KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 490
CRIV 52 COM 490
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
11-03-2009
11-03-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Justitie over "het Early Warning System"
(nr. 11546)
1
Question de M. Michel Doomst au ministre de la
Justice sur "le Early Warning System" (n° 11546)
1
Sprekers: Michel Doomst, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Michel Doomst, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
4
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie
over
"de
motivering
van
assisenuitspraken" (nr. 11307)
4
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la motivation des jugements rendus en cour
d'assises" (n° 11307)
4
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "de hervorming van de
assisenprocedure" (nr. 11734)
4
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "la réforme de la procédure d'assises"
(n° 11734)
4
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de korpschefs"
(nr. 11532)
6
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "les chefs de corps"
(n° 11532)
6
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de wet betreffende
de continuïteit van de ondernemingen" (nr. 11533)
10
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "la loi relative à la
continuité des entreprises" (n° 11533)
10
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de achterstand in de
uitvoering van werkstraffen" (nr. 11682)
12
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "l'arriéré dans
l'exécution des peines de travail" (n° 11682)
12
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de overbevolking in
de gevangenissen" (nr. 11748)
13
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "la surpopulation
carcérale" (n° 11748)
13
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Justitie over "de uitspraken van het hoofd van de
federale gerechtelijke politie" (nr. 11659)
15
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur
"les déclarations du chef de la police judiciaire
fédérale" (n° 11659)
15
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de uitspraken van het hoofd van de
federale gerechtelijke politie" (nr. 11665)
15
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"les déclarations du chef de la police judiciaire
fédérale" (n° 11665)
15
- de heer Ben Weyts aan de minister van Justitie
over "de uitspraken van het hoofd van de federale
gerechtelijke politie" (nr. 11667)
15
- M. Ben Weyts au ministre de la Justice sur "les
déclarations du chef de la police judiciaire
fédérale" (n° 11667)
15
Sprekers: Michel Doomst, Bart Laeremans,
Ben Weyts, Stefaan De Clerck, minister van
Justitie
Orateurs: Michel Doomst, Bart Laeremans,
Ben Weyts, Stefaan De Clerck, ministre de la
Justice
Samengevoegde vragen van
21
Questions jointes de
21
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Justitie over "Proefzorg" (nr. 11501)
21
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur
"Proefzorg (Soins probatoires)" (n° 11501)
21
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van
Justitie over "de proefprojecten voor 'proefzorg'
ten behoeve van drugsverslaafden in Gent en
21
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice
sur "les projets pilotes 'soins probatoires' pour les
toxicomanes menés à Gand et à Liège"
21
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Luik" (nr. 11634)
(n° 11634)
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "de voorlopige
hechtenis" (nr. 11504)
24
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "la détention préventive" (n° 11504)
24
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "het
inzetten van informanten" (nr. 11505)
28
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de
l'Intérieur sur "le recours aux informateurs"
(n° 11505)
28
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de
minister van Justitie over "de jeugdcriminaliteit"
(nr. 11553)
30
Question de M. Luk Van Biesen au ministre de la
Justice sur "la criminalité juvénile" (n° 11553)
30
Sprekers: Luk Van Biesen, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Luk Van Biesen, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de
minister van Justitie over "de combinatie van de
aanslagvergoeding en de financiële hulp uit het
Slachtofferfonds" (nr. 11648)
34
Question de Mme Sofie Staelraeve au ministre de
la Justice sur "la combinaison de l'indemnité
attentat et de l'aide financière du Fonds d'aide aux
victimes" (n° 11648)
34
Sprekers: Sofie Staelraeve, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Sofie Staelraeve, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de
minister van Justitie over "de wijze waarop de
lijsten worden samengesteld in verband met
assisenprocessen" (nr. 11737)
35
Question de M. Bart Laeremans au ministre de la
Justice sur "la composition des listes de jurés
dans les procès d'assises" (n° 11737)
35
Sprekers: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck, minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck, ministre de la Justice
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
11
MAART
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
11
MARS
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 14.20 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
01 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "het Early Warning System"
(nr. 11546)
01 Question de M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "le Early Warning System" (n° 11546)
01.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, het feit dat ik
zo snel aan bod kom, verhoogt de lentestemming in de commissie.
Mijnheer de minister, het early warning system bestaat al een vijftal
jaar, zij het dat het blijkbaar op informele basis wordt toegepast en
enkel voor relatief onschuldige acties. Samen met uw collega van
Binnenlandse Zaken en het VBO hebt u een protocol ondertekend om
in de toekomst informatie heel snel, heel eenvoudig en heel efficiënt
te kunnen uitwisselen.
Kunt u wat meer informatie geven over het protocolakkoord, dat nu in
de actualiteit is? Hoe zal het concreet werken? Welke actoren zullen
bij dat systeem worden betrokken?
01.01 Michel Doomst (CD&V):
Le Early Warning System (EWS)
existe depuis cinq ans déjà. Il est
provisoirement utilisé sur une base
informelle et uniquement pour des
actions relativement innocentes.
Le
ministre
a
signé,
en
collaboration avec son collègue de
l'Intérieur et la FEB, un protocole
d'accord visant à pouvoir échanger
dorénavant
des
informations
rapidement,
simplement
et
efficacement.
Le ministre peut-il fournir des
informations
supplémentaires
concernant le protocole d'accord?
Qui est concerné par le système?
01.02 Minister Stefaan De Clerck: Collega, het early warning system
is opgestart. Het is in essentie een bedrijfsinformatienetwerk tegen
terreurdreigingen.
Vanaf
6 maart
jongstleden
treedt
het
bedrijfsinformatienetwerk tegen terroristische dreigingen formeel in
actie in ons land. Bedrijven en overheidsdiensten zullen via een vaste
procedure informatie uitwisselen om de economische sector en hun
personeelsleden zo goed mogelijk te beschermen tegen een
mogelijke terroristische aanslag.
De federale overheidsdiensten Justitie en Binnenlandse Zaken
hebben het informatienetwerk opgezet samen met het VBO, het
Verbond van Belgische Ondernemingen. Het protocol daarover werd
vorige vrijdag, op 6 maart, ondertekend door collega Guido De Padt
van Binnenlandse Zaken, de gedelegeerd bestuurder van het VBO,
Rudi Thomaes, en mij als minister van Justitie.
Het informatienetwerk is een deeltje van het veel uitgebreider
arsenaal, dat de overheid al veel eerder in werking heeft gesteld in de
strijd tegen het terrorisme, van gerechtelijke onderzoeken tot het
01.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Le EWS est en fait un
réseau
d'information
des
entreprises contre les menaces
terroristes. Depuis le 6 mars 2009,
les entreprises et les services
publics
échangent
des
informations en suivant une
procédure fixe, afin de protéger
dans toute la mesure du possible
le secteur économique et son
personnel
contre
d'éventuels
attentats terroristes. Les SPF
Justice et Intérieur ont mis en
place ce réseau en collaboration
avec la FEB.
Le réseau d'information constitue
une petite partie de l'arsenal
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
coördinatieorgaan voor de analyse van de dreiging, het OCAD. Het
OCAD is eigenlijk de centrale speler. Het is belangrijk dat er een
centrale speler is, waar alle informatie binnenkomt. Nu is in wezen het
netwerk van de bedrijven daaraan gekoppeld.
De rode draad doorheen dit geheel is de creatie van een
informatievierkant waar de logica wordt gerespecteerd dat de lokale
bedrijven of lokale vestigingen de lokale politie beschouwen als het
centrale aanspreekpunt van de nationale vertegenwoordigers van de
bedrijven via het centraal invalspunt, georganiseerd via Belgacom, en
contacten onderhoudt met de diensten die zijn belast met de strijd
tegen het terrorisme zoals het Algemene Directie Crisiscentrum, het
ADCC, het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, het OCAD,
de federale politie, de diensten die terrorisme bestrijden en uiteraard
ook de Veiligheid van de Staat.
Dergelijk
informatievierkant
is
mede
gebaseerd
op
een
gestructureerde infoflux binnen de respectieve sectoren waar de
informatie doorstroomt van de lokale entiteiten naar de federale
partners, en vice versa. De huidige informatiekanalen tussen de
bestuurlijke overheden en de politiediensten blijven hierbij
onaangetast alsook de mogelijkheid voor de overheden om de
communicatie te beperken tot een aantal sectoren en bedrijven.
De bedoeling is dat een bedrijf, dat enkele dagen na elkaar dezelfde
wagen aan zijn toegangspoort ziet halt houden, de overheid daarover
inlicht zodat de zaak kan worden onderzocht. Blijkt dit incident
verdacht, of heeft een ander bedrijf bijvoorbeeld dezelfde feiten met
dezelfde wagen vastgesteld, dan kan via het netwerk een hele sector
worden gewaarschuwd. Omgekeerd zal de overheid, als een
algemene dreiging tegen een bepaalde bedrijfssector wordt
uitgesproken, die sector waarschuwen dat er een signaal is dat die
sector het slachtoffer zou kunnen worden van dit of dat.
De uitwisseling van informatie over verdachte elementen gebeurt in
een vroeg stadium, early warning, zodat de ware aard van de dreiging
snel kan worden onderzocht. Door het samenbrengen van informatie
kunnen verdachte handelingen of dreigingen ook in een juiste context
worden geplaatst. Wellicht zal blijken dat het overgrote deel van deze
verdachte handelingen niets te maken heeft met een extreme
dreiging. Ook dat is belangrijk; op die manier kan er een rustgevende
boodschap komen van mensen die gespecialiseerd zijn in de materie.
Zij kunnen een goede analyse maken en besluiten dat er geen
concreet risico is.
Het protocolakkoord doet geen afbreuk aan de meldingsplicht van de
politiediensten aan de gerechtelijke autoriteiten. Indien de feiten het
voorwerp uitmaken van een strafonderzoek gebeurt de communicatie
van dreigingen en aanbevelingen aan de private sector, tenzij
andersluidende beslissing van de magistraat wanneer deze
mededeling de uitoefening van de strafvordering of de veiligheid van
een persoon in gevaar kan brengen.
Op uw vraag welke actoren betrokken zijn bij dit systeem, kan ik u het
volgende antwoorden: de informatiestroom verloopt via de vaste
partners van de publieke en de private sector. Langs de kant van de
Belgische bedrijven speelt het VBO een cruciale rol, langs de
overheidszijde is het enerzijds de FOD Binnenlandse Zaken via de
beaucoup plus large, que les
pouvoirs publics ont déjà mis en
place beaucoup plus tôt dans le
cadre de la lutte contre le
terrorisme, qui va des enquêtes
judiciaires
à
l'Organe
de
coordination pour l'analyse de la
menace (OCAM). Ce dernier est
l'acteur central qui récolte toutes
les
informations.
À
l'heure
actuelle, le réseau des entreprises
y est connecté.
La création de ce que l'on appelle
un carré de l'information revêt une
importance
cruciale.
Les
entreprises ou établissements
locaux considèrent la police locale
comme leur interlocuteur et les
représentants
nationaux
des
entreprises restent, par le biais du
point de contact central, en rapport
avec les services chargés de la
lutte contre le terrorisme comme la
Direction Générale Centre de
Crise (DGCC), l'OCAM, la police
fédérale et la Sûreté de l'État.
Les canaux d'information actuels
entre les autorités administratives
et les services de police restent
tels quels, de même que la
possibilité du gouvernement de
limiter la communication à un
certain nombre de secteurs, voire
d'entreprises. Si, par exemple, une
entreprise voit la même voiture
stationner tous les jours devant sa
porte, le système lui permettrait
d'en informer les autorités. Si
l'incident finit par éveiller les
soupçons ou si une autre
entreprise constate les mêmes
faits, le réseau peut alerter tout le
secteur. À l'inverse, les autorités
avertiront le secteur si celui-ci fait
l'objet d'une menace générale.
L'échange d'informations sur les
éléments suspects s'effectue au
stade le plus précoce afin de
permettre une analyse rapide de la
nature réelle de la menace. Le
regroupement
d'un
maximum
d'informations permet de situer les
choses dans leur juste contexte et
d'établir que la grande majorité
des
actes
suspects
sont
totalement
étrangers
à
une
menace grave. Ce message
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Algemene Directie van het Crisiscentrum, en anderzijds de FOD
Justitie via de Veiligheid van de Staat, het OCAD, de federale politie
en het federaal parket.
Deze vorm van privaat-publieke samenwerking is een initiatief van het
Permanent Overlegplatform Bedrijfsbeveiliging, dat door de Dienst
voor het Strafrechtelijk beleid van de FOD Justitie sinds vele jaren
wordt voorgezeten. Ik denk dat dit een concreet en zeer goed initiatief
is om het netwerk te doen functioneren, ook inzake
terrorismebestrijding.
rassurant des spécialistes est
capital.
Le protocole d'accord ne porte
nullement atteinte à l'obligation
d'information des services de
police
envers
les
autorités
judiciaires. Le flux d'informations
est acheminé par l'intermédiaire
de partenaires fixes des secteurs
public et privé. À cet égard, la FEB
joue un rôle crucial auprès des
entreprises. Du côté des autorités,
ce rôle est rempli par la DGCC, la
Sûreté de l'État, l'OCAM, la police
fédérale et le parquet fédéral.
Cette collaboration privé-public est
une initiative de la Plate-forme
permanente de concertation pour
la sécurité des entreprises.
01.03 Michel Doomst (CD&V): Bedankt, mijnheer de minister, voor
uw zeer concrete antwoord. Voor ons land dat toch een Europees
knooppunt is, en wellicht in de toekomst nog belangrijker wordt en
hopelijk ook vestigingsplaats van nogal wat bedrijven zal zijn, denk ik
dat dit voor het creëren van een klimaat waarin bedrijven zich kunnen
vestigen, zeer belangrijk is. Ik neem aan dat wij voor de betrokken
bedrijven op dit ogenblik nog in een fase van opstart, sensibilisatie en
doorstroming van informatie zitten of is dat netwerk al voor een stuk
realiteit?
01.03 Michel Doomst (CD&V):
Notre pays se situe au carrefour
de l'Europe. Il importe donc que
nous créions un climat sûr dans
lequel les entreprises peuvent
venir s'installer. Ce réseau existe-
t-il déjà concrètement?
01.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, eigenlijk
kan onmiddellijk in realtime met de actie worden voortgegaan en dat
is toch de bedoeling. Door het feit dat dit via OCAD en zo passeert,
komt dat in de dispatching en kan dit directe actie naar beneden toe
geven, via gerechtelijke acties, maar ook uiteraard via politieacties,
om te kijken of er een reëel probleem is.
Er kan plotseling een dreiging zijn voor de chemische sector, voor
softwarebedrijven, bankbedrijven of andere bedrijven rond software of
informatie, SWIFT, waarbij alle bancaire gegevens van de hele wereld
passeren.
Het zijn concrete voorbeelden waarbij men zich kan indenken dat
vanuit de bedrijfswereld naar de professionele sector van politie,
justitie, dus Justitie en Binnenlandse Zaken, elementen doorgaan ter
informatie en dat door professionals wordt beoordeeld of er
onmiddellijke actie of reactie noodzakelijk is. Ik denk dat dit een
levensnoodzakelijke evidente afspraak is, die te maken heeft met heel
concrete, directe, operationele initiatieven en niet louter met
informatieverzameling. Het gaat dus verder dan de loutere
informatieverzameling alleen.
01.04
Stefaan De Clerck,
ministre: Comme cela se déroule
par le biais de l'OCAM, il est
possible
de
passer
immédiatement à l'action réelle en
temps réel. Les professionnels
sont à même de juger tout de suite
de la nécessité d'une action
immédiate.
Il
s'agit
donc
d'initiatives
opérationnelles
directes et pas uniquement de
collecte d'informations.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de motivering van assisenuitspraken"
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
(nr. 11307)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de hervorming van de
assisenprocedure" (nr. 11734)
02 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la motivation des jugements rendus en cour
d'assises" (n° 11307)
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la réforme de la procédure d'assises"
(n° 11734)
02.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik koppel terug naar de vraag in de plenaire
vergadering van 15 januari laatstleden in verband met de hervorming
van assisen.
Op 15 januari hebt u tijdens het vragenuurtje geantwoord aan mij en
enkele collega's dat België drie maanden de tijd had om een
verwijzing te vragen naar de Grote Kamer van het Europees Hof. U
hebt toen gezegd, wat ik nu citeer: "Ik denk dat we er al principieel
voor hebben gekozen om die verwijzing te vragen, maar de
argumentatie moet nog worden uitgebouwd. Aan de advocaten van de
Belgische Staat werd gevraagd advies te geven over de kansen, de
argumenten en de mogelijkheden rond de motivering van dat
verzoek."
Als het hof het verzoek voor een verwijzing inwilligt, is er een
opschorting van het arrest. Als er geen verwijzing is, wordt er impliciet
beslist dat het nu gevelde arrest definitief is.
U kondigde ook aan een advies te vragen aan het College van
procureurs-generaal.
Mijnheer de minister, bijna twee maanden na die vraagstelling in
plenaire vergadering wil ik u daarover het volgende vragen?
Wat is de timing over de beslissing om naar de Grote Kamer te gaan?
Binnenkort verstrijkt de termijn. Is er al een advies van de advocaten,
of is de beslissing om naar de Grote Kamer te gaan, misschien al
genomen?
Ik had ook gevraagd wat het advies was van het college, maar dat is
intussen uitgebracht en daarop hebt u al geantwoord in deze
commissie, enkele weken geleden. Die vraag moet u voor mij niet
meer beantwoorden.
Tot slot, ook over het volgend punt is al een aantal keren gesproken.
Blijft u bij uw standpunt dat de problematiek van de motivering van
vonnissen in de praktijk nu is opgelost en dat de theoretische
oplossing eigenlijk moet gebeuren via het grote debat over de
hervorming van het hof van assisen, dat momenteel plaatsvindt in de
Senaat?
02.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): En ce qui concerne
l'arrêt relatif à la réforme des
assises, le ministre a indiqué mi-
janvier que la Belgique disposait
d'un délai de trois mois pour
demander un renvoi devant la
Grande Chambre de la Cour
européenne
des
droits
de
l'homme. Dans cette perspective,
l'avis des avocats de l'État belge
avait également été sollicité. Si le
renvoi est accordé, l'arrêt sera
suspendu ; sinon, l'arrêt prononcé
sera définitif. Le ministre comptait
en outre recueillir l'avis du Collège
des procureurs généraux.
Dans quel délai la décision de
saisir ou non la Grande Chambre
doit-elle être prise? L'avis des
avocats est-il déjà connu? Le
ministre estime-t-il toujours que la
question de la motivation de
jugements est aujourd'hui résolue
dans la pratique et que la solution
théorique doit en fait découler du
grand débat mené au Sénat sur la
réforme des assises?
02.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega,
ten eerste, in verband met de verwijzing naar de Grote Kamer, het
volgende. Een dergelijk verzoek dient ingediend te worden binnen een
termijn van drie maand na de uitspraak van het arrest. Dat betekent
dat België tot 12 april aanstaande de tijd heeft om een dergelijk
verzoek in te dienen. Sinds de uitspraak op 13 januari werd volop
werk gemaakt van de analyse van het arrest en zijn mogelijke
02.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Une demande de renvoi
devant la Grande Chambre doit
être introduite dans les trois mois
du prononcé de l'arrêt: la Belgique
dispose donc d'un délai jusqu'au
12 avril. Cette requête est
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
implicaties, zowel op het vlak van de Belgische wetgeving als inzake
de voorbereiding van een mogelijke verwijzing. De ambitie is om die
verwijzing inderdaad te vragen.
Het verzoek tot verwijzing is dus in voorbereiding en zal wijzen op de
vragen die België heeft rond de interpretatie en de toepassing van het
arrest, in het raam van de rechtspraak van het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens. De aangestelde advocaat maakt deze week
reeds een eerste ontwerp over dat het voorwerp zal uitmaken van
verdere studie en bespreking.
Aangaande de werkwijze, te volgen in de lopende assisenzaken, is er
inderdaad een eerste advies van het College van procureurs-generaal
dat mij werd bezorgd. Ik heb dat inderdaad reeds toegelicht. Gelet op
de stand van zaken sedert het arrest-Taxquet werden inmiddels vier
cassatieberoepen ingesteld tegen arresten van de hoven van beroep
moeten we zeggen dat het eigenlijk een voorlopig advies is, omdat
wij voortdurend monitoren wat er gebeurt. Het advies zal dus moeten
worden getoetst aan de rechtspraak van het Hof van Cassatie, en
verder worden besproken.
