KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 557
CRIV 52 COM 557
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
12-05-2009
12-05-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "de Europese
veiligheidsscore voor personenwagens" (nr.
12655)
1
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le score européen de
sécurité pour les voitures de tourisme" (n° 12655)
1
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "elektrische auto's"
(nr. 12979)
2
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les véhicules
électriques" (n° 12979)
2
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
4
Questions jointes de
4
- de heer Maxime Prévot aan de minister van
Klimaat en Energie over "de toekomst van de
biobrandstoffen" (nr. 12570)
4
- M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de
l'Énergie sur
"l'avenir
des
biocarburants"
(n° 12570)
4
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister
van Klimaat en Energie over "de productie van
biobrandstoffen in België" (nr. 12982)
4
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "la production de biocarburants
en Belgique" (n° 12982)
4
Sprekers: Maxime Prévot, Jean-Jacques
Flahaux, Paul Magnette, minister van Klimaat
en Energie
Orateurs: Maxime Prévot, Jean-Jacques
Flahaux, Paul Magnette, ministre du Climat
et de l'Énergie
Vraag van de heer Jan Jambon aan de minister
van Klimaat en Energie over "de wijzigingen van
de voorwaarden voor de exploitatie van
zonnebankcentra" (nr. 13004)
8
Question de M. Jan Jambon au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "les modifications apportées
aux conditions d'exploitation des centres de bancs
solaires" (n° 13004)
8
Sprekers: Jan Jambon, voorzitter van de N-
VA-fractie, Paul Magnette, minister van
Klimaat en Energie
Orateurs: Jan Jambon, président du groupe
N-VA, Paul Magnette, ministre du Climat et
de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
10
Questions jointes de
10
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van
Klimaat en Energie over "de aanduiding van
energieprestaties en CO2-uitstoot" (nr. 12961)
10
- Mme Nathalie Muylle au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'affichage des performances
énergétiques et des émissions de CO2"
(n° 12961)
10
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Klimaat en Energie over "de niet conform
verklaarde Febiac-code" (nr. 13021)
10
- M. Xavier Baeselen au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "le 'code Febiac' déclaré non
conforme" (n° 13021)
10
- de heer Jean Cornil aan de minister van Klimaat
en Energie over "de ingebrekestelling van België
door de Europese Commissie wegens het niet
naleven van de wetgeving inzake autoreclame"
(nr. 13037)
10
- M. Jean Cornil au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la mise en demeure par la
Commission européenne de la Belgique pour le
non-respect de la législation sur la publicité
automobile" (n° 13037)
11
Sprekers: Nathalie Muylle, Xavier Baeselen,
Jean Cornil, Paul Magnette, minister van
Klimaat en Energie
Orateurs: Nathalie Muylle, Xavier Baeselen,
Jean Cornil, Paul Magnette, ministre du
Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister van Klimaat en Energie over "de heffing
op
de
niet-gebruikte
productiesites
van
elektriciteit" (nr. 13043)
13
Question de Mme Katrien Partyka au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la taxe sur les sites de
production d'électricité non utilisés" (n° 13043)
13
Sprekers: Katrien Partyka, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Katrien Partyka, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister van Klimaat en Energie over "de stand
van zaken met betrekking tot de automatische
toekenning van de sociale tarieven voor gas en
14
Question de Mme Katrien Partyka au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'état d'avancement de
l'octroi automatique des tarifs sociaux pour le gaz
et l'électricité" (n° 13113)
14
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
elektriciteit" (nr. 13113)
Sprekers: Katrien Partyka, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Katrien Partyka, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister van Klimaat en Energie over "de betaling
van
energiefacturen
met
kredietkaarten"
(nr. 13115)
16
Question de Mme Katrien Partyka au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le paiement par cartes
de crédit de factures d'énergie" (n° 13115)
16
Sprekers: Katrien Partyka, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Katrien Partyka, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
raadpleging van CANVEK" (nr. 13173)
17
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la
consultation de la CANPAN" (n° 13173)
17
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
20
Questions jointes de
20
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Klimaat en Energie over "de vertraging van de
bouw van windmolens op de Thorntonbank"
(nr. 13122)
20
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "le retard encouru dans la
construction d'éoliennes sur le banc de Thornton"
(n° 13122)
20
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van
Klimaat en Energie over "het investeren in
offshore windenergie als middel om de 2020-
doelstellingen inzake hernieuwbare energie te
halen" (nr. 13192)
20
- Mme Nathalie Muylle au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les investissements dans la
production d'énergie éolienne offshore afin
d'atteindre les objectifs d'énergies renouvelables
fixés pour 2020" (n° 13192)
20
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
uitvoer van materiaal naar Iran" (nr. 13174)
23
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur
"l'exportation de matériel vers l'Iran" (n° 13174)
23
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
toekomst van biobrandstoffen en biomassa in
België" (nr. 13182)
25
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'avenir des
biocarburants et de la biomasse en Belgique"
(n° 13182)
25
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
directeur van de FOD Energie" (nr. 13183)
28
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "le directeur
du SPF Énergie" (n° 13183)
28
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
12
MEI
2009
Namiddag
______
du
MARDI
12
MAI
2009
Après-midi
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 15.39 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer Bart Laeremans.
Le développement des questions et interpellations commence à 15.39 heures. La réunion est présidée par
M. Bart Laeremans.
01 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de Europese
veiligheidsscore voor personenwagens" (nr. 12655)
01 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le score européen de
sécurité pour les voitures de tourisme" (n° 12655)
01.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, in
Europa krijgen alle nieuwe wagens een milieuscore, zodat de
consument weet of hij een milieuvriendelijke wagen koopt, een wagen
met een verminderde CO
2
-uitstoot.
In de Europese Raad ligt een voorstel klaar om nieuwe
personenwagens ook uit te rusten met een veiligheidsscore, zodat
overduidelijk onveilige wagens niet of minder op onze wegen
verschijnen en zodat de veiligheid van de gebruikers en toevallige
derden minder in het gedrang wordt gebracht.
Op het eerste gezicht zou men menen dat dat een goede zaak is voor
de consument. Mijn concrete vragen aan u zijn dan ook de volgende.
Ten eerste, bent u op de hoogte van het Europese voorstel om een
veiligheidsscore voor personenwagens in te voeren? Wat is uw
mening hierover?
Ten tweede, als u de veiligheidsscore een goed idee vindt, ga ik ervan
uit dat België op actieve wijze zal meewerken. Misschien moeten wij
zelfs proactief werken en die score nu al invoeren. Behoort dat tot de
prioriteiten van deze regering?
Ten
derde,
denkt
men
eraan
om
op
termijn
ook
tweedehandsvoertuigen met een veiligheidsscore uit te rusten,
bijvoorbeeld naar aanleiding van een technische keuring? Ik dank u
01.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le Conseil européen a le
projet d'attribuer un score de
sécurité, par analogie avec le
score
environnemental,
aux
voitures de tourisme.
Le ministre a-t-il connaissance de
cette
proposition?
Le
gouvernement
a-t-il
comme
priorité d'instaurer dès à présent
ce score en Belgique? Pareil score
de sécurité peut-il aussi être
attribué aux véhicules d'occasion?
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
voor uw antwoord.
01.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, er is een
probleem met de vraag. Het is niet de vraag die ik heb ontvangen. Ik
had een vraag ontvangen over elektrische auto's.
01.02 Paul Magnette, ministre: Je
n'ai jamais reçu cette question.
De voorzitter: Dat is vraag nr. 12979. Nu is het vraag nr. 12655, maar ik merk nu dat het een vraag is aan
staatssecretaris Schouppe.
01.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Het is een vraag aan de
minister van Klimaat en Energie.
01.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La question s'adresse
tout de même à vous.
De voorzitter: En aan wie was ze oorspronkelijk gesteld?
01.04 Peter Logghe (Vlaams Belang): Aan de minister van Energie,
Klimaat en Consumentenzaken. Ik denk dat dat minister Magnette
was.
De voorzitter: Ze zal in de commissie voor de Infrastructuur worden
beantwoord. Ze is blijkbaar verkeerdelijk hier geagendeerd.
Dan geef ik u het woord voor uw volgende vraag, die meer met
energie te maken heeft.
Le président: Cette question est
arrivée par erreur à l'ordre du jour
de notre commission. Elle sera
renvoyée
à
la
commission
Infrastructure
pour
que
le
secrétaire d'État Schouppe puisse
y répondre.
02 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "elektrische auto's"
(nr. 12979)
02 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les véhicules électriques"
02.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, u kent het probleem. In Nederland aarzelen te
veel autogebruikers om zich een elektrische auto aan te schaffen
omdat er te weinig oplaadpunten beschikbaar zouden zijn. Doordat
die elektrische wagens te weinig oplaadpunten vinden en te weinig
aan bod komen, komt heel het dossier van de milieuvriendelijke
elektrische wagens in Nederland moeilijk van de grond.
Ik denk dat men in West-Europa eigenlijk overal met hetzelfde
probleem worstelt. Elektrische wagens hebben een beperkte
reikwijdte. Men spreekt van 250 kilometer. Omdat er te weinig van
dergelijke auto's rondrijden, willen elektriciteitsbedrijven niet
investeren in oplaadpunten. Men zit duidelijk in een vicieuze cirkel.
In Nederland heeft men er nu voor gekozen om die vicieuze cirkel te
doorbreken. Beheerders van elektrische netwerken zullen in
Nederland maar liefst tienduizend oplaadpunten inrichten. Dat werk
zou in 2012 klaar moeten zijn. Tegen dan zouden er dus tienduizend
oplaadpunten moeten zijn.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende concrete vragen.
Hoever staat het met elektrische wagens in België? Kijkt men hier niet
tegen hetzelfde fenomeen aan? Ik veronderstel van wel. Te weinig
elektrische wagens, dus te weinig oplaadpunten. Te weinig
oplaadpunten, dus geen doorbraak van de elektrische auto. Doordat
02.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): En Europe occidentale,
trop
d'automobilistes
hésitent
encore à acquérir une voiture
électrique notamment parce que
les points de charge sont trop
rares. Aux Pays-Bas, dix mille
points de charge seront installés
d'ici 2012.
Où en est le dossier de la vente de
voitures électriques en Belgique?
L'administration ne devrait-elle pas
se concerter d'urgence avec les
entreprises
de
fourniture
d'électricité pour briser à court
terme le cercle vicieux dans notre
pays?
Quel
est
l'état
d'avancement des projets liés à
l'installation de points de charge
en Belgique, par exemple aux
gares ferroviaires ou sur les
parkings des grandes entreprises?
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
er geen doorbraak van de elektrische auto is, zijn er ook te weinig
investeringen van de elektriciteitsbedrijven. We zitten in een vicieuze
cirkel.
Als we in België met hetzelfde probleem kampen, moet de overheid
dan niet dringend met de elektriciteitsbedrijven samen zitten om ook
hier, liefst op korte termijn, die vicieuze cirkel te doorbreken? Dat is
mijn tweede vraag.
Ten derde, ook in België zijn er heel wat mogelijkheden op het vlak
van oplaadpunten. Er zijn P+R-plaatsen, parkeerplaatsen aan
treinstations of parkeerterreinen van grote bedrijven. Hoever staat u
met mogelijke plannen voor oplaadpunten in België?
Ten vierde, binnen welke termijn kan men een initiatief van de
regering in de richting van het stimuleren van oplaadpunten in België
verwachten?
02.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, de
oplaadpunten dienen te worden verbonden aan de gewestelijke
distributienetwerken. Ook dient tevens te worden gekeken naar de
stabiliteit van het hele netwerk en de momenten van afname en de te
betalen prijs.
Het gaat hier in de eerste plaats dus om een gewestelijke materie. Ik
stel dan ook voor uw vraag aan de bevoegde gewestelijke minster te
stellen.
Om het energieverbruik van het vervoer te verminderen, beveelt de
McKinsey-studie over energie-efficiëntie aan dat in 2050 50 procent
van het wagenpark elektrisch zou worden. Het lijkt nuttig om deze
kwestie van dichtbij te onderzoeken. Ik zal mijn collega van Mobiliteit
hierover zeker aanspreken.
Als minister van Leefmilieu moet ik aandacht hebben voor
verschillende elementen. Eerst en vooral is de levenscyclus van een
elektrische wagen zeker niet neutraal. Deze is namelijk afhankelijk
van de productiewijze van de elektriciteit en van het type batterij. De
batterij bevat momenteel lithium waarvan de productie in slechts
enkele landen is geconcentreerd, zeer vervuilend is en ruim
onvoldoende is voor de productie van een dergelijk wagenpark.
02.02 Paul Magnette, ministre: La
difficulté réside dans le fait que les
points de charge doivent être
reliés aux réseaux de distribution
régionaux. Ce point concerne
donc, en réalité, les ministres
régionaux compétents. Je ne
manquerai pas d'aborder avec le
secrétaire d'État à la Mobilité la
recommandation
de
l'étude
McKinsey de disposer, d'ici à
2050, d'un parc de véhicules
fonctionnant à l'électricité à raison
de 50%. En ma qualité de ministre
de l'Environnement, je me dois
d'être attentif à la question du
lithium, un élément rare et
polluant, dans les batteries.
02.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, u zegt
dat dit een gewestelijke materie is en dat ik mij aldus tot de Gewesten
moet richten. Ik zal dat doen.
U zult hierover ook spreken met uw collega bevoegd inzake Mobiliteit.
Dat initiatief juich ik toe.
Wat de burger van dit land volgens mij vooral verwacht, zijn
stimulerende maatregelen. Eens te meer stel ik vast dat deze federale
Staat met of zonder samenwerking met de gewestelijke overheden, er
niet in slaagt om stimulerende maatregelen van de grond te krijgen. Ik
stel vast dat dit in de ons omringende landen wel gebeurt, onder
andere in Nederland en Denemarken. Wij dreigen opnieuw de boot te
missen. Dit is een vaststelling, die ik niet voor de eerste keer maak.
02.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je poserai ma question
aux
instances
régionales
également. Une fois encore, ce
gouvernement ne parvient pas à
élaborer des mesures stimulantes.
L'incident est clos.
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Het incident is gesloten.
03 Questions jointes de
- M. Maxime Prévot au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'avenir des biocarburants" (n° 12570)
- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la production de biocarburants
en Belgique" (n° 12982)
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Maxime Prévot aan de minister van Klimaat en Energie over "de toekomst van de
biobrandstoffen" (nr. 12570)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "de productie van
biobrandstoffen in België" (nr. 12982)
03.01 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, ma question date
de quelques semaines, mais nous aurons l'occasion d'établir le lien
avec vos récents avant-projets en matière de biocarburants, que vous
avez pu présenter au gouvernement. Vous ne me tiendrez pas rigueur
de souhaiter l'une ou l'autre précision à cet égard.
La Belgique a accumulé du retard par rapport aux objectifs européens
en matière de production de biocarburants d'ici 2010. Le pourcentage
de biocarburants commercialisés en 2007 ne s'élevait en effet qu'à
1% et qu'à 1,1% en 2008 alors que ces pourcentages auraient dû être
respectivement de 3,2% et de 4,8%.
Le scoreboard consacré au Printemps de l'environnement mentionne
qu'une évaluation de la politique belge actuelle en matière de
biocarburants a été réalisée et, selon ce tableau, les résultats sont
connus depuis la mi-mars 2009.
