KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 479
CRIV 52 COM 479
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
04-03-2009
04-03-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan
de eerste minister, en staatssecretaris voor
Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van
Werk, en wat de aspecten inzake personen- en
familierecht betreft, toegevoegd aan de minister
van Justitie over "het stiefouderschap" (nr. 11253)
1
Question de Mme Josée Lejeune au secrétaire
d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles,
adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui
concerne les aspects du droit des personnes et
de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur
"la beau parentalité" (n° 11253)
1
Sprekers:
Josée
Lejeune,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs: Josée Lejeune, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État au Budget et à la Politique
des Familles
Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister
van Klimaat en Energie over "Google Latitude"
(nr. 11113)
4
Question de M. Ben Weyts au ministre du Climat
et de l'Énergie sur "Google Latitude" (n° 11113)
4
Sprekers: Ben Weyts, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Ben Weyts, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de impact van de overheveling van
de collectieve schuldenregeling op de werklast
van de arbeidsrechtbanken" (nr. 11158)
7
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"l'incidence du transfert de la procédure en
règlement collectif de dette sur la charge de
travail des tribunaux du travail" (n° 11158)
7
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "de gerechtelijke achterstand in de
Brusselse arbeidsrechtbank" (nr. 11294)
7
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"l'arriéré judiciaire auprès du tribunal du travail de
Bruxelles" (n° 11294)
7
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de groeiende gerechtelijke
achterstand
bij
de
arbeidsrechtbanken"
(nr. 11297)
7
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "l'arriéré judiciaire croissant dans les
tribunaux du travail" (n° 11297)
7
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Justitie over "de gerechtelijke achterstand bij de
arbeidsrechtbanken" (nr. 11317)
7
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice
sur "l'arriéré judiciaire auprès des tribunaux du
travail" (n° 11317)
7
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "de gerechtelijke achterstand bij de
arbeidsrechtbank" (nr. 11346)
7
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "l'arriéré judiciaire auprès du tribunal
du travail" (n° 11346)
7
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie
over
"de
achterstand
bij
de
arbeidsrechtbanken en de rampzalige situatie in
Brussel" (nr. 11522)
7
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"l'arriéré auprès des tribunaux du travail et la
situation catastrophique à Bruxelles" (n° 11522)
7
Sprekers: Raf Terwingen, Stefaan Van
Hecke, Stefaan De Clerck
, minister van
Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Stefaan Van
Hecke, Stefaan De Clerck
, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
minister van Justitie over "een ontsnapping uit
een politiewagen" (nr. 11244)
12
Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de
la Justice sur "un détenu qui s'est échappé d'une
voiture de police" (n° 11244)
12
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de
minister van Justitie over "het werk van de
opvoeders in de gevangenissen" (nr. 11255)
13
Question de Mme Valérie Déom au ministre de la
Justice sur "le travail des éducateurs en prison"
(n° 11255)
13
Sprekers: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "de represailles tegen
de echtgenote van een politieagent" (nr. 11281)
16
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "les représailles sur la femme d'un
policier" (n° 11281)
16
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de
minister van Justitie over "de bescherming van de
gegevens op Facebook en de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer" (nr. 11311)
17
Question de Mme Valérie Déom au ministre de la
Justice sur "la protection des données sur
Facebook et le respect de la vie privée"
(n° 11311)
17
Sprekers: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "partnergeweld"
(nr. 11322)
20
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "les violences conjugales" (n° 11322)
20
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
21
Questions jointes de
21
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "drugs in de gevangenissen"
(nr. 11324)
21
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"les drogues en prison" (n° 11324)
21
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "de dood van een gedetineerde in de
gevangenis van Hasselt ten gevolge van een
overdosis drugs" (nr. 11402)
21
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "le
décès par overdose d'un détenu de la prison de
Hasselt" (n° 11402)
21
Sprekers: Xavier Baeselen, Bert Schoofs,
Stefaan De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Bert Schoofs,
Stefaan De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Josy Arens aan de minister
van Justitie over "een waarschuwingssysteem bij
ontvoeringen" (nr. 11329)
26
Question de M. Josy Arens au ministre de la
Justice sur "les alertes enlèvements" (n° 11329)
26
Sprekers: Josy Arens, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Josy Arens, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
28
Questions jointes de
28
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "een daad van zinloos geweld"
(nr. 11335)
28
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "un acte de violence gratuite"
(n° 11335)
28
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de recente gewelddaden tegen
jongeren in Brussel" (nr. 11342)
28
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"les actes de violence récents contre des jeunes à
Bruxelles" (n° 11342)
28
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de recente gewelddaden tegen
jongeren in Brussel" (nr. 11357)
28
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"les actes de violence récents contre des jeunes à
Bruxelles" (n° 11357)
28
- de heer Hans Bonte aan de minister van Justitie
over "het aangekondigde onderzoek door zijn
diensten naar de vrijlating van een 16-jarige
Vilvoordse delinquent en het structurele tekort
aan
opvangmogelijkheden
voor
jongeren"
(nr. 11454)
28
- M. Hans Bonte au ministre de la Justice sur
"l'enquête annoncée, à mener par les services du
ministre, sur la libération d'un délinquant âgé de
16 ans habitant Vilvorde et sur le manque
structurel de places pour les jeunes" (n° 11454)
28
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "de vrijlating van minderjarige
verdachten wegens plaatsgebrek" (nr. 11492)
28
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "la libération de suspects mineurs par
manque de place" (n° 11492)
28
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Justitie over "de vrijlating van een jonge
amokmaker wegens plaatsgebrek" (nr. 11515)
28
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Justice sur "la libération d'un jeune fauteur de
troubles par manque de place" (n° 11515)
28
Sprekers: Bart Laeremans, Hans Bonte,
Bruno Stevenheydens, Stefaan De Clerck
,
minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Hans Bonte,
Bruno Stevenheydens, Stefaan De Clerck
,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Justitie over "de beperking in de tijd van de
uitkering van medische hulp" (nr. 11347)
36
Question de M. Peter Logghe au ministre de la
Justice sur "la restriction dans le temps de l'octroi
de l'aide médicale urgente" (n° 11347)
36
Sprekers: Peter Logghe, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Peter Logghe, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
38
Questions jointes de
38
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Justitie over "de uitleveringsproblemen met
Nederland" (nr. 11371)
38
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Justice sur "les problèmes d'extradition avec les
Pays-Bas" (n° 11371)
38
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "in België veroordeelde personen die
een toevluchtsoord vinden in Nederland"
(nr. 11384)
38
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"des personnes condamnées en Belgique qui
trouvent refuge aux Pays-Bas" (n° 11384)
38
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Xavier
Baeselen, Stefaan De Clerck
, minister van
Justitie
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Xavier
Baeselen, Stefaan De Clerck
, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de
minister van Justitie over "het dossier van de
visafraude in de Belgische ambassade in
Bulgarije" (nr. 11282)
42
Question de M. Bart Laeremans au ministre de la
Justice sur "le dossier de la fraude aux visas à
l'ambassade de Belgique en Bulgarie" (n° 11282)
42
Sprekers: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Justitie over "de vervolging van de rapgroep
Cicatris wegens doodsbedreigingen aan het adres
van de heer Filip Dewinter" (nr. 11350)
44
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "les poursuites menées contre le
groupe de rap Cicatris pour avoir proféré des
menaces
de
mort
à
l'encontre
de
M. Filip Dewinter" (n° 11350)
44
Sprekers: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van Justitie over "de toelating aan een bokser om
zijn sport te beoefenen onder elektronisch
toezicht" (nr. 11351)
46
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "l'autorisation accordée à un boxeur
de pratiquer son sport sous surveillance
électronique" (n° 11351)
46
Sprekers: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
minister van Justitie over "de potentiële impact
van de economische terugval op de Veiligheid
van de Staat" (nr. 11439)
47
Question de M. Robert Van de Velde au ministre
de la Justice sur "les possibles répercussions de
la récession économique sur la Sûreté de l'État"
(n° 11439)
47
Sprekers: Robert Van de Velde, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Robert Van de Velde, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de
minister van Justitie over "de gevangenis te
Antwerpen" (nr. 11453)
50
Question de M. Ludo Van Campenhout au
ministre de la Justice sur "la construction d'une
prison à Anvers" (n° 11453)
50
Sprekers: Ludo Van Campenhout, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Ludo Van Campenhout, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de
minister van Justitie over "de bedroevende
kwaliteit van het werk van de gerechtspsychiaters"
(nr. 11519)
52
Question de M. Bart Laeremans au ministre de la
Justice sur "la qualité affligeante du travail des
experts psychiatres" (n° 11519)
52
Sprekers: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister
van
Justitie
over
"de
apothekenkraken"
(nr. 11428)
56
Question de M. Bert Schoofs au ministre de la
Justice sur "les cambriolages de pharmacies"
(n° 11428)
56
Sprekers: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
57
Questions jointes de
57
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "het feit dat de pleger van een
doodslag, veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf,
57
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "le
fait que l'auteur d'un homicide, condamné à une
peine de prison de 15 ans, soit toujours en liberté"
57
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
nog steeds op vrije voeten rondloopt" (nr. 11537)
(n° 11537)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "de tot 15 jaar gevangenisstraf
veroordeelde persoon die nog steeds op vrije
voeten rondloopt" (nr. 11570)
57
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "la personne condamnée à 15 ans
d'emprisonnement et demeurant toujours en
liberté" (n° 11570)
58
Sprekers: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Justitie over "de autodiefstallen bij
autoverhuurmaatschappijen" (nr. 11527)
60
Question de M. Peter Logghe au ministre de la
Justice sur "les vols de voitures de location"
(n° 11527)
60
Sprekers: Peter Logghe, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Peter Logghe, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
4
MAART
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
4
MARS
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.05 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 14.05 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
01 Question de Mme Josée Lejeune au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les
aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur "la beau
parentalité" (n° 11253)
01 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de
eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat
de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie over
"het stiefouderschap" (nr. 11253)
01.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, notre société est en pleine mutation et a aussi
comme corollaire une évolution du modèle familial. Bien que le
schéma de famille traditionnel, parents et enfants sous le même toit,
reste le plus courant, il concerne 34% des Belges et une famille avec
enfants sur trois vit en dehors du modèle "classique". Une enquête
souligne également que 35% des familles avec enfants, pour les
moins de 30 ans, sont des familles monoparentales.
Les nouvelles formes de familles impliquent d'autres relations entre
adultes et enfants. Ainsi bon nombre de beaux-parents vivent avec
l'enfant de leur compagne ou compagnon. Ces relations nouvelles ne
remplacent pas les rapports de filiation, mais elles influent sur le
développement de l'enfant.
Ces beaux-parents assument en pratique une part de l'éducation de
l'enfant et exercent l'autorité parentale conjointement avec le parent. Il
s'agit donc littéralement d'un "parent qui prend soin de l'enfant". Cette
situation de fait n'a toutefois aucun fondement juridique.
Si vous me le permettez, monsieur le secrétaire d'État, j'aimerais
vous questionner à propos de quelques cas de figure.
Prenons l'exemple d'une maman d'un enfant de dix ans qui vit avec
son compagnon, qui n'est pas le père biologique de l'enfant mais qui
prend une part active dans l'éducation de celui-ci. La maman
biologique de l'enfant est victime d'un problème médical conséquent
et aucun tuteur n'a été désigné par celle-ci, qui n'est d'ailleurs plus en
mesure d'en désigner. Le père biologique de l'enfant vit depuis de
nombreuses années à l'étranger et n'entretient plus aucune relation
avec son enfant. Le père de l'enfant ne veut ou ne peut revenir en
Belgique.
Mon deuxième exemple est pratiquement identique au premier.
01.01 Josée Lejeune (MR):
Momenteel
nemen
vele
stiefouders een deel van de
opvoeding van kinderen voor hun
rekening
en
oefenen
zij
gedeeltelijk ook het ouderlijk
gezag uit. Laten we het voorbeeld
nemen van een moeder die
samenleeft met haar partner die
niet de biologische vader van het
kind is, maar die actief deelneemt
aan de opvoeding van dat kind. De
biologische moeder heeft een
medisch probleem en heeft geen
voogd
aangewezen.
De
biologische vader, die in het
buitenland
woont,
onderhoudt
geen contact met zijn kind en kan
niet naar België terugkeren. In
welke antwoorden voorziet de wet
in dat geval? Wie is er juridisch
verantwoordelijk voor het kind? En
­ tweede voorbeeld ­ wat gebeurt
er wanneer de biologische vader
van het kind besluit om toch naar
België terug te keren en voor het
kind te zorgen? Kortom, wat zijn
de rechten van het kind, van de
partner en van de biologische
vader?
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Cependant, dans ce second cas le père biologique de l'enfant décide
de revenir et de prendre en charge l'enfant.
Dans ces deux cas, quelles réponses la loi prévoit-elle? Qui est, dans
ces cas, juridiquement responsable de l'enfant?
Enfin, quels sont, dans ces deux situations, les droits de l'enfant, les
droits du compagnon et les droits du père biologique?
01.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame la présidente,
madame Lejeune, dans le premier cas que vous évoquez, la mère de
l'enfant est victime d'un grave problème médical et le père vit depuis
de nombreuses années à l'étranger sans entretenir de relations
personnelles avec l'enfant et n'envisage pas de revenir en Belgique.
Par contre, le compagnon de la mère prend une part active dans
l'éducation de l'enfant. Dans cette hypothèse, le compagnon de la
maman pourrait adopter l'enfant si le père et la mère ainsi que l'enfant
âgé de douze ans consentent à cette adoption.
Toutefois, si l'un, le père ou la mère, est dans l'impossibilité de
manifester sa volonté, sans aucune demeure ou présumé absent, le
consentement de l'autre parent ou de l'enfant, s'il a plus de douze
ans, suffit. D'ailleurs si le père refusait ce consentement, le tribunal
pourrait prononcer l'adoption s'il apparaît, au terme d'une enquête
sociale approfondie, qu'il s'est désintéressé de l'enfant ou en a
compromis la santé, la sécurité ou la moralité.
Si le tribunal de première instance constate l'impossibilité durable du
père et de la mère d'exercer l'autorité parentale, la tutelle pourra
s'ouvrir. Cette impossibilité peut, par exemple, résulter d'une
hospitalisation de longue durée ou d'un éloignement géographique,
comme en l'espèce. Une fois cette impossibilité constatée par le
tribunal de première instance, le juge de paix pourra désigner le
compagnon de la maman comme tuteur de l'enfant, si cela
correspond à l'intérêt de l'enfant. Dans tous les cas de figure, le
compagnon de la mère pourra obtenir le droit d'entretenir des
relations personnelles avec l'enfant si celui-ci justifie d'un lien
d'affection particulier avec l'enfant, conformément à l'article 375bis du
Code judiciaire. À défaut d'accord entre les parties, l'exercice de ce
droit sera réglé dans l'intérêt de l'enfant par le tribunal de la jeunesse.
Dans le second cas, on envisage le retour du père de l'enfant qui
décide alors de le prendre en charge. Dans cette hypothèse, le père
exerce seul l'autorité parentale. Le compagnon de la mère pourra
toutefois obtenir le droit d'entretenir des relations personnelles avec
l'enfant dans les mêmes conditions (article 377bis du Code civil) que
je vous ai expliquées dans le premier cas.
Par ailleurs, l'article 387bis du Code civil prévoit que le tribunal de la
jeunesse peut, à la demande du père et de la mère, de l'un d'eux ou
du procureur du Roi ordonner ou modifier, dans l'intérêt de l'enfant,
toute disposition relative à l'autorité parentale. Cela relève de la
compétence du juge de la jeunesse. Selon la doctrine, cette
disposition permet au tribunal d'imposer à son titulaire toute restriction
requise dans l'intérêt de l'enfant à l'exercice de l'autorité parentale et
notamment de confier au compagnon de la mère dans le cas
d'espèce l'hébergement principal de l'enfant, voire l'exercice de
certaines prérogatives éducatives. Seul le juge de la jeunesse peut
01.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: In het eerste geval dat u
aanhaalt, zou de partner van de
moeder
het
kind
kunnen
adopteren indien de vader, de
moeder en het kind dat twaalf jaar
oud is met die adoptie instemmen.
Indien de vader (of de moeder)
niet in staat is zijn wil te kennen te
geven, geen gekende verblijfplaats
heeft in België of vermoedelijk
afwezig
is,
volstaat
de
toestemming van de andere ouder
of van het kind, indien het ouder is
dan twaalf jaar. Indien de vader
die toestemming zou weigeren,
zou de rechtbank de adoptie
kunnen uitspreken indien na een
grondig
maatschappelijk
onderzoek blijkt dat hij zich niet
meer
om
het
kind
heeft
bekommerd of de gezondheid, de
veiligheid of de zedelijkheid van
het kind in gevaar heeft gebracht.
Indien de rechtbank van eerste
aanleg vaststelt dat de vader of de
moeder
in
de
voortdurende
onmogelijkheid
zijn
om
het
ouderlijk gezag uit te oefenen, kan
de voogdij openvallen. Als die
onmogelijkheid
eenmaal
is
vastgesteld, zal de vrederechter
de partner van de moeder als
voogd van het kind kunnen
aanwijzen,
indien
zulks
in
overeenstemming is met het
belang van het kind. In alle
gevallen zal de partner van de
moeder
het
recht
kunnen
verkrijgen om persoonlijk contact
met het kind te onderhouden
indien hij aantoont dat hij met het
kind een bijzondere affectieve
band heeft. Indien er geen
akkoord kan worden bereikt
tussen de partijen, zal de
uitoefening van dat recht door de
jeugdrechtbank worden geregeld
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
décider de cela. Si le père est déchu de l'autorité parentale et que la
mère est dans l'impossibilité de l'exercer, la protutelle pourra
s'exercer à l'égard de l'enfant.
in het belang van het kind. In het
tweede geval overweegt men een
terugkeer van de vader van het
kind die dan beslist voor het kind
te zorgen. In die hypothese oefent
de vader het ouderlijk gezag alleen
uit. De partner van de moeder zal
echter het recht kunnen verkrijgen
om persoonlijk contact met het
kind te onderhouden.
Voorts bepaalt artikel 387bis van
het Burgerlijk Wetboek dat de
jeugdrechtbank, op verzoek van
beide ouders of van één van hen,
dan wel van de procureur des
Konings, alle beschikkingen met
betrekking tot het ouderlijk gezag
kan opleggen of wijzigen. Volgens
de rechtsleer kan de rechtbank op
grond van die bepaling de titularis
iedere beperking in de uitoefening
van het ouderlijk gezag opleggen
die vereist is in het belang van het
kind en kan het met name in casu
de hoofdzakelijke huisvesting van
het kind en zelfs de uitoefening
van bepaalde prerogatieven op het
stuk van de opvoeding aan de
partner
van
de
moeder
toevertrouwen.
Enkel
de
jeugdrechter
kan
daarover
beslissen. Indien de vader uit het
ouderlijk gezag is ontzet en de
moeder in de onmogelijkheid
verkeert om dat gezag uit te
oefenen, zal de provoogdij ten
aanzien van het kind kunnen
worden uitgeoefend.
01.03 Josée Lejeune (MR): Madame la présidente, monsieur le
secrétaire d'État, si je comprends bien, dans le deuxième cas de
figure où le père reprend l'enfant suite à son retour, le beau-père perd
tous les droits sur l'enfant.
01.03 Josée Lejeune (MR): Als ik
het goed begrijp, dan verliest de
stiefvader in het tweede geval alle
rechten met betrekking tot het
kind.
01.04 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Ce n'est pas tout à fait
ce que j'ai dit. C'est le principe. Maintenant, il se peut que le tribunal
de la jeunesse statue sur l'autorité parentale du père et que, si le juge
de la jeunesse l'estime en fonction du cadre légal - article 387bis -,
celui-ci peut décider de confier une partie de l'autorité parentale au
conjoint mais, avant cela, il faudra qu'il ait été démontré que le père
biologique n'a pas rempli l'ensemble de ses prérogatives en matière
d'autorité parentale.
01.04 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Dat klopt niet helemaal
met wat ik gezegd heb. Dat is het
principe. Het kan gebeuren dat de
jeugdrechtbank uitspraak doet
over het ouderlijk gezag van de
vader en de jeugdrechter kan op
grond van artikel 387bis beslissen
om het ouderlijk gezag gedeeltelijk
aan de partner toe te kennen.
Maar er zal moeten aangetoond
worden dat de biologische vader
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
niet al zijn prerogatieven heeft
vervuld.
01.05 Josée Lejeune (MR): Pourrais-je avoir votre réponse écrite?
01.06 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Oui, bien sûr.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Ben Weyts aan de minister van Klimaat en Energie over "Google Latitude"
(nr. 11113)
02 Question de M. Ben Weyts au ministre du Climat et de l'Énergie sur "Google Latitude" (n° 11113)
02.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, deze vraag gaat over
Google Latitude, maar uiteraard zie ik de onderliggende thematiek
ruimer. De toepassing Latitude is ondertussen genoegzaam bekend.
Met een smartphone of pc kan men op elk moment van de dag
nagaan waar vrienden verblijven of men kan laten nagaan waar men
zelf verblijft. De toepassing is al beschikbaar in 27 landen, waaronder
België en 13 andere EU-landen.
Door het gebruik van die service beschikt Google natuurlijk over strikt
persoonlijke informatie over de handel en wandel van de betrokken
personen. Het gaat over miljoenen gebruikers. Het bedrijf kan dus ook
alle verplaatsingen registreren, met welke doeleinden dan ook.
Verschillende aspecten verdienen daarbij onze aandacht. Een eerste
is het privacyaspect. Ik heb al een reactie gelezen van de heer Vincart
van de privacycommissie. Hij stelde zich zeer sceptisch op ten
opzichte van de lancering van Latitude. De mogelijkheden voor
misbruik liggen voor de hand. Soms worden gsm's als geschenk
gegeven door de werkgever. Aldus kan hij de gang van zijn
werknemer nagaan. Er zijn veel gsm's die door werkgevers ter
beschikking worden gesteld. Google kan ook misbruik maken van de
handel en wandel met het oog op advertenties. Wanneer men zich
registreert, dan geeft men namelijk ook impliciet toestemming om
advertenties te ontvangen op de gsm.
Ik heb de volgende vragen. Ten eerste, is er voor die toepassing
reeds effectief een advies aan de privacycommissie gevraagd?
Treedt de privacycommissie in zulke gevallen ambtshalve op?
