KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 506
CRIV 52 COM 506
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTÉRIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GÉNÉRALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
25-03-2009
25-03-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Gerolf Annemans aan de
eerste minister over "de dienstwagens bij het
kabinet van de minister van Justitie" (nr. 12046)
1
Question de M. Gerolf Annemans au premier
ministre sur "les voitures de service du cabinet du
ministre de la Justice" (n° 12046)
1
Sprekers: Gerolf Annemans, voorzitter van
de Vlaams Belang-fractie, Herman Van
Rompuy, eerste minister
Orateurs: Gerolf Annemans, président du
groupe Vlaams Belang, Herman Van
Rompuy, premier ministre
Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de
eerste minister over "het herstelplan bis"
(nr. 12020)
2
Question de M. Georges Gilkinet au premier
ministre sur "le plan de relance bis" (n° 12020)
2
Sprekers: Georges Gilkinet, Herman Van
Rompuy, eerste minister
Orateurs: Georges Gilkinet, Herman Van
Rompuy, premier ministre
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de eerste
minister over "een nieuw incident tussen de
minister van Ontwikkelingssamenwerking en een
Vlaams-Belanglid van de dienstreis van het
Belgisch Overlevingsfonds te Benin" (nr. 12047)
4
Question de M. Bart Laeremans au premier
ministre sur "un nouvel incident survenu entre le
ministre de la Coopération au développement et
un participant du Vlaams Belang à la mission du
Fonds belge de survie au Bénin" (n° 12047)
4
Sprekers: Bart Laeremans, Herman Van
Rompuy, eerste minister
Orateurs: Bart Laeremans, Herman Van
Rompuy, premier ministre
Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de eerste
minister over "het opvoeren van de Belgische hulp
in Afghanistan" (nr. 12143)
6
Question de Mme Juliette Boulet au premier
ministre sur "le renfort de l'aide belge en
Afghanistan" (n° 12143)
5
Sprekers: Juliette Boulet, Herman Van
Rompuy, eerste minister
Orateurs: Juliette Boulet, Herman Van
Rompuy, premier ministre
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
8
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "de klacht van de
advocaten over het uitblijven van de nieuwe
regularisatiecriteria" (nr. 11818)
8
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique
de migration et d'asile sur "la plainte des avocats
relative à l'absence de nouveaux critères de
régularisation" (n° 11818)
8
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "het overleg met
betrekking tot het migratiebeleid" (nr. 11991)
8
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique
de migration et d'asile sur "la concertation relative
à la politique de migration" (n° 11991)
8
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "de nieuwe acties in
het kader van de regularisatieproblematiek"
(nr. 12044)
8
- Mme Leen Dierick à la ministre de la Politique
de migration et d'asile sur "les nouvelles actions
dans le cadre du problème des régularisations"
(n° 12044)
8
Sprekers:
Sarah
Smeyers,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Sarah
Smeyers,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Migratie- en asielbeleid over "de
asielprocedures" (nr. 11436)
10
Question de Mme Karine Lalieux à la ministre de
la Politique de migration et d'asile sur "les
procédures d'asile" (n° 11436)
10
Sprekers:
Karine
Lalieux,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Karine
Lalieux,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "de boycot van
Vlaamse
burgemeesters
tegen
uitdrijving"
(nr. 11831)
11
Question de M. Peter Logghe à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "le boycottage
organisé par des bourgmestres flamands opposés
aux expulsions" (n° 11831)
11
Sprekers:
Peter
Logghe,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Peter
Logghe,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
13
Question de Mme Karine Lalieux au ministre de
l'Intérieur sur "le financement des six zones de
13
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
financiering van de zes Brusselse politiezones"
(nr. 11931)
police bruxelloises" (n° 11931)
Sprekers: Karine Lalieux, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Karine Lalieux, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "het
betrekken van andere lokalen in Brussel door de
federale spoorwegpolitie" (nr. 12064)
15
Question de Mme Karine Lalieux au ministre de
l'Intérieur sur "le changement de local de la police
fédérale des chemins de fer à Bruxelles"
(n° 12064)
15
Sprekers: Karine Lalieux, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Karine Lalieux, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken over "de veiligheid van de Israëlische
ambassadrice en het afgelasten van een
conferentie in Thuin" (nr. 11902)
17
Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères sur "la
sécurité de l'ambassadrice d'Israël et l'annulation
d'une conférence à Thuin" (n° 11902)
17
Sprekers: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
informatie voor de Europese burger met het oog
op de Europese verkiezingen" (nr. 11992)
19
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de
l'Intérieur sur "les informations à destination des
citoyens
européens
pour
les
élections
européennes" (n° 11992)
19
Sprekers: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Xavier Baeselen, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
identiteitsfraude" (nr. 11897)
21
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "la fraude à l'identité" (n° 11897)
21
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de politie-inzet bij
voetbalwedstrijden" (nr. 11898)
22
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "le déploiement des forces de police
lors des rencontres de football" (n° 11898)
22
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "grensoverschrijdende
politiepatrouilles" (nr. 11899)
23
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"les
patrouilles
policières
transfrontalières"
(n° 11899)
23
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de inventarisatie van
de
criminaliteitscijfers
in
de
grensregio"
(nr. 12089)
23
- Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur
"l'inventaire des statistiques en matière de
criminalité dans la région frontalière" (n° 12089)
23
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "een betere bestrijding
van de grenscriminaliteit" (nr. 12127)
23
- M. Peter Logghe au ministre de l'Intérieur sur
"une meilleure lutte contre la criminalité
frontalière" (n° 12127)
23
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de inventarisering van
de criminaliteit in de grensstreek tussen België en
Nederland" (nr. 12137)
23
- M. Bert Schoofs au ministre de l'Intérieur sur
"l'inventaire de la criminalité dans la région
frontalière entre la Belgique et les Pays-Bas"
(n° 12137)
23
Sprekers: Michel Doomst, Leen Dierick,
Peter Logghe, Bert Schoofs, Guido De
Padt, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Leen Dierick,
Peter Logghe, Bert Schoofs, Guido De
Padt, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het geweld tegen
hulpverleners" (nr. 11948)
28
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "la violence contre les secouristes"
(n° 11948)
28
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de snelste
adequate hulp van de brandweer" (nr. 11974)
29
Question de Mme Leen Dierick au ministre de
l'Intérieur sur "l'aide adéquate la plus rapide des
services d'incendie" (n° 11974)
29
Sprekers: Leen Dierick, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de ministeriële
omzendbrief
betreffende
de
Taskforces"
(nr. 12025)
31
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "la circulaire ministérielle relative
aux Task Forces" (n° 12025)
31
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
33
Questions jointes de
34
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de schorsing van
politieagenten" (nr. 12040)
33
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"la suspension d'agents de police" (n° 12040)
34
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "een grotere
democratische controle op de federale politie"
(nr. 12114)
34
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur
sur "un plus grand contrôle démocratique de la
police fédérale" (n° 12114)
34
Sprekers:
Michel
Doomst,
Ludwig
Vandenhove, Guido De Padt, minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs:
Michel
Doomst,
Ludwig
Vandenhove, Guido De Padt, ministre de
l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
37
Questions jointes de
38
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "een verhoorkamer
van de Mossad op de nationale luchthaven"
(nr. 12048)
37
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de l'Intérieur
sur "un local d'interrogatoire du Mossad à
l'aéroport national" (n° 12048)
38
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de veiligheid op
luchthavens" (nr. 12080)
38
- Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur
"la sécurité dans les aéroports" (n° 12080)
38
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Leen
Dierick, Guido De Padt, minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Leen
Dierick, Guido De Padt, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
controle op de rij- en rusttijden bij ongevallen met
vrachtwagens" (nr. 12053)
40
Question de M. Jef Van den Bergh au ministre de
l'Intérieur sur "le contrôle des temps de conduite
et de repos en cas d'accident impliquant des
poids lourds" (n° 12053)
40
Sprekers: Jef Van den Bergh, Guido De
Padt, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jef Van den Bergh, Guido De
Padt, ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het terugvorderen
van te veel betaald loon aan politiebeambten"
(nr. 12055)
42
Question de Mme Leen Dierick au ministre de
l'Intérieur sur "la récupération d'indus versés à
des fonctionnaires de police" (n° 12055)
42
Sprekers: Leen Dierick, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Leen Dierick, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de elektronische
identiteitskaarten" (nr. 12093)
44
Question de M. Peter Logghe au ministre de
l'Intérieur sur "les cartes d'identité électroniques"
(n° 12093)
44
Sprekers: Peter Logghe, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Peter Logghe, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de Raad van
State" (nr. 12159)
46
Question de M. Josy Arens au ministre de
l'Intérieur sur "le Conseil d'État" (n° 12159)
46
Sprekers: Josy Arens, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Josy Arens, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
25
MAART
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
25
MARS
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.16 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.16 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
01 Vraag van de heer Gerolf Annemans aan de eerste minister over "de dienstwagens bij het kabinet
van de minister van Justitie" (nr. 12046)
01 Question de M. Gerolf Annemans au premier ministre sur "les voitures de service du cabinet du
01.01 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de eerste minister, dit is maar een detail. Er zijn immers
belangrijker zaken dan de prijzen van de dienstwagens.
Dit is iets dat tot de verbeelding van de mensen spreekt. Er zijn veel
krantenartikels verschenen over de bescheiden Jo Vandeurzen, die
als Genkenaar met een Ford rondreed, en nu samen met ons ziet dat
die nochtans recente wagen door collega De Clerck wordt vervangen
door een iets groter en somptueuzer model. Hoe zit het precies?
Wordt die eerste Ford vervangen? Wat gebeurt er met die arme
Ford?
Meer in het algemeen, is het geen goede gelegenheid om in de
huidige crisistijd en begrotingstijden die, gelet op de berichten van
gisteren, niet echt rooskleurig zijn, een symbolische daad te stellen
wat betreft die dienstwagens? Dit blijft immers een symbolisch sterk
tot de verbeelding sprekend item.
Volgens een rondvragen van Het Laatste Nieuws zou ook uzelf "azen"
op een vervanging van uw voertuig dat nochtans, volgens de publieke
opinie, een recente wagen is van de heer Leterme.
Verdient het geen aanbeveling om naar Antwerps voorbeeld - in
Antwerpen heeft het schepencollege dat na de Visacrisis kunnen
doorvoeren - niet alleen in Vlaanderen geproduceerde wagens te
kopen, maar ook in maximumbedragen te voorzien voor de wagens
waarmee de ministers rondrijden? Is het geen goede gelegenheid om
daarover nu eens een debat te voeren?
01.01 Gerolf Annemans (Vlaams
Belang): Il est abondamment
question dans les journaux de
l'intention du ministre De Clerck de
remplacer la voiture de service
une Ford de l'ex-ministre
Vandeurzen par un modèle plus
grand et plus somptueux. Selon
Het Laatste Nieuws, le premier
ministre
aurait
également
l'intention de remplacer la voiture
de l'ancien premier ministre
Leterme.
En ces temps de crise, ne serait-il
pas opportun de poser un acte
symbolique en ce qui concerne les
voitures de service? Il s'agit d'un
sujet qui frappe l'imagination des
gens. Ne conviendrait-il pas de ne
plus acquérir que des voitures
produites en Flandre, à l'image de
ce qui se fait à Anvers, et de
prévoir des montants maximums?
Ne pourrait-on organiser un débat
à ce sujet?
01.02 Eerste minister Herman Van Rompuy: Mijnheer de voorzitter,
collega's, de jongste richtlijnen over het wagenpark van de
secretariaats- en beleidsorganen van de regeringsleden staan in een
dienstnota van 1 februari 2008.
01.02 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Conformément
aux directives relatives au parc
automobile des secrétariats et des
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Het gaat om het aantal wagens waarover het secretariaat en de
beleidscel - in voorkomend geval ook de cel algemeen beleid - van
een minister of staatssecretaris kan beschikken, de milieunormen, de
budgettaire normen en de modaliteiten van aankoop en van huur.
Binnen die richtlijnen beslist elk regeringslid over de samenstelling
van het wagenpark. Dat is zijn eigen bevoegdheid die we hem niet
zullen afnemen. De FOD Kanselarij van de eerste minister ziet toe op
de naleving van de richtlijnen. Iedere wijziging of vervanging in een
wagenpark moet voorafgaandelijk aan de goedkeuring van de eerste
minister worden voorgelegd die een beslissing moet nemen.
Het dossier is nog steeds in behandeling op de Kanselarij en werd mij
nog niet voorgelegd. Specifieke vragen over het wagenpark van het
secretariaat en de beleidscel van de minister van Justitie moet u tot
hem richten.
Wat uw laatste suggestie betreft, ik wens die richtlijn te herbekijken.
organes politiques des membres
du
gouvernement,
chaque
membre du gouvernement décide
lui-même de la composition de ce
parc automobile. La Chancellerie
du premier ministre veille au
respect de ces directives. Chaque
modification concernant un parc
automobile doit m'être soumise, ce
qui n'a pas encore été le cas, étant
donné que le dossier est encore
en
cours
d'examen
à
la
Chancellerie. Pour des questions
spécifiques concernant le parc
automobile du département de la
Justice, je vous renvoie au
ministre de la Justice.
J'entends
réexaminer
les
directives en question.
01.03 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Georges Gilkinet au premier ministre sur "le plan de relance bis" (n° 12020)
02 Vraag van de heer Georges Gilkinet aan de eerste minister over "het herstelplan bis" (nr. 12020)
02.01 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
monsieur le premier ministre, je souhaite vous interroger sur
l'hypothèse d'un plan de relance bis et le rapport du Conseil supérieur
des Finances est important à plus d'un égard à ce sujet.
À peine l'encre du plan de relance séchée, voilà que le gouvernement
s'interroge sur l'opportunité d'un plan de relance bis. À ce propos, il a
rencontré, il y a deux vendredis, quelques experts appelés à l'éclairer
sur le contexte budgétaire et économique. Il est vrai qu'un second
plan de relance pourrait compenser les faiblesses du plan initial. Il
pourrait mener vers plus de sélectivité des aides, une prise en compte
plus nette des enjeux environnementaux en vue d'un redéploiement
économique durable.
Monsieur le premier ministre, j'en viens à mes questions.
- Quels sont les principaux enseignements de vos consultations?
- Le gouvernement planche-t-il sur un nouveau plan de relance? Si
oui, n'est-ce pas un aveu d'échec par rapport au plan de relance
initial?
- De quelle façon ce nouveau plan de relance tiendra-t-il mieux
compte des enjeux climatiques et environnementaux en orientant
notre économie vers plus de durabilité et de droits sociaux?
- Quels montants seraient-ils réservés pour ce nouveau plan de
relance et dans quels délais pourraient-ils être libérés?
02.01 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): De regering overweegt
een relanceplan bis voor te stellen.
Zo een plan, waarvoor u bij een
aantal deskundigen te rade ging,
zou de zwakke punten van het
oorspronkelijke
plan
kunnen
compenseren door een grotere
selectiviteit op het vlak van de
steunmaatregelen en door meer
rekening te houden met de
gevolgen voor het milieu. Wordt
zodoende niet erkend dat het
eerste
plan
tot
mislukken
gedoemd is? Zal in het nieuwe
plan meer
rekening
worden
gehouden met de klimaat- en de
milieuvraagstukken?
Welke
bedragen zullen er daarvoor
worden uitgetrokken?
02.02 Herman Van Rompuy, premier ministre: Monsieur le
président, cher collègue, lors de la présentation des résultats du
02.02 Eerste minister Herman
Van Rompuy: Bij de voorstelling
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
dernier contrôle budgétaire le 20 février dernier, le gouvernement a
déclaré qu'il, je cite: "devra suivre et évaluer de très près la situation
en vue de nouvelles initiatives éventuelles dans le courant des
semaines à venir afin de lutter contre la crise économique et ses
conséquences sur l'emploi".
Dans ce cadre, le cabinet restreint a reçu le vendredi 13 mars, il y a
15 jours, le gouverneur de la Banque nationale, le président du
Conseil supérieur des Finances, le Commissaire au Plan, le vice-
président du Conseil supérieur de l'emploi et le président du Conseil
central de l'économie. Ils ont commenté l'évolution économique ainsi
que les perspectives économiques et budgétaires. Il ressort de leur
présentation que l'évolution négative de la conjoncture grève
sévèrement le déficit public structurel.
Hier est sorti le rapport du Conseil supérieur des Finances qui illustre,
chiffres à l'appui, ce constat déjà fait le vendredi 13 mars.
Je tiens à souligner que le fonctionnement des stabilisateurs
automatiques, d'une part, et les mesures prises à la fin de l'année
dernière sous le gouvernement de M. Leterme, d'autre part,
équivalent à un effort de relance d'environ 3,5% du PIB. C'est un
effort tout à fait comparable à celui des autres États membres de
l'Union européenne. Les chiffres qui ont été donnés lors du Conseil
européen de jeudi et de vendredi dernier en témoignent également.
Dans les jours et les semaines qui viennent, le gouvernement
continuera d'examiner, à la lumière du nouveau programme de
stabilité qu'il faut introduire auprès de la Commission européenne, si
des mesures de relance moi je ne parle pas d'un plan de relance -
peuvent éventuellement être prises et de quel ordre elles pourraient
être.
On en a encore parlé ce matin et on continuera d'en parler la semaine
prochaine. Je n'ai pas avec moi sauf dans le texte néerlandais, l'avis
du Conseil supérieur des Finances relatif à des mesures
additionnelles de relance.
van de resultaten van de laatste
begrotingscontrole,
heeft
de
regering verklaard de situatie van
heel dichtbij te moeten opvolgen
en evalueren met het oog op
eventuele nieuwe initiatieven (...)
teneinde de economische crisis en
de gevolgen voor de tewerkstelling
ervan te bestrijden.
Op 13 maart heeft het kernkabinet
de gouverneur van de Nationale
Bank, de voorzitter van de Hoge
Raad
van
financiën,
de
commissaris van het Plan, de
vicevoorzitter van de Hoge Raad
voor de Werkgelegenheid en de
voorzitter van de Centrale Raad
voor het bedrijfsleven ontvangen
die tekst en uitleg gaven bij de
economische evolutie en de
economische
en
begrotingsperspectieven.
Zoals
het verslag van de Hoge Raad van
financiën bevestigt, drukt de
conjunctuur zwaar door op het
structurele overheidstekort.
De economische stabilisatoren en
de maatregelen die door de
regering-Leterme
werden
genomen, stemmen overeen met
een inspanning van ongeveer 3,5
procent van het bbp om de
economie er weer bovenop te
krijgen. Dat is vergelijkbaar met de
inspanningen die de andere EU-
lidstaten leveren. In het licht van
het nieuwe stabiliteitsprogramma
dat bij de Europese Commissie
moet worden ingediend, zal de
regering blijven onderzoeken of er
herstelmaatregelen
kunnen
genomen worden. Ter zake zou ik
willen verwijzen naar het advies
van de Hoge Raad van Financiën.
Je cite: "Rekening houdend met al die factoren moeten de overheden
elke verzwaring van de schuldenlast door nieuwe herstelmaatregelen
die niet strikt gericht en tijdelijk zijn, vermijden, afgezien van de
verzwaring van de schuldenlast welke voortvloeit uit het normale spel
van de automatische stabilisatoren". Je vous en ai parlé.
"Die verzwaring zou het gevolg kunnen zijn van maatregelen die niet
strikt gericht en niet tijdelijk zijn, non-targeted, non-timely. De
overheden moeten echter zo vlug mogelijk de budgettaire
houdbaarheid herstellen en aldus een aanzienlijke voorfinanciering
verzekeren van de budgettaire kosten van de vergrijzing".
Selon le Conseil supérieur, le
gouvernement se doit d'éviter
toute aggravation de l'endettement
de l'État en prenant de nouvelles
mesures de relance qui ne soient
pas rigoureusement ciblées et
temporaires. Il est aussi du devoir
du gouvernement de restaurer
aussitôt que possible la viabilité
budgétaire afin de financer le coût
du vieillissement.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Le moins que l'on puisse dire est que le Conseil supérieur des
Finances est réservé quant à des mesures non temporaires et
dépourvues d'objectifs clairs.
Vous avez parlé de mesures qui renforcent la durabilité de notre
économie. Avec mon collègue M. Magnette - j'en ai pris l'initiative
moi-même - j'ai demandé au Conseil supérieur du Développement
durable, au cas où des mesures de redressement seraient prises, de
me faire des suggestions. J'attends ces dernières impatiemment pour
les prochains jours. Si des mesures étaient prises, j'en tiendrais bien
sûr compte.
De Hoge Raad van Financiën
heeft zijn bedenkingen bij niet-
tijdelijke en niet strikt gerichte
maatregelen.
Ik wacht met ongeduld op de
adviezen die ik de Federale Raad
voor
Duurzame
Ontwikkeling
gevraagd
heb
ingeval
er
economische herstelmaatregelen
getroffen worden.
02.03 Georges Gilkinet (Ecolo-Groen!): Je vous remercie pour cette
réponse, monsieur le premier ministre. J'ai lu également
attentivement l'avis du Conseil supérieur des Finances. Tout indique
que l'on se trouve à la croisée des chemins: soit nous choisissons la
voie de l'austérité et des diminutions de dépenses; le cas échéant, il
conviendra de choisir lesquelles doivent diminuer. Je ne souhaite pas
que la sécurité sociale en pâtisse. Soit nous choisissons la voie de
l'investissement et de la réorientation de notre économie: nous
croyons plutôt en celle-là. Il est positif de demander des suggestions
au Conseil fédéral du Développement durable. Il en existe: en matière
d'isolation des maisons, le travail ne manque pas dans notre pays.
Je vous invite également à éviter, avec votre gouvernement, des
dépenses inutiles. Nous avons mis en évidence que la mesure ayant
augmenté la déductibilité fiscale des chèques-repas, y compris pour
les employeurs tout en n'ayant pas augmenté la valeur nominale des
chèques-repas, aura un coût budgétaire important pour l'État, sans
pour autant que ces dépenses aient contribué à une relance et à un
soutien de notre économie. Je ne voudrais pas qu'après avoir
dépensé l'argent de façon inconsidérée, il soit nécessaire d'opérer
des coupes claires dans des budgets sociaux essentiels. Le
réinvestissement et la réorientation de notre économie, même s'ils
doivent conduire à des déficits temporaires, et même si les déficits
existants sont importants, constituent notre vision.
Nous aurons l'occasion de vous interpeller à nouveau.
02.03 Georges Gilkinet (Ecolo-
Groen!): Ofwel kiezen we voor
bezuinigingen
en
een
uitgavenverlaging, maar dat mag
niet ten koste gaan van de sociale
zekerheid! Ofwel kiezen we voor
investeringen
en
een
heroriëntering van onze economie.
Wij hebben meer vertrouwen in de
tweede optie.
De
verhoogde
fiscale
aftrekbaarheid
van
de
maaltijdcheques, om maar iets te
noemen, zal de Staat veel geld
kosten zonder dat die maatregel
het herstel van onze economie in
de hand werkt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de eerste minister over "een nieuw incident tussen de
minister van Ontwikkelingssamenwerking en een Vlaams-Belanglid van de dienstreis van het Belgisch
Overlevingsfonds te Benin" (nr. 12047)
03 Question de M. Bart Laeremans au premier ministre sur "un nouvel incident survenu entre le
ministre de la Coopération au développement et un participant du Vlaams Belang à la mission du
Fonds belge de survie au Bénin" (n° 12047)
03.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de eerste
minister, ik denk dat ik u niet moet herinneren aan het incident dat wij
een aantal maanden geleden hebben gehad, in Rome, met minister
van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel. We hebben het er
nadien nog over gehad. Ik werd daar als commissievoorzitter nota
bene uitgesloten van officiële activiteiten op de ambassade door
toedoen van de minister. Daarvoor werden bovendien zelfs diensten
van de Kamer misbruikt.
03.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Voici quelques mois, le
ministre de la Coopération au
Développement m'a exclu de toute
participation
à
des
activités
officielles
organisées
à
l'ambassade de Belgique à Rome,
- je rappelle que je suis président
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Vorig week heeft zich opnieuw een toch wel merkwaardig incident
voorgedaan met minister Michel. Een delegatie van de Kamer was
samen met de minister in Benin. Daar werd die, waarschijnlijk omwille
van de financiële inbreng van dit land, in een of andere orde
aangesteld tot commandeur. Hij was commandeur dans l'ordre du
mérite du Bénin. Dat was blijkbaar een heel plechtig en heel groots
gebeuren waarbij ook parlementsleden aanwezig waren. De minister
van Buitenlandse Zaken van Benin heeft toen heel officieel alle
parlementsleden van die delegatie gevraagd om in de rij te gaan
staan en protocollair de minister van Ontwikkelingssamenwerking te
feliciteren met zijn inauguratie. Wat gebeurde er? Voor de ogen van
die buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders heeft minister Michel
publiek de hand geweigerd van onze collega Francis Van den Eynde.
