KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 605
CRIV 52 COM 605
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
24-06-2009
24-06-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de
staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan
de eerste minister, en staatssecretaris voor
Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van
Werk, en wat de aspecten inzake personen- en
familierecht betreft, toegevoegd aan de minister
van Justitie over "doodgeboren kinderen"
(nr. 13841)
1
Question de Mme Hilde Vautmans au secrétaire
d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles,
adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui
concerne les aspects du droit des personnes et
de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur
"les enfants mort-nés" (n° 13841)
1
Sprekers:
Hilde
Vautmans,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs:
Hilde
Vautmans,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État au Budget et à la
Politique des Familles
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de
staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan
de eerste minister, en staatssecretaris voor
Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van
Werk, en wat de aspecten inzake personen- en
familierecht betreft, toegevoegd aan de minister
van Justitie over "de gevolgen van het arrest van
het Grondwettelijk Hof van 18 juni 2009 inzake de
wet
die
van
toepassing
is
op
de
echtscheidingsprocedure" (nr. 13942)
3
Question de M. Raf Terwingen au secrétaire
d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles,
adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui
concerne les aspects du droit des personnes et
de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur
"les conséquences de l'arrêt de la Cour
constitutionnelle du 18 juin 2009 en ce qui
concerne la loi applicable à la procédure de
divorce" (n° 13942)
3
Sprekers:
Raf
Terwingen,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs: Raf Terwingen, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État au Budget et à la Politique
des Familles
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Fouad Lahssaini aan de minister van
Justitie over "de overbevolking in de gevangenis
van Jamioulx" (nr. 13778)
7
- M. Fouad Lahssaini au ministre de la Justice sur
"la surpopulation à la prison de Jamioulx"
(n° 13778)
7
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van
Justitie over "de toestand in de gevangenis van
Jamioulx" (nr. 13825)
7
- Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur
"la situation à la prison de Jamioulx" (n° 13825)
7
Sprekers: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie, Valérie Déom
Orateurs: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice, Valérie Déom
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
minister van Justitie over "de geklasseerde
verkeersboetes" (nr. 13638)
13
Question de M. Jef Van den Bergh au ministre de
la Justice sur "les amendes routières classées
sans suite" (n° 13638)
13
Sprekers: Jef Van den Bergh, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jef Van den Bergh, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Justitie over "de voorlopige
invrijheidstelling van gevangenen om medische
redenen" (nr. 13722)
16
Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de
la Justice sur "la libération provisoire de détenus
pour raisons médicales" (n° 13722)
16
Sprekers: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de
minister van Justitie over "het verslag van de
Centrale
Toezichtsraad
voor
het
Gevangeniswezen" (nr. 13753)
17
Question de M. Fouad Lahssaini au ministre de la
Justice sur "le rapport du Conseil central de
surveillance pénitentiaire" (n° 13753)
17
Sprekers: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "de vergadering van
18 mei 2009 over het oprichten van een
expertisenetwerk 'homofobie' bij het College van
19
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "la réunion du 18 mai 2009 relative à
la mise en place d'un réseau d'expertise
'homophobie' au sein du Collège des procureurs
19
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
procureurs-generaal" (nr. 13780)
généraux" (n° 13780)
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Justitie over "de hulpverlening aan
gedetineerden" (nr. 13798)
21
Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de
la Justice sur "les services d'aide aux détenus en
prison" (n° 13798)
21
Sprekers: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "de onverwachte vrijlating van 17
mensensmokkelaars" (nr. 13835)
22
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"la libération inattendue de 17 trafiquants d'êtres
humains" (n° 13835)
22
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie
over
"de
vrijlating
van
vijftien
mensensmokkelaars" (nr. 13872)
22
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la libération de quinze trafiquants d'êtres
humains" (n° 13872)
22
Sprekers: Raf Terwingen, Bart Laeremans,
Stefaan De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Bart Laeremans,
Stefaan De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de
minister van Justitie over "stalking" (nr. 13845)
26
Question de Mme Hilde Vautmans au ministre de
la Justice sur "le harcèlement" (n° 13845)
26
Sprekers: Hilde Vautmans, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Hilde Vautmans, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
27
Questions jointes de
27
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "het tekort aan veiligheidspersoneel
in het Justitiepaleis te Brussel" (nr. 13846)
27
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"le manque de personnel de sécurité au Palais de
Justice de Bruxelles" (n° 13846)
27
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "het structureel tekort aan
veiligheidspersoneel
in
het
Brusselse
Justitiepaleis" (nr. 13980)
27
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la pénurie structurelle de personnel de sécurité
au Palais de Justice de Bruxelles" (n° 13980)
27
Sprekers: Renaat Landuyt, Bart Laeremans,
Stefaan De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Renaat Landuyt, Bart Laeremans,
Stefaan De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van Justitie over "de volledige of gedeeltelijke
kosteloosheid van de juridische bijstand en de
rechtsbijstand bij aangifte van een faillissement
door een natuurlijk persoon" (nr. 13855)
30
Question de M. Raf Terwingen au ministre de la
Justice sur "la gratuité partielle ou totale de l'aide
juridique et de l'assistance judiciaire en cas de
déclaration de faillite par une personne physique"
(n° 13855)
30
Sprekers: Raf Terwingen, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
32
Questions jointes de
33
- mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van
Justitie over "het hoge aantal onbestrafte
verkrachtingen" (nr. 13856)
32
- Mme Hilde Vautmans au ministre de la Justice
sur "le nombre important de viols impunis"
(n° 13856)
33
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de lage
ophelderingsgraad bij verkrachtingszaken in
België" (nr. 13870)
32
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de
l'Intérieur sur "le faible taux d'élucidation des
affaires de viol en Belgique" (n° 13870)
33
- mevrouw Sonja Becq aan de minister van
Justitie over "het hoge aantal onbestrafte
verkrachtingen" (nr. 13948)
32
- Mme Sonja Becq au ministre de la Justice sur
"le nombre important de viols impunis" (n° 13948)
33
Sprekers: Hilde Vautmans, Jean-Jacques
Flahaux, Sonja Becq, Stefaan De Clerck
,
minister van Justitie
Orateurs: Hilde Vautmans, Jean-Jacques
Flahaux, Sonja Becq, Stefaan De Clerck
,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
42
Questions jointes de
42
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de neutrale uitstraling van ministerie
en kabinet" (nr. 13874)
42
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"l'image de neutralité des ministères et cabinets"
(n° 13874)
42
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de neutraliteit van de
webpagina's van de FOD Justitie" (nr. 13888)
42
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "la neutralité des pages web du
SPF Justice" (n° 13888)
42
Sprekers: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie, Els De
Rammelaere
Orateurs: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice, Els De
Rammelaere
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de hertekening van
het gerechtelijk landschap en de gevolgen hiervan
voor
de
gerechtelijke
arrondissementen"
(nr. 13878)
44
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "la refonte du paysage
judiciaire et ses conséquences sur les
arrondissements judiciaires" (n° 13878)
44
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
45
Questions jointes de
46
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Justitie over "de minderjarige daders van
misdrijven te Ninove en Houthalen die wegens
plaatsgebrek werden vrijgelaten" (nr. 13897)
45
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Justice sur "les auteurs mineurs de délits à
Ninove et à Houthalen relâchés par manque de
place" (n° 13897)
46
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de uitbreiding van de capaciteit met
het oog op de plaatsing van probleemjongeren"
(nr. 13933)
45
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"l'extension de la capacité en vue du placement
des jeunes à problèmes" (n° 13933)
46
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de recente gevallen van
jeugdcriminaliteit
en
het
gebrek
aan
opvangplaatsen" (nr. 13955)
45
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "les cas récents de délinquance
juvénile et le manque de places d'accueil"
(n° 13955)
46
- mevrouw
Mia De Schamphelaere
aan
de
minister van Justitie over "jeugddelinquentie"
(nr. 13963)
45
- Mme Mia De Schamphelaere au ministre de la
Justice sur "la délinquance juvénile" (n° 13963)
46
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Els De
Rammelaere, Mia De Schamphelaere,
Stefaan De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Els De
Rammelaere, Mia De Schamphelaere,
Stefaan De Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
52
Questions jointes de
52
- de heer Luk Van Biesen aan de minister van
Justitie over "de handel in baby's" (nr. 13932)
52
- M. Luk Van Biesen au ministre de la Justice sur
"la vente de bébés" (n° 13932)
52
- mevrouw
Mia De Schamphelaere
aan
de
minister van Justitie over "de commercialisering
van het draagmoederschap" (nr. 13949)
52
- Mme Mia De Schamphelaere au ministre de la
Justice sur "la commercialisation de la maternité
de substitution" (n° 13949)
52
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "het draagmoederschap"
(nr. 13959)
52
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "la maternité de substitution"
(n° 13959)
52
Sprekers: Luk Van Biesen, Mia De
Schamphelaere, Els De Rammelaere,
Stefaan De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Luk Van Biesen, Mia De
Schamphelaere, Els De Rammelaere,
Stefaan De Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
55
Questions jointes de
55
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de vervroegde vrijlatingen van
gevangenen tegen midden juli om aan de
overbevolking in de gevangenissen te verhelpen"
(nr. 13941)
55
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"les libérations anticipées de détenus d'ici à la mi-
juillet pour remédier à la surpopulation carcérale"
(n° 13941)
55
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de plannen om gedetineerden nog
sneller vrij te laten" (nr. 13943)
55
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"les projets visant à libérer encore plus
rapidement des détenus" (n° 13943)
55
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "de vervroegde vrijlatingen om de
druk op de gevangenissen inzake overbevolking
te verlichten" (nr. 13953)
55
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"les libérations anticipées pour soulager la
pression sur les prisons en termes de
surpopulation carcérale" (n° 13953)
55
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de vervroegde vrijlating van
55
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "la libération anticipée de détenus"
55
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
gedetineerden" (nr. 13956)
(n° 13956)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "maatregelen om de
overbevolking van de gevangenissen tegen te
gaan" (nr. 13957)
55
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "les mesures destinées à lutter contre
la surpopulation carcérale" (n° 13957)
55
Sprekers: Bart Laeremans, Xavier Baeselen,
Els De Rammelaere, Sabien Lahaye-
Battheu, Stefaan De Clerck
, minister van
Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Xavier Baeselen,
Els De Rammelaere, Sabien Lahaye-
Battheu, Stefaan De Clerck
, ministre de la
Justice
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
24
JUNI
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
24
JUIN
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.18 uur en voorgezeten door de heer Raf Terwingen.
La séance est ouverte à 14.18 heures et présidée par M. Raf Terwingen.
01 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de
eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat
de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie over
"doodgeboren kinderen" (nr. 13841)
01 Question de Mme Hilde Vautmans au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les
aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur "les enfants mort-
nés" (n° 13841)
01.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, mijn vraag betreft een problematiek die mij heel
na aan het hart ligt, namelijk doodgeboren kinderen. Ouders van wie
een kindje bij de geboorte geen teken van leven vertoont, krijgen
alleen een overlijdensakte en een akte van een levenloos geboren
kind.
Dat is voor de ouders en de familieleden een heel emotioneel
moment: zij hadden zich verheugd op een geboorteakte en een
geboortekaartje, maar in de plaats daarvan worden zij geconfronteerd
met een afscheid, met een begrafenis. Ook al heeft het kind niet
geleefd, de moeder is natuurlijk wel zwanger geweest en heeft een
hele tijd het gevoel gehad dat ze moeder werd. Zij heeft het leven
gevoeld in haar buik.
Ondanks die emotionele tijd worden de ouders heel vaak
geconfronteerd met wettelijke beperkingen. Ik geef graag een
voorbeeld daarvan. Voor de aanvraag van een bevallingsverlof of
kraamgeld, moet men een geboorteakte kunnen tonen. Die is er
natuurlijk niet als het kind levenloos geboren wordt, waardoor er heel
wat problemen opduiken. Sommige ziekenfondsen gaan daar goed
mee om, andere minder goed. Als het kind dood wordt geboren
wanneer het ouder is dan 180 dagen, dan hebben de ouders het recht
om hun kind te begraven. Dat is niet zo, wanneer het jonger is.
Open Vld heeft een wetsvoorstel ingediend om de leeftijdsgrens
aanzienlijk te verlagen. Er is daarover ook een artikel verschenen in
de kranten.
Ik heb de volgende vragen daarover. Uw woordvoerster heeft in een
krantenartikel gezegd dat het onmogelijk is om doodgeboren kinderen
een geboorteakte te geven, wegens de erfenisrechten. Ik zou
daarover graag wat meer uitleg krijgen. U hebt gezegd dat wij
misschien eens moeten bekijken of de termijn van 180 dagen
01.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): Les parents d'un enfant mort-
né reçoivent uniquement un acte
de décès et un acte de déclaration
d'enfant sans vie. L'absence
d'acte de naissance engendre un
certain nombre de problèmes
pratiques et ce, à un moment déjà
très pénible pour les parents. Des
problèmes peuvent notamment
survenir à propos de la demande
de congé de maternité ou
d'allocation de naissance, et
toutes les mutualités ne font pas
nécessairement preuve de la
même délicatesse en la matière.
Lorsqu'un enfant meurt après plus
de 180 jours de gestation, il peut
être mis en terre, mais pour ceux
qui meurent à un stade plus
précoce, aucun encadrement n'est
prévu.
Dans un article paru récemment,
la
porte-parole
du
ministre
déclarait qu'il était impossible de
délivrer un acte de naissance pour
les enfants mort-nés en raison des
droits de succession. Le ministre
peut-il expliciter cette déclaration?
J'ai déposé une proposition de loi
visant à abaisser le seuil des 180
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
verlaagd kan worden. Dat verheugt mij. Hebt u een timing daarvoor?
Wanneer zult u dat ontwerp ter sprake brengen? Wij kunnen ook
gewoon mijn wetsvoorstel bespreken en goedkeuren, want dan is het
ook opgelost. Pleegt u over de materie overleg met organisaties zoals
"Met Lege Handen". Zij zijn zeer bekend met de problematiek.
jours, mais il semble que le
ministre soit également en train
d'élaborer une projet de loi en la
matière. Quand celui-ci sera-t-il
soumis
au
Parlement?
Une
concertation est-elle en cours à ce
sujet avec l'association "Met Lege
Handen"?
01.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw Vautmans, het
verlies van een kind tijdens de zwangerschap is steeds een
dramatische gebeurtenis voor de ouders. Wij wensen dat moment
derhalve iets minder pijnlijk te maken door bepaalde gevolgen van het
verlies een menselijker gedaante te geven.
Mensen hebben nood aan begeleiding bij het rouwproces. Ze moeten
het kind een plaats kunnen geven in het gezin en zichzelf als ouders
erkend voelen.
Ik heb de volgende antwoorden op uw vragen. Het antwoord van mijn
woordvoerster dat werd gepubliceerd in Dag Allemaal is wellicht
onvolledig op juridisch vlak in de huidige staat van de wetgeving. Om
over de rechtspersoonlijkheid te beschikken, moet een kind immers
levend en levensvatbaar geboren worden.
Uit die rechtspersoonlijkheid vloeit zowel de vaststelling langs
moeders- als langs vaderszijde voort, alsook het successierecht of de
toekenning van de familienaam. Het Burgerlijk Wetboek opent slechts
het successierecht ­ artikel 725, tweede lid ­ of de rechtsvorderingen
met betrekking tot de afstamming ­ artikel 331bis ­ in geval van een
levend en levensvatbaar geboren kind.
A fortiori beschikt het levenloos geboren kind dus niet over die
rechtspersoonlijkheid, noch over hetgeen hieruit voortvloeit. Mede
conform artikel 80bis van het Burgerlijk Wetboek wordt er dan ook
geen geboorteakte, maar wel een akte van aangifte van een
levenloos geboren kind opgesteld door een ambtenaar van de
burgerlijke stand.
De akte wordt vervolgens opgenomen in het register van de
overlijdensakten, hetgeen vaak een pijnlijke ervaring is voor de
ouders. De akte opgesteld vanaf 180 dagen na de verwekking van het
kind, opent het recht op geboortepremies en op moederschapsverlof,
evenals de fiscale aftrekbaarheid voor het kind ten laste voor het jaar
van de geboorte.
Indien het kind leefde op het moment van de geboorte, maakte de
ambtenaar van de burgerlijke stand een geboorteakte op, gevolgd
door een overlijdensakte. Toch lijkt het erop dat de handelwijze in de
praktijk verschilt naar gelang van de ziekenhuizen en/of ambtenaren
van de burgerlijke stand, hetgeen schadelijk is, te meer daar de
omzendbrief van de minister van Justitie van 10 april 1999 aangaande
de kwestie klaar en duidelijk is.
Het aangekondigde ontwerp is klaar en volgt het normale traject van
het interkabinettenoverleg. Deze week is daaromtrent nog een
vergadering gepland, alvorens het wordt onderworpen aan het advies
van de Raad van State. Ik hoop, bijgevolg, voor het einde van de
01.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Les parents qui
perdent un enfant pendant la
grossesse doivent bénéficier d'un
accompagnement
pendant
le
processus de deuil et ont besoin
que leur enfant et leur parentalité
soient reconnus. La réponse de
ma porte-parole telle qu'elle a été
publiée dans la presse était sans
doute incomplète.
Aux termes de la législation
actuelle, un enfant doit naître
vivant et viable pour se voir
reconnaître
la
personnalité
juridique dont résultent les droits
de succession et l'attribution du
patronyme. A fortiori donc, un
enfant mort-né ne possède pas la
personnalité juridique. Il n'est pas
non plus procédé en ce qui le
concerne à la rédaction d'un acte
de naissance mais seulement à
celle d'un acte de déclaration d'un
enfant né sans vie. Cet acte,
rédigé 180 jours
après
la
conception de l'enfant, ouvre le
droit aux primes de naissance, au
congé de maternité et à la
déduction fiscale de l'enfant pour
l'année de la naissance.
Si l'enfant était encore vivant au
moment de la naissance, le
fonctionnaire de l'état civil établit
un acte de naissance, suivi d'un
acte de décès. La circulaire du
10 avril 1999 du ministre de la
Justice est très claire à ce propos.
Le projet annoncé est prêt et fait
l'objet de la procédure de
concertation
inter-cabinets
habituelle. Il sera ensuite soumis
au Conseil d'État. J'espère encore
pouvoir déposer un projet de loi
avant la fin de l'été. Celui-ci
prévoira la réduction de la limite
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
zomer een ontwerp te kunnen indienen dat voorziet in een verlaging
van de levensvatbaarheidsgrens tot 140 dagen voor de akte van
aangifte van een levenloos kind, alsook in de mogelijkheid om een
voornaam in te schrijven in een speciaal register voor foetussen
tussen 106 en 140 dagen, en tevens in een verlaging van de grens
met betrekking tot de wettelijke periode van verwekking van het kind.
Tijdens het colloquium van maart 2009 in het Parlement, evenals bij
diverse persoonlijke ontmoetingen, kwam ik in contact met
veldwerkers, artsen, psychologen, vroedvrouwen, alsook personen
die dergelijke drama's persoonlijk hebben meegemaakt. Binnenkort
ontmoet ik leden van de door u genoemde organisatie.
légale de viabilité à 140 jours pour
l'acte de déclaration d'un enfant
sans vie, la possibilité d'inscrire un
prénom dans un registre spécial
pour les foetus entre 106 et 140
jours et un abaissement de la
limite en ce qui concerne la
période légale pour la conception
de l'enfant.
Lors du colloque de mars 2009,
j'ai eu des contacts personnels
avec
des
médecins,
des
psychologues, des accoucheuses
et des parents qui ont vécu de tels
drames.
Je
rencontrerai
prochainement
aussi
des
membres de l'organisation que
vous avez citée.
01.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Ik ben blij dat u die juridische
onduidelijkheid heeft opgegeven. Ik kon het niet meer volgen.
Ik ben heel blij dat u nog voor de zomer een wetsontwerp ter verlaging
van de leeftijdsgrens wil indienen. Daaruit vloeien natuurlijk
automatisch andere rechten voort. Ik ben blij dat ouders, die maanden
met de zwangerschap hebben meegeleefd, de kans krijgen om hun
doodgeboren kindje een naam en een plaats in het gezin te geven.
U kunt rekenen op de steun van Open Vld om het ontwerp in het
Parlement snel goedgekeurd te krijgen.
01.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): Je remercie le ministre pour
cet
éclairage
juridique
du
problème.
Je
me
réjouis
d'apprendre que le projet de loi
sera prêt pour la fin de l'été et que
les parents auront la possibilité de
donner à un enfant mort-né un
nom et donc également une place
au sein de la famille. Notre parti
soutiendra ce projet unanimement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter. Mia De Schamphelaere.
Présidente: Mia De Schamphelaere.
De voorzitter: Collega's, ik verontschuldig mij voor mijn laattijdigheid. Ik dacht dat de commissie pas om
14.15 uur begon, maar die begint altijd om 14 uur als de staatssecretaris komt.
U was op tijd, mijnheer de staatssecretaris.
02 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de
eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat
de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie over
"de gevolgen van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 juni 2009 inzake de wet die van
toepassing is op de echtscheidingsprocedure" (nr. 13942)
02 Question de M. Raf Terwingen au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les
aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur "les
conséquences de l'arrêt de la Cour constitutionnelle du 18 juin 2009 en ce qui concerne la loi
applicable à la procédure de divorce" (n° 13942)
02.01 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, op 18 juni 2009 is er opnieuw een arrest gekomen
van het Grondwettelijk Hof, andermaal over het nieuwe
echtscheidingsrecht, met name over het overgangsrecht van het
02.01 Raf Terwingen (CD&V): Le
18
juin
2009,
la
Cour
constitutionnelle a rendu un nouvel
arrêt
relatif
au
règlement
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
echtscheidingsrecht. In dit concreet arrest ging het opnieuw over de
interpretatie van artikel 42.
Het
Grondwettelijk
Hof
stelt
dat
wanneer
een
echtscheidingsprocedure werd ingesteld vóór de inwerkingtreding van
die nieuwe wet, de daarin vermelde vroegere bepalingen van het
Burgerlijk Wetboek van toepassing blijven op heel de procedure, met
inbegrip van de tegenvordering die werd ingesteld na de
inwerkingtreding van de wet. Daarover heeft het Grondwettelijk Hof nu
duidelijkheid gecreëerd.
Reeds in een arrest van 3 december 2008 werd een gelijkaardige
interpretatie gevraagd, maar toen ging het alleen over de beperking in
de duur van de uitkeringen tot levensonderhoud na echtscheidingen
die voor en na de nieuwe wetgeving werden uitgesproken.
Blijkbaar blijven er problemen rijzen omtrent de interpretatie van het
overgangsrecht van de nieuwe echtscheidingswetgeving. In antwoord
op een vraag die collega Schryvers u stelde in verband met het arrest
van december 2008, hebt u aangekondigd dat u de wet zou
evalueren, met name met betrekking tot de overgangsbepalingen die
in de nieuwe echtscheidingswet zijn vervat. Het arrest van 18 juni
bewijst opnieuw dat daarover nog altijd onzekerheid bestaat.
Ik heb de volgende vragen, mijnheer de staatssecretaris.
Wat zijn de concrete gevolgen van het laatste arrest van 18 juni 2009
voor de rechtspraktijk?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de aangekondigde
evaluatie, met name in het kader van het overgangsrecht van de
echtscheidingswetgeving?
Ten derde, overweegt u bepaalde wetgevende maatregelen te treffen
in het licht van deze twee arresten? Zo ja, welke?
transitoire du nouveau droit du
divorce. Cet arrêt dispose que si
une procédure de divorce a
été engagée avant l'entrée en
vigueur de la nouvelle loi, les
dispositions antérieures restent
applicables à l'ensemble de cette
procédure, y compris à la
conclusion
prise
contradictoirement après l'entrée
en
vigueur
de
la
loi.
Manifestement, l'interprétation de
ce règlement transitoire continue
de poser problème.
Quelles sont concrètement les
conséquences de ce dernier arrêt
sur le plan de la pratique
juridique? Où en est l'évaluation
annoncée? Le ministre envisage-t-
il de prendre des mesures à la
suite de cet arrêt?
02.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw de voorzitter,
mijnheer Terwingen, wat uw eerste vraag betreft over de concrete
gevolgen van dit arrest voor de rechtspraktijk, stipuleert artikel 28 van
de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, thans
Grondwettelijk Hof, dat het rechtscollege dat de prejudiciële vraag
heeft gesteld, maar ook elk ander rechtscollege dat in dezelfde zaak
uitspraak doet, zich dient te voegen naar de inhoud van het arrest van
het Grondwettelijk Hof. Aldus zal de rechter de interpretatie van artikel
42, §2 van de wet van 27 april 2007, zoals geformuleerd door de
verwijzende rechter, buiten toepassing dienen te laten, aangezien het
volgens het Grondwettelijk Hof in strijd is met de artikelen 10 en 11
van de Grondwet.
Sta mij toe om de problematiek even te duiden bij het beantwoorden
van uw vraag.
Er is een vordering tot echtscheiding ingesteld bij dagvaarding van
7 juni 2009 op grond van de oude artikels 229 en 231, welke
vordering gegrond werd verklaard in juni 2008.
De tegenpartij heeft op 31 december 2007 een tegenvordering
ingesteld op basis van het nieuwe artikel 229, §1. Die tegenvordering
02.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: L'article 28 de la
loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
la Cour d'arbitrage, dénommé
aujourd'hui Cour constitutionnelle,
prévoit que toute juridiction doit se
conformer à la teneur de l'arrêt de
la Cour constitutionnelle. Le juge
devra donc déclarer inapplicable
l'article 42, § 2 de la loi du 27 avril
2007 étant donné que, selon la
Cour constitutionnelle, cet article
est contraire aux articles 10 et 11
de la Constitution.
Permettez-moi
d'esquisser
brièvement la problématique.
Une demande en divorce a été
introduite par la voie d'une citation
du 7 juin 2009 sur la base des
anciens articles 229 et 231.
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
werd door de verwijzende rechter in hetzelfde vonnis van juni 2008
gegrond verklaard op basis van de nieuwe wet. Aangezien, aldus de
rechter, de tegenvordering na 1 september 2009 werd ingesteld, de
dag van de inwerkingtreding van de nieuwe wet, dienden de nieuwe
wetsartikelen te worden toegepast.
Een betwisting tussen partijen omtrent de vordering tot
onderhoudsgelden leidde tot de verwijzing. De rechter kent aan de
hoofdeiser immers een uitkering tot onderhoudsgeld toe op grond van
het oude artikel 301, maar stelt vast dat de overgangsbepaling in de
wet van 2007, en wel specifiek artikel 42, §2, het onmogelijk maakt
voor de verwerende partij om zich te verzetten tegen een op grond
van een vóór 1 september 2007 toegekende onderhoudsuitkering.
De rechter vroeg dan ook aan het Grondwettelijk Hof of de
gedefinieerde toepassing van de nieuwe wet op de hoofdvordering, de
tegenvordering, anderzijds in strijd is met grondwetsartikelen 10 en
11.
Ik haal nog even de twee strekkingen aan die leven in de rechtspraak
en rechtsleer, namelijk een eerste strekking die door de verwijzende
rechter wordt aangenomen en waarbij de tegenvordering van een
vóór 1 september 2007 ingestelde hoofdvordering is onderworpen
aan de nieuwe wet, en een tweede strekking die stelt dat de oude wet
van toepassing blijft, ook op de tegenvordering die is ingesteld na
inwerkingtreding van de nieuwe wet.
Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de eerste interpretatie
van artikel 42, §2, van de wet van 2007 inderdaad discriminatoir is,
maar dat artikel 42, §2, ook perfect in de zin van de tweede strekking
kan worden geïnterpreteerd.
Dat betekent dat wanneer een echtscheidingsprocedure werd
ingesteld vóór de inwerkingtreding van de nieuwe echtscheidingswet,
de erin vermelde oude bepalingen van het Burgerlijk Wetboek van
toepassing blijven op de gehele procedure, inbegrepen de vordering
ingesteld na 1 september 2007. Dat is een beetje technisch maar ik
meen dat het noodzakelijk was dit duidelijk te maken. In die optiek is
er, aldus het Grondwettelijk Hof, geen verschil in behandeling nu de
oude bepalingen worden toegepast op zowel de eis tot echtscheiding
als op het recht op uitkering. Ik neem samen met u kennis van de
rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en neem er akte van. Gelet op
het principe van de scheiding der machten komt het de rechters toe
om te bepalen hoe zij ermee omgaan en hoe zij dit gaan vertalen in
hun rechtspraak. Ik heb daaromtrent in mijn functie als
staatssecretaris geen instructies te geven.
Wat uw twee andere vragen betreft, inzake de evaluatie en de
wetgevende maatregelen, zult u mij toelaten deze samen te
behandelen. Nu artikel 42 van de wet van 2009 het voorwerp uitmaakt
van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof zal een initiatief
noodzakelijk zijn. Gelet op de voorgaande prejudiciële vragen en
aansluitende mondelinge vragen heb ik geantwoord dat een evaluatie
zich opdringt en dat de diensten onderzoek en analyse doen van de
gevolgen van de vernietiging. Vandaag zijn er nog prejudiciële vragen
hangende bij het Grondwettelijk Hof omtrent de echtscheidingswet
met pleidooien op respectievelijk 7 juli en 14 juli 2009. Die uitspraken
zullen voor de richting van de te nemen initiatieven nuttig zijn. Omtrent
Le 31 décembre 2007, la partie
adverse a introduit sur la base du
nouvel article 229 une demande
reconventionnelle que le juge de
renvoi, se fondant sur la nouvelle
loi, a estimé fondée. La demande
reconventionnelle
ayant
été
introduite après l'entrée en vigueur
de la nouvelle loi, il y avait lieu
d'appliquer les nouveaux articles.
Un litige à propos de la demande
en paiement d'aliments a donné
lieu au renvoi. Le juge a accordé
des aliments au demandeur
principal sur la base de l'ancien
article
mais
la
disposition
transitoire de la loi de 2007
empêchait la partie défenderesse
de s'opposer à l'octroi d'aliments
décidé avant le 1er septembre
2007.
Le juge a demandé à la Cour
constitutionnelle si l'application de
la nouvelle loi à la demande en
principal était contraire aux articles
10 et 11 de la Constitution. Selon
une
première
tendance
jurisprudentielle
et
doctrinale,
retenue par le juge de renvoi, la
demande reconventionnelle tombe
sous l'application de la nouvelle
loi. Selon une autre tendance,
l'ancienne loi reste d'application,
également
à
la
demande
reconventionnelle introduite après
l'entrée en vigueur de la nouvelle
loi. La Cour constitutionnelle a
estimé
que
la
première
interprétation
est
en
effet
discriminatoire mais que l'article
concerné peut très bien aussi être
interprété en fonction de la
seconde tendance.
Cela signifie que si une procédure
de divorce a été engagée avant
l'entrée en vigueur de la nouvelle
loi sur le divorce, les anciennes
dispositions du Code civil qui y
sont mentionnées s'appliquent à
l'ensemble de la procédure, y
compris à l'action intentée après le
1
er
septembre 2007. D'après la
Cour, il n'y a donc pas de
différence
de
traitement.
Il
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
de wetgevende maatregelen wordt nu reeds gereageerd op de
arresten van het Grondwettelijk Hof. De door het Grondwettelijk Hof
als discriminerend weerhouden bepalingen omtrent het automatisch
ten laste leggen van de eisende partijen van alle kosten in het geval
van een eenzijdige aanvraag tot echtscheiding, maken ook het
voorwerp uit van een wetsontwerp in de commissie voor de Justitie. U
kent dat veel beter dan ik, mijnheer Terwingen.
Er zijn ook verschillende wetsvoorstellen die oplossingen formuleren
omtrent enkele praktische problemen en de onduidelijkheid die
ontstaan is in de procedure als gevolg van de nieuwe
echtscheidingswet, zoals het duidelijk omschrijven omtrent het al dan
niet betekenen van het echtscheidingsvonnis, de termijnen voor hoger
beroep en de voorziening in Cassatie. U hebt die debatten net als ik
gevolgd in de commissie.
Ik ben van mening dat de gevolgen van de nog jonge wet van 2007
verder moeten worden opgevolgd, bestudeerd en geanalyseerd. Na
deze analyse en het in kaart brengen van alle problemen op het
terrein gevolgd door een grondig debat, moeten wij die wet meer
coherent maken en moeten wij rechtszekerheid kunnen brengen in
een rechtsprocedure die heel wat burgers aanbelangt en voor hen
verstrekkende gevolgen heeft.
appartient aux juges de définir leur
position à l'égard de cet arrêt et
l'interprétation qu'ils en feront dans
leur jurisprudence.
À présent que l'article 42 de la loi
de 2009 est l'objet de la
jurisprudence
de
la
Cour
constitutionnelle,
une
initiative
devra être prise. Les effets de
l'annulation seront examinés.
Aujourd'hui encore, des questions
préjudicielles relatives à la loi sur
le divorce sont pendantes devant
la Cour et les plaidoiries sont
fixées respectivement aux 7 et au
14 juillet. Ces décisions seront
utiles pour orienter les initiatives à
prendre.
En ce qui concerne les initiatives
législatives, des réponses sont
d'ores et déjà déjà apportées aux
arrêts de la Cour. Les dispositions,
considérées
comme
discriminatoires, relative à la mise
à
charge
automatique
de
l'entièreté des dépens à la partie
demanderesse en cas de requête
unilatérale en divorce, sont l'objet
d'un projet de loi dont la
commission de la Justice a été
saisie.
Des solutions sont formulées dans
différentes propositions de loi pour
résoudre les problèmes concrets
et
lever
les
imprécisions
concernant, par exemple, une
définition claire de la signification
du jugement de divorce, les délais
d'appel et le pourvoi en cassation.
Il convient d'assurer plus avant le
suivi et l'analyse des effets de la
loi. Un débat de fond doit nous
amener ensuite à rendre la loi plus
cohérente, de sorte qu'elle puisse
apporter la sécurité juridique dans
une procédure qui concerne de
très nombreux citoyens.
02.03 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank
u voor uw antwoord. Wat u zegt is heel duidelijk. We wachten nog
even een aantal uitspraken over prejudiciële vragen af en zullen dan
misschien samen kunnen zien wat we daaraan doen, eventueel met
ontwerpen of voorstellen om de problemen te verhelpen die zich
02.03 Raf Terwingen (CD&V):
C'est évident. Nous attendons un
certain nombre de décisions et
nous verrons alors ce qu'il est
possible de faire. Nous pourrions
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
volgens het Grondwettelijk Hof met bepaalde artikels stellen. Ik ben
steeds tot constructieve samenwerking bereid, maar dat weet u
ondertussen.
peut-être résoudre par le biais de
projets et de propositions les
problèmes qui se posent dans le
cadre de certains articles.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Questions jointes de
- M. Fouad Lahssaini au ministre de la Justice sur "la surpopulation à la prison de Jamioulx"
(n° 13778)
- Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "la situation à la prison de Jamioulx" (n° 13825)
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Fouad Lahssaini aan de minister van Justitie over "de overbevolking in de gevangenis van
Jamioulx" (nr. 13778)
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "de toestand in de gevangenis van
Jamioulx" (nr. 13825)
03.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
chers collègues, je vous remercie de me permettre de poser mes
questions avant mes collègues inscrits. Je voudrais en effet participer
aux travaux d'une autre commission qui sont déjà en cours.
Comme nous tous, je suppose que vous avez été interpellé par
l'Observatoire des prisons qui indique que, durant ce mois de juin, la
prison de Jamioulx a atteint un taux record de détention, à savoir
165%. Il y avait, le 15 juin 2009, 440 détenus pour une capacité de
267 places, ce qui engendre pour les détenus des conditions de vie
carcérale intolérables, inhumaines et dégradantes, comme cela a été
signalé dans différents rapports, notamment dans un rapport
européen qui dénonce la situation dans les prisons en Belgique.
Cette situation ne touche pas que les détenus. Elle place le personnel
pénitentiaire dans des conditions de travail intenables au point que les
délégations syndicales ont décidé et ce depuis plus de trois mois, la
mise en place d'un service dit restreint au sein de la prison de
Jamioulx.
En conséquence, le travail pénitentiaire est rendu de plus en plus
difficile, voire met leur sécurité en danger. Le service psychosocial
interne à la prison se retrouve seul et submergé pour gérer des
situations qui ne sont pas sous sa responsabilité. Enfin, le service
restreint interdit l'accès de la prison pour les services sociaux d'aide
aux détenus. Si, depuis peu, ces derniers peuvent de nouveau
accéder à la prison, cela se fait de manière restrictive.
Il en découle que les détenus sont quasiment enfermés 22h/24h, ce
qui n'apporte pas plus de calme ni de sécurité. Tout travail de
reclassement pour les détenus est suspendu. Tout ce qui touche au
travail, au logement, à la formation est au point mort. Ils sont donc
maintenus plus longtemps en prison, ce qui ne diminue en rien la
surpopulation carcérale et respecte encore moins la loi de principe sur
le statut interne des détenus. Autrement dit, plusieurs détenus ont vu
leur remise en liberté postposée.
Ainsi, la prison de Jamioulx est devenue leader de la surpopulation en
Europe.
03.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Op 15 juni 2009 zaten er
440 gevangenen opgesloten in de
gevangenis van Jamioulx, die
slechts voor 267 gedetineerden is
bedoeld. Die overbevolking lijdt tot
ondraaglijke en mensonterende
levensomstandigheden voor de
gevangenen. Een en ander heeft
echter ook gevolgen voor het
personeel
en
de
vakbondsafvaardigingen beslisten
dan
ook
een
beperkte
dienstverlening in te voeren. De
interne psychosociale dienst wordt
overspoeld
met
problemen
waarvoor het niet bevoegd is. Als
gevolg
van
de
beperkte
dienstverlening mogen de sociale
diensten die de gedetineerden
bijstaan de gevangenis immers
niet meer in.
De gevangenen worden bijna
22 uur op 24 opgesloten, wat de
veiligheid niet ten goede komt. Alle
diensten die te maken hebben met
werk, huisvesting en opleiding zijn
opgeschort.
De
gevangenen
blijven bijgevolg langer in de
gevangenis,
zodat
de
overbevolking niet vermindert en
bovendien wordt de basiswet
betreffende
de
interne
rechtspositie van gedetineerden
met
voeten
getreden.
De
gevangenis van Jamioulx voert het
lijstje
aan
van
de
meest
overbevolkte gevangenissen van
Europa.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Monsieur le ministre, que comptez-vous faire pour faire appliquer la
loi de principe dont vous êtes le garant afin que les détenus ne soient
plus pris en otage en raison de difficultés structurelles de la prison?
Quelles solutions à court terme envisagez-vous pour faire face à la
surpopulation dans les prisons et dès avant I'été, qui risque d'être
particulièrement chaud?
Enfin, pouvez-vous me fournir la densité carcérale, au mètre carré,
aujourd'hui dans les prisons en fonction des Régions afin que nous
puissions avoir une vision plus explicite du phénomène de
surpopulation. On annonce en effet un nombre qui a dépassé les
10.600 détenus.
Hoe zal u ervoor zorgen dat de
basiswet wordt toegepast? Welke
maatregelen zal u op korte termijn
nemen om die overbevolking nog
voor de zomer te verhelpen? Wat
is op dit ogenblik de dichtheid van
de
gevangenispopulatie
per
vierkante
meter
in
de
gevangenissen?
Kan
u
die
gegevens opsplitsen volgens de
Gewesten,
zodat
we
een
duidelijker kijk krijgen op het
fenomeen van de overbevolking?
Naar verluidt zouden er op dit
ogenblik
meer
dan
10.600
gedetineerden zijn.
03.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik denk dat
collega Lahssaini zijn vraag over de overbevolking in de gevangenis
van Jamioulx heeft gesteld, die samengevoegd is met de vraag van
mevrouw Déom.
03.03 Valérie Déom (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, mes questions sont sensiblement les mêmes que celles que
mon collègue vient de poser.
Le 15 juin dernier, l'Observatoire international des prisons a
communiqué ses inquiétudes quant aux conditions de travail et de
détention catastrophiques qui prévalent actuellement à la prison de
Jamioulx.
La situation endurée par le personnel et par les détenus de cet
établissement est très inquiétante. La surpopulation y est
considérable. En effet, alors qu'elle a une capacité de 267 places,
cette prison compte 440 détenus. Les conséquences sont dès lors
inévitables: conditions de détention inhumaines et dégradantes,
conditions de travail très pénibles, accès des services sociaux d'aide
aux détenus restreint et, de ce fait, détenus qui ne peuvent plus
préparer leur reclassement, difficultés pour travailler à la prévention
de la récidive, etc.
Monsieur le ministre, le fait que les services sociaux extérieurs ne
puissent plus remplir efficacement leurs missions est particulièrement
préoccupant selon moi. En effet, tous les spécialistes du milieu
carcéral s'accordent à dire que le fait de travailler à la réinsertion est
beaucoup plus efficace pour lutter contre la surpopulation que
d'augmenter le nombre de places en milieu carcéral. Nous en avons
déjà discuté à maintes reprises.
L'exemple de la prison de Jamioulx est révélateur de l'état déplorable
de notre système pénitentiaire. Par ailleurs, à ces conditions
matérielles et psychosociales lamentables, nous pouvons ajouter les
observations de la Direction générale des Établissements
pénitentiaires. Elle dénonce, dans son rapport 2008, un taux de
détention préventive abusif et indécent (36,8% de la population
carcérale), un durcissement des peines prononcées par les juges
depuis une dizaine d'années alors que rien ne prouve que la
03.03 Valérie Déom (PS): Op
15 juni sprak het "Observatoire
international des prisons"
zijn
bezorgdheid
uit
over
de
rampzalige
arbeids-
en
detentieomstandigheden in de
gevangenis van Jamioulx.
De
overbevolking
(440 gedetineerden
voor
267 plaatsen)
leidt
er
tot
mensonterende
en
penibele
detentieomstandigheden
die
ervoor
zorgen
dat
de
gedetineerden moeilijk toegang
krijgen tot de diensten voor sociale
bijstand. Een en ander komt hun
resocialisatie niet ten goede en
helpt evenmin recidive voorkomen.
Alle penitentiaire experts zijn het
er nochtans over eens dat het
bevorderen van de resocialisatie
een veel doeltreffender middel is
om overbevolking tegen te gaan
dan een uitbreiding van het aantal
beschikbare plaatsen.
In zijn verslag van 2008 hekelt het
Directoraat-generaal Penitentiaire
inrichtingen het overmatige aantal
gedetineerden
in
voorlopige
hechtenis (36,8 procent van de
gevangenisbevolking),
de
zwaardere straffen die sinds een
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
criminalité a augmenté, ainsi qu'une forte diminution du nombre de
libérations conditionnelles. Vous comme moi, nous connaissons ces
faits, vu le nombre de fois que nous avons interpellé sur cette
question. Je pense toutefois qu'il est bon d'insister si nous voulons
trouver des solutions durables.
Monsieur le ministre, plutôt que d'envoyer nos détenus chez nos
voisins néerlandais, une hypothèse qui referait surface, pourquoi ne
pas nous inspirer de leurs expériences positives dans la lutte contre la
surpopulation carcérale, notamment en matière de réinsertion? Par
ailleurs, quelles solutions à court terme proposez-vous pour améliorer
les conditions de détention et de travail à la prison de Jamioulx
comme dans les autres établissements pénitentiaires du pays?
tiental jaar door de rechters
worden opgelegd en de sterke
daling
van
het
aantal
voorwaardelijke
invrijheid-
stellingen.
Zouden we er niet beter aan doen,
in plaats van onze gedetineerden
bij onze noorderburen te droppen,
ons te laten leiden door hun
positieve ervaring in de strijd tegen
overbevolkte gevangenissen? Hoe
kunnen we de detentie- en de
arbeidsvoorwaarden verbeteren?
03.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
de huidige vraag is punt 10 op de agenda over Jamioulx.
Ik stel vast dat er vandaag nog een achttal andere vragen handelen
over het gevangenisbeleid. Ik zou dus willen vragen dat wij in de
toekomst bekijken op welke manier bepaalde thema's kunnen worden
gegroepeerd. Het dossier-Jamioulx is één geval. Het is echter een
globaal debat. Verschillende onderdelen komen ook straks in het
debat bij andere vragen terug.
Het is dus moeilijk om hier salamiantwoorden te geven, met name het
geven van een gedeeltelijk antwoord op de huidige vraag, waar ik dan
straks op moet terugkomen.
Ik zou dus willen vragen dat in de toekomst bij het schikken van de
vragen alle vragen over het gevangenisbeleid worden gegroepeerd.
Elke week is er immers een reeks vragen over het gevangenisbeleid.
Ik wil dus nu wel op de huidige vraag antwoorden, maar zal straks op
andere vragen andere delen van het antwoord geven, indien de leden
daarmee akkoord gaan. Misschien moeten wij in de toekomst
proberen om het geheel van vragen over het gevangenisbeleid te
groeperen. Alle vragen verwijzen immers naar elkaar.
03.04
Stefaan De Clerck,
ministre: À l'ordre du jour figurent
encore huit questions portant sur
la politique pénitentiaire. Il serait
peut-être utile à l'avenir de grouper
certaines questions par thèmes.
De voorzitter: Wij kunnen ook onder elkaar beslissen om ze samen te stellen, maar daarop bent u nu
misschien niet voorbereid.
03.05 Minister Stefaan De Clerck: Punt 21 op de agenda telt vier
vragen en punt 24 telt vijf vragen die ook over het gevangenisbeleid
gaan. Zij behandelen een globaler thema, terwijl op de huidige vraag
een beperkt antwoord over Jamioulx als dusdanig wordt gegeven. Wij
kunnen de zaak nu zo afwerken. Ik zou de collega's echter willen
uitnodigen om te blijven zitten.
Je vous invite à rester car j'apporterai ultérieurement d'autres
éléments plus généraux relatifs à notre politique carcérale et que je
ne reprends pas dans la réponse à cette question.
Pour répondre à Mme Déom et M. Lahssaini, il est exact que la prison
de Jamioulx est l'une des plus peuplées du pays. Les conséquences
se font ressentir à plusieurs niveaux. Les détenus n'ont pas beaucoup
de place dans leur cellule. Les conditions de travail du personnel sont
pénibles. Le service en souffre et les délais d'attente se rallongent en
03.05 Minister Stefaan De Clerck:
Het klopt dat de gevangenis van
Jamioulx
een
van
de
dichtstbevolkte van België is.
Daardoor
moeten
de
gedetineerden
er
in
mensonwaardige omstandigheden
leven
en
zijn
de
werkomstandigheden
van
het
personeel er uiterst precair. Die
vaststellingen staan in het advies
van de Centrale Toezichtsraad
voor het Gevangeniswezen.
In de eerste plaats moet er komaf
worden
gemaakt
met
de
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
ce qui concerne l'embauchage, les formations, l'assistance
psychosociale, etc. Nous retrouvons ces mêmes éléments dans
toutes les prisons surpeuplées. Cela figure également dans l'avis du
Conseil central de surveillance pénitentiaire.
Il faut tout d'abord endiguer la surpopulation et répartir la population
carcérale entre les différentes prisons. Aujourd'hui, certaines prisons
présentent un taux de population supérieur à 200%, alors que
d'autres sont quasi sous-peuplées. À ce propos, je me réfère aux
réponses que j'ai données à d'autres collègues concernant les
mesures à court terme que j'examine en ce moment.
En ce qui concerne la superficie moyenne disponible par prison et par
Région, il n'y a pas de données disponibles. En ce qui concerne la
superficie disponible pour un détenu dans une cellule, il n'existe pas
de normes en Belgique, comme c'est le cas pour les maisons de
repos ou les institutions psychiatriques. En pratique, on utilise le
critère selon lequel une cellule présentant une superficie de moins de
8 m
2
est prévue pour un détenu tandis qu'une cellule de 16 m
2
est
prévue pour 3 détenus. Cette norme ne peut être respectée lorsqu'il
est question de surpopulation.
Les Pays-Bas ont attaqué leur problème de capacité en construisant
des prisons supplémentaires. En moins de 20 ans, la capacité
cellulaire a triplé chez nos voisins du Nord, de telle façon qu'ils ont
actuellement un surplus de capacité bien que la densité des détenus
par 100.000 habitants y soit plus élevée qu'en Belgique. La capacité y
est donc beaucoup plus importante; entre 3.000 et 4.000 cellules sont
libres. Comme vous le savez, nous négocions actuellement avec le
gouvernement néerlandais la location de 500 places dans la prison de
Tilburg.
Les problèmes de la prison de Jamioulx se présentent également
dans d'autres prisons. Pour trouver une solution, il faut voir la totalité
des prisons et tenter de chercher une certaine solidarité. En effet, il
est inacceptable que l'occupation de certaines prisons soit à 200%
alors que d'autres sont à moins de 100%. Des discussions sont en
cours avec tous les responsables en vue de trouver une solution.
Et j'en appelle vraiment à la solidarité.
Il peut s'agir d'une mesure temporaire mais je signale que des
mesures définitives pourraient faciliter la gestion des prisons. Si nous
disposions d'une capacité supplémentaire de 500 places, il serait
possible de diminuer le nombre de prisonniers dans toutes les prisons
et de mettre en oeuvre une nouvelle politique. Mais aussi longtemps
que nous n'aurons pas de capacité supplémentaire, nous devrons
faire face à une surpopulation carcérale. Des records sont d'ailleurs
battus chaque jour en la matière.
Bien entendu, il m'appartient de trouver une solution à long terme, ce
qui prendra des années. Cela nécessite l'organisation de débats. Je
suis d'ailleurs en train de préparer une note sur la politique
d'exécution des peines qui devrait faire l'objet de discussions. J'ai
actuellement des contacts avec la Hollande afin de pouvoir disposer
d'une capacité supplémentaire. Mais il faut aussi que des initiatives
soient prises dans les plus brefs délais. C'est la raison pour laquelle je
tente de trouver des solutions à tous les niveaux. La situation à
overbevolking
en
moet
de
gevangenisbevolking
over
de
diverse gevangenissen worden
verspreid. Wat de gemiddelde
beschikbare
oppervlakte
per
gevangenis en per Gewest en de
oppervlakte van een cel betreft,
bestaan er in België geen normen.
In de praktijk gaat men ervan uit
dat er in een cel van minder dan
8 m² slechts één gevangene mag
worden ondergebracht, terwijl een
cel van 16 m² volstaat voor drie
gedetineerden.
In Nederland werd de gevangenis-
capaciteit verdrievoudigd en staan
er momenteel 3.000 à 4.000 cellen
leeg. We onderhandelen met de
Nederlandse regering over de huur
van 500 plaatsen in de gevangenis
van Tilburg.
De problemen in de gevangenis
van Jamioulx doen zich ook in
andere gevangenissen voor. Er
worden gesprekken gevoerd met
alle verantwoordelijken om tot een
solidaire oplossing te komen.
Indien we over 500 bijkomende
plaatsen zouden beschikken, zou
het aantal gedetineerden in alle
gevangenissen kunnen worden
verminderd en zou een nieuw
beleid vorm kunnen krijgen.
Momenteel lopen er in dat verband
contacten met Nederland, maar er
moeten ook op korte termijn en op
alle niveaus initiatieven worden
genomen.
Ik verwijs naar de antwoorden die
ik nog zal geven op andere vragen
die vandaag op de agenda staan.
De Centrale Toezichtsraad voor
het Gevangeniswezen bracht de
problemen in kaart.
Ik beschik over alle gegevens met
betrekking tot de gevangenissen
op internationaal, Europees en
nationaal vlak. Ik moet de spiraal
van problemen die op gang werd
gebracht een halt toeroepen.
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Jamioulx est la preuve qu'il est impossible de gérer une prison de
manière convenable dans de telles conditions.
Je vous demande donc de bien vouloir attendre les réponses que je
donnerai aux autres questions inscrites à notre agenda. M. Lahssaini,
je pense ici notamment à votre question n° 13753 portant sur le
rapport que nous avons reçu et qui fait état des mêmes critiques.
Vous devez savoir que le Conseil central de surveillance pénitentiaire
a fait savoir que des problèmes se posaient. Il en a d'ailleurs dressé
l'inventaire.
Je dispose de toutes les informations au niveau international,
européen, national concernant les prisons. Je dois maintenant
essayer de trouver une solution à un grand nombre de problèmes. Or,
on se trouve ici face à un cercle vicieux: plus de détenus provoquent
plus de problèmes avec le personnel, plus de problèmes de suivi des
prisonniers, etc. Il faut donc mettre un terme à cette spirale. Et c'est
ce à quoi je m'attèle, mais je reviendrai sur ce point à l'occasion des
prochaines questions.
03.06 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, je
remercie le ministre pour sa réponse. Je tiens également à dire que je
suis désolé d'avoir semé le trouble dans l'organisation de nos travaux.
Cela dit, je pense que les questions qui vont suivre seront l'occasion
d'approfondir le sujet. Mais il me semble que, depuis plusieurs
années, la solution proposée pour répondre au problème de
surpopulation consiste à mettre en place un mécanisme d'alerte
permettant à une prison qui a atteint sa capacité maximale de refuser
de recevoir de nouveaux détenus.
Cela renvoie le problème vers d'autres prisons. On attend sans doute
que la solidarité entre établissements pénitentiaires se manifeste de
façon spontanée, mais il est logique de penser que tant la direction
que le personnel pénitentiaire préfèrent travailler dans des conditions
plus confortables que de se voir confier une surcharge de travail.
C'est tout à fait légitime. Donc, il va falloir adopter une position plus
ferme. Cette idée n'est pas récente, monsieur le ministre. Vous l'aviez
même suggérée, il y a une dizaine d'années et sans doute serait-il
intéressant d'y revenir.
Ma question sur les normes et sur les superficies peut paraître
anodine, mais elle est au coeur de la problématique du droit des
détenus. Lorsqu'on prive une personne de liberté, cela ne doit pas se
traduire par d'autres sanctions, y compris le fait de la confiner dans un
espace réduit.
À propos de l'exemple de la Hollande, vous parlez de spirale.
Personnellement, je parlerai de cycle. La Hollande, pendant plusieurs
années, s'est lancée dans la construction de nouvelles prisons pour
faire face à la surpopulation, mais au bout d'un certain temps, les
magistrats ont compris que cela ne servait à rien. Vous le savez
mieux que moi, monsieur le ministre. Dès qu'on construit une nouvelle
prison, elle est vite remplie. Telle n'est pas la solution.
La Hollande a enclenché le mécanisme inverse - travailler au niveau
de la prévention en amont de la détention - et a mis en place un
ensemble de modèles de justice réparatrice qui ont permis de
03.06 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Ik meen te weten dat
sinds enkele jaren wordt gedacht
aan de invoering van een
alarmmechanisme,
waardoor
gevangenissen
nieuwe
gedetineerden zouden kunnen
weigeren, om de overbevolking
tegen te gaan.
Mijn vraag over de normen en de
oppervlakte
is
niet
zonder
betekenis. Wanneer iemand van
zijn vrijheid wordt beroofd, moet hij
niet
extra
gestraft
worden,
bijvoorbeeld door opsluiting in een
zeer kleine ruimte.
In Nederland werden er enkele
jaren lang nieuwe gevangenissen
gebouwd, maar de magistraten
zagen in dat het geen zin had. Een
nieuwe gevangenis zit al snel weer
vol. Nederland is vervolgens aan
de slag gegaan op het vlak van
preventie
en
heeft
herstelmaatregelen ingevoerd. Het
bouwen van gevangenissen in
combinatie
met
herstelmaatregelen kan resultaat
opleveren. Men weet maar al te
goed dat het aantal gedetineerden
zal toenemen als er alleen nieuwe
gevangenissen gebouwd worden.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
désengorger les prisons. Il en résulte que même un certain nombre
d'entre elles sont vides, non parce qu'il y a moins de détenus, le taux
d'incarcération en Hollande demeure élevé, mais parce qu'on
emprisonne moins. Les peines sont moins lourdes et moins longues.
Un certain nombre de mécanismes en cours en Hollande auront des
répercussions d'ici quelques années, car les constructions et les
mesures réparatrices peuvent aller de pair et donner des résultats
concrets. Mais si on se centre uniquement sur la construction de
nouvelles prisons, on sait très bien que dans ce cas, le nombre de
détenus augmentera.
03.07 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, comme déjà dit
auparavant, l'augmentation du nombre de prisons implique
l'augmentation du nombre de détenus. L'exemple hollandais le
démontre, mais les Pays-Bas ont parallèlement aussi travaillé au
prononcé des peines, à leur application, aux peines alternatives, etc.
Je comprends que le problème est très sensible, mais cela fait déjà
quelques mois que nous vous interpellons et vous répondez
constamment que vous planchez sur l'application des peines. Nous
espérons qu'un texte, sur lequel nous pourrons travailler, nous sera
soumis très rapidement.
Je rappelle également la problématique de l'application de la
détention préventive. En Belgique, on détourne la loi des objectifs
premiers de la détention préventive. Véritablement, nous souhaitons
insister sur le fait qu'il importe de travailler parallèlement à
l'augmentation du parc carcéral et à l'application des peines, les
peines alternatives, la prévention, la réinsertion, etc.
Vous nous parlez du partage de la surpopulation. Il est clair que la
solidarité se construit. Dans ce cas, envisagez-vous une
augmentation du cadre des agents pénitentiaires? En effet, la
répartition de la surpopulation devrait au moins permettre d'envisager
une amélioration, tant pour les conditions de détention des détenus
que pour les conditions de travail.
Quant à un emprisonnement aux Pays-Bas ­ peut-être y avez-vous
déjà répondu lors d'autres interpellations ou comptez-vous l'aborder
tout à l'heure, auquel cas je vous écouterai attentivement ­, ne
pensez-vous pas que l'envoi de nos prisonniers en pays étranger
relèverait de la problématique de l'extradition? À mon sens, tout ne se
passera pas en deux temps trois mouvements: l'arrangement sera
compliqué à mettre en place.
Par ailleurs, une alternative est proposée notamment par les
représentants des agents pénitentiaires: les bateaux-prisons. Cette
solution a déjà été utilisée en Hollande afin de lutter rapidement
contre la surpopulation carcérale. Elle permettrait au moins d'engager
du personnel belge, ce qui nécessiterait également une augmentation
du cadre. Ce projet de bateaux-prisons en Belgique est-il totalement
abandonné ou reste-t-il possible?
En bref, j'entends que vous travaillez parallèlement à une série de
solutions, mais je voudrais insister sur l'importance d'une concertation
avec tous les acteurs concernés, tant les acteurs sociaux que les
représentants des agents pénitentiaires. Je crois d'ailleurs savoir
03.07 Valérie Déom (PS): U
antwoordt ons voortdurend dat u
aan de strafuitvoering werkt. Wij
hopen snel een tekst te mogen
ontvangen. Ik wil tevens wijzen op
de problematiek van de voorlopige
hechtenis, waarvan op onwettige
wijze gebruik wordt gemaakt.
Naast de uitbreiding van het
gevangenisbestand moet er werk
worden
gemaakt
van
de
strafuitvoering, de alternatieve
straffen, preventie, resocialisatie,
enz.
U heeft het over de spreiding van
de overbevolking. Zal u de
personeelsformatie
van
de
penitentiaire beambten uitbreiden?
Door de spreiding zouden de
arbeidsomstandigheden inderdaad
moeten verbeteren.
Denkt u niet dat de overbrenging
van
gevangenen
naar
een
Nederlandse gevangenis opdat ze
daar hun gevangenisstraf zouden
uitzitten, onder de problematiek
van de uitlevering valt? De
vertegenwoordigers
van
de
penitentiaire beambten hebben
een alternatief aangereikt in de
vorm van gevangenisboten. Met
die oplossing die reeds in
Nederland werd gebruikt, zou er
tenminste Belgisch personeel in
dienst kunnen worden genomen,
waarvoor er ook een uitbreiding
van het personeelsbestand zou
nodig zijn. Werd dat project
opgedoekt?
Kortom, u werkt aan diverse
oplossingen, maar ik benadruk het
belang van overleg met alle
actoren.
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
qu'ils vous ont tout récemment demandé un rendez-vous afin de vous
proposer leurs idées. Je ne puis qu'insister sur l'importance de la
concertation afin d'en savoir plus.
La présidente: Il me semble que vous posez là beaucoup de
nouvelles questions. De plus, le ministre a déjà répondu à certaines
d'entre elles.
De voorzitter: U stelt nieuwe
vragen.
03.08 Stefaan De Clerck, ministre: Certaines réponses seront
apportées via les questions qui suivent.
03.08
Minister Stefaan De
Clerck: Ik zal daar in mijn
antwoord op de hierna volgende
vragen nader op ingaan.
03.09 Valérie Déom (PS): Dans ce cas, il aurait fallu grouper les
questions. Moi j'ai remarqué que je n'avais pas de réponse à
certaines questions.
03.10 Stefaan De Clerck, ministre: Mais si vous avez encore un peu
de temps, restez pour la suite de notre commission: il reste
neuf autres questions sur le même sujet. Je reviendrai sur ces
problèmes.
La présidente: Le ministre a déjà répondu à la question des bateaux-
prisons à plusieurs reprises.
De voorzitter: De minister heeft
reeds herhaaldelijk op de vraag in
verband met de gevangenisboten
geantwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de minister van Justitie over "de geklasseerde
verkeersboetes" (nr. 13638)
04 Question de M. Jef Van den Bergh au ministre de la Justice sur "les amendes routières classées
sans suite" (n° 13638)
04.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, collega's, mijn vraag betreft de verkeersveiligheid, de
handhaving daarvan en de boetes die er het gevolg van kunnen zijn.
Enkele weken geleden verscheen het bericht dat in 2008 27,3 procent
van de vastgestelde verkeersovertredingen zonder gevolg werd
geklasseerd. Dat komt neer op ongeveer 350.000 dossiers.
Vergeleken met de vorige jaren blijft dit cijfer min of meer constant. Er
wordt, met andere woorden, weinig vooruitgang geboekt en dat is
jammer. Door overtredingen niet gepast te vervolgen ontstaat immers
een zeker gevoel van straffeloosheid en wordt de doeltreffendheid van
de verkeerscontroles voor een stuk tenietgedaan.
Wij hebben daarbij een aantal vragen. Het zou bijvoorbeeld nuttig zijn
om te weten wat de precieze oorzaken zijn van deze beperkte
afhandelingsgraad. Er zijn een aantal redenen mogelijk en misschien
kunt u daar enig zicht op bieden.
Ook Nederland werd in het verleden geconfronteerd met hetzelfde
fenomeen en daar heeft men het probleem, van hieruit bekeken
schijnbaar succesvol, aangepakt door de invoering van de wet
administratieve handhaving verkeersvoorschriften, bekend als de wet-
Mulder. Het voordeel van deze wet is de soepelere afhandeling van
04.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): En 2008, 27,3% des
infractions routières constatées
ont été classées sans suite, ce qui
est évidemment déplorable en
termes de sécurité routière. Les
Pays-Bas ont géré ce problème
judicieusement en instaurant la loi
relative au traitement administratif
des infractions au code de la
route, la loi Mulder, qui permet un
règlement
plus
souple
des
infractions
et
décharge
le
ministère public.
Pourquoi a-t-on classé près d'un
tiers des procès-verbaux l'année
dernière? Le taux de classements
sans suite demeure constant
d'année en année. Pourquoi est-il
si difficile de progresser? Cette
situation ne favorise-t-elle pas
l'impunité? Le ministre prépare-t-il
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
de overtredingen en de ontlasting van het openbaar ministerie. Terwijl
vroeger degene die het niet eens was met een proces-verbaal niets
hoefde te doen en rustig de vervolging kon afwachten, die, met een
beetje geluk, uitbleef, moet betrokkene thans ofwel zelf bezwaar
aantekenen ofwel voor een tijdige betaling zorgen. Wie geen actie
onderneemt, komt sowieso in de problemen. Aangezien de mensen
hiervan op de hoogte zijn, worden de verkeersboetes in Nederlands
sinds het invoeren van deze wet meer en veel sneller betaald.
Ik heb een aantal vragen bij het cijfer waarmee we werden
geconfronteerd.
Wat zijn de redenen waarom vorig jaar bijna een derde van de pv's
werd geklasseerd? Kunnen er cijfers worden geplakt op de
verschillende oorzaken? Hoe komt het dat dit cijfer jaar na jaar min of
meer constant blijft? Waarom is het blijkbaar moeilijk om ter zake
vooruitgang te boeken?
Meent u niet dat de straffeloosheid hierdoor in de hand wordt
gewerkt? Zijn er geen maatregelen nodig? Op welke manier zou dat
eventueel kunnen gebeuren? Is de wet-Mulder zoals die in Nederland
bestaat, mogelijk een werkwijze die wij eventueel ook in ons land in
de toekomst zouden kunnen toepassen?
une solution pour accélérer et
optimiser
les
sanctions?
L'instauration
d'un
système
analogue à celui mis en place par
la
loi
Mulder
est-elle
envisageable?
04.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega
Van den Bergh, om op de vraag in verband met de seponering van de
verkeersboetes te kunnen antwoorden, moet ik eerst wat duiding
geven omtrent de beschikbare cijfers.
Vooraleer de oorzaken te onderzoeken moet eerst worden uitgemaakt
welk materiaal voorhanden is. In deze korte tijdspanne heeft de dienst
Strafrechtelijk Beleid die deze dossiers statistisch behandelt, een
aantal tabellen opgesteld. U hebt die wellicht en in ontkennend geval
bezorg ik ze u. Dat zijn de misdrijven en seponeringen in verband met
verkeersovertredingen voor 2005, 2006, 2007 en 2008, waarbij men
voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel de nieuwe dossiers behandelt,
zowel de afgehandelde als de geseponeerde dossiers.
Er is vooralsnog geen opsplitsing per arrondissement. De opsplitsing
gebeurt nog steeds per Gewest. Per jaar worden er drie categorieën
opgenomen. Men gaat na hoeveel nieuwe dossiers er zijn, hoeveel
afgehandelde en hoeveel geseponeerde. Dit is geen perfect sluitend
systeem want de categorie nieuwe dossiers bevat alle nieuwe zaken
die gedurende een bepaald jaar zijn binnengekomen, terwijl men in
overweging moet nemen dat dit niet het totaal aantal te verwerken
zaken is want dan moet men nog het aantal hangende zaken van het
vorige jaar en het aantal heropende zaken bijtellen. Aangezien er naar
de relatie wordt gevraagd tussen het aantal vastgestelde misdrijven
en het aantal seponeringen leek het juister om enkel het aantal
nieuwe zaken op te nemen.
U kunt de cijfers interpreteren maar er is een soort gelijklopende
tendens die ook evolueert. Wat betreft de seponeringen stellen wij
vast dat dit in 2005 voor het Rijk 26 procent bedroeg, in 2006 28
procent en in 2007 30 procent. Voor 2008 is het terug gedaald tot 27
procent. Er is dus sprake van eenzelfde tendens en de praktijk op het
terrein getuigt van een zekere stabiliteit. Ik denk dat voor de
Gewesten een gelijklopende evolutie is waar te nemen. U ziet dat er
04.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Je vais remettre à M. Van
den Bergh les chiffres du Service
de la politique criminelle. En 2005,
26% des dossiers belges ont été
classés sans suite. Ce chiffre était
de 28% en 2006, de 30% en 2007
et de 27% en 2008. Le
pourcentage demeure donc plus
ou moins constant. La répartition
entre
les
Régions
demeure
également à peu près identique.
Nous ne disposons pas de chiffres
sur le nombre de classements
sans suite par arrondissement.
Nous avons besoin de matériel
d'analyse supplémentaire pour
connaître
les
raisons
des
classements sans suite. Les
parquets font toutefois observer
qu'il existe un certain nombre de
motifs
légitimes
justifiant
le
classement
sans
suite
d'un
dossier. Il se peut ainsi qu'aucune
infraction
pénale
n'ait
été
commise, que l'auteur a disparu à
l'étranger ou est décédé ou encore
que la plainte a été retirée. Je
pense que le seul moyen
d'accroître l'efficacité consiste à
modifier
le
système
d'encaissement,
à
savoir
l'ensemble de la chaîne de la
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
een constante verhouding is tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel.
Wat betreft de praktijk van het seponeren, er zijn geen precieze cijfers
op het niveau van de arrondissementen. In de toekomst moet dit dus
nog worden verfijnd. De dienst Strafrechtelijk Beleid beschikt niet over
deze gegevens. Om de redenen te kunnen opgeven waarom de pv's
worden geklasseerd, moet er bijkomend analysemateriaal
voorhanden zijn. Op dit ogenblik kunnen er nog geen cijfers per
oorzaak worden opgeplakt. Uit de voorgelegde tabellen blijkt dat het
aantal seponeringen 26 procent bedraagt. Het cijfer van de
seponeringen kan niet los worden gezien van het absolute cijfer van
de pv's en van het cijfer van de afhandelingen. Uit deze cijfers kan
niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat de
straffeloosheid in de hand wordt gewerkt.
Ik ben het volledig met u eens dat een wetgeving zoals de
Nederlandse wet-Mulder wellicht beter zou zijn. Bij ons wordt dit
meestal geformuleerd door te zeggen dat wij een ander
incassosysteem, een ander inningsysteem zouden moeten hebben
waardoor de globale efficiëntie van de keten ­ van de eerste
vaststelling tot de niet-betaling, de betwisting en ook de procedure ­
kan worden opgenomen. Dit is een element dat altijd is aangekondigd
en dat ook in de gerechtelijke hervorming wordt aangekondigd. Tot op
heden is dit nog niet concreet. Met andere woorden, er is geen
ontwerp klaar, maar wij hebben wel de ambitie om dit verder voor te
bereiden.
Wat betreft de redenen om pv's zonder gevolg te klasseren, worden
een zevental argumenten aangebracht. Ten eerste, er zijn een pak
pv's die niet noodzakelijk strafbare feiten vermelden. Ten tweede, een
pak dossiers verdwijnt omdat de dader niet op te sporen is. Dat valt
onder de discussie over de buitenlanders. Hopelijk zullen wij in de
toekomst op dat vlak veel efficiënter kunnen zijn.
Er is dus een hele categorie die daardoor verdwijnt. Soms is de dader
niet meer in leven, is de straf niet in verhouding tot de feiten of is er
discussie over de feiten. Soms worden klachten ingetrokken. Soms is
er een vergoeding in dossiers, soms is er verjaring, enzovoort. Met
andere woorden, er zijn zeer veel elementen waaruit blijkt dat op vele
gronden terecht kan geseponeerd worden. Ik heb het gevoel dat dit in
het bestaande systeem een soort vast element is en dat we alleen tot
een hogere efficiëntie kunnen komen als we de keten op een andere
manier gaan organiseren. De wet-Mulder is op dat vlak een zeer goed
voorbeeld. Ik hoop dat wij in de toekomst tot dat soort model kunnen
komen. Het vraagt echter nog heel wat bijkomend werk om efficiënter
te zijn.
De statistieken zal ik u voor de goede orde geven zodat u ze verder
kunt analyseren.
première constatation au non-
paiement, la contestation et la
procédure. Aux Pays-Bas, la loi
Mulder constitue un bon exemple
à cet égard. Le changement de la
chaîne fait depuis longtemps déjà
l'objet de discussions dans le
cadre de la réforme de la Justice
mais rien de concret n'a encore
été entrepris. Nous avons en tout
état de cause pour ambition de
préparer ce changement.
04.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord en zeker ook voor het engagement dat erin vervat
zit. Ik begrijp dat u niet onmiddellijk op alle detailvragen over de
mogelijke oorzaken kunt antwoorden en dat dit nog verder
geanalyseerd moet worden. Wij hebben die stabiliteit in het aantal
seponeringen ook vastgesteld. Dat was ook de belangrijkste reden
voor de vraag. Het zou in deze interessant kunnen zijn om te bekijken
hoeveel buitenlanders die niet opgespoord kunnen worden, daar
04.03 Jef Van den Bergh
(CD&V): Je remercie le ministre
d'avoir souscrit cet engagement.
L'idée prévaut trop souvent que la
Justice ne serait pas favorable à
l'instauration
d'un
nouveau
système d'encaissement mais
nous constatons aujourd'hui que
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
onderdeel van uitmaken.
Er is ondertussen een akkoord met Nederland om gegevens van
nummerplaten uit te wisselen, met Frankrijk. We hopen dat de andere
buurlanden snel kunnen volgen en dat dit op termijn ook een
Europese werkwijze kan worden. Ook heel belangrijk is dat u zegt dat
de wet-Mulder of een andere vorm van incasso een belangrijke
doelstelling is in de hervorming van de justitie. Die bevat natuurlijk
heel veel elementen. In verkeersveiligheidmiddens wordt er nogal
eens van uitgegaan dat men in justitiële middens een dergelijk
systeem niet zo graag ziet komen. U vertelt hier echter het tegendeel.
In die zin denk ik dat dit een belangrijk signaal is. Laten wij hopen dat
daarvan snel werk kan worden gemaakt zodat we snel tot een
efficiënte inning voor verkeersovertredingen kunnen komen in ons
land.
ce n'est pas exact.
Je me demande quelle proportion
représente le nombre d'étrangers
qui ne peuvent être identifiés.
Nous avons déjà conclu un accord
avec les Pays-Bas et la France
pour
l'échange
de
données
relatives
aux
plaques
d'immatriculation. J'espère que cet
accord
pourra
être
étendu
rapidement à d'autres pays et
pourra même devenir in fine un
système européen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "la libération provisoire de
détenus pour raisons médicales" (n° 13722)
05 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de voorlopige
invrijheidstelling van gevangenen om medische redenen" (nr. 13722)
05.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, ma question sera excessivement brève.
La loi relative au statut juridique externe des personnes condamnées
à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime
dans le cadre des modalités d'exécution de la peine comporte un
chapitre intitulé "De la libération provisoire pour raisons médicales".
Une consultation du site du Moniteur belge m'indique que ces
dispositions ne sont pas encore entrées en vigueur, faute d'arrêté
royal.
J'ai appris que des détenus malades souhaitaient se prévaloir de ces
dispositions pour demander au juge d'application des peines une
mesure de libération provisoire pour raisons médicales. À l'heure
actuelle, c'est impossible puisque l'arrêté n'existe pas.
Monsieur le ministre, en ce qui concerne la libération provisoire des
détenus pour raisons médicales, envisagez-vous de prendre l'arrêté
qui pourrait aménager cette matière dans les meilleurs délais?
05.01 Clotilde Nyssens (cdH):
Na raadpleging van het Belgisch
Staatsblad stel ik vast dat
sommige
bepalingen
met
betrekking tot de rechtspositie van
de gedetineerden nog niet in
werking zijn getreden, omdat er
nog geen koninklijk besluit werd
uitgevaardigd. Het is voor zieke
gedetineerden
derhalve
onmogelijk, indien ze dat willen, op
grond van die bepalingen een
voorlopige invrijheidsstelling om
medische redenen te vragen bij de
strafuitvoeringsrechter. Zult u het
koninklijk besluit betreffende de
voorlopige invrijheidsstelling om
medische
redenen
snel
uitvaardigen?
05.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, le fait que les articles 62 à 80 de la loi relative au statut
juridique externe des personnes condamnées concernant la libération
provisoire pour raisons médicales ne sont pas encore entrés en
vigueur n'a pas pour conséquence que ces mesures ne sont pas
possibles à l'heure actuelle.
Comme dans le passé, c'est toujours le ministre de la Justice qui a la
compétence d'autoriser ces libérations sur base d'un rapport médical
et d'un avis de la direction de la prison et du service des cas
individuels de l'administration pénitentiaire. Dans des cas d'urgence,
ce processus de libération provisoire peut se dérouler dans un délai
assez bref, ce qui ne sera pas le cas d'une demande devant le
tribunal d'application des peines.
05.02
Minister Stefaan De
Clerck:
De
gedetineerden
ondervinden hiervan geen nadeel,
want die bepaling
van de
strafuitvoering
is
al
van
toepassing: de minister van
Justitie
is,
zoals
vroeger,
gemachtigd om op grond van een
medisch rapport en na de
gevangenisdirectie en de dienst
Individuele gevallen van het
directoraat-generaal Penitentiaire
inrichtingen om advies te hebben
gevraagd,
voorlopige
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
En somme, les détenus en question n'ont pas de désavantage suite à
cette situation car la modalité d'exécution de la peine est déjà
applicable, d'une manière relativement efficace.
Cela dit, dans le cadre de la note que je prépare, je prévois de
dresser un inventaire de la loi de base afin de voir quelles parties
nous allons mettre en application et à partir de quand. Un projet de loi
a également été déposé afin de modifier quelques éléments de cette
loi.
La mise en application de cette loi s'indique. Dès lors, il faut faire
avancer les choses. Le travail est en cours et plusieurs éléments
seront à réaliser le plus rapidement possible.
Je répète qu'en l'occurrence, l'application existe déjà dans les faits
avec un suivi relativement efficace des cas qui se présentent.
invrijheidsstellingen om medische
redenen
toe
te
staan.
In
spoedeisende gevallen kan die
procedure
in een vrij kort
tijdsbestek worden afgehandeld,
wat voor een aanvraag bij de
strafuitvoeringsrechtbank niet zo
zal zijn.
Ik maak thans een inventaris op
van de wet om te bepalen welke
onderdelen we ten uitvoer zullen
leggen, en vanaf wanneer. Er werd
een wetsontwerp ingediend met
als doel die wet op enkele punten
te wijzigen.
Er wordt momenteel aan de
tenuitvoerlegging van die wet
gewerkt; verscheidene aspecten
ervan zullen zo snel mogelijk
moeten worden verwezenlijkt.
05.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je prends acte
du fait que vous allez établir un calendrier pour toutes les mesures
d'application encore à prendre dans le cadre de la loi Dupont.
J'entends bien qu'une libéralisation provisoire sur la base d'une
décision du ministre est possible. Les personnes qui m'ont interpellée
souhaiteraient certainement voir accélérer le processus des arrêtés
royaux au niveau du tribunal d'application des peines.
05.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Degenen die mij daarover hebben
aangesproken, willen dat men
vaart zou zetten achter de
koninklijke
besluiten
met
betrekking
tot
de
strafuitvoeringsrechtbanken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Fouad Lahssaini au ministre de la Justice sur "le rapport du Conseil central de
surveillance pénitentiaire" (n° 13753)
06 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de minister van Justitie over "het verslag van de Centrale
Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen" (nr. 13753)
06.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, le
Conseil central de surveillance pénitentiaire vient de remettre son
rapport 2007. Je viens m'enquérir de votre réaction à ce rapport. Pour
rappel, les commissions de surveillance et le Conseil central de
surveillance pénitentiaire ont été créés par l'arrêté royal du 4 avril
2003 modifiant celui du 21 mai 1965 portant règlement général des
établissements pénitentiaires. Ces organes ont pour mission de
contrôler les conditions de traitement réservées aux détenus et le
respect des règles en la matière. De manière récurrente, le constat
d'un manque de moyens à tous les niveaux (locaux pour les
formations en surpopulation, non-respect des règles des droits de
l'homme, démotivation des agents pénitentiaires) est posé de manière
dramatiquement criante dans ce rapport.
Monsieur le ministre, quelle est votre position par rapport aux constats
et recommandations de ce rapport? Que comptez-vous mettre en
oeuvre dans l'immédiat pour répondre à la question du manque de
moyens financiers qui traverse ce rapport?
06.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!):
De
Centrale
Toezichtsraad
voor
het
Gevangeniswezen maakt onlangs
zijn rapport van 2007 bekend. Dat
orgaan houdt toezicht op de
bejegening van de gedetineerden
en op de naleving van de ter zake
geldende voorschriften. In zijn
rapport wijst de raad op een
gebrek aan middelen op alle
niveaus.
Wat vindt u van de vaststellingen
en aanbevelingen die in dat
rapport worden gedaan? Hoe zal u
het
gebrek
aan
financiële
middelen waarop de raad de
vinger legt, verhelpen?
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
06.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, j'ai reçu ce lundi
22 juin une délégation du Conseil central de surveillance pénitentiaire
qui m'a transmis en main propre le rapport annuel 2007, rapport qui
m'avait déjà été transmis précédemment. Nous avons eu l'occasion
de discuter de ses recommandations. J'ai confirmé qu'il en serait tenu
compte lors de la rédaction de la note que je prépare sur les
politiques pénitentiaires d'aujourd'hui et de demain.
Répondre à toutes les recommandations constituerait un travail
colossal: vous les avez lues comme moi, vous avez vu cet énorme
paquet de recommandations et de problèmes soulevés. Ce que je
viens d'évoquer pour Jamioulx s'applique à toutes les prisons. Il est
donc impossible de vous donner une solution du jour au lendemain,
cela nécessite un travail de longue haleine.
J'ai longuement discuté avec cette délégation et nous avons convenu
de procéder de la manière suivante. J'ai demandé à mon
administration d'établir, dans un premier temps, un inventaire des
recommandations auxquelles une réponse peut être donnée
rapidement. J'ai convenu avec le Conseil central de surveillance
pénitentiaire et les commissions de surveillance des prisons de nous
revoir en septembre. Il est très important en effet d'être en contact
avec les commissions de surveillance qui sont dans toutes les prisons
et qui sont les premières à subir la démotivation: leurs membres
constatent les problèmes et ne voient pas arriver de solutions, ils
constatent que cela se dégrade, que cela entraîne des démissions.
Je me suis donc engagé à rencontrer les membres de ces
commissions à un moment où le dialogue sera possible car les
écouter sans rien pouvoir dire, ce n'est pas très utile. Je leur ai
demandé d'attendre la note générale sur la politique pénitentiaire pour
qu'ils puissent la consulter et me transmettre leur réaction.
Par ailleurs, j'ai prévu de retirer du dossier toutes les questions devant
être réglées dans l'immédiat comme le paiement de certains frais, le
paiement des assurances faisant partie de comités, etc. Il s'agit là du
fonctionnement direct de ces commissions. Ces problèmes doivent
être résolus le plus rapidement possible. Le reste du dossier a trait à
la politique en général.
En résumé, l'accord est double. Une solution sera trouvée pour les
problèmes urgents. Par ailleurs, je me suis engagé à ce que le débat
avec les membres des diverses commissions puisse débuter en
septembre. À cette occasion, je leur ferai part de ma vision des
choses et demanderai leur avis à ce sujet. Je leur demanderai
également de me faire part de leurs recommandations. Pour ce faire,
le rapport devrait constituer une bonne base de discussion. Cela
devrait être, en tout cas, l'occasion d'un dialogue constructif.
06.02
Minister Stefaan De
Clerck: Op maandag 22 juni
jongstleden overhandigde een
delegatie
van
de
Centrale
Toezichtsraad
voor
het
Gevangeniswezen
me
het
jaarverslag van 2007 van die
Raad. Ik zal er rekening mee
houden bij het opstellen van mijn
nota over het gevangenisbeleid.
Alle aanbevelingen beantwoorden
is een enorme opgave. Het is
onmogelijk om van vandaag op
morgen
een
antwoord
te
formuleren, precies omdat het zo'n
werk van lange adem is.
We zijn met die delegatie
overeengekomen dat we als volgt
te werk zullen gaan: eerst heb ik
mijn administratie verzocht de
aanbevelingen die snel kunnen
worden
beantwoord,
te
inventariseren. Bovendien heb ik
ermee
ingestemd
om
in
september
opnieuw
met
de
Centrale Toezichtsraad voor het
Gevangeniswezen om de tafel te
gaan zitten.
Het rapport zou op dat ogenblik
een goed uitgangspunt zijn voor
de discussie.
06.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie pour votre réponse.
J'ai lu attentivement le rapport dont question. J'ai aussi tenté d'obtenir
plus d'informations. C'est ainsi que j'ai rencontré des membres des
commissions de surveillance pénitentiaire démotivés. Ces
commissions sont confrontées à un problème de recrutement de
personnel auquel viennent s'ajouter les problèmes que vous avez
06.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Ik heb het rapport
aandachtig gelezen. Ik ontmoette
ook een aantal gedemotiveerde
leden van de Toezichtsraad. Die
raad kampt met problemen wat de
indienstneming van personeel
betreft en in verband met de
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
évoqués en ce qui concerne la prise en charge d'un certain nombre
de frais. Si l'on veut que cet outil soit vraiment pertinent, il est donc
nécessaire de trouver des solutions.
Par ailleurs, nombreuses sont les questions posées dans notre
commission qui ont trait aux conditions de détention. C'est pourquoi,
pour élargir le débat, il serait peut-être opportun, selon moi, que notre
commission invite pour les entendre les membres du Conseil central
de surveillance pénitentiaire ainsi que quelques membres des
commissions de surveillance. Cela serait pour eux l'occasion de nous
informer et de nous sensibiliser au contenu du rapport. Cela serait
aussi une façon de nous faire participer chacun au débat. En effet,
nous avons tous les mêmes préoccupations et nous voulons tous
sortir de la crise qui sévit dans les prisons aujourd'hui.
Monsieur le ministre, pour ma part, je serai donc heureux si notre
commission pouvait inviter le président du Conseil central de
surveillance pénitentiaire ou des membres des commissions de
surveillance et si, au mois de septembre, nous pouvions travailler
ensemble, bien entendu, en n'empiétant pas sur vos prérogatives. Ce
serait une façon de socialiser la réflexion.
La présidente: Monsieur Lahssaini, je vous remercie pour votre
suggestion.
financiering van bepaalde kosten.
Indien men een slagkrachtig
instrument wil maken van deze
raad, moeten er hoe dan ook
oplossingen worden gevonden.
Het lijkt me een goed idee dat
onze commissie de leden van de
raad en enkele leden van de
commissies van toezicht zou
uitnodigen om in september
constructief samen te werken,
evenwel zonder uw prerogatieven
aan te tasten.
06.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, op dat
ogenblik kan het debat nog eens globaal worden gevoerd op basis
van een nota waarin we proberen een totaaloverzicht te geven.
06.04
Stefaan De Clerck,
ministre: À ce moment-là, le débat
pourra être réamorcé sur la base
d'une note comportant un aperçu
global.
Quand nous disposerons de cette note qui est en cours de
finalisation, il sera utile de mener un débat avec tous les intéressés.
L'occasion va se présenter d'avoir un débat général, y compris avec
ces comités ou d'autres.
Cela ne signifie pas que je ne suis pas respectueux du travail
quotidien de ces gens dans les prisons. Ils font un travail
remarquable. Je veux les rencontrer pour pouvoir les motiver à
continuer ce travail. C'est de ma responsabilité. Quant aux initiatives
du Parlement, c'est de votre responsabilité.
Zodra we over die nota zullen
beschikken, zullen we een debat
voeren met alle betrokkenen.
Ik heb veel respect voor het
uitstekende werk dat die mensen
in de gevangenissen verrichten. Ik
wil ze ontmoeten om ze te
motiveren zodat ze hun werk
voortzetten.
Dat
is
mijn
verantwoordelijkheid.
De
parlementaire initiatieven behoren
dan
weer
tot
uw
verantwoordelijkheid.
06.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, je
remercie le ministre.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "la réunion du 18 mai 2009 relative à
la mise en place d'un réseau d'expertise 'homophobie' au sein du Collège des procureurs généraux"
(n° 13780)
07 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de vergadering van
18 mei 2009 over het oprichten van een expertisenetwerk 'homofobie' bij het College van procureurs-
generaal" (nr. 13780)
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
07.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, ma question sera très brève puisqu'elle est le suivi d'une
question précédente que je vous avais adressée et qui concerne la
mise en place d'une cellule, pour lutter contre les actes
d'homophobie, en concertation avec la ministre de l'Égalité des
chances. Sa mission était d'examiner les suites à donner aux
infractions à caractère homophobe.
Dans sa note de politique générale, Mme Milquet, ministre en charge
de l'Égalité des chances, entendait prendre des contacts avec votre
département en vue de mettre en place au niveau du Collège des
procureurs généraux une cellule d'expertise regroupant les
connaissances en matière de discrimination.
Dans votre précédente réponse à une question similaire de ma part
au mois de mai, vous m'annonciez qu'une réunion était prévue avec
les responsables du cabinet de l'Égalité des chances pour voir
comment oeuvrer en cette matière
Comme j'essaie d'accomplir ma fonction de parlementaire le mieux
possible, je reviens vers vous pour obtenir des informations.
07.01 Xavier Baeselen (MR):
Met
mijn
vraag
wil
ik
voortborduren op een vorige vraag
met betrekking tot de oprichting, in
samenspraak met de minister van
Gelijke Kansen, van een cel ter
bestrijding
van
daden
van
homofobie. Die cel moest nagaan
op
welke
manier
homofobe
misdrijven
moeten
worden
aangepakt. Mevrouw Milquet zou
contact
opnemen
met
uw
departement,
teneinde
een
expertisecel op te richten die alle
kennis omtrent discriminatie zou
bundelen. In mei deelde u me mee
dat er met het College van
procureurs-generaal
en
de
beleidsmedewerkers
van
de
minister van Gelijke Kansen een
vergadering was gepland waarop
men zou bekijken hoe er in deze
materie te werk kan worden
gegaan. Wat is in dat verband de
stand van zaken?
07.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente,
M. Baeselen mérite une réponse brève également!
Une réunion a eu lieu le 18 mai dernier entre mon cabinet et celui de
Mme Milquet. Il a été convenu que le cabinet de Mme Milquet prendra
contact avec le Centre pour l'égalité des chances afin que ce dernier
puisse préciser ses doléances et attentes à l'égard du Collège des
procureurs généraux.
J'attends des nouvelles du cabinet de Mme Milquet avec qui j'ai
encore eu des contacts pour dire qu'il fallait avancer. J'attends
maintenant qu'elle prenne l'initiative prévue. Ensuite, il y aura une
réunion à laquelle seront invités les deux cabinets et des
représentants du Centre pour l'égalité des chances et des
représentants du Collège des procureurs généraux afin de dégager
un consensus quant aux meilleures modalités de lutte contre le
phénomène de l'homophobie.
L'affaire est à suivre!
07.02 Minister Stefaan De
Clerck: Op 18 mei heeft er
inderdaad
een
vergadering
plaatsgevonden.
Er
werd
afgesproken dat het kabinet van
mevrouw Milquet contact zal
opnemen met het Centrum voor
gelijkheid van kansen, opdat het
Centrum zijn verzuchtingen en
verwachtingen ten aanzien van het
College van procureurs-generaal
kenbaar kan maken.
Ik wacht nu af tot mevrouw Milquet
dat initiatief neemt. Vervolgens
zullen
de
twee
kabinetten,
vertegenwoordigers
van
het
Centrum voor gelijkheid van
kansen en vertegenwoordigers
van het College van procureurs-
generaal worden uitgenodigd voor
een bijeenkomst waarop een
consensus zal worden gezocht
over de beste benadering van de
strijd tegen homofobie.
07.03 Xavier Baeselen (MR): Je poursuivrai donc ma partie de ping-
pong qui a commencé voici quelques mois déjà puisque Mme Milquet
avait, à l'époque, renvoyé à M. Vandeurzen qui avait renvoyé à Mme
Milquet. Vous vous êtes vus. Maintenant la balle est dans le camp de
Mme Milquet. Je vais donc l'interroger, puis je reviendrai vers vous!
07.03 Xavier Baeselen (MR): Ik
zet mijn pingpongspel, dat ik
enkele maanden geleden al op
gang heb gebracht, dus voort.
Mevrouw Milquet is nu aan slag. Ik
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
zal haar ondervragen en zal me
dan opnieuw tot u wenden!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "les services d'aide aux détenus
en prison" (n° 13798)
08 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de hulpverlening aan
gedetineerden" (nr. 13798)
08.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, il s'agit encore des prisons mais je résumerai mes propos
car je reprends une partie de la question de M. Lahssaini.
Il me revient que des "services d'aide aux détenus" (SAD) éprouvent
de plus en plus de difficultés à entrer dans les prisons. Sans revenir
sur le problème de la surpopulation, j'observe ce qui se passe: à
cause de cette surpopulation, les responsables, notamment les
syndicats, essaient de limiter les mouvements étant donné le manque
de personnel. Il s'ensuit que des services d'aide aux détenus peinent
à entrer dans les prisons pour assurer leurs missions, tant d'aide
collective que d'aide individuelle aux détenus.
En conséquence, monsieur le ministre, ce n'est pas un manque de
personnel ou de surpopulation qui nuit à la qualité de l'action des
SAD, mais confirmez-vous que, dans certaines prisons, les SAD sont
limités dans leurs missions? Si oui, quelle mesure pouvez-vous
prendre pour permettre aux SAD de continuer à fonctionner?
08.01 Clotilde Nyssens (cdH):
De "services d'aide aux détenus"
(SAD ­ de diensten die bevoegd
zijn
voor
de
hulp-
en
dienstverlening aan gedetineerden
in de Franse Gemeenschap)
ondervinden
steeds
meer
moeilijkheden om toegang te
krijgen tot de gevangenissen om
er collectieve en individuele
bijstand te verlenen aan de
gedetineerden.
De
verantwoordelijken, meer bepaald
de vakbonden, proberen wegens
het personeelstekort het aantal
bezoekers te beperken. Welke
maatregelen zal u nemen om
ervoor te zorgen dat de SAD
kunnen blijven functioneren?
08.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, votre remarque m'a déjà été signalée à plusieurs reprises
dans le passé. Un ou plusieurs services d'aide aux détenus
interviennent dans les difficultés des établissements pénitentiaires.
Ces SAD sont subsidiés par la Communauté française.
Les SAD rencontrent les détenus qui en font la demande afin de leur
apporter aide et soutien dans la gestion de leur détention et la
préparation de leur réinsertion. Des locaux sont mis à leur disposition
par la prison pour effectuer leurs missions. La surpopulation carcérale
atteint depuis plusieurs mois un taux historique qui rend difficile la
détention des détenus et le travail du personnel pénitentiaire.
Cette situation peut entraîner les mouvements syndicaux de plusieurs
types. Le maintien de la sécurité est l'objectif qui prime dans ce type
de situation. Il peut donc arriver dans ce contexte que les possibilités
pour ces services de rencontrer les détenus soient réduites.
Lorsqu'une telle mesure est prise, comme ce fut dernièrement le cas
à la prison de Jamioulx, des négociations ont lieu avec les SAD, la
direction et les organisations syndicales pour tenter de trouver des
aménagements afin que chacun puisse exercer son travail dans le
respect de la sécurité tout en maintenant les offres de services
relatives à la préparation à la réinsertion.
Dans le cas présent, dans un premier temps, les services intervenant
directement dans la préparation de la libération à court terme ont pu
continuer à venir dans l'établissement. Ensuite, lors d'un comité de
08.02 Minister Stefaan De
Clerck:
De
SAD,
die
gesubsidieerd worden door de
Franse Gemeenschap, helpen
gedetineerden die daarom vragen
bij het beheer van hun detentie en
de
voorbereiding
van
hun
resocialisatie.
Aangezien
de
veiligheid moet vooropstaan, kan
het gebeuren dat de bezoeken van
dergelijke
diensten
aan
de
gedetineerden wegens de extreme
overbevolking
in
sommige
gevangenissen worden beperkt,
zoals onlangs nog in Jamioulx.
In
dat
geval
worden
er
onderhandelingen gevoerd tussen
de SAD, de gevangenisdirectie en
de vakbonden om ervoor te
zorgen dat ieder zijn werk kan
blijven doen. In Jamioulx werden
de diensten die de gedetineerden
rechtstreeks helpen zich voor te
bereiden
op
een
nakende
vrijlating, wel gewoon tot de
gevangenis
toegelaten.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
concertation de base, des horaires ont été négociés avec les services
concernés afin de répartir sur la semaine et la journée les différents
mouvements de détenus et, de cette manière, permettre une
collaboration harmonieuse dans le contexte de surpopulation.
Dans ce problème général de surpopulation, il faut se montrer très
créatif. Sans que cela soit évident, nous cherchons des solutions.
Lorsqu'une solution structurelle sera approuvée, tout pourra retrouver
un niveau normal.
Cela dit, je viens de préparer une lettre adressée aux gouvernements
régionaux afin de démarrer le plus rapidement possible une
concertation sur l'optimalisation de la coopération entre le fédéral et
les Régions, dans le cadre du monde carcéral. En effet, à mes yeux,
le problème doit devenir une priorité pour toutes les Communautés: il
s'agit d'étudier comment optimaliser cette collaboration. Le travail ne
manque pas. J'ai donc pris l'initiative de les inviter à reprendre dans
leurs accords gouvernementaux régionaux l'élément "collaboration
Justice et Régions" sur tous ces points.
Vervolgens
werden
er
werkafspraken gemaakt om de
bewegingen van gedetineerden
over de week te spreiden.
Zodra er een structurele oplossing
wordt
gevonden
voor
de
overbevolking, kan de gewone
regeling weer worden ingevoerd.
Ik heb net de laatste hand gelegd
aan een brief die aan de
deelstaatregeringen zal worden
gericht met de bedoeling het
overleg over de optimalisering van
de samenwerking tussen het
federale
niveau
en
de
deelgebieden met betrekking tot
het gevangeniswezen zo snel
mogelijk op gang te brengen
08.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Il est vraiment temps d'agir, étant donné que les
gouvernements
régionaux
et
communautaires
se
mettent
actuellement sur pied. Tout ceci doit faire partie de leurs priorités. Il
est évident que cette coopération doit être améliorée. On attend
beaucoup de la part des Communautés et des Régions pour
aménager toutes ces missions légales qui sont excessivement bien
rédigées mais qui, en pratique, doivent pouvoir être exécutées.
08.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Het is het geschikte ogenblik om
iets te ondernemen, aangezien de
gewest-
en
gemeenschaps-
regeringen momenteel in de
steigers staan.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de onverwachte vrijlating van 17
mensensmokkelaars" (nr. 13835)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de vrijlating van vijftien
mensensmokkelaars" (nr. 13872)
09 Questions jointes de
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la libération inattendue de 17 trafiquants d'êtres
humains" (n° 13835)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la libération de quinze trafiquants d'êtres humains"
(n° 13872)
09.01 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, ik zal het kort
houden, want ik denk dat de heer Laeremans wat uitgebreider op dit
aspect zal ingaan. In de pers verscheen vorige week een artikel
waaruit bleek dat 17 mensensmokkelaars voorlopig werden
vrijgelaten door de Brusselse KI. Het ging om mensen die
ondertussen al 18 maanden in voorhechtenis hadden gezeten, toch al
een redelijke termijn. Blijkbaar werden die mensen plots toch door de
KI gelost, ondanks het feit dat het openbaar ministerie zich ertegen
had verzet en men er alles aan had gedaan om die mensen toch ten
gronde voor de correctionele rechtbank te brengen.
Mijn vraag dienaangaande is of u de reden kent voor die onverwachte
vrijlating.
09.01 Raf Terwingen (CD&V):
Nous avons pu lire dans la presse
la semaine dernière que pas
moins de quinze trafiquants d'être
humains avaient été mis en liberté
provisoire par la Chambre des
mises en accusation de Bruxelles,
malgré l'opposition du ministère
public. Quelles sont les raisons de
ces libérations plutôt inattendues?
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
09.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, de
situatie is al even geschetst. Het gaat om 15 mensensmokkelaars die
normaal gezien in september zouden moeten voorkomen en dus nog
maar enkele maanden in voorhechtenis zouden moeten zitten. Het
zou een volledig Pakistaans-Indiaas netwerk zijn dat volledig werd
opgerold, van aan de onderste sport van de ladder tot aan de
kopstukken. Doordat het hier gaat om illegalen, of toch grotendeels, is
de kans natuurlijk erg groot dat zij het hazenpad zullen kiezen. Deze
vrijlating heeft dan ook voor groot protest gezorgd in speurderskringen
omdat het geleverde werk waarschijnlijk op niets zal uitdraaien. Dat
zal uiteraard tot verdere demotivering van die mensen leiden. Het
dreigt uit te draaien op absolute straffeloosheid. De beslissing is des
te merkwaardiger omdat enkele kopstukken notoire recidivisten
blijken te zijn die recent nog werden vrijgelaten en waarschijnlijk nog
een stuk van de straf hadden moeten uitzitten. Alleen al om die reden
konden ze verder blijven vastzitten.
Ik weet dat u zich niet kunt uitlaten over de inhoud. Dat behoort tot de
autonomie van de onderzoeksrechter. U kunt daarvan geen
appreciatie geven maar u kunt wel de motieven geven op basis
waarvan de smokkelaars werden vrijgelaten en hoe werd gestaafd dat
de aanhouding niet meer noodzakelijk zou zijn voor de openbare
veiligheid.
Is de vrijlating onvoorwaardelijk of werden er voorwaarden opgelegd?
Dat is een informatieve vraag. Om welke voorwaarden gaat het
desgevallend? Hoeveel van de betrokkenen zijn illegaal in het land?
Hebben zij niettemin een verblijfplaats opgegeven waaraan ze zich
zouden houden? Zo niet, op welke wijze hoopt justitie deze mensen
alsnog zelfs maar te kunnen oproepen? Als men geen adres heeft
van die mensen is zelfs een oproeping natuurlijk problematisch.
Kloppen de berichten dat het onderzoek en de procedure dermate
gevorderd waren dat de beklaagden in september hadden kunnen
voorkomen? Kan de minister meedelen wat de kostprijs is van de
gevoerde onderzoeken en hoeveel manuren er hiervoor tot heden
nodig waren? Hoeveel speurders hebben er aan dit dossier gewerkt?
Hoeveel van de vrijgelaten verdachten waren er nog in een situatie
van voorwaardelijke invrijheidstelling? Wat werd inmiddels door het
openbaar ministerie ondernomen om het resterende deel van de straf
te laten uitzitten? Ik dank u bij voorbaat.
09.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Les trafiquants d'êtres
humains qui ont été libérés sont
tous
membres
d'un
réseau
pakistano-indien qui auraient dû
rester encore quelques mois en
détention préventive. Etant donné
qu'il s'agit d'illégaux, il est fort
probable qu'ils vont prendre la
poudre d'escampette. Certains
d'entre eux sont des récidivistes
notoires. Il s'agit donc de cas
manifestes d'impunité qui auront
pour effet de démotiver plus
profondément
encore
nos
enquêteurs.
Comment a été motivée dans
cette affaire la décision selon
laquelle le maintien en détention
n'était plus nécessaire? Des
conditions ont-elles été imposées
dans le cadre de la libération?
Parmi les personnes concernées,
combien séjournent illégalement
dans notre pays? Ont-elles dû
indiquer un lieu de résidence? Est-
il exact que les prévenus auraient
déjà
pu
comparaître
en
septembre? Quel a été le coût des
enquêtes menées et combien
d'heures/homme
ont
été
consacrées à ce dossier? Parmi
les
personnes
concernées,
combien se trouvaient en liberté
conditionnelle? Quelles initiatives
ont été prises par le ministère
public afin que les intéressés
purgent malgré tout le reste de
leur peine?
09.03 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer de voorzitter, het
onderzoek lijkt het bestaan aan te tonen van een criminele organisatie
van mensensmokkelaars. Deze vermoedelijke organisatie zou zich
hebben gespecialiseerd in het smokkelen van kandidaat-
vluchtelingen, hoofdzakelijk van Indische herkomst, met bestemming
Groot-Brittannië. De kandidaat-vluchtelingen zouden uit Italië zijn
gekomen via openbaar vervoer of met voertuigen. Bij hun aankomst
in België zouden ze in zogenaamde safe houses zijn opgevangen. In
die woningen, waar tientallen kandidaat-vluchtelingen zouden zijn
gehuisvest, zouden ze voedsel hebben gekregen van de leden van de
vermoedelijke organisatie en zouden ze slechts een beperkte
bewegingsvrijheid hebben genoten.
Tegen negentien personen is een aanhoudingsbevel uitgevaardigd.
Tijdens het onderzoek hebben de onderzoeksgerechten hen
vrijgelaten onder eerbiediging van voorwaarden. De kamer van
inbeschuldigingstelling liet vijftien van hen vrij op 17 en 18 juni 2009.
09.03
Stefaan De Clerck,
ministre:
L'enquête
semble
démontrer
l'existence
d'une
organisation de trafiquants d'êtres
humains qui s'était spécialisée
dans le trafic de réfugiés d'origine
indienne vers la Grande-Bretagne.
Un mandat d'arrêt a été décerné
contre dix-neuf personnes. Au
cours de l'enquête, ces personnes
ont été remises en liberté sous
conditions. La chambre des mises
en accusation en a relaxé quinze
les 17 et 18 juin 2009, estimant
que la sécurité publique ne
requérait pas absolument leur
placement
en
détention
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Niettegenstaande de parlementaire vraag op een individueel dossier
betrekking heeft, waarop het onderzoeksgeheim van toepassing is,
kan ik u de volgende informatie geven. Zoals eerder aangegeven,
heeft de kamer van inbeschuldigingstelling zonder meer vastgesteld
dat het behoud van de voorlopige hechtenis van de verdachten niet
meer absoluut nodig was voor de openbare veiligheid. Als men van
oordeel is dat de voorlopige hechtenis van de verdachten niet
absoluut nodig is voor de openbare veiligheid, biedt de wet niet de
mogelijkheid om voorwaarden op te leggen bij hun invrijheidsstelling.
De Dienst Vreemdelingenzaken is de bevoegde autoriteit om zich uit
te spreken over de regelmatigheid van het verblijf van de verdachten.
We stellen vast dat slechts een van de vijftien in vrijheid gestelde
personen op 17 en 18 juni 2009 een woonplaats in België had. Bij hun
invrijheidsstelling hebben veertien verdachten geen woonplaats in
België gekozen. Bij gebrek aan een woonplaats, zal een betekening
worden gedaan bij de procureur des Konings. De advocaten van de
verdachten zullen dus op de hoogte worden gebracht van de datum
van de zitting.
Op 5 mei 2009 zou een regeling van rechtspleging mogelijk zijn
geweest, indien de verzoeken tot bijkomende onderzoeksdaden niet
door de verdachten zouden zijn ingediend. Men vraagt bijkomend
onderzoek, waardoor men uitstel verkrijgt.
De onderzoeksrechter heeft tot op vandaag geen gedetailleerde
onkosteninventaris opgesteld, niettegenstaande de oorspronkelijk
voorziene regeling van de rechtspleging op 5 mei 2009. Daarom kan
ik u geen exacte informatie geven over de gerechtskosten, zonder mij
in de plaats te stellen van de onderzoeksrechter. U kan u de
gewenste inlichtingen over uitgaven en inzet van manschappen dus
niet precies geven, maar ik heb ze opgevraagd.
Ik ben niet op de hoogte van de verdachten die zich in
voorwaardelijke vrijheid bevinden. Ik denk niet dat die er zijn. Slechts
één verdachte is thans opgesloten voor de uitvoering van een
opgelegde straf. Hij zit dus nog vast.
Ik denk dat ik daarmee de vragen van de collega's Laeremans en
Terwingen in de mate van het mogelijke heb beantwoord. Het is een
toepassingsvraag met betrekking tot de voorlopige hechtenis, waarbij
men moet oordelen tot waar die voorlopige hechtenis moet strekken.
De voorlopige hechtenis is geen sanctiemechanisme. Daarom zijn we
op dat vlak aangewezen op het oordeel van de raadkamer.
préventive.
Une seule d'entre elles était
domiciliée en Belgique. Pour les
autres, une signification sera
adressée, faute de domicile, au
procureur du Roi qui informera
leurs avocats de la date de
l'audience.
Le 5 mai 2009, un règlement de
procédure aurait été possible si les
prévenus n'avaient pas introduit
une
demande
de
devoirs
d'instruction complémentaires.
À ce jour, le juge d'instruction n'a
pas établi d'inventaire de frais
détaillé mais je lui ai déjà adressé
une demande visant à obtenir cet
inventaire.
Je ne pense pas que certaines
des personnes arrêtées étaient
des libérés conditionnels. Un seul
prévenu vient d'être incarcéré en
exécution d'une peine qui lui a été
infligée.
Ce dossier concerne en fait la
portée de la détention préventive.
La détention préventive n'étant
pas un mécanisme de sanction,
nous sommes tributaires de
l'appréciation de la chambre du
conseil.
09.04 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord. U hebt de juiste kernpunten aangeduid. De voorlopige
hechtenis is een uitzonderingsmaatregel. Het is een onderzoeksdaad
die het mogelijk moet maken een onderzoek te doen. Op een
gegeven ogenblik moet dat ook stoppen. Een advocaat van personen
die moeten verschijnen voor de KI en voor de raadkamer zal dat ook
pleiten. Hij zal zeggen dat het niet te lang mag duren en dat het
onderzoek moet voortgaan.
Hoe komt het dat na achttien maanden er nog altijd geen
rechtspleging is geregeld? U hebt daarop geantwoord dat er blijkbaar
een mogelijkheid tot regeling van de rechtspleging was geweest, ware
09.04 Raf Terwingen (CD&V): La
détention provisoire est en effet
une mesure d'exception devant
permettre de mener une enquête
et qui ne doit donc pas s'éterniser.
Comment se fait-il alors qu'après
dix-huit mois aucune procédure
n'avait encore été réglée? Il
semblerait que le problème soit lié
à
la
demande
de
devoirs
d'enquête
supplémentaires.
Il
apparaît une fois de plus qu'il
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
het niet dat men op basis van de wet-Franchimont bijkomende
onderzoeksdaden heeft gevraagd. Als dat niet was gebeurd, was men
waarschijnlijk onder de banden naar de rechtbank ten gronde
verwezen en was dat allemaal niet gebeurd.
Eigenlijk komt het er misschien op neer dat wij de wet-Franchimont en
de gebruiken of de misbruiken ervan moeten evalueren. Dat was
trouwens een van de suggesties van de parlementaire
onderzoekscommissies naar de fiscale fraude. Daarin wordt daarvan
ook gebruik of misbruik gemaakt. Ik neem echter akte van uw
antwoord. Een en ander is mij nu duidelijk.
serait manifestement utile de
procéder à une évaluation de
l'usage ­ éventuellement abusif ­
qui est fait de la loi Franchimont.
09.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik sluit mij zeker aan bij het
laatste wat hier is gezegd. Wij hebben van in het begin gezegd dat de
wet-Franchimont te veel risico's inhield, zeker indien men die uitbreidt
tot de grote wet-Franchimont. Dat zou de onderzoeken nog veel meer
in de soep laten draaien. De toenmalige substituut bij het parket-
generaal, de heer Liégeois, die daartegen destijds krachtig had
gewaarschuwd, heeft ondertussen gelijk gekregen. Zijn verzoek is
ingewilligd. Intussen is hij procureur-generaal. Hopelijk kan hij u voor
nieuwe fouten in die zin behoeden.
Inderdaad, het misbruik van de wet-Franchimont is hier bijna
exemplarisch. Het is bijna huiveringwekkend te zien hoe die criminele
bendes daarvan misbruik maken en een voorbeeld zijn voor
gelijkaardige dossiers in de toekomst. Op die manier demotiveert men
natuurlijk alle onderzoekers. Het hele onderzoek dreigt uiteindelijk
fataal te zullen worden.
Men heeft u bevestigd dat zij, op een na, hier geen vast adres hebben
en dat zij dus gewoon in de woestijn of de jungle zijn gestuurd. Tenzij
zij heel belangrijke redenen zouden hebben om hier te blijven, zullen
wij negen kansen op tien hier hetzelfde voorhebben als met de
fameuze Oekraïense broers die Simon Wijffels hebben neergestoken.
Misschien zal de advocaat wel ter plaatse informeren, maar de daders
zullen gevlogen zijn dankzij de steun van het gerecht.
Ik volg mijn collega als hij zegt dat op een gegeven moment het
onderzoek moet stoppen. Dit dossier is echter zeer complex. Men
heeft van boven tot onder het hele netwerk opgerold. Dat heeft vrij
veel tijd in beslag genomen, maar al bij al minder dan een jaar. In zo'n
situatie is het niet onredelijk dat men het dossier uitspit tot op de
bodem. Als men dan vindt dat het allemaal lang genoeg heeft
geduurd, dan denkt justitie veel meer aan het welzijn van criminelen
dan aan het belang van de samenleving.
Dit kan niet meer. Wij moeten ervoor zorgen dat de onderzoeken nog
sneller kunnen verlopen. Daarnaast moeten de speurders, die de
onderzoeken doen, worden gesteund. Het gerechtelijk apparaat mag
hun onderzoek niet in de wielen rijden, zoals hier gebeurt.
Als voor de openbare veiligheid niet langer in rekening mag worden
gebracht dat mensen naar het buitenland kunnen ontsnappen of in de
natuur kunnen verdwijnen, dan meen ik dat men verkeerd bezig is.
Het is natuurlijk een deel van de veiligheid om iemand te kunnen
bestraffen of te verhinderen dat iemand vlucht. Ik meen dat dit voor
honderd procent te maken heeft met de openbare veiligheid.
Wanneer het om illegalen gaat, mensen waarvan men geen adres
09.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il s'agit en fait d'un
exemple quasi parfait d'usage
abusif de la loi Franchimont. Les
criminels sans domicile fixe
risquent ainsi, avec l'aide de la
justice, de s'évanouir dans la
nature,
comme
les
frères
ukrainiens qui ont poignardé
Simon Wijffels. Il convient de
veiller à ce que les enquêtes
puissent
être
menées
plus
rapidement, de manière à éviter à
terme un fonctionnement contre-
productif de la Justice et dès lors
de gros problèmes en matière de
sécurité.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
heeft, dan is de kans natuurlijk 99 op 100 dat zij zullen vluchten.
Hier is iets fundamenteel fout. Hier moet wetgevend worden
opgetreden. Wij moeten voorkomen dat Justitie op de duur
contraproductief werkt als het gaat over de veiligheid en de veiligheid
van dit land ondermijnt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Justitie over "stalking" (nr. 13845)
10 Question de Mme Hilde Vautmans au ministre de la Justice sur "le harcèlement" (n° 13845)
10.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik had graag een mondelinge verduidelijking van de
cijfers van processen-verbaal over stalking, die ik schriftelijk van u
mocht ontvangen. Daaruit blijkt dat er in 2008 30.424 processen-
verbaal werden opgesteld wegens stalking, wat een serieuze stijging
is in vergelijking met de vorige jaren. In het geval van een rechtszaak
werd maar liefst 66,45 procent van de dossiers geseponeerd. In
slechts 2.600 gevallen, of 1,8 procent werd er gedagvaard, vaak met
vrijspraak en weinig veroordelingen tot gevolg.
Heeft u meer zicht op de realiteit achter deze juridische cijfers?
Hoe komt het dat er zoveel processen-verbaal worden geseponeerd,
en dat er zo weinig vervolgingen zijn wegens stalking?
10.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): J'ai reçu du ministre des
chiffres concernant les procès-
verbaux relatifs au harcèlement. Il
apparaît ainsi que 30.424 procès-
verbaux ont été dressés en 2008,
ce qui représente une sérieuse
augmentation par rapport aux
années précédentes. Pas moins
de 66,45% des dossiers ont été
classés sans suite et il n'y a eu
citation à comparaître que dans
1,8% des cas. Le ministre pourrait-
il
commenter
oralement
les
chiffres en question? Pourquoi si
peu de poursuites sont-elles
engagées?
10.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, dit is een
vervolg op een schriftelijk antwoord met cijfergegevens.
Ik wil er u graag aan herinneren dat de wet aan de procureur des
Konings de verplichting oplegt om zijn beslissing tot seponeren te
motiveren. De parketten doorheen het hele hele land beschikken over
een verfijnde en uniforme lijst van motieven voor zondergevolgstelling.
Deze lijst is terug te vinden in bijlage 1 van de omzendbrief van het
College van procureurs-generaal betreffende de toepassing van de
wet van 12 maart 1998.
Voor elk van de op 10 januari 2009 zonder gevolg gestelde zaken kan
ik u een tabel geven met het motief voor seponering. In 56 procent
van de gevallen betreft het een seponering om opportuniteitsredenen,
in 42 procent een seponering om technische redenen en voor de
resterende 2 procent gaat het om andere redenen.
De tabel toont aan dat er meestal tot seponering wordt overgegaan
om opportuniteitsredenen, wanneer blijkt dat de toestand is
geregulariseerd. Soms betreft het een misdrijf van relationele aard.
Dan moet men zich de vraag stellen of het in dat geval wel opportuun
is om door te gaan.
In het kader van de recentere wet is het een interessante methodiek.
Voor de parketten is er wel een risico op administratieve overlast.
Seponering moet telkens worden gemotiveerd en ik geef u de details
waaruit blijkt dat het grootste aandeel wordt gevormd door een
10.02
Stefaan De Clerck,
ministre: La loi oblige le procureur
à motiver un classement sans
suite. Les parquets disposent
d'une
liste
des
motifs
de
classement sans suite et cette liste
figure dans la circulaire du Collège
des procureurs généraux relative à
l'application de la loi du 12 mars
1998.
Dans 56% des cas, le classement
sans suite est motivé par des
raisons d'opportunité. En cas de
régularisation d'une situation au
sein d'une relation, les poursuites
ont-elles dans ce cas encore un
sens? Dans 42% des cas, le
classement sans suite est motivé
par des raisons techniques,
comme le manque de preuves.
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
geregulariseerde toestand, daarna komt het misdrijf van relationele
aard. De technische reden is dat 22 procent van de dossiers wordt
geseponeerd wegens onvoldoende bewijzen. Ik zal u in elk geval het
document overhandigen, zodat u alles in detail kunt bestuderen.
10.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik hoop dat
men stalking nog altijd ernstig neemt, en zeker stalking via internet.
De cijfers zijn vooralsnog miniem, maar ik vrees dat zij in de komende
jaren zulen toenemen, wanneer men het als bedreigend ervaart. Ik
kan alleen maar hopen dat men dit misdrijf ernstig neemt.
10.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): J'espère en tout état de
cause que l'on continue à prendre
au sérieux les cas de harcèlement.
Le harcèlement par le biais
d'internet est un phénomène qui
est
certainement
appelé
à
s'étendre dans les années à venir
et il peut être ressenti comme très
inquiétant.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "het tekort aan veiligheidspersoneel in het
Justitiepaleis te Brussel" (nr. 13846)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het structureel tekort aan
veiligheidspersoneel in het Brusselse Justitiepaleis" (nr. 13980)
11 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "le manque de personnel de sécurité au Palais de
Justice de Bruxelles" (n° 13846)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la pénurie structurelle de personnel de sécurité au
Palais de Justice de Bruxelles" (n° 13980)
11.01 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik had mijn vraag vorige week al gesteld, voordat er gisteren
blijkbaar een stopzetting van de werkzaamheden was bij het hof van
beroep of de correctionele kamers in Brussel, omdat er naar verluidt
een tekort aan veiligheidspersoneel zou zijn. Ervoor zorgen dat er
voldoende veiligheidspersoneel aanwezig is, lijkt mij nu echt iets wat
de minister van Justitie kan doen zonder de scheiding der machten te
schenden. Anderen kunnen dit dan niet meer gebruiken als argument
om niet te werken.
11.01 Renaat Landuyt (sp.a):
Une audience a été suspendue à
Bruxelles en raison d'une pénurie
de personnel de sécurité. Le
ministre est responsable du corps
de sécurité. Comment compte-t-il
résoudre le problème?
11.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister,
gisteren werd de zitting van het hof van beroep van Brussel voor een
tijd opgeschort uit protest tegen het tekort aan veiligheidspersoneel in
het justitiepaleis. Correctionele kamers moeten blijkbaar soms
urenlang wachten om een zitting te starten, tot de gedetineerden, die
in het paleis zelf zitten en dus niet van de gevangenis komen of al
veel vroeger van de gevangenis zijn gekomen, voor de rechter
kunnen verschijnen.
Het gebeurt dat men om 9.00 uur een zitting opent en dat de
gedetineerden pas om 12 uur worden binnengeleid. Dat leidt tot
ontzettend veel tijdverlies, niet alleen voor de magistraten, maar
natuurlijk ook voor de advocaten en alle betrokkenen, zoals
burgerlijke partijen. De mensen kunnen dat natuurlijk niet verstaan.
Het tekort blijkt ook structureel te zijn. Het is geen occasioneel
incident. De aanwezige veiligheidsagenten moeten vaak 10 tot 12 uur
per dag presteren, door het grote tekort aan manschappen. Deze
11.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La cour d'appel de
Bruxelles a effectivement protesté
hier contre le fait que les
chambres correctionnelles doivent
parfois attendre des heures le
transfert des détenus vers la salle
d'audience. Le corps de sécurité
chargé de les escorter est
confronté
à
une
importante
pénurie de personnel.
Quel est l'effectif de ce corps au
palais de justice de Bruxelles, tant
en ce qui concerne le corps
proprement que les agents de
police détachés temporairement?
Quelles sont les causes de la
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
situatie is uiteraard onhoudbaar.
Ik heb de volgende vragen.
Wat is het kader voor het veiligheidspersoneel in het justitiepaleis van
Brussel? Gaat het hier om leden van het veiligheidskorps of om
tijdelijke afgedeelden van de federale politie of om beide? Kunt u die
situatie even schetsen? Hoe groot is het tekort? Hoe lang bestaat het
probleem reeds? Wat zijn de oorzaken van het structurele tekort?
Klopt het dat de situatie vorige week nog erger was, ten gevolge van
de Europese top? Dat wil dus zeggen dat de politie zomaar
manschappen kan wegnemen uit het justitiepaleis, zonder
vooruitziend te zijn. Dat is toch helemaal niet logisch? De meerwaarde
voor de Europese top is heel beperkt, want daar heeft men vele
honderden politiemensen. In het justitiepaleis is de minwaarde van
enkele mensen uiteraard direct zichtbaar. Wie is verantwoordelijk
voor het wegtrekken van het veiligheidspersoneel uit het
justitiepaleis? Welke initiatieven werden genomen om het probleem
op te lossen? Vanaf wanneer zullen de correctionele kamers van de
rechtbank opnieuw naar behoren kunnen functioneren?
pénurie structurelle? Est-il exact
que la police peut tout simplement
rappeler des agents du palais de
justice? Qui en est responsable?
Comment ce problème sera-t-il
résolu et quand les chambres
correctionnelles pourront-elles à
nouveau
fonctionner
normalement?
11.03 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's, u
moet weten dat het kader van het veiligheidspersoneel van het
justitiepaleis van Brussel bestaat uit agenten van het veiligheidskorps
die deze specifieke opdracht hebben en politiefunctionarissen van de
zone Brussel-Hoofdstad-Elsene. De agenten van het veiligheidskorps
worden dus ter beschikking van de politie gesteld die de operationele
leiding heeft.
Voor het veiligheidskorps werd het kader op 100 agenten vastgelegd.
Van de 100 zijn er 92 plaatsen ingevuld. Daarvan zijn 7 agenten met
verlof voor een stage, 5 agenten hebben een werkongeval en een
variërend aantal heeft ziekteverlof.
Het kader, dat begin dit jaar nog volledig was, is gradueel gedaald
omwille van bewegingen binnen de dienst en vertrek wegens
persoonlijke redenen.
De leden van het veiligheidskorps hebben geen bevoegdheden inzake
ordehandhaving buiten het justitiepaleis. Het veiligheidskorps zit dus
binnen. De mensen van de lokale politie wordt natuurlijk volgens
bepaalde noden op bepaalde momenten ook elders ingezet. Daar ligt
het probleem dat ook breder is, namelijk er is een aantal fricties met
betrekking tot de gevangenisproblematiek in zijn geheel en
problematiek van de lokale politie in zijn geheel.
Wij zijn nu een lijst aan het opmaken van de verschillende fricties,
spanningen die er in de diverse hypotheses zijn in de samenwerking
tussen de penitentiaire beambten of het veiligheidskorps en de
politiediensten op verschillende momenten en verschillende situaties.
Ik heb met de heer De Padt ook aangekaart dat wij hiervan absoluut
werk moeten maken, want de lokale politie blijft een belangrijke rol
spelen in het raam van de veiligheid in en rond de gevangenis. Ik
denk dat die taak ook vertaald is in hun effectieven en in de
financiering van de korpsen. Dit moet ook blijvend worden
gerespecteerd.
11.03
Stefaan De Clerck,
ministre: Le personnel de sécurité
du palais de justice de Bruxelles
se compose d'agents du corps de
sécurité et de policiers de la zone
de Bruxelles-Capitale-Ixelles. Les
agents du corps de sécurité sont
mis à la disposition de la police,
chargée
de
la
direction
opérationnelle.
Sur les cent postes que compte le
corps de sécurité, 92 sont
pourvus. Le corps de sécurité est
uniquement compétent pour le
maintien de l'ordre au palais de
justice, alors que la police peut
également être mise à contribution
ailleurs, par exemple dans les
prisons, ce qui entraîne des
frictions.
Nous
établissons
actuellement
une
liste
des
différentes tensions qui existent
entre les agents pénitentiaires, le
corps de sécurité et les services
de police. J'ai demandé au
ministre De Padt d'y accorder la
priorité car la police locale
continue à jouer un rôle important
en matière de sécurisation des
prisons et des alentours. Le
ministre
de
l'Intérieur
est
compétent pour la police, et moi
pour le corps de sécurité.
La police du service du palais
établit avec le corps de sécurité un
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
De inzet van het politiepersoneel is de bevoegdheid van de minister
van Binnenlandse Zaken. Ik kan alleen over het veiligheidskorps
spreken.
De bevoegde politiedienst van de paleisdienst werkt in samenwerking
met de leiding van het veiligheidskorps een planning uit die de
optimale inzet van de effectieven ter plaatse waarborgt, wat mede de
goede werking van de gerechtelijke activiteiten in het justitiepaleis
moet ondersteunen. De eerstvolgende wervingen voor het
veiligheidskorps zullen opnieuw prioritair worden toegekend aan de
zone Brussel-Hoofdstad-Elsene.
Ondertussen is er inderdaad het incident geweest waarbij de zittingen
werden geschorst door de eerste voorzitter omdat er geen
gevangenen werden voorgeleid. Los van deze elementen met
betrekking tot het personeel is Brussel het moeilijkste gebouw dat er
bestaat om de diensten goed te organiseren. In Antwerpen en Gent in
de nieuwe rechtbanken gebeurt dit op een heel efficiënte manier en is
dat veel beter beheersbaar op elk ogenblik. In die oude Brusselse
infrastructuur is dat verschrikkelijk moeilijk.
We moeten daar op het vlak van infrastructuur een structurele
oplossing vinden waardoor een gedeelte van die rechtbank een soort
van afgesloten circuit wordt, waardoor de mogelijkheden om de
gevangenen op het juiste ogenblik voor te leiden efficiënter worden.
Dit is een structureel probleem.
Het tweede structureel probleem zijn de fricties met de politie, waar
we structureel moeten zoeken hoe dit beter wordt opgevolgd,
waardoor er een constante dienstverlening of een dienstverlening in
functie van de noden zich voordoet.
Ten derde is de ambitie voor de toekomst dat de bevoegde
rechtbanken of hoven in de mate van het mogelijke daar zelf op
anticiperen, volgen, initiatief nemen. Dit is de beheersfunctie die zij
ook moeten hebben. Daar is nu al een aanzet toe, maar in de
toekomst bij een hervorming van het gerechtelijke landschap moet er
op dat vlak zeker een grotere verantwoordelijkheid zijn.
Het gaat niet op dat op het moment waarop er zo'n probleem is, de
minister persoonlijk moet ingrijpen om iemand te laten voorleiden of
niet. Dit moet binnen een rechtbank kunnen beheerd worden. We
moeten meer middelen en mogelijkheden geven om daar
rechtstreeks en direct managementcapaciteit in te geven om daarmee
om te gaan. Deze verantwoordelijkheid moet binnen de structuren zelf
kunnen worden aangepakt, uiteraard met het engagement om
voldoende personeel te geven en voldoende infrastructuur. De
dagdagelijkse opvolging preventief goed begeleiden moet ook in
grotere mate naar de structuur binnen de rechtbank kunnen worden
overgeheveld. Er bestaan nu al wat beheercomités, maar we moeten
daar zeker verder in gaan en hun een grotere verantwoordelijkheid
kunnen geven.
planning
garantissant
un
déploiement optimal des effectifs,
ce qui doit contribuer à assurer le
bon fonctionnement des activités
judiciaires au palais de justice. Les
prochains recrutements pour le
corps de sécurité seront de
nouveau attribués en priorité à la
zone de police précitée.
Il s'est effectivement produit un
incident lors duquel le premier
président a suspendu l'audience
parce qu'aucun détenu n'avait été
amené au tribunal. Eu égard à son
infrastructure vétuste, le palais de
justice de Bruxelles est un
bâtiment qui pose de nombreux
problèmes pour ce qui est de
l'organisation des services.
Un circuit fermé devra être mis en
place, afin de pouvoir déférer plus
efficacement les détenus, ce qui
nécessitera
des
travaux
d'infrastructure.
Il
conviendra
également
de
résoudre
structurellement les frictions avec
la police. Lors de la réforme de la
Justice, les compétences et les
responsabilités des tribunaux au
niveau de leurs corps de sécurité
devront
être
renforcées.
Le
tribunal doit pouvoir gérer lui-
même le défèrement des détenus.
Le suivi journalier de tous ces
dossiers doit également être
effectué au sein des tribunaux. Il
est évident qu'il faudra prévoir
davantage de moyens et les
infrastructures suffisantes à cet
effet. Des comités de gestion
existent déjà à l'heure actuelle
mais
des
mesures
supplémentaires s'imposent.
11.04 Renaat Landuyt (sp.a): Dank u voor uw situering van het
ingewikkelde landschap. De boodschap aan de politie van Elsene heb
ik begrepen: zij moeten beter werken. Het Brussels gerecht zal zich
beter moeten organiseren door in een beter circuit te voorzien in
zittingen. Ik kan dat allemaal volgen als analyse. De vraag is alleen:
11.04 Renaat Landuyt (sp.a): Le
message a été transmis à la police
d'Ixelles qu'elle devra mieux
travailler et à la justice bruxelloise
qu'elle devra mieux s'organiser.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
moeten we dan blijven wachten op de hervorming van het
gerechtelijke landschap en uw nota die u in juni 2009 zou voorleggen
aan het Parlement? Mijn vraag was dat er voldoende
veiligheidspersoneel zou zijn.
Faudra-t-il se contenter d'attendre
la réforme de la Justice? J'ai
demandé de prévoir suffisamment
de personnel de sécurité.
11.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, inderdaad, de antwoorden geven een zekere
richting aan, maar ik blijf toch een beetje op mijn honger zitten.
Ten eerste, u zegt dat het circuit dat binnen het gebouw moet worden
gerealiseerd iets is voor op termijn, want er daarvoor
infrastructuurwerken nodig zullen zijn en dat het gerust nog twee jaar
kan duren vooraleer dat allemaal in orde is.
Ten tweede, fricties met de politie moeten opgelost worden. Ja, maar
het moet vooral heel duidelijk zijn dat de politie een vast contingent
voorziet waaraan niet meer kan geprutst worden op het moment van
een top of van iets anders. De rechtbank moet daarop vast een
beroep kunnen doen en moet weten welke mensen welke periode
voor hen ter beschikking zijn. Anders moeten zij een oplossing
zoeken zodat desnoods een deel van de mensen van het
veiligheidskorps van een andere rechtbank naar Brussel komt. Dan
kan men anticiperen. U zegt dat de mensen die in die rechtbank
werken meer beheersverantwoordelijkheid moeten krijgen. Dat kan nu
reeds voor een stuk als zij weten dat er voldoende mensen van de
politie zijn.
Ten slotte, u zegt te weinig over het veiligheidskorps zelf. U zegt dat
slechts 92 procent is ingevuld en dat er dan nog een deel met verlof is
en een deel in ziekte is. Blijkbaar is die 100 man te weinig. Misschien
moet u er eens aan denken om naar 120 te gaan of zo. Ook sociaal is
dat immers onhoudbaar. Die agenten moeten 10 tot 12 uur per dag
presteren. Dat is niet ernstig.
U moet daar, en daar bent u zelf volledig bevoegd voor dat
veiligheidskorps, iets aan doen, al was het maar tijdelijk een
kaderuitbreiding zodat minstens daar een deel van het probleem kan
worden opgelost.
11.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Il s'impose donc de
mener des travaux d'infrastructure
au palais de justice de Bruxelles,
ce qui va prendre du temps. Le
problème des frictions avec la
police doit par ailleurs être résolu.
Il convient de fixer un contingent
auquel le tribunal pourra toujours
faire appel; à défaut, il faudra
transférer à Bruxelles des effectifs
des corps de sécurité affectés à
d'autres sièges. Le cadre du
personnel de sécurité n'est pourvu
qu'à concurrence de 92%, or une
équipe de 100 personnes ne
semble pas suffire, car les agents
sont amenés à travailler de 10 à
12 heures par jour. Le ministre doit
élargir
le
cadre
­
fût-ce
temporairement ­ afin de résoudre
au moins une partie du problème.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de volledige of gedeeltelijke
kosteloosheid van de juridische bijstand en de rechtsbijstand bij aangifte van een faillissement door
een natuurlijk persoon" (nr. 13855)
12 Question de M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "la gratuité partielle ou totale de l'aide
juridique et de l'assistance judiciaire en cas de déclaration de faillite par une personne physique"
(n° 13855)
12.01 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, mensen die een collectieve schuldbemiddeling hebben en
die dus burgerlijk failliet zijn gegaan, kunnen, gewoon door het bewijs
te leveren van het feit dat zij onder de procedure van collectieve
schuldbemiddeling staan, aanspraak maken op een volledige
kosteloosheid in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand.
Dat is anders voor natuurlijke personen die eventueel het faillissement
aanvragen. Ik heb het dan over handelaars die te persoonlijken titel
12.01 Raf Terwingen (CD&V):
Les personnes qui font l'objet
d'une procédure de médiation
collective de dettes et qui sont
donc faillies au sens du Code civil
ont droit à la gratuité complète
dans le cadre de l'aide juridique de
seconde ligne. En revanche, les
commerçants qui travaillent sous
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
activiteiten hebben gesteld en die failliet gaan. Zij zitten dus eigenlijk
in dezelfde situatie als de mensen die een collectieve
schuldenregeling aanvragen. Handelaars kunnen dat niet. Zij moeten
minstens zes maanden geen handelaar meer zijn vooraleer zij een
collectieve schuldenregeling kunnen aanvragen. Zij zitten financieel
echter wel in dezelfde situatie als de burgerlijk gefailleerden, als ik het
zo mag noemen.
Mijnheer de minister, is het niet logisch dat natuurlijke personen die
als handelaar zijn gefailleerd ook op de volledige juridische
kosteloosheid aanspraak kunnen maken? Waarom is er dit
onderscheid in behandeling? Overweegt u maatregelen om dit
onderscheid weg te werken?
le statut de personnes physiques
n'y ont pas droit. Pourquoi cette
distinction? Le ministre envisage-t-
il de prendre des mesures pour
supprimer cette différence?
12.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Terwingen, het KB van 7 juli 2006 heeft inderdaad de personen die in
de procedure van de collectieve schuldenregeling zitten of van deze
procedure willen gebruikmaken als nieuwe categorie toegevoegd aan
de personen die conform het KB van 18 december 2003 van de
kosteloze juridische bijstand kunnen genieten.
Het onderscheid dat hierdoor werd gecreëerd met natuurlijke
personen die het faillissement willen aanvragen, is er dus gekomen
als een politieke keuze onder de vorige legislatuur. Onder de voorbije
twee legislaturen zijn er ook heel wat andere categorieën van mensen
bijgekomen die van de kostenloze juridische bijstand kunnen
genieten.
Het is nu mijn taak om voor deze inflatie aan procedures in een
voldoende budget te voorzien. Zo moet ik vaststellen dat ondanks de
significante begrotinginspanning sinds 2007 de waarde van het punt
ten opzichte van het vorig jaar licht is gedaald binnen het bestaande
gestegen budget. Ik herinner eraan dat het budget dat voor deze
prestaties werd uitgetrokken dit jaar opnieuw steeg en in 2009
ongeveer 54,2 miljoen euro bedraagt.
Ik voer in dat verband momenteel besprekingen met de OVB en
OBFG om de werkbaarheid en de betaalbaarheid van het huidige
systeem te garanderen. Dat moet prioritair worden verwezenlijkt,
vooraleer wij nieuwe categorieën van rechtzoekenden kunnen
toevoegen aan de lijst van de rechthebbenden van de door de Staat
gefinancierde juridische bijstand.
Zoals u aangeeft, is het correct te stellen dat een aantal categorieën
van mensen zich in gelijkaardige omstandigheden bevindt als zij die
momenteel kosteloos juridische bijstand genieten. Op termijn moeten
wij dan ook evalueren of wij de bestaande regeling moeten
aanpassen.
Wel is het zo dat indien de gefailleerden voldoen aan de
inkomstenvoorwaarden, ook zij in aanmerking komen voor kostenloze
juridische bijstand. Voor gefailleerden is daarenboven de
automatische verschoonbaarheid voorzien in artikel 80 van de
faillissementswet. Dat stelt dat behalve ingeval van gewichtige
omstandigheden de rechtbank de verschoonbaarheid uitspreekt van
de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. Om
verschoonbaar te worden verklaard zal de vraag naar kostenloze
juridische bijstand enigszins beperkter zijn.
12.02
Stefaan De Clerck,
ministre: L'arrêté royal du 7 juillet
2006 a effectivement ajouté aux
personnes qui bénéficiaient déjà
de
l'aide
juridique
gratuite
conformément à l'arrêté royal du
18 décembre 2003 les personnes
qui sont dans une procédure de
médiation collective en matière de
dettes. Il m'appartient à présent de
prévoir les moyens budgétaires
suffisants pour faire face à
l'inflation
de procédures qui
découlera de cet ajout. À cet
égard, je suis actuellement en
négociations avec les ordres des
barreaux afin de garantir la
viabilité et la payabilité du système
actuel. Il importe de régler cette
question par priorité avant que de
nouvelles catégories d'ayants droit
puissent
être
ajoutées
aux
catégories existantes.
Il est effectivement exact que des
commerçants peuvent se trouver
dans la même situation financière
que des personnes qui sont des
faillis civils. À terme, il faudra donc
procéder à une évaluation pour
déterminer si ces commerçants ne
pourraient pas bénéficier eux
aussi d'une aide juridique gratuite.
Cette semaine, j'ai organisé une
réunion avec les barreaux et, à
cette occasion, j'ai garanti la
survivance du système pro deo.
En outre, j'ai présenté une série de
propositions de réforme. Les
conditions
à
remplir
pour
bénéficier de l'aide juridique de
seconde ligne seront adaptées. Un
contrôle unformisé de l'attribution
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Ik geef u nog mee dat ik deze week een afspraak heb gemaakt met
OVB en OBFG waarbij ik de pro-Deobijstand waarborg. Ik engageer
mij om te maken te maken dat de waarde per punt gelijk kan blijven
voor dit jaar, natuurlijk voor de prestaties van vroeger maar die dit jaar
moeten worden aangerekend. Daarbij is meteen ook het engagement
genomen precies om een analyse te maken van de dossiers die in
aanmerking komen voor toekenning van juridische bijstand.
Er zijn dus hervormingsvoorstellen die worden voorgelegd.
Ten eerste zijn er voor het aanpassen van de voorwaarden om
juridische
tweedelijnsbijstand
te
genieten:
minderjarigen,
vreemdelingen, collectieve schuldenregeling. Het is opgesomd. Wij
gaan er eens, zoals Kris Peeters zou zeggen, met de kam door.
Ten tweede is er het garanderen van het uniform toezicht op de
puntentoekenning in alle gerechtelijke arrondissementen. Ook dat is
een vraag.
Ten derde is er het waarborgen van een behoorlijke vergoeding voor
de geleverde prestaties en het betrekken van bijkomende middelen.
Wij zien immers dat die punten steeds stijgen en dat door de
categorieën die uitgebreid zijn het aantal enorm omhoog gaat. Voor
volgend jaar zullen wij opnieuw een toename zien. Wij moeten ons
dus afvragen of dit op dezelfde manier kan blijven stijgen of dat wij
moeten zoeken naar andere methodieken om naast de
begrotingsbijdrage ook andere inkomsten te genereren voor het
systeem van de tweedelijnsbijstand.
Daarover
heb
ik
nu
op
22 juni
een
wederzijdse
engagementsverklaring ondertekend met OVB en OBFG. Ik deel u die
hier graag mee in het kader van die vraag. Dit is de basis om het
systeem beheersbaar te houden en de prestaties die worden geleverd
door de advocaten te kunnen garanderen.
des
points
dans
tous
les
arrondissements judiciaires devra
être
garanti.
Une
indemnité
convenable pour les prestations
effectuées devra être garantie.
Enfin, il faudra rechercher des
sources de financement autres
que
la
seule
contribution
budgétaire. Le 22 juin, une
déclaration
d'engagement
réciproque a été signée.
12.03 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, het is heel duidelijk een politieke keuze, vandaar het
onderscheid. Ik begrijp dat zeer goed. Er is steeds de keuze tussen
het aantal punten dat men gaat creëren enerzijds en anderzijds de
waarde die men aan het punt wil geven.
Het blijft belangrijk dat advocaten die pro Deo werken ook nog wel
een fatsoenlijke vergoeding krijgen per punt. Ik begrijp uw
bekommernis en ik begrijp dat u ermee bezig bent, ook met de
andere actoren in het veld. Ik zal dat verder opvolgen.
12.03 Raf Terwingen (CD&V): La
distinction s'expliquerait donc par
un choix politique. Par ailleurs, il
est important que les avocats pro
Deo
puissent
continuer
à
bénéficier
d'une
rétribution
correcte.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Hilde Vautmans aan de minister van Justitie over "het hoge aantal onbestrafte
verkrachtingen" (nr. 13856)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de lage
ophelderingsgraad bij verkrachtingszaken in België" (nr. 13870)
- mevrouw Sonja Becq aan de minister van Justitie over "het hoge aantal onbestrafte verkrachtingen"
(nr. 13948)
13 Questions jointes de
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
- Mme Hilde Vautmans au ministre de la Justice sur "le nombre important de viols impunis" (n° 13856)
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de l'Intérieur sur "le faible taux d'élucidation des affaires de viol
en Belgique" (n° 13870)
- Mme Sonja Becq au ministre de la Justice sur "le nombre important de viols impunis" (n° 13948)
13.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, we hebben
dit debat vorige week in de plenaire vergadering gevoerd met heel
veel partijen samen. U was er zelf niet, wat geen probleem is. Daarom
wou ik deze vraag hier echter opnieuw indienen. Ik had namelijk geen
afdoend antwoord gekregen op een aantal gedetailleerde vragen.
U hebt ongetwijfeld het debat van afgelopen week gelezen. Dan hoef
ik het niet meer te schetsen. Het gaat natuurlijk over de toch wel heel
hoge cijfers van het aantal verkrachtingen in ons land. Er worden er
bijna negen per dag aangegeven. Ik ga er dan nog van uit dat een
aantal verkrachtingen niet wordt gemeld. Ik vrees dat in ons land het
aantal verkrachtingen dus helaas nog hoger ligt.
In een tweede fase gaat het over het aantal bestraffingen. Uit een
studie die een psycholoog heeft gemaakt blijkt dat er op 100
verkrachtingsdossiers slechts in 4 gevallen een gerechtelijk
onderzoek was dat leidde tot een veroordeling. Dat is natuurlijk zeer
weinig. Ik heb dan ook eens gekeken naar cijfers uit het buitenland.
Daarbij bleek dat wij heel duidelijk onder het Europees gemiddelde
liggen. Bij ons zou het aantal veroordelingen ongeveer gezakt zijn van
20% naar 13%.
Het spreekt voor zich dat voor mij ­ maar natuurlijk ook voor mijn
mannelijke collega's ­ verkrachting iets zeer verwerpelijks is. Ik vind
het ongehoord dat een dader daarmee weg zou komen. Vandaar dat
ik hier namens Open Vld voor twee dingen zou willen pleiten.
Ten eerste, wij zijn er voorstander van om de verjaringstermijn te
verlengen en collega Lahaye heeft dat voorstel in de commissie
ingediend. We hebben een wetsvoorstel ingediend rond minderjarigen
en we zijn nu aan het bekijken of we ook de termijn voor
meerderjarigen moeten verlengen. Daarvoor hebben we natuurlijk
uitleg van u nodig over de redenen waarom zo weinig verkrachtingen
worden bestraft.
Ten tweede, ik houd al verschillende jaren een pleidooi voor de
mogelijkheid om chemische castratie meer te kunnen toepassen. Ook
dit wordt in het buitenland frequent toegepast, weliswaar niet enkel
binnen een strafkader maar ook binnen een behandelingskader. Het
werpt eigenlijk zeer goede resultaten af.
Ik heb op papier een hele reeks vragen gesteld. Ik denk niet dat ik ze
hier allemaal moet voorlezen. Ik hou het bij mijn meest concrete
vragen aan u.
Ten eerste, uw voorganger heeft een proefproject aangekondigd rond
chemische castratie. Bent u er voorstander van om dat te bekijken en
eventueel uit te breiden en aan te moedigen, ook in ons land, als
bestraffingsmiddel voor de verkrachtingszaken?
Ten tweede, mijnheer de minister, wat is uw analyse van het feit dat
slechts een zeer laag percentage van verkrachtingszaken bestraft en
veroordeeld is?
13.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): La semaine dernière, en
séance plénière et en l'absence du
ministre, nous avons débattu de la
répression du viol. Chaque jour, en
Belgique, neuf viols sont déclarés.
Leur nombre réel est donc
nettement plus élevé. D'après une
étude, quatre dossiers de viol sur
cent seulement ont fait l'objet
d'une instruction judiciaire qui a
débouché sur une condamnation.
Ces
chiffres
nous
placent
largement sous la moyenne
européenne. Pour l'Open Vld, il est
inacceptable qu'un violeur reste
impuni. C'est pourquoi nous avons
déposé une proposition de loi
tendant à prolonger le délai de
prescription, certainement pour les
mineurs d'âge. Nous n'avons pas
encore décidé s'il faut prolonger
ce délai pour les personnes
majeures aussi, mais la réponse
dépendra des raisons avancées
par le ministre pour expliquer le
faible taux de condamnation. De
plus, je préconise depuis de
longues années déjà de permettre
une application plus large de la
castration chimique. Celle-ci est
pratiquée
fréquemment
à
l'étranger et donne de bons
résultats.
Le précédent ministre de la Justice
a annoncé un projet pilote basé
sur la castration chimique. Le
ministre va-t-il éventuellement
étendre
cette
sanction
et
l'encourager pour les auteurs de
viols?
Comment
le
ministre
explique-t-il le faible pourcentage
de sanctions? Quelle est la
position du ministre par rapport à
notre proposition visant à allonger
le délai de prescription? Va-t-il se
concerter avec les autres pays
européens où le poucentage de
sanctions est nettement plus
élevé?
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Ten derde, kunt u zich scharen achter onze vraag om te kijken naar
een verlenging van de verjaringstermijn?
Ten vierde, kunt u misschien toch eens overleg plegen met onze
buurlanden en met andere Europese landen waar men toch dezelfde
problemen kent terwijl de bestraffingsgraad duidelijk hoger ligt?
Mijnheer de minister, het voornaamste punt is evenwel dat wij eerst
een analyse krijgen van de redenen waarom slechts zo'n laag
percentage verkrachtingen wordt bestraft.
13.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, j'ai
entendu comme mes collègues, les réponses du gouvernement au
sujet du peu d'affaires de viols élucidées en Belgique. Comme mes
collègues qui vous ont interpellé, je suis resté sur ma faim quant à vos
réponses. Je me permets donc de vous interpeller à nouveau sur le
sujet, comme je l'ai aussi fait auprès du ministre de l'Intérieur.
En effet, quatre affaires sur cent jugées, une sur cent avec une peine
effectivement purgée, c'est extrêmement faible. Cela ne peut que
contribuer au sentiment d'impunité que pourraient ressentir les
auteurs de ces faits, avec un encouragement à recommencer, ce qui
ne saurait rassurer nos concitoyens.
Aussi, monsieur le ministre, j'aimerais que vous nous donniez les
raisons réelles d'un si faible pourcentage dans la résolution de ces
affaires criminelles par les services de la Justice.
Est-ce dû à la spécificité de ces affaires, notamment avec la difficulté
qu'ont les victimes à ester en justice, à la suite du traumatisme
majeur qu'elles ont subi? Voir si peu d'affaires aboutir ne peut que les
conforter dans cette attitude.
Est-ce dû à un manque de motivation dans l'instruction de ces
dossiers, du fait du peu d'importance que les magistrats y accordent?
C'est ce que mes collègues ont d'ailleurs cru déceler dans les
réponses qu'ils ont reçues en plénière.
Est-ce dû à un manque de moyens pour investiguer de manière
aboutie et efficace?
Monsieur le ministre, comment comptez-vous véritablement et
concrètement agir pour améliorer notablement le nombre d'affaires
jugées en matière de viol, l'aboutissement des procédures étant la
base sur laquelle les victimes peuvent faire le deuil du drame qu'elles
ont vécu et se reconstruire?
Je suis effaré de constater à quel point de jeunes adolescents font
parfois du viol un jeu, une tournante, une affaire comme une autre,
alors que la personne qui en est la victime, homme ou femme, jeune
fille ou jeune garçon, est marquée à vie. Dans ce genre de situation, il
faut être intraitable sur le plan de la justice.
13.02 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Net zoals mijn collega's die
u over dit thema ondervraagd
hebben, ben ik ontgoocheld over
uw antwoorden met betrekking tot
het beperkt aantal opgeloste
verkrachtingszaken in België. In
vier zaken op honderd wordt er
een
gerechtelijke
uitspraak
gewezen. In één geval op honderd
wordt
er
een
effectieve
gevangenisstraf opgelegd. Dat is
bedroevend weinig. Wat zijn de
reële oorzaken van dat toch wel
bijzonder laag percentage? Wat
zal u ondernemen om het aantal
berechte zaken significant te doen
stijgen?
13.03 Sonja Becq (CD&V): Mevrouw de voorzitter, ik sluit mij aan bij
de collega's. Ik denk dat wij in de plenaire vergadering de vraag al
hebben gesteld. Ook de collega's spreken over de ernst van de
situatie bij verkrachtingen, over de verhalen die wij soms horen, ook
13.03 Sonja Becq (CD&V): En
séance plénière, le ministre a
affirmé que les raisons du nombre
important de viols impunis ne sont
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
bij jongeren, en over het trauma die zij zeker achterlaten. Ook het feit
dat personen er soms op staan te kijken maar niet durven ingrijpen,
vind ik een heel belangrijk gegeven. Er is ook de schroom waarmee
men aangifte doet. Het is niet altijd evident het op een of andere
manier te bewijzen. Men moet er snel bij zijn. Dat is ook een van de
moeilijkheden. Men zou eigenlijk onmiddellijk bij aangifte alle
onderzoeken moeten kunnen laten verrichten, maar soms gaan de
betrokkenen eerst naar huis en wassen zich eerst. Dat heeft ook
gevolgen voor het bewijsmateriaal.
Er is de huidige cultuur en het taboe errond. Het feit dat men de
klachten aux sérieux neemt, vormt een belangrijk kader. Ik wil echter
niet vooruitlopen op de oplossingen. In de plenaire vergadering is ook
gezegd dat wij het rapport nog niet hebben en dat er nog geen
duidelijkheid is over de reden waarom de bestraffingsgraad zo laag is,
zelfs tijdens de verhoging van het aantal klachten, zeker tijdens de
zaak-Dutroux.
De cijfers moeten worden geanalyseerd en er moet worden gezocht
naar verschillende mogelijke remedies. Een sereen klimaat rond de
klachten en de behandeling ervan is een heel belangrijk element.
Chemische castratie op zich is niet direct de oplossing. De
omkadering ervan en de begeleidende maatregelen zijn echter heel
belangrijk, net zoals de maatregelen omtrent de verjaringstermijn. Ik
merkte ook reserves daarover in vroegere documenten en
hoorzittingen met Child Focus, net wegens het feit dat de aangifte
heel snel moet gebeuren, kort op de bal. Het uitstellen van de
verjaringstermijn mag er zeker niet toe leiden dat men wat langer zou
wachten. Daarover moet dus zeker nog worden gedebatteerd.
Ik vraag dus zicht te krijgen op de mogelijke maatregelen. Een van de
mogelijke maatregelen, die ook in de beleidsnota werd vermeld, is de
uitbreiding van de DNA-databanken om alzo sneller over het nodige
materiaal te kunnen beschikken, en de oprichting van een databank
van verdachten, om tot een snelle identificatie te kunnen komen.
pas encore connues. Les chiffres
devront encore faire l'objet d'une
analyse et il faudra chercher des
remèdes. Le traitement des
plaintes requiert d'abord un climat
serein,
mais
également
un
encadrement
et
un
accompagnement de qualité. La
note de politique générale prévoit
l'extension
éventuelle
des
banques de données ADN des
suspects, ce qui devrait permettre
une identification plus rapide des
auteurs. Quelles mesures le
ministre compte-t-il prendre?
13.04 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, les
chiffres qui ont été avancés et les informations dont il est fait mention
dans les questions orales proviennent d'un exposé tenu par Mme
Danièle Zucker le 16 juin au Sénat. Ils sont issus d'une recherche
européenne, le programme Daphné, mené par le professeur Liz Kelly
de la "London Metropolitan University".
La recherche comprend deux volets, un volet général portant sur 33
pays européens et réalisé à Londres, un second volet portant plus
spécifiquement sur 11 pays européens.
Danièle Zucker et sa collaboratrice ont pris en charge la partie belge
de ce second volet relatif aux données en matière de viol (100
dossiers viol), qui ont été récoltées et étudiées dans 11 pays
européens. Je ne dispose pas encore des résultats finaux de la
recherche elle-même. Il va de soi que j'en prendrai connaissance en y
portant la plus grande attention.
Les remarques qui suivent sont donc données à titre préalable sur la
base des éléments d'information dont je dispose actuellement car le
document final étant annoncé pour la fin de ce mois, je n'en connais
13.04 Minister Stefaan De
Clerck: De cijfers en de informatie
waarnaar in de vragen wordt
verwezen, zijn afkomstig van het
Daphneprogramma, een Europees
onderzoeksproject
dat
wordt
uitgevoerd door de "London
Metropolitan University". In elf
Europese landen werden er data
over verkrachting ingezameld en
bestudeerd. Zodra ik over de
eindresultaten beschik, zal ik die
aandachtig bestuderen. Aangezien
het eindverslag pas op het einde
van
deze
maand
wordt
gepubliceerd,
geef
ik
u
onderstaande informatie met het
nodige voorbehoud.
De
Belgische
onderzoeksgegevens slaan op de
periode 2001-2007. Er werden
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
pas encore le détail. Il faut voir le document pour pouvoir comparer.
J'émets donc quelques réserves sur ce point.
Dans ce contexte, il apparaît donc prématuré de tirer quelque
conclusion que ce soit sans avoir pris connaissance de façon
approfondie de la méthodologie ainsi que de la validité et de la fiabilité
scientifique des données retenues et la possibilité de faire des
comparaisons avec les chiffres dont nous disposons.
Les données statistiques belges de la recherche portent sur les
années 2001 à 2007. Une sélection de 100 dossiers viols a été faite
sur la base d'une liste de cinq critères respectifs déterminés par
Londres: une décision prise par un tribunal, un fait de viol au sens
strict, un auteur majeur, une victime majeure, une seule victime. Ce
sont des limitations pour réaliser une analyse en profondeur plutôt
que d'effectuer du travail statistique pur.
Les indications et précautions méthodologiques détaillées n'ont pas
été communiquées lors de l'exposé. Il ne m'est donc pas encore
possible de déterminer si les conclusions déduites sur la base de
l'échantillon retenu peuvent être généralisées à l'ensemble des
dossiers viol en Belgique.
Quoi qu'il en soit, la période de 2001 à 2007 est une période au cours
de laquelle on a assisté à une forte augmentation du nombre de
plaintes en matière de viols. Selon le procureur général de Liège,
cette période s'inscrit notamment dans le contexte de l'après-affaire
Dutroux. Les chiffres avancés par Mme Zucker doivent donc être
considérés dans ce contexte. Cette forte augmentation n'a en effet
pas été suivie d'une forte augmentation du nombre de
condamnations.
En ce qui concerne les recommandations de la recherche de Mme
Zucker notamment au sujet du délai de prescription et
l'élargissement, il faut mentionner qu'elles sont le résultat d'interviews
d'un certain nombre d'acteurs de terrain et d'experts. À ce stade,
j'ignore si ces recommandations sont le résultat de l'étude elle-même
ou si elles sont indépendantes des statistiques avancées. Je ne sais
pas si elles sont suivies par toute l'équipe. J'attends donc les
conclusions générales pour voir les suites à donner.
Je prendrai également connaissance de ces recommandations et les
analyserai en y portant la plus grande attention et en prenant en
considération la suite qu'il m'appartient de réserver au rapport
d'évaluation des lois dites de 1995 et 2000 en matière de moeurs.
honderd
verkrachtingsdossiers
stricto sensu geselecteerd op
grond van vijf criteria die door de
Londense
universiteit
werden
vastgelegd: een uitspraak van een
rechtbank, een verkrachting sensu
stricto, een meerderjarige dader,
een meerderjarig slachtoffer, één
enkel slachtoffer. Er werd voor die
criteria
geopteerd
om
een
diepgaande analyse mogelijk te
maken. Men wilde zich dus niet
beperken
tot
een
louter
statistische verwerking. Ik kan in
dit stadium nog niet uitmaken of
de besluiten waartoe men op
grond
van
de
streekproef
gekomen is, gelden voor alle
verkrachtingsdossiers in België.
Hoe dan ook is het aantal
aangiften van verkrachting in die
periode fors gestegen. Volgens de
procureur-generaal te Luik heeft
dat onder meer te maken met de
nasleep van de zaak-Dutroux. Die
sterke stijging werd immers niet
vertaald in een forse stijging van
het aantal veroordelingen.
De aanbevelingen, met name wat
de
verjaringstermijn
en
de
uitbreiding
betreft,
zijn
het
resultaat van interviews van
experts.
Ik
zal
die
aanbevelingen
nauwkeurig analyseren, rekening
houdend met het evaluatieverslag
met betrekking tot de wetten van
1995 en 2000 inzake zeden.
Ik kan u de cijfers van de statistieken geven mochten ze u nog niet
bekend zijn. Het zijn de cijfers van de Dienst Strafrechtelijk Beleid.
Het overzicht van de veroordelingen in verkrachtingszaken overspant
dezelfde periode van 2001 tot 2007. Deze gegevens zijn afkomstig
van de Dienst Strafrechtelijk Beleid, Statistisch Steunpunt, van de van
de FOD Justitie in 2008. Ze hebben betrekking op alle in België
wegens verkrachting veroordeelde personen. Er wordt een
onderscheid gemaakt naar de leeftijd van het slachtoffer. Daaruit blijkt
dat het aantal veroordelingen verre van verwaarloosbaar is. Een meer
gedetailleerde analyse is online beschikbaar in de recente evaluatie
van de zedenwetten van 1995 en 2000, www.dsb-spc.be. Daarop kan
u alle elementen van die analyse bestuderen.
Les
données
relatives
aux
condamnations dans des affaires
de viol portant sur la période de
2001 à 2007 proviennent du Point
d'appui statistique du Service de la
Politique criminelle. Une analyse
plus détaillée, qui figure dans
l`évaluation des lois sur la moralité,
est disponible en ligne sur le site
www.dsb-spc.be.
En 2005, 460 condamnations ont
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
In 2005 waren er 460 veroordelingen, in 2006 418 en in 2007 457.
Ten opzichte van de jaren 1993 en 1994 is er een duidelijke stijging.
Dit jaar schommelt het aantal opnieuw rond 450.
We moeten het onderscheid maken tussen verkrachting van
meerderjarigen, minderjarige boven de leeftijd van 16, boven 14 jaar,
onder 14 jaar en onder 10 jaar. De statistieken maken op dat vlak een
onderscheid. In categorie A, de meerderjarigen, waren er in 2007 171
veroordelingen. In categorie B: 64, categorie C: 130. Het hoogste
cijfer vinden we in categorie D, de verkrachting van kinderen jonger
dan 14 jaar: 183 veroordelingen per jaar. Dat is meer dan de
verkrachting van volwassenen. Een deel van de analyse zal gaan
naar de correcte aanpak van verkrachtingen.
Los van deze cijfers over verkrachtingen en veroordelingen, is er het
aantal van 40 dossiers rond interneringen en 27 dossiers rond
opschortingen van de uitspraak.
Seksueel geweld wordt vaak zonder medeweten van de buitenwereld
gepleegd. Vaak hebben de slachtoffers niet de mogelijkheid om
meteen na de feiten klacht in te dienen. De situationele en relationele
complexiteit van de slachtoffers is een heel delicate aangelegenheid
die blijvende aandacht vereist.
Het verzamelen van het bewijsmateriaal is en blijft een delicate
aangelegenheid. Wij zullen ter zake initiatieven moeten blijven
nemen.
De klassieke bewijsmiddelen, zoals de getuigenis, zijn in dergelijke
dossiers meestal niet mogelijk. De onderzoekers hangen dus
rechtstreeks van de verklaring van de betrokkene af en moeten hopen
dat er bijkomende bewijselementen kunnen worden aangebracht.
Een zedenonderzoek is dus heel bijzonder. Dat is ook een element
waaraan wij aandacht moeten besteden.
Op dat vlak zijn er de voorbije jaren aanzienlijke verbeteringen
ingetreden, meer bepaald door het gebruik van de set "seksuele
agressie".
De ministeriële richtlijn van 1998 strekt ertoe de vaststellingen in
verband met feiten van verkrachting en aanranding van de
eerbaarheid
eenvormig
te
maken,
het
verzamelen
van
bewijsmateriaal middels dna-analyse te verzekeren en in een
passende hulp jegens de slachtoffers te voorzien.
Voornoemde richtlijn werd geëvalueerd en gaf op 15 september 2005
aanleiding tot de goedkeuring van een nieuwe, ministeriële richtlijn,
die in oktober 2005 in werking trad en waarvan de toepassing door de
goedkeuring van een omzendbrief van het College van procureurs-
generaal nr. 10 van 2005 werd versterkt.
Het voorgaande is een belangrijk instrument, dat, zeker bij de
politiediensten, misschien nog meer moet worden gepromoot. De set
"seksuele agressie" is een heel pakket waarmee efficiënt kan worden
omgegaan.
été prononcées, contre 418 en
2006
et
457
en
2007.
L'augmentation est donc nette par
rapport aux années 90. Une
distinction est opérée dans les
statistiques selon le groupe d'âge
auquel appartiennent les victimes.
Le plus grand nombre de viols se
retrouve dans la catégorie des
enfants de moins de quatorze
ans : 183 condamnations en 2007
contre 171 pour les adultes.
Indépendamment de ces chiffres,
quarante dossiers concernent les
internements
et
27
les
suspensions du prononcé du
jugement.
Dans de nombreux cas, les
violences
sexuelles
sont
perpétrées à l'insu du monde
extérieur et, souvent, les victimes
n'ont pas la possibilité de porter
plainte directement après les faits.
Il s'agit d'affaires délicates.
Les moyens de preuve classiques,
comme le témoignage, ne sont
généralement pas possibles. Les
enquêteurs
dépendent
entièrement des déclarations de
l'intéressé et doivent espérer la
production
de
preuves
supplémentaires. L'utilisation du
set
"agression
sexuelle"
a
représenté
une
amélioration
considérable.
La
directive
ministérielle de 1998 vise à
uniformiser les constats relatifs à
des faits de viol et d'attentat à la
pudeur, à garantir la collecte
d'éléments de preuve par analyse
ADN et à apporter une aide
appropriée aux victimes. Cette
directive a été évaluée en 2005 et
une nouvelle directive est entrée
en vigueur en octobre 2005,
renforcée par la circulaire n° 10 du
Collège des procureurs généraux.
Il s'agit d'un instrument important
qu'il convient certainement de
promouvoir davantage auprès de
la police. Le Collège a également
approuvé
une
circulaire
ministérielle de 2001 relative à
l'enregistrement audiovisuel de
l'audition des victimes par des
enquêteurs spécialement formés à
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Ook over het gebruikmaken van de audiovisuele opname van het
slachtofferverhoor door speciaal daartoe opgeleide onderzoekers is
een ministeriële circulaire van 2001 door het College van procureurs-
generaal goedgekeurd.
Er is ook het gebruiken van de onderzoeken naar de
geloofwaardigheid van slachtofferverklaringen volgens de SVA of
Statement Validity Analysis en het gebruiken van het inhoudelijke
analyserooster, zoals dat door professor Van Gyseghem werd
uitgewerkt.
Het College van procureurs-generaal heeft het voornemen de ViCLAS
of Violent Crime Linkage Analysis System in een circulaire om te
zetten en het systeem verder uit te bouwen. Het voorgaande moet
nog gebeuren. Het gaat om een gegevensbank die het, als
ondersteuning bij een onderzoek, mogelijk maakt verbanden te
leggen tussen misdrijven die door seksuele of gewelddadige motieven
zijn ingegeven en voor het merendeel buiten de gezinssfeer zijn
gesitueerd. Het doel is een dader te identificeren of de ontwikkeling
van de identificatie te sturen.
De dossiers inzake zedenfeiten worden binnen de parketten over het
algemeen behandeld door gespecialiseerde afdelingen en/of door
magistraten die aan de materie hun volledige aandacht besteden door
een beroep te doen op de methodes die in de verschillende circulaires
worden aanbevolen.
Inzake chemische castratie is intussen een belangrijke stap gezet. Er
is recent een tegemoetkoming van het RIZIV goedgekeurd, waardoor
de terugbetaling van Moapar, het geneesmiddel dat bij de
behandeling onder de vorm van chemische castratie wordt gebruikt,
mogelijk is geworden. Dat is een belangrijke stap om het product
reëel te kunnen gebruiken.
Er zijn natuurlijk ook ethische aspecten aan de vraag verbonden. Ik
verwijs ter zake naar het advies van het Belgisch Raadgevend Comité
voor Bio-ethiek van 18 december 2006 inzake de hormonale
behandeling van daders van een of meer seksuele misdrijven.
Voornoemd comité is met de kwestie bezig. Ik zal het advies, dat in
het Frans is opgesteld, niet helemaal voorlezen. Het advies
stipuleert niettemin het volgende.
cet effet. La grille d'analyse du
professeur Van Gyseghem et
l'examen de la crédibilité des
déclarations de la victime sur la
base de la "Statement Validity
Analysis"
sont
deux
autres
méthodes utilisées. Le Collège
des procureurs généraux souhaite
également transposer dans une
circulaire le "Violent Crime Linkage
Analysis System" et développer
encore ce système. Les dossiers
pour faits de moeurs sont
généralement traités par des
sections
ou
des
magistrats
spécialisés au sein des parquets.
En matière de castration chimique,
un pas important a été franchi
grâce à l'intervention de l'INAMI et
au remboursement du Moapar, de
sorte que ce médicament peut
aujourd'hui
être
effectivement
utilisé. Cette question présente
naturellement aussi des aspects
éthiques. Je me réfère à cet égard
à l'avis du Comité consultatif de
Bioéthique de Belgique du 18
décembre 2006, qui stipule ce qui
suit:
Un traitement hormonal doit faire partie d'un plan de traitement plus
détaillé qui, outre les aspects psychiatriques, prend aussi en
considération les aspects psychologiques et sociaux. Ce plan de
traitement complet doit figurer dans le dossier du patient. Un
traitement hormonal ne peut donc être la seule mesure appliquée aux
auteurs de délits sexuels sur la base de la nature des faits commis.
Lorsque l'on envisage une castration hormonale, l'avis préalable d'un
endocrinologue est requis. Ce traitement hormonal est un traitement
médical dont le psychiatre traitant assume la responsabilité à
différents égards. Il établit l'indication, il informe l'intéressé, etc.
Een hormoonbehandeling moet
deel uitmaken van een meer
gedetailleerd programma, waarin
niet alleen met het psychiatrische
aspect, maar ook
met de
psychologische
en
sociale
aspecten
rekening
gehouden
wordt. Een behandeling met
hormonen mag dus niet de enige
maatregel zijn die aan seksuele
delinquenten wordt opgelegd. Het
advies van een endocrinoloog is
een vereiste. Het gaat om een
medische behandeling, waarvoor
de behandelend psychiater de
verantwoordelijkheid
op
zich
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
neemt. Hij stelt de indicatie vast,
informeert de betrokkene, enz.
Het gaat er niet zomaar om om iemand dat te laten innemen en dan
te denken dat het probleem is opgelost. Er moet worden gezorgd voor
de nodige omkadering en het vraagt ook een hele setting. Het is
echter mogelijk en het is ook terugbetaalbaar.
Chemische castratie wordt nu toegepast. Deze vorm van behandeling
wordt nu aan de dader voorgesteld, maar het gebeurt maar op basis
van vrijwilligheid. Het wordt met andere woorden niet opgelegd. De
chemische behandeling kan schadelijke bijwerkingen hebben voor de
gezondheid van de patiënt, derhalve moet zulke behandeling met de
nodige omzichtigheid en omkadering worden benaderd. Daarenboven
volstaat deze chemische behandeling niet. Een medische en
psychologische follow-up is steeds vereist.
Bij de beantwoording van die vragen moet ik ook even verwijzen naar
de Europese bijeenkomst van de ministers van Justitie van de Raad
van Europa rond de problematiek van huishoudelijk geweld. Dit valt
uiteraard niet volledig samen, maar er is wel een zekere vergelijking
en overlapping want verkrachting kan ook binnen een huishouden of
samenlevingscontext gebeuren. Ik denk dat het steeds duidelijker is
dat overal in Europa, binnen de Raad van Europa, een methodiek
wordt ontwikkeld om een hele set aan maatregelen te ontwikkelen
voor de strijd tegen huishoudelijk geweld en verkrachting. Wij moeten
werken aan de aangiftebereidheid en aan het feit dat mensen
voldoende knowhow hebben om aangifte te doen. We moeten de
mensen sensibiliseren om op het juiste moment de juiste aangifte te
doen. Ik denk dat campagnes zeer belangrijk zijn om mensen te laten
beseffen dat zij op de juiste manier moeten reageren als het
fenomeen zich voordoet. Zij moeten zich ook bewust zijn van het
aspect bewijsvoering; iets dat zeer vlug verloren kan gaan als niet
onmiddellijk wordt gereageerd.
Tegelijkertijd moet ook op het niveau van de politiemensen worden
gereageerd. Deze laatsten moeten worden getraind zodat zij op de
juiste manier kunnen omgaan met dit soort van dossiers. Wij weten
allemaal dat in een niet zo ver verleden dit soort van verhalen niet
altijd accuraat werd behandeld. Vroeger was dit ook veel minder een
prioriteit. Vroeger werd gezegd dat dit zaken waren die zich in de
privésfeer afspelen. Verdere sensibilisering binnen politie en parket is
volgens mij noodzakelijk. Ik had van alle ministers van Justitie van de
Raad van Europa duidelijk het gevoel dat dit soort van zaken met
grote aandacht wordt gevolgd. Ik heb daar dan ook een positief
gevoel bij.
De verlenging van de verjaring is een andere, technische discussie
waarbij wij ons goed moeten afvragen of dit wel de oplossing is. Dit is
zeker niet dé oplossing. Is dit een oplossing in bepaalde gevallen?
Wellicht wel. Ik vind een onmiddellijke reactie en een accurate
begeleiding veel belangrijker dan te denken dat men het probleem
oplost door een strafverlenging.
Lost men het probleem op met een strafverlenging? Nee. Is het een
signaal? Ja. Ik ben er niet van overtuigd dat de verlenging de
oplossing is. Dat belet niet dat daarover gediscussieerd kan worden.
Ik zou echter veel meer aandacht besteden aan de onmiddellijke,
La castration chimique est déjà
appliquée aujourd'hui mais sur
une base volontaire. Ce traitement
peut nuire à la santé et doit
toujours faire l'objet d'un suivi
médical
et
psychologique
approprié.
Le viol peut aussi être perpétré
dans le cadre familial. Le Conseil
de l'Europe prépare une initiative
pour lutter contre la violence
conjugale.
Nous
devons
davantage amener les victimes à
porter plainte et les informer de la
possibilité de faire une déposition.
Nous devons les sensibiliser pour
qu'elles portent plainte au bon
moment. Les campagnes sont très
importantes car les victimes
doivent être conscientisées à la
nécessité de réagir adéquatement
lorsqu'elles sont confrontées à la
violence conjugale ainsi qu'à la
question de la preuve. À défaut
d'une réaction immédiate, les
preuves peuvent en effet être
rapidement effacées. En même
temps, la police et le parquet
doivent être formés afin qu'un
traitement approprié soit réservé à
ces dossiers.
Le prolongement du délai de
prescription n'est certainement
pas la panacée. Une réaction
immédiate et un accompagnement
approprié sont beaucoup plus
importants.
Je ne suis pas convaincu qu'un
alourdissement de la peine aurait
une vertu salvatrice, mais ce point
peut être discuté. Pour ma part, je
m'attarderais beaucoup plus sur
l'adéquation des réactions et sur
l'attention qui est accordée par
l'ensemble
des
acteurs
du
processus pénal lorsqu'il s'agit
d'aborder les dossiers de viol.
J'attends les conclusions de
l'enquête de Mme Zucker pour voir
si
elle
comporte
des
recommandations utiles.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
goede, accurate reactie en aandacht, in de hele keten van het
strafrecht, om dossiers van verkrachting aan te pakken.
Ik wacht nog op de resultaten van het onderzoek van mevrouw
Zucker om te zien of dit overeenstemt met wat wij al doen en of er
daarin aanbevelingen gevonden kunnen worden die ons nog verder
vooruithelpen in de strijd tegen dit fenomeen, die absoluut nodig is.
13.05 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw uitgebreid antwoord, maar ik heb toch een paar bedenkingen.
U zegt dat een verlenging van de verjaring niet de oplossing zal zijn.
Daarin geef ik u gelijk. Ik meen dat wij moeten starten met een
analyse van de feiten. Waarom worden er zo weinig verkrachtingen
bestraft? Daarmee begint het. Als wij die analyse hebben, dan kunnen
wij maatregelen nemen. U zegt dat wij bij het begin van de keten
moeten starten. Ik geef u gelijk daarin. Wij weten alleen niet of het net
daar misloopt.
Ten eerste, het begin van de keten is inderdaad essentieel, maar het
signaal dat wij een verkrachting verwerpelijk vinden en dat de daders
gestraft zullen worden, is net zo goed essentieel. Dat is een
motivering voor de slachtoffers om een klacht in te dienen. U weet
hoe groot de angst is die een slachtoffer heeft om een verkrachting te
melden, zeker wanneer ze gebeurt door een bekende, wat helaas nog
altijd vaak het geval is. Heel veel verkrachtingen gebeuren ­ u hebt
het zelf aangehaald ­ binnen huislijke of familiale kring. U weet hoe
moeilijk het is om een klacht in te dienen tegen een nonkel, vader of
neef. Als men weet dat de dader waarschijnlijk niet gestraft zal
worden, dan neemt men dat risico niet.
Ten tweede, men moet zorgen voor goed bewijsmateriaal.
Ten derde, met moet zorgen voor de effectieve bestraffing.
Voor mij is het essentieel dat men op de hele keten inwerkt en dat
men nu een goede analyse maakt. U hebt daarstraks, inzake de
cijfers van stalking, heel duidelijk gezegd om welke redenen ze
werden geseponeerd. Ik meen dat wij nu een analyse moeten maken
van deze cijfers, ook van de cijfers van huislijk geweld. Ik heb die van
u schriftelijk gekregen. Ook daarin zag men een heel duidelijke
stijging van het geweld binnen de huiselijke kring.
Wat de chemische castratie betreft, ik ken het advies van de bio-
ethische raad. Het advies is uiteindelijk positief. U zegt dat het meer
gebruikt zou moeten worden. Het verheugt mij dat het eindelijk wordt
terugbetaald, want wij hebben een strijd van twee jaar gevoerd om de
terugbetaling erdoor te krijgen. Ik heb een jaar geleden naar cijfers
gevraagd. Toen deden er zes of zeven mee aan het project rond
chemische castratie. Minister Onkelinx heeft een proefproject
opgestart, maar ik heb nooit de evaluatie van dat project gekregen.
Misschien kunt u daar even naar kijken en dan zien of u die projecten
meer kunt stimuleren. Het moet zeker gebeuren met een medische
omkadering. Als men daarmee kan dreigen, als preventie en
afschrikking, dan denk ik dat dit een heel goed middel is.
13.05 Hilde Vautmans (Open
Vld): Pour le ministre, prolonger le
délai de prescription ne résout
rien. C'est exact. Il est temps
d'analyser les faits. Pourquoi tant
de viols restent-ils impunis et que
pouvons-nous
y
faire?
Les
premiers maillons de la chaîne
sont
effectivement
essentiels,
mais le signal que le viol est
inacceptable et que les violeurs
seront punis l'est tout autant.
De nombreux viols sont perpétrés
dans le cercle familial. La violence
domestique augmente nettement.
Il convient d'analyser les chiffres.
Sachant que l'auteur ne sera
probablement pas puni, la victime
ne prendra pas le risque de porter
plainte. Il faut faire en sorte que le
matériel de preuve soit efficace et
que
les
coupables
soient
réellement punis.
Le comité de bioéthique a rendu
un avis positif, en définitive, sur la
castration chimique. Le traitement
médical sera enfin remboursé. La
ministre Onkelinx a initié un projet
pilote. Le ministre devrait peut-être
en examiner l'évaluation pour
décider
de
son
éventuelle
extension. À mon estime, la
castration chimique peut constituer
un bon moyen de prévention et de
dissuasion.
13.06 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse fouillée. Nous sommes face à un
13.06 Jean-Jacques Flahaux
(MR): In deze multidiscipinaire
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
problème de société et il convient de voir comment cette société
réagit par rapport aux manquements tels que décrits.
Cette matière est pluridisciplinaire et nécessite une coordination avec
les Communautés, particulièrement pour la problématique de
l'enseignement et de la prévention, car il convient de stigmatiser le
viol, en concertation avec le ministère de l'Intérieur où il faut agir
particulièrement sur la motivation et la formation des policiers et des
services d'aide aux victimes. En matière de Justice, l'évolution est
positive dès l'affaire mise à l'instruction. Sans doute est-ce dû à la
féminisation du corps des magistrats; l'attention est plus accrue
aujourd'hui qu'hier.
Comme vous l'avez évoqué, de plus en plus de viols ont lieu sur
mineurs ou entre mineurs. À ce point de vue, il conviendrait d'intégrer
au mouvement le département de Mme Milquet qui a l'Égalité des
chances dans ses attributions. En effet, il convient de mieux situer la
place de la femme dans notre société. À titre personnel, je ressens
qu'une partie de la communauté étrangère, notamment d'origine
musulmane, par sa manière de considérer la femme, contribue à
admettre que le viol constitue un élément de la vie. J'apparente cet
aspect au mariage forcé qui me semble constituer une autre forme de
viol, à dénoncer, et j'y reviendrai.
materie
is
coördinatie
noodzakelijk:
met
de
Gemeenschappen,
in
het
bijzonder wat de onderwijs- en de
preventieproblematiek betreft, en
met de minister van Binnenlandse
Zaken, want we moeten werken
aan de motivatie en de opleiding
van de politieagenten en de
diensten
voor
slachtofferhulp.
Inzake justitie is de evolutie
gunstig
wanneer
er
een
gerechtelijk onderzoek naar de
zaak wordt ingesteld.
Steeds vaker zijn minderjarigen
het
slachtoffer
van
een
verkrachting, of zijn zowel dader
als slachtoffer minderjarig. Het
departement
van
mevrouw
Milquet, die onder meer bevoegd
is voor het gelijkekansenbeleid,
zou bij deze werkzaamheden
betrokken moeten worden. Ten
slotte moet er ook meer aandacht
besteed worden aan de plaats van
de vrouw in onze maatschappij.
13.07 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
uitgebreid antwoord. Ten eerste, ik denk ook dat het belangrijk is dat
we overgaan tot die analyse van de cijfers. Het is mij opgevallen dat u
zegt dat de verkrachtingen bij min-veertienjarigen hoger zijn. We
kunnen daar zo misschien een aantal verklaringen bij bedenken
aangezien het evident is dat daar niet met toestemming en dergelijke
wordt gewerkt. We moeten echt eens bekijken waar die verschillen
liggen of waaraan dat te wijten is. Ik vind het belangrijk dat we dat
onderzoek eerst voeren.
Ten tweede vind ik ook de link belangrijk die u legt naar het
intrafamiliaal geweld. Daar gaat het om een sfeer van het woord van
de ene tegen dat van de andere en om een sfeer binnen een beperkte
kring, wat zeker ook bij verkrachtingen het geval is.
Ten derde vind ik het ook heel belangrijk dat u verwijst naar die
seksuele agressie. Ik herinner mij dat uit mijn iets jongere jaren, toen
Miet Smet daar als minister van Gelijke Kansen mee gestart is. Het
principe was het hele circuit te doorlopen en bij de aanvang het
ankerpunt te nemen. Als ik het mij goed herinner had dit voornamelijk
ook te maken met een werking met politiediensten, met vorming van
politiediensten. Zij hebben dat effectief serieus genomen. Ik weet niet
in hoeverre dat ook binnen de gerechtelijke wereld op dezelfde
manier is opgenomen. Of die continuïteit en die vorming zijn
meegegaan weet ik niet. Misschien is het niet slecht om ook dat mee
te nemen in het geheel.
Ten slotte meen ik dat het vooral belangrijk is om het signaal te geven
dat we die klachten serieus nemen en dat we er op een serene
manier mee willen omgaan. Dat is een van de belangrijkste signalen
13.07 Sonja Becq (CD&V): Nous
devons effectivement analyser les
chiffres et établir un lien avec la
violence conjugale. Par le passé,
l'ancienne ministre Miet Smet a
entrepris une démarche pour
former les services de police à la
gestion des cas d'agression
sexuelle. J'ignore dans quelle
mesure la justice a également
repris cette initiative. Il serait peut-
être utile qu'on se penche plus
avant sur cette question. En tout
cas, il importe avant tout de bien
montrer que les plaintes sont
prises au sérieux.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
in het geheel. Mijnheer de minister, ik hoop dat u terugkomt als u
meer weet van dat onderzoek zodat we iets uitgebreider maar op
grond van gegevensmateriaal dat debat opnieuw kunnen voeren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de neutrale uitstraling van ministerie en
kabinet" (nr. 13874)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de neutraliteit van de webpagina's
van de FOD Justitie" (nr. 13888)
14 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "l'image de neutralité des ministères et cabinets"
(n° 13874)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "la neutralité des pages web du SPF Justice"
(n° 13888)
14.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit wordt een zeer korte vraag, geen ellenlang
betoog. We hebben allemaal het logo gezien op de webpagina van uw
beleidscel.
14.02 Minister Stefaan De Clerck: (...)
14.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Wat zegt u?
14.04 Minister Stefaan De Clerck: (...)
14.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dat doen wij regelmatig. Ik
weet niet of dit er van bij het begin op stond. In elk geval is mijn
aandacht erop gevestigd en is er in de media enige commotie over
ontstaan dat een politieke partij ­ we weten welke ­ sterk gepromoot
wordt op die website. Via een muisklik belandt men ook op de website
van deze partij. De vraag is natuurlijk of een overheidswebsite
daarvoor moet dienen.
Ik stel ook vast dat andere ministers dat niet doen, of niet op die wijze
in elk geval. Op de websites van de ministers Reynders,
Van Quickenborne, De Padt en De Gucht, bijvoorbeeld, heb ik dat niet
gezien, althans niet op de pagina van hun medewerkers.
14.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le logo du parti du
ministre de la Justice figure sur le
site
internet
de sa
cellule
stratégique. En cliquant dessus,
on est renvoyé au site du parti. Ce
n'est pas le cas des sites des
autres cellules stratégiques.
14.06 Minister Stefaan De Clerck: (...)
14.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Identiek? Nee, zeker niet,
tenzij het sinds drie, vier dagen weer veranderd is. U zwaait met van
alles, maar laat dat voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Acht u de partijpolitieke link verenigbaar met de neutraliteit die het
ministerie in acht zou moeten nemen?
14.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre estime-t-il que
cet hyperlien vers le site de son
parti est compatible avec la
neutralité qu'un service public se
doit d'observer?
14.08 Els De Rammelaere (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik ben ook naar de site gesurft en heb gezien dat het
ondertussen werd aangepast en de link verdwenen is. De heer
Laeremans heeft de feiten al geschetst. Er was daar een link via uw
beleidscel; naast de beleidscel zag men de link naar uw politieke
partij. Wat vindt u daar zelf van? Vindt u dat geoorloofd voor een
14.08 Els De Rammelaere (N-
VA): Le site web présentant la
cellule stratégique du ministre de
la Justice comportait un lien
hypertexte vers le site du parti
politique auquel il appartient. Cet
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
minister?
hyperlien a été enlevé dans
l'intervalle. Le ministre estime-t-il
la présence d'un tel hyperlien
admissible?
14.09 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik kan daar
kort op antwoorden. Dit is een persoonlijke website, niet de website
van de FOD Justitie. De FOD Justitie bestaat en heeft zijn website,
met alle informatie en documentatie. Dit is een persoonlijke website,
zoals de meeste ministers een persoonlijke website hebben. Als het
een persoonlijke website is, is het bijna de plicht van een politicus om
niet te verbergen dat hij politicus is en tot welke politieke partij hij
behoort. Ik heb op dat vlak geen slecht gevoel; het ontkennen van het
bestaan van de zon lijkt mij onnodig, dit is duidelijk.
Het onderscheid moet liggen bij de Federale Overheidsdienst Justitie;
die is onafhankelijk en helemaal te onderscheiden en daar zou dat
niet passen.
Ik heb dat nu gezegd. Als men daarover discussie voert, halen we het
eraf. Het zal mij niet deren. Dat is de kwestie niet. Ik heb wel even
gekeken naar de andere ministers, omdat ik mij afvroeg waarom nu
plots ten aanzien van mij wordt gesteld dat er een probleem is. U zegt
dat het er niet op staat bij andere ministers, maar ik kan u enkele
fotokopieën geven. Ik wil ook niet van collega's zeggen wie het wel
doet en wie niet, maar desgevallend bezorg ik u de teksten van een
aantal collega's, zoals Didier Reynders, Annemie Turtelboom, Charles
Michel, Sabine Laruelle of Guido De Padt. Het staat er overal op. U
hebt niet goed gekeken. Overigens, als u zegt dat u regelmatig hebt
gekeken, wil dat zeggen dat u er vroeger nooit een bezwaar tegen
hebt gemaakt. Alleen nu het wordt opgemerkt vanuit Franstalige hoek,
wellicht in de context van het parket te Luik, wijst men met de vinger.
Leden van het kabinet en van de CD&V worden met elkaar gelinkt.
Op 1 januari heb ik de website van Jo Vandeurzen wat aangepast, bij
wijze van spreken met copy-paste. Dat stond erop en dat staat erop.
Nooit heeft daar een haan naar gekraaid. Niemand vond dat
abnormaal. Er zijn belangrijkere dingen om ons zorgen over te maken
dan over het feit dat ik een CD&V'er ben.
14.09
Stefaan De Clerck,
ministre: Le site web de ma cellule
stratégique est un site web
personnel. Le site web du SPF
Justice doit bien évidemment être
totalement indépendant, mais sur
son site web personnel, un
homme politique est presque
obligé de ne pas dissimuler à quel
parti il appartient.
Si cette question déclenche une
controverse, je suis disposé à
supprimer cet hyperlien, cela ne
me
pose
aucun
problème.
D'ailleurs, d'autres ministres font
la même chose, contrairement à
ce que prétend M. Laeremans.
Quand j'ai adapté le site web de
mon
prédécesseur,
Jo
Vandeurzen, cet hyperlien s'y
trouvait déjà et je l'ai laissé.
Personne n'a jamais émis la
moindre protestation à ce sujet.
Jusqu'à aujourd'hui. Je pense que
le fait que je sois membre du
CD&V n'est pas la priorité du
moment.
14.10 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, over
dat laatste maak ik mij absoluut geen zorgen. Dat is inderdaad de
logica zelve. Dat u een persoonlijke website hebt, lijkt mij ook logisch.
Ik denk alleen dat het beter zou zijn een duidelijk onderscheid te
maken tussen uw persoonlijke website, enerzijds, en de minister van
Justitie en zijn kabinet, anderzijds. Van een kabinet, dat een
aanspreekpunt moet zijn voor de modale burger, mag men toch
verwachten dat het minstens de schijn van neutraliteit zou ophangen,
ook omdat het kabinet en de administratie sterk met elkaar verweven
zijn. Ik heb er geen bezwaar tegen dat u een persoonlijke website
hebt, waarop u duidelijk verkondigt tot welke partij u behoort, maar op
een of andere manier zou u die twee zaken visueel toch iets
duidelijker van elkaar kunnen onderscheiden. U hebt nu zelf die
conclusie getrokken. Mij lijkt dat ook logisch. Ik heb er niets op tegen
dat u op een strikt persoonlijke website het logo en de link naar uw
eigen partij plaatst.
14.10 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): J'estime qu'il importe
d'établir une distinction plus nette
entre, d'une part, le site web privé
du ministre et, d'autre part, le site
du ministre de la Justice et de son
cabinet. Je considère qu'un
cabinet doit absolument faire
preuve d'une certaine neutralité
étant donné qu'il est l'interlocuteur
des citoyens.
14.11 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, ik denk ook 14.11 Els De Rammelaere (N-
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
dat het een verstandige zaak is om die link eraf te halen. Er moet een
onderscheid worden gemaakt tussen u als CD&V-man en u als
minister van Justitie. Dat is het gezondste.
VA): Il faut effectivement qu'il y ait
une ligne de démarcation claire
entre le site privé du ministre et
son
site
ministériel.
La
suppression de cet hyperlien est
dès lors une bonne chose.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de hertekening van
het gerechtelijk landschap en de gevolgen hiervan voor de gerechtelijke arrondissementen"
(nr. 13878)
15 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la refonte du paysage
judiciaire et ses conséquences sur les arrondissements judiciaires" (n° 13878)
15.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, deze vraag is al een paar keer aan bod
gekomen, maar ze is volgens mij aan een updating toe.
Het Octopusakkoord van mei 1998 bevatte een belangrijk justitieel
hoofdstuk. Er werd immers een grondige hervorming aangekondigd
van onze gerechtelijke organisatie. Het was onmiddellijk duidelijk dat
de hervorming niet evident en op bepaalde punten ook erg omstreden
zou zijn. Elf jaar later moeten wij eigenlijk nog altijd beginnen aan die
hervorming.
In de beleidsnota, die wij in onze commissie hebben besproken bij het
begin van deze legislatuur, stond te lezen dat men voor een
omvattende reflectie stond van het gerechtelijke landschap, inclusief
over de omvang van de gerechtelijke arrondissementen, de structuur
van de eerstelijnsrechtbanken, de geïntegreerde eerstelijnsparketten
en het aantal rechtbanken. Er werd geopteerd voor een
verzelfstandiging van de gerechtelijke organisatie op het vlak van het
beheer. Op die manier zou men ook werk maken van de hertekening.
Op 26 mei jongstleden hield de eerste voorzitter van het Hof
van Cassatie op een studiedag nog een vurig pleidooi voor de
noodzaak van de hertekening. Mijnheer de minister, sinds geruime tijd
kondigt u aan dat er een oriëntatienota komt die u vóór het
zomerreces in het Parlement zou indienen. De hertekening zou
daarvan een belangrijk onderdeel vormen. Ik lees in de vragen en het
antwoord dat in onze commissie werd gegeven op 3 juni dat de
voorstelling van de nota op 22 juni zou gebeuren. Dat is er blijkbaar
niet van gekomen.
Intussen doen steeds meer geruchten de ronde. Er wordt gezegd dat
het aantal arrondissementen van 27 naar 16 zal worden gebracht.
Voor onze provincie West-Vlaanderen zou dat neerkomen op een
vermindering van 4 naar 2 arrondissementen. Voor iedereen die bij
Justitie is tewerkgesteld, roept dat toch heel wat vragen op. Het is
evident dat er opnieuw ongerustheid is.
Ten eerste, wanneer komt u met de oriëntatienota naar het
Parlement?
Ten tweede, werd die oriëntatienota al besproken in de regering en
maakt hij het voorwerp uit van een consensus?
15.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Les
accords
octopartites conclus en mai 1998
prévoyaient une refonte complète
de notre organisation judiciaire.
Onze ans plus tard, on n'a guère
progressé.
La note de politique discutée en
commission au début de cette
législature
stipulait
que
le
gouvernement était favorable à
une réflexion globale à propos du
paysage judiciaire ainsi qu'au
remaniement de celui-ci. Le 26
mai dernier, le premier président
de la Cour de cassation a encore
plaidé ardemment en faveur d'un
tel remaniement. Le ministre
annonce depuis longtemps une
note d'orientation, qui consacrerait
une grande attention à la question.
Entre-temps,
les
rumeurs
concernant
le
nombre
d'arrondissements prolifèrent. Ils
sont source d'inquiétude, surtout
en
Flandre
occidentale.
Le
ministre peut-il faire la clarté à ce
sujet?
Pour
quand
peut-on
attendre sa note? Existe-t-il un
consensus
au
sein
du
gouvernement à propos de cette
note?
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Ten derde, kunt u al meer duidelijkheid geven over het aantal
arrondissementen? Klopt het dat het getal van 16 zou vaststaan? En
wat met onze provincie West-Vlaanderen op dat punt?
15.02 Minister Stefaan De Clerck: Ik kan kort antwoorden. Mijn
oriëntatienota is klaar en de werkwijze wordt besproken in de
regering. Zodra de bespreking is afgerond en de methodieken zijn
afgesproken, doe ik daarvan mededeling aan de Kamer. Ik zal de
voorzitter zo vlug mogelijk informeren. Ik meen dat ik dat op een
collegiale manier moet doen met de regering.
Ik meen dat het weinig zin heeft dat ik nu al zeg wat erin staat en wat
niet. Ik meen dat wij het globale debat beter voeren zodra de
oriëntatienota, die voor mij klaar is, hier is ingediend. Daarin is
ingeschreven wat er onder andere met Poperinge, Kortrijk en Tielt in
West-Vlaanderen gebeurt. Ik meen dat het beter is dat ik het geheel
toelicht, want alles zit vervat in een globale logica. Het is een
belangrijke en uitvoerige nota over het geheel van de rechtbanken en
het geheel van het management. Ik meen dat het beter is dat wij het
in zijn geheel behandelen.
Hoe vlugger de nota hier behandeld wordt, hoe liever ik het heb. Maar
ik meen dat ik eerst mijn collega's van de regering moet respecteren.
15.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Ma note d'orientation sur
les tribunaux et le management
est prête. Elle est actuellement en
discussion
au
sein
du
gouvernement. C'est à l'issue de
ces discussions que je ferai
rapport à la Chambre. Il serait peu
utile de révéler dès à présent son
contenu. Il est préférable de
mener le débat dans sa globalité,
dès que la note sera transmise au
Parlement. J'aborderai la question
du sort des arrondissements de
Poperingue, Courtrai et Tielt, entre
autres, en l'inscrivant dans une
logique globale.
15.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Zal het nog voor het
reces naar hier komen?
15.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
Pourrons-nous
prendre connaissance de cette
note encore avant les vacances
parlementaires?
15.04 Minister Stefaan De Clerck: Voor mijn part kan dat
vrijdagnamiddag al, of maandag. Het hangt van de regering af.
Vrijdagmorgen wordt de nota opnieuw besproken in de regering. Op
basis van de conclusies die daar geformuleerd worden, zal ik zo vlug
mogelijk een mededeling doen aan de Kamer.
15.04
Stefaan De Clerck,
ministre: En ce qui me concerne,
c'est possible dès vendredi après-
midi, sinon lundi, mais tout dépend
des
autres
membres
du
gouvernement. La note sera
débattue par le gouvernement
vendredi matin. Sur la base de ses
conclusions,
je
ferai
une
communication à la Chambre
dans les plus brefs délais.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Sabien Lahaye-Battheu
Présidente: Sabien Lahaye-Battheu
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Justitie over "de minderjarige daders van
misdrijven te Ninove en Houthalen die wegens plaatsgebrek werden vrijgelaten" (nr. 13897)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de uitbreiding van de capaciteit met het
oog op de plaatsing van probleemjongeren" (nr. 13933)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de recente gevallen van
jeugdcriminaliteit en het gebrek aan opvangplaatsen" (nr. 13955)
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Justitie over "jeugddelinquentie" (nr. 13963)
16 Questions jointes de
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Justice sur "les auteurs mineurs de délits à Ninove et à
Houthalen relâchés par manque de place" (n° 13897)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'extension de la capacité en vue du placement des
jeunes à problèmes" (n° 13933)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "les cas récents de délinquance juvénile et le
manque de places d'accueil" (n° 13955)
- Mme Mia De Schamphelaere au ministre de la Justice sur "la délinquance juvénile" (n° 13963)
16.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, drie minderjarige daders van een
handtassendiefstal in Ninove, waarbij een vrouw van 79 jaar zwaar
ten val kwam en gewond werd achtergelaten, werden opgepakt en na
enkele uren opnieuw vrijgelaten wegens plaatsgebrek. Een vierde
werd ter beschikking gesteld van het Brusselse parket. Een van de
daders was slechts 13 jaar.
In Limburg, meer bepaald in Houthalen, werd een minderjarig ­ een
zeventienjarige ­ kopstuk van een jeugdbende, dat verantwoordelijk is
voor aanhoudend vandalisme en brandstichting, na amper enkele
uren weer vrijgelaten wegens plaatsgebrek.
Als ik de berichtgeving mag geloven, gaat het over een
zeventienjarige die niet zo ver van zijn meerderjarigheid zit. Na zijn
vrijlating heeft hij de plaatselijke parochiezaal in brand gestoken en de
plaatselijke burgemeester en de politie uitgelachen.
Ik bekijk even de cijfers. Dit jaar werden er reeds 200 jongeren voor
zware feiten, niet geplaatst wegens plaatsgebrek. Vorig jaar zouden
er dat 297 zijn geweest.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Was er geen enkele mogelijkheid om de jonge criminelen ergens te
plaatsen? Vooral voor de bijna meerderjarige zeventienjarige is het
toch wel wraakroepend dat een kopstuk van een jeugdbende op die
manier wordt behandeld en niet opgesloten kan worden in een
gewone gevangenis.
Hoe vaak zijn zij reeds met de politie of justitie in aanraking geweest?
Begrijpt u de zware teleurstelling bij de politie die gedemotiveerd raakt
in de inspanningen om criminaliteit en vandalisme te bestrijden?
Kunt u toelichting geven bij de cijfers die ik zojuist heb vernoemd, 200
voor dit jaar en 297 voor vorig jaar, jongeren die zware feiten hebben
begaan maar die niet konden worden geplaatst wegens
plaatsgebrek?
Is de voorziene capaciteitsuitbreiding van 35 plaatsen in Vlaanderen
en 30 plaatsen in Wallonië op korte termijn niet onvoldoende als we
rekening houden met dat groot aantal niet-geplaatste jongeren?
16.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Trois auteurs
mineurs d'un vol à la tire à Ninove,
dont la victime avait été blessée
en chutant lourdement, ont été
arrêtés et relâchés quelques
heures plus tard en raison d'un
manque de places dans les
institutions susceptibles de les
accueillir. Le quatrième auteur a
été mis à la disposition du parquet
de Bruxelles. Un des auteurs
n'avait que 13 ans. À Houthalen, le
chef mineur d'une bande de
jeunes
responsable
d'actes
répétés
de
vandalisme
et
d'incendie criminel a été relâché
au bout de quelques heures,
toujours en raison d'un manque de
places
d'accueil.
Après
sa
libération, il a mis le feu à la salle
paroissiale locale en faisant la
nique au bourgmestre et aux
services de police.
Cette année, 200 jeunes auteurs
de faits graves ont déjà échappé à
un placement en raison d'un
manque de places. En 2008, ce
chiffre se serait élevé à 297. N'y
avait-il aucune possibilité de placer
ces jeunes criminels? À combien
de reprises ont-ils déjà été
confrontés à la police ou à la
Justice? Le ministre se rend-il bien
compte du fait que cette situation
démotive la police? L'extension de
capacité de 35 places en Flandre
et de 30 en Wallonie promise à
court terme n'est-elle pas déjà
insuffisante?
16.02 Els De Rammelaere (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, de feiten zijn al uitgebreid geschetst. Naar verluidt zouden
er al meer dan 200 jongeren dit jaar niet geplaatst zijn in een
jeugdinstelling wegens gebrek aan plaats in jeugdinstellingen.
Die problematiek is al zeer veel aan bod gekomen in deze commissie,
16.02 Els De Rammelaere (N-
VA): Il me revient que plus de 200
jeunes n'auraient pas été placés
dans une institution de protection
de la jeunesse cette année par
manque de places. Ce problème a
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
ook onder uw voorganger, de heer Vandeurzen.
Begin dit jaar hebt u toelichting gegeven. U hebt toen gezegd dat er,
ik geloof na de zomer van dit jaar, plaatsen voltooid zouden zijn in
Tongeren en Saint-Hubert. Zit dat op schema? Het gaat, dacht ik,
over 84 plaatsen die nu al te kort zouden zijn voor de meer dan 200
jongeren die geen plaats hebben.
Hebt u een oplossing voor plaatsingen op korte termijn? Vinden er
gesprekken plaats met de Gemeenschappen dienaangaande?
Dat gevoel van straffeloosheid moet immers worden weggewerkt op
korte termijn.
déjà souvent été évoqué au sein
de notre commission. Début 2009,
le ministre a affirmé que des
places supplémentaires seraient
disponibles à Tongres et à Saint-
Hubert après l'été. Est-ce toujours
le cas? Seront-elles suffisantes?
Le ministre dispose-t-il d'une
solution à court terme pour les
placements?
Des
discussions
sont-elles en cours à ce sujet avec
les Communautés? Il convient en
effet de mettre fin rapidement au
sentiment d'impunité qui règne
actuellement.
16.03 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, een gevoel van straffeloosheid moeten we
inderdaad kunnen vermijden, omdat dat toch wel op een bepaalde
manier inteert op het vertrouwen dat de bevolking kan opbouwen in
instellingen, in gezagsinstanties, in veiligheid en in het veiligheidsrecht
dat kan worden gegarandeerd.
We weten dat er heel veel op schema staat. Heel veel trajecten
moeten enkel en alleen op het juiste tijdstip tot uitvoering komen.
De vraag is of de capaciteitsuitbreiding voor de jeugdinstellingen,
zoals voorzien, op welke termijn en waar, nog op schema zit.
Een andere vraag is of wij misschien nog een aantal elementen uit het
jeugdbeschermingsrecht of jeugdsanctierecht beter kunnen aanboren,
in de zin van de herstelgerichte maatregelen, onmiddellijk.
Bijvoorbeeld, jongeren die criminele feiten plegen die slachtoffers
maken, confronteren, maar dan ook onmiddellijk, met de slachtoffers,
en zoeken naar een herstelgericht aanbod.
Misschien kunnen we ook onmiddellijk zoeken naar het juiste aanbod.
Het is volgens mij heel belangrijk dat jongeren onmiddellijk worden
aangesproken door de jeugdrechter of door de gezagsinstanties voor
het onder bewaking verrichten van gemeenschapsdiensten.
Misschien kan er een probatieambtenaar worden aangesteld om de
jongeren te begeleiden en kan een lik-op-stukbeleid ervoor zorgen dat
de maatregelen, werkstraffen en alternatieve herstelmaatregelen
worden uitgevoerd onder toezicht van iemand die werd aangesteld
door de jeugdrechter.
Opsluiting is ook voor volwassen gedetineerden altijd de laatste
oplossing. Er is in dit debat al verwezen naar hetgeen in Nederland al
met succes werd uitgevoerd. Ze hebben daar eerst een
capaciteitsuitbreiding gehad, en daarna de werkstraffen, de
alternatieve maatregelen en de herstelmaatregelen die met succes
worden toegepast. Ik denk dat we ook voor jeugddelinquentie nog
beter en gerichter moeten werken in de richting van die andere
oplossingen.
16.03 Mia De Schamphelaere
(CD&V):
Nous
devons
effectivement être en mesure
d'éviter qu'un sentiment d'impunité
s'installe, parce qu'il nuit à la
confiance de la population dans
les institutions et les autorités. Il
mine notre sentiment de sécurité
et de justice. Je me demande
aussi si l'extension de capacité
prévue pour les établissements de
protection de la jeunesse pourra
avoir lieu dans les délais prévus.
Nous pourrions peut-être aussi
appliquer
mieux
et
plus
rapidement
des
mesures
restauratrices prévues dans le
cadre du droit relatif à la protection
de la jeunesse ou du droit
sanctionnel de la jeunesse.
Il est à mon sens très important de
déférer immédiatement les jeunes
devant le juge de la jeunesse ou
les autorités compétentes en vue
de services à la collectivité sous
surveillance. La désignation d'un
agent de probation et la mise en
oeuvre d'une politique "du tac au
tac" pourraient peut-être aboutir à
des résultats en la matière.
L'incarcération constitue toujours
le dernier recours. Les Pays-Bas
ont commencé par étendre la
capacité, puis ont recouru aux
peines de travail, aux mesures de
substitution et aux mesures de
réparation,
appliquées
avec
succès. Je pense qu'en matière de
délinquance juvénile aussi, nous
devons travailler encore mieux et
de façon plus ciblée sur la voie de
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
ces solutions de remplacement.
16.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
dit is een dossier dat ons allemaal achtervolgt. Het werd al
verschillende keren besproken en komt telkens opnieuw terug ten
gevolge van nieuwe feiten.
Ik begrijp de moeilijkheden van degenen die werken met
minderjarigen. Ik begrijp ook de reacties van slachtoffers en van
mensen uit de media, politie, enzovoort.
Toch denk ik dat we nu niet opnieuw het hele systeem van het
jeugdrecht als dusdanig in vraag moeten stellen. Dit is een bekend
debat tussen jeugdbescherming en het jeugdsanctierecht. Het is een
Belgisch debat geweest.
Er wordt naar nieuwe evenwichten gezocht, waarbij wij moeten durven
verdedigen dat ten aanzien van minderjarigen een afzonderlijke set
maatregelen ter beschikking wordt gesteld om om te gaan met
minderjarigen die worden klaargemaakt om zich op een correcte
manier te integreren als meerderjarigen in onze maatschappij.
Dit is een heel algemene bedenking. We moeten de specificiteit van
het jeugdrecht blijven onderkennen.
Dit belet niet dat we dit heel nauwlettend moeten volgen. We zien
intussen aan de hand van een aantal specifieke dossiers dat
minderjarigen tot heel erge, agressieve daden overgaan en dat we de
mogelijkheid moeten hebben om te reageren.
Ook
de
Gemeenschappen
hebben
een
heel
grote
medeverantwoordelijkheid. Wanneer ik het heb over 297 dossiers in
2008, waarop geen antwoord kan worden gegeven en over al meer
dan 200 dossiers dit jaar, zijn dat altijd terechte vragen in de cascade.
Het federale niveau is het laatste niveau. Men moet eerst het hele
brede gamma aanwenden. Het hele brede gamma is eigenlijk bijna
exclusief de bevoegdheid van de Gemeenschappen. Zij richten ook
instellingen op en kunnen bestaande uitbreiden. Aan het einde van de
ketting bevindt zich Everberg, met een beperkte capaciteit. Welnu, ik
heb de indruk dat men soms nogal ten onrechte een beroep doet op
die instelling om jeugdcriminelen te plaatsen, ook al was er plaats in
andere instellingen, mochten die er al zijn.
De cijfers moeten in die zin worden gerelativeerd. Wanneer de
Gemeenschappen
ook
nog
investeren
in
onder
andere
opvangplaatsen voor minderjarigen, zou wellicht de druk voor ons op
het federale vlak wat verminderen.
Ik heb het reeds gezegd in antwoord op een andere vraag. Ik maak
nu een nota klaar om met de Gemeenschappen op het vlak van al die
verschillende onderwerpen zo vlug mogelijk samen te zitten. Justitie
wordt
immers
steeds
vaker
geconfronteerd
met
de
Gemeenschappen, terecht. Dat kan gaan om onderwerpen inzake het
gevangeniswezen of het jeugdrecht. Ik wil daarover zeker
fundamentele gespreken voeren om met de Gemeenschappen na te
gaan hoe we de inspanningen beter op mekaar afstemmen.
16.04
Stefaan De Clerck,
ministre: Ce dossier réapparaît
sans cesse à la suite de faits
nouveaux. L'ensemble du droit de
la jeunesse ne doit pas être remis
en cause. Ce débat sur la
protection de la jeunesse et sur le
droit sanctionnel de la jeunesse a
été mené en Belgique. Nous
devons continuer à reconnaître la
spécificité du droit de la jeunesse.
Sur la base d'un certain nombre
de dossiers spécifiques, nous
constatons que des mineurs se
livrent à des agressions graves et
que nous devons pouvoir réagir.
La prise en charge n'a pas été
possible pour 297 dossiers en
2008 et pour plus de 200 dossiers
en 2009.
Les Communautés aussi ont une
très grande coresponsabilité à cet
égard. Le centre d'Everberg, dont
la capacité est limitée, est le
dernier maillon de la chaîne. J'ai
l'impression que c'est parfois à tort
qu'on
fait
appel
à
cet
établissement dans le cadre du
placement de jeunes délinquants.
Si
les
Communautés
investissaient elles aussi dans les
places d'accueil pour les mineurs,
la pression que subit le dispositif
fédéral
serait
probablement
allégée. Je prépare une note sur
tous ces thèmes en vue d'une
réunion avec les Communautés.
Je tiens à mener avec elles des
débats de fond concernant une
meilleure adéquation des efforts
consentis.
Globalement, nous entendons
mettre un maximum de moyens à
la disposition des magistrats. Ils
doivent ainsi pouvoir prendre les
mesures les plus adéquates et les
plus adaptées à chaque mineur.
Le placement en milieu fermé doit
être la solution du dernier recours.
Le mineur doit en principe être
placé
d'abord
dans
un
établissement communautaire. Ce
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Globaal willen wij dus eigenlijk zoveel mogelijk middelen ter
beschikking stellen van de magistraten, wat hen moet toelaten de
meest adequate maatregelen op maat van elke minderjarige te
nemen. Plaatsing in een gesloten instelling is slechts een van de
maatregelen. Dat moet de laatste mogelijkheid zijn. Magistraten
kunnen ook maatregelen nemen zoals het opleggen van huisarrest,
wat zeer veel gebeurt, van werkstraffen, van vorming, van een
specifieke behandeling, van bemiddeling en herstelbemiddeling, van
een soort toezichtsysteem in het thuismilieu. Er zijn dus zeer veel
maatregelen mogelijk en wij moeten dat ook blijven beschermen.
In principe kan door de wet van 1 maart 2002 de minderjarige pas in
een gesloten federaal centrum worden geplaatst wanneer hij ouder is
dan 14 jaar, wanneer het gaat over feiten die strafbaar zijn met 5 tot
10 jaar opsluiting, wanneer het absoluut noodzakelijk is voor de
openbare veiligheid en wanneer er geen plaatsen zijn in de
gemeenschapsinstellingen. In principe moet men de minderjarige
eerst in een gemeenschapsinstelling plaatsen. Pas als er geen plaats
is, kunnen ze naar een federale instelling worden gebracht. Die
cascade zit er nogmaals in. Dat is het wettelijke kader.
Bovendien is het beperkt tot een periode van twee maanden en vijf
dagen, in tegenstelling tot plaatsingen in gemeenschapinstellingen,
die langer kunnen duren en kunnen worden verlengd tot de jongeren
meer dan twintig jaar zijn. Daarin zit dus ook een beperking. Dat is
ook een punt van discussie. Er komt immers niet altijd voldoende
capaciteit vrij omdat men in bepaalde gevallen over die termijn gaat
en omdat er geen plaats is om jongeren, bijvoorbeeld van Everberg
naar een andere instelling te verplaatsen. De plaats is er immers niet.
Daardoor blijven zij er langer dan twee maanden en zijn de plaatsen
in Everberg niet beschikbaar voor anderen die daar absoluut zouden
moeten worden geplaatst. Er moet dus voortdurend een
ketenbeheersing worden toegepast.
Wij gaan echter over tot bijkomende investeringen. Tongeren en Saint
Hubert moeten in het najaar eerst klaar zijn. In Tongeren is men al
vergevorderd en is men bijna klaar qua infrastructuur. Ik heb het al
bezocht. Met de instelling te Saint Hubert is men bezig. Er zijn wat
discussies geweest, maar men doet er voort. Deze zou ook in het
najaar klaar moeten zijn. Nu moet er ook personeel worden
aangeworven, niet alleen door ons, maar vooral ook door de
Gemeenschappen. Wij moeten dus bekomen dat de juiste personen
zo snel mogelijk beschikbaar zijn. Dat moet in het najaar rond zijn.
De instelling te Achêne is bijkomend, totaal nieuw en volledig voor het
Franstalig gedeelte beschikbaar. Everberg zal dan volledig voor het
Nederlandstalig gedeelte beschikbaar zijn. Ook in Everberg worden
dit jaar de investeringen gestart om de capaciteit naar 125 eenheden
te brengen. Die investeringen zijn dus bezig. Wij moeten dus druk
blijven uitoefenen en dat probeer ik te doen.
Ik wil vandaag nog twee belangrijke boodschappen meegeven. Ten
eerste, wij moeten de bijzondere filosofie rond het jeugdrecht
behouden, met de mogelijkheid om sanctionerend op te treden, al
moeten wij ervoor opletten niet exclusief in die richting over te hellen.
De andere maatregelen moeten dus ook behouden blijven.
Ten tweede, wij moeten de Gemeenschappen responsabiliseren. Ik
n'est que s'il n'y a pas de place
qu'on peut le transférer à un
établissement fédéral.
En outre, la détention est limitée à
une période de deux mois et cinq
jours. Les placements dans des
institutions
communautaires
peuvent dépasser cette durée et
être prolongés jusqu'à ce que les
jeunes aient plus de vingt ans. La
capacité nécessaire ne se libérant
pas toujours, il convient de mettre
en oeuvre une gestion de la chaîne
permanente.
Nous procédons par ailleurs à des
investissements supplémentaires.
À Tongres, l'infrastructure est
finalisée. L'institution à Saint-
Hubert devrait être prête à
l'automne. Les procédures de
recrutement devraient également
être achevées pour l'automne. La
nouvelle institution à Achêne sera
réservée à la partie francophone
du pays et celle d'Everberg à la
partie
néerlandophone.
À
Everberg, on procèdera encore
cette année à des investissements
pour porter la capacité à 125
unités.
Il convient de préserver la
philosophie spécifique au droit de
la jeunesse, en prévoyant la
possibilité de sanctions, sans pour
autant s'y limiter. Les autres
mesures
préventives
et
de
substitution doivent également être
maintenues. Les Communautés
doivent, elles aussi, davantage
être responsabilisées.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
hoop dat wij met de nieuwe regeringen vlug tot akkoorden kunnen
komen om ook hun inspanningen voort te zetten, zodat wij een
vloeiend aaneensluitend systeem maatregelen hebben die door de
jeugdrechtbank en het stelsel daarrond kunnen worden gehanteerd.
16.05 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, uw antwoord hebben wij al eens gehoord. In die zin is het
teleurstellend. In uw antwoord op vorige vragen over plaatsgebrek
voor criminele jongeren hebben wij ongeveer hetzelfde gehoord. Ook
bij de bespreking van de beleidsnota, vorig jaar, hebben wij van uw
voorganger hetzelfde gehoord. Er moet met de Gemeenschappen
worden gesproken. Mijnheer de minister, de Vlaamse minister was in
de afgelopen legislatuur toch iemand van uw partij? Wij mochten toch
verwachten dat er op dat gebied sneller resultaat geboekt zou zijn?
De capaciteitsuitbreiding van vierendertig plaatsen aan Vlaamse kant
zal niet volstaan. Behalve de uitbreiding zal er ook wetgeving moeten
komen. Met de huidige wetgeving zullen wij op deze problemen geen
antwoord kunnen geven. Het jeugdrecht moet worden veranderd in
een echt jeugdsanctierecht, zodat men een onderscheid kan maken
tussen, enerzijds, jongeren die moeten worden geholpen en,
anderzijds, jongeren die moeten worden gestraft.
Behalve het gebrek aan capaciteit stellen wij ook vast dat jongeren
lukraak door elkaar worden geplaatst. Jongeren in een
problematische opvoedingssituatie, voor wie vaak ook geen plaats is,
worden geplaatst met jongeren die een als misdrijf omschreven feit
hebben gepleegd. Wij hebben met de commissie een bezoek
gebracht aan een jeugdgevangenis in Nederland. Daar hebben wij
kunnen zien dat een capaciteitsuitbreiding noodzakelijk is. Als men
voldoende plaats heeft, dan kan men een gedifferentieerd
plaatsingsbeleid voeren, zodat jongeren in een problematische
opvoedingssituatie niet meer samen zitten met degenen die een als
misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Voor deze laatsten zijn
een jeugdgevangenis met een duidelijke omkadering en een
jeugdsanctierecht echt noodzakelijk. Daar moet u werk van maken, in
overleg met de ministers van de Gemeenschappen.
16.05 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Nous entendons
chaque fois la même réponse.
C'est décevant.
Le ministre doit se concerter avec
les Communautés. Étant donné
que sous la législature précédente,
le ministre flamand était membre
du même parti que lui, nous
pouvions
espérer
que
des
résultats soient engrangés plus
rapidement.
L'extension de capacité du côté
flamand ne suffira pas. Il faut
également adopter une nouvelle
législation et transformer le droit
de la jeunesse en véritable droit
sanctionnel de la jeunesse de
façon à pouvoir établir une
distinction entre les jeunes qui ont
besoin d'une assistance et les
jeunes
qui
doivent
être
sanctionnés.
Or aujourd'hui, quand les jeunes
sont placés, ils sont mélangés au
petit bonheur la chance. Une
extension
de
capacité
est
nécessaire. Si l'on disposait de
suffisamment de places d'accueil,
on serait à même de mener une
politique différenciée en matière
de placement de façon à ce que
les jeunes qui se trouvent dans
une
situation
éducationnelle
difficile ne côtoient plus des jeunes
qui ont commis un délit, ceux-ci
devant être hébergés dans une
prison pour jeunes.
16.06 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Voor alle duidelijkheid, de tweehonderd jongeren
die niet konden worden geplaatst, zijn toch enkel degenen die een
plaats moesten hebben in gesloten instellingen?
16.06 Els De Rammelaere (N-
VA): Concernant les deux cents
jeunes qui n'ont pu être placés,
s'agit-il d'autres jeunes encore que
ceux qui devaient être hébergés
dans des établissements fermés?
16.07 Minister Stefaan De Clerck: (...) gesloten instelling, omdat er
in de andere ook geen plaats is. Het waterval- of doorgeefsysteem
werkt niet altijd volgens strikte regels. Men zoekt capaciteit in het ene
of het andere. Men zoekt eerst in de gemeenschapsinstellingen en als
16.07
Stefaan De Clerck,
ministre: Le système d'attribution
en cascade des délinquants
juvéniles
aux
différents
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
men die daar niet vindt, dan zoekt men het elders. De cijfers zijn te
relativeren, omdat het niet altijd de juiste categorieën zijn.
établissements
spécialisés
ne
fonctionne pas toujours selon des
règles strictes. L'on cherche
d'abord les places d'accueil
requises dans les établissements
de chaque Communauté, ensuite
on en cherche ailleurs. Il convient
de relativiser les chiffres parce
qu'il ne s'agit pas toujours des
bonnes catégories.
16.08 Els De Rammelaere (N-VA): Of zijn ze juist hoger, omdat
sommigen naar een gemeenschapsinstelling moeten, maar daar geen
plaats hebben?
16.08 Els De Rammelaere (N-
VA): Les chiffres seraient-ils peut-
être plus élevés parce qu'il faut
aussi comptabiliser les jeunes qui
doivent être adressés à un
établissement
communautaire
mais n'y trouvent pas de place
d'accueil?
16.09 Minister Stefaan De Clerck: Dikwijls zijn het dezelfden. Men
probeert eerst in de gemeenschapsinstellingen en als er daar geen
plaats is, herhalen zij hun vraag in Everberg. Everberg is nu beperkt.
Er zijn vijftig tot zestig plaatsen. Er komt een uitbreiding tot
honderdvijfentwintig plaatsen.
Ik ga helemaal niet akkoord met wat collega Stevenheydens zegt. Er
is een mogelijkheid. Er is een eerste instelling. Er is een uitbreiding.
Er is overleg. Het is een voortdurend verhaal. Wij zitten in een
overgangsperiode. Ik meen dat de verantwoordelijk genomen is. Ik
wilde daarmee alleen zeggen dat de cijfers inderdaad moeten worden
gerelativeerd. Er waren vorig jaar tweehonderd zevenennegentig
vragen. Dat is het geheel van de vragen naar een vrije plaats in
Everberg. Zijn dat allemaal dossiers die in die categorie passen? Nee,
het zijn dikwijls dossiers die misschien in een lager echelon, in een
ander type instelling zouden kunnen passen, maar die zitten ook vol
en dan probeert men in Everberg. Dat wilde ik uitleggen.
16.09
Stefaan De Clerck,
ministre: Ce sont souvent les
mêmes. On ne resollicite Everberg
que s'il n'y a pas de place
d'accueil dans les établissements
de communauté. À Everberg, il y
aura une extension de capacité
jusqu'à 125 places.
L'an dernier, on a recensé 297
demandes de place à Everberg.
Toutefois, il ne s'agit pas dans
tous les cas de dossiers qui
peuvent être classés dans cette
catégorie. Mais on tente sa
chance à Everberg parce que les
autres types d'établissement sont
pleins également.
16.10 Els De Rammelaere (N-VA): Dan zou ik het aangewezen
vinden dat u inderdaad werk maakt van een spoedig overleg met de
Gemeenschappen, want daar schort toch ook iets.
16.10 Els De Rammelaere (N-
VA): Il semble indiqué d'organiser
rapidement une concertation avec
les Communautés.
16.11 Minister Stefaan De Clerck: Ik denk dat dat cruciaal is.
16.11
Stefaan De Clerck,
ministre: C'est même crucial.
16.12 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik denk dat de meest slechte reactie op een
crimineel feit gepleegd door een minderjarige, een uitgestelde reactie
is. Daarom denk ik dat het nodig is om ook de Gemeenschappen en
de jeugdrechters te responsabiliseren. Voor hen is de zaak misschien
soms afgedaan door een plaatsgebrek, waardoor de jongeren op
straat terechtkomen. Zelfs een plaatsing in een gesloten instelling
voor jongeren waar geen begeleiding is, is natuurlijk ook een zeer
slechte maatschappelijke reactie. Het belangrijkste is dat er
onmiddellijk reactie is, in die zin dat de jongere wordt begeleid, naar
het herstel, of naar de confrontatie met het slachtoffer, of naar
16.12 Mia De Schamphelaere
(CD&V): Il faut réagir promptement
aux faits criminels perpétrés par
des mineurs. Si les jeunes sont
relâchés par manque de place, ils
ne sont plus accompagnés.
L'enfermement pur et simple ne
constitue pas de solution non plus.
Seuls
l'accompagnement,
la
réparation, la confrontation avec la
victime
et
le
service
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
gemeenschapsdienst onder toezicht, enzovoort.
In Antwerpen zegt de jeugdrechter vaak dat er geen plaats is en dat
het niet meer zijn verantwoordelijkheid is. Na twee jaar worden de
jongeren dan opgeroepen om naar een gesloten instellingen te gaan.
In een termijnvisie is dat gewoon geen reactie meer.
Ik denk dat er een responsabilisering moet zijn van iedereen die
betrokken is in het jeugdbeschermingsrecht en het jeugdsanctierecht.
Men moet nagaan wat de best mogelijke reactie op dit moment is. De
beste reactie is altijd een snelle reactie.
communautaire
permettent
d'engranger des résultats. Il faudra
responsabiliser l'ensemble des
acteurs du droit de la protection de
la jeunesse et du droit pénal de la
jeunesse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Samengevoegde vragen van
- de heer Luk Van Biesen aan de minister van Justitie over "de handel in baby's" (nr. 13932)
- mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Justitie over "de commercialisering van het
draagmoederschap" (nr. 13949)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "het draagmoederschap" (nr. 13959)
17 Questions jointes de
- M. Luk Van Biesen au ministre de la Justice sur "la vente de bébés" (n° 13932)
- Mme Mia De Schamphelaere au ministre de la Justice sur "la commercialisation de la maternité de
substitution" (n° 13949)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "la maternité de substitution" (n° 13959)
17.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, door een tv-reportage over babyhandel kwam het verhaal
aan het licht over een Belgische draagmoeder die voor 25.000 euro
haar baby verkocht aan een Nederlands koppel. De draagmoeder
insemineerde zichzelf met het sperma van de koper, de vader uit
Noord-Nederland. De baby werd na de geboorte gewoon op naam
van de man aangegeven in Nederland, de wensmoeder nam achteraf
het voogdijschap op.
De Belgische vrouw gaat vrijuit: het parket seponeerde de zaak door
te stellen dat er een lacune is in de Belgische wetgeving. Er is geen
enkele sluitende wet die dit soort feiten verhindert. Ik vind dit een wat
eigenaardig verhaal.
Op welke wijze wenst u als minister van Justitie deze lacune in de
wetgeving weg te werken? Zult u dit als minister aanpakken of geeft u
er de voorkeur aan dat wij dit met een wetsvoorstel regelen?
17.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): Une mère de substitution
belge qui a vendu son bébé au
père biologique et à sa compagne
pour la somme de 25.000 euros
n'a pas été inquiétée. Le parquet a
classé l'affaire, considérant que la
législation belge présente une
lacune. Aucune loi n'interdit de
telles pratiques. Le ministre a-t-il
l'intention de remédier à cette
lacune par le biais d'un projet ou
d'une proposition de loi?
17.02 Mia De Schamphelaere (CD&V): Ik heb een zelfde vraag naar
aanleiding van een gelijkaardig voorval enkele jaren geleden ook al
gesteld aan uw voorganger Vandeurzen. Die verwees naar het debat
in de Senaat om commercieel draagmoederschap te bestraffen zoals
in Nederland het geval is en men in Luxemburg ook van plan is. Er is
ook een richtlijn vanuit het Beneluxparlement. Blijkbaar zijn die
politieke gesprekken moeilijk. Jo Vandeurzen had ook verwezen naar
artikel 423quinquies van het Strafwetboek, waar eigenlijk wel een
element ter bestraffing voorligt om echte kinderhandel te bestraffen.
Bent u op de hoogte of is uw kabinet bezig in samenwerking met de
Senaatscommissie om een nieuwe strafbepaling uit te werken? Als
deze werkzaamheden moeilijk zijn, kunt u dan geen richtlijn
uitvaardigen voor de parketten om wel degelijk tot vervolging over te
17.02 Mia De Schamphelaere
(CD&V): L'ancien ministre, M.
Vandeurzen, s'était référé par le
passé au débat qui s'était tenu au
Sénat sur la répression de la
maternité de substitution à des fins
commerciales. Il existe également
une
recommandation
du
Parlement Benelux. Les débats
politiques semblent difficiles. M.
Vandeurzen
avait
également
invoqué l'article 423 quinquies du
code pénal qui permet de
sanctionner
le
commerce
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
gaan op basis van artikel 433quinquies van het Strafwetboek?
d'enfants.
Le ministre prépare-t-il avec la
commission
du
Sénat
une
nouvelle disposition pénale? Ne
peut-il édicter temporairement une
directive à l'intention des parquets
pour pouvoir tout de même
sanctionner sur la base de l'article
cité?
17.03 Els De Rammelaere (N-VA): Ik sluit mij aan bij vorige
vraagstellers naar aanleiding van een bericht in de krant over de zaak
van draagmoederschap waarbij een moeder haar kind zou verkocht
hebben voor 25.000 euro. Ze zou niet worden vervolgd wegens een
gebrek in de wetgeving. Dit staat in contrast tot een ander dossier, dat
van baby D, waarbij de biologische vader zou worden vervolgd voor
het betalen van de draagmoeder. Een kind verkopen zonder meer zou
blijkbaar wel kunnen in ons land.
Kloppen deze berichten? Zult u een wetgevend initiatief nemen om
daar paal en perk aan te stellen?
17.03 Els De Rammelaere (N-
VA): Une mère porteuse ne serait
pas poursuivie pour avoir vendu
son bébé mais le père biologique
le serait pour avoir payé la
première. Il semble que l'on puisse
sans problème vendre un bébé
dans notre pays. Le ministre va-t-il
prendre une initiative législative
pour enfin mettre un terme à ces
pratiques?
17.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik heb een
kopie van de stand van zaken laten maken, omdat ik rond de
problematiek van het draagmoederschap en het commerciële
draagmoederschap,
aansluitend
op
de
Interparlementaire
Beneluxraad, een interventie in de Senaat heb gehouden waarbij ik de
hele materie even heb besproken. Ik geef u een kopie omdat het de
juridische context schetst, met name de bepalingen inzake burgerlijk
en strafrecht op vandaag. In de Senaat heb ik de stand van zaken
beknopt uiteengezet. Ik geef u dat ter informatie en voor de algemene
context mee.
Ons Strafwetboek bevat geen specifieke kwalificatie voor de
problematiek van de verkoop van kinderen door draagmoeders. Ik
heb in de Senaat, naar aanleiding ook van het verzoek om uitleg door
de heer Vankrunkelsven van februari 2009, al verklaard dat ik een
absolute voorstander ben van de strafbaarstelling van dergelijke
handel.
Tijdens de vorige regeerperiode werden in de Senaat en in de Kamer
al verschillende wetsvoorstellen ter zake ingediend, onder andere ook
door mevrouw De Schamphelaere.
In sommige voorstellen wordt vooropgesteld de verkoop of de
commercialisering van draagmoederschap gewoonweg te verbieden.
In andere voorstellen wordt de voorkeur gegeven aan een verbod op
de bedoelde handel in combinatie met de regelgeving inzake
draagmoederschap, wat natuurlijk een heel complexe, bijkomende
materie is. In welke omstandigheden en onder welke voorwaarden
kan het? Wanneer moet het worden toegelaten?
Voornoemde voorstellen werden vervolgens in de verenigde
commissie voor de Justitie en voor de Sociale Aangelegenheden van
de Senaat besproken. Zij werden tijdens de huidige regeerperiode
opnieuw ingediend. De verenigde commissie heeft in april 2009 de
problematiek in kwestie heronderzocht. Het onderzoek van het
17.04
Stefaan De Clerck,
ministre: Je fournirai une copie de
mon intervention au Sénat sur le
sujet. Cette intervention décrit le
contexte juridique du problème.
Notre Code pénal ne comporte
pas de qualification spécifique
pour la question de la vente
d'enfants
par
des
mères
porteuses. J'ai déjà indiqué au
Sénat que je suis un partisan
inconditionnel de la pénalisation
de pareil commerce. Au cours de
la
précédente
législature,
différentes propositions de loi en la
matière ont déjà été déposées à la
Chambre et au Sénat. Certaines
propositions
prévoient
une
interdiction, d'autres tendent à
associer
l'interdiction
du
commerce à une réglementation
en matière de maternité de
substitution. Ce dernier point est
évidemment
beaucoup
plus
complexe.
Toutes les propositions ont été
examinées
en
commissions
réunies de la Justice et des
Affaires sociales du Sénat. Elles
ont été redéposées pendant la
présente
législature.
Les
commission
réunies
ont
réexaminé la question en avril
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
dossier wordt na het zomerreces voortgezet.
Er is in elk geval een minimumconsensus, wat ik in de Senaat tijdens
de vergadering van de Beneluxraad ook duidelijk heb vastgesteld. Het
commerciële draagmoederschap, zijnde het draagmoederschap voor
een ander, moet worden verboden, indien het om puur commerciële
doeleinden gebeurt. In voorkomend geval moeten dergelijke
handelingen worden bestraft.
Wat bij de senatoren momenteel voor verdeeldheid zorgt, is de vraag
of inzake het verbieden verder moet worden gegaan, zoals ik u
daarnet al heb uitgelegd.
Persoonlijk meen ik dat de regering zich het debat niet moet toe-
eigenen, maar dat zij het Parlement moet uitnodigen om met een zo
breed mogelijke consensus tot een oplossing te komen. Het
Parlement is naar mijn mening de plaats bij uitstek waar een dergelijk
debat en ook afspraken over een gedeeltelijke of gehele aanpak van
de problematiek het best plaatsvinden.
Uiteraard ben ik bereid om zowel met de Senaat als met de Kamer
aan het dossier mee te werken en te bekijken hoe een en ander het
best gebeurt. Het parlementaire initiatief primeert hier echter.
Bovendien wordt het draagmoederschap om puur commerciële
redenen wellicht best zo vlug mogelijk strafrechtelijk geregeld, wat
niet belet dat ook het debat over de andere aspecten zal moeten
worden voortgezet.
Dat is mijn persoonlijke houding. Ik meen dat ook de regering het
voorgaande voorheen al heeft naar voren gebracht. Ik wil graag met
Kamer en/of Senaat meewerken om de zaak zo vlug mogelijk te
realiseren.
Ondertussen hebt u de tekst ontvangen van de uiteenzetting die ik
over de stand van zaken heb gegeven.
2009 et poursuivront cet examen
après
les
vacances
parlementaires.
L'interdiction et la répression de la
maternité
de
substitution
commerciale font en tout cas
l'objet d'un consensus. Des
divergences existent à l'heure
actuelle entre les sénateurs sur la
question de savoir si cette
interdiction doit aller encore plus
loin ou non.
À mon estime, le gouvernement
ne doit pas s'approprier ce débat
mais il doit inviter le Parlement à
trouver une solution par le biais
d'un consensus qui soit le plus
large
possible.
Je
suis
évidemment disposé à contribuer
à la recherche d'une solution.
Selon moi, il est préférable d'ériger
le plus rapidement possible en
infraction
la
maternité
de
substitution commerciale et le
débat sur les autres aspects doit
se poursuivre dans les meilleurs
délais.
17.05 Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Ik denk dat de ideeën en de standpunten
gelijklopend zijn. Nu moeten de fracties van Kamer en Senaat
bekijken hoe het best vooruitgang wordt geboekt in het dossier. Ofwel
moet hier een wetsvoorstel worden neergelegd waardoor het
commercieel draagmoederschap wordt verboden, ofwel wachten wij
het debat in de Senaat af. Ik vind het echter meer aangewezen het
initiatief voor het verbod van commercieel draagmoederschap aan de
Kamer te laten.
17.05 Luk Van Biesen (Open
Vld): Je pense que les points de
vue se ressemblent. La Chambre
et le Sénat doivent se pencher sur
la question de savoir comment
avancer le plus vite possible. Nous
pouvons attendre le débat au
Sénat, mais je préfère que
l'interdiction de la maternité de
substitution
à
des
fins
commerciale soit réglée par la
Chambre.
17.06 Mia De Schamphelaere (CD&V): Mevrouw de voorzitter, ik
volg de suggestie van collega Van Biesen.
17.06 Mia De Schamphelaere
(CD&V): Je partage l'avis de M.
Van Biesen.
17.07 Els De Rammelaere (N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik sluit mij
daar volledig bij aan.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de vervroegde vrijlatingen van
gevangenen tegen midden juli om aan de overbevolking in de gevangenissen te verhelpen" (nr. 13941)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de plannen om gedetineerden nog sneller
vrij te laten" (nr. 13943)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de vervroegde vrijlatingen om de druk op
de gevangenissen inzake overbevolking te verlichten" (nr. 13953)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de vervroegde vrijlating van
gedetineerden" (nr. 13956)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "maatregelen om de
overbevolking van de gevangenissen tegen te gaan" (nr. 13957)
18 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "les libérations anticipées de détenus d'ici à la mi-
juillet pour remédier à la surpopulation carcérale" (n° 13941)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "les projets visant à libérer encore plus rapidement
des détenus" (n° 13943)
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "les libérations anticipées pour soulager la pression
sur les prisons en termes de surpopulation carcérale" (n° 13953)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "la libération anticipée de détenus" (n° 13956)
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "les mesures destinées à lutter contre la
surpopulation carcérale" (n° 13957)
18.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
heb mij gisteren gebaseerd op een Belgabericht maar vandaag staat
het ook in de gewone kranten om u een vraag te stellen in verband
met de zeer opmerkelijke plannen met maatregelen om de
overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan. Deze maatregelen
zouden niet bestaan uit zaken die u vroeger al hebt aangekondigd,
namelijk de ingebruikneming of inhuring van capaciteit in Nederland
en een betere spreiding van de gevangenen. Wij waren daar zeker
voorstander van. Nu komt er echter ook een versnelde vrijlating van
een reeks andere gevangenen. Dat is voor ons, dat kan ik u nu al
zeggen, een casus belli, mijnheer de minister, absoluut
onaanvaardbaar. De publieke opinie denkt er net zo over.
We hebben ondertussen een extreem lage ondergrens bereikt. Ik
hoef het u niet te zeggen want u weet het zelf heel goed. Straffen
onder drie jaar worden nauwelijks nog uitgevoerd. Voor straffen boven
drie jaar is het sinds mevrouw Onkelinx een vast recht geworden om
na een derde vrij te komen en is het enkel nog tegen te houden
wanneer de strafuitvoeringsrechtbank daar anders over beslist.
Bovenop deze extreme laksheid komt nu nog een vakantiegratie
omdat het deze zomer iets te warm zou kunnen worden. Dat zou het
allerdomste zijn wat een minister van Justitie kan doen.
Ik verwijs naar een van de belangrijkste conclusies uit de commissie-
Dutroux van tien jaar geleden, toen moesten de collectieve
gratiemaatregelen worden afgeschaft. Uit de verklaringen die de
christelijke vakbond heeft afgelegd, leid ik af dat men mensen die
vallen onder de strafuitvoeringsrechtbank vervroegd zou vrijlaten.
Gestraften boven de drie jaar dit soort collectieve vakantiegraties
verlenen is echt uit den boze. Het zou stuitend zijn en op een zeer
sterk verzet botsen, dat kan ik u nu al signaleren.
Er bestaan alternatieven. Tijdens een vorig debat heb ik van uw
medewerker de details gekregen over gevangenisboten en platforms.
Nederland biedt deze aan, in totaal 576 plaatsen, meer bepaald twee
18.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre envisage une
libération anticipée d'un certain
nombre de détenus afin de faire
face à la surpopulation dans les
prisons. Pour le Vlaams Belang,
cette mesure est totalement
inadmissible. La politique en
matière de sanctions est déjà
particulièrement laxiste et le
ministre entend à présent en outre
instaurer une sorte de grâce
estivale parce que la température
pourrait monter un peu trop dans
les cellules durant l'été.
Il existe pourtant des solutions de
rechange.
Les
Pays-Bas
proposent ainsi 576 places sur
leurs bateaux-prisons. On pourrait
par ailleurs généraliser le principe
des deux détenus par cellule au
lieu
d'un
seul.
À
chaque
établissement
pénitentiaire de
vérifier si cela est concrètement
possible pour tous les nouveaux
détenus. Le confort des détenus
passe après la sécurité de la
société.
En quoi consiste exactement la
proposition du ministre concernant
les libérations anticipées? Où en
sont
les
discussions
pour
l'utilisation de l'institution de
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
platforms met elk 144 tweepersoonscellen. Dat zou heel wat soelaas
bieden. Nog met succes in Nederland ingevoerd, in die mate zelfs dat
de instroom van gedetineerden verminderde, is het algemene principe
dat elke cel twee gevangenen telt in plaats van een. Op basis daarvan
zou men in de huidige cellen minstens moeten nagaan waar het
technisch mogelijk is een extra bed of een stapelbed te plaatsen. Men
spreekt van overcapaciteit maar men beschikt over 8.500 cellen. Als
men dat gemiddeld verdubbelt naar 17.000, wat op dit moment niet
hoeft want daar is geen vraag naar, dan is het probleem van het
huidige aantal van 12 of 13.000 opgelost. Per gevangenis moet men
nagaan of het mogelijk is om, minstens voor de nieuwe gevangenen,
naar twee gevangenen per cel te gaan. De huidige infrastructuur is
gestoeld op het comfort van de gevangene, terwijl dat ondergeschikt
is aan de veiligheid van de samenleving, het respect voor de
rechtsstaat en het naleven van opgelegde vonnissen.
Welk voorstel heeft de minister gelanceerd inzake de extra
vervroeging van de vrijlating? Om welke categorieën van gevangenen
gaat het? Waarom is 15 juli 2009 een richtdatum?
Wanneer zal de ingebruikname van de gevangenis van Tilburg een
feit zijn? Kan zulks niet vroeger? Hoever staan de besprekingen?
Wordt alsnog overwogen om de twee Nederlandse gevangenisboten
in te huren of te kopen? Zo neen, waarom niet?
Waarom verzet de minister zich tegen een heringebruikname van de
gevangenis van Tongeren zoals door de vakbonden wordt
voorgesteld?
Kan de minister de plannen toelichten om de gevangenen beter te
spreiden over diverse instellingen?
Zou het niet logisch zijn om het Nederlands model van twee
gevangenen per cel standaard in te voeren, zeker voor nieuwe
gedetineerden en veroordeelden? Heeft men al technisch onderzocht
in hoeveel van onze 8.500 cellen het mogelijk is om een tweede bed
of een stapelbed te plaatsen?
Tilburg? La piste des bateaux-
prisons
néerlandais
est-elle
encore d'actualité? Pourquoi le
ministre
s'oppose-t-il
à
une
réouverture de la prison de
Tongres? Qu'en est-il du plan
visant à mieux répartir les détenus
entre les établissements? Que
pense le ministre de l'idée de faire
partager une cellule par deux
nouveaux détenus?
18.02 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je souhaiterais revenir sur cette problématique de la
surpopulation pénitentiaire et sur les mesures que vous comptez
prendre pour la résoudre.
Vous avez évoqué notamment la possible mise en oeuvre de
libérations anticipées, qui est difficilement acceptable, tenant compte
de la décision prise par le juge et de la perception d'une telle mesure
par l'opinion publique.
En ce qui concerne les libérations anticipées, de combien de détenus
s'agit-il? Avez-vous déjà défini des catégories potentielles? Dans quel
délai comptez-vous mettre en oeuvre ces libérations anticipées?
Selon vous, représentent-elles une part importante de la solution?
Le problème est vraiment difficile à gérer, il est donc facile de critiquer
le ministre. Je pense qu'il n'y a pas qu'une seule réponse. Plusieurs
mesures doivent être prises; parmi les plus urgentes figure sans
doute la nécessité de soulager la pression. Tout ministre de la Justice
18.02 Xavier Baeselen (MR): U
opperde de mogelijkheid om
gebruik
te
maken
van de
vervroegde invrijheidstelling om
het
probleem
van
de
overbevolking
in
de
gevangenissen aan te pakken.
Hoeveel gedetineerden komen er
daarvoor in aanmerking? Werden
de categorieën van gedetineerden
die vervroegd in vrijheid kunnen
worden gesteld, al omschreven?
Binnen welke termijn wil u die
maatregel toepassen? Wordt het
probleem daarmee grotendeels
opgelost?
We beseffen dat het om een
moeilijk te beheren probleem gaat,
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
confronté à la même situation, quelle que soit sa couleur politique,
devrait soulager cette pression.
Il faudra également jouer sur les entrées, au lieu de jouer sur les
sorties. À ce propos, plusieurs réformes législatives doivent être
menées rapidement; je pense entre autres à l'évaluation de la loi sur
la détention préventive. Aujourd'hui, on constate que les détentions
préventives prennent une place sans cesse plus importante dans
l'occupation de nos prisons. Souvent, la détention préventive est
utilisée comme une sanction avant la sanction, même si cela ne peut
être le cas.
De plus, pourquoi ne pas relancer le grand chantier de la réforme du
tarif criminel, des peines? Aujourd'hui, le Code pénal, avec des
échelles de peines souvent trop élevées, est complètement dépassé
par la réalité carcérale, notamment la gestion des établissements
pénitentiaires.
On gagnerait en clarté vis-à-vis de la population, de l'opinion publique
et aussi du point de vue de la gestion carcérale en disant qu'on va
revoir l'échelle des peines et le tarif criminel à la baisse mais que pour
les peines d'une certaine durée, on exécute la sanction sous réserve
des compétences du tribunal d'application des peines.
J'en reviens à mes questions essentielles sur la mesure ponctuelle
qui concerne les libérations anticipées, mesure que vous avez
évoquée comme une des pistes possibles pour gérer l'immédiat.
dat niet met één enkele formule
kan worden opgelost. Zo moet
ervoor worden geopteerd de
instroom te beperken, in plaats
van de uitstroom te versnellen.
Daartoe is een aantal wetgevende
hervormingen
noodzakelijk. Ik
denk met name aan de evaluatie
van de wet over de voorlopige
hechtenis. Vandaag is het aandeel
van
de
gedetineerden
in
voorlopige
hechtenis
in
de
gevangenispopulatie erg groot, en
de voorlopige hechtenis wordt
vaak gebruikt als een soort sanctie
vóór
de
eigenlijke
sanctie.
Waarom zouden we ook de
strafmaat niet herbekijken? Het
Strafwetboek spoort niet langer
met de realiteit in de overbevolkte
gevangenissen.
Een en ander zou duidelijker
worden, indien de strafmaat en het
tarief in strafzaken zouden worden
verlaagd, op voorwaarde dat de
sanctie in het geval van zware
straffen
daadwerkelijk
wordt
uitgevoerd, met inachtneming van
de
bevoegdheden
van
de
strafuitvoeringsrechtbank.
Ik kom terug op de vervroegde
invrijheidstelling, die naar voren
wordt geschoven als middel om de
acute nood te lenigen.
18.03 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, ik zal een
stukje korter zijn dan de vorige sprekers.
Wij hebben inderdaad in de krant gelezen dat u overweegt om
gevangenen vrij te laten om op die manier iets te doen aan de
overbevolking in de gevangenissen. Dat zou zijn besproken met de
vakbonden en zou, volgens de kranten, een toegeving zijn naar hen,
omdat zij dreigen met acties indien er op korte termijn niets wordt
ondernomen.
Klopt dat? Over welke gevangenen gaat het? Welke rechtsgrond zult
u hiervoor aanwenden of gaat het om een soort van collectieve
genademaatregel? Wij hebben hier toch heel veel problemen mee.
Wij hebben sowieso problemen met het verlenen van genade, maar
genade omdat het zomer wordt, kan toch echt niet door de beugel.
Graag een beetje verduidelijking hierover.
18.03 Els De Rammelaere (N-
VA): Quels prisonniers entrent en
ligne de compte pour une
libération anticipée durant l'été?
S'agit-il d'une forme de mesure
collective de grâce? En tout état
de cause, mon groupe estime que
ce n'est pas une bonne idée.
18.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
mijn vraag sluit aan bij de vorige sprekers. Ik start mijn vraag met een
verwijzing naar het rapport van de mensenrechtencommissaris van de
Raad van Europa van vorige week. In dat rapport springen twee
18.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Dans son rapport
récent sur les droits de l'homme,
le Conseil de l'Europe a dénoncé
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
punten er toch wel uit. In de eerste plaats wordt de aanhoudende
overbevolking van onze gevangenissen gehekeld en in de tweede
plaats wordt het bekende probleem dat veroordeelden, mensen in
voorlopige hechtenis en geïnterneerden samen zitten, aangekaart.
Mijnheer de minister, u hebt al een aantal maatregelen aangekondigd.
Zo hebt u vorige maand nog gezegd dat moet worden onderzocht of
in de fase van de voorlopige hechtenis het systeem van elektronisch
toezicht kan worden toegepast. U kent ons pleidooi op dat punt.
Volgens ons kan het aantal mensen onder elektronisch toezicht nog
sterk worden verhoogd, specifiek ook met mensen in voorlopige
hechtenis, op voorwaarde dat men een deel van de technische
controle, namelijk waar degenen onder elektronisch toezicht zich
bevinden, aan privébedrijven overlaat. Graag had ik een stand van
zaken gekregen voor die aangekondigde maatregel.
Eind mei werd ook het raamakkoord met Nederland aangekondigd.
Graag ook op dat punt een stand van zaken.
Mijn collega's hebben al aangekaart dat u hebt aangegeven dat er
tegen 15 juli vervroegde vrijlatingen zouden worden georganiseerd
om het probleem van de overbevolking in te dijken. Ook daarover
graag meer toelichting, omdat het heel gevaarlijk is om een dergelijke
maatregel te nemen. Overbevolking is een groot probleem, maar wij
moeten volgens mij toch het hoofd koel houden en geen overhaaste
maatregelen nemen. Graag op die vragen ook een antwoord.
la surpopulation dans nos prisons
ainsi que le fait qu'en Belgique, les
personnes en détention préventive
sont
incarcérées
avec
les
personnes condamnées à une
peine effective.
Selon l'Open Vld, il serait
intéressant d'augmenter le nombre
de surveillances électroniques,
notamment dans le cas de
détentions préventives, à condition
que le contrôle soit partiellement
confié au secteur privé.
Qu'en est-il de l'accord conclu
avec les Pays-Bas?
Aux yeux de mon parti, le plan de
la libération anticipée durant l'été
n'est pas sans danger. Si la
surpopulation carcérale constitue
un problème majeur, nous devons
toutefois éviter de prendre des
décisions dans la précipitation.
18.05 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, de
problematiek van de gevangenissen wordt hier iedere week
besproken. Iedere week krijg ik vragen van vele collega's die zeggen
dat het onaanvaardbaar is, niet normaal en een schande. Ik krijg
iedere dag wel een of ander verslag binnen vanwege allerhande
instanties zoals van de Europese commissaris voor Mensenrechten,
Thomas Hammarberg, die ik vorige week heb ontmoet. Hij doet
aanbevelingen aan de regering om alle adequate maatregelen te
nemen en snel een eind te maken aan de carcerale overbevolking en
de
onmenswaardige
detentieomstandigheden
in
sommige
penitentiaire inrichtingen. Ik krijg van de centrale toezichtraad, waar
ook vragen over gesteld zijn, een boek vol aanbevelingen, eigenlijk
verwijten. Hij vraagt of dat allemaal mogelijk is. Ik krijg van bezoekers,
vakbonden en iedereen signalen die zeggen dat het een onhoudbare
situatie is.
Men kan natuurlijk roepen en zeggen dat het een schande is wat we
zouden willen doen, maar ondertussen hebben er nog nooit zoveel
mensen in de gevangenis gezeten als vandaag. Op 15 juni waren er
10.519 gedetineerden. Dat aantal blijft voortdurend stijgen. Ik zit met
een uitvoeringsopdracht, terwijl ik uiteraard geen invloed heb op de
input, met andere woorden de beslissing van de rechters, en de
uitstroom, beslissing van strafuitvoeringsrechtbanken. Ik moet daar
rekening mee houden. We zitten met een bijna permanente
overbevolkingsratio van 24 procent. In sommige gevangenissen is er
een overbevolking van honderd procent. Men zegt dan: laat ze maar
en stop er nog een paar bij; stop er nog een paar bij, geen probleem.
Dat vind ik immoreel en onaanvaardbaar. Het is niet ernstig om dat
zomaar in algemene sloganeske woorden te beweren. Het is een
probleem waarvoor we een oplossing moeten zoeken.
18.05
Stefaan De Clerck,
ministre: Des questions me sont
adressées chaque semaine à
propos du problème des prisons.
Je
reçois
des
rapports
quotidiennement,
des
recommandations, des signaux de
visiteurs et de syndicats et chacun
me dit que la situation est
intenable.
Les détenus n'ont jamais été aussi
nombreux qu'aujourd'hui: 10.519
au 15 juin. Le nombre augmente
et je ne puis rien y faire. Nous
nous
trouvons
quasi
en
permanence avec un taux de
surpopulation de 24%. Certaines
prisons sont confrontées à une
surpopulation de 100%. C'est un
problème qu'il faut résoudre.
À long terme, il y aura un très gros
investissement
avec
sept
remplacements dans un premier
temps puis encore huit. A moyen
terme, nous allons réorganiser les
prisons, en ce compris les
possibilités offertes aux Pays-Bas.
Les
négociations
avec
les
autorités néerlandaises ont bien
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
Het is een problematiek die liever wordt weggeduwd. Men heeft liever
dat dat niet bekend is. Ik meen echter dat daaraan wel de nodige
aandacht moet worden besteed.
Er zijn langetermijnoplossingen, er zijn er op middellange termijn en
op korte termijn. U weet dat die globale nota in voorbereiding is, u
weet dat er een investeringsprogramma is voor in een eerste fase 7
maar daarna nog 8 vervangingen. Er is met andere woorden een zeer
belangrijke investering op de lange termijn. U weet dat wij op
middellange termijn herschikkingen van gevangenissen plannen,
onder andere met het oog op de samenwerking met Nederland.
De onderhandelingen met de Nederlandse overheid zijn al zeer ver
gevorderd. Er was nu nog een fundamenteel probleem gerezen in
verband met btw. Ten gevolge van juridische omschrijvingen zei men
plots dat op de vooropgestelde prijzen btw moest worden betaald. Dat
is niet mogelijk. Dat is nu opgelost. Met andere woorden, dat zijn de
technische discussies die moeten worden gevoerd bij de afronding. Er
is een principeakkoord, maar ik moet dat nu definitief laten valideren.
Het zal geld kosten, maar het moet gebeuren op juridische basis. De
teksten van een conventie zijn omzeggens klaar. Ik hoop ze zo vlug
mogelijk af te ronden, maar zij moeten nog de definitieve politieke
goedkeuring meekrijgen. Wij moeten ook maken dat er in de
budgettaire middelen ter zake voorzien is.
Ik ga niet uit van pontons, omdat dat een heel ander type
infrastructuur is, dat nog duurder is. Het zou ook langer duren eer die
geïnstalleerd zijn. Met andere woorden, ik ga voorlopig voor die
gevangenis in Tilburg, met 500 personen. Ik hoop dat het project
gerealiseerd kan worden.
Wij werken thans volop aan langetermijnvisies inzake nieuwe
gebouwen, tijdelijke huur, alternatieve straffen, de elektronische
enkelband, het overleg met de Gemeenschappen, om op middellange
termijn de gevangenisbevolking onder controle te krijgen.
Ondertussen zitten wij wel met een zeer problematische, zeg maar
onhoudbare, situatie in de gevangenissen en de vraag rijst welke
onmiddellijke maatregelen wij moeten nemen.
Vooraleer ter zake een beslissing te nemen wilde ik een consultatie.
Ik heb gesproken met de onderzoeksrechters. Ik heb gesproken met
mijn directie. Ik heb gezegd dat ik met de vakbonden wil spreken,
want zij zijn ook direct betrokken bij de hele situatie.
Ik heb een openhartig gesprek gehad met de vakbonden. Ik zie dat
een gedeelte van wat besproken is, nu meegedeeld wordt in de
media. Ik zie dat zij daar verklaringen over afleggen. Ik noteer dat. Zij
zijn niet gehouden tot beroepsgeheim. Daardoor komt u nu met deze
vragen.
Ik ben maatregelen aan het bestuderen. Ik ben ze aan het toetsen bij
de diverse partners, om te kijken of er een aanvaardbare oplossing op
kortere termijn mogelijk is. Ik bekijk het in de breedte. Ik bekijk
verschillende initiatieven. Het gaat ook over de vraag inzake de
instroom.
progressé. Le problème de la TVA
a également été résolu. Il y a un
accord de principe qui doit à
présent être définitivement validé.
Il
faut
encore
l'approbation
politique et nous devons veiller à
réunir les moyens budgétaires.
Les
pontons
sont
des
infrastructures d'un tout autre type,
encore plus onéreux, et dont les
délais
d'installation
seraient
encore plus longs. Pour le
moment, je cible mes efforts sur
cette prison d'une capacité de cinq
cent détenus à Tilburg.
Nous préparons un concept qui
englobera
les
bâtiments,
la
location ponctuelle, le recours aux
bracelets électroniques et la
concertation
avec
les
Communautés afin de parvenir à
moyen terme à la maîtrise de la
population
carcérale.
Dans
l'intervalle se pose la question des
mesures immédiates.
Avant de prendre une décision à
ce propos, j'ai souhaité mettre en
oeuvre des consultations. J'ai
discuté
avec
les
juges
d'instruction, ma direction et les
syndicats. Je vois à présent que le
débat abordé avec les syndicats
refait surface dans la presse. D'où
les questions.
J'étudie les mesures et je
demande
l'avis
de
divers
partenaires. J'examine différentes
initiatives. Le nombre d'entrées est
également en cause.
Il s'agit donc de savoir comment gérer la détention préventive, etc. Je Het gaat dus om het beheren van
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
n'ai pas de pouvoir direct en la matière, mais il m'est possible de
discuter avec les juges d'instruction et d'envisager l'élaboration de
mesures. Cela fait partie de la concertation.
de voorlopige hechtenis. Ik heb
geen rechtstreekse beslissings-
bevoegdheid in dat verband, maar
in het kader van het overleg kan ik
het met de onderzoeksrechters
wel over mogelijke maatregelen
hebben.
Ik bekijk ook het element van de spreiding tussen gevangenissen.
Bepaalde gevangenissen zijn 200 procent bezet, andere minder dan
honderd procent. Ik vraag de vakbonden hoe zij dat zien. Men heeft
bepaalde initiatieven getoetst. Men stelt nu zelfs voor mij opnieuw te
ontmoeten en tegenvoorstellingen te formuleren. Met andere
woorden, ik verken de mogelijkheden die er zijn. Er is ook de vraag
wat er moet gebeuren met de straffen korter dan drie jaar en met de
straffen
van
meer
dan
drie
jaar,
waarvoor
de
strafuitvoeringsrechtbank verantwoordelijk is. Ik ben dus bezig met
een breed onderzoek.
Inderdaad, vroeger nam de Koning een beslissing naar aanleiding van
de nationale feestdag. Ik heb die koninklijke bevoegdheid echter niet.
Vroeger gebeurde het regelmatig dat naar aanleiding van een of
andere plechtigheid een soort eenvoudige maatregel werd getroffen,
een maatregel om het beter te beheersen. Dat is echter niet
voorhanden. Ik voel echter aan dat op bepaalde ogenblikken een
signaal moet worden gegeven ten aanzien van de gevangenen, het
personeel en de directeurs. Ik weet dat ik dat met zorg moet doen en
dat het evenwichtig moet zijn. Ik weet ook dat ik kritiek zal krijgen van
het Vlaams Belang en dat de publieke opinie daarop wellicht zal
reageren. Ik moet echter wel mijn verantwoordelijkheid nemen en
kijken of er geen andere problemen of "ontploffingen" ontstaan binnen
de gevangenissen.
Ik zal deze studie voortzetten. Zodra zij is afgerond, kom ik al dan niet
tot een beslissing. Vandaag is die nog niet genomen. De studie is
bezig en gaat over het geheel van maatregelen. Ik neem mij echter
voor daarvoor de nodige tijd te nemen en ze te toetsen bij de een en
de andere.
Daarmee heb ik in het algemeen geantwoord. Is Tongeren nu voor de
jongeren of voor de anderen? U hebt mij gevraagd wanneer het klaar
zal zijn voor de jongeren. Tongeren blijft dus voor de jongeren. U hebt
ook een vraag gesteld over het NICC, maar over de voornaamste
elementen heb ik geantwoord.
Tot andere verduidelijkingen ben ik altijd bereid. Het is een studie, en
dus kan ik nog niet zeggen wat ik juist zal doen. Ik ben aan het
verkennen, aan het gedetailleerd onderzoeken en aan het overleggen
met iedereen. Ik hoop dat ik tot een verdedigbaar voorstel kan komen
op een relatief korte termijn, zodat die onhoudbare situatie enigszins
aanvaardbaar kan worden gemaakt. Dit is een kortetermijnoplossing,
in de hoop dat tegen 1 januari de druk van de ketel is door de
inhuurneming van de gevangenis in Nederland.
J'examine également la répartition
entre les prisons. J'ai interrogé les
syndicats sur leur vision des
choses.
Aujourd'hui, d'aucuns
souhaitent formuler des contre-
propositions. J'explore donc les
possibilités. Il y a également la
question des peines. Je mène une
enquête élargie.
Auparavant,
il
arrivait
régulièrement
qu'une
mesure
simple soit prise à l'occasion de
l'une ou l'autre cérémonie. J'ai le
sentiment qu'à certains moments,
il convient de donner un signal aux
détenus, au personnel et aux
directeurs. Cela doit se faire avec
discernement et de manière
équitable, mais je dois prendre
mes responsabilités.
Je poursuivrai cette étude et je
prendrai
éventuellement
une
décision.
Tongres est maintenue comme
option pour les jeunes. J'ai
répondu aux principaux éléments
relatifs à l'INCC.
J'espère pouvoir parvenir à une
proposition
défendable
à
relativement court terme, pour que
la situation intenable puisse être
rendue quelque peu acceptable.
J'espère que la location de la
prison aux Pays-Bas permettra
d'alléger la pression d'ici au 1
er
janvier.
18.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
zou willen beginnen met te zeggen: eigen schuld, dikke bult. Tien of
twaalf jaar geleden was u het die in een nota over het
gevangeniswezen hebt gezegd dat er een absoluut plafond van 8.000
18.06 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): M. De Clerck n'a qu'à
s'en prendre à lui-même. S'il avait
mené il y a dix ans une politique
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
moest komen. Meer was onaanvaardbaar, ultimum remedium
enzovoort. Vandaag stellen wij vast dat het veel te weinig is. Daar zat
toen natuurlijk het Dutroux-verhaal tussen. Volgens bepaalde
ideologische lijnen bent u echter plafonds gaan vastleggen die er
nooit hadden mogen komen. Had u toen een vooruitziend beleid
gevoerd, had u misschien de start kunnen geven voor een aantal
projecten die er nu veel te laat komen en waardoor wij pas in 2016
enig perspectief hebben.
U zegt dat het immoreel is om te zeggen: steek er nog wat bij. Wat wij
voorstellen, mijnheer de minister, is veel genuanceerder. Ik weet ook
wel dat Antwerpen overbevolkt is en dat daar iets moet gebeuren. Ik
weet dat de omstandigheden zo niet kunnen blijven en dat er een
spreiding moet komen. Op andere plaatsen zijn er echter meer
mogelijkheden en is er meer plaats.
Wij hebben hier vooral gevraagd om per gevangenis te onderzoeken
wat de mogelijkheden zijn naar Nederlands model, het principe van
twee gevangenen per cel. Daar is het gelukt. Daar is niet gesproken
over immoraliteit. Daar zijn geen klachten gekomen. U moet dit
minstens nakijken.
Wij zeggen ook niet dat men ineens overal twee gevangenen in een
cel moet proppen. Dat kan ook geleidelijk gaan. Men kan nieuwe
gevangenen telkens confronteren met twee gevangenen per cel in de
plaats van een. Dat zou een geleidelijke instroom kunnen
vergemakkelijken.
U moet dit zeker onderzoeken. U antwoordt niet op die vraag. Ik
beveel in elk geval aan om de verschillende instellingen te vragen om,
daar waar het technisch mogelijk is, een tweede bed of een stapelbed
te plaatsen. In Nederland heeft het gewerkt en heeft men nu een
overcapaciteit, omdat men in de criminele wereld heeft vastgesteld
dat men er niet mee lacht en men gevangenisstraffen uitvoert.
Ten tweede, wat de boten betreft, zegt u definitief neen. Ik betreur dat
ten zeerste. Zeker in de huidige noodsituatie moet dat worden
onderzocht. Ook in de botenplatforms had men twee personen per
cel. De Nederlanders zijn toch niet kleiner dan onze mensen? Ik heb
nergens gehoord dat dit immoreel is of dat er enorme klachten over
waren. Integendeel, daar heeft het gewerkt en daar heeft het bestaan,
precies in een periode van een tekort aan capaciteit, om tijdelijk voor
een overbrugging te zorgen. Die periode is nu voorbij en dus doet
men die boten weg. Wij zouden hetzelfde middel kunnen gebruiken.
Ik zie echt niet in waarom dat een probleem is. U zegt dat het zeer
lang zal duren. Het zal in elk geval veel minder lang duren dan de
bouw van de nieuwe cellen.
Ik weet wel dat het enkele maanden in beslag neemt om de boten
naar hier te slepen en om de omstandigheden te creëren, de kaaien,
de beveiliging, enzovoort, maar gedurende enkele jaren, tot de bouw
van de nieuwe cellen gerealiseerd is, kunnen ze soelaas bieden.
U zegt, ten slotte, dat u de diverse mogelijkheden verkent, maar u
hebt heel vaag geantwoord en nog altijd geen concrete voorstellen als
antwoord gegeven. Mijnheer de minister, u weze gewaarschuwd, dit
Parlement heeft collectief, met een kamerbrede meerderheid, ter
conclusie van de commissie-Dutroux, gezegd dat collectieve gratie
prévoyante au lieu de fixer un
plafond de huit mille places, nous
n'en serions pas là.
Nous savons aussi qu'une prison
comme
celle
d'Anvers
est
surpeuplée et qu'il faut faire
quelque chose. Mais il y a des
possibilités
ailleurs.
Nous
demandons qu'on examine sur le
principe de deux détenus par
cellule. On l'a fait aux Pays-Bas et
personne n'y voit rien d'immoral.
Aujourd'hui, il y a même une
surcapacité aux Pays-Bas.
Je regrette que le ministre
abandonne définitivement l'option
des bateaux néerlandais. Je ne
vois pas où est le problème. Les
Néerlandais ont utilisé ces bateaux
avec succès lorsqu'ils ont été
confrontés à un manque de
capacité. Ces bateaux peuvent
offrir une solution en attendant la
construction
des
nouvelles
cellules.
Le ministre dit qu'il examine les
différentes possibilités mais qu'il
ne peut pas encore formuler de
propositions concrètes.
En conclusion des travaux de la
commission
Dutroux,
ce
Parlement avait estimé qu'il fallait
supprimer la grâce collective. Je
ne sais pas dans quelle mesure
cette demande a été suivie d'effet.
Je crois que le Roi possède
toujours cette compétence. Mais
c'est une décision que nous
n'approuverons jamais et nous la
dénoncerons par tous les moyens.
24/06/2009
CRIV 52
COM 605
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
niet meer kan en afgeschaft moet worden. Ik weet niet in welke mate
dat toen is gebeurd. Ik denk dat het in theorie nog altijd de Koning is
die het zou kunnen doen, maar dit zou pas immoreel zijn en daar zult
u ons op uw weg vinden. Wij zullen dwarsliggen en er alles aan doen
om dit aan te klagen. U kunt ervan op aan dat wij er een campagne
rond zullen voeren en dat wij dit nooit zullen aanvaarden.
18.07 Xavier Baeselen (MR): Je vais essayer d'être bref, par respect
pour M. le ministre qui doit nous quitter.
N'importe quel ministre serait confronté à la même situation. Nous
n'avons pas obtenu de réponse précise quant au type de libération
anticipée qui pourrait intervenir; il s'agit seulement d'une des pistes
envisageables et le ministre compte étudier la situation.
Si une mesure de ce type intervient, juridiquement, doit-elle
nécessairement être collective, c'est-à-dire objectivée avec un niveau
de peine et avec des exceptions éventuelles? Je pense notamment
aux délinquants sexuels et à ce type de catégories auxquelles il faut
faire attention. Il est évident, monsieur le ministre, que, si ces
personnes étaient libérées et qu'il y avait de nouveaux cas de
récidive, votre responsabilité serait à nouveau remise en cause.
L'opinion publique ne le comprendrait pas. Par conséquent, je suis
favorable à une mesure collective avec toutefois une attention
particulière pour certains types d'infractions et de dossiers
difficilement acceptables pour l'opinion publique.
18.07 Xavier Baeselen (MR): We
hebben geen concreet antwoord
gekregen over de wijze waarop de
vervroegde invrijheidstelling moet
worden toegepast. Dat is een van
de sporen die mogelijk, maar niet
noodzakelijk
gevolgd
zullen
worden. De minister wil de situatie
bestuderen.
Als er een dergelijke maatregel
genomen zou worden, moet het
dan om een collectieve maatregel
gaan, d.w.z. een geobjectiveerde
beslissing met een bepaalde
strafmaat
en
eventuele
uitzonderingen
in
bepaalde
dossiers? Ik denk meer bepaald
aan seksuele delinquenten: als
dergelijke
daders
in vrijheid
zouden
worden
gesteld
en
recidiveren, zou u verantwoordelijk
worden gesteld. Ik ben dus
voorstander van een collectieve
maatregel,
met
bijzondere
aandacht
voor
bepaalde
categorieën van misdrijven en
dossiers die erg gevoelig liggen bij
de publieke opinie.
18.08 Minister Stefaan De Clerck: Het zijn genuanceerde vragen
omdat het een genuanceerd debat is. Als er een beslissing komt,
moet die ook genuanceerd zijn.
Dit is dus geen radicaal idee. Ik ben dat aan het onderzoeken. Ik heb
die beslissing nog niet genomen, maar ik wil klaarstaan op het
ogenblik dat de voorwaarden, na overleg, voorhanden zijn, zodat ik
operationeel kan tussenkomen.
Ik wil geen grote incidenten hebben. Dit is mijn verantwoordelijkheid.
Dit is een afweging die moet worden gemaakt. Dit is niet de leukste
materie om te beheren, maar het is wel noodzakelijk dat we dat doen.
Het is een beetje de donkere zijde van de maatschappij. We moeten
allemaal de moed hebben om de confrontatie aan te gaan en
oplossingen te zoeken.
We zullen het debat daarover wellicht verderzetten. Het wekelijks
vragenuurtje over het gevangenisbeleid zal wellicht nog niet worden
afgesloten, dus afspraak volgende week.
18.08
Stefaan De Clerck,
ministre: Mes réponses sont
nuancées parce le débat l'est
aussi. La décision définitive devra
également l'être. Je n'ai pas
encore pris de décision mais je
veux être prêt lorsque les
conditions
précises
seront
connues. Je ne veux pas
d'incidents retentissants. Nous
devons oser la confrontation et
tendre vers une solution.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 605
24/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.41 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.41 heures.