KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 597
CRIV 52 COM 597
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
17-06-2009
17-06-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken
en
Volksgezondheid
over
"het
ouderschapsverlof van ambtenaren" (nr. 12912)
1
Question de M. Stefaan Van Hecke à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "le congé parental
pour les fonctionnaires" (n° 12912)
1
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister
en
minister
van
Ambtenarenzaken,
Overheidsbedrijven
en
Institutionele Hervormingen over "algemene
principes fiscaal recht" (nr. 13285)
3
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre de la Fonction
publique, des Entreprises publiques et des
Réformes institutionnelles sur "les principes
généraux de droit fiscal" (n° 13285)
3
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Steven
Vanackere
, vice-eerste minister en minister
van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Steven
Vanackere
, vice-premier ministre et ministre
de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het afsluiten
van raamcontracten met de federale centrale
aankoopdienst
door
de
provinciebesturen"
(nr. 13551)
7
Question de M. Stefaan Vercamer au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la conclusion, par les
administrations provinciales, de contrats-cadres
avec le service d'achat central fédéral" (n° 13551)
7
Sprekers:
Stefaan
Vercamer,
Steven
Vanackere, vice-eerste minister en minister
van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Stefaan
Vercamer,
Steven
Vanackere, vice-premier ministre et ministre
de la Fonction publique, des Entreprises
publiques et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "het Schengen-
visum type C" (nr. 12590)
9
Question de Mme Leen Dierick à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "le visa
Schengen de type C" (n° 12590)
9
Sprekers:
Leen
Dierick,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Leen
Dierick,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de
minister van Migratie- en asielbeleid over "de
standpunten van het Centrum voor gelijkheid van
kansen en racismebestrijding met betrekking tot
de hervorming van het Wetboek van de Belgische
nationaliteit" (nr. 13421)
11
Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre de
la Politique de migration et d'asile sur "les
positions du Centre pour l'égalité des chances et
la lutte contre le racisme concernant la réforme du
Code de la nationalité belge" (n° 13421)
11
Sprekers: Stefaan Vercamer, Annemie
Turtelboom
, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs: Stefaan Vercamer, Annemie
Turtelboom
, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "de strijd tegen
illegale transitmigratie" (nr. 13547)
14
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "la lutte contre
la migration illégale de transit" (n° 13547)
14
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "meer Europa
inzake migratie" (nr. 13549)
16
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "plus d'Europe
en matière de migration" (n° 13549)
16
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie-
en
asielbeleid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het achterhouden
van oproepingsbrieven" (nr. 13581)
18
Question de M. Ben Weyts au ministre de
l'Intérieur sur "la rétention de convocations
électorales" (n° 13581)
18
Sprekers: Ben Weyts, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ben Weyts, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de vrijwilligers die
gezeteld hebben in de stembureaus" (nr. 13602)
20
Question de Mme Leen Dierick au ministre de
l'Intérieur sur "les volontaires qui ont siégé dans
les bureaux de vote" (n° 13602)
20
Sprekers: Leen Dierick, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
ondersteuning van de buurtinformatienetwerken in
de provincie Oost-Vlaanderen" (nr. 13625)
21
Question de M. Stefaan Vercamer au ministre de
l'Intérieur
sur
"le
soutien
aux
réseaux
d'information de quartier dans la province de
Flandre orientale" (n° 13625)
21
Sprekers: Stefaan Vercamer, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Stefaan Vercamer, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
paraatheid
van
de
verschillende
veiligheidsdiensten in geval van een complexe
terroristische aanslag in België vergelijkbaar met
diegene in Mumbai eind 2008" (nr. 13633)
23
Question de M. Robert Van de Velde au ministre
de l'Intérieur sur "la capacité opérationnelle des
services de sécurité en cas d'attentat terroriste
complexe en Belgique, comparable à celui
perpétré à Mumbai fin 2008" (n° 13633)
23
Sprekers: Robert Van de Velde, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Robert Van de Velde, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
26
Questions jointes de
26
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de snelste adequate
hulp" (nr. 13664)
26
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"l'aide adéquate la plus rapide" (n° 13664)
26
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de opkomsttijd van
hulpdiensten" (nr. 13666)
26
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"le délai d'intervention des services de secours"
(n° 13666)
26
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de interventies van
de brandweer voor vluchtelingen" (nr. 13665)
29
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "les interventions des pompiers
auprès de réfugiés" (n° 13665)
29
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
weigering om politieagenten aan te werven"
(nr. 13689)
30
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
de l'Intérieur sur "le refus de recrutement de
policiers" (n° 13689)
30
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
31
Questions jointes de
32
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "vrijwilligers voor
buurtbemiddeling" (nr. 13699)
32
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"les volontaires pour la médiation de voisinage"
(n° 13699)
32
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de vrijwilligers die
burenruzies moeten oplossen" (nr. 13744)
32
- Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur
"les volontaires chargés de résoudre les conflits
de voisinage" (n° 13744)
32
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de 34
Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de 34
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
minister van Binnenlandse Zaken over "de vraag
van de hulpagenten om een extra wapen te
krijgen" (nr. 13735)
l'Intérieur sur "la demande des agents de sécurité
de recevoir une arme supplémentaire" (n° 13735)
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
17
JUNI
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
17
JUIN
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.17 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
01 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het ouderschapsverlof van ambtenaren" (nr. 12912)
01 Question de M. Stefaan Van Hecke à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et
de la Santé publique sur "le congé parental pour les fonctionnaires" (n° 12912)
01.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het gaat om een vraag die al in april is ingediend
en die nu misschien al een beetje is achterhaald. Dat zal ik straks
horen in uw antwoord.
Het gaat over de beslissing die de federale regering heeft genomen
dat een werknemer die ouderschapsverlof wil opnemen, dat kan doen
tot het kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. Een aantal
ambtenaren bij de Vlaamse overheid hadden daarvoor een aanvraag
ingediend, maar zij kregen de boodschap mee dat het voorlopig nog
niet kan omdat het besluit dat het KB van 7 mei 1999 zal aanpassen,
nog een volledige administratieve weg moet doorlopen. Ik vermoed
dat het niet alleen een probleem is voor ambtenaren bij de Vlaamse
overheid, maar ook voor ambtenaren bij diverse andere overheden, in
Brussel, Wallonië, enzovoort.
Daarom heb ik een aantal heel concrete vragen.
Mijnheer de minister, wat is de precieze timing voor de aanpassing
van het KB? Hoe komt het dat het zo lang op zich laat wachten?
Betekent dit ook dat de federale ambtenaren nog geen
ouderschapsverlof volgens de nieuwe regeling kunnen nemen?
Welke acties hebt u ondertussen ondernomen om het zo snel
mogelijk in orde te brengen? Plant u daarvoor eventueel nieuwe
initiatieven? Ten slotte, moeten we ons niet hoeden voor
aankondigingspolitiek? Zo'n maatregel wordt aangekondigd, de
mensen horen het, ze willen snel een aanvraag indienen en krijgen
dan te horen dat het voorlopig nog niet kan en dat men nog even
geduld moet oefenen.
01.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Une décision du
gouvernement fédéral permet aux
travailleurs de bénéficier d'un
congé parental jusqu'à ce que
leurs enfants aient atteint l'âge de
12
ans.
Des
fonctionnaires
flamands qui ont fait une demande
en ce sens se voient refuser le
congé parce que l'arrêté qui
adapte l'arrêté royal du 7 mai 1999
doit encore faire l'objet d'une
longue procédure administrative.
Sans doute les fonctionnaires
flamands ne sont-ils pas seuls
dans ce cas.
Qu'en est-il du calendrier relatif à
l'arrêté royal? Comment se fait-il
que la procédure soit aussi
longue?
Les
fonctionnaires
fédéraux ne peuvent-ils pas non
plus prendre de congés parentaux
en
vertu
de
la
nouvelle
réglementation? Quelles actions la
ministre a-t-il déjà entreprises pour
régler rapidement la question? De
nouvelles
initiatives
sont-elles
prévues? Ne faut-il pas se garder
d'une politique d'annonce?
01.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, het is
inderdaad juist dat op 1 april 2009 in het Belgisch Staatsblad het
01.02
Steven
Vanackere,
ministre: Le 1
er
avril 2009 a été
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
koninklijk besluit van 27 maart 2009 is verschenen. Dat KB brengt de
leeftijdsgrens
voor
het
kind,
voor
het
krijgen
van
loopbaanonderbreking in hoofde van de ouders, van 6 naar 12 jaar.
De regeling is van toepassing op de werknemers uit de privésector en
op de contractuele en statutaire personeelsleden van de provincies,
de gemeenten, de agglomeraties en de federaties van gemeenten.
Het ontwerp van dit besluit is goedgekeurd op de Ministerraad van
20 februari 2009 en tijdens dezelfde Ministerraad werd bovendien
afgesproken dat de maatregel ook zal worden ingevoerd voor de
personeelsleden van de openbare sector. De aanpassing van het
kaderbesluit waarop de verschillende overheden een beroep kunnen
doen om de regeling bij hen van toepassing te maken, wordt
momenteel voorbereid door mijn collega, de minister van Werk. Zij
voorziet in dit ontwerp al meteen in de toepassing van de regeling
voor de personeelsleden van de federale overheid. De samenwerking
in dat verband verloopt zeer vlot en dat zal ertoe leiden dat dit dossier
binnenkort wordt voorgelegd aan de Ministerraad.
De andere overheden die van de maatregel gebruik wensen te
maken, zullen nog de nodige aanpassingen aan hun statuten moeten
doen. De datum van inwerkingtreding hangt in dat geval af van het
verdere verloop van de procedure.
publié au Moniteur belge l'arrêté
royal du 27 mars 2009 en vertu
duquel les travailleurs salariés du
secteur privé, et les agents
statutaires et contractuels des
administrations provinciales, des
communes, des agglomérations et
des fédérations de communes
peuvent
prendre
un
congé
parental jusqu'à ce que leurs
enfants aient atteint l'âge de douze
ans. Cette limite d'âge était
précédemment de six ans.
Le Conseil des ministres du 20
février 2009 avait approuvé le
projet d'arrêté et avait convenu
que les agents du secteur public
pourraient faire usage de cette
réglementation. La ministre de
l'Emploi prépare actuellement un
aménagement de cet arrêté-cadre
afin de faire en sorte que les
fonctionnaires fédéraux puissent
eux aussi bénéficier de cette
réglementation. La collaboration
en la matière se déroulant sans
anicroche, le dossier pourra être
présenté sous peu au Conseil des
ministres.
Les autres autorités publiques qui
souhaiteraient
appliquer
cette
mesure devront adapter leurs
statuts. La date d'entrée en
vigueur de cette mesure dépendra
de la manière dont la suite de la
procédure se déroulera.
01.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, als
ik het goed begrijp, is deze regeling voorlopig van toepassing op
personeelsleden van gemeenten, provincies en dergelijke. De
personeelsleden van alle andere overheden moeten nog even
wachten.
01.03 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Les agents qui ne
travaillent
pas
pour
des
administrations provinciales, des
communes, etc. devront donc
patienter un peu.
01.04 Minister Steven Vanackere: Ja.
01.04
Steven
Vanackere,
ministre: C'est exact.
01.05 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Is er ook een timing in het
vooruitzicht gesteld? Zal dat nog dit jaar gebeuren?
01.05 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Mais avez-vous
fixé un calendrier? Cette affaire
sera-t-elle réglée avant la fin de
l'année?
01.06 Minister Steven Vanackere: U hoorde mij daarnet zeggen dat
de samenwerking met de minister van Werk vrij vlot verloopt. U kent
de procedure: advies IF, beheerscomité RVA, enzovoort. Er zijn reeds
01.06
Steven
Vanackere,
ministre: Comme je l'ai déjà dit, la
collaboration se déroule sans
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
positieve stappen gezet.
Het laat zich aanzien dat dit binnen afzienbare tijd op de Ministerraad
kan komen.
anicroche.
Ce
projet
sera
soumis
prochainement au Conseil des
ministres.
01.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Laten we dat hopen.
Zoals ik daarnet zei, mensen horen dat, willen dat aanvragen en
botsen dan op die administratieve lijdensweg. Ik hoop dat het snel
voor elkaar komt.
01.07 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Espérons que la
question sera réglée rapidement
car, pour les demandeurs, elle
risque de tourner au calvaire
administratif.
01.08 Minister Steven Vanackere: Mijnheer Van Hecke, u hoort mij
zelden of nooit wat dan ook aankondigen. Een van de voordelen van
wat zwijgzaam te zijn is dat men wel kan vertellen wat er is gebeurd,
maar de mensen niet in verwarring brengt.
01.08
Steven
Vanackere,
ministre: Il m'arrive rarement, voire
jamais, d'annoncer quelque chose.
L'avantage, lorsqu'on ne dit rien,
est
qu'on
peut
indiquer
ultérieurement ce qui s'est passé.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van
Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen over "algemene principes
fiscaal recht" (nr. 13285)
02 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique,
des Entreprises publiques et des Réformes institutionnelles sur "les principes généraux de droit
fiscal" (n° 13285)
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, op
woensdag 22 april heb ik u een vraag gesteld met betrekking tot de
gecertificeerde opleiding Algemene Principes Fiscaal Recht. Zoals u
toen zelf al opmerkte, keken inderdaad heel wat mensen met
belangstelling uit naar uw antwoord. Zij hadden immers de hoop dat u
en uw kabinet het dossier eindelijk eens ernstig zouden bekijken en zij
waren dan ook zeer ontgoocheld over het antwoord, dat schijnbaar is
voorgekauwd door dezelfde personen wier beslissingen nu net ter
discussie staan en die elke ernstige dialoog hieromtrent halsstarrig
weigeren.
Inmiddels heeft ook de federale ombudsman zich gebogen over de
beslissing van het OFO van 5 februari 2009 tot nietigverklaring van
alle beslissingen met betrekking tot het niet slagen voor de test ter
afsluiting van de gecertificeerde opleiding FI03 Toepassing van de
algemene principes van het fiscale recht.
Het oordeel van de federale ombudsman laat geen enkele twijfel
bestaan. Ik citeer: "De beslissing van 5 februari 2009 kan niet worden
behouden, omdat zulks indruist tegen het KB van 2 oktober 1937
houdende het statuut van het overheidspersoneel (artikel 70bis: Het
Opleidingsinstituut van de Federale Overheid organiseert de
gecertificeerde opleidingen. De gecertificeerde opleiding wordt
afgesloten door een gunstige of ongunstige beslissing) en verder
tegen een aantal beginselen van behoorlijk bestuur".
Daarnaast doet de federale ombudsman ook een geheel logisch en
correct voorstel aan het OFO om de situatie te herbekijken, daarbij
02.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le 22 avril 2009, j'ai déjà
posé une question à propos de la
formation
certifiée
"principes
généraux de droit fiscal". Nous
attendions avec intérêt la réponse
du ministre, étant donné que de
nombreuses personnes avaient
l'espoir que le cabinet examine
enfin sérieusement ce dossier.
Malheureusement, la réponse a
été manifestement prémâchée par
les mêmes personnes que celles
qui avaient pris les décisions
mises en cause et qui ne
souhaitent
pas
engager
de
dialogue sérieux à ce sujet.
Entre-temps, le médiateur fédéral
est arrivé à la conclusion que
l'annulation de toutes les décisions
relatives à la non-réussite du test
sanctionnant la formation certifiée
ne pouvait être maintenue, dès
lors que cette annulation était
contraire à l'arrêté royal du 2
octobre 1937 ainsi qu'à une série
de principes de bonne gestion. La
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
vertrekkend van het principe dat voor elk van de terecht betwiste 22
vragen een punt wordt toegekend, omdat absoluut moet worden
vermeden dat de deelnemers de gevolgen dragen van fouten die
enkel en alleen te wijten zijn aan de administratie.
U verschuilt zich in uw eerste antwoord zelfs achter de bewering dat
de externe experts zouden hebben gezegd dat de hele test als niet-
valide moet worden beschouwd. Dat is pertinent onjuist. Ik weet niet
welk rapport u hebt gelezen, maar in het rapport dat mij werd
voorgelegd, en voor zover ik weet ook het enige rapport wat de
professoren hebben opgesteld, staat duidelijk dat de opdracht van de
professoren bestond uit een inhoudelijke analyse van de test. In die
zin staat dan ook te lezen in hun besluit dat zij "twijfelen aan de
geldigheid van de test in zijn geheel gezien de talrijke vragen die niet
geschikt of betwistbaar zijn".
Op geen enkel moment spreken de professoren zich uit of doen zij
enig voorstel over de gevolgen die aan de inhoudelijke analyse
moeten worden gegeven. Dat is ook logisch, aangezien het niet tot de
bevoegdheid en opdracht van de professoren hoort, die bovendien
zelfs niet op de hoogte waren gesteld van de toepasselijke wettelijke
bepalingen met betrekking tot de organisatie van de gecertificeerde
opleiding.
Laten we ook niet vergeten dat het hier gaat over externe experts op
fiscaalrechtelijk gebied en niet op administratiefrechtelijk gebied. Het
zou dus volstrekt intellectueel oneerlijk zijn om zo uw eigen
verantwoordelijkheid af te schuiven op de professoren.
Het is mij overigens ook een raadsel waar u ergens in het over de
gehele lijn vernietigende rapport enig spoor van academische
bewondering terugvindt.
De professoren besluiten zelfs letterlijk dat de deelnemers van wie de
kennis en/of ervaring verder reikte dan de syllabus, die bol stond van
de onnauwkeurigheden en zelfs van manifeste fouten, een competitief
nadeel ondervonden. Voor meerdere vragen werd voor een fout
antwoord immers een punt toegekend. De deelnemers die terecht
twijfels koesterden bij de onjuistheden en onnauwkeurigheden,
werden opnieuw gesanctioneerd. Dat is puur Kafka.
In tegenstelling tot de professoren heeft de federale ombudsman de
beslissing van 5 februari 2009 zelf onderzocht. Ook hier wordt uw
administratie over de gehele lijn in het ongelijk gesteld. De federale
ombudsman is trouwens allerminst van oordeel dat het een complexe
situatie betreft. Het tegendeel is waar.
Mijnheer de minister, missen is menselijk. Blijven missen en in de
boosheid volharden, is echter des duivels.