Un second point figurant dans ce scoreboard concerne l'organisation
de la transparence sur les filières belges de fabrication des
biocarburants. Ainsi, une concertation était-elle prévue avec les
stakeholders et les entités fédérées avant le mois de mars 2009.
Par conséquent, avez-vous pris connaissance des résultats de
l'évaluation de la politique en matière de biocarburants? Si oui,
quelles sont les principales conclusions de cette étude? Il semblerait
que la concertation relative à l'organisation de la transparence sur les
filières de fabrication de biocarburants n'a pas encore eu lieu.
Pouvez-vous nous communiquer les raisons de ce retard et nous
indiquer si cette concertation est programmée prochainement?
La semaine dernière, vous avez signalé que le gouvernement avait
confirmé sa décision du 3 avril dernier à propos de l'imposition de 4%
des agrocarburants à partir du 1
er
juillet 2009. Un avant-projet de loi a
été détaillé au gouvernement et prévoit une série de critères de
durabilité que les agrocarburants devront respecter. Vous anticipez en
cela une directive européenne.
Sans que cela ne puisse vous poser problème, détenez-vous
quelques détails additionnels par rapport à ces critères de durabilité?
Quelle est la réponse que vous souhaitez réserver à ce petit cri
d'alarme des pétroliers traditionnels à propos du surcoût
qu'engendreraient potentiellement les nouvelles installations de
mélange? Ceux-ci souhaiteraient une modification du contrat-
programme à propos des prix pétroliers. Quelle est votre sensibilité
par rapport à cette question?
03.01 Maxime Prévot (cdH):
België hinkt achterop ten aanzien
van de Europese doelstellingen
inzake
de
productie
van
biobrandstoffen tegen 2010: de
percentages van op de markt
gebrachte
biobrandstoffen
bedroegen slechts 1 procent in
2007 en 1,1 procent in 2008 (in
plaats van de vooropgestelde 3,22
en 4,88 procent).
In overeenstemming met het
scorebord dat tijdens de Lente van
het Leefmilieu werd bekrachtigd,
werd het Belgische beleid inzake
biobrandstoffen geëvalueerd en
werden de resultaten half maart
2009 bekendgemaakt. Wat zijn de
conclusies
van
die
studie?
Blijkbaar werd er nog geen overleg
gepleegd over de manier waarop
de
productieketen
van
de
biobrandstoffen doorzichtig kan
worden gemaakt. Vanwaar die
vertraging?
Zal
dat
overleg
binnenkort plaatsvinden?
De regering heeft haar beslissing
van 3 april betreffende de heffing
van
vier procent
op
agrobrandstoffen vanaf 1 juli 2009
bevestigd. Een voorontwerp van
wet voorziet in een reeks
duurzaamheidscriteria
waaraan
agrobrandstoffen moeten voldoen.
Welke zijn die criteria? Hoe
reageert u op de noodkreet van de
olieproducenten
over
de
meerkosten
van
de
nieuwe
menginstallaties? Zij dringen aan
op
een
wijziging
van
de
programmaovereenkomst
betreffende de prijzen. Wat denkt
u daarvan?
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
03.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, vous avez fait des propositions pour relancer la
production de biocarburants en Belgique dans le cadre des 5,5% de
biocarburant par litre de carburant fossile, selon l'objectif fixé par
l'Union européenne.
2008 a été un temps de débat sur les agrocarburants, leurs
avantages et surtout les inconvénients à en produire en termes
écologiques et économiques. Lors d'une de mes interpellations, vous
aviez répondu qu'en Belgique, la production de biocarburants se ferait
à partir de colza. Or, celui-ci est en concurrence avec les cultures
alimentaires.
Monsieur le ministre, sur quelles terres ce colza est-t-il cultivé? Est-ce
sur d'anciennes friches ou sur des terres agricoles ainsi détournées
de leur vocation à produire des aliments?
Quelles évolutions en termes de superficie a-t-on vues en 2008?
Quelles seront-elles en 2009?
Avec quelles productions les terres dévolues à la production de
biocarburants vont-elles se mettre en concurrence?
Nous vous avions aussi interpellé, ma collègue Katia della Faille et
moi-même, sur l'intérêt de la production de biocarburants à partir
d'algues.
Votre collègue Sabine Laruelle, que j'avais aussi interpellée en tant
que ministre de la Politique scientifique, nous avait alors, comme
vous-même, indiqué la nécessité de poursuivre et d'amplifier la
recherche en ce domaine afin d'en venir à une production
économiquement rentable et technologiquement fiable. Ainsi, les
équipes belges, à la pointe en cette matière, qui travaillent sur les
micro-organismes et notamment les diatomées, algues les plus
prometteuses en fourniture de lipides, font partie du réseau ERA-NET
Industrial Technology. La recherche a-t-elle progressé depuis un an?
Votre collègue a aussi évoqué l'analyse des différents scénarii de
mise en production et vente de biocarburants sur le marché belge, en
termes de viabilité et de durabilité.
Quels ont été ces scénarii? Quels biocarburants ont-ils été mis en
observation? Quelles conclusions en a-t-on tiré? Quelles suites cela
va-t-il entraîner sur le plan de la recherche?
Vous nous avez aussi indiqué la mise en oeuvre d'un SET Plan à
l'échelon européen et l'objectif d'une politique commune en la matière
au sein du CCPIE et par le biais du projet CONCERE.
Où en sont ces différents travaux et projets? Qu'est-il permis d'en
espérer en termes de biocarburants alternatifs à ceux produits
aujourd'hui en concurrence avec l'agriculture vivrière?
03.02 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
U
heeft
een
reeks
voorstellen geformuleerd om de
productie van biobrandstoffen in
België opnieuw op gang te
brengen. In 2008 werd er
uitgebreid gedebatteerd over de
biobrandstoffen, hun voordelen en
nadelen. Op een van mijn
interpellaties heeft u geantwoord
dat de biobrandstoffen in België op
basis
van
koolzaad
zouden
worden geproduceerd. De teelt
van koolzaad brengt echter die
van voedingsgewassen in het
gedrang. Op welke velden wordt
koolzaad
geteeld:
op
oud
braakland of op landbouwgrond?
Hoe is de bebouwde oppervlakte
in 2008 geëvolueerd en hoe ziet
die evolutie er in 2009 uit?
We hebben u ook vragen gesteld
over het belang van de productie
van biobrandstoffen uit algen.
Minister Laruelle heeft gewezen op
de noodzaak om het onderzoek in
dat domein voort te zetten en
verder uit te breiden. Werd er op
het stuk van dat onderzoek sinds
een jaar vooruitgang geboekt?
De minister had het ook over de
analyse van de diverse scenario's
met betrekking tot de productie en
verkoop van biobrandstoffen op de
Belgische markt.
Om welke
scenario's
gaat
het?
Welke
biobrandstoffen
werden
onderzocht en wat zijn de
conclusies van het onderzoek?
U heeft ons ook toelichting
gegeven over de tenuitvoerlegging
van Europese plannen en de
doelstelling
van
het
gemeenschappelijk
beleid
ter
zake. Hoever staat het met die
tenuitvoerlegging
en
die
projecten? Zal er naar alternatieve
biobrandstoffen gezocht worden,
die niet in concurrentie treden met
de teelt van voedingsgewassen,
zoals dat nu wel het geval is?
03.03 Paul Magnette, ministre: Monsieur Flahaux, monsieur Prévot,
en Belgique, les terrains dédiés à la production de biocarburant sont
avant tout dévolus à celle de composés pour l'alimentation destinée
03.03 Minister Paul Magnette: In
België zijn de terreinen voor de
productie van biobrandstoffen in
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
au bétail. Ainsi, une tonne de froment produit 300 tonnes d'éthanol et
370 tonnes de composés pour l'alimentation réservée au bétail.
Seulement 1,9% de la biomasse mondiale agricole est dédié à la
production de biocarburant selon la FAO. Le colza est une culture
vivrière dont la finalité est de produire des composés pour
l'alimentation pour le bétail et de l'huile. Une tonne de graines de
colza produit environ 600 kg de tourteaux et 400 kg d'huile. Cette
huile coûte plus cher que celles de soja et de palme et n'intervient que
marginalement dans l'industrie alimentaire.
Le régime communautaire des friches n'est plus obligatoire depuis
2008. Le colza est, bien entendu, cultivé sur les terres agricoles,
puisqu'il s'agit d'une culture vivrière. Il faut souligner que les produits
et coproduits de ces cultures s'opposent à l'importation d'huiles de
palme et de soja, cultivées au détriment de la forêt équatoriale. De
cette manière, nous n'exportons pas les impacts de nos
biocarburants.
Les superficies consacrées à la culture du colza sont disponibles
auprès de l'INS et d'Eurostat. Néanmoins, en Région wallonne, pour
l'année 2008, je puis vous dire que 2.730 hectares étaient dévolus à
l'agriculture de colza énergétique. Je ne connais pas les chiffres
relatifs aux emblavements pour 2009. Ces informations sont en cours
de compilation auprès de Valbiom pour la Région wallonne ou auprès
du SPF Économie.
Les biocarburants de la seconde génération permettront de découpler
la production de biomasse énergétique de celle dédiée à des fins
alimentaires pour l'homme ou le bétail. Cette nouvelle masse aura
l'avantage d'être entièrement valorisée pour la production d'énergie.
Cette approche permet d'améliorer les rendements de production par
unité de surface cultivée.
L'administration de l'environnement vient de terminer une étude sur
l'évaluation de l'impact du développement de cultures pour les
biocarburants sur la biodiversité en Belgique. Il en ressort que les
miscanthus, les saules et les peupliers offrent de réelles potentialités
par rapport aux filières de production de biocarburant de première
génération, notamment en ce qui concerne leurs faibles exigences
agronomiques en termes de pesticide et d'engrais, ainsi que les
pratiques culturales telles que les tournières qui présentent une
protection de l'habitat pour la faune et la flore. Les résultats de cette
étude seront prochainement diffusés auprès du public. La seconde
partie de l'étude portera, comme prévu, sur les filières étrangères de
production et sera finalisée en 2010. En ce moment, mes services
sont occupés à préparer les actes juridiques nécessaires à l'obligation
de mélange des biocarburants dans les carburants fossiles.
La concertation avec les unités de production reprendra après la mise
en place de ces cadres juridiques qui doivent assurer un objectif de
mélange de 4% comme décidé en Conseil des ministres, le 3 avril
dernier, et confirmer l'adoption d'un projet de loi le 8 mai dernier.
La recherche sur les biocarburants à partir d'algues n'est pas
envisagée par l'administration fédérale de l'Énergie, mais par
l'administration de la Recherche scientifique. Pour ces questions, je
vous renvoie donc à ma collègue en charge de la Politique
de eerste plaats voorbehouden
aan de productie van mengstoffen
voor veevoer. Koolzaad is een
voedingsgewas waaruit olie en
veevoer worden gewonnen.
Het communautair stelsel inzake
braakliggende gronden is niet
meer verplicht sinds 2008. Dankzij
de productie van die gewassen
hoeven we minder palm- en
sojaolie in te voeren.
De gegevens met betrekking tot
de gronden waarop koolzaad
wordt geteeld, zijn beschikbaar bij
het NIS en Eurostat. In het Waals
Gewest was er in 2008 een
oppervlakte van 2.730 hectare
voorbehouden aan de teelt van
koolzaad voor energieproductie.
Voor 2009 ken ik de cijfers niet.
Dankzij de biobrandstoffen van de
tweede generatie kan de productie
van
energetische
biomassa
worden losgekoppeld van de
voedselproductie. Door die aanpak
kan het productierendement per
eenheid bebouwde oppervlakte
worden verbeterd.
De milieuadministratie heeft zopas
een studie afgerond waarin de
impact van de teelt van gewassen
voor
biobrandstoffen
op
de
biodiversiteit in België wordt
geëvalueerd. Daaruit blijkt dat er
reële mogelijkheden bestaan ten
aanzien van de productieketen van
biobrandstoffen van de eerste
generatie. De resultaten van die
studie
worden
binnenkort
openbaar gemaakt. Het tweede
deel van de studie gaat over
buitenlandse productieketens en
wordt tegen 2010 verwacht. Mijn
diensten bereiden de nodige
rechtshandelingen
voor
met
betrekking tot de verplichting
inzake
de
vermenging
van
biobrandstoffen
met
fossiele
brandstoffen.
Het overleg met de productie-
eenheden zal worden hervat na de
invoering
van
die
juridische
kaders, die ervoor moeten zorgen
dat de doelstelling van een
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
scientifique.
Pour terminer, je voudrais rappeler que les groupes de concertation
État/Régions en matière d'environnement, la CCPIE, et en matière
d'énergie, CONCERE, existent. CONCERE n'est pas un projet, mais
un groupe de travail permanent chargé de la concertation entre l'État
et les Régions pour ce qui concerne la politique énergétique,
notamment sur le plan international.
Un groupe de travail mixte entre le CCPIE et CONCERE travaille sur
les aspects liés aux biocarburants et aux critères de durabilité,
notamment dans le cadre de la directive sur l'énergie renouvelable du
paquet énergie climat sur lequel nous reviendrons, monsieur Prévot.
Le SET Plan est une matière traitée conjointement par l'administration
de l'Énergie et de la Politique scientifique. Un groupe de travail
conjoint a été créé pour suivre ces questions.
vermenging met 4 procent, zoals
beslist door de ministerraad,
gehaald wordt.
Enkel het bestuur van het
Wetenschappelijk Onderzoek is
van plan de productie van
biobrandstoffen
uit
algen
te
onderzoeken.
Er bestaan overleggroepen Staat-
Gewesten op het stuk van
leefmilieu (CCIM) en energie
(ENOVER).
Een
gemengde
werkgroep
CCIM-ENOVER
bestudeert
de
aspecten
die
verband
houden
met
de
biobrandstoffen
en
de
duurzaamheidscriteria,
meer
bepaald in het kader van de
richtlijn hernieuwbare energie uit
het energie- en klimaatpakket.
De
besturen
Energie
en
Wetenschapsbeleid
werken
samen aan Het SET-plan. Er werd
een
gezamenlijke
werkgroep
opgericht.
03.04 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Monsieur le ministre, je ne pense pas que vous m'ayez donné
d'informations sur les critères de durabilité qui pouvaient être retenus,
anticipant ainsi la directive européenne. Mais peut-être est-il
prématuré de fixer des balises à cet égard.
Monsieur le ministre, je voudrais surtout vous apporter mon soutien
car il semble que le secteur pétrolier ait exprimé son souhait, au
regard des surcoûts liés à ses installations de mélange, que l'on
modifie le contrat-programme et que l'on rediscute des prix à la
pompe. On peut se douter que si le secteur souhaite une discussion à
ce sujet, ce n'est pas pour procéder à une diminution de ces derniers.
En la matière, il faudra veiller à ce que les prix à la pompe ne soient
pas augmentés car ce serait encore une fois les ménages qui
seraient directement touchés par une telle mesure.
03.04 Maxime Prévot (cdH): U
heeft niets gezegd over de
duurzaamheidscriteria
die
eventueel in aanmerking zouden
worden genomen. Maar dat is
misschien voorbarig?
U kan op mijn steun rekenen, want
de petroleumsector heeft blijkbaar
de
wens
geuit
om
de
programmaovereenkomst
te
wijzigen en opnieuw over de
prijzen
aan
de
pomp
te
onderhandelen.
