desbetreffende kinderen binnen
die tijdspanne in hun gezin op te
nemen, werd de geldigheidsduur
van het geschiktheidsvonnis met
een jaar verlengd.
Heel wat ouders bevinden zich
echter opnieuw in die situatie.
Denkt u bijgevolg aan een nieuwe
verlenging van de geldigheidsduur
van
het
geschiktheidsvonnis?
Hoeveel ouders hebben om zo
een verlenging gevraagd? Hoeveel
vonnissen
zullen
binnenkort
verstrijken? Is er een evaluatie van
die problematiek gepland?
04.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame la présidente,
le ministre de la Justice et moi-même avons été contactés récemment
par les Communautés sur le fait que certains candidats à l'adoption,
04.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Met toepassing van de
wet van 28 oktober 2008 werd de
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
dont la validité du jugement d'aptitude avait été prolongée d'un an par
application de la loi du 28 octobre 2008 modifiant les articles 1231,
1241, 1242 du Code judiciaire et 24bis de la loi du 24 avril 2003
réformant l'adoption afin de prolonger la durée de validité du jugement
d'aptitude et les certificats en matière d'adoption, risquaient, malgré
cette prolongation ­ je rappelle que cette mesure a été prise, il y a
moins d'un an ­, de ne pas recevoir de proposition d'enfant dans le
nouveau délai de validité du jugement d'aptitude.
Comme vous le soulignez dans votre question, je reste très attentif et
sensible à cette question. D'ailleurs, nous travaillons actuellement en
concertation avec les autres entités communautaires pour examiner
si, et dans quelle mesure, une solution satisfaisante peut être trouvée
pour résoudre cette situation délicate dans le respect de la législation
actuelle et dans l'intérêt supérieur de l'enfant.
La question doit, en tout état de cause, être envisagée de manière
équilibrée en prenant en compte la finalité même de cette
détermination de l'aptitude à adopter, à savoir offrir aux enfants les
meilleures chances de trouver une famille disposant de toutes les
qualités d'accueil nécessaires. L'intérêt de l'enfant doit évidemment
toujours rester au centre de nos préoccupations.
Pour ce qui concerne vos questions plus particulières, je peux vous
apporter certaines précisions.
1. Depuis l'entrée en vigueur, le 13 novembre 2008, de la loi du
28 octobre 2008, 212 attestations de prolongation de la durée de
validité du jugement d'aptitude ont été remises par l'autorité centrale
fédérale, chiffre établi jusqu'au 12 octobre 2009.
2. Le nombre de situations où les candidats à l'adoption n'avaient pas
reçu de proposition d'enfant au terme des trois premières années de
validité de leur jugement d'aptitude est de 118 pour l'autorité centrale
de la Communauté française et de 53 pour la Communauté flamande.
Il m'a été rapporté que plusieurs candidats à l'adoption ont introduit
auprès des tribunaux de la jeunesse des demandes pour obtenir un
nouveau jugement d'aptitude pour la période suivant l'expiration du
jugement antérieur.
À l'heure actuelle, je n'ai pas encore été informé d'un jugement qui
aurait été prononcé sur cette base.
Il appartient entièrement au pouvoir judiciaire d'apprécier cette
question et de juger de l'intérêt de la partie requérante qui demande
un nouveau jugement d'aptitude.
Comme indiqué plus avant, la concertation entre l'autorité centrale
fédérale et les autorités communautaires se poursuit afin de dégager
une solution rapide et équilibrée à cette question très sensible pour
ces familles. Une réunion est d'ailleurs prévue au début de la semaine
prochaine.
geldigheidsduur van het geschikt-
heidsvonnis
met
een
jaar
verlengd. De Gemeenschappen
hebben evenwel contact opge-
nomen met mijzelf en met de
minister
van
Justitie
omdat
bepaalde
kandidaat-adoptanten
ondanks die verlenging dreigen
geen kindvoorstel te krijgen binnen
de nieuwe geldigheidsduur van het
geschiktheidsvonnis.
Ik blijf deze zaak volgen. Het komt
er in de eerste plaats op aan de
kinderen alle kansen te geven om
een gezin te vinden waar de
adoptie in de best mogelijke
omstandigheden kan gebeuren.
Het belang van het kind moet altijd
centraal blijven staan.
Sinds de inwerkingtreding van de
wet van 28 oktober 2008 heeft de
federale centrale overheid van
13 november 2008 tot 12 oktober
2009 212 attesten van verlenging
van de geldigheidsduur van het
geschiktheidsattest afgegeven. In
de Franse Gemeenschap kregen
118 kandidaat-adoptanten geen
kindvoorstel bij het verstrijken van
de geldigheidsduur van drie jaar
van hun geschiktheidsvonnis. In
de Vlaamse Gemeenschap was
dat voor 53 kandidaat-adoptanten
het geval.
Verscheidene kandidaat-adoptie-
ouders
dienden
bij
de
jeugdrechtbanken aanvragen in
om een nieuw geschiktheidsvonnis
te verkrijgen voor de periode
volgend op de in het vorige vonnis
vermelde einddatum.
Begin volgende week zal een
vergadering plaatsvinden tussen
de
federale
en
de
gemeenschapsautoriteiten om tot
een oplossing te komen in deze
zeer gevoelige aangelegenheid.
04.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je remercie
le secrétaire d'État pour sa réponse. Nous nous inscrivons très
clairement dans le cadre de réflexion qui vient d'être décrit, c'est à-
dire la mise sur pied d'un équilibre dans lequel l'intérêt de l'enfant doit
rester l'axe central mais qui doit éviter de nouvelles épreuves aux
parents qui ont dû suivre un très long parcours pour obtenir ce
04.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Het belang van het kind moet
natuurlijk centraal staan, maar we
moeten er ook op toezien dat de
betrokken ouders niet onnodig op
de proef worden gesteld.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
jugement d'aptitude. En effet, la nouvelle loi en matière d'adoption est
beaucoup plus encadrante, ce dont nous nous réjouissons.
Toutefois, je crains que si on oblige les parents à redemander un
nouveau jugement d'aptitude, les juridictions seront surchargées par
l'examen des dossiers. De plus, les enfants ne pourront pas être
accueillis pendant ce délai et on peut imaginer le drame humain que
cela peut présenter.
J'espère que nous pourrons trouver une solution qui prenne en
compte ces intérêts, principalement l'intérêt de l'enfant et sans
s'empêtrer dans une bureaucratie lourde.
We zijn blij dat de nieuwe
adoptiewet de krijtlijnen duidelijker
uittekent, maar indien men de
ouders verplicht om een nieuw
geschiktheidsvonnis
aan
te
vragen, zullen de rechtbanken
overstelpt worden met aanvragen
en zolang kunnen de kinderen ook
niet worden opgevangen.
04.04 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Je comprends la
difficulté quand des parents désirent adopter et qu'ils doivent se
soumettre à toutes ces démarches. Ils peuvent ressentir une énorme
frustration lorsqu'on arrive à l'expiration du délai de trois ans sans
avoir atteint la fin de la procédure.
Cependant, on ne peut oublier qu'en deux, trois ou quatre ans, de
nombreuses choses peuvent changer. La validité d'une autorisation
d'adoption n'est pas éternelle et les circonstances peuvent changer.
Nous devons réussir à établir l'équilibre entre ces deux intérêts et
nous devrons faire preuve de souplesse tout en conservant la
véritable signification d'une "autorisation" à adopter et des différents
éléments qui doivent être évalués.
04.04 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Ik begrijp de frustratie
van de kandidaat-adoptieouders,
maar een toestemming om te
adopteren is niet eeuwig geldig: de
omstandigheden kunnen immers
veranderen. Er moet dus worden
gezorgd voor een evenwicht.
04.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Actuellement, s'il y a un
changement au sein de la famille pendant cette période de trois ans,
par exemple une séparation, ce jugement d'aptitude peut déjà être
remis en question. Je voudrais qu'on puisse examiner si les garanties
qui existent déjà par rapport à l'évaluation de ce jugement d'aptitude
dans la période de trois ans peuvent s'appliquer au-delà de cette
période.
Je souhaite que les parents puissent obtenir une garantie de durée.
Notre justice a de bons côtés mais, au niveau de la durée, on sait
toujours quand on commence mais jamais quand on termine. C'est un
élément important dans ce type de dossier.
04.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
In geval van scheiding, bijvoor-
beeld, gedurende die periode van
drie jaar kan de beoordeling van
geschiktheid in vraag worden
gesteld. Ik zou willen dat er wordt
nagegaan of de garanties die al
bestaan ten opzichte van de
evaluatie van die beoordeling van
geschiktheid binnen de periode
van drie jaar van toepassing
kunnen zijn na die periode. Ouders
moeten inderdaad garanties op
langere termijn kunnen krijgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Questions jointes de
- Mme Valérie Déom au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "l'évaluation de la loi sur l'hébergement
alterné égalitaire" (n° 15231)
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "l'hébergement égalitaire" (n° 15494)
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Valérie Déom aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de evaluatie van de wet op de
gelijkmatig verdeelde huisvesting" (nr. 15231)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de gelijkmatig
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
verdeelde huisvesting" (nr. 15494)
05.01 Valérie Déom (PS): Madame la présidente, veuillez m'excuser
pour mon retard mais je posais une question en commission de la
Défense. Par ailleurs, je remercie Sabien Lahaye-Battheu d'avoir bien
voulu m'attendre pour poser sa question. Je ne savais pas déplacer
ma question en Défense car c'était la dernière à l'ordre du jour mais je
tenais absolument à défendre les casernes de Namur, notamment
celle de Jambes.
Ma question concerne la loi sur l'hébergement alterné égalitaire qui
est entrée en vigueur le 14 septembre 2006.
Il me revient qu'une évaluation serait en cours. Monsieur le secrétaire
d'État, pouvez-vous me le confirmer? Dans l'affirmative, quand les
résultats sont-ils attendus? À ce stade, disposez-vous déjà de
résultats intermédiaires? Cette évaluation sera-t-elle soumise au
parlement pour envisager des éventuelles modifications législatives?
05.01 Valérie Déom (PS): Kunt u
bevestigen dat er een evaluatie
aan de gang is met betrekking tot
de wet op de gelijkmatig verdeelde
huisvesting? Voor wanneer kan
men
de
resultaten
daarvan
verwachten? Zal die evaluatie aan
het Parlement worden over-
gemaakt met het oog op eventuele
wetgevende wijzigingen?
05.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, mijn vraag heeft hetzelfde onderwerp.
Ik heb reeds een aantal keren gepoogd om na te gaan wat de
effecten zijn van de wet op de gelijkmatig verdeelde huisvesting. Is
het zo dat er na deze wetswijziging veel meer verblijfsco-ouderschap,
week-weekregelingen zijn voor kinderen van wie de ouders niet meer
samenwonen? Zo ja, is dat een goede zaak of is dat een minder
goede zaak?
U verwees in uw antwoorden steeds naar een studie die u had besteld
en die intussen blijkbaar klaar is. Onze timing is dus goed.
Wat blijkt uit die studie? Wat is het effect van de wetgeving? Moeten
er eventueel aanpassingen gebeuren? Wordt de wetgeving goed
opgevolgd?
05.02 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Observe-t-on une
augmentation des régimes de
coparenté
et
des
régimes
semaine/semaine
depuis
la
modification de la législation? Est-
ce une bonne chose?
Quels sont les résultats de l'étude
qui
avait
été
annoncée
précédemment? Des modifications
sont-elles encore nécessaires? La
législation fait-elle l'objet d'un bon
suivi?
05.03 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame la présidente,
j'ai eu envie de lancer deux études. La première concerne la
médiation en matière familiale. Dans le même temps, j'ai demandé
une étude universitaire sur l'évaluation de l'instauration de
l'hébergement égalitaire.
05.03 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Ik heb een studie
gevraagd over de gezinsbemid-
deling en nog een andere ­
academische ­ studie over de
evaluatie van de gelijkmatig
verdeelde huisvesting.
De conclusies werden twee dagen geleden bezorgd, net als de studie
betreffende de bemiddeling.
Les
conclusions
ont
été
transmises il y a deux jours, ainsi
que l'étude sur la médiation.
Nous analyserons avec attention ce volumineux rapport et nous ne
manquerons pas de vous faire part de ses résultats et conclusions.
Cette étude sera prolongée par une étude complémentaire impliquant
de jeunes adultes ayant vécu, dans leur enfance et/ou adolescence,
l'expérience de l'hébergement égalitaire. Nous disposerons ainsi d'un
aperçu plus large des vécus de ce type d'hébergement par la
population et des enfants devenus adultes.
Na analyse zullen wij de resultaten
en de conclusies van dit lijvig
verslag
mededelen.
Een
bijkomende studie zal betrekking
hebben op jonge volwassenen die
tijdens hun kinderjaren en/of
adolescentie een situatie van
gelijkmatig verdeelde huisvesting
gekend hebben.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
De administratie van Justitie beschikt niet over statistieken met
betrekking tot het aantal ingediende beroepen, wegens niet speciaal
gemotiveerde vonnissen waarin een gelijkmatig verdeeld verblijf werd
geweigerd. Sorry daarvoor, dat is spijtig, ook voor mezelf.
L'administration ne dispose pas de
statistiques sur le nombre de
recours introduits. Je le regrette
aussi.
Je vous demande de me laisser la possibilité de prendre
connaissance de l'ensemble de l'étude. Je le dirai également pour la
médiation, mais là, l'étude nous étant parvenue un peu
antérieurement, nous sommes déjà plus loin.
Je m'engage évidemment à avoir un débat sur ces différents
éléments. Doit-on l'organiser ici ou en sous-commission des Droits de
la Famille? C'est le parlement qui décidera.
La présidente: Vous nous direz quand vous serez prêt après la
lecture de ce dossier.
Ik
verbind
mij
ertoe
een
bespreking
over
die
onderscheiden
elementen
te
houden wanneer ik kennis zal
hebben genomen van de gehele
studie. Het
Parlement moet
beslissen of die bespreking hier
doorgaat dan wel in de Commissie
Familierecht.
05.04 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Dat kan vrij vlug. Ik wil het
eerst lezen, maar daarna zullen wij dat debat vrij vlug kunnen voeren.
05.04
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Cela peut aller
relativement vite.
05.05 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, nos questions
tombent à point. Lorsque vous parlez de débat, cela signifie-t-il que
nous ne verrons jamais l'étude y relative?
05.06 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: (...)
05.07 Valérie Déom (PS): Parfait!
Par contre, j'ai un petit souci par rapport à l'étude complémentaire sur
des jeunes adultes ayant vécu l'expérience de l'hébergement alterné
égalitaire. En effet, il en ressort que cette pratique n'est pas
considérée comme étant la norme. Et on semble considérer que ce
qui se faisait auparavant, c'est-à-dire en grande majorité un
hébergement non égalitaire, devrait être la norme pour définir si
l'enfant évolue bien. Or, pour moi, l'hébergement alterné égalitaire
devrait être la norme. En effet, de nombreux scientifiques et
psychologues s'accordent à dire que l'enfant doit avoir un contact
maximum avec ses deux parents. Or, dans ce cas, on donne
l'impression d'étudier des bêtes sauvages. C'est mon sentiment.
Lorsqu'on a étudié la problématique de l'adoption par des couples
homosexuels, on s'est référé à un panel d'enfants qui, eux, avaient
vécu cette situation. Ici, on a l'impression que la norme est ce qui
existait précédemment. On verra ce que cela donnera. Pourquoi pas?
On statuera ensuite à la lumière des résultats de l'étude.
En tout cas, j'ai hâte que l'on puisse débattre de cette étude, puisqu'il
me revient d'un certain nombre de pratiquants et d'associations que la
notion de motivation spéciale n'est pas véritablement la panacée et
n'est pas véritablement respectée dans tous les jugements. Une
amélioration de la loi à l'instar de ce qui a été fait pour les parts
contributives en définissant un certain nombre de critères, que l'on
avait exclus à l'époque, permettrait sans doute une meilleure
motivation spéciale. Précisément, notre objectif de motivation spéciale
ne semble pas réellement atteint. Mais attendons les résultats de
l'étude!
05.07 Valérie Déom (PS): Ik
denk dat de gelijkmatig verdeelde
huisvesting als norm moet worden
genomen (eerder dan de niet-
geljikmatig verdeelde huisvesting),
aangezien
heel
wat
weten-
schappers en psychologen het
erover eens zijn dat het kind
zoveel mogelijk contact met beide
ouders moet hebben.
Men zegt me dat het begrip van de
uitdrukkelijke
motivering geen
mirakeloplossing is, en dat het niet
in alle vonnissen wordt nageleefd.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
05.08 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Je voudrais répondre au
sujet des "bêtes sauvages". Ce n'est évidemment du tout l'objectif.
Pour évaluer cette loi, il est intéressant de prendre en compte les
deux côtés: ce qui est fait, la pratique et le mode de fonctionnement.
C'est dans cet outil de bonne information la plus neutre et la plus
objective possible que j'essaie de le faire. La loi votée prévoit
aujourd'hui le mécanisme d'hébergement égalitaire. C'est dans ce
cadre que j'envisage des études complémentaires qui viendront
alimenter le débat sans focaliser, ni porter un jugement de valeur. Ce
n'est pas du tout l'objectif!
05.08 Staatssecretaris Melchior
Wathelet:
Om
die
wet
te
evalueren
dient
rekening
te
worden gehouden met de praktijk
en de werkingswijze, met een zo
neutraal en zo objectief mogelijke
informatie. Het is in dat kader dat
ik aanvullende studies overweeg.
05.09 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, voor een goed begrip, wat was precies het
onderwerp van de afgeronde studie? Want u kondigt aan dat er nog
een bijkomende studie komt over de effecten van jongvolwassenen in
een week-weekregeling.
Vervolgens verzoek ik u het Parlement de primeur te gunnen. Ik
begrijp dat u het rapport pas heeft ontvangen, maar ik hoop dat de
parlementsleden de toelichting als eersten en op korte termijn kunnen
krijgen. We zijn nu drie jaar na de invoering van die wet en ik meen
dat wij nu toch een evaluatie moeten kunnen maken. Wij wachten op
de resultaten.
05.09 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Quel était le sujet
exact de l'étude? Je demande la
primeur pour le Parlement.
05.10 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw Lahaye-Battheu,
ik dank u voor uw initiatief en uw steun. Ik vond het nuttig om die
studie aan te vragen.
Ik zal de zaken bestuderen en zo snel mogelijk rapporteren, hetzij aan
de leden van de commissie voor de familiezaken, hetzij aan de leden
van de commissie voor de Justitie, naargelang de keuze van het
Parlement.
Ik heb dezelfde werkwijze gekozen voor de evaluatie over de
bemiddeling. De titel is: "l'Evaluation de l'instauration de
l'hébergement égalitaire dans le cadre d'un divorce et d'une
séparation".
Niet de kinderen dienden als basis van de evaluatiestudie. Ik vond het
interessant om te beschikken over een complementaire mening om
de evaluatie zo volledig mogelijk te doen. Die kinderen zijn intussen
natuurlijk volwassen geworden.
05.10
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Je ferai un
rapport à la commission des
Affaires familiales ou de la Justice.
En ce qui concerne l'évaluation de
la médiation, j'ai opté pour la
même
méthode
de
travail.
L'intitulé est donc L'évaluation de
l'instauration de l'hébergement
égalitaire dans le cadre d'un
divorce et d'une séparation.
Pour que cette évaluation puisse
être la plus complète possible, elle
a été élargie aux personnes
devenues adultes entretemps.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Questions jointes de
- Mme Valérie Déom au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la Politique
des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "l'évaluation de la loi sur la médiation
familiale" (n° 15232)
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la médiation en matière familiale"
(n° 15493)
- Mme Clotilde Nyssens au secrétaire d'État au Budget, à la Politique de migration et d'asile, à la
Politique des familles et aux Institutions culturelles fédérales sur "la médiation en matière familiale"
(n° 15509)
06 Samengevoegde vragen van
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
- mevrouw Valérie Déom aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor
Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de evaluatie van de wet op de
gezinsbemiddeling" (nr. 15232)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de bemiddeling in
familiezaken" (nr. 15493)
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid,
voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen over "de bemiddeling in familiezaken"
(nr. 15509)
06.01 Valérie Déom (PS): C'est le même genre de question que
celles qui précédent, mais là, nous avons commencé à en débattre en
sous-commission Droit de la Famille ce midi. Nous savons donc que
l'évaluation est arrivée et que vous avez pu en prendre connaissance
il y a quelques semaines. Quand les résultats de cette évaluation
nous seront-ils communiqués et quand pourrons-nous en débattre au
parlement?
06.01 Valérie Déom (PS): Wij
zijn
in
de
subcommissie
Familierecht met de bespreking
van dit probleem begonnen. Wij
weten dus dat u enkele weken
geleden kennis hebt kunnen
nemen van de evaluatie. Wanneer
zullen wij die resultaten krijgen ten
einde ze in het Parlement te
kunnen bespreken?
06.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Zelfde vraag.
06.02 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Je me rallie aux
propos de l'oratrice précédente.
06.03 Clotilde Nyssens (cdH): Moi aussi, la même question.
06.03 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
wou u ook dezelfde vraag stellen.
06.04 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: L'étude est arrivée
quelques jours avant; j'aurai donc moins de mal à vous répondre.
Nous venons de fêter le huitième anniversaire de l'entrée en vigueur
de la loi relative à la médiation familiale dans le Code de procédure
judiciaire. Cette évaluation commandée en 2008 est à présent
terminée et ses résultats nous ont été transmis ce week-end. Nous
avons pu entamer une analyse approfondie de ces résultats. Une
date est prévue, je crois qu'il s'agit du 10 novembre, pour un échange
à propos de cette étude. Elle vous sera présentée par ses auteurs.
Justice ou Famille, nous allons viser large car d'autres personnes
avaient manifesté le souhait de participer. La réunion sera
vraisemblablement organisée par le cabinet Justice. Je veux bien le
faire aussi en commission mais c'est peut-être beaucoup.
06.04 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: De resultaten werden
ons dit weekend overgemaakt. Er
is een datum voorzien ­ 10
november denk ik ­ voor een
voorstelling van de evaluatie door
de makers ervan. De vergadering
zal wellicht georganiseerd worden
door het kabinet Justitie. Ik wil
daar anderzijds ook wel op ingaan
in de commissie maar misschien
is dat dubbel werk.
06.05 Valérie Déom (PS): Le 10 novembre est un mardi. Si l'objectif
est de donner l'information, il faut éviter de tenir cette réunion en
même temps qu'une réunion de la commission de la Justice. La
commission peut décider de ne pas se réunir ce jour-là, même pour
des questions, afin que tous puissent se rendre à l'autre réunion.
06.05 Valérie Déom (PS): Indien
de doelstelling erin bestaat de
informatie te verschaffen dat moet
men er wel voor zorgen dat die
vergadering niet samenvalt met
een
vergadering
van
de
commissie Justitie.
06.06 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Il faut que cela se passe
en accord avec les personnes qui ont réalisé l'étude, afin qu'elles
soient présentes.
Ces différentes études sont menées en parallèle afin d'avoir la vision
la plus complète possible en matière de médiation.
Un colloque international sur la médiation judiciaire, réunissant des
06.06 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Dat moet gebeuren in
overleg met degenen die de studie
hebben uitgevoerd.
Die diverse studies worden parallel
verricht teneinde over een zo
volledig mogelijke visie te kunnen
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
pays du monde entier, s'est tenu à Paris la semaine dernière. On a pu
constater que les acteurs de justice travaillent partout dans le même
sens. La médiation et d'autres modes alternatifs de règlement des
conflits familiaux progressent dans les esprits et dans les pratiques.
Cette étude doit nous permettre d'évoluer dans ce sens pour faire en
sorte que l'ensemble de nos désirs deviennent réalité en ce qui
concerne le soutien à la médiation.
beschikken.
Vorige week vond er in Parijs een
internationaal colloquium over de
gerechtelijke bemiddeling plaats.
Er werd vastgesteld dat de
gerechtelijke actoren overal in
dezelfde
richting
werken.
Bemiddeling
en
andere
alternatieve
vormen
van
beslechting van familiale conflicten
maken opgang, zowel in de
geesten als in de praktijk.
Dankzij die studie zouden we in
die
richting
moeten
kunnen
evolueren.
06.07 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie. Je
suis impatiente de prendre connaissance des résultats, le 10
novembre. Je déduis de vos commentaires que ces résultats vont
manifestement dans le bon sens. Nous avons toujours été de fervents
défenseurs de la médiation, notamment dans le domaine familial.
Donc, si cette évaluation peut nous encourager à encore aller plus
loin, je ne peux que m'en réjouir.
06.07 Valérie Déom (PS): Ik leid
uit uw commentaar af dat die
resultaten de goede richting
uitgaan. Indien die evaluatie er ons
kan toe aanzetten om nog verder
te gaan, dan kan ik me daar enkel
maar over verheugen.
06.08 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, bij
de bemiddeling zijn twee aspecten belangrijk. In de eerste plaats gaat
het om de timing: wanneer biedt men bemiddeling aan. Dat moet op
het juiste ogenblik gebeuren, niet op het ogenblik waarop alle bruggen
verbrand zijn. Ik stel vast dat wij in België vaak achterop hinken, dat
wij te laat komen met onze bemiddeling.
Ten tweede gaat het om de organisatie van onze rechtbanken. In
andere landen ­ ik geef als voorbeelden Nederland en het verre
Canada ­ heeft men op de rechtbank zelf een bureau met een
permanentie van de bemiddelingsdienst. Mensen die openstaan voor
bemiddeling, kan men onmiddellijk doorsturen zodanig dat er "à
chaud" kan worden bemiddeld. Dat is vandaag bij ons onbestaande.
Er gaan vaak vele maanden verloren voor iemand eventueel bij een
bemiddelaar terechtkan. Dat geldt als het niet vrijwillig gebeurt maar
via doorverwijzing. Ik kijk dus uit naar de voorstellen.
06.08 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Il est important que la
médiation ait lieu au moment
adéquat. Actuellement, elle a lieu
trop tard. Contrairement à d'autres
pays, il n'y a pas de service de
médiation dans nos tribunaux et
ainsi des mois s'écoulent souvent
avant qu'une personne ne puisse
s'adresser
à
un
médiateur.
J'attends avec impatience les
propositions qui permettront de
remédier à ce problème.
06.09 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, j'irai
dans le même sens que mes collègues. J'attends cette réunion du 10
novembre avec impatience.
Pour résumer la pensée de mes collègues de façon encore plus
succincte, je suis quasi certaine qu'il y a moyen de faire mieux en
Belgique en matière de médiation.
Nous avons nos cultures respectives mais il est évident que dans les
pays voisins ou des pays plus lointains où la culture de médiation est
plus développée, nous voyons qu'elle a un impact immense sur
l'arriéré judiciaire. Par médiation, j'entends toutes les formes
alternatives de règlement des conflits.
06.09 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
kijk met spanning uit naar die
vergadering van 10 november. Ik
ben er nagenoeg zeker van dat
het inzake bemiddeling in België
beter kan. In andere landen waar
de
bemiddelingscultuur
meer
ontwikkeld is, is de weerslag voor
de achterstand in gerechtszaken
immens.
L'incident est clos.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Het incident is gesloten.
Présidente: Sabien Lahaye-Battheu,
Voorzitster: Sabien Lahaye-Battheu,
07 Vraag van de heer Servais Verherstraeten aan de minister van Justitie over "de contacten tussen
de voorzitter van de 18
de
kamer van het hof van beroep te Brussel met een parlementslid over het
Fortisarrest van 12 december 2008 en de contacten van een raadsheer van de 18
de
kamer tijdens het
beraad over het Fortisarrest" (nr. 15159)
07 Question de M. Servais Verherstraeten au ministre de la Justice sur "les contacts entre le président
de la 18
ème
chambre de la cour d'appel de Bruxelles et un membre du parlement au sujet de l'arrêt
Fortis du 12 décembre 2008 et les contacts pris par un conseiller de la 18
ème
chambre lors du délibéré
sur l'arrêt Fortis" (n° 15159)
07.01 Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, enige tijd geleden raakte bekend dat in een
strafonderzoek van de Gentse raadsheer Heimans over de lekken in
de Fortiszaak een veertigtal telefonische contacten zouden hebben
plaatsgevonden tussen de eerste voorzitter van de 18
e
kamer van het
hof van beroep te Brussel die het arrest in de Fortiszaak heeft geveld,
en een lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het probleem
is dat in dit onderzoek naar lekken in de debatten van de 18
e
kamer
zelden zoveel is gelekt.
Daarnaast verscheen in de pers ook dat een andere magistraat van
deze 18
e
kamer, die mee het arrest in het Fortisdossier heeft geveld,
contact heeft gehad met een zekere heer Perl waarbij vragen zouden
kunnen rijzen. Ik druk mij uit in voorwaardelijke wijs.
De heer Perl werd een aantal maanden geleden benoemd tot
bestuurder bij de Fortisholding en werd in die functie voorgedragen
door Deminor. Hij kreeg ook de steun van advocatenkantoor
Modrikamen, dat de beide aandeelhouders vertegenwoordigde en
verdedigde.
Mijnheer de minister, is het gebruikelijk dat een magistraat het vonnis
of het arrest dat hij velt toelicht of becommentarieert tegenover
derden? Is het gebruikelijk dat hij of zij in een concreet dossier contact
opneemt met derden?
Wat zijn de deontologische regels inzake het beroepsgeheim ­ dat
mijn inziens ook doorloopt na vonnis en of arrest, mijnheer de
minister, en ik vraag daar ook uw bevestiging ­ de discretieplicht en
de plicht tot terughoudendheid van magistraten?
Is op basis van de informatie die in de media kwam, waar de
betrokkenen het eerste contact ook publiek hebben bevestigd ­ ik ben
niet op de hoogte of dit ook zo was voor het tweede contact ­ een
tuchtonderzoek opgestart door de hiërarchische oversten van
raadsheren Blondeel en Salmon? Zo neen, waarom niet? Zo ja,
sedert wanneer?
07.01 Servais Verherstraeten
(CD&V):
L'instruction
pénale
menée par le conseiller gantois
Heimans sur les fuites dans
l'affaire
Fortis
aurait
permis
d'établir qu'une quarantaine de
contacts téléphoniques ont été
entrepris
entre
le
premier
président de la 18
e
chambre de la
cour d'appel de Bruxelles, qui a
rendu l'arrêt dans l'affaire Fortis, et
un membre de la Chambre des
représentants.
La
presse
a
également indiqué qu'un autre
magistrat de cette 18
e
chambre,
coauteur du même arrêt, aurait
également eu des contacts avec
M. Perl.
Est-il courant qu'un magistrat
explique ou commente l'arrêt qu'il
rend vis-à-vis de tiers? Quelles
sont les règles de déontologie en
vigueur en ce qui concerne le
secret professionnel, le devoir de
discrétion et le devoir de réserve
des magistrats? Une enquête
disciplinaire a-t-elle été diligentée
par les supérieurs hiérarchiques
des
conseillers
Blondeel
et
Salmon
sur
la
base
des
informations parues dans les
médias?
07.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega,
uiteraard moet ik verwijzen naar het geheim van het onderzoek. De
zaak is hangende en zal waarschijnlijk een dezer dagen worden
afgesloten om dan overhandigd te worden aan de procureur-generaal
te Gent die zijn vordering moet formuleren. Het is niet aan mij om
daar nu commentaar over te geven. Ik heb ook gelezen in de kranten
07.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Je dois me référer au
secret de l'instruction. Le dossier
sera probablement clôturé tout
prochainement. J'ai aussi lu les
journaux. Le procureur général de
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
wat ik heb gelezen.
Ik herhaal dat het niet aan mij is om thans te zeggen wat juist is of wat
niet met betrekking tot de beide raadsheren, noch wat het onderzoek
daaromtrent zal brengen. Ik denk dat wij dat op relatief korte termijn
zullen vernemen via de procureur-generaal te Gent die op een
bepaald ogenblik zijn vordering zal moeten definiëren op basis van de
elementen in het dossier.
De vraag die u principieel stelt, is natuurlijk de vraag naar de
onpartijdigheid van de rechter, wat is het geheim van het beraad, wat
is de reserve, "le devoir de réserve"? Daar kan ik u uit een boek van
Ringelheim, "Les limites du commentaire et de la polémique, le devoir
de réserve, l'expression censurée". Het is een publicatie van 2004
waaruit ik voorlees. Ik citeer:
Gand
devra
prononcer
son
réquisitoire sur la base des
éléments du dossier.
"Le juge a l'obligation de préserver la dignité de sa charge, en évitant
rigoureusement tout comportement susceptible d'ébranler la
confiance que la Nation doit avoir dans son impartialité et dans
l'institution à laquelle il appartient et de sauvegarder aux yeux de tous
l'image d'indépendance que la justice se doit toujours et
invariablement de donner.
Dans les causes dont il est appelé à connaître, le juge doit se garder
d'exprimer publiquement son opinion sur l'affaire qu'il est appelé à
juger, non seulement pendant les semaines durant lesquelles
intervient le délibéré, mais encore avant et après celui-ci.
Les impressions que l'examen de la cause suscite dans son chef
doivent donc demeurer personnelles. Il ne peut les exprimer avant ou
dans le cours des débats à peine de susciter un risque de partialité."
De rechter moet de waardigheid
van zijn ambt beschermen, door
elke gedraging te vermijden die
het vertrouwen dat de Natie moet
hebben in zijn onpartijdigheid en in
de instelling waarvan hij deel
uitmaakt, zou kunnen schenden,
en
moet
het
imago
van
onafhankelijkheid dat justitie altijd
en onveranderlijk dient uit te
stralen, in ieders ogen bewaren.
De rechter moet zich, in de zaken
waarvan hij kennisneemt, ervan
onthouden zijn mening over de
zaak waarover hij een uitspraak
moet doen, publiek te maken, niet
enkel gedurende de weken dat er
wordt beraadslaagd, maar ook
vóór en nadat het vonnis geveld
wordt.
De indrukken die de behandeling
van de zaak opwekt moet hij dus
voor zich houden. Hij mag er geen
uiting aan geven voor of tijdens de
debatten ten einde geen schijn
van partijdigheid op te wekken.
Tot zover het citaat. Er zijn nog andere citaten. Die plicht tot
terughoudendheid bestaat uiteraard, maar het onderzoek is er nu
eenmaal en we moeten naderhand bekijken, op basis van de
elementen van het dossier, wat er zal worden gevorderd en
geoordeeld.
Foulek Ringelheim, de auteur van de publicatie, heeft het mooi
samengevat met de volgende uitspraak.