Het advies is medegedeeld aan alle procureurs-generaal, die
krachtens artikel 143 van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd zijn om
al de opdrachten van het openbaar ministerie te vervullen bij de hoven
van assisen. Het advies werd ook ter informatie medegedeeld aan het
College van eerste voorzitters van de hoven van beroep.
Zoals ik reeds eerder meedeelde, kunnen geen instructies of
richtlijnen worden gegeven aan de zetelende magistratuur. Het is ook
niet gebruikelijk dat de hoge magistraten van de zetel, bij wijze van
algemene en als regel geldende beschikkingen, hun standpunt
zouden mededelen aan het openbaar ministerie. Ter zake verwijs ik
naar artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de
rechters in de zaken die aan hun oordeel worden onderworpen, geen
uitspraak mogen doen bij wege van algemene en als regel geldende
beschikking.
Ik kan wel meedelen dat verschillende uitspraken in de richting van de
oplossing zoals voorgesteld in het voorlopig advies van het Collega
van procureurs-generaal gaan en dus dat dit eigenlijk wel een soort
van praktijk wordt.
Volledigheidshalve verwijs ik nog naar het arrest van het Hof van
Cassatie van 17 februari 2009 waarbij werd besloten dat het recht op
een eerlijk proces en het recht op verdediging niet worden
geschonden door de enkelvoudige beantwoording van de schuldvraag
met ja of neen, gelet op de procedurele omkadering die een
behandeling voor het hof van assisen kent. Dit arrest weerlegt dus in
die zin ook de assumptie die werd opgenomen in de vraag van
collega Landuyt, die hier nu niet is.
Het is duidelijk dat de komende weken nog meer rechtspraak tot
stand zal komen. Onder meer zal het Hof van Cassatie uitspraken
moeten doen over de nieuw toegepaste werkwijze. Dit is eigenlijk een
belangrijk punt. Onze nieuwe werkwijze moet worden getoetst aan
cassatie. Binnenkort weten wij of dit functioneert of niet.
Ten slotte, in verband met de wetswijziging wordt elke
actuellement en préparation et elle
aura trait aux questions de la
Belgique
concernant
l'interprétation et la mise en oeuvre
de cet arrêt dans le cadre de la
jurisprudence
de
la
Cour
européenne
des
droits
de
l'homme. Cette semaine, l'avocat
désigné a déjà soumis un premier
projet, qui sera examiné plus
avant.
En ce qui concerne la procédure
dans le cadre des procès
d'assises en cours, le Collège des
procureurs généraux ne m'a, à ce
jour, communiqué qu'un avis
provisoire, qui sera confronté à la
jurisprudence de la Cour de
cassation et qui a été communiqué
à l'ensemble des procureurs
généraux et au Collège des
premiers présidents des cours
d'appel. Aucune instruction ni
directive ne peut encore être
fournie à la magistrature assise.
Divers jugements vont dans le
sens de la solution présentée dans
l'avis
provisoire.
Je
renvoie
également à un arrêt de la Cour
de cassation, selon lequel le droit
à un procès équitable et le droit à
la défense ne sont pas bafoués
par la simple réponse à la
question de la culpabilité. Il est
clair que la jurisprudence se
consolidera dans les semaines à
venir, et il faudra confronter notre
nouvelle méthode de travail aux
avis de la Cour de cassation.
La modification de la loi est en
cours
de
discussion
à
la
commission de la Justice du
Sénat. Notre volonté est toujours
de parvenir à une réforme globale
des assises. S'il s'avérait toutefois
qu'aucune méthode de travail
acceptable à la fois par la Cour de
cassation et la Cour européenne
ne peut être trouvée, nous
pourrions alors consacrer un projet
de loi distinct à cette question,
mais ce n'est pas notre choix pour
l'instant.
Notre souhait serait de boucler ce
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
woensdagvoormiddag vergaderd. Dat is de reden, mevrouw de
voorzitter, waarom ik deze voormiddag niet aanwezig kon zijn. Ik volg
de wetgeving en het debat over de assisenprocedure, in de Senaat.
Dit zit in een laatste rechte lijn. Daar is het debat bezig over de
motivering, over het gezamenlijk beraad, enzovoort. Het is reeds
uitgebreid aan bod gekomen. Dat laat ons toe om de nodige
wetteksten en amendementen nu in staat te stellen. De optie is nog
steeds om de hervorming van assisen in zijn geheel te behandelen en
dus die motivering niet los te koppelen.
Wanneer echter zou blijken dat er geen werkwijze kan worden
gevonden die zowel door het Hof van Cassatie als het Europees Hof
wordt aanvaard, kan dit item er nog steeds worden uitgenomen en bij
hoogdringendheid in een afzonderlijk wetsontwerp ter stemming
worden voorgelegd. Voorlopig is dat echter niet de strategie.
Voorlopig proberen wij het geheel in de Senaat te behandelen, om
dan hopelijk zo snel mogelijk naar hier te komen.
Een aantal princiepsknopen is doorgehakt, maar wij moeten nu nog
de redactie maken in functie van de politieke keuzes die in de Senaat
zijn gemaakt. De ambitie is om zeker dit jaar klaar te zijn. Een termijn
uitspreken is altijd delicaat, maar stilaan hoop ik dat wij misschien
voor de zomer zouden kunnen klaar zijn met de hele hervorming van
assisen. Dat zou bijzonder mooi zijn. Nous verrons!
dossier certainement d'ici la fin de
l'année, et de préférence avant
l'été.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de korpschefs"
(nr. 11532)
03 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "les chefs de corps"
03.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de vaste vergadering van de korpschefs heeft in
het najaar van 2008 een voorstel uitgewerkt waarbij twee problemen
werden opgelost, of toch een voorstel tot oplossing werd aangeboden.
Ten eerste, de discriminatie tussen het huidige mandatensysteem van
twee keer vijf jaar en het vorige systeem van een keer zeven jaar
werd verholpen door de voorziening van een verlenging met drie jaar
voor de mandaten in het oude systeem. Sommige daarvan zijn nu al
geëindigd en binnenkort volgen er nog. Ik verwijs onder andere naar
onze provincie.
Het tweede probleem gaat over de definitieve afloop van het mandaat
van korpschef. Het voorstel staat de uittredende korpschef die
magistraat binnen zijn korps blijft van rechtswege toe, het hoogste
adjunct-mandaat in eerste rang binnen dat korps te bekleden.
Uit mijn informatie blijkt dat dit voorstel op die twee punten werd
aanvaard en gedragen door de vorige minister van Justitie. Net
daarom liet hij de publicatie van vacatures stilleggen en gaf hij de
opdracht een wetsontwerp voor te bereiden die lopende mandaten tot
tien jaar zou verlengen.
Het is zo dat voorstellen van de vaste vergadering van korpschefs
worden gedragen door de magistratuur en ook zijn afgetoetst in de
03.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
L'assemblée
permanente des chefs de corps a
arrêté en 2008 une proposition
destinée à mettre fin à la
discrimination entre le système
actuel des mandats de deux fois
cinq ans et l'ancien système de
mandats d'une fois sept ans en
prolongeant ces derniers de trois
ans. La mesure devait également
permettre au chef de corps
sortant, qui reste magistrat dans
son corps, d'exercer le plus haut
mandat adjoint dans le premier
rang au sein de ce corps. Le
précédent ministre avait adhéré à
cette proposition et avait fait
préparer un projet de loi pour
porter à dix ans les mandats en
cours. À la suite de critiques de
diverses sources, le ministre
actuel souhaiterait, selon ses
propres
dires,
"réexaminer
minutieusement la situation".
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
verschillende korpsen. U bent in deze commissie al eens ondervraagd
over dit thema. Eind januari hebt u op een vraag van mijn collega
Marghem geantwoord dat u de situatie nog eens grondig zou
bestuderen vanwege de kritiek uit diverse hoeken. Vandaag,
anderhalve maand na de laatste gedachtewisseling in deze
commissie, zou ik u willen vragen wat de stand van zaken is.
Hoe langer er wordt gewacht, hoe meer mandaten van zeven jaar er
aflopen. De onzekerheid binnen de magistratuur groeit alsmaar rond
dit thema. Opmerkelijk is ook dat er eind februari een aantal
vacatures voor functies van korpschef in het Staatsblad werd
gepubliceerd, wat niet overeenstemt met de publicatiestop die eind
vorig jaar werd afgekondigd.
Wat is uw standpunt in deze?
Vanwaar kwam de kritiek in gerechtelijke kringen waarover u sprak?
Bent u voorstander van een verlenging met drie jaar voor die
mandaten van zeven jaar? Kiest u voor een ander systeem? Indien ja,
welk dan wel?
Un nombre croissant de mandats
de sept ans arrivent à leur terme
et l'incertitude augmente au sein
de la magistrature. Fin février,
une série de vacances de
fonctions de chef de corps a été
publiée au Moniteur belge, en
contradiction avec l'annonce de
l'arrêt de ces publications. Quel
est le point de vue du ministre à ce
sujet?
D'où
émanaient
les
critiques?
Le
ministre
est-il
favorable à la prolongation de trois
ans des mandats de sept ans?
03.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
momenteel zijn er drie soorten mandaten: een niet verlengbaar van
zeven jaar; een van twee maal vijf jaar en een eenmalig verlengbaar
van zeven jaar.
Volgens het Grondwettelijk Hof is de evaluatie van de korpschefs van
de zittende magistratuur, in het systeem van vijf plus vijf, mits
tussentijdse evaluatie, in strijd met de Grondwet. Dat is relatief recent
beslist. Er dient dus een oplossing gevonden te worden.
Ik heb hierover verscheidene adviezen gekregen. De Raad van
procureurs des Konings is van mening dat het huidige statuut niet
bevredigend is want de duur en de evaluatie van mandaten betreft Op
dit ogenblik zijn er verschillende systemen, afhankelijk van het
moment van de benoeming. Intussen is er een verschil in systeem
tussen de evaluatie voor de zetel en de niet-vernietigde evaluatie voor
de staande magistratuur.
De Adviesraad van de magistratuur en de vaste vergadering van de
korpschefs wensen dat de korpschefs van het openbaar ministerie en
van de zetel hetzelfde statuut hebben. Artikel 151, §6, van de
Grondwet bepaalt uitdrukkelijk dat zowel de rechters als het OM
onafhankelijk zijn. Als een evaluatie niet kan voor onafhankelijke
magistraten van de zetel, dan is men bijgevolg van oordeel dat dat
evenzeer van toepassing is op de magistraten van het parket. Ze zijn
allemaal onafhankelijk. Waar hebben we dat nog gehoord?
De Hoge Raad voor de Justitie was in de eerste plaats, met zijn
advies van 28 juni 2006, voorstander van het behoud van een niet-
hernieuwbaar mandaat van zeven jaar binnen hetzelfde korps. Hij was
van oordeel dat een evaluatie niet wenselijk was, maar hij had enkele
suggesties en bemerkingen in ondergeschikte orde geformuleerd,
indien de wetgever toch zou kiezen voor een verlengbaar mandaat
met evaluatie, onder andere advies van de advies- en
onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie. Dat
hebben ze voorgesteld. Achteraf is het precies het probleem
03.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Il existe actuellement des
mandats de sept ans non
prolongeables, des mandats de
deux fois cinq ans et un seul
mandat de sept ans prolongeable.
D'après la Cour constitutionnelle,
l'évaluation des chefs de corps de
la magistrature du siège dans le
système cinq plus cinq avec une
évaluation intermédiaire est
anticonstitutionnelle.
J'ai reçu plusieurs avis à ce sujet.
Le statut actuel n'est pas jugé
satisfaisant, ni sur le plan de la
durée des mandats ni sur le plan
de l'évaluation des mandats.
Divers
systèmes
existent
actuellement cette diversité étant
fonction du moment de la
nomination et il y a une
différence
entre
le
système
d'évaluation en vigueur pour la
magistrature assise et celui qui est
d'application pour la magistrature
debout. Le Conseil consultatif de
la magistrature et l'Assemblée
permanente des chefs de corps
sont demandeurs d'un statut
unique pour les chefs de corps du
ministère public et du siège. Tant
les juges que le ministère public
sont
constitutionnellement
indépendants. Si une évaluation
ne peut pas valoir pour les
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
geworden dat men niet door gelijken wordt geëvalueerd. Die
adviesprocedure is voorwerp geworden van discussie.
De vaste vergadering van de korpschefs heeft een werkgroep
samengesteld. Zij verklaart dat een afschaffing van de evaluatie voor
alle korpschefs moet worden voorgesteld, en wil dat de procedure tot
vernieuwing van een mandaat door de Hoge Raad voor de Justitie
wordt behouden op basis van twee adviezen, het advies van de
korpschef van de hogere rang en van de vertegenwoordiger van de
Orde van advocaten.
Volgens de administratie zouden het bestuursplan of het
functioneringsrapport ook door de Hoge Raad voor de Justitie moeten
kunnen worden geraadpleegd. Bovendien dient er rekening te worden
gehouden met de bijzondere omstandigheden van het arrondissement
Brussel, dat de zaken nog meer bemoeilijkt ten gevolge van het
noodzakelijke taalevenwicht.
De Adviesraad van de magistratuur u ziet dat er veel adviezen aan
de minister kunnen worden gegeven wenst de opstelling van een
nieuw beleidsplan, voorgelegd aan de algemene vergadering,
rekening houdend met het werk dat werd verricht tijdens het voorbije
eerste mandaat, en met het werk dat nog tijdens het tweede mandaat
moet worden gerealiseerd. Dat is dus een andere methodiek ter
vervanging van die evaluatie.
Hierbij rijst de vraag over de exacte inhoud van het
vernieuwingsdossier van de korpschef, dat verschillend zal zijn van
het dossier van een nieuwe kandidaat. Iedereen gaat akkoord met het
feit dat wij de positie na het beëindigen van het mandaat moeten
reorganiseren en opnieuw moeten bekijken, maar er zijn verschillende
meningen over wat kan en wat niet op dat vlak.
Ik heb nog een stuk tekst in het Frans. Ik weet niet of dat te maken
had met het feit dat ook een van de vragen in het Frans was.
premiers, l'on considère qu'elle ne
peut pas non plus valoir pour le
second.
Initialement, le Conseil supérieur
de la Justice était favorable au
maintien
d'un
mandat
non
renouvelable de sept ans au sein
du même corps et il estimait
qu'une évaluation n'était pas
souhaitable. Toutefois, il s'est dit
prêt
à
formuler
certaines
suggestions
au cas
où le
législateur opterait finalement pour
un mandat renouvelable avec
évaluation.
Après-coup,
c'est
précisément le fait de ne pas être
évalué par ses pairs qui a fourni
matière à controverse.
L'Assemblée permanente des
chefs de corps a constitué un
groupe de travail qui préconise la
suppression de l'évaluation pour
tous les chefs de corps ainsi que
le maintien de la procédure de
renouvellement d'un mandat par le
Conseil supérieur de la Justice sur
la base de l'avis du chef de corps
de
rang
supérieur
et
du
représentant de l'Ordre des
Avocats. Selon l'administration, le
Conseil supérieur de la Justice
devrait également avoir la faculté
de
consulter
le
plan
d'administration ou le rapport de
fonctionnement. L'arrondissement
de Bruxelles mérite une attention
particulière en raison de l'équilibre
linguistique qui y est requis. Le
Conseil
consultatif
de
la
magistrature réclame un nouveau
plan stratégique qui tienne compte
du travail effectué pendant le
premier mandat et du travail qui
doit encore être effectué pendant
le second mandat. Il s'agit là d'une
autre façon encore de remplacer
l'évaluation.
Chacun s'accorde pour dire qu'il
faut réorganiser le statut une fois
le mandat arrivé à échéance mais
à partir de ce moment-là, les avis
divergent quant à ce qui serait
envisageable et inenvisageable.
Dans la mesure où la vacance de 16 mandats de chefs de corps De zestien vacante mandaten van
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
expirant entre le mois d'août 2007 et le mois de juillet 2009 avait déjà
été publiée et dans la mesure où les chefs de corps concernés
avaient déjà été remplacés, j'ai estimé ne pas pouvoir créer une
nouvelle inégalité de traitement par rapport à ces chefs de corps. J'ai
donc donné l'ordre à l'administration de faire publier la vacance des
mandats de chefs de corps qui expirent en août 2009.
korpschefs, tussen augustus 2007
en juli 2009, zijn al gepubliceerd
en
de
korpschefs
zijn
al
vervangen. Ik vind dat ik die
korpschefs
geen
nieuwe
ongelijkheid van behandeling kan
opleggen. Ik heb dan ook het
bestuur gevraagd de mandaten te
publiceren die in augustus 2009
vacant worden.
Ik heb dus de opdracht gegeven nu over te gaan tot de publicatie,
want ik wil niet in een meer onduidelijke situatie terechtkomen.
Aangezien al een vacature werd gepubliceerd voor de 16 mandaten
van de korpschef, met afloop tussen augustus 2007 en juli 2009, en
aangezien de betrokken korpschefs reeds werden vervangen, meen
ik geen nieuwe ongelijkheid in behandeling te kunnen opstellen voor
die korpschefs. Ik heb mijn administratie dus de opdracht gegeven de
vacatures voor de functie van korpschef, die eindigen vanaf augustus
2009, te publiceren.
Het is een beetje voorbarig nu al een definitieve uitspraak te doen
over een verlenging of vernieuwing van een mandaat of over een
definitief mandaat voor de korpschef. Elk advies telt, maar volgens mij
ik spreek dus in persoonlijke naam is het beter met één vaste
mandaatperiode te werken, zoals het vroeger was. Ik moet de
adviezen nog krijgen en dus spreek ik te persoonlijken titel.
Ik ben geen voorstander van tussentijdse evaluaties of tussentijdse
rapporteringen, omdat dat niets dan onzekerheid met zich meebrengt.
Nu tref ik voorbereidingen voor een wetgevend initiatief. Dat is echter
nog het voorwerp van overleg en voorbereiding. U weet in welke
richting ik persoonlijk heb gevraagd,of gesuggereerd, te evolueren. Ik
zal het definitief toetsen en hopelijk op heel korte termijn met een
ontwerp in die zin naar de Kamer komen.
Des offres d'emploi avaient déjà
été
publiées
concernant
la
vacance de 16 mandats de chef
de corps expirant entre le mois
d'août 2007 et le mois de juillet
2009. Dans le but de ne pas créer
une
nouvelle
inégalité
de
traitement, j'ai demandé de publier
la vacance des mandats de chefs
de corps qui expirent en août
2009.
Il
serait
cependant
prématuré de se prononcer dès à
présent définitivement sur l'octroi
ou le renouvellement d'un mandat.
Même si chaque avis doit être pris
en
considération,
je
suis
personnellement
partisan
du
retour à l'ancien système, basé
sur un mandat fixe et unique, car il
permet
d'éviter
l'évaluation
intermédiaire et les multiples
incertitudes
qu'elle
entraîne.
J'espère pouvoir soumettre d'ici
peu au Parlement un projet de loi
que je prépare en ce sens et qui
fait actuellement l'objet d'une
concertation.
03.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw uitgebreid antwoord over deze materie die belangrijk
is voor de rechtbanken. U zegt dat u als minister veel adviezen krijgt.
Als
parlementsleden
worden
wij
hierover
natuurlijk
ook
geïnterpelleerd. Men vraagt hoelang die onzekerheid zal duren. U gaf
hoop. U zei dat u na studie van de verschillende adviezen op korte
termijn een beslissing zult nemen. Bedoelt u nog voor het
zomerreces?
03.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Qu'entendez-vous par
"sous peu"? Nous soumettrez-
vous ce projet avant les vacances
parlementaires?
03.04 Minister Stefaan De Clerck: Ja.
03.04
Stefaan De Clerck,
ministre: Oui.
03.05 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Goed, dan zal ik de zaak
volgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
04 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de wet betreffende
de continuïteit van de ondernemingen" (nr. 11533)
04 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la loi relative à la continuité
04.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
het blijft een tête-à-tête. Er is niemand anders aanwezig in de
commissie.
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de wet van 31 januari
2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en de wet van
26 januari 2009 houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek.
Beide werden gepubliceerd op 9 februari en moeten in werking treden
op een door de Koning te bepalen datum, uiterlijk zes maanden na
bekendmaking.