Wat zult u dus doen, nu ook het standpunt van de federale
ombudsman duidelijk en bekend is, gezien ook het feit dat de federale
ombudsman een voorstel heeft gedaan dat wel overeenkomstig het
koninklijk besluit van 2 oktober 1937 is, dat wel overeenkomstig de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur is, dat wel rechtvaardig
is, dat wel degelijk een allesomvattende oplossing voor het gehele,
onverkwikkelijke dossier biedt en dat verschillende, onnodige en
aanslepende procedures kan vermijden?
proposition du médiateur est donc
d'attribuer un point pour chacune
des 22 questions contestées, afin
d'éviter
que
les
participants
fassent
les
frais
d'erreurs
uniquement
dues
à
l'administration.
Dans sa première réponse, le
ministre se retranche derrière
l'affirmation de certains experts
externes, qui auraient déclaré qu'il
convenait de rejeter le test dans
sa totalité. Or c'est pertinemment
faux. La mission des professeurs
était en effet d'analyser le test
uniquement du point de vue du
contenu. Ceci explique pourquoi
on peut lire dans leurs conclusions
qu'ils doutent de la validité du test
dans son ensemble, dès lors que
de nombreuses questions étaient
inadéquates ou contestables. Les
professeurs en question n'ont pas
fait de déclarations à propos des
conséquences de cette analyse de
contenu. N'oublions pas non plus
que ces experts sont des
spécialistes du droit fiscal, et non
du droit administratif. Il est
intellectuellement malhonnête que
le ministre se décharge de sa
responsabilité en renvoyant la
balle aux professeurs.
Le syllabus comportait nombre
d'inexactitudes
et
d'erreurs
flagrantes, de sorte que les
candidats plus érudits étaient
désavantagés dans la mesure où
d'autres candidats ont obtenu des
points pour des réponses fautives.
Le médiateur fédéral a examiné
lui-même la décision du 5 février
2009
et
a
donné
tort
à
l'administration. À ses yeux, la
situation n'est absolument pas
complexe.
Quelles mesures le ministre
prendra-t-il compte tenu de la
position du médiateur et de sa
proposition? Je lui demande de
répondre sur le fond. Je suis
conscient
du
fait
que
l'administration peut se retrancher
derrière plusieurs procédures mais
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Mijnheer de minister, ik wil ter zake erop aandringen dat u persoonlijk
kennisneemt van het dossier. Ik vraag u ook om ten gronde op mijn
vraag te antwoorden. Ik ben mij immers bewust van het feit dat uw
administratie zich achter verschillende procedures kan verschuilen.
De vraag is echter of u zulks, gezien de klaarheid en duidelijkheid van
de feiten, aanvaardbaar acht.
la question est de savoir si cela est
acceptable.
Le président: Je rappelle que pour une question et la réplique le temps de parole est 5 minutes.
02.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, heeft de
heer Van der Maelen zijn vraag op 5 minuten kunnen stellen?
De voorzitter: Ja.
02.03 Minister Steven Vanackere: Dan is het goed.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van der Maelen, ik moet vaststellen
dat de polemiek in verband met de gecertificeerde opleiding
Algemene Principes Fiscaal Recht niet ophoudt. U herinnert zich dat
ik in de commissie op 13 mei hierover reeds een vraag heb
beantwoord.
Sta mij toe dat ik mij houd aan een aantal regels, principes en feiten.
Ik neem wat aanstoot aan de bewoording "het afschuiven van de
verantwoordelijkheid", in de mate dat men dan eerst moet definiëren
wat de verantwoordelijkheid van de minister is in deze. Men moet hier
goed in de gaten houden dat er in de beroepsprocedures die er al dan
niet beschikbaar zijn, bij mijn weten nergens een uitspraak van een
minister nodig is.
In dat verband wil ik toch nog eens wijzen op hetgeen echt mijn taak
is en hetgeen de taak van anderen is. Artikel 70bis van het besluit van
2 oktober 1937 vertrouwt de taak om de gecertificeerde opleidingen te
organiseren toe aan de directeur-generaal van het OFO. Het spreekt
voor zich dat die, net als de afgevaardigd bestuurder van SELOR
verslag moet uitbrengen over de manier waarop hij zijn taak
waarneemt aan de voorzitter van het directiecomité van de
FOD Personeel en Organisatie, die op zijn beurt aan mij
verantwoording verschuldigd is.
Ik ben helemaal niet de opvatting toegedaan dat het mijn ministeriële
verantwoordelijkheid is om tussenbeide te komen in specifieke
beslissingen met betrekking tot de beleidsuitvoering. Als u de mening
toegedaan bent dat ik moet tussenkomen in specifieke examens door
op de een of de andere manier een andere wending te geven aan het
dossier, dan moet u dat mij vooral zeggen, maar dan ben ik ook
benieuwd om te weten waarop u zich baseert.
De rol van de politieke overheid bestaat erin om regels vast te stellen.
Zo zou de tekst van artikel 70bis, waarnaar ik net verwees, gewijzigd
kunnen worden, bijvoorbeeld door te schrijven dat het advies van de
federale ombudsman moet worden gevolgd. Dat advies stelt dat het
wenselijk is om voor elke vraag die wordt geschrapt, het maximale
aantal punten voor die vraag aan iedereen toe te kennen. Als ­ ik zeg
wel als ­ die regel wordt vastgelegd, zou die uiteraard op alle
gecertificeerde opleidingen van toepassing zijn. Men moet dus dat
probleem in een totaalbeeld onderzoeken en zeker niet in het
02.03
Steven
Vanackere,
ministre: La polémique relative à la
formation certifiée concernant les
principes généraux de droit fiscal
n'est manifestement pas enterrée.
J'ai déjà donné une réponse à ce
sujet le 13 mai.
En ce qui concerne le rejet de la
responsabilité, je tiens à préciser
qu'il est important de définir
d'abord quelle est la responsabilité
du ministre. Je rappelle que
l'article 70 bis de cet arrêté du 2
octobre 1937 confie l'organisation
de ces formations au directeur
général de l'IFA. Ce dernier doit
présenter un rapport à ce sujet au
comité de direction du SPF
Personnel et Organisation qui, à
son tour, doit en répondre devant
le ministre. S'interposer entre ces
deux administrations en ce qui
concerne la politique à mener ne
relève pas de la responsabilité du
ministre. Que ceux qui ont un
autre avis sur la question me
disent sur quelle base ils se
fondent.
Si l'autorité politique décide de
modifier
l'article
70 bis,
par
exemple en suivant l'avis du
médiateur, cela revient à dire qu'il
est souhaitable, pour chaque
question supprimée, d'attribuer à
chacun le maximum des points,
dans le cas où cette décision
serait d'application à toutes les
formations certifiées. Le problème
doit donc être examiné dans son
ensemble.
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
specifieke geval.
Ik geef toe dat er best wel wat problemen zijn met de gecertificeerde
opleiding. In 2008 nam mijn voorgangster Inge Vervotte reeds een
aantal maatregelen om het huidige systeem te versnellen in
afwachting van een fundamentele herziening van het systeem.
Onze voorgangers hebben een systeem ingevoerd dat in feite
praktisch zeer moeilijk uitvoerbaar is. Ik wil de vakbondsorganisaties
(...) 2009-2010 bij de grondige herziening betrekken, alsook alle
andere partners die in het loopbaanproces een rol spelen.
Naar aanleiding van de beslissing van het OFO van 5 februari,
namelijk de annulatie van de test voor de niet-geslaagden, heeft de
Raad van State op zijn zitting van 5 mei jongstleden 32 dossiers
afgesloten. De Raad stelde vast dat die door de beslissing van
5 februari zonder voorwerp zijn geworden. De aanklagers vorderden
de nietigverklaring van de beslissing met betrekking tot hun niet-
slagen. Die hadden ze gekregen via de beslissing van 5 februari.
Tegen de beslissing van 5 februari zijn 18 beroepen ingediend bij de
Raad van State. Daarvan zijn er elf van Nederlandstalige en zeven
van Franstalige ambtenaren.
Een aantal mensen heeft ook een dossier ingediend bij de federale
ombudsmannen. Op 6 april ontvingen zij van hen een brief waarin zij
hun standpunt duidelijk uiteenzetten. Naar aanleiding daarvan heeft
de voorzitter van het directiecomité van de FOD P&O een gesprek
met de ombudsmannen gevoerd. Bij die gelegenheid hebben de
ombudsmannen de nadruk gelegd op het feit dat zij geenszins een
beslissing hadden willen nemen, noch een beslissing hadden
genomen, maar dat zij enkel een advies uitbrachten en geen
uitspraak hebben gedaan. Dat is, wat dat punt aangaat, wel in
overeenstemming met artikel 13 van de wet op de instelling van de
federale ombudsmannen, dat stelt dat zij hun onderzoek moeten
opschorten in geval van een beroep.
Wij moeten dan ook wachten op de beslissing van de instantie die
wettelijk bevoegd is om recht te spreken, de enige in dit geval,
namelijk de Raad van State. Als de Raad van State het
opleidingsinstituut in het ongelijk stelt, moet het instituut uiteraard zijn
standpunt aanpassen. Indien een reglementaire wijziging noodzakelijk
blijkt, zal ik, zoals het hoort, daartoe een initiatief nemen.
Als de Raad van State daarentegen het opleidingsinstituut in het gelijk
stelt, zullen de ombudsmannen aan hun correspondenten meedelen
dat hun mening ongegrond is.
Alles zal transparant verlopen en iedereen zal de rol spelen die is
toegeëigend in het proces, met inbegrip van de minister.
In afwachting van het advies van de Raad van State zullen de
ombudsmannen, overeenkomstig artikel 13 van de wet op de
instelling van de federale ombudsmannen, geen initiatief nemen
aangaande de feiten van het beroep. Ikzelf zal dat evenmin doen,
tenzij uiteraard ter beschikking zijn om op alle vragen van het
Parlement te blijven antwoorden, voor zover nuttig en nodig.
Comme il y a bel et bien des
problèmes concernant la formation
certifiée, mon prédécesseur, Mme
Inge Vervotte, avait déjà pris une
série de mesures pour accélérer le
système actuel en attendant sa
refonte
fondamentale.
Cette
dernière
devra
par
ailleurs
impliquer
toutes
les
parties
concernées par le processus de
carrière.
Le 5 février, l'IFA a décidé
d'annuler
le
test
pour
les
personnes qui ont échoué. De ce
fait, le 5 mai, le Conseil d'État a pu
clôturer 32 dossiers de personnes
n'ayant pas réussi et qui avaient
demandé l'annulation du résultat.
Diverses personnes ont introduit
un dossier auprès des médiateurs
fédéraux, après quoi le président
du comité de direction du SPF
P&O s'est entretenu avec les
médiateurs fédéraux.
Ceux-ci ont souligné qu'ils n'ont
nullement
voulu prendre
de
décision et n'en ont pas prise mais
qu'ils se sont bornés à rendre un
avis.
Il faudra attendre la décision du
Conseil d'État. S'il donne tort à
l'institut de formation, celui-ci
devra adapter sa position. Dans le
cas contraire, les médiateurs
informeront les correspondants
que leur avis est infondé. Si une
modification
réglementaire
s'impose, je prendrai une initiative
à cet effet.
Dans l'attente de l'avis, les
médiateurs
ne
prendront,
conformément à la loi, aucune
initiative concernant les faits
invoqués en appel. J'adopterai la
même position.
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
02.04 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik betreur
dat u, hoewel u zelf toegeeft dat er aanhoudend problemen zijn inzake
het OFO en zeker ook inzake de organisatie van examens over
fiscaliteit, u nalaat om uw verantwoordelijkheid te nemen.
De administratie is verantwoordelijk voor de opstelling van een
syllabus die bol staat van de onnauwkeurigheden en zelfs manifeste
fouten. Dat zeg ik niet, maar de professoren. Uw administratie is
verantwoordelijk voor de opstelling van een lamentabele test. Dat zeg
ik niet, dat zeggen de professoren. Uw administratie is
verantwoordelijk voor het nemen van de meest absurde en
onrechtvaardige, maar vooral zelfs onwettige en onbehoorlijke
beslissingen.
Ik betreur dat u niet ingrijpt en dat u de zaak zo ver laat komen dat er
geprocedeerd moet worden voor de Raad van State. Elke objectieve
waarnemer stelt vast dat er daar grote fouten zijn gemaakt.
Het is mijn persoonlijke mening dat het best is dat u als minister in
dezen zelf optreedt door uw administratie terug te fluiten en te wijzen
op de fouten.
Mijnheer de minister, uw administratie doet een eerste keer een
onderzoek en zegt dat er drie foute vragen zijn. De professoren
verrichten een onderzoek en zeggen dat er tweeëntwintig foute
vragen zijn. De beslissing over wie geslaagd is, wordt genomen op
basis van niet drie foute vragen.
Nadien zegt uw eigen administratie dat er vijf foute vragen zijn. Als dat
niet manifest onbekwaamheid en foute beslissingen aantoont, dan
weet ik niet wat u meer nodig hebt om in te grijpen ten aanzien van
die administratie.
02.04 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je regrette que le ministre
ne prenne pas ses responsabilités
et qu'il laisse trainer l'affaire au
point qu'il faille entamer des
procédures devant le Conseil
d'État.
L'administration est responsable
de la rédaction d'un syllabus truffé
d'inexactitudes. Elle a également
pris des décisions injustes, voire
même illégales. De graves erreurs
ont été commises. Le ministre doit
rappeler son administration à
l'ordre.
Selon l'enquête effectuée à la
demande
du
ministre,
30
questions
inappropriées
sont
posées. Selon les professeurs, il y
en a 22. La décision se prend
donc sur la base de trois questions
inappropriées et on nous dit
ensuite
que
ces
mauvaises
questions sont au nombre de cinq.
Que faut-il de plus au ministre
pour intervenir?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
(Ingevolge een technisch mankement ontbreekt een deel van de digitale geluidsopname. Voor het antwoord
op vraag nr. 13551 van de heer Stefaan Vercamer steunt het verslag uitzonderlijk op de tekst die de vice-
eerste minister en minister van Ambtenarenzaken, Overheidsbedrijven en Institutionele Hervormingen heeft
overhandigd)
(À la suite d'un incident technique, une partie de l'enregistrement digital fait défaut. Pour la réponse à la
question n° 13551 de M. Stefaan Vercamer, le compte rendu se base exceptionnellement sur le texte remis
par le vice-premier ministre et ministre de la Fonction publique, des Entreprises publiques et des Réformes
institutionnelles)
03 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "het afsluiten van raamcontracten met de federale centrale
aankoopdienst door de provinciebesturen" (nr. 13551)
03 Question de M. Stefaan Vercamer au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la conclusion, par les administrations provinciales, de contrats-cadres
avec le service d'achat central fédéral" (n° 13551)
03.01 Stefaan Vercamer (CD&V) (...) (zonder micro) goed bestuur
in hun vaandel dragen natuurlijk. In het kader van goed beheer sluit
ook de federale aankoopdienst raamcontracten af om de best
mogelijke voorwaarden te krijgen. Vroeger konden ook de provincie-
en gemeentebesturen aankopen doen via de raamcontracten die de
federale aankoopdienst had afgesloten. Momenteel blijkt dit niet meer
03.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Dans un contexte de
bonne gestion, le service d'achat
central
fédéral
conclut
des
contrats-cadres. Contrairement à
la
situation
qui
prévalait
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
mogelijk te zijn. Toch zou men vorig jaar overwogen hebben om dit
opnieuw toe te laten, maar dat blijft een beetje in het ongewisse.
Klopt het dat de provinciebesturen vroeger konden aankopen via de
raamcontracten? Waarom kan dit nu niet meer? Waarom heeft men
vorig jaar overwogen dat toch weer toe te laten? Waarom heeft men
het dan vandaag nog niet opnieuw toegelaten?
auparavant, les administrations
provinciales et communales ne
peuvent désormais plus réaliser
d'achats par le biais de contrats-
cadres conclus par l'État fédéral.
L'an passé, il aurait été envisagé
de réinstaurer cette possibilité.
Est-il exact que les administrations
provinciales
disposaient
auparavant de cette faculté?
Pourquoi cette formule n'est-elle
plus admise? Pourquoi a-t-on
voulu la réinstaurer l'an passé ?
Pourquoi n'a-t-on pas encore
rétabli cette possibilité?
03.02 Minister Steven Vanackere: Tot in 2002 heeft het Federaal
Aankoopbureau
bestaan.
Het
bureau
sloot
via
overheidsopdrachtprocedures aankoopcontracten af met leveranciers,
waarvan inderdaad alle administraties van het land gebruik konden
maken: de administraties van de Gewesten, Gemeenschappen,
provincies en gemeenten.
De Copernicushervorming heeft in 2002 echter geleid tot het
afschaffen en opsplitsen van het Federaal Aankoopbureau in de twee
huidige diensten. Ten eerste, is er FOR, FOD Overschrijdende
Raamcontracten, van de FOD P&O. Ten tweede, is er ABA,
Aankoopbeleid en Advies, van de FOD P&O.
FOR sluit de raamcontracten af voor de federale administraties. ABA
is als het ware een consultancybureau dat andere diensten
ondersteunt en begeleidt bij het afsluiten van hun eigen
overheidsopdrachten.
Tijdens de hervorming van het Federaal Aankoopbureau in 2002 is
eveneens beslist dat de structuur van de aankoopfunctie de
organisatorische principes van ons land moest respecteren, dit naar
aanleiding van de staatshervormingen.
Dit betekent concreet dat elk bestuurlijk niveau zelf zijn
aankoopfunctie moet organiseren. Het federale aankoopbureau kan
dus geen aankopen meer doen voor bijvoorbeeld de provincies.
In 2003-2004 heeft toenmalig minister van Ambtenarenzaken, Marie
Arena, wel getracht opnieuw de mogelijkheid open te stellen voor
andere bestuurlijke niveaus maar dit bleek reglementair niet haalbaar
en zelfs ongrondwettelijk. Er is vorig jaar door mijn voorgangster
minister Inge Vervotte niet overwogen dit alsnog te doen.
Zoals eerder gezegd, moet elk bestuurlijk niveau zijn eigen
aankoopfunctie organiseren en kan het federale niveau niet meer
optreden voor andere niveaus. Elk niveau kan bijvoorbeeld een eigen
aankoopcentrale oprichten, of elke dienst kan zich als een
aankoopcentrale naar andere diensten profileren. Via gezamenlijke
aankopen kunnen zij zo belangrijke schaalvoordelen realiseren, vooral
wegens de lagere administratieve last van een gezamenlijke
procedure en wegens de prijsvoordelen bij aankoop van grotere
03.02
Steven
Vanackere,
ministre:
Le
Bureau
fédéral
d'Achats a existé jusqu'en 2002. Il
concluait avec des fournisseurs,
par le biais de procédures de
marché public, des contrats
d'acquisition dont pouvaient faire
usage toutes les administrations
du pays, en ce compris les
administrations provinciales.