Ce devoir de réserve existe certes,
mais l'enquête est en cours. Nous
devrons examiner par la suite, sur
la base des éléments du dossier,
ce qui sera requis et le jugement
qui sera prononcé.
Foulek Ringelheim a très bien
résumé cela par l'aphorisme
suivant.
"En épuisant sa juridiction, le juge épuise son temps de parole".
Door zijn bevoegdheid uit te
putten, put de rechter zijn
spreektijd uit.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ik vind dat een mooie uitspraak.
Voor de rest moeten wij kijken wat het dossier oplevert. Ik kan daar
nu geen commentaar op geven.
07.03 Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de minister, ik
begrijp uw terughoudendheid. Het ware misschien beter dat iedereen
ter zake terughoudendheid aan de dag had gelegd, waarmee ik
niemand specifiek met de vinger wil wijzen. Ik ben het volkomen eens
met het citaat dat u gaf. Ik moet trouwens zeggen dat een van de
experts van de parlementaire onderzoekscommissie, gewezen
procureur-generaal
du
Jardin,
naar
aanleiding
van
de
werkzaamheden van de onderzoekscommissie onder meer over een
zetelende magistraat heeft gezegd: "Een magistraat spreekt bij
monde van zijn of haar vonnis of arrest." Dat is het. Eigenlijk is dat in
het kort wat u zei.
07.03 Servais Verherstraeten
(CD&V): Je comprends la réserve
du ministre et je souscris
pleinement à la citation qu'il a faite
et que je veux répéter. Au sujet
des travaux de la commission
d'enquête,
l'ancien
procureur
général du Jardin a dit qu'un
magistrat
s'exprime
par
le
truchement des jugements ou des
arrêts qu'il rend.
07.04 Minister Stefaan De Clerck: "En épuisant sa juridiction, le juge
épuise son temps de parole." Ik kende die spreuk niet, maar nu dus
wel.
07.05 Servais Verherstraeten (CD&V): Er is uiteraard het
beroepsgeheim, dat ook in de strafrechtelijke sfeer zit en waar de
nodige instanties moeten en zullen over oordelen, wat ik dan ook zal
respecteren. Maar daarnaast zijn er de deontologische regels zoals
discretieplicht en de plicht tot terughoudendheid. Ook daarover zullen
de nodige instanties oordelen.
Dit moet mij ook van het hart. Ik heb moeten vaststellen ­ en ik verwijt
de kwestieuze volksvertegenwoordiger niets ­ dat wij al tijdens de
bespreking over de oprichting van de onderzoekscommissie
geconfronteerd zijn met een nota die toch zeer specifieke elementen
bevatte van stukken uit het dossier en van stukken die de raadsheren
aan het dossier hebben toegevoegd tijdens de pleidooien. Dan is het
te begrijpen dat sommige personen met vragen zitten.
07.05 Servais Verherstraeten
(CD&V): Il y a le secret
professionnel mais il y a aussi les
règles déontologiques telles que le
devoir de discrétion et le devoir de
réserve.
Les
instances
compétentes statueront aussi sur
ces aspects.
Force est de constater que dès
que nous avons entamé la
discussion sur la création de la
commission
d'enquête,
nous
avons été confrontés à une note
qui contenait des éléments tout à
fait spécifiques de pièces du
dossier et de pièces que les
avocats ont jointes au dossier
pendant leurs plaidoiries.
07.06 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer Verherstraeten, u stelt een
vraag, de minister antwoordt niet en u bent tevreden? Hallucinant!
07.06 Renaat Landuyt (sp.a):
M. Verherstraeten
pose
une
question, le ministre ne répond
pas et M. Verherstraeten est
satisfait! On croit rêver.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik
heb een opmerking over de regeling van de werkzaamheden. We
springen hier van het ene naar het andere. We kunnen natuurlijk niet
blijven wachten met onze vragen, die in volgorde staan. Als die
collega's niet aanwezig zijn, dan hebben ze pech.
De voorzitter: Er zijn heel wat samengevoegde vragen en wij zijn door bepaalde collega's verwittigd dat zij
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
ook in andere commissies vragen stellen. We zijn nog maar juist begonnen, dus ik stel voor dat we nog
eventjes wachten. Wat is uw eerste vraag?
07.08 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik heb hier een vraag met
collega's Landuyt en Van Cauter, dan nog een vraag met mevrouw
Van Cauter, dan een vraag met collega Verherstraeten samen, en
collega Landuyt en collega Van Hecke en mevrouw De Rammelaere.
Zij moeten hier maar zijn. De heer Schoofs staat er drie keer bij, maar
dat was om mij te vervangen toen; die mag u schrappen. U kunt
mevrouw De Rammelaere en collega Van Hecke verwittigen, maar wij
kunnen daar niet op blijven wachten. Zij gaan in de fout.
De voorzitter: Mevrouw Van Cauter heeft gezegd dat zij hier zou zijn om kwart over drie, dus over tien
minuutjes.
07.09 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Het is eigenlijk niet de
gewoonte dat als de collega's niets weten, de commissiediensten dan
blijven bellen.
De voorzitter: Blijven bellen doen we niet; we zijn nog niet eens begonnen.
07.10 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik snap dat u dat doet voor
enkele vragen, maar dan zou ik u toch willen vragen om de volgorde
te eerbiedigen die geagendeerd staat.
De voorzitter: Dat zal ik doen.
08 Question de M. Olivier Hamal au ministre de la Justice sur "un privilège pour les copropriétés"
(n° 15242)
08 Vraag van de heer Olivier Hamal aan de minister van Justitie over "een voorrecht voor de mede-
eigendom" (nr. 15242)
08.01 Olivier Hamal (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le 16 juillet dernier, la Chambre des représentants a voté à
l'unanimité la nouvelle loi sur la copropriété.
En parallèle au texte qui a été soumis d'abord aux membres de la
commission de la Justice et ensuite en séance plénière avec le
résultat que vous connaissez, plusieurs propositions de loi avaient
aussi été déposées, par moi-même et différents collègues, pour voir
accorder aux copropriétés un privilège sur la vente d'un bien privatif et
leur permettre ainsi de récupérer plus facilement et avec certitude les
sommes dues, le cas échéant, à la communauté. Il est en effet de
plus en plus fréquent que certains copropriétaires n'assument pas ou
plus leur participation aux frais et charges de la copropriété. À défaut
d'une intervention, en définitive des copropriétaires défaillants, ce sont
les autres qui devront supporter les impayés et se les répartir.
Il apparaissait donc opportun, et il apparaît encore aujourd'hui, qu'un
mécanisme juridique soit adopté pour que les copropriétés soient
désintéressées prioritairement lors de la vente des lots privatifs.
Cependant, en raison de la complexité de la matière des privilèges et
dans le souci de tenir compte d'une réforme que vous sembliez
annoncer, monsieur le ministre, en matière de privilèges pour assurer
une cohérence de l'ensemble de la législation et éviter d'ajouter un
privilège par-ci et d'en enlever un autre par-là, les parlementaires
concernés ont accepté de différer l'examen de ces propositions.
08.01 Olivier Hamal (MR):
Plusieurs propositions de loi ont
été déposées pour accorder aux
copropriétés
immeubles
un
privilège sur la vente d'un bien
privatif, leur permettant ainsi de
récupérer plus sûrement des
sommes dues à la communauté. Il
est en effet de plus en plus
fréquent que certains copro-
priétaires n'assument plus leur
part dans les charges communes.
Actuellement, lorsqu'un copro-
priétaire est défaillant, les autres
doivent supporter ces impayés. Il
paraît donc opportun d'adopter un
mécanisme juridique pour que les
copropriétés soient désintéressées
prioritairement lors de la vente de
lots privatifs. Cependant, pour
assurer la cohérence de la
législation sur les privilèges, les
parlementaires ont accepté de
différer
l'examen
de
ces
propositions. Où en êtes-vous à ce
sujet?
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Il apparaît en outre indispensable que la matière des privilèges reste
cohérente et qu'en agissant trop dans la précipitation, il soit perdu de
vue certains équilibres à respecter en matière de privilèges.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous préciser vos intentions à ce
sujet?
Quel timing projetez-vous?
J'attire votre attention sur le fait qu'il s'agit d'un problème important
pour les copropriétés puisqu'il concerne aujourd'hui plus de 1 200 000
logements soumis à ce régime et qu'entre 3 et 4 500 000 personnes y
vivent. Dans un tel contexte, il me semble urgent de prévoir un
mécanisme, que ce soit un privilège, voie initialement envisagée, ou
une autre formule en la matière.
08.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, j'étais ravi que le parlement ait pris la décision de ne pas
entamer la discussion des propositions de loi en ce qui concerne
l'attribution d'un privilège à l'association des copropriétaires, à la
lumière de ma réforme prévue du système de sûreté. L'actuel
système de sûreté est complexe, peu clair et a besoin d'être réformé.
Je souhaite exécuter ce projet à fond. Tenant compte de l'exercice
d'équilibre qu'une telle initiative nécessite, ce projet n'est pas un projet
à court terme. En ce moment, mon cabinet est en train de finaliser
une première note, laquelle prévoit une orientation, une méthode de
travail et un timing, avec des spécialistes du terrain, avec des
académiciens. Il va de soi que je mettrai dès que possible le
parlement au courant.
Je souhaite cependant déjà vous signaler que l'attribution d'un
privilège est une exception à la règle et doit être l'ultime recours. Je
serais dès lors étonné que cela soit le seul remède pour la
problématique dont vous signalez l'importance, à juste titre.
J'espère donc pouvoir vous donner des indications plus précises sur
la direction que nous suivrons pour cette problématique de sûreté. En
effet, le moment est venu de mettre en marche une approche globale.
J'ai déjà reçu une première note de la part de professeurs
d'université. Je tâcherai de limiter et de définir le contenu:
considérera-t-on la totalité ou non? L'étude doit encore le finaliser.
Dans les semaines qui viennent, je pourrai vous informer du suivi de
ce projet.
08.02
Minister Stefaan De
Clerck: Ik ben erg tevreden dat
het Parlement de bespreking van
de wetsvoorstellen betreffende de
toekenning van een voorrecht aan
de vereniging van de mede-
eigenaars
heeft
uitgesteld,
aangezien ik van plan ben de
zekerheidsstellingen in hun geheel
te herzien. Zo een ontwerp is een
evenwichtsoefening
die
niet
inderhaast
mag
worden
afgehaspeld.
Mijn kabinet verfijnt een eerste
nota aangaande de strekking, de
methode en de planning van die
werkzaamheden. In de komende
weken zal ik het Parlement op de
hoogte brengen van de voortgang
van dit dossier.
U mag echter niet vergeten dat
een voorrecht een uitzondering op
de regel is en het om die reden het
laatste redmiddel moet blijven.
Er kan aan andere mechanismen
dan het voorrecht worden gedacht;
we zouden in dit verband
deskundigen kunnen raadplegen.
08.03 Olivier Hamal (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Voilà qui répond parfaitement à mes préoccupations.
Indépendamment d'un privilège, puisque d'autres pistes peuvent être
explorées, une idée serait peut-être de demander à ces spécialistes le
type de mécanisme qu'il serait possible de prévoir pour arriver au
même résultat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
09 Question de M. Olivier Hamal au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "une
simplification administrative dans le cadre du Code des sociétés" (n° 15248)
09 Vraag van de heer Olivier Hamal aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
administratieve vereenvoudiging in het kader van het Wetboek van vennootschappen" (nr. 15248)
09.01 Olivier Hamal (MR): Monsieur le ministre, le Code des
sociétés prévoit, en son article 220, l'obligation de faire établir un
rapport par un réviseur d'entreprises dans l'hypothèse d'une vente à
une société d'un bien appartenant à un fondateur ou gérant, pour une
valeur dépassant 10 % du capital souscrit, et ce endéans les deux
années. L'article 221 prévoit, quant à lui, que l'article précédent ne
s'applique pas aux acquisitions faites dans les limites des opérations
courantes conclues aux conditions et sous les garanties normalement
exigées par la société pour les opérations de la même espèce.
La question porte, dès lors, sur la reprise d'une activité dont
l'estimation est faite par les instances professionnelles. À titre
d'exemple, l'étude notariale est estimée en application de l'article 55
de la loi de Ventôse ainsi que de l'arrêté royal d'exécution du 10 août
2001. Ladite estimation ne pouvant être effectuée que par un membre
de la commission d'estimation de la chambre nationale des notaires,
le cas suivant se rencontre dès lors: l'estimation est faite par un
organe de la chambre nationale, non-réviseur d'entreprises,
notamment un expert-comptable agréé. L'article 220 sous-entendrait
l'intervention ultérieure d'un réviseur d'entreprises. Or, celui-ci, dans
cette hypothèse, ne peut que constater la valeur déterminée par le
membre de la commission d'estimation de la chambre nationale. Son
intervention se limite, dès lors, à faire référence au rapport établi par
celui-ci. Ne pourrions-nous considérer que l'article 221 trouverait dans
le cas présent à s'appliquer? Cela permettrait non seulement une
simplification administrative, mais également un allègement des
charges financières de la société.
09.01 Olivier Hamal (MR): Artikel
220 van het Wetboek van
vennootschappen
bepaalt
dat
omtrent
elk
vermogens-
bestanddeel, toebehorend aan een
oprichter, zaakvoerder of vennoot,
hetwelk
de
vennootschap
overweegt binnen twee jaar te
rekenen van de oprichting te
verkrijgen tegen een vergoeding
van ten minste een tiende van het
geplaatste kapitaal, een verslag
opgemaakt
wordt
door
de
commissaris,
of
in
de
vennootschappen waar die er niet
is, door een bedrijfsrevisor die
wordt aangewezen door het
bestuursorgaan.
Artikel
221
voorziet in een uitzondering op de
toepassing van artikel 220.
Bij de overname van een activiteit
waarvan de waarde door de
beroepsorganen geschat wordt
(bijvoorbeeld
een
notariaat,
waarvan de waarde enkel geschat
kan worden door een lid van de
schattingscommissie
van
de
Nationale Kamer van Notarissen)
zou de toepassing van artikel 220
veronderstellen dat er naderhand
nog
een
bedrijfsrevisor
een
verslag moet opmaken. Die kan
echter alleen maar vaststellen dat
het lid van de schattingscommissie
van de Nationale Waarde een
bepaalde
waarde
aan
het
vermogensbestanddeel
heeft
toegekend. Kunnen we er in dit
geval niet van uitgaan dat artikel
221 van toepassing is?
09.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, ma réponse étant
très technique, peut-être conviendrait-il mieux que je vous en
transmette directement le texte. Ma réponse est très détaillée.
Sous réserve d'une éventuelle interprétation par les cours et
tribunaux, je peux préciser, dans le cadre de la reprise d'une étude
notariale, conformément à l'article 55 de la loi de Ventôse, que celle-ci
pourrait constituer une exception à l'application de l'article 220 du
Code des sociétés, en prenant obligatoirement en considération les
conditions fixées par les articles 220, 221 et 222 du Code des
sociétés ainsi que la finalité des dix articles.
09.02
Minister Stefaan De
Clerck: Onder voorbehoud van
een eventuele interpretatie door de
hoven en rechtbanken kan de
overname van een notariaat
conform artikel 55 van de wet van
25 ventôse jaar XI op het
notarisambt
een
uitzondering
vormen op de toepassing van
artikel 220 van het Wetboek van
vennootschappen,
met
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Monsieur Hamal, comme vous pouvez le constater, il serait préférable
que je ne poursuive pas la lecture de ma réponse et que je m'en
réfère à sa version écrite.
inachtneming van de voorwaarden
zoals bepaald in de artikelen 220,
221 en 222 van het Wetboek van
vennootschappen en de opzet van
deze artikelen.
Mijn antwoord op deze vraag is
zeer technisch; ik bezorg u dan
ook de tekst van het antwoord en
verwijs naar de schriftelijke versie.
09.03 Olivier Hamal (MR): Effectivement, ce serait plus utile!
09.03 Olivier Hamal (MR): Ik
dank u voor uw antwoord.
09.04 Minister Stefaan De Clerck: Het heeft natuurlijk weinig zin dat
ik deze tekst volledig voorlees. De notulen zullen uiteraard beperkt
zijn tot wat ik mondeling heb gezegd maar de tekst zal verstuurd
worden naar alle leden van de commissie.
09.04
Stefaan De Clerck,
ministre: La réponse orale se
limite à ce que je viens de dire,
mais le texte sera envoyé à tous
les membres de la commission.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Collega's, mevrouw Van Cauter heeft laten weten dat zij weldra aanwezig zal zijn. Ik stel
aldus voor om even te wachten met de behandeling van punt 12 van onze agenda en meteen over te gaan
naar punt 15.
10 Vraag van de heer Francis Van den Eynde aan de minister van Justitie over "de aanval op een
advocate aan het Brusselse justitiepaleis" (nr. 15001)
10 Question de M. Francis Van den Eynde au ministre de la Justice sur "l'agression d'une avocate au
palais de justice de Bruxelles" (n° 15001)
10.01 Francis Van den Eynde (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, ik ben vandaag een geluksvogel. Ik
verwachtte een tijdje te moeten luisteren alvorens mijn vraag te
kunnen stellen. Zo kunnen we vaststellen dat er af en toe
rechtvaardigheid is in deze wereld.
Mijnheer de minister, ik beken dat deze vraag gebaseerd is op het
antwoord dat ik heb gekregen op een schriftelijke vraag die ik u uit
voorzichtigheid heb gesteld. Zij heeft betrekking op een verhaal dat ik
uitsluitend in de Franstalige kranten heb gelezen. Dat verhaal leek mij
dermate bij het haar getrokken dat ik de waarheid ervan betwijfelde.
Het gaat over het volgende. Op 2 maart had een vrouwelijke advocate
in het Brusselse justitiepaleis gepleit voor het hof van beroep. Ze
verliet de zaal samen met haar cliënt die ze had verdedigd en ze werd
daar aangevallen door -- ik citeer uit Le Soir -- de Turkse vrienden
van de tegenpartij. Het ging er nogal ruw aan toe en de advocate
werd gewond. Ik geloof dat haar pink werd gebroken. Uiteindelijk
vluchtte ze met haar cliënt naar de zaal waar op dat ogenblik het hof
van beroep aan het beraadslagen was over de zaak die ze had
gepleit.
De voorzitter van het hof van beroep deed een beroep op de
veiligheidsdiensten van het justitiepaleis. Het was echter 16 u 15 en
als er niets speciaals aan de hand is vertrekken die mensen om
16 u 00. Dat was die dag het geval. Zij konden dus onmogelijk
10.01 Francis Van den Eynde
(Vlaams Belang): Le 2 mars
dernier, une avocate aurait été
agressée au palais de justice de
Bruxelles par des amis turcs de la
partie adverse au moment où elle
quittait la salle d'audience de la
cour d'appel en compagnie de son
client. Elle se serait réfugiée dans
la salle d'audience et le président
de la cour aurait appelé à l'aide les
services de sécurité du palais. À
16 h 15, toutefois, plus aucun
agent de sécurité n'aurait été
présent au palais. La police,
appelée par l'avocat général,
aurait, selon nos informations, mis
pas moins de trois quarts d'heure
pour traverser la Place Poelaert.
Il ressort d'une réponse du
ministre à une question écrite que
j'ai posée à propos de cet incident
qu'il est en effet exact que les
prestations
des
services
de
sécurité du palais de justice
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
tussenbeide komen. De advocaat-generaal belde de politie die recht
tegenover het justitiepaleis is gevestigd. De politie had echter volgens
de kranten ongeveer drie kwartier nodig om het Poelaertplein over te
steken. Ik geef toe dat het daar druk is omstreeks dat uur, maar dat is
toch een lange tijd voor deze afstand.
In uw uitgebreide antwoord -- waarvoor dank -- dat ik van u ontving
omtrent dit incident, hebt u eerst en vooral de veraciteit bevestigd.
Nogmaals, ik betwijfelde de waarheid van het verhaal. U legde uit dat
er bij de veiligheidsdiensten na 16 u 00 niemand meer aanwezig is.
Dat klopt dus. Voorts kondigde u een aantal maatregelen aan om dit
te verhelpen.
Ik blijf echter op mijn honger -- om deze geijkte uitdrukking te
gebruiken -- in verband met de laattijdige aankomst van de politie.
Het is toch een vrij merkwaardige zaak dat de politie zoveel tijd nodig
heeft om magistraten bij te staan, terwijl ze in de buurt zit. Vandaar
dat ik die vraag nog eens mondeling stel.
cessent à 16 h. Le ministre a
annoncé
qu'il
prendrait
des
mesures pour remédier à ce
problème. Sa réponse écrite m'a
toutefois laissé sur ma faim en ce
qui concerne l'intervention de la
police.
10.02 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer Van den Eynde,
misschien kan ik nog eens de juiste informatie geven, want anders is
er onnodig commentaar, worden er bedenkingen gemaakt, enzovoort.
De politiedienst die in eerste instantie werd gecontacteerd, is die
gevestigd in het Portalisgebouw. De aanwezige officier heeft
onmiddellijk de dispatching van de politiezone Brussel-Hoofdstad-
Elsene verwittigd om bijstand te vragen van een patrouille. Uit de
dispatchinggegevens blijkt formeel dat de bijstand gevraagd werd om
16 u 31. De gevraagde patrouille is ter plaatse gekomen om 16 u 39.
Op dat ogenblik waren de aanvallers inderdaad niet meer aanwezig.
Een proces-verbaal werd opgesteld en overgezonden aan de
procureur des Konings te Brussel. De patrouille heeft om 17 u 11 de
plaats van de feiten verlaten omdat alles afgehandeld was.
Tussen het ogenblik van de vraag en het ogenblik van de
aanwezigheid zijn er dus welgeteld acht minuten verstreken. Ik denk
niet dat daar veel commentaar bovenop moet komen.
10.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Le service de police
établi dans le bâtiment Portalis a
été contacté en premier lieu. Il
ressort
des
données
de
dispatching qu'une aide a été
demandée à 16 h 31 et que la
patrouille de la zone de police de
Bruxelles-Ixelles est arrivée sur les
lieux à 16 h 39. À ce moment, les
agresseurs s'étaient déjà évanouis
dans la nature. Huit minutes à
peine se sont donc écoulées entre
le moment de l'appel et celui de
l'arrivée sur les lieux de la police.
10.03 Francis Van den Eynde (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben eerlijk gezegd blij met uw
antwoord, want het werd toch een klein beetje te gek. Het is mogelijk
dat de politie acht minuten later ter plaatse was, maar wie weet is ze
de weg zoekgeraakt in het labyrint van het justitiepaleis.
In elk geval, daarmee spreekt u formeel het bericht uit Le Soir tegen.
10.03 Francis Van den Eynde
(Vlaams Belang): Il est possible
que la police soit arrivée huit
minutes plus tard, mais peut-être
les agents se sont-ils égarés dans
le labyrinthe du palais de justice.
Le
ministre
dément
donc
formellement
les
informations
parues dans Le Soir.
10.04 Minister Stefaan De Clerck: Ja.
10.04
Stefaan De Clerck,
ministre: En effet.
10.05 Francis Van den Eynde (Vlaams Belang): Wat mij betreft,
ben ik perfect tevreden met dat antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het beleid van het parket ten aanzien van
de Brusselse drugbendes" (nr. 14933)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het beleid van het parket ten aanzien van
de aanhoudende reeks geweldincidenten in Brusselse wijken" (nr. 14934)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de reactie van het parket op de rellen in
Molenbeek" (nr. 14954)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de rellen in Molenbeek" (nr. 15186)
11 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la politique du parquet face aux trafiquants de
drogue à Bruxelles" (n° 14933)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la politique du parquet face aux incessants
incidents dans certains quartiers bruxellois" (n° 14934)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la réaction du parquet face aux émeutes survenues
à Molenbeek" (n° 14954)
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "les émeutes survenues à Molenbeek"
(n° 15186)
11.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit zijn twee aparte onderdelen van een
samenhangend verhaal. De kwestie Molenbeek is ondertussen meer
dan een maand uit het nieuws, maar de ernst van de feiten staat
zeker toe dat wij er vandaag nog even op doorgaan precies omdat er
nog heel wat vraagtekens blijven bestaan. Ik heb het concreet over
een aspect, namelijk dat wat volgens de politie aan de basis zou
hebben gelegen van een groot deel van de rellen zijnde de sluiting
van een 15-tal vzw's waar drugs werden verhandeld. Dit is allemaal
gebeurd in en om Molenbeek, maar dat is precies een van de
elementen die ik u wou vragen. Tegelijkertijd is absoluut niet duidelijk
welk beleid het parket voert ten aanzien van die bendes en vzw's.
Ten eerste, kan u bevestigen dat recent een 15-tal vzw's werd
gesloten waar drugs werden verhandeld? In welke gemeenten en
wijken bevonden die zich? Is dat allemaal in Molenbeek of ook in de
buurgemeenten en gemeenten van dezelfde politiezone? Werden er
goederen of diensten in beslag genomen?
Ten tweede, welke maatregelen werden er genomen ten aanzien van
deze vzw's? Wat verstaat men onder "het sluiten van"? Is dat een
definitieve sluiting of zijn die ondertussen al weer open? Hebt u daar
zicht op? Gaat het om een tijdelijke of een definitieve maatregel?
Wordt de juridische ontbinding gevorderd? Op welke terreinen waren
die vzw's officieel actief?
Ten derde, hebt u weet van meer van dergelijke vzw's die in Brussel
actief zijn op dit moment? Is er ook een beleid ten aanzien van
dergelijke vzw's in andere politiezones?
Ten vierde, hoeveel mensen werden er in totaal bij die operatie
aangehouden?
Hoeveel
kregen
een
gerechtelijk
aanhoudingsmandaat? Hoeveel zitten er nog vast? Zijn daar
minderjarigen bij? Wat is de stand van zaken in de onderzoeken?
Ten slotte, deelt u de analyse van de politie dat de fameuze rellen in
Molenbeek het gevolg zijn van de frustratie van de drugsbendes?
Klopt het dat deze bendes kinderen of jongeren misbruiken om onrust
te zaaien in de wijk en om de aandacht af te leiden van hun duistere
11.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): D'après la police, les
incidents survenus à Molenbeek il
y a plus d'un mois seraient
essentiellement dus à la fermeture
d'une
quinzaine
d'ASBL
s'opérait un trafic de drogue.
Le ministre peut-il confirmer ces
fermetures? Où ces ASBL se
trouvaient-elles exactement? Des
biens ou des services ont-ils été
saisis? Quelles mesures ont été
prises vis-à-vis de ces ASBL? Les
fermetures sont-elles définitives ou
temporaires?
Dans
quels
domaines ces ASBL étaient-elles
actives officiellement? Le ministre
est-il
informé
de
l'existence
d'autres ASBL de cette catégorie
actuellement en fonctionnement à
Bruxelles? Quelle est la politique
menée dans les autres zones de
police vis-à-vis de telles ASBL?
Combien de personnes ont été
arrêtées au total dans le cadre de
cette opération; combien y a-t-il eu
d'arrestations
judiciaires
et
combien de personnes sont-elles
encore incarcérées? Y-a-t-il des
mineurs parmi ces personnes? Où
en sont les enquêtes? Le ministre
partage-t-il l'analyse de la police
selon laquelle les émeutes à
Molenbeek sont le résultat de la
frustration
des
bandes
de
trafiquants
de
drogue?
Ces
bandes abusent-elles d'enfants ou
de
jeunes
pour
détourner
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
handeltjes? Werden er reeds criminelen op basis van dit feit, namelijk
het inschakelen van minderjarigen, vervolgd en veroordeeld.
Voorzitter: Servais Verherstraeten.
Président: Servais Verherstraeten.
Dat is mijn eerste vraag. Ik heb daar meteen ook een tweede vraag
bij, mijnheer de voorzitter. Ik zie dat u even het voorzitterschap
waarneemt. De tweede vraag gaat dan meer in het algemeen over de
rellen die wij hebben gekend. Ik heb dat wat willen opentrekken, niet
alleen naar Molenbeek maar ook naar de rellen die er deze zomer zijn
geweest, de hinderlagen van politiemensen, de belagingen van een
politiecommissariaat. Er zijn verschillende grote incidenten geweest
naar aanleiding waarvan de korpschef van Molenbeek, de heer
De Becker, openlijk de zeer trage reactie van Justitie heeft
aangewezen als de zwakke plek in heel het verhaal. Als daar sneller
wordt gereageerd, zou er volgens hem heel anders te werk zijn
gegaan en waren de protesten en rellen veel sneller uitgedoofd.
De politie legt een zeer zware beschuldigende vinger op de
justitiewonden.
Men zegt ook duidelijk opnieuw dat het hier om een gevoel van
straffeloosheid gaat, dat een superioriteitsgevoel teweegbrengt bij die
daders, die denken dat ze alles mogen en alles kunnen, want toch
niet worden gestraft. Hij pleit dus voor veel snellere vervolging en voor
bestraffing.
Telkens opnieuw rijst ook het verhaal dat er in Molenbeek een bende
is van ongeveer 70 harde kern jongeren, die zich op geen enkel
moment aan de rechtsorde houden en die veel steviger zouden
moeten aangepakt worden. Men heeft daarvoor blijkbaar de middelen
niet, ook niet de locatie om die onder te brengen, op te sluiten
enzovoort. In Brussel zijn geen instellingen voor minderjarigen.
Nochtans is daar grote nood aan.
Mijn eerste vraag. Kunt u een overzicht geven van alle incidenten? Ik
heb het dan wel over de grote incidenten, grote rellen, hinderlagen en
belagingen, die er deze zomer zijn vastgesteld in het Gewest. Kan er
voor ieder geval een overzicht worden gegeven over het aantal
administratieve en gerechtelijke aanhoudingen, de duur van de
aanhoudingen, de stand van de onderzoeken, de aard van
strafvervolging en kan daarbij ook een onderscheid worden gemaakt
naar minderjarigen en meerderjarigen.
Ten tweede, hoe reageert u op de vraag van de Molenbeekse
korpschef naar een veel snellere bestraffing en dus de toepassing van
de versnelde procedures. Waarom wordt deze zo weinig toegepast,
met name ten aanzien van minderjarigen? In welke mate is snelrecht
in de praktijk toepasbaar voor meerderjarigen? Hoe vaak wordt het
toegepast en overweegt u een wetswijziging? Straks is er nog een
specifieke vraag over het snelrecht. Ik heb mij daar ook bij
aangesloten. Als u zegt dat u daarop wilt antwoorden in dat raam, is
dat voor mij goed, maar ik heb de vraag toch laten staan.
Ten derde, hoever staat het met de creatie van bijkomende
opnamecapaciteit voor criminele jongeren in Brussel?
l'attention de leurs sombres
trafics? Des criminels ont-ils déjà
été poursuivis et condamnés sur la
base de ces éléments?
Des émeutes ont eu lieu cet été en
dehors de Molenbeek également,
des policiers ont été pris dans une
embuscade et un commissariat de
police a été pris d'assaut. À la
suite de différents
incidents
graves, le chef de corps de
Molenbeek a ouvertement attribué
cette situation à la lenteur de
réaction de la Justice.
Il est une fois encore question d'un
sentiment d'impunité. Je préconise
dès lors des poursuites et des
sanctions beaucoup plus rapides.
Il semblerait que sévisse à
Molenbeek une bande de quelque
septante jeunes qui ne respectent
jamais la loi et qui devraient faire
l'objet d'une approche beaucoup
plus sévère. Apparemment, les
moyens et les possibilités de
détention de mineurs d'âge, dont
on a pourtant grand besoin, font
défaut à Bruxelles.
Le ministre peut-il fournir un
aperçu de tous les incidents
graves qui se sont produits cet été
dans la Région? Peut-il fournir
pour chaque cas un aperçu des
arrestations administratives et
judiciaires, de la durée des
arrestations,
de
l'état
des
enquêtes, de la nature des
poursuites?
Je
souhaiterais
également une distinction entre les
majeurs et les mineurs. Que
pense le ministre de la demande
du chef de corps de Molenbeek de
sanctionner
beaucoup
plus
rapidement et d'appliquer la
procédure accélérée? Pourquoi
est-il recouru aussi rarement à
cette procédure rapide dans le cas
de mineurs? Dans quelle mesure
la
procédure
rapide est-elle
applicable dans la pratique aux
mineurs? À combien de reprises la
procédure a-t-elle été appliquée et
le ministre envisage-t-il une
modification de la loi? Qu'en est-il
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Ten vierde, vorig jaar werden er afspraken gemaakt tussen parket en
politie wat betreft de aanpak van bendecriminaliteit naar aanleiding
van de aanhoudende incidenten in Anderlecht. Hoe worden die
afspraken nu gehonoreerd en geëvalueerd?
de la création d'une capacité
d'accueil supplémentaire pour de
jeunes criminels de la région de
Bruxelles? Quelle évaluation est
faite des accords entre le parquet
et la police en matière d'approche
de la criminalité et dans quelle
mesure ces accords sont-ils mis
en oeuvre?
11.02 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, korpschef Johan De Becker van de politiezone Brussel-West
trok in het voorlaatste weekend van september 2009 aan de alarmbel.
De tijdspanne die voorbij gaat tussen het plegen van het strafbare feit
en de effectieve bestraffing ervan is te groot, aldus de korpschef.
Daardoor komen jonge relschoppers terug in hun wijk en hebben ze
de indruk dat ze niet gestraft worden alhoewel de bestraffing
maanden en soms jaren later volgt. Jongeren maken bijgevolg niet
meer de link tussen het feit dat zij een misdrijf hebben gepleegd en de
straf die ze ervoor krijgen. De politie is dus vragende partij voor een
snellere bestraffing.
Ondertussen hebt u zich reeds positief uitgelaten over deze vraag. U
zou het snelrecht nieuw leven inblazen en binnenkort overleggen met
procureur Bulthé van Brussel.
Naar mijn bescheiden mening moet men niet opnieuw herhalen dat de
wetgeving
moet
worden
aangepast.
Binnen de
gewone
procedureregels kan men nu reeds vlugger werken. Alle incidenten
van één week lang kunnen gemakkelijk op één bijzondere zitting van
de correctionele rechtbank worden behandeld. Hiervoor dient, mijns
inziens, geen nieuwe wet gemaakt te worden.
Ten eerste, welk gevolg werd er door justitie gegeven aan elk van de
arrestaties die werden verricht naar aanleiding van de rellen in het
Brusselse voorbije zomer?
Ten tweede, in welke maatregelen voorzien de zonale
veiligheidsplannen
inzake
aanpak
van
dergelijke
veiligheidsfenomenen? Is er een specifiek beleid? Wat is de
samenwerking tussen politie en parket in deze?
Ten derde, wanneer zult u overleg plegen met procureur Bulthé?
Indien dit reeds is gebeurd, welke afspraken werden er gemaakt?
