KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 584
CRIV 52 COM 584
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTE PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIETE
woensdag
mercredi
10-06-2009
10-06-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke
Integratie, Pensioenen en Grote Steden, over "het
activeren van leefloners" (nr. 11623)
1
Question de Mme Maggie De Block au secrétaire
d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et
des Grandes villes, sur "l'activation des
bénéficiaires du revenu d'intégration sociale"
(n° 11623)
1
Sprekers: Maggie De Block, Jean-Marc
Delizée
,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Maggie De Block, Jean-Marc
Delizée
, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister, over "de windmolenparken in
de Noordzee" (nr. 13342)
6
Question de M. Ludo Van Campenhout au
secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier
ministre, sur "les parcs d'éoliennes en mer du
Nord" (n° 13342)
6
Sprekers: Ludo Van Campenhout, Etienne
Schouppe
, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Ludo Van Campenhout, Etienne
Schouppe
, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Peter Logghe aan de
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke
Integratie, Pensioenen en Grote Steden, over "de
uitbouw van het steunpunt armoedebestrijding tot
een
wetenschappelijk
expertisecentrum"
(nr. 12501)
7
Question de M. Peter Logghe au secrétaire d'État
à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la ministre
de l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes villes, sur "la transformation du service
de lutte contre la pauvreté en un centre
d'expertise scientifique" (n° 12501)
7
Sprekers: Peter Logghe, Jean-Marc Delizée,
staatssecretaris voor Armoedebestrijding
Orateurs: Peter Logghe, Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke
Integratie, Pensioenen en Grote Steden, over
"een sociaal internettarief" (nr. 12525)
10
Question de Mme Rita De Bont au secrétaire
d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et
des Grandes villes, sur "un tarif social pour
l'internet" (n° 12525)
10
Sprekers: Rita De Bont, Jean-Marc Delizée,
staatssecretaris voor Armoedebestrijding
Orateurs: Rita De Bont, Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister
van
Maatschappelijke
Integratie,
Pensioenen en Grote Steden, over "de minnelijke
invordering van schulden van de consument"
(nr. 12828)
12
Question de Mme Clotilde Nyssens à la ministre
de l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes villes, sur "le recouvrement amiable de
dettes du consommateur" (n° 12828)
12
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jean-Marc
Delizée
,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jean-Marc
Delizée
, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
Vraag van de heer Jo Vandeurzen aan de
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke
Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de
strijd tegen de armoede" (nr. 13172)
14
Question de M. Jo Vandeurzen au secrétaire
d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et
des Grandes villes sur "la lutte contre la pauvreté"
(n° 13172)
14
Sprekers:
Jo
Vandeurzen,
Jean-Marc
Delizée,
staatssecretaris
voor
Armoedebestrijding
Orateurs:
Jo
Vandeurzen,
Jean-Marc
Delizée, secrétaire d'État à la Lutte contre la
pauvreté
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTÉ
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIÉTÉ
van
WOENSDAG
10
JUNI
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
10
JUIN
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.30 uur en voorgezeten door mevrouw Maggie De Block.
La séance est ouverte à 14.30 heures et présidée par Mme Maggie De Block.
01 Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding,
toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden, over "het
activeren van leefloners" (nr. 11623)
01 Question de Mme Maggie De Block au secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes, sur "l'activation des bénéficiaires
du revenu d'intégration sociale" (n° 11623)
01.01 Maggie De Block (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik
heb een vraag over het activeren van de leefloners. Mijn vraag werd
ingediend op 5 maart, maar ik denk dat ze nog altijd actueel is.
Een OCMW-voorzitter heeft de leefloners van zijn gemeente een brief
gestuurd waarin ze met aandrang werden verzocht deel te nemen aan
een jobbeurs van de Gentse Zeehaven. De OCMW-voorzitter
verklaarde dit initiatief als een uitvloeisel van het activeringsbeleid.
Bovendien is het een antwoord op de stelling van een aantal
leefloners dat het OCMW dan maar voor een job moet zorgen.
Het ging om 200 vacatures in de Gentse zeehaven. De voorzitter van
het OCMW ging ervan uit dat heel wat leefloners daarvoor in
aanmerking kwamen.
Tewerkstelling is inderdaad het belangrijkste middel om mensen uit
de armoede te halen. Tijdens de voorbije legislaturen heeft de
federale overheid de OCMW's gestimuleerd om door onder andere
tewerkstelling en bijkomende opleiding leefloners te activeren.
Heel wat OCMW's kunnen goede resultaten voorleggen. Dat geldt
echter helaas niet voor alle OCMW's. Eind 2008 werd duidelijk dat 21
Vlaamse gemeenten via het OCMW en artikel 60 geen enkele
leefloner in dienst hadden. In 47 gemeenten was er slechts één
leefloner in toepassing van artikel 60 in dienst. Wij weten ook dat
artikel 60 dikwijls tot latere, reguliere tewerkstelling leidt. Het ging
daarbij niet om de armste gemeenten.
U hebt verklaard dat u de achterblijvende OCMW's niet zal afstraffen.
U zou de goede OCMW's, die van de toepassing van artikel 60 werk
maken, belonen.
01.01 Maggie De Block (Open
Vld): Le président du CPAS de
Zelzate a envoyé récemment aux
bénéficiaires du revenu d'intégra-
tion de sa commune un courrier
les invitant à participer à la bourse
à l'emploi organisée par le port
maritime de Gand. Le président de
CPAS a déclaré que cette initiative
se situait dans le prolongement de
la politique d'activation sur laquelle
le pouvoir fédéral insiste depuis
pas mal de temps déjà.
Malheureusement, ce cas est rare
et en matière d'emploi des
bénéficiaires
du
revenu
d'intégration, les CPAS restent
gravement en défaut. Ainsi, à la fin
de l'an dernier, on comptait en
Flandre 21 CPAS au sein
desquels aucun bénéficiaire d'un
revenu d'intégration n'avait trouvé
un emploi sur la base de l'article
60 et 47 CPAS au sein desquels
un bénéficiaire seulement d'un
revenu d'intégration était au
travail.
Le secrétaire d'État appuie-t-il des
initiatives telles que celles prises
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Ik kom met de volgende vragen op het thema van 2008 terug.
Steunt u initiatieven zoals het initiatief van de OCMW-voorzitter van
Zelzate, die leefloners aanport om aan jobbeurzen deel te nemen?
Mijnheer de staatssecretaris, zal u de OCMW's meer
controlemiddelen op het vlak van werkweigering of van de weigering
naar werk te zoeken, ter beschikking stellen, teneinde de activering
van de betrokkenen te intensifiëren?
In hoeveel Waalse en Brusselse gemeenten stelt het OCMW geen
enkele leefloner in toepassing van artikel 60 te werk? De Vlaamse
gegevens ter zake hebben wij.
Welke, andere maatregelen hebt u intussen uitgewerkt om de
OCMW's die hun leefloners activeren, te belonen, zoals u destijds
hebt beloofd?
Wordt op lange termijn opgevolgd in welke mate leefloners die door
een OCMW worden geactiveerd, duurzaam op de arbeidsmarkt zijn
ingeschakeld? Is er daarvan een opvolging? Wat zijn de resultaten
van de opvolging?
Zal u een initiatief nemen om OCMW's en de diensten voor
arbeidsbemiddeling nauwer te doen samenwerken, teneinde te
voorkomen dat leefloners na hun activering opnieuw in de
werkloosheidsverzekering zouden stranden?
par le CPAS de Zelzate? Le
ministre octroiera-t-il aux CPAS
davantage de
moyens
pour
contrôler ceux qui refusent de
travailler ou de chercher un
emploi? Combien de communes
wallonnes et bruxelloises ont-elles
omis de proposer ou proposé à un
bénéficiaire de revenu d'intégra-
tion seulement un emploi sur la
base de l'article 60? Quelles
mesures
ont-elles
déjà
été
élaborées afin de récompenser les
CPAS menant une politique
d'activation des bénéficiaires d'un
revenu d'intégration? Quel est le
résultat de ce suivi? Le secrétaire
d'État prendra-t-il une initiative afin
de favoriser une coopération plus
étroite entre les CPAS et les
services de l'emploi, afin d'éviter
que les bénéficiaires d'un revenu
d'intégration
n'émargent
à
nouveau au chômage?