Le plan Copernic a eu pour effet
de scinder ce Bureau en deux
services:
CMS,
le
service
"Contrats
cadres-multi
SPF",
conclut les contrats pour le compte
des administrations fédérales et le
CPA, le service "Conseil et
Politique d'Achats", appuie les
autres services et les encadre
lorsqu'ils concluent leurs propres
marchés
publics.
Durant
la
réforme, il a été décidé que la
structure des fonctions d'achats
devait respecter les principes
organisationnels de notre pays, ce
qui signifie que chaque niveau
administratif doit organiser lui-
même sa propre fonction d'achats.
En 2003-2004, la ministre en
fonction à l'époque, Mme Arena,
avait
souhaité
offrir
cette
possibilité à d'autres niveaux
administratifs, ce qui ne s'est pas
révélé réalisable pour des raisons
réglementaires. L'an passé, la
ministre qui était en fonction,
Mme Vervotte, n'a pas envisagé
de poursuivre dans cette voie.
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
hoeveelheden.
Il
est
possible de réaliser
d'importantes économies d'échelle
grâce aux frais administratifs
moins élevés d'une procédure
collective et grâce aux avantages
de prix que présentent les achats
de grandes quantités.
03.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Dank u voor uw antwoord. Het is
natuurlijk een spijtige zaak. Het is een verspilling van energie, die
aparte aankoopdienst. Maar goed, als het apart gebeurt, is het zo.
03.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Ce service d'achat
distinct constitue un bel exemple
de gaspillage d'énergie, mais
puisqu'il en est ainsi.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het Schengen-
visum type C" (nr. 12590)
04 Question de Mme Leen Dierick à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "le visa
Schengen de type C" (n° 12590)
04.01 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, in het jaarverslag 2008 van de ombudsman merkt die op dat
sommige standaardformuleringen de werking van de administratie
kunnen vereenvoudigen, maar dat concrete situaties niet uit het oog
verloren mogen worden. Als voorbeeld haalt de ombudsman de
standaardmotivering bij de weigering van het Schengenvisum type C
aan.
Voor de Dienst Vreemdelingenzaken bij de FOD Binnenlandse Zaken
de toelating geeft om een visum kort verblijf uit te reiken, wordt
onderzocht of de aanvrager de nodige bestaansmiddelen heeft.
Wanneer deze zelf zijn solvabiliteit niet kan bewijzen, kan hij een
verbintenis tot tenlasteneming voorleggen. Door deze verbintenis stelt
een Belg of een vreemdeling die in België verblijft zich garant voor de
verblijf- en terugkeerkosten en de gezondheidszorg van de persoon
die op basis van het visum in België verblijft.
Uit de beslissingen blijkt dat de DVZ een visum kort verblijf soms
weigert met als reden dat de aanvrager onvoldoende eigen middelen
bewijst, terwijl er een verbintenis tot tenlasteneming werd voorgelegd.
De DVZ gebruikt deze standaardformulering wanneer hij meent dat er
een gevaar voor vestiging is. Men gaat na of de aanvrager een
belangencentrum behoudt in zijn land van herkomst, dat garandeert
dat hij na het verstrijken van zijn visum zal terugkeren. De DVZ meent
dat voldoende eigen middelen van bestaan hebben in het land van
herkomst een garantie kan zijn dat men later zal terugkeren. De DVZ
erkent dat er geen eigen middelen mogen worden gevraagd wanneer
er een garant is en zal nadenken over een andere formulering.
Is er ondertussen reeds een andere formulering om de beslissingen
tot weigering op een meer gepaste manier te motiveren?
Hebt u een idee hoeveel dergelijke weigeringen er jaarlijks worden
uitgesproken?
Wat verstaat men eigenlijk onder voldoende eigen middelen? Welke
04.01 Leen Dierick (CD&V): Le
médiateur cite la motivation
standard en cas de refus d'un visa
Schengen de type C comme un
exemple de formule standard dans
le cadre de laquelle la situation
concrète est perdue de vue.
Avant d'autoriser l'émission d'un
visa "court séjour", l'Office des
étrangers examine les moyens de
subsistance du demandeur. S'il ne
peut pas démontrer sa solvabilité,
un Belge ou un étranger résidant
en Belgique peut se porter garant
pour ses frais de séjour, ses frais
de rapatriement et ses soins de
santé.
Il arrive toutefois que l'Office des
étrangers refuse un visa dans
pareils cas. L'Office des étrangers
utilise la formule standard lorsqu'il
estime qu'il y a un risque
d'établissement. Il vérifie si le
demandeur conserve un centre
d'intérêt dans son pays d'origine et
s'il dispose de moyens propres
suffisants garantissant qu'il y
retournera à l'expiration du visa.
L'Office des étrangers réfléchit à
une autre formulation.
Une autre formulation a-t-elle déjà
été élaborée pour justifier plus
adéquatement les décisions de
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
criteria hanteert men hiervoor?
refus? Combien de refus de ce
type
dénombre-t-on
chaque
année?
Qu'entend-on
par
"moyens
propres
suffisants"?
Quels critères applique-t-on en la
matière?
04.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, beste
collega, voor alle duidelijkheid, wanneer een visumaanvraag gepaard
gaat met een verbintenis tot tenlasteneming door een solvabele
garant in België, moet de visumaanvrager niet het bewijs kunnen
leveren van eigen bestaansmiddelen om zijn reis en zijn kort verblijf in
België te bekostigen.
De visumaanvrager heeft niet alleen een financiële dekking nodig
voor zijn verblijf, hij moet ook de nodige garanties kunnen geven dat
hij terugkeert naar zijn land van oorsprong na de afloop van zijn
visum. Indien hij deze waarborg niet kan geven, moet zijn visum,
conform de gemeenschappelijke Schengeninstructies, worden
geweigerd. Deze waarborg kan een persoon die niet over
bestaansmiddelen beschikt in eigen land vaak moeilijk geven. In dat
geval weigert de Dienst Vreemdelingenzaken het visum, door te
stellen dat er sprake is van geen of onvoldoende garantie op
terugkeer aangezien betrokkene niet afdoende kan aantonen dat hij
voldoende en regelmatige inkomsten heeft uit, bijvoorbeeld, legale
winstgevende activiteiten.
In het verleden gaf de formulering van de motivatie soms aanleiding
tot verwarring tussen beide garanties die worden gevraagd bij het
indienen van de visumaanvraag, namelijk de garantie van de
financiële dekking van het verblijf in België, enerzijds, en de garantie
op terugkeer, anderzijds. Beide aspecten moeten echter duidelijk
worden gescheiden.
Hoeveel dergelijke weigeringen jaarlijks worden uitgesproken valt
moeilijk te becijferen, aangezien het vaak gaat om slechts een van de
redenen, tussen andere, voor de weigering van een visum.
In de nieuwe gemeenschappelijke visacode die op Europees vlak
wordt uitgewerkt en die is voorzien voor eind 2009, zal expliciet
worden aangeduid hoe visumaanvragers kunnen bewijzen dat ze wel
degelijk de intentie hebben om het grondgebied van de
Schengenstaten te verlaten voor het vervallen van het verkregen
visum. Dit kan volgens het voorstel van visacode, namelijk door
middel van vliegtuigtickets, het bewijs van financiële middelen in het
land van oorsprong, het bewijs van tewerkstelling, het bewijs van
eigendommen en het bewijs van integratie in het land van oorsprong
door familiebanden of professionele status. Dit is overigens al de
manier waarop België op dit ogenblik de garantie op terugkeer
nagaat.
04.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Lorsqu'une demande de
visa comprend un engagement de
prise en charge, le demandeur du
visa ne doit pas être en mesure de
fournir la preuve qu'il dispose de
moyens de subsistance propres.
Le demandeur a non seulement
besoin d'une couverture financière
pour son séjour, mais il doit
également pouvoir donner les
garanties nécessaires attestant
son intention de retourner dans
son pays une fois que son visa
aura expiré. S'il ne peut apporter
cette garantie, son visa doit,
conformément aux instructions de
Schengen,
lui
être
refusé.
Lorsqu'une personne ne dispose
pas de moyens de subsistance
dans son propre pays, et qu'elle
ne peut donc apporter cette
garantie, l'Office des étrangers
refuse le visa au motif d'une
garantie insuffisante de retour au
pays.
Dans le passé, la formulation de la
motivation donnait parfois lieu à
une confusion entre les deux
garanties réclamées lors de
l'introduction d'une demande de
visa. Or la garantie de couverture
financière et la garantie de retour
doivent être clairement distinguées
l'une de l'autre.
Le nombre de refus basé sur ce
critère est difficile à évaluer, dès
lors qu'il ne s'agit souvent que
d'un élément parmi d'autres qui
motivent la non-délivrance du visa.
Le nouveau code en matière de
visas,
qui
est
en
cours
d'élaboration au niveau européen,
indiquera explicitement la manière
dont les demandeurs de visa
pourront prouver qu'ils ont bel et
bien l'intention de quitter le
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
territoire des États Schengen à
l'échéance de leur visa. Ils
pourront notamment le faire au
moyen de billets d'avion, d'une
preuve
de
possession
de
ressources financières dans le
pays d'origine, d'une attestation
d'occupation, d'une preuve de
propriété
ou
d'une
preuve
d'intégration
dans
le
pays
d'origine, que ce soit sur la base
de liens familiaux ou d'un statut
professionnel.
04.03 Leen Dierick (CD&V): Ik dank u voor dit uitgebreid antwoord,
mevrouw de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de
standpunten van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding met betrekking tot de
hervorming van het Wetboek van de Belgische nationaliteit" (nr. 13421)
05 Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les
positions du Centre pour l'égalité des chances et la lutte contre le racisme concernant la réforme du
Code de la nationalité belge" (n° 13421)
05.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, deze vraag handelt over de standpunten van het Centrum
voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding inzake de
hervorming van het Wetboek van de Belgische Nationaliteit.
In zijn jaarverslag geeft het Centrum commentaar op de in het
regeerakkoord aangekondigde hervorming van het Wetboek van de
Belgische Nationaliteit. In het regeerakkoord staat immers dat de
nationaliteitsverwerving
zal
worden
geobjectiveerd
en
migratieneutraler zal worden gemaakt, zodat alleen personen die zijn
ingeschreven in het rijks- of vreemdelingenregister de nationaliteit
kunnen verwerven. Men moet dus in België verblijven.
Meer bepaald gaat het om artikel 12bis, §1, 2de, van het Wetboek
van de Belgische Nationaliteit dat thans bepaalt dat meerderjarige
kinderen die in het buitenland wonen en van wie een van de ouders
de Belgische nationaliteit heeft of verwerft, recht hebben op de
nationaliteit.
Omdat het uitgangspunt is dat het verblijf, weliswaar onder bepaalde
voorwaarden, recht geeft op de nationaliteit, en niet omgekeerd, is in
het regeerakkoord voorzien dat artikel 12bis zal worden gewijzigd.
Het Centrum plaatst in zijn jaarverslag kritische kanttekeningen bij dat
voornemen omdat naar zijn oordeel dat artikel het recht van familiale
banden tussen Belgen en hun meerderjarige kinderen die buiten de
EU verblijven, waarborgt. Als ze die mogelijkheid niet zouden hebben,
dan zouden deze kinderen, aldus het Centrum, een visum voor kort
verblijf moeten aanvragen om normale familiebanden met hun
Belgische ouders te onderhouden. De praktijk wijst volgens het
Centrum uit dat een dergelijk visum vaak wordt geweigerd.
05.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V):
Le
gouvernement
souhaite limiter l'acquisition de la
nationalité aux personnes inscrites
au registre de la population ou au
registre
des
étrangers.
Actuellement, les majeurs qui
résident à l'étranger et dont l'un
des parents possède la nationalité
belge ont également le droit
d'obtenir la nationalité.
Dans son rapport annuel, le
Centre pour l'Égalité des Chances
et la Lutte contre le Racisme
(CECLR) critique cette réforme
annoncée
dans
l'accord
de
gouvernement. Le Centre indique
que le régime actuel garantit le
droit aux relations familiales entre
des Belges et leurs enfants
majeurs étrangers. Sans cette
réglementation,
les
enfants
devraient demander un visa de
court séjour, lequel est souvent
refusé, au dire du CECLR.
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Het Centrum vermoedt dan ook dat heel wat personen die op basis
van artikel 12bis Belg zijn geworden, zich niet in ons land hebben
gevestigd. Als de meerderjarige kinderen in het buitenland niet meer
over de mogelijkheid beschikken van artikel 12bis, zal dat volgens het
Centrum tot gevolg hebben dat die personen ertoe verplicht worden
om een aanvraag in te dienen tot gezinshereniging. Het Centrum vindt
het tevens aangewezen om de maatregelen voor een
migratieneutraler Wetboek van de Belgische Nationaliteit te koppelen
aan de maatregelen ingeschreven in de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebeid om de toegang tot het
grondgebied gemakkelijker te maken voor meerderjarige kinderen
met Belgische ouders.
De voorzitter: Mevrouw de minister.
05.02 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik heb nog
niet gedaan. Nu ga ik mijn vragen stellen. U bent iets te rap!
Mevrouw de minister, daarover wens ik de volgende vragen te stellen.
Zijn er cijfers beschikbaar over het aantal personen die op basis van
artikel 12bis, §1, 2de, de Belgische nationaliteit hebben verworven en
die momenteel niet in ons land verblijven?
Ten tweede, klopt het dat aan meerderjarige kinderen van wie een
ouder Belg is vaak een visum voor een kort verblijf wordt geweigerd?
Zijn daarover cijfers beschikbaar? Op welke gronden wordt een
dergelijk visum geweigerd?
Bent u het eens om de maatregelen voor een migratieneutraler
Wetboek van de Belgische Nationaliteit te koppelen aan de
maatregelen ingeschreven in de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied om de toegang tot het
grondgebied gemakkelijker te maken voor meerderjarige kinderen
met een Belgische ouder?
05.02
Stefaan
Vercamer
(CD&V): La ministre dispose-t-elle
de chiffres concernant le nombre
de personnes qui ont acquis la
nationalité belge sur la base de
l'article 12bis et qui résident dans
notre pays? Est-il exact que les
enfants majeurs de Belges se
voient souvent refuser un visa de
court
séjour?
Pour
quelles
raisons? Dispose-t-on de chiffres à
cet égard?
Que pense la ministre de la
proposition du CECLR de faciliter
l'accès au territoire des enfants
majeurs ayant un parent belge,
tout en rendant l'acquisition de la
nationalité plus neutre?
05.03 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter,
collega's, ik wil eerst en vooral zeggen dat ik het ermee eens ben dat
de nationaliteitsverwerving moet worden geobjectiveerd en
migratieneutraal moet worden gemaakt, zodat alleen personen die
zijn ingeschreven in het rijksregister de Belgische nationaliteit kunnen
verwerven.
Het kan niet dat meerderjarige kinderen die sinds hun geboorte in het
land van herkomst verblijven en er hun leven hebben opgebouwd via
een gewone nationaliteitsverklaring de nationaliteit kunnen verwerven
van een land waarmee hun enige band is dat er een ouder woont die
de Belgische nationaliteit heeft of verworven heeft.
Ik kan u niet zeggen hoeveel mensen op deze basis de Belgische
nationaliteit verwerven omdat de nationaliteitswetgeving behoort tot de
bevoegdheid van de minister van Justitie. Mijn diensten beschikken
dus niet over de gevraagde statistieken.
De kritiek dat de wijziging van artikel 12 het uitoefenen van het recht
van familiale banden tussen Belgen en hun meerderjarige kinderen
die buiten de EU verblijven in het gedrang zou brengen, is heel
05.03 Annemie Turtelboom,
ministre: Je soutiens la proposition
visant à objectiver l'obtention de la
nationalité et à rendre cette
démarche plus neutre au regard
de
l'immigration.
Il
serait
regrettable à mes yeux que les
personnes majeures résidant à
l'étranger puissent obtenir la
nationalité belge au seul motif
qu'un des parents est belge.
Je ne dispose pas de statistiques
concernant
le
nombre
de
personnes
ayant
acquis
la
nationalité de cette manière étant
donné que cette matière relève de
la compétence du ministre de la
Justice.
La critique émise par le Centre
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
voorwaardelijk en voornamelijk gebaseerd op vermoedens.
Zo zegt het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en
Racismebestrijding dat de praktijk uitwijst dat dergelijke visa vaak
worden geweigerd, maar hierover bestaan geen cijfers.
Statistieken inzake het aantal weigeringen van een visum kortverblijf
aan meerderjarige kinderen van een Belgische ouder zijn niet
beschikbaar omdat statistieken op basis van dergelijke specifieke
parameters niet worden bijgehouden.
Bovendien wordt bij visumaanvragen in de eerste plaats rekening
gehouden met de voorgelegde documenten en het advies van de
diplomatieke post. Aangezien het doel van de visumaanvraag ­ het
visum familiebezoek ­ gemakkelijk kan worden bewezen door het
bewijs van afstamming te leveren, is de kans op een gunstige
beslissing bij een dergelijk familiebezoek juist heel groot.
Weigeringen komen alleen voor wanneer de aanvrager zijn
afstamming niet kan bewijzen aan de hand van documenten of
wanneer er aanwijzingen zijn dat men probeert het visum kortverblijf
te misbruiken en men eigenlijk gezinshereniging beoogt.
Uiteraard kunnen ook weigeringen voorkomen omwille van redenen
van openbare orde of het gebruik van valse documenten.
Het is dan ook niet de bedoeling het migratieneutraal maken van het
Wetboek van de Belgische nationaliteit te koppelen aan eventuele
versoepelingen in de wet om de toegang tot het grondgebied van
meerderjarige kinderen van Belgische ouders te vergemakkelijken.
Dit lijkt mij niet alleen niet nodig, maar ook niet wenselijk. Dergelijke
aanpassingen zouden immers volledig in strijd zijn met de Schengen-
reglementering. De toegang tot het grondgebied gebeurt immers voor
visumplichtige nationaliteiten overeenkomstig de gemeenschappelijke
visuminstructie Schengen.