Geruchten doen de ronde dat de inwerkingtreding zou gepland zijn
voor begin april. Zijn deze geruchten juist? Zo ja, dan zou dat
natuurlijk een zeer korte termijn zijn voor de rechtbanken van
koophandel om die ingrijpende wijziging voor te bereiden, zeker als
men er rekening mee houdt dat er een belangrijke rol zal zijn
weggelegd voor onze rechters in handelszaken, die daarvoor een
specifieke opleiding zouden moeten kunnen krijgen.
Ik zou u vandaag vooral willen vragen of u duidelijkheid kunt geven
over de datum van de inwerkingtreding. Is begin april juist of niet?
Wat is eventueel de latere of juiste datum?
Wordt er voor de uitvoering van deze nieuwe wetten ook gezorgd voor
eventueel extra personeel en middelen om een goede uitvoering te
verzekeren? Het is sowieso een feit dat het de werklast zal verzwaren
voor de betrokken magistraten en griffies. Graag had ik ook daarover
een beetje verduidelijking gekregen.
04.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La loi du 31 janvier
2009 et celle du 26 janvier 2009
modifiant le Code judiciaire ont été
publiées le 9 février 2009. Ces lois
relatives à la continuité des
entreprises devraient entrer en
vigueur le 1
er
avril 2009. Est-ce
exact?
Cette mesure alourdira la charge
de travail des tribunaux de
commerce. En résultera-t-il une
augmentation du personnel et des
moyens?
04.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega, ik
zet alles erop dat de wet in werking zou kunnen treden op 1 april
aanstaande.
In het licht van de huidige economische en financiële crisis is het
aangewezen om zo snel mogelijk gebruik te kunnen maken van de
voordelen die deze nieuwe wet ons biedt. Het is trouwens ook de
uitdrukkelijke wens van ondernemersorganisaties, VBO en Unizo, die
daarop ook hebben aangedrongen. Ik doe dat onder een zeker
voorbehoud. Ik kom daarop straks even terug.
Dat deze nieuwe wet de werklast aanzienlijk zal verhogen is mijns
inziens onjuist. De rechtbanken van koophandel waren immers
voorheen ook reeds bevoegd voor gerechtelijke akkoorden,
reorganisaties, onder de bestaande wet van 17 juli 1997. De
bedoeling van de nieuwe wet is daarnaast om meer ondernemingen
ertoe aan te zetten tijdig de gerechtelijke organisatie aan te vragen en
zo een faillissement te vermijden. Het aantal faillissementen en het
aantal gerechtelijke reorganisaties zouden in deze hypothese als het
ware communicerende vaten moeten kunnen zijn.
Een kaderuitbreiding lijkt mij dan ook op dit ogenblik niet opportuun,
temeer daar er reeds een kaderuitbreiding is geweest van consulaire
rechters bij wet van 13 april 2005 tot wijziging van artikel 45bis, §2,
04.02
Stefaan De Clerck,
ministre:
L'objectif
est
effectivement que ces lois entrent
en vigueur le 1
er
avril 2009. Les
organisations des entrepreneurs
sont également demandeuses. À
la
lumière
de
la
situation
économique
actuelle,
les
entreprises doivent pouvoir profiter
dans les meilleurs délais des
avantages de la nouvelle loi.
Il est erroné de prétendre que
cette législation augmentera la
charge de travail. Les tribunaux de
commerce sont déjà compétents
pour les accords judiciaires en
vertu de la loi du 17 juillet 1997. La
nouvelle loi vise à inciter les
entreprises à demander en temps
utile une réorganisation judiciaire
pour éviter une faillite. Le nombre
de faillites et le nombre de
réorganisations
judiciaires
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
van de wet van 15 juli 1935 over het taalgebruik in rechtszaken en
van de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie
op de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van
10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek en van artikel
205 van het Gerechtelijk Wetboek.
Mijn antwoord op de opmerking dat er te weinig tijd rest ter
voorbereiding van de inwerkingtreding van de wet is negatief.
De nieuwe wet werd in 2007 in het Parlement besproken zodat alle
betrokken instanties zich tijdig konden informeren over de taken die
de wet hen zou opleggen. Daarnaast werden alle instanties gehoord
door de werkgroep die op het kabinet van mijn voorganger, de heer
Vandeurzen, de wet heeft uitgewerkt en geamendeerd. De
opmerkingen van de griffies werden in overweging genomen en een
lid van de werkgroep was voorzitter van de Franstalige rechtbanken
van koophandel in ons land.
De wet werd op 9 februari 2009 bekendgemaakt zodat alle
toekomstige actoren in principe al geruime tijd op de hoogte zijn van
de vigerende tekst. Ik wil eraan toevoegen dat wij nog bijkomend
zullen communiceren zodra we honderd procent zeker zijn.
Het is mijn ambitie om deze op 1 april van toepassing te verklaren,
maar ik wacht nog op het definitieve en positieve besluit van de dienst
Begroting in verband met het koninklijk besluit dat nog moet worden
goedgekeurd en nog naar de Raad van State moet gaan. Alles ligt
klaar maar ik wacht op het advies van de dienst Begroting zodat ik
tijdig de koninklijke besluiten naar buiten kan brengen. Er is nog een
licht voorbehoud maar de streefdatum is 1 april. Ik vraag u op dat vlak
nog enige voorzichtigheid aan de dag te leggen. De ambitie is er maar
ik moet u formeel zeggen dat ik het koninklijk besluit nog niet kon
laten publiceren aangezien er nog een technisch circuit te doorlopen
is.
devraient donc être pareils à des
vases
communicants.
C'est
pourquoi il n'est pas opportun de
procéder à une extension de
cadre. En outre, le nombre de
juges consulaires a été augmenté
à la suite de la loi du 13 avril 2005.
Il n'est pas exact qu'on manquerait
de temps pour se préparer à la
nouvelle loi, qui a été l'objet de
débats au Parlement en 2007
déjà. Toutes les instances ont été
entendues par le groupe de travail
qui a élaboré la loi au cabinet de la
Justice et il a été tenu compte des
observations des greffes. De plus,
la loi a été publiée le 9 février
2009.
Chacun
a
donc
eu
amplement
l'occasion
de
s'informer.
La loi entrera en vigueur le 1
er
avril
à condition que la décision du
service Budget soit approuvée
dans les délais et transmise à
temps au conseil d'État. Ce timing
ne peut pas poser de problèmes
en principe.
04.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Graag nog wat
verduidelijking omtrent dat laatste punt.
U zegt dat de dienst Begroting nog een besluit moet nemen?
04.04 Minister Stefaan De Clerck: Elk koninklijk besluit moet een
formeel circuit doorlopen. Dit moet ook elke keer worden
goedgekeurd. Ik moet van de dienst Begroting een akkoord krijgen op
het koninklijk besluit, waarbij ik definitief besluit dat het 1 april is. Dat
is een formaliteit, althans dat hoop ik. Het is echter nog niet binnen.
Dan moet het ook nog enkele dagen naar de Raad van State, voor
advies. Er moet dus nog een noodzakelijke formaliteit plaatsvinden.
04.05 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): De communicatie zou
dus de laatste week van maart plaatsvinden?
04.05 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): En réalité, la date
d'entrée en vigueur ne sera donc
pas connue avec certitude avant la
dernière semaine de mars?
04.06 Minister Stefaan De Clerck: Ja. We zijn nu medio maart.
Zodra dit koninklijk besluit is ondertekend en kan worden
gepubliceerd, zal er een mededeling volgen via de media dat het
1 april is. Alles wordt in werking gesteld om 1 april te halen. Er is
04.06
Stefaan De Clerck,
ministre: C'est exact. Dès que
l'arrêté royal sera signé, l'entrée
en vigueur effective de la loi au 1
er
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
alleen een klein technisch-juridisch voorbehoud om het KB tijdig te
publiceren. Men mag zich evenwel voorbereiden, waar nodig, om op 1
april de nieuwe wettekst aan te wenden.
avril sera annoncée par le biais
des médias.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de achterstand in de
uitvoering van werkstraffen" (nr. 11682)
05 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "l'arriéré dans l'exécution
05.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb deze vraag al een aantal keren gesteld.
Het betreft een thema dat ik opvolg, met name de uitvoering van de
werkstraffen.
Eind januari hebt u in deze commissie geantwoord dat het testen van
de ontwikkelde instrumenten voor de werklastmeting die moeten
evalueren of het voorziene personeelsbestand volstaat, aan de gang
was in de verschillende justitiehuizen. Die testfase zou in de loop van
februari worden afgerond.
Daarnaast hebt u ook gezegd dat het Directoraat-Generaal
Justitiehuizen bezig was met het analyseren van de actieplannen van
de verschillende directeurs van de Justitiehuizen en met het uitwerken
van oplossingen op diverse niveaus.
Ik wil u vandaag vragen of er al nieuws is uit die testfase. Indien ja,
wat zijn de resultaten? Wat is de stand van zaken met betrekking tot
de analyse van de actieplannen? Zult u eventueel kunnen
tegemoetkomen aan hetgeen men in die actieplannen voorstelt?
Mijn laatste vraag betreft de 72 bijkomende justitieassistenten die aan
de slag zijn in onze justitiehuizen. Wat is het personeelsbestand op
vandaag? Wat is het effect op de uitvoering van de werkstraffen? Zijn
er vandaag nog altijd veroordeelden die hun werkstraf niet
onmiddellijk kunnen aanvatten en dus in een wachttijd zitten?
05.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
La
phase
d'expérimentation des mesures de
la charge de travail dans les
maisons de justice aurait été
achevée le mois dernier. Est-ce
exact? À quels résultats a-t-elle
abouti?
La direction générale Maisons de
justice a procédé à l'analyse des
plans d'action des directeurs des
maisons de justice. Où en est
cette
analyse?
Le
ministre
donnera-t-il suite aux propositions
des directeurs?
Le recrutement des 72 assistants
de justice supplémentaires a-t-il
déjà
eu
des
répercussions
positives? Combien de membres
du personnel sont aujourd'hui
occupés dans les maisons de
justice?
Combien
de
personnes
condamnées à une peine de
travail sont-elles actuellement en
attente?
05.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, mevrouw
Lahaye, de instrumenten voor de werklastmeting werden ontwikkeld,
geïmplementeerd in de justitiehuizen en voorgesteld aan de
verschillende vakbonden.
De eerste testfase is inmiddels afgerond. De resultaten die daaruit
kwamen, werden gebruikt om de personeelsbehoefte voor 2009 in te
schatten en om het personeelsplan voor het komende jaar op te
stellen.
Alle directeurs van de justitiehuizen bezorgden hun actieplan aan de
hiërarchie. Het directoraat-generaal bundelt de problemen en de
suggesties voor oplossingen en stelt een algemeen actieplan voor.
Van deze plannen werd per justitiehuis een synthese gemaakt die aan
mij werd voorgelegd in de vorm van een nota.
05.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Les outils employés pour
les mesures de la charge de
travail ont été mis en oeuvre dans
les
maisons
de
justice
et
présentés aux syndicats. Les
résultats de la première phase
d'expérimentation,
aujourd'hui
bouclée, ont servi à déterminer les
besoins en personnel pour 2009 et
pour confectionner le plan de
personnel pour l'année prochaine.
La
direction
générale
a
confectionné un plan d'action
général fondé sur les plans
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Naar aanleiding van mijn feedback hieromtrent werd een algemeen
actieplan opgesteld door de directeur-generaal justitiehuizen. Dit
actieplan trad in werking op 1 februari 2009 en geldt tot nader order.
Samen met de directeurs van de betrokken justitiehuizen en hun
regionaal directeur zal dit actieplan regelmatig worden besproken en
geëvalueerd.
Er werd hiervoor een evaluatie-instrument ontwikkeld en
geïmplementeerd in de verschillende justitiehuizen. De eerste
resultaten werden door de directeurs gerapporteerd. De analyse van
deze evaluatiegegevens is momenteel nog aan de gang. De eerste
resultaten worden eind maart 2009 verwacht.
De 72 bijkomende justitieassistenten zijn, op twee mensen na,
allemaal aangeworven. Aangezien de aanwervingen recent
gebeurden, zijn deze medewerkers nog niet volledig operationeel. Ze
moeten zich verder inwerken en de in-servicetraining doorlopen.
Bijgevolg kunnen we nog geen verband leggen tussen de aanwerving
van nieuwe mensen en hun effect op de wachtlijsten betreffende de
werkstraffen. Op dit moment werken er 793 voltijds equivalenten als
justitieassistent.
Ik heb het cijfer 0 meegemaakt, dus nu zijn er 793.
Het aantal wachtende werkstrafdossiers op 2 maart 2009 bedroeg
nog altijd 1.765. Dit is slechts een voorlopige daling met 100 ten
opzichte van 2 februari 2009. Het is echter nog te vroeg om een
betrouwbare analyse te maken omdat de effecten van het geheel van
de maatregelen nu pas zichtbaar zullen worden.
d'action
des
directeurs
des
maisons de justice et sur le feed-
back du ministre de la Justice. Ce
plan général, qui est entré en
vigueur le 1
er
février 2009, sera
l'objet, à intervalles réguliers,
d'une
discussion
avec
les
directeurs des diverses maisons
de justice ainsi qu'avec les
directeurs régionaux. Un outil
d'évaluation a été mis au point à
cette fin. Les premiers résultats de
l'analyse des données d'évaluation
devraient être disponibles à la fin
de ce mois-ci.
Les 72 assistants de justice
supplémentaires ont tous été
recrutés, à deux exceptions près.
Conséquence: 793 équivalents
temps
plein
travaillent
actuellement comme assistants de
justice. Comme il n'a été procédé
à
ces
recrutements
que
récemment, ils ne sont pas encore
tout à fait opérationnels et ils n'ont
encore aucun effet observable sur
les listes d'attente pour l'exécution
des peines de travail. Le 2 mars,
1.765 dossiers de peine de travail
étaient en souffrance, ce qui
représente une baisse de cent
dossiers par rapport à la situation
un mois plus tôt. Pour une analyse
fiable, il faut attendre.
05.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de overbevolking in
de gevangenissen" (nr. 11748)
06 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la surpopulation carcérale"
06.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
een laatste vraag over de gevangenissen. We hebben daarover eind
januari een uitgebreid debat gehad in deze commissie. U hebt toen
het masterplan 2008-2012 verder toegelicht. We hebben het toen ook
kort gehad over onze provincie, West-Vlaanderen, waar drie
belangrijke penitentiaire instellingen zijn, namelijk Ieper, Brugge en
Ruiselede. Eigenlijk komen die noch op het vlak van nieuwbouw, noch
op het vlak van renovatie aan bod in dit masterplan.
U antwoordde toen dat er voor West-Vlaanderen niets voorzien is
omdat het volgens het plan geen knelpuntregio is. U hebt ook gezegd
06.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le masterplan 2008-
2012 relatif aux prisons ne prévoit
ni travaux de construction, ni
travaux de rénovation pour trois
établissements importants situés
en Flandre occidentale, à savoir
Ypres, Bruges et Ruislede. Selon
le ministre, il en est ainsi parce
que la province concernée ne
constitue pas une région à
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
ik heb dat goed onthouden en genoteerd dat we over Ieper nog
eens zouden kunnen discussiëren. Er zijn daar nu 55 cellen en 110
gedetineerden. Dat is het dubbele. We moeten eens kijken of dat een
efficiënte structuur is.
Ik wil u vandaag vragen of de problemen van de gevangenis in Ieper
en dan vooral de hoge overbevolking al verder konden worden
bekeken. Zo ja, kan er daar eventueel toch iets gebeuren om aan de
overbevolking iets te doen? In het algemeen, wat is uw reactie op de
evolutie naar het hoge aantal gedetineerden? We konden vorige week
in de krant nog lezen dat op er 5 maart 10.166 gedetineerden in onze
gevangenissen zaten. Wat is uw reactie op dit cijfer?
problème.
La
situation
de
l'établissement
d'Ypres
serait
toutefois examinée plus avant,
puisque cet établissement compte
actuellement 55 cellules pour 110
détenus.
Cette analyse a-t-elle déjà eu lieu?
Quelles mesures prendra-t-on
pour remédier à ce problème de
surpopulation?
Que
pense
globalement
le
ministre
de
l'évolution des choses, à savoir le
fait que pas moins de 10.166
détenus séjournent actuellement
dans nos prisons?
06.02 Minister Stefaan De Clerck: Collega, wat betreft de
overbevolkingproblematiek kennen we het algemene debat en de
algemene antwoorden die reeds zijn verstrekt.
In absolute cijfers is de overbevolking in de West-Vlaamse
gevangenissen minder dramatisch dan in sommige andere provincies.
Brugge kreeg in 1991 de tweede grootste gevangenis van
Vlaanderen. In Ruiselede is er het penitentiair landbouwcentrum, met
zijn specifieke karakter en open gevangenisregime. Ik ben dit vorige
week nog gaan bezoeken. Het heeft nogal indruk gemaakt op mij
omdat het een heel transparante en efficiënte structuur is. Ik meen
dat dit een goede manier is om mensen op te vangen.
Daarentegen ben ik mij ervan bewust dat de gevangenis van Ieper
met zijn 55 cellen en 12 plaatsen voor gedetineerden onder beperkte
detentie proportioneel sterk overbevolkt is. Op 10 maart bedroeg de
bezetting 106 gedetineerden. Aangezien de gevangenis te Ieper een
arresthuis is, is er op de instroom weinig impact. De beklaagden die
naderhand worden veroordeeld stromen trager door naar
strafinrichtingen omdat deze eveneens vol zijn. Voor deze laatste
inrichtingen wordt gewerkt met wachtlijsten.
Kortetermijnoplossingen zijn de regelmatige tussenkomst van de
regionale directie en de centrale administratie om in periodes van
hoge bevolkingspieken speciale transfers naar andere inrichtingen in
te richten. Deze remedies kunnen uiteraard niet te frequent worden
toegepast. Het is dus juist dat Ieper in de brokken deelt. Dat blijkt ook
uit de cijfers.
Dat wil zeggen dat wij een globale oplossing moeten vinden. Dat
betekent echter niet direct dat wij in Ieper voor een veel grotere
capaciteit moeten zorgen. Het is de capaciteit elders die moet worden
gerealiseerd, zodat de afgeleide effecten ook onder controle kunnen
worden gehouden.
Het is gekend dat de gevangenispopulatie de voorbije twintig jaar
constant is gestegen. Op 2 maart bedroeg het aantal gedetineerden in
de gevangenissen 10.148 voor 8.454 plaatsen. Dat is een
overbevolking van 20 procent. Het masterplan 2008-2016 moet
daaraan tegemoetkomen. Naast de nieuwbouw wordt in de periode
2008-2012 ook gewerkt aan een programma van herconditionering
06.02
Stefaan De Clerck,
ministre: En chiffres absolus, la
surpopulation dans les prisons de
Flandre occidentale est moins
dramatique que dans certaines
autres provinces. Bruges s'est vu
attribuer en 1991 la deuxième plus
grande prison de Flandre et
Ruislede est un centre agricole
pénitentiaire ayant une structure
très transparente et efficace. Avec
55 cellules et 12 places pour les
détenus placés en détention
limitée,
il
est
vrai
que
l'établissement
d'Ypres
est
proportionnellement
très
surpeuplé. Il comptait 106 détenus
au 10 mars. La prison d'Ypres est
une maison d'arrêt, de sorte que
l'incidence sur l'afflux est limitée.
Le transit des inculpés qui sont
condamnés est lent parce que les
établissements pénitentiaires sont
également complets, avec des
listes
d'attente
comme
conséquence.
En
périodes
d'occupation élevée, il est possible
d'effectuer des transferts vers
d'autres établissements, mais cela
ne peut se faire trop souvent.
Il faut donc trouver une solution
globale, pas nécessairement en
augmentant la capacité à Ypres,
mais ailleurs.
La population carcérale n'a cessé
d'augmenter au cours des 20
dernières années et se monte
actuellement à 10.148 détenus
pour 8.454 places, ce qui équivaut
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
van cellen die buiten gebruik worden gesteld en van uitbreiding van de
capaciteit op bestaande sites. Die projecten zullen op een geleidelijke
wijze de totale capaciteit laten aangroeien. Aangezien gevangenissen
communicerende vaten zijn, zal dat toelaten de gevangenisbevolking,
ook die van Ieper, beter te spreiden.
