KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 491
CRIV 52 COM 491
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
INNENLANDSE
Z
AKEN
,
DE ALGEMENE
Z
AKEN EN HET
O
PENBAAR
A
MBT
C
OMMISSION DE L
'I
NTERIEUR
,
DES
A
FFAIRES
GENERALES ET DE LA
F
ONCTION PUBLIQUE
woensdag
mercredi
11-03-2009
11-03-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
subsidiëring van de technopreventieadviseurs"
(nr. 11395)
1
Question de Mme Katrien Partyka au ministre de
l'Intérieur
sur
"le
subventionnement
des
conseillers en techno-prévention" (n° 11395)
1
Sprekers: Katrien Partyka, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Katrien Partyka, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "het
verhalen van opdrachten uitgevoerd door de
hulpdiensten" (nr. 11618)
2
Question de M. Mark Verhaegen au ministre de
l'Intérieur sur "la récupération de frais découlant
de missions effectuées par les services de
secours" (n° 11618)
2
Sprekers: Mark Verhaegen, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Mark Verhaegen, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de veiligheid van
huisartsen" (nr. 11547)
4
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "la sécurité des médecins
généralistes" (n° 11547)
5
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het Early Warning
System" (nr. 11548)
6
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "le Early Warning System"
(n° 11548)
6
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de opvolging van
de stressenquête bij de geïntegreerde politie" (nr.
11549)
8
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "le suivi de l'enquête sur le stress au
sein de la police intégrée" (n° 11549)
8
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de uitbouw van
een
regionaal
crisiscentrum
in
Brussel"
(nr. 11550)
9
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "la mise en place d'un centre de
crise régional à Bruxelles" (n° 11550)
9
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Ulla Werbrouck aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
brandweerhervorming" (nr. 11558)
11
Question de Mme Ulla Werbrouck au ministre de
l'Intérieur sur "la réforme des services d'incendie"
(n° 11558)
11
Sprekers: Ulla Werbrouck, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ulla Werbrouck, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Josy Arens aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de opdrachten van
de interventiedienst van de Directie speciale
eenheden van de federale politie" (nr. 11577)
13
Question de M. Josy Arens au ministre de
l'Intérieur sur "les missions confiées au service
d'intervention de la Direction des unités spéciales
de la police fédérale" (n° 11577)
13
Sprekers: Josy Arens, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Josy Arens, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de vooruitzichten
voor het voorontwerp van herstelwet 'Vesalius 3'
voor voormalige leden van de gerechtelijke politie"
(nr. 11601)
15
Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de
l'Intérieur sur "les perspectives de l'avant-projet
de la loi réparatrice 'Vésale 3' pour les anciens
membres de la police judiciaire" (n° 11601)
15
Sprekers: Kattrin Jadin, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Kattrin Jadin, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
begrippen 'bal' en 'privésoiree'" (nr. 10903)
17
Question de Mme Marie-Martine Schyns au
ministre de l'Intérieur sur "les notions de 'bal' et de
'soirée privée'" (n° 10903)
17
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Marie-Martine Schyns, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
19
Questions jointes de
19
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de interne controle
en beheer van klachten bij de politiediensten"
(nr. 11624)
19
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur
sur "le contrôle interne et la gestion des plaintes
au sein des services de police" (n° 11624)
19
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de aanbevelingen
van het Comité P" (nr. 11625)
19
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur
sur "les recommandations du Comité P"
(n° 11625)
19
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister
van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
arrondissementele
informatiekruispunten"
(nr. 11626)
19
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur
sur
"les
carrefours
d'information
d'arrondissement" (n° 11626)
19
Sprekers: Ludwig Vandenhove, Guido De
Padt
, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ludwig Vandenhove, Guido De
Padt
, ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de uitspraken van
Glenn Audenaert" (nr. 11668)
23
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "les
déclarations de Glenn Audenaert" (n° 11668)
23
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de uitspraken van het
hoofd van de Brusselse gerechtelijke politie
inzake de splitsing van het gerechtelijk
arrondissement" (nr. 11764)
23
- M. Bart Laeremans au ministre de l'Intérieur sur
"les déclarations du chef de la police judiciaire de
Bruxelles à propos de la scission de
l'arrondissement judiciaire" (n° 11764)
23
Sprekers: Ben Weyts, Bart Laeremans,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Ben Weyts, Bart Laeremans,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de politiezones in
Brussel" (nr. 11652)
27
Question de M. Michel Doomst au ministre de
l'Intérieur sur "les zones de police de Bruxelles"
(n° 11652)
27
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister
van
Binnenlandse
Zaken
over
"de
veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de
voetbalinterland België-Bosnië" (nr. 11666)
28
Question de M. Ben Weyts au ministre de
l'Intérieur sur "les mesures de sécurité prévues
pour la rencontre internationale de football
Belgique-Bosnie" (n° 11666)
28
Sprekers: Ben Weyts, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ben Weyts, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
31
Questions jointes de
31
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de snelste adequate
hulp" (nr. 11681)
31
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"l'aide adéquate la plus rapide" (n° 11681)
31
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "problemen bij een
brand in Beersel" (nr. 11765)
31
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "des
problèmes survenus lors d'un incendie à Beersel"
(n° 11765)
31
Sprekers: Michel Doomst, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken, Ben Weyts
Orateurs: Michel Doomst, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur, Ben Weyts
Samengevoegde vragen van
34
Questions jointes de
34
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de aanpak van
woningbranden" (nr. 11680)
34
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur
"la lutte contre les incendies domestiques"
(n° 11680)
34
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van 34
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur 34
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Binnenlandse Zaken over "de verbetering van de
brandveiligheid" (nr. 11695)
"l'amélioration de la sécurité incendie" (n° 11695)
Sprekers: Michel Doomst, Jean-Luc Crucke,
Guido De Padt
, minister van Binnenlandse
Zaken
Orateurs: Michel Doomst, Jean-Luc Crucke,
Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
grensoverschrijdende
drugsbestrijding"
(nr. 11694)
37
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de
l'Intérieur sur "la lutte transfrontalière contre la
drogue" (n° 11694)
37
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "het record
aantal daklozen op Brussels Airoport" (nr. 11700)
39
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de
l'Intérieur sur "le record de SDF à Brussels
Airport" (n° 11700)
39
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
controle
van
het
zieke
politiepersoneel"
(nr. 11704)
40
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de
l'Intérieur sur "le contrôle du personnel policier
malade" (n° 11704)
40
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Samengevoegde vragen van
42
Questions jointes de
42
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister
van Justitie over "het optreden van Israëlische
agenten op de luchthaven van Zaventem"
(nr. 11731)
42
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Justice
sur "l'intervention d'agents israéliens à l'aéroport
de Zaventem" (n° 11731)
42
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "het optreden van
Israëlische agenten op de luchthaven van
Zaventem" (nr. 11732)
42
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de l'Intérieur
sur "l'intervention d'agents israéliens à l'aéroport
de Zaventem" (n° 11732)
42
- de heer Luk Van Biesen aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "een verhoorkamer van
de Mossad op de nationale luchthaven"
(nr. 11761)
42
- M. Luk Van Biesen au ministre de l'Intérieur sur
"un local d'interrogatoire du Mossad à l'aéroport
national" (n° 11761)
42
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de veiligheid op de
luchthaven van Zaventem" (nrs. 11768 en 11791)
42
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de l'Intérieur
sur "la sécurité à l'aéroport de Zaventem"
(n°s 11768 et 11791)
42
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Luk Van
Biesen, Guido De Padt
, minister van
Binnenlandse Zaken
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Luk Van
Biesen, Guido De Padt
, ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister
van Binnenlandse Zaken over "de werking van de
dienst Intern Toezicht van de politie" (nr. 11724)
46
Question de M. Ben Weyts au ministre de
l'Intérieur sur "le fonctionnement du service de
contrôle interne de la police" (n° 11724)
47
Sprekers: Ben Weyts, Guido De Padt,
minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ben Weyts, Guido De Padt,
ministre de l'Intérieur
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en
Grote Steden over "de schrapping van enkele
bepalingen in het koninklijk besluit over de
gesloten centra" (nr. 10378)
49
Question de M. Michel Doomst à la ministre de
l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes
villes sur "la suppression de certaines dispositions
de l'arrêté royal relatif aux centres fermés"
(n° 10378)
49
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van mevrouw Brigitte Wiaux aan de
minister van Migratie- en asielbeleid over "de
50
Question de Mme Brigitte Wiaux à la ministre de
la Politique de migration et d'asile sur "la
50
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
renovatie door de Dienst Vreemdelingenzaken
van de oude rijkswachtgebouwen te Bevekom tot
woningen voor illegale gezinnen met minderjarige
kinderen" (nr. 11260)
rénovation
des
bâtiments
de
l'ancienne
gendarmerie de Beauvechain par l'Office des
étrangers en logements destinés à l'accueil de
familles avec enfants mineurs en séjour illégal"
(n° 11260)
Sprekers:
Brigitte
Wiaux,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Brigitte
Wiaux,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "de vingerafdruk
in paspoorten van kinderen" (nr. 11339)
51
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "les
empreintes digitales dans les passeports des
enfants" (n° 11339)
51
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "het Europees
migratiebureau" (nr. 11340)
52
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Politique de migration et d'asile sur "le bureau
européen des migrations" (n° 11340)
52
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Migratie- en asielbeleid over "het stijgend
aantal niet-begeleide minderjarige asielzoekers"
(nr. 11341)
55
Question de M. Michel Doomst à la ministre de la
Politique
de
migration
et
d'asile
sur
"l'augmentation du nombre de demandeurs d'asile
mineurs non accompagnés" (n° 11341)
55
Sprekers:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Michel
Doomst,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Samengevoegde vragen van
56
Questions jointes de
56
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "de uitspraken van
de
minister
over
economische
migratie"
(nr. 11359)
56
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique
de migration et d'asile sur "les déclarations de la
ministre relatives à la migration économique"
(n° 11359)
56
- mevrouw Dalila Douifi aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "de uitvoering van
het regeerakkoord" (nr. 11477)
56
- Mme Dalila Douifi à la ministre de la Politique de
migration et d'asile sur "l'exécution de l'accord de
gouvernement" (n° 11477)
56
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van
Migratie-
en
asielbeleid
over
"het
regularisatiebeleid" (nr. 11488)
56
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique
de migration et d'asile sur "la politique de
régularisation" (n° 11488)
56
Sprekers:
Sarah
Smeyers,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Sarah
Smeyers,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
Samengevoegde vragen van
59
Questions jointes de
59
- mevrouw Zoé Genot aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "de uitwijzing van
een studente zonder papieren die stage liep in
Nederland" (nr. 11493)
59
- Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de
migration et d'asile sur "l'expulsion d'une
étudiante sans papiers en stage aux Pays-Bas"
(n° 11493)
59
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister
en minister van Buitenlandse Zaken over "de
uitwijzing van een studente zonder papieren die
stage liep in Nederland" (nr. 11494)
59
- Mme Zoé Genot au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères sur "l'expulsion
d'une étudiante sans papiers en stage aux Pays-
Bas" (n° 11494)
59
Sprekers: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
minister van Migratie- en asielbeleid
Orateurs: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
ministre de la Politique de migration et d'asile
Samengevoegde vragen van
60
Questions jointes de
60
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "de werkgerelateerde
criteria voor de verlenging van het verblijfsrecht"
60
- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Politique
de migration et d'asile sur "les critères de
prolongation de droit de séjour liés au travail"
60
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
(nr. 11576)
(n° 11576)
- mevrouw Zoé Genot aan de minister van
Migratie- en asielbeleid over "de werkgerelateerde
criteria voor de verlenging van het verblijfsrecht"
(nr. 11740)
60
- Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de
migration et d'asile sur "les critères de
prolongation du droit de séjour liés au travail"
(n° 11740)
60
Sprekers: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
minister van Migratie- en asielbeleid
Orateurs: Zoé Genot, Annemie Turtelboom,
ministre de la Politique de migration et d'asile
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de
minister van Migratie- en asielbeleid over "de
voortgang van de behandeling van een klacht van
een personeelslid van het centrum 127bis"
(nr. 11671)
64
Question de M. Fouad Lahssaini à la ministre de
la Politique de migration et d'asile sur "le suivi
donné à une plainte d'un membre du personnel
du centre 127bis" (n° 11671)
64
Sprekers:
Fouad
Lahssaini,
Annemie
Turtelboom, minister van Migratie- en
asielbeleid
Orateurs:
Fouad
Lahssaini,
Annemie
Turtelboom, ministre de la Politique de
migration et d'asile
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BINNENLANDSE ZAKEN, DE
ALGEMENE ZAKEN EN HET
OPENBAAR AMBT
COMMISSION DE L'INTERIEUR,
DES AFFAIRES GENERALES ET
DE LA FONCTION PUBLIQUE
van
WOENSDAG
11
MAART
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
11
MARS
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.24 heures et présidée par M. André Frédéric.
De vergadering wordt geopend om 14.24 uur en voorgezeten door de heer André Frédéric.
Le président: Les questions n°
s
10894 et 11356 de M. Landuyt sont
reportées à sa demande. Mme Galant reporte ses questions
s
10920 et 11249. La question n° 11277 de Mme De Bue est
reportée.
De voorzitter: Vragen nr. 10894
en 11356 van de heer Landuyt, nr.
10903 van mevrouw Schyns,
nr. 10920 en 11249 van mevrouw
Galant, en nr. 11277 van mevrouw
De Bue worden uitgesteld.
01 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de subsidiëring
van de technopreventieadviseurs" (nr. 11395)
01 Question de Mme Katrien Partyka au ministre de l'Intérieur sur "le subventionnement des
conseillers en techno-prévention" (n° 11395)
01.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de minister, ik heb een
vraag over de subsidiëring van technopreventieadviseurs. Zoals u
weet, wordt in de rondzendbrief van 2006 met het oog op het
verlichten van de administratieve taken van de politie aan de
gemeenten de opdracht gegeven om de taken van de
technopreventie niet te laten uitvoeren door het politiepersoneel zelf,
maar door administratieve krachten. De subsidiëring waarin is
voorzien, zou alleen voor politiepersoneel gelden. Dat brengt met zich
mee dat gemeenten die de rondzendbrief nauwgezet proberen uit te
voeren, worden benadeeld.
Klopt het bericht dat de subsidiëring er alleen zou zijn voor de
opleiding van technopreventieadviseur? Is dat niet in strijd met de
rondzendbrief met betrekking tot de CALog-isering? Bent u bereid om
ook te voorzien in de subsidiëring van de opleiding van administratief
personeel tot technopreventieadviseur?
01.01 Katrien Partyka (CD&V):
La circulaire de 2006 préconise de
confier la tâche de conseiller en
techno-prévention à du personnel
administratif
plutôt
qu'au
personnel
de
police.
Le
subventionnement
ne
s'appliquerait
toutefois
qu'au
personnel de police.
Ces
informations
sont-elles
correctes? Ne sont-elles pas
contraires à la circulaire relative à
la CALogisation? Le ministre est-il
disposé
à
subventionner
également
la
formation
du
personnel
administratif
à
la
fonction de conseiller en techno-
prévention?
01.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, beste collega,
de erkende politiescholen verwerven subsidies van de directie van de
opleiding van de federale politie voor de organisatie van de opleiding
technopreventieadviseur, zowel voor CALog als operationeel
politiepersoneel, wat trouwens is geregeld in het KB van 28 februari
2002.
01.02 Guido De Padt, ministre:
Les écoles de police agréées
obtiennent des subventions pour
l'organisation de la formation de
conseiller en techno-prévention,
tant pour le cadre administratif et
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Mijn diensten nemen het standpunt in dat zowel burgerpersoneel van
administratieve overheden als politiepersoneel, dit wil zeggen CALog
en operationeel personeel, de functie van technopreventieadviseur
kan vervullen. In het kader van het commissie-De Ruyver werd
bepaald dat technopreventie een essentiële missie vormt voor de
lokale politie, doch niet kan worden vastgesteld wie, het CALog of
operationeel personeel, die functie dient te vervullen.
Het uiteindelijke resultaat is dat de lokale politie over de volledige
autonomie beschikt om de praktische organisatie van hun diensten
inzake technopreventie te regelen.
Momenteel wordt via politiebudgetten niet in subsidies voorzien voor
de opleiding van burgerpersoneel van administratieve overheden. In
sommige gevallen wordt de opleiding van burgerpersoneel wel via
andere kanalen gesubsidieerd, door de erkende politiescholen. Dat is
echter afhankelijk van het gevoerde beleid in de diverse erkende
politiescholen, alsook van de eventuele financiële tussenkomst van de
provincies.
De kosten van de opleiding voor burgerpersoneel kunnen voor steden
en gemeenten met een strategisch veiligheids- en preventieplan ook
worden geïntegreerd in de kosten van die plannen in de mate dat aan
de volgende twee voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste, de inbraak
dient als een van de prioritaire fenomenen in het plan te worden
opgenomen.
Ten tweede, er dient een verband te bestaan tussen de realisatie van
technopreventiediagnostieken of sensibiliseringscampagnes en de
doelstelling van het plan.
logistique que pour le personnel
opérationnel de la police, ainsi que
le prévoit l'arrêté royal du
28 février 2002. La fonction de
conseiller en techno-prévention
peut être remplie tant par le
personnel administratif que par le
personnel de police. La police
locale jouit d'une totale autonomie
en matière d'organisation de la
techno-prévention.
Le
subventionnement
de
la
formation destinée au personnel
administratif n'est pas réglé par le
biais des budgets de la police
mais bien, dans certains cas, par
les écoles de police elles-mêmes.
Ces coûts peuvent également être
intégrés dans les coûts d'un plan
stratégique de sécurité ou de
prévention, à condition que le
cambriolage soit inscrit comme
phénomène prioritaire et qu'il
existe un lien entre les objectifs du
plan
et
la
réalisation
de
diagnostics techno-préventifs ou
de campagnes de sensibilisation.
01.03 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
minister voor zijn duidelijk antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 11511 de M. Baeselen est reportée à sa
demande.
De voorzitter: Vraag nr. 11511
van de heer Baeselen wordt
uitgesteld.
02 Vraag van de heer Mark Verhaegen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het verhalen van
opdrachten uitgevoerd door de hulpdiensten" (nr. 11618)
02 Question de M. Mark Verhaegen au ministre de l'Intérieur sur "la récupération de frais découlant de
missions effectuées par les services de secours" (n° 11618)
02.01 Mark Verhaegen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag gaat over het KB van 25 april 2007, waarin
opdrachten van de hulpdiensten worden opgesomd, en dus ook
punctueel opgelijst, waarvoor de gemeente, die instaat voor het
beheer van de brandweerdiensten, de kosten kan verhalen op de
gebruiker. Sommige gemeenten nemen het niet zo nauw en verhalen
die kosten zonder de noodzakelijke lijst met opdrachten te hebben
opgesteld.
Ik vraag mij dan ook af of de retributie in die gevallen wel geldig is.
Met andere woorden, moet de gebruiker in die gevallen wel betalen?
02.01 Mark Verhaegen (CD&V):
La commune qui assure la gestion
des services d'incendie peut, sur
la base d'une liste ponctuelle de
missions figurant dans l'arrêté
royal du 25 avril 2007, récupérer
les frais en demandant à l'usager
de les lui rembourser. Certaines
communes récupèrent ces frais
sans dresser de liste.
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Is er ook een beroepsmogelijkheid tegen zulke vorm van retributie?
Welke procedure moet worden gevolgd door de gemeente die de
retributies rechtsgeldig wensen te innen? Misschien is het goed even
de procedure aan te halen. Is er ook een lijst met referentiebedragen
die door de gemeenten kunnen worden aangewend om het tarief te
bepalen?
Aansluitend heb ik nog een aandachtspunt, waarover ik wel geen
vraag had gesteld. De nieuwe indeling van de brandweerzones en de
operationalisering daarvan zullen wellicht niet lang op zich laten
wachten. Dan komt er een nieuwe structuur. De gemeenten zullen als
het ware met zijn allen over een soort openbare brandweerdienst
beschikken. Wat zal er dan gebeuren? Zal de retributie
dientengevolge ook toekomen aan alle gemeenten van de zone? Of
moet dat via een soort reglementering gebeuren, via de toekomstige
brandweerraden? Ik weet niet of daarover al werd nagedacht, maar ik
probeer de vraag te stellen terwijl ik nadacht over de andere vragen.
La rétribution a-t-elle alors une
quelconque validité? Y a-t-il une
voie de recours? Quelle procédure
doit être suivie? Existe-t-il une liste
avec des montants de référence?
Qu'adviendra-t-il
lorsque
la
nouvelle répartition des zones de
services d'incendie sera devenue
réalité? La rétribution sera-t-elle
due à toutes les communes de la
zone ou les futurs conseils des
services
d'incendie
seront-ils
compétents pour l'octroi de la
rétribution?
02.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Verhaegen, ik denk dat u goed hebt nagedacht.
In principe kunnen de kosten van interventies van de brandweer niet
worden verhaald als er geen retributiereglement is vastgesteld.
Uitzonderingen hierop zijn de kosten van sommige interventies die
kunnen worden verhaald op een andere wettelijke basis dan zulk
reglement. Dat is het geval voor de kosten van niet-wettelijke
opdrachten en voor de kosten naar aanleiding van een vervuiling. De
gemeente is verplicht die kosten te verhalen op basis van de wet van
1963 betreffende de civiele bescherming. Ik verwijs naar artikel 2bis,
punten 1 en 2, van de wet van 31 december 1963 betreffende de
civiele bescherming voor de juiste coördinaten.
Ook het verhalen van de kosten van de ambulance is via een andere
wettelijke basis geregeld, met name het koninklijk besluit van 7 april
1995, waarin de minister van Volksgezondheid het tarief vastlegt.
De gebruiker is bij het ontbreken van een retributiereglement niet
verplicht te betalen, met uitzondering van hetgeen ik heb gesitueerd
op het vlak van ambulance en civiele bescherming.
De betrokkene kan aan de gemeente meedelen dat hij niet akkoord
gaat met een retributie op grond van het feit dat er geen reglement is.
Wanneer de gemeente van oordeel is dat de retributie is verschuldigd,
moet ze zelf naar de rechtbank stappen of naar een rechtbank van
eerste aanleg afhankelijk van het bedrag dat wordt gevorderd. Het is
immers niet de rechtsonderhorige of degene die gebruik heeft
gemaakt van een bepaalde dienst, die naar een rechtbank moet
stappen om te zeggen dat hij het niet verschuldigd is. De gemeente is
eisende partij en moet het geding dus opstarten.
Zonder in detail te gaan, licht ik hierbij de procedure voor de
minnelijke inning van retributies nog eens toe. Uiteraard moet de
gemeente eerst een retributiereglement vaststellen dat aangeeft voor
welke interventie een retributie verschuldigd is, wat het bedrag ervan
is en hoe het wordt berekend.
In het algemeen worden retributies contant geïnd. Een voorbeeld
hiervan kunnen de retributies zijn voor het bezoek aan het
02.02 Guido De Padt, ministre:
En
principe,
les
frais
des
interventions
des
services
d'incendie
ne
peuvent
être
récupérés que si aucun règlement
relatif à cette rétribution n'a été
établi. Certains frais peuvent être
récupérés mais sur une autre base
légale. Il s'agit par exemple des
frais
occasionnés
par
l'accomplissement de missions
non légales et lors d'une pollution.
La commune est obligée de
récupérer ces frais-là sur la base
de la loi sur la protection civile de
1963.
Quant
aux
frais
d'ambulance,
elle
peut
les
récupérer sur la base de l'arrêté
royal du 7 avril 1995. Sinon,
l'usager peut lui faire savoir qu'il
n'est pas d'accord avec la
redevance parce qu'il n'existe pas
de
règlement
relatif
aux
redevances dans la commune. Il
appartient alors à la commune, en
tant que partie requérante, de
porter l'affaire devant le tribunal.
La commune doit donc rédiger
d'abord un règlement relatif à la
rétribution
qui
énumère
les
interventions pour lesquelles elle
est due et en fixe le montant.
Généralement, ces rétributions
seront payées au comptant,
notamment pour la visite d'un parc
à
conteneurs.
Pour
les
interventions
des
services
d'incendie, l'on ne sait pas
toujours clairement à qui la facture
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
containerpark of voor het vernemen van bepaalde informatie uit het
bevolkingsregister.
Zoals u wellicht kunt vermoeden, is die theorie niet zo
vanzelfsprekend in de context van de brandweerinterventie.
Bijvoorbeeld, een interventie voor milieuvervuiling is niet altijd bekend
aan de vervuiler. Op basis van het interventieverslag van de
brandweer wordt een factuur opgesteld en opgestuurd naar de
bestemmeling. De minnelijke schikking wordt dan afgesloten na het
toezenden van een aangetekende aanmaning. Bij gebrek aan een
minnelijke betaling wordt tot een gedwongen invordering overgegaan.
In Vlaanderen ligt de grondslag hiervoor in het gemeentelijk decreet.
De financieel beheerder kan voor een onbetwiste niet-fiscale
schuldvordering een dwangbevel uitvaardigen, dat op zijn beurt door
een gerechtsdeurwaarder kan worden betekend. De betrokkene kan
het dwangbevel aanhangig maken bij de rechtbank. Er moet een
verschil worden gemaakt tussen de situatie waarbij een burger wordt
aangespoord om vrijwillig een bepaalde som te betalen waarna hij,
volgens mij, protest kan aantekenen, en de situatie waarbij hij een
dwangbevel krijgt. In dat laatste geval zal de burger de gegrondheid
van dat dwangbevel moeten aanvechten bij een rechtbank. Zolang
men buiten het vrijwillige gaat, moet de burger geen enkel initiatief
nemen.
Het koninklijk besluit van 25 april 2005 bevat geen referentietarieven.
De gemeente stelt die tarieven zelf vast.
De brandweerzones zullen in de toekomst rechtspersoonlijkheid
krijgen. Ik acht het niet uitgesloten dat zij zelf retributiereglementen
zullen kunnen opstellen met betrekking tot het volledige grondgebied
van die zone. Ik ben daar niet absoluut zeker van, het is onder alle
voorbehoud te nemen. Het lijkt mij toch wel logisch dat zij dat zou
kunnen doen, alhoewel ik nog niet echt goed weet in welke mate de
politieraden nu al bevoegd zouden zijn om bepaalde reglementen op
te stellen waarbij zij bepaalde kosten die zijn uitgevoerd door die
politie, kunnen terugvorderen. Ik ben daar niet zeker van. Ik zal het
onderzoeken en ik zal u dat schriftelijk laten weten, zoals trouwens
ook voor andere vragen.
doit être adressée. Si une facture
n'est pas payée spontanément, la
commune peut, sur la base du
décret communal, procéder à son
recouvrement forcé et, dans le cas
de créances incontestées de
nature autre que fiscale, appliquer
un
commandement
par
l'intermédiaire d'un huissier de
justice. L'intéressé peut y faire
opposition devant le tribunal.
L'arrêté royal du 25 avril 2005 ne
comporte pas de tarifs de
référence. Les communes fixeront
ces tarifs elles-mêmes.
Les nouvelles zones de services
d'incendie auront la personnalité
juridique et pourront probablement
établir elles-mêmes des systèmes
de rétribution. Je vérifierai dans
quelle mesure les conseils de
police ne sont d'ores et déjà pas
habilités à le faire et je vous ferai
parvenir une réponse écrite.
02.03 Mark Verhaegen (CD&V): Mijnheer de minister, dank u voor
uw uitvoerig antwoord. Er rijst natuurlijk de vraag of, met die nieuwe
identiteiten, de brandweerzones, de gemeenteraadsbeslissingen nog
rechtsgeldig blijven in de nieuwe structuur. Ik denk dat het best is dat
u dat inderdaad even nakijkt en ons op papier zet.
Overigens is het goed van u te horen dat er duidelijke spelregels
moeten zijn voor gemeenten die retributies willen toepassen. Er zijn
gemeenten die het niet zo nauw nemen. Ik dank u in alle geval voor
uw antwoord.
02.03 Mark Verhaegen (CD&V):
La question se pose évidemment
de savoir si les décisions du
conseil
communal
resteront
juridiquement valables dans les
nouvelles zones incendie.
Des règles du jeu claires doivent
être définies pour les communes
qui souhaitent appliquer des
rétributions. Certaines communes
n'y regardent pas de trop près.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de veiligheid van
huisartsen" (nr. 11547)
03 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la sécurité des médecins
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
généralistes" (n° 11547)
03.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, onder het motto "Uw veiligheid, onze bezorgdheid" is tijdens
het voorbije jaar onder de huisartsen een enquête gehouden. Op
basis van de aldus verkregen informatie zouden Binnenlandse Zaken
en Volksgezondheid ter zake samen een handleiding met
preventiemaatregelen en strategieën opstellen. De verspreiding van
voornoemde handleiding zou ruim worden aangekondigd en voor het
voorjaar van 2009 zijn gepland.
Ik heb gisteren ook mevrouw Onkelinx over de kwestie ondervraagd.
Zij verwees onmiddellijk heel spontaan en heel gemoedelijk naar u.
Zij heeft ondertussen ook twee pilootprojecten in Brugge en
Henegouwen in het vooruitzicht gesteld. Zij heeft bovendien één
project al operationeel gemaakt.
Nu blijkt echter dat het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen aan de
alarmbel trekt. Het vraagt om beveiliging voor zijn leden.
Ik zou de minister het volgende willen vragen.
Hoe ver staan wij nu met de verspreiding van de voornoemde
handleiding?
Welke concrete veiligheidsmaatregelen zijn er momenteel gepland of
liggen er ter studie?
Welke termijn stelt u in het vooruitzicht om de desbetreffende
maatregelen effectief gestalte te geven?
Kunt u al meer informatie over de pilootprojecten en de voorlopige
ervaringen ter zake geven?
Hoe evolueert het overleg met Volksgezondheid over de projecten?
03.01 Michel Doomst (CD&V):
Une enquête menée l'an dernier
parmi les généralistes devait servir
de base à la rédaction par
l'Intérieur et la Santé publique d'un
manuel
relatif
aux
mesures
préventives et stratégiques au
printemps 2009. La ministre de la
Santé publique a lancé deux
projets pilotes à Bruges et dans la
Hainaut.
Le
Syndicat
des
médecins généralistes flamands
tire la sonnette d'alarme et
demande que ses médecins soient
protégés.
Le manuel est-il prêt? Quelles
mesures de sécurité concrètes
seront prises et dans quel délai?
Le
ministre
peut-il
fournir
davantage d'informations sur les
projets
pilotes
et
sur
les
enseignements
qu'ils
nous
apportent? Comment se déroule la
concertation avec le SPF Santé
publique?
03.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Doomst, de start van de verspreiding van de brochure met
veiligheidsmaatregelen voor huisartsen is voor de tweede helft van
april 2009 gepland.
De genoemde brochure is, zoals ook mevrouw Onkelinx u wel zal
hebben verteld, in nauw overleg met de FOD Volksgezondheid
opgemaakt. In de brochure worden veiligheidsmaatregelen
voorgesteld, die onder meer op elektronische en technopreventieve
maatregelen betrekking hebben. Ook worden organisatorische
maatregelen vermeld, die kosteloos door elke huisarts kunnen
worden toegepast.
Zoals u weet, bestaat er al een heel ruim gamma fiscaal aftrekbare
veiligheidsmaatregelen. Zij zijn echter nog onvoldoende bekend bij de
doelgroep. In eerste instantie zullen wij er ons dus op richten om meer
en beter te communiceren, teneinde de bestaande maatregelen beter
bekend te maken. Behalve voornoemde, gerichte campagne wordt
enkele keren per jaar een elektronische nieuwsbrief opgesteld en
naar specifieke beroepsgroepen, waarvan ook de huisartsen deel
uitmaken, doorgestuurd. De bedoelde nieuwsbrieven bevatten nuttige
03.02 Guido De Padt, ministre:
Dès la seconde moitié du mois
d'avril,
nous
diffuserons
à
l'intention des généralistes une
brochure qui a été rédigée en
concertation avec le SPF Santé
publique et qui contient des
mesures de sécurité électroniques
et techniques de prévention ainsi
qu'une
série
de
mesures
organisationnelles. De nombreux
systèmes
de
sécurité
sont
déductibles fiscalement mais ils ne
sont pas encore suffisamment
connus
des médecins. Mes
services
communiqueront
les
techniques existantes de manière
ciblée. Parallèlement, une lettre
d'information
électronique
informera plusieurs fois par an les
médecins sur les techniques de
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
informatie over onder meer de plaatsing van bewakingscamera's,
over alarmsystemen, pictogrammen en andere thema's die voor de
beveiliging van de huisartsen interessant kunnen zijn.
Maatregelen die interessant zijn voor de huisartsen of belangrijke
feiten die een specifieke aanpak qua veiligheidsmaatregelen vereisen
worden per nieuwsflash verstuurd.
Daarnaast spreekt het voor zich dat het belangrijk blijft dat huisartsen
­ daar mangelt het soms wat aan ­ spontaan aangifte doen wanneer
ze het slachtoffer zijn van criminaliteit. Dat is heel belangrijk om onze
politiediensten in staat te stellen om zich een beeld te vormen van de
belangrijkheid van het fenomeen, waar het zich afspeelt, in welke
buurten en dergelijke meer. Wanneer die aangifte niet gebeurt, is het
natuurlijk veel moeilijker. Op die manier kunnen mijn diensten de
maatregelen afstemmen op de feiten en de fenomenen die zich
voordoen.
Wat de pilootprojecten in Brugge en Henegouwen betreft, hebt u al
verwezen naar het antwoord dat u van de collega van
Volksgezondheid hebt gekregen. Mijn diensten zullen natuurlijk op
regelmatige tijdstippen contact hebben en overleg plegen met de FOD
Volksgezondheid.
surveillance vidéo, les systèmes
d'alarme, les pictogrammes etc.
Les mesures qui méritent une
attention
spécifique
seront
communiquées par "flash info".
Il est important que les médecins
fassent une déposition s'ils sont
victimes d'un acte criminel. C'est
ainsi que mes services pourront
mieux ajuster les mesures aux
phénomènes. Les projets pilotes
relèvent du SPF Santé publique.
une
concertation
a
lieu
réguièrement à ce sujet.
03.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, betekent dit dat
er ook afspraken zijn gemaakt met het Syndicaat van de Vlaamse
Huisartsen om de sensibilisering en de informatie over de
mogelijkheden beter door te spelen? Ik denk dat de belangengroep
dan ook de verantwoordelijkheid moet dragen om deels ook de
responsabilisering en de attente opvolging van mogelijke criminele
feiten op te volgen.