Voldoet men aan de verschillende voorwaarden die in deze instructie
worden gesteld voor de afgifte van een reisvisum, dan wordt een
visum verleend door de dienst Vreemdelingenzaken of de Belgische
diplomatieke post in het buitenland.
De Schengen-instructie maakt geen onderscheid tussen bepaalde
verenigingen, maar stuurt wel aan op een aantal garanties met
betrekking tot de financiële dekking van de reis en het verblijf en de
daadwerkelijke terugkeer naar het land van herkomst.
pour l'égalité des chances à
propos du risque de voir remettre
en cause le droit au respect des
liens familiaux dans l'hypothèse
d'une modification de la loi est
formulée au conditionnel et n'est
fondée que sur des suppositions.
Les allégations du Centre selon
lesquelles les visas pour des
séjours de courte durée seraient
souvent refusés ne sont pas
davantage
étayées
par
des
données chiffrées. La probabilité
qu'un avis positif soit rendu dans
le cadre d'une demande de visa
est précisément élevée lorsque
l'objectif consiste à rendre visite à
sa famille et que la filiation est
attestée par des documents. Les
visas sont refusés lorsque le
demandeur n'est pas en mesure
de prouver cette filiation, s'il est
recouru à de faux documents ou
encore, lorsque des indices
donnent à penser que le visa fera
l'objet d'abus.
À mon avis, ce serait une erreur
de
conditionner
à
un
assouplissement de la délivrance
de visas aux enfants majeurs
l'objectivation de l'obtention de la
nationalité et le fait de la rendre
plus
neutre
en
termes
d'immigration. Ce serait en outre
contraire au règlement Schengen.
Les instructions données dans le
cadre des accords de Schengen
prévoient,
certes,
qu'aucune
distinction ne peut être établie
entre
certaines
catégories
d'étrangers mais requièrent que
des garanties soient fournies pour
le financement du voyage et du
retour.
05.04 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, ik heb nog twee elementen van repliek.
Ten eerste, dat het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en
Racismebestrijding, een overheidsdienst nota bene, dit zomaar in een
jaarrapport schrijft ­ volgens u gebaseerd op vermoedens en niet op
cijfers ­ doet vragen rijzen. Misschien moet toch eens worden
bekeken hoe men daar in de toekomst mee omgaat. Dat creëert toch
een beeld van hoe wij met die problematiek omgaan. Blijkbaar klopt
dat niet of is dat gebaseerd op vermoedens, maar het doet in elk
geval een bepaalde perceptie ontstaan die blijkbaar niet correct is.
05.04
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Le fait que le Centre
formule ses critiques dans le
rapport annuel démontre qu'une
erreur de perception est à tout le
moins
commise.
Aussi
me
semble-t-il souhaitable que la
ministre se concerte avec le
Centre.
Le ministre de la Justice veut que
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Mijn vraag is om met het Centrum een gesprek aan te gaan over hoe
men die commentaren in het jaarverslag opneemt.
Ten tweede, de minister van Justitie had dit ook aangekondigd. Het
verheugt mij dat u beiden ter zake op dezelfde golflengte zit. Dat
betekent dat wij snel tot een hervorming met betrekking tot het
verkrijgen van de Belgische nationaliteit voor meerderjarige kinderen
in het buitenland kunnen overgaan. Hij heeft aangekondigd dat de
gesprekken daarover nog voor de zomervakantie zullen worden
opgestart. Welke timing zal worden gehanteerd om die gesprekken op
te starten?
cette réforme soit mise en oeuvre
rapidement et il a donc annoncé
que les discussions débuteraient
avant
les
vacances
parlementaires. A-t-il déjà fixé un
calendrier?
05.05 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, ik denk
dat wij een zaak hebben geleerd: ons vastpinnen op een timing helpt
niet. U weet dat ik, zeker op dit vlak, een medestander ben.
05.05 Annemie Turtelboom,
ministre: S'il est bien une leçon
que nous avons apprise, c'est qu'il
ne sert à rien de s'accrocher à un
calendrier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de strijd tegen
illegale transitmigratie" (nr. 13547)
06 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "la lutte
contre la migration illégale de transit" (n° 13547)
06.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, het is volgens mij goed dat u letterlijk en figuurlijk de grenzen
van de migratie wat aftast. Dat is de reden waarom wij nieuwsgierig
zijn naar de vergadering die u hebt geleid in het gerechtsgebouw van
Brugge met verantwoordelijken van politie, gerecht en lokale
autoriteiten over de strijd tegen illegale transitmigratie naar Groot-
Brittannië.
De minister werd daar onder meer op de hoogte gebracht van de
politieacties die al werden gehouden. Wij hebben dit onderwerp hier
begin mei trouwens al in de commissie behandeld.
Op 19 mei hebt u dan een bezoek gebracht aan uw Franse collega
Besson. De problematiek van transitmigratie is toen ook behandeld.
Daar is blijkbaar ook aangekondigd dat hij het kamp in de buurt van
Sangatte tegen het einde van het jaar wil sluiten.
Ik had willen vragen of u nog wat meer informatie kon geven over dat
contact met uw Franse collega. Wat is er concreet afgesproken voor
verdere afspraken? Is de sluiting van het kamp nabij Sangatte
inderdaad aan bod gekomen? Wat zijn de eerste resultaten van de
politieacties van vorige maand?
06.01 Michel Doomst (CD&V):
Mardi dernier, la ministre a présidé
une réunion consacrée à la lutte
contre la migration illégale de
transit vers la Grande-Bretagne.
Le 19 mai, elle a également rendu
visite à son homologue français
pour aborder ce problème.
La ministre pourrait-elle nous
parler de cette visite? Quels
accords concrets a-t-elle conclus
avec
son
homologue
de
l'Hexagone? La fermeture du
camp de Sangatte a-t-elle été
abordée lors de leur entretien?
Quels sont les premiers résultats
des opérations policières qui ont
été menées le mois passé?
06.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, beste
collega's, zowel mijn Franse collega als ikzelf zijn ons bewust van de
noodzaak van een nauwere samenwerking tussen de politiediensten
in een Europese ruimte met vrij grensverkeer. Om die reden hebben
we afgesproken om de operationele samenwerking tussen Frankrijk
en België in het kader van de strijd tegen de illegale migratie, de
mensensmokkel en mensenhandel te versterken. Er komen
gezamenlijke politieacties op de autosnelwegen, die de Franse en
Belgische kusten van het Kanaal en de Noordzee met elkaar
06.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Mon collègue français et
moi-même nous accordons pour
dire qu'une collaboration étroite
est nécessaire pour résoudre le
problème de la migration de
transit. C'est pourquoi nous
intensifierons
la
collaboration
opérationnelle entre la France et la
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
verbinden. Voorts wordt voorzien in de coördinatie van het
inlichtingennetwerk om de illegale immigratienetwerken die het vertrek
van migranten naar het Verenigd Koninkrijk organiseren, te
ontmantelen. Als men aan de netwerken werkt, werkt men
automatisch ook aan de mogelijke slachtoffers ervan.
Op de hogesnelheidstreinen, meer bepaald op de lijnen Lille-Brussel
en Parijs-Brussel, worden in samenwerking met de andere Europese
politiediensten gezamenlijke patrouilles van de spoorwegpolitie
ingezet. We zullen gezamenlijke middelen inzetten voor
grensterugleidingen en we zullen onze krachten bundelen voor de
mobilisatie van Europese middelen van het Frontexagentschap.
Gezien de gelijkaardige situatie in de havens van Calais en Oostende,
zullen op ministerieel niveau regelmatig uitwisselingen plaatsvinden
om de inspanningen aan weerszijden van de grens nauwgezet te
coördineren.
Tijdens de ontmoeting met mijn Franse collega Besson spraken we
inderdaad over de sluiting van de zogenaamde jungle, een reeks
tentenkampen van illegale immigranten in de buurt van Calais. De
Franse minister bevestigde dat het zijn ambitie is aan die toestand
een einde te maken, mede vanwege de rellen en gevechten die er
soms plaatsvinden. Hij wil dat echter op een zo humaan mogelijke
manier doen. Hij gaf ook aan hoe hij te werk zou kunnen gaan. Hij
kijkt echt op welke manier dat kamp zo menselijk mogelijk kan
worden gesloten, met alle mogelijke opties die er zijn.
De Dienst Vreemdelingenzaken nam in de maand mei deel aan drie
controleacties in Oostende. Die acties leverden de volgende
resultaten op. In totaal werden 65 administratieve rapporten
opgesteld, waaronder 37 opsluitingen en 11 bevelschriften om het
grondgebied te verlaten. Zeventien keer liet men de mensen
beschikken, maar "laten beschikken" kan verschillende categorieën
inhouden, zoals mensen die al een bevelschrift hebben om het
grondgebied te verlaten, minderjarigen die deel uitmaken van een
familie of niet-begeleide minderjarigen die een voogd hebben. Dat
ressorteert onder "niet-laten beschikken". Van die zeventien, waren er
negen minderjarig. Het gaat dus gewoonlijk over leden van een
familie en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Hen laten we
niet zomaar lopen, bij wijze van spreken.
Belgique dans le cadre de la lutte
contre la migration illégale et la
traite des êtres humains. Ainsi,
des actions communes seront
organisées sur les autoroutes en
provenance et en direction des
côtes de la Manche et de la mer
du Nord. Une coordination du
réseau
d'informations
est
également
prévue,
afin
de
démanteler
les
réseaux
d'immigration
illégaux.
Des
patrouilles
communes
seront
également déployées dans les
TGV Lille-Bruxelles et Paris-
Bruxelles. Des fonds communs
seront également dégagés pour
les raccompagnements à la
frontière et nous essayerons
d'obtenir des moyens de l'agence
européenne Frontex. Au niveau
ministériel, nous échangerons
régulièrement des informations
relatives aux efforts fournis par les
deux pays.
Le ministre Besson souhaite
fermer les camps de tentes à
proximité de Calais et examine
comment il peut y être procédé le
plus humainement possible.
L'Office des étrangers a mené
trois actions de contrôle à Ostende
en mai dernier. Soixante-cinq
rapports administratifs ont été
rédigés lors de ces opérations. Il
en a résulté 37 incarcérations, 11
personnes ont reçu l'ordre de
quitter le territoire et 17 personnes
ont pu disposer, ce qui ne signifie
pas que nous les relâchons sans
plus, car il s'agit en l'occurrence
notamment de mineurs.
06.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor
uw antwoord. Ik denk dat u terecht de nadruk legt op het feit dat we
de netwerken moeten ontmantelen. Dat systeem werkt op ons
systeem. We moeten er dus alles aan doen om dat fenomeen te
verhelpen.
De politieacties blijken op gang te zijn gekomen. Ik neem aan dat ze
in de toekomst systematisch zullen worden voortgezet en
gecontinueerd. Wij zullen ook van hieruit de resultaten op het terrein
opvolgen, in de hoop dat we op die manier het transnationale
samenwerkingsverband op tijd en stond kunnen evalueren.
06.03 Michel Doomst (CD&V):
Je pense que mettre l'accent sur
le démantèlement des réseaux est
une bonne chose.
Het incident is gesloten.
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "meer Europa
inzake migratie" (nr. 13549)
07 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "plus
d'Europe en matière de migration" (n° 13549)
07.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, aan de
vooravond van het Zweedse EU-voorzitterschap hebt u uw Zweedse
collega Tobias Billström in Stockholm ontmoet. Het gesprek ging over
het migratiebeleid van de verschillende Europese lidstaten en over het
feit dat in de toekomst waarschijnlijk een Europese aanpak voort
noodzakelijk zal zijn.
Ook de problematiek van de niet-begeleide minderjarigen is daar
besproken. Het is interessant te vernemen welke informatie ons u
naar aanleiding van die gesprekken kunt meedelen. Hebt u daar
concrete afspraken gemaakt voor het optimaliseren van het Europese
migratiebeleid? Welke afspraken zijn daar gemaakt inzake de
problematiek van de niet-begeleide minderjarigen? En welke rol ziet u
België spelen in dat Europese migratiebeleid?
07.01 Michel Doomst (CD&V):
La ministre Turtelboom a eu une
entrevue avec son homologue
suédois afin de discuter de
l'approche européenne de la
politique de migration.
La ministre peut-elle donner des
informations sur cette visite?
Quels accords concrets ont-ils été
conclus en ce qui concerne la
poursuite de l'optimisation de la
politique migratoire européenne et
la problématique des mineurs non
accompagnés? Quel rôle la
ministre se voit-elle jouer dans la
concrétisation
d'une
politique
européenne
en
matière
de
migration?
07.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter,
collega's, het bezoek dat ik op 28 mei 2009 aan mijn Zweedse collega
Billström in Stockholm bracht, stond inderdaad in het teken van het
toekomstige, Zweedse, Europese voorzitterschap van de Europese
Unie.
Zweden neemt op 1 juli 2009 het voorzitterschap van de Europese
Unie over. Het doet dat op een cruciaal moment voor de Europese
samenwerking inzake Migratie en Asiel.
Tijdens het Zweedse voorzitterschap zal in opvolging van het Haagse
programma, dat eind 2009 afloopt, een nieuw vijfjarenprogramma
voor samenwerking inzake Binnenlandse Zaken en Justitie worden
aangenomen.
Het eerste doel van mijn reis naar Stockholm was dan ook van
gedachten te wisselen over een aantal principes, waarvan ik van
oordeel ben dat zij het voornoemde programma van Stockholm
zouden moeten inspireren.
De Europese Commissie zal haar ontwerp voor voornoemd
programma in de tweede helft van juni 2009 bekendmaken. Het is
echter duidelijk dat het toekomstige, Europese Voorzitterschap bij de
totstandkoming van de uiteindelijke tekst van het programma een
belangrijke rol zal spelen.
Bovendien komt het bezoek op het moment dat een aantal
belangrijke, Europese landen, zoals Duitsland en het Verenigd
Koninkrijk, signalen uitzenden dat zij een verdere integratie van het
Europese asielbeleid wensen te vertragen.
07.02 Annemie Turtelboom,
ministre: J'ai rendu visite à mon
homologue suédois à l'approche
de la présidence suédoise de
l'Union européenne. C'est sous
cette présidence qu'un nouveau
programme
quinquennal
de
coopération relative aux Affaires
intérieures et à la Justice sera
adopté. L'objectif de ma visite était
d'échanger des points de vue sur
certains principes dont j'estime
qu'ils
doivent
inspirer
ce
programme.
La
Commission
européenne
publiera son projet de programme
de concertation dans le courant de
ce mois. Or, nous avons appris
entre-temps
que
des
pays
importants tels que l'Allemagne et
la
Grande-Bretagne
envisageraient
de
freiner
la
poursuite de l'intégration de la
politique européenne en matière
d'asile. Je partage l'analyse de
M. Billström selon laquelle la
question des migrations ne peut
être gérée de façon correcte que
si la collaboration au niveau
européen est renforcée.
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Uit ons onderhoud bleek dat mijn collega-minister Billström alsook
ikzelf uitgesproken voorstanders zijn van niet minder maar wel meer
Europa in het domein Asiel en Migratie. Enkel indien wij onze
inspanningen bundelen, kan Europa het migratiefenomeen op een
correcte manier beheersen en kunnen wij personen die recht hebben
op asiel, een correct en hoog niveau van bescherming bieden.
Minister Billström en ikzelf waren het ook eens over een aantal grote
principes voor het Europese migratiebeleid. Wij waren het, ten eerste,
eens over de verdere aandacht voor de positie van de legale migrant,
waarbij iedere lidstaat op zijn specifieke situatie moet kunnen
inspelen. Wij waren het ook eens over een grotere aandacht voor
maatregelen die illegale migratie kunnen tegengaan, waarbij de
klemtoon op een verdere uitbouw van de geïntegreerde controles aan
de buitengrenzen ligt. Tevens waren wij het eens over de uitvoering
van preventiemaatregelen in de landen van oorsprong en in de
transitlanden evenals over het realiseren van betere afspraken voor
de readmissie van illegalen. Ten derde, wij waren het ook eens over
het uitbouwen van de interne solidariteit binnen de Europese Unie met
landen die een grotere toestroom aan de buitengrenzen krijgen,
alsook met landen van oorsprong en transitlanden.
Zowel Zweden als België zullen zich inzetten, opdat Europa haar
geïntegreerd en evenwichtig beleid inzake Asiel en Migratie, zoals het
in 2008 nog in het Europese Pact voor Migratie en Asiel werd
bevestigd, nader gestalte zou geven.
Zo heb ik tijdens de meest recente JBZ-Raad aangedrongen op een
gemeenschappelijk, Europees asielstelsel, dat overigens een van de
hoekstenen van het Europese Migratie- en Asielpact is. Ik heb
gevraagd dat er, ten eerste, een geharmoniseerde, Europese
wetgeving komt. Ten tweede, een praktische samenwerking tussen
de lidstaten is noodzakelijk. Daarom pleit ik ervoor dat het Europees
Asielondersteuningsbureau zo snel mogelijk zou worden opgestart.
Ten derde, er is meer solidariteit nodig, zowel met derde landen als
tussen de lidstaten onderling.
Solidariteit is des te belangrijk, omdat wij ons goed moeten realiseren
dat wij ons in een zone van vrij verkeer bevinden. De druk die aan de
buitengrenzen van de Europese Unie wordt uitgeoefend op wat ik de
eerstelijnlanden zou noemen, heeft ook invloed op heel korte termijn
op meer centraal gelegen landen zoals België.
Het adequate antwoord op die gemeenschappelijke uitdaging kan
mijns inziens alleen worden gegeven door het voeren van een echt
gemeenschappelijk Europees migratiebeleid.
De problematiek van de bescherming van niet-begeleide
minderjarigen kwam heel uitgebreid aan bod tijdens het onderhoud in
Zweden. Zweden zal aan de problematiek een prominente plaats
geven tijdens zijn voorzitterschap en ik wil hetzelfde doen tijdens het
Belgisch voorzitterschap eind 2010.
Het aantal niet-begeleide minderjarigen dat toegang zoekt tot de
Europese Unie, neemt ieder jaar toe. Die kinderen zitten in een
bijzonder kwetsbare positie om misbruikt te worden. We blijven
voortzoeken naar oplossingen om hen op een goede manier op te
vangen ­ België en Zweden zijn de twee eerste lidstaten die kinderen
Le ministre Billström et moi-même
étions d'accord sur le fait qu'il faut
continuer de s'intéresser au sort
de l'immigrant légal et que chaque
État membre doit pouvoir réagir à
sa situation spécifique. Nous
voulons aussi plus de mesures
contre l'immigration clandestine en
mettant l'accent sur les contrôles
intégrés aux frontières extérieures.