We
moeten
erover waken dat die prijzen niet
verhoogd worden, want daar
zouden eens te meer de gezinnen
de dupe van zijn.
03.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je
remercie le ministre pour les réponses et les éléments factuels qu'il
m'a donnés et qui m'ont, en partie, rassuré.
Je regrette simplement le fait que les administrations Énergie et
Recherche soient si étanches l'une envers l'autre. Je me permets de
plaider pour qu'il y ait au minimum un dialogue et de la coopération
entre les deux. Je plaiderai de la même façon auprès de la ministre
Laruelle que je réinterpellerai à ce sujet. Je crois en effet qu'il faut
diversifier au maximum les sources de production de biocarburants
ou d'agrocarburants, etc.
03.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik betreur de verkokering
tussen de administraties Energie
en Onderzoek. Ik vind dat beide
toch ten minste met elkaar in
contact zouden moeten staan en
zouden moeten samenwerken. De
productiebronnen voor bio- of
agrobrandstoffen moeten zo veel
mogelijk gediversifieerd worden.
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Ik merk dat mevrouw Muylle nog niet aanwezig is. Ik veronderstel dat zij komende is.
04 Vraag van de heer Jan Jambon aan de minister van Klimaat en Energie over "de wijzigingen van de
voorwaarden voor de exploitatie van zonnebankcentra" (nr. 13004)
04 Question de M. Jan Jambon au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les modifications apportées
aux conditions d'exploitation des centres de bancs solaires" (n° 13004)
04.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik heb u enkele weken geleden een schriftelijke vraag
gesteld over de exploitatie van zonnebankcentra en het op
handenzijnde koninklijk besluit ter zake. U hebt in uw schriftelijke
antwoord verwezen naar een antwoord dat u op een mondelinge
vraag van mevrouw Muylle hebt gegeven.
Ik heb de bewuste vraag opgezocht. U hebt inderdaad een antwoord
aan mevrouw Muylle gegeven. Het was echter wel een antwoord op
een andere vraag. Mevrouw Muylle vroeg namelijk naar de
uitgevoerde controles op de zonnecentra. Mijn vraag heeft betrekking
op het op handenzijnde koninklijk besluit, waarmee u de intentie hebt
de voorwaarden nog te verstrengen.
Mijnheer de minister, omdat u mij eerst met een kluitje het riet hebt
ingestuurd, herhaal ik mijn vraag hier vandaag en hoop dat u nu wel
het correcte antwoord op de correcte vraag in petto hebt.
U hebt een koninklijk besluit uitgevaardigd dat op 22 november 2007
is verschenen en op 1 augustus 2008 in werking is getreden. Het hield
de voorwaarden voor de exploitatie van de zonnebanken in. Er
werden in het koninklijk besluit belangrijke, noodzakelijke en goede
wijzigingen inzake opleiding, identificatie en begeleiding doorgevoerd.
Tevens werd in artikel 3, 10°, vermeld dat de straling van de
zonnebank op geen enkele plaats meer dan 0,3 watt per m² mag
bedragen.
Sindsdien hebben vele zonnebankcentra hun zonnebanken aan de
nieuwe regelgeving aangepast. Zij hebben binnen voornoemde
normering nieuwe lampen geïnstalleerd, met in het achterhoofd het
gegeven dat de nieuwe lampen na een gebruiksduur van 50 uur een
capaciteitsverlies van ongeveer 20 procent hebben.
De investeringen die de uitbaters van de bewuste zonnebankcentra
hebben gedaan, komen neer op ongeveer 1.000 euro per zonnebank.
Een koninklijk besluit dat op 1 augustus 2008 in werking is getreden,
heeft de sector dus gedwongen om investeringen van ongeveer 1.000
euro per zonnebank te doen.
Het was niettemin een goed koninklijk besluit. De opgelegde
investeringen zijn ook verantwoord.
Nu blijkt uit een voorontwerp van koninklijk besluit dat u de huidige
nieuwe stralingsgraad van 0,3 watt per m² naar 0,30 watt per m² wil
wijzigen.
Ik ben van opleiding een exacte wetenschapper. In eerste instantie
leek mij het verschil tussen 0,3 watt per m² en 0,30 watt per m² niet
04.01 Jan Jambon (N-VA):
L'arrêté royal du 22 novembre
2007
fixe
les
conditions
applicables à l'exploitation de
centres de bronzage et dispose
notamment que le rayonnement
ne peut à aucun endroit être
supérieur à 0,3 W/ m
2
. Depuis
lors, la plupart des centres ont
déjà adapté leurs bancs solaires
aux
nouvelles
normes,
une
mesure
qui
représente
un
investissement d'environ 1.000
euros par centre. Il apparaît à
présent, à la lecture d'un nouvel
avant-projet d'arrêté royal, que le
ministre
entend
désormais
instaurer
une
norme
de
0,30 W/ m
2
. En arrondissant la
valeur à deux décimales, cette
mesure qui n'entraîne, au premier
abord,
aucune
modification,
implique
en
réalité
un
durcissement non négligeable de
la réglementation. Ne pourrait-on,
comme en Allemagne, reporter
cette modification à 2011, année
où l'Europe publiera une directive
définitive? Quand le nouvel arrêté
royal entrera-t-il en vigueur ? Une
période transitoire est-elle prévue?
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
echt een significant verschil.
Het addertje onder het gras zit echter in de afronding op twee cijfers
na de komma in plaats van op één cijfer na de komma gaat.
Rekeninghoudende met afwijkingen in de meetapparatuur is uw
maatregel een aanzienlijke verstrenging van de norm.
De volgende vraag dringt zich dus op.
Was het nodig om de norm te verstrengen, na het uitvaardigen van
een koninklijk besluit dat pas op 1 augustus 2008 in werking is
getreden? Was het nodig om de norm al zo snel te verstrengen?
Ik stel vast dat via een Europese studie de toelaatbare
stralingswaarde oorspronkelijk op 0,6 watt per m² werd vastgelegd.
De Europese richtlijn heeft echter ook voldoende reserves en marge
ingebouwd en spreekt ook over dezelfde voornoemde 0,3 watt per m².
In 2011 zal Europa zelfs met een definitieve richtlijn naar buiten
komen. Duitsland heeft aan zijn zonnebankcentra al uitstel tot 2011
verleend, het tijdstip waarop de Europese richtlijn zal worden
uitgevaardigd.
De uitbaters van de zonnebankcentra zijn vragende partij voor een
duidelijke regelgeving, maar hebben zich, helemaal in lijn met wat u
van hen hebt gevraagd, in regel gesteld met de huidige 0,3-norm.
Zoals ik reeds zei, hebben zij daarvoor zwaar geïnvesteerd.
Waarom wilt u per se tegen de sector in die recent uitgevaardigde
norm nu al verstrengen? U begrijpt dat de sector daar problemen mee
heeft. Vindt u het logisch, en getuigt het volgens u van goed bestuur,
dat een nieuw KB reeds zeven maanden na inwerkingtreding dient te
worden aangepast en strenger gemaakt, met alle economische en
praktische nefaste gevolgen voor de sector in deze tijden van crisis?
Ik kom tot mijn laatste vraag. Wanneer zou het KB verschijnen en
eventueel in werking treden? Is er in een overgangsperiode voorzien?
04.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, het koninklijk besluit inzake de uitbating van zonnecentra
legt een wettelijke stralingslimiet op inzake totale effectieve
erytheemgewogen irradiantie van 0,3 watt per vierkante meter. Of
deze limiet onder een andere vorm wordt geschreven, zoals
bijvoorbeeld 0,30 of 300 milliwatt, doet eigenlijk niet ter zake. De
wettelijke limiet blijft voor elk van de drie schrijfwijzen dezelfde. Op die
limiet is geen afwijking toegelaten.
Het is aan de producenten van de zonnebanken en aan de uitbaters
van zonnecentra om onder die limiet te blijven. De enige manier voor
producenten en uitbaters om te garanderen dat de straling onder de
limiet ligt, is door van de limiet de meetfout van het meettoestel af te
trekken en enkel meetwaarden te aanvaarden die onder die
gecorrigeerde limiet liggen. Hoe nauwkeuriger het meettoestel van de
fabrikanten en de uitbaters is, hoe korter zij bij de grens van 0,3 watt
per vierkante meter mogen komen.
Voor de controlerende overheid dient de meetfout aan de andere zijde
van de limiet te worden gecorrigeerd. De overheid moet van haar
meetwaarde de meetfout van haar meettoestel aftrekken. Indien de
04.02 Paul Magnette, ministre: La
limite légale en matière de
rayonnements a été fixée à 0,3
watt par m². Le fait que cette limite
soit désormais libellée sous une
autre forme à savoir 0,30 watt
ne change rien. Il incombe en effet
aux centres de bronzage de rester
en dessous de la limite. Si un
exploitant effectue une mesure
avec un appareil qui présente une
erreur de mesure de 0,05 watt, il
doit veiller à ce que la mesure se
situe sous 0,25 watt par m². Si un
contrôleur mesure un banc solaire
avec une erreur de mesure de
0,04 watt, il doit accepter tous les
bancs solaires présentant une
valeur de 0,34 watt. Étant donné
que
les
contrôleurs
avaient
constaté que les exploitants
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
bekomen waarde beneden 0,3 ligt, dient zij de betrokken zonnebank
als conform te beschouwen.
Ik wil de regel graag toelichten met een voorbeeld. Indien de fabrikant
of uitbater zijn zonnebank meet met een meettoestel dat een meetfout
heeft van 0,05 watt per vierkante meter, is de enige manier om zeker
te zijn dat de zonnebank voldoet aan de reglementering, ervoor te
zorgen dat de meetwaarde onder 0,25 watt per vierkante meter ligt.
Een hogere meetwaarde, zoals bijvoorbeeld 0,33, impliceert immers
dat de werkelijke waarde hoger dan de limiet kan liggen.
Meten de controleurs een zonnebank met een meettoestel met een
meetfout van 0,04 watt, moeten zij alle zonnebanken met een
meetwaarde van 0,34 watt per m² aanvaarden. Uit contacten met de
zonnebanksector blijkt dat sommigen de limieten van 0,3 watt bewust
of onbewust interpreteerden. Zij misbruiken de meetfout van hun
toestellen om boven de limiet te kunnen gaan. Hoe slechter de
kwaliteit van hun metingen, hoe meer straling zij kunnen toelaten. Dit
is natuurlijk absurd. Het is net om de misleidende informatie die in
een deel van de sector rondgaat te counteren, dat de schrijfwijze van
de wettelijke limiet werd gewijzigd. Op deze manier werd een
verkeerde interpretatie van de limiet de pas afgesneden. De wettelijke
limiet wordt dus niet verstrengd maar wel verduidelijkt.
tiraient profit des erreurs de
mesure pour dépasser la limite,
nous avons précisé la limite légale,
sans pour autant la rendre plus
stricte.
04.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, dat is een
ongelooflijk antwoord. De sector heeft zich helemaal aangepast aan
uw koninklijk besluit van augustus 2008. Ze hebben daarvoor
investeringen gedaan. U weet goed genoeg dat die sector van
zonnebankcentra geen multinationals zijn maar wel kleine uitbaters
met twee, drie of vier zonnebanken. Voor hen is een investering van
duizend euro per zonnebank een geweldige inspanning, zeker in deze
tijden.
Voor mij is 0,34 bij afronding nog steeds 0,3. Dat wil u tegengaan
door de norm te verstrengen naar 0,30 watt. Net wanneer de sector
alle investeringen heeft gedaan en de controles grosso modo goed
heeft doorstaan. Dat vind ik sectorpesten en absoluut geen voorbeeld
van goed bestuur. Ik vraag mij af of dit nu uw topprioriteit is? Is dat de
topprioriteit van deze regering? Men stelt eindelijk een beleidsdaad:
men gaat de uitbaters van de zonnebankcentra pesten. Deze
beperkte beleidsdaden staan haaks op de noden van onze economie.
04.03 Jan Jambon (N-VA): Il
s'agit généralement de petites
entreprises qui ont réalisé de très
gros investissements et qui sont
aujourd'hui confrontées à une
modification vétilleuse de la norme
légale. Pour moi, c'est du
harcèlement!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Klimaat en Energie over "de aanduiding van
energieprestaties en CO
2
-uitstoot" (nr. 12961)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Klimaat en Energie over "de niet conform verklaarde
Febiac-code" (nr. 13021)
- de heer Jean Cornil aan de minister van Klimaat en Energie over "de ingebrekestelling van België
door de Europese Commissie wegens het niet naleven van de wetgeving inzake autoreclame"
(nr. 13037)
05 Questions jointes de
- Mme Nathalie Muylle au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'affichage des performances
énergétiques et des émissions de CO
2
- M. Xavier Baeselen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le 'code Febiac' déclaré non conforme"
(n° 13021)
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
- M. Jean Cornil au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la mise en demeure par la Commission
européenne de la Belgique pour le non-respect de la législation sur la publicité automobile" (n° 13037)
05.01 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, eerst en
vooral dank ik u met dit punt te hebben gewacht tot mijn aankomst in
deze commissie. Ik moest ook een aantal vragen stellen in de
commissie voor de Volksgezondheid, wat de heer Cornil overigens
kan bevestigen.
Mijnheer de minister, ik zal het kort houden. De drie vragen gaan over
dezelfde problematiek. De Europese Commissie heeft een
inbreukprocedure gestart tegen de gebrekkige milieu-informatie die
aan kopers van nieuwe wagens wordt geboden in België. De
verplichte affichering van energiezuinigheid en CO
2
-uitstoot gebeurt in
te kleine letters en is onvoldoende lees- en verstaanbaar. Nochtans
hadden de verschillende invoerders en producenten van wagens in
België zich ertoe verbonden een gedragscode na te leven voor het
afficheren van de energieprestatie en de CO
2
-uitstoot.
Mijnheer de minister, de logische vraag is wat u daaraan gaat doen.
Zult u de gedragscode die vandaag onvoldoende wordt nageleefd
door de invoerders en de producenten, wijzigen of bijsturen? Hebt u
daaromtrent controles laten uitvoeren? Is er overleg met de sector
gepland? Welk initiatief zult u nemen? Tijdens de vergadering van de
commissie voor de Volksgezondheid heb ik vernomen dat de
collega's van de PS daaromtrent een wetsvoorstel klaar hebben. Als
ik verneem dat zij een wetsvoorstel hebben, vermoed ik dat u wel
enkele initiatieven zult nemen omtrent deze aangelegenheid. Welke
initiatieven zullen dat zijn, mijnheer de minister?
05.01 Nathalie Muylle (CD&V):
La Commission européenne a
lancé une procédure d'infraction
contre la fourniture d'informations
environnementales lacunaires lors
de l'achat d'une nouvelle voiture
en Belgique. Pourtant, il existe un
code de conduite en matière
d'affichage
des
prestations
énergétiques et des émissions de
CO
2
des voitures.
Le ministre compte-t-il adapter ce
code de conduite, apparemment
insuffisamment respecté? Une
concertation est-elle en cours à
cet égard avec le secteur? Le PS
aurait élaboré une proposition de
loi pour répondre à ce problème.
Quelles initiatives le ministre
compte-t-il prendre?
05.02 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je ne serai pas
très long, vu que Mme Muylle a parfaitement résumé la situation.
Notre pays, qui n'est pas le seul dans ce cas, a été mis en demeure
de répondre à l'Union européenne sur cette question de la lisibilité de
la mention des émissions de CO
2
sur les panneaux publicitaires
vantant des véhicules automobiles. Manifestement, le code de bonne
conduite entre constructeurs et publicitaires n'est pas suffisant au
regard de la législation européenne. Pour reprendre les termes exacts
de l'Europe, ce code FEBIAC dépasse les possibilités d'interprétation
laissées aux États membres, comme le signale la Commission. Si je
ne m'abuse, nous devrions répondre à ses observations d'ici le 14 juin
2009. Où en êtes-vous dans cette question et éventuellement dans la
concertation avec le secteur? Que va répondre concrètement la
Belgique et que s'engage-t-elle à faire pour remédier à cette
situation?
05.02 Xavier Baeselen (MR): De
Europese Unie heeft ons land met
betrekking tot de reclame voor
auto's rekenschap gevraagd over
de leesbaarheid van de CO
2
-
emissiecijfers op billboards. Wat
zal België doen om die situatie
recht te zetten?
05.03 Jean Cornil (PS): Monsieur le président, je vais être très court
également puisque Mme Muylle et M. Baeselen ont bien résumé la
procédure de mise en demeure de la Commission que j'ai sous les
yeux. J'imagine que vous avez lu le courrier de M. Dimas. J'ajouterai
qu'en commission de la Santé publique cet après-midi même, nous
avons décidé de porter à l'agenda dans les 15 jours deux propositions
de loi déposées par mon groupe en la matière qui visent en partie à
répondre à l'insuffisance du code de bonne conduite de la FEBIAC
mais aussi à la mauvaise application de l'arrêté royal du 5 septembre
2001 qui en principe aurait dû régler la question.
05.03 Jean Cornil (PS): In de
commissie
voor
de
Volksgezondheid
hebben
we
vanmiddag beslist twee door mijn
fractie ingediende wetsvoorstellen
binnen twee weken te agenderen;
die wetsvoorstellen strekken er
onder
meer
toe
de
ontoereikendheid
van
de
gedragscode van Febiac, alsook
de slechte toepassing van de wet
te verhelpen.
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
05.04 Minister Paul Magnette: Mevrouw Muylle, mijnheer Baeselen
en mijnheer Cornil, de Europese Commissie heeft op 14 april
inderdaad een ingebrekestelling aan België gericht. Een eerste klacht,
van juni 2008, vanwege Inter-Environnement Wallonie en andere
groene verenigingen was reeds bij de Europese Commissie
ingediend. Die klacht verduidelijkte dat de promotiedocumenten in
België, waaronder de reclame, niet in overeenstemming zijn met de
richtlijn omdat de informatie ofwel afwezig is ofwel onleesbaar of nog
minder opvalt dan de andere informatie op het voertuig en dat de
controles onvoldoende waren.
Wij hebben daarop geantwoord in oktober 2008. De Europese
Commissie neemt geen genoegen met ons antwoord, en wel inzake
meerdere elementen.
05.04 Paul Magnette, ministre:
En
juin 2008,
certaines
associations de protection de
l'environnement ont déposé une
plainte après de la Commission
européenne
parce
que
les
informations mentionnées dans les
documents promotionnels pour les
voitures ne satisfont pas, dans
notre pays, aux normes de la
directive
européenne.
Il
apparaissait également que les
contrôles étaient insuffisants. La
réponse que nous avons adressée
à la Commission européenne en
octobre 2008 n'a pas satisfait la
Commission.
Je n'en suis pas surpris. En effet, l'arrêté royal du 5 septembre 2001,
relatif à la disponibilité de l'information sur la consommation de
carburant et les émissions de CO
2
à l'intention des consommateurs
lors de la commercialisation de voitures particulières neuves,
transpose la directive 99/94 qui stipule que: "la consommation des
véhicules et leurs émissions de CO
2
doivent être facilement lisibles et
au moins aussi visibles que la partie principale des informations dans
la documentation promotionnelle".
La FEBIAC a modifié son code autorégulateur d'éthique en matière de
publicité automobile. Le nouveau code est d'application depuis le
1
er
septembre 2008 et, s'il présente des avancées positives,
notamment le fait que les mentions sur la consommation et les
émissions de CO
2
doivent dorénavant figurer horizontalement ce qui
est la moindre des choses! et être clairement en contraste avec la
couleur de fond de la publicité, force est de constater que l'obligation
d'afficher les informations environnementales de manière aussi lisible
et visible que la partie principale de l'information se traduit, dans le
code de la FEBIAC, par une disposition un peu faible: "une taille de
caractère correspondant au minimum à la plus petite taille de
caractère utilisée pour l'information figurant dans le message
publicitaire." Ce n'est ni conforme à l'arrêté royal, ni à la directive.
Revoir le code FEBIAC afin de le rendre pleinement conforme aux
exigences de la directive n'étant juridiquement pas possible, une
modification législative ou réglementaire s'impose. Je prends bonne
note à cet égard de la proposition de M. Cornil. Cette proposition sera
très utile pour revoir l'arrêté royal de 2001, afin d'y inclure les
dispositions concernant la lisibilité et la visibilité des informations.
Cette option a aussi tout l'avantage d'offrir toute la garantie juridique
et nécessite d'engager un processus de négociation interministériel.
J'ai donné instruction à mon administration d'avancer dans ce sens.
FEBIAC
heeft
haar
autoregulerende ethische code
inzake autoreclame aangepast,
maar die code is niet in
overeenstemming
met
het
koninklijk
besluit
inzake
consumenteninformatie en ook
niet met de richtlijn. Aangezien het
juridisch gezien niet mogelijk is de
code van FEBIAC te herzien,
dringt een wetswijziging of een
aanpassing van de regelgeving
zich op. Ik neem in dat opzicht
akte van het voorstel van de heer
Cornil, dat zeker van pas zal
komen.
In verband met de vraag van mevrouw Muylle over het aantal
uitgevoerde controles heb ik een tabel ter beschikking van de leden
van de commissie, met daarin alle gegevens.
Je fournirai à la commission un
tableau comportant les chiffres
relatifs aux contrôles.
05.05 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de minister, ik heb nog een
vraag. Zegt u dat nu de aanpassing van Febiac er is wat de
05.05 Nathalie Muylle (CD&V):
J'ai bien compris que le code de
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
gedragscode inzake CO
2
-uitstoot betreft, Europa er wel mee akkoord
gaat en dat we enkel nog voor de milieuaffichering tekortschieten?
Daar moet nog een aanpassing gebeuren maar inzake de CO
2
-
uitstoot is de aangepaste gedragscode van Febiac voor Europa dus
wel in orde? Men heeft bijgevolg alleen nog problemen met de
milieuaffichering?
conduite adapté de la Febiac en
matière d'émissions de CO
2
est en
ordre et que seul notre affichage
des émissions pose un problème
pour l'Europe.
05.06 Minister Paul Magnette: Ja.
05.07 Jean Cornil (PS): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour le soutien qu'il apporte à ma proposition de loi.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Klimaat en Energie over "de heffing op de
niet-gebruikte productiesites van elektriciteit" (nr. 13043)
06 Question de Mme Katrien Partyka au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la taxe sur les sites de
06.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik wil eigenlijk
peilen naar de effectiviteit van de maatregel. We hebben die vorig jaar
nog aangepast. De vraag rijst in welke mate niet-gebruikte sites
effectief in circulatie komen. Vandaar mijn vier vragen.
Mijnheer de minister, hoeveel sites werden effectief in omloop
gebracht door andere elektriciteitsproducenten? Hebt u er een idee
van op hoeveel van die sites effectief andere producenten zijn
gestart?
Wat was de opbrengst van de heffing in 2008? U had dat op
70 miljoen geraamd. Is dat bedrag bereikt?
Ten slotte, hoeveel sites zijn er gesloten na de inwerkingtreding van
de wet, maar zijn nog niet ter beschikking gesteld van andere
producenten?
In welke mate is de maatregel al dan niet effectief?
06.01 Katrien Partyka (CD&V):
Dans quelle mesure la taxe sur les
sites de production d'électricité
non
utilisés
a-t-elle
été
effectivement
instaurée?
Sur
combien de ces sites d'autres
producteurs ont-ils commencé une
activité après l'entrée en vigueur
de la loi? Combien de ces sites
ont été fermés et n'ont pas encore
été mis à la disposition d'autres
producteurs? Combien cette taxe
a-t-elle rapporté en 2008?
06.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Partyka, sedert het van
kracht worden van de programmawet van 8 juni 2008 tot wijziging van
de wet van 8 december 2006 werd geen enkele onbenutte of
onderbenutte productiesite van elektriciteit, die het voorwerp was van
een
heffing,
ter
beschikking
gesteld
van
andere
elektriciteitsproducenten. Voor 2008 bedroeg het bedrag van de
heffing 51.150.000 euro voor 7 sites die volgens de wet van
8 december 2006 moesten worden beschouwd als onbenutte of
onderbenutte productiesites.
In dit verband is het belangrijk om te signaleren dat de heffing voor
2008 werd opgemaakt op basis van de wet van 8 december 2006,
vooraleer zij werd gewijzigd door de programmawet van 8 juni 2008.
De programmawet die de grondslag wijzigde van de heffing, namelijk
de oppervlakte van de site en niet meer de potentiële
productiecapaciteit, trad in werking in juni 2008, terwijl de
maatschappij in kwestie haar aangifte had ingediend in april 2008.
Bijgevolg is het op basis van de wet van 8 december 2006, zoals die
aanvankelijk werd opgesteld, dat de heffing voor 2008 in mei 2008
06.02 Paul Magnette, ministre:
Depuis la loi-programme du 8 juin
2008 qui a modifié la loi du 8
décembre 2006, aucun site de
production d'électricité non utilisé
ou sous-utilisé n'a été mis à la
disposition d'un autre producteur
d'électricité. En 2008, la taxe
concernée a rapporté 51.150.000
euros pour un total de sept sites.
Le montant de la taxe 2008 a
encore été fixé sur la base de la loi
du 8 décembre 2006. Pour 2009,
la taxe sera calculée sur la base
de la loi du 8 juillet 2008,
autrement dit en fonction de la
superficie et non plus en fonction
de la capacité de production
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
werd bepaald door de gedelegeerde ambtenaar.
De heffing voor 2009 zal daarentegen worden berekend op basis van
de nieuwe wetgeving en zij zou, indien geen enkele van de sites wordt
overgedragen, in principe ongeveer 70 miljoen euro moeten
bedragen.
Tot op heden werd geen enkele site die het voorwerp uitmaakte van
een heffing in 2006, 2007 en 2008, overgedragen aan andere
elektriciteitsproducenten. Het doel van de wetgeving, te weten de
verbetering van de mededinging op het gebied van de
elektriciteitsproductie door het aanzetten van de leidende operatoren
om bepaalde sites over te dragen aan nieuwe producenten, werd dus
voor het ogenblik niet bereikt.
potentielle. Dans l'hypothèse où
aucun site ne serait cédé à un
autre
producteur,
la
taxe
rapporterait environ 70 millions
d'euros.
La finalité de cette loi était de
promouvoir la concurrence dans le
secteur
de
la
production
d'électricité. Aucun site n'ayant
encore été cédé à un autre
producteur, la loi manque en
réalité la cible qu'elle était censée
atteindre.
06.03 Katrien Partyka (CD&V): De conclusie die u op het einde
maakt, lijkt mij inderdaad terecht. De effectieve bedoeling van de wet
wordt niet verwezenlijkt en de wet werkt dus volgens mij niet. Ligt dat
aan het feit dat de heffing te laag is of mankeert er iets anders aan?
Zo ja, dan moeten er andere maatregelen worden genomen. Zijn er
volgens u nieuwe maatregelen nodig of is de heffing te laag?
06.03 Katrien Partyka (CD&V) :
La taxe ne serait-elle pas assez
élevée? Y a-t-il une autre
explication?
06.04 Paul Magnette, ministre: Je pense que les tribulations
juridiques autour de cette taxe en ont affaibli l'effet utile, même si la
Cour constitutionnelle a reconnu que cette taxe n'était ni
discriminatoire ni disproportionnée.
06.04 Minister Paul Magnette:
Het Grondwettelijk Hof heeft
erkend dat die heffingen gegrond
waren:
ze
waren
noch
discriminerend, noch buitensporig.
We zouden de administratie
kunnen vragen het stimulerend
effect opnieuw te berekenen.
06.05 Katrien Partyka (CD&V): Het is toch een spijtige vaststelling
dat geen enkele productiesite opnieuw in circulatie is gebracht. Er
scheelt duidelijk iets. De heffing zal waarschijnlijk veel te laag zijn.
06.05 Katrien Partyka (CD&V) :
Si aucun site n'a été remis en
service, il y a quelque chose qui
cloche. À mon avis, le montant de
la taxe est trop bas.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Klimaat en Energie over "de stand van
zaken met betrekking tot de automatische toekenning van de sociale tarieven voor gas en elektriciteit"
(nr. 13113)
07 Question de Mme Katrien Partyka au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'état d'avancement de
l'octroi automatique des tarifs sociaux pour le gaz et l'électricité" (n° 13113)
07.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, over de automatische toekenning van sociale tarieven
hebben wij al vaak van gedachten gewisseld.
In uw beleidsnota hebt u aangegeven dat ze op 1 juli 2009 een feit
zouden zijn. Nu hebt u enkele weken geleden in antwoord op een
vraag in de plenaire vergadering van mevrouw Van der Straeten
aangehaald dat de geplande datum waarschijnlijk niet zou worden
gehaald. De automatische toekenning zou er veeleer in de herfst
komen.
De automatische toekenning is al lang gepland en ook al een paar
07.01 Katrien Partyka (CD&V):
Le ministre a indiqué dans sa note
de
politique
que
l'octroi
automatique de tarifs sociaux
serait une réalité le 1
er
juillet 2009
puis il a toutefois déclaré que ce
délai ne pourrait être respecté.
Quand l'arrêté royal concerné
sera-t-il publié? Où en est
l'échange de données? Pourquoi
la question a-t-elle été reportée à
l'automne?
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
keer aangekondigd.
Wanneer zal het desbetreffende koninklijk besluit worden
gepubliceerd?
Wat is de stand van zaken inzake de uitwisseling van de gegevens?
Wat is het probleem?
Waarom werd de kwestie tot de herfst uitgesteld?
Vandaag stond trouwens in de krant le Soir en ook in de
Nederlandstalige pers een bericht dat de sociale tarieven voor
elektriciteit op een jaar tijd met 30% zijn gestegen. Voor gas is dat
70%. In Le Soir wordt aangehaald dat de stijging er is gekomen
omwille van de berekeningswijze van de CREG, die over een periode
van een half jaar gebeurt. De mensen met de laagste inkomens die
op de sociale tarieven een beroep kunnen doen, genieten door
voormelde berekeningswijze gedurende enkele maanden niet van de
laagste prijzen.
Het voorgaande lijkt mij echt problematisch. De berekeningswijze van
de CREG zou over een gemiddelde van een aantal maanden, met
name een half jaar, gaan. Daarom krijgen de mensen die sociale
tarieven toegekend krijgen, de facto hogere tarieven dan mensen aan
wie de gewone tarieven worden aangerekend. Dat is echt
problematisch.
Ik wou het probleem enkel aanhalen, omdat het vandaag in de
Franstalige pers staat.