à une surpopulation de 20 %. Le
masterplan vise à résoudre ce
problème, tant par la construction
de nouvelles prisons que par la
réorganisation des cellules et
l'augmentation de la capacité sur
les sites existants. Il sera ainsi
possible de mieux répartir à terme
la population carcérale, y compris
celle d'Ypres.
06.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Ik onthoud dat u het probleem in Ieper
erkent. U stelt dat er een globale oplossing moet worden gezocht in
de uitstroom. De veroordeelden in de Ieperse gevangenis moeten
vlugger kunnen vertrekken naar andere gevangenissen. De capaciteit
moet niet groter worden, maar de voorziene plaatsen moeten beter
worden beheerd. De veroordeelden moeten op tijd en stond
uitstromen.
06.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le ministre part du
principe d'une solution globale par
laquelle les condamnés de la
prison d'Ypres devraient pouvoir
être transférés plus rapidement
vers d'autres prisons. En fait, il
s'agit
donc
d'une
meilleure
gestion.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "de uitspraken van het hoofd van de
federale gerechtelijke politie" (nr. 11659)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de uitspraken van het hoofd van de
federale gerechtelijke politie" (nr. 11665)
- de heer Ben Weyts aan de minister van Justitie over "de uitspraken van het hoofd van de federale
gerechtelijke politie" (nr. 11667)
07 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "les déclarations du chef de la police judiciaire
fédérale" (n° 11659)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "les déclarations du chef de la police judiciaire
fédérale" (n° 11665)
- M. Ben Weyts au ministre de la Justice sur "les déclarations du chef de la police judiciaire fédérale"
(n° 11667)
07.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik ben blij een kleine discussie aan het thema te kunnen
wijden. Wij horen immers heel veel de voorbije tijd wat minder, maar
het thema blijft actueel over de splitsing van het kiesarrondissement
Brussel-Halle-Vlvoorde.
Het is echter nog belangrijker dat wij voor de splitsing van het
gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde de juiste lijnen
voor de toekomst kunnen uitzetten. In het belang van de bevolking is
het immers een dossier waarvan wij de komende maanden werk
moeten maken en waarin wij stilaan ook resultaten in het vooruitzicht
moeten kunnen stellen.
Daarom ben ik verbaasd weliswaar niet helemaal dat het hoofd
van de federale, gerechtelijke politie, de heer Audenaert, verklaart dat
de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-
Vilvoorde integendeel de veiligheid van de bevolking in gevaar zou
brengen.
07.01 Michel Doomst (CD&V):
Dans les mois à venir, il faudra
oeuvrer avec détermination à la
scission
de
l'arrondissement
judiciaire
de
Bruxelles-Hal-
Vilvorde. J'ai été très surpris
d'entendre le chef de la police
judiciaire fédérale, M. Audenaert,
déclarer
récemment
que
la
scission mettrait en danger la
sécurité de la population. D'après
lui,
Bruxelles-Hal-Vilvorde
constitue, en matière de délits, un
ensemble indissociable. Il ajoute
que
la
scission
de
l'arrondissement
judiciaire
compliquerait l'administration de la
justice et déboucherait, dans les
plus brefs
délais, sur des
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Zijn uitlating is in de pers gekomen. Hij heeft ze gedaan tijdens een
debat over veiligheid in het Brusselse.
Volgens hem vormt op het vlak van de misdaad Brussel-Halle-
Vilvoorde één geheel. Hij stelt dat bij een splitsing van het
gerechtelijke arrondissement de rechtsbedeling danig zou worden
bemoeilijkt, wat binnen de kortste keren mogelijkerwijs tot procedures
bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou kunnen
leiden.
In welke mate is een dergelijke uitspraak door onderzoeks- of
studiemateriaal ondersteund of gestaafd? Ik zou voornoemd materiaal
in dat geval wel willen inkijken.
Kennen wij niet een zodanig specifiek criminaliteitsbeeld in Halle-
Vilvoorde respectievelijk Brussel, dat een gericht veiligheidsbeleid net
moet uitgaan van een criminaliteitsbeleid dat op het terrein het meest
zichtbaar is en het meest zijn fenomenen toont? Vraagt voornoemd
veiligheidsbeleid immers niet het meest om de uitwerking van aan
voornoemd criminaliteitsbeleid aangepaste strategieën?
procédures
devant
la
Cour
européenne
des
Droits
de
l'Homme.
Dans quelle mesure ce discours
se fonde-t-il sur des résultats
d'études?
Étant
donné
la
criminalité spécifique de Hal-
Vilvorde et de Bruxelles, une
politique de sécurité ciblée ne
devrait-elle pas précisément se
baser sur une politique criminelle
visible sur le terrain et adaptée à
cette forme spécifique?
07.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de feiten zijn door de heer Doomst correct
geschetst.
Het gebeurde is bijzonder problematisch. Wij zijn er ook heel
verontwaardigd over.
Ten eerste, mijnheer de minister, wat ik straks, wanneer ik hem over
de kwestie zal aanspreken, ook aan de minister van Binnenlandse
Zaken zal voorleggen, is dat politiemensen hun handen van het
politieke zeker van het partijpolitieke en van het communautaire
debat moeten afhouden.
Indien er één thema politiek heet is, is het toch wel de kwestie
Brussel-Halle-Vilvoorde. Indien er één thema is waarvan de politie
best de handen afhoudt, is het wel voornoemd thema. Wanneer de
politie niet neutraal blijft en praat begint uit te slaan die veeleer MTR
of, op bepaalde vlakken, FDF-praat is, verliest de politie haar gezag
en neutraliteit, wat absoluut niet de bedoeling kan zijn.
Ik weet wel dat de heer Audenaert gecatalogeerd staat als blauw,
maar dat betekent nog niet dat hij blauwe prietpraat of MR-prietpraat
mag verkondigen.
Bovendien mag zeker een politieagent de waarheid niet verdraaien.
Hij zegt dat er minder veiligheid zal komen door splitsing, maar wij
vinden dat het unitaire gerecht precies zorgt voor een grote laksheid,
voor het niet-vervolgen van heel veel kleine misdrijven, de
zogenaamde kleine criminaliteit. Men legt de grenzen heel hoog
vooraleer men begint te vervolgen. Zeker de specifieke criminaliteit in
Halle-Vilvoorde wordt heel vaak ongemoeid gelaten en niet
aangepakt. Dat is precies het gevolg van het bestaan van het unitaire
arrondissement.
Bovendien is er dan ook nog eens het probleem van een goede
communicatie tussen het Brusselse parket en de politiediensten,
omdat men daar veel te weinig Nederlands beheerst. Dat is een
07.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Nous sommes indignés
par le discours de M. Audenaert.
Je compte aborder le sujet avec le
ministre
de
l'Intérieur.
Les
membres de la police doivent se
garder d'intervenir dans le débat
politique
et
communautaire.
Bruxelles-Hal-Vilvorde
est
le
thème
politique
brûlant
par
excellence. Si la police commence
à lancer des propos de tendance
MR voire FDF sur certains points
elle perd toute crédibilité.
De plus, un policier ne doit pas
déformer la vérité. Le caractère
unitaire
de
la
justice
est
précisément à la base de la
situation actuelle, où les faits de
petite criminalité ne sont pas
poursuivis.
La
criminalité
spécifique rencontrée à Hal-
Vilvorde
reste
très
souvent
impunie. Un autre problème
concerne
les
difficultés
de
communication entre le parquet
bruxellois et les services de police.
Le parquet actuel est confronté à
deux types de législation de plus
en plus divergentes. Chacun
conviendra que le territoire de
Bruxelles-Hal-Vilvorde
est
beaucoup trop large pour pouvoir y
mener une politique digne de ce
nom, également au niveau du
parquet.
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
bijkomende reden om tot splitsing over te gaan. Het zal tot meer
motivatie van de politiemensen leiden. Een voordeel voor Brussel dan
weer is dat bij splitsing het Brusselse parket zich kan toespitsen op
die grootstad en op de echt stedelijke problemen. Het kan dat ook
doen met een concordante wetgeving. Het huidige parket wordt
geconfronteerd met twee verschillende soorten wetgevingen die hoe
langer hoe meer verschillen, waardoor het hoe langer hoe moeilijker
werken is. Iedereen is het erover eens dat het grondgebied Brussel-
Halle-Vilvoorde veel te groot is voor een ordentelijk beleid, ook wat
het parket betreft.
Om nog verder te gaan, mijnheer de minister, horen we idiotieën alsof
mensenrechten zouden worden geschonden als iemand niet in zijn
taal worden berecht, alsof er nooit tolken zouden hebben bestaan.
Het is onvoorstelbaar dat een hoofd van de politie dit soort zaken
vertelt. Dan heb ik het nog niet over de taalkaders, die zouden moeten
worden aangepast en die nu al op een minimum zitten wat de
Vlaamse aanwezigheid betreft. Die worden nu al uitgehold door de
wijzigingen aan de taalwetgeving, waardoor uiteindelijk in een duidelijk
tweetalige omgeving heel veel magistraten nauwelijks nog het
Nederlands kennen. Als het aan iemand als Audenaert ligt, moet dat
nog verergeren en moet die situatie nog meer in de richting die het
FDF wil. Ik vind al die uitspraken zeer problematisch.
Mijnheer de minister, kunt u meedelen in wiens naam de politiechef
die uitspraken deed? Werd hierover overleg gepleegd met de
politieke overheid? Vindt u het correct dat een politiechef zich
uitspreekt over dat soort zaken alsook over de verhoudingen
Nederlandstaligen/Franstaligen
bij
de
magistraten,
zoals
neergeschreven in Knack of op de website van Knack?
Ten tweede, hoe reageert u op de ronduit seksistische uitspraken van
die politiechef over vrouwelijke magistraten?
Bent u het eens met de gedachte dat de splitsing van het gerechtelijk
arrondissement zou leiden tot minder veiligheid? Wordt dat
onderbouwd door gegevens van uw departement?
In welke mate is het problematisch of strijdig met de mensenrechten
dat anderstalige en allochtone delinquenten door een rechtbank van
Halle-Vilvoorde zouden worden berecht in het Nederlands, wanneer
daarbij gebruik wordt gemaakt van tolken?
Les propos tenus par le chef de la
police
judiciaire
fédérale
concernant
une
éventuelle
violation des droits de l'homme
sont parfaitement fantaisistes. Ses
idées
relatives
aux
cadres
linguistiques
feraient
encore
davantage pencher la situation
dans le sens voulu par le FDF.
Au nom de qui le chef de la police
a-t-il fait ces déclarations? S'est-il
concerté à ce sujet avec le pouvoir
politique? Le ministre juge-t-il qu'il
est correct que le chef de la police
tienne de tels propos? Comment
le
ministre
réagit-il
aux
déclarations sexistes de l'intéressé
concernant les magistrates?
Le ministre estime-t-il, lui aussi,
que
la
scission
de
l'arrondissement judiciaire de BHV
serait défavorable à la sécurité?
Son
département
dispose-t-il,
éventuellement, de données dans
ce sens? Serait-il contraire aux
Droits de l'homme qu'un tribunal
de
Hal-Vilvorde
juge
des
délinquants
allophones
ou
allochtones en néerlandais, en
présence d'interprètes?
07.03 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, mogelijk val ik in
herhaling maar ik vul maximaal aan.
De mannelijk collega's zijn niet zeer specifiek ingegaan op de
uitspraken van Audenaert met betrekking tot de vervrouwelijking. Ik
heb begrepen dat hij zich daarvoor al heeft verontschuldigd. Kunt u
die verontschuldigingen bevestigen? Heeft hij dat ook bij u gedaan,
formeel?
Men hoeft geen genie te zijn om te beseffen dat het criminaliteitsbeeld
tussen het stedelijke Brussel en het landelijke Halle-Vilvoorde
enigszins verschilt. Zodoende is het toch wel aangewezen dat er
vervolgingsprioriteiten worden bepaald specifiek op maat van
betrokken arrondissement en, als het even kan in Vlaamse optiek,
07.03 Ben Weyts (N-VA): Le
ministre peut-il confirmer que M.
Audenaert a déjà présenté des
excuses
pour
ses
propos
concernant la féminisation de la
magistrature? Dans l'affirmative,
s'est-il aussi excusé officiellement
auprès du ministre? Étant donné
que la criminalité présente un
visage différent dans la région
urbaine bruxelloise et dans la zone
rurale de Hal-Vilvorde, il s'indique
précisément de pouvoir définir des
priorités sur mesure en matière de
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
binnen een eigen gerechtelijk arrondissement.
Daaraan gekoppeld ik zal niet herhalen wat de collega's hebben
gezegd heeft men de indruk dat men daar de essentie raakt van de
beweegredenen van de heer Audenaert, namelijk dat hij vooral de
splitsing vreest vanwege een nogal persoonlijke agenda. Een
splitsing, het kleiner maken van het arrondissement Brussel,
impliceert inderdaad ook een beperking van de macht van de
betrokkene.
Daarbij aansluitend, vindt u het kunnen dat een topman van de
gerechtelijke politie gebruikmaakt van het publieke forum om politieke
uitspraken te doen, en dat allemaal nog eens op een partijpolitiek
evenement, dat geen tegensprekelijk debat was, maar veeleer een
monoloog? Zeker wat betreft die laatste vraag, had ik graag een
duidelijk antwoord.
poursuites, si possible au sein d'un
arrondissement
judiciaire
spécifique. M. Audenaert craint
surtout la scission parce qu'un
rétrécissement
de
l'arrondissement
judiciaire
implique aussi une restriction de
pouvoir.
Le ministre considère-t-il qu'un
haut responsable de la police
judiciaire fédérale peut faire des
déclarations politiques sur la place
publique et, de surcroît, lors d'une
manifestation de parti?
07.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
men zegt mij dat een en ander werd verklaard in een private
omgeving. Het is dus zeker niet in zijn publieke functie of op een
publiek moment gebeurd. Het is geen officiële uitspraak. In het kader
van een persoonlijk initiatief is een aantal uitspraken gedaan. Het zijn
uitspraken die alleen voor zijn rekening zijn en niet namens iemand
zijn uitgesproken. De man is op vakantie en is nu niet in het land.
U zult ook de minister van Binnenlandse Zaken, die daarvoor
rechtstreeks verantwoordelijk is, vragen stellen over het gezag, het
toezicht, eventuele tuchtrechtelijke of andere initiatieven. Dat komt mij
niet toe. Ik wil mij daarvan afzijdig houden. U zult dus de minister van
Binnenlandse Zaken ter zake aanspreken.
Hij heeft enerzijds uitspraken gedaan over Brussel-Halle-Vilvoorde en
anderzijds over de vervrouwelijking van de magistratuur. Daar ben ik
nog meer door getroffen dan door de andere zaken, omdat dat meer
mijn verantwoordelijkheid is of toch onder Justitie ressorteert.
Ik vind de uitspraken van de heer Audenaert globaal onaanvaardbaar
en ongepast. Als verantwoordelijk politieambtenaar van die rang moet
men goed weten dat dergelijke verklaringen effecten hebben. Dat is
een deel van het publieke debat. Ik vind het onaanvaardbaar en
ongepast dat hij dat doet.
Dat hij verklaringen aflegt over Brussel-Halle-Vilvoorde, daarover kan
nog een debat op zich worden gevoerd. Dat is een politieke
stellingname, een politiek debat, maar dat hij op die manier spreekt
over de vervrouwelijking van de magistratuur vind ik zeker
onaanvaardbaar en ongepast. Ik vind dat ik hem publiek moet
terechtwijzen. Spreken over de vrouwelijke magistraten doet men niet
op die manier.
Ik houd mij buiten elke tuchtrechtelijke benadering van de zaak, maar
ik vind wel dat ik de man publiek moet terechtwijzen voor dergelijke
uitspraken. Met betrekking tot Brussel-Halle-Vilvoorde vind ik het
ongepast dat hij dergelijke uitspraken doet, maar so what, dat is een
deel van het politieke debat. Dat hij dat over de magistraten doet en
dat hij daarbij uitlegt wat de gevolgen van de vervrouwelijking zijn, de
dubbele wedde enzovoort, vind ik dubbel onaanvaardbaar en dubbel
ongepast en verdient van mij een publieke terechtwijzing.
07.04
Stefaan De Clerck,
ministre:
Apparemment,
M.
Audenaert
aurait
fait
ces
déclarations dans un contexte
privé. Les déclarations en question
sont à mettre exclusivement à son
compte personnel et n'ont par
conséquent
aucun
caractère
officiel. Pour le reste, c'est le
ministre de l'Intérieur qu'il convient
d'interroger à propos d'éventuelles
initiatives disciplinaires ou autres à
l'égard de M. Audenaert.
Qu'il soit clair, néanmoins, que les
déclarations du chef de la police
judiciaire fédérale me paraissent
inacceptables et déplacées. Ce
que M. Audenaert a déclaré à
propos de Bruxelles-Hal-Vilvorde
peut encore passer pour une prise
de position dans un débat
politique, même si quelqu'un de
son rang devrait quand même se
rendre compte de l'effet de tels
propos.
Mais, en tant que ministre de la
Justice, j'ai été surtout choqué par
ses déclarations relatives à la
féminisation de la magistrature.
On ne parle pas de cette manière
des magistrates. J'estime dès lors
que M. Audenaert mérite une
admonestation publique de ma
part.
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
De voorzitter: Mijnheer de minister, ik denk dat ik nog eens grondig iets moet nalezen.
07.05 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, het is duidelijk dat uw standpunt voor weinig interpretatie
vatbaar is.
Mijn interesseerde vooral het veiligheidsaspect, waarover inderdaad
een discussie kan worden gehouden, die wij zeker moeten houden.
Het is echter precies in het belang van de veiligheid van de burgers
én van Brussel én van Halle-Vilvoorde dat wij dit debat niet mogen uit
de weg gaan. Het is gewoon zonneklaar dat het type criminaliteit,
vandalisme en justitiële zaken waar wij moeten tegen optreden in
Brussel en in Halle-Vilvoorde van een totaal ander kaliber, dimensie
en aard zijn.
Precies in het belang van de veiligheid zou het goed zijn mocht politie
en justitie van Halle-Vilvoorde zich niet voor een stuk knielend
opstellen ten opzichte van de Brusselse autoriteiten om de middelen
te krijgen, de mogelijkheden, de werkingstrategieën om datgene te
doen dat voor hun bevolking belangrijk is.
Om nog een derde element te geven, ook gewestmateries moeten via
een eigen politionele en justitiële aanpak op de juiste manier worden
benaderd. Uiteraard is het zo dat die gewestelijke materies in Brussel
en in Halle-Vilvoorde precies een andere aanpak vergen en dichter bij
de realiteit van het terrein moeten staan.
Aan de hand van deze vraag zullen we de druk op dit dossier nog
verhogen. Ik heb vernomen dat u in Vilvoorde eens poolshoogte hebt
genomen. Wij zullen zeker de komende maanden nog een aantal
gelegenheden creëren om u op het terrein met mensen van politie en
justitie in contact te brengen. Zij zullen u getuigen dat zij van op het
terrein ook zeer duidelijk voelen dat wij daar absoluut naartoe moeten
en dat dit precies in het belang van de veiligheid de beste piste is voor
de mensen, zowel van Brussel als van Halle-Vilvoorde.
07.05 Michel Doomst (CD&V):
Voilà une position claire.
La criminalité à Bruxelles est d'un
tout autre ordre que celle de Hal-
Vilvorde et les deux requièrent une
approche différente. Dès lors, il
serait bon que les services de
police et de la justice de Hal-
Vilvorde ne soient plus obligés de
supplier les autorités bruxelloises
pour
obtenir
les
moyens
nécessaires.
Nous veillerons à ce que le
ministre
ait
suffisamment
l'occasion d'entrer en contact avec
le personnel présent sur le terrain.
07.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, uw antwoord is toch wel erg onvolledig. U sprak
over een private omgeving, maar het was een debat waarop toch pers
aanwezig was. Het was dus hoe dan ook een publiek debat.
Ten tweede, u zwijgt zoveel mogelijk over de kwestie BHV. Ik had
toch iets verwacht. Wij hadden toch een aantal concrete vragen
gesteld. Wat zijn de studies en eventueel ervaringen van het
departement
in
verband
met
de
verschillende
soorten
veiligheidsituaties in Brussel en Halle-Vilvoorde? Quid met de kwestie
van de mensenrechten die naar voren werd geschoven? Wat met de
taalkaders die hij in vraag stelt? Ik had daar toch wel een fermere
uitspraak van u verwacht.
