KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 486
CRIV 52 COM 486
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR HET
B
EDRIJFSLEVEN
,
HET
W
ETENSCHAPSBELEID
,
HET
O
NDERWIJS
,
DE
N
ATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE
I
NSTELLINGEN
,
DE
M
IDDENSTAND
EN DE
L
ANDBOUW
C
OMMISSION DE L
'E
CONOMIE
,
DE LA
P
OLITIQUE
SCIENTIFIQUE
,
DE L
'E
DUCATION
,
DES
I
NSTITUTIONS SCIENTIFIQUES ET CULTURELLES
NATIONALES
,
DES
C
LASSES MOYENNES ET DE
L
'A
GRICULTURE
dinsdag
mardi
10-03-2009
10-03-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Nathalie Muylle aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de productnorm voor E85" (nr. 11383)
1
Question de Mme Nathalie Muylle au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur "la norme
de produit pour l'E85" (n° 11383)
1
Sprekers: Nathalie Muylle, Vincent Van
Quickenborne
, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Nathalie Muylle, Vincent Van
Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
scheeftrekking in de concurrentie tussen
Nederlandse en Belgische winkels in de
grensstreek
als
gevolg
van Nederlandse
dumpingprijzen" (nr. 11430)
2
Question de M. Bert Schoofs au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "la distorsion
de concurrence entre magasins néerlandais et
belges dans la région frontalière en raison des
prix de dumping pratiqués aux Pays-Bas"
(n° 11430)
2
Sprekers: Bert Schoofs, Vincent Van
Quickenborne
, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Bert Schoofs, Vincent Van
Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "het
onderzoek naar de kostprijs van kredietkaarten"
(nr. 11526)
5
Question de M. Peter Logghe au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "l'enquête sur
le coût des cartes de crédit" (n° 11526)
5
Sprekers: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne
, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
jaarrekeningen van kleine ondernemingen"
(nr. 11528)
8
Question de M. Peter Logghe au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "les comptes
annuels des petites entreprises" (n° 11528)
8
Sprekers: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne
, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Peter Logghe, Vincent Van
Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de spaarquote van de Belgische gezinnen"
(nr. 11603)
11
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "le taux
d'épargne des Belges" (n° 11603)
11
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Vincent Van
Quickenborne
, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Vincent Van
Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "e-commerce" (nr. 11632)
13
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre pour
l'Entreprise et la Simplification sur "l'e-commerce"
(n° 11632)
12
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Vincent Van
Quickenborne
, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Vincent Van
Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het verbod op de verkoop van de R4DS
kaart" (nr. 11647)
14
Question
de
M. Willem-Frederik Schiltz
au
ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur
"l'interdiction de la vente de la carte R4DS"
(n° 11647)
14
Sprekers: Willem-Frederik Schiltz, Vincent
Van
Quickenborne,
minister
voor
Ondernemen en Vereenvoudigen
Orateurs: Willem-Frederik Schiltz, Vincent
Van Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise
et la Simplification
Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de
minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "de prijsvorming door de nationale
prijzencommissie van het levend pluimvee"
(nr. 11650)
15
Question de M. Stefaan Vercamer au ministre
pour l'Entreprise et la Simplification sur "la fixation
du prix des volailles vivantes par la commission
nationale des prix" (n° 11650)
15
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Stefaan Vercamer, Vincent Van
Quickenborne
, minister voor Ondernemen en
Vereenvoudigen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Vincent Van
Quickenborne
, ministre pour l'Entreprise et la
Simplification
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Klimaat en Energie over "de liften"
(nr. 11630)
18
Question de M. Xavier Baeselen au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les ascenseurs"
(n° 11630)
18
Sprekers: Xavier Baeselen, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Xavier Baeselen, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "het verkopen van de
aandelen in Distrigas door steden en gemeenten"
(nr. 11662)
19
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la vente par les villes et
communes de leurs actions Distrigas" (n° 11662)
19
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
jaarverslagen van de Commissie Nucleaire
Voorzieningen" (nr. 11675)
21
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "les rapports
annuels de la Commission des provisions
nucléaires" (n° 11675)
21
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR HET
BEDRIJFSLEVEN, HET
WETENSCHAPSBELEID, HET
ONDERWIJS, DE NATIONALE
WETENSCHAPPELIJKE EN
CULTURELE INSTELLINGEN, DE
MIDDENSTAND EN DE
LANDBOUW
COMMISSION DE L'ECONOMIE,
DE LA POLITIQUE SCIENTIFIQUE,
DE L'EDUCATION, DES
INSTITUTIONS SCIENTIFIQUES
ET CULTURELLES NATIONALES,
DES CLASSES MOYENNES ET DE
L'AGRICULTURE
van
DINSDAG
10
MAART
2009
Namiddag
______
du
MARDI
10
MARS
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.21 uur en voorgezeten door de heer Bart Laeremans.
La séance est ouverte à 14.21 heures et présidée par M. Bart Laeremans.
01 Vraag van mevrouw Nathalie Muylle aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"de productnorm voor E85" (nr. 11383)
01 Question de Mme Nathalie Muylle au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la norme de
produit pour l'E85" (n° 11383)
01.01 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, een paar weken geleden is er heel wat discussie geweest
met bepaalde autoconstructeurs over de lamentabele houding die
België inneemt op het vlak van de E85-benzine die al of niet, en
vooral niet, kan worden getankt aan Belgische pompen.
Ik heb mij, wat logisch was, toen gericht tot minister Magnette om te
weten waar men stond met de E85 en de uitwerking van het wettelijk
kader daarrond. Hij heeft mij toen in de commissie voor de Energie
gezegd dat zijn deel daarvan klaar is. Zijn deel gaat dan eigenlijk
hoofdzakelijk over het aanpassen van de wetgeving inzake
biobrandstoffen en dan vooral de controle die hij daarop moet
uitvoeren en het nazien of men de toetsing aan de hand van de
duurzaamheidscriteria heeft gevolgd. Hij heeft mij gezegd dat alles bij
hem in orde was, maar dat het collega's Van Quickenborne en
Reynders waren die op het vlak van normering en detaxatie niet
volgen.
Vandaar, mijnheer Van Quickenborne, had ik graag van u vernomen
wat voor uw deel van de bevoegdheid de stand van zaken is rond het
uitwerken van de productnorm.
01.01 Nathalie Muylle (CD&V):
Plusieurs
constructeurs
automobiles pointent du doigt
l'État belge pour sa politique en
matière de disponibilité d'essence
E85. M. Magnette a déclaré que la
partie du cadre légal relevant de
ses compétences, à savoir le
contrôle de la législation en
matière de biocarburants et le
respect des critères de durabilité,
était au point, mais qu'il attendait
encore que soient réglés les
aspects relevant des compétences
de MM. Reynders
et Van
Quickenborne.
en
est
l'élaboration par le ministre pour
l'Entreprise de sa partie du cadre
légal?
01.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
mevrouw Muylle, vandaag bestaat er op Europees niveau geen
enkele norm inzake benzine E85. Er is wel een voorstel van norm in
voorbereiding, dat waarschijnlijk in september 2010 zal worden
gepubliceerd.
Indien de noden van de markt een reactie op korte termijn vragen, is
01.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
Actuellement, il n'existe pas de
norme de produit européenne pour
l'essence
E85
mais
une
proposition de norme est en
préparation. Cette proposition ne
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
het aangewezen om ofwel een nationale norm uit te werken via het
Belgisch normalisatiebureau NBN, ofwel een ontwerp van koninklijk
besluit voor te bereiden. Dergelijke procedure is in overeenstemming
met artikel 3, §2, van het koninklijk besluit van 4 maart 2005
betreffende de benamingen en de kenmerken van de biobrandstoffen
en andere hernieuwbare brandstoffen.
Ik heb daarom op 22 januari reeds meegedeeld dat ik een initiatief
neem om de technische norm voor bio-ethanol vast te leggen. Op die
manier wil ik een CO
2
-arme mobiliteit aanmoedigen en inzetten op
technologische innovatie van wagens en brandstoffen.
Het ontwerp-KB is ondertussen voor advies bezorgd aan de Raad van
State. Eenmaal we dat advies binnen hebben, zal het KB eventueel
worden aangepast en gepubliceerd.
devrait toutefois être publiée qu'en
septembre 2010. Aussi est-il
nécessaire, soit de mettre au point
une norme nationale par le biais
du bureau de normalisation belge
NBN, soit d'élaborer un arrêté
royal. Le 22 janvier, j'ai annoncé
mon intention de fixer une norme
technique pour le bioéthanol. Le
projet d'arrêté royal a été soumis
pour avis au Conseil d'État et il
sera donc publié prochainement.
01.03 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de minister, dat is positief,
wat uw deel betreft.
Betekent dit, wanneer het KB inzake de normering weg is en daar er
wordt gewacht op het advies van de Raad van State, dat er binnen de
regering ook al een regeling uitgewerkt is wat de detaxatie betreft?
01.03 Nathalie Muylle (CD&V):
Une décision a-t-elle déjà été prise
au sein du gouvernement en ce
qui concerne la détaxation?
01.04 Minister Vincent Van Quickenborne: Voor de detaxatie ligt de
hoofdbevoegdheid, zoals u weet, bij collega Reynders, maar in de
schoot van de regering is er een werkgroep opgericht waar volgens
mij ook de eerste minister aan deelneemt, om het probleem van de
detaxatie op te lossen. Ik heb geen zicht op de exacte timing, maar in
elk geval is de wil van de regering er om ook dat probleem op te
lossen. Als die drie elementen dan worden gecombineerd, zouden we
normaliter een markt moeten zien ontwikkelen voor bio-ethanol.
De discussie is wat bemoeilijkt geweest, de jongste maanden, op het
ogenblik dat de prijzen voor grondstoffen sterk aan het stijgen waren
en toen werd gezegd dat dit deels ook te maken had met een
ontwikkeling. De voormalige eerste minister heeft daar toen ook nog
een aantal uitspraken over gedaan, wat u zich ongetwijfeld ook nog
herinnert.
Persoonlijk denk ik ­ dit is mijn mening ­ dat de evolutie van de
jongste maanden wel degelijk aantoont dat het ene niet onmiddellijk te
maken heeft met het andere. Daarom denk ik dat wij met dat dossier
best voortgang maken en zorgen dat de markt in België aantrekkelijk
is voor dat soort brandstoffen.
01.04
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: Non,
mais un groupe de travail chargé
de se pencher sur ce problème a
été créé dans le giron du
gouvernement. Notre objectif est
de progresser dans ce dossier de
façon à pouvoir disposer très
bientôt d'un marché pour le
bioéthanol.
01.05 Nathalie Muylle (CD&V): Goed, dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
scheeftrekking in de concurrentie tussen Nederlandse en Belgische winkels in de grensstreek als
gevolg van Nederlandse dumpingprijzen" (nr. 11430)
02 Question de M. Bert Schoofs au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la distorsion de
concurrence entre magasins néerlandais et belges dans la région frontalière en raison des prix de
dumping pratiqués aux Pays-Bas" (n° 11430)
02.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, 02.01 Bert Schoofs (Vlaams
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
mijnheer de minister, er doet zich een probleem voor in Limburg,
maar misschien ook elders in Vlaanderen of België, met betrekking tot
concurrentie in meestal de detailhandel en meestal de sector van de
grenswinkels waar aan Nederlandse zijde dumpingprijzen worden
gehanteerd terwijl men in Belgisch Limburg gewone prijzen hanteert.
Het gaat zelfs zo ver dat de winkeliers aan onze zijde van de grens
gaan shoppen in Nederland. Ze kopen daar producten aan die ze hier
verkopen, wat verboden is. Dat is bijna een natuurlijke gang van
zaken omdat de verkoopprijzen in Nederland bijna of helemaal onder
het niveau liggen van de aankoopprijzen die winkeliers in België
moeten betalen. Dat zorgt voor een naar mijn oordeel ongezonde en
moordende concurrentie. Als concurrentie als moordend wordt
ervaren, zo wordt het ook in de pers genoemd, dat is natuurlijk een
geladen term, is ze toch als ongezond te bestempelen.
Mijnheer de minister, wat is volgens u de oorzaak? Doet zich dat
probleem alleen in Limburg voor of komt dat elders in de grensstreek
met Nederland ook voor? Hebt u eventueel bepaalde oplossingen
achter de hand, al was het maar via contacten met Nederland of op
Europees niveau? We leven ten slotte in de eengemaakte Europese
markt.
Belang): Dans cette partie de la
province du Limbourg limitrophe
des Pays-Bas, les commerces
subissent un grave préjudice
concurrentiel du fait des prix de
dumping
pratiqués
par
les
magasins
néerlandais.
Dans
certains cas, le prix de vente aux
Pays-bas est même inférieur au
prix de revient payé par les
commerçants belges. On assiste
dès lors à une concurrence féroce.