Ten vierde, waarom werkt het snelrecht vandaag niet? Waarom
maakt men geen afspraken om in een bijzondere zitting van de
correctionele rechtbank te voorzien?
Ten vijfde, hetgeen de Molenbeekse politie aanklaagt is niet nieuw.
Naar aanleiding van rellen in Anderlecht werd reeds om een sneller
gerechtelijk optreden gevraagd. Werd er toen iets ondernomen? Gaat
een en ander nu vlugger dan een tijdje geleden?
11.02 Renaat Landuyt (sp.a):
Selon le chef de corps de la zone
de police de Bruxelles-Ouest, un
délai trop important s'écoule entre
l'instant où une personne commet
un délit et la sanction effective.
Les jeunes émeutiers pensent
ainsi échapper à leur peine, bien
qu'elle soit malgré tout encore
prononcée beaucoup plus tard. Le
ministre souhaiterait donner une
nouvelle impulsion à la procédure
de comparution accélérée.
À mon estime, il conviendrait
simplement de travailler plus vite
dans le cadre des règles de
procédure existantes et une
adaptation de la législation n'est
donc pas nécessaire.
Quelle suite le département de la
Justice
a-t-il
réservée
aux
arrestations qui ont été effectuées
à la suite des émeutes qui ont eu
lieu à Bruxelles l'été dernier?
Quelles mesures ont été prises
dans le cadre des plans zonaux de
sécurité en matière de lutte contre
de tels phénomènes de sécurité?
Existe-t-il une politique spécifique?
Comment la police et le parquet
collaborent-ils? Quand le ministre
se concertera-t-il avec le procureur
Bulthé? Quels accords ont déjà
été
conclus?
Pourquoi
la
procédure
de
comparution
accélérée ne fonctionne-t-elle pas
à l'heure actuelle? Pourquoi
n'organise-t-on pas une audience
spéciale du tribunal correctionnel?
À la suite des émeutes qui ont eu
lieu à Anderlecht, il avait déjà été
demandé d'accélérer le traitement
judiciaire des dossiers. Cela a-t-il
permis d'engranger des résultats?
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
11.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Ik zal mijn collega's niet
herhalen, maar toch nog dit.
Onze discussies over de traagheid van Justitie slaan vaak op de
doorlooptijd van procedures. Het knelpunt daarvan situeert zich
voornamelijk op het niveau van het hof van beroep. Er is echter nog
een ander belangrijk knelpunt: de doorlooptijd van de
opsporingsonderzoeken en gerechtelijke onderzoeken.
Een straf kan maar nuttig zijn als ze binnen een redelijke en
maatschappelijke aanvaardbare termijn wordt opgelegd, niet alleen
ten aanzien van de daders, maar ook van de slachtoffers,
bijvoorbeeld in het kader van de schadevergoeding.
Erkent u het probleem met betrekking tot de duurtijd van de
opsporingsonderzoeken en gerechtelijke onderzoeken? Plant u daar
iets aan te doen?
11.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): Nos discussions sur la
lenteur de la Justice portent
souvent
sur
la
durée
des
procédures, dans lesquelles le
principal problème se situe à
l'échelon de la cour d'appel. Un
autre problème important est celui
de la durée des informations et
instructions judiciaires. Une peine
n'a d'utilité que si elle imposée
dans des délais raisonnables et
acceptables d'un point de vue
social.
Le ministre partage-t-il ce constat
et envisage-t-il de remédier à la
situation?
11.04 Minister Stefaan De Clerck: Deze vraag bewijst dat het soms
beter is dichter bij de actualiteit te werken. We hollen met onze
antwoorden de hele tijd de feiten achterna. We moeten er in deze
commissie toch in slagen om de tijd tussen vragen en antwoorden te
beperken. Jammer genoeg is dat niet mogelijk door de veelheid aan
vragen.
Ik beschik ook niet altijd over de meest recente informatie. Soms
waren de vragen reeds vroeger beantwoord. Soms blijven ze
onbeantwoord en komen ze nadien terug.
11.04
Stefaan De Clerck,
ministre: Cette question démontre
l'importance d'une réaction rapide.
Dans
cette
commission
par
exemple, il serait opportun de
limiter le délai s'écoulant entre les
questions et les réponses, mais,
malheureusement la quantité de
questions ne le permet pas. Je ne
dispose en outre pas toujours des
données les plus récentes.
11.05 Renaat Landuyt (sp.a): De werkzaamheden zijn nog maar
pas begonnen. Wij zijn al twee maanden bezig, maar het parlement is
nog maar net begonnen.
11.05 Renaat Landuyt (sp.a):
Alors que nous travaillons déjà
depuis deux mois, les travaux
parlementaires viennent à peine
de reprendre.
11.06 Minister Stefaan De Clerck: De jaarlijkse actieplannen zijn
opgemaakt in het kader van het zonaal veiligheidsplan dat voorziet in
de aanpak van de verkoop van drugs op de openbare weg en vanuit
de vzw's.
Sommige vzw's profileren zich in hun statuten als culturele of
sportieve ontmoetingsplaatsen voor jongeren, maar in vele gevallen
gaat het om verdoken coffeeshops. De wet van 24 februari 1921
geeft, volgens artikel 7, de politie de bevoegdheid om die plaatsen te
bezoeken en na te gaan of de wet correct wordt toegepast.
Als de politie ernstige aanwijzingen heeft dat in een private, doch voor
het publiek toegankelijke, plaats herhaaldelijk illegale activiteiten
plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of
het vergemakkelijken van het gebruik van drugs en aanverwante
stoffen, dan kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de
gerechtelijke autoriteiten, besluiten om deze plaats te sluiten voor de
duur die hij bepaalt, met een maximale duur van zes maanden, en
met de mogelijkheid tot eenmalige verlenging indien er zich nieuwe
feiten voordoen.
11.06 Stefaan De Clerck,
ministre:
Les
plans
d'action
annuels ont été élaborés dans le
cadre du plan de sécurité zonal qui
détermine l'approche en matière
de vente de drogue sur la voie
publique et par les asbl.
Certaines ASBL se profilent en
tant que lieux de rencontre
culturelle
ou
sportive,
alors
qu'elles dissimulent souvent des
coffee shops. La loi habilite la
police à procéder à des contrôles
dans ces lieux. Si la police dispose
de
fortes
présomptions
d'infraction, le bourgmestre, après
avoir consulté le tribunal, peut
décider
d'une
fermeture
de
maximum
six
mois,
avec
possibilité
d'une
prorogation
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
De sluitingsmaatregel houdt op uitwerking te hebben indien hij niet
tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van
burgemeester en schepenen wordt bevestigd en ter kennis wordt
gebracht van de gemeenteraad op de eerste daaropvolgende
vergadering.
In 2008 werden dankzij zeer gerichte operaties en de goede
dagelijkse werking van de sectie Drugs van de lokale
recherchedienst, 15 vzw's gesloten. In totaal werden 85 personen,
waaronder 83 meerderjarigen en 2 minderjarigen, ter beschikking
gesteld van het Brussels parket, waarvan er 43 onder
aanhoudingsbevel
werden
geplaatst:
42 meerderjarigen
en
1 minderjarige. De sectie Drugs controleerde bij haar operaties
254 personen, waarvan er 32 bestuurlijk werden aangehouden en 49
gerechtelijk.
In 2009 wordt doorgewerkt volgens hetzelfde stramien. In de eerste
zes maanden van 2009 blijkt dat reeds 47 personen, waaronder
43 meerderjarigen en 4 minderjarigen, ter beschikking werden gesteld
van het Brussels parket; 23 onder hen, 22 meerderjarigen en
1 minderjarige, werden onder aanhoudingsbevel geplaatst. Tot nu toe
werden voor het huidige jaar naar aanleiding van het onderzoek
4 coffeeshops effectief gesloten.
Bij controles van de coffeeshops wordt een grote variëteit aan
verdovende middelen in beslag genomen, zoals cocaïne, heroïne,
medicamenten, cannabis, wiet enzovoort. Soms worden ook
verkoopsinstrumenten, wapens of illegale goederen aangetroffen.
De verhoogde terreinaanwezigheid en de talrijke acties van het korps
in de probleemwijken hebben hun vruchten afgeworpen, maar hebben
ook geleid tot een gespannen tot zelfs vijandige verhouding met
diegenen die de criminaliteit en overlast veroorzaken. Dat is het
bekend verhaal, dat eigenlijk de reële basis is van de problemen.
Er werd mij een gedetailleerd, chronologisch relaas van de feiten
meegedeeld, waarin de verschillende incidenten in Molenbeek worden
uitgewerkt. Op zes pagina's worden de verschillende interventies van
de politiediensten beschreven, inclusief de incidenten die aanleiding
hebben gegeven tot de interventies. Aangezien de pers hierop reeds
uitgebreid is ingegaan, lijkt het mij niet opportuun om u die pagina's
voor te lezen. Het is een zeer uitvoerig verslag dat ik van de politie
heb gekregen, met een systematisch overzicht van de acties en van
de plaatsen waar ze zich hebben voorgedaan.
unique.
En 2008, quinze ASBL ont été
fermées. Au total, 85 personnes ­
83 majeurs et 2 mineurs d'âge ­
ont été mis à la disposition du
parquet de Bruxelles et 43
personnes ­ dont un mineur d'âge
- ont été placées sous mandat
d'arrêt. Dans le cadre de ses
opérations, la section Drogues a
contrôlé 254 personnes; 32 ont fait
l'objet
d'une
arrestation
administrative et 49 ont fait l'objet
d'une arrestation judiciaire. Le
travail a été poursuivi de la même
manière en 2009. Au premier
semestre 2009, 47 personnes ­ 43
majeurs et 4 mineurs d'âge ­ ont
été mis à la disposition du parquet
de
Bruxelles;
parmi
ces
personnes,
22
majeurs
et
1 mineur ont été placés sous
mandat d'arrêt. En 2009, jusqu'ici,
quatre
coffeeshops
ont
été
effectivement
fermés.
Pareils
contrôles donnent lieu à la saisie
de toute sortes de substances
stupéfiantes.
Parfois,
des
instruments de vente, des armes
ou des marchandises illicites sont
aussi découverts.
La multiplication des actions dans
les quartiers à problèmes a fourni
des résultats mais elle a aussi
abouti à des tensions avec les
auteurs des infractions. Je dispose
d'un
rapport
chronologique
circonstancié
des
différents
incidents à Molenbeek.
11.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): U kunt ons misschien wel
een kopie bezorgen.
11.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre pourrait peut-
être nous en communiquer un
exemplaire?
11.08 Minister Stefaan De Clerck: Ik denk niet dat ik dat zal doen.
11.08
Stefaan De Clerck,
ministre: Non ...
11.09 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Waarom niet?
11.10 Minister Stefaan De Clerck: Omdat het een verslag is aan de
minister. Er staan waarschijnlijk ook een aantal vertrouwelijke
elementen in. Ik vind het wel belangrijk dat het door de politie wordt
11.10
Stefaan
De
Clerck,
ministre: ... car il s'agit d'un
rapport établi à l'attention du
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
opgemaakt, ook voor de parketten en alle diensten die ermee bezig
zijn. Er zit een hele systematiek in. Dat vind ik positief, ook vanwege
de commissaris, Johan De Becker. Er wordt daar heel accuraat werk
verricht. Ik ben relatief onder de indruk van de methodiek die zij aan
de dag leggen.
De feiten zijn bekend. We weten wat er allemaal is gebeurd.
Er is mij gemeld dat er inderdaad 62 administratieve aanhoudingen
zijn verricht en dat 5 personen ter beschikking van het parket werden
gesteld. Verschillende vergaderingen werden intussen georganiseerd
om het probleem op een correcte manier te analyseren en te kijken
hoe het verder moet worden aangepakt.
Op een vergadering op het kabinet van de minister van Binnenlandse
Zaken stonden alle interveniënten erop dat de uitstekende
samenwerking met het Brusselse parket moest worden benadrukt en
dat de gebruikte werkmethodes niet in vraag dienden te worden
gesteld.
De acties van de politieagenten hebben aangetoond dat er een
nijpend
tekort
is
aan
personeel
en
aan
onmiddellijke
interventiecapaciteit om het hoofd te bieden aan onvoorziene
incidenten. Dat is een groot probleem: het mobilisatievermogen van
politiemensen wanneer iets "ontploft". Dan moet zeer snel kunnen
worden gereageerd en dat is dikwijls een probleem. Daarop moeten
wij een beter antwoord kunnen formuleren.
Het spreekt voor zich dat de ordediensten het hoofd moeten kunnen
bieden aan een sociologische evolutie die in zijn geheel dient te
worden aangepakt, inclusief het werk op het vlak van de preventie, en
dat het dus niet louter om repressie gaat. Er moet worden nagegaan
hoe ontvlambare situaties ontstaan en groeien. Wij moeten dat in zijn
geheel als fenomeen leren beheersen.
Om tot een efficiënte samenwerking te komen, heeft het parket van
Brussel onmiddellijk specifieke permanenties opgesteld om de
gerechtelijke antwoorden te centraliseren en te coördineren die voor
deze dossiers moeten worden bestemd. Dat wil dus zeggen dat het
parket daarop inderdaad is voorbereid. Zodra zoiets ontstaat, is het
parket 24 uur op 24 uur met een speciale equipe beschikbaar en volgt
het alle dossiers permanent. Hier heeft dat opnieuw goed
gefunctioneerd. De politiemensen zijn op dat vlak tevreden.
Een andere vraag is wanneer de zaak voor de rechtbank komt. Dat
heeft te maken met het snelrecht. Wij moeten de wetgeving ter zake
niet veranderen. Het moet alleen in de praktijk door de mensen op het
terrein optimaal worden gebruikt. De een gebruikt het creatiever en
efficiënter dan de ander. Het gebruik van het snelrecht als wettelijke
basis geeft mogelijkheden om dit te doen.
Wat is het probleem dat ik vaststel als zulke feiten zich voordoen? Dat
is niet dat de politie er vlug is en dat het parket ook beschikbaar is,
maar dat van in het begin het onderscheid te weinig wordt gemaakt
tussen de politiemensen die de orde herstellen en de mensen die
aanwezig zijn om te kijken op welke manier het dossier moet worden
samengesteld om tot een vervolging te kunnen overgaan.
ministre,
qui
comporte
des
éléments confidentiels. J'ai été
impressionné
par
l'approche
minutieuse et méthodique qui y est
décrite. Les faits sont connus, par
ailleurs.
Il a en effet été procédé à 62
arrestations administratives, tandis
que cinq personnes ont été mises
à la disposition du parquet.
Plusieurs
réunions
ont
été
organisées depuis lors en vue
d'analyser
correctement
le
problème et d'examiner la manière
dont il conviendra de l'aborder par
la suite.
Si la collaboration avec le parquet
de Bruxelles et les méthodes de
travail appliquées ne posent aucun
problème, les actions menées par
les policiers ont cependant mis en
évidence un manque cruel de
personnel pour faire face à des
incidents imprévus. Il est essentiel
de
pouvoir
améliorer
notre
réaction face à ces événements
tout en accordant toute l'attention
requise à la prévention. Il faut
étudier l'apparition et l'évolution
des situations explosives en vue
de mieux les maîtriser. En ce qui
concerne
l'efficacité
de
la
collaboration,
le
parquet
de
Bruxelles a immédiatement mis
sur pied des permanences en vue
de centraliser et de coordonner la
réponse judiciaire à apporter à ces
dossiers.
En ce qui concerne le délai de
traitement d'une affaire au tribunal,
plutôt que de modifier la législation
actuelle, il conviendrait de veiller à
une application optimale de cette
dernière sur le terrain. Le recours
à la procédure accélérée comme
base juridique offre certaines
perspectives en la matière. Dès le
départ, on confond trop souvent
les policiers chargés du maintien
de l'ordre avec les personnes qui
réfléchissent à la manière de
composer le dossier en vue
d'engager des poursuites, alors
qu'il s'agit de deux fonctions
distinctes. Le parquet éprouve des
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Dat zijn twee verschillende houdingen. Ofwel is men accuraat bezig
om de zaken te kalmeren, ofwel kijkt men hoe men een dossier
lastens de ene of de andere persoon goed kan samenstellen. Op die
manier kan men zeggen dat die persoon dat heeft gedaan en
daarvoor geldt dat bewijs. Die elementen kunnen in een proces-
verbaal worden opgenomen, waardoor het proces-verbaal van de
politie naar het parket en naar de rechter kan gaan, met succes op
vervolging.
Dat is immers het grootste probleem waarmee de mensen van het
parket worden geconfronteerd. Het is zeer moeilijk om van een heel
geweldig gebeuren precieze dossiers samengesteld te krijgen lastens
bepaalde personen en te kunnen bewijzen wie wanneer welke feiten
heeft gepleegd waarvoor ze op een bewezen manier kunnen worden
veroordeeld.
Behalve de ordeherstellers zouden er dus ook meer personen moeten
zijn die, met het oog op een vlugge behandeling voor de rechtbank,
de dossiers samenstellen.
Dat punt moet voor mij zeker nader worden onderzocht, teneinde in
de ultieme fase, namelijk in de fase van de behandeling voor de
rechtbank, efficiënter te kunnen optreden.
De dossiers zullen nu snel worden behandeld en snel voor de
rechtbank komen.
Mijnheer de voorzitter, mijn antwoord dateert van begin oktober 2009.
Ik heb de voorbije dagen niet opnieuw kunnen navragen of
ondertussen al stappen zijn gezet. In elk geval is mij bevestigd dat het
heel vlug tot de verdere af- of behandeling van de dossiers zal
komen. Er zijn aanhoudingsbevelen geweest, alsook een toepassing
van de versnelde procedure om de zaak voor de rechtbank te
brengen. Dat was in elk geval de ambitie. Misschien kan ik u echter te
gepasten tijde nader informeren over het gevolg dat aan de
verschillende dossiers is gegeven.
difficultés non négligeables à
composer des dossiers précis à
l'occasion d'incidents importants et
à prouver l'identité des auteurs, la
nature des faits et le moment où
ils se sont déroulés en vue d'une
condamnation.
À
ce
niveau
également, des effectifs plus
importants
devraient
être
disponibles.
Ce point mérite certainement
d'être examiné plus avant. Il m'a
été confirmé que les dossiers
seront désormais traités et portés
devant la justice rapidement. Peut-
être puis-je tenir les collègues au
courant de la suite qui sera
réservée aux différents dossiers.
11.11 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, dank
u voor het antwoord. Ik stel vast dat vier van de vijftien shops effectief
zijn gesloten, wat aan de lage kant is, aangezien bij de shops de kern
van het probleem lag. Wij zullen voornoemd cijfer ook lokaal aan onze
mensen mededelen. Wij zullen ook verder navraag doen.
11.11 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je constate que 4 des 15
shops ont effectivement été
fermés, ce qui ne constitue pas un
chiffre
spectaculaire.
Nous
continuerons à nous intéresser à
ces dossiers.
11.12 Minister Stefaan De Clerck: In 2008 zijn er vijftien shops
gesloten. Tot nu toe zijn er in 2009 alweer vier shops gesloten.
11.12
Stefaan De Clerck,
ministre: En 2008, 15 shops ont
été fermés. Pour 2009, 4 shops
ont été fermés à ce jour.
11.13 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dat was dus een
misverstand.
Het was interessant dat u een hele systematiek en een
indrukwekkende methodiek bij de politie zag. Anderzijds legt u de bal
opnieuw vooral in het kamp van de politie, waar de kern van het
probleem ligt, namelijk het feit dat er onvoldoende opvolging is. Er is
in bepaalde omstandigheden wel voldoende personeel voor de
11.13 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La police assure un
maintien de l'ordre impressionnant
mais le suivi par la justice est
insuffisant ­ c'est du moins ce que
l'on dit du côté de la police. Les
dossiers constitués par la police
ne sont pas suffisamment fournis,
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
ordehandhaving. De dossiers worden echter onvoldoende
samengesteld, zodat het parket niet verder kan.
Ik blijf het bijgevolg eigenaardig vinden dat de politie net het
tegenovergestelde beweert, namelijk dat er bij de parketten geen
snelle opvolging is en alles er op de lange baan wordt geschoven. Er
is dus iets mis met de communicatie tussen beide partijen.
ce qui bloquerait le parquet ­ c'est
du moins ce que l'on entend du
côté de ce dernier. Il y a
apparemment un problème de
communication entre ces deux
instances.
11.14 Minister Stefaan De Clerck: Ik herhaal dat er tijdens de
vergaderingen, waarvan er ook notulen zijn gemaakt, geen enkele
kritiek is geuit op de interventies van het parket op het moment van de
feiten. Op het moment van de feiten is het parket beschikbaar,
reageert het goed en zijn er magistraten van het parket beschikbaar
om onmiddellijk te handelen.
De problematiek ligt bij de aangehouden personen en tussen het
moment van de feiten en het moment waarop het parket de zaken al
dan niet tijdig voor de rechtbank brengt. Op voornoemd probleem is er
commentaar, maar niet over de houding van het parket op het
moment van de misdrijven zelf, wat een belangrijk punt bij de analyse
is.
Voornoemd onderscheid wilde ik nog even maken.
11.14
Stefaan De Clerck,
ministre: Lors des réunions,
aucune critique n'a été formulée à
propos de l'intervention du parquet
au moment des faits. Le parquet
est disponible, réagit rapidement
et des magistrats de parquet sont
disponibles pour assurer un suivi
immédiat du dossier. C'est le délai
entre les faits et le moment où le
parquet porte les dossiers devant
le tribunal qui pose problème.
11.15 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Goed, ik neem dat aan,
maar er blijft een probleem bij het parket voor het verder opvolgen
van de zaak. U zegt daar zelf dat een stuk van de
verantwoordelijkheid dan weer bij de politie ligt, die te weinig de
dossiers samenstelt. Er is daar hoe dan ook duidelijk een gebrek aan
overleg en samenwerking, en dat is nu al jaren zo. Dit is de kern van
wat er fout gaat in alle steden, namelijk dat er onvoldoende opvolging
is en dat het parket daardoor niet adequaat reageert.
Ik heb het al een paar keer gezegd, mijnheer de minister. Dertien jaar
geleden zijn wij samen naar de night courts gaan zien in New York. Ik
pleit daarmee niet voor nachtelijke processen. Zo snel hoeft het recht
niet te gaan. Het mag voor mij de dag nadien zijn. Dat was echter een
voorbeeld van efficiënte samenwerking tussen parketmagistraten en
politie. Dat verliep via een videoverbinding waarbij een
parketmagistraat duidelijke instructies gaf aan de politie. Dat dossier
werd onmiddellijk klaargestoomd en men kon dan enkele uren later
de zaak pleiten. Daar lukt het dus wel. Ik zeg niet dat wij naar zo'n
instant Justitie moeten evolueren. Snelrecht betekent voor mij geen
rechtspraak binnen een paar uren. Voor mij mag dat gerust een paar
dagen of desnoods een à twee weken duren, maar daar houdt het
dan wel bij op. Ik zie dat er een pingpongspel bestaat tussen de
diensten en dat het snelrecht enkel in theorie bestaat maar niet in de
praktijk.
U zegt dat er geen wetswijzigingen nodig zijn. Ik lees anderzijds Brice
De Ruyver die wat anders zegt. Hij zegt dat er wel degelijk problemen
zijn inzake privacy, rechten van de verdediging en bewijslast. Ik ben
benieuwd naar de verdere uitwerking van het snelrecht. U zou in elk
geval als minister van Justitie met iets op de proppen moeten komen.
U zult de parketten moeten stimuleren om het snelrecht, waarvan u
zegt dat het zo kan worden toegepast, in de praktijk te brengen. Tot
nu toe zie ik daar veel te weinig beweging. De kritiek is algemeen.
Brice De Ruyver heeft het over steekvlampolitiek.
11.15 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La police et le parquet ne
coopèrent pas suffisamment et,
dès lors, le parquet ne réagit pas
adéquatement. C'est l'essence
même du problème tel qu'il se
pose dans les villes.
Nous sommes allés ensemble
observer un projet à New York et
nous avons pu voir avec quelle
célérité les procédures peuvent
être mises en oeuvre. Nous ne
devons pas évoluer vers une
justice instantanée mais il ne faut
pas que la procédure prenne plus
de deux semaines. Chez nous, la
procédure de comparution rapide
n'existe qu'en théorie.
Le ministre soutient qu'il ne faut
pas de modification de la loi mais
le professeur Brice De Ruyver
pense le contraire. Je suis curieux
de voir comment le ministre va
concevoir
la
procédure
de
comparution rapide et comment il
va amener les parquets à la mettre
pratiquement en oeuvre. S'il est fait
preuve de beaucoup de bonne
volonté et si de bonnes intentions
sont formulées après que les faits
se sont produits, le débat ne tarde
pas à s'étioler rapidement ensuite.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Er is sprake van heel veel goede wil en goede intenties vlak na de
feiten, maar eenmaal de storm is gaan liggen, ebt de discussie weg
en dat zou ik zeer spijtig vinden. Ik heb u woensdag in de plenaire
vergadering nog verweten dat u alles tegelijk in beweging wilt zetten
en dat er uiteindelijk daardoor niets verandert. Ik denk dat dit echt een
van uw prioriteiten zou moeten zijn: er moet kort op de bal worden
gespeeld.
U hebt andere prioriteiten?
Ce devrait être là l'une des
priorités du ministre.
11.16 Minister Stefaan De Clerck: Ik volg uw raad op. Ik steek niet
alles tegelijkertijd in gang.
Een wijziging van het snelrecht is nu voor mij niet aan de orde, omdat
volgens de informatie die ik bij de parketten heb ingewonnen, wie de
wet ter zake wil gebruiken, dan kan op een efficiënte manier. Er zijn
parketten die dat ook doen, dat moet u maar eens rondvragen. Er zijn
parketten die daar zeer efficiënt mee kunnen omgaan.
11.16
Stefaan
De
Clerck,
ministre: À mes yeux, une
modification de la procédure
accélérée ne s'impose pas à
l'heure actuelle. En effet, l'attitude
de certains parquets montre que la
loi peut déjà être appliquée
efficacement.
11.17 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dan vraag ik u om
desnoods via het College van procureurs-generaal die methode te
veralgemenen en te versnellen, zodat ze zeker in Brussel kan worden
toegepast, want daar knelt het schoentje.
11.17 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Dans ce cas, il convient
de généraliser cette méthode, le
cas échéant par le biais du collège
des procureurs généraux, et en
particulier à Bruxelles, car c'est ici
que le bât blesse.
11.18 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, collega's, ik zeg het in zachtere termen. Ik heb de indruk dat
men in het Brussels Gewest efficiënter aan het optreden is en dat er
diverse initiatieven zijn. Ik veronderstel en hoop dat dat de dynamiek
die is onstaan vanuit de veiligheidsplannen. Met alle begrip, maar
daarop heb ik nog niet echt een antwoord gekregen.
Ik ben wel geïnteresseerd in het samenleggen van de
veiligheidsplannen om de diverse acties die we nu achter de rug
hebben, onder de loep te nemen. Ik heb een goede indruk, maar de
vraag van de korpschef is toch om iets meer gebruik te maken van
snellere methodes.
Ik deel uw standpunt dat er geen nieuwe wetgeving nodig is. Wel
nodig is een vorm van planning of beleid daaromtrent, in het bijzonder
in Brussel. Men moet die methode in een richtlijn opnemen, zodat ze
ook wordt toegepast. In Anderlecht zien we dezelfde situatie: men zou
een specifiek veiligheidsplan opstellen, maar uiteindelijk bleek dat het
gewone veiligheidsplan te zijn. Ik denk dat de heer De Becker heeft
willen zeggen dat er wel een goede samenwerking is met de
parketten, maar dat het beter kan. Ik denk dat het beter kan en dat
men niet enkel moet onderzoeken, maar ook beslissen om meer
gebruik te maken van de mogelijkheden van het snelrecht in
dergelijke situaties.
11.18 Renaat Landuyt (sp.a):
Une dynamique positive s'est déjà
installée à Bruxelles, peut-être
grâce aux plans de sécurité, et
plusieurs actions fructueuses ont
été mises en place. Toutefois, le
chef de corps demande qu'il soit
davantage recouru à la procédure
accélérée. Inscrivez par exemple
ce principe dans une directive. S'il
est exact qu'aucune nouvelle
législation n'est nécessaire, nous
avons cependant bel et bien
besoin d'une politique cohérente,
en particulier à Bruxelles.
11.19 Minister Stefaan De Clerck: Ik ga ermee akkoord en we
kunnen daar veel over debatteren, maar dat zijn maatschappelijk zeer
relevante problemen. Het gaat om een hoofdstad, een grootstad met
wijken met zeer veel geweld, wat vaak in de media komt. Een en
ander is medegebaseerd op een aangehouden strategie om
11.19
Stefaan De Clerck,
ministre: Les autorités et la police
veulent s'attaquer aux points noirs
de la capitale. La méthode basée
sur les plans de sécurité zonaux
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
problemen in die wijken ook aan te pakken. Het is dus het gevolg van
een strategie vanwege politie en overheid om kankerplekken aan te
pakken en zaken te sluiten. Daarop krijgt men een reactie. Dat mag
ook niet uit het oog worden verloren.
Het is dus niet zomaar een ontploffing zonder dat men weet waarom.
Men weet waarom het gebeurt, namelijk omdat men precies de
problemen aanpakt. De methode met zonale veiligheidsplannen om
problemen aan te pakken, begint te functioneren. De strijd tegen no
gozones, zones waar men in een stad van zegt dat niemand er meer
mag gaan, het aanpakken van problemen in stationsomgevingen
enzovoort, dat wordt door de politie in Brussel steeds vaker en meer
strategisch aangepakt. Ik vind dat dus positief.
We kijken naar de reacties, maar we moeten ook eens nagaan welke
de oorzaken zijn.
porte ses fruits.
11.20 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, wat we zien, is
dat er meer dan vroeger strategieën zijn, maar -- dat is volgens mij
een beetje de frustratie op het niveau van de politie --. op het niveau
van het parket blijkt men daar niet meteen op te reageren. Dat is wat
er iedere keer dreigt te gebeuren.
11.20 Renaat Landuyt (sp.a): La
frustration
des
policiers
est
précisément liée au fait que la
justice intervient de manière
inégale.
11.21 Minister Stefaan De Clerck: Dat denk ik dus niet. Ik was niet
aanwezig op de vergadering van Binnenlandse Zaken, maar alle
mensen van mijn diensten die daar waren, hebben gezegd dat het
voorbeeldig was. Daar heerste het gevoel dat het een keten was. Er is
planning, uitvoering, politie-interventie en onmiddellijke reactie van het
parket. Er is dus een volgehouden strategie. Het parket volgt mee de
strategie van het zonaal veiligheidsplan. Overal zitten de
burgemeesters nu systematisch met de procureurs en met de
politiemensen samen voor het zonaal veiligheidsoverleg. Het werpt
vruchten af. Dat is volgens mij ook het geval in Brussel.
De enige zwakke plek is de vervolging. We moeten nog nagaan hoe
we dat kunnen versterken en meer zichtbaar maken. Ik ben geen
voorstander van Amerikaanse justitietoestanden, maar het zou meer
zichtbaar moeten zijn. Om de keten helemaal rond te krijgen op een
korte periode, zou dat nog moeten verbeteren. De middelen zijn er
alvast.
In dat verband zegt men mij dat dit fundamenteel gebaseerd is op de
problematiek van de bewijsvoering. Met een snel opgemaakt en
sluitend dossier, kan die zaak snel voor de rechtbank worden
gebracht. Natuurlijk is er Franchimont, het dossier, de advocaat en
moeten de rechtregels worden gerespecteerd, maar het moet een
goed dossier zijn. Daarom zeg ik dat ik die methodiek zo waardeer.
In andere omstandigheden, bijvoorbeeld bij voetbal, zie ik dat de
politie aanwezig is maar dat er tegelijk equipes de tweede lijn volgen.
De tweede lijn is niet direct bezig met de individuele, directe
problematiek, maar heeft eigenlijk het proces-verbaal al opgesteld
alvorens er nauwelijks iets is gebeurd. Dat is een zeer efficiënte
methodiek om veel sneller het rechtbankdossier in handen te hebben
om iemand te veroordelen.
11.21
Stefaan De Clerck,
ministre: Je ne partage pas ce
point de vue. Lors de la réunion à
l'Intérieur, on avait le sentiment
d'être en présence d'une chaîne:
planification, intervention de la
police et réaction immédiate du
parquet. Partout, des bourg-
mestres s'assoient systématique-
ment autour de la table avec des
procureurs et des policiers dans le
cadre
de
la
concertation
concernant la sécurité interzonale.
Cette pratique porte ses fruits,
également à Bruxelles.
Le seul point faible, ce sont les
poursuites. Je ne suis pas partisan
de
situations
de
justice
à
l'américaine, mais en matière de
poursuites également, les choses
devraient être plus transparentes.
Un dossier bien ficelé peut être
porté rapidement devant un
tribunal.
11.22 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik ga
voort in de redenering die is gemaakt. Ik denk dat niet gezegd kan
11.22 Carina Van Cauter (Open
Vld): Trop souvent, en effet, les
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
worden dat er helemaal niets gebeurt. Er wordt echt vooruitgang
geboekt inzake de opsporingsonderzoeken, vaststellingen, preventief
optreden, enzovoort.
Volgens mij wordt er wel terecht gewezen op het laatste stuk, namelijk
de afwerking van een dossier. U verwijst naar Franchimont en naar
bijkomende onderzoeksdaden die worden gevoerd. Dan blijft een
dossier heel vaak liggen.
Dan duurt het vaak lang tot het laatste stukje is onderzocht en tot de
laatste stukken bij het dossier zijn gevoegd. Er verloopt dus heel wat
tijd tussen het moment van de vaststelling van de feiten en de
uiteindelijke rechtsingang.
Ik hoor collega Landuyt zeggen dat er eigenlijk geen bijkomende
wetgeving nodig is. Wij hebben op dat vlak een andere mening, maar
dat weet u wellicht. Volgens mij moet er iemand verantwoordelijk zijn
om het geheel in het oog te houden en om de agenda te beheren. Wij
dachten daarbij aan de Kamer van Inbeschuldigingstelling. Misschien
zou het een oplossing zijn als de dossiers, wanneer er te veel tijd
verstrijkt tussen de laatste onderzoeksdaad en het moment van
rechtsingang, effectief worden geagendeerd bij de KI, en dat daar
wordt gekeken naar de vooruitgang in die dossiers
Ik weet dat dit een bijkomende opdracht is, en een bijkomende last,
maar als men vooruitgang boekt in die dossiers hoeven zij helemaal
niet geagendeerd te worden. Het kan alleen een stimulans zijn om
ook voor dat laatste stukje over de termijn te waken.
dossiers s'attardent au stade des
devoirs d'instruction complémen-
taires et de la finalisation.