Collega Doomst, ik heb de indruk en dat geldt voor CD&V in zijn
geheel dat u in het verleden al veel hebt gezegd voor de kieskring
Brussel-Halle-Vilvoorde, maar over het gerechtelijk arrondissement
hoor ik u vooral zwijgen. Een paar jaar geleden werd een voorstel
ingediend door de heer Vandenberghe, waar ik heel wat bedenkingen
bij heb en dat u toch nog eens goed moet lezen. Het komt erop neer
dat de dossiers van de Vlamingen in Brussel zouden worden
07.06 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Cette réponse me paraît
plutôt incomplète. Le ministre ne
s'exprime pour ainsi dire pas sur
les propos de M. Audenaert
relatifs à BHV. Quelle est la
conclusion des études consacrées
à la sécurité à Bruxelles et à Hal-
Vilvorde? Qu'en est-il de la
question des droits de l'homme?
Et des cadres linguistiques?
Le
CD&V
se
répand
en
déclarations à propos de la
circonscription électorale de BHV,
mais se garde bien de parler de
l'arrondissement judiciaire. Il y a
quelques années, le sénateur
Vandenberghe avait déposé une
proposition de loi très douteuse
tendant à confier le traitement des
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
behandeld door de parketmagistraten van Halle-Vilvoorde of dat de
Vlamingen voor de rechtbanken van Halle-Vilvoorde zouden moeten
komen. In elk geval, het leidt niet tot een gelijke behandeling van
Nederlandstaligen en Franstaligen in Brussel. Dat is mijn eerste punt
van kritiek.
Mijn tweede punt is dat het een heel hybride structuur is. Men heeft
wel twee parketten maar nog altijd één gerechtelijk arrondissement.
De burgemeesters van Halle-Vilvoorde zijn daarover in het algemeen
duidelijker. Collega Doomst, misschien kunt u dat beamen. In Halle-
Vilvoorde pleit men meer voor een apart gerechtelijk arrondissement.
Niet alleen het parket moet apart zijn, maar het hele gerechtelijke
arrondissement. Het is het zevende grootste van het land. Er zijn heel
veel redenen om het een volledig aparte structuur te geven.
Mijnheer de minister, misschien kunt u er nu niet openlijk aan werken,
tot de zomer. Of misschien mag u er geen uitspraak over doen om de
regering niet in moeilijkheden te brengen. Bereidt het echter in elk
geval voor. Bereidt een goede splitsing van het gerechtelijk
arrondissement voor, want het is heel hard nodig. Beperk u niet tot
het voorstel-Vandenberghe omdat het er nu eenmaal al is. Bekijk het
eens kritisch, samen met de heer Doomst, en zoek iets wat beter is
dan wat er klaar ligt.
dossiers judiciaires des Bruxellois
flamands au parquet et à la justice
de Hal-Vilvorde. Voilà qui n'a pas
grand chose à voir avec le
traitement sur un pied d'égalité
des néerlandophones et des
francophones de Bruxelles.
La structure actuelle présente un
caractère hybride: deux parquets
pour un seul arrondissement
judiciaire. À Hal-Vilvorde, on plaide
depuis longtemps en faveur d'une
scission intégrale.
Peut-être le ministre n'est-il plus
autorisé à faire des déclarations à
ce sujet avant l'été. Je lui
demande malgré tout de préparer
la scission et d'aller plus loin, à cet
égard, que la proposition de loi
Vandenberghe.
07.07 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, ik noteer dat u zijn
uitspraken globaal onaanvaardbaar vindt en dat u hem globaal
terechtwijst voor die uitspraken. Mijns inziens noopt dat uw collega
minister De Padt tot optreden, gelet op het standpunt dat u huldigt en
dat, veronderstel ik, ook door de regering wordt gedragen.
Ook het tweede aspect is zeer belangrijk. Ik herinner mij een
discussie en het zeer scherp terugfluiten van een magistraat, een
procureur. Mevrouw Dekkers, van een andere politieke aanhorigheid,
werd fel teruggefloten en terechtgewezen vanwege het ondertekenen
van een Vlaamsgezind manifest dat opriep tot verregaande
autonomie of onafhankelijkheid. Het stoort mij vooral dat de heer
Audenaert hier op een publiek forum ... Als ik er al voor word
uitgenodigd, ga ik ervan uit dat het een publiek forum betreft. Qua
bescheidenheid kan dat tellen, nietwaar?
Wat mij vooral stoort, is dat hij het politieke, publieke forum gebruikt
voor een eigen agenda en voor een eigen zaak. Ik herhaal dat het
gaat over zijn persoonlijk functioneren en zijn eigen carrière. Het
stoort mij mateloos dat hij tracht om daarvoor het politieke en publieke
forum te gebruiken. Ik zal uw bevindingen en appreciatie bespreken
samen met minister De Padt. Ik hoop dat hij daaraan de gepaste
conclusies zal verbinden.
07.07 Ben Weyts (N-VA): Étant
donné que le ministre de la Justice
qualifie
les
déclarations
d'inacceptables,
je
pars
du
principe que le ministre de
l'Intérieur interviendra bel et bien à
l'encontre de M. Audenaert.
Je me rappelle comment la
procureur Dekkers avait été
rappelée à l'ordre à l'époque pour
avoir
signé
un
manifeste
flamingant. Je n'apprécie guère
que M. Audenaert se serve d'un
forum politique et public pour les
besoins de son propre agenda.
J'en parlerai avec M. De Padt et
j'espère
qu'il en tirera les
conclusions qui conviennent.
07.08 Minister Stefaan De Clerck: Ik wil alleen nog zeggen dat dit het
ogenblik niet is om Brussel-Halle-Vilvoorde te bespreken. Ik vind niet
dat wij nog eens een cadeau zouden moeten geven aan de heer
Audenaert. Het is niet omdat hij een uitspraak heeft gedaan, dat wij
nu even onder elkaar over de toekomst van Brussel-Halle-Vilvoorde
zullen spreken. Ik vind dat wij dat beter op de juiste plaats en het
juiste moment doen.
Het is gebeurd in een bepaalde context. De media hebben het zo
gerapporteerd. Ik heb mijn oordeel uitgesproken. Ik vind het ongepast
07.08
Stefaan De Clerck,
ministre: Je ne pense pas que ce
soit le moment opportun de parler
de Bruxelles-Hal-Vilvorde. Ce n'est
pas parce que M. Audenaert fait
une déclaration que nous devons
immédiatement y réagir et discuter
entre nous de l'avenir de BHV. Ne
lui faisons surtout pas ce cadeau!
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
en onaanvaardbaar. Ik maak daarenboven nog een onderscheid
tussen een politiek statement in zijn geheel, over politieke situaties
waarover wij te gepasten tijde moeten debatteren, en de uitspraak
over vrouwelijke magistraten, wat een soort seksistisch gedrag is,
waarvan ik zeg dat het een terechtwijzing verdient. Ik vind het globaal
ongepast en onaanvaardbaar en specifiek op het punt van het
seksistische, wat de vrouwelijke magistraten betreft, een
terechtwijzing waard.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "Proefzorg (Soins probatoires)" (n° 11501)
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "les projets pilotes 'soins probatoires' pour les
toxicomanes menés à Gand et à Liège" (n° 11634)
08 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "Proefzorg" (nr. 11501)
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de proefprojecten voor 'proefzorg' ten
behoeve van drugsverslaafden in Gent en Luik" (nr. 11634)
08.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le "Proefzorg" est souvent cité en exemple. La commission a
d'ailleurs eu l'occasion de visiter cette expérience à Gand. Malgré tout
le bien que j'en pense à titre personnel et tout le bien qu'on peut en
lire, il ne semble pas que la méthode fasse l'unanimité chez les
spécialistes. C'est peut-être là aussi la richesse d'une méthode. Il ne
suffit pas d'avoir des admirateurs; il faut parfois aussi avoir des
contradicteurs!
Certains reprocheraient à la méthode que, lorsqu'elle échoue, elle
reconduit vers la voie pénale. Finalement, l'objectif initial visant à dire
que la consommation de stupéfiants ne trouve pas une solution dans
la législation pénale n'est pas atteint. Je considère aussi qu'il s'agit
plus d'un problème lié à un comportement et que, de ce fait, il
convient de modifier le comportement plutôt que d'infliger une
sanction pénale. Il semble que cela ait été débattu au sein du Collège
des experts en matière de stupéfiants.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance des critiques
soulevées par les scientifiques ou les experts à l'encontre des
expériences gantoises et liégeoises? Existe-t-il, à l'heure actuelle,
d'autres procédures qui apporteraient de meilleurs résultats que le
"Proefzorg" dans le suivi des toxicomanes? Lesquelles?
Les parquets disposent-ils d'une autonomie totale pour décider d'une
implémentation éventuelle du système chez eux? Si tous les parquets
le voulaient, pourrait-on le généraliser à l'ensemble du pays? Quels
moyens budgétaires spécifiques liés à cette procédure et à ce choix
méthodologique qu'est le "Proefzorg" sont-ils alloués aux parquets?
08.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Het project Proefzorg in Gent mag
dan
vaak
als
voorbeeld
aangehaald worden, toch is men
het niet roerend eens over de
gebruikte methode. Sommigen
formuleren de kritiek dat men in
geval van mislukking terug in de
strafrechtelijke sfeer belandt, wat
niet de aanvankelijke bedoeling
was.
Mijnheer de minister, bent u op de
hoogte van de kritiek van
wetenschappers of deskundigen
op
de
Gentse
en
Luikse
experimenten met betrekking tot
de follow-up van drugverslaafden?
Leveren andere procedures betere
resultaten
op?
Kunnen
de
parketten
volledig
autonoom
beslissen
over
de
tenuitvoerlegging
van
het
systeem?
Kan
het
systeem
worden uitgebreid tot het hele
land? Welke specifieke Proefzorg-
gebonden budgettaire middelen
worden
aan
de
parketten
toegewezen?
08.02 Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, le "Proefzorg" est une forme de règlement alternatif au
niveau des recherches et des poursuites qui offre la possibilité aux
toxicomanes d'être orientés anticipativement vers le secteur de l'aide.
À cet égard, on parle d'orientation sous la pression.
Dans le cas d'un tel parcours sous la pression, la personne est
08.02 Minister Stefaan De
Clerck: Men wordt onder druk
naar de Proefzorg "doorverwezen".
Het is een alternatief voor het
onderzoek en de vervolgingen
door het openbaar ministerie, en
het biedt drugverslaafden de
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
cependant toujours libre de choisir entre des soins ou une sanction
pénale. Au stade des recherches et des poursuites par le ministère
public, la personne concernée ne peut donc, en aucun cas, être
forcée à se faire admettre dans une structure d'aide.
Dans le contexte d'un traitement sous la pression, les poursuites et la
sanction sont en fait considérées comme une épée de Damoclès,
grâce à laquelle on espère amener le toxicomane à s'engager dans le
parcours et à l'achever afin de prévenir, au final, la récidive criminelle.
L'idée est que, pendant la première phase du traitement, le
toxicomane soit guidé par une motivation externe, sans avoir une
pression de la Justice. On espère qu'en cours de traitement, cette
motivation externe se transformera en une motivation interne.
Toutefois, certains intervenants du secteur de l'aide aux toxicomanes
argumentent qu'ils ne parviennent à travailler et à amener des
changements que chez les personnes qui sont réellement motivées
dès le début à suivre le traitement.
Ils estiment qu'un traitement qui débute sous la pression de la Justice
est voué à l'échec.
Les études scientifiques sur l'effet de l'intervention de la Justice sous
forme de pressions sont loin d'être univoques. Néanmoins, tous
s'accordent sur le fait que des personnes sous la pression de la
Justice ne sont pas nécessairement moins motivées pour changer.
De manière générale, des études européennes et américaines
montrent qu'un traitement sous la pression vaut en tout cas mieux
que pas de traitement du tout.
En outre, une aide sous la pression de la Justice n'est pas moins
efficace pour réduire la criminalité et la toxicomanie que l'aide sur
base volontaire.
Enfin, on peut encore faire remarquer que les patients qui entament
un traitement sur une base volontaire le font généralement aussi à
partir d'une motivation externe, par exemple sous la pression du
partenaire, de la famille ou du milieu professionnel. De même, leur
motivation interne ne grandit généralement qu'en cours de traitement.
Les projets pilotes "Proefzorg" à Gand et "Conseiller stratégique en
drogues" à Liège souscrivent au principe d'une intervention la plus
précoce possible, même si elle s'effectue par l'entremise de la
Justice. Ils émettent toutefois des critiques à propos du manque de
moyens financiers et du manque de places au sein des structures
d'aide.
"De Proefzorg" comble une lacune dans l'administration de la justice
pénale. En effet, la législation belge offre, à différents stades de
l'administration de la justice pénale, des modalités permettant
d'orienter les toxicomanes vers le secteur de l'aide: la liberté sous
condition (au moment de l'instruction), la probation (par le tribunal), la
libération conditionnelle (dans le cadre de l'exécution des peines). Au
niveau des recherches et des poursuites, il existe toutefois une lacune
pour ce groupe cible spécifique. Celle-ci est comblée par le projet
"Proefzorg" à Gand et "Conseiller stratégique en drogues" à Liège.
Il est très difficile de comparer les résultats des modalités offertes aux
mogelijkheid
om
naar
de
welzijnssector
te
worden
doorverwezen. Maar het staat de
persoon altijd vrij te kiezen tussen
zorgverlening
en
een
strafrechtelijke sanctie.
Vervolgingen en sancties worden
beschouwd als het zwaard van
Damocles
om
recidive
van
strafrechtelijke
feiten
te
voorkomen. Er wordt gehoopt dat
die externe motivatie in de loop
van de behandeling een interne
motivatie wordt. Sommige actoren
verklaren echter dat ze enkel
veranderingen teweeg kunnen
brengen bij personen die van bij
het begin gemotiveerd waren.
Wetenschappelijke
studies
daarover
komen
niet
tot
eenduidige conclusies, maar uit
alle studies blijkt wel dat mensen
niet per se minder gemotiveerd
zijn omdat Justitie hen onder druk
zet. Een behandeling onder druk is
hoe dan ook beter dan helemaal
geen behandeling. Bovendien is
hulp onder druk van Justitie niet
minder
doeltreffend
om
criminaliteit en verslaving te
bestrijden. Tot slot doen ook
patiënten
die
vrijwillig
een
behandeling
aanvatten
dat
meestal
met
een
externe
motivatie, bijvoorbeeld onder druk
van de omgeving.
De proefprojecten "Proefzorg" in
Gent en Conseiller stratégique
drogue in Luik gaan uit van het
principe dat er zo vroeg mogelijk
ingegrepen moet worden, zelfs via
justitie. Ze bieden modaliteiten om
drugsverslaafden
naar
hulpverlening door te verwijzen in
het stadium van het onderzoek en
de vervolging. In alle stadia van de
strafrechtsbedeling bestaan er
trouwens dergelijke modaliteiten.
In de ultimum remedium filosofie
moet bij voorkeur zo vroeg
mogelijk
ingegrepen
worden.
Daarom moeten er bruggen
worden gebouwd tussen het
gerecht en de welzijnssector. Zo
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
différents stades. Partant de la philosophie du remède ultime, on peut
cependant considérer que la préférence doit toujours être accordée
au stade le plus précoce. Dans la lignée de cette philosophie, il
convient également de construire des ponts entre la Justice et le
secteur de l'aide. Ainsi, la note de politique fédérale relative à la
problématique de la drogue de 2001 considère que le problème de la
drogue est avant tout un problème de santé publique qu'il convient
d'appréhender de manière intégrale et intégrée. L'assistance, la
réduction des risques et la réinsertion doivent occuper une place
centrale dans ce cadre tandis que le droit pénal et la peine
d'emprisonnement doivent constituer le remède ultime pour les
toxicomanes.
Il convient, dès lors, d'opter pour une mesure alternative telle qu'une
prise en charge rapide et adéquate par le secteur des soins de santé,
ce qui a pour effet de limiter la récidive et d'offrir aux toxicomanes la
possibilité d'oeuvrer à une perspective d'avenir et à sa réintégration.
L'évaluation effectuée par le service de la politique criminelle de
l'Université de Gand a abouti à la constatation que le "Proefzorg"
apporte une plus-value par rapport à d'autres mesures alternatives.
Le projet pilote "Conseiller stratégique drogue" à Liège fait lui aussi
l'objet d'un suivi et sera lui aussi évalué. Une comparaison entre
"Proefzorg" et le "Conseiller stratégique drogue" à Liège n'est
toutefois pas encore à l'ordre du jour. La plupart des dossiers qui
suivent le long parcours du projet de Liège sont toujours en cours. Il
convient dès lors d'attendre l'évaluation.
La probation prétorienne peut être appliquée dans chaque parquet à
l'égard de toxicomanes. Peu d'informations sont toutefois disponibles
sur son application. Pour un certain nombre d'arrondissements
judiciaires, tels que Anvers et Turnhout, nous avons connaissance
d'initiatives de probation prétorienne à l'égard de toxicomanes. Nous
ne disposons toutefois d'aucune donnée chiffrée, ni d'informations
qualitatives. Vu l'évaluation positive du projet pilote Proefzorg, j'ai
chargé le service de la politique criminelle de formuler des
propositions stratégiques en vue d'une implémentation légale et
généralisée du projet pilote dans la procédure pénale et dans
l'organisation judiciaire belge.
Des propositions stratégiques sont attendues concernant une base
légale pour le Proefzorg, le statut et les compétences du gestionnaire
du projet "Proefzorg" et les modalités de financement. Le premier
rapport intermédiaire a été finalisé à la fin de l'année 2008. Il avance
un certain nombre d'options pour une base légale pour le Proefzorg.
Le deuxième volet portant sur le statut et les compétences du
gestionnaire du projet "Proefzorg" est en cours d'examen. Les
résultats des deuxième et troisième volets concernant les modalités
de financement seront rapportés au plus tard à la fin du mois d'avril
2009. Sur base de ces rapports, des choix seront effectués. Il va de
soi que si le projet "Proefzorg" est implémenté à l'échelle nationale,
les moyens financiers nécessaires devront être disponibles.
Pour répondre à Mme Nyssens, le projet pilote d'une chambre
spécialisée "stupéfiants" au tribunal de première instance à Gand se
situe dans une phase ultérieure, à savoir celle de l'audience. Ce projet
pilote vise à ce que l'auteur des faits respecte les conditions au sein
wordt in de Federale Drugsnota
van 2001 gepreciseerd dat het
drugsprobleem
vooral
een
probleem van volksgezondheid is.
Bijstand, risicovermindering en re-
integratie moeten daarbij centraal
staan;
strafrecht
en
gevangenisstraffen moeten als
ultimum
remedium
worden
beschouwd.
De evaluatie heeft aangetoond dat
het project Proefzorg een grotere
meerwaarde had dan andere
alternatieve
maatregelen.
Het
Luikse
project
moet
nog
geëvalueerd
worden.
Beide
projecten met elkaar vergelijken, is
nog niet mogelijk.
Alle
parketten
kunnen
pretoriaanse probatie opleggen bij
drugsverslaafden,
maar
we
hebben geen cijfers of kwalitatieve
gegevens over de toepassing
ervan. Aangezien het project
Proefzorg positief geëvalueerd is,
heb ik de dienst Strafrechterlijk
Beleid de opdracht gegeven
strategische voorstellen uit te
werken met het oog op een
wettelijke en algemene invoering
in de strafrechtelijke procedure en
de gerechtelijke organisatie.
Het
proefproject
van
een
gespecialiseerde kamer "drugs" bij
de Rechtbank van eerste aanleg
van Gent, heeft betrekking op een
later stadium, dat van de zitting.
Het is bedoeld voor verdachten bij
wie
probatiemaatregelen
of
bemiddeling
niets
uitgehaald
hebben en voor drugsverslaafden
die zware misdrijven gepleegd
hebben.
Het samenwerkingsprotocol werd
op 27 maart 2008 ondertekend en
is sinds 1 mei 2008 van
toepassing, voor een periode van
twee jaar. De diensten voor het
strafrechtelijk beleid zullen dat
project evalueren met het oog op
de eventuele implementatie ervan.
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
du siège. Cette chambre est conçue pour des auteurs ayant déjà eu
plusieurs chances de la part de la justice, des suspects pour lesquels
le "Proefzorg" ou la médiation n'ont pas eu de succès et des
toxicomanes ayant commis des faits criminels graves liés à la drogue.