01.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw De Block, ik
ben het helemaal eens met het hoofdidee van uw vraag.
Tewerkstelling is inderdaad de beste manier om uit de armoede te
geraken. Het is een goede hefboom voor een goede sociale integratie
van arme mensen, op voorwaarde dat het om kwalitatief werk gaat en
om werk dat voldoende verloond wordt. Dit blijkt ook uit de recente
armoedecijfers. Werklozen lopen een armoederisico van 34,2%. Ik
wijs erop dat bijna 5% van de werkende Belgen ook onder de
armoedegrens leeft. Bij deeltijds werkenden is dit zelfs 7,6%, zo blijkt
uit de EU-SILC-cijfers.
Op uw concrete vragen kan ik het volgende antwoorden.
Ten eerste, ik steun uiteraard elk initiatief dat leefloners wil helpen om
aan de slag te geraken. In die zin steun ik ook het initiatief van het
OCMW van Zelzate om leefloners warm te maken voor jobbeurzen.
Ten tweede, voor het stimuleren van de activering is het belangrijk om
op maat van de persoon te werken. Het behoort tot de opdracht van
het OCMW om, voor elk individueel geval, de werkbereidheid van de
hulpaanvrager te beoordelen aan de hand van de concrete
mogelijkheden en de persoonlijke inspanningen van de betrokkene.
Er moet rekening gehouden worden met zijn specifieke situatie, zijn
leeftijd, zijn opleiding, zijn gezondheid en zijn opvoeding.
De werkbereidheid kan worden aangetoond door de combinatie van
verschillende elementen, zoals een inschrijving als werkzoekende, het
persoonlijk zoeken naar regulier werk, een positieve houding
tegenover de werkaanbiedingen van het OCMW of van de
01.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire
d'État:
L'emploi
constitue effectivement le meilleur
levier pour assurer l'intégration
sociale des personnes défavo-
risées, à condition qu'il soit de
qualité et qu'il soit bien rémunéré.
Je soutiens évidemment toute
initiative, y compris celle menée à
Zelzate, tendant à aider les
bénéficiaires
du
revenu
d'intégration à trouver du travail.
Une politique d'activation ne
fonctionne pas sur la base de
sanctions. Par contre, il est
possible d'apprécier individuelle-
ment la disponibilité sur le marché
de l'emploi sur la base des
possibilités réelles du bénéficiaire
du revenu d'intégration et de ses
efforts personnels.
Il ressort des statistiques pour la
Wallonie qu'en 2008, onze CPAS
seulement n'ont procédé à aucun
recrutement dans le cadre de
l'article 60 et 41 CPAS n'ont
engagé qu'une seule personne.
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
arbeidsbemiddelingsdienst van de VDAB, de deelname aan examens,
het volgen van een aanvullende opleiding, enzovoort. Het is niet
alleen door sanctionering dat men de mensen meer zal activeren.
Ten derde, u stelde mij vragen over enkele cijfers. In 2008 waren er
slechts 11 Waalse OCMW's, op een totaal van 262, die niemand
tewerkstelden in het raam van artikel 60, paragraaf 7. Er waren in
Wallonië 41 OCMW's die er maar één tewerkstelden.
210 OCMW's stelden meer dan een leefloner te werk.
De Brusselse OCMW's hebben tenminste een leefloner aan het werk
via artikel 60. Zij hebben er tenminste 18. Er zijn dus leefloners actief
in alle Brusselse gemeenten en OCMW's.
Voor Vlaanderen zijn de cijfers van de overheid verschillend van uw
cijfers. In Vlaanderen waren er in 2008 22 OCMW's met slechts een
leefloner volgens artikel 60 en 30 OCMW's zonder leefloners volgens
artikel 60.
Ten vierde, naast het gekende artikel 60, §7 inzake tewerkstellingen
heeft de federale regering diverse maatregelen voor de specifieke
tewerkstelling van het publiek van de OCMW's uitgewerkt: artikel 61
van de organieke OCMW-wet van 8 juli 1976 en de jobs in het raam
van inschakelingsprojecten waarvoor het OCMW financieel
tegemoetkomt in de loonkosten van de werkgever, namelijk voor het
Activaplan, Invoeginterim, Doorstromingsprogramma's en de SINE-
jobs.
Daarnaast zou ik ook willen verwijzen naar verschillende federale
instrumenten waarbij OCMW's financiële stimulansen voor
tewerkstelling kunnen bekomen.
Ten eerste, de overeenkomsten met de OCMW's van de grote
steden. Deze toelage heet: verhoogde staatstoelage voor bepaalde
steden en gemeenten voor specifieke initiatieven met het oog op
sociale inschakeling.
Ten tweede, het clusterplan. Het project-clusters loopt sinds 2003.
Het heeft als doelstelling de sociale inschakeling van de OCMW-
cliënten in kleine gemeenten te bevorderen. Per provincie werd een
pilootproject opgestart dat een aantal OCMW's uit verschillende
gemeenten verenigt. Hierdoor kan een kleinere gemeente genieten
van schaalvoordelen en meestappen in de filosofie van het
Lenteprogramma. Binnen de groepering van de OCMW's is een
OCMW verantwoordelijk voor de administratieve opvolging van het
project. De participerende OCMW's engageren zich om werk te
maken van een gemeenschappelijk beleid inzake activering en
opleiding. In 2007 werd nog door minister Dupont beslist om de
clusters uit te breiden.
Elke groepering van OCMW's kan, dankzij ondersteuning ten bedrage
van 12.500 euro per jaar, de loon- en werkingskosten van de
trajectbegeleider
gedeeltelijk
betalen.
De
trajectbegeleider
centraliseert de kennis inzake vorming en activering ten behoeve van
de
verschillende
deelnemende
OCMW's,
waardoor
de
kennisoverdracht maximaal rendeert.
Plus de 210 CPAS ont employé
plus d'une personne sur la base
de ce même article.
À Bruxelles, 18 bénéficiaires du
revenu d'intégration sont actifs
dans un CPAS. En Flandre, en
2008, 22 CPAS occupaient un
bénéficiaire
du
revenu
d'intégration
et
trente
n'en
occupaient aucun.
Outre l'article 60 déjà cité, le
gouvernement fédéral a élaboré
d'autres mesures en matière
d'emploi spécifiquement axées sur
les clients des CPAS. Il y a par
exemple l'article 61 de la loi sur les
CPAS de 1976 et les projets
d'insertion dans lesquels le CPAS
contribue aux coûts salariaux, le
plan Activa, l'Intérim d'insertion,
les Programmes de transition
professionnelle et les emplois
SINE.
Il existe en outre différents
instruments fédéraux permettant
aux CPAS d'obtenir des incitants
financiers à l'emploi.
Il
s'agit
notamment
des
subventions majorées de l'État
pour les CPAS des grandes villes.
L'objectif du plan « Cluster » est
de favoriser l'insertion sociale des
clients des CPAS dans les petites
communes. Un projet pilote a été
élaboré par province à cet effet.
Dans le cadre des accords de
partenariat ou de la mesure des
500 euros, le CPAS conclut des
partenariats visant à accompagner
le bénéficiaire dans sa recherche
d'un emploi sur le marché régulier
du travail. 38 millions d'euros ont
été dégagés dans le cadre du
Fonds social européen pour la
période
2007-2013
pour
la
stimulation
des
parcours
d'activation sociale et profession-
nelle. Dans le cadre du Plan
fédéral pauvreté, il est examiné
dans quelle mesure l'activation par
les CPAS peut encore être
renforcée.
La durabilité de l'activation ne fait
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Ten derde, de partnerschapsovereenkomst of de zogenaamde
500 euro-maatregel is een maatregel waarbij het OCMW een
partnerschap sluit met de gewestelijke dienst voor arbeidsvoorziening
en/of met een of meerdere door deze dienst erkende partners, om
een gerechtigde individueel naar tewerkstelling op de reguliere
arbeidsmarkt te begeleiden. Partners waarmee het OCMW
samenwerkt, ontvangen voor hun partnerschap een financiële
tegemoetkoming van het OCMW.
Ten vierde en ten slotte, de financiering in het raam van het Europees
Sociaal Fonds. Voor het stimuleren van trajecten voor sociale en
beroepsactivering werd in de programmering voor 2007-2013 een
bedrag van meer dan 38 miljoen euro voor de OCMW's uitgetrokken.