Nous partagions le même point de
vue concernant les mesures
préventives
dans
les
pays
d'origine et de transit et sur de
meilleurs
accords
pour
la
réadmission des clandestins.
Nous voulons tous deux plus de
solidarité au sein de l'UE avec les
pays qui connaissent un afflux
important et, en dehors de l'UE,
avec les pays d'origine et de
transit.
Tant la Suède que la Belgique
veulent contribuer à donner forme
au
pacte
européen
sur
l'immigration et l'asile. Le régime
européen commun d'asile, sur
lequel j'ai encore insisté lors du
dernier Conseil Justice et Affaires
intérieures, en est la clé de voûte.
Je préconise une législation
européenne harmonisée et la
coopération
entre
les
États
membres. C'est pourquoi je
demande la création, le plus
rapidement possible, d'un Bureau
européen d'appui en matière
d'asile.
La solidarité revêt une importance
énorme parce que nous nous
trouvons dans une zone de libre
circulation. La pression exercée
sur les frontières extérieures de
l'UE a aussi une incidence sur un
pays central comme le nôtre. Il
convient donc de considérer la
migration
comme
un
défi
communautaire.
La protection des mineurs non
accompagnés a aussi été évoquée
lors des entretiens en Suède. Nos
deux pays donneront une place de
choix à cette question pendant leur
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
hebben weggehaald uit de gesloten centra ­ en om ervoor te zorgen
dat zij niet kunnen worden misbruikt door malafide personen.
Ervoor zorgen dat we de kinderen steeds goed kunnen identificeren,
is wellicht een basisvoorwaarde voor dat laatste. Ze verdwijnen
immers meestal al na enkele dagen uit de open opvangcentra waarin
ze werden geplaatst.
présidence.
Nous
devons
poursuivre
la
recherche
de
solutions adéquates pour ce
groupe vulnérable. Des moyens
d'identification
efficaces
constituent une condition de base.
07.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, ik dank u voor
uw uitgebreid antwoord.
Naar aanleiding van dat bezoek kwamen twee heel belangrijke zaken
heel duidelijk naar voren. Wij zullen bij het herschrijven van het
vijfjarenprogramma heel alert moeten zijn. We zullen hieromtrent een
nuttig overleg moeten organiseren, omdat ik vermoed dat we in het
najaar de uiteindelijke nota van hieruit op de voet zullen kunnen
volgen.
Ik heb nota genomen van de vijf oriëntaties die u hebt aangebracht,
met toch wel de duidelijke vingerwijzing dat we Europees niet allemaal
op dezelfde golflengte zitten.
Ik vind dat u gelijk hebt wanneer u zegt dat we de problematiek breder
moeten bekijken. Net zoals op andere domeinen zullen wij wellicht
ook hier een discussie moeten voeren en een duwtje moeten geven
om de zaken in die richting te krijgen.
In die zin meen ik dat het belangrijk is dat we het dossier ook vanuit
de commissie van nabij blijven volgen.
07.03 Michel Doomst (CD&V): Il
faudra être vigilant lors de la
réécriture du plan quinquennal.
J'ai pris note des cinq orientations,
lesquelles
font
apparaître
certaines discordances en Europe.
J'adhère aux propos de la ministre
selon lesquels il faut considérer le
problème dans une perspective
plus large. La commission doit
aussi suivre ce dossier de près.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 13486 de M. Van den Bergh est
reportée à sa demande. Il en va de même pour la question n° 13578
de Mme Galant.
De voorzitter: De vragen nrs
13486 van de heer Van den Bergh
en 13578 van mevrouw Galant
worden op hun verzoek uitgesteld.
08 Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het achterhouden van
oproepingsbrieven" (nr. 13581)
08 Question de M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "la rétention de convocations électorales"
(n° 13581)
08.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag gaat over een probleem dat recent nog aan bod
kwam in een programma van Radio 1. Er waren meerdere
getuigenissen van directeurs en personeelsleden van rusthuizen, over
een blijkbaar courante praktijk, namelijk dat oproepingsbrieven voor
verkiezingen toekomen bij de centrale van het rusthuis en niet worden
gedistribueerd aan de bewoners. Er wordt gewoon voor
doktersbriefjes voor de residenten gezorgd, meestal door de arts van
het rusthuis in kwestie. De bewoners van de rusthuizen oefenen hun
kiesrecht dus niet uit en worden zelfs nooit op de hoogte gebracht van
het toekomen van hun kiesbrieven.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van deze praktijken? Wat is
uw standpunt dienaangaande? Vindt u niet dat deze bejaarden op zijn
minst het recht hebben om de keuze te maken of zij al dan niet hun
08.01 Ben Weyts (N-VA): Selon
le témoignage anonyme d'un
directeur d'une maison de repos
dans une émission radio, les
maisons
de
repos
auraient
l'habitude de ne pas transmettre
les convocations aux élections
législatives aux destinataires. Les
médecins
délivreraient
des
certificats médicaux permettant
aux résidents de ne pas se rendre
aux urnes. Les personnes âgées
ne
sont
elles-mêmes
pas
consultées.
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
kiesrecht willen uitoefenen?
Bent u het met mij eens dat er nood is aan een herziening van de
regeling of aan een initiatief ter zake, bijvoorbeeld via een
rondzendbrief, minstens aan een overleg met de sector? Desnoods
moet men zelfs overgaan naar een individuele betekening. Wij
kunnen alleszins niet tolereren dat deze praktijk blijft voortbestaan.
Een gerelateerd verschijnsel, minder ernstig, gaat over het
verzamelen van volmachten van rusthuisbewoners. Dat is een praktijk
die al lang bestaat. Daar geldt natuurlijk de vrijwilligheid omdat een
volmacht altijd moet worden ondertekend. Er zijn politici die zich
bekwamen in het verzamelen van volmachtformulieren. Hebt u weet
van malversaties ter zake, mijnheer de minister?
Le ministre a-t-il connaissance de
ces pratiques? Qu'en pense-t-il?
Le
ministre
estime-t-il
qu'il
convient de chercher une autre
solution?
Des
hommes
politiques
récolteraient par ailleurs des
formulaires de procuration des
résidents des maisons de repos
pour les distribuer aux militants du
parti. Le ministre est-il au courant
de ce problème?
08.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega Weyts,
ik heb geen kennis van dergelijke praktijken noch van bepaalde
misbruiken die er op dat vlak zouden zijn gebeurd, wat uiteraard niet
wegneemt dat ze kunnen gebeurd zijn. Ik kreeg van mijn administratie
evenmin melding van dergelijke misbruiken.
De oproepingsbrief dient om elke kiezer persoonlijk op de hoogte te
brengen van alle nodige informatie opdat hij zijn stemrecht zou
kunnen uitoefenen.
Wanneer de directeur van een rusthuis, of wie dan ook, van welke
instelling dan ook, dergelijke brieven zou achterhouden voordat de
gepensioneerden ervan kennis hebben genomen, dan kan ik
dergelijke praktijken enkel veroordelen en overigens als laakbaar
bestempelen. Het stemrecht is immers een door de Grondwet
gewaarborgd recht waarvan iedereen ten volle moet kunnen genieten.
Ik denk ook dat het de persoon zelf toekomt, wanneer hij niet in staat
is om zich naar het stembureau te begeven, om te beslissen of hij
wenst te gaan stemmen of een ziektebriefje wenst in te dienen, of zijn
stemrecht bij volmacht wenst door te schuiven.
Het lijkt mij overigens ook heel duidelijk dat alvorens het rusthuis elk
initiatief neemt, de familie moet worden betrokken bij die procedure.
Immers, mensen van 90 of 95 jaar bijvoorbeeld kunnen niet altijd met
de juiste kennis van zaken oordelen. Indien er geen enkel familielid
bereikbaar is, dan lijkt het mij aangewezen dat de directeur van het
rusthuis een medisch attest vraagt om de bejaarde vrij te stellen van
de stemplicht, althans als de wil hiertoe is geuit door betrokkene
bejaarde.
Er kan dus nog altijd volmacht worden gegeven. U hebt verwezen
naar bepaalde praktijken waarbij die geronseld worden, maar het is
dan nog altijd een vrijwillige geste van de kiezer zelf.
Een andere werkwijze die wij aanmoedigen ­ het kost dan wel wat
inspanning om die stembureaus te bemannen ­ is dat het stembureau
wordt geïnstalleerd in een rusthuis, om het voor de bewoners ervan
mogelijk te maken om hun stem uit te brengen zonder zich te moeten
verplaatsen. Dat vergt wel een hele procedure. Het gaat soms over
honderd, tweehonderd of driehonderd mensen, wat niet zo veel is, en
van wie de helft misschien dan nog niet zou stemmen. Dat is
afhankelijk van de plaatselijke situatie. Verschillende gemeenten
08.02 Guido De Padt, ministre:
Aucune pratique de ce genre ne
m'a été signalée, ce qui ne veut
évidemment pas dire qu'elles
n'existent pas.
Il est bien sûr inadmissible que le
directeur d'une maison de retraite
se rende coupable de rétention de
convocations électorales et décide
à la place des personnes âgées si
elles peuvent aller voter ou non, et
si elles donnent une procuration
ou non. Il me paraît nécessaire
que la famille intervienne. Si aucun
membre de la famille n'est
joignable, le directeur sera alors
autorisé à faire dispenser les
personnes
âgées
de
leur
obligation de voter en leur
délivrant des certificats médicaux.
Ce que nous pourrions faire, c'est
encourager les gestionnaires de
maisons de retraite à aménager
des bureaux de vote au sein
même de leur établissement en
adressant une recommandation
dans ce sens aux communes
puisque ce sont elles qui sont
chargées d'aménager les locaux
affectés aux opérations de vote.
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
hebben, zoals wij hebben gelezen in de krant, die mogelijkheid al
ingevoerd.
Bij de volgende verkiezingen kan ik die aanbeveling doen aan de
gemeenten en hen vragen om eventueel zoveel mogelijk gebruik te
maken van de rustoorden om een stembureau te installeren, zonder
evenwel de lasten voor de gemeenten op te drijven .
08.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, u zegt dat u geen
weet hebt van zulke praktijken, maar ik verwijs onder andere naar het
Radio 1-programma Peeters en Pichal, waarin niet alleen familieleden
van rusthuisbewoners getuigden, maar waarin ook rusthuisdirecteurs
zelf getuigden dat zij die praktijk toepassen. In dat Radio 1-
programma werden anonieme getuigenissen in die zin uitgezonden.
Kortom, de praktijken bestaan. De betrokkenen getuigden trouwens
dat ze in hun sector wijdverspreid waren.
Ik wil u bijkomend vragen toch een initiatief te nemen ten aanzien van
de sector, misschien via de gemeenten, opdat het duidelijk zou zijn
voor iedereen dat zulke praktijken absoluut niet te tolereren zijn.
08.03 Ben Weyts (N-VA): Si le
ministre
dit
ne
pas
avoir
connaissance de telles pratiques,
le témoin à la radio a confirmé
qu'elles sont monnaie courante
dans les maisons de repos.
J'insiste dès lors pour que des
initiatives soient prises aux fins
d'enrayer
ce
phénomène
intolérable.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de vrijwilligers die
gezeteld hebben in de stembureaus" (nr. 13602)
09 Question de Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "les volontaires qui ont siégé dans les
bureaux de vote" (n° 13602)
09.01 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, onlangs werd de kieswetgeving gewijzigd waardoor onder
meer ook vrijwilligers kunnen zetelen in de kiesbureaus. U beloofde
dat er voor de vrijwilligers die daarop ingingen, een feest zou worden
georganiseerd. Wij vragen ons af of die boodschap ook bij het grote
publiek is terechtgekomen.
Graag had ik er ook een aantal vragen over gesteld. Hebt u al een
zicht op het aantal vrijwilligers dat zich heeft aangemeld? Kunt u die
cijfers opsplitsen per Gewest? Wat het feest betreft, wat stelt u
concreet voor voor de vrijwilligers die zich ter beschikking hebben
gesteld? Het was de eerste keer dat het mogelijk was om vrijwilligers
in het kiesbureau te laten zetelen. Zal dit systeem worden
geëvalueerd? Zijn er mogelijke wijzigingen die kunnen worden
aangebracht om het nog te optimaliseren?
09.01 Leen Dierick (CD&V):
Depuis peu, des volontaires
peuvent aussi siéger dans les
bureaux électoraux. Le ministre
avait promis d'organiser une fête
en l'honneur de ces volontaires
mais nous nous demandons si le
grand public en est informé.
Combien de volontaires se sont-ils
présentés? Pourriez-vous spécifier
comment ils se répartissent entre
les Régions? Quel genre de fête
sera organisée? Ce système de
recours à des volontaires sera-t-il
évalué?
09.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, als antwoord
op de eerste vraag kan ik aan mevrouw Dierick zeggen dat er zich
2.092 vrijwilligers hebben aangemeld, met name 1.521 uit het
Vlaamse Gewest, 502 uit het Waalse Gewest en 69 uit het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest.
Op 21 juli worden de vrijwilligers ter erkenning van hun
burgerzinschap en van hun taak van algemeen belang uitgenodigd
tijdens de nationale feestdag. Wij denken er trouwens ook over na om
ook de secretarissen van de bureaus hierbij te betrekken. Dit laatste
zijn wij nog aan het nakijken.
09.02 Guido De Padt, ministre:
En
Région flamande, 1.521
volontaires se sont présentés. En
Région wallonne, ils ont été 502 à
se présenter et dans la Région de
Bruxelles-Capitale, ils ont été au
nombre de 69. Le 21 juillet, ils
seront conviés à une réception où
leur seront offerts des zakouskis
et des rafraîchissements sous un
chapiteau du SPF Intérieur qui
sera dressé place Poelaert.
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Wij zullen hen ontvangen met een hapje en een drankje in een tent
van de FOD Binnenlandse Zaken aan het Poelaertplein. Zij zullen
daarbij eveneens kennis maken met de domeinen waarin deze FOD
actief is, zoals eID-toepassingen, elektronisch stemmen, docstop,
veiligheid, preventie, enzovoort. Zij zullen daarbij ook een
attentiepakket ontvangen en de mogelijkheid hebben om het militaire
défilé te volgen, mits een toegangskaart te hebben aangevraagd.
Ik heb al gezegd dat wij eraan denken om ook de secretarissen uit te
nodigen. U bent evenzeer uitgenodigd in die tent want zij staat open
ook voor het grote publiek.
Wat de derde vraag betreft, er dient eerst op te worden gewezen dat
het vrijwilligerschap in het raam van de verkiezingen positief kan
worden geëvalueerd. Er zijn nog wel 98.000 te gaan, maar ik denk dat
wij op de goede weg zijn met die 2.000. Wij hebben onze
voornaamste doelstelling bereikt, namelijk het aanmoedigen van de
burgerzin. Voor de toekomst zal ik erover waken dat de inspanningen
die erop zijn gericht het vrijwilligerschap verder te promoten en aan te
moedigen, volgehouden en desgevallend versterkt zullen worden.
Ensuite, ils auront l'occasion de se
familiariser avec les domaines
d'activité du SPF. Ils recevront
également un paquet cadeau et
seront invités à suivre le défilé
militaire. Les secrétaires des
bureaux y seront sans doute
conviés également. Le chapiteau
sera aussi accessible au grand
public.
Le système de recours à des
volontaires a fait l'objet d'une
évaluation positive. Deux mille
personnes, c'est un beau début et
une
belle
démonstration
de
civisme.
Je
consoliderai
et
stimulerai la promotion du statut
de volontaire.
09.03 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, dank u voor de
uitnodiging voor het feest. Ik denk dat we daar wel zullen op ingaan.
Opmerkelijk is dat er een vrij groot verschil is tussen de Gewesten.
Tussen het Vlaams Gewest en het Franstalige en het Brusselse zijn
er toch wel vrij grote verschillen. Het is goed dat er verder aan wordt
gewerkt en dat er wordt gesensibiliseerd: als we meer mensen ertoe
kunnen aanzetten om dat vrijwillig te doen, is dat in elk geval een zeer
goed teken. Toch moeten we dat met de nodige omzichtigheid blijven
doen, zodat er op termijn geen misbruiken van komen en mensen niet
worden gedwongen om zich daarvoor in te zetten.
09.03 Leen Dierick (CD&V): Il
existe des différences marquantes
entre les Régions. Il faudra veiller
à ce que les citoyens ne soient
pas contraints, à terme, de siéger
comme volontaires désignés.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 13620 de M. Arens est reportée à sa
demande.
De voorzitter: Op aanvraag van
de heer Arens wordt zijn vraag
nr. 13620 uitgesteld.
10 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
ondersteuning van de buurtinformatienetwerken in de provincie Oost-Vlaanderen" (nr. 13625)
10 Question de M. Stefaan Vercamer au ministre de l'Intérieur sur "le soutien aux réseaux
d'information de quartier dans la province de Flandre orientale" (n° 13625)
10.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de minister, mijn vraag
gaat over de steun van de buurtinformatienetwerken in de provincie
Oost-Vlaanderen. Een provincieraadslid stelde daarover een vraag
aan de gouverneur. Zij was blijkbaar geïnspireerd door wat er in
Antwerpen gebeurt. Hij vroeg de mogelijkheid te onderzoeken tot
ontwikkeling
van
een
automatisch
oproepsysteem
voor
buurtinformatienetwerken. In Antwerpen werkt blijkbaar al zoiets
onder de naam CIN, Crisisinformatienetwerk, in samenwerking met
de buurtinformatienetwerken en financieel gesteund door de
FOD Binnenlandse Zaken.
Vandaar mijn vraag, mijnheer de minister. Hoe werkt dat
automatische oproepsysteem in Antwerpen en hoe evalueert u het?
10.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): La province d'Anvers
s'est déjà dotée d'un système
d'appel automatique pour les
réseaux d'information locale (RIL).
Ce système s'appelle RIC ou
réseau d'information de crise. Il
est financé par le SPF Intérieur.
Comment ce système fonctionne-
t-il? Apporte-t-il une valeur ajoutée
en comparaison des réseaux
d'information
locale
actuels?
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Biedt het systeem van de provincie Antwerpen een meerwaarde voor
de bestaande buurtinformatienetwerken? Wat is die meerwaarde?
Waaruit bestaat de steun van de FOD Binnenlandse Zaken? Hoeveel
euro wordt daarvoor jaarlijks ter beschikking gesteld?