07.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, de Raad van
State heeft zijn advies verleend over het ontwerp van koninklijk besluit
betreffende de automatische toekenning van de sociale tarieven. Het
advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer wordt deze week verwacht. Het ontwerp van koninklijk
besluit zal aan beide adviezen worden aangepast en na
ondertekening zo snel mogelijk worden gepubliceerd. De datum van 1
juli 2009 wordt nog steeds weerhouden als de dag waarop de
FOD Economie voor de eerste maal aan de leveranciers zal
meedelen voor welke klanten zij voortaan het sociaal tarief zullen
moeten toepassen.
07.02 Paul Magnette, ministre: Le
Conseil d'État a déjà rendu son
avis et celui de la Commission
pour la protection de la vie privée
est attendu cette semaine. Le
projet d'arrêté royal sera adapté à
ces deux avis et sera publié le plus
rapidement possible. La date du
1
er
juillet 2009 reste notre objectif.
07.03 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de minister, het was ook
een beetje de bedoeling wat concrete informatie te verkrijgen over de
uitwisseling van de gegevens. Op welke manier zal dat juist
gebeuren? Gebeurt dat door de Kruispuntbank van de Sociale
Zekerheid? Zullen de leveranciers kunnen inloggen op de
Kruispuntbank? Zullen zij die gegevens krijgen?
07.03 Katrien Partyka (CD&V):
Les fournisseurs pourront-ils se
connecter à la Banque carrefour et
y retrouver toutes les données?
07.04 Paul Magnette, ministre: Je ne peux vous répondre
précisément mais, de mémoire, je pense que le SPF, après avoir
croisé avec la Banque-Carrefour, doit les transmettre aux
fournisseurs.
07.04 Minister Paul Magnette: De
FOD zal, na de kruispuntbank te
hebben
geconsulteerd,
de
leveranciers inlichten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Klimaat en Energie over "de betaling van
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
energiefacturen met kredietkaarten" (nr. 13115)
08 Question de Mme Katrien Partyka au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le paiement par cartes
08.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, in verband
met de vorige vraag wil ik nog wel even zeggen dat ik een aparte
vraag zal indienen over de tarieven van de CREG en de manier
waarop die berekend worden, want dat lijkt mij echt problematisch.
Als mensen die het moeilijk hebben pas na een half jaar betere
tarieven kunnen genieten, dan lijkt mij dat problematisch. Ik zal
daarover misschien nog een aparte vraag indienen. Blijkbaar bepaalt
een KB dat dit gebeurt na een half jaar.
Ik kom nu tot mijn vraag over de betaling van de energiefactuur met
kredietkaarten.
Nuon voert tot 30 juni een promotiecampagne waarbij men
consumenten een korting geeft als zij een contract kiezen met
betaling via een Visa- of Mastercard. Dat betekent dus eigenlijk dat
men zijn facturen op krediet betaalt, met het bijhorende
kostenpercentage.
Hebt u er zicht op of nog andere energieleveranciers dit doen? Is het
gebruik van kredietkaarten met een kredietopening voor het betalen
van energiefacturen niet in strijd met de voorzichtigheidsplicht waarin
de wet op het consumentenkrediet voorziet? Het gaat vaak over
mensen die al een schuldenprobleem hebben. Zij gaan dan op die
manier hun energiefacturen betalen, waardoor zij nog dieper in de
schulden geraken. Ook het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling
waarschuwt voor de betaling van kleine dagelijkse uitgaven met een
kredietkaart. Men zegt dat dit een steeds groter probleem wordt. Ook
voedingsmiddelen worden met een kredietkaart betaald. Vindt u het
nodig om maatregelen te nemen om de evolutie in het gebruik van
kredietkaarten voor essentiële uitgaven tegen te gaan?
08.01 Katrien Partyka (CD&V):
L'entreprise énergétique Nuon
mène jusqu'au 30 juin une
campagne de promotion en offrant
une réduction aux consommateurs
qui paient par carte Visa ou
Mastercard. Nuon est-elle la seule
entreprise à mener cette action ?
N'est-ce
pas
contraire
à
l'obligation de prudence prévue
par la loi sur le crédit à la
consommation ?
Le
Vlaams
centrum voor Schuldbemiddeling
(centre flamand de médiation de
dettes) a déjà tiré la sonnette
d'alarme concernant le règlement
de
dépenses
de
première
nécessité au moyen de cartes de
crédit.
08.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, er zijn mij geen
andere energieleveranciers bekend die voorzien in de mogelijkheid tot
betaling met een kredietkaart. Op de websites van Essent, Electrabel,
Lampiris en Luminus zijn er in elk geval geen andere, gelijkaardige
promoties.
In casu lijkt het mij niet noodzakelijk om een kaart te gaan waaraan
een kredietopening is verbonden die onder de wet op het
consumentenkrediet valt, wat niet betekent dat die mogelijkheid zich
niet kan voordoen. Nuon vraagt op haar website in elk geval niet dat
het om een dergelijke kaart zou gaan. In die zin lijkt er mij dan ook
geen inbreuk op de wet op het consumentenkrediet.
Overigens moet men zich hoeden voor het hanteren van het begrip
"kredietkaart", waarvoor er geen wettelijke definiëring bestaat. In de
praktijk gaat het doorgaans om een multifunctionele kaart waarmee
verschillende
verrichtingen
kunnen
gebeuren,
zoals
kredietopnemingen, betalingen, eenmalige betalingen enzovoort.
Verder wordt geen van deze kaarten door Nuon opgelegd in het raam
van het sluiten van een energieleveringsovereenkomst.
Op het contract dient het nummer van de bestaande kaart en de
datum van geldigheid van nog minstens een maand te worden
08.02 Paul Magnette, ministre: À
ma connaissance, il n'y a pas
d'autres fournisseurs d'énergie qui
mènent
des
campagnes de
promotion
similaires.
J'estime
également qu'il n'est pas question
en l'occurrence d'une infraction à
la loi sur le crédit à la
consommation. Il s'agit plutôt
d'une
forme
d'assurance,
comparable à une domiciliation. Il
est impossible d'élaborer pour
l'ouverture
de
crédit
une
réglementation
opérant
une
distinction entre les crédits pour
les choses essentielles et les
choses accessoires.
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
ingevuld. Het lijkt hier dan ook veeleer om een vorm van zekerheid te
gaan, vergelijkbaar met een domiciliëring. Ook het onderschrijven van
een domiciliëring of een overschrijving behoren in casu tot de
mogelijkheden. De wet op de handelspraktijken laat toe dat er in
kortingen worden voorzien op basis van de betalingswijze. Ook in het
geval dat de consument in het rood zou gaan op zijn zichtrekening
zonder dat hij beschikt over een kredietopening, betaalt hij een relatief
hoge percentage, vanaf 1 juni 11 tot 12 procent.
Het lijkt mij onmogelijk om voor de kredietopening een regelgeving uit
te werken die een onderscheid maakt tussen kredieten aangegaan
voor essentiële of niet-essentiële zaken. Wel kunnen er problemen
zijn met betrekking tot de duidelijkheid van het contract, de
informatieverstrekking of de reclame. In dat geval lijkt een onderzoek
door de Algemene Directie Controle en Bemiddeling meer
aangewezen. De problematiek zal in elk geval verder worden
onderzocht in het raam van de herziening van de wet op het
consumentenkrediet.
08.03 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de minister, ik neem aan
dat u wettelijk misschien niets kunt ondernemen. Het betalen van
energiefacturen op krediet, met de bijhorende extra kosten, lijkt mij
toch niet de aangewezen weg, zeker voor personen die al schulden
hebben. Ik hoop dat de FOD bij gelegenheid meer aandacht zal
besteden aan die kaarten met kredietopeningen. Personen die al in
de problemen zitten, geraken er steeds meer door in de problemen.
08.03 Katrien Partyka (CD&V):
Le
paiement
de
factures
énergétiques à crédit, avec les
coûts supplémentaires qui en
découlent, n'est pas une bonne
chose, en particulier pour les
personnes qui ont déjà des dettes.
J'espère que votre administration
accordera une attention plus
soutenue à ce problème.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag 13192 van mevrouw Muylle wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
09 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
raadpleging van CANVEK" (nr. 13173)
09 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la consultation
09.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): De overdracht van
kernmaterialen, kernuitrustingen, technologische kerngegevens en
hun afgeleiden aan niet-kernwapenstaten vergt, overeenkomstig de
wet van 9 februari 1981 houdende de voorwaarden voor export van
kernmaterialen en kernuitrustingen alsmede van technologische
gegevens, een machtiging van de minister.
De minister houdt daarbij rekening met het advies van de Commissie
van Advies voor de Niet-Verspreiding van Kernwapens, afgekort
CANVEK.
Mijnheer de minister, ik had van u al eens een overzicht gekregen van
de activiteiten en adviezen die aan CANVEK werden gevraagd. Ik heb
ondertussen echter de jaarrapporten 2007 en 2008 van het Vlaams
Vredesinstituut naast uw overzicht gelegd, vooral dan de aspecten
inzake de buitenlandse handel in wapens en goederen voor tweeërlei
gebruik. Het viel mij op dat melding wordt gemaakt van verschillende
vergunningen voor gevoelig materiaal voor Iran.
09.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!) : La loi du 9 février
1981 prévoit que le transfert, à
destination de pays non dotés
d'armes nucléaires, de matières et
équipements nucléaires, ainsi que
de
données
technologiques
nucléaires est subordonné à une
autorisation du ministre. À cet
égard, le ministre tient compte de
l'avis de la Commission d'Avis
pour la Non-Prolifération des
Armes nucléaires (CANPAN).
Le ministre m'a fourni un aperçu
des avis de la CANPAN et je les ai
mis en parallèle avec les rapports
annuels 2007 et 2008 du Vlaams
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ik vraag mij af of sommige dossiers misschien niet een machtiging
van de minister hadden gevergd in het kader van de hiervoor
genoemde wet van 9 februari 1981. Bij mijn weten en uit lectuur van
mijn vorige vraag werden er in 2007 en 2008 door de minister geen
machtigingen voor uitvoer naar Iran verleend. Werden de bewuste
dossiers wel voorgelegd aan CANVEK? Moesten ze aan CANVEK
worden voorgelegd?
Voor de volledigheid, het gaat over vijf dossiers die in de
jaarrapporten van het Vlaams Vredesinstituut zijn vermeld. Voor 2007
gaat het om een uitvoervergunning voor goederen die bij de aanmaak
of het gebruik van chemische, biologische of nucleaire wapens
kunnen worden aangewend. Voor 2008 gaat het om twee
uitvoervergunningen voor goederen die eveneens bij de aanmaak of
het gebruik van chemische, biologische of nucleaire wapens kunnen
worden aangewend, alsook over twee uitvoervergunningen voor
goederen in het kader van verordening 423/2007 betreffende
beperkte maatregelen ten opzichte van Iran met het oog op het
beperken
van
het
risico
van
de
proliferatie
van
massavernietigingswapens.
Mijn vragen zijn de volgende. Kunt u voor elk van de vijf voornoemde
dossiers mededelen of het dossier aan CANVEK werd voorgelegd?
Zo ja, welk advies werd uitgebracht? Zo neen, gaat het in dat geval
om een inbreuk op de wet van 9 februari 1981? Werd in
laatstgenoemd geval een dossier aan de procureur des Konings
overgezonden?
Ten tweede, kunt u mij mededelen of er ondertussen een wettelijke of
reglementaire regeling is inzake de samenwerking voor de bedoelde
dossiers tussen uw administratie en CANVEK, enerzijds, en de
Gewesten, anderzijds? Verloopt de uitwisseling van gegevens
daarentegen veeleer op informele en vrijwillige wijze?
Ten slotte, over welke middelen beschikt u, indien een Gewest u niet
tijdig of niet volledig over dergelijke dossiers informeert en de wet van
9 februari 1981 dus niet wordt nageleefd?
Vredesinstituut.
Ces
rapports
annuels mentionnent à cinq
reprises des autorisations pour du
matériel sensible destiné à l'Iran. À
ma connaissance, le ministre n'a
toutefois
pas
délivré
d'autorisations d'exportation vers
l'Iran. Ces cinq dossiers ont-ils
bien été soumis à la CANPAN?
Dans l'affirmative, quel avis celle-
ci a-t-elle émis? Dans la négative,
ces dossiers ne devaient-ils pas
obligatoirement
être
soumis,
conformément à la loi de 1981?
Existe-t-il une disposition légale ou
réglementaire
régissant
la
collaboration entre l'administration
du ministre et la CANPAN, d'une
part, et les Régions, d'autre part?
De quels moyens dispose le
ministre lorsqu'une Région ne
l'informe pas à temps de tels
dossiers?
09.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, volgens
het secretariaat van CANVEK zijn er onvoldoende gegevens om na te
gaan of de bewuste uitvoervergunningen, waarnaar u verwijst, op de
vergaderingen van CANVEK werden geagendeerd. Meer details,
zoals de aard van de goederen, zijn nodig om op de vraag accuraat te
kunnen antwoorden.
De uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 februari 1981, zoals het
koninklijk besluit van 12 mei 1989, bepalen welke procedures de
vergunningsautoriteit moet volgen voor het verkrijgen van een
machtiging of voor het verstrekken van informatie.
De garanties op het vreedzaam gebruik van het Belgisch nucleair
programma en de controle op de invoer en uitvoer van nucleaire
goederen, zijn een puur federale aangelegenheid. De machtiging, na
het advies van CANVEK, is alleszins verplicht voor de uitvoer van
nucleaire goederen en nucleaire goederen voor tweeërlei gebruik naar
niet-kernwapenstaten buiten de Europese Unie.
09.02 Paul Magnette, ministre: La
CANPAN a fait savoir qu'elle ne
pourra répondre à cette question
que si elle dispose d'autres détails.
Les arrêtés d'exécution de la loi du
9
février
1981
fixent
les
procédures à suivre par l'autorité
de licence. L'utilisation pacifique
du programme nucléaire belge et
le contrôle du commerce des
marchandises nucléaires sont des
matières fédérales. Une licence
est, de toute façon, indispensable
pour exporter hors de l'Union
européenne des marchandises
nucléaires vers des États non
dotés d'armes nucléaires. Il est
inacceptable que les Régions
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Het is voor mij onaanvaardbaar indien de Gewesten een
exportvergunning voor de uitvoer van nucleaire goederen of nucleaire
goederen voor tweeërlei gebruik zouden afleveren zonder de vereiste
machtiging, of zonder advies van CANVEK, zoals de wet dat nochtans
voorschrijft. Het is de verantwoordelijkheid van de regionale minister
om de dossiers te bezorgen aan CANVEK, zodat België aan zijn non-
proliferatieverplichtingen kan voldoen.
Bovendien zijn er controle-instrumenten. De uitvoer van zuiver
nucleaire goederen of nucleaire goederen voor tweeërlei gebruik naar
niet-kernwapenstaten buiten de Europese Unie door een Belgische
exporteur kan strafrechterlijk worden gesanctioneerd, indien er geen
machtiging voor de uitvoer werd gegeven.
Er bestaat ook nog een notificatieplicht voor zuiver nucleaire
goederen aan IAEA. Dat werd opgelegd via het aanvullend protocol
van IAEA dat België heeft geratificeerd met de andere Europese niet-
kernwapenstaten en Euratom. De controle van die goederen is dus
sluitend.
