KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 502
CRIV 52 COM 502
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN
C
OMMISSION DES
R
ELATIONS EXTERIEURES
woensdag
mercredi
25-03-2009
25-03-2009
Voormiddag
Matin
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
door
de
Europese
Commissie
te koop
aangeboden milieuprojecten" (nr. 11119)
1
Question de Mme Marie-Martine Schyns au
ministre de la Coopération au développement sur
"les projets environnementaux proposés à la
vente par la Commission européenne" (n° 11119)
1
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Charles
Michel,
minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Marie-Martine Schyns, Charles
Michel, ministre de la Coopération au
développement
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
hulp aan Congo" (nr. 11446)
3
Question de M. Dirk Van der Maelen au ministre
de la Coopération au développement sur "l'aide
au Congo" (n° 11446)
3
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Charles
Michel,
minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Charles
Michel, ministre de la Coopération au
développement
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
steun aan Palestina" (nr. 11606)
5
Question de M. Dirk Van der Maelen au ministre
de la Coopération au développement sur "l'aide à
la Palestine" (n° 11606)
5
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Charles
Michel,
minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Charles
Michel, ministre de la Coopération au
développement
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister
van Ontwikkelingssamenwerking over "de vraag
van de Amerikaanse vicepresident naar extra
steun inzake Afghanistan" (nr. 11794)
7
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la
Coopération au développement sur "la demande
de soutien supplémentaire en Afghanistan du
vice-président américain" (n° 11794)
7
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van
Ontwikkelingssamenwerking over "de bijkomende
Belgische
inspanning
voor
Afghanistan"
(nr. 12147)
7
- M. Wouter De Vriendt au ministre de la
Coopération au développement sur "l'effort belge
supplémentaire pour l'Afghanistan" (n° 12147)
7
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Wouter De
Vriendt, Charles Michel, minister van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Wouter De
Vriendt, Charles Michel, ministre de la
Coopération au développement
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
hulp aan ontwikkelingslanden op het gebied van
hernieuwbare energie" (nr. 9762)
13
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
de la Coopération au développement sur "l'aide
aux pays en développement en matière d'énergie
renouvelable" (n° 9762)
13
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Charles
Michel,
minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Charles
Michel, ministre de la Coopération au
développement
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
recente stellingname van de paus met betrekking
tot het condoomgebruik en de kwalijke gevolgen
van die uitspraken voor het werk van de ngo's op
het terrein" (nr. 12035)
15
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
de la Coopération au développement sur "les
dernières prises de position du pape vis-à-vis du
préservatif, et les difficultés occasionnées aux
ONG" (n° 12035)
15
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Charles
Michel,
minister
van
Ontwikkelingssamenwerking
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Charles
Michel, ministre de la Coopération au
développement
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BUITENLANDSE BETREKKINGEN
COMMISSION DES RELATIONS
EXTERIEURES
van
WOENSDAG
25
MAART
2009
Voormiddag
______
du
MERCREDI
25
MARS
2009
Matin
______
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 10.35 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer Dirk Van der Maelen.
Le développement des questions et interpellations commence à 10.35 heures. La réunion est présidée par
M. Dirk Van der Maelen.
01 Question de Mme Marie-Martine Schyns au ministre de la Coopération au développement sur "les
projets environnementaux proposés à la vente par la Commission européenne" (n° 11119)
01 Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over
"de door de Europese Commissie te koop aangeboden milieuprojecten" (nr. 11119)
01.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, ma question date de quelques semaines, je l'ai dès lors un
peu adaptée car la vente en question a déjà eu lieu.
En 2007, la Commission européenne avait lancé un appel aux
initiatives en matière de développement de gestion des ressources
naturelles et d'énergie. À l'époque, 60 millions d'euros étaient
disponibles pour financer ces projets.
L'appel a été victime de son succès puisque, après sélection par des
experts européens, une centaine de projets de qualité ont été retenus.
Malheureusement, seul un petit nombre d'entre eux pourra être
financé par la Commission européenne. On a gardé cinquante projets
pour les 60 millions d'euros prévus au départ.
La Commission a décidé de proposer à la vente les projets qui n'ont
pas pu être financés par l'Union. Cette vente a eu lieu le 13 mars. Il
s'agissait d'une mise aux enchères de cent projets qui s'adressaient à
différents donateurs, que ce soient les collectivités locales ou les
agences de développement. J'ai lu dans la presse que certains
organismes privés avaient répondu à cette vente.
Monsieur le ministre, la Belgique a-t-elle participé à cet événement?
Si oui, disposiez-vous d'un budget pour acheter ce type de projets?
Avez-vous eu la possibilité d'acheter ces projets?
01.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): In 2007 had de Europese
Commissie een oproep tot het
indienen van projecten gelanceerd
voor de ontwikkeling en het beheer
van
natuurlijke
hulp-
en
energiebronnen, met een budget
van zestig miljoen euro.
Van die honderd hoogwaardige
projecten
hebben
Europese
experts er vijftig geselecteerd die
voor een financiering via dat
budget in aanmerking kwamen.
Vervolgens heeft de Commissie
de
resterende
projecten
op
13 maart te koop aangeboden.
Heeft België aan die verkoop
deelgenomen? Zo ja, over welk
budget beschikt ons land voor
dergelijke operaties?
01.02 Charles Michel, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, la Direction générale EuropeAid de la Commission
européenne a organisé le 13 mars 2009 une bourse à projets sur le
thème de l'environnement et de la gestion durable des ressources
naturelles. Cette bourse est destinée à toute catégorie de bailleurs de
fonds, tant les États membres que les bailleurs multilatéraux, les
organisations de la société civile ou encore le secteur privé. Il s'agit
d'une première expérience qui vise à trouver des financements hors
budget de la Communauté européenne pour financer des projets,
01.02 Minister Charles Michel:
Met dat eerste experiment dat
georganiseerd werd door het
directoraat-generaal
EuropeAid
van de Europese Commissie,
wilde men op zoek gaan naar
fondsen
voor
projecten
die
weliswaar als waardevol worden
beschouwd, maar niet in het
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
présentés suite à un appel à propositions européen, considérés
comme valables mais qui n'ont pu être financés par EuropeAid dans
le cadre de l'enveloppe budgétaire disponible. Ces projets ont
l'avantage d'avoir fait l'objet, lors de la sélection, d'une analyse par
des experts désignés par EuropeAid, ce qui devrait constituer une
bonne référence quant à leur sérieux. Le bailleur de fonds, qu'il soit
privé ou public, épargne ainsi les coûts de sélection et d'analyse des
projets.
Le service Union européenne de la DGCD suit cette expérience de
près car si elle devait s'avérer concluante, elle pourrait être étendue à
des projets dans le cadre d'autres programmes thématiques de la
Commission européenne, par exemple le programme "Acteurs non
étatiques et autorités locales".
S'agissant de la participation de la Belgique à cette bourse à projets,
le système de financement de la coopération fédérale belge ne
prévoit pas, à ce stade, un financement direct d'achat de projets dans
le cadre d'une bourse. Nous mobilisons les moyens à travers les
canaux classiques: coopération bilatérale directe, coopération
indirecte via les ONG (principalement celles qui disposent
d'agréments) et coopération multilatérale.
Je souhaite aussi attirer l'attention sur le fait qu'une grande partie des
projets proposés pour financement dans le cadre de cette bourse ne
concernent pas les pays partenaires de la Belgique. J'ajoute que nous
sommes disponibles pour étudier plus amplement, avec
l'administration, la possibilité de s'inspirer de ce type d'initiative pour
les projets introduits vers la DGCD mais non retenus pour des
questions financières.
bestek van het budget van het
directoraat-generaal
kunnen
worden gefinancierd. Die projecten
werden door experts geëvalueerd,
wat een goede referentie zou
moeten zijn. De financier kan zo
op de selectie- en analysekosten
besparen.
De dienst Europese Unie van de
Directie-Generaal
Ontwikkelingssamenwerking
(DGOS) volgt dat experiment op
de voet, want als het aan de
verwachtingen beantwoordt, zou
het kunnen worden uitgebreid tot
andere thematische programma's
van de Europese Commissie.
Het financieringssysteem van de
Belgische
ontwikkelingssamenwerking
voorziet momenteel niet in de
mogelijkheid om projecten op een
beurs aan te kopen. We zetten
onze middelen in via de klassieke
kanalen:
rechtstreekse
of
onrechtstreekse
bilaterale
samenwerking met ngo's en
multilaterale samenwerking. De
meeste van de projecten die op
die beurs werden voorgesteld,
hebben geen betrekking op onze
partnerlanden.
We zijn bereid om dat initiatief te
bestuderen
zodat
we
het
eventueel als model kunnen
gebruiken voor projecten die bij de
DGOS worden ingediend en om
financiële
redenen
worden
afgewezen.