Overweegt u een automatisch oproepsysteem zoals in de provincie
Antwerpen te veralgemenen of hoe ziet u de verdere aanpak en
uitbouw in de andere provincies? In welke mate zijn de gemeenten
betrokken bij een oproepsysteem zoals in de provincie Antwerpen?
Overweegt u een veiligheidsprotocol ­ of hoe men het ook moge
noemen ­ af te sluiten tussen de provincies, de gemeenten en de
federale overheid?
Combien d'euros le SPF Intérieur
leur
alloue-t-il
annuellement?
Comment ce système pourrait-il
être élaboré et développé dans les
autres
provinces,
selon
le
ministre? Dans quelle mesure les
communes sont-elles également
associées au système d'appel de
la province d'Anvers? Le ministre
fera-t-il signer un protocole de
sécurité entre les provinces, les
communes et l'État fédéral?
10.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Vercamer, ten eerste, hoe functioneert en evalueren wij het systeem?
Het automatisch oproepsysteem is in de provincie Antwerpen gekend
als het CIN/BIN-systeem omdat het verwijst naar twee verschillende
functies van het systeem, enerzijds het crisisinformatienetwerk en
anderzijds het buurtinformatienetwerk. Van belang is dat voor beide
functies van dezelfde technologie wordt gebruikgemaakt.
Het CIN kan in geval van een crisissituatie voor het informeren van de
bevolking worden gebruikt, maar ook voor het alarmeren van de
hulpdiensten. Dat wordt aangestuurd vanuit de veiligheidswebsite
OSR.
De beslissing tot het opstarten van het CIN-systeem behoort tot de
bevoegdheid van de overheid, de burgemeester, de gouverneur of de
minister, die verantwoordelijk is voor de coördinatie in het geval van
een noodsituatie.
Daarnaast is er het BIN, dat wordt gebruikt voor de oproepen van de
buurtinformatienetwerken. Een erkende BIN-coördinator kan met
paswoord en login toegang krijgen tot de website www.buurtinfo.net.
Hierbij kan hij de lijsten met telefoonnummers beheren van inwoners
die uitdrukkelijk hebben verklaard te willen participeren. Hij zal ook
instaan voor de inwerkstelling en het verspreiden van een telefonische
oproep op verzoek van de politie. De gesprekskosten zijn ten laste
van degene die zich tot de uitgaven verbindt, bijvoorbeeld het BIN
zelf, de gemeente of de lokale politie.
Zowel voor het CIN- als voor het BIN-gedeelte is een module voor
feedback voorzien, respectievelijk binnen de veiligheidswebsite OSR
en binnen buurtinfo.net, waarin men het resultaat van zijn oproep kan
bekijken. Het CIN gaat dus meer uit van de overheid, terwijl het BIN
meer door de bevolking wordt geïnitieerd.
Op uw tweede vraag, het CIN-systeem is in eerste instantie opgericht
in het kader van de rampenplanning. De uitbouw van het CIN-systeem
wordt financieel ondersteund door de provincie Antwerpen. De BIN's
maken hier gebruik van een op provinciaal niveau reeds bestaande
structuur. Men koppelt zich daar dus op aan.
Het systeem werkt goed, volgens de informatie die wij van de
Antwerpse BIN's krijgen. De steden en gemeenten of de politiezones,
afhankelijk van de onderlinge afspraken, betalen alleen de
communicatiekosten voor de BIN-berichten die zij versturen. Dat
betekent dat er geen andere kosten zijn dan de kosten voor een
10.02 Guido De Padt, ministre:
Le système d'appel automatique
utilisé dans la province d'Anvers
est le système RIC/RIQ, parce
qu'il s'agit à la fois d'un réseau
d'information de crise et d'un
réseau d'information de quartier.
Le système RIC peut être utilisé
en situation de crise pour informer
la population mais aussi pour
avertir les services de secours. Le
système est dirigé à partir du site
internet de la sécurité OSR. La
décision de démarrer le système
relève
du
bourgmestre,
du
gouverneur ou du ministre.
Le système RIQ est utilisé pour les
appels des réseaux d'information
de quartier. Chaque coordinateur
RIQ agréé peut, par le biais du site
internet
www.buurtinfo.net,
consulter
les
numéros
de
téléphone des habitants qui
souhaitent participer et diffuser un
appel téléphonique à la demande
de la police. Les frais d'appel
peuvent être mis à charge du
système RIQ, de la commune ou
de la police locale.
Le résultat de l'appel peut être
consulté sur le site internet de la
sécurité OSR ou sur buurtinfo.net.
Le système RIC a été créé dans le
cadre de la planification d'urgence
et est soutenu financièrement par
la province d'Anvers. D'après les
réactions formulées par les RIQ
anversois, ce système fonctionne
bien. Les communes ou les zones
de police ne paient que les coûts
liés aux messages RIQ envoyés.
La province d'Anvers assure le
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
klassiek telefoongesprek.
Ten derde, de provincie Antwerpen staat in voor de financiële
ondersteuning en de uitbouw van het systeem. De steden en
gemeenten betalen de communicatiekosten van meldingen die zij
verspreiden via het CIN. Bij de aankoop van het materiaal was er een
eenmalige tussenkomst van de FOD Binnenlandse Zaken. Het nodige
budget werd ter beschikking gesteld aan de gouverneur via Seveso-
fondsen en de nucleaire fondsen. De jaarlijkse werkingskosten
worden gedragen door de provincie zelf, terwijl de gesprekskosten ten
laste vallen van de gebruikers.
Ten vierde, momenteel zijn er geen concrete plannen om dit
automatisch oproepsysteem te veralgemenen.
Het systeem in Antwerpen is ontwikkeld en op provinciaal niveau
volledig uitgebouwd.
Ten vijfde, de steden en gemeenten of de politiezones betalen,
afhankelijk van de onderlinge afspraken, de communicatiekosten voor
de BIN-berichten die zij versturen. Het CIN kan in geval van een
crisissituatie voor, enerzijds, het informeren van de bevolking, maar,
anderzijds, ook voor het alarmeren van de hulpdiensten worden
gebruikt. De burgemeester zal in geval van een crisissituatie binnen
zijn bevoegdheid van het systeem gebruik maken.
Ten zesde, er bestaan reeds nood- en interventieplannen, die door de
gemeenten, de provincies en de federale overheid worden opgesteld
en ondertekend en die de bevoegdheden van de verschillende
actoren vastleggen. Om voornoemde reden is er geen behoefte aan
een bijkomend veiligheidsprotocol tussen de voormelde drie actoren.
soutien
financier
et
le
développement du système. La
contribution du SPF Intérieur était
unique et concernait seulement
l'achat de matériel. Le budget
nécessaire a été mis à la
disposition du gouverneur par le
biais de fonds Seveso et de fonds
nucléaires.
Les
frais
de
fonctionnement
annuels
sont
supportés
par
l'administration
provinciale et les
frais
de
communication sont à charge de
l'utilisateur.
Pour l'heure, il n'existe aucun
projet de généralisation de ce
système.
Il existe déjà des plans d'urgence
et d'intervention, élaborés et
signés par les communes, les
provinces et les autorités fédérales
et fixant les compétences des
différents acteurs. Un protocole de
sécurité supplémentaire n'est dès
lors pas nécessaire.
10.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, blijkbaar werkt het CIN-systeem goed en is het
complementair met het BIN-systeem. Ik kan mij dus indenken dat ook
de andere provincies een dergelijk systeem zouden overwegen. In dat
geval zal uiteraard de vraag komen of de FOD Binnenlandse Zaken
dezelfde kosten als voor de provincie Antwerpen wil dragen.
Ik heb begrepen dat de FOD in de aankoop is tussengekomen.
Voornoemde vraag zou dus legitiem zijn. Ik ga ervan uit dat de FOD
alle provincies op dezelfde leest zal schoeien.
10.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): J'espère que ce système
pourra également être mis en
oeuvre dans d'autres provinces,
avec le même soutien des
différentes instances.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
paraatheid van de verschillende veiligheidsdiensten in geval van een complexe terroristische aanslag
in België vergelijkbaar met diegene in Mumbai eind 2008" (nr. 13633)
11 Question de M. Robert Van de Velde au ministre de l'Intérieur sur "la capacité opérationnelle des
services de sécurité en cas d'attentat terroriste complexe en Belgique, comparable à celui perpétré à
Mumbai fin 2008" (n° 13633)
11.01 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, dit lijkt op het eerste gezicht niet de meest actuele vraag.
Ze heeft echter toch een grond van actualiteit en daarom wil ik ze u
stellen.
11.01 Robert Van de Velde
(LDD): Depuis les attentats des
CCC, au début des années 80,
notre pays n'a fort heureusement
pas eu à déplorer d'attentats
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
De georganiseerde en gecoördineerde terroristische acties die eind
vorig jaar in Mumbai plaatsvonden, vertonen sterke gelijkenissen met
de aanslagen die op 11 september 2001 in de Verenigde Staten
werden gepleegd.
Sinds de aanslagen van de CCC begin de jaren '80 is ons land
gelukkig gespaard gebleven van zware terroristische aanslagen.
Na de aanslagen in Madrid en Londen in 2004 en 2005 heeft men
beslist tot de oprichting van het OCAD.
Ik had in dat verband een aantal vragen ingediend, gericht aan uw
voorganger, maar intussen zijn er andere zaken gebeurd.
Die vragen zijn onbeantwoord gebleven en daarom stel ik ze opnieuw.
Zijn de veiligheidsdiensten in België vandaag klaar om op te treden
tegen terroristische acties met een omvang gelijk aan de aanslagen in
Mumbai eind 2008?
Indien vandaag in Brussel, de hoofdstad van Europa, een aanslag zou
worden gepland of gepleegd op twee hotels, een treinstation, een
vliegveld en twee ziekenhuizen, zoals in Mumbai, beschikken de
speciale eenheden van de federale politie die voor dergelijke acties
zijn opgeleid en getraind over voldoende effectieve middelen en
mogelijkheden om acties van een dergelijke omvang aan te kunnen of
zouden zij beroep moeten doen op andere eenheden? Indien ja,
welke diensten of eenheden zouden hiervoor in aanmerking komen?
Bestaan hieromtrent reeds concrete afspraken? Werden er reeds
trainingen en oefeningen gehouden van een dergelijke omvang?
Beschikt het OCAD over voldoende effectieven en middelen om
dergelijke acties te analyseren en dergelijke operaties van de
veiligheids- en hulpdiensten te coördineren?
Bestaan hiervoor reeds concrete draaiboeken, protocollen of
afspraken? Voorziet u in nieuwe beleidsmaatregelen om een
antwoord te bieden aan een eventuele complexe serie terroristische
aanslagen, type Mumbai?
terroristes d'envergure. L'Organe
de coordination pour l'analyse de
la menace (OCAM) a été créé
dans la foulée des attentats de
Madrid et de Londres de 2004 et
de 2005.
À la fin de l'an dernier, Bombay a
été la cible d'attentats terroristes
complexes. Les services de
sécurité belges sont-ils préparés à
des actions terroristes d'une telle
envergure, touchant à la fois des
hôtels, une gare ferroviaire, un
aéroport et des hôpitaux? Les
unités spéciales de la police
fédérale disposent-ils des effectifs,
des possibilités et des moyens
nécessaires? Ou sont-ils amenés
à faire appel à d'autres services
ou unités? Des accords concrets
ont-ils été conclus à cet effet? Des
entraînements ou des exercices
sont-ils organisés dans ce cadre?
L'OCAM dispose-t-il des effectifs
et des moyens nécessaires pour
analyser et coordonner de telles
actions? Existe-t-il des scénarios,
des protocoles ou des accords
concrets? Le ministre envisage-t-il
de prendre de nouvelles mesures
politiques pour répondre à des
menaces d'une telle ampleur?
11.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega Van de
Velde, de speciale eenheden van de federale politie beschikken
volgens mijn informatie over het personeel en de middelen om het
hoofd te bieden aan de meeste terroristische acties die zich in ons
land zouden kunnen voordoen. Net zoals de meeste andere Europese
landen, kan België zich echter geen groot aantal gespecialiseerde
mensen en middelen veroorloven om uitzonderlijke crisissituaties op
te lossen, zoals de gijzelingen in het theater van Moskou of in de
school van Beslan of de recente reeks aanslagen in Mumbai. Om aan
dit soort van grootschalige, terroristische acties het hoofd te bieden,
werd een Europese politiesamenwerking opgericht onder de naam
ATLAS, met de verschillende antiterreureenheden van de 27 landen
van de Europese Unie.
ATLAS beschikt over een beveiligd communicatieplatform, beheerd
door Europol. Het beschikt ook over een Europese regelgeving voor
wederzijdse steun van gespecialiseerd materiaal en personeel en
over een Europese subsidiëring. Binnen ATLAS werden werkgroepen
11.02 Guido De Padt, ministre:
Les unités spéciales de la police
fédérale disposent du personnel et
des moyens nécessaires pour
faire face à la plupart des actes
terroristes susceptibles d'affecter
notre pays. Pour les actes
terroristes de grande envergure,
un
réseau
de
coopération
policière, répondant au nom
d'ATLAS, a été établi au niveau
européen en collaboration avec les
unités antiterroristes des 27 pays
de l'UE. ATLAS dispose d'une
plateforme
de
communication
sécurisée gérée par Europol,
d'une réglementation européenne
d'entraide
mutuelle
pour
le
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
belast met de ontwikkeling van gemeenschappelijke tactieken en
standaarden, die een geïntegreerde actie in een van de landen van de
Unie moeten toelaten. De voorbije jaren werden in verschillende
landen al gemeenschappelijke oefeningen georganiseerd om grote
crisissituaties op te lossen. Dergelijke oefeningen gebeuren met een
vijftal antiterreureenheden, die hun middelen gezamenlijk aanwenden.
In 2007 organiseerde ons land gedurende een week de oefeningen
vanuit de militaire basis van Zeebrugge, in samenwerking met een
ferrymaatschappij. Die oefeningen hadden als doel de passagiers
gegijzeld door terroristen aan boord van een ferryschip op de
Noordzee, te bevrijden. Meer dan 200 gespecialiseerde politiemensen
van de de Duitse antiterreureenheid GSG-9, de Nederlandse DSI, de
NI van Zweden, de AKS van Denemarken en de CGSU van België
namen eraan deel, met onder meer zware helikopters en krachtige
aanvalsboten.
Dan kom ik op het OCAD. Het OCAD beschikt over 51
personeelsleden. De evaluaties van het OCAD zijn gebaseerd op
inlichtingen van de nationale steundiensten, met name de politie, de
Veiligheid van de Staat en de militaire inlichtingendienst, en de
internationale diensten, en houden rekening met de specifieke
toestand in binnen- en buitenland. Op basis van de evaluatie van de
dreiging door het OCAD beslist het Crisiscentrum van de regering tot
maatregelen van verhoogde waakzaamheid. Het Crisiscentrum van
de regering, en dus niet het OCAD, heeft die coördinerende rol. Ik wil
u daarbij wijzen op het bestaan van het koninklijk besluit van
31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor de
crisisgebeurtenissen en crisissituaties die een coördinatie of beheer
op nationaal niveau vereisen, waarin het organiseren van een
antwoordstructuur op crisisgebeurtenissen en crisissituaties die een
coördinatie en/of een beheer op federaal niveau vereisen, als
doelstelling is opgenomen. Dit KB is tot stand gekomen na de
terroristische aanslagen in de Verenigde Staten in 2001.
Mocht er zich in België een aanslag voordoen zoals in Mumbai, zullen
er in het Crisiscentrum van de regering drie organen worden
geactiveerd die de uitwerking van de nationale coördinatie zullen
verzekeren: een evaluatiecel, een beheerscel en een informatiecel.
Die cellen zullen respectievelijk instaan voor het mogelijk maken van
de evaluatie van de situatie, het nemen van beslissingen en de
informatie aan het publiek.
Verder moet een coördinatie moet worden verzekerd voor acties op
het terrein. Ik denk dan aan operationele coördinatie om de
maatregelen die worden beslist ook effectief en efficiënt op het terrein
uit voeren. De voormelde cellen staan immers in voor de
beleidscoördinatie, namelijk het evalueren van, het nemen van en het
informeren over gepaste maatregelen om de situatie te beheren en
onder controle te krijgen. Om deze operationele coördinatie te kunnen
organiseren zal de federale cel overleg moeten plegen met de
betrokken provinciale, lokale autoriteiten. Ik denk dan aan de
gouverneur en de burgemeester.
De operationele coördinatie op het terrein bij noodsituaties staat
immers in principe beschreven in de provinciale en gemeentelijke
nood- en interventieplannen. In principe beschikt elke provincie en het
overgrote deel van de gemeenten over een algemeen nood- en
matériel et le personnel spécialisé,
et d'une subvention européenne.
Au sein du réseau ATLAS,
différents groupes de travail ont
été chargés de développer des
tactiques communes qui doivent
permettre une action intégrée
dans un des pays de l'Union.
Ces
dernières
années,
des
exercices communs ont déjà été
organisés dans plusieurs pays. En
2007, pendant une semaine, la
Belgique a organisé à Zeebrugge
un exercice qui consistait à libérer
les passagers d'un ferry qui
auraient été pris en otage par des
terroristes. Plus de deux cent
agents spécialisés issus d'unités
antiterroristes
allemandes,
néerlandaises,
suédoises,
danoises et belges y ont participé.
Des hélicoptères lourds et des
navires de combat ont également
été utilisés pour les besoins de
l'exercice.
L'OCAM emploie 51 personnes.
Les évaluations de l'OCAM se
basent sur des renseignements
émanant de services nationaux et
internationaux. En se fondant sur
cette évaluation de la menace, le
Centre de crise décide de
l'instauration de mesures de
vigilance accrue. L'arrêté royal du
31 janvier 2003 stipule qu'en cas
d'attaque terroriste massive, trois
organes doivent être activés et
prendre en charge la coordination
stratégique nationale: une cellule
d'évaluation,
une
cellule
de
gestion
et
une
cellule
d'information. Pour la coordination
opérationnelle,
la
cellule de
gestion doit se concerter avec les
gouverneurs et les bourgmestres.
Chaque province et la grande
majorité des communes disposent
en effet d'un plan général
d'intervention et d'urgence.
Parallèlement, il existe aussi une
procédure pour le traitement des
envois suspects comme les
enveloppes contenant une poudre
inconnue. Un plan d'urgence est
en cours de préparation en cas
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
interventieplan dat moet toelaten de operationele coördinatie te
verzekeren. Verder is er een procedure ontwikkeld voor verdachte
zendingen zoals enveloppen met een verdacht poeder erin en meer
specifiek de behandeling ervan.
