KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 545
CRIV 52 COM 545
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
S
OCIALE
Z
AKEN
C
OMMISSION DES
A
FFAIRES SOCIALES
dinsdag
mardi
05-05-2009
05-05-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de
minister
van
Maatschappelijke
Integratie,
Pensioenen en Grote Steden over "de
pensioenrechten van brandweercommandanten in
het kader van de task forces inzake de
brandweerhervorming" (nr. 12781)
1
Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre de
l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes
villes sur "les droits des commandants des
pompiers en matière de pension dans le cadre
des task forces relatives à la réforme des services
d'incendie" (n° 12781)
1
Sprekers: Stefaan Vercamer, Marie Arena,
minister van Maatschappelijke Integratie,
Pensioenen en Grote Steden
Orateurs: Stefaan Vercamer, Marie Arena,
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions
et des Grandes Villes
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de
minister
van
Maatschappelijke
Integratie,
Pensioenen en Grote Steden over "de optelling
van de fictieve renten uit levensverzekeringen bij
het pensioen in het kader van fiscale en
parafiscale heffingen" (nr. 12921)
3
Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre de
l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes
villes sur "l'ajout des rentes fictives d'assurances
vie à la pension dans le cadre des prélèvements
fiscaux et para-fiscaux" (n° 12921)
3
Sprekers: Stefaan Vercamer, Marie Arena,
minister van Maatschappelijke Integratie,
Pensioenen en Grote Steden
Orateurs: Stefaan Vercamer, Marie Arena,
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions
et des Grandes Villes
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
minister
van
Maatschappelijke
Integratie,
Pensioenen en Grote Steden over "het bij het
ministerie van Pensioenen geblokkeerde dossier
van het statuut van de bedienden van de
hypotheekbewaarders" (nr. 12768)
5
Question de M. Christian Brotcorne à la ministre
de l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes villes sur "le blocage du dossier du statut
des
employés
des
conservateurs
des
hypothèques au sein du ministère des Pensions"
(n° 12768)
5
Sprekers: Christian Brotcorne, voorzitter van
de cdH-fractie, Marie Arena, minister van
Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en
Grote Steden
Orateurs: Christian Brotcorne, président du
groupe cdH, Marie Arena, ministre de
l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes Villes
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en
Grote Steden over "de invoering van een
gedwongen aanvullend pensioen" (nr. 12978)
7
Question de M. Peter Logghe à la ministre de
l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes
villes
sur
"l'instauration
d'une
pension
complémentaire obligatoire" (n° 12978)
7
Sprekers: Peter Logghe, Marie Arena,
minister van Maatschappelijke Integratie,
Pensioenen en Grote Steden
Orateurs: Peter Logghe, Marie Arena,
ministre de l'Intégration sociale, des Pensions
et des Grandes Villes
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
8
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het functioneren van de
website
www.verzekeringvoorvrijwilligers.be"
(nr. 11399)
8
- Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le fonctionnement du site internet
www.assurancevolontariat.be" (n° 11399)
8
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de vrijwilligersvergoeding"
(nr. 12184)
8
- Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique
sur
"l'indemnité
de
volontariat"
(n° 12184)
8
Sprekers: Laurette Onkelinx, vice-eerste
minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, Sonja Becq
Orateurs: Laurette Onkelinx, vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique, Sonja Becq
Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "het loonbeleid
bij de Socialistische Mutualiteiten" (nr. 12938)
10
Question de M. Pierre-Yves Jeholet à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les pratiques
salariales des Mutualités socialistes" (n° 12938)
10
Sprekers: Pierre-Yves Jeholet, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid
Orateurs: Pierre-Yves Jeholet, Laurette
Onkelinx
, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de bepaling van de
rangorde bij de toekenning van kinderbijslag"
(nr. 12957)
13
Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "la détermination du
rang dans le cadre de l'octroi des allocations
familiales" (n° 12957)
13
Sprekers: Stefaan Vercamer, Laurette
Onkelinx
, vice-eerste minister en minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid, Sonja
Becq
Orateurs:
Stefaan
Vercamer,
Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique,
Sonja Becq
Vraag van de heer Peter Logghe aan de
staatssecretaris
voor
Personen
met
een
handicap, toegevoegd aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
uitkering
van
de
inkomensvervangende
tegemoetkoming
en
van
de
integratietegemoetkoming" (nr. 12102)
16
Question de M. Peter Logghe à la secrétaire
d'État aux Personnes handicapées, adjointe à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le versement de l'allocation de
remplacement de revenus et de l'allocation
d'intégration" (n° 12102)
16
Sprekers: Peter Logghe, Julie Fernandez-
Fernandez
, staatssecretaris voor Personen
met een handicap
Orateurs: Peter Logghe, Julie Fernandez-
Fernandez
, secrétaire d'État aux Personnes
handicapées
Vraag van de heer Ben Weyts aan de
staatssecretaris
voor
Personen
met
een
handicap, toegevoegd aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het
aantal commissies, adviesraden, comités en
andere organen die onder haar bevoegdheid
vallen" (nr. 12465)
18
Question de M. Ben Weyts à la secrétaire d'État
aux Personnes handicapées, adjointe à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "le nombre de commissions, de
conseils consultatifs, de comités et d'autres
organes
ressortissant
à
sa
compétence"
(n° 12465)
18
Sprekers: Ben Weyts, Julie Fernandez-
Fernandez
, staatssecretaris voor Personen
met een handicap
Orateurs: Ben Weyts, Julie Fernandez-
Fernandez
, secrétaire d'État aux Personnes
handicapées
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de staatssecretaris
voor Personen met een handicap, toegevoegd
aan de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de maatregelen tegen
fraude en misbruik van parkeerkaarten voor
personen met een handicap" (nr. 12888)
18
- Mme Hilâl Yalçin à la secrétaire d'État aux
Personnes handicapées, adjointe à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"les mesures contre la fraude et l'utilisation
abusive des cartes de stationnement pour les
personnes handicapées" (n° 12888)
19
- mevrouw
Nathalie
Muylle
aan
de
staatssecretaris
voor
Personen
met
een
handicap, toegevoegd aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
parkeerkaarten die werden uitgereikt aan
personen met een handicap" (nr. 12959)
18
- Mme Nathalie Muylle à la secrétaire d'État aux
Personnes handicapées, adjointe à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur
"les cartes de stationnement délivrées aux
personnes handicapées" (n° 12959)
19
Sprekers: Hilâl Yalçin, Nathalie Muylle, Julie
Fernandez-Fernandez
, staatssecretaris voor
Personen met een handicap
Orateurs: Hilâl Yalçin, Nathalie Muylle, Julie
Fernandez-Fernandez
, secrétaire d'État aux
Personnes handicapées
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de
staatssecretaris
voor
Personen
met
een
handicap, toegevoegd aan de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de
Conventie ter bescherming van de rechten van
mensen met een handicap" (nr. 13057)
23
Question de Mme Sonja Becq à la secrétaire
d'État aux Personnes handicapées, adjointe à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé
publique sur "la Convention de sauvegarde des
droits des personnes handicapées" (n° 13057)
23
Sprekers: Sonja Becq, Julie Fernandez-
Fernandez
, staatssecretaris voor Personen
met een handicap
Orateurs: Sonja Becq, Julie Fernandez-
Fernandez
, secrétaire d'État aux Personnes
handicapées
Vraag van mevrouw Katia della Faille de
Leverghem
aan
de
staatssecretaris
voor
Personen met een handicap, toegevoegd aan de
25
Question de Mme Katia della Faille de Leverghem
à la secrétaire d'État aux Personnes handicapées,
adjointe à la ministre des Affaires sociales et de la
25
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het toekennen van een parkeerkaart aan
patiënten met de ziekte van Crohn" (nr. 13078)
Santé publique sur "l'octroi d'une carte de
stationnement aux patients atteints de la maladie
de Crohn" (n° 13078)
Sprekers: Katia della Faille de Leverghem,
Julie Fernandez-Fernandez
, staatssecretaris
voor Personen met een handicap
Orateurs: Katia della Faille de Leverghem,
Julie Fernandez-Fernandez
, secrétaire d'État
aux Personnes handicapées
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE
ZAKEN
COMMISSION DES AFFAIRES
SOCIALES
van
DINSDAG
5
MEI
2009
Namiddag
______
du
MARDI
5
MAI
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.22 uur en voorgezeten door de heer Stefaan Vercamer.
La séance est ouverte à 14.22 heures et présidée par M. Stefaan Vercamer.
De voorzitter: Vraag nr. 11669 van mevrouw Van Daele is omgezet
in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 12018 van de heer De Vriendt is
eveneens omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 12683 van de
heer Prévot is uitgesteld.
De heer Brotcorne is nog niet aanwezig om zijn vraag nr. 12768 te
stellen.
Dat brengt ons aldus tot punt 5 van de agenda, te weten mijn vraag
nr. 12781.
Le président: Les questions n
os
11669 de Mme Van Daele et
12018 de M. De Vriendt sont
transformées en questions écrites
et la question n° 12683 de M.
Prévot est reportée.
01 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen
en Grote Steden over "de pensioenrechten van brandweercommandanten in het kader van de
task forces inzake de brandweerhervorming" (nr. 12781)
01 Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes villes sur "les droits des commandants des pompiers en matière de pension dans le cadre
des task forces relatives à la réforme des services d'incendie" (n° 12781)
01.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, mijn vraag
betreft de hervorming van de brandweer en de daarmee gepaard
gaande pensioenrechten van de commissarissen in het kader van de
task forces voor de brandweerhervorming.
In het kader van voornoemde brandweerhervorming heeft de minister
van Binnenlandse Zaken onlangs een omzendbrief tot oprichting van
de genoemde task forces aan de lokale besturen rondgestuurd. Zij
moeten de inplaatsstelling van de hulpverleningszones voorbereiden.
De minister raadt in de omzendbrief onder meer ook aan de hulp in te
roepen van gepensioneerde brandweercommandanten die hun
operationele expertise ter beschikking van de task forces kunnen
stellen In dat verband zouden dienstencontracten moeten worden
gesloten om de vergoedingen als werkingskosten in te brengen.
Het voorgaande bracht mij tot een aantal vragen.
Ten eerste, bent u, naar ik hoop, op de hoogte van voormelde
voorstellen van de minister van Binnenlandse Zaken?
Ten tweede, wat moet er gebeuren met de pensioenrechten van de
gepensioneerde brandweercommandanten waarop een beroep zou
01.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Le ministre de l'Intérieur
a adressé une circulaire aux
administrations
locales
pour
qu'elles mettent sur pied des "task
forces" dans le cadre de la
réforme des services d'incendie. À
cet effet, des commandants des
services d'incendie à la retraite
seraient aussi recrutés. Des
contrats de service devraient, dès
lors, être conclus pour pouvoir
déclarer les rémunérations en tant
que frais de fonctionnement.
La ministre est-elle informée de la
situation? Qu'en est-il des droits à
la pension des commandants des
services d'incendie et quelles
mesures faudra-t-il prendre pour
que ces droits ne soient pas mis
en péril?
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
worden gedaan?
Ten derde, welke maatregelen dienen concreet te worden getroffen,
zodat de pensioenrechten van de betrokken gepensioneerden niet in
het gedrang zouden komen?
01.02 Minister Marie Arena: Mijnheer de voorzitter, mijn beleidscel
heeft wel deelgenomen aan een werkgroep die werd opgericht op
initiatief van de minister van Binnenlandse Zaken. Daar werd alleen
gesproken over een hervorming van het statuut en niet van het
pensioenstelsel.
Wat de rol van expert betreft die bepaalde gepensioneerde
brandweercommandanten zouden kunnen spelen, herinner ik eraan
dat volgens de wetgeving die van kracht is, de uitvoering van een
professionele activiteit door gepensioneerden wettelijk beperkt is en
dat het pensioen wordt verminderd of geschorst wanneer de
inkomsten van deze activiteit de wettelijk toegestane bedragen
overschrijden. Daar de regelgeving gelijkaardig is in de drie
pensioenstelsels zou een eventuele aanpassing van de wetgeving op
dat gebied moeten worden besproken tussen de stelsels. Bovendien
moet dan ook worden nagegaan hoe men een beroep kan doen op
gepensioneerde experts in een algemene context zonder zich te
beperken tot voormalige brandweercommandanten.
De gevolgen op de arbeidsmarkt moeten in acht worden genomen en
er moet worden overwogen of er een beroep kan worden gedaan op
personen die nog niet gepensioneerd zijn. Ik verduidelijk dat de
activiteiten die worden uitgeoefend na de pensionering in principe
niets veranderen aan de pensioenrechten van de betrokkene.
Wat uw tweede en derde vraag betreft, verduidelijk ik dat de
pensioenrechten zijn vastgelegd bij wet. Een wijziging van de nieuwe
gemeentewet die op dit ogenblik de pensioensituatie regelt voor de
leden van het gemeentelijk brandweerkorps, zou noodzakelijk zijn om
een nieuw pensioenstelsel op te richten voor de leden van de
veiligheidsdiensten. In dat opzicht verduidelijk ik dat ik voor een
solidair systeem ben, naar het model van het pensioenfonds van de
geïntegreerde politie.
We moeten echter rekening houden met de lessen die we uit vorige
ervaringen kunnen trekken, vooral met betrekking tot de pensioenen
die voor de hervorming zijn ingegaan.
01.02 Marie Arena, ministre: Au
sein du groupe de travail mis en
place
au
département
de
l'Intérieur, nous n'avons examiné
que la réforme du statut et pas le
régime des pensions. L'exercice
d'une activité professionnelle par
les retraités est limité légalement
dans les trois régimes de
pensions. Il faudrait donc débattre
d'une éventuelle modification de la
loi. En outre, il faudrait analyser
les possibilités de faire appel à
d'autres experts retraités que les
anciens
commandants
des
services d'incendie ainsi qu'à des
personnes qui ne sont pas encore
à la retraite. Il faudra également
en examiner les conséquences sur
le marché de l'emploi. L'activité
exercée après la mise à la retraite
ne modifie en principe en rien les
droits en matière de pension
définis légalement.