Afhankelijk van de budgettaire mogelijkheden wordt nagegaan in
hoeverre de ondersteuning voor actieve OCMW's op het vlak van
activering nog meer kan worden uitgebreid. Ter zake gaat het over
het federale armoedeplan.
Wat de vijfde vraag betreft. De opvolging van de duurzaamheid van
de activering gebeurt thans nog niet systematisch. Een aantal
onderzoeken ter zake werd via de POD Maatschappelijke Integratie
reeds uitgevoerd en/of opgestart.
In
2006
liep
er
een
onderzoek
over
trajecten
voor
sociaalprofessionele inschakeling van personen die van een
activeringsmaatregel hebben genoten door middel van de
tewerkstellingsvoorzieningen waarover de OCMW's beschikken. Het
voorgaande was de titel van het onderzoek.
Volgens voornoemde studie blijkt dat op lange termijn, namelijk één
jaar na de activering, 1 op 2 nog altijd werkt en 1 op 3 naar werk op
zoek is. De meest vertegenwoordigde tewerkstellingssector is de
sector van de geneeskundige verzorging en sociale diensten. 72,8%
van de geactiveerde personen heeft een job als niet-geschoolde
arbeider of bediende. De meeste arbeidsovereenkomsten zijn voor
een bepaalde periode afgesloten en voltijds.
Vorig jaar werd nog een nieuwe studie opgestart. Vermits het de
bedoeling is dat de integratie in de maatschappij via activering op
lange termijn blijvende resultaten vertoont, wordt via de studie
"Duurzame activering in de Belgische OCMW's" onderzocht welke
strategische keuzes en methodieken hiertoe kunnen bijdragen. De
conclusies zullen pas einde september van dit jaar beschikbaar zijn.
Momenteel wordt de methodologie uitgediept door de universiteiten
van Antwerpen en Luik, dit in ruggespraak met het
begeleidingscomité waar de verschillende verenigingen van steden en
gemeenten evenals een vertegenwoordiger van het Belgisch Netwerk
Armoedebestrijding actief in betrokken zijn. Ten slotte zal de POD
Maatschappelijke integratie op basis van gegevens uit het
datawarehouse "arbeidsmarkt en sociale bescherming" een
permanent monitoringsysteem uitwerken zodat de doorstroom in de
toekomst kan worden opgevolgd.
Ik kom tot uw zesde en laatste vraag. Ik zou er eerst en vooral op
willen wijzen dat ondanks de onbetwistbare kwaliteit van de
dienstverlening
van
de
gewestelijke
instellingen
voor
arbeidsbemiddeling, de OCMW's ook thans actieve partners van het
pas encore l'objet d'un suivi
systématique. Il ressort d'une
étude menée en 2006 qu'après un
an, une personne activée sur deux
travaillait toujours et qu'une sur
trois était à la recherche d'un
emploi. Une autre étude sur
l'activation durable dans les CPAS
belges a été lancée l'an passé par
les universités d'Anvers et de
Liège. Les conclusions en seront
disponibles fin septembre 2009.
Le SPP Intégration Sociale devra
ensuite élaborer un système
permanent de monitoring sur la
base de ces données.
Les CPAS devant prioritairement
assurer l'intégration sociale par le
biais d'une formation ou d'un
emploi durable, associée à un
accompagnement
social
individuel, ils sont devenus des
partenaires actifs de la politique de
l'emploi menée en Belgique. Pour
donner un maximum d'atouts aux
allocataires, les CPAS les
inscrivent immédiatement comme
demandeurs d'emploi. Grâce à
l'accord
de
partenariat,
des
partenaires agréés peuvent obtenir
de l'argent des CPAS pour guider
l'allocataire vers le marché régulier
du travail.
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
werkgelegenheidsbeleid in België zijn geworden. Met de
inwerkingtreding van de wet van 2002 betreffende het recht op
maatschappelijke integratie, moeten de OCMW's bij voorrang zorgen
voor maatschappelijke integratie door middel van een duurzame
tewerkstelling en/of een opleiding. Door de nodige doeltreffendheid
heeft de wetgever gewild dat het publiek van de OCMW's door de
OCMW's zou geactiveerd worden, om een sociale begeleiding die
past bij het activeringsproject, te garanderen.
Men moet niet uitsluitend focussen op een onmiddellijke
tewerkstelling of een opleiding, maar een totale sociale visie van de
persoon hebben. Zonder deze individuele sociale begeleiding is het
activeren van het publiek van de OCMW's tot mislukken gedoemd.
Om de OCMW-gerechtigden zoveel mogelijk troeven mee te geven
op hun zoektocht naar werk, wordt daarnaast ten zeerste aanbevolen
dat, alhoewel ze door een OCMW worden gevolgd, ze als
werkzoekende zouden worden ingeschreven. Zodra er een
daadwerkelijke inschrijving als werkzoekende is, zijn de gewestelijke
diensten bevoegd voor de begeleiding van de OCMW-gerechtigden.
Die aanvullende dienstverlening moet worden aangemoedigd. Dat
gebeurt precies via de zonet vernoemde partnerschapovereenkomst,
waarbij de gewestelijke dienst voor arbeidsvoorziening en/of een of
meerdere door die dienst erkende partners extra geld krijgen van het
OCMW om een gerechtigde individueel te begeleiden naar een
tewerkstelling of de reguliere arbeidsmarkt. Die samenwerking op het
terrein, waarbij elke partner zijn eigenheid behoudt en zijn troeven
uitspeelt, moet ertoe leiden dat OCMW-cliënten optimaal begeleid
worden in hun zoektocht naar werk.
Dat was mijn uitgebreid antwoord op uw interessante vraag.
01.03 Maggie De Block (Open Vld): Mijnheer de staatssecretaris, ik
vind het interessant. In deze crisisperiode merk ik dat mensen die
reeds in de armoede dreigen te verzeilen of er al in zitten, het zeer
moeilijk hebben om aan het werk te geraken. Dat zijn inderdaad
meestal laaggeschoolde, niet-opgeleide mensen, met weinig relaties
en weinig gelegenheid om te gaan solliciteren, zonder vervoer, en zo
meer. Ik denk dat het OCMW daarin inderdaad een heel belangrijke
taak heeft.
De OCMW's kunnen dat echter niet alleen aan. Sommige OCMW's
worden thans overstelpt door mensen die een leefloon aanvragen.
Het is zeer belangrijk dat het federaal niveau ­ eigenlijk alle niveaus ­
inzake arbeidsbemiddeling meer kanalen opent om doorvloeiing van
die leefloners naar de reguliere tewerkstelling te krijgen. Zoals u
gezegd hebt, in het begin moet dat kwalitatief goed werk zijn en
voldoende verloond werk.
Ik ben niet altijd vragende partij voor studies, maar het is een beetje
onbekend terrein, en ik denk dat het daarom nuttig is dat er daarvoor
nog een aantal studies opgestart zijn, vooral omdat het ook een
transversale bevoegdheid is.
01.03 Maggie De Block (Open
Vld): La crise a rendu la recherche
d'un emploi encore plus difficile
pour ceux qui vivaient déjà dans la
pauvreté
ou
risquaient
d'y
basculer. Les CPAS jouent un rôle
majeur dans l'obtention d'un
emploi de qualité sur le marché
régulier du travail pour les
bénéficiaires
du
revenu
d'intégration.
Des
études
s'imposent, d'autant qu'il s'agit
d'une compétence transversale.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
02 Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister, over "de windmolenparken in de Noordzee" (nr. 13342)
02 Question de M. Ludo Van Campenhout au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier
ministre, sur "les parcs d'éoliennes en mer du Nord" (n° 13342)
02.01 Ludo Van Campenhout (Open Vld): Ik wil eerst de voorzitter,
de staatssecretaris en de collega's bedanken. Ik zat gewoon in de
verkeerde commissie. Ik dacht dat dit een vraag voor de commissie
voor de Infrastructuur was. Bedankt voor de beschikbaarheid.
Mijnheer de staatssecretaris, binnenkort worden de windmolens
aangelegd ter hoogte van de Thorntonbank. Er zouden problemen
kunnen zijn met de vaarroutes naar het Verenigd Koninkrijk, en
belangrijker, naar de haven van Antwerpen.