03.03 Michel Doomst (CD&V):
Des accords ont-ils été conclus
avec le syndicat des généralistes
flamands à propos du transfert
d'informations? Il doit en assumer
la responsabilité.
03.04 Minister Guido De Padt: Ik denk inderdaad dat dit moet
gebeuren. Men kan overigens de vraag stellen of er in de toekomst
ook geen systeem van ­ buurtinformatienetwerken is misschien een
groot woord ­ netwerken moet komen waarbij gerichte, gestuurde en
verzamelde informatie kan gegeven worden via een bepaalde
beroepsgroep. Het kan misschien overwogen worden om dat te
initiëren.
Het is ook zo dat ik het aanbod heb gekregen van de Artsenkrant om
van hun publicatie gebruik te maken om invulling te geven aan wat we
hier allemaal gezamenlijk nastreven, namelijk meer veiligheid voor de
huisartsen, naast andere beroepsgroepen die gezondheidswerkers
zijn in het algemeen en die onderhevig kunnen zijn aan bepaalde
vormen van agressie, die wij beter kunnen vermijden.
03.04 Guido De Padt, ministre:
Peut-être convient-il effectivement
de chercher par le biais du groupe
professionnel un réseau qui
réunirait et transmettrait les
informations. L'"Artsenkrant" a
d'ailleurs proposé de publier nos
informations.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het Early Warning
System" (nr. 11548)
04 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "le Early Warning System" (n° 11548)
04.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik had in een
volgende vraag naar de stand van zaken willen vragen in verband met
het early warning system. Ik heb daarnet ook met de minister van
Justitie daarover woord en wederwoord gehad. Het bestaat al een
04.01 Michel Doomst (CD&V):
Le système d'alerte précoce, le
"Early Warning System", existe
depuis cinq ans sur une base
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
vijftal jaar, weliswaar tot op heden op informele basis en blijkbaar ook
voor acties die relatief onschuldig zijn.
Blijkbaar hebt u nu samen met uw collega van Justitie en ook het
VBO een protocolakkoord ondertekend om in de toekomst snel,
eenvoudig en efficiënt informatie door te spelen. Kunt u bij het
protocolakkoord specifiek vanuit Binnenlandse Zaken enige
toelichting geven? Hoe ziet u de concrete werking? Welke actoren
ziet u bij dat systeem betrokken?
informelle et pour des actes
relativement inoffensifs. Avec son
collègue de la Justice et la FEB, le
ministre a signé un protocole
d'accord
pour
un
échange
d'informations rapide et efficace.
Peut-il
nous
l'expliquer
en
quelques mots?
04.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Doomst, samen met mijn collega van Justitie ­ u weet dat, want u
hebt hem erover ondervraagd ­ heb ik inderdaad op 6 maart
jongstleden een protocolakkoord gesloten inzake een early warning
system met het Verbond van Belgische Ondernemingen. Het
mechanisme is feitelijk opgevat als een tweeluik en het dient ook een
dubbel doel.
Ten eerste, naast de normale contacten met de lokale politie, die voor
elk bedrijf het eerste aanspreekpunt is, blijft en moet blijven, moeten
de bevoegde federale diensten zo snel mogelijk in kennis gesteld
worden van verdachte handelingen, bommeldingen of andere
incidenten die kunnen wijzen op extremistische activiteiten en
bepaalde trends in dat verband via een filière naar de lokale politie,
een andere filière naar de lokale diensten.
Het tweede doel is natuurlijk om de betrokken bedrijfssectoren te
informeren over dreigingen die in voorkomend geval op hun sector
zouden rusten, met het oog op de meest adequate
beschermingsmaatregelen. Wanneer men zeer vroeg dankzij het
early
warning
system
verbanden
kan
leggen
tussen
veiligheidsincidenten, die op het eerste gezicht geïsoleerd lijken, kan
men vervolgens preventief beschermingsmaatregelen nemen om
groter onheil te voorkomen. Via het early warning system kan een
bedrijf een verdachte handeling, een bommelding of een ander
incident melden aan de overheid.
Ik geef graag enkele concrete voorbeelden. Een persoon die foto's
neemt van een bedrijf nadat de vorige nacht beschadigingen aan de
omheiningen zijn vastgesteld, kan als een verdachte gedraging
worden bestempeld.
Ik geef enkele voorbeelden: een grootwarenhuis dat een bericht
ontvangt dat het voedsel vergiftigd zal worden; bedrijfsleiders die
poederbrieven of dreigbrieven ontvangen; een reeks valse
bommeldingen bij verschillende bedrijven uit dezelfde sector.
In dergelijke gevallen wordt door het bedrijf in de eerste plaats de
lokale politie ingelicht. Daarnaast, en dat is nieuw, meldt de
veiligheidsverantwoordelijke van de firma die informatie voortaan ook
aan het centraal contactpunt van de privésector. De interne
uitwisseling van gegevens verloopt via dat centraal contactpunt, dat
het doorstuurt naar de betrokken overheidspartners op federaal
niveau, te weten: het Crisiscentrum, het Coördinatiecentrum voor de
Dreigingsanalyse (OCAD) en de federale politie en de dienst
Veiligheid van de Staat.
In de andere richting kan het Crisiscentrum hetzelfde systeem
04.02 Guido De Padt, ministre:
Le 6 mars 2009, j'ai effectivement
signé avec le ministre de la Justice
et la FEB un protocole d'accord
relatif
au
système
d'alerte
précoce. L'objectif de ce protocole
est double. Outre la police locale ­
qui reste bien évidemment le
premier
interlocuteur
­
les
services fédéraux compétents
doivent être informés au plus vite
d'actes suspects, d'alertes à la
bombe ou d'autres incidents,
indicateurs
potentiels
d'extrémisme. Par ailleurs, les
secteurs
d'activité
concernés
doivent pouvoir être informés
rapidement
de
menaces
éventuelles.
En établissant des liens à un stade
très précoce entre des incidents
de sécurité à première vue isolés,
nous
pourrons
prendre
des
mesures de protection à titre
préventif afin d'éviter le pire. Ce
système permet donc à une
entreprise de notifier des éléments
suspects aux autorités.
En outre, le responsable de la
sécurité de la firme communique
désormais aussi les informations
au point de contact central du
secteur privé, qui les transmet
alors aux partenaires des autorités
publiques fédérales.
Le centre de crise peut adresser
par la même voie, mais en sens
inverse, des avertissements ou
des recommandations à un ou
plusieurs secteurs industriels.
Nous souhaitons faire usage de
tous les canaux possibles pour
assurer la sécurité de chacun. Ces
dernières années, de nombreux
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
gebruiken om aan een of meer bedrijfssectoren bepaalde
waarschuwingen of aanbevelingen te geven wanneer bijvoorbeeld via
de politiediensten of via de dienst Veiligheid van de Staat informatie
binnenkomt dat een terroristische organisatie dreigingen heeft geuit
aan bijvoorbeeld de petrochemische sector in België. Dan kunnen, via
de procedure van dit early warning system, heel snel alle
petrochemische bedrijven in ons land gewaarschuwd worden.
Als minister van Binnenlandse Zaken wil ik samen met mijn collega
van Justitie alle mogelijke kanalen benutten die kunnen bijdragen tot
het verzekeren van ons aller veiligheid.
De voorbije jaren werden daartoe door de overheid al vele
inspanningen geleverd, door de antiterreurdiensten te versterken en
door de coördinatie tussen de verschillende diensten te verbeteren.
Vandaag zijn wij klaar om de samenwerking met de externe partners
te continueren en te versterken. Het protocol met het VBO is op dat
vlak een belangrijke realisatie, menen wij.
efforts ont été fournis au sein des
pouvoirs publics et ceux-ci sont
actuellement prêts à renforcer la
collaboration avec les partenaires
externes.
04.03 Michel Doomst (CD&V): Ik heb nog een kort vraagje, want
hier werkt een early "warmingsysteem," heb ik de indruk.
Mijnheer de minister, het VBO is een mooie ingangspoort. Ik neem
aan dat het VBO de verschillende sectoren zal sensibiliseren en dat
dit de poort is?
04.03 Michel Doomst (CD&V):
La FEB constitue une belle porte
d'accès. Je suppose qu'elle
sensibilisera
les
différents
secteurs.
04.04 Minister Guido De Padt: Ja.
04.04 Guido De Padt, ministre:
Bien entendu.
04.05 Michel Doomst (CD&V): Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de opvolging van
de stressenquête bij de geïntegreerde politie" (nr. 11549)
05 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "le suivi de l'enquête sur le stress au
sein de la police intégrée" (n° 11549)
05.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik stel deze vraag in opvolging van een vraag die ik aan uw
voorganger heb gesteld. Het gaat over stress bij de politie. Ook
tijdens analyses de voorbije dagen is nog gebleken dat de job zelf
steeds moeilijker wordt in een steeds agressiever wordende
maatschappij. Op basis van de aanbevelingen van werkgroepen
werden nota's opgesteld die onder de verschillende diensten van de
lokale en federale politie werden verdeeld. Men zou ook bekijken of er
nog bijkomende acties nodig waren. Ik heb daarover de volgende
vragen.
In welke mate wordt de sensibilisering van en door de
verantwoordelijken binnen de politie opgevolgd? In welke mate
worden de aanbevelingen nagevolgd? Zijn er nog bijkomende acties
nodig na de analyse?
05.01 Michel Doomst (CD&V): À
la suite de l'enquête sur le stress
réalisée auprès de la police
intégrée, une réflexion a été
menée sur la problématique du
stress et le phénomène du suicide
au sein des corps. Sur la base des
recommandations du groupe de
travail Suicide, une note a été
communiquée à l'ensemble des
corps.
Dans quelle mesure assure-t-on
un suivi de la sensibilisation au
sein
des
corps?
Comment
effectue-t-on
le
suivi
des
recommandations? Des actions
supplémentaires
sont-elles
requises?
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
05.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Doomst, de aanbevelingen van de werkgroep met betrekking tot de
preventie van zelfdoding binnen de geïntegreerde politie werden in juli
2008 bezorgd aan de verantwoordelijken van de lokale en federale
politie. Ondertussen werden in het kader van de opvolging hiervan
reeds een aantal initiatieven genomen. Het inschrijven van de
problematiek van zelfdoding in het globaal preventieplan van de
federale politie, de integratie van het thema "stress en zelfdoding" in
verschillende opleidingen en de creatie van de rubriek preventie van
zelfdoding op de website van de algemene directie van de
ondersteuning en het beheer zijn enkele reeds gezette stappen om de
aanbevelingen concreet te implementeren.
Overwegend dat de werkgever verantwoordelijk is voor het uitwerken
van een globaal preventiebeleid in het raam van het welzijn op het
werk, is het momenteel niet mogelijk om concrete cijfers te geven
voor de 196 werkgevers van het lokale niveau. Zij kunnen zich bij het
opmaken van hun eigen preventieplan wel inspireren op het globale
preventieplan van de federale politie.
Binnen de federale politie werd een opvolgingscommissie
samengesteld, waarin trouwens ook de vaste commissie van de
lokale politie vertegenwoordigd is. De termijn tussen het verspreiden
van de aanbevelingen en uw vraag is evenwel te kort om al over een
volledig overzicht van de uitgewerkte acties inzake deze problematiek
te beschikken. Ik stel voor dat u die vraag eventueel schriftelijk
herhaalt zodat wij dan een bevraging van de 196 zones kunnen doen.
Daarvoor was er nu te weinig tijd.
De opvolgingscommissie waakt over de verdere uitwerking van de
aanbevelingen met betrekking tot de preventie van zelfdoding. Het
ontwikkelen van een sensibiliserings- en informatiecampagne rond
zelfdoding, het opstellen van een informatiebrochure over de
problematiek van zelfdoding, het creëren van een forum casuïstiek
inzake de praktische concrete aanpak van de problematiek en het
organiseren
van
gespecialiseerde
opleidingen
voor
verantwoordelijken zijn maar een greep uit de aanbevelingen die
thans nog verder worden uitgewerkt.
05.02 Guido De Padt, ministre:
Les recommandations ont été
transmises aux corps en juillet
2008 et ont été suivies d'une série
d'initiatives. Le thème du suicide a
été inclus dans le plan global de
prévention de la police fédérale,
dans les formations et sur le site
web de la direction générale de
l'appui et de la gestion.
Étant donné que la politique de
prévention
relève
de
la
responsabilité de l'employeur, je
ne dispose pas de chiffres sur la
police locale. Les responsables
locaux peuvent toutefois s'inspirer
des plans de prévention de la
police fédérale.
Une commission de suivi, où siège
également
la
Commission
permanente de la police locale, a
été mise sur pied au sein de la
police fédérale. Vous comprendrez
qu'un aperçu complet des actions
élaborées
n'est
pas
encore
disponible. Je propose que celui-ci
fasse l'objet d'une question écrite
ultérieure. La commission précitée
veille
à
la
poursuite
de
l'élaboration
des
recommandations.
05.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, wat is volgens
u een redelijke termijn waarbinnen wij de resultaten kunnen
verwachten? Ik wil namelijk, door een nieuwe vraag, de stress bij u
niet verhogen.
05.03 Michel Doomst (CD&V):
Quel serait le délai raisonnable
pour obtenir un aperçu?
05.04 Minister Guido De Padt: Ik denk dat een nieuwe vraag mijn
stressgehalte niet verder omhoog zal tillen, collega Doomst. Wij
zeggen altijd zo vlug mogelijk, maar ik denk dat het over enkele
maanden gaat.
05.04 Guido De Padt, ministre:
Quelques mois, je présume.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de uitbouw van
een regionaal crisiscentrum in Brussel" (nr. 11550)
06 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la mise en place d'un centre de crise
régional à Bruxelles" (n° 11550)
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
06.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, tijdens de
overlegmomenten die zijn gevolgd op de rellen in Anderlecht, werd
het idee gelanceerd om een soort van crisisnetwerk van
preventiewerkers over de gemeentegrenzen heen op te starten. Ik
denk dat dat een goede piste is, omdat het duidelijk is dat die haard
van onlust te maken heeft met een gedrag dat wij ook preventief,
vanuit een bredere zorg, zullen moeten bijsturen. De afstemming
tussen en de samenwerking met de omliggende gemeenten was daar
de ontbrekende schakel.
Dat moest ook uitgaan van de lokale overheid. Op het federale niveau
was men bereid om de nodige ondersteuning te geven.
Mijnheer de minister, hoever staat het met de uitbouw van het
regionaal crisiscentrum in Brussel? Hoe verloopt de samenwerking
met de FOD Binnenlandse Zaken? In welke ondersteuning is tot nu
toe voorzien?
06.01 Michel Doomst (CD&V): À
la suite des émeutes d'Anderlecht,
l'idée avait été lancée de créer une
sorte de centre de crise des
assistants
de
prévention
dépassant les frontières des
communes.
L'initiative
devait
émaner du niveau local, mais le
gouvernement
fédéral
était
disposé à apporter son soutien
financier.
Où en est la mise en place du
centre de crise régional à
Bruxelles? Comment se déroule la
collaboration
avec
le
SPF
Intérieur? Quel est le montant du
soutien financier apporté par le
ministre?
06.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer Doomst, in de eerste plaats
moet het duidelijk zijn dat het hier niet gaat om een echt
crisiscentrum. Terwijl een echt crisiscentrum als taak heeft om
crisissen en noodsituaties te beheren, beoogt het voorliggend project
veeleer gestandaardiseerde procedures voor samenwerking en
informatie-uitwisseling tussen de preventiewerkers uit te bouwen.
Hoewel de FOD Binnenlandse Zaken de Brusselse gemeentelijke
overheden ondersteunt bij het uitwerken van die samenwerking, is de
FOD hierin geenszins de leidinggevende instantie. Er bestaan immers
al verschillende samenwerkingsstructuren inzake preventie tussen de
19 Brusselse gemeenten.
De FOD Binnenlandse Zaken heeft zijn hulp aangeboden als
bevoorrechte partner, deskundige in preventiematerie, maar zonder te
raken aan de bevoegdheden van de gemeentelijke overheid. Daarom
zal de FOD Binnenlandse Zaken de Brusselse gemeenten
ondersteunen bij het uitwerken van een standaardprocedure voor
informatieoverdracht naar de verschillende betrokken overheden voor
alle veiligheids- en preventiegerelateerde elementen. Wij willen dus
als een go-between een soort van coördinerende rol spelen op dat
vlak.
In 2008 vonden er meerdere contacten plaats tussen mijn
administratie en de vertegenwoordigers van de Brusselse
preventiediensten van de zone Zuid. Op basis van dat overleg en de
uitwisseling van goede praktijken analyseert en onderzoekt mijn
administratie de mogelijkheden om te komen tot de uitwerking van
een instrument die de informatieflux tussen de preventiediensten en
hun bestuurlijke overheden kunnen vergemakkelijken.
Er is momenteel in geen enkel bijkomend budget voorzien voor de
oprichting en standaardisering van de samenwerkingsprocedure
tussen de Brusselse preventiediensten.
06.02 Guido De Padt, ministre: Il
ne s'agit pas ici d'un véritable
centre de crise. Le projet a pour
principal objectif d'harmoniser la
collaboration
et
l'échange
d'informations. Le SPF Intérieur
n'en est nullement l'instance
instigatrice. Le SPF a offert son
aide pour élaborer une procédure
standard, mais il ne veut en aucun
cas
s'immiscer
dans
les
compétences communales.
En 2008, plusieurs contacts ont
été pris entre mon administration
et les représentants des services
bruxellois de prévention de la zone
Sud. C'est sur cette base que mon
administration
étudie
les
possibilités de mettre en place un
instrument
approprié.
Jusqu'à
présent, aucun budget n'a été
consacré à l'élaboration d'une
procédure de collaboration entre
les
services
bruxellois
de
prévention.
06.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, het blijft onze
zorg vanuit de Vlaamse rand. Ik heb straks ook een vraag over de
verklaringen ter zake van de heer Audenaert.
06.03 Michel Doomst (CD&V):
Je me félicite de ce que le ministre
négocie mais il devrait insister
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Ik blijf het een goede zaak vinden dat u als go-between optreedt,
maar eigenlijk zou u ook "push forward" kunnen zijn om die zes
korpsen nog meer grensoverschrijdend te laten werken. Dat is
essentieel om de problemen van Brussel, die heel typisch zijn, zo
sterk mogelijk te bestrijden en te voorkomen. Ik hoop dat er blijvend
contact is en dat men vanuit de FOD Binnenlandse Zaken die
groeiende samenwerking en meer regionale aanpak zal stimuleren.
pour que les corps collaborent
adéquatement.
Nous
devons
encourager au maximum la
collaboration régionale.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Mme Dierick étant à New York, je suppose qu'elle
reporte sa question n° 11554.
De voorzitter: Vraag nr. 11554
van
mevrouw
Dierick
wordt
uitgesteld.
07 Vraag van mevrouw Ulla Werbrouck aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
brandweerhervorming" (nr. 11558)
07 Question de Mme Ulla Werbrouck au ministre de l'Intérieur sur "la réforme des services d'incendie"
(n° 11558)
07.01 Ulla Werbrouck (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, midden 2008 werd door uw voorganger een theoretisch
model opgesteld waaruit zou blijken dat het tachtigtal
brandweerkazernes in West-Vlaanderen gereduceerd zou worden tot
dertig. Dit geeft aanleiding tot grote ongerustheid inzake een efficiënte
maar doelgerichte inzet van brandweerkorpsen wanneer zich in de
toekomst branden, rampen en incidenten zullen voordoen.
In dit verband heb ik de volgende vragen aan de minister.
Mijnheer de minister, kunt u mij de stand van zaken geven over de
plannen voor de brandweerhervorming?
Wat is de wijziging per provincie voor het aantal brandweerkazernes?
Wat zijn de directe en indirecte gevolgen voor de bevolking bij het
drastisch verminderen van het aantal brandweerkazernes?
Welke garanties kunnen er aan de bevolking gegeven worden dat
bijvoorbeeld bij een brand de brandweer even snel ter plaatse zal zijn
als voordien?
07.01 Ulla Werbrouck (LDD): En
2008, le ministre Dewael a élaboré
un modèle théorique réduisant le
nombre de casernes de pompiers
en Flandre occidentale à trente,
contre 80 aujourd'hui. Ce projet a
suscité une vive inquiétude quant
à l'efficacité des services incendie.
Où en est la réforme des services
incendie? Quelle sera l'évolution
du nombre de casernes dans les
autres provinces? La rapidité
d'intervention pourra-t-elle être
maintenue?
07.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Werbrouck, in het kader van de uitvoering van de wet van 15 mei
2007 betreffende de civiele veiligheid, werd er binnen mijn
administratie een stuurcomité opgericht waarbinnen acht thematische
werkgroepen werkzaam zijn. Binnen die werkgroepen werken de
afgevaardigden van de brandweerfederaties en van de Vereniging
Van Steden en Gemeenten samen met mijn administratie aan teksten
die zouden moeten resulteren in uitvoeringsbesluiten van de
hervormingswet.
Het huidig aantal kazernes is geëvalueerd in een risicoanalyse die
opgesteld werd tijdens de werkzaamheden van de commissie-Paulus.
Een consortium van universiteiten zorgde voor een wetenschappelijke
benadering daarvan, en in de werkhypothese werd uitgegaan van een
verplaatsingstijd van 8 minuten, wat zich op het terrein kon verhalen in
07.02 Guido De Padt, ministre:
Huit groupes de travail sont
chargés, au sein d'un comité de
pilotage de mon administration, de
rédiger les arrêtés d'exécution de
la loi de réforme.
Le nombre actuel de casernes a
été déterminé sur la base d'une
analyse des risques effectuée à
l'époque de la commission Paulus.
L'hypothèse de travail prévoit un
temps d'intervention de 12 à 15
minutes. Il n'a jamais été question
d'imposer ce délai aux corps de
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
een interventietijd van 12 tot 15 minuten. Het is echter nooit de
bedoeling geweest om die werkhypothese op te leggen als een
inspanningsverbintenis van de brandweerkorpsen.
Een van de acht werkgroepen, de werkgroep technische aspecten, is
onder andere belast met de bepaling van de minimale normen op het
vlak van materiaal, uitrusting en personeel, die nodig zullen zijn bij de
invoering van de hulpverleningzones. In het kader van de
werkzaamheden van die structuur werden inderdaad simulaties
gerealiseerd door middel van Experian, een risicoanalyse-software.
Het gaat daarbij maar om werkhypothesen die nog geanalyseerd en
met het terrein geconfronteerd moeten worden.
Het rapport van het consortium van universiteiten die deze
risicoanalyse heeft opgesteld, stelt daaromtrent en ik citeer: "Bij deze
rationele benadering moet men evenwel een beroep doen op de grote
ervaring die de verantwoordelijken van de brandweerdiensten
verwierven. Het is duidelijk dat bepaalde voorgestelde oplossingen op
het terrein betwistbaar zijn vanuit een operationeel standpunt. De
resultaten van een scenario moeten dus voorzichtig geïnterpreteerd
worden, en men moet in gedachten houden dat er verschillende
alternatieve oplossingen zijn die kwalitatief even goed zijn."
De resultaten van al deze hypothesen zullen vertaald worden in een
koninklijk besluit Minimale Normen. Het spreekt echter voor zich dat
deze normen ook financiële invloeden zullen hebben op de zones en
op de federale overheid. Om deze reden zal dit dan ook samen
bekeken worden met het financiële luik en het engagement van de
federale overheid dat de hervorming geen meerkosten mag
impliceren voor de zones.
Een van de basisprincipes van de hervorming was een gemiddeld
gelijke bescherming voor een gemiddeld gelijke kostprijs. Het is dan
ook de bedoeling van de hervorming om de hulpverlening aan de
bevolking te optimaliseren en de veiligheid van de burgers en het
personeel op het terrein te gaan vergroten. De weerslag van de
beslissingen die genomen worden in het kader van de technische
normen, moeten garant staan voor een gelijke bescherming van de
bevolking. Daarentegen is het de bedoeling dat er door de
hervorming, nog meer dan voordien, een kwaliteitsvolle en efficiënte
dienstverlening aan de bevolking wordt aangeboden.
De concrete situatie in West-Vlaanderen heeft als gevolg dat de
huidige toestand al een hogere dekkingsgraad en bescherming
garandeert. Het feit dat er kazernes dienen te verdwijnen of
vrijwilligers afgedankt dienen te worden, zal na de inwerkingtreding
van de hervorming, geëvalueerd worden binnen de zone zelf. De wet
bepaalt immers dat alle zones een risicoanalyse van hun gebied
dienen uit te voeren en in deze analyse dient de zoneoverheid
rekening te houden met alle uitvoeringsbesluiten, alsook met de
noden om een goede bescherming te geven.
Misschien kort samengevat: ik kan in feite nu nog niet echt concreet
cijfers geven over de vraagstelling die u bij mij hebt ingediend, maar
het zal afhankelijk zijn van wat de uitvoeringsbesluiten allemaal zullen
geven. Ik moet er nog een achttiental uitvaardigen, onder andere het
materieel en de technieken die zullen worden toegepast. Ik wil
natuurlijk ook een grote verantwoordelijkheid en autonomie geven aan
pompiers.
Le groupe de travail `aspects
techniques' est notamment chargé
de fixer les normes minimales
dans les domaines du matériel, de
l'équipement et du personnel. En
effet, des simulations ont été
réalisées à l'aide d'Experian, un
logiciel d'analyse des risques. Il
reste à adapter ces simulations à
la pratique.
Les résultats de toutes ces
hypothèses se traduiront par un
arrêté royal sur les normes
minimales. Ces normes auront
également des conséquences
financières pour les zones ainsi
que pour l'autorité fédérale, qui
garantit toutefois que la réforme
ne coûtera pas un centime de plus
aux zones. La réforme repose
notamment sur le principe de base
consistant
à
assurer
une
protection égale moyenne à un
coût égal moyen.
En Flandre occidentale, le degré
de couverture et de protection est
plus élevé. Après l'entrée en
vigueur
de
la
réforme,
la
disparition de certaines casernes
fera l'objet d'une évaluation au
sein de la zone elle-même. Toutes
les zones devront par ailleurs
réaliser une analyse des risques.
Je ne peux énoncer aucun chiffre
concret tant que les arrêtés
d'exécution ne seront pas publiés.
Je tiens à ce que les zones
conservent une large autonomie
pour pourvoir le cadre global, sous
la houlette des gouverneurs de
province.
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
de zones zelf, in functie van datgene wat als algemeen kader
gespecificeerd via koninklijk besluit is ingevoerd, om zich daar op te
enten om afhankelijk van de lokale noden en opportuniteiten zelf een
grote besluitvormingskracht te hebben, die overigens voor het
grootste deel zal worden aangestuurd door de gouverneurs van de
provincies.
07.03 Ulla Werbrouck (LDD): Mijnheer de minister, ik zal dat item
zeker blijven opvolgen, maar ik vind een interventietijd van 15 minuten
toch wel heel lang. In 15 minuten, als uw huis in brand staat, is dit
voor een groot stuk weg. Het is zo dat het geen meerkosten mag
inhouden voor de zones, daar ben ik mij van bewust, maar ik zou dan
toch willen verzoeken te overwegen alles nog eens grondig door te
nemen vooraleer een beslissing te treffen, want het gaat toch over de
noden van de bevolking.
07.03 Ulla Werbrouck (LDD): Je
continuerai en tout état de cause à
suivre ce dossier de près. J'estime
tout de même qu'un délai
d'intervention de 15 minutes, c'est
beaucoup. Il est exact que nous
ne pouvons pas faire endosser
des charges supplémentaires aux
zones mais avant de prendre une
décision, il convient de préparer
convenablement
la
besogne.
N'oublions tout de même pas qu'il
s'agit de répondre aux besoins de
la population.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Josy Arens au ministre de l'Intérieur sur "les missions confiées au service
d'intervention de la Direction des unités spéciales de la police fédérale" (n° 11577)
08 Vraag van de heer Josy Arens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de opdrachten van
de interventiedienst van de Directie speciale eenheden van de federale politie" (nr. 11577)
08.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la Direction des unités spéciales de la police fédérale,
comme toutes les unités de police de ce type créées après les
tragiques événements de 1972 aux Jeux olympiques de Munich, est
composée de plusieurs unités distinctes - trois, pour être plus exact -:
un service Intervention, un service Observation et un service
technique. Chacune d'entre elles possède des particularités propres,
que ce soit au niveau du matériel qu'elle utilise ou des procédures
qu'elle suit au niveau de la sélection de son personnel, de sa
formation ou encore de son entraînement.
Si la plupart des missions confiées à la Direction des unités spéciales
de la police fédérale sont exécutées, de façon conjointe et
coordonnée, par plusieurs de ses composantes, il faut toutefois
constater que la composante Intervention est, sous sa forme actuelle,
la seule à pouvoir remplir certaines missions spécifiques, que ce soit
par le matériel dont elle dispose ou de par la formation et
l'entraînement particulier de son personnel.
Monsieur le ministre, quelles sont les missions, tant en Belgique qu'à
l'étranger, dont l'autorité confie, en priorité, l'exécution au service
Intervention de la Direction des unités spéciales de la police fédérale?
Comment l'autorité peut-elle s'assurer et s'assure-t-elle aujourd'hui de
la capacité de la composante Intervention de la Direction des unités
spéciales de la police fédérale de pouvoir exécuter réellement toutes
ces missions?
08.01 Josy Arens (cdH): De
Directie van de speciale eenheden
van de federale politie (CGSU)
bestaat uit een technische, een
interventie- en een observatie-
eenheid. Elk van die eenheden
beschikt
over
specifieke
kenmerken.
De
interventie-
eenheid is de enige die bepaalde
specifieke taken mag uitvoeren.
Om welke opdrachten gaat het
precies? Hoe kan de overheid er
zeker van zijn dat die interventie-
eenheid al die opdrachten wel aan
kan?
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
08.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, cher collègue,
la Direction des unités spéciales de la police fédérale (CGSU) est
chargée de l'exécution des missions d'appui opérationnel au profit de
l'ensemble des composantes de la police intégrée ainsi que des
autorités compétentes. Afin d'être à même de pouvoir mener à bien
ces missions et d'optimaliser les moyens en personnel et matériel
spécialisé, la CGSU s'est dotée de services très spécialisés qui
agissent de manière intégrée au sein d'une structure unique.
La composante Intervention est ainsi destinée aux missions
d'arrestation de criminels ou de terroristes dangereux ou est encore
utilisée lors de perquisitions renforcées ou d'opérations de filature.
Environ une centaine d'opérations de ce type sont menées chaque
année par ce service.
Plus spécifiquement, cette composante est chargée de la phase
"action", de la résolution de situations de prise d'otages ou de
réduction de forcenés dangereux. Il s'agit environ d'une trentaine de
missions par an.
Une autre tâche de cette composante consiste à se préparer à
affronter des situations critiques identiques, mais plus complexes
et/ou de grande envergure et à caractère terroriste.
Il peut s'agir de prises d'otages de masse dans des aéronefs, trains
ou ferries ou dans des environnements pouvant se révéler très
dangereux comme la prise d'otages au théâtre de Moscou ou à
l'école de Besslam en Russie.
La résolution de ces situations, heureusement très rares, occupe une
part importante des activités et des moyens disponibles de la
Direction des unités spéciales de la police fédérale. À cette fin, des
exercices périodiques sont organisés.
En outre, des groupes de travail au sein du groupe d'intervention anti-
terroriste européen, nommé ATLAS, développent et testent des
tactiques et techniques indispensables à la résolution de ces
situations, lors d'exercices internationaux. En effet, très peu de pays
européens sont capables d'entretenir une capacité suffisante en
personnel et en moyens spécialisés pour la résolution optimale de ces
situations de crise rarissimes. À cet égard, la coopération européenne
s'avère indispensable.
Enfin, des exercices d'ampleur impliquant le Centre gouvernemental
de coordination et de crise ainsi que le parquet fédéral sont en cours
de préparation. Ils doivent permettre, comme par le passé, d'évaluer
la capacité des services belges à faire face à des situations de crise.
Cependant, c'est toujours a posteriori que l'on peut évaluer si les
investissements en moyens humains, matériels et les exercices ont
été suffisants. Ceci dit, la préparation aux missions de la CGSU se
fait très sérieusement.
08.02 Minister Guido De Padt:
De interventie-eenheid is belast
met de arrestatie van gevaarlijke
criminelen en terroristen in het
kader
van
versterkte
huiszoekingen
of
na
schaduwoperaties. Die eenheid is
daarnaast belast met de actiefase
met het oog op de bevrijding van
gijzelaars en met het onschadelijk
maken van personen die volledig
door het lint gaan en gevaarlijk
gedrag vertonen.
Een andere opdracht van die
eenheid bestaat erin zich voor te
bereiden op identieke kritieke
situaties
met
een
grotere
complexiteit of van een grotere
omvang en met een terroristische
inslag.
Het
oplossen
van
die
crisissituaties behoort tot de
kerntaken van de CGSU. Een
groot deel van de middelen gaat
daar
dan
ook
naartoe.
Werkgroepen die in de Europese
antiterroristische
interventie-
eenheid
`ATLAS'
werden
opgericht,
testen
tijdens
internationale
oefeningen
de
tactieken die nodig zijn om
dergelijke situaties op te lossen.
We
bereiden
momenteel
grootschalige oefeningen voor,
waarbij
het
crisis-
en
coördinatiecentrum
van
de
regering en het federaal parket
betrokken zijn. Aan de hand van
die oefeningen zullen we kunnen
nagaan in welke mate de
Belgische diensten in staat zijn om
crisissituaties het hoofd te bieden.
08.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie pour
votre réponse très complète. Je me réjouis de savoir que cette unité
effectue des exercices internationaux. Simplement, je souhaite
connaître leur fréquence annuelle?
08.03 Josy Arens (cdH): Hoe
vaak vinden die internationale
oefeningen plaats?
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
08.04 Guido De Padt, ministre: Au moins une fois par an.
08.04 Minister Guido De Padt:
Minstens eenmaal per jaar.
08.05 Josy Arens (cdH): C'est très important
08.05 Josy Arens (cdH): Dat is
erg belangrijk.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de l'Intérieur sur "les perspectives de l'avant-projet de
la loi réparatrice 'Vésale 3' pour les anciens membres de la police judiciaire" (n° 11601)
09 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de vooruitzichten
voor het voorontwerp van herstelwet 'Vesalius 3' voor voormalige leden van de gerechtelijke politie"
(nr. 11601)
09.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, vos réponses sont souvent très détaillées et par rapport à
certaines orientations, on pourrait espérer des changements, sait-on
jamais?