Hij was zo beleefd om mee in de rij te gaan staan, terwijl hij ook had
kunnen besluiten om die man niet te gaan feliciteren. Hij was zo
beleefd zich te plooien naar dat soort geplogenheden en blijkbaar
werd hij toen publiek zwaar geschoffeerd in de ogen van ministers en
hoogwaardigheidsbekleders.
Het is de zoveelste keer dat we dit meemaken. Mijnheer de minister,
een dergelijke arrogantie is werkelijk onaanvaardbaar en
vernederend. Zoiets doet men niet in het buitenland. Ik wou u vragen
of u dit soort hatelijkheden tegen delegatieleden van de Kamer
aanvaardt in het buitenland door mensen van uw regering. Wat doet u
of hebt u gedaan om de minister terecht te wijzen en dit soort
incidenten in de toekomst te voorkomen?
de commission à la Chambre. Or
un
autre
incident
étonnant
impliquant le même ministre s'est
produit
la
semaine
passée.
Présent au Bénin en compagnie
d'une délégation de la Chambre, il
y fut fait commandeur. Le ministre
des Affaires étrangères du Bénin a
demandé
à
tous
les
parlementaires de se mettre en
rang et de féliciter le ministre
Michel. Devant les yeux des
dignitaires étrangers, le ministre
Michel a alors refusé de serrer la
main de M. Francis Van den
Eynde.
Une
telle
arrogance
est
inadmissible et humiliante. Le
premier ministre est-il d'accord
qu'un membre du gouvernement
traite ainsi un membre d'une
délégation de la Chambre, et ce à
l'étranger? Rappellera-t-il à l'ordre
le
ministre
Michel?
Quelles
mesures prendra-t-il pour éviter
que de tels incidents ne se
reproduisent à l'avenir?
03.02 Eerste minister Herman Van Rompuy: Mijnheer Laeremans,
het is mij bekend dat vorige week een parlementaire delegatie in de
werkgroep Belgisch Overlevingsfonds en de minister van
Ontwikkelingssamenwerking, de heer Michel, in Benin waren. Over
het voorval dat zich daar zou hebben voorgedaan tussen de minister
en een parlementslid heb ik nog niet de gelegenheid gehad met
minister Michel te spreken. Ik zal echter niet nalaten dat vrijdag in de
marge van de Ministerraad te doen.
03.02 Herman Van Rompuy,
premier ministre: Je n'ai pas
encore pu m'entretenir à ce sujet
avec le ministre Michel, mais je ne
manquerai pas de le faire en
marge du Conseil des ministres de
vendredi.
03.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): U bent heel diplomatisch in
uw taalgebruik want u laat niet uitschijnen in welke richting u met hem
zult spreken. Ik mag er eigenlijk toch van uitgaan dat u niet opgezet
bent met dergelijke activiteiten en dat u ook duidelijk aan de minister
te kennen geeft dat dit soort zaken geen herhaling verdienen,
integendeel zelfs? Als mensen zich misdragen als minister, dan horen
ze eigenlijk in de regering niet thuis. Als mensen niet de manieren of
het diplomatiek fatsoen hebben om als minister op te treden, dan
horen ze zeker op zo'n post niet thuis. Ze besmeuren niet alleen
zichzelf, ze bewijzen heel het land internationaal een slechte dienst.
Ze vertegenwoordigen ons land eigenlijk op een zeer onfatsoenlijke
wijze. Ik hoop dat u laat merken dat dit nu toch wel echt de laatste
keer is geweest.
03.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je suppose que le
premier ministre n'apprécie guère
ces initiatives et j'espère qu'il le
fera savoir haut et fort. Si d'aucuns
se méconduisent en tant que
ministre, ils n'ont pas leur place au
sein du gouvernement. La fonction
de ministre impose une certaine
correction politique. Si celle-ci
n'est pas respectée, c'est l'image
de notre pays qui en pâtit.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de Mme Juliette Boulet au premier ministre sur "le renfort de l'aide belge en Afghanistan"
04 Vraag van mevrouw Juliette Boulet aan de eerste minister over "het opvoeren van de Belgische
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
hulp in Afghanistan" (nr. 12143)
04.01 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le premier ministre,
je voudrais revenir à vos déclarations de vendredi en ce qui concerne
l'Afghanistan, tenues à l'occasion d'un forum réunissant de grandes
personnalités politiques européennes et américaines. Vous y avez fait
la promesse que la Belgique fournirait une aide supplémentaire aux
opérations internationales actuellement menées en Afghanistan.
Vous avez fait part de votre volonté de fournir un effort
supplémentaire pour l'action internationale. Vous avez ajouté que
vous alliez essayer qu'une contribution supplémentaire belge puisse
être décidée avant le sommet de l'OTAN, qui aura lieu les 4 et 5 avril.
- Pourriez-vous préciser la nature de cette aide supplémentaire?
Sera-t-elle civile ou militaire?
- Quels en seraient les objectifs?
- Quels seraient les délais de mise en place de cette aide? Quel est le
calendrier prévu?
- Une stratégie de sortie de l'Afghanistan est-elle envisagée? Une
date de fin est-elle prévue pour cette aide supplémentaire?
Cette décision a-t-elle déjà été discutée en Conseil des ministres ou
du moins avec les ministres de la Défense, des Affaires étrangères ou
de la Coopération au développement? Soumettrez-vous cette
proposition à la Chambre?
04.01 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Vorige vrijdag heeft u
tijdens een forumdiscussie beloofd
dat België zijn steun aan de
huidige operaties in Afghanistan
nog zou uitbreiden. U drukte ook
de wens uit dat België nog voor de
NAVO-top van 4 en 5 april een
beslissing
zou
nemen
met
betrekking tot een bijkomende
bijdrage aan de internationale
operatie. Is er al iets beslist?
04.02 Herman Van Rompuy, premier ministre: Mon intervention de
vendredi dernier au Brussels Forum portait sur les relations
transatlantiques, thème général du forum. Je peux d'ailleurs vous
fournir mon texte, qui est fort équilibré et beaucoup plus critique que
vous ne le croyez. Il a été notamment question de l'Afghanistan, qui
est l'un des sujets d'actualité brûlants.
Dans mon discours, je me suis en effet exprimé très brièvement sur la
contribution de la Belgique dans les termes suivants: "Je vais essayer
qu'une contribution complémentaire belge, de nature civilo-militaire,
puisse être décidée avant le sommet de l'OTAN prévu au début du
mois d'avril". La nature de cet effort est donc bien précisée, puisque la
connotation civile figurait dans mon discours.
Vous aurez aussi remarqué, comme toujours, la grande prudence de
mes propos. Vous trouverez rarement en moi des opinions radicales.
Je suis clair, mais jamais radical.
Sur le fond, il s'agit pour la Belgique de voir dans quelle mesure elle
pourra participer à un effort supplémentaire de la communauté
internationale. Le vice-président des États-Unis, Joe Biden, lors de sa
récente visite à Bruxelles, m'a longuement exposé les vues de
l'administration Obama. Cette entrevue s'est déroulée en compagnie
de MM. De Crem, ministre de la Défense, et De Gucht, ministre des
Affaires étrangères. M. Biden a appelé de ses voeux un effort collectif,
sans pour autant dicter d'actions précises à ses partenaires. Cela
illustre bien le changement de mentalité de la nouvelle administration
américaine. Celle-ci propose que nous nous mettions d'accord sur
une approche commune et que chacun participe ensuite aux efforts
en fonction de ses possibilités propres. C'était le sens du message du
vice-président Joe Biden.
04.02 Eerste minister Herman
Van
Rompuy:
Tijdens
mijn
uiteenzetting vorige vrijdag op het
Brussels Forum, waar met name
sprake was van Afghanistan, heb
ik mij uitgedrukt in de volgende
bewoordingen: "Ik zal ernaar
streven dat vóór de begin april
geplande
NAVO-topontmoeting
beslist wordt dat België een extra-
bijdrage van civiele en militaire
aard levert".
In welke mate kan België
bijdragen tot het leveren van een
extra-inspanning
van
de
internationale gemeenschap? De
vicepresident van de Verenigde
Staten, de heer Joe Biden, heeft
mij het standpunt van de regering
Obama uitgebreid toegelicht in
aanwezigheid van de ministers De
Crem en De Gucht. Een van zijn
vurige wensen is een collectieve
inspanning maar daarom legt hij
nog geen precieze acties op aan
zijn partners.
De nieuwe aanpak is er een van
meer integratie. Naast de zuivere
veiligheidsaspecten,
wil
hij
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
La nouvelle approche se veut globale et plus intégrée. À côté des
aspects purement sécuritaires, il faut aider l'Afghanistan à se prendre
lui-même en charge en développant ses propres capacités. La priorité
est à l'accompagnement du processus électoral en cours, mais aussi
à un mélange d'actions de nature civile et multisectorielle,
comprenant la formation des forces de police et de l'armée ou encore
le développement d'infrastructures directement en rapport avec la
population.
Le maître-mot est celui de l'"afghanisation" dans une perspective
claire de sortie (exit strategy) à terme.
Un groupe de travail intercabinets se penche actuellement sur le
dossier en vue d'une prochaine saisine par le Conseil des ministres
restreint, le kern.
Je ne manquerai pas d'ailleurs d'informer, le cas échéant, le
Parlement du suivi de ce dossier lors du briefing que je viendrai faire
la semaine prochaine sur la préparation du sommet de l'OTAN qui se
tiendra les 3 et 4 avril prochains.
On constate donc un changement très net dans la position des États-
Unis. Je crois qu'il est tout à fait indiqué que la Belgique, si elle en a
les moyens, si son gouvernement trouve en son sein un accord sur
les initiatives à prendre, participe à cette nouvelle stratégie qui est,
comme je viens de le dire, multisectorielle et qui contient un chapitre
"exit". Ce chapitre constitue toujours le chapitre le plus difficile. Y aller
c'est une chose mais en sortir, c'est souvent autre chose.
Afghanistan de eigen capaciteiten
helpen ontwikkelen. De prioriteit
ligt bij de begeleiding van het
verkiezingsproces, maar er gaat
ook aandacht naar de opleiding
van politie en leger en naar de
ontwikkeling van infrastructuur die
de
bevolking
rechtstreeks
aanbelangt.
Het sleutelwoord is "afghanisering"
met het duidelijke perspectief van
terugtrekking voor ogen. Een
interkabinettenwerkgroep
buigt
zich momenteel over het dossier
om het binnenkort aan de Kern
voor te leggen. Het Parlement zal
op de hoogte worden gebracht van
het vervolg van het dossier bij de
briefing over de voorbereiding van
de volgende NAVO-top. Er is een
heel duidelijke verandering vast te
stellen in het standpunt van de
Verenigde Staten. België zou aan
die
nieuwe
multisectorale
strategie, waaronder het hoofdstuk
"exit", moeten deelnemen.
04.03 Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le premier ministre,
je vous remercie pour votre réponse.
Je n'étais pas présente vendredi soir. Je serai donc ravie de pouvoir
lire les informations contenues dans votre intervention plus en détail.
C'est effectivement ce qu'on pouvait lire dans la presse les jours qui
ont suivi. Vous pouvez constater que cela suscite bon nombre de
réactions. En effet, beaucoup de questions sont inscrites à l'ordre du
jour de la commission des Relations extérieures, à destination du
ministre des Affaires étrangères et malheureusement pas à vous, sur
ce sujet précis.
Il est important qu'on puisse prendre en considération la nouvelle
stratégie de Barack Obama et Joe Biden.
Cela étant dit, j'ai été interpellée par votre volonté de prendre une
décision avant le sommet de l'OTAN. J'avais l'impression que seuls
des renforts militaires seraient prévus et que vous vouliez les
annoncer lors du sommet de l'OTAN. J'entends bien que vous parlez
de renforts civilo-militaires. C'est important.
Nous sommes bien entendu favorables à votre approche et plaidons
depuis longtemps pour envisager de façon globale et multidisciplinaire
le conflit en Afghanistan et en tout cas les pistes de résolution et de
sortie de ce conflit.
Beaucoup de personnes haut placées, même dans le milieu militaire,
04.03 Juliette Boulet (Ecolo-
Groen!): Het is goed de nieuwe
strategie van de heren Obama en
Biden in overweging te nemen.
Maar dat gezegd zijnde, voel ik me
aangesproken door uw voornemen
om een beslissing te nemen voor
de
NAVO-topontmoeting.
Ik
begrijp wel dat u spreekt over
civiele en militaire versterking. Dat
is belangrijk.
We zijn uw aanpak, namelijk het
conflict in Afghanistan en de
mogelijkheden om het conflict op
te lossen en eruit te treden door
het globaal en multidisciplinair te
bekijken, gunstig gezind. Het is tijd
dat de regeringen in Europa hun
voornemen
om
een globale
oplossing te vinden, coördineren.
De gemeenschappelijke noemer is
een stabiele en democratische
voor
alle
etnische
groepen
representatieve regering op de
been te kunnen helpen.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
ont insisté sur le fait qu'il n'était plus possible de sortir du conflit
uniquement en envisageant la voie militaire. Il est temps que les
gouvernements en Europe puissent coordonner leur volonté de
rechercher une solution globale.
Cela fait des années qu'on parle d'"afghanisation" mais il y a peu de
personnes qui l'envisagent vraiment et qui mettent réellement de mots
derrière ce terme. Notre volonté est de pouvoir mettre en place un
gouvernement stable et démocratique qui soit représentatif de toutes
les ethnies. Telle est aussi la volonté d'Obama: envisager une porte
de sortie démocratique et stable pour l'Afghanistan.
Je me réjouis et serai attentive aux prises de position du
gouvernement belge sur l'Afghanistan, avant et après le sommet de
l'OTAN.
Je suivrai donc avec attention les déclarations relatives au sommet de
l'OTAN.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: M. Bonte ne nous fait pas l'honneur de sa visite. Les cieux sont déchaînés.
Est-ce la deuxième fois qu'il reporte sa question?
On m'indique que oui. N'étant pas excusé, son interpellation n° i281 est définitivement retirée. Les cieux
sont avec nous.
Monsieur le premier ministre, je vous souhaite un bon après-midi.
Et Mme Turtelboom va nous rejoindre incessamment.
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de klacht van de
advocaten over het uitblijven van de nieuwe regularisatiecriteria" (nr. 11818)
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het overleg met
betrekking tot het migratiebeleid" (nr. 11991)
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de nieuwe acties in het
kader van de regularisatieproblematiek" (nr. 12044)
05 Questions jointes de
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "la plainte des avocats
relative à l'absence de nouveaux critères de régularisation" (n° 11818)
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "la concertation relative à
la politique de migration" (n° 11991)
- Mme Leen Dierick à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les nouvelles actions dans
le cadre du problème des régularisations" (n° 12044)
05.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, het heeft misschien niet veel zin de hele vraag af te lezen,
ook gelet op de voorgeschiedenis van vanmorgen. Het blijkt nu dat de
regering nog altijd niet tot een eensgezind standpunt is gekomen in
verband met het regularisatiedossier. Ik weet niet of ik nog andere
vragen kan stellen, maar mijn vragen zijn niet anders dan de vorige
keer.
Zal er nog een consensus komen?
05.01 Sarah Smeyers (N-VA): Il
semble que le gouvernement ne
soit pas encore parvenu à adopter
une position unanime en ce qui
concerne
les
dossiers
de
régularisation. Un consensus sera-
t-il dégagé? Combien de temps
cela
demandera-t-il
encore?
Quelle orientation prendra ce
consensus? De quels aspects est-
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Hoeveel tijd zal dat nog vergen?
In welke richting zal het gaan?
Over welke aspecten wordt er concreet gesproken?
Waarom moet er zoveel onduidelijkheid zijn over wat toch zeer
duidelijk in uw beleidsnota staat?
Ik kan mijn vraag volledig voorlezen, maar de geschiedenis is gekend.
Er waren onder meer de klacht van universiteiten en de manifestaties
van vorige week.
il débattu concrètement? D'ou
vient tout cette imprécision à
propos d'un sujet qui figure
clairement dans la note de
politique générale?
05.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter,
collega's, we hebben vanochtend geen akkoord bereikt in het asiel-
en migratiedossier. De voorbije weken zijn er bilaterale gesprekken
gevoerd tussen de premier, minister Arena en mijzelf in eerste
instantie, in de hoop het dossier te deblokkeren. Economische
migratie, verblijf door werk, u weet dat het een dossier is met heel
veel aspecten. Daarom hebben wij deze ochtend met de kern beslist
om de bilaterale gesprekken de komende weken voort te zetten. Ik
voeg daar in alle eerlijkheid aan toe dat wij op dit ogenblik in het
globale asiel- en migratiedossier nog geen akkoord hebben bereikt.
U verwees in uw vraag naar de dagvaarding van de twaalf advocaten.
In het raam van de scheiding der machten lijkt het mij niet verstandig
om me daarover uit te spreken. Ik laat dit dossier in handen van het
gerecht. Discretie is de beste manier om tot een akkoord te komen.
Dat zijn afspraken die de gesprekken in een kleine groep houden,
hopend om zo in kleine stappen vooruit te gaan.
Ik zal niet ontkennen dat ik tegen een heel brede regularisatie ben.
Dat vond ik gisteren niet, vandaag niet en ook morgen niet. Dit
dossier gaat om de interpretatie die men geeft aan het regeerakkoord.
Ik pleit er voor om daar geen ruime interpretatie aan te geven, dat is
niet verstandig. Mensen krijgen alleen papieren maar geen toekomst.
05.02
Annemie
Turtelboom,
ministre: Aucun accord n'a pu être
conclu ce matin dans le dossier
relatif à l'asile et à la migration
malgré les entretiens bilatéraux
des dernières semaines. Je ne
démens pas être opposée à une
régularisation étendue et c'est
pourquoi je préconise de ne pas
interpréter trop largement l'accord
de gouvernement. Pour le reste, la
discrétion est la meilleure manière
de parvenir à un accord, à mon
estime.
05.03 Sarah Smeyers (N-VA): Ik begrijp ten volle dat u geen details
kunt geven en dat het evenmin verstandig zou zijn om dat te doen.
In de pers is te lezen: hoe dichter de verkiezingen naderen, hoe
moeilijker het is om tot een akkoord te komen.
Ik herhaal dat ik uw volharding het op prijs stel. Op dat punt zijn we
het eens. Er moet geen brede regularisatie komen. Die mensen
hebben een toekomst nodig. Het is een verkiezingsbelofte geweest,
niet alleen van uw partij, en het is duidelijk dat de meerderheid van de
bevolking deze piste verkiest. Ik hoop dat die er uiteindelijk ook zal
komen.
Ik vrees dat de onderhandelingen nog een lange weg te gaan hebben
en dat het probleem pas na de Vlaamse verkiezingen, en liefst voor
de volgende verkiezingen, zal worden opgelost. Veel succes.
05.03 Sarah Smeyers (N-VA): Je
comprends que la ministre ne
puisse pas fournir trop de détails
et j'apprécie sa ténacité, car une
régularisation étendue n'est pas
souhaitable. Ce problème ne sera
probablement résolu qu'après les
élections en Flandre, mais il le
sera de préférence avant les
prochaines élections fédérales.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de Mme Karine Lalieux à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
06 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de
asielprocedures" (nr. 11436)
06.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, afin de compléter ma récolte de données chiffrées sur les
régularisations que j'ai entreprise depuis quelques semaines via les
diverses questions que je vous ai adressées, j'aimerais encore vous
poser les deux questions suivantes:
1) Quel est le nombre de personnes n'ayant pas été régularisées et
dont les procédures d'asile pendantes durent depuis au moins trois
ans pour des familles avec enfants et quatre ans pour des personnes
sans enfant?
2) Quel est le nombre de personnes n'ayant pas été régularisées et
dont les procédures d'asile clôturées ont duré au moins trois ans pour
des familles avec enfants et quatre ans pour des personnes sans
enfant?
Ces données sont importantes pour le dossier de régularisation.
06.01 Karine Lalieux (PS):
Hoeveel
niet-geregulariseerde
personen hebben al minstens drie
jaar een asielprocedure lopen,
voor gezinnen met kinderen, en
vier jaar, voor personen zonder
kinderen?
Wat
is
het
aantal
niet-
geregulariseerde personen wier
afgeronde
asielprocedure
minstens drie jaar heeft geduurd,
voor personen met kinderen, en
vier jaar, voor personen zonder
kinderen?
06.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, je
souhaite tout d'abord insister sur le fait que les personnes qui entrent
en ligne de compte pour une régularisation en raison d'une procédure
d'asile déraisonnablement longue doivent évidemment introduire une
demande à cet effet. Par cette demande, elles doivent attester de leur
intérêt d'obtenir un titre de séjour en Belgique et signifier qu'elles
résident toujours en Belgique. Il n'y a pas d'automaticité entre les
deux procédures qui ont chacune leur finalité: la procédure d'asile
vise l'obtention d'un statut de protection internationale, la procédure
en application de l'article 9bis de la loi sur les étrangers vise
l'obtention d'une autorisation de séjour et est donc seulement une
procédure d'immigration.
En ce qui concerne les procédures d'asile déraisonnablement
longues, seules les décisions favorables sont répertoriées. Il y a eu
4.995 décisions favorables, ce qui correspond à 8.369 personnes.
Comme je l'ai déjà dit, la raison pour laquelle on ne répertorie que les
décisions favorables est qu'il importe de pouvoir constater à quel
degré les régularisations se traduisent en immigration.
06.02
Minister
Annemie
Turtelboom: De personen die
voor regularisatie in aanmerking
komen op grond van een
onredelijk lange asielprocedure
moeten daartoe een aanvraag
indienen. De asielprocedure is
gericht op het verkrijgen van een
internationaal
beschermingsstatuut,
de
procedure met toepassing van
artikel
9bis
van
de
vreemdelingenwet
is
een
immigratieprocedure.
Er
werden
4.995 gunstige
beslissingen genomen in verband
met
onredelijk
lange
asielprocedures, met betrekking
tot 8.369 personen. Enkel de
gunstige
beslissingen
worden
geregistreerd.
06.03 Karine Lalieux (PS): Madame la ministre, vous comprenez
bien que si je vous pose cette question, c'est parce que dans la
déclaration gouvernementale, un des critères de régularisation
concerne les personnes pour qui la procédure est très longue. Il est
bien dommage qu'on ne dispose pas du nombre de refus. Le fait de
ne disposer que des chiffres positifs ne correspond pas à une gestion
logique de ce type de dossiers.
Les chiffres que vous m'avez donnés concernent-ils le total des
décisions favorables ou uniquement les décisions favorables en
fonction des deux critères?
06.03 Karine Lalieux (PS): Ik
betreur dat we niet over cijfers
betreffende het aantal afgewezen
aanvragen beschikken. Hebben
die cijfers betrekking op het totale
aantal gunstige beslissingen?
06.04 Annemie Turtelboom, ministre: C'est le chiffre total.
06.04
Minister
Annemie
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Turtelboom: Ik gaf u het globale
cijfer.
06.05 Karine Lalieux (PS): Ne pouvez-vous pas me communiquer
des statistiques sur base de critères particuliers?
06.05 Karine Lalieux (PS): Kan u
me geen statistieken bezorgen op
grond van bepaalde criteria?
06.06 Annemie Turtelboom, ministre: Si ma mémoire est bonne, je
dirais 2.000 pour des raisons humanitaires. Je peux vous envoyer ces
chiffres.
06.06
Minister
Annemie
Turtelboom: Uit het hoofd zou ik
zeggen
2.000 gevallen
om
humanitaire redenen. Ik kan u de
cijfers bezorgen, zo u wenst.
06.07 Karine Lalieux (PS): Je vous en remercie, c'est important.
06.07 Karine Lalieux (PS):
Graag, die cijfers zijn belangrijk.
06.08 Annemie Turtelboom, ministre: Il y en a 3 ou 4.000 pour
raisons médicales et 2 ou 3.000 pour les longues procédures.
Il y a encore un arriéré de trois ou quatre ans en ce qui concerne les
longues procédures. Ce sont les cas des "vaste beroepscommissies."
06.08
Minister
Annemie
Turtelboom:
Zo'n
3
à
4.000 aanvragen
werden
ingewilligd op medische gronden
en zo'n 2 à 3.000 op grond van
een te lange procedure. Er is nog
een achterstand van drie of vier
jaar wat de lange procedures
betreft.
06.09 Karine Lalieux (PS): Je vous remercie donc de me faire
parvenir les données chiffrées.
Le président: Vous pouvez faire parvenir ces documents au
secrétariat de la commission.