De concessies zijn toegewezen. Welke concessies werden
toegewezen? Wat zijn de exacte inplantingsplaatsen? Is er overleg
met de havens van Antwerpen en Zeebrugge over mogelijke
vertragingen van de vaarroutes, in het bijzonder naar de haven van
Antwerpen?
02.01 Ludo Van Campenhout
(Open Vld): Plusieurs parcs
d'éoliennes vont bientôt être
construits en mer du Nord. Ces
parcs
pourraient
perturber
certaines routes maritimes vers le
Royaume-Uni et vers le port
d'Anvers.
Quelles concessions ont déjà été
accordées? Sait-on précisément
où ces parcs seront construits? Y
a-t-il eu une concertation à ce
sujet avec des représentants du
secteur de la navigation?
02.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw de voorzitter,
mijnheer Van Campenhout, er zijn tot nu toe in totaal 4 concessies
toegekend. Er werd een concessie toegekend aan C-Power op de
Thorntonbank, aan Belwind op de Bligh Bank en aan
Eldepasco
op de
Bank Zonder Naam. Vorige week heeft de minister bevoegd voor
Energie aan Rentel een vierde concessie toegekend, in een gebied
dat gelegen is tussen de concessies voor C-Power en Eldepasco.
Voor de technische aangelegenheden met betrekking tot de aanvraag
en de toekenning van de windmolenparken moet ik u evenwel
verwijzen naar mijn collega van economische zaken, die bevoegd is
voor energie.
Het directoraat-generaal Maritiem Vervoer heeft, in een recent advies
aan de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas,
de fameuze CREG, met het oog op de toekenning van de meest
noordelijk gelegen concessie, geadviseerd om een gedeelte daarvan
uit te sluiten voor de inplanting van installaties, vanuit het oogpunt van
de scheepvaartveiligheid en de mogelijke mariene milieuvervuiling.
De beslissing tot toekenning van de concessie ligt echter bij de
minister die bevoegd is voor energie. Over dit onderwerp zal ik
binnenkort met hem overleg hebben, teneinde dit geregeld te krijgen.
Hetzelfde advies stelt dat de scheepvaart naar en van de kust en de
Scheldehavens geen hinder van de werkzaamheden mag
ondervinden. De communicatie tussen het plaatselijke VTS, het
Vessel
Traffic
System,
met
andere
woorden
het
verkeersbegeleidingssysteem, en de schepen die bij de plaatsing van
de kabels worden ingezet, zal optimaal moeten verlopen, met het oog
op het verzekeren van de veiligheid van het scheepvaartverkeer. Er
moeten daarom ter zake concrete afspraken worden gemaakt met de
beheerder van het VTS-systeem, zijnde in dit geval het Vlaams
Gewest.
De doorvaart in maritieme aanlooproutes moet te allen tijde open
blijven. Een eventueel noodzakelijke stremming mag slechts
gebeuren in nauw overleg met het Vlaamse Loodswezen en met de
VTS-diensten en moet in de tijd strikt worden beperkt. Een eventueel
02.02
Etienne Schouppe,
secrétaire
d'État:
Quatre
concessions ont été attribuées
jusqu'ici: à C-Power sur le banc de
Thornton, à Belwind sur le
Blighbank, à Eldepasco sur le
Banc sans nom et, récemment, à
Rentel.
Pour
les
aspects
techniques, je me réfère au
ministre de l'Énergie.
Dans un avis récemment adressé
à la CREG à propos des
concessions, la direction générale
Transport maritime a demandé la
fermeture partielle de la conces-
sion située à l'extrême nord pour
des raisons de sécurité de la
navigation et à cause du risque de
pollution de l'environnement marin.
Cette décision ressortit à la
compétence
du
ministre
de
l'Énergie.
On peut également lire dans cet
avis que les travaux ne pourront
pas gêner la navigation. La
communication
devra
être
optimale
entre
le
système
d'assistance au trafic VTS et les
navires effectuant ces travaux.
Des accords précis devront être
conclus avec l'administrateur de
VTS, la Région flamande. Le trafic
ne pourra éventuellement être
interrompu
qu'en concertation
étroite avec les services de
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
noodzakelijke gedeeltelijke stremming moet bovendien ruimschoots
op tijd worden aangekondigd aan de scheepsagenturen van de
Nederlandse en Belgische kust- en Scheldehavens, opdat diep
liggende schepen niet nodeloos voor de kust zouden moeten ankeren
of stilliggen, in afwachting van een vrije en veilige doorvaart.
Dit laatste punt werd, zoals ik het geformuleerd heb, door het
directoraat-generaal Maritiem Vervoer meegedeeld in het advies
waarnaar ik verwezen heb. Het is ook mijn persoonlijke visie.
pilotage du Vlaams Loodswezen et
VTS; cette interruption devra être
annoncée longtemps à l'avance
aux intéressés. Telle est la teneur
de l'avis, mais c'est aussi mon
point de vue personnel.
02.03 Ludo Van Campenhout (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil u wel adviseren
eens contact op te nemen met het Havenbedrijf van Antwerpen. U
kent de directeur-generaal, de heer Bruyninckx. Volgens het
Havenbedrijf zouden schepen echt moeten omvaren, wat tijd en geld
kost. Ik geef u gewoon de suggestie mee met de heer Bruyninckx
contact op te nemen..
02.03 Ludo Van Campenhout
(Open Vld): Je conseille au
ministre de contacter la direction
générale du port d'Anvers. Selon
le directeur général, les navires
devront faire un détour, ce qui
coûte du temps et de l'argent.
02.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Van het havenbestuur
heb ik nog geen enkele reactie gehoord. Het zou best kunnen dat het
directoraat-generaal wel reeds gecontacteerd werd. In elk geval, wij
hebben de scheepvaartroutes mooi uitgetekend wat de concessies
betreft die vroeger min of meer overeengekomen waren. Dit dossier
heeft aanleiding gegeven tot een formele vraag van onzentwege voor
het uitvoeren van aanpassingen.
02.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Je n'ai encore
reçu aucune réaction de la part de
la régie portuaire d'Anvers. Nous
avons pourtant déjà posé la
question formellement à la suite
d'une étude des routes maritimes.
De voorzitter: Kortom, zo kunnen in de Noordzee files voorkomen worden die zouden ontstaan wegens de
windmolens. Het is visueel misschien een eigenaardig idee, maar wij hopen dat ter zake een oplossing
gevonden wordt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Peter Logghe aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd aan
de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden, over "de uitbouw van het
steunpunt armoedebestrijding tot een wetenschappelijk expertisecentrum" (nr. 12501)
03 Question de M. Peter Logghe au secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la ministre
de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes, sur "la transformation du service de lutte
contre la pauvreté en un centre d'expertise scientifique" (n° 12501)
03.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de staatssecretaris,
mijn vraag is eigenlijk gebaseerd op uw antwoord op een schriftelijke
vraag. U schreef mij dat het steunpunt Armoedebestrijding zal worden
uitgebouwd tot een wetenschappelijk expertisecentrum. Dat zou zijn
afgesproken
op
een
interministeriële
conferentie
over
maatschappelijke integratie. U zult zich dat herinneren.
In uw antwoord op mijn schriftelijke vraag van 20 januari schreef u dat
er tot vandaag in België geen enkele officiële telling van het aantal
dak- en thuislozen gebeurt en dat de beschikbare cijfers vanuit
verschillende instellingen en oogpunten worden verzameld. Met
andere woorden, zij zijn fragmentarisch, onvolledig en niet met elkaar
vergelijkbaar.
Voorts meldde u dat in Wallonië weinig cijfers voorhanden zijn over de
problematiek van dak- en thuisloosheid, en dat de recentste cijfers op
dat vlak al van 2004 dateerden. De cijfers zouden aangeven dat het
om ongeveer 5.000 personen gaat. Alleen in Vlaanderen gebeurt er
03.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le service de lutte contre
la pauvreté va être transformé en
centre d'expertise scientifique. En
réponse à une question écrite, la
ministre a fait savoir qu'il n'est pas
procédé dans notre pays à un
recensement officiel des sans-abri
et des sans-logis. En Wallonie, les
derniers chiffres datent de 2004!
