KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 624
CRIV 52 COM 624
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTÉRIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GÉNÉRALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
08-07-2009
08-07-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "het CPDS
van Doornik" (nr. 13578)
1
Question de Mme Jacqueline Galant au ministre
de l'Intérieur sur "le CCPD de Tournai" (n° 13578)
1
Sprekers: Jacqueline Galant, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken,
Ludwig Vandenhove
Orateurs: Jacqueline Galant, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur, Ludwig Vandenhove
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "het
verbod op het dragen van religieuze symbolen"
(nr. 14106)
3
Question de M. Robert Van de Velde au ministre
de l'Intérieur sur "l'interdiction du port de signes
d'appartenance religieuse" (n° 14106)
3
Sprekers: Robert Van de Velde, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de toestand van
de 270 inspecteurs van niveau 2A en 2B van de
vroegere gerechtelijke politie" (nr. 13871)
4
Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de
l'Intérieur sur "la situation des 270 inspecteurs de
niveau 2A et 2B de l'ex-PJ" (n° 13871)
4
Sprekers: Kattrin Jadin, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Kattrin Jadin, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vrangen van
6
Questions jointes de
6
- de heer Éric Thiébaut aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de door Telerad
vastgestelde uitstoot van xenon in de omgeving
van Fleurus" (nr. 13873)
6
- M. Éric Thiébaut au ministre de l'Intérieur sur "le
rejet de xénon détecté par Telerad dans les
environs de Fleurus" (n° 13873)
6
- mevrouw Katrien Partyka aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "het lek van Xenon-gas
te Fleurus" (nr. 14088)
6
- de Mme Katrien Partyka au ministre de l'Intérieur
sur "la fuite de gaz Xénon à Fleurus" (n° 14088)
6
Sprekers: Eric Thiébaut, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Eric Thiébaut, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
9
Questions jointes de
9
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de stopzetting van de
tuchtprocedure tegen Christa Debeck" (nr. 13914)
9
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur
"l'arrêt de la procédure disciplinaire contre
Christa Debeck" (n° 13914)
9
- de heer Robert Van de Velde aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de tuchtprocedure
tegen Christa Debeck" (nr. 14107)
9
- M. Robert Van de Velde au ministre de l'Intérieur
sur "la procédure disciplinaire contre Christa
Debeck" (n° 14107)
9
Sprekers: Robert Van de Velde, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
12
Questions jointes de
12
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de organisatie van
de brandweerdiensten na de installatie van de
vooruitgeschoven post in Voeren" (nr. 13991)
12
- Mme Marie-Martine Schyns au ministre de
l'Intérieur sur "l'organisation des services
d'incendie suite à la mise en service du poste
avancé de Fourons" (n° 13991)
12
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de organisatie van
de brandweerdiensten na een vergadering tussen
de gewestelijke brandweerdiensten van Herve en
Bilzen" (nr. 13992)
12
- Mme Marie-Martine Schyns au ministre de
l'Intérieur sur "l'organisation des services
d'incendie suite à une réunion entre les services
régionaux d'incendie de Herve et de Bilzen"
(n° 13992)
12
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Marie-Martine Schyns, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de grenscriminaliteit"
(nr. 14115)
15
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"la criminalité frontalière" (n° 14115)
15
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van 15
- M. Renaat Landuyt au ministre de l'Intérieur sur 15
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Binnenlandse Zaken over "de aanpak van
drugsoverlast in de Euregio" (nr. 14117)
"la lutte contre les nuisances liées à la drogue
dans l'Eurégion" (n° 14117)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de drugsproblematiek
in de Euregio" (nr. 14140)
15
- M. Raf Terwingen au ministre de l'Intérieur sur
"la problématique de la drogue dans l'Eurégion"
(n° 14140)
15
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de aanpak van
drugsoverlast in de Euregio" (nr. 14186)
15
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur
sur "la lutte contre les nuisances liées à la drogue
dans l'Eurégion" (n° 14186)
15
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "het gebrek aan
doortastendheid van de federale regering in de
aanpak van de drugoverlast in de Euregio"
(nr. 14276)
15
- M. Bert Schoofs au ministre de l'Intérieur sur "le
manque de poigne du gouvernement fédéral dans
son approche des nuisances occasionnées par la
drogue dans l'Eurégion" (n° 14276)
15
Sprekers:
Michel
Doomst,
Ludwig
Vandenhove, Guido De Padt, minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Michel
Doomst,
Ludwig
Vandenhove, Guido De Padt, ministre de
l'Intérieur
Vraag van de heer Gerald Kindermans aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
verzending van minnelijke schikkingen via de
diensten van De Post" (nr. 14175)
21
Question de M. Gerald Kindermans au ministre de
l'Intérieur
sur
"l'envoi
des
règlements
transactionnels par les services de La Poste"
(n° 14175)
21
Sprekers: Gerald Kindermans, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Gerald Kindermans, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "een betere manier
om
statistisch
materiaal
te
verzamelen"
(nr. 14199)
25
Question de M. Peter Logghe au ministre de
l'Intérieur sur "une meilleure manière de
rassembler des données statistiques" (n° 14199)
25
Sprekers: Peter Logghe, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het invoeren van
het Live Enrollment systeem" (nr. 14208)
26
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "l'introduction du système Live
Enrollment" (n° 14208)
26
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de toestand van
de spoorwegpolitie in Oostende" (nr. 14271)
27
Question de M. Peter Logghe au ministre de
l'Intérieur sur "la situation de la police des
chemins de fer d'Ostende" (n° 14271)
27
Sprekers: Peter Logghe, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
29
Questions jointes de
29
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de biometrische
paspoorten" (nr. 14228)
29
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "les
passeports biométriques" (n° 14228)
29
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "paspoorten met
biometrische gegevens" (nr. 14235)
29
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"les passeports avec données biométriques"
(n° 14235)
29
- de heer Jan Peeters aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de gevolgen van de
nieuwe biometrische paspoorten voor lokale
besturen en voor beroepsfotografen" (nr. 14326)
29
- M. Jan Peeters au ministre de l'Intérieur sur "les
conséquences
des
nouveaux
passeports
biométriques pour les administrations locales et
les photographes professionnels" (n° 14326)
29
Sprekers: Michel Doomst, Jan Peeters,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Jan Peeters,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
vestiging van een eenheid van de civiele
bescherming in Gembloux" (nr. 14261)
32
Question de M. Georges Gilkinet au ministre de
l'Intérieur sur "l'installation d'une unité de
protection civile à Gembloux" (n° 14261)
32
Sprekers: Georges Gilkinet, Guido De Padt,
Orateurs: Georges Gilkinet, Guido De Padt,
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
minister van Binnenlandse Zaken
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het aantal
politieagenten bij voetbalwedstrijden" (nr. 14265)
34
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "le nombre de policiers mobilisés
pour les matchs de football" (n° 14265)
34
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het aantal
politieagenten bij voetbalwedstrijden" (nr. 14265)
37
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "le nombre de policiers mobilisés
pour les matchs de football" (n° 14265)
37
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jan Peeters aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de schrapping van
werkloosheidsuitkeringen bij bepaalde prestaties
van vrijwillige brandweerman" (nr. 14267)
39
Question de M. Jan Peeters au ministre de
l'Intérieur sur "la suppression des allocations de
chômage en cas de certaines prestations de
pompiers volontaires" (n° 14267)
39
Sprekers: Jan Peeters, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jan Peeters, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
8
JULI
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
8
JUILLET
2009
Après-midi
______
Le développement des questions et interpellations commence à 14.46 heures. La réunion est présidée par
M. André Frédéric.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 14.46 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer André Frédéric.
01 Question de Mme Jacqueline Galant au ministre de l'Intérieur sur "le CCPD de Tournai" (n° 13578)
01 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het CPDS
van Doornik" (nr. 13578)
01.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, je vous
remercie d'avoir accepté précédemment le report de ma question.
Le président: C'est toujours un plaisir de vous faire plaisir, madame Galant!
01.02 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, le CCPD de
Tournai est entré en fonction le 2 septembre 2002. Il concrétise la
volonté affichée par les dirigeants européens de développer une
coopération policière et douanière dans la foulée de l'ouverture des
frontières.
Pourtant, sept ans plus tard, l'expérience vécue par les agents de ce
service tendrait à démontrer une insuffisance de moyens tant au
niveau de l'infrastructure que du personnel. En ce qui concerne les
bâtiments, la carence de locaux est assez évidente.
S'agissant de l'équipement, le CCPD a hérité du mobilier déclassé.
Pourtant, il ressort des accords franco-belges qu'il revient à la
Belgique de fournir les moyens nécessaires au fonctionnement des
deux délégations. Force est de constater que dans la pratique, c'est
l'inverse qui s'est produit.
Enfin, en ce qui concerne le personnel, le service dispose
actuellement d'un effectif de 13 membres. Or, à la création, on
prévoyait de solliciter 16 à 18 personnes pour mener à bien les
missions dévolues au CCPD.
Par ailleurs, il semble que le CCPD se heurte également à des limites
administratives et légales qui le rendent peu attrayant aux yeux des
policiers et qui ne tiennent pas compte des besoins actuels du CCPD
et encore moins de ses besoins futurs.
01.02 Jacqueline Galant (MR):
Het CPDS van Doornik is sinds
2 september 2002 operationeel.
Met de oprichting van dat centrum
werd concreet gestalte gegeven
aan het streven van de Europese
overheden om naar aanleiding van
het openstellen van de grenzen
een
politie-
en
douanesamenwerking tot stand te
brengen.
Zeven jaar later is duidelijk dat
zowel de infrastructuur als de
personeelsbezetting van die dienst
ruim onvoldoende zijn. Het CPDS
kreeg aftands meubilair, en heeft
onmiskenbaar
niet
genoeg
kantoorruimte. Op dit ogenblik
werken er 13 personen in die
dienst, terwijl het bij de oprichting
de bedoeling was 16 tot 18
personen te vragen. Het CPDS
stuit ook op administratieve en
wettelijke grenzen.
Bent u op de hoogte van de
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Monsieur le ministre, êtes-vous au courant de la situation particulière
du Centre de coopération policière et douanière de Tournai?
Confirmez-vous le manque de moyens dont souffre ce service?
Le cas échéant, quelles mesures allez-vous prendre pour permettre
au CCPD d'exercer ses missions dans de meilleures conditions en
termes d'infrastructures, d'équipement et de personnel? Dans quels
délais?
Si les agents de ce service remplissent effectivement les mêmes
missions que les agents de la police judiciaire, pourquoi ne
bénéficient-ils pas d'un statut équivalent? Je pense d'ailleurs que vous
êtes allé récemment rendre visite à ce service.
specifieke situatie bij het CPDS in
Doornik? Kan u bevestigen dat dat
centrum
over
onvoldoende
middelen
beschikt?
Welke
maatregelen zal u treffen om
ervoor te zorgen dat het CPDS zijn
taken in betere omstandigheden
kan uitvoeren? Binnen welke
termijn? Indien het personeel van
die dienst effectief dezelfde taken
uitvoert als de ambtenaren van
gerechtelijke
politie,
waarom
hebben ze dan geen gelijkwaardig
statuut?
01.03 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, madame
Galant, les moyens du CCPD ont été fixés en 2002 lors de sa
création. Ils correspondent à ceux nécessaires à un fonctionnement
de base vingt-quatre heures sur vingt-quatre, sept jours sur sept. J'ai
été personnellement informé de la situation et des besoins lors de ma
visite à Tournai le 14 mai dernier. Les besoins en personnel font
l'objet d'un suivi dans le contexte d'une situation budgétaire limitée.
Des solutions sont recherchées pour réaliser la fonction d'analyse.
En ce qui concerne l'infrastructure, une analyse de la situation a été
réalisée. Des solutions sont examinées par la Régie des Bâtiments,
qui dépend de mon collègue le ministre des Finances. En matière
d'équipement, des mesures ont été prises visant à améliorer la
situation et à doter le CCPD d'un instrument de travail technique
performant. Sa mise en oeuvre est à l'étude. Le mobilier fait l'objet
d'un suivi en ce qui concerne son remplacement dans le cadre des
normes en vigueur à la police fédérale.
Les membres du CCPD ont le même statut que leurs collègues de la
police intégrée. Leurs tâches sont liées à l'appui en matière de
coopération policière opérationnelle internationale. Les membres du
CCPD traitent dès lors des dossiers tant en matière de police
judiciaire que de police administrative.
01.03 Minister Guido De Padt:
De middelen van het CPDS
werden in 2002, bij de oprichting
van het centrum, vastgesteld. Ze
volstaan voor een werkingsrooster
van 24 uur per dag, zeven dagen
per week. Ik werd persoonlijk van
de situatie in kennis gesteld. De
personeelsbehoeften
worden
gemonitord binnen het bestek van
het beperkte budget.
De situatie op het stuk van
infrastructuur werd geanalyseerd.
De Regie der Gebouwen buigt zich
over mogelijke oplossingen. Wat
de uitrusting betreft, werden er
maatregelen getroffen om het
CPDS te voorzien van een
performant
technisch
werkinstrument. De vervanging
van het meubilair wordt bekeken in
het kader van de normen die bij de
federale
politie
gehanteerd
worden.
De werknemers van het CPDS
hebben hetzelfde statuut als hun
collega's bij de geïntegreerde
politie. Zij voeren ondersteunende
taken uit op het vlak van de
internationale
operationele
politiesamenwerking.
Het
personeel
van
het
CPDS
behandelt
derhalve
zowel
gerechtelijke als administratieve
politiedossiers.
01.04 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse et ses bonnes intentions. J'espère vraiment
qu'elles se concrétiseront parce que, comme vous l'avez dit, les
intéressés attendent depuis 2002.
01.04 Jacqueline Galant (MR):
Ik hoop dat uw plannen handen en
voeten zullen krijgen.
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Pour ce qui concerne les infrastructures, je me ferai un plaisir
d'interroger votre collègue des Finances.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 13761 de Mme Dierick est retirée. Mme Van der Auwera n'est pas là. Comme
sa question n° 13769 a déjà été reportée, cette question est supprimée. De même pour la question
n° 13800 de M. Weyts.
Mme Jadin et M. Thiébaut sont attendus.
L'ordre du jour appelle la question de M. Ludwig Vandenhove sur un numéro de chassis pour bicyclettes (n°
14097).
01.05 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik wil
graag mijn vraag intrekken, vermits ik vorige week al een schriftelijk
antwoord heb gekregen.
01.05 Ludwig Vandenhove
(sp.a): Je retire cette question,
étant donné que j'ai déjà reçu une
réponse écrite à ce sujet la
semaine passée.
02 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het verbod
op het dragen van religieuze symbolen" (nr. 14106)
02 Question de M. Robert Van de Velde au ministre de l'Intérieur sur "l'interdiction du port de signes
d'appartenance religieuse" (n° 14106)
02.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik ga twee
weken terug in de tijd. Op dat moment was er het incident met imam
Taouil, die de oproep lanceerde om gesluierde meisjes te steunen in
hun strijd tegen het verbod op hoofddoeken in een Antwerpse school.
Hij riep daarbij publiekelijk op om op basis van het verbod tot het
dragen van die geloofstekenen in een school in september de
kinderen van school weg te houden.
Ik heb aan u drie duidelijke vragen. Ten eerste, ziet u daarin geen
vorm van oproep tot een soort van burgerlijke ongehoorzaamheid?
Ten tweede, maakt dat soort oproepen deel uit van een inbreuk tegen
het plan Radicalisme?
Ten derde, achteraf heeft de imam zelf zijn woorden wat gemilderd en
zelfs tegengesproken. Dat is zijn goed recht, maar de oproep was
toch maar gelanceerd. Is er op een of andere manier gereageerd ten
opzichte van die man in verband met die op zijn minst opruiende
oproep?
02.01 Robert Van de Velde
(LDD): Il y a quinze jours, l'imam
Taouil est intervenu publiquement
pour soutenir les jeunes filles
voilées dans leur lutte contre
l'interdiction du voile dans une
école anversoise. Ce faisant, il a
incité ouvertement les jeunes à ne
pas aller à l'école en guise de
protestation.
Ne s'agit-il pas d'un appel à la
désobéissance
civile?
Cette
intervention ne constitue-t-elle pas
une
atteinte
au
"plan
Radicalisme"? Cet appel subversif
a-t-il donné lieu à une réaction?
02.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer Van de Velde, de imam in
kwestie heeft de ouders van de moslimmeisjes tijdens een betoging
opgeroepen om in september niet naar een school te gaan waar het
verbod op het dragen van een hoofddoek geldt. Achteraf heeft hij dat
standpunt overigens sterk genuanceerd in de media.
Met betrekking tot de openbare orde heeft dat evenement uiteraard
de aandacht van de politiediensten en de bestuurlijke overheid
getrokken, maar het plan Radicalisme van de regering beoogt om
activiteiten in kaart te brengen die een gevaar betekenen voor het
voortbestaan van onze democratische rechtstaat. Wij denken niet dat
het incident in dat kader kan worden gesitueerd, zodat er bijgevolg in
02.02 Guido De Padt, ministre:
Lors d'une manifestation, l'imam
concerné a appelé les parents des
jeunes filles musulmanes à ne pas
laisser leurs enfants se rendre, en
septembre, dans une école où le
port du foulard est interdit. Ensuite,
il a fortement nuancé sa position
dans les médias.
Pareille
invitation
requiert
l'attention des services de police et
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
het kader van het plan Radicalisme niet werd gereageerd op de
betrokken imam.
de l'autorité administrative mais il
ne convient pas, à mon estime, de
réagir dans le cadre du plan
Radicalisme. Il ne s'agit pas, en
effet, d'un incident susceptible de
menacer
l'État
de
droit
démocratique.
02.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, het lijkt mij
toch een debat waard of dergelijke publieke oproepen al dan niet een
gevaar tegen de democratie kunnen betekenen. De imam nuanceert
zijn standpunt achteraf wel en spreekt zichzelf dan nog met alle
plezier tegen, maar op dat moment is de oproep wel gelanceerd.
Als morgen ex-kardinaal Danneels zich verzet tegen x, y of z, zullen
wij dan op dezelfde manier reageren? Een en ander wordt mijn
inziens nogal gemakkelijk onder de mat geschoven. Een duidelijk
signaal tegen een van de basiselementen van onze democratie wordt
hier gewoon tenietgedaan.
Ik denk dat wij in het kader van het plan Radicalisme de afweging
moeten maken of dergelijke publieke oproepen niet moeten worden
opgenomen in het plan. Dat lijkt mij een punt van discussie.
02.03 Robert Van de Velde
(LDD): L'imam a ensuite nuancé
ses propos, mais le mal était fait.
De tels appels à la radicalisation
ne constituent-ils pas une menace
pour la démocratie? Si le cardinal
Daneels faisait de même, ses
déclarations ne seraient pas prises
aussi à la légère. Cela mérite un
débat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de l'Intérieur sur "la situation des 270 inspecteurs de
niveau 2A et 2B de l'ex-PJ" (n° 13871)
03 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de toestand van
de 270 inspecteurs van niveau 2A en 2B van de vroegere gerechtelijke politie" (nr. 13871)
03.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, il y a quelques mois,
à l'occasion d'une question portant sur l'avant-projet de loi réparatrice
Vésale-III, j'ai attiré votre attention sur la situation des quelque 270
inspecteurs de niveau 2A et 2B de l'ex-PJ auprès des parquets
embauchés depuis 1991 et dont le statut ne permet pas le
commissionnement au grade supérieur alors qu'ils en bénéficieraient
s'ils étaient membres d'une autre catégorie de personnel.
Vous m'aviez alors assuré votre volonté d'éviter de mettre un point
final aux droits transitoires liés à la réforme des polices et de créer de
nouvelles discriminations. Les inspecteurs 2A et 2B sont pourtant
victimes de discrimination au sens où, s'agissant d'une progression
de cadre sans examens, ils sont les seuls à ne pas bénéficier d'un
système dérogatoire au droit commun, tapis rouge ou tapis orange.
S'agissant de l'argument d'ordre budgétaire, d'après mes
informations, les inspecteurs 2A et 2B sont en général insérés dans
les échelles barémiques M.4.2 ­ le cadre moyen ­ avec un traitement
minimum de 21.527 euros et un maximum de 35.316 euros. Si c'est
bien exact, leur faire profiter d'un saut de grade à l'instar de leurs
collègues de l'ex-BSR n'aurait donc quasiment aucun impact
budgétaire dès lors que l'échelle O.2, première échelle barémique de
l'officier, est de 24.000 euros minimum et de 35.750 maximum en fin
de carrière. J'ai l'impression que la différence entre l'échelle M.4.2 et
l'échelle O.2 est minime. Je me demande donc si l'argumentation
budgétaire ne devrait pas être revue, en prenant ces chiffres en
considération.
03.01 Kattrin Jadin (MR):
Volgens hun statuut kunnen een
aantal inspecteurs van niveau 2A
en
2B
van
de
vroegere
gerechtelijke
politie
bij
de
parketten niet aangesteld worden
in de hogere graad. Dat zou wél
mogelijk zijn, indien ze tot een
andere
personeelscategorie
behoorden. Dat is een vorm van
discriminatie, in die zin dat ze de
enige personeelsleden zijn die
geen gebruik kunnen maken van
een regeling die afwijkt van het
gemeen recht.
Aangezien de inspecteurs van
niveau 2A en 2B in het algemeen
in de loonschaal M.4.2 (wedde
tussen 21.527 en 35.316 euro) zijn
ingeschaald, zou een verhoging in
graad naar het voorbeeld van de
ex-BOB'ers
nauwelijks
een
budgettaire weerslag hebben. De
loonschaal O.2 bedraagt immers
minimaal 24.000 en maximaal
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Enfin, à l'occasion de ma dernière question orale, vous m'avez
expliqué également qu'il était prévu que les 2A et 2B soient insérés
dans le cadre 2+ d'inspecteur principal de police avec une spécialité
particulière. Ils bénéficieront d'échelles de traitement réservées aux
seuls 2+. Ce grade 2+ équivaut pourtant normalement au grade de
sous-lieutenant de gendarmerie, soit le dernier grade avant les grades
d'officier. Il ne s'agit donc pas d'un grade de sous-officier comme cela
aurait pu être occasionnellement présenté.