De voorzitter: Ik verzoek u die
stukken aan het secretariaat van
de commissie te bezorgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de boycot van
Vlaamse burgemeesters tegen uitdrijving" (nr. 11831)
07 Question de M. Peter Logghe à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "le boycottage
organisé par des bourgmestres flamands opposés aux expulsions" (n° 11831)
07.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, ik
stelde u enkele maanden geleden al eens een mondelinge vraag
betreffende bepaalde Vlaamse burgemeesters die er zich op beriepen
dat ze geen namen en gegevens van uitgeprocedeerde asielzoekers
meer doorspeelden aan de politiediensten. Op die manier zouden zij
de goede werking van de politie verhinderen. U herinnert zich dat ik u
vroeg om op te treden. U meldde op mijn mondelinge vraag dat er op
dat moment geen Vlaamse burgemeesters bekend waren die zouden
vervolgd worden, omdat er ook geen overtredingen waren gemeld op
dat moment.
Mevrouw de minister, is die toestand ondertussen gewijzigd? Hebt u
ondertussen weet van burgemeesters die weigeren om gegevens
door te sturen naar de politiediensten?
Op welke manier wordt dat gecontroleerd? Ik meen te weten dat er
toch verschillende politiediensten zijn in West-Vlaanderen die gevallen
07.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'avais demandé à la
ministre de prendre des mesures
à l'encontre des bourgmestres qui
refusaient de transmettre aux
services de police les noms et
coordonnées
de
demandeurs
d'asile déboutés. Il y a quelques
mois, elle a répondu qu'aucun
bourgmestre
flamand
n'était
poursuivi à ce moment étant
donné qu'aucune infraction n'avait
été signalée.
La ministre a-t-elle connaissance,
dans l'intervalle, de bourgmestres
qui auraient refusé de transmettre
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
kennen waarin ze eigenlijk zouden moeten optreden, maar die niet
kunnen optreden, omdat de gegevens door de burgemeester niet
worden doorgespeeld.
Zou het niet nuttig kunnen zijn om bij elke weigering van asiel die door
de dienst Vreemdelingenzaken aan de burgemeester wordt bezorgd
met het oog op uitdrijving, een document bij te voegen waarop de
burgemeester vermeldt op welke datum hij de politiediensten van
welke gegevens in kennis heeft gesteld?
Ten slotte - en hierop mag u schriftelijk antwoorden of dit bij het
verslag laten voegen -, hoeveel uitgeprocedeerden werden er sinds
begin 2009 aan de verschillende gemeenten bekendgemaakt? Ik had
liefst het aantal per gemeente of per stad, als dat voor u materieel
mogelijk is.
ces données? Comment contrôle-
t-on le respect des règles en la
matière? Ne serait-il pas utile de
joindre à chaque notification d'un
refus d'asile envoyée par l'Office
des étrangers au bourgmestre aux
fins d'expulsion un document sur
lequel
le
bourgmestre
mentionnerait la date à laquelle il a
transmis les données aux services
de police ainsi que la nature de
ces informations?
Combien de dossiers relatifs à des
demandeurs d'asile déboutés ont
fait l'objet d'une notification aux
différentes communes depuis le
début de l'année?
07.02 Minister Annemie Turtelboom: Ik zal een stuk van het
antwoord op een vraag van 4 juni 2008 herhalen. Het probleem van
het al dan niet doorspelen van gegevens door de burgemeester aan
de politie doet zich niet meer voor. Het systeem dat vandaag
gehanteerd wordt, maakt dat immers niet meer noodzakelijk.
Voor de asielprocedure worden de asielbeslissingen en dus ook het
bevel om het grondgebied te verlaten sinds februari 2008 betekend
via een aangetekende zending en doorgestuurd naar het gekozen
procedureadres van de betrokken vereniging. De gemeenten worden
hierbij niet meer betrokken. Zij worden alleen nog van geïnformeerd
dat het bevel om het grondgebied te verlaten, is opgestuurd.
De opdracht om over te gaan tot een adrescontrole, om na te gaan of
de betrokken vreemdeling gevolg heeft gegeven aan het bevelschrift
om het grondgebied te verlaten, wordt daarentegen wel gegeven aan
de burgemeester. Toch worden tegelijkertijd ook steeds de betrokken
politiediensten daarvan op de hoogte gebracht. Een probleem van
informatie-uitwisseling tussen een burgemeester en een korpschef
zou normalerwijs dus niet verhinderen dat de politie ook over de
nodige informatie beschikt om op te treden.
Bij de dienst Vreemdelingenzaken is er een dienst die instaat voor de
controle van de gemeenten, met betrekking tot het naleven van de
vreemdelingenreglementering. Als een burgemeester weigert zijn of
haar plicht te vervullen, dan maant de DVZ hem of haar aan de
wettelijke bepalingen na te leven. Van dat aanmanend schrijven wordt
steeds een kopie overgezonden aan de procureur des Konings en
aan de gouverneur van de provincie.
Wat de laatste vraag betreft, van begin januari tot eind februari 2009
werden 492 bevelschriften om het grondgebied te verlaten aan de
betrokkenen bezorgd. Een verdere opsplitsing per gemeente levert
geen relevante gegevens op, omdat de effectieve woonplaats van de
vreemdeling niet noodzakelijk dezelfde is als de gekozen woonplaats.
Indien u alsnog cijfergegevens wenst inzake het aantal aangetekende
zendingen per gemeente, dan kan ik u die wel bezorgen, maar
aangezien het enige tijd vergt om de statistieken uit het systeem te
halen, stel ik voor om u die gegevens schriftelijk te bezorgen.
07.02
Annemie
Turtelboom,
ministre: Dans le cadre du
système appliqué aujourd'hui, il
n'est plus nécessaire que le
bourgmestre communique des
données à la police. Depuis février
2008, les ordres de quitter le
territoire sont signifiés par lettre
recommandée à l'adresse de
procédure. La commune est
encore seulement informée de la
signification d'un ordre de quitter le
territoire. La mission visant à
contrôler
si
l'étranger
s'est
conformé à l'ordre est toutefois
confiée
au
bourgmestre.
Parallèlement, les services de
police sont informés. En principe,
un
échange
d'informations
défaillant entre un bourgmestre et
un chef de corps n'empêchera pas
la police de disposer tout de
même
des
informations
nécessaires pour intervenir.
Un département spécial de l'Office
des étrangers (OE) est chargé de
contrôler les communes en ce qui
concerne le respect de la
réglementation
relative
aux
étrangers. Si un bourgmestre
refuse de se conformer à ses
obligations, l'OE le sommera de
respecter la loi et enverra une
copie de cette lettre recommandée
au procureur du Roi et au
gouverneur de province.
Au cours des deux premiers mois
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
de 2009, 492 ordres de quitter le
territoire ont été signifiés. Une
répartition par commune n'a aucun
sens étant donné que l'adresse de
procédure
n'est
pas
nécessairement la même que
celle du domicile effectif. Je
fournirai par écrit les chiffres
relatifs aux envois recommandés
par commune.
07.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, de
asielbeslissingen worden dus naar het procedureadres gestuurd. De
gemeente wordt daarin niet meer gekend, als ik het goed begrepen
heb. Ik veronderstel dat er daarvan geen kopie naar de politiediensten
gestuurd wordt.
07.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La décision en matière
d'asile est envoyée à l'adresse de
procédure. La commune n'est pas
associée à cette démarche et je
présume qu'aucune copie de cet
envoi n'est transmise aux services
de police.
07.04 Minister Annemie Turtelboom: Het bevelschrift om het
grondgebied te verlaten, wordt aan de burgemeester gegeven. Toch
worden tegelijkertijd ook steeds de betrokken politiediensten daarvan
op de hoogte gebracht. Als er een communicatiestoornis zou zijn
tussen beide, dan kan dat dus eigenlijk geen argument zijn.
07.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Ik dank u voor uw antwoord.
Ik meen dat het volledig was.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Chers collègues, les questions n
os
9950 et 9923 de M. Bonte sont retirées en raison de
l'absence de ce dernier pour la quatrième fois consécutive. Mme Genot étant absente, sa question
n° 12120 est reportée.
Nous attendons quelques instants que le ministre de l'Intérieur nous rejoigne.
08 Question de Mme Karine Lalieux au ministre de l'Intérieur sur "le financement des six zones de
08 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de financiering
van de zes Brusselse politiezones" (nr. 11931)
08.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, la situation
financière des zones de police devient de plus en plus problématique
et, ce, pour l'ensemble des zones de police du pays. Ce furent
d'abord les zones rurales les plus touchées et, depuis quelques
années, c'est aux finances des zones urbaines d'être dans le rouge.
Pour l'ensemble de la Belgique, on compte un déficit de 9 millions
d'euros, dont 1,4 pour les seules communes bruxelloises!
Les causes semblent se trouver dans le financement même des
zones car l'intervention du fédéral se calcule sur base de l'indexation
liée à la santé et non pas sur l'indexation liée aux revenus. Cela pose
bien évidemment des problèmes car la majeure partie du budget des
zones est dédiée aux salaires du personnel de police qui ont connu
des indexations successives. Par ailleurs, vous avez pris des
mesures en faveur du personnel de police sans consulter les
08.01 Karine Lalieux (PS): De
financiële
situatie
van
de
politiezones is problematisch. De
financiering ervan door de federale
overheid wordt berekend op grond
van de gezondheidsindex en niet
op grond van de loonindex, terwijl
het grootste deel van het budget
naar lonen van het personeel gaat.
In Brussel heeft de federale
overheid naar verluidt beslist een
deel van het tekort aan te
zuiveren. Is ze van plan een
bijkomende inspanning te doen
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
communes, ce qui va encore engendrer des coûts supplémentaires
pour ces dernières.
Pour en revenir à Bruxelles, monsieur le ministre, d'après mes
informations, le fédéral a décidé de combler une partie du déficit
budgétaire à hauteur de 800.000 euros. Qu'en est-il des
600.000 euros restant que ne peuvent supporter seules les
communes bruxelloises? Est-ce que l'État fédéral compte faire un
effort supplémentaire?
Je tiens à rappeler que les zones de Bruxelles, de par le statut
international de la ville, ont des besoins plus importants que d'autres
zones. Vous savez à quel point les sommets européens requièrent la
présence des forces de l'ordre. En tant qu'échevine de la Ville de
Bruxelles, je peux vous dire que tout repose sur nous et que la police
fédérale ne fait plus rien. Nous procurons même ses gardes du corps
à M. Sarkozy!
Plus sérieusement, j'ai également lu dans la presse qu'un député
bruxellois a lancé l'idée de la création d'une seule et unique zone pour
Bruxelles, ce qui réduirait les coûts. Quel est votre avis sur le sujet?
De plus, monsieur le ministre, suite à une question de mon collègue
Thiébaut sur le rapport des universités concernant la révision de la
norme KUL, vous avez répondu que ce dernier était trop vague et ne
pouvait être utilisé. Que comptez-vous faire maintenant en ce qui
concerne la révision de cette norme qui semble aujourd'hui inadaptée,
le budget bruxellois en déficit et l'indexation du financement des
zones, conformément à l'indexation des salaires?
voor het saldo? Ik herinner eraan
dat de zones van Brussel, gelet op
het internationaal statuut van de
stad, grotere behoeften hebben
dan de andere zones. Mijnheer de
minister, ik wilde ook weten wat u
denkt van de idee van een
eengemaakte zone voor Brussel.
Het verslag van de universiteiten
betreffende de herziening van de
KUL-norm,
die
voor
elke
gemeente
de
lokale
politiecapaciteit vastlegt, leek u
niet bruikbaar. Wat bent u van
plan?
08.02 Guido De Padt, ministre: Chère collègue, tout d'abord, je tiens
à dire qu'il y a un malentendu que j'ai déjà essayé de dissiper auprès
de votre collègue Michel Doomst, sans succès semble-t-il. Ce déficit
n'en est pas un! Il s'agit du montant correspondant au complément
d'indexation de la dotation de base pour l'année 2008 devant encore
être payé par l'autorité fédérale aux zones de police.
Depuis l'origine de la réforme, l'indexation intervient en deux phases:
d'abord, lors de la définition initiale de la dotation de base sur la base
d'une prévision de l'évolution de l'indice santé pour l'année à venir;
ensuite, à l'issue de l'exercice concerné, on régularise par rapport à
l'évolution effective de l'indice santé arrêté au mois de décembre de
l'année considérée.
En la présente circonstance et en fonction de l'évolution de l'indice
santé constaté en décembre 2008 pour opérer l'indexation
complémentaire afférente à l'année 2008, il s'agit du montant global
de 9 millions d'euros, dont 1,4 reviendra effectivement aux zones de
police bruxelloises.
De manière totalement indépendante de ce mécanisme d'indexation,
le gouvernement a décidé, fin de l'année dernière, de créditer les
zones de police d'une allocation complémentaire unique et spécifique.
Dans ce cadre, les zones de police bruxelloises ont déjà reçu un
complément de subvention s'élevant à 800.000 euros. Le montant de
1,4 million d'euros et celui de 800.000 euros se cumulent et sont à la
charge exclusive de l'autorité fédérale. Il ne saurait être question de
déduire le second du premier pour conclure à un effort
08.02 Minister Guido De Padt:
Men kan dat geen tekort noemen!
Dat
bedrag
is
de
indexeringstoeslag
op
de
basisdotatie voor het jaar 2008,
die aan de politiezones nog moet
worden betaald door de federale
overheid. De indexering gebeurt
immers in twee stappen: de eerste
op grond van een raming en een
tweede bij de regularisering, na
afloop van het financieel jaar, op
grond van effectieve gegevens.
Totaal
los
van
dat
indexeringsmechanisme hebben
de politiezones een aanvullende
eenmalige en specifieke toelage
ontvangen bovenop de indexering.
Op lokaal niveau is een nieuw
denken over het opdelen van de
zones
tot
stand
gekomen.
Schaalvergroting zou de kosten
naar beneden halen, wat positief
zou
zijn
in
de
moeilijke
begrotingstijden
die
we
doormaken.
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
complémentaire sollicité des communes.
En une période budgétaire difficile, tous les facteurs de réduction des
coûts sont naturellement les bienvenus. Une augmentation d'échelle
des zones de police a pareil effet, la recherche scientifique le prouve.
Plus le nombre de communes est important dans la zone de police,
moins la contribution financière communale par habitant est
importante. C'est la théorie économique. Cependant, vous savez qu'il
y a d'autres contingences qui ont joué dans la définition des zones de
police actuelles. Je constate qu'une nouvelle réflexion se tient à ce
sujet au niveau local.
Je suis naturellement disposé à doter les autorités locales des outils
nécessaires à cette réflexion ainsi que des dispositifs légaux et
réglementaires qui pourraient s'imposer pour un nouveau découpage
des zones de police. Mais le mouvement doit venir avant tout du
niveau local.
La recherche scientifique que vous évoquez a conclu en faveur d'une
approche désormais fonctionnelle du financement, ce qui suppose la
disponibilité de données qui sont inexistantes aujourd'hui. Mon
administration réfléchit actuellement aux modalités les plus
opportunes pour la mise en place des dispositifs permettant de les
recueillir.
De
conclusie
van
het
wetenschappelijk onderzoek pleit
voor een functionele aanpak van
de financiering. Mijn administratie
denkt na over de middelen die
nodig zijn om de nodige gegevens
daartoe te verzamelen.
08.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour cette réponse fort complète et pour la dissipation du malentendu
existant entre les deux zones. Je transmettrai votre réponse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de Mme Karine Lalieux au ministre de l'Intérieur sur "le changement de local de la police
fédérale des chemins de fer à Bruxelles" (n° 12064)
09 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het betrekken
van andere lokalen in Brussel door de federale spoorwegpolitie" (nr. 12064)
09.01 Karine Lalieux (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, cela fait trois ans que la police fédérale des chemins de fer
opère Gare du Midi depuis des locaux se trouvant dans un état
d'insalubrité avancé, état dénoncé par la médecine du travail. Ces
locaux étant condamnés à court terme, on pensait qu'un accord entre
la SNCB et la police fédérale allait permettre aux agents chargés de
la sécurité sur le rail d'opérer à partir d'un bâtiment conforme aux
normes.
La SNCB a proposé de mettre à disposition de la police des chemins
de fer, un bâtiment de 1.500 m² sur le site du Midi devant être rénové.
Malheureusement, il semble que cet accord soit tombé à l'eau. La
SNCB exigeait un loyer annuel de 280.000 euros, trop lourd à
supporter pour la police fédérale, ce que je peux comprendre.
En conclusion, au lieu de bénéficier de locaux se trouvant au sein de
la gare, la police des chemins de fer risque de se délocaliser à
Etterbeek dans les anciennes casernes de la gendarmerie se situant
à 30 minutes en métro des gares du Nord et du Midi. Cette situation
ne pourrait qu'engendrer plus d'insécurité sur le site de la Gare du
Midi car les délais d'intervention seraient beaucoup trop longs.
09.01 Karine Lalieux (PS): De
federale spoorwegpolitie werkt al
drie jaar vanuit het Zuidstation in
ongezonde lokalen, die door de
arbeidsgeneeskunde
scherp
bekritiseerd worden. De NMBS
heeft een gebouw voorgesteld,
maar het akkoord zou afgeblazen
zijn omdat het door de NMBS
gevraagde huurgeld te zwaar om
dragen was voor de federale
politie. Die loopt nu het risico te
worden
overgeplaatst
naar
Etterbeek, met de metro dertig
minuten verwijderd van het Noord-
en
Zuidstation.
Dusdanige
interventietijden
kunnen
de
onveiligheid in het Zuidstation, dat
een van de grootste stations qua
reizigersstromen is in België,
alleen maar doen toenemen.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Je rappelle que la Gare du Midi est une des plus importantes de
Belgique en termes de flux de voyageurs. Un grand nombre de
touristes y passent et le taux de délinquance y est énorme. Il suffit de
le demander aux hommes d'affaires à qui on a volé mallette ou valise.
Monsieur le ministre, j'ai plusieurs questions à vous poser à ce
propos.
- Comment expliquez-vous les prix exorbitants de la SNCB? J'ai posé
la même question à votre collègue ministre des Entreprises publiques.
- La SNCB n'a-t-elle pas conscience du renforcement de l'insécurité
qu'engendrerait une délocalisation si importante? Son but n'est-il pas
de se préoccuper de la sécurité de ses voyageurs?
La SNCB porte une lourde responsabilité lorsqu'elle demande
280.000 euros par an à une autre institution, publique elle aussi, il ne
faut pas l'oublier!
À ce propos, il serait trop facile d'incriminer la seule SNCB car je
rappelle qu'il est du ressort du fédéral de s'occuper de la sécurité
dans les gares.
- Qu'envisagez-vous de faire pour que les services de police puissent
assurer effectivement et efficacement la sécurité dans les gares? Si la
situation reste en l'état, soit une délocalisation des locaux, la sécurité
des voyageurs ne serait plus assurée.
- Des négociations ont-elles lieu avec la SNCB afin de trouver un
accord à très court terme? En l'absence de consensus, ne pensez-
vous pas qu'il y aurait lieu de trouver d'autres locaux à proximité de la
Gare du Midi?
Hoe valt de buitenissige prijs
(280.000 euro/jaar) die de NMBS
vraagt te verklaren? Is de NMBS
zich dan niet bewust van de
toenemende onveiligheid die door
een zo aanzienlijke delokalisatie
zou ontstaan?
Naast de NMBS is het de
bevoegdheid van de federale
overheid om voor de veiligheid in
de stations te zorgen. Wat bent u
op dat stuk van plan? Zijn er
onderhandelingen met de NMBS
geweest?
09.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, les responsables de la SNCB sont parfaitement conscients
de ce que signifie la présence de la police des chemins de fer dans la
gare ou ses environs immédiats pour la sécurité des voyageurs en
faveur de laquelle ce service de police doit oeuvrer.
De plus, je ne veux pas incriminer la seule SNCB. En commission du
18 mars, j'ai fait état d'une responsabilité partagée. Il est inexact
d'affirmer que la sécurité des voyageurs serait compromise si la
police des chemins de fer était temporairement transférée dans le
complexe Géruzet d'Etterbeek. Un tel transfert implique toutefois que
la police fédérale devra prendre un certain nombre de mesures pour
réorganiser de manière adéquate les services de la police des
chemins de fer et pour garantir la présence de son personnel dans la
gare, comme c'est le cas aujourd'hui.
C'est pourquoi une meilleure solution transitoire est actuellement
recherchée pour réduire au minimum ces désagréments d'ordre
organisationnel. Lorsque je me suis rendu sur place le 12 mars
dernier pour appréhender la situation, j'ai pu constater que les
bâtiments proposés par la SNCB ne pouvaient être opérationnels
dans un délai raisonnable moyennant un budget acceptable. C'est
ainsi que d'autres solutions ont été examinées le vendredi 20 mars
par les services de la police fédérale et de la Régie des Bâtiments. Un
09.02 Minister Guido De Padt: In
de commissie van 18 maart heb ik
gewag gemaakt van een gedeelde
verantwoordelijkheid.
De tijdelijke overplaatsing naar
Etterbeek brengt de veiligheid van
de reizigers niet in het gedrang.
Wat wel nodig is, is een
reorganisatie
van
de
spoorwegpolitie en de waarborg
van een politieaanwezigheid in het
station. Er wordt momenteel
gezocht
naar
een
betere
overgangsoplossing.
Aangezien de gebouwen die de
NMBS voorstelt niet binnen een
redelijke
termijn
operationeel
kunnen zijn, zoeken de federale
politie en de Regie der gebouwen
naar een oplossing voor begin
april. Het gebouw moet aan een
aantal voorwaarden voldoen. Er is
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
bâtiment situé à proximité de la Gare du Midi a même été visité à
cette occasion.
Ces services mettent tout en oeuvre pour trouver une réponse
satisfaisante à bref délai, c'est-à-dire d'ici début avril, à la
problématique de l'hébergement de la police des chemins de fer. Il
faut, à cette fin, que l'infrastructure du bâtiment satisfasse à un
certain nombre de conditions en ce qui concerne notamment
l'installation d'un local discret pour l'interrogatoire des personnes
arrêtées, l'aménagement des cellules, d'un parking pour les véhicules
de service, d'un abri sécurisé pour stocker les armes de service et
des raccordements aux réseaux de communication, etc.
Une solution se dessine peut-être dans un bâtiment situé à la place
de Brouckère où les aménagements techniques nécessaires
semblent pouvoir être réalisés dans un délai raisonnable.
Comme vous le constatez, je prends mes responsabilités, mais vous
conviendrez aussi qu'il est temps que la SNCB oeuvre au plus vite
pour une solution définitive et structurelle. Il en va du bien-être des
policiers concernés et indirectement du service rendu à la population.
misschien een oplossing in de
maak in een gebouw op het de
Brouckèreplein.
Als ik mijn verantwoordelijkheid
opneem moet de NMBS van haar
kant ook zo snel mogelijk werken
aan een definitieve en structurele
oplossing.
09.03 Karine Lalieux (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie de
cette conviction. Il est clair que la responsabilité est partagée avec la
SNCB. Pour l'image de la SNCB, il serait bon qu'elle héberge des
policiers au sein de ses gares et non à l'extérieur et ce, dans les
meilleures conditions. Je suis aussi pour le droit des travailleurs; n'en
doutez pas!
J'entends que des solutions se dégagent. Je sais combien la situation
est difficile: il faut aménager les cellules, etc. Si je vous ai bien
compris, ils sont toujours à la gare et seront à Etterbeek en attendant
l'aménagement de De Brouckère, ce qui prendra un certain temps: il
s'agit bien de quelques semaines. Il conviendra donc de se montrer
très attentifs: cette gare n'est pas la plus attractive en matière de
délinquance, mais une présence policière est indispensable pour la
sécurité de l'ensemble des voyageurs.
En même temps, j'en reviens au niveau communal. Les habitants ne
distinguent pas les policiers communaux des policiers fédéraux, mais
il ne faudrait pas qu'une fois encore, les polices locales de Bruxelles
doivent compenser le fédéral et subissent toutes les remarques pour
un accroissement de l'insécurité dans cette gare.
09.03 Karine Lalieux (PS): De
aanwezigheid van de politie is
onontbeerlijk voor de veiligheid
van alle reizigers. Het gaat om het
imago van de NMBS. De inwoners
maken geen onderscheid tussen
de gemeentepolitie en de federale
politie. De lokale politie mag niet
eens te meer de opmerkingen
over een toename van de
onveiligheid
in
dat
station
ondergaan.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères sur "la
sécurité de l'ambassadrice d'Israël et l'annulation d'une conférence à Thuin" (n° 11902)
10 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
over "de veiligheid van de Israëlische ambassadrice en het afgelasten van een conferentie in Thuin"
(nr. 11902)
10.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, l'ambassadrice d'Israël devait participer à une conférence
organisée par le Centre d'action laïque de Thuin.