Selon
moi,
des
initiatives
législatives
complémentaires
doivent être prises. Il convient de
désigner une instance qui serait
chargée de contrôler l'ensemble
du processus et de gérer l'agenda
­ la chambre des mises en
accusation, par exemple.
11.23 Minister Stefaan De Clerck: Ik vind dat belangrijke materie als
geheel. Het is een hele keten. Wij zijn nu over strafrecht bezig, maar
het geldt in het algemeen. Op welke manier controleert men of de
dossiers wel tijdig voor de rechtbank worden gebracht?
Ik stel voor dat de commissieleden eens mee gaan kijken naar de
informatisering van het parket. Ik anticipeer daarmee op de laatste
vraag. Onze informatisering gaat soms vlugger dan het beantwoorden
van alle vragen.
Het is nogal indrukwekkend. Men heeft het mij getoond. Het is
boeiend te zien hoe, althans op het niveau van het parket, de
verschillende stappen worden gezet tussen het starten van een
procedure, al dan niet met burgerlijke partijstelling, het eigenlijke
onderzoek, en het verloop van het hele verhaal. Het parket heeft die
dossiers allemaal en kan perfect de loop en de tijdslijn van al die
dossiers nagaan. Men weet perfect waar de vertragingen zullen zitten.
Dat is nu geïnformatiseerd. Wij zouden beter eens samen gaan
kijken, om vast te stellen dat er op het vlak van de informatisering wel
degelijk iets gebeurt. Dit kan zelfs op korte termijn leiden tot
efficiëntieverhoging in dossiers die het Parlement zeer ter harte gaan.
11.23
Stefaan De Clerck,
ministre: Cette question ne se
pose pas uniquement en droit
pénal, mais dans tous les
domaines: comment contrôle-t-on
si des dossiers sont portés à
temps devant le tribunal?
Sur ce plan, l'informatisation a
permis de réaliser des avancées
considérables. Le parquet est
parfaitement à même de suivre
l'évolution des dossiers.
11.24 Carina Van Cauter (Open Vld): (...) maar wie neemt de
verantwoordelijkheid?
11.25 Minister Stefaan De Clerck: De procureurs moeten dat doen.
Dat is nu de bedoeling.
11.26 Carina Van Cauter (Open Vld): Wanneer er een knipperlicht 11.26 Carina Van Cauter (Open
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
afgaat, wie neemt dan de verantwoordelijkheid?
Vld): Mais quand un clignotant
s'allume,
qui
prend
la
responsabilité?
11.27 Minister Stefaan De Clerck: Dat, geacht lid van de
Atomiumgroep, is natuurlijk de kwestie. Met het materiaal in de hand
moeten bepalen wie daarvoor de verantwoordelijkheid zal dragen, dat
moet nog worden geoptimaliseerd.
Dat is management en dat moet nog veel meer worden
geïntroduceerd. De cirkel is rond, alles klopt. Dat zijn de prioriteiten
waarmee we nu bezig zijn. In één vraag zitten alle prioriteiten.
11.27
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
Je
répondrais:
le
procureur, car c'est une question
de management. Cette option est
sans doute la plus opportune.
Nous examinerons ce point au
sein du groupe Atomium.
11.28 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, in
uw hoedanigheid van commissievoorzitter ad hoc zou ik u willen
vragen om eens met de commissie naar die informatisering te gaan
kijken. Wat de minister heeft gezegd, is interessant.
Mijnheer de minister, bedoelde u het Brussels parket? We gaan
natuurlijk niet alle zevenentwintig parketten bezoeken. Wat stelt u
voor?
11.28 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Pourrions-nous
nous
rendre compte quelque part sur
place de l'informatisation de la
chaîne?
11.29 Minister Stefaan De Clerck: Degene die dat met de grootste
aandacht kan uitleggen is de procureur des Konings van Leuven
omdat hij zeer fier is op de wijze waarop hij dat managet. Het is de
moeite waard om dat eens te zien.
11.29
Stefaan De Clerck,
ministre: Je pense que le
procureur du roi de Louvain est le
mieux à même de vous expliquer
cela.
11.30 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
laten wij dat plannen. Geeft u die hint door aan de vaste
commissievoorzitter?
De voorzitter: Dat zal ik doen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Questions jointes de
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "l'incident à la justice de paix de Gand impliquant
deux femmes voilées" (n° 14862)
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "le port du voile islamique à l'audience" (n° 15458)
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "het incident in het vredegerecht van Gent
waarbij twee gesluierde vrouwen betrokken waren" (nr. 14862)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "het dragen van een hoofddoek tijdens een
rechtszitting" (nr. 15458)
Présidente: Sabien Lahaye-Battheu.
Voorzitter: Sabien Lahaye-Battheu.
12.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, l'une des
questions concerne le justiciable, l'autre les avocats.
En ce qui concerne le justiciable, la presse a rapporté un incident qui
a eu lieu au mois de septembre dernier à la justice de paix à Gand. Le
juge de paix, dans le cadre de sa compétence de police de l'audience
et en vertu de l'article 759 du Code judiciaire qui stipule que "celui qui
assiste aux audiences se tient découvert dans le respect et le silence"
12.01 Xavier Baeselen (MR): De
pers berichtte over een incident
dat in september op het vrede-
gerecht van Gent plaatsvond. In
het kader
van zijn politie-
bevoegdheid
ter
zitting
en
krachtens artikel 759 van het
Gerechtelijk Wetboek heeft de
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
et que "tout ce que le juge ordonne pour le maintien de l'ordre est
exécuté ponctuellement et à l'instant", a demandé à deux personnes
qui portaient le voile islamique de l'enlever ou de quitter la salle
d'audience.
Le magistrat de presse en charge de ce dossier aurait affirmé
qu'usant de cette prérogative, le juge de paix aurait en réalité violé
l'interdiction de discrimination prévue par la Constitution et que
l'attitude du magistrat du siège n'était pas à propos, qu'elle n'était pas
adaptée à l'évolution de la vie en société.
Monsieur le ministre, d'autres incidents de ce type ont-ils été relevés
dans la pratique quotidienne? Quelle interprétation y a-t-il lieu de
donner à cet article 759 du Code judiciaire dans la situation actuelle?
Ma deuxième question concerne la situation des avocats. On sait que
ce point fait débat au sein même des barreaux. Le Conseil de l'Ordre
du barreau de Bruxelles a récemment planché sur la question du port
du foulard islamique par un avocat. Il est à noter que le Code
judiciaire proclame que les avocats portent le costume prescrit par le
Roi; référence est donc faite au pouvoir exécutif, donc au ministre de
la Justice et à l'article 759 du Code judiciaire qui prévoit que celui qui
assiste aux audiences se tient découvert.
Par rapport à cette problématique de la présence des signes religieux
de manière générale ­ je ne veux pas cibler ici le foulard, mais
l'ensemble des signes religieux ostentatoires ou ostensibles ­, quel
est le pouvoir du barreau en la matière? Le port de signes
convictionnels est-il autorisé par le Code judiciaire ou la déontologie
des avocats? Vu la compétence de l'exécutif sur la manière dont les
avocats se vêtissent et se présentent à l'audience, l'exécutif compte-t-
il d'une manière ou d'une autre intervenir dans ce dossier?
vrederechter
twee
gesluierde
vrouwen gevraagd hun hoofddoek
af te nemen of de zaal te verlaten.
De persmagistraat belast met dit
dossier zou hebben verklaard dat
in feite de vrederechter het in de
Grondwet vastgelegde discrimi-
natieverbod
zou
hebben
geschonden en dat zijn houding
niet aan de maatschappelijke
evolutie aangepast is. Hebben er
zich andere soortgelijke incidenten
voorgedaan?
Hoe
moet
artikel 759 van het Gerechtelijk
Wetboek worden geïnterpreteerd?
Mijn
tweede
vraag
heeft
betrekking op de situatie van de
advocaten. De raad van de orde
van de balie van Brussel heeft zich
over de kwestie van het dragen
van de islamitische hoofddoek
door een advocaat gebogen. Het
Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat
de advocaten in hun ambts-
verrichtingen de kledij dragen die
de Koning voorschrijft. Er wordt
ook gerefereerd aan artikel 759
van het Gerechtelijk Wetboek dat
bepaalt dat de toehoorders de
zittingen bijwonen met ongedekten
hoofde.
In verband met de kwestie van het
dragen van religieuze symbolen in
het algemeen, zou ik willen weten
over welke bevoegdheid de balie
ter zake beschikt? Is het dragen
van
religieuze
symbolen
toegestaan door het Gerechtelijk
Wetboek of door de plichtenleer
van de advocaten? Heeft de
uitvoerende macht een stem in het
kapittel in dit dossier, gelet op de
bevoegdheid van de uitvoerende
macht met betrekking tot de kledij
van de advocaten?
12.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, je ne crois pas que le législateur doive intervenir dans les
cas qui se présentent actuellement.
Il ne m'appartient pas de faire des commentaires sur des déclarations
qui auraient été faites par un magistrat de presse à propos de
l'incident évoqué dans votre question. Un article de loi existe, vous
l'avez cité: "Celui qui assiste à une audience se tient découvert dans
le respect et le silence. (...) Tout ce que le juge ordonne pour le
maintien de l'ordre est exécuté ponctuellement et à l'instant."
12.02
Minister Stefaan De
Clerck: Ik denk niet dat de
wetgever ter zake moet optreden.
Het komt mij niet toe commentaar
te geven op de uitspraken van een
persmagistraat in verband met het
aangehaalde incident. Er bestaat
een wetsartikel, dat u geciteerd
heeft. Wat de betwistingen inzake
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Pour ce qui concerne les contestations portant sur des droits civils,
c'est le tribunal, autrement dit, le juge qui décide.
Comme me l'a indiqué le procureur général de Gand, cette règle,
rédigée en 1970, est considérée comme une règle de convenance et
de décence qui peut être interprétée en fonction de l'évolution de la
société. La règle édictée par l'article 759 du Code judiciaire n'a
certainement pas pour but de léser quelqu'un dans l'exercice de ses
droits. Il appartient donc à la magistrature d'interpréter ce texte.
La société dans son ensemble est concernée par le débat sur
l'interculturalité et est à la recherche des réponses qui conviennent à
ces questions.
D'après mes informations, les juges de paix de l'arrondissement de
Gand se sont réunis, le 28 septembre et ont évoqué cet incident. Ils
ont fait savoir au premier président de la cour d'appel de Gand qu'à
l'avenir la disposition de l'article 759 du Code judiciaire serait
appliquée avec plus de nuances. Il s'agit ici d'une question de respect
des individus. Mais, en même temps, si les personnes présentes
dans la salle d'audience font preuve d'un manque de respect à l'égard
du tribunal, le juge doit avoir la possibilité d'intervenir. Ce sera
toujours une casuistique. Mais dire d'emblée qu'il est interdit de porter
le voile n'est pas acceptable, comme il n'est pas acceptable de partir
du principe que tout est possible. En effet, certaines situations
peuvent témoigner d'un manque de respect envers le tribunal, la
justice, etc. Dans ce cas, il faut pouvoir intervenir.
C'est une question qu'il faut traiter avec beaucoup de nuances.
D'une part, l'article 455 du Code judiciaire dispose que "le Conseil de
l'Ordre est chargé de sauvegarder l'honneur de l'Ordre des avocats et
de maintenir les principes de dignité, de probité et de délicatesse qui
font la base de la profession et doivent garantir un exercice adéquat
de la profession". Par conséquent, le Conseil de l'Ordre peut imposer
des règles concernant des situations dont il estime qu'elles ne sont
pas conciliables avec la profession.
D'autre part, le Code judiciaire dispose dans son article 441 que "les
avocats portent dans leur fonction le costume prescrit par le Roi". En
exécution de ladite disposition, a été pris l'arrêté royal du
30 septembre 1968 déterminant le costume prescrit pour les avocats
par l'article 441. Cet arrêté dispose: "Les avocats peuvent en outre
porter la toque de laine noire, garnie d'un galon de velours de même
couleur." Seule cette toque fait donc partie du costume des avocats
tel que décrit par la loi. Le port d'autres couvre-chefs, que ce soit ou
non à titre d'expression de la foi (képi, casquette, voile) n'est pas
prévu par les dispositions légales applicables.
Un arrêt prononcé le 10 décembre 2007 par la cour d'appel de
Bruxelles a admis le principe de l'interdiction par le juge du port de la
kippa par un avocat à l'audience.
Le Conseil de l'Ordre français des avocats du barreau de Bruxelles a
été interrogé par une jeune juriste envisageant de prêter serment
d'avocat quant à la possibilité de porter le voile dans l'exercice
quotidien de sa profession. Sa réponse a été publiée le 30 septembre
de burgerrechten betreft, is het de
rechtbank die uitspraak doet.
De regel die vervat is in artikel 759
van het Gerechtelijk Wetboek is
een
welvoeglijkheids-
en
fatsoensregel die in functie van de
evolutie van de maatschappij kan
worden geïnterpreteerd: hij heeft
niet tot doel wie dan ook in de
uitoefening van zijn rechten te
benadelen.
Het
komt
de
magistratuur dan ook toe die tekst
te interpreteren.
De
vrederechters
van
het
arrondissement Gent zijn op
28 september bijeengekomen en
hebben laten weten dat de
bepaling van artikel 759 van het
Gerechtelijk Wetboek voortaan op
een genuanceerdere manier zal
worden toegepast. Indien de
personen die in de zitting
aanwezig
zijn
geen
respect
opbrengen voor de rechtbank,
moet de rechter evenwel kunnen
optreden. Het is onaanvaardbaar
dat de hoofddoek meteen wordt
verboden, maar het is al even
onaanvaardbaar dat men zou
aannemen dat zomaar alles is
toegestaan.
Op grond van artikel 455 van het
Gerechtelijk Wetboek kan de
Raad van de Orde regels
opleggen in verband met situaties
die hij niet verenigbaar acht met
de waardigheid van het beroep.
Artikel 441 van dat Wetboek
bepaalt dat de advocaten in hun
ambtsverrichtingen
de
kledij
dragen die de Koning voorschrijft.
In uitvoering van voormelde
bepaling werd het koninklijk besluit
van
30 september
1968
uitgevaardigd tot vaststelling van
de kledij voor de advocaten. Het
dragen van een hoofddeksel (al
dan niet als religieus symbool)
hoort daar niet bij.
In een arrest van 10 december
2007 van het Brusselse hof van
beroep wordt het door de rechter
aan een advocaat opgelegde
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
2009 dans un communiqué de presse. Il a examiné la question en
estimant devoir rester à l'écart de toute considération religieuse,
philosophique, politique ou culturelle. Sa réflexion a été fondée sur les
principes d'indépendance et d'égalité. À ses yeux, ces principes
justifient que l'avocat, dans l'exercice public de sa charge, s'abstienne
du port de tout signe distinctif d'origine religieuse, philosophique,
politique ou culturelle. Le communiqué précise encore que "l'exercice
public de la charge d'avocat s'entend notamment, et sans être
exhaustif, par la représentation de ses clients devant les cours et
tribunaux mais aussi par l'exécution du mandat de justice, les
relations avec le bureau d'aide juridique, les visites aux greffes et
prisons."
Je crois que c'est bien d'être clair sur ce point. Je n'ai donc pas
l'impression que le législateur doive intervenir. Selon mes
informations, deux articles peuvent être appliqués et restent
d'application d'une manière correcte.
verbod om tijdens de rechtszitting
een
keppeltje
te
dragen,
bevestigd.
De Raad van de Franstalige Orde
van advocaten van de Brusselse
balie antwoordde op 30 september
2009, in antwoord op een vraag
van een jonge juriste over de
mogelijkheid om de hoofddoek te
dragen tijdens de uitoefening van
haar beroep, dat een advocaat,
tijdens de publieke uitoefening van
zijn functie, zich moet onthouden
van het dragen van elk religieus,
filosofisch, politiek of cultureel
symbool.
12.03 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, premièrement,
en ce qui concerne les avocats, je pense que la réponse est claire et
la déontologie du secteur est claire elle aussi.
Deuxièmement, un incident a eu lieu et le magistrat du siège a
ordonné aux personnes de se dévoiler. Il est un peu regrettable que le
magistrat du parquet ait cru bon de devoir réagir par voie de presse
en disant que le magistrat du siège, dans la police de l'audience,
s'était trompé en interprétant l'article du Code judiciaire de manière
trop stricte. Je prends acte du fait que les magistrats du siège se sont
ensuite réunis pour prendre position, mais je retiens qu'on peut
considérer que se présenter voilée à l'audience, dans le public, n'est
pas contraire à l'article du Code judiciaire et que le magistrat du siège
ne pourrait demander à une personne de sortir pour se dévoiler que si
le fait de porter le voile était une provocation ou représentait une
attitude destinée à perturber le cours de l'audience.
12.03 Xavier Baeselen (MR):
Voor de advocaten is het antwoord
duidelijk, en de deontologie van de
sector is dat al evenzeer. Er heeft
zich een incident voorgedaan, en
de magistraat van de zittende
magistratuur heeft de betrokkenen
gelast de hoofddoek af te leggen.
Ik betreur de reactie van de
parketmagistraat, die gezegd heeft
dat de rechter een vergissing
beging. Ik onthoud hieruit dat het
niet in strijd is met het Gerechtelijk
Wetboek om gesluierd plaats te
nemen onder het publiek bij een
rechtszitting, en dat de rechter
iemand alleen kan vragen de
hoofddoek af te nemen wanneer
die hoofddoek bedoeld was als
een provocatie of een manier om
de rechtszitting te verstoren.
12.04 Stefaan De Clerck, ministre: On doit quand même pouvoir voir
le visage de la personne.
12.04
Minister Stefaan De
Clerck: Het gelaat van de
betrokkene mag toch niet bedekt
zijn.
12.05 Xavier Baeselen (MR): Le problème du voile est de pouvoir
reconnaître l'identité d'une personne.
12.06 Stefaan De Clerck, ministre: Il faut aussi tenir compte du
respect que l'on doit au magistrat.
12.06 Minister Stefaan De
Clerck: Men moet ook rekening
houden met het respect voor de
magistraat.
12.07 Xavier Baeselen (MR): Je retiens qu'il n'y a pas d'interdiction
de se trouver voilée dans le public.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
13 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "le traitement préférentiel potentiel
d'affaires médiatiques par le parquet général de Bruxelles" (n° 14976)
13 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de potentiële
voorkeursbehandeling door het parket-generaal van Brussel van zaken die de aandacht van de media
trekken" (nr. 14976)
13.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, ma question concerne le traitement préférentiel potentiel
d'affaires médiatiques par le parquet général de Bruxelles. Mi-
septembre, le parquet général de Bruxelles aurait "insisté
particulièrement pour que les affaires ayant ou étant susceptibles
d'avoir un impact sur l'opinion publique soient traitées par priorité".
Ceci est assez interpellant sur le plan de la justice et a, en tout cas,
interpellé bon nombre de citoyens.
Monsieur Ie ministre, s'agit-il d'un nouveau critère de politique
criminelle? Autrement dit, le fait qu'un dossier ait fait l'objet d'une
parution d'un article de presse ou risque de faire l'objet d'une parution
d'un article de presse ou d'un message radio ou télévisé est-il un
critère qui fait en sorte que c'est un dossier prioritaire? Ou bien, doit-
on interpréter les propos du parquet général d'une autre manière? Si
tel est le cas, je suppose que vous nous donnerez cette interprétation.
13.01 Xavier Baeselen (MR):
Mijn vraag heeft betrekking op de
preferentiële behandeling die het
parket-generaal
mogelijk
zou
geven aan zaken die de media
halen. Medio september zou het
parket-generaal
erop
hebben
aangedrongen de zaken die van
aard zijn om de publieke opinie te
beroeren, prioritair te behandelen.
Gaat het hier om een nieuw
criterium in het kader van het
strafrechtelijk beleid of moeten die
uitspraken op een andere manier
worden geïnterpreteerd?
13.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, monsieur
Baeselen, telle que la question est posée, on pourrait croire que le
parquet général de Bruxelles a pris une directive demandant de traiter
en priorité les affaires médiatisées. Il me paraît dès lors important de
recadrer la question posée.
Les directives de police de poursuites en matière de roulage, comme
dans les autres matières d'ailleurs, sont arrêtées par le Collège des
procureurs généraux en fonction de critères strictement objectifs pour
l'ensemble du pays. En ce qui concerne plus précisément Bruxelles,
le procureur général s'est concerté avec le procureur du Roi pour
mettre en place une politique cohérente et objective de traitement des
poursuites en matière de roulage.
Sur l'initiative du procureur général, les audiences du tribunal de
police ont été augmentées, de manière à résorber l'arriéré judiciaire et
ce grâce à la collaboration de plusieurs magistrats. Le parquet
général de Bruxelles m'indique qu'il n'est pas intervenu pour
demander qu'il soit réservé un sort particulier aux dossiers auxquels
l'article fait allusion dans la presse. L'article servant de base à la
question me paraît dès lors mal documenté. Il n'est pas question de
donner priorité à des affaires médiatisées.
13.02
Minister Stefaan De
Clerck: De richtlijnen voor het
vervolgingsbeleid
worden
vastgesteld door het college van
procureurs-generaal op grond van
objectieve criteria voor het hele
land. In Brussel vond er overleg
plaats tussen de procureur-
generaal en de procureur des
Konings met het oog op een
samenhangend
en
objectief
vervolgingsbeleid.
Het Brusselse parket-generaal
heeft dus niet gevraagd dat het
soort dossiers waarnaar in het
persartikel wordt verwezen, een
speciale behandeling zou krijgen.
Er is dus geen sprake van om
gemediatiseerde dossiers prioritair
te behandelen.
13.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je m'en réjouis.
Ma question aura au moins eu le mérite de clarifier les choses.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de jonge recidiverende moordenaar"
(nr. 14987)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de dubbele moord op een bejaarde
vrouw en een kleuter van anderhalf jaar" (nr. 15187)
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
14 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "le jeune meurtrier récidiviste" (n° 14987)
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "le double meurtre d'une personne âgée et d'un
enfant d'un an et demi" (n° 15187)
14.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij hebben het over de zeer tragische, intrieste,
gruwelijke gebeurtenissen in Brussel gepleegd door een 18-jarige
Afrikaanse jongeman, Junior Kabunda ­ ik vermeld de naam omdat
het toch al uitvoerig in de kranten is gekomen ­ op een meisje van 18
maanden en haar overgrootmoeder van 76 jaar, waarbij ook nog de
vriendin van de dader de moordpoging heeft overleefd en uiteindelijk
zwaar gewond is geraakt.
Het is gebeurd tijdens een dagje verlof, een gunstmaatregel, die
betrokkene heeft gekregen uit de gesloten instelling van de Franse
Gemeenschap waar hij is geplaatst sinds hij gepakt is nadat hij als
dader werd herkend in de moord op een gekende pianist in 2006. Hij
was op dat moment ook lid van een zeer gewelddadige Afrikaanse
jongerenbende en had dus ook een zeer zwaar palmares.
Ik hoef niet te zeggen dat dit een zeer tragisch en intriest dossier is,
waarbij nu al 3 moorden zijn gepleegd op volmaakt onschuldige
mensen. Het heeft de meest hilarische gevolgen gehad. Zo is er een
advocaat die op een zeker moment na de dubbele moord heeft
verklaard dat binnenkort de eerste moord voorkomt en hij zich zal
verzetten tegen een uithandengeving omdat, zijns inziens, betrokkene
niet meer in staat is om zulke zaken opnieuw te plegen. Dat heeft die
advocaat gezegd nadat die dubbele moord is gepleegd. U kunt het u
zo gek nog niet indenken als sommige advocaten het durven zeggen.
Ik heb zelden een flagranter aspect gezien van het pleiten tegen de
stukken in.
Wat mij tegelijkertijd nog het meest heeft gechoqueerd, was de
reactie van de instelling van de Franse Gemeenschap die geen
enkele schuld erkende en meldde op de ingeslagen weg verder te
zullen gaan, gesteund door Ecolo-minister Huyttebroeck die gekend is
als een echte havik, als een vaandeldrager van het laksisme. Dat
soort mensen heeft een immense blinde vlek voor het leed van de
slachtoffers, drievoudig leed van de slachtoffers. Er was ook de
verslagenheid bij de politiemensen. Onvoorstelbaar wat men soms
durft uitkramen.
Ik heb de volgende vragen.
Kan u meer details geven over de gepleegde moorden?
Kan u iets meer zeggen over zijn aandeel in de roofmoord in 2006 en
welke maatregel toen werd opgelegd? Ik weet dat hij nog moest
voorkomen, maar misschien kan u toch iets zeggen over de reactie
na die moord van toen.
Welke andere feiten heeft hij nog bekend aan het gerecht of waarvoor
staat hij nog bekend bij het gerecht?
Hoe verklaart u dat de dader na zo'n korte tijd van plaatsing al over
een gunstregime kon beschikken en een vrije dag verlof had om
losgelaten te worden op onschuldige mensen? Waren daar
14.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Lors d'une journée de
congé pénitentiaire, un meurtrier
de 18 ans incarcéré dans un
centre fermé a tué un bébé et son
arrière-grand-mère. Son amie a
survécu à la tentative d'assassinat
mais a été grièvement blessée.
L'auteur, qui était membre d'une
bande de jeunes Africains, a été
placé en institution en 2006 après
le meurtre d'un pianiste réputé.
Il s'agit d'un dossier affligeant. À la
suite de ces nouveaux meurtres,
l'avocat de ce criminel a encore
osé déclarer qu'il s'opposerait au
dessaisissement
parce
que
l'auteur ne commettrait plus de
récidive. Ce qui m'a néanmoins le
plus
choqué
c'est
que
l'établissement qui dépend de la
Communauté
française
n'a
reconnu aucun tort et a même été
soutenu par Mme Huytebroeck.
Le ministre peut-il fournir des
précisions sur les meurtres? Quel
a été le rôle de l'auteur dans le
crime crapuleux de 2006 et quelle
mesure avait été imposée à
l'époque? L'auteur a-t-il encore
commis d'autres faits? Comment
expliquer que l'auteur ait bénéficié
de toutes les mesures de faveur et
des conditions étaient-elles liées à
ces faveurs? Quand l'arsenal des
peines sera-t-il étendu pour
pouvoir
sanctionner
plus
lourdement
de
tels
grands
criminels juvéniles? Ce dossier est
un plaidoyer pour l'application d'un
droit sanctionnel des jeunes.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
voorwaarden aan gekoppeld? Kan u daar iets meer over zeggen?
Vindt u het nu niet tijd om eindelijk werk te maken van een uitgebreid
en effectief straffenarsenaal om zware jeugdcriminelen ernstig te
bestraffen?
Dat ontbreekt nu immers volkomen. Het jeugdsanctierecht bestaat
niet, in tegenstelling tot in alle buurlanden. U zult misschien zeggen
dat dit een geval van uithandengeving is. Het zal nog moeten blijken
of dat een geval van uithandengeving zal zijn.
Ten tweede, mocht men enkele jaren geleden, toen hij voor kleinere
feiten werd vervolgd, over een arsenaal hebben kunnen beschikken,
was dit misschien allemaal niet gebeurd. Ook dit is weer een gevolg
van eindeloos vaststellen van straffeloosheid, van het niet optreden
van justitie.
Dit dossier schreeuwt om een jeugdsanctierecht. Dat is een evidente
conclusie.
14.02 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag is geen vraag naar details over de
feiten die aan de basis liggen van dit dossier. Ze heeft eerder
betrekking op de opvolging en controle van voorwaarden.
Wij vernemen via de media dat in deze de betrokkene werd geplaatst
in een gesloten jeugdinstelling van de Franse Gemeenschap. Hij zou
toelating hebben gekregen om onder bepaalde voorwaarden deze
instelling te verlaten. Mijnheer de minister, zijn deze voorwaarden
gecontroleerd?
Wij lezen dan opnieuw in de media dat de opgelegde voorwaarden
herhaaldelijk zouden zijn geschonden door de betrokkene, dat hij zich
dus niet bevond op de afgesproken plaatsen, maar integendeel in
dancings, en dat hij desgevallend ook verdovende middelen zou
hebben gebruikt en dergelijke meer. Die details hebben wij vernomen
in de media. Mijnheer de minister, het gaat over opvolging en controle
in dit specifieke geval.
Meer in het algemeen, ik heb uw voorganger herhaaldelijk bevraagd
met betrekking tot de coördinatie tussen enerzijds de opvolging van
de voorwaarden en anderzijds de controle op opgelegde
voorwaarden. Men heeft mij toen gezegd dat een proefproject zou
worden gestart in Antwerpen.
Nadien werd mij meegedeeld dat een visietekst in het College van
procureurs-generaal zou worden besproken. Deze werkgroep zou
begin 2009 een uniforme regeling uitwerken. Wat is daar vandaag de
stand van zaken? Kunt u daarover meer details geven? Hoe wordt
concreet de opvolging en de controle op een uniforme manier
uitgewerkt?
14.02 Carina Van Cauter (Open
Vld): Les conditions auxquelles le
jeune auteur a dû satisfaire pour
pouvoir quitter l'institution ont-elles
fait l'objet d'un contrôle? Les
médias ont rapporté qu'il aurait
enfreint ces conditions à plusieurs
reprises.
J'ai
déjà
interrogé
plusieurs fois le précédent ministre
à propos du suivi des conditions
imposées. Un projet expérimental
serait lancé à Anvers et le Collège
des procureurs généraux devrait
examiner un texte relatif à un
régime commun. Quel est l'état de
la situation?
14.03 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik stel voor
om de commissieleden een kopie te bezorgen van mijn uitvoerig
antwoord over alle feiten van 20 september 2009. Het is niet zinvol
om dat allemaal voor te lezen. Het zijn de feiten: het vinden van het
slachtoffer, het seksueel geweld, de wijze waarop men de
vaststellingen heeft gedaan, het feit dat hij verklaart dat de stoppen
14.03
Stefaan De Clerck,
ministre: Je ferai parvenir à tous
les membres de la commission un
rapport détaillé sur les faits du
20 septembre. L'enquête suit son
cours. Sur la base des premiers
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
zijn doorgeslagen. Die zaken zijn al in de media verschenen.
Het onderzoek is uiteraard gaande. Uit de eerste bevindingen blijkt
dat de heer Junior Pashi Kabunda heeft gehandeld uit jaloezie en
frustratie door het bedrog van zijn levensgezellin. Het onderzoek
wordt gevoerd naar de preciezere omstandigheden van de feiten, de
tijdsbesteding van de protagonisten tijdens het weekend, het gebruik
van verdovende middelen en alcohol door de verdachte, de evolutie
van de affectieve relatie tussen Junior en Celine tijdens de
voorgaande weken. Het lijkt er immers op dat de manifest
verslechterde verstandhouding binnen het koppel aan de basis van
het drama lag.
Er zijn een pak eerdere feiten ten laste van Junior Pashi Kabunda. Hij
wordt door de Brusselse jeugdrechtbank sinds december 2006
gevolgd. Op 29 augustus 2006 vindt de roofmoord op de heer Rawitz
plaats. De moord gebeurde om de roof op de heer Rawitz te
vergemakkelijken. De feiten zijn opgehelderd in maart 2008. In
december 2006 zijn er feiten vastgesteld voor de verkoop van
verdovende middelen. Er zijn verschillende feiten van opzettelijke
slagen en verwonding en afpersing bekend.
De jeugdrechtbank heeft verschillende maatregelen getroffen. Op
26 december 2006 is er een maatregel van toezicht en behoud in zijn
leefomgeving onder voorwaarden: schoolbezoek, niet weglopen,
respect voor het ouderlijk gezag. Op 16 mei 2007 werd hij in het
federaal centrum van Everberg geplaatst. Er zijn dus sancties
uitgesproken.
Op 21 mei 2007 was er ook toezicht en behoud in de leefomgeving
onder voorwaarden, in samenwerking met de dienst gerechtelijke
bescherming: schoolbezoek, respect voor het ouderlijk gezag,
uitgaansverbod tussen 22 uur en 6 uur, 30 uur prestaties van
algemeen nut.
Op 7 maart 2008 werd hij opnieuw geplaatst in de gesloten instelling
voor jongeren te Kasteelbrakel, in een gesloten opvoedingsafdeling,
gedurende drie maanden, eerst verlengd met drie maanden en
vervolgens maandelijks.
De feiten van 29 augustus 2006 waren zeer ernstig vanwege het
geweld waarmee de dodelijke slagen op het lichaam van het
slachtoffer en in het bijzonder in het gelaat zijn toegebracht. Het
levenloze lichaam van de heer Rawitz werd gevonden op
29 augustus 2006 in de kelder van het gebouw in de Miniemenstraat
te Brussel waar hij een appartement betrok. De agressie was
kennelijk al op het gelijkvloers begonnen. De feiten hoef ik niet in
detail te bespreken, die kan u nalezen.
Er zijn dan ondervragingen geweest. De feiten zijn ontdekt in
maart 2008. Toen heeft men ontdekt dat de feiten zijn gepleegd door
de heer Laurent Onyemba Konyemba, meerderjarig op het moment
van de feiten, en Junior Pashi Kabunda, op dat ogenblik nog
minderjarig. Zij bekennen de daders te zijn van het geweld gepleegd
tegen de persoon van de heer Rawitz, met het oogmerk zijn geld en
wagen te stelen, maar schuiven elkaar de verantwoordelijkheid toe
voor de slagen die hem zijn toegebracht. De raadkamer heeft een
bevel tot gevangenneming uitgevaardigd tegen de meerderjarige,
résultats, l'auteur aurait agi par
jalousie. Il semble que l'entente au
sein du couple s'était déjà en effet
fortement dégradée au cours des
semaines qui ont précédé le
drame.
Junior Pashi Kabunda a été
impliqué dans un assassinat
commis le 29 août 2006 qui a été
élucidé en mars 2008. Il avait
également
fait
l'objet
de
constatations
de
trafic
de
stupéfiants en décembre 2006 et
son nom était aussi associé à des
faits de coups et blessures
volontaires et d'extorsion. Le
tribunal de la jeunesse avait déjà
pris plusieurs mesures. Entre le
16 mai 2007 et le 21 mai 2007, il
avait été placé à Everberg. Avant
et après ce placement, il lui avait
aussi été imposé de respecter
certaines conditions. Le 7 mars
2008, il avait été renvoyé au centre
fermé de Braine-le-Château.
Le meurtre pour faciliter le vol
commis en 2006 était d'une
violence extrême et a été élucidé
en 2008. Les auteurs ont avoué.
