KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 523
CRIV 52 COM 523
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
21-04-2009
21-04-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de sociale zekerheid bij
zelfstandigen" (nr. 12530)
1
Question de M. Peter Logghe à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la sécurité sociale des
indépendants" (n° 12530)
1
Sprekers: Peter Logghe, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Peter Logghe, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de digitalisering van het
wetenschappelijk en artistiek erfgoed" (nr. 12403)
3
Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la digitalisation du
patrimoine scientifique et artistique" (n° 12403)
3
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Sabine
Laruelle, minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de opvolging van het
rapport van de High Level Group 3 procent"
(nr. 12454)
5
Question de Mme Sofie Staelraeve à la ministre
des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "le suivi du rapport du
High Level Group 3%" (n° 12454)
5
Sprekers: Sofie Staelraeve, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Sofie Staelraeve, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister
van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de verlaging van de
leerplichtleeftijd" (nr. 12628)
8
Question de M. Ben Weyts à la ministre des PME,
des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "l'abaissement de l'âge
de l'obligation scolaire" (n° 12628)
8
Sprekers: Ben Weyts, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Ben Weyts, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid
over
"startende
ondernemingen" (nr. 12673)
12
Question de M. Peter Logghe à la ministre des
PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "les entreprises en
phase de démarrage" (n° 12673)
12
Sprekers: Peter Logghe, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Peter Logghe, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers
aan de minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid over "het
octrooi voor het kweken van varkens" (nr. 12544)
14
Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "le
brevet pour l'élevage de porcs" (n° 12544)
14
Sprekers: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Sabine Laruelle, minister van KMO's,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid
Orateurs: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Sabine Laruelle, ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers
aan de minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid over "de
verkoop van vlees afkomstig van gekloonde
dieren of hun jongen" (nr. 12580)
16
Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "la
commercialisation de viande issue de clones ou
de leur progéniture" (n° 12580)
16
Sprekers: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Sabine Laruelle, minister van KMO's,
Zelfstandigen,
Landbouw
en
Wetenschapsbeleid
Orateurs: Thérèse Snoy et d'Oppuers,
Sabine Laruelle, ministre des PME, des
Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het pensioen van de
meewerkende echtgenoten" (nr. 12514)
18
Question de Mme Muriel Gerkens à la ministre
des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "la pension des
conjoints aidants" (n° 12514)
18
Sprekers: Muriel Gerkens, Sabine Laruelle,
minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw
en Wetenschapsbeleid
Orateurs: Muriel Gerkens, Sabine Laruelle,
ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de erkenning voor het uitvoeren van
openbare werken" (nr. 11822)
21
Question de Mme Jacqueline Galant au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur "les
agréations pour l'exécution de travaux publics"
(n° 11822)
21
Sprekers: Jacqueline Galant, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Jacqueline Galant, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de volkstelling" (nr. 12230)
23
Question de Mme Josée Lejeune au ministre pour
l'Entreprise
et
la
Simplification
sur
"le
recensement de la population" (n° 12230)
23
Sprekers: Josée Lejeune, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Josée Lejeune, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de laattijdige betaling van facturen"
(nr. 12370)
25
Question de Mme Meyrem Almaci au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur "le retard
dans le paiement de factures" (n° 12370)
25
Sprekers: Meyrem Almaci, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen, Roel Deseyn
Orateurs: Meyrem Almaci, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification, Roel Deseyn
Vraag van de heer Roel Deseyn aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
betalingen
met
bank-
en
kredietkaarten"
(nr. 12499)
25
Question de M. Roel Deseyn au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "les paiements
par cartes bancaires et cartes de crédit"
(n° 12499)
25
Sprekers: Roel Deseyn, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Roel Deseyn, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "het
Europees Observatorium tegen namaak en
piraterij" (nr. 12503)
30
Question de M. Peter Logghe au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "l'Observatoire
européen de la contrefaçon et du piratage"
(n° 12503)
30
Sprekers: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
verkoopsstunt bij KIA" (nr. 12504)
32
Question de M. Peter Logghe au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "un coup de
marketing chez KIA" (n° 12504)
32
Sprekers: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het leveren van achtergrondmuziek via
streaming" (nr. 12566)
34
Question de Mme Sofie Staelraeve au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur "la
diffusion d'une musique de fond par le biais du
streaming" (n° 12566)
34
Sprekers: Sofie Staelraeve, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Sofie Staelraeve, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister 36
Question de M. Peter Logghe au ministre pour 36
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
vereenvoudiging van het stelsel van de bouw- en
verbouwpremies" (nr. 12674)
l'Entreprise
et
la
Simplification
sur
"la
simplification du système des primes à la
construction et à la transformation" (n° 12674)
Sprekers: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
21
APRIL
2009
Namiddag
______
du
MARDI
21
AVRIL
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door de heer Bart Laeremans.
La séance est ouverte à 14.20 heures et présidée par M. Bart Laeremans.
01 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de sociale zekerheid bij zelfstandigen" (nr. 12530)
01 Question de M. Peter Logghe à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la sécurité sociale des indépendants" (n° 12530)
01.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, ik ben blij dat ik voor een volle zaal
geïnteresseerden de eerste vraag op u mag afvuren.
Mijn vraag gaat over de socialezekerheidsbijdragen van zelfstandigen.
In kringen van boekhouders doet de jongste dagen of weken het
volgende verhaal de ronde, mevrouw de minister. Om betaling van de
socialezekerheidsbijdragen in België te ontlopen, zouden steeds meer
zelfstandigen de boeken hebben neergelegd en de activiteiten hebben
stopgezet, om op een later tijdstip de zelfstandige activiteiten te
hervatten.
Zij
zouden
er
daarbij
voor
opteren
het
socialezekerheidssysteem en vooral de socialezekerheidsbijdragen
van Groot-Brittannië te onderschrijven, waar de premies voor de
bijdragen een stuk lager liggen dan in België.
Mevrouw de minister, hebt u dat verhaal ook gehoord?
Ten tweede, kan men inderdaad, zonder de zetel van de zelfstandige
activiteit naar Groot-Brittannië over te brengen, opteren voor het
Britse socialezekerheidssysteem?
Ten derde, is de plaats van domicilie voldoende of moet men ook de
zelfstandige activiteit zelf naar Groot-Brittannië overbrengen om
socialezekerheidsbijdragen in Groot-Brittannië te betalen?
Ten vierde, als dat soort van verhalen klopt, wordt het dan niet
dringend tijd om op een interministerieel overleg met de EU-lidstaten
de materie ter sprake te brengen? Misschien is dat al gebeurd. Werd
01.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Selon
certains
comptables, de plus en plus
d'indépendants
cessent
leurs
activités pour les reprendre un peu
plus tard, soi-disant à partir de la
Grande-Bretagne. Ils éludent ainsi
les cotisations de sécurité sociale
en Belgique et paient la cotisation
nettement moins élevée dans le
cadre du système britannique.
La ministre est-elle au fait de cette
situation? Peut-on, sans modifier
le siège d'une société, opter pour
le système britannique de sécurité
sociale? Suffit-il de modifier
l'adresse du domicile? S'il en est
ainsi, cette matière ne devrait-elle
pas être abordée lors d'une
conférence
ministérielle
européenne?
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
hierover al overleg gepleegd? Zijn de resultaten van dat overleg
bekend?
Ik vraag u dus een stand van zaken met betrekking tot die dossiers.
01.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, (...) niet
bekend, maar als u een concreet geval kan voorleggen, zal dat
uiteraard worden onderzocht.
In de praktijk komt het echter wel frequent voor dat zelfstandigen zich
aansluiten bij de Britse sociale zekerheid en zich na een heel korte
periode naar België laten detacheren. Op die manier kunnen zij in
België een zelfstandige activiteit uitoefenen terwijl ze hiervoor de
Britse socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn die inderdaad
lager zijn dan de Belgische socialezekerheidsbijdragen.
Het moet ook vermeld dat de Britse sociale zekerheid in minder
uitkeringen voorziet dan de Belgische sociale zekerheid.
De wet van sociale zekerheid die van toepassing is, wordt bepaald
door de Europese en de nationale wetgeving. Het is dus geen keuze
of optie.
Als de betrokkene alleen in Groot-Brittannië een zelfstandige activiteit
uitoefent, met een vennootschap die in België gevestigd is, is hij
krachtens artikel 13, §2, b, van de verordening van de Europese
richtlijn 1408/71 onderworpen aan de Britse wetgeving inzake sociale
zekerheid.
Indien hij in een Belgische vennootschap een mandaat bekleedt, wat
door de Belgische wetgeving als een zelfstandige activiteit wordt
gekwalificeerd, en daarnaast een zelfstandige activiteit in Groot-
Brittannië uitoefent, is hij overeenkomstig artikel 14bis, §2, van de
voornoemde verordening onderworpen aan de wet van sociale
zekerheid van zijn woonland, als hij daar een deel van zijn activiteiten
uitoefent.
De plaats van domicilie is op zich niet voldoende om het land van
onderwerping te bepalen. Het algemeen uitgangspunt is dat men als
zelfstandige in principe socialezekerheidsbijdragen verschuldigd is in
het land waar men werkt. Wanneer men evenwel in verschillende
lidstaten een zelfstandige activiteit uitoefent, dan zal men
socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn in de lidstaat waar men
woont.
Wat uw laatste vraag betreft, de situatie die u schetst werd voor zover
ik weet nog niet uitgeklaard op het interministerieel overleg van de
Europese lidstaten.
01.02 Sabine Laruelle, ministre:
À ma connaissance, aucun cas de
ce type n'a été recensé. Si
M. Logghe peut me citer un cas
concret, celui-ci fera bien sûr
l'objet d'un examen. Je sais par
contre que certains indépendants
se font inscrire dans le système de
sécurité sociale britannique et
obtiennent
ensuite
leur
détachement en Belgique.
C'est au niveau européen que l'on
détermine de quel système de
sécurité sociale une personne
relève. Le principe général veut
que l'indépendant soit redevable
de cotisations de sécurité sociale
dans le pays dans lequel il
travaille. La personne qui exerce
une activité indépendante dans
plusieurs États membres doit
payer des cotisations de sécurité
sociale dans l'État membre où elle
réside.
Pour autant que je sache, cette
situation n'a pas encore été
abordée
en
concertation
interministérielle
des
États
membres de l'Union européenne.
01.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik dank
u voor uw volledig antwoord. Ik noteer dat het gaat over
gecumuleerde voorwaarden, domicilie en daarbovenop de plaats van
activiteit. Alles staat of valt natuurlijk met het systeem van controle. Ik
noteer ook dat dit nog geen onderwerp heeft uitgemaakt van
interministerieel overleg. Misschien moet dat toch wel eens gebeuren.
De verhalen gaan rond in kringen van boekhouders. Dat zijn toch de
best geplaatste mensen om dat soort zaken te noteren. Ik ben blij dat
u dit noteert en dat het bij gelegenheid het voorwerp van
01.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je prends bonne note de
l'existence
de
conditions
cumulatives. Tout dépend bien sûr
du contrôle. Une concertation
interministérielle sera cependant
sans doute nécessaire.
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
interministerieel overleg kan uitmaken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Jean-Luc Crucke à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la digitalisation du patrimoine scientifique et artistique" (n° 12403)
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de digitalisering van het wetenschappelijk en artistiek erfgoed" (nr. 12403)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, bien que 15 millions d'euros, ce qui en soi n'est pas mal,
aient été investis depuis 2005 dans le processus de digitalisation du
patrimoine scientifique et artistique de la Belgique, vous n'avez pas
hésité à affirmer très récemment dans la presse qu'à ce rythme, il
faudrait 100 ans pour digitaliser l'ensemble des collections.
Le 27 mars dernier vous avez proposé, en Conseil des ministres, la
mise en place d'un partenariat privé-public pour financer la
préservation du patrimoine et sa mise à la disposition du plus grand
nombre.
Quelles seront les modalités de ce partenariat? Quand pensez-vous
pouvoir le concrétiser? Les sommes reprises dans ce partenariat
visent-elles à diminuer cette période de 100 ans et donc à optimaliser
les montants qui ont déjà été investis? En appliquant une simple règle
de trois, on se rend compte qu'il serait question de 150 millions
d'euros? Ce montant est-il exact? Quelles seront les retombées que
ce projet de partenariat aura sur l'emploi? Quels avantages les
entreprises pourront-elles en retirer? Je pense qu'en la matière, il
n'est pas seulement question de patrimoine. En effet, cela pourrait
peut-être servir d'exemple sur le plan professionnel en vue d'emporter
des marchés, notamment à l'étranger.
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): U
hebt onlangs gesteld dat de
digitalisering
van
het
wetenschappelijke en artistieke
erfgoed van ons land bij het
huidige tempo honderd jaar zou
duren. U hebt de Ministerraad
daarom
een
publiek-private
samenwerking voorgesteld voor
de financiering van dit project.
Volgens welke modaliteiten zal die
samenwerking worden opgezet?
Er zou sprake zijn van een bedrag
van honderdvijftig miljoen euro.
Welke gevolgen zal dit hebben
voor de werkgelegenheid? Een
dergelijke opdracht zou onze
bedrijven tevens een referentie
kunnen bezorgen waarmee ze in
het buitenland andere opdrachten
kunnen binnenhalen.
02.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, monsieur
Crucke, je vous remercie pour cette question. J'ai effectivement fait
passer un point au Conseil des ministres du 27 mars dernier relatif à
ce projet de partenariat public-privé qui concerne la digitalisation des
collections contenues dans les établissements scientifiques fédéraux
(ESF).
Comme vous le soulignez, les établissements scientifiques fédéraux
représentent un patrimoine de 6 milliards d'euros et 80 millions
d'objets à digitaliser. Jusqu'à présent, le gouvernement n'est pas
resté inactif. Sont prévus: 4,3 millions d'euros sur base annuelle,
3 millions sur les fonds propres des établissements scientifiques et
2 millions d'euros dans le cadre du partenariat public-privé
digitalisation des ESF et du CEGES pour 2009. En outre, 2 millions
d'euros ont été octroyés pour la cinémathèque. À ce rythme, il nous
faudra une centaine d'années! On reproche souvent aux politiques
d'avoir une vision à très court terme. Toutefois, entamer un travail qui
s'achèvera dans cent ans, c'est peut-être voir à trop long terme. Il faut
trouver un juste équilibre!
Ce partenariat public-privé se base sur une procédure européenne.
Les appels d'offres seront prochainement lancés. Si le projet se
concrétise et si des partenaires privés sont intéressés, nous serons
les premiers au niveau européen à nous lancer dans un partenariat
02.02 Minister Sabine Laruelle: Ik
heb inderdaad een punt op de
ministerraad
van
27
maart
jongstleden laten goedkeuren met
betrekking tot dat publiek-privaat
partnerschapsproject
voor
de
digitalisering van de collecties van
de federale wetenschappelijke
instellingen. Zij vertegenwoordigen
een patrimonium van 80 miljoen
stukken met een totale waarde
van zes miljard euro. De regering
onderneemt wel degelijk actie,
maar
tegen
het
huidige
financieringstempo zou dat werk
inderdaad nog honderd jaar duren.
De
openbare
aanbestedingen
zullen op grond van een Europese
procedure
binnenkort
worden
uitgeschreven. Ik hoop eind 2009
of begin 2010 de regering
voorstellen met betrekking tot
privépartners
te
kunnen
voorleggen. Wij zullen op dat
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
de ce type pour la digitalisation.
Les objectifs visés sont la numérisation mais aussi l'accessibilité et la
préservation d'un certain nombre d'anciens documents qu'il faut
consulter avec énormément de précaution tant leur état de
conservation est délicat. Des priorités seront évidemment définies en
fonction de ces trois objectifs.
J'espère ainsi revenir fin 2009-début 2010 au gouvernement avec des
propositions de partenaires privés. C'est en fonction de ce que les
partenaires privés peuvent apporter en termes de mécénat tant au
niveau des compétences que d'un point de vue financier, que nous
pourrons définir plus concrètement ce que sera réellement ce
partenariat public-privé. Il s'agit de lancer un appel d'offres européen.
Nous verrons si les partenaires privés intéressés pourront rentrer
dans le cadre qui a été défini.
En effet, il faut se rendre compte qu'une oeuvre n'est pas une autre.
Certaines oeuvres sont encore soumises aux droits d'auteur, d'autres
pas.
Certaines oeuvres appartiennent au patrimoine fédéral, d'autres sont
mises à disposition du patrimoine fédéral. Il faudra, évidemment,
pouvoir intégrer l'ensemble de ces nuances dans ce partenariat
public-privé. Aussi, un comité de pilotage a-t-il été mis en place afin
d'assurer la gestion de cette procédure négociée. C'est la première
fois que l'on va procéder de la sorte. Il faudra donc que l'on puisse
s'adapter aux réalités des différentes entreprises.
En 2003, on avait estimé les montants nécessaires pour digitaliser
l'ensemble du patrimoine à 150 millions d'euros. Depuis lors, un
certain nombre de techniques ont évolué. Je ne suis pas certaine que
le montant s'élève encore à 150 millions d'euros.
Il faut aussi se rendre compte que ce partenariat public-privé sera
conclu pour le long terme. En temps de crise, le gouvernement ne
pourra, en effet, pas mettre 50 millions d'un coup sur la table.
J'espère qu'il pourra se réaliser en 15, 20, voire maximum 30 ans ou
du moins, que l'on puisse réduire la période par un facteur 3.
Ce projet s'inscrit également dans le cadre européen. II pourra
s'intégrer totalement à la constitution de la bibliothèque virtuelle
européenne (Europeana); et vous aviez d'ailleurs à juste titre critiqué
la Belgique lors de son lancement en disant que celle-ci avait mis très
peu d'oeuvres à disposition. J'espère que tout cela va pouvoir se
mettre en place rapidement et que l'on pourra rapidement travailler
dans une optique "win win", qui est en fait l'objectif du partenariat
public-privé.
ogenblik nagaan of ze in het
afgebakende
kader
kunnen
worden ingepast. De beoogde
doelstellingen zijn de digitalisering,
de
toegankelijkheid
en
de
bewaring van oude documenten.
Er zal uiteraard rekening moeten
worden
gehouden
met
de
eventuele auteursrechten. Er werd
dan ook een stuurgroep opgericht
om die na onderhandelingen tot
stand gekomen procedure te
beheren. Men zal zich tevens aan
de onderscheiden ondernemingen
moeten aanpassen.
De totale kosten werden in 2003
geraamd op 150 miljoen euro,
maar aangezien de techniek
voortdurend evolueert, zouden ze
lager kunnen uitvallen. Het betreft
een langetermijnpartnerschap. Ik
hoop dat dat werk in een
tijdspanne van 15 of ten hoogste
30 jaar kan worden afgerond.
Dat
project
kan
worden
geïntegreerd in de Europese
virtuele bibliotheek Europeana, bij
de lancering waarvan u kritiek uitte
op België, dat maar weinig
stukken ter beschikking ervan
heeft gesteld.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je voudrais
sincèrement féliciter la ministre pour ce travail et surtout, ce
magnifique projet. On n'en mesure pas encore toute l'importance.
J'ai tellement critiqué en son temps au Parlement de la Communauté
française la manière dont on épuisait les budgets publics pour des
procédés parfois semblables. On ne voyait que par l'investissement
public, c'est-à-dire qu'on se limitait dans l'objectif à atteindre et, sans
vouloir faire une campagne électorale, l'objectif n'a jamais été atteint!