Eu égard à ce que je viens de vous exposer, je voudrais vous poser
les questions suivantes. Confirmez-vous que les échelles barémiques
évoquées sont bien correctes et que l'impact budgétaire serait ténu?
À partir de là, quelles dispositions pourraient supprimer cette
différence de traitement au préjudice des inspecteurs 2A et 2B que
d'aucuns qualifient de discriminatoire?
Comme prévu lors d'un Conseil des ministres du mois d'avril, un
groupe de travail sera-t-il institué? Pourquoi ce groupe de travail n'a-t-
il pas été réuni alors qu'il devait le faire pendant l'examen par le
Conseil d'État de l'avant-projet de loi Vésale-III? Enfin, un
représentant de l'ex-police judiciaire pourra-t-il prendre part aux
débats de ce groupe de travail? Ce dernier examinera-t-il le cas de
tous les inspecteurs 2A et 2B et pas uniquement celui des
universitaires?
35.750 euro.
U
heeft
verklaard
dat
de
inspecteurs van niveau 2A en 2B
ingeschaald zouden worden in de
graad 2+ van hoofdinspecteur van
de
politie
met
bijzondere
specialisatie. Die graad stemt
overeen met de graad van
onderluitenant van de rijkswacht.
Het gaat dus niet om een graad
van onderofficier, zoals men
misschien heeft laten uitschijnen.
Gaat
het
om
de
juiste
loonschalen? Welke maatregelen
zou men kunnen treffen om dat
verschil in behandeling ten nadele
van de inspecteurs van niveau 2A
en 2B weg te werken?
Waarom is de werkgroep niet
bijeengekomen?
Zal
een
vertegenwoordiger
van
de
vroegere
gerechtelijke
politie
kunnen
deelnemen
aan
de
werkzaamheden
van
die
werkgroep? Zal die werkgroep de
toestand van alle inspecteurs van
niveau 2A en 2B onderzoeken, en
niet enkel de situatie van de
universitairen?
03.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, les montants cités dans votre introduction ne sont pas tout à
fait corrects. Les montants exacts sont les suivants: pour l'échelle
barémique M.4.2, le traitement minimum est de 21.346 euros, le
traitement maximum est de 35.018 euros, pour l'échelle barémique
O.2, le traitement minimum est de 23.797 euros et le traitement
maximum de 35.448 euros.
Sur base de ces montants, on peut conclure que l'impact budgétaire
sera bien ténu. Toutefois, il ne faut pas perdre de vue que ces
échelles barémiques permettent le passage à d'autres échelles
moyennant satisfaction aux conditions statutaires, ce qui augmentera
indiscutablement l'impact budgétaire d'année en année. Madame, je
vous remettrai dans un instant le document reprenant tous les
chiffres.
Pour répondre à vos autres questions, je m'en tiens à la notification
du Conseil des ministres dans laquelle il est fait référence aux
membres du personnel qui ont une qualification universitaire.
L'engagement est tout à fait respecté. En effet, entre-temps, des
travaux préparatoires ont été entrepris par mes collaborateurs:
coordination avec la Justice, récolte de données chiffrées, réunion
avec M. Van Thielen qui, pour vous rassurer, était accompagné de
plusieurs ex-péjistes, réunion avec la commission permanente de la
police locale, réunion du comité de direction de la police fédérale. Le
tout a été présenté en toute transparence. La question sera bien
03.02 Minister Guido De Padt: In
de loonschaal M.4.2 bedraagt de
wedde minimaal 21.346 euro en
maximaal 35.018 euro; in de
loonschaal O2 bedraagt de wedde
minimaal
23.797
euro
en
maximaal
35.448
euro.
Aanvankelijk kan de budgettaire
impact dus inderdaad beperkt zijn,
maar men mag niet vergeten dat
die loonschalen de overgang naar
andere
loonschalen
mogelijk
maken, indien aan de statutaire
voorwaarden wordt voldaan. De
budgettaire impact zal dan ook van
jaar tot jaar toenemen.
De verbintenis ten aanzien van de
personeelsleden
met
een
universitair
diploma
wordt
onverkort
nagekomen.
Mijn
medewerkers
zorgden
voor
coördinatie
met
Justitie
en
verzamelden
cijfers,
en
ze
belegden een vergadering met de
heer Van Thielen en verscheidene
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
examinée en Conseil des ministres.
ex-GP'ers, een vergadering met
de vaste commissie van de lokale
politie en een vergadering van het
directiecomité van de federale
politie. De ministerraad zal zich nu
over die kwestie buigen.
03.03 Kattrin Jadin (MR): Merci, monsieur le ministre. Je serais en
effet très heureuse de recevoir le tableau que vous avez mentionné
dans votre réponse. Si j'ai bien compris, il n'y aura pas de possibilité
pour les non-universitaires qui sont dans une situation semblable à
leurs collègues universitaires de bénéficier de cette loi réparatrice
"Vésale-III".
03.03 Kattrin Jadin (MR): Als ik
het goed begrepen heb, zullen
niet-universitairen
wier
positie
vergelijkbaar is met die van hun
universitair geschoolde collega's,
geen gebruik kunnen maken van
de herstelwet-Vesalius III.
03.04 Guido De Padt, ministre: C'est le Conseil des ministres qui va
en décider.
03.04 Minister Guido De Padt:
Daar zal de Ministerraad over
beslissen.
03.05 Kattrin Jadin (MR): Malgré tout, on pallie une certaine
discrimination sans aller jusqu'au bout.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Questions jointes de
- M. Éric Thiébaut au ministre de l'Intérieur sur "le rejet de xénon détecté par Telerad dans les environs
de Fleurus" (n° 13873)
- de Mme Katrien Partyka au ministre de l'Intérieur sur "la fuite de gaz Xénon à Fleurus" (n° 14088)
04 Samengevoegde vrangen van
- de heer Éric Thiébaut aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de door Telerad vastgestelde
uitstoot van xenon in de omgeving van Fleurus" (nr. 13873)
- mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het lek van Xenon-gas te
Fleurus" (nr. 14088)
04.01 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le réseau de détection Telerad qui surveille la radioactivité
ambiante sur l'ensemble du territoire belge a enregistré le 18 juin
dernier un rejet anormal de xénon au sein de l'entreprise Nordion à
Fleurus. Cette entreprise est spécialisée dans la fabrication d'isotopes
radioactifs servant notamment au diagnostic et au traitement de
patients atteints du cancer. Le rejet mesuré par Telerad était élevé
par rapport au rejet de routine de Nordion mais, selon l'Agence
fédérale du contrôle nucléaire, il ne constitue pas un risque pour la
santé publique.
Cependant, dans la foulée des analyses menées par le contrôle
physique de l'exploitant, par les équipes de Bel-V et de l'Agence, les
événements ont été jugés suffisamment sérieux pour décider
d'interdire immédiatement et jusqu'à nouvel ordre toute activité dans
l'entreprise Nordion. L'exploitant ne pourra reprendre ses activités que
sur décision de l'Agence.
Afin de ne pas me contenter des informations diffusées par la presse
et pour bien comprendre tous les événements survenus ce 18 juin
dans l'entreprise Nordion, permettez-moi, monsieur le ministre, de
vous poser les questions suivantes. Pouvez-vous nous expliquer en
détail les niveaux de rejet mesurés par le système Telerad le 18 juin
04.01 Eric Thiébaut (PS): Het
Telerad-meetnet, waarmee de
omgevingsradioactiviteit
wordt
gecontroleerd, registreerde op 18
juni
een
abnormaal
hoge
xenonuitstoot bij de onderneming
Nordion in Fleurus. De uitstoot lag
hoog in vergelijking met het
gebruikelijke niveau, maar er is
volgens het Federaal Agentschap
voor Nucleaire Controle (FANC)
geen
risico
voor
de
volksgezondheid.
De
feiten
werden niettemin ernstig genoeg
geacht om de activiteit op het
bedrijf te verbieden. Het bedrijf zal
pas opnieuw kunnen worden
opgestart na een beslissing van
het FANC.
Kunt u ons een gedetailleerde
toelichting geven over de op 18
juni
door
Telerad
gemeten
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
et les actions de l'Agence prises en réaction à ces mesures? Quelles
sont les conclusions des enquêtes menées sur place par l'Agence et
Bel-V sur l'origine et les causes de la fuite? Pouvez-vous nous
confirmer que cette fuite n'est pas nocive pour la santé des riverains
de l'entreprise Nordion? Quelles mesures s'imposent à l'avenir pour
l'exploitant afin que ce type d'incident ne se reproduise plus?
uitstootniveaus en de maatregelen
waarmee
daarop
werd
gereageerd?
Wat
zijn
de
conclusies van het onderzoek door
het FANC en Bel-V met betrekking
tot de bron en de oorzaken van het
lek? Is de gelekte stof niet
schadelijk voor de gezondheid van
de
omwonenden?
Welke
maatregelen zijn noodzakelijk om
een herhaling van dit soort
incidenten te voorkomen?
04.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur Thiébaut, veuillez
m'excuser de donner la réponse en deux langues: je l'avais préparée
également pour une question de Mme Partyka sur le même sujet.
Het nieuwe lozingsincident op de nucleaire site van Fleurus roept
inderdaad herinneringen op aan het incident van augustus 2008 bij
het IRE. Er zijn echter talrijke verschillen. Sta mij toe de feiten even te
overlopen.
Op 18 juni 2009 omstreeks 12.30 uur ontving de expert die op dat
ogenblik op het FANC wachtdienst had, drie verschillende
radiologische alarmen van de site van Fleurus. Een eerste alarm was
afkomstig van de meting van het dosistempo op de schouw van het
gebouw B4. Zoals is geweten, wordt voornoemde schouw gebruikt
door zowel het IRE als door MDS Nordion, die zich beide op de site
van Fleurus bevinden. De twee andere alarmen waren afkomstig van
meetstations die deel uitmaken van het automatische meetnet
Telerad, met name een station dat deel uitmaakt van de ring rond de
site en het agglomeratiestation dat zich in de woonkern te Lambusart
bevindt.
Aan de omheining van de site werd gedurende korte tijd een
piekwaarde van 580 nanosievert per uur genoteerd, terwijl een
waarde van ongeveer 125 nanosievert per uur normaal is.
05.02 Guido De Padt, ministre:
Le nouvel incident de rejet sur le
site nucléaire de Fleurus rappelle
en effet l'incident qui s'est produit
en août 2008 à l'IRE. Mais il y a
toutefois des différences entre les
deux.
Le 18 juin 2009, vers 12 h 30,
l'expert de garde à l'AFCN a reçu
trois alertes radiologiques du site
de Fleurus. Une première alerte
provenait de la mesure sur la
cheminée du bâtiment B4. Les
deux autres alertes provenaient
des balises qui font partie du
système de mesure automatique
Telerad et plus précisément d'une
balise sur le ring près du site et
d'une
balise
installée
dans
l'agglomération de Lambusart.
Au niveau de la clôture du site on
a enregistré, pendant un court
moment, une pointe de 5880
nanosieverts par heure alors que
la valeur normale y est de 125
nanosieverts.
L'expert de garde a dès lors contacté le site de Fleurus afin d'obtenir
de plus amples informations. Il lui a été confirmé que le rejet (estimé
le 18 juin à une activité de 2,7 téra becquerels) était uniquement
constitué de xénon. Le lendemain, une réévaluation plus précise a
donné une activité de 3,7 téra becquerels de xénon rejeté en dix
minutes environ.
Dans des quantités semblables à celles qui ont été rejetées durant
l'incident, le xénon 133 pur ne présente qu'un risque infime pour les
riverains. De plus, s'agissant d'un gaz noble, cet isotope n'est pas
métabolisé par l'organisme et ne se dépose ni sur les fruits ni sur les
légumes. Lorsque le xénon est inhalé, il est ensuite expiré sans risque
de contamination interne.
L'expert de l'Agence a dès lors contacté ses homologues de
l'établissement MDS Nordion mis en cause dans cet incident. Ils ont
Er werd de deskundige bevestigd
dat
de
uitstoot
in
Fleurus
uitsluitend xenon betrof. In die
hoeveelheden houdt dat edelgas
slechts een miniem risico in voor
de omwonenden.
Een
deskundige
van
de
technische
dochteronderneming
van
MDS
Nordion
werd
uitgestuurd om ter plaatse de
oorzaak van het incident te
onderzoeken. Het bleek om een
niet goed passende koppeling te
gaan. De deskundige diende
eveneens na te gaan of er geen
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
directement dépêché sur place un expert de leur filiale technique Bel-
V afin de recueillir de premiers éléments d'information sur les causes
de l'incident et de s'assurer qu'aucun autre rejet de xénon ne pouvait
se produire.
Sur la base des premières informations obtenues, l'Agence a
immédiatement imposé la mise à l'arrêt de cette installation de
purification de xénon. En effet, la cause de l'incident a été rapidement
découverte. Il s'agit de la cassure d'un joint inadapté qui avait été
choisi pour raccorder une pièce qui n'était pas installée originellement.
Ceci constitue donc une modification à déclarer préalablement à
l'Agence.
L'enquête menée dans les jours suivants a permis d'analyser en
profondeur les circonstances aussi bien techniques qu'administratives
ayant permis l'apparition de l'incident ainsi que les conditions de
redémarrage de l'installation. L'Agence a ensuite précisé, via un
deuxième arrêté, les conditions dans lesquelles cette installation
pourrait redémarrer.
MDS Nordion a d'ailleurs déjà transmis un plan d'action dans le but de
réaliser des adaptations techniques et administratives en rapport avec
la sûreté de l'installation incriminée. Y sont notamment reprises des
mesures concrètes en matière de gestion des modifications des
équipements, mais aussi en termes de monitoring.
L'arrêt de l'installation imposé par l'Agence a surtout pour objectif de
protéger les travailleurs, mais pas les riverains - qui courent peu de
risques, comme je l'ai expliqué plus haut.
risico was dat er opnieuw xenon
zou
worden uitgestoten. De
installatie moest worden stilgelegd.
De daaropvolgende dagen werden
de technische en administratieve
omstandigheden van het incident
onderzocht. Het Agentschap heeft
vervolgens
de
voorwaarden
bepaald waaronder de installatie
opnieuw zou mogen worden
opgestart. MDS Nordion heeft
overigens
al
een
actieplan
voorgelegd.
De
installatie
werd
vooral
stilgelegd om het personeel te
beschermen,
want
de
omwonenden lopen weinig risico.
Ik kan nog melden dat het bedrijf Nordion zijn dienst voor fysieke
controle heeft toevertrouwd aan AIB-Vinçotte Controlatom. Het FANC
heeft de controle op het goed functioneren van die dienst
toevertrouwd aan Bel V.
Vergelijkingen met het lozingsincident bij het IRE zijn begrijpelijk,
maar lopen mank op tal van punten. Het gaat om een ander bedrijf,
MDS Nordion in plaats van IRE en om de lozing van een ander
radioactief product, xenon in plaats van jodium, met andere
karakteristieken, zowel fysisch, chemisch als biochemisch. Het ging
om een kortstondige lozing, die slechts een tiental minuten aanhield in
plaats van meerdere dagen. De lozing werd onmiddellijk gedetecteerd
door de meetstations van Telerad, niet alleen via de schouwmeting.
Ten slotte werd het incident aanstonds door de exploitant vastgesteld
en geremedieerd.
L'entreprise Nordion a confié son
service de contrôle physique à
AIB-Vinçotte Controlatom. L'AFCN
contrôle
ce
service
par
l'intermédiaire de Bel V.
Je
comprends
que
certains
établissent une comparaison entre
l'incident de Fleurus et l'incident
de rejet à l'IRE mais cette
comparaison ne tient pas la route
pour plusieurs raisons: chez
Nordion, il ne s'agit pas d'un rejet
d'iode mais de xénon, un gaz qui
présente
d'autres
propriétés
physiques et chimiques. En outre,
ce rejet a été de courte durée et il
a été détecté immédiatement par
Telerad. L'exploitant a constaté
instantanément le rejet de ce gaz
et il y a remédié sur-le-champ.
04.03 Eric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour ces éléments de réponse très précis et techniques.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Le président: La question n° 13889 de Mme Muylle est transformée en question écrite à sa demande.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de stopzetting van de
tuchtprocedure tegen Christa Debeck" (nr. 13914)
- de heer Robert Van de Velde aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de tuchtprocedure tegen
Christa Debeck" (nr. 14107)
05 Questions jointes de
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "l'arrêt de la procédure disciplinaire contre
Christa Debeck" (n° 13914)
- M. Robert Van de Velde au ministre de l'Intérieur sur "la procédure disciplinaire contre Christa
Debeck" (n° 14107)
05.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, via de pers
hebben wij een aantal weken geleden vernomen dat de
tuchtprocedure tegen de vermeende hoofdrolspeelster in de
benoemingscarrousel bij de federale politie, namelijk mevrouw Christa
Debeck, op niets is uitgedraaid. In de wandelgangen wordt
daarenboven nog gezegd dat de schorsing van de voormalige
adjunct-inspecteur-generaal van de Algemene Inspectie, de heer
Guido Van Wymeersch, recent ook zou zijn opgeheven. Intussen
weten we al wat de situatie is van de tuchtprocedure tegen de
commissaris-generaal van de federale politie, de heer Fernand
Koekelberg. Met andere woorden, niettegenstaande de rapporten van
het Comité P, die klaar en duidelijk waren over de rol van ieder van
die mensen en van de voormelde topambtenaren, is er blijkbaar op
tuchtrechtelijk vlak eigenlijk niks gebeurd.
Anderzijds lopen er verscheidene strafrechtelijke procedures waarin
sommige van dezelfde ambtenaren betrokken zijn. Die procedures
slepen intussen ook alweer meer dan een jaar aan. In schril contrast
tot dat alles staat de procedure die werd gevoerd tegen de korpschef
van de lokale politie van Gent, de heer De Wolf. Het gaat hier
nochtans ook om een geval van schriftvervalsing, dus de parallel is
zeer duidelijk. De man werd van bij de start van het onderzoek
onmiddellijk geschorst en werd op enkele maanden tijd intussen ook
veroordeeld. Er is een duidelijk onderscheid: het zijn vergelijkbare
zaken, maar blijkbaar leek het niveau van de topambtenaar of de
bescherming of de plaats van woonst een verschil te maken. De ene
procedure ging veel sneller dan de andere, vandaar een aantal
vragen.
Ten eerste, wat is uiteindelijk het nut van de onderzoeken van het
Comité P in de zaken-Koekelberg, -Van Wymeersch, -Debeck, -
Closset enzovoort? Deugt het hele systeem dan eigenlijk niet?
Niettegenstaande duidelijke aanwijzingen als de ellenlange rapporten
die zijn verschenen, het aanstellen van experts, een parlementaire
begeleidingscommissie en noem maar op ­ alle kanonnen werden in
stelling gebracht ­ is er in heel de soap uiteindelijk niemand op
tuchtrechtelijk vlak veroordeeld. Ik zeg heel duidelijk: op tuchtrechtelijk
vlak aangepakt. Ik neem aan dat men bezwaarlijk kan stellen dat er
niks aan de hand was.
Ten tweede, is het niet duidelijk dat er aan het hele tuchtsysteem van
de politie iets schort? Dringen zich ook daar geen duidelijke
maatregelen op?
Vervolgens stellen we vast dat er door de tuchtoverheid van de
05.01 Robert Van de Velde
(LDD): Nous avons appris par la
presse
que
la
procédure
disciplinaire intentée contre Mme
Debeck n'a donné aucun résultat.
De plus, la suspension de l'ancien
inspecteur général adjoint de
l'Inspection
générale,
M. Van
Wymeersch, aurait été levée et
nous savons depuis ce qu'il est
advenu
de
la
procédure
disciplinaire visant le commissaire
général de la police fédérale, M.
Koekelberg.
Nonobstant
les
rapports du Comité P, aucune
démarche disciplinaire ne semble
avoir été entreprise. D'autre part,
des
procédures
pénales
impliquant
certains
de
ces
fonctionnaires sont en cours
depuis un an.
Le contraste est flagrant avec la
procédure lancée contre le chef de
corps gantois, M. De Wolf. Ici
aussi, il s'agit de faux en écritures.
Il a été immédiatement suspendu
et rapidement condamné.
Quelle est l'utilité des enquêtes du
Comité P
puisque
finalement
aucune condamnation disciplinaire
n'a été prononcée? Le régime
disciplinaire de la police présente
manifestement
des
lacunes.
Quelles sont les mesures à
prendre pour les combler?
Nous constatons par ailleurs que
les autorités disciplinaires de la
police ne lésinent pas sur les
mesures d'ordre à l'encontre des
subordonnés. Le sommet de la
hiérarchie
policière
est
intouchable, mais peut imposer
des mesures disciplinaires aux
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
politiek dan weer gretig gebruik wordt gemaakt van het opleggen van
de zogenaamde ordemaatregelen, een nieuw modewoord, aan de
ondergeschikten. Met andere woorden, aan de top van de politie kan
men duidelijk niet raken, maar dezelfde top kan zich dan wel weer
bedienen van een middel om de ondergeschikten maatregelen op te
leggen via een soort van verborgen tuchtmaatregel. Die wordt wel
ordemaatregel genoemd, maar komt uiteindelijk neer op een
tuchtmaatregel. Recent is hierover in de pers een aantal zaken
verschenen en ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het in
sommige van die gevallen gaat om misbruik van de tuchtoverheid bij
de politie en dit louter en alleen met de bedoeling om een soort van
chilling effect te creëren bij de ondergeschikten.
Het chilling effect kwam reeds een aantal keren ter sprake. Ik licht het
kort toe, heel plastisch. Iemand die zich binnen de administratie,
binnen uw organisatie of bijvoorbeeld binnen justitie wat tegen het
beleid keert, zijn nek durft uit te steken, die wordt bij wijze van
spreken gauw links en rechts om de oren getikt en krijgt de
boodschap zich stil te houden en zich maar beter neer te leggen bij
wat er algemeen wordt beslist.
Het spreekwoord "Luister naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn
daden" lijkt heel toepasselijk.