Comment le secrétaire d'État
compte-t-il s'y prendre pour
réaliser cette transformation si
seule la Flandre dispose de
données valables? Sur quoi se
basera-t-il pour mener sa politique
s'il ne dispose pas de chiffres
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
dus min of meer een officiële en regelmatige telling. Dat meen ik uit
uw cijfers te moeten opmaken.
Ten eerste, op welke manier denkt u het steunpunt
Armoedebestrijding om te bouwen tot een wetenschappelijk
expertisecentrum, gelet op het feit dat blijkbaar alleen Vlaanderen
over recente en betrouwbare gegevens beschikt?
Ten tweede, op welke manier stelt u een beleid op wanneer u niet
beschikt over betrouwbare cijfers? Hoe kunt u dan weten waar u moet
uitkomen?
Ten
derde,
binnen
welke
termijn
moet
het
steunpunt
Armoedebestrijding tot een expertisecentrum zijn omgebouwd? Dat is
niet onbelangrijk.
Ten vierde, welke financiële implicaties zal dat hebben?
Ten vijfde, en dit is ook niet onbelangrijk, wanneer mag het Parlement
het eerste verslag van het wetenschappelijk expertisecentrum
verwachten? Van een wetenschappelijk expertisecentrum verwachten
wij natuurlijk wetenschappelijke resultaten, die ook zullen worden
voorgelegd.
valables? Suivant quel calendrier
réalisera-t-il cette transformation?
Quelles implications financières
aura cette transformation? Dans
quel délai le Parlement peut-il
espérer recevoir le premier rapport
de ce centre d'expertise?
03.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter,
collega's, het is inderdaad de bedoeling om het steunpunt
Armoedebestrijding verder uit te bouwen tot een wetenschappelijk
expertisecentrum.
Dat maakt deel uit van het vernieuwde samenwerkingsakkoord ter
bestrijding van de armoede, zoals goedgekeurd op de
interministeriële conferentie "Integratie in de samenleving" van
30 maart 2009.
Het is precies de bedoeling om via het steunpunt over betrouwbare en
recente cijfers te beschikken, en dit in nauwe samenwerking met de
verschillende bevoegdheidsniveaus in ons land, en met de EU-SILK-
enquête op het Europees vlak, met het oog op een meer
gecoördineerd beleid inzake armoedebestrijding.
Het is ook de opdracht van het steunpunt om samen met de POD
Maatschappelijke Integratie de interfederale armoedebarometer op te
volgen.
Ik kom tot uw concrete vragen. Ten eerste, de uitbouw van het
steunpunt tot een echt expertisecentrum zal een inspanning vragen
van alle bevoegde overheden wat betreft het doorspelen en up-to-
date houden van alle beschikbare informatie over armoede.
Het is onjuist om te beweren dat alleen Vlaanderen over recente en
betrouwbare gegevens zou beschikken. De realiteit toont aan dat er in
de verschillende Gewesten vaak verschillende methodes van
registratie zijn, waarbij nu eens de methode van het ene Gewest, dan
weer die van het andere Gewest als best practice kan worden
bestempeld.
In de IMC worden deze zaken uitgewisseld en op elkaar afgestemd.
Zo werd er bijvoorbeeld in dat kader zopas afgesproken dat er een
03.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: L'objectif fixé est
effectivement de transformer le
service de lutte contre la pauvreté
en centre d'expertise scientifique.
C'est la conséquence logique de
l'accord de coopération renouvelé
de lutte contre la pauvreté du 30
mars 2009. Le but visé est
précisément de collecter des
données chiffrées fiables par
l'entremise du service de lutte
contre
la
pauvreté,
en
collaboration avec les autres
niveaux de pouvoir et l'UE. Ce
service est également chargé
d'assurer le suivi du baromètre
interfédéral de la pauvreté en
collaboration
avec
le
SPP
Intégration sociale.
La transformation du service de
lutte contre la pauvreté en
véritable
centre
d'expertise
requerra un effort de toutes les
autorités compétentes. Il est
inexact que seule la Flandre
dispose de données récentes et
fiables. Les Régions emploient
différentes
méthodes
d'enregistrement et la meilleure
méthode se révèle être tantôt
l'une, tantôt l'autre. Dans le cadre
de la conférence interministérielle,
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
eenvormige registratie van de schuldbemiddelingsdossiers zal
gebeuren.
Wat uw tweede vraag betreft, het is van bij het begin mijn ambitie
geweest om over betrouwbare en accurate cijfers te beschikken om
op basis hiervan een gecoördineerd armoedebeleid te kunnen
uitbouwen. Dat was precies de reden waarom de allereerste
maatregel in mijn federaal armoedeplan de creatie van een
armoedebarometer was. Dat resulteerde begin dit jaar in de publicatie
van een interfederale armoedebarometer, waarbij niet alleen de
financiële armoede, maar ook de achterstelling op alle domeinen van
het maatschappelijk leven wordt gemeten.
Wat uw derde en vierde vraag betreft, nu de politieke beslissing is
genomen voor de verdere uitbouw van het steunpunt tot een
expertisecentrum, moet er naar gelang van de budgettaire
mogelijkheden een financiële envelop worden vastgelegd. Dat kan
gebeuren na de vorming van de nieuwe regionale regeringen, vermits
de dienstdoende regionale ministers op dit moment geen nieuwe
budgettaire engagementen meer kunnen nemen.
Sowieso stelt het steunpunt een tweejaarlijks verslag op over het
armoedebeleid in ons land, met een aantal politieke aanbevelingen.
Dat verslag wordt aan alle parlementen bezorgd en uitgebreid
besproken in de Kamer.
Naarmate het steunpunt een waar expertisecentrum wordt, zal het
verslag nog meer gedetailleerd zijn en aangevuld worden met alle
beschikbare gegevens.
il est procédé à une harmonisation
générale. À titre d'exemple, je
citerai l'enregistrement uniforme
des dossiers de médiation de
dettes.
J'ai toujours nourri l'ambition de
disposer de chiffres fiables et
précis. C'est ce qui m'a amené à
créer un baromètre de la pauvreté
qui est devenu, au début de cette
année-ci, le baromètre interfédéral
de la pauvreté qui est capable de
mesurer
non
seulement
la
pauvreté financière mais aussi la
précarité dans tous les secteurs
de la vie sociale.
Aujourd'hui
que
la
décision
politique de transformer le service
de lutte contre la pauvreté en
centre d'expertise a été prise,
nous devons fixer une enveloppe
financière dans les limites de nos
possibilités budgétaires, ce à quoi
nous pourrons nous atteler après
la
formation
des
nouveaux
exécutifs régionaux.
Le service de lutte contre la
pauvreté établit tous les deux ans
un rapport consacré à la politique
en matière de lutte contre la
pauvreté et qui comporte une série
de recommandations politiques.
Ce rapport est adressé à tous les
parlements et est examiné à la
Chambre.
Au fur et à mesure que l'antenne
se
transformera
en
centre
d'expertise, le rapport deviendra
de plus en plus détaillé.
03.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijn repliek zal zeer kort zijn,
mevrouw de voorzitter.
Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw uitleg. Die was vrij
volledig. Ik noteer in elk geval dat de financiële envelop nog moet
worden vastgelegd. Daar zal bijzonder weinig ruimte voor zijn,
mijnheer de staatssecretaris. Dat is nu al duidelijk.
03.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je prends bonne note du
fait qu'il faut encore définir
l'enveloppe financière.
03.04 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Het was niet mogelijk
voor de verkiezingen.
03.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): De vraag is natuurlijk of er
meer ruimte voor armoedebestrijding zal zijn na de verkiezingen,
wanneer ik merk welke gaten in de begroting ons nog te wachten
03.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Reste la question de
savoir si, dans la situation
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
staan.
Ik noteer dat u in feite nog moet beginnen met het verzamelen van het
feitenmateriaal. Ik vrees dat de ambities voor dit jaar niet al te hoog
gespannen mogen zijn. Ik kijk al uit naar het tweejaarlijkse rapport
van het wetenschappelijke expertisecentrum, dat u nog bekend zult
maken. Wij houden u en het expertisecentrum in elk geval verder in
de gaten.
budgétaire
actuelle,
nous
disposons de la marge nécessaire
pour la lutte contre la pauvreté. En
fait, on n'a pas encore commencé
à
rassembler
les
données
factuelles. Je crains qu'il faille
revoir nos ambitions à la baisse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd
aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden, over "een sociaal
internettarief" (nr. 12525)
04 Question de Mme Rita De Bont au secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes, sur "un tarif social pour
l'internet" (n° 12525)
04.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, ik ben heel gelukkig u te zien, wat u
misschien zal verwonderen. Mijn vraag dateert echter al van een paar
maanden geleden.