Ma question porte sur la discrimination à l'égard d'anciens membres
de la police judiciaire, vaste sujet. Alors que la réforme des polices
entamée en 2001 sera évaluée, cette année, j'entends régulièrement
dire que, pour différentes raisons, notamment budgétaires, la police
n'arrive plus à recruter suffisamment de personnel de qualité. Il en est
notamment ainsi pour la police judiciaire fédérale qui ne recrute plus
ou quasiment plus d'enquêteurs titulaires d'un diplôme supérieur. La
police fédérale dispose pourtant d'un potentiel de connaissances qui
pourrait être mieux utilisé et valorisé.
Ainsi, un peu plus de 270 inspecteurs de niveau A, 2A et 2B de l'ex-
PJ auprès des parquets embauchés depuis 1991 sont universitaires
pour 57% d'entre eux et gradués pour 43%. Ce sont des
fonctionnaires hautement qualifiés, expérimentés en matière de
politique scientifique, de criminalité informatique ou de lutte contre la
criminalité grave et organisée. Ces policiers diplômés 2A ou 2B
travaillent quotidiennement pour le bien-être des citoyens en élucidant
les infractions les plus graves. Certains d'entre eux exercent des
fonctions d'encadrement, parfois dans des matières telles que le
terrorisme; mais la police judiciaire fédérale leur refuse un
commissionnement au grade supérieur alors même qu'ils en
bénéficieraient s'ils étaient membres d'une autre catégorie ­ ceci est
très important.
Du niveau 2+, les anciens inspecteurs 2A et 2B ont été insérés dans
un grade inférieur au niveau 2 lors de la réforme. Or, tandis qu'on
dévalorisait ceux-là, d'autres catégories de personnel bénéficiaient
depuis la réforme d'un commissionnement, voire d'une nomination à
un grade supérieur par les mécanismes de tapis doré, tapis rouge,
tapis orange ou autre tapis vert. Cette discrimination a d'ailleurs été
reconnue par la Cour constitutionnelle. Cette dernière a annulé par
son arrêt 94/08 les articles 2 et 3 de la loi du 2 juin 2006 Vésale bis
relative au mécanisme du tapis orange. Suite à cet arrêt, l'ex-ministre
de l'Intérieur a travaillé sur un avant-projet de loi réparatrice Vésale 3
qui, d'après mes informations, semble créer plus d'inégalités
statutaires qu'il n'en supprimerait. Le risque est qu'il s'ensuive de
nouvelles procédures devant la Cour constitutionnelle.
09.01 Kattrin Jadin (MR):
Zevenenvijftig procent van de
ongeveer 270 inspecteurs van
niveau A, 2A en 2B van de
vroegere gerechtelijke politie bij de
parketten die sinds 1991 in dienst
genomen werden, heeft een
universitair diploma, en 43 procent
heeft een graduaat. Sommigen
vervullen een staffunctie, soms in
vakgebieden
als
terrorismebestrijding. De federale
gerechtelijke politie weigert hen
echter aan te stellen in een hogere
graad, terwijl ze die graad wel
zouden krijgen als ze tot een
andere categorie behoorden.
Met de hervorming zijn de
vroegere inspecteurs 2A en 2B
van een niveau 2+ overgegaan
naar een graad die lager is dan
niveau
2.
Terwijl
zij
lager
ingeschaald
werden,
werden
andere personeelscategorieën bij
de hervorming dan weer in een
hogere graad aangesteld of zelfs
benoemd. Het Grondwettelijk Hof
heeft trouwens erkend dat er wel
degelijk
sprake
is
van
discriminatie. Naar aanleiding van
dat arrest werkte de voormalige
minister van Binnenlandse Zaken
aan
een
voorontwerp
van
herstelwet, dat echter
meer
statutaire ongelijkheden lijkt te
creëren dan het er wegwerkt.
Hoe ver staat het met het
voorontwerp van reparatiewet?
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Ces diplômés méconnus devraient être valorisés par un grade
conforme à leur diplôme et à leurs connaissances afin que la police
ne perde pas d'importantes capacités. La situation actuelle est
hautement démotivante et engendrera à terme un départ de ce
personnel hautement qualifié.
Ceci serait regrettable, non seulement pour la police, mais aussi pour
l'ensemble de la population. Monsieur le ministre, pouvez-me dire où
en est l'avant-projet de la loi réparatrice Vésale 3. Ce texte ne créera-
t-il pas de nouvelles dispositions statutaires?
09.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, madame
Jadin, je partage tout à fait votre souci: il faut éviter de créer de
nouvelles discriminations. II faut mettre un point final aux droits
transitoires liés à la réforme policière.
Dans son arrêt du 26 juin 2008, la Cour constitutionnelle a estimé que
la nomination des membres de la BSR (Brigade spéciale de
Recherche) peut être considérée comme légitime en soi. En tant
qu'ancien dépositaire de la proposition de loi ad hoc, je m'en réjouis.
Il n'empêche que la cour a également estimé que la différence de
traitement avec les autres commissionnés, les non-BSR, est devenue
trop grande. Cette correction fera l'objet d'un projet de loi qui sera
bientôt déposé à la Chambre et qui réglera le sort de tous les
commissionnés, y compris ceux de la police locale.
Ledit projet a été soigneusement conçu et préparé. Quant aux 2A et B
auxquels vous faites allusion, ils ont tous été finalement insérés dans
le cadre 2+ d'inspecteur principal de police avec spécialité
particulière. Ils bénéficient d'échelles de traitement réservées aux
seuls 2+. Ces échelles sont de 9% supérieures aux autres échelles
du cadre moyen. La cour a dit que cette solution tenait la route en
droit. Essayons, de grâce, de maintenir ce qui a été juridiquement
consolidé entre-temps.
Ceci dit, s'il faut tourner la page du droit transitoire une fois pour
toutes, il y a lieu de s'interroger constamment sur d'éventuelles
améliorations des régimes au niveau des ressources humaines. Outre
la catégorie de personnel que vous évoquez, il existe certainement au
sein de la police intégrée des membres du personnel possédant des
qualifications similaires.
Une approche générale et approfondie s'impose donc. Je suis prêt à
m'investir dans une telle réflexion mais il faut d'abord régler l'autre
aspect.
09.02 Minister Guido De Padt:
Het is inderdaad zaak te vermijden
dat er nieuwe vormen van
discriminatie worden gecreëerd,
en een einde te maken aan de
overgangsrechten die in het kader
van de politiehervorming werden
toegekend.
Het Grondwettelijk Hof is van
oordeel dat de benoeming van de
leden
van
de
Bijzondere
Opsporingsbrigade (BOB) op zich
als
wettelijk
kan
worden
beschouwd.
Het
Hof
stelt
eveneens dat het weddeverschil
met de andere aangestelden te
groot is geworden. Ter rechtzetting
daarvan zal er een wetsontwerp
worden ingediend waarin de
situatie van alle aangestelden
wordt geregeld. De bedoeling is de
personeelsleden van niveau 2A en
2B allemaal in te schalen in de
graad 2+ van hoofdinspecteur van
politie met bijzondere specialisatie.
Voor hen gelden de bijbehorende
weddeschalen voor de graad 2+.
Volgens het Hof is die oplossing
juridisch steekhoudend.
Algemeen gesproken is er een
grondige aanpak vereist, meer
bepaald wat de valorisatie van
competenties betreft. Zodra het
bovengenoemde
discriminatie-
probleem uit de wereld geholpen
is, wil ik daar zeker werk van
maken.
09.03 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, je suis malgré tout
un peu inquiète. Je vois bien que l'on essaye d'améliorer une situation
qui a été mise à mal par la Cour constitutionnelle et qui doit être
réglée.
Il faut s'interroger sur les perspectives offertes aux anciens membres
de la PJ de niveau 2A et 2B et sur la volonté ou non de les
09.03 Kattrin Jadin (MR): Mijn
ongerustheid heeft u niet kunnen
wegnemen. We moeten ons
bezinnen
over
de
loopbaanperspectieven die aan de
gewezen
leden
van
de
gerechtelijke politie van niveau 2A
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
cadenasser. Leurs collègues issus d'un autre régime d'avant la
réforme des polices ont, eux, la possibilité d'être commissionnés ou
nommés dans une catégorie supérieure.
On leur enlève une perspective et une motivation. Je peux
comprendre ceux qui se sentent enfermés dans un statut et un grade
sans jamais pouvoir évoluer vers le haut, alors que d'autres, qui ont
peut-être des grades ou qualifications inférieurs au départ, ont cette
possibilité. C'est injuste et cela va à l'encontre du principe de
motivation des fonctionnaires.
Je serai très attentive à cet avant-projet de loi que vous comptez
déposer prochainement ici. Nous devons trouver des solutions à ce
problème. Des discussions ont été menées en préparation de cet
avant-projet de loi. Les anciens membres de la PJ, incorporés au sein
de la police fédérale, qui sont au nombre de 1.300, n'arrivent peut-
être pas à faire entendre leur voix. Il est justifié qu'on les y aide.
en 2B geboden worden. Hun
collega's die uit een ander stelsel
van vóór de politiehervorming
afkomstig
zijn,
hebben
de
mogelijkheid om in een hogere
categorie aangesteld of benoemd
te worden. Zo verliezen de
gewezen
leden
van
de
gerechtelijke
politie
hun
vooruitzichten en hun motivatie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de Mme Marie-Martine Schyns au ministre de l'Intérieur sur "les notions de 'bal' et de
'soirée privée'" (n° 10903)
10 Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
begrippen 'bal' en 'privésoiree'" (nr. 10903)
10.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, ma question va peut-être paraître technique puisqu'elle
concerne une définition des notions de bal ­ souvent considéré
comme public ­ ou de soirée privée.
Pour l'instant, de nombreuses zones de police, dont celle où j'habite,
travaillent à homogénéiser leur ordonnance générale de police. Elles
se trouvent ainsi confrontées à la difficulté de définir ces deux notions.
En effet, peu importe la norme supérieure qu'on consulte ­ notre
commissaire d'arrondissement en a consulté de nombreuses ­, il y a
différentes nuances et, visiblement, il n'y a pas d'accord.
Une ambiguïté peut être entretenue aussi bien par les organisateurs
que parfois par les autorités puisque, de manière générale, les
soirées privées sont moins contraignantes.
À titre d'exemple, la loi de 1960 sur la préservation de la jeunesse
interdit à tout mineur non marié de moins de 16 ans d'entrer dans les
salles de danse non accompagné. Il s'agit d'une très vieille règle mais
il n'existe pas de nouvelle définition. Cette interdiction ne vaut pas
pour les soirées privées, avec pour conséquence que certains bals
changent d'intitulé pour s'appeler "soirée privée" pour permettre
l'entrée aux moins de 16 ans. On est donc face à un flou artistique
aussi bien pour les communes que pour les zones de police et les
bourgmestres qui ont cette organisation sous leur responsabilité.
Au-delà des règlements de police, on sait que la SABAM est
confrontée à la même source de confusion puisque le prélèvement
des droits d'auteur diffère selon qu'il s'agit d'une soirée publique (un
bal) ou d'une soirée privée.
Selon moi, il faut arriver à une distinction entre ces deux notions. Pour
10.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): Het is vaak moeilijk om een
duidelijk onderscheid te maken
tussen een bal en een privésoiree,
en dat is ook een probleem in vele
politiereglementen.
Overeenkomstig de wet van 1960
tot zedelijke bescherming van de
jeugd is de aanwezigheid in
danszalen verboden voor elke
ongehuwde minderjarige jonger
dan zestien jaar indien deze niet
vergezeld is. Aangezien dat
verbod niet geldt voor privésoirees
worden bals soms omgedoopt tot
"privésoiree".
Ook
bij
SABAM zorgt die
verwarring
voor
problemen,
aangezien de heffing van de
auteursrechten
verschilt
afhankelijk van het privékarakter
van de soiree.
Kan u voor verduidelijking zorgen?
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
que chacun n'y aille pas de sa petite interprétation personnelle, ne
serait-il pas possible que vous apportiez vos éclaircissements et une
définition qui aideront tant les pouvoirs locaux que les organisateurs
de soirée?
10.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, s'il est vrai que la distinction n'est pas toujours aisée entre
les soirées privées et publiques, la détermination du caractère privé
ou public d'une soirée doit s'apprécier dans les faits sur la base des
critères qui existent déjà.
Ainsi, pour qu'une réunion soit considérée comme privée et soit
protégée par l'inviolabilité du domicile, elle doit se tenir dans un lieu
clos et couvert et son accès doit être subordonné à une invitation
personnelle et individuelle émanant de celui qui a le droit de disposer
du local où la soirée se tient.
Une réunion perd son caractère privé dès lors que l'on y est admis en
présentant une carte d'invitation que quiconque peut recevoir ou
acheter. Il en est de même si l'entrée est uniquement subordonnée au
paiement d'une somme quelconque ou d'une autre condition
immédiatement et aisément réalisable.
En effectuant des contrôles, les services de police peuvent constater
que des soirées privées sont en réalité des soirées publiques. Or des
mesures préventives de police administrative peuvent être appliquées
aux soirées qui auraient perdu leur caractère privé; je pense à des
mesures en termes de sécurité et de salubrité (présence de la police,
par exemple).
Il ne me semble toutefois pas qu'une définition dans une norme
supérieure des termes "bal" et "soirée privée" constituerait un remède
efficace au problème évoqué, dans la mesure où il existe déjà des
critères de différenciation.
Enfin, je n'ai pas reçu de revendications à ce sujet de la part de
l'Union des villes et communes ou d'autres organisations.
10.02 Minister Guido De Padt:
Een bijeenkomst kan enkel als
privé en beschermd door het
principe van de onschendbaarheid
van
de
woning
worden
aangemerkt, wanneer ze in een
afgesloten of overdekte plaats
wordt gehouden en men over een
persoonlijke
uitnodiging
moet
beschikken om ertoe te worden
toegelaten.
Een vergadering wordt niet langer
als privé aangemerkt wanneer er
moet worden betaald voor de
toegang of er met uitnodigingen
wordt gewerkt die iedereen kan
bemachtigen.
Men zou preventieve maatregelen
kunnen nemen, maar ik denk niet
dat we met een preciezere definitie
van de begrippen 'bal' en
'privésoiree' een efficiënt antwoord
zouden
aanreiken
voor
dat
probleem. Ik heb daarover geen
eisen
ontvangen
van
de
Vereniging
van
Steden
en
Gemeenten.
10.03 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie.
Le fait que vous signaliez que cela doit s'apprécier dans les faits est
bien le problème! En effet, on se retrouve à devoir juger au cas par
cas. En termes de mesure préventive, il paraît difficile pour la police,
l'administration et la commune, qui va voter une ordonnance de
police, de préciser dans le règlement à partir de quel moment c'est
privé ou public.
J'ai bien compris que votre réponse reposait sur des critères qui
existent déjà. Avec la zone de police, nous allons nous pencher sur
ces critères pour essayer de les réintroduire dans l'ordonnance.
Mais, de manière générale, je continue de m'interroger. Il est possible
que je revienne sur cette question ou encore que j'interpelle l'Union
des villes et communes, car ce problème est bien réel.
10.03 Marie-Martine Schyns
(cdH): Dan zullen we elk dossier
apart moeten beoordelen. We
zullen samen met de politiezone
de criteria in kwestie toetsen en
trachten ze opnieuw in de
verordening in te voegen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Le président: La question n° 11622 de Mme Van Cauter est reportée
à sa demande.
De voorzitter: Vraag nr. 11622
van mevrouw Van Cauter wordt op
haar verzoek uitgesteld.
11 Samengevoegde vragen van
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de interne controle en
beheer van klachten bij de politiediensten" (nr. 11624)
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de aanbevelingen van
het Comité P" (nr. 11625)
- de heer Ludwig Vandenhove aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de arrondissementele
informatiekruispunten" (nr. 11626)
11 Questions jointes de
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "le contrôle interne et la gestion des plaintes au
sein des services de police" (n° 11624)
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "les recommandations du Comité P" (n° 11625)
- M. Ludwig Vandenhove au ministre de l'Intérieur sur "les carrefours d'information d'arrondissement"
(n° 11626)
11.01 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijn drie
ingediende vragen gaan alle drie over het Comité P. Ik zal ze samen
stellen.
11.02 Minister Guido De Padt: Goed, want ik heb ook een
gezamenlijk antwoord.
11.03 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de minister, ik heb
inderdaad een aantal vragen over het jaarverslag van het Comité P. Ik
heb eraan gehouden ze in de commissie te stellen en niet in de
plenaire vergadering, zoals sommige collega's vorige week, omdat ik
denk dat het jaarverslag van het Comité P nog altijd een geëigende
manier van werken is, met ook de bijzondere commissie die in het
Parlement bestaat.
Mijn eerste vraag gaat over de interne controle en het beheer van
klachten bij de politiediensten. Met de gebeurtenissen in Gent van de
jongste dagen in gedachten, denk ik dat wij het er allemaal over eens
zijn dat de interne controle bij de politiediensten een heel belangrijk
gegeven is. Dat is natuurlijk ook gebleken uit heel de affaire bij de
federale politie. In het jaarverslag van het Comité P wordt letterlijk
gemeld dat het goed zou zijn dat er een nieuwe, actuele omzendbrief
zou komen in verband met die interne controle en beheer van
klachten, omdat de vorige dateert van 1994 en helemaal geen
rekening houdt met de politiehervorming.
Mijnheer de minister, deelt u de visie van het Comité P? Bent u
inderdaad van plan om aan een nieuwe omzendbrief te werken die de
interne controle ongetwijfeld kan versterken en op die manier ook het
vertrouwen van de burger in de politiediensten zou kunnen doen
toenemen?
Mijnheer de voorzitter, mijn tweede deelvraag gaat over een punt
waarover ik ook aan u een brief geschreven heb. Wanneer kunnen wij
in deze commissie eindelijk eens van gedachten wisselen over de aan
de gang zijnde evaluatie van de politiehervorming, over de rapporten
die daarover bestaan en over het werk dat de federale politieraad
daar doet?
11.03 Ludwig Vandenhove
(sp.a): Les événements qui se
sont produits à la police de Gand
démontrent
l'importance
du
contrôle interne des services de
police. Dans le rapport annuel, le
Comité P demande que l'on
s'attèle à l'élaboration d'une
nouvelle circulaire en matière de
contrôle interne et de gestion des
plaintes. L'ancienne remonte à
1994 et ne tient pas compte de la
réforme des polices. Le ministre
partage-t-il ce point de vue?
Envisage-t-il
effectivement
de
rédiger une nouvelle circulaire?
Les rapports annuels du Comité P
proposent
de
nombreuses
recommandations concrètes dont
les
autorités
ne
tiennent
provisoirement pas compte. Dans
quelle mesure est-il en revanche
tenu
compte
de
ces
recommandations dans le cadre
de l'évaluation en cours de la
réforme des polices?
Le rapport révèle par ailleurs que
le fonctionnement des carrefours
d'information
d'arrondissement
(CIA) diffère profondément d'un
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Mijnheer de minister, ik vind persoonlijk dat in de jaarverslagen van
het Comité P, trouwens niet alleen dit jaar, maar ook de vorige jaren,
altijd heel wat aanbevelingen staan waarmee volgens mij het beleid
veel te weinig rekening houdt. In welke mate bent u van plan om bij de
aan gang zijnde evaluatie van de politiehervorming rekening te
houden met de verschillende beleidsaanbevelingen die het Comité P
in de diverse jaarverslagen gedaan heeft, maar zeker in het
jaarverslag dat vorige week officieel werd bekendgemaakt?
Mijn derde vraag in dat verband is een letterlijke overname van wat
het Comité P eigenlijk aanbeveelt. Het blijkt dat de werking van de
verschillende AIK's, de arrondissementele informatiekruispunten,
nogal verschilt van arrondissement tot arrondissement, en dat hangt
natuurlijk sterk samen met het personeel, net zoals alles samenhangt
met mensen en de kwaliteit van het personeel. Ik citeer letterlijk uit het
jaarverslag van het Comité P: "Het Comité P is van oordeel dat een
doorgedreven systeem van monitoring van kwaliteit en performantie
van de AIK's dringend in de plaats dient gesteld."
Mijnheer de minister, in welke mate u van plan bent om daar rekening
mee te houden en concrete stappen te zetten.
Dit waren mijn drie vragen, als één geheel behandeld.
arrondissement à l'autre. Le
Comité P estime qu'un système
perfectionné de monitoring de la
qualité et de la performance des
CIA s'impose d'urgence. Dans
quelle
mesure
le
ministre
envisage-t-il d'en tenir compte?
11.04 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Vandenhove, ik zou mij kunnen beperken met te verwijzen naar de
antwoorden die ik vorige week heb gegeven in de plenaire
vergadering van de Kamer, maar ik zal dat uiteraard niet doen. Dat
zou immers niet ernstig zijn. Ik heb overigens ook in de Senaat een
antwoord verstrekt aan senator Claes, met betrekking tot het
jaarverslag van het Comité P.
Wat de interne controle betreft, is het mijn aanvoelen dat de
afbakening van bevoegdheden tussen het Comité P en de Algemene
Inspectie, wat toch een equipe is van 80 tot 90 mensen, beter zou
moeten gebeuren. Er zou een eenheid van controle op de interne
werking moeten zijn, zonder een divergentie in die controleapparaten.
In dat verband ben ik samen met onze diensten van de Algemene
Inspectie, met de voorzitter van de vaste begeleidingscommissie van
het Comité P en het Comité P zelf, nagegaan of we geen protocollen
kunnen sluiten over wie wat doet, zonder dat de autonomie van de
ene ten opzichte van de andere wordt doorbroken. Ik denk dat
daarover best afspraken zouden worden gemaakt. Er is nu al een
protocol uit 1995 of later, waarin afspraken werden gemaakt over het
doorspelen van bepaalde, concrete cijfermatige gegevens, maar ik
denk dat het niet ver genoeg reikt. Ik meen dat het goed is dat we
daarover afspraken zouden maken.
We zijn die nieuwe basisrichtlijnen aan het voorbereiden. Ik heb
trouwens aan de inspectie-generaal in het algemeen, en aan de heer
Closet in het bijzonder, recent nog de opdracht gegeven om na te
gaan op welke manier die interne controle in de 196 verschillende
politiezones is gerealiseerd of niet gerealiseerd, en op welke manier
het zou kunnen worden verbeterd. Hoewel men het allicht nooit zal
kunnen uitsluiten, heeft het geval van Gent immers aangetoond dat er
daar, toch minstens op het vlak van interne controle, wat zaken aan
het mislopen waren. Ik herhaal dat wellicht geen enkele audit zal
kunnen voorkomen dat iemand zich eens misdraagt en de regels
11.04 Guido De Padt, ministre:
En ce qui concerne le contrôle
interne, la délimitation entre le
Comité P et l'Inspection générale
doit certainement être améliorée.
Nous devons tendre vers une unité
de contrôle du fonctionnement
interne, sans divergences au
niveau des appareils de contrôle.
J'étudie actuellement avec les
services de l'Inspection générale,
le président de la commission
d'accompagnement permanente
du Comité P et le Comité P lui-
même, la possibilité de conclure
un protocole pour définir les
tâches respectives. Le protocole
de 1995 ne va pas assez loin.
Nous préparons actuellement ces
nouvelles directives de base. J'ai
déjà demandé à M. Closet de
quelle manière ce contrôle interne
était ou non organisé. Le cas de
Gand a démontré l'existence de
lacunes en matière de contrôle
interne. Aucun audit ne pourra
toutefois empêcher que quelqu'un
transgresse un jour les règles.
Nous allons bien évidemment tenir
compte des recommandations du
Comité P dans le cadre de
l'évaluation de la réforme des
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
overschrijdt.
We zullen uiteraard ook rekening houden met de aanbevelingen van
het Comité P bij de lopende evaluatie van de politiehervorming.
Ik heb daar vandaag nogmaals op aangedrongen. Ik had in eerste
instantie gehoopt die evaluatie eind januari of in tweede instantie eind
februari te ontvangen. U weet dat de federale politieraad daarmee
bezig is. 22 en 23 maart zijn de twee laatste overlegdagen, waar nog
invulling zal worden gegeven aan het luik Justitie. Er moeten nog
enkele zaken worden uitgeklaard en afgevlakt binnen dat luik Justitie
zelf. Ik hoop tegen 15 april ­ maar ik durf die datum niet meer vast te
prikken ­ die evaluatie van 10 jaar politiehervorming en geïntegreerde
politie in mijn bezit te krijgen. Het is uiteraard de bedoeling die
evaluatie alsdan zo vlug mogelijk in deze commissie te bespreken.
Wat ik wel een beetje betreur inzake het huidige verslag van het
Comité P, is dat het in tegenstelling tot de andere verslagen niet eerst
aan onze diensten en aan de federale politie voorgelegd werd om na
te gaan ­ dat gebeurde met andere verslagen wel, meen ik mij te
herinneren ­ wat er inmiddels werd gerealiseerd. Het verslag van het
Comité P gaat over het jaar 2007 en over de eerste helft van 2008,
maar men heeft de diensten niet in de gelegenheid gesteld te kijken
wat er inmiddels eventueel al gerealiseerd is op basis van de
aanbevelingen die wij gedaan hebben. Onze mensen zijn daarmee
bezig. De federale overheid, samen met andere instanties, werkt aan
het voorbereiden van de repliek. Die zal dat ter bespreking komen in
de Vaste Begeleidingscommissie bij het Comité P. Als het nodig of
nuttig zou zijn, mag dat overigens voor mij ook hier in de commissie
voor de Binnenlandse Zaken aan bod komen.
Wat de monitoring van de arrondissementele informatiekruispunten
betreft, kan ik u het volgende meedelen. Het concept voor het
verwerken van de informatie van de AIK's wordt geregeld door twee
gemeenschappelijke richtlijnen van de minister van Justitie en de
minister van Binnenlandse Zaken, de zogenaamde MFO 3 en MFO 6.
Het koninklijk besluit van 14 november 2006 inzake de organisatie en
de bevoegdheden van de federale politie bepaalt dat de directie van
de operationele politionele informatie, het CGO, de ontwikkeling
verzekert van het concept, gelinkt aan de procedures van de
geïntegreerde verwerking van de politionele informatie ten bate van
de geïntegreerde politie. Dat geldt in het bijzonder voor de
standaardisatie van de procedures van verwerking van informatie en
voor de implementatie van dit concept in het functioneren van de
AIK's via de arrondissementele gerechtelijke directeurs, de DirJuds,
en de bestuurlijke directeuren-coördinatoren, de DirCo's.
De wet van 7 december 1998 op de geïntegreerde politie bepaalt in
artikel 105 bis dat het dagelijkse logistiek en administratief beheer van
een AIK en het functioneel beheer van de bestuurlijke informatie
gebeurt door de DirCo.
Het functioneel beheer van de gerechtelijke informatie wordt
waargenomen door de DirJud. CGO, de dienst van de directie van de
operationele
politionele
informatie,
organiseert
regelmatig
vergaderingen met alle AIK's en de directeurs-generaal van de
bestuurlijke en de gerechtelijke politie, teneinde de nodige informatie
polices qui est actuellement en
cours. Le Conseil fédéral de police
s'en
charge.
Les
dernières
journées de concertation à ce
niveau sont prévues pour la fin
mars. J'espère disposer pour le 15
avril de l'évaluation de dix années
de réforme des polices. L'objectif
est ensuite d'en discuter le plus
rapidement possible au sein de
cette commission.
Je regrette cependant que le
rapport actuel du Comité P n'ait
pas été soumis au préalable à nos
services et à la police fédérale afin
de pouvoir vérifier ce qui a déjà
été réalisé. Le rapport concerne
l'année 2007 et les six premiers
mois de l'année 2008 mais il faut
également
prendre
en
considération ce qui a été réalisé
dans l'intervalle sur la base des
recommandations qui ont déjà été
faites. Nous travaillons pour
l'heure à une réponse.
Le monitoring des carrefours
d'information
d'arrondissement
(CIA) est réglé par deux directives
élaborées conjointement par les
ministres de la Justice et de
l'Intérieur.
La
direction
de
l'information
policière
opérationnelle se charge du
développement du concept. Il en
va
de
même
pour
la
standardisation des procédures de
traitement de l'information. Le
concept doit être implémenté au
sein des CIA par le biais des
directeurs
judiciaires
d'arrondissement (DirJud) et des
directeurs
coordinateurs
administratifs (DirCo).
La loi du 7 décembre 1998 prévoit
que la gestion logistique et
administrative quotidienne des
CIA, et la gestion des informations
administratives sont assurées par
le DirCo, le DirJud assurant quant
à lui la gestion des informations
judiciaires.
La
Direction
de
l'information
policière
opérationnelle
organise
régulièrement
des
réunions
auxquelles participent tous les CIA
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
inzake de door de AIK's behandelde materie te delen en te
verspreiden.
Het lijkt me niet abnormaal dat er inzake het verwerken van
operationele informatie in functie van de specifieke toestand van de
verschillende arrondissementen andere inhoudelijke accenten kunnen
worden gelegd. Onder andere de diensten van de commissaris-
generaal zullen dat jaarverslag van het Comité P analyseren.
Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik op de drie vragen vrij uitgebreid
heb geantwoord. Ik ben natuurlijk beschikbaar voor aanvullende
vragen of opmerkingen.
ainsi que les directeurs généraux
des polices administrative et
judiciaire, réunions dont la finalité
est le partage et la diffusion des
informations
ayant
trait
aux
matières traitées par les CIA. Il ne
me semble pas anormal que dans
ce
cadre,
d'autres
accents
puissent être placés en fonction de
la
situation
spécifique
des
différents arrondissements.
Le rapport annuel du Comité P
sera notamment analysé par les
services du commissaire général.
11.05 Ludwig Vandenhove (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, nog een korte reactie.
Ten eerste, in verband met de interne controle ben ik blij te vernemen
dat ook u de mening bent toegedaan dat de zaken meer
gestroomlijnd kunnen worden en beter op elkaar moeten worden
afgestemd, maar vooral dat er goed zou worden gecommuniceerd
naar de politie zelf, maar ook naar de burger. Dit sluit niet uit dat de
burger er nog met heel wat klachten zal terechtkomen die er niet
moeten terechtkomen. Wat dat betreft ben ik blij dat u mijn mening
deelt.
Ten tweede, ook al komt u mij daar voor een deel tegemoet, ik vind
dat er in de jaarverslagen van het Comité P heel wat goede
aanbevelingen staan. We moeten er daarom niet altijd mee akkoord
gaan, dat is een andere zaak. Er kan wel over gediscussieerd worden.
Het zou niet slecht zijn om in het Parlement, met die informatie over
de politiehervorming in de hand, een aantal afwegingen te maken:
welke aanbevelingen heeft het Comité P de laatste jaren in zijn
jaarverslagen gedaan, aan welke is er al dan niet een gevolg
gegeven, wat zijn de nieuwe elementen waaraan na een discussie
gevolg is gegeven?
Ik heb vaak de indruk dat we rapporten en studies bestellen en
analyses laten maken, terwijl daar echt heel nuttige dingen instaan
waaraan in het verleden, zowel door de politiek als door de betrokken
diensten, te weinig gevolg is gegeven.
Ik begrijp uw reactie. Laten we daar zo snel mogelijk werk van maken.
Ik begrijp dat het voor u onmogelijk is om u vast te pinnen op een
datum omdat u inderdaad afhankelijk bent van een aantal
adviesorganen. U zegt nu 15 april. Ik hoop het voor u, mijnheer de
minister, en ook voor u, mijnheer de voorzitter, want ik weet dat u er in
deze commissie zelf een vraag over hebt gesteld. Ik heb u toen een
brief gestuurd met de vraag om dat zo snel mogelijk te doen. Er
bestaat min of meer ongerustheid op het terrein en men kijkt uit naar
de evaluatie en de conclusies.
11.05 Ludwig Vandenhove
(sp.a): Je me réjouis que le
ministre estime également que sur
le plan du contrôle interne, il est
préférable
d'harmoniser
les
choses
et
qu'il
convient
d'améliorer
la
communication
destinée aux services de police et
aux citoyens.
Les rapports annuels du Comité P
contiennent
beaucoup
de
recommandations valables. Le
Parlement doit se pencher sur la
question de savoir à quelles
recommendations il a été donné
suite. Commander sans arrêt des
études et des rapports est dénué
de sens si l'on n'exploite pas sur le
terrain
ces
conclusions
et
recommandations utiles.
Il a été prévu d'évaluer la réforme
des services de police d'ici au 15
avril. Mais il ne faut plus tarder à y
procéder.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
12 Samengevoegde vragen van
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de uitspraken van Glenn
Audenaert" (nr. 11668)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de uitspraken van het hoofd
van de Brusselse gerechtelijke politie inzake de splitsing van het gerechtelijk arrondissement"
(nr. 11764)
12 Questions jointes de
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "les déclarations de Glenn Audenaert" (n° 11668)
- M. Bart Laeremans au ministre de l'Intérieur sur "les déclarations du chef de la police judiciaire de
Bruxelles à propos de la scission de l'arrondissement judiciaire" (n° 11764)
12.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik zal eerst het incident schetsen.
Op een VLD-debat vond het hoofd van de federale gerechtelijke
politie, de heer Audenaert, het nodig om de toename van het aantal
vrouwelijke magistraten te hekelen met zeer seksistische uitspraken.
Op de vooravond van de internationale vrouwendag is het moment
zeer slecht gekozen. Daarnaast vergastte hij de toehoorders ook nog
eens op zijn eigenzinnige onzinnige visie op de splitsing van het
gerechtelijk arrondissement BHV.
Met betrekking tot de vervrouwelijking heb ik begrepen ­ dat is ook
mijn vraag aan u ­ dat hij zich heeft verontschuldigd. Heeft u formeel
die excuses gekregen?
Twee. Inzake het gerechtelijk arrondissement BHV, bent u het eens
met 95% van de Vlamingen en van de Vlaamse politieke partijen die
zijn uitspraken ter zake zeer onverstandig vinden en die standpunten
huldigen die daar lijnrecht tegen ingaan? Men hoeft geen genie te zijn
om te beseffen dat er een ander criminaliteitsbeeld is in het stedelijke
Brussel dan in het landelijke Halle-Vilvoorde en dat een eigen
gerechtelijk arrondissement wel degelijk aangewezen is.