Ten tweede, is Google onderhevig aan de Belgische wetgeving inzake
privacy- en consumentenbescherming? Zijn Google en andere
websites en websitediensten onderhevig aan de Belgische wetgeving
in globo en aan de Belgische rechtsspraak? Nog deze week was er
een uitspraak van een rechter. Hij heeft Yahoo veroordeeld en achtte
zich dus wel bevoegd om zich daarover uit te spreken.
Ten derde, ziet u gevaren aan Latitude, onder meer inzake
minderjarigen? Daarover heb ik het nog niet gehad. Minderjarigen
kunnen zich namelijk ook gewoon registreren als gebruiker van
Latitude. U weet dat zij bij uitstek een gegeerde doelgroep zijn van
adverteerders. Kinderen vormen, in de wetenschap van hun
interesses en hobby's, die de adverteerders makkelijk kunnen nagaan
omdat zij de handel en wandel van die kinderen kennen, een
gegeerde doelgroep voor adverteerders. Mijnheer de ministers, wat is
02.01 Ben Weyts (N-VA): Déjà
disponible dans 27 pays dont la
Belgique, Google Latitude, la
nouvelle application de Google,
permet de localiser une personne
à tout moment de la journée grâce
à un smartphone ou à un pc. Ce
système entraîne le stockage
d'informations relatives aux faits et
gestes des personnes concernées
dans la base de données de
Google.
A-t-on demandé à la Commission
de la protection de la vie privée un
avis sur ce type d'applications?
Cette commission intervient-elle
d'office?
Google
doit-il
se
conformer à la législation belge en
matière de protection de la vie
privée? Qui contrôle le respect de
cette loi? Comment protéger les
jeunes, qui constituent un groupe
cible rêvé pour des actions de
marketing?
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
uw visie daarop en hoe denkt u daartegen te kunnen optreden?
02.02 Minister Stefaan De Clerck: De privacycommissie is niet om
een advies over de toepassing van Google Latitude gevraagd. Of de
commissie een advies ambtshalve geeft, moet ze zelf uitmaken. Ze
kan uiteraard altijd ambtshalve optreden.
Aangezien de diensten van Google voornamelijk in de VS zijn
gevestigd, valt het bedrijf onder de Amerikaanse privacyregelgeving,
die minder streng is dan de onze.
Is de Belgische privacywetgeving van toepassing? Er kan worden
verwezen naar de Europese richtlijn over dataprotection van 1995,
meer bepaald de conclusie van de Europese privacycommissie die
betrekking heeft op artikel 29. Ik citeer: "Als de exploitant van de
zoekmachine niet in een lidstaat is gevestigd, dient een lidstaat zijn
nationale wetgeving inzake gegevensbescherming toe te passen
overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder C, indien de onderneming voor
de verwerking van persoonsgegevens op het grondgebied van de
betrokken lidstaat gebruikmaakt van al dan niet geautomatiseerde
middelen". Zo heeft Google datacenters in de andere Europese
landen geïnstalleerd, zoals Nederland en Ierland. Hierop lijkt de
voormelde bepaling van toepassing en kan het nationaal recht van de
landen waar de onderneming een server heeft, toepassing vinden. In
België heeft Google geen dergelijk centerr.
Van cookies maakt Google in België wel gebruik. De vraag is of die
cookies onder geautomatiseerde middelen zoals omschreven in de
Europese richtlijn, kunnen worden ondergebracht. Het is met andere
woorden voor discussie vatbaar of Google onder de Belgische
privacywetgeving valt met toepassing van de voormelde richtlijn. Het
is ongetwijfeld nuttig om het thema door te spelen aan de
privacycommissie, die er zich over kan uitspreken.
Los daarvan, gebruikers moeten zich altijd bewust zijn van de risico's,
indien zij informatie op het net zetten, zoals bij Facebook, waarover
straks vragen volgen. Daarbij worden we geconfronteerd met een
gelijkaardige probleemstelling: wat is de limiet en hoe wordt een en
ander beschermd.
Men is altijd de controle kwijt over de gegevens, die de facto publiek
worden. Men heeft de keuze om al dan niet te werken met de
diensten van Google. Als men dat doet, dan is het absoluut aan te
bevelen om eerst goed naar de algemene voorwaarden en de
privacyclausules te kijken en daarna pas de beslissing te nemen of
men gebruik wenst te maken van die dienst. Het is, met andere
woorden, aan te raden altijd te checken waarvoor men toestemming
geeft.
Wat minderjarigen betreft, ligt de verantwoordelijkheid bij de ouders,
die de mate van vrijheid van hun kinderen bepalen naar gelang van
hun leeftijd.
Uiteraard speelt hier het contractuele aspect mee. Hoe dan ook zou
het nuttig zijn om na te gaan wat het specifieke advies zou zijn van de
privacycommissie over de materie. Tot op vandaag is dat niet
gebeurd.
02.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Aucun avis n'a été
demandé à la Commission de la
protection de la vie privée
concernant Google Latitude. La
commission peut décider d'agir
d'office.
Étant principalement implantés
aux USA, les services de Google
sont
soumis
aux
règles
américaines de protection de la vie
privée, nettement plus souples
que les nôtres. La directive
européenne relative à la protection
des données dispose cependant
qu'un État membre où est établi un
des serveurs peut appliquer sa
propre législation nationale. Ainsi,
Google est par exemple soumis
aux règles nationales en vigueur
aux Pays-Bas et en Irlande
puisqu'il a implanté des centres de
données dans ces pays.
Aucun centre de ce type n'est
installé en Belgique, mais certains
cookies sont utilisés chez nous. Il
est judicieux de demander l'avis
de la Commission de la protection
de la vie privée sur la question de
savoir si Google est soumis ou
non à la législation belge.
Il va de soi que le recours à ce
programme relève du libre arbitre
de chacun. Il est toujours conseillé
de bien prendre connaissance des
conditions générales et, surtout,
des clauses de protection de la vie
privée avant d'y adhérer.
En ce qui concerne les mineurs
d'âge, la responsabilité incombe
aux parents.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
02.03 Ben Weyts (N-VA): Het is natuurlijk een actuele zaak. Een
rechter achtte zich deze week wel nog bevoegd om zich uit te spreken
over Yahoo. Los van de discussie in de rechtsleer over onder meer
cookies, oordeelde hij dat Yahoo, aangezien het hier actief is,
onderworpen is aan de Belgische wetgeving. Dat was, kort door de
bocht, de redenering van de betrokken rechter.
Mijnheer de minister, u wijst op de risico's en voegt eraan toe dat wie
zich inschrijft, zich daarvan bewust moet zijn. Welnu, ik heb mezelf
eens voorgedaan als minderjarige ­ het was niet zo moeilijk, het
inlevingsvermogen was snel gevonden ­ en men kan zich perfect
registreren als minderjarige en gebruikmaken van Google Latitude. In
de algemene voorwaarden staat er wel: "dat het niet toegestaan is de
diensten te gebruiken indien u nog niet de leeftijd hebt bereikt waarop
u een rechtsgeldige overeenkomst met Google kunt afsluiten". Alsof
de elfjarige, die ik toen was, dat begreep. Dat is de enige
waarschuwing die ter zake geldt. Blijkbaar is het toch allemaal
gemakkelijk te omzeilen, als men in deze al kan spreken van
omzeilen.
Mijn vraag is vooral fundamenteel. Onze maatschappij gaat zo ver
met dergelijke toepassingen dat we echt een regelgeving moeten
ontwikkelen, want de aanbieders van websitediensten achten zich
steeds machtiger en dominanter, waarbij zij blijkbaar aan nagenoeg
geen enkele regelgeving onderworpen zijn, tenzij, zoals u schetst ­
daarover is men het in de rechtsleer wel eens ­ wanneer de servers
op het betrokken grondgebied staat.
Uiteindelijk valt er iets te zeggen voor de argumentatie van de rechter,
ik dacht in Dendermonde, in de zaak met Yahoo dat de Belgische
wetgeving erop van toepassing is, omdat Yahoo hier actief is. Ik wijs
op de specifieke consequenties voor minderjarigen. Het zou u sieren,
mijnheer de minister, indien u ter zake een initiatief neemt en samen
gaat zitten met wie ook om na te hoe we de problematiek, niet alleen
in het heden maar ook in de toekomst, zouden kunnen aanpakken.
02.03 Ben Weyts (N-VA): Cette
semaine, un juge a estimé être
compétent
pour
rendre
un
jugement sur Yahoo, considérant
que cette société relève de notre
droit parce qu'elle est active sur
notre territoire. Cette thèse est à
mon
sens
défendable.
Les
applications de ce type vont se
multiplier.
Il
est
nécessaire
d'établir des règles claires.
Je pense également qu'il convient
de prévoir une meilleure protection
pour les mineurs. Ainsi, j'ai pu
m'inscrire sans difficulté en me
faisant passer pour un mineur.
02.04 Minister Stefaan De Clerck: Het is een interessante materie. Ik
denk dat we het moeten volgen. Enkele dagen geleden hebben we
mutatis mutandis dezelfde discussie gehad over de website voor het
spotten van pedofielen, waarbij wordt gezegd dat men niets kan doen
omdat het uit de Verenigde Staten of Nederland komt. Ook daar is de
vraag of de privacywetgeving in België rechtstreeks van toepassing is
of niet, in de mate die diensten toch op de Belgische markt of op het
Belgische grondgebied zijn gericht. Vanuit diverse hoeken, voor uw
dossier of voor andere dossiers, loopt dat type van onderzoek. Er
moet daarover duidelijkheid komen en de privacycommissie moet
worden gemobiliseerd om daarover heldere uitspraken te doen, zo
mogelijk ook gesteund door tussenkomsten van rechters.
02.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Une discussion similaire
est en cours à propos du site Stop
Kinderporno. Dans ce cas-ci aussi,
on peut se demander si la
législation belge est applicable. Il
est important que la Commission
Vie Privée se prononce sur de
telles questions.
02.05 Ben Weyts (N-VA): Het is natuurlijk niet alleen de privacy die
hier speelt. Er zijn, in afgeleide orde, ook verschillende
reglementeringen van toepassing, zoals de wet op de
handelspraktijken in deze kwestie. Het gaat zo ver.
02.05 Ben Weyts (N-VA): Ces
questions
ne
relèvent
pas
uniquement de la législation sur la
protection de la vie privée mais
également de la loi sur les
pratiques du commerce.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de impact van de overheveling van de
collectieve schuldenregeling op de werklast van de arbeidsrechtbanken" (nr. 11158)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de gerechtelijke achterstand in de
Brusselse arbeidsrechtbank" (nr. 11294)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de groeiende gerechtelijke
achterstand bij de arbeidsrechtbanken" (nr. 11297)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de gerechtelijke achterstand bij de
arbeidsrechtbanken" (nr. 11317)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de gerechtelijke achterstand bij de
arbeidsrechtbank" (nr. 11346)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de achterstand bij de arbeidsrechtbanken
en de rampzalige situatie in Brussel" (nr. 11522)
03 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'incidence du transfert de la procédure en
règlement collectif de dette sur la charge de travail des tribunaux du travail" (n° 11158)
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "l'arriéré judiciaire auprès du tribunal du travail de
Bruxelles" (n° 11294)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "l'arriéré judiciaire croissant dans les
tribunaux du travail" (n° 11297)
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "l'arriéré judiciaire auprès des tribunaux du
travail" (n° 11317)
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "l'arriéré judiciaire auprès du tribunal du travail"
(n° 11346)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "l'arriéré auprès des tribunaux du travail et la
situation catastrophique à Bruxelles" (n° 11522)
De voorzitter: De heren Terwingen en Van Hecke zijn aanwezig. Ik geef het woord aan de heer Terwingen.
03.01 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, in de loop van een of twee weken geleden was er opeens de
mededeling van de voorzitter van de nationale conferenties van
arbeidsrechtbanken, en met name ook van de voorzitter van de
Brusselse arbeidsrechtbank, dat er zich een probleem voordeed
omtrent de belasting van de arbeidsrechtbanken, voornamelijk in
Brussel.
Het
probleem
zou
zijn
veroorzaakt
door
de
bevoegdheidsherverdeling die is gebeurd, met name op het ogenblik
dat de collectieve schuldenregelingen die aanvankelijk onder de
rechtbank van eerste aanleg en meer bepaald onder de beslagrechter
ressorteerden, werden overgedragen aan de arbeidsrechtbanken.
Concreet zou het zo zijn dat bijvoorbeeld voor Brussel de vonnissen
omtrent de bediendencontracten die aanvankelijk binnen de negen
maanden werden genomen, thans op vijftien en zelfs op twintig
maanden eerst zouden kunnen worden genomen, wegens de
overbelasting.
Ik denk dat de oorzaak van heel dit probleem te wijten is aan uw
voorgangster. De vorige regering heeft beslist om die collectieve
schuldenregelingen over te dragen naar de arbeidsrechtbank, maar
blijkbaar
heeft
men
geen
rekening
gehouden met de
personeelsverschuiving die zich ook had moeten voordoen, waardoor
men
daar
ook
een
verschuiving
had
moeten
krijgen,
personeelsgebonden gezien, naar de arbeidsrechtbanken toe.
Mijnheer de minister, wat is de situatie? Wat kunnen we daaraan
doen? Hoe gaat u het oplossen?
03.01 Raf Terwingen (CD&V): La
présidente de la Conférence
nationale des présidents des
tribunaux du travail tire la sonnette
d'alarme.
L'arriéré
accumulé
auprès des tribunaux du travail
atteint
des
proportions
titanesques. La responsabilité peut
en être imputée à la loi relative au
règlement collectif de dettes, dont
la compétence incombait aux
tribunaux
du
travail.
Mme
Onkelinx, ancienne ministre de la
Justice, a pris cette décision sans
tenir compte des glissements de
personnel que cela entraînerait.
Quelle est exactement la situation
sur le terrain? Comment résoudre
ce problème?
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
03.02 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij hebben de berichten gehoord van de
voorzitter van de arbeidsrechtbank in Brussel die aan de alarmbel
heeft getrokken omdat er toch wel een grote achterstand aan het
groeien is in de afhandeling van dossiers bij de arbeidsrechtbank. Die
achterstand is volgens haar tot stand gekomen door de overheveling
van de bevoegdheden inzake de collectieve schuldenregeling van de
rechtbank van eerste aanleg naar de arbeidsrechtbanken. Daardoor
duren procedures die vroeger een negental maanden duurden, nu
langer en volgen de uitspraken pas na vijftien maanden of nog later.
De ervaring die vele advocaten hadden was nochtans dat de
rechtspleging voor de arbeidsrechtbanken vrij vlot verliep. Men
bekwam vrij snel een rechtsdag. Gerechtelijke achterstand bestond
niet of nauwelijks. Bovendien ­ en dat is toch vrij belangrijk ­ komen
er belangrijke zaken die weinig uitstel dulden, als de discussies gaan
over ontslagen, over werkloosheidsuitkeringen die worden geschorst
en dergelijke. Ook inzake sociale zekerheidsproblemen bijvoorbeeld,
kunnen mensen geen twee jaar wachten op een uitspraak.
Het liep goed, maar blijkbaar loopt het sinds kort fout. Ik las uw
reactie in de krant, mijnheer de minister. Misschien heeft de krant een
fout gemaakt en zult u dat rechtzetten, maar u verklaarde toen
volgens de krant: " Voor mij is dit een testcase die zal uitwijzen of de
rechterlijke orde in staat is met de nodige soepelheid en loyauteit het
personeelsprobleem op te lossen".
Mijn eerste vraag is wat u daarmee bedoelt. Dat is een typische De
Clerckzin. Ik denk dat een voorzitter van de arbeidsrechtbank moeilijk
kan beslissen om twee griffiers te vragen aan eerste aanleg, nog een
extra rechter, enzovoort. Ik zal luisteren naar uw antwoord; er zal
misschien een oplossing zijn op voorwaarde dat de voorzitter van de
arbeidsrechtbank zelf kan beslissen.
03.02 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Le ministre a déclaré
dans un journal qu'il s'agissait
d'une expérience destinée à tester
la capacité de l'ordre judiciaire à
résoudre
le
problème
de
personnel avec la souplesse
requise.
03.03 Minister Stefaan De Clerck: (...)
03.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Ten eerste, wat bedoelt u
precies met uw uitspraak?
Ten tweede, ontkent u de structurele problemen die hebben geleid tot
die achterstand? Het is natuurlijk wel zo, u zult dat niet ontkennen, dat
er een pak dossiers is overgekomen door de overheveling van
bevoegdheid. Blijkbaar zijn de nodige middelen niet mee overgegaan.
U verklaarde ook dat een en ander opnieuw beheersbaar zal worden.
Hoe ziet u dat gebeuren? Zal dat probleem zichzelf oplossen of zult u
wel zelf actief initiatieven nemen om dat probleem mee te helpen
oplossen?
Tot slot, nog dit. Er waren cijfers over Brussel. Stelt hetzelfde
probleem zich ook in de andere arrondissementen?
Beschikt u over cijfers over de achterstanden die nu aan de orde zijn
in de andere arrondissementen. Die cijfergegevens moet u niet
allemaal voorlezen; u mag ze mij schriftelijke bezorgen.
03.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!):
Que
signifient
ces
déclarations du ministre? Refuse-
t-il de reconnaître les problèmes
structurels qui ont conduit à cet
arriéré? Comment compte-t-il s'y
prendre
pour
que
l'arriéré
redevienne gérable? Le ministre
peut-il me fournir, pour chaque
arrondissement du pays, des
chiffres précis concernant l'arriéré
et le nombre de dossiers transmis
au tribunal du travail en raison de
la modification du 1
er
septembre
2008?
03.05 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, er zijn zes
vragen over dit probleem. Ik heb al de kans gehad ter zake te
03.05
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
Le
transfert
de
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
antwoorden in de plenaire vergadering en ook in de Senaat.
De bevoegdheid is overgedragen van eerste aanleg, zeg maar de
beslagrechter, naar de arbeidsrechtbank. Dat brengt wat verstoring
mee. In feite is het over het hele land zo. Wij moeten nu proberen
daarmee om te gaan.
De beleidscel heeft op donderdag 5 februari een constructief
onderhoud gehad met de vertegenwoordigers van de arbeidshoven
en de arbeidsrechtbanken. De problemen werden toegelicht.
Sommige aanwezigen op die vergadering hebben suggesties
geformuleerd om de administratieve werklast die met de procedure
van de gerechtelijke schuldenregeling gepaard gaat, te verminderen.
Er werden vier problemen aangekaart: ten eerste, de informatisering,
ten tweede, de logistieke ondersteuning, ten derde, de
gerechtsbrieven en ten vierde, de personeelscapaciteit.
Ik wil het ongenoegen dat thans bij de arbeidsgerechten heerst,
aanpakken door in te werken op de manier waarop deze hoven en
rechtbanken de dossiers inzake collectieve schuldenregeling
beheersen. Wij gaan niet terugkeren naar de vroegere
bevoegdheden. De bevoegdheden zijn er nu. Zij blijven er. Wij
moeten nu kijken hoe wij het organisatorisch aanpakken.
Op 1 september 2008 zijn de voor de rechtbank van eerste aanleg
hangende dossiers naar de arbeidsgerechten overgeheveld. Op die
manier zijn op vrij korte tijd heel wat dossiers overgebracht. Toch blijf
ik van oordeel dat een en ander opnieuw beheersbaar kan worden
gemaakt
door
ingrepen
op
verschillende
vlakken.
De
vertegenwoordigers van de arbeidsgerechten en van de griffies
hebben op 5 februari de verzekering gekregen dat zij voor vragen van
logistieke en materiële aard een beroep kunnen doen op de bevoegde
diensten van de administratie van de FOD Justitie.
Tijdens de vergadering is gebleken dat de administratieve last die
deze procedure veroorzaakt, kan worden ingedijkt door in te werken
op het aantal gerechtsbrieven dat telkens moet worden verzonden.
Een werkgroep onder de leiding van de eerste voorzitter van het
arbeidshof van Luik, Joël Hubin, werkt thans een voorstel uit om het
aantal gerechtsbrieven terug te dringen. De groep krijgt bijstand van
een ambtenaar van de FOD Justitie om desgevallend de voorstellen
wettechnisch uit te werken.
De eerste voorzitter van het arbeidshof van Luik, Joël Hubin,
organiseert op 17 maart aanstaande een bijeenkomst met de
vertegenwoordigers van de voorzitters en hoofdgriffiers van de
arbeidsgerechten om het ontwerp toe te lichten dat de werkgroep ad
hoc onder zijn leiding nu al heeft voorbereid.
Een definitief voorstel wordt verwacht tegen de volgende vergadering
van de vertegenwoordigers van arbeidsrechtbanken en -hoven met
mijn beleidscel op 26 maart. Na overleg met de verschillende
rechtbanken zullen zij dus samen bijeenkomen, op het kabinet, op 26
maart.
Ik kan u nog geen exacte cijfers geven over de achterstand die in
verschillende ressorten wordt ingeroepen. Dat betekent niet dat ik zou
compétences
du
règlement
collectif des dettes entraîne, en
effet, des perturbations. La cellule
stratégique a eu un entretien
constructif avec les représentants
du tribunal du travail. Des
suggestions ont été formulées
pour réduire la charge de travail
administrative. Les problèmes
identifiés concernent le domaine
de l'informatisation, du support
logistique, des plis judiciaires et de
l'effectif du personnel. Je souhaite
répondre
au
mécontentement
actuel en agissant sur la manière
dont ces cours gèrent les dossiers.
Par exemple, il a été proposé de
réduire le nombre
de plis
judiciaires. Un groupe de travail
élaborera ­ après concertation
avec les différents tribunaux ­ une
proposition définitive après la
prochaine réunion du 26 mars.
Je ne peux pas donner les chiffres
exacts
de
l'arriéré
par
arrondissement.
Je
constate
néanmoins qu'un dialogue s'est
créé et que la bonne volonté
existe. Je soutiendrai le groupe de
travail pour que des solutions se
dégagent.
En ce qui me concerne, il s'agit
d'un test qui doit démontrer si les
juridictions du travail sont en
mesure de résoudre le problème
du personnel. Parallèlement, il est
examiné comment l'organisation
interne du greffe peut être
améliorée sans l'intervention du
législateur.
L'objectif
est
également d'augmenter la mobilité
au sein de l'organisation judiciaire.