01.03 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, merci pour
votre réponse. Je retiens votre volonté d'adapter ce qui s'est fait aux
critères belges. Bien sûr, de telles opérations doivent être menées
conjointement avec les pays partenaires de la Belgique.
Il sera alors important de surveiller de près les évaluations opérées
par l'Europe de ce type de ventes.
01.03 Marie-Martine Schyns
(cdH): Ik neem nota van uw
voornemen om een en ander aan
de Belgische criteria aan te
passen. Het spreekt vanzelf dat
dergelijke projecten samen met
onze
partnerlanden
moeten
worden gerealiseerd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mag ik de heer Flahaut vragen om op de voorzittersstoel plaats te nemen?
Voorzitter: André. Flahaut.
Président: André Flahaut.
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
02 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
hulp aan Congo" (nr. 11446)
02 Question de M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Coopération au développement sur "l'aide au
02.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, op 24 februari 2009 verstuurde de FOD Buitenlandse
Zaken
het
volgende,
korte
persbericht.
Ik
citeer:
"Ontwikkelingssamenwerking: geen enkel engagement aangegaan
voor 2009"
De cijfers, zoals ze werden hernomen in het persbericht van Belga
van deze namiddag met als titel "België geeft dit jaar 200 miljoen euro
hulp aan Congo", betreffen de Belgische Ontwikkelingshulp in de
DRC voor 2007. Voor 2009 werd tot op heden geen enkel
engagement aangegaan wat betreft de financiële enveloppe."
Mijnheer de minister, ik heb bij voorgaand persbericht vier vragen.
Ten eerste kan de minister mij bij voornoemd persbericht enige
duiding geven?
Ten tweede, op zaterdag 24 januari ondertekenden de eerste
ministers Van Rompuy en Muzito een gezamenlijke verklaring voor de
normalisering van de Belgisch-Congolese relaties. Mogen wij uit het
persbericht concluderen dat er precies een maand inmiddels is dat
al wat meer na de ondertekening van voormelde verklaring nog
geen
enkele
duidelijkheid
bestaat
over
het
Belgische
ontwikkelingsgeld voor Congo?
Ten derde, hoever staat het met uw inspanningen om het
partnercomité te laten samenkomen? Is er uitzicht op een
bijeenkomst op korte termijn? Zo ja, is er ook al een concrete datum?
Ten vierde, een dergelijk partnercomité is een moment van
tussentijdse evaluatie van de hulp, zowel op praktisch-technisch als
op politiek gebied. Zult u op het partnercomité aandacht vragen voor
goed bestuur en vooruitgang op dit vlak eisen als voorwaarde voor
verdere hulp?
02.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le SPF Finances a
annoncé dans un communiqué de
presse du 24 février dernier
qu'aucun engagement n'a été pris
pour 2009 au niveau de la
coopération au développement.
Un communiqué de presse de
Belga annonce aujourd'hui que la
Belgique dégagera 200 millions
d'euros d'aide cette année pour le
Congo. Il s'agit toutefois des
chiffres pour 2007.
Le ministre pourrait-il nous en dire
un peu plus sur ce communiqué
de presse? Pouvons-nous en
conclure qu'un mois après la
signature
d'une
déclaration
consacrant la normalisation des
relations belgo-congolaises, la
lumière n'est pas encore faite sur
les
fonds
alloués
à
notre
coopération au développement au
bénéfice du Congo? Où en sont
les efforts fournis pour amener le
Comité des partenaires à se
réunir? Une réunion de ce Comité
à
brève
échéance
est-elle
envisageable? Dans l'affirmative,
une date précise a-t-elle déjà été
fixée? Le ministre conditionnera-t-
il l'octroi des aides futures à des
progrès en matière de bonne
administration?
02.02 Minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, in antwoord op
de eerste vraag wijs ik erop dat het persbericht in kwestie een reactie
was op een voorafgaand persbericht waarin verkeerdelijk werd
gesteld dat met de verwachte hervatting van de samenwerking tussen
België en de DRC, de Belgische hulp dit jaar in totaal op ongeveer
200 miljoen euro zou uitkomen.
Ten tweede, er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de
gouvernementele samenwerking, de indirecte samenwerking en de
multilaterale samenwerking. Voor de indirecte en de multilaterale
samenwerking was de impact van de afkoeling van de relaties met de
Democratische Republiek Congo in 2008 verwaarloosbaar. Wat de
lopende, reeds goedgekeurde projecten van de gouvernementele
samenwerking betreft waarvoor er dus reeds een bijzondere
overeenkomst was ondertekend voor april 2008, was de impact
beperkt.
02.02 Charles Michel, ministre:
Le
communiqué
de
presse
concerné était une réaction à un
communiqué de presse précédent
dans lequel il a été dit par erreur
que la reprise prévue de la
collaboration entre nos deux pays
aurait pour conséquence que
l'aide belge se chiffrerait cette
année à environ 200 millions
d'euros.
Il convient en outre de bien faire la
distinction entre, d'une part, la
coopération
indirecte
et
multilatérale,
où l'impact
du
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Voor de meerderheid van de lopende projecten stelden zich in 2008-
2009 weinig of geen problemen die de normale uitvoering zouden
hypothekeren. De onduidelijkheid betreft vooral de nieuwe projecten
van de programmering 2008-eind 2009 omdat het partnercomité, het
overlegorgaan tussen de DRC en België inzake de gouvernementele
ontwikkelingssamenwerking en de uitvoering van het indicatief
samenwerkingsprogramma, sinds april 2008 niet meer is
samengekomen. Hierdoor konden de geplande programma's waarvan
de ondertekening van de bijzondere overeenkomsten in 2008 was
gepland, niet worden gevalideerd en kon de nieuwe programmering
voor 2009 niet worden bepaald. Er bestaat dus enkel onduidelijkheid
over een gedeelte van de globale portfolio van de Belgische officiële
ontwikkelingshulp ten gunste van de DRC.
Wat de derde vraag betreft, ik heb reeds een voorbereidend contact
gehad met mijn ambtsgenoot, de Congolese minister van
Internationale en Regionale Samenwerking. Er is echter nog geen
concrete datum voorgelegd voor een vergadering van het
partnercomité.
Wat de vierde vraag betreft, het volgende partnercomité zal uiteraard
de gelegenheid zijn om met de Congolese autoriteiten te spreken over
verschillende aspecten van onze ontwikkelingssamenwerking en in
het bijzonder om van gedachten te wisselen over de doeltreffendheid
van onze hulp. Ik zal onze Congolese partners bijvoorbeeld
voorstellen
om
de
versnippering
van
onze
portefeuille,
overeenkomstig de verklaring van Parijs, zowel geografisch als
sectoraal te verminderen om geleidelijk de Europese consensus
inzake de taakverdeling tussen donoren na te streven.
De doeltreffendheid van de hulp is echter eerst en vooral afhankelijk
van de toe-eigening en de capaciteit van de Congolese autoriteiten
om geleidelijk het beheer van de openbare diensten op zich te
nemen. Wij zullen in die context dus spreken over zaken als de
hervorming van de staatsstructuren, het beheer van de publieke
financiën en bijvoorbeeld de verbetering van de rechtsstaat.
Het is echter evident dat dergelijke boodschappen inzake goed
bestuur alleen doeltreffend zijn als zij door de leden van de
internationale gemeenschap worden gedeeld. De internationale
gemeenschap probeert daarom multidonorplatformen voor een
beleidsdialoog te ontwikkelen. Wij moeten er daarom over waken dat
een politieke dialoog in de eerste plaats wordt gevoerd in het kader
van de bestaande mechanismen op het niveau van de Europese Unie
bijvoorbeeld.
De eerstvolgende beleidsdialoog in het kader van artikel 8 van het
Cotonou-akkoord zal binnen enkele weken van start gaan in Kinshasa
met minister Thambwe die gisteren in Brussel was, maar ook met
eerste minister Muzito.
Daarnaast wordt de beleidsdialoog uiteraard voortgezet in de
verschillende thematische groepen die werden ingesteld om de
coördinatie van de hulp in de DRC te verbeteren, zij het dat deze
meer technisch van aard is. België speelt daarin, hoop ik, een
belangrijke rol.
refroidissement des relations était
négligeable et, d'autre part, les
projets
gouvernementaux,
où
l'impact n'affecte que la nouvelle
programmation pour 2008 fin
2009. Le comité des partenaires,
l'organe de concertation entre la
RDC et la Belgique en matière de
coopération au développement
gouvernementale et de mise en
oeuvre
du
programme
de
coopération, ne s'est en effet plus
réuni depuis avril 2008.