Dat brengt mij ook tot het probleem dat de heer Audenaert blijkbaar
toch het publieke, politieke forum gebruikt om een eigen professionele
agenda te gaan verdedigen, er namelijk van uitgaand dat een
inperking van het gerechtelijke arrondissement BHV ook een
inperking betekent van de persoonlijke macht van de heer Audenaert.
Wij hebben dit net besproken met de minister van Justitie, de heer
De Clerck. Die heeft toch zeer duidelijk geantwoord dat de uitspraken
van de heer Audenaert globaal onaanvaardbaar zijn en ongepast. Hij
was iets barmhartiger met betrekking tot de uitspraken inzake BHV,
maar was vernietigend en wenste de heer Audenaert publiek terecht
te wijzen over zijn uitspraken inzake de vervrouwelijking van de
magistratuur. Ik herhaal: hij heeft die uitspraken globaal
onaanvaardbaar en ongepast genoemd.
De bal komt bij u te liggen, mijnheer de minister. Gelet op het
standpunt van minister De Clerck dat, veronderstel ik, toch ook een
regeringsstandpunt zal zijn, welke tuchtrechtelijke of andere
maatregelen dienen zich dan aan? Wat vindt u zelf van de uitspraken,
zowel de seksistische als de uitspraken inzake BHV van de heer
Audenaert? Wat vindt u daar zelf van? Vindt u het trouwens kunnen
dat zulke topambtenaar, het hoofd van de gerechtelijke politie,
politieke publieke uitspraken doet die dan nog wel zijn eigen
persoonlijke zaak dienen, en dat alles op een partijpolitiek
12.01 Ben Weyts (Vlaams
Belang): Le chef de la police
judiciaire fédérale, M. Audenaert, a
fait lors d'un débat organisé par le
VLD des déclarations sexistes
concernant
l'augmentation
du
nombre de magistrats féminins. Il
a également cru bon d'expliquer à
ses auditeurs son point de vue
relatif à la scission de BHV.
Il se serait déjà excusé en ce qui
concerne les propos sexistes. Le
ministre peut-il le confirmer? Est-il
d'accord pour dire que les
déclarations de l'intéressé à
propos de la scission de BHV
étaient irréfléchies? Nul besoin
d'être
grand
clerc
pour
comprendre que l'environnement
citadin
de
Bruxelles
et
le
requièrent
un
arrondissement
judiciaire distinct.
M. Audenaert abuse du forum
public pour défendre son agenda
politique
et
professionnel
personnel. Le ministre De Clerck
vient de confirmer que les
déclarations misogynes de M.
Audenaert étaient inacceptables et
indécentes.
Quant
aux
déclarations relatives à BHF, il se
montre toutefois plus clément.
Quelles mesures disciplinaires
l'intéressé encourt-il? Quel est le
sentiment du ministre de l'Intérieur
à propos de ces déclarations? Un
fonctionnaire dirigeant peut-il faire
des déclarations défendant sa
chapelle?
Quelle
est
la
réglementation en vigueur en la
matière?
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
evenement? Vindt u dat kunnen? Is er ter zake geen regelgeving die
dat verhindert en/of beteugelt?
12.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, we
hebben daarjuist een debat gehad waar ook collega Doomst bij
betrokken was. De minister heeft toen op het vlak van het principe wel
een duidelijk antwoord gegeven.
Mijnheer de minister, ik wil toch even lucht geven aan mijn
verontwaardiging over wat er allemaal gezegd is, zeker in verband
met vrouwen. Hij heeft zich daarvoor dan wel geëxcuseerd maar hij
heeft zich ook uitgelaten over Brussel-Halle-Vilvoorde. Hij heeft
daarover heel duidelijke partijpolitieke stellingen ingenomen, dit in een
debat dat tot en met politiek geladen is. Als hooggeplaatste
politieofficieren zoiets doen, dan halen zij het gezag van de politie
onderuit. De politie moet immers neutraal blijven, in alle betekenissen
van het woord. Zeker iemand als Audenaert, die bekend staat als
iemand van de blauwe kant, moet vermijden om heel duidelijke
blauwe uitspraken te gaan doen of MR-praat te verkopen. Daarmee
brengt hij immers zichzelf en het hele korps in moeilijkheden.
Hij mag ook zeker de waarheid niet verdraaien. Als hij zegt dat het
veiliger zou zijn als BHV gehandhaafd wordt dan wanneer er een
eigen parket of een eigen veiligheidsbeleid komt in Halle-Vilvoorde,
dan doet hij de waarheid duidelijk geweld aan. Op dit moment is het
Brussels parket gekend omwille van zijn extreme laksheid. Een
splitsing moet voor Halle-Vilvoorde tot een veiliger beleid kunnen
leiden. Ten tweede zal het ook voordelen hebben voor Brussel zelf
omdat het parket zich dan kan toespitsen op de grootstedelijke
criminaliteit.
Het is bovendien een complete idiotie, mijnheer de minister, dat men
durft zeggen dat een gesplitst gerechtelijk arrondissement zou leiden
tot schending van de mensenrechten. Voor de rechtbank bestaat er
zoiets als tolken, al decennia. Het is onbegrijpelijk dat men dit soort
zaken zelfs maar durft te formuleren, zeker van iemand die dan toch
de indruk wil wekken dat hij gestudeerd heeft.
Helemaal tergend vind ik dat hij FDF-praat verkoopt op het vlak van
de taalkaders bij de magistraten. Dat is nergens voor nodig, hij moet
daarover zo hard mogelijk zwijgen. Het is immers precies door de
taalwetten verder onderuit te halen en af te bouwen dat we met
steeds meer met eentalig Franstalige magistraten zitten, met alle
gevolgen van dien voor de kwaliteit van parket en rechtbank.
Mijnheer de minister, ik kom dan aan mijn vragen, onder meer over
het machogedrag van Glenn Audenaert maar ook over Brussel-Halle-
Vilvoorde. Vindt u het oorbaar dat een politiechef zich zo enerzijds
verregaand uitspreekt over een omstreden kwestie inzake vrouwen en
anderzijds dergelijke duidelijke uitspraken doet in het partijpolitieke
debat? Twee, is het een officieel standpunt van de politie of van
Binnenlandse Zaken dat het gerechtelijk arrondissement Brussel
beter niet gesplitst zou worden? Drie, werd hij op het matje geroepen
of is die procedure lopende zodat herhaling van dit soort zaken
voorkomen wordt?
Zeker hogere politieofficieren moeten weten waaraan zich te houden.
Wanneer ze worden teruggefloten valt dat misschien wat meer op
12.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je suis indigné par les
déclarations de M. Audenaert. Il
s'est excusé pour ses propos
sexistes, mais il a également, en
tant qu'officier de police de haut
rang, pris des positions politiques
claires à propos de la scission de
BHV. Ce faisant, le chef de la
police fédérale décrédibilise la
police et met l'ensemble du corps
en difficulté.
M. Audenaert nie la vérité lorsqu'il
dit que le maintien de BHV permet
de garantir une meilleure sécurité.
Le parquet de Bruxelles est connu
pour son laxisme extrême; une
scission irait donc certainement de
pair avec une politique plus stricte
en matière de sécurité. En outre,
le parquet de Bruxelles pourra se
focaliser sur la criminalité propre
aux grandes villes.
Dire qu'une scission porterait
atteinte aux droits de l'homme est
une pure idiotie. Et je trouve cette
théorie à la sauce FDF à propos
des cadres linguistiques chez les
magistrats
proprement
exaspérante:
en
affaiblissant
encore les lois linguistiques, nous
nous retrouvons de plus en plus
face
à
des
magistrats
francophones unilingues, avec
toutes les conséquences que cela
entraîne pour la qualité du
fonctionnement de la justice.
Le ministre trouve-t-il tolérable
qu'un chef de police fasse des
déclarations
sexistes
et
politiquement orientées? L'idée
selon laquelle il vaudrait mieux ne
pas
scinder
l'arrondissement
judiciaire de Bruxelles-Hal-Vilvorde
constitue-t-elle le point de vue
officiel de la police ou de
l'Intérieur? M. Audenaert sera-t-il
rappelé à l'ordre pour ces
déclarations? Je veux aussi
souligner que le rôle des officiers
supérieurs de la police est
également de montrer l'exemple et
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
maar zij hebben een voorbeeldfunctie en het is nodig dat u hier klare
wijn schenkt.
que, dès lors, le ministre doit
intervenir d'urgence.
12.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, op
3 maart jongstleden vond in de Koninklijke Militaire School inderdaad
een debatavond plaats, met als titel "een hoofdstedelijke visie op
veiligheid",
die
werd
georganiseerd
door
Vlaams
volksvertegenwoordiger voor Brussel Sven Gatz. Een van de sprekers
op deze avond was de heer Glenn Audenaert, gerechtelijk directeur
van de federale politie Brussel.
Ik heb achteraf inderdaad gehoord dat gerechtelijk directeur Glenn
Audenaert uitspraken heeft gedaan over de nefaste gevolgen van de
vervrouwelijking van de magistratuur, enerzijds, en de nadelen van de
splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde,
anderzijds. Ik wil er uw aandacht op vestigen dat de heer Audenaert
die uitspraken heeft gedaan in persoonlijke naam, aangezien hij niet
officieel gemandateerd was door de federale politie om deel te nemen
aan deze debatavond. Hij vertolkte daar dus hoegenaamd niet het
standpunt van een officiële instantie of een officiële overheid. De
uitspraken die hij heeft gedaan, zijn volledig voor zijn eigen rekening.
De wet op de geïntegreerde politie voorziet in een discretieplicht voor
alle politieambtenaren. Politieambtenaren dienen zich meer bepaald
ervan te onthouden om in het openbaar uiting te geven aan hun
politieke overtuiging. Zoals evenwel werd bevestigd door de heer
Audenaert in de weekendkranten ­ daarin heeft hij ook nogal wat
uitspraken gedaan ­ zou zijn uitspraak over Brussel-Halle-Vilvoorde
niet ingegeven zijn door politieke, maar door pragmatische motieven,
namelijk om te garanderen dat criminelen, of zij nu misdrijven plegen
in de rand of in het centrum, een zelfde kwaliteitsvolle rechtspleging
krijgen.
Wat de vervrouwelijking van de magistratuur betreft, betreur ik, al
evenzeer als mijn collega van Justitie, de uitspraak van de heer
Audenaert. Ik moet trouwens zeggen dat de procureur des Konings
van Brussel inmiddels de bewering heeft ontkracht. Hij heeft gezegd
dat er geen probleem was binnen zijn personeelsbestand op dat vlak.
Ik heb in elk geval, onmiddellijk na de uitspraken van de heer
Audenaert, zijn hiërarchische oversten aangeschreven om meer uitleg
te krijgen over de statements waarnaar u verwijst. Ik heb in hetzelfde
schrijven aangedrongen op een meer gereserveerde en doordachte
houding in de toekomst. Afhankelijk van het antwoord dat ik zal
ontvangen op de vraag die ik heb gesteld, en zonder daarop te willen
vooruitlopen, zal ik nadien bekijken welke initiatieven ik verder moet
nemen.
12.03 Guido De Padt, ministre:
Le 3 mars 2009, une soirée-débat
était organisée par M. Sven Gatz à
propos d'une vision en matière de
sécurité pour la région de
Bruxelles-Capitale. Le directeur
judiciaire de la police fédérale de
Bruxelles, M. Audenaert, était l'un
des orateurs. J'ai appris par la
suite qu'à cette occasion, il a parlé
de "conséquences néfastes de la
féminisation de la magistrature" et
"d'inconvénients liés à la scission
de l'arrondissement judiciaire de
BHV".
M. Audenaert parlait à titre
personnel. Il est donc certain qu'il
n'exprimait pas le point de vue
d'une instance officielle.
La loi sur la police intégrée
dispose que les agents de police
sont tenus au devoir de discrétion.
C'est
pourquoi
ils
doivent
s'abstenir
d'exprimer
leurs
convictions politiques en public.
Dans les journaux, M. Audenaert
souligne toutefois que ses propos
concernant BHV étaient inspirés
par
des
considérations
pragmatiques, et non politiques. Il
veut s'assurer que les délinquants
fassent
l'objet
partout
de
procédures uniformes et de
qualité.
Je déplore les propos tenus par M.
Audenaert à propos de la
féminisation de la magistrature.
Entre-temps, le procureur du Roi
de Bruxelles a déjà fait savoir
clairement qu'il ne rencontre
absolument aucun problème en la
matière. J'ai adressé un courrier
aux supérieurs hiérarchiques de
M. Audenaert pour demander plus
de précisions et pour insister sur la
nécessité
d'adopter
un
comportement plus réfléchi. Je
verrai ensuite, en fonction de la
réponse, quelles initiatives il
conviendra de prendre encore.
12.04 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de 12.04 Ben Weyts (N-VA): Deux
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
minister, ik stel vast dat twee ministers, de een al wat sterker dan de
andere, de uitspraken veroordelen en de betrokkene terechtwijzen.
Verder wordt er evenwel weinig gevolg aan gegeven, behalve de brief
die u hebt gericht aan zijn hiërarchische overste, die de zaken dan op
langere baan schuift in plaats van onmiddellijk in te grijpen.
Ik acht dat niet helemaal in overeenstemming met het oordeel van
minister van Justitie De Clerck die nog duidelijker was. Hij had het
over globaal onaanvaardbare en onaangepaste uitspraken en over
een publieke terechtwijzing.
Men kan moeilijk het ene zeggen, tenzij het geen regeringsstandpunt
is, en uiteindelijk de actie beperken tot het schrijven van een brief.
Daarnaast zegt u dat zijn standpunt inzake BHV werd ingegeven door
pragmatisme. Volgens mij moet het dan wel een heel persoonlijk
pragmatisme zijn dat zijn uitspraken heeft geïnspireerd.
Ik betreur uitermate dat hij het publieke politieke forum heeft gebruikt
voor zijn zaak. Ik kan begrijpen dat hij zo denkt, maar niet dat hij
dergelijke uitspraken doet.
Ik zal u na verloop van tijd daarover opnieuw een vraag stellen.
Momenteel vind ik echter dat de houding en de veroordeling van de
uitspraken niet in verhouding staat tot de actie die ter zake maar
wordt ondernomen.
ministres
condamnent
les
déclarations. Mais M. De Padt se
limite à envoyer un courrier au
chef de M. Audenaert. M. De
Clerck avait pourtant parlé de
comportement
inapproprié
et
inacceptable. Il conviendrait tout
de même de prendre des mesures
beaucoup plus drastiques.
Le point de vue de M. Audenaert
concernant BHV lui aurait été
inspiré par pragmatisme. Je reste
convaincu qu'il abuse d'un forum
public pour défendre sa propre
cause.
12.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik vind uw antwoord nogal teleurstellend en
braaf. Ik had toch wel duidelijker taal verwacht.
Uiteraard nam hij geen officieel standpunt in. Hij heeft echter wel een
heel hoge politiegraad en dus wordt zijn standpunt daarmee
geassocieerd en lijkt het officieel.
U zegt dat zijn uitspraken over Brussel-Halle-Vilvoorde eerder
pragmatisch zijn. Als men het dossier van nabij bekijkt, ziet men,
zeker op pragmatisch vlak, een overvloed aan argumenten die voor
de splitsing pleiten. Het is geen vrijgeleide om zomaar pure FDF-praat
te verkondigen en te beweren dat er in verhouding te veel Vlamingen
zijn bij de magistratuur en dat de taalkaders niet meer van deze tijd
zijn. Dan kent men het dossier niet en zet men zich op de lijn van de
meest rabiate Franstaligen.
Ik blijf dit onaanvaardbaar vinden. Men mag dat niet zomaar
afzwakken tot een puur pragmatische uitspraak.
U zegt dat u informatie hebt ingewonnen. Het spreekt voor zich dat u
dat hebt gedaan.
Ik zie echter weinig concrete gevolgen. Uw reactie is heel algemeen
gericht en zeker niet op de betrokkene persoonlijk. Wij hebben
daarnet vernomen dat hij op dit moment met vakantie is. Mijnheer de
minister, ik hoop dat als hij terugkomt uit vakantie, hij wel degelijk op
het matje wordt geroepen en dat hij duidelijk de levieten wordt
gelezen, dat hem duidelijk gezegd wordt dat er een grens is
overschreden.
12.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): J'avais espéré que le
ministre fournisse des explications
plus claires. M. Audenaert ne
traduisait peut-être pas une
position
officielle
mais
ses
déclarations en donnent toutefois
l'impression en raison du grade
élevé qu'il occupe à la police.
Ses déclarations relatives à BHV
et
aux
cadres
linguistiques
seraient pragmatiques mais c'est à
mes yeux un FDF pur jus. Il existe
suffisamment de raisons pratiques
pour plaider en faveur d'une
scission judiciaire.
Son
attitude
globale
est
inacceptable. Le ministre se limite
à une réaction très générale. Nous
espérons que M. Audenaert sera
effectivement rappelé à l'ordre. Il
est temps qu'il réalise qu'il existe
également des limites en ce qui le
concerne.
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Wij kennen de heer Audenaert allemaal een beetje. Hij is een zeer
gladde macho, die zich zeer weinig aantrekt van kritiek en zich nogal
verheven voelt boven de rest van het korps. Het wordt tijd dat zulke
mensen ook eens weten dat er grenzen zijn en dat een klein beetje
bescheidenheid mensen veel meer siert dan grootspraak en allerlei
blufferige en pocherige uitspraken die het politiewezen alleen maar
kunnen schaden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de politiezones in
Brussel" (nr. 11652)
13 Question de M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "les zones de police de Bruxelles"
(n° 11652)
13.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, blijkbaar
mangelt het de zes Brusselse politiezones aan voldoende geldelijke
middelen om hun personeel te betalen. Dat wordt ook bevestigd door
een antwoord van Brussels minister Picqué op een parlementaire
vraag van de heer Walter Vandenbossche. In totaal zouden de
Brusselse politiezones 1,4 miljoen euro te kort komen.
Blijkbaar is het de bedoeling dat de federale regering daarvan
800.000 euro zou betalen. Blijkbaar hebben ook de gemeenten zelf
geen geld om de overige 600.000 euro op te brengen.
Mijnheer de minister, klopt het dat er een tekort is bij de Brusselse
politiezones? Is in overleg voorzien om voor dat tekort een oplossing
te vinden?
13.01 Michel Doomst (CD&V):
Le ministre-président bruxellois
Charles Picqué a déclaré qu'il
manquait aux six zones de police
bruxelloises 1,4 million pour payer
leur personnel. Le gouvernement
fédéral apporterait un montant de
800.000
euros
mais
les
communes ne disposent pas des
moyens financiers nécessaires
pour apporter les 600.000 euros
manquants.
Le ministre peut-il confirmer ces
informations? Une concertation
sera-t-elle organisée afin de
trouver une solution à ce problème
de déficit?
13.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer Doomst, indien de cijfers
aangehaald door minister-president Picqué, inderdaad betrekking
hebben op de financiering van de lokale politie, verwijzen zij naar twee
onderscheiden situaties die verkeerdelijk door elkaar zijn gehaald.
Het betreft hier 1,4 miljoen euro of 1.377.516,66 euro die de federale
staat nog steeds zal betalen aan de Brusselse zones met uitvoering
van de bijkomende federale toelage voor de indexering van de
financiering van de lokale politie voor het jaar 2008. Dat is de
jaarlijkse indexering van de federale basisdotatie ten opzichte van de
gezondheidsindex, een correctie die volgt op het voorbije jaar 2008.
De uitbetaling van die 1,4 miljoen euro zal gebeuren zodra de wettelijk
vastgelegde procedure, waarbij een aantal organen zijn advies geeft,
is doorlopen.
Los van die indexering heeft de federale regering beslist om een
specifieke en eenmalige bijkomende toelage toe te kennen aan de
politiezones om de stijging van de loonlasten in 2008 op te vangen.
Het bedrag voor de Brusselse zones bedraagt 791.340,10 euro, hetzij
de 800.000 euro waar de heer Picqué het over heeft. Dat bedrag werd
al betaald in december 2008. Het weze duidelijk dat de vermelde
13.02 Guido De Padt, ministre: Il
y a ici deux aspects différents à
prendre en considération.
Le montant de 1,4 million d'euros
­ 1.377.516,66 euros exactement
­ sera versé par l'Etat fédéral aux
zones bruxelloises dans le cadre
de l'indexation annuelle pour
l'année 2008. Le paiement sera
effectué à l'issue de la procédure
légale.
Indépendamment
de
cette
indexation,
le
gouvernement
fédéral a décidé d'octroyer aux
zones de police une subvention
complémentaire unique pour faire
face aux charges salariales de
2008. Le montant prévu pour les
zones de police bruxelloises est de
791.340,10 euros. Il s'agit donc
des 800.000 euros auxquels M.
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
bedragen volledig ten laste vallen van de federale overheid en zij
mogen dus niet van mekaar worden afgetrokken. Er is dus op basis
van de voornoemde cijfers geen sprake van een tekort voor de
Brusselse politiezones, zodat het overleg ter zake in feite niet aan de
orde is.
In het antwoord op de parlementaire vraag van de heer Walter
Vandenbossche door mijn collega van het Brussels gewest werd
veeleer de algemene Brusselse problematiek besproken. Ik misken
de bijzondere status van Brussel in Europa niet en de problemen die
hieruit voortvloeien. Om tot een correcte en objectieve financiële
inschatting te kunnen komen van die situatie, is het wellicht wachten
tot de definiëring van de nieuwe, nog te bepalen verdeelsleutel.
Picqué fait référence. Ce montant
a été versé en décembre 2008.
Ces deux montants sont à charge
des autorités fédérales et ne
peuvent être retranchés l'un de
l'autre. Il n'y a donc pas de déficit
et aucune concertation n'est à
l'ordre du jour. Je ne nie pas que
Bruxelles dispose d'un statut
particulier dans le cadre de
l'Europe et que des difficultés
peuvent en résulter mais une
estimation financière correcte de
la situation ne sera possible que
lorsqu'une
nouvelle
clé
de
répartition aura été déterminée.
13.03 Michel Doomst (CD&V): Ik dank de minister voor de
bijkomende uitleg. Ik denk dat het de cijfers inderdaad in een ander
kader stelt. We moeten daar nog wel eens op terugkomen, want,
zoals ik bij de vorige vraag ook al gesteld heb, blijf ik erbij dat wij toch
in het voordeel van Brussel zouden moeten blijven pleiten, om daar
tot een fusie te komen. Ik zeg dat echt niet om mensen voor het hoofd
te stoten, maar gewoon in het algemeen veiligheidsbelang en voor
een rationele en professionele benadering van die zaak, denk ik dat
dat goed zou zijn.
13.03 Michel Doomst (CD&V) :
Ces
chiffres
présentent
évidemment la situation sous un
autre jour. Je reste convaincu
qu'une fusion serait bénéfique
pour Bruxelles.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 11654 de M. Vercamer sera posée à
Mme la ministre Laruelle.
De voorzitter: Vraag nr. 11654
van de heer Vercamer zal gesteld
worden aan minister Laruelle.
14 Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de voetbalinterland België-Bosnië" (nr. 11666)
14 Question de M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "les mesures de sécurité prévues pour la
rencontre internationale de football Belgique-Bosnie" (n° 11666)
14.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag gaat over de WK-kwalificatiematch tussen België
en Bosnië, in Genk.
Voor de eerste keer in de geschiedenis heeft de Koninklijke Belgische
Voetbalbond alle kaarten van het bezoekersvak, in casu het vak voor
de Bosnische supporter, rechtstreeks aan de Bosnische voetbalbond
verkocht. Dat betekent in concreto dat alle supporters van Bosnië die
de wedstrijd willen bijwonen, hun ticket bij de Bosnische voetbalbond
moeten kopen.
U moet dat eens proberen. Ik heb het geprobeerd. Ik wacht echter
nog altijd op een antwoord van de Bosnische voetbalbond op mijn
poging om een ticket te bemachtigen. Ik heb naar de betrokken bond
gemaild, maar heb nooit een antwoord en zelfs geen bevestiging
gekregen.
14.01 Ben Weyts (N-VA): Fin
mars, les Diables rouges joueront
à Genk un match de qualification
pour la Coupe du monde contre la
Bosnie. La Fédération belge de
football a vendu directement à la
Fédération bosniaque de football
tous les tickets du bloc réservé
aux visiteurs. Il en résulte que les
Bosniaques
qui
habitent
en
Belgique ou ailleurs ne pourront
les acheter qu'en Bosnie.
14.02 Minister Guido De Padt: Hebt u uw aanvraag misschien in het
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Nederlands geschreven?
14.03 Ben Weyts (N-VA): Nee, ik heb mijn aanvraag in het Engels
gedaan. Trouwens, u weet dat ik misschien veeleer voor de
Bosnische kant zou supporteren.
U weet dat de kans heel reëel en bijna een wetenschappelijk feit is,
dat de Bosniërs die in België en in de omringende landen verblijven ­
ik lees in de pers immers over Bosniësupporters uit de Verenigde
Staten
­,
vanzelfsprekend
tickets
voor
de
Belgische
supportersvakken zullen moeten kopen, met natuurlijk immense
veiligheidsrisico's tot gevolg.
Een enigszins gekke maatregel van de Koninklijke Belgische
Voetbalbond bepaalt dat alle supporters die een ticket voor de
Belgische vakken kopen, een document moeten ondertekenen waarin
zij op erewoord verklaren dat zij supporters van de thuisploeg en niet
van de bezoekers zijn. Zij moeten een eed ondertekenen die bepaalt
dat zij niet voor de bezoekende ploeg zullen supporteren. Doen zij dat
toch, dan zal de politie ingrijpen en de betrokkenen uit het stadion
verwijderen.
Ik kan mij best inbeelden tot welke situaties en tot welke chaos een
dergelijke maatregel kan leiden, indien de Bosniërs een doelpunt
zouden maken en die kans is zeer reëel, laten wij eerlijk zijn. In
voorkomend geval zullen verschillende toeschouwers in de Belgische
vakken opveren. Ik veronderstel dat de politie op dat moment alle,
betrokken toeschouwers uit het stadion zal verwijderen. U kunt zich
wel voorstellen dat een dergelijke actie tot grote problemen en tot
rellen aanleiding zal geven.
Bovendien is er ook het ongemak voor de Belgische supporters. Zij
moeten zich immers tijdens de kantooruren naar Brussel begeven.
In geschetst kader heb ik de volgende vragen.
Ten eerste, naar verluidt vaardigde de Koninklijke Belgische
Voetbalbond
deze
maatregelen
uit
op
vraag
en
medeverantwoordelijkheid van de politie van Genk. Kunt u dat
bevestigen?
Ten tweede, welke afspraken zijn er gemaakt tussen de Koninklijke
Belgische Voetbalbond en de politiediensten?
Ten derde, aangezien de Koninklijke Belgische Voetbalbond al
incalculeerde dat er concentraties van Bosniërs in het stadion zouden
kunnen ontstaan, wat op voorhand was geweten, mogen de
supporters dus niet vrij kiezen waar zij plaatsnemen.
Waarom heeft men dan geen apart vak voorzien voor de
Bosniësupporters in België, zodoende dat die mensen ook in België
tickets zouden kunnen kopen? Dan was er geen enkel probleem
geweest.
Ten vierde, wat is de interpretatie of definitie van supporteren voor de
tegenpartij? In concreto, wanneer wordt men uit het stadion geplukt
door de politie? Hoe zal de politie toezien op het verbod? Hoe zal men
ingrijpen? Dat zijn allemaal vragen die opduiken.
14.03 Ben Weyts (N-VA): Il est
donc plus que probable que de
nombreux Bosniaques achèteront
des tickets pour les blocs réservés
aux Belges.
Pour éviter des risques, les
supporters qui achètent un ticket
pour un bloc réservé aux Belges
doivent signer un document rédigé
en quatre langues dans lequel ils
s'engagent à ne pas encourager
l'équipe visiteuse.
Est-il exact que la fédération a pris
ces mesures à la demande de la
police de Genk? Quels accords
ont précisément été conclus entre
la fédération et les services de
police? N'était-il pas possible
d'ouvrir un bloc distinct pour lequel
les Bosniaques qui résident en
Belgique ou dans les pays voisins,
pourraient acheter des tickets?
Comment
une
interdiction
d'encourager l'équipe adverse
peut-elle être imposée?
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
14.04 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega Weyts,
de politie GAOZ, dat is Genk-As-Opglabbeek-Zutendaal, heeft aan de
KBVB alleen gevraagd om de bepaling van het KB van 20 juli 2005
inzake ticketbeheer na te leven, in het bijzonder de scheiding van de
supporters. Dat was dus een vraag van de lokale politie aan de
voetbalbond.
Het initiatief om per persoon vier tickets te verkopen en dit alleen in
Brussel te doen tijdens de kantooruren en de supporters het vermelde
formulier te laten ondertekenen of ze een bepaalde plaats toe te
wijzen in het stadion, komt dus van de voetbalbond en werd niet
opgelegd door de politie.
Uw tweede vraag is zo algemeen gesteld dat ik hierop geen
gedetailleerd antwoord kan geven. De afspraken tussen de
voetbalbond en de politie betreffen alle veiligheidsmaatregelen zoals
wettelijk voorzien en worden vastgelegd in een overeenkomst zoals
voorzien in de voetbalwet. Het gaat hier om de ticketverkoop, de inzet
van stewards, de modaliteiten inzake alcohol, de samenwerking
tussen stewards en politie, de camerabewaking en dergelijke, terwijl
andere veeleer een confidentieel karakter hebben. Ik wil erop wijzen
dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het stadion in eerste
instantie bij de organisator ligt, in casu de KBVB, en niet bij de politie.
De afspraken over de ticketverkoop werden gemaakt tussen de KBVB
en de Bosnische voetbalbond. De politie GAOZ heeft ervaring met
gelijkaardige in Genk georganiseerde wedstrijden uit het verleden,
zoals België-Turkije, waarvan ik kan aannemen dat u ook supporterde
voor Turkije. Ze heeft een operationeel en tactisch plan opgesteld om
zo goed als mogelijk aan elke supportersvermenging het hoofd te
bieden.
Ik heb het reeds gezegd, ik kan voorafgaand aan de wedstrijd de
details niet vrijgeven van dit plan, gezien dit kan leiden tot
counterstrategieën van de supporters. Het bestaat erin om de
supportersscheiding zoveel mogelijk te garanderen en ingeval van
effectieve supportersvermenging ervoor te zorgen dat dit geen enkele
aanleiding kan geven tot openbaarordeverstoringen in het stadion.
Een politioneel optreden wordt alleen overwogen indien dit
operationeel opportuun lijkt en proportioneel is met de eventueel
vastgestelde problemen of de mogelijk te verwachten problemen.
Op basis van de mij overgemaakte informatie, het probleemloos
verloop van de wedstrijd België-Turkije en de expertise van de lokale
politie inzake voetbalveiligheid, meen ik dat de lokale autoriteiten en
politie deze wedstrijd bijzonder grondig hebben voorbereid. Op basis
van de beschikbare en binnenkomende informatie wordt dit trouwens
stelselmatig verfijnd. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de
negatieve reputatie, ik waarschuw u daarvoor, van een deel van de
Bosnische supporters, zoals dit overigens werd bevestigd door de
Bosnische voetbalbond zelf.
14.04 Guido De Padt, ministre:
La police locale s'est contentée
d'inviter l'URBSFA à respecter les
dispositions de l'arrêté royal du 20
juillet
2005
concernant
la
séparation
des
supporters.
L'initiative de faire signer un
formulaire aux supporters émane
de l'Union Belge et non des
services de police.
Les accords pris entre l'Union
Belge et les services de police
portent sur toutes les mesures de
sécurité telles qu'elles sont réglées
par la loi. La responsabilité de la
sécurité dans les stades incombe
en
tout
premier
lieu
à
l'organisateur et non à la police.
Les accords relatifs à la vente de
tickets ont été passés entre
l'Union Belge et l'association
bosniaque de football.
Cette
zone
de
police
a
l'expérience de rencontres de ce
type, comme Belgique-Turquie, et
a arrêté un plan opérationnel et
tactique pour faire face au
mélange de supporters. Je ne puis
bien évidemment pas fournir de
détails sur ce plan avant la
rencontre. L'intervention de la
police n'est envisagée que si cela
semble opportun sur le plan
opérationnel et en proportion des
problèmes attendus. D'après moi,
la police locale est parfaitement
préparée à ce match, même si l'on
tient compte de la mauvaise
réputation
d'une
partie
des
supporters bosniaques.
14.05 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw
antwoord. U maakt de vergelijking met Turkije. In dat geval was er
echter geen exclusieve verkoop door de Turkse voetbalbond. Dat is
dus een andere situatie.
14.05 Ben Weyts (N-VA): Lors du
match Belgique-Turquie, cité par
le ministre à titre de comparaison,
l'union turque de football n'avait
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Veiligheid is in de eerste plaats een zaak van de bond, wat de
verantwoordelijkheid betreft. Het is echter een zaak van ons allemaal.
Die situatie had eenvoudigweg kunnen worden vermeden als de
politie op basis van gezond verstand er bij de bond had op
aangedrongen een vak te reserveren voor de Bosniësupporters uit
België en de omliggende landen. Nu werd er een veiligheidsgevaar
gecreëerd voor de wedstrijd, ongenoegen bij de Bosniësupporters,
ongenoegen bij de Belgiësupporters en de vrees voor kleine of grote
relletjes. Wij vragen op dat vlak in de toekomst betere afspraken
tussen de politie en de bond.
pas l'exclusivité de la vente des
billets. Pour éviter tout danger au
niveau de la sécurité, la police
aurait dû insister auprès de l'union
pour qu'un compartiment distinct
soit réservé aux supporters de la
Bosnie venant de Belgique et des
pays voisins.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de snelste adequate hulp"
(nr. 11681)
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "problemen bij een brand in
Beersel" (nr. 11765)
15 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "l'aide adéquate la plus rapide" (n° 11681)
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "des problèmes survenus lors d'un incendie à Beersel"
(n° 11765)
15.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, de vraag heeft
betrekking op de brand op een kampeerterrein in Beersel op
donderdag 5 maart waarbij twee caravans uitbrandden.
Volgens de campinguitbater was de brandweer pas na een half uur
ter plaatse, hoewel de kazerne in Ukkel slechts een paar kilometer
verder ligt. Een van de speerpunten van de brandweerhervorming is
het principe van de snelste adequate hulp, volgens de wet van 15 mei
2007, ondertussen bijna twee jaar oud. In geval van het dubbele
uitrukken moet, volgens de omzendbrieven, een evaluatiefiche
ingevuld worden, die vervolgens bezorgd wordt aan de
provinciegouverneur.