Comment cette situation a-t-elle
pu se produire? Le phénomène
est-il ressenti dans toute la région
frontalière avec les Pays-Bas ou
se
limite-t-il
au
Limbourg?
Comment le ministre compte-t-il y
mettre fin? S'est-il déjà concerté
avec son homologue néerlandais?
02.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Schoofs, ik dank u voor uw interessante vraag. Inderdaad,
het is een zeer relevante vraag want Vlaanderen is een kleine regio
waar mensen zeer gevoelig zijn om desgevallend een verplaatsing te
maken om producten en diensten aan te kopen, wat door Europa
mogelijk werd gemaakt. In die zin heeft het ook voordelen. Voor onze
handelaars is dat niet noodzakelijk een aangename vaststelling.
De directie Mededinging heeft al sinds 2007 gewezen op opvallende
prijsverschillen tussen Nederlandse ketens en de detailhandel in
België. Hierover vond ook overleg plaats met de Nederlandse
mededingingsautoriteit.
Op basis van dat overleg heeft men een aantal vaststellingen gedaan
die de prijsverschillen moeten helpen verklaren. Er zijn drie
belangrijke vaststellingen.
Ten eerste, de aangeboden producten en gamma's zijn meestal niet
identiek. Het koopgedrag van Nederlanders is dus anders dan dat van
de Vlamingen.
Ten tweede, in Nederland heeft een serieuze prijzenoorlog gewoed,
waarbij één keten marktaandeel trachtte terug te winnen op
discounters. Daarbij kiest men voor sterke bodemprijzen.
Ten derde, de inkoopprijzen zijn, omwille van een grotere en anders
georganiseerde markt, in Nederland lager. De markt bij ons telt tien
miljoen consumenten. Rekening houdend met het taalverschil, is de
markt nog kleiner. De Nederlandse markt telt vijftien à zestien miljoen
consumenten. Dat is dus een veel grotere markt.
Op basis van het overleg is ook vastgesteld dat, hoewel zulks
voortdurend in de gaten wordt gehouden, er geen aanwijzingen zijn
dat er afspraken zouden worden gemaakt om de prijzen in België
kunstmatig hoger te houden dan in Nederland of om de inkoop via
02.02
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: En 2007
déjà,
la
direction
de
la
concurrence avait constaté une
différence considérable entre les
prix pratiqués par les chaînes de
distribution néerlandaises et ceux
affichés par les détaillants belges.
La
concertation
avec
les
Néerlandais a permis d'en cerner
les causes possibles. L'offre de
produits diverge fortement entre
les deux pays : les Néerlandais
achètent très différemment des
Belges. En outre, une guerre des
prix sévit de longue date aux
Pays-Bas où l'une des plus
grandes chaînes de distribution a
décidé
de
concurrencer
directement les discounters. Enfin,
chez nos voisins du Nord, la
structure du marché commercial
diffère de la nôtre en raison d'une
taille nettement plus importante ­
16 millions d'habitants ­, ce qui
influe sur les prix d'achat des
magasins.
Rien n'indique que des accords
ont été pris pour maintenir
artificiellement les prix à un niveau
élevé dans notre pays. Les
différences
de
prix
peuvent
s'expliquer par notre loi sur les
pratiques du commerce qui interdit
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Nederland te belemmeren. Dat is de vaststelling.
Wel zijn er een aantal objectieve redenen waarom prijzen bij ons
hoger kunnen zijn dan in Nederland. De belangrijkste reden is te
vinden in de wet op de handelspraktijken, die bepaalt dat het bij ons,
in tegenstelling tot in Nederland, verboden is om met verlies te
verkopen.
Dat is een belangrijke verklaring. België heeft de keuze voor het
verbod op verkoop met verlies destijds gemaakt, mede om onze
kleinhandelaars tegen mogelijke praktijken van grotere discounters te
beschermen. Het voorgaande is een politieke keuze geweest, die er
echter wel voor zorgt dat de consumenten eventueel wat meer zullen
betalen. Voornoemde keuze heeft dus wel een zijeffect, zoals u hebt
beschreven.
Ten tweede, in ons land bestaat er ook een aantal reglementeringen
op het vlak van over-the-countergeneesmiddelen.
Herinner u het incident van enige tijd geleden, waarbij consumenten
over de grens in Nederland nabij West-Vlaanderen, zoals in Sluis ­
niet in Nederlands Limburg ­, bepaalde geneesmiddelen over the
counter en dus voorschriftvrij kopen, omdat de betrokken
geneesmiddelen in Nederland goedkoper zijn dan in België.
De reden daarvoor is heel eenvoudig. Onze wetgeving laat niet toe
dat voorschriftvrije geneesmiddelen elders dan in de apotheek worden
verkocht. Bij ons is de verkoop ervan in handen van de apotheken. De
desbetreffende reglementering verklaart ook de genoemde
prijsverschillen.
Mijnheer Schoofs, dat is niet altijd het geval. Bepaalde producten zijn
bij ons goedkoper dan in Nederland, zoals bijvoorbeeld benzine en
diesel. Ik weet niet wat precies de stand van zaken inzake de prijs van
benzine en diesel is. De laatste informatie die ik heb, is dat heel wat
Nederlanders af en toe bij ons komen tanken.
Een verklaring voor het prijsverschil heeft vaak met reglementering te
maken en met keuzes die politici al dan niet maken.
Ten slotte wil ik er nog op wijzen dat de Dienst voor de Mededinging
een aantal onderzoeken voert naar mogelijke afspraken die tussen
supermarkten en leveranciers zijn gemaakt om bepaalde prijzen vast
te leggen. Voornoemde onderzoeken moeten nog in 2009 tot resultaat
kunnen leiden.
Dat waren enkele bedenkingen bij uw vraag.
au commerçant belge de vendre à
perte. Cette réglementation avait
été instaurée à l'époque pour
protéger le petit commerçant belge
des grandes chaînes.
Dans notre pays, il existe
également
plusieurs
autres
réglementations, notamment en
matière de médicaments. En
Belgique, les médicaments non
soumis à prescription ne peuvent
être vendus qu'en pharmacie. Aux
Pays-Bas, ils sont de ce fait
nettement moins chers. Les prix
de l'essence et du diesel jouent
également
un
rôle.
Les
Néerlandais viennent dès lors
régulièrement faire le plein en
Belgique. Les différences de prix
s'expliquent
par
les
réglementations différentes et les
choix politiques.
Enfin, je tiens encore à faire
observer que le Service de la
concurrence mène une série
d'enquêtes sur de possibles
accords
de
prix
entre
supermarchés et fournisseurs.
Ces enquêtes devraient encore
conduire à des résultats en 2009.
02.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord.
Ik ben erg benieuwd naar het resultaat van het onderzoek naar
eventuele prijsafspraken die zouden zijn gemaakt. Prijsafspraken zijn
immers elementen die de discussie voeden.
Ik hoop dat op alle bestuursechelons in ons land, zeker gezien de
huidige, economische crisis, de keuze voor de kleinhandel en niet
voor de grotere ketens wordt gemaakt. Van de economische crisis
02.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je suis impatient de
connaître les résultats de ces
enquêtes relatives à de possibles
accords de prix. Il me paraît clair
qu'en ces temps de crise, les
pouvoirs publics doivent faire
preuve d'un peu plus de souplesse
à l'égard du commerce de détail.
Le commerce de gros est en effet
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
zullen de kleintjes immers het eerst te lijden hebben. Indien er
politieke keuzes moeten worden gemaakt, hoop ik dus ook dat zij in
het voordeel van de kleinhandel worden gemaakt.
Ik zie het, eerlijk gezegd, wel zitten om de kleinhandel een enigszins
soepelere regeling te gunnen dan de regeling voor de grote winkels,
die een veel grotere buffer hebben en uit zichzelf al van een veel
grotere bescherming kunnen genieten, net doordat zij zo groot zijn.
Indien u maatregelen kunt treffen om de kleinhandel te beschermen
en daardoor de verschillen met Nederland weg te vlakken, zullen een
heleboel handelaars en detaillisten, zeker de kleintjes, u voor uw
initiatief prijzen.
Ik hoop dat de regering echt onderzoekt of er ter zake maatregelen
mogelijk zijn.
bien mieux armé pour affronter la
crise.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "het
onderzoek naar de kostprijs van kredietkaarten" (nr. 11526)
03 Question de M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "l'enquête sur le
coût des cartes de crédit" (n° 11526)
03.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, eind
januari 2009 stelde ik u al eens een vraag betreffende de Paycard, de
nieuwe kredietkaart. Ik had het dan onder andere over de mogelijke
kostprijs van de kredietkaart en vooral over het feit dat een klant die
een Paycard wou, ook nog een supplement zou moeten betalen voor
de nieuwe dienst. U had daar uw bedenkingen bij. Ondertussen
verneem ik in de pers dat u nogal wat andere bedenkingen
betreffende die kredietkaarten heeft en dat u de dienst voor de
Mededinging opdracht hebt gegeven de Belgische markt van
kredietkaartbetalingen
te
onderzoeken
op
mogelijke
concurrentievervalsing.
Na uw onderzoek zouden de nationale betalingen een stuk goedkoper
moeten kunnen en onderhandelingen met de banken zouden in
eerste instantie op niets zijn uitgedraaid.
Ik heb de volgende vragen voor u, mijnheer de minister. Kunt u ons
meedelen binnen welke termijn u hoopt de resultaten van het
onderzoek van de dienst voor de Mededinging naar de commissie te
brengen?
Stel dat de opdracht voor de dienst erop uitloopt dat inderdaad blijkt
dat de bankkosten voor het gebruik van die kredietkaarten
buitensporig hoog liggen in verhouding met onze naburige landen.
Welke stappen zult u dan doen om hieraan gevolg te geven?
Ten derde, volgens Unizo en Fedis zou de afschaffing van de
interchange fees voor nationale betalingen een besparing opleveren
van maar liefst 32 miljoen euro. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik dat
las. Bestaan er bij de regering berekeningen hierover of hebt u zelf
bedenkingen daarover? Het bedrag lijkt me toch wel zeer hoog.
Ten vierde, nog volgens Unizo en Fedis zou de afschaffing van de
03.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il me revient que le
ministre a chargé le Service de la
concurrence de consacrer une
étude au marché belge des
paiements par carte de crédit afin
d'y
déceler
d'éventuelles
distorsions de concurrence. Ces
paiements
pourraient
être
nettement moins onéreux dans
notre pays mais les tractations
avec les banques à ce sujet n'ont
donné aucun résultat.
Quand les résultats de cette étude
seront-ils disponibles? Quelles
mesures le ministre compte-t-il
prendre si les frais bancaires
imputés pour l'utilisation de cartes
de crédit en Belgique s'avèrent
beaucoup trop élevés?
Selon
Unizo
et
Fedis,
la
suppression des «interchange
fees»
pour
les
paiements
nationaux pourrait permettre de
réaliser une économie de 32
millions d'euros et profiterait
essentiellement aux commerçants.
Est-ce exact et cette suppression
ne devrait-elle pas bénéficier in
fine aux consommateurs étant
donné qu'aujourd'hui, ces fees
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
interchange fees vooral de handelaars ten goede komen. Naar mijn
bescheiden mening is het nochtans de particuliere klant, die de
uiteindelijke kosten voor de interchange fees doorgerekend krijgt in de
kostprijs van de koopwaren. Zal hij het zijn die uiteindelijk gebaat is bij
de afschaffing van de interchange fees?
Tenzij u het anders ziet, denk ik dat mijn mening de juiste is en dat
Unizo en Fedis het verkeerd zien, maar ik ben graag bereid om even
naar u te luisteren.
sont répercutés sur eux?
03.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Collega Logghe, het is
goed u te horen pleiten om een en ander door te rekenen aan de
consument. Daarnet heb ik van uw collega gehoord dat ik alles moest
doen voor de zelfstandigen, de kleinhandelaars, die lid zijn van Unizo.
U moet begrijpen dat de belangen niet altijd gelijksporen en ook in dit
dossier blijkt dat het geval te zijn.
Er lopen op dit ogenblik inzake kredietkaarten en betaalsystemen tal
van onderzoeken op Europees niveau en ook bij ons. Ons auditoraat
heeft een formeel onderzoek geopend inzake kredietkaartbetalingen,
en dat voor binnenlandse betalingen via kredietkaarten. Het gaat dus
niet over betaalkaarten en evenmin over interlandelijke betalingen.
Een formeel mededingingsonderzoek vergt tijd. In een eerste fase van
het onderzoek worden door het auditoraat vragen gesteld aan de
betrokken bedrijven, die een maand tijd krijgen om te antwoorden. Die
antwoorden worden op hun beurt geanalyseerd door het auditoraat en
geven in de meeste gevallen aanleiding tot enkele nieuwe vragen. Die
fase van vraag en antwoord kan snel een half jaar duren.