J'ai
déjà
eu
un
entretien
préparatoire avec mon homologue
congolais, mais aucune date
concrète de réunion du comité des
partenaires
n'a
encore
été
avancée.
Lors de la prochaine réunion de ce
comité, nous procéderons à un
échange de vues sur l'efficacité de
notre aide. Je proposerai de
réduire la fragmentation de notre
portefeuille, tant d'un point de vue
géographique que sectoriel et ce,
afin de tendre progressivement
vers le consensus européen en
matière de répartition des tâches
entre les pays donateurs.
L'efficacité de l'aide dépend de
l'appropriation et de la capacité
des
autorités congolaises à
progressivement
reprendre
la
gestion des services publics. Nous
parlerons donc de sujets comme
la
réforme
des
structures
étatiques, la gestion des finances
publiques et l'amélioration de l'État
de droit.
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
02.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zou op
een paar zaken willen reageren.
Ten eerste, ik stel vast dat het op gang trekken van de
ontwikkelingssamenwerking na de normalisering op 24 januari van de
betrekkingen tussen beide landen, zeer moeizaam verloopt. Wij zijn
twee maanden verder. Van minister Michel bestaat het imago dat hij
goede relaties heeft met het regime-Kabila, maar ik moet tot mijn spijt
vaststellen dat zich dat niet in de feiten vertaalt.
Ten tweede, u slaagt er niet in om het partnercomité samen te
brengen. Volgens mijn informatie ontstaat er een soort van stuwmeer
van middelen die zijn voorbestemd om in Congo projecten te
realiseren. Dit stuwmeer wordt alsmaar groter. Als het vlot trekken
van de ontwikkelingssamenwerking en het samenkomen van het
partnercomité uitblijven, dan zou het volgens mij niet onverstandig zijn
om voor die middelen een andere bestemming te zoeken. Ik vrees
immers dat men in het kader van de begrotingscontrole van juli een
andere bestemming voor dat geld zal vinden.
Ten derde, ik maak mij persoonlijk bijzonder ongerust over de
ontwikkelingen in Congo. Ik heb de strijd gezien tussen Kabila en
Kamerhe.
Er was een poging tot uitschakeling van het Parlement. Er was de
aanhouding van een aantal mensenrechtenverdedigers in Congo. Ik
ben niet alleen. Velen wijzen erop dat er een risico bestaat op een
verharding van het regime en dat men reeds een stuk op weg is in het
afglijden.
Ongeveer een jaar geleden of iets minder dan een jaar geleden heeft
de minister van Buitenlandse Zaken harde taal gesproken ten aanzien
van het regime. Ons land, als het zijn diplomatie geloofwaardig wilt
houden, kan zich niet veroorloven om, met de verslechtering van de
situatie die zich op het terrein in Congo aftekent, gewoon voort te
doen alsof er niets is gebeurd. Ons land kan niet zonder meer de hulp
voortzetten zonder enige diepgaande dialoog en het uitwisselen van
wederzijdse visies op de ontstane situatie in Congo en doen alsof het
business as usual is.
02.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): La remise en route de la
coopération au développement est
donc pénible. Les bonnes relations
supposées entre le ministre Michel
et le régime de Kabila ne
ressortent pas des faits.
Le ministre n'arrive pas à réunir le
Comité des partenaires, ce qui
empêche d'utiliser les moyens
disponibles. Il vaudrait alors mieux
leur
chercher
une
autre
affectation.
Je suis particulièrement inquiet de
l'évolution de la situation au
Congo. Un durcissement du
régime est à craindre.
Il y a environ un an, notre ministre
des Affaires étrangères avait eu
des mots durs à l'égard du régime
de Kinshasa. Aujourd'hui, notre
pays ne peut faire comme si rien
ne s'était passé. Nous ne pouvons
simplement
poursuivre
notre
programme
d'aide
sans
un
dialogue approfondi et sans
échanger nos points de vue
respectifs sur la situation dans ce
pays.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de
steun aan Palestina" (nr. 11606)
03 Question de M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Coopération au développement sur "l'aide à
03.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Deze vraag is ondertussen voor
een deel achterhaald door het debat dat er is geweest in de plenaire
vergadering.
Ik zou de minister twee passages willen voorlezen.
Een eerste passage komt uit het antwoord van minister Karel
De Gucht. Ik citeer: "Ik heb me gebaseerd op de begroting 2008 van
Ontwikkelingssamenwerking. Toen werd een bedrag van 44 miljoen
dollar toegezegd en werd er 43 miljoen dollar effectief uitgegeven. Ik
03.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): En séance plénière, lors de
l'heure des questions, M. De
Gucht a déclaré qu'en 2008,
44 millions de dollars provenant du
budget de la Coopération au
développement
avaient
été
consacrés
aux
territoires
palestiniens et qu'il entendait
encore augmenter ce montant de
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
ben ervan uitgegaan dat, tenzij mijn waarde collega intussen van
mening zou veranderd zijn, we dezelfde bedragen zouden uittrekken
als in 2008 en ik heb dat bedrag met 6 miljoen dollar verhoogd."
Daarmee gaf Karel De Gucht aan dat de financiering van de
engagementen van België integraal in uw begroting zouden worden
gezocht, mijnheer de minister.
Ik citeer een reactie van collega Baeselen: "Ik vind het bedrag van
44 miljoen dollar, waarover u het heeft, niet terug in de huidige
begrotingen. U zal mij daar wellicht meer uitleg over kunnen geven,
mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, tijdens een debat in de
commissie."
Mijnheer de minister, ik wil u vragen welk bedrag uit welke begroting
België zal geven ter uitvoering van engagementen die eerder door de
minister van Buitenlandse Zaken werden genomen? Op wiens
begroting zal dat geld worden gevonden?
6 millions
d'euros
en
2009.
M. Baeselen avait alors répliqué
qu'il n'avait pas connaissance de
ce montant de 44 millions de
dollars en 2008.
Dans quelle mesure le montant
promis par M. De Gucht sera-t-il
réellement dépensé et à quel
budget sera-t-il imputé?
03.02 Minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, geachte
collega's, ik stel vast dat sommige cijfers over onze bijdragen aan
Palestina werden gegeven door de minister van Buitenlandse Zaken.
Ik veronderstel dat er een misverstand was.
Meer concreet, de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking
heeft in 2008 in Palestina uitgaven gerealiseerd voor een bedrag van
16,8 miljoen euro en dus niet voor 40 miljoen dollar. Ter informatie, de
totale Belgische officiële ontwikkelingshulp voor dat land bedroeg
datzelfde jaar 18,8 miljoen euro. Voor 2009 zou de DGOS in principe
een zelfde niveau van uitgaven moeten behouden.
Ik stel met u vast dat de minister van Buitenlandse Zaken in Sharm-
el-Sheikh 6 miljoen dollar heeft beloofd. Het is, wat mij betreft, op dit
ogenblik niet duidelijk op welke begroting het bedrag zal worden
gefinancierd. Wat het budget van Ontwikkelingssamenwerking betreft,
kunnen de inspanningen voor Palestina voor dit jaar niet hoger zijn
dan de voornoemde bedragen. Dat neemt uiteraard niet weg dat,
zoals in 2008, nog andere departementen of beleidsniveaus
inspanningen zouden kunnen ondernemen ten voordele van
Palestina, die kunnen worden aangerekend als officiële Belgische
ontwikkelingshulp, bijvoorbeeld van de diplomatie.
Preventieve diplomatie is een van de mogelijkheden, maar die
begrotingslijn
valt
niet
stricto
sensu
onder
Ontwikkelingssamenwerking.
03.02 Charles Michel, ministre:
Je suppose qu'il s'agit d'un
malentendu.
En
2008,
16,8 millions d'euros ont été
dégagés
du
budget de la
Coopération au développement
pour la Palestine. Le montant total
de l'aide belge s'est élevé à
18,8 millions d'euros. Un montant
à peu près identique devrait en
principe être dégagé en 2009.
J'ignore dans quel budget le
ministre des Affaires étrangères
entend puiser les 6 millions de
dollars qu'il a promis de débloquer
à Sharm-el-Sheikh, car nous ne
pouvons
dépasser
les
engagements
préalables
au
niveau
du
budget
de
la
Coopération au développement.
Les autres niveaux de pouvoir
pourraient également fournir des
efforts. La diplomatie préventive
est une des possibilités à cet
égard, mais ce domaine ne relève
pas à proprement parler du budget
de
la
Coopération
au
développement.
03.03 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik stel vast dat de onenigheid tussen de minister van
Ontwikkelingssamenwerking en de minister van Buitenlandse Zaken
over het juiste bedrag en over de begroting waarop dit zal worden
aangerekend, nog niet voorbij is.
Ik zal deze namiddag dan ook met belangstelling luisteren naar de
vraag die de heer Baeselen ter zake aan de minister van Buitenlandse
Zaken zal stellen.