Lors de la séance d'introduction, l'accusé est orienté vers le secteur
d'aide via la liaison "service d'aide" qui contribue à tracer le parcours
qui doit être suivi pendant six à dix mois. Pendant les premiers mois,
l'accusé doit comparaître toutes les deux semaines, ensuite au moins
une fois par mois. En plus de la problématique en matière de
stupéfiants, nous nous attaquons aux autres problèmes de l'accusé.
Lors de la séance finale, le juge évalue le parcours que l'accusé doit
suivre. Ensuite, il prendra une décision en se basant sur cette
évaluation. Le protocole de collaboration a été conclu le 27 mars 2008
et est en application à compter du 1
er
mai 2008 pour une durée de
deux ans. Ce projet est en cours et sera évalué par les services de la
Politique criminelle en vue d'une implémentation éventuelle. Les
échos actuels semblent positifs et efficaces.
08.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Vous confirmez l'impression qui était la
mienne lors de ma visite au "Proefzorg". Vous confirmez également
que le débat continue; ce n'est pas une difficulté, au contraire, cela
permet d'améliorer les choses. N'étant pas loin de la fin du mois
d'avril, nous reverrons ma question à ce moment-là lorsque l'examen
aura été fait. Nous pourrons en débattre de manière approfondie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "la détention préventive" (n° 11504)
09 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de voorlopige hechtenis"
(nr. 11504)
09.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, la publication des chiffres sur l'importance en nombre de la
"préventive" a fait débat. Le premier substitut du procureur du Roi de
Tournai, M. Jean-Bernard Cambier, a réagi et particulièrement à la
comparaison établie entre la France et la Belgique. J'estimais que son
propos était assez intéressant.
En effet, il était fondé sur une analyse tirée de son expérience et de
ses connaissances. Sans doute remettait-il aussi en place diverses
réalités trop facilement avancées, sans vérification de leur contenu.
Le premier substitut rappelle ainsi "qu'il n'est pas possible de
comparer les chiffres français aux belges" comme il n'est pas
possible de comparer des pommes à des poires. Pourquoi cette
distinction nette? Le système de comparution immédiate utilisé en
France évite au prévenu de passer par la case préventive.
Quel est votre avis sur le sujet?
Le système français de comparution préventive pourrait-il être adopté
en Belgique?
Le cas échéant, quels sont les obstacles à sa mise en pratique et
inhérents au système judiciaire belge?
09.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De publicatie van de cijfers
betreffende
het
aantal
gedetineerden
in
voorlopige
hechtenis was voer voor debat. In
Frankrijk wordt gebruik gemaakt
van de onmiddellijke verschijning,
waardoor het aantal gedetineerden
in voorlopige hechtenis afneemt;
kan in ons land ook van die
regeling gebruik worden gemaakt?
In Frankrijk is de duur van de
garde à vue 48 uur. Bij ons gaat
het slechts om 24 uur en is er ook
geen sprake van een echte garde
à vue. Na die termijn moet een
onderzoeksrechter
een
aanhoudingsbevel
afleveren,
waardoor het aantal gedetineerden
in voorlopige hechtenis toeneemt.
Bent u gewonnen voor de
verlenging van de termijn van de
inverzekeringstelling?
Zijn
er
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Autre différence soulignée entre nos deux pays: la France dispose
d'un système de garde à vue qui permet de conserver un suspect
durant 48 heures. Chez nous, c'est 24 heures et ce n'est pas une
garde à vue.
La difficulté en Belgique, c'est qu'en arrivant à la fin des 24 heures, il
devient obligatoire de saisir le juge d'instruction pour obtenir un
mandat d'arrêt. Le fait de le saisir augmente le nombre de détentions,
donc de préventives.
J'estime que c'est tout à fait vrai. Même si cela fait assez longtemps
que je ne plaide plus, j'ai ce souvenir de l'urgence de saisir le juge
alors que 24 heures supplémentaires permettraient sans doute à bien
des personnes d'échapper à la préventive.
Monsieur le ministre, êtes-vous favorable à l'allongement du délai
primaire d'arrestation?
Le cas échéant, quels sont les obstacles d'ordre judiciaire qui
empêcheraient d'adopter le système français?
Des expériences pilotes ne pourraient-elles pas être envisagées?
Enfin, une troisième réflexion assez judicieuse: le premier substitut
précise que certaines préventives peuvent paraître longues
uniquement parce que le rapport des experts est rendu après un délai
parfois indécent. Certains experts ne respectent pas la diligence
attendue en cette matière alors qu'une personne est en détention
préventive.
Monsieur le ministre, à votre connaissance et selon votre
administration, le SPF Justice dispose-t-il de statistiques à cet égard?
Seriez-vous favorable à l'instauration de délais imposés pour le dépôt
des rapports d'expertise?
Quels seraient les obstacles qui s'opposeraient à ce type de
législation?
belemmeringen
die
een
aanpassing van ons systeem in
die zin in de weg staan?
Soms
wordt
een voorlopige
hechtenis enkel verlengd omdat er
op een deskundigenverslag wordt
gewacht. Beschikt de FOD Justitie
over statistieken in dat verband?
Bent
u
voorstander
van
stringentere termijnen voor de
indiening
van
deskundigenverslagen?
09.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, la question parlementaire de M. Crucke nous renvoie à une
interview de M. Jean-Bernard Cambier, premier substitut du procureur
du Roi de Tournai, en réaction à l'opinion émise par l'avocat Réginald
de Béco sur la détention préventive.
Il indique qu'il n'est pas possible de comparer les chiffres de la
Belgique avec ceux de la France, étant donné que ces deux pays
disposent d'un système juridique différent.
La France dispose d'un système de comparution immédiate qui évite
au prévenu de passer par la case préventive et d'un système de
garde à vue qui permet de conserver un suspect durant 48 heures,
soit le double par rapport à la Belgique. Il précise, dans un dernier
point, que la durée de la détention préventive pourrait être limitée en
imposant des délais plus stricts aux experts.
Vous me demandez mon avis sur le sujet.
Premièrement, comme l'indique l'article auquel vous renvoyez dans
votre question, il convient de veiller à ne pas mélanger les pommes et
les poires. Les chiffres doivent toujours être replacés dans leur
contexte et dans leur cadre. Il en va de même pour la prise de
09.02 Minister Stefaan De
Clerck: De Franse en de
Belgische
cijfers
zijn
niet
vergelijkbaar,
aangezien
het
rechtssysteem in die landen
verschilt.
Op grond van de diverse rapporten
waarover ik beschik, ben ik van
mening dat er geen overhaaste
conclusies
mogen
worden
getrokken met betrekking tot het
effect
van
de
onmiddellijke
verschijning op de duur van de
voorlopige hechtenis.
Er is geen wondermiddel. Bijna
alle Europese landen hebben te
kampen
met
overbevolkte
gevangenissen. De invoering van
de procedure van onmiddellijke
verschijning zal op zichzelf niet
volstaan en volgens bepaalde
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
position dans votre question selon laquelle l'introduction de la
procédure de la comparution immédiate en France aurait conduit à
une réduction du taux de détenus en préventive.
Sur la base de différents rapports dont je vous citerai tout de suite les
passages les plus importants, j'estime que cette conclusion n'est pas
aussi évidente qu'elle y paraît. En 2005, l'INCC a fourni un ouvrage
essentiel sur la détention préventive et, plus particulièrement, sur une
analyse des moyens juridiques susceptibles de réduire la détention
préventive.
Ce rapport comprenait également un chapitre de droit comparé qui
examinait notamment la situation en France, avec une attention
spécifique pour la procédure de comparution immédiate. À la page 55
de ce rapport, on trouve un aperçu de l'évolution des chiffres de la
détention provisoire en France entre 1990 et 2002. Concernant cet
aperçu, les auteurs du rapport concluaient ce qui suit: "Le
rehaussement du seuil d'admissibilité à trois ans ainsi que la création
d'une nouvelle instance chargée spécifiquement de la détention
provisoire n'ont pas permis d'endiguer le nombre d'entrées de
prévenus dans les prisons, l'accroissement de ce nombre, soit 14,6%
entre 2000 et 2002, selon le rapport du ministère de la Justice
pouvant en partie être attribué à l'utilisation accrue des possibilités
offertes par la procédure de comparution immédiate".
Les chiffres et conclusions plus récents figurent dans le rapport de la
Commission de suivi de la détention provisoire qui consacrait, en
2007, un chapitre entier de son rapport annuel aux déterminants de la
détention provisoire: "Les déterminants de la détention provisoire. La
comparution immédiate".
En voici quelques passages marquants. À la page 100, on dit:
"L'apport de la comparution immédiate comme facteur de diminution
de la détention provisoire apparaît, en l'état actuel des informations,
faible. Cette procédure a sécrété ses propres évolutions en s'ajoutant
à l'éventail des possibilités dans les poursuites et les jugements avec
des caractères qui en sont propres, en particulier en matière de durée
de détention provisoire, durée dont il ne faut pas toutefois mésestimer
les effets. De là on peut déduire, une nouvelle fois, que la baisse du
volume de la détention provisoire, c'est-à-dire de ses flux et de sa
durée ne résidera pas dans une seule mesure mais résultera de
multiples efforts dans l'ensemble du système pénal".
Il est un fait que la mesure miracle n'existe pas. Je pense pouvoir dire
sans exagérer que pratiquement tous les pays européens sont
confrontés à ce problème de surpopulation.
La simple introduction d'une procédure de comparution immédiate ne
sera pas suffisante et pourrait au contraire déplacer le problème,
comme l'indique également la commission en France, quelques
pages plus loin dans son rapport.
Indépendamment de la question ci-dessus sur la relation entre la
comparution immédiate et la détention préventive, mais concernant
les obstacles à la mise en pratique du système français de
comparution immédiate en Belgique, une étude détaillée du système
français serait nécessaire. Il m'est dès lors impossible de répondre à
cette question dans le délai qui m'est accordé.
rapporten zou het probleem
daardoor zelfs kunnen worden
verplaatst.
Om de struikelblokken voor de
invoering van de onmiddellijke
verschijning in België weg te
werken, zou het Franse systeem
nauwgezet bestudeerd moeten
worden. Ik kan deze vraag dus
onmogelijk beantwoorden binnen
de termijn waarover ik beschik.
Ik wijs u er niettemin op dat de
onmiddellijke verschijning bestaat
(artikel 216quinquies van het
Wetboek van Strafvordering) maar
dat deze bepaling gedeeltelijk
werd
vernietigd
door
het
Grondwettelijk Hof.
Aangaande de verlenging van de
politiearrestatie met 24 uur verwijs
ik
u
naar
de
algemene
beleidsverklaring 2008 en de
diverse mondelinge en schriftelijke
vragen die ik beantwoord heb. Ter
herinnering, de verlenging van de
politiedetentie tot 48 uur zou een
middel kunnen zijn om de
voorlopige
hechtenis
te
optimaliseren; aldus zouden de
recherchediensten meer gegevens
kunnen verzamelen en tevens zou
de
onderzoeksrechter
een
relevantere uitspraak kunnen doen
over de noodzaak van een
aanhouding. De voorwaardelijke
invrijheidstelling zou beter kunnen
worden toegepast dankzij een
nauwere samenwerking met de
justitiehuizen.
Wil men die wijziging doorvoeren,
dan moet artikel 12 van de
Grondwet, die de termijn van
vierentwintig
uur
vaststelt,
aangepast worden. Dat artikel
wordt echter niet vermeld in de
verklaring tot herziening van de
Grondwet die op 2 mei 2007
gepubliceerd werd in het Belgisch
Staatsblad. Artikel 195 werd voor
herziening vatbaar verklaard en
een
voortijdige
grondwetsherziening zou daardoor
wel mogelijk zijn. Afgezien van die
mogelijkheid, moet men het einde
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Néanmoins, je ne dois pas vous rappeler qu'un système de
comparution immédiate (article 216quinquies du Code d'instruction
criminelle) existe en Belgique mais celui-ci a été partiellement annulé
par la Cour constitutionnelle et ne peut dès lors plus être appliqué.
En ce qui concerne votre demande de prolongation du délai actuel
d'arrestation de 24 heures, je peux renvoyer à ma déclaration de
politique 2008 (Jo Vandeurzen) communiquée au Parlement et aux
différentes questions parlementaires orales et écrites auxquelles j'ai
déjà répondu à ce sujet.
Il y est à chaque fois mentionné que la prolongation du délai
d'arrestation policière de 24 à 48 heures pourrait être un moyen
intéressant pour optimaliser la détention préventive. Cette
prolongation permettrait au service de recherche de collecter un plus
grand nombre de données de dossier, permettant aussi au juge
d'instruction de se prononcer avec plus de précision sur la nécessité
d'une arrestation. Elle pourrait également être associée à une
collaboration accrue avec les maisons de justice qui pourraient faire
des suggestions à très court terme sur les conditions de libération, ce
qui pourrait engendrer une application plus efficace de la liberté
conditionnelle.
Cette modification exige toutefois l'adaptation de l'article 12 de la
Constitution qui fixe le délai de 24 heures. Cet article n'a cependant
pas été déclaré ouvert à révision. Voyez la déclaration de révision
publiée au Moniteur du 2 mai 2007. L'article 195 de la Constitution
ayant toutefois été déclaré ouvert à révision, une révision anticipée
des dispositions constitutionnelles serait éventuellement possible.
Sauf évolution quelconque concernant l'article 195 de la Constitution,
il conviendra donc en principe d'attendre la fin de la législature pour
pouvoir intégrer une proposition dans la déclaration de révision de la
Constitution. On pourrait donc préparer le dossier mais pas le décider.
En ce qui concerne le dépôt du rapport par l'expert désigné, je
souligne qu'un moyen de pression est bel et bien à la disposition du
magistrat qui dirige l'enquête pénale. L'article 3 de la loi-programme
du 27 décembre 2006 prévoit explicitement que le magistrat doit
notamment fixer le délai dans lequel l'expertise doit être réalisée et
par conséquent, le rapport déposé.
Si l'expert ne respecte pas ce délai, le magistrat peut réduire l'état de
frais et honoraires. En outre, le parquet ou le juge d'instruction peut
toujours demander à l'expert de justifier la raison pour laquelle le
rapport se fait attendre. Les magistrats disposent donc bel et bien
d'instruments et d'un cadre légal pour accélérer le dépôt du rapport
d'un expert.
van de zittingsperiode afwachten.
We zouden het dossier dus
kunnen voorbereiden, maar niet
afronden.
Wat
het
indienen
van
deskundigenverslagen betreft, kan
de magistraat die het onderzoek
leidt, gebruik maken van een
drukkingsmiddel. Artikel 3 van de
programmawet van 27 december
2006 bepaalt dat de magistraat de
termijn moet vastleggen voor de
uitvoering van de expertise en
bijgevolg voor het indienen van het
verslag. Als de deskundige die
termijn niet naleeft, kan de
magistraat de kostenstaat en de
honoraria drukken. Bovendien
kunnen
het
parket
of
de
onderzoeksrechter
aan
de
deskundige vragen het laattijdig
indienen van zijn verslag te
verantwoorden.
09.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie
sincèrement M. le ministre et, à travers lui, ses collaborateurs pour
cette réponse extrêmement intéressante, fouillée et complète qui
alimente bien le débat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
10 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de l'Intérieur sur "le recours aux informateurs"
10 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het inzetten van
informanten" (nr. 11505)
10.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, dans le cadre
des méthodes particulières de recherche, les policiers peuvent
légalement recourir au service d'indicateurs. En 2006, le service de la
Politique criminelle comptabilisait 584 indics rétribués pour avoir
collaboré avec la police. Quel fut le montant décaissé par l'État pour
ce service? Ce budget varie-t-il sensiblement d'une année à l'autre?
Quel est le nombre d'indics et quels sont les montants décaissés, par
l'État, pour les années 2007 et 2008? Qui décide de la hauteur de la
contribution et selon quels critères?
10.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Voor 2006 vindt men in de
boekhouding van de Dienst voor
het Strafrechtelijk Beleid 584
informanten terug die voor hun
diensten aan de politie een
vergoeding
ontvingen.
Welk
bedrag werd er voor hun diensten
uitbetaald? Verschilt dat budget
van jaar tot jaar? Hoeveel
informanten waren er in 2007 en
2008 en welke bedragen werden
er hun die jaren uitgekeerd? Wie
bepaalt hoe groot die vergoeding
is? Welke criteria worden daarbij
in acht genomen?
10.02 Stefaan De Clerck, ministre: Ce n'est pas le ministre! Il y a dix
ans peut-être, mais plus maintenant, heureusement!
10.02 Minister Stefaan De
Clerck: In elk geval niet de
minister!
10.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je le pense aussi.
Le recours à cette information apporte-t-il des résultats probants dans
l'élucidation d'enquêtes? Quel actif peut-il être attribué à cette
méthode? Depuis environ un an, un groupe de travail réfléchit à la
possibilité de disposer d'indics parmi des jeunes pour combattre la
délinquance criminelle des mineurs. Bien que cette pratique soit
contraire à la loi sur la protection de la jeunesse, à quel résultat a
abouti cette réflexion? Quel est votre point de vue, monsieur le
ministre?
10.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Leidt de inzet van informanten tot
bevredigende resultaten? Sinds
een jaar bezint een werkgroep zich
over
de
mogelijkheid
om
informanten onder de jongeren te
ronselen in het kader van de
bestrijding
van
de
jeugddelinquentie. Wat is het
resultaat van die reflectie? Wat is
uw standpunt?
10.04 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, conformément à la loi relative aux méthodes particulières de
recherche, les services de police peuvent en effet recourir à des
indicateurs. L'article 90decies du Code d'instruction criminelle impose
au ministre de la Justice de faire rapport au parlement. Le service de
Politique criminelle le prépare et se charge de collecter et traiter les
données en étroite collaboration avec le parquet fédéral, la police
fédérale et le parquet général près la cour d'appel de Gand.
Tout d'abord, une rectification s'impose: en 2006, 584 paiements ont
été exécutés en faveur d'indicateurs. Cela ne signifie pas qu'autant
d'indicateurs étaient actifs. En réalité, un indicateur peut recevoir
plusieurs paiements.
Le rapport annuel en exécution de l'article 90decies du Code
d'instruction criminelle ne mentionne pas le nombre d'indicateurs,
mais le pourcentage de ceux en activité. Les montants ne sont pas
non plus indiqués au cas par cas.
Les chiffres pour 2008 ne sont pas encore disponibles, car leur
10.04 Minister Stefaan De
Clerck: Ik moet u corrigeren. In
2006 werden er 584 vergoedingen
uitbetaald aan informanten. Dat
betekent echter niet dat er 584
informanten actief waren. Een
informant
kan
meerdere
vergoedingen
ontvangen.
Het
jaarverslag maakt geen melding
van het aantal informanten, maar
wel
van
het
percentage
informanten die actief zijn. De
bedragen worden ook niet per
informant opgegeven. De cijfers
voor
2008
zijn
nog
niet
beschikbaar. Het verslag met de
cijfers voor 2007 is net klaar en
zowel ikzelf als het College van
procureurs-generaal zullen het
deze week nog ontvangen.
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
collecte est en cours et ils doivent encore être traités. Le rapport
relatif aux chiffres pour 2007 vient d'être achevé par le service de la
Politique criminelle et me sera transmis cette semaine ainsi qu'au
Collège des procureurs généraux.
La rétribution pécuniaire octroyée aux indicateurs est réglée dans une
circulaire ministérielle non publiée relative à l'utilisation des fonds mis
à la disposition des services de police par le SPF Justice. Il s'agit
notamment des fonds mis à disposition des services de police par le
ministre et des montants pouvant être utilisés pour les opérations qui
exigent la présentation d'une somme d'argent dans le cadre du
recours aux indicateurs et des recherches et enquêtes dans le milieu
criminel et en rapport avec la criminalité grave et organisée.
Conformément à la circulaire commune du 16 mai 2002, le procureur
fédéral remplit dans ce cadre une mission de contrôle et de gestion.
Pour rétribuer les indicateurs, certains coefficients de pondération
sont utilisés afin de fixer la hauteur du montant. Ces critères tiennent
compte notamment du danger que court l'indicateur en
communiquant l'information, de l'exactitude des informations par
rapport au résultat engrangé, etc. Si aucun résultat concret n'est
obtenu et que l'information ne donne pas lieu à des arrestations
assorties de saisies, il n'y a même pas de rétribution. Je peux vous
référer à une publication du procureur fédéral Johan Delmulle "De
bijzondere opsporingsmethodes en enige andere opzoeken
methoden" (Politeia 2009).