Daarnaast is er nog de controlebevoegdheid van de administratie der
Douane en Accijnzen, die onder de bevoegdheid valt van de minister
van Financiën.
Ik herinner u bovendien dat ik geen machtiging hoef te geven voor de
uitvoer van goederen die niet in de nucleaire exportlijsten staan. Dat is
het geval voor uitvoervergunningen die vallen onder artikel 4.1 van de
Europese verordening 1334/2000, de zogenaamde catch all-clausule.
Die clausule kan wel worden ingeroepen om een advies aan CANVEK
te
vragen.
Het
secretariaat
zegt
dat
CANVEK
haar
verantwoordelijkheid opneemt en iedere uitvoeraanvraag, meer
bepaald naar Iran, onderzoekt, indien het Gewest of de exporteur een
advies vraagt, ook al staan de goederen niet op de nucleaire
exportlijst.
Het secretariaat van CANVEK verzekert mij dat zij verleden jaar van
het Vlaams Gewest geen uitvoeraanvraag hebben ontvangen voor
goederen die vallen onder verordening 423/2007 betreffende
beperkende maatregelen ten opzichte van Iran.
Ik wil uw aandacht ook vestigen op het feit dat talrijke goederen die
niets met de nucleaire sector te maken hebben, onder de verordening
vallen. Nogmaals, ik heb te weinig gegevens over de dossiers die u
hebt vermeld, om te weten waarover het gaat.
Voor de uitvoer van goederen die niet op de nucleaire exportlijst
staan, heeft het secretariaat van CANVEK vastgesteld dat er een
goede coöperatie met het Waals en het Brussels Gewest bestond. De
medewerking met het Vlaams Gewest zou daarentegen beter
moeten. Inderdaad, CANVEK heeft de technische competenties om
objectieve raad te geven en zou zo vaak mogelijk moeten worden
geraadpleegd.
In die zin heb ik een maand geleden een brief gestuurd naar minister
Ceysens. Ik ben er voorstander van dat de federale
overheidsinstellingen nauwer worden betrokken bij de besluitvorming
over de uitvoer van zulke goederen in een breder wettelijk kader om
puissent délivrer une licence
d'exportation
pour
ces
marchandises sans autorisation ou
sans avis de la CANPAN. Cette
question
ressortit
à
la
responsabilité
des
ministres
régionaux.
Il existe aussi des instruments de
contrôle.
L'exportation
sans
licence est passible de sanctions
pénales.
Ajoutons
à
cela
l'obligation de notification des
marchandises
purement
nucléaires
à
l'Agence
internationale d'énergie atomique
(AIEA),
sans
oublier
la
compétence de contrôle des
douanes et accises.
Je ne dois pas délivrer de licence
pour
l'exportation
de
marchandises qui ne tombent pas
sous le coup des critères liés à
l'exportation de marchandises
nucléaires, comme pour les
licences régies par l'article 4.1 du
règlement européen 1431/2000.
La clause peut cependant être
invoquée pour demander l'avis de
la CANPAN. Celle-ci assure que
toute demande d'exportation vers
l'Iran est examinée si la Région ou
l'exportateur le souhaite, même si
les marchandises ne figurent pas
sur la liste des exportations
nucléaires.
La CANPAN me garantit qu'elle
n'a reçu, l'an passé, aucune
demande d'exportation de la
Région
flamande
pour
des
marchandises relevant de la
directive 423/2007. Je ne dispose
cependant
pas
de
données
suffisantes
concernant
les
dossiers concrets pour avoir une
connaissance précise de ces
derniers.
Selon la CANPAN, si les régions
wallonne et bruxelloise collaborent
utilement, la coopération avec la
Région flamande est perfectible.
La CANPAN dispose pourtant du
savoir-faire nécessaire et devrait
en
effet
faire
l'objet
de
consultations aussi fréquentes que
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
het regime van nucleaire non-proliferatie te versterken.
possible en vue de renforcer la
politique belge en matière de non-
prolifération.
J'ai
envoyé
un
courrier en ce sens à la ministre
flamande
concernée,
Mme
Ceysens.
09.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik dank u voor uw uitvoerig en volledig antwoord. Ik heb een
detailopmerking over de clausule catch all. Catch all betekent dat
producten die niet als vergunningsplichtig worden opgesomd, maar
die wegens mogelijk gebruik tegen de geest van het
exportcontroleregime ingaan, toch vergunningsplichtig zijn. Dus kan
het zijn dat er toch een vergunning nodig is.
U verwoordt het eigenlijk nog diplomatisch door te zeggen dat het
onaanvaardbaar is. Het is eigenlijk schandalig dat het Vlaams Gewest
er zijn voeten aan veegt, dat er geen andere middelen zijn en dat er
geen fatsoenlijk regelgevend kader is waarin een en ander kan
plaatsvinden. Het lijkt mij evident dat, als er zaken worden uitgevoerd
en wij kennen de reputatie van Vlaanderen ter zake , zeker naar
gevoelige landen als Iran, er nauwkeurig mee wordt omgegaan. U
hebt het niet gezegd, maar ik lees tussen de lijnen dat er een
mogelijke overtreding van de CANVEK-wetgeving kan zijn. Dat is
gewoon schandalig.
In die zin meen ik dat er verdere opvolging moet gebeuren. Zeker als
er nieuwe gewestelijke overheden komen, moet er dringend worden
nagedacht over een samenwerkingsakkoord tussen het federale
niveau en de Gewesten inzake de toepassing van de CANVEK-
wetgeving.
09.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Le
ministre
s'exprime
d'une
façon
très
diplomatique. Le non-respect des
règles par la Région flamande
ainsi que l'absence d'un cadre
réglementaire digne de ce nom
sont proprement scandaleux ! Je
déduis de la réponse du ministre
que la législation relative à la
CANPAN n'a peut-être pas été
respectée.
Il convient de réfléchir d'urgence à
la conclusion d'un accord de
collaboration entre le niveau
fédéral et les Régions en ce qui
concerne la législation CANPAN.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de vertraging van de bouw van
windmolens op de Thorntonbank" (nr. 13122)
- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Klimaat en Energie over "het investeren in offshore
windenergie als middel om de 2020-doelstellingen inzake hernieuwbare energie te halen" (nr. 13192)
10 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le retard encouru dans la construction
d'éoliennes sur le banc de Thornton" (n° 13122)
- Mme Nathalie Muylle au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les investissements dans la
production d'énergie éolienne offshore afin d'atteindre les objectifs d'énergies renouvelables fixés
pour 2020" (n° 13192)
10.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, volgens berichten in de pers wordt de uitbouw
van het windmolenpark in de Thorntonbank vertraagd. Er zouden dit
jaar geen windmolens meer bijkomen. Er staan er momenteel zes, als
wij goed zijn ingelicht. Allerlei problemen zouden ervoor zorgen dat de
vierentwintig geplande windmolens dit en volgend jaar niet worden
geplaatst. De kredietcrisis zou een van de oorzaken zijn. Helemaal
onverwacht komt dit bericht niet. Ik ondervroeg u vorig jaar als eens
over de eventuele gevolgen van de kredietcrisis voor dit project. Wij
voelden toen al aan dat er iets te gebeuren stond.
10.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il me revient que la
construction du parc d'éoliennes
sur le banc de Thornton serait
retardée en raison de la crise
économique. Six éoliennes ont été
érigées à ce jour et l'érection
d'autres éoliennes ne serait pas
prévue pour le moment. Or l'année
prochaine, 6% de notre production
d'électricité devront être issus de
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Ik zal proberen mijn concrete vragen zo kort mogelijk te houden. Ten
eerste, volgend jaar moet 6 procent van de elektriciteitsproductie uit
hernieuwbare energiebronnen komen. Komt dit cijfer, door het uitstel
van de verdere uitbouw van de Thorntonbank, al dan niet in het
gedrang?
Ten tweede, Australië heeft in de nasleep van de economische crisis
aangekondigd verschillende milieuplannen in het vriesvak te zullen
opbergen. Dreigt dit in België ook te gebeuren?
Ten derde, de woordvoerder van C-Power haalt als voornaamste
redenen aan dat er technische problemen zouden zijn bij de
aansluiting van de eerste zes turbines en de aanslepende
kredietcrisis. Kunt u nader toelichten wat er precies verkeerd loopt in
dit project?
Ten vierde, als de kredietcrisis inderdaad een van de redenen is voor
de vertraging van dit project komt België dan wel met voldoende
stimulerende middelen over de brug? Waarom zou u als overheid
bijvoorbeeld Elia niet kunnen aanzetten om in alternatieve energie te
investeren?
Ten vijfde, welke maatregelen meent u te kunnen nemen, mijnheer de
minister, om de bouw van deze windmolens opnieuw te activeren?
sources renouvelables d'énergie.
Ne risquons-nous pas, de ce fait,
de ne pas être à mêmes
d'atteindre
cet
objectif?
La
Belgique
renoncera-t-elle
à
d'autres projets écologiques à
cause de la crise? Est-il exact que
le raccordement des six premières
turbines pose aussi des problèmes
d'ordre technique? Si c'est la crise
du crédit qui est à l'origine de ce
retard, une question se pose: le
gouvernement belge joue-t-il en la
matière un rôle suffisamment
stimulateur? Ne pourrait-il pas
inciter Elia à investir dans des
sources
d'énergie
non
traditionnelles?
Comment
le
ministre pourrait-il redynamiser la
construction d'éoliennes?
10.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, de projecten C-
Power en Belwind beschikken over alle nodige vergunningen. Voor
Eldepasco moeten dit jaar nog de bouw- en exploitatievergunningen
en de vergunning voor kabelaanleg in zee worden afgeleverd. Het
globale vermogen voor deze drie projecten samen bedraagt ongeveer
850 megawatt. Op dit ogenblik is er een vermogen van 30 megawatt
geïnstalleerd en in dienst gesteld door C-Power. Fase 2 van C-Power
en fase 1 van Belwind zouden eind 2009 of begin 2010 van start
kunnen gaan.
Het project C-Power is slechts een van de talrijke lopende projecten
inzake hernieuwbare energieën. Mijn gewestelijke collega's hebben
mij onlangs bevestigd dat zij overtuigd zijn dat zij het objectief van 6
procent hernieuwbare elektriciteit zullen halen binnen de gestelde
termijn, namelijk tegen 2010. Ik zie niet in waarom België bepaalde
milieuvriendelijke projecten inzake hernieuwbare energie tijdelijk zou
stopzetten of bevriezen. Precies om uit de economische crisis te
geraken ben ik ervan overtuigd dat dergelijke industriële projecten
met een innovatief karakter en tewerkstellingspotentieel zullen
bijdragen tot een duurzame economische groei.
Het project C-Power heeft enige vertraging opgelopen, wat niet
verwonderlijk is. Inderdaad, de toegepaste technieken zijn
vernieuwend en het arbeidsmilieu bijzonder moeilijk beheersbaar en
soms zelfs onveilig. De huidige kredietcrisis heeft uiteraard haar
gevolgen voor het inzamelen van de nodige kredieten. Zoals ook voor
andere bedrijven is het veeleer een probleem van verstrekken van
voldoende liquiditeiten ingevolge een gebrek aan vertrouwen voor
interbancaire operaties. De wetgeving voorziet bovendien in een
gunstig steunregime voor deze offshore-projecten. Dit stabiele
juridische kader tussenkomst in de kabel, groene stroomcertificaten,
regeling voor productieafwijkingen is juist een hefboom om
voldoende financiële middelen aan te trekken.
10.02 Paul Magnette, ministre: C-
Power et Belwind disposent déjà
de toutes les licences nécessaires.
Pour Eldepasco, des licences
devront encore être délivrées cette
année. La puissance globale pour
les
trois
projets
s'élève à
850 mégawatts. À l'heure actuelle,
C-Power
a
déjà
fourni
30 mégawatts. Il ne s'agit là que
d'un des nombreux projets dans le
domaine
des
énergies
renouvelables.
Les
ministres
régionaux m'ont encore assuré
récemment que l'objectif des 6%
d'énergies renouvelables sera
atteint pour 2010. Je ne vois pas
pourquoi la Belgique arrêterait ou
gèlerait des projets maintenant. Au
contraire, ce sont précisément des
projets innovants de ce type, avec
un important potentiel de création
d'emplois, qui nous aideront à
sortir
de
la
crise
et
qui
contribueront également à une
croissance économique durable.
Le projet C-Power a pris un certain
retard parce que les techniques
appliquées sont nouvelles. La
crise
a
évidemment
des
conséquences pour la collecte des
crédits nécessaires mais il s'agit
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Ik blijf uiteraard openstaan voor nieuwe initiatieven zoals die uit het
platform Belgium North Sea Wind Energy Platform worden ingeleid en
besproken, zoals het versterken van de investeringsmogelijkheden en
de middelen van de transportnetbeheerder in de aansluiting van
offshore-windenergie in de zee en op het land.
Tevens is er de verdere uitwerking van het Europees recovery plan,
dat in 10 miljoen euro voorziet voor het project Thorntonbank, naast
de 165 miljoen euro voor het project North Sea Grid, dat door acht
landen zal worden gecoördineerd.
Ten slotte kan ik u meedelen dat tijdens deze legislatuur binnen mijn
bevoegdheden reeds de volgende dossiers zijn afgehandeld ter
uitvoering van het wettelijk kader.
Ten eerste, een vereenvoudigde instructieprocedure voor de minder
belangrijke wijzigingen van al toegestane domeinconcessies. Deze
verkorte en vereenvoudigde procedure laat toe aanpassingen te doen
aan de ingediende domeinconcessies teneinde bijvoorbeeld binnen
de toegelaten voorwaarden van de domeinconcessie de capaciteit
aan de snelgroeiende technologie aan te passen.
Ten tweede, een bijzonder stelsel van productieafwijkingen, dat is
aangepast aan de verschillen in de productie van de offshore
installaties, wat moet toelaten om binnen een bepaalde breedband, de
zogenaamde balancing, productie van windenergie op het
hoogspanningsnet aan te kondigen en te vervoeren.
Ten derde, de procedure van financiering van de toeslag inzake de
offshore groenestroomcertificaten. Ook daarvoor is een specifiek
kader gecreëerd dat de transportnetbeheerder toelaat de verplichte
aankoop van groenestroomcertificaten voor offshore te solidariseren
via een toeslag op de nettarieven zolang er geen specifieke of
gezamenlijke afzetmarkt voor deze federale certificaten op
gewestelijke of andere markten bestaat.
Ten vierde, een eigen reglementeerkader voor de ontwikkeling van
federale garantiecertificaten van oorsprong voor de productie van
offshorewindenergie. De wettelijke bepaling ter zake is immers
opgenomen in artikel 107 van de wet van 22 december 2008,
houdende diverse bepalingen.
Deze wettelijke, reglementaire en administratieve bepalingen beogen
uitdrukkelijk een gunstig investeringsklimaat om projecten inzake
offshore-energie tot stand te brengen door, inzonderheid gelet op het
industriële en innovatieve karakter van die projecten, een
aanvaardbaar financieel rendement te bieden dat tevens een
hefboom betekent voor het aantrekken van externe financiering.
plutôt d'un problème de liquidité
des banques. La législation prévoit
en outre un régime de soutien
favorable
pour
ces
projets
offshore. Ce cadre stable constitue
un levier pour attirer des moyens
financiers suffisants.
La mise en oeuvre du plan de
relance européen, qui prévoit
10 millions d'euros pour le banc
Thornton, outre les 165 millions
d'euros pour le projet North Sea
Grid qui sera coordonné par huit
États membres, sera également
poursuivie.
Où en est aujourd'hui la mise en
oeuvre du cadre légal?
La procédure d'instruction relative
aux modifications mineures de
concessions
domaniales
déjà
octroyées a été simplifiée. Le
système des écarts de production
a été adapté aux différences de
production des installations off-
shore, ce qui devrait permettre de
transporter la production d'énergie
éolienne sur le réseau haute
tension au sein d'une certaine
largeur de bande. La procédure de
financement de la surcharge
relative
aux
certificats
verts
offshore a été adaptée. Un
certificat a été créé pour permettre
au gestionnaire du réseau de
transport de «solidariser» par le
biais d'une surcharge sur les tarifs
de réseau tant qu'aucun débouché
spécifique ou commun n'existe
pour ces certificats fédéraux sur
des marchés régionaux ou autres.
En outre, un cadre réglementaire
propre a été élaboré pour le
développement de certificats de
garantie d'origine fédéraux pour la
production
d'énergie
éolienne
offshore.
Toutes ces dispositions visent à
créer un climat d'investissement
favorable pour des projets en
matière d'énergie offshore, ainsi
qu'à offrir un rendement financier
acceptable constituant un levier
susceptible
d'attirer
des
financements externes.
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
10.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw omstandig antwoord en neem er nota van dat u en de
gewestelijke overheden ervan overtuigd blijven dat u tegen 2010 de
genoemde 6 procent hernieuwbare energie zult halen.
Ik neem er ook nota van dat u zei dat investeringen, ook op het vlak
van windenergie, nodig blijven, net om de economische crisis te
bekampen. Er is door de nieuwe technieken en door de kredietcrisis
immers een vertraging gekomen.
Mijnheer de minister, u zei ook dat het Europese plan ook voorziet in
mogelijkheden om de investeringsopportuniteiten te versterken.
Ik noteer eveneens dat het probleem bij de kredietcrisis het geven van
liquiditeiten door een gebrek aan vertrouwen bij bancaire instellingen
of kredietgevers is.
Ik meen dan ook dat het misschien in het belang van de huidige
regering zou kunnen zijn om samen met de kredietgevers na te gaan
of er van overheidswege kan worden gezorgd voor het opkrikken van
het vertrouwen, door het verlenen van bepaalde waarborgen of door
het steunen van de windmolenindustrieën en op die manier de bouw
van de windmolens opnieuw te activeren.
Immers, zoals ik de zaken nu zie, zullen de vierentwintig geplande
molens er niet komen in 2009 noch in 2010, tenzij u andere informatie
hebt die een ander antwoord toelaat.
Wij zullen deze aangelegenheid blijven opvolgen.
10.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le ministre conçoit ces
investissements comme un moyen
de lutter contre la crise. Il
s'indiquerait peut-être que le
gouvernement se concerte avec
les investisseurs pour examiner
quelles garanties ou quelles aides
l'État pourrait apporter à l'industrie
de l'énergie éolienne, de manière
à accroître la confiance. Dans la
situation actuelle, les 24 éoliennes
ne seront pas installées, ni en
2009 ni en 2010.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
uitvoer van materiaal naar Iran" (nr. 13174)
11 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'exportation de
11.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, deze vraag heeft ook betrekking op
de adviezen die worden gegeven door de Commissie van Advies voor
de Niet-Verspreiding van Kernwapens, CANVEK. ln 2005 heeft
CANVEK een negatief advies gegeven over de uitvoer van een
tabletteermachine van grafiet naar Iran na herziening van een vroeger
positief advies op basis van bijkomende informatie.
Dit roept een aantal vragen bij mij op omdat de uitvoer van
tabletteermachines voor grafiet bij mijn weten niet onderworpen is aan
de wet en regelgeving op de overdracht van kernmaterialen, in
tegenstelling tot nucleaire tabletteermachines. Bovendien bestaat het
risico dat de machine tussen het positief en het negatief advies al
uitgevoerd is of dat het betrokken bedrijf bij verbod op uitvoer de Staat
dagvaardt om schadevergoeding te bekomen.
Mijnheer de minister, ik heb hierover de volgende vragen.
Ten eerste, waarom kreeg dit dossier eerst een positief advies en dan
11.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): En 2005, la
Commission d'avis pour la non-
prolifération des armes nucléaires
(CANPAN) a formulé un avis
négatif à propos de l'exportation
d'une pastilleuse pour le graphite
vers l'Iran alors qu'elle avait
prédcédemment formulé un avis
favorable. Comment s'explique ce
revirement?
La machine en
question
avait-elle
déjà
été
exportée vers l'Iran? Dans la
négative,
l'entreprise
a-t-elle
demandé des dommages et
intérêts à l'État belge? Cette
éventuelle
exportation
ne
constituait-elle pas une infraction
au traité de l'Euratom, aux règles
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
een negatief advies?
Ten tweede, werd de machine al of niet naar Iran uitgevoerd?
Ten derde, zo neen, heeft het bedrijf dan schadevergoeding gevraagd
aan de Belgische Staat?
Ten vierde, als de uitvoer wel doorging, is dat dan een overtreding
van het Euratom-verdrag, de regels van de Nuclear Suppliers Groupe,
de VN-resoluties over Iran of de IAEA-bepalingen? Zo neen, waarom
niet? Zo ja, werd die overtreding dan aan die instanties gemeld?
Ten vijfde, kunt u garanderen dat het bedrijf dat de machine bestelde
geen verbanden heeft met verdachte lraanse bedrijven op de officiële
lijsten van de VN of de EU?
Ten zesde, wat waren de adviezen van Buitenlandse zaken en van de
Veiligheid van de Staat bij de behandeling van het dossier?
du Nuclear Suppliers Group, aux
résolutions des Nations Unies sur
l'Iran ou aux dispositions de
l'AIEA? Le ministre peut-il garantir
que l'entreprise qui a commandé
la machine n'avait aucun lien avec
les
entreprises
iraniennes
suspectes figurant sur les listes
officielles de l'ONU ou de l'UE?
Quels avis ont rendu l'Intérieur et
la Sûreté de l'État sur ce dossier?
11.02 Minister Paul Magnette: Geachte collega, het ging om een
wijziging van bestelling. Volgens de gegevens op het oorspronkelijk
contract tussen de exporteur en de Iraanse klant was er volgens de
CANVEK geen risico op nucleair gebruik voor de levering van de
machines voor het tabletteren van grafiet. Een tabletteermachine voor
grafiet komt niet voor op de nucleaire uitvoerlijsten. De CANVEK heeft
haar oordeel geveld op basis van de informatie over de
oorspronkelijke bestelling. Op haar vergadering heeft zij geoordeeld
dat er geen nucleair proliferatierisico was.
De exporteur heeft een jaar nadien de vraag gekregen van de Iraanse
klant om de bestelling te wijzigen en aan te vullen naar aanleiding van
de gewijzigde technische vereisten van de machine. Naar aanleiding
van de vraag om bijkomende machineonderdelen van de Iraanse
klant, heeft de exporteur de uitvoeraanvraag voor een nieuw advies
aan de CANVEK voorgelegd. Als eindgebruik stond nog steeds
officieel het tabletteren van grafiet vermeld. Uit de bijkomende
gedetailleerde informatie die de leden van CANVEK van de exporteur
ontvingen, oordeelden de leden van de CANVEK dat er voor de
gewijzigde bestelling en de bijkomende onderdelen wel degelijk een
risico voor nucleair gebruik was.
De pers was met de gewijzigde technische vereisten en de
bijkomende onderdelen niet bruikbaar voor het persen van grafiet
maar wel van uranium. De machtiging werd dus geweigerd op basis
van een negatief advies van de CANVEK. De basisuitrusting werd
geleverd maar is onbruikbaar zonder de onderdelen. De machine
werd nooit aangepast en de essentiële machineonderdelen nodig voor
het nucleair gebruik van de machine zijn nooit uitgevoerd. Er was
geen sprake van een fout. De exporteur heeft zijn volle medewerking
verleend aan het onderzoek van de CANVEK en aan de
informatieverstrekking van het IAEA.
Er is geen overtreding van het Euratom-verdrag, noch van het non-
proliferatieverdrag, de regels van de Nuclear Suppliance Group, de
resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Iran
of de IAEA-bepalingen. België heeft de relevante informatie over de
weigering van de uitvoer vanwege de verificatietaken van de IAEA op
Iraans grondgebied vrijwillig maar formeel aan Euratom en het
11.02 Paul Magnette, ministre:
Tout le problème réside dans le
fait que la commande initiale a été
modifiée. Lors de la commande
initiale, la CANPAN a décidé qu'il
n'y avait pas de risque de
prolifération nucléaire. Ce risque
est apparu après la modification
de la commande. C'est la raison
pour laquelle l'équipement de base
a été livré, mais sans les
composantes supplémentaires qui
permettraient d'affecter la machine
à
un
usage
nucléaire.
L'exportateur
a
pleinement
collaboré à l'enquête de la
CANPAN et à la communication
d'informations à l'IAEA. Il n'est dès
lors pas question d'infraction à un
quelconque traité ou à une
quelconque réglementation. La loi
du 11 décembre 1998 interdit à la
CANPAN
de
diffuser
des
informations
concernant
l'utilisateur final. La CANPAN avait
d'ailleurs rendu son avis à
l'unanimité.
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
secretariaat van IAEA meegedeeld.
Informatie over de eindgebruiker valt onder de regels van de
geheimhouding. De wet van 11 december 1998 betreffende de
classificatie van informatie verbiedt het secretariaat en de leden van
de CANVEK om deze informatie vrij te geven. Ik kan alleen zeggen
dat de informatie over de eindgebruiker in dit dossier nuttig was maar
niet essentieel.
De leden van de CANVEK hebben voor dit dossier een unaniem
advies gegeven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
toekomst van biobrandstoffen en biomassa in België" (nr. 13182)
12 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'avenir des
biocarburants et de la biomasse en Belgique" (n° 13182)
12.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
de voorgaande vragen handelden daar ook al deels over. Ik wil mijn
vraag algemener stellen naar aanleiding van het bereikte akkoord. Ik
heb u al verschillende keren horen zeggen en ik heb absoluut geen
reden om daaraan te twijfelen dat u een groot voorstander bent van
een voorzichtig en duurzaam beleid op het vlak van biomassa en
biobrandstoffen. In een niet zo recent verleden hebben de uitspraken
van andere ministers in de praktijk aangegeven dat terughoudendheid
en reflectie rond dit thema meer dan nodig zijn.
Ik ben er zelf absoluut van overtuigd dat we ons op een cruciaal
moment bevinden om een duidelijke visie met betrekking tot het
beleid inzake biomassa en biobrandstoffen te ontwikkelen. Er zijn
internationale doelstellingen op het vlak van hernieuwbare energie. Er
zijn de doelstellingen op het vlak van transport. Men kan het dossier
eigenlijk vanuit verschillende hoeken benaderen: mobiliteit, landbouw,
ontwikkeling van het zuiden, energie-onafhankelijkheid. Als dat
gefragmenteerd en niet-geïntegreerd gebeurt, loopt men grote risico's
van niet-samenhangend beleid of, erger nog, geen zicht op welke
kant het beleid nu eigenlijk uit wil.
Ik heb nog eens gekeken naar de conclusies van de Lente van het
Leefmilieu en ik meen dat daar toch tot een aantal aanzetten zijn
gegeven om tot een geïntegreerd beleid met visie te komen. Er
werden een aantal bouwstenen gelegd zoals bijvoorbeeld de
beslissing om een nationaal observatorium op te richten, de evaluatie
van het Belgisch beleid inzake de indicatieve doelstellingen en
transparantie wat betreft de productieketen waarover het daarstraks
ging. Bovendien waren die beslissingen, beslissingen met consensus
van de stakeholders. Dit lijkt mij dus een basis om op verder te
bouwen of van te vertrekken, zonder dat ze uiteraard voldoende zijn.
Ik kom dan bij mijn vragen. Wat is de stand van zaken met betrekking
tot de oprichting van het observatorium voor biobrandstof? Hoeveel
overlegvergaderingen hebben hierover al plaatsgevonden en met
welke stakeholders?
Zal het observatorium op zichzelf worden opgericht of zal het deel
12.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
En
ce
qui
concerne la politique en matière
de biomasse et de biocarburants,
les conclusions du Printemps de
l'Environnement
comprennent
plusieurs impulsions telles que la
création
d'un
observatoire
national, l'évaluation de la politique
de la Belgique en matière
d'objectifs indicatifs et la mise en
oeuvre
d'une
plus
grande
transparence dans les filières de
production. Où en est la mise en
oeuvre
de
ces
conclusions
concrètes?
Quelle a été la conclusion de
l'évaluation de la politique belge
concernant les objectifs indicatifs
en matière de biocarburants de la
première
génération?
Quels
critères la Belgique prône-t-elle en
la matière au niveau européen?
Disposons-nous pour la Belgique
d'un aperçu des flux de déchets
pouvant être utilisés pour la
production d'électricité et de
chaleur?
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
uitmaken van het globaal energieobservatorium?
Ten tweede, wat is de stand van zaken met betrekking tot de
uitwerking van een nationale biomassastrategie?
Ten derde, wat is de stand van zaken met betrekking tot het in kaart
brengen van de transparantie van de keten? Is er al een
overeenkomst gesloten met de biobrandstofproducenten om
informatie over hun productieketen openbaar te maken? Indien ja, zal
de overheid die informatie dan verstaanbaar en transparant maken
voor het grote publiek? Indien neen, wat is de timing en welke zijn de
eventuele knelpunten om tot een dergelijke overeenkomst te komen?
Ten vierde, wat was de conclusie van de evaluatie van het Belgisch
beleid inzake de indicatieve doelstellingen betreffende biobrandstoffen
van de eerste generatie? Ik denk dat u daarop al hebt geantwoord
naar aanleiding van een vorige vraag van een collega.
Ten vijfde, wat is de visie van de minister met betrekking tot het
gebruik van biobrandstof en biomassa? Voor welke criteria ijvert
België op Europees niveau, enerzijds voor biobrandstoffen en bio-
liquids en anderzijds voor biomassa?
Ten zesde, bestaat er voor België een overzicht van de afvalstromen
die inzetbaar zijn als biomassa voor de productie van elektriciteit en
warmte, na aftrek van bruikbare toepassingen? Als dat niet bestaat, is
het dan een mogelijke opdracht voor het observatorium om dat in
kaart te brengen?
12.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, het volgen
van de biomassastroom en de prijzen is van uiterst groot belang, in
het bijzonder voor het gewestelijk beleid ter bevordering van
hernieuwbare energiebronnen. De federale staat en de Gewesten
zullen, in overleg, onderzoeken of het mogelijk is om een
observatorium voor biomassa op te richten en hoe dat op
institutioneel vlak best haalbaar is.
De eerste vergadering, met vertegenwoordigers van besturen,
onderzoekscentra en deskundigen vond plaats in november 2008. De
ontwikkeling van biomassa-energie is net als de andere hernieuwbare
energiebronnen een gewestelijke bevoegdheid. Er wordt momenteel
een actieplan voorbereid om aan de eisen van de nieuwe
desbetreffende Europese richtlijn te voldoen. Een deel van dit
actieplan zal aan biomassa-energie worden besteed en zal
voornamelijk bestaan uit gewestelijke strategieën.