Finalement, cette conférence n'a pas eu lieu. Le bourgmestre a
10.01 Xavier Baeselen (MR): De
ambassadrice van Israel moest
deelnemen aan een conferentie
van het Centre d'action laïque van
Thuin.
Die
conferentie
is
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
interdit cette venue, par un arrêté, en raison des menaces graves
pour l'ordre public. Voilà qui me fait penser à des bourgmestres qui
prennent des arrêtés municipaux pour interdire diverses
manifestations ou spectacles sur leur territoire et qui se voient ensuite
contestés par le Conseil d'État.
Bien que cette décision relève des compétences du bourgmestre, je
m'interroge sur les circonstances qui l'entourent, donc sur les motifs
de cette interdiction. Les menaces proférées témoignent en tout cas
d'une montée de l'intolérance et de l'antisémitisme dans notre pays.
Monsieur le ministre, confirmez-vous les menaces proférées à
l'encontre de l'ambassadrice d'Israël? Y a-t-il à ce jour des menaces
particulières qui impliquent des renforts policiers pour assurer la
sécurité d'évènements auxquels elle participerait? Des mesures
complémentaires de protection de l'ambassade, en partenariat avec
la police fédérale, ont-elles été prises? D'autres menaces de ce type
sont-elles connues de vos services, ayant par exemple amené à
l'annulation de conférences ou de déplacements de l'ambassadrice?
uiteindelijk niet doorgegaan ten
gevolge van een besluit van de
burgemeester die haar komst
verbood omdat er een ernstig
gevaar
bestond
voor
een
verstoring van de openbare orde.
Ik stel mij vragen over de
omstandigheden
waarin
die
beslissing werd genomen. De
bedreigingen getuigen in ieder
geval van een toename van de
onverdraagzaamheid en van het
antisemitisme in ons land.
Kan
u
bevestigen
dat
er
bedreigingen aan het adres van de
Israëlische ambassadrice werden
geuit? Geldt er momenteel een
specifieke dreiging, waardoor er
politieversterkingen
moeten
worden
ingezet
om
de
evenementen waar ze eventueel
aan zou deelnemen, te beveiligen?
Werd de ambassade van Israël
extra beveiligd? Hebben uw
diensten kennis van andere
gelijksoortige dreigingen?
10.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, monsieur
Baeselen, les risques recensés envers les intérêts israéliens et juifs
en Belgique sont liés à différents facteurs importants: premièrement,
la guerre qui a lieu à Gaza entre Israël et le Hamas, génératrice de
vives tensions et de menaces envers ces intérêts; deuxièmement, les
derniers messages de menaces des leaders d'Al-Qaïda envers Israël
et troisièmement, la menace du Hezbollah libanais suite à l'assassinat
d'un des ses hauts dirigeants militaires à Damas.
L'opportunité de la venue à Thuin de l'ambassadrice d'Israël dans le
cadre d'une conférence au thème sensible "Israël, et après?" doit être
envisagée dans ce contexte général, sans que des éléments
spécifiques viennent étayer une menace particulière associée à cette
visite.
Des demandes particulières de prise en charge de cet événement ont
été formulées au niveau policier, en prolongement des mesures
préconisées tant au niveau de l'ambassade que des intérêts israéliens
et juifs en Belgique (présence importante de policiers en cas de
manifestation ou de contre-manifestation, fouilles et contrôles
pointus). En cas d'autorisation de cette conférence, un renfort policier
interzonal et des moyens fédéraux spécifiques devraient être
engagés.
Les mesures préventives et de sécurité prises à l'égard des intérêts
israéliens et juifs sont et restent à un niveau élevé, tenant compte des
facteurs géopolitiques actuels.
Le contexte général de la conférence (thème, choix du conférencier,
10.02 Minister Guido De Padt: De
risico's waaraan de Israëlische en
Joodse belangen in België zijn
blootgesteld, houden verband met
diverse belangrijke factoren, zoals
de oorlog tussen Israël en Hamas
in Gaza, de jongste dreigementen
van de leiders van Al-Qaida aan
het adres van Israël, en ten slotte
het dreigement van de Libanese
Hezbollah naar aanleiding van de
moord op een van haar hoge
militaire leiders in Damascus. Het
is in die algemene context dat we
moeten nagaan of de deelname
van de Israëlische ambassadrice
aan een conferentie in Thuin rond
het gevoelig thema "Israël, en
daarna?" wel opportuun is.
Als
die
conferentie
had
plaatsgevonden, had er een
interzonale
politieversterking
moeten komen en hadden er
specifieke
federale
middelen
moeten worden ingezet. De
preventieve
en
veiligheidsmaatregelen die ten
aanzien van de Israëlische en
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
présence possible de personnes pro-palestiniennes, environnement
géopolitque, etc.) a conduit le bourgmestre de Thuin à ne pas
autoriser cette conférence. La contribution d'un ambassadeur
israélien à titre de conférencier est, du reste, très rare. Les
déplacements réguliers de ces personnalités ne conduisent pas à des
annulations de visites, ceux-ci s'effectuant en général sans grande
publicité et sans thématique particulièrement sensible.
Joodse
belangen
worden
genomen, zijn en blijven op een
hoog niveau. De algemene context
van de conferentie heeft de
burgemeester van Thuin ertoe
aangezet om de toestemming te
weigeren. Het gebeurt overigens
uiterst zelden dat een Israëlische
ambassadeur
een conferentie
toespreekt.
De
regelmatige
verplaatsingen
van
deze
prominenten
leiden
niet
tot
afgelastingen
van
bezoeken,
omdat aan die laatste meestal niet
veel ruchtbaarheid wordt gegeven
en ze doorgaans niet in het teken
staan van bijzonder gevoelige
thema's.
10.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. Je constate qu'on en arrive, dans notre pays, à
des situations particulières dues à une certaine remontée de
l'antisémitisme. Des spectacles ou des conférences doivent être
annulés en raison des éventuelles manifestations qu'ils pourraient
provoquer. Cela ne relève pas directement de vos compétences, mais
c'est à déplorer.
10.03 Xavier Baeselen (MR): Het
is erg dat er optredens of
conferenties
moeten
worden
afgelast uit vrees voor de
manifestaties die ze eventueel
zouden kunnen uitlokken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de l'Intérieur sur "les informations à destination des
citoyens européens pour les élections européennes" (n° 11992)
11 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de informatie
voor de Europese burger met het oog op de Europese verkiezingen" (nr. 11992)
11.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, cette question
porte sur les élections européennes.
Je vous avais interrogé voici quelques semaines sur les initiatives que
la Belgique prendrait en vue d'informer les citoyens européens à ce
propos. Vous m'aviez répondu qu'une brochure avait été conçue par
vos services et qu'elle allait être mise à la disposition des communes
qui les enverraient alors aux citoyens.
Fort de cette réponse, j'ai accompli mon devoir en tant qu'échevin de
la Population de ma commune en écrivant à tous les citoyens
européens qui y vivent pour leur signaler qu'ils pouvaient s'inscrire sur
les listes et voter.
J'ai été surpris d'apprendre que plusieurs d'entre eux se sont
présentés aux guichets de l'administration communale parce qu'ils
avaient reçu du département de l'Intérieur une carton les invitant à
participer à ces élections. Je trouve cela un peu dommage.
Si nous avions été avertis de cette initiative émanant directement des
services de l'Intérieur, nous n'aurions pas envoyé un deuxième
courrier et donc nous aurions évité des dépenses publiques inutiles,
d'autant plus que vous aviez annoncé que c'était la seule information
11.01 Xavier Baeselen (MR): Als
schepen van Bevolking van mijn
gemeente heb ik aan alle
Europese burgers die er wonen
geschreven om hen erop te wijzen
dat ze zich kunnen inschrijven op
de lijsten en gaan stemmen. Ik
was verrast te vernemen dat een
aantal onder hen al een kaart
ontvangen
had
van
het
departement Binnenlandse Zaken
met de uitnodiging om aan de
verkiezingen deel te nemen. Ik
vind dat jammer, want mochten wij
van dat initiatief op de hoogte
geweest zijn, we zouden geen
tweede brief meer gestuurd
hebben en we zouden dus
onnodige
uitgaven
hebben
voorkomen, te meer daar u mij
aangekondigd had dat de enige
informatie aan de burger zou
gebeuren via een aan de
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
adressée aux citoyens européens.
J'avais interrogé le ministre des Affaires étrangères à ce propos. Il
m'avait lui-même répondu que le gouvernement pourrait envisager
d'écrire directement aux citoyens européens.
Bref, ce dossier a connu un "couac". Un courrier est-il parti à
destination des citoyens européens sans que vous en soyez informé?
En tout cas, j'aimerais bien obtenir quelques éclaircissements sur le
nombre d'envois effectués par vos services et sur le coût de cette
opération.
gemeente toegezonden brochure.
Is dat schrijven vertrokken zonder
dat u er van op de hoogte was?
Graag kreeg ik opheldering over
het aantal verzonden kaarten en
de kosten voor de operatie.
11.02 Guido De Padt, ministre: Je crois utile de rappeler tout d'abord
que selon les termes de l'article 12 de la directive européenne
93/109/CE du 6 décembre 1993, les États membres ont l'obligation
d'informer les ressortissants des autres États membres de l'Union
européenne résidant sur leur territoire de la possibilité de s'inscrire
comme électeur et de faire acte de candidature dans l'État où ils
résident. À cet effet, j'ai fait établir un dépliant informatif qui a été
transmis personnellement par l'intermédiaire des communes du
Royaume aux ressortissants des 26 autres pays membres établis en
Belgique. Ce dépliant comporte des informations sur le droit d'être
électeur et de se porter candidat. Il contient en outre des informations
générales sur les procédures de vote (traditionnel et électronique).
Le dépliant est accompagné du formulaire d'inscription à remettre à la
commune de domicile au plus tard le 31 mars. Les dépliants ont en
outre été transmis aux associations représentatives des
ressortissants européens établis en Belgique et des exemplaires sont
également à la disposition de toute autre association qui souhaiterait
mener des actions dans ce domaine. Le coût des 965.000
exemplaires de ces dépliants s'élève à 19.250 euros hors TVA.
Par ailleurs, j'ai adressé un carton de rappel à chacun de ces
ressortissants européens afin de les inciter à s'inscrire en masse
comme électeurs dans leur commune de résidence, conformément à
l'objectif de la directive européenne de 1993 que je viens d'évoquer.
Pour rappel, cet objectif consiste à renforcer la citoyenneté
européenne en permettant aux citoyens de l'Union qui ne résident pas
dans leur pays d'exercer leur droit de vote et leur éligibilité aux
élections du Parlement européen dans l'État membre où ils résident.
Ce rappel fait expressément référence au courrier transmis par la
commune et se limite à rappeler les formalités d'inscription pour être
électeur le 7 juin 2009. le coût de l'envoi de ce carton est de
9.421 euros hors TVA.
Les deux campagnes d'information, le dépliant et le carton
personnalisé sont des campagnes d'information complémentaires et
ne font pas double emploi.
11.02 Minister Guido De Padt:
Overeenkomstig
de Europese
richtlijn 93/109/EG moeten de
lidstaten de onderdanen van
andere lidstaten die op hun
grondgebied verblijven informeren
over de mogelijkheid om zich als
kiezer of kandidaat in te schrijven
in de Staat waar ze verblijven. Ik
heb dus een folder laten opstellen
die de gemeenten hebben bezorgd
aan de onderdanen van de
zesentwintig andere lidstaten die in
België wonen. Bij die folder werd
een inschrijvingsformulier gevoegd
dat uiterlijk 31 maart bij de
verblijfsgemeente moet worden
ingediend.
De
965.000 exemplaren
hebben
19.250 euro exclusief btw gekost.
Ik
heb
voorts
een
herinneringskaartje aan al die
Europese onderdanen gestuurd
om ze ertoe aan te zetten zich als
kiezer in te schrijven in hun
verblijfsgemeente,
overeenkomstig de strekking van
die richtlijn. Die verzending heeft
9.421 euro exclusief btw gekost.
De folder en het persoonlijke
kaartje vullen elkaar aan.
11.03 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, il y a eu une
certaine ambiguïté dans ce dossier. Quand j'ai interrogé le ministre
des Affaires étrangères sur ce qui se faisait dans les autres pays de
l'Union, il m'a remis un tableau très intéressant à ce sujet mais même
le ministère des Affaires étrangères n'était pas au courant du fait
qu'on écrivait personnellement à chaque citoyen européen. C'est bien,
il faut diffuser l'information mais il y a eu un certain double emploi.
11.03 Xavier Baeselen (MR):
Toen
ik
de
minister
van
Buitenlandse Zaken ondervroeg
over de handelwijze in de andere
EU-landen, bleek hij niet te weten
dat elke Europese onderdaan
aangeschreven werd. Het is goed
dat
dat
gebeurt
want
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Par ailleurs, je ne sais pas si cela figure dans votre réponse écrite: le
courrier de l'administration de l'Intérieur était-il rédigé uniquement en
français et/ou en néerlandais? Oui, très bien. D'autres pays utilisent
aussi l'anglais à destination de leurs ressortissants européens. Le
ministre des Affaires étrangères a d'ailleurs souligné qu'on pourrait
étudier cette piste à l'avenir.
En effet, les ressortissants européens ne connaissent pas forcément
le français ou le néerlandais et, dans ce cas, l'anglais peut
représenter un certain intérêt quand on s'adresse à eux. C'est une
considération personnelle.
informatieverstrekking
is
belangrijk, maar een en ander
heeft elkaar overlapt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: M. Flor Van Noppen étant absent, je suis obligé de reporter sa question n
o
11886 sur
l'absentéisme dans la police...
12 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
identiteitsfraude" (nr. 11897)
12 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la fraude à l'identité" (n° 11897)
12.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, bedankt voor
uw begrip.
Mijnheer de minister, in de strijd tegen identiteitsfraude werd een paar
maanden geleden het project-Checkdoc gelanceerd. Via dat
instrument kunnen verloren of gestolen identiteitsdocumenten
onbruikbaar gemaakt worden. Via de website checkdoc.be is het
mogelijk om wereldwijd te controleren of een document al dan niet
geseind is. Ook kan men via de helpdesk van docstop de diefstal of
het verlies van documenten eventueel melden.
Mijnheer de minister, in welke mate is die website ook actief bekend
bij de gebruikers en wordt ze ook actief benut?
Is het de bedoeling om die website in de toekomst eventueel met
andere mogelijkheden nog uit te breiden?
12.01 Michel Doomst (CD&V):
Dans la lutte contre la fraude à
l'identité, le projet « checkdoc » a
été lancé il y a quelques mois. En
consultant le site checkdoc.be, il
est possible de contrôler la validité
d'un document dans le monde
entier.
Dans
quelle
mesure
les
utilisateurs
connaissent-ils
et
utilisent-ils activement ce site
web?
A-t-on
l'intention
d'en
étendre le nombre d'applications?
12.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer Doomst, dat is een korte
vraag en ik geef een kort antwoord.
De website werd gelanceerd in december 2008. Op 12 maart 2009
waren er bij benadering reeds 31.495 verificaties van documenten,
wat heel veel is, door 4.360 verschillende gebruikers, wat volgens mij
ook heel veel is in die korte periode van drie maanden.
Momenteel bekijkt mijn administratie de haalbaarheid om de website
uit te breiden en nieuwe functionaliteiten te integreren. Daarbij mag
men uiteraard geen afbreuk doen aan de toegankelijkheid van de
website en het eenvoudig gebruik ervan. Door de toevoeging van te
veel nieuwe functionaliteiten zou immers de bruikbaarheid of de
utiliteitsgraad verloren kunnen gaan.
12.02 Guido De Padt, ministre:
Le site internet a été lancé en
décembre 2008. Le 12 mars 2009,
4.360 utilisateurs différents avaient
effectué
approximativement
31.495 vérifications.
Mon
administration étudie actuellement
la faisabilité d'une extension du
site, une telle mesure ne devant
cependant
pas
réduire
son
accessibilité ni sa convivialité.
12.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik zal mijn
vragen wat langer maken in de toekomst.
Ik ben toch blij dat het inderdaad blijkbaar een efficiënt instrument is.
12.03 Michel Doomst (CD&V): Je
me félicite de l'efficacité de cet
instrument. Ce type d'outil doit en
tout état de cause être développé
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Ik denk, in het steeds maar groeiend internetverkeer, dat wij die
faciliteiten zeker moeten uitbouwen om mensen rapper op het spoor
van toch wel belangrijke documenten te krijgen. Dan volgen we het op
de voet.
vu le contexte de l'augmentation
constante des échanges sur
l'internet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Nu komt er nog een korte vraag van de heer Doomst.
13 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de politie-inzet bij
voetbalwedstrijden" (nr. 11898)
13 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "le déploiement des forces de police
13.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, de afgelopen
jaren is er goed werk geleverd dat blijkt uit de cijfers om
incidenten bij voetbalwedstrijden in de hand te houden. Uiteraard
speelt de aanwezigheid van politiemensen daarbij veel meer dan
vroeger een rol. Wanneer men de situatie analyseert, blijkt dat er een
aantal anomalieën bestaat. Zo blijkt bijvoorbeeld dat er in Westerlo,
weliswaar een vredelievende omgeving, 14 politiemensen worden
ingezet, terwijl bij gelijkaardige clubs gemiddeld meer dan 50
politiemensen worden ingezet.
Op basis van cijfers van de dynamische risicoanalyse was het de
bedoeling in de verschillende politiezones de burgemeesters met die
cijfers te confronteren en na te gaan of men tot een efficiëntere inzet
van de manschappen kon komen. Het was de bedoeling dat begin
2009 te evalueren. Er is zelfs met het oog op verbeterd stewarden van
wedstrijden een wetenschappelijke studie besteld.
Kunnen uit die evaluatie al conclusies worden getrokken? Zijn de
tegenstrijdigheden die er hier en daar in zitten, al opgelost? Kunnen er
sinds die wetenschappelijke studie al stappen voorwaarts en
mogelijke besluiten bekendgemaakt worden?
13.01 Michel Doomst (CD&V):
Ces dernières années, un travail
appréciable a été fourni pour
maîtriser les incidents dans le
cadre de rencontres de football. Il
devait être procédé à une
évaluation
début
2009
pour
déterminer la manière la plus
efficace de déployer les effectifs
lors d'incidents de ce type. Les
conclusions de cette évaluation
sont-elles déjà connues?
13.02 Minister Guido De Padt: De problematiek ligt me na aan het
hart. Elke politieman bij een sportwedstrijd is er mijns inziens een te
veel. Sportwedstrijden zijn immers een feest en geen vechtpartij.
Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren en van de
gesprekken met de lokale verantwoordelijken, hebben mijn diensten
een bijzonder omstandig document over de politie-inzet bij
voetbalwedstrijden met aanbevelingen en verbeterpunten opgesteld.
Die worden thans met de cel Integrale Voetbalveiligheid van de
federale politie en de dossierbeheerders Voetbal bij de lokale politie
afgetoetst.
Het doel is om op de rondetafelconferentie Voetbalveiligheid een met
politieverantwoordelijken afgestemd geheel aan voorstellen te kunnen
voorleggen en bespreken. De rondetafel zal na afloop van het
voetbalseizoen, in juni 2009, onder mijn voorzittersschap
plaatsvinden. Op dat moment zullen ook de cijfers van de politie-inzet
voor het voetbalseizoen 2008-2009 bekend zijn. Pas dan kunnen de
inspanningen van de afgelopen maanden, onder meer inzake
sensibilisering en opleiding, worden beoordeeld.
13.02 Guido De Padt, ministre:
Étant entendu qu'une épreuve
sportive doit être un événement
festif et non violent, chaque
policier présent lors de ces
rencontres est un policier de trop.
Mon administration a rédigé un
document détaillé comprenant des
recommandations et des points à
améliorer
en
matière
de
déploiement policier lors des
matches de football. Ce document
est à l'examen à la cellule Sécurité
Intégrale Football de la police
fédérale
et
auprès
des
gestionnaires de dossiers relatifs
au football au sein de la police
locale. Les statistiques relatives au
déploiement policier durant la
saison 2008-2009 seront évaluées
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
De wetenschappelijke studie inzake stewards is nog lopende. De door
de onderzoeksequipe opgestelde aanbevelingen van 19 maart 2009
werden besproken met de veiligheidsverantwoordelijken van de clubs
uit eerste en tweede klasse. Definitieve conclusies zijn dus voorlopig
nog onmogelijk. Het onderzoek van zes maanden loopt af op 15 april
2009.
au cours d'une table ronde sur la
sécurité des matches de football
qui devrait en principe se tenir à
l'issue de la saison. L'étude
scientifique
consacrée
aux
stewards ne s'achèvera que le
15 avril 2009.
13.03 Michel Doomst (CD&V): We moeten kennelijk uitkijken naar
het einde van het voetbalseizoen. Dan kunt u wetenschappelijke
studie combineren met onderzoekswerk. We wachten tot de
kampioenenviering van de beste club in het land om de nodige
conclusies voor de omkadering te trekken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "grensoverschrijdende
politiepatrouilles" (nr. 11899)
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de inventarisatie van de
criminaliteitscijfers in de grensregio" (nr. 12089)
- de heer Peter Logghe aan de minister van Binnenlandse Zaken over "een betere bestrijding van de
grenscriminaliteit" (nr. 12127)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de inventarisering van de
criminaliteit in de grensstreek tussen België en Nederland" (nr. 12137)
14 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "les patrouilles policières transfrontalières" (n° 11899)
- Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "l'inventaire des statistiques en matière de criminalité
dans la région frontalière" (n° 12089)
- M. Peter Logghe au ministre de l'Intérieur sur "une meilleure lutte contre la criminalité frontalière"
(n° 12127)
- M. Bert Schoofs au ministre de l'Intérieur sur "l'inventaire de la criminalité dans la région frontalière
entre la Belgique et les Pays-Bas" (n° 12137)
14.01 Michel Doomst (CD&V): Sinds het begin van dit jaar zijn er in
het grensgebied door Nederland en België gezamenlijke
politiepatrouilles gestart die al gestalte hebben gekregen in joint hit
teams. Mensen van de federale wegpolitie werken samen met het
Nederlands korps voor de landelijke politiediensten. Het is de
bedoeling ervaringen uit te wisselen en de inwoners van de streek ook
beter ten dienste te zijn. In november is er ook een opleiding in Brecht
gegeven om dat in de goede richting te duwen, wat allemaal past in
het verdrag van Schengen om de samenwerking gestalte te geven.
Wat is de stand van zaken van de gezamenlijke patrouilles? Hoe
wordt die samenwerking tot nu toe ervaren? Is het de bedoeling dit
initiatief verder te zetten en eventueel zelfs uit te breiden?
14.01 Michel Doomst (CD&V):
Depuis début 2009, des équipes
belgo-néerlandaises
appelées
joint hit teams patrouillent dans
la zone frontalière. La police
fédérale de la route collabore avec
le Korps landelijke politiediensten
(KLPD) des Pays-Bas afin de
mettre
en
commun
leur
expérience et d'offrir ainsi un
meilleur service à la population
locale. Une formation a été
spécifiquement organisée à cet
effet en novembre dernier à
Brecht.
Comment cette collaboration est-
elle évaluée jusqu'à présent?
Cette
initiative
sera-t-elle
poursuivie
et
éventuellement
élargie?
14.02 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, mijn vraag gaat 14.02 Leen Dierick (CD&V): Si
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
ook over criminaliteit in de grensregio maar dan meer over de aanpak
van de inventarisatie van de criminaliteitscijfers. Een efficiënte aanpak
van drugscriminelen en rondtrekkende dadergroepen is mogelijk als
alle betrokken politiediensten een duidelijk beeld krijgen van de
criminaliteit in de hele grensregio. De Nederlandse en de Belgische
politiekorpsen hebben elk hun eigen databanken en hun eigen
criminaliteitscijfers. De criminelen vluchten uiteraard over de grens en
het zou dus nuttig zijn als die gegevens bij elkaar worden gelegd
zodat men gevatter kan optreden.
Is het de bedoeling dat de politiediensten in de grensregio's toegang
krijgen tot de verschillende gegevensbanken van de grensregio's? Als
die zouden worden opengesteld, rijzen er dan geen juridische en
technische problemen? In welke mate is er reeds samenwerking op
dit vlak op Europees niveau, bijvoorbeeld door de werking van
Europol?
tous les services de police
concernés disposaient d'une vue
d'ensemble claire sur les chiffres
de la criminalité dans les régions
frontalières, ils pourraient lutter
plus efficacement contre les
trafiquants de drogue et les
bandes criminelles itinérantes. Les
corps de police néerlandais et
belges disposent chacun de leurs
propres chiffres et bases de
données. Il serait donc utile
d'échanger ces informations. Les
services de police des régions
frontalières auront-ils accès aux
diverses bases de données des
régions
frontalières?