Pour l'année 2006, le recours aux indicateurs a fourni, selon le rapport
du service de la Politique criminelle, les résultats suivants:
- 167 véhicules saisis;
- 2.234 kilos de drogues dures;
- 162 kilos de drogues douces;
- 11.800 kilos d'ecstasy;
- 75 armes;
- 4.370.000 euros;
- 2.900.000 cigarettes;
- 776 arrestations;
- 4 sites de production - faux documents, drogues, etc., ou ateliers;
- 1,5 kilo d'explosifs;
- divers matériels utilisés pour les attaques;
- 6.772 plants de cannabis;
- divers matériels volés.
Vous trouverez les résultats de tous ces dossiers dans les rapports
qui s'ensuivront pour les années 2007 et 2008.
En ce qui concerne le recours à des indicateurs parmi les mineurs, la
pratique a montré la nécessité de recourir, de façon exceptionnelle, à
cette possibilité. Il va de soi que cela requiert le développement d'un
encadrement strict afin de pouvoir prévoir des garanties pour protéger
ces mineurs. La loi concernant les méthodes particulières de
recherche n'exclut pas que la police fasse appel à des mineurs en
tant qu'indicateurs.
L'article 3 prescrit toutefois que dans toutes les décisions qui
concernent des mineurs, l'intérêt de l'enfant doit être une
considération primordiale. De même, dans la philosophie de la loi du
8 avril 1965, relative à la protection de la jeunesse, à la prise en
De
aan
de
informanten
toegekende financiële vergoeding
wordt geregeld bij een niet-
gepubliceerde
ministeriële
omzendbrief
betreffende
de
aanwending van de middelen die
door
de
FOD
Justitie
ter
beschikking van de politiediensten
worden gesteld.
Overeenkomstig
de
gemeenschappelijke omzendbrief
van 16 mei 2002 voert de
procureur-generaal de controle en
het beheer over die middelen. Er
worden
bepaalde
criteria
gehanteerd om het bedrag van de
vergoeding voor de informanten te
bepalen. Daarbij wordt met name
in aanmerking genomen hoe groot
het gevaar voor de informant is,
hoe juist de inlichtingen zijn in het
licht van het verkregen resultaat,
enz. Als er geen concreet resultaat
wordt geboekt, wordt er zelfs geen
vergoeding betaald.
In
2006
heeft
de
informantenwerking de volgende
resultaten opgeleverd: 167 in
beslag genomen voertuigen, 2.234
kilo harddrugs, 162 kilo softdrugs,
11.800 kilo ecstasy, 75 wapens,
4.370.000
euro,
2.900.000
sigaretten,
776
arrestaties,
ontdekking van 4 productie-
eenheden (valse documenten,
drugs, enz.), 1,5 kilo springstoffen,
allerlei overvalmateriaal, 6.772
cannabisplanten en allerhande
gestolen goederen.
Minderjarige informanten blijken in
uitzonderlijke
gevallen
noodzakelijk te zijn. Dat heeft de
praktijk uitgewezen. De wet sluit
die mogelijkheid niet uit, maar
benadrukt dat de belangen van het
kind doorslaggevend zijn. Ook de
geest van de wet van 8 april 1965
gaat in die zin en bepaalt dat
minderjarigen beschermd moeten
worden tegen de negatieve invloed
van het criminele milieu.
Een werkgroep heeft een voorstel
geformuleerd dat aangeeft onder
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
charge de mineurs ayant commis un fait qualifié d'infraction et à la
réparation du dommage causé par ce fait, les mineurs doivent être
protégés de l'influence négative du milieu criminel. Les différentes
réglementations sont, par conséquent, difficilement conciliables.
Une proposition de conditions particulières concernant le recours à
des indicateurs mineurs a été élaborée au sein d'un groupe de travail,
placé sous la direction du parquet général de Gand. Ce travail est très
récent. Cette proposition prend pour principe que le recours à des
indicateurs mineurs n'est pas possible, sauf dans des cas
exceptionnels. En pareils cas, la proposition prévoit un certain nombre
de garanties et de limites.
Avant de développer plus en détails ce cadre brut, l'avis de différents
acteurs clés tels que le réseau d'expertises relatives à la protection de
la jeunesse a été recueilli. J'attends à ce sujet l'avis et la décision de
principe du Collège des procureurs généraux. Celui-ci devra
considérer les principes de la loi relative à la protection de la jeunesse
ainsi que les besoins générés par la pratique. La proposition élaborée
contenant les conditions du recours aux indicateurs mineurs n'est, par
conséquent, pas encore disponible. Cette matière est de grande
actualité mais non encore conclue entre le Collège et le ministre pour
finaliser les propositions.
welke specifieke voorwaarden
minderjarige informanten ingezet
kunnen worden. Het voorstel zegt
dat het gebruik van minderjarige
informanten principieel uitgesloten
is,
behalve
in
uitzonderlijke
gevallen. In die gevallen voorziet
het voorstel in een aantal
waarborgen en beperkingen. De
werkgroep heeft de mening van
verscheidene
sleutelactoren
gevraagd. Het uitgewerkt voorstel
over de voorwaarden voor het
gebruik
van
minderjarige
informanten
is
nog
niet
beschikbaar.
10.05 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, une fois de
plus, je veux remercier le ministre pour la qualité de sa réponse et les
détails qui y sont repris. Manifestement, cette méthode de recours
aux indicateurs est très active vu les résultats obtenus. C'est le moins
que l'on puisse dire, même si cette méthode est particulière.
Je le remercie également pour les renseignements relatifs aux
mineurs. Je ne suis pas forcément favorable à ce genre de méthodes
pour les mineurs, mais il faut penser aux résultats. Hélas, dans la
lutte contre la délinquance, il faut peut-être parfois passer par-là,
encore que ce sujet mérite discussion et débat.
10.05 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
ben
geen
onvoorwaardelijke
voorstander
van
dergelijke
methodes, maar de resultaten zijn
belangrijk.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de minister van Justitie over "de jeugdcriminaliteit"
(nr. 11553)
11 Question de M. Luk Van Biesen au ministre de la Justice sur "la criminalité juvénile" (n° 11553)
11.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, graag had ik het even gehad over de jeugdcriminaliteit.
Op vijf jaar is het aantal misdrijven gepleegd door jongeren tussen 14
en 17 jaar in Vlaanderen met een kwart toegenomen, met name van
19.591 naar 24.706 in 2007. De jongeren maken zich vooral schuldig
aan diefstal, steaming, drugsfeiten en opzettelijke vernielingen.
Na de moord op Joe Van Holsbeeck werd er afgesproken dat er een
kalender zou worden opgesteld voor de uitvoering van het
jeugdsanctierecht. De Franse en Vlaamse Gemeenschap zouden ook
samenwerken in de strijd tegen het spijbelen. De toenmalige regering
ging twee werkgroepen oprichten: een over de bevoegdheid van de
parketten inzake de controle op de leerplicht en een tweede over de
afstemming van de veiligheidsmaatregelen in trein-, bus-, tram- en
metrostations.
11.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): En l'espace de cinq ans, le
nombre de délits commis en
Flandre par des jeunes âgés de 14
à 17 ans a augmenté de 25 %,
passant de 19.591 à 24.706 en
2007. Il s'agit principalement de
vols, de steaming, de faits de
drogue
et
de
dégradations
volontaires. Après le meurtre de
Joe Van Holsbeeck, toute une
série
de mesures
ont été
annoncées pour lutter contre la
délinquance juvénile.
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Graag had ik uw visie op deze problematiek gekend.
Zult u stappen ondernemen om de jeugdcriminaliteit in te dijken? Zo
ja, wat zijn de concrete plannen?
Wat is de stand van zaken omtrent het jeugdsanctierecht?
Hebt u cijfermateriaal in verband met de strijd tegen het spijbelen?
Wat is de stand van zaken van de genoemde werkgroepen?
Quelles mesures le ministre de la
Justice prévoit-il pour endiguer la
délinquance juvénile? Quel est
l'état de la situation en ce qui
concerne le droit sanctionnel de la
jeunesse? Le ministre dispose-t-il
de chiffres concernant la lutte
contre l'absentéisme scolaire? Où
en sont les groupes de travail
chargés de se pencher sur le
contrôle de l'obligation scolaire et
les mesures de sécurité dans les
transports publics?
11.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega, de
cijfers waaraan u refereert, werden gegeven door de minister van
Binnenlandse Zaken in antwoord op een mondelinge parlementaire
vraag en zijn dus geen justitiecijfers soms verschillen die een
beetje.
De cijfers die beschikbaar zijn vanuit Justitie, zijn afkomstig van het
NICC, het Nationaal Instituut voor de Criminologie en de
Criminalistiek. Men heeft er een onderzoek gevoerd naar de instroom
bij de jeugdparketten. Op dit moment zijn er enkel cijfers beschikbaar
voor het jaar 2005. Aangezien de analyse van de instroom op de
jeugdparketten bij het NICC een aanvang heeft genomen in 2005, is
het niet mogelijk op basis van de resultaten van dit onderzoek een
uitspraak te doen over de evolutie. De gegevens van 2006-2008
zullen in de loop van 2009 worden geanalyseerd.
Volgens Charlotte Vanneste, hoofd van het departement Criminologie
van het NICC, kan evenwel met de nodige voorzichtigheid de evolutie
van de aanmeldingen bij de jeugdparketten worden bekeken aan de
hand van de data die het Nationaal Instituut voor de Statistiek tot 1989
heeft verzameld. Uit de vastgestelde tendensen blijkt dat de instroom
bij de jeugdparketten over de jaren heen niet is toegenomen.
Het is eveneens van belang op te merken dat het gaat om de
instroom bij de parketten, en dat bijgevolg geen uitspraak kan worden
gedaan over het gevolg dat daaraan wordt gegeven door het parket.
Bovendien is het ook niet zeker dat alle jongeren, waarvoor een
dossier werd aangemeld, ook de werkelijke dader zijn van de
aangemelde feiten. Dat zijn statistische analyses om te relativeren.
Daarnaast voert het NICC momenteel een onderzoek over de
uitstroom bij de jeugdparketten. De resultaten van dat onderzoek zijn
voor het congres over jeugddelinquentie. Ik wil u in spanning houden,
want eind deze maand, op 23 en 24 maart, is er een colloquium over
jeugd en criminaliteit. Dan zullen er antwoorden worden gegeven op
een aantal van uw vragen.
Het gaat om twee studiedagen, ik kan u hier moeilijk de primeur
geven, er zou niemand meer komen naar ons colloquium. Bij deze
bent u uitgenodigd.
U stelt een aantal vragen. U weet dat de wet op de jeugdbescherming
een grote hervorming heeft ondergaan in 2006 naar aanleiding van de
dood van Joe Van Holsbeeck. Zoals ik al meerdere malen heb
11.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Les chiffres de M. Van
Biesen sont ceux communiqués
par le ministre de l'Intérieur en
réponse à une question orale. Il ne
s'agit pas
des chiffres du
département de la Justice, qui
dispose de chiffres provenant de
l'Institut national de Criminalistique
et de Criminologie (INCC). On ne
dispose actuellement que de
chiffres sur l'afflux dans les
parquets de la jeunesse pour
l'année 2005, lorsque l'analyse a
été
entamée.
Les
données
relatives à la période 2006-2008
pourront être analysées dans le
courant de cette année.
Sur la base des chiffres provenant
de l'Institut national de Statistique
jusqu'en 1989 et des tendances
observées, le chef du département
Criminologie de l'INCC conclut
avec la prudence requise que
l'afflux dans les parquets de la
jeunesse n'a pas augmenté au fil
des ans.
L'INCC effectue actuellement une
étude sur le flux sortant dans les
parquets de la jeunesse. Les
constats seront communiqués lors
du congrès sur la délinquance
juvénile qui se tiendra les 23 et 24
mars.
Après le meurtre de Joe Van
Holsbeeck, la loi sur la protection
de la jeunesse a été largement
remaniée. La diversification des
mesures mises à la disposition
des magistrats de la jeunesse est
capitale.
Dans
la
pratique
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
kunnen uitleggen en zoals ook Jo Vandeurzen dat heeft gedaan, is
een van de fundamentele aspecten van deze hervorming het
diversifiëren van de maatregelen die ter beschikking worden gesteld
van de jeugdmagistraten van zowel de zetel als van het parket. Een
groot aantal recente feiten toont echter aan dat de toepassing van
deze wet in de praktijk nog tot problemen leidt.
Volgens de actoren in het veld is niet de wet problematisch, maar
eerder de beschikbaarheid van de middelen bij het ten laste nemen
van minderjarigen. Ik denk dat deze actoren dit punt zullen bevestigen
op het colloquium dat op 23 en 24 maart wordt gehouden en waarover
ik zojuist heb gesproken.
Daarom overweeg ik nu geen fundamentele herziening van het
jeugdbeschermingsyssteem. Zoals u weet hangt de financiering van
deze middelen hoofdzakelijk af van de Gemeenschappen. Wat de
federale bevoegdheid betreft, zullen bijzondere inspanningen worden
geleverd. Op 28 januari 2009 heb ik het masterplan voor een
gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden voorgesteld in
de commissie voor de Justitie. Een van de aspecten die ik toen
specifiek heb toegelicht, was het probleem van de te beperkte
capaciteit van de bestaande jeugdafdelingen. Om hieraan tegemoet
te komen, werden in het masterplan ook een aantal actiepunten
opgenomen specifiek met betrekking tot dit probleem.
Meer bepaald zijn momenteel werken bezig in Tongeren en Saint-
Hubert. Deze aanpassingswerken zullen ervoor zorgen dat er in
Tongeren 34 plaatsen komen, in Saint-Hubert 50 plaatsen. De werken
in deze twee instellingen zullen duren tot ongeveer midden 2009 en
zullen na de zomer worden gevolgd door hun ingebruikname.
Daarnaast werkt de Regie aan een voorontwerp voor een
jeugdinstelling met 120 plaatsen in Achêne, dit ten behoeve van de
Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.
Tenslotte zal men in Everberg werken uitvoeren aan het poortgebouw
en zal er een nieuwbouw bijkomen. Hier zal er tegen 2012 een
capaciteitsverhoging zijn van 76 cellen, wat dus een totaal van 126
plaatsen geeft in Everberg, dit ten behoeve van de Vlaamse
Gemeenschap. De Franstalige vleugel van Everberg zal verhuizen
naar Saint-Hubert eens de werken zijn afgerond. Dan zal Everberg
volledig Nederlandstalig zijn en zijn de andere, Achêne en Saint-
Hubert, voor Franstaligen.
We zijn natuurlijk afhankelijk van een aantal verschillende factoren,
maar ik ben ervan overtuigd dat er overal goede wil is om deze
projecten snel en efficiënt waar heb ik dat nog gehoord? aan te
pakken. Hiervoor is er permanent overleg met de Regie van de
Gebouwen.
Zoals ik al heb aangegeven, mogen de aanzienlijke investeringen op
federaal niveau niet worden beschouwd als het enig mogelijke
antwoord op jeugddelinquentie. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat een
plaatsing in een gesloten instelling gerechtvaardigd is voor minder
zware misdrijven. Het is echter essentieel dat jongeren bewust
worden dat de misdrijven die ze plegen een reactie van de
maatschappij als gevolg hebben. Daarom meen ik dat het
noodzakelijk is dat de Gemeenschappen en de Gewesten blijven
toutefois, l'application de la loi
pose encore trop souvent des
problèmes. Et ce n'est pas tant la
loi qui est en cause, semble-t-il,
mais plutôt la disponibilité des
moyens dans le cadre de la prise
en charge de mineurs. Les acteurs
concernés
s'exprimeront
certainement à ce sujet lors du
colloque.
Je n'envisage pas pour le moment
de modifier fondamentalement le
système de la protection de la
jeunesse. Le financement est
assuré principalement par les
Communautés. Le gouvernement
fédéral
consent
d'importants
efforts
dans
le
cadre
du
masterplan pour accroître la
capacité
des
établissements
destinés à l'accueil des jeunes
délinquants: 24 nouvelles places
seront créées à Tongres et 50 à
Saint-Hubert.
Ces
deux
établissements pourront être mis
en service après l'été. La Régie
des Bâtiments prépare également
un projet de construction d'un
nouvel établissement de 120
places à Achêne. L'établissement
d'Everberg sera doté de 76
cellules supplémentaires.
Ces investissements ne peuvent
jamais être l'unique réponse à la
délinquance
juvénile.
Il
est
essentiel
de
faire
prendre
conscience aux jeunes que leurs
délits entraînent une réaction de la
société.
C'est
pourquoi
les
Régions doivent continuer à
investir dans la prévention et dans
des mesures permettant de réagir
rapidement dès les premiers
méfaits commis par un mineur. Il
peut s'agir d'une médiation, du
maintien sous conditions dans le
cadre familial, de prestations
d'intérêt général, ...
Il n'existe pas de statistiques quant
au nombre de jeunes qui sèchent
les cours. Les jeunes ne peuvent
d'ailleurs pas être sanctionnés à
cet égard. Conformément à la loi
du 29 juin 1983, ce sont les
parents
qui
peuvent
être
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
investeren in preventie, maar ook in maatregelen die toelaten om snel
te reageren op de eerste feiten die door de minderjarigen worden
gepleegd.
Dit kan bijvoorbeeld door bemiddeling, door het behoud van de
jongere in zijn leefmilieu onder voorwaarden, door prestaties van
algemeen nut: de jeugdrechtbank heeft een zeer brede waaier aan
mogelijkheden. Eenvoudig gezegd zouden magistraten voor elke
minderjarige die hun wordt toegewezen, die maatregelen moeten
uitspreken die zij het meest geschikt achten, zonder daarbij te moeten
vaststellen dat deze maatregel niet in de praktijk kan worden omgezet
bij gebrek aan beschikbare middelen. We moeten hen dus de
middelen kunnen geven.
Er is geen cijfermateriaal beschikbaar bij mij inzake spijbelen. Het is
hierbij eveneens van belang op te merken dat minderjarigen niet
kunnen worden gesanctioneerd als ze spijbelen. De minderjarigen
plegen immers geen strafbare feiten. Het zijn de ouders die op basis
van de wet van de leerplicht van 29 juni 1983 kunnen worden gestraft
indien de minderjarige niet naar school gaat.
Voor wat betreft de werkgroepen die werden opgericht een slechte
vraag op dit moment kan ik volgende informatie verstrekken. In
september 2006 werden criminologen aangeworven bij de afdelingen
jeugd en gezin van de parketten. Zij hebben specifieke opdrachten
gekregen met betrekking tot het spijbelen. Hun bevoegdheden
werden verder uitgewerkt in een rondzendbrief van het College van
procureurs-generaal. De parketcriminologen jeugd en gezin staan de
procureur des Konings en de jeugdmagistraten bij inzake
jeugddelinquentie, spijbelen en kindermishandeling en dit op twee
niveaus: enerzijds verlenen de parketcriminologen advies bij de
behandeling van individuele dossiers, anderzijds vervullen zij een
aantal beleidsmatige taken waarin ze het overleg aangaan met alle
betrokken gerechtelijke en buitengerechtelijke actoren.
Alle parketcriminologen hebben in overleg met parketmagistraten,
politiediensten en de diensten van de Gemeenschappen geïnvesteerd
in de aanpak van spijbelen. Om te komen tot een eenvormige aanpak
werd een samenwerkingsprotocol tussen de afdelingen jeugd en
gezin van de parketten en het beleidsdomein Onderwijs en Vorming
van
de
Vlaamse
Gemeenschap
uitgewerkt.
Dit
samenwerkingsprotocol werd besproken en goedgekeurd door het
College van procureurs-generaal tijdens de vergadering van 18 juli
2008. Tijdens deze vergadering werd eveneens het principe voor een
gelijkaardig protocol aan Franstalige kant goedgekeurd. Deze
protocols worden op dit ogenblik besproken.
Het enige waar ik geen weet van heb, is de werkgroep over de
afstemming van de veiligheidsmaatregelen in stations, trein, bus,
metro en tram. Ik heb daarover geen informatie gekregen.
Desgevallend moet u mij meer informatie geven over deze specifieke
werkgroep.
sanctionnés si leur enfant ne va
pas à l'école.
En
septembre
2006,
des
criminologues ont été recrutés
auprès des sections Jeunesse et
Famille des parquets. Leurs
compétences sont définies dans
une circulaire du collège des
procureurs
généraux.
Les
criminologues
assistent
les
procureurs et les magistrats de la
jeunesse en ce qui concerne la
délinquance juvénile, le problème
des jeunes qui sèchent les cours
et la maltraitance d'enfants. Ils
donnent des avis dans des
dossiers individuels et remplissent
en outre une série de missions au
niveau de la politique à mener, en
concertation avec tous les acteurs
du monde judiciaire et extra-
judiciaire.
Pour aborder la question
de
l'absentéisme scolaire de manière
uniforme,
un
protocole
de
coopération a été élaboré entre les
départements Jeunesse et Famille
des parquets et le domaine
Enseignement de la Communauté
flamande.
Le
collège
des
procureurs généraux a approuvé
ce protocole d'accord le 18 juillet
2008. Dans le même temps, le
principe d'une stratégie analogue
a été adopté du côté francophone.
Ces protocoles sont discutés pour
l'instant.
Je n'ai pas reçu d'informations
concernant un groupe de travail
sur les mesures de sécurité dans
les gares et dans les transports
publics.
11.03 Luk Van Biesen (Open Vld): Ik dank de minister voor zijn
uitvoerig antwoord. Uiteraard zullen wij rond deze problematiek van
gedachten kunnen wisselen op het colloquium.
11.03 Luk Van Biesen (Open
Vld): Nous poursuivrons cet
échange d'idées à l'occasion du
colloque.
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Sofie Staelraeve aan de minister van Justitie over "de combinatie van de
aanslagvergoeding en de financiële hulp uit het Slachtofferfonds" (nr. 11648)
12 Question de Mme Sofie Staelraeve au ministre de la Justice sur "la combinaison de l'indemnité
attentat et de l'aide financière du Fonds d'aide aux victimes" (n° 11648)
12.01 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de minister, volgens
artikel 42 van de wet van 1 augustus 1985 kan een bijzondere
vergoeding voor morele schade worden toegekend aan de
nabestaanden van beambten van politie- en hulpdiensten die het
slachtoffer werden van opzettelijke gewelddaden en daarbij zijn
overleden.
Los daarvan, en volgens het gemeenrecht, kan er ook een vergoeding
worden toegekend die ruimer gaat en meer vormen van schade en
kosten van nabestaanden vergoedt via het Slachtofferfonds.
Mijn vraag betreft de combinatie van beide gevallen. Kunnen
nabestaanden van de slachtoffers na de uitbetaling van een
aanslagvergoeding specifiek voor beambten van politie- en
hulpdiensten, een aanvraag tot financiële hulp indienen bij het
Slachtofferfonds?
Houdt de commissie in dat geval rekening met de al uitbetaalde
aanslagvergoeding aan die familieleden? Wordt in het omgekeerde
geval, wanneer er al een eerdere uitkering is door het
Slachtofferfonds, rekening gehouden met die uitkering wanneer de
nabestaanden van het slachtoffer alsnog recht krijgen op een
aanslagvergoeding?
12.01 Sofie Staelraeve (Open
Vld): Selon l'article 42 de la loi de
1985, une indemnité spéciale pour
dommage
moral
peut
être
octroyée aux proches parents
d'agents des services de police et
de secours décédés à la suite
d'actes intentionnels de violence.
En droit commun également, une
indemnité du Fonds d'aide aux
victimes peut leur être accordée.
Ces deux indemnités peuvent-
elles être combinées?
12.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw Staelraeve, personen
die al artikel 42 van de wet van 1985 hebben genoten, kunnen ook
een beroep doen op de commissie voor Financiële Hulp aan
Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan Occasionele
Redders.
Naast de vergoeding in het kader van de arbeidsongevallenwetgeving
kunnen de slachtoffers in twee opzichten een beroep doen op de wet
van 1985, ten eerste, door de toepassing van artikelen 28 tot 41
betreffende de hulp van de Staat aan de slachtoffers van opzettelijke
gewelddaden en aan occasionele redders en, ten tweede, door
toepassing van artikel 42 van dezelfde wet met betrekking tot de
toekenning van een bijzondere vergoeding in geval van fysieke
schade geleden door leden van de politie- en de hulpdiensten.
De vraag tot cumul van beide systemen komt in de praktijk weinig
voor. Er werden slechts twee dergelijke beslissingen teruggevonden.
Een beslissing dateert van 27 november 2001, waarbij een bedrag
werd toegekend aan de weduwe van een penitentiair beambte die op
4 juli 1992 in de gevangenis van Lantin was omgekomen bij een
poging tot ontsnapping van twee gedetineerden. Een tweede
beslissing dateert van 29 juni 2007, waarbij een aanvullende
financiële
hulp
werd
toegekend,
naast
de
arbeidsongevallenwetgeving, aan een politieambtenaar die op
9 januari 1994 het slachtoffer werd van een gijzeling in de gevangenis
12.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Les proches parents
d'une victime qui ont reçu une
indemnité
en application de
l'article 42 de la loi de 1985
peuvent également faire appel à la
Commission pour l'aide financière
aux victimes d'actes intentionnels
de violence et aux sauveteurs
occasionnels. Dans la pratique,
ces deux systèmes n'ont encore
été combinés qu'à deux reprises:
d'abord en 2001, au bénéfice
d'une
veuve
d'un
agent
pénitentiaire décédé en 1992 à la
suite d'une tentative d'évasion
d'un détenu, et puis en 2007, au
bénéfice d'un fonctionnaire de
police victime d'une prise d'otage
à la prison de Gand en 1994.
Le Fonds d'aide aux victimes peut
tenir compte d'indemnités déjà
versées, mais, dans ce dernier
cas, il ne l'a pas fait. Quiconque
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
van Gent.
De commissie kan in haar beslissing desgevallend rekening houden
met de reeds uitbetaalde aanslagvergoeding. Artikel 31bis, 1.5 van de
wet van 1985 laat de commissie toe om rekening te houden met
betalingen door de dader, de burgerlijke aansprakelijke partij, in het
kader van de sociale zekerheid, van een private verzekering of op een
andere manier.
De commissie heeft bij haar beslissing van 29 juni 2007 evenwel geen
rekening gehouden met de door de betrokken politieagent reeds in
het kader van artikel 42 ontvangen vergoedingen. Ik vestig uw
aandacht erop dat de vergoeding krachtens artikel 42 ook wordt
geïndexeerd.
De aanvragen tot een aanslagvergoeding worden niet behandeld door
de commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke
Gewelddaden en aan Occasionele Redders.
Artikel 42, §7, stelt hierover dat de aanvraag tot het verkrijgen van de
bedoelde vergoedingen, naar gelang van het geval, wordt gericht aan
de minister van Justitie voor de slachtoffers bedoeld in §2, voor leden
van de Veiligheid van de Staat, de buitendiensten en van het
directoraat-generaal van de penitentiaire inrichtingen, aan de minister
van Binnenlandse Zaken voor een aantal andere categorieën, en aan
de minister van Landsverdediging voor de vergoedingen die eventueel
onder zijn departement vallen, met name de slachtoffers die
aanspraak kunnen maken in de context van Defensie.
Het zijn dus de betrokken departementen die beslissen over het
toegekende bedrag dat wordt bepaald aan de hand van alle
elementen van het dossier. De bedragen verschillen dus naar gelang
van de situatie. Cumul van de twee uitkeringen is wel degelijk
mogelijk.
souhaite l'application de l'article 42
de la loi de 1985 doit pour ce faire
adresser une demande, selon la
fonction de la victime, au ministre
de la Justice, au ministre de
l'Intérieur ou au ministre de la
Défense.
Le
montant
de
l'indemnité est fixé par les
administrations concernées. Dans
ce
cas
également,
une
combinaison avec une indemnité
du Fonds d'aide aux victimes est
possible.
12.03 Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw duidelijk antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de wijze waarop de lijsten
worden samengesteld in verband met assisenprocessen" (nr. 11737)
13 Question de M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la composition des listes de jurés
13.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal geen namen noemen maar gisteren is er
in de pers een artikel verschenen over een persoon die tot een jaar
effectieve celstraf met intrekking van zijn burgerrechten was
veroordeeld, maar vreemd genoeg werd uitgeloot om in een
assisenjury zitting te hebben. De betrokkene reageerde blijkbaar
nogal verontwaardigd. Het systeem zit dus niet sluitend in elkaar.
Kunt u meedelen op welke wijze dit soort van lijsten tot stand komt?
Hoe komt het dat hierbij geen rekening wordt gehouden met het
strafregister?
13.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Un article paru hier révèle
qu'une personne condamnée à un
an de prison ferme et à la
déchéance des droits civils a été
tirée au sort pour siéger dans un
jury d'assises. Ce fait pour le
moins étonnant montre que le
système n'est pas entièrement
fiable. Comment élabore-t-on ces
listes et pourquoi ne prend-on pas
en considération les données
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Op welke wijze wordt het strafregister dezer dagen aangepast?
Gebeurt dat nog altijd met de ganzenveer of zitten we daar al in het
digitale tijdperk?
Hoeveel tijd is er nodig tussen een definitieve veroordeling en de
aanpassing?
contenues
dans
le
casier
judiciaire? Ce dernier est-il mis à
jour électroniquement? Quel délai
s'écoule entre une condamnation
définitive et sa notification dans le
casier judiciaire?
13.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, de vraag is
dus op welke manier de lijsten van de assisenjury worden
samengesteld.
In de loop van het jaar 2009 moeten de lijsten van de gezworenen van
de hoven van assisen opnieuw worden opgemaakt. Overeenkomstig
artikel 217 van het Gerechtelijk Wetboek gebeurt dit om de vier jaar.
Er is een speciale omzendbrief opgesteld waarbij de regeling voor die
lijsten wordt gepreciseerd.
Eerst en vooral moeten de gemeentelijke lijsten worden opgemaakt
door loting van de gezworenen uit de laatste lijst van de in de
kiezersregisters ingeschreven personen. Deze loting wordt tijdens de
maand januari verricht door de burgemeester, bijgestaan door twee
schepenen. Daarna worden de provinciale lijsten van gezworenen
voor de bestendige deputatie opgemaakt en voor 1 julii worden die
naar de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de
hoofdplaats van de provincie verzonden. Daarna wordt de definitieve
lijst opgemaakt.
Voor 1 november wordt deze definitieve lijst van gezworenen en de
staten van de toegevoegde gezworenen op de griffie van de
rechtbank neergelegd. Hieruit worden de gezworenen die worden
geroepen om zitting te nemen vanaf 1 januari van het volgende jaar
geloot.
Met betrekking tot de opmaak van de gemeentelijke lijst van de
gezworenen moet worden benadrukt dat de burgemeester uit de
voorbereidende lijst die personen laat schrappen die sinds het
opmaken van de kiezerslijst zijn overleden of uit hun burgerlijke of
politieke rechten zijn ontzet. Uit de bepalingen van het Kieswetboek
blijkt dat de uitoefening van het kiesrecht wordt geschorst voor
degenen die tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden zijn
veroordeeld, met uitsluiting van degenen die op grond van artikel 419
en 420 van het Strafwetboek zijn veroordeeld. De onbekwaamheid
duurt zes jaar wanneer de straf meer dan vier maanden tot minder
dan drie jaar bedraagt, en twaalf jaar wanneer de straf ten minste drie
jaar bedraagt.
Is de veroordeling met uitstel uitgesproken dan wordt de
onbekwaamheid tijdens de duur van het uitstel opgeschort. Is de
veroordeling gedeeltelijk met uitstel uitgesproken, dan wordt voor de
toepassing van deze bepalingen alleen met het gedeelte zonder
uitstel rekening gehouden. Wordt de veroordeling uitvoerbaar, dan
begint de schorsing van het kiesrecht dat daaruit voortvloeit op de dag
van de nieuwe veroordeling of van de beslissing tot intrekking.
Het zijn dus de parketten van de hoven en de rechtbanken die zijn
gehouden om de burgemeesters van de gemeenten waar de
belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling in de
bevolkingsregisters zijn ingeschreven, kennis te geven van alle
13.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Les listes des jurés des
cours d'assises doivent être
renouvelées dans le courant de
cette année. La loi dispose que
cette opération doit être réalisée
tous les quatre ans. Les listes
communales doivent dans un
premier temps être dressées par
le biais d'un tirage au sort des
jurés dans la dernière liste des
personnes inscrites au registre
des électeurs. Les autorités
communales procèdent à ce tirage
au sort durant le mois de janvier.
Les listes provinciales de jurés
sont ensuite constituées pour la
députation
permanente
et
transmises pour le 1
er
juillet au
président du tribunal de première
instance du chef-lieu de la
province. La liste définitive, enfin,
est dressée et déposée pour le 1
er
novembre au greffe du tribunal qui
convoque ensuite les jurés. Le
bourgmestre doit supprimer de la
liste préparatoire les personnes
décédées ou ayant été déchues
de leurs droits civils ou politiques
depuis l'élaboration de la liste des
électeurs.
Les parquets des cours et
tribunaux doivent donc informer
les bourgmestres de toutes les
condamnations
définitives
entraînant une déchéance du droit
de vote ou une suspension de ce
droit.
A l'entame du procès, le jury est
constitué par tirage au sort,
effectué par le président de la cour
d'assises, au cours de la séance
publique,
en
présence
du
ministère public et de l'accusé ou
de son conseil. L'accusé et le
procureur général peuvent récuser
un nombre égal de jurés. Le
ministère public récuse les jurés
potentiels
ayant
un
casier
CRIV 52
COM 490
11/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
veroordelingen waartegen met geen gewoon rechtsmiddel meer kan
worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorting
van dat recht tot gevolg hebben.
De rechtsprekende jury wordt bij de aanvang van het proces
samengesteld bij loting, uitgevoerd door de voorzitter van het hof van
assisen, tijdens de openbare zitting, op tegenspraak, in aanwezigheid
van het openbaar ministerie en de beschuldigde of zijn raadsman. De
voorzitter neemt een voor een de namen van de gezworenen uit een
bus. De beschuldigde en, daarna, de procureur-generaal mogen een
gelijk aantal gezworenen wraken, zonder dat zij de reden tot wraking
bekend mogen maken. Dat is het systeem van de discretionaire
wraking. Ik verwijs naar artikel 247 van het Gerechtelijk Wetboek. Op
basis van dit artikel wraakt het openbaar ministerie de potentiële
gezworenen met een strafregister.
Ik zie dus de persoon wiens naam u niet uitspreekt nog niet zo gauw
in een assisenjury zetelen, als ik u of anderen daarmee kan
geruststellen.
judiciaire. La personne en question
ne risque donc pas vraiment de se
retrouver dans un jury d'assises.
13.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. U hebt zeer veel theorie voorgelezen die ik
zelf ook wel kon terugvinden en nog voor een deel ken uit de lessen
van destijds. Wellicht is uw medewerker een stagiair of iemand die
zeer ijverig is en veel produceert, maar het pijnpunt is natuurlijk wel
dat de betrokkene op een gemeentelijke lijst stond en dat men
tegelijkertijd niet ziet dat hij is veroordeeld tot een effectieve celstraf
van een jaar.
Mijn probleem, en dat van de betrokkene, want hij is daarover zelf ook
verontwaardigd, is dat het strafregister, bijna een jaar na de
veroordeling, niet is aangepast. Daardoor gebeuren ongetwijfeld nog
veel andere fouten. Er worden ook nieuwe vonnissen uitgesproken
zonder een aangepast strafregister. Mijn vraag was vooral en
daarop hebt u eigenlijk niet geantwoord hoe snel een strafregister
wordt aangepast. Is dat nog niet verbeterd? Waarom duurt dat vele
maanden? Dat is toch een vrij eenvoudige procedure of het zou toch
vrij eenvoudig moeten zijn?
13.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
La
difficulté
réside
évidemment dans le fait que
l'intéressé figurait sur une liste
communale et qu'il est impossible
de voir au moment même qu'il est
condamné, par exemple, à une
peine d'emprisonnement effective
d'un an. Le problème est que le
casier judiciaire n'est pas encore
adapté pratiquement un an après
la condamnation. De nouveaux
jugements
sont
également
prononcés sans adaptation du
casier judiciaire. Ma question
portait essentiellement sur la
question de savoir dans quel délai
un casier judiciaire est adapté.
Pourquoi cela prend-il autant de
temps?
13.04 Minister Stefaan De Clerck: De discussie over de snelheid van
de informatiedoorstroming van de straffen naar het strafregister in de
gemeenten is nog altijd aan de gang. Daar is er nog altijd een
probleem.
13.04
Stefaan De Clerck,
ministre: La discussion sur la
vitesse de transmission des
informations
vers
le
casier
judiciaire dans les communes est
en cours. Un problème se pose
manifestement toujours à ce
niveau.
13.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Precies en dat wou ik even
onder de aandacht brengen. Is men dat aan het digitaliseren?
13.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le processus est-il en
cours d'informatisation?
13.06 Minister Stefaan De Clerck: In het kader van de ICT en de
hele modernisering is dit een van de specifieke punten.
Wij zijn daar nu prioritair mee bezig, omdat dit een probleem is voor
13.06
Stefaan De Clerck,
ministre: Il s'agit de l'un des points
spécifiques à traiter dans le cadre
de l'informatisation et de la
11/03/2009
CRIV 52
COM 490
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
de gemeenten die daarmee moeten werken. Dit geeft op het terrein
immers aanleiding tot allerlei problemen.
modernisation. Il s'agit d'ailleurs
de l'un des points prioritaires dans
la mesure où les communes sont
plus particulièrement confrontées
au problème.
13.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Misschien nog een laatste
element. Dat wordt aan de gemeente doorgegeven, maar als de
betrokkene weer verhuist, moet dat door het gerecht worden
aangepast. Zou het niet logischer zijn dat dit onmiddellijk digitaal
wordt aangepast, waar men ook woont? Als iemand dan bijvoorbeeld
verhuist van Sint-Niklaas naar Gent kan men in Gent dezelfde tekst
nakijken.
13.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Ne serait-il pas plus
logique de procéder directement à
l'adaptation numérique, quel que
soit le domicile de la personne?
13.08 Minister Stefaan De Clerck: U schetst het ideaalbeeld waar wij
naartoe werken, met name dat het dossier van degene die in contact
komt met het strafrecht van de inverdenkingstelling, de
invervolgingstelling, de veroordeling, de uitvoering van de
veroordeling tot de straf een lopend dossier wordt waartoe men,
mits de juiste sleutel, op elk ogenblik toegang heeft. Dat is de ambitie.
Dat is nu onbestaande.
Het is de ambitie om, zoals de Kruispuntbank in de gezondheidszorg,
over een dossier per persoon te beschikken, dat door de juiste
persoon op de diverse diensten en mits de juiste sleutel, kan worden
geconsulteerd, waar men zich ook bevindt, in Kortrijk of in Gent, op de
rechtbank of bij de DVZ.
Dat is het model waar wij naar streven, ook in het document dat wij
voor het reces naar buiten moeten brengen met betrekking tot ICT.
Wij zoeken naar centrale methodes om efficiëntie en management
veel eenvoudiger te maken. Dat is men momenteel aan het
bestuderen.
13.08
Stefaan De Clerck,
ministre: Il s'agit là effectivement
de la situation idéale que nous
souhaitons mettre en place mais
nous n'en sommes pas encore là.
Nous
avons
pour
ambition,
comme pour la Banque-carrefour
en matière de soins de santé, de
disposer
d'un
dossier
par
personne qui peut être consulté au
moyen du code exact par les
divers services, quel que soit
l'endroit où l'on se trouve. Ce
dossier est à l'examen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De meeste vragen van de heer Landuyt zijn omgezet
in een schriftelijke vraag, alsook de vragen nummers 11388, 11389,
11458 en 11634 van mevrouw Nyssens omdat haar vader vanmiddag
is overleden. De vraag nummer 11479 van de heer Brotcorne vervalt
omdat ze twee keer werd geagendeerd en er niet werd verwittigd van
afwezigheid.
La présidente : La majorité des
questions de M. Landuyt sont
transformées en questions écrites,
ainsi que celles de Mme Nyssens
parce que son père est décédé cet
après-midi.
La
question
de
M. Brotcorne est supprimée.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.21 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.21 heures.