Mais la priorité est donc accordée
aux plis judiciaires. Aujourd'hui,
des
plis
judiciaires
doivent
systématiquement être envoyés à
toutes les instances, ce qui
pourrait
être
simplifié.
Une
proposition en la matière est
actuellement en préparation.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
ontkennen dat er problemen rijzen. Ik weet bijvoorbeeld dat er bij de
arbeidsrechtbank van Brussel een probleem is. Ik stel enkel vast dat
er een dialoog bestaat tussen de beleidscel en de betrokkenen en dat
er een goede wil is om op een creatieve manier het hoofd te bieden
aan de problemen waarvoor wij staan.
Ik geloof dat wij via een dialoog tot een oplossing kunnen komen. Op
de volgende vergadering, gepland op 26 maart, verwacht ik alvast de
eerste resultaten van de inspanningen die de betrokkenen hebben
aangekondigd om tot een oplossing te komen. Dat slaat ook op
problemen inzake personeel.
Algemeen wil ik de werkgroep bijstaan in het vinden van oplossingen
op personeelsvlak en de flexibiliteit hebben te kunnen zeggen: er is
een concreet probleem, laten wij een concrete oplossing voorstellen,
misschien over bepaalde grenzen heen, wat nu niet altijd kan.
Ik ben ervan overtuigd dat met wat goede wil een creatieve oplossing
kan worden gevonden om de administratieve lasten te beheren die
met deze procedure gepaard gaan. Voor mij is het een testcase die
zal moeten uitwijzen of de rechterlijke orde, in casu de
arbeidsgerechten, in staat zijn om met de nodige soepelheid en
loyaliteit het personeelsprobleem op te lossen.
De eerste voorzitters van de arbeidshoven hebben ondertussen
onderling overleg gepleegd en afspraken zijn gemaakt. Prioritair zal
een voorstel tot vermindering van het aantal gerechtsbrieven worden
uitgewerkt. Dat principe is eigenlijk al afgesproken, maar het moet nu
worden geconcretiseerd. Gelijktijdig wordt onderzocht hoe de interne
organisatie op de griffie zelf kan worden vereenvoudigd, zonder
tussenkomst van de wetgever.
Een ander belangrijk element is dat wordt gestreefd naar een grotere
mobiliteit binnen de gerechtelijke organisatie.
Pas indien is gewerkt op al die elementen, zal duidelijk zijn of er nog
problemen zijn en van welke aard die zijn.
Het is duidelijk dat nu iedere keer, voor elk dossier, aan alle instanties
gerechtsbrieven moeten worden verstuurd. Iedere keer moeten de
fiscus, de sociale zekerheid, de grote banken en dergelijke worden
aangeschreven, in plaats van dat op een vereenvoudigde manier te
doen. Ik denk dat het zelfs de vraag is van die instellingen om het niet
allemaal per gerechtsbrief te krijgen, maar op een geordende,
vereenvoudigde manier, eventueel per mail. Dat onderzoek is nu
bezig en daaromtrent wordt nu een voorstel voorbereid.
03.06 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, ik merk dat u de
koe bij de hoorns hebt gevat. Dat is goed. Er is een probleem gerezen
en u werkt eraan. Dat is heel duidelijk. Ik hoor dat het op korte termijn
zal gebeuren. Ik denk dat uw eigen voluntarisme hier volledig wordt
tentoongespreid. Dat is goed.
Het is ook goed dat wij hier niet klakkeloos met beloften van
personeelsuitbreiding komen, nog los van het budgettaire aspect. Ik
denk dat inderdaad moet worden bekeken waar praktisch op het
terrein bijsturingen kunnen gebeuren, die veeleer van juridisch-
procedurele aard zijn om de werkdruk te verminderen. Ik denk dat
03.06 Raf Terwingen (CD&V): Je
me félicite que l'on examine les
possibilités de réduire la charge de
travail par des mesures de nature
plutôt juridico-procédurales au lieu
de faire des promesses gratuites
d'extension
du
cadre
du
personnel. Je pense que nous
nous sommes engagés dans la
bonne voie.
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
mijn collega Van Hecke dat ook kan beamen. Als één ding duidelijk is
bij collectieve schuldenregelingen, in de mate dan men ze als
advocaat of collectieve schuldenregelaar behandelt, is dat men met
een administratieve rompslomp zit. Dan kan men zich een voorstelling
maken hoe groot de rompslomp is bij de arbeidsrechtbanken.
Ik denk dat u de juiste weg bewandelt.
03.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Het is inderdaad een goede piste om te
kijken hoe men de administratieve lasten kan verminderen, maar ik
denk dat er in de wet zelf ook heel wat bepalingen staan waarbij
bepaalde zaken met gerechtsbrief moeten worden gemeld.
03.08 Minister Stefaan De Clerck: (...)
03.09 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Het staat er meestal in.
We kunnen inderdaad oplijsten waar het soepeler kan, maar dan zal
de wet ook moeten worden gewijzigd. Dat wil zeggen dat het nog
enkele weken of maanden zal duren, vooraleer dat effectief
gerealiseerd zal zijn.
Wat het personeel betreft, denk ik inderdaad dat we naar een grotere
mobiliteit moeten gaan. Als de dossiers vroeger werden behandeld op
de rechtbank van eerste aanleg, bijvoorbeeld in Brussel, kan ik mij
voorstellen dat x-aantal personeelsleden op de griffie en
ondersteunend personeel daarmee fulltime bezig was. Dat waren
misschien vier of vijf mensen, of misschien meer. Ik weet niet hoeveel
het er waren. Als die dossiers dan verhuizen naar een andere
rechtbank, lijkt het ook logisch dat de mensen die dat werk deden,
mee verhuizen. Anders krijgt men een zeer moeilijke situatie.
Ik denk dat zoiets ook moet gebeuren voor andere zaken. Afhankelijk
van economische situaties of maatschappelijke evoluties, zullen er
dan eens wat meer rechtzaken zijn in de ene sector en dan in de
andere. Dan zitten we al in het debat over de eenheidsrechtbanken,
provinciale rechtbanken of arrondissementsbanken, waarbij een veel
grotere mobiliteit mogelijk is.
Naargelang de noden is het gemakkelijker om zowel magistraten als
griffiepersoneel soepeler in te zetten, van de ene kamer of dienst naar
de andere. Men moet daarvan structureel werk maken. Ik meen dat
dit een werk is op middellange termijn. Wij moeten dit niet alleen doen
als er een concreet probleem rijst. Wij kunnen dit, volgens een
algemene regel, veel vlotter laten verlopen in de toekomst.
03.09 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Je pense malgré tout qu'il
faudra également modifier la loi.
Une mobilité accrue du personnel
est importante. Les membres du
personnel chargés de traiter ces
dossiers à temps plein auraient en
fait également dû être transférés. Il
ne faut pas toujours attendre qu'un
problème se pose. Il faut trouver
une solution structurelle.
03.10 Minister Stefaan De Clerck: Ik zie het als een experiment om
te kijken, naar aanleiding van een concreet project ­ er is een
concreet dossier, er is een beslissing en men weet perfect waarover
het gaat ­ hoe men dat op een flexibele manier kan aanpakken. Het
is een beetje een symbooldossier en ik neem het au sérieux. In het
licht daarvan kan men bekijken hoe de bredere hervormingen en de
reorganisatie van de hele rechterlijke orde verder kunnen evolueren,
volgens de methodiek die wij hier zullen toepassen.
03.10
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Ce dossier concret
constitue en quelque sorte une
expérience, à la lueur de laquelle
les modalités d'une plus large
réforme pourront être examinées.
03.11 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
hoop dat er snel een oplossing komt, want ik vrees een beetje ­ ik
verwijs naar de huidige economische situatie ­ dat het aantal mensen
03.11 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): J'espère qu'une solution
interviendra
rapidement.
Le
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
dat in een collectieve schuldenregeling zit, ongeveer 70.000, in de
komende maanden en jaren fors zou kunnen stijgen, zeker als het
betalingsbevel wordt goedgekeurd in de Senaat, nadat het werd
teruggezonden.
Ik denk dat de druk op de arbeidsrechtbanken zal stijgen, omdat het
aantal dossiers van collectieve schuldenregeling in deze economische
tijden ook zal stijgen. Ik vrees dat wij met een dubbel probleem
geconfronteerd zullen worden.
nombre de personnes qui sont
concernées par un règlement
collectif de dettes et, dès lors, la
pression exercée sur les tribunaux
du travail, continuera de croître. Il
s'agit d'un double problème.
03.12 Raf Terwingen (CD&V): (...) de mensen die in de collectieve
schuldenregeling zitten, uitgesloten zijn van het betalingsbevel. Dat is
een van de amendementen die de christendemocraten hebben
ingediend. (...)
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "een ontsnapping uit een
politiewagen" (nr. 11244)
04 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "un détenu qui s'est échappé d'une
voiture de police" (n° 11244)
04.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
soms leest men van die berichten in de krant waarbij men zich
afvraagt of men nu moet beginnen te huilen dan wel of het om een
grap gaat. Zo las ik het artikel over een 29-jarige gevangene ­ het kan
zijn dat de feiten fout zijn, ik heb het gelezen in de krant ­ die met de
handen geboeid op de rug een deur open krijgt van een politiewagen.
Hoe die dat doet, wil ik nog eens zien. Hij wordt tientallen meters
meegesleurd door die wagen, hij geraakt toch los, hij loopt weg, de
politieman loopt erachter en kan hem niet meer beet krijgen. Lopen
met de handen geboeid op de rug is niet zo evident. Ik denk dat dat bij
iedereen de snelheid serieus afbot, hoe goed hij ook mag lopen. De
chauffeur kan zich niet draaien en erachter rijden, de politieman
slaagt er absoluut niet in om die man nog te pakken te krijgen. Dat is
natuurlijk zoiets typisch Belgisch, denkt men. Ik weet niet of de feiten
correct zijn, maar ik heb er toch heel wat vragen over.
Blijkbaar werd die man vervoerd met een gewone politiewagen, nog
wel naar de gevangenis. Hoe wordt beslist of iemand met een gewone
politiewagen zal worden vervoerd dan wel met een celwagen?
Hoe is het mogelijk dat, als er dan zulke voertuigen worden gebruikt,
die deur open kan? Voor onze kinderen hebben wij een kinderslot om
te vermijden dat kleine kinderen uit de wagen kunnen als ze er niet uit
mogen. Die gevangene wordt getransporteerd en die kan de deur van
binnenuit zo maar open doen en proberen te ontsnappen.
Hoe kan het dat iemand die tientallen meters wordt meegesleurd door
die wagen, met de handen op de rug geboeid, toch nog kan
ontsnappen aan een agent die hem naholt? Is er dan geen probleem
met de fysieke paraatheid van de politiemensen die die opdracht
hebben gekregen? Ik denk dat een normale politieman met een
normale fysieke paraatheid er toch in moet slagen om die man bij de
kraag te vatten. Welke soort politiemensen worden eventueel ingezet
en hebben ze de nodige fysieke paraatheid om dat te doen?
04.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): J'ai lu cette semaine dans
un quotidien un article sur un
incident inconcevable : un détenu
menotté dans le dos est parvenu à
s'échapper d'un véhicule de police
devant l'entrée de la prison.
Pourquoi le détenu a-t-il été
transporté dans un simple véhicule
de la police? Comment se fait-il
que le détenu ait pu simplement
ouvrir la portière de la voiture?
Comment
expliquer
qu'une
personne traînée sur une dizaine
de mètres par un véhicule et
menottée dans le dos réussisse
tout de même à échapper aux
agents qui le poursuivent? Il me
semble que le transport de
détenus
s'accompagne
d'un
certain laxisme. Quelles mesures
seront prises pour améliorer les
règles en la matière?
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Algemeen heb ik toch de indruk dat wat laks wordt omgesprongen
met de manier waarop de gevangenen worden vervoerd? Ik ben
alvast heel benieuwd naar het antwoord en het verhaal dat u zult
brengen.
04.02 Minister Stefaan De Clerck: Het betrof de transfer van een
persoon met het oog op de voorleiding voor de onderzoeksrechter.
Op dat ogenblik is die nog niet formeel aangehouden. Dat gebeurt
met de klassieke interventievoertuigen van de lokale politie en door
een ploeg bestaande uit twee inspecteurs. Indien de aanhouding van
de voorgeleide personen wordt bevestigd, wordt de transfer naar de
gevangenis uitgevoerd met het voertuig van de lokale politie en
personeel van de politiezone, ter beschikking gesteld van de
politiediensten belast met de beveiliging van het justitiepaleis, dat is in
tegenstelling tot de transfer van gevangenis naar justitiegebouw en
terug, die wordt uitgevoerd met speciale celwagens van de directie
der Strafinrichtingen.
Het voertuig dat werd gebruikt, is uitgerust met een kinderslot, doch
het werd klaarblijkelijk niet gebruikt door de inspecteurs in kwestie. Er
werd bovendien geen gebruikgemaakt van de veiligheidsgordel.
De aangehouden persoon werd achteraan in het voertuig geplaatst en
een inspecteur nam plaats naast hem. De inspecteur op de
achterbank heeft nog getracht de betrokkene vast te grijpen en
binnen het voertuig te houden, doch zonder resultaat. Uiteindelijk nam
een inspecteur het initiatief om de achtervolging in te zetten. De
andere ontfermde zich over het politievoertuig zelf.
Het betrof twee vrouwelijke politie-inspecteurs. Voor zover geweten,
was er geen probleem met betrekking tot hun fysieke paraatheid.
Op het niveau van de politiezone werden onverwijld de geldende
richtlijnen met betrekking tot het gebruik van de veiligheidsgordel en
het kinderslot in herinnering gebracht.
Onmiddellijk na het voorval werd een proces-verbaal opgemaakt en
een intern onderzoek werd opgestart.
04.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: La personne en question
n'avait pas encore fait l'objet d'une
arrestation formelle. Le transport a
été effectué à bord d'un véhicule
d'intervention classique de la
police locale et par une équipe
composée de deux inspecteurs.
Lorsque
l'arrestation
est
confirmée, le transfert vers la
prison est assuré par un véhicule
de la police locale et par le
personnel de la zone de police mis
à la disposition des services de
police chargés de la protection du
palais de justice. Le véhicule était
équipé d'une sécurité enfant et
d'une ceinture de sécurité, mais
ces éléments n'ont manifestement
pas été utilisés.
La
personne
arrêtée
devait
s'asseoir sur la banquette arrière à
côté d'un inspecteur qui s'est
efforcé de l'empêcher de prendre
la fuite. Finalement, un inspecteur
l'a poursuivie, l'autre restant près
du véhicule. Il s'agissait en fait de
deux inspectrices considérées
comme étant en parfaite condition
physique. La zone de police a
rappelé les consignes relatives à
l'utilisation de la ceinture de
sécurité
et
de
la
fonction
verrouillage
enfants.
Immédiatement après l'incident,
un procès-verbal a été dressé et
une enquête interne a été
entamée.
04.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Ik zal niet meer repliceren. Uw antwoord is
duidelijk.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "le travail des éducateurs en prison"
(n° 11255)
05 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "het werk van de opvoeders in
de gevangenissen" (nr. 11255)
05.01 Valérie Déom (PS): Un des objectifs primordiaux de 05.01 Valérie Déom (PS): Er is
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
l'exécution de la peine et de la détention devrait être, selon moi, de
contribuer à la resocialisation et à la reconstruction de l'individu. Dans
cette optique, les éducateurs m'apparaissent comme des acteurs de
première ligne. Leurs tâches, toujours en rapport avec le rappel de la
loi, sont essentielles, notamment pour pallier le déficit de
communication dont les détenus sont souvent victimes. Le rôle des
éducateurs est, entre autres d'accompagner les détenus dans des
processus et des projets dont ces derniers sont enfin acteurs.
Prenons l'exemple de la prison d'Andenne, où les détenus sont
condamnés à de longues peines. Les éducateurs se sont donnés
pour tâche d'aider, d'encourager, de responsabiliser le détenu et de
rendre celui-ci actif tout au long de sa détention. Ils assurent ainsi
l'organisation d'activités à la section 1 C, qui accueille 33 détenus, et
la gestion quotidienne de la section, la coordination des activités
offertes à tous les détenus, l'organisation de spectacles et de
conférences, l'accueil de tous les détenus entrants, l'accueil des
victimes et l'animation de groupes destinés aux membres du
personnel. Les activités de groupes, structurantes socialement et
personnellement, sont directement en lien avec le concept de justice
réparatrice. Pourtant, ce principe semble s'étioler fortement. Ce ne
sont pas les difficultés rencontrées quotidiennement par les
éducateurs qui contrediront cette impression. En effet, aucune
circulaire ni directive ne règle à ce jour la fonction exacte des
éducateurs en milieu pénitencier. Par ailleurs, le nombre d'éducateurs
a fortement diminué depuis les premiers engagements en 1999. Il en
reste un à Mons au lieu de trois à l'origine, trois à Lantin au lieu de
cinq et deux à Andenne au lieu de quatre. Namur a perdu le seul
éducateur qu'elle comptait auparavant. Or, sans renforcement des
équipes, comment ouvrir à tous les détenus la possibilité de se former
ou de faire du sport par exemple? Comment permettre à ces équipes
d'assurer la réduction des manifestations agressives, d'amener les
détenus à une meilleure approche de la réalité et d'effectuer avec eux
un travail de reconstruction personnelle et sociale? Comment
rencontrer cette volonté de justice réparatrice?
Monsieur le ministre, ce concept vous était cher, me semble-t-il. En
vertu de la nécessité de rendre la détention plus humaine au sujet de
laquelle je vous cite: "travailler au maintien et au renforcement de
structures éducatives en milieu carcéral m'apparaît aussi important
que les politiques centrées sur une augmentation du parc carcéral",
envisagez-vous de légitimer la fonction des éducateurs par le biais
d'un statut spécifique, à l'aide d'un document déterminant les
missions de la fonction, formalisant le cadre de travail et déterminant
un code de déontologie propre? Une formation spécifique est-elle
envisageable pour ces éducateurs? Enfin, avez-vous l'intention de
renforcer les équipes en place et, si oui, selon quelles modalités et
quel calendrier?
geen enkele omzendbrief die de
functie
van
opvoeder
in
gevangenissen regelt. Het aantal
opvoeders is bovendien aanzienlijk
gedaald
sinds
de
eerste
indienstnemingen in 1999. In
Bergen is er nog één opvoeder in
plaats van de oorspronkelijke drie,
in Lantin zijn er drie in plaats van
vijf en in Andenne twee in plaats
van vier. De gevangenis van
Namen is haar enige opvoeder
kwijt. Maar hoe kan men zonder
opvoeders de gedetineerden de
mogelijkheid
bieden
zich
te
ontwikkelen of te sporten? Hoe
kan
men
zonder
hen
de
agressiviteit
verminderen,
de
gedetineerden
helpen
realiteitsbesef te krijgen en met
hen
werken
aan een hun
persoonlijke en sociale identiteit?
Overweegt u een statuut op te
stellen voor de opvoeders, met
een functieomschrijving en een
beschrijving
van
hun
arbeidsomstandigheden
en
deontologie?
Behoort
een
specifieke
opleiding
tot
de
mogelijkheden? Tot slot, gaat u de
teams versterken?
05.02 Stefaan De Clerck, ministre: Le 4 février dernier, j'ai
commenté le cadre des éducateurs dans les prisons en réponse à la
question de M. Fouad Lahssaini. Le plan du personnel du directeur
général des établissements pénitentiaires prévoit certaines fonctions
d'éducateurs. Il s'agit de 30 assistants pénitentiaires adjoints de
niveau C et 34 experts techniques de niveau B. Aujourd'hui, le cadre
compte respectivement 18 assistants de niveau C et 22 experts de
niveau B.
05.02
Minister Stefaan De
Clerck:
Op
vier
februari
jongstleden lichtte ik reeds de
personeelsformatie
van
de
opvoeders in de gevangenissen
toe, in antwoord op een vraag van
de heer Fouad Lahssaini
Het
personeelsplan
van
de
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Ces fonctions ont été créées pour et au sein des équipes de soins
des prisons comptant des sections pour internés ou pour des projets
d'enseignement ou socioculturels. Le cadrage des éducateurs existe
bel et bien, quoiqu'il doive être complété. Les tâches et les résultats
attendus de ces fonctions sont bien déterminés dans les descriptions
des fonctions en question.
Je partage votre opinion concernant l'importance d'offrir aux détenus
un maximum de possibilités pour qu'ils puissent exercer leurs droits
en matière d'activités culturelles, sportives, éducatives et autres. C'est
essentiel dans le cadre d'une justice qui se veut réparatrice.
J'attire votre attention sur l'article 38 de la loi de principe du 12 janvier
2005 qui stipule qu'un plan de détention peut être élaboré au sein de
l'établissement pénitentiaire moyennant l'accord du détenu. Ce plan
permettra de faire une esquisse du parcours de détention et, le cas
échéant, des activités axées sur la réparation du tort causé aux
victimes. Il peut également contenir des propositions d'activités
auxquelles le détenu pourrait participer tant au niveau du travail, de
l'enseignement ou de l'encadrement psychosocial.
Le SPF Justice, plus particulièrement la Direction générale
Établissements pénitentiaires, a un rôle à jouer dans l'organisation de
ce genre d'activités. Il me semble important de souligner que ceci doit
se faire en partenariat avec les entités fédérées de ce pays, qui sont
compétentes pour ces matières. Des échanges ont lieu avec les
entités fédérées pour aboutir à une collaboration optimale qui
permettra la mise en place de structures adaptées aux besoins des
détenus en vue d'une resocialisation réussie.
directeur-generaal
Penitentiaire
Inrichtingen voorziet, voor de
functie van opvoeder, in 30
adjunct-penitentiair
assistenten
van niveau C en 34 technisch
deskundigen
van
niveau
B.
Daarvan zijn respectievelijk 18 en
22 plaatsen ingevuld. Die functies
werden
opgericht
in
de
gevangenissen die over een
afdeling
voor
geïnterneerden
beschikken of voor socioculturele
en
onderwijsprojecten.
De
personeelsformatie bestaat dus
wel degelijk, maar is niet volledig
ingevuld. De taken
en de
verwachte
resultaten
worden
omschreven in de bijhorende
functiebeschrijvingen.
Ik ben het met u eens dat het erg
belangrijk is dat de gedetineerden
kunnen deelnemen aan culturele,
sportieve, educatieve en andere
activiteiten. Een en ander is
essentieel met het oog op een
herstelgerichte justitie.