Op 31 maart 2009 had uw collega-minister Arena het op een
colloquium in het federaal Parlement over sociale cohesie en de
digitale kloof, meer bepaald over het invoeren van een digitaal sociaal
tarief naar analogie van het sociaal tarief voor gas en elektriciteit.
Het kan niet worden tegengesproken dat het gebrek aan toegang tot
het internet vandaag de sociale cohesie en de integratie bemoeilijkt.
Het kan meer bepaald voor schoolgaande kinderen zelfs problemen
opleveren voor het maken van hun huiswerk. Het maakt hun
schooltaken alleszins vaak minder aangenaam, minder interessant en
minder gemakkelijk.
Bovendien kan ook niet worden ontkend dat de prijzen voor de
toegang tot het internet in België bijzonder hoog zijn. Het prijsplaatje
voor het toetreden tot het internet is bijzonder asociaal. Bij ons
bedraagt de gemiddelde prijs 44,23 euro, terwijl het gemiddelde in
Europa 36,89 euro bedraagt.
Aan de hoge prijzen ligt misschien een gebrek aan concurrentie en
competitie ten gronde. Misschien is het opentrekken van de markt
dan ook een interessantere manier om bredere lagen van de
bevolking toegang te verlenen tot het internet, zonder dat de Staat
ook op dat vlak moet bijspringen. Gezien de moeilijke, economische
situatie en de moeilijke begroting kan voornoemde overweging
interessant zijn.
Ter zake mag niet uit het oog worden verloren dat een ondoordacht
en onbeperkt gebruik van het internet ­ ook al is het met een digitaal
sociaal tarief ­ de gezinnen die het financieel al moeilijker hebben nog
meer op kosten kan jagen ingevolge de ongebreidelde reclame,
allerlei betaalspelletjes en seks- en pornosites die op het internet te
vinden zijn. Vrije toegang tot het internet kan kinderen ook
belemmeren in hun pogingen om hoger op de sociale ladder te
klimmen. Ik bedoel daarmee dat zij te veel tijd aan spelletjes op het
04.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Lors d'un colloque qui
s'est tenu le 31 mars dernier, la
ministre Arena a évoqué la mise
en
place
d'un
tarif
social
numérique par analogie avec le
tarif social pour le gaz et
l'électricité. L'impossibilité d'avoir
accès à l'internet complique
l'intégration.
Sans
accès
à
l'internet, les écoliers éprouvent
également plus de difficultés à
faire leurs devoirs.
L'accès à l'internet coûte très cher
en Belgique: 44,23 euros alors que
la moyenne européenne se situe à
36,89 euros. L'ouverture du
marché permettrait de donner un
caractère plus social aux tarifs
sans que les pouvoirs publics ne
doivent y consacrer une partie de
leurs moyens déjà limités.
Même avec un tarif social
numérique,
une
utilisation
irraisonnée d'Internet risque de
coûter cher à des ménages déjà
financièrement fragilisés en raison
de la publicité et des jeux payants.
Une liberté totale d'accès à
l'internet risque d'empêcher des
enfants de grimper l'échelle
sociale.
La Ligue des familles demande
l'introduction de numéros d'identi-
fication personnels, de systèmes
de verrouillage pour les enfants et
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
internet zouden kunnen besteden en minder interesse zouden kunnen
hebben voor studieactiviteiten die hen eventueel hoger op de sociale
ladder kunnen brengen.
De Gezinsbond is in zijn Beleidsproject 2008 vragende partij voor een
verplichte invoering van persoonlijke identificatienummers, kinderslot
en filtersystemen en van online identificatie, die de toegang tot
bepaalde websites voor minderjarigen kan blokkeren en volwassenen
ook van bepaalde chatsites kan weren.
Mijnheer de staatssecretaris, ik heb hierover de volgende vragen. Zou
men in de plaats van een sociaal internettarief niet beter een sociaal
internetplan aanbieden, bestaande uit de nodige opleiding en
voorlichting, een internetbeveiliging en een financieel advies en
begeleiding voor de minder gegoeden in onze maatschappij?
Wat denkt u over de vragen van de Gezinsbond naar een verplichte
invoering van persoonlijke identificatienummers, dus pincodes,
kindersloten, filtersystemen en line-identificatie die de toegang tot
bepaalde websites voor minderjarigen kan blokkeren?
Is het niet mogelijk de behoefte aan een sociaal internettarief van de
baan te helpen door middel van een algemene tariefverlaging die het
gevolg kan zijn van het opentrekken van de markt en het aantrekken
van meer belangrijke internetproviders dan vandaag het geval is?
de systèmes de filtrage permettant
de bloquer l'accès à certains sites
internet et d'empêcher des adultes
d'avoir accès à certains sites de
chat.
Ne conviendrait-il pas plutôt de
proposer un plan social internet
avec
des
volets
prévention,
sécurité
internet et conseils
financiers?
Que
pense
le
secrétaire d'État des demandes de
la Ligue des familles? Ne pourrait-
on répondre au besoin d'un tarif
social internet par le biais d'une
diminution générale des tarifs qui
serait rendue possible par une
ouverture du marché?
De voorzitter: Mijnheer de staatssecretaris, wat is uw antwoord op deze moeilijke vragen?
04.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter, ik
heb een transversale bevoegdheid, maar toch.
Ik onthoud drie elementen in de vraag van mevrouw De Bont.
Ten eerste, de maatregel voor een sociaal internettarief moet worden
gesitueerd in het nationaal actieplan ter bestrijding van de digitale
kloof, dat een verzameling van maatregelen bevat om de digitale kloof
te dichten. Het sociaal tarief gaat dus samen met initiatieven om de
burger te sensibiliseren, toegang te verlenen en te begeleiden.
Het
is
zeker
zo
dat
het
sociaal
internettarief
als
toegankelijkheidsmaatregel niet mag losstaan van de twee andere
assen. Met bijvoorbeeld een oproep ter ondersteuning van
vormingsinitiatieven voor pc-gebruik en de ondersteuning van
openbare computerruimtes wil ik de verschillende assen uit het
nationaal actieplan uitvoeren.
Ten tweede, de suggesties van de Gezinsbond zijn interessant en
brengen belangrijke elementen aan in het debat over het
spanningsveld tussen veiligheid op het internet, bescherming van de
privacy en internetcriminaliteit. Dit debat moet zeker nog verder ten
gronde worden gevoerd met alle betrokken partijen en beleidsmakers.
Als staatssecretaris voor Armoedebestrijding valt dat echter niet onder
mijn bevoegdheid.
Ten derde, de prijs van internet in België is inderdaad hoog in
vergelijking met de ons omringende landen. Een algemene
tariefverlaging moet vanuit het beleid aangemoedigd en aangekaart
worden in een debat tussen sector en beleid, onder meer met de
04.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Il convient de
considérer
la
question
de
l'introduction d'un tarif social pour
l'internet dans le cadre du plan
d'action national de lutte contre la
fracture numérique. Le tarif social
va de pair avec des initiatives
visant à sensibiliser les citoyens, à
leur donner accès à l'internet et à
les guider dans les méandres de
la toile. Il ne peut être dissocié des
deux autres axes.
Les suggestions de la Ligue des
familles sont intéressantes. Les
questions de la sécurité sur
l'internet et de la protection de la
vie privée doivent faire l'objet d'un
débat approfondi avec toutes les
parties concernées. Je ne suis
toutefois pas compétent en la
matière.
Par comparaison avec les pays
voisins, les tarifs de l'internet en
Belgique
sont
effectivement
élevés.
Une
baisse
tarifaire
généralisée doit être évoquée à
l'occasion d'un débat entre le
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
minister voor Ondernemen.
Dat maakt het sociaal tarief echter niet overbodig. In de eerste plaats
is het een maatregel die op kortere termijn hulp kan betekenen voor
maatschappelijk kwetsbare groepen. Daarnaast is het mogelijk dat de
nood aan een sociaal tarief niet noodzakelijk verdwijnt na een
algemene tariefverlaging. De Europese gemiddelde kostprijs van
internet, bijna 37 euro per maand, is nog steeds hoog voor
bijvoorbeeld een gezin dat in armoede leeft.
secteur
et les responsables
politiques.