Mijn vragen zijn de volgende. Lijken die ordemaatregelen niet een
klein beetje op machtsmisbruik door enkelen? Kunt u verklaren
waarom het in de zaak van de Gentse korpschef zo snel is gegaan,
terwijl de procedures tegen de top van de federale politie na een jaar
nog niets hebben opgeleverd? Heeft die situatie er niet alle schijn van
dat er hier met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt?
subordonnés. Dans certains cas, il
y a même abus de ces mesures
d'ordre, simplement pour faire
rentrer les subordonnés dans le
rang.
Pourquoi l'affaire De Wolf a-t-elle
été traitée aussi rapidement, alors
que les procédures contre le
sommet de la police fédérale n'ont
encore produit aucun résultat
après un an? Est-il question en
l'occurrence de deux poids et deux
mesures?
De voorzitter: Vraag nr. 14107 van de heer Ben Weyts is zonder
voorwerp, aangezien hij niet aanwezig is.
Le
président:
La
question
n° 14107 de M. Ben Weyts est
sans objet, étant donné qu'il n'est
pas présent.
05.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik zal
eerst een overzicht geven van de tuchtzaken die lopen en wat mijn rol
daarin zou kunnen zijn.
In de tuchtzaken-Koekelberg en -Debeck heb ik mij gewraakt. Ik zal
daarover dus geen uitspraken doen. Wanneer u dat wel wil weten,
moet u zich wenden tot de bevoegde tuchtoverheid, in casu collega
De Gucht, maar dan moet u wel snel zijn.
In het dossier inzake de selectie van de heer Van Wymeersch tot
korpschef van Brussel heb ik mij ook gewraakt. Ondertussen werd het
dossier volledig afgehandeld door collega De Gucht en mondde uit in
een tuchtstraf, met name een blaam, die thans wordt aangevochten
voor de Raad van State.
In een ander dossier met betrekking tot de heer Van Wymeersch, met
name de selectie van Christa Debeck voor een functie bij de
algemene inspectie, wacht ik nog op de strafrechtelijke afwikkeling.
Het Comité P schakelde eertijds de gerechtelijke instanties in. Op
basis van de gerechtelijke afloop, die nog moet worden bezegeld, in
tegenstelling tot berichten die daaromtrent in de pers zijn verschenen,
zal moeten worden besloten of en door wie een tuchtprocedure moet
05.02 Guido De Padt, ministre:
En ce qui concerne les affaires
disciplinaires
intentées
contre
M. Koekelberg et Mme Debeck, il
convient de s'adresser, vu ma
récusation, à l'autorité disciplinaire
compétente, à savoir M. De Gucht.
Cela vaut également pour le
dossier Van Wymeersch relatif à
sa sélection comme chef de corps
de Bruxelles, qui a toutefois
résulté en une peine disciplinaire
contestée devant le Conseil d'État.
Dans
un
autre
dossier
Van Wymeersch ­ concernant la
sélection de Mme Debeck pour
l'Inspection générale ­ j'attends
toujours le suivi pénal. Le
Comité P a en effet saisi les
instances
judiciaires
qui
décideront s'il y a lieu ou non de
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
worden aangespannen. Zo atypisch is een en ander dus niet.
Dat neemt niet weg dat de tuchtwet substantieel kan worden
verbeterd. De Federale Politieraad legde de vingers trouwens op de
wonde. Ik heb daarover de voorbije dagen nieuwe en concrete ideeën
gelanceerd, zoals een aanpassing van het straffenarsenaal, een
herschikking van de bevoegde tuchtoverheden en een versoepeling
van de procedures. Ik wil daarvan samen met het Parlement echt
werk maken.
Wat uw derde vraag betreft, iedereen gelijk voor de wet zowel inzake
tucht- als ordemaatregel, kan ik u meedelen dat mijn nieuwe
voorstellen, als ze worden aanvaard, daartoe zullen bijdragen.
Wat betreft uw laatste vraag waarom het in de ene zaak soms veel
sneller gaat dan in de andere, moet u zich richten tot mijn collega van
Justitie. Ik vraag overigens niet beter dan dat in de zaak-
Van Wymeersch klare wijn wordt geschonken door de gerechtelijke
instanties.
Voor de volledigheid, de al of niet handhaving van zijn voorlopige
schorsing berust wettelijk bij de lokale overheid.
mener une procédure disciplinaire.
Il n'empêche que la loi disciplinaire
pourrait être largement améliorée.
Le Conseil fédéral de police l'a
souligné et, ces derniers jours, j'ai
moi-même lancé en la matière de
nouvelles
idées
que
je
souhaiterais examiner avec le
Parlement. Il résultera de mes
propositions que chacun sera
traité sur un pied d'égalité en
matière de mesures disciplinaires
et d'ordre.
Il faudra demander au ministre de
la Justice pourquoi une affaire est
traitée plus vite qu'une autre. Je
demande par ailleurs également
que les instances judiciaires
fassent la clarté dans l'affaire Van
Wymeersch. Le maintien ou non
de sa suspension provisoire relève
d'ailleurs de la compétence des
autorités locales.
05.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ten eerste,
u stelt duidelijk dat u, wat de zaak-Van Wymeersch betreft, wacht op
het strafrechtelijke onderzoek. Lijkt u dat niet voor een stuk in
tegenstelling met hetgeen is gebeurd in de zaak-De Wolf? Ik heb u
die vraag al gesteld. De heer De Wolf heeft net na de bekendmaking
van de feiten een ordemaatregel tegen zich gekregen. Hij werd
buitenspel gezet. Is dat ook met de heer Van Wymeersch gebeurd? Is
dat ook met de heer Koekelberg gebeurd?
05.03 Robert Van de Velde
(LDD):
Dans
l'affaire
Van
Wymeersch, le ministre attend
l'enquête pénale. Pourquoi cette
différence par rapport à l'affaire De
Wolf? Ce dernier avait fait
immédiatement
l'objet
d'une
mesure disciplinaire et avait été
écarté.
05.04 Minister Guido De Padt: (...)
05.05 Robert Van de Velde (LDD): Het is duidelijk dat er in de
procedures met twee maten wordt gemeten.
Ten tweede, u zegt dat u bereid bent om werk te maken van het hele
tuchtonderzoek en de strafmaatregelen. Wij hebben een
onafhankelijke commissie of een onafhankelijk instituut nodig dat zich
daarmee kan bezighouden. Dat is een belangrijk gegeven. U moet
opletten dat u niet telkens in hetzelfde verhaal van ons kent ons
verzeild geraakt, waardoor u in dezelfde cirkel blijft draaien en in
hetzelfde systeem blijft. Vandaag worden door het Comité P zoveel
mogelijk verslagen geschreven, maar uiteindelijk gebeurt er niets. Het
lijkt mij niet onlogisch om de onafhankelijkheid te garanderen, want
anders zullen alle bijkomende maatregelen die u wenst te nemen,
geen enkel effect sorteren.
Ten derde, het ene onderzoek loopt sneller dan het andere. U verwijst
daarvoor naar Justitie. Blijkbaar heeft het toch wel voor een stukje te
maken met de graad van urgentie en de interesse vanuit de
organisatie zelf. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat men er in
Gent toch wat sneller tegenaan is gegaan dan in Brussel en dat dat
05.05 Robert Van de Velde
(LDD): On pratique donc le "deux
poids, deux mesures".
Pour
modifier
l'enquête
disciplinaire et les sanctions, il faut
un institut indépendant, faute de
quoi
les
nouvelles
mesures
resteront sans effet.
Le ministre renvoie à son collègue
de la Justice, mais il est clair que
la rapidité de l'enquête dépend du
degré d'urgence que l'on donne à
un dossier. La nette différence
dans le traitement des dossiers
gantois
et
bruxellois
est
entièrement imputable au fait que
l'enquête arrangeait davantage le
ministre dans un cas que dans
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
gewoon te maken had met het faciliteren van het onderzoek en met
het feit dat het ene u beter uitkwam dan het andere. Bij mij blijft hierbij
heel sterk de indruk van de twee maten hangen.
l'autre.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Questions jointes de
- Mme Marie-Martine Schyns au ministre de l'Intérieur sur "l'organisation des services d'incendie suite
à la mise en service du poste avancé de Fourons" (n° 13991)
- Mme Marie-Martine Schyns au ministre de l'Intérieur sur "l'organisation des services d'incendie suite
à une réunion entre les services régionaux d'incendie de Herve et de Bilzen" (n° 13992)
06 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de organisatie van de
brandweerdiensten na de installatie van de vooruitgeschoven post in Voeren" (nr. 13991)
- mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de organisatie van de
brandweerdiensten na een vergadering tussen de gewestelijke brandweerdiensten van Herve en
Bilzen" (nr. 13992)
06.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, ma première question concerne une réunion qui a eu lieu
le 3 avril dernier entre le service Incendie de Herve et celui de Bilzen.
Il y est apparu que les nouveaux pompiers fouronnais seraient
systématiquement couverts par les pompiers néerlandais de Eysden
et/ou Margraten en attendant l'arrivée de ceux de Bilzen. Pouvez-vous
me préciser si un accord transfrontalier existe actuellement à ce sujet
et quelle en est la teneur?
Au cours de cette même réunion est apparu le fait que ni Fourons, ni
Margraten, ni Eysden ni même Bilzen ne possèdent d'auto-échelle ou
d'élévateur. Il faudra largement plus de 20 minutes pour atteindre le
premier village de l'entité fouronnaise avec du matériel de ce type
provenant du Limbourg belge, et plus d'un quart d'heure
supplémentaire pour traverser la commune de Fourons. Or si un
incendie éclate dans un établissement comme la maison de repos de
Fouron-le-Comte, un élévateur ou une auto-échelle sera
indispensable.
Les pompiers de Bilzen ont demandé au service régional de Herve la
contribution de son élévateur. Les pompiers de Herve, qui
connaissent bien la commune, ont accepté cette contribution de
manière informelle. Mais cela n'a fait l'objet d'aucune décision écrite.
Pourriez-vous me préciser quand pourrait être concrétisée une
convention écrite interzonale, à l'initiative de la partie demanderesse,
prévoyant l'intervention d'une auto-échelle ou d'un élévateur? Le
poste avancé de Herve-Battice est en mesure de fournir cet élévateur
dans les 15 minutes maximum, ce qui est plus rapide que si ce type
de matériel doit venir de plus loin.
Même après la mise en service du poste avancé de Schietekamer à
Fourons, la partie orientale de la commune de Fourons, notamment
les villages de Rémersdael et de Teuven, sera normalement
desservie, en vertu de l'aide adéquate la plus rapide, par le SRI de
Plombières qui en est le plus proche. En cas de sinistre dans un
bâtiment élevé, comme le Castel Notre-Dame qui accueille parfois
jusque 180 jeunes, ni le service de Bilzen ni les corps néerlandais
voisins ne seront en mesure de fournir une auto-échelle. Cette
06.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): De brandweerdiensten van
Herve en Bilzen hebben tijdens
een vergadering van 3 april
jongstleden beslist dat de nieuwe
Voerense
brandweerpost
een
beroep zou kunnen doen op de
Nederlandse
brandweerkorpsen
van Eijsden of Margraten in
afwachting van de komst van de
brandweer van Bilzen. Bestaat er
thans een grensoverschrijdende
overeenkomst?
Op die vergadering bleek dat noch
de brandweerdienst van Voeren,
noch die van Margraten, Eijsden
en Bilzen over een autoladder of
een auto-elevator beschikken. Het
duurt meer dan twintig minuten om
dat materieel uit Belgisch Limburg
naar Voeren te brengen, en als
men door de gemeente moet
rijden, komen daar nog eens
vijftien minuten bij. Via de
vooruitgeschoven post van Herve-
Battice kan zo een auto-elevator
binnen vijftien minuten ter plaatse
zijn. Maar daarover bestaat er
geen schriftelijke overeenkomst.
Zou die alsnog kunnen worden
gesloten?
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
question d'auto-échelle se pose donc à nouveau. La convention
interzonale dont je parlais plus haut ne devrait-elle pas aussi inclure le
territoire de Fourons?
Le président: Vous pouvez poser votre question jointe.
De
voorzitter:
U
kan
uw
toegevoegde vraag nu stellen.
06.02 Marie-Martine Schyns (cdH): Ma deuxième question
concerne le fait que depuis le 1
er
juillet le SRI de Herve n'est plus
compétent pour couvrir la commune de Fourons. Pouvez-vous me
confirmer que le poste avancé de Fourons est en mesure d'être
opérationnel? Le matériel est-il disponible? Si non, y a-t-il eu besoin
de matériel pour couvrir la période intermédiaire?
Pouvez-vous me confirmer également que l'équipe appelée en
premier depuis le poste avancé bénéficie de l'encadrement d'un
titulaire du brevet de sergent puisque cela doit être le cas pour toute
équipe qui intervient dans le cadre de l'aide adéquate la plus rapide?
Enfin, le poste avancé de Fourons devra aussi intervenir vu sa
localisation dans la commune de Fourons mais aussi dans quatre
villages de la commune voisine de Dalhem ainsi que dans une partie
de la commune d'Aubel et de celle de Visé. Il interviendra en première
ligne au nom de l'aide adéquate et ce faisant, il devra sans doute se
dégarnir sur le territoire de la commune de Fourons puisqu'il n'y a pas
le matériel ou le personnel de rechange pour organiser un second
service.
Un argument linguistique posait problème: au moment de la création
du poste avancé de Bilzen, on avait évoqué la difficulté pour des
habitants unilingues de s'exprimer avec des pompiers parlant
exclusivement l'autre langue. Il s'agissait d'habitants néerlandophones
devant se faire comprendre des pompiers francophones de Herve-
Batice. La question se pose dans l'autre sens désormais. À mon
sens, ce n'est pas un problème mais la question a été évoquée par
d'autres comme un argument en faveur de la création du poste de
Bilzen.
Voici donc ma troisième et dernière question. Si le poste de Fourons
est appelé à la commune de Dalhem et qu'un autre incendie se
déclare à Fourons ­ envisageons le pire ­, revient-il au poste de
Herve de s'y déplacer, toujours au nom de l'aide adéquate la plus
rapide?
06.02 Marie-Martine Schyns
(cdH): Sinds 1 juli is de
gewestelijke brandweerdienst van
Herve niet meer bevoegd voor
Voeren. Is de vooruitgeschoven
post van Voeren operationeel?
Wordt
het
team
van
de
vooruitgeschoven post begeleid
door iemand die houder is van het
brevet van sergeant? Dat is
immers verplicht in het kader van
de snelste adequate hulp. Tot slot
zal de brandweerpost van Voeren
ook eerstelijnshulp moeten bieden
in een deel van de gemeenten
Dalhem,
Aubel
en
Wezet.
Daardoor zal de post minder goed
functioneren, want het is niet
mogelijk om tegelijkertijd elders
hulp te bieden.
In het kader van de oprichting van
de vooruitgeschoven post in Bilzen
rees
het
probleem
dat
Nederlandstaligen moeite zouden
hebben om met Franstalige
brandweerlui van Herve-Battice te
communiceren. Nu is de situatie
omgekeerd. Als de post van
Voeren naar Dalhem uitrukt en er
ook een brand in Voeren uitbreekt,
moet de post van Herve die dan
gaan blussen volgens het principe
van de snelste adequate hulp?
06.03 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, madame
Schyns, sachez tout d'abord que les moyens matériels et en
personnel sont réunis pour que le poste avancé de Fourons puisse
fonctionner de manière efficace depuis le 1
er
juillet 2009. Quant à vos
questions suivantes, les sapeurs-pompiers du poste de Fourons n'ont
pas encore le brevet de sergent. Selon les informations reçues du
service incendie de Bilzen, un officier du poste principal
accompagnera les pompiers du poste avancé de Fourons lors de
chaque intervention et il la dirigera. J'ai demandé que soit affecté au
poste avancé au moins un sous-officier ou un membre du service
détenteur du brevet de sergent.
L'application du principe de l'aide adéquate la plus rapide concerne
uniquement les missions de secours d'urgence. Dans ce cadre, le rôle
linguistique des pompiers importe peu puisqu'il s'agit surtout
06.03 Minister Guido De Padt:
Allereerst kan ik zeggen dat het
materieel en het personeel voor de
vooruitgeschoven post van Voeren
sinds 1 juli 2009 beschikbaar zijn.
De brandweerlui van Voeren
hebben het brevet van sergeant
nog niet behaald. Een officier van
de hoofdpost zal elke opdracht
begeleiden en leiden. Ik heb
gevraagd
dat
er
bij
elke
vooruitgeschoven post ten minste
één houder van het brevet van
sergeant zou worden aangesteld.
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
d'intervenir le plus rapidement possible pour protéger l'intégrité
physique des citoyens en péril.
En outre, aucun habitant d'une commune jouxtant la frontière
linguistique ne s'est jamais plaint auprès de mon administration
d'avoir été secouru par un pompier dans une langue qui n'était pas la
sienne.
En réponse à votre cinquième question, dans le cas de figure évoqué
et en vertu du principe de l'aide adéquate la plus rapide, le service
d'incendie de Herve devra se rendre sur place s'il apparaît que ce
service est le plus rapide à se rendre sur les lieux de l'intervention et
qu'il dispose des moyens adéquats pour intervenir de manière
efficace, alors que le service incendie de Bilzen est retenu à un autre
endroit. C'est le centre 100 compétant qui décide, après analyse des
différents facteurs relatifs à l'intervention, quel service est en mesure
d'intervenir le plus rapidement et avec les moyens les plus adéquats.
Quant à vos autres questions, d'après les informations récoltées par
mon administration auprès de la commune de Bilzen, il existe un
accord transfrontalier entre la commune de Bilzen et la zone Sud-
Limbourg des Pays-Bas. Cette convention vient d'être adaptée en
fonction de la mise en oeuvre du poste opérationnel de Fourons, ce
27 juin 2009. Il s'agit d'une convention d'aide mutuelle qui prévoit,
pour chaque intervention sur le territoire de Fourons, le double départ
du poste avancé de Fourons et d'une équipe de pompier néerlandais.
Il n'existe aucune convention écrite entre la commune de Herve et
celle de Bilzen. En cas d'intervention importante nécessitant une ou
plusieurs auto-échelles, un renfort sera automatiquement envoyé sur
place par le centre 100 de Liège.
Het principe van de snelste
adequate hulp geldt voor de
hulpverleningsopdrachten. In dat
geval is de taalrol niet zo
belangrijk, omdat het er op
aankomt de fysieke integriteit van
de burgers te beschermen.
Geen enkele inwoner van een
taalgrensgemeente diende ooit
klacht in bij mijn administratie
omdat hij hulp kreeg van een
brandweerman die zich in een
andere taal uitdrukte.
De brandweer van Herve zal
moeten uitrukken wanneer blijkt
dat hij sneller is en over de nodige
middelen beschikt op een ogenblik
dat de brandweer van Bilzen
elders aan het werk is. Het is het
bevoegde
centrum
100
dat
daarover beslist.
Er
bestaat
een
grensoverschrijdend
akkoord
tussen Bilzen en de Nederlandse
zone Zuid-Limburg. Dat bepaalt
dat voor elke oproep in de
Voerstreek
zowel
de
vooruitgeschoven post van Voeren
als
Nederlandse
brandweermannen uitrukken. Er
bestaat
geen
overeenkomst
tussen de gemeenten Herve en
Bilzen. Wanneer er een of meer
autoladders nodig zijn, zal het
centrum 100 van Luik automatisch
versterking sturen.
06.04 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour cette réponse claire. Je suis rassurée d'entendre que le
rôle linguistique vous importe peu. Cet argument souvent utilisé est
particulièrement choquant. De fait, les pompiers de Herve, ma
commune, ont toujours essayé d'intervenir le mieux possible dans la
commune de Fourons.
J'ai encore une légère inquiétude en ce qui concerne la question du
brevet. Si un officier du poste principal est repris comme
accompagnateur, est-il pour autant basé à Bilzen, en tout cas pendant
ses gardes? Si ce n'est pas le cas, le temps du trajet risque d'être
plus long que prévu pour l'arrivée des secours.
Quant aux accords, un accord écrit n'est-il pas nécessaire pour les
services régionaux de Herve et de Plombières en ce qui concerne
l'apport d'une auto-échelle ou d'un élévateur? Je le soumets
simplement à votre appréciation. J'ai en tout cas l'impression que les
06.04 Marie-Martine Schyns
(cdH): Het stelt me gerust dat de
taalrol voor u niet echt van belang
is.
Indien een officier van de
hoofdpost als begeleider wordt
ingeschakeld, wat zal dan zijn
standplaats zijn?
Is
er
voor
de
regionale
brandweerdiensten van Herve en
Plombières
geen
schriftelijke
overeenkomst
nodig
met
betrekking
tot
de
terbeschikkingstelling van een
autoladder? Me dunkt dat de
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
services régionaux sont demandeurs. C'est pourquoi, je vous
transmets leur souhait.
regionale diensten vragende partij
zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de grenscriminaliteit"
(nr. 14115)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de aanpak van drugsoverlast
in de Euregio" (nr. 14117)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de drugsproblematiek in de
Euregio" (nr. 14140)
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de aanpak van
drugsoverlast in de Euregio" (nr. 14186)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het gebrek aan doortastendheid
van de federale regering in de aanpak van de drugoverlast in de Euregio" (nr. 14276)
07 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la criminalité frontalière" (n° 14115)
- M. Renaat Landuyt au ministre de l'Intérieur sur "la lutte contre les nuisances liées à la drogue dans
l'Eurégion" (n° 14117)
- M. Raf Terwingen au ministre de l'Intérieur sur "la problématique de la drogue dans l'Eurégion"
(n° 14140)
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "la lutte contre les nuisances liées à la drogue
dans l'Eurégion" (n° 14186)
- M. Bert Schoofs au ministre de l'Intérieur sur "le manque de poigne du gouvernement fédéral dans
son approche des nuisances occasionnées par la drogue dans l'Eurégion" (n° 14276)
De voorzitter: Vraag nr. 14117 van de heer Landuyt wordt omgezet in een schriftelijke vraag. De heer
Terwingen is afwezig.