Hieromtrent had ik van de minister graag een antwoord op volgende
vragen: Kan de minister meer informatie geven over het incident? Wat
was de reden waarom de brandweer zo lang op zich heeft laten
wachten? Wat is de stand van zaken van de eerste evaluaties
betreffende de snelste adequate hulp. Is de dubbele uitruk reeds
geëvalueerd en welke zijn de bevindingen omtrent dit principe?
15.01 Michel Doomst (CD&V):
Le 5 mars, un incendie s'est
déclaré sur un terrain de camping
de Beersel. Le service d'incendie
ne serait arrivé sur place qu'au
bout d'une demi-heure alors que la
caserne d'Uccle ne se trouve qu'à
quelques kilomètres et que le
principe de "l'aide adéquate la plus
rapide" a été instauré voici
maintenant deux ans. En cas de
sortie simultanée de deux équipes
d'incendie, une fiche d'évaluation
doit être remplie et communiquée
au gouverneur de province.
Le ministre pourrait-il me fournir
des précisions sur cet incendie.
Pourquoi le service d'incendie a-t-il
autant tardé à arriver sur place?
Où en est l'évaluation de l'aide
adéquate la plus rapide? La
double
sortie
des
services
d'incendie a-t-elle déjà fait l'objet
d'une évaluation et quelles sont
les
conclusions
de
cette
évaluation?
15.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, even vooraf.
De heer Weyts heeft aangekondigd dat hij een ongeveer identieke
vraag heeft ingediend, die mijn diensten hebben samengevoegd met
de vraag van de heer Doomst. Als het overeenkomt met uw inzichten,
mijnheer de voorzitter, heb ik geen enkel bezwaar om die vraag ook
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
nu te laten stellen door de heer Weyts, om te vermijden dat ik
volgende week hetzelfde antwoord zou moeten geven.
15.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik dank u voor uw soepelheid ter zake.
Ik heb nog enkele elementen toe te voegen. Ik verwijs naar de
omzendbrief van 14 oktober 1975 betreffende de watervoorraden voor
het blussen van branden, waarbij de gemeenten moeten instaan voor
de nodige onderhouds- en herstelwerken, minstens een jaarlijkse
controle moeten doen op de watervoorraden en minstens om de twee
jaar de goede werking van de infrastructuur moeten controleren. Ter
zake heb ik ook het verslag van de technische brandweerinspectie
kunnen bekijken van de brandweerzone Halle, het meest recente
rapport uit 2007. Daarin wordt toch al gewezen op bepaalde
problemen ter zake.
Mijnheer de minister, kunt u meer informatie geven over het incident?
Wat was de reden dat de brandweer zo lang op zich heeft laten
wachten en, in concreto, wat was het probleem met de watertoevoer
met de brandkranen? Men moest namelijk drie brandkranen afgaan
voor men effectief aan water geraakte.
Ten tweede, wat is de stand van zaken inzake de snelst adequate
hulp?
Ten derde, werd het verslag van de inspectie van 2007 opgevolgd? Is
er ter zake iemand in gebreke gebleven, namelijk de intercommunale
TMVW, de brandweer of andere instellingen?
Tot slot, vermits de voorschriften van de rondzendbrief en het
inspectieverslag wel in acht genomen zijn, hoe zijn de moeilijkheden
dan te verklaren?
15.03 Ben Weyts (N-VA): En
vertu
d'une
circulaire
du
14 octobre 1975, les communes
sont responsables de l'entretien et
de la réparation des bouches
d'incendie, du contrôle annuel des
réserves d'eau et du contrôle
biennal de l'infrastructure. Pour la
zone de Hal, le rapport le plus
récent date de 2007 et il attirait
alors déjà l'attention sur un certain
nombre de problèmes.
Le
ministre
dispose-t-il
d'informations
complémentaires
concernant cet incident? Pourquoi
a-t-il
fallu
attendre
aussi
longtemps l'arrivée des services
d'incendie?
Qu'en
est-il
exactement du problème relatif à
l'alimentation en eau? Le rapport
de 2007 a-t-il fait l'objet d'un suivi?
Qui était en défaut: la TMVW, les
services d'incendie ou d'autres
institutions? Comment expliquer
cette situation?
15.04 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega's, over
het incident zelf kan ik u de volgende informatie verstrekken. De 100
Brussel werd opgebeld om 22.39 uur. Om 22.41 uur heeft de 100
Brussel de voorpost in Ukkel opgeroepen, die met de eerste
pompwagen ter plaatse kwam om 22.50 uur. Tussen de ontvangst
van de oproep door de brandweer en de aankomst van de brandweer
ter plaatse, verliepen aldus slechts enkele minuten, niet zo veel dus.
Bij aankomst ter plaatse bleek evenwel dat verschillende hydranten
op de camping niet functioneren. Daardoor was er een tekort aan
bluswater, hetgeen de brandweer enigszins in haar werking heeft
vertraagd. Een tankwagen diende ter versterking te worden
opgeroepen en kwam aan om 23.07 uur. Dus, de eerste oproep was
er om 22.39 uur, terwijl de tankwagen om 23.07 uur ter plaatse kwam.
Een evaluatierapport betreffende de toepassing van het principe van
de snelste adequate hulp, sinds de inwerkingtreding, werd mij
recentelijk bezorgd door mijn diensten. Momenteel wordt reeds
gewerkt aan een verbetertraject van de actuele knelpunten op basis
van de conclusies van dat rapport. Dat verbetertraject strekt er onder
meer toe de interventietijden accurater te kunnen meten en uiteraard
ook te verkorten. Niettemin wens ik daarbij te beklemtonen dat dit de
evaluatie betreft tijdens de overgangsperiode. In een eerste fase werd
er dan ook voor geopteerd om de evaluatie toe te spitsen op de
15.04 Guido De Padt, ministre:
Le service 100 à Bruxelles a été
appelé à 22.39 heures et a alerté
le poste avancé d'Uccle qui est
arrivé sur les lieux avec un
premier camion de projection à
22.50 heures mais a constaté que
plusieurs
points
d'eau
ne
fonctionnaient pas sur le site du
camping, de sorte qu'il n'y avait
pas assez d'eau pour éteindre
l'incendie. Un véhicule réservoir
est donc arrivé sur place à 23.07
heures.
J'ai reçu récemment le rapport
d'évaluation sur l'aide adéquate la
plus
rapide.
Mes
services
s'emploient d'ores et déjà à
remédier
aux
problèmes
constatés, entre autres afin de
pouvoir mieux mesurer les délais
d'intervention et de pouvoir les
réduire. Il ne s'agit toutefois que
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
gevallen waarbij een korps moet optreden op een plaats waar men
territoriaal niet bevoegd is. Zodra de zones zijn gevormd, zal er binnen
elke zone uiteraard een globale evaluatie moeten gebeuren. Op basis
van die evaluatie kan het netwerk van posten zo worden
gereorganiseerd dat voor het globale grondgebied een snelle en
adequate hulpverlening kan worden gegarandeerd.
Op basis van de evaluatie van de verwerkingsfiches ­ waarnaar u
verwees en die ingevuld werden wanneer de dienst die als snelste
gedefinieerd werd niet de territoriaal bevoegde dienst was - blijkt dat
in iets meer dan de helft van de gevallen de snelste dienst effectief
niet het territoriaal bevoegde korps is. Dat wil zeggen dat in meer dan
50% van de gevallen een ander korps moet uitrukken dan datgene
dat bevoegd is. Toen ik die cijfers vernam, meende ik dat dit stof tot
nadenken biedt.
In ongeveer 15% van de gevallen zijn zij even snel ­ dat is samen al
bijna 65% - als de andere dienst die ter plaatse zou kunnen komen.
En in een derde van de gevallen komt de territoriaal bevoegde dienst
als eerste aan.
Daaruit blijkt dat het aangewezen lijkt het principe van de dubbele
uitruk in vele gevallen te behouden in afwachting van geobjectiveerde
meetinstrumenten om de interventietijden van de verschillende
brandweerdiensten te kunnen bepalen.
Niettemin blijft het principe van de dubbele uitruk zoals omschreven in
de eerste ministeriële rondzendbrief een aanbeveling, waarvan de
gemeenten op basis van hun gemeentelijke autonomie kunnen
afwijken wanneer bijvoorbeeld blijkt dat de snelste dienst effectief
steeds als eerste ter plaatse is.
d'une évaluation qui a été
effectuée pendant une période
transitoire et qui ne concerne que
des corps amenés à intervenir sur
des sites pour lesquels ils ne sont
pas territorialement compétents.
Dès que les zones auront été
constituées, il sera procédé dans
chaque zone à une évaluation
globale sur la base de laquelle
sera organisé le réseau de postes
de façon à pouvoir garantir une
aide rapide et adéquate sur
l'ensemble du territoire.
Dans un peu plus de la moitié des
cas, le service d'incendie qui s'est
rendu sur place a été plus rapide
que
le
service
d'incendie
territorialement compétent. Dans
15% des cas, les deux services
sont intervenus aussi rapidement
et dans un tiers des cas, c'est le
service d'incendie territorialement
compétent qui a été le plus rapide.
C'est la raison pour laquelle il
paraît indiqué de conserver un
système de double intervention
dans certains cas. Cependant, il
ne
s'agit
que
d'une
recommandation à laquelle les
communes peuvent déroger de
façon autonome.
15.05 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor
uw antwoord. Die punten van waterbevoorrading zijn blijkbaar nog een
probleem. Een aantal gemeenten moet er blijkbaar op gewezen
worden dat aan die brandkranen op tijd en stond onderhoud nodig is.
Ik heb uit de ervaringen van enkele andere collega's opgemaakt dat
dit een constante bezorgdheid moet zijn.
Wanneer verwacht u de evaluatie? Het cijfer dat u noemt, lijkt mij
relevant. Betekent dit dat u denkt aan een evaluatie van de fiches die
u binnengekregen hebt tegen midden van dit jaar? Kunt u dan
conclusies trekken?
15.05 Michel Doomst (CD&V):
Manifestement,
l'approvisionne-
ment en eau est toujours un
problème pour de nombreuses
communes. Il faut prévoir une
maintenance
des
vannes
à
intervalles réguliers. Quand sera-t-
il procédé à une évaluation?
15.06 Minister Guido De Padt: Ik meen dat er binnenkort een
opdracht zal uitgaan naar de taskforces die binnenkort worden
geïnstalleerd binnen de brandweerzones. De beleidsraad daar zal
invulling moeten geven aan het uitwerken van een inventaris van de
risico's binnen de zone. Het zal een van de taken zijn te kijken welke
problemen op dat vlak binnen de brandweerzones bestaan. Volgens
mij kan het niet dat ook in de toekomst voor de snelste en meest
adequate hulp in meer dan 50% van de gevallen andere korpsen
moeten interveniëren.
Dat kan niet de bedoeling van de brandweerhervorming zijn.
15.06 Guido De Padt, ministre:
Les task forces spéciales mises
en place dans les zones de
services
d'incendie
devront
inventorier les problèmes qui se
posent dans ces zones car il n'est
pas acceptable que dans plus de
50% des cas, d'autres corps
doivent intervenir pour fournir
l'aide la plus rapide et la plus
adéquate.
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Als men mij deze weliswaar voorlopige cijfers en ook nog in
mondelinge vorm heeft meegedeeld, heb ik gezegd dat dit mij een
heikel punt lijkt om in het oog te houden.
Dat zal nu volgen. U zult binnenkort trouwens door de gouverneurs
worden uitgenodigd. Ik heb de brieven gisteren en vandaag getekend
om die taskforces te installeren en daar ook bepaalde taken aan te
verbinden.
15.07 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik dank u voor het antwoord. Gelukkig was het een brand
met alleen materiële en geen lichamelijke schade. Anders zou het
land in rep en roer staan.
Ik denk dat het behoud van het dubbel uitrukken een zeer goede
richtlijn is. Ik denk dat daar ook gevolg aan wordt gegeven in de
praktijk.
De werking van brandkranen blijft inderdaad een probleem,
niettegenstaande inspectieverslagen die daarop wijzen. Ik zou u willen
vragen om ter zake uw administratie te laten optreden en stappen te
laten ondernemen.
15.07 Ben Weyts (N-VA): Par
bonheur, seuls des dommages
matériels ont été à déplorer. Le fait
que le ministre veuille conserver
un système de double intervention
des services d'incendie est un
élément
positif
mais
son
administration se doit absolument
de prendre des initiatives pour
améliorer le fonctionnement des
colonnes d'incendie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de aanpak van
woningbranden" (nr. 11680)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de verbetering van de
brandveiligheid" (nr. 11695)
16 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de l'Intérieur sur "la lutte contre les incendies domestiques" (n° 11680)
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "l'amélioration de la sécurité incendie" (n° 11695)
16.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, week na week
hebben wij nog met woningbranden te maken hebben. Dat is een
verrassend fenomeen. Ik denk dat u terecht zoekt naar concrete
maatregelen om de brandbeveiliging in de woningen zonder al te veel
betuttelende maatregelen te verbeteren.
U hebt op een juiste plaats, Batibouw, met specialisten contact gehad
om te kijken wat er mogelijk is. Ik wou u vragen om wat meer
toelichting te geven bij de plannen die u mogelijk hebt. Aan welke
maatregelen denkt u concreet? Op welke termijn denkt u een en
ander te kunnen implementeren? Welke rol ziet u voor de steden en
gemeenten weggelegd?
16.01 Michel Doomst (CD&V):
Le ministre devait examiner la
question
des
incendies
domestiques et prendre des
mesures concrètes pour améliorer
la sécurité des logements sur ce
plan. À cet effet, il s'est d'ailleurs
notamment
rendu
au
salon
Batibouw.
Quels sont ses projets et dans
quel délai pouvons-nous attendre
des mesures? Quel rôle les villes
et les communes joueront-elles
dans ce contexte?
16.02 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, ma question
est identique. M. Dooms et moi avons manifestement les mêmes
lectures!
16.03 Michel Doomst (CD&V): Souvent!
16.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, vous avez 16.04 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
décidé d'améliorer et vous avez bien raison, la sécurité des
habitations en termes d'incendie. Je vous demande le détail de ces
mesures. L'information a été donnée mais pas les détails. Comment
les concrétiser?
Des contacts sont-ils pris avec les ministres régionaux compétents
pour mettre en place certaines mesures? Y intègre-t-on, et c'est un
souci pour moi, les fuites de monoxyde de carbone, cet élément qui
amène la mort sans qu'on puisse s'en apercevoir? Ces mesures
devront-elles être légiférées?
zou graag een gedetailleerd
overzicht
krijgen
van
de
maatregelen die getroffen werden
om de brandveiligheid van de
woningen te verbeteren. Hoe
zullen die maatregelen concreet
verwezenlijkt worden?
Werd er al contact opgenomen
met de bevoegde gewestministers
met
het
oog
op
de
tenuitvoerlegging van bepaalde
maatregelen? Wordt er in die
maatregelen
ook
rekening
gehouden met kooldioxidelekken?
Moet er ter zake een wetgevend
initiatief komen?
16.05 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, collega
Doomst, u hebt het zeer goed getypeerd, namelijk dat er jaarlijks nog
te veel slachtoffers vallen bij woningbranden. Ik schrok ook wat van
de feiten. Hoewel wij daarover geen exacte cijfers hebben, raamt men
het aantal woningbranden toch op ongeveer 10.000 in ons land per
jaar, waarbij 100 doden zouden vallen en 900 gewonden. Dat is dus
heel veel. Wij hebben soms aandacht voor andere problematieken,
maar ik denk dat wij hier wat hoger en meer moeten inzetten. De strijd
hiertegen is belangrijk. Dit richt niet alleen materiële maar ook fysieke
en, degenen die reeds branden hebben meegemaakt, als
burgemeester bijvoorbeeld, weten dit, ook heel grote psychologische
schade aan bij veel gezinnen.
Het is dus een belangrijke prioriteit waarop wij verder moeten inzetten.
Daarom heb ik naar aanleiding van Batibouw de burgers hierop attent
willen maken en een aantal suggesties willen formuleren. Ik zal ze
hier even kort expliciteren.
Ik wil eerst toch wel benadrukken dat dit vooral een gewestelijke
materie is, een bevoegdheid van de Gewesten en de steden en
gemeenten.
Ik heb echter toch willen aangeven of wij niet samen met de
Gewesten en de steden en gemeenten zouden kunnen onderzoeken
of wij de opmaak van een bouwvergunningdossier zouden kunnen
vergezellen, eventueel op vrijwillige basis - er zijn reeds gemeenten
die dat op verplichte basis doen - van een advies van een
technopreventief adviseur inzake brandbestrijding. Dat moet kunnen
onderzocht worden. Ik heb daarvoor ook reeds het overleg met de
Gewesten opgestart.
Het Vlaamse Gewest, ik denk niet dat dit het geval is in het Waalse
Gewest, heeft recent een energiecertificaat ingevoerd op grond
waarvan men aan huurders en kopers van woningen een soort
ranking aanbiedt over de manier waarop men de energie binnen die
woningen op een goede manier wordt beheerst. De vraag is of dit
eventueel ook niet op een vrijwillige manier kan met een
brandcertificaat om huurders en kopers in te lichten over de
brandveiligheid van een woning.
16.05 Guido De Padt, ministre: Il
est vrai que les incendies
domestiques font encore de trop
nombreuses
victimes.
On
dénombre
environ
10.000
incendies domestiques par an, et
ces incendies font en moyenne
100 morts et 900 blessés. Nous
devons faire quelque chose à cet
égard.
C'est la raison pour laquelle j'ai
fait, à l'occasion du salon
Batibouw, un certain nombre de
suggestions,
même
si
ces
matières relèvent pour l'essentiel
des compétences des Régions,
des villes et des communes. Peut-
être
pourrions-nous
examiner
ensemble la possibilité de lier
chaque dossier de permis de bâtir
à l'avis d'un conseiller en
technoprévention spécialisé dans
la lutte anti-incendie. J'ai déjà
lancé la concertation à ce sujet
avec les Régions. A l'instar du
certificat énergétique récemment
instauré par la Région flamande,
on pourrait ainsi imaginer un
"certificat incendie" qui serait établi
volontairement
dans
le
but
d'informer les locataires ou les
acquéreurs d'un logement sur sa
sécurité en matière d'incendie.
La Région wallonne a rendu
l'installation de détecteurs de
fumée obligatoire, au contraire de
la Région flamande. Il serait
intéressant de demander à la
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Het Waalse Gewest heeft wel op verplichte wijze rookmelders
ingevoerd. Vlaanderen heeft dat niet gedaan. Men kan zich de vraag
stellen of wij daar niet eens moeten gaan luisteren bij onze Waalse
vrienden, ons oor te luisteren leggen, wat de resultaten zijn van die
ingreep. Heeft dat veel branden kunnen verhinderen of niet? Op basis
van die resultaten zouden wij kunnen nagaan wat er dan eventueel
kan gedaan worden.
Dat zijn een aantal suggesties die ik heb geformuleerd. Ik ben ook
met de Orde van Architecten gaan spreken om te vragen of
brandpreventie niet meer een gestructureerd onderdeel kan uitmaken
van de vorming van de architecten. Architecten hebben mij op
Batibouw immers gezegd dat de brandveiligheid wel het laatste
aspect is waaraan mensen financieel aandacht besteden op het
ogenblik dat ze een woning bouwen. Men denkt eerder aan andere
aspecten. Ik kan mij dat goed voorstellen.
Veiligheid is dus een gedeelde verantwoordelijkheid en vooral op
preventief vlak is er een belangrijke rol weggelegd voor de burgers.
De rol van de overheid hierin is de burgers te stimuleren en te
sensibiliseren tot het nemen van preventieve maatregelen.
Sinds 2007, dit is ook te weinig geweten, kan elke burger genieten
van een belastingvermindering voor uitgaven ter beveiliging van de
woning tegen inbraak en ook tegen brand. Totnogtoe denkt men dat
dit alleen van toepassing is op inbraak, maar het is ook tegen brand.
Het zal er in eerste instantie op aankomen om deze bestaande
maatregel beter bekend te maken bij de burgers.
Région
wallonne
qu'elle
communique les résultats de cette
mesure.
J'ai également discuté avec
l'Ordre
des
Architectes
de
l'opportunité
d'inscrire
la
prévention de l'incendie dans le
programme de formation des
architectes. D'après ces derniers,
les personnes qui construisent un
logement n'envisagent absolument
pas d'investir dans la prévention
de l'incendie.
La sécurité et la prévention font
également
partie
de
la
responsabilité des citoyens. Le
gouvernement doit encourager ces
derniers à prendre des mesures
de prévention et les sensibiliser à
cet aspect. Depuis 2007, une
réduction d'impôt est accordée
pour les dépenses faites en
matière de prévention de l'incendie
et de l'effraction. Il faut faire mieux
connaître ces mesures.
J'ai également fait quelques suggestions pour améliorer la protection
anti-incendie habitation. Celles-ci seront présentées pour avis en
matière de faisabilité et d'opportunité au Conseil supérieur de la
sécurité contre l'incendie et l'explosion. Les Régions et les
Communautés y sont représentées. On examinera également
d'autres aspects en matière de sécurité tels que la prévention d'une
explosion de gaz ou d'une intoxication au monoxyde de carbone. Il est
donc encore trop tôt pour anticiper les mesures à prendre et leurs
détails d'exécution.
Ik zal mijn suggesties met het oog
op de verbetering van de
brandveiligheid van woningen voor
advies voorleggen aan de Hoge
Raad voor beveiliging tegen brand
en ontploffing. De Gewesten en de
Gemeenschappen
zijn
daarin
eveneens
vertegenwoordigd.
Andere veiligheidsaspecten, zoals
de preventie van gasontploffingen
of van koolmonoxidevergiftiging,
worden eveneens onderzocht. Ik
kan me dus op dit ogenblik nog
niet uitspreken over de te nemen
maatregelen of over de details met
betrekking tot de uitvoering ervan.
Het spreekt vanzelf ­ ik heb het al aangegeven ­ dat ook de steden
en de gemeenten daarbij niet uit het oog zullen worden verloren. Ik
heb deze week al een onderhoud met onder andere de voorzitter van
de VVSE.
Dans un stade ultérieur, il
conviendra
également
de
collaborer avec les villes et
communes. Une concertation est
prévue cette semaine encore avec
le président de l'union flamande
des villes et communes.
16.06 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik hoor de
gewezen en wellicht ook toekomstige burgemeester van
Geraardsbergen toch spreken in de manier waarop u dit dossier
benadert. Ik heb u trouwens ook zien blussen met visjes in de wijn. U
16.06 Michel Doomst (CD&V):
Compte tenu de sa longue
expérience
en
tant
que
bourgmestre, le ministre sait
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
bent dus op dat terrein toch wel beslagen.
Ik denk dat u een paar punten hebt, vooral wat die branddetector
betreft. Ik heb de indruk dat we het probleem minder bij de nieuwe
woonsten moeten zoeken, maar wel bij het verouderd patrimonium,
waarvan de bewoners vaak geen aandacht aan de problematiek
besteden. Ze hebben geen preventieve kijk op de zaken. We moeten
daar aandacht aan besteden.
Ik denk dat u gelijk hebt en dat we een en ander best doen in
samenspraak met steden en gemeenten. Voor de rest vind ik het een
heel goede suggestie om het ook eens te bekijken vanuit de regionale
invalshoek. Ik denk dat Wallonië in dit soort zaken het goede
voorbeeld geeft met de verplichting van de branddetector. We moeten
mekaars aanpas van dichterbij bekijken en de brandweer dichter bij
de regio's brengen, om niet te zeggen dat ik zelfs samen met de heer
Crucke voor de regionalisering van de brandweer zou kunnen pleiten.
évidemment de quoi il parle. Je
pense que nous devons surtout
veiller à la sécurité des habitations
plus anciennes. Il est clair qu'une
collaboration dans ce cadre avec
les villes et communes ne peut
qu'être très utile. La Région
wallonne donne le bon exemple
avec la mesure relative à
l'installation de détecteurs de
fumée. Il s'agit également d'un
bon argument en faveur d'une
régionalisation
des
services
d'incendie.
16.07 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur Doomst, à titre personnel,
je suis ouvert à la discussion sur le plan des générations, et peut-être
même de celles dont vous venez de parler! Les portes ne sont pas
fermées, contrairement à ce que d'aucuns disent!
Monsieur le ministre, pour revenir au thème qui nous intéresse, à
savoir l'incendie, le phénomène est d'ampleur. Vous avez raison de
vous en préoccuper. Il faut le faire avec les Régions car les
compétences sont là. La techno-prévention pourrait intéresser le
particulier, l'acheteur, celui qui construit ou également le locataire.
Pour votre information, en Région wallonne, des mesures sont prises
en matière d'énergie obligeant à effectuer les préventions nécessaires
lors de la construction d'un bâtiment.
16.07 Jean-Luc Crucke (MR):
Wat de brandveiligheid van de
woningen
betreft,
is
het
aangewezen om met de Gewesten
samen
te
werken.
Technopreventie kan interessant
zijn voor de particulier, de koper
van een woning, degene die een
huis bouwt maar ook voor de
huurder. In het Waals Gewest
worden er maatregelen genomen
op het stuk van energie-efficiency
om bij de bouw van een woning al
rekening te houden met preventie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "la lutte transfrontalière contre la
drogue" (n° 11694)
17 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
grensoverschrijdende drugsbestrijding" (nr. 11694)
17.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, l'exemple vient
parfois du Sud, comme c'était le cas dans la précédente question.
Dans celle-ci, il vient peut-être du Nord!
Le président: C'est un bon exemple?
17.02 Jean-Luc Crucke (MR): En tout cas, je suis assez favorable à
ce qui a été avancé par une vingtaine de bourgmestres du Limbourg,
d'Anvers et de Flandre orientale qui s'étaient réunis à la mi-août dans
une caserne militaire de Bilzen, de manière très pacifique, monsieur
le président.
Ils avaient signalé à l'autorité fédérale l'insuffisance de moyens
alloués à la lutte contre la drogue dont sont victimes de nombreuses
communes frontalières des Pays-Bas. Dans le Hainaut occidental,
nous connaissons strictement le même phénomène, si ce n'est que
cela se passe à la frontière française.
17.02 Jean-Luc Crucke (MR):
Een twintigtal burgemeesters uit
Limburg, Antwerpen en Oost-
Vlaanderen hebben erop gewezen
dat
de
middelen die
voor
drugsbestrijding
worden
uitgetrokken,
voor
vele
grensgemeenten niet volstaan. In
westelijk Henegouwen kampen we
met hetzelfde probleem.
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Lors de la rencontre suscitée, le bourgmestre de Lanaken, M. Guido
Willen, a émis l'idée de créer, par analogie avec le fonds des
amendes de la circulation routière, un fonds des amendes liées au
trafic de drogue. Ce Fonds serait mis à disposition des communes
dans leur lutte contre ce fléau. Cette idée mérite qu'on s'y attarde.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de cette réunion et
de la proposition qui y a été formulée? Comme nous connaissons les
mêmes problèmes de chaque côté de la frontière linguistique, ne
serait-ce pas le moment d'organiser une table ronde des
bourgmestres des zones frontalières de manière à développer une
stratégie efficace en la matière?
De burgemeester van Lanaken, de
heer Guido Willen, heeft het idee
geopperd
om
een
"drugsboetefonds" op te richten.
De
gemeenten
zouden
dan
middelen uit dat fonds kunnen
krijgen.
Hebt u kennis genomen van dat
voorstel? Is de tijd niet rijp voor
een rondetafelconferentie met de
grensstreekburgemeesters?
17.03 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, monsieur
Crucke, il est dans mon intention de soulever cette question lors d'un
entretien que j'aurai le 19 mars avec mon homologue néerlandaise,
Mme ter Horst. La lutte contre la drogue représente un thème
prioritaire aussi bien pour elle que pour moi-même.
Au cours de cette rencontre, nous parlerons également de la mise à
exécution des conclusions de deux rapports scientifiques qui ont été
établis en 2008 à ce propos. Le premier rapport est intitulé "Voor een
gezamenlijke beheersing van de drugsgerelateerde criminaliteit in de
EU-regio Maas-Rijn" et a été rédigé par les professeurs Fijnaut et
De Ruyver. Le second rapport, intitulé "Transnationale criminaliteit en
strafrechtelijke samenwerking in de Nederlandse grensregio's", a été
écrit par le professeur Spapens.
Ma collègue ter Horst et moi-même allons vérifier comment et quand
une conférence peut être organisée pour mettre en pratique les
conclusions de ces deux rapports scientifiques.
En ce qui concerne votre idée de créer un fonds des amendes liées
au trafic de drogue, je dois vous demander de soumettre cette idée à
mon collègue de la Justice. Cela dit, l'analogie avec le fonds de
sécurité routière me semble être une évidence.
17.03 Minister Guido De Padt: Ik
zal die kwestie op 19 maart te
berde
brengen
tijdens
mijn
onderhoud met mijn Nederlandse
ambtgenoot, mevrouw Ter Horst.
We zullen eveneens bespreken
welke praktische maatregelen er
kunnen worden vastgeknoopt aan
de conclusies van twee in 2008
opgestelde
wetenschappelijke
rapporten: "Voor een gezamenlijke
beheersing
van
de
drugsgerelateerde criminaliteit in
de EU-regio Maas-Rijn", van
professor Fijnaut en professor De
Ruyver,
en
"Transnationale
criminaliteit
en
strafrechtelijke
samenwerking in de Nederlandse
grensregio's",
van
professor
Spapens.
We zullen onderzoeken hoe en
wanneer er een conferentie kan
georganiseerd worden.
Ik vraag u om het voorstel voor
een Fonds voor drugsgerelateerde
boetes aan de minister van Justitie
voor te leggen.
17.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse.
Puisque le colloque concerne le Nord et les Pays-Bas, je pense qu'on
peut ajouter les collègues français qui connaissent les mêmes
problèmes.
Quant à la suggestion de saisir le ministre de la Justice, je
m'empresserai de déposer une question.
17.04 Jean-Luc Crucke (MR):
Aangezien dat colloquium over
Vlaanderen en Nederland gaat,
denk ik dat men de Franse
collega's,
die
met
dezelfde
problemen
geconfronteerd
worden, kan uitnodigen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "le record de SDF à Brussels Airport"
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
(n° 11700)
18 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het record
aantal daklozen op Brussels Airoport" (nr. 11700)
18.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je ne sais pas si nous allons figurer dans le Guiness Book
mais il semble que l'aéroport de Zaventem connaisse un
accroissement de sans-abri, où ils vivraient vingt-quatre heures sur
vingt-quatre. Je ne veux pas blâmer ces gens car leur situation est
inconfortable. Cela dit, cela perturbe l'activité.
Quelles mesures ont-elles été prises par les services de police pour
limiter le phénomène et réorienter ces personnes vers des services
spécifiques? Quels sont les résultats de ces mesures?
Pour autant que cela n'ait pas été fait, ne devrait-on pas avertir les
administrations compétentes de sorte à juguler ce phénomène?
Êtes-vous au courant d'un risque d'aggravation du phénomène avec
la fermeture prochaine du Centre d'action sociale d'urgence (CASU)?
Des mesures préventives sont-elles prises?
18.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Naar verluidt vinden steeds meer
daklozen hun weg naar de
luchthaven van Zaventem. Het is
erg dat ze in die situatie verkeren,
maar hun aanwezigheid verstoort
wel de werking van de luchthaven.
Welke maatregelen heeft de politie
getroffen? Wat was het resultaat
daarvan? Dreigt de op handen
zijnde sluiting van het Centrum
voor Dringende Sociale Actie dat
fenomeen niet nog meer in de
hand te werken?
18.02 Guido De Padt, ministre: Monsieur le président, monsieur
Crucke, la police fédérale est au courant de la présence d'un certain
nombre de sans-abri à l'aéroport. Elle intervient en cas de nuisances
et/ou de faits judiciaires suivant les instructions des autorités
compétentes.
Le plan d'approche est élaboré par l'exploitant de l'aéroport, Brussels
Airport Company, en concertation avec d'autres partenaires
concernés tels que le service médical et la sécurité de l'aéroport, en
collaboration avec la police.
Une série de mesures ont été prises et sont principalement axées sur
la dissuasion et la réduction d'éventuelles nuisances.
Toute réduction de la capacité d'accueil contribue sans doute à
aggraver le problème des sans-abri. Le CASU est géré par la ville de
Bruxelles. Je n'ai pas été informé de la fermeture prochaine de ce
centre. Mes services verront si des mesures doivent être prises le cas
échéant.
18.02 Minister Guido De Padt:
De federale politie is op de hoogte
van de aanwezigheid van daklozen
op de luchthaven. Ze grijpt in bij
overlast of overtredingen.
BAC werkt in overleg met de
medische
dienst
en
de
veiligheidsdienst
van
de
luchthaven en in samenwerking
met de politie een plan van aanpak
uit. De maatregelen zijn vooral
gericht op ontrading en het
beperken van de overlast.
Ik ben niet op de hoogte van een
eventuele op handen zijnde
sluiting van het Centrum voor
Dringende Sociale Actie. Mijn
diensten zullen nagaan of er in dat
geval maatregelen nodig zijn.
18.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je pense qu'il
faut prendre au sérieux ce phénomène. On peut comprendre ceux qui
essaient de se réfugier dans un endroit comme celui-là, même si la
majorité d'entre eux préférerait être ailleurs. Mais il y a aussi une
activité liée au trafic aérien qui doit pouvoir fonctionner dans des
conditions optimales.
En ce qui concerne le CASU, l'information n'est pas confidentielle. Je
vous demanderais donc d'y être attentif.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
19 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "le contrôle du personnel policier
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
malade" (n° 11704)
19 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de controle van
het zieke politiepersoneel" (nr. 11704)
19.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, j'ai failli tomber
à la renverse quand mon chef de zone m'a annoncé, alors que nous
parlions de statistiques en matière de maladie au sein de la police et
de la zone, que dans le Hainaut, le service de contrôle médical de
Jumet ne pouvait strictement plus rien faire pour contrôler les
personnes en congé de maladie car il n'y avait plus le moindre
médecin-contrôleur disponible.
Premièrement, cette information est-elle conforme à la réalité? Ce
n'est pas que je mette en doute ce que dit le chef de zone, mais c'est
tellement gros qu'on a du mal à y croire!
Deuxièmement, si on veut se détacher de statistiques purement
locales et observer le phénomène sur un plan plus large, quels sont
les chiffres pour 2007 et 2008 au sujet des congés de maladie, de
l'absentéisme des policiers? Quel est le nombre de contrôles
pratiqués et des éventuelles remises au travail après ces contrôles?