Le tarif social n'en devient
cependant pas superflu. À court
terme, la mesure peut aider les
groupes socialement vulnérables.
Une baisse généralisée des tarifs
ne supprime pas obligatoirement
la nécessité d'un tarif social. Pour
une famille pauvre, le coût moyen
européen reste cher.
04.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de staatssecretaris,
ik neem aan dat een sociaal tarief op korte termijn inderdaad niet
overbodig is. Ik ben echter ook gelukkig te vernemen dat dit samen
moet aangeboden worden met de nodige informatie en met de nodige
preventie inzake misbruik van het internet.
04.03 Rita De Bont (Vlaams
Belang):
Je
me
réjouis
d'apprendre que le tarif social doit
être proposé de pair avec les
informations indispensables et la
prévention.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Clotilde Nyssens à la ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes villes, sur "le recouvrement amiable de dettes du consommateur" (n° 12828)
05 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen
en Grote Steden, over "de minnelijke invordering van schulden van de consument" (nr. 12828)
05.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
secrétaire d'État, ma question concerne le recouvrement amiable des
dettes du consommateur et je ne vous cache pas qu'elle émane du
barreau.
05.02 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: C'est une question
extrêmement technique.
05.03 Clotilde Nyssens (cdH): Mais elle est néanmoins importante.
En ses articles 38 et 39, la loi de relance économique du 27 mars
2009 a modifié une série de dispositions de la loi du 20 décembre
2002 relative au recouvrement amiable de dettes du consommateur.
Ma question porte sur l'article 6, §2, 6° de la loi ainsi modifiée. Cette
disposition prévoit maintenant que: "Tout recouvrement amiable d'une
dette doit commencer par une mise en demeure écrite, adressée au
consommateur. Cette mise en demeure doit contenir de manière
complète et non équivoque toutes les données relatives à la créance.
Elle doit comprendre au minimum les données énumérées au §2 et il
ne peut être procédé à d'autres techniques de recouvrement qu'après
écoulement du délai prévu au §3."
Le §2, 6° prévoit que lorsque le recouvrement est effectué par un
avocat, le texte suivant figurera dans un alinéa séparé, en caractères
gras et dans un autre type de caractères: "Cette lettre concerne un
recouvrement amiable et non un recouvrement judiciaire."
Or, certains avocats chargés de recouvrer les créances d'entreprises
prennent soin, dans le cadre de leur ultime lettre de mise en demeure,
05.03 Clotilde Nyssens (cdH):
De economische herstelwet van
27 maart 2009 heeft bepalingen uit
de
wet
van
20
december
betreffende
de
minnelijke
invordering van schulden van de
consument gewijzigd. Artikel 6, §2,
6°, bepaalt nu dat een minnelijke
invordering van een schuld moet
beginnen met een schriftelijke
ingebrekestelling die op volledige
en ondubbelzinnige wijze alle
gegevens met betrekking tot de
schuldvordering dient te omvatten.
Er kan pas gebruik worden
gemaakt
van
andere
invorderingstechnieken na een
bepaalde termijn. Wanneer de
invordering door een advocaat
wordt verricht, moet de tekst "deze
brief
betreft
een
minnelijke
invordering en geen gerechtelijke
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
d'adresser au consommateur le projet de citation qui leur serait
signifié en cas de non-paiement, ainsi que l'inventaire des pièces de
leur dossier voire même une copie des pièces de leur dossier.
Il s'agit pour ces avocats de mettre le débiteur en mesure d'assurer
l'exercice effectif de ses droits de défense, mais aussi de permettre
que l'affaire puisse être effectivement retenue à l'audience
d'introduction dans le cadre de la procédure en débats succincts
organisée à l'article 735 du Code judiciaire. Une partie de la
jurisprudence considère en effet que la procédure des débats
succincts ne peut être mise en oeuvre lorsque le défendeur débiteur
n'a pas reçu, préalablement à l'audience d'introduction, les pièces qui
fondent la demande du créancier. Je cite une jurisprudence dans ma
question écrite à ce propos.
Il me revient que certains avocats mettent ce système en oeuvre
après que le débiteur ait déjà été mis en demeure, soit par le
créancier lui-même, soit par l'intermédiaire d'un huissier ayant déjà
envoyé une mise en demeure. Il s'agit alors d'articuler, de manière
plus précise, la menace d'une action judiciaire préalablement
formulée et de laisser un ultime délai au consommateur pour régler sa
dette avant de l'assigner devant la juridiction compétente.
Doit-on considérer, monsieur le ministre, que ce faisant, l'avocat doive
effectivement inscrire dans la correspondance ci-dessus évoquée la
formule prévue par l'article 6, §2, 6° de la loi?
Ne craignez-vous pas que la nouvelle loi n'encourage les avocats à se
passer de la démarche évoquée ci-dessus, et ne soient tentés de citer
directement?
Je ne m'excuse pas pour le caractère technique de la question, qui
est importante et qui touche une matière essentielle du problème des
dettes du consommateur. C'est bien volontiers que j'entendrai votre
réponse technique, monsieur le secrétaire d'État.
invordering" vermeld worden.
Sommige
advocaten
zorgen
ervoor, in geval van niet-betaling,
bij hun laatste ingebrekestelling
het ontwerp van dagvaarding te
voegen evenals een overzicht of
een kopie van de stukken van hun
dossier. Daarmee wil men de
schuldenaar
de
gelegenheid
bieden zich te verdedigen maar
ook de door artikel 735 van het
Gerechtelijk Wetboek geregelde
verkortdebattenprocedure mogelijk
maken. In een deel van de
rechtspraak gaat men er immers
van uit dat de verkortdebatten-
procedure niet mogelijk is wanneer
de verweerder voorafgaand aan
de inleidende zitting de stukken
waarop de eis berust niet
ontvangen heeft.
Sommige
advocaten
maken
gebruik van dat systeem nadat de
schuldenaar in gebreke werd
gesteld door de schuldeiser of de
deurwaarder. Dan gaat het erom
de dreiging van een vooraf
geformuleerde rechtsvordering te
bevestigen en de consument een
laatste termijn te laten om zijn
schuld te vereffenen. Wanneer
een advocaat dat doet, moet hij
die
formule
dan
in
zijn
briefwisseling opnemen? Vreest u
niet dat de nieuwe wet de
advocaten
aanmoedigt
om
rechtstreeks te dagvaarden?
05.04 Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Madame la présidente,
chère collègue, je vous remercie tout d'abord d'indiquer de qui émane
la question. Je vais vous répondre en présence d'un spécialiste de
ces questions de justice. Nous en avons beaucoup parlé à l'époque.
L'aspect technique relève plutôt d'une compétence du ministre de la
Justice. C'est en tout cas avec celui-ci que la modification de cette loi
a été proposée au Conseil des ministres d'abord et au Parlement
ensuite.
Sous réserve d'une jurisprudence contraire dans le futur, il apparaît
que le courrier adressé par un avocat à la partie adverse et reprenant
l'inventaire des pièces justificatives ­ et parfois les pièces
justificatives elles-mêmes ­ n'est pas concerné par l'article 6, §2, 6°
de la loi du 20 décembre 2002 qui prévoit la mention: "Ce courrier
concerne un recouvrement amiable et non un recouvrement
judiciaire."
05.04 Staatssecretaris Jean-
Marc
Delizée:
Behoudens
andersluidende rechtspraak in de
toekomst blijkt dat artikel 6, § 2,
6°, van de wet van 20 december
2002 niet van toepassing is op de
schriftelijke ingebrekestelling die
door een advocaat gericht wordt
aan de tegenpartij en die de
inventaris of de afschriften van de
stukken omvat. In dat artikel wordt
gesteld
dat
die
schriftelijke
ingebrekestelling enkel geldt voor
een minnelijke en niet een
gerechtelijke invordering.
Die briefwisseling wordt opgelegd
door
artikel
736
van
het
Gerechtelijk Wetboek opdat een
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Ce courrier est prévu par l'article 736 du Code judiciaire pour qu'une
affaire puisse être plaidée à l'audience d'introduction conformément à
l'article 735. Son objectif n'est donc pas fondamentalement de laisser
un délai ultime au débiteur mais de satisfaire aux exigences d'une
procédure.