07.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, blijkbaar verleggen drugsbendes in de Belgisch-Nederlandse
grensstreek hun werkterrein almaar meer naar ons land. In Nederland
wordt, door een grotere inzet van politiemensen, de druk opgevoerd
tegen die drugscriminelen, terwijl blijkbaar in België de versterkingen
die in het vooruitzicht werden gesteld, uitblijven. Vorig jaar is er reeds
alarm geslagen via het rapport Fijnaut-De Ruyver. Verscheidene
burgemeesters uit de betrokken regio's hebben ook reeds meermaals
melding gemaakt van dat gevaar.
Ik heb ook uw voorganger reeds meermaals ondervraagd over dit
onderwerp. Eind januari ondervroeg ik u omtrent het team
BorderlineS. De eerste resultaten van het Nederlands initiatief zouden
eind maart bekend worden gemaakt.
U antwoordde toen ook dat op initiatief van uw voorganger in het
voorjaar van 2009 op nationaal niveau een evaluatie zou gebeuren
van de werking en de inplaatsstelling van het federaal
interventiekorps. In afwachting daarvan zouden de 35 leden van dat
korps die toen in Limburg aanwezig waren ­ 24 van de DirCo Hasselt
en 11 verspreid over 4 gastzones ­ intensiever worden ingezet voor
dergelijke gecoördineerde drugsacties. Ook vanuit de algemene
reserve van de federale politie zou voor gecoördineerde acties
versterking worden gegeven.
Op de recente commentaren antwoordde u dat u op zeer korte termijn
het interventiekorps in Limburg wenst te hervormen om zo meer
07.01 Michel Doomst (CD&V):
Dans la zone frontalière entre la
Belgique et les Pays-Bas, les
bandes de trafiquants de drogue
déplacent de plus en plus leur
champ d'activités vers notre pays.
Aux Pays-Bas, ces criminels
subissent une pression accrue en
raison
d'un
plus
grand
déploiement de policiers mais, en
Belgique, les renforts promis se
font attendre. La réforme du corps
d'intervention dans le Limbourg,
entre autres, pourrait accroître les
effectifs. Fin janvier, j'ai déjà
questionné le ministre à propos de
l'équipe
BorderlineS
et
les
premiers
résultats
de
cette
initiative néerlandaise devaient
être communiqués fin mars.
Au
printemps
2009,
le
fonctionnement et la répartition du
corps
d'intervention
fédéral
devaient être évalués au niveau
national. En attendant, les 35
membres de ce corps qui étaient
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
capaciteit vrij te maken. Deze voormiddag tijdens het overleg met de
commissaris-generaal, is er een aantal gegevens naar voren
geschoven.
Wat zijn de eerste resultaten van dat Nederlands initiatief?
Wat leert de evaluatie van de werking en de inplaatsstelling?
In welke mate werden de mensen van het interventiekorps ingezet bij
de drugsacties? In welke mate werd er vanuit de algemene reserve
versterking verleend?
Kan u over de hervormingen van het interventiekorps in Limburg meer
uitleg geven?
basés dans le Limbourg seraient
engagés plus intensivement dans
des actions coordonnées en
matière de drogue. La réserve
générale proposerait aussi du
renfort lors de pareilles actions.
Quels sont les résultats de
l'initiative néerlandaise? Et de
l'évaluation au niveau national?
Dans quelle mesure a-t-on fait
appel aux membres du corps
d'intervention
lors
d'actions
antidrogue? Dans quelle mesure
la réserve générale a-t-elle fourni
un renfort? Le ministre peut-il
donner
plus
de
précisions
concernant les réformes du corps
d'intervention limbourgeois?
07.02 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik wil mij grotendeels aansluiten bij de vraag van de heer
Doomst. Ik zou hierover niet terug begonnen zijn als het niet zo was
dat de heer De Ruyver, de voormalige veiligheidsadviseur van de heer
Verhofstadt terug de kat de bel heeft aangebonden door te zeggen
dat wij ons eigenlijk belachelijk maken ten opzichte van Nederland
omdat er in oktober de nodige afspraken zijn gemaakt waar trouwens
toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Dewael bij was.
Ondertussen stellen wij het volgende vast. Ik ga de geschiedenis niet
geven. Op vragen in november heeft minister Dewael inderdaad
geantwoord dat er bijkomende politiemensen naar Limburg zouden
komen. Toen u er de eerste keer mee werd geconfronteerd, hebt u
gezegd dat dit niet het geval zou zijn, omdat dit te maken heeft met
algemene besparingen of inkrimpingen bij de federale politie.
Op dit moment is het zelfs nog erger. Als mijn informatie klopt, zou
het interventiekorps in Limburg een echt interventiekorps worden. Dat
wil zeggen dat mensen niet vast naar bepaalde zones zullen gaan,
zoals dat nu het geval is. Dat zal de situatie nog erger maken.
Hebt u de intentie om het probleem dat vorige week door Brice
De Ruyver is aangekaart en ook in het Beneluxparlement aan bod
kwam alsnog aan te pakken? Ik heb het dan enerzijds over een
kwantitatieve aanpak, want het gaat natuurlijk over het aantal
manschappen, en anderzijds ook over een kwalitatieve aanpak want
het gaat over specifieke mensen die moeten worden ingezet om het
probleem aan te pakken, zoals in Nederland gebeurt.
07.02 Ludwig Vandenhove
(sp.a): En novembre, le ministre
de l'époque, M. Dewael, a promis
des policiers supplémentaires pour
le Limbourg. Le ministre actuel a
ensuite nié cela en expliquant que
des économies et des restrictions
étaient nécessaires à la police
fédérale. Entre-temps, il apparaît
que dans le Limbourg, le corps
d'intervention deviendra un corps
d'intervention à part entière, ce qui
aggravera encore la situation.
Combien d'hommes seront-ils
déployés, dans la pratique, lors
d'actions antidrogue? Lesquels?
07.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, het
project BorderlineS is een initiatief van de Maastrichtse politie dat
financieel wordt gesteund vanuit de Regionale Driehoek en de
Nederlandse overheid. Het team bestaat uit een projectleider en zes
politiemensen van het district die de activiteiten en verblijfplaatsen van
drugsrunners in de ruime regio van Maastricht tot in Utrecht in kaart
trachten te brengen. Sinds december 2008 werd eveneens een
meldpunt drugsoverlast ingericht bij het stadsbestuur van Maastricht,
waarop ook omliggende gemeenten zullen kunnen aansluiten.
07.03 Guido De Padt, ministre:
Le projet BorderlineS est une
initiative de la police de Maastricht
qui bénéficie du soutien financier
du triangle régional et des
autorités néerlandaises. L'équipe
se compose d'un chef de projet et
de six policiers du district qui
cartographient les activités et les
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
De bedoeling is om alle mogelijke juridische, bestuurlijke en
politionele middelen aan te wenden om drugsrunners uit de regio te
verjagen. Men werkt onder meer met bestuurlijke maatregelen zoals
een gebiedsontzegging voor auto's en het dichtspijkeren van
drugspanden, alsook met politionele maatregelen zoals het inzetten
van lokauto's.
Dergelijke bestuurlijke en politionele maatregelen zijn echter niet
mogelijk in onze wettelijke context.
Met betrekking tot de eerste resultaten kan er blijkbaar te weinig
worden gedaan met de op gang gebrachte informatieflux. De
achterliggende criminele organisaties blijven voorlopig nog te veel
buiten schot.
Ik kan u het volgende overzicht geven van de Belgische aanpak van
de drugsoverlast in de regio. Dat staat toch in schril contract met wat
door sommige protagonisten in dit dossier werd verklaard.
Ten eerste, er werd werk gemaakt van een gezamenlijke analyse van
het criminaliteitsbeeld naar aanleiding van mijn gesprek met mijn
Nederlandse collega op 19 maart 2009.
Ten tweede, het criminaliteitsbeeld is langs Belgische kant zo goed
als afgewerkt en het wordt momenteel afgetoetst met de Nederlandse
collega van de regio Limburg-Zuid.
Ten derde, in de Belgische analyse staan de cannabiskwekerijen
centraal. De bedoeling is om op basis van deze analyse prioriteiten te
bepalen in overleg met de gerechtelijke overheden.
In het arrondissement Tongeren werd de zogenaamde Limburgse
Stuurgroep Drugs opgericht met drie lokale politiezones en de
diensten van de federale politie van het arrondissement, de provincie,
de douane en het Benelux-secretariaat. Het is de bedoeling om te
komen tot de organisatie en de afstemming van grootschalige,
bestuurlijke en gerechtelijke acties. In het arrondissement Tongeren
loopt eveneens een project Drugsrunners dat wordt uitgevoerd door
een taskforce met de federale gerechtelijke politie Tongeren en de
politiezones Lanaken, Voeren en Bilzen-Hoeselt-Riemst. Het is de
bedoeling de repressieve aanpak te coördineren en onderling af te
stemmen met Nederland. Er werd een top tien van drugsrunners
opgesteld waarvan er reeds zeven werden aangepakt.
De federale gerechtelijke politie van Tongeren heeft door intensief
onderzoek, in samenwerking met de regio Limburg-Zuid, al een aantal
puike resultaten geboekt in 2009 met onder meer de aanpak van een
criminele organisatie die plantages opzette. Er werden twee plantages
opgerold en drie aanhoudingen werden verricht. Via uitvoering van
een Nederlands rechtshulpverzoek werd een plantage ontdekt in
Maasmechelen en werden er drie aanhoudingen verricht. Een
succesvol onderzoek inzake witwassen door Nederlandse
drugsbarons, die zich in Belgisch Limburg nestelden, werd gevoerd.
In dat verband vonden er trouwens meerdere besprekingen plaats
tussen de parketten van de grensregio onder leiding van het federaal
parket voor ons land om te komen tot een betere,
lieux ou séjournent les rabatteurs
dans la région de Maastricht et
Utrecht. Depuis décembre 2008,
un guichet reçoit les plaintes
concernant les nuisances liées à
la
drogue
à
l'administration
communale de Maastricht. Son
objectif consiste à mettre en
oeuvre tous les moyens juridiques,
administratifs et policiers pour
déloger les rabatteurs de la région.
Des mesures administratives et
policières sont mises en oeuvre.
Celles-ci ne sont toutefois pas
compatibles avec le contexte
juridique belge. Les premiers
résultats montrent en outre que les
organisations criminelles sous-
jacentes
sont
provisoirement
encore trop peu inquiétées.
L'approche belge des nuisances
liées à la drogue dans la région
respecte le schéma suivant. Une
analyse commune du phénomène
criminel a été réalisée. Côté belge,
cette analyse est pratiquement
achevée et elle est en cours
d'évaluation avec nos collègues
néerlandais. L'analyse belge se
concentre ensuite sur la culture de
cannabis. L'objectif consiste à
définir des priorités sur la base de
cette analyse en concertation avec
les autorités judiciaires.
Dans
l'arrondissement
de
Tongres, le Limburgse Stuurgroep
Drugs
a été mis en place pour
organiser
et harmoniser les
actions
administratives
et
judiciaires de grande envergure.
Le
projet
Drugsrunners
est
également en cours à Tongres.
L'objectif est de coordonner la
lutte répressive et de la mettre en
concordance avec celle menée
aux Pays-Bas. Une liste des
principaux
rabatteurs
a
été
dressée. Sept d'entre eux ont déjà
été arrêtés.
Un travail de recherche intensif a
déjà permis à la police judiciaire
fédérale de Tongres d'engranger
en 2009 certains résultats, parmi
lesquels le démantèlement d'une
organisation
criminelle
qui
exploitait des plantations. Deux
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
grensoverschrijdende aanpak van de zogenaamde middencriminaliteit
waarbij het meestal gaat over criminaliteitsvormen die bij ons effect
hebben maar vanuit Nederland worden georganiseerd. Ik denk
bijvoorbeeld aan ramkraken en ladingdiefstallen, maar ook
cannabisplantages.
Ik vermeld ten slotte nog de voortzetting van het Joint Hit Team met
Nederlandse, Franse en twee Belgische politiemensen voor de
aanpak van drugstoeristen in de regio Breda en Maastricht, en het
BES, het Bureau voor Euregionale Samenwerking op het niveau van
de parketten met een Belgische parketjurist werkzaam in Maastricht.
Samengevat, de samenwerking met Nederland is nog nooit zo
intensief geweest. Wij werken verder aan een gezamenlijk
criminaliteitsbeeld om van daaruit prioritaire acties te voeren. Noch
mijn voorganger, noch ikzelf hebben zelf ooit beloftes gedaan in
verband met een uitbreiding van het kader van Limburgse
politiezones. Ik verwijs in dat verband naar het antwoord dat ik in de
commissievergadering van 21 april heb gegeven op samengevoegde
vragen van de collega's Terwingen, Schoofs en Doomst over de
federale steun aan de grenspolitiezones.
Op 4 februari heb ik op de parlementaire vraag van collega
Vandenhove geantwoord dat de punctuele versterkingen die mijn
voorganger had toegezegd, ook toegezegd blijven. De voorbije
maanden hebben de Limburgse politiediensten in het raam van de
drugsproblematiek in de grensstreek echter nog geen beroep gedaan
op een punctuele versterking van gespecialiseerde teams van de
Algemene Reserve.
Wat het interventiekorps van de federale politie betreft, kan ik u
mededelen dat de komende weken de laatste hand zal worden gelegd
aan een nieuwe circulaire die rekening houdt met de nood aan een
soepeler inzetbaar interventiekorps.
De provincie Limburg beschikt sinds 2007 over 35 leden van het
interventiekorps, met name 24 bij de DirCo Hasselt en 11
politiemensen verspreid over vier gastzones.
Vanaf 2010 zal het interventiekorps in elke provincie strategisch
worden aangestuurd door het provinciaal overleg terwijl de dagelijkse,
operationele aansturing op het niveau van de DirCo zal geschieden.
Ik herhaal dat ik erop reken dat de Limburgse politiezones in
afwachting van de nieuwe circulaire ook zelf de nodige initiatieven
nemen om in de strijd tegen de grenscriminaliteit onderling en met de
federale politie nauwer te blijven samenwerken.
Tijdens de eerste zes maanden van 2009 werd het interventiekorps
33 keer ingezet voor een actie gericht op drugproblematiek in de
Belgisch-Nederlandse grensstreek. In totaal werden daartoe 1.305
manuren gepresteerd. Negen acties werden in het weekend
uitgevoerd.
Zoals ik reeds zei, werd er nog geen beroep gedaan op punctuele
versterking van de Algemene Reserve.
Collega's, met het voorgaande wil ik enkel aantonen dat het niet klopt
plantations ont été détruites et il a
été procédé à trois arrestations.
Trois personnes ont également été
arrêtées dans une plantation à
Maasmechelen.
Enfin,
une
enquête relative au blanchiment
d'argent par des barons de la
drogue a été couronnée de succès
au Limbourg belge.
Les parquets de la région
frontalière se sont réunis à
plusieurs reprises sous la direction
du parquet fédéral, dans le but de
renforcer la lutte transfrontalière
de la « moyenne criminalité ». Je
pense notamment aux attaques à
la voiture-bélier et aux vols de
chargements mais aussi aux
plantations de cannabis.
Par ailleurs, le Joint Hit Team,
composé de policiers néerlandais,
français et belges, a poursuivi son
travail dans le cadre de la lutte
contre les touristes de la drogue
dans la région de Breda et de
Maastricht, de même que le
Bureau
de
coopération
eurégionale, actif dans la région
de Maastricht.
En résumé, la collaboration avec
les Pays-Bas n'a encore jamais
été
aussi
intensive.
Nous
continuons
à
oeuvrer
à
l'élaboration d'un profil de la
criminalité commun qui devrait
nous permettre de mener des
actions prioritaires.
Ni mon prédécesseur, ni moi-
même n'avons fait des promesses
relatives à une extension générale
du cadre des zones de police du
Limbourg. Le 4 février dernier, j'ai
répondu à une question de
M. Vandenhove qu'on ne touchera
pas
aux
renforts
concrets
consentis par mon prédécesseur.
Ces derniers mois, les services de
police limbourgeois n'ont toutefois
pas encore fait appel à ce type de
renfort d'équipes spécialisées de
la Réserve générale dans le cadre
du problème de la drogue dans la
région frontalière.
Une nouvelle circulaire tenant
compte de la nécessité d'un corps
d'intervention de la police fédérale
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
dat wij niets aan de problematiek doen. Wij zetten hoog in op de
bestrijding van het fenomeen in kwestie.
plus facilement mobilisable sera
finalisée au cours des prochaines
semaines.
Depuis 2007, la province du
Limbourg dispose de 35 membres
du corps d'intervention, 24 auprès
de la DirCo de Hasselt et
11 policiers répartis sur quatre
zones hôtes. Dès 2010, dans
chaque province, le pilotage
stratégique du corps d'intervention
sera assuré par la concertation
provinciale, tandis que le pilotage
quotidien,
opérationnel
sera
effectué par le DirCo.
Dans l'attente de la nouvelle
circulaire, je compte sur les zones
de police du Limbourg pour
prendre les initiatives requises
pour
poursuivre
l'étroite
coopération entre elles ainsi
qu'avec la police fédérale dans la
lutte
contre
la
criminalité
frontalière.
Au cours du premier semestre
2009, le corps d'intervention a été
mobilisé à 33 reprises pour des
actions axées sur le problème des
stupéfiants
dans
la
région
frontalière entre la Belgique et les
Pays-Bas.
Au
total,
1.305 hommes/heures ont été
effectuées dans ce cadre. Neuf
opérations ont été menées durant
le week-end.
07.04 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik neem aan dat het geen kwestie van kwantitatief maar
vooral van kwalitatief versterken van de inzet van manschappen is.
Via de circulaire moeten wij aan voldoende man- en vrouwkracht
geraken.
Wij hebben deze voormiddag ook gehoord dat inzake de interceptie
van cannabisplantages successen worden geboekt en dat de politie
daarvan een prioritair actieplan blijft maken.
Is het dan toch nog een probleem dat bestuurlijke en politionele
maatregelen, misschien ook door wetgevend werk, door beide landen
beter op elkaar moeten worden afgestemd? Is een van de problemen
nog dat bestuurlijke en politionele, wettelijke beschikkingen nog niet
voldoende op elkaar zijn afgestemd? Is er op dat vlak nog werk aan
de winkel om ter zake verbetering te brengen?
07.04 Michel Doomst (CD&V): Il
ne s'agit pas d'un renforcement
quantitatif, mais surtout qualitatif
des
effectifs
mobilisables.
L'objectif devrait être atteint grâce
à la circulaire.
Des succès sont manifestement
enregistrés dans la lutte contre les
plantations
de cannabis. Le
problème majeur demeure le
manque de coordination des
décisions administrative, policière
et légale. Des progrès peuvent-ils
être espérés dans ce domaine?
07.05 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, ik heb het al 07.05 Guido De Padt, ministre:
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
even aangegeven. De maatregelen die Nederland kan treffen, kunnen
ingevolge wettelijke bepalingen niet altijd in ons land worden
getroffen.
Notre pays ne peut en effet pas
toujours prendre les mêmes
mesures que celles prises par les
Pays-Bas.
07.06 Michel Doomst (CD&V): Is er mogelijkerwijze op dat vlak nog
werk aan de winkel om de huidige situatie te verbeteren?
07.07 Minister Guido De Padt: Er is absoluut nog werk in en aan de
winkel. Dat is overigens ook het geval in de grensstreken met
Frankrijk, waar de samenwerking ook grotendeels door bijvoorbeeld
wettelijke
beschikkingen
in
de
Franse
Grondwet
wordt
gehypothekeerd. De Franse Grondwet stipuleert immers dat vreemde
of buitenlandse politieagenten op het grondgebied van Frankrijk geen
vattingen of aanhoudingen mogen verrichten. Voor het geval-Frankrijk
worden wij geconfronteerd met de noodzaak om de Franse Grondwet
te wijzigen. Ik neem aan dat een dergelijke wijziging niet simpel en
vlugger gezegd dan gedaan is.
07.07 Guido De Padt, ministre: Il
reste dès lors du pain sur la
planche du point de vue légal. Il en
va de même dans la région
frontalière avec la France. La
Constitution française stipule en
effet que les policiers étrangers ne
peuvent
procéder
à
des
arrestation sur le territoire français.
07.08 Michel Doomst (CD&V): Het is bij ons al niet gemakkelijk.
Le président: M. Doomst, on peut vous envoyer en mission.
07.09 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de minister, ik
respecteer de oprechtheid waarmee u antwoordt. Ik respecteer ook
het feit dat u bevestigt ­ en u haalt een aantal voorbeelden aan ­ dat
de samenwerking met Nederland op dat vlak de voorbije maanden
zou zijn verbeterd. Wie ben ik om uw woorden in twijfel te trekken?
Ik heb alle respect voor u en uw collega's, namelijk de voorzitter van
de Kamer, de heer Dewael, nog altijd dienstdoend burgemeester van
Tongeren, en de burgemeester van Lanaken, die bij mijn weten ook
tot uw partij behoren, maar wil toch de volgende punten aanhalen.
Ten eerste, u hebt inderdaad altijd terecht geantwoord op de vragen
om uitbreiding van de capaciteit. U hebt inderdaad niets toegezegd.
De heer Dewael heeft dat heel duidelijk toegezegd. Daar bestaan
beelden en uittreksels uit de media van. Wat dat betreft, moet ik u dus
tegenspreken.
Ten tweede, op een overleg tussen alle burgemeesters van Limburg,
vorige week, heeft mijn collega van Lanaken, een partijgenoot van u,
nogmaals heel duidelijk laten horen wat hij verlangt. Hij verlangt niet
wat u inhoudelijke inzet noemt. Ik weet niet hoe het exact werd
uitgedrukt, want er waren geen vragen voor inhoudelijke
ondersteuning. Er wordt zeer duidelijk meer personeel gevraagd en
uw voorganger had dat beloofd.
Ten derde, wanneer u het over bepaalde protagonisten hebt, neem ik
aan dat u het niet over mij of de heer Doomst hebt, maar over
professor Brice De Ruyver. Ik neem akte daarvan.