Depuis, l'auteur majeur a comparu
devant le tribunal. Le procureur du
Roi de Bruxelles a requis le
dessaisissement de Kabunda.
Cette requête a été plaidée le
5 octobre
et
je
vous
communiquerai le résultat le plus
rapidement possible.
Conformément au décret du
4 mars
1991,
en
l'absence
d'interdiction de sortie, un jeune
peut parfaitement quitter une
institution communautaire. Le juge
de la jeunesse avait estimé qu'il
n'y avait aucune raison d'interdire
à Kabunda de quitter l'institution.
Le tribunal de la jeunesse se
prononcera
bientôt
sur
le
dessaisissement et un renvoi vers
la cour d'assises constitue l'une
des options. Je pense par
conséquent que l'arsenal de
mesures existantes est suffisant. Il
faut
cependant
renforcer
la
concertation avec les Commu-
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
waarvan de doorverwijzingsprocedure bepaald is op de zitting van de
kamer van inbeschuldigingstelling. Dat moet behandeld geweest zijn
op 13 september 2009. Ik moet even informeren wat daar is beslist.
Wat betreft de procedure betreffende Junior Pashi Kabunda en de
elementen betreffende de uitgaansvergunning die was toegekend aan
de jongere door de gesloten instelling, na een analyse van de
verslagen van het dossier, besliste de procureur des Konings te
Brussel, in overleg met het parket-generaal te Brussel, de
uithandengeving te eisen. Dat is gepleit op 5 oktober. Ik wacht ook op
de mededeling van het resultaat van de vraag tot uithandengeving. Ik
heb die informatie vandaag niet, maar zal u dat op heel korte termijn
kunnen mededelen.
Op het moment van de feiten was het uitgaansregime in de gesloten
gemeenschapsinstelling geregeld op grond van artikel 19bis van het
decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd, dat
bepaalt dat, indien de rechter geen uitgaansverbod ten aanzien van
de jongere heeft uitgesproken, de jongere de instelling kan verlaten,
mits hij voldoet aan de voorwaarden. Als het niet verboden is, kan het.
Gezien de elementen en verslagen van de gemeenschapsinstelling,
was de jeugdrechter niet van oordeel dat er aanleiding was om
gebruik te maken van zijn recht om Junior Pashi Kabunda het verbod
op te leggen de instelling te verlaten. Junior was nog minderjarig op
het moment van de laatste gepleegde feiten. Hij is thans onder
aanhoudingsbevel geplaatst en het lopend onderzoek zou kunnen
resulteren in een doorverwijzing naar assisen. De jeugdrechtbank zal
zich eerstdaags uitspreken over het verzoek tot uithandengeving,
zoals geformuleerd door het parket. Indien de jeugdrechtbank ingaat
op dat verzoek, zal de jongere terechtstaan als volwassene en zal hij
eventueel kunnen worden doorverwezen naar het hof van assisen
voor de feiten begaan sinds 2006, ook voor de andere feiten. Ik meen
dus dat het bestaande arsenaal toereikend is om nu goed op te
treden.
Ik ben wel van mening dat het overleg met de Gemeenschappen
moet worden verbeterd, zodat de jeugdmagistraten alle nodige
informatie van de diensten die afhangen van de Gemeenschappen,
krijgen om een passend oordeel te vellen, met name over de kwestie
inzake het verlaten van de instelling, wanneer de jongere in een
gesloten afdeling is geplaatst. Ik denk dat we daarover nog een
preciezere info en beoordeling moeten organiseren. Het is natuurlijk
een flagrant feit, dat met wat betere informatie in de toekomst wellicht
zal kunnen worden vermeden. De kwestie zal worden opgenomen in
het overleg inzake het jeugdrecht dat ik met de Gemeenschappen
organiseer. Ik heb nu contact genomen met de Vlaamse en
Franstalige Gemeenschap om de gevangenis- en jeugdproblematiek
te heronderhandelen, omdat die materies op punt moeten worden
gesteld, nu de nieuwe regionale regeringen zijn geïnstalleerd.
nautés afin que les magistrats de
la jeunesse reçoivent davantage
d'informations pour décider de
l'octroi de mesures de faveur.
Nous pourrons aborder ce thème
lors de la concertation avec les
Communautés sur le droit de la
jeunesse.
14.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik ben toch nog een beetje
verrast door het antwoord. Ik had gedacht dat de vrijlating enigszins
zou kaderen in een vrijlating onder zeer strikte voorwaarden in een of
ander plan, maar dat blijkt zelfs nog niet het geval. Eigenlijk is het
cynisch: het kadert in het decreet inzake hulpverlening aan de jeugd.
Wanneer men dan ziet dat het resultaat is dat een kind en een
overgrootmoeder vermoord zijn en een meisje bijna vermoord, dan
14.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je m'étonne qu'on n'ait
même pas associé de conditions
strictes
à
la
libération
de
l'intéressé. La législation n'est pas
adaptée à notre époque. C'est
l'auteur et non la victime qui y
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
trekt men zich bijna de haren uit van razernij tegen dergelijke
vreselijke wetgeving. Men is echt niet bij de tijd en ziet niet in dat dit
niet kan: de dader staat centraal. Alle aandacht gaat naar de dader en
niet naar mogelijke slachtoffers en de beveiliging van de samenleving.
Dat gaat er bij mij echt niet in.
U blijft heel vaag wanneer u zegt dat u zult heronderhandelen met de
Gemeenschappen over het op punt stellen van het jeugdrecht. Op dat
vlak had ik toch graag wat duidelijkere taal gehoord, zeker nu blijkt dat
hij buiten de moorden ook nog eens diverse andere feiten heeft
gepleegd. U zegt dat hij toch een aantal maatregelen heeft gehad. Zo
heeft hij in Everberg gezeten. Wanneer ik het juist heb genoteerd, is
hij op 16 mei toegekomen in Everberg en was hij op 21 mei weer vrij.
Wat een groot verschil met wat we in Nederland hebben gezien. In
Nederland zijn er langdurige trajecten voor jonge criminelen waarbij
men jongeren tot vier of vijf jaar kan vastzetten om hun een nieuwe
opvoeding te geven en helemaal terug op het goede spoor te zetten.
Ik weet dat het uitzonderingen zijn, maar soms is het echt wel nodig;
soms moet men kordaat optreden en ook voorbeelden stellen inzake
jeugdcriminaliteit. Ons jeugdrecht staat dat niet toe; ons jeugdrecht is
puur het beschermingsmodel. Daar is niet in sancties voorzien. Men
mag zelfs niet zeggen dat ze een misdrijf hebben gepleegd, men mag
enkel zeggen dat het een als misdrijf omschreven feit is.
Ik zou nog eens willen herinneren aan uw eigen collega en
partijgenoot, Tony Van Parys, die hier bij herhaling heeft gezwaaid
met het voorontwerp van destijds minister Verwilghen over het
jeugdsanctierecht. Hij heeft identiek dezelfde tekst als kopie ingediend
om te zeggen hoe dringend het wel was. Dat was ten minste concrete
en duidelijke taal. U spreekt over hernegotiëren en op punt stellen:
daarmee blijf ik absoluut op mijn honger. Ik hoop dat u inziet dat het
veel verder moet gaan en dat wij net als alle omringende landen ­ wij
zijn een eiland van laksheid ­ naar een jeugdsanctiemodel moeten
gaan in plaats van een jeugdbeschermingsmodel.
occupe la place centrale.
Le ministre reste vague en ce qui
concerne les négociations avec
les Communautés sur le droit de la
jeunesse. L'intéressé a déjà
commis plusieurs faits, pour
lesquels il n'a toutefois pas été
puni assez sévèrement. Aux Pays-
Bas, il existe des trajets de longue
durée pour les jeunes criminels.
Notre droit de la jeunesse est
exclusivement
axé
sur
la
protection alors que dans des cas
exceptionnels, il y a lieu de
prononcer une peine sévère en
guise d'exemple pour les autres
jeunes. Dans le passé, M. Tony
Van Parys a plusieurs fois brandi
l'avant-projet de loi de l'ancien
ministre Verwilghen concernant le
droit sanctionnel de la jeunesse,
qui
était
bien
concret
contrairement à la réponse fournie
par le ministre aujourd'hui.
14.05 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, de feiten
bewijzen dat er met betrekking tot opvolging en controle van
voorwaarden nog wel wat werk te doen is. Ik merk dat er in het
verleden inspanningen zijn geleverd en dat u die voortzet met het oog
op het op punt stellen van het samenwerkingsmodel. We kunnen u
daar alleen maar in steunen en aandringen op vooruitgang.
14.05 Carina Van Cauter (Open
Vld): Il y a encore du pain sur la
planche en matière de contrôle
des conditions. Les efforts du
passé doivent être poursuivis.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Questions jointes de
- Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "les conditions de détention inacceptables à la
prison de Namur" (n° 15018)
- M. Georges Gilkinet au ministre de la Justice sur "des investissements dans l'infrastructure de la
prison de Namur" (n° 15031)
15 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "de onaanvaardbare
opsluitingsvoorwaarden in de gevangenis van Namen" (nr. 15018)
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Justitie over "investeringen in de infrastructuur van de
gevangenis van Namen" (nr. 15031)
15.01 Valérie Déom (PS): Madame la présidente, monsieur le 15.01 Valérie Déom (PS): Het is
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
ministre, ce n'est pas la première fois que je vous interroge au sujet
des conditions de détention dans les prisons et particulièrement celles
de la prison de Namur.
J'avais interrogé votre prédécesseur à l'occasion de la sortie du
rapport du Comité de prévention contre la torture (CPT) du Conseil de
l'Europe, publié en 2006. Il était déjà question de la vétusté des
cellules et de la prison. Les cellules disciplinaires de la prison de
Namur ont tout simplement été qualifiées de cellules "d'une saleté
répugnante".
Je vous avais également interrogé à diverses reprises sur les
conditions de détention, notamment lors du transfèrement d'un détenu
particulièrement dangereux à la prison de Namur et dans le cadre de
votre master plan.
Force est de constater que, malheureusement, strictement rien ne
change. La presse et un reportage télévisé ont mis en évidence,
récemment, les conditions déplorables et totalement indignes d'un
pays démocratique comme le nôtre dans lesquelles sont logés les
prisonniers de la prison de Namur.
Les détenus doivent user de seaux hygiéniques au lieu de toilettes (ce
qui est le cas principalement pour l'aile féminine de la prison). Ils
doivent dormir à quatre dans des cellules pouvant en principe
accueillir deux personnes. Les plombs sautent; la lumière naturelle
n'entre que par de petits trous en cellule d'isolement; les internés et
les prévenus cohabitent du fait de la surpopulation, ce qui semble
incompréhensible; le plâtras tombe des murs. Humidité, saleté,
dégradations participent également de ces conditions de détention
inacceptables. Vous connaissez mieux que moi cette situation.
Monsieur le ministre, que comptez-vous faire pour garantir aux
détenus de la prison de Namur des conditions de détention qui
respectent les règles élémentaires en termes d'hygiène et de dignité
humaine? Voilà des années qu'on parle de fermer cette prison et d'en
construire une autre; de ce fait, aucune réparation n'y est engagée.
On parle encore du transfert de cette prison, mais les conditions
continuent à se dégrader jusqu'à atteindre l'inadmissible.
Des budgets sont-ils prévus pour la rénovation des cellules (peinture,
plâtras, lits, tuyauterie, sanitaires, électricité, etc.)?
En outre, il semble que la prison ne soit plus conforme à diverses
normes (sécurité, incendie, électricité, accès à l'eau chaude). Des
travaux de mise en conformité des infrastructures, notamment
électriques et de vidéosurveillance, sont-ils envisagés?
niet de eerste keer dat ik u
ondervraag over de omstandig-
heden waarin gedetineerden in de
gevangenissen, meer bepaald in
Namen, worden opgesloten. Tot
mijn spijt verandert er niets. In de
pers en in een televisiereportage
werden de omstandigheden in de
gevangenis van Namen, die een
democratisch land onwaardig zijn,
aangeklaagd. Wat denkt u te
ondernemen om ervoor te zorgen
dat de gedetineerden in de
gevangenis
van
Namen
menswaardig behandeld worden
en
de
elementaire
hygiëne-
voorschriften nageleefd worden?
Is er geld uitgetrokken voor de
renovatie van de cellen? Zijn er
werken
gepland
om
de
voorzieningen in overeenstemming
te brengen met de normen?
15.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, nous connaissons tous les problèmes de la prison de
Namur et, moi-même, j'en suis conscient. La situation est loin d'être
idéale et les conditions de détention doivent être améliorées.
C'est exactement pour cette raison que nous avons rédigé un master
plan
sur la nécessité de conditions de détention décentes. C'est
également à cause de la mauvaise situation à Namur qu'un master
plan
bis a été élaboré assurant le remplacement de certains
établissements pénitentiaires vétustes datant du XIX
e
siècle. La
15.02
Minister Stefaan De
Clerck: Ik ben me bewust van de
problemen in de gevangenis van
Namen. Daarom hebben we een
masterplan en een masterplan bis
opgesteld, waarbij werd beslist
bepaalde
verouderde
straf-
inrichtingen te vervangen. De
gevangenissen van Namen en
Dinant zullen worden gesloten en
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
prison de Namur, tout comme celle de Dinant, seront fermées selon le
plan et remplacées par de nouveaux établissements. Le site à l'étude
se trouve à Marche-en-Famenne. Ce projet offre un espace pour 300
nouvelles cellules et devrait être réalisé d'ici fin 2013.
La semaine dernière, j'ai participé à une réunion avec le
gouvernement régional afin de fixer ensemble le plus vite possible les
sites pour la construction de ces prisons, y compris Marche-en-
Famenne si ce choix se confirme. Je veux qu'un accord intervienne le
plus vite possible sur le choix de ces sites pour qu'on puisse avancer
avec le soutien des autorités locales, régionales et fédérales.
En attendant, l'actuelle prison de Namur restera en fonction. Pour ce
faire, des adaptations devront nécessairement être réalisées. Le
service compétent de mon administration suivra de près la réalisation
de ces adaptations. Ce service a transmis une liste des adaptations
possibles à la Régie des Bâtiments avec la demande d'une exécution
rapide, entre autres des demandes portant sur l'adaptation des
installations sanitaires chez les internés, des installations sanitaires
de l'aile D et de la protection contre les incendies. Dans le budget de
la Régie pour l'année 2009, 100 000 euros sont prévus pour
l'amélioration de la chaufferie et du chauffage, tout comme
150 000 euros pour le périmètre de sécurité et les caméras.
J'insisterai encore auprès de la Régie des Bâtiments pour une
réalisation rapide de certains travaux extrêmement importants afin
d'améliorer la situation des personnes concernées.
Quant à la question de l'encadrement, sachez que la surpopulation
n'intervient pas dans le calcul de l'encadrement. Aujourd'hui, nous
avons 150 équivalents temps plein pour un encadrement de
150 détenus, donc le cadre est complet.
vervangen. De bestudeerde locatie
ligt in Marche-en-Famenne en
biedt ruimte voor 300 cellen; de
werken zouden tegen eind 2013
klaar moeten zijn.
Vorige week heb ik deelgenomen
aan een vergadering met de
gewestregering, teneinde zo snel
mogelijk tot een akkoord over de
locatiekeuze te komen. Tot dan
blijft de huidige gevangenis van
Namen in gebruik, maar er zullen
aanpassingswerken
worden
uitgevoerd. In de begroting 2009
van de Regie der Gebouwen werd
100 000 euro vastgelegd voor de
verbetering van de verwarmings-
installatie en 150 000 euro voor de
veiligheidsinrichtingen
en
de
camera's.
Ik zal bij de Regie der Gebouwen
aandringen
op
een
snelle
uitvoering van bepaalde werken.
Momenteel zijn er 150 voltijdse
equivalenten voor de begeleiding
van
150
gedetineerden.
De
personeelsformatie is voltallig.
15.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Le déménagement éventuel de la prison est
prévu pour 2013. Il faut encore attendre quatre ans! J'ai bien entendu
les budgets engagés. Lors d'une dernière question à ce sujet vous
m'aviez cité les mêmes chiffres. Or, nous sommes en octobre et les
travaux n'ont toujours pas été effectués. Certes, des travaux visant
les sanitaires et la protection incendie seront entrepris, mais cela
paraît dérisoire par rapport à la crasse et aux conditions de détention
de cette prison.
On peut comprendre que le directeur de l'établissement s'impatiente,
lui qui essaie de faire un travail de réinsertion extraordinaire, à telle
enseigne que les détenus préfèrent parfois séjourner dans cette
prison, malgré les conditions de détention déplorables, parce qu'un
réel travail de réinsertion y est pratiqué. Voilà longtemps qu'on lui
promet des investissements et patienter encore pendant quatre ans
avant de bénéficier des nouvelles infrastructures, cela me paraît très
long!
Je plaide pour la réalisation des maigres travaux. En effet, une facture
de 100 000 euros de chauffage ne me paraît pas trop lourde sans
oublier les caméras de sécurité. Les décisions intervenues en 2009
doivent être mises en oeuvre le plus rapidement possible et il importe
de consentir un effort substantiel pour 2010, sinon la Belgique sera
toujours montrée du doigt dans les rapports du CPT du Conseil de
15.03 Valérie Déom (PS): De
eventuele verhuizing van de
gevangenis is gepland voor 2013,
over vier jaar! De nodige middelen
werden dan wel uitgetrokken,
maar de werken werden nog altijd
niet
uitgevoerd
en
lijken
onbeduidend in het licht van de
vuile staat van de gevangenis en
de slechte detentievoorwaarden
die er gelden.
Men kan begrijpen dat de directeur
van de gevangenis ongeduldig
wordt, vooral omdat hij uitstekend
resocialisatiewerk heeft verricht.
De in 2009 genomen beslissingen
moeten
onverwijld
worden
uitgevoerd en in 2010 moet er een
belangrijke inspanning worden
geleverd. Indien dat niet gebeurt,
zal men België in de rapporten van
de CPT van de Raad van Europa
met de vinger blijven wijzen.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
l'Europe, ce qui nuirait à son image.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Dan komen wij aan de samengevoegde vragen nr. 15023 van de heer Baeselen, nr. 15173
van de heer Terwingen, nr. 15215 van de heer Laeremans en nr. 15329 van de heer Schoofs, maar alleen
de heer Laeremans is aanwezig. De andere collega's hebben laten weten dat zij hun vraag omzetten in een
schriftelijke vraag.
15.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, die
vraag is grotendeels beantwoord. Er was daarstraks een debat over
snelrecht. Mijnheer de minister, tenzij u natuurlijk een afwijkend
antwoord hebt.
15.04 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il a été répondu en
grande partie à cette question
dans le cadre du débat sur la
procédure
de
comparution
accélérée.
15.05 Minister Stefaan De Clerck: Ik zal mijn tekst nog eens
doorgeven met de precieze referenties, met het arrest van het
Grondwettelijk Hof en de bepalingen in verband met de onmiddellijke
verschijning. Ik zal een kopie geven van de tekst.
Ik stel voor dat ik u een kopie bezorg. Dit verschijnt niet in het verslag.
Daarin verschijnt alleen wat ik zeg. Ik verwijs dus naar de nota die ik
ronddeel.
15.05
Stefaan De Clerck,
ministre: Je ferai redistribuer le
texte de ma réponse comportant
les références précises, l'arrêt de
la Cour constitutionnelle et les
dispositions
relatives
à
la
comparution immédiate.
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de benoeming tot magistraat van een
beklaagde in de Beaulieu-zaak" (nr. 15057)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de benoeming van een beklaagde in
de Beaulieuzaak tot plaatsvervangend rechter" (nr. 15146)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de nieuwe vertraging in het dossier-
Beaulieu" (nr. 15197)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de benoeming van Beaulieu-verdachte Jan
Van Camp tot plaatsvervangend rechter bij de Brusselse rechtbank van koophandel" (nr. 15221)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de benoeming tot magistraat van een
beklaagde in de Beaulieuzaak" (nr. 15330)
16 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la nomination à la fonction de magistrat d'un
inculpé dans l'affaire Beaulieu" (n° 15057)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "la nomination à la fonction de juge suppléant
d'un prévenu dans l'affaire Beaulieu" (n° 15146)
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "le nouveau retard dans le dossier Beaulieu"
(n° 15197)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la nomination du suspect dans l'affaire Beaulieu,
Jan Van Camp, à la fonction de juge suppléant auprès du tribunal du Commerce bruxellois" (n° 15221)
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la nomination en qualité de magistrat d'un inculpé
dans l'affaire Beaulieu" (n° 15330)
De voorzitter: Wij komen nu aan de samengevoegde vragen in punt 18 van de agenda. De eerste vraag is
van de heer Laeremans.
Ik zie dat de heer Maingain is aangekomen. Hij heeft een vraag die eerder stond geagendeerd. Ik vraag
aan de collega's of zijn vraag eerst kan worden behandeld.
16.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, we
zijn al begonnen.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
(...): Tenzij hij met een splitsingsvoorstel komt. (Gelach)
De voorzitter: Ik neem akte van jullie weigering.
16.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Als de heer Maingain
akkoord gaat met de splitsing van het gerechtelijk arrondissement,
dan zou ik dat nog eens kunnen overwegen. (Hilariteit)
Mijnheer de minister, ook dit is een zeer triestige saga van een
monument van traagheid, de zaak-Beaulieu, een naam die u
ongetwijfeld ook bekend in de oren klinkt, maar waarover u in alle
onafhankelijkheid kunt antwoorden, neem ik aan.
Die zaak ligt opnieuw stil, omdat de raadkamer zich onbevoegd heeft
verklaard nadat duidelijk werd dat een van de beklaagden door uzelf
benoemd werd tot plaatsvervangend raadsheer in de Brusselse
handelsrechtbank. Het is nu helemaal niet meer duidelijk of dat
dossier nu integraal naar het hof van beroep moet, dan wel alleen het
dossier van de betrokken advocaat die nu plaatsvervangend
handelsrechter is.
Dat is de zoveelste onverkwikkelijke episode in dat dossier, dat al veel
te lang, onaanvaardbaar lang, blijft duren en altijd maar voor nieuwe
incidenten zorgt.
Mijnheer de minister, hoe verklaart u dat een beklaagde in de
Beaulieuzaak door de Hoge Raad kon worden voorgedragen? Was
de Hoge Raad van dat aspect op de hoogte?
Zo neen, hoe verklaart u dan dit gebrek aan informatie? Het is immers
toch vrij essentieel, als er iemand wordt voorgedragen, dat de
hangende procedures gekend zijn waarin die persoon betrokken is.
Zo ja, als de Hoge Raad dat inderdaad wist, had de Hoge Raad met
die inverdenkingstelling rekening moeten houden? Wat waren de
adviezen van de diverse adviserende instanties? Stond er daar iets in
over die verdenking? Heeft het parket soms een fout begaan? Wat
was het advies van het hof van beroep? Gelden er voor een
plaatsvervangend magistraat andere criteria en testen dan voor een
effectieve? Dat is allemaal niet zo duidelijk.
Ten tweede, was u zelf op de hoogte ­ u hebt uiteindelijk de
beslissing geveld en de benoeming ondertekend ­ van het feit dat de
betrokkene verdacht was in het dossier-Beaulieu? Zo neen, hoe
verklaart u dat u niet op de hoogte bent gebracht? Zo ja, waarom
werd de betrokkene toch door u aangesteld? Golden er verzachtende
omstandigheden?
Ten derde, wat zijn de concrete gevolgen van die benoeming voor de
lopende procedure inzake Beaulieu?
16.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): L'affaire Beaulieu est de
nouveau au point mort parce que
la chambre du conseil s'est
déclarée incompétente après qu'il
est apparu clairement qu'un des
inculpés
avait
été
nommé
conseiller suppléant au tribunal de
commerce de Bruxelles par le
ministre. Dans l'état actuel des
choses, on ne sait pas très bien si
l'ensemble de ce dossier doit être
porté devant la cour d'appel ou si
seul le dossier de l'intéressé doit
l'être.
Comment le ministre explique-t-il
que la candidature de l'intéressé
ait pu être présentée par le
Conseil supérieur de la Justice?
Celui-ci était-il informé de son
implication dans l'affaire Beaulieu?
Le parquet a-t-il commis une
erreur? Quel avis la cour d'appel
a-t-elle émis? Les magistrats
suppléants sont-ils soumis à
d'autres
critères
que
les
magistrats effectifs? Le ministre
lui-même était-il informé du fait
que l'intéressé avait été inculpé
dans l'affaire Beaulieu?
16.03 Els De Rammelaere (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik heb analoge vragen.
Eind september vernamen wij dat de zaak-Beaulieu werd uitgesteld
omdat de raadkamer zich onbevoegd verklaarde, daar een van de
beklaagden plots benoemd zou zijn tot plaatsvervangend rechter.
Blijkbaar zou dat gebeurd zijn op positief advies van mevrouw De
16.03 Els De Rammelaere (N-
VA): Fin septembre, la chambre
du conseil s'est déclarée incom-
pétente dans l'affaire Beaulieu
parce qu'un des inculpés a été
inopinément
nommé
juge
suppléant, apparemment sur la
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Tandt, ons wel bekend in een ander dossier.
Mijnheer de minister, dat roept toch heel wat vragen op.
Ten eerste, was de Hoge Raad voor de Justitie op de hoogte van de
betrokkenheid van de beklaagde in die zaak?
Ten tweede, was u daarvan op de hoogte? Hoe komt het dat die
persoon toch nog benoemd raakte?
Ten derde, wat zal er nu concreet gebeuren in de zaak-Beaulieu?
base d'un avis positif de Mme De
Tandt qui a défrayé la chronique
dans une autre affaire. Le Conseil
supérieur de la Justice et le
ministre étaient-ils informés du fait
que l'intéressé avait été inculpé
dans l'affaire Beaulieu? Comment
cette affaire va-t-elle évoluer?
16.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, de
feiten zijn al geschetst. Ik zal ze niet meer herhalen.
Het gaat om een dossier met 31 verdachten. Het sleept nu al 19 jaar
aan. Wij hebben al eens geprobeerd het te analyseren in de
onderzoekscommissie naar de fiscale fraude. Dat was niet evident,
want omdat de zaak nog hangend was, was het delicaat er dieper op
in te gaan. Wij vragen ons af of het allemaal wel toeval is, als wij zien
wat er de jongste 19 jaar allemaal is gebeurd. De vraag moet dan ook
worden gesteld of het nu weer toeval is dat precies één van de
verdachten wordt benoemd, waardoor de hele procedure weer wordt
gecompliceerd? Eigenlijk geniet hij nu immers voorrang van
rechtsmacht en zou het hof van beroep bevoegd worden. Zo loopt
men het risico dat het hele dossier meteen daarheen zal gaan.
Of gaat men iets anders doen? Gaat men het dossier opsplitsen? Dat
zullen wij misschien straks horen.
Ik heb vier concrete vragen.
Ten eerste, was u er zelf van op de hoogte dat er een onderzoek liep
tegen de heer Van Camp op het moment dat u over de benoeming
hebt beslist?
Ten tweede, was de Hoge Raad voor de Justitie of enig ander
persoon of orgaan op de hoogte van de situatie van de heer Van
Camp? Als dat zo niet is, hoe is dit dan mogelijk? Het is niet de eerste
keer dat wij vaststellen dat als de Hoge Raad voor de Justitie een
bepaald dossier krijgt, deze blijkbaar niet beschikt over alle informatie.
Beschikte de Hoge Raad over alle informatie, of niet? Als het niet het
geval was, hoe komt dat dan? Wat schort er aan de adviesverlening?
Ten derde, welke initiatieven hebt u genomen en zult u nog nemen
om in de toekomst te vermijden dat dergelijke essentiële informatie
ontbreekt in bepaalde dossiers? Ik meen dat het absoluut
noodzakelijk is dat wanneer dergelijke beslissingen worden genomen
deze gegevens beschikbaar zijn, zowel voor de Hoge Raad als voor
uzelf. Anders kunt u dergelijke beslissingen nooit nemen!
Ik ga ervan uit dat u die informatie niet had. In die hypothese dat u ze
niet had, vind ik het een schande. U had ze moeten hebben, en de
Hoge Raad ook.
Nu staan wij voor die benoeming. De vraag is, mijnheer de minister,
wat u daarmee zult doen. Kunt u die benoeming nog ongedaan
maken wegens de feiten die nu duidelijk naar voren zijn gekomen?
16.04 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): L'affaire Beaulieu
s'éternise depuis 19 ans déjà. Il
est permis de se demander si la
procédure est devenue fortuite-
ment plus compliquée encore
après la désignation d'un des 31
suspects à la fonction de juge
suppléant. Dès lors que ce dernier
jouit désormais du privilège de
juridiction, le risque existe que tout
le dossier doive être transmis à la
cour d'appel. Ou envisage-t-on de
scinder le dossier?
Le ministre avait-il été informé
personnellement d'une enquête
concernant M. Van Camp? Le
Conseil
supérieur
en
était-il
informé? Le Conseil avait-il en sa
possession toutes les informations
utiles? Quelles initiatives compte
prendre le ministre pour éviter que
de telles informations essentielles
soient encore absentes du dossier
à l'avenir? Le ministre peut-il
encore
faire
annuler
cette
nomination?
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Het lijkt mij evident dat u alles doet wat mogelijk is om die benoeming
weer ongedaan te maken. Ik meen dat het absoluut niet kan dat
iemand tot magistraat wordt benoemd terwijl hij zelf wordt verdacht in
een van de grootste fraudezaken in dit land.
16.05 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, ik zal niet
beginnen over de zaak-Beaulieu of de zaak tegen de familie
De Clerck. Ik wil mijn betoog resumeren tot de vraag hoe dit mogelijk
is in ons land. Wij weten dat als een burgemeester moet worden
benoemd, zelfs het kleinste lopend strafonderzoek de benoeming
blokkeert.
Als het over benoemingen gaat in de magistratuur heeft men blijkbaar
geen kennis van lopende strafdossiers. Dat is een pijnlijk verschil
tussen de behandeling van magistraten en die van andere mensen.
Als het over magistraten gaat, weet men nooit of er een
strafonderzoek aan de gang is. Van de burgemeester van de kleinste
gemeenten integendeel kent men de kleinste klacht, en wacht men
om hem te benoemen.
Dat is volgens mij de cruciale vraag. Hoe ziet een benoemingsdossier
er uit? In dit geval gaat het om een plaatsvervangend rechter. Er
worden adviezen gegeven vanuit de zetel en men weet niet eens dat
er een strafonderzoek, laat staan een kleintje zoals de zaak-Beaulieu,
aan de gang is. Dit lijkt mij zo onwaarschijnlijk pijnlijk voor wat er
bezig is in het gerecht. Mijn vraag is dan ook waar hier de fout zit.
16.05 Renaat Landuyt (sp.a):
Lorsqu'il s'agit de nommer un
bourgmestre, la moindre enquête
pénale en cours suffit à bloquer la
procédure. Dans le cas de
nominations dans la magistrature,
en revanche, on ne semble pas du
tout
avoir
connaissance
de
dossiers
pénaux
en
cours.
Comment est-ce possible?
16.06 Minister Stefaan De Clerck: Het betreft hier een individueel
dossier. Er wordt toch over gesproken omdat het in een context wordt
gebracht. Het is niet de gewoonte dat elk individueel dossier hier
wordt behandeld. Ik begrijp echter dat de context van die orde is dat
er even een vraag over kan worden gesteld. Als wij hier iedere
benoeming moeten bespreken dan is dit niet correct. Ik wil toch even
de aandacht trekken op het feit dat dit normaal gezien niet de
gewoonte is.
Bij koninklijk besluit van 21 augustus 2009 werd de persoon waarover
de vraag gaat, benoemd tot plaatsvervangend rechter in de rechtbank
van koophandel te Brussel. Dat besluit verscheen in het Belgisch
Staatsblad van 1 september 2009. De betrokkene legde de eed af op
15 september laatstleden. Vooraleer de Koning magistraten benoemt,
wordt in toepassing van artikel 259ter van het Gerechtelijk Wetboek
om advies gevraagd aan de bevoegde overheden.
Wat dit dossier betreft werd het advies ingewonnen van de voorzitter
van de rechtbank van koophandel te Brussel als korpschef van de
vacature. Dit advies was zeer gunstig, maar matig gemotiveerd. Het
advies van de korpschef werd niet ingewonnen aangezien de
kandidaat niet behoorde tot de magistratuur. Het advies van de
vertegenwoordiger van de Nederlandstalige balie werd wel
ingewonnen. Dat advies was degelijk gemotiveerd en zeer gunstig.
De kandidatuur van de betrokkene werd ontvankelijk verklaard daar
zij aan alle vormvereisten voldeed en betrokkene in de voorwaarden
verkeerde om benoemd te worden. Er was ook een uittreksel uit het
strafregister opgevraagd dat blanco was.
Uit geen enkel stuk of advies van de rechterlijke overheden bleek dat
16.06
Stefaan De Clerck,
ministre:
Nous
n'avons
pas
coutume de répondre ici aux
questions relatives à des dossiers
individuels, mais je comprends
que, compte tenu du contexte, des
questions puissent malgré tout
être posées.
L'intéressé a été nommé juge
suppléant
au
tribunal
de
commerce de Bruxelles par arrêté
royal du 21 août 2009. L'arrêté a
été publié le 1
er
septembre 2009
au Moniteur belge et l'intéressé a
prêté serment le 15 septembre.
En vertu de l'article 259ter du
Code judiciaire, l'avis des autorités
compétentes est requis avant
toute nomination de magistrats par
le Roi. Tant l'avis du président du
tribunal de commerce de Bruxelles
que celui du barreau néerlan-
dophone étaient très positifs.
L'extrait du casier judiciaire était
vierge. La candidature a, dès lors,
été déclarée recevable parce que
toutes les conditions de forme
étaient remplies et que l'intéressé
satisfaisait aux conditions de
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
de betrokkene een beklaagde is in de zaak-Beaulieu. De
benoemingscommissie noch de minister was dus op de hoogte van
dat aspect. Dit is mij niet meegedeeld.
De wet voorziet niet in een bevraging door de minister van Justitie
over lopende dossiers bij het parket. Het is dus ook niet in de
procedure als zodanig vastgelegd.
De procedure voor de benoeming van een plaatsvervangende rechter
is identiek aan de procedure voor een effectieve magistraat. Ik heb
dus nogmaals bij de procureur-generaal nagevraagd hoe de zaak
verloopt. De zaak was tot 28 september uitgesteld om het openbaar
ministerie toe te laten een en ander na te gaan. Op 28 september
heeft het openbaar ministerie dan, omwille van de vastgestelde
hoedanigheid van plaatsvervangend magistraat van de betrokkene,
gevorderd dat de raadkamer zich onbevoegd zou verklaren met
betrekking tot de regeling van de rechtspleging, uit hoofde van de
specifieke tenlastelegging.