05.03 Valérie Déom (PS): Merci, monsieur le ministre. Vous insistez
sur l'importance du rôle des éducateurs et de la justice réparatrice,
comme vous l'aviez déjà fait, il y a quelques années. Vous dites
toutefois que le cadre doit être complété. Mais je n'entends pas
d'évaluation dans votre réponse. Votre volonté est de compléter,
quasi de doubler le nombre d'éducateurs des deux niveaux. A-t-on
une idée du moment où on pourra arriver à un cadre complet? Cela
se compte-t-il en mois ou en années?
05.03 Valérie Déom (PS): Heeft
men enig idee wanneer de
personeelsbezetting volledig zal
zijn?
05.04 Stefaan De Clerck, ministre: Nous avons d'abord l'ambition de
compléter le cadre. C'est déjà tout un travail de tenter d'avoir des
cadres complets. Et ce n'est pas par un manque de volonté, mais
nous avons continuellement affaire à des mouvements au sein de ces
cadres. Donc, nous travaillons d'abord à compléter les cadres.
Nous voulons également travailler davantage avec les Communautés.
C'est de plus en plus important et urgent.
J'ai donc demandé un inventaire de tous les éléments qui nécessitent
une coopération et un listage de tous les accords qui ont été signés
avec les Communautés. Nous cherchons à établir une concertation
permanente, à tous les niveaux, sur tous ces aspects-là. C'est le seul
moyen d'avancer.
05.04 Minister Stefaan De Clerck:
Het is onze eerste bedoeling om
tot
een
volledige
personeelsbezetting te komen.
Daarnaast zijn we ook voorstander
van meer samenwerking met de
Gemeenschappen, die eveneens
bevoegd
zijn
voor
deze
aangelegenheid.
05.05 Valérie Déom (PS): Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
06 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "les représailles sur la femme d'un
policier" (n° 11281)
06 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de represailles tegen de
echtgenote van een politieagent" (nr. 11281)
06.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je ne veux pas me focaliser sur une situation particulière, ce
qui m'intéresse, c'est la réponse générale que vous allez donner.
Le 16 février 2009, la presse a annoncé l'agression choquante, dans
une localité du Hainaut, de l'épouse d'un policier. L'information
transmise dans la presse laissait comprendre qu'elle avait été visée
en sa qualité d'épouse d'un policier.
Une législation existe et prévoit des circonstances aggravantes en
cas de violences à l'égard de membres des services publics ou en
tout cas de policiers.
Dès lors mes questions sont très simples.
Pour les proches d'un policier, que ce soit son épouse, ses enfants ou
toute personne vivant sous le même toit, y a-t-il une protection
quelconque? Prévoit-on également des circonstances aggravantes?
En ce qui concerne les violences dont sont victimes les policiers en
raison de leur statut de policier, quels sont les renseignements dont
on dispose? Constate-t-on une augmentation, avec la crise, de ce
type de violences? Ce phénomène est-il en augmentation ou
relativement sous contrôle?
06.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
pers heeft melding gemaakt van
een vrouw die aangevallen werd
enkel en alleen omdat ze met een
politieagent getrouwd is. De
wetgeving voorziet in verzwarende
omstandigheden
wanneer
er
geweld gebruikt wordt tegen
ambtenaren en politieagenten.
Wat is de situatie van de naasten
van
politieagenten?
Zijn
zij
beschermd?
Gelden
er
verzwarende omstandigheden als
zij aangevallen worden? Welke
informatie hebt u over geweld dat
tegen politieagenten gepleegd
wordt omdat ze politieagenten
zijn? Breidt het fenomeen zich uit
door de crisis?
06.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, le Code
pénal ne prévoit pas de protection particulière pour les policiers mais il
existe des initiatives qui vont dans ce sens, comme la proposition de
loi de votre collègue Josy Arens portant diverses mesures relatives à
la protection de l'anonymat des membres du service d'intervention et
du service d'arrestation des unités spéciales de la police fédérale,
lorsqu'ils font l'objet d'une plainte avec constitution de partie civile.
Je crois qu'il faut discuter de cette matière et en débattre.
Il existe également une initiative du réseau d'expertise du Collège des
procureurs généraux, qui a développé un réseau Procédure pénale,
concernant l'anonymat des enquêteurs chargés d'enquêter sur des
formes particulièrement graves de criminalité. C'est donc un autre
exemple montrant qu'on cherche un statut spécifique à attribuer à
certaines personnes des services de police.
Étant donné qu'aucune protection pour le policier n'est prévue dans le
Code pénal, il en est de même pour la famille et l'entourage de celui-
ci. Cependant la proposition de loi de M. Arens prévoit également la
protection de l'anonymat de la famille et des proches du policier.
Au niveau national, nous disposons de chiffres partiels. Le nombre de
coups et blessures infligés à des agents et officiers de police était de
973 en 2005, 988 en 2006, 932 en 2007 et 478 en 2008. Il est donc
évident que ces chiffres ne dénoncent pas d'augmentation et que
2008 est relativement satisfaisant; il n'empêche que ces chiffres
06.02
Minister Stefaan De
Clerck: Het Strafwetboek voorziet
niet in een specifieke bescherming
voor politieagenten, hun gezin of
hun omgeving. Wel zijn er
voorstellen in die zin, onder meer
een wetsvoorstel van de heer
Arens.
Het
expertisenetwerk
strafrechtspleging van het College
van procureurs-generaal heeft een
initiatief opgezet met betrekking tot
de
bescherming
van
de
identiteitsgegevens
van
de
speurders die bepaalde bijzonder
ernstige vormen van criminaliteit
moeten onderzoeken.
Op nationaal vlak beschikken we
over gedeeltelijke cijfers. Er waren
973
feiten
van
slagen
en
verwondingen
gericht
tegen
politieagenten in 2005, 988 in
2006, 932 in 2007 en 478 in 2008.
Ook al neemt het aantal af, het
blijft
een
onrustwekkende
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
demeurent importants et qu'il convient de surveiller ce phénomène.
Nous y reviendrons via une question ultérieure.
verschijnsel.
06.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, merci. Je prends acte qu'il n'existe actuellement aucune
protection particulière. La proposition de loi de M. Arens visant
l'anonymat est un peu différente. Nous nous trouvons dans une
problématique assez semblable à celle du conducteur d'un véhicule
de transport en commun: ils sont en première ligne, donc plus
vulnérables.
Madame la présidente, il ne me semblerait pas inintéressant que cette
commission s'attache à cette protection particulière de ceux qui ne
font que leur travail de fonctionnaire public, en l'occurrence les
policiers, étendue aux membres de leur famille. Rien n'est plus lâche
que de s'attaquer à la personne en face de soi alors que c'est le
système qu'on veut dénoncer.
06.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
neem er nota van dat er
momenteel
geen
specifieke
bescherming
bestaat.
Deze
commissie zou dat probleem
kunnen bestuderen; de doelstelling
van het wetsvoorstel van de heer
Arens is nog enigszins anders.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "la protection des données sur
Facebook et le respect de la vie privée" (n° 11311)
07 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "de bescherming van de
gegevens op Facebook en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" (nr. 11311)
07.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, il n'est plus besoin
de présenter Facebook, ce site de socialisation mondialement connu
et tout aussi adulé que décrié. Outil inévitable pour les uns,
usurpateur d'identité et objet de voyeurisme et d'autocontemplation
pour les autres, Facebook vient de fêter ses cinq ans et n'en finit pas
de faire parler de lui.
Ces derniers jours, les détracteurs du site ont de nouveau de l'eau à
apporter à leur moulin, mais les usagers du réseau social virtuel sont
également montés au créneau. Malgré un retour en arrière, les
questions portant sur le respect de la vie privée demeurent.
Lorsque l'on cède à la tentation de Facebook, on accepte également
les conditions d'utilisation édictées par les concepteurs du site, qui
répondent à la seule législation américaine ­ à mon sens, fort peu
exigeante en matière de respect de la vie privée. L'internaute est en
effet averti, il est libre de faire ce qu'il veut de son identité. Une fois
postées sur le site de socialisation, vos données ne vous
appartiennent plus vraiment. Cependant, une clause protégeait les
utilisateurs dans le cas où ils envisageraient de supprimer leur profil.
Selon cette clause, "le contenu peut être effacé de Facebook à
n'importe quel moment. La licence cédée expire alors
automatiquement." Notez que l'entreprise peut cependant conserver
des copies archivées.
Le 4 février 2009, le site a décidé de modifier ses conditions
d'utilisation, à telle enseigne que cette clause de semi-protection n'y
figurait plus. Céder à la tentation Facebook revenait alors à céder
toutes ses données personnelles au propriétaire du site sans aucune
limite dans le temps et l'espace. En créant un profil Facebook et en
adhérant nécessairement aux conditions d'utilisation, vous cédiez au
site une sorte de licence perpétuelle et mondiale sur vos données
07.01 Valérie Déom (PS): Eens
men zwicht voor de verleiding van
Facebook, aanvaardt men er de
gebruiksvoorwaarden
van
die
enkel
voldoen
aan
de
Amerikaanse wetgeving, die niet
veeleisend is inzake het respect
voor de persoonlijke levenssfeer.
De
internetgebruiker
is
gewaarschuwd: eens iemand zijn
gegevens doorgezonden heeft
naar de sociale netwerksite,
behoren ze hem niet echt meer
toe. Maar er bestond een clausule
die de gebruiker beschermde
ingeval hij zijn profiel wou
schrappen.
De
overgedragen
licentie liep dan automatisch af.
Op 4 februari 2009 heeft de site
beslist de gebruiksvoorwaarden
zelfs zozeer te veranderen, dat die
clausule
van
gedeeltelijke
bescherming verdween.
Als reactie op de kritiek kondigde
de bedrijfsleider aan dat hij de
nieuwe voorwaarden introk. De
site werkt nu weer met de
oorspronkelijke
gebruiksvoorwaarden.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
personnelles. D'emblée, le fondateur et PDG du site a tenté de
rassurer le public sur son blog: "Nous ne voulons pas diffuser vos
données d'une façon qui ne vous convient pas." C'est un peu
nébuleux. Selon lui, le changement de règlement était nécessaire
pour s'adapter à la façon dont les internautes partagent l'information.
"Si vous échangez une information avec un ami, deux copies en sont
créées: une chez vous et l'autre chez votre ami. Avec nos nouveaux
termes d'utilisation, même si vous désactivez votre compte ­ donc si
vous supprimez votre profil sur Facebook et tuez votre copie ­, l'ami
qui a reçu votre profil conserve évidemment une copie de ces
données."
Face à une déferlante de critiques, le PDG a annoncé qu'il battait en
retraite. Le site retrouve ses conditions d'utilisation initiales, pour le
moment du moins, soit "le temps de régler les questions posées par
les utilisateurs". Gageons que, désormais, de nombreux utilisateurs
liront les conditions d'utilisation avant d'adhérer d'un simple clic.
Monsieur le ministre, le nombre de personnes ignorant que leurs
données postées sur ce site sont conservées, archivées et
absolument pas privées est certainement très important.
J'ai encore été effarée par l'ignorance de certains jeunes en écoutant
une émission radiophonique à ce sujet, le samedi 14 février. Ces
jeunes ignoraient la possibilité de contrôle réel des données qu'ils
mettent à la disposition de leurs "prétendus" amis. Face à cette
ignorance manifeste et face aux libertés prises par le site Facebook
pour le monde entier, je pense qu'il est nécessaire de faire le point sur
les droits des usagers du site aux yeux de notre législation. J'ai
développé tout cela, monsieur le ministre, pour poser finalement des
questions basiques.
Les dispositions réglementaires édictées par Facebook, notamment la
conservation des données à caractère personnel respectent-elles
notre législation sur la protection de la vie privée? La Commission de
la protection de la vie privée a-t-elle déjà émis des avis à ce sujet?
Veel gebruikers weten niet dat hun
gegevens
bijgehouden
en
gearchiveerd worden. Ik denk dat
we een stand van zaken moeten
opmaken over de rechten van de
gebruikers van de site in het licht
van onze wetgeving.
Zijn
de
door
Facebook
uitgevaardigde
reglementaire
bepalingen,
met
name
het
bewaren van persoonsgegevens,
in overeenstemming met onze
wetgeving op de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer? Heeft
de
Commissie
voor
de
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer er al een advies over
uitgebracht?
07.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, les informations fournies volontairement par les internautes
sur le site de Facebook constituent des données à caractère
personnel au sens de l'article 1, §1
er
de la loi du 8 décembre 1992
relative à la protection de la vie privée à l'égard du traitement de
données à caractère personnel.
Le traitement de ces données effectué par Facebook est un
traitement au sens de l'article 1, §2 de cette même loi. L'article 3bis,
2. quant à lui stipule que la présente loi est applicable au traitement
de données à caractère personnel lorsque le responsable du
traitement n'est pas établi de manière permanente sur le territoire de
la Communauté européenne et recourt à des fins de traitement de
données à caractère personnel, à des moyens automatisés ou non
situés sur le territoire belge, autres que ceux qui sont exclusivement
utilisés à des fins de transit sur le territoire belge. La loi s'applique dès
lors.
Les données doivent être traitées en toute loyauté et de manière
transparente. C'est l'article 4 qui le précise. L'utilisateur doit être
informé de la finalité du traitement et de l'usage qui est fait de ces
07.02 Minister Stefaan De Clerck:
De
informatie
die
internetgebruikers
vrijwillig
bezorgen aan Facebook, zijn
persoonsgegevens in de zin van
artikel 1, §1, van de wet van 8
december
1992
op
de
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer. De verwerking van
die gegevens door Facebook is
een verwerking in de zin van
artikel 1, §2, van diezelfde wet.
Artikel 3bis bepaalt dat de huidige
wet van toepassing is op de
verwerking van persoonsgegevens
door een verantwoordelijke die
geen vaste vestiging op het
grondgebied van de Europese
Gemeenschap heeft. Artikel 4
bepaalt dat de gegevens eerlijk en
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
données. Il doit en outre avoir accès à ces données, les rectifier et
demander éventuellement leur suppression. C'est l'article 9 qui le
précise.
L'art de protéger sa vie privée sur Facebook réside dans la capacité
de l'utilisateur à être capable de paramétrer son profil. Tout est
paramétrable, encore faut-il savoir comment s'y prendre. Au niveau
de l'usage des données, Facebook a dévoilé son intention d'utiliser
les données collectées à des fins commerciales. Cette utilisation doit
être encadrée et doit reposer sur le consentement des utilisateurs,
consentement explicitement demandé. Il s'agit de l'article 5.
Les conditions d'utilisation de Facebook précisent que l'utilisateur
consent à voir ses données personnelles traitées et transférées aux
États-Unis: "By using the site of the service, you are consenting to
have your personnel data transferred to or processed in the United
States".
L'article 21 de la loi du 8 décembre 1992 précise qu'un transfert de
données à caractère personnel faisant l'objet d'un traitement, après
leur transfert vers un pays non membre de la Communauté
européenne, ne peut avoir lieu que si le pays en question assure un
niveau de protection adéquat. Le site, pour être en règle avec la
législation belge et plus généralement avec la législation européenne,
doit présenter ce niveau de protection adéquat. Pour ce faire,
Facebook précise dans ses conditions générales avoir adhéré au
Safe Harbor Principles, accord entre la Commission européenne et
les autorités américaines signé le 21 juillet 2000 et qui reconnaît aux
entreprises adhérentes un niveau de protection adéquat.
Facebook doit donc au minimum respecter les principes de protection
des données contenus dans le Safe Harbor Principles, basés sur
ceux de la directive européenne 95/46, fondement de la législation
belge.
En outre, l'article 22 de la loi belge du 8 décembre 1992 indique qu'un
transfert ou une catégorie de transfert de données à caractère
personnel vers un pays non membre de la Communauté européenne
et n'assurant pas un niveau de protection adéquat peut être effectué
dans le cas où la personne concernée a indubitablement donné son
consentement. La personne concernée ayant accepté les conditions
générales de Facebook a consenti au transfert de ces données aux
États-Unis.
Par ailleurs, cette matière, et plus généralement celle de l'ensemble
des réseaux sociaux, fait l'objet d'une réflexion au sein du groupe
européen de réflexion qui a été constitué sur base de l'article 29 et qui
est composé des autorités de protection des données, dont celles de
notre pays. Un document devra certainement voir le jour d'ici peu, ce
qui nous permettra d'affiner notre analyse sur ce phénomène.
Pour le surplus, il appartient à tout le monde de s'adresser
directement à la commission de la protection de la vie privée,
rattachée à la Chambre, qui, selon l'article 29, §1
er
de la loi de 1992,
veille au respect des principes fondamentaux de protection de la vie
privée dans le cadre de la loi belge.
rechtmatig verwerkt dienen te
worden. Artikel 9 verduidelijkt dat
de
gebruiker
toegang
moet
hebben tot zijn gegevens en in
staat moet zijn er eventueel de
verwijdering van te vragen.
Facebook heeft bekend gemaakt
dat het van plan is de verzamelde
gegevens te gebruiken voor
commerciële
doeleinden.
Dat
gebruik moet worden omkaderd
en moet kunnen rekenen op de
instemming van de gebruikers. Het
gaat om artikel 5.
De
gebruiksvoorwaarden
van
Facebook
bepalen
dat
de
gebruiker
toestemt
met
de
verwerking
van
zijn
persoonsgegevens
en
de
doorzending naar de Verenigde
Staten.
Artikel 21 bepaalt dat persoonlijke
gegevens enkel aan een land dat
geen lid is van de Europese Unie
overgedragen kunnen worden als
dat land voldoende bescherming
waarborgt. Daarom
preciseert
Facebook
in
zijn
algemene
bepalingen dat het de Safe Harbor
Principles
toepast.
Artikel
22
bepaalt
dat
persoonsgegevens enkel aan een
land
dat
onvoldoende
bescherming biedt, overgedragen
kunnen worden, als de betrokken
persoon daartoe zijn toestemming
geeft.
Over het onderwerp denkt een
Europese denkgroep na die op
basis van artikel 29 opgericht is.
Eerstdaags zal een document
verschijnen.
Voor het overige kan iedereen zich
richten tot de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer, die verbonden is aan
de Kamer en die volgens artikel
29, alinea 1, van de wet van 1992,
erop toeziet dat de fundamentele
principes van bescherming van de
persoonlijke levenssfeer in het
kader van de Belgische wetgeving,
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
nageleefd worden.
07.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour cette clarification quant à l'application tout à fait claire de la loi
belge et quant au fait que le transfert des données vers les États-Unis
semble respecter la directive puisqu'il y a eu adhésion du site à la
charte que vous avez citée.
Par contre, au vu des hésitations qui ont eu lieu au mois de février
avec cette petite phrase qu'on a ajoutée puis retirée, je ne suis pas
sûre que l'ensemble des garanties soit réellement offert et que les
gens aient conscience du fait qu'en mettant leur profil sur Facebook,
ils donnent leur consentement pour le transfert.
À votre connaissance, la Commission de la protection de la vie privée
ne s'est pas encore penchée sur la question et n'a pas émis d'avis sur
les conditions générales de Facebook et sur leur accessibilité.
07.03 Valérie Déom (PS): Ik ben
er niet zeker van dat alle garanties
daadwerkelijk geboden worden en
dat mensen beseffen dat ze erin
toestemmen dat hun gegevens
doorgestuurd worden wanneer ze
hun profiel op Facebook plaatsen.
Heeft de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer
de
zaak
al
onderzocht?
07.04 Stefaan De Clerck, ministre: Pas à ma connaissance, mais je
ne leur ai pas explicitement demandé si un avis avait été émis sur
certains points précis.
07.04 Minister Stefaan De Clerck:
Voor zover ik weet, niet.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "les violences conjugales" (n° 11322)
08 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "partnergeweld" (nr. 11322)
08.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, cette thématique est bien connue des services de la Justice,
puisque cela fait maintenant quelques mois, voire quelques années,
qu'il y a une grande sensibilisation des magistrats du parquet mais
aussi des forces de police sur la problématique conjugale et les
poursuites qu'il y a lieu d'entamer à l'encontre des auteurs de tels
faits.
Des expériences pilotes sont aussi menées ici et là par la police. Je
pense notamment à la police du Brabant wallon qui a ainsi mis en
place, avec les médecins, un certificat, un mode de récolte des
données des personnes qui sont victimes d'actes de violence
conjugale ou potentiellement victimes d'actes de violence conjugale
afin de faire en sorte que les données soient récoltées correctement
et puissent être traitées efficacement par les services de police dans
un premier temps et par le parquet dans un second temps. Comme je
le disais, c'est contre ce risque de perdition des preuves que la zone
de police de La Mazerine, avec l'aide de médecins et en accord avec
le parquet de Nivelles, a conçu ce certificat médical en cas de
violence conjugale. C'est un certificat standardisé qui permet une
meilleure approche et poursuite des faits de violence conjugale.
Monsieur le ministre, par rapport à l'évolution de ce phénomène en
termes de poursuites, voire de classements sans suite probablement
dus à un manque de preuves suffisantes, note-t-on, pour les années
2007 et 2008, une évolution de ce phénomène ainsi que des actes de
poursuite à l'encontre des auteurs de ce type de faits?
08.01 Xavier Baeselen (MR):
Stelt men voor de periode 2007-
2008 een evolutie van het
verschijnsel vast, meer bepaald
wat het aantal vervolgingen, en
gevallen dat geseponeerd wordt
door gebrek
aan voldoende
bewijzen betreft? Is er een evolutie
in de vervolgingen ten aanzien van
de daders van dergelijke feiten?
08.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, je
possède un document très intéressant dans les deux langues sur la
08.02 Minister Stefaan De Clerck:
Ik heb een zeer interessant
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
violence intrafamiliale, l'analyse statistique et sur l'évaluation de
l'application des COL 3/2006 et COL 4/2006, qui date du 30 juin 2008.
Il vaut mieux que je vous transmette ce document, de manière à ce
que tous ceux qui sont intéressés puissent le lire. Il peut même être
distribué à tous les membres de la commission de la Justice. Avant
de le commenter, il serait dès lors plus utile et préférable que j'attende
que tous aient la possibilité de le lire. Après lecture de ce document,
nous pourrions ainsi organiser un débat et revenir ensuite sur les
questions. Ce document de 40 pages contient bon nombre de
données statistiques et d'analyses de ces données. Je m'en voudrais
de simplifier à outrance ce travail complexe, en ne vous donnant que
quelques chiffres sans nuance.