Ten vierde, en daarmee wil ik positief afsluiten, u zegt dat Nederland
over een groter arsenaal beschikt, vooral op bestuurlijk vlak, om
bepaalde dingen te doen. Dat moet ons aanzetten om tot een soort
BIBOB-systeem te komen, hetgeen nu al in Nederland bestaat. Dat
heb ik trouwens al een paar keer gezegd. Ik probeer daarvoor een
wetsvoorstel voor te bereiden, want het is geen gemakkelijke
07.09 Ludwig Vandenhove
(sp.a): Si le ministre De Padt n'a
jamais fait de promesses en ce qui
concerne
une
éventuelle
augmentation de la capacité,
M. Dewael, lui, en a faites. Lors
d'une concertation entre tous les
bourgmestres du Limbourg qui a
eu lieu la semaine dernière, le
bourgmestre de Lanaken a très
clairement
fait
savoir
qu'il
souhaitait
du
personnel
supplémentaire, et pas ce que le
ministre appelle un « appui
technique ».
Le ministre a aussi déclaré que les
Pays-Bas disposent de plus de
moyens, surtout administratifs
pour avancer. Cela devrait nous
inciter à arriver, à l'instar des
Pays-Bas, à une sorte de système
BIBOB. Je m'efforce de préparer
une proposition de loi à cet effet.
Des promesses très claires ont été
faites et, dans la région frontalière,
on table toujours sur des moyens
supplémentaires en personnel,
bien que la circulaire ministérielle
soit presque prête. Personne ne
peut être opposé à un corps
d'intervention mais, strictement
parlant, l'un n'a rien à voir avec
l'autre, particulièrement dans le
cadre de la problématique de la
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
aangelegenheid.
Ik wil dus eindigen met een positieve noot, maar ik kan er ook niet
aan doen dat mijn eerste drie reacties op uw antwoord corrigerend
moeten zijn. Er zijn heel duidelijke beloftes gedaan. In de grensstreek
rekent men nog altijd op die extra inzet van personeel, ondanks uw
omzendbrief die bijna klaar is. Zoals u trouwens hebt geantwoord op
vroeger gestelde vragen, zal hij niet zeker personeel toewijzen aan
een zone, maar van het interventiekorps werkelijk terug een
interventiekorps maken. Daar kan niemand iets tegen hebben ­ laat
dat duidelijk zijn. Het één heeft echter strikt genomen niets met het
andere te maken, zeker in de context van de Limburgse
drugsproblematiek.
drogue dans le Limbourg.
07.10 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, ik zal mij niet
verder uitspreken over wat vroeger door voorgangers werd beloofd. Ik
kan en mag dat overigens ook niet doen.
Het enige wat ik kan zeggen is dat wij ten eerste momenteel niet de
capaciteit hebben om continu dertig ­ sommigen spreken zelfs van
zestig ­ mensen in te delen bij deze grensregio. Ik heb de
conceptnota vanmorgen nog eens gelezen. Het interventiekorps dat
nu vijfhonderd mensen telt, zullen we opsplitsen in vierhonderdvijftig
gedeconcentreerde en vijftig geconcentreerde politiemensen. Er komt
een reserve van vijftig eenheden die we in functie van de specifieke
noden ergens kunnen inzetten. Als er bijvoorbeeld overlast is op
bepaalde treinlijnen op het vlak van drugsgebruik en dergelijke,
kunnen we die mensen daar voor een bepaalde periode inzetten. Er
zijn bepaalde fenomenen die in de grensregio's worden vastgesteld.
Ook daar kunnen we mensen ­ tijdelijk, dat moet ik aangeven ­
indelen om bepaalde fenomenen te bestrijden. We willen wel op een
ernstige manier onderzoeken hoe we dit kunnen doen.
De criminaliteitsanalyse is nu in de definitieve fase. Ik hoop dat we
bepaalde antwoorden zullen vinden. We weten alleszins al dat er
vanuit Nederland een bepaalde instroom is van bepaalde vormen van
criminaliteit. U zult dat binnenkort ook uit de cijfers vernemen. Daar
moeten we op inzetten. Ik wil de idee of het verwijt weerleggen dat we
daaraan hoegenaamd niets zouden doen. Dat is er een beetje over.
Men bewierookt de Nederlanders, terwijl men stelt dat België niets
doet en dat wil ik weerleggen.
07.10 Guido De Padt, ministre:
Je ne veux ni ne pius me
prononcer sur des promesses
faites par mes prédécesseurs
mais, actuellement, nous ne
sommes pas en mesure d'affecter
en permanence trente personnes,
a fortiori davantage, à cette région
frontalière. Nous subdiviserons le
corps
d'intervention
en
450 policiers
déconcentrés
et
50 policiers
concentrés.
Nous
pourrons alors faire appel à une
réserve de cinquante unités en
fonction de besoins spécifiques,
notamment donc dans le cadre de
la
lutte
contre
certains
phénomènes qui se manifestent
dans les régions frontalières. Nous
entendons
toutefois
examiner
sérieusement comment réaliser
cela. L'analyse de la criminalité se
trouve pour le moment dans une
phase finale. Nous savons de
toute manière déjà que nous
sommes confrontés à l'importation
depuis les Pays-Bas de certaines
formes de criminalité et il n'est pas
exact que nous restons les bras
croisés face à ce phénomène.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Gerald Kindermans aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
verzending van minnelijke schikkingen via de diensten van De Post" (nr. 14175)
08 Question de M. Gerald Kindermans au ministre de l'Intérieur sur "l'envoi des règlements
transactionnels par les services de La Poste" (n° 14175)
08.01 Gerald Kindermans (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik ben zo vrij u een vraag te stellen in verband met de
problematiek van de invordering van minnelijke schikkingen in geval
van verkeersovertredingen.
Wanneer de politiediensten een proces-verbaal opstellen in geval van
08.01 Gerald Kindermans
(CD&V): Lorsque les services de
police dressent un procès-verbal
pour infraction au code de la route,
ils envoient un questionnaire au
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
bijvoorbeeld een snelheidsovertreding, stuurt men de eigenaar van de
gefotografeerde of geverbaliseerde nummerplaat automatisch een
vragenlijst waarop men moet invullen wie de bestuurder was, of men
de verantwoordelijkheid opneemt voor de overtreding en welke taal
men kiest in gerechtszaken.
Men vraagt om dit document binnen de acht dagen terug te sturen
naar de politiediensten. Ongeacht wat op dat formulier wordt ingevuld
en ongeacht of men zelf de bestuurder was of niet, wordt ambtshalve
een voorstel tot minnelijke schikking verstuurd naar de eigenaar van
het voertuig en niet naar de overtreder.
Zelfs wanneer men met de politiediensten contact opneemt om te
zeggen dat dit verkeerd is omdat mijnheer X of mevrouw Y eigenaar
is van het voertuig, maar geen overtreding heeft begaan aangezien
het voertuig door iemand anders werd bestuurd die dat heeft ingevuld
op het formulier in kwestie en verantwoordelijk is voor de overtreding,
toch wordt het voorstel tot minnelijke schikking verstuurd naar de
eigenaar.
Men geeft bij de politiediensten met zoveel woorden toe dat men
helemaal geen rekening houdt met het teruggestuurde formulier. Men
zegt zelfs dat men het net zo goed niet kan terugsturen omdat het
verticaal wordt geklasseerd.
Men vraagt dus aan tienduizenden burgers die een proces-verbaal
krijgen om een formulier in te vullen waarvan men toegeeft dat
niemand het leest en men er geen rekening mee houdt bij het
versturen van de minnelijke schikking.
Erger nog, de financiële invordering van de boete gebeurt door de
diensten van De Post die daartoe een opdracht krijgt, tegelijk met het
versturen van het formulier. Dat wil zeggen dat op het moment dat
men het proces-verbaal opstelt en men nog niet eens weet wie de
bestuurder was, de data via automatische link naar De Post gaat die
een overschrijvingsformulier verstuurt.
Pas wanneer na een maand nog niet is betaald en een rappel wordt
verstuurd, en men betaalt dan nog niet, maakt men de lijst over aan
het parket en stuurt men de teruggestuurde formulieren mee. Pas dan
zal de bestuurder worden vervolgd.
Ik heb er veel moeite mee dat de overheid wetens en willens een
minnelijke schikking stuurt naar iemand waarvan men pertinent weet
dat hij niet de overtreder is en dat iemand anders de overtreding heeft
begaan. Wat echter nog erger is, is dat men blijkbaar nergens nog
enige registratie doet van de overtreders.
Met andere woorden, als men niet meer dan veertig kilometer per uur
te snel rijdt, kan men tot in het oneindige de gunst krijgen van een
minnelijke schikking, want nergens wordt nog een lijst bijgehouden
van de overtredingen die men heeft begaan. Iemand die op een
maand tijd twintig keer te snel rijdt, zal even goed de gunst van de
minnelijke schikking blijven krijgen. Op het parket kan men blijkbaar
niet eens meer nagaan hoeveel minnelijke schikkingen iemand heeft
gehad. Het is een heel groot probleem in geval van recidive dat men
de minnelijke schikking d'office toekent en niet meer kan oordelen
wanneer iemand in een bepaalde periode talrijke overtredingen heeft
propriétaire du véhicule, l'invitant à
le renvoyer dans les huit jours.
Une proposition de transaction est
envoyée d'office au propriétaire du
véhicule, même si celui-ci n'est
pas l'auteur de l'infraction. Le
questionnaire envoyé n'est dès
lors nullement pris en compte.
La perception de l'amende est
effectuée par les services de La
Poste, chargés de cette mission
simultanément
à
l'envoi
du
formulaire. La Poste adresse par
conséquent un formulaire de
virement avant que l'identité du
conducteur ne soit connue.
Ce n'est qu'en l'absence de
paiement après sommation que le
parquet est informé et reçoit
également le formulaire qui a été
renvoyé. Ce n'est qu'à ce moment
que
des
poursuites
seront
engagées contre le conducteur du
véhicule.
Une proposition de transaction est
donc délibérément envoyée à une
personne dont on sait qu'elle n'est
pas le contrevenant alors que les
contrevenants ne sont enregistrés
nulle part. De cette manière, il est
possible de bénéficier à chaque
fois d'une transaction.
Le ministre confirme-t-il que lors
de l'établissement du procès-
verbal, les informations sont
transmises sur support numérique
à La Poste, sans attendre le
formulaire de réponse et sans en
tenir compte? Pourquoi procède-t-
on de cette manière? Ne serait-il
pas possible de ne lancer la
procédure
de
recouvrement
qu'après
traitement
des
formulaires de réponse? Le
ministre estime-t-il que le fait de
ne tenir aucun compte de la
responsabilité
du
contrevenant peut se justifier?
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
begaan.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat de informatie op het
ogenblik van het opstellen van het proces-verbaal al digitaal wordt
doorgestuurd naar De Post, zonder dat het antwoordformulier wordt
afgewacht en zonder dat daarmee rekening wordt gehouden? Op
welke basis meent men geen rekening te kunnen houden met het
antwoordformulier dat wordt teruggestuurd? Waarom zendt men die
zaken aan De Post voordat men dat antwoord heeft gekregen?
Bestaat de mogelijkheid dat de invorderingsprocedure pas op gang
wordt gebracht nadat de kennisgeving van de antwoordformulieren is
gebeurd en verwerkt, zodat men ze kan interpreteren in plaats van ze
verticaal te klasseren?
Vindt de minister dat het in het kader van de administratieve
vereenvoudiging verantwoord is geen rekening te houden met de
verantwoordelijkheid van de respectievelijke eigenaar en/of
bestuurder bij het veroorzaken van een overtreding?
08.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega, ik wil u
vooraf meedelen dat uw vraag ook betrekking heeft op de
bevoegdheden die toebehoren aan de minister van Justitie en de
staatssecretaris voor Mobiliteit.
08.02 Guido De Padt, ministre:
Cette question ressortit aussi à la
compétence du ministre de la
Justice et du secrétaire d'État à la
Mobilité.
08.03 Gerald Kindermans (CD&V): Ik heb dezelfde vraag in de
commissie voor de Justitie gesteld, maar dan vanuit justitieel oogpunt,
met betrekking tot het parket.
08.03 Gerald Kindermans
(CD&V): J'ai déjà posé la question
en commission de la Justice.
08.04 Minister Guido De Padt: Ik kan u het volgende meedelen. Ik
heb juist tegen mijn medewerker gezegd dat ik uw verwijt voor een
deel kan begrijpen. Men stuurt in feite naar iemand een formulier op,
zonder dat men nadien echt rekening houdt met het antwoord dat is
teruggekomen, al was het maar een verklaring van de bestuurder die
echt reed, door hem ondertekend, waarna men dan nog het voorstel
tot minnelijke schikking bezorgt aan de eigenaar.
Ik zal eerst het antwoord geven.
Bij een verkeersovertreding wordt binnen de vijftien dagen na de
vaststellingen een afschrift van het pv met bijgevoegd
antwoordformulier naar de eigenaar van het voertuig gestuurd. De
Post maakt op haar beurt een voorstel tot betaling over, dat binnen de
tien dagen moet worden uitgevoerd.
Die wettelijk vastgestelde procedure houdt geen rekening met het
antwoordformulier, wat betekent dat bovenstaande vermelde
termijnen mogelijks niet meer zouden kunnen worden gerespecteerd
wanneer de politiedienst zou wachten op het al dan niet terugsturen
van het formulier.
Wanneer de eigenaar van het voertuig het eerste voorstel en de
herinnering tot betaling van de minnelijke schikking naast zich
neerlegt, ik heb het dus over de eigenaar van het voertuig, bezorgt de
bevoegde politiedienst op dag 52 na de vaststellingen het originele
proces-verbaal en het eventueel teruggestuurde antwoordformulier
aan het bevoegde parket voor verder gevolg.
08.04 Guido De Padt, ministre:
Je puis comprendre partiellement
le reproche que vous formulez,
mais je répondrai d'abord.
En cas d'infraction au code de la
route, une copie du procès-verbal,
accompagnée d'un formulaire de
réponse,
est
adressée
au
propriétaire du véhicule dans les
quinze jours. La Poste envoie une
proposition de transaction à
laquelle il doit être répondu dans
les dix jours.
Dans la procédure légale, il n'est
pas tenu compte du formulaire de
réponse ; si les services de police
attendaient celui-ci, les délais ne
pourraient
donc
plus
être
respectés.
Si le propriétaire du véhicule
ignore
la
proposition
de
transaction et le rappel, le service
de police transmet, le 52
e
jour
après les constatations, le procès-
verbal et le formulaire de réponse
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Tot die dag 52 blijft het dossier, inclusief het teruggestuurde
antwoordformulier dus op het niveau van de politie. Nadien wordt een
nieuw voorstel tot betaling door het parket aan de overtreder
gezonden, die niet noodzakelijk de eigenaar is van het motorvoertuig,
wanneer dit duidelijk wordt vermeld op het antwoordformulier. Pas
wanneer de overtreder ook het voorstel van het parket naast zich
neerlegt, wordt het dossier aan de bevoegde politierechtbank
bezorgd.
In de wet betreffende de politie van het wegverkeer staat duidelijk
vermeld dat ingeval van verkeersovertreding op deze wet en haar
uitvoeringsbesluiten, zoals bijvoorbeeld een snelheidsovertreding, er
wordt vermoed dat deze is begaan door de eigenaar van het
motorvoertuig. Het vermoeden van schuld kan met elk middel worden
weerlegd. Een van de middelen is dus het desbetreffende
antwoordformulier. Bij de opmaak van de wet werd een snelle
afhandeling van de verkeersovertredingen beoogd.
Voor een eventuele aanpassing van de huidige procedures verwijs ik
naar de bevoegdheid van mijn collega van Justitie. Ik zal echter wel
zelf eens verder onderzoeken, alhoewel, ik zeg het nog eens, het zal
moeten worden overlegd met Justitie en met de staatssecretaris voor
Mobiliteit, op welke manier voor een stuk invulling kan worden
gegeven aan de opmerking dat wanneer ik de eigenaar zou zijn van
het voertuig en mijn echtgenote de overtreding heeft begaan, wanneer
zij het antwoordformulier ondertekend terug opstuurt en waarin zij de
verantwoordelijkheid voor de overtreding op zich neemt, het wellicht
beter zou zijn dat zij dan ook dat voorstel tot minnelijke schikking
toegestuurd krijgt en dat dan ook moet betalen. Ik moet eerst verder
onderzoeken in welke mate hier bepaalde andere aansturingen
moeten gebeuren.
au parquet. Le parquet envoie
alors une nouvelle proposition de
transaction au contrevenant, si
celui-ci est mentionné sur le
formulaire de réponse. C'est
seulement si le contrevenant
ignore également cette deuxième
proposition que le dossier est
renvoyé
devant
le
tribunal
correctionnel.
Dans la loi relative à la police de la
sécurité routière, on part du
postulat
que
l'infraction
est
commise par le propriétaire du
véhicule. Cette présomption de
culpabilité peut être réfutée par
tous les moyens et le formulaire
de réponse est l'un de ces
moyens.
Pour adapter les procédures, qui
visent un traitement rapide des
dossiers, une concertation est
nécessaire avec le ministre de la
Justice et le secrétaire d'État à la
Mobilité. La possibilité de prévoir
un autre système doit être
examinée.
08.05 Gerald Kindermans (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik begrijp uw antwoord wel. Ik begrijp ook dat dit past in
administratieve vereenvoudiging en de snelle afwikkeling van
procedures. Hier wordt echter voor een stuk het kind met het
badwater weggegooid. Hier is het immers toch duidelijk dat men
wetens en willens minnelijke schikkingen bezorgt aan mensen
waarvan men pertinent weet dat ze niet in overtreding zijn.
Ik heb zelf meegemaakt dat mijn parlementair medewerker met mijn
voertuig een snelheidsovertreding heeft begaan. Hij heeft dat
formulier teruggestuurd, maar toch moest ik achteraf vaststellen dat ik
de boete kreeg.
Mijn zoon werd beboet omdat hij geen parkeergeld had betaald. Het
probleem was echter dat zijn wagen aan zijn kot in Leuven niet startte
door de weersomstandigheden. Hij heeft dat allemaal netjes ingevuld
op dat formulier. Achteraf kreeg hij toch een voorstel tot minnelijke
schikking, waardoor hij dacht dat men geen rekening had gehouden
met zijn antwoord en hij dus beter betaalde. In feite heeft men zijn
antwoord echter helemaal niet gelezen.
De brave burger die bang is van de overheid, betaalt, terwijl degene
die uiteindelijk niet betaalt de dans zal kunnen ontspringen, omdat
men op een zeker moment daar wel zijn formulier zal lezen.
08.05 Gerald Kindermans
(CD&V):
Je
comprends
le
raisonnement
mais,
en
l'occurrence,
on
envoie
volontairement et sciemment une
transaction à une personne dont
on sait qu'elle n'a commis aucune
infraction. Lorsqu'une transaction
est envoyée à un citoyen, celui-ci
pense que l'on ne veut pas tenir
compte de ses arguments et il
paie, alors que son formulaire de
réponse n'a tout simplement pas
été lu. Le fait que les autorités
publiques ne lisent pas des
documents qu'elles demandent de
remplir constitue un exemple de
mauvaise
administration.
Je
demande au ministre de se
pencher plus avant sur cette
question.
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Ik vind het een voorbeeld van onbehoorlijk bestuur dat de overheid de
documenten niet leest die men vraagt aan de mensen om ingevuld
terug te sturen.
Ik zou u willen verzoeken om dit toch verder te onderzoeken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Binnenlandse Zaken over "een betere manier
om statistisch materiaal te verzamelen" (nr. 14199)
09 Question de M. Peter Logghe au ministre de l'Intérieur sur "une meilleure manière de rassembler
des données statistiques" (n° 14199)
09.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, in uw antwoord op schriftelijke vragen kwam u,
net als ik, al tot de vaststelling dat België niet tot de koplopers behoort
op het vlak van het bijhouden van cijfermateriaal. Onze statistieken,
bijvoorbeeld op het vlak van ongevallen en de ontleding ervan, zijn
verre van volledig en worden ook niet altijd voorzien van de meest
recente gegevens. Het is bepaalde burgemeesters al opgevallen dat
heel wat kleinere verkeersongevallen niet worden opgenomen omdat
bijvoorbeeld de partijen alles onder elkaar regelen, zonder dat er een
tussenkomst is van de politie. Op die manier krijgen wij natuurlijk een
verkeerd beeld van de verkeersveiligheid.
Mijn concrete vragen zijn de volgende. Ten eerste, kan het nuttig zijn
om de verzekeringsmaatschappijen alle ongevallen die zij afhandelen,
rechtstreeks te laten melden aan de politie? Op die manier zouden de
statistieken van de politie in elk geval correcter en juister zijn.
Ten tweede, ziet u momenteel technische problemen qua software of
hardware in dat verband? Kan men hierover overleg organiseren met
de
drie
actoren
­
overheid,
politiediensten
en
verzekeringsmaatschappijen? Vond er al overleg plaats?
Ten derde, ogen wij ter zake een wetgevend initiatief verwachten?
Kunt u een termijn bepalen waarbinnen hierover met de actoren zal
worden overlegd?
09.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Dans notre pays, les
statistiques relatives aux accidents
sont loin d'être complètes. Par
exemple, les petits accidents de
roulage sans intervention de la
police n'y sont pas intégrés.
Résultat: l'image que nous nous
faisons de la sécurité routière en
Belgique n'est pas conforme à la
réalité.
Ne serait-il pas dès lors utile de
faire en sorte que les compagnies
d'assurances signalent à la police
tous les accidents qu'elles traitent
directement? La concrétisation de
cette idée se heurterait-elle à des
obstacles
techniques?
Cette
question est-elle l'objet d'une
concertation
entre
le
gouvernement, la police et les
compagnies
d'assurances?
Pouvons-nous nous attendre à
une initiative législative de votre
part?
09.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, de federale politie is in staat om correcte gegevens te
leveren over letselongevallen en ongevallen met stoffelijke schade
waarvan een proces-verbaal werd opgesteld. Wat de andere
ongevallen betreft, afgehandeld via onderlinge regeling, zou de
informatie van de verzekeringsmaatschappijen inderdaad zeer nuttig
kunnen zijn.
