KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 576
CRIV 52 COM 576
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
02-06-2009
02-06-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Klimaat en Energie over "het water
Taillefine van Danone" (nr. 13197)
1
Question de Mme Karine Lalieux au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'eau Taillefine de
Danone" (n° 13197)
1
Sprekers: Karine Lalieux, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Karine Lalieux, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van
Klimaat
en
Energie
over
"de
klachtenbehandeling bij Ryanair en Easyjet"
(nr. 13410)
2
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le traitement des
plaintes chez Ryanair et Easyjet" (n° 13410)
2
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Klimaat en Energie over "publiek-
private samenwerking met betrekking tot de
productie van hernieuwbare energie" (nr. 13463)
5
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
du Climat et de l'Énergie sur "la mise en place de
partenariats État-entreprises en matière de
production d'énergies renouvelables" (n° 13463)
5
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
prospectieve studie aardgas" (nr. 13489)
7
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'étude
prospective sur le gaz naturel" (n° 13489)
7
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
verhouding
tussen
de
verschillende
monitoringbevoegdheden
inzake
de
energiemarkt" (nr. 13490)
9
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "les
relations entre les différents organes chargés de
la surveillance du marché de l'énergie" (n° 13490)
9
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister, over "het starten van een
proefproject over trajectcontroles" (nr. 12933)
13
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre,
sur "le lancement d'un projet pilote relatif aux
contrôles de trajet" (n° 12933)
13
Sprekers: Jef Van den Bergh, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Jef Van den Bergh, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de niet-efficiënte gedragscodes bij Ikea en
Carrefour" (nr. 13369)
14
Question de Mme Karine Lalieux au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "les codes de
conduite inefficaces chez Ikea et Carrefour"
(n° 13369)
14
Sprekers: Karine Lalieux, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Karine Lalieux, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de stand van zaken met betrekking tot de
invoering van de omgekeerde hypotheek"
(nr. 13437)
16
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur "l'état
d'avancement dans la mise en place de
l'hypothèque inversée" (n° 13437)
16
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Vincent
Van
Quickenborne,
minister
voor
Ondernemen en Vereenvoudigen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Vincent
Van Quickenborne, ministre pour l'Entreprise
et la Simplification
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
18
Question de M. Xavier Baeselen au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "la vente en
18
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
over
"de
verkoop
van
kindermotors
in
grootwarenhuizen" (nr. 13488)
grande surface de motos pour enfants" (n° 13488)
Sprekers: Xavier Baeselen, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Xavier Baeselen, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
2
JUNI
2009
Namiddag
______
du
MARDI
2
JUIN
2009
Après-midi
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 14.29 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer Bart Laeremans.
Le développement des questions et interpellations commence à 14.29 heures. La réunion est présidée par
M. Bart Laeremans.
01 Question de Mme Karine Lalieux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'eau Taillefine de Danone"
01 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Klimaat en Energie over "het water Taillefine
van Danone" (nr. 13197)
01.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, le CRIOC nous a
informé que l'eau Taillefine produite par Danone serait retirée du marché
français car elle ne serait pas conforme à la loi française et tromperait
en outre le consommateur à coups de messages "minceur" fantaisistes
comme "le goût léger" et "un apport équilibré", comme si l'eau contenait
des calories et pouvait être considérée comme un apport nutritionnel.
L'équivalent français du département du ministère de l'Économie a
confirmé que l'eau Taillefine ne peut plus être vendue. Ainsi le ministère
a demandé à Danone de retirer ce produit de la vente au plus tard le
31 décembre 2009. Le CRIOC considère qu'en agissant de la sorte, les
pouvoirs publics français envoient un signal fort en matière d'allégations
d'actions bénéfiques pour la santé. Les consommateurs qui arpentent
les rayons des grandes surfaces alimentaires ne peuvent que remarquer
la quantité croissante de produits arborant des slogans et des textes
publicitaires arguant d'effets bénéfiques sur la santé et notamment en
matière de minceur. Comme c'est bientôt l'été, tout le monde s'y laisse
prendre.
Que prévoit la législation belge en la matière? L'eau Taillefine de
Danone est-elle conforme à la loi belge dans sa composition, sa
présentation ou sa publicité? En cas de non-conformité, serait-il
opportun d'interdire sa vente au plus tôt?
01.01 Karine Lalieux (PS): Het
water Taillefine van Danone zou in
Frankrijk uit de handel genomen
worden
omdat
het
niet
in
overeenstemming is met de
Franse wet. Danone zou de
consument misleiden met uit de
lucht gegrepen vermeldingen op
het etiket, met claims als "een
lichte smaak" of "een evenwichtige
verhouding", alsof water een bron
van voedingsstoffen zou zijn.
De Franse tegenhanger van de
FOD Economie bevestigt dat het
water
Taillefine
tegen
eind
december
2009
uit
de
winkelrekken verdwijnt. Het OIVO
meent dat de Franse overheid
hiermee een sterk signaal afgeeft
ten aanzien van producenten die
misbruik
maken
van
gezondheidsclaims. Wat zegt onze
wetgeving hierover? Is dat water
conform onze wetten wat de
samenstelling of de presentatie
ervan of de reclame ervoor
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
betreft?
01.02 Paul Magnette, ministre: Madame Lalieux, tout d'abord, le
groupe Danone ne commercialise pas l'eau Taillefine en Belgique.
Chacun des membres de cette commission ayant une silhouette
impeccable, nul n'émettra de regrets!
La raison du retrait de cette eau du marché français tient
essentiellement à une nouvelle réglementation européenne qui interdit
les produits enrichis. Si d'aventure un tel produit devait se retrouver
malgré tout sur le marché belge via des canaux parallèles de distribution
dans le commerce de détail ou dans l'horeca par exemple , il va sans
dire que les agents de la DG Contrôle et Médiation en informeraient
immédiatement l'AFSCA qui est chargée de vérifier la conformité de ce
type de produits au regard des réglementations européennes et
nationales.
Pour ce qui est des allégations de santé, l'Europe a décidé de régler le
problème par le biais du règlement 19.924/2006 qui confirme
l'interdiction des allégations de santé trompeuses et qui prévoit un
contrôle de ces allégations préalable à la mise sur le marché. L'autorité
européenne de sécurité des aliments analyse actuellement les plus de
4.000 demandes d'autorisation qui lui ont été soumises et, l'année
prochaine, une liste d'allégations autorisées pour avoir fait l'objet de
vérifications sera approuvée, ce qui permettra la mise en vigueur
complète du règlement.
En attendant, c'est le cadre légal national qui est d'application, à savoir
l'arrêté royal du 17 avril 1980 concernant la publicité sur les denrées
alimentaires. Ce cadre interdit les allégations susceptibles d'induire une
erreur et prévoit une liste de termes et de références interdits ainsi qu'un
contrôle a posteriori par le ministre ayant la Santé publique dans ses
attributions.
01.02 Minister Paul Magnette:
Het water Taillefine van Danone
wordt in België niet verkocht. Dat
water werd in Frankrijk uit de
handel gehaald omdat er een
nieuwe
Europese
regelgeving
geldt die verrijkte producten
verbiedt. Mocht een dergelijk
product niettemin op de Belgische
markt terechtkomen via parallelle
distributiekanalen, dan zouden de
ambtenaren van de algemene
directie Controle en Bemiddeling
daar het FAVV, dat belast is met
de controle van de conformiteit
van die producten, onmiddellijk
van in kennis stellen.
De Europese Unie heeft de
verordening
19.2924/2006
uitgevaardigd
die
misleidende
voedings- en gezondheidsclaims
voor levensmiddelen verbiedt en
die in een controle van die claims
voorafgaand aan het in de handel
brengen
van
de
producten
voorziet.
Het
nationaal
kader
wordt
geregeld bij het koninklijk besluit
van 17 april 1980 betreffende de
reclame voor voedingsmiddelen,
dat de beweringen die misleidend
kunnen zijn, verbiedt en voorziet in
een lijst van verboden termen en
verwijzingen,
alsook
in
een
controle door de minister van
Volksgezondheid.
01.03 Karine Lalieux (PS): Je remercie le ministre pour sa réponse
complète.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de
klachtenbehandeling bij Ryanair en Easyjet" (nr. 13410)
02 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le traitement des plaintes chez
02.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, Ryanair en
EasyJet, twee grote luchtvaartmaatschappijen, aanvaarden volgens
Test-Aankoop blijkbaar alleen klachten die zijn opgesteld in het Engels.
Klachten die in het Nederlands of het Frans zijn opgesteld, worden
blijkbaar onmiddellijk verticaal geklasseerd. Naast het feit dat dit
allesbehalve in overeenstemming met de taalwetgeving lijkt te zijn, is het
02.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): D'après Test-Achats, les
compagnies aériennes Ryanair et
EasyJet n'acceptent que les
plaintes formulées en anglais et ne
tiennent pas compte, dès lors, des
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
volgens mij ook volledig in strijd met het respect dat men voor de
consument zou moeten hebben.
Als men de consument in een bepaald land benadert, mag men er toch
op zijn minst van uitgaan dat dit gebeurt in de taal of de talen die in dat
land worden gesproken? De klachtenbehandeling zou in België dus
minstens in die talen moeten gebeuren.
Mijn concrete vragen aan u zijn de volgende.
Ten eerste, hebt u kennis genomen van de bevindingen van Test-
Aankoop
inzake
het
klachtenbeleid
van
deze
twee
luchtvaartmaatschappijen?
Ten tweede, dringen er zich geen maatregelen op, zeker nu het
zomerseizoen in het verschiet is? Het zomerseizoen geeft toch altijd
aanleiding tot een toevloed van klachten.