Des
problèmes
juridiques
ou
techniques se posent-ils à cet
égard? Dans quelle mesure
existe-t-il déjà une coopération
européenne dans ce domaine?
14.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik zal
uiteraard de vragen niet herhalen die de collega's voor mij al hebben
gesteld. Ik beperk mij tot de grenscriminaliteit in de Frans-Belgische
grensstreek want daar gaat mijn eerste interesse naar uit. Waarom
werd er gekozen voor een pilootproject met Nederland en niet voor de
mijns inziens enfin, wie ben ik natuurlijk dringender noden in de
grensstreek tussen Frankrijk en België waar het al een aantal jaren
heel slecht gaat? Dan mijn vragen met betrekking tot de Frans-
Belgische grensstreek. Wanneer zal men de samenwerking met de
politie van Frankrijk in een hogere versnelling schakelen? Komt men
daar ook toe? Wil men daar ook een uniform communicatienetwerk
opzetten? Welke plannen heeft het beleid in die richting? Mijn laatste
vraag geldt ook voor de Nederlands-Belgische grensstreek. Zal men
de dienst luchtsteun van de federale politie, de helikopters, op
risicovolle tijdstippen inschakelen? Zullen deze de achtervolging
mogen inzetten op bijvoorbeeld Frans grondgebied?
14.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'estime que les besoins
en matière de lutte contre la
criminalité sont plus pressants
dans la région située à proximité
de la frontière franco-belge. Je me
demande
donc
pourquoi
le
ministre a opté pour un projet
pilote belgo-néerlandais. Quand
une collaboration entre services de
police belges et français sera-t-elle
à l'ordre du jour? Un réseau de
communication uniforme sera-t-il
aussi mis en place dans le cadre
de cette collaboration-là? Les
hélicoptères de la police fédérale
seront-ils utilisés dans la région
frontalière belgo-néerlandaise lors
de moments à risque et pourront-
ils poursuivre les criminels sur le
territoire néerlandais?
14.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, met
betrekking tot de aanpak van de drugscriminele en rondtrekkende
dadergroepen zijn er gesprekken geopend tussen de federale
regering en de Nederlandse overheid. Ik richt mij dus meer op de
Belgisch-Nederlandse grensstreek, eigen streek eerst om het zo te
zeggen. U deed een nogal straffe verklaring in de pers of zo kwam het
althans over. U hebt gezegd dat u er geen praatbarak van wil maken
en dat u voor de zomer concrete resultaten wil zien. Wel, de vraag is
dan welke concrete resultaten u eerder op langere termijn wil zien in
het kader van dit overleg en, uiteraard, welke concrete resultaten u
bereikt wil zien tegen het zomerreces. Misschien kunt u dat ook even
schetsen binnen de kadernota integrale veiligheid.
14.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le gouvernement fédéral
négocie avec le gouvernement
néerlandais au sujet des bandes
itinérantes et de la criminalité liée
à la drogue. Le ministre a annoncé
d'un ton matamoresque qu'il
n'entend pas papoter à l'infini sur
ce sujet et qu'il veut au contraire
engranger des résultats concrets
avant l'été. Pourrait-il indiquer, en
se basant sur la note-cadre
relative à la sécurité intégrale,
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
quels résultats il souhaite obtenir,
respectivement à court et à long
terme?
14.05 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, op
die vier vragen heb ik een iets langer antwoord.
Voorafgaandelijk, er bestaan geen specifieke gegevensbanken die de
criminaliteitgegevens bevatten van feiten die zich aan de ene en de
andere kant van de grens voordoen. In België is er op politieniveau
één nationale gegevensbank, die onderworpen is aan precieze
gebruiksvoorwaarden en waarover de politieambtenaren enkel
beschikking hebben volgens een bepaald toegangsniveau dat wordt
toegekend naar gelang van hun profiel.
Er bestaan in de grensstreken wel gemeenschappelijke centra voor
politie- en douanesamenwerking. Zij vergemakkelijken en versnellen
die informatie-uitwisseling tussen de Belgische politiediensten en
andere staten die deel uitmaken van dat centrum.
Ik schets even de situatie. In de grensstreek met Nederland maakt
België deel uit van zo'n centrum dat EPICC heet, namelijk het
Euregionaal Politie-, Informatie- en Coöperatiecentrum. Het EPICC is
gevestigd in Heerlen op het Nederlands grondgebied. Een van de
taken is de verzameling, de analyse en de uitwisseling van gegevens
aangaande grensoverschrijdende criminele fenomenen en de
preventie van inbreuken of bedreigingen van de openbare orde en
veiligheid.
Het bevoegdheidsgrondgebied van het EPICC te Heerlen strekt zich
grotendeels uit over de grensstreek tussen België, Duitsland en
Nederland en het wordt bemand door politieambtenaren van die drie
landen.
Met mijn collega ter Horst, die ik verleden week in Den Haag bezocht,
heb ik bijvoorbeeld afgesproken dat de politieautoriteiten halverwege
dit jaar een gezamenlijke grensoverschrijdende analyse zullen maken.
Nu bestaat die analyse enkel in de landen zelf, maar wij vragen dat er
een gezamenlijke grensoverschrijdende analyse zou worden
gemaakt. Op basis daarvan kunnen dan gezamenlijke prioriteiten
worden vastgesteld. Overigens, dat is ook een aanbeveling geweest
van het rapport-Fijnaut-De Ruyver. Ik ben er altijd vanuit gegaan, toen
ik dat rapport in handen kreeg, dat het zo al gebeurd zou zijn, omdat
ik dacht dat een rapport geënt zou zijn op een voorafgaande
gemeenschappelijke analyse. Dat was in dezen niet het geval.
Eens die prioriteiten vastliggen, kunnen de gezamenlijke inzet van de
Belgische en de Nederlandse recherchediensten en acties van de
geüniformeerde politiediensten plaatsvinden.
Met Nederland en Luxemburg worden sinds meerdere jaren
gemengde patrouilles georganiseerd op basis van het Benelux-
politiesamenwerkingsverdrag van 8 juni 2004, dat expliciet in de
nodige bevoegdheden voor de buitenlandse politieambtenaren
voorziet. Precieze cijfers zijn echter niet beschikbaar. In april 2008
heeft de federale politie wel een enquête gehouden bij de 28
politiezones die aan Nederland of Luxemburg grenzen. Uit de
antwoorden die 22 van de 28 zones terugstuurden, bleek dat zij in
14.05 Guido De Padt, ministre: Il
n'existe pas de banque de
données spécifique relative à la
criminalité
transfrontalière. En
Belgique, la police ne dispose que
d'une seule banque de données
nationale à laquelle s'appliquent
des
conditions
d'utilisation
spécifiques. Dans les régions
frontalières
toutefois,
certains
centres assurent la collaboration
entre la police et la douane. Le
Centre commun de coopération
policière dans l'Euregio Meuse-
Rhin (EPICC) situé à Heerlen, aux
Pays-Bas, recueille et analyse des
données relatives à la criminalité
transfrontalière. Le centre mène
aussi des actions préventives. La
compétence de l'EPICC s'étend à
la région frontalière entre la
Belgique, l'Allemagne et les Pays-
Bas. Son personnel se compose
de fonctionnaires de police de ces
trois pays.
J'ai convenu avec mon homonyme
néerlandais que les autorités de
police réaliseront une analyse
transfrontalière afin de fixer des
priorités communes. Il s'agissait
d'ailleurs
de
l'une
des
recommandations
du
rapport
Fijnaut-De Ruyver. Une fois les
priorités fixées, les services de
recherche belge et néerlandais
pourront entreprendre des actions
communes.
Depuis plusieurs années, des
patrouilles mixtes sont organisées
avec
les
Pays-Bas
et
le
Luxembourg sur la base du Traité
Benelux de coopération policière
du 8 juin 2004. Il ressort d'une
enquête menée en 2008 par la
police fédérale que, dans les
22 zones frontalières qui ont
répondu, 83 patrouilles mixtes ont
été organisées en 2007, dont 59
dans la zone Baarle-Duc Baarle-
Nassau.
L'accord
de
Tournai
du
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
2007 in totaal 83 gemengde patrouilles of controles organiseerde,
waarvan 59 in de regio Baarle-Hertog-Baarle-Nassau.
Inzake de Frans-Belgische samenwerking worden gemengde
patrouilles in de grensregio mogelijk gemaakt door het akkoord van
Doornik van 5 maart 2001.
Op basis van dit principe werden in een eerste fase verscheidene
gemengde patrouilles georganiseerd, wat de operationele diensten
aan beide zijden van de grens toeliet om elkaar en elkaars manier van
werken beter te leren kennen.
De actiemogelijkheden van de buitenlandse politieambtenaren blijven
echter beperkt. Het Akkoord van Doornik voorziet namelijk expliciet
erin dat de rol van de buitenlandse politieambtenaren beperkt blijft tot
die van waarnemer.
Het verdrag van Prüm van 27 mei 2005, waarin zowel België als
Frankrijk partij is, breidt bepaalde principes van het Akkoord van
Doornik uit. Een daarvan is het concept van de gemengde patrouilles.
Door die uitbreiding biedt het de mogelijkheid om echte, operationele
bevoegdheden toe te kennen aan buitenlandse politieambtenaren die
deelnemen aan een gezamenlijke vorm van optreden.
Aan Belgische zijde bestaat er een duidelijke wil om de buitenlandse
politieambtenaren operationele bevoegdheden toe te kennen. Er moet
daartoe enkel nog een aanpassing gebeuren van de wet op het
politieambt.
Aan Franse zijde daarentegen blijft het de vraag welke bevoegdheden
werkelijk
zullen
worden
toegekend
aan
buitenlandse
politieambtenaren die deelnemen aan een actie op het Franse
grondgebied, gelet op de beperkingen die de Franse Grondwet oplegt
aan de uitbreiding van de bevoegdheden van buitenlandse
politieambtenaren. In Frankrijk moet in voorkomend geval dus
eventueel een grondwetswijziging worden doorgevoerd.
Wat Duitsland betreft, opent het Verdrag van Prüm eveneens de
mogelijkheid om operationele bevoegdheden toe te kennen aan
buitenlandse politieambtenaren die deelnemen aan gemengde
patrouilles.
Wat Europol betreft, kan ik melden dat het niet volstaat dat de
criminaliteit grensoverschrijdend is om dat orgaan de facto erbij te
betrekken. De criminaliteitsvorm dient immers te vallen binnen de
bevoegdheidscriteria van Europol, zoals de illegale handel in
verdovende middelen, terrorisme enzovoort. Bovendien moet er
sprake zijn van een georganiseerde criminele structuur die zich
uitstrekt over ten minste twee lidstaten van de Europese Unie. Indien
dat het geval is, kan Europol bij de zaak worden betrokken om, in
overeenstemming met de nationale wetgeving, gegevens uit te
wisselen.
Dat kan gebeuren via de Europolverbindingsofficieren, ELO's, of door
het opstarten van operationele analyses ter ondersteuning van
onderzoeken,
alsook
via
vergelijkend
onderzoek
in
het
informaticasysteem dat wordt gevoed door de verschillende lidstaten.
5 mars 2001
autorise
l'organisation de patrouilles mixtes
dans la zone frontalière franco-
belge. Dans un premier temps,
diverses patrouilles mixtes ont été
constituées, ce qui a permis aux
services
des
deux
pays
d'apprendre à mieux se connaître.
Toutefois, les possibilités d'action
des fonctionnaires de police
étrangers sont restées limitées à
celles d'observateurs. L'extension
de ce concept dans le traité de
Prüm du 27 mai 2005 a permis
d'attribuer de réelles compétences
en Allemagne également. La
Belgique est favorable à ce
système mais il convient d'abord
d'adapter la loi sur la fonction de
police. En France, il faudra réviser
la constitution.
Il ne suffit pas que la criminalité
soit transfrontalière pour faire
intervenir
Europol.
Les
compétences d'Europol se limitent
entre autres au trafic de
stupéfiants ou au terrorisme. Il doit
en outre être question d'une
structure
criminelle
organisée
présente dans au moins deux
États membres européens. Si ces
conditions sont remplies, Europol
peut échanger des données par
l'intermédiaire des officiers de
liaison ou effectuer des analyses
en soutien de l'enquête.
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
14.06 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor
het uitvoerig antwoord.
Ik denk dat het inderdaad belangrijk is dat we, in de plaats van dat we
in het wild schieten, zicht hebben op de criminaliteitsaspecten waarop
wij ons willen richten.
Ik maak op uit uw antwoord over de timing dat in het najaar een en
ander duidelijk moet worden uit de gegevens die wij dan bij elkaar
leggen.
Naar aanleiding van de berichtgeving over uw bezoek vorige week
hebt u ook gezegd dat de communicatienetwerken niet niet echt op
elkaar afgestemd zijn. Daarvoor zouden wij, mijns inziens, op korte
termijn een oplossing moeten zoeken.
14.06 Michel Doomst (CD&V): Il
me semble préférable de dresser
une liste des aspects de la
criminalité sur lesquels nous
voulons nous concentrer. La
situation devrait se préciser à
l'automne. Nous devons trouver
une solution à court terme au
problème de l'incompatibilité des
réseaux de communication.
14.07 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
uitgebreid antwoord. Ik denk dat het Verdrag van Prüm nog niet in
Belgische wetgeving is omgezet. Dat is toch een punt waarvoor wij
aandacht moeten hebben. Dat zal ook ter sprake komen bij de
evaluatie van de politiehervorming.
14.07 Leen Dierick (CD&V): Il me
semble que le traité de Prüm n'a
pas encore été transposé en droit
belge. Il s'agit d'un point prioritaire
qui sera également évoqué lors de
l'évaluation de la réforme des
polices.
14.08 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord. Ik zal mij in mijn repliek beperken tot de vragen
over de grensstreek Frankrijk-België.
Ik zal misschien wat uit de toon vallen, maar sinds 2001 is er eigenlijk
niet zoveel gebeurd op het vlak van de bevoegdheden van onze
politiemensen in Frankrijk. Ik ga ervan uit dat het antwoord op de
vraag of de helikopters van de dienst Luchtsteun van de federale
politie op risicovolle tijdstippen in Frankrijk worden ingeschakeld,
negatief is. Ik betreur dat.
Ik hoor u zeggen dat Frankrijk inderdaad nog niet rond is met de
omschrijving van de bevoegdheden van onze politieagenten op hun
grondgebied. Het gaat om de veiligheid van onze mensen in de
grensstreek, mijnheer de minister. Ik zou dus willen vragen dat u extra
druk zet op Frankrijk om daaraan voort te werken.
Ik hoor u geen termijn noemen, dus ik veronderstel dat Frankrijk daar
ook geen termijn op heeft willen zetten. Ik stel u toch voor om daarop
een termijn te zetten. Het is een plaag in de streek. Het wordt tijd dat
er een termijn komt en dat de bevoegdheden inderdaad kunnen
worden uitgebreid. Ik neem nota van uw antwoord en ik zal de zaak
verder opvolgen.
14.08 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Depuis 2001, peu de
changements sont intervenus au
niveau des compétences de nos
policiers en France. Je déplore
que nos hélicoptères du Service
d'appui aérien de la police fédérale
ne pourront donc probablement
pas être mobilisés. La France n'a
apparemment pas encore défini
les compétences de nos policiers
sur son territoire. Je souhaiterais
demander
au
ministre
d'augmenter la pression et de fixer
au moins un délai.
14.09 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik zal
een kopie van het antwoord vragen, want met betrekking tot de
concrete resultaten voor het zomerreces blijf ik een beetje op mijn
honger zitten. Er zijn geen echte resultaten op het terrein blijkbaar,
behalve dat een en ander in overleg is. Ik zal even het antwoord
nakijken en tussen de regels proberen te lezen wat die concrete
resultaten zouden moeten zijn.
14.09 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je reste sur ma faim en
ce qui concerne les résultats
concrets avant les vacances
parlementaires.
Het incident is gesloten.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
L'incident est clos.
Le président: Les questions jointes de Mme Linda Musin (n° 11922) et Mme Josée Lejeune (n° 12105)
sont transformées en questions écrites.
15 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het geweld tegen
hulpverleners" (nr. 11948)
15 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la violence contre les secouristes"
15.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, wat u gisteren
hebt bekendgemaakt, met name dat tegenover agenten de gevallen
van agressie steeds toenemen, blijkt ook uit de gegevens die door de
commerciële omroep werden bekendgemaakt. Het aantal daden van
agressie tegenover hulpverleners is vorig jaar opvallend gestegen. In
de eerste helft van vorig jaar zou het aantal processen verbaal met
63% de hoogte zijn ingegaan, al zegt de federale politie daarover dat
we die cijfers genuanceerd moeten bekijken, omdat de meldingen
blijkbaar ook over bredere categorieën gaan. Notarissen worden
bijvoorbeeld ook als hulpverleners omschreven, wat deels wel zo is
maar daarover kan men discussiëren.
Kunt u over deze problematiek wat meer toelichting geven?
Moeten wij die cijfers nuanceren omdat er beroepen van algemeen
belang in worden vermeld.
Welke maatregelen kunt u rond die problematiek nemen, binnen
blijkbaar toch dat groeiend kader van agressie waar mensen die met
een bepaald mandaat de straat op moeten tegen moeten ingaan?
15.01 Michel Doomst (CD&V) :
Certains
chiffres
publiés
récemment
dans
la
presse
confirment aussi le fait que les
agents de police se font agresser
de plus en plus souvent. Par
ailleurs, l'an passé, le nombre
d'agressions
contre
des
secouristes a connu une hausse
spectaculaire. Le nombre de
procès-verbaux
aurait
même
augmenté de 63 % quoique ce
pourcentage doive être nuancé, si
l'on en croit la police, parce que la
catégorie de secouristes est si
vaste qu'elle englobe jusqu'aux
notaires. Le ministre pourrait-il dès
lors remettre ces chiffres en
perspective?
15.02 Minister Guido De Padt: Om het algemene cijfer van het
geweld tegen hulpverleners te duiden zal ik straks een lijst
overhandigen. De term `beroepen van algemeen belang' omvat heel
wat beroepen. Ik som er een aantal op: arts, brandweerman, notaris,
postbode, postbediende, apotheker, federaal minister, federaal
parlementslid, burgemeester, schepen. Het siert ons natuurlijk. De lijst
die ik gisteren heb voorgesteld in verband met slagen en
verwondingen jegens een agent of officier van politie zal ik u ter
informatie bezorgen.
De door u aangehaalde criminaliteitsgegevens hebben niet enkel
betrekking op hulpverleners maar op een veel bredere groep van
beroepen van algemeen belang die ten dienste staan van het publiek.
Ik kan u tevens melden dat de problematiek van gewelddaden tegen
personen met een openbaar ambt of mandaat, of die een taak van
openbare dienst of algemeen belang waarnemen en in contact komen
met het publiek, het voorwerp uitmaakt van een specifieke
omzendbrief, de COL 3/2008 van het College van procureurs-
generaal. Mijn departement heeft bijzondere aandacht voor de
preventie van geweldpleging tegen personen ten dienste van het
publiek. Ik denk aan artsen, apothekers en personeel van het
openbaar vervoer. Voor de maatregelen voor deze risicoberoepen
verwijs ik naar de antwoorden die ik op een eerder door u gestelde
vraag heb gegeven, alsook naar mijn antwoord op een vraag van de
heer Beke.
Ik heb het gisteren ten aanzien van de pers nog eens aangehaald.
15.02 Guido De Padt, ministre:
Le terme `professions d'intérêt
général' englobe un grand nombre
de professions, dont celles de
facteur, de parlementaire et
d'échevin. Je communiquerai par
écrit le chiffre global relatif aux
actes de violence à l'égard de
cette catégorie, de même que la
liste relative aux cas de coups de
blessures infligés à un agent ou à
un officier de police.
Les chiffres de criminalité cités
concernent un groupe très large
de professions d'intérêt général.
La question des actes de violence
contre des personnes exerçant
une telle profession fait l'objet
d'une circulaire du Collège des
procureurs généraux. Je me suis
déjà exprimé dans le cadre de
questions antérieures sur la
question de l'attention accordée à
la
prévention
par
mon
département.
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Misdrijven tegen wie dan ook zijn niet alleen een probleem van de
politie, het is een algemeen maatschappelijk probleem dat begint in
de wieg van elke deelnemer aan het maatschappelijke leven. Wij, als
federale overheid, moeten daar op vlak van preventie, controle en
repressie aandacht aan besteden. In deze kunnen veel actoren, ik
denk aan burgemeesters, mee een oplossing bieden.
Les délits commis contre autrui
constituent non seulement un
problème du ressort de la police,
mais également un problème
sociétal général. Les autorités
fédérales doivent y consacrer une
attention spécifique en matière de
prévention, de contrôle et de
répression. De nombreux acteurs,
tels
que
les
bourgmestres,
peuvent offrir une solution à cet
égard.
15.03 Michel Doomst (CD&V): Ik wil beklemtonen dat de
burgemeesters inderdaad de hulpverleners bij uitstek zijn. Ik ben blij
dat u hen in deze op de eerste plaats zet.
Tijdens de evaluatie van de politiehervorming zullen we dit punt ook
moeten behandelen. Het zal onmogelijk zijn om alles vanuit die
gezaghebbende maatschappelijke functies te regelen. De inbedding
van ons federale werk, in die regionale materies van preventie,
begeleiding, opvoeding, onderwijs, zal voor de toekomst de enige weg
blijken om een aantal zaken op te lossen. Anders zal men ons
hiermee blijven opzadelen, en die last zal uiteindelijk veel te zwaar
worden.
Ik kijk uit naar de evaluatie van de politiehervorming. Dit is een van de
componenten die de werking moet verbreden en de contactpunten
met preventie, opvoeding en onderwijs zo goed mogelijk moet maken.
15.03 Michel Doomst (CD&V):
En effet, les bourgmestres sont
des «secouristes» par excellence.
Tout ne peut pas se régler par le
biais
de
fonctions
sociales
d'autorité. Notre travail au niveau
fédéral devra venir s'insérer dans
les
matières
régionales
de
prévention,
d'accompagnement,
d'éducation et d'enseignement.
L'évaluation de la réforme des
polices doit conduire à un
élargissement du fonctionnement
et à une amélioration des points
de contact
en matière de
prévention,
d'éducation
et
d'enseignement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de snelste
adequate hulp van de brandweer" (nr. 11974)
16 Question de Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "l'aide adéquate la plus rapide des
16.01 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, in onze provincie Oost-Vlaanderen, is onlangs een stevige
discussie losgebarsten over het nieuwe systeem van de snelst
adequate hulp. Dat gebeurde naar aanleiding van een incident. Op
zondag 15 maart werd de brandweer van Antwerpen opgeroepen om
een autobrand te blussen aan het klaverblad van de E17 in Sint-
Niklaas.
Op het hulpdienstenforum vragen brandweermannen zich luidop af
wat eigenlijk het nut is van de snelst adequate hulp als men gewoon
in het wilde weg brandweerkorpsen uitstuurt. Veel vrijwilligers dreigen
dan ook gedemotiveerd te geraken. Wat Oost-Vlaanderen betreft,
wordt het Kruibeekse korps, dat bijna uitsluitend uit vrijwilligers
bestaat, door het nieuwe systeem getroffen. Het beroepskorps van
Linkeroever dekt nu immers bijna het volledige grondgebied.
De plaatselijke brandweer erkent dat er bijsturingen nodig zijn, want
het dubbel uitrukken van brandweerkorpsen moet grondig worden
herzien. Het principe van de snelst adequate hulp is in elk geval een
16.01 Leen Dierick (CD&V): Une
vive
discussion
a
éclaté
récemment, en Flandre orientale,
à propos du nouveau système de
l'aide adéquate la plus rapide à la
suite d'un incident: le service
d'incendie d'Anvers avait été
appelé pour un véhicule en feu
dans l'échangeur de l'E17 à Saint-
Nicolas.
On s'interroge sur la nécessité de
l'aide adéquate la plus rapide si
des corps de pompiers sont
dépêchés sur place au hasard. De
nombreux volontaires risquent
d'être démotivés. L'initiative est
bonne sur le plan du principe mais
elle est perfectible.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
goede zaak, maar voor bijsturingen vatbaar.
Volgens enkele brandweerlui zit er een aantal fouten in het
computerprogramma van de routeplanner van de 100-centrale in
Gent. Die computers worden nu blindelings gevolgd en er is nog
weinig plaats voor menselijke logica. Zo werd recent de ziekenwagen
van Kruibeke opgeroepen voor iemand met hartproblemen op de
markt in Berlare, goed voor een rit van 33 kilometer.