03.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Je constate que les
ministres de la Coopération au
développement et des Affaires
étrangères ne s'entendent toujours
pas sur le montant à allouer ni sur
le
budget.
Cet
après-midi,
M. Baeselen posera une question
sur ce sujet à M. De Gucht. Cette
divergence de vues entache notre
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Indien de onenigheid tussen beide ministers blijft aanhouden, zal ik
beide ministers wijzen op de schade aan de reputatie voor ons land.
Indien wij dergelijke, internationale engagementen nemen, is het best
dat ze ook worden nagekomen.
Ik zou beide ministers de raad willen geven snel overeen te komen op
welke manier wij onze engagementen zullen vervullen.
Wij zullen de kwestie vanuit de oppositie met bijzondere aandacht
blijven volgen.
réputation à l'étranger. De plus, il
est préférable de respecter nos
engagements
sur
la
scène
internationale. Nous continuerons
à suivre ce dossier.
03.04 Minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van
der Maelen, ik deel uw analyse, volgens dewelke het voor de
Belgische reputatie beter is om de belofte te maken dat men in staat
is om te bepalen op welke begroting de gemaakte engagement zullen
worden nagekomen.
03.04 Charles Michel, ministre:
Je conviens de l'importance de
respecter ses promesses, mais
j'ajouterai qu'il est également
nécessaire de définir le budget
d'où devront provenir ces fonds.
03.05 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik noteer
dat de kritiek van de minister van Ontwikkelingssamenwerking ten
aanzien van de minister van Buitenlandse Zaken blijft bestaan. Hij
stelt immers vast dat de minister van Buitenlandse Zaken
internationale engagementen heeft genomen die niet op de begroting
van Buitenlandse Zaken worden aangerekend.
03.05 Dirk Van der Maelen
(sp.a):
Le
ministre
de
la
Coopération au développement
continue dès lors à critiquer M. De
Gucht, puisqu'il affirme que les
promesses faites par ce dernier au
niveau international sont basées
sur un autre budget que le sien.
03.06 Minister Charles Michel: Dat heb ik niet gezegd.
03.06 Charles Michel, ministre:
Je n'ai pas dit cela.
03.07 Dirk Van der Maelen (sp.a): Dat is nochtans de enige
conclusie die ik uit uw antwoord kan trekken.
03.07 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Telle est pourtant l'unique
conclusion que je puisse tirer de
vos propos.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de vraag van de
Amerikaanse vicepresident naar extra steun inzake Afghanistan" (nr. 11794)
- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over "de bijkomende
Belgische inspanning voor Afghanistan" (nr. 12147)
04 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Coopération au développement sur "la demande de soutien
supplémentaire en Afghanistan du vice-président américain" (n° 11794)
- M. Wouter De Vriendt au ministre de la Coopération au développement sur "l'effort belge
supplémentaire pour l'Afghanistan" (n° 12147)
04.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, sinds de
passage van de vicepresident Joe Biden hebben er zich nieuwe
ontwikkelingen op dit vlak voorgedaan. Dit weekend heeft de eerste
minister aangekondigd dat België bereid is om een bijkomende
inspanning te doen.
Ik zou op twee punten wat nader willen ingaan. Ik probeer te
achterhalen wat deze regering nu juist zinnens is toe te zeggen. Voor
zover ik kan nagaan hoor ik enerzijds spreken over hulp die België wil
04.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le week-end dernier, le
premier ministre a annoncé qu'à la
demande
du
vice-président
américain, la Belgique fournira un
soutien
supplémentaire
en
Afghanistan, mais on ignore en
quoi celui-ci consistera. Les
rumeurs évoquent tant une aide
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
geven voor de organisatie van de verkiezingen, weze het een C-130
om materiaal te vervoeren.
Ik hoor ook spreken van een meer militaire verhoogde inspanning,
namelijk honderd bijkomende militairen die vooral in het noorden
zouden worden gebruikt voor training van Afghaanse militairen.
Ik hoor ook spreken van een verhoogde inspanning wat betreft de
ondersteuning van de politie.
Ik heb van minister De Crem gehoord hij verwees naar minister
Michel dat er ook een bijkomende inspanning zou zijn van
Ontwikkelingssamenwerking.
In De Morgen heb ik gelezen dat minister Michel uiting gaf aan een
algemeen gevoel, namelijk dat hij vindt dat de benadering nog teveel
steunt op een militaire aanpak. Hij is voor een meer civiele
ondersteuning met meer projecten. Mijnheer de minister, ik vraag u
niet om commentaar te geven op de andere elementen maar ik zou
van u willen horen wat België in de sector van de
ontwikkelingssamenwerking denkt te gaan doen in Afghanistan?
dans le cadre de l'organisation des
élections que l'envoi de cent
militaires supplémentaires chargés
de former des militaires afghans
ou encore un appui en faveur de la
police afghane. Le ministre De
Crem a quant à lui évoqué un
effort supplémentaire dans le
cadre de la Coopération au
développement.
Quel apport concret la Belgique
peut-elle fournir en matière de
coopération au développement en
Afghanistan?
04.02 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, op 20 maart beloofde premier Van Rompuy om
een extra Belgische bijdrage voor de internationale troepenmacht in
Afghanistan te doen. De premier voegde eraan toe een beslissing te
willen nemen vóór de NAVO-top begin april. Dat roept bij mij al
onmiddellijk de vraag op naar een parlementair debat. Ik hoop dat de
regering niet opnieuw dezelfde fout maakt zoals vorig jaar en
ingrijpende beslissingen neemt zonder daarover het Parlement te
raadplegen. Ik denk dat dit vanuit democratisch oogpunt niet goed is.
Ik heb toch een aantal vragen bij die toezegging, mijnheer de minister.
Is er al een specifieke vraag bij de Belgische regering aangekomen
over het verhogen van het engagement? Op welk terrein zou die
verhoging van het engagement dan moeten gebeuren? Is er al
duidelijkheid over wat de bijkomende inspanning kan inhouden? Werd
reeds een denkoefening gemaakt over de budgettaire impact van een
bijkomende Belgische inspanning in Afghanistan?
De volgende vraag heeft te maken met een trendbreuk, ingezet door
de Amerikaanse president Obama die duidelijk verklaart veel meer
nadruk te willen leggen op wederopbouw en ontwikkeling dan nu het
geval is. Tot nu toe blijft dat bij een intentie, maar niettemin denk ik
dat dit op zich een waardevol element is in de analyse. Steunt u dit
voornemen? Gaat u akkoord met de analyse dat er sprake was van
een onevenwicht, een teveel aan inzet van militaire middelen en te
weinig inzet van civiele middelen, gericht op wederopbouw en
ontwikkeling?
Dat geldt ook voor België. Mijnheer de minister, u weet ongetwijfeld
dat België de laatste jaren ongeveer tien keer meer middelen
besteedt aan Defensie in Afghanistan dan aan wederopbouw en
ontwikkeling. Wij zien dus niet alleen een onevenwicht bij de
internationale gemeenschap, maar ook het Belgisch beleid geeft
duidelijk blijk van een onevenwicht en een verkeerde aanpak van
Afghanistan. Bent u zinnens om dat onevenwicht te corrigeren?
04.02 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Le 20 mars, le premier
ministre s'est engagé à fournir une
contribution belge supplémentaire
à la force internationale en
Afghanistan.
Une
demande
précise a-t-elle été adressée dans
ce sens au gouvernement belge?
Dans
quel
domaine
cet
engagement plus important se
manifesterait-il?
En
quoi
consisterait-il? Quelle est son
incidence budgétaire? Le ministre
soutient-il le projet du président
Obama de mettre beaucoup plus
l'accent que précédemment sur la
reconstruction
et
le
développement? Le ministre est-il
favorable à l'idée de faire de
l'Afghanistan un pays partenaire
dans le cadre de la coopération
bilatérale belge?
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Bent u voorstander van Afghanistan als partnerland van onze
Belgische bilaterale ontwikkelingssamenwerking?
04.03 Minister Charles Michel: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik
verheug mij over het feit dat de nieuwe, Amerikaanse administratie
een even grote aandacht heeft voor de burgerlijke als voor de militaire
bijdragen in Afghanistan. Het is duidelijk dat er op het terrein geen
enkel resultaat kan worden geboekt, zonder gelijktijdig te investeren in
beide componenten.
Het Belgische engagement voor de heropbouw van het land berust op
twee beloften over een bijdrage van 30 miljoen euro voor vijf jaar, met
name een voor de periode 2006 en de andere voor 2007-2011.