Comment analyser l'absentéisme dans la police? Est-il selon vous
anormalement élevé? Quelles sont les mesures prises pour tenter de
juguler cet absentéisme?
19.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
Henegouwen zou het niet langer
mogelijk zijn politiebeambten die
afwezig zijn wegens ziekte te
controleren,
omdat
er
geen
controlearts beschikbaar is. Klopt
die informatie? Kan u me de cijfers
betreffende het ziekteverzuim bij
het politiepersoneel voor 2007 en
2008 bezorgen? Hoeveel controles
vonden er plaats en hoeveel
personeelsleden moesten na zo
een controle het werk hervatten?
Wat is uw analyse met betrekking
tot het ziekteverzuim bij de politie?
Is het ongewoon hoog? Welke
maatregelen worden er genomen
om het in te dammen?
19.02 Guido De Padt, ministre: Cher collègue, le contrôle s'exerce
pour la police intégrée par des médecins-contrôleurs rémunérés par
la police fédérale. Chaque zone de police peut malgré tout conclure
un accord avec une firme de contrôle médical externe. Pour pallier les
insuffisances en médecins-contrôleurs statutaires, le service médical
de la police intégrée recourt aux services de médecins-contrôleurs
agréés, payés à la prestation et selon l'importance du déplacement
sur la base d'un forfait kilométrique.
Deux problèmes se posent cependant depuis un certain temps.
Premièrement, un certain nombre de médecins statutaires bénéficient
de congés sans solde afin de répondre à des offres plus lucratives
dans d'autres secteurs. Les remplacer n'est pas chose facile car très
peu de médecins acceptent des contrats à durée indéterminée.
Deuxièmement, il y a un déficit permanent de candidats pour les
fonctions de médecin-contrôleur statutaire et de médecin-contrôleur
agréé contractuel. Ce déficit provient de la pénurie de médecins dans
le secteur privé, associée à la revalorisation des actes médicaux en
médecine générale. C'est ainsi que certaines régions comme le
Hainaut ou les Ardennes ne disposent plus de médecins-contrôleurs
agréés pour effectuer des contrôles à domicile, ces régions
correspondant aux zones déficitaires en médecins généralistes.
Une zone de police, en qualité d'employeur, a toujours la possibilité
de conclure un contrat avec une société privée de contrôle médical. Il
faut savoir cependant que les coûts de tels contrats sont à leurs frais
et parfois incompatibles avec les contraintes budgétaires de certaines
zones de police locale.
Depuis la crise, plusieurs zones ont d'ailleurs abandonné de tels
contrats pour revenir vers l'offre limitée de la police fédérale en
19.02 Minister Guido De Padt:
Voor de geïntegreerde politie
worden de controles uitgevoerd
door controleartsen die door de
federale politie worden betaald.
Elke politiezone beschikt evenwel
over de mogelijkheid om, binnen
de perken van haar financiële
draagkracht, een overeenkomst te
sluiten met een extern bedrijf met
het oog op de uitvoering van de
medische controles. Om het tekort
aan statutaire controleartsen op te
vangen, doet de medische dienst
van de geïntegreerde politie een
beroep op de diensten van
erkende controleartsen.
Er doen zich in dat verband twee
problemen voor. Enerzijds is het
niet zo om eenvoudig de talrijke
statutaire artsen die verlof zonder
wedde hebben genomen, te
vervangen. Anderzijds zijn er niet
genoeg kandidaten voor de functie
van statutair controlearts en van
erkende controlearts in het kader
van een arbeidsovereenkomst,
omdat er ook in de privésector te
weinig artsen zijn en omdat de
huisartsgeneeskunde
wordt
geherwaardeerd.
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
matière de contrôle médical, comme je viens de l'expliquer.
De manière plus générale, les chiffres globaux d'absentéisme pour
raison de santé dans la province du Hainaut indiquent que, pour
l'année 2008, la zone de police des Collines présente le troisième
taux d'absentéisme le plus important; les accidents et les grossesses
n'y prennent qu'une faible part. Quelques collaborateurs au sein de
cette zone ont un taux d'absentéisme particulièrement élevé,
également appelé le facteur de Bradford.
Ce facteur est un paramètre qui permet de mieux chiffrer les
désagréments causés par l'absentéisme pour cause de maladie, car il
prend en compte la fréquence de l'absentéisme. Il est en effet plus
difficile de remplacer un collaborateur qui s'absente à tout bout de
champ qu'un collègue en indisponibilité de longue durée.
Pour l'ensemble de la police intégrée, la mesure du suivi a été
automatisée depuis juillet 2008: il s'agit de l'application "MedWAN".
Depuis le quatrième trimestre 2008 jusqu'à la mi-mars 2009, sur
36.396 certificats médicaux, 2.179 ont été repris sur les listes de
travail des médecins-contrôleurs, 1.141 contrôles ont été effectués
avec entérinement de l'absence pour motif de santé; dans 40 cas,
l'absence a été écourtée et, dans 6 cas, il a été proposé de soumettre
le dossier à la commission d'aptitude.
Enfin, je vous informe qu'après une minutieuse analyse de
l'absentéisme au sein de la police intégrée et des mesures déjà prises
pour le diminuer, un plan d'action Absentéisme a été mis en place dès
2004. La particularité de ce plan d'action réside dans le fait que son
approche est globale et dynamique, qu'il comprend des mesures
proactives et réactives, qu'il met l'accent sur la responsabilisation des
chefs aux différents niveaux de l'organisation.
Qu'il me soit permis de renvoyer à bon nombre de questions
parlementaires antérieures sur ce sujet.
In 2008 was het ziekteverzuim de
politiezone Collines het op twee na
hoogste
in
de
provincie
Henegouwen.
Wat
de
geïntegreerde politie in haar
geheel betreft, werden 2.179 van
de 36.396 doktersattesten die
tussen het vierde trimester 2008
en medio maart 2009 werden
ingediend, ingeschreven op de
lijsten die de controleartsen
moeten afwerken. Er werden
1.141 controles uitgevoerd waarbij
de
afwezigheid
om
gezondheidsredenen
bevestigd
werd. In 40 gevallen werd het
ziekteverlof ingekort, en in zes
gevallen werd voorgesteld om het
dossier aan de commissie voor
geschiktheid van het personeel
van de politiediensten over te
zenden.
Ten slotte werd er in 2004 een
actieplan absenteïsme ingevoerd,
dat een globale en dynamische
benadering beoogt. Het omvat
zowel proactieve als curatieve en
repressieve maatregelen. Het legt
de
nadruk
op
de
responsabilisering
van
de
diensthoofden op alle niveaus van
de organisatie.
Voor de andere punten verwijs ik u
naar de parlementaire vragen die
in het verleden over dit onderwerp
gesteld werden.
19.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je voudrais
remercier le ministre pour la réponse qu'il a transmise.
Il y a ceux qui sont en congé de maladie et ceux qui sont en congé
sans solde; le résultat, c'est qu'ils sont peu nombreux à pouvoir
effectuer les contrôles!
Je connaissais la possibilité pour les zones, monsieur le ministre,
d'effectuer des contrôles pour autant qu'elles les assument
financièrement. Comme on dit en wallon, "C'ês toudi les p'tîts k'on
spotche". Je pense donc que les zones affecteront leurs fonds à
d'autres matières que les vérifications, car les chiffres que vous
annoncez sont exorbitants. Le nombre d'heures et de certificats
médicaux rentrés au niveau de la police est interpellant!
19.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Dat zijn hallucinante cijfers!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 11722 de M. Robert Van de Velde est De voorzitter: Vraag nr. 11722
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
reportée.
van de heer Robert Van de Velde
wordt uitgesteld.
20 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Justitie over "het optreden van Israëlische agenten
op de luchthaven van Zaventem" (nr. 11731)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het optreden van
Israëlische agenten op de luchthaven van Zaventem" (nr. 11732)
- de heer Luk Van Biesen aan de minister van Binnenlandse Zaken over "een verhoorkamer van de
Mossad op de nationale luchthaven" (nr. 11761)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de veiligheid op de
luchthaven van Zaventem" (nrs. 11768 en 11791)
20 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de la Justice sur "l'intervention d'agents israéliens à l'aéroport de
Zaventem" (n° 11731)
- M. Dirk Van der Maelen au ministre de l'Intérieur sur "l'intervention d'agents israéliens à l'aéroport de
Zaventem" (n° 11732)
- M. Luk Van Biesen au ministre de l'Intérieur sur "un local d'interrogatoire du Mossad à l'aéroport
national" (n° 11761)
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de l'Intérieur sur "la sécurité à l'aéroport de Zaventem" (n°
s
11768
et 11791)
20.01 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, in het
weekblad P-magazine van 10 maart 2009 staat de, wat mij betreft,
onthutsende getuigenis te lezen van een Vlaamse zakenman die op
de luchthaven van Zaventem als de eerste de beste terrorist werd
behandeld. De man reist beroepshalve de hele wereld rond en gaat
ook regelmatig naar Israël. Die dag wilde de man drie uur voor het
vertrekuur inchecken aan de balie van El Al, toen drie, vermoedelijk
gewapende, Israëlische mannen in uniform op hem afkwamen. Ze
onderwierpen hem in het Engels aan een spervuur van vragen. Naast
de balie van El Al stonden een paar zwaarbewapende Belgische
agenten van de Belgische federale politie, die weinig anders deden
dan observeren. De man moest paspoort, ticket en bagage afgeven
en de mannen volgen.
Ik citeer uit zijn verhaal: "We stapten naar de lift die toegang geeft tot
de lounges, maar we gingen niet naar omhoog maar naar beneden,
ter hoogte van de tarmac. We stapten een vijftigtal meter door een
gang. Daar hebben ze een soort kot, niet echt groot. Er waren geen
ramen, alleen een deur. In dat kot lag mijn bagage. Ik was precies in
Israël. Affiches in het Hebreeuws, opschriften in het Hebreeuws, ook
onderling praatten ze Hebreeuws. In de publieke zone waren ze nog
enigszins vriendelijk maar daar in dat kot was dat helemaal anders."
Einde citaat.
De man moest zich uitkleden en zijn bagage werd onderzocht. Over
ieder aspect van zijn bagage diende hij een gedetailleerde
verantwoording af te leggen. Zijn gsm werd in beslag genomen. Ze
hebben de man tot het vertrekuur vastgehouden. Toen is een van de
Israëli's met hem naar het vliegtuig gegaan: de lift in naar boven en zo
naar de poort van het vliegtuig waar hij zijn paspoort en instapkaart
terugkreeg. Het vliegtuig had tien minuten op hem gewacht. Eenmaal
in Tel Aviv aangekomen werd hij opnieuw aan een spervuur van
vragen onderworpen. Ze kenden de hele reisgeschiedenis van de
man tot in de puntjes. Dat is merkwaardig, omdat de man voor zijn
reizen naar Israël een ander internationaal paspoort gebruikt dan
wanneer hij naar, wat Israël betreft, foute landen reist.
20.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a):
L'hebdomadaire
"P-
Magazine" du 10 mars dernier a
publié le témoignage hallucinant
d'un homme d'affaires flamand qui
à l'aéroport de Zaventem a été
emmené
par
des
hommes
israéliens armés dans une pièce
minuscule. Il y a été soumis en
anglais à un feu nourri de
questions sur lui-même et sur ses
bagages. Il a également été obligé
de se déshabiller et son GSM a
été saisi. Toute la procédure a
duré trois heures.
Arrivé à Tel Aviv, il a une nouvelle
fois été longuement interrogé. Le
personnel y était au courant de
l'historique
complet
de
ses
voyages, y compris ceux effectués
avec son autre passeport. Ces
pratiques m'étonnent au plus haut
point.
Quel est le fondement juridique de
l'intervention des agents israéliens
sur le sol belge? Un accord existe-
t-il à ce sujet? De quand date-t-il et
par quelles parties a-t-il été
conclu? Veille-t-on au respect de
cet accord? Dans l'affirmative, qui
y veille? Cet accord autorise-t-il les
agissements susmentionnés? Un
accord similaire a-t-il été conclu
avec
d'autres
services
de
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
De reden waarom de man twee paspoorten heeft, is net om die foute
landen buiten het zicht van Israël te houden, maar blijkbaar is dat
systeem niet veilig. De ondervraging in Tel Aviv heeft twee uur
geduurd.
Mijnheer de minister, ik ben echt verbaasd over die praktijken. Ik weet
dat er een akkoord bestaat met El Al, zeg maar Mossad, maar ik had
geen idee dat ze in Zaventem een eigen verhoorkamer hadden en dat
ze in de grote inkomhal van Zaventem blijkbaar ook autonome
bevoegdheid hebben. Ik vraag me af waar de grens wordt getrokken.
Wat is de juridische grondslag van het optreden van de buitenlandse
politieagenten? In mijn gesprekken met een aantal mensen is mij
meegedeeld dat die juridische basis een akkoord is, daterend uit het
midden van de jaren tachtig, naar men zegt toen Jean Gol minister
van Justitie was.
Wat is de correcte datum van dat akkoord?
Wie heeft dat akkoord gesloten?
Wat was de aanleiding om zo een soort akkoord te sluiten en kunnen
wij daarvan de tekst krijgen?
Ziet een of andere instantie toe op de naleving van dat akkoord? Door
wie dan wel, en op welke wijze?
Ten vierde, laat het voornoemde akkoord het optreden van
buitenlandse agenten in de incheckzone toe? Staat het akkoord toe
mensen weg te leiden en in een eigen verhoorkamer en zonder enig
toezicht van een Belgische autoriteit te verhoren? Wie stelt
voornoemde verhoorkamer ter beschikking? Staat het akkoord toe dat
mensen worden verplicht zich uit te kleden?
Ten vijfde, laat voornoemd akkoord wapendracht toe?
Ten zesde, laat het akkoord toe delen van de bagage, zoals
elektronica, in beslag te nemen?
Ten zevende, is een dergelijk akkoord ook met andere
inlichtingendiensten gesloten?
Ten achtste, is de minister bereid een onderzoek te bevelen naar de
wijze waarop door Israëlische agenten op de luchthaven wordt
opgetreden, zowel op de zogenaamde landzijde als op de luchtzijde?
Ten negende en ten slotte, het gebruik van twee verschillende
internationale paspoorten is een door mensen die veel internationaal
reizen, vaak toegepast gebruik, en dat niet alleen voor reizen naar
Israël. Zij willen aldus vermijden dat bijvoorbeeld voor Amerikaanse
reizen de bezoeken aan Cuba of andere, vroegere Sovjetstaten op
het paspoort staan.
Wat mij verontrust, is het volgende. Toen de betrokkene in Tel Aviv
aankwam, was de betrokken geheime dienst aan de hand van het
nummer van zijn paspoort dat hij gebruikte om naar Israël te reizen,
volledig op de hoogte van alle reisverplaatsingen van de betrokkene.
renseignements? Le ministre est-il
disposé à ordonner une enquête
sur le comportement des agents
israéliens dans le périmètre de
notre aéroport?
Je trouve inquiétant le fait que les
autorités israéliennes disposent
d'informations sur des voyages
entrepris avec un passeport qui ne
leur a pas été soumis. La Belgique
transmet-elle
ce
type
d'informations? Dans la négative,
comment Israël a-t-il pu les
obtenir?
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
Zijn het de Belgische autoriteiten die de bewuste informatie, die in hun
handen is ­ ze staat namelijk op zijn tweede internationaal paspoort ­,
aan Israël doorspelen of heeft Israël de informatie op een andere
manier te pakken gekregen?
20.02 Luk Van Biesen (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, uiteraard zijn een hele reeks vragen reeds door de vorige
volksvertegenwoordiger gesteld.
Mijnheer de minister, ik viel van mijn stoel en vroeg mij af wat er in
ons land gebeurt. Immers, een Belgische zakenman beweert dat hij
door de Israëlische geheime dienst, de Mossad, op de luchthaven van
Zaventem in een eigen verhoorkamer zonder ramen en met
Hebreeuwse opschriften en affiches aan de muren is ondervraagd,
zonder dat er ook maar één lid van de Belgische autoriteiten
aanwezig was. Hij zou zich hebben moeten uitkleden en werd
ondervraagd. Pas dan mocht hij zijn geplande vlucht nemen.
Mijn vraag is dus heel eenvoudig.
Hoe zit het met de voornoemde verhoorkamers voor geheime
diensten?
Heeft enkel de Israëlische geheime dienst een verhoorkamer op onze
nationale luchthaven?
Wat zijn de akkoorden die daaromtrent zijn gesloten?
Wie kan de bedoelde lokalen gebruiken?
Is er controle op de ondervragingen inzake de toepassing van de in
België toegelaten verhoortechnieken of is de Israëlische geheime
dienst volledig baas in het "kot" dat hij op de nationale luchthaven ter
beschikking heeft? Hoe gebeurt desgevallend de controle? Op welke
manier is er samenwerking of toezicht door de Belgische autoriteiten
op ondervragingen die door buitenlandse geheime diensten op
Belgisch grondgebied worden gedaan?
20.02 Luk Van Biesen (Open
Vld): Je ne puis que m'étonner de
ce qui se passe dans notre pays.
Le Mossad disposerait à l'aéroport
de Zaventem de son propre petit
local, sans fenêtres, pour y
procéder à des interrogatoires.
Cette information est-elle exacte?
Des services secrets peuvent-ils
utiliser des locaux à l'aéroport de
Bruxelles pour y procéder à des
interrogatoires?
Existe-t-il
des
accords sur ce point? Ces
interrogatoires sont-ils l'objet d'un
contrôle quant à leur conformité
aux
techniques
d'audition
autorisées en Belgique? Dans
l'affirmative, comment ce contrôle
est-il organisé?
Le président: M. Van Hecke n'est pas présent. Sa question est retirée.
20.03 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, de gegevens
waarover ik tot nu toe beschik, zijn verzameld tussen gisteren en
vandaag. Dat is vrij kort. Wij hebben gisteren ook kennis genomen
van het artikel in P-magazine en onmiddellijk informatie opgevraagd.
Ik ben van oordeel dat dit nog een vervolg moet krijgen op het vlak
van het inzamelen van informatie en op het vlak van het aftoetsen aan
de juiste situatie in de luchthaven.
Het incident waarover jullie beiden hebben gesproken, dient gekaderd
te worden in een geheel van maatregelen die worden genomen om de
veiligheid van bepaalde luchtvaartmaatschappijen te verhogen. Het
OCAD, het coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, heeft bepaald
dat een verhoogde waakzaamheid ten aanzien van de
luchtvaartmaatschappij El Al en haar reizigers noodzakelijk is. Dat is
een advies van het OCAD aan El Al om de veiligheid goed in het oog
te houden, omdat daaraan bepaalde risico's kunnen verbonden zijn.
20.03 Guido De Padt, ministre:
L'affaire ne date que d'hier, ce qui
explique pourquoi il n'a pas été
possible d'analyser l'incident.
Cet incident doit être resitué dans
le cadre d'un ensemble de
mesures prises pour relever le
niveau de sécurité de certaines
compagnies aériennes. L'OCAM a
décidé que El Al et ses passagers
devaient
faire
l'objet
d'une
vigilance accrue. Les passagers
d'El Al doivent toujours compléter
un questionnaire. Si la compagnie
aérienne
souhaite
d'autres
renseignements sur un voyageur,
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
Reizigers voor Israel die een ticket aankopen bij El Al, sluiten een
vervoerscontract met deze luchtvaartmaatschappij en dienen
vooraleer aan boord te gaan, een vragenlijst in te vullen. Wanneer de
luchtvaartmaatschappij meent onvoldoende inlichtingen te hebben en
bijkomende vragen heeft, kan de passagier gevraagd worden om
apart genomen te worden in een lokaal dat zich op de airside bevindt,
dus de luchtkant van de luchthaven.
Wanneer op die manier burgers meegenomen worden voor verdere
ondervraging, gebeurt dit ­ ik herhaal, volgens de gegevens waarover
wij nu beschikken ­ op vrijwillige basis en is er geen sprake van
onwettige vrijheidsberoving. Het apart nemen van de betrokken
persoon in een lokaal is ingegeven door de zorg om diens privacy te
waarborgen. Het personeel van El Al dat deze veiligheidsverificaties
uitvoert, maakt volgens onze gegevens, nogmaals, geen deel uit van
de Mossad. Zij hebben geen politionele bevoegdheid en mogen
wettelijk gezien geen burgers fouilleren. Ze beschikken wel over een
wapendrachtvergunning die hen wordt afgeleverd in het kader van de
persoonsbeveiliging.
Deze
wapendrachtvergunningen
worden
aan
officiële
vertegenwoordigers van de Israëlische regering pas afgeleverd op
basis van een evaluatie van de dreiging. Om veiligheidsredenen is het
niet mogelijk de informatie te geven met betrekking tot het aantal
wapendrachtvergunningen dat wordt afgeleverd. Er is evenwel geen
discrepantie tussen het aantal vergunningen en het niveau van de
dreiging. Dat is normaliter altijd in concordantie.
Vragen inzake de screening van de bagage en over het feit of de
personeelsleden van El Al via een metaaldetector passeren, behoren
tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Mobiliteit. Ik
neem aan dat u ook Etienne Schouppe hierover zult ondervragen of al
ondervraagd hebt.
De feiten die vermeld werden in het artikel van P-Magazine zullen het
voorwerp uitmaken van een verificatie door de verschillende
betrokken diensten. Ik denk daarbij aan het directoraat-generaal
Luchtvaart, de federale politie en Brussels Airport Company. Samen
met mijn collega van Mobiliteit zal ik een analyse uitvoeren van het
voorval dat beschreven is in het persartikel. Er moet immers objectief
te worden nagegaan hoe dit incident zich werkelijk heeft voorgedaan.
Indien u dat wenst, kunt u er later op terugkomen. Nogmaals, het was
te kort dag om nu alle gedetailleerde gegevens te kunnen opvragen.
celui-ci peut être invité à se rendre
dans un local de la zone "airside"
de l'aéroport. Cette démarche
s'opère sur une base volontaire et
a pour but de protéger la vie privée
de l'intéressé.
Les membres du personnel d'El Al
ne font pas partie du Mossad. Ils
n'exercent aucune compétence
policière et n'ont pas le droit de
fouiller des citoyens. Par contre, ils
possèdent un permis de port
d'arme qui ne leur est délivré
qu'après évaluation du risque.
Pour des raisons de sécurité,
aucune information n'est fournie
sur le nombre de permis de port
d'arme octroyés.
Les questions sur le screening des
bagages
relèvent
de
la
compétence de mon collègue de
la Mobilité.
Les faits relatés dans l'article de
presse seront vérifiés. Il est
important
d'examiner
objectivement ce qui s'est produit.
20.04 Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister. Ik wil even
checken of ik het goed gehoord heb. Hebt u gezegd dat die agenten
niet mogen fouilleren?
20.04 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Ces agents ne sont donc
pas autorisés à fouiller?
20.05 Minister Guido De Padt: Inderdaad. Zij hebben geen
politionele bevoegdheid. Zij mogen dus, wettelijk gezien, geen burgers
fouilleren.
20.05 Guido De Padt, ministre:
En
effet,
ils
n'ont
aucune
compétence de police.
20.06 Dirk Van der Maelen (sp.a): In dit geval is dat gebeurd. Ik ken
inmiddels minstens drie nieuwe gevallen waarbij men mij een
soortgelijk verhaal vertelt. Volgens een van de verhalen was er in de
verhoorkamer wel een politieagent aanwezig. Ik begrijp dat u nog niet
alle antwoorden hebt, gelet op de korte tijd, maar ik vraag dat u
nagaat of bij de voorwaarden die België verbonden heeft aan het
20.06 Dirk Van der Maelen
(sp.a): Ils l'ont toutefois déjà fait.
J'ai connaissance de trois cas
similaires. Il serait utile de vérifier
si la présence d'agents de police
belges ne figure pas parmi les
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
optreden van buitenlandse agenten, de aanwezigheid van Belgische
politieagenten niet verplicht is?
In het geval dat in P-Magazine verscheen, is de persoon in kwestie
formeel, in die zin dat er geen Belgische agent aanwezig was.
Ik noteer dat er een verificatie komt en dat u samen met andere
instanties een analyse gaat doen. Wij zouden uiteraard graag in het
bezit gesteld worden van de uitkomst van dat onderzoek.
Ten slotte, wil ik even iets verifiëren. Ik heb hier het artikel van P-
Magazine, mijnheer de minister. Daarin zegt uw woordvoerster,
mevrouw Cleemput, dat die verhoorkamer niet bestaat. Ik heb op
Radio 1 een verklaring gehoord van Peter Mertens van het
Crisiscentrum. Die zegt dat er wel een aparte ruimte bestaat.
Volgens de ene instantie mag die verhoorkamer er niet zijn en
volgens de andere instantie mag die er wel zijn. Mag de
verhoorkamer er al dan niet zijn? Mag deze al dan niet worden
gebruikt? Wilt u dat in uw onderzoek meenemen en mij daarop een
antwoord geven?
conditions que la Belgique a liées
à l'intervention d'agents étrangers.
Je souhaiterais également obtenir
les résultats de la vérification.
La porte-parole du ministre affirme
dans l'article que les locaux
d'interrogatoire n'existent pas.
M. Peter Mertens du centre de
crise affirme le contraire. Qu'en
est-il?
20.07 Luk Van Biesen (Open Vld): Ik wacht uiteraard het uitvoerig
onderzoek af, waarvan wij, zoals collega Van der Maelen, graag in
kennis zouden worden gesteld.
De vraag is ook iets breder dan voornoemd incident. Het ging ook om
het specifieke bestaan van dergelijke lokalen voor geheime diensten
van vreemde mogendheden op onze nationale luchthaven. We
zouden graag antwoord op de vraag of dergelijke lokalen ook elders
dan op de nationale luchthaven bestaan. Hoe kunnen geheime
diensten van vreemde mogendheden hier opereren op ons
grondgebied? Daar zou ik in de toekomst toch een passender
antwoord op willen krijgen. Het gaat niet alleen om de Mossad, maar
ook om andere. Wie weet welke vreemde mogendheden op ons
grondgebied over lokalen beschikken om verhoren af te nemen die
niet vallen binnen de technieken die in ons land toegelaten zijn.
20.07 Luk Van Biesen (Open
Vld): L'aéroport national abrite-t-il
d'autres locaux de ce genre?
Comment les services secrets de
puissances étrangères peuvent-ils
opérer sur notre territoire et
procéder à des interrogatoires
incompatibles avec les techniques
admises dans notre pays?
20.08 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, wat die
verhoorkamer betreft ­ mijn woordvoerster is daarvoor bij mij geweest
­ meen ik dat dat een verkeerde interpretatie is. Men heeft haar
waarschijnlijk de vraag gesteld of er verhoorkamers bestaan in het
kader van politionele vaststellingen die door buitenlandse
mogendheden zouden gebruikt zijn. Zij heeft gezegd dat zij dacht van
niet en dat dat ook niet mag, omdat die praktijken uiteraard niet
gedoogd worden.
Ik heb het al aangegeven, er bestaan wat men privékamertjes zou
kunnen noemen waar, om de privacy van de mensen te beschermen,
men mensen kan apart nemen als er vragen zijn met betrekking tot
hun inlichtingenformulieren. Dat is ook in andere kamertjes het geval
wanneer men de privacy wil beschermen.
20.08 Guido De Padt, ministre:
Je pense que les propos tenus par
ma porte-parole ont été mal
interprétés. Si la présence de tels
locaux
d'interrogatoires
est
inadmissible, il existe toutefois des
locaux privés vers lesquels il est
possible d'aiguiller une personne.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de werking van de
dienst Intern Toezicht van de politie" (nr. 11724)
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
21 Question de M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "le fonctionnement du service de contrôle
interne de la police" (n° 11724)
21.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, in het raam van de deining die is ontstaan bij de Gentse
politie en die heeft geleid tot de schorsing van de korpschef, Peter
De Wolf, blijkt dat de dienst intern toezicht van de Gentse politie een
bedenkelijke rol heeft gespeeld.
Ik zal het niet hebben over de kwestie, maar wil u ten gronde een paar
vragen stellen. Mijnheer Speeckaert, het hoofd van de dienst intern
toezicht, is intussen geschorst en de burgemeester van Gent vraagt
aan het Comité P om de handelingen van intern toezicht in de
afgelopen periode te onderzoeken.
Die dienst intern toezicht, en dit is niet alleen in Gent het geval, valt
onder de rechtstreekse bevoegdheid van de korpschef en van de
burgemeester en is belast met de kwaliteitsbewaking van het lokale
politiebeleid.
Uit het Gents voorbeeld blijkt dat er potentieel gevaarlijke situaties
ontstaan wanneer er een belangenverstrengeling is in hoofde van de
top van de dienst intern toezicht en die samenspant met de korpschef.
Mijnheer de minister, ik wil u daarom de volgende vragen stellen. Ten
eerste, acht u het noodzakelijk om wijzigingen aan te brengen in de
structurele werking van de dienst intern toezicht, zoals die is
vastgelegd in de omzendbrief POL48? Daarin anticipeert u op een
mogelijke belangenverstrengeling tussen de dienst intern toezicht en
de top van het korps van de lokale politie. Moet die dienst intern
toezicht niet onafhankelijker worden van het korps, en zeker van de
korpschef?
Ten tweede, acht u de controle van het Comité P op de dienst intern
toezicht afdoende?
Ten derde, hoe zit het met de regeling inzake de klokkenluiders, de
agenten die informatie aanbrengen en alarmerende berichten
overmaken aan de bevoegde instanties wanneer zij vaststellen dat er
iets misloopt? Nu stelt men vast dat talloze agenten komen
aandraven met een getuigenis over al wat is foutgelopen. Nu stelt zich
de vraag waarom zij dat niet eerder hebben gedaan. Ligt dat aan een
niet-bestaande regeling voor klokkenluiders?
21.01 Ben Weyts (N-VA):
L'affaire de la police de Gand
révèle que le Service de contrôle
interne a joué un rôle douteux. Ce
service relève directement de la
compétence du chef de corps et
du bourgmestre. Une relation de
confiance est dès lors essentielle.
Lorsque le Service de contrôle
interne et le chef de corps
conspirent contre le responsable
politique, il en résulte alors des
situations
potentiellement
dangereuses.
Le ministre estime-t-il nécessaire
de modifier le fonctionnement
structurel du service, tel qu'il est
fixé dans la circulaire POL 48
relative
à
l'organisation
du
service? Celui-ci ne devrait-il pas
jouir
d'une
plus
grande
indépendance vis-à-vis du chef de
corps?
Le ministre estime-t-il que le
contrôle exercé par le Comité P
sur le Service de contrôle interne
est suffisant?
Des modifications au système des
"sonneurs
d'alarme"
ne
s'imposent-elles pas? Pourquoi
n'ont-ils pas réagi plus vite?
21.02 Minister Guido De Padt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Weyts, in de eerste plaats moet worden opgemerkt dat de situatie
waarnaar u verwijst, een op zijn minst uitzonderlijk karakter heeft, al
was het maar door de functies die worden bekleed door de
protagonisten van deze betreurenswaardige zaak, die overigens het
politiekader overschrijdt. U hebt dat zelf ook al gedeeltelijk
aangegeven.
Ik wens in ieder geval geen uitspraak te doen over die feiten zolang
het onderzoek loopt. We zullen dan ook elke veralgemening
vermijden, zowel met betrekking tot een eventuele veroordeling van
het gedrag van de politieagenten als tot de lessen die uit de zaak
moeten worden getrokken.
21.02 Guido De Padt, ministre:
La situation à Gand est très
exceptionnelle. Il faut éviter toute
généralisation.
L'adaptation de la circulaire est en
préparation.
De
nouvelles
directives seront encore édictées
cette année. La priorité sera
accordée
aux
mesures
garantissant
le
bon
fonctionnement du corps de
police. Les mesures relatives au
contrôle interne seront abordées
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
Thans kom ik terug op uw duidelijke vragen. Ten eerste, de
aanpassing van omzendbrief POL48 wordt voorbereid. Nog dit jaar
volgen er nieuwe algemene richtlijnen. Bepaalde werkpistes werden al
onderzocht. Er wordt best prioriteit gegeven aan het uitdenken van
maatregelen en procedures om de goede werking van het politiekorps
te garanderen. Het is pas later dat de structurele maatregelen voor de
interne controle binnen de politiekorpsen worden beoogd. Die
maatregelen zullen rekening moeten houden met de ongelijkheden
tussen de korpsen.
Ten tweede, de belangrijkste opdracht van het Vast Comité P bestaat
in het controleren van de werking van de politiediensten. In dat raam
werd in 2003 een thematisch onderzoek gevoerd over de interne
controle, zonder daarom een systematische controle van die diensten
teweeg te brengen.
Ik verwijs ook naar het antwoord dat ik heb gegeven aan collega
Vandenhove. Ik denk dat u op dat moment niet hier was, mijnheer
Weyts. De Algemene Inspectie is een orgaan waarin 80 tot 85
personen werken en dat rechtstreeks onder de bevoegdheid van de
minister van Binnenlandse Zaken valt. Zij houdt ook toezicht op
politie, maar haar werking is nog te weinig gekend. Naar mijn
aanvoelen moeten tussen het Comité P en de Algemene Inspectie
afspraken worden gemaakt over de aard en de intensiteit van de
controles die zij moeten uitvoeren. Overlappingen tussen die twee
diensten moeten worden vermeden. Ik zal een aantal gesprekken
opstarten om na te gaan of daar geen goede afleiding kan gebeuren
in functie van een betere rentabiliteit van het werk dat zij zouden
willen doen, zonder dat de autonomie van de twee diensten mag
worden uitgehold.
Het zal u waarschijnlijk ook al zijn opgevallen dat, wanneer men
klachten heeft over bijvoorbeeld de werking van een bepaalde
politieman, politievrouw of politiedienst, men zich altijd automatisch
wendt tot het Comité P. Dat komt omdat het Comité P zich tot
vandaag beter heeft "verkocht" en zogezegd als de waakhond van de
politie wordt beschouwd, terwijl er ook nog een Algemene Inspectie is.
Ik kom tot uw laatste vraag. Overeenkomstig de deontologische code
van de politie moet elk lid van een politiekorps dat getuige is van een
ernstige schending van de deontologische regels, alle nodige
maatregelen treffen om die schending te doen ophouden. De
deontologische code bepaalt ook dat het personeelslid geen
slachtoffer mag zijn van de reactie die een dergelijke schending
uitlokt. Er is dus wel een bescherming van de klokkenluiders. De
logica eist bovendien dat, wanneer er disfunctioneringen worden
vastgesteld, de aldus verzamelde informatie nauwkeurig kan worden
behandeld binnen het politiekorps volgens een formele procedure.
ultérieurement.