Waarschijnlijk hebt u ook weet van de fouten in het
computerprogramma en de routeplanner. Hebt u er zicht op hoeveel
fouten zijn vastgesteld sinds de inwerkingtreding van het principe van
de snelst adequate hulp? Zijn er cijfers per provincie beschikbaar?
Kunt u toelichting geven over de oorzaken die aan de basis liggen van
deze fouten? Zijn er intussen al maatregelen genomen om dergelijke
fouten in de toekomst te vermijden?
Graag had ik ook meer informatie over de stand van zaken van het
eenvormige oproepstelsel. Welke inspanningen worden er geleverd
om dat zo snel mogelijk veralgemeend in te voeren?
Le
logiciel
de
planification
d'itinéraire du centre 100 à Gand
comporterait des bogues, mais
ses consignes sont appliquées
aveuglément. La marge laissée à
la logique humaine est très étroite.
Récemment,
l'ambulance
de
Kruibeke a été appelée pour une
personne souffrant de problèmes
cardiaques à Berlare, ce qui
représente
un
trajet
de
33 kilomètres.
Combien
d'erreurs
ont
été
constatées depuis l'entrée en
vigueur du principe de l'aide
adéquate la plus rapide? Ces
chiffres sont-ils disponibles par
province? Quelles sont les causes
de ces erreurs? Des mesures ont-
elles déjà été prises, entre-temps,
pour éviter pareilles erreurs?
Quels efforts seront fournis pour
instaurer dans les meilleurs délais
et de manière générale le système
des centres d'appel uniforme?
16.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Dierick, elk technologisch systeem kent zijn beperkingen en dient dus
steeds te worden geëvalueerd en eventueel aangepast om zo
optimaal mogelijk te kunnen functioneren. Ter zake blijft het echter
steeds van belang dat er een menselijke controle wordt uitgevoerd,
zeker wanneer het gaat over het uitsturen van hulp in noodsituaties,
zoals een brand, wat u zelf ook hebt aangehaald. Dat is dan ook wat
er in de realiteit gebeurt.
Problemen in het systeem deden zich inderdaad in een aantal
gevallen voor, bijvoorbeeld bij incidenten die op een geblokkeerde
weg of op een weg met eenrichtingsverkeer plaatsvonden.
Mijn diensten werken echter voortdurend aan de optimalisering van
de technologie. In dat verband dient steeds voor ogen te worden
gehouden dat een ingrijpen van een aangestelde in het voorstel dat
de computer formuleert, steeds mogelijk blijft.
Voor alle duidelijkheid wens ik u mede te delen dat in het geval van
het incident te Sint-Niklaas het 100-centrum de beschikbare gegevens
heeft geraadpleegd en toegepast, teneinde de slachtoffers wel
degelijk de snelste, adequate hulp te kunnen bieden. De voorgaande
vaststelling lijkt mij het belangrijkste voor de burger in nood, zelfs
wanneer zulks met zich brengt dit ligt soms gevoelig dat een
vrijwilligerskorps daardoor in de praktijk een deel van zijn
interventiegebied aan een beroepskorps dient af te staan. Ik begrijp
dat het voorgaande element bij de verschillende korpsen gevoelig ligt.
Er kan ook aan een pragmatische oplossing worden gewerkt. De pas
opgerichte taskforces zijn daartoe het ideale instrument.
16.02 Guido De Padt, ministre:
Tout système technologique a ses
limites et doit être adapté si besoin
en est. Le contrôle humain reste
important et il est exercé dans la
pratique.
Dans un certain nombre de cas, le
système a connu des problèmes.
Son optimisation est en cours.
Dans le cas de Sint-Niklaas,
l'assistance adéquate la plus
rapide a été envoyée. Je puis
comprendre que le fait qu'un corps
de volontaires doive céder une
partie de sa zone d'intervention à
un corps professionnel soit une
matière sensible mais, à mes
yeux, le citoyen en détresse prime.
Je n'ai pas eu connaissance de
problèmes antérieurs.
Il est prévu d'évoluer vers le
numéro d'urgence unique 112
imposé par l'Europe. Dans une
première phase, la migration zéro,
le central 100 devra être transféré
dans le bâtiment du central 101 de
la police. Cette migration est
achevée en Flandre orientale et le
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
De FOD Binnenlandse Zaken heeft voorts geen kennis van eerdere
problemen of fouten bij de selectie van de snelste, adequate hulp, ook
niet in Oost-Vlaanderen.
De eenvormige oproepstelsels maken momenteel het voorwerp van
een veranderingsproject uit, waarbij naar een eenvormig
noodnummer 112, zoals door Europa opgelegd, wordt geëvolueerd.
Voornoemde verandering verloopt gefaseerd.
De eerste fase is de nulmigratie en betreft de verhuis van de 100-
centrale naar hetzelfde gebouw als de 101-centrale van de politie. De
nulmigratie werd reeds uitgevoerd in de provincie Oost-Vlaanderen en
zal nog in 2009 in de provincie Vlaams-Brabant plaatsvinden. De
overige provincies zullen in de loop van 2010, 2011 en 2012 volgen.
Na de nulmigratie zal dan gefaseerd een verdere realisatie van het
112-project plaatsvinden, waarbij uiteindelijk dient te worden gekomen
tot een situatie waarbij alle oproepen voor dringende brandweer- en
politie-interventie en voor medische hulp op een uniform noodnummer
112 zullen worden gecentraliseerd.
sera dans les autres provinces
d'ici 2012.
16.03 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik begrijp uit uw antwoord dat elk technologisch systeem
zeker in het begin een aantal kinderziekten vertoont. Wij moeten
alleszins proberen kinderziekten zoveel mogelijk te vermijden want
het ter plaatse komen van de hulpdiensten is immers een heel
essentiële zaak. Wij kunnen ons op dat vlak dan ook weinig of geen
fouten veroorloven.
Het is altijd beter dat er een dubbele oproep is dan dat er niemand ter
plaatse zou komen. De dubbele oproep werkt echter uiteraard
kostenverhogend. Daarmee moeten wij rekening houden. Vooral de
vrijwilligerskorpsen komen later, maar ze komen wel ter plaatse en
moeten dan ook worden vergoed.
Op dat punt moet dus ook eens naar een oplossing worden
uitgekeken.
Voor ons zijn de vrijwilligerskorpsen heel essentieel en wij moeten die
blijven ondersteunen. Het zou jammer zijn dat een en ander ten koste
van hun motivatie gaat.
16.03 Leen Dierick (CD&V): Nous
devons nous efforcer de prévenir
autant que possible les problèmes
de rodage du système. Un double
appel vaut toujours mieux que
l'absence d'intervention. Toutefois,
il y a lieu de tenir compte de
l'augmentation des coûts qui en
résulte.
Pour
nous,
les
corps
de
volontaires restent essentiels et ils
doivent conserver leur motivation.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 11986 de M. Weyts est reportée à sa
demande, de même que son interpellation n° i299. M.Jambon étant
absent, sa question n° 12003 est reportée.
De voorzitter: De vraag nr. 11986
en de interpellatie nr. 299 van de
heer Weyts en de vraag nr. 12003
van de heer Jambon worden
uitgesteld.
17 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de ministeriële
omzendbrief betreffende de Taskforces" (nr. 12025)
17 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la circulaire ministérielle relative aux
17.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag is iets actueler dan ik had ingeschat. Blijkbaar is
17.01 Michel Doomst (CD&V): Il
semblerait
que
la
circulaire
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
de ministeriële omzendbrief betreffende de Taskforces door u
ondertussen ondertekend. Ik begrijp dat, want de zaken gaan best
vooruit.
Ik was vanmorgen aanwezig op een vergadering. Ook de zone West
heeft aangegeven nog een grondig gesprek te willen voeren over de
tegemoetkoming, alvorens van start te gaan. De provincie Vlaams-
Brabant, met 1.050.000 inwoners, kan maar over 351.000 euro
beschikken het is altijd moeilijk om vergelijkingen te maken, omdat
u drie normen als uitgangspunt hebt genomen terwijl Luik, met
minder inwoners, over bijna het dubbele kan beschikken, namelijk
680.000 euro.
Met alle respect ik weet dat we ze hoog moeten inschatten maar
West-Vlaanderen kan toch ook beschikken over 926.000 euro. Wij
weten dat u als norm het aantal zones, het aantal agenten en het
aantal posten hebt genomen. Vanmorgen werd er vanuit de groep en
door de gouverneur gepleit voor het minimum. Wij hebben twee
zones en zitten waarschijnlijk het best in de geest van waar men
naartoe wil, met name een zo stevig mogelijk uitgebreide zone.
Men vroeg het minimum, met name één officier, die het in acht tot
negen maanden kan voorbereiden negen maanden is een zeer
vruchtbare periode , een halftijdse administratieve kracht en één
vierde human resources. Als ik het nog goed van buiten weet, kwam
men aan 225.000 euro per zone, terwijl men eigenlijk slechts beschikt
over 175.000 euro per zone. Ik denk dat ik het ook kan onderkennen,
maar kunt u nog even toelichten welke normen u daarvoor hebt
genomen?
Vlaams-Brabant leunt toch heel nauw aan bij Oost-Vlaanderen. Kunt u
voor Vlaams-Brabant nog wat correcties aanbrengen? U moet
anderen niet benadelen. Het is niet de bedoeling iemand voor te
trekken. Voor zover ik kon waarnemen, had ik echter het gevoel dat
men gewoon niet aan de minimumbezetting raakt om alzo iets te
kunnen doen aan het werk dat de komende maanden voorligt. De
reactie was zo hevig dat men in beide zones heeft gezegd dat, als dat
niet het geval is, zij in de onmogelijkheid verkeren te starten.
ministérielle relative aux Task
Forces ait entre-temps été signée
par le ministre. Je le comprends
fort bien, car il est préférable que
les choses progressent.
Lors d'une réunion ce matin, j'ai
cru comprendre que la zone ouest
souhaitait, elle aussi, un débat
approfondi
à
propos
des
interventions
avant
de
commencer. La province du
Brabant flamand, qui compte
1 050 000 habitants, ne dispose
que de 351 000 euros, alors que
Liège peut compter sur près du
double.
La Flandre occidentale peut aussi
disposer de 926.000 euros. Je
pensais que le nombre de zones,
d'agents et de postes constituait la
norme. Le groupe ainsi que les
gouverneurs ont plaidé pour le
minimum, à savoir un officier, un
mi-temps administratif et un quart-
temps
pour
les
ressources
humaines.
Le ministre peut-il une nouvelle
fois expliciter les normes qui sont
à la base de cette décision?
Pourrait-il
encore
apporter
certaines corrections au niveau du
Brabant flamand, une province
tout de même fort comparable à la
Flandre orientale? Il ne peut en
effet être question de favoriser
certaines provinces au détriment
d'autres. Les deux zones de
Flandre orientale ont indiqué qu'il
leur
serait
impossible
de
fonctionner dès le départ avec un
personnel minimum.
17.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, ik zou het in de
eerste plaats betreuren mocht de provincie niet willen meedoen aan
iets wat toch heel belangrijk is, met name de hervorming van de
civiele veiligheid, en mocht dit struikelen over financiële middelen.
Binnen de partij, waartoe u behoort, collega Doomst, zal er toch al
over gesproken zijn dat de financiële middelen, waarover de regering
beschikt, momenteel niet groot genoeg zijn om bijkomende insteek te
geven.
U weet ook dat blijkt uit de rondzendbrief en de bijlagen daarbij
dat de maximumbedragen voor financiële steun werden berekend op
basis van drie criteria. Er werd een onderscheid gemaakt tussen drie
niveaus: zones met minder dan 9 posten, zones met minstens 9
17.02 Guido De Padt, ministre: Il
serait regrettable à mes yeux que
la province refuse de collaborer à
la réforme de la sécurité civile
pour des raisons financières. Le
gouvernement
ne
dispose
actuellement pas de moyens
suffisants pour modifier son
approche en la matière, or cette
réalité a certainement également
été évoquée au sein du parti de M.
Doomst.
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
posten en minder dan 700 agenten, en zones met minstens 9 posten
en meer dan 700 agenten. Die berekeningswijze werd ook duidelijk
gemaakt in bijlage 1 bij de rondzendbrief.
De ratio legis die gehanteerd werd, was dat de taskforce enerzijds
vooral operationele opdrachten moet vervullen en anderzijds vooral
een inventaris moet opstellen van de actuele toestand inzake
materieel, personeel, risico's, en dergelijke meer.
De werklast wordt in grote mate bepaald door het aantal posten en
het aantal personeelsleden. Er werd geopteerd voor de criteria "aantal
posten" en "aantal operationele personeelsleden." Ik meen dat de
criteria die men toepast niet afhankelijk mogen zijn van de provincie
waarin men woont of van de gouverneur die aan het hoofd staat van
die provincie. De criteria die worden toegepast moeten voor de tien
provincies van het land gelden, meen ik.
Bovendien wil ik benadrukken dat deze criteria ertoe geleid hebben
dat op basis van een objectieve parameter een verdeling van het
budget over de verschillende zones gebeurd is, waarbij alle zones op
dezelfde wijze behandeld werden. Een toekenning van bijkomende
financiële steun op een eerder arbitraire wijze aan een of meer zones
in het bijzonder, zou ervoor zorgen dat afbreuk wordt gedaan aan dat
gelijkheidsbeginsel. Daarvoor heb ik de grootste schrik, want als
daaraan afbreuk wordt gedaan kan men het einde van de
klachtenregen niet inschatten.
Les montants maximums pour
l'aide financière sont calculés sur
la base de trois critères. Dans un
premier temps, une distinction a
été faite entre trois niveaux: les
zones comptant moins de neuf
postes, les zones comptant au
moins neuf postes et moins de
sept cents agents, et les zones
comptant au moins neuf postes et
plus de sept cents agents.
La taskforce doit effectuer des
missions
opérationnelles
et
dresser l'inventaire de la situation
actuelle au niveau du matériel et
des ressources humaines. La
charge de travail est donc en
grande partie déterminée par le
nombre de postes et le nombre
d'effectifs
opérationnels.
Ces
critères sont en vigueur dans les
dix provinces du pays.
Ainsi le budget a pu être réparti
entre les différentes zones sur la
base d'un paramètre objectif.
Accorder de l'aide supplémentaire
de
façon
arbitraire
porterait
atteinte au principe d'égalité.
17.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik meen dat het
begin van de moeilijkheid zit bij de keuze van het aantal zones per
provincie. In dit geval heeft men ervoor gekozen zo ruim mogelijk te
gaan. Dat zorgt in de startbezetting voor ongelijkheid. Het gaat dus
om de keuze van de criteria volgens dewelke de gelden worden
verdeeld. Het bedrag waarom het hier gaat, is 1,5% tot 2% van het
totaal, meen ik.
Ik wil dus aandringen op een grondig gesprek daarover, en om
eventueel met de andere provincies te kijken of met het aantal zones
rekening kan worden gehouden. Het alternatief dat wordt
voorgehouden is daar gaan we dat de gemeenten zouden
bijleggen wat te kort is bij het opzetten van de taskforce. U begrijpt dat
dit bij de betrokkenen argwaan wekt, want wij zijn nog maar pas bij de
taskforce en nu al wordt er gevraagd of het niet mogelijk is dat de
gemeenten het gat dichtrijden. Ik weet wel, we zitten in de sfeer van
de Ronde van Vlaanderen, maar dat gat dichtrijden zou op dit
ogenblik een kwalijk signaal zijn voor de rest van de politiehervorming.
17.03 Michel Doomst (CD&V):
Les difficultés commencent avec
le choix du nombre de zones par
province. On a choisi d'aller le plus
loin possible mais cela entraîne
des inégalités au niveau de
l'effectif de départ. Le montant
dont il s'agit en l'occurrence
s'élève à mon avis à 1,5 à 2 % du
total. Je réclame avec insistance
une discussion approfondie à ce
propos. L'alternative qu'on nous
présente - que les communes
feraient l'appoint suscite à juste
titre la méfiance et constitue un
mauvais signal pour la suite de la
réforme.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de schorsing van
politieagenten" (nr. 12040)
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "een grotere
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
democratische controle op de federale politie" (nr. 12114)
18 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la suspension d'agents de police" (n° 12040)
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "un plus grand contrôle démocratique de la
police fédérale" (n° 12114)
18.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik ben blij een
vraag te kunnen stellen aan de heer De Padt als minister van
Binnenlandse Zaken, maar ik vind het vooral beledigend voor de
minister dat mijn naam met de zijne wordt verward.
Mijnheer de minister, recent werd de Brusselse korpschef voor
minstens vier maanden geschorst. Hij is in staat van beschuldiging
gesteld voor valsheid in geschrifte. Indien er een gerechtelijke
beslissing valt, kan de schorsing worden verlengd. U hebt intussen
bekendgemaakt dat u de tuchtprocedures tegen politiepersoneel
absoluut zou willen versoepelen. De procedure is momenteel te log en
werkt weinig bemoedigend voor degenen die er verantwoordelijk mee
moeten omgaan. De geschorste personen blijven trouwens hun loon
volledig ontvangen.
Graag kreeg ik wat meer uitleg over de schorsing. In welke richting
meent u de tuchtprocedures te versoepelen?
Bent u bereid de situatie te bekijken, zodat de geschorste agenten
voelen dat er iets is misgelopen?
18.01 Michel Doomst (CD&V): Le
chef de corps de la zone de police
de Bruxelles a récemment été
suspendu pour au moins quatre
mois après avoir été inculpé de
faux en écritures. Le ministre a
annoncé son intention de modifier
la
procédure
disciplinaire
applicable au personnel de police
parce qu'il la juge trop lourde.
Actuellement,
les
personnes
suspendues continuent par ailleurs
à percevoir leur traitement. Le
ministre pourrait-il fournir des
explications sur la suspension du
chef
de
corps?
Quelles
modifications compte-t-il apporter
aux procédures disciplinaires?
18.02 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, collega's, ik sluit mij aan bij collega Doomst.
Mijnheer de minister, ik ben blij dat ik u vorige week heb horen pleiten
voor een versoepeling van de tuchtprocedures tegen politiepersoneel.
Toen u zelf nog parlementslid was, was dat een van de conclusies
van het Comité P die wij beiden deelden, naar aanleiding van de
affaires die toen aan de gang waren en vandaag nog altijd niet zijn
afgerond. Het verheugt mij dat u vorige week zelf hebt aangekondigd
ter zake iets te willen doen.
Ik heb mijn vraag ook één of twee keer gesteld aan uw voorganger,
die het op de lange baan heeft geschoven. Hij zei dat het een
onderdeel moest zijn van het statuut van het politiepersoneel, dan al
dan niet zou worden herzien.
Ik ga ervan uit dat u meent wat u vorige week zei en ik vraag u naar
de concrete timing en de concrete aanpak. Plakt u er al dan niet een
timing op?
Bij de beschouwingen, gemaakt door het Comité P naar aanleiding
van de politieaffaires, werd gezegd dat er een heel duidelijk
onderscheid is tussen de sociale controle op de lokale politie en de
sociale en democratische controle op de federale politie. Denkt u, wat
de tuchtprocedures betreft, een onderscheid te maken tussen de
lokale politie en de federale politie? Wat denkt u van de conclusie dat
de democratische controle op de federale politie zou moeten worden
vergroot met betrekking tot de tuchtsancties? Nu is die in de praktijk
immers onbestaande.
18.02
Ludwig
Vandenhove
(sp.a): Je me joins aux questions
de M. Doomst. Je me réjouis
d'apprendre que le ministre prévoit
de
modifier
les
procédures
disciplinaires.
Lorsque
j'ai
interrogé son prédécesseur à ce
sujet, il a reporté la question aux
calendes grecques. Le ministre
pourrait-il me communiquer un
calendrier concret? À la suite des
affaires, le Comité P a estimé qu'il
convenait de distinguer clairement
le contrôle social et démocratique
exercé sur la police locale, d'une
part, et la police fédérale, d'autre
part.
Le ministre établira-t-il
également une distinction entre les
polices locale et fédérale en
matière
de
procédures
disciplinaires?
Actuellement,
pratiquement
aucun
contrôle
démocratique n'est exercé sur la
police fédérale en matière de
sanctions disciplinaires.
18.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, 18.03 Guido De Padt, ministre:
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
tijdens de voorbije weken en maanden hebben we een aantal
gebeurtenissen meegemaakt, die we wellicht in de toekomst nog
zullen meemaken, omdat het mijn aanvoelen is dat de huidige
tuchtprocedures iets te stroef zijn. Ik denk dat ook bij vele
burgemeesters en korpschefs het gevoel leeft dat men niet meer op
een goede manier sanctionerend kan optreden ten aanzien van
politiemensen die over de schreef gaan. Daarom is het mijn
aanvoelen dat er daaraan iets moet gebeuren.
U hebt ernaar verwezen dat de Federale Politieraad momenteel een
analyse en evaluatie maakt van tien jaar politiehervorming, waarbij
meerdere items, waaronder het tuchtstatuut, aan bod zullen komen. Ik
hoop die evaluatie toch tegen 15 april in mijn bezit te krijgen.
Diverse actoren van de lokale en federale politie en van de
gemeenten voelen tucht nog steeds als een knelpunt aan en zij
vinden ook dat een herziening van het tuchtstatuut noodzakelijk is,
vooral gelet op de administratieve last die een tuchtprocedure met
zich brengt. De burgemeesters die hier om de tafel zitten, weten
hoeveel paperassen komen kijken bij dergelijke tuchtprocedures.
Ik heb de Federale Politieraad verzocht om over hun algemene
conclusies te kunnen beschikken. Dat is nu aangekondigd tegen 15
april. Ik hoop dat het geen 15 mei wordt, want dan zal ik mij eens echt
kwaad moeten maken. Daarna zullen we het verslag natuurlijk
moeten voorleggen aan het Parlement. De voorgestelde pistes uit het
parlementair debat, onder andere inzake de aanpassingen aan het
tuchtstatuut, kunnen op dat moment in overweging worden genomen.
De wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut is van toepassing
op de federale en lokale politie. Het is een onderdeel geweest van het
eenheidsstatuut. Ik denk dat de uniformiteit van het tuchtstatuut over
heel het land, ongeacht of men tot de federale of de lokale component
behoort, bewaard moet blijven.
De tuchtwet bepaalt momenteel dat de persoon tegen wie een
tuchtprocedure of opsporingsonderzoek loopt of voor wie een
strafvervolging werd ingesteld en wiens aanwezigheid onverenigbaar
is met het belang van de dienst, bij ordemaatregel voorlopig kan
worden geschorst. De bevoegde tuchtoverheid spreekt de voorlopige
schorsing uit - de burgemeester, het politiecollege of de minister van
Binnenlandse Zaken - en kan beslissen dat die maatregel tevens een
inhouding van wedde omvat van maximum 25 procent. De wet
voorziet in die mogelijkheid, maar ik stel vast dat de inhouding weinig
wordt toegepast. Ik besef ten volle dat bij een ordemaatregel de
schuldvraag niet aan de orde is, maar dat neemt niet weg dat van de
mogelijkheid meer gebruik moet en zal worden gemaakt. Als er echt
bekentenissen zijn, als deze bekentenissen worden kenbaar gemaakt
via een gerechtelijke autoriteit en als het om zware feiten gaat, dan
mag men geen schrik hebben om de inhouding van 25 procent toe te
passen wanneer er een ordemaatregel wordt getroffen.
Ik mag het misschien niet zeggen en ik zal het niet enten op één
geval, maar ik heb er moeite mee dat mandaathouders nog in staat
zijn om hun mandaat te behouden, zelfs nadat is gebleken dat zij echt
over de schreef zijn gegaan en dus, door het niet neerleggen van hun
mandaat de selectie van een nieuwe mandaathouder kunnen
tegenhouden.
J'estime
que
les
actuelles
procédures disciplinaires sont trop
compliquées à mettre en oeuvre.
De nombreux bourgmestres et
chefs de corps ont le sentiment
qu'il ne leur est plus possible de
sanctionner des policiers ayant
commis une faute. Divers acteurs
des polices locale et fédérale ainsi
que des communes estiment
qu'une
révision
du
statut
disciplinaire s'impose en raison
surtout de la charge administrative
que représente une procédure
disciplinaire. Le Conseil fédéral de
police procède à l'heure actuelle à
une évaluation de dix années de
réforme des polices. La question
du statut disciplinaire y sera
évidemment abordée. J'attends
les résultats de l'évaluation pour le
15 avril. Le texte devra ensuite
encore
être
examiné
au
Parlement.
La loi du 13 mai 1999 sur le statut
disciplinaire s'applique à la police
locale et à la police fédérale. Il
convient très certainement de
maintenir l'uniformité du statut
disciplinaire. La loi actuelle stipule
qu'un membre du personnel
contre lequel une procédure
disciplinaire ou une information
judiciaire court ou une poursuite
pénale est exercée peut être
suspendu
provisoirement
par
l'autorité disciplinaire compétente,
à savoir le bourgmestre, le collège
de police ou le ministre de
l'Intérieur.