In oktober 2008 heb ik de beslissing genomen om laatstgenoemde
enveloppe met 20 procent te verhogen. Het leek mij dan ook
noodzakelijk om het engagement van Ontwikkelingssamenwerking
parallel met het engagement van Defensie te versterken. België zal
daarom voor de heropbouw van Afghanistan voor de periode 2007-
2011een bedrag van 36 miljoen euro bijdragen. Voornoemde
enveloppe omvat de officiële, Belgische ontwikkelingshulp van de
federale overheid zowel voor Buitenlandse Zaken als voor
Ontwikkelingssamenwerking, van de gefedereerde entiteiten, van de
provincies en zelfs van de gemeenten.
De Belgische hulp bedroeg 7,7 miljoen euro in 2007 en 7 miljoen euro
in 2008. Voor 2008 zag de Belgische hulp per sector er als volgt uit.
Ten eerste, voor maatschappijopbouw en capaciteitversterking werd
ongeveer 3 miljoen euro uitgetrokken.
Ten tweede, voor voedselhulp en noodhulp werd eveneens 3 miljoen
euro uitgetrokken.
Ten derde, voor ontmijning werd in een bedrag van ongeveer
500.000 euro voorzien.
Ten vierde, voor plattelandsontwikkeling werd ongeveer 450.000 euro
ingeschreven.
Ongeveer twee derde van de Belgische, officiële ontwikkelingshulp
komt van het budget van Ontwikkelingssamenwerking. Minimaal zou,
om de Belgische beloften na te komen, de gemiddelde uitgave van
7,2 miljoen euro per jaar tot 2011 behouden moeten blijven. Er is
vandaag dus nog geen beslissing over een verhoging genomen. Over
het beginsel van een verhoging van de civiele middelen tot 2011 is er
echter een akkoord. Wij overleggen ter zake momenteel in de
Ministerraad.
Voor mijn departement zijn de volgende bedragen voor 2009
ingeschreven: 2 miljoen euro voor het Afghanistan Reconstruction
Trust Fund van de Wereldbank, 2 miljoen euro voor voedselhulp en
1 miljoen euro voor de verkiezingen van 2009 via het UNDP. Daarbij
komt nog onze steun aan de programma's van Belgische en
internationale ngo's in Afghanistan alsook de uitbetaling van schijven
van projecten die de voorgaande jaren werden gelanceerd.
04.03 Charles Michel, ministre:
Je me félicite de ce que le
nouveau gouvernement américain
accorde la même attention aux
contributions civiles et militaires
pour
l'Afghanistan,
l'une
ne
pouvant pas aller sans l'autre.
La contribution belge à la
reconstruction de l'Afghanistan est
fondée sur deux engagements
d'un montant de 30 millions
d'euros, l'un pour 2006 et l'autre
pour la période 2007-2011. Cette
dernière
enveloppe
a
été
augmentée de 20 % en octobre
2008 et se monte à 36 millions
d'euros. Ce montant comporte
l'aide au développement officielle
belge, tant celle des autorités
fédérales que celle des autorités
régionales, provinciales et même
communales.
En 2007, l'aide belge s'élevait à
7,7 millions d'euros. Pour 2008, il
s'agit d'environ 7 millions d'euros :
3 millions
d'euros
pour
la
consolidation de la société, 3
millions
d'euros
pour
l'aide
alimentaire et l'aide d'urgence,
500.000 euros pour le déminage
et
450.000
euros
pour
le
développement rural. Deux tiers
de
l'aide
officielle
belge
proviennent du budget de la
Coopération au développement.
Pour honorer les engagements
pris,
le
montant
d'environ
7,2 millions d'euros devrait pouvoir
être maintenu jusqu'en 2011. Une
augmentation de ce montant fait
actuellement
l'objet
d'une
concertation. Une consultation des
montants inscrits dans mon
budget pour 2009 indique que le
montant de 7 millions d'euros
destiné à l'aide au développement
sera largement dépassé cette
année.
À mon estime, les contributions
civiles destinées à l'Afghanistan
sont encore insuffisantes. Ces
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
In theorie zou België in 2009 het bedrag van 7 miljoen euro aan
ontwikkelingshulp dus ruim moeten overschrijden.
Ik ben van mening dat er op dit ogenblik proportioneel gezien te
weinig civiele middelen naar Afghanistan gaan.
De burgerlijke dimensie overstijgt volgens mij echter het niveau van
de ontwikkelingssamenwerking. Ze omvat eveneens ontmijning, civiel
crisisbeheer, samenwerking op het vlak van politie en justitie
enzovoort. Enkele engagementen op Belgisch niveau zouden dus
kunnen worden overwogen.
contributions dépassent le cadre
de
la
coopération
au
développement. Il s'agit d'argent
destiné au déminage, à la gestion
civile de crises, à la coopération
avec la police et la justice, etc.
04.04 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord.
Ik ben het in grote lijnen met u eens als u zegt dat er veel te weinig
niet-militaire inspanningen worden geleverd. Ik heb echter nog één
vraag. Mijnheer de minister, is er überhaupt een mogelijkheid om in
een land als Afghanistan in de situatie waarin het zich bevindt
meer ontwikkelingssamenwerking te geven. Men verwacht grotere
clashes tussen enerzijds operatie Enduring Freedom en anderzijs de
ISAF-operatie en de Talibanstrijders.
Is er al een evaluatie gemaakt van de hulp die de internationale
gemeenschap daar geeft? Is er al een evaluatie gemaakt van de
Belgische hulp? Ik meen me te herinneren dat we hier ongeveer
anderhalf jaar geleden bericht kregen dat een aantal Belgische ngo's
omwille van veiligheidsredenen uit Afghanistan was vertrokken. Mij
lijkt het dat beide partijen zich voorbereiden op grotere gevechten
tegen elkaar. Helaas leidt dat tot grotere onveiligheid en veel
moeilijker omstandigheden voor de hulpverleners om daar te werken.
04.04 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Il est exact que la part des
contributions non militaires est tout
à fait insuffisante. Je me demande
toutefois si, eu égard à l'état dans
lequel
le
pays
se
trouve
actuellement,
il
est
encore
imaginable
de
renforcer
la
coopération au développement.
On
craint
en
effet
une
augmentation rapide du nombre
de confrontations militaires et,
l'année passée, un certain nombre
d'ONG ont déjà dû quitter le pays
pour des raisons de sécurité.
04.05 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, dank
u voor uw antwoord.
De enige mogelijke conclusie uit hetgeen u zegt is dat die bijkomende
Belgische inspanning die werd aangekondigd door premier Van
Rompuy in feite bijna volledig civiel moet zijn en gericht op
wederopbouw en ontwikkeling. Er is nu sprake van een enorm
onevenwicht en u wil het evenwicht gaan herstellen.
Als we de cijfers bekijken van 2009 en u zegt dat er meer nadruk
moet worden gelegd op wederopbouw en ontwikkeling, dan verwacht
ik dat de Belgische regering ten eerste effectief die richting uitgaat
met haar bijkomende inspanning maar ten tweede ook het debat
aangaat over de strategie die momenteel wordt gevoerd in
Afghanistan.
Ik vind dat premier Van Rompuy veel te snel is geweest met zijn
aankondiging. Als we hier met zijn allen kunnen vaststellen dat de
gevoerde strategie in Afghanistan aan het mislukken is, dan verwacht
ik van de Belgische regering dat ze eerst het debat aangaat, binnen
de NAVO en intern, om na te denken over die strategie om effectief
aan wederopbouw en ontwikkeling te gaan doen in Afghanistan.
De schrik sloeg mij om het hart toen ik vandaag in De Morgen een
interview las met August Van Daele? U hebt hierover uiteraard geen
enkele bevoegdheid maar hij sprak van de bijkomende inzet van F-
04.05 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Il y a pour l'instant un
énorme déséquilibre entre l'aide
militaire et l'aide civile fournie par
notre pays. Il est grand temps de
mettre fin à un tel déséquilibre. Il
serait
temps
également
de
soumettre la stratégie menée
actuellement en Afghanistan à une
évaluation approfondie. J'ai été
horrifié de lire dans la presse que
le chef de la Défense belge
(CHOD)
plaidait
pour
le
déploiement
de
F-16
supplémentaires!
Si l'objectif consiste à mettre
davantage qu'aujourd'hui l'accent
sur la reconstruction et le
développement, j'espère que nous
pouvons compter sur le ministre
pour s'opposer à un tel effort
supplémentaire de la Belgique.
Je n'ai pas obtenu de réponse à
ma question de savoir si le
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
16's.
Als u meer dan vandaag het accent wil leggen op wederopbouw en
ontwikkeling, denk ik dat wij allen kunnen rekenen op uw inzet in de
Belgische regering om een dergelijke bijkomende Belgische
inspanning tegen te houden. Ik hoop dat u die richting uitgaat.