Daarnaast is er een noodplan in ontwikkeling met betrekking tot een
aanslag met een nucleair, radiologisch, biologisch of chemisch
product. Daarin zal worden uiteengezet op welke manier moet worden
gereageerd op een aanslag met dergelijke producten.
Ten slotte, zoals hierboven toegelicht, bestaat er reeds een
organisatiestructuur die bij een aanslag in werking zal treden en zal
werken volgens bestaande procedures. Deze procedures worden
uitgetest door middel van oefeningen en zullen worden aangepast als
uit deze oefeningen mocht blijken dat een aanpassing noodzakelijk is
of mocht de dagelijkse realiteit hiertoe aanleiding geven.
d'attentats à l'aide de substances
nucléaires,
radiologiques,
biologiques ou chimiques.
11.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, uw duidelijke en overzichtelijke antwoord zal ons helpen
om door te gaan met deze kwestie. Ik zal hierover zeker nog verdere
vragen stellen.
11.03 Robert Van de Velde
(LDD): Votre réponse est claire et
nous permettra de suivre la
situation en connaissance de
cause.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de snelste adequate hulp"
(nr. 13664)
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de opkomsttijd van
hulpdiensten" (nr. 13666)
12 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "l'aide adéquate la plus rapide" (n° 13664)
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "le délai d'intervention des services de secours"
(n° 13666)
12.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, wij hebben via
de ministeriële rondzendbrief van februari 2008 in aanvulling op een
brief van augustus 2007 het evaluatiesysteem op basis van de
evaluatiefiche "snelste adequate hulp" ingevoerd. Die fiche wordt
ingevuld bij elk dubbel uitrukken. De fiches worden voor controle
overgezonden aan de gouverneur, waarna de uitruk- en
opkomsttijden van de brandweerdiensten in de randgebieden van hun
interventiegebieden op een objectieve manier kunnen worden
aangepast als dat nodig is.
Tussen november 2007 en einde 2008 werden iets meer dan 1.000
fiches voor incidenten in Vlaamse provincies ingediend door 126
brandweercorpsen. In de ministeriële rondzendbrief worden de
uitruktijden vastgelegd, maar in de praktijk blijken de theoretische
aannames van de opkomsttijden van de hulpdiensten niet te kloppen.
De opkomsttijd bestaat uit drie delen, namelijk de alarmeringstijd, de
uitruktijd en de rijtijd. Uit de eerste analyses zou blijken dat vooral die
eerste twee componenten moeilijk meetbaar zijn. Men heeft aan de
basis de indruk dat er hier veel overbodig werk wordt geleverd.
Wat doen we om de toepassing van die snelste adequate hulp vlotter
te laten verlopen? Kunnen we zoeken naar een instrument om de
12.01 Michel Doomst (CD&V):
Une circulaire ministérielle du
1
er
février 2008 a introduit la fiche
d'évaluation de l'aide adéquate la
plus rapide dans le cadre des
interventions
des
services
d'incendie.
Ces
fiches
sont
transmises pour contrôle aux
gouverneurs de province, qui ont
en reçu un peu plus de mille de
126 corps de sapeurs-pompiers
entre
novembre
2007
et
fin décembre 2008. Les délais
d'intervention
utilisés
comme
référence ne correspondent pas
aux délais observés dans la
pratique. Le délai d'intervention
comprend trois composantes : le
temps d'alerte, le temps de sortie
et le temps de parcours. Les
premières analyses
semblent
indiquer
que
les
deux
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
prestaties nog op een meer objectieve en eenvoudige manier vast te
leggen? Hoeveel incidenten zijn er geweest in de Waalse provincies?
Ook mijn volgende vraag gaat over de twee componenten van de
opkomsttijd van de hulpdiensten die vatbaar zijn voor verbetering.
Daarvoor bestaat er ook een federale werkgroep technische
aspecten, die de hervorming van de civiele bescherming mee
voorbereidt. Die werkgroep zou ondertussen een voorstel hebben
uitgewerkt. Over welke verbeteringen gaat het? Wat is de stand van
zaken? Wanneer zal de lijst worden bekendgemaakt die is gekoppeld
aan de minimale uitrukvoorstellen die door de werkgroep werden
uitgewerkt?
premières composantes
sont
difficilement mesurables.
Quelles mesures le ministre
prendra-t-il pour faciliter la mise en
oeuvre de l'aide adéquate la plus
rapide à l'avenir? Est-il disposé à
collaborer à la recherche d'un
instrument de mesure objectif et
uniforme des prestations des
services de secours? Combien de
fiches ont été introduites dans les
provinces wallonnes en 2008?
Le groupe de travail fédéral
Aspects techniques qui participe à
la préparation de la réforme de la
protection civile pourrait prêter son
concours
pour
assurer
les
composantes pour ce qui est du
délai d'arrivée.
Quelles améliorations comportent
la proposition du groupe de travail
a-t-il incluses dans sa proposition?
Quel est l'état de la question?
Quand la liste afférente aux
propositions de sortie minimales,
arrêtée par le groupe de travail,
sera-t-elle publiée?
12.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Doomst, in het kader van de verbetering van de opkomsttijden bij de
hulpdiensten zijn er verschillende pilootprojecten opgestart. Zo kan ik
bijvoorbeeld wijzen op de proefprojecten om op een objectieve en
automatische manier de drie componenten van de opkomsttijd,
namelijk de alarmerings-, uitruk- en rijtijd, te registreren en te
analyseren. Betrouwbare gegevens voor de aanpassing van
theoretische tijden die momenteel worden gebruikt bij de berekening
van de snelst adequate hulp, zullen op dat moment beschikbaar zijn.
Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de automatisering van de
alarmeringsprocessen. Dit project is bijzonder belangrijk aangezien
het toelaat de alarmeringstijd van de korpsen en de vrijwilligers tot
een minimum te beperken en ook de gelijktijdige alarmering van twee
korpsen mogelijk te maken.
Tot slot ontwikkelen wij ook de centra voor de provinciale
brandweerdispatching die in de toekomst het gecentraliseerde beheer
van de middelen zullen verzorgen. Deze zullen toelaten om de teams
in real time te volgen op het terrein. Indien de eerste evaluatie van de
toepassing van de snelste adequate hulp de meerwaarde ervan
aantoont, zal de invoering van een brandweerdispatching die
toegankelijk is voor alle hulpverleningszones, het mogelijk maken om
dit principe optimaal toe te passen vanuit die provinciale centra.
Wat de implementatie van de nieuwe, uniforme interventietypelijsten
in de 100-centrales betreft, kan ik melden dat deze momenteel
12.02 Guido De Padt, ministre:
Divers projets visant à réduire le
délai d'intervention des services
de secours ont déjà été lancés,
tels les projets pilotes tendant à
enregistrer
et
à
analyser
automatiquement et en toute
objectivité les trois composantes
de ce délai. Ces initiatives ont pour
but de fournir des données
permettant d'adapter les délais
théoriques sur lesquels nous nous
fondons actuellement pour définir
l'aide adéquate la plus rapide.
Le projet d'automatisation de
l'alerte permettra quant à lui de
réduire considérablement le délai
d'alerte et, par exemple, de
mobiliser simultanément deux
corps d'intervention.
Par ailleurs, les dispatchings
provinciaux
des
services
d'incendie assureront à l'avenir la
gestion des moyens sur un mode
décentralisé, de sorte que nous
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
worden uitgetest op het trainingssysteem bij de nv ASTRID en dat er
een proefproject plaatsvindt in Hasselt en Antwerpen. In de toekomst
zal bij elke volgende migratie van een 100-centrale deze lijst worden
ingevoerd. In Gent zal de lijst echter al worden gebruikt na de
implementatie van de nieuwe CAT-versie 8.0.
De koppeling van deze interventietypelijst aan de minimale
uitrukvoorstellen zal gebeuren als het KB betreffende minimale
normen van kracht wordt. Wanneer het bereiken van de minimale
normen significante investeringen vereist, zal dit KB eventueel in
fasen van kracht worden. Om te bepalen of dit noodzakelijk is, moet
men eerst de evaluatie van de gegevens met betrekking tot de
huidige middelen afwachten. Deze gegevens worden momenteel door
de task forces opgevraagd.
Ten slotte kan ik ook nog zeggen dat mijn administratie 311 bruikbare
fiches voor incidenten heeft ontvangen voor de Waalse provincies.
serons en mesure de suivre les
équipes en temps réel. Nous
serons à même d'appliquer au
mieux le principe de l'aide
adéquate la plus rapide depuis ces
centres provinciaux.
En ce qui concerne l'introduction
des nouvelles listes de types
d'intervention uniformes dans les
centraux 100, nous effectuons
actuellement des tests sur le
simulateur de la SA ASTRID et un
projet pilote a été lancé à Hasselt
et à Anvers.
Cette liste des types d'intervention
sera
liée
aux
propositions
minimales d'intervention lorsque
l'arrêté royal relatif aux normes
minimales entrera en vigueur, ce
qui pourrait se dérouler par
phases si les normes minimales
nécessitent des investissements
considérables.
Les
taskforces
s'emploient
actuellement
à
recueillir les données requises
pour en juger.
Nous avons reçu des provinces
wallonnes 311 fiches utilisables.
12.03 Michel Doomst (CD&V): Bedankt, mijnheer de minister, voor
het antwoord.
Ik denk vooral dat de automatisering van de alarmeringstijden van
belang is. Ik hoor ook vanuit de basis zeggen dat dit toch snel zou
moeten kunnen worden geregeld via al de elektronische
mogelijkheden. Kunt u daar een timing op zetten? Wanneer denkt u te
kunnen landen met die pilootprojecten?
12.03 Michel Doomst (CD&V):
L'automatisation de l'alerte est
primordiale à mes yeux et devrait
pouvoir
intervenir
rapidement
compte tenu des possibilités
offertes par l'électronique.
Le ministre a-t-il arrêté un
échéancier à cet effet? Quand les
projets pilotes seront-ils terminés?
12.04 Minister Guido De Padt: Ik moet dit even navragen, mijnheer
Doomst. Ik zal aan mijn diensten vragen om u dit schriftelijk te laten
weten. Ik kan daarover nu geen uitspraken doen.
12.04 Guido De Padt, ministre:
Je demanderai à mes services de
vous
communiquer
ces
informations par écrit.
12.05 Michel Doomst (CD&V): Het is wel een vraag die wij op het
terrein krijgen.
12.05 Michel Doomst (CD&V):
C'est une question que l'on nous
pose sur le terrain.
12.06 Minister Guido De Padt: Wij zullen de vraag noteren en mijn
kabinet zal u het antwoord bezorgen.
12.06 Guido De Padt, ministre:
Mon cabinet vous fournira la
réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
13 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de interventies
van de brandweer voor vluchtelingen" (nr. 13665)
13 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "les interventions des pompiers auprès
de réfugiés" (n° 13665)
13.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, bijna dagelijks
zou de Brusselse brandweer diverse interventies moeten doen bij
vooral vluchtelingen. De hulpdiensten klagen die toestand wat aan,
omdat zij de indruk hebben dat zij veeleer worden gebruikt voor
politieke in plaats van medische doeleinden, qua nut van die
interventie.
Hebt u zicht op de juiste cijfers van dergelijke interventies? Bent u
daarvan op de hoogte? Zult u een overleg organiseren met de
betrokken actoren om daaraan iets te doen, indien het inderdaad een
reëel feit is?
13.01 Michel Doomst (CD&V): Il
me revient que les services
d'incendie de Bruxelles doivent
intervenir
presque
quotidiennement au bénéfice de
réfugiés. Selon les services de
secours,
ces
interventions
serviraient
plutôt
des
fins
politiques que des fins médicales.
Le ministre est-il au courant de
cette situation et dispose-t-il des
chiffres? Une concertation est-elle
prévue afin de remédier à ce
problème?
13.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer Doomst, op dit moment
beschik ik over de volgende, statistische gegevens van de DBDMH,
de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, of SIAMU in het Frans.
Sinds 17 mei 2009 tot en met 10 juni 2009 trad de Brusselse
brandweer 133 keer op voor ziekentransporten met normale
ziekenwagens en reanimatieziekenwagens in de Begijnenkerk te
Brussel.
Sinds 2 juni 2003 tot en met 10 juni 2009 trad de Brusselse
brandweer 28 keer op voor ziekentransporten in een kantoor gelegen
in de Lazaruslaan naast het Brusselse Noordstation.
De DBDMH, de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische
Hulp, of SIAMU in het Frans, is naar de vluchtelingen gestuurd, omdat
voornoemde dienst door de wet van 8 juli 1964 betreffende de
dringende, geneeskundige hulpverlening ertoe gehouden is zich op
vraag van het 100-centrum te begeven ­ ik citeer ­ "naar de
opgegeven plaats om er de dringende, medische en verpleegkundige
zorgen te verstrekken en indien nodig het toezicht en de verzorging
van de patiënt te verzekeren tijdens zijn overbrenging naar het
ziekenhuis".
Ik herinner eraan dat de DBDMH in tegenstelling tot de andere
brandweerdiensten door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt
georganiseerd en beheerd. Voor elke vraag over voornoemde dienst
zou u in principe de bevoegde gewestminister moeten contacteren. Ik
kan uw andere vragen dus niet beantwoorden.
13.02 Guido De Padt, ministre:
Selon le Service d'incendie et
d'aide médicale urgente de la
Région
de
Bruxelles-Capitale
(SIAMU), 133 interventions avec
des ambulances ordinaires et des
ambulances de réanimation ont
été effectuées à l'église du
Béguinage entre le 17 mai 2009 et
le 10 juin 2009. Entre le 2 juin
2003 et le 10 juin 2009, le service
d'incendie
de
Bruxelles
est
intervenu à 28 reprises pour
transporter des malades d'un
bureau situé au boulevard Saint-
Lazare à proximité de la gare du
Nord de Bruxelles.
Conformément à la loi du 8 juillet
1964, le SIAMU est chargé, à la
demande du centre 100, de se
rendre à ces endroits pour y
dispenser des soins médicaux
urgents et, au besoin, pour
assurer les soins du patient lors de
son transfert à l'hôpital.
La Région de Bruxelles-Capitale
organise et gère le SIAMU. Il
convient donc de poser les
questions au ministre régional
compétent.
13.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord en voor de cijfers die wij hebben gekregen.
13.03 Michel Doomst (CD&V):
Nous ne manquerons pas de lui
poser
les
questions
qui
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Voor het politieke aspect kunnen wij de betrokken overheid laten
contacteren en er de nodige vraagstelling aan verbinden.
s'imposent.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de l'Intérieur sur "le refus de recrutement de
policiers" (n° 13689)
14 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
weigering om politieagenten aan te werven" (nr. 13689)
14.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, la situation est complètement kafkaïenne. En
effet, je ne vous apprendrai pas que ce sont les zones de police qui
rémunèrent les policiers qui travaillent dans leur périmètre. Certes,
ces dernières se trouvent en difficulté du fait des différents sauts
d'index qui ont eu lieu en 2008. Il n'en est pas moins vrai que, pour
des raisons d'efficacité dans l'exercice de leurs missions, les forces
de police ont besoin d'être renforcées. Toutes les zones de police
appellent, en vain, de nouveaux recrutements.
Or, j'ai appris, lundi dernier, en réunion du COCOBA à laquelle toutes
les organisations syndicales ont assisté, que, pour des raisons
budgétaires, les objectifs de recrutement de policiers par votre
ministère seraient limités. Bien sûr, la formation comme les concours
de recrutement sont à la charge de vos services.
Monsieur le ministre, il me semble cependant que le gouvernement,
dont vous faites partie et qui a notre soutien, a pris pour objectif une
lutte contre la crise par la mise en oeuvre d'un soutien à l'emploi. Or,
en tant que membre MR, la politique de l'Emploi m'intéresse tout
particulièrement. Créer de nouveaux postes, réclamés par des zones
de police qui en auront la charge salariale, me paraît être une
réponse efficace et finalement peu coûteuse pour le fédéral.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me rassurer en m'annonçant que,
pour répondre aux besoins des zones de police, vos services vont
relancer et élargir une politique de recrutement en nombre de
policiers. Les zones de police et leur président pourraient ainsi
assurer la sécurité des biens et des personnes sous leur
responsabilité.
Vous me répondrez peut-être que vous ne disposez pas de moyens
budgétaires. Je tiens ici à lancer une piste et je ne vous cache pas
que je poserai la même question à votre collègue, présidente du cdH
et ministre de l'Emploi. Engager des policiers diminuera les coûts liés
aux indemnités de chômage. De ce fait, on pourrait transférer une
partie des économies engendrées au sein du ministère de l'Emploi
vers votre département afin d'assurer les frais de formation et de
recrutement, les autres frais étant à la charge des zones de police.
Cette proposition permettrait de créer 2.000 emplois supplémentaires.
Dans une période de restructurations et d'économies, nous en avons
grand besoin!
14.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De toestand is kafkaiaans.
Alle politiezones vragen tevergeefs
dat er nieuw personeel in dienst
zou worden genomen. Ik heb
echter
vernomen
dat
uw
departement
om
budgettaire
redenen
het
aantal
nieuwe
wervingen op een laag pitje heeft
gezet. Kan u me verzekeren dat
uw
diensten
opnieuw
meer
politiepersoneel zullen werven?
Door meer politiemensen in dienst
te nemen zal men in de
werkloosheidsuitgaven
kunnen
snoeien. Een deel van het aldus
vrijgekomen geld zou van de
begroting
van
de
FOD
Werkgelegenheid
naar
uw
departement
kunnen
worden
overgeheveld.
14.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur Flahaux, en tenant compte
des possibilités budgétaires, le nombre d'inspecteurs à engager en
2009 a été fixé à 1.200, auxquels s'ajouteront une centaine de
lauréats des épreuves de promotion par extraction du cadre de base
14.02 Minister Guido De Padt:
Het aantal inspecteurs dat in 2009
moet worden aangeworven, werd
vastgelegd
op
twaalfhonderd.
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
ainsi qu'une vingtaine d'inspecteurs par voie de recrutement
proprement dit. Ce nombre devrait être suffisant pour répondre aux
demandes des zones de police.