Je tiens ce rapport à votre disposition. Par ailleurs, les analystes
statisticiens du collège travaillent pour l'instant sur l'année 2008.
L'analyse des données 2008 et leur comparaison avec les données
des années antérieures doivent être terminées fin avril en vue d'une
journée d'études qui doit se tenir au SPF Justice le 29 avril pour les
néerlandophones et le 30 avril pour les francophones. Elle marquera
une nouvelle étape dans l'évaluation des circulaires relatives à cette
matière particulièrement délicate. Dès que je serai en possession de
ces données, je les mettrai, elles aussi, à la disposition de toute
personne intéressée.
document
over
intrafamiliaal
geweld, van 30 juni 2008. Het is
beter dat ik u het document bezorg
en dat ik u de kans geef om het te
lezen vóór ik er commentaar op
geef.
Het is een document van veertig
pagina's dat veel statistische
gegevens en analyses van die
gegevens bevat. De analyse van
de gegevens van 2008 moet eind
april zijn afgerond.
08.03 Xavier Baeselen (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. En effet, le temps d'une question orale est quelque peu
restreint pour aborder un problème de ce genre. Au moins, les
documents sont communiqués. À la suggestion du ministre, madame
la présidente, notre commission pourrait consacrer un moment à la
réflexion sur l'application de ces circulaires ministérielles, peut-être au
mois de mai. Il serait intéressant d'associer la commission de la
Justice d'une manière ou d'une autre.
08.03 Xavier Baeselen (MR):
Onze commissie zou een reflectie
aan de toepassing van die
ministeriële circulaires kunnen
wijden.
Het
zou
immers
interessant zijn om de commissie
voor de Justitie bij een en ander te
betrekken.
La présidente: On peut organiser un petit débat ou des auditions
mais je pense que le problème de la violence conjugale relève de la
compétence de M. Wathelet. C'est dans la note politique du secrétaire
d'État à la Famille.
De voorzitter: Ik denk dat de
kwestie van het partnergeweld
onder de bevoegdheid van de heer
Wathelet ressorteert.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Questions jointes de
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "les drogues en prison" (n° 11324)
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "le décès par overdose d'un détenu de la prison de
Hasselt" (n° 11402)
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "drugs in de gevangenissen" (nr. 11324)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de dood van een gedetineerde in de
gevangenis van Hasselt ten gevolge van een overdosis drugs" (nr. 11402)
09.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, la problématique
des drogues en prison est un fléau malheureusement bien connu.
Certains le nient, d'autres non, et, pour les troisièmes, il constitue
même une manière de gérer l'enfermement et le milieu carcéral, à tel
point que d'aucuns considèrent que si l'on devait interdire ou
supprimer les drogues, voire renforcer encore les contrôles, l'univers
carcéral deviendrait difficilement gérable, voire ingérable.
09.01 Xavier Baeselen (MR): Een
recente circulaire van het College
van procureurs-generaal vraagt
meer aandacht voor het probleem
van drugs in de gevangenis en
een beter overleg onder de
betrokken actoren. Het fenomeen
zou inderdaad de reclassering van
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Toujours est-il que cette problématique est revenue dans l'actualité à
l'occasion d'une réunion et d'une double circulaire du Collège des
procureurs généraux. Ce dernier a ainsi demandé plus d'attention au
phénomène de la drogue en prison et de concertation de la part des
intervenants, qu'il s'agisse des parquets du Royaume, des services
de police ou des établissements pénitentiaires.
Selon le Collège des procureurs généraux, le phénomène de la
drogue en prison nuit à la réinsertion du détenu et affecte également
le climat carcéral; c'est le résultat de la dernière enquête effectuée
auprès des prisonniers belges qui date, si je ne me trompe, de 2006.
Cette étude nous apprend qu'un détenu sur trois, c'est-à-dire 30%
des détenus, déclare avoir fait usage de drogues en prison. Parmi ces
30%, 92,5% consomment du cannabis ou ses dérivés, 40%
consomment de l'héroïne et 39,5% font usage de somnifères ou de
tranquillisants qui ne leur ont pas nécessairement été prescrits.
Monsieur le ministre, pouvez-vous revenir sur les mesures concrètes
prévues par la circulaire du Collège des procureurs généraux? Cette
circulaire remplace-t-elle les dispositions précédentes existant en la
matière? Quelles sont les modifications essentielles? Existe-t-il des
chiffres officiels tirés, par exemple, de rapports de l'administration
pénitentiaire, de procès-verbaux ou même d'actes de poursuites
intentés à l'encontre de prisonniers pour des faits de drogue en
prison? Si c'est le cas, pouvons-nous disposer des chiffres pour
quelques années de référence? J'ai cité 2007 et 2008 dans ma
question, mais si vous disposez d'autres chiffres, ceux-ci seraient
intéressants.
gevangenen bemoeilijken en de
sfeer
in
de
gevangenissen
beïnvloeden.
In een enquête van 2006 verklaart
30 procent van de gevangenen
drugs te hebben gebruikt in de
gevangenis (cannabis, heroïne,
slaapmiddelen
en
kalmeringsmiddelen).
Wat bepaalt de circulaire van het
College van procureurs-generaal?
Vervangt de circulaire eerdere
bepalingen?
Wat
zijn
de
voornaamste wijzingen van de
circulaire? Bestaan er officiële
cijfers over verdovende middelen
in gevangenissen?
09.02 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Dank u mevrouw de
voorzitter. Eerder casuïstisch, maar toch niet onbelangrijk omdat het
een mensenleven betreft. In de gevangenis van Hasselt is op
woensdag 25 februari het levenloze lichaam aangetroffen van een
gedetineerde. Zijn celgenoot was onwel en blijkbaar hadden beiden
drugs genomen. Een mensenleven valt dus te betreuren als gevolg
dat er drugs in de gevangenis aanwezig zijn en dan is er toch wel,
denk ik, een maatschappelijke grens bereikt.
De vraag is dan ook hoe dit is kunnen gebeuren. Kan de minister
meer uitleg verschaffen over de feiten. Hoever staat de minister in het
uitvoeren van het voornemen van de regering om de smokkel van de
handel in, en het gebruik van drugs in penitentiaire instellingen te
bestrijden en te voorkomen?
09.02 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le 25 février 2009, des
agents
pénitentiaires
ont
découvert le corps sans vie d'un
détenu à la prison de Hasselt. Son
compagnon de cellule souffrait
d'un malaise. Tous deux avaient
consommé
de
la
drogue.
Comment cela a-t-il pu se
produire? Qu'en est-il de l'intention
du gouvernement de combattre et
de prévenir le trafic, le commerce
et la consommation de drogues
dans
les
établissements
pénitentiaires?
09.03 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, je vais
d'abord répondre à la question de M. Baeselen mais il y aura bien
entendu des éléments intéressants pour M. Schoofs.
Face au constat que pour lutter efficacement contre les stupéfiants en
prison et apporter des solutions adéquates, il faut que les réponses,
tant au niveau de la politique des poursuites judiciaires qu'au niveau
de la politique des mesures administratives internes, soient
uniformisées, connues et prévisibles pour tous.
C'est ainsi qu'il a été convenu d'entreprendre la rédaction d'une
double circulaire, l'une à destination des parquets et de la police et
l'autre à destination des établissements pénitentiaires. La circulaire
09.03 Minister Stefaan De Clerck:
Om
het probleem
van de
verdovende
middelen
in
de
gevangenissen doeltreffend te
bestrijden is er nood aan uniforme
maatregelen
waarvan
alle
betrokkenen op de hoogte zijn,
zowel
wat
de
gerechtelijke
vervolging als wat de interne
maatregelen betreft. Daarom werd
afgesproken
een
dubbele
omzendbrief op te stellen, een
voor de parketten en de politie, en
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
s'applique à toute infraction en matière de stupéfiants commise par
une personne dans l'enceinte de l'établissement pénitentiaire,
infraction à la loi du 24 février 1921 concernant le trafic de substances
vénéneuses, etc.
Les directives concernent les modalités de constatation, de
dénonciation des faits et de concertation avec les parquets en cas
d'infractions en matière de stupéfiants commises au sein des
établissements pénitentiaires afin d'agir de façon cohérente et
coordonnée avec l'action du ministère public.
Le personnel pénitentiaire fait un rapport administratif en matière de
stupéfiants, sans délai et par écrit, de toute constatation de
consommation, de détention de stupéfiants ou d'implication dans un
trafic de stupéfiants d'un détenu, d'un visiteur, d'un membre du
personnel pénitentiaire ou d'un travailleur extérieur travaillant en
prison. Il en va de même dans l'hypothèse d'une découverte de
produits de stupéfiants sans identification d'une personne suspecte.
En vertu d'article 29 du Code d'instruction criminelle, la découverte de
tout crime ou délit doit être portée à la connaissance des autorités
judiciaire par la direction de la prison.
En principe, en cas d'infraction en matière de stupéfiants, le directeur
appelle immédiatement la police locale qui constate le fait et rédige un
procès-verbal, sauf exception. Dans le cas d'indices d'overdose
mortelle ou non, le directeur, outre l'appel immédiat au service de
police, doit également immédiatement téléphoner au magistrat de
garde du parquet. Cette procédure a été prévue dans le cadre de la
concertation avec les parquets.
Une bonne concertation entre les parquets et les établissements
pénitentiaires est indispensable pour lutter efficacement contre les
stupéfiants en prison.
En outre, le ministère public transmet à la direction de chaque
établissement pénitentiaire les informations d'ordre judiciaire ou
sanitaire qui lui sont nécessaires, sans préjudice du secret de
l'instruction et/ou de l'information.
Une concertation est organisée au sein de chaque arrondissement
comportant au moins un établissement pénitentiaire entre la direction
de l'établissement pénitentiaire, le procureur du Roi et la police
fédérale ou locale. Cette concertation est organisée par le procureur
du Roi d'office ou à la demande du chef de zone de la police locale,
de la police fédérale ou de la direction de l'établissement pénitentiaire
au moins une fois par an ou plus selon les nécessités.
La circulaire 1806 du 6 février 2009 pour les directeurs de prison est
un complément à la circulaire 1785 du 18 juillet 2006 qui reste en
vigueur et concerne tout l'aspect préventif et sanitaire de la
problématique de la drogue.
En aucun cas, la nouvelle circulaire n'a pour objectif d'apporter à elle
seule une réponse à la problématique de la drogue en prison et
d'occulter la nécessité de travailler également sur la prévention, la
réduction des comportements à risques et sur les soins à apporter
aux détenus toxicomanes.
een voor de strafinrichtingen. Ze
handelen over elke inbreuk inzake
verdovende middelen, giftstoffen,
enz.
De
richtlijnen
in
die
omzendbrieven
betreffen
de
modaliteiten voor de vaststelling
en het aanbrengen van de feiten
en het overleg met de parketten.
Het penitentiair personeel stelt
onverwijld
een
schriftelijk
administratief rapport op naar
aanleiding van elke vaststelling
met betrekking tot het gebruik, het
bezit
of
het
dealen
van
verdovende middelen door een
gedetineerde, een bezoeker, een
personeelslid of een externe
werknemer. In principe verwittigt
de gevangenisdirecteur de lokale
politie die de feiten vaststelt en
proces-verbaal opmaakt. In geval
van een overdosis moet de
directeur eveneens telefonisch
contact
opnemen
met
de
parketmagistraat met wachtdienst.
Bovendien bezorgt het openbaar
ministerie de directie van elke
inrichting
de
informatie
van
gerechtelijke of sanitaire aard die
hij noodzakelijk acht.
Ten minste eenmaal per jaar wordt
in elk betrokken arrondissement
een overleg georganiseerd tussen
de directie van de strafinrichting,
de procureur des Konings en de
politie.
Omzendbrief
nr.
1806
van
6 februari 2009, die bestemd is
voor de gevangenisdirecteurs, is
een aanvulling bij omzendbrief
nr. 1785 van 18 juli 2006 en betreft
het preventieve en het sanitaire
aspect van de drugsproblematiek.
Er
zijn
momenteel
geen
geïntegreerde
statistieken
voorhanden. Het verslag 2006
vormde een eerste stap in die
richting, dankzij een instrument dat
sindsdien
werd
verfijnd.
De
administratie
van
het
gevangeniswezen
werkt
momenteel
aan
een
nieuw
verslag, dat in de loop van het jaar
zou moeten worden gepubliceerd,
op grond van het verbeterde
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Il n'existe à l'heure actuelle pas de statistiques intégrées. Le rapport
2006 était un premier pas vers la construction d'un outil permettant
d'avoir une vision de la problématique de l'usage de drogues en
prison, outil qui a été affiné depuis.
L'administration pénitentiaire, en collaboration avec les intervenants
externes, travaille actuellement à la rédaction d'un nouveau rapport
sur la base de l'outil amélioré. Ce rapport devrait être publié dans le
courant de cette année.
instrument.
Op de vraag van collega Schoofs, wil ik stellen dat ik het overlijden
van deze gedetineerde uiteraard betreur. De procureur des Konings
meldt mij in een brief van 3 maart dat er een afstapping ter plaatse is
gebeurd door het parket en door de lokale politie. De vraag hoe het
mogelijk is dat deze gevangene kon overlijden door een overdosis
drugs kan op het moment nog niet worden beantwoord daar dit het
voorwerp uitmaakt van een opsporingsonderzoek. Het onderzoek is
nog lopende zodat er nog geen informatie kan worden verstrekt.
Over de drugproblematiek en meer bepaald over de controle om
drugs uit de gevangenis te houden, heb ik op 27 januari in deze
commissie al uitvoerige uitleg gegeven en heb ik het zopas ook nog
gedaan. Ik heb toen aangekondigd dat er een nieuwe circulaire zou
komen met betrekking tot het vervolgingsbeleid betreffende de
inbreuken op de drugswetgeving die worden gepleegd aan de ingang
en binnen de penitentiaire inrichtingen. Het gaat om een dubbele
omzendbrief: enerzijds deze van het college van PG's van 15 januari
2009, dus zeer recent, gericht aan de parketten, en anderzijds de
ministeriële omzendbrief van 6 februari 2009 gericht aan de
directeurs.
Deze omzendbrieven zijn van toepassing sinds 16 februari 2009. Over
de draagwijdte van deze omzendbrieven verwijs ik naar het antwoord
dat ik zopas heb gegeven aan collega Baeselen.
Naast de systematische controles moet er eveneens aandacht
worden besteed aan de preventie, aan de voorlichting. Daarom is het
van belang de samenwerking met de gespecialiseerde instanties
inzake hulpverlening nog te verbreden. Ook hier hebben wij nood aan
samenwerking met de Gemeenschappen die hiervoor middelen ter
beschikking zullen moeten stellen.
Uiteraard is ook de therapeutische behandeling van drugsgebruikers
van belang. In bepaalde gevangenissen lopen er reeds langdurige
therapeutische programma's, zoals het Believe-project in Ruiselede,
dat een combinatie is van arbeid op de boerderij, therapie, sport en
groepsessies. Tijdens de duur van het programma dat acht maanden
loopt, onderwerpen de deelnemers zich vrijwillig aan regelmatige
urinecontroles.
Ook in Verviers beschikt men sinds twee jaar eveneens over een
drugsvrije afdeling. Een soortgelijk initiatief is nu in voorbereiding voor
de gevangenis van Brugge. In de meeste gevangenissen wordt
bovendien samengewerkt met één of meerdere therapeutische
centra. Deze instanties sturen gespecialiseerde hulpverleners naar de
inrichtingen om de intakes te verzorgen en de gedetineerden te
ondersteunen in hun motiveringsproces om na de detentie een
Je déplore le décès de ce détenu.
Dans une lettre du 3 mars 2009, le
procureur du Roi me fait savoir
que le parquet et la police locale
sont descendus sur les lieux. Dans
l'état actuel des choses, il ne peut
encore être répondu à la question
de savoir comment ce détenu a pu
décéder à la suite d'une surdose
de drogue. L'information ouverte à
ce sujet est en effet en cours.
Les
nouvelles
circulaires
concernant les délits liés à la
drogue
commis
dans
les
établissements
pénitentiaires
datent du 15 janvier 2009 et du
6 février
2009.
Elles
sont
d'application depuis le 16 février
2009.
Outre les contrôles systématiques,
il convient de prêter également
attention à la prévention et à
l'information. Il faut encore élargir
la coopération avec les instances
de secours spécialisées, ce qui
passera nécessairement par une
collaboration
avec
les
Communautés. Dans certaines
prisons,
des
programmes
thérapeutiques de longue durée,
comme le projet Believe à
Ruiselede, sont déjà mis en
oeuvre.
L'établissement
pénitentiaire de Verviers est doté
lui aussi d'une section sans
drogue. Une initiative analogue est
actuellement en préparation à la
prison de Bruges. Dans la plupart
des établissements pénitentiaires,
une collaboration avec un ou
plusieurs centres thérapeutiques a
en outre été mise en place.
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
ontwenningsprogramma te volgen.
09.04 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse qui m'a un peu étonné par son absence de
chiffres disponibles.
En effet, je vous demandais si des procès-verbaux avaient été établis
à l'égard de détenus pour ces faits au cours des années précédentes.
Ou bien il n'y a pas de chiffres parce qu'on ne veut pas en récolter ou
on considère que le phénomène n'existe pas vraiment, qu'il s'agit
d'une forme de gestion de la prison, auquel cas on peut se demander
pourquoi il faudrait une nouvelle circulaire pour régler cette matière. Si
j'ai bien entendu, dorénavant, un rapport de la direction devra être
établi sur tous les faits en rapport avec des drogues en prison, "sauf
exceptions".
Mais quelles sont ces exceptions?
Je crains que les dirigeants de prison ne passent beaucoup de temps
à rédiger des rapports à l'attention de l'administration pénitentiaire vu
que la drogue en prison est une réalité: elle circule parmi les détenus,
parfois par l'intermédiaire même des gardiens de prison. C'est clair.
D'où mon étonnement à l'absence de données officielles sur les
années précédentes. Pourquoi alors songer à établir soudainement
une nouvelle circulaire? Sans doute parce que le phénomène prend
plus d'ampleur. Comment le savoir sans chiffres?
09.04 Xavier Baeselen (MR): Het
verwondert mij dat er geen cijfers
beschikbaar zijn. Of men wil ze
niet
verzamelen,
of
men
beschouwt het verschijnsel als
marginaal. De directie zal alle
drugsgerelateerde feiten in de
gevangenis moeten rapporteren,
enkele
uitzonderingen
daargelaten.
Welke
uitzonderingen? Ik vrees dat de
gevangenisdirecteurs
veel
tijd
zullen moeten uittrekken om die
rapporten te schrijven, want het is
een feit dat er drugs worden
gebruikt en verhandeld in de
gevangenis. Daarom vind ik het zo
vreemd dat die cijfers niet
voorhanden zijn. Waarom moest
er
plotseling
een
nieuwe
omzendbrief komen, zonder dat
men zich op cijfers kon baseren?
09.05 Stefaan De Clerck, ministre: C'est parce qu'un parlementaire
m'avait demandé quelle était la politique menée vis-à-vis des drogues.
À présent, il existe une nouvelle circulaire et vous me demandez
pourquoi cette nouvelle circulaire. On tourne en rond!
09.05 Minister Stefaan De Clerck:
Eenvoudigweg
omdat
een
parlementslid mij ondervraagd
heeft over het drugsbeleid. Nu ís
er een nieuwe omzendbrief, en
dan vraagt u mij waarom die er
moest komen!
Zo blijven we in een kringetje
ronddraaien.
09.06 Xavier Baeselen (MR): Avec ces rapports systématiques, il ne
fait aucun doute que les chiffres vont exploser puisqu'ils viennent de
zéro.
09.06 Xavier Baeselen (MR):
Door
die
systematische
rapportering zullen de cijfers plots
explosief stijgen, aangezien er
voordien helemaal geen waren.
09.07 Stefaan De Clerck, ministre: Je crois intéressant de récolter
les chiffres sur la base des nouvelles circulaires; il n'y aura pas de
comparaison possible entre ce qui s'est passé en 2008 et ce qu'on
connaîtra en 2009, selon les critères de cette circulaire, très clairs,
avec les procureurs généraux, les parquets, les polices, plus les
directeurs de prison. Dorénavant un cadre existera. Évidemment, cela
ne signifie pas que le problème des drogues sera solutionné
définitivement; je ne me fais pas d'illusions, mais le cadre est net.
09.07 Minister Stefaan De Clerck:
Het is interessant dat het
cijfermateriaal
verzameld
zal
worden op grond van de nieuwe
omzendbrieven. Er zal geen
vergelijking mogelijk zijn tussen
2008 en 2009. Voortaan is er een
duidelijk kader.
09.08 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, in het
verleden heb ik ook al een schriftelijke vraag gesteld inzake het aantal
fouilleringen en de resultaten. Uit het antwoord bleek toen dat er geen
cijfers werden bijgehouden. Daarna heb ik mijn vraag mondeling nog
09.08 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
Il
s'est
avéré
antérieurement qu'on ne dispose
pas de chiffres. Je me réjouis que
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
eens herhaald. Blijkbaar zetten we als parlementsleden toch nog wat
in beweging. Dat verheugt me. Ervaringen moeten namelijk worden
uitgewisseld, desnoods via de dienst voor strafrechterlijk beleid.
Destijds heb ik dat ook zo gesuggereerd.
Ik verneem ook dat er extra controles zullen worden gehouden. Dat
was in elk geval te lezen in de pers. Het is niet alleen belangrijk dat er
extra controles zullen worden gehouden, dus meer controles, maar
ook betere controles. Laatst kreeg ik een lijst onder ogen van wat de
douane zoal aantreft aan drugs in bepaalde media, om ze te
transporteren en dergelijke. Daar waren hoofddoeken bij, luiers,
kinderspeelgoed en dergelijke. Men is dus zeer inventief om zaken te
smokkelen.
Misschien worden drugs ook op het lichaam vervoerd. Ook dat is zeer
moeilijk te controleren. Sinds de inwerkingtreding van de wet op de
interne rechtspositie van de gedetineerde is er een speciale aanvraag
nodig of moet de directeur toch de toestemming geven om een
dergelijke controle uit te voeren. Dat bemoeilijkt de zaken misschien
soms.
Ik zou op dat vlak erop willen aandringen dat de circulaires de nodige
soepelheid aan de dag kunnen leggen voor de cipiers, voor de directie
ook, om tot controle te kunnen overgaan. Hoe kan men nu
gevangenen, gedetineerden, op een behoorlijke manier reclasseren
als men in de gevangenis aan drugs kan geraken? Sommigen raken
er zelfs aan verslaafd en ­ dit voorbeeld maakt het duidelijk ­
sommigen overlijden er zelfs aan. Dat is onaanvaardbaar in een
beschaafde samenleving.
des
parlementaires
puissent
encore faire bouger les choses. Il
faut échanger les expériences, au
besoin par l'entremise du Service
de la Politique criminelle. Selon la
presse,
des
contrôles
supplémentaires seront opérés. Il
importe également d'améliorer ces
contrôles car d'aucuns font preuve
d'une grande inventivité lorsqu'il
s'agit de trafiquer. L'entrée en
vigueur de la loi sur le statut
juridique interne des détenus ne
simplifie pas les choses. J'insiste
pour que les circulaires laissent
aux gardiens et à la direction une
marge de manoeuvre suffisante
pour procéder à des contrôles.
Comment peut-on assurer une
réinsertion sociale valable des
détenus si ceux-ci peuvent se
procurer de la drogue en prison ?
Certains deviennent dépendants et
certains en meurent même, ce qui
est inacceptable dans une société
civilisée.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Josy Arens au ministre de la Justice sur "les alertes enlèvements" (n° 11329)
10 Vraag van de heer Josy Arens aan de minister van Justitie over "een waarschuwingssysteem bij
ontvoeringen" (nr. 11329)
10.01 Josy Arens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, voilà trois semaines, lors du dépôt de ma question, nous
étions face à une disparition inquiétante d'une mère et de ses deux
enfants dans le Sud-Luxembourg. La police fédérale avait demandé
aux médias que tout soit mis en oeuvre pour que l'alerte soit donnée
et la disparition médiatisée.
Cette démarche est déjà très positive et la communication semble
bien fonctionner entre les différents acteurs impliqués dans cette
mobilisation, tant le ministère de la Justice que le ministère de
l'Intérieur.
Cependant, ne pourrait-on encore aller plus loin et envisager, comme
cela se fait dans d'autres pays comme au Canada et aux États-Unis,
de signaler ces disparitions sur les autoroutes via des moyens
adéquats.
Par ailleurs, en juin dernier, un exercice avait été mis en place et avait
permis de tester au moyen de la mise en scène d'une disparition
fictive, la réactivité des services de police belges en cas de disparition
inquiétante ainsi que la coopération entre les différents services
10.01 Josy Arens (cdH): Drie
weken geleden deed er zich in
Zuid-Luxemburg
een
onrustwekkende verdwijning van
een moeder en haar twee
kinderen voor. De federale politie
had de media gevraagd alles in
het werk te stellen om een
waarschuwing te verspreiden. Dat
is een zeer positieve demarche en
de communicatie verloopt vlot
tussen de diverse actoren, zowel
het ministerie van Justitie als dat
van Binnenlandse Zaken.
Is het evenwel niet mogelijk die
verdwijningen
via
adequate
middelen te melden langs de
autosnelwegen?
In juni jongstleden werd een
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
internationaux. Les résultats de l'exercice se sont révélés positifs
mais des constats devaient encore être dressés pour améliorer le bon
déroulement des actions et adapter, au besoin, la circulaire du 20
février 2002 relative à la recherche de personnes disparues. Il
s'agissait notamment d'adapter la procédure en cas d'alerte
d'enlèvement émanant d'un pays étranger ayant des relations avec
notre pays.
Qu'en est-il de cet ajustement? La circulaire a-t-elle dû être adaptée
et dans quelle mesure?
Comme vous pouvez le constater, mes questions concernent tant le
département de l'Intérieur que celui de la Justice.
oefening
gehouden
om
het
reactievermogen van de Belgische
politie te testen in geval van een
onrustwekkende verdwijning, en
ook
om
de
internationale
samenwerking te evalueren. De
resultaten waren positief, maar
een en ander kan nog beter. Zo is
onder meer de omzendbrief van
20 februari
2002
over
de
opsporing van vermiste personen
voor verbetering vatbaar. Werd die
omzendbrief intussen aangepast,
en in welke mate?
10.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, l'exercice conjoint
d'alerte enlèvement d'enfant organisé en juin 2008 avait pour but de
tester, grâce à la mise en scène d'une disparition fictive, la réactivité
des services de police belges ainsi que la coopération entre les
services de police au niveau international. Cet exercice s'est révélé
très positif.
Dans la foulée de cet exercice, un projet de conclusion du Conseil de
l'Union européenne relatif à cette problématique a été déposé par la
présidence française. Ce projet invite les États membres à mettre en
place et à développer, dans le respect de leurs traditions juridiques et
judiciaires, des mécanismes nationaux d'alerte du public en cas
d'enlèvement criminel d'enfant supposé ou avéré et à définir des
modalités de mise en oeuvre au plan national permettant un
déclenchement transfrontalier rapide des dispositifs d'alerte.
Dans ce contexte, une réunion s'est tenue hier encore au parquet
général de Liège, avec le procureur général de Liège, en charge de
cette compétence particulière. Les points évoqués lors de cette
réunion concernaient la nécessité de l'adjonction d'un addendum à la
circulaire relative à la recherche des personnes disparues ainsi que
l'éventuel recours à de nouveaux moyens d'information de la
population, tels que l'affichage de messages d'alerte sur les
panneaux lumineux des autoroutes ou l'information en boucle sur les
principaux médias audiovisuels
10.02 Minister Stefaan De Clerck:
De gezamenlijke oefening in het
kader van een media-alarm naar
aanleiding van een gesimuleerde
kinderontvoering die in juni 2008
gehouden werd, was zeer positief.
In het verlengde daarvan werden
de
lidstaten
in
een
ontwerpconclusie van de Raad
van de Europese Unie verzocht
om
nationale
alarmeringsmechanismen in te
stellen en om de modaliteiten te
bepalen
voor
een
snelle
afkondiging
van
een
grensoverschrijdende alarmering.
In dat verband vond gisteren een
vergadering plaats bij het parket-
generaal van Luik over de
manieren om de bevolking te
informeren via de audiovisuele
media of lichtborden op de
autosnelwegen.
10.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je remercie le
ministre pour sa réponse et je profite de l'occasion pour le sensibiliser
davantage sur les besoins que nous avons dans notre pays le long
des frontières.
Je me rends compte que le sud du Luxembourg est situé entre deux
frontières: la France et le Grand-Duché du Luxembourg.
Le parquet veut travailler davantage avec les pays voisins.
Parfois, l'administration centrale - je ne veux pas dire le politique
parce que j'ai l'impression que ce dernier n'est pas suffisamment
informé -, n'est pas favorable pour appuyer ces actions
transfrontalières.
10.03 Josy Arens (cdH): Ik heb
het gevoel dat de centrale
administratie in sommige gevallen
niet
gewonnen
is
voor
grensoverschrijdende
acties,
terwijl het parket wel meer met de
buurlanden wil samenwerken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
11 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "een daad van zinloos geweld"
(nr. 11335)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de recente gewelddaden tegen jongeren in
Brussel" (nr. 11342)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de recente gewelddaden tegen jongeren in
Brussel" (nr. 11357)
- de heer Hans Bonte aan de minister van Justitie over "het aangekondigde onderzoek door zijn
diensten naar de vrijlating van een 16-jarige Vilvoordse delinquent en het structurele tekort aan
opvangmogelijkheden voor jongeren" (nr. 11454)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de vrijlating van minderjarige
verdachten wegens plaatsgebrek" (nr. 11492)
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Justitie over "de vrijlating van een jonge
amokmaker wegens plaatsgebrek" (nr. 11515)
11 Questions jointes de
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "un acte de violence gratuite" (n° 11335)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "les actes de violence récents contre des jeunes à
Bruxelles" (n° 11342)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "les actes de violence récents contre des jeunes à
Bruxelles" (n° 11357)
- M. Hans Bonte au ministre de la Justice sur "l'enquête annoncée, à mener par les services du
ministre, sur la libération d'un délinquant âgé de 16 ans habitant Vilvorde et sur le manque structurel
de places pour les jeunes" (n° 11454)
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "la libération de suspects mineurs par manque
de place" (n° 11492)
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Justice sur "la libération d'un jeune fauteur de troubles
par manque de place" (n° 11515)
11.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, de
afgelopen dagen waren er opnieuw daden van extreem geweld in
Brussel en ook daarbuiten. Ik verwijs naar de situatie in Vilvoorde,
maar daarover zal mijn collega Stevenheydens een vraag stellen. In
Brussel werden tieners geviseerd. In Anderlecht werd een
zestienjarige jongen van Congolese afkomst door een straatbende
overvallen en van zijn gsm beroofd. Hij kreeg 17 messteken en werd
afgeslagen met een boksijzer. De tweeëntwintigjarige dader zou zijn
opgepakt.
Bij een vergelijkbaar feit in het metrostation Bockstael, werd een
vijftienjarig meisje afgetroefd voor een iPhone. De twee daders,
minderjarig en bekend bij het gerecht, zouden na verhoor opnieuw zijn
vrijgelaten, wat tot zeer terechte woede en verontwaardiging heeft
geleid bij de ouders van het meisje. U moet zich maar eens even in
hun plaats stellen.
Ik heb de volgende vragen, mijnheer de minister. Kunt u die concrete
feiten bevestigen?
Had de hoofddader van het eerste feit gerechtelijke antecedenten? Is
hij de enige die gestoken heeft of waren er nog anderen? Er waren
blijkbaar heel wat omstanders bij. Was hij de enige die echt heeft
gestoken? Zit hij nog steeds vast? Wat voor procedure is er ingesteld
om hem zo snel mogelijk te berechten?
Hoeveel andere daders waren er betrokken bij het eerste feit? Zijn ze
inmiddels bekend? Zijn er gerechtelijke antecedenten? Waren de
daders minderjarig? Hoeveel werden er aangehouden en hoeveel
11.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Récemment,
deux
nouveaux cas de violence grave
se sont produits à Bruxelles : un
garçon de 16 ans a été victime
d'un vol et poignardé et une
adolescente de 15 ans a été
dévalisée et maltraitée. Dans ce
dernier cas, les deux auteurs
mineurs ont été laissés en liberté
après avoir été interrogés, à la
colère des parents de la victime.
Ces faits sont-ils exacts? Les
auteurs du deuxième fait ont-ils
été relâchés tout de suite?
Pourquoi?
Une
procédure
accélérée a-t-elle été mise en
oeuvre?
L'auteur principal du premier fait
était-il déjà connu de la justice et
est-il le seul à avoir poignardé la
victime?
Est-il
toujours
en
détention et quelle procédure a-t-
elle été entamée afin qu'un
jugement intervienne le plus
rapidement possible? Combien
d'autres
auteurs
ont-ils
été
impliqués dans ces faits, ont-ils
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
zitten er nog vast?
Dan kom ik op mijn vragen in verband met het tweede feit. Klopt het
dat de jonge daders meteen werden vrijgelaten? Zo ja, waarom was
dat het geval, ondanks dat ze bekend waren bij het gerecht? Werd
een snelrechtprocedure opgestart of zijn zij momenteel in een
procedure terechtgekomen?
été identifiés et avaient-ils des
antécédents
judiciaires?
Des
mineurs se trouvaient-ils parmi
eux, combien d'entre eux ont-ils
été
appréhendés
et
sont-ils
éventuellement
toujours
en
détention?
11.02 Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister, ik wil focussen op de
problemen die u gisteren tot in Vilvoorde hebben gebracht. Als lokale
verantwoordelijke kan ik alleen maar dankbaar zijn dat een minister
ook in het veld kennis probeert te nemen van bepaalde
maatschappelijke problemen. Het zal immers duidelijk zijn dat het een
globaler maatschappelijk probleem is dan hetgeen in Vilvoorde is
gebeurd, bijvoorbeeld ook door de vraagstelling van de vorige
spreker.
Ik heb mijn vraag ingediend op het moment dat u in een eerste reflex
de band hebt gelegd tussen het geweld ­ u was daarin niet alleen,
ook de lokale politiemensen hebben dat gedaan ­ en de
verontwaardiging die voortvloeit uit het feit dat een jongere die
manifest geweld heeft gepleegd ten aanzien van drie politieagenten,
zeer snel weer op vrije voeten was. De band die achteraf bekeken
verkeerdelijk is gelegd, is dat dat zou gebeurd zijn vanwege gebrek
aan plaats in een gesloten opvangcentrum.
Bij nader inzien ­ u hebt de verkeerde appreciatie van de feiten
gisteren ook gecorrigeerd - was dat niet de kern van het probleem en
de aanleiding tot de verontwaardiging. De verontwaardiging is er
natuurlijk nadat een jongere die manifest drie politieagenten verwondt,
zeer snel terug op straat komt.
De reden was echter niet een gebrek aan opvangplaatsen, maar
blijkbaar wel een gebrek aan ruimte voor jeugdrechters om in
dergelijke soort van delicten een strafmaat te hanteren die erin
bestaat dat men effectief overgaat tot het vastzetten en opsluiten van
dergelijke jongeren. Ik heb begrepen dat u ook bij de lokale politie
Vilvoorde-Machelen die nuance hebt gemaakt.
De politieke vraag blijft natuurlijk welke conclusie u daaruit trekt,
mijnheer de minister. Zult u een initiatief nemen als tak van de
wetgevende macht om de jeugdrechters vooralsnog toe te laten om in
dergelijke delicten over te gaan tot opsluiting? Of moeten wij ons
tevreden stellen met een plaatsbezoek dat moreel misschien
interessant is voor de troepen, maar dat in essentie niets wijzigt?
Kortom, mogen wij van de regering en van de minister van Justitie
een wetgevend initiatief verwachten, waardoor dergelijke snelle
vrijlatingen onmogelijk worden, of meer nog, waardoor opsluitingen bij
dergelijke delicten mogelijk worden?
Ten tweede en ten slotte, ik heb u ook horen vermelden in de lokale
pers vandaag dat er volgens u een initiatief nodig is, opdat personen
die gewelddelicten begaan tegen politiemensen, zwaarder worden
bestraft. Mijnheer de minister, kunnen wij naast de woorden ook de
daden verwachten? Zult u daaromtrent een wetgevend initiatief
voorleggen aan de Kamer? Zo ja, wanneer en wat zal de inhoud
ervan zijn?
11.02 Hans Bonte (sp.a): Nous
avons manifestement à faire à un
problème de société plus large,
comme
le
démontrent
les
événements de Vilvorde et de
Bruxelles. Le ministre a déjà
expliqué que la mise en liberté
rapide de l'auteur à Vilvorde n'est
pas due à un manque de place
dans un centre fermé, mais que le
problème
se
situe
vraisemblablement au niveau de la
marge
de
manoeuvre
extrêmement
étroite
dont
disposent les juges de la jeunesse
pour sanctionner ce type de délits.
Le
ministre
prendra-t-il
une
initiative
législative
afin
de
permettre aux juges de la
jeunesse
d'ordonner
l'enfermement pour de tels délits?
Le
ministre
est
également
convaincu de la nécessité de
prévoir des sanctions plus sévères
pour les délits avec violence
commis contre des représentants
des forces de l'ordre. Soumettra-t-
il une initiative législative à la
Chambre à ce sujet? Dans quel
délai ? Quel en sera le contenu?
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
11.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, het probleem is al geschetst over de
zestienjarige woesteling die vorige week drie politiemensen
werkonbekwaam heeft geslagen. De vrijlating zorgde voor heel wat
beroering. U bent gisteren ook ter plaatse geweest. In eerste instantie
mochten we vernemen dat er geen plaats was in een gesloten
instelling, maar daarvoor was de kwalificatie blijkbaar ook niet
voldoende. Daarom zou ik graag duidelijkheid willen of er werd
gezocht naar een plaats in een halfopen instelling, en of er in de
gemeenschapsinstellingen geïnformeerd is geweest of er plaats was
en of de jongen daarvoor in aanmerking kwam.
Ik heb vernomen dat de jonge crimineel er met een werkstraf van
30 uur vanaf zou zijn gekomen. Nochtans waren het niet de eerste
feiten die hij had gepleegd en heeft deze zelfde geweldenaar al eerder
de politie aangevallen. Daarom heb ik volgende vragen.
Was er geen mogelijkheid om de jonge woesteling in een halfgesloten
instelling te plaatsen? Hoe vaak is hij al eerder met politie of justitie in
aanraking geweest? Wat gaat u ondernemen om geweld door
minderjarigen, en geweld tegen politiemensen in het bijzonder,
zwaarder te bestraffen? Vindt u het niet wraakroepend dat hij er met
zo'n belachelijke lichte sanctie vanaf komt?
Dat die kwalificatie niet ernstig genoeg is, is het gevolg van de lakse
wet die onder minister Onkelinx, met steun van uw partij tot stand is
gekomen. Onze partij heeft er toen in 2006 reeds voor gewaarschuwd
dat dit een stap achteruit zou zijn. En ik stel vast dat u vandaag ook
tot de conclusie komt, dat de middelen in de wet van 2006
onvoldoende zijn om criminele jongeren te bestraffen. Uw conclusie
komt spijtig genoeg wel drie jaar te laat.
Ik had nog een aantal andere detailvragen. Is het correct dat vorig
jaar tweehonderd jongeren niet konden worden geplaatst in de
verschillende jeugdinstellingen? Werden deze dan ook alle
tweehonderd vrijgelaten? En hoe snel krijgt een minderjarige, die voor
zware feiten wordt aangehaald, gemiddeld een sanctie opgelegd?
Gebeurt dat vrij snel? Zijn daarover statistische gegevens om na te
zien hoe vlug zij een straf krijgen opgelegd? Ik stel die vraag omdat
het niet onbelangrijk is, omdat er een gevoel van straffeloosheid bij
zulke jongeren ontstaat. Als men pas een half jaar of soms zelfs later
een sanctie krijgt opgelegd, dan zijn dat vijgen na Pasen en heeft dat
helemaal geen bijsturend effect.
11.03 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): N'était-il pas
possible de placer ce jeune
incontrôlable quelque part à
Vilvorde, au besoin dans une
institution semi-fermée? On a
parlé d'une peine de travail ridicule
de 30 heures, mais combien de
fois ce jeune n'avait-il pas déjà eu
affaire à la police ou à la justice?
Que compte faire le ministre pour
lutter
contre
les
violences
perpétrées par des mineurs, en
particulier à l'encontre de la
police?
Le prétendu manque de gravité du
délit est une conséquence de la
législation laxiste qui a été promue
notamment par le parti du ministre,
et à propos de laquelle mon parti
avait déjà lancé une mise en
garde en 2006.
Est-il exact que l'année passée,
200 jeunes n'ont pas pu être
placés dans des établissements
pour jeunes délinquants? Ces
jeunes ont-ils été libérés? Dans
quel délai un mineur ayant commis
des
faits
graves
est-il
effectivement
sanctionné?
Dispose-t-on de chiffres à cet
égard? Si l'on n'intervient pas
rapidement, les auteurs de tels
actes développent un sentiment
d'impunité.
11.04 Minister Stefaan De Clerck: Ik ben gisteren in Vilvoorde
geweest. Ik heb daar meer informatie over dan over de feitelijkheden
in Brussel, waarvan ik hier nu niet de details heb. U haalt ook twee
verschillende dossiers aan. Ik wil dat nog wel laten opzoeken, maar ik
heb daar nu geen echte harde of concrete info over. Maar het is een
feit dat het iedere keer gaat over de problematiek van jongeren, van
minderjarigen, met geweld, met vechtpartijen, met messen,
enzovoort.
De nuances zijn altijd wel wat verschillend, maar het is een feit dat wij
zeer zeker het steeds weerkerende fenomeen hebben van jongeren
die op een zeer gemakkelijke manier betrokken worden in
vechtpartijen, in problemen onder hen. In Vilvoorde was het natuurlijk
11.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je me suis rendu à
Vilvorde hier. Il s'agit dans ce cas,
comme dans celui de Bruxelles,
de mineurs d'âge qui commettent
des délits violents, et il est
effectivement
question
d'un
phénomène récurrent.
À Vilvorde, la violence s'est
retournée contre des policiers.
Les juges de la jeunesse ont à leur
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
gecombineerd met politiemensen van de zone Vilvoorde-Machelen
die betrokken zijn geweest bij schermutselingen, met het gevolg dat
twee van hen naar de kliniek zijn moeten gaan.
De problematiek is die van het jeugdsanctierecht, de wet van 8 april
1965, die natuurlijk in een cascade voorziet van mogelijkheden van
opvoeding, van behoeding, van bewaring, van alle soorten
herstelgerichte maatregelen. Er is dus een hele reeks mogelijkheden
voor de jeugdrechter. De jeugdrechter heeft ook in dezen snel
gereageerd: hij heeft onmiddellijk maatregelen genomen ten laste van
die jongere. Huisarrest op 30 april. Dienstverlening werd hem
opgelegd, net als herstel van de veroorzaakte schade. Er is dus een
aantal maatregelen opgelegd. Indien die voorlopige maatregelen niet
zouden voldoen of niet worden gerespecteerd, kunnen er nog
bijkomende maatregelen worden opgelegd. Met andere woorden, er is
dus snel gereageerd en er zal ook opvolging komen.
Maar wat heeft zich voorgedaan? De vraag om over te gaan tot het
plaatsen van die jongere in een halfopen of halfgesloten instelling van
de Gemeenschap kon niet positief worden beantwoord. Daar was dus
geen mogelijkheid, omdat dit volzet was. Om opgenomen te worden
in de gesloten instelling in de federale instellingen was er wel een
mogelijkheid: er was wel plaats, maar de kwalificaties die volgens de
jeugdrechter zijn bestudeerd met de concrete elementen, met de
verzwarende omstandigheden en alles in acht genomen, lieten niet
toe te komen tot feiten die normalerwijze tot een veroordeling van vijf
jaar kunnen leiden. Derhalve kon hij wettelijk gezien niet overgaan tot
een plaatsing in een gesloten instelling van die jongere. Dit is de
beoordeling geweest van de magistraat: de magistraat heeft dat zo
gesteld.
In het licht daarvan werd ook het debat gevoerd over de problematiek
van agressie tegenover agenten. De chauffeurs van De Lijn of
busmaatschappijen hebben een speciale bescherming. Daar bestaan
zwaardere sancties voor. In het wetboek staan geen bijzondere
sancties voor feiten die zich voordoen in het nadeel van agenten.
Er circuleren bepaalde voorstellen ter zake. Ik heb aangebracht dat ik
wil onderzoeken of dit toch niet noodzakelijk zou zijn, uit respect voor
de agenten. Wij vragen aan hen om de openbare orde te handhaven.
Zij moeten zich inzetten. Zij moeten een risico nemen. Ik denk dat
alles ervoor pleit dat zij ook op een bijzondere manier worden
beschermd. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat zij misbruik maken van
hun statuut mogen, verre van. Wij moeten er echter wel zeker van zijn
dat, als zij op een correcte manier handelen, zij ook zeker zijn van een
bijzondere bescherming. De agressor moet dan ook zwaarder worden
gestraft als hij geweld pleegt tegenover iemand die de openbare orde
handhaaft, de politieagent.
Dat is wat ik heb laten onderzoeken. Ik wil weten of de jeugdrechter
aan een zwaardere strafmaat andere kwalificaties kan verbinden en
daaraan zwaardere gevangenisstraffen kan koppelen zonder de wet
op het jeugdsantierecht te moeten wijzigen. Misschien kan men door
een wijziging van de sanctie met betrekking tot de politieagenten tot
andere categorieën komen.
Dat is het onderzoek dat ik heb gevraagd om op te starten. Het gaat
dus enerzijds om de efficiëntie van de verschillende maatregelen van
disposition tout un éventail de
mesures prévues dans le cadre du
droit pénal de la jeunesse, lui-
même défini par la loi du 8 avril
1965. En l'espèce, le juge de la
jeunesse a réagi promptement en
imposant
immédiatement
une
interdiction de sortir jusqu'à fin
avril, des travaux d'intérêt général
et la réparation des dommages
occasionnés.
Des
mesures
supplémentaires sont également
possibles.
Il n'était pas possible, par manque
de place, d'envoyer le jeune dans
un centre semi-fermé de la
Communauté. Par ailleurs, le juge
a décidé que la nature de la
transgression ne permettait pas un
placement dans un centre fédéral
fermé.
Un débat a été mené dans ce
cadre sur le problème des
agressions commises envers des
agents.
Des
sanctions
plus
lourdes sont en effet possibles en
cas de violences contre d'autres
catégories de personnes. Il est
dès lors opportun d'envisager
sérieusement
une
protection
particulière des agents, un point
que je m'emploie actuellement à
faire étudier.
Le but n'est pas que les policiers
abusent d'un statut protégé, mais
il est important qu'ils bénéficient
d'une protection supplémentaire
par le biais d'une répression plus
sévère des actes de violence
commis à leur égard. De cette
manière, on crée la possibilité de
prononcer
des
peines
plus
sévères sans devoir modifier le
droit sanctionnel de la jeunesse.
Les travaux effectués au nouveau
centre fermé pour jeunes à
Tongres se poursuivent sans
encombre. L'institution, qui offrira
35 nouvelles places, pourra peut-
être même être opérationnelle dès
le mois de mai. C'est pourquoi j'ai
demandé
d'accélérer
le
recrutement de personnel. Pour
l'établissement de Saint-Hubert,
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
het jeugdsanctierecht en anderzijds om de strafmaat inzake agressie
en geweld tegenover politieagenten. Wat moeten wij op beide vlakken
doen en wat moeten wij doen met de interferentie tussen beiden? Dat
is de les die ik gisteren heb geleerd.
Wat de instellingen zelf betreft, belet dat niet dat wij verder moeten
gaan. Ten gevolge van deze feiten werd gevraagd wanneer deze
instellingen open gaan. Er is onder de verantwoordelijkheid van
Jo Vandeurzen beslist dat de oude gevangenis in Tongeren wordt
heropend als een gesloten instelling voor jongeren. In Saint-Hubert
geldt hetzelfde. Het gaat over 35 plaatsen in Tongeren en 50 plaatsen
in Saint-Hubert.
De werken in Tongeren gaan goed vooruit. Ik had gezegd dat de
opening in september zou plaatsvinden. Dat zou wellicht vroeger
kunnen. Men heeft nu inderdaad kunnen vaststellen dat dit misschien
al in mei zou zijn. Ik heb al de instructie gegeven om versneld over te
gaan tot het werven van personeel om ervoor te zorgen dat
desgevallend in mei of juni de oude gevangenis in Tongeren kan
worden geopend zodat die 35 plaatsen beschikbaar zijn.
Wat de plaatsen in Saint-Hubert betreft, zijn de werken niet zo snel
vooruit gegaan. Daarvoor mikken we op september. Wat ik vroeger
heb gezegd, behoud ik voor Saint-Hubert. Ik denk dat dit een
belangrijke bijkomende capaciteit is. Dit heb ik al uiteengezet in het
raam van het masterplan voor de gevangenisinfrastructuur en ik denk
dat daar positieve stappen worden gezet.
Daarnaast werkt de Regie ook nog aan een voorontwerp voor een
jeugdinstelling met 120 plaatsen in Achêne, dit ten behoeve van de
Franse en de Duitstalige gemeenschap. Ten slotte zullen er in
Everberg werken worden uitgevoerd aan het poortgebouw en zal er
een nieuwbouw bijkomen in Everberg. Hier zal er tegen 2012 een
capaciteitsverhoging zijn van 76 cellen, wat een totaal van 126
plaatsen geeft, dit ten behoeve van de Vlaamse Gemeenschap. Ik
denk dat dit stappen zijn die vroeger al zijn uiteengezet.
Mevrouw de voorzitter, tot daar mijn antwoord. Ik zal dit verder
opvolgen. Ik zal vragen dat de antwoorden op de concrete feitelijke
vragen schriftelijk aan collega Laeremans ter beschikking worden
gesteld. Ik zie dat ze hier niet zijn meegedeeld, hoewel ze inderdaad
vroeger al waren opgevraagd. Ze zijn van oudere datum dan de feiten
van Vilvoorde.
qui comptera 50 places, nous
visons toujours le mois de
septembre. Par ailleurs, la Régie
prépare un avant-projet pour une
institution de 120 places à Achêne
et une construction neuve de 76
cellules
supplémentaires
à
Everberg.
Je répondrai par écrit aux autres
questions spécifiques de M.
Laeremans.
11.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik dank de minister. Dat
was niet alleen mijn vraag, het was ook een vraag van mevrouw Van
Cauter en van collega Landuyt. Het waren ook zeer ernstige feiten,
een zestienjarige die 17 messteken heeft gekregen en volgens de
persberichten door het oog van de naald is gekropen ­ beide feiten
doen mij denken aan de affaire Van Holsbeeck ­ omwille van een
gsm of een iPhone. Het enige verschil is dat het slachtoffer niet dood
is en dat er daardoor ook minder commotie is. Voor de rest zijn de
feiten sterk gelijklopend, ook in de omgeving van metro's en
dergelijke. Dit soort geweld moet ophouden en veel strenger worden
beteugeld.
Ik wil nog één ding zeggen over wat u hebt geantwoord inzake de
jeugdbeschermingswet. U zegt dat we er misschien zonder die wet te
11.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Cet incident concernant
un jeune poignardé pour un GSM
nous rappelle évidemment le
dossier Van Holsbeek. Il est
extrêmement
important
de
sanctionner plus sévèrement ce
type de violence.
Sanctionner plus sévèrement la
violence à l'égard des policiers
sans modifier le droit sanctionnel
de la jeunesse est une fausse
solution : l'auteur de coups de
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
wijzigen voor kunnen zorgen dat de bescherming van politiemensen
beter wordt geregeld en verstrengd zodat die delinquente jongeren
dan toch kunnen worden ondergebracht in gesloten instellingen. Dat
is natuurlijk een nepoplossing. Als zij dan drie politieagenten zouden
neerslaan zoals nu is gebeurd, dan zouden ze wel kunnen worden
opgesloten maar als ze drie medejongeren in elkaar zouden slaan
met dezelfde gevolgen zou dat niet kunnen. Voor de wetswijziging
onder Onkelinx mocht men worden opgesloten voor feiten tot één jaar
cel voor volwassenen, door Onkelinx werd dat op vijf jaar gebracht.
Dat is een enorme bemoeilijking om jonge delinquenten op te sluiten.
Die wet is onterecht zeer laks geworden.
Wij blijven erop aandringen dat er opnieuw een verstrenging komt. U
kunt daarvoor zorgen, mijnheer de minister, als u gewoon de ratio
volgt en ziet tot wat een aberraties en ernstige gevolgen dat leidt,
onder meer in Vilvoorde, maar lang niet alleen daar.
couteau sera enfermé si sa
victime est un policier, mais pas
s'il s'en prend à un autre jeune.
La loi est devenue beaucoup trop
laxiste sous la ministre Onkelinx. Il
faut que cela change.
11.06 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer Laeremans, ik wil er nog
op wijzen dat op 23 en 24 maart een tweedaags colloquium doorgaat
over jongeren en criminaliteit. Heel de problematiek die hier nu wordt
behandeld, komt daar opnieuw aan de orde. Ik wil daarmee bewijzen
dat dit ruim wordt bestudeerd en dat eraan wordt gewerkt. Dat zal
wellicht de gelegenheid zijn om met een evaluatie, en misschien ook
met bepaalde suggesties, naar voren te komen. Die studiedagen
vinden dus plaats op 23 en 24 maart.
11.06
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Les 23 et 24 mars
prochains se tiendra un colloque
sur le thème des jeunes et de la
criminalité. Cette initiative avait été
prise à l'époque par le ministre
Vandeurzen.
11.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Dat is genoteerd. Ik geloof
dat er al een collega is ingeschreven.
11.08 Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister, ik heb ook een
aantal bedenkingen. Ik ben niet zo thuis in alle details van de
wetgeving omtrent dit onderwerp. Samen met u, en blijkbaar ook met
anderen, merk ik echter een maatschappelijke evolutie die meer
gewelddadige delicten van jongeren ten aanzien van jongeren, en
blijkbaar ook ten aanzien van gezagsdragers, met zich meebrengt.
Dat brengt mij bij een eerste bedenking. De koppeling die u maakt ­
ik zeg dit zonder de wetgeving in detail te kennen ­ tussen de
mogelijkheid tot het vasthouden van jongeren op basis van tegen wie
een delict werd gepleegd, lijkt mij een bijzonder bizarre piste te zijn. Ik
deel uw mening dat gezagsdragers moeten worden beschermd en
hun werk moeten kunnen doen. Als ik het voorbeeld van de vorige
spreker echter hoor over een jongere die vol messteken wordt geplant
door een bende jongeren, dan zie ik niet in waarom het slachtoffer
moet bepalen wat er met de dader moet gebeuren. Dat verband zie ik
absoluut niet in; daarvan wil ik nog overtuigd worden.
Een tweede zaak is het volgende. Een lokale krant kopt vandaag dat
de minister uitleg komt geven aan de politieagenten. Ik denk dat de
politiemensen, maar ook de samenleving, met de Vilvoordse regio die
daaromtrent nu een beetje in shock is, vragende partij zijn voor
antwoorden.
Antwoorden kunnen er volgens mij enkel uit bestaan dat ze het
arsenaal van mogelijkheden van jeugdrechters om mensen preventief
op te sluiten, versterken.
Ik herinner mij nog uit mijn opleiding omtrent deviantie, jeugdculturen
11.08 Hans Bonte (sp.a): Je ne
comprends pas le raisonnement
du ministre selon lequel la sévérité
de la peine devrait dépendre de la
personne de la victime. Les juges
de la jeunesse doivent avoir
davantage
la
possibilité
de
demander un enfermement et ce,
plus rapidement et de façon
préventive.
Le 25 mars, à la suite du colloque,
je demanderai au sein de cette
commission les conclusions qui en
ont été tirées, bien que j'estime
que suffisamment de journées
d'études sont déjà organisées et
qu'il est plus que temps d'enfin
passer aux actes. Le ministre doit
vérifier
s'il
ne
serait
pas
souhaitable de modifier la loi.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
en jeugdcriminaliteit dat er daarover heel wat boeken werden
geschreven. Als politicus moet men op een bepaald ogenblik
conclusies trekken en dat mis ik in uw reactie.
Ik neem mij voor om op 25 maart nog eens langs te komen in deze
commissie, wat niet gebruikelijk is, om na te gaan welke conclusies u
zult hebben getrokken. U kunt blijven bestuderen, maar de
dagdagelijkse realiteit is er wel.
Ik wil aandringen om na te gaan of het niet wenselijk en nodig is om
als lid van de uitvoerende macht een wetgevend initiatief te nemen in
de richting van een efficiënter optreden van jeugdrechters door
jongeren sneller te kunnen vastzetten.
11.09 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, u hebt daarnet verwezen naar de
studiedagen van 23 en 24 maart.
Ik wil dezelfde opmerking maken die ik vorig jaar heb gemaakt aan
uw voorganger, de heer Vandeurzen, tijdens de bespreking van de
beleidsnota. Men wil dit jaar veel overleggen en bestuderen. Als ik
echter het verkiezingsprogramma van uw partij erop nalees, en als we
rekening houden met hetgeen zich nu heeft voorgedaan en aangezien
we weten dat er vorig jaar andere voorbeelden waren, is het niet meer
nodig om de zaken opnieuw te bestuderen. Het is niet de eerste keer
dat zoiets voorvalt. Precies daarom vind ik het jammer dat u niet
verder komt dan overleggen en bestuderen en niet al effectief een
wetswijziging aankondigt om dat soort zaken zwaar te bestraffen.
Mijnheer de minister, ik stel ook vast dat, binnen de kwalificaties van
die lakse wet van 2006, de jeugdrechter de mogelijkheid om de
jongen
te
plaatsen
in
een
open
of
halfgesloten
gemeenschapsinstelling zelfs niet heeft benut. Uit de berichten die ik
heb gelezen, bleek dat er nog plaatsen vrij waren. Men heeft zelfs
geen gebruik gemaakt van de zwaarste straf die volgens de
kwalificaties momenteel mogelijk is, ook al is die nog vrij licht.
11.09 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): On continue à
se concerter et à étudier la
situation. Ce n'est pas la première
fois que de tels faits sont commis.
Il est temps, aujourd'hui, de
modifier la loi.
Ce qui me surprend, c'est que le
juge de la jeunesse n'ait pas saisi
l'occasion dont il disposait, à
savoir placer le jeune dans un
établissement ouvert.
11.10 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, als
minister van Justitie ben ik ter plaatse geweest omdat de
burgemeester mij dat had gevraagd. Aanvankelijk zou iemand anders
gaan, maar ik heb gezegd dat ik zelf naar het politiecollege zou
komen.
Als minister van Justitie moet ik geen oplossingen aanreiken. Ik ben
acht jaar burgemeester geweest. Ik meen dat een burgemeester en
een korpschef hun job moeten doen. Ik ben daar geweest om kennis
te nemen van de problematiek inzake het jeugdsanctierecht waarmee
ik nu regelmatig word geconfronteerd en om te bekijken hoe men
politiemensen beschermt.
Door dit bezoek kon ik vaststellen dat politiemensen niet bijzonder zijn
beschermd. Ik dacht dat ze dat wel waren, maar dat blijkt niet het
geval te zijn. Dat heb ik bijgeleerd.
Ik heb de getuigenis gehoord van die politiemensen. Zij zeiden me dat
het probleem is dat die jongeren tegen hen zeggen dat ze toch niets
kunnen doen.
11.10
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je me suis rendu
personnellement au collège de
police
pour
m'enquérir
des
problèmes. J'y ai appris que les
policiers ne bénéficient pas d'une
protection spécifique, alors que je
pensais que c'était le cas. On m'a
également raconté que certains
jeunes affirment carrément que la
police ne peut rien leur faire.
Je souhaite remédier à cette
situation, mais je ne puis le faire
en un tournemain. Une telle
démarche doit s'accomplir de
manière réfléchie et requiert une
concertation et un débat. Les
journées d'étude constituent dès
lors une bonne initiative. Le
problème des jeunes confrontés à
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Dat zijn de concrete elementen die men op zo'n moment bijleert.
Daarover moeten wij natuurlijk blijven debatteren. Er is een bestaande
wetgeving. Voldoet ze of voldoet ze niet? De meningen zijn gekend,
her en der. Voldoet het Strafwetboek of niet? Ik vind dat die categorie
van politieagenten een bijzondere bescherming verdient. Ik zal
daarvan werk maken, maar dat is niet in twee dagen opgelost, collega
Bonte. Dat mag wel even worden bestudeerd. Dat is wat ik nu heb
gevraagd om te doen. Ik ben niet het type dat ter plaatse komt en iets
decretaal bepaalt. Dat vraagt toch wel even overleg. De studiedagen
die plaatsvinden, zijn beslist door Jo Vandeurzen en ik vind ze echt op
hun plaats, omdat het mij toelaat om de ervaringen en feiten te
bestuderen die zich nu voordoen, op een bepaalde manier ook de
feiten van Dendermonde, die nog van een andere categorie zijn. Ik
vind ook dat we het onderscheid moeten maken tussen zinloos
geweld en agressiviteit, tussen jongeren onderling voor een diefstal of
in gevechten met politiemensen, en minderjarigen met een
psychiatrische problematiek, een nieuwe categorie die nog tot ergere
daden aanleiding geeft. Ook dat maakt deel uit van de studie en van
de vraag hoe we daarmee moeten omgaan.
Daarom vind ik het nuttig om zulke studiedagen te laten plaatsvinden.
Wees gerust, als er conclusies moeten worden geformuleerd of als er
moet worden gehandeld, dan zal ik mijn verantwoordelijkheid nemen.
des problèmes psychiatriques sera
également
abordé
à
cette
occasion.
Rassurez-vous, s'il y a lieu de tirer
des conclusions et d'agir, je
prendrai mes responsabilités.
11.11 Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister, ik maak mij
inderdaad een beetje ongerust dat u gisteren hebt geleerd dat er
jongeren rondlopen die zeggen dat men hun toch niets kan doen. Nu
maak ik mij echt ongerust. U bent burgemeester geweest.
11.11 Hans Bonte (sp.a): Le
ministre ignorait manifestement
que des jeunes affirment que la
police ne peut rien leur faire. Voilà
qui est inquiétant.
11.12 Minister Stefaan De Clerck: (...)
11.13 Hans Bonte (sp.a): Ik doe niet belachelijk.
11.14 Minister Stefaan De Clerck: Die mensen vertellen mij dat.
11.15 Hans Bonte (sp.a): Natuurlijk, maar u zegt dat u daarmee iets
nieuws hebt geleerd.
11.16 Minister Stefaan De Clerck: Heb ik dat gezegd?
11.16
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je n'ai tout de même pas
dit cela!
11.17 Hans Bonte (sp.a): Letterlijk. Kijk naar het verslag.
11.17 Hans Bonte (sp.a): Mais
oui, c'est textuellement ce que
vous avez dit.
11.18 Minister Stefaan De Clerck: Het is nieuw voor mij in dat
dossier. Ik ga ter plaatse en hoor dat van die mensen.
11.19 Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister, dat heb ik ook
gezegd. Ik was oprecht, toen ik mijn waardering heb uitgesproken
omdat de minister ter plekke kwam. Daarover gaat het nu niet.
Ik wil aangeven dat discussies, debatten en studiedagen allemaal
goed en wel zijn, maar ik hoor ook ter plekke ­ en u hoort dat wellicht
ook of het is uw ervaring ­ dat er een schreeuw is om efficiënter te
kunnen optreden tegen bepaalde vormen van criminaliteit door
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
jongeren gepleegd. U geeft zelf aan dat er een tendens is naar meer
gewelddadigheid bij jongeren. Dan is het natuurlijk zeer frustrerend
om vast te stellen dat de jeugdrechter bepaalde zaken wil doen, maar
het vanwege die wet niet kan doen.
Dus is mijn vraag welke politieke conclusie u daaruit trekt; studeren,
ja, laten wij allemaal veel studeren, goed nadenken, en tien keer
nadenken, maar laten wij vroeg of laat toch ook een conclusie trekken
om de jeugdrechters de mogelijkheden te geven die ze blijkbaar
vandaag niet hebben.
11.20 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Het is bijna alsof wij het
zeggen; alleen, berouw komt na de zonde. Wij hebben daar al heel
sterk voor gewaarschuwd tijdens de vorige legislatuur. Ten aanzien
van de sp.a hebben wij toen gezegd dat de wet lakser zou worden,
enzovoort, maar nu is het opnieuw een sp.a-er die zegt dat de wet niet
is aangepast en te laks is. Wij hebben ervoor gewaarschuwd en ik
ben blij dat u het nu inziet, maar u ziet het pas in nu u in de oppositie
zit. Dat vind ik zo spijtig.
11.20 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Nous avons également
mis en garde contre cette situation
sous la précédente législature. Le
sp.a ne constate manifestement le
trop grand laxisme de la loi que
lorsqu'il est dans l'opposition.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Justitie over "de beperking in de tijd van de
uitkering van medische hulp" (nr. 11347)
12 Question de M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "la restriction dans le temps de l'octroi
de l'aide médicale urgente" (n° 11347)
12.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijheer de minister, u had het
daarnet over de gebeurtenissen in Dendermonde. Ik wil daar even op
terugkomen en een zijdelingse kwestie aanhalen. De tragische
gebeurtenissen blijven natuurlijk in het geheugen hangen. Volgens
bepaalde persberichten blijkt dat de slachtoffertjes van het drama
slechts beroep zullen kunnen doen op drie jaar medische hulp. De
reden die wordt aangehaald, is dat de rechtsbijstandverzekering de
kosten voor de medische hulp slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal
niet zou kunnen verhalen op de dader, die als onvermogend bekend
staat. Dit zorgt toch wel voor een zeer pijnlijke situatie. Vooral voor de
ouders die uiteindelijk zelf zullen moeten opdraaien voor een aantal
van de kosten.
Mijn heel concrete vragen nu. Heeft u weet, mijnheer de minister, van
het feit dat de medische hulp slechts gedurende die drie jaar zal
worden
terugbetaald?
Vindt
u
het
kunnen
dat
de
rechtsbijstandverzekeringsmaatschappij verdere tussenkomst weigert
omwille van het feit dat de dader, op wie de kosten al dan niet kunnen
worden verhaald, onvermogend zou zijn? En bestaat de mogelijkheid
niet om hiervoor desnoods het Fonds voor slachtofferhulp aan te
wenden?
Wat dat betreft had ik trouwens nog twee korte vragen. Hoeveel
kapitaal zit er momenteel in dit fonds en acht u het toereikend? Ik
verwijs naar bepaalde persberichten waaruit blijkt dat steeds meer
daders zich onvermogend verklaren of onvermogend worden
verklaard. En om af te sluiten, als het kapitaal ontoereikend is, welke
maatregelen zal deze regering nemen om ofwel het fonds uit te
breiden of andere maatregelen te nemen?
12.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Selon certains articles de
presse, les petites victimes du
drame de Dendermonde ne
peuvent
bénéficier
du
remboursement
des
soins
médicaux que pendant trois ans. Il
semble que l'assurance protection
juridique ne pourra se retourner
contre l'auteur que partiellement
ou pas du tout, parce que celui-ci
est insolvable.
Le ministre est-il au courant du fait
que les soins médicaux ne
peuvent être remboursés que
pendant trois ans? Est-il possible
qu'une compagnie d'assurance
protection juridique refuse toute
intervention supplémentaire parce
que l'auteur est insolvable? Existe-
t-il une possibilité de se tourner
vers le fonds d'aide aux victimes?
De quel capital ce fonds dispose-t-
il et le ministre l'estime-t-il
suffisant? Si le capital est
insuffisant, quelles mesures le
gouvernement peut-il prendre pour
développer le fonds?
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
12.02 Minister Stefaan De Clerck: Wat die eerste twee vragen
betreft, over die medische hulp en de terugbetalingen, weet ik niet of
ik de meest aangewezen persoon ben om daarop te antwoorden. Ik
antwoord dus in globo. De terugbetaling van medische kosten hangt
af van de ziekteverzekeringen en de bijkomende verzekeringen, die
men als individueel persoon heeft afgesloten in het kader van een
hospitalisatieverzekering,
levensverzekering,
arbeidsongevallenverzekering, brandverzekering, ... Anderzijds
sluiten kinderdagverblijven die erkend zijn door Kind en Gezin,
verzekeringen af inzake de gebouwen, inzake burgerlijke
aansprakelijkheid en inzake lichamelijke ongevallen.
Uw verwijzing naar drie jaar dekking van de medische hulp verwijst
mijns inziens naar de collectieve polis die is afgesloten door het
kinderdagverblijf. Het gaat hier om een courante polis voor dergelijke
instellingen, die geen afbreuk doet aan de rechten van de slachtoffers
zelf, om vergoedingen te eisen van alle geleden schade bij eventuele
andere verzekeringen die zij zouden hebben. Dus ook na het aflopen
van die drie jaar.
De dekking over drie jaar is overigens ruimer dan de courante
posthospitalisatiedekking van individuele polissen, die doorgaans niet
verder reikt dan enkele maanden. Het is dus al drie jaar. Dus moet u
rekening houden, los van de normale vorderingsrechten die bestaan,
en los van de individuele verzekeringen, dat dat al een soort vast
element is in dit dossier. Een beetje nuance is hier dus wel op zijn
plaats. Hoewel ik dit met het nodige voorbehoud formuleer, omdat ik
dit niet als dusdanig in de diepte heb kunnen bestuderen.
Ten tweede, in de huidige stand van zaken is het voorbarig om te
suggereren dat in de rechtsbijstandverzekering een verdere
tussenkomst zou worden geweigerd, omwille van het feit dat de dader
op wie de kosten kunnen worden verhaald, niet vermogend zou zijn.
De rechtsbijstandverzekering staat in voor de strafrechterlijke
verdediging, de burgerlijke verdediging, het burgerlijk verhaal,
bijkomend hebben de meeste verzekeringen waarborgen voor
insolventie van derden.
Ik kan u echter geen sluitend antwoord geven aangezien dit aspect
wederom ervan afhangt welke verzekeringspolis in concreto is
afgesloten. Ik heb die kennis niet van die verzekeringspolissen en de
vraag hoe de slachtoffers zijn verzekerd, is mij in concreto niet
bekend. In principe moet het mogelijk zijn, maar onder voorbehoud
van het onderzoek van de individuele polissen van die slachtoffers of
van de familie.
Ten derde, bestaat de mogelijkheid om via het Fonds voor
slachtofferhulp bij te springen? Dit is een beetje voorbarig, gelet op
het feit dat de juridische procedure nog lopende is, dat wij het proces
moeten afwachten met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid en
het opzet van de dader enzovoort. De al of niet onvermogendheid van
de dader komt pas aan de orde na een veroordeling en na de
vastlegging van een eventuele schadevergoeding. Als dit allemaal in
cascade allemaal negatief zou zijn, dan kom je natuurlijk bij het fonds.
Zoals ik reeds twee weken geleden antwoordde in de commissie, kan
ik u de cijfers geven voor de ontvangsten en uitgaven voor het Fonds
voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en
12.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le remboursement des
frais
médicaux
dépend
de
l'assurance maladie de chacune
des personnes. D'autre part, les
crèches sont également couvertes
par une assurance. La période de
trois ans se rapporte à la police
collective. Il s'agit d'une police
courante qui, sans préjudice des
droits des victimes, réclame des
indemnités à d'autres assurances.
La période de trois ans constitue
une meilleure couverture que les
assurances
post-hospitalisation
habituelles.
Il est prématuré de suggérer
qu'une nouvelle intervention serait
refusée en raison de l'insolvabilité
de l'auteur. La plupart des
assurances couvrent l'insolvabilité
des
tiers.
J'ignore
toutefois
comment
les
victimes
sont
exactement assurées.
Il faudra attendre le procès. Il n'est
question de l'insolvabilité ou non
de
l'auteur
qu'après
la
condamnation.
Les recettes du fonds sont
passées de 7,3 à 16,7 millions
d'euros au cours des quatre
dernières années. Les dépenses
s'élèvent à environ 10 millions
d'euros. Le capital est suffisant. Le
fonds est en mesure d'effectuer
correctement son travail.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
occasionele redders.
De cijfers zijn voor de voorbije vier jaar: 7,3 miljoen voor 2004, 7,8
voor 2005, 12,8 voor 2006, 15,7 voor 2007 en 16,7 miljoen euro
ontvangsten voor het fonds voor 2008.
In de voorbije vier jaar waren de uitgaven: voor 2004 10,5, voor 2005
12, 2006 10,75, 2007 10,8 en 2008 10,8 miljoen euro, met andere
woorden er is een behoorlijke reserve. Er is dus geen ontoereikend
kapitaal in deze, het fonds kan zijn werk verder behoorlijk verrichten.
12.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Een en ander moet
inderdaad concreter worden bekeken in het licht van welke
verzekering men eigenlijk juist bedoelt. Ik denk inderdaad dat het gaat
om de collectieve verzekering, waar men beperkt is in de tijd, tot drie
jaar. Wij gaan de kwestie van insolventie, de waarborguitbreiding
inzake insolventie van derden, in concreto gaan bekijken.
Voor vraag 4 en 5 neem ik nota van uw antwoord. Ik stel mij alleen de
vraag: ik meen dat het Fonds voor slachtofferhulp alleen tussenkomt
wat lichamelijk letsel betreft met uitbreiding, maar dat de materiële
schade daar eigenlijk van tussen valt. Gelet op het feit en de evolutie
dat steeds meer en meer daders zich eigenlijk insolvent verklaren of
laten verklaren, meen ik dat misschien in die richting toch ook eens
moet worden gekeken. Het kan niet dat men uiteindelijk als slachtoffer
nog een tweede keer moet betalen. Wij volgen de zaak verder op.
Ik dank u voor uw antwoord.
12.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Nous examinerons plus
concrètement la question de
l'insolvabilité des tiers. Il est
inconcevable qu'une victime doive
payer une deuxième fois.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Justitie over "de uitleveringsproblemen met
Nederland" (nr. 11371)
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "in België veroordeelde personen die een
toevluchtsoord vinden in Nederland" (nr. 11384)
13 Questions jointes de
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Justice sur "les problèmes d'extradition avec les Pays-
Bas" (n° 11371)
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "des personnes condamnées en Belgique qui
trouvent refuge aux Pays-Bas" (n° 11384)
13.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, in P-Magazine van 24 februari 2009
staat een onrustwekkend artikel over de straffeloosheid van sommige
veroordeelden. Nederland levert geen onderdanen uit, evenmin
mensen met de Belgische nationaliteit, als vreemdelingen die in
Nederland een geldige verblijfplaats hebben.
De Nederlandse wetgeving bepaalt dat men enkel straffen overneemt
op basis van een verdrag en België heeft het Europees verdrag over
de internationale geldigheid van strafvonnissen volgens dat artikel nog
altijd niet bekrachtigd. Resultaat: zware criminelen die in België zijn
veroordeeld nemen de Nederlandse nationaliteit aan of zorgen voor
een legale verblijfplaats in Nederland en ontsnappen op die manier
aan hun straf. In het artikel staan een aantal voorbeelden van zware
13.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Des grands
criminels condamnés en Belgique
échappent à leur peine en
adoptant
la
nationalité
néerlandaise ou en veillant à
disposer d'une résidence légale
aux Pays-Bas. Après dix années,
ils peuvent revenir tranquillement
en Belgique dans la mesure où il y
a prescription pour ce qui est de
leur peine. De telles pratiques sont
possibles parce que la Belgique
n'a
pas
encore
ratifié
la
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
jongens. Het is onvoorstelbaar.
Na tien jaar kunnen ze probleemloos terugkeren naar België omdat
hun straf verjaard is na die termijn.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van deze praktijken? Kunt u
ze bevestigen? Waarom werd het verdrag uit 1970 nooit bekrachtigd?
Hoeveel veroordeelde criminelen zijn momenteel voortvluchtig?
Hoeveel daarvan zijn Nederlanders? Hoeveel daarvan hebben de
Belgische nationaliteit en hebben momenteel een geldige
verblijfplaats in Nederland? Hoeveel opsporingsopdrachten bestaan
er vandaag?
Convention européenne relative à
la validité internationale des
condamnations pénales.
Le ministre est-il au courant de
ces pratiques? Pourquoi cette
convention datant de 1970 n'a-t-
elle jamais été ratifiée? Combien
de criminels condamnés sont
actuellement en fuite? Combien
parmi eux ont la nationalité
néerlandaise? Combien parmi eux
ont la nationalité belge mais
disposent d'une résidence légale
aux Pays-Bas? Combien de
missions de recherche sont
actuellement actives?
13.02 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je vais nous faire gagner du temps puisque mes questions
sont les mêmes que celles de mon collègue.
13.02 Xavier Baeselen (MR): Ik
heb dezelfde vragen.
13.03 Stefaan De Clerck, ministre: J'ai une seule réponse, madame
la ministre.
De problematiek van de niet-overlevering van Nederlandse
onderdanen en aldaar legaal ingezeten vreemdelingen die in België
werden veroordeeld en de niet-uitvoering van de Belgische straf is
gerezen kort na de toepassing van het Europees aanhoudingsbevel
door Nederland. Dat was dus midden 2004.
Op grond van een reeks zaken is vanaf 2005 overleg gepleegd tussen
de Belgische en de Nederlandse gerechtelijke overheden. Het
Europees kaderbesluit over het Europees aanhoudingsbevel laat
inderdaad toe niet in te gaan op de overlevering van een eigen
onderdaan of ingezetene met het oog op de strafuitvoering.
In dit geval zegt het kaderbesluit uitdrukkelijk dat dan de
strafuitvoering moet worden overgenomen.
13.03
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Ce problème est apparu
après l'adoption du mandat d'arrêt
européen par les Pays-Bas en
2004. À partir de 2005, une
concertation s'est mise en place
entre les autorités judiciaires
belges et néerlandaises. La
décision-cadre
européenne
relative
au
mandat
d'arrêt
européen
autorise
un
pays
membre à rejeter la demande
d'extradition de l'un de ses
ressortissants ou résidents pour
qu'il purge sa peine dans le pays
de condamnation, mais le pays qui
refuse l'extradition doit bel et bien
veiller à l'exécution de la peine.
La pratique des Pays-Bas qui a conduit, ces dernières années, à
plusieurs cas d'impunité consiste à faire usage de cette clause de
refus, au motif qu'il s'agit d'un national ou d'un résident sans,
cependant, appliquer la seconde condition du motif du refus, à savoir
la reprise par les Pays-Bas de l'exécution de la peine prononcée à
l'étranger.
De
jongste
jaren
maakte
Nederland meer dan eens gebruik
van die clausule op grond waarvan
de
uitlevering
kan
worden
geweigerd, zonder evenwel de
voorwaarde inzake de overname
van de strafuitvoering in acht te
nemen.
De kern van het probleem is terug te brengen tot de vraag of het
kaderbesluit over het Europees aanhoudingsbevel samen met interne
wetgeving volstaat om de straf ten uitvoer te leggen. Voor België is
dat wel degelijk het geval, in tegenstelling kennelijk tot Nederland.
Nederland vergt ingevolge interne wetgeving, inzonderheid de wet
overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, kortweg WOTS
genoemd, een verdragsbasis voor de overname van een buitenlandse
straf.
Fondamentalement, le problème
est de savoir si l'arrêté cadre
relatif au mandat d'arrêt européen
et la législation nationale suffisent
pour faire exécuter une peine.
C'est le cas pour la Belgique mais
pas pour les Pays-Bas où la
législation nationale, et notamment
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
la loi sur le transfert de l'exécution
des peines, requiert un traité de
base pour la reprise d'une peine
étrangère.
Si la législation néerlandaise ne permet pas la reprise de l'exécution
de la peine prononcée à l'étranger et si les Pays-Bas considèrent
qu'ils ne peuvent exécuter la peine parce que la Belgique n'a pas
ratifié la convention de l'Europe de 1970 ­ pour reprendre leur
argument ­, la seule conclusion qu'ils devraient en tirer est qu'ils
doivent remettre la personne à la Belgique. En effet, le ratio legis de
cette disposition n'est pas de créer l'impunité.
Indien de Nederlandse autoriteiten
van oordeel zijn dat ze de straf niet
kunnen uitvoeren, dan is de enige
conclusie die ze daaruit zouden
moeten trekken dat ze de
betrokkene aan ons land moeten
overdragen.
Het Verdrag van 28 mei 1970 kent tot op heden ­ het is nog niet
bekrachtigd ­ een eerder geringe ratificatiegraad. Slechts 20 van de
47 lidstaten van de Raad van Europa hebben dit verdrag geratificeerd.
Zelfs EU-lidstaten van het eerste uur zoals Duitsland en Frankrijk zijn
nog steeds geen partij bij dit verdrag. Het Verenigd Koninkrijk heeft dit
verdrag niet eens ondertekend. Het geringe succes van dit verdrag
houdt verband met de grote complexiteit van dit maar liefst 68
artikelen tellend instrument. Het verdrag omvat niet alleen uitgebreide
regels voor de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van
vrijheidbenemende straffen maar biedt ook een grondslag voor de
tenuitvoerlegging
van
geldboetes,
verbeurdverklaringen
en
vervallenverklaring. De ontwikkeling van minder complexe
deelinstrumenten zoals het Overbrengingsverdrag van 21 maart 1983
en met name de totstandkoming van meer vergaande regels binnen
de Europese Unie, met name Schengen en vooral het recentere
kader, die elk op hun beurt een deelgebied van de straffen en
maatregelen reguleren, deed het verdrag van 1979 helemaal naar de
achtergrond verdwijnen.
De ratificatieprocedure is in België precies naar aanleiding van een
Nederlands probleem opgestart. Het wetsontwerp is na aanpassing
van de gedetailleerde opmerkingen van de Raad van State opnieuw
aan het departement van Buitenlandse Zaken bezorgd en zal
eerstdaags in de Senaat worden ingediend.
De ratificatie van dit verdrag is dus louter noodzakelijk om het enig
resterend hiaat in de internationale samenwerking met betrekking tot
de uitvoering van vrijheidbenemende straffen op te vullen, met name
die gevallen waarin de in België veroordeelde persoon niet als een
ontvlucht persoon kan worden beschouwd. De hypothese van de
ontvluchte veroordeelde is immers perfect afgedekt door artikel 68 en
volgende van het Schengen-uitvoeringsovereenkomst en buiten de
EU door artikel 2 van het Aanvullend Protocol van 18 december 1997
bij het eerder aangehaalde Overbrengingsverdrag.
Hoeveel veroordeelde criminelen zijn momenteel voortvluchtig? De
algemene nationale gegevensbank bevat thans 2511 signaleringen
van personen, ongeacht hun nationaliteit, die in België tot
vrijheidstraffen van tenminste zes maanden werden veroordeeld. Dat
cijfer omvat dus ook Belgen en in niet geringe mate ook personen die
wegens verkeersinbreuken werden veroordeeld. Het is een hele
brede categorie. Het Fugitive active search team FAST van de
federale politie heeft thans op 31 december 2008 850 dossiers in
behandeling. Dit aantal slaat hoofdzakelijk maar niet uitsluitend op
personen die tot een effectieve gevangenisstraf van tenminste vijf jaar
Le taux de ratification de la
convention du 28 mai 1970 est
faible. Sur les 47 États membres
du Conseil de l'Europe, seuls
20 États
l'ont
ratifiée,
principalement en raison de sa
grande complexité. La convention
comporte non seulement des
règles
détaillées
concernant
l'application transfrontalière de
peines privatives de liberté, mais
également concernant l'exécution
des
peines
d'amende,
des
confiscations et des déchéances.
Cette
convention
a
été
complètement reléguée au second
plan en raison de la mise en
oeuvre
d'autres
instruments,
moins complexes.
C'est précisément à la suite de
l'incident avec les Pays-Bas que la
Belgique a finalement entamé la
procédure de ratification. Le projet
de loi sera bientôt déposé au
Sénat. Cette ratification sert donc
uniquement à combler un vide
dans le domaine de la coopération
internationale
en
matière
d'exécution
des
peines
d'emprisonnement
pour
des
personnes
ne
pouvant
être
considérées comme étant en fuite.
En effet, les condamnés en fuite
tombent déjà sous le coup de
l'article 68 de la convention
d'application des pays de l'espace
Schengen et sous le coup de
l'article 2 du protocole additionnel
de 1997 de la Convention sur le
transfèrement.
La banque de données nationale
générale contient à l'heure actuelle
les
coordonnées
de
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
werden veroordeeld. In dit cijfer zitten geen voortvluchtige
geïnterneerden vervat. 850 harde dossiers. Hoeveel daarvan zijn
Nederlanders?
Thans behandelt het FAST van de federale politie tien openstaande
dossiers met betrekking tot in België veroordeelde Nederlanders die
thans zeker in Nederland zijn gelokaliseerd. Hoeveel daarvan hebben
de Belgische nationaliteit? Hierover zijn geen bijkomende gegevens
gekend. Hoeveel opsporingsopdrachten bestaan er vandaag? Onder
de opsporingsopdrachten worden alle personen begrepen die worden
opgespoord, nationaal en internationaal, zowel wegens een
veroordeling als op grond van een aanhoudingsbevel. In totaliteit
bevat de algemene nationale gegevensbank ruim 15.000
opsporingsberichten.
2.511 personnes signalées, quelle
que soit leur nationalité, qui ont
écopé en Belgique d'une peine de
prison d'au moins six mois. Le
team FAST de la police fédérale
traitait au 31 décembre 2008
850 dossiers, essentiellement de
personnes condamnées à une
peine de prison effective d'au
moins cinq ans. Il ne s'agit pas de
personnes internées en fuite. Le
team FAST traite à l'heure actuelle
encore
dix
dossiers
de
ressortissants
néerlandais
comdamnés
en Belgique et
séjournant aux Pays-Bas. La
banque de données nationale
générale comporte à l'heure
actuelle plus de quinze mille
missions
de
recherche,
concernant
des
personnes
recherchées
pour
une
condamnation sur la base d'un
mandat
d'arrêt,
national
ou
international.
Des contatcts ont-ils déjà eu lieu avec les Pays-Bas? Oui, notamment
en janvier 2007 avec Eurojust et les autorités néerlandaises (le
parquet d'Amsterdam et les autorités de la Justice). Je rencontrerai
prochainement mon homologue néerlandais afin de traiter ce
problème.
In januari 2007 hebben er
contacten plaatsgevonden met
Eurojust en met de Nederlandse
autoriteiten.
Ik
zal
mijn
Nederlandse
ambtgenoot
binnenkort ontmoeten teneinde dat
probleem te bespreken.
13.04 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Ik dank de minister
voor zijn zeer uitgebreid antwoord dat ik nog eens volledig zal
nalezen.
U had het over 20 van de 47 landen die het verdrag niet zouden
hebben geratificeerd. We moeten natuurlijk niet verwijzen naar de
slechtere leerlingen van de klas om zelf het goede voorbeeld te
geven. Ondertussen is de procedure dus opgestart, wordt het
ingediend in de Senaat en zal het verdrag van 1970 tot nu, na 37 jaar,
toch uiteindelijk worden bekrachtigd. De cijfers die u vermeldt, stellen
dat er maar tien Nederlanders voortvluchtig zouden zijn en op die
manier hun straf ontlopen. Als we het artikel van P-magazine van
vorige week plus alle zware gevallen mee rekenen, dan lijken die
cijfers mij nogal ongeloofwaardig en denk ik toch dat het om een
groter aantal gevallen dan dat gaat.
13.04 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Ce n'est pas
parce que vingt États membres
n'ont pas ratifié la directive que
notre pays doit s'en inspirer. Il faut
se féliciter de ce que la directive
va enfin être ratifiée. Selon les
chiffres
du
ministre,
10 Néerlandais seulement seraient
en fuite, ce qui a de quoi étonner
si l'on se fonde sur l'article publié
la semaine dernière dans P-
Magazine.
13.05 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour cette réponse détaillée. Pour un citoyen lambda, il est
difficilement compréhensible que des citoyens européens puissent se
réfugier dans un pays de l'UE pour échapper soit à des poursuites,
soit à l'exécution de leur peine.
Je ne peux qu'encourager le ministre qui prend le problème à bras-le-
corps et qui rencontrera le ministre hollandais compétent. Au sein de
13.05 Xavier Baeselen (MR): Het
is moeilijk te begrijpen dat
Europese
burgers
een
toevluchtsoord kunnen vinden in
een EU-land om zo een vervolging
of de uitvoering van hun straf te
ontlopen. Elk vonnis dat in een
lