KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 517
CRIV 52 COM 517
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN
C
OMMISSION DES
R
ELATIONS EXTÉRIEURES
woensdag
mercredi
01-04-2009
01-04-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
De Navo-top van 3 en 4 april te Straatsburg:
inleidende uiteenzetting door de eeerste minister
en samengevoegde interpellaties en vragen van
1
Le Sommet de l'OTAN des 3 et 4 avril à
Strasbourg: exposé introductif du premier ministre
et interpellations et questions jointes de
1
- de heer André Flahaut tot de eerste minister
over "het standpunt dat België zal innemen op de
NAVO-top van 3 en 4 april in Straatsburg"
(nr. 294)
1
- M. André Flahaut au premier ministre sur "la
position qui sera défendue par la Belgique lors du
Sommet de l'OTAN les 3 et 4 avril à Strasbourg"
(n° 294)
1
- de heer Dirk Van der Maelen tot de eerste
minister over "de verhoogde bijdrage inzake
Afghanistan" (nr. 302)
1
- M. Dirk Van der Maelen au premier ministre sur
"le renforcement de la participation belge aux
opérations en Afghanistan" (n° 302)
1
- de heer Bruno Stevenheydens aan de eerste
minister over "de verhoging van de Belgische
inzet in de oorlog in Afghanistan" (nr. 12237)
1
- M. Bruno Stevenheydens au premier ministre
sur "le renforcement de l'engagement belge dans
la guerre en Afghanistan" (n° 12237)
1
- de heer Wouter De Vriendt tot de eerste minister
over "de bijkomende Belgische bijdrage aan de
internationale troepenmacht in Afghanistan"
(nr. 303)
1
- M. Wouter De Vriendt au premier ministre sur "le
renforcement de la participation belge à la
présence militaire internationale en Afghanistan"
(n° 303)
1
- mevrouw Nathalie Muylle aan de eerste minister
over "de mogelijke bijkomende inspanningen die
België zou leveren in Afghanistan en dit naar
aanleiding van de komende Top in Baden-Baden
en Kehl (Duitsland) en Straatsburg (Frankrijk) op
3 en 4 april" (nr. 12244)
1
- Mme Nathalie Muylle au premier ministre sur
"les éventuels efforts complémentaires que
pourrait fournir la Belgique en Afghanistan et ce,
dans le cadre du prochain sommet de l'OTAN de
Baden-Baden et Kehl (Allemagne) et de
Strasbourg (France) des 3 et 4 avril" (n° 12244)
1
- mevrouw Juliette Boulet tot de eerste minister
over "de NAVO-Top van april 2009 en over het
standpunt dat België daar zal innemen" (nr. 308)
1
- Mme Juliette Boulet au premier ministre sur "le
sommet de l'OTAN d'avril 2009 et de la position
qu'y prendra la Belgique" (n° 308)
1
Sprekers: Herman Van Rompuy, eerste
minister, Pieter De Crem, minister van
Landsverdediging, André Flahaut, Dirk Van
der Maelen, Wouter De Vriendt, Nathalie
Muylle, Juliette Boulet, David Geerts,
Georges Dallemagne
Orateurs: Herman Van Rompuy, premier
ministre, Pieter De Crem, ministre de la
Défense, André Flahaut, Dirk Van der
Maelen, Wouter De Vriendt, Nathalie Muylle,
Juliette Boulet, David Geerts, Georges
Dallemagne
Moties
36
Motions
36
Spreker: Pieter De Crem, minister van
Landsverdediging
Orateur: Pieter De Crem, ministre de la
Défense
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BUITENLANDSE BETREKKINGEN
COMMISSION DES RELATIONS
EXTERIEURES
van
WOENSDAG
1
APRIL
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
1
AVRIL
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.34 uur en voorgezeten door mevrouw Hilde Vautmans.
La séance est ouverte à 14.34 heures et présidée par Mme Hilde Vautmans.
01 Le Sommet de l'OTAN des 3 et 4 avril à Strasbourg: exposé introductif du premier ministre et
interpellations et questions jointes de
- M. André Flahaut au premier ministre sur "la position qui sera défendue par la Belgique lors du
Sommet de l'OTAN les 3 et 4 avril à Strasbourg" (n° 294)
- M. Dirk Van der Maelen au premier ministre sur "le renforcement de la participation belge aux
opérations en Afghanistan" (n° 302)
- M. Bruno Stevenheydens au premier ministre sur "le renforcement de l'engagement belge dans la
guerre en Afghanistan" (n° 12237)
- M. Wouter De Vriendt au premier ministre sur "le renforcement de la participation belge à la présence
militaire internationale en Afghanistan" (n° 303)
- Mme Nathalie Muylle au premier ministre sur "les éventuels efforts complémentaires que pourrait
fournir la Belgique en Afghanistan et ce, dans le cadre du prochain sommet de l'OTAN de Baden-
Baden et Kehl (Allemagne) et de Strasbourg (France) des 3 et 4 avril" (n° 12244)
- Mme Juliette Boulet au premier ministre sur "le sommet de l'OTAN d'avril 2009 et de la position qu'y
prendra la Belgique" (n° 308)b>
01 De Navo-top van 3 en 4 april te Straatsburg: inleidende uiteenzetting door de eeerste minister en
samengevoegde interpellaties en vragen van
- de heer André Flahaut tot de eerste minister over "het standpunt dat België zal innemen op de NAVO-
top van 3 en 4 april in Straatsburg" (nr. 294)
- de heer Dirk Van der Maelen tot de eerste minister over "de verhoogde bijdrage inzake Afghanistan"
(nr. 302)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de eerste minister over "de verhoging van de Belgische inzet in
de oorlog in Afghanistan" (nr. 12237)
- de heer Wouter De Vriendt tot de eerste minister over "de bijkomende Belgische bijdrage aan de
internationale troepenmacht in Afghanistan" (nr. 303)
- mevrouw Nathalie Muylle aan de eerste minister over "de mogelijke bijkomende inspanningen die
België zou leveren in Afghanistan en dit naar aanleiding van de komende Top in Baden-Baden en Kehl
(Duitsland) en Straatsburg (Frankrijk) op 3 en 4 april" (nr. 12244)
- mevrouw Juliette Boulet tot de eerste minister over "de NAVO-Top van april 2009 en over het
standpunt dat België daar zal innemen" (nr. 308)
De voorzitter: Collega's, wij hebben vandaag al een drukke agenda achter de rug. Wij verwelkomen thans
de eerste minister, om te spreken over de voorbereiding van de NAVO-top die op 3 en 4 april zal
plaatsvinden.
Mijnheer de eerste minister, wij hebben al hoorzittingen over dit thema gehouden. Op 4 maart hebben wij
mensen van de ngo's gehoord. Op 11 maart hebben wij een debat gehad met de minister van Buitenlandse
Zaken en de minister van Landsverdediging, in aanwezigheid van de ambassadeur, de heer Van Daele, die
permanent vertegenwoordiger is bij de NAVO. Onze collega's zijn dus zeer goed op de hoogte van deze
voorbereiding, maar zij hielden eraan ­ na een verzoek van collega Flahaut ­ u in deze commissie te horen
over de voorbereiding.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Collega's, ik stel dezelfde verslaggever voor, met name de heer Dallemagne.
Mijnheer Dallemagne, u maakte reeds het voorgaande verslag en als u ermee akkoord gaat, kunt u het na
deze vergadering aanvullen.
Ik stel de volgende werkwijze voor. De eerste minister heeft laten weten dat hij aanwezig kan zijn tussen
14.30 uur en 16.00 uur daar hij nadien moet vertrekken naar het buitenland. Ik stel voor hem een korte
toelichting te laten geven en daarna over te gaan tot de vragen en interpellaties, zoals geagendeerd. De
niet-ingeschreven leden kunnen zich uiteraard inschrijven voor het debat. Ik wil iedereen vragen om
begripvol, beknopt, bondig, to the point en eerlijk voor elkaar te zijn.
Mijnheer de eerste minister, ik geef u graag het woord voor een korte toelichting.
01.01 Eerste minister Herman Van Rompuy: Mevrouw de voorzitter,
ik hoop dat ik ook beknopt, bondig, to the point en eerlijk zal zijn.
Al zal ik niet zeggen dat ik op dat vlak een beginneling ben, toch is dit
mijn eerste NAVO-top. Voor de Europese Raad had ik al gezegd dat
ik daar een bleu in ben maar men had mij moedwillig slecht begrepen.
Aan de vooravond van de NAVO-top in Straatsburg en in Kehl sta ik
erop om, zoals men mij dat heeft gevraagd in de commissie voor de
Buitenlandse Betrekkingen van de Kamer, een toelichting te geven
over de verschillende onderwerpen die op de top aan bod zullen
komen en over de Belgische standpunten die ik hier zal
verduidelijken. De minister van Landsverdediging komt mij trouwens
straks vervoegen. Hij kom net binnen, nu voel ik mij helemaal
gerustgesteld.
01.01 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Comme vous en
avez exprimé le souhait, je me
propose de faire devant vous, à la
veille du sommet de l'OTAN qui se
tiendra à Strasbourg et à Kehl, un
exposé concernant les dossiers
qui seront abordés à cette
occasion, ainsi que les points de
vue de la Belgique à cet égard.
01.02 Minister Pieter De Crem: Daar ben ik niet zo zeker van.
Mevrouw de voorzitter, u weet beter, nietwaar?
01.03 Eerste minister Herman Van Rompuy: Op deze NAVO-top
wordt in het hart van Europa ­ dat is voornamelijk de belangrijkste
aangelegenheid van die twee dagen ­ de zestigste verjaardag van de
alliantie ­ uitgebreid gevierd.
Tevens biedt deze top een eerste gelegenheid voor de Europese
lidstaten om kennis te maken met de nieuwe Amerikaanse president
Barack Obama. Zijn pragmatische aanpak lijkt een aantal nieuwe
perspectieven te openen die voor Europa van belang kunnen zijn. De
president heeft immers al herhaaldelijk aangegeven dat hij de banden
met Europa wil aanhalen en het buitenlands beleid van de Verenigde
Staten wil stoelen op nauw overleg en samenwerking met de
bondgenoten, voornamelijk met de Europese bondgenoten.
Ik kan die heel belangrijke stap, van het unilateralisme naar het
multilateralisme, alleen toejuichen. De top staat dus in het teken van
de toekomst van de alliantie en de engagementen van de NAVO in
Afghanistan. Daarna zal het debat over de uitbreiding en de Euro-
Atlantische integratie aangegaan worden. Voorts zullen de relaties
met Rusland worden gedefinieerd en zullen partnerschappen tussen
de NAVO, de EU en de Verenigde Naties worden herbevestigd.
01.03 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Le prochain
sommet de l'OTAN sera tout
d'abord l'occasion de célébrer le
soixantième
anniversaire
de
l'Alliance
et
de
faire
la
connaissance
du
nouveau
président
américain,
dont
l'approche pragmatique peut ouvrir
de nouvelles perspectives. Le
président Obama entend resserrer
les liens avec l'Europe et appuyer
sa politique extérieure sur la
concertation et la coopération.
Nous ne pouvons que nous réjouir
de ce passage de l'unilatéralisme
au multilatéralisme.
Le sommet est placé sous le signe
de l'avenir de l'Alliance et de
l'opération
en
Afghanistan.
L'élargissement de l'intégration
euro-atlantique et la relation avec
la Russie
seront
également
abordés. Les partenariats entre
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
l'OTAN, l'UE et les Nations Unies
seront aussi reconfirmés.
La discussion relative à l'avenir de l'Alliance se reflétera dans la
déclaration sur la sécurité de l'Alliance, l'accord qui en découle visant
à revoir le concept stratégique de l'OTAN et le retour de la France
dans la structure militaire intégrée de l'OTAN.
Depuis la création de l'OTAN, il y a soixante ans, le contexte
stratégique a connu de profonds changements à maintes reprises.
Depuis 1949, la collaboration internationale sur le plan de la sécurité
n'a cessé de s'étendre et de se complexifier. Si l'OTAN souhaite jouer
un rôle dans cette constellation de sécurité en perpétuel changement,
l'Organisation doit s'adapter aux besoins et aux défis de son temps.
Afin de relever ces défis, les chefs d'État et de gouvernement
donneront leur aval à une déclaration relative à la sécurité de
l'Alliance lors du Sommet de vendredi et de samedi.
De discussie met betrekking tot de
toekomst van de Alliantie zal
weerspiegeld
worden
in
de
verklaring over de veiligheid, in het
daaruit voortspruitend akkoord
over de herziening van het
strategisch concept van de NAVO
en in de terugkeer van Frankrijk
naar de geïntegreerde militaire
structuur.
Sinds de oprichting van de NAVO
is de strategische context grondig
geëvolueerd. De internationale
samenwerking op het stuk van de
veiligheid is almaar breder en
complexer geworden. De NAVO
moet zich aanpassen aan de
noden en uitdagingen van deze
tijd.
De
staatshoofden
en
regeringsleiders zullen tijdens de
topontmoeting van vrijdag en
zaterdag een verklaring met
betrekking de veiligheid van de
Alliantie goedkeuren.
In de eerste plaats zal deze verklaring enkele historische principes
van de alliantie in herinnering brengen. De meest voor de hand
liggende is degene van de collectieve veiligheidsgarantie, vervat in
artikel 5 van het Verdrag van Washington. Daarnaast zal ook artikel
10 extra worden benadrukt. Dat artikel verduidelijkt dat elke
democratische Europese staat, die de verwezenlijking van de
beginselen van de NAVO kan bevorderen en die kan bijdragen tot de
veiligheid van het Noord-Atlantische gebied, bij eenstemmigheid kan
worden uitgenodigd om lid te worden van de alliantie.
Het moge duidelijk zijn dat België ervoor pleit dat de NAVO in deze
complexe veiligheidscontext slechts een element is in de mondiale
veiligheidsstrategie. De alliantie moet volgens ons land ten volle
beseffen dat men nauw moet samenwerken met de Verenigde Naties
en tevens de groeiende rol van het Europees veiligheids- en
defensiebeleid moet erkennen. Daarom moeten de betrekkingen
tussen de NAVO en de Europese Unie naar een echt strategisch
partnerschap evolueren.
Verder is ook een sterke band met de OVSE, alsook met de andere
grote regionale organisatie noodzakelijk. Enkel zo kan men komen tot
een efficiënte, coherente en gecoördineerde bijdrage aan de trans-
Atlantische en internationale veiligheid. België heeft er steeds op
aangedrongen dat de verklaring een korte en krachtige tekst zou
worden, waarbij een goed evenwicht wordt gevonden tussen de
traditionele en prioritaire opdracht van de alliantie, zijnde collectieve
defensie, en de nieuwe opdrachten, in het bijzonder de operaties
buiten de zone die in de loop van de voorbije jaren steeds maar zijn
gegroeid.
La déclaration rappellera les
principes historiques de l'Alliance,
comme l'article 5 du Traité de
Washington, qui traite de la
garantie de sécurité collective, et
l'article 10 qui prévoit que les
parties
peuvent, par
accord
unanime, inviter à accéder au
Traité tout autre État européen
susceptible
de
favoriser
le
développement des principes de
l'OTAN et de contribuer à la
sécurité de la région de l'Atlantique
Nord.
La Belgique estime que l'OTAN
n'est qu'un élément de la stratégie
de
sécurité
mondiale.
La
collaboration avec les Nations
unies et la reconnaissance du rôle
grandissant
de
la
Politique
européenne de Sécurité et de
Défense revêtent à ses yeux une
importance
essentielle.
Les
relations entre l'OTAN et l'UE
doivent évoluer vers un véritable
partenariat stratégique. Un lien fort
avec l'OSCE et l'autre grande
organisation
régionale
est
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Verder zal de tekst zich uitspreken over een sterkere samenwerking
tussen de NAVO en Rusland. Vaak staan deze twee entiteiten immers
voor dezelfde dreigingen en dezelfde uitdagingen. De NAVO-Rusland
Raad wordt het meest opportune middel geacht om deze hernieuwde
gesprekken te stroomlijnen.
Die beknopte verklaring over de veiligheid van het Bondgenootschap
dient bovenal als eerste aanzet voor de herziening van het
strategische concept van de NAVO, dat ten vroegste in 2010 ­
wellicht het einde van 2010 ­ aan de NAVO-lidstaten zal worden
voorgelegd.
également important.
La Belgique a toujours plaidé en
faveur d'une déclaration brève et
vigoureuse, ainsi qu'en faveur d'un
bon équilibre entre la mission
prioritaire
traditionnelle
­
la
défense collective ­ et les
nouvelles missions, principalement
les opérations dans le reste du
monde. Le texte se prononcera
également
en
faveur
d'une
consolidation de la collaboration
avec la Russie, le Conseil OTAN-
Russie étant le meilleur moyen
d'atteindre cet objectif.
La déclaration constitue une
première amorce sur la voie d'une
révision du concept stratégique qui
devra avoir été adoptée par les
membres avant fin 2010.
Le lancement de la révision de ce concept stratégique de l'OTAN est
le deuxième élément important du Sommet de Strasbourg-Kehl. Une
telle révision s'impose, étant donné que le concept stratégique de
Strasbourg-Kehl date déjà de 1999. Ce concept stratégique remonte
encore à la réalité de l'après-guerre froide où la menace terroriste
était méconnue. Néanmoins, on sous-estime encore largement la
véritable ampleur de cette menace.
Les nouveaux éléments que la Belgique souhaite certainement voir se
refléter dans ce concept stratégique sont, d'une part, une analyse
réaliste de la menace, compte tenu d'une diminution de la menace
militaire directe, mais qui ne néglige pas l'augmentation des menaces
asymétriques, la sécurité de l'approvisionnement énergétique et les
cyber-attaques. D'autre part, une consolidation du partenariat
transatlantique en étroite collaboration avec l'Union européenne et le
concept de "comprehensive security" doivent également être intégrés
au concept stratégique.
Un groupe de 'sages' serait responsable de l'élaboration de ce
concept stratégique. Vu notre vaste expérience dans ce format, la
Belgique ne s'opposerait pas à cette proposition d'un comité de
sages, à la condition que ce groupe soit représentatif de tous les
États membres et inclue toutes les capitales dans sa réflexion.
Op de top van Straatsburg-Kehl
dient het strategisch concept
herzien te worden, omdat dit nog
uit het post-Koude Oorlog-tijdperk
stamt, toen de terroristische
dreiging nog niet erkend werd.
Volgens België moet dat concept
gebaseerd zijn op een realistische
analyse van de dreiging en op de
consolidatie
van
het
trans-
Atlantisch partnerschap, in nauwe
samenwerking met de Europese
Unie. Een raad van wijzen zal dat
concept verder moeten uitwerken.
België wenst dat die raad alle
lidstaten zou vertegenwoordigen.
Een derde gebeurtenis die de toekomst van de NAVO ongetwijfeld
positief zal beïnvloeden, is de terugkeer van Frankrijk in de
geïntegreerde militaire structuur van de NAVO. De meer
gestroomlijnde samenwerking tussen de NAVO en de Europese Unie,
een punt waarop België steeds heeft aangedrongen, zal aldus
ongetwijfeld worden gefaciliteerd.
De terugkeer van Frankrijk zal door president Sarkozy in Straatsburg
worden bevestigd.
In feite is deze nieuwe ontwikkeling slechts een formalisering van wat
Un troisième événement est le
retour de la France dans la
structure militaire intégrée de
l'OTAN, ce qui constitue une
formalisation
de
la
forte
participation
française
aux
opérations de l'OTAN. Outre une
nouvelle distribution des fonctions
dirigeantes au sein de la structure
militaire et une redistribution des
responsabilités, les conséquences
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
sinds verschillende jaren bestaat, namelijk de sterke implicatie van
Frankrijk in de militaire operaties van de NAVO. Niettemin heeft de
Franse terugkeer in de totaliteit van de geïntegreerde structuur van de
alliantie belangrijke gevolgen.
Naast een nieuwe verdeling van de topfuncties in de militaire structuur
en de verantwoordelijkheden die Frankrijk aldus wenst te bekomen,
zijn de gevolgen vooral van politieke aard. Deze re-integratie zou
immers gepaard moeten gaan met een toename van het Europese
gewicht binnen precies de NAVO-alliantie.
De vraag is nu hoe deze re-integratie en vooral de gevolgen ervan
door de bondgenoten worden onthaald. Zelf heb ik mijn volle steun
uitgesproken aan de terugkeer van Frankrijk.
sont surtout d'ordre politique. La
réintégration devrait renforcer le
poids de l'Europe au sein de
l'OTAN. La question est de savoir
comment cette réintégration et ses
conséquences seront accueillies
par les partenaires de l'alliance.
Pour ma part, je me suis exprimé
sans réserve en faveur du retour
de la France.
La réforme du quartier général de l'OTAN constitue un quatrième
aspect décisif pour l'avenir de l'alliance. Le secrétaire général actuel,
M. de Hoop Scheffer, dont le mandat prendra fin au 31 juillet, veut
faire de cette réforme une part de son héritage politique à l'Alliance.
Pour cette raison, lors du sommet de ce week-end, il souhaite que le
rapport de synthèse de cette réforme soit approuvé par les chefs
d'Etat et les dirigeants eux-mêmes.
Pour autant que l'on respecte la règle du consensus, la Belgique
soutient les propositions du secrétaire général de l'OTAN visant à
doter le processus décisionnel d'une plus grande efficacité.
Sur le plan budgétaire, nous adopterons une position circonspecte et
veillerons à ce que ces propositions ne donnent pas lieu à une hausse
de la contribution belge.
En ce qui concerne la politique en matière de personnel, nous
pouvons accepter l'idée d'une marge de manoeuvre plus large que le
secrétaire général, pour autant que l'essence de l'organisation
actuelle n'en soit pas compromise.
Outre l'avenir de l'OTAN, le sommet de Strasbourg-Kehl sera placé
sous le signe des opérations de l'Alliance. Aujourd'hui les terrains
d'action de l'Alliance se situent avant tout en Afghanistan, au Kosovo
et, dans une moindre mesure, en Somalie.
Tout porte à croire que l'Afghanistan restera une priorité pour l'OTAN.
Ce pays ne fait pas seulement face à une campagne électorale
difficile nécessitant un renforcement des mesures de sécurité. Mais
de plus, Washington a décidé de faire de la stabilisation et de la
reconstruction de l'Afghanistan, une priorité politique claire.
Les Américains vont substantiellement augmenter leurs efforts et
attendent des alliés européens qu'ils en fassent de même.
Le sommet de l'OTAN des 3 et 4 avril 2009 et le sommet Union
européenne-États-Unis du 5 avril à Prague, ainsi que, de manière
plus générale, l'attention accrue accordée par l'administration Obama
à l'Afghanistan trouvent également un écho important au sein de nos
propres frontières.
Pour le moment, la Belgique est présente en Afghanistan tant sur le
plan militaire et civil. Mon souhait est de confirmer et de renforcer
De hervorming van het NAVO-
hoofdkwartier maakt deel uit van
de politieke erfenis die secretaris-
generaal Jaap de Hoop Scheffer,
wiens mandaat op 31 juli afloopt,
de Alliantie nalaat. Hij wenst dat
het syntheseverslag door de
staatshoofden en regeringsleiders
zelf wordt goedgekeurd. België
steunt de voorstellen van de
secretaris-generaal van de NAVO
om
tot
een
efficiëntere
besluitvorming te komen. We
zullen erop toezien dat dit geen
verhoging van de Belgische
bijdrage meebrengt.
Naast de toekomst van de NAVO
zal de top van Straatsburg-Kehl in
het teken staan van de operaties
van de Alliantie. Momenteel is het
bondgenootschap vooral actief in
Afghanistan, Kosovo en Somalië.
België is militair en civiel in
Afghanistan aanwezig. Het is mijn
wens om die aanwezigheid te
bestendigen en te versterken.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
cette présence.
Volgende uitgangspunten en doelstellingen zijn hierin richtinggevend:
de zogenaamde Afghanisering, de clustering, de comprehensive
approach en de regionale dimensie.
Ten eerste, de Afghanisering.
Dans ce contexte, "afghanisation",
"clustering,
comprehensive
approach" et dimension régionale
constituent
les
grandes
orientations.
La contribution de la communauté internationale doit être axée sur le
renforcement des pouvoirs publics afghans et de la société civile
afghane au niveau de leur capacité à trouver une solution durable au
problème de leur pays sans transgresser l'agenda des droits de
l'homme. Cet objectif important cadre dans ce qu'on appelle
aujourd'hui de plus en plus une stratégie de sortie (an exit strategy).
En ce qui concerne le clustering, dans le but de développer les
synergies, de favoriser la visibilité de nos actions et d'apporter un
soutien logistique efficace à nos activités, il est plus que jamais
souhaitable de regrouper nos efforts en une zone géographique
déterminée. On peut envisager à cet effet, un niveau régional ou
provincial. En outre, le clustering offre des avantages en termes de
sécurisation. On peut aussi systématiquement recourir à une
collaboration avec un partenaire européen.
En ce qui concerne la "comprehensive approach", la Belgique
s'efforce de fournir un mélange d'engagements civils et militaires et
d'approches multi-sectorielles d'un point de vue civil, en consacrant
chaque année des moyens pour un montant de près de 7 millions
d'euros débloqué par les Affaires étrangères et la Coopération au
développement à des projets civils de reconstruction. La Belgique
joue un rôle non négligeable compte tenu du fait que l'Afghanistan
n'est pas un pays partenaire.
En 2009, les efforts déployés par la Défense ont été principalement
renforcés par l'adjonction d'une composante appelée "OMLT"
(Operational Mentor and Liaison Team) à Kunduz. Une solution
complète civilo-militaire répond au mieux aux besoins de l'Afghanistan
où tout est lié: reconstruction, sécurité, endiguement de la culture de
l'opium et du trafic de drogues, reconstruction de la société, lutte
contre la corruption et promotion des droits de l'homme.
L'effort de l'Union européenne visant à stabiliser l'Afghanistan via une
mission de police EUPOL participe à cette même démarche.
De bijdrage van de internationale
gemeenschap moet gericht zijn op
de versterking van de Afghaanse
overheid en de ondersteuning van
de civiele maatschappij.
Het
is
wenselijk
om
onze
inspanningen te concentreren op
een welbepaalde geografische
regio.
België streeft er ook naar om
zowel civiele als militaire hulp te
bieden door jaarlijks ongeveer 7
miljoen euro op de begroting van
Buitenlandse
Zaken
en
Ontwikkelingssamenwerking uit te
trekken
voor
civiele
wederopbouwprojecten. Op die
wijze kunnen we het best inspelen
op de noden van Afghanistan,
waar alles met elkaar verweven is:
wederopbouw,
veiligheid,
indamming van de opiumteelt en
de drugshandel, heropbouw van
de
maatschappij,
corruptiebestrijding en bevordering
van de mensenrechten.
Via de politiemissie EUPOL werkt
de Europese Unie daaraan mee.
Afghanistan gaat een dubbele reeks verkiezingen tegemoet, waarvoor
eveneens versterkte inspanningen worden verwacht vanwege de
internationale gemeenschap. Op 20 augustus van dit jaar houdt
Afghanistan presidentiële en provinciale verkiezingen. In 2010 staan
er wetgevende verkiezingen op het programma.
Uitgangspunt is voorts dat de voorstellen die wij doen de eigen
capaciteiten van ons land vertegenwoordigen en zich binnen de
beschikbare financiële middelen van ons land situeren.
L'Afghanistan va connaître une
double série d'élections, pour
lesquelles
des
efforts
supplémentaires sont attendus de
la communauté internationale. Le
pays organisera des élections
présidentielles et provinciales en
août et programme des élections
législatives pour 2010.
Les
propositions
que
nous
formulons
correspondent
aux
capacités de notre pays et aux
moyens financiers qu'il est en
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
mesure de dégager.
Des débats portant sur la dimension régionale, et surtout sur le rôle
du Pakistan dans la stabilisation ou non de l'Afghanistan sont plus
que jamais d'actualité. En fonction de ses moyens disponibles et de
ses priorités, la Belgique plaide pour une mise en lumière de
l'Afghanistan. Un rôle utile de pays comme l'Iran, la Russie, la Chine,
l'Inde et les pays de l'Asie centrale est également en examen, en plus
du rôle que peut jouer le Pakistan. La Conférence "Big Tent" qui s'est
tenue hier à La Haye, à laquelle assistait notre ministre des Affaires
étrangères, doit également être considérée dans cette optique.
De debatten over de regionale
dimensie zijn actueler dan ooit. In
functie van de middelen waar het
over beschikt, pleit ons land ervoor
om
alle
schijnwerpers
op
Afghanistan te richten. Er wordt
momenteel tevens onderzocht
welke nuttige rol landen zoals Iran,
Rusland, China, India en de
Centraal-Aziatische landen naast
Pakistan kunnen spelen. De
zogenaamde
`Grote
Tent'-
conferentie, die gisteren in Den
Haag plaatsvond, moet ook vanuit
die optiek worden benaderd.
Collega's, de huidige engagementen van Defensie in Afghanistan zijn
genoegzaam bekend. Enerzijds staat Defensie nu in voor de
beveiliging van de luchthaven van Kabul via de inzet van een
beveiligingsdetachement en anderzijds neemt het Belgische leger
deel aan de werking van de luchthaven van Kabul gedurende het hele
jaar 2009.
Verder participeert België in het Duitse Provincial Reconstruction
Team (PRT) in Kunduz, gedurende het hele jaar 2009.
Eveneens op basis van de regeringsbeslissingen van november en
december 2008 worden in het kader van ISAF 4 Belgische F-16's
ingezet.
Les engagements actuels de la
Défense en Afghanistan sont
suffisamment
connus.
Le
détachement de protection de la
Défense assure la sécurité de
l'aéroport de Kaboul. En outre, nos
forces armées participeront tout au
long de l'année 2009 au bon
fonctionnement de l'aéroport de
Kaboul et prendront également
part au "Provincial Reconstruction
Team" (PRT) allemand à Kunduz.
De plus, sur la base des décisions
gouvernementales de novembre et
décembre 2008, la Belgique a
engagé quatre F16 dans le cadre
de
la
Force
internationale
d'assistance à la sécurité.
Ensuite, il a été décidé d'engager une OMLT (Operational Mentor and
Liaison Team) pour assurer la constitution, la formation et le soutien
lors d'opérations d'un bataillon d'infanterie afghan depuis Kunduz.
Cette opération a débuté en janvier 2009 et occupe 20 mentors et 49
militaires pour l'appui logistique.
La mission aura une durée de 15 mois minimum et de 24 mois
maximum et prendra donc fin au plus tard en janvier 2011.
L'engagement est limité à la région du Nord.
Daarnaast werd er beslist om een
"operational
mentoring
liaison
team" ter plaatse te sturen om de
vorming, opleiding en logistieke
ondersteuning tijdens operaties
van de Afghaanse infanterie in
Noord-Afghanistan te verzekeren.
De missie zal ten laatste in januari
2011 beëindigd worden.
Ook een deelname van Belgische bemanningsleden aan AWACS-
opdrachten om de controle van het Afghaanse luchtruim te
verzekeren, is overeengekomen. Tot op heden heeft de NAVO echter
beslist deze middelen niet in te zetten.
Ten slotte vervult Landsverdediging nog intern ondersteunende
opdrachten, zoals het verzekeren van de veiligheid van de Belgische
zaakgelastigde in Kabul met een close protection team, de inzet van
enkele militairen in het ISAF-hoofdkwartier in Kabul en te Masar-e-
Sharif en inlichtingsopdrachten evenals het regelmatig sturen van
contactteams ter ondersteuning van de ontplooide troepenmacht het
Il a également été convenu
d'affecter des équipages belges à
des missions AWACS visant à
assurer le contrôle de l'espace
aérien afghan. Jusqu'à présent,
l'OTAN a cependant décidé de ne
pas déployer ces moyens.
Enfin, la Défense se charge
également de diverses missions
d'appui interne.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
hele jaar 2009 door.
Het aantal Belgische militairen in Afghanistan bedraagt gemiddeld 485
personen voor het jaar 2009. De kosten worden op ongeveer
40 miljoen euro geraamd.
De regering heeft zich vanmorgen in het kernkabinet over een
bijkomende inspanning van ons land beraden. In dat verband
bereiden wij een beslissing met de hiernavolgende elementen voor.
Ten eerste, het is de bedoeling om de inspanning die België vandaag
in Afghanistan op civiel en militair vlak levert, tot eind 2010 door te
trekken ­ dat wil zeggen tot na het Belgische EU-voorzitterschap ­,
mits een tussentijdse evaluatie van de inspanningen in de loop van
2010.
Ten tweede, er bestaat een bereidheid om op het vlak van de inzet
van F-16-vliegtuigen en op het vlak van de training van het Afghaanse
leger via de zogenaamde OMLT's een bijkomende inspanning te
leveren, met behoud van de vigerende condities inzake de inzet van
deze capaciteit. De genoemde inspanning kan door Landsverdediging
binnen het bestaande budget worden opgevangen.
Ten slotte, er zal een bijkomende inspanning op het civiele vlak
komen, voor zover onze inspanning in Kosovo en op andere plaatsen
waar België actief is, niet in gevaar komen.
Op het civiele vlak bestaat er een reële bereidheid om de huidige
inspanning uit te breiden. Er is echter afgesproken om in de loop van
deze week nog een aantal aspecten te onderzoeken van de beslissing
die de verhoging van de inspanning mogelijk moet maken.
Zodra het interne besluitvormingsproces in de regering is afgelopen,
zal het Parlement vanzelfsprekend volledig worden geïnformeerd.
De top in Straatsburg en Kehl zal ook in het teken van de uitbreiding
van de NAVO staan. Kroatië en Albanië zullen in Straatsburg en Kehl
tot de alliantie toetreden. De alliantie zal dan 28 lidstaten tellen. De
toetreding van Kroatië en Albanië is door België reeds aanvaard. Ons
land heeft immers de toetredingsprotocollen ondertekend. De
ratificatie-instrumenten werden ondertussen bij het Amerikaanse
State Department neergelegd.
En moyenne, 485 militaires belges
sont présents en Afghanistan cette
année. Les coûts sont estimés à
environ 40 millions d'euros.
Le gouvernement s'est penché ce
matin en cabinet restreint sur la
question de l'opportunité d'un
effort supplémentaire de notre
pays. Plusieurs éléments ont été
pris en considération dans le
cadre de la décision.
En premier lieu, l'objectif est de
poursuivre l'effort actuel de la
Belgique jusqu'à la fin 2010,
moyennant
une
évaluation
intermédiaire en 2010.
En second lieu, nous sommes
prêts
à
fournir
un
effort
supplémentaire pour l'engagement
de F-16 et l'entraînement de
l'armée afghane. Le budget actuel
permet de financer tout cela.
Enfin, un effort supplémentaire
sera réalisé sur le plan civil, pour
autant que cela ne compromette
pas nos efforts au Kosovo et dans
les autres pays où la Belgique est
présente. Sur ce plan, nous
sommes
clairement
prêts
à
augmenter nos efforts. Ce point
sera approfondi dans le courant de
la semaine.
Dès que le processus décisionnel
interne sera achevé au sein du
gouvernement, le Parlement en
sera bien entendu complètement
informé.
Le prochain sommet à Strasbourg
et à Kehl sera aussi placé sous le
signe
de l'élargissement de
l'OTAN. La Croatie et l'Albanie
rejoindront l'Alliance à Kehl, une
adhésion qu'a aussi ratifié la
Belgique. Les instruments de
ratification ont entre-temps été
transmis au département d'Etat
américain.
Pour ce qui est de la procédure d'adhésion de la Géorgie et de
l'Ukraine, elle n'aboutira pas dans un futur proche. La décision
d'ajournement qui a été prise lors du sommet de Bucarest a été
De procedure voor de toetreding
van Georgië en Oekraïne zal nog
lang
aanslepen.
Het
uitstel,
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
maintenue. La majorité des États membres, dont la Belgique, est pour
l'instant d'avis que la poursuite du processus d'adhésion n'apporterait
rien à la situation en termes de sécurité, ni pour l'OTAN ni pour les
deux candidats à l'adhésion.
waartoe op de top van Boekarest
werd beslist, blijft gehandhaafd.
De meerderheid van de lidstaten,
waaronder België, is van oordeel
dat de voortzetting van het
toetredingsproces
niets
zou
bijdragen tot de veiligheid van de
NAVO en de kandidaat-lidstaten.
Een vierde element dat de top zal beheersen, zijn de relaties met
Rusland.
De bondgenoten stellen vandaag unaniem vast dat er
meningsverschillen blijven bestaan met Rusland, met name inzake de
buitenproportionele militaire acties van Rusland tijdens het conflict
met Georgië in augustus 2008, gevolgd door de erkenning door
Rusland van de onafhankelijkheid van de regio's Zuid-Ossetië en
Abchazië.
Maar ook in andere dossiers, zoals de opeenvolgende
energiecrisissen van de voorbije jaren en de problemen omtrent
mensenrechten in Rusland, blijven de meningsverschillen bijzonder
groot.
Rusland vindt dat de NAVO-Rusland-Raad destijds net is opgericht
om overleg in tijden van crisis mogelijk te maken. Daarop werd
overeengekomen om de uitdagingen in Afghanistan en de strijd tegen
het terrorisme en de piraterij onderling te bespreken. Alle partijen zijn
van oordeel dat de dialoog gehandhaafd en zelfs uitgebreid moet
worden tot andere onderwerpen.
België is een voorstander van de heropstarting van de NAVO-
Rusland-raad, en van een dialoog met Rusland. Het immense land is
immers nog steeds een belangrijke machtsfactor waarmee rekening
moet worden gehouden. Het moet daarom worden geëngageerd.
Naast de reeds aangehaalde onderwerpen, is de NAVO-Rusland-
Raad ook het aangewezen forum, parallel aan het bilateraal overleg
tussen
Moskou
en
Washington,
voor
overleg
over
ontwapeningsinspanningen
op
het
vlak
van
de
massavernietigingswapens.
Ik nader het einde van mijn inleiding. Ik maak ten slotte nog een
aantal opmerkingen over de partnerschappen tussen de NAVO, de
Europese Unie en de Verenigde Naties, waarover op de top wellicht
ook zal worden gesproken.
Volgens de Belgische regering zijn de activiteiten van de NAVO en de
EU complementair, en komt de opbouw van capaciteiten in EU-
verband ook de NAVO ten goede, zonder dat daardoor de trans-
Atlantische solidariteit wordt geschaad.
België, dat steeds van oordeel is geweest dat de EU meer gewicht
moet hebben binnen de alliantie en voorstander is van een sterkere
Europese invloed binnen diezelfde NAVO, verkiest dien verstande
een pragmatische aanpak om de huidige blokkades op te heffen.
La question des relations avec la
Russie fera également l'objet
d'une attention particulière lors du
sommet. Les alliés constatent
aujourd'hui
unanimement
la
subsistance
de
divergences
d'opinions avec la Russie, à
propos des actions militaires
menées en Géorgie et de la
reconnaissance de l'indépendance
de l'Ossétie du Sud et de
l'Abkhazie. Dans d'autres dossiers
également, comme ceux des
crises énergétiques et de la
problématique des droits de
l'homme
en
Russie,
les
divergences de vues demeurent
significatives.
La Russie estime que le Conseil
OTAN-Russie a précisément été
créé
pour
permettre
une
concertation en période de crise. Il
a été convenu de se pencher
ensemble sur les défis à relever
en Afghanistan et sur la lutte
contre le terrorisme et la piraterie.
Toutes les parties ­ et donc aussi
notre pays ­ estiment que le
dialogue doit être maintenu, voire
élargi. La Russie est en effet un
important facteur de pouvoir, dont
il convient de tenir compte. Le
Conseil OTAN-Russie constitue
également
le
forum
de
concertation par excellence ­
parallèlement à la concertation
bilatérale
entre
Moscou
et
Washington ­ dans le cadre des
efforts
de
désarmement
en
matière d'armes de destruction
massive.
Lors
du
Sommet,
il
sera
probablement aussi question des
partenariats entre l'OTAN, l'Union
européenne et les Nations unies.
Pour le gouvernement belge, les
activités de l'OTAN et de l'UE sont
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
complémentaires
et
le
renforcement des capacités au
niveau de l'UE est aussi bénéfique
pour l'OTAN, sans qu'il soit porté
préjudice
à
la
solidarité
transatlantique.
La Belgique a toujours considéré
que l'UE devrait peser davantage
au sein de l'Alliance. Elle choisit
une approche pragmatique pour
lever les blocages actuels.
Pour ce qui est du partenariat OTAN-ONU, la Belgique a toujours été
partisane d'un lien fort entre les Nations unies et l'OTAN. Il convient
de veiller, chaque fois que le Conseil de sécurité le permet, à ce que
les opérations de l'OTAN soient couvertes par un mandat des Nations
unies, principalement pour des missions hors de la zone couverte par
le Traité.
België is steeds voorstander
geweest van een sterke band
tussen de VN en de NAVO. We
moeten erop toezien dat de
NAVO-operaties - hoofdzakelijk de
operaties
die
buiten
het
toepassingsgebied
van
het
Handvest vallen - gedekt worden
door een VN-mandaat, uiteraard
op
voorwaarde
dat
de
Veiligheidsraad daarmee instemt.
Om te eindigen zou ik willen stellen dat ons land de kansen die de
pragmatische en open opstelling van de nieuwe Amerikaanse
president en nieuwe Amerikaanse administratie biedt met beide
handen moet grijpen. België heeft gedurende acht jaar vaak terecht
kritiek geuit op het buitenlands beleid van de vorige Amerikaanse
administratie.
Nu de Amerikanen een open hand uitsteken en hun buitenlandse
strategie grondig willen wijzigen in een richting die België en een
meerderheid van de lidstaten van de Europese Unie steeds hebben
bepleit, kan ons land niet aan de zijlijn blijven staan. Integendeel, ons
land moet zich samen met de internationale gemeenschap inzetten
voor een veiliger wereld op alle vlakken.
De NAVO vormt een uniek onderdeel van de veiligheidstrategie van
de internationale gemeenschap en speelt daarin een belangrijke en
onmiskenbare rol. De komende top van dit weekend, ter gelegenheid
van de zestigste verjaardag van dat unieke bondgenootschap, biedt
een uitstekende gelegenheid om die rol opnieuw te verduidelijken en
te bevestigen.
Le nouveau président des États-
Unis
et
son
gouvernement
semblent adopter une attitude faite
d'ouverture et de pragmatisme.
Notre pays doit saisir cette chance
des deux mains. Pendant huit ans,
la Belgique a émis ­ à juste titre ­
des critiques à l'égard de la
politique
étrangère
de
la
précédente
administration
américaine. Maintenant que la
politique étrangère des États-Unis
prend un cap que l'Europe a
toujours
souhaité,
nous
ne
pouvons
refuser
cette
main
tendue.
Nous
devons,
avec
la
communauté internationale, nous
engager pour davantage de
sécurité dans le monde. L'OTAN
est une composante unique de la
stratégie de sécurité au niveau
international. Le prochain sommet
de l'OTAN, dans le cadre du 60
e
anniversaire de l'Alliance, offre
une occasion unique de confirmer
ce rôle.
De voorzitter: Ik ga het lijstje van de mensen die reeds waren ingeschreven even overlopen. Dan zal ik
een tweede ronde doen voor degenen die nog niet waren ingeschreven. Wij hanteren de volgorde van het
indienen van de vragen. Dat is nu eenmaal het meest conform het Reglement.
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
01.04 André Flahaut (PS): Madame la présidente, je commencerai
par vous rappeler qu'il ne s'agit pas d'une question mais d'une
interpellation et qu'il y a donc une certaine priorité.
Monsieur le premier ministre, je tiens à vous remercier pour votre
présence aujourd'hui et je remercie également le ministre de la
Défense. À plusieurs reprises, nous avons perçu des cafouillages
dans les déclarations. Dans "Le Soir" de ce matin, on dit encore que
le ministre De Gucht a joué les Zorro sur l'Afghanistan à la
conférence, ce qui n'est pas très heureux. Le sommet de l'OTAN doit
être l'occasion de transmettre un message clair. Votre intervention de
cet après-midi éclaire les choses et répond à nos questions. Je
m'efforcerai dans mon interpellation de ne pas répéter des questions
qui ont déjà obtenu une réponse.
Ce sommet est important, non seulement parce qu'il s'agit d'un
sommet-anniversaire mais aussi parce qu'il s'agit comme vous l'avez
souligné à juste titre de la première participation du nouveau président
américain après huit ans d'une administration particulièrement brutale
à l'égard de l'Europe et de la Belgique, en raison de notre refus de
participer à la guerre en Irak. Il a montré déjà que s'il n'allait pas
changer totalement de politique, il comptait en changer les formes.
Les signaux donnés vont dans le sens d'une reprise du dialogue, des
contacts et de respect ­ respect des alliés, respect de l'Europe. La
conférence de La Haye sur l'Afghanistan est un bon signal car qui eût
cru il y a quelques semaines qu'on retrouverait à la même table des
représentants des États-Unis et de l'Iran pour traiter de l'Afghanistan?
L'Afghanistan est un dossier important mais il ne doit pas occulter les
autres questions qui continuent à se poser sur l'OTAN. Il est important
aussi, même si nous savons que dans un tel sommet, il y a beaucoup
de show, que beaucoup de choses ont été préparées avant, que des
groupes de travail seront créés pour donner l'impression qu'on
avance, que la Belgique sache exactement ce qu'elle veut sur les
questions fondamentales.
Vous l'avez dit, le monde a profondément changé. La question qui se
pose aujourd'hui à propos de l'OTAN, c'est de savoir de quel outil il
s'agit et au service de quelle ambition. L'OTAN se cherche, elle
cherche désormais une nouvelle vocation: le Mur est tombé, les
zones d'intervention sont plus larges, on ne sait plus très bien ce qui
distingue une intervention humanitaire, civile ou militaire. La question
est de savoir ce que veut faire l'OTAN, où elle peut travailler et avec
quelle ambition, au service de quels intérêts et avec quels moyens.
En effet, il ne sert à rien de vouloir faire tout, partout, pour tout le
monde. C'est impossible. Les moyens humains, matériels et
financiers déployés pour assumer des missions de plus en plus
nombreuses, variées et ambitieuses engendreront une dispersion des
efforts. Tout d'abord, on ne saura pas couvrir la totalité et on risque,
par ailleurs, d'empiéter sur le rôle d'autres acteurs internationaux.
N'est-il pas souhaitable que l'OTAN recentre son activité sur sa
première vocation, à savoir une défense collective, laissant le rôle de
sécurité collective à l'ONU par exemple? Vous disiez important pour
la Belgique que chaque mission s'inscrive, si possible, dans le respect
et sous l'autorité de l'ONU. À mes yeux, le "si possible" est
regrettable, parce qu'il est indispensable que les actions menées par
01.04 André Flahaut (PS):
Mijnheer de eerste minister, ik
dank u voor uw aanwezigheid
vandaag. Ik dank tevens de
minister van Landsverdediging.
De NAVO-top is de gelegenheid bij
uitstek om een klare boodschap
de wereld in te sturen. De
verklaringen die tot op heden
werden afgelegd, blonken niet echt
uit in duidelijkheid, maar in uw
betoog van deze namiddag heeft u
de puntjes op de i kunnen zetten.
Het
is
een
belangrijke
topontmoeting. Het is de eerste
keer dat de nieuwe Amerikaanse
president eraan deelneemt, nadat
de vorige administratie gedurende
acht
jaar
een
bijzonder
onbuigzame
houding
had
aangenomen ten aanzien van
Europa en België, omdat we
geweigerd hadden deel te nemen
aan de oorlog in Irak. President
Obama is blijkbaar van plan om de
dialoog te hervatten en de
bondgenoten met respect te
bejegenen.
Het Afghanistan-dossier mag onze
aandacht niet afleiden van de
andere problemen waarmee de
NAVO worstelt. Waar staat de
NAVO voor? Welke doelen streeft
de Alliantie na? Met welke
middelen? De NAVO is aan een
herbronning toe. België moet ten
aanzien van die fundamentele
vragen een duidelijk standpunt
innemen. De middelen zijn immers
niet onuitputtelijk en we moeten
voorkomen
dat
we
andere
internationale actoren voor de
voeten lopen.
Is het niet wenselijk dat de NAVO
zich weer gaat concentreren op
haar voornaamste taak, namelijk
collectieve verdediging, en de
collectieve veiligheid overlaat aan
de Verenigde Naties? Volgens mij
is het onontbeerlijk dat de NAVO-
missies uitgevoerd worden onder
leiding van de Verenigde Naties.
We zouden daar wellicht sterker
op kunnen aandringen.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
l'OTAN bénéficient toujours de la couverture de l'ONU. C'est une
garantie internationale et peut-être pourrions-nous être plus fermes à
cet égard.
En ce qui concerne la zone d'intervention, la problématique de
l'Afghanistan se pose. J'y reviendrai par la suite. J'ignore si on peut
courir le risque de vouloir à tout prix intervenir partout. De la même
façon, toute mission ou action doit s'intégrer dans une approche
globale certaine, mais en cohérence, en coopération, en
complémentarité avec les autres institutions, qu'il s'agisse de l'Union
européenne, de l'ONU, d'autres organisations, sans oublier - ceci est
aussi valable pour les Afghans - la société civile afghane et les
citoyens afghans.
Finalement et en toute modestie, le nouveau président américain a dit
aujourd'hui ce que nous prônons depuis des années en Belgique, à
savoir qu'il faut travailler par le biais du consensus, pratiquer le
multilatéralisme - ce que lui fait au nom du réalisme -, mais aussi,
oser parler d'une stratégie de sortie.
Nous avons eu quelques débats, sans polémiquer, avec le collègue
de la Défense où nous disions que sous l'ancien régime du président
Bush, il fallait parler de 'success strategies', d'Afghanisation, etc.
Aujourd'hui, de façon très transparente et très claire, nous parlons de
stratégie de sortie. Une solution en Afghanistan ne passe pas
seulement par une dimension militaire. Nous n'avons pas vocation d'y
rester parce que nous apparaissons déjà comme une force
d'occupation. Notre présence militaire là-bas ne doit durer qu'un
temps. Je rappelle l'épisode de la proposition de résolution qui est
toujours pendante devant cette Chambre. En attendant, on sera peut-
être sorti d'Afghanistan.
Les Européens doivent être proactifs, ils doivent exister et être
reconnus là-bas. C'est une condition au respect. A contrario d'autres,
nous n'avons pas à rougir de ce que nous faisons là-bas. Depuis le
début, nous sommes présents dans des tâches fondamentales à
l'aéroport de Kaboul. Nous assurons dans ce pays la sécurité de la
tenue de l'assemblée parlementaire, la bonne tenue des élections
présidentielles, le renforcement le cas échéant du déménagement de
l'aéroport de Kaboul.
Enfin, nous nous engageons dans une opération qui est, me semble-
t-il, la voie intelligente pour l'Afghanistan, à savoir la voie des PRT, les
équipes de reconstruction provinciales. La voie des PRT, c'est
l'association, dans la philosophie allemande, des militaires et de
l'autorité civile. C'est le ministère des Affaires étrangères et de la
Coopération en Allemagne qui assure l'impulsion, définit le cadre. Les
actions sont menées par des civils et sécurisées par les militaires.
Nous sommes dans le PRT de Kunduz: il faudra peut-être le
renforcer. Si nous envisageons, dans un cadre ultérieur, de prendre
un PRT, l'assumer seul sera sans doute une charge trop lourde vu la
masse logistique nécessaire; il serait préférable de le prendre en
collaboration avec un autre État européen qui partage la même
philosophie que celle des Allemands, afin de nous permettre de
travailler correctement. C'est la voie à suivre, car il s'agit de la voie de
la reconstruction qui agit par le déminage mais qui participe aussi à
Wat de interventiezone betreft, rijst
het probleem van Afghanistan.
Moet men tot elke prijs overal
willen interveniëren? Elke missie
moet
ingebed
zijn
in
een
coherente
totaalaanpak,
in
samenwerking
met
en
in
aanvulling op de acties van andere
instellingen of organisaties, en
samen met het maatschappelijk
middenveld.
De nieuwe Amerikaanse president
heeft gezegd wat wij al sinds jaren
zeggen: er is nood aan een
consensus, er moet geopteerd
worden voor multilateralisme en
men moet de moed hebben om
het over een exitstrategie te
hebben. In Afghanistan worden we
al als een bezettingsmacht gezien.
Er moet een einde komen aan
onze
militaire
aanwezigheid
aldaar. Ik wijs er trouwens op dat
er nog steeds een voorstel van
resolutie in behandeling is in de
Kamer.
De Europeanen moeten proactief
zijn en ter plaatse worden erkend.
Dat is een voorwaarde voor
respect. België was van bij het
begin in Afghanistan afwezig en
vandaag kiest het ­ naar mijn
aanvoelen
terecht
­
voor
deelname aan de "Provincial
Reconstruction Teams" (PRT's),
waarin de samenwerking tussen
militairen en civiele autoriteit
centraal staat.
Als we later de zorg voor een PRT
op ons willen nemen, zou het beter
zijn die zorg te delen met een
ander Europees land.
We hebben vier F16-vliegtuigen
ter beschikking gesteld om Kaboel
te beveiligen. De Taliban krijgen
we niet klein met F16's! Maar
misschien is de aanwezigheid van
die vliegtuigen gerechtvaardigd in
het
kader
van
ISAF,
de
internationale strijdmacht voor
bijstand aan de veiligheid, om
onze militairen te beveiligen. Want
als we betrokken raken bij de
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
l'éducation, à la santé et qui se montre réellement utile pour la
population, tout en assurant la sécurité.
De plus, vous connaissez ma position quant aux F-16, même si nous
en avons envoyé quatre pour sécuriser Kaboul. Il s'agissait d'une
opération de dissuasion et à un autre endroit que Mazar-e Sharif. Je
ne suis pas plus convaincu aujourd'hui qu'hier de la possibilité de
vaincre les Talibans avec des F-16, surtout pas dans le cadre de
"Enduring Freedom"; peut-être cela se justifie-t-il dans le cadre de
l'ISAF pour sécuriser nos militaires.
En effet, si nous nous engageons dans les OMLT, il faut savoir que
les militaires belges chargés de la formation sur place accompagnent
les militaires formés sur le terrain et prennent donc les mêmes
risques que les militaires afghans. Vu sous cet aspect, il serait
possible de justifier l'envoi des F-16, même si la zone nord-est où
nous devons poursuivre nos actions est plus insécurisée aujourd'hui
qu'auparavant. Mais évitons de nous disperser sur le pays et
travaillons dans une zone limitée pour des raisons logistiques; c'est
ainsi que nous limiterons les risques, sauf que nous savons
pertinemment qu'aucune opération militaire ne comporte aucun
risque.
Pour l'Afghanistan, nous avons une grande expérience du C-130.
Nous pouvons effectivement mettre cet avion à disposition pour des
périodes limitées afin d'assurer le transport. Quant aux 'Special
Forces', d'expérience, on n'en parle pas. Si on en envoie, on n'en
parle pas. Je ne les recommanderais pas non plus.
En ce qui concerne l'Europe et l'OTAN, pendant des années, nous
avons dit qu'il fallait une politique européenne de sécurité et de
défense pour laquelle j'ai quelques doutes aujourd'hui avec
l'intégration de la France dans les organes de l'OTAN. La France sera
moins proactive et les petits pays en seront pénalisés.
Il est clair qu'il faut une bonne politique européenne de sécurité et de
défense et ce n'est pas votre voisin de droite qui va me démentir, lui
qui fut longtemps ambassadeur auprès de l'Europe pour les
problèmes de défense.
Il faut également une bonne politique d'interopérabilité et d'achat au
niveau de la Défense. Nous n'avons qu'un seul budget, vous le savez,
et il est en diminution. Nous n'avons qu'une seule équipe de militaires
et qu'un seul jeu d'équipement. En Belgique, les équipements ont été
modernisés mais il est clair que lorsque nous nous modernisons soit
comme belges soit comme européens, nous modernisons
indirectement l'OTAN.
Nous devenons plus performants et nous renforçons indirectement le
lien transatlantique. Il faut que l'Europe continue à exister au sein de
l'OTAN et qu'il y ait une politique européenne de sécurité et de
défense. Cela renforce l'interopérabilité et il ne faut pas
nécessairement dépenser plus. C'est à l'ancien ministre du Budget
que je m'adresse, il faut dépenser mieux voire moins. Aujourd'hui,
dans notre pays comme dans beaucoup d'autres, les priorités ne sont
plus à la défense.
La présidente: (...)
OMLT, de met de opleiding van
Afghaanse militaire belaste teams,
zullen onze militairen in het veld
dezelfde risico's moeten nemen
als de Afghanen.
Om die risico's te beperken, is het
om logistieke redenen, beter in
een
afgebakende
zone
te
opereren.
We hebben een ruime ervaring
met het gebruik van de C130 in
Afghanistan. Wat de special forces
betreft: als ze worden ingezet,
spreekt men er niet over en dat ga
ik evenmin doen.
Inzake Europa en de NAVO
hebben we jarenlang gezegd dat
er naar een Europees veiligheids-
en defensiebeleid moest worden
gestreefd; nu Frankrijk opnieuw
zitting heeft in de instanties van de
NAVO, betwijfel ik enigszins of dat
zal gebeuren. Frankrijk zal minder
proactief zijn en dat zal ten nadele
gaan van de kleine landen. In de
NAVO moet Europa wel zijn
eigenheid bewaren.
In ons land moet er ook een
gedegen interoperabiliteits- en
aankoopbeleid worden gevoerd.
Het budget wordt kleiner. De
uitrusting werd gemoderniseerd,
en via die modernisering wordt
onrechtstreeks ook de NAVO
gemoderniseerd. Het is niet per se
nodig meer geld uit te geven. De
prioriteit ligt vandaag niet meer bij
defensie.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
01.05 André Flahaut (PS): Madame la présidente, le temps pour
l'interpellation n'est pas limité. Je ne parle pas depuis 10 minutes.
La présidente: Si M. Flahaut, vous avez déjà parlé pendant 15
minutes.
01.06 André Flahaut (PS): Madame la présidente, ce n'est pas tous
les jours qu'on parle de l'OTAN. C'est une dame de 60 ans.
La présidente: Plusieurs personnes sont inscrites dans ce débat,
monsieur Flahaut!
01.07 André Flahaut (PS): On se reverra dans 120 ans.
Il conviendrait aussi d'aborder la NRF car nous n'en avons pas
beaucoup parlé mais il en sera peut-être question. Il est évident qu'il
faut réorienter la force de réaction de l'OTAN, de manière cohérente
avec les 'battle group" européens.
Monsieur le premier ministre, je me demande toujours pourquoi on ne
met pas en oeuvre l'Eurocorps dans le cadre de l'Afghanistan. On n'en
parle jamais. Il a été mis en oeuvre une seule fois, sous la direction du
général Delcourt.
En ce qui concerne le bouclier antimissile, vous devrez en parler,
mais peut-être pas en public. Nous sommes dans une position
d'attente mais il ne faudrait pas attendre trop longtemps. Notre
assemblée doit discuter d'une résolution sur cette question qui
concerne avant tout les Européens. Il faut espérer que le président
des États-Unis fera en sorte que les Européens soient autour de la
table.
Vous avez répété notre attachement à la règle du consensus.
Je crois qu'il faut également insister sur les règles d'un financement
commun. Je me pose tout de même une grande question au sujet
des opérations, renforcées, que nous menons en Afghanistan.
Aurons-nous encore suffisamment de moyens pour éventuellement
mener d'autres actions dans le cadre de l'Union européenne ou
encore dans le cadre de l'ONU? C'est une de mes grandes
inquiétudes mais je l'aborderai lors la discussion budgétaire à venir.
Wat de Nato response force
betreft, is het duidelijk dat ze op
coherente wijze moet worden
aangepast aan de Europese battle
groups.
Ik vraag me steeds af waarom het
Eurokorps in Afghanistan niet
ingezet wordt.
Wat het rakettenschild betreft
moet onze vergadering een
resolutie bespreken over die
aangelegenheid die, in de eerste
plaats, de Europeanen aangaat.
We hopen dat de president van de
Verenigde Staten ervoor zal
zorgen dat de Europeanen mee
rond de tafel zitten.
We moeten ook aandringen op
regels
voor
een
gemeenschappelijke financiering.
Ik vraag me toch af of we, na het
opvoeren van onze operaties in
Afghanistan,
nog
voldoende
middelen zullen hebben om
eventueel andere acties te voeren
in het kader van de Europese Unie
of de VN.
De voorzitter: Mijnheer Flahaut, kunt u afronden? Het Reglement geldt voor iedereen. Er zijn verschillende
interpellaties en vragen en wij hebben steeds respect voor mekaar gehad in deze commissie.
01.08 André Flahaut (PS): Madame la présidente, encore un dernier
mot sur la Géorgie et l'Ukraine!
Vous en avez parlé mais on ne pourra pas rester sans réponse trop
longtemps. De toute façon, pour la Géorgie et l'Ukraine mais aussi
pour dialoguer avec la Turquie, il conviendra sans doute de faire jouer
un rôle plus important à l'Europe.
Vous avez par ailleurs abordé le dialogue avec la Russie mais pas le
01.08 André Flahaut (PS):
Europa moet een grotere rol
toebedeeld krijgen, niet alleen met
betrekking
tot
Georgië
en
Oekraïne, maar ook om de dialoog
met Turkije gaande te houden. U
heeft het over de dialoog met
Rusland gehad, maar u heeft niets
gezegd over de dialoog met de
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
dialogue avec les pays du pourtour méditerranéen. Ce dialogue est
fondamental car ce sont nos voisins. L'Europe doit pouvoir jouer un
rôle là aussi. On a abandonné l'idée ­ en tout cas je l'espère ­ du
"Great Middle East". M. Sarkozy a peut-être abandonné l'idée du
dialogue euro-méditerranéen mais nous, en tant qu'Européens, nous
devons veiller à ce que les relations avec nos voisins du Sud soient
bonnes.
Enfin, est-il exact que les Hollandais se retireront d'Afghanistan en
2010?
Middellandse
Zeelanden.
Die
dialoog is evenwel bijzonder
belangrijk, want het gaat ten slotte
om onze buurlanden en we
moeten erop toezien dat we goede
betrekkingen
met
hen
onderhouden. Klopt het dat de
Nederlanders zich in 2010 uit
Afghanistan zullen terugtrekken?
De voorzitter: Ik reken erop dat de andere collega's beknopter zullen zijn. De eerste minister moet weg op
16.00 uur want hij heeft een vliegtuig te halen. Als u nog een antwoord wilt horen, zult u dus iets beknopter
moeten zijn.
01.09 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mevrouw de voorzitter, ik zou in
vier punten Afghanistan willen aansnijden.
Ten eerste, andermaal stel ik vast dat deze regeringsmeerderheid, nu
geleid door premier Van Rompuy, de politieke moed mist om,
voorafgaand aan de beslissing, een kamerbreed parlementair debat
te organiseren. In al onze buurlanden is dit het geval. De premier weet
dat want ik heb deze morgen in De Standaard gelezen dat hij
daarnaar
verwijst.
Ik
stel
andermaal
vast
dat
deze
regeringsmeerderheid de politieke moed mist om dat debat aan te
gaan in deze Kamer, voorafgaand aan de regeringsbeslissing.
Ten tweede, de premier heeft gezegd ­ en ik ben het met hem eens
en ik denk dat hierover een consensus bestaat in dit Parlement ­ dat
er met de nieuwe Amerikaanse president een andere aanpak is
waarin een reeks elementen zitten die in de Kamer al werden bepleit
en zelfs in brede context in Europa worden gedragen. Sommige van
deze elementen heb ik al eerder uitgedragen. Ik ben daarvoor
verketterd geweest door de minister van Defensie, onder meer inzake
het openen van een dialoog met de gematigde Taliban. Ik stel vast
dat dit nu een onderdeel is van het nieuwe Amerikaanse plan.
Mijnheer de eerste minister, als ik kijk naar de bijkomende Belgische
bijdrage, dan is er vandaag een ding duidelijk, namelijk dat deze
regering kiest voor de militaire aanpak en dat ontgoochelt mij. Als ik
kijk naar de inhoud van de beslissing, dan stel ik vast dat men 150
extra militairen stuurt om Afghanen op te leiden, maar dat blijft
geloven in een militaire aanpak. Als jullie consequent en logisch zijn,
zal dit betekenen dat het versterkte Afghaanse leger de militairen van
Taliban moet proberen te verslaan.
Ten vierde, er is ook het element van twee bijkomende F-16's. Heeft
deze regering nog geen lessen getrokken uit acht jaar oorlog voeren
in Afghanistan?
Uit die acht jaar trek ik twee lessen.
Ten eerste, het is het duurste instrument. Obama heeft beloofd dat
men het zal uitrekenen. Grosso modo ben ik zeker dat heel het
Westen daar meer dan 2.000 miljard euro heeft geïnvesteerd in
oorlogsvoering. Dit is de duurste aanpak.
Ten tweede, die aanpak heeft geen effectieve gevolgen. Vandaag
01.09 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La majorité manque ­ une
fois de plus ­ de courage politique
pour consacrer, préalablement à la
décision du gouvernement, un
débat
parlementaire
à
l'intervention
de
l'OTAN
en
Afghanistan, comme le font
l'ensemble des pays voisins.
Chacun au sein de ce Parlement
s'accorde pour dire que l'approche
du nouveau président des États-
Unis
sera
différente
en
Afghanistan. Des idées qui ont été
rejetées par le passé ­ comme par
exemple ma proposition relative à
l'indispensable
rapprochement
avec les Talibans modérés ­ sont
à présent défendues et figurent
dans le plan Obama.
La
contribution
belge
reste
principalement une contribution
militaire:
150
militaires
supplémentaires
seront
donc
envoyés pour former les recrues
afghanes
et
deux
F-16
supplémentaires seront engagés.
Le gouvernement estime donc
qu'une armée afghane renforcée
devra vaincre les Talibans. N'a-t-il
donc tiré aucune leçon de la
situation de ces huit dernières
années? La stratégie de guerre
est la solution la plus onéreuse :
l'Occident y a déjà investi plus de
2.000 milliards d'euros sans aucun
résultat positif, car les Talibans
n'ont jamais été aussi forts qu'à
l'heure actuelle. Les Américains et
les Britanniques vont renforcer
massivement
leur
présence
militaire
en
Afghanistan
et
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
staat de Taliban sterker dan ooit. Ik stel vast dat het een onderdeel is
van de aanpak van de Amerikanen om hun militaire aanwezigheid in
Afghanistan te versterken. Zij zullen 17.000 militairen sturen en nog
eens 4.000 trainers. De Britten gaan er ook 2.000 of 3.000 meer
sturen. Wij gaan de clash met de Taliban organiseren vanaf deze
lente of zomer.
Tot mijn spijt moet ik vaststellen dat, als ik kijk naar de beslissing van
het kernkabinet van vandaag, het enige dat 100 procent is afgerond,
is dat wij 150 militairen en twee F-16's zullen sturen.
Over de hulp zijn de twee liberale excellenties, De Gucht en Michel,
nog aan het ruziën over wiens budget daarvoor zal worden
aangesproken.
Er is ooit gesproken over politie. Ik stel vast dat de liberale minister
van Binnenlandse Zaken De Padt zijn portemonnee dichthoudt. Daar
komt geen geld.
Daar weten we eigenlijk nog niets over. Wat we van deze
militaristische regering wel weten, is dat ze 150 militairen en twee F-
16's meer zullen sturen. (Gelach)
Lach maar, het zijn de feiten.
affronteront donc bientôt les
Talibans.
Le gouvernement n'a pas encore
pu s'entendre sur la question de
savoir qui devra supporter les
coûts: le ministre De Gucht ou le
ministre
Michel,
tous
deux
libéraux? Rien n'est dit sur la
police en Afghanistan et le
ministre De Padt se montre des
plus discrets.
01.10 Eerste minister Herman Van Rompuy: (...)
01.11 Dirk Van der Maelen (sp.a): Als ik het in geld uitdruk ­ we
kennen de manier van rekenen van het leger ­ zullen wij ongeveer
50 miljoen euro investeren in 2009.
Van de hulp weten we dat ze 7 miljoen euro zal bedragen en men
gaat nog 7 miljoen zoeken als de liberale excellenties uit hun ruzie
komen.
Ziet u de verhouding?
01.11 Dirk Van der Maelen
(sp.a): En 2009, nous allons donc
investir 50 millions d'euros dans le
paquet militaire. À peine 7 millions
d'euros sont prévus pour l'aide et
si les ministres libéraux finissent
par s'entendre, on cherchera
encore 7 millions d'euros.
01.12 Eerste minister Herman Van Rompuy: Doe die oefening eens
toen jullie in de regering zaten. Geef mij eens de verdeling militair-
civiel. Ik ben geïnteresseerd, intellectueel.
01.12 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Qu'en était-il de
la répartition entre l'aide militaire et
l'aide civile lorsque le sp.a était
encore au gouvernement?
01.13 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de eerste minister, ik zal
u in alle eerlijkheid antwoorden. Ik geloofde toen nog, samen met
iedereen die in het Parlement zat, de toenmalige oppositie
inbegrepen, dat toen wij in 2003 of 2004 in Afghanistan vertrokken, wij
via de militaire weg een oplossing konden geven voor het probleem.
01.13 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Lorsque nous sommes
partis en Afghanistan en 2003 ou
2004 tout le monde croyait encore
en une solution militaire.
01.14 Eerste minister Herman Van Rompuy: U hebt in de regering
gezeten tot einde 2007.
01.14 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Mais le sp.a a
fait partie du gouvernement jusque
fin 2007.
01.15 Dirk Van der Maelen (sp.a): Het is niet Dirk Van der Maelen
die u dat zegt, maar goedgeplaatste waarnemers. Zij zeggen dat het
een doodlopend spoor is om te denken dat wij via meer militaire
capaciteit het probleem in Afghanistan zullen oplossen.
01.15 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Des observateurs bien
placés affirment à présent que
l'intervention militaire ne résout
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
rien.
01.16 Eerste minister Herman Van Rompuy: Dat is wat nu
verandert. Alleen dat doodlopend spoor, zoals u dat zelf noemt, was
misschien ook al zichtbaar eind 2007. Als het juist is wat u zegt.
01.16 Herman Van Rompuy,
premier ministre: On pouvait déjà
s'en rendre compte fin 2007.
01.17 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de eerste minister, eind
2007 zaten wij er niet meer bij.
01.18 Eerste minister Herman Van Rompuy: Het heeft geduurd tot
23 december 2007.
01.19 Dirk Van der Maelen (sp.a): Er was een regering van lopende
zaken. Jullie waren toen aan het proberen een regering te vormen.
01.19 Dirk Van der Maelen
(sp.a): À l'époque, il s'agissait d'un
gouvernement chargé des affaires
courantes.
De voorzitter: Mijnheer Van der Maelen, mag ik vragen om stilaan uw vragen af te ronden? De spreektijd
voor een interpellatie is tien minuten.
01.20 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de eerste minister, ik
kom tot het derde punt van mijn interpellatie, met name de
exitstrategie die in het plan-Obama vervat zit. Ik betwijfel sterk dat
voornoemde strategie zal werken.
De exitstrategie komt neer op nation building. Men wil een natie
bouwen. U hoeft geen expert te zijn om te weten dat de Afghaanse
natie niet bestaat, zeker niet in de hoofden van de Afghanen. De
loyauteit van de Afghanen gaat niet naar Kabul, maar naar hun
familie, hun stam of hun geloof. Dat is de eerste reden waarom de
voornoemde exitstrategie nooit zal kunnen werken.
Ten tweede, voor het bouwen van de natie wordt op een regering ­
met name de regering-Karzai ­ gesteund. Voormelde regering wordt
gekenmerkt door bad governance en corruptie. Het land wordt door
criminelen, met name door de drugsindustrie, bestuurd. Op een
dergelijk bestuur wil men bouwen.
Er is ook het leger. Wij sturen 150 militairen. Wij zullen twee OMLT-
ploegen hebben. Het leger in Afghanistan vindt geen rekruten, zeker
niet om in Zuid-Afghanistan te gaan vechten.
Ten derde, men wil hulp geven. Ik ben voorstander van hulp. U hoeft
echter geen grote specialist te zijn om in te zien dat het geven van
hulp geen resultaat zal hebben. Wij hebben immers, enerzijds,
politieke objectieven, met name de verfoeilijke, centrale regering-
Karzai versterken, wat niet zal lukken. Anderzijds hebben wij ook
militaire objectieven, met name de impact van de Taliban op de lokale
bevolking verlagen. Dat zal niet lukken, wanneer u tegelijkertijd een
clash met de Taliban wil organiseren en dorpen bombarderen. Via de
hulp, die gemilitariseerd is, kan niet worden bereikt wat u wil bereiken.
Mevrouw de voorzitter, ik rond af.
Mijnheer de eerste minister, ik betreur dat de huidige regering met
haar meest recente beslissing, die mooi in de lijn van de vorige
beslissingen van uw voorganger ligt, zozeer voor de militaire optie
kiest. Nochtans zaten er in het plan-Obama een aantal
01.20 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La stratégie de sortie du
président Obama m'inquiète. En
effet, elle se fonde sur une notion
totalement inexistante, celle d'une
`nation afghane'. L'Afghanistan
connaît seulement la notion de
clans; ceux-ci sont éventuellement
liés entre eux par un ciment
religieux, mais il n'est aucunement
question de sentiment national. De
plus, la construction de cette
nation afghane doit reposer sur le
gouvernement Karzaï, qui est un
modèle de mauvaise gouvernance
et de corruption et qui est dirigé
par l'industrie des stupéfiants.
Pourtant, nous envoyons 150
militaires supplémentaires pour
former des recrues afghanes qui
n'existent pas, en réalité, car
l'armée afghane ne trouve pas de
recrues et surtout pas s'il faut aller
combattre dans le sud.
Il s'agit également d'apporter une
aide, ce que j'approuve, mais cette
aide ne produira pas grand-chose
puisque l'option politique tend à
consolider l'exécrable gouverne-
ment Karzaï. Par ailleurs, les
objectifs
militaires
­ réduire
l'influence des Talibans sur la
population locale ­ ne pourront
pas
être
atteints
si
une
confrontation est organisée dans
le même temps avec les Talibans
et si des villages sont bombardés.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
mogelijkheden. Ik had gehoopt, verwacht en misschien gedroomd dat
de huidige regering voor de bedoelde, andere aspecten uit het plan-
Obama een verhoogde, Belgische bijdrage zou leveren. Tot mijn spijt
moet ik vaststellen dat u voor de militaire optie hebt gekozen.
Je déplore que ce gouvernement
choisisse si clairement l'option
militaire, alors que le plan Obama
offrait d'autres possibilités.
De voorzitter: Wij zullen hier dus gewoon uiteenzettingen geven zonder antwoord te krijgen, waarvoor ik
had gevreesd. Het zij echter zo.
01.21 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, er zijn in elk geval
een aantal lichtpunten in de internationale politieke context,
opportuniteiten zelfs, waarvan wij als land ook moeten gebruikmaken.
De nieuwe Amerikaanse president Obama legt opnieuw het
multilateralisme op tafel. Dat is een goede zaak. Hij legt de dialoog op
tafel. Hij legt ook een nieuwe strategie voor Afghanistan op tafel. Wij
moeten dus inderdaad naar een bredere strategie gaan in
Afghanistan. België moet de conclusie of de analyse delen die nu toch
aan het rijpen is, dat er meer nadruk moet worden gelegd op
wederopbouw en op ontwikkeling en België moet daarop verder
bouwen.
Ik stel vast dat de Belgische regering het eens is met president
Obama, met die koerswijziging, maar als ik het mij goed herinner, was
de Belgische regering het toch ook eens met het beleid dat president
Bush in Afghanistan heeft gevoerd. Ik herinner mij zeer goed een
aantal levendige debatten hier in de commissie en in de plenaire
vergadering waar oppositiepartijen, mijn partij Groen!, Ecolo en sp.a,
en halve oppositiepartijen zoals die van collega Flahaut, een aantal
opties op tafel hebben gelegd die nu worden gedeeld door president
Obama, alhoewel onze opties, onze opmerkingen toen, door de
toenmalige Belgische regering, van tafel zijn geveegd. Het is het een
of het ander.
Wij hebben nood aan een Belgische regering die leiding neemt, die
een eigen visie ontwikkelt op Afghanistan en die niet telkens de
Amerikaanse presidenten achternaloopt en zegt dat ze gelijk hebben
alhoewel ze toch serieus, fundamenteel van visie zijn veranderd.
Dat was mijn inleiding. Ik heb drie vragen, opmerkingen.
Mijnheer de eerste minister, is de beslissing die vandaag is genomen
aangaande de Belgische bijdrage in Afghanistan misschien niet iets te
voorbarig geweest?
Was het niet beter geweest om de uiteindelijke beslissing, het debat
in het kader van de NAVO af te wachten en die Belgische bijdrage te
gebruiken als troefkaart en in te zetten op het moment dat duidelijk
zou zijn dat de internationale gemeenschap effectief naar die
broodnodige strategiewissel gaat? Is er nu reeds duidelijkheid over
die strategiewissel?
Ik wil ook vragen aan de Belgische regering om zich toch zeer actief
in te zetten op drie punten.
Ten eerste, er moet meer steun komen voor wederopbouw en
ontwikkeling in Afghanistan, kansen geven voor economische
01.21 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Une lueur d'espoir se fait
jour dans le contexte international
et nous devons saisir cette
opportunité. L'approche adoptée
par le président des États-Unis,
M. Obama,
est
celle
du
multilatéralisme et du dialogue. Il
prône
le
déploiement
d'une
nouvelle stratégie à l'égard de
l'Afghanistan, insistant davantage
sur la reconstruction et le
développement.
Le gouvernement belge souscrit
aujourd'hui au changement de cap
initié par le président Obama, de la
même manière qu'il adhérait déjà
précédemment à la stratégie de
l'ancien président Bush. Nous
défendions alors déjà certaines
options adoptées aujourd'hui par
le président Obama mais qui
avaient auparavant été écartées
par le gouvernement belge. Quelle
est exactement la position actuelle
du gouvernement?
Notre
pays
a
besoin d'un
gouvernement qui développe sa
propre vision de la question
afghane au lieu d'adopter position
des présidents des États-Unis.
Je me demande si la décision du
gouvernement
concernant
la
contribution belge à l'opération
menée en Afghanistan n'est pas
prématurée. N'eût-il pas mieux
valu attendre la tenue du débat
dans le cadre de l'OTAN et utiliser
notre contribution comme une
sorte d'atout au moment où la
communauté
internationale
opterait pour un changement de
stratégie?
Je
demande
dès
lors
au
gouvernement
de
s'engager
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
ontwikkeling, steun geven aan de landbouw, steun voor de bouw van
scholen, heropbouw van gezondheidszorg.
Ten tweede is er de regionale context die zeer lang is verwaarloosd.
Men heeft zeer lang het probleem Pakistan onderschat en
verwaarloosd. Pakistan is nochtans voor de Taliban, voor het
internationaal terrorisme een toevluchtsoord.
Ten derde, dit is wat mijn fractie reeds een tijdje zegt, namelijk de
nood aan overleg, aan diplomatie, aan onderhandelingen, incluis de
gematigde Taliban, ondersteund door het hele proces, ondersteund
door de Verenigde Naties.
Voorzitter: Georges Dallemagne.
Président: Georges Dallemagne.
Mijn vraag is of wij niet te vroeg zijn gekomen met die toezegging.
Hadden wij dat niet beter als troefkaart op tafel gelegd op het juiste
moment en als Belgische steun voor een algemene, brede
strategiewissel?
Mijn tweede vraag. In de Belgische beslissing, die vandaag ten
gronde is genomen, gaat het over twee extra F-16's, 150 bijkomende
militairen en bijkomende steun voor wederopbouw en ontwikkeling.
Die bijkomende ontwikkelingssteun is bijzonder vaag, mijnheer de
premier. Ik heb het Belga-bericht gelezen en uw uiteenzetting
gehoord. Wij hebben nu niet meer duidelijkheid. Ik stel vast dat er nog
altijd geen duidelijkheid is over de mate van ontwikkelingssteun en de
budgettaire impact. Ik stel vast dat men eerder duidelijkheid geeft
over de militaire bijdrage dan over de bijdrage inzake ontwikkeling en
wederopbouw. Die onduidelijkheid wordt bevestigd in een aantal
Belga-berichten. U hebt ter zake geen klaarheid geschapen, meen ik.
Ten gronde, mijnheer de premier. Als wij de internationale analyse
delen dat wij naar meer wederopbouw en meer ontwikkeling moeten
in vergelijking met het militaire engagement, stel ik vast dat de
beslissing van de Belgische regering dat evenwicht niet herstelt.
Daarnet werd door collega Van der Maelen gesproken over 50 miljoen
euro als kostprijs van het engagement inzake defensie in Afghanistan.
Ik heb de cijfers opgevraagd bij het Rekenhof en zij zeggen dat ons
engagement in Afghanistan neerkomt op een kostprijs van 76 miljoen
euro voor 2009, terwijl de budgettaire inspanning van België op het
vlak van wederopbouw en ontwikkeling 7 miljoen euro bedraagt. Met
andere woorden, de Belgische regering besteedt tien keer meer aan
defensie in Afghanistan dan aan wederopbouw en ontwikkeling, terwijl
de analyse precies een herstel vraagt van dat evenwicht.
Wat is de Belgische beslissing vandaag? Die Belgische beslissing is
om twee F-16's te sturen, 150 extra militairen en een vage toezegging
over meer ontwikkelingshulp. Ik lees hier en daar dat het gaat om een
verdubbeling. Dit betekent dan nog maar dat wij van 7 naar 14 miljoen
euro gaan, terwijl die 76 miljoen euro voor 2009 uiteraard zal moeten
worden opgetrokken vermits er twee F-16's bijkomen en meer
militairen.
Mijn vraag is uiteraard wat de kostprijs is en de budgettaire impact. Ik
deel de opmerking die daarnet is gemaakt, namelijk dat het jammer is
dat er geen parlementair debat werd gevoerd voorafgaand aan de
activement en faveur de la
reconstruction
et
du
développement de l'Afghanistan. Il
est également de notre devoir de
prêter notre concours à l'approche
régionale de ce problème. Le rôle
du Pakistan comme sanctuaire
des talibans n'a été que trop
longtemps négligé. Par ailleurs,
nous ne pourrons faire l'économie
d'une
concertation
et
de
négociations, y compris avec les
talibans modérés.
La Belgique a promis une
contribution militaire supplémen-
taire et une aide au dévelop-
pement et à la reconstruction de
l'Afghanistan. Nous ne voyons pas
encore très bien ce qu'impliquera
cette aide. Et nous n'en savons
pas davantage sur le budget qui y
sera consacré.
Alors que la nouvelle stratégie
prévoit de consacrer davantage au
développement, la Belgique ne
semble pas avoir rétabli l'équilibre
entre son engagement militaire et
son aide au développement. Selon
la Cour des comptes, notre
engagement
militaire
en
Afghanistan a coûté 76 millions
d'euros en 2009. Seuls 7 millions
sont allés à la reconstruction et au
développement. Alors que le flou
subsiste quant à notre contribution
au développement, la Belgique
enverra des F-16 supplémentaires
et 150 hommes. J'aurais aimé que
toute la clarté soit faite sur le coût
et l'impact budgétaire de tout cela.
Je regrette que ces décisions aient
été prises sans débat préalable.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
beslissing van de Belgische regering, mijnheer de premier. De
beslissing is genomen door de Belgische regering...
01.22 Eerste minister Herman Van Rompuy: De beslissing wordt
morgen genomen.
01.22 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Mais nous en
débattons maintenant! La décision
ne sera prise que demain en
Conseil des ministres.
01.23 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): De beslissing is nog niet
genomen door de Belgische regering?
01.23 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Je pensais que la
décision était déjà prise.
01.24 Eerste minister Herman Van Rompuy: Voorafgaand aan de
beslissing van de Ministerraad. De definitieve beslissing valt morgen.
01.25 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Dat is nieuw. Het verheugt
mij. Ik hoop dat u toch nog rekening kunt houden met een aantal
opmerkingen.
01.26 Eerste minister Herman Van Rompuy: (...)
01.27 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik noteer dat de beslissing
van de Belgische regering op dit moment nog niet is genomen.
Le président: Monsieur De Vriendt, puis-je vous demander de conclure? Il y a encore quatre intervenants.
01.28 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik
besluit.
Ik heb nog een laatste punt, over de democratische parlementaire
controle op de buitenlandse operaties. Mijnheer de eerste minister,
uw collega, de minister van Landsverdediging, heeft altijd gezegd dat
de bijzondere commissie voor de opvolging van de buitenlandse
missies niet kan werken. Wij stellen vast dat wij, als parlementsleden,
geen informatie krijgen over de rules of engagement, over de inzet en
over hetgeen onze Belgische F-16's eigenlijk doen in Afghanistan. Ik
meen dat er een lacune is inzake de democratische controle. De
vorige bijeenkomst van de commissie dateert van eind 2008, mijnheer
de premier. Als wij naar een uitbreiding van het militaire engagement
gaan, dan wil ik toch vragen dat de parlementaire controle op wat
onze F-16's en onze militairen in Afghanistan doen, wordt verbeterd.
Mijn conclusie is dat wij zeker onze verantwoordelijkheid moeten
nemen in Afghanistan. Wij moeten ijveren voor een stabiel
Afghanistan, vrij van terroristen, maar de veiligheid in Afghanistan is
kleiner geworden en het wantrouwen bij de lokale bevolking groter.
Wij moeten dus naar een strategiewissel gaan. Ik stel vast dat de
internationale gemeenschap mee is in dat verhaal, maar dat het
Belgische voornemen tot beslissing niet in diezelfde richting gaat,
maar wel nog een groter militair engagement met zich meebrengt.
Mijnheer de premier, ik vraag u om zeer snel duidelijkheid te geven
over de extra bijdrage op het vlak van wederopbouw en ontwikkeling.
Ik hoop dat het evenwicht tussen uitgaven voor het militaire en
uitgaven voor het civiele wordt hersteld. Het voornemen tot beslissing
dat hier vandaag voorligt, gaat alleszins niet in die richting. Ik denk dat
het belangrijk is dat wij de hearts and minds van de Afghanen
01.28 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Le contrôle parlementaire
des missions à l'étranger présente
une lacune. Les parlementaires
n'obtiennent aucune information
sur les règles d'engagement, sur
ce que nos F-16 font en
Afghanistan. La dernière réunion
de la commission spéciale de suivi
des missions à l'étranger remonte
déjà à fin 2008. Si on décide
d'étendre nos activités militaires,
je demande en même temps un
élargissement de nos possibilités
de contrôle parlementaire.
Nous
devons
prendre
nos
responsabilités en Afghanistan.
Alors
que
la
communauté
internationale
adopte
un
changement de stratégie avec un
poids plus important pour la
composante civile, la Belgique ne
semble pas y adhérer et opte pour
un engagement militaire plus
important. Il est pourtant plus
important de conquérir les coeurs
et les âmes des Afghans. Et ce
n'est pas en les bombardant que
nous y parviendrons. En envoyant
six F-16 plutôt que quatre, nous
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
veroveren. Het is belangrijk om te weten dat wij dat niet zullen doen
door nog meer te bombarderen.
devons
savoir
que
les
bombardements s'intensifieront.
Le président: Monsieur De Vriendt, je crois que vous avez déjà exposé ces arguments. Vous avez
dépassé votre temps de parole. Si vous continuez, Mme Boulet n'aura pas l'occasion de parler.
01.29 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik rond af met één zin,
mijnheer de voorzitter.
De Belgische regering moet goed beseffen dat als men van vier naar
zes F-16's gaat, men meer zal bombarderen. Mijnheer de premier, ik
vraag u om veel meer aan wederopbouw en ontwikkeling te doen
zodat het evenwicht wordt hersteld.
01.30 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
eerste minister, mijnheer de minister, ik heb hier heel wat zaken
gehoord vandaag en ik heb tot mijn ontsteltenis moeten vaststellen
dat heel veel collega's vinden dat zij hier vandaag geen debat krijgen.
Voorzitter, u bent ook in de oppositie operationeel geweest. De
voorbije weken hebben wij hier ...
01.30 Nathalie Muylle (CD&V) :
Je faisais partie de l'opposition
sous la législature précédente et
par conséquent, je connais très
bien ce sentiment de frustration
qu'un parlementaire peut éprouver
lorsqu'il s'avère impossible de
débattre de certaines décisions au
parlement. Il me paraît donc
curieux que d'aucuns prétendent
ici qu'il n'y a pas eu de débat en ce
qui concerne notre mission en
Afghanistan.
01.31 Dirk Van der Maelen (sp.a): ... één uur mogen wij praten. Dat
is het debat over de NAVO-top! Dat is het debat!
01.32 Nathalie Muylle (CD&V): We hebben de minister van
Landsverdediging gehoord, de minister van Buitenlandse Zaken en de
ambassadeur bij de NAVO. We hebben de voorbije weken vragen en
interpellaties ontwikkeld en voeren hier vandaag opnieuw een debat
met de eerste minister.
01.32 Nathalie Muylle (CD&V):
Au cours des semaines écoulées,
nous avons pu procéder à un
échange de vues avec divers
ministres, avec l'ambassadeur
auprès de l'OTAN et, aujourd'hui,
avec le premier ministre.
01.33 Dirk Van der Maelen (sp.a): Zeggen dat dit een echt debat is,
dat is een parlementslid onwaardig!
01.34 Nathalie Muylle (CD&V): Ik weet wat het is om geen debat te
hebben. Stellen dat hier vandaag over dit thema geen debat is
gevoerd vind ik er ver over.
01.34 Nathalie Muylle (CD&V):
Prétendre que la question afghane
n'est pas l'objet d'un débat est
donc passablement excessif.
01.35 André Flahaut (PS): Monsieur le président, je crois que ce qui
est important et c'est ce que nous recherchons depuis le début, c'est
d'entendre le premier ministre pour connaître la position définitive du
gouvernement. En effet, il sera le seul à s'exprimer au sommet de
l'OTAN: les autres ministres ne s'expriment pas; ils sont assis soit à
l'arrière pour le ministre de la Défense, soit à côté pour le ministre des
Affaires étrangères.
Il était donc important d'avoir la réunion aujourd'hui avec le premier
ministre qui parle au nom du gouvernement après la réunion du kern
de ce matin.
01.35 André Flahaut (PS): Het is
belangrijk dat we de eerste
minister horen zodat we het
definitieve standpunt van de
regering kennen. Hij zal als enige
op de NAVO-top spreken.
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
01.36 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik ga nog
eens reageren. Een interpellatie indienen in deze commissie is toch
niet zomaar een instrument dat men heel vaak gebruikt. Collega's uit
de oppositie hebben dat vandaag op een heel correcte manier
gebruikt. Ik moet echter vaststellen dat het instrument van de
interpellatie naar mijn aanvoelen niet onmiddellijk op zijn plaats was
voor gewoon wat opmerkingen en eigenlijk vrij positieve reacties op
wat de premier vandaag kwam vertellen.
Collega's, dat brengt ons bij Afghanistan. Ik heb hier weinig nieuwe
elementen gehoord. Men vraagt hier wel het grote debat maar het zijn
de argumenten van weken geleden die hier vandaag worden
herhaald. Collega's zeggen dat dit jammer is, dat men had moeten
wachten om een troefkaart op tafel te kunnen leggen vanuit de
Belgische regering. Ik ben het daar niet mee eens. Vanuit de regering
neemt men vandaag juist een proactieve houding aan tegenover het
dossier Afghanistan.
Ik heb eigenlijk wel wat problemen wanneer ik uw tussenkomsten
hoor ­ het is niet de eerste keer dat ik dit zeg ­ en u het altijd hebt
over het militaire luik en het gebrek aan civiele inzet. Het is niet de
eerste keer dat ik dit in het debat breng maar er is de voorbije jaren
wel degelijk een civiele component geweest van het militaire luik.
Vandaag hebben op het terrein meer dan 80 procent van de
Afghanen toegang tot gezondheidszorg. Onder de Taliban was dat 8
procent. De kindersterfte is gedaald met 25 procent en het bnp
verdubbelde. 4 miljoen vluchtelingen zijn teruggekeerde en 5 miljoen
kinderen gaan vandaag naar school. 38 procent ervan zijn meisjes. Ik
weet dat er regels zijn wat de schoolgaande kinderen betreft die het
vandaag zeer moeilijk maken. Het is ook zo dat eigenlijk 70 procent
van alle incidenten zich voordoen op nog geen 10 procent van het
terrein Dat is zo. Er zijn echter ook delen waar het vandaag wel goed
gaat en dat heeft ook te maken met die civiele component van de
militaire component. Men heeft een stuk veiligheid en rust
teruggebracht in heel grote delen van Afghanistan.
Vandaag hoor ik dat er een nieuwe grote strategie is. Waar die
nieuwigheid dan vooral ligt, is dat men voor het eerst probeert ­ dat is
een groot verschil met de Bush-administratie ­ om meer in te zetten
op de civiele component ­ wat ook logisch is na een periode van
militair invullen ­ maar dat men ook bepaalde doelstellingen gaat
formuleren en daar op een bepaald ogenblik de conclusies uit trekt. Ik
zal het woord exitstrategie niet teveel gebruiken want ik weet hoe
beladen het hier is. Men stelt echter doelstellingen voorop die men wil
bereiken. Daar zitten we met een nieuw element wat de administratie
betreft. In hetgeen ik hier vandaag heb gehoord, voel ik duidelijk de
wil van de Belgische regering om voor beide componenten te gaan. Ik
voel hier ook duidelijk de engagementen voor het civiele luik vanuit de
regering. Ik vind het dan ook een logische zaak dat men die neemt.
Ik
heb
nog
een
vraag
over
de
invulling
van
ontwikkelingssamenwerking, waar ik de mening van mijn collega's
deel. Het gaat niet alleen over de ontwikkelingssamenwerking. Het
civiele gaat ook vaak over Justitie, over politie, over binnenlandse
veiligheid.
Het
gaat
over
veel
meer
dan
alleen
ontwikkelingssamenwerking.
01.36 Nathalie Muylle (CD&V) :
Je ne partage pas votre avis
quand
vous
dites
que
le
gouvernement aurait dû attendre
encore avant de prendre une
décision concernant notre mission
en Afghanistan. Je pense au
contraire que le gouvernement a
eu raison d'adopter une ligne de
conduite proactive.
D'aucuns considèrent que le
gouvernement
n'investit
pas
suffisamment dans la composante
civile
mais
ils
oublient
manifestement
que
notre
contingent militaire à Kaboul
comporte aussi une composante
civile. En attendant, 80% des
Afghans ont accès aux soins de
santé et la mortalité infantile a
diminué de 25%. Je n'ignore pas
que
la
sécurité est
quasi
inexistante dans certaines zones
mais ces zones-là ne représentent
que 10% de l'ensemble du
territoire afghan.
Le président Obama souhaite
miser
davantage
sur
la
composante civile et fixe certains
objectifs à cet égard. Je pense
que le gouvernement belge doit
prendre des décisions en matière
d'aide au développement. Le
doublement
du
budget
constituerait une bonne chose et
assurerait un meilleur équilibre
entre l'aide militaire et l'aide civile
belges.
En ce qui concerne le concept
stratégique, nous n'en sommes
qu'au début. Le CD&V a toujours
dit qu'il ne devait pas néces-
sairement exister de contradiction
entre l'Union européenne et
l'OTAN. L'OTAN est une structure
importante
pour
la
sécurité
internationale et a tout intérêt à
pouvoir compter sur un pilier
européen fort. La Belgique doit
rester un partenaire critique mais
loyal de l'OTAN.
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Ik hoop dan ook dat daar de komende dagen knopen worden
doorgehakt, mijnheer de eerste minister. Ik zou het een goede zaak
vinden als er een verdubbeling komt. Ik denk dat er meer evenwicht in
het budget mag komen. Ik hoop dan ook dat u naar het Parlement zult
komen als de beslissingen ter zake zijn genomen.
Wij zouden haast denken dat het de komende dagen alleen over
Afghanistan zal gaan. Ik wil toch nog iets zeggen over het strategisch
concept. Ik denk dat er heel terecht werd gezegd dat wij pas aan het
begin staan. Het wordt nog een lange weg, 12 tot 24 maanden. Ik wil
alleen herhalen dat ik hoop dat wij de komende maanden het debat
met onze ministers zullen kunnen blijven voeren.
Mijn partij ziet dit debat los van meerderheid of oppositie. Ik heb
samen met minister De Crem altijd dezelfde lijn gevolgd toen hij nog
aan deze kant zat. Wij hebben toen samen in de oppositie heel
duidelijk gezegd wat de NAVO voor ons betekent.
CD&V ziet duidelijk geen tegenstelling tussen de EU en de NAVO. Wij
blijven de NAVO als een uiterst belangrijk instrument van onze
internationale defensiepolitiek zien. Wij zijn altijd voorstander geweest
van een sterke Europese pijler binnen de NAVO. Ik weet ook dat die
pijler er morgen nog niet zal zijn, maar ik pleit heel duidelijk voor een
optimale Europese coördinatie. Wij vinden dan ook dat België een
kritische maar ook geloofwaardige NAVO-partner moet blijven en de
aangegane verbintenissen ook moet naleven.
Mijnheer de voorzitter, ik hoop dat wij hierover in de komende
maanden toch nog meer kunnen debatteren.
01.37 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le premier ministre,
je voudrais intervenir sur trois points: l'Afghanistan, le nouveau
concept stratégique de l'OTAN et enfin, l'élargissement de l'OTAN.
En ce qui concerne l'Afghanistan, je vous ai interrogé la semaine
passée sur vos déclarations. On sait que la situation en Afghanistan
n'a pas évolué, au contraire, elle continue de s'aggraver. Cela met en
évidence qu'il n'y a pas de solution militaire pour l'Afghanistan. On
pouvait lire le 8 mars dernier, dans le 'New York Times' que le
président Obama abondait dans ce sens, disant qu'il n'y avait pas de
solution militaire pour l'Afghanistan et qu'il fallait envisager une
solution plus globale.
Après 2001, la chute des talibans avait d'abord été saluée par une
majorité d'Afghans, un peu fatigués du fanatisme religieux implacable
interdisant toute forme de divertissement, confinant les femmes sous
des burkas et mettant en place des châtiments cruels issus de la
charia observée à la lettre.
On a laissé les talibans se regrouper et se refaire une santé. C'est
ainsi que, plus tard, ils passent à une contre-offensive dans une zone
du sud-est du pays, essentiellement peuplée de Pachtouns (environ
40% de la population) formant de gros bataillons.
Malheureusement, les Américains avaient laissé un peu tomber
Kaboul et s'étaient recentrés sur la lutte contre le terrorisme en Irak.
En outre, par leur méconnaissance de la société afghane d'une
complexité inouïe, les militaires américains présents sur le territoire
01.37 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!):
De
toestand
in
Afghanistan verslechtert ziender-
ogen. Daaruit blijkt dat het conflict
niet met militair geweld kan
beëindigd worden, maar dat er,
zoals president Obama voorstelt,
naar een globalere oplossing moet
worden gestreefd.
Na 2001 werd de val van de
Taliban door een meerderheid van
de Afghanen, die het religieus
fanatisme beu waren, als een
bevrijding begroet. Vervolgens
begingen
de
Amerikaanse
militairen, die geen enkele voeling
hadden
met
de
Afghaanse
samenleving, de ene flater na de
andere, waardoor ze uiteindelijk
als een bezettingsmacht ervaren
werden. Vandaag wordt ongeveer
drie
vierde
van
het
land
gecontroleerd
door
de
opstandelingen,
en
is
het
uitgesloten om er teams van
ontwikkelingshelpers naartoe te
sturen. Als men de sommen die
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
afghan commettaient énormément de bavures. La perception que les
Afghans avaient de cette armée de libération a vraiment été ressentie
comme une force d'occupation.
Aujourd'hui, à peu près les trois quarts du pays sont contrôlés par les
insurgés et il est exclu d'y envoyer des équipes de coopération au
développement. Ces équipes fuient puisqu'elles risquent de se faire
égorger ou massacrer.
On peut comparer les montants qui sont dépensés d'une part pour la
guerre et d'autre part pour la coopération au développement. Comme
l'a dit mon collègue De Vriendt dans les détails, on voit qu'ils sont
effectivement sans équivoque.
Comme vous le savez, pour notre groupe il est fondamental de
pouvoir revoir totalement notre point de vue sur l'action de la
communauté internationale en Afghanistan. C'est bien pour cela que
le sommet de l'OTAN est d'autant plus crucial à ce sujet.
En effet, en se focalisant uniquement sur une solution militaire, les
États-Unis et l'OTAN, et peut-être nous aussi, ont sous-estimé le
redressement économique et la reconstruction nécessaire de l'État
afghan.
L'insécurité règne partout en Afghanistan, même dans les régions où
les talibans ne sont pas actifs. Cette insécurité est notamment due à
la criminalité, au trafic de drogue, au fait que la population est de plus
en plus mécontente du pouvoir central de Kaboul et de la présence
militaire étrangère. Nous devons donc faire pression sur ce
gouvernement et l'aider à mettre en place une administration plus
efficace et moins corrompue, à mettre sur pied une armée nationale
forte, bien équipée et bien formée qui pourra, un jour, se débrouiller
seule. Ce n'est qu'une fois que ces tâches seront accomplies que
nous pourrons discuter avec les talibans modérés.
Cela dit, nous devons revoir notre copie quant à notre approche des
Pachtouns dont sont issus bon nombre de talibans. En effet, si ces
derniers sont presque tous des Pachtouns, ce n'est pas le cas de
tous. En outre, il y a des insurgés appartenant à cette communauté
qui ne sont pas des talibans. Il serait donc opportun de discuter avec
certains de ces insurgés qui pourraient soutenir un gouvernement
plus représentatif des désirs de leur ethnie composée de clans rivaux.
L'histoire afghane en témoigne.
Des études ont été réalisées. Je pense notamment à celle de l'Iris
selon laquelle on ne peut réduire le mouvement taliban à un simple
mouvement terroriste. On peut pointer leurs méthodes terroristes
contre la présence étrangère, mais force est de constater que les
talibans constituent aussi une force politique ethnique qui a une
assise populaire importante.
Le panorama de la désastreuse situation militaire ne serait pas
complet sans tenir compte de la situation en dehors des frontières de
l'Afghanistan. Le président Obama l'a compris puisqu'il a également
abordé la question du Pakistan. Si l'on veut réellement donner du
sens à la lutte contre le terrorisme, il faut également se préoccuper de
ce pays.
uitgegeven
werden
voor
de
oorlogsinspanning vergelijkt met
de
bedragen
die
aan
ontwikkelingssamenwerking
werden besteed, dan zijn de zaken
glashelder.
Onze fractie wil haar standpunt
met betrekking tot de operaties
van
de
internationale
gemeenschap
in
Afghanistan
herzien. De NAVO-top speelt
daarbij een cruciale rol!
Door zich te concentreren op een
militaire oplossing, hebben de
Verenigde Staten, de NAVO en
misschien
ook
Europa
het
economisch herstel en de nodige
heropbouw van de Afghaanse
staat onderschat. Onveiligheid
heerst alom, zelfs in de regio's
waar de Taliban niet actief is. We
moeten de regering helpen om
een efficiënt bestuur en een sterk
nationaal leger op te zetten. We
moeten ook onze aanpak van de
Pachtouns, die niet allen Talibans
zijn, herzien. Het zou opportuun
zijn mochten ze een regering
kunnen ondersteunen die de
wensen van hun etnische groep,
die uit rivaliserende clans bestaat,
beter
vertegenwoordigt.
De
Afghaanse
geschiedenis
kan
ervan getuigen.
We moeten ons ook om Pakistan
bekommeren.
We lezen vandaag in de pers dat u
het zenden van meer civiele
middelen gunstig gezind bent.
Maar in de Kern was er sprake
van militaire middelen.
We kunnen niet doof blijven voor
de oproep van de Afghaanse
bevolking, de waarnemers, de
ngo's en de militairen.
Wat het nieuwe strategische
concept betreft, stellen we vast dat
de NAVO van een defensief
bondgenootschap geëvolueerd is
naar
een
preventieve
interventiemacht op wereldschaal,
zo nodig zonder VN-mandaat. Die
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Aujourd'hui, on peut lire dans la presse que vous êtes favorable à
l'envoi de plus de moyens civils. Mais en Conseil des ministres
restreint, vous vous êtes principalement mis d'accord sur des moyens
militaires en prévoyant des budgets relativement précis. En outre, à
en croire les informations qui nous sont communiquées, pour ce qui
est de l'aide civile et la reconstruction, un accord doit encore
intervenir. J'ai même pu lire que le ministre des Affaires étrangères
aurait pris les allures d'un Zorro désargenté.
Évidemment, nous avons besoin d'une force de maintien de la paix en
Afghanistan afin de pouvoir mener à bien la reconstruction et le
redressement politique et économique de ce pays. Mais on ne peut
pas non plus rester sourd aux signaux envoyés par la population
afghane, les observateurs, les ONG et les militaires.
Je crois qu'on a besoin de sécuriser, de reconstruire, d'accompagner
vers la démocratie et d'avoir un gouvernement qui sera représentatif
de toutes les ethnies pour pouvoir enfin nous retirer ­ ce n'est pas
suffisant de parler d'une stratégie de sortie, il faut le faire ­ et
instaurer une paix durable.
En ce qui concerne le nouveau concept stratégique, au fur et à
mesure ­ je pense à 1991, 1999, 2006 et 2008 ­, on voit que l'OTAN
a glissé d'une alliance défensive, qui devait agir sur son territoire dans
le respect de l'ONU, vers une force d'intervention préventive partout
dans le monde, si nécessaire sans mandat de l'ONU. De bouclier,
l'OTAN est devenue surtout une épée, voire une lance. Elle devait
défendre un territoire. Aujourd'hui elle doit défendre des valeurs
communes.
Par ailleurs, je voudrais aussi attirer votre attention sur le fait que ces
évolutions majeures de l'OTAN n'ont malheureusement jamais été
ratifiées par le Parlement belge.
Aujourd'hui, les propositions sur la table visant à introduire l'abstention
constructive ou les décisions à la majorité qualifiée doivent, selon moi,
être rejetées. Nous aimerions connaître la position du gouvernement
à ce sujet ainsi que sur le financement commun des opérations de
l'OTAN et du rachat de matériel militaire.
Nous souhaiterions également que soit abordé à Strasbourg, par
votre voix, monsieur le premier ministre, le problème de la relance du
processus du désarmement nucléaire sur notre territoire. La relance
d'une course aux armements ne doit pas priver le monde des
ressources financières indispensables pour atteindre les Objectifs du
Millénaire dont la réalisation serait davantage porteuse en matière de
sécurité internationale que l'achat de nouveaux chars, missiles,
avions de combat. Pour le surplus, faut-il rappeler notre exigence
récurrente des retraits des bombes nucléaires américaines obsolètes
de la base de Kleine Brogel qui mettent notre pays en violation
flagrante de l'article 2 du Traité de non-prolifération?
Monsieur le président, je termine sur la question de l'élargissement de
l'OTAN et de l'adhésion de nouveaux membres. L'article 10 du Traité
de l'Atlantique Nord fixe des limites floues à l'élargissement. Il stipule
que les parties peuvent, par accord unanime, inviter à accéder au
Traité tout autre État européen susceptible de favoriser le
développement des principes du Traité. Les frontières de l'OTAN
belangrijke evolutie binnen de
NAVO werd nooit door het
Belgische Parlement bekrachtigd!
De
voorstellen
om
een
constructieve
onthouding
of
beslissingen
met
een
gekwalificeerde meerderheid in te
voeren, moeten volgens mij
worden verworpen. Wat is het
regeringsstandpunt
daaromtrent
en wat denkt de regering van de
gemeenschappelijke financiering
van de NAVO-operaties en van de
terugkoop van militair materieel?
Bovendien wensen we dat in
Straatsburg het heropstarten van
de nucleaire ontwapening op ons
grondgebied aan bod komt. Hoef
ik nog terug te komen op onze
uitentreuren herhaalde eis dat de
verouderde
Amerikaanse
kernbommen ­ die een flagrante
schending inhouden van artikel 2
van het non-proliferatieverdrag ­
van de basis van Kleine Brogel
zouden worden weggehaald?
Wat, ten slotte, de uitbreiding van
de NAVO en de toetreding van
nieuwe lidstaten betreft, bepaalt
artikel 10 van het Noord-Atlantisch
Verdrag dat de partijen, bij
eenstemmigheid,
elke
andere
Europese
staat
die
de
verwezenlijking van de beginselen
van het Verdrag kan bevorderen,
kunnen uitnodigen tot dit Verdrag
toe te treden. Hebben de
partnerschappen die her en der tot
stand komen niet tot doel de
NAVO op termijn tot ver buiten de
Europese grenzen uit te breiden?
Wat zijn de gevolgen van een
partnerschap
met
Japan
of
Australië ­ dat aan de NAVO een
rol geeft in de Pacific ­ voor onze
betrekkingen met China?
Voor ons is de uitbreiding enkel
mogelijk voor Europese landen die
in staat zijn een bijdrage te leveren
tot de doelstellingen van de
Alliantie,
zonder
militaire
of
politieke twistpunten met hun
buren. Die definitie sluit voor het
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
devraient donc, selon le Traité, être celles de l'Europe. Les 12 pays
qui composaient l'OTAN en 1949 sont devenus 26 en 2007. Les
partenariats qui se multiplient tous azimuts n'ont-ils pas pour but
d'élargir l'OTAN à terme bien au-delà des frontières européennes?
Un partenariat avec le Japon ou l'Australie donne un rôle à l'OTAN
dans le Pacifique et avec quelles conséquences sur nos rapports
avec la Chine?
Pour nous, dans le respect de l'article 10 du Traité, l'élargissement ne
peut se faire que vis-à-vis des pays européens qui sont capables de
contribuer aux objectifs de l'Alliance et qui n'ont pas de contentieux
militaire et politique avec leurs voisins. Cette définition exclut pour le
moment l'adhésion de la Géorgie et de l'Ukraine en indélicatesse
avec Moscou sur de nombreux points.
ogenblik de toetreding uit van
Georgië en Oekraïne, die op heel
wat punten overhoop liggen met
Moskou.
01.38 David Geerts (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zal mij
beperken tot een minuut.
Mijnheer de premier, ik heb twee vragen aan u. Ten eerste, u zei dat
de doelstellingen afghanisering en capacity building de exitstrategie
zullen bepalen. Welk stappenplan hebt u of uw regering uitgewerkt
om tot een succesvolle exitstrategie te komen? Dat lijkt mij
fundamenteel.
Ten tweede, dit betreft de inspanningen inzake de PRT's en de
OMLT's. U hebt gezegd dat we degelijke inspanningen doen op civiel
en militair vlak. Ik zou willen weten wat de financiële verhouding is van
de inspanningen in de PRT's en de OMLT's ten opzichte van de
globaliteit van de kosten. Ik denk dat de operatie in Afghanistan
vandaag ongeveer vijftig miljoen euro zal kosten. Wat is daar de
verhouding?
Ik ben binnen mijn minuut gebleven.
01.38 David Geerts (sp.a): Des
objectifs tels que l'afghanisation et
la "capacity building" détermineront
la stratégie de sortie. À quelle
feuille de route le premier ministre
pense-t-il pour réussir notre
sortie?
Le premier ministre a affirmé que
nous faisions des efforts tant sur le
plan civil que militaire. Je voudrais
savoir ce que représentent les
efforts au sein des PRT et des
OMLT par rapport aux coûts
totaux.
01.39 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le premier ministre, je
serai très bref avant de vous céder la parole. Je ne reviendrai pas sur
tous les points sur lesquels je partage très largement vos vues
exposées ici, notamment en matière d'élargissement de budget, de
relations avec la Russie.
Simplement, je voudrais attirer votre attention sur quelques points qui
tiennent à coeur à notre groupe et qui nous paraissent
particulièrement importants.
D'abord, dans la discussion sur l'évolution du concept stratégique, il
importe que la Belgique soit partie prenante et que le parlement soit
consulté régulièrement afin de rendre la discussion la plus
transparente possible. Cette évolution du concept stratégique est un
élément fondamental pour notre sécurité collective à l'avenir, pour la
manière dont nous concevrons l'OTAN; de là, l'importance d'être
associés à la discussion.
Ce qui me paraît notamment important, c'est d'éviter l'évolution vers
une organisation politique globale. On sait que, outre-Atlantique,
certains souhaiteraient voir attribuer de plus en plus de missions à
l'OTAN, que l'OTAN englobe encore davantage de pays et qu'elle se
transforme volontiers en une organisation politique globale. Notre
01.39 Georges Dallemagne
(cdH): Bij de bespreking van de
evolutie van het strategische
beleid moet België zich doen
gelden en moet het Parlement
regelmatig geraadpleegd worden
om de bespreking zo transparant
mogelijk te maken.
Aan
de
overzijde
van
de
Atlantische
Oceaan
zouden
sommigen graag zien dat de
NAVO uitgebreid wordt en dat ze
zich ontpopt tot een wereldwijde
politieke organisatie. Wij willen dat
ze een organisatie voor collectieve
verdediging blijft die zich beperkt
tot het grondgebied van de leden
van het Bondgenootschap.
U had het over het evenwicht
tussen de traditionele missies en
de missies buiten de Europese
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
souhait est qu'elle reste cette organisation de défense collective sur le
territoire des pays membres de l'Alliance.
J'aimerais aussi ajouter un élément. Vous avez parlé d'équilibre entre
missions traditionnelles et missions en dehors du territoire de l'Union
européenne. Nous devrions pouvoir répondre à la demande de l'ONU
d'organiser certaines missions de type expéditionnaire. De plus, il faut
prendre garde à une évolution qui transformerait progressivement
l'Alliance en gendarme du monde; à terme, cette évolution serait de
nature à nous causer des difficultés avec d'autres grandes
puissances et d'autres grandes régions géographiques du monde.
C'est pourquoi, dans ce domaine, il nous faut garder une certaine
prudence.
Par rapport à l'Afghanistan, je salue la nouvelle approche et notre
effort dans ce pays. Il est difficile de résister à la demande du
président Obama, mais cet effort ne doit pas se faire aux dépens
d'autres missions et d'autres efforts: nous avons toujours tenu à un
équilibre entre des missions de type OTAN et des missions de type
ONU et Union européenne. J'espère que nous trouverons les moyens
de continuer à développer des missions de ces trois types qui, à mon
sens, sont importantes sur le plan politique et stratégique. Autant
nous devons tenter de modifier la donne en Afghanistan, autant cela
ne peut se faire aux dépens d'autres types de missions, notamment
en Afrique.
Enfin, un mot sur la question de l'afghanisation.
J'entends bien cette notion. J'ai cependant une crainte. Sans doute,
comme moi, avez-vous lu aujourd'hui que certains développements
sur le plan politique, notamment sur le droit des femmes, sont
extrêmement préoccupants en Afghanistan.
Le président Hamid Karzaï, qui n'en rate pas une, vient de signer une
loi qui enlève tous leurs droits aux femmes, y compris le droit d'élever
leurs enfants, de trouver un emploi, de se rendre chez le médecin,
sans autorisation de leurs maris. Un tel développement de type
taliban me paraît extrêmement inquiétant. Il faudra veiller à ce que,
dans cette idée d'afghanisation, on ne laisse pas tomber purement et
simplement la question des droits de l'homme et, en l'occurrence, la
question des droits des femmes en Afghanistan. Cette question nous
préoccupe.
Finalement, un dernier mot sur le "bouclier antimissile": c'est le bon
moment pour mettre ce projet au frigo. Il nous semble que, d'un point
de vue stratégique, ce projet n'a jamais tenu la route. J'entends que
même de l'autre côté de l'Atlantique, on se pose de sérieuses
questions à son sujet. Il serait donc intéressant que la Belgique plaide
en ce sens.
Par contre, dans le cadre de l'OTAN et hors OTAN, la Belgique
devrait plaider pour une accélération des discussions en vue de la
prochaine négociation du traité de non-prolifération. Nous assurerons
la présidence de l'Union européenne concomitamment à cette
discussion: il serait donc utile que la Belgique en fasse un de ses
dossiers importants, dans le cadre de l'OTAN et dans le cadre de la
présidence européenne.
Je vous cède bien volontiers la parole, monsieur le premier ministre.
Unie. We zouden moeten kunnen
ingaan op het verzoek van de
Verenigde Naties om bepaalde
expeditionaire
missies
te
organiseren. Men moet zich
hoeden voor het scenario waarin
het
Bondgenootschap
de
politieagent van de hele wereld
wordt. Dat zou tot problemen met
andere
grootmachten
kunnen
leiden.
Ik ben voorstander van de nieuwe
aanpak en onze inspanning ten
opzichte van Afghanistan, maar
dat mag niet ten koste gaan van
andere missies. We hebben altijd
een evenwicht tussen de NAVO-
missies enerzijds en de VN- en
EU-missies
anderzijds
nagestreefd.
Eén zaak baart mij zorgen. U heeft
gelezen
dat
sommige
ontwikkelingen op politiek vlak,
meer bepaald inzake de rechten
van de vrouw, in Afghanistan
uitermate zorgwekkend zijn.
De Afghaanse president Hamid
Karzai ondertekende zopas een
wet die de vrouwen al hun rechten
ontneemt. We zullen erop moeten
toezien
dat
het
idee
van
Afghanisering er niet toe leidt dat
in Afghanistan niet langer rekening
wordt
gehouden
met
de
mensenrechten, in dit geval de
vrouwenrechten. Een en ander
verontrust ons.
Dit is het aangewezen moment om
de
plannen
voor
een
antirakettenschild in de koelkast te
stoppen. Op strategisch vlak hield
dat project nooit steek. Aan de
andere kant van de oceaan stelt
men zich daarover ernstig vragen.
België moet dat standpunt dus
bepleiten. In het kader van de
NAVO en ook buiten de NAVO zou
België moeten pleiten voor een
versnelling van de besprekingen
met het oog op de volgende
onderhandeling van het non-
proliferatieverdrag. Ons land is
voorzitter van de Europese Unie
wanneer
deze
bespreking
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
plaatsvindt. Het zou dus goed zijn
indien België dit dossier de nodige
voorrang zou geven, zowel in het
kader van de NAVO als in het
raam
van
het
Europese
voorzitterschap.
01.40 Eerste minister Herman Van Rompuy: Mijnheer de voorzitter,
er zijn natuurlijk ontzettend veel vragen gesteld en opmerkingen
gemaakt. Ik moet u onmiddellijk zeggen dat mevrouw Vautmans zo
vriendelijk was om te zeggen dat ik om 16.00 uur het vliegtuig moet
nemen, maar dat is pas over twee dagen. Ik heb wel gewacht tot nu
om dat te zeggen. Ik excuseer mij daarvoor.
Ik geef toch een aantal reacties op de vele opmerkingen die zijn
gemaakt. Het is effectief heel belangrijk dat wij het strategische
concept herzien. De laatste keer gebeurde dat in 1999. Wij zaten toen
in volle Balkanoorlog. De voorbereiding daarvan is ontzettend
belangrijk. Wat ik wel heb vastgesteld, als waarnemer, is dat de feiten
in de loop van de jaren eigenlijk een soort strategisch concept hebben
uitgetekend. Men is out of the area geweest. Men is buiten de
Europese zone geweest. In Duitsland heeft dat trouwens tot een groot
debat geleid. Men zit in Afghanistan, Somalië en op andere plaatsen.
Het strategische concept van de collectieve veiligheid in Europa is
door de feiten eigenlijk achterhaald. Het zal niet zo makkelijk zijn om
terug te keren naar de core business van het Verdrag van
Washington. Dat is echter een debat dat wij moeten voeren.
In om het even welke organisatie is het strategische concept altijd de
vrucht van principes en feitelijke ontwikkelingen. Dikwijls moeten de
principes zich aanpassen aan de feitelijke ontwikkelingen, die men
zelf heeft gecreëerd. Beide elementen zullen volgens mij in dat
toekomstige concept aan bod komen: zowel de klassieke, collectieve
veiligheid als de operaties die buiten Europa reeds plaatsvinden.
Over de samenwerking met de UNO heb ik het volgende gezegd.
01.40 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Il est important
de revoir le concept stratégique
stipulant qu'il doit s'agir de la
sécurité collective de l'Europe. La
dernière révision date de 1999, en
pleine guerre des Balkans. La
préparation est très importante
dans ce cadre. J'ai constaté que
nous avons déjà mené des
opérations
"out
of
area",
notamment en Afghanistan et en
Somalie. Il ne sera pas facile d'en
revenir au core business du Traité
de Washington. Comme c'est
souvent le cas, il faudra peut-être
adapter les principes à l'évolution
de la situation.
Pour ce qui est du partenariat entre l'OTAN et l'ONU, la Belgique a
toujours été partisane d'un lien fort entre les Nations unies et l'OTAN.
Chaque fois que le Conseil de sécurité le permet, il convient de veiller
à ce que les opérations de l'OTAN soient couvertes par un mandat
des Nations unies. Et ce, principalement pour les missions situées
hors de la zone couverte par le Traité.
Je suis nuancé car vous savez aussi bien que moi qu'au Kosovo, en
1999, on n'a pas attendu la couverture des Nations unies et je crois
qu'on a bien fait. La situation humanitaire à ce moment-là était si
catastrophique qu'on ne pouvait se faire bloquer par les Russes et les
Chinois, si mes souvenirs sont bons.
Mais pour le reste, je crois que la phrase est assez claire et le seul
caveat que j'ai introduit dans mon texte est en pensant à ce qu'on a
fait en 1999.
Pour le bouclier anti-missiles, je pense qu'il y a une évolution dans la
pensée. Le gouvernement américain préconise une approche plus
pragmatique du dossier de défense anti-missiles et est en cours de
België
is
altijd
voorstander
geweest van een sterke band
tussen de VN en de NAVO.
Telkens de Veiligheidsraad er de
mogelijkheid toe biedt, moet
ervoor gezorgd worden dat de
NAVO-operaties gedekt zijn door
een mandaat van de Verenigde
Naties, hoofdzakelijk voor de
missies buiten de door het
Verdrag gedekte zone.
Ik ben genuanceerd want in 1989
heeft men in Kosovo niet gewacht
op een dekking door de UNO en
dat was een goede zaak. De
humanitaire situatie was op dat
moment zo rampzalig dat men
zich onmogelijk door de Russen of
de
Chinezen
mocht
laten
afblokken.
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
concertation au plus haut niveau sur la question avec la Russie. Les
États-Unis évalueront la menace en terme de missiles et se
concerteront avec la Russie quant aux démarches ultérieures à
entreprendre.
À la lumière de ces éléments, la Belgique est d'avis que l'OTAN ne
peut prendre d'engagements supplémentaires lors de ce sommet. Je
tenais à le préciser.
Entre les tâches de l'Union européenne et de l'OTAN, André Flahaut
a évoqué le problème, en ce qui concerne la Belgique.
De Amerikaanse regering staat
een pragmatischer aanpak van het
antirakettendossier voor. De VS
zullen de bedreiging vanuit de
optiek van de raketten beoordelen
en zullen met Rusland overleg
plegen over de nodige demarches.
België is van oordeel dat de NAVO
op de Top geen bijkomende
verbintenissen mag aangaan.
Aan de fameuze verklaring van Saint-Malo van 1998 ­ met Chirac en
Blair, als ik mij goed herinner ­ heeft België steeds toegevoegd dat
een sterk Europees veiligheids- en buitenlands beleid naast de VS
militaire macht de tweede basispijler vormt voor een slagvaardige
NAVO en daarmee bijdraagt tot een evenwichtige dialoog binnen het
trans-Atlantische partnerschap.
Op de top van Kopenhagen ­ là je crois qu'on est dans votre période,
décembre 2002 ­ werden na twee jaar onderhandelingen uiteindelijk
de Berlijn-Plusakkoorden aangenomen. De Berlijn-Plusakkoorden
geven de EU de mogelijkheid een beroep te doen op NAVO-middelen
om operaties uit te voeren.
Op dit ogenblik schiet het mij niet onmiddellijk te binnen waar wij dat
hebben toegepast. Ik dacht op één plaats. Men zegt mij dat men dat
in Bosnië concreet heeft toegepast. Ik beschouw de Berlijn-
Plusakkoorden van 2002 echter als een heel belangrijk element.
Ik ga wat ruimer in op wat hier vandaag door alle sprekers sterk naar
voren is gebracht, met andere woorden de problematiek van
Afghanistan. Laten wij niet vergeten van bij het begin waarom de
opeenvolgende Belgische regeringen vanaf 2005 zich in Afghanistan
hebben geëngageerd. Het ging over de wereldwijde strijd tegen het
terrorisme. Er waren bijkomende elementen, maar niet van de minste.
Afghanistan is een van de draaischijven op wereldvlak voor de
drugshandel, met alle ravages die daardoor bij de bevolking hier en in
andere landen worden aangericht.
Tegelijkertijd is er ook een heel belangrijke taak ­ ik zou zelfs zeggen
­ van beschaving. Daarstraks sprak de heer Dallemagne heel terecht
over de rechten van de vrouw. Beeld u eens in dat op een of andere
wijze de Taliban terug het regime herstellen van voor de tussenkomst.
Wat zouden wij hier onder elkaar dan zeggen over de toestand van de
vrouw en van de bevolking in het algemeen in Afghanistan? Mevrouw
Muylle heeft daarstraks heel terecht een aantal gekende gegevens
opgesomd over de vooruitgang op het civiele vlak, op het menselijke
vlak ­ om nu eens een andere term dan het woord civiel te gebruiken.
Als er resultaten zijn, dan mogen die resultaten ook en exergue
worden gezet.
Dat is geen toeval dat men daar is: men is daar om verschillende
redenen. Ik denk dat we niet genoeg kunnen herhalen wat de
oorspronkelijke doelstellingen waren in 2005 van de toenmalige
regering-Verhofstadt en waarin de opeenvolgende regeringen zich
daarna hebben ingeschreven.
Depuis la déclaration de Saint-
Malo en 1998 notre pays a
toujours plaidé pour une politique
européenne
de
sécurité
et
étrangère forte, à côté de celle des
Etats-Unis. Il devrait s'agir d'un
deuxième pilier pour dynamiser
l'OTAN et contribuer ainsi à un
dialogue équilibré au sein du
partenariat transatlantique.
En 2002, au bout de deux ans de
négociations, les accords "Berlin
plus" ont été conclus lors du
sommet de Copenhague. Ces
accords permettaient à l'UE de
faire appel aux moyens de
l'OTAN. Même si, jusqu'à présent,
cela ne s'est produit qu'une seule
fois, pour l'opération en Bosnie, je
trouve qu'il s'agit d'une étape
importante.
Les
gouvernements
belges
successifs se sont engagés en
Afghanistan
depuis
2005,
principalement pour combattre le
terrorisme
international
mais
également pour lutter contre le
trafic de drogue et y améliorer les
droits de la femme dans un esprit
civilisateur. Si la communauté
internationale
n'était
pas
intervenue en Afghanistan et que
les talibans y étaient toujours au
pouvoir, qu'en serait-il des droits
de l'homme? Mme Muylle a déjà
énuméré quelques progrès. Nous
avons donc atteint des résultats.
Je suis d'accord avec l'idée qu'il
est opportun de revoir aujourd'hui
notre stratégie. D'aucuns ont
toujours mis en doute l'approche
du gouvernement belge et je ne
les contredirai même pas. Le
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Tweede vaststelling. Ik ben het gelukkig eens met degenen die
zeggen dat er op dit ogenblik een herziening van de strategie gaande
is en dat het een goede zaak is dat men ze herziet. Sommigen zullen
zeggen: "Ik heb het altijd gezegd". Ik ga ze zelfs niet tegenspreken.
Sommigen onder u, André Flahaut zelfs terwijl hij in de regering zat,
maar ook mensen die de toenmalige meerderheid vormden, hebben
toen altijd twijfels geuit en een grotere en globale aanpak
voorgestaan. Wel, ik vind het nu een uitgelezen moment, nu men
naar die herziening aan het toegroeien is, om daar onze bijdrage aan
te leveren. Effectief, wat gisteren is gebeurd in de big tent in Den
Haag, is iets wat men tot voor enkele maanden zelfs niet onder ogen
dierf zien.
moment est venu à présent de se
pencher sur notre contribution.
Qui aurait cru qu'il y aurait un contact entre des représentants des
États-Unis et de l'Iran? Comme le ministre des Affaires étrangères l'a
encore souligné ce matin, des suggestions hors du commun ont
même été faites par l'Iran, par exemple l'idée de créer des corridors
pour des transports non militaires. L'Iran aussi est très concerné par
le problème des stupéfiants et, en général, par l'instabilité dans la
région.
Wie had geloofd dat er tussen de
Verenigde
Staten
en
Iran
contacten zouden worden gelegd?
Iran heeft zelfs "buitengewone"
suggesties gedaan, zoals het
creëren
van
corridors
voor
burgerlijk transport. Iran maakt
zich ook grote zorgen om drugs en
de instabiliteit in de regio.
Het is ook voor de eerste keer dat men spreekt over een exitstrategie,
waar sommigen hier terecht wellicht al lang de nadruk op hebben
gelegd, maar waar nu ook voor de eerste keer vanuit de Verenigde
Staten openlijk over wordt gesproken.
Wat ik in elk geval wilde zeggen, en ik geloof dat de Amerikaanse
administratie nu meer de nadruk legt op andere aspecten dan het
militaire, is dat er geen civiele opbouw kan gebeuren zonder
veiligheid. Dat kan gewoon niet. U kunt geen ontwikkelingshelpers
sturen, u kunt geen politiemensen sturen, u kunt geen mensen sturen
die aan wederopbouw doen zonder dat daar beveiliging is. Denken
dat men daar mensen naartoe kan sturen zonder dat daar een
militaire omkadering voor is ­ ik hoop dat niemand dat denkt ­ dat is
gewoon onmogelijk. De indruk geven dat men militaristisch is omdat
men militaire middelen inzet, wel, men moet militaire middelen
inzetten wil men humane en civiele initiatieven nemen en de mensen
die daarin werken, beschermen. Ik kan dat niet genoeg zeggen.
Ten tweede, men zegt mij: bent u niet voorbarig geweest? Excuseer
mij! U zou toch niet van ons verwachten dat wij gaan wachten tot we
een shopping list krijgen waar we ja moeten op zeggen. Wij zeggen
op voorhand proactief ­ een woord dat ik niet graag zelf gebruik ­ wat
wij denken te zullen doen, zonder dat men ons precies heeft gevraagd
wat we moeten doen. Wij zeggen: dat is onze positie, dat zijn wij
bereid te doen. Wij zijn geen yes-men die ergens een shopping list
moeten aanhoren en dan zeggen dat we het invullen: u vraagt, wij
draaien. Neen, het is een proactieve houding die wij aannemen.
Ten tweede, men beweert dat er eerst een beslissing wordt genomen
en dan overlegd wordt met het Parlement. Ja en neen. Wij hebben
een traditie in België. Ik heb daarin niet veel verschil gezien tussen
1999 en 2007, tenzij mijn geheugen mij in de steek laat. Ik heb zelfs
niet veel verschil gezien, mijnheer De Vriendt, tussen 1999 en 2003,
om een periode te noemen dat misschien voor uw tijd is maar u niet
helemaal vreemd is.
Les États-Unis évoquent pour la
première fois une stratégie de
retrait. L'administration américaine
met l'accent sur des aspects
autres que purement militaires. Il
ne peut cependant y avoir de
reconstruction civile ou humaine
sans un encadrement ni une
protection militaires. L'envoi de
militaires ne fait pas de nous des
militaristes.
À ceux qui estiment que nous
avons été trop rapides, je réponds
que nous ne devons pas attendre
de recevoir une demande précise.
Nous avons dressé de façon
proactive une liste de tâches que
nous sommes disposés à assurer.
Nous ne devons tout de même
pas limiter notre rôle à celui de
simples béni-oui-oui ?
On a reproché au gouvernement
de prendre d'abord une décision et
de ne la soumettre qu'ensuite au
Parlement. Il est de tradition en
Belgique ­ et ce fut également le
cas en 1999, en 2003 ou en 2007
­ que le gouvernement prenne
d'abord une décision et la
soumette ensuite au Parlement.
En l'espèce, l'approche a tout de
même été un peu plus subtile.
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Een regering neemt een beslissing en verantwoordt zich dan voor de
Kamers. Dat is de traditie die wij hebben. Hier is het zelfs iets
subtieler. Ik verklaar mij onmiddellijk.
Nous en avons parlé ce matin au kern mais la décision définitive doit
tomber au Conseil des ministres de vendredi. Nous ne prendrons
aucune décision sur le militaire s'il n'y a pas de clarté sur le civil, c'est
aussi simple que cela.
Sur le civil, il y a une discussion budgétaire en cours entre différents
ministres, avec la participation du premier ministre, mais pour la
Défense, cela peut se faire avec les moyens actuellement disponibles
au sein du département. Ce n'était pas si clair au niveau de la
Coopération et des Affaires étrangères. Pour des raisons pratiques, il
faut une concertation et c'est au Conseil des ministres de vendredi
que nous prendrons une décision.
We hebben dat vanochtend op de
Kern
besproken
maar
de
definitieve beslissing zal vrijdag
door de Ministerraad worden
genomeen. We nemen geen
enkele militaire beslissing zolang
het civiele niet duidelijk is. In dat
verband is er een budgettaire
discussie
tussen
de
onderscheiden ministers maar
voor Defensie kan dat gebeuren
met de middelen beschikbaar op
het departement. Dat was minder
duidelijk voor Samenwerking en
Buitenlandse Zaken.
Ik wil toch ook nog een precisering geven over het militaire aspect
omdat men nu de indruk krijgt dat wij daar ineens een beslissing
nemen die gigantisch is. De twee operaties waarover tot nu toe is
gesproken, behelzen op dit moment 60 mensen. In de rotatie zijn er
dat meer, omdat men ploegen moet wisselen in de loop van het jaar,
maar het gaat dus over 60 mensen in vergelijking met de 500 mensen
die er vandaag zijn. Men moet niet de indruk creëren dat men hier
een klein leger naar Afghanistan aan het sturen is. Het gaat over een
beperkte uitbreiding in het verlengstuk van wat daarvoor reeds is
beslist.
Ik heb nog een opmerking aan de collega's die terecht zeggen dat wij
meer moeten doen voor het civiele. Daarvoor is vandaag in 7 miljoen
voorzien. Er is wel een probleem. Afghanistan is geen partnerland. De
minister van Ontwikkelingssamenwerking zegt dat hij meer wil doen,
en ik begrijp dat, maar dat zijn prioriteiten liggen bij de lijst van de
partnerlanden die is vastgelegd en waarover het Parlement en de
vorige regering zich reeds lang heeft uitgesproken.
Les deux opérations militaires
concernent au total 60 militaires
supplémentaires. Avec le système
de rotation prévu, le nombre réel
de personnes impliquées sera plus
élevé, mais il n'y aura jamais plus
de 60 militaires supplémentaires
présents simultanément. Aujour-
d'hui, il y a déjà 500 militaires
belges sur place. Il ne faudrait pas
donner l'impression que nous
voulons envoyer toute une armée
en Afghanistan. Il s'agit d'une
extension limitée, une sorte de
"rallonge" par rapport à ce qui
avait déjà été décidé.
À l'heure actuelle, sept millions
d'euros ont déjà été affectés à des
projets civils. Le ministre de la
Coopération au développement
voudrait faire davantage pour
l'Afghanistan, mais le problème
est que l'Afghanistan ne figure pas
sur la liste des pays partenaires de
la Belgique, seuls bénéficiaires
possibles de la coopération belge.
Ce n'est pas si simple. L'Afghanistan n'est pas un pays partenaire de
notre Coopération. Les efforts que nous faisons sur les budgets des
Affaires étrangères et de la Coopération au développement sont en
dehors de nos activités normales. Néanmoins, nous essayerons de
trouver des moyens pour faire davantage. Je répète que nous ne
prendrons pas une décision sur le militaire s'il n'y a pas également
une décision sur le civil.
J'insiste encore sur le fait qu'on ne peut faire de la coopération et de
Afghanistan is geen partner voor
onze Ontwikkelingssamenwerking.
De inspanningen op grond van de
begrotingen
van
Buitenlandse
Zaken en van Ontwikkelings-
samenwerking liggen buiten onze
normale activiteiten. We zullen
geen militaire beslissing nemen
zonder
een
civiele.
Maar
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
la reconstruction sans protection militaire.
samenwerking en wederopbouw
zijn onmogeljk zonder militaire
bescherming.
Ik noteer onder andere de interessante beschouwing van de heer
Flahaut over de PRT's. Ik moet vaststellen dat de meningen daarover
nogal uiteenlopen, zodat we daar nog geen beslissing over hebben
kunnen nemen. Met de ervaring die de gewezen minister van
Defensie heeft, vind ik dat iets dat zeker de moeite van het
overwegen waard is.
De F-16's worden natuurlijk ingezet in het kader van de ISAF-operatie
en niet in het kader van andere operaties. Ik ondersteun ook wat
andere collega's hebben gezegd, namelijk dat dat niet ten koste mag
gaan van onze andere missies, onder meer in Libanon en Kosovo. Ik
denk dat we daar goed werk doen. In Kosovo hebben we de
belangrijke operatie Eulex, die ik trouwens met een delegatie van het
Parlement heb kunnen bezoeken in de mooie tijd waarin ik voorzitter
van de Kamer was. Meer zal ik daar niet over zeggen om niet
nostalgisch te doen.
J'ai pris note de quelques
considérations intéressantes de
l'ex-ministre
de
la
Défense,
notamment concernant les PRT.
Les avis divergent à cet égard et
nous n'avons pas encore pu
trancher la question.
Les F-16 ne sont bien entendu
utilisés que dans le cadre des
opérations de l'ISAF. Les efforts
déployés en Afghanistan ne
peuvent nuire à ceux consentis au
Liban et au Kosovo.
01.41 Dirk Van der Maelen (sp.a): ...
01.42 Eerste minister Herman Van Rompuy: Zo neerslachtig zie ik
er ook weer niet uit.
Ik heb misschien nog andere dingen genoteerd, die ik nu vergeten
ben. Ik excuseer mij daarvoor, gebeurlijk kom ik daar straks op terug.
01.42 Eerste minister Herman
Van Rompuy:
Monsieur Dallemagne, j'ai déjà dit que ce que nous avons entendu et
lu ces derniers jours nous inquiète. On ne consent pas des efforts
budgétaires et militaires pour en obtenir des résultats pareils. C'est
tout à fait inquiétant! Le ministre des Affaires étrangères l'a d'ailleurs
clairement mentionné, hier, lors de la conférence ("The Big Tent") de
La Haye.
Wat we de jongste dagen hebben
gehoord
en
gelezen
is
verontrustend. We leveren geen
budgettaire
en
militaire
inspanningen om zulke resultaten
te bereiken. Het is bijzonder
verontrustend.
01.43 André Flahaut (PS): Monsieur le président, tout d'abord, je
dirai à Mme Muylle que l'interpellation n'avait rien d'agressif ni
d'hostile. Elle vient au bon moment.
(...): (...)
01.44 André Flahaut (PS): Non! Elle avait simplement pour objectif
d'être rassuré, d'avoir une communication. Vous le savez très bien
puisque c'est en sortant d'une précédente réunion de cette
commission, où nous avions entendu une certaine cacophonie entre
deux autres membres du gouvernement, que je vous avais dit que la
seule façon d'avoir une position précise, c'était d'interroger le premier
ministre, puisque c'était lui qui parlait! Voilà l'origine de l'interpellation.
Par ailleurs, je voudrais vous remercier, monsieur le premier ministre,
pour les informations très complètes que vous venez de nous
transmettre ainsi que, et surtout, pour l'honnêteté qui caractérise votre
réponse et la correction qui est la vôtre de reconnaître que,
finalement, certains d'entre nous ne s'étaient pas tellement trompés
en ce qui concerne les problèmes relatifs à l'Afghanistan et à l'OTAN.
On peut parfois avoir raison trop tôt!
01.44 André Flahaut (PS): Met
mijn interpellatie wilde ik gewoon
een
geruststellend
antwoord
krijgen en de eerste minister een
verklaring ontlokken. En ik zou u
willen danken voor de erg
volledige informatie, de eerlijkheid
van
uw
antwoord
en
de
correctheid waarmee u erkent dat
sommigen onder ons er niet zo ver
naast
zaten
aangaande
de
problemen in Afghanistan en de
moeilijkheden van de NAVO. De
tekst met betrekking tot de
Veiligheidsraad is in voorzichtige
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
La formulation sur le Conseil de sécurité est prudente. Hélas, nous
n'avons pas eu la même détermination pour intervenir au Liban en
2006. En effet, à l'époque, nous avons attendu la décision de l'ONU
qui, pendant de très longues semaines, a discuté du contenu du
mandat. Pendant ce temps, les bombardements se poursuivaient.
C'est ce genre de choses que nous devons enlever dans le Sud Liban
aujourd'hui!
Ensuite, la procédure est bonne, telle qu'elle se présente, car on a
finalement obtenu une décision complète vendredi en respectant
l'indispensable équilibre civil et militaire.
Il est important que tout le monde participe à l'effort: la Coopération,
les Affaires étrangères, la Défense. Il serait malvenu que quelques
départements seulement contribuent à l'effort et que d'autres se
contentent de promettre et de reporter cette participation à plus tard.
Je crois que nous aurons l'occasion de lire la déclaration issue de ce
sommet. Sans doute discuterons-nous à ce sujet en groupe de travail,
avec éventuellement un débriefing comme nous le faisons lors des
sommets européens. Je pense que cela en vaudrait la peine.
Quant aux changements qui doivent intervenir au sommet de l'OTAN,
connaissant le pragmatisme qui caractérise la Belgique, nous avons
quelques idées. On pourrait peut-être en discuter et communiquer
cela aux sages.
bewoordingen opgesteld. Spijtig
genoeg hebben we in 2006 niet
met dezelfde vastberadenheid in
Libanon ingegrepen. Zuid-Libanon
draagt daar nu nog steeds de
gevolgen van.
De voorgestelde procedure is
goed want vrijdag werd eindelijk
een volledige beslissing genomen
die rekening houdt met het
noodzakelijk evenwicht tussen het
militaire en het civiele.
Het is zaak dat iedereen aan de
inspanning deelneemt: Ontwik-
kelingssamenwerking,
Buiten-
landse Zaken, Landsverdediging.
Het ware interessant daarover na
de topontmoeting van gedachten
te wisselen.
Wat de verandering aan de top
van de NATO betreft, daarover
zullen we het zeker later hebben.
01.45 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mevrouw de voorzitter, ik wil kort
twee punten uiteenzetten.
Ik herhaal, maar probeer het op een andere manier.
Mijnheer de eerste minister, u bent een gewezen minister van
Begroting. Ik heb het nu alleen over het cijfer voor de Verenigde
Staten dat Joseph Stiglitz gaf van de kostprijs van de operaties in Irak
en Afghanistan, met name 3.000 miljard dollar.
01.45 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Nous devons oser regarder
en face la dure réalité: les
opérations
en
Irak
et
en
Afghanistan ont coûté 3.000
milliards de dollars aux États-Unis,
...
01.46 Eerste minister Herman Van Rompuy: (...).
01.47 Dirk Van der Maelen (sp.a): Dat weet ik. Ik wil gewoon
zeggen dat de harde feiten onder ogen moeten worden gezien.
Denken dat in landen zoals Afghanistan men erin slaagt een
democratie of iets wat op een democratie lijkt tot stand te brengen via
een militaire operatie is niet mogelijk.
Ik begrijp dus niet hoe men stomweg voornoemde piste blijft
bewandelen. In het plan-Obama zitten vele, goede zaken. Er zit
opnieuw het militaire aspect in. De verwachting is dat de Verenigde
Staten een sterke, militaire positie als onderhandelingspositie zullen
gebruiken. Dat zal volgens mij en volgens vele specialisten niet
werken.
Het is dus spijtig dat de Belgische regering tot op heden ­ de
beslissing is volgens mij genomen, want wat de kern heeft beslist, zal
de Ministerraad vrijdag beslissen; de beslissing zal niet veranderen ­
de voorrang aan de militaire piste blijft geven. Nochtans bevatte het
01.47 Dirk Van der Maelen
(sp.a): ... alors que l'impossibilité
d'établir une démocratie dans ce
genre de pays par le biais
d'opérations militaires a depuis été
démontrée. C'est pourquoi je
m'étonne que l'on continue à opter
pour la solution militaire, malgré
les autres éléments apportés par
le plan Obama.
Depuis la guerre en Irak, la France
et la Grande-Bretagne ont décidé,
à raison, qu'elles n'enverraient
désormais de troupes à l'étranger
qu'à
la
suite
d'un
débat
parlementaire en séance plénière.
L'Allemagne
les
avait
déjà
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
plan-Obama andere punten, waarmee een creatieve diplomatie en
een creatieve minister van Ontwikkelingssamenwerking een aantal
echt heel goede zaken kunnen realiseren.
Dat is wat ik heb willen meegeven en wat mij teleurstelt.
Ten tweede, mijnheer de eerste minister, de betrokkenheid van het
Parlement is er in Duitsland altijd geweest. Sinds de Irakoorlog stellen
wij echter vast dat in Frankrijk en in Groot-Brittannië, hoewel Groot-
Brittannië geen Grondwet heeft, de beslissing tot betrokkenheid van
het Parlement via een fundamentele wetgeving is genomen. In
Frankrijk gebeurde zulks via de Grondwet. Hoe dat in Groot-Brittannië
is gebeurd, weet ik niet juist. Gordon Brown heeft echter onmiddellijk
nadat hij het eerste ministerschap van Blair overnam, beslist dat er
niet eerder troepen naar het buitenland zouden worden gestuurd dan
nadat er een parlementair debat in de plenaire vergadering is
geweest.
Ik heb op grond daarvan een voorstel tot wijziging van de Grondwet
ingediend. Ik zal trouwens in mijn motie vragen dat we dat voorstel zo
snel mogelijk behandelen. U hebt zelf gezegd dat er een
koerswending is in het beleid van het Westen met betrekking tot
Afghanistan.
Ik wil de regering vragen dat ze, naar het voorbeeld van Duitsland,
Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, in de Kamer een
plenair debat zou houden vooraleer een beslissing te nemen. Dat is
het voorwerp van mijn motie van aanbeveling, die ik heb ingediend.
précédées dans cette voie et les
Pays-Bas ont, eux aussi, montré
leur
respect
du
débat
parlementaire. L'objectif de ma
motion de recommandation est
que la Belgique agisse de même.
01.48 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de premier, ik heb drie korte opmerkingen.
U hebt gezegd dat u de Taliban niet wil laten terugkeren in
Afghanistan en dat we dus al het nodige moeten doen om dat te
beletten. Ik ben het daarmee volledig eens, maar het is net om de
Taliban niet te laten terugkeren dat we een veel bredere strategie
moeten uitbouwen. Het kan dus niet de bedoeling zijn om dat
argument in de schoenen te schuiven van de oppositie die hier in het
Parlement het regeringsbeleid heeft bekritiseerd.
Een karikatuur die mij geweldig stoort, is de voorstelling alsof er in het
Parlement fracties zouden zijn die de ngo's, de ontwikkelingswerkers
en internationale organisaties onbeschermd naar Afghanistan willen
sturen. Dat is niet juist.
01.48 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Il faut éviter le retour des
Talibans mais pour cela, nous
devons
justement
élargir
la
stratégie.
On caricature ici certains partis
politiques en faisant croire qu'ils
veulent laisser partir des ONG,
des
coopérants
et
des
organisations internationales sans
protection en Afghanistan. C'est
inexact.
01.49 Eerste minister Herman Van Rompuy: (...)
01.50 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de premier, in
een aantal debatten wordt dat punt naar voren gebracht.
Wij zijn het er allemaal over eens dat er militaire bescherming moet
zijn en dat er een militaire inspanning moet gebeuren. Onze
voornaamste kritiek is dat er sprake is van een gigantisch
onevenwicht. Het heeft jaren geduurd vooraleer men dat is beginnen
inzien. Nu is er de voortrekkersrol van de Amerikaanse president
Obama. Ik had gewild dat de Belgische regering een gelijkaardige
voortrekkersrol zou hebben gespeeld en niet telkens de visie zou
hebben gevolgd van de vorige Amerikaanse president Bush en nu van
01.50 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Il leur faut une protection
militaire mais le déséquilibre
actuel est colossal. Il a fallu des
années pour qu'on s'en aperçoive
et le président Obama joue à
présent le rôle de pionnier qui
aurait pu revenir à la Belgique.
En tout état de cause, il faut élargir
le débat et le Parlement doit mieux
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
president Obama. Ik had gewild dat zij zelf de opties op tafel zou
hebben gelegd. Dat is niet gebeurd. Ik betreur dat.
Tot slot, ik denk dat er meer debat nodig is rond onze buitenlandse
operaties, zeker wanneer het gaat om agressieve militaire operaties,
aanvalsoperaties zoals die waarin wij nu zijn verwikkeld in
Afghanistan. In dat verband herhaal ik mijn vraag, in de hoop dat het
doordringt dat er parlementaire controle moet zijn op de buitenlandse
operaties en dat de huidige bijzondere commissie niet werkt. Daar is
echt een probleem. Wij, als parlementsleden, moeten zicht hebben,
desnoods achter gesloten deuren, over de rules of engagement op de
inzet van de Belgische F-16's die bombardementen uitvoeren. Wat
zijn de rules of engagement? Wat zijn de caveats? Hebben de F-16's
al burgerslachtoffers gemaakt? Deze argumenten zijn toch belangrijk
voor het debat over het nut van de inzet van F-16's. Daar heerst een
democratisch deficit en ik vraag u dat te bekijken en het te herstellen.
contrôler les opérations militaires à
l'étranger. Nos F-16 bombardent
mais nous ignorons tout des
règles de l'engagement et nous ne
savons pas si des victimes civiles
sont à déplorer.
01.51 Eerste minister Herman Van Rompuy: (...)
01.52 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ja, mijnheer de eerste
minister, maar ik stel vast dat uw minister van Landsverdediging, zelfs
achter gesloten deuren en zelfs mits geheimhouding van de leden van
die commissie, weigert om bepaalde informatie aan het parlement te
geven. Daar situeert zich het probleem.
01.52 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): La commission spéciale
de suivi ne fonctionne pas et je
proteste contre le fait que le
ministre de la Défense refuse de
répondre à nos questions, même à
huis clos.
01.53 Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, ik voel mij
persoonlijk aangesproken.
Ik ben een grote voorstander van de goede werking van een
commissie voor de opvolging van buitenlandse opdrachten. Het is de
rol van de voorzitters van de Kamer en van de Senaat om onder
elkaar uit te maken waar en onder welke voorwaarden die
commissievergadering zal plaatsvinden. Ik kan slechts vaststellen dat
ik vorig jaar op tweede kerstdag de commissie heb samengeroepen.
In de Senaat heb ik toelichting gegeven bij de rules of engagement
met betrekking tot bijkomende initiatieven. Een dag later kon ik al die
informatie al in de krant lezen.
Dus, nogmaals, mijnheer de voorzitter, monsieur le président faisant
fonction, mijnheer De Vriendt, richt uw schrijven naar de voorzitters
van de Kamer en van de Senaat, zodat zij zo vlug mogelijk duidelijk
kunnen maken onder welke voorwaarden die commissie kan werken,
met geheimhouding. Ik ben volledig bereid om alle gegevens
waarover ik kan beschikken mee te delen.
Ik heb daarvan reeds een getuigenis afgelegd, weliswaar met...
01.53 Pieter De Crem, ministre:
Je
suis
favorable
à
cette
commission du suivi des missions
à l'étranger mais il convient que
les présidents de la Chambre et
du Sénat concluent d'abord des
accords. Après la réunion de cette
commission, le 26 décembre,
toutes les informations que j'ai
communiquées ont été publiées
dans les médias alors que j'avais
pourtant
insisté
sur
leur
confidentialité. Les membres de la
commission ne respectent pas
cette confidentialité et je ne me
présenterai
plus
devant
la
commission tant qu'il n'y aura pas
d'accords sur ce point.
01.54 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, het
klopt niet dat u ons in die commissie alle gevraagde informatie hebt
gegeven. Dat klopt niet. Wij vroegen naar de precieze inzet van die F-
16's. Welke operaties hebben ze uitgevoerd en met welke frequentie?
Zijn er burgerslachtoffers gevallen? Daarop heeft u geen enkel
antwoord gegeven.
01.55 Minister Pieter De Crem: Dat kon ik niet doen en dat wilde ik
niet doen, om de heel eenvoudige reden dat die commissie een
01.55 Pieter De Crem, ministre:
Je suggère dès lors que M. De
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
doodgewone commissie onder het gewone reglement was. De
gegevens die daar worden verstrekt zijn van een dermate gevoelige
waarde dat we eerst de werkzaamheden onder bepaalde
reglementaire voorwaarden moeten regelen.
Ik zal niet meer voor die commissie verschijnen vooraleer de
voorzitter van de Kamer en de Senaat daarover afspraken hebben
gemaakt.
Vriendt adresse sa question aux
présidents de la Chambre et du
Sénat.
01.56 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
heb een formulier ter geheimhouding ondertekend. Ik veronderstel dat
ook andere collega's dat hebben gedaan. Niettegenstaande die
voorwaarde van geheimhouding, heeft u geweigerd om die informatie
rond de precieze inzet van de F-16's vrij te geven.
01.56 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!):
J'avais
signé
un
document
dans
lequel
je
garantissais le secret, ainsi que
d'autres collègues probablement
aussi. Le ministre a malgré tout
refusé de fournir les informations
demandées.
Motions
Moties
Le président: En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
Une première motion de recommandation a été déposée par M. Dirk Van der Maelen et est libellée comme
suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de MM. André Flahaut, Dirk Van der Maelen et Wouter De Vriendt et de
Mme Juliette Boulet
et la réponse du premier ministre,
décide
- de consacrer dans les meilleurs délais un débat en séance plénière à la politique du gouvernement
concernant l'Afghanistan;
- d'entamer l'examen de la proposition de modification de la Constitution prévoyant l'organisation obligatoire
d'un débat en séance plénière préalablement à toute décision du gouvernement relative à l'envoi de
troupes à l'étranger."
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Dirk Van der Maelen en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de heren André Flahaut, Dirk Van der Maelen en Wouter De Vriendt en van
mevrouw Juliette Boulet
en het antwoord van de eerste minister,
beslist
- zo snel mogelijk een plenair debat te wijden aan het Afghanistanbeleid van de regering;
- de bespreking aan te vatten van het voorstel tot wijziging van de Grondwet om voorafgaand aan elke
beslissing van de regering met betrekking tot het sturen van troepen naar het buitenland verplicht een
plenair debat te houden."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Juliette Boulet et par M. Wouter De
Vriendt et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de MM. André Flahaut, Dirk Van der Maelen et Wouter De Vriendt et de
Mme Juliette Boulet
et la réponse du premier ministre,
demande au gouvernement
- d'informer clairement le Parlement à propos de nouveaux engagements de la Belgique, ainsi que des
dates de début et de fin des opérations et de leur incidence budgétaire;
- de rétablir, dans sa contribution, l'équilibre entre les efforts fournis dans le cadre de la défense et ceux
CRIV 52
COM 517
01/04/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
fournis dans celui de la reconstruction et du développement;
- de jouer un rôle de précurseur au sein de la communauté internationale et de préconiser:
a. des efforts accrus en matière de reconstruction et de développement;
b. une approche régionale par l'implication des pays voisins et par des efforts spécifiques tendant à faire
prendre des mesures pour que le Pakistan cesse d'être un refuge pour les Talibans et le terrorisme
international;
c. des négociations et une concertation entre toutes les parties belligérantes, y compris les Talibans;
- d'annuler la décision d'envoyer deux F-16 supplémentaires en Afghanistan."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Juliette Boulet en door de heer Wouter
De Vriendt en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de heren André Flahaut, Dirk Van der Maelen en Wouter De Vriendt en van
mevrouw Juliette Boulet
en het antwoord van de eerste minister,
vraagt de regering om
- het parlement duidelijkheid te verschaffen over het extra Belgische engagement, met inbegrip van begin-,
eindperiode en budgettaire impact;
- in de eigen bijdrage het evenwicht te herstellen tussen inspanningen voor defensie en inspanningen voor
wederopbouw en ontwikkeling;
- een voortrekkersrol te spelen binnen de internationale gemeenschap en te pleiten voor:
a. meer inspanningen voor wederopbouw en ontwikkeling;
b. een regionale benadering door de buurlanden te betrekken en specifiek te streven naar maatregelen om
Pakistan niet langer toevluchtsoord te laten zijn voor de Taliban en het internationale terrorisme;
c. onderhandelingen en overleg tussen alle strijdende partijen, met inbegrip van de Taliban;
- de beslissing te herroepen om twee extra F-16's te sturen naar Afghanistan."
Une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Juliette Boulet et par M. Wouter
De Vriendt et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de MM. André Flahaut, Dirk Van der Maelen et Wouter De Vriendt et de
Mme Juliette Boulet
et la réponse du premier ministre,
demande au premier ministre
- dans le cadre du nouveau concept stratégique, de plaider pour un strict respect de la Charte et de
n'envisager les discussions que dans ce cadre de la Charte des Nations unies;
- de faire ratifier le nouveau concept stratégique par la voie parlementaire en Belgique;
- d'envisager les discussions du nouveau concept stratégique dans une optique de relance du processus
de désarmement nucléaire de l'OTAN;
- de respecter l'article 10 du Traité sur l'élargissement de l'OTAN et de ne pas étendre l'OTAN hors de ses
zones définies dans le Traité et de cesser les partenariats;
- de lancer le débat, à long terme, sur la mise en place d'une Europe neutre progressivement."
Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Juliette Boulet en door de heer Wouter
De Vriendt en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de heren André Flahaut, Dirk Van der Maelen en Wouter De Vriendt en van
mevrouw Juliette Boulet
en het antwoord van de eerste minister,
vraagt de eerste minister
- in het kader van het nieuw strategisch concept, te pleiten voor een strikte naleving van het Handvest en
de besprekingen enkel te overwegen in dat kader van het Handvest van de Verenigde Naties;
- het nieuw strategisch concept in België te laten ratificeren via de parlementaire weg;
- de besprekingen over het nieuw strategisch concept te overwegen in het licht van het heropstarten van
het nucleair ontwapeningsproces van de NAVO;
- artikel 10 van het Verdrag over de uitbreiding van de NAVO na te leven, de NAVO niet uit te breiden
buiten de zones die in het Verdrag zijn vastgelegd en de partnerschappen stop te zetten;
- het lange termijndebat over de oprichting van een progressief neutraal Europa op gang te brengen."
01/04/2009
CRIV 52
COM 517
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Nathalie Muylle et par MM. Georges Dallemagne,
Herman De Croo et Roel Deseyn.
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Nathalie Muylle en door de heren Georges
Dallemagne, Herman De Croo en Roel Deseyn.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
01.57 Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, mag ik u
vragen dat, volgens de gewoonte in het Parlement, na het debat de
vragen die eventueel zouden worden gesteld in de plenaire
vergadering, vervallen?
01.57 Pieter De Crem, ministre:
Je suppose qu'après ce débat les
questions
qui
allaient
éventuellement être posées en
séance plénière seront retirées?
Le président: Oui, toutes les questions sont épuisées, évidemment.
Bien sûr.
De voorzitter: Natuurlijk.
La réunion publique de commission est levée à 16.31 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.31 uur.