02.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het gaat om een prachtig project
waarvan het echte belang nog
onvoldoende wordt ingeschat. Ik
kan u enkel maar aanmoedigen
om op de ingeslagen weg voort te
gaan.
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Effectivement, le fait de recourir à des partenariats privés-publics
avec cette clause européenne telle que vous l'avez définie me semble
l'objectif qui non seulement en maîtrisant le temps, peut aussi, en
termes d'efficacité, aboutir à sauver et à préserver les collections d'un
patrimoine, certes, riche, mais pour qu'il reste riche, il importe d'y
consentir des moyens. Par conséquent, je ne peux que vous
encourager dans cette direction.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de opvolging van het rapport van de High Level Group 3 procent"
(nr. 12454)
03 Question de Mme Sofie Staelraeve à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de
la Politique scientifique sur "le suivi du rapport du High Level Group 3%" (n° 12454)
03.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, in 2002 heeft de Europese Raad een aantal
Lissabondoelstellingen goedgekeurd. Een van de bedoelde
doelstellingen is dat minstens 3% van ons bruto binnenlands product
tegen 2010 aan onderzoek en ontwikkeling moet worden besteed.
Daartoe werd een speciale werkgroep, de High Level Group 3%,
opgericht. De werkgroep diende uit te maken wat ons land moest
doen om voornoemde doelstelling te bereiken.
In 2005 heeft voornoemde werkgroep haar rapport gepubliceerd. Uit
het rapport kwam een heel pak suggesties voort. Nu al, minder dan
een jaar vóór 2010, blijkt dat wij volgend jaar de 3%-doelstelling niet
zullen halen. Dat is niet alleen in België het geval. Ook andere landen
verkeren in hetzelfde geval.
De werkgroep stelde in haar rapport onder meer voor dat er een
permanente opvolging en evaluatie van het innovatiebeleid in België
nodig was. Onder meer zou in de mogelijkheid van een Innovatieraad
moeten worden voorzien.
Wij hebben op federaal en regionaal niveau een aantal organen die
rond innovatie werken. Niettemin blijft het idee hangen van een
permanente raad van wijzen die, amper een jaar vóór 2010, zou
kunnen bekijken hoe wij de beoogde 3%-doelstelling zo snel mogelijk
kunnen halen.
Naar aanleiding van een wetsvoorstel van mijn collega in de
commissie, die in een monitoring wil voorzien, vroeg ik mij het
volgende af.
Is er misschien een piste om een dergelijke raad op te richten?
Wat is de stand van zaken ter zake?
Ik heb voor u de volgende vragen.
Wat is uw reactie? Welke analyse maakt u van de huidige stand van
zaken in ons land inzake het behalen of niet behalen van de
voornoemde 3%? Wat zijn volgens u de oorzaken van het niet
03.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Dans le cadre des objectifs
de Lisbonne, les États membres
de l'Union se sont engagés à
consacrer, d'ici à 2010, 3% de leur
PIB à la recherche et au
développement. Notre pays a créé
un High Level Group 3% pour
étudier les mesures nécessaires à
cet effet.
En 2005, le High Level Group a
publié son rapport qui contient une
série de suggestions, comme la
création d'un conseil permanent
chargé d'assurer le suivi de la
politique d'innovation. Sera-t-il
tenu
compte
de
cette
recommandation?
Entre-temps, il est apparu aussi
que la Belgique, comme de
nombreux autres États membres
de l'UE, n'atteindra pas l'objectif
fixé pour 2010. Quelle analyse la
ministre fait-elle de la situation?
Quelles en sont les causes?
La ministre peut-elle fournir un
aperçu des recommandations du
High Level Group? Que pense-t-
elle de l'idée de créer un groupe
permanent chargé du suivi de la
politique d'innovation afin d'arriver
le plus vite possible à la norme de
3%?
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
behalen?
Ten tweede, kan u een overzicht geven of bestaat er een overzicht
van de stand van zaken inzake de diverse aanbevelingen uit het
rapport van de High Level Group van 2005?
Ten derde, wat vindt u van het idee van de oprichting van een
permanente werkgroep die op continue basis het federale of het totale
innovatiebeleid in België zou kunnen opvolgen, met de bedoeling zo
snel mogelijk de beoogde 3%-doelstelling te bereiken?
03.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Staelraeve, ik zal een samenvatting geven van mijn heel uitvoerig
schriftelijk antwoord, dat verschillende cijfers en schema's bevat.
De oorzaken van de situatie die u beschrijft, moeten in een mondiale,
Europese en Belgische context worden bekeken. Wat de mondiale
context betreft, sinds 2002 blijkt dat de O&O-intensiteit een aandeel
van de O&O-uitgaven in het bbp in veel landen, waaronder de
Verenigde Staten, is gedaald vooraleer opnieuw traag te stijgen.
Die daling is aan bepaalde factoren te wijten waaronder de
toegenomen concurrentie van de opkomende landen, de toenemende
internationalisering van de economie en de opening van de
bedrijven open innovation - naar externe partners leveranciers,
klanten, universiteiten, onderzoekspolen, publieke of private
instellingen om te innoveren teneinde te profiteren van de
aanvullende expertises, de middelen onder elkaar te verdelen en de
aan de ingrijpende ontwikkelingen gelinkte risico's te delen.
Binnen de Europese Unie met 27 lidstaten is de O&O-intensiteit enkel
in Oostenrijk echt duidelijk gestegen, terwijl ze in de meeste lidstaten
stagneert. Terwijl de doelstelling van de Raad van Barcelona een
alomvattende Europese en voor de Europese Unie in haar geheel
geldende doelstelling was, heeft elk land eerder de aandacht op
zichzelf gericht dan op het halen van de 3%-doelstelling met een
brede aanpak via het tot stand brengen van originele
samenwerkingsverbanden of via het oprichten van nieuwe netwerken.
In België was de economische groei van het bbp groter, ook al zijn de
O&O-uitgaven in reële waarde gestegen, waarbij de ratio O&O-
uitgaven/bbp is gedaald. Als het bbp verhoogt, daalt de ratio.
In feite hebben de O&O-uitgaven geen voordeel getrokken uit die
economische opleving, hoewel de traditionele modellen dat lieten
vermoeden. In België zijn er net zoals elders fusies, aankopen,
sluitingen en delocalisaties geweest. Ons land is echter des te
zwaarder getroffen daar het O&O slechts in enkele bedrijven is
geconcentreerd.
Niettemin was een van de besluiten van de High Level Group te
vermijden zich te focussen op de kostprijs van de 3%-doelstelling. Het
plan was dus de ontwikkelingsbasis, die aan hevige concurrentie
onderhevig is, te verstevigen, stimuli te verschaffen en voor de
toekomstige ontwikkeling van het onderzoek een geschikt systeem uit
te werken.
De High Level Group heeft discussiethema's vastgesteld voor
03.02 Sabine Laruelle, ministre:
Les origines du problème se
situent dans un contexte à la fois
européen et belge. Sur le plan
mondial, l'intensité R&D a baissé
dans de nombreux pays, comme
aux
USA,
pour
remonter
légèrement par la suite. Cette
baisse
s'explique
par
la
concurrence
accrue
des
économies
montantes,
une
internationalisation plus importante
de l'économie et l'open innovation
des
entreprises
vers
des
partenaires extérieurs.
De tous les Etats membres de
l'UE, seule l'Autriche affiche une
activité R&D plus intense. Dans la
plupart des Etats membres, cette
activité connaît une stagnation.
L'objectif des 3% concerne l'UE
dans son ensemble, mais plutôt
que de mettre en place des
structures de coopération, chaque
pays s'est surtout concentré sur
lui-même.
En Belgique, les dépenses R&D
sont en augmentation, mais en
raison de l'augmentation du PIB, le
pourcentage a diminué. Les
dépenses R&D n'ont pas bénéficié
de la relance économique. Par
ailleurs, en Belgique, les activités
R&D se concentrent sur quelques
entreprises seulement et notre
pays est dès lors touché plus
durement.
Le High Level Group recommande
de ne pas se focaliser sur le coût.
L'objectif est de renforcer la base
de développement et d'élaborer un
système
d'incitants.
Les
recommandations
qui
ressortissent exclusivement à la
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
toekomstige acties, opgedeeld in aanbevelingen voor een positieve
dynamiek. Daarvan ressorteren slechts enkele aanbevelingen
uitsluitend onder de federale overheid, met name meer gerichte
fiscale stimuli voor investeringen en het scheppen van banen, de
gedeeltelijke vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoek- en
ontwikkelingsmedewerkers en de ontwikkeling van een statuut voor
jonge, innoverende ondernemers.
Deze aanbevelingen werden ruimschoots uitgewerkt sinds het verslag
van de High level Group. Nu wordt een bedrag van meer dan 250
miljoen euro besteed in het raam van de vermindering van de
bedrijfsvoorheffing, zonder daarbij nog de verlichte fiscaliteit inzake
royalty's en de innovatiepremie te vermelden. De omzetting van de
Europese richtlijn inzake een wetenschappelijk visum waarbij de
gastovereenkomst voor onderzoekers uit derde landen fors wordt
vereenvoudigd, verloopt vlot in België. De achterstand bij de
omzetting van richtlijnen met betrekking tot technologieën, innovatie,
onderzoek enzovoort is klein of zelfs onbestaand.
Ik hecht eveneens veel belang aan de aanbevelingen die betrekking
hebben op de uitbreiding van de onderzoeksinfrastructuur door middel
van nieuwe instrumenten die onderzoekstechnologie, ontwikkeling en
vernieuwing samenbrengen.
Veel aandacht zal worden besteed aan de grote Belgische
onderzoeksinfrastructuur en aan de bijdrage van België in de
Europese onderzoeksinfrastructuur. Het komt erop neer Belgische
teams in de omvangrijke Europese netwerken in te passen. Er
worden extra budgetten uitgetrokken. Hetzelfde geldt voor alle
Europese initiatieven, zoals Joint Programming, ERA-NET enzovoort.
België past zich dus resoluut in, in de ERI.
De verschillende benadering versterkte de notie van een Belgische
onderzoeksruimte die de actieve medewerking van alle institutionele
partners noodzakelijk maakt. De vernieuwing van de Federale Raad
voor Wetenschappelijk Beleid is trouwens een onontbeerlijke en
doorslaggevende stap om het overleg te versterken en een
alomvattende visie uit te werken op de Belgische onderzoeksruimte.
Wat uw laatste vraag betreft, de High Level Group was uitgedacht als
een unieke oefening. De aanbevelingen ervan werden in de
overlegorganen besproken en op ruime schaal verspreid. Om de
Federale Raad voor Wetenschappelijk Beleid nieuw leven in te
blazen, lijkt het mij echter aangewezen deze, zij het in de mate van
het mogelijke, te betrekken bij de opvolging en de bespreking van
deze zaak.
Het federaal wetenschappelijk beleid heeft in 2007 een peer review
georganiseerd samen met het DG Onderzoek in het raam van de
procedure open method of coordination. De Europese Commissie en
enkele internationale experten werden uitgenodigd om gedurende
enkele dagen te debatteren over het Belgische innovatiesysteem en
inzonderheid over de policy mix ervan.
De experts hebben een vijftigtal Belgische experten en
verantwoordelijken ontmoet. Het verslag van de peer review sluit
nauw aan bij dat van de High Level Group en omvat 37 voorstellen
waarvan een gedeelte nu wordt toegepast.
compétence
des
autorités
fédérales les incitants fiscaux
pour les investissements et la
création d'emplois, l'exonération
partielle
du
précompte
professionnel
pour
les
collaborateurs R&D et l'élaboration
d'un statut pour les jeunes
entrepreneurs innovateurs ont
largement été mises en oeuvre
depuis 2005.
Plus de 250 millions d'euros sont
consacrés à la réduction du
précompte
professionnel.
La
transposition
de
la
directive
européenne relative au visa
scientifique se déroule sans
problèmes et la transposition des
directives
relatives
aux
technologies, à l'innovation et à la
recherche n'a quasiment pris
aucun retard.
L'extension des infrastructures de
recherche
constitue
une
recommandation importante. Une
attention
particulière
sera
consacrée
aux
grandes
infrastructures
de
recherche
belges et à notre contribution aux
infrastructures
de
recherche
européennes.
Des
budgets
supplémentaires seront dégagés à
cet effet.
Le renouvellement du Conseil
fédéral de la politique scientifique
(CFPS) constitue une étape
importante dans le cadre du
renforcement de la concertation et
de l'élaboration d'une vision
globale sur l'espace de recherche
belge. Bien que le High Level
Group constituait un exercice
unique, il me semble indiqué
d'impliquer le Groupe dans le suivi
et la discussion de ce dossier.
Le CFPS a organisé en 2007, en
collaboration
avec
la
DG
Recherche, un peer review dans le
cadre de l'open method of
coordination.
La
Commission
européenne
et
des
experts
internationaux ont pu débattre
pendant
quelques
jours
du
système d'innovation belge.
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Dat verslag is beschikbaar op de website van het federaal
wetenschappelijk beleid. Als u een e-mailadres heeft, kan ik het u
toesturen. Het is wat lang, maar ik heb nog een langer antwoord.
Le rapport d'évaluation par les
pairs rejoint dans une très large
mesure les points évoqués dans
celui du High Level Group. Il
comprend 37 propositions dont
certaines
sont
à
présent
appliquées.
Ce
rapport
est
consultable sur le site internet de
la Politique scientifique fédérale.
03.03 Sofie Staelraeve (Open Vld): Ik zal het lange antwoord met
genoegen ontvangen en lezen. Heel veel van de bevoegdheden ter
zake zijn regionaal. Als federale minister heeft u louter een
coördinerende en hoogstens wat afstemmende rol voor een aantal
specifieke federale maatregelen die u heeft aangehaald uit het rapport
waar u mee bezig bent.
Als klein land moeten wij vooral inzetten op samenwerking en
netwerking. Die accenten heeft u heel duidelijk meegegeven. Ik zal
het schriftelijk document uitgebreid bekijken. Dank u voor uw
antwoord.
03.03 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Je lirai la réponse de la
ministre. En sa qualité de ministre
fédérale, elle ne peut jouer, au
plus, qu'un rôle de coordination.
En tant que pays de taille
modeste, nous devons en effet
miser sur la collaboration et l'effet
de réseau.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "de verlaging van de leerplichtleeftijd" (nr. 12628)
04 Question de M. Ben Weyts à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "l'abaissement de l'âge de l'obligation scolaire" (n° 12628)
04.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, mijn vraag handelt over een punt dat op de agenda stond
van het Overlegcomité en waar naar verluidt ook een akkoord over
bereikt is.
Op 18 maart stond op het Overlegcomité het wetsontwerp
geagendeerd dat een verlaging van de leerplicht naar de leeftijd van
vijf jaar impliceert. Naar verluidt bestaat er een akkoord tussen de
federale regering en de Gemeenschappen om de leerplichtleeftijd tot
de leeftijd van vijf jaar te verlagen. Over de financiële aspecten
moeten de federale regering en de Gemeenschappen echter nog tot
een akkoord komen voor de inwerkingtreding van dit wetsontwerp.
Mijn vragen aan u zijn de volgende, mevrouw de minister. Ten eerste,
wat houdt het akkoord concreet in? Ten tweede, wat is de timing voor
de uitvoering van dat akkoord? Ten derde, wat zijn de financiële
implicaties van de uitvoering van het akkoord voor elke
Gemeenschap? Ten vierde, impliceert de uitvoering van het
regeerakkoord want ik veronderstel dat dit daar een eerste stap
voor is ter zake ook een aanpassing van de financieringswet? Zo ja,
wanneer? Wat zijn dan de financiële gevolgen voor de federale
overheid en voor elk van de Gemeenschappen afzonderlijk?
04.01 Ben Weyts (N-VA): Le 18
mars, le Comité de concertation a
conclu un accord concernant le
projet de loi qui impliquerait
l'abaissement
de
l'âge
de
l'obligation scolaire à cinq ans. Le
gouvernement fédéral et les
Communautés doivent encore se
mettre d'accord sur l'aspect
financier.
Quelles sont les implications de
cet accord? Selon quel échéancier
sera-t-il mis en oeuvre? Quelles
sont les incidences financières
pour
chaque
Communauté?
L'exécution
de
l'accord
de
gouvernement implique-t-elle une
modification
de
la
loi
de
financement? Quelles sont alors
les conséquences financières pour
l'État fédéral et pour chaque
communauté?
04.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, het federaal
regeerakkoord van 18 maart 2008 voorziet in de verlaging van de
aanvang van de leerplicht naar de leeftijd van vijf jaar.
04.02 Sabine Laruelle, ministre:
L'accord de gouvernement du 18
mars 2008 prévoit l'abaissement à
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Ik zou het eerst even willen hebben over de leerplicht zelf. De
leerplicht op zich draagt bij tot een lovenswaardig, democratisch en
hoogstaand doel waarvan het af en toe gepast is dit in herinnering te
brengen: alfabetisering, gelijkheid van kansen al van bij het begin van
het leven, ontwikkeling van de burgerzin, sociale gerechtigheid en
respect voor het filosofische evenwicht. Het opzet van de verlaging
van de leerplicht naar de leeftijd van vijf jaar bestaat er uiteindelijk in
deze aspecten te versterken.
Hoewel het hier gaat om een exclusieve bevoegdheid van de federale
overheid zijn wij toch zo hoffelijk geweest hierover vooraf gesprekken
te voeren met de Gemeenschappen. De overeenkomst die werd
gesloten binnen het Overlegcomité op 18 maart 2009 precies een
jaar na het regeerakkoord omvat volgende drie punten. De partijen
de federale overheid en de drie Gemeenschappen stemmen in
met de tekst van het voorontwerp van wet dat door mijzelf werd
voorgelegd. Deze tekst rust op twee assen, namelijk de verlaging van
de leerplicht naar de leeftijd van vijf jaar en als logisch gevolg
daarvan, de verlenging van de duur van de leerplicht tot dertien jaar in
plaats van twaalf jaar.
Het Overlegcomité heeft kennis genomen van de overeenkomst van
bovenvermelde partijen over de principes opgenomen in de tekst. Het
Overlegcomité nam eveneens kennis van het feit dat de praktische
toepassingsmodaliteiten
van
deze
maatregel
voor
de
Gemeenschappen van even groot belang zijn als het principe zelf. Het
Overlegcomité is van mening dat de toepassingsbepalingen en de
financiële aspecten ervan in het bijzonder, het voorwerp moeten
uitmaken van een overeenkomst tussen de federale overheid en de
Gemeenschappen, nog vóór de wetswijziging ter zake in werking
treedt.
Als logisch gevolg hiervan zou de Koning gemachtigd worden de
inwerkingtreding van deze maatregel vast te leggen. Alle partijen
binnen het Overlegcomité gaan hiermee akkoord. Bijgevolg zal ik
binnenkort dit voorontwerp van wet voorleggen aan de Ministerraad
opdat het Parlement hierover zo snel mogelijk zou kunnen debatteren
en misschien stemmen. Vervolgens kan er worden overwogen
overleg te plegen over de toepassingsmodaliteiten. Het is op dit
ogenblik te vroeg om zich uit te spreken over de financiële gevolgen
van deze maatregel voor de Gemeenschappen omdat de
toepassingsmodaliteiten van deze maatregel in elk geval nog moeten
worden besproken met de drie Gemeenschappen.
In de huidige stand van zaken heeft de maatregel geen budgettair
gevolg op federaal vlak.
Ik weet dat bepaalde leden van de commissie eveneens
wetsvoorstellen hebben ondertekend om de leerplicht te verlagen
naar de leeftijd van vijf jaar. De bespreking van deze teksten was
opgeschort omdat hierover werd gedebatteerd in het Overlegcomité.
Nu de debatten zijn afgerond en we het eerder vernoemde positieve
resultaat hebben bereikt dat ik altijd wilde, hoop ik uiteraard dat alle
leden van de commissie deze maatregelen zullen steunen wanneer
het wetsontwerp van de regering in het Parlement zal worden
besproken, vooral door degenen die hierover al eerder teksten
cinq ans de l'âge de la scolarité
obligatoire. L'obligation scolaire
poursuit
des
objectifs
d'alphabétisation, d'égalité des
chances, de développement du
sens civique, de justice sociale et
de
respect
de
l'équilibre
philosophique.
La
mesure
d'abaissement
tend
au
renforcement de ces aspects.
Bien qu'il s'agisse en l'occurrence
d'une compétence exclusivement
fédérale, nous avons eu la
courtoisie de nous concerter
préalablement à ce sujet avec les
Communautés.
Par
l'accord
conclu au sein du Comité de
concertation,
les
autorités
fédérales ainsi que les trois
Communautés
marquent
leur
adhésion au texte de l'avant-projet
de loi.
L'âge de la scolarité obligatoire est
avancé à cinq ans, ce qui porte à
treize ans la durée de la scolarité
obligatoire.
Le Comité de concertation est
d'avis
que
les
modalités
d'application ainsi que les aspects
financiers doivent faire l'objet
d'une
convention
entre
les
autorités
fédérales
et
les
Communautés avant même que
l'entrée
en
vigueur
de
la
modification législative. Il s'ensuit
logiquement que la fixation du
moment de l'entrée en vigueur de
cette mesure serait confiée au Roi.
Je
soumettrai
prochainement
l'avant-projet au Conseil des
ministres pour que le Parlement
puisse en débattre le plus vite
possible. Une concertation pourra
ensuite être envisagée à propos
des modalités d'application.
Pour l'heure, il est trop tôt pour se
prononcer sur les conséquences
financières de ces mesures pour
les Communautés, parce que les
modalités d'application doivent en
tout état de cause encore être
examinées
avec
les
Communautés. Dans l'état actuel
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
hebben ingediend.
de la situation, la mesure n'a
aucune incidence budgétaire au
niveau fédéral.
04.03 Ben Weyts (N-VA): Mevrouw de minister, u zegt dat dit
akkoord geen budgettair gevolg heeft voor de federaal overheid.
04.04 Minister Sabine Laruelle: Dat heb ik niet gezegd. In de huidige
stand van zaken heeft dit geen gevolgen.
04.05 Ben Weyts (N-VA): Dat heeft wel gevolgen voor de
Gemeenschappen, want de participatiegraad in Vlaanderen van de
kleuters van vijf jaar is momenteel 99 procent. Wij hebben het hier
over tweehonderd vijfjarigen die nog niet naar de kleuterklas gaan. De
prijs voor de leerplichtverlaging is in Vlaanderen minimaal 50 miljoen
euro. Dat betekent dus 250.000 euro per kop per jaar om dat idee van
u door te voeren. Waarmee is men in godsnaam bezig?
04.05
Ben
Weyts
(N-VA):
L'accord a en tout cas des
conséquences
pour
les
Communautés,
parce
qu'en
Flandre, le taux de participation
des enfants de cinq ans s'élève
actuellement à 99%. Le coût d'un
abaissement de l'âge du début de
l'obligation scolaire en Flandre est
de minimum 50 millions d'euros.
L'idée de la ministre coûterait
250.000 euros par enfant de cinq
ans soit deux cents qui ne
fréquente pas encore l'école
maternelle.
04.06 Minister Sabine Laruelle: Dat is niet een idee van mij.
04.06 Sabine Laruelle, ministre:
L'idée ne vient pas de moi.
04.07 Ben Weyts (N-VA): Neen, maar daar zit natuurlijk een andere
agenda achter. Het gaat hier in globo over de financiering van de
Franse Gemeenschap, over de aanpassing van een financieringswet.
Dat zit daar natuurlijk achter.
Ik vind het hemeltergend. Hier zit momenteel maar een lid van de
Vlaamse meerderheidspartijen, van CD&V. De Vlamingen hebben
verschillende desiderata geformuleerd inzake BHV, inzake de
staatshervormingen en hebben altijd nul op dat rekwest gekregen. De
Franstaligen hebben een ding gevraagd en zij worden onmiddellijk, al
na een jaar, op hun wenken bediend. Het is ongelooflijk dat CD&V,
Open Vld en zelfs sp.a bereid zijn daarin mee te gaan. Dat is
inschikkelijk, maar op een bepaald moment wordt inschikkelijkheid
domheid, niet alleen in hoofde van Open Vld en CD&V, maar ook van
oppositiepartij sp.a. Ik denk dat de leden van de N-VA, en ook
anderen, het aangekondigde ontwerp met hand en tand zullen
bevechten.
04.07 Ben Weyts (N-VA): En fait,
il en va ici du financement de la
Communauté française et de
l'adaptation
de
la
loi
de
financement. Voilà le véritable
agenda. Concernant BHV et la
réforme de l'État, les Flamands se
sont chaque fois vu opposer une
fin
de
non-recevoir.
Les
francophones ont formulé une
demande et il y est déjà accédé un
an plus tard. À un moment donné,
la complaisance confine à la
bêtise, et cela s'applique non
seulement à l'Open Vld et au
CD&V, mais également au parti
d'opposition
spa.
La
N-VA
s'opposera avec force à ce projet.
04.08 Sabine Laruelle, ministre: (...) Je vais me permettre de
m'exprimer en français pour vous dire qu'il ne s'agit pas d'une idée
personnelle: plusieurs propositions de texte ont été déposées en
commission et pas seulement par des francophones si mes
souvenirs sont exacts: le point a fait l'objet d'un accord. Si votre parti
refuse que les enfants soient scolarisés à partir de cinq ans, qu'on
s'occupe d'eux à partir de cet âge et refusent qu'on donne à tous ces
enfants la même chance, sachant que ceux qui ne sont pas
scolarisés proviennent en général d'un milieu plus défavorisé, soit:
nous sommes en démocratie et quand le texte arrivera, vous voterez
04.08 Minister Sabine Laruelle:
Er
werden
verscheidene
voorstellen
ingediend
in
de
commissie,
niet
alleen
van
Franstaligen, en over dit punt werd
er een akkoord bereikt. Als uw
partij niet wil dat kinderen vanaf de
leeftijd van vijf jaar naar school
moeten en dat alle kinderen
dezelfde kansen krijgen, staat het
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
contre. Je n'y vois pas d'inconvénient.
u vrij tegen deze tekst te
stemmen.
04.09 Ben Weyts (N-VA): Mevrouw de minister, nogmaals, het gaat
over tweehonderd vijfjarigen in Vlaanderen. 250.000 euro, voor die
prijs kunt u die kinderen elke dag met een Rolls Royce brengen en
weer afhalen en privéles geven in een omkadering van tien
leerkrachten per dag.
04.10 Minister Sabine Laruelle: (...)
04.11 Ben Weyts (N-VA): Mevrouw de minister, u hebt een andere
agenda, een agenda die veel ruimer is. Het gaat hier wederom om de
kluiten, om de vraag van de Franstaligen naar geld. Ik vind het nogal
pedanterig, van uw kant dan, dat u daarvoor een discours doet voor
de ondersteuning van de vijfjarigen, want uiteindelijk gaat het daar
niet over.
04.11 Ben Weyts (N-VA): Le fond
du problème, c'est que les
francophones
demandent
de
l'argent.
Je
trouve
que
le
positionnement de la ministre, qui
consiste à tenter d'obtenir cet
argent sous couvert d'aide aux
enfants de cinq ans, est des plus
fallacieux. Il ne s'agit pas du tout
de cela.
De voorzitter: Als ik zo vrij mag zijn een kleine verwondering te uiten.
Mijnheer Weyts, aangezien het in het regeerakkoord stond, hebt u het
destijds mee goedgekeurd, aanvankelijk. Ik ben evenwel blij dat het
front van verzet daaromtrent iets sterker aan het worden is.
Mevrouw de minister, ik heb wel een vraag voor deze commissie. U
kondigt immers een wetsontwerp aan, terwijl er al verschillende
wetsvoorstellen waren ingediend. Waarom is een wetsontwerp dan
nog nodig?
Le président: Je suis quelque peu
surpris: M. Weyts n'avait-il pas, en
son temps, signé l'accord de
gouvernement?
La ministre annonce le dépôt d'un
projet de loi, alors que plusieurs
propositions
ont
déjà
été
déposées. Pourquoi, dans ce cas,
déposer encore un projet de loi?
04.12 Sabine Laruelle, ministre: Il y avait le problème des treize ans
dans les projets déposés au Parlement.
04.12 Minister Sabine Laruelle:
Omdat er een probleem was met
betrekking tot de duur van de
leerplicht, die tot dertien jaar
verlengd werd in de teksten die bij
het Parlement ingediend werden.
De voorzitter: Het kan dus ook via een amendement?
04.13 Minister Sabine Laruelle: De verschillende teksten die zijn
ingediend in de commissie, vertonen een probleem omtrent de duur
van de leerplicht. Vandaag is het twaalf jaar, van zes tot achttien jaar.
Als we beginnen op vijf jaar, wordt dat dertien jaar. We moeten dat
bekijken.
04.13 Sabine Laruelle, ministre:
Les différents textes déposés
présentent
un
problème
concernant la durée de l'obligation
scolaire. Nous devons examiner
cette question. L'examen de ce
problème interviendra après les
vacances.
De voorzitter: Als ik de timing voor de werkzaamheden van de commissie goed begrijp, zal het niet meer
voor het zomerreces worden behandeld?
04.14 Minister Sabine Laruelle: Neen, het zal na het zomerreces
zijn.
Het incident is gesloten.
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "startende ondernemingen" (nr. 12673)
05 Question de M. Peter Logghe à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "les entreprises en phase de démarrage" (n° 12673)
05.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, Unizo,
de overkoepelende organisatie van kmo's is erg verontrust door het
lage cijfer van kleine en middelgrote ondernemingen die het langer
dan vijf jaar uithouden. De economische crisis zit er natuurlijk voor
iets tussen maar de organisatie van zelfstandigen merkt op dat enkele
jaren geleden het overlevingspercentage na vijf jaar activiteit 76
procent bedroeg en dat dit vorig jaar is gedaald tot 68 procent. Dit is
geen goede evolutie en Unizo heeft daar op zijn minst een aantal
vragen bij.
Mevrouw de minister, ten eerste, bent u op de hoogte van die cijfers
en heeft u er commentaar op?
Ten tweede, het is Unizo er niet om te doen het debat over de
vestigingswet opnieuw te openen maar merkt toch op dat er op
regeringsniveau een tendens bestaat om zoveel mogelijk mensen een
zaak te laten beginnen, ook al hebben zij niet de nodige
bedrijfskennis. Unizo pleit ervoor om mensen vooraleer ze een zaak
opstarten minimale bedrijfskennis te laten bewijzen. Kunt u zich
vinden in dit voorstel van Unizo?
Ten derde, zou het kunnen dat de allicht strengere kredietverlening
daar ook voor een stuk tussen zit en dus deels oorzaak is van de
sterkere uitval zodat slechts 68 procent van de kmo's het na vijf jaar
nog uitzingt? Wat Unizo vooral verontrust is het feit dat in de horeca
na tien jaar amper 37 procent van de zaken overleeft. Ook in het
transport gaat het slechts om 41 procent, minder dan de helft. Men
kan zich afvragen of de regering geen maatregelen moet uitvaardigen
voor deze sectoren en of er geen ondersteuning moet komen. Ik wil
graag toch eens uw opinie daarover.
05.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
L'UNIZO
s'inquiète
beaucoup du faible pourcentage
de survie des PME. La crise en est
une
des
raisons
mais
le
pourcentage
des
entreprises
créées depuis plus de cinq ans
s'élevait à 76% il y a quelques
années et est passé à 68%
l'année dernière.
La ministre est-elle au courant de
ces chiffres et quel est son
commentaire à ce sujet?
L'UNIZO constate au niveau
gouvernemental une tendance à
motiver
un
maximum
de
personnes à créer leur propre
entreprise mais estime que ces
débutants
doivent
également
démontrer qu'ils disposent d'un
minimum
de
connaissances
relatives à l'entreprise. La ministre
partage-t-elle cette position?
Les conditions plus strictes pour
l'octroi de crédits constituent-elles
une des raisons de l'augmentation
du nombre de faillites? L'UNIZO
attire particulièrement l'attention
sur les chiffres inquiétants dans
les secteurs de l'horeca et du
transport où respectivement 37 et
41% des entreprises sont encore
actives après
dix
ans.
Le
gouvernement ne devrait-il pas
prendre des mesures pour ces
secteurs?
05.02 Minister Sabine Laruelle: Mijnheer de voorzitter, ik neem nota
van de cijfers van Unizo. Uit deze rudimentaire gegevens kunnen
natuurlijk geen algemene conclusies worden getrokken. Het
stopzetten van een onderneming kan verschillende redenen en
oorzaken hebben. We zien trouwens ook dat het aantal
faillissementen al stijgt sinds januari 2008, toen van een crisis nog
geen sprake was. Iedere maand van het jaar 2008, uitgezonderd
maart, had al een hoger cijfer van failliete ondernemingen dan de
overeenkomstige maand van het jaar 2007. De stijging van het aantal
faillissementen is nog groter sinds januari 2009.
05.02 Sabine Laruelle, ministre: Il
va de soi qu'il est impossible de
tirer des conclusions générales
des
données
rudimentaires
fournies par l'Unizo. La cessation
d'une activité professionnelle peut
être
attribuable
à
différents
facteurs. De plus, la croissance du
nombre de faillites date d'avant la
crise,
puisqu'on
observe
ce
phénomène depuis janvier 2008.
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Iedere onderneming die als handels- of ambachtsonderneming in de
Kruispuntbank van Ondernemingen moet worden ingeschreven, moet
voorafgaandelijk de basiskennis van bedrijfsbeheer bewijzen. Ik zal
dat niet schrappen. Die verplichting bestaat al sinds 1 januari 1999.
Met ingang van 1 september 2008 werd het bedoeld artikel 6
gewijzigd. Sindsdien bestaat de basiskennis van bedrijfsbeheer uit
twee evenwaardige luiken.
Het eerste luik is nieuw en gaat over ondernemerseigenschappen en
attitudes, zin voor risico's, het belang van een professionele
begeleiding en het maken van een ondernemersplan. In de Europese
Gemeenschap en daarbuiten is in de jongste jaren immers een
consensus gegroeid over de noodzaak om de jeugd meer zin voor
ondernemerschap bij te brengen.
Het tweede luik herneemt de oude inhoud van artikel 6, maar beperkt
die ook tot een elementaire kennis, aangezien ik van mening ben dat
in de oude versie te veel aandacht ging naar theoretische
vaardigheden. De hervorming is gebeurd in overleg met Unizo.
Het is te vroeg om al een effect van de veranderingen van 1
september 2008 aan te wijzen. Het voltijds secundair onderwijs en het
middenstandsonderwijs hebben uiteraard nog geen getuigschriften
over de nieuwe basiskennis kunnen uitreiken, tenzij voor de versnelde
opleidingen van die laatste onderwijsvorm.
Problemen op het gebied van kredietverlening worden algemeen
vastgesteld. De nodige gegevens ontbreken echter om gefundeerde
uitspraken te doen over het relatief effect van die fenomenen op de
overlevingskansen van de ondernemingen.
In de actuele context is het mogelijk dat banken strengere
voorwaarden bepalen. Het is echter ook een feit dat ondernemers
minder investeren, wat inderdaad kan leiden tot minder starters of tot
meer bedrijven die hun zaak moeten stopzetten.
Om voornoemd fenomeen te vermijden, heb ik het Participatiefonds
gevraagd twee nieuwe producten, de Initiolening en de Casheolening,
te ontwerpen. Wij hebben nu ook een bemiddelaar bij het
Participatiefonds.
In antwoord op uw laatste vraag merk ik op dat de horecasector altijd
al een groot verloop heeft gekend. In de genoemde sector is ook
plaats voor verschillende branches en niches. Zij moeten allen in de
analyses worden betrokken, vooraleer over een eventuele remedie
kan worden nagedacht.
Ik moet ook opmerken dat de deelsector van de restaurants behalve
een verplichte basiskennis van het bedrijfsbeheer sinds 1988 ook
eisen op het gebied van de beroepsbekwaamheid kent.
Voor de transportsector moet ik u naar de staatssecretaris bevoegd
voor Mobiliteit verwijzen. Hij is overigens ook bevoegd voor het
bepalen van de vereiste bekwaamheidsvoorwaarden voor toegang tot
de transportsector.
Depuis le 1
er
janvier 1999, toute
personne désireuse de lancer une
entreprise
commerciale
ou
artisanale
doit
justifier
de
connaissances de base en gestion
d'entreprise.
Depuis
le
1
er
septembre
2008,
ces
connaissances de base englobent,
en plus des connaissances et
aptitudes
déjà
requises
auparavant, les caractéristiques et
attitudes d'un entrepreneur, le
sens du risque, l'importance d'un
accompagnement professionnel et
la
rédaction
d'un
projet
entrepreneurial. Cette réforme
s'est opérée en concertation avec
l'Unizo et il est encore trop tôt pour
en évaluer les conséquences.
Si le constat des problèmes liés à
l'octroi de crédits est général, il
n'est cependant pas possible, par
manque de données en la matière,
d'en évaluer l'incidence sur ce
phénomène.
Il se peut que les banques
imposent
actuellement
des
conditions plus strictes, mais les
entrepreneurs
investissent
également moins aujourd'hui, ce
qui peut contribuer à expliquer le
phénomène. C'est pourquoi j'ai
demandé
au
Fonds
de
participation de développer deux
nouveaux produits d'emprunt.
Le secteur horeca a toujours
connu une rotation importante et
compte
également
plusieurs
branches et niches dont il faut
tenir compte dans le cadre des
analyses. Pour les restaurants,
certaines conditions s'appliquent
d'ailleurs déjà depuis 1988 en
matière de connaissances de base
en gestion d'entreprise et de
qualification professionnelle.
En ce qui concerne le secteur du
transport, je vous renvoie vers le
secrétaire d'État à la Mobilité.
05.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, het aantal faillissementen stijgt inderdaad ook.
05.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le nombre croissant de
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Dat kan echter geen reden zijn om bij de pakken te blijven zitten.
Het is in elk geval alarmerend dat ook op algemeen vlak de zin voor
ondernemerschap in België lager ligt dan in Europa. Bij ons begeven
ongeveer 3 procent van de jongeren zich op het pad van het
ondernemerschap, terwijl dat op Europees vlak ongeveer 6 procent is.
Dat zijn zaken waarover wij ons in alle ernst moeten buigen en waarbij
wij ons ernstig moeten afvragen of wij wel op de juiste manier bezig
zijn.
Ten slotte, in uw laatste opmerking over de transportsector
antwoordde u dat ik mij daartoe tot de minister van Mobiliteit moet
richten. Ik heb mijn vraag al aan hem gesteld. Hij heeft de
moeilijkheden beaamd. Daar blijft het evenwel bij.
Misschien is het inderdaad nog te vroeg om conclusies te trekken,
gelet op het feit dat de nieuwe kennisvoorwaarden inzake
bedrijfsbeheer en ondernemerseigenschappen pas sinds 1 september
2008 van toepassing zijn.
Mevrouw de minister, ik zal de zaak niettemin opvolgen en er u op
gezette tijdstippen over aanspreken. Het kan immers niet zijn dat,
omwille van het feit dat de wetgeving nog maar pas in voege is, wij
ons geen zorgen zouden mogen maken over of geen problemen
zouden zien in de evolutie van het aantal faillissementen en van het
aantal bedrijven dat het maar vijf jaar volhoudt. De kwestie moet onze
aandacht blijven behouden.
faillites ne peut justifier l'inaction. Il
est alarmant de constater qu'avec
un taux de 3%, l'esprit d'entreprise
est significativement inférieur, en
Belgique,
à
la
moyenne
européenne de 6%. Nous devons
dès lors sérieusement nous
interroger sur l'efficacité de notre
approche. Le ministre de la
Mobilité a reconnu les difficultés
qui se posent dans le secteur du
transport, mais il en est resté là. Il
est peut-être trop tôt pour tirer des
conclusions, mais je suivrai le
dossier.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "le brevet pour l'élevage de porcs" (n° 12544)
06 Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid over "het octrooi voor het kweken van varkens" (nr. 12544)
06.01 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
ministre, selon Naturland, association allemande de producteurs bio,
l'Office européen des brevets aurait octroyé, en juillet 2008, un brevet
pour l'élevage de porcs à la multinationale Monsanto.
L'association des paysans bio allemands a déjà fait opposition à ce
brevet et lançait récemment un cri d'alarme pour que d'autres acteurs
de la filière bio fassent de même. La date limite du dépôt était le
15 avril 2009. Le brevet en question se base sur l'utilisation de gènes
présents dans des races anciennes porcines et concernerait donc
également les races utilisées en agriculture biologique.
La raison principale pour faire opposition est, selon cette association,
d'ordre éthique: le brevet ne se base pas sur une invention mais vise,
au contraire, la maîtrise de la production des denrées alimentaires.
Naturland craint aussi que le brevet puisse avoir des conséquences
importantes en matière de dépendance des éleveurs et des
consommateurs.
On parle beaucoup des efforts de grandes multinationales comme
Monsanto pour maîtriser le secteur de la production alimentaire. Aux
États-Unis, un projet de loi vise également à maîtriser les petits
06.01
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): In juli
2008
zou
het
Europees
Octrooibureau
aan
de
multinational Monsanto een octrooi
hebben toegekend voor het
kweken van varkens. Dat octrooi
zou stoelen op het gebruik van
genen van oude rassen en zou
dus ook betrekking hebben op de
rassen die gekweekt worden in de
biologische landbouw.
Volgens Naturland, een Duitse
vereniging van bioproducenten,
zou dat octrooi verstrekkende
gevolgen kunnen hebben voor de
afhankelijkheid van fokkers en
consumenten.
Bevestigt
u
die
informatie?
Werden nog meer soortgelijke
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
élevages domestiques. Il y a de quoi s'alarmer.
Madame la ministre, pouvez-vous nous confirmer cette information
concernant le brevetage de l'élevage des porcs? Y en a-t-il eu
d'autres depuis le 16 juillet 2008? Quelle est la portée de cette
décision? Cette décision s'applique-t-elle à nos élevages de porcs
traditionnels, tels que le porc piétrain en Brabant wallon? La Belgique
a-t-elle été consultée et a-t-elle pris position dans ce dossier?
octrooien
uitgereikt?
Welke
draagwijdte heeft die beslissing? Is
ze van toepassing op onze
traditionele
varkenskwekerijen?
Werd België hierin gekend? Nam
ons land een standpunt in?
06.02 Sabine Laruelle, ministre: Madame, je tiens avant tout à vous
présenter mes excuses: mes services auraient dû prendre contact
avec le secrétariat de la commission pour expliquer que ce sujet n'est
pas de ma compétence. La question des brevets ressortit bien au
SPF Économie, service de la Propriété intellectuelle, et ressortit donc
à la compétence de mon collègue Vincent Van Quickenborne.
Le brevet dont il est question vise "use single nucleotide
polymorphisms in the coding region of the porcine leptin receptor
gene to enhance pork production". Au sens de la définition
européenne des OGM, me dit-on, la technique utilisée ne serait pas
un OGM.
En ce qui concerne la zootechnie, donc quant à savoir ce qu'il
conviendrait de faire pour la production bio ou pas, il s'agit d'une
compétence régionalisée depuis 2001.
Voilà pourquoi je vous présente mes excuses. J'ai dit à mes services
qu'ils auraient dû téléphoner pour signaler qu'il ne s'agissait pas de
ma compétence. Voilà aussi pourquoi je ne vous donnerai aucune
autre réponse.
06.02 Minister Sabine Laruelle: Ik
moet me bij u verontschuldigen:
mijn
diensten
hadden
de
commissie moeten laten weten dat
deze aangelegenheid niet tot mijn
bevoegdheden
behoort.
De
octrooien zijn een bevoegdheid
van de FOD Economie, dienst
voor de Intellectuele Eigendom, en
ressorteren dus onder mijn collega
Van Quickenborne.
Het octrooi heeft betrekking op het
gebruik van "single nucleotide
polymorphisms in the coding
region of the porcine leptin
receptor gene" (single nucleotide
polymorfismen
in
het
coderingsgebied
van
het
receptorgen van porciene leptine),
wat volgens de Europese definitie
geen ggo-techniek is.
Zoötechniek is sinds 2001 een
Gewestbevoegdheid.
06.03 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
ministre, je regrette aussi. Que me conseillez-vous de faire?
06.03
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Welke
goede raad geeft u mij?
06.04 Sabine Laruelle, ministre: De poser votre question à mon
collègue en charge des brevets. Mais il ne pourra répondre que sur la
partie brevets. La production des races anciennes de l'agriculture
biologique relève des Régions. On ne peut, d'une part, vouloir
régionaliser et, d'autre part, continuer à interroger les ministres
fédéraux. Mon collègue Van Quickenborne pourra répondre à l'aspect
purement brevet, mais la Région devra intervenir sur la zootechnie, le
bio ou le piétrain.
06.04 Minister Sabine Laruelle:
Mijn collega Van Quickenborne
kan het deel van uw vraag dat
betrekking heeft op de octrooien
beantwoorden. De aspecten met
betrekking tot de zoötechniek, de
bioproductie en de oude rassen
vallen onder de bevoegdheid van
de Gewesten.
06.05 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Oui, mais vous
comprenez l'enjeu sous-jacent: il s'agit de savoir si l'on brevettera les
élevages. Et cela n'est pas non plus de votre compétence?
06.05
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Ook
het onderliggende vraagstuk met
betrekking tot het octrooieren van
teeltmethodes valt niet onder uw
bevoegdheid?
06.06 Sabine Laruelle, ministre: Non, croyez-moi: cette question
m'intéresse au plus haut point, sur laquelle j'ai un avis personnel
06.06 Minister Sabine Laruelle:
Neen.
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
particulièrement intéressant, comme tout le monde le sait, mais je
viens vous répondre en tant que ministre d'un gouvernement et je n'ai
la compétence ni sur les brevets ni sur l'élevage. Sur la sécurité
alimentaire, oui. S'il est question du maïs à introduire dans
l'alimentation animale, oui.
06.07 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): J'en prends
acte.
06.07
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers
(Ecolo-Groen!):
Ik
neem daar kennis van.
06.08 Sabine Laruelle, ministre: Je suis désolée. J'ai fait passer le
message à mon cabinet: il n'est pas acceptable de vous trouver face
à moi pour vous entendre dire seulement maintenant que ce n'est pas
de ma compétence. Je suis plus embêtée que vous de devoir vous
répondre cela. Au Parlement, quand on voit le mot "brevet", on devrait
se douter que la question n'est pas pour moi. Ce n'est pas parce
qu'on parle de porcs, de céréales, de tomates ou de pommes que
c'est moi qui suis compétente!
06.09 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Il y a aussi trois
ministres dans les matières économiques compétents pour la
consommation!
06.09
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Let
wel
dat
er
ook
voor
Consumentenzaken
drie
bevoegde ministers zijn...
06.10 Sabine Laruelle, ministre: La prochaine fois que cela arrive,
vous serez prévenus en temps et en heure.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers à la ministre des PME, des Indépendants, de
l'Agriculture et de la Politique scientifique sur "la commercialisation de viande issue de clones ou de
leur progéniture" (n° 12580)
07 Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de minister van KMO's, Zelfstandigen,
Landbouw en Wetenschapsbeleid over "de verkoop van vlees afkomstig van gekloonde dieren of hun
jongen" (nr. 12580)
07.01 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Madame la
ministre, au sujet de la viande issue de clones, l'opposition s'est
élevée à tous les niveaux des institutions de l'Union européenne. Le
Parlement européen a encore demandé récemment une législation
interdisant la commercialisation dans l'Union européenne de viandes
issues de clones ou de leur progéniture. Lors du vote du 25 mars
dernier, les élus ont exclu ces produits du champ d'application de la
proposition de règlement concernant les nouveaux aliments.
Cependant, un problème épineux subsiste. Il n'est en effet, à l'heure
actuelle, pas possible de savoir si la viande commercialisée et
importée en Europe provient d'animaux clonés ou pas. On sait qu'en
principe, il n'y en a pas sur le marché, les sociétés européennes de
biotechnologies ayant assuré qu'elles ne commercialisaient leurs
produits qu'à l'exportation.
En revanche, nous sommes moins sûrs en ce qui concerne
l'importation, car la législation vétérinaire n'oblige pas à déclarer le
caractère cloné. J'aimerais donc savoir ce qu'il en est.
07.01
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Op
alle niveaus van de Europese
instellingen is verzet gerezen
tegen vlees dat afkomstig is van
gekloonde dieren. Het Europees
Parlement
heeft
onlangs
aangedrongen op een regelgeving
die de verkoop van dat soort vlees
zou verbieden. Op 25 maart
jongstleden
hebben
de
parlementsleden die producten uit
het toepassingsgebied van het
voorstel voor een verordening
betreffende
nieuwe
voedingsmiddelen gelicht.
Momenteel
valt
evenwel
onmogelijk na te gaan of het vlees
dat in Europa wordt ingevoerd, al
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Est-il possible que de la viande issue d'animaux clonés soit
commercialisée en Belgique et en Europe? Avons-nous défendu une
position dans ce dossier? Nous sommes-nous inquiétés de cette
situation? De quels moyens disposons-nous pour garantir que cette
viande ne soit pas mise sur le marché, selon la volonté assez
unanime de nos gouvernements?
dan niet van gekloonde dieren
afkomstig is. In principe hebben de
Europese biotechnologiebedrijven
verzekerd dat hun producten
uitsluitend voor de uitvoer bestemd
zijn. Bij de invoer is men krachtens
de veterinaire wetgeving echter
niet verplicht om aan te geven dat
een dier werd gekloond. Is het
mogelijk dat er in Europa toch
vlees van gekloonde dieren wordt
vermarkt? Hebben wij in dit
dossier een standpunt verdedigd?
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat
dit soort vlees niet in ons bord
terechtkomt?
07.02 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, en dépit du vote intervenu au Parlement européen, les
denrées alimentaires provenant d'animaux clonés tombent encore
actuellement dans le champ d'application du règlement 258/97 sur les
nouveaux aliments. Pour être commercialisées, ces denrées
alimentaires doivent faire l'objet d'une autorisation au niveau
européen. À ce jour, aucun dossier n'a été introduit. Les animaux
issus du clonage sont à ce jour des cas tout à fait exceptionnels.
Comme vous l'indiquez, ce type de denrée alimentaire ne se trouve
en principe pas sur le marché européen.
Le nouveau projet de règlement actuellement en discussion et destiné
à remplacer le règlement 258/97 inclut toujours ce type d'aliments
dans son champ d'application et ne prévoit pas de changer la
situation juridique actuelle. Situation qui devrait rester inchangée dans
l'attente d'une future réglementation européenne relative à l'ensemble
de la problématique du clonage.
Lors des travaux durant la première lecture au Conseil, le groupe
d'experts a d'ailleurs ajouté un considérant qui prévoit que "la
question des denrées alimentaires provenant d'animaux clonés et de
leurs descendances devrait faire l'objet d'un rapport de la
Commission au Conseil et au Parlement, suivi si approprié d'une
proposition législative. Si une législation spécifique sur le clonage est
adoptée, le champ du règlement 'Nouveaux aliments' devra être
adapté en conséquence."
Je partage évidemment cette approche qui a le mérite de ne pas
créer de vide juridique et de permettre d'aborder la problématique du
clonage.
À ce jour, les animaux issus du clonage sont des cas exceptionnels.
De ce fait, la possibilité de trouver dans le commerce de la viande qui
en proviendrait est pour ainsi dire nulle sur le marché européen. Dans
cette optique, il est correct d'affirmer qu'il n'existe aujourd'hui pas de
règle spécifique, mais il me semble qu'au niveau belge, il serait
injustifié d'avancer actuellement seuls dans cette démarche. Nous
revoyons pour l'instant la problématique des aliments nouveaux et
nous demanderons en outre à la Commission de faire rapport au
Parlement et d'éventuellement prendre les dispositions législatives ad
hoc pour toute la problématique de viande, notamment, issue de
07.02 Minister Sabine Laruelle:
Ondanks de stemming in het
Europees Parlement vallen de
voedingsmiddelen die afkomstig
zijn van gekloonde dieren nog in
het
toepassingsgebied
van
verordening 258/97. Om in de
handel te mogen worden gebracht,
moet er voor die levensmiddelen
een
vergunning
afgegeven
worden, maar tot op heden werd
er nog geen enkel dossier
ingediend. Er zijn maar weinig
gekloonde
dieren.
Dat
type
voedingsmiddelen is in principe
dan ook niet verkrijgbaar op de
Europese markt.
Met
de
nieuwe
ontwerpverordening
die
verordening
258/97
zou
vervangen, wijzigt de bestaande
situatie niet. Die situatie zou
onveranderd blijven in afwachting
van een toekomstige regelgeving
over het kloneren. Dankzij die
aanpak ontstaat er alvast geen
rechtsvacuüm.
Aangezien
gekloonde
dieren
zeldzaam zijn, lijkt het me niet
aangewezen dat ons land in deze
alleen het voortouw neemt. We
zullen de Commissie vragen bij
het Parlement verslag uit te
brengen en in voorkomend geval
maatregelen
te
nemen
met
betrekking
tot
de
vleesproblematiek in haar geheel,
ook wat producten van gekloonde
dieren betreft.
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
produits clonés.
07.03 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
président, madame la ministre, je partage votre avis: il faut une
législation suffisamment explicite.
Si les élus du Parlement européen veulent exclure ces produits du
champ d'application du règlement concernant les nouveaux aliments,
je suppose que nous tiendrons compte de cette volonté. Alors, ces
produits devront se retrouver ailleurs et bénéficier d'une procédure
spécifique ou d'une exclusion.
07.03
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Indien
het Europees Parlement die
producten wil uitsluiten van het
toepassingsgebied
van
de
verordening betreffende nieuwe
voedingsmiddelen, zullen we daar,
dat veronderstel ik toch, rekening
mee houden. Voor die producten
zal dus een specifieke procedure
moeten worden uitgewerkt, of ze
zullen van het toepassingsgebied
moeten worden uitgesloten.
07.04 Sabine Laruelle, ministre: Il faut prendre garde: si on exclut
un produit d'un champ d'application sans fournir de réceptacle
ailleurs, il n'y aurait plus de contrôle, plus de limite, plus
d'encadrement. L'idée est de les maintenir pour l'instant parmi les
nouveaux aliments, le temps d'adopter une législation spécifique.
07.04 Minister Sabine Laruelle:
Daarmee moet men oppassen!
Indien een product van het
toepassingsgebied
van
een
verordening
wordt
uitgesloten
zonder dat er een andere
verordening werd goedgekeurd, is
er geen controle meer! Er mag
dus niets veranderen voor er in dit
verband
een
specifieke
regelgeving wordt aangenomen.
07.05 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Pour autant que
cette façon de faire ne retarde pas l'arrivée d'une législation
spécifique. Il semble que, comme par hasard, la Commission se
trouve à nouveau divisée: les avis divergent entre la commissaire à la
Santé Mme Vassiliou et le président M. Barroso. Je vous incite donc à
la vigilance envers ce dossier: en effet, il s'agit d'éviter que l'affaire ne
tombe dans un trou juridique ou que l'évolution ne soit trop rapide
dans des pays émergents, ce qui risque de faire arriver ces produits
clonés sur nos marchés, sans le savoir, faute d'avoir mis en place un
dispositif de vigilance.
07.05
Thérèse
Snoy
et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): We
moeten ons inderdaad hoeden
voor het ontstaan van een
rechtsvacuüm,
want
anders
zouden er producten op de markt
kunnen komen zonder dat er in
een
productbewakingsregeling
werd voorzien.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de Mme Muriel Gerkens à la ministre des PME, des Indépendants, de l'Agriculture et de la
Politique scientifique sur "la pension des conjoints aidants" (n° 12514)
08 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en
Wetenschapsbeleid over "het pensioen van de meewerkende echtgenoten" (nr. 12514)
08.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, depuis le dépôt de ma question, vous avez
apporté des précisions aux associations de conjointes aidantes.
Cependant, il m'a semblé intéressant de maintenir cette question afin
que les choses soient bien reprécisées.
Les conjointes aidantes ainsi que des membres de l'INASTI et de
l'Unizo ont été interpellés par un projet de modification de la directive
européenne 86/613. En effet, ce faisant, les épouses aidantes qui à
l'âge de 50 ans sont entrées dans le régime du maxi-statut et qui
termineront leur travail à 65 ans, étaient menacées de ne pas
08.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Door een ontwerp tot
wijziging van de Europese richtlijn
86/613/EEG
dreigen
meewerkende echtgenotes die in
de leeftijd van vijftig jaar in het
maxistatuut zijn gestapt en die
stoppen met werken als ze 65 zijn,
hun pensioenrechten kwijt te
raken. De nieuwe richtlijn bepaalt
immers dat men niet langer
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
percevoir leur pension. La nouvelle directive prévoit le versement
d'une cotisation pendant une durée équivalant à deux tiers d'une
carrière complète pour avoir droit au versement d'une pension au
conjoint aidant alors qu'il avait été entendu que le paiement durant
une période de quinze ans de la cotisation donnait ce droit.
Selon certaines informations, cette question serait examinée par un
bureau d'études au sein des services de l'INASTI.
Dans votre réponse qui m'a été communiquée par les associations de
conjointes aidantes, vous dites que pour ce qui concerne les
personnes qui avaient opté pour le maxi-statut alors qu'elles avaient
déjà atteint un certain âge, une comparaison avait été faite entre les
pensions individuelles et la pension du ménage et qu'il s'était avéré
que cette dernière était plus avantageuse. C'est donc le taux le plus
intéressant qui est retenu. Il s'agit là effectivement d'un principe qu'il
faut maintenir en termes de couverture sociale.
Néanmoins, des craintes semblent subsister. Ainsi, certaines
conjointes aidantes ne seront-elles pas amenées, dans certains cas,
à cotiser moins et donc à être sous rémunérées? Des effets pervers
ne risquent-ils pas d'apparaître au niveau de leur statut et de
l'organisation? Qu'en est-il de la perception d'une pension par les
conjointes aidantes cotisant au maxi-statut depuis 2003?
Comme elles n'ont cotisé que durant quinze ans, alors qu'il aurait fallu
le faire pendant deux tiers d'une carrière complète, est-il exact
qu'elles ne percevront rien à l'âge de la retraite? Je sais que vous
répondrez que ce n'est pas le cas.
Qu'en est-il de l'étude demandée à l'INASTI pour répondre à ces
questions?
Enfin, est-il vrai que des effets pervers pourraient apparaître dans
l'organisation établie entre le conjoint aidant et l'indépendant pour
maintenir des droits maximaux?
gedurende vijftien jaar maar
gedurende twee derde van een
volledige loopbaan bijdragen moet
hebben betaald om recht te
hebben op een pensioen.
U lichtte eerder al toe dat er voor
personen die op een hogere
leeftijd voor het maxistatuut
hebben
geopteerd,
een
vergelijking werd gemaakt tussen
de individuele pensioenen en het
gezinspensioen, en dat dit laatste
werd
behouden
omdat
het
voordeliger was. Aan dat beginsel,
dat een sociaal vangnet biedt, mag
niet worden getornd.
Toch blijft er enige vrees bestaan.
Zullen sommige meewerkende
echtgenotes niet minder gaan
bijdragen en daardoor ook minder
betaald worden? Kan een en
ander geen ongewenste gevolgen
hebben voor hun statuut?
Wat zijn de resultaten van de
RSVZ-studie over deze vragen?
Zouden er in de organisatie tussen
de meewerkende echtgenoot en
de zelfstandige geen kwalijke
gevolgen kunnen optreden met het
oog op het behoud van maximale
rechten?
08.02 Sabine Laruelle, ministre: Comme vous l'avez souligné, votre
question porte non seulement sur le statut du conjoint aidant, mais
plus précisément sur le problème des pensions et, en particulier, la
retraite des indépendants.
Dans le cas d'un ménage, le système prévoit que, lors de la prise de
pension, les deux pensions individuelles sont calculées et que si leur
somme est inférieure à leur pension de ménage, on octroie cette
dernière. Il est évident que, lorsque la pension de ménage est plus
importante, l'épouse doit renoncer à sa propre pension. C'est assez
logique. Cette règle a un impact sur la valorisation des cotisations
sociales payées par tous les conjoints, notamment les conjoints
aidants.
Tout conjoint aidant qui cotise depuis 2003 dans le maxi-statut
s'ouvre des droits personnels à la pension. Il peut aussi bien s'agir
d'une première carrière professionnelle que d'un complément à une
autre carrière. Nous connaissons beaucoup de femmes qui ont
travaillé, se sont mariées et sont devenues conjoint aidant. Ces cas
ne sont pas négligeables. Et donc, ces personnes ne partent pas de
zéro.
08.02 Minister Sabine Laruelle:
Wanneer het een gezin betreft,
zullen bij pensionering de beide
individuele pensioenen worden
berekend; als die samen lager
uitvallen dan het bedrag van het
gezinspensioen,
wordt
het
gezinspensioen toegekend. De
echtgenote moet dan wel afzien
van haar eigen pensioen. Die regel
heeft een invloed op de valorisatie
van
alle
door
echtgenoten
betaalde sociale bijdragen.
Iedere meewerkende echtgenoot
die sinds 2003 in het kader van het
maxistatuut
bijdragen
betaalt,
bouwt eigen pensioenrechten op,
ongeacht of het een eerste
beroepsloopbaan dan wel het
vervolg op een andere loopbaan
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Le conjoint aidant peut bénéficier de sa pension propre au taux
d'isolé. Ce n'en est pas moins le cas si l'autre conjoint ne prend sa
retraite qu'ultérieurement. Cela peut aussi se produire quand ils sont
tous deux retraités et que la somme des deux pensions d'isolé est
supérieure à la pension de ménage.
Après quinze ans de cotisation, la carrière du conjoint aidant peut être
suffisante pour permettre que les deux pensions au taux isolé soient
plus avantageuses que la pension au taux ménage. Plus la carrière
est longue, plus cette possibilité augmente. N'oublions pas l'existence
d'un système de malus exclusif chez les indépendants. On ne peut
donc pas dire qu'une règle générale prévaut. Quant à savoir si c'est
profitable, cela dépend du caractère complet de la carrière du conjoint
principal et de la durée de la carrière du conjoint aidant. En revanche,
il sera presque systématiquement intéressant de percevoir deux
pensions d'isolé après deux tiers de carrière complète, car cela donne
accès au mécanisme de la pension minimale.
Ces réponses rejoignent celles données par l'INASTI aux
associations de conjointes aidantes.
La Conférence nationale pour les pensions se penche aussi sur la
viabilité du système basé sur les possibilités de simplification. Il est
évident que les modalités des réformes qui sortiront de cette
Conférence devront tenir compte de la problématique dont on parle
ici. Il ne faut pas que, d'une part, on ait mis en place le statut du
conjoint aidant et que, d'autre part, on modifie les règles et que ce ne
soit plus possible de payer ces pensions. J'y serai très attentive.
Les effets pervers sont très difficiles à définir. Au niveau des pensions
des indépendants, la proportionnalité est très faible. De plus, il y a
aussi des cotisations minimales. Cela ne sert à rien de descendre
artificiellement trop bas la partie qui est imputée au conjoint aidant,
parce qu'il y a des cotisations minimales en deçà desquelles on ne
pourra pas descendre. Il faudra tenir compte du montant du ménage.
Comme les pensions sont aussi quasi sans proportionnalité, je ne
vois pas grand intérêt à en diminuer ou en augmenter un fortement
pour obtenir une proportionnalité.
Cela ne joue pas dans les deux sens. Si on a de très hauts revenus,
on paye plus de cotisations. Si on met une faible part sur le conjoint
aidant, il devra quand même payer des cotisations minimales et
l'autre risque de changer de tranche de cotisations, sans avoir une
proportionnalité énorme. Quoi qu'on en dise, le système de pension
des indépendants est le plus solidaire. Il y aura peut-être des effets
pervers, mais je n'en ai pas encore connaissance.
betreft.
De
meewerkende
echtgenoot kan aanspraak maken
op zijn individueel pensioen
waarvan het bedrag overeenstemt
met het pensioen van een
alleenstaande,
wanneer
hij
bijvoorbeeld eerst met pensioen
gaat of wanneer de som van de
twee individuele pensioenen groter
is dan het bedrag van het
gezinspensioen.
Uiteraard zullen de hervormingen
die
uit
de
nationale
pensioenconferentie naar voren
zullen komen rekening moeten
houden met de problematiek die u
opwerpt.
Bij mijn weten zijn er geen kwalijke
effecten. Wat de pensioenen van
de zelfstandigen betreft, is de
evenredigheid
zeer
klein.
Bovendien zijn er ook minimale
bijdragen. Ongeacht wat men ook
moge
beweren,
is
het
pensioenstelsel
van
de
zelfstandigen het meest solidaire.
08.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, dans
la réponse de la ministre se trouvent des éléments rassurants. Elle a
recadré ce recours à la pension de ménage lorsqu'elle est supérieure
à deux pensions individuelles. De plus, cela vaut pour l'ensemble des
indépendants, ce n'est pas spécifique aux conjoints aidants. Là
résidait l'essentiel de l'inquiétude des conjointes aidantes.
L'important est que ce système garantisse au maximum
l'individualisation du droit. De plus, il est positif que l'on puisse vérifier
que le système mis en place ne met pas en évidence le fait que les
08.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Het antwoord van de
minister bevat geruststellende
informatie voor de meewerkende
echtgenoten
en
voor
alle
zelfstandigen. Het belangrijkste is
dat dit systeem een maximale
individualisering van het recht
garandeert.
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
deux pensions individuelles ne sont pas assez intéressantes suite au
choix du statut de conjoint aidant.
Je pense que, depuis 2003, il n'y a pas encore eu beaucoup de
conjointes aidantes pensionnées. Les corrélations ne sont donc pas
faciles à établir. Il serait intéressant de suivre ce qui se passe de sorte
à voir si oui ou non des mécanismes de correction sont nécessaires.
Je partage votre avis sur le fait que le système de pension des
indépendants est solidaire. La différence est que, pour un salarié, on
connaît le revenu sur lequel est calculée la pension mais, pour un
indépendant, c'est parfois un peu plus flou. Au niveau de la solidarité,
on constate une moindre proportionnalité entre les cotisations versées
et la pension octroyée.
Je voulais attirer votre attention sur ce point car il me semble
important de pouvoir bénéficier plus souvent et plus vite de pensions
individuelles combinées, qui permettent d'éviter de recourir à la
pension de ménage.
Sinds 2003 zijn er nog niet veel
meewerkende echtgenotes met
pensioen gegaan. Er moet een
follow-up georganiseerd worden
om na te gaan of er geen
correctiemechanismen nodig zijn.
Het klopt dat het pensioenstelsel
van de zelfstandigen op solidariteit
berust,
maar
over
de
berekeningsbasis
voor
het
pensioen
bestaat
er
onduidelijkheid. De evenredigheid
van de betaalde bijdragen met het
toegekende pensioen is minder
groot.
Het lijkt me belangrijk dat de
betrokkenen vaker en sneller
gecombineerde
individuele
pensioenen kunnen ontvangen,
waardoor er niet naar het
gezinspensioen hoeft te worden
gegrepen.
08.04 Sabine Laruelle, ministre: Je voudrais quand même signaler
qu'on ne peut obtenir tout de suite une pension minimale en n'ayant
travaillé que deux ans. Il faut qu'on puisse financer le système. Mais
vous avez raison; nous l'avons fait pour l'individualisation des droits.
08.04 Minister Sabine Laruelle:
Ik wil er toch ook op wijzen dat het
systeem nog betaalbaar moet zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de Mme Jacqueline Galant au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "les
agréations pour l'exécution de travaux publics" (n° 11822)
09 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"de erkenning voor het uitvoeren van openbare werken" (nr. 11822)
09.01 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, j'ai été
interpellée récemment par un chef d'entreprise qui voulait demander
une agréation pour réaliser des travaux publics et dont le dossier s'est
vu mis en attente par le service "Qualité et Sécurité" de votre
département qui lui a répondu qu'en dépit d'un dossier complet, la
délivrance de l'attestation en question est encore soumise à plusieurs
réunions et autorisations et qu'il faudra patienter deux à trois mois
pour obtenir cet agrément.
Vous pouvez imaginer ce que représentent pour un chef d'entreprise
ces longs mois d'attente qui peuvent parfois mettre en péril ses
finances et perturber l'organisation du travail. Comment expliquez-
vous que la délivrance d'une attestation prenne autant de temps, alors
que le SPF Économie affirme que le dossier est complet, et puisse
entraver la bonne marche d'une entreprise? Comment expliquer un
pareil laps de temps entre la réception du dossier et la ratification
ministérielle?
09.01 Jacqueline Galant (MR):
Een
bedrijfsleider
die
een
erkenning voor het uitvoeren van
openbare
werken
had
aangevraagd,
kreeg
op
uw
departement te horen dat er voor
de aflevering van het bewuste
getuigschrift nog verschillende
vergaderingen
gehouden
en
machtigingen verleend zouden
moeten worden, en dat hij nog
twee tot drie maanden geduld zou
moeten oefenen, ook al had hij
dan
een
volledig
dossier
ingediend. Hoe komt het dat het
afleveren van een getuigschrift
zoveel tijd in beslag neemt en
aldus de goede werking van een
onderneming kan ondermijnen?
Waarom verloopt er zoveel tijd
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
tussen de ontvangst van het
dossier
en
de
ministeriële
bekrachtiging?
09.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
chère collègue, la procédure d'obtention d'une agréation est réglée
par la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation des entrepreneurs
de travaux. Le secrétariat de la Commission d'agréation des
entrepreneurs vérifie d'abord si le dossier de demande d'une
entreprise est complet, c'est-à-dire si toutes les pièces légalement
requises y figurent. Si c'est le cas, le dossier est soumis pour avis à la
Commission fédérale d'agréation des entrepreneurs et celle-ci rend
un avis au ministre régional compétent.
L'objectif est de traiter les demandes d'agréation le plus rapidement
possible et, en tout cas, dans un délai raisonnable. Ce délai dépend
notamment de la complexité des demandes et d'éléments externes à
l'administration fédérale. Un délai de deux mois est un délai maximal.
Il peut varier de quelques jours à deux mois parce que la Commission
se réunit une fois par mois.
La Commission se penche sur une analyse approfondie des capacités
techniques, financières et économiques ainsi que de l'intégrité
professionnelle de l'entrepreneur sollicitant l'agréation. Il faut noter
que l'agréation n'est qu'un des moyens utilisables pour se voir
attribuer un marché public de travaux.
Les entreprises ont la possibilité, à l'occasion de chaque procédure
de passation de marché, de déposer l'attestation de dossier complet
et ne courent donc pas le risque de perdre un ou plusieurs marchés.
L'agréation n'est pas une obligation mais une procédure destinée à
faciliter la vie des entrepreneurs.
Néanmoins, la simplification de l'agréation des entrepreneurs est
importante. Elle figure comme une des propositions reprises dans le
plan d'action PME fédéral. J'examine actuellement avec ma collègue
Sabine Laruelle ainsi qu'avec le secteur comment le principe de
collecte unique de données peut être appliqué.
Des efforts considérables ont déjà été fournis ces dernières années
au niveau de la simplification puisque mes services utilisent des
banques de données tels que la Banque-Carrefour des Entreprises,
Digiflow, MyFin et les banques de données du SPF Justice. 80% des
données nécessaires pour une agréation en classe 1 sont déjà
récoltées par voie électronique. Elles doivent être fournies par
l'entreprise elle-même. Une simplification plus poussée serait
possible si les autres banques de données devenaient consultables
pour mes services, c'est-à-dire les données relatives à la TVA via le
SPF Finances, les données relatives au nombre d'employés via
l'ONSS, les données de fonds de sécurité d'existence et d'autres.
En plus, nous examinons les possibilités pour raccourcir le délai
nécessaire pour l'obtention d'une agréation une fois que tout ceci sera
réalisé.
09.02
Minister Vincent Van
Quickenborne: Het secretariaat
van de Commissie voor Erkenning
van aannemers gaat eerst na of
het dossier van de aanvraag
volledig is. Als dat het geval is,
wordt het dossier voorgelegd aan
de federale Commissie voor
Erkenning van aannemers, die
advies uitbrengt bij de bevoegde
Gewestminister.
Het
is
de
bedoeling dat de aanvragen
binnen een redelijke termijn
maximaal
twee
maanden
behandeld worden. De commissie
voert een grondige analyse uit van
de technische, financiële en
economische capaciteiten en de
beroepsintegriteit
van
de
aannemer.
De erkenning die overigens niet
verplicht is is een procedure die
het leven van de aannemers moet
vergemakkelijken.
De
vereenvoudiging van de erkenning
van aannemers is evenwel een
belangrijk punt. Het staat vermeld
in het federaal KMO-actieplan. Ik
onderzoek momenteel hoe het
principe
van
de
unieke
gegevensinzameling kan worden
toegepast. Er werden reeds
aanzienlijke
inspanningen
geleverd om een en ander te
vereenvoudigen.
09.03 Jacqueline Galant (MR): Je vous remercie, monsieur le
ministre. Je suis heureuse d'apprendre que vous essayez de
raccourcir encore ce délai. Vous dites qu'un soumissionnaire ne
09.03 Jacqueline Galant (MR):
Terwijl een aannemer zit te
wachten tot zijn getuigschrift in de
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
rencontre pas de difficultés quand il attend son attestation. Mais par le
courrier qu'il reçoit, je peux vous signaler qu'il peut ne pas être pris
dans le cadre d'un marché vu que le deuxième paragraphe dit qu'"il
est à noter que la délivrance de l'attestation de dossier complet ne
signifie nullement que l'intéressé obtiendra l'agréation demandée".
Cela signifie qu'ils ne peuvent soumissionner pour aucun marché.
Dès lors, énormément de marchés leur passent sous le nez. Le dépôt
de dossier ne signifie pas qu'il y aura un agrément. Un problème se
pose à ce niveau. Ou alors il convient de supprimer cette phrase. Je
vous parle d'un cas vécu. Je vous communiquerai les coordonnées
de la société.
brievenbus valt, ziet hij opdrachten
zijn neus voorbijgaan. De uitreiking
van getuigschriften voor volledige
dossiers
betekent
immers
geenszins dat de betrokkene de
gevraagde
erkenning
ook
daadwerkelijk zal krijgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de Mme Josée Lejeune au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "le
10 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
volkstelling" (nr. 12230)
10.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, le recensement de
la population belge est presque aussi âgé que la Belgique. En effet, le
premier a eu lieu en 1846, et quatorze autres études ont déjà été
réalisées. Elles ont été menées pratiquement tous les dix ans - la
dernière ayant eu lieu en 2001.
L'objectif de ces études de masse était, dans un premier temps, de
corriger les données des registres de la population. Par la suite, les
enquêtes ont permis d'obtenir des informations sociales,
démographiques et économiques sur l'ensemble de la population, et
de voir comment elle variait à travers le temps. Ces images
géostatistiques de la Belgique avaient un intérêt scientifique mais
aussi stratégique. Alors que des pays tels que les États-Unis ou la
Grande-Bretagne ont choisi de maintenir le recensement, la Belgique
a décidé d'y renoncer après l'enquête statistique de 2001 qui avait été
complétée par 96,9% des 10 millions de citoyens inscrits dans les
registres de la population, des enquêtes ponctuelles, des groupes de
sondages et une exploitation intensive des bases de données
administratives devant remplacer le recensement.
Monsieur le ministre, quelles sont Ies avancées des groupes de
travail à propos des enquêtes et des sondages qui doivent être
effectués à partir de 2011? Les différents experts défendent les
avantages du recensement, notamment en termes de prisme de
réalités spatiales et sociales. Comment, via des enquêtes et des
sondages votre département rendra-t-il compte de l'ensemble de la
réalité sociale des Belges? Tous les dix ans et ce depuis 1846 avait
lieu un recensement général. Le dernier recensement a eu un large
écho, et une grande majorité de la population belge y a participé.
Qu'en est-il de l'opportunIté de revenir à un tel recensement?
10.01 Josée Lejeune (MR): De
telling van de Belgische bevolking
is bijna net even oud als ons land
zelf. Welke vooruitgang hebben de
werkgroepen
geboekt
met
betrekking
tot
de
steekproefsgewijze onderzoeken
die vanaf 2011 moeten worden
uitgevoerd?
Hoe
zal
uw
departement
via
steekproefsgewijze onderzoeken
een beeld kunnen geven van de
sociale realiteit van de Belgen?
Zou het niet opportuun zijn om
opnieuw te kiezen voor het
mechanisme
van
de
volkstellingen?
10.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
chère collègue, la décision du Conseil des ministres de remplacer le
recensement classique en Belgique par un recensement basé sur les
banques de données administratives a été prise le 20 mai 2000.
La Direction générale de la Statistique a, depuis lors, développé des
10.02
Minister Vincent Van
Quickenborne: Naar aanleiding
van
de
beslissing
van
de
Ministerraad om de voorkeur te
geven aan een volkstelling die
gebaseerd is op administratieve
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
alternatives visant à collecter des données socioéconomiques sans
avoir recours à une enquête exhaustive en faisant appel à une ou
plusieurs banques de données existantes ou agréées. Ces
alternatives sont soumises au Conseil supérieur de Statistiques et
font l'objet d'une concertation avec les Régions et les Communautés.
La faisabilité d'une telle alternative a été démontrée tant par les
conseillers scientifiques désignés à cet effet que par le "Microcensus"
dont les derniers résultats ont été reçus fin 2008.
Tous ces travaux ont été mis en oeuvre en collaboration avec le SPP
de la Politique scientifique et le monde scientifique.
Des études scientifiques ont clairement démontré que ces banques
de données constituent une alternative valable à un recensement
classique.
Ce recensement est un nouveau défi qui fait encore l'objet de
discussions entre les acteurs concernés. Il est dès lors encore trop tôt
pour détailler exactement les variables qui y seront reprises.
En outre, une nouvelle situation est créée par un règlement européen
publié en 2007 qui aura une influence importante sur le projet et ses
possibilités. Ce règlement définit clairement les données à fournir
ainsi que le niveau de celles-ci. L'ensemble de tableaux croisés à
fournir est beaucoup plus important qu'en 2001.
Il n'y a aucune raison de s'alarmer car la méthode de travail sera
conforme aux obligations européennes tant pour ce qui est du type
que du nombre et du niveau de détail des données disponibles.
Je suis persuadé que cette nouvelle méthode de travail satisfera le
monde scientifique. Cette méthode permet, en outre, de rassembler,
de traiter, de publier les données de manière plus efficace à un coût
nettement inférieur pour les autorités et sans qu'il ne faille interroger
chaque citoyen.
databanken, heeft de Algemene
Directie Statistiek alternatieven
ontwikkeld, waarover met de
Gewesten en Gemeenschappen
overlegd
wordt.
Uit
wetenschappelijke studies blijkt
duidelijk dat die methode een
goed alternatief biedt voor een
klassieke volkstelling en toelaat
om de gegevens efficiënter én
goedkoper te verwerken. Het is
nog te vroeg om in te gaan op de
variabelen die erin zullen worden
verwerkt. Bovendien zal een
Europese verordening bepalend
zijn voor het project en zijn
mogelijkheden.
10.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, je voudrais
remercier le ministre pour sa réponse.
Monsieur le ministre, je voudrais quand même vous rappeler la
position de certains experts appartenant à différentes universités qui
préconisent le retour au recensement classique. Ils soulignent que
je cite "ces nouveaux outils vont occulter les réalités spatiales et
sociales" et que "les données seront moins globales".
Ne pensez-vous pas, monsieur le ministre, que vu les arguments
avancés par ces experts universitaires, il serait intéressant de prévoir
une étude complémentaire?
10.03 Josée Lejeune (MR): Een
aantal experts pleit nochtans voor
een terugkeer naar de klassieke
volkstelling. Zou het volgens u niet
interessant
zijn
om
een
bijkomende studie te bestellen?
10.04 Vincent Van Quickenborne, ministre: Je suis toujours prêt à
les écouter, mais je ne pense pas qu'il serait opportun de revenir
maintenant sur une décision qui a été prise, il y a 9 ans, d'aller vers
une méthode de recensement plus moderne.
Cela dit, je répète que je suis prêt à les écouter. Je vais donc
contacter les personnes que vous avez citées afin de voir comment
les impliquer dans notre étude. En effet, il est important d'arriver à un
10.04
Minister Vincent Van
Quickenborne: Ik denk niet dat
het aangewezen is om een
beslissing die 9 jaar geleden
genomen werd, ter discussie te
stellen. Ik ben niettemin bereid te
luisteren naar wat die experts te
zeggen hebben, en zal ze met het
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
résultat équivalent à celui obtenu dans le passé. Lorsque la décision a
été prise, j'étais parlementaire et le ministre en charge était Charles
Picqué.
Lors du dernier recensement est apparu une énorme complexité pour
les citoyens. Finalement, il y a eu des contraintes et des amendes.
Il faut arriver à un résultat semblable mais avec une autre méthode.
Je suis disposé à discuter avec eux et à les laisser participer à cette
concertation.
oog daarop contacteren.
10.05 Josée Lejeune (MR): Je vous remercie, monsieur le ministre.
Il faut que ce soit clair en commission: mon propos n'est pas de
remettre en question les nouvelles méthodes. Cependant, il est
intéressant d'associer ces interlocuteurs à votre cabinet et de se livrer
à un échange au sujet de ce recensement.
10.05 Josée Lejeune (MR): Ik wil
de nieuwe methodes helemaal niet
ter discussie stellen, maar het is
interessant dat er daarover van
gedachten wordt gewisseld.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"de laattijdige betaling van facturen" (nr. 12370)
11 Question de Mme Meyrem Almaci au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "le retard
11.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, kan ik het antwoord op mijn vraag schriftelijk
krijgen, want ik zit ook in de bijzondere commissie en het is een zeer
uitgebreide vraag over drie verschillende diensten?
11.01 Meyrem Almaci (Ecolo-
Groen!): Je me contenterai de la
réponse écrite du ministre.
11.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Ik heb het schriftelijk
antwoord hier. Het staat er allemaal in. De gsm-nummer van mij en
mijn medewerker staat er ook bij.
11.02
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: J'ai sous
les yeux un document où figurent
tous les chiffres.
11.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Voor het verslag wil ik nog
opmerken dat dit niets persoonlijks in zich heeft.
De voorzitter: U gaat er geen detective op zetten.
11.04 Roel Deseyn (CD&V): Mijnheer de voorzitter, kan dat
antwoord ook worden rondgedeeld.
De voorzitter: Wij kunnen vragen aan de minister of dat kan worden
rondgedeeld.
Le président: Il pourrait être
distribué.
11.05 Minister Vincent Van Quickenborne: Dat is geen probleem.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Roel Deseyn aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
betalingen met bank- en kredietkaarten" (nr. 12499)
12 Question de M. Roel Deseyn au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "les paiements
par cartes bancaires et cartes de crédit" (n° 12499)
12.01 Roel Deseyn (CD&V): Mijnheer de minister, de zaak heeft 12.01 Roel Deseyn (CD&V):
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
zeker actualiteitswaarde. Het zijn niet zo'n recente uitspraken van u,
maar u heeft toch statements gemaakt rond het betalen met bank- en
kredietkaarten. Er is ook de reclamecampagne vanuit bepaalde
bedrijven die maximaal het gebruik van kredietkaarten gaan
stimuleren. Daarom is het goed eens te kijken naar de economische
impact daarvan en te zien hoe die markt zich kan ontwikkelen en wat
daar wenselijk is.
Uitbetalingen van bijvoorbeeld Mastercard worden vanaf 1 juli van dit
jaar goedkoper. Men riskeert daar in de vreemde situatie te komen
dat internationale betalingen goedkoper worden dan binnenlandse
verrichtingen. Dan dringt misschien een interventie of een statement
van de minister van Economie zich op. Ik kan mij immers niet
indenken dat het ene dan aan een reële meerkost zou gebonden zijn.
Er is ook de btw-verlaging. Die discussie is nu politiek volop bezig. U
heeft daar het statement gemaakt dat het interessant zou zijn dat daar
de klant met een bankkaart betaalt. Dat zou als voorwaarde gelden. In
dat verband had ik graag wat informatie van u bekomen.
Hoeveel procent van de betalingen in België gebeurt met bankkaarten
enerzijds en met kredietkaarten anderzijds? Hoeveel zijn er nu in
omloop? Over welk economisch fenomeen spreken we eigenlijk?
Hoeveel procent van de Belgen beschikt over een bankkaart? Welke
maatregelen werden reeds getroffen om het betalen met de bankkaart
te promoten en de transactiekosten te beperken? Dat is een
belangrijke zaak. Wat zijn de afspraken daarover met de bedrijven die
actief zijn op die markt? Bent u nog van oordeel dat een vast bedrag
voor de elektronische transactie wenselijk is dan wel een percentage
van de transactiewaarde?
Ik stel die vraag ook omdat ik regelmatig reacties krijg van mensen
die het zich eigenlijk ontzeggen en zeker de kleinhandelaars waarvan
u in de toekomst verwacht dat zij zich nog meer engageren voor het
elektronisch betaalverkeer. Men vindt het sop de kool niet waard. Zo
wordt de service aan de consument en de klant ontnomen. Dat zou
jammer zijn. Het is een economisch interessante markt, zeker voor
bedrijven die actief zijn in datacommunicatie en elektronisch
betaalverkeer. Misschien is het door een gebrek aan regelgeving of
afspraken of door vastgeroeste gewoontes dat men niet meer echt in
een economische logica zit.
Ten tweede, als we specifiek naar de horecasector gaan kijken,
hoeveel betalingen gebeuren daar dan nu naar schatting per
bankkaart of per kredietkaart? Welke maatregelen werden daar reeds
getroffen om daar het zwartwerk maar ook het zwart betalingscircuit in
de horeca tegen te gaan? Zal deze voorwaardelijke btw-verlaging
worden ingevoerd? Wat is daar de laatste stand van zaken?
Certaines entreprises mènent une
campagne
publicitaire
pour
encourager l'utilisation de cartes
de crédit. Le 1
er
juillet, le prix des
paiements
avec
Mastercard
diminuera. Il se pourrait, dès lors,
que les paiements internationaux
deviennent meilleur marché que
les opérations à l'échelon national.
Une
intervention
ou
une
déclaration
du
ministre
de
l'Économie serait utile. En ce qui
concerne la réduction du taux de
TVA, le ministre a déclaré qu'il
serait intéressant que le client paie
par carte bancaire.
Quel pourcentage des paiements
s'effectue en Belgique à l'aide de
cartes bancaires et de cartes de
crédit? Combien de ces cartes
sont en circulation? Quel est le
pourcentage de belges disposant
d'une carte bancaire? Quelles
mesures a-t-on déjà prises pour
promouvoir le paiement par carte
bancaire et pour limiter le coût des
transactions? Quels sont les
engagements
pris
avec
les
entreprises? Le ministre trouve-t-il
toujours qu'il est souhaitable que
les
transactions
électroniques
s'opèrent moyennant un prix fixe?
D'aucuns estiment que le jeu n'en
vaut pas la chandelle. Il serait
dommage que le service se
détériore. Il s'agit, en outre, d'un
marché
économiquement
intéressant pour les entreprises
actives dans la communication de
données
et
les
paiements
électroniques.
Combien
de
paiements
s'effectuent par carte bancaire ou
carte de crédit dans le secteur
horeca? Quelles mesures a-t-on
prises pour lutter contre le travail
au noir et le circuit de paiement au
noir? La réduction conditionnelle
de la TVA sera-t-elle introduite?
12.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Deseyn, u vraagt mij om cijfers. Ik heb geen cijfers kunnen
krijgen, noch van de Algemene Directie Statistiek omdat zij niet over
die informatie beschikt, noch van de Dienst voor de Mededinging
omdat deze in het kader van een formeel onderzoek de informatie als
12.02
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: Je me
suis renseigné auprès de Febelfin
et je fournirai les chiffres détaillés
à M. Deseyn.
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
vertrouwelijk moet behandelen.
Ik heb wel informatie bekomen bij Febelfin. Ik zal de cijfers niet
voorlezen. Het is heel interessant om te weten hoeveel kaarten er in
omloop zijn, hoeveel verrichtingen er gebeuren, over welke bedragen
het gaat, het onderscheid tussen debet- en kredietkaarten,
elektronisch geld, cheques, enzovoort. Ik zal u dat bezorgen.
Wat uw eerste twee vragen betreft, Atos het vroegere Banksys
kon mij op 9 februari 2009 het volgende vertellen over de transacties
van 2008. In België werden in 2008 1.175.784.600 transacties
verwerkt, wat een stijging met bijna 5 procent betekent. Het overgrote
deel
van
deze
transacties
betreft
debetkaarten
zoals
Bancontact/Mister Cash, een uniek systeem bij ons. Hiermee werden
in 2008 837 miljoen aankopen betaald.
Verder deelt men mee dat vooral de grensoverschrijdende betalingen
door Belgen in het buitenland of buitenlanders in België een
opvallende stijging met 25 procent kennen. Het aantal geldafhalingen
dat met die kaarten gebeurde, bleef stabiel. Een kleiner aantal
transacties werd gedaan met kredietkaarten. Ik geef u straks de
cijfers.
Wat uw derde vraag betreft, ik meen dat het gebruik van het
elektronisch betaalsysteem inderdaad belangrijke voordelen voor de
maatschappij biedt en moet worden ondersteund. De mensen staan
er misschien niet genoeg bij stil, maar de kostprijs van cashgeld ligt
stukken hoger dan de kostprijs van elektronisch geld. Bij elektronisch
geld kijkt men naar de fee die moet worden betaald, terwijl dat bij
papieren geld onrechtstreeks ook door de consument wordt betaald.
Ik denk bijvoorbeeld aan de door politiecombi's begeleide
geldtransporten.
Cash geld is uiteraard ook vatbaar voor fraude en vervalsing, kan
verloren gaan, enzovoort. Het elektronisch betaalsysteem heeft heel
wat voordelen. Het heeft een kostprijs, maar het is voor mij belangrijk
dat die kosten op een evenwichtige manier worden verdeeld over alle
marktpartijen consumenten, handelaars en banken precies om
het gebruik ervan te ondersteunen.
Om mij ervan te vergewissen dat de kostprijs evenwichtig is verdeeld
en er een correcte weergave is van de reële kosten, heb ik mijn
Algemene Directie Mededinging recent bevolen een onderzoek te
voeren naar de zogenaamde interchange fees die in ons land door
Visa
en
MasterCard
worden
aangerekend
voor
de
kredietkaartbetalingen.
Het resultaat van het onderzoek zal mij helpen in de
onderhandelingen die ik nu aanvat met onder meer de
kaartuitgiftemaatschappijen om tot de beoogde evenwichtige tarifering
te komen die het gebruik van elektronische betaalmiddelen verder
kan ondersteunen.
U weet dat Neelie Kroes in Europa over de interchange fees voor
betalingen tussen verschillende landen met zowel Visa als met
MasterCard afspraken heeft gemaakt om voornoemde tarieven te
verlagen. Bij ons zijn er de voorbije maanden ook dergelijke pogingen
geweest tussen ondernemersorganisaties en de genoemde
Atos, l'ancien Banksys, m'a fait
savoir le 9 février dernier qu'en
2008 1 175 784 600 transactions
avaient été traitées en Belgique. Il
s'agit d'une augmentation de quasi
5%. La plupart des transactions
concernent des cartes de débit
type Bancontact/Mister Cash. Il
s'agit d'un système unique grâce
auquel 837 millions d'achats ont
été effectués en Belgique en 2008.
Les paiements transfrontaliers de
Belges à l'étrangers ou d'étrangers
en Belgique ont connu une
augmentation sensible de 25%. Le
nombre de retraits d'argent au
moyen des cartes en question est
resté stable.
L'utilisation
du
système
de
paiement électronique offre en
effet d'importants avantages pour
la société et doit être soutenu. Les
coûts inhérents aux paiements en
argent liquide sont beaucoup plus
élevés. Le coût des paiements
électroniques doit être réparti de
manière équilibrée entre tous les
acteurs du marché. J'ai dès lors
demandé
récemment
à
la
Direction
générale
de
la
concurrence de mener une étude
sur les intercharge fees. Les
résultats de cette étude me seront
utiles
dans
le
cadre
des
négociations que je mènerai
notamment avec les sociétés
éditrices des cartes.
À l'échelon européen, Mme Kroes
a pris des engagements alors qu'à
notre niveau, les entretiens entre
les organisations d'entrepreneurs
et les sociétés ont échoué.
Je vais m'efforcer de conclure un
accord
avec
les
sociétés
concernées.
Entre-temps,
le
service de la concurrence mène
une enquête parallèle pour vérifier
qu'il n'y a eu aucun abus. Le cas
échéant, j'envisage de prendre
une initiative législative visant à
maximaliser ces tarifs.
Ce qui se passe aujourd'hui dans
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
maatschappijen. Zij zijn niet gelukt.
Ik ben van plan twee zaken te ondernemen.
Ten eerste, ik zal zelf met mijn kabinetsmedewerkers trachten met de
betrokken maatschappijen een overeenkomst te bekomen. Intussen
voert de Dienst Mededinging een parallel onderzoek, om na te gaan
of er op dat vlak geen misbruik is. Desgevallend overweeg ik zelfs
een wetgevend initiatief, waarbij dergelijke tarieven gewoon worden
gemaximaliseerd.
In elk geval, wat er tot op vandaag in ons land gebeurt, is voor mij niet
aanvaardbaar.
Ik wil echter ook verwijzen naar de sterke rol die België heeft
gespeeld bij het opzetten van SEPA, de eengemaakte, Europese
betaalruimte. Over SEPA heeft een aantal collega's al vragen gesteld.
De consument kan door SEPA voortaan met zijn vertrouwde
bankkaart, tegen dezelfde voorwaarden als in België, in alle landen
elektronische kaartverrichtingen uitvoeren. De impact op en het
succes van SEPA voor het elektronische betalen blijkt uit de
voormelde cijfers van Atos.
Ten slotte kan ik aanstippen dat wij bij de omzetting in Belgische
wetgeving, tegen november 2009, van de richtlijn betreffende
betalingsdiensten in de eengemaakte Europese betaalruimte de
verdere promotie van het elektronisch betalen steeds voor ogen
houden. Zulks zal helpen bij het streven naar een transparant,
regelgevend kader.
Ik heb geen specifieke voorkeur om te bepalen of een kaarttransactie
al dan niet best door middel van een vast tarief dan wel door een
procentuele kost wordt getarifeerd. Ik ben van mening dat de klanten
en leveranciers van betaalsystemen in een concurrentiële omgeving
vrij moeten kunnen onderhandelen om de meest geschikte formule te
identificeren.
Ik stel evenwel vast dat in het voorlopige, tussen commissaris Kroes
en Master Card gesloten akkoord sprake is van een procentuele
tarifering. De Europese Commissie en MasterCard beschouwen de
procentuele tarifering bijgevolg als een aanvaardbare, geschikte
manier van tariferen.
Anderzijds blijf ik streven naar een concurrente, marktconforme
tarifering, waarbij elke partij op een evenwichtige manier een deel van
de baten en de lasten draagt. In voornoemd kader verwijs ik opnieuw
naar het onderzoek dat ik aan de Algemene Directie Mededinging heb
gevraagd.
U hebt ook nog vragen over de btw gesteld.
Ik heb geen cijfers over betalen in respectievelijk restaurants, cafés
en hotels. Daarover bestaan gewoon geen statistieken, omdat er
deels cash en deels met een kaart wordt betaald. Het is onmogelijk
na te gaan het wordt in een kassasysteem ook niet geregistreerd
op welke manier wordt betaald. Desalniettemin zou zulks zeker
interessante informatie zijn.
notre pays est, à mon sens,
intolérable. La Belgique a joué un
rôle prépondérant dans la création
du SEPA, espace unique de
paiement européen. Les chiffres
publiés par Atos démontrent le
succès du SEPA. Lors de la
transposition dans la législation
belge de la directive relative aux
services de paiement au sein de
l'espace de paiement européen
unifié à partir de novembre 2009,
nous continuerons de faire la
promotion
du
paiement
électronique.
Je n'ai de préférence ni pour le
prix fixe ni pour le calcul en
pourcentage. Les clients et les
fournisseurs des systèmes de
paiement doivent pouvoir négocier
librement dans un environnement
concurrentiel
autonome
pour
définir
la
formule
la
plus
appropriée. Je constate cependant
que, dans l'accord provisoire
conclu entre la commissaire Kroes
et Master Card, il est question d'un
tarif au pourcentage.
Je continue à oeuvrer en faveur
d'une tarification conforme au
marché, dans le cadre de laquelle
chaque partie partage de manière
équilibrée les profits et les
charges.
Les modes de paiement dans les
restaurants, les cafés et les hôtels
ne sont pas l'objet de statistiques.
Il est impossible de déterminer les
parts respectives des paiements
effectués en espèces et par carte.
Les mesures de lutte contre le
travail au noir ressortissent à la
compétence de Mme Milquet. Il ne
me semble pas que l'obligation de
délivrer des souches TVA soit
soumise à des contrôles ; il
conviendrait
d'interroger
M.
Reynders sur ce point. Ces
souches
doivent
assurer
la
transparence de l'argent qui
circule dans un secteur. D'autres
possibilités existent, comme les
registres de caisse.
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Daarmee heb ik geantwoord op uw eerste vraag.
Uw tweede vraag, de maatregelen om het zwartwerk tegen te gaan. U
zult begrijpen dat dit eerder een bevoegdheid is van collega Milquet.
Actuellement, il n'y a pas de
mesures supplémentaires pour
l'horeca hormis celles que j'ai
énumérées.
12.03 Roel Deseyn (CD&V): (...) Het ging mij meer om de
betalingen (...) inzake de werkvergoeding.
12.04 Minister Vincent Van Quickenborne: We zitten daar natuurlijk
met het systeem van de btw-bonnetjes. U weet dat al een tijd terug de
verplichting is ingevoerd om een btw-bonnetje af te geven. Misschien
is het goed als u daarover collega Reynders eens ondervraagt, in
welke mate daarop wordt gecontroleerd. Ik heb niet echt de indruk dat
er daarop controles bestaan.
Het systeem van de btw-bonnetjes heeft de bedoeling om het geld dat
circuleert in een sector ook transparant en duidelijk te houden.
Er zijn andere mogelijkheden. Ik denk bijvoorbeeld aan een systeem
van kassaregisters, waarbij dat soort geld beter wordt geregistreerd.
Ook bestaat de verplichting, boekhoudkundig, van ontvangsten;
dagboeken die moeten worden gerespecteerd. Dat zijn de klassieke
boekhoudregels, die dat soort geld ook duidelijk en transparant
moeten houden.
Op dit ogenblik zijn er geen extra maatregelen, behalve de
maatregelen die ik heb opgesomd, voor de horeca.
Dat belet niet, in het raam van de discussie over het btw-tarief van 6
procent, dat wij als regering of dat het Parlement toch een zeker
engagement moet vragen van de sector om te trachten het zwart geld
en ook het zwartwerk uit die sector weg te krijgen.
Het debat over al dan niet elektronische betalingen, werd naar
aanleiding van vragen van collega's hier ook al gevoerd. Ik heb toen
ook gezegd dat ik met de sector rond de tafel zou gaan zitten. Dat is
intussen gebeurd. Er circuleren andere voorstellen om het zwart geld
uit die sector te krijgen.
Dus, zal de voorwaardelijke btw-verlaging worden ingevoerd zoals
aangekondigd? Ik ben daar voorstander van. Ik meen te hebben
begrepen dat uw partij daar ook voorstander van is.
Alleen rijzen de volgende vragen. Welke ruimte geeft Europa ons om
die verlaging toe te staan? Gaat het enkel over voeding, of ook over
drank? Gaat het enkel over restaurants dan wel ook over cafés? Die
definities zijn nog niet volledig bepaald. De volgende Ecofin-raad
moeten we daarvoor afwachten.
Een tweede belangrijk punt is natuurlijk de budgettaire impact van die
maatregel. Ik denk namelijk dat er hoe dan ook sprake moet zijn van
een afspraak met de sector om te trachten toch zo veel mogelijk het
zwartwerk en het zwart geld uit die sector te bannen op het ogenblik
dat die 6 procent wordt ingevoerd; Dat lijkt mij het minste dat we
kunnen vragen.
In die condities ben ik uiteraard voorstander van de verlaging van de
btw.
12.04 Minister Vincent Van
Quickenborne: Lors du débat sur
le taux de TVA de 6%, il faudra
demander
au
secteur
qu'il
s'engage à bannir le travail au noir
et l'argent noir. J'ai discuté avec le
secteur à l'occasion du débat sur
le paiement électronique. D'autres
propositions tendant à exclure
l'argent noir du secteur circulent.
Je suis partisan, tout comme le
parti
de
M.
Deseyn,
de
l'abaissement conditionnel du taux
de TVA. Il reste seulement à
savoir quelle marge l'Europe nous
laissera
pour
permettre
cet
abaissement. Il faut attendre le
prochain
conseil
Écofin.
L'incidence budgétaire de cette
mesure constitue évidemment un
deuxième point important. Je suis
assurément
partisan
de
la
réduction de la TVA, si les
conditions sont remplies.
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
12.05 Roel Deseyn (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor uw
engagementen, die u concreet hebt uitgesproken. Ik denk dat het
principe van de proportionaliteit heel belangrijk zal zijn voor de
onderhandelingen in de komende weken en maanden. Een
buitenlandse transactie mag bijvoorbeeld niet goedkoper zijn dan een
binnenlandse. Als het gaat over een vast bedrag, dan moet dat
proportioneel zijn ten opzichte van het absoluut betaalde bedrag.
Ik zit daar meer op de lijn van Neelie Kroes, die over relatieve
verhoudingen spreekt. De handelaar, die klant is van die
betaalmaatschappijen, voelt zich op den duur de dupe. Dat is de
wereld op zijn kop. Dat zegt u zelf. Dat is eigenlijk zeer jammer. Ik
hoop dat ik achter de gevels van onze vrienden-handelaars in ons
dorp, waar uw beeltenis nu prijkt, binnenkort ook de kaarten mag
bovenhalen, of het nu in het café of bij de bakker is.
12.05 Roel Deseyn (CD&V): Je
remercie le ministre pour ses
engagements
concrets.
Le
principe d'une proportionnalité
équitable sera très important lors
des négociations, à mon estime.
Je suis plutôt enclin en la matière
à suivre Neelie Kroes qui parle de
rapports relatifs. Il serait dommage
que le commerçant en tant que
client des sociétés de paiement
par carte soit au final la dupe de
l'affaire, ce qui serait le monde à
l'envers.
12.06 Minister Vincent Van Quickenborne: In Brussel gebeurt dat
veel, bij ons minder.
12.07 Roel Deseyn (CD&V): (...)
12.08 Minister Vincent Van Quickenborne: U doet niet mee?
We laten de tekst kopiëren en aan de commissieleden verdelen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "het
Europees Observatorium tegen namaak en piraterij" (nr. 12503)
13 Question de M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "l'Observatoire
européen de la contrefaçon et du piratage" (n° 12503)
13.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de Europese Commissie zou met het idee
spelen om een Europees Observatorium tegen namaakproducten en
piraterij op te richten. De reden is dat de verschillende politie- en
douanediensten onvoldoende samenwerken waardoor heel wat
criminelen door de mazen van het net glippen. Op zich is het een
interessant idee. De vraag is alleen hoe zulks wordt geconcretiseerd.
Heeft u weet van het initiatief? Heeft u eventuele bedenkingen?
Op welke manier zal België hieraan deelnemen? Hebben wij expertise
op het vlak van namaak en piraterij, die kan bijdragen aan dit project?
Ik verneem dat het de bedoeling is om informatie uit te wisselen en de
uitwisseling te harmoniseren. Wat bedoelt men hiermee? Is dit enkel
op informaticavlak? Worden er gestructureerde procedures gevolgd
of opgezet om met elkaar te communiceren?
Wanneer zal het Europees Observatorium operationeel zijn?
Het zal wellicht en hopelijk niet alleen de bedoeling zijn om
informatie uit te wisselen, maar ook om de vervolging op elkaar af te
stemmen. Het is al zo moeilijk om onze politiemensen op Frans
grondgebied operationele bevoegdheid te geven, terwijl Franse
13.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
La
Commission
européenne souhaiterait semble-t-
il créer un Observatoire européen
contre les produits de contrefaçon
et la piraterie, dans le but
d'améliorer la coopération entre
les différents services de police et
de douane. La question est de
savoir quelle forme concrète
prendra cet observatoire.
Le ministre est-il au courant de
cette initiative et qu'en pense-t-il?
Quelle sera la contribution belge à
cette
initiative?
Que
faut-il
entendre exactement par une
harmonisation
de
l'échange
d'informations?
Quand
cet
Observatoire européen sera-t-il
opérationnel?
Y
aura-t-il
également une harmonisation en
matière de poursuites?
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
politiemensen in België wel kunnen opereren. De vraag is dan ook
hoe ernstig een en ander wel is. Ik ben benieuwd naar uw antwoord.
13.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega, het Europees Observatorium is officieel voorgesteld op 2 april
tijdens de High Level-conferentie betreffende namaak en piraterij in
Brussel. De oprichting van het observatorium vloeit voort uit de
resolutie van 25 september 2008 van de Raad betreffende een
algemeen Europees plan.
Deze resolutie verzocht de Commissie op basis van bestaande
structuren een Europees Observatorium voor namaak en piraterij op
te zetten dat het mogelijk moet maken om aan de hand van gegevens
die de openbare en private sector wensen te verstrekken, de omvang
van namaak en piraterij geregeld te evalueren en het fenomeen
nauwkeuriger te analyseren.
Het observatorium kan naast haar taak als informatieplatform
eveneens
bijdragen
tot
een
betere
coördinatie
tussen
handhavingsautoriteiten, het vaststellen van de best practices en de
sensibilisatie.
Het opzet van het observatorium wordt door ons land ondersteund.
Meermaals werd er immers vastgesteld dat er een gebrek is aan
betrouwbare gegevens die toelaten het fenomeen op de interne markt
te meten. De gegevens die momenteel beschikbaar zijn, geven alleen
een idee van het volume van namaakgoederen die aan de
buitengrenzen van de EU worden tegengehouden. De cijfers met
betrekking tot het volume van namaakgoederen die op de interne
markt circuleren, zijn momenteel te gediversifieerd. Slechts enkele
industrieën houden gegevens bij. Ook de verschillende nationale
opsporingsdiensten beschikken ongetwijfeld over interessante
statistieken. Deze gegevens zijn niet gecentraliseerd, wat een
correcte analyse moeilijk of zelfs onmogelijk maakt.
Om de juiste prioriteiten en noden met betrekking tot
namaakbestrijding vast te stellen, is het absoluut noodzakelijk te
weten welk producten, sectoren, lidstaten en regio's binnen de EU
gevoeliger zijn voor namaak dan andere.
Ons land kan op termijn zeker en vast een bijdrage leveren aan dit
project. België beschikt immers over belangrijke expertise op dit
gebied. De Belgische Douane zet volgens de DG Taxud steeds
behoorlijke cijfers neer betreffende de opsporing van namaak. Ik
herinner mij trouwens een artikel van voor de verkiezing van 2007
waar tot in een Amerikaanse krant The Wall Street Journal een man
die bij ons in dienst is bij de douane, geroemd werd om zijn
voortreffelijke neus in verband met het identificeren van
namaakgoederen. Hij kon bijvoorbeeld perfect detecteren welke
sigaretten waren vervalst en welke niet.
Wij
kunnen
hier
eveneens
verwijzen
naar
de
dienst
Namaakbestrijding, die in mijn departement zit bij de Algemene
Dienst Controle en Bemiddeling, dus de Economische Inspectie, die
actief op de Belgische markt opspoort. De dienst is bij ons opgestart
in oktober 2007 op basis van de wet van 15 mei 2007 betreffende de
bestraffing
van
namaak
en
piraterij
van
intellectuele
eigendomsrechten.
13.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
L'Observatoire européen a été
présenté officiellement le 2 avril
dernier lors d'une conférence à
Bruxelles et il vise à évaluer
régulièrement et à analyser plus
méticuleusement la contrefaçon et
la piraterie au moyen de données
fournies par les secteurs public et
privé, à contribuer à une meilleure
coordination entre les autorités
chargées de faire respecter les
lois, à élaborer un code de
conduite et à sensibiliser.
La
Belgique
soutient
cette
initiative, vu le manque de
données fiables et comparables
sur le marché interne européen.
Pour définir les priorités et les
besoins exacts en matière de lutte
contre la contrefaçon, il est
indispensable de savoir quels
produits, secteurs, États membres
et régions au sein de l'Union
européenne sont plus sensibles au
phénomène que d'autres. La
Belgique dispose d'une importante
expertise dans ce domaine et elle
peut donc certainement apporter
une
contribution
utile. Nous
continuerons d'ailleurs à affiner la
législation,
en
instaurant
notamment
un
système
de
transactions
pour
pouvoir
poursuivre encore plus rapidement
les contrevenants.
Les
données
actuellement
disponibles ne sont ni complètes,
ni harmonisées. Dès lors, l'objectif
principal de l'observatoire est de
centraliser
les
données
disponibles et de systématiser et
harmoniser la nature de ces
données.
L'observatoire
est
opérationnel depuis le 2 avril.
En ce qui concerne la coopération
policière internationale, je vous
renvoie aux compétences de mes
collègues de la Justice et de
l'Intérieur.
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Ik heb enkele weken geleden trouwens ook bekendgemaakt dat wij
de wetgeving verder gaan verfijnen. Er worden immers nogal wat
controles gedaan in winkels en op markten om namaakgoederen op
te sporen. Die goederen worden vernietigd. Wij hebben onlangs in de
Ministerraad ook beslist om een systeem van minnelijke schikkingen
in te voeren, zodat wij mensen nog sneller kunnen vervolgen.
Zoals reeds bij uw eerste vraag vermeld zijn de huidige beschikbare
gegevens dus onvolledig. Bovendien zijn de betrokken gegevens niet
geharmoniseerd. Sommige bronnen baseren hun statistiek op het
aantal inbreuken, andere op het volume van inbreuken terwijl weer
andere eveneens de waarde van inbreukmakende goederen in
rekening brengen. Sommige bronnen verzamelen bovendien enkel
informatie over de oorsprong van de namaak.
Het belangrijkste doel van het observatorium is dan ook de
beschikbare gegevens te centraliseren en indien mogelijk de aard van
de gegevens te systematiseren en te harmoniseren. Het
observatorium is gelanceerd op 2 april en is sindsdien ook
operationeel. Wat de internationale politiesamenwerking betreft, dien
ik u erop te wijzen dat de vraag behoort tot de bevoegdheid van de
collega's van Justitie en Binnenlandse Zaken.
13.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Ik noteer dat het
cijfermateriaal zodanig disparaat is dat daar weinig mee aan te
vangen valt en dat de eerste taak van het observatorium erin bestaat
het cijfermateriaal beschikbaar te maken. Meten is de eerste plicht.
Mijnheer de minister, ik meen dat dit onmiddellijk ook de
lakmoesproef zal zijn voor het Europees observatorium, het
bekendmaken van gemeten cijfers en resultaten. Ik kijk met
belangstelling uit naar het eerste rapport. Ik neem aan dat u nog niet
weet wanneer het eerste rapport van het Europees observatorium zal
worden bekendgemaakt maar ik zet dit in rappel want ik ben
benieuwd naar de cijfers.
13.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La mission première de
l'observatoire consiste donc à
effectuer des mesures et à en
fournir les chiffres et les résultats.
Ce sera également d'emblée le
test décisif pour l'observatoire
européen. Dès lors, c'est avec une
grande impatience que j'attends la
publication du premier rapport.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
verkoopsstunt bij KIA" (nr. 12504)
14 Question de M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "un coup de
14.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, iets
wat ik in de krant las en wat ik tweemaal heb moeten lezen om het ten
volle te begrijpen en goed te laten bezinken bij mij.
Mijnheer de minister, de Koreaanse autofabrikant lanceerde de
verkoopsstunt bij uitstek volgens mij in deze economisch barre tijden.
Als een koper van een KIA wordt ontslagen, volstaat het een
document C4 binnen te brengen, waarop KIA de wagen verder zal
afbetalen. Ik vind dat schitterend! Geen extra kosten, stel u voor.
De regeling geldt in geval van gedwongen ontslag, tijdelijke
werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en overlijden. Die
drie waarborgen vindt u natuurlijk ook terug in een vrij klassieke
14.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le fabricant automobile
KIA a lancé un véritable coup de
marketing. En cas de licenciement
de l'acheteur, KIA s'engage à
poursuivre le remboursement du
véhicule, sur présentation d'un C4.
Le système ne s`applique pas si
l'acheteur démissionne lui-même
ou est licencié pour motifs graves.
S'agit-il, selon le ministre, d'une
forme légalement autorisée de
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
verzekering, maar zelf ontslag nemen of wegens dwingende redenen
aan de deur worden gezet vallen in elk geval buiten de regeling.
Mijn eerste vraag is al wat gedateerd, vooral gelet op uw uitspraak om
het verbod op koppelverkoop zo snel mogelijk in de vergeethoek te
duwen. Is dit een wettelijk geoorloofde vorm van koppelverkoop, vindt
u? Ik weet niet of u daar bepaalde ideeën over heeft.
Voor de consument is het belangrijk, vooral voor de bescherming van
zijn rechten, om te weten hoeveel dekking er eigenlijk in deze
verzekeringspot zit. Met andere woorden, hoeveel potentiële klanten
kunnen door die bijkomende KIA-waarborg worden betaald? Ik denk
dat er toch geen sprake kan zijn van een onbeperkte dekking, of
vergis ik mij ter zake?
Een derde vraag, belangrijk voor de verzekeringsmaatschappijen.
Dan gaan we naar de andere kant van de waarborg kijken: de
maatschappij die het moet indekken, die uiteindelijk klaar zal moeten
staan
voor
de
betalingen.
Belangrijk
voor
die
verzekeringsmaatschappij is het moment te kennen waarop de
consument terug aan het werk gaat. Op dat moment valt zijn
waarborg weg. Op welke manier zal die verzekeringsmaatschappij de
controle uitvoeren? Heeft u daar enig zicht op, mijnheer de minister?
De verkoopsstunt kan alleen maar omdat KIA aan de
verzekeringsmaatschappij die de risico's zal indekken een
risicopremie heeft uitbetaald of zal moeten uitbetalen. Heeft u enig
idee van de grootte van die risicopremie? Het is een vrij nieuw
verkoopsgegeven en misschien heeft u daar wel meer informatie
over.
vente couplée? Combien de
clients potentiels peuvent-ils être
couverts
par
cette
garantie
supplémentaire, à moins qu'il soit
question d'une couverture illimitée,
ce qui me semblerait fort?
Comment
la
compagnie
d'assurances
saura-t-elle
que
l'acheteur a repris le travail et que
la garantie cesse donc ses effets?
Le ministre a-t-il une quelconque
idée de la prime à supporter par
KIA à cet effet?