Ten derde, niet onbelangrijk is het volgende. Volgens Test-Aankoop is
de regel dat ter zake alleen de rechtbanken van het land van herkomst
van Ryanair en EasyJet bevoegd zouden zijn, een regel die niet door de
beugel kan. Op die manier staat de consument namelijk steeds in een
minder sterke positie dan de aangeklaagde maatschappij. Vindt u, als
minister van Consumentenzaken, niet dat deze regel van de
luchtvaartmaatschappijen in strijd is met een consumentvriendelijk
beleid? Zult u in deze maatregelen nemen?
Ik dank u bij voorbaat.
plaintes en néerlandais ou en
français. Cette manière d'agir n'est
absolument pas conforme à la
législation linguistique ; de plus,
elle est totalement contraire au
respect des consommateurs.
Le ministre a-t-il connaissance de
cette politique en matière de
plaintes ? Des mesures urgentes
s'imposent-elles, à son estime,
alors que la période estivale est
sur le point de commencer?
D'après Test-Achats, la règle
selon laquelle les tribunaux du
pays d'origine d'une compagnie
seraient les seuls compétents
n'est pas acceptable non plus,
parce
qu'elle
placerait
les
consommateurs en position de
faiblesse.
Qu'en
pense
le
ministre?
02.02 Minister Paul Magnette: De dagvaarding, onder meer door Test-
Aankoop, van enkele luchtvaartmaatschappijen in verband met
onrechtmatige bedingen in hun vervoerscontracten voor de Belgische
rechter, maar ook voor de Franse en Portugese rechter, is mij
welbekend.
Ook bedingen inzake klachtenbehandeling worden daarbij aangeklaagd.
Ryanair en EasyJet opereren respectievelijk vanuit Ierland en het
Verenigd Koninkrijk en bieden via het internet vluchten aan. In deze
context moet worden gewezen op de zogenaamde internemarktclausule,
zoals die voorkomt in artikel 5 van de wet van 8 maart 2003 over
bepaalde
juridische
aspecten
van
de
diensten
van
de
informatiemaatschappij, sindsdien de wet en de richtlijn op de
elektronische handel genoemd. Krachtens die bepalingen zijn
dienstverleners van de informatiemaatschappij in principe enkel
onderworpen aan de regels en de voorschriften van de lidstaat waar zij
zijn gevestigd en mag de ontvangststaat geen bijkomende voorwaarden
opleggen.
Bijgevolg kan België niet rechtstreeks optreden tegen de genoemde
maatschappijen. Bovendien bepaalt de richtlijn op de elektronische
handel dat de lidstaten erop moeten toezien dat de in hun land
gevestigde
dienstverleners
de
reglementeringen
respecteren.
Onverminderd deze toezichtsverplichting kunnen lidstaten aan elkaar
bindende verzoeken richten om maatregelen wegens bepaalde
intracommunautaire inbreuken te nemen.
Niettemin zijn de aangeklaagde praktijken en bedingen vanuit het
bestaande consumentenacquis aanvechtbaar. Indien marketing wordt
02.02 Paul Magnette, ministre:
J'ai connaissance de la citation de
plusieurs compagnies aériennes,
notamment par Test Achats.
Ryanair
et
EasyJet
opèrent
respectivement d'Irlande et du
Royaume-Uni. Elles proposent des
vols par le biais de l'internet. En
vertu de la clause du marché
intérieur inscrite à l'article 5 de la
loi du 11 mars 2003, les
prestataires de services de la
société de l'information ne sont en
principe soumis qu'aux règles et
prescriptions de l'État membre où
ils sont établis. L'«État d'accueil»
ne
peut
pas
imposer
des
conditions supplémentaires. Par
conséquent, la Belgique ne peut
pas sanctionner directement les
compagnies susmentionnées.
La directive relative au commerce
électronique stipule que les États
membres doivent veiller à ce que
les prestataires de services établis
dans leur pays respectent la
réglementation. Les clauses sont
toutefois contestables en vertu de
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
gevoerd in een bepaalde taal bijvoorbeeld het Nederlands of het Frans
en de dienst-na-verkoop of de klantenbehandeling gebeurt in een
andere taal zonder dat dit duidelijk aan de consument wordt
meegedeeld, gaat het om een onder alle omstandigheden verboden
misleidende handelspraktijk. Ik wijs op punt 8 van de opsomming in
bijlage I bij de richtlijn 2005/29 inzake oneerlijke handelspraktijken.
Verder is de consumenten verplichten klachten in het Engels te
formuleren mijns inziens een ongepaste beperking van de wettelijke
rechten van de consument in geval van volledige of gedeeltelijke
wanprestatie of van een gebrekkige uitvoering van zijn wettelijke
verplichtingen door de verkoper. Dit kan als een onrechtmatig beding
worden bevonden in de zin van punt 1, b van de indicatieve bijlage van
als oneerlijk aan te merken bedingen in de richtlijn 1993/13 over
oneerlijke bedingen.
Wat uw clausules inzake de bevoegde rechter betreft, kan erop worden
gewezen dat het Europese Hof van Justitie in haar weinige interventies
op het vlak van onrechtmatige bedingen duidelijk gesteld heeft in het
arrest Océano Grupo van juli 2000 dat een dergelijk beding dat enkel
de rechtbank van de koper bevoegd verklaart, kennelijk onevenwichtig
kan zijn doordat het de afdwinging van zijn rechten door de consument
te zeer bemoeilijkt.
l'actuel acquis communautaire en
matière
de
protection
des
consommateurs. Si, par exemple,
des campagnes de marketing sont
menées en français ou en
néerlandais mais que le service
après vente ou le traitement des
plaintes est effectué dans une
autre
langue
sans
que
le
consommateur
n'en
soit
clairement informé, il s'agit d'une
pratique commerciale abusive
interdite en toutes circonstances.
Lorsque le consommateur est
obligé de formuler des plaintes en
anglais, il s'agit d'une limitation
inappropriée des droits légaux du
consommateur en cas de non-
exécution totale ou partielle ou
d'exécution défectueuse par le
vendeur
de
ses
obligations
légales, ce qui peut être considéré
comme une clause abusive.
La Cour européenne de Justice a
clairement précisé dans l'une de
ses rares interventions en
matière de clauses abusives
qu'une clause qui ne déclare
compétent que le tribunal du
vendeur peut être déséquilibrée
parce qu'elle complique trop
l'imposition des droits par le
consommateur.
02.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijn
repliek zal heel kort zijn.
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, waaruit ik niet veel
wijzer ben geworden. U herhaalt wat ik heb gezegd, namelijk dat het hier
om laakbare praktijken gaat. Klachten in een andere taal dan de taal
waarin de contractvoorwaarden werden gesteld, zijn immers een
verboden, misleidende maatregel. Ook het feit dat uitsluitend de
rechtbank van het land van herkomst bevoegd is kan volgens het
Europees Hof van Justitie niet.
Mijnheer de minister, het voorgaande wist ik ook allemaal. Ik ben dus
niet veel wijzer geworden.
De teneur van mijn vragen ging in de richting van het nemen van
maatregelen door u tegen de bewuste luchtvaartmaatschappijen. Zover
zijn wij echter blijkbaar nog niet gekomen.
Ik zal u in elk geval opnieuw over de kwestie aanspreken. Ik zal
eventueel zelfs een interpellatie ter zake indienen. U moet toch iets
kunnen doen, hoewel u beweert dat u dat niet kan. Ik verwacht niettemin
dat u iets tegen voornoemde praktijken onderneemt.
02.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Cette réponse me laisse
sur ma faim. Les éléments
évoqués par le ministre m'étaient
déjà
connus.
J'aurais
voulu
l'entendre dire qu'il allait prendre
des mesures, mais il apparaît
qu'aucune démarche n'a encore
été effectuée en ce sens. Le
ministre doit être à même de
prendre des mesures contre la
procédure de plainte des sociétés
impliquées.
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la mise en place de
partenariats État-entreprises en matière de production d'énergies renouvelables" (n° 13463)
03 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "publiek-
private samenwerking met betrekking tot de productie van hernieuwbare energie" (nr. 13463)
03.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la dernière réunion des ministres de l'Énergie du G8 qui s'est
tenue en mai à Rome s'est conclue par un appel pressant à la poursuite
des investissements dans l'exploration-production de pétrole et de gaz
qui devraient chuter de 21% cette année par rapport à 2008.
Ils appellent de leurs voeux un renforcement du partenariat entre les
entreprises du secteur et les États afin, en conjuguant leurs moyens,
d'anticiper la hausse de la demande qui suivra la reprise et donc
d'atténuer les effets de cette hausse de consommation sur le prix de
l'énergie et, partant, des prix des produits manufacturés et services.
Ils appellent aussi les États à s'allier aux entreprises pour investir dans
les nouveaux projets énergétiques et les nouvelles technologies,
aujourd'hui annulés ou différés à la suite de la diminution de la demande
(la demande d'électricité devrait diminuer de 3,5% cette année) ou aux
incertitudes des marchés financiers. En effet, les investissements en
énergies renouvelables devraient malheureusement baisser de 38% en
2009, alors qu'il faudrait les multiplier au moins par six.
Monsieur le ministre, j'aimerais savoir ce qu'il en est de la situation des
projets énergétiques en Belgique. Cela concerne bien entendu les
énergies renouvelables. Le nombre de projets est-il stable en regard des
autres années ou bien a-t-il diminué? Est-ce une diminution en nombre
ou en taille des projets initialement prévus? Quels types d'énergies
renouvelables sont-ils l'objet de réduction de projets ou, à l'inverse,
d'une montée en puissance?
Monsieur le ministre, quels moyens comptez-vous mobiliser pour venir
en aide à ce secteur, au-delà des aides en direction des personnes
ayant décidé de se doter d'équipements producteurs d'énergies
renouvelables? Quelles seront les modalités?
Avez-vous décidé de monter des partenariats avec des entreprises, afin
d'améliorer en qualité et quantité la production d'énergies renouvelables
dans notre pays? Dans l'affirmative, pouvez-vous nous donner des
précisions sur ces projets de coopération en termes de moyens
financiers et humains comme en termes d'objectifs?
03.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Op de jongste vergadering
van de ministers van Energie van
de G8 werd een dringende oproep
geformuleerd
om
te
blijven
investeren in de exploratie en
productie van aardolie en gas. Die
investeringen zouden dit jaar met
21 procent dalen in vergelijking
met 2008. De ministers pleiten
voor een versterking van het
partnerschap tussen de sector en
de overheden om in te spelen op
de verwachte stijging van de vraag
zodra de economie weer aantrekt
en om zodoende de gevolgen van
die toenemende consumptie voor
de energieprijs te beperken. Ze
roepen de landen ook op om
samen met de sector te investeren
in de nieuwe energieprojecten en
technologieën. In 2009 zouden de
investeringen in hernieuwbare
energiebronnen naar verwacht
wordt met 38 procent dalen, terwijl
ze
minstens
verzesvoudigd
zouden moeten worden.
Hoe staat het met de Belgische
energieprojecten? Blijft het aantal
projecten stabiel of daalt het?
Gaat het om een daling in aantal
of om een afslanking van de
geplande projecten? Voor welke
vormen van hernieuwbare energie
is er sprake van een daling, en
welke zijn er in opmars? Welke
middelen zal u inzetten om de
sector te hulp te komen? Volgens
welke modaliteiten? Heeft u beslist
partnerschappen met bedrijven tot
stand te brengen, met het oog op
een kwalitatieve en kwantitatieve
verbetering van de productie van
duurzame energie in ons land?
Kan u me meer informatie
bezorgen over de financiële en
personele middelen waarin voor
die samenwerkingsprojecten zal
worden voorzien, alsook over de
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
doelstellingen van die projecten?
03.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, monsieur
Flahaux, permettez-moi de vous adresser mes plus vives félicitations
pour votre récent mariage et mes plus sincères voeux de bonheur.
La compétence en matière d'énergies renouvelables relève
essentiellement, comme vous le savez, des Régions, à l'exception des
renouvelables en mer du Nord et des biocarburants.
En ce qui concerne l'éolien en mer du Nord, je n'ai pas constaté de perte
d'intérêt de la part des candidats investisseurs pour la Belgique. Une
dizaine de projets ont été introduits l'année dernière à la CREG pour
examen et de nouvelles concessions domaniales devraient être
accordées cette année encore.
J'assure aussi la continuité de la "Belgian North Sea Energy Platform"
mise en place par mes prédécesseurs. Celle-ci regroupe les détenteurs
de concessions domaniales, les représentants des ministres compétents
et bientôt les représentants du régulateur fédéral et du gestionnaire de
transport et ceux des futurs concessionnaires. Elle continue d'être le lieu
privilégié de discussions pour mettre à plat l'ensemble des éventuels
problèmes que pourrait rencontrer la mise en oeuvre de cette nouvelle
aventure technologique, pilier de notre politique énergétique pour
atteindre nos objectifs à l'horizon 2020.
La législation prévoit actuellement un régime de soutien très favorable
pour ces projets. Le gouvernement s'est engagé à maintenir le régime
actuel. Cette totale stabilité du cadre juridique est d'ordre à rassurer les
milieux financiers.
En ce qui concerne l'autre matière, les biocarburants, une loi en
préparation imposera dès le 1
er
juillet 2009, à toute société pétrolière
enregistrée, une incorporation de 4% de biocarburants aux carburants
fossiles.
Aujourd'hui, un opérateur pétrolier bénéficie d'un taux d'accises réduit si
le biocarburant mélangé provient d'une des sept unités de production
agréées par l'État belge.
Enfin, comme prévu dans la déclaration gouvernementale, un fonds
budgétaire sera également créé en 2009 qui servira aux investissements
et dépenses dans le domaine de l'énergie au sens large. Il servira
notamment à des mesures qui relèvent des compétences fédérales
dans le domaine de l'économie de l'énergie mais aussi du
développement d'énergies renouvelables.
03.02 Minister Paul Magnette:
Hernieuwbare
energie
is
in
hoofdzaak een gewestmaterie,
met uitzondering van duurzame
energie
afkomstig
van
de
Noordzee en de biobrandstoffen.
Wat het windmolenpark in de
Noordzee betreft, heb ik niets
gemerkt
van
een
eventuele
tanende
belangstelling
van
kandidaat-investeerders
voor
België. Er werd vorig jaar een
tiental projecten bij de CREG
ingediend en dit jaar nog zouden
er
nieuwe
domeinconcessies
moeten worden verleend. Ik zie
ook toe op de voortzetting van het
Belgian North Sea Wind Energy
Platform, dat het discussieplatform
bij uitstek blijft om alle problemen
die bij de concretisering van dat
nieuwe technologische avontuur
zouden kunnen opduiken, onder
de loep te nemen.
De huidige wetgeving voorziet in
een zeer gunstige steunregeling
voor die projecten. De regering
heeft zich ertoe verbonden de
huidige regeling te handhaven.
Wat de biobrandstoffen betreft, is
elke oliemaatschappij vanaf 1 juli
2009 bij wet verplicht om 4 procent
biobrandstoffen bij te mengen bij
fossiele brandstoffen. Momenteel
geniet een brandstofproducent
een
accijnsverlaging
als
de
bijgemengde
biobrandstof
afkomstig is van een van de zeven
productie-eenheden die door de
Belgische Staat erkend zijn.
Er zal in 2009 tevens een
begrotingsfonds worden opgericht,
dat zal dienen voor investeringen
en uitgaven op het stuk van
energie sensu lato. Het zal meer
bepaald aangewend worden voor
energiebesparende maatregelen
op federaal beleidsniveau, maar
ook voor de ontwikkeling van
hernieuwbare energiebronnen.
03.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je tiens à
vous remercier.
03.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Volgens u loopt de interesse
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Apparemment, vous n'avez pas ressenti de diminution de l'intérêt des
investissements en matière d'énergies renouvelables.
Je pense qu'il faut rester extrêmement attentif. Même si aujourd'hui, les
prix du carburant connaissent un léger regain par rapport à ces trois
derniers mois, la planète est unique. Dès lors, il faut poursuivre les
efforts. Il faut d'autant plus le faire aujourd'hui car le contexte actuel est
bon: la conscience des gens est enfin éveillée. Il faut donc continuer à
convaincre au sein même du gouvernement c'est votre compétence
transversale en tant que ministre de l'Énergie. Je ne doute pas que vous
vous y attelez.
Nous resterons donc attentifs à l'évolution des chiffres dans les
prochains mois.
voor investeringen in duurzame
energie dus blijkbaar niet terug.
Toch men moet inspanningen
blijven leveren, zeker nu die
thematiek in de huidige gunstige
context ingang begint te vinden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
prospectieve studie aardgas" (nr. 13489)
04 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'étude
04.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, net zoals voor elektriciteit moet er ook voor
aardgas een prospectieve studie worden opgemaakt. Over de
prospectieve studie over elektriciteit is hier al meermaals gesproken. Er
is zelfs een ontwerp dat een advies van de CREG heeft gekregen. Dat
deed bij mij de indruk ontstaan dat de prospectieve studie inzake
aardgas tussen de plooien van het laken is verdwenen.
De gaswet bepaalt in artikel 15/13 dat een prospectieve studie
betreffende de zekerheid van de aardgasbevoorrading wordt opgesteld
door het bestuur Energie, op de eerste 15de maart volgend op de
inwerkingtreding van het artikel en wordt uitgewerkt voor een periode
van vijf jaar, waarna het jaarlijks wordt geactualiseerd.
Ik zal maar niet de termijnen hanteren wanneer dit de eerste keer klaar
moest zijn. Ik denk dat dit nog in 2007 was. De minister heeft al
meermaals gezegd dat dit met de politieke crisis te maken zou hebben.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de
prospectieve studie aardgas? Wanneer moest ze klaar zijn? Is er een
ontwerp? In welke fase van de procedure bevinden we ons? Is het ook
hier het geval dat een consultant moet zorgen voor bijvoorbeeld het
MER? En de belangrijkste vraag, wanneer zal ze klaar zijn?
04.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): La loi gaz prévoit
la
réalisation
d'une
étude
prospective de l'approvisionne-
ment en gaz naturel le 15 mars
suivant l'entrée en vigueur de
l'article de loi concerné. Il
s'agissait de l'année 2007. Dans
quelle phase se situe l'étude
prospective et quand sera-t-elle
disponible?
04.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van der
Straeten, de prospectieve studie inzake gas wordt op dit ogenblik
uitgewerkt. Net als voor de prospectieve studie inzake elektriciteit is het
de eerste keer dat de prospectieve studie door het directoraat-generaal
Energie en het Federaal Planbureau wordt uitgewerkt en niet meer door
de CREG en het Federaal Planbureau, zoals dat voorheen het geval was
voor de indicatieve programma's.
Net als voor de prospectieve studie inzake elektriciteit werd er een
werkgroep bij de administratie Energie opgericht voor de uitwerking van
04.02 Paul Magnette, ministre:
Actuellement, l'étude prospective
relative au gaz est développée par
la direction générale (DG) Énergie
et le Bureau fédéral du Plan et non
plus par la CREG et le Bureau du
Plan, comme c'était le cas
précédemment
pour
les
programmes indicatifs. Dans la
perspective de cette étude, un
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
deze studie. Deze werkgroep omvat naast de opstellers van dit
directoraat-generaal en het Planbureau, vertegenwoordigers van Fluxys,
van de CREG en van de Nationale Bank van België.
Helaas, terwijl het PRIMES-model, dat volkomen wordt beheerd door het
Planbureau en is aangepast aan de Belgische databank, volstaat voor
de studie inzake elektriciteit, is dit model niet steeds aangepast voor gas.
Aangezien wij geen strikt gasmodel ter beschikking hebben, hangen wij
af van het enige bestaande model in België, Pegasus, dat eigendom is
van de CREG.
Er werd een geschreven akkoord tussen het directoraat-generaal
Energie en de CREG gesloten opdat de CREG via dit model en in het
kader van deze studie de gevraagde simulaties zou verrichten, maar
zonder toegang te verschaffen tot het werkinstrument. Alleen de
resultaten zullen worden geleverd en van commentaar worden voorzien.
Het ontwerp van studie, vooraleer over te gaan tot de milieuevaluatie,
zou moeten afgerond zijn tegen het derde kwartaal van 2009. Voor het
gedeelte simulatie via het Pegasusmodel wachten de auteurs de
resultaten van de werkzaamheden van de CREG af. Deze zouden
uiteindelijk in de loop van deze maand juni ter beschikking moeten zijn.
Na deze redactiefase, die op dit ogenblik aan de gang is, komt er nog de
fase van de raadpleging van de stakeholders, de Gewesten, de CREG,
de ICDO, enzovoort. De fase van de milieuevaluatie die voorzien is bij
wet van 13 februari 2006 zal dan kunnen beginnen.
De uiteindelijke studie, met inbegrip van de milieuevaluatie zal
beschikbaar zijn in maart 2010.
groupe de travail a été constitué ; il
se compose de représentants de
la DG Énergie, du Bureau du Plan,
de Fluxys, de la CREG et de la
Banque Nationale.
Étant donné que le modèle
PRIMES du Bureau du Plan, qui
pouvait être utilisé pour l'étude
relative à l'électricité, ne convient
pas pour l'étude sur le gaz, nous
dépendons du modèle PEGASE
qui appartient à la CREG. La DG
Énergie et la CREG ont conclu un
accord pour que la CREG puisse
procéder
aux
simulations
nécessaires ; ensuite, les résultats
commentés seront communiqués
à la DG. Celle-ci n'a pas elle-
même accès à l'outil de travail.
Le projet d'étude doit être terminé
au troisième trimestre de 2009.
Les résultats de la simulation par
le biais du modèle PEGASE sont
attendus dans le courant de juin
2009.
Ensuite, les stakeholders seront
consultés
et
une
évaluation
environnementale sera réalisée.
L'étude prospective complète sera
disponible en mars 2010.
04.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
ben een beetje met verstomming geslagen. U spreekt over maart 2010.
Dat zal drie jaar na de datum zijn. Ik vraag mij ook af of het niet nodig is
dat er een minister van Vereenvoudiging komt op het departement
Energie.
Als ik het goed begrijp, zijn de diensten van de CREG onontbeerlijk om
de prospectieve studie aardgas te maken, omdat zij de enigen zijn die de
beschikking hebben over een bepaald model. Men heeft in 2005 net de
bevoegdheid ontnomen aan de CREG.
Onlangs, toen wij hebben gesproken over de programmawet en de wet
houdende diverse bepalingen hebt u zeer uitvoerig opnieuw
geargumenteerd waarom het geen goede zaak zou zijn, waarom het
beter zou zijn dat de prospectieve studie niet door de CREG wordt
gemaakt.
Uit uw antwoord dat ik straks in het verslag zal nalezen, leid ik af dat, als
het sneller moet gaan, men dan beter gewoon de bevoegdheid bij de
CREG legt. Zij hebben immers het model. Alles hangt ervan af of de
CREG dat model gebruikt en de resultaten ter beschikking stelt om tot
die prospectieve studie te komen.
Ik begrijp echt niet goed waarom het directoraal-generaal Energie en het
04.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): L'étude ne sera
donc terminée que trois ans après
l'entrée en vigueur de la loi ! Je
me demande pourquoi la CREG a
été privée de la compétence de
réaliser cette étude prospective si
son
outil
de
travail
est
apparemment indispensable. En
associant aussi le Bureau du Plan
et la DG à l'opération, on a rendu
celle-ci inutilement complexe. Un
ministre pour la Simplification ne
serait pas malvenu au SPF
Énergie.
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Planbureau erbij moet worden betrokken als alles alleen afhankelijk is
van de resultaten van het model van de CREG.
We zullen hetzelfde doen als met de prospectieve studie elektriciteit, met
name elke drie maanden een vraag indienen om na te gaan hoe het zit
en hopen dat de studie er zo snel mogelijk komt. Ik zal die hoop maar
beter van bij het begin opbergen om niet teleurgesteld te zijn wanneer
het toch in 2010 zal zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
verhouding tussen de verschillende monitoringbevoegdheden inzake de energiemarkt" (nr. 13490)
05 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les relations entre
les différents organes chargés de la surveillance du marché de l'énergie" (n° 13490)
05.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, op onze Belgische energiemarkt houden tal van
instanties en instellingen zich bezig met het monitoren van de markt.
Ten eerste is er de CREG, die bij de wet van 8 juni 2008 houdende
diverse bepalingen extra bevoegdheden heeft gekregen, en waar ook de
eerste minister, de minister bevoegd voor Economie en de minister
bevoegd voor Energie, steeds naar verwijzen. De CREG moet toezicht
houden op de transparantie en de mededinging op de elektriciteitsmarkt,
en ze moet ook de objectief verantwoorde verhouding nagaan tussen de
prijzen en de kosten van een bedrijf. Dat is niet alleen in de
elektriciteitswet ingeschreven, maar ook in de gaswet.
Ten tweede, in de beleidsbrief van de minister wordt een Observatorium
voor Energie opgericht binnen de Algemene directie Energie, met als
opdracht: gegevens verzamelen, analyseren, interpreteren alsook
prospectief onderzoek verrichten om de stromen inzake invoer en
energiebevoorrading van het land beter op de volgen. Het voorziene
budget bedraagt 200.000 euro. Bovendien, zeer interessant, vermeldt de
beleidsnota dat het observatorium het waakzame oog is voor alle
internationale energiemarkten om de weerslag van elke beweging op
beslissing op de Belgische markt in te schatten.
Ten derde is er het prijzenobservatorium, dat wij in deze commissie
uitvoerig hebben besproken, ook met als opdracht om de prijzen van gas
en elektriciteit te monitoren.
Ten vierde dit hebben wij zelf niet opgericht, het is er gewoon is er
ook bij de Europese Commissie een marktobservatorium.
Mijn conclusie luidt dus dat er geen probleem is: onze markt is
uitstekend bemonitored.
Mijnheer de minister, mijn grote vraag is nu wie wat doet en hoe die
verschillende instanties zich tot elkaar verhouden.
Ten eerste, welke initiatieven of onderzoeken heeft de CREG al
ontplooid en/of verstrekt sinds de inwerkingtreding van de wet waarmee
zij nieuwe bevoegdheden heeft gekregen?
Ten tweede, is het energieobservatorium in werking? Wie zetelt er in het
05.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
En
Belgique,
plusieurs instances s'occupent du
monitorage
du
marché
de
l'énergie: la CREG, l'Observatoire
de l'Energie, l'Observatoire des
prix et l'Observatoire du Marché
de la Commission européenne. Où
ces instances se situent-elles les
unes par rapport aux autres ?
Quelles missions remplit la CREG
sur la base des nouvelles
compétences telles que définies
dans la loi? L'observatoire de
l'Energie est-il déjà opérationnel ?
Qui siège au comité d'avis
scientifique? Quelles sont les
missions de l'Observatoire de
l'Energie et de l'Observatoire des
Prix?
Quelle instance est, par exemple,
chargée
d'étudier
les
conséquences de la reprise de
SPE-Luminus par ED?
Va-t-il être demandé à une de ces
instances de se pencher sur la
déconcentration du marché belge
de
l'électricité?
Y a-t-il une concertation entre le
ministre de l'Energie et le ministre
de la Concurrence à propos des
compétences de monitorage du
marché?
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
wetenschappelijk adviescomité? Wat heeft dat observatorium al
ontplooid aan activiteiten, onderzoeken, initiatieven?
Ten derde, wat heeft het prijzenobservatorium reeds gedaan voor de
monitoring van de energiemarkt?
Ten vierde, hoe verhouden die instanties zich tot elkaar? Wie doet er nu
eigenlijk wat? Waar wordt dat gecontroleerd, overlegd of afgesproken?
Ik denk dat de kans toch reëel is dat er dubbel werk zou kunnen
gebeuren.
Ten vijfde, welke van die instanties houdt zich bezig met een onderzoek
naar de implicaties en/of gevolgen van de overname door EdF van SPE?
Er wordt herhaaldelijk op gewezen dat de CREG extra bevoegdheden
heeft gekregen. Kreeg de CREG de vraag om dat specifiek na te gaan,
of zal die vraag worden gesteld als ze nog niet werd gesteld?
Ten zesde, zal aan een van die instanties worden gevraagd om, naar
aanleiding van een recent rapport van het marktobservatorium van de
Europese Commissie dat tot de conclusie kwam dat Belgische markt
een van de meest geconcentreerde markten is, te kijken hoe er kan
worden gewerkt aan minder concentratie en meer deconcentratie?
Ten slotte, is er structureel overleg met de minister bevoegd voor
Mededinging, of is er structureel overleg tussen de minister bevoegd
voor Mededinging en de minister bevoegd voor Energie beide zaken
worden immers telkens samen vermeld als het gaat over
marktmonitoring?
05.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, wat het
energieobservatorium betreft, moet de oprichting van dit observatorium
in een Europese context worden geplaatst, op de volgende drie niveaus.
Ten eerste, in het raam van de oprichting van de Europese
waarnemingspost voor energievoorziening dienen de vraag- en
aanbodpatronen op de communautaire energiemarkt gevolgd te worden
en mogelijke tekortkomingen op het gebied van infrastructuur en
voorziening in een vroege fase opgespoord te worden. Dit
energieobservatorium dient te worden gevoed door data en analyses van
lidstaten, wat de noodzaak creëerde om dergelijke gegevens op een
gestructureerde manier te verzamelen, op te stellen en ter beschikking
te stellen.
Ten tweede, in het derde energiepakket voor de liberalisering van de
gas- en elektriciteitsmarkten wordt een specifiek artikel opgenomen
inzake recordkeeping waarbij, ik citeer, "de lidstaten eisen van hun
leverantiebedrijven dat zij gedurende ten miste vijf jaar de relevante
gegevens
met
betrekking
tot
al
hun
transacties
in
aardgasleveringscontracten en aardgasderivaten, met grootafnemers en
transmissiesysteembeheerders, alsmede de opslag- en LNG-
systeembeheerders, ter beschikking houden van hun nationale
instanties, waaronder de nationale regulerende instantie, de nationale
mededingingsautoriteit en de Commissie, met het oog op de vervulling
van hun taken".
Deze gegevens omvatten bijzonderheden betreffende de kenmerken
van de betrokken transacties, zoals de looptijd, de leverings- en
betalingsregels, de hoeveelheden, de uitvoeringsdata en tijdstippen, de
05.02 Paul Magnette, ministre:
L'institution de l'Observatoire de
l'Énergie doit être resituée dans un
contexte européen. Dans le cadre
de la création d'un Observatoire
européen de l'approvisionnement
énergétique, les États membres
doivent récolter les données
relatives à leur marché de
l'énergie et en permettre la
consultation
d'une
façon
structurée.
Le troisième paquet de l'énergie,
qui vise à la libéralisation des
marchés du gaz et de l'électricité,
comprend un chapitre qui dispose
que les fournisseurs doivent tenir
les
données
relatives
aux
transactions résultant de contrats
de livraison de gaz naturel et de
dérivés à la disposition des
instances régulatrices nationales,
des organes de contrôle de la
concurrence et de la Commission
européenne durant un minimum
de cinq ans. Ces données sont
consignées dans un système
central pouvant être géré par
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
transactieprijzen en middelen om de grootafnemers te identificeren,
alsmede specifieke nadere gegevens over alle openstaande posities in
aardgasleveringscontracten en aardgasderivaten. Deze gegevens
dienen gecentraliseerd te worden in een centraal systeem dat door het
energieobservatorium kan worden beheerd.
Ten derde, de tweede strategische energietoetsing die door de
Commissie werd voorgesteld, omvat een aantal nieuwe acties die
moeten bijdragen tot de verbetering van de transparantie van de
energiemarkten. Zowel Europees als op nationaal vlak stelt men vast dat
de transparantie inzake energieflux, het niveau van de vraag, alsook van
de stocks, onvoldoende is. Zo werd onder meer een wekelijkse
publicatie van commerciële oliestocks beoogd en een grotere
transparantie inzake het evenwicht tussen vraag en aanbod. Deze acties
noopten tot een gestructureerde gegevensinzameling en analyse, die de
beleidsvorming ter zake Europees en nationaal dienen te ondersteunen.
Het energieobservatorium werd geïnstalleerd. Voorstellen voor de
installatie van een wetenschappelijk comité liggen op dit ogenblik ter
studie. Een ontwerp van nieuwsbrief wordt op dit ogenblik uitgewerkt en
zit in een interne testfase. Bijkomend personeel werd ter beschikking
gesteld.
Wat het prijzenobservatorium betreft, heeft het als opdracht het
onderzoeken van de verschillende componenten van de eindprijzen bij
verbruik. Er worden sectorale prijsstudies uitgevoerd en tevens wordt
een kwartaalverslag gemaakt ten bate van het Instituut voor Nationale
Rekeningen. Het eerste verslag verscheen eind april begin mei 2009
en bevatte een hoofdstuk over de prijzen voor gas en elektriciteit en hun
weerslag op de berekening van de prijsindex. Dit verslag staat online op
de site van de FOD Economie ter raadpleging. Naast de CREG die
volledig onafhankelijk is bevinden de observatoria voor energie en voor
de prijzen zich binnen de FOD Economie waar de horizontale coördinatie
wordt verzekerd, net zoals alle andere opdrachten.
De vragen die betrekking hebben op fusies en aanschaf van
ondernemingen worden opgevolgd door de instanties voor de
mededinging, eerst op Europees niveau wanneer er bedrijven bij
betrokken zijn uit verschillende landen, het DG Mededinging, en tevens
op nationaal niveau door de nationale mededingingsinstanties: de dienst
Mededinging van de FOD Economie, de Raad voor de Mededinging in
geval van overtreding en de CREG voor de normale marktwerking. Deze
concentrerende operatie werd nog niet betekend aan de Europese
Commissie. Zodra dit zal zijn gebeurd, zal het de Commissie toebehoren
te onderzoeken of de operatie de mededinging in de weg staan en, zo ja,
de betrokken ondernemingen maatregelen op te leggen die het
verhelpen van deze concurrentievervalsing beogen.
De CREG bestudeert op dit ogenblik, rekeninghoudend met de nieuwe
bevoegdheden die haar werden toebedeeld bij wet van 8 juni 2008, de
weerslag van de meerderheidsparticipatie binnen SPE vanwege EdF op
de Belgische markt van de elektriciteitproductie en in het bijzonder op
het mededingingsplan en op het vlak van de primaire energie. Indien de
CREG vaststelt dat deze operatie de concurrentie zou kunnen schaden,
behoort het haar toe de maatregelen voor te stellen die zij met het oog
op het verhelpen hiervan noodzakelijk acht.
De gewestelijke en federale regulatoren vervaardigen ieder jaar een
l'Observatoire de l'Énergie.
La
Commission
a
proposé
plusieurs actions visant à accroître
la transparence du marché de
l'énergie dans le cadre de la
deuxième analyse stratégique de
la
politique
énergétique.
La
Commission veut que soient
publiées
des
données
hebdomadaires sur les stocks
commerciaux de pétrole. Elle
entend
aussi
améliorer
la
transparence
en
matière
d'équilibre entre l'offre et la
demande. Ces données sont
également
récoltées
par
l'Observatoire de l'Énergie.
L'Observatoire de l'Énergie est
déjà installé. Les propositions
relatives à l'installation du comité
scientifique
sont
en
cours
d'examen et un projet de lettre
d'information est en test.
L'Observatoire des prix analyse
les différentes composantes des
prix finaux à la consommation.
Des études tarifaires sectorielles
sont réalisées et un rapport
trimestriel est établi pour l'Institut
des
comptes
nationaux.
Le
premier rapport a été publié début
mai et incluait un chapitre sur les
prix du gaz et de l'électricité et leur
incidence sur le calcul de l'indice
des prix. Ce rapport est disponible
en ligne sur le site du SPF
Économie.
La
CREG
est
totalement indépendante, mais le
SPF
Économie
assure
la
coordination entre les différents
observatoires de l'énergie et des
prix.
Les demandes relatives à des
fusions
et
à
l'acquisition
d'entreprises sont suivies par les
instances en charge de la
concurrence
aux
niveaux
européen et national.
La CREG étudie actuellement
l'incidence de la participation
majoritaire d'EDF au sein de SPE
sur le marché belge de la
production
d'électricité,
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
benchmarking-verslag over de staat van de mededinging ter attentie van
de Europese Commissie. Dit jaarlijks benchmarking-verslag is voorzien
in de Europese richtlijn Interne Markt. De wet betreffende de organisatie
van de elektriciteitsmarkt voorziet, met name in artikel 23bis, de
modaliteiten voor de opvolging tussen de CREG en de
mededingingsinstanties. Ik citeer: "Indien de commissie tijdens de
uitoefening van haar taken inzake bewaking en controle oneerlijke
handelspraktijken of nog anticoncurrentieel gedrag vaststelt, richt zij op
eigen initiatief een verslag met al die vaststellingen aan de minister.
Desgevallend vaardigt zij de maatregelen uit die zij noodzakelijk acht en
die door haar of elke andere overheid dienen te worden genomen met
het oog op het verhelpen van oneerlijke handelspraktijken of
anticoncurrentieel gedrag die een weerslag hebben of kunnen hebben
op een doeltreffende elektriciteitsmarkt in België.
De commissie geeft een vermoeden van overtreding aan de Raad voor
de Mededinging aan, maakt aan deze Raad haar verslag over dat zij aan
de minister heeft gericht en levert haar alle noodzakelijke vertrouwelijke
informatie.
Met betrekking tot oneerlijke handelspraktijken kan de Koning, op
voorstel van de commissie, via een in Ministerraad beraadslaagd besluit,
de dringende maatregelen verduidelijken die de commissie gemachtigd
is te nemen. De commissie kan adviezen formuleren en elke maatregel
voorstellen die de goede werking en de doorzichtigheid op de markt in
de hand kan werken, en die toepasbaar zijn op alle
elektriciteitsondernemingen die in België actief zijn.
principalement sur le plan de la
concurrence
et
de
l'énergie
primaire. Si la CREG devait
constater que cette opération est
susceptible
de
nuire
à
la
concurrence, elle pourrait prendre
des mesures pour remédier à
cette situation. Les régulateurs
régionaux et fédéraux adressent
annuellement un rapport de
benchmarking sur l'état de la
concurrence à la Commission
européenne.
L'article 23bis de la loi sur
l'organisation du marché de
l'électricité décrit les modalités du
suivi entre la CREG et les
instances de la concurrence.
Lorsque la Commission constate
des pratiques malhonnêtes ou
anticoncurrentielles, elle établit de
sa propre initiative un rapport à
l'intention du ministre et prend le
cas échéant des mesures pour les
réprimer. Elle signale également
les infractions au Conseil de la
Concurrence. Sur la proposition de
la Commission, le roi peut préciser
les mesures urgentes que prend la
Commission par la voie d'un arrêté
délibéré en Conseil des ministres.
La commission peut formuler des
avis et proposer des mesures de
nature
à
favoriser
le
bon
fonctionnement et la transparence
du marché.
05.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, een collega van u van de Vlaamse socialisten
heeft met betrekking tot het bestuur in Brussel gezegd dat iedereen
bevoegd maar niemand verantwoordelijk is.
Als ik heel uw antwoord beluister ik wil u trouwens bedanken voor de
volledigheid en het detailniveau van uw antwoord heb ik hetzelfde
gevoel. Iedereen is een beetje bezig met mededinging, iedereen is een
beetje bezig met transparantie maar uiteindelijk moeten wij afwachten of
een van de instanties met een rapport zal komen aanzetten. Ik denk dat
dit geen wenselijke situatie is omdat het alleszins niet de slagkracht van
het beleid zal bevorderen. De overname van SPE door EdF is nochtans
een uitgelezen moment om de regulerings- en mededingingsautoriteiten
beter op mekaar af te stemmen en ze ook structureel te versterken. Ik
denk dan ook dat het nuttig is dat er een soort van afspraak, protocol of
akkoord wordt afgesloten tussen de verschillende autoriteiten over wie
nu juist wat doet.
Het klopt dat de CREG onafhankelijk is. Dit hoeft echter niet te
betekenen dat de CREG en het Energieobservatorium hetzelfde gaan
05.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!.): En conclusion,
chacun
conserve
ses
compétences mais personne n'est
responsable. Cette situation est
intenable.
Il
faut
très
manifestement un protocole pour
régler la coopération entre les
différentes instances.
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
doen. Op dat moment belanden we terug in de vorige situatie waarbij de
CREG niet verder kan werken aan bepaalde aspecten. Hetzelfde lijkt mij
mogelijk tussen het Energieobservatorium en de CREG.
Ik pleit dan ook voor enige eenvoudigheid in de structuren om te
voorkomen dat er dubbel werk wordt gedaan en om de slagkracht van
het beleid te bevorderen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le développement des questions et interpellations est suspendu de 15.05 heures à 15.30 heures.
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt geschorst van 15.05 uur tot 15.30 uur.
06 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister, over "het starten van een proefproject over trajectcontroles" (nr. 12933)
06 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre, sur
"le lancement d'un projet pilote relatif aux contrôles de trajet" (n° 12933)
06.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, dit is een vervolgvraag op een schriftelijke vraag van
3 oktober 2008 in verband met de vraag naar homologatie en
aanpassing van de koninklijke besluiten om trajectcontroles op onze
wegen mogelijk te maken.
U antwoordde toen dat er bij de dienst Metrologie nog geen verzoeken
tot homologatie waren binnengekomen.
Dat blijkt intussen wel het geval te zijn. Er is trouwens een proefproject
van start gegaan in Luik.
Voorzitter: David Clarinval.
Président: David Clarinval.
Het is bijna een primeur dat een bepaald verkeersveiligheidsinstrument
eerst ingang krijgt aan Waalse zijde en dat Vlaanderen als tweede komt.
In augustus zal een dergelijk proefproject worden opgestart in Gent.
De genoemde trajectcontroles kunnen echter nog niet leiden tot het
vaststellen van verkeersovertredingen en tot boetes, omdat nog een
aantal wettelijke aanpassingen moet gebeuren.
Daarom wil ik u een korte vraag stellen. Hoever staat men met het
uitwerken van de nodige koninklijke besluiten? Wanneer verwacht u de
inwerkingtreding? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de
homologatie van de gebruikte apparatuur?
06.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): Le ministre avait répondu
à ma question du 3 octobre 2008
sur les contrôles de trajets sur nos
routes que le service de la
Métrologie n'avait pas encore été
saisi
de
demandes
d'homologation.
C'est entre temps chose faite: un
premier projet expérimental est en
cours à Liège et un autre débutera
en août, à Gand.
Il reste à opérer quelques
aménagements sur le plan de la
législation. Les arrêtés royaux
nécessaires
ont-ils déjà
été
rédigés? Quand entreront-ils en
vigueur?
Qu'en
est-il
de
l'homologation de l'appareillage?
06.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega, een ontwerp van koninklijk besluit werd door de federale
regering goedgekeurd in de Ministerraad van 3 april 2009. De
ontwerptekst werd ondertussen voor advies doorgestuurd naar de
gewestregeringen, in overeenstemming met het protocol van 24 april
2001 tot regeling van de betrokkenheid van de gewestregeringen bij het
ontwerpen van de regels van de algemene politie en de reglementering
op het verkeer.
Na de procedure van betrokkenheid dient het ontwerp voor advies te
worden voorgelegd aan de Raad van State. Daarna moet het ook nog
06.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
Le
Conseil des ministres a approuvé
un projet d'arrêté royal le 3 avril
2009. Le texte a été soumis pour
avis
aux
gouvernements
régionaux, conformément à un
protocole du 24 avril 2001. Il sera
ensuite soumis à l'avis du Conseil
d'État et communiqué à la
Commission
européenne.
La
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
voor aanmelding naar de Europese Commissie, overeenkomstig de
formaliteiten voorgeschreven door de richtlijn 98/34.
Rekening houdend met de verschillende te ontvangen adviezen,
waarnaar ik heb verwezen, vermoed ik dat de streefdatum voor de
publicatie verwacht kan worden in de tweede helft van 2009.
Voor de projecten waarnaar u verwijst, is tot nu toe geen officiële
aanvraag ingediend voor een modelgoedkeuring van dergelijke
apparatuur, bij gebrek aan een wettelijk kader, dat zoals gezegd in
voorbereiding is.
publication définitive interviendra
probablement dans le courant du
deuxième semestre de 2009.
En raison de l'absence d'un cadre
légal, aucune demande officielle
n'a encore été introduite en vue
d'une approbation du modèle de
l'appareillage.
06.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
deze informatie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: En l'absence de Mme Van Daele, sa question n° 12960, présentée pour la deuxième fois, est
supprimée.
07 Question de Mme Karine Lalieux au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "les codes de
conduite inefficaces chez Ikea et Carrefour" (n° 13369)
07 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
niet-efficiënte gedragscodes bij Ikea en Carrefour" (nr. 13369)
07.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre,
Menderes Tekstil est un grand producteur de linge de maison en
Turquie. L'usine, implantée dans le sud-ouest du pays, occupe plus de
3.500 travailleurs. Le syndicat Teksif dénonce depuis des mois des
conditions de travail dangereuses et la violation de la liberté syndicale
des ouvriers de l'usine Menderes Tekstil.
Parmi ses clients, se trouvent notamment Carrefour et Ikea. Interpellés à
de multiples reprises sur la question, en leur qualité de donneurs
d'ordres, et en vertu des engagements publics qu'ils ont pris en matière
de responsabilité sociale, Ikea et Carrefour tardent toutefois à prendre
les mesures nécessaires pour répondre à ces interpellations.
En ce qui concerne les conditions de travail, on dénombre déjà plus de
20 accidents meurtriers au niveau de l'entreprise. Aucune mesure de
sécurité n'a été prise pour empêcher de tels accidents. Il y a eu des
intoxications par les gaz toxiques libérés par la chaudière. En ce qui
concerne la liberté syndicale, celle-ci est bafouée: lorsqu'un travailleur se
syndique, il est menacé de licenciement et doit signer lui-même sa lettre
de démission. Les travailleurs ont entamé 190 jours de protestation
devant les portes de l'usine et rien n'a changé.
Malgré des promesses de la part d'Ikea et de Carrefour, seules des
discussions ont eu lieu avec cette entreprise qui ont conclu à l'absence
de problèmes.
Au-delà de la problématique de droit international, qui recouvre le non-
respect de la déclaration précitée, ce cas montre bien que les codes de
conduite sont des faire-valoir commerciaux mis en avant par certaines
entreprises vis-à-vis de leurs clients belges pour vendre sans véritable
contrôle et sanction à la clé. Ne serait-il pas possible d'inclure le respect
de ces codes de conduite dans les conditions de mise sur le marché des
07.01 Karine Lalieux (PS):
Menderes Tekstil, een grote
Turkse fabrikant van linnengoed,
die onder andere aan Carrefour en
Ikea levert, telt meer dan 3.500
werknemers. Al maandenlang stelt
de
vakbond
Teksif
de
werkomstandigheden
en
de
schending
van
de
vakbondsvrijheid
van
de
fabrieksarbeiders aan de kaak.
De gedragscodes waarmee zulke
bedrijven uitpakken, dienen louter
om het imago op te poetsen. Kan
de naleving van die gedragscodes
niet als voorwaarde worden
gesteld voor de vermarkting van
de producten van die bedrijven in
België?
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
produits des entreprises visées? En effet, monsieur le ministre, les
entreprises utilisent les codes de conduite pour se faire valoir en disant
qu'elles respectent les droits des travailleurs, les droits des enfants,
alors qu'en réalité, elles ne le font pas. Que peut-on faire en la matière?
07.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
chère collègue, un code de conduite entre entreprises est établi sur base
volontaire. Dans la plupart des cas, il n'existe pas de contrôle
indépendant du respect des obligations. Dans certains cas, il est fait
référence à un audit indépendant.
Cela dit, les entreprises multinationales sont tenues de respecter les
principes directeurs de l'OCDE. Ceux-ci ne sont pas juridiquement
contraignants, mais ils impliquent un engagement concret de la part des
entreprises. Le réseau des points de contact nationaux est chargé du
suivi des principes directeurs de l'OCDE.
Actuellement, 41 pays dont la Turquie ont désigné un point de contact
national. Suite à votre question, mes services ont pris contact avec le
point de contact national turc. Il en ressort qu'aucun dossier relatif à
l'entreprise n'a été introduit. Mes services ont également pris contact
avec les points de contact nationaux suédois et français car les
entreprises multinationales comme Ikea et Carrefour ont évidemment
une responsabilité dans la chaîne d'achat. Il ressort de ces contacts
qu'aucun dossier relatif à cette entreprise turque n'a été introduit.
La Fedis (Fédération belge de la distribution) a pris contact avec
"Vêtements Propres". Une réunion de travail a finalement pu être fixée à
la fin de ce mois.
La Fedis affirme que les politiques d'achat d'Ikea et de Carrefour sont
déterminées par les sociétés mères en Suède et en France.
J'ai fait examiner par le service compétent du SPF Affaires étrangères
dans quelle mesure un dossier relatif à cette entreprise était ouvert au
sein de l'Organisation internationale du Travail (OIT). Dans ce cas aussi,
la réponse a été négative. Je ne peux que conclure que la situation de
cette entreprise n'a pas été signalée aux instances appropriées de
l'OCDE ou de l'OIT.
De façon générale, je fais confiance aux mécanismes multilatéraux
établis pour la défense des droits sociaux et du droit du travail. Cela dit,
je ne suis nullement opposé j'y suis même favorable , à ce que les
fédérations professionnelles intègrent dans leur code de conduite
volontaire, un mécanisme de vérification rigoureux. Je pense que cela
pourrait renforcer la crédibilité de l'image du secteur.
07.02
Minister Vincent Van
Quickenborne: Een gedragscode
wordt
op
vrijwillige
basis
opgesteld. In de meeste gevallen
bestaat er geen onafhankelijke
controle op de inachtneming van
de verplichtingen.
Multinationals moeten echter wel
de OESO-beginselen in acht
nemen. Nationale meldpunten
moeten toezien op de opvolging
daarvan. Mijn diensten hebben
contact
opgenomen met de
nationale meldpunten van Turkije,
Frankrijk en Zweden. Er werd met
betrekking tot het Turkse bedrijf
geen enkel dossier aangelegd,
noch bij de OESO, noch bij de
IAO.
Fedis nam contact op met het
samenwerkingsverband `Schone
Kleren Campagne'. Er werd een
werkvergadering belegd voor eind
deze maand.
Ik
heb
vertrouwen
in
de
multilaterale mechanismen voor
de verdediging van de sociale
rechten en het arbeidsrecht, maar
ik heb er geen bezwaar tegen dat
er een toezichtmechanisme zou
worden
ingebouwd
in
de
gedragscode.
Dat
zou
de
geloofwaardigheid van de sector
zeker ten goede komen.
07.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse. En effet, les faits évoqués sont assez graves.
Peut-être serait-il opportun d'en informer les instances internationales
ainsi que les bureaux nationaux (OIT, OCDE)? Il serait, selon moi,
souhaitable de travailler avec les grandes entreprises pour mettre en
place des processus de contrôle des codes de conduite qu'elles se
vantent de respecter alors qu'ils sont pratiquement inexistants au niveau
des achats.
Monsieur le ministre, je suis prête à travailler avec vous sur cette
question.
07.03 Karine Lalieux (PS): Het
lijkt
me
wenselijk
dat
de
internationale instanties van deze
vrij ernstige feiten op de hoogte
worden gebracht, en dat er
samengewerkt wordt met de grote
bedrijven om na te gaan of de
gedragscodes waar ze prat op
gaan, ook echt in praktijk worden
gebracht.
Ik
ben
bereid
hieromtrent met u samen te
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
werken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 13388 de M. Jambon est transformée en
question écrite.
De voorzitter: Vraag nr. 13388
van de heer Jambon wordt
omgezet in een schriftelijke vraag.
08 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "l'état
d'avancement dans la mise en place de l'hypothèque inversée" (n° 13437)
08 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"de stand van zaken met betrekking tot de invoering van de omgekeerde hypotheek" (nr. 13437)
08.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, suite à mon interpellation concernant l'hypothèque inversée et
les nombreuses questions qu'elle pose, notamment dans la protection
des personnes âgées qui la contracteraient si elle était mise en place,
vous m'avez déjà répondu que, pour mettre en place ce système
permettant de compléter la retraite de certaines personnes âgées, que
ce soit sous forme de montants versés hebdomadairement ou sous
forme d'un versement unique, ou de constituer une réserve nous
permettant de faire face au vieillissement, vous souhaitiez étudier cette
piste intéressante de plus près.
Vous indiquiez notamment vouloir étudier comment fonctionnait la mise
en place déjà effective dans certains pays, mais avec des garde-fous
différents, et quels en étaient les résultats en services aux personnes
âgées. À partir de là, vous souhaitiez établir le modèle le plus approprié
aux besoins des Belges et étudier comment l'introduire dans notre
société à partir d'un dialogue approfondi avec le secteur et les autres
parties concernées, notamment à partir des réflexions issues d'un
séminaire organisé par Test-Achats, auquel vous nous aviez confié
qu'un de vos collaborateurs participait, où avaient été indiquées des
conditions que j'avais énumérées dans ma question:
- garantie envers le banquier d'une occupation à vie du logement par
l'emprunteur sans possibilité de réclamer le remboursement avant
décès;
- impossibilité en cas de solde négatif de réclamer la dette aux héritiers;
- impossibilité pour le prêteur d'imposer la souscription d'une assurance
décès;
- obliger le prêteur à un taux d'intérêt "all-in" pour le paquet total, sans
surcoût pour produits annexes, qui plus est imposé par lui;
- permission accordée à l'emprunteur de se tourner vers des produits
meilleur marché d'un concurrent sans augmenter du coup le taux
d'intérêt;
- en cas de départ de la personne âgée en maison de retraite, ne pas
exiger la vente de la maison pour règlement de la dette, mais permettre
à l'intéressé de la louer de manière à en retirer une rentrée lui
permettant de financer sa retraite;
- permettre à l'emprunteur de rembourser, en une fois ou en partie, le
solde restant dû, avec frais réduits, c'est-à-dire trois mois d'intérêts
maximum;
- imposer des critères d'évaluation du bien, très stricts.
Monsieur le ministre pouvez-vous nous donner un état d'avancement
des travaux à ce sujet? En est-on bientôt à la définition des règles de
mise en oeuvre de ce mode de complément des retraites, bienvenu
08.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Op mijn interpellatie over de
omgekeerde hypotheek en de
vragen die in dat verband rijzen,
met name op het stuk van de
bescherming van de ouderen,
antwoordde u me dat u dat
interessante
denkspoor
wilde
onderzoeken. U stelde te willen
bestuderen hoe dat systeem in
bepaalde landen werkt en wat de
resultaten
ervan
zijn
met
betrekking tot de dienstverlening
aan de ouderen. Op grond
daarvan wilde u dan het model dat
het best aan de noden van de
Belgen beantwoordt, uitwerken en
dat bij ons invoeren. Het was
tevens uw bedoeling een dialoog
ter zake op gang te brengen met
de sector en de andere betrokken
partijen. U zou daarbij uitgaan van
een
door
Test-Aankoop
georganiseerd seminarie waaraan
een
van
uw
medewerkers
deelnam.
Wat is de stand van zaken in dat
verband? Zal men binnenkort werk
maken van het vaststellen van de
regels voor de tenuitvoerlegging
van
die
formule
die
gepensioneerden een aanvullend
inkomen zou kunnen bezorgen?
Hoe zullen die regels eruitzien en
over welke garanties zullen onze
ouderen beschikken dat ze hun
oude dag zonder geldzorgen
zullen
kunnen
doorbrengen?
Wanneer zal er effectief van dat
instrument gebruik kunnen worden
gemaakt?
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
malgré les récentes revalorisations pour nos concitoyens des pensions
encore cependant bien modestes? Quelles seront-elles et quelles
garanties apporteront-elles à nos concitoyens de terminer leurs jours
dans de bonnes conditions matérielles? Quand, selon vous, cet outil
sera-t-il opérationnel?
08.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
monsieur Flahaux, la crise économique et financière dans laquelle est
plongé notre pays a momentanément attiré notre attention vers d'autres
priorités qui nécessitent des mesures urgentes.
Malgré que la CBFA, le secteur financier et les représentants des
consommateurs aient déjà bien progressé dans la préparation d'un
cadre opérationnel et légal pour le développement de l'hypothèque
inversée, quelques éléments doivent encore être analysés et
approfondis. Tout d'abord, il est nécessaire qu'une analyse détaillée soit
faite sur les besoins du grand public vis-à-vis de ce nouveau produit
financier. Comme vous l'avez soulevé dans votre question, il faut
également examiner quelles seront les conditions liées à un tel produit,
spécifiquement pour ce qui concerne la protection du consommateur. En
outre, nous devrons analyser avec le secteur financier si et à quel terme
l'hypothèque inversée peut être développée, tenant compte des
problèmes spécifiques de risque et de capitalisation auxquels nos
banques sont confrontées maintenant.
Comme annoncé, dès qu'il y aura davantage de stabilité financière, nous
pourrons, en collaboration avec la CBFA, le secteur financier et les
représentants des consommateurs, continuer le développement de ce
modèle qui correspond le plus aux besoins des Belges et
éventuellement
introduire
l'hypothèque
inversée
dans
notre
réglementation.
08.02
Minister Vincent Van
Quickenborne:
Door
de
economische en financiële crisis
gaat onze aandacht tijdelijk uit
naar andere prioriteiten waarvoor
snel maatregelen moeten worden
genomen.
Hoewel de CBFA, de financiële
sector en de vertegenwoordigers
van de consumentenverenigingen
al een functioneel en wettelijk
kader hebben uitgetekend voor de
ontwikkeling van de omgekeerde
hypotheek, zijn er nog aspecten
die dienen te worden uitgediept.
De behoeften van het grote
publiek ten aanzien van dat
nieuwe financiële product moeten
nog in detail geanalyseerd worden.
De voorwaarden voor zo een
product
moeten
onderzocht
worden, vooral in het licht van de
consumentenbescherming. Voorts
moeten we bestuderen of, en zo
ja, op welke voorwaarde, de
omgekeerde
hypotheek
kan
worden
uitgewerkt,
rekening
houdend met de risico's en de
kapitaalproblemen waarmee onze
banken geconfronteerd worden.
Zodra er meer financiële stabiliteit
is, zullen we de ontwikkeling van
dat model kunnen hervatten en
eventueel
de
omgekeerde
hypotheek in onze regelgeving
kunnen opnemen.
08.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, j'entends
bien que la crise financière a un peu ralenti le rythme des investigations
dans votre chef. Je l'admets tout à fait. Cela étant, lorsque j'ai un sujet
dans les "crocs', j'ai un peu la réputation d'être un "pitbull"! Je reviendrai
donc sur ce sujet dans quelques mois.
08.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik begrijp volkomen dat uw
onderzoek wegens de financiële
crisis op een laag pitje werd gezet.
Ik zal daarom over enkele
maanden hierop terugkomen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: M. Mathias De Clercq a souhaité qu'on procède au report de sa question n° 13477.
09 Question de M. Xavier Baeselen au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la vente en
02/06/2009
CRIV 52
COM 576
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
09 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
verkoop van kindermotors in grootwarenhuizen" (nr. 13488)
09.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, si je vous interroge aujourd'hui c'est parce que j'ai été très
surpris de voir dans une publicité d'une grande surface, d'une enseigne
de la grande distribution bien présente sur le marché belge, la mise en
vente de motos destinées aux enfants.
Cette publicité se trouvait sur une page consacrée aux jouets pour
enfants. Je trouve cela particulièrement dangereux, en particulier quand
on examine les caractéristiques annoncées dans la publicité: cylindrée
de 110 cm³, vitesse maximum de 70 km/h. Or la taille de la moto en
question en fait clairement un véhicule destiné aux enfants ou jeunes
adolescents!
Je sais qu'un ministre de l'Économie avait été interrogé à ce propos
sous la précédente législature. Il avait évoqué la difficulté d'agir en la
matière, notamment au regard de la réglementation sur les jouets. Il
existe en effet une réglementation en cette matière mais la question est
de savoir si ce type de véhicule rentre dans cette catégorie.
Le ministre de l'Économie avait répondu à l'époque qu'il prendrait
rapidement des initiatives et saisirait l'Inspection économique de cette
question.
Voilà à nouveau ce type de véhicule qui fait l'objet d'une campagne
publicitaire et est mis en vente sur le marché belge. J'ajoute que la moto
pour enfants en question n'est pas du tout homologuée. Cela signifie
qu'elle ne peut circuler sur la voie publique! Bien heureusement! Elle ne
peut être utilisée que sur des terrains privés. Il n'empêche que ce
véhicule n'est pas conforme aux exigences techniques d'une moto, qui
est véritablement présenté comme un véhicule pour enfants. Je voulais
vous interroger sur une éventuelle saisie de l'Inspection économique sur
cette question ou sur la compatibilité avec les règles européennes en la
matière.
09.01 Xavier Baeselen (MR): Een
supermarktketen maakt reclame
voor motorfietsen voor kinderen
(110 cc, maximumsnelheid van 70
km/h, kindermodel), en dat vind ik
een bijzonder gevaarlijke evolutie.
Een van uw voorgangers op het
departement
Economie
onderstreepte dat het moeilijk uit
te
maken
is
of
dergelijke
voertuigen
als
speelgoed
aangemerkt dienen te worden.
Deze minister antwoordde dat hij
eerlang maatregelen zou treffen
en de economische inspectie zou
vragen zich over deze kwestie te
buigen.
Voor de motor in kwestie werd
geen goedkeuring verleend, en hij
mag dus niet op de openbare weg
worden gebruikt. Het voertuig
beantwoordt
niet
aan
de
technische eisen waaraan de
motorfietsen moeten voldoen.
Zal u de economische inspectie
opdracht geven de zaak te
onderzoeken?
Werden
de
Europese regels gevolgd?
09.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Cher collègue, il est vrai
que, sous la législature précédente, cela relevait de la compétence du
ministre de l'Économie. Mais je vous renvoie pour les compétences
actuelles à l'article 2 alinéa 1
er
du protocole qui a été conclu au début de
cette législature entre les ministres Laruelle, Magnette et moi-même. Il
s'avère, en vertu de cet article, que le ministre Magnette est le seul
compétent pour la sécurité des produits vu que la loi du 9 février 1994
relative à la sécurité des produits et des services ressort de sa
compétence exclusive.
09.02
Minister Vincent Van
Quickenborne: Krachtens artikel
2, eerste lid van het protocol dat
minister
Laruelle,
minister
Magnette en ikzelf bij het begin
van deze legislatuur hebben
gesloten,
is
enkel
minister
Magnette
bevoegd
voor
productveiligheid.
09.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je veux bien qu'on
joue à ce petit jeu-là, mais fin de la semaine passée, j'ai reçu un coup de
fil des services me signalant que M. Magnette renvoyait à M. Van
Quickenborne.
Aujourd'hui,
M. Van
Quickenborne
renvoie
à
M. Magnette!
09.03 Xavier Baeselen (MR):
Eind vorige week kreeg ik te horen
dat minister Magnette doorverwijst
naar minister Van Quickenborne; u
verwijst mij nu terug naar minister
Magnette!
09.04 Vincent Van Quickenborne, ministre: C'est vrai! Ce n'était pas
correct! Excusez-moi!
09.04
Minister Vincent Van
Quickenborne: Dat klopt, die
informatie was onjuist, waarvoor
CRIV 52
COM 576
02/06/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
mijn verontschuldigingen!
09.05 Xavier Baeselen (MR): Je veux bien! Je ne m'en prends pas à
vous. Je m'en prends au fonctionnement même! J'adresse cette
question. On me dit que vous l'avez renvoyée à M. Magnette.
M. Magnette vous l'a renvoyée. Personnellement, je voudrais savoir à
qui adresser cette question!
Je trouve que l'Inspection économique pourrait très bien mener une
enquête à cet égard. Je suis donc déçu de ne pas avoir de réponse.
09.05 Xavier Baeselen (MR): Ik
zou willen weten tot wie ik mijn
vraag moet richten en ik vind dat
de economische inspectie die
zaak wel degelijk zou kunnen
onderzoeken. Het stelt me dan
ook teleur dat ik geen antwoord
krijg.
09.06 Vincent Van Quickenborne, ministre: Je suis désolé mais le
cabinet de M. Magnette nous a répondu que c'était de sa compétence.
Je me réfère au protocole et à l'article 2 qui est repris expressis verbis
dans le protocole à la demande de M. Magnette et de son cabinet.
09.06
Minister Vincent Van
Quickenborne: Het kabinet van
de heer Magnette heeft ons
geantwoord dat hij over die
aangelegenheid gaat.
09.07 Xavier Baeselen (MR): M. Magnette était en commission il y a
encore un quart d'heure. Cette question aurait pu alors être renvoyée à
M. Magnette dans la même commission et obtenir une réponse.
09.07 Xavier Baeselen (MR): Een
kwartier geleden was de heer
Magnette nog aanwezig in de
commissie. Als men hem die
vraag had voorgelegd, dan had ik
nu een antwoord gehad!
Le président: On me dit que les services ont contacté le cabinet du
ministre Magnette et que celui-ci n'avait pas le temps de répondre à
cette question.
De
voorzitter:
De
diensten
hebben het kabinet van de heer
Magnette gecontacteerd maar hij
had geen tijd om te antwoorden.
09.08 Xavier Baeselen (MR): Ah, M. Magnette n'a pas le temps de
répondre... Peut-on reporter cette question à la commission prochaine
et demander à M. Magnette de respecter les parlementaires qui ont
déposé une question en temps et en heure? L'attitude de M. Magnette
est quelque peu légère selon moi.
09.08 Xavier Baeselen (MR): Kan
mijn vraag naar de volgende
commissievergadering
worden
verschoven en kan men de heer
Magnette verzoeken wat respect
te tonen voor de parlementsleden?
Zijn houding lijkt me nogal
lichtzinnig.
Le président: Je n'en pense pas moins.
De voorzitter: Ik ben het met u
eens.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 15.48 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.48 uur.