Na het beëindigen van het onderzoek wordt door het auditoraat een
rapport opgesteld, dat aan de Raad voor de Mededinging wordt
bezorgd. Het is dan aan de Raad en de rechtbank om zich uit te
spreken binnen een termijn van 6 maanden. Men moet dus rekening
houden met een termijn van een jaar.
Ik heb al meermaals gezegd tegen mijn diensten dat een jaar veel te
lang is en ik heb gevraagd of het niet sneller kan gaan. Zij hebben
gezegd dat wij met de termijnen waar België nu blijk van geeft, met de
nieuwe Mededingingswet en met de dienst Mededinging, het nu al
een stuk sneller doen dan Europa. U moet weten dat in ons land alle
mededingingsautoriteiten samen beschikken over 60 of 70 mensen,
terwijl Nederland een mededingingsdienst heeft van meer dan 200
mensen. Toch doen wij het sneller dan de Nederlanders.
Ik begrijp dat een vergelijking met andere landen, zelfs in Europa, te
weinig soelaas brengt voor de vragen die gesteld worden door de
parlementsleden ­ en ook door mijzelf ­, want als men efficiënt wil
optreden en een signaal wil geven aan de markt, moet men sneller
kunnen optreden.
Ik heb gesuggereerd aan mijn diensten dat wij het jaarverslag, dat
binnenkort klaar is, mijnheer de voorzitter, als u het toelaat, zouden
toelichten in de commissie en dat zij zouden uitleggen hoe zij te werk
gaan. Wij hebben die diensten trouwens het jongste jaar door interne
herschikkingen van ons personeelsbestand ­ want ik heb geen
personeelsleden toegevoegd, u kent mijn pleidooi voor minder
ambtenaren ­ substantieel versterkt. Er zijn nu meer onderzoekers.
03.02
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: Selon
votre collègue Schoofs, il est de
mon devoir de faire tout ce qui est
en mon pouvoir pour défendre les
intérêts des indépendants et des
détaillants mais selon vous, je dois
avant
tout
défendre
les
consommateurs. Vous n'êtes pas
sur la même longueur d'onde!
Les cartes de crédit et systèmes
de paiement font l'objet de
nombreuses enquêtes, tant au
niveau européen que national.
L'auditorat a ouvert une enquête
formelle
en
matière
de
concurrence
concernant
les
paiements nationaux réalisés au
moyen de cartes de crédit. Ce type
de procédure nécessite cependant
du temps puisque la phase des
questions-réponses peut aisément
prendre six mois. L'auditorat doit
ensuite rédiger un rapport qu'il
transmet au Conseil de la
concurrence, après quoi ce dernier
et le tribunal doivent se prononcer
dans un délai de six mois. Il faut
dès lors tabler sur un délai total
d'un an. La Belgique est pourtant
l'État de l'UE où le fonctionnement
est le plus rapide alors que nos
services
de
la
concurrence
disposent
d'effectifs
moins
nombreux qu'aux Pays-Bas, par
exemple.
Le Service de la concurrence
pourrait peut-être venir présenter
le rapport annuel à la commission
et expliciter la méthode suivie ainsi
que les remaniements internes qui
lui permettent de disposer d'un
nombre supérieur d'enquêteurs.
Des suggestions pourraient être
formulées à cette occasion en vue
d'encore accélérer le travail.
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Wij kunnen u dan ook uitleggen welke zaken er lopen, uiteraard met
respect voor het geheim van het onderzoek, en misschien een aantal
suggesties met u uitwisselen over hoe wij de zaken nog kunnen
versnellen.
Maar het is uitgesloten, mijnheer Logghe, dat als u een suggestie
doet inzake interchange of kredietkaartbetalingen wij die zaak binnen
de drie maanden kunnen oplossen. De raad moet zich uitspreken. In
een raad hoort men uiteraard altijd woord en wederwoord en er is ook
altijd de mogelijkheid dat de mensen in beroep gaan.
Ik wil er trouwens op wijzen, mijnheer de voorzitter, dat beroepen
tegen de Raad voor de Mededinging ingediend worden bij en
behandeld worden door de 18
e
kamer, die intussen alom in het
nieuws is. Men zegt dat alles uiteindelijk aan alles raakt.
Ik kan natuurlijk niet vooruitlopen op de resultaten van het onderzoek,
maar, indien die betalingen niet gegrond of overdreven hoog zijn, dan
kan de raad optreden. Wij hebben dat trouwens gedaan met de raad
in de zaak-Unizo/Banksys. Daar zijn er aanpassingen opgelegd. Het
is bij de zaak-Banksys ook zo geweest dat het voordeel uiteindelijk
moest doorgerekend worden aan de consument. Ik sta erop dat dat
inderdaad ook gebeurt. Het is de consument die uiteindelijk het
prijsvoordeel moet kunnen genieten, niet de mensen die daar tussen
staan.
In verband met de exacte cijfers moet u weten dat wij sinds de zomer
van 2008 in het kader van een soort van informeel onderzoek, een
onderhandeling tussen de financiële instellingen en andere
instellingen en de dienst Mededinging, een oplossing trachten te
vinden voor het probleem. Wij hebben echter onvoldoende cijfers
gekregen van de verschillende diensten van die instellingen. Vandaar
dat ik dan besloten heb om een formeel onderzoek op te starten, wat
ik u net heb beschreven. Dat zal ons dan toelaten om effectief de
gegevens te verkrijgen. Die zullen dan ook worden bekendgemaakt.
Het is pas bij een formeel onderzoek dat wij de wettelijke middelen
hebben om die gegevens ook te verzamelen.
Ajoutons que les recours contre
les décisions du Conseil sont
traités par la 18
e
chambre de la
cour d'appel de Bruxelles, qui fait
couler pas mal d'encre ces
derniers temps.
Le Conseil peut intervenir s'il
s'avère que les coûts sont
infondés ou exagérés. Nous avons
d'ailleurs agi de la sorte dans
l'affaire Unizo/Banksys où des
adaptations concrètes ont été
imposées et les avantages ont
finalement été facturés au client.
Je m'y rallie pleinement.
Depuis
l'été
2008,
des
négociations sont en cours avec
diverses institutions financières et
autres mais nous n'avons pas
encore reçu suffisamment de
chiffres. C'est précisément la
raison pour laquelle une enquête
formelle a été ouverte, pour que
les données puissent être exigées
légalement.
03.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister voor zijn antwoord.
Die eerste opmerking over het feit dat mijn collega en ik zelf andere
belangen verdedigen, is wat de werkelijkheid voorbij, mijnheer de
minister. Het ging in het ene geval over handelaars en de prijzen
tussen handelaars in de grensstreek. Hier gaat het over klanten en
handelaars.
Ik noteer met enige genoegdoening dat u ook vindt dat een jaar vrij
lang is om tot de resultaten van een studie te komen. Dan spreek ik
nog niet over de resultaten van de maatregelen die moeten worden
genomen. Maar goed, de goede wil om er iets aan te doen, bestaat in
elk geval. We volgen die zaak verder op.
03.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Il n'y a aucun rapport
entre
cette
question
et
la
précédente ! Il est dès lors
fallacieux de la part du ministre
d'affirmer que M. Schoofs et moi-
même ne défendrions pas les
mêmes intérêts.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "de
jaarrekeningen van kleine ondernemingen" (nr. 11528)
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
04 Question de M. Peter Logghe au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "les comptes
annuels des petites entreprises" (n° 11528)
04.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, de
Europese Commissie heeft een voorstel gedaan om de
jaarrekeningen voor kleine ondernemingen te schrappen. Dat moet u,
als minister van Vereenvoudigen, ongetwijfeld als muziek in de oren
hebben geklonken. Nochtans bestaat in ons land toch wel wat verzet
tegen het afschaffen van die overigens reeds flink vereenvoudigde
jaarrekening, omdat deze veel informatie bevat voor bijvoorbeeld
leveranciers, bankiers en allerlei instellingen die statistieken moeten
bijhouden. De vraag is dan ook wat de Belgische overheid zal doen,
als het voorstel van de Europese Commissie wordt goedgekeurd.
Mijnheer de minister, ten eerste, hoe staat u tegenover het mogelijk
schrappen van de verplichting voor kleine ondernemingen om een
jaarrekening in te dienen?
Ten tweede, werd en wordt hierover overleg gepleegd met de sector?
Is er in overleg voorzien met bijvoorbeeld boekhouders en
accountantskantoren?
Ten derde, wat denkt u over de opmerking van Unizo dat met het
afschaffen van het indienen van de vereenvoudigde jaarrekeningen
voor kleine ondernemingen een schat aan informatie verloren gaat?
Ten vierde, wat denkt u over het voorstel van Unizo om het indienen
van de jaarrekening voor kleine ondernemingen te behouden ­ dat
zou dan wel een concurrentienadeel zijn ten opzichte van het
buitenland omdat het indienen ervan geld kost ­ maar de kosten die
samengaan met het indienen van de jaarrekening te schrappen. Zo
heeft men twee voordelen in een klap. De jaarrekening, en dus het
verzamelen
van
informatie,
wordt
behouden
en
het
concurrentienadeel voor ons land wordt geschrapt omdat wij de
kosten laten vallen. Wat zijn uw inzichten hierover?
04.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
La
Commission
européenne veut supprimer les
comptes annuels pour les petites
entreprises. Ce projet européen a
provoqué une levée de boucliers
en Belgique, entre autres parce
que ces comptes annuels recèlent
une mine d'informations. Que fera
l'État belge si cette proposition de
la Commission est adoptée? Cette
question est-elle l'objet d'une
concertation avec les entreprises
et
les
comptables?
L'Unizo
propose par exemple de conserver
les comptes annuels mais de
supprimer les frais nécessités par
leur dépôt. Le ministre défend-il
cette idée?
04.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega, de Europese Commissie heeft op 25 februari van dit jaar een
formeel voorstel ingediend om de vierde richtlijn te wijzigen. Het gaat
om een nieuwe groep van zeer kleine bedrijven, met niet meer dan 10
werknemers, een omzet van maximaal 1 miljoen euro en een
balanstotaal van maximaal 500.000 euro.
De lidstaten zouden ervoor kunnen opteren ­ het eerste voorstel,
waartegen wij verzet hebben aangetekend, was een voorstel tot
verplichte schrapping, terwijl het nu een mogelijkheid zou zijn ­ om de
rapporteringsplicht voor de micro-entiteiten te schrappen. De
Commissie heeft de intentie om de nieuwe richtlijn in de eerste helft
van 2010 te laten goedkeuren. In het huidige voorstel lijkt het zeker
dat het een optie is, en geen verplichting meer, door het verzet van
België, daarin gesteund door een aantal andere landen. Ik heb dat
verzet uitdrukkelijk bekendgemaakt. Onze diplomaten hebben
daaraan hard meegewerkt.
De bedoeling van de Commissie om de kosten voor de kleine
ondernemingen te drukken en de administratieve rompslomp te
verlichten, vooral vanuit Duitsland en een aantal andere landen heeft
men zich daar heel sterk op gefixeerd. Men heeft dat becijferd. Als
04.02
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: Le 25
février,
la
Commission
européenne
a
effectivement
déposé une proposition officielle
visant à modifier la quatrième
directive. Est concernée une
nouvelle catégorie constituée des
très
petites
entreprises
ne
comptant pas plus de dix
travailleurs,
dont
le
chiffre
d'affaires ne dépasse pas le
million d'euros et dont le total du
bilan n'est pas supérieur à
500.000 euros. La première
proposition, à laquelle nous avons
fait
opposition,
était
une
proposition
de
suppression
obligatoire. Grâce à la Belgique et
à quelques autres États membres,
cette suppression n'est plus
obligatoire mais facultative. La
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
men dat doet, kunnen de administratieve lasten sterk verminderen. U
weet dat Europa een doelstelling heeft opgesteld van min 25%
lastenverlichting. Dat percentage moet vertaald worden in euro's.
Daarom heeft onder meer Duitsland gezegd eens te zullen nagaan
waar de grote brokken van de wetgeving zitten, zeker in
boekhoudingverplichting. Men heeft dat berekend op zoveel bedrijven,
en zo komt men tot een substantiële som. Als wij dat zouden doen,
dan zou zowat 72% of 226.111 van de Belgische ondernemingen ­
dat is exact berekend ­ geen jaarrekeningen meer moeten indienen.
Het blijkt, na berekening, dus een heel grote som geld.
Uiteraard, er is verzet van de financiële beroepen, die vrezen voor
werkverlies. Als dat het enige argument zou zijn, dan zou ik niet
akkoord gaan.
De realiteit is echter dat het voor leveranciers, kredietverstrekkers,
aandeelhouders en werknemers veel moeilijker wordt om een correct
beeld te krijgen van de financiële toestand van de ondernemingen. De
gecentraliseerde informatie en gepubliceerde jaarrekening is voor de
aandeelhouders en leveranciers, maar ook voor de kandidaat-
overnemers, op een uniforme manier toegankelijk. Schaffen wij de
publicatieplicht af, dreigen de ondernemingen verschillende rapporten
te moeten opstellen, met een kostprijs, waarvan de inhoud zal
variëren naargelang degene die erom vraagt. Mijn stelling luidt dus
dat het wel klopt dat die afschaffing kostenbesparend zou zijn, maar
die plicht is niet zomaar een plicht om iets te doen, het is een plicht
die zou moeten worden vervangen door andere stukken, die opnieuw
op zich geld zouden kosten. Het grote voordeel dat we nu hebben,
namelijk de uniformiteit, zou dan wegvallen; uniformiteit op basis
waarvan er nochtans heel veel knowhow en kennis is opgebouwd.
De vermindering van de transparantie lijkt dan ook, in volle crisistijd,
waarin bedrijven het al moeilijk genoeg hebben om kredieten te
krijgen bij de banken, niet onmiddellijk een verstandige zet. Het
kostenbesparend effect zal dus, zoals ik al zei, worden tenietgedaan.
Ingeval een lidstaat voor de vrijstelling kiest, zal hij zelf de
boekhoudrechtelijke leemten moet invullen. Dit zou betekenen dat
een gedegen boekhoudrecht wegvalt en dat er enkel nog summiere
verplichtingen worden afgekondigd om de aangifte in de
vennootschapsbelasting te kunnen invullen.
U moet ook weten dat de boekhouding bij ons volledig in lijn ligt met
de fiscaliteit en dat in de fiscaliteit, dus om de aangiften te doen, de
jaarrekening een noodzakelijk onderliggend stuk is. Als we de
jaarrekeningen laten vallen, dan zal de fiscus vragen om een ander
document op te maken, en dan zal er een hele discussie ontstaan
over welk stuk dat moet zijn. Er moet dan opnieuw kennis worden
opgebouwd. Bedrijven zullen dan opnieuw investeringen moeten
doen, et cetera.
Vindt er overleg plaats? Ja, er is overleg met de subcommissie
boekhoudregeling binnen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven,
ook gelet op het belang dat ook de sociale partners aan de thematiek
hechten. We moeten verschillende stakeholders raadplegen.
In België is de publicatie van de jaarrekening de prijs die de
ondernemers betalen voor het verkrijgen van transparantie. Als men
Commission a l'intention de faire
adopter la nouvelle directive au
cours du premier semestre de
2010.
Le principal objectif poursuivi par
la
Commission
est
double :
compression des frais concernés
pour les petites entreprises et
réduction
de
25
%
des
tracasseries administratives. Il
reste à chiffrer ce pourcentage. Si
notre législation relative aux
obligations
comptables
est
adaptée, 72 % des entreprises
belges ne devront plus déposer de
comptes
annuels.
Seront
concernées plus de 220.000
entreprises, ce qui représente un
fameux pactole.
Cela représenterait effectivement
une belle économie.
Le secteur financier n'y est
évidemment pas favorable, par
crainte de pertes d'emplois. Si cela
devait constituer le seul argument,
je ne serais pas d'accord. Il
résulterait
toutefois
de
la
suppression des comptes annuels
que
les
fournisseurs,
les
pourvoyeurs
de
crédit,
les
actionnaires et les travailleurs
éprouveraient beaucoup plus de
difficultés à obtenir une vue
d'ensemble correcte de la situation
financière des entreprises. Les
entreprises devraient dans ce cas
rédiger toute une série d'autres
rapports et la suppression de
l'obligation de publication ne
représenterait dès lors plus du tout
une
économie.
En
outre,
l'avantage
de
l'uniformité
disparaîtrait également. En pleine
période de crise, alors que les
entreprises
éprouvent
déjà
suffisamment de difficultés à
obtenir des crédits, la proposition
ne me semble guère opportune.
Si un État membre opte pour
l'exemption, ce sera la fin d'un
droit comptable solide. Il ne
subsistera
plus
que
des
obligations
restreintes
pour
permettre
de
compléter
la
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
die transparantie geeft, dan weet iedere stakeholder hoe het gesteld
is. Ook de vertegenwoordigers van de kmo's denken er bij ons zo
over. Denk onder meer aan de reactie van de gedelegeerd bestuurder
van Unizo. Hij is het ermee eens dat de afschaffing het voor bedrijven
niet goedkoper zal maken. Idem dito voor de overkoepelende
Europese vertegenwoordiger van de kmo's: hij is dezelfde mening
toegedaan.
Ik moet erop wijzen dat het betrokken voorstel van de Europese
Commissie zijn beslag nog moet krijgen in de Raad van ministers,
evenals in het Europees Parlement.
Verwijzend naar uw opmerking dat er een soort asymmetrische
informatie dreigt te ontstaan wanneer een aantal landen het zouden
afschaffen en een aantal andere niet, kan ik u melden dat ons land
verder gaat met zijn verzet, ook tegen de afgezwakte vorm van het
voorstel van de Europese Commissie.
We proberen andere landen ervan te overtuigen dat zelfs de
facultatieve afschaffing geen goede zaak zou zijn. We wachten af wat
dat de komende maanden geeft, aangezien de Raad voor ministers
en het Europees Parlement zich daarover nog moeten buigen.
Ik denk dus niet dat dit verhaal ten einde is. Wij zijn in elk geval,
samen met een aantal Europese landen, van mening dat een
vereenvoudiging, een echte vereenvoudiging moet inhouden, en geen
gecalculeerde zoals ze door een aantal lidstaten wordt voorgesteld.
déclaration à l'impôt des sociétés.
En Belgique, les comptes annuels
constituent
un
document
indispensable à la déclaration. S'ils
disparaissent,
le
fisc
devra
requérir l'établissement d'un autre
document, ce qui impliquera des
investissements supplémentaires.
Une concertation est en cours
avec la sous-commission 'système
comptable' du Conseil central de
l'économie.
Nous
devons
également consulter différents
acteurs.
En Belgique, la publication des
comptes annuels constitue le prix
à payer par les entrepreneurs pour
la transparence demandée par les
actionnaires. Les représentants
des PME, tels que l'Unizo, et le
représentant européen des PME
souscrivent à ce principe.
La proposition doit encore être
examinée au Conseil de ministres
européen
et
au
Parlement
européen. La Belgique continue
aussi à s'opposer à la proposition
sous sa forme atténuée. Nous
essayons de convaincre les autres
États membres de se rallier à
notre
opinion,
car
une
simplification
doit
être
une
simplification véritable et non
calculée.
04.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ook nu
was het antwoord volledig.
Ik vraag me af, in aansluiting van mijn vierde vraag, of België ook een
B-scenario of een rampscenario op zak heeft, gesteld dat de andere
landen besluiten door te gaan met hun afgezwakt voorstel, het
voorstel erdoor komt en de lidstaten mogen of kunnen een optie
nemen om hun kleine ondernemingen toe te laten geen
jaarrekeningen meer te publiceren.
Daar zitten we met een weliswaar klein concurrentienadeel. Ik vroeg
me af of er een financiële tegemoetkoming is gepland, of dat zulks
kan worden besproken?
04.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Que fera notre pays si la
proposition devait malgré tout être
adoptée?
Si
certains
États
membres autorisent les petites
entreprises à ne plus publier de
comptes annuels, comment notre
pays compensera-t-il ce handicap
concurrentiel?
04.04 Minister Vincent Van Quickenborne: Wij wenden onze
energie nu aan om van scenario A naar scenario B te gaan en van
scenario B naar scenario C. Scenario A was de verplichte afschaffing.
Nu zitten we in de fase van de facultatieve afschaffing. Ik hoop dat we
uitkomen bij scenario C waarbij niets wordt afgeschaft. Daarop wil ik
mij eerst richten.
04.04
Vincent
Van
Quickenborne, ministre: J'espère
que la proposition ne sera pas
adoptée et que l'obligation de
publication restera en vigueur.
Pour l'heure, nous mobilisons
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
toute
notre
énergie
pour
convaincre
les
autres
États
membres d'adhérer à notre point
de vue.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "le taux
d'épargne des Belges" (n° 11603)
05 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"de spaarquote van de Belgische gezinnen" (nr. 11603)
05.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je reviens sur une communication chiffrée du SPF Économie
annonçant que l'épargne en Belgique a diminué et qu'elle n'a jamais
été aussi basse. Auparavant, nous étions considérés en Europe
comme étant des fourmis, aujourd'hui nous ne sommes plus dans le
peloton de tête des épargnants.
J'ai plusieurs questions à ce sujet.
- Comment peut-on expliquer cette contradiction? En effet, lorsque les
temps sont durs, on a tendance à penser que les gens épargnent
plus, surtout cette année.
- Faut-il s'en inquiéter ou s'en réjouir? S'en inquiéter si c'est un signe
d'appauvrissement du citoyen dépensant plus que ce qu'il avait prévu;
s'en réjouir car il participe peut-être plus judicieusement à de
nouveaux investissements.
- Comment lier le critère de l'épargne à celui de la relance
économique?
05.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
FOD
Economie
heeft
aangekondigd dat het sparen het
laagste niveau ooit bereikt heeft.
Hoe kan dat verschijnsel worden
verklaard, terwijl de mensen
geneigd zouden kunnen zijn te
sparen om de crisis het hoofd te
bieden? Moeten we ons zorgen
maken of ons verheugen? Is het
een teken dat de burger verarmt of
dat hij deelneemt aan nieuwe
investeringen?
Welke
band
bestaat er tussen het sparen en
het economisch herstel?
05.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
cher collègue, les chiffres les plus récents de la Banque nationale de
Belgique et du Bureau fédéral du plan notent une diminution du taux
d'épargne des ménages en 2008. Celui-ci est passé de 13,7% en
2007 à environ 13% en 2008.
Le taux d'épargne des ménages ou la part du revenu disponible
épargné remplit une sorte de fonction tampon. Lorsqu'ils se voient
confrontés à une fluctuation temporaire du revenu disponible, les
ménages semblent avoir tendance à aplanir leur consommation.
L'augmentation ou la diminution des dépenses de consommation est
habituellement moins élevée que l'augmentation ou la diminution des
revenus disponibles. Cette différence est comblée via le
comportement d'épargne. En d'autres termes, les ménages ont
tendance à épargner une plus petite partie de leurs revenus en cas de
basse croissance du revenu disponible. Par contre, ils augmentent
leur taux d'épargne lorsque le revenu disponible croît à nouveau.
La diminution du taux d'épargne en 2008 est attribuable à la basse
croissance du revenu disponible des ménages dont la réaction a été
d'épargner moins.
Le Bureau fédéral du plan prévoit néanmoins une augmentation
jusqu'à 15,8% du taux d'épargne en 2009. La crise économique et
financière a touché considérablement les avoirs financiers des
05.02
Minister Vincent Van
Quickenborne:
Volgens
de
Nationale Bank en het federaal
Planbureau is de spaarquote van
de gezinnen gezakt van 13,7% in
2007 naar ongeveer 13% in 2008.
De gezinnen hebben te maken
met tijdelijke schommelingen in
het beschikbare inkomen, en
toppen hun verbruik af, maar de
verbruiksuitgaven
schommelen
minder dan het beschikbaar
inkomen. Het verschil wordt
gecompenseerd
via
het
spaargedrag.
De
vermindering
van
de
spaarquote in 2008 moet worden
toegeschreven aan de zwakke
groei
van
het
beschikbare
inkomen, waarop de gezinnen
reageerden door minder te sparen.
Het Planbureau verwacht een
stijging van de spaarquote tot
15,8% in 2009.
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
ménages belges, surtout à cause de la diminution du cours des
actions et cela continue. La confiance du consommateur a fortement
baissé à cause du pessimisme croissant relatif aux prévisions de
l'emploi et du chômage.
Ces facteurs poussent les ménages à épargner davantage. La
fonction tampon du taux d'épargne joue également un rôle important
en 2009.
La baisse de l'inflation combinée avec l'indexation des salaires, qui
réagit avec retard à la haute inflation de 2008, devrait causer une forte
croissance ­ 2,8% - du revenu disponible des ménages. Cette crise
n'est pas une crise du pouvoir d'achat. Cette forte croissance
donnerait également lieu à une augmentation du taux d'épargne dans
un contexte économique favorable.
De economische crisis heeft een
flinke hap genomen uit het
financiële vermogen van de
gezinnen,
en
door
de
pessimistische vooruitzichten met
betrekking tot de arbeidsmarkt
wordt het consumentenvertrouwen
nog verder uitgehold. Die factoren
zetten de bevolking ertoe aan om
meer te sparen.
De
bufferfunctie
van
de
spaarquote
speelt
ook
een
belangrijke rol in 2009. Door de
dalende
inflatie
en
de
loonindexering
zou
het
beschikbare inkomen van de
gezinnen met 2,8 procent moeten
stijgen.
In
een
gunstige
economische context zou die groei
de spaarquote doen toenemen.
05.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. Ni lui ni moi ne pouvons jouer aux "apprentis sorciers" de
l'avenir. On peut effectivement craindre cette évolution, car une
augmentation de l'épargne signifie que l'argent ne part pas dans
l'économie. Mais on peut aussi comprendre le réflexe des gens dans
une période aussi difficile. C'est peut-être là le défi du gouvernement:
redonner rapidement de la confiance. Si l'épargne existe, elle doit
aussi pouvoir à un moment se libérer dans des investissements.
05.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Misschien moet de regering vooral
het vertrouwen herstellen.
05.04 Vincent Van Quickenborne, ministre: L'épargne est aussi
influencée par d'autres facteurs: le manque de confiance et le niveau
d'endettement de l'État qui va augmenter. Il y a une corrélation entre
le taux d'épargne et le niveau de la dette de l'État. Cela aura une
influence.
Les plans de relance du secteur de la construction et d'autres
secteurs ont aussi pour mission de donner des signes de confiance
aux citoyens et consommateurs pour qu'ils n'hésitent pas à
consommer. Dans plusieurs secteurs, notamment celui de
l'automobile, on remarque un manque de confiance, une crainte. Il
faut trouver un équilibre sain entre la consommation et l'épargne.
05.04
Minister Vincent Van
Quickenborne: De spaarquote
wordt nog door andere factoren
beïnvloed, onder meer door de
staatsschuld. De herstelplannen
hebben
ook
tot
doel
het
vertrouwen te herstellen, zodat de
bevolking niet langer bang is om te
consumeren. Er moet een gezond
evenwicht tussen consumeren en
sparen worden nagestreefd.
05.05 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour cette
dernière observation. Je voudrais attirer son attention sur un autre
élément. Je partage votre point de vue, mais je crains que d'autres
familles que la nôtre, en voyant l'épargne augmenter, ne pensent à
combler la dette par l'augmentation de la fiscalité. Ce ne serait
évidemment pas le meilleur des signes. Mais je crains que certains y
pensent.
05.05 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
ben het met u eens, maar ik vrees
een beetje dat andere politieke
families, wanneer ze zien dat er
meer
wordt
gespaard,
de
belastingen
zouden
willen
verhogen om de schuld te delgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "l'e-
commerce" (n° 11632)
06 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over "e-
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
commerce" (nr. 11632)
06.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, l'e-commerce n'a pas de frontière, étant donné qu'il suffit
d'avoir assimilé les bases de l'informatique pour se retrouver
virtuellement un peu partout dans le monde, en Europe et forcément
aussi dans les pays les plus limitrophes.
L'e-commerce n'a pas de frontière si ce n'est que la législation reste
très nationale. Il y a donc bien là une frontière nationale, ce qui a
amené la FEDIS - la Fédération de la distribution -, à pointer une
difficulté du doigt. Elle se plaint d'être pénalisée en la matière,
considérant que notre législation n'est pas assez avant-gardiste et
qu'en tout cas, elle ne permet pas de libérer un maximum l'énergie et
la compétence de nos commerçants qui se voient systématiquement
freinés par la législation sur le commerce, la loi sur les pratiques
commerciales. En Belgique, celle-ci serait extrêmement vétuste et ne
serait pas aussi progressiste que dans d'autres pays.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance des propos de la
FEDIS? Qu'en pensez-vous? Pourrait-on imaginer que cette
législation puisse être modifiée très rapidement? Je sais que vous y
travaillez. Si cela n'est pas aussi rapide, cela signifie-il qu'il y a des
blocages? Quels sont-ils? Enfin, plus dans le détail, il semble que
notre législation recèle encore matière à pouvoir figurer dans le
Guinness Book des records, puisque c'est la seule législation
européenne qui interdirait le paiement, partiel ou non, durant cette
fameuse période de réflexion. Est-ce le cas? D'un point de vue
statistique, cela pourrait être intéressant.
06.01 Jean-Luc Crucke (MR): E-
commerce kent geen grenzen, en
wordt alleen begrensd door de
nationale
wetgevingen.
De
Belgische
federatie
van
de
distributieondernemingen (Fedis)
legt daarmee de vinger op de zere
plek. De distributiesector klaagt
namelijk dat de Belgische e-
commerce benadeeld wordt omdat
de
wet
betreffende
de
handelspraktijken verouderd zou
zijn. Ons land zou als enige in
Europa
verbieden
dat
een
verkoper op afstand een voorschot
of betaling kan eisen vóór het
aflopen van de bedenktermijn. Zou
die wet snel aangepast kunnen
worden? Zijn er in dat opzicht
hinderpalen?
06.02 Vincent Van Quickenborne, ministre: Monsieur le président,
monsieur Crucke, l'interdiction pour le vendeur d'exiger un paiement
avant la fin du délai de renonciation constitue bien une disposition
propre à la réglementation belge.
J'ai bien entendu connaissance des critiques émises par les
organisations professionnelles, entre autres la FEDIS pour qui la
problématique essentielle qui résulte de cette interdiction se pose
pour la vente à distance de produits de relativement faible valeur. Les
consommateurs abuseraient de leur faculté de paiement après le
délai de renonciation en conservant le produit commandé sans le
payer, spéculant que le vendeur n'engage quand même pas de
procédure judiciaire vu le faible montant à récupérer.
À l'inverse, les plaintes des consommateurs font état de difficultés
importantes, lorsqu'ils exercent leur droit de renonciation, pour obtenir
le remboursement des sommes versées immédiatement dès l'achat
du produit.
La question de la suppression de cette interdiction est en effet à
l'ordre du jour dans le cadre des discussions au sujet de la réforme de
la loi sur les pratiques du commerce. À la demande de mes deux
collègues qui sont impliqués dans ce dossier, nous allons traiter le
tout en une seule fois.
Mme Laruelle l'a également demandé. J'aurais préféré étudier
séparément ces différents éléments, mais elle a proposé de tout
rassembler.
06.02
Minister Vincent Van
Quickenborne: Het verbod op het
eisen van een betaling vóór het
verstrijken van de bedenktermijn is
inderdaad een bepaling die alleen
in
de
Belgische
wetgeving
voorkomt. Volgens Fedis is dat
vooral problematisch voor de
verkoop op afstand van goederen
met
een
geringe
waarde.
Consumenten zouden producten
houden zonder ze na afloop van
de bedenktermijn te betalen,
omdat ze ervan uitgaan dat er
gelet
op
het
geringe
aankoopbedrag toch geen geding
zal worden aangespannen.
Consumenten melden dan weer
dat ze de grootste moeite hebben
om de bij de aankoop van het
product
gestorte
bedragen
terugbetaald te krijgen wanneer ze
hun verzakingsrecht uitoefenen.
De opheffing van dat verbod zal
ter tafel komen tijdens de
besprekingen over de hervorming
van de wet betreffende de
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Les discussions sont en cours et évoluent dans le bon sens,
spécifiquement dans ce dossier. Il y a aussi d'autres dossiers qui sont
concernés par cette réforme de la loi.
Pour ce qui concerne la vente conjointe, on doit attendre la décision
de la Cour européenne qui interviendra au plus tôt le 10 avril. Nous
préparons tous les autres éléments qui feront l'objet d'un consensus
au sein du gouvernement. Dès que la décision de la Cour européenne
sera prise, on pourra élaborer un avant-projet de loi qui sera voté par
le Conseil des ministres et présenté au Parlement, je l'espère au mois
de juin.
Cela nous freine dans le développement du e-commerce. Quand on
compare les chiffres avec les autres pays européens, on remarque
que la Belgique est en retard et doit devenir plus compétitive dans ce
domaine.
handelspraktijken.
De gesprekken gaan de goede
kant op, maar er zijn nog andere
dossiers, zoals de koppelverkoop,
waarvoor er moet gewacht worden
op een arrest van het Europees
Hof, dat pas ten vroegste op 10
april zal worden geveld. Zodra dat
arrest
geveld
is,
zal
de
ministerraad een voorontwerp van
wet goedkeuren dat bij het
Parlement zal worden ingediend.
Dat remt ons af in vergelijking met
andere Europese landen.
06.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. Je souscris d'autant plus à son analyse que, rien que sur le
plan géographique, on pourrait déceler un avantage qu'on multiplierait
dans le domaine de l'e-commerce. Le fait de parler trois langues dans
ce pays, qui sont celles de nos voisins, nous permettrait certainement
de dynamiser cette pratique commerciale. Il est dommage que la
législation y mette un frein. Je souhaite que nous puissions
rapidement modifier cette législation au travers d'un accord de
majorité.
06.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Dankzij het feit dat er in ons land
drie talen worden gesproken, zou
die
handelssector
op
een
dynamische
manier
kunnen
worden uitgebouwd.
07 Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
over "het verbod op de verkoop van de R4DS kaart" (nr. 11647)
07 Question de M. Willem-Frederik Schiltz au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur
"l'interdiction de la vente de la carte R4DS" (n° 11647)
07.01 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de R4DS of Revolution for DS is een klein
toestel dat men online voor de luttele som van 15 euro kan
aanschaffen en dat op een Nintendo DS-spelconsole kan worden
gebruikt.
Er is iets aan de hand met dat toestel. Het wordt namelijk gebruikt om
gekraakte spelletjes voor de Nintendo DS te kunnen afspelen. Een en
ander is vergelijkbaar met de heisa die destijds is ontstaan rond de
chip die in de playstations kon worden aangebracht om ook
gekopieerde spelletjes te kunnen afspelen.
Zoals u ongetwijfeld weet, moet bij dergelijke toestellen de afweging
worden gemaakt tussen het legale gebruik dat van die toestellen kan
worden gemaakt, en of ze zijn ontwikkeld met het doel om een
inbreuk te plegen op het auteursrecht dan wel of dat louter toevallig
een bijkomende werking is.
Er is al een rechtszaak aangespannen in Japan, waar de producenten
van Revolution for DS de duimen hebben moeten leggen en er wel
degelijk een inbreuk op het internationale auteursrecht werd
vastgesteld.
Mijnheer de minister, overweegt u een verbod op de verkoop van de
R4DS? Meent u dat de oplossing voor dat probleem in een Europese
07.01 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): R4DS, acronyme
anglais signifiant Revolution for
DS
, est une carte qui peut être
achetée en ligne pour moins de 15
euros et sert principalement à faire
tourner des jeux piratés pour la
console Nintendo DS. Il y a déjà
eu un procès au Japon où les
fabricants de la R4DS ont été
condamnés pour avoir enfreint le
droit d'auteur international.
Le ministre envisage-t-il d'interdire
chez nous la vente de la carte
R4DS
ou
estime-t-il
qu'une
solution doit être apportée à ce
problème dans le contexte plus
large de l'Union européenne
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
context moet gebeuren?
07.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
collega, op Europees vlak bestaat er een wettelijk kader om op te
treden
tegen
dergelijke
toestellen
die
technische
beschermingsmaatregelen zoals op videospelletjes verwijderen of
omzeilen. Het wettelijk kader is artikel 7 van de richtlijn 91/250 van
14 mei 1991 en artikel 6 van de richtlijn 2001/29 van 22 mei 2001.
Beide richtlijnen zijn omgezet in nationaal recht, wat in België
gebeurde door de softwarewet van 30 juni 1994 en respectievelijk de
wet van 22 mei 2005.
Artikel 11 van de softwarewet stelt bijvoorbeeld strafbaar wie die
middelen in het verkeer brengt of voor commerciële doeleinden bezit
die uitsluitend bestemd zijn om de ongeoorloofde verwijdering of
ontwijking van technische voorzieningen ter bescherming van een
computerprogramma te vergemakkelijken. Artikel 79bis van de
auteurswet, dat is ingevoegd door de wet van 22 mei 2005, stelt onder
meer strafbaar "eenieder die inrichtingen, producten of onderdelen,
vervaardigt, invoert, verdeelt, verkoopt, verhuurt, reclame voor
verkoop of verhuur, vermaak of voor commerciële doeleinden bezit, of
die diensten verricht die 1) gestimuleerd, aangeprezen of in de handel
worden gebracht om de bescherming van een doeltreffende
technische voorziening te omzeilen, 2) slechts een commercieel
beperkt doel of nut hebben naast het omzeilen van de bescherming,
3) in het bijzonder ontworpen, vervaardigd of aangepast zijn met het
doel om te omzeilen.
Gelet op het voorgaande lijkt het dan ook niet opportuun om op
Europees vlak een nieuw wetgevend kader te bepleiten. Ik kan
melden dat het niet aan de uitvoerende macht toekomt om te
beoordelen of een bepaald product al dan niet inbreuk maakt op
andermans auteursrechten of naburige rechten. Het komt aan de
hoven en de rechtbanken toe om uitspraak te doen in concrete
geschillen tussen rechthebbenden en producenten van dergelijke
toestellen.
07.02
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
À
l'échelon européen, un cadre légal
permet de lutter contre de tels
abus. Tant l'article 7 de la directive
91/250 que l'article 6 de la
directive 2001/29 ont déjà été
transposés en droit belge. Aux
termes de l'article 11 de la loi sur
les logiciels, ces pratiques sont
punissables. L'article 79bis de la
loi sur le droit d'auteur les
sanctionne également. Il n'est
donc pas opportun de prôner la
création d'un nouveau cadre
législatif européen. In fine, c'est
aux tribunaux qu'il appartient de
trancher les litiges opposant
ayants droit et producteurs.
07.03 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Ik neem hiervan akte.
Uiteraard ben ik vertrouwd met het rijke arsenaal van regels dat hier
van kracht was. Desalniettemin dacht ik dat het nuttig was de vraag
tot u te richten. Ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Stefaan Vercamer aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over
"de prijsvorming door de nationale prijzencommissie van het levend pluimvee" (nr. 11650)
08 Question de M. Stefaan Vercamer au ministre pour l'Entreprise et la Simplification sur "la fixation
du prix des volailles vivantes par la commission nationale des prix" (n° 11650)
08.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, het gaat
over de braadkippen en de slachtkuikens.
De voorzitter: Gebraden kippen leven niet meer.
08.02 Stefaan Vercamer (CD&V): Daarom is het ook levend
pluimvee.
08.02 Stefaan Vercamer (CD&V):
Ces
dernières
semaines, la
fixation du prix des volailles
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Mijnheer de minister, de voorbije weken is er nogal wat commotie in
Deinze, met name rond de prijsbepaling van het levend pluimvee door
de Nationale Prijzencommissie.
Iedereen is het erover eens dat een correcte prijsvorming zowel voor
de producent als voor de consument belangrijk is.
In principe worden de prijzen bepaald door de wet van vraag en
aanbod. Volgens sommigen uit de sector zijn er echter natuurlijk ook
spelregels, zoals de regel dat er, juist om marktverstoring tegen te
gaan, niet onder de kostprijs mag worden verkocht.
Volgens bepaalde producenten uit de sector van het levend pluimvee
worden er vandaag slachtkuikens onder de productieprijs verkocht.
De prijzen voor het levend pluimvee komen tot stand in de Nationale
Prijzencommissie in Deinze. De commissie bestaat uit dertien leden
en vergadert onder het voorzitterschap van de stadsontvanger op het
stadhuis van Deinze. Ook maken zes vertegenwoordigers van de
producenten en zes van de slachterijen en de handel deel uit van
voornoemde commissie.
Voor de publieke opinie en voor de sector heeft voormelde commissie
dus een officieel karakter, aangezien ze onder het voorzitterschap van
de stadsontvanger op het stadhuis vergadert. In de praktijk is het ook
de genoemde commissie die de prijzen van het levend pluimvee
bepaalt.
Mijnheer de minister, mijn vragen aan u zijn de volgende.
In welke mate heeft de Nationale Prijzencommissie in Deinze een
officieel karakter? Op basis van welke regelgeving heeft ze een
officieel karakter?
Volgens welke spelregels vergadert de commissie en bepaalt zij de
prijs?
Het kan ook zijn dat ze volgens u geen officieel karakter heeft. Mocht
zulks het geval zijn, moeten er dan geen maatregelen worden
getroffen om te voorkomen dat voornoemde commissie een officieel
karakter wordt toegemeten? Welke maatregelen kunnen daartoe
worden getroffen?
Tot slot, als de prijzen die de commissie bepaalt, quasi automatisch
door de sector worden gevolgd, is er hier dan, zoals sommigen uit de
sector beweren, geen sprake van kartelvorming? Zo ja, hoe verhoudt
voornoemde kartelvorming zich met de Europese regelgeving ter
zake? Daarmee zal rekening moeten worden gehouden. Moet er ter
zake niet worden opgetreden?
Wat zult u doen om de sereniteit in de problematiek te herwinnen?
vivantes
par
la
commission
nationale des prix a fait quelques
vagues. Les poulets de chair
devraient, en vertu de cette
décision, être vendus en dessous
du prix de production. Dans quelle
mesure la commission en question
revêt-elle un caractère officiel?
Quelles sont les règles qui
s'appliquent et comment le prix
est-il fixé? Peut-on parler de
violation de l'interdiction de cartel?
08.03 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Vercamer, mijn familie komt oorspronkelijk uit Deinze. Nu
weet ik waarom men mijn naam soms verbastert tot Van
Kuikenborne, omdat blijkbaar de prijzen van kuikens daar worden
bepaald. Nu ken ik dus de oorsprong van de naam. Dat is op zich
reeds iets.
08.03
Vincent
Van
Quickenborne,
ministre:
La
commission nationale des prix
pour les volailles vivantes a vu le
jour en 1961 à la requête du
ministre
de
l'Agriculture
de
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Op basis van de ontvangen informatie van de FOD Economie kan ik
het volgende meedelen. De Nationale Prijzencommissie voor het
Levend Pluimvee is opgericht op 14 juni 1961 op verzoek van de
minister van Landbouw aan de sector.
In uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003 tussen
de federale overheid en de drie Gewesten met betrekking tot de
uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het vlak van
landbouw, gelden de marktprijzen die worden vastgesteld door de
Prijzencommissie van Deinze als officiële Belgische marktprijs voor
het levend pluimvee. Dit werd vastgelegd in een technisch protocol
tussen de Gewesten en het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau
tot vaststelling van de marktprijzen in de plantaardige en dierlijke
sectoren.
Het doel van de commissie is het vaststellen van richtprijzen voor de
markt van levend pluimvee en het op een objectieve manier inlichten
van alle betrokken partijen omtrent deze prijzen. De richtprijzen
worden bepaald na discussie in de paritair samengestelde commissie
op basis van vraag en aanbod op de markt en worden gebruikt als
basis voor verdere onderhandelingen.
De Boerenbond en de Landbond van Bedrijfspluimveehouders, die als
vertegenwoordigers
van
de
Producentencommissie
zetelen,
verdedigen volgens de informatie van de FOD Economie de werking
van de commissie. Dit is ook het geval voor het Nationaal Verbond
van Pluimveeslachterijen.
De Vereniging van de Industriële Pluimveeslachterijen maakte ook
deel uit van de commissie, maar heeft zich volgens de informatie
teruggetrokken omdat de vastgestelde prijzen minder geschikt waren
voor de activiteiten van deze organisatie.
Tot op vandaag is er geen klacht ingediend vanuit de sector bij de
algemene directie Mededinging met betrekking tot kartelvorming. Ik
heb echter wel aan de FOD gevraagd om deze vraag te onderzoeken
en u daarover binnenkort uitsluitsel te geven.
l'époque. En exécution de l'accord
de coopération du 18 juin 2003
conclu entre l'autorité fédérale et
les trois Régions, les prix fixés par
cette commission font office de
prix officiels sur le marché des
volailles vivantes. Ce sont les
termes d'un protocole technique
conclu entre les Régions et le
Bureau
d'Intervention
et
de
Restitution belge. Le Boerenbond,
de même que l'association des
éleveurs professionnels de volaille
et la Fédération Nationale des
Abattoirs Industriels de volaille de
Belgique,
soutiennent
le
fonctionnement de la commission.
Jusqu'à présent, aucune plainte
n'a été introduite concernant la
création d'un cartel, mais j'ai
néanmoins demandé au SPF
Économie
d'examiner
cette
matière.
08.04 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik leid uit uw antwoord af dat het inderdaad een officiële
prijzencommissie is, waarop de overheid bij wijze van spreken
toezicht op kan uitoefenen.
Er is daarover een polemiek in de pers en op de markt. Als men zich
echt benadeeld voelt, heb ik begrepen, moet men officieel klacht
neerleggen. Ik heb begrepen dat u het nu spontaan gaat
onderzoeken. Zonder dat er een officiële klacht is, zal er een
onderzoek komen en zullen wij daarover bericht worden.
08.04 Stefaan Vercamer (CD&V):
Je prends bonne note du fait qu'il
est possible de porter plainte
lorsqu'une personne se sent
lésée.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De behandeling van de vragen en interpellaties wordt onderbroken van 15.11 uur tot 15.46 uur.
Le développement des questions et interpellations est interrompu de 15.11 heures à 15.46 heures.
De voorzitter: Wij hervatten de behandeling van de mondelinge vragen. Drie van de vier vraagstellers zijn
aanwezig.
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
09 Question de M. Xavier Baeselen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les ascenseurs"
(n° 11630)
09 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Klimaat en Energie over "de liften"
(nr. 11630)
09.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, ma question est
relative à la réglementation en matière de sécurité pour les
ascenseurs et à l'application de l'arrêté royal du 9 mars 2003 qui
prévoit la surveillance de la sécurité des ascenseurs par une analyse
de risque prévue tout d'abord dix ans après la première mise en
service de l'appareil et ensuite tous les dix ans.
Cet arrêté royal avait été contesté quant à son opportunité, à l'époque
où on avait notamment suspecté des ententes entre des entreprises
du secteur, même si ces allégations n'ont jamais pu être vérifiées.
Son fondement contient des dispositions transitoires.
- Pour les ascenseurs mis en service avant le 1
er
juillet 1999, l'analyse
de risque doit être effectuée pour le 15 octobre 2008. Elle est donc
déjà intervenue.
- Pour les ascenseurs mis en service avant le 1
er
janvier 1958,
l'analyse de risque doit être effectuée pour le 15 avril 2008.
- Pour les ascenseurs mis en service entre le 1
er
janvier 1958 et le
31 mars 1984, l'analyse de risque doit être effectuée pour le 15 avril
2009.
- Pour les ascenseurs mis en service entre le 1
er
avril 1984 et le 10
mai 1998, l'analyse de risque doit être effectuée pour le 15 avril 2010.
On connaît les difficultés auxquelles sont confrontés les citoyens, et
donc aussi les propriétaires. Ce type de travaux est parfois assez
lourd.
Mes questions concernent la suite de l'entrée en vigueur de cet arrêté
royal et les ascenseurs qui ont déjà fait l'objet d'une analyse.
- Combien d'ascenseurs ont-ils été concernés par les dispositions de
l'arrêté royal?
- Quel est le coût moyen de ce type de travaux?
- Est-il envisageable d'octroyer un délai aux copropriétés devant
rénover leurs ascenseurs concernés par les nouvelles dispositions?
Avez-vous reçu des demandes en ce sens?
09.01 Xavier Baeselen (MR):
Overeenkomstig het koninklijk
besluit
van
9
maart
2003
betreffende de beveiliging van
liften dient er een eerste maal een
risicoanalyse van een lift te
worden uitgevoerd tien jaar na het
eerste in bedrijf stellen ervan, en
nadien met een tussenperiode van
maximaal tien jaar.
Hoeveel liften vallen er onder de
toepassing van dat koninklijk
besluit? Hoeveel kost zo een
risicoanalyse gemiddeld? Is het
mogelijk om uitstel te verlenen
voor mede-eigendommen waar de
liften die onder de toepassing van
de nieuwe bepalingen vallen,
moeten worden gerenoveerd?
Heeft u verzoeken in die zin
ontvangen?
09.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, monsieur
Baeselen, avant tout, permettez-moi d'attirer votre attention sur les
obligations du gestionnaire ou du propriétaire en ce qui concerne
l'analyse des risques et la modernisation des ascenseurs puisque les
dispositions de l'arrêté que vous citez ne sont pas tout à fait correctes.
Pour les ascenseurs ayant été mis en service avant le 1
er
janvier
1958, l'analyse de risque devait être effectuée au plus tard le 10 mai
2006; pour ceux mis en service entre le 1
er
janvier 1958 et le 31 mars
1984, l'analyse devait être effectuée au plus tard pour le 10 mai 2007;
pour ceux mis en service entre le 1
er
avril 1984 et le 10 mai 1998,
cette analyse devait être effectuée au plus tard pour le 10 mai 2008;
enfin, pour ceux entrés en service depuis le 10 mai 1998, l'analyse de
risque doit être réalisée dans les dix ans après la première mise en
09.02 Minister Paul Magnette:
Voor de liften die voor 1 januari
1958 in gebruik werden genomen,
moest de risicoanalyse uiterlijk op
10 mei 2006 klaar zijn; voor de
liften die tussen 1 januari 1958 en
31 maart 1984 in gebruik werden
genomen, moest de analyse
uiterlijk op 10 mei 2007 klaar zijn;
voor de liften die tussen 1 april
1984 en 10 mei 1998 in gebruik
werden genomen, moest ze
uiterlijk op 10 mei 2008 klaar zijn;
voor de liften die vanaf 10 mei
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
service. L'analyse de risque doit effectivement ensuite être effectuée
tous les dix ans.
En ce qui concerne la modernisation, les risques graves doivent être
immédiatement résolus. Certains risques doivent être résolus avant le
1
er
janvier 2013 et d'autres doivent l'être avant le 1
er
janvier 2018.
D'autres risques encore devront être résolus selon le résultat précis
de l'analyse de risque au cas par cas.
Pour répondre précisément à vos trois questions, environ 80.000
ascenseurs sont concernés par cette réglementation.
Je ne puis pas fournir de renseignement relatif au prix moyen de
modernisation d'un ascenseur puisque le prix dépend de la taille, de
l'état, du nombre d'étages desservis et de l'âge de l'ascenseur. La
variation dans les prix est donc très large et proportionnelle au risque
représenté par l'ascenseur et à sa situation.
Enfin, étant donné que, chaque année, on déplore des accidents
mortels évitables par la modernisation des ascenseurs en question, je
ne compte pas prolonger les délais fixés pour la modernisation de ces
ascenseurs.
1998 in gebruik werden genomen,
moet de risicoanalyse klaar zijn
binnen tien jaar vanaf de eerste
ingebruikname. Daarna moet er
inderdaad om de tien jaar een
risicoanalyse worden uitgevoerd.
Wat de modernisering betreft,
moeten
ernstige
problemen
onmiddellijk worden aangepakt.
Deze reglementering heeft op zo'n
80.000 liften betrekking.
De gemiddelde prijs voor de
modernisering van een lift is
afhankelijk van de grootte, de
staat en de leeftijd van de lift en
van het aantal verdiepingen in het
gebouw.
Aangezien er elk jaar nog doden
vallen bij ongelukken met liften,
die
hadden
kunnen
worden
vermeden
indien
die
liften
gemoderniseerd waren, ben ik niet
van plan de vooropgestelde
termijnen voor de modernisering
van die liften te verlengen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "het verkopen van de
aandelen in Distrigas door steden en gemeenten" (nr. 11662)
10 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la vente par les villes et
communes de leurs actions Distrigas" (n° 11662)
10.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, steden
en gemeenten hebben de knoop eindelijk doorgehakt: ze hebben hun
aandelenpakket dat ze met Publigas in Distrigas hadden, verkocht,
waarmee ze hun enige goedgevulde spaarpotje hebben
opgesoupeerd. Ze hebben natuurlijk een aardige meerwaarde kunnen
realiseren, maar tegelijk lijkt elke controle op Distrigas hiermee
opgegeven.
In het kader van een definitieve beslissing hebben de steden en
gemeenten contact genomen met onder andere de federale overheid
om ter zake een advies te krijgen. De Gentse burgemeester Termont,
de voorzitter van Publigas, zegt dat de federale overheid om een of
andere reden niet heeft gereageerd.
Ten eerste, hebt u weet van het pakket aandelen dat door Publigas
werd verkocht? Werd het hele pakket Publigasaandelen in Distrigas
aan Eni verkocht?
Ten tweede, hebt u van de steden en gemeenten een vraag om
advies ontvangen?
10.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Les villes et communes
belges ont finalement vendu leur
paquet d'actions Publigaz dans
Distrigaz et renoncent ainsi à tout
contrôle sur Distrigaz. Selon M.
Termont, bourgmestre de Gand et
président de Publigaz, aucune
suite n'a été réservée à la
demande d'avis qu'elles ont
adressée en la matière au
gouvernement fédéral.
Le ministre sait-il si le paquet
complet d'actions Publigaz dans
Distrigaz sera vendu à ENI? A-t-il
ou non déjà rendu un avis à ce
sujet? Où en sont les projets de
Publigaz en vue d'une prise de
contrôle accélérée dans Fluxys?
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Ten derde, indien ja, wat hebt u hierop geantwoord? Indien niet,
waarom hebt u niet gereageerd?
Ten vierde, eind januari heeft Publigas bekendgemaakt dat het 6,25%
van zijn aandelen wou verkopen om versneld controle te verwerven in
Fluxys. Hoe zit het met die plannen?
10.02 Minister Paul Magnette: De raad van bestuur van Publigas
heeft op 4 maart 2009 besloten om al zijn aandelen in Distrigas, ter
waarde van 30,25% van het kapitaal, te verkopen aan de Italiaanse
onderneming Eni voor een bedrag van ongeveer 1,5 miljard euro.
In mijn antwoord op de gelijkaardige vraag nr. 10462 van mevrouw
Van der Straeten, waarin sprake was van het antwoord van de
minister van Buitenlandse Zaken aan de heer Termont van Publigas,
had ik benadrukt dat het bijzondere aandeel, de golden share,
waarover de Staat binnen de onderneming Distrigas beschikt, aan de
regering een aantal rechten toekent, zoals het recht om zich te
verzetten tegen elke beslissing van de raad van bestuur of het
directiecomité die zij strijdig acht met de krachtlijnen van het
energiebeleid, de doelstellingen van de regering met betrekking tot de
energiebevoorrading van het land incluis.
De bijzondere rechten, door het besluit van 4 juni 2002 van het Hof
van Justitie van de Europese Gemeenschappen bevestigd, hebben
essentieel tot doel de aardgasbevoorrading van België te waarborgen.
Bijgevolg blijven zij voor de regering een onmisbaar instrument,
aangezien Distrigas tot op heden een dominante positie op de
aardgasmarkt blijft behouden.
Volgens de informatie waarover ik beschik, zal Publigas haar
participatie binnen Fluxys, de beheerder van het aardgasvervoersnet,
opdrijven om een meerderheid te verwerven in de Franse
gasnetbeheerder Fluxys.
In september 2008 heeft Publigas beslist haar participatie in Fluxys
naar 31,25% te vermeerderen, door de 12,35% aan te kopen die GDF
haar diende te verkopen overeenkomstig de voorwaarden die de
Europese Commissie voor het toestaan van de fusie had opgelegd.
Tegen eind 2009 zou Publigas nog de nodige aandelen moeten
verwerven, zodat Publigas de meerderheid in het kapitaal van Fluxys
verwerft. Voornoemde operatie zal moeten worden gefinancierd via de
liquiditeiten die bij de verkoop van haar Distrigas-aandelen vrijkomen.
Uiteraard zal ik de genoemde operaties nauwlettend volgen, zodat zij
in overeenstemming zijn met de bedoelingen van de regering inzake
unbundling en versterking van de concurrentie in de aardgasmarkt.
10.02 Paul Magnette, ministre: Le
conseil
d'administration
de
Publigaz a décidé le 4 mars 2009
de vendre à la société italienne
ENI la totalité de ses actions dans
Distrigaz ­ ce qui représente 31,25
% du capital ­ pour un montant
d'environ 1,5 milliard d'euros.
L'action spécifique de l'État dans
Distrigaz octroie au gouvernement
un certain nombre de droits qui lui
permettent de sauvegarder les
lignes de force de sa politique
énergétique
et
de
garantir
l'approvisionnement national en
énergie. Vu la position dominante
de Distrigaz sur le marché du gaz
naturel, il s'agit d'un instrument
important
aux
mains
du
gouvernement.
Selon mes informations, Publigaz
entend acquérir une majorité au
sein de Fluxys d'ici fin 2009. Pour
ce faire, il veut racheter 12,25 %
de GDF, conformément aux
conditions
imposées
par
la
Commission européenne, une
opération financée par la vente
des actions Distrigaz. Il va de soi
que je suivrai ce dossier avec
minutie.
10.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, uw
antwoord geeft er opnieuw een stukje van de puzzel van de moeilijke
energiemarkt bij.
Mijnheer de minister, ik neem nota van het feit dat Publigas tegen
eind 2009 een meerderheid van de aandelen van Fluxys in handen
zou moeten krijgen. Ik hoop dat het niet tot eind 2009 duurt, vooraleer
zij een controleminderheid van de aandelen in kwestie kan verwerven,
zodat zij toch ten minste, waar dit nodig zou blijken, interveniërend
10.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'espère que dans
l'attente de cette participation
majoritaire, Publigaz pourra déjà
acquérir une minorité de contrôle.
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
kan optreden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
jaarverslagen van de Commissie Nucleaire Voorzieningen" (nr. 11675)
11 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les rapports
annuels de la Commission des provisions nucléaires" (n° 11675)
11.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, ik heb de jaarverslagen 2006 en 2007
van de Commissie Nucleaire Voorzieningen ontvangen via de
Kamervoorzitter.
De lectuur daarvan heeft mij alvast niet veel tijd gekost. Het ene
verslag telt elf en het andere veertien pagina's. Ik heb mij even
afgevraagd of het om te lachen was of het ernstig was. Het blijkt
echter wel degelijk om de twee jaarverslagen te gaan.
Wij moeten nu ten gronde de vraag stellen of het huidig gemengd
systeem, ingevoerd bij wet van 11 april 2003, werkbaar is en of we dat
niet in de ene of de andere richting moeten herbekijken.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Ten eerste, wat was
uw algemene conclusie na lectuur van beide jaarverslagen?
Ten tweede, wat is de stand van zaken met betrekking tot de
koninklijke besluiten die nog moeten worden genomen? De laatste
keer dat ik erom gevraagd heb, lagen ze bij het Staatshoofd ter
ondertekening.
Ten derde, uit de lectuur van de jaarverslagen blijkt dat de
zitpenningen en andere kosten nog niet konden worden afgerekend.
Hoeveel openstaande facturen zijn er? Wat is daarvan het totaal
bedrag? Wat gebeurt er met die facturen? Blijven die openstaan tot er
een wettelijk kader is? Worden er dan intresten aangerekend? Het
jaarverslag 2007 spreekt van financiële gevolgen voor de instelling
gezien de niet-betaalde facturen. Wat zijn die gevolgen?
Ten vierde, vooral in het jaarverslag 2006 wordt er uitgebreid
stilgestaan bij de aansprakelijkheidsproblemen. Bent u van oordeel
dat het niet geregeld zijn van die aansprakelijkheden van de leden de
werkzaamheden van de commissie bemoeilijkt? Op welke wijze kan
dit opgelost worden?
Ten vijfde, wat waren de conclusies van het document "herziening van
de nucleaire provisies" van de kernprovisievennootschap?
Ten zesde, wat was de conclusie van het advies van het NIRAS, want
in het jaarverslag wordt daar niet op ingegaan?
Ten zevende, bent u nog steeds van oordeel dat er geen redenen
bestaan om de nucleaire provisies ergens anders te lokaliseren,
bijvoorbeeld bij het NIRAS of bij de Nationale Bank? Bent u van
oordeel dat een evaluatie van de huidige situatie wenselijk is? Indien
ja, op welke termijn?
11.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): J'ai reçu par
l'entremise du président de la
Chambre les rapports annuels
2006 et 2007 de la Commission
des provisions nucléaires qui ne
représentent pas grand-chose. Ne
faudrait-il pas reconsidérer le
système mixte actuel, instauré par
la loi du 11 avril 2003? Quelles
conclusions le ministre a-t-il tirées
de la lecture de ces rapports?
Qu'en est-il des arrêtés royaux qui
doivent encore être promulgués?
Les rapports annuels montrent
que les jetons de présence et
autres frais n'ont pas encore pu
être liquidés. Combien de factures
sont en souffrance et quel montant
représentent-elles?
Resteront-
elles en souffrance jusqu'à la mise
en place d'un cadre légal? Y a-t-il
des intérêts à payer? Quelles
seront
pour
l'institution
les
conséquences des factures non
payées?
Comment peut-on résoudre le
problème des responsabilités de
membres de la Commission qui ne
sont pas réglées? Quelles sont les
conclusions du document sur la
révision des provisions nucléaires
de la société des provisions
nucléaires? Le ministre estime-t-il
toujours qu'il n'y a pas lieu de
localiser ailleurs les provisions
nucléaires?
Ne
faut-il
pas
soumettre la situation actuelle à
une analyse sérieuse?
Où et selon quelles modalités le
ministre publiera-t-il les rapports
annuels, comme le prévoit la loi?
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Ten slotte, de wet zegt dat u de jaarverslagen moet bezorgen aan de
wetgevende kamers, maar ook dat u ze passend bekend moet
maken. Op welke wijze en waar zult u dat doen?
11.02 Minister Paul Magnette: De werking van de commissie voor
Nucleaire Voorzieningen kan als bevredigend aanzien worden,
ondanks een aantal praktische moeilijkheden. Zij voert haar controle
uit, zoals voorzien in de wet van 11 april 2003. Uit de lectuur van de
jaarverslagen kan ik eveneens het besluit trekken dat er geen reden
is tot ongerustheid omtrent de voorzieningen. De nieuwe ramingen
van de kosten voor de ontmanteling van de kerncentrales en het
beheer van de splijtstoffen, bestraald in deze kerncentrales, zijn van
dezelfde grootteorde als die van de eerste raming.
Het bedrag van de nucleaire voorzieningen is al gegroeid volgens de
verwachtingen. Bij het aanhouden van deze groei en behoudens
onvoorziene gebeurtenissen kan men aannemen dat er in de
toekomst voldoende voorzieningen voorhanden zullen zijn om alle
kosten te dekken.
Ten tweede, vorig jaar heb ik kennis genomen van het feit dat er
reeds geruime tijd koninklijke besluiten werden opgemaakt ter
uitvoering van artikel 10 van de wet van 11 april 2003 en dat deze nog
niet bekrachtigd werden. Door de wetswijziging van 2007 moesten
deze bestaande ontwerpen herwerkt worden.
Door de wetswijziging van 2007 moesten deze bestaande ontwerpen
herwerkt worden. Daarop heb ik mij in de eerste plaats op het
functionele aspect toegespitst door de samenstelling van de
commissie te actualiseren en een voorzitter te benoemen.
Ondertussen heeft de commissie het huishoudelijk reglement
herwerkt en goedgekeurd en is dit door de Koning bekrachtigd. Ik
verwacht de publicatie in het Belgisch Staatsblad dan ook op zeer
korte termijn. Het koninklijk besluit dat de werkingsmodaliteiten regelt,
wordt nu ook herwerkt. Eens dit afgerond is, zal ik erop toezien dat dit
koninklijk besluit spoedig wordt ondertekend en gepubliceerd zodat
deze commissie ten volle kan werken zoals bedoeld in de wet.
Ten derde, voor het betalen van de zitpenningen zijn geen facturen
opgemaakt. Het bedrag van de zitpenningen zal afhankelijk zijn van
wat er in het koninklijk besluit over de werkingsmodaliteiten zal
worden bepaald. Het zal in totaal over een relatief beperkt bedrag
gaan.
Voor het geven van advies heeft de commissie van NIRAS facturen
ontvangen voor de jaren 2004, 2005 en 2006. In totaal gaat het om
199.000 euro, btw inbegrepen. Deze facturen blijven openstaan tot er
een wettelijk kader is. Of er intresten zullen aangerekend worden, is
nog niet duidelijk. De financiële gevolgen voor NIRAS bestaan erin dat
zij deze openstaande facturen met interne middelen financieren tot
het koninklijk besluit genomen is.
De externe firma die de beroepsaansprakelijkheid en de
bestuurdersaansprakelijkheid onderzocht, werd betaald door de
kernprovisievennootschap.
Ten vierde, het niet expliciet geregeld zijn van de aansprakelijkheid
11.02 Paul Magnette, ministre: Le
fonctionnement de la Commission
des provisions nucléaires donne
satisfaction. Elle procède aux
contrôles prévus par la loi. Les
nouvelles estimations du coût du
démantèlement
des
centrales
nucléaires et de la gestion des
matières fissiles sont conformes
aux estimations initiales. Vu
l'augmentation
actuelle
des
provisions nucléaires, on peut
considérer
qu'à
l'avenir
les
provisions couvriront tous les frais.
Les arrêtés royaux rédigés en
exécution de l'article 10 de la loi
du 11 avril 2003 n'ont pas encore
été ratifiés et ont dû être adaptés
en fonction de la modification de la
loi de 2007. C'est à cet effet que
j'ai actualisé la composition de la
Commission
et
nommé
un
président. Le règlement d'ordre
intérieur a entre temps également
été revu, approuvé et ratifié par le
Roi. L'arrêté royal qui règle les
modalités du fonctionnement va
également être adapté. Je veillerai
à ce que l'arrêté royal soit signé
rapidement.
Le paiement des jetons de
présence ne fera pas l'objet d'une
facturation. Le montant réservé à
cet effet sera fonction des
modalités
de
fonctionnement
prévues dans l'arrêté royal.
L'ONDRAF
a
reçu
de
la
commission des factures relatives
à des avis rendus, pour les
années 2004, 2005 et 2006. Ces
factures ­ pour un montant de
199.424,69 euros, TVA incluse ­
resteront dues jusqu'à ce qu'un
cadre légal soit mis en place.
L'ONDRAF
finance
donc
provisoirement
ces
factures
impayées à l`aide de moyens
internes. La firme externe qui s'est
penchée sur la question de la
responsabilité professionnelle et
des dirigeants a été payée par la
société
de
provisionnement
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
heeft de werkzaamheden in het jaar 2008 bemoeilijkt. In het voorjaar
werd geen nieuwe vergadering georganiseerd zolang daarover geen
duidelijkheid was. Om dit uit te klaren werd een juridische analyse
gevraagd. Die werd bekomen in augustus 2008. Uit de juridische
analyse is gebleken dat de aansprakelijkheid van de leden zeer
beperkt is. De leden hebben na deze verduidelijking opnieuw
vergaderd in het najaar.
Ten vijfde, het document "Herziening van de nucleaire provisies" is
een herziening en verdere uitdieping van het vorige document van
15 januari
2004.
Er
zijn
geen
veranderingen
in
de
berekeningsmethode, noch in de financiële parameters. Er werden
aanpassingen aangebracht om rekening te houden met de recente
economische gegevens, met de aanbevelingen van het
opvolgingscomité en met het afgesproken tijdsschema voor de
gedetailleerde analyse van de ontmantelingskosten. De resultaten
liggen in de lijn van de vorige jaren.
Ten zesde, NIRAS heeft zijn eensluidend advies bezorgd aan de
Commissie voor Nucleaire Voorzieningen. De commissie heeft dat
advies geanalyseerd, besproken en opgenomen in haar eigen advies.
De belangrijkste conclusies kon u lezen in het jaarverslag over het
jaar 2007. Zij weerspiegelen ook de conclusies van NIRAS.
Ten zevende, er bestaan verschillende systemen in andere Europese
landen. Sommige landen hebben externe fondsen, andere landen
hebben interne fondsen. Ieder systeem heeft voor- en nadelen. De
overdracht van de gelden naar een extern fonds gaat overigens
gepaard met de overdracht van de verantwoordelijkheden. Voorlopig
ben ik van mening dat we het huidige systeem moeten doen werken
en dat een lokalisatie van de voorzieningen bij NIRAS niet aan de
orde is.
Ten achtste, alle volksvertegenwoordigers en senatoren hebben een
exemplaar ontvangen. Bij het secretariaat van de Commissie voor
Nucleaire Voorzieningen kan iedereen die het wenst een exemplaar
opvragen. Tevens zullen de jaarverslagen op de website van de FOD
Economie terug te vinden zijn.
nucléaire.
Le fait que la question de la
responsabilité
n'ait
pas
été
explicitement réglée a entravé le
fonctionnement en 2008. Selon un
avis juridique formulé en la
matière
en
août
2008,
la
responsabilité des membres est
très limitée. Après avoir pris
connaissance de cette précision,
les membres se sont de nouveau
réunis, à l'automne 2008.
Le dossier relatif à la réévaluation
des
provisions
nucléaires
approfondit
un
document
antérieur, du 15 janvier 2004. La
méthode
de
calcul
et
les
paramètres financiers ne sont pas
modifiés. Par contre, il est tenu
compte
des
données
économiques
récentes,
des
recommandations du Comité de
suivi et du calendrier dont il a été
convenu pour les analyses des
frais de démantèlement. Les
résultats confortent ceux des
années précédentes.
La Commission des provisions
nucléaires a intégré à son propre
avis l'avis conforme rendu par
l'ONDRAF.
Les
principales
conclusions ont été publiées dans
le rapport annuel 2007.
Certains pays se basent sur des
fonds internes, d'autres sur des
externes. Chaque système offre
des
avantages
et
des
inconvénients.
Le
transfert
d'argent vers un fonds externe
s'accompagne également d'un
transfert de responsabilités. Je
pense que nous devons faire
fonctionner le système actuel.
Tous les parlementaires ont reçu
les rapports annuels. Ils sont
disponibles sur le site internet du
SPF
Économie
et
peuvent
également être obtenus auprès de
la Commission des provisions
nucléaires.
11.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik vind het nogal frappant dat u zegt dat de werking van de commissie
bevredigend is. In een andere situatie zou ik mij afvragen of dat
11.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Le
ministre
déclare que le fonctionnement de
10/03/2009
CRIV 52
COM 486
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
misschien sarcastisch bedoeld is. Een jaarverslag van enerzijds 11 en
anderzijds 14 pagina's waarin niet wordt ingegaan op de
controleactiviteiten die de commissie zou moeten uitvoeren kan ik
bezwaarlijk een bevredigende werking van de commissie noemen.
75% van die gelden wordt uitgeleend aan de kernexploitanten. Die
commissie moet toekijken op de kredietwaardigheid van de mensen
die dat geld ontleend hebben. Electrabel heeft wel een triple A-rating,
maar de banken hadden die ook. In het licht van de economische
crisis hebben we gezien wat er kan gebeuren. Er staat in het
jaarverslag niets te lezen over op welke manier dat geld werd belegd,
of alles nog okay is met de kredietwaardigheid van Electrabel, of die
fondsen al dan niet gerepatrieerd moeten worden. Daar staat niets
over in het jaarverslag. Er staat enkel een tabel in die bevat hoeveel
de provisies zijn en hoe hard die aangroeien.
Ik moet daar dus genoegen mee nemen. Ik als parlementslid dat de
controle doet van het beleid, moet er genoegen mee nemen dat ik
een document krijg van veertien pagina's waar veel blabla in staat,
waar voor een leek die dat ook moet kunnen lezen, een goede
omschrijving wordt gegeven van wat de commissie moet doen. Vanaf
pagina 8 begint men te zeggen wat men gedaan heeft. Drie pagina's
over activiteiten en dan een kleine tabel waar in staat hoeveel de
provisies bedragen. Is dat nu ernstig? Dat is toch niet ernstig!
Als het hier gaat over de CREG, komt u altijd af met de controle op de
CREG. Ik vind dat de controle op deze commissie ook wel eens
bekeken mag worden. Zich er vanaf maken met te zeggen dat alles in
orde is? Alles zal misschien in orde zijn. We zullen zien, tijd brengt
raad en over een aantal jaren zullen we allemaal zeggen: We hebben
het niet geweten. Ik vind dat niet ernstig. Ik vind dat echt niet ernstig.
Neem de manier waarop hier wordt ingegaan op de adviezen van het
Niras. Het Niras zal zeggen dat het vertrouwelijk is, want dat is
commerciële informatie. Het is toch ook niet ernstig dat een
overheidsinstelling geen toelichting kan geven hoe het zijn advies
maakt en wat er juist in staat. Sorry, maar het gaat hier over
miljarden, allemaal betaald door de consument. Die miljarden moeten
er zijn op het moment waarop ooit sowieso de kerncentrales
uitgeschakeld zullen worden. Als dat geld er niet is, wat gaan wij dan
tegen elkaar zeggen? U zult op een ander niveau zitten, ik
waarschijnlijk ook en après nous le déluge, maar dat is geen ernstig
beleid.
Ik kan daar geen genoegen mee nemen. Ik stel voor om voor de
toekomst te bekijken hoe we in deze commissie nog een en ander
wetgevend of ander werk kunnen verrichten rond de nucleaire
provisies.
la commission est "satisfaisant". Y
a-t-il de l'ironie dans ses propos?
Les deux rapports annuels ne
comptent que onze et quatorze
pages.
Ces
documents
ne
donnent d'éclaircissements ni sur
les activités de contrôle que la
Commission est censée exercer,
ni sur la solvabilité des exploitants
nucléaires qui empruntent 75% de
l'argent, ni sur l'affectation de ces
moyens. On n'y trouve qu'un
tableau dans lequel figurent les
provisions constituées. Cela n'est
pas sérieux! Le contrôle sur cette
Commission laisse fortement à
désirer. Le ministre prétend que
tout est en ordre, mais que se
passera-t-il si, plus tard, au
moment où l'on démantèlera les
centrales nucléaires, on découvre
que l'argent nécessaire n'y est
pas? L'ONDRAF se dérobe en
prétextant
qu'il
s'agit
d'informations
commerciales
confidentielles, mais il est question
en fait de plusieurs milliards
provenant des consommateurs et
cet argent doit effectivement rester
disponible pour la fermeture des
centrales nucléaires.
Je ne puis me satisfaire de cette
réponse et je propose de légiférer
à nouveau en ce qui concerne le
problème
des
provisions
nucléaires. Nos propositions de loi
ont en tout état de cause été
déposées.
De voorzitter: Het staat u natuurlijk vrij om een wetsvoorstel in die zin in te dienen.
11.04 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Die zijn ingediend.
De voorzitter: Dan zullen we die prioritair moeten behandelen, maar dan moet u die met uw fractie ook als
prioritair naar voor schuiven.
11.05 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ik wilde eerst nagaan
wat de mening van de minister daaromtrent was. De minister zegt
CRIV 52
COM 486
10/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
echter dat alles in orde is. Bij de banken was ook alles in orde.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.06 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16.06 heures.