Une modification de la nouvelle loi
communale,
qui
règle
actuellement la pension des
pompiers du corps communal,
s'impose
pour
élaborer
un
nouveau régime de pension pour
les membres des services de
sécurité. Je préconise par ailleurs
un système solidaire, tel que le
fonds des pensions de la police
intégrée.
01.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, dit staat
voor de deur en men kan geen jaar meer wachten met de uitvoering.
Begrijp ik het goed dat men dit echter niet kan binnen de huidige
regelgeving?
01.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): On ne peut plus attendre
un an mais, dans le cadre de la
réglementation existante, il n'est
donc pas possible d'attirer des
commandants
de
pompiers
retraités.
01.04 Minister Marie Arena: Om iets te kunnen doen, moeten we de
wet aanpassen.
01.05 Stefaan Vercamer (CD&V): En bent u dat van plan?
01.05
Stefaan
Vercamer
(CD&V):
Prévoit-on
une
modification?
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
01.06 Minister Marie Arena: We moeten onderhandelen. De
discussie die momenteel wordt gevoerd, gaat evenwel niet over de
pensioensystemen, maar over het statuut. Als de minister van
Binnenlandse Zaken een idee heeft, dan moeten we discussiëren.
Voor het ogenblik is er echter geen discussie over het
pensioensysteem, wel over het statuut.
01.06 Marie Arena, ministre: Des
négociations sont nécessaires à
cet effet. Nous avons toutefois
discuté du statut, mais pas du
régime de pension.
01.07 Stefaan Vercamer (CD&V): Betekent dat dan concreet dat de
rondzendbrief van de minister van Binnenlandse Zaken in dit geval
niet toepasbaar is? Zo begrijp ik het althans.
01.08 Minister Marie Arena: Inderdaad.
01.09 Stefaan Vercamer (CD&V): Die omzendbrief kan dus eigenlijk
niet worden uitgevoerd door de lokale besturen.
Tegen het einde van het jaar zou de taak van die task forces af
moeten zijn en die mensen moeten dus nu worden ingeschakeld. Dat
wil dus zeggen dat men hen niet kan inschakelen, aangezien men
geen wettelijke basis heeft.
01.09
Stefaan
Vercamer
(CD&V):
La
circulaire
du
département de l'Intérieur ne peut
en fait pas être mise en oeuvre,
puisqu'elle ne repose sur aucune
base légale.
01.10 Minister Marie Arena: Inderdaad, voor het ogenblik is er geen
wettelijke basis.
01.11 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen
en Grote Steden over "de optelling van de fictieve renten uit levensverzekeringen bij het pensioen in
het kader van fiscale en parafiscale heffingen" (nr. 12921)
02 Question de M. Stefaan Vercamer à la ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes villes sur "l'ajout des rentes fictives d'assurances vie à la pension dans le cadre des
prélèvements fiscaux et para-fiscaux" (n° 12921)
02.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik heb een
vraag over de combinatie van fictieve rentes uit aanvullende
pensioenen bij het pensioen en de daarmee gepaard gaande fiscale
en parafiscale heffingen.
Ik geef een fictief voorbeeld om een en ander duidelijk te maken.
Iemand die in 2001 op 65-jarige leeftijd op pensioen is gegaan, krijgt
op dat moment een beperkt bedrag aan kapitaal, bijvoorbeeld
2.500 euro uit een aanvullend pensioen, uitbetaald. Die beperking kan
meerdere oorzaken hebben, maar daar ga ik nu niet op in. Dan blijkt
dat die persoon sedert april 2009 50,8 euro per maand of 609,6 euro
per jaar minder aan pensioen ontvangt, omdat het kapitaal uit het
aanvullend pensioen dat hij heeft ontvangen op zijn 65ste verjaardag,
door de pensioendienst werd omgezet in maandelijkse bedragen en
opgeteld bij het pensioen. Hij betaalt hierdoor meer aan ziekte- en
invaliditeitsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. De fictieve persoon is nu
73 jaar. Als hij nog 16 jaar leeft, zal hij netto cumulatief 9.753,6 euro
minder aan pensioen hebben ontvangen. Dat ligt hoger dan het totale
bedrag dat hij kreeg uitbetaald via zijn aanvullende verzekering.
Mevrouw de minister, ik heb hierover de volgende vragen. Ten eerste,
02.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Est-il vrai que, depuis
quelque
temps,
certains
pensionnés ont vu leur pension
nette se réduire parce que le
capital de leur assurance pension
complémentaire, converti en rente
mensuelle, s'ajoute à leur pension,
et que, dès lors, ils se retrouvent
dans une tranche de revenus
supérieure?
Pourquoi
la
réglementation
a-t-elle
été
modifiée? Est-il vrai que seules les
personnes
ayant
un
capital
d'assurance
vie
limité
sont
affectées par cette nouvelle
réglementation? Ne trouvez-vous
que le fait qu'une personne puisse
voir sa pension nette diminuée
d'un montant supérieur au capital
de
son
assurance
pension
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
klopt het bericht dat bepaalde gepensioneerden sedert kort minder
nettopensioen ontvangen, omdat het kapitaal uit de aanvullende
pensioenverzekering, omgezet in maandelijkse bedragen, wordt
opgeteld bij het pensioen, waardoor men in een hogere
inkomensschijf terechtkomt? Indien ja, wat was dan de motivatie om
de regels te wijzigen, ook voor de bestaande gevallen?
Ten tweede, bent u het met mij eens dat vooral mensen met een
beperkt levensverzekeringskapitaal door de nieuwe regeling worden
getroffen? Is het niet sociaal onrechtvaardig dat iemand meer aan
nettopensioen kan verliezen dan hij ontvangen heeft aan kapitaal uit
zijn aanvullende pensioenverzekering? Zo voel ik het toch aan. Welke
maatregelen zult u nemen om die onrechtvaardigheid de wereld uit te
helpen? Wanneer mogen we hieromtrent een voorstel verwachten?
Ten derde, bent u bereid om initiatieven te nemen waardoor
bijvoorbeeld de aanrekening van levensverzekeringskapitaal in de tijd
uitdovend wordt? Bent u van plan om hierover contact te nemen met
uw collega's van Sociale Zaken en Financiën?
complémentaire est une injustice
sociale? La ministre prendra-t-elle
des mesures? La ministre est-elle
disposée à prendre des initiatives
pour
que,
par
exemple,
l'imputation
du
capital
de
l'assurance vie diminue avec le
temps? Compte-t-elle prendre
contact à ce sujet avec les
ministres des Affaires sociales et
des Finances?
02.02 Minister Marie Arena: Vooreerst wil ik u erop wijzen dat de
solidariteitsbijdrage werd ingevoerd op 1 januari 1995 en dat de
berekeningswijze ervan recentelijk niet werd gewijzigd. Enkel de
berekeningsschaal werd herzien, ten gunste van de laagste
pensioenen.
Er is een solidariteitsbijdrage verschuldigd vanaf het ogenblik waarop
de totaliteit van de pensioenen, met inbegrip van de fictieve rente,
hetzij groter is dan 2.053,06 euro, hetzij groter dan 2.373,59 euro. Dat
eerste barema is zonder gezinslast en het tweede barema is met
gezinslast. Dat totaal is bepalend voor het percentage dat moet
worden ingehouden. Voor een persoon die op 65-jarige leeftijd een
kapitaal van 2.500 euro heeft ontvangen, zal een fictieve rente van
16,80 euro bij het pensioenbedrag worden geteld. De inhouding
gebeurt echter uitsluitend op de pensioenen, niet op de fictieve rente.
De inhouding ten voordele van de ziekte- en invaliditeitsverzekering ­
met dezelfde berekening ­ werd ingevoerd vanaf 1 oktober 1980 en
werd evenmin recentelijk gewijzigd. De berekening van de ZIV-
bijdrage gebeurt volgens dezelfde grondregels. Er is een ZIV-bijdrage
van 3,55 procent verschuldigd vanaf het ogenblik dat de totaliteit van
de pensioenen, met inbegrip van de fictieve rente, hetzij groter is dan
1.235,42 euro voor het barema zonder gezinslast, hetzij groter dan
1.487,85 euro voor het barema met gezinslast. Dat totaal is bepalend
voor het percentage dat moet worden ingehouden. Voor een persoon
die op 65-jarige leeftijd een kapitaal van 2.500 euro heeft ontvangen,
zal een fictieve rente van 10,41 euro bij het pensioenbedrag worden
geteld. Ook hier gebeurt de inhouding uitsluitend op de pensioenen en
niet op de fictieve rente.
Voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing, ten slotte, wordt
helemaal geen rekening gehouden met de fictieve rente. Het is niet
correct te stellen dat de regels nadelig zijn voor personen die een
klein kapitaal hebben ontvangen­ hoe kleiner het kapitaal, hoe kleiner
de fictieve rente en hoe kleiner de kans dat het kapitaal een impact
heeft op het nettopensioenbedrag ­, en dat een kapitaal van
2.500 euro tot een nettovermindering van 50,80 euro leidt.
02.02 Marie Arena, ministre: La
cotisation de solidarité a été
instaurée le 1
er
janvier 1995 et son
mode de calcul n'a pas été
modifié. Seul le barème de calcul
a été revu en faveur des pensions
les plus basses.
Une cotisation de solidarité est
due lorsque la pension excède
2.053,06 euros sans charge de
famille ou 2.373,59 euros avec
charge de famille. Pour les
personnes qui ont par exemple
perçu un capital de 2.500 euros à
l'âge de 65 ans, une rente fictive
de 16,80 euros sera ajoutée au
montant de la pension. Le
prélèvement porte exclusivement
sur les pensions et non sur la
rente fictive.
Le prélèvement pour l'assurance
maladie et invalidité (AMI) ­ basé
sur le même calcul ­ a été
instauré le 1
er
octobre 1980 et n'a
pas davantage été modifié. Une
cotisation AMI de 3,55% est due à
partir du moment où la totalité des
pensions excède 1.235,42 euros
sans charge de famille ou
1.487,85 euros avec charge de
famille. Pour une personne qui a
par exemple perçu un capital de
2.500 euros à l'âge de 65 ans, une
rente fictive de 10,41 euros sera
ajoutée au montant de la pension.
Dans
ce
cas-ci
aussi,
le
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Tot slot wil ik er u nog op wijzen dat, indien de gepensioneerde op het
moment van uitbetaling van zijn groepsverzekering heeft geopteerd
voor de uitbetaling in de vorm van een maandelijkse rente en niet in
de vorm van een kapitaal, de maandelijkse rente ook in aanmerking
zou zijn genomen voor de berekening van de inhoudingen.
Als u twijfels hebt bij de berekening van individuele gevallen, zal ik ze
graag voor verder onderzoek en uitleg naar mijn administratie
doorsturen. Dat is op dit ogenblik misschien het geval voor de
verschillende voorbeelden.
prélèvement est exclusivement
effectué sur les pensions et non
sur la rente fictive.
Pour le calcul du précompte
professionnel, il n'est pas tenu
compte du tout des rentes fictives
d'assurance sur la vie.
Les
règles
en
vigueur
ne
désavantagent pas les personnes
qui ont reçu un capital modeste. Si
un pensionné choisissait de se
faire verser son assurance de
groupe sous la forme d'une rente
mensuelle, cette rente serait elle
aussi comptabilisée pour le calcul
des prélèvements fiscaux et para-
fiscaux. Si M. Vercamer est
sceptique en ce qui concerne la
manière dont il est procédé à ce
calcul
dans
certains
cas
individuels, je puis faire examiner
ces cas par mon administration.
02.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, als ik het
goed heb begrepen, moet er dus een fout zijn gebeurd bij de
omzetting naar de fictieve rente. Blijkbaar is het bedrag dat ik
concreet heb gezien, niet, zoals u zegt, 10,41 of het andere bedrag.
Blijkbaar moet er een fout zijn gemaakt. Ik zal die dossiers eens
bekijken. Mocht er nog een fout zijn, dan geef ik dat door aan de
administratie. Ik dank u voor uw antwoord.
02.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Dans les dossiers dont
j'ai parlé, une erreur a donc été
commise lors de la conversion en
rente fictive. Je vais réétudier ces
dossiers puis je les transmettrai le
cas
échéant
à
votre
administration.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Christian Brotcorne à la ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des
Grandes villes sur "le blocage du dossier du statut des employés des conservateurs des hypothèques
au sein du ministère des Pensions" (n° 12768)
03 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de minister van Maatschappelijke Integratie,
Pensioenen en Grote Steden over "het bij het ministerie van Pensioenen geblokkeerde dossier van het
statuut van de bedienden van de hypotheekbewaarders" (nr. 12768)
03.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, madame la
ministre, ma question est particulière: elle a trait aux personnes
engagées au service des conservateurs des hypothèques de l'État.
Leur situation était vraiment spéciale au sein de la Fonction publique
et le personnel engagé suivait la même. En décembre 2006, il a été
décidé d'attribuer un statut à ces agents.
Le dossier de fonctionnarisation en cours serait assez long et difficile.
Des sources proches du dossier m'indiquent qu'il se trouve
actuellement auprès de votre administration qui a pour charge de
régler, en matière de pensions, l'admissibilité, pour les agents qui
seront "fonctionnarisés", de certains services accomplis auprès d'un
conservateur des hypothèques comme s'ils avaient été nommés
agents à titre définitif depuis leur entrée en fonction.
03.01 Christian Brotcorne
(cdH): Als gevolg van het verlof
wegens langdurige ziekte van de
inspecteur van Financiën bij de
Administratie der Pensioenen zou
de
integratie
van
sommige
bedienden
van
de
hypotheekbewaarders
als
ambtenaren in de FOD Financiën
op de lange baan zijn geschoven.
Kan u die toestand bevestigen?
Komt er snel een oplossing?
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
On me signale que ce dossier n'avancerait plus puisque l'inspecteur
des Finances auprès des Pensions serait en congé de maladie de
longue durée.
Madame la ministre, cette situation se confirme-t-elle? Quel impact
cela produit-il sur l'avancement de ce dossier?
Peut-on espérer une issue rapide de la situation?
03.02 Marie Arena, ministre: Monsieur le président, cher collègue, la
loi du 11 décembre 2006, à laquelle vous faites référence, relative au
statut des employés conservateurs des hypothèques a créé le cadre
légal en vue d'intégrer ces employés au sein du SPF Finances
comme agents de l'État. Néanmoins, une autre disposition légale
s'avérait nécessaire afin de constituer un fonds budgétaire pour le
paiement des coûts en personnel des employés des conservateurs
des hypothèques après leur intégration au SPF Finances (titre 1
er
) et
de permettre l'admissibilité en matière de pensions pour les agents
qui sont fonctionnarisés de certains services accomplis auprès d'un
conservateur des hypothèques comme s'ils avaient été rendus par un
agent nanti d'une nomination à titre définitif (titre 2). Le titre 2 du projet
de loi qui a trait à la problématique des pensions a été transmis à
l'Inspection des Finances. Nous attendons une réponse de sa part.
Par ailleurs, ce projet sera piloté par mon collègue des Finances
avec, bien entendu, mon aide pour ce qui relève du volet des
pensions et de l'intégralité de l'approche de ce dernier.
Je ne sais pas si les inspecteurs des Finances sont malades; je ne
connais pas leur état de santé. Mais je répète que le dossier a été
envoyé et que nous attendons une réponse de leur part. Si le ministre
de la Santé pouvait veiller à ce que nos inspecteurs des Finances
soient en bonne santé, cela nous permettrait de voir avancer le
dossier!
03.02 Minister Marie Arena: Titel
2 van het wetsontwerp in kwestie,
met betrekking tot de problematiek
van de pensioenen, werd aan de
Inspectie
van
Financiën
overgezonden. Het ontwerp zal
worden aangestuurd door mijn
collega van Financiën, die voor het
gedeelte
betreffende
de
pensioenen op mijn hulp kan
rekenen.
03.03 Christian Brotcorne (cdH): Madame la ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Plutôt que d'attendre que Mme Onkelinx se penche sur la santé des
inspecteurs des Finances, il serait peut-être plus simple d'envoyer un
rappel à l'Inspection des Finances. En effet, suivant les informations
dont je dispose, les gens en attente prétendent que le dossier
n'avance pas à cause d'un problème de maladie de longue durée. Ne
serait-il pas possible de trouver une solution afin de permettre
l'avancement de ce dossier? En tout cas, il me semble qu'un petit
rappel de votre part serait le bienvenu.
03.03 Christian Brotcorne
(cdH): Kan er een herinnering aan
de Inspectie van Financiën worden
gestuurd om schot te zetten met
het dossier?
03.04 Marie Arena, ministre: Sachez, monsieur, que tout rappel aux
inspecteurs des Finances n'est jamais le bienvenu!
03.05 Christian Brotcorne (cdH): Peut-être! Mais si vous
n'intervenez pas, nous risquons de ne pas avoir de réponse.
03.06 Marie Arena, ministre: Le ministre de tutelle de l'Inspection
des Finances peut effectivement envoyer un rappel.
03.06 Minister Marie Arena: Ik
kan de vraag stellen aan de heer
Reynders.
03.07 Christian Brotcorne (cdH): Je vais donc m'adresser au
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
ministre des Finances afin de lui demander de procéder à une
vérification.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en
Grote Steden over "de invoering van een gedwongen aanvullend pensioen" (nr. 12978)
04 Question de M. Peter Logghe à la ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes
villes sur "l'instauration d'une pension complémentaire obligatoire" (n° 12978)
04.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, eerst wil ik zeggen dat onze partij volkomen
voorstander blijft van een sterke eerste pijler. De werknemers en
werkgevers betalen bijdragen. Het is vanzelfsprekend dat zij recht
blijven hebben op die eerste pijler en dat dat de basispijler moet zijn.
Maar, dat de eerste pensioenpijler al lang niet meer zal volstaan om
aan de normale levensbehoeften van de gepensioneerden te voldoen,
is ondertussen, denk ik, tot iedereen doorgedrongen. Vanmorgen, in
de commissie voor het Bedrijfsleven, bleek nog eens dat daarvan
sprake is.
Toch aarzelen nog veel werknemers en werkgevers om in de tweede
pensioenpijler in te stappen. Maximaal 60% van de werknemers zou
zich ondertussen hebben verzekerd. Niet slecht, maar tezelfdertijd
toch veel te weinig.
Mevrouw de minister, daarover heb ik de volgende concrete vragen.
Ten eerste, van verschillende kanten wordt ervoor gepleit om het vrij
aanvullend pensioen voor loontrekkenden gewoonweg verplicht te
maken. Heeft de regering daarover een standpunt, en zo ja, welk?
Ten tweede, het gedwongen systeem waarvoor een aantal mensen
pleit, bestaat erin dat de overheid alle werkgevers verplicht een
aanvullend pensioen doet opmaken voor hun werknemers, waarbij de
overheid de minimumbijdragen van de werkgever bepaalt. Boven op
die werkgeversbijdrage zouden werknemers vrij kunnen storten.
Bestaan in de schoot van de regering principiële bezwaren tegen die
denkpiste? Graag kreeg ik toch ook even uw idee daarover.
Ten derde, waarom werd de toepassing van de tweede pensioenpijler
nog niet uitgebreid tot de contractuelen in overheidsdienst en tot de
zelfstandigen? Binnen welke termijn zal dat concreet gebeuren?
Welke initiatieven heeft de regering daartoe genomen? Graag een
woordje toelichting.
04.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Mon
parti
est
évidemment
favorable
à
un
premier pilier des pensions qui soit
fort, mais il est de notoriété
publique, entre-temps, que celui-ci
ne sera pas suffisant. Il n'empêche
que
60%
seulement
des
travailleurs ont souscrit
une
assurance.
Quelle
est
la
position
du
gouvernement
concernant
l'instauration
d'une
pension
complémentaire obligatoire pour
les
salariés?
Un
système
obligatoire pourrait revenir à ce
que l'État détermine les cotisations
minimums des employeurs en
matière
de
pension
complémentaire. Les travailleurs
auraient tout loisir, en outre,
d'épargner
davantage.
Le
gouvernement
voit-il
un
inconvénient à ce système?
Pourquoi le deuxième pilier des
pensions n'a-t-il pas encore été
élargi aux agents contractuels
dans la fonction publique et aux
indépendants? Dans quel délai
cela pourrait-il se faire?
04.02 Minister Marie Arena: Mijnheer Logghe, in antwoord op uw
eerste vraag, zou ik willen benadrukken dat de problematiek van de
pensioenen in een globaal perspectief moeten worden beschouwd en
dat voorstellen zoals dat van u, voor mij pistes zijn die moeten worden
bestudeerd in het raam van de nationale pensioenconferentie.
Voor uw tweede vraag heb ik het antwoord gegeven aan de
verschillende leden van het Parlement. Voor de tweede pijler, voor de
contractuelen in de publieke sector, zal ik gedurende het jaar 2009
een voorstel formuleren met de verschillende deelnemers van de
04.02 Marie Arena, ministre: Il
convient de considérer la question
des
pensions
dans
une
perspective globale. Toutes les
propositions
doivent
être
examinées dans le cadre de la
conférence nationale sur les
pensions. Je prendrai, cette année
encore, une initiative concernant le
deuxième pilier pour les agents
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
tweede pijler in de overheidsector.
contractuels du secteur public.
04.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, uw antwoord is korter dan mijn vraag.
De Nationale Pensioenconferentie ging in november 2008 van start.
Wij mogen nu toch al resultaten verwachten. Mijn vraag blijft overeind.
Binnen welke termijn denkt u dat aanvullend pensioen eventueel
verplicht te maken? Ik heb op die vraag geen antwoord gekregen.
Wanneer het verslag van de Nationale Pensioenconferentie is
opgesteld, zal ik of een van mijn collega's u hierover opnieuw
ondervragen. De pensioenopbouw in België is veel te belangrijk om er
zich met een paar woorden vanaf te maken. Wij komen hierop zeker
nog terug.
04.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La Conférence nationale
des Pensions a débuté en 2008.
Quand
pouvons-nous
enfin
espérer des résultats? Quand la
pension
complémentaire
deviendra-t-elle obligatoire? Dès
lors que le rapport de la
Conférence
nationale
des
Pensions sera disponible, je
réinterrogerai la ministre. Cette
question est
en effet
trop
importante pour la traiter en
quelques mots.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "het functioneren van de website www.verzekeringvoorvrijwilligers.be" (nr. 11399)
- mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
over "de vrijwilligersvergoeding" (nr. 12184)
05 Questions jointes de
- Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "le fonctionnement du site internet www.assurancevolontariat.be" (n° 11399)
- Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique
sur "l'indemnité de volontariat" (n° 12184)
05.01 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, vraag
nr. 11399 valt onder de bevoegdheid van minister Reynders.
05.01
Laurette
Onkelinx,
ministre: La question n° 11399
relève de la compétence de
M. Reynders.
05.02 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik wilde u graag bevoegd maken voor alles wat vrijwilligers
aangaat, omdat ik zulks veel eenvoudiger vind.
05.03 Minister Laurette Onkelinx: Dat zou een plezier zijn, maar de
huidige realiteit is anders.
05.04 Sonja Becq (CD&V): Ik zal de vraag dus aan minister
Reynders stellen.
Mevrouw de minister, de tweede vraag stel ik ter opvolging van
initiatieven die hier vroeger al zijn genomen en ook van vragen die
specifiek over de onkostenvergoeding voor vrijwilligers zijn gesteld.
Op voornoemde vragen is al gedeeltelijk een antwoord gegeven via
de regeling die in het wetsontwerp diverse bepalingen is opgenomen,
met name het onderscheid tussen de reële onkostenvergoeding en de
andere onkostenvergoedingen.
Bovendien is toen gesteld dat specifiek rond de problematiek van de
vrijwilligers ook het advies aan de Nationale Arbeidsraad zou worden
gevraagd, in het kader van de verschillende voorstellen die door de
verschillende partijen over voornoemde problematiek zijn ingediend.
05.04 Sonja Becq (CD&V): Dans
une réponse antérieure, il a été
précisé qu'en ce qui concerne les
bénévoles, un avis serait demandé
au Conseil national du travail
(CNT) sur les propositions de loi
qui ont été déposées. Il existe un
besoin urgent de soins de garde,
particulièrement
en
région
flamande.
Le CNT a-t-il déjà rendu un avis?
Quel en est le contenu? Que
pense la ministre d'accorder des
exceptions en vertu de l'article 12?
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Ik word nog regelmatig aangesproken met vragen over oppashulp. Ik
weet dat voornoemde hulp vooral aan Vlaamse kant bestaat. Ze
beantwoordt wel aan een acute nood van hulpbehoevenden die
bewaking nodig hebben, wat niet noodzakelijkerwijs professionele
activiteit veronderstelt. Daarom gebeurt ze ook via vrijwilligers.
Ik heb een heel concrete vraag.
Is er al een advies van de Nationale Arbeidsraad?
Wat staat desgevallend in voornoemd advies? Wij hebben immers op
de ene of andere manier nog geen toegang tot het advies gehad.
Als het advies van de Nationale Arbeidsraad er is, wat is dan uw visie
op het toestaan van uitzonderingen volgens artikel 12? U weet dat u in
uw hoedanigheid van gemachtigde van de Koning de mogelijkheid
hebt om effectief uitzonderingen toe te staan. U weet dat ook de
Gemeenschappen vragen om voor specifieke groepen uitzonderingen
toe te staan.
Welke groepen of activiteiten kunnen volgens u onder de
uitzonderingen vallen? Ik krijg niet alleen vragen vanwege oppashulp.
Ik krijg nu ook vragen van het ziekenvervoer en van de sportwereld,
met name van trainers, die allerhande oplossingen zoeken. Daarom
ook is mijn vraag welke pistes u ter zake mogelijk ziet.
Les Communautés demandent
d'autoriser ces exceptions pour
des groupes spécifiques. Quels
groupes ou activités entrent en
ligne de compte selon la ministre?
05.05 Minister Laurette Onkelinx: Zoals ik u bij de indiening van uw
wetsvoorstel in de commissie heb gezegd, heb ik uw voorstel voor
advies bezorgd aan de Nationale Arbeidsraad, de Hoge Raad voor
Vrijwilligers en de FOD Sociale Zekerheid. Ik heb de betrokken
instellingen gevraagd het wetsvoorstel juridisch te analyseren en in
het bijzonder na te gaan of het geen interne concurrentie tussen de
verschillende categorieën vrijwilligers zou kunnen veroorzaken. Tot op
heden heb ik nog geen definitieve adviezen ontvangen.
De Hoge Raad voor Vrijwilligers heeft mij gemeld dat de verschillende
vrijwilligersorganisaties eerst hun leden zouden willen consulteren
alvorens een advies te kunnen geven. Tijdens de volgende
vergadering van de Hoge Raad op 9 juni zou het voorstel dan ten
gronde kunnen worden besproken en geëvalueerd. Ik kan u ook
meedelen dat de besprekingen in de Nationale Arbeidsraad lopen en
dat de FOD Sociale Zekerheid de gevraagde evaluatie aan het
uitvoeren is.
Zolang ik de gevraagde adviezen niet heb ontvangen, wens ik ter
zake geen standpunt in te nemen zodat de sociale partners en de
betrokken organisaties in volledige onafhankelijkheid hun advies
kunnen geven.
05.05
Laurette
Onkelinx,
ministre:
J'ai
transmis
la
proposition de loi de Mme Becq
pour avis au CNT, au Conseil
supérieur des Volontaires (CSV) et
au SPF Sécurité sociale. J'ai
demandé
aux
institutions
impliquées de me remettre une
analyse
juridique
de
cette
proposition et en particulier,
d'étudier la question de savoir si
cette dernière ne risque pas
d'entraîner
une
concurrence
interne entre
les
différentes
catégories de volontaires.
Je n'ai pas encore reçu d'avis
définitif. Le CSV fait savoir que les
différentes
organisations
de
volontaires désirent dans un
premier temps consulter leurs
membres. La proposition pourrait
faire l'objet d'un examen et d'une
évaluation approfondis lors de la
prochaine réunion du CSV qui
aura lieu le 9 juin. Des discussions
sont en cours au sein du CNT et le
SPF Sécurité sociale s'emploie
actuellement à réaliser l'évaluation
qui lui a été demandée.
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Je ne souhaite pas prendre
position en la matière tant que je
n'aurai
pas
reçu
les
avis
demandés.
05.06 Sonja Becq (CD&V): Mevrouw de minister, ik heb begrip voor
het feit dat u nog geen standpunt inneemt maar ik vind het wel
belangrijk dat wij dit dossier warm blijven houden. Waarom? Wij
blijven immers zitten met de vragen op het terrein.
Heeft de NAR een timing opgegeven? U hebt gezegd dat de Hoge
Raad op 9 juni zal vergaderen.
05.06 Sonja Becq (CD&V): Si je
conçois que la ministre ne prenne
pas encore position, je désire
cependant continuer à insister sur
ce dossier, car les acteurs de
terrain se posent de nombreuses
questions.
05.07 Minister Laurette Onkelinx: Inderdaad.
05.08 Sonja Becq (CD&V): Heeft de Nationale Arbeidsraad zichzelf
een timing opgelegd?
05.08 Sonja Becq (CD&V): Le
CNT s'est-il fixé un calendrier?
05.09 Minister Laurette Onkelinx: Neen, dat weet ik niet. Zij zijn aan
het werk.
05.09
Laurette
Onkelinx,
ministre: Les discussions y sont en
cours.
05.10 Sonja Becq (CD&V): Anders wilde ik via deze weg nog eens
aan de Nationale Arbeidsraad, waarvan ik veronderstel dat zij de
parlementaire stukken lezen, vragen om hiervan werk te maken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Pierre-Yves Jeholet à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et
de la Santé publique sur "les pratiques salariales des Mutualités socialistes" (n° 12938)
06 Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het loonbeleid bij de Socialistische Mutualiteiten" (nr. 12938)
06.01 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, à la lecture d'un article de presse paru le 25 avril dans le
quotidien "Le Soir", j'ai été quelque peu interloqué par les salaires des
dirigeants des Mutualités socialistes et surtout par la politique
salariale qui semble pour le moins sujette à caution, tant du côté
francophone que du côté néerlandophone.
Au-delà de jetons de présence exorbitants, qui augmentent chaque
année, et d'octrois de salaires qui ne le sont pas moins, je m'interroge
grandement sur le manque de contrôle et sur l'opacité d'un système
mis en place et visiblement bien ficelé.
Il semblerait ainsi que certains dirigeants des Mutualités socialistes
s'octroyaient des jetons de présence perçus au sein d'une entité
parallèle, l'Association Francophone pour la Santé et la Solidarité
(AFS), une ASBL financée en tout par l'Union Nationale des
Mutualités Socialistes (UNMS) et par les cotisations des ses affiliés.
Employés par l'UNMS, ces mêmes dirigeants se sont donc
visiblement, après s'y être cooptés, auto-octroyé ces jetons de
présence émanant de l'ASBL AFS en plus de leurs salaires, tout en
optant pour le statut d'indépendant dans le cadre de ce bonus.
Si la loi de 1978 sur les contrats de travail interdit qu'une personne
fournisse un travail à titre salarié et un autre à titre indépendant pour
06.01 Pierre-Yves Jeholet (MR):
De krant "Le Soir" maakt in een
artikel van 25 april 2009 gewag
van het op zijn minst twijfelachtig
te noemen loonbeleid van de
verantwoordelijken
van
het
Nationaal
Verbond
van
Socialistische
Mutualiteiten
(NVSM). Naar verluidt streek de
top presentiegeld op via een ander
orgaan,
de
"Association
francophone pour la santé et la
solidarité". Hoewel het juridisch
gezien twee aparte lichamen zijn,
zijn beide organen kennelijk toch
met elkaar verweven.
Werden er rapporten over die
praktijken voorgelegd aan de raad
van bestuur van het NVSM?
Keurden
bedrijfsrevisoren
die
praktijken
goed?
Werd
het
maatschappelijk doel van de
organisatie niet geschonden? Is de
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
le même employeur, le secrétaire général des Mutualités socialistes a
déjà fait savoir que l'Union Nationale et l'AFS étaient deux structures
juridiquement distinctes.
Je me suis renseigné et quand on lit les statuts de l'AFS, on constate
clairement la proximité entre ces deux structures puisque les
dirigeants sont les mêmes. L'une est totalement dépendante
financièrement de l'autre, l'adresse de leur siège social est la même
tandis que c'est le statut d'employé à l'UNMS qui conditionne l'octroi
d'une fonction dirigeante à l'AFS, l'ASBL financière. Si ces entités
sont distinctes, elles me semblent pourtant assez interdépendantes.
Je m'interroge également quant aux contrôles en vigueur. Des
rapports sur ces agissements ont-ils été présentés au conseil
d'administration de l'Union Nationale? D'après mes renseignements,
aucun rapport n'a été fait au conseil d'administration de l'Union
Nationale par rapport à ces jetons de présence. Or, madame la
ministre, vous le savez, c'est une obligation inscrite dans la loi de
1990 sur les mutualités.
Un cabinet de réviseurs d'entreprise a-t-il approuvé ces pratiques en
vigueur depuis 1996? Si oui, comment est-il possible qu'une
organisation telle que l'AFS, financée par les cotisations des affiliés,
puisse octroyer des jetons de présence aussi élevés?
L'objet social de cette organisation n'est-il pas violé?
Je me permets enfin de vous interroger sur les montants indiqués
dans l'article de presse mentionné préalablement, puisque l'on y cite
les chiffres de 4.800 euros bruts mensuels. Quelle est l'importance
relative du montant de ces jetons par rapport aux autres dépenses de
l'ASBL qui, je l'espère, sont bien en rapport avec l'objet social de
l'AFS?
Madame la ministre, j'ai l'impression que des pratiques peu
transparentes et pour le moins particulières ont eu lieu au sein des
Mutualités socialistes et de l'AFS au cours de ces dernières années.
Comptez-vous ordonner une enquête? À l'encontre de qui? On
s'indigne souvent des rémunérations des hommes politiques et
autres. Je ne vous cache pas ma surprise lorsque j'ai lu les différents
montants prévus. En effet, indépendamment de la question de la
légalité ou non que je vous pose, c'est aussi une question d'éthique
car on sait que cette ASBL est financée par les cotisations des affiliés.
informatie in het artikel over het
bedrag van 4.800 euro bruto per
maand juist? Hoe verhoudt het
bedrag van het presentiegeld zich
tot de andere uitgaven? Zal u een
onderzoek gelasten?
06.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, monsieur
Jeholet, tout comme vous, j'ai pris connaissance de ce dossier à
travers l'article du journal "Le Soir" du samedi 25 avril 2009. Le week-
end même, j'ai immédiatement pris contact avec l'Office national de
sécurité sociale pour lui demander un rapport circonstancié dans les
plus brefs délais.
L'ONSS a dès lors demandé aux dirigeants de l'UNMS de lui fournir
toutes les explications utiles. Un premier entretien a eu lieu dans les
bureaux de l'ONSS dès le mardi 28 avril 2009 et un deuxième a eu
lieu ce lundi 4 mai 2009. Des premières vérifications faites par l'Office
et des explications fournies par les intéressés, il apparaît que, de
1996 au 1
er
janvier 2005, pour ce qui concerne l'aile néerlandophone,
et jusqu'au 1
er
avril 2008, pour ce qui concerne l'aile francophone, le
06.02
Minister Laurette
Onkelinx: Na kennisgenomen te
hebben van het dossier heb ik de
RSZ gevraagd mij een omstandig
verslag te bezorgen, zodat ik van
de top van het NVSM tekst en
uitleg kon eisen. Uit twee
gesprekken
en
een
eerste
verificatie blijkt dat er tussen 1996
en 1 januari 2005 wat de
Nederlandstalige vleugel betreft en
tot 1 april 2008 wat de Franstalige
vleugel betreft, als gevolg van de
uitbetaling van vergoedingen via
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
versement via une ASBL faîtière d'indemnités à certains cadres
dirigeants a effectivement donné lieu à un assujettissement dans le
régime
des
travailleurs
indépendants
au
titre
d'activité
complémentaire.
La finalité du mécanisme, ainsi mis en place en 1996, était, selon les
informations collectées, d'uniformiser et de centraliser l'ensemble des
indemnités ou jetons de présence dont certains cadres de l'UNMS
bénéficiaient auparavant pour leur activité en qualité d'administrateur
dans diverses ASBL, associations ou structures partenaires (hôpitaux,
pharmacies, coopératives, etc.) liées au mouvement. Ce mécanisme
avait été, à l'époque, validé par des conseillers juridiques externes
consultés par l'UNMS.
L'ONSS, sans prétendre à une quelconque intention frauduleuse dans
le chef de l'UNMS, estime au contraire, au terme de l'analyse du
dossier, que des arguments existent pour considérer que le
mécanisme mis en place contrevient à l'esprit de l'article 5bis de la loi
de 1978 sur les contrats de travail.
Suite à différents échanges, l'Union Nationale, tout en réaffirmant sa
bonne foi, a accepté de régulariser rapidement son dossier et de
verser les cotisations, majorations (10%) et intérêts de retard (7%)
dus dans le respect des conditions légales. Les montants concernés
sont en cours de vérification.
Quant à vos autres questions, je ne suis que peu en mesure d'y
répondre. En effet, ni le ministre des Affaires sociales ni l'Office de
contrôle des mutualités ne sont légalement compétents en ce qui
concerne la politique salariale menée par des personnes juridiques de
droit privé. Dans l'état actuel de la législation, l'Office de contrôle des
mutualités ne dispose pas plus d'un droit de contrôle sur les ASBL.
Quant au rôle des réviseurs, la loi de 1990 prévoit qu'ils peuvent
exiger d'être mis en possession d'informations relatives aux
personnes juridiques de droit privé avec lesquelles une entité
mutualiste aurait un accord de collaboration en vue de la promotion
de la santé, mais uniquement lorsqu'ils estiment que ces informations
sont nécessaires au contrôle de la situation financière de l'entité
mutualiste pour ce qui concerne l'assurance obligatoire soins de
santé et les assurances complémentaires.
Voilà les informations dont je dispose à l'heure actuelle.
een overkoepelende vzw belasting
betaald had moeten worden in het
stelsel van de zelfstandigen uit
hoofde van een bijberoep.
Dat mechanisme had tot doel alle
vergoedingen van de kaderleden
van het NVSM op elkaar af te
stemmen,
en
werd
indertijd
goedgekeurd
door
externe
juridische adviseurs die het NVSM
toen geraadpleegd had.
De RSZ meent te mogen stellen
dat de ingevoerde regeling in strijd
is met de geest van artikel 5bis
van de wet van 1978 betreffende
de arbeidsovereenkomsten.
Het NVSM heeft er mede
ingestemd het dossier op korte
termijn te regulariseren en de
verschuldigde bijdragen te betalen,
overeenkomstig
de
wettelijke
voorwaarden.
De
bedragen
worden nog nagekeken.
Op uw andere vragen kan ik geen
antwoord geven: noch de minister
van Sociale Zaken, noch de
Controledienst
voor
de
ziekenfondsen zijn bevoegd voor
het
loonbeleid
van
privaatrechtelijke rechtspersonen.
De wet van 1990 bepaalt dat de
revisoren
inlichtingen
kunnen
vragen
betreffende
privaatrechtelijke rechtspersonen
waarmee
een
mutualistische
entiteit
een
samenwerkingsakkoord
zou
hebben gesloten, ten einde haar
situatie ten aanzien van de RSZ
en de aanvullende verzekeringen
te controleren.
06.03 Pierre-Yves Jeholet (MR): Madame la ministre, je vous
remercie pour ces éléments de réponse. Je comprends parfaitement
que vous ne les déteniez pas tous. Évidemment, je prends note que
vous n'avez pas tardé à réagir à ces informations. Le système mis en
place semble, d'après vous, contrevenir à l'esprit de la législation. De
plus, il convient d'opérer des vérifications en termes de légalité et
d'étudier s'il y a eu ou non volonté d'éluder certaines cotisations à
l'ONSS via un tel système.
Ensuite, il me semble contraire à la démocratie interne que la loi de
1990 a voulu renforcer au sein des mutualités. On constate un
06.03 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Ik stel vast dat u snel op deze
informatie heeft gereageerd. De
ingevoerde regeling lijkt me strijdig
met de geest van de wet.
Bovendien zou moeten worden
nagegaan of het de bedoeling is
om op die manier aan bepaalde
RSZ-bijdragen te ontsnappen.
Deze werkwijze is in strijd met de
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
manque de transparence et une opacité par rapport à des personnes
du comité de rémunération qui décident des appointements qui leur
seront octroyés; et leurs jetons de présence sont loin d'être
anecdotiques.
La même remarque vaut pour la transparence et les rapports faits au
conseil d'administration de l'UNMS, dont aucun n'a été établi.
Ma troisième remarque concerne le cumul des mandats politiques et
autres, dont on parle beaucoup. Ces personnes occupent aussi
d'autres fonctions et remplissent d'autres mandats ailleurs. Les
rémunérations octroyées par les dirigeants, lorsque l'on sait qu'ils
cumulent encore d'autres mandats, posent un problème d'éthique qui
m'interpelle.
Madame la ministre, je ne saurais que vous encourager à poursuivre
l'enquête et la recherche d'informations à ce sujet. Il convient de faire
toute la transparence sur ce qui s'est passé depuis 1996.
Je vous poserai la question, sauf si vous disposez de l'information:
qui, en tant que cabinet de réviseurs en 1996, a cautionné un tel
système? Ceci n'est pas correct sur le plan éthique. Ces sommes
sont aussi payées par les cotisations des affiliés. Ce fait est
interpellant, voire choquant.
interne democratie die de wet van
1990 in de ziekenfondsen wilde
versterken. We stellen een gebrek
aan transparantie vast, aangezien
de
leden
van
het
bezoldigingscomité over hun eigen
bezoldiging beslissen.
Dat er niet wordt gerapporteerd
aan de raad van bestuur van het
Nationaal
Verbond
van
Socialistische Mutualiteiten is ook
al een teken aan de wand.
Mijn derde opmerking betreft de
cumulatie van politieke en andere
mandaten. De vergoedingen die
de bestuurders, die verschillende
mandaten cumuleren, zichzelf
toekennen, doen een ethisch
probleem rijzen.
Ik vraag u met aandrang het
onderzoek voort te zetten. Er moet
volledige
klaarheid
worden
gebracht over wat er sinds 1996 is
gebeurd.
Door
welk
revisorenkantoor
werd
deze
regeling
in
1996
overigens
überhaupt goedgekeurd? Dat die
bedragen
mee
worden
gefinancierd met de bijdragen van
de leden is stuitend.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de bepaling van de rangorde bij de toekenning van kinderbijslag" (nr. 12957)
07 Question de M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "la détermination du rang dans le cadre de l'octroi des allocations familiales"
(n° 12957)
07.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik heb een
vraag over kinderbijslag bij echtscheiding en de bepaling van de
rangorde bij de toekenning van de kinderbijslag. Ik werd met zo'n
dossier geconfronteerd. Nu blijkt dat dit geen alleenstaand geval is,
maar dat dit in heel wat gevallen voorkomt.
Het gaat om het volgende. Bijvoorbeeld, na de echtscheiding blijven
de drie kinderen gedomicilieerd bij de moeder. Sinds kort heeft echter
één kind, dat net meerderjarig is geworden, ervoor gekozen om bij de
vader te gaan wonen. Voortaan zijn er dus twee wettelijke
bijslagtrekkenden, die op twee verschillende locaties zijn
gedomicilieerd.
Het gevolg is dat de moeder voor de twee andere kinderen een lager
bedrag aan kinderbijslag ontvangt, omdat zij niet langer als tweede en
07.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): J'ai récemment été
confronté au cas d'une maman
dont les trois enfants étaient
domiciliés chez elle depuis son
divorce, mais dont un, aujourd'hui
majeur, est allé vivre chez son
père. Dès lors, il est subitement
question de deux ayants droit
légaux aux allocations familiales, à
deux adresses différentes. De ce
fait, la maman accuse à présent
un manque à gagner de 125 euros
par mois : en raison de cette
modification, ses deux enfants
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
derde rangorde worden uitbetaald, maar als respectievelijke eerste en
tweede rangorde. In dit specifieke geval loopt dit op tot 125 euro
minder kinderbijslag per maand. Als alleenstaande ouder betekent dit
dus een ernstige financiële aderlating.
Daarom riep dit toch wel wat vragen bij mij op. Ik hoop dat u het met
mij eens bent dat bovenstaand voorbeeld, dat geen alleenstaand
geval is, toch wel een onrechtvaardigheid is. Vanwege een
domiciliewijziging van een van de kinderen ontvangt men minder
kinderbijslag, terwijl er aan de feitelijke situatie noch aan de kosten
verbonden aan de kinderen iets wijzigt.
Mevrouw de minister, hebt u er zicht op over hoeveel gevallen het
gaat die in een dergelijke situatie terechtkomen?
Hoe staat u tegenover een mogelijke oplossing waarbij, in geval een
kind naar een ander domicilie verhuist, de overige kinderen hun
rangorde kunnen behouden zodat de betreffende ouder niet te maken
krijgt met een financiële terugslag?
Kan er niet worden gegarandeerd dat de kinderen uit het
oorspronkelijke gezin gegroepeerd blijven, ook wanneer ze bij twee
bijslagtrekkenden gedomicilieerd zijn? Indien niet, wat zijn dan de
bezwaren hiertegen of op welke andere manier kunt u deze
onrechtvaardigheid dan oplossen? Ik vind dit immers een
onrechtvaardigheid.
encore cohabitants relèvent de
nouveau des premier et deuxième
rangs au lieu des deuxième et
troisième rangs. Il ne s'agit pas
d'un cas isolé.
La ministre ne juge-t-elle pas ce
système inéquitable? Combien de
ménages se trouvent dans cette
situation? Que pense la ministre
de l'idée de maintenir le rang des
enfants en cas de déménagement
de leur frère ou de leur soeur?
Pourquoi cette option ne serait-elle
pas envisageable puisqu'il s'agit
d'une injustice flagrante?
07.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, het geval
dat u mij voorlegt stemt overeen met de huidige wetgeving.
Inderdaad, overeenkomstig artikel 69, §1, derde lid, van de
samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor
loonarbeiders wordt de kinderbijslag integraal betaald aan de moeder
in de gevallen dat de ouders gescheiden zijn en het ouderlijk gezag
gezamenlijk uitoefenen in de zin van artikel 374 van het Burgerlijk
Wetboek.
De kinderbijslag wordt daarentegen integraal betaald aan de vader
vanaf zijn aanvraag indien het kind en hijzelf op deze datum dezelfde
hoofdverblijfplaats hebben volgens het rijksregister voor natuurlijke
personen
Daar geen enkele van de minderjarige kinderen gedomicilieerd was
bij de vader werd de kinderbijslag betaald aan de moeder, met name
de bijslagtrekkende in de zin van de wetgeving.
Overigens gebeurt voor de bepaling van de rang elke groepering van
rechtgevende kinderen rond de bijslagtrekkende. Daar er slechts één
bijslagtrekkende was, gebeurde de groepering alleen rond de moeder.
Het bedrag van de kinderbijslag dat in dezen werd betaald, werd dus
berekend op basis van een rang 1, een rang 2 en een rang 3.
Vanaf de meerderjarigheid houdt het ouderlijk gezag op te bestaan en
bijgevolg wordt de effectieve verblijfplaats van het kind het criterium
om de hoedanigheid van bijslagtrekkende toe te kennen, waarbij het
domicilie van het kind de verblijfplaats doet vermoeden, bij toepassing
van artikel 69, §1, tweede lid, van de voornoemde wet.
Zodoende wordt de vader bijslagtrekkende wanneer het meerderjarig
07.02
Laurette
Onkelinx,
ministre: En l'espèce, on a
procédé conformément à la
législation actuelle. La loi prévoit
qu'en
cas
de divorce, les
allocations
familiales
sont
intégralement versées à la mère,
ou au père si ce dernier et l'enfant
partagent la même résidence
principale.
Pour déterminer le rang, on
regroupe les enfants ouvrant le
droit aux allocations autour du
bénéficiaire mais, à partir de la
majorité de l'enfant, son lieu de
résidence effectif devient le critère
d'attribution de la qualité de
bénéficiaire
des
allocations
familiales.
Dans le cas qui nous occupe,
deux
bénéficiaires
ont
été
désignés, ce dont il résulte que le
montant des allocations familiales
des enfants qui continuent à
résider à l'adresse initiale est
adapté à la nouvelle situation. Le
maintien fictif du rang d'un enfant
dans le ménage d'origine ne me
semble dès lors pas opportun.
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
kind bij hem is gedomicilieerd. Daar er twee bijslagtrekkenden zijn,
namelijk de moeder voor twee kinderen en de vader voor het derde
kind, en de bijslagtrekkenden niet dezelfde hoofdverblijfplaats
hebben, worden de kinderen apart gegroepeerd. De rang 1 en rang 2
worden toegekend ten behoeve van de kinderen voor wie de moeder
bijslagtrekkende is, terwijl de rang 1 wordt toegekend voor het derde
kind, voor wie de vader bijslagtrekkende is.
Het lijkt mij inderdaad logisch, in de mate dat het aantal kinderen in
een gezin vermindert en bijgevolg ook de last die door een van de
ouders wordt gedragen, dat het bedrag van de kinderbijslag van de
kinderen die in dat gezin blijven, worden aangepast aan de nieuwe
realiteit.
Omwille van deze redenen lijkt het mij niet aangewezen om de rang
van het kind fictief in zijn oorspronkelijk gezin te behouden wanneer
hij deel uitmaakt van een ander gezin.
07.03 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik ben het
helemaal niet met u eens want de slotsom van de bestaande regeling
is dat men voor die drie zelfde kinderen voor wie men vroeger
kinderbijslag ontving in rang 1, 2 en 3 in deze situatie ­ voor dezelfde
drie kinderen dus ­ minder kinderbijslag ontvangt. Dat is toch niet
logisch?
07.03
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Je ne partage pas l'avis
de la ministre. En vertu de la
réglementation
actuelle,
les
allocations familiales perçues dans
une telle situation sont brutalement
réduites proportionnellement pour
les trois enfants, ce qui n'est tout
de même pas logique?
07.04 Minister Laurette Onkelinx: Dat is de huidige wetgeving.
07.04
Laurette
Onkelinx,
ministre: C'est la réglementation
prévue par la législation actuelle.
07.05 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijn vraag is of u die
onrechtvaardigheid uit de wereld wil helpen. Wij zeggen altijd dat de
eenoudergezinnen met kinderen de grootste slachtoffers zijn en
meestal als eersten in slechte financiële situaties terechtkomen. Dit is
nu een voorbeeld van hoe eenoudergezinnen met kinderlast worden
getroffen.
07.05
Stefaan
Vercamer
(CD&V): S'agissant de l'exemple
parfait de la situation financière
précaire
dans
laquelle
se
débattent souvent les familles
monoparentales, la ministre ne
pourrait-elle pas remédier à cette
injustice?
07.06 Minister Laurette Onkelinx: Ik zal dit geval bestuderen om
eventueel een oplossing te vinden, maar dan wel binnen de huidige
wetgeving.
07.06
Laurette
Onkelinx,
ministre: Je suis disposée à
approfondir la question, mais dans
le cadre de la loi existante.
07.07 Sonja Becq (CD&V): Mevrouw de minister, ik meen mij te
herinneren dat deze discussie of een aanverwante hier ook werd
gevoerd in het kader van uw beleidsbrief of van een
programmadiscussie. Of was het een andere discussie? Het ging
echter ook om de problematiek van eenoudergezinnen. Ik meen dat
het inderdaad de moeite loont om dat eens grondig te bekijken.
07.08 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik zal na een paar maanden
informeren naar uw studeerwerk.
07.08
Stefaan
Vercamer
(CD&V): J'interrogerai à nouveau
la ministre à ce propos dans
quelques mois.
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Peter Logghe aan de staatssecretaris voor Personen met een handicap,
toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de uitkering van de
inkomensvervangende tegemoetkoming en van de integratietegemoetkoming" (nr. 12102)
08 Question de M. Peter Logghe à la secrétaire d'État aux Personnes handicapées, adjointe à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le versement de l'allocation de
remplacement de revenus et de l'allocation d'intégration" (n° 12102)
08.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de staatssecretaris, een goed bestuur gaat ervan uit dat
vooral de zwakkeren in onze maatschappij op een efficiënte en vlotte
tussenkomst van allerlei staatsdiensten zouden moeten kunnen
rekenen. Zij hebben het niet gemakkelijk in onze maatschappij.
Mevrouw de staatssecretaris, ik was onaangenaam verrast door de
volgende situatie, waarin een gehandicapte dame is terechtgekomen.
Ik wil mij absoluut niet op een bepaald dossier vastpinnen. Het gaat
mij meer om het totale beeld en om het kader waarbinnen de situatie
is opgetreden.
De dame in kwestie deed als gehandicapte een aanvraag voor een
inkomensvervangende
tegemoetkoming
en
voor
een
integratietegemoetkoming. De aanvraag werd in eerste instantie
geweigerd. De zaak kwam vervolgens voor het arbeidshof. Het
arbeidshof oordeelde in het voordeel van de klant.
De voorzitter: Mijnheer Logghe, er is blijkbaar een probleem met de vertaling. Kunnen wij dat eerst
oplossen?
08.02 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, zal ik
de vraag anders in het Frans stellen? Neen, ik zal dat niet doen.
De voorzitter: Het probleem is opgelost.
08.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de staatssecretaris, ik begin helemaal opnieuw, maar zal
mijn betoog inkorten.
Het gaat over gehandicapten en over de manier waarop dossiers van
gehandicapten worden afgewerkt.
Ik was onaangenaam verrast door de volgende situatie. Pin u echter
vooral niet op een concreet dossier vast. Het gaat mij om het
algemene kader en vooral ook over de termijnen waarbinnen dossiers
worden afgewerkt.
Mevrouw de staatssecretaris, de dame in kwestie deed als
gehandicapte een aanvraag voor een inkomensvervangende
tegemoetkoming en voor een integratietegemoetkoming. De aanvraag
werd in eerste instantie verworpen. De zaak kwam vervolgens voor
het arbeidshof, dat in oktober 2008 in het voordeel van de klant
oordeelde. De dienst Beroepen van de FOD stuurde op 24 oktober
2008 het dossier naar de dienst Berekeningen en Uitvoeringen.
Mevrouw de staatssecretaris, sindsdien wordt de dame met een
kluitje in het riet gestuurd. Er zit geen schot in de zaak. De ene keer
08.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je m'interroge sur le
contexte dans lequel une situation
dont j'ai eu connaissance a pu se
produire. Une dame handicapée a
introduit une demande portant sur
une allocation de remplacement
de revenus et sur une allocation
d'intégration. Sa demande a été
rejetée mais le tribunal du travail a
décidé, en octobre 2008, qu'elle
avait tout de même droit à des
allocations.
Cependant,
l'intéressée n'a toujours perçu
aucune somme.
Quel délai s'écoule en moyenne
entre la décision d'un tribunal et le
paiement effectif? Le service
contentieux
doit-il
respecter
certains délais pour procéder aux
calculs et au paiement? Un délai
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
vinden zij het dossier niet; de andere keer wordt het arrest afgewacht,
terwijl het arrest al lang is gepubliceerd en uitgesproken.
Ik heb een aantal concrete vragen voor u.
Ten eerste, hoelang gemiddeld na de uitspraak van een rechtbank
wordt de uitkering berekend en uitbetaald? Hebt u cijfers ter zake voor
de voorbije jaren?
Ten tweede, mevrouw de staatssecretaris, zijn er regels en termijnen
waaraan de dienst Geschillen moet voldoen voor de berekening van
de vergoeding?
Ten derde, zijn er regels en termijnen waarbinnen de berekening
moet worden uitgevoerd, in casu uitbetaald aan de klant of burger?
Ten vierde, mevrouw de staatssecretaris, is het volgens u normaal dat
er vijf maand na de uitspraak van de rechtbank in hoofde van de
burger nog geen uitbetaling is gebeurd?
de cinq mois est-il acceptable?
08.04 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Monsieur le
président, cher collègue, je vous signale que le dossier que vous avez
évoqué a été réglé en février et que les allocations ont été payées à la
personne concernée le 7 février dernier.
Selon les informations transmises par la DG Personnes handicapées,
en général, le délai d'exécution d'un jugement par cette dernière ne
dépasse pas deux mois. Ce délai ne fait cependant pas l'objet d'un
contrôle permanent. Il n'existe pas non plus de prescription
réglementaire en la matière, mais il va de soi que les jugements et
arrêts des cours et tribunaux doivent être exécutés sans délai par
l'administration. Toutefois, il peut arriver que l'exécution d'un
jugement réclame des démarches d'instruction complémentaire, ce
qui peut allonger les délais au-delà de la moyenne des deux mois
précités.
Cela dit, il apparaît que ce n'était pas le cas dans la situation évoquée
dans votre question. Le dossier de la personne concernée a souffert
d'une erreur administrative. Enfin, le contenu de la réponse
téléphonique qui aurait été formulée par l'administration à l'intéressée,
suite à sa réclamation, est effectivement pour le moins inadéquat.
C'est pour éviter, cher collègue, ce type de situation et veiller au
mieux aux intérêts des citoyens que j'ai souhaité qu'un plan qualité
soit mis sur pied au sein de la Direction générale.
08.04
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez:
De
tegemoetkomingen die in het
kader van dat dossier verschuldigd
waren, werden op 7 februari
jongstleden uitbetaald.
De Directie-generaal Personen
met een handicap deelt me mee
dat een vonnis binnen twee
maanden
dient
te
worden
uitgevoerd, tenzij er bijkomend
onderzoek nodig is. In het
vermelde geval werd de vertraging
veroorzaakt
door
een
administratieve vergissing.
Het antwoord dat de Directie-
generaal Personen met een
handicap aan de telefoon gaf, is
op zijn minst ontoereikend.
Om dergelijke toestanden te
voorkomen en een zo goed
mogelijke
dienstverlening
te
verzekeren heb ik beslist een
kwaliteitsplan voor de directie-
generaal uit te werken.
08.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Ik verneem
van u dat de uitbetaling in dit dossier zou zijn gebeurd in februari
2009. Ik ben niet zeker dat wij het over hetzelfde dossier hebben. Ik
zal het in elk geval zelf nog eens nakijken bij de betrokken persoon.
Ik neem er in elk geval nota van dat er geen voorgeschreven regels
en termijnen zijn voor de afhandeling van dergelijke dossiers.
Misschien is het nuttig om te bekijken of dat toch niet nodig zou zijn.
08.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La secrétaire d'État
affirme que le dossier aurait été
régularisé en février. Il n'est pas
certain qu'il s'agisse du même
dossier. Je constate que ni règles
ni délais ne sont prescrits, alors
que ce serait peut-être bien
souhaitable. J'espère qu'on fera
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ik neem er verder nota van dat betalingen in dit soort van dossiers
normaal gezien niet langer dan twee maanden op zich laten wachten.
Ik vind dat een redelijke termijn, maar het kan natuurlijk altijd beter.
In het betrokken dossier zou het eigenlijk om een administratieve fout
gaan. Ik neem daarvan nota en dank u voor de eerlijkheid om mij dat
toe te geven. In elk geval blijf ik alert met betrekking tot dergelijke
dossiers en ik hoop ook dat er een vorm van integrale kwaliteitszorg
komt, zeker voor gehandicapten. Zij hebben het al heel moeilijk in
onze maatschappij en zij staan al op allerlei wachtlijsten. Ik vind dat zij
niet nog eens op een wachtlijst moeten komen voor een uitkering.
preuve d'un souci de qualité
intégrale en ce qui concerne les
allocations de handicapé.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Ben Weyts aan de staatssecretaris voor Personen met een handicap,
toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het aantal commissies,
adviesraden, comités en andere organen die onder haar bevoegdheid vallen" (nr. 12465)
09 Question de M. Ben Weyts à la secrétaire d'État aux Personnes handicapées, adjointe à la ministre
des Affaires sociales et de la Santé publique sur "le nombre de commissions, de conseils consultatifs,
de comités et d'autres organes ressortissant à sa compétence" (n° 12465)
09.01 Ben Weyts (N-VA): Mevrouw de staatssecretaris, het betreft
een zeer simpele vraag naar het aantal commissies, adviesraden,
comités en andere organen die onder uw bevoegdheid ressorteren. Ik
hoop dat u nu een antwoord heeft, want ik heb u die vraag al enkele
keren gesteld. Al uw collega's van de regering hebben al geantwoord.
Als u een antwoord hebt, volstaat het dat u mij dat schriftelijk
overhandigt als het volledig is. Dan bespaar ik u de moeite om dat
volledig voor te lezen.
09.01 Ben Weyts (N-VA): J'ai
déjà posé cette question plusieurs
fois. Tous les autres ministres y
ont déjà répondu. Je puis me
satisfaire d'une réponse écrite.
09.02 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Je peux vous
transmettre la réponse. Je peux aussi vous la lire; elle n'est pas très
longue.
09.02
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez: Ik zal het
lid de cijfers schriftelijk bezorgen.
De voorzitter: Gaat u daarmee akkoord, mijnheer Weyts?
09.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik dacht dat het een
uitgebreid antwoord zou zijn, van enkele bladzijden lang. Het is een
A4-tje. Ik hoop dat het volledig is, anders zal ik opnieuw een vraag
stellen.
09.03 Ben Weyts (N-VA):
J'espère que la réponse sera
complète.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mevrouw Gerkens is er niet.
10 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Hilâl Yalçin aan de staatssecretaris voor Personen met een handicap, toegevoegd aan de
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de maatregelen tegen fraude en misbruik van
parkeerkaarten voor personen met een handicap" (nr. 12888)
- mevrouw Nathalie Muylle aan de staatssecretaris voor Personen met een handicap, toegevoegd aan
de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de parkeerkaarten die werden uitgereikt aan
personen met een handicap" (nr. 12959)
10 Questions jointes de
- Mme Hilâl Yalçin à la secrétaire d'État aux Personnes handicapées, adjointe à la ministre des Affaires
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
sociales et de la Santé publique sur "les mesures contre la fraude et l'utilisation abusive des cartes de
stationnement pour les personnes handicapées" (n° 12888)
- Mme Nathalie Muylle à la secrétaire d'État aux Personnes handicapées, adjointe à la ministre des
Affaires sociales et de la Santé publique sur "les cartes de stationnement délivrées aux personnes
handicapées" (n° 12959)
10.01 Hilâl Yalçin (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
staatssecretaris, zoals wij een aantal weken geleden in de pers
hebben mogen vernemen, zijn er heel wat wanpraktijken of
misbruiken met parkeerkaarten voor personen met een handicap. Die
zouden in feite enkel gebruikt kunnen worden wanneer de titularis
wordt vervoerd in het voertuig of wanneer hij zelf dat voertuig
bestuurt. Nochtans zien wij dat de kaart regelmatig wordt gebruikt
zonder dat de rechthebbende meerijdt of de kaart wordt gewoon
bijgehouden wanneer de betrokkene reeds is hersteld. Ook
familieleden van personen met een handicap die reeds zijn overleden,
blijven de kaart verder gebruiken.
Wij zijn oprecht bezorgd door het toenemend onrechtmatig gebruik,
zo ook de Vereniging van Oorlogsinvaliden, die aan de alarmbel trekt.
Het kan immers niet de bedoeling zijn dat personen die er absoluut
geen recht op hebben, de schaarse parkeerplaatsen van mensen die
ze echt nodig hebben, bezetten. Het is aan de lokale politie om het
misbruik aan te pakken. Wij zien jammer genoeg dat niet alle
gemeenten hier evenveel werk van maken. Op bepaalde plaatsen
worden de kaarten regelmatig gecontroleerd, terwijl men elders weinig
oog heeft voor de problematiek.
Mevrouw de staatssecretaris, een aantal eenvoudige maatregelen
zouden het misbruik nochtans effectief kunnen tegengaan.
Parkeerkaarten voor personen met een handicap zouden om
verschillende redenen erg fraudegevoelig zijn, leren we uit de praktijk.
Zo zijn die bijvoorbeeld onbeperkt geldig. Na het overlijden van de
rechthebbenden worden de kaarten niet altijd door de nabestaanden
teruggestuurd en soms worden zij effectief verder gebruikt.
Een andere reden voor het misbruik is volgens de Vereniging van
Oorlogsinvaliden dat de kaart gelinkt is aan de persoon en niet aan de
wagen of de nummerplaat. De vereniging doet dan ook een aantal
praktische voorstellen, waaronder het plaatsen van een code op de
kaart. Na verval zou de code aan de lokale politie kunnen worden
doorgespeeld. Er is ook het voorstel om een foto van de
rechthebbende zichtbaar op de kaart te plaatsen.
Ik heb ter zake de volgende vragen. Bent u bereid de voorstellen te
onderzoeken? Vindt u het wenselijk dat het correcte gebruik van de
parkeerkaart voor gehandicapten strenger wordt gecontroleerd?
Welke maatregelen zult u ter zake nemen?
Alvast bedankt voor uw antwoord.
10.01 Hilâl Yalçin (CD&V): Les
abus en matière de cartes de
stationnement pour les personnes
handicapés ne sont pas rares.
Inquiète de cette utilisation illégale
croissante,
l'Association
des
invalides de guerre tire la sonnette
d'alarme. On ne peut admettre
que des personnes qui n'y ont pas
droit occupent les emplacements
de ceux qui en ont vraiment
besoin.
La police locale, censée exercer
un contrôle de ces cartes, n'y
prête pas attention dans toutes les
communes.
D'après l'association, cette carte
est susceptible de fraude parce
qu'elle possède une validité
illimitée et parce qu'elle est liée à
la personne et non à la voiture ou
au
numéro
de
plaque.
L'association propose de faire
figurer sur la carte un code qui
serait transmis à la police à
l'expiration de la validité de la
carte ou d'y ajouter la photo du
bénéficiaire.
La secrétaire d'État est-il disposée
à examiner ces propositions? Est-
elle également prête à faire
contrôler
plus
sévèrement
l'utilisation de cette carte?
10.02 Nathalie Muylle (CD&V): Mevrouw de staatssecretaris, naar
aanleiding van een vraag van mijn collega heb ik vastgesteld dat u
nog niet hebt geantwoord op een schriftelijke vraag die al een paar
maanden geleden werd gesteld. Ik dacht er dan ook aan om die
schriftelijke vraag om te zetten in een mondelinge vraag.
Collega Yalçin heeft de problematiek voortreffelijk geschetst. Ik was
10.02 Nathalie Muylle (CD&V):
J'ai converti ma question écrite en
question orale parce que j'attends
une réponse depuis des mois.
Dans la presse, la secrétaire
d'État indique que certaines
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
positief verwonderd toen ik de vorige weken uw reactie in de kranten
las. U zei dat bepaalde gemeenten het goed doen. Dat klopt. Anderen
doen het niet goed. U zou via een omzendbrief richtlijnen geven aan
de gemeenten.
De sociale dienst van mijn stad is daarmee heel sterk bezig. Wij willen
daaraan echt iets doen, in samenwerking met de politie. Vorig jaar
hebben medewerkers van onze diensten en uw diensten personen
met een handicap gecontacteerd.
De kaarten worden via de lokale overheid aangevraagd en door uw
diensten uitgeschreven Wij hebben gevraagd om de lijsten van die
kaarten te kunnen krijgen, omdat die voor ons en voor de politie een
beter instrument zijn, bijvoorbeeld bij een overlijden. Mensen doen op
het gemeentehuis vaak aangifte van administratie zaken. Wij zouden
aan de familieleden kunnen zeggen dat er op de overleden persoon
een kaart is uitgeschreven en hun vragen of zij die kaart kunnen
binnenbrengen. Dat zou de lokale overheid met de politie toelaten om
controles uit te voeren.