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn laatste vraag, mijnheer de
minister, of u voorstander bent van Afghanistan als partnerland van
onze Belgische bilaterale samenwerking,
ministre est favorable à l'idée de
faire de l'Afghanistan un pays
partenaire de la Belgique dans le
cadre de la coopération bilatérale
belge.
04.06 Minister Charles Michel: Mijn antwoord omvat drie elementen.
Ten eerste, ik ben geen voorstander van Afghanistan als partnerland.
Ik denk dat het belangrijk is om een lijst van partnerlanden te bepalen,
maar wij moeten ook een zekere soepelheid bewaren met betrekking
tot de internationale omstandigheden zodat wij actief solidair kunnen
zijn op internationaal vlak en middelen kunnen vrijmaken in bepaalde
landen, zoals bijvoorbeeld Afghanistan. Ik ben echter geen vragende
partij om Afghanistan als een partnerland te beschouwen.
Ten tweede, ik geef geen mening over de militaire middelen. Ik zeg
alleen dat ik ervan overtuigd ben dat, naast de militaire middelen voor
Afghanistan, het zeer belangrijk is om de civiele middelen te
verhogen. Dat was mijn overtuiging in het kader van de missie met de
parlementsleden en minister De Crem. Ik had gezegd dat er twee
belangrijke elementen ter zake zijn. We moeten zeker tegen de
Taliban vechten met militaire middelen, met F-16's enzovoort. Wij
moeten echter ook middelen inzetten voor de opbouw van scholen,
voor de gezondheidszorg, enzovoort. De Taliban is sterk in dit land.
De extreme armoede is een bron van het succes van de Taliban in
Afghanistan. Dat is mijn overtuiging.
Ik pleit bij de internationale gemeenschap dus voor meer civiele
middelen naast de militaire middelen. Ik denk dat België consequent
moet zijn in deze overtuiging. Daarom heb ik een eerste beslissing in
2008 genomen voor een verhoging van 50 procent van de civiele
middelen. Vandaag is het noodzakelijk om samen met de nieuwe
administratie in Amerika in dezelfde richting te werken.
In beginsel ben ik vragende partij om meer civiele middelen in te
zetten. In welke mate dat zal gebeuren, is vandaag nog een moeilijk
te beantwoorden vraag.
Mijnheer Van de Maelen, ik deel natuurlijk uw mening. Ik ben mij
ervan bewust dat de veiligheid van het werk van de humanitaire hulp
en het werk aan de heropbouw van Afghanistan een belangrijk
probleem is. Daarom kijken wij met veel aandacht naar het initiatief
van Duitsland in het kader van PPTR, een gemengde ploeg met
militairen en humanitairen. Ik ben mij bewust van de gevoeligheid van
een dergelijk initiatief. Ik denk dat wij in een land als Afghanistan,
waar de situatie zo uitzonderlijk is, verplicht zijn om innoverend te zijn
en concrete oplossingen te vinden voor een echte heropbouw van het
land.
Daarom bestuderen wij de mogelijkheid om, in het kader van een
eventuele verhoging van de Belgische civiele middelen, een bijdrage
te leveren voor initiatieven in die richting.
04.06 Charles Michel, ministre:
Je ne suis pas favorable à cette
idée. Il est important d'établir une
liste de pays partenaires, mais
nous devons faire preuve de
souplesse à l'égard du contexte
international afin d'être activement
solidaires à l'échelle internationale.
Nous devons certes combattre les
talibans
avec
des
moyens
militaires, mais je ne m'exprimerai
pas sur cet aspect. Je suis
seulement
convaincu
de
la
nécessité d'accroître également
les moyens civils. L'extrême
pauvreté constitue en effet l'une
des raisons du succès des
talibans. C'est pourquoi j'ai décidé
l'année dernière d'accroître ces
moyens de 50 %.
La sécurité de l'aide humanitaire
constitue un problème majeur.
Aussi suivons-nous attentivement
l'initiative de l'Allemagne dans le
cadre des PPTR, les équipes
mixtes
de
militaires
et
d'humanitaires. J'ai conscience du
caractère délicat de cette initiative
mais, dans une telle situation,
nous sommes contraints d'innover.
La possibilité de prendre des
initiatives en ce sens, dans le
cadre de l'augmentation des
moyens
civils
belges,
est
actuellement à l'étude.
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
04.07 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
ben alleszins gerustgesteld door uw antwoord dat u geen voorstander
bent van het opnemen van Afghanistan als partnerland voor onze
bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Ik denk effectief niet dat dit
een goed idee is. Het sluit eigenlijk aan bij de eerder gemaakte
opmerking aangaande de veiligheid en de haalbaarheid van onze
ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan. Ik heb de vraag gesteld
omdat daarover in het verleden toch enige verwarring was gerezen
naar aanleiding van enkele uitspraken van u.
04.07 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!):
Il
est
rassurant
d'apprendre que le ministre n'est
pas favorable à l'inclusion de
l'Afghanistan au nombre des pays
partenaires de notre coopération
au développement bilatérale.
Le président: Merci à tous. Nous aurons l'occasion de revenir au problème de l'Afghanistan: une approche
cohérente est indispensable. On sent une approche militaire, une approche au sein de l'OTAN où, début
avril, sera organisée une discussion sur le sujet. Pour nous y préparer, nous aurons un débat avec le
premier ministre sur le sommet de l'OTAN. Nous avons tout intérêt à présenter une vision cohérente de nos
projets d'action en Afghanistan.
Je constate que le changement d'administration aux États-Unis nous ramène à une philosophie plus proche
de ce que nous faisions sous la précédente législature. J'ai dit.
04.08 Charles Michel, ministre: Monsieur le président, je partage le
point de vue que vous exprimez, mais je note que, durant cette
législature, les moyens civils ont été augmentés par rapport à la
législature précédente.
04.08 Minister Charles Michel: Ik
ben het met u eens, mijnheer de
voorzitter, maar ik wens op te
merken dat er tijdens deze
zittingsperiode
meer
civiele
middelen werden uitgetrokken dan
tijdens de voorgaande.
Le président: Tout à fait d'accord avec vous, monsieur le ministre, à
la seule différence que, sous les deux législatures précédentes, nous
nous trouvions dans une phase de crise plus aiguë que celle que
nous connaissons actuellement. Il est donc parfaitement normal
d'augmenter les moyens civils: nous sommes en phase de
reconstruction et il nous faut abandonner l'idée que nous vaincrons
les talibans avec des F-16. C'est ce que j'ai toujours dit.
De voorzitter: Dat klopt, mijnheer
de minister, maar we verkeren nu
in een reconstructiefase en men
moet goed beseffen dat F-16's niet
zullen volstaan om de Taliban te
verslaan.
04.09 Dirk Van der Maelen (sp.a): Het verschil met de vorige
legislatuur is voor mij dubbel. Ik zie het bedrag voor de militaire
middelen stijgen. Ik stel ook vast dat 4 F-16's daar aanwezig zullen
blijven. Men kan dus niet ontkennen dat de militaire bijdrage van
België zwaar is gestegen tegenover vroeger.
04.09 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Le montant des moyens
militaires est en augmentation et
les quatre F16 restent sur place.
La contribution militaire de la
Belgique a donc considérablement
augmenté.
04.10 Minister Charles Michel: Ik geef geen advies over de militaire
middelen van België. Er zijn regelmatig debatten in de commissie
voor de Defensie. Er is een beslissing in de Ministerraad. Er zijn
projecten waarover recent werd beslist. Ik denk dat iedereen het
vandaag eens is met het feit dat België en de internationale
gemeenschap meer civiele middelen moet inzetten in Afghanistan om
doeltreffend te zijn. Ik denk dat deze mening in brede mate wordt
gedeeld.
04.10 Charles Michel, ministre:
Je ne ferai aucun commentaire à
propos des moyens militaires,
mais il est unanimement admis
que la Belgique doit engager
davantage de moyens civils en
Afghanistan si elle entend être
efficace.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Coopération au développement sur "l'aide
aux pays en développement en matière d'énergie renouvelable" (n° 9762)</b>
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
05 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over
"de hulp aan ontwikkelingslanden op het gebied van hernieuwbare energie" (nr. 9762)
05.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président,
monsieur le ministre, les derniers accords sur le climat sont l'objet de
critiques de la part de nombre d'associations de protection de
l'environnement concernant la faiblesse des engagements des pays
industrialisés en regard de l'urgence à agir et de ce qui est demandé
aux pays en développement.
Il est prévu, dans ces accords, que les pays industrialisés puissent
exporter leur politique de réduction de CO
2
.
Ne serait-il pas possible de transformer cet aspect, critiqué par les
associations, en un point fort des politiques de coopération en
fournissant à ces pays la technologie et les moyens financiers pour la
mise en oeuvre d'un développement économique durable ainsi que
pour la réalisation des dossiers de construction de structures
permettant la production d'énergie renouvelable? Cela permettrait de
voir se coupler développement économique et développement
écologique dans ces pays, dans une logique de performance en
matière environnementale?
Quels sont les accords de coopération déjà passés avec les pays en
développement concernant cet aspect? Avez-vous des contacts pour
en faire émerger d'autres? Quels sont les mécanismes nécessaires
pour les mener à bien? Y-a-t-il des entreprises belges, intéressées
par ces projets, susceptibles d'être aidées dans leurs démarches?
Avez-vous prévu des fonds dans votre enveloppe budgétaire pour
favoriser une telle politique?
05.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): De laatste klimaatakkoorden
worden bekritiseerd door de
verenigingen voor milieubehoud..
Volgens die akkoorden kunnen de
geïndustrialiseerde landen hun
beleid voor het terugdringen van
de CO
2
-uitstoot uitvoeren. Zou
men van dat aspect geen sterk
punt kunnen maken in het
samenwerkingsbeleid, door de
ontwikkelingslanden
de
technologie en de financiële
middelen te bezorgen voor een
duurzame
economische
ontwikkeling en het opbouwen van
de structuren voor hernieuwbare
energieproductie?
Welke samenwerkingsakkoorden
met
de
ontwikkelingslanden
bestaan al in dat domein? Welke
mechanismen zijn nodig om ze tot
een goed einde te brengen? Zijn
er
Belgische
bedrijven
die
belangstelling hebben voor die
projecten en die hulp kunnen
gebruiken in hun aanpak? Bestaan
er fondsen om zo een beleid in de
hand te werken?
05.02 Charles Michel, ministre: Cher collègue, vos questions
concernent le mécanisme de développement propre. S'agissant des
engagements en matière de réduction des émissions de CO
2
, le
protocole de Kyoto prévoit que les pays industrialisés peuvent utiliser
des mécanismes de flexibilité pour remplir leurs engagements en plus
des mesures de réduction prises en interne. L'un de ceux-ci est le
mécanisme de développement propre, appelé le MDP, qui permet
aux pays développés ou aux entreprises situées dans les pays
développés d'investir dans les pays en développement dans des
projets qui permettent de réduire ou d'éviter des émissions nettes de
gaz à effet de serre. Les projets MDP permettent également de
contribuer au développement durable du pays hôte qui peut
bénéficier, par ce biais, d'un transfert de technologie et de savoir-
faire.
L'achat de crédits d'émission via le MDP relève de la compétence des
ministres de l'Environnement. En effet, ce type de dépense ne peut
être comptabilisable au titre de l'aide publique au développement, ce
qui explique que la Coopération au développement belge ne peut pas
soutenir directement des projets MDP. Elle peut le faire indirectement,
par exemple en soutenant des projets ou des initiatives visant au
renforcement des capacités des pays en développement dans ce
domaine spécifique. Nous le faisons par exemple en Ouganda, dans
le cadre du dernier programme de coopération au développement.
05.02 Minister Charles Michel:
Wat de verbintenissen voor het
terugdringen van de CO
2
-uitstoot
betreft, bepaalt het Kyotoprotocol
dat de geïndustrialiseerde landen,
naast
de
interne
terugdringingsmaatregelen,
gebruik
kunnen
maken
van
flexibiliteitsmechanismen,
waaronder het mechanisme voor
schone ontwikkeling (CDM
Clean Development Mechanism)
waardoor de ontwikkelde landen of
de bedrijven die er gevestigd zijn,
kunnen
investeren
in
ontwikkelingslanden
(OL)
in
projecten waarmee de uitstoot van
broeikasgassen
kan
worden
verminderd of verhinderd. Dankzij
de CDM-projecten kan ook een
bijdrage worden geleverd tot de
duurzame ontwikkeling van het
gastland.
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Dans la mesure où il apparaît que les projets MDP sont
principalement situés dans les pays dits émergents (la Chine, l'Inde,
le Brésil par exemple) en raison de la difficulté pour les pays en voie
de développement de satisfaire aux critères techniques pour
développer ce type de projet, le volet renforcement des capacités est
donc particulièrement important dans le chef des pays en voie de
développement concernés.
En ce qui concerne la question sur l'intérêt des entreprises belges en
la matière, je me permets de vous renvoyer au ministre du Climat et
de l'Énergie. Je ne voudrais pas marcher sur ses plates-bandes. Ses
services s'occupent de ce type de projet et possèdent les données qui
y sont relatives.
Par ailleurs, la coopération belge souscrit de manière générale au
principe de déliement de l'aide et ne peut donc pas imposer de
conditionnalités au financement de projets dans des pays partenaires,
comme par exemple l'idée de choisir des entreprises belges pour
réaliser les projets en question.
J'en viens maintenant à l'action de la coopération en matière
d'énergies renouvelables.
La coopération belge est particulièrement active dans le secteur de
l'énergie et de la lutte contre le changement climatique grâce à des
projets menés aussi bien dans le cadre de la coopération bilatérale
que via les ONG ou encore la coopération multilatérale.
Je tiens par écrit quelques exemples concrets de projets qui sont
soutenus par la coopération au développement. Nous sommes bien
entendu disposés à examiner de nouvelles propositions en matière
d'énergies renouvelables afin que les pays partenaires de la Belgique
puissent être amenés à développer davantage encore ce type
d'initiatives.
De aankoop van emissiekredieten
via de CDM's is een bevoegdheid
van
de
milieuministers.
De
Belgische
ontwikkelingssamenwerking
kan
de
CDM-projecten
niet
rechtstreeks ondersteunen. Ze
kan wel projecten steunen voor de
capaciteitsopbouw
van
de
ontwikkelingslanden op dat vlak.
De CDM-projecten zijn vooral in de
zogenaamde opkomende landen
gelokaliseerd, omdat het voor de
ontwikkelingslanden
niet
gemakkelijk is om te voldoen aan
de technische criteria voor dat type
van projecten. Daarom is het
belangrijk dat er gewerkt wordt
aan de versterking van de
capaciteit in die landen.
Wat de belangen van de Belgische
bedrijven in dit verband betreft,
verwijs ik u naar de minister van
Klimaat en Energie. De Belgische
ontwikkelingssamenwerking mag
geen
voorwaarden
opleggen
(bijvoorbeeld de keuze voor
Belgische ondernemingen) voor
de financiering van projecten in de
partnerlanden.
Ontwikkelingssamenwerking
is
actief in de energiesector en in de
sector van de strijd tegen de
klimaatverandering via bilaterale
samenwerkingsprojecten, via de
ngo's of in het kader van de
multilaterale samenwerking. We
zijn bereid nieuwe voorstellen met
betrekking
tot
hernieuwbare
energiebronnen te onderzoeken
met het oog op de ontwikkeling
van
andere
gelijksoortige
initiatieven.
05.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Je ne doutais pas de votre volonté que j'ai bien ressentie au
travers de votre réponse.
J'entends aussi que des matières ne relèvent pas uniquement de vos
attributions. On prendra donc contact avec le ministre de l'Énergie et
du Climat.
Par ailleurs, j'ai bien entendu votre réponse relative à la non-
conditionnalité. Cela me semble en effet important.
05.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik twijfelde geenszins aan
uw goede bedoelingen, maar het
gaat hier om een gedeelde
bevoegdheid.
Voorts noteer ik dat u in uw
antwoord stelt dat men de
ontwikkelingslanden
geen
voorwaarden mag opleggen. Via
een ondersteuning van onze
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Toutefois avec la valorisation de nos entreprises compétentes en la
matière et les discussions qui peuvent s'amorcer avec les pays en
voie de développement, je crois qu'on pourra avancer dans ce
domaine. Nous n'avons qu'un seul monde. On ne pourra pas l'élargir.
Tout ce qui sera fait, y compris dans le Tiers-Monde, qui constitue
tout de même 80% de notre planète, est positif.
Je suivrai avec beaucoup d'intérêt l'évolution de choses en la matière.
bedrijven en de gesprekken met
de ontwikkelingslanden, denk ik
niettemin dat we ter zake
vooruitgang kunnen boeken. Alles
wat we kunnen ondernemen, ook
in
de
Derde
Wereld,
die
80 procent
van
de
aarde
vertegenwoordigt, is positief.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Coopération au développement sur "les
dernières prises de position du pape vis-à-vis du préservatif, et les difficultés occasionnées aux ONG"
(n° 12035)
06 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking over
"de recente stellingname van de paus met betrekking tot het condoomgebruik en de kwalijke gevolgen
van die uitspraken voor het werk van de ngo's op het terrein" (nr. 12035)
06.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je sais
que cette matière sera évoquée cet après-midi avec le ministre De
Gucht, mais je tenais à poser cette question également ce matin.