Reeds in het Agoraproject, een wetenschappelijke studie in 2003 en
2004 uitgevoerd in opdracht van het federale departement
Wetenschapsbeleid, voor rekening van de federale politie, ter
identificatie van de behoeften inzake verkeersongevallengegevens,
werden de verzekeringsmaatschappijen aangeduid als een
interessante complementaire gegevensbron. Er werd hierover reeds
overleg gepleegd tussen het Belgisch Instituut voor de
Verkeersveiligheid en de verzekeringssector. Een technisch probleem
ter zake is dat er geen centrale databank bestaat die de
09.02 Guido De Padt, ministre:
La
police ne dispose
pas
actuellement
de
données
correctes en ce qui concerne les
accidents pour lesquels procès-
verbal n'a pas été dressé. Les
informations détenues par les
compagnies d'assurances seraient
très utiles à cette fin, comme l'ont
déjà montré clairement les études
Agora
de
2003
et
2004
consacrées à la nécessité de
disposer de données relatives aux
accidents. L'IBSR et le secteur
des assurances se sont déjà
concertés à ce sujet.
Il y a toutefois une difficulté
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
ongevallengegevens van de verschillende maatschappijen verenigd.
De verzekeringsmaatschappijen zijn uit concurrentieoverwegingen
ook terughoudend om dergelijke databank te creëren. Sommige
verzekeraars beschikken over een eigen databank met slechts
beperkte
statistische
gegevens
met
betrekking
tot
verkeersongevallen. Jaarlijks wordt er door Assuralia wel een
bevraging gedaan naar het aantal verkeersongevallen bij de
verschillende maatschappijen. Deze bevraging heeft een respons van
ongeveer 80 procent, maar slaat enkel op het aantal ongevallen en
niet op locatie, tijdstip of omstandigheden.
Ik kan u bijtreden in uw kritiek dat wij momenteel nog over
onvoldoende adequate gegevens beschikken om een goed
verkeersveiligheidsbeleid te voeren. Ik heb de indruk dat ook de
staatssecretaris voor Mobiliteit zich daarvan bewust is en op dat vlak
inspanningen wil doen.
technique: l'absence de base
centrale de données dans laquelle
pourraient
être
saisies
les
données relatives aux accidents
communiquées par les différentes
compagnies d'assurances. Pour
des raisons de concurrence, ces
compagnies ne sont pas enclines
à créer une telle base de données.
Il
faut
dire
que
certaines
compagnies ont leur propre base.
Chaque année, Assuralia interroge
les assureurs pour connaître le
nombre d'accidents. Le feed-back
des assureurs est à peu près de
80 % mais il ne concerne que le
nombre d'accidents et ne dit
absolument rien quant au lieu de
l'accident, au moment où il s'est
produit ou aux circonstances dans
lesquelles il est survenu.
Je suis d'accord avec M. Logghe
quand il dit que nos données sont
trop limitées pour mener une
politique adéquate en matière de
sécurité routière. Je pense que le
secrétaire d'État à la Mobilité en
est également conscient et qu'il
prendra des mesures.
09.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw vrij volledig antwoord. Ik neem er nota van dat de
verzekeringsmaatschappijen
terughoudend
zijn
wegens
concurrentieredenen. Dat zijn zij altijd wanneer het gaat om nieuwe
toestanden en het invoeren van nieuwe dingen.
Men zal dus moeten wachten op een politiek initiatief. Indien men
moet
wachten
op
een
veranderde
houding
van
de
verzekeringsmaatschappijen, vrees ik dat men kan blijven wachten.
Het is nuttig om een duidelijk beeld te krijgen, onder meer van de
veiligheidssituatie, de omstandigheden en de bestuurders.
09.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Une
évolution
des
mentalités dans les compagnies
d'assurance pourrait se faire
attendre longtemps. Une initiative
politique devra donc être prise
pour
que
les
compagnies
communiquent leurs données.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het invoeren van
het Live Enrollment systeem" (nr. 14208)
10 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "l'introduction du système Live
Enrollment" (n° 14208)
10.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, het zou de
bedoeling zijn om een uitwisselingsplatform te ontwikkelen waardoor
men digitaal pasfoto's
kan
bezorgen aan gemeentelijke
overheidsdiensten. Pasfoto's die werden gemaakt door geregistreerde
beroepsfotografen, zouden in een databank worden verzameld,
waarna de ambtenaar aan het loket de foto's kan downloaden. Dat
10.01 Michel Doomst (CD&V):
L'idée consisterait à fournir aux
services
administratifs
communaux des photos d'identité
numériques réalisées par des
photographes
professionnels.
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
systeem zou ervoor zorgen dat de foto's ook voldoen aan de
voorgeschreven normen en dat de mensen niet om de haverklap met
pasfoto's rond hoeven te zeulen. Het komt ook tegemoet aan het
voorstel van de beroepsfederatie van de fotografen. Ook de denkpiste
waarbij er mogelijkerwijze een scanner zou worden geplaatst in de
gemeentehuizen, behoort tot de denkrichting.
Bent u dat voorstel genegen? Wat is de stand van zaken in verband
met de invoering van een dergelijk live enrollment systeem? Kunt u
wat meer informatie geven? Hebt u een beeld van de kostprijs?
Verder is er de vraag volgens het liedje, wie zal dat betalen?
C'est également une demande de
la fédération professionnelle des
photographes. Il est également
possible de placer des scanneurs
dans les maisons communales.
Le ministre est-il favorable à ces
propositions? Quel est l'état
d'avancement du dossier? Quel en
sera le coût et qui le prendra en
charge?
10.02 Minister Guido De Padt: Collega Doomst, ik kan u meedelen
dat de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO op 21 april een
advies heeft uitgebracht over het invoeren van een live enrollment
systeem voor de aanmaak van paspoorten. Ik werd in het bezit
gesteld van dat advies, dat overigens mijn volle aandacht geniet.
Het voorstel van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO
wordt onderzocht op haalbaarheid en kostprijs en afgewogen tegen
mogelijk alternatieven. Dat gebeurt overigens in gezamenlijk overleg
met de administratie van Buitenlandse Zaken, omdat zij bevoegd zijn
voor de paspoorten. In deze fase van het onderzoek kan echter nog
geen raming van de kostprijs worden gegeven. Ik neem aan dat men
dat op een vrij positieve manier zal willen beoordelen.
10.02 Guido De Padt, ministre:
Le 21 avril, le Conseil supérieur
des indépendants et des PME a
rendu un avis sur un système de
live enrollment pour la fabrication
de passeports. Pour le moment, la
faisabilité est
à
l'étude,
en
comparaison, notamment, avec
des alternatives et en concertation
avec l'administration de l'Intérieur.
À l'heure actuelle, l'estimation des
coûts n'est pas encore possible.
J'attends une évaluation positive.
10.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor
uw antwoord.
Ik denk dat het een zeer zinvolle piste is, want ik kan vanuit de praktijk
toch wel zeggen dat er nogal wat wordt gezeuld met pasfoto's. In die
zin is het een formule die we zeker goed moeten onderzoeken en die
veel gemeentebesturen als muziek in de oren zal klinken. Als
toekomstig burgemeester van Geraardsbergen denk ik dan ook dat u
dat maximaal zult ondersteunen.
10.03 Michel Doomst (CD&V):
Je crois que l'idée est intéressante
parce que les photos d'identité
sont
parfois
sources
de
problèmes. L'initiative ne peut que
séduire les communes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 14210 de M. Landuyt est transformée en question écrite. La question
n° 14211 de M. Landuyt et n° 14231 de M. Weyts sont transformées en questions écrites. Mme Dierick a
retiré sa question n° 14213.
11 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de toestand van de
spoorwegpolitie in Oostende" (nr. 14271)
11 Question de M. Peter Logghe au ministre de l'Intérieur sur "la situation de la police des chemins de
fer d'Ostende" (n° 14271)
11.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik had mijn vraag ingediend in aansluiting op de
vraag van mevrouw Dierick over de politie in Oostende. Mijn vraag
betreft de spoorwegpolitie in Oostende, en ik zal ze stellen, maar dan
zonder bijstand van collega Dierick.
De veiligheid van de burgers en van de toeristen is niet alleen een
probleem in de binnenstad, maar ook, en misschien vooral, aan het
station. Een tijd geleden werd bekendgemaakt, door u of door uw
diensten, dat de spoorwegpolitie alleen nog vanuit Brugge zou
11.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le problème de la
sécurité des citoyens et des
touristes ne se cantonne pas au
centre-ville
d'Ostende
mais
s'étend également à la gare. Il a
été annoncé il y a quelque temps
que la police des chemins de fer
n'opèrerait plus qu'à partir de
Bruges et plus d'Ostende, où
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
opereren en dus niet meer vanuit Oostende waar de infrastructuur
trouwens veel te wensen overlaat.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende concrete vragen.
Ten eerste, er was nood aan een bestendige bewakingsdienst in het
station van Oostende. Wat is de stand van zaken in dat dossier?
Wanneer komen er opnieuw politiemensen in en rond het station van
Oostende?
Ten tweede, is er al een oplossing voor de huisvesting van de
spoorwegpolitie? Men was daarmee bezig en er zou naar oplossingen
worden gezocht. Zijn er al oplossingen in zicht? Kunt u misschien al
een tipje van de sluier oplichten?
Mijn derde vraag is veeleer van kwantitatieve aard. Vonden er tussen
het begin van dit jaar en vandaag al incidenten plaats in het station
van Oostende, waarbij de spoorwegpolitie van Brugge moet
tussenbeide komen? Zo ja, hoeveel keer is dat gebeurd? Binnen
welke tijdsspanne was de politie van Brugge ter plaatse in Oostende?
l'infrastructure laisse d'ailleurs à
désirer.
La présence d'un service de
gardiennage permanent s'imposait
à la gare d'Ostende. Quand y
verra-t-on
à
nouveau
des
policiers? Une solution a-t-elle
déjà
été
trouvée
pour
l'hébergement de la police des
chemins de fer? A-t-on déjà
enregistré dans la gare d'Ostende
des incidents pour lesquels il a
fallu appeler la police des chemins
de fer de Bruges? Combien depuis
le début de l'année? Dans quel
délai la police de Bruges est-elle
arrivée sur les lieux?
11.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, ik zal het volledig antwoord geven, want het zou niet veel
korter zijn als ik er alleen het luik uit zou halen dat uw vraag
behandelt.
Dit jaar wordt er enkel in Oostende een bijkomende versterking van
de federale politie ingezet, naast het volledige interventiekorps van
West-Vlaanderen, dat traditioneel tijdens het zomerseizoen ter
beschikking wordt gesteld van al de kustgemeenten. Bovenop de vier
personeelsleden van de algemene reserve, die ook reeds tijdens de
zomer van 2008 naar de politiezone van Oostende werden
gedetacheerd, zullen er dit jaar in juli en augustus eveneens vijf leden
uit de andere provincies worden gedetacheerd.
Er wordt momenteel niet overwogen om een vaste post van de
spoorwegpolitie te vestigen in het station van Oostende. De vaste
post van de federale spoorwegpolitie in het station van Brugge wordt
in de periode juli en augustus wel versterkt, zodat er dagelijks
gedurende een achttal uren een interventieploeg aanwezig kan zijn in
het station van Oostende.
Vanwaar die bijzondere aandacht? Nadat Oostende vorig jaar op
korte termijn met verschillende zware incidenten van zinloos geweld
werd geconfronteerd, gaf het stadsbestuur een studieopdracht aan
prof.-dr. De Ruyver. Die studie werd op 13 mei voorgesteld op een
vergadering waaraan ik deelnam en gaf onder meer aan dat het
lokale politiekorps punctueel en tijdelijk versterkt dient te worden. Op
lange termijn moet evenwel de structurele uitbouw van andere sociale
diensten en opvangnetten het fenomeen van de brandweerpolitie
doen verdwijnen. Dat was op de vergadering van 13 mei laatstleden
een al even duidelijke afspraak, ook met professor De Ruyver.
Wat de afhandeling van incidenten in en om het station van Oostende
betreft, regelt een ministeriële rondzendbrief van 15 april 2002 de
taakverdeling tussen de lokale politie en de federale spoorwegpolitie.
De lokale politie is mede verantwoordelijk voor de basispolitiezorg in
11.02 Guido De Padt, ministre:
Cette année, des renforts de la
police fédérale seront mobilisés
uniquement à Ostende, en plus du
corps d'intervention complet de
Flandre
occidentale
qui
est
traditionnellement à la disposition
de toutes les communes de la côte
pendant la saison estivale. En plus
des quatre agents de la réserve
générale, cinq agents issus des
autres provinces seront également
détachés cette année.
L'installation d'un poste permanent
de la police des chemins de fer à
Ostende n'est pas envisagée pour
le moment. Le poste permanent
de Bruges sera renforcé aux mois
de juillet et août, pour assurer
chaque jour la présence d'une
équipe d'intervention à Ostende
pendant environ huit heures.
À la suite d'une série de graves
incidents
survenus
l'année
dernière, une étude du professeur
De Ruyver a indiqué qu'il fallait
renforcer le corps de police local
de
manière
ponctuelle
et
temporaire. A long terme, le
développement structurel d'autres
services sociaux et de filets de
sécurité
devrait
entraîner
la
disparition du phénomène de la
police d'intervention.
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
de stations die niet beschikken over een vaste post van de
spoorwegpolitie. De spoorwegpolitie staat in voor de veiligheid op de
treinen en heeft een vaste post in tien stations ­ ik kan ze opsommen,
maar dat is misschien minder belangrijk ­ gaande van Brugge tot
Liège-Guillemins.
De basispolitiezorg in en om het station van Oostende maakt het
voorwerp uit van een protocol tussen de lokale politie van Oostende
en de federale spoorwegpolitie van Brugge, dat mee werd
ondertekend door de dirco van Brugge.
Ten slotte, kan ik u de volgende cijfers geven inzake politionele
interventie bij incidenten sinds begin dit jaar in het station van
Oostende. De spoorwegpolitie van Brugge kreeg 229 oproepen,
waarvan er 171 ter plaatse werden afgehandeld. De gemiddelde
interventietermijn bedroeg daarbij 25 minuten. De lokale politie van
Oostende verrichte 107 interventies.
La police locale est coresponsable
de la police de base dans les
gares sans police des chemins de
fer. La police des chemins de fer
veille à la sécurité à bord des
trains et dispose de postes fixes
dans dix gares. La police de base
dans et aux abords de la gare
d'Ostende
fait
l'objet
d'un
protocole entre la police locale
d'Ostende et la police fédérale des
chemins de fer de Bruges.
La police des chemins de fer de
Bruges a reçu 229 appels en
provenance d'Ostende, dont 171
ont été traités sur place. Le délai
moyen d'intervention était de 25
minutes.
La
police
locale
d'Ostende
a
assuré
107
interventions.
11.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw uitgebreide antwoord.
Ik sta versteld van het aantal oproepen. Ik noteer dat het de lokale
politie is die, ingeval er geen post van de federale spoorwegpolitie is,
zorgt voor de veiligheid en dat de interventietijd gemiddeld 25 minuten
bedroeg. Ik noteer ook dat men er voorlopig niet aan denkt in
Oostende opnieuw een post van de federale spoorwegpolitie te
vestigen. Als ik het goed heb begrepen, komt uw antwoord daarop
neer.
11.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je suis stupéfié par le
nombre d'appels. On peut donc
conclure de votre réponse que la
mise en place d'un nouveau poste
de la police des chemins de fer à
Ostende n'est pas prévue pour
l'heure.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de biometrische paspoorten"
(nr. 14228)
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "paspoorten met biometrische
gegevens" (nr. 14235)
- de heer Jan Peeters aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de gevolgen van de nieuwe
biometrische paspoorten voor lokale besturen en voor beroepsfotografen" (nr. 14326)
12 Questions jointes de
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "les passeports biométriques" (n° 14228)
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "les passeports avec données biométriques"
(n° 14235)
- M. Jan Peeters au ministre de l'Intérieur sur "les conséquences des nouveaux passeports
biométriques pour les administrations locales et les photographes professionnels" (n° 14326)
Le président: La question n° 14228 de M. Weyts est transformée en question écrite.
12.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, vanaf 2010 zullen de steden en gemeenten in ons land
paspoorten uitgeven waarop biometrische gegevens zijn opgenomen.
De omschakeling zal in stappen gebeuren. De chip op de
identiteitskaarten zou nu ook vingerafdrukken bevatten.
12.01 Michel Doomst (CD&V):
Dès 2010, les villes et communes
de
notre
pays
délivreront
progressivement des passeports
contenant
des
données
biométriques. La puce apposée
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
De bedoeling van de Europese Unie is om al in 2009 met de uitgifte
van voornoemde paspoorten te beginnen. Een en ander heeft
blijkbaar vertraging opgelopen.
De woordvoerder van Buitenlandse Zaken heeft gesteld dat de steden
en gemeenten zichzelf zouden uitrusten. Uitrusten moet door een
gemeente altijd in actieve zin worden bekeken. Concreet zouden de
gemeenten in 2010 beginnen met de aankoop van de toestellen die
vingerafdrukken kunnen inscannen.
Mijnheer de minister, kunt u het invoeren van het biometrisch
paspoort toelichten?
Bent u op de hoogte van de vertraging? Wat is de reden voor de
vertraging?
Wanneer zullen de steden en gemeenten van voornoemde maatregel
op de hoogte worden gebracht?
Wat is de kostprijs van de nieuwe kaarten en van de aanmaak ervan?
sur
les
cartes
d'identité
comprendrait
désormais
également
les
empreintes
digitales.
L'Union
européenne
entend déjà lancer cette année
l'émission de ces passeports.
Manifestement, le projet accuse
un certain retard. Le porte-parole
des Affaires étrangères a affirmé
que les villes et communes
commenceraient à acquérir les
scanners d'empreintes digitales en
2010.
Le
ministre
peut-il
apporter
davantage de précisions sur
l'instauration
du
passeport
biométrique? A-t-il connaissance
d'un retard dans la mise en place
du projet? Quand les villes et
communes seront-elles informées
de ces nouvelles procédures?
Quel est le coût des nouvelles
cartes?
12.02 Jan Peeters (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag betreft hetzelfde onderwerp als de vraag die de
heer Doomst daarnet aan u heeft gesteld. Mijn vraag zoomt echter
meer in op de gevolgen voor de lokale besturen alsook voor de
beroepsfotografen in ons land bij de invoering van dergelijke
biometrische paspoorten en vooral bij de wijziging van de procedure,
waarin de lokale besturen een belangrijke, exclusieve rol zullen
krijgen, onder andere bij het aanleveren van de pasfoto's die voldoen
aan de genoemde biometrische gegevens die Europa van ons vraagt.
De procedure staat al veel verder.
Klopt het dat Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken, die samen
het project stuwen, tot voor kort van plan waren om effectief de
verplichting op te leggen dat een pasfoto voor een paspoort enkel nog
met speciale apparatuur aan de loketten en door gemeentelijke
ambtenaren zou kunnen worden genomen? Klopt het dat het
binnenbrengen van een door beroepsfotografen genomen pasfoto in
dat geval niet langer zou worden aanvaard?
Daartoe zijn door de lokale besturen al vele demarches ondernomen.
In december 2009 hebben alle gemeentebesturen ­ de heer Doomst
zal de vraag ook zeker hebben ontvangen ­ een keuze moeten
maken tussen de apparatuur die de lokale besturen te dien einde ter
beschikking wilden krijgen of kopen. Het antwoord op de vraag of zij
de apparatuur ter beschikking zouden krijgen of zouden moeten
kopen, werd in het midden gelaten. De besturen konden voor een
grote, heavy configuratie, voor een lichtere configuratie of voor een
configuratie van beide, voornoemde mogelijkheden kiezen.
Vanwege de overheid was er dus al een grote beweging om effectief
naar het nieuwe systeem van paspoortaanlevering over te stappen.
12.02 Jan Peeters (sp.a): Est-il
exact que la photo d'identité qui
figurera sur les passeports ne
pourra plus être réalisée qu'à un
guichet
un
fonctionnaire
communal utilisera un appareil
spécialement prévu à cet effet?
Les photos d'identité prises par un
photographe
professionnel ne
seront-elles plus admises? En
décembre
2009,
toutes
les
administrations communales ont
dû choisir des appareils en
fonction de leurs besoins. Les
pouvoirs publics ont dès lors déjà
annoncé le passage effectif au
nouveau système de délivrance
des passeports. Depuis lors, une
concertation a-t-elle été organisée
avec les administrations locales,
l'Union des villes et communes et
les fédérations de photographes
professionnels?
Le
gouvernement
pourrait-il
étudier d'autres options appliquées
à l'étranger comme le recours, par
exemple, à des photographes
professionnels accrédités? Ce
système est également préconisé
par le Conseil supérieur des
Indépendants et des PME. Il me
semble étrange que dans ce
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Is over het voornoemde sindsdien met de lokale besturen, met de
Vereniging van Steden en Gemeenten en met de Federaties van
Beroepsfotografen overlegd?
Wat was het resultaat van het overleg?
In hoeverre houdt de regering rekening met de nieuwe modaliteiten
die binnen voornoemd overleg al dan niet zijn afgesproken?
Houdt de regering ook rekening met eventuele alternatieven die in het
buitenland worden toegepast? In Oostenrijk en Nederland
bijvoorbeeld staat men de beroepsfotografen nog wel toe een rol te
spelen in dat proces van paspoorten voor de aanlevering van
pasfoto's voor de nieuwe paspoorten. Daar werkt men met
geaccrediteerde beroepsfotografen. Zij moeten weliswaar aan de
technische modaliteiten voldoen, maar spelen daar nog effectief als
private ondernemers een rol in en worden niet buiten de markt gezet
zoals in het systeem van Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken
wel het geval zou zijn. Het systeem werd ook aangeprezen door de
Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO's enkele weken geleden.
Gaat de regering in op die suggestie om te werken zoals in Nederland
of in Oostenrijk?
Laatste vraag. Voorziet de regering ook in financiële en personele
steun voor de lokale besturen wanneer zij deze bijkomende taken
moeten uitvoeren en effectief zelf "fotograaf moeten spelen" aan de
gemeentelijke loketten bij het uitreiken van de nieuwe biometrische
paspoorten? U mag dat niet onderschatten. Binnenlandse Zaken
rekent op een paar minuten per dossieraanmaak aan de
gemeentelijke loketten bij het uitreiken van deze paspoorten voor
personeel dat daarvoor niet is opgeleid, in gemeentelijke gebouwen
die daar niet noodzakelijk voor aangepast zijn en waarmee geen
rekening werd gehouden bij de organisatie van de loketten. Dat is niet
zo evident.
Ik vind het zeer merkwaardig dat liberale excellenties als uzelf en
minister De Gucht de beroepsfotografen, de kleine ondernemers in dit
land die het al zo moeilijk hebben in de sector van de fotografie, totaal
buiten spel zetten en nog een zeer belangrijk marktaandeel
afsnoepen. Europa legt ons dat niet op: dat wordt niet gevraagd in de
richtlijnen van Europa. Er wordt enkel gevraagd dat men met
scherpere kwaliteitscriteria zou kunnen werken. Zij bieden zelf aan
daarop in te gaan en dit te kunnen aanleveren. Ik zie niet in waarom u
die mensen buiten spel zou zetten.
dossier, des ministres libéraux
excluent
les
photographes
professionnels alors que les
directives
européennes
demandent
simplement
un
renforcement des critères de
qualité.
Si les administrations locales
doivent se charger de ces
missions
supplémentaires,
le
gouvernement prévoit-il de leur
apporter un soutien?
12.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, toen ik zelf
parlementslid was, hoorde ik het antwoord op dergelijke vragen dat ik
nu ga geven, ook niet zo graag. Het gaat over de internationaal
opgelegde implementering van biometrische gegevens waarvoor mijn
collega van Buitenlandse Zaken bevoegd is. Het gaat over de
vermelding op paspoorten die worden aangevraagd. Ik wil de vragen
ook bezorgen aan de huidige of de toekomstige minister van
Buitenlandse Zaken om de aandacht te vestigen op wat jullie hier
hebben aangekaart.
Ik heb overigens al een deel van het antwoord gegeven bij het
beantwoorden van vorige vraag van collega Doomst. Ik heb verwezen
naar de tussenkomst door de Hoge Raad voor Zelfstandigen en
12.03 Guido De Padt, ministre: Il
s'agit en l'occurrence de la mise
en oeuvre obligatoire à l'échelon
international
de
données
biométriques, relevant de la
compétence du ministre des
Affaires étrangères. Nous ne
manquerons
pas
d'examiner
attentivement les commentaires
du
Conseil
supérieur
des
Indépendants et des PME. J'ai
aussi cru comprendre que les
Affaires
étrangères
étaient
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
KMO's en dat men dit goed zou onderzoeken. Ik heb ook menen te
begrijpen uit het vervolgverhaal in de pers dat er bij Buitenlandse
Zaken volledige bereidheid is om deze zaak voor de zelfstandige
fotografen mits een goede invulling van de veiligheidsvereisten te
gaan bekijken.
Binnenlandse Zaken kan overleg plegen met Buitenlandse Zaken om
het systeem van elektronische identiteitskaarten toe te passen op de
paspoorten. Voor het overige moet ik u verwijzen naar wat
Buitenlandse Zaken hierover zal beslissen. Dat neemt niet weg dat ik
mij voor een stuk achter uw bezorgdheden kan scharen. Het overleg
met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en hun
Brusselse en Waalse tegenhangers zal op gang moeten komen.
Onze bezorgdheid betreft vooral een veilig systeem uit te bouwen: het
is niet onze doelstelling bepaalde zelfstandige fotografen hiervoor
buiten spel te zetten.
disposées
à
réexaminer
attentivement
la
question,
moyennant
le
respect
des
exigences en matière de sécurité.
Les départements de l'Intérieur et
des Affaires étrangères peuvent
se concerter pour appliquer aux
passeports le système des cartes
d'identité électroniques. Il faut par
ailleurs également consulter les
associations
des
villes
et
communes. Notre souci majeur
est de développer un système sûr
et non d'exclure un groupe de
photographes indépendants.
12.04 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik denk dat wij
enkele bekommernissen delen, namelijk de kostprijs, het effect op de
gemeenten en de betrokkenheid van de beroepsfotografen. Ik heb die
vraag echter voorbereid en zal ze straks in de commissie aan de heer
De Gucht voorleggen, voor ik ze aan de heer Leterme moet stellen.
12.04 Michel Doomst (CD&V):
Je ne manquerai pas d'interroger
le ministre De Gucht à ce sujet en
commission.
12.05 Jan Peeters (sp.a): Het is mooi dat de heer Doomst het
antwoord van de heer De Gucht meer betrouwt dan het antwoord van
de heer Leterme, maar ik zal straks meegaan naar de commissie
voor de Buitenlandse Betrekkingen, om de vraag effectief aan uw
collega te stellen.
Mijnheer de minister, ik dank u omdat u onze bezorgdheden voor de
lokale besturen en de kleine zelfstandigen deelt. Als er daarover in de
komende maanden in de regering wordt gesproken, tussen de
discussies over het asielbeleid, dan hoop ik dat u die stem daar ook
zult laten horen. De lokale besturen rekenen op u, als hoeder van de
belangen van de lokale overheid. De administratie krijgt veel te maken
met de bezorgdheden van de diensten van de burgerlijke stand. Al
wat zij aan overlast meekrijgen van uw collega van Buitenlandse
Zaken, zorgt ervoor dat zij zaken voor uw directie van de bevolking
minder efficiënt kunnen doen. Ik meen dat het ook in het belang van
uw administratie is om mee daarover te waken.
12.05 Jan Peeters (sp.a): Moi
aussi je poserai la question en
commission
des
Affaires
étrangères. Je remercie le ministre
pour sa sollicitude en ce qui
concerne
les
administrations
locales et les petits indépendants.
J'espère qu'il arrivera à faire
entendre sa voix à ce sujet au sein
du gouvernement. Si les Affaires
étrangères imposent une charge
de travail supplémentaire aux
autorités locales, cela peut avoir
des répercussions sur l'efficacité
du fonctionnement des services à
la population.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de M. Georges Gilkinet au ministre de l'Intérieur sur "l'installation d'une unité de
protection civile à Gembloux" (n° 14261)
13 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de vestiging
van een eenheid van de civiele bescherming in Gembloux" (nr. 14261)
13.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le ministre, vous savez que je m'inquiète de l'achèvement
des travaux et du dégagement des crédits nécessaires à l'installation
d'une unité de la protection civile à Gembloux; elle devrait couvrir les
provinces de Namur et du Brabant wallon. Ce dossier fait figure de
monstre du Loch Ness.
Je vous ai déjà interrogé à ce sujet, ainsi que le ministre en charge de
la Régie des Bâtiments et le secrétaire d'État au Budget. J'ai retenu
13.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ik maak me zorgen over
de voltooiing van de werken en het
uittrekken van de nodige kredieten
voor de vestiging van een eenheid
van de civiele bescherming in
Gembloux (die de provincies
Namen en Waals-Brabant zou
bestrijken).
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
trois informations des réponses que celui-ci m'a données en
commission des Finances, voilà déjà quelques semaines.
Premièrement, selon la notification du Conseil des ministres du
24 avril 2009, suite au dépôt de votre note à ce sujet, un groupe de
travail de coordination de la Politique devait se réunir à votre initiative,
composé des délégués des membres du cabinet restreint et du
secrétaire d'État au Budget, afin de soumettre au Conseil une
proposition concrète qui tienne compte des besoins, du coût, des
moyens, des alternatives possibles quant à l'avenir de cette unité de
la protection civile. Le ministre m'informait que cette réunion ne s'était
pas encore tenue au moment de ma question.
Deuxièmement, l'impact budgétaire du dossier proposé relevait une
évaluation qui tourne entre 8 et 9 millions d'euros, mais l'avis de
l'Inspection des Finances n'avait pas été demandé; dès lors, cette
évaluation budgétaire n'avait pu être validée, empêchant ainsi la
poursuite des travaux.
Troisièmement, il existait un crédit provisionnel de 10 millions d'euros,
inscrit à l'allocation de base touchant aux dépenses de toutes natures
du Centre de connaissances et de la réforme de la sécurité civile.
Selon le secrétaire d'État au Budget, ce crédit aurait pu être utilisé
pour réaliser les investissements nécessaires.
Monsieur le ministre, le groupe intercabinets dont question plus haut
a-t-il été depuis lors convoqué par vos soins?
Si oui, quel en a été le résultat? Si non, pourquoi et quand le sera-t-il?
L'avis de l'Inspection des Finances a-t-il depuis lors été demandé sur
ce dossier? Quelle en est la teneur?
Confirmez-vous l'existence d'un crédit provisionnel de 10 millions
d'euros, qui pourrait être utilisé afin de procéder à l'installation de
cette unité de la protection civile à Gembloux?
Enfin, dans quel délai pensez-vous qu'une décision pourra être prise
dans ce dossier? Dans quel délai cette unité de la protection civile
pourra-t-elle être opérationnelle?
Ik heb u daarover al ondervraagd,
net als de minister die bevoegd is
voor de Regie der Gebouwen en
de
Staatssecretaris
voor
Begroting. Volgens de notificatie
van de ministerraad van 24 april
2009 zou er een werkgroep
bijeenkomen die de ministerraad
een concreet voorstel over de
toekomst van die eenheid zou
voorleggen. De begrotingsimpact
werd op acht of negen miljoen
euro geraamd, maar het advies
van de inspectie van Financiën
werd niet gevraagd. Ten slotte is
er een provisioneel krediet van tien
miljoen euro op de basisallocatie
Kenniscentrum ­ hervorming van
de civiele veiligheid.
Is de interkabinettenwerkgroep al
bijeengekomen en zo ja, welke
resultaten heeft dat opgeleverd?
Zo niet, hoe komt dat, en wanneer
zal ze dan wel bijeenkomen?
Werd het advies van de Inspectie
van Financiën inmiddels gevraagd
en wat is de strekking ervan?
Bevestigt u het bestaan van een
provisioneel krediet van tien
miljoen euro dat zou kunnen
worden aangewend voor de
vestiging van die eenheid van de
civiele bescherming in Gembloux?
Wanneer zal er in dat dossier een
beslissing
kunnen
worden
genomen en wanneer zal die
eenheid
van
de
civiele
bescherming operationeel kunnen
zijn?
13.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, monsieur
Gilkinet, le 15 juin 2009, le groupe intercabinets dont question s'est
réuni. La décision de ce groupe est de préparer un dossier dans le
cadre du contrôle administratif et budgétaire.
Après avoir obtenu l'avis de l'Inspection des Finances, je solliciterai
l'accord du secrétaire d'État au Budget. Un avis informel a été
demandé à l'Inspection des Finances le 16 juin dernier. Elle a formulé
certaines remarques préalables pour lesquelles les divers services
concernés préparent les réponses nécessaires.
Le crédit provisionnel de 10 millions d'euros, dont vous parlez, est
exclusivement prévu pour la réforme de la sécurité civile et le Centre
13.02 Minister Guido De Padt:
De interkabinettenwerkgroep is op
15 juni 2009 bijeengekomen en
heeft beslist een dossier voor te
bereiden in het kader van de
administratieve
en
begrotingscontrole.
Op 16 juni werd de Inspectie van
Financiën om een informeel
advies gevraagd. Ze formuleerde
een aantal opmerkingen en de
betrokken diensten buigen zich
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
de connaissances.
Le 17 juin 2009, lors de la discussion budgétaire bilatérale, le point
relatif à l'installation d'une unité de la protection civile à Gembloux a
été postposé.
Ce point fera l'objet d'une discussion ultérieure en Conseil des
ministres. Il m'est donc impossible de vous répondre précisément
pour le moment.
momenteel over de antwoorden
dienaangaande. Nadat ik het
advies van de Inspectie van
Financiën zal hebben ontvangen,
zal
ik
het
fiat
van
de
Staatssecretaris voor Begroting
vragen.
Het provisioneel krediet van tien
miljoen euro is bestemd voor de
hervorming
van
de
civiele
bescherming
en
voor
het
Kenniscentrum.
Tijdens
de
bilaterale
begrotingsbesprekingen op 17 juni
2009 werd het punt betreffende de
eenheid
van
de
civiele
bescherming
in
Gembloux
uitgesteld.
Dat punt zal dus later in de
Ministerraad worden besproken.
13.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie de votre réponse. Nous avons un peu avancé depuis
mes précédentes questions, puisque le groupe intercabinets s'est
réuni, qu'un avis informel de l'Inspection des Finances a été demandé
et qu'une réponse y sera apportée. Néanmoins, aucun engagement
ferme n'a encore été pris.
Je profite de l'occasion pour vous répéter qu'il s'agit d'un
investissement nécessaire et urgent, ne serait-ce qu'au regard des
budgets qui ont déjà été dédiés à la réalisation du centre de la
protection civile à Gembloux. Il importe de couvrir correctement ces
deux provinces.
J'espère que l'été vous permettra ­ en compagnie de votre collègue ­
d'aboutir dans ce dossier. Je ne manquerai pas de vous interroger de
nouveau à ce propos.
13.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Het gaat om een
noodzakelijke
en
dringende
investering, al was het maar in het
licht van de middelen die al aan de
bouw van het centrum van de
civiele bescherming in Gembloux
werden
besteed.
Die
twee
provincies moeten op een correcte
manier worden bestreken.
Ik hoop dat dit dossier tijdens de
zomer succesvol kan worden
afgerond. Ik zal niet nalaten u
daarover opnieuw te ondervragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het aantal
politieagenten bij voetbalwedstrijden" (nr. 14265)
14 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "le nombre de policiers mobilisés pour
les matchs de football" (n° 14265)
14.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik wil u een vraag stellen over de gele kaart die u trekt voor
de politie-inzet bij voetbalmatchen die de overheid miljoenen euro per
jaar kost. U stelt dat de maatschappij jaarlijks zoveel investeert in het
voetbal dat het tijd is dat de clubs wat terug doen. U stelt voor dat er
wat meer belangstelling zou komen voor projecten met jongeren of
scholen en dat die projecten zouden worden betaald vanuit de kas
van de respectieve clubs.
14.01 Michel Doomst (CD&V):
D'après le ministre, il est temps
que les clubs de football prennent
des initiative en contrepartie des
millions d'euros consacrés par
l'État au déploiement des forces
de police lors des rencontres de
football. Le ministre songe à des
projets menés avec des jeunes ou
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Kunt daarover wat meer toelichting geven? Welke verwachtingen hebt
u daarbij? Denkt u dat het afdwingbaar en controleerbaar is?
avec des écoles et financés par
les clubs. Peut-il en dire plus?
14.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Doomst, de politie-inzet in eerste klasse is in vergelijking met vorig
seizoen 5 procent gedaald. Er is een gemiddelde inzet van 73 leden
van de politie per wedstrijd, tegenover gemiddeld 76,8 in het seizoen
2007-2008.
14.03 Michel Doomst (CD&V): Ik denk dat dat het antwoord op
vraag nr. 26 is. Nu hebben wij het over vraag nr. 25.
14.04 Minister Guido De Padt: Maar u hebt vraag nr. 25 niet gesteld.
Le président: Pour l'instant, nous sommes dans la question sur le nombre de policiers.
14.05 Minister Guido De Padt: Ik dacht dat het ging over het aantal
politieagenten bij voetbalwedstrijden.
14.06 Michel Doomst (CD&V): Neen, het gaat over de wederdienst
van voetbalclubs.
Le président: Le nombre de policiers! Et après, ce sera les services en retour des clubs de football. On
reste dans le foot...
14.07 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Doomst, ik maak u graag een lijst over van de inspanningen die de
overheid doet ten behoeve van de voetbalclubs in het raam van de
veiligheid in de brede zin van het woord.
De kosten voor de politie-inzet bedragen 4,5 miljoen euro voor het
afgelopen seizoen, met testwedstrijden 5 miljoen euro, en enkel voor
de eerste klasse competitie, niet voor de Beker van België en
internationale wedstrijden.
Er werken 22 personen fulltime bij Binnenlandse Zaken, 4 bij de
federale politie.
Circa 30 personen werken fulltime in het raam van deze problematiek
bij de lokale politie.
Er is een fairplaykrediet Binnenlandse Zaken ten bedrage van
100.000 euro per jaar, een subsidie aan de voetbalwereld voor
preventieve projecten. Die projecten draaien voor 70 procent op de
subsidies van de overheid en voor 30 procent op de middelen van de
clubs.
Er worden 36 startbaners ter beschikking gesteld via Binnenlandse
Zaken, waarvan 22 niet zijn opgenomen.
Er is ook de vzw Open Stadion. Dat betekent 200.000 euro voor de
clubs dit jaar, komende van 420.000 euro en ter ondersteuning van
projecten Football in the Community.
Er is een investering van de gemeenten in de stadions, die meestal
hun eigendom zijn.
Dat is een overzicht van de investeringen en de bijdragen die de
overheid, de belastingbetaler, in het raam van voetbal levert.
14.07 Guido De Padt, ministre:
Le dispositif policier a coûté 4,5
millions d'euros la saison dernière,
rien que pour les rencontres de
première division. Cette question
occupe vingt-deux personnes à
temps plein à l'Intérieur, quatre à
la police fédérale et trente environ
à la police locale.
Un crédit de fair-play de 100.000
euros par an est inscrit au budget
de l'Intérieur pour des projets
préventifs et 36 jeunes sous
convention de premier emploi sont
mis à disposition. Cette année,
l'ASBL Stade Ouvert a fourni aux
clubs 200.000 euros pour soutenir
des projets Football in the
community.
Par ailleurs, les
communes
investissent
aussi
dans les stades, dont elles sont
généralement propriétaires.
L'an dernier, lors de la table ronde
sur la sécurité des matches de
football, il a été convenu que le
monde du football participerait aux
débats sur l'intégration d'un projet
de prévention sociale dans les
licences des clubs. Cependant, la
coopération
du
milieu
footballistique a été minime.
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Vorig jaar werd op de rondetafel Voetbalveiligheid afgesproken dat de
voetbalwereld zou meewerken aan een werkgroep die zou nagaan
hoe een sociaal preventief project zou kunnen worden ingebed in de
licenties van de clubs. De medewerking vanuit de voetbalwereld was
echter nagenoeg nihil.
Op de uitreiking van de prijzen voor de laureaten van het fair-
playkrediet 2008 gaf de voorzitter van de Profliga, de heer De Witte,
aan dat hij het normaal vond dat de voetbalwereld een sociaal
dividend zou uitkeren. Nogal wat clubs hebben heden sociaal
preventieve projecten lopen doch teren hierbij meestal voor 70 à 80
procent op subsidies van de overheid.
Ik vind het echter normaal dat de voetbalwereld hier een gelijkaardige
50-50-verdeelsleutel of een grotere inspanning doet dan de overheid,
net zoals in onze buurlanden. Dit werd als dusdanig ook besproken op
de rondetafel.
Het is mij er dus niet om te doen om een 50-50-verdeelsleutel te gaan
vragen in het raam van de 5 miljoen aan politie-inzet. Als ik echter
spreek over 100.000 euro op het vlak van de fair-playkredieten, denk
ik dat er een evenwaardige inspanning zou kunnen komen vanuit de
voetbalwereld op dat vlak. Ik doel op de projecten die wij
ondersteunen. Ik begrijp ook wel dat men hen niet kan verplichten om
6 à 7 miljoen te investeren in sociaal preventieve projecten.
Ik sluit mij in dat raam graag aan bij hetgeen François Colin, een
gerenommeerd
voetbalverslaggever,
na
de
testwedstrijden
verklaarde. U weet dat er daar ook wat heibel is geweest over het
gegeven dat men alleen in één bepaald gedeelte van ons land die
testwedstrijden kon volgen.
Ik citeer toch even die voetbalverslaggever: "De schaamteloze koe
met Be TV," dat was dus die operator, "past helemaal in de visie van
het oude voetbal. Het gaat uit van het geloof dat topclubs zich alles
mogen permitteren en zoveel mogelijk geld moeten proberen te
beuren. Dit blijft echter niet duren. Voetbal gaat meer en meer de
richting uit van ambiance en solidariteit. Het is de enige
verantwoording voor de bijdrage van de overheid in stadions en
ordediensten."
Ik zal de burgemeesters aanraden om dergelijke sociaal preventieve
projecten op te nemen in de jaarlijks af te sluiten overeenkomst
tussen club, politie, hulpdiensten en burgemeester. Het gaat dan
bijvoorbeeld over een aantal uren maatschappelijk engagement door
een aantal politiemensen. Ik kan hen hiertoe niet verplichten. Dat zou
trouwens niet opportuun zijn. Sociaal preventieve projecten moeten
met het nodige engagement en toewijding gebeuren en mogen niet
worden afgehandeld als een verplicht nummertje. De opvolging van
deze projecten gebeurt stelselmatig door de voetbalcel binnen mijn
diensten, die dienaangaande reeds twee handboeken heeft verspreid
met goede praktijken uit binnen- en buitenland die voor al onze clubs
als voorbeeld kunnen dienen.
Hoewel ik in eerste instantie voorstander ben van een sociale
retributie zal de burgemeester ­ u bent er ook een ­ binnenkort ook
de mogelijkheid krijgen om over te gaan tot een financiële retributie. Ik
Jusqu'ici, les clubs qui ont des
projets sociaux en cours financent
ceux-ci par des aides publiques à
concurrence de 70 à 80 %. Or il
me paraîtrait logique que les clubs
financent la moitié de ces coûts,
voire plus. Il ne s'agit donc pas de
dépenses liées à la sécurité mais
de projets sociaux. À cet égard,
j'adhère aux propos du journaliste
sportif François Colin lorsqu'il dit
que seules l'ambiance et la
solidarité peuvent justifier que le
football draine autant de deniers
publics.
C'est pourquoi je conseillerai aux
bourgmestres de faire mentionner
pareils projets de prévention
sociale dans le contrat annuel
qu'ils concluent avec les clubs, la
police et les services de secours.
Je ne puis pas l'imposer, et c'est
une bonne chose car on ne peut
s'acquitter de ces projets de
prévention sociale comme s'il
s'agissait de figures imposées. La
Cellule football suit ces projets et a
également diffusé deux guides
comportant des exemples de
bonnes pratiques.
Bien que je préconise une
rétribution sociale, le bourgmestre
pourra bientôt procéder aussi à un
recouvrement financier des coûts
lorsque les organisateurs ne
respectent
pas
les
accords
conclus.
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
bereid dienaangaande immers een koninklijk besluit voor dat
bovendien niet alleen zal gelden voor de organisatoren van
voetbalwedstrijden. Er kan een financiële retributie komen wanneer
bepaalde organisatoren de afspraken die zij hebben gemaakt met de
gemeentelijke overheid niet nakomen, bijvoorbeeld op het vlak van de
beveiliging van kruispunten en dergelijke meer. Als de overheid dan
politiemensen zou moeten inzetten, zou de burgemeester of de
gemeenteraad kunnen beslissen om dit te gaan terugvorderen van de
organisatie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 13987 de M. Flahaut est transformée en question écrite ainsi que la question
n° 14286 de M. Gilkinet.
15 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het aantal
politieagenten bij voetbalwedstrijden" (nr. 14265)
15 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "le nombre de policiers mobilisés pour
les matchs de football" (n° 14265)
15.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, u hebt
vastgesteld dat er nog steeds te veel politieagenten worden ingezet bij
voetbalwedstrijden in eerste klasse. Dender is jammer genoeg gezakt
naar tweede klasse.
Het afgelopen seizoen stond het aantal politiemensen per wedstrijd
blijkbaar op het laagste niveau in vijf jaar. U wilt de inzet nog
efficiënter maken. Ik meen dat daarvoor iets te zeggen valt. We
hebben daarover al een discussie gehad in de commissie van eind
maart.
U hebt toen geantwoord dat de cel Integrale Voetbalveiligheid van de
federale politie en de dossierbeheerders Voetbal bij de lokale politie
de aanbevelingen en de door u aangereikte verbeterpunten zouden
aftoetsen. Vervolgens zou een geheel van voorstellen worden
besproken op een rondetafelconferentie inzake voetbalveiligheid. Er
liep de afgelopen maanden ook een wetenschappelijke studie inzake
de inzet van stewards.
Kunt u wat meer toelichting geven over de cijfers inzake de inzet van
politiemensen? U hebt daarover daarnet al iets gezegd. In welke mate
is er een verschil te merken tussen de inzet in eerste en tweede
klasse? Op welke manier zult u de inzet nog efficiënter maken?
Wat zijn de bevindingen van de centrale cel Integrale
Voetbalveiligheid? Welke voorstellen werden besproken op de
rondetafelconferentie? Kunt u wat toelichting geven bij het beoordelen
van de inspanningen inzake sensibilisering en opleiding? Hoever staat
het met de wetenschappelijke studie inzake het inzetten van
stewards?
15.01 Michel Doomst (CD&V):
Moins de policiers ont été
déployés au cours de la dernière
saison de football et le chiffre le
plus bas a été enregistré depuis
cinq ans. Le ministre souhaite
accroître encore l'efficacité du
travail et a demandé à la cellule
Sécurité intégrale football de la
police
fédérale
et
aux
gestionnaires de dossiers relatifs
au football au sein de la police
locale
d'examiner
ses
propositions.
Combien d'agents de police ont
été mobilisés pour les rencontres
de première et deuxième division?
Comment
peut-on
accroître
l'efficacité? Quelles ont été les
conclusions de la cellule Sécurité
intégrale
football?
Quelles
propositions seront examinées lors
de la table ronde? Qu'en est-il des
efforts
au
niveau
de
la
sensibilisation et de la formation?
Où en est l'étude scientifique sur
le recours à des stewards?
15.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer Doomst, de politie-inzet in
eerste klasse is in vergelijking met vorig seizoen met 5 procent
gedaald, met een gemiddelde inzet van 73 politiemensen per
wedstrijd ten opzichte van 76,8 per wedstrijd in het seizoen 2007-
2008.
15.02 Guido De Padt, ministre:
Le déploiement des forces de
police en première division a
diminué de 5%. Septante-trois
agents de police ont été mobilisés
en moyenne par match, par
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
In het totaal werden afgelopen seizoen 22.346 manschappen ingezet,
het laagste aantal sinds het begin van de vergelijkbare metingen in
het seizoen 1991-1992. De totale kostprijs hiervoor bedraagt in eerste
klasse 4.533.076 euro.
Er zijn tot op heden nog geen cijfers bekend over de inzet in tweede
klasse, doch de inzet van manschappen ligt traditiegetrouw een heel
pak lager dan in eerste klasse, vaak circa 15 procent van wat wordt
ingezet in eerste klasse. Dat zal zeker het geval zijn nu de politie van
Antwerpen voor de grootste risicoclub uit tweede klasse
overgeschakeld is op een concept van risicogelieerde inzet in plaats
van hun vroegere concept van beheerste intimidatie, waarbij men
veeleer inzet op kwantiteit.
Desalniettemin is het duidelijk dat in de meeste steden nog altijd geen
sprake is van een risicogelieerde inzet. Men gaat over tot politie-inzet
op basis van de historiek en een concept van machtsvertoon. Ik kan
dienaangaande enkel aanbevelingen doen aan de lokale
politiediensten en burgemeesters, aangezien zij bevoegd en
verantwoordelijk zijn voor de openbare ordehandhaving op hun
grondgebied.
Het concept van risicogelieerde inzet werd afgelopen seizoen naar
voren gebracht in alle opleidingen ter zake en werd tevens uit de
doeken gedaan op een grootscheeps seminarie voor alle
commandanten van de ordediensten. Ik moet echter vaststellen dat
ondanks al die inspanningen inzake opleiding en sensibilisering
sommigen blijven volharden in de verouderde manier van aanpakken,
namelijk het massaal zichtbaar politie op de been brengen.
Gelet hierop heb ik aan de werkgroep Dossierbeheerders Voetbal van
de lokale politie gevraagd om samen met de Voetbalcel meer
dwingende richtlijnen voor te bereiden, die dan als omzendbrief zullen
worden verspreid.
De cel Integrale Voetbalveiligheid van de federale politie ondersteunt
de voorstellen die ik naar voren heb geschoven.
Bij de rondetafelgesprekken kwamen de volgende punten aan bod: de
sociaalpreventieve projecten, waarvoor ik verwijs naar mijn antwoord
op vraag nr. 14266, de aanpak van kwetsende en racistische
spreekkoren en de toegankelijkheid van de stadions voor personen
met een beperking, een gestructureerde methode om supporters te
informeren over de wedstrijden op verplaatsing zoals de te volgen
aanrijdroutes, de parkings en de ticketprijzen, de werkwijze om het
aspect veiligheid voor de kandidatuurstelling van België en Nederland
voor het WK 2018 voor te bereiden, de competitiehervorming waarbij
de details verder zullen worden besproken op 11 augustus tussen
mijzelf en de voorzitter van de Profliga, gelet op zijn afwezigheid op de
rondetafelgesprekken,
de
evaluatie
door
de
Nationale
Supportersfederatie Profclubs van vorig seizoen.
Wat dat betreft hebben ze via hun evaluatiemethode 128
meldformulieren ontvangen. In 99 gevallen werd de veiligheid en
ordehandhaving als goed beoordeeld, in zeven gevallen als matig en
in drie gevallen als niet goed.
Nog andere agendapunten waren: het koninklijk besluit inzake de
retributie van de politiekosten aan de clubs op bepaalde voorwaarden,
rapport à 76,80 au cours de la
saison 2007-2008. Au total, 22.346
hommes ont été mobilisés, ce qui
représente le chiffre le plus bas
depuis le début de la tenue des
statistiques, en 1991-1992. Le
coût total en première division
s'élève à un peu plus de 4,5
millions d'euros. Les chiffres pour
la deuxième division ne sont pas
encore disponibles mais ils ont
toujours été largement inférieurs à
ceux de la première division. Ce
sera certainement à nouveau le
cas, maintenant que la police
d'Anvers ­ la ville qui abrite le
principal club à risques de
deuxième division ­ est passée du
concept de l'intimidation contrôlée
à celui du déploiement en fonction
des risques.
Dans la plupart des villes, il n'est
toutefois toujours pas question
d'un tel déploiement en fonction
des risques. Je transmettrai
quelques recommandations en la
matière aux services de police
locaux et aux bourgmestres. La
saison dernière, le concept a été
mis en évidence lors de toutes les
formations
mais
certains
continuent
apparemment
à
appliquer l'ancienne méthode,
celle de la présence massive et
manifeste de la police. C'est
pourquoi
j'ai
demandé
aux
gestionnaires de dossiers relatifs
au football de préparer, en
collaboration avec la cellule
Football,
des
directives
contraignantes
qui
seront
distribuées sous la forme d'une
circulaire.
La cellule Sécurité Intégrale
Football soutient mes propositions.
Les points suivants ont été
abordés lors de la table ronde: les
projets de prévention sociale,
l'attitude à adopter face aux
chants vexatoires et racistes,
l'accessibilité des stades pour les
handicapés,
l'information
structurée aux supporters sur les
itinéraires à suivre pour arriver au
stade,
sur
les
aires
de
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
de inspanningen die door de KBVB met betrekking tot de veiligheid
moeten worden geleverd, de ticketverkoop voor de wedstrijd België-
Turkije en de vraag aan de voetbalwereld naar een preventief
actieplan inzake omkoping en gokfraude.
De wetenschappelijke studie in verband met de stewards is heden
afgewerkt. Mijn diensten bereiden momenteel, op basis van de
aanbevelingen uit het onderzoeksrapport, een aanpassing voor van
het koninklijk besluit inzake stewarding en zullen het in de loop van de
volgende maanden met de voetbalwereld bespreken.
stationnement et sur les prix des
tickets lors des matches en
déplacement, l'aspect sécurité
dans le cadre de la candidature de
la Belgique et des Pays-Bas pour
la Coupe du Monde de 2018, la
réforme de la compétition et
l'évaluation
de
la
saison
précédente par la Fédération
nationale des supporters de clubs
professionnels, l'arrêté royal relatif
à l'imputation aux clubs du coût
des interventions policières, les
efforts que l'URBSFA doit fournir
en matière de sécurité, la vente
des tickets pour le match
Belgique-Turquie et la question
d'un plan d'action destiné à lutter
préventivement
contre
la
corruption de joueurs et contre la
fraude dans le cadre des paris sur
les matches.
L'étude scientifique ayant trait aux
stewards est terminée. Mes
services préparent actuellement
une modification de l'arrêté royal
et ils en parleront au cours des
prochains
mois
avec
les
représentants
du
milieu
footballistique.
15.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw gedetailleerd antwoord en de opsomming van alles wat tijdens de
rondetafelconferentie is besproken.
U hebt gelijk dat verschillende voetbalclubs een bijzonder traditionele
inschatting maken van wat men nodig heeft als omkadering voor de
veiligheid. Betekent het dat u de dwingende richtlijn om het vanuit de
nieuwe context te bekijken, voor het begin van het nieuwe
voetbalseizoen zal hebben uitgevaardigd? Is dat de bedoeling?
15.03 Michel Doomst (CD&V): Il
est exact que certains clubs font
une
estimation
encore
très
traditionnelle de ce qui est
nécessaire comme encadrement.
Avez-vous
l'intention
de
promulguer
une
directive
contraignante avant le début de la
prochaine saison?
15.04 Minister Guido De Padt: Ik wil veeleer inzetten op kwaliteit dan
op snelheid. Ik denk dat we het goed moeten aanpakken, eventueel in
de loop van het seizoen. Het moet goed worden bestudeerd en
ontwikkeld, opdat de politiediensten goede instrumenten zouden
hebben om erop in te spelen.
15.04 Guido De Padt, ministre:
La qualité prime. Nous nous
devons
de
préparer
cela
scrupuleusement
avant
une
éventuelle application la saison
prochaine.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Jan Peeters aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de schrapping van
werkloosheidsuitkeringen bij bepaalde prestaties van vrijwillige brandweerman" (nr. 14267)
16 Question de M. Jan Peeters au ministre de l'Intérieur sur "la suppression des allocations de
chômage en cas de certaines prestations de pompiers volontaires" (n° 14267)
16.01 Jan Peeters (sp.a): Mijnheer de minister, sinds een tweetal 16.01 Jan Peeters (sp.a): Le
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
jaar is het principe van de snelle en adequate hulp ingevoerd bij de
brandweer, opgelegd door de federale overheid. Sindsdien worden er
ook richtuitruktijden vastgelegd, twee minuten voor een beroepskorps
en vijf minuten voor een vrijwilligerskorps tussen de alarmering en het
uitrukken uit de kazerne. Die richtuitruktijden worden trouwens ook
gebruikt om de snelste brandweerdienst te bepalen vanuit de 100-
centrale bij alarm.
Vele vrijwilligerskorpsen zijn sindsdien geheel of gedeeltelijk
overgegaan tot het installeren van een permanente wacht in de
kazerne waarbij vrijwilligers reeds in de kazerne aanwezig zijn. De
wachtsituatie is uiteraard bezoldigd. Op die manier kunnen ze binnen
die vijf minuten uitrukken. Vaak gebeurt dat bijvoorbeeld op
spitsuurmomenten de toegang tot de kazerne voor vrijwilligers wordt
belemmerd. Op die momenten is het invoeren van een
wachtpermanentie effectief een grote verbetering. Dat speelt ook
goed in op de filosofie die de federale overheid sedert een aantal
jaren hanteert en die ze met de brandweerhervorming gestalte heeft
willen
geven.
Het
gaat
om
snellere
interventietijden,
kwaliteitsverbetering en een zekere professionalisering, met name bij
vrijwilligerskorpsen.
Het probleem is dat deze beleidsdoelstelling van u en van deze
commissie die de brandweerhervorming heeft goedgekeurd wat wordt
tegengewerkt door de werkloosheidsreglementering die de RVA
toepast en de interpretatie ervan door de RVA. De RVA hanteert met
name een lijst van activiteiten van vrijwillige brandweerlieden die niet
worden gelijkgesteld met arbeid. Als mensen werkloos zijn of met
brugpensioen zijn kunnen zij zonder probleem die taken als vrijwilliger
uitvoeren en de vergoeding ervoor ontvangen zonder effect op de
werkloosheidsuitkering. Het hebben van een bezoldiging in zo'n
permanente wacht beschouwt de RVA echter als ongeoorloofde
arbeid.
Als de vrijwilliger in zo'n wachtsysteem functioneert, wordt zijn
uitkering van de RVA per gepresteerde dag ingehouden.
Ik heb hierover enkele vragen. Weet u hoeveel vrijwillige
brandweerlieden in de voorbije jaren door die maatregel van de RVA
het slachtoffer werden van een sanctionering waarbij hun uitkering
werd ingehouden? Op die manier moesten zij voor die dag kiezen
tussen hun engagement als brandweervrijwilliger in een permanente
wacht en hun werkloosheidsuitkering. Bent u op de hoogte van dit
probleem? Bent u in overleg met uw collega van Werk om die RVA-
maatregel te herzien? Is die RVA-maatregel eventueel ook het
voorwerp van besprekingen in de werkgroep Statuut van
Binnenlandse Zaken ter uitvoering van de brandweerhervorming? Wat
is de intentie met die RVA-regel? Ik denk dat dit uw
beleidsdoelstellingen fel hypothekeert en hindert.
principe de l'aide rapide et
adéquate a été instauré dans les
services d'incendie voici deux ans.
Depuis, des délais de départ des
services sont d'application. De
nombreux corps de volontaires ont
mis en place au sein de la caserne
un service de garde permanent.
Cette permanence est bien sûr
rémunérée. Elle permet des
départs dans les cinq minutes, ce
qui s'inscrit dans la philosophie
d'une
réduction
des
temps
d'intervention, d'une amélioration
qualitative et d'une certaine
professionnalisation.
Le problème, c'est que cet objectif
politique est contrecarré par la
réglementation du chômage et
l'interprétation
qu'en
donne
l'ONEm. L'ONEm considère en
effet
ce
service
de garde
permanent rémunéré comme du
travail illicite.
Combien de pompiers volontaires
ont vu leur indemnité retenue au
cours des dernières années? Le
ministre a-t-il connaissance de ce
problème? Se concerte-t-il avec la
ministre de l'Emploi en vue de
reconsidérer cette mesure? Cette
mesure
sera-t-elle
également
examinée au sein du groupe de
travail "Statut" de l'Intérieur?
Quelle est la finalité de cette
règle?
16.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Peeters, wat uw eerste vraag betreft, het volgende.
Wij hebben contact opgenomen met de RVA, maar er blijken geen
aparte cijfers beschikbaar te zijn voor de categorie van de vrijwillige
brandweerlieden. Er worden blijkbaar enkel globale cijfers
bijgehouden inzake werklozen die hun uitkering verliezen.
16.02 Guido De Padt, ministre:
L'ONEm ne semble pas disposer
de statistiques séparées pour la
catégorie
des
pompiers
volontaires.
En vertu de la réglementation
actuelle, un pompier volontaire
CRIV 52
COM 624
08/07/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Ten tweede, de actuele regeling bestaat erin dat een vrijwillig
brandweerman die wordt opgeroepen voor een interventie met
levensgevaar, zijn werkloosheidsuitkering behoudt naast zijn
vergoeding als vrijwillig brandweerman. Een lijst van de RVA geeft
aan welke interventies worden begrepen onder de noemer "interventie
met levensgevaar". Een voorbeeld hiervan is het bevrijden van een
persoon die onder een voertuig gekneld zit.
Mijn voorganger heeft in 2007 met de minister van Werk overlegd om
een aantal taken van de vrijwillige brandweerlieden toe te voegen aan
de lijst van de toegelaten activiteiten zonder verlies van de
werkloosheidsuitkering. In concreto ging het over, ten eerste, de
opleiding voor een brevet met inbegrip van, ten tweede, de verplichte
opleiding en, ten derde, de praktijkopleiding rechtstreeks gelinkt aan
de toegelaten activiteiten. Deze toevoegingen gebeurden op vraag
van de brandweer.
De regeling voor het presteren van wachtdienst is de volgende. De
vrijwillige brandweerman die een wacht in de kazerne doet, ontvangt
hiervoor een vergoeding per gepresteerd uur.
Bijgevolg verliest hij zijn werkloosheidsvergoeding voor die dag.
Wanneer hij echter tijdens een wacht wordt opgeroepen voor een
interventie
met
levensgevaar,
behoudt
hij
toch
zijn
werkloosheidsvergoeding. Wij denken dat die regeling een goed
evenwicht vormt tussen de werkloosheidsprincipes en de noden van
de brandweerdiensten.
Ten derde, volgens mijn diensten biedt de bestaande regeling
voldoende waarborgen voor de inzet van vrijwillige brandweerlieden
die werkloos zijn. Als er echter bepaalde suggesties zijn van wie dan
ook, kunnen wij die altijd bekijken.
appelé pour une intervention
présentant un danger de mort
conserve, outre son allocation de
pompier volontaire, son allocation
de chômage. Une liste de l'ONEm
indique
les
interventions
considérées comme `interventions
présentant un danger de mort'.
En 2007, mon prédécesseur avait
mené une réflexion avec le
ministre de l'Emploi pour ajouter
une série de tâches des pompiers
volontaires à la liste des activités
autorisées
sans
perte
des
allocations
de
chômage.
Il
s'agissait concrètement de la
formation pour l'obtention d'un
brevet, incluant la formation
obligatoire et de la formation
pratique directement associée aux
activités autorisées.
Le pompier volontaire qui effectue
une garde à la caserne reçoit une
rémunération par heure de travail
effectuée. Par conséquent, il perd
son indemnité de chômage pour
cette journée. Si toutefois, lors
d'une garde, il est appelé à
intervenir auprès de personnes
dont la vie est en danger, il
conserve
son
allocation
de
chômage.
La
réglementation
existante offre donc suffisamment
de
garanties
favorables
à
l'engagement
de
pompiers
chômeurs.
16.03 Jan Peeters (sp.a): Mijnheer de minister, uw antwoord stelt mij
zeer teleur. U zegt dat de huidige regeling goed en voldoende is en
dat u niets zult veranderen. Volgens mij vergist u zich. Het is
merkwaardig dat een brandweerman die zich als vrijwilliger engageert
een permanentie van een of twee uur per dag in de kazerne te komen
doen, bijvoorbeeld tijdens het spitsuur, om uw beleidsdoelstelling te
realiseren, met name een snelle uitruk en meer kwaliteit in de uitruk,
zijn uitkering verliest, tenzij er die dag een interventie nodig is.
Wat is het verschil tussen een brandweerman die twee uur werkt in
de kazerne in de permanente wacht zonder interventie en een
brandweerman die wel deelneemt aan een interventie? Ik denk dat u
daarmee veel vrijwilligers schaadt. Ik kan u verschillende voorbeelden
geven van personen die daarmee worden gekort door de RVA. Het is
een typevoorbeeld van een verbetering die in het nieuw statuut reëel
zou moeten kunnen worden aangepakt.
U doet alle mogelijke moeite om tot een meer professioneler en
sneller uitrukken te komen. Nu dwingt u de gemeenten er in feite toe
16.03 Jan Peeters (sp.a): Selon
moi, le ministre se trompe lorsqu'il
dit que la réglementation actuelle
est bonne et suffisante et qu'elle
ne doit donc pas être modifiée.
Quelle est en effet la différence
entre un pompier qui travaille deux
heures à la caserne au cours
d'une garde sans intervention, et
un pompier qui participe à une
intervention? Le ministre contraint
ainsi les communes à travailler
soit exclusivement avec des
pompiers professionnels, soit avec
des pompiers qui ne tombent pas
sous le coup des réglementations
en matière de prépension ou de
chômage. Ce faisant, il exclut
donc la majeure partie des dix
08/07/2009
CRIV 52
COM 624
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
ofwel exclusief te werken met beroepsbrandweermensen ofwel met
brandweerlui die toevallig niet onder de brugpensioenregeling of de
werkloosheidregeling vallen. De grote groep van de 10.000
vrijwilligers sluit u uit. Ik meen dat dit een groot verlies is aan
menselijk potentieel in de vrijwilligerskorpsen in brandweerkazernes.
De vrijwilligerskorpsen zijn precies de korpsen die kostenbewust
proberen te werken en die aan kwaliteitsverbetering proberen te doen.
Uw antwoord stelt mij dus zeer teleur.
mille volontaires.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.48 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.48 heures.