La
personne
en
question peut également se voir
retirer 25 % de son salaire, mais
cette
mesure
est
rarement
appliquée. La question de la
culpabilité ne se pose évidemment
pas dans le cadre d'une mesure
d'ordre mais s'il y a eu des aveux
ou si les faits sont graves, cette
mesure devrait tout de même être
appliquée plus souvent. J'ai
également du mal à accepter que
des
mandataires
peuvent
conserver leur mandat alors qu'il
apparaît clairement qu'ils ont failli.
Il existe déjà de nombreux
mécanismes de contrôle de la
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Dat is toch wel heel aberrant en moet misschien toch regelgevend
aangepakt kunnen worden.
Wat nu de grotere democratische controle op de federale politie
betreft, stel ik samen met u vast dat er heel wat controlemechanismen
zijn. We hebben het comité P, de algemene inspectie, het
controleorgaan inzake de gegevensbank, het intern toezicht, het
Rekenhof enzovoort. Ik stel tevens vast dat er een democratische
inbedding is: opdrachten, basisstructuur, essentiële statutaire
aspecten, gezag- en beheersregels. Dat is allemaal door de wetgever
vastgelegd in, onder meer, de Octopuswet.
Het basisplan voor de federale politie is het nationale veiligheidsplan
dat werd goedgekeurd door de Ministerraad na advies van, onder
andere, de federale politieraad. De parlementaire mondelinge en
schriftelijke vragen over de politie zijn zeer talrijk, ondervind ik nu aan
den lijve. Dat maakt toch ook een heel stipte democratische controle
mogelijk. Ook de tuchtregeling, de deontologische code en de
evaluatieregeling zijn bijkomende bakens.
Ik sta open voor suggesties en een debat ten gronde, maar twijfel er
een beetje aan of we opnieuw iets extra moeten creëren. Ik ben er
veeleer voorstander van het bestaande arsenaal te verbeteren en te
optimaliseren, of zelfs te activeren. Heel concreet denk ik aan het
volgende. Ten eerste, ik neem mij voor de deontologische commissie
die bij KB werd opgericht, te dynamiseren. Tot op heden bracht die
weinig of niks voort. Ik ga alvast naar de eerstvolgende bijeenkomst
van die commissie om alvast dat pleidooi te houden.
Ten tweede, de denkoefening over een aanpassing van de tuchtwet is
aan de gang. Dat wordt een parlementair debat, wat niet wegneemt
dat ik mijn diensten al opdracht heb gegeven om nu reeds
voorbereidend werk te verrichten. U weet dat dat geen gemakkelijke
oefening zal zijn, omdat men daar ook te maken hebt met syndicaal
overleg. Wanneer men bepaalde reacties ziet van sommige
vakbondsverantwoordelijken, dan kan men nu al voorspellen dat het
een heel moeilijke discussie zal worden.
Dit jaar komt er een gloednieuwe onderrichting in verband met de
interne controle, die in de plaats zal komen van de oude circulaire
POL 48 en ik vind dat dat niets te vroeg is.
Ik richtte recent bij ministerieel besluit van 11 maart een beleidsraad
op, een mogelijkheid die tot op heden onbenut blijft. Ik wil even een
out of the box view krijgen van een aantal mensen die het gegeven
bekijken, evalueren en ons van advies dienen, omdat we nu te veel te
rade gaan bij politiemensen zelf. De opdrachtbrieven van de
mandaathouders moeten worden gefinaliseerd.
Ten zesde, het Parlement zou met die opdrachthouders op geregelde
tijdstippen hoorzittingen kunnen houden.
Er is dus toch een marge. Ik sta open voor elk voorstel dat
dienaangaande geformuleerd kan worden. Mijn aanvoelen is dat het
Parlement daarbij nauw betrokken moet worden, omdat het over
politie gaat en de politie is volgens mij heel belangrijk in onze
maatschappij.
police fédérale, tels que le
Comité P, l'inspection générale,
l'organe de contrôle en matière de
gestion de la banque de données,
le contrôle interne ou la Cour des
comptes. Le législateur a en outre
mis
en
place
un
ancrage
démocratique, notamment par le
biais de la loi Octopus. Le Conseil
des ministres a adopté le plan
national de sécurité pour la police
fédérale après avis du conseil
fédéral de la police et les
questions parlementaires sur la
police
sont
nombreuses.
N'oublions pas non plus le régime
disciplinaire,
le
code
déontologique et le système
d'évaluation.
Je doute qu'il faille encore créer
des mécanismes de contrôle
supplémentaires. Nous pouvons
en revanche optimaliser les
possibilités existantes. J'envisage
notamment de dynamiser la
commission déontologique qui n'a
pas encore été très active. Un
débat parlementaire doit être
organisé en ce qui concerne
l'adaptation de la loi disciplinaire
mais j'ai déjà chargé mes services
de préparer les travaux. Nous
devrons tenir compte de la
concertation syndicale et je crains
une discussion animée. Une
nouvelle directive relative au
contrôle interne sera finalement
instaurée cette année. J'ai créé un
conseil stratégique par l'arrêté
ministériel du 11 mars dernier. Les
lettres de mission des mandataires
sont actuellement analysées. Le
Parlement
pourrait
entendre
régulièrement ces personnes dans
le cadre d'auditions.
Je suis ouvert à toutes les
propositions. Je souhaite associer
le Parlement à cette question car il
s'agit de la police, un élément très
important pour notre société.
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
18.04 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw oprecht en doorleefd antwoord. Ik dank u ook voor de stimulans
om in het Parlement nog meer vragen over de politie te stellen.
Men voelt aan dat de tuchtprocedures een probleem zijn, zowel op
hoog niveau, in een aantal grote korpsen, als in kleinere korpsen.
Collega's zeggen mij dat zij er gewoon niet aan durven te beginnen.
Men kan het vergelijken met een kleine die men wil straffen, maar
men begint er niet aan, omdat hij veel lawaai zal maken. Dat is niet
goed voor de goede werking. Wij moeten tijd nemen om, hopelijk kort
na Pasen, vooral het "tuchtei" te leggen. Wij moeten daarvoor de tijd
nemen. Wij mogen dat ei niet te snel leggen, wij moeten het met de
gevoeligheid van de kip op de juiste plaats doen belanden.
18.04 Michel Doomst (CD&V):
Les
procédures
disciplinaires
génèrent des problèmes à tous les
niveaux
aujourd'hui.
Certains
bourgmestres n'osent pas les
appliquer. Espérons qu'on puisse
s'atteler à la réforme de ces
procédures en avril, mais il faudra
agir avec circonspection.
18.05 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de minister, ik ben het
eens met u daarom heb ik ook mijn twee vragen tezelfdertijd gesteld
dat het tuchtstatuut voor de lokale en de federale politie hetzelfde
blijft. De achtergrond van mijn andere vraag dit had u goed
begrepen was dat de federale politie democratisch gecontroleerd
moet worden. Ik denk dat wat zich op het niveau van de federale
politie afspeelt eigenlijk ondenkbaar is in een lokale zone. Dat kan wel
gebeuren, maar het komt veel sneller uit. Wij hebben daarvan in de
voorbije weken bepaalde voorbeelden gezien.
Het is goed dat u een voorstel deed. Ik had zelf ook dat idee. Los van
alle organen die er zijn dat zijn natuurlijk organen die optreden op
het ogenblik dat er iets fout gelopen is , moeten wij, en u als minister
natuurlijk, veel meer impact hebben op de federale politie, qua beleid.
Het zou niet slecht zijn dat, bijvoorbeeld, de korpschef om de zes
maanden in de commissie voor de Binnenlandse Zaken van het
Parlement verslag zou uitbrengen over zijn werkzaamheden, zodat wij
in alle openheid daarover vragen kunnen stellen.
In de lokale zones is de democratische en de sociale controle op de
politiemensen zeer hoog. Dat is goed. Wij moeten proberen, zonder
dat we nieuwe structuren oprichten - want dat is zeker mijn pleidooi
niet om bij de federale politie, waar de sociale controle moeilijker is,
de democratische controle te verhogen. Ik denk niet aan de oprichting
van een nieuw orgaan. Ik denk dat wij dat beter door het Parlement
laten doen. Wij moeten, bijvoorbeeld om de zes maanden, op een
bepaalde manier verslag laten uitbrengen, niet alleen over het
uitgevoerde beleid, maar eventueel ook over een aantal interne
zaken, zodat de kans kleiner wordt dat er zaken gebeuren zoals de
recente incidenten. Wij moeten daarover goed nadenken en zeker
geen nieuwe organen oprichten. Het Parlement en de commissie zijn
het geëigende orgaan daarvoor.
18.05
Ludwig
Vandenhove
(sp.a): La procédure disciplinaire
doit effectivement rester identique
pour les polices locale et fédérale.
Un
véritable
contrôle
démocratique doit aussi pouvoir
s'exercer sur la police fédérale.
Des situations telles que celle qui
s'est produite à la police fédérale
sont impossibles auprès de la
police
locale,
car
elles
y
apparaîtraient beaucoup plus vite
à la surface. Nous devons
effectivement
pouvoir
influer
davantage sur la stratégie de la
police fédérale et c'est pourquoi je
me réjouis des propositions du
ministre. Le chef de corps pourrait
venir faire régulièrement rapport
en commission de l'Intérieur. Il faut
accroître le contrôle démocratique,
mais sans créer de nouveaux
organes pour autant, il est vrai. Le
Parlement est le mieux placé pour
le faire, également en ce qui
concerne les affaires internes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 12041 de Mme Lejeune est transformée en question écrite.
19 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "een verhoorkamer van
de Mossad op de nationale luchthaven" (nr. 12048)
- mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de veiligheid op luchthavens"
(nr. 12080)
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
19 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de l'Intérieur sur "un local d'interrogatoire du Mossad à l'aéroport
national" (n° 12048)
- Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "la sécurité dans les aéroports" (n° 12080)
19.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, naar aanleiding van een getuigenis in P-Magazine heb ik
u een veertiental dagen geleden een vraag gesteld met betrekking tot
het veiligheidspersoneel van de luchtvaartmaatschappij El Al.
Intussen werd ik gecontacteerd door een tiental mensen met
gelijkaardige getuigenissen. Het is volgens mij overduidelijk dat de
getuigenis in P-Magazine geen alleenstaand geval is.
Twee weken geleden heb ik u gevraagd welke acties het
veiligheidspersoneel wel en niet mag ondernemen om de veiligheid
van hun vluchten te waarborgen. Ik heb u ook gevraagd naar het
akkoord met El Al. U stelde dat u te weinig tijd had gekregen om een
volledig antwoord te geven op mijn vragen en dat u een onderzoek
zou bevelen. Ik had daar op zich geen probleem mee. Mijn eerste
vraag is of u de resultaten van dit onderzoek kunt toelichten.
U verklaarde twee weken geleden dat fouilleren niet toegelaten is. Uit
de verschillende getuigenissen die ik inmiddels heb binnengekregen,
blijkt dat de mensen wel degelijk werden gefouilleerd. Mijn tweede
vraag is dan ook of u actie kan of zal ondernemen opdat dit niet meer
zou gebeuren?
U verklaarde twee weken geleden ook dat het apart nemen van
betrokken personen in een lokaal wordt ingegeven door de wil om hun
privacy te waarborgen. Mensen worden apart genomen om vragen te
stellen met betrekking tot hun inlichtingenformulieren. De betrokken
personen hebben dit alleszins niet zo ervaren. Volgens hen moesten
ze zich daar uitkleden en werd hun bagage en kleding nauwkeurig
onderzocht. Dat gaat veel verder dan het stellen van veel vragen. De
ene keer was er wel een politieagent aanwezig, een andere keer niet.
Mijn laatste vraag is dan ook welke maatregelen u kan en zal nemen
om ervoor te zorgen dat in die lokalen niets meer gebeurt dat niet
door de beugel kan.
19.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le témoignage paru dans
le P-Magazine concernant le
personnel de sécurité de la
compagnie El Al ne constitue
manifestement pas un cas isolé
car, dans l'intervalle, une dizaine
de témoignages analogues me
sont revenus.
Il y a deux semaines, le ministre a
déclaré que les fouilles étaient
interdites mais cette pratique
constitue
manifestement
une
réalité. Le ministre prendra-t-il une
initiative pour s'y opposer?
Il avait également déclaré que si
une personne était emmenée dans
une pièce séparée pour y être
interrogée, c'était uniquement pour
respecter sa vie privée, mais il
s'agit
en
l'occurrence
de
personnes qui sont déshabillées et
minutieusement
fouillées,
en
présence ou non d'un agent de
police.
Quelles
mesures
le
ministre prendra-t-il à l'encontre de
ces pratiques?
19.02 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn collega heeft de feiten al voldoende geschetst.
Ik heb een aantal heel concrete vragen. Wie is bevoegd voor de
veiligheidscontrole op de luchthavens? Wat is precies de rol van de
politie hierin? Hoe verloopt de controle in de regionale luchthavens?
Hoe verloopt het toezicht op die controles in de regionale luchthavens
en wie is hiervoor bevoegd?
19.02 Leen Dierick (CD&V): Qui
est compétent pour les contrôles
de sécurité dans les aéroports?
Quel rôle joue la police dans ce
domaine?
Comment
sont
effectués les contrôles dans les
aéroports régionaux? Qui est
compétent pour la supervision des
contrôles dans ces aéroports
régionaux?
19.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, deze
vraag werd al eens gesteld in de plenaire vergadering, mogelijk met
een antwoord van de heer Schouppe.
19.04 Leen Dierick (CD&V): Ja, ik stelde die vraag al.
19.05 Minister Guido De Padt: Welnu, het heeft natuurlijk geen zin 19.05 Guido De Padt, ministre:
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
dat constant dezelfde vragen worden gesteld over hetzelfde item,
waarvan uit het antwoord toch zal blijken dat mijn departement er
maar heel zijdelings bij betrokken is. Maar ik zal u het antwoord
voorlezen.
De veiligheidscontrole op de nationale luchthaven en de regionale
luchthavens, zowel van de passagiers als van hun bagage en van
colli's, is gebaseerd op Europese veiligheidsvoorschriften en valt
onder de respectievelijke luchthavenuitbaters onder het toezicht van
het directoraat-generaal Luchtvaart dat toebehoort aan het
departement Mobiliteit.
Zo valt de veiligheidscontrole op de nationale luchthaven onder de
bevoegdheid van de Brussels Airport Company, die daarvoor een
beroep doet op Securair.
De federale luchtvaartpolitie is bevoegd voor de politiezorg in en rond
de luchthavens, met inbegrip van de paspoortcontrole. Wat de
veiligheidscontrole aangaat, treedt zij enkel op in geval de
controlediensten een misdrijf melden, of bij een incident inzake
openbare orde.
Het vervoerscontract waarover ik tijdens de vorige keer sprak, betreft
enkel het ticket dat gekocht wordt door de reiziger. Dat ticket geeft
een contractuele verbintenis met de luchtvaartmaatschappij. Voor het
eventueel akkoord dat er bestaat met El Al dien ik u door te verwijzen
naar de collega van Mobiliteit, zoals ik daarnet al even aangegeven
had.
Indien El Al aanwijzingen heeft dat een fouille dient te gebeuren, zal
dat verlopen zoals afgesproken in de vergadering van 11 maart
jongstleden. De fouilles van personen zullen gebeuren door een
bevoegd personeelslid van de luchtvaartinspectie. Fouilles van
bagages zullen gebeuren door een bevoegd personeelslid van de
luchtvaartinspectie of onder zijn onmiddellijk fysisch toezicht. Beide
fouilles gebeuren dus door de luchtvaartinspectie zelf.
Tijdens de vergadering van 11 maart werden er afspraken gemaakt
met een veiligheidsverantwoordelijke van El Al, de exploitant van de
luchthaven, de verantwoordelijke van het directoraat-generaal
Luchtvaart, de veiligheidsverantwoordelijke van de luchthaven, de
federale politie en het crisiscentrum. Die afspraken zullen strikt
opgevolgd worden.
In de Kamercommissie van 18 maart kondigde ik al aan dat mijn
collega van Mobiliteit tekst en uitleg zal geven over wat er ter zake
onder zijn verantwoordelijkheden valt. Voor het antwoord dien ik u dan
ook naar hem te verwijzen.
Mijnheer Van der Maelen, ik kan u nog zeggen dat ik ondertussen al
contact heb gehad met mevrouw Cecile Harnie, die mij ook al gemaild
heeft om haar verhaal te doen. Ik heb dat ook bezorgd aan de
bevoegde diensten die bezig zijn met het onderzoek van dat dossier,
waarvan ik trouwens ook gehoord heb dat verschillende
onderzoeksinstanties ermee bezig zijn die wellicht ook op de
geëigende manier verslag zullen uitbrengen van de resultaten van dat
onderzoek.
Les contrôles de sécurité dans les
aéroports nationaux et régionaux,
tant des passagers que de leurs
bagages et des colis se fonde sur
les prescriptions européennes et
est placé sous la vigilance de la
Direction générale du transport
aérien du département Mobilité. Le
contrôle de sécurité à l'aéroport
national relève de la compétence
de Brussels Airport Company qui,
à cet effet, fait appel à Securair.
La police aéronautique fédérale
assure le service de police dans et
autour des aéroports, y compris le
contrôle des passeports. Elle
n'intervient qu'en cas de délit ou
d'incident mettant en péril l'ordre
public.
Si El Al a reçu des indications
montrant qu'il y a de bonnes
raisons de procéder à une fouille,
celle-ci
s'effectuera
comme
convenu lors de la réunion du
11 mars. La fouille sera donc
assurée par un membre autorisé
de l'inspection aéronautique. Mon
collègue en charge de la Mobilité
fournira toutes les explications
nécessaires pour ce qui relève de
sa responsabilité. J'ai transmis le
témoignage de Mme Cécile Harnie
aux services compétents qui se
penchent sur cette affaire.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
19.06 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, om u niet
om de veertien dagen, of zelfs om de week, te moeten lastigvallen
met die problematiek, zou ik willen vragen ik zal ook een brief
schrijven aan uw collega Schouppe dat u ons een seintje geeft als
dat soort van afspraken die jullie aan het maken zijn en de lopende
onderzoeken afgerond zijn, en dat u ons de antwoorden geeft op
papier of dat wij dan een nieuwe vraag indienen, zodanig dat wij u niet
om de week of om de veertien dagen moeten vragen hoe het
daarmee staat.
19.06 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Quand l'enquête sera
terminée, le ministre nous le fera-t-
il savoir?
19.07 Minister Guido De Padt: Geen probleem.
19.07 Guido De Padt, ministre:
Aucun problème.
19.08 Dirk Van der Maelen (sp.a): Dank u wel.
19.09 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, ik zal u ook niet
meer elke week lastigvallen hierover. Over andere dingen misschien
wel, maar hierover hebben we nu toch voldoende duidelijkheid.
Ik denk dat het wel belangrijk is dat we in het oog moeten houden dat
de controle op de regionale luchthavens even sterk is als op de
nationale luchthaven. Ook het toezicht op die controles moet op
dezelfde manier worden uitgevoerd. Het veiligheidsrisico is namelijk
bij allen even sterk.
19.09 Leen Dierick (CD&V): Cela
me permettra aussi de ne plus
devoir, chaque semaine, interroger
de nouveau le ministre sur le
même dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de controle
op de rij- en rusttijden bij ongevallen met vrachtwagens" (nr. 12053)
20 Question de M. Jef Van den Bergh au ministre de l'Intérieur sur "le contrôle des temps de conduite
et de repos en cas d'accident impliquant des poids lourds" (n° 12053)
20.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de minister, mijn vraag
gaat over de controle op de rij- en rusttijden bij ongevallen met
vrachtwagens. Het aandeel van het zwaar goederen- en
personenvervoer in verkeersongevallen valt niet te onderschatten.
Om adequate preventiemaatregelen te kunnen nemen, is het
belangrijk te weten wat juist de oorzaken zijn van dergelijke
ongevallen. Mijnheer de minister, u als voormalig voorvechter van de
ongevalanalyse kan daarvoor niet ongevoelig zijn.
Het niet respecteren van de rij- en rusttijden zou een belangrijke rol
spelen bij die ongevallen. Het gaat hier slechts om een vermoeden,
aangezien er geen statistische gegevens voorhanden zijn om hierover
echt harde uitspraken te doen.
De controles uitgevoerd naar aanleiding van ongevallen vallen onder
de bevoegdheid van de politiediensten. Het antwoord van
staatssecretaris van Mobiliteit Etienne Schouppe op mijn vraag
hierover stelt dat, terwijl op autosnelwegen de controle van de
tachograaf bij ongevallen een standaardprocedure is voor de
wegpolitie, op het werkterrein van de lokale politie dergelijke controles
niet of nauwelijks mogelijk zijn. De lokale politie zou niet of
onvoldoende beschikken over de nodige uitrusting en ook de
opleiding van het personeel laat blijkbaar te wensen over om effectief
en efficiënt dergelijke controles uit te voeren.
20.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): Il ne faut pas sous-
estimer la part que représentent
dans les accidents de la circulation
les véhicules lourds pour le
transport de marchandises et de
personnes. Pour que la prévention
soit efficace, il faut identifier les
causes réelles de ce type
d'accidents. Le non-respect des
temps de conduite et de repos
jouerait à cet égard un rôle
important, mais les données
statistiques qui permettraient d'en
apporter la preuve nous font
défaut.
Les contrôles en cas d'accident
relèvent de la compétence des
services de police. Le secrétaire
d'État à la Mobilité m'a fait savoir
qu'en pareil cas, la police de la
route
contrôle
toujours
le
tachygraphe sur les autoroutes
mais que la police locale ne le fait
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Door het ontbreken van specifiek cijfermateriaal is het onmogelijk om
analyses op te stellen over de impact van het niet respecteren van de
rij- en rusttijden op ongevallen. Dat is bijzonder jammer in het kader
van een adequaat preventief verkeersveiligheidsbeleid. Ik ben ervan
overtuigd dat u het daarmee volmondig eens zult zijn.
Mijnheer de minister, ik zou van u graag het volgende vernemen.
Ten eerste, behoort de controle op het respecteren van de rij- en
rusttijden in het kader van een ongeval met zwaar vervoer tot een van
de zes basisfunctionaliteiten van de politie?
Ten tweede, waarom beschikken de lokale politiezones niet over de
nodige uitrusting noch de vereiste opleiding om dergelijke controles
uit te voeren?
Ten derde, kunnen de middelen uit het Verkeersveiligheidfonds
hiervoor aangewend worden? Indien niet, ziet u een andere
mogelijkheid ziet om de lokale politie van de nodige middelen te
voorzien?
Ten vierde, overweegt u om de federale wegpolitie een
ondersteunende rol te laten spelen wanneer er zich een ongeval met
zwaar vervoer voordoet op het terrein van de lokale politiezones? Of
ziet u andere pistes om de lacune in de ongevallenstatistieken weg te
werken?
que rarement, voire jamais, faute
de disposer de l'équipement
nécessaire et d'avoir reçu la
formation requise.
Le contrôle du respect des temps
de conduite et de repos en cas
d'accident impliquant des poids
lourds relève-t-il d'une des six
fonctions de base de la police?
Pourquoi les zones de police
locale ne disposent-elles pas de
l'équipement nécessaire et ne
reçoivent-elles pas la formation
requise pour pouvoir effectuer ce
type de contrôle? Les moyens du
fonds de la sécurité routière
peuvent-ils être utilisés pour y
remédier ou existe-t-il une autre
possibilité? Le ministre envisage-t-
il de confier à la police fédérale de
la route un rôle d'appui en cas
d'accidents impliquant des poids
lourds sur le territoire des zones
de police locale? Voit-il d'autres
possibilités pour faire disparaître
ce
vide
des
statistiques
d'accidents de la route?
20.02 Minister Guido De Padt: Collega Van den Bergh, het is
inderdaad heel aangenaam in de commissie nog even over mobiliteit
en verkeer te kunnen spreken, want dat gebeurt niet veel.
De controle op de rij- en rusttijden bij ongevallen met vrachtwagens
maakt deel uit van de taken van de lokale politie, wat normaal is,
zowel betreffende de functionaliteit recherche als de nieuwe zevende
functionaliteit verkeer, die binnenkort via een koninklijk besluit zal
worden geofficialiseerd.
In het nationale veiligheidsplan 2008-2011 blijven de onaangepaste
snelheid, het rijden onder invloed, door het rode licht rijden, de
veiligheidsuitrusting en de veiligheidsrisico's van het vrachtvervoer de
prioritaire aandachtsdomeinen. Die prioriteiten dienen voor de 196
lokale politiezones te worden opgenomen in hun eigen zonaal
veiligheidsplan 2009-2012, waarbij natuurlijk rekening wordt
gehouden met de lokale karakteristieken.
De politiezones die de prioriteit tot controle van het goederenvervoer
hebben aangehouden, hebben in het algemeen geïnvesteerd in
geschikt materiaal en opleiding van hun medewerkers. Dat kunnen zij
overigens ook doen via de toelagen van het Verkeersveiligheidsfonds.
Ik herinner eraan dat het investeringsbeleid op lokaal niveau totaal
onafhankelijk wordt bepaald door de bevoegde lokale besturen. Ik
beschik ter zake niet over een injunctierecht. Bovendien zou het
ongepast zijn uitrustingen aan te leveren die niet zouden worden
benut, gezien het ontbreken van een prioritaire nood.
20.02 Guido De Padt, ministre:
Le contrôle des temps de conduite
et de repos lors d'accidents
impliquant
des
poids lourds
incombe à la police locale, tant au
niveau de la recherche que de la
nouvelle
fonctionnalité
"circulation".
Les
domaines
d'attention
prioritaires inscrits au Plan national
de Sécurité 2008-2011 restent la
vitesse inadaptée, la conduite en
état d'ébriété, le franchissement
des feux rouges, l'équipement de
sécurité et les dangers induits par
la circulation des poids lourds. Les
196 zones de police locales
doivent intégrer ces points dans
leur propre plan zonal de sécurité
2009-2012. Les zones de police
qui considèrent le contrôle du
transport de marchandises comme
une priorité ont généralement
réalisé
les
investissements
nécessaires à cet effet. Ils peuvent
pour ce faire s'appuyer sur les
subventions du fonds de la
sécurité routière.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
De lokale politie kan, via de DirCo's, de directeurs-coördinatoren, op
het niveau van het gerechtelijk arrondissement steeds een beroep
doen op de steun van de federale politie. Die steun is veelzijdig en
kan betrekking hebben op de ingebruikname van controle-uitrusting
voor tachografen, de steun bij geplande controleacties en de
vaststelling bij verkeersongevallen op een weg die valt onder de
bevoegdheid van de lokale politie.
La politique d'investissements au
niveau local est fixée en toute
indépendance
par
les
administrations
locales
compétentes. La police locale peut
en tout temps solliciter l'appui de
la police fédérale.
20.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
minister voor zijn antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van mevrouw Leen Dierick aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het terugvorderen
van te veel betaald loon aan politiebeambten" (nr. 12055)
21 Question de Mme Leen Dierick au ministre de l'Intérieur sur "la récupération d'indus versés à des
21.01 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn laatste vraag gaat over het terugvorderen van te veel
betaald loon aan politiebeambten.
Bij het uitbetalen van het loon aan de leden van de politiediensten
bestaat er een mogelijkheid dat er te veel loon wordt uitbetaald,
bijvoorbeeld de voorafbetaling van het loon van een politiebeambte
die in disponibiliteit valt, waarbij het loon tot 60% wordt teruggebracht.
In dat geval zal een terugvordering gebeuren van het te veel betaalde
loon. Nochtans bestaat er hier enig verschil. De verjaringstermijn op
lokaal niveau bedraagt tien jaar, terwijl die op federaal niveau slechts
vijf jaar bedraagt. Bovendien is het uiteindelijk de werkgever die zal
bepalen of hij al dan niet het te veel betaalde loon zal terugvorderen.
In het kader van het eenheidsstatuut vraag ik mij af of deze
verschillen wel verdedigbaar zijn. Hoeveel gevallen van onterechte
betalingen werden er reeds vastgesteld bij de federale politie en bij de
lokale politie? Hoeveel gevallen van terugbetaling zijn er momenteel
lopende?
21.01 Leen Dierick (CD&V): Lors
du paiement du traitement des
membres des services de police, il
peut arriver qu'un montant trop
élevé soit versé, par exemple en
cas de paiement anticipé du
traitement d'un fonctionnaire de
police en disponibilité. Il est alors
procédé à un recouvrement, mais
le délai de prescription s'élève à
dix ans au niveau local et à cinq
ans seulement au niveau fédéral.
En
outre,
il
appartient
à
l'employeur de décider s'il procède
ou non au recouvrement.
Ces
différences
sont-elles
défendables dans le cadre d'un
statut unique? Combien de fois a-
t-il déjà été question de paiements
indus à la police fédérale et à la
police
locale?
Combien
de
procédures de remboursement
sont actuellement en cours?
21.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega Dierick,
wat uw eerste vraag betreft, het volgende. De door de gemeente of de
politie - afhankelijk van de eengemeentezone of de politiezone - ten
onrechte uitbetaalde sommen zijn voorgoed vervallen aan degenen
die ze hebben ontvangen, als de terugbetaling daarvan niet gevraagd
is binnen de termijn van tien jaar, en zulks bij toepassing van het
Burgerlijk Wetboek. Bij contractuele tewerkstelling gelden andere
specifieke termijnen.
Bij de federale politie worden de verjaringsregels toegepast zoals
bepaald in artikel 106 van de gecoördineerde wetten op de
rijkscomptabiliteit en andere wetgeving. Hierin wordt bepaald dat de
ten onrechte uitbetaalde sommen verjaren na vijf jaar, te rekenen
21.02 Guido De Padt, ministre:
Les sommes versées indûment
par la commune ou la police sont
définitivement
acquises
aux
bénéficiaires, pour autant que le
remboursement n'ait pas été
sollicité dans un délai de dix ans.
D'autres délais sont applicables
pour les contractuels. À la police
fédérale, les règles de prescription
sont appliquées conformément à
l'article 106 des lois coordonnées
sur la comptabilité de l'État et à
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
vanaf de eerste januari van het jaar van de betaling.
Of men die regels moet rekenen tot het eenheidsstatuut, is veeleer
een academische kwestie. De verschillen tussen lokale en federale
verjaringsregels dateren niet van gisteren. Ik neem aan dat de
federale politie niet zal aandringen op een aanpassing, terwijl de
gemeentepolitie misschien wel zal aandringen op een aanpassing,
maar dan eventueel van het Burgerlijk Wetboek, waarbij men zich
beter en dichter kan aligneren op de federale politie. Ik neem aan dat
op het optrekken van vijf naar tien jaar, heel wat syndicaal protest zou
kunnen volgen.
De door het secretariaat van de geïntegreerde politie gebruikte
applicatie schuldbeheer laat niet toe om een overzicht van alle tot op
heden vastgestelde onterechte betalingen op te stellen. Zij gaat niet
zo ver terug in de tijd. Ik kan u wel zeggen dat er op dit ogenblik, wat
de federale politie betreft, 1.208 geactiveerde schulden zijn. Dat zijn
schulden voor dewelke een aflossingsplan loopt. Wat de lokale politie
betreft, zijn er 2.398 geactiveerde schulden, waarvoor dus ook een
aflossingsplan loopt.
d'autres législations, qui prévoient
que les sommes payées indûment
se prescrivent par cinq ans.
Les différences entre les règles de
prescription locales et fédérales ne
datent pas d'hier. La police
communale serait sans doute
favorable à une adaptation du
Code civil, qui permettrait de
s'aligner davantage sur la police
fédérale. L'augmentation du délai
à dix ans susciterait probablement
de
nombreuses
protestations
syndicales.
La police intégrée utilise une
application de gestion des dettes
qui ne permet pas d'établir un
relevé de tous les paiements indus
constatés,
parce
qu'elle
ne
remonte pas très loin dans le
temps. Il est actuellement question
de 1.208 dettes activées à la
police fédérale, et qui font donc
l'objet
d'un
plan
de
remboursement. Ce chiffre s'élève
à 2.398 à la police locale.
21.03 Leen Dierick (CD&V): Mijnheer de minister, het zijn inderdaad
geen regels van gisteren, maar daarom is dit nog niet onbelangrijk en
mogen we het ook onder de loep nemen. Ik blijf het vrij bizar vinden
dat die ongelijkheid er is. Of dit nu al of niet behoort tot het
eenheidsstatuut of academische prietpraat is, we moeten dat toch
bijschaven, want het blijft een ongelijkheid. We moeten streven naar
uniformiteit tussen de lokale en de federale politie. Ik vind het ook een
beetje raar dat het afhangt van de werkgever of men al dan niet moet
terugvorderen. Men moet toch streven naar zo weinig mogelijk
willekeur tussen de verschillende werkgevers onderling.
21.03 Leen Dierick (CD&V):
Même s'il ne s'agit pas de règles
récentes, cette question mérite
tout de même notre attention.
Cette inégalité me paraît étrange
et doit à mon sens être rectifiée,
étant donné que nous devons
tendre vers une uniformité entre
les polices locale et fédérale. Il est
également
singulier
qu'il
appartienne à l'employeur de
décider de procéder ou non au
recouvrement.
21.04 Minister Guido De Padt: Een parlementair initiatief kan
misschien soelaas brengen, mevrouw Dierick.
21.04 Guido De Padt, ministre:
Une initiative parlementaire est
peut-être souhaitable.
21.05 Leen Dierick (CD&V): We zullen ons best doen.
21.05 Leen Dierick (CD&V): Nous
ferons de notre mieux.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Les questions jointes n° 12088 de Mme Musin et n° 12104 de Mme Lejeune sont
transformées en questions écrites.
22 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de elektronische
identiteitskaarten" (nr. 12093)
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
22 Question de M. Peter Logghe au ministre de l'Intérieur sur "les cartes d'identité électroniques"
22.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik kom nog even bij u terug.
De voorbije maanden worden, zoals u natuurlijk weet, door steeds
meer steden en gemeenten nieuwe eID-kaarten of identiteitskaarten
met de befaamde chip uitgereikt, waarmee allerlei elektronische
toepassingen mogelijk zijn of zouden mogelijk zijn en die in de
toekomst nog meer mogelijkheden zouden bieden.
Ik verneem links en rechts niettemin klachten over de
identiteitskaarten. Ik heb bijvoorbeeld een aantal klachten ontvangen
van tandartsen, die er zich over beklagen dat zij de klantgegevens die
via de chip in de identiteitskaart leesbaar moeten zijn, niet kunnen
lezen. Een aantal tandartsen vermoedt dat de chip uit de kaart is
gevallen.
Ik hoor ook andere klachten over de chip. In heel wat gevallen zou de
chip blijkbaar gemakkelijk uit de kaart vallen. Ook in de pers is van
voornoemd probleem melding gemaakt.
Mijnheer de minister, mijn concrete vragen aan u zijn de volgende.
Ten eerste, hebt u een zicht op het elektronisch gebruik van de
nieuwe identiteitskaart? Hebt u al weet van bepaalde
beroepsverenigingen die de nieuwe kaart gebruiken om
klantgegevens in te voeren?
Ten tweede, wat is er aan van de problemen met de chip? Hoe kan
trouwens worden vastgesteld dat er materieel gezien geen chip meer
op de eID-kaart zit? Kan de gebruiker dat voelen of zien?
Ten derde, draait de burger zelf op voor de vervanging van de
identiteitskaart ingeval de chip eruit verdwenen is? Kan de burger wel
verantwoordelijk worden gesteld voor schade die misschien wel door
de producent werd veroorzaakt? Hoe zit het met de
verantwoordelijkheid ter zake? Wat is uw stelling in dat verband?
Ten slotte, als een burger vaststelt dat de chip inderdaad verdwenen
is en hij dus bij het gemeentehuis een nieuwe kaart moet afhalen,
draait hij dan op voor een tweede uitgave, met name voor de
aanschaf van een nieuwe identiteitskaart?
22.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Ces derniers mois, de
plus en plus de villes et
communes
ont
délivré
de
nouvelles cartes ID ou cartes
d'identité dotées de la célèbre
puce. Ces cartes ID ont fait l'objet
de
nombreuses
plaintes,
notamment de la part des
dentistes qui ne peuvent pas lire
les données qui y figurent. La puce
tomberait aussi facilement de la
carte.
Le ministre a-t-il une idée de
l'utilisation électronique de la
nouvelle carte d'identité? Quels
sont les problèmes liés à la puce?
L'utilisateur peut-il sentir que sa
carte d'identité n'a plus de puce?
Le citoyen peut-il être rendu
responsable
des
dommages
éventuellement causés par le
producteur?
22.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Logghe, einde 2008 waren er - ik sta ook nog verbaasd over de cijfers
400 toepassingen die gebruikmaakten van de eID. De belangrijkste
overheidstoepassingen zijn Mijn Dossier, dat is het opvragen van
documenten, en Tax-on-web, de belastingaangifte. Verschillende
professionele organisaties maken eveneens gebruik van de eID. Dit is
bijvoorbeeld het geval in de bank- en verzekeringsector. Ik verwijs
naar de banken Keytrade, Centea, Argenta, Delta Lloyd en dergelijke
- zonder reclame te willen maken. Ook bij sommige notarissen, bij De
Post, in de informaticasector, in de commerciële sector - bijvoorbeeld
eBay - en bij bepaalde mutualiteiten die ik niet zal noemen wordt de
eID toegepast. Er zijn, merkwaardig genoeg, 400 toepassingen en dat
is een goede zaak.
22.02 Guido De Padt, ministre:
Fin 2008, on recensait déjà quatre
cents applications de la carte
d'identité
électronique.
Ses
principales applications au sein
des services publics sont Mon
Dossier et Tax-on-web. Les
banques, les notaires, La Poste, le
secteur informatique, le secteur
commercial et les mutuelles en
font également usage.
La puce de la carte d'identité
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Met problemen met de chip verwijst u wellicht naar het loskomen
ervan. De chip is verborgen onder de voor het oog zichtbare
goudkleurige contactplaat. De burger kan het verlies van de chip
duidelijk vaststellen wanneer de goudkleurige contactplaat waarmee
de chip verbonden is niet meer aanwezig is op de kaart. De burger zal
dan een holte in zijn kaart opmerken.
De technische productiefouten worden, zoals contractueel bepaald,
terugbetaald door de kaartproducent. Hetgeen men beschouwt als
een productiefout is geëvolueerd doorheen het eID-project
geëvolueerd. Enkele maanden geleden werd hiertoe de procedure
gevolgschade opgemaakt. Dit houdt in dat de burger vergoed kan
worden voor geleden schade ten gevolge van een productiefout bij de
eID, mits voorlegging van de originele bewijsstukken. De kaart wordt
niet terugbetaald als uit onderzoek blijkt dat de fout het gevolg is van
het onzorgvuldig gebruik ervan door de burger. Er wordt dus niet
aangeraden daaraan te prutsen of daaraan met een mesje te
krabben.
De eID met chip wordt uitgereikt sedert 2004. Eind januari 2009
waren er in België 7.813.228 elektronische identiteitskaarten in
omloop. Er werden tot op heden twee keren problemen vastgesteld
met de kwaliteit van de elektronische identiteitskaart waarbij de
oorzaak volledig lag bij de productie van de kaarten. In 2005 is bij één
lot kaarten slechte lijm gebruikt om de chip vast te kleven. In 2006 is
bij een ander lot de uitholling voor de chip foutief uitgevoerd.
Binnenlandse
Zaken
is
niet
verantwoordelijk
voor
deze
productiefouten. De producent van de kaarten heeft zich dan ook
bereid verklaard om de foutief gemaakte kaarten te vergoeden. Op
deze twee productiefouten na zijn er mij geen andere gelijkaardige
problemen bekend.
Met de invoering van de kwaliteitsbarometer worden de voorkomende
problemen overigens nauwgezet geregistreerd en opgevolgd. De
kwaliteitsbarometer laat bijvoorbeeld toe het verband te leggen tussen
de gevallen van losgekomen chips en een bepaalde periode van het
jaar, om dan, in samenwerking met de leverancier van de kaarten, de
eventuele oorzaken van het loskomen te duiden en te verbeteren. Ik
kan u verzekeren dat alle nodige acties ondernomen worden om de
kwaliteit van de kaarten die aan de burgers worden afgeleverd te
verzekeren en desgevallend te verbeteren.
électronique est dissimulée sous
une petite surface de contact
dorée. Si cette surface se détache
et s'égare, la puce est perdue.
Le
fabricant
rembourse
les
éventuels défauts de fabrication.
Les citoyens peuvent donc obtenir
un remboursement de leur carte si
elle
présente
de
telles
défectuosités
techniques,
à
condition de pouvoir produire les
justificatifs originaux. La carte
n'est pas remboursée s'il appert
que le défaut résulte d'une
utilisation négligente.
Cette carte d'identité électronique
munie d'une puce est distribuée
depuis 2004. Fin janvier 2009,
7,8 millions de cartes étaient en
circulation.
Un
défaut
de
fabrication n'a été constaté que
deux fois : en 2005, une mauvaise
colle a été employée dans un lot
de cartes et en 2006, l'évidage
destiné à la pose de la puce a été
mal exécuté dans un autre lot. Le
fabricant des cartes s'est dit prêt à
rembourser les cartes présentant
une malfaçon.
Le baromètre de qualité suit de
près les problèmes éventuels, en
concertation avec le fournisseur
des cartes. Toutes les mesures
nécessaires sont donc prises pour
garantir la qualité des cartes et, le
cas échéant, l'améliorer.
22.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw zeer omstandig antwoord. Ik heb daaraan weinig toe te
voegen.
Het zou misschien wel goed zijn om bij het uitreiken van de
elektronische identiteitskaart de raad te geven aan de mensen om
hun origineel bewijsstuk te houden en niet weg te werpen, want het
zal daarvan afhangen of men opdraait voor de aanschaf van een
nieuwe kaart, als er zich problemen voordoen. Ik ben tevreden over
uw technische uitleg betreffende het eventueel verdwijnen van de
chip.
22.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Peut-être pourrions-nous
tout de même conseiller aux
citoyens de conserver la pièce
justificative originelle, ceci en cas
de problème.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
25/03/2009
CRIV 52
COM 506
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Le président: La question n° 12116 de M. Henry est reportée à sa demande.
23 Question de M. Josy Arens au ministre de l'Intérieur sur "le Conseil d'État" (n° 12159)
23 Vraag van de heer Josy Arens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de Raad van State"
(nr. 12159)
23.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, il y a deux mois, nous avons auditionné ici l'auditeur principal
et le premier président du Conseil d'État. Ils nous ont fait part des
problèmes qu'ils rencontraient au niveau du retard dans les décisions
concernant le contentieux administratif. Ils nous ont également dit qu'il
ne fallait pas espérer, dans la situation actuelle, voir une amélioration
importante se dessiner d'ici cinq ans.
En matière d'urbanisme, par exemple, il n'est pas rare qu'une
commune rende sa décision six, sept ou huit ans après l'octroi de
l'acte. Vous savez aussi bien que moi ce que cela veut dire.
L'entreprise qui s'est installée dans votre commune a déjà, entre-
temps, dû faire face à des intérêts supplémentaires car les risques
étaient plus grands vu cette requête au Conseil d'État. On constate
que des entreprises ne s'installent plus dans certaines communes
parce qu'elles ont peur du risque qu'elles encourent suite à cette
problématique.
Ce délai est beaucoup trop long et est de nature à causer de graves
préjudices à toute une série d'acteurs: communes, investisseurs,
maîtres d'ouvrage.
Monsieur le ministre, j'espère que vous êtes bien au courant de cette
problématique.
Qu'envisagez-vous pour résorber cet arriéré? On nous a clairement
dit que d'ici cinq ans, cela n'irait pas mieux. À ce moment, le Conseil
d'État espère pouvoir remettre un arrêt après un an et demi, ce qui
est encore énorme pour ces actes administratifs.
Dans d'autres pays, il y a des chambres de première instance pour
les actes administratifs. D'autres formules sont possibles.
Monsieur le ministre, que comptez-vous faire?
23.01
Josy
Arens
(cdH):
Rekening houdend met de huidige
situatie ziet het ernaar uit dat er de
komende vijf jaar geen verbetering
komt op het stuk van de
achterstand in de beslissingen
betreffende
bestuursrechtelijke
geschillen.
Inzake
stedebouw
vestigen bedrijven zich niet meer
in
de gemeenten
die hun
beslissing jaren na de toekenning
van de akte nemen. Voor die
bedrijven houdt dat immers in dat
zij bijkomende intresten dreigen te
moeten betalen gelet op de risico's
waaraan zij blootgesteld zijn ten
gevolge van het bij de Raad van
Staat ingediende verzoek. Die te
lange termijnen berokkenen dus
schade aan een hele reeks
actoren:
gemeenten,
investeerders,
opdrachtgevers.
Welke maatregelen zal u nemen
om daar een mouw aan te
passen?
23.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, monsieur
Arens, depuis de nombreuses années, le Conseil d'État doit faire face
à un nombre important d'affaires à traiter dans le cadre de ses
compétences
relevant
du
contentieux
administratif,
plus
particulièrement en ce qui concerne l'urbanisme.
En cette matière, la progression du contentieux est en partie liée à la
complexité et au caractère très changeant de la législation relative à
l'urbanisme et à l'aménagement du territoire qui relève de la
compétence des Régions.
Je vous rappelle qu'à votre demande, la question de l'arriéré
accumulé par le Conseil d'État en matière d'urbanisme a déjà été
abordée par les chefs de corps lors de la réunion de la commission
de l'Intérieur de la Chambre du 4 février dernier. Lors de cette
réunion, le premier président de ce haut collège a déclaré être
conscient de cette problématique tout en précisant que l'objectif serait
23.02 Minister Guido De Padt: Als
gevolg van de complexiteit en de
vele wijzigingen van de wetgeving
inzake stedenbouw en ruimtelijke
ordening is de afhandeling van de
geschillen erg tijdrovend.
Tijdens de vergadering van de
commissie voor de Binnenlandse
Zaken van 4 februari jongstleden
werd gezegd dat het de bedoeling
was de achterstand binnen een
termijn van vijf jaar weg te werken,
zodat binnen een tot anderhalf jaar
na het aanhangig maken van de
zaak een beslissing zou kunnen
worden genomen. De achterstand
CRIV 52
COM 506
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
de résorber l'arriéré en cette matière dans un délai de 5 ans, de façon
à pouvoir statuer à l'expiration d'un délai d'un an à un an et demi à
compter de l'introduction de l'affaire.
Vous pouvez dès lors constater que le Conseil d'État met tout en
oeuvre pour résorber l'arriéré considérable auquel il est confronté. Il
ne pourra toutefois être remédié que progressivement à la situation.
Je ne doute pas que l'objectif d'une résorption complète puisse être
atteint d'ici quelques années.
zal
dus
geleidelijk
worden
weggewerkt.
Le président: Bonne question. Bonne réponse. Bonne réplique, monsieur Arens.
23.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, j'essaye de réfléchir à
une amélioration de la situation.
Ne pourrait-on imaginer de créer une chambre spéciale au Conseil
d'État? Comme vous l'avez dit, ainsi que l'auditeur principal et le
premier président au sein de cette commission, la législation est
devenue très complexe au niveau des Régions.
Personnellement, je le dis franchement, je défends les premières
instances à un autre niveau. Je reste convaincu que ce serait de loin
la meilleure des formules, celle qui peut évoluer le plus rapidement et
qui permet de rendre l'arrêt très rapidement.
Le problème reste en effet toujours le même. Une entreprise introduit
une demande de permis de bâtir. Vous savez qu'il y a deux
possibilités de requête, la requête en suspension et celle en
annulation. Souvent, la requête en suspension est prononcée trois ou
quatre mois après, mais c'est le reste de l'affaire qui continue à
menacer l'entreprise. Un délai de six, sept ou huit ans est
inacceptable.
J'estime que nous, les politiques, devons nous occuper de la justice
aussi, de son organisation en tout cas. C'est notre mission.
Nous devons absolument trouver d'autres formules pour améliorer les
délais car les citoyens qui introduisent des requêtes sont de plus en
plus nombreux. La législation est de plus en plus complexe. Je le
répète, je suis convaincu que nous devons trouver d'autres formules.
23.03 Josy Arens (cdH): Zou een
speciale kamer bij de Raad van
State geen oplossing bieden? De
wetgeving
is
immers
uiterst
complex
geworden
wat
de
Gewesten betreft.
Het probleem is altijd hetzelfde:
een onderneming dient een
bouwaanvraag in. Er zijn twee
mogelijke verzoekschriften: tot
schorsing en tot nietigverklaring.
Meestal is er na drie of vier
maanden een uitspraak over het
verzoekschrift tot schorsing, maar
het vervolg van de zaak blijft
problematisch
voor
de
onderneming. Een termijn van zes,
zeven
of
acht
jaar
is
onaanvaardbaar.
Wij,
politici,
moeten ervoor zorgen dat het
gerecht goed werkt. We moeten
dus andere formules vinden om de
termijnen in te korten want burgers
dienen
steeds
meer
verzoekschriften in.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 16.52 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.52 uur.