Dans le cadre de la mission la plus
importante du Comité P, le
contrôle du fonctionnement des
services de police, une analyse
thématique a été consacrée au
contrôle interne en 2003. Il faut
conclure des accords entre le
Comité P et l'Inspection générale,
laquelle est placée sous mon
autorité directe, concernant la
nature et l'intensité de ces
contrôles. Il importe en effet
d'éviter
les
chevauchements.
Toutefois, le Comité P est
beaucoup
plus
connu
que
l'Inspection générale.
Le code de déontologie de la
police prévoit que tout membre du
personnel qui est témoin d'une
infraction doit prendre les mesures
requises pour la faire cesser mais
le même code prévoit également
une protection de l'informateur. Il
s'agit
donc
d'élaborer
une
procédure
officielle
pour
le
traitement des informations ainsi
communiquées.
21.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, ik hoop dat u bij de
herziening van de rondzendbrief POL 48 toch ook de idee meeneemt
van een grotere onafhankelijkheid van de dienst intern toezicht, zeker
ten aanzien van de korpschef, zodoende dat wij daar
belangenvermenging vermijden. Uiteindelijk bleek het onder een
hoedje spelen tussen de chef van de dienst intern toezicht en de
geschorste korpschef, al een hele poos aan de gang te zijn. Daar is
dus toch nog wel een beetje werk aan de winkel.
21.03 Ben Weyts (N-VA):
J'espère que le ministre prendra
en considération l'idée d'une
indépendance plus importante du
service
"Contrôle
interne",
particulièrement à l'égard du chef
de corps. Il reste aussi du pain sur
la planche en ce qui concerne la
réglementation applicable aux
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Hetzelfde geldt, vermoed ik, voor de klokkenluidersregeling en de
interne diensten waar agenten terechtkunnen met hun klachten. Ook
daaromtrent moet ongetwijfeld nog een beetje gecommuniceerd
worden, niet naar buiten, maar in eerste instantie intern, denk ik,
zodat de agenten zelf perfect op de hoogte zijn van de interne
controle-instanties.
sonneurs de cloches.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: Les questions n° 9920 et n° 9923 de M. Bonte sont
reportées pour des raisons de santé. Mme Salvi est absente. Sa
question n° 10048 a déjà été reportée deux fois. Je décide donc de
retirer définitivement cette question.
De voorzitter: De vragen nr. 9920
en nr. 9923 van de heer Bonte
worden wegens ziekte van de
indiener uitgesteld. Mevrouw Salvi
is afwezig. Haar vraag nr. 10048
werd al tweemaal uitgesteld. Ik
trek die vraag derhalve definitief in.
22 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en
Grote Steden over "de schrapping van enkele bepalingen in het koninklijk besluit over de gesloten
centra" (nr. 10378)
22 Question de M. Michel Doomst à la ministre de l'Intégration sociale, des Pensions et des Grandes
villes sur "la suppression de certaines dispositions de l'arrêté royal relatif aux centres fermés"
(n° 10378)
22.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, de Raad van State heeft blijkbaar enkele bepalingen in het
koninklijk besluit over de gesloten centra geschrapt op vraag van het
Centrum voor Gelijkheid van Kansen, dat trouwens pleit voor de
afschaffing van de gesloten centra.
Mevrouw de minister, wat is uw standpunt ter zake? Hebt u zicht op
de mogelijke gevolgen van de schrappingen van enkele bepalingen in
het KB over de gesloten centra door de Raad van State?
22.01 Michel Doomst (CD&V): À
la demande du Centre pour
l'égalité des chances et la lutte
contre le racisme, qui prône la
fermeture des centres fermés, le
Conseil d'État a supprimé une
poignée de dispositions dans
l'arrêté royal relatif aux centres
fermés.
Qu'en pense la ministre? Quelles
répercussions ces suppressions
pourraient-elle avoir?
22.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Doomst, in de eerste plaats wil ik voor alle duidelijkheid
zeggen dat het annulatieberoep niet werd ingediend door het Centrum
voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, maar door de
vzw's Ligue des Droits de l'Homme et le Mouvement contre le
Racisme, l'Antisémitisme et la Xenophobie. Hun vordering tot
nietigverklaring betrof tientallen artikelen van het KB van 2 augustus
2002.
De Raad van State heeft de vordering van deze vzw's slechts in
minieme mate gevolgd, in die zin dat 9 van de in totaal 136 artikelen
van het KB op de gesloten centra werden vernietigd.
Uiteraard zal het arrest van de Raad van State onverkort worden
uitgevoerd. Mijn diensten zijn volop bezig de teksten aan te passen,
conform de opmerkingen van de Raad van State. Ondertussen wordt
voor de gesloten centra in de mate van het mogelijke geprobeerd om
aan de opmerkingen van de Raad van State tegemoet te komen.
22.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Le recours en annulation
n'a pas été introduit par le Centre
pour l'égalité des chances et la
lutte contre le racisme mais par les
ASBL Ligue des Droits de
l'Homme et Le Mouvement contre
le Racisme, l'Antisémitisme et la
Xénophobie. Le Conseil d'État n'a
suivi le Centre que dans une
mesure minimale puisqu'il n'a
annulé que 9 des 136 articles de
l'arrêté royal.
Il va de soi que cet arrêt sera
exécuté sans délai. Mes services
s'emploient
actuellement
à
adapter le texte. Pour les centres
fermés, nous nous efforcerons de
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
In elk geval is de impact op de werking van de gesloten centra zeer
miniem. Wij zijn volop bezig met de teksten. Ik hoop dat wij heel snel
de nieuwe versie zullen hebben.
répondre aux observations du
Conseil
d'État.
En
toute
hypothèse, l'incidence sur le
fonctionnement des centres sera
minime.
22.03 Michel Doomst (CD&V): Mogen wij zeggen dat ze marginaal
zijn of minimaal?
22.03 Michel Doomst (CD&V):
Les observations du Conseil sont-
elles marginales ou minimales?
22.04 Minister Annemie Turtelboom: Miniem. De impact is miniem.
In afwachting van het nieuwe KB houden wij al maximaal rekening
met de gemaakte opmerkingen.
22.04 Annemie Turtelboom,
ministre: Minimales. En attendant
le nouvel arrêté royal, nous
tiendrons déjà compte autant que
possible
des
observations
formulées par le Conseil.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
23 Question de Mme Brigitte Wiaux à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "la
rénovation des bâtiments de l'ancienne gendarmerie de Beauvechain par l'Office des étrangers en
logements destinés à l'accueil de familles avec enfants mineurs en séjour illégal" (n° 11260)
23 Vraag van mevrouw Brigitte Wiaux aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de renovatie
door de Dienst Vreemdelingenzaken van de oude rijkswachtgebouwen te Bevekom tot woningen voor
illegale gezinnen met minderjarige kinderen" (nr. 11260)
23.01 Brigitte Wiaux (cdH): Monsieur le président, madame la
ministre, ce lundi 17 février 2009, la presse s'est fait l'écho de votre
présence à Tubize pour inaugurer la rénovation de l'ancienne
gendarmerie de Tubize par l'Office des étrangers en appartements
réservés à l'accueil de familles avec enfants mineurs se trouvant en
séjour illégal en Belgique.
Ce lundi 17 février 2009, la télévision communautaire du Brabant
wallon TVCom s'est également fait l'écho de cette inauguration et
terminait la présentation de ce sujet en précisant que les locaux de
l'ancienne gendarmerie de Beauvechain allaient également être
rénovés afin d'y accueillir des familles avec enfants mineurs se
trouvant en séjour illégal en Belgique.
Madame la ministre, les autorités locales de Beauvechain, dont je
suis première échevine, ont été surprises d'apprendre qu'un projet
similaire existerait sur la commune. À l'instigation du CPAS, des
contacts avaient été pris fin 2006 avec la Régie des Bâtiments pour
déterminer les éventuelles conditions d'occupation des locaux
inoccupés de l'ex-gendarmerie par des personnes précarisées. Un
refus avait été verbalement exprimé avec, comme raison, la vente
prochaine de ces bâtiments.
Les autorités locales souscrivent pleinement à l'idée d'accueillir des
réfugiés dans des conditions plus décentes. Pourriez-vous me
préciser si cette information de rénovation des bâtiments de l'ex-
gendarmerie est exacte? Si cette information devait s'avérer fondée,
les autorités locales ne peuvent que regretter vivement de l'avoir
appris par la presse. Cela nous conforte aussi dans le sentiment
d'être de plus en plus considérés comme quantité négligeable ou
portion congrue.
23.01 Brigitte Wiaux (cdH): Een
tijdje geleden huldigde u de
voormalige rijkswachtkazerne van
Tubeke in die door de Dienst
Vreemdelingenzaken gerenoveerd
en
verbouwd
werd
tot
appartementen voor illegaal in het
land verblijvende gezinnen met
minderjarige kinderen. Volgens
persberichten
zouden
de
voormalige rijkswachtlokalen van
Bevekom
ook
gerenoveerd
worden voor een soortgelijk
project. Dat nieuws kwam als een
verrassing voor de plaatselijke
autoriteiten van Bevekom. Eind
2006 werden er al contacten
gelegd voor een dergelijk project,
maar een en ander werd toen
geweigerd.
Klopt die informatie? In dat geval
betreuren
de
plaatselijke
autoriteiten dat ze het nieuws via
de pers moesten vernemen. Voor
een dergelijk project moet juiste
informatie worden gegeven, en het
project moet worden gedragen
door
alle
desbetreffende
overheden. Wat zijn uw plannen
met betrekking tot dit dossier, en
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Je pense, ainsi que les autorités locales de Beauvechain, que pareil
projet nécessite une information correcte et une adhésion de toutes
les autorités concernées, et que l'encadrement des familles ne peut
se faire, en particulier pour les enfants, qu'avec un suivi approprié.
Pourriez-vous m'informer de vos intentions sur ce sujet et en informer
les autorités locales de Beauvechain qui se tiennent, ainsi que moi-
même, à votre disposition pour apporter leur contribution, fut-elle très
limitée, à un projet humaniste?
kan u ook de lokale autoriteiten,
die zich te uwer beschikking
houden, hierover informeren.
23.02 Annemie Turtelboom, ministre: Chère collègue, lors de la
conférence de presse du 17 février 2009, le site de Beauvechain a
effectivement été mentionné. Toutefois, j'ai aussi précisé que ce site
n'avait pas été sélectionné. Avant de sélectionner les sites pour la
mise en oeuvre de ce projet, j'avais demandé à la Régie des
Bâtiments de me fournir une liste des bâtiments qui pourraient
éventuellement entrer dans les critères du projet d'alternative à la
détention de familles avec mineurs qui se trouvent en séjour illégal.
Le site de Beauvechain se trouvait sur cette liste mais il n'a pas été
retenu pour le projet, tout comme d'autres sites.
Seuls les logements de l'ancienne gendarmerie de Zulte et de Tubize
ont été retenus.
Après la première évaluation du projet, s'il s'avère que d'autres
logements sont nécessaires, je donnerai à mes services l'instruction
de demander à la Régie des Bâtiments une nouvelle liste des sites
potentiels. Si certains d'entre eux peuvent entrer en ligne de compte,
je ne manquerai pas d'en informer, en temps utile, les autorités
locales afin de pouvoir mettre au point les accords nécessaires et
organiser des séances d'information.
23.02
Minister
Annemie
Turtelboom: De naam Bevekom
is gevallen, maar ik heb wel
gezegd dat deze site, net als
andere locaties, niet geselecteerd
werd.
Indien na de eerste evaluatie van
het project blijkt dat er nog meer
woningen nodig zijn, zal ik een
nieuwe lijst met mogelijke locaties
vragen. Indien sommige daarvan
in aanmerking kunnen worden
genomen, zal ik de plaatselijke
autoriteiten daarvan op de hoogte
brengen.
23.03 Brigitte Wiaux (cdH): Madame la ministre, je vous remercie.
J'attendrai également l'évaluation dont vous avez parlé. Je vous
interrogerai également sur les différents critères ayant prévalu dans
ce choix.
23.03 Brigitte Wiaux (cdH): Ik
zal wachten op de evaluatie, en zal
u ook om toelichting vragen in
verband met de criteria die werden
gehanteerd om die keuze te
maken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 11267 de M. Arens est transformée en question écrite.
24 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de
vingerafdruk in paspoorten van kinderen" (nr. 11339)
24 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les
empreintes digitales dans les passeports des enfants" (n° 11339)
24.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, paspoorten en andere reisdocumenten van kinderen jonger
dan 12 jaar hoeven geen vingerafdrukken te bevatten. Zo is beslist
door het Europees Parlement. De maatregel zou het goedkoper
moeten maken voor gezinnen om internationale paspoorten voor
kinderen te kunnen aanvragen.
U hebt zelf gezegd dat die beslissing toch wel te betwijfelen valt,
eventueel nog zou moeten worden teruggedraaid. Ik wou gewoon
24.01 Michel Doomst (CD&V):
Le Parlement européen a décidé
que les passeports des enfants
âgés de moins de douze ans ne
pouvaient comporter d'empreintes
digitales. La ministre espère que
cette
décision
sera
revue.
Pourquoi? Quelles mesures la
ministre envisage-t-elle de mettre
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
vragen wat uw visie daarop is. Met welke maatregelen denkt u de
visie van het Europees Parlement nog bij te sturen?
en oeuvre si le Parlement
européen maintient sa décision?
24.02 Minister Annemie Turtelboom: Als er een categorie van
mensen is die zouden moeten kunnen genieten van de nieuwe
technologieën, dan zijn het wel de kinderen. Kinderen zijn bijzonder
kwetsbaar. In het belang van hun bescherming en van de strijd tegen
de kinderhandel, moeten wij alle maatregelen nemen om hun
veiligheid te verbeteren.
Oorspronkelijk stelde de Europese Commissie voor om de verplichte
opname van vingerafdrukken niet toe te passen op kinderen jonger
dan 6 jaar. Vanaf het begin van de bespreking van het voorstel heeft
België dit samen met de meerderheid van lidstaten ondersteund. Het
Europees Parlement heeft die leeftijdsdrempel tot 12 jaar
opgetrokken, want het is van oordeel dat vingerafdrukken van
kinderen tussen 6 en 12 jaar niet voldoende betrouwbaar zijn.
In het compromis dat nu op tafel ligt, is de bepaling ingelast dat de
leeftijdsgrens van 12 jaar slechts voorlopig is. De Europese
Commissie moet 3 jaar na de inwerkingtreding van de verordening
een rapport voorstellen waarin de leeftijdsgrens door een
onafhankelijk instituut geëvalueerd wordt en eventueel kan gewijzigd
worden.
Volgens mij lijkt dit compromis dat nu op tafel ligt, in de goede richting
te gaan, in de mate dat het Europees Parlement zijn openheid heeft
gedemonstreerd voor de evoluties van de technologieën op het
terrein. Ik heb dus het volste vertrouwen in de toekomst, zeker gezien
de bepaling dat over 3 jaar een nieuwe afspraak is vooropgesteld.
24.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Afin de les protéger,
notamment contre le phénomène
de la traite, les enfants doivent
bénéficier de toutes les mesures
possibles tendant à améliorer leur
sécurité.
À
l'origine,
la
Commission européenne avait
proposé de ne pas appliquer le
prélèvement
obligatoire
des
empreintes digitales aux enfants
de moins de six ans. Au même
titre qu'une majorité des États
membres, la Belgique appuyait
cette proposition. Par la suite, la
limite d'âge a été portée à douze
ans, au motif que les empreintes
digitales ne seraient pas fiables
avant cet âge. Le compromis
actuel comporte une disposition
prévoyant que la limite d'âge de
douze ans n'est que provisoire et
qu'après trois ans, la Commission
européenne devra rédiger un
rapport sur la base duquel la limite
d'âge pourra le cas échéant être
modifiée. Je suis résolument
optimiste quant à l'avenir.
24.03 Michel Doomst (CD&V): Dit biedt inderdaad perspectief.
Technisch is het natuurlijk moeilijk in te schatten, maar ik kan mij toch
niet indenken dat zelfs op die jonge leeftijd vingerafdrukken genoeg
elementen moeten bevatten, om de veiligheid van de betrokkenen te
garanderen. Ik denk ook aan onze bezorgdheid voor hen.
Wij moeten deze maatregel nauw opvolgen vooral in het licht van
kinderbewegingen die in de toekomst nog groter zullen worden. Het is
een belangrijk element van bescherming. Wij zullen dit blijven
opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
25 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het Europees
migratiebureau" (nr. 11340)
25 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "le bureau
européen des migrations" (n° 11340)
25.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, sinds 2004 zijn
er
plannen
inzake
de
oprichting
van
een
Europees
ondersteuningsbureau dat tot taak heeft de uitwisseling te bevorderen
tussen de lidstaten. Hierbij wordt vooral gedacht aan de uitwisseling
van informatie, analyse en ervaringen, alsook aan een concrete
samenwerking om asielaanvragen op een breder niveau te
onderzoeken.
25.01 Michel Doomst (CD&V):
Quel est le point de vue de la
Belgique à propos de la création
d'un bureau d'appui européen qui
aiderait les États membres de l'UE
à endiguer le flux de demandeurs
d'asile et de migrants? La ministre
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
De bedoeling is dat de meest geteisterde EU-landen een Europese
bijstand aangeboden krijgen, zodanig dat de stroom van asielzoekers
en migranten op hun grondgebied kan worden ingedijkt. Door alle
informatie over asiel en migratie vanuit de lidstaten te centraliseren,
zouden de lidstaten beter worden geholpen. Nog te vormen Europese
ondersteuningsteams zouden die bepaalde lidstaten ook kunnen
bijstaan.
Ondertussen wordt er ook gedacht aan een Europese asiel- en
migratiedienst, hoewel de concrete realisatie ervan nog ver weg is.
Wat is uw standpunt inzake de oprichting van zo een Europees
ondersteuningsbureau, toch een interessant denkspoor?
Kunt u de plannen in verband met de oprichting toelichten?
Hebt u al zicht op de concrete realisatie?
Welke doelen worden vooropgesteld?
Welke rol kan ons land daarin spelen?
Wat is de stand van zaken voor een Europese asiel- en
migratiedienst?
sait-elle comment ce projet sera
réalisé? Quels sont les objectifs
concrets de ce bureau? Quel rôle
la Belgique peut-elle jouer dans ce
projet? Où en est actuellement le
projet de création d'un service
européen d'asile et de migration?
25.02 Minister Annemie Turtelboom: Op 18 februari 2009 maakte
de Europese Commissie haar voorstel voor een verordening inzake
de oprichting van een Europees asielondersteuningsbureau aan de
Raad en het Parlement bekend.
Het voorstel komt voort uit de vaststelling dat er inderdaad, ondanks
het aannemen van verschillende wetgevende instrumenten en
ondanks de reeds bestaande samenwerking, belangrijke verschillen
blijven bestaan in de asielbeslissingen en -procedures tussen de 27
lidstaten. Bovendien zijn er aspecten van de asielbeslissing die nu
louter door de harmonisering van de wetgeving kunnen geregeld
worden. Dat is onder meer het geval voor de praktijken en tradities
inzake het interpreteren van informatie over de landen van herkomst
en voor de vorming van de personen die de asielbeslissingen nemen.
Om tot een echt gemeenschappelijk asielsysteem te komen, is de
versterking van de praktische samenwerking op asielgebied
noodzakelijk. Het Commissievoorstel voor de oprichting van het
EASO wil aan die nood tegemoetkomen.
Het Europees asielondersteuningsbureau heeft in de eerste plaats
een ondersteunende functie. De Commissie stelt drie grote taken voor
die het bureau kan vervullen.
Een eerste taak bestaat erin de praktische samenwerking op het vlak
van asiel te ondersteunen. Dat omvat vooral het verzamelen, beheren
en analyseren van informatie over de landen van herkomst en het
opstellen van een gemeenschappelijke methodologie voor het gebruik
ervan. Verder zal het bureau zorgen voor de coördinatie van
informatie-uitwisseling over de intra-EU relocatie van vluchtelingen,
voor ondersteuning op het vlak van training, voor het uitwerken van
een gemeenschappelijk asielcurriculum en voor informatie-
25.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Le 18 février 2009, la
Commission européenne a rendu
publique une proposition visant à
créer un Bureau européen d'appui
en matière d'asile afin de pallier
les différences importantes qui
persistent entre États membres en
ce qui concerne les procédures et
les décisions en matière d'asile.
Pour parvenir à un véritable
système
d'asile
commun
à
l'échelon européen, il était en effet
d'abord nécessaire de renforcer la
coopération pratique entre États
membres en matière de politique
d'asile.
La vocation première du Bureau
européen d'appui en matière
d'asile est d'exercer un rôle de
soutien. Une première mission
consiste à soutenir la coopération
technique en matière d'asile. Ceci
comprend
essentiellement
la
collecte, la gestion et l'analyse
d'informations
sur
les
pays
d'origine et l'élaboration d'une
méthodologie commune régissant
l'utilisation de ces informations.
Une deuxième mission est de
soutenir les États membres dont
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
uitwisseling over de externe dimensie van het asielbeleid.
Een tweede taak is het ondersteunen van de lidstaten, wier
asielsystemen onder grote druk staan. Het gaat dan in de eerste
plaats over het definiëren van bijzondere asieldruk, het verzamelen
van informatie en het analyseren van de noden en capaciteiten.
Verder kan het bureau concrete ondersteuning bieden, zoals het
coördineren van acties om de opvangcapaciteit van lidstaten onder
druk te verhogen. Daarbij denk ik aan de lidstaten uit Zuid-Europa die
een zeer grote druk ervaren.
Als derde grote taak zal het bureau bijdragen tot de implementatie
van het gemeenschappelijk asielsysteem. Het zal hiervoor informatie
verzamelen en analyseren over de implementatie van de
gemeenschapsinstrumenten inzake asiel en hierover rapporteren.
Een apart hoofdstuk in het commissievoorstel is gewijd aan de
coördinatie van de zogenaamde asielondersteuningsteams. Dat zijn
teams samengesteld uit experts uit de lidstaten, die operationele
steun kunnen bieden aan lidstaten onder grote asieldruk. Die teams
zullen voor een bepaalde tijd worden uitgestuurd, op vraag van een
lidstaat onder druk. Zij zullen hun expertise ter beschikking stellen van
die lidstaat voor het interpreteren van informatie over de landen van
herkomst en de behandeling van asieldossiers.
Wat de concrete realisatie betreft, plant het voorstel de oprichting van
het bureau voor 2010.
België heeft in het verleden al meermaals gehamerd op het belang
van praktische samenwerking. Dit initiatief is een belangrijke stap
naar een meer operationele samenwerking en dat juich ik ook toe.
Ook de bevoegde diensten reageren erg positief op het
commissievoorstel. Ze kunnen zich in grote mate terugvinden in de
taken die worden voorgesteld door het EASO. Er is nog wel meer
verduidelijking nodig over de precieze inhoud van bepaalde taken en
over de beheersstructuur.
Op de conferentie "Werken aan een Europees asielbeleid", die in
september in Parijs heeft plaatsgevonden, heb ik zelf heel concrete
pistes gegeven omtrent de taak van dat asielondersteuningsbureau.
De rol die België zal spelen in het EASO is op dit ogenblik nog
moeilijk te omschrijven. België zal in elk geval, net als de andere
lidstaten, deel uitmaken van de raad van bestuur, maar als
voorstander van meer praktische samenwerking vind ik ook dat een
actieve bijdrage van ons land aan de werkzaamheden van het EASO
mogelijk moet zijn.
Wat uw laatste vraag betreft, op dit ogenblik is er geen sprake van de
oprichting van een Europese asiel- en migratiedienst. Er is wel enige
verwarring ontstaan omdat in enkele kranten het EASO werd
aangekondigd als een Europese asiel- en migratiedienst. In feite was
dat foutief. Dat bureau heeft immers geen bevoegdheden op het vlak
van migratie en heeft ook geen beslissingsbevoegdheid. Het is dus
echt een praktisch, operationeel bureau.
les systèmes d'asile sont soumis à
une forte pression. La troisième
mission du bureau est de
contribuer à la mise en oeuvre d'un
système
d'asile
européen
commun.
Un
chapitre
séparé
de
la
proposition est consacré à la
coordination des équipes pouvant
apporter un soutien opérationnel
aux États membres fortement
sollicités en matière d'asile. La
proposition prévoit la création du
bureau pour l'an 2010.
Nous saluons cette proposition et
les
services
compétents
réagissent également de manière
extrêmement
positive.
Des
précisions doivent toutefois encore
être apportées en ce qui concerne
le contenu exact de certaines
missions et en ce qui concerne la
structure de gestion. Le rôle que la
Belgique pourrait jouer dans le
cadre
de
ce
projet
est
actuellement difficile à prévoir
mais je suis en tout état de cause
favorable à une contribution active
de notre pays.
Il n'est pas question pour l'heure
de la création d'un service d'asile
et de migration européen. Un
certain nombre de journaux ont à
tort octroyé ce rôle au European
asylum support office (EASO). Or,
l'EASO remplit exclusivement un
rôle
d'ordre
pratique
et
opérationnel.
25.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, ik denk dat u
terecht de nadruk legt op het feit dat er vooral praktische en
25.03 Michel Doomst (CD&V):
Pourra-t-on
entreprendre
les
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
operationele samenwerking moet zijn. Betekent dat dat wij de
volgende maanden mogen verwachten dat de eerste stappen worden
gezet en dat de voorbereiding ook bij ons loopt om daar naartoe te
werken?
premières démarches dans les
mois suivants?
25.04 Minister Annemie Turtelboom: Ja, onze diensten zijn daarbij
betrokken en volgen het van nabij. Met betrekking tot informatie
inzake asiel werkt ons land al heel nauw samen met de buurlanden.
Het gaat over informatie over de landen van herkomst. De
erkenningsgraden van bepaalde nationaliteiten zijn in bepaalde
landen 0% en in andere landen 80%. Dat klopt niet. Als men een
gemeenschappelijke asielwetgeving heeft, loopt de praktijk achter.
Ons land volgt de oprichting van deze dienst van heel nabij.
25.04 Annemie Turtelboom,
ministre: Notre pays collabore déjà
étroitement avec les pays voisins
en matière d'information sur les
pays d'origine et suit la création de
ce service de très près.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
26 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het stijgend
aantal niet-begeleide minderjarige asielzoekers" (nr. 11341)
26 Question de M. Michel Doomst à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur
"l'augmentation du nombre de demandeurs d'asile mineurs non accompagnés" (n° 11341)
26.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, artikel 41 van
de wet van 12 januari 2007 is van toepassing op niet-begeleide,
minderjarige vreemdelingen die als dusdanig door de dienst Voogdij
worden erkend.
Sinds maart 2008 is de administratie met een proefproject inzake de
meldingsplicht van start gegaan. Voornoemd project was echter niet
sluitend, waarop u de wens uitte het project aan te vullen, bijvoorbeeld
met de coaches in de open centra.
Is voornoemd proefproject al geëvalueerd? Wat is desgevallend het
resultaat van de evaluatie?
Hoeveel families dienden zich te melden? Hoeveel hebben dat
daadwerkelijk gedaan?
Welke aanvullingen aan het project werden ondertussen
verwezenlijkt?
26.01 Michel Doomst (CD&V):
L'article 41 de la loi du 12 janvier
2007 s'applique aux étrangers
mineurs non accompagnés. En
mars 2008, a été lancé un projet
pilote relatif à l'obligation de
déclaration. Ce projet a-t-il déjà
été évalué? Combien de familles
étaient censées se soumettre à
l'obligation de déclaration et
combien s'y sont effectivement
soumises? Des ajouts ont-ils
apportés au projet?
26.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, ik wil
eerst en vooral benadrukken dat het proefproject inzake
meldingsplicht niet over niet-begeleide, minderjarige vreemdelingen,
maar wel over uitgeprocedeerde of illegale families met minderjarige
kinderen gaat. Het ene ­ de meldingsplicht ­ kan dus niet met het
andere ­ het stijgende aantal niet-begeleide, minderjarige
vreemdelingen ­ in verband worden gebracht.
Het initiatief van de meldingsplicht, dat in maart 2008 startte, heeft
tijdelijk stilgelegen. De reden daarvoor is dat de dienst
Vreemdelingenzaken de voorbije maanden de prioriteit gaf aan het
opstarten en in goede banen leiden van het andere, alternatieve
systeem van de familie-units. Dat zijn de projecten in Tubize en Zulte.
Door voornoemd systeem worden kinderen niet langer in gesloten
centra opgesloten. Zij worden nu in nieuwe woonunits ondergebracht.
Nu het project van de woonunits operationeel is, wat toch enige tijd en
26.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Le projet pilote en
matière d'obligation de déclaration
ne s'applique pas aux mineurs non
accompagnés, mais aux familles
avec enfants mineurs déboutées
ou en séjour illégal. Le devoir de
déclaration ne peut donc pas être
mis en parallèle avec le nombre
croissant
de
mineurs
non
accompagnés demandeurs d'asile.
L'initiative liée à l'obligation de
déclaration a été suspendue parce
que l'Office des étrangers a
préféré donner la priorité au projet
d'hébergement familial. Ce dernier
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
energie heeft gevraagd, zal het project van de meldingsplicht worden
hernomen. Beide projecten hebben immers een complementaire taak.
Wie namelijk aan de meldingsplicht verzaakt, komt in aanmerking
voor weerhouding en plaatsing in een woonunit.
In de loop van de komende weken en maanden worden beide, nieuwe
projecten nader op elkaar afgestemd. Na de voornoemde periode is
er een grondige evaluatie gepland.
U blijft het zeker met mij eens dat wij moeten blijven zoeken naar en
durven te investeren in humane en efficiënte middelen om mensen
die illegaal op ons grondgebied verblijven, tot een vertrek naar hun
herkomstland of naar een derde land te bewegen.
étant entré dans sa phase
opérationnelle, le projet lié à
l'obligation de déclaration peut être
relancé. Les deux projets se
complètent: quiconque renonce au
devoir de déclaration entre en
considération pour un placement
dans une unité de logement. Il
sera procédé à une évaluation
approfondie dans quelques mois.
Nous devons continuer à investir
dans des moyens humains et
efficaces pour encourager les
illégaux à quitter le pays.
26.03 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de minister, is het
experiment van de familie-units op dit ogenblik operationeel in de
mate dat u dat wenste? Is het op kruissnelheid?
26.03 Michel Doomst (CD&V):
L'expérience a-t-elle atteint sa
vitesse de croisière?
26.04 Minister Annemie Turtelboom: Wij hadden, op basis van de
plaatsen die ter zake gemiddeld in gesloten centra door gezinnen met
kinderen werden ingenomen, bepaald hoeveel wooneenheden nodig
zouden zijn. Wij zijn op acht woonunits uitgekomen.
Indien wij op een bepaald moment merken dat acht units te weinig is
­ ik verwijs in dat verband naar de vragen over de andere locatie, die
ik daarnet heb beantwoord ­, zullen wij het aantal units uitbreiden.
Wij hebben een tijd voorrang aan het project van de familie-units
gegeven, omdat het nieuw was. Wij moesten dus voor onze diensten
zorgen dat het goed werkte. Nu worden beide projecten echter
hernomen.
26.04 Annemie Turtelboom,
ministre: En effet, il y a pour le
moment huit unités de logement.
Si ce nombre s'avère insuffisant,
nous l'étendrons.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
27 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de uitspraken van de
minister over economische migratie" (nr. 11359)
- mevrouw Dalila Douifi aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de uitvoering van het
regeerakkoord" (nr. 11477)
- mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "het regularisatiebeleid"
(nr. 11488)
27 Questions jointes de
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les déclarations de la
ministre relatives à la migration économique" (n° 11359)
- Mme Dalila Douifi à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "l'exécution de l'accord de
gouvernement" (n° 11477)
- Mme Sarah Smeyers à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "la politique de
régularisation" (n° 11488)
De voorzitter: Vraag nr. 11477 van mevrouw Douifi wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
27.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik zal mijn twee vragen na elkaar stellen.
Mevrouw de minister, in een interview met De Tijd verklaarde u dat
economische migratie geen topprioriteit meer is. Ik meende nochtans
27.01 Sarah Smeyers (N-VA): La
ministre a indiqué dans "De Tijd"
que la migration économique ne
constitue plus une priorité absolue.
Or, ce point a été un sujet de
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
dat dit dossier een belangrijk twistpunt bleef bij de federale regering
en dat dit een van de redenen was waarom het hele migratiedossier
geblokkeerd bleef. Een compromis over het migratiebeleid zou een
oplossing moeten bevatten voor onder andere economische migratie
en ook voor de regularisaties.
Vooral Open Vld ­ uw partij ­ en uzelf, mevrouw de minister, hebben
altijd een strijdpunt gemaakt van economische migratie. U lijkt nu gas
terug te nemen. Dat is een belangrijke ontwikkeling, maar het
interview biedt onvoldoende duidelijkheid over wat de gevolgen
daarvan zijn. Vandaar mijn vragen.
Wordt op dit moment nog steeds gezocht naar een oplossing voor het
totaal geblokkeerde migratiedossier, onder andere wat het
regularisatiebeleid betreft? Zo ja, wat is de stand van zaken in die
besprekingen?
Klopt het dat er geen breekpunt meer gemaakt wordt van
economische migratie als onderdeel van een oplossing voor het hele
migratiedossier?
Beschouwt u dit als een toegeving aan de partijen die zich tegen de
economische migratie hebben gekant? Uw lichaamstaal geeft al deels
een antwoord, maar het is gewoon een vraag of de partijen die tegen
economische migratie gekant zijn, ook een toegeving zullen doen
inzake hun standpunt over de regularisaties. Met andere woorden,
komt een oplossing voor het geblokkeerde migratiedossier dichterbij?
Mijn volgende vraag gaat over de uitlatingen van de Vlaamse
universiteiten. Het dossier van regularisaties kreeg een zoveelste
wending nu ook de universiteiten de druk op de regering verhogen.
Het lijkt niet mogelijk een doorbraak te forceren inzake dit probleem.
De eerste minister heeft opnieuw bevestigd dat hij zelf het dossier in
handen zal nemen en een compromis zal zoeken binnen deze
regering. Hoe staat u ten opzichte van de actie van de Vlaamse
universiteiten?