Vos craintes de voir un avocat citer plus rapidement ne paraissent
donc pas fondées. Quoi qu'il en soit, les modifications de la loi de
2002 sur le recouvrement amiable des dettes du consommateur
étaient urgentes en ce sens qu'il s'agissait de mettre fin à des
pratiques inacceptables de certains huissiers de justice. Seul l'avenir
nous dira si ces modifications produisent des effets pervers justifiant
un éventuel correctif législatif.
zaak overeenkomstig artikel 735
zou kunnen worden behandeld op
de inleidende zitting. Ze is dus niet
bedoeld om de schuldenaar een
laatste termijn te geven, maar om
aan de vereisten van de procedure
te kunnen voldoen.
Uw vrees dat de advocaten sneller
zouden
dagvaarden,
is
dus
ongegrond. Hoe dan ook diende
de wet van 2002 betreffende de
minnelijke invordering dringend
aangepast te worden om een
einde
te
maken
aan
de
onaanvaardbare praktijken van
sommige gerechtsdeurwaarders.
In de toekomst zal blijken of die
wijzigingen
ongewilde
nevenwerkingen hebben, die we
dan zullen moeten corrigeren.
05.05 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, je remercie
M. le ministre pour ces éléments de réponse, notamment la distinction
entre les articles 735 et 736. Nous suivrons la jurisprudence pour voir
s'il convient de préciser la loi lors de l'évaluation.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Jo Vandeurzen aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd
aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over "de strijd tegen de
armoede" (nr. 13172)
06 Question de M. Jo Vandeurzen au secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, adjoint à la
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes villes sur "la lutte contre la pauvreté"
(n° 13172)
06.01 Jo Vandeurzen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, wanneer ik de laatste weken de gelegenheid kreeg
om mij grondig te verdiepen in de Vlaamse materie, is mij opgevallen
dat er een merkwaardige vorm van in mijn ogen energieverspilling is
wanneer het gaat over het meten van de armoede en de resultaten
van de strijd tegen de armoede.
Er is een federaal armoedebestrijdingplan. Dat is mijn uiteraard
bekend. U hebt ook een meetinstrument ontwikkeld om de
vooruitgang in de strijd tegen armoede te meten. Dat is ook gelinkt
aan een aantal Europese indicatoren. Blijkbaar zijn er minstens op het
niveau van de Vlaamse Gemeenschap ook verenigingen die een
aantal indicaties hebben verzameld om een meetinstrument te
maken.
Mij lijkt het toch zinvol om eens te kijken of wij niet met z'n allen een
consensus kunnen vinden over de vraag hoe men het succes van de
strijd tegen de armoede meet en hoe men de acties van de
verschillende overheden kan opvolgen.
Mijnheer de staatssecretaris, deelt u de mening dat er moet gestreefd
06.01 Jo Vandeurzen (CD&V):
Outre le plan fédéral de lutte
contre la pauvreté, il existe un
instrument de mesure - lié à
plusieurs indicateurs européens -
permettant d'évaluer les progrès
réalisés en matière de lutte contre
la pauvreté, ainsi qu'un second
instrument de mesure au niveau
de la Communauté flamande.
Le secrétaire d'État estime-t-il,
comme moi, qu'il convient de
tendre vers un système uniforme
de mesure et d'évaluation en
matière de lutte contre
la
pauvreté?
CRIV 52
COM 584
10/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
worden naar een uniform meet- en evaluatiesysteem met betrekking
tot de strijd tegen de armoede?
Kunnen er daarvoor stappen worden gezet?
06.02 Staatssecretaris Jean-Marc Delizée: Mevrouw de voorzitter, ik
dank de collega voor zijn vraag.
De interfederale armoedebarometer is opgebouwd op basis van
vijftien sleutelindicatoren die verschillende facetten van het
verschijnsel armoede in ons land illustreren. De geselecteerde
indicatoren komen voort uit de EU-SILC-enquête, de enquête naar de
arbeidskrachten en administratieve gegevens. Het instrument werd op
een
participatieve
manier
opgebouwd.
Verschillende
wetenschappelijke experts en verenigingen die actief zijn op het
terrein, hebben bijgedragen tot de realisatie ervan. De drie Gewesten
hebben eveneens ruim tot de werken bijgedragen en hebben hun
akkoord gegeven voor het instrument tijdens de Interministeriële
Conferentie van 15 december 2008.
Op dit ogenblik is het instrument vooral opgebouwd rond kwantitatieve
gegevens. Het beperkt zich tot de weergave van de cijfers per
geselecteerde indicator en wat daarvan de nationale omvang is. Later
zullen de cijfers worden uitgesplitst per regio, als dat mogelijk is, en
zullen aanvullende analyses worden uitgevoerd om het pedagogisch
doel van het instrument te versterken.
Een van de doelstellingen van de barometer is de evolutie van
armoede te meten in ons land. De indicatoren daarvoor worden wijd
erkend en gebruikt, in het bijzonder in het Nationaal Actieplan Sociale
Insluiting. Hun uniformiteit betekent op zich een garantie om de
gegevens te kunnen vergelijken op nationaal, regionaal en zelfs
Europees niveau, wat de indicatoren van EU-SILC betreft. In dat
opzicht doet de interfederale armoedebarometer ook dienst als
objectief meetinstrument van de inkrimping van de armoede op
verschillende niveaus.
Uiteraard worden er ook nog andere instrumenten gehanteerd door
de verschillende machtsniveaus: door de Gewesten en de
Gemeenschappen of door het middenveld. Het was nooit onze
bedoeling deze instrumenten te vervangen, maar wij willen er wel een
aanvulling op vormen.
Kortom, onze interfederale armoedebarometer kwam tot stand in
overleg met de Gewesten en Gemeenschappen, een overleg dat
trouwens permanent is, in de werkgroep Indicatoren van het NAP. Bij
dit permanente overleg is ook het maatschappelijk middenveld
betrokken, zowel in Vlaanderen als in Wallonië en Brussel.
Zo was en is het Vlaams Netwerk van Verenigingen waar armen het
woord nemen hierbij een belangrijke partner.
Zowel het Vlaams Netwerk als het Vlaamse middenveld staan volledig
achter deze barometer. Bovendien hebben wij een zeer goede
samenwerking met Decenniumdoelen en met professor Jan Vranken,
die aan de wieg stond van de Vlaamse armoedebarometer. Er bestaat
geen enkele tegenstelling tussen de twee instrumenten. Integendeel:
er is een goede samenwerking, en complementariteit. Onze
06.02
Jean-Marc Delizée,
secrétaire d'État: Le baromètre
interfédéral de la pauvreté se
fonde sur quinze indicateurs-clés
qui
illustrent
les
différentes
facettes
du
phénomène
de
pauvreté. Ces facteurs émanent
de l'enquête silc de l'UE. Les trois
Régions ont contribué à la
réalisation de ce baromètre et ont
donné leur accord lors de la
conférence interministérielle du 15
décembre 2008.
L'un des objectifs du baromètre
consiste à mesurer l'évolution de
la pauvreté dans notre pays. Les
indicateurs sont généralement
reconnus et utilisés ­ notamment
par le Plan d'action national
d'inclusion sociale ­ et leur
uniformité garantit la comparabilité
des
données
aux
échelons
national, régional et européen.
D'autres
instruments
encore
doivent
évidemment
être
conjointement mis en oeuvre par
les Régions, les Communautés, la
société civile flamande, wallonne
et bruxelloise et le réseau flamand
pour les pauvres. Nous ne
remplacerons
pas
ces
instruments,
mais
nous
les
compléterons. Il n'y a aucune
contradiction entre les différents
instruments de mesure et le
baromètre interfédéral de la
pauvreté
est
généralement
considéré comme une plus-value.
10/06/2009
CRIV 52
COM 584
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
interfederale armoedebarometer wordt door alle actoren als een
meerwaarde beschouwd.
Ik heb collega Vandeurzen een kopie gegeven met de laatst gekende
cijfers van de interfederale armoedebarometer.
De voorzitter: Mijnheer Vandeurzen, u krijgt studiemateriaal mee. Wenst u nog te repliceren?
06.03 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, dank u
wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.23 uur.
La réunion publique de commission est levée à 15.23 heures.