Uw diensten hebben toen geantwoord dat, in het kader van de
privacywetgeving, die lijsten van vervallen kaarten niet konden worden
gegeven. Wij vinden dat raar, aangezien de kaarten immers via de
lokale overheid worden aangevraagd. Wij vragen uw diensten om een
stand van zaken over welke kaarten werden uitgeschreven en wat de
vervaldatum ervan is, maar blijven op onze honger, omdat wij ze niet
kunnen krijgen.
Mevrouw de staatssecretaris, dat is misschien iets om mee te nemen
en er iets aan te doen. De problematiek is terecht. Naar mijn
aanvoelen zijn heel wat steden en gemeenten bereid om daarvan
effectief werk te maken, samen met de lokale politie.
communes fonctionnent bien. Par
le biais d'une circulaire, elle
compte donner des consignes aux
communes qui se montrent moins
efficaces en la matière. Dans ma
ville, le service social est très
soucieux de ce problème et a pris
contact avec tous les handicapés,
en collaboration avec les services
de la ministre.
L'administration locale reçoit les
demandes de cartes alors que la
délivrance de ces dernières est
assurée par les services de la
ministre. Nous avons dès lors
demandé aux services concernés
de nous remettre une liste de
toutes les cartes décernées et
échues de façon à pouvoir en
assurer la traçabilité et le suivi.
Nous
avons
été
surpris
d'apprendre que cette démarche
constituait une infraction à la
législation sur la protection de la
vie privée parce que nous avions
demandé ces informations par
l'intermédiaire de l'administration
locale. Il conviendrait peut-être de
s'attaquer en premier lieu à ce
problème, de façon à doter les
communes et les services de
police d'un instrument de lutte
efficace contre les abus.
10.03 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Mesdames, je
vous rejoins dans le fait que nombre d'associations représentant les
personnes handicapées se plaignent du non-respect par les autres
conducteurs
des
emplacements
réservés,
qu'il
s'agisse
d'emplacements en voie publique ou dans les lieux publics, voire de
l'utilisation abusive de cartes de stationnement.
Toutefois, je tiens à vous rappeler que, dans le cadre du plan fédéral
de sécurité routière, adopté en Conseil des ministres le 20 juillet
2000, le non-respect des emplacements réservés au stationnement
des personnes handicapées a été retenu dans la liste des infractions
prioritaires. De plus, selon la terminologie utilisée dans le Code de la
route, il suffit que le véhicule soit utilisé par une personne titulaire de
la carte pour que ce véhicule soit autorisé à stationner sur les
emplacements réservés aux personnes handicapées.
J'ajouterai que la recommandation du Conseil de l'Union européenne
du 4 juin 1998 préconise aux États membres d'établir la carte de
stationnement pour les personnes handicapées selon un certain
modèle et de manière à ce que le titulaire d'une telle carte puisse
bénéficier des facilités de stationnement liées à cette carte.
Ainsi, le caractère personnel de la carte de stationnement découle
10.03
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez: Een groot
aantal verenigingen klaagt er
inderdaad over dat mensen zonder
gehandicaptenkaart
gebruik
maken van de gereserveerde
parkeerplaatsen. Ik herinner eraan
dat volgens het Federaal Plan voor
de Verkeersveiligheid aan dat
soort inbreuken prioriteit moet
worden gegeven en dat in het
Verkeersreglement wordt bepaald
dat een voertuig enkel op een
dergelijke plaats mag worden
geparkeerd wanneer het door de
houder van de kaart wordt
gebruikt.
Het persoonlijke karakter van de
kaart vloeit voort uit een Europese
richtlijn die ertoe strekt de vrijheid
van verkeer en dezelfde voordelen
over het hele grondgebied van de
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
donc d'une directive européenne, dont l'objectif premier est d'assurer
la libre circulation des personnes à travers l'Union européenne et de
garantir aux personnes handicapées les mêmes avantages sur tout le
territoire européen sur la base de la même reconnaissance.
Je vous rejoins évidemment dans le fait que les abus sont intolérables
et qu'il importe que cette mesure ayant des conséquences aussi
importantes sur le plan de la mobilité des personnes handicapées soit
convenablement et systématiquement contrôlée sur le terrain par des
agents qualifiés, qui peuvent dresser un procès-verbal, voire déplacer
un véhicule en infraction.
Enfin, vous n'ignorez pas mon intérêt pour la mobilité en toute
autonomie des personnes en situation de handicap, dont la
transversalité en matière de compétences n'est plus à démontrer.
C'est d'ailleurs sous mon impulsion qu'un groupe de travail éponyme
a été mis en place au sein de la Conférence interministérielle
Handicap.
J'y porterai, au moment adéquat, la réflexion quant au développement
d'une solution technique permettant d'identifier le décès des
détenteurs d'une carte de stationnement et la mise en place d'un
système administratif, non seulement de suivi de récupération des
cartes des personnes décédées, mais aussi d'optimalisation de
l'application stricte de cette réglementation.
Pour terminer, je me dois de vous préciser que c'est dans un but de
simplification administrative que le choix d'accorder des cartes de
stationnement pour une durée indéterminée a été décidé par le
gouvernement. Cette décision ne faisait pas l'économie du respect du
cadre réglementaire de tout un chacun. Mon travail pour une société
plus solidaire telle que je la souhaite se base sur une attitude
respectueuse de l'autre comme citoyen à part entière.
En ce qui concerne plus particulièrement la question de Mme Muylle,
les dispositions légales relatives à la protection de la vie privée sont
claires et interdisent aux organismes de sécurité sociale, dont fait
partie la DG Personnes handicapées, de communiquer les données
sociales à caractère personnel qu'ils détiennent sans une autorisation
préalable du comité sectoriel de la sécurité sociale et de la santé.
Par sa délibération 96/65 du 10 septembre 1996, le comité sectoriel
de la sécurité sociale et de la Santé a précisément autorisé les
institutions de sécurité sociale, de manière générale, sans
autorisation préalable et sous certaines conditions, à transmettre des
données sociales à caractère personnel à certains services publics
extérieurs au réseau de la sécurité sociale qui en ont besoin dans le
cadre de leurs missions légales. Il s'agit notamment des huissiers de
justice, des officiers de police, de la Cour des comptes et des
médiateurs fédéraux.
Par conséquent, en l'absence d'une autorisation explicite dudit
comité, il n'est pas possible de communiquer aux administrations
communales la liste des personnes reconnues par la DG Personnes
handicapées. Par contre, les organes de police sont autorisés à
demander des listes leur permettant d'organiser des contrôles ciblés,
notamment afin de récupérer les cartes de stationnement dont la date
de validité a expiré ou de personnes décédées.
EU te garanderen.
Misbruiken zijn onaanvaardbaar
en moeten door de bevoegde
ambtenaren stelselmatig worden
opgespoord.
Op mijn initiatief werd er trouwens
een werkgroep opgericht in het
kader van het interministerieel
comité, waar ik te gelegener tijd de
reflectie over de identificatie van
de kaarten van overleden houders
en het terugvragen ervan, maar
vooral over de optimalisering van
de strikte toepassing van die
reglementering aan de orde zal
stellen. Het is om redenen van
administratieve
vereenvoudiging
dat er beslist werd die kaarten
voor onbepaalde duur uit te reiken.
Krachtens de wettelijke bepalingen
inzake de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer mogen de
instellingen van sociale zekerheid
de gegevens niet meedelen
zonder voorafgaande toestemming
van het sectoraal comité van de
sociale zekerheid en van de
gezondheid.
Dat comité heeft de instellingen
van
sociale
zekerheid
de
toestemming gegeven om onder
bepaalde voorwaarden sociale
gegevens van persoonlijke aard
door te geven aan sommige
overheidsdiensten die deze in het
kader van hun wettelijke opdracht
nodig hebben.
Zonder die toestemming is het niet
mogelijk om de lijst van personen
die door de DG Personen met een
handicap zijn erkend, aan de
gemeentebesturen te bezorgen.
De politiediensten mogen wel
lijsten opvragen om doelgerichte
controles te organiseren.
Samen met de staatssecretaris
voor Mobiliteit werken we aan een
rondzendbrief waarin de geldende
regelgeving bij de burgemeesters
en politiezonechefs in herinnering
zal worden gebracht.
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
J'ajouterai, en complément de ma réponse, qu'une circulaire est en
préparation avec mon collègue secrétaire d'État à la Mobilité pour
rappeler la réglementation en vigueur sur les cartes de stationnement
aux différents bourgmestres et chefs de zone de police.
10.04 Hilâl Yalçin (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
staatssecretaris, ik ben blij te horen dat we op dezelfde golflengte
zitten. Het is inderdaad onaanvaardbaar dat dergelijk misbruik
gebeurt met parkeerkaarten voor personen met een handicap. Ik had
wel verwacht om een aantal concrete maatregelen te kunnen horen,
aangezien in de plenaire vergadering het kader al werd geschetst.
Als ik uw antwoord goed heb begrepen, zou ik eigenlijk moeten
wachten tot de afloop van die werkgroep op het interkabinettenniveau
om die maatregelen te kunnen voorstellen. Ofwel moet ik ergens iets
fout hebben begrepen. Het klopt dus dat ik moet wachten op het
resultaat van die werkgroep om te horen welke concrete maatregelen
zullen worden voorgesteld? Ik zal dit dan opvolgen en ik hoop dat ik
misschien binnenkort in die rondzendbrief de concrete maatregelen
zal kunnen terugvinden.
Ik heb niets gehoord over de maatregelen die deze vereniging had
voorgesteld, bijvoorbeeld een code of foto op de parkeerkaart. Vindt u
dat een goed idee of een slecht idee, of is dat een heel andere piste
dan wat de werkgroep naar voor zal brengen.
10.04 Hilâl Yalçin (CD&V): Nous
sommes donc d'accord en ce qui
concerne les abus intolérables
mais aucune mesure n'a malgré
tout encore été prise. Il faudra
apparemment attendre le groupe
de travail inter-cabinets pour
pouvoir formuler des propositions.
Espérons
qu'une
circulaire
comprenant
des
mesures
concrètes sera élaborée ensuite.
10.05 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik kan mij
voor een stuk aansluiten bij de vragen van de collega.
Uit uw antwoord komt duidelijk naar voor dat het voor de lokale
administraties tot op vandaag niet mogelijk is, vermits zij geen
wettelijke controlerende bevoegdheid hebben daarin. Ik denk dat de
gemeenten daarin toch wel een belangrijke rol kunnen spelen:
informeel kunnen zij wel controle uitoefenen. Ik heb begrepen dat die
lijsten via de politie wel opvraagbaar zijn.
Ik zou het niet alleen controlerend willen zien. U spreekt zelf over een
respectvolle houding die iedereen daarin moet aannemen. Sowieso
weten we dat die problematiek vandaag bestaat. Als lokale overheden
zouden wij instrumenten moeten krijgen om daar een rol in te spelen:
dan gebeurt het niet alleen op een controlerende manier, maar ook
proactief. Vaak komt men in die periode binnen bij de gemeentelijke
administratie en daar zouden we een belangrijke rol kunnen spelen. Ik
zou u toch willen vragen om eens te onderzoeken hoe men binnen het
huidige wettelijke kader stappen zou kunnen zetten in de richting van
de lokale besturen.
10.05 Nathalie Muylle (CD&V):
Les communes ne sont pas
compétentes pour exercer un
contrôle légal mais les listes
peuvent
apparemment
être
consultées auprès de la police. On
s'attend à ce que chacun adopte
une attitude respectueuse mais les
autorités locales devraient tout de
même être en mesure d'agir de
manière proactive. Je réitère dès
lors ma demande de chercher des
moyens légaux pour les autorités
communales.
10.06 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Je suis bien
consciente du rôle que les villes et les communes peuvent jouer en la
matière. C'est la raison pour laquelle ce premier pas est important,
tant au niveau de la sensibilisation que du rappel des règles. Nous
enverrons cette circulaire aux communes, en collaboration avec le
secrétaire d'État à la Mobilité.
Débattre de ce sujet au sein de la Conférence interministérielle
permettra un échange des divers points de vue. Des associations
représentent les personnes en situation de handicap. L'utilisation de
10.06
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez:
Dit
onderwerp moet aan bod komen
tijdens
de
interministeriële
conferentie,
zodat
de
onderscheiden
standpunten
besproken kunnen worden, want
niet alle verenigingen zijn akkoord
met de modaliteiten voor het
gebruik van de kaart (moet de
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
la carte, et la personne à qui il faut la donner, peuvent différer.
Une partie du secteur demande notamment que les cartes soient
aussi données aux institutions qui véhiculent parfois plusieurs
personnes en situation de handicap. Une autre partie du secteur
pense, au contraire, que les cartes doivent rester individuelles.
Plusieurs visions s'affrontent.
Lors d'une première étape, nous sensibilisons les communes et leur
demandons de sanctionner la fraude et l'utilisation abusive. Je
partage votre point de vue: une réflexion est à mener sur l'utilisation
des cartes, leur octroi et la gestion administrative de celles-ci. Soyez
sûrs qu'il s'agit de l'une de mes préoccupations!
kaart al dan niet uitgereikt worden
aan de instanties die personen
met een handicap vervoeren,
enz.).
In eerste instantie zullen we de
gemeenten vragen fraude en
misbruik te bestraffen. Er moet
inderdaad nagedacht worden over
het gebruik van de kaarten, de
uitreiking en het administratieve
beheer ervan.
10.07 Hilâl Yalçin (CD&V): Ik ben het volledig daarmee eens, maar
wanneer mogen wij die omzendbrief verwachten?
10.07 Hilâl Yalçin (CD&V):
Quand la circulaire sera-t-elle
prête?
10.08 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Nous avons
marqué notre accord sur le contenu et la circulaire sera soumise à la
signature du secrétaire d'État à la Mobilité dans les prochains jours.
10.08
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez: We zijn
het eens over de inhoud. De
omzendbrief wordt eerdaags ter
ondertekening
aan
de
staatssecretaris voor Mobiliteit
voorgelegd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris voor Personen met een handicap,
toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de Conventie ter
bescherming van de rechten van mensen met een handicap" (nr. 13057)
11 Question de Mme Sonja Becq à la secrétaire d'État aux Personnes handicapées, adjointe à la
ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la Convention de sauvegarde des droits des
personnes handicapées" (n° 13057)
11.01 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, de Conventie ter
bescherming van de rechten van mensen met een handicap dateert
van 13 december 2006. Zij is toen goedgekeurd door de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties. Het Verdrag zelf werd door ons
land mee ondertekend in 2007. Ook het facultatieve protocol dat
eraan toegevoegd is, en dat een aantal rechtstreekse rechten verleent
aan personen met een handicap die er een beroep op wensen te
doen, is door België ondertekend.
Inmiddels is er een wetsontwerp ter zake ingediend in de Senaat, op
16 december 2008. Ik heb begrepen dat naar aanleiding daarvan het
probleem rijst dat de ratificatie door de Gemeenschappen nodig is.
Dat is ook mijn probleem inzake dat protocol. In ons gecompliceerde
land, waar de bevoegdheden verdeeld zijn, ligt het zwaartepunt inzake
de rechten van personen met een handicap bij de Gemeenschappen.
Daarom is die ratificatie nodig.
Recent is er op initiatief van de Vereniging van Parlementsleden
trouwens een congres daarover gehouden waar de stand van zaken
werd opgemaakt, vandaar mijn vraag. Wat is de stand van zaken wat
het hele proces van ratificatie betreft, waarvoor betrokkenheid van de
Gemeenschappen nodig is? Op welke manier verloopt het proces?
11.01 Sonja Becq (CD&V): Le 13
décembre
2006,
l'Assemblée
générale des Nations Unies a
adopté la Convention relative aux
droits
des
personnes
handicapées. La Belgique a signé
la Convention et le protocole
facultatif en 2007. Au Sénat, un
projet de loi a été déposé le 16
décembre 2008 mais une difficulté
s'est alors présentée dans la
Haute Assemblée, à savoir que
ces deux documents n'avaient pas
encore été ratifiés par les
Communautés.
Comment se déroule le processus
de ratification? Où en est ce
processus?
Un
point
de
coordination chargé d'assurer le
suivi de ce dossier a-t-il été mis
sur
pied?
Comment
les
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Verloopt het via interministeriële conferenties? Wij hebben daar niet
altijd zicht op, want wij krijgen daarover geen verslagen.
Omdat in de Conventie zelf een aantal vragen wordt gesteld naar
opvolging en naar een opvolgingsverslag, waarbij mogelijk een
coördinatiepunt aan de orde moet komen, is mijn vraag hoe dat mee
wordt voorbereid? Ik meen dat het belangrijk is dat men, op het
moment dat men de ratificatie vraagt aan een Parlement, al weet op
welke manier men dit verder zal opvolgen.
Ik heb nog een laatste vraag. Op welke manier zullen de organisaties
voor personen met een handicap bij dit proces worden betrokken? Zij
kunnen bij de opvolging en de uitvoering immers een belangrijke rol
spelen.
organisations
de
personnes
handicapées, qui joueront un rôle
majeur
dans
le
cadre
de
l'exécution et du suivi de ces deux
documents,
y
sont-elles
associées?
11.02 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Monsieur le
président, chère collègue, le processus de ratification de la
Convention des Nations unies sur le droit des personnes handicapées
et du protocole facultatif suit son cours. Il est même sur le point
d'aboutir.
Au niveau de l'État fédéral, la Chambre des représentants et le Sénat
ont, comme vous l'avez dit, adopté le 19 février 2009, la loi portant
assentiment aux actes internationaux suivants: la Convention relative
aux droits des personnes handicapées et le protocole facultatif se
rapportant à la Convention relative auxdits droits adoptée à New York
le 13 décembre 2006.
Suite à la répartition des compétences en Belgique, la Convention doit
être adoptée par les entités fédérées suivantes: la Région flamande,
la Région wallonne, la Région de Bruxelles-Capitale, la Communauté
française, la Communauté germanophone, la Commission
communautaire française et la Commission communautaire
commune.
La Conférence interministérielle Bien-être, Sport et Famille partie
Personnes handicapées, examine la question. Lors de sa réunion
plénière du 21 avril dernier, elle a accepté la proposition du groupe de
travail "Relations internationales". Celui-ci propose pour le rapport, le
suivi et l'implémentation de la Convention, la création d'une double
structure composée d'un dispositif de coordination officiel qui serait
chargé de l'élaboration du rapport final à l'ONU, qui suivrait le
développement politique de la Convention, qui serait situé au sein de
l'État fédéral, qui aurait en charge les tâches de rassembler et de
structurer les informations et les statistiques en rapport avec toutes
les problématiques du handicap et qui serait un soutien à la prise de
décisions politiques dans différents secteurs et à différents niveaux.
En outre, une structure représentative et indépendante serait mise sur
pied. Cette structure aurait un rôle de sensibilisation, de promotion, de
protection et de suivi de l'application de la présente Convention. Elle
serait composée de membres de la société civile et disposerait des
moyens
de
fonctionnement
nécessaires.
La
Conférence
interministérielle a également demandé au groupe de travail de
poursuivre sa réflexion en vue de faire des propositions quant à la
mise en oeuvre de cette décision après l'entrée en fonction des
nouveaux gouvernements régionaux et communautaires.
Les organisations de personnes handicapées seraient bien
11.02
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez:
Het
proces met het oog op de
ratificatie van het VN-Verdrag
inzake de rechten van personen
met een handicap is bijna rond.
In België hebben Kamer en
Senaat
de
wet
houdende
instemming met het Verdrag
inzake
de bescherming van
personen met een handicap en het
Facultatief Protocol aangenomen.
Het Verdrag moet in ons land ook
door de deelgebieden worden
aangenomen.
Op de interministeriële conferentie
Welzijn, Sport en Gezin werd de
invoering goedgekeurd van een
dubbele structuur, die zal worden
samengesteld uit een officieel
coördinatieorgaan
dat
het
eindverslag voor de VN moet
opstellen en de politieke omzetting
van het Verdrag moet opvolgen. Er
zou tevens een representatieve en
onafhankelijke instantie worden
opgericht,
die
zou
worden
samengesteld uit leden van het
maatschappelijk middenveld.
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
impliquées dans le processus de suivi via la structure indépendante et
représentative dont je viens de vous parler.
Je vous remets un document comportant les dates des ratifications
par les différents parlements.
11.03 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
staatssecretaris, het is inderdaad belangrijk dat die opvolging verder
gebeurt. Ik ben blij te horen dat op 21 of 22 april, ik ben de juiste
datum kwijt, die voorstellen om de concrete opvolging te onderzoeken
en te ondersteunen zijn gelanceerd.
Ik vind het ook belangrijk dat die representatieve structuur er is
waarin, hoewel ik u niet hoor spreken over de samenstelling, la
société civile, dus de civiele gemeenschap ook in is vertegenwoordigd
en dat u daarvoor ook in de nodige financiële ondersteuning zal
voorzien.
Ik vermoed dat wij dat op een of andere manier nog terug in het
Parlement zullen krijgen, bijvoorbeeld in de begrotingsbesprekingen.
Ik zal het in elk geval verder opvolgen.
11.03 Sonja Becq (CD&V): Le
suivi revêt effectivement une
grande importance. Le 21 ou le 22
avril seront donc déposées des
propositions ayant spécifiquement
trait à ce suivi. La secrétaire d'État
n'a rien dit de concret au sujet de
la composition des "organes
représentatifs" ni au sujet de leur
budget. Nous suivrons l'évolution
de ce dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de staatssecretaris voor Personen met een
handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het toekennen
van een parkeerkaart aan patiënten met de ziekte van Crohn" (nr. 13078)
12 Question de Mme Katia della Faille de Leverghem à la secrétaire d'État aux Personnes
handicapées, adjointe à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'octroi d'une
carte de stationnement aux patients atteints de la maladie de Crohn" (n° 13078)
12.01 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
voorzitter, mevrouw de minister, begin januari heb ik u hierover reeds
een vraag gesteld. Het probleem is bekend, mensen met de
aandoening van Crohn en patiënten met de ziekte colitis ulcerosa,
moeten soms dringend naar het toilet. Wanneer zij op dat moment
aan het rijden zijn, dienen zij zeer snel een parkeerplaats te vinden.
Het is dus wenselijk dat deze categorie van chronische patiënten even
gebruik zou kunnen maken van de parkeerplaatsen voorzien voor
mindervaliden.
In antwoord op mijn vraag hebt u hierop geantwoord dat het hebben
van een chronische ziekte niet voldoende is voor het verkrijgen van
een parkeerkaart. De gevolgen die de ziekte heeft op de mobiliteit van
de patiënten zijn wel doorslaggevend voor het verkrijgen van die
kaart. U hebt toen in de commissie verklaard dat u de mogelijkheid
zou onderzoeken om het gebruik van de parkeerkaart voor
gehandicapten uit te breiden tot deze patiëntengroep.
Ik heb volgende vragen. Is dit onderzoek reeds afgerond? Zo ja, wat
is het resultaat? Zo neen, wanneer kan er uitsluitsel worden gegeven
over het al dan niet toekennen van een parkeerplaats aan deze groep
patiënten?
12.01 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Début
janvier, j'ai déjà posé une question
sur les difficultés rencontrées par
les patients atteints de la maladie
de Crohn. Parce que ces
personnes doivent parfois se
rendre d'urgence aux toilettes, il
serait souhaitable de les laisser
utiliser les emplacements de
parking réservés aux moins-
valides. À l'époque, la secrétaire
d'État
avait
répondu
qu'elle
examinerait
les
possibilités
d'étendre l'octroi de la carte de
parking à ce groupe de patients.
Cet examen est-il terminé? Quelle
en est la conclusion?
12.02 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Monsieur le
président, madame, suite à votre question, j'ai sollicité l'avis du centre
d'expertise médicale de la DG Personnes handicapées sur la
12.02
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez:
Het
medisch expertisecentrum van de
05/05/2009
CRIV 52
COM 545
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
problématique concernée. Celui-ci attire mon attention sur le fait qu'à
l'heure actuelle, l'évaluation du droit à la carte spéciale de
stationnement est individuelle et tient compte des retentissements des
affections sur les possibilités de se déplacer et d'effectuer les
différentes tâches de la vie quotidienne et non de l'étiologie.
Les personnes atteintes de la maladie de Crohn ne sont donc pas
exclues ou admises en tant que telles au bénéficie de la carte de
stationnement; il convient qu'elles démontrent, sur base d'une
évaluation individuelle, qu'elles éprouvent des difficultés importantes à
se déplacer.
En conclusion, pour le centre d'expertise médicale, il semble assez
malaisé de modifier de façon ciblée et expresse la réglementation
concernant les affections spécifiques sans remettre en cause la
philosophie du système.
J'ajoute que dans le cadre de la réflexion sur les cartes de
stationnement, il faudrait penser à en faire bénéficier les personnes
souffrant de la maladie de Crohn ou qui sont reprises dans le plan
cancer et qui doivent subir des traitements ponctuels. Comme je le
disais tout à l'heure, il faut intégrer ceci dans une réflexion globale. On
ne peut cibler simplement un groupe de malades en particulier sans
remettre en cause la philosophie du système.
Cette réflexion est en cours au sein du groupe interministériel
Mobilité.
Directie-generaal Personen met
een handicap deelt me mee dat
het
recht
op
de
speciale
parkeerkaart wordt toegekend in
functie van de individuele situatie
van de betrokkenen. De personen
die lijden aan de ziekte van Crohn
hebben dus niet als dusdanig al
dan
niet
recht
op
een
parkeerkaart.
Voorts zouden personen die
welbepaalde
behandelingen
moeten ondergaan tijdelijk van die
kaart gebruik moeten kunnen
maken. Die reflectie is aan de
gang
in
de
interministeriële
werkgroep Mobiliteit.
12.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Uw antwoord is
gedeeltelijk positief. Het gaat om een hele groep patiënten en ik meen
dat het wel het moment is, nu er zoals u weet een horecacampagne
gaande is, dat er ook een positief signaal komt voor de patiënten met
de ziekte van Crohn vanuit de overheid. Ik wacht op de resultaten van
de interministeriële conferentie. Hebt u er enig zicht op wanneer die
zal worden afgerond? De mensen die lijden aan die ziekte moeten
toch vroeg of laat weten of ze al dan niet recht zullen hebben op zo'n
parkeerkaart.
12.03 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Cette
réponse est en partie positive. Une
campagne horeca a été lancée et
les pouvoirs publics pourraient
saisir l'occasion pour adresser un
signal positif à ce groupe de
patients.
Quand
la
conférence
interministérielle
sera-t-elle
clôturée? Les personnes qui
souffrent
de
cette
maladie
souhaiteraient savoir quand et si
elles ont droit à une carte de
stationnement pour handicapés.
12.04 Julie Fernandez-Fernandez, secrétaire d'État: Les travaux de
la conférence interministérielle sont suspendus pour le moment
puisqu'ils regroupent les représentants des gouvernements des
entités fédérées: en période préélectorale, nous sommes en attente
de nouveaux gouvernements. Cela n'empêche nullement les groupes
de travail, notamment au sein de l'administration ou de mon cabinet,
de réfléchir afin de pouvoir présenter ensuite des propositions
concrètes à débattre ultérieurement en conférence interministérielle.
En effet, pour le moment, les travaux sont entre parenthèses.
12.04
Staatssecretaris Julie
Fernandez-Fernandez:
De
werkzaamheden
van
de
interministeriële conferentie zijn
opgeschort,
omdat
voor
de
deelgebieden
die
eraan
deelnemen
de
verkiezingscampagne begonnen
is.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 545
05/05/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
La réunion publique de commission est levée à 15.48 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.48 uur.