Dat de eerste minister een oplossing moet zoeken voor uw dossiers
heeft hij al verklaard. Mijn vraag is welke rol u zelf daarin nog zult
spelen? Het lijkt mij niet waarschijnlijk dat de eerste minister een
oplossing vindt.
Blijft u erbij dat alleen een beperkte regularisatie van duurzaam
verankerde gezinnen mogelijk is? Wat is uw concrete bedoeling ter
zake?
Tot slot blijft er onduidelijkheid over de bewuste rondzendbrief. Kunt u
daar iets meer over zeggen? Komt die er of komt die er niet?
discorde majeur au sein du
gouvernement pendant plusieurs
mois, au point de bloquer
l'ensemble du dossier relatif à
l'immigration.
Une solution est-elle toujours
recherchée
aujourd'hui,
notamment en ce qui concerne la
politique de régularisation? Où en
sont les négociations? Est-il exact
que la ministre ne considère plus
la migration économique comme
un point de rupture et, dans
l'affirmative,
s'agit-il
d'une
concession à ses yeux? Les
autres partis feront-ils à leur tour
des concessions concernant leur
position
en
matière
de
régularisations? Une solution est-
elle en vue pour le dossier relatif à
l'immigration, dont le blocage
perdure depuis si longtemps?
Dans
le
dossier
des
régularisations, les universités ont
aussi augmenté la pression sur le
gouvernement. La ministre n'est
apparemment pas en mesure
d'imposer une percée et le premier
ministre a de nouveau annoncé
qu'il reprendra le dossier en main
pour parvenir à un compromis.
Comment la ministre réagit-elle à
l'action menée par les universités
flamandes? Que pense-t-elle du
fait que le premier ministre doive
rechercher une solution pour un
domaine
ressortissant
à
sa
compétence et quel rôle jouera-t-
elle dans ce contexte? La ministre
maintient-elle son point de vue,
selon lequel une régularisation
limitée est seulement possible
pour les ménages dont l'ancrage
est durable et qu'entend-elle par
là? Une circulaire sera-t-elle
élaborée, oui ou non?
27.02 Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter,
mevrouw Smeyers, ik heb de voorbije maanden en dagen
verscheidene contacten gehad met de universiteitsrectoren over de
sans-papiers. Naar aanleiding van hun persbericht hebben zij
tegenover mij benadrukt dat zij in eerste instantie een snelle
beslissing en een humane oplossing wensen, zonder zich uit te
spreken over de politieke invloeden van die beslissing.
Ik heb een gelijkaardige reactie gekregen van de vertegenwoordigers
27.02 Annemie Turtelboom,
ministre: Ces derniers mois, j'ai eu
différents
contacts
avec
les
recteurs
des
universités
concernant les personnes sans
papiers. Tout en soulignant qu'ils
ne prenaient aucune position
politique, ils ont plaidé pour une
solution rapide et humaine. Les
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
van de erkende erediensten en filosofische strekkingen na hun
persbericht. Ook zij willen geen politieke voorkeur laten blijken,
zeggen ze, maar dringen aan op een humane oplossing en een snelle
beslissing.
Ik moet zeggen dat ik een aantal keren overleg heb gehad met de
mensen van de Orde van de Advocaten de voorbije maanden. Ik
dacht ook begrepen te hebben op een bepaald ogenblik dat zij eerder
een brede regularisatie wilden. Ik heb echter ook van hen net een
brief ontvangen, van een van de afgevaardigden om correct te zijn,
waarin zij benadrukken absoluut geen politiek standpunt te willen
innemen.
In verband met de economische migratie wil ik herhalen dat mijn
ambitie op het vlak van economische migratie blijft wat ze is, om de
eenvoudige reden dat wij die nodig hebben, vandaag voor de
knelpuntberoepen, morgen voor de demografische ommekeer. Ik heb
alleen willen benadrukken dat de economische crisis voor een stuk de
urgentie van die plannen wegneemt. Op het moment dat het
Planbureau zegt dat er 57.000 werklozen bijkomen en KBC een
prognose geeft van 100.000 moet men ook de prioriteit der dingen
weten te stellen.
U stelde ook veel vragen over het verloop en de inhoud van de
onderhandelingen over het migratieakkoord. Die zijn bezig, maar er
zijn daar nog geen conclusies van. Tot dan lijkt het mij niet verstandig
hierop in detail in te gaan. Ik wil de onderhandelingen alle kansen
geven.
Wel wil ik één ding preciseren. Bij de onderhandelingen van het hele
pakket asiel en migratie zijn vier vakministers betrokken, vijf vice-
eerste ministers en de eerste minister. In tegenstelling tot de indruk
die men soms wilt creëren heb ik er absoluut geen probleem mee dat
de eerste minister tracht te bemiddelen in een dossier dat toch de
cohesie van de regering op proef stelt. Dat is zijn taak.
Ik heb er geen probleem mee dat eerste minister Van Rompuy dit
doet, net zoals ik er geen probleem mee had toen eerste minister
Leterme destijds bilaterale contacten had. Ik ervaar zelf voortdurend
hoe moeilijk het is voorstellen aanvaard te krijgen. Ik stel vast dat het
verhaal en ook de zetelende eerste minister aan zijn derde aanloop
toe zijn om het probleem op te lossen.
Met andere woorden, ik zal blij zijn dat er een oplossing komt in deze
moeilijke kwestie. Elke bijdrage daartoe, van wie ze ook komt, is
welkom. Daarvoor zal ik mij blijven inspannen.
représentants
des
tendances
philosophiques et autres cultes
reconnus m'ont fait part d'une
position
comparable.
J'ai
également consulté l'Ordre des
avocats,
pensant
que
ses
membres seraient favorables à
une régularisation large et rapide.
En définitive, un délégué m'a fait
savoir que l'Ordre entendait éviter
à tout prix de prendre position sur
une question politique.
Si
mes
ambitions
restent
inchangées quant à la migration
économique, étant donné la
nécessité de ces mesures pour
répondre au problème des métiers
en pénurie ainsi que pour opérer
un revirement démographique, la
mise en oeuvre de ces initiatives
est devenue moins urgente en
raison de la crise économique. Le
Bureau du Plan évoque en effet un
total
de
57.000
nouveaux
chômeurs, KBC citant même le
chiffre de 100.000 sans-emploi.
Nous adaptons dès lors nos
priorités en fonction de la situation.
Afin de créer un climat propice aux
discussions, je ne souhaite pas
préjuger des résultats de la
négociation en cours sur les
migrations, qui implique les quatre
ministres
compétents
en
la
matière ainsi que les cinq vice-
premiers ministres et le premier
ministre. Les tentatives du premier
ministre de jouer les médiateurs
dans un dossier qui soumet la
cohésion de son gouvernement à
rude épreuve ne me posent aucun
problème.
Après
les
efforts
entrepris en ce sens par l'ancien
premier ministre Leterme, il s'agit
d'ailleurs déjà de la troisième
tentative d'un premier ministre en
la matière. Je serais heureuse
qu'une solution soit trouvée et
toute personne susceptible d'y
contribuer est la bienvenue. Pour
ma part, je poursuivrai également
mes efforts en ce sens.
27.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, in verband met mijn eerste vraag, ik ben volledig akkoord
met uw visie dat in tijden van economische crisis de nood aan
27.03 Sarah Smeyers (N-VA): Je
continue à insister pour qu'une
solution soit trouvée rapidement,
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
economische migratie minder hoog is. Dat is een duidelijk antwoord,
een duidelijke verduidelijking van die uitlatingen daarover in De Tijd. Ik
dank u daarvoor.
In verband met het tweede volg ik u ook volledig, dat het niet nodig is
voorafnames te doen aan die onderhandelingen. U zult het echter
toch met mij eens zijn en begrijpen dat ik die vraag blijf stellen
aangezien reeds zolang op gewacht wordt om daar enige
verduidelijking, enige oplossing in te zien. Het blijft vaag. Ik blijf
gewoon aandringen op een snelle oplossing. Ik weet dat u daarvan
evenzeer voorstander bent. Ik weet ook dat wij daarin grotendeels
dezelfde standpunten hebben, of alleszins uw aanvankelijke
standpunten. U gaat mij daarover niets horen zeggen. Ik kan niets
anders doen dan het blijven opvolgen.
même si je partage la position de
la ministre lorsqu'elle affirme que
le
besoin
de
migration
économique est moins important
actuellement et qu'il convient de
ne pas anticiper le résultat des
négociations.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
28 Questions jointes de
- Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "l'expulsion d'une étudiante
sans papiers en stage aux Pays-Bas" (n° 11493)
- Mme Zoé Genot au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères sur "l'expulsion d'une
étudiante sans papiers en stage aux Pays-Bas" (n° 11494)
28 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Zoé Genot aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de uitwijzing van een studente
zonder papieren die stage liep in Nederland" (nr. 11493)
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over "de
uitwijzing van een studente zonder papieren die stage liep in Nederland" (nr. 11494)
28.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, une étudiante
de troisième baccalauréat en commerce extérieur dans la Haute
Ecole HELMo Sainte-Marie de Liège a été retenue dans un centre
fermé aux Pays-Bas. Cette étudiante est originaire du Kazakhstan.
Elle vit et étudie en Belgique. Elle s'est mariée en Belgique et est
enceinte de trois mois.
Sa demande de régularisation a été introduite voici plus de huit ans.
Or elle se trouvait récemment aux Pays-Bas pour y effectuer un stage
en immersion linguistique. Nous ne pouvons que nous féliciter que les
gens qui vivent chez nous veuillent maîtriser la deuxième langue
nationale. Malheureusement, les gens démunis de titre de séjour ne
peuvent voyager.
Lors d'un contrôle d'identité à la gare, elle a été arrêtée et placée en
détention aux Pays-Bas, qui la menaçaient de l'expulser vers le
Kazakhstan. Heureusement, l'affaire s'est bien terminée.
J'aurais donc voulu savoir quelles étaient les possibilités, pour
d'autres personnes dans la même situation et qui voudraient suivre
l'ensemble du cursus scolaire, y compris une éventuelle immersion
dans un pays étranger, de quitter le territoire et d'y revenir?
Que s'est-il passé pour que cette personne qui entretenait beaucoup
de liens avec la Belgique, puisque son père y vit, ait mis autant de
temps pour y revenir?
28.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Een uit Kazachstan afkomstige
studente die in België woont en
studeert, werd in Nederland
gearresteerd en vastgehouden in
een gesloten centrum terwijl ze
daar stage liep om de taal onder
de knie te krijgen. Gelukkig is de
zaak goed afgelopen.
Haar regularisatieaanvraag werd
meer dan acht jaar geleden
ingediend.
Onder welke voorwaarden kunnen
personen die in dezelfde situatie
verkeren en alle cursussen willen
volgen, het grondgebied verlaten
en ernaar terugkeren?
Waarom
duurde
het zolang
voordat de betrokkene, die toch
nauwe banden met België heeft,
naar ons land kon terugkeren?
28.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, chère
collègue, ma réponse sera très courte. Toutes vos questions sont
28.02
Minister Annemie
Turtelboom: Toen ik mijn ambt
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
relatives à un cas individuel et particulier. Dès mon entrée en fonction,
j'ai choisi de suivre la même ligne de conduite que mes
prédécesseurs en refusant de communiquer sur des dossiers
individuels. Je n'ai donc pas l'intention de m'écarter de cette ligne.
aanvaardde,
heb
ik
ervoor
gekozen om dezelfde lijn te volgen
als mijn voorgangers en niets mee
te delen over individuele dossiers.
28.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Ma question est pourtant très
claire: quelles sont les possibilités de quitter le territoire et d'y revenir
pour des personnes dont le dossier de régularisation est à l'examen?
Je ne vois absolument pas en quoi cela concerne un cas particulier!
Je suis partie d'un cas particulier pour aboutir à un problème d'ordre
général. Et vous n'y répondez pas. Cela me pose un problème, car
c'est absolument contraire au Règlement et aux pratiques de vos
prédécesseurs!
28.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik heb een specifiek geval als
uitgangspunt genomen om een
algemeen probleem aan de orde
te stellen. U weigert een nochtans
duidelijke vraag te beantwoorden:
welke
mogelijkheden
hebben
personen wier regularisatiedossier
onderzocht wordt, om het land te
verlaten en ernaar terug te keren?
Dat druist volledig in tegen het
Reglement en staat haaks op de
handelwijze van uw voorgangers!
28.04 Minister Annemie Turtelboom: Op die vraag kan ik het
volgende antwoorden.
Daar zijn geen mogelijkheden voor. Iemand met een regularisatie in
behandeling mag het land niet verlaten. Ik ga opnieuw niet in op het
individuele geval. Ik heb hier wat informatie daarover, maar ik moet
opletten dat ik u daarover geen informatie geef, vandaar dat ik even
kijk. Er zijn geen mogelijkheden. Iemand met een regularisatie in
behandeling mag het land niet verlaten.
28.04 Annemie Turtelboom,
ministre: Une personne dont la
procédure de régularisation est en
cours ne peut quitter le pays. Je
ne
souhaite
pas
faire
de
déclaration à propos du cas
individuel évoqué.
28.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Je pense qu'il serait intéressant
que cette possibilité puisse être ouverte, pour un court laps de temps,
pour les gens qui veulent maîtriser une deuxième, une troisième ou
une quatrième langue, afin qu'ils puissent suivre l'ensemble de leur
cursus comme les autres étudiants.
28.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Asielzoekers die meerdere talen
willen leren, zouden net zoals de
andere studenten een taalbad
moeten kunnen nemen en tegelijk
hun gewone cursussen moeten
kunnen blijven volgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 11551 de M. Arens est transformée en
question écrite à sa demande.
De voorzitter: Vraag nr. 11551
van de heer Arens wordt op zijn
verzoek
omgezet
in
een
schriftelijke vraag.
29 Questions jointes de
- M. Georges Gilkinet à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les critères de
prolongation de droit de séjour liés au travail" (n° 11576)
- Mme Zoé Genot à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "les critères de prolongation
du droit de séjour liés au travail" (n° 11740)
29 Samengevoegde vragen van
- de heer Georges Gilkinet aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de werkgerelateerde
criteria voor de verlenging van het verblijfsrecht" (nr. 11576)
- mevrouw Zoé Genot aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de werkgerelateerde criteria
voor de verlenging van het verblijfsrecht" (nr. 11740)
M. Gilkinet étant en mission, sa question est transformée en question écrite.
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
29.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, madame la
ministre, il s'agit ici aussi d'un cas particulier qui illustre de
nombreuses situations.
M. Hila Mondi est d'origine albanaise. Il vit en Belgique, à Namur,
depuis 1999, donc depuis plus de dix ans, où il est parfaitement
intégré, que ce soit sur le plan du logement, de la vie en couple ou sur
le plan professionnel. Il a fait ses études en Belgique, décrochant
entre autres un premier prix de violon au Conservatoire royal de
Mons.
Il a reçu au mois de janvier un permis de travail d'un an, ce qui ne lui
a pas permis de postuler en début d'année afin de pouvoir enseigner
dans les conservatoires. Il n'a pu obtenir que de petits boulots.
L'Office des étrangers lui a communiqué un ordre de quitter le
territoire d'ici le 13 mars prochain.
M. Mondi est pourtant très actif, il est notamment bénévole au
Conservatoire de Namur. Il a travaillé et a effectué de nombreux
remplacements dans divers conservatoires et écoles de musique. Il
dispose d'un large soutien, notamment celui du Collège des
bourgmestre et échevins de Namur.
À partir de ce cas particulier, je voudrais examiner avec vous les
possibilités qui existent pour les gens qui ont un parcours
professionnel atypique. On sait que les artistes ont rarement un
contrat de travail à temps plein.
Quelles sont les conditions exactes pour obtenir une prolongation du
droit de séjour lié au travail?
Quel est le temps de travail minimum requis? Un certain nombre de
mois par an est-il nécessaire?
La spécificité de la qualification des travailleurs concernés et la
disponibilité de l'emploi dans le secteur sont-il pris en compte? Ne
faudrait-il pas prendre des dispositions particulières par rapport aux
artistes? On sait que quelle que soit leur nationalité, leur insertion
professionnelle est particulièrement difficile.
Ne devrait-on pas prendre en compte, dans ce processus d'octroi de
l'autorisation de séjour, d'autres activités comme la participation à la
vie associative ou artistique, la qualité de l'intégration, le nombre
d'années de présence dans notre pays?
Au regard de ces critères, quelle est votre proposition quant à la
possibilité de prolongation du droit de séjour d'un artiste, en recherche
active d'activité professionnelle, mais limité dans la réussite de celle-
ci par la spécificité de sa qualification et par l'obtention tardive d'un
permis de travail?
29.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
De heer Hila Mondi is van
Albanese afkomst en woont sinds
1999 in België. Hij heeft in België
gestudeerd en behaalde onder
andere een eerste prijs viool aan
het Koninklijk Conservatorium van
Bergen.
Hij
kreeg
in
januari
een
arbeidsvergunning voor een jaar,
waardoor hij niet op tijd kon
solliciteren bij de conservatoria. De
Dienst Vreemdelingenzaken heeft
hem nu het bevel gegeven tegen
13
maart
aanstaande
het
grondgebied te verlaten.
De heer Mondi werkt als vrijwilliger
bij
het
Conservatorium
van
Namen. Hij heeft veelvuldig
docenten vervangen in diverse
muziekscholen en het college van
burgemeester en schepenen van
Namen staat achter hem.
Artiesten hebben maar zelden een
voltijdse
arbeidsovereenkomst.
Welke mogelijkheden staan er
voor hen open? Aan welke
voorwaarden moet er precies
voldaan
worden
voor
de
verlenging
van
een
werkgerelateerde
verblijfs-
vergunning? Wat is de vereiste
minimale arbeidsduur?
Wordt er rekening gehouden met
de specifieke kwalificatie van de
betrokken werknemers, en met de
beschikbare banen in de sector?
Zouden
er
geen
bijzondere
maatregelen
moeten
worden
getroffen voor de kunstenaars?
Zou er in die procedure voor de
toekenning
van
een
verblijfsvergunning
niet
met
andere factoren rekening moeten
worden gehouden?
Hoe zou de verblijfsvergunning
van een kunstenaar die zich in een
vergelijkbare
situatie
bevindt,
volgens
u
verlengd
kunnen
worden?
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
Le président: Madame Genot, j'ai un souci avec votre question mais
je n'ai pas de réponse dans le Règlement. Je le soumets à votre
réflexion.
Je trouve que toute question mérite d'être posée. Ce qui me pose
problème, est que vous abordez de façon nominative des cas
particuliers. Que vous partiez d'un cas particulier ne me pose aucun
problème. Je suis président de CPAS et très attaché à la protection
de la vie privée. À partir du moment où les documents sont publics,
n'importe qui peut prendre connaissance d'éléments de la vie privée
de personnes individuelles. Je pense qu'il y aurait lieu de ne pas citer
de noms mais il n'y a pas de Règlement en la matière, c'est moi que
cela choque!
De voorzitter: Ik heb een
probleem met uw vraag, maar ik
vind geen antwoord in het
Reglement. Ik leg mijn probleem
aan u voor. Ik heb er namelijk
moeite mee dat u individuele
gevallen
aankaart
en
de
betrokkene
daarbij
nominatim
vermeldt.
29.02 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Cette personne a été contactée et
son cas a été largement médiatisé.
29.02 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik heb met die persoon contact
gehad en zijn geval heeft heel wat
media-aandacht gekregen.
Le président: Elle vous a signé un document qui disait que vous pouviez citer son nom?
29.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, elle m'a
demandé au téléphone d'intervenir régulièrement à ce sujet.
29.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik had telefonisch contact met die
persoon, die me gevraagd heeft
deze aangelegenheid regelmatig
te berde te brengen.
Le président: J'attire votre attention sur ce sujet car il est intéressant pour vous de le savoir.
29.04 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, c'est publié
dans tous les journaux; donc c'est public!
Le président: Ce n'est pas parce que c'est publié dans les journaux
que c'est vrai. Les journalistes font ce qu'ils veulent, ils prennent leurs
responsabilités. Je ne conteste pas le fond de votre question. Le
parlementaire, dans le cadre de son travail ­ et je soumets ceci à
votre réflexion ­ doit-il citer une personne dans un document
parlementaire qui retrace nos discussions. Il dira de quoi se mêle-t-
on? S'il ne vous a pas signé de papier disant explicitement qu'il vous
autorise à citer son nom publiquement, il peut vous attaquer en justice
et gagner.
De voorzitter: Ik zou willen dat de
commissie zich over de volgende
vraag beraadt: is het aangewezen
dat een parlementslid, in het kader
van
zijn
parlementaire
werkzaamheden, een persoon
noemt, zodat diens naam vermeld
wordt in het verslag van onze
besprekingen? Indien die persoon
geen document heeft ondertekend
waarin
hij
u
expliciet
de
toestemming geeft om zijn naam
publiekelijk te vermelden, kan hij u
voor de rechter dagen, en hij zal
het pleit winnen.
29.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je crois que
vous connaissez mal ce que dit la Commission de la protection de la
vie privée. À partir du moment où c'est publié dans un journal, cela
devient un événement public.
29.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Als het in de krant staat, is het al
publiek.
Le président: Je ne trouve pas que c'est une bonne idée de le faire,
mais vous faites ce que vous voulez. Je veux quand même soumettre
aux services cette réflexion. Chacun parle de situations qu'il voit ou
qu'il entend. Tout le monde ne cite pas automatiquement le nom,
De voorzitter: Ik vind het alvast
geen goed idee, maar u doet wat u
niet laten kan. Ik wil deze
overweging toch voorleggen aan
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
l'âge, l'adresse et la couleur des yeux de la personne dont on parle.
C'est à titre amical et pas réglementaire que je vous le dis. Mais cela
me choque. Je ne critique pas ce vous faites. Cela me paraît bizarre.
C'est seulement mon avis.
Veuillez excuser, madame la ministre, mon intervention.
de diensten.
29.06 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, c'est la
raison pour laquelle je ne divulgue pas d'information sur des cas
individuels.
Chère collègue, je ne me prononcerai pas sur ce cas individuel,
conformément à ma ligne de conduite depuis mon entrée en fonction,
mais je puis toutefois énoncer les principes généraux en matière de
prolongation d'un titre de séjour lié au travail.
La prolongation d'une autorisation de séjour pour les étrangers qui
sont venus en Belgique pour y travailler sous le couvert d'un permis
de travail B dépend de la prolongation de son permis de travail. C'est
le permis qui dicte la prolongation ou non du titre de séjour. Le permis
de travail B délivré aux nouveaux immigrants peut devenir illimité
après quelques années. Cette question est réglée par l'arrêté royal du
9 juin 1999 portant exécution de la loi relative à l'occupation des
travailleurs étrangers.
Si le renouvellement d'une autorisation de séjour délivrée dans le
cadre de l'article 9 bis a été conditionné à l'exercice d'une activité
lucrative, il sera effectivement vérifié si cette condition a été remplie
par la personne lors de la prolongation de son séjour.
Chaque situation est différente. Il va de soi qu'aucune durée de travail
minimum n'est fixée de manière absolue.
Tous les éléments du dossier sont examinés, notamment l'âge de la
personne, sa situation familiale, d'éventuelles raisons médicales qui
l'empêcheraient de travailler, la durée de séjour, la situation dans le
pays d'origine. Il est évident que certaines personnes éprouvent plus
que d'autres des difficultés pour trouver du travail tant en raison de
leur âge que de leur état de santé que de leur absence de
qualification. Mais la personne devra fournir la preuve de ses efforts
pour trouver du travail.
En ce qui concerne les artistes, il est exact que quelle que soit leur
origine, il leur est sans doute difficile de trouver un travail dans le
domaine artistique. Ceci n'empêche nullement la personne de trouver
du travail dans d'autres secteurs, afin de ne pas dépendre des
pouvoirs publics belges. Il n'existe aucune raison de prendre des
dispositions particulières par rapport aux artistes, ce qui serait
discriminatoire vis-à-vis d'autres personnes, dont l'insertion
professionnelle est également difficile.
Il n'est pas déraisonnable de demander aux personnes qui ont
bénéficié d'une autorisation de séjour à titre humanitaire de
démontrer, à l'instar d'autres personnes qui souhaitent venir ou
émigrer en Belgique, leur indépendance par rapport aux pouvoirs
publics et leur possibilité d'intégration sur le marché de l'emploi.
Les personnes qui obtiennent une autorisation de séjour temporaire
29.06
Minister Annemie
Turtelboom: Ik zal me niet
uitspreken over dit individuele
geval, maar ik kan wel de
principes inzake de verlenging van
de
werkgebonden
verblijfsvergunning uiteenzetten.
De
verlenging
van
een
verblijfsvergunning
voor
een
vreemdeling
in
België
met
arbeidskaart B hangt af van de
verlenging
van
zijn
werkvergunning. De arbeidskaart
B die aan nieuwe immigranten
wordt afgeleverd, kan na enkele
jaren onbeperkt geldig worden.
Ingeval voor de verlenging van
een
verblijfsvergunning
als
voorwaarde
geldt
dat
de
betrokkene een winstgevende
activiteit moet uitoefenen, wordt er
nagegaan of die voorwaarde
vervuld is bij de verlenging van de
verblijfsvergunning. Het spreekt
vanzelf dat er niet op een
categorische manier een minimale
arbeidsduur wordt vastgelegd.
Alle gegevens uit het dossier
worden onderzocht: er wordt meer
bepaald gekeken naar de leeftijd,
de gezinssituatie, de eventuele
medische
redenen
die
een
beletsel zouden kunnen vormen
om te werken, de duur van het
verblijf, de situatie in het land van
oorsprong. Het klopt dat sommige
personen minder gemakkelijk werk
kunnen vinden dan andere, maar
hoe dan ook zal de betrokkene
moeten aantonen dat hij de nodige
inspanningen heeft gedaan om
werk te vinden.
Voor
kunstenaars
ligt
het
ongetwijfeld niet voor de hand om
werk te vinden in hun domein. Dat
betekent echter niet dat ze geen
werk zouden kunnen vinden in een
andere sector, zodat ze niet van
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
peuvent obtenir un permis de travail C et disposent donc des
autorisations requises pour le travail.
overheidssteun afhankelijk zijn. Er
is geen reden om bijzondere
maatregelen
te
nemen
ten
voordele van de kunstenaars, want
zulks zou onrechtvaardig zijn ten
aanzien
van
de
andere
categorieën.
Het is niet onredelijk om personen
aan wie op grond van humanitaire
redenen een verblijfsvergunning
verleend werd, te vragen aan te
tonen dat ze voor zichzelf kunnen
zorgen en zich op de arbeidsmarkt
kunnen integreren. Die eis wordt
trouwens ook aan de andere
categorieën gesteld. Personen aan
wie
een
tijdelijke
verblijfsvergunning
wordt
toegekend,
kunnen
een
arbeidsvergunning C aanvragen.
29.07 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Je trouverais dommage de
demander à des artistes de haut niveau de changer de voie. Je
prends note de vos propos, à savoir que, lors de l'examen de la
demande, on vérifie les preuves des efforts de recherche ainsi que le
fait d'avoir occupé des emplois ponctuels. J'espère que l'examen de
ce dossier se fera de manière globale et qu'on ne passera pas à côté
de cette personne de haut niveau.
29.07 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik noteer dat er bij de behandeling
van de aanvraag rekening wordt
gehouden met de inspanningen
om werk te zoeken en met de
tijdelijke betrekkingen die men
eventueel
heeft
uitgeoefend.
Hopelijk mogen we nog lang
genieten van het werk van deze
begaafde kunstenaar, die in ons
land werd opgeleid.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Mme Almaci a retiré sa question n° 11593; Mme
Pécriaux reporte sa question n° 11628.
De voorzitter: Mevrouw Almaci
trekt haar vraag nr. 11593 in en
vraag nr. 11628 van mevrouw
Pécriaux wordt uitgesteld.
30 Question de M. Fouad Lahssaini à la ministre de la Politique de migration et d'asile sur "le suivi
donné à une plainte d'un membre du personnel du centre 127bis" (n° 11671)
30 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de minister van Migratie- en asielbeleid over "de voortgang
van de behandeling van een klacht van een personeelslid van het centrum 127bis" (nr. 11671)
30.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président,
madame la ministre, on me rapporte que, le 23 mai 2008, un gardien
du Centre 127bis s'en serait pris violemment, sans aucune raison
apparente, à un résident du centre. Suite à cet incident, un autre
gardien aurait relaté les événements auprès de la direction, le 19 juin
de la même année.
Comme ce dernier ne remarquait aucun suivi, le 30 juin 2008, il aurait
introduit une plainte écrite auprès de cette même direction. Celle-ci
l'aurait informé que sa plainte était transférée auprès du
Commissariat général "Service des étrangers". En janvier 2009, la
30.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Op 23 mei 2008 zou een
bewaker van het centrum 127bis
geweld gebruikt hebben ten
aanzien van een bewoner van het
centrum. Een andere bewaker zou
die gebeurtenissen op 19 juni
2008 aan de directie hebben
gemeld.
Omdat laatstgenoemde bewaker
CRIV 52
COM 491
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
direction du Centre 127bis aurait informé le gardien que sa plainte
aurait été jugée irrecevable en raison du caractère peu important des
faits. Suite à cette décision, le gardien plaignant se sentirait menacé
par le gardien agresseur.
Madame la ministre, avez-vous eu connaissance de cette plainte?
Sur la base de quel élément a-t-on estimé que cette plainte était ou
non recevable?
Combien de faits similaires ont-ils été relevés durant ces deux
dernières années?
Enfin, quelles sont les dispositions habituellement mises en place afin
de garantir au personnel des conditions de travail exemptes de toutes
pressions et/ou intimidations de la part de leurs collègues?
vaststelde dat een en ander
zonder gevolg bleef, zou hij een
klacht bij de directie hebben
ingediend. In januari 2009 zou de
directie de betrokkene hebben
meegedeeld
dat
zijn
klacht
onontvankelijk zou zijn verklaard.
Na die beslissing zou de bewaker
die een klacht indiende zich
bedreigd hebben gevoeld door de
bewaker die zich aan geweld te
buiten was gegaan.
Werd u in kennis gesteld van die
klacht? Op grond waarvan heeft
men gemeend dat die klacht
onontvankelijk
was?
Hoeveel
soortgelijke feiten werden er de
jongste twee jaar opgetekend?
Welke maatregelen worden er
genomen om ervoor te zorgen dat
het personeel kan werken in
omstandigheden waarbij er geen
enkele druk door collega's wordt
uitgeoefend?
30.02 Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président,
monsieur Lahssaini, en ce qui concerne l'incident auquel vous faites
allusion, mes services m'informent qu'aucune plainte officielle n'a été
déposée auprès des organes prévus à cet effet. Le témoin a bien fait
un rapport auprès du directeur du centre, trois semaines après lesdits
faits.
Entre-temps, le résident ne séjournait plus dans le centre. Il n'a donc
pas pu être entendu. Le directeur du centre a mené une enquête
interne et a, ensuite, transmis le dossier aux services centraux pour
une éventuelle procédure disciplinaire. Le directeur général a estimé
que les faits n'étaient pas suffisamment établis pour justifier une
procédure disciplinaire. En effet, seul un témoin a déclaré que l'acte
était délibéré, alors qu'un autre témoin l'a infirmé.
En 2007 et 2008, pour l'ensemble des centres fermés du pays, huit et
cinq plaintes ont respectivement été déposées à la Commission des
plaintes pour les centres fermés pour traitement agressif des
résidents des centres.
Il existe une procédure au sein du SPF Intérieur pour les membres du
personnel qui souhaitent déposer une plainte contre le harcèlement
moral ou sexuel au travail auprès d'une instance indépendante. Les
résidents des centres fermés peuvent s'adresser à une commission
des plaintes indépendante pour des infractions à la réglementation
des centres fermés.
Les membres du personnel peuvent toujours s'adresser à la
hiérarchie, au conseiller général, au directeur général ou à la
présidente du comité de direction.
30.02
Minister Annemie
Turtelboom: Wat het incident
betreft waarnaar u verwijst, delen
mijn diensten mij mee dat er geen
enkele
officiële
klacht
werd
ingediend. De directeur van het
centrum
heeft
een
intern
onderzoek verricht en het dossier
aan
de
centrale
diensten
overgezonden.
De
directeur-
generaal oordeelde dat de feiten
onvoldoende bewezen waren om
een
tuchtprocedure
te
rechtvaardigen. In 2007 en 2008
werden er voor alle centra samen
respectievelijk acht en vijf klachten
ingediend.
Bij
de
FOD
Binnenlandse Zaken bestaat er
een
procedure
voor
de
personeelsleden die een klacht
willen
indienen
bij
een
onafhankelijke instantie wegens
pesterijen of ongewenst seksueel
gedrag op het werk. De bewoners
van de gesloten centra kunnen
zich
wenden
tot
een
onafhankelijke klachtencommissie
voor inbreuken op de regelgeving
van de gesloten centra.
De personeelsleden kunnen zich
altijd wenden tot de hiërarchische
11/03/2009
CRIV 52
COM 491
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
overheid, namelijk tot de adviseur-
generaal, de directeur-generaal of
de
voorzitter
van
het
directiecomité.
30.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, vous
avez dit que le Commissariat général n'aurait reçu aucune plainte.
Cela signifierait qu'il existe une différence entre les informations en
possession du plaignant et ce que la direction du centre lui a dit. La
personne se fie à la direction du centre, lui fait confiance lorsque
celle-ci l'informe que sa plainte a été transmise; si cela n'a pas été
fait, cela me semble grave!
L'addition de plusieurs plaintes prouve qu'il est important d'accorder
une attention particulière envers la formation des personnes
travaillant dans ce centre. J'ai eu l'occasion de m'y rendre à plusieurs
reprises. J'y ai parfois été accueilli de manière très polie, sympathique
et conviviale. J'ai obtenu tout ce que je voulais comme information.
Mais à d'autres moments, j'ai été accueilli de manière beaucoup plus
austère et brutale. Au sein du personnel, certains sont peu habiles au
niveau de l'accueil des personnes qui s'adressent au centre.
Je retiens le fait que la direction n'a pas transmis la plainte; je
poursuivrai donc les investigations pour en connaître les raisons.
30.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!):
U
zei
dat
het
Commissariaat-generaal
geen
enkele
officiële
klacht
heeft
ontvangen. Dat betekent dat men
iemand heeft meegedeeld dat zijn
klacht werd overgezonden terwijl
dat niet het geval was, en dat vind
ik erg. Het is belangrijk dat er
bijzondere
aandacht
wordt
besteed aan de opleiding van de
personen die in dat centrum
werken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.42 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.42 uur.