14.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega, louter op basis van de informatie uit uw vraag is het mogelijk
dat het hier gaat om een gezamenlijk aanbod dat onder het wettelijk
verbod van koppelverkoop valt. Tot op heden ontving mijn dienst geen
klacht over deze actie en is op de website van KIA zelf ook geen
informatie hierover terug te vinden. Wij hebben dit gisteren nog eens
laten verifiëren.
Desalniettemin heb ik intussen de Economische Inspectie de
opdracht gegeven om een informeel onderzoek op te starten naar
deze actie en de aangeboden producten. Indien een inbreuk op het
verbod op koppelverkoop wordt vastgesteld, zal in eerste instantie
een proces-verbaal van waarschuwing worden opgesteld om de
praktijk te doen stop zetten. Ook al ben ik van mening dat het verbod
op koppelverkoop best wordt omgezet in een consumentvriendelijk
systeem met voordeel van transparantie en keuzevrijheid is de wet de
wet en moet de wet worden gerespecteerd zolang zij niet is gewijzigd.
Volgens mijn informatie zou het aanbod beperkt zijn tot de wagens die
de constructeur in april 2009 zou verkopen. Bovendien is de
verzekeringswaarborg beperkt tot een termijn tussen 12 en ten
hoogste 84 maandbetalingen, een bedrag van ten hoogste
50.000 euro. Een verzekeringsovereenkomst is een overeenkomst die
door alle partijen te goeder trouw moet worden uitgevoerd. De
consument die zich niet meer bevindt in de toestand die aanleiding
heeft gegeven tot de tussenkomst van de verzekeraar is contractueel
gehouden dit te melden. Zo niet bevindt hij zich in een toestand van
14.02
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: En me
basant exclusivement sur les
informations contenues dans cette
question, je puis déduire qu'il s'agit
peut-être
d'une
infraction
à
l'interdiction légale des offres
conjointes. Jusqu'à ce jour, mon
service n'a cependant reçu aucune
plainte concernant cette action, et
par ailleurs, le site internet de KIA
ne comprend aucune information à
ce sujet. J'ai cependant demandé
à l'Inspection économique de
lancer une enquête informelle en
la matière.
En cas de constat d'une infraction
à
l'interdiction
des
offres
conjointes, la société se verra
dans un premier temps dresser un
procès-verbal
d'avertissement
visant à faire cesser ces pratiques.
La loi doit en tout état de cause
être respectée.
Selon mes informations, l'offre se
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
verzekeringsfraude met alle gevolgen die dit met zich meebrengt.
Ik ben niet op de hoogte van de commerciële afspraken tussen een
autoconstructeur en een verzekeringsonderneming. Zelfs voor een
individuele consument kan hierop geen eensluidend antwoord worden
gegeven
omdat
de
verzekeringspremie
wordt
berekend
overeenkomstig de risicokarakteristieken van die welbepaalde
consument.
limiterait aux véhicules achetés en
avril 2009 et la garantie de
l'assureur serait plafonnée à 84
versements mensuels et à un
montant de 50.000 euros. Il
appartient
au
consommateur
d'avertir la compagnie d'assurance
de tout changement de situation,
sous peine de commettre une
fraude à l'assurance. Je ne
dispose
d'aucune
information
concernant les termes d'un accord
commercial conclu entre un
constructeur automobile et une
compagnie d'assurances. De plus,
les primes d'assurance sont
variables puisque leur calcul prend
en compte le profil de risque des
consommateurs individuels.
14.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister voor zijn antwoord. De wet is inderdaad de wet en
zolang die niet is gewijzigd, moet een en ander worden bekeken. Als
het hier zou gaan om een ongeoorloofde vorm van gezamenlijk
aanbod of koppelverkoop vraag ik mij alleen af, mijnheer de minister,
of men ook niet het onderzoek moet voeren naar de risicopremie.
14.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il convient en effet de se
conformer à la loi. S'il s'agit d'une
forme d'offre conjointe illégale, je
me demande s'il ne faudrait pas
également mener une enquête sur
la prime de risque.
14.04 Minister Vincent Van Quickenborne: U weet dat de
economische inspectie de voorbije weken en maanden bijzonder
actief is geweest in de dossiers van ING en Axa. Zij moesten beide
hun campagne intrekken op basis van een actieve economische
inspectie. Zelfs in de paasvakantie heeft zij op minder dan een aantal
dagen tijd een proces-verbaal van waarschuwing uitgeschreven en
beide banken tot aanpassingen gedwongen.
Ik veronderstel dat dit dossier op dezelfde manier zal worden
aangepakt. Op basis van onze informatie is deze actie in alle stilte
afgevoerd. Er is nauwelijks iets over terug te vinden. Uw suggestie om
in het raam van ons onderzoek de impact op de risicopremie te
onderzoeken is het vragen waard aan de Economische Inspectie.
14.04
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
L'Inspection économique a été
très active récemment dans les
dossiers ING et AXA et je suppose
que le présent dossier sera abordé
de la même manière. Selon les
informations dont nous disposons,
l'action a été arrêtée en toute
discrétion.
Nous
pouvons
également
demander
à
l'Inspection économique de mener
une étude sur l'incidence sur la
prime de risque.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"het leveren van achtergrondmuziek via streaming" (nr. 12566)
15 Question de Mme Sofie Staelraeve au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la diffusion
d'une musique de fond par le biais du streaming" (n° 12566)
15.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, er zijn verschillende muziekleveranciers of content
providers die publieke ruimtes zoals winkels, horecabedrijven en
sportcomplexen voorzien van achtergrondmuziek. Tot op heden kon
dat vooral via een centraal punt naar een of meerdere locaties worden
gestuurd of via bepaalde fysieke geluidsdragers of via satelliet.
15.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Parallèlement aux techniques
anciennes de diffusion de musique
d'ambiance dans les magasins, on
recourt aujourd'hui également au
streaming. Cette technique se
révèle plus efficace parce qu'elle
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Nu is er een nieuwe techniek op de markt, die ook al in Nederland en
een aantal andere landen bestaat, die alles centraliseert. Vanuit een
centraal punt kan men veel meer op maat van de klant werken en
achtergrondmuziek voor de handelaar of de winkel leveren.
Bovendien zijn hieraan ook geen opslagkosten meer verbonden en is
dat gewoon efficiënter en eenvoudiger geregeld.
Om dat te kunnen doen, moeten de leveranciers een licentie hebben
van de auteurs, de uitvoerders en de platenmaatschappijen, dus van
SABAM. In Nederland werd een dergelijke licentie al gegeven, in
België nog niet.
Mijnheer de minister, hebt u een zicht op de werking van SABAM ter
zake? Men zou in onderhandeling zijn, maar hoe snel of bereidwillig is
zij om dat ook in te voeren in België? Wat is uw mening daarover?
Welke concrete stappen zult u ondernemen?
s'adapte au goût du client et ne
requiert pas le paiement de frais
de stockage.
Pour pouvoir fournir de la musique
par le biais du streaming, le
fournisseur doit posséder une
licence de la SABAM. Or si ces
licences
peuvent
déjà
être
obtenues aux Pays-Bas, ce n'est
pas encore le cas en Belgique.
Le ministre est-il informé du
fonctionnement de la SABAM
dans le cadre du streaming?
Quelle est son opinion à ce sujet?
Envisage-t-il de prendre des
initiatives pour faire avancer ce
dossier?
15.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Ik kan inderdaad
bevestigen dat de beheersvennootschap SABAM of een andere
beheersvennootschap op dit ogenblik, in tegenstelling tot in
Nederland, nog niet in een licentie voorziet voor leveranciers die
achtergrondmuziek op die manier aanbieden. Het spreekt voor zich
dat ik dat samen met u betreur. Maar u weet eveneens dat auteurs,
uitvoerende kunstenaars en producenten in dat verband,
respectievelijk op basis van de artikelen 1/35 en 39 van de auteurswet
over een exclusief recht beschikken. Dat betekent dat de toelating
voor het aanbieden van muziek via dat kanaal bijgevolg enkel door
henzelf kan worden gegeven.
Niettemin dienen auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten,
of liever nog de beheersvennootschap in geval die hun repertoire
vertegenwoordigt, er steeds rekening mee te houden dat een
weigering tot het aanbieden van dergelijke licentie in bepaalde
omstandigheden onder bepaalde voorwaarden als rechtsmisbruik of
misbruik van machtspositie kan worden geïnterpreteerd.
Ik ben echter van mening dat, onder voorbehoud van de concrete
omstandigheden, voorbehoud van de uitspraken van de hoven en
rechtbanken hierover, op dit ogenblik vooralsnog nog geen sprake is
van rechtsmisbruik of misbruik van machtspositie door de
beheersvennootschap, om de volgende twee redenen.
Ten eerste, SABAM voorziet in samenwerking met SIMIM actueel
reeds in een licentie voor leveranciers van achtergrondmuziek,
waarbij toelating wordt verleend om muziekbestanden in een centrale
opslagplaats op server te plaatsen en die bestanden via een
abonnementsysteem aan te bieden volgens een tariefschema dat
rekening houdt met het aantal beschikbaar gestelde bestanden voor
de klant. Dat verloopt dan wel via pc's die bij de klanten worden
geïnstalleerd en de bestanden worden op die pc's geplaatst en
regelmatig
vernieuwd.
Hieruit
blijkt
dat
in
ieder
geval
beheersvennootschappen niet de bedoeling hebben om die markt af
te sluiten.
Ten tweede kan ik u meedelen dat de beheersvennootschappen op
15.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
En
Belgique, il n'est effectivement pas
encore possible d'obtenir une
licence pour proposer de la
musique par le biais du streaming,
ce que je déplore. Les auteurs, les
artistes
exécutants
et
les
producteurs disposent de la
compétence exclusive d'autoriser
ou non cette pratique. Ils sont
donc les seuls à pouvoir accorder
cette licence, bien qu'ils doivent
tenir compte du fait qu'un refus
peut être également considéré
comme un abus de pouvoir. À
mon estime, ce n'est actuellement
pas encore le cas.
La SABAM prévoit en effet déjà,
en collaboration avec la SIMIM,
une licence pour les fournisseurs
de musique de fond, qui permet de
placer des fichiers musicaux sur
un serveur central et de les
proposer par le biais d'un système
d'abonnement. Cette opération est
effectuée au moyen d'un pc
installé chez les clients. Les
fichiers musicaux placés sur le
serveur
sont
régulièrement
renouvelés. Les sociétés de
gestion ne désirent donc pas
verrouiller ce marché. Elles se
penchent par ailleurs ensemble
sur la fixation d'un tarif pour la
fourniture de musique de fond par
le biais du streaming. Il y a donc
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
dit ogenblik in onderling overleg met elkaar werken aan een tarief
voor het aanleveren van achtergrondmuziek via streaming, waardoor
weldra achtergrondmuziek door leveranciers zou kunnen worden
aangeboden aan de horeca, winkels en andere openbare plaatsen.
Hoop doet leven.
encore de l'espoir.
15.03 Sofie Staelraeve (Open Vld): Dank u wel voor uw antwoord.
Uiteraard gebeurt het al, zoals u hebt aangehaald. Het is uiteraard de
bevoegdheid van de beheersvennootschappen. Zij zijn aan het
onderhandelen, maar met u hoop ik dat daar snel vordering in komt.
Het is even afwachten daaromtrent.
15.03 Sofie Staelraeve (Open
Vld) : Les sociétés de gestion sont
donc compétentes. Il ne reste plus
qu'à espérer qu'elles s'y attellent
rapidement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "een
vereenvoudiging van het stelsel van de bouw- en verbouwpremies" (nr. 12674)
16 Question de M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la simplification
du système des primes à la construction et à la transformation" (n° 12674)
16.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, einde mei zou de zogenaamde groene lening
van toepassing worden. Wie leent voor een investering in
milieuvriendelijke technologieën, kan rekenen op een extra
interestkorting van de federale overheid. Dat zou neerkomen op 1,5
procent. De korting zou gelden voor huurders en vruchtgebruikers.
Daar zit de vraag of het probleem niet.
Ik lees echter dat dit reeds gaat over bouwpremie 2340. De mensen
zien door het bos de bomen niet meer of door de bomen het bos niet
meer. Wie kan ik hierover beter ondervragen dan de minister van
Ondernemen en Vereenvoudigen?
Is de federale regering zich ervan bewust dat de onoverzichtelijke
verzameling van premies, bouw- en verbouwpremies steeds
aangroeit? Er zijn er Vlaamse, provinciale en federale, noem maar op.
Op welke manier is dit nog beheersbaar? Op welke manier kan een
kandidaat-bouwer hieruit nog wijs geraken?
Ligt hier geen eersterangsdoelstelling voor u weggelegd? Zou u er
niet voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld het aantal federale premies
tot een absoluut minimum wordt herleid of dat dit allemaal samen
wordt gegoten in een of andere vorm?
In hoeverre behoort het vereenvoudigen van dit soort van
onoverzichtelijke reeksen premies en tussenkomsten tot de prioriteit
van deze regering? Welke vereenvoudigingen staan er op de agenda
voor de komende maanden? Ik zou die laatste vraag wat willen
uitbreiden tot het komende half jaar. Ik veronderstel dat er voor juni
niet al te veel meer zal gebeuren. Wat staat er nog op de agenda voor
het einde van het jaar op het vlak van vereenvoudiging?
16.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Les citoyens pourront
bientôt contracter des emprunts
verts. Il s'agit encore d'un nouvel
avantage accordé aux candidats à
la
construction
ou
à
la
transformation. Plus personne ne
s'y retrouve dans la jungle des
primes et avantages fiscaux.
Dans
quelle
mesure
la
simplification est-elle une priorité
pour le gouvernement? Quelles
mesures de simplification sont
prévues dans les semaines à
veni ?
16.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega, via de website www.premiezoeker.be heb ik inderdaad
vastgesteld dat er in Vlaanderen op dit ogenblik 2.342 premies
bestaan waarop men recht kan hebben bij de uitvoering van werken
aan een woning. Op basis van het invullen van de postcode, ontvangt
men een duidelijk overzicht dat werkt wel goed van alle federale,
16.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
J'ai
constaté, en surfant sur le site
www.premiezoeker.be
qu'en
Flandre, quelque 2352 primes à la
construction et à la rénovation
CRIV 52
COM 523
21/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
regionale,
provinciale,
netbeheerder-
en
gemeentelijke
tegemoetkomingen. Niet te vergeten, bijvoorbeeld, is Eandis, dat
nogal wat steunmaatregelen biedt.
U vraagt of we iets kunnen doen om het aantal premies te
vereenvoudigen tot een aanvaardbaar niveau.
Welnu, op federaal niveau zie ik op dit ogenblik 26 verschillende
tegemoetkomingen. Die tegemoetkomingen kunnen worden verdeeld
in vier categorieën: de belastingvermindering voor energiebesparende
uitgaven; de belastingvermindering voor brand- en inbraakpreventie;
de rechtstreekse aftrek voor de beveiliging van beroepslokalen en het
verlaagd btw-tarief van 6 procent voor renovatie van woningen ouder
dan vijf jaar. Ik denk dat op federaal niveau die fiscale verminderingen
overzichtelijk zijn en ook voldoende eenvoudig zijn. Ik ben dus niet
van plan om daar eender welke premie te schrappen.
Wat de andere premies en tegemoetkomingen betreft, kan ik
inderdaad met u vaststellen dat er heel wat verschillende premies
bestaan waarop burgers aanspraak hebben. Die premies behoren tot
de bevoegdheid van andere niveaus, zoals het Vlaams niveau,
regionaal, provinciaal en lokaal. U weet dat ik daar als federaal
minister, goed wakend over het respecteren van onze Grondwet,
geen bevoegdheid over heb.
Ik zou ook niet durven suggereren dat ik daar bevoegdheid over heb.
Om heel eerlijk te zijn, als het gaat over de premies hebben wij
momenteel federaal geen plannen om die noemenswaardig af te
slanken. Wat ik wel permanent doe is erop toezien dat als wij een
maatregel nemen, bijvoorbeeld de 6 procent btw voor de nieuwbouw
dat komt dan niet in de krant , dat die maatregel zo eenvoudig
mogelijk is. In het oorspronkelijke plan van 6 procent btw voor
nieuwbouw had men bepaald dat elke bouwheer een kopie moest
maken van zijn hele bouwdossier om de 6 procent te bekomen.
Uiteindelijk is dat niet ingevoerd omdat wij proactief proberen dat
soort moeilijkheden tegen te gaan.
We hebben een heel interessante discussie gehad naar aanleiding
van de beleidsnota over vereenvoudiging. Zonder volledig te kunnen
of willen zijn vermeld ik even wat er voor de komende maanden aan
de agenda staat. U weet dat de elektronische identiteitskaart tegen
september volledig is uitgerold. De mensen vragen zich terecht af wat
ze nu met die kaart kunnen doen. We gaan de komende weken op
tournee door heel wat steden en gemeenten in België en Vlaanderen
om de bestaande en de nieuwe toepassingen van de elektronische
identiteitskaart kenbaar te maken. Er wordt te weinig gebruik van
gemaakt en dat is iets waaraan we de komende tijd voldoende
aandacht zullen besteden.
Voor de rest verwijs ik u met veel genoegen naar de beleidsnota,
onder andere met betrekking tot elektronische maaltijdcheques. We
werken volop aan dergelijke zaken. Eenmaal de zaken rond zijn, zal ik
ze u als zodanig meedelen.
peuvent
être
obtenues.
En
introduisant son code postal, on
peut demander la liste de toutes
les primes entrant en ligne de
compte.
À l'échelon fédéral, il existe 26
aides possibles, réparties en
quatre groupes : la réduction
d'impôts pour les dépenses faites
en vue d'économiser l'énergie, la
réduction
d'impôt
pour
la
prévention de l'incendie et de
l'effraction, la déduction directe
pour la sécurisation des locaux
professionnels et la réduction du
taux de TVA à 6% pour la
rénovation des logements de plus
de cinq ans. Ce système est
suffisamment
transparent
et
simple et je n'ai donc pas
l'intention de le modifier. À
d'autres niveaux administratifs, les
règles sont en effet nettement plus
complexes, mais je n'ai aucune
compétence dans ce domaine.
Pour ma part, je veille à ce que les
nouvelles mesures que nous
introduisons soient aussi simples
que possible.
Au cours des prochains mois,
nous nous pencherons plus en
détail
sur
les
applications
possibles de la carte d'identité
électronique ainsi que sur une
série d'autres mesures énumérées
dans
la
note
de
politique
Simplification.
16.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik kan
kort zijn in mijn repliek. Ik dank de minister voor zijn antwoord en
vooral voor de vermelding van het juiste aantal bouw- en
verbouwpremies. Het doet altijd plezier om te merken dat de vraag
16.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Dans ce pays, tout est
imbriqué et pour notre groupe, il
est clair depuis longtemps déjà
21/04/2009
CRIV 52
COM 523
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
wordt beantwoord.
U hebt natuurlijk gelijk dat alles met alles samenhangt in dit land,
federale met gewestelijke materies. Voor onze partij is het duidelijk
dat er een niveau te veel is. Dat weet u al lang, mijnheer de minister.
Dat lost natuurlijk de veelheid van de bouwpremies niet op,
integendeel. Wij zullen de situatie opvolgen en in het Vlaams
Parlement de vraag laten stellen hoe men daar naar de zaken kijkt.
Wie weet komen we er wel uit.
qu'il y a un niveau de pouvoir
superflu.
Nous resterons attentifs à la
situation et nous veillerons à ce
que la question soit également
posée au Parlement flamand.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.27 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.27 heures.