Je suppose que vous n'ignorez pas que la situation budgétaire
fédérale n'est guère brillante. Il en va de même pour les zones de
police. C'est pourquoi d'aucuns craignent que les zones recrutent
moins d'aspirants, le solde restant alors à charge du fédéral. Une
certaine prudence est donc de mise. Ceci dit, dans son rapport
d'évaluation sur la réforme des polices, le Conseil fédéral de police
plaide pour un recrutement renforcé et soutenu. J'entends le même
message chez les chefs de corps que je rencontre. Je m'efforcerai de
trouver un juste équilibre au cours des discussions budgétaires 2010-
2011.
D'autre part, les 38 zones de police qui sont actuellement déficitaires
peuvent recourir à la procédure du recrutement complémentaire au
profit de leur zone. Les zones de Charleroi, La Louvière, Gand et
Anvers l'ont déjà appliquée avec succès.
Daarbij komen nog een honderdtal
laureaten
van
bevorderingsproeven
uit
het
basiskader en een twintigtal
inspecteurs via aanwerving. Dat
aantal zou moeten volstaan om te
voldoen aan de vragen uit de
politiezones.
De federale begrotingssituatie is
niet schitterend. Hetzelfde geldt
voor de politiezones. Daarom
vrezen sommigen dat de zones
minder
aspiranten
zullen
aanwerven, wat overblijft is dan
voor rekening van het federaal
niveau. Een zekere omzichtigheid
is dus gepast. Overigens kunnen
de achtendertig politiezones die
momenteel tekorten vertonen,
gebruik maken van de procedure
van bijkomende aanwerving.
14.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je
regrette de devoir dire que cette réponse me mécontente. Il est faux
d'affirmer que les zones de police n'ont pas la capacité financière de
recruter. Je serais prêt à aller jusqu'à Rome à pied pour obtenir de
nouveaux policiers! Il en va de même dans les zones voisines de la
mienne. D'après d'autres bourgmestres que j'ai interrogés, la situation
est identique. La proposition que je vous soumets de transférer une
partie des économies sur les indemnités de chômage me semble
donc représenter une opportunité.
Ensuite, je puis vous dire que chaque conseil de zone relance des
appels, tant il est difficile de trouver des policiers. Je demande qu'un
audit plus précis soit réalisé. Si vous me donnez quinze policiers en
plus, je les engage demain!
Pour les zones d'Enghien/Jurbise et La Louvière, vous reconnaissez
vous-même qu'elles ont dû opter pour une réorganisation interne en
vue de pallier le manque de personnel.
Mes remarques visent à vous aider en vous suggérant une piste de
réflexion. Je vais également interroger la ministre Milquet à ce sujet.
Mais quand j'entends que vous allez attendre le budget 2010-2011, je
vous rappelle que c'est maintenant que nous vivons la crise et les
problèmes d'emploi. Je sais bien que ma proposition ne va pas régler
toute la question du chômage mais elle pourrait en résorber une petite
partie.
Je vous apprécie, monsieur le ministre, mais votre réponse me fend
le coeur.
14.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik zou hemel en aarde
bewegen
om
aan
nieuwe
politieagenten te raken! De zones
in de buurt ook trouwens. Het
voorstel dat ik u voorleg om een
deel van de besparingen op de
werkloosheidsvergoedingen over
te hevelen, lijkt mij dan ook een
buitenkans te zijn. Ik zal minister
Milquet
daar
ook
over
ondervragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "vrijwilligers voor
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
buurtbemiddeling" (nr. 13699)
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de vrijwilligers die burenruzies
moeten oplossen" (nr. 13744)
15 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "les volontaires pour la médiation de voisinage"
(n° 13699)
- Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "les volontaires chargés de résoudre les conflits de
voisinage" (n° 13744)
15.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, u maakte een bedrag van 435.000 euro vrij om het proces
inzake vrijwilligers voor buurtbemiddeling in steden en gemeenten te
promoten. Daardoor krijgen politie en justitie meer ruimte voor andere
zaken.
Wij hebben dit bij ons ook al in gang gezet. Het is geen eenvoudige
oefening. Ik denk dat een aantal steden en gemeenten nog twijfelt
omdat er te weinig ondersteuning is. Dit zou een middel kunnen zijn
om hen over de brug te krijgen.
Blijkbaar is ook de opdracht gegeven om een draaiboek uit te werken
met daarin alle nodige informatie voor de vrijwilligers op het terrein.
Mijnheer de minister, kunt u meer toelichting geven omtrent dit
initiatief'? Hoe zal de ondersteuning aan de steden en gemeenten
concreet gebeuren? Bestaat de wil om mee te werken over de
verschillende Gewesten heen? Hebt u al een zicht op het aantal
steden en gemeenten dat nu reeds geïnteresseerd is? Op welke
manier zal dit praktisch worden uitgewerkt? Is al in een draaiboek
voor de vrijwilligers voorzien en welke actoren zullen hieraan
meewerken? Tegen wanneer zou dit haalbaar zijn?
15.01 Michel Doomst (CD&V):
Le ministre a décidé de consacrer
435.000 euros à la médiation de
voisinage dans les villes et les
communes dans le but de
décharger la police et la justice
pour qu'elles puissent s'acquitter
d'autres tâches. L'exercice ne sera
pas simple puisque les médiateurs
ne bénéficient pas encore d'un
soutien suffisant. Aujourd'hui, un
manuel destiné aux bénévoles
serait en cours de réalisation.
Le ministre peut-il fournir des
précisions sur cette initiative?
Comment le soutien se traduira-t-il
concrètement? La volonté d'y
concourir est-elle présente au sein
de toutes les Communautés? Le
ministre
a-t-il
une
idée
approximative du nombre de villes
et de communes qui s'intéressent
à ce projet? De quelle façon sera-
t-il concrétisé? Un manuel est-il
déjà prévu et qui contribuera à sa
réalisation?
15.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Doomst, ik denk dat ik over het project buurtbemiddeling zelf niet
zoveel uitleg moet geven, omdat het een essentieel onderdeel is van
de veiligheidsketen. Als men in het begin van de keten bepaalde
conflicten kan oplossen, worden andere mensen daarmee niet belast.
Ik denk aan de politie, de vredegerechten of zelfs aan advocaten, die
dan wat minder worden belast. Ik denk dat buurtbemiddeling as such
een goed project is. De oplossing is trouwens ook goedkoper voor alle
betrokkenen dan wanneer, bijvoorbeeld, het gerecht zou worden
ingeschakeld.
Voortbouwend op bestaande beste praktijken, hebben wij ervoor
geopteerd om lokale vrijwilligers tot buurtbemiddelaars te vormen. Zij
wonen in de buurt en kennen de achtergronden, waardoor zij
conflictsituaties beter kunnen begrijpen. Ook de drempel die met een
geprofessionaliseerde tussenkomst gepaard gaat, wordt door het
inzetten van vrijwilligers gereduceerd. Het betekent dat zij niet
noodzakelijk over een welbepaald opleidingsniveau moeten
beschikken, maar ze moeten wel over de nodige vaardigheden
beschikken,
zoals
communicatievermogen,
discretie
en
inlevingsvermogen. Ze moeten vooral de methodologie eigen aan de
15.02 Guido De Padt, ministre:
La
médiation
de
voisinage
constituera un maillon important
dans la filière de sécurité. Nous
avons préféré poursuivre le travail
sur la base de pratiques existantes
et former des volontaires locaux à
la médiation de voisinage. Ceux-ci
connaissent mieux le contexte et,
comparé
à
celui
des
professionnels,
leur
travail
facilitera l'accès à la médiation.
Aucun
niveau
de
formation
particulier ne sera requis pour les
volontaires. Il s'agira de disposer
des compétences utiles, comme
les aptitudes à la communication,
la discrétion et l'empathie.
La médiation pourra être proposée
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
buurtbemiddeling, aanleren, beheersen en toepassen. Ik denk
trouwens ook dat zij gezond boerenverstand moeten hebben om
bepaalde zaken te ontwarren.
Een bemiddeling kan worden voorgesteld door de betrokken partijen
zelf. Dat moet ik allemaal niet zeggen. Ze kunnen steeds de
mogelijkheid tot bemiddeling weigeren of een lopende bemiddeling
stopzetten. De ervaring met bestaande projecten leert ons echter dat
zeer vaak op het bemiddelingsaanbod wordt ingegaan, aangezien het
tot een directe, flexibele en voor alle partijen aanvaardbare oplossing
van het conflict kan leiden.
Nog voor de zomer zullen alle steden en gemeenten worden
aangeschreven
met
meer
informatie
over
het
project
buurtbemiddeling en de vraag om hierop in te schrijven. Op basis van
vaste criteria zal binnen de limieten van het budget op een
transparante manier worden overgegaan tot de toekenning van in
totaal 120 vrijwilligers aan de ingeschreven gemeenten. De
toekenningscriteria en verdeling zullen eind oktober van dit jaar
worden voorgelegd aan de Ministerraad. Met de participerende
gemeenten zal een eenjarige convenant ­ ik leg de klemtoon op de
annaliteit ­ worden gesloten, met vermelding van de bijdragen van de
beide partijen.
De overeenkomst zal ingang nemen vanaf de datum van
ondertekening door beide partijen. We hopen dat alle convenanten
uiterlijk eind dit jaar zullen worden gesloten.
Gemeenten en steden die inschrijven, zullen een eenmalige financiële
impuls krijgen van 1.500 euro per vrijwilliger, die zij kunnen
aanwenden voor de werkingsmiddelen van de vrijwilligers, de
praktische opleiding in de gevestigde bemiddelingsdienst en/of de
lokale bekendmaking van het bemiddelingsaanbod.
Voorts voorziet mijn administratie in een theoretische basisopleiding
buurtbemiddeling van enkele dagen voor die vrijwilligers. De vrijwillige
buurtbemiddelaars zullen in oktober 2009 een draaiboek ontvangen
met een methodologische leidraad. Dit draaiboek zal worden
opgesteld door een werkgroep bestaande uit leden van mijn
administratie, de FOD Justitie en lokale projectleiders met ervaring in
bemiddelingsprocessen.
Gedurende een jaar zullen twee coördinatoren ­ een Franstalige en
een Nederlandstalige ­ worden gefinancierd door Binnenlandse
Zaken. Hun taak zal eruit bestaan een continue ondersteuning te
bieden aan de lokale bemiddelingsprojecten en initiatieven rond
buurtbemiddeling die reeds in de verschillende Gewesten bestaan.
Dat wijst op de interesse voor deze methodiek over de Gewesten
heen.
Ten slotte, verschillende steden en gemeenten hebben mijn diensten
al gecontacteerd voor bijkomende informatie, wat ook wijst op een
zekere belangstelling.
par les parties concernées, par
l'administration communale ou par
la police. Il sera toujours possible
de la refuser et d'y mettre un
terme. L'expérience nous apprend
que, très souvent, la proposition
de médiation est acceptée.
Toutes les villes et les communes
seront informées plus avant sur le
projet avant l'été. Sur la base de
critères établis, 120 volontaires
seront
désignés
pour
les
communes qui s'inscriront. Les
critères
d'attribution
et
la
répartition seront soumis au
Conseil des ministres fin octobre.
Une convention annuelle sera
conclue avec les communes.
Toutes les conventions devront
être conclues pour la fin 2009 au
plus tard.
Les villes et les communes qui
participent à ce projet, reçoivent
1.500 euros par volontaire pour les
moyens de fonctionnement, la
formation pratique et la diffusion
d'informations. Les volontaires
peuvent suivre une formation de
base théorique de quelques jours.
En octobre, ils recevront un
scénario
comportant
un
fil
conducteur
méthodologique.
Pendant
un
an,
deux
coordinateurs, un francophone et
un néerlandophone, soutiendront
les projets de médiation locaux. Il
existe déjà des initiatives de
médiation de voisinage au sein
des Régions. Plusieurs villes et
communes ont déjà contacté mes
services pour obtenir de plus
amples informations.
15.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord waaruit uw burgemeesterschap van Geraardsbergen
aan de einder van verleden en toekomst opnieuw duidelijk opduikt.
17/06/2009
CRIV 52
COM 597
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Het is goed dat aldus veiligheid wordt gebracht naar steden,
gemeenten en buurten. Ik vind dit een goede piste waarover we eind
dit jaar de nodige concrete informatie zullen krijgen.
Ik wil graag weten waar u de best practices hebt gevonden. Wij
hebben het geprobeerd, maar dit is geen eenvoudige zaak. Het zou
nuttig zijn kon u ons op dat vlak al nuttig werk aanduiden, als
referentie. Ik denk dat er inderdaad interesse bestaat aan de basis
om het politiewerk te verbreden en aan te vullen door vrijwilligers.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de vraag van
de hulpagenten om een extra wapen te krijgen" (nr. 13735)
16 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de l'Intérieur sur "la demande des agents de
sécurité de recevoir une arme supplémentaire" (n° 13735)
16.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
recentelijk konden wij in de pers lezen dat hulpagenten van de politie
een wapen vragen, om zich zo beter te kunnen verdedigen.
Vuurwapens zijn geen evidentie en eigenlijk uitgesloten. Daarom
wordt de mogelijkheid onderzocht om te beschikken over
stroomstootwapens. Met zo'n wapen kan blijkbaar een stroomstoot
van 50.000 volt worden toegediend. Dat is blijkbaar voldoende om
iemand een paar minuten uit te schakelen.
Ik meen dat wij het erover eens zijn dat zo'n wapen niet geheel
ongevaarlijk is. Daarom wilde ik even polsen naar wat u van dat
voorstel vindt. Ik heb de volgende vragen.
Ten eerste, vindt u de vraag van de hulpagenten om over een wapen
te beschikken, terecht?
Ten tweede, hoe vaak komt het voor dat hulpagenten in een situatie
terechtkomen waarin zij wapens nodig hebben voor hun veiligheid? Is
het echt nodig dat zij wapens krijgen?
Ten derde, onderzoekt de politie de mogelijkheid om hulpagenten
beter te beschermen bij opdrachten die een mogelijk risico inhouden?
Ten vierde, wat denkt u zelf over dat stroomstootwapen? Vindt u het
aanvaardbaar?
Ten vijfde, heeft de politie al onderzocht wat de mogelijke fysieke
gevolgen zijn van het gebruik van een dergelijk wapen?
Ten zesde, bestaat er eventueel al een timing voor de invoering van
een dergelijk wapen?
16.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): On examine la
possibilité
pour
les
agents
auxiliaires de disposer d'un pistolet
à impulsion électrique. Une telle
arme permet d'administrer une
décharge
électrique
de
50.000 volts,
suffisante
pour
neutraliser une personne pendant
quelques minutes. Ce procédé ne
me paraît pas tout à fait anodin.
Le ministre estime-t-il justifiée la
demande des agents auxiliaires de
pouvoir disposer d'une arme?
Combien de fois ces policiers se
retrouvent-ils dans des situations
dans lesquelles ils ont besoin
d'une arme pour leur sécurité?
Des possibilités d'améliorer la
protection des agents auxiliaires
lors
de
missions
pouvant
comporter des risques sont-elles
examinées? Quel est l'avis du
ministre concernant cette arme?
La police a-t-elle déjà examiné
quelles sont les éventuelles
conséquences
physiques
du
recours à celle-ci? Y a-t-il déjà un
calendrier pour son introduction?
16.02 Minister Guido De Padt: Collega Van Hecke, wat het gebruik
van de stroomstootwapens door de politie betreft, heb ik begin
februari reeds geantwoord op een schriftelijke parlementaire vraag
nr. 68
van
collega
Flor Van Noppen.
Ik
geef
u
de
verwijzingsgegevens, opdat u dat zo kunnen nakijken.
Het stroomstootwapen taser is een van de less lethal middelen van de
speciale eenheden van de federale politie. De speciale eenheden van
16.02 Guido De Padt, ministre:
L'arme à décharge électrique
TASER relève de la catégorie de
l'armement spécifique et n'est
destinée qu'aux unités spéciales.
La police intégrée n'est pas
favorable
à
l'introduction
généralisée de cette arme au sein
CRIV 52
COM 597
17/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
de federale politie gebruiken het. Het wapen valt onder de categorie
bijzondere bewapening en is alleen maar bestemd voor die speciale
eenheden.
De besprekingen in de Wapencommissie leren ons dat de
geïntegreerde politie geen vragende partij is om dat wapen zomaar te
veralgemenen bij de reguliere diensten, zelfs bij de politiemensen die
reeds over een vuurwapen beschikken. Men opteert dus voor een
zeer selectief gebruik na een gepaste opleiding.
De overheid heeft voorts reeds geruime tijd een standpunt over de
bewapening van de agenten ingenomen. Vroeger heetten ze nog
hulpagenten, maar hun titulatuur is nu agent. Dat zijn dus de
hulpagenten waarnaar u verwijst. Herinner u, hun bevoegdheden
werden wel uitgebreid, maar ze zijn geen politieambtenaar geworden.
Dat impliceert het behoud van het wezenlijk verschil in de toegekende
dwangmiddelen, met andere woorden, geen wapen voor hen, dus ook
geen vuurwapen, dus ook geen taser.
De mogelijkheid om een pepperspray en handboeien toe te kennen, is
daarentegen wel reglementair vastgelegd. Het is de korpschef die de
uiteindelijke beslissing neemt over de toekenning van pepperspray.
De regeling die ik heb uiteengezet, is goed overwogen en zal
voorlopig gehandhaafd blijven.
des services ordinaires. On opte
pour un usage très sélectif à
l'issue d'une formation appropriée.
Les compétences des agents
auxiliaires ­ qui portent à présent
le titre d'agents ­ ont été élargies,
mais ils ne sont toujours pas
fonctionnaires de police. Ils ne
sont donc pas autorisés à porter
une arme, mais ils peuvent utiliser
des menottes et un spray au
poivre.
16.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw geruststellend antwoord. Ik vraag mij alleen af hoe het
komt dat zo'n idee weer opduikt, van waar die vraag komt. Men moet
immers inderdaad opletten met het geven van wapens. Als die
agenten wapens dragen en gebruiken, kan dat ook leiden tot meer
geweld ten aanzien van hen, omdat mensen zich meer zullen
verweren wanneer ze in een bepaalde situatie terechtkomen.
Uw standpunt is heel duidelijk en heel aanvaardbaar.
16.03 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Je ne comprends
pas cette initiative. Si des agents
portent et utilisent des armes, cela
peut conduire à plus de violence
car les personnes à qui ils sont
opposés pourraient dans certaines
situations opposer une plus
grande résistance.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.58 uur.
La réunion publique de commission est levée à 15.58 heures.