De feiten waarover het gaat, dateren van 16 december 1991. Wij zijn
dus bezig met feiten van meer dan achttien jaar geleden. De
behandeling van de zaak zal op 26 oktober 2009 worden voortgezet.
Op voornoemde datum zullen de conclusies worden neergelegd. Wij
zullen dus zien wat er over de zaak wordt geconcludeerd. Misschien
zal ze kunnen worden gesloten en zal er worden beslist. Het kan ook
zijn dat het openbaar ministerie nogmaals om uitstel van de zaak
moet vragen om op de neergelegde conclusies te kunnen
antwoorden. Wij zullen dus nog moeten afwachten hoe de
behandeling verloopt. Een en ander is in elk geval door de heer
de le Court medegedeeld.
Het openbaar ministerie treft volgens de heer de le Court in het kader
van de benoemingsprocedure van de heer Van Camp geen enkel
verwijt. In het Rijksregister is de heer Jan Van Camp opgegeven als
jurist. In de vordering van het openbaar ministerie werd als beroep
voor de heer Van Camp het beroep van jurist vermeld. Voornoemde
fout werd door de betrokkene nooit rechtgezet en werd dan ook als
dusdanig genoteerd.
De betrokken kandidaat werd door de Hoge Raad voor de Justitie
voorgedragen op heel gunstig advies, verstrekt, overeenkomstig de
bepalingen van artikel 259ter van het Gerechtelijk Wetboek, door de
korpschef van het rechtscollege waar zijn benoeming diende te
geschieden, evenals door de vertegenwoordiger van de balie waar hij
is ingeschreven.
In casu voorziet de wet niet in enig dienaangaande door het openbaar
ministerie te verstrekken advies. Er werd daar ook niet om verzocht.
In de wet is niet opgenomen dat het openbaar ministerie per definitie
voor elke kandidaat een advies zou moeten geven, wat voor een
benoeming van een burgemeester wel het geval is. Op dat punt ligt
dus het verschil.
Daarmee heb ik de voornaamste elementen van het dossier gegeven.
De procedure is normaal verlopen. Alle adviezen zijn positief. In het
dossier van de Hoge Raad voor de Justitie heeft ook geen enkel
element op het probleem gewezen. Het openbaar ministerie is niet en
hoeft niet te worden geconsulteerd. Ik heb ter zake ook geen enkele
nomination. Aucun document ne
laissait apparaître que l'intéressé
était
inculpé
dans
l'affaire
Beaulieu; la commission de
nomination et le ministre n'en
étaient pas informés.
La loi ne stipule pas davantage
que le ministre doit se renseigner
auprès du parquet à propos
d'éventuelles enquêtes en cours.
La procédure de nomination d'un
juge suppléant est identique à
celle des magistrats effectifs.
Dans le dossier Beaulieu, la
situation est la suivante. Le
28 septembre 2009, le ministère
public a requis que la chambre du
conseil se déclare incompétente
en raison de la qualité de
l'intéressé. Le traitement de
l'affaire
se
poursuivra
le
26 octobre 2009, date de dépôt
des conclusions. Le dossier
pourrait alors être clôturé et une
décision pourrait suivre: l'autre
option est que le ministère public
demande davantage de temps
pour
pouvoir
répondre
aux
conclusions.
Selon le procureur général de le
Cour, le ministère public n'a rien à
se reprocher. Au registre national,
M. Jan Van Camp est mentionné
en
qualité
de
juriste.
La
candidature de l'intéressé a été
proposée par le Conseil supérieur
de la Justice sur avis favorable du
chef de corps de la juridiction pour
laquelle sa nomination avait été
proposée et du représentant du
barreau
il
est
inscrit.
Contrairement à ce qui est prévu
pour les bourgmestres, l'avis du
ministère public en la matière n'est
pas prescrit par la loi.
La procédure s'est par conséquent
déroulée normalement. Le dossier
du Conseil supérieur ne contenait
aucun élément défavorable et, qui
plus est, les faits remontent à plus
de 18 ans. Il est évidemment
scandaleux que de tels dossiers
traînent aussi longtemps.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
informatie gehad. De betrokkene is bijgevolg op een correcte manier
benoemd, rekening houdend ook met het feit waarop ik heb gewezen,
met name dat het achttien jaar geleden is. Achttien jaar is een
serieuze termijn. De redelijke termijn geeft ook vreemde effecten voor
personen die op een of andere manier in het dossier zijn vermeld. Dat
zijn dergelijke effecten. Een en ander is een van de redenen waarom
het schandalig is dat dergelijke dossiers zolang zonder afhandeling
blijven.
16.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, uw
antwoord verbaast mij. U gebruikt een heleboel formele argumenten
om uiteindelijk tot de slotsom te komen dat er niemand in de fout is
gegaan, dat er niets verkeerd is gegaan, dat er eigenlijk niets aan de
hand is en dat betrokkene correct werd benoemd. Het spijt mij, maar
ik blijf het problematisch vinden.
Uiteraard is het heel erg en vind ik het ook weerzinwekkend dat de
Beaulieu-zaak al achttien jaar lopende is. Dat is echter een andere
zaak. Dat doet niets af aan de feiten. Het had ook slechts drie of vier
jaar kunnen zijn. Uiteindelijk was die zaak lopende. In zulke
omstandigheden is het beter zo iemand niet te benoemen.
Ik vind het ook een beetje op het randje dat u de term "redelijke
termijn" in de mond neemt, alsof u reeds een uitspraak doet ...
16.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre utilise une
série d'arguments formels pour
arriver à la conclusion que
personne n'a commis d'erreur. Je
trouve
évidemment
aussi
répugnant que cette affaire traîne
depuis si longtemps mais cela ne
change rien aux faits. Je persiste à
croire que le fait que cet homme a
pu être nommé constitue un
problème et j'estime qu'il est à la
limite de l'acceptable que le
ministre suggère ici que le délai
raisonnable est écoulé, comme s'il
rendait un jugement.
16.08 Minister Stefaan De Clerck: Helemaal niet.
16.09 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik vind dat wij ons daarover
best niet uitspreken. De zaak moet uiteindelijk nog voorkomen.
Ik blijf het een zeer groot probleem vinden, in de eerste plaats in
hoofde van betrokkene zelf. Die heer, ik zal hem niet bij naam
noemen, had de fair play moeten hebben om het zelf te vermelden.
Hij had zelf moeten opwerpen dat hij voorwerp uitmaakt van een
onderzoek en te vragen of dat geen beletsel is. Dat alleen al zou voor
mij een reden zijn om, desnoods achteraf, te zeggen dat hij zijn
benoeming gehandhaafd mocht zien, maar dat zolang dat niet van de
baan is, hij ze niet kon uitoefenen, dat hij moest afwachten tot de zaak
achter de rug is. Er is in eerste instantie een probleem in hoofde van
betrokkene zelf.
Ten tweede, ik vind dat er wel wat mag veranderen aan de procedure.
Als inderdaad voor burgemeesters en heel wat andere functies een
bewijs van goed gedrag en zeden of een advies van het openbaar
ministerie wordt gevraagd, lijkt mij dat hier ook elementair, als het
gaat over een magistraat. Dat is immers een voorbeeldfunctie. Ook al
is er geen veroordeling, wanneer er een lopende procedure is, zou er
via het centraal strafregister of via een of ander geïnformatiseerd
systeem bij het openbaar ministerie -- waaraan zo'n grote nood is --
een signaal moeten opduiken, zodra men een naam aanvinkt, dat die
persoon nog voorwerp uitmaakt van een lopende procedure. Dat is
eigenlijk elementair.
Mijnheer de minister, u bent nu toch bezig met de informatisering van
Justitie en u zult daarover nog vragen krijgen, morgen misschien al.
Dat is een van de dingen die moeten geweten zijn. Elke magistraat
moet meteen lopende procedures kunnen vinden. Dan moet hij, zowel
16.09 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La personne concernée
aurait dû avoir l'honnêteté de
l'annoncer elle-même, ce qui, pour
moi, serait une raison pour dire
que sa nomination peut être
maintenue.
J'estime également que des
changements
pourraient
être
apportés à la procédure. Si l'avis
du ministère public est demandé
pour de nombreuses fonctions,
comme celle de bourgmestre, il
pourrait également être demandé
pour les magistrats. Et même si
aucune condamnation n'a encore
été prononcée, un signal devrait
malgré tout être lancé par l'un ou
l'autre canal informatisé pour
indiquer
que
la
personne
concernée
fait
l'objet
d'une
enquête.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
een parketmagistraat als een magistraat die een advies geeft over
een andere magistraat, zich daarop kunnen baseren en die informatie
kunnen terugvinden. Blijkbaar is er daar een zeer grote lacune. Ik kan
dat niet aanvaarden. Ik heb daarmee grote problemen.
16.10 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, u gaat
nogal licht over dit voorval heen. Volgens mij is het niet zo een kleine
zaak als u laat uitschijnen. Ik heb daar een probleem bij.
U zegt dat de procedure normaal is verlopen is en dat het openbaar
ministerie niet werd geconsulteerd omdat het niet moest. Ik heb
echter een groot probleem met betrekking tot de betrokkene zelf. Hij
had eerlijk moeten zijn en had het moeten meedelen. Hij krijgt een
niet onbelangrijke functie, in die zin dat hij recht moet spreken over
andere mensen, terwijl hij niet eerlijk is over zichzelf. Dat kan niet
volgens mij. Wat zult u doen indien betrokkenen wordt veroordeeld?
16.10 Els De Rammelaere (N-
VA): Le ministre prend les choses
très à la légère. L'intéressé aurait
dû communiquer les faits lui-
même. Comment peut-il porter un
jugement sur les autres s'il n'est
pas
honnête
lui-même?
Qu'adviendra-t-il
s'il
est
condamné?
16.11 Minister Stefaan De Clerck: Dan is er een nieuw feit.
16.11
Stefaan De Clerck,
ministre: Il s'agira alors d'un fait
nouveau.
16.12 Els De Rammelaere (N-VA): Inderdaad? Maar dat zijn toch
situaties die kunnen worden voorkomen. Zult u concreet optreden of
kan hij gewoon blijven zetelen?
16.13 Minister Stefaan De Clerck: Dan is er een nieuw feit, dat is
evident.
16.14 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
ben ook wat ontgoocheld in uw antwoord.
Uiteindelijk legt u de fout niet bij de administratie, noch bij uzelf of bij
degenen die u hadden moeten adviseren, maar bij de lange duur van
het proces. Daar kunnen wij ook heel veel over zeggen. Bij de
volgende vraag gaan wij het hebben over de man die destijds
verantwoordelijk was voor dat dossier bij het parket, maar er ook
ander activiteiten op na hield. We kunnen heel veel vragen stellen
over de manier waarop dat dossier werd behandeld is en de reden
waarom dat dan achttien of negentien jaar duurt. Er kunnen
verschillende redenen zijn.
U zegt dat het parket niet moet worden geadviseerd, dat zou best
kunnen. Maar vindt u het dan, als het moet voor burgemeesters, ook
als er een gewone klacht is, niet evident dat wij de wet wijzigen en dat
een dergelijk advies bijvoorbeeld wel wordt ingewonnen.
16.14 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Je suis déçu
également.
Le
ministre
se
décharge de sa responsabilité.
Pourquoi ce procès dure-t-il aussi
longtemps?
Ne
serait-il pas
logique de modifier la loi, pour que
le parquet doive obligatoirement
rendre un avis?
16.15 Minister Stefaan De Clerck: Dat is een debat.
16.15
Stefaan De Clerck,
ministre:
Nous
devons
en
débattre.
16.16 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Dat is een debat. Dus dat
debat wil u aangaan.
16.17 Minister Stefaan De Clerck: Dat is een debat, want daarover
gaat het natuurlijk.
16.18 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Daarover gaat het. Dan
denk ik dat wij met een goed debat bezig zijn.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
16.19 Minister Stefaan De Clerck: De stafhouder geeft een advies.
Dat moet hij normaal doen. De voorzitter van de rechtbank van
koophandel geeft een advies. Het openbaar ministerie heeft een
andere rol daarin te spelen, maar het openbaar ministerie wordt niet
gesolliciteerd in dat soort dossiers.
16.20 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Voorlopig is dat nog niet
zo. Ik meen dat wij een wetgevend initiatief zullen moeten nemen om
dat advies ook mogelijk te maken. Ik vermoed dat u dat dan ook zult
steunen, mijnheer de minister.
16.21 Minister Stefaan De Clerck: Ik wil dat bestuderen.
16.22 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Bestuderen?
16.23 Minister Stefaan De Clerck: Dat schijnt mij een logica te zijn in
dat soort zaken. Voor disciplinaire procedures hebben wij het al
meegemaakt en voor strafrechtelijke procedures. Wij moeten eens
goed definiëren vanaf wanneer wat geweten moet zijn. Wij moeten
daarover debatteren. De vraag vanaf wanneer wat moet worden
gemeld en op een lijst moet staan, vergt een debat ten gronde. Het
zijn elementen die perfect kunnen ressorteren. Wij moeten het dus
goed bestuderen, maar dat lijkt mij hier de kern van het probleem.
16.24 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, in
dit geval gaat het om een zaak van achttien jaar geleden. Als we geen
initiatief nemen is het echter best mogelijk dat we nog eens met
hetzelfde worden geconfronteerd. Iemand wordt verdacht van een
moord van drie jaar geleden, het onderzoek loopt nog, de voorzitter
van de rechtbank van koophandel weet dat niet en de korpschef
evenmin. Dan worden we met hetzelfde geconfronteerd. Dat zijn zeer
zware misdrijven en men weet het niet. Dat is dus absoluut
noodzakelijk
Mijnheer de minister, u hebt op een vraag niet geantwoord. Bent u
van plan om die benoeming ongedaan te maken? Hebt u onderzocht
of dat kan en bent u bereid om dat te doen? Stel dat die man vanaf
volgende week of volgende maand zetelt en dat mensen weten voor
welke rechter ze verschijnen en er gepleit moet worden. Dat is toch
niet goed voor het vertrouwen van de burger in de Justitie, als men
weet dat de betrokkene nog altijd in verdenking is gesteld in een
dossier van grootschalige fraude? Dat is niet goed voor het
vertrouwen in de Justitie. Wat moeten de rechtzoekenden daarover
denken?
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel concreet. Bent u bereid om de
benoeming te herzien en eventueel in te trekken? U moet dat
onderzoeken? Ik heb dat gevraagd maar u antwoordt daar niet op. U
hebt dat niet onderzocht?
16.24 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!):
Si
nous
ne
prenons
pas
d'initiative
aujourd'hui, ces faits pourront se
répéter. Le ministre annulera-t-il la
nomination? Si l'intéressé peut
conserver sa fonction, la confiance
en la Justice s'en trouvera
ébranlée.
16.25 Minister Stefaan De Clerck: Voor mij is de essentiële vraag wie
dan wel de informatie moet bezorgen. Als de minister het niet weet,
als de Hoge Raad voor Justitie het niet weet, als de stafhouder het
niet weet, als de voorzitter van de rechtbank van koophandel het niet
weet terwijl alles normaal verloopt en er schitterende adviezen zijn,
dan wordt die persoon benoemd. Dat is de normale procedure die
werkelijk correct is verlopen. Ik kan dit dus niet zomaar ongedaan
16.25
Stefaan De Clerck,
ministre: Je ne peux annuler cette
nomination aussi facilement étant
donné que la procédure normale a
été suivie.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
maken.
16.26 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Nu weet u het wel, nu zijn
er nieuwe gegevens. Vindt u met de gegevens waarover u thans
beschikt dat dit een terechte benoeming was?
16.26 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): En connaissant
les éléments actuels, le ministre
estime-t-il que la nomination était
légitime?
16.27 Minister Stefaan De Clerck: We moeten afwachten wat het
verdere verloop van het dossier zal zijn. Ik reserveer mijn antwoord op
deze vraag. Er is ook een vermoeden van onschuld. Wordt hij
verwezen of niet, wordt hij veroordeeld of niet? Dat zijn allemaal
elementen die meespelen. Er is ook een vermoeden van onschuld.
Men kan daar niet zomaar omheen. Vanuit dat oogpunt wil ik mijn
onderzoek daarover preciseren om uit te maken of daar theoretisch
een mogelijkheid bestaat. Ik reserveer dus mijn antwoord op dat punt.
16.27
Stefaan De Clerck,
ministre: Nous devons d'abord
attendre que la procédure suive
son cours. L'intéressé n'a pas
encore été condamné.
16.28 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, het
draagt in ieder geval niet bij tot de geloofwaardigheid van de Justitie.
16.28 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): La crédibilité de la
Justice est entachée.
16.29 Renaat Landuyt (sp.a): Ik neem er akte van dat de minister
van Justitie zegt dat in de zaak-Beaulieu de redelijke termijn is
overschreden.
16.29 Renaat Landuyt (sp.a): Le
ministre a admis que dans l'affaire
Beaulieu, le délai raisonnable est
dépassé.
16.30 Minister Stefaan De Clerck: Ik verwijs gewoon naar het feit dat
er ooit al een uitspraak over redelijke termijn in die zaak is geweest. Ik
moet daarover geen oordeel uitspreken.
16.30
Stefaan De Clerck,
ministre: Je veux dire par là qu'en
réalité, dans cette affaire, un
jugement a déjà été prononcé
dans un délai raisonnable. Pour le
surplus, je ne me prononce pas.
16.31 Renaat Landuyt (sp.a): U zou dat beter corrigeren, dat u dat
niet hebt gezegd.
16.32 Minister Stefaan De Clerck: Ik verwijs naar de uitspraak die op
dat vlak werd gedaan in Europees...
16.33 Renaat Landuyt (sp.a): De collega's van de heer Van Camp
lezen alles na. Hier hebben zij een uitspraak die in het Parlement
werd gedaan over het feit dat de redelijke termijn in de zaak-Beaulieu
is overschreden.
16.34 Minister Stefaan De Clerck: Neen, er is geen uitspraak...
16.35 Renaat Landuyt (sp.a): Een andere zaak vink ik ook niet zo
evident. Men kan in ons land tot rechter worden benoemd terwijl er
een strafprocedure loopt. In een van de belangrijkste functies in ons
land kan men blijkbaar een strafzaak tegen zich hebben en toch
worden benoemd. Ik ben niet zeker. Het kan zijn dat dit de realiteit is.
Het is immers niet de eerste keer. De zaak-De Tandt is daarvan ook
een voorbeeld. Men benoemt iemand terwijl er een strafprocedure
loopt.
(...): Een tuchtprocedure.
16.35 Renaat Landuyt (sp.a): Je
trouve étrange que, dans notre
pays, on puisse être nommé en
qualité de juge alors qu'une
procédure pénale est pendante.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
16.36 Renaat Landuyt (sp.a): Neen, ook een strafprocedure, de
twee. Bij Van Camp mag men een tuchtprocedure starten, maar daar
is een strafprocedure bezig.
De wet bepaalt dat om magistraat te zijn, rechter of procureur, men
van een zeker zedelijk gedrag moet zijn. In de categorie van de
rechters en procureurs herleidt men dat tot het strafregister. Ik denk
dat het zelfs een andere omschrijving krijgt. Ik heb de wet niet
nagelezen, maar ik ga ervan uit dat daar iets staat over het gedrag dat
men moet vertonen. Ik kan mij voorstellen dat er niet specifiek staat
dat de procureur op stap moet gaan. Als echter blijkt dat men dat
nooit doet, dan leven wij een land waar rechters en procureurs
worden benoemd waartegen al dan niet een strafprocedure loopt. Dat
is voor weinig beroepen zo. Ik stel hier gewoon de specifieke situatie
vast.
Net zoals in het dossier-De Tandt, begrijp ik in dat dossier de
meerwaarde van de Hoge Raad voor Justitie niet. Wat hebben zij
meer gecontroleerd dan wat in de vroegere adviezen staat en wordt
herleid tot formaliteiten, het strafregister en de korpsoverste die zegt
dat het een goede zou zijn? Ik vind dat geen geruststellende
informatie.
In dat dossier is er ook de vaststelling dat deze persoon van een
moreel gehalte is dat hij zich niet geroepen voelt om te zeggen dat hij
een vervolgde persoon is in de zaak-Beaulieu.
Hij wil rechter zijn, maar het komt bij hem niet op om dit zelf aan te
kaarten. Het komt evenmin op bij de personen die hem als rechter
moeten evalueren. Samen met mijn collega's twijfel ik sterk aan de
moraliteit van de persoon in kwestie.
Ik steun uw voorstel om een en ander nader te bekijken. Ik vind het
schrikwekkend om te constateren dat personen niet worden
gecontroleerd op lopende straf- of tuchtonderzoeken. Het is
interessant en beangstigend tegelijk dat de heer Van Camp het niet
nodig acht om even te vermelden in welk dossier hij verwikkeld zit, en
dat hij als rechter mag aanblijven. We mogen niet te licht over deze
twee vaststellingen heen gaan.
Ik ga in op uw suggestie om uit te zoeken of er nog maatregelen
kunnen worden genomen tegen deze situatie.
16.36 Renaat Landuyt (sp.a): La
loi dispose que les magistrats,
qu'ils soient juge ou procureur,
doivent se comporter conformé-
ment
aux
bonnes
moeurs.
Comment contrôle-t-on le respect
de cette obligation? Tout comme
dans le dossier De Tandt, je ne
comprends pas la plus-value du
Conseil supérieur de la justice en
l'occurrence.
L'intéressé ne se sent évidemment
pas la vocation de faire savoir lui-
même
qu'il
est
l'objet
de
poursuites. Je doute donc de sa
moralité. J'appuie la proposition
d'examiner ce dossier plus avant.
Nous ne pouvons prendre les
choses à la légère. Il convient
donc de vérifier si des mesures
peuvent encore être prises.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Renaat Landuyt
Président: Renaat Landuyt
17 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de risicoanalyse van
het ontsnappingsgevaar bij het overbrengen van gedetineerden van de gevangenis naar het
gerechtsgebouw" (nr. 15060)
17 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "l'analyse des risques
d'évasion lors du transfert de détenus de la prison au palais de justice" (n° 15060)
17.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
mijn vraag dateert van 24 september en zou eigenlijk niet meer echt
actueel zijn, mochten vandaag de ontsnapten, zo heb ik gehoord, niet
17.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Quand un détenu doit
être transféré de la prison au
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
opnieuw moeten voorkomen in het Brusselse justitiepaleis, met heel
veel bewaking en veiligheidsmaatregelen vandien.
Ik kom nog eens terug op wat onder andere einde augustus in onze
commissie werd gezegd. Bij het overbrengen van een gevangene
naar een gerechtsgebouw moet namelijk zowel de lokale politie van
de zone waar de gevangenis ligt als die van de zone waar het
gerechtsgebouw ligt, vooraf het gevaar inschatten. Op basis daarvan
worden de veiligheidsmaatregelen genomen. Die inschatting gebeurt
op basis van informatie in de databank van justitie, SIDIS. Die wordt
gevoed door de gevangenisdirecteuren. Zij zorgen voor de input met
naam, misdrijf, data en plaats van opsluiting enzovoort.
Die databank bevat enkel informatie over het gedrag van de
gedetineerden binnen de gevangenis en bevat dus niet alle relevante
gegevens die nodig zijn voor het maken van een optimale
risicoanalyse van het ontsnappingsgevaar. Die worden niet vermeld.
Het voorbeeld van de drie gangsters die op 4 augustus ontsnapten uit
het Brusselse justitiepaleis toont dat aan. Het waren blijkbaar
gevangenen die zich koest hielden, zonder incidenten. Daardoor werd
de risicoanalyse laag gehouden. Zowel zone Brussel-Zuid als zone
Brussel-Hoofdstad-Elsene oordeelde dat code 1 van toepassing was
en bijgevolg werd het veiligheidscorps in het justitiepaleis niet
bijgestaan door gewapende agenten van de politie.
U hebt toen onder andere gerepliceerd dat de politie een manifeste
inschattingsfout had gemaakt door een te laag risiconiveau op te
leggen. Om te weten of een gevangene ook buiten de
gevangenismuren gevaarlijk was en is, had men bijvoorbeeld de
Algemene Nationale Gegevensbank van de politie kunnen
raadplegen. Echter ­ en dit is het probleem ­, die databank is
blijkbaar niet goed afgestemd op die van Justitie. De gebrekkige
informatiestroom, de slecht gevoede databank, het gebrek aan
snelheid en de passieve houding van sommige diensten werd door
het Comité P al in 2003 aangekaart. Naar aanleiding daarvan werd
gestart met een functionele analyse om de doorstroming tussen ANG,
de databank van de politie, en SIDIS beter te laten verlopen.
Het is nu zes jaar later en de analyse is, naar verluidt, bijna klaar. Het
heeft een hele tijd geduurd. Het komt nu Justitie toe om die analyse
technisch te vertalen naar een moderne elektronische databank.
Een betere informatiestroom tussen alle actoren en de databanken
stond ook centraal in de dwingende richtlijn uit 2001. Die richtlijn had
tot doel de veiligheid te vergroten van het penitentiair personeel en het
politiepersoneel dat belast is met de overbrenging van gevangenen en
ook het ontvluchtingsgevaar te verkleinen.
Ook het rapport van de werkgroep die zich heeft gebogen over een
actualisering van die richtlijn, zou naar verluidt bijna klaar zijn en
intussen al voorgesteld moeten zijn.
Tot slot, de liberale vakbond van het politiepersoneel meent dat de
verantwoordelijken van een gerechtelijk dossier, dus de
parketmagistraten en onderzoeksrechters, eigenlijk de enigen zijn die
juist kunnen inschatten hoe gevaarlijk gevangenen zijn die voor de
rechtbank moeten verschijnen.
palais de justice, les mesures de
sécurité prises dépendent de
l'estimation du risque d'évasion
effectuée par la police locale des
zones dans lesquelles sont situés
respectivement la prison et le
palais de justice. Pour procéder à
cette
estimation
du
risque
d'évasion, la police utilise une
base de données de la Justice,
SIDIS. Cette base de données est
alimentée par les directeurs des
prisons et ne contient que des
informations sur le comportement
des détenus en prison. Les
dernières évasions montrent que
ces informations ne sont pas
suffisantes.
La Banque de données générale
nationale (BNG) de la police
contient plus d'informations sur les
détenus mais elle est n'est pas
bien harmonisée avec celle de la
Justice. En 2003 déjà, le Comité P
avait attiré l'attention sur ces
difficultés. À cette occasion, la
Justice avait lancé une analyse
fonctionnelle destinée à améliorer
la circulation de l'information.
Cette analyse serait prête. La
Justice
doit
aujourd'hui
la
transformer en une banque de
données électronique moderne.
Où en est-on au niveau du
développement de cette banque
de données moderne? Est-il vrai
que toutes les prisons ne
participent pas aussi précisément
à la mise à jour de SIDIS?
Depuis les évasions du mois
d'août, le ministre a-t-il déjà pris
des mesures pour améliorer
l'analyse des risques?
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
Mijnheer de minister, ten eerste, wat is de stand van zaken in de
ontwikkeling van die moderne elektronische databank? Hoe zal de
werking ervan eruitzien?
Ten tweede, in afwachting daarvan, klopt het dat niet alle
gevangenissen even nauwkeurig SIDIS updaten? Zo ja, waarom?
Overweegt u wijzigingen aan te brengen aan de werkwijze van de
huidige databank, zodat de politie een meer adequate risicoanalyse
kan maken? Zijn er sinds de ontsnapping van 4 augustus al
maatregelen genomen om de risicoanalyse te verbeteren?
17.02 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer de voorzitter, collega, u
vraagt naar de stand van zaken. De zogenaamde functionele analyse
van de databank is klaar. Ze werd uitgewerkt in een werkgroep waarin
zowel politie als Justitie vertegenwoordigd was en omvat een
beschrijving van de operationele behoeften waaraan de databank
moet voldoen. De technische vertaling van die functionele analyse is
momenteel gaande en zal zo snel mogelijk worden doorgevoerd.
De nieuwe databank zal gebaseerd zijn op de huidige databank
SIDIS, zoals vermeld. De vernieuwde SIDIS gaat uit van een
informatiestroom in twee richtingen tussen politie en de
gevangenissen. Daarmee wordt trouwens ook tegemoetgekomen aan
de aanbevelingen van het comité. Zowel de politiediensten als de
gevangenissen zullen de databank kunnen en moeten voeden. Ook
de magistratuur zal de databank kunnen raadplegen. Er zal worden
gewerkt met een fiche per gedetineerde die alle nodige informatie van
politie en Justitie zal bevatten inzake het risico van ontsnapping.
Het updaten van de gegevens in SIDIS zou soms sneller of
nauwkeuriger kunnen, doch in het overgrote gedeelte van de dossiers
vormt dat absoluut geen probleem. Dat is en zal de
verantwoordelijkheid blijven van de gevangenisdirectie. In het concept
van de vernieuwde SIDIS zal ook de politie haar informatie
systematisch moeten updaten.
De huidige werkwijze bestaat erin dat naast SIDIS ook nog andere
databanken van de politie geraadpleegd dienen te worden. In de
toekomst zal dat minder nodig zijn, doordat de nieuwe SIDIS
automatisch gevoed zal worden met bepaalde politie-informatie.
Er wordt momenteel evenwel bekeken of bepaalde politionele en
gerechtelijke informatie wel automatisch kan worden toegevoegd aan
de vernieuwde SIDIS-databank. Ik denk hierbij aan vertrouwelijke
informatie afkomstig van informanten, in een lopend onderzoek. We
moeten dus toch nakijken of de informatie waar nodig op de juiste
manier wordt gefilterd.
Los van het updaten en raadplegen van de databank, is het ook nodig
om de juiste criteria vast te leggen op basis waarvan het
dreigingsniveau per gedetineerde en per transfer zal worden bepaald.
Die criteria werden bepaald in de werkgroep MFO-1 van de
geïntegreerde politie. Ik heb op 27 augustus aan de werkgroep
gevraagd om op basis van die criteria het volledig proces van de
risicoanalyse in detail uit te schrijven. In dat proces zal ook het
gebruik van de juiste databanken worden beschreven, evenals de
raadpleging van een magistraat, bijvoorbeeld in geval van
vertrouwelijke informatie afkomstig van een informant in een lopend
17.02
Stefaan De Clerck,
ministre: L'analyse fonctionnelle
est prête et on s'attelle actuelle-
ment à sa traduction technique. La
nouvelle base de données sera
basée sur SIDIS, mais permettra
une
double
circulation
des
informations entre la police et les
prisons. La magistrature pourra
également consulter la base de
données.
Une fiche comportant toutes les
informations nécessaires sera
établie par détenu. En règle
générale, la base de données
SIDIS est bien complétée par les
directions de prisons. Actuelle-
ment, d'autres bases de données
sont également consultées, mais
cela s'avérera moins nécessaire à
l'avenir.
On examine actuellement quelles
informations policières et judi-
ciaires peuvent être ajoutées
automatiquement à la nouvelle
base de données SIDIS.
Nous devons également fixer les
critères pour la détermination du
niveau de menace par détenu et
par transfert. J'ai demandé au
groupe de travail MFO-1 de la
police intégrée de transcrire en
détail l'ensemble du processus de
l'analyse de risques.
Le groupe de travail MFO-1 a fait
le
27 août
une
proposition
concrète en vue de la création
d'un organe autonome pour
l'analyse de la menace. Je me
concerterai prochainement à ce
sujet avec la ministre de l'Intérieur.
Le 2 octobre, le groupe de travail
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
onderzoek.
De werkgroep MFO-1 van de geïntegreerde politie heeft op 27
augustus ook een concreet voorstel gedaan voor de creatie van een
autonoom orgaan voor de analyse van de dreiging. Dat lijkt mij een
zeer goede piste. Ik zal eerstdaags met mijn collega van
Binnenlandse Zaken overleggen hoe we dat concreet kunnen invullen.
Het is in elk geval de bedoeling om de capaciteit, die nu versnipperd
wordt ingezet voor de risicoanalyse, te centraliseren en te komen tot
een uniforme werkwijze met betrokkenheid van alle diensten. De
complexe problematiek van het correct en tijdig aanwenden van de
juiste databanken volgens de juiste procedure pleit tevens voor de
oprichting van een onafhankelijk gespecialiseerd orgaan met de
nodige knowhow. Ik denk dat het een onafhankelijk orgaan moet zijn.
De werkgroep MFO-1 van de geïntegreerde politie heeft op 2 oktober
zijn conclusies toegelicht aan het directoraat-generaal van de
gevangenissen en aan mijn beleidscel. Op basis van dat overleg
wordt nu verder gekeken hoe een en ander definitief kan worden
afgewerkt.
Naast de conclusie dat er een autonoom orgaan voor de evaluatie van
de dreiging noodzakelijk is, zal het vooral gaan om een gedetailleerde
beschrijving van de diverse types opdrachten en de bijhorende
operationele maatregelen voor de politie. De werkgroep heeft
natuurlijk ook rekening gehouden met de vooruitgang en bevindingen
die de werkgroep inzake de vernieuwde SIDIS-databank heeft
uitgewerkt.
Beide werkgroepen zijn waar nodig geïntegreerd te werk gegaan. De
risicoanalyse is niet alleen gebaseerd op louter gerechtelijke
informatie. Het gedrag van de gedetineerden in de gevangenis en
tijdens de overbrenging is eveneens van wezenlijk belang en kan ook
worden ingebracht in de databank.
Een onafhankelijk orgaan waarin alle betrokken diensten zijn
vertegenwoordigd, biedt betere garanties op een volledige,
kwaliteitsvolle en afdwingbare dreigingsevaluatie. Dit is het meest
essentiële punt: men moet een databank volledig voeden en een
onafhankelijk orgaan moet overgaan tot de vastlegging van de juiste
dreigingsanalyse, zodat de politie niet naar de gevangenis moet
verwijzen of vice versa. Daarvoor moet een onafhankelijke,
geprofessionaliseerde structuur instaan.
MFO-1 a exposé ses conclusions
à la direction générale des établis-
sements pénitentiaires et à ma
cellule stratégique. Outre l'organe
autonome, il est principalement
question des différents types de
mission et des mesures opéra-
tionnelles annexes pour la police.
Les deux groupes de travail ont, là
où c'était nécessaire, agi de
manière intégrée. L'analyse de
risques n'est pas uniquement
basée
sur
des
informations
judiciaires, mais également sur le
comportement du détenu en
prison et durant le transfert.
La base de données doit être
alimentée exhaustivement et un
organe indépendant doit effectuer
une analyse correcte de la
menace.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Olivier Maingain au ministre de la Justice sur "la recommandation formulée à la
suite de l'audit de la Cour des comptes en matière d'exécution des peines patrimoniales" (n° 14630)
18 Vraag van de heer Olivier Maingain aan de minister van Justitie over "de aanbeveling ten gevolge
van de audit van het Rekenhof met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de patrimoniale straffen"
(nr. 14630)
18.01 Olivier Maingain (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, dans le rapport 2008 de la Cour des comptes, il est question
de la mise en oeuvre des recommandations formulées à l'issue
d'audits menés par celle-ci.
18.01 Olivier Maingain (MR): In
zijn audit van 2008 heeft het
Rekenhof aanbevolen een task
force
op te richten om de
problematiek van de invordering
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
À cet égard, pour ce qui relève de la recommandation formulée par la
Cour en matière d'exécution de peines patrimoniales, le rapport
indique que "les notes de politique générale du ministre de la Justice
pour 2008 et 2009 évoquent l'exécution des peines patrimoniales et
définissent un plan d'action pour une exécution crédible des peines. Il
contient notamment les mesures suivantes pour les peines
patrimoniales: la création d'une task force est prévue pour évaluer la
problématique du recouvrement et formuler des propositions de
réforme. En matière de recouvrement des amendes pénales, les
propositions de la task force sont attendues et une concertation avec
le ministère public et les receveurs des amendes pénales est en
cours afin de définir des accords de travail."
Ce rapport annonçait des évolutions intéressantes.
En conséquence, M. le ministre peut-il me faire connaître la
composition de cette task force?
Quel est le délai raisonnable dans lequel sont attendues les
propositions de réforme à moins qu'elles n'aient déjà été mises en
oeuvre?
inzake patrimoniale straffen te
evalueren
en
hervormings-
voorstellen te formuleren.
De taskforce diende voorstellen uit
te werken met betrekking tot de
invordering van penale boetes.
Hoe
is
die
taskforce
samengesteld?
Wanneer
dienden
de
hervormingsvoorstellen ingediend
te worden?
18.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, en plus du cabinet de la Justice, le groupe de travail est
composé de représentants du secrétaire d'État à la Mobilité, du SPF
Mobilité, de la police locale, de la police fédérale, du Collège des PG,
du Conseil des procureurs du Roi et de la firme Axilys qui est le
développeur de l'application Mach, utilisée par les parquets de police.
D'ici mi-2010, le groupe de travail devrait pouvoir apporter des
propositions suite à ce rapport.
18.02
Minister Stefaan De
Clerck: Die werkgroep bestaat uit
vertegenwoordigers
van
het
kabinet van Justitie, de staats-
secretaris van Mobiliteit, de FOD
Mobiliteit, de federale politie, het
College van procureurs-generaal,
de Raad van procureurs des
Konings en de firma Axilys, die de
software heeft ontwikkeld die door
de politieparketten wordt gebruikt.
Tegen medio 2010 zou die
werkgroep voorstellen moeten
kunnen indienen.
18.03 Olivier Maingain (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse et je le réinterrogerai lorsque le moment
sera venu.
Voorzitter: Sabien Lahaye-Battheu.
Présidente: Sabien Lahaye-Battheu.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de bescherming en de bevordering van
een Brusselse parketmagistraat" (nr. 15082)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de zaak Merckx" (nr. 15106)
- de heer Servais Verherstraeten aan de minister van Justitie over "voormalig eerste substituut-
procureur des Konings, de heer Dirk Merckx" (nr. 15130)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de zaak Merckx" (nr. 15145)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de zaak Merckx" (nr. 15149)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de bescherming en de bevordering van een
Brusselse parketmagistraat" (nr. 15331)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de vermeende sabotage door substituut-
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
procureur Dirk Merckx van een belastingonderzoek" (nr. 15688)
19 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la protection et la promotion d'un magistrat du
parquet de Bruxelles" (n° 15082)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'affaire Merckx" (n° 15106)
- M. Servais Verherstraeten au ministre de la Justice sur "l'ancien premier substitut du procureur du
Roi, M. Dirk Merckx" (n° 15130)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "l'affaire Merckx" (n° 15145)
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "l'affaire Merckx" (n° 15149)
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la protection dont bénéficie un magistrat du parquet
de Bruxelles et sa promotion" (n° 15331)
- de M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "le sabotage présumé d'une enquête fiscale par le
substitut du procureur du Roi Dirk Merckx" (n° 15688)
19.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, op
26 september pakte de krantengroep Corelio, en in het bijzonder
De Standaard, uit met een bijzonder ophefmakend dossier over de
nogal spraakmakende voordelen in natura die de Brusselse
parketmagistraat Merckx te beurt vielen dankzij een verdachte
zakenman.
Uit de berichten blijkt dat deze parketmagistraat nadien inspanningen
deed om bijvoorbeeld de advocaat van die zakenman uit de wind te
zetten in een strafonderzoek. Dat kon op het nippertje worden
verijdeld, en hij heeft een lichte tuchtstraf gekregen voor die poging.
Ook is er sprake van allerlei regelingen ten voordele van die
zakenman en van getipte belastingcontroles. Het gaat hier kortom om
zeer ernstige feiten: een parketmagistraat die zijn boekje te buiten
gaat, die tot en met aan belangenvermenging doet en die blijkbaar
verstrengeld zit in de tentakels van die zakenman.
Hoewel Justitie op de hoogte was van die dubieuze relatie werd er
enkel een beperkt tuchtonderzoek gevoerd, met amper gevolgen. In
2006 kreeg deze magistraat een zeer opmerkelijke promotie, nadat hij
al hoofd was geworden van de financiële sectie van het parket,
waardoor hij heel wat belangrijke dossiers, waaronder het dossier-
Beaulieu, onder zich had gekregen.
In 2006 werd hij door Justitie voor zes jaar gedetacheerd bij de
Verenigde Naties in Wenen. Dat roept toch heel wat vragen op, zeker
omdat een parketmagistraat absoluut een voorbeeldfunctie heeft.
Iemand die wetens en willens zijn vingers heeft verbrand, kan men
toch niet zomaar naar het buitenland sturen als een soort
ambassadeur van ons land of als iemand met belangrijke
vertegenwoordigende functies voor het land?
U hebt ondertussen, heb ik begrepen uit de pers, een onderzoek
bevolen. Ik had graag de stand van zaken daarvan gekend. Ik had
meer bepaald graag een antwoord op de volgende vragen.
Ten eerste, kunt u verklaren waarom in dat dossier enkel een
tuchtrechtelijk onderzoek werd gehouden en geen strafrechtelijk? De
feiten zijn nochtans zeer ernstig. Het gaat in feite om omkoperij, ook
al is er eerder in natura betaald dan in speciën.
Ten tweede, wat leverde dat tuchtonderzoek precies op en welke
sanctie is er toen opgelegd?
19.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Un article, qui a fait
couler
beaucoup
d'encre,
concernant divers avantages en
nature offerts au magistrat du
parquet de Bruxelles Merckx par
un homme d'affaires suspect en
échange d'interventions dans des
enquêtes pénales et d'informa-
tions sur des contrôles fiscaux
imminents a été publié dans le
quotidien
De
Standaard
du
26 septembre 2009. Bien que le
département de la Justice était
informé de la relation suspecte
entre le magistrat du parquet et
cet homme d'affaires, seule une
enquête disciplinaire restreinte a
été menée. Le magistrat a même
bénéficié de promotions éton-
nantes. Après avoir été promu
antérieurement à la tête de la
section financière, il a été détaché
auprès des Nations unies à Vienne
en 2006. On ne peut quand même
pas envoyer une telle personne
comme une sorte d'ambassadeur
à l'étranger.
Il me revient que le ministre a déjà
ordonné de mener une enquête.
Où en est-elle? Pourquoi n'a-t-on
mené qu'une enquête disciplinaire
jusqu'à présent, quels en ont été
les résultats et quelles sanctions
ont été infligées à l'époque? A-t-on
découvert des éléments dont on
pouvait conclure que le magistrat
fournissait en contrepartie des
services à l'homme d'affaires et à
son avocat? Sur la base de quels
avis M. Merckx a-t-il été délégué à
Vienne et quels ministres étaient
concernés par cette décision?
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
Ten derde, werden er elementen gevonden waaruit bleek dat de
parketmagistraat tegenprestaties leverde voor de voordelen die hij
ontving van de zakenman, naast de zaak van diens advocaat? Zo ja,
waarom werd aan die mogelijke omkoping geen passend gevolg
verleend?
Ten vierde, op basis van welke adviezen en motieven werd de heer
Merckx afgevaardigd naar Wenen? Welke ministers waren daarbij
betrokken? Misschien ook Binnenlandse Zaken? Dat is niet helemaal
duidelijk.
Ten vijfde, hoe lang bent u al van de feiten op de hoogte? Hebt u van
uw positief injunctierecht gebruik gemaakt om alsnog een
strafonderzoek te bevelen, of is dat nog niet het geval, en waarom
niet?
Depuis combien de temps le
ministre a-t-il connaissance des
faits et a-t-il déjà fait usage de son
droit d'injonction positive pour
ordonner une enquête pénale?
19.02 Renaat Landuyt (sp.a): Ik heb twee vragen ingediend omdat
de feiten zodanig snel gaan.
De voorzitter: Inderdaad.
19.03 Renaat Landuyt (sp.a): Dit betekent ongetwijfeld een dubbele
spreektijd, maar het hoeft niet.
De voorzitter: Ik zou u willen vragen om daar geen misbruik van te maken.
19.04 Renaat Landuyt (sp.a): Ik kan dat beknopt doen want het sluit
aan bij de sfeer van de vraag over Van Camp en de zaak-De Tandt.
Ook hier weer is er sprake van iemand met een niet-onbesproken
gedrag die verder carrière maakt. Ik kijk uit naar de formalistische
verantwoording voor het feit dat men met de gekende feiten geen
rekening heeft gehouden.
Deze man is toch wel op een gevaarlijk, zij het misschien aangenaam
pad geweest, op kosten van een figuur die hij zelf zou moeten
controleren. Hij heeft zijn onafhankelijkheid van werken als hoofd van
de Brusselse financiële sectie enigszins in gevaar gebracht. De
wereld is klein want het is ook iemand die veel werk zou hebben
verzet in de zaak-Beaulieu. Op dat vlak kan men het zich bijna niet
indenken dat zij elkaar niet kennen en niets van elkaar weten.
De heer Merckx zou in aanmerking komen voor uitstapjes naar
Nederland. Ik denk dat wij in de krant De Standaard daarvan zelfs
reconstructiefoto's hebben gezien. Het waren mooie foto's, maar ik
vroeg me af of men daar echt bij was geweest en of het er echt op die
manier aan toegaat.
(...): (...).
19.04 Renaat Landuyt (sp.a):
Comme dans les affaires Van
Camp et De Tandt, il s'agit de
nouveau d'une personne faisant
carrière alors que sa conduite
n'est pas irréprochable. Je me
demande comment on justifiera le
fait de ne pas avoir tenu compte
de faits connus. Le magistrat en
question n'a pas pris garde à son
indépendance en tant que chef de
la section financière du parquet. Il
serait d'ailleurs aussi intervenu
dans l'affaire Beaulieu.
L'information que nous avons lue
dans le quotidien De Standaard
est-elle exacte?
19.05 Renaat Landuyt (sp.a): Neen, ik had ze niet herkend. Qua
sfeer begreep ik direct waarover het ging. Als ik dan een foto en tv-
beelden zag van de heer Merckx in die tijd, dan dacht ik dat die man
wel gelukkig moet zijn geweest met het feit dat hij in aanmerking
kwam om op een foto te staan tussen personen die ik niet heb
herkend.
Mijn vraag is of alles klopt wat wij in de krant De Standaard hebben
19.05 Renaat Landuyt (sp.a):
Pourquoi n'a-t-on jamais ouvert
d'enquête
judiciaire
sur
les
activités de M. Merckx, malgré les
suspicions de contacts douteux?
Peut-on justifier sa promotion au
rang de chef de la section
financière et, ensuite, auprès des
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
kunnen lezen. Waarom werd ondanks de vele aanwijzingen van
dubieuze contacten nooit een gerechtelijk onderzoek gestart naar de
activiteiten van de heer Merckx? Er zou een tuchtonderzoek zijn,
maar het is niet duidelijk of dit ooit een conclusie heeft gehad. Kan het
dat de heer Merckx, ondanks de vele aanwijzingen van dubieuze
contacten en met een sanctionering en een tuchtonderzoek, toch nog
hoofd wordt van een financiële sectie bij het Brusselse parket en later
zelfs nog een betere functie krijgt bij de Verenigde Naties?
Vervolgens, wat denkt u te kunnen of moeten ondernemen? Alles is al
gebeurd, volgens de wettelijke regels waarschijnlijk. Hebt u
daaromtrent reeds contact opgenomen met het parket van Brussel,
om uitleg te krijgen of instructies te geven? Hoe kunnen we dit in de
toekomst voorkomen?
Ik kreeg nog wat meer informatie. Er zouden nog andere feiten zijn
waarvoor de substituut-procureur Dirk Merckx in aanmerking kwam.
Hij zou blijkbaar een techniek van inbeslagname van boekhouding
hebben gehanteerd om een belastinginspectie in hoofde van de
genaamde Koen Blijweert te vermijden. Men kreeg dus een paar
dagen later een dossier ten laste van de persoon die hem de reizen
naar Amsterdam zou hebben gegeven. Daardoor wordt het verhaal
natuurlijk bijzonder pijnlijk.
Klopt het verhaal dat hij zijn bevoegdheid heeft gebruikt om de
belastinginspectie te blokkeren? Men ging snel de boeken in beslag
nemen zodat de belastinginspectie net te laat was om de boeken te
controleren. Als politieverhaal kan dat tellen, maar de vraag is
natuurlijk of het waar is. Logischerwijze, werd ook dit opgenomen in
het tuchtonderzoek? Werd ook daaromtrent een gerechtelijk
onderzoek opgestart?
De slotvraag is wat men eigenlijk moet doen om geen carrière te
maken in de gerechtelijke wereld.
Nations unies?
Que pense devoir entreprendre le
ministre? A-t-il déjà donné des
instructions au parquet? Comment
éviter cela à l'avenir?
Il m'est revenu que le magistrat du
parquet Dirk Merckx aurait fait
saisir la comptabilité de M. Koen
Blijweert pour éviter une inspection
fiscale et qu'il aurait été rémunéré
pour cela. Cette information est-
elle correcte? Cet élément a-t-il
déjà été repris dans l'enquête
disciplinaire?
Une
instruction
judiciaire a-t-elle été lancée à ce
sujet? Que doit-on finalement faire
pour ne pas faire carrière dans le
monde judiciaire?
19.06 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, alweer
komt een Brusselse parketmagistraat in opspraak. Er zijn diverse
dossiers. Er is een dossier van afpersing. Blijkbaar is het voor
bepaalde personen gevaarlijk om met de heer Merckx op de foto te
staan en hebben anderen daar zeer veel geld voor over. Er is het
kleurrijke verhaal over het luxebordeel.
In de zomer van 1998 was er dan een poging tot opvragen van een
witwasdossier tijdens de vakantie. Dat zou op het nippertje verijdeld
zijn geweest.
Er is ook het vreemde verhaal dat wij konden lezen in de krant over
een andere heer die plots kon worden vrijgelaten uit de gevangenis op
voorwaarde dat hij een of ander contract tekende.
Onlangs konden wij dan het verslag lezen, wat de heer Landuyt net
zei, over de inbeslagname van een boekhouding om een
zakenpartner te beschermen tegen een controle van de BBI.
Dat zijn allemaal vreemde verhalen, die vragen oproepen. Zijn deze
verhalen juist?
Hoe komt het, als het juist is, dat de heer Merckx naderhand dan toch
19.06 Els De Rammelaere (N-
VA): Un magistrat du parquet de
Bruxelles est une nouvelle fois mis
en cause. Plusieurs dossiers sont
ouverts contre M. Merckx, entre
autres, pour extorsion et virées
dans un bordel de luxe.
Il serait également impliqué dans
un
dossier
de
blanchiment
d'argent, dans une remise en
liberté suspecte et d'une saisie de
documents comptables en vue de
protéger un partenaire d'affaires.
Ces rumeurs sont-elles fondées?
Dans
l'affirmative,
comment
expliquer que l'intéressé ait malgré
tout été nommé à la tête de la
section financière du parquet de
Bruxelles et envoyé comme
spécialiste auprès des Nations
unies? Des enquêtes disciplinaires
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
nog werd bevorderd tot hoofd van de financiële sectie bij het
Brusselse parket en naderhand specialist werd voor de VN?
Zijn er tuchtonderzoeken gevoerd? Wat waren de resultaten?
Waarom zijn er geen doorgedreven gerechtelijke onderzoeken
gestart?
Ten slotte, wat zult u doen om deze praktijken in de toekomst te
vermijden?
ont-elles été menées et quels en
ont été les résultats? Pourquoi n'a-
t-on pas entamé d'enquêtes
judiciaires? Comment de telles
pratiques seront-elles évitées à
l'avenir?
19.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik moet zeggen dat er meer dan een gelijkenis is
met het dossier waarover wij het daarnet hadden. Het dossier-
Beaulieu komt in beide even ter sprake. Het gaat allebei om een
benoeming, niet onbelangrijk, van personen die toch wel enig
verleden hebben of voorwerp zijn van enig onderzoek.
Ik ga niet dieper in op de feiten. Die werden reeds aangehaald door
de vorige sprekers, al dan niet wat kleurrijk. Ik kom meteen tot mijn
specifieke vragen.
Ten eerste, kunt u het verhaal bevestigen zoals het werd gepubliceerd
in De Standaard en nadien in andere media?
Ten tweede, waarom werd er nooit een gerechtelijk onderzoek
opgestart naar deze feiten die toch vrij ernstig zijn? Mocht men ze
verder hebben onderzocht, zouden er misschien wel wat zaken aan
het licht zijn gekomen die wij misschien liever niet zouden weten of
juist wel. Door geen gerechtelijk onderzoek te doen, weten wij echter
ook niet of het een eenmalig feit betrof dan wel of de persoon in
kwestie benaderbaar was, niet alleen in één dossier of door één
cliënt, maar ook door vele andere.
Ten derde, de heer Merckx werd gepromoveerd, eerst tot hoofd van
de financiële sectie. Op het moment dat die beslissing werd genomen,
was men reeds op de hoogte van de feiten en was er blijkbaar reeds
een tuchtdossier lopende of beslist. Heeft men bij die beslissing om
de betrokkene hoofd te maken van de financiële sectie, geen
rekening gehouden met de toen gekende informatie in het dossier van
bijvoorbeeld Blijweert?
Ten vierde, was de beslissing van de regering, of van de minister van
Justitie, om hem enkele jaren later als expert in terrorismepreventie
naar de Verenigde Naties te sturen, een manier om hem te
verwijderen of was het een beloning? Kende de regering of de
minister de antecedenten dan niet? Sturen we dan iemand met zo
een staat van dienst als expert naar de Verenigde Naties namens ons
land? Ik weet niet of deze artikels in de buitenlandse pers zijn
verschenen in Wenen of elders, maar ik denk niet dat men er daar
mee zal kunnen lachen mocht men weten wie wij voor ons land
hebben afgevaardigd als expert.
Ten vijfde, vindt u dat betrokkene nog steeds autoriteit heeft om deze
functie namens ons land verder uit te oefenen? Het is een schande
dat wij zo'n persoon afvaardigen voor dergelijk belangrijke functie.
Bent u bereid om hem als expert terug te trekken en hem te
19.07 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Le ministre peut-il
confirmer ces faits? Pourquoi une
enquête judiciaire n'a-t-elle jamais
été ouverte?
Comment se fait-il qu'il ait
néanmoins encore été promu, ceci
alors que les faits étaient déjà
connus? La décision de lui confier
un poste d'expert pour les NU
était-elle une récompense ou une
manière de s'en débarrasser? Ou
le gouvernement n'était-il pas au
courant?
L'intéressé
peut-il
continuer à exercer cette fonction?
Sera-t-il remplacé par quelqu'un
d'autre?
Quelles
seront
les
mesures prises pour éviter ce
genre de situation à l'avenir?
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
vervangen door iemand anders? Ik denk niet dat dit de beloning is die
hij verdient.
Welke maatregelen hebt u genomen zodat dergelijke praktijken in de
toekomst niet meer worden getolereerd? Met andere woorden, hoe
kennen we in het vervolg de tuchtrechtelijke antecedenten bij een
benoeming binnen het gerecht of voor een internationale functie,
zodat er met kennis van zaken kan worden beslist?
19.08 Minister Stefaan De Clerck: Ik zal eerst de loopbaan van de
heer Dirk Merckx overlopen.
Hij werd door Melchior Wathelet senior benoemd tot gerechtelijk
stagiair bij het parket van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel,
vanaf juni 1989, voor een jaar. Deze benoeming is tweemaal verlengd
met een termijn van een jaar. Bij koninklijk besluit van april 1992 werd
hij benoemd tot substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van
eerste aanleg te Brussel. Het collegiaal advies van de procureur-
generaal en de eerste voorzitter van het hof van beroep was zeer
gunstig.
Op 28 november 1996 heb ik, in mijn vorig mandaat, de betrokkene
de opdracht gegeven om voor een periode van zes jaar een ambt uit
te oefenen bij de dienst documentatie en overeenstemming der
teksten bij het Hof van Cassatie.
Het gedrag van de betrokkene inzake de twee door de pers
geciteerde dossiers, heeft geleid tot de start van een tuchtprocedure
in december 1998. De toenmalige procureur-generaal Van
Audenhove was van mening dat deze procedure volstond om het
indertijd afgekeurde gedrag te onderdrukken.
Gelet op de toen gekende omstandigheden verzochten de procureur-
generaal en de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie om de
opdracht bij de dienst voor documentatie en overeenstemming der
teksten
te
beëindigen.
Dat
gebeurde
bij
besluit
van
30 november 1999. De minister van Justitie was toen Mark
Verwilghen.
Op 4 september 2000 heeft de procureur-generaal bij het hof van
beroep te Brussel de betrokkene de tuchtstraf van de schriftelijke
waarschuwing opgelegd.
Op 18 april 2001 brengt de procureur des Konings de periodieke
evaluatie met de vermelding "zeer goed" uit.
In 2002 heeft de betrokkene een proefschrift tot doctoraat in de
rechten beëindigd, met als thema "De sanctionering van economische
criminaliteit."
In 2003 werd hij door de procureur des Konings voorgedragen voor
benoeming tot eerste substituut van de procureur des Konings. De
procureur was toen Benoît Dejemeppe. Hij schrijft onder meer dat een
betreurenswaardig optreden in 1998, afgesloten met de sanctie van
de waarschuwing, de betrokkene heeft aangespoord om nog beter
zorg te dragen voor de ontwikkeling van zijn kwaliteiten. Bij koninklijk
besluit van 11 maart 2003 werd hij voor een termijn van drie jaar
aangewezen.
19.08
Stefaan De Clerck,
ministre: M. Merckx a été nommé
stagiaire judiciaire près du parquet
du tribunal de première instance
de Bruxelles en 1989 par Melchior
Wathelet senior. Après avis
favorables, un arrêté royal de 1992
l'a nommé substitut du procureur
du Roi près du même tribunal. En
1996, je lui ai moi-même demandé
d'occuper pendant six ans une
fonction à la Cour de cassation.
En 1998, son comportement a
donné lieu à la mise en route
d'une procédure disciplinaire. Le
procureur général de l'époque
avait estimé la mesure suffisante
pour réprimer ce comportement. À
la demande du procureur général
et du premier président, il a été
mis fin à sa mission près la Cour
de cassation en 1999.
Le 4 septembre 2000, le procureur
général près la cour d'appel de
Bruxelles
a
donné
un
avertissement écrit à l'intéressé.
Le 18 avril 2001, le procureur du
Roi a publié une évaluation
périodique très favorable. En
2002, l'intéressé a achevé une
thèse de doctorat en droit. En
2003, il a été présenté par le
procureur du Roi pour être nommé
premier substitut. Par arrêté royal
du 11 mars 2003, il a été désigné
pour une période de trois ans. En
2006, son mandat a été prolongé
après une évaluation positive et
dans le courant de la même
année, il a participé à une
sélection mondiale organisée par
les Nations unies à Vienne; il l'a
réussie et une offre d'emploi
officielle a suivi. Il a dès lors
déposé une demande circons-
tanciée de congé sans solde.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
In 2006 werd zijn mandaat na een positieve evaluatie verlengd. In de
loop van 2006 heeft hij in Wenen deelgenomen aan een
wereldselectie voor de Verenigde Naties. Hij was geslaagd. In Wenen
heeft hij dan ook een officieel aanbod gekregen om voor de
Verenigde Naties te werken. Vervolgens heeft hij de toenmalige
minister van Justitie verlof zonder wedde gevraagd, met de bedoeling
overeenkomstig artikel 309 van het Gerechtelijk Wetboek een
opdracht bij een internationale instelling te vervolledigen. Hij heeft zijn
vraag gemotiveerd door aan te geven dat hij steeds op internationaal
vlak actief is geweest, met name door aan congressen deel te nemen
inzake georganiseerde criminaliteit, witwassing en financiering van
terrorisme, alsook door lezingen en trainingen voor onder meer de
Europese Commissie, de Raad van Europa en het Internationaal
Monetair Fonds te geven.
19.09 Renaat Landuyt (sp.a): (...).
19.10 Minister Stefaan De Clerck: Hij heeft een bijzonder opmerkelijk
curriculum vitae kunnen voorleggen.
Zowel de procureur des Konings als de procureur-generaal hebben
een terughoudend advies uitgebracht, niet ten opzichte van de
kwaliteiten van de betrokkene, maar in het licht van de moeilijke
situatie waarin het parket van Brussel zich toen bevond.
In toepassing van artikel 308 van het Gerechtelijk Wetboek werd hij
sedert 1 november 2006 toch gemachtigd om een opdracht te
vervullen bij the United Nations Office on Drugs and Crime, Division of
Treaty Affairs, Terrorism, Prevention Branch. Voornoemde machtiging
kan maximum zes jaar bedragen en is één jaar geldig.
In 2008 bracht de procureur-generaal bij het hof van beroep te
Brussel opnieuw een voorbehoud uit bij de verlenging van de
opdracht, gelet op de moeilijke situatie waarin het parket van Brussel
zich bevindt. De procureur des Konings was evenwel de mening
toegedaan dat een terugroeping tot demotivatie in hoofde van de
magistraat aanleiding zou kunnen geven. De administratie adviseerde
gunstig voor de verlenging van de opdracht, aangezien de betrokkene
in toepassing van artikel 309 van het Gerechtelijk Wetboek reeds als
magistraat was vervangen.
Zijn terugkeer zou dan ook een afvloeiing veroorzaken van iemand
die er intussen in zijn plaats was. De opdracht werd dus verlengd.
Gedurende de periode van zijn opdracht behoudt hij zijn plaats op de
ranglijst en wordt hij geacht zijn ambt te hebben uitgeoefend. Hij
ontvangt zijn wedde evenwel via de internationale instelling. In
toepassing van artikel 323 bis van het Gerechtelijk Wetboek werd zijn
mandaat van eerste substituut intussen automatisch verlengd. Op
31 maart 2009 is dat voor het laatst gebeurd.
Op 3 september 2009 heeft betrokkene gevraagd om een verlenging
van deze machtiging, om in het buitenland te blijven functioneren. Het
advies van de procureur des Konings moest eigenlijk nog
binnenkomen, maar intussen is er een en ander tussengekomen en
de procureur-generaal de le Court heeft op 28 september 2009 beslist
om een opsporingsonderzoek te starten betreffende de heer Merckx,
19.10
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Son curriculum vitae était
exceptionnel. Le procureur du Roi
et le procureur général ont à
l'époque rendu un avis réservé,
compte tenu de la situation difficile
du parquet de Bruxelles. En
application de la loi, il a quand
même été habilité à travailler pour
la United Nations Office on Drugs
and Crime. En 2008, le procureur
général près la cour d'appel de
Bruxelles a à nouveau rendu un
avis réservé sur la prolongation de
sa mission compte tenu de la
situation difficile du parquet de
Bruxelles. Le procureur du Roi a
néanmoins estimé que le rappeler
aurait
été
démotivant
et
l'administration a rendu un avis
favorable pour la prolongation de
sa mission.
Son retour aurait provoqué le
départ de la personne qui avait
pris sa place entre-temps. La
mission a, dès lors, été prolongée.
Pendant la durée de sa mission, il
conserve sa position dans le
classement et est censé avoir
exercé sa fonction. Il touche son
traitement
par
le
biais
de
l'institution
internationale.
En
application de l'article 323bis du
Code judiciaire, son mandat de
premier substitut est automatique-
ment prorogé entre-temps, ce qui
s'est fait la dernière fois le 31 mars
2009.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
op grond van de nieuwe ontwikkelingen in deze zaak en heeft een
gespecialiseerde dienst van de federale politie hiermee gelast.
Dat is een belangrijke beslissing die is genomen door de procureur-
generaal om alle elementen en ook de nieuwe elementen in het
dossier te laten opnemen. Er is nu een nieuw onderzoek gestart en
dat moet hopelijk zo vlug mogelijk en op een correcte manier tot een
goed einde worden gebracht. Dat onderzoek is nu lopende. Uiteraard
is dat nu hoofdzaak. Een tuchtonderzoek heeft nu nog geen zin. Men
doet eerst het strafrechtelijk onderzoek.
Ik heb op 29 september procureur-generaal de le Court persoonlijk
ontvangen. Aangezien er een nieuw strafrechtelijk onderzoek door
hem is opgestart, is er uiteraard geen nood aan een positief
injunctierecht. Het dossier is door hem motu proprio zelf opgestart.
Intussen had de heer Merckx op 3 september gevraagd om een
verlenging van zijn mandaat bij de United Nations Office on Drugs
and Crime Division of treaty affairs, terrorism, prevention branch. Dit
mandaat loopt ten einde op 30 oktober 2009. Ik heb hem nu op basis
van de elementen van het dossier laten weten, in antwoord op zijn
schrijven van 3 september 2009, dat ik geen gunstig gevolg kan
geven aan zijn verzoek tot verlenging. Dat wil dus zeggen dat er een
eind komt aan zijn internationaal mandaat. Ik heb hem het volgende
geschreven: "Na kennisname van het opsporingsonderzoek dat door
de daartoe bevoegde rechterlijke overheden lastens u persoonlijk
werd opgestart, zie ik mij genoodzaakt een afwachtende en
voorzichtige houding aan te nemen. Ik kan bijgevolg uw dossier niet
voorleggen ter ondertekening aan Zijne Majesteit de Koning tot aan
het einde van het onderzoek". Ik moet nu wachten op de resultaten
van het onderzoek om te weten wat er gebeurt. Ik hoop dat dit zo snel
mogelijk kan worden afgehandeld.
Hij heeft mij intussen een nieuwe brief geschreven. Er is inderdaad
ook contact geweest met de instelling in Wenen. Er is afgesproken
dat hij terugkomt naar het parket van Brussel. Op dat ogenblik
moeten wij kijken hoever het dossier is gevorderd, of maatregelen
moeten worden genomen en wanneer het dossier kan worden
beëindigd. De vraag is dan hoe hij daarop zal reageren.
Hij heeft intussen laten blijken dat hij een verdere loopbaan bij de VN
zou willen vervullen. Misschien ziet hij andere mogelijkheden om terug
te keren in de toekomst. Ik denk dat dat vandaag duidelijk is. Het is
aan hem en ook in Wenen meegedeeld dat alles nu afhankelijk is van
het verdere verloop van het strafrechterlijk onderzoek dat door
procureur-generaal de le Court hier is opgestart.
Le 3 septembre 2009, l'intéressé a
demandé la prolongation de son
mandat à l'étranger. L'avis du
procureur du Roi ne nous était pas
encore parvenu mais, entre-
temps, les événements en ont
décidé
autrement.
Le
28 septembre 2009, le procureur
général de le Court a chargé un
service spécialisé de la police
fédérale d'ouvrir une information
sur la base des nouveaux
développements survenus dans le
dossier. Cette information est en
cours. Il ne s'indique pas d'ouvrir
une enquête disciplinaire pour le
moment.
Le
29 septembre,
j'ai
reçu
personnellement
le
procureur
général de le Court. Puisqu'il a
lancé une nouvelle enquête
judiciaire, il n'y a évidemment pas
lieu de recourir au droit d'injonction
positive.
Entre-temps,
le
3 septembre,
M. Merckx avait demandé la
prolongation de son mandat
auprès des Nations unies, qui
s'achèvera le 30 octobre 2009. J'ai
répondu que je ne pouvais pas
répondre
positivement
à
sa
demande. Je dois à présent
attendre les résultats de l'enquête.
Il a été convenu qu'il retournerait
au parquet de Bruxelles et nous
verrons alors où en est le dossier
ou
si
des
mesures
sont
nécessaires.
M. Merckx a laissé entendre qu'il
ambitionnait de poursuivre sa
carrière à l'ONU, mais il sait que
cela dépend du déroulement de
l'enquête pénale.
19.11 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor een zeer volledig en interessant antwoord. Ik denk dat u
met dat antwoord, in tegenstelling tot de zaak-Beaulieu, zeer weinig
kan worden verweten. U hebt gedaan wat moest worden gedaan.
Het is ook heel belangrijk te weten dat het in essentie niet ging om
een promotie, maar dat hij een internationaal examen heeft afgelegd
waarvoor hij verlof zonder wedde heeft gevraagd. Dat is iets heel
anders dan afgevaardigde van ons land zijn. Men kan niemand
19.11 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre a fait ce qu'il
a pu. Il est intéressant de savoir
que M. Merckx n'a pas obtenu de
promotion, mais qu'il a réussi un
examen et qu'il a ensuite sollicité
un congé sans solde.
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
verwijten dat hij die functie heeft bekleed.
Ik heb alleen een bijvraag. U hebt gezegd dat u zijn verlof niet kunt
verlengen en dat hij moet terugkomen. Een mogelijkheid zou kunnen
zijn dat hij die internationale functie blijft waarnemen en gewoon
verzaakt aan zijn ambt als magistraat. Is dat mogelijk?
M. Merckx ne peut-il continuer à
exercer
ses
fonctions
internationales et renoncer à sa
fonction de magistrat?
19.12 Minister Stefaan De Clerck: Ja.
19.12
Stefaan De Clerck,
ministre: Oui, il le peut.
19.13 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Hij kan die functie dus
blijven voortzetten zonder dat hij magistraat is?
19.14 Minister Stefaan De Clerck: Dat is de beslissing van de VN en
voor eigen verantwoordelijkheid. Die is op de hoogte en zal zich ook
informeren over de verdere evolutie van het onderzoek dat is
opgestart.
19.14
Stefaan
De
Clerck,
ministre: La poursuite de l'exercice
de ses fonctions internationales
dépend de l'ONU, qui suit bien
entendu l'affaire.
19.15 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dan kan ik alleen hopen
dat het onderzoek in alle correctheid en objectiviteit gebeurt.
19.16 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, ik ben nu niet
helemaal zeker wat er nu echt is gebeurd van die verhalen. Mijn vraag
was of het waar was wat ik in de krant had gelezen.
19.16 Renaat Landuyt (sp.a):
Jusqu'à présent, il est difficile de
distinguer le vrai du faux dans les
informations diffusées par la
presse.
19.17 Minister Stefaan De Clerck: Er wordt onderzocht of het waar
is. Het is het voorwerp van het onderzoek om na te gaan of het juist is
en strafbaar.
19.17
Stefaan De Clerck,
ministre: C'est précisément l'objet
de l'enquête.
19.18 Renaat Landuyt (sp.a): Maar wat u weet, is al voldoende om
het verlof niet meer te verlengen? Wat is er nu waar? Wij lezen hele
dagen verhalen...
19.19 Minister Stefaan De Clerck: Er is natuurlijk ook een verschil.
De man komt dus terug. Als hij niets doet, zit hij terug op het parket in
Brussel.
U vraagt of ik hem nu zou voordragen voor een verlenging. Dat doe ik
niet, aangezien ik de informatie heb van een lopend onderzoek.
Ik heb die informatie; ik kan nu reageren en het is nu het moment om
te reageren. Het is nu, eind oktober, gelukkig net op tijd. Mochten we
een maand later zijn, dan had ik de verlenging waarschijnlijk al
opnieuw ondertekend, omdat ik van niets geïnformeerd was. Nu
moest tegen eind oktober worden beslist om het verlof al dan niet te
verlengen. Ik heb dus beslist: geen verlenging.
19.19
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je ne soutiendrais plus
une prolongation parce qu'une
enquête est en cours.
19.20 Renaat Landuyt (sp.a): Zeer goed.
Wat er werd gezegd over het vroeger tuchtdossier, zou dat allemaal
onder de "lakens" worden geveegd?
19.21 Minister Stefaan De Clerck: Er is een sanctie geweest,
vroeger.
19.21
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il y a eu une sanction,
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
plus précisément un avertissement
écrit.
19.22 Renaat Landuyt (sp.a): Dus het was waar.
19.23 Minister Stefaan De Clerck: Er is een sanctie. Er is een
schriftelijke waarschuwing.
19.24 Renaat Landuyt (sp.a): Het is niet min, wat we lezen in de
krant. Ik weet nog altijd niet of het al dan niet waar is. Er is blijkbaar
iets van waar, want op papier staat nu dat hij een en ander niet meer
mag doen. Maar wát mag hij niet meer doen? Naar de madammetjes
gaan? Beslag leggen om de fiscale controleurs tegen te werken?
Ik vind dat u dergelijke verhalen niet zomaar mag laten circuleren.
Ofwel is het waar, ofwel is het niet waar.
19.24 Renaat Landuyt (sp.a):
Donc, tous ces faits n'étaient pas
consignés
dans
le
dossier
disciplinaire?
19.25 Minister Stefaan De Clerck: Alles wat er over de persoon
bekend is gemaakt, of niet bekend is, maar misschien elders kan
circuleren ­ ik heb daar geen indicatie van ­, dat is nu allemaal
samengebracht in een gerechtelijk onderzoek. Daarover heb ik nu
heel expliciet aan de procureur-generaal gevraagd om alles te
analyseren.
Dat zal natuurlijk conform juridische bepalingen moeten gebeuren:
wat is er gebeurd en wanneer, wat is er verjaard. Het gaat immers
ook om feiten van een hele tijd terug.
Het geheel is nu voorwerp van een onderzoek.
19.26 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mag ik nog
even het woord? Ik word altijd onderbroken door de minister in mijn
repliek.
De voorzitter: Mijnheer Landuyt, ik vraag u toch om een beetje de spreektijd te respecteren.
19.27 Renaat Landuyt (sp.a): Het is toch niet onbelangrijk.
De voorzitter: Niets is onbelangrijk. Ik denk dat de repliek voldoende is ingevuld, mijnheer Landuyt. Ik kan
u nog één zin toestaan.
19.28 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, met alle
respect...
De voorzitter: Er zijn nog vragen en antwoorden.
19.29 Renaat Landuyt (sp.a): Met alle respect...
19.30 Robert Van de Velde (LDD): We willen gerust een commissie-
Landuyt oprichten. Dan kunt u daar rustig verdergaan.
19.31 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Allez, spreek het uit!
(Hilariteit)
(...): Er is een plaats vacant in Wenen, mooie job.
19.32 Renaat Landuyt (sp.a): Maar u merkt, kijk, iedereen spreekt
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
70
hier gelijk...
Dus het tuchtdossier bevatte niet al die feiten?
19.33 Minister Stefaan De Clerck: Neen. Dat is niet zo. Het
tuchtonderzoek handelde over een onderdeel. Nu gaat het over
meerdere dossiers die allemaal zijn samengebracht.
19.33
Stefaan
De
Clerck,
ministre: L'enquête disciplinaire
n'a porté que sur un seul de ces
faits.
19.34 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw uitgebreid antwoord. Ik ben blij dat er eindelijk eens
krachtdadig wordt opgetreden wanneer u wel van de feiten op de
hoogte bent. Ik hoop dat dit een praktijk is die zich in de toekomst nog
zal voordoen.
Verder ben ik blij dat wordt verduidelijkt dat zijn promotie eigenlijk
geen promotie was, maar dat hij dit via een examen heeft bereikt. Ik
hoop dat wij op de hoogte worden gehouden van de verdere
afwikkeling.
19.34 Els De Rammelaere (N-
VA): Je me réjouis que le ministre
prenne des mesures sévères
maintenant que les faits sont
connus. Cela ne doit jamais se
reproduire.
Heureusement,
l'intéressé n'a pas vraiment été
promu mais a bénéficié d'un
avancement après avoir participé
à un examen. J'espère que le
ministre nous informera des futurs
développements de cette affaire.
19.35 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik denk dat we een heel degelijk antwoord
hebben gekregen in vergelijking met de vorige vraag over Van Camp.
U hebt hier gehandeld zoals het hoort en zoals we van een minister
mogen verwachten. Uw beslissing om het mandaat niet te verlengen
vind ik een heel terechte beslissing. Dezelfde redenen die u daartoe
aanzetten, zouden misschien ook in het andere dossier kunnen
worden gebruikt.
Ik heb een bijkomende vraag, mijnheer de minister. Als iemand
dergelijke functie uitoefent bij de Verenigde Naties en het gaat over
terrorisme, dan heeft hij toch een bepaald veiligheidscertificaat nodig,
zoals voor mensen die voor het Comité P of het Comité I werken. Had
men bij het afleveren van dergelijk certificaat geen kennis van het
tuchtonderzoek en van het feit dat hij blijkbaar toch wel benaderbaar
was? Als men zo'n hoge functie inzake terrorisme bekleedt, denk ik
dat men toch wel van onbesproken gedrag mag zijn. Heeft u
gegevens over het voor dergelijke functie noodzakelijke
veiligheidscertificaat?
19.35 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Dans ce cas-ci, le
ministre a bien réagi en ne
prolongeant pas le mandat de
l'intéressé. Pour exercer une
fonction ONU qui implique de
prendre connaissance de dossiers
de terrorisme, il faut être porteur
d'un certificat de sécurité. N'était-
on pas informé, au moment où ce
certificat a été délivré à l'intéressé,
qu'il faisait l'objet d'une enquête
disciplinaire?
19.36 Minister Stefaan De Clerck: Ik ga er van uit dat er door die
instellingen ook een veiligheidsmachtiging wordt verwacht. De zaak in
het verleden is voor hem afgehandeld via een tuchtonderzoek en dat
behoort veel meer tot de privacy en hoort niet thuis in een strafregister
of een attest. Dat is het verschil. Dit is een tuchtprocedure en die
heeft een heel ander statuut inzake verdere opvolging en mededeling
van zaken dan een strafrechtelijk dossier. Dit is tuchtrechtelijk
afgehandeld. Blijkbaar is dat geen beletsel geweest. Ik ga er wel van
uit dat men een onderzoek heeft gedaan en dat men in een uitgebreid
interview alles heeft geanalyseerd vooraleer hem die zware
verantwoordelijkheid te geven. Zijn job is belangrijk en hij wordt daar
in de diensten gesolliciteerd om nog andere jobs te doen in de
toekomst, als een soort field director, om in het buitenland te gaan
werken.
19.36
Stefaan De Clerck,
ministre: Je crois effectivement
qu'un certificat de sécurité est
requis pour l'exercice de cette
fonction mais il n'est jamais fait
mention des enquêtes disci-
plinaires dans le casier judiciaire.
Je pense qu'avant de lui attribuer
cette fonction, on a analysé son
profil et on l'a interviewé de
manière approfondie.
19.37 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik 19.37 Stefaan Van Hecke
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
71
meen dat we dan ook moeten nagaan hoe dergelijke
veiligheidsmachtigingen worden verleend. Dergelijke informatie kan
nuttig zijn als men moet oordelen over een veiligheidsmachtiging.
Tot slot, in de praktijk zal de betrokkene dus terugkeren naar het
parket in Brussel. Ik weet niet of u daar iets over te zeggen hebt.
Vraag is of het wel wenselijk is dat de betrokkene opnieuw wordt
tewerkgesteld bij de financiële sectie van het parket, gelet op hetgeen
naar boven is gekomen. We weten welke contacten hij had.
Misschien is dat de verantwoordelijkheid van de procureur des
Konings zelf maar ik meen dat er goed moet over worden nagedacht
waar de betrokkene opnieuw zal worden ingezet. Mij lijkt het niet
opportuun dat hij opnieuw voor financiële zaken wordt ingezet gelet op
de antecedenten.
(Ecolo-Groen!): Nous devons par
conséquent examiner la procédure
de délivrance de ces certificats de
sécurité.
L'intéressé retournera donc au
parquet de Bruxelles mais est-il
bien judicieux de le réintégrer au
sein de la section financière de ce
parquet?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De minister heeft gezegd dat er vragen kunnen worden gesteld tot rond 18 uur. Is dat tot
stipt 18 uur? Ik zou eigenlijk graag tot aan punt 24 van de agenda raken.
19.38 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik heb om
18 uur een belangrijke afspraak omdat er vrijdag een vergadering van
de Europese Raad is. Belangrijke dossiers moeten dringend worden
besproken.
20 Samengevoegde vragen van
- de heer Robert Van de Velde aan de minister van Justitie over "informanten bij de politiediensten"
(nr. 15178)
- de heer Robert Van de Velde aan de minister van Binnenlandse Zaken over "informanten bij de
politiediensten" (nr. 15207)
20 Questions jointes de
- M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "les indicateurs auprès des services de police"
(n° 15178)
- M. Robert Van de Velde à la ministre de l'Intérieur sur "les indicateurs auprès des services de police"
(n° 15207)
20.01 Robert Van de Velde (LDD): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, de vraag handelt over het inzetten van informanten bij
politiediensten. Ik wil voor het verslag duidelijk maken dat deze vraag
in een iets andere vorm ook was gesteld aan mevrouw Turtelboom
als verantwoordelijke voor de politiediensten aangezien u beiden in
dat dossier betrokken partij bent.
Ik vervolg eigenlijk een vraag van 21 januari in verband met de
controle op het werken met informanten waarop u duidelijk hebt
geantwoord dat burgerinfiltratie wettelijk verboden is. Ik denk niet dat
ik de volledige passages moet lezen, maar in een van die passages
zegt u zeer duidelijk, ik citeer: "Bovendien dient opgemerkt dat
burgerinfiltratie wettelijk verboden is."
De laatste maanden echter zijn er een aantal getuigenissen in de
media verschenen over zogenaamde politie-informanten waarbij men
minstens de wenkbrauwen zou kunnen fronsen. Wij verwijzen naar
artikels in Dag Allemaal en Humo van 31 augustus, alsook naar de
website van de genaamde Driessens waar dezelfde problematiek
wordt aangeklaagd.
20.01 Robert Van de Velde
(LDD): Les questions sont de plus
en plus nombreuses concernant le
recours à des informateurs par la
police
et
la
technique
de
l'infiltration
civile.
En
début
d'année, le ministre avait qualifié
cette
dernière
technique
d'interdite.
Quand
quelqu'un
travaille-t-il
comme informateur ou comme
infiltré pour la police? Comment
ces
pratiques
sont-elles
contrôlées? Si l'infiltration civile est
interdite, pourquoi la police peut-
elle interdire à une personne de
faire office d'infiltré? Il semblerait
que dans un cas précis, la police
ait recruté comme infiltré une
personne
mise
en
liberté
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
72
Intussen is onze fractie in het bezit van een aantal dossiers die de
werking en de controle op het gebruik van informanten door sommige
politiediensten heel erg in vraag doet stellen. In een bepaald dossier
dat in ons bezit is, is er vreemd genoeg sprake van een informant die
door politiediensten zelf wordt geseind in het vroegere Centraal
Signalementenblad naar aanleiding van een voorwaardelijke
invrijheidstelling door de strafuitvoeringsrechtbank na een opgelopen
veroordeling en waarbij de betrokkene het verbod krijgt om taken uit
te voeren of te aanvaarden als informant of infiltrant voor de
politiediensten, toch wel opmerkelijk.
Uit een onderzoek enige tijd later blijkt diezelfde persoon dan toch te
hebben gefungeerd als informant/infiltrant. De voorwaardelijke
invrijheidstelling van de man in kwestie wordt vervolgens door de
strafuitvoeringsrechtbank herroepen omdat hij de voorwaarden zou
hebben geschonden van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling,
namelijk en ik citeer letterlijk wat in het betreffende vonnis staat: "...
niettegenstaande het verbod in de voorwaarden van zijn
voorwaardelijke invrijheidstelling, opnieuw gewerkt te hebben als
informant en infiltrant voor de politiediensten." Men moet er maar aan
uit kunnen. Uit het dossier blijkt dat de man tijdens zijn
voorwaardelijke invrijheidstelling in feite onder druk is gezet om als
informant/infiltrant voor de politie verder te werken. Het is redelijk
hallucinant dat dit kan en dat men dan nog via de rechtbank wordt
terechtgewezen voor het feit dat men de politie volgt. Een straf
verhaal.
In dat verband heb ik de volgende vragen aan de minister.
Ten eerste, vindt u niet dat uit het verhaal, dat in het aangehaalde
artikel van Humo wordt weergegeven, blijkt dat hier wel degelijk
sprake is van een burgerinfiltratie?
Het is namelijk bewezen dat een burgerinformant blijkbaar
verscheidene keren is aangezet door de politie om zich in een ander,
voor hem onbekend milieu te bewegen om daar informatie te
vergaren.
Kunt u ons concreet en heel precies uitleggen wanneer iemand als
informant dan wel als infiltrant voor de politie werkt? Het is blijkbaar
een zeer dunne scheidingslijn, die nogal gemakkelijk door de politie
met voeten wordt getreden. Blijkbaar knelt het schoentje vooral op het
vlak van de controle. Bent u van plan daaromtrent actie te
ondernemen?
Ten derde, is het seinen van een verbod om te werken als informant
en infiltrant op zich geen schending van artikel 4, § 2, van het KB
Informantenwerking van 2003? Het feit dat men iemand als informant
seint, heeft tot gevolg dat iedere politieman toegang heeft tot het
gegeven dat de persoon in kwestie in ieder geval informant is geweest
in het verleden. Het seinen van het verbod om als infiltrant te werken
voor politiediensten, is al helemaal dubieus. Ook dat is gegeven. Als
burgerinfiltratie werkelijk verboden is, zoals de minister in zijn eerder
antwoord heeft bevestigd, hoe komt het dan dat zulke voorwaarden
dan toch tot stand kunnen komen? Mogen wij hieruit afleiden dat in
werkelijkheid wel gebruik wordt gemaakt van burgerinfiltranten?
Wat de controle betreft, wat vindt de minister van het feit dat een
provisoire par un tribunal d'exé-
cution des peine qui s'était vu
interdire explicitement d'encore
travailler comme tel. Comment
peut-on
contrôler
de
telles
situations?
Pourquoi le gestionnaire national
des services d'informateurs a-t-il
démissionné au début de cette
année et pourquoi n'a-t-il pas
encore été remplacé?
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
73
informant die door de strafuitvoeringsrechtbank onder voorwaarden in
voorlopige vrijheid wordt gesteld, onder een expliciet verbod om nog
op te treden als informant en infiltrant voor politiediensten,
niettegenstaande een politionele seining hiervan toch nog als
informant en/of infiltrant werd gerekruteerd en blijkt te werken of te
moeten werken? Moet die informant volgens de artikelen 47 en
volgende van het Wetboek van strafvordering en artikel 4, § 1 van het
KB Informantenwerking niet worden geblacklist? Wie controleert of
dat effectief gebeurt? In de veronderstelling dat het in dat geval niet is
gebeurd, wat zou daarvan de reden kunnen zijn? In de
veronderstelling dat de informant wel degelijk geblacklist is, maar toch
nog heeft kunnen optreden, is de wetgeving in ieder geval met voeten
getreden. Kan de minister ons laten weten wie dat controleert en hoe?
Ten slotte, kort na onze vraag over de informantenwerking begin dit
jaar, is de nationale informantenbeheerder uit zijn functie getreden.
Intussen blijkt die functie nog steeds niet te zijn ingevuld en neemt
iemand ad interim de taken van de nationale informantenbeheerder
over. Kan de minister ons laten weten wat de reden is voor het
ontslag van de nationale informantenbeheerder en voor het niet
invullen van de functie, nu al bijna een jaar lang?
20.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik heb een
uitgebreid antwoord op de vele vragen. U of uw medewerkers kennen
de problematiek van de informanten waarschijnlijk beter dan ikzelf.
Het beheer van de informanten is georganiseerd bij wet van 6 januari
2003 betreffende de bijzondere opsporingsmethodes en enkele
andere onderzoeksmethodes, alsook bij KB van 26 maart 2003
waarin
de
werkingsregels
van
de
nationale
en
lokale
informantenbeheerder en van de contactambtenaar worden bepaald.
Het wettelijk kader wordt vervolledigd door de rondzendbrief van het
College van procureurs-generaal, alsook door politionele richtlijnen
die worden opgesteld door de directie van de operaties inzake
gerechtelijke politie van de federale politie.
De richtlijnen stellen dat de verantwoordelijkheid wordt gedeeld
tussen de lokale informantenbeheerder, de BOM-magistraat en de
nationale informantenbeheerder.
De lokale informantenbeheerder controleert permanent de
betrouwbaarheid van de informanten op zijn niveau, waakt over de
goede werking van de contactfunctionarissen en over de bescherming
van de identiteit van de informanten. In elk lokaal politiekorps
waarbinnen een informantenwerking bestaat, wordt een officier
aangesteld die de lokale informantenbeheerder in zijn opdracht
bijstaat.
De BOM-magistraat waakt over de werking met informanten binnen
de
omschrijving
van
zijn
arrondissement.
De
nationale
informantenbeheerder is belast, onder toezicht van de federale
procureur, met de algemene organisatie en de coördinatie van het
beheer van de informanten binnen de geïntegreerde politie. Hij is dus
verantwoordelijk voor de opstelling en de verspreiding van een
deontologische code, de opleiding, de relaties met het federale parket
enzovoort.
20.02
Stefaan De Clerck,
ministre: L'activité des informa-
teurs est régie par la loi du
6 janvier 2003 sur les méthodes
de recherche particulières et par
l'arrêté royal du 26 mars 2003. La
circulaire
du
Collège
des
procureurs
généraux
et
les
directives relatives à la police
judiciaire sont aussi d'application.
Le
gestionnaire
local
des
indicateurs, le magistrat TPR
(méthodes
particulières
de
recherche) et le gestionnaire
national
des
indicateurs
se
partagent
la
responsabilité
concernant les indicateurs. Le
gestionnaire local des indicateurs
contrôle la fiabilité des indicateurs,
veille au bon fonctionnement des
fonctionnaires de contact et
assure la protection de l'identité
des
indicateurs.
Un
officier
l'assiste dans ces tâches dans
chaque corps de police. Le
magistrat
TPR
veille
au
fonctionnement des indicateurs
dans son arrondissement. Le
gestionnaire
national
des
indicateurs
est
chargé
de
l'organisation générale et de la
coordination.
Chaque année, le SPF Justice
libère des fonds spéciaux, réglés
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
74
De FOD Justitie stelt jaarlijks bijzondere fondsen ter beschikking van
de politie om de werkingskosten voor de gerechtelijke opdrachten te
dekken. De regels inzake die speciale fondsen worden bepaald door
de vertrouwelijke ministeriële rondzendbrief van de minister van
Justitie van 23 augustus 2007.
Een gedeelte van de fondsen wordt aangewend voor de werking met
informanten. Het bedrag van de fondsen is vertrouwelijk. Het gebruik
ervan wordt periodiek gecontroleerd door de federale procureur en
zijn verslag wordt voorgesteld aan het College van procureurs-
generaal en aan de minister van Justitie.
De wet laat onder geen enkel beding toe dat de informanten
inbreuken begaan. Het statuut van informant verleent geen privileges.
De contactambtenaren rapporteren alle informatie over door
informanten gepleegde inbreuken aan de BOM-magistraat. Het parket
beslist dan autonoom over het te geven gevolg. In geen enkel geval
wordt een informant door de politie aangezet of aangemoedigd
misdrijven te plegen.
De geldende richtlijnen stellen duidelijk en eenduidig dat de
informanten
die
die
instructies
niet
naleven door
hun
contactambtenaren als onbetrouwbaar zullen worden beschouwd.
Ook de informatie in uw verdere vragen is niet juist. Artikel 47decies
van het Wetboek van strafvordering bepaalt dat de nationale
informantenbeheerder deeluitmaakt van de directie van de operaties
inzake gerechtelijke politie van de federale politie. Het koninklijk
besluit van 26 maart 2003 bepaalt dat die wordt aangewezen door de
directeur-generaal van de algemene directie Gerechtelijke politie, en
dat op voordracht van de directeur gerechtelijke operaties, en na
advies van de federale procureur.
De vorige nationale informantenbeheerder heeft geen ontslag
genomen, maar heeft op eigen vraag en met het akkoord van zijn
hiërarchie een andere affectatie gekregen. Zijn functies worden
waargenomen door zijn ex-adjunct, die sindsdien de rol van nationale
informantenbeheerder overneemt.
Ik kan mij uiteraard niet uitspreken over een concreet dossier. De
BOM-wet laat echter wel toe dat de politiediensten een informant
kunnen verzoeken over een bepaald crimineel milieu of over een
dadergroepering informatie in te winnen en die aan hen te bezorgen.
De informant kan bij het inwinnen van de informatie een actieve rol
vervullen en gericht pogen de informatie te verzamelen. De informant
kan echter geen actieve daden stellen die een infiltrant wel kan
stellen, noch beschikt hij over een fictieve identiteit. Mocht hij in dat
verband strafbare feiten plegen, dan zullen die hem ten laste kunnen
worden gelegd.
Indien de informant de met hem gemaakte afspraken niet naleeft,
bijvoorbeeld door het stellen van handelingen die alleen door een
infiltrant, die steeds een politieambtenaar moet zijn overeenkomstig
artikel 47 octies en volgende, kunnen worden gesteld, dan deelt de
lokale informantenbeheerder dat mee aan de BOM-magistraat. De
magistraat kan overeenkomstig artikel 47decies en volgende de
lokale informantenbeheerder bij schriftelijke beslissing verbieden
par la circulaire confidentielle du
23 août 2007. Une partie est
affectée au fonctionnement des
indicateurs. L'utilisation des fonds
est soumise au contrôle du
procureur fédéral qui fait rapport
au
Collège
des
procureurs
généraux et au ministre de la
Justice.
La
loi
n'autorise
pas
les
indicateurs à commettre des
infractions. Les fonctionnaires de
contact rapportent les infractions
commises au magistrat TPR et le
parquet fédéral décide d'éven-
tuelles poursuites. Un indicateur
ne sera jamais encouragé à
commettre des infractions.
Les
autres
informations sur
lesquelles repose la question sont
également
inexactes.
Le
gestionnaire
national
des
indicateurs appartient à la direction
des Opérations de la police
judiciaire et est désigné par le
directeur général de la direction
générale de la Police judiciaire
après avis du procureur fédéral.
Le précédent gestionnaire national
des
indicateurs
n'a
pas
démissionné, mais a changé de
fonction et a été remplacé par son
adjoint.
Je ne peux m'exprimer sur des
dossiers concrets. Les services de
police peuvent demander à un
indicateur d'infiltrer un milieu
criminel déterminé.
Dans le cadre de l'obtention des
informations, l'informateur peut
jouer un rôle actif et essayer
d'obtenir des informations ciblées,
mais contrairement à un infiltrant,
il ne peut poser aucun acte actif.
Un informateur n'a donc pas non
plus
d'identité
fictive.
Si
l'informateur ne respecte pas les
arrangements pris, le gestionnaire
local des informateurs en informe
le magistrat MPR. Ce dernier peut
alors interdire, par écrit, au
gestionnaire des informateurs de
continuer à travailler avec les
informations que cet informateur
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
75
verder te werken met de aangebrachte informatie.
De BOM-wet geeft een duidelijke omschrijving van de begrippen
informant en infiltrant. De informant is de persoon waarvan wordt
vermoed dat hij nauwe banden heeft met een of meerdere personen
waarvan er ernstige aanwijzingen zijn dat ze strafbare feiten plegen of
zouden plegen en die de politieambtenaar, dus de contactambtenaar,
hierover, al dan niet gevraagd, inlichtingen en gegevens verstrekt.
De infiltrant daarentegen is een politieambtenaar die onder een
fictieve identiteit duurzaam contact onderhoudt met een of meerdere
personen waarvan er ernstige aanwijzingen zijn dat zij strafbare feiten
in het kader van een criminele organisatie, zoals bedoeld in
artikel 324 bis van het Strafwetboek, of misdaden of wanbedrijven,
zoals bedoeld in artikel 90 ter en volgende, plegen of zouden plegen.
Het basisprincipe van de informantenwerking vindt zijn oorsprong in
vaststaande cassatierechtspraak inzake de bronbescherming. Daar
wordt aangenomen dat, hoewel politieambtenaren aan de bevoegde
overheid alle inlichtingen ter kennis moeten brengen die hun zijn
verstrekt, zij toch het recht hebben die inlichtingen ter kennis te
brengen van het gerecht zonder de naam van hun informant te
noemen indien zij in geweten oordelen de naam te moeten
verzwijgen.
De verschillende figuren, de BOM-magistraat en alle anderen en
mechanismen, zoals de rapportering, het vertrouwelijk dossier, de
codering enzovoort, die door de BOM-wet in het leven werden
geroepen, zijn gestoeld op dat principe. Indien een van de betrokken
actoren inzake informantenwerking wordt geconfronteerd met de
vraag of een persoon al dan niet een informant is of was, zal hij die
vraag noch positief noch negatief beantwoorden.
Wanneer een rechtbank in zijn beslissing rechtstreeks of
onrechtstreeks gewag maakt van het feit dat iemand informant is of
was, los van het feit of dat juist is, kan dat ernstige gevolgen hebben
voor de betrokkene. Dat is evident.
In het kader van de strafuitvoering worden de door de
strafuitvoeringsrechtbank
opgelegde
voorwaarden
volledig
opgenomen in de nationale gegevensbank. Zo kunnen de
politiediensten toezien op de correcte naleving van de voorwaarden.
Wanneer een rechtbank als voorwaarde oplegt dat een persoon niet
meer mag optreden als informant en infiltrant voor de politiediensten,
wordt ook dat opgenomen in de gegevensbank.
Er valt wel op te merken dat elke politieambtenaar overeenkomstig
artikel 458 van het Strafwetboek gehouden is aan het beroepsgeheim.
Ten slotte, de lokale informantenbeheerder staat in voor de
permanente controle over alle informanten die in het gerechtelijk
arrondissement actief zijn.
Zulks betekent bijvoorbeeld dat hij op een bepaald ogenblik de
beslissing kan nemen een informant onbetrouwbaar te achten en
voornoemde beslissing in het controlesysteem kan laten registreren.
Dat is de zogenaamde blacklisting.
lui fournit.
La loi MPR définit clairement les
notions d'informateur et d'infiltrant.
L'informateur est la personne dont
on suppose qu'il entretient des
liens étroits avec des personnes à
propos desquelles des indications
laissent
penser
qu'elles
commettent des faits punissables
et qui fournit des renseignements
à ce sujet au fonctionnaire de
police de contact. L'infiltrant est
toutefois un fonctionnaire de police
qui infiltre durablement un milieu
sous une identité fictive.
Le
principe
de
base
du
fonctionnement de l'informateur
trouve son origine dans la
jurisprudence de cassation sur la
protection des sources qui accepte
que les fonctionnaires de police
ont le droit de communiquer des
renseignements au tribunal sans
devoir donner le nom de leur
informateur s'ils estiment en leur
âme et conscience devoir taire ce
nom. Les différents éléments de la
loi MPR reposent précisément sur
ce principe. Lorsque dans un
jugement, un tribunal mentionne le
fait que quelqu'un a servi ou sert
d'informateur, cela peut avoir de
graves
conséquences
pour
l'intéressé.
Dans le cadre de l'exécution de la
peine, les conditions imposées par
le tribunal d'application des peines
sont intégralement reprises dans
la banque de données nationale,
pour que la police puisse en
surveiller le respect. Si quelqu'un
ne peut plus servir d'informateur,
cette information est reprise dans
la banque de données.
Le
gestionnaire
local
des
informateurs est responsable du
contrôle permanent de tous les
informateurs de l'arrondissement
judiciaire et peut mettre un
informateur sur la liste noire. Le
procureur du Roi peut interdire au
gestionnaire
local
des
informateurs de continuer à
travailler
sur
la
base
des
21/10/2009
CRIV 52
COM 670
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
76
Ook de procureur des Konings kan, indien daartoe grond bestaat, de
lokale informantenbeheerder bij schriftelijke beslissing verbieden
voort te werken op basis van bepaalde, door een informant geboden
informatie.
Er werd door de wetgever niet geopteerd voor een verbod om met de
informant zelf voort te werken, doch wel met de informatie die de
betrokken informant heeft aangeboden. Het voorgaande belet echter
niet dat de procureur des Konings in de praktijk de lokale
informantenbeheerder kan verzoeken, indien daartoe volgens hem
grond bestaat en rekening houdende met de voorschriften in het
kader van het centrale controlesysteem, een informant als
onbetrouwbaar te laten registreren. Een soortgelijk initiatief kan
overigens ook, op basis van de informatie waarover hij beschikt, van
de nationale informantenbeheerder uitgaan.
informations fournies par tel ou tel
informateur.
Le procureur du Roi et le
gestionnaire
national
des
indicateurs peuvent également
faire enregistrer un informateur
comme non-fiable.
20.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, het hele
verhaal dat u brengt, is een bekend verhaal. Het is ook het
theoretische verhaal.
Wat mij verbaast, is dat u bij wijze van spreken en ondanks het feit
dat er in uw eigen organisatie bewijzen zijn dat de politie het op een
andere manier aanpakt, star aan de theorie blijft vasthouden.
Het gebeurt: informanten worden als infiltranten ingezet. Dat is, ten
eerste, gevaarlijk. Het roept, ten tweede, vragen op bij de
rechtmatigheid van het verkregen bewijs. Er is vooral ook het gevaar
ten opzichte van de eventuele beschuldigde. Op geen enkele manier
is er een deftige controle van de aldus verkregen informatie. In de
kamer van inbeschuldigingstelling is er enkel voor infiltratie en
observatie controle. Er is geen controle op informanten, tipgevers of
andere, anonieme informatie die wordt verkregen.
Ik kan u niet verantwoordelijk stellen voor het cowboy- of
outlawgedrag van een aantal individuele politiemensen of -diensten. U
bent echter wel verantwoordelijk voor de kwaliteit van de verkregen
informatie. Op dat vlak is de controle en de toetsing door de kamer
van inbeschuldigingstelling van door informanten verkregen informatie
noodzakelijk, zoals zulks vandaag voor infiltratie en observatie het
geval is.
De controle op dergelijke informatie werd omwille van de bescherming
van de informant altijd tegengehouden. Voornoemd argument is
echter larie, omdat elk dossier begint met de woorden "Bij onze
diensten is er informatie bekend dat ...". Justitie weet dus dat er met
informatie is gewerkt.
Bovendien is het verantwoordelijk om ook op andere, anonieme
informatie controle uit te oefenen.
Tot slot zou het niet onverstandig zijn ­ ik had de vraag ook aan uw
collega Turtelboom gesteld ­ dat Binnenlandse Zaken paal en perk
stelt aan het outlawgedrag van niet alle, maar van een aantal
politiediensten. Het zou dan ook niet onverstandig zijn dat u het
overleg ter zake in gang zet. Uw organisatie lijdt immers onder het
euvel. De informatie waarover uw medewerkers moeten oordelen, is
immers op een onrechtmatige en gevaarlijke manier verkregen.
20.03 Robert Van de Velde
(LDD): Voilà pour la théorie. La
police s'y prend autrement. Des
informateurs sont utilisés comme
infiltrants. Il s'agit d'un procédé
dangereux et qui soulève par
ailleurs des questions sur la
validité
des
preuves
ainsi
obtenues. Il n'y a aucun contrôle
sur les informations obtenues de
la sorte. Le ministre n'est pas
responsable du comportement de
cow-boy de certains policiers mais
bien de la qualité des informations
obtenues. Un contrôle par la
chambre des mises en accusation
des informations ainsi obtenues
s'impose donc. Mais ce contrôle
est toujours rendu impossible en
raison de la protection dont
bénéficie l'informateur. Il convient
par ailleurs également de contrôler
les
informations
obtenues
anonymement. Une concertation
avec le ministre de l'Intérieur sur le
comportement de certains de
certains policiers s'impose donc.
Les informations que la Justice a à
apprécier a parfois été obtenue de
manière illégitime ou dangereuse.
CRIV 52
COM 670
21/10/2009
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2009
2010
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
77
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vergadering is hiermee beëindigd. Het spijt mij voor de heer Logghe, maar zijn vraag
nr. 15175 zal volgende keer als eerste punt op de agenda komen.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.05 uur.
La réunion publique de commission est levée à 18.05 heures.