De productieketen van biobrandstof is nog niet transparant. Mijn
administratie is thans het reglementaire kader aan het uitwerken dat
de verplichte bijmenging van biobrandstoffen voorbereidt en dat op
1 juli 2009 in werking moet treden. De overeenkomsten die met de
biobrandstofproducenten moeten worden opgesteld, zullen in
september 2009 van start gaan en zullen de wijze van bekendmaking
aan het publiek bepalen.
In 2007 en 2008 werden respectievelijk 1,05 procent en 1,13 procent
biobrandstof op de markt gebracht, op basis van de energie-inhoud,
tegenover 3,5 en 4,25 procent, zoals bepaald in het KB van 4 maart
2005 voor diezelfde periode. Deze verschillen zijn te verklaren door
12.02 Paul Magnette, ministre:
L'État fédéral et les Régions
examinent
actuellement
la
possibilité de créer un observatoire
pour la biomasse. La première
réunion consacrée à ce sujet s'est
tenue en novembre 2008. Nous
sommes en train de préparer un
plan d'action pour répondre aux
exigences
de
la
directive
européenne. Une partie de ce plan
englobera l'énergie tirée de la
biomasse
et
consistera
en
stratégies régionales compte tenu
qu'il s'agit essentiellement là d'une
compétence régionale.
Mes services élaborent en ce
moment un cadre réglementaire
afin de rendre obligatoire la
substitution par des biocarburants.
Ce cadre devrait entrer en vigueur
le 1
er
juillet 2009. Quant aux
accords
conclus
avec
les
producteurs de biocarburants, ils
devraient
prendre
effet
en
septembre 2009.
En 2007 et 2008, 1,05% et 1,13%
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
het juridisch kader van de wet van 10 juni 2006, die het promoten van
biobrandstoffen regelt. Het betreft hier dus geen verplichte
bijmenging. De accijnzenvermindering op biodiesel is relatief beperkt,
17 euro minder, voor 1.000 liter, in vergelijking met het accijnsniveau
voor fossiele diesel. Rekeninghoudend met de prijsschommelingen
van de grondstoffen zet dit de operatoren er niet toe aan
biobrandstoffen aan hun producten toe te voegen. De bouw van bio-
ethanolproductie-eenheden heeft vertraging opgelopen.
Eind 2007 moest worden gestart met het op de markt brengen van
bio-ethanol. Dat is pas in juli 2008 gebeurd. De laatste bio-
ethanolproductie-eenheid is in januari 2009 met haar productie van
start gegaan.
Ten slotte, de kostprijs van biobrandstoffen is niet opgenomen in de
programmaovereenkomst die de maximumprijs voor brandstoffen
vastlegt. Die situatie zal in het raam van de verplichte bijmenging
worden gecorrigeerd.
De recente publicatie van de richtlijn ter bevordering van het gebruik
van energie dat uit hernieuwbare bronnen is geproduceerd, moet
België in staat stellen zijn doelstelling van 13 procent hernieuwbare
energie voor 2020 te halen. In de richtlijn is natuurlijk voorzien in het
gebruik van duurzaamheidscriteria. België zal erover waken dat die
worden nageleefd.
De doelstelling op korte termijn is de oprichting van een structuur die
zal toezien op de naleving van die criteria en de erkenning van
certificatiesystemen of het opzetten ervan. Daartoe zal eind 2009 het
comité duurzaamheid biobrandstoffen, ingesteld bij de richtlijn,
bijeenkomen om de erkenning van de certificatiesystemen aangaande
de duurzaamheidscriteria van biobrandstoffen en biomassa binnen de
Europese Unie op mekaar af te stemmen. Aan de hand van een
nauwkeurige vragenlijst moet België jaarlijks specifieke gegevens in
verband met biomassa en afval, ook recuperatieproducten genoemd,
aan internationale instanties zoals het IEA, Eurostat en de Verenigde
Naties, meedelen, overeenkomstig haar internationale verplichtingen.
Ons land beschikt dan ook over alle statistieken over zowel biomassa
als afval dat wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken. Die
gegevens worden rechtstreeks door de elektriciteitsproducenten
meegedeeld aan het bestuur Energie, dat daarmee de stroom van
elektriciteit die in België wordt geproduceerd vanaf de productie tot
het verbruik, kan bepalen. De gegevens worden ook in een globale
energiebalans voor België met een bepaalde opmaak ingelast,
waardoor de gebruikers internationale vergelijkingen kunnen maken.
seulement de biocarburants ont
été
commercialisés.
La
substitution n'est pas obligatoire et
la réduction des accises pour le
biodiesel est relativement limitée si
bien que les opérateurs ne sont
pas enclins à procéder à cette
substitution.
De
plus,
la
construction
des
unités
de
production de bioéthanol a pris du
retard.
Le
bioéthanol
n'a
été
commercialisé qu'à partir de juillet
2008. La dernière unité de
production a été mise en service
en janvier 2009. Le coût des
biocarburants n'est pas inscrit
dans le contrat-programme relatif
aux
prix
maximums
des
carburants. Ce problème sera
résolu dans le cadre de l'obligation
de mélange.
Une structure chargée de la
surveillance
du respect
des
critères de durabilité inscrits dans
la directive européenne et de la
reconnaissance des systèmes de
certification sera mise en place à
court terme. Fin 2009, le Comité
pour
la
durabilité
des
biocarburants harmonisera ces
systèmes de certification au sein
de l'Union européenne.
La Belgique doit communiquer
annuellement
des
données
spécifiques relatives à la biomasse
et aux déchets par le biais d'un
questionnaire à l'AIE, à Eurostat et
aux
Nations
Unies.
Les
producteurs
d'énergie
transmettent
directement
ces
données à l'administration de
l'Énergie, qui peut ainsi déterminer
le flux d'électricité total en
Belgique du stade de la production
à celui de la consommation et le
comparer aux autres pays.
12.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ik dank de minister
voor zijn antwoord. Ik heb twee reacties.
Ik betreur dat het Observatorium voor Biomassa niet uit zijn
startblokken schiet en dat er nog maar een overlegvergadering heeft
plaatsgevonden. Ondertussen zijn de mensen wel bezig. Een aantal
elektriciteitsproducenten bouwen immers biomassacentrales of
12.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
L'observatoire
n'arrive pas à démarrer mais les
centrales à biomasse et des
installations de biogaz sont entre
temps en construction. Il est
important
que
l'on
sache
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
biogasinstallaties. Er zal toch voldoende duidelijkheid moeten komen
over welke biomassa in België al dan niet wordt aanvaard.
Dit brengt mij bij mijn tweede reactie over de criteria. In het raam van
de richtlijn hernieuwbare energie gaat het alleen over biobrandstoffen
en bioliquids maar niet over biomassa. Biomassa zit apart en op dat
vlak is men nog niet echt opgeschoten. Dit impliceert wel dat er op
Europees niveau een en ander goed zal moeten worden opgevolgd.
In ons land zullen wij uiteraard uitvoeren wat op Europees niveau
wordt beslist. Ik denk dat er op Europees niveau wordt gewerkt aan zo
goed mogelijke criteria. Er zijn immers toch nog een aantal valkuilen.
Het onderscheid biomassa en landgebruik. Worden er sociale criteria
gehanteerd? Gaat het bij milieucriteria enkel over criteria binnen
Europa? Ik meen dat er op Europees niveau voldoende aandacht
moet gaan naar dit dossier. Wij mogen niet op onze lauweren rusten
en verwijzen naar het Europees klimaat- en energiepakket waarin
sprake is van criteria.
Integendeel, ik denk dat dit grotendeels nog erg hard zal moeten
worden gemaakt.
clairement quelle biomasse est
acceptée en Belgique.
Des critères sociaux sont-ils
appliqués?
Les
critères
environnementaux
ne
s'appliquent-ils qu'en Europe?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
directeur van de FOD Energie" (nr. 13183)
13 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le directeur du
De voorzitter: Deze vraag behandelt een zaak die hier regelmatig aan de orde is geweest.
13.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, dit is inderdaad een dossier waarover
wij reeds verschillende keren hebben gesproken, zowel in 2007 als in
2008. Ik ben nog eens gaan opzoeken wat er door wie in de
commissie daarover gezegd is geweest. Mijnheer de voorzitter, ik wil
deze vraag opnieuw stellen omdat er twee nieuwe elementen zijn.
Ten eerste is er de benoeming van de directeur die bevestigd is door
de Raad van State. Anderzijds is er, nog belangrijker, de stemming in
het Europees Parlement op 22 april 2009 over het derde pakket
interne markt elektriciteit en gas. Dat werd daar goedgekeurd. Er werd
daar een compromis bereikt. Het moet zeker nog formeel
goedgekeurd worden. Het zal waarschijnlijk pas gepubliceerd worden
in juli of augustus. Het neemt echter niet weg dat het derde pakket
effectief een feit is.
Het derde pakket bevat nogal wat bepalingen over de
onafhankelijkheid van de regulerende instantie. Er wordt met name
nadruk gelegd op de onafhankelijkheid van de regulerende instantie.
Meer concreet moet ze juridisch gescheiden en functioneel
onafhankelijk zijn van enige andere publieke of particuliere entiteit.
Verder moeten het personeel en de personen belast met het beheer
onafhankelijk zijn van marktbelang en mogen bij het verrichten van de
reguleringstaken geen directe instructies verlangen of ontvangen van
regeringen of andere publieke of particuliere entiteiten.
13.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Deux
développements sont survenus
dans ce dossier qui a déjà souvent
été abordé ici: la nomination d'un
directeur et le vote par le
Parlement
européen
sur
le
troisième paquet du marché
intérieur de l'électricité et du gaz.
Ce troisième paquet comporte de
nombreuses dispositions relatives
à
l'autonomie
de
l'instance
régulatrice. Je me pose dès lors la
question de savoir si le cumul des
deux fonctions est bien conforme
à l'esprit de ces dispositions. Il
s'agit en effet d'un groupe de
travail où siègent notamment les
Régions
chargé
de
la
surveillance
de
l'approvisionnement en gaz et de
l'approbation
des
plans
d'investissement.
Ceci
ne
manquera pas de poser des
problèmes en Région bruxelloise
dans le cas de gaz L. Le ministre
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Wij moeten ons toch opnieuw afvragen of de cumul van beide functies
overeenkomt met de letterlijke bewoordingen van het derde pakket
dan wel met de geest van die bepalingen. Men zou kunnen
argumenteren dat het gaat over verschillende bevoegdheidsniveaus.
Ik heb daarover echter ook eens nagedacht en heb bekeken of dit
een argument zou kunnen zijn dat zou kunnen opgaan. Ik denk dat er
nog veel verwevenheid is tussen de bevoegdheden van de Gewesten
en de federale overheid. Ik denk dat er overlappingen zijn en een
nauwe samenwerking. Er zijn heel wat dossiers die voor overleg aan
de Gewesten worden voorgelegd. Er wordt in de elektriciteit- en
gaswet herhaaldelijk naar verwezen. Er zijn natuurlijk ook heel wat
voorbeelden in de praktijk van die sterke verwevenheid. In het dossier
rond de problematiek van de bevoorrading van L-gas werd een
werkgroep opgericht die hopelijk vaak vergadert en oplossingen vindt.
Daar komen toch ook de verschillende rollen samen.
Toegepast op ons voorbeeld gaat het over een werkgroep opgericht
onder de auspiciën van de directeur-generaal van de FOD Energie
waar de aardgasbevoorrading moet worden bewaakt. De Gewesten
zijn betrokken in de werkgroep. Uiteindelijk zal de gewestelijke
regulator de investeringsplannen goedkeuren. Als het gaat over de
problematiek van L-gas is Brussel het Gewest bij uitstek waar het
probleem zal rijzen.
In deze commissie is al herhaaldelijk geciteerd uit de studie van de
juridische dienst die in het verleden over een eventueel
belangenconflict werd gemaakt. In het licht van de goedkeuring van
het derde pakket is deze studie ondertussen echter door de feiten
achterhaald. Daarnaast heeft België toch ook steeds, ik lees dat ook
in uw beleidsnota, tijdens de onderhandelingen over het derde pakket
steeds gepleit voor sterke en onafhankelijke regulatoren.
Uw voorganger, de heer Verwilghen, heeft in deze commissie
bovendien in december 2007 bevestigd dat de Europese instellingen
informeel op de cumul van beide functies hebben gereageerd.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag, na mijn eerder lange
inleiding. Bent u van oordeel dat de functie van directeur-generaal
verenigbaar is met de functie van voorzitter van een
reguleringsinstantie in het licht van de bepalingen van het derde
pakket interne markt, elektriciteit en gas? Waarom wel of waarom
niet?
juge-t-il la fonction de directeur
général compatible avec celle de
président de l'instance régulatrice?
13.02 Minister Paul Magnette: Geachte collega, zoals u zelf zegt,
heb ik deze vraag al verschillende keren beantwoord. Ik verwijs
bijgevolg naar de integrale samenvattingen en bulletins met vragen en
antwoorden ter zake.
Het derde pakket moet eerst op Europees niveau worden
goedgekeurd en vervolgens in Belgisch recht worden omgezet, zoals
u zelf ook hebt benadrukt. Het juridisch onderzoek dat door mijn
voorganger werd aangevraagd, blijft geldig.
13.02 Paul Magnette, ministre:
J'ai déjà répondu à cette question
à plusieurs reprises devant cette
commission et je me réfère donc à
mes réponses antérieures.
Le troisième paquet doit être
adopté au niveau européen avant
d'être transposé en droit belge.
L'analyse
juridique
de
mon
prédécesseur reste valable.
13.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik had het kunnen weten dat er zo een antwoord zou komen. Ik ben er
13.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Il y a à tout le
12/05/2009
CRIV 52
COM 557
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
echt van overtuigd dat er op zijn minst een illusie van
belangenvermenging kan zijn. De Europese Commissie en Europa
hebben zich herhaaldelijk gesteund op de onafhankelijkheid van de
regulator. Ik denk niet dat wij het in ons land moeten gaan zoeken
door zulke functies door een en dezelfde persoon te laten uitoefenen.
U kunt niet ontkennen dat er een schijn van belangenvermenging is.
In ons land zijn er voldoende voorbeelden te geven van mogelijke
conflicten die hieruit kunnen ontstaan. Ik meen dat er toch iemand zou
moeten zijn die de moed wil opbrengen om dat ten gronde te
bekijken. Ik zal mijn collega's in het Brusselse Gewest suggereren om
ook vragen te stellen. Ik vind het geen gezonde situatie, integendeel.
Ik vind ze nefast. Ieder heeft zijn rol te spelen, maar wel in de juiste
functies. Dit zal een onnodige procedureslag met Europa opleveren
en we staan er al zo slecht voor als het gaat om de omzetting van de
elektriciteits- en gasrichtlijnen.
moins
une
impression
de
confusion d'intérêts. Quelqu'un
devrait avoir le courage politique
d'analyser cette question en
profondeur. Je vais suggérer à
mes collègues bruxellois de poser
aussi des questions sur ce point.
Le manque d'indépendance du
régulateur
risque
de
nous
entraîner dans une bataille de
procédure stérile avec l'Europe.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.09 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.09 heures.