À l'occasion de son voyage en Afrique, le pape Benoît XVI j'ai
parfois tendance à le surnommer 13 et 3 ou "très étroit" a répondu,
lors d'un entretien, que la réponse en termes de lutte contre le sida
passe par la fidélité et non par l'utilisation du préservatif.
Sur ce point, libre au Souverain Pontife d'exprimer sa préférence pour
la monogamie absolue et les relations intimes dans le cadre
matrimonial, bien que cela fasse l'économie d'une culture où cette
lecture est loin d'être partout inscrite dans les traditions et
certainement dans les faits. Là où il y a danger, c'est lorsque le Saint
Père affirme que l'utilisation du préservatif, loin de permettre une
limitation de la pandémie, l'accroît au contraire.
Comment, au nom d'une interprétation respectable de l'intimité, mais
bien éloignée des réalités du terrain, particulièrement en Afrique où un
"deuxième bureau" est fréquent, un homme d'une telle aura peut-il se
permettre non seulement de ne pas encourager l'usage du
préservatif, mais encore de le stigmatiser; oserais-je dire de le mettre
à l'index?
J'entends bien qu'il souhaite par là amener les gens à un
comportement à la fois plus moral et plus sûr vis-à-vis de leur santé et
de celle de leur conjoint. Mais ne mettre aucune nuance, en oubliant
que le port du préservatif est aussi indispensable dans une relation de
couple lorsque ce dernier est sérodiscordant, c'est faire l'économie
d'une réalité complexe qui met tout un continent en danger. C'est
fragiliser le travail que vous, monsieur le ministre, accomplissez sur le
terrain avec un nombre considérable d'ONG qui oeuvrent pour faire
prendre conscience des réalités au plus grand nombre et les amener,
à défaut d'adopter la lecture conjugale du pape, à tout le moins de
pratiquer une vie sexuelle sans risque.
Monsieur le ministre, face à cette prise de position surprenante et aux
importants dégâts possibles, quel message comptez-vous envoyer,
de manière forte, en direction des gouvernements avec lesquels vous
06.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Op zijn reis in Afrika
verklaarde Paus Benedictus XVI
tijdens een gesprek dat het
aidsprobleem niet kan worden
opgelost door het uitdelen van
condooms,
maar
door
partnertrouw.
Het spreekt vanzelf dat de
Pontifex Maximus zijn voorkeur
voor absolute monogamie en
intieme relaties in het kader van
het huwelijk mag uitspreken, maar
waar haalt hij het recht vandaan
om het gebruik van condooms te
stigmatiseren, in naam van een
respectabele
interpretatie
van
intimiteit die echter weinig voeling
heeft met de realiteit ter plaatse
vooral in Afrika?
Dergelijke
ongenuanceerde
uitspraken brengen een heel
continent in gevaar en zetten het
werk op de helling dat u in
samenwerking met de ngo's er
plaatse levert om zoveel mogelijk
mensen bewust te maken van de
realiteit.
Wat is uw boodschap voor de
regeringen
waarmee
u
samenwerkingsakkoorden op dit
vlak heeft gesloten, gelet op dit
verrassende standpunt en de
ernstige schade die het mogelijk
kan veroorzaken? Ik weet dat u
zich
daarover
vorige
week
25/03/2009
CRIV 52
COM 502
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
avez déjà des accords de coopération en la matière?
Je sais que vous vous êtes déjà exprimé publiquement à la télévision
la semaine dernière; je sais aussi que vous voyez avec intérêt,
comme le ministre De Gucht, la proposition de résolution en
discussion et pour laquelle je regrette que les partis chrétiens n'aient
pas embrayé, mais avez-vous des contacts spécifiques à ce point de
vue au sujet des accords de coopération? Quels retours en avez-
vous?
Par ailleurs, quelles mesures pouvez-vous prendre pour soutenir
l'action des ONG sur le terrain suite à ce coup dur et réel porté à leur
action?
publiekelijk heeft uitgesproken en
dat u met belangstelling uitkijkt
naar het voorstel van resolutie dat
ter bespreking voorligt, maar
onderhoudt u specifieke contacten
betreffende
de
samenwerkingsakkoorden? Welke
maatregelen kan u nemen om de
actie van de ngo's op dit gebied te
ondersteunen?
06.02 Charles Michel, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, comme vous l'avez dit, j'ai eu l'occasion de réagir très
rapidement, immédiatement même, et de manière publique. J'ai dit
que je trouvais ces propos hallucinants, scandaleux et même
irresponsables. Chez nous et dans l'ensemble des pays en
développement, et notamment sur le continent africain, la
communauté internationale, les agences des Nations unies, les ONG,
la société civile, les gouvernements concernés mobilisent des efforts
importants pour tenter de lutter contre la diffusion du sida, y compris
par la prévention, qui passe nécessairement par le recours au
préservatif et aux campagnes de sensibilisation qui y sont afférentes.
La Belgique consacre en moyenne 30 millions d'euros par an à des
projets de lutte contre le sida dans les pays partenaires. Cette somme
ne prend pas en considération d'autres projets dans le domaine de la
santé qui, de manière indirecte, ont une composante de prévention
des maladies sexuellement transmissibles et du sida en particulier.
Par conséquent, je vous confirme que je suis avec grand intérêt les
initiatives du Parlement en faveur de résolutions qui puissent conduire
à formaliser une protestation vers celui qui assume également une
responsabilité de chef d'État. Cela me paraît être un élément
intéressant qu'il conviendra de suivre de près dans les jours et les
semaines qui viennent.
Nous répétons très clairement que pour la Coopération au
développement belge, nous continuerons à prôner un message dans
lequel le préservatif est un des éléments essentiels dans le cadre de
la lutte contre le sida.
06.02 Minister Charles Michel: Ik
heb
meteen
publiekelijk
gereageerd en gezegd dat ik die
uitspraken
verbijsterend,
schandalig en zelfs onverantwoord
vond.
De
internationale
gemeenschap,
de
VN-
organisaties,
de
ngo's,
het
maatschappelijk middenveld en de
betrokken
regeringen
leveren
aanzienlijke inspanningen om de
verspreiding van aids tegen te
gaan, onder meer door het voeren
van een preventiebeleid, wat het
gebruik
van
condooms
veronderstelt.
België trekt jaarlijks dertig miljoen
euro uit voor projecten voor
aidsbestrijding in de partnerlanden
(los van andere projecten met
betrekking
tot
gezondheid,
waarvan de preventie van soa's
een onderdeel is).
Ik volg dan ook met grote
belangstelling de parlementaire
initiatieven met het oog op de
uitwerking van resoluties, teneinde
het protest tegen de uitspraken
van de betrokkene, die ook een
verantwoordelijkheid
heeft
als
staatshoofd, een formeel karakter
te geven.
In de boodschap die de Belgische
ontwikkelingssamenwerking
uitdraagt zal het condoomgebruik
een van de pijlers in de strijd tegen
aids blijven.
06.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, je
remercie le ministre pour sa réponse. En effet, en suivant le débat de
dimanche sur la chaîne télévisée publique à ce propos, on apprenait
06.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Tijdens het debat dat op
zondag daarover op de openbare
CRIV 52
COM 502
25/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
que certains pays d'Afrique, comme l'Ouganda, avaient tenté de
mettre en oeuvre une politique alternative au port du préservatif,
passant par la fidélité. À mes yeux, il n'est pas nécessairement
contradictoire de mener de front les deux politiques; cependant, tout
baser sur la fidélité est utopique: on sait combien la chair est faible.
Il y va de la santé publique. C'est en tant que membre effectif de la
commission de la Santé publique que j'interviens surtout, car je n'ai
pas pour habitude de venir dans la présente commission. C'est cet
élément qui m'importe. En effet, chacun peut avoir sa propre opinion
sur les questions éthiques. Dans le cas qui nous occupe, je considère
qu'il s'agit de la destruction d'un travail important et de longue haleine
réalisé par les ONG, belges et européennes. J'espère d'ailleurs qu'au
Conseil des ministres européen, on aura aussi l'occasion de prendre
attitude sur ce point.
televisiezender plaatsvond, werd
er gezegd dat sommige Afrikaanse
landen vruchteloos geprobeerd
hadden een alternatief beleid voor
het condoomgebruik te voeren. Ik
voer hier nu het woord als lid van
de
commissie
voor
de
Volksgezondheid. Daar is het mij
in deze kwestie om te doen.
Hiermee wordt het belangrijke en
jarenlange werk dat de Belgische
en Europese ngo's op dat gebied
hebben verricht, tenietgedaan. Ik
hoop dat de Europese Raad van
ministers een standpunt ter zake
zal innemen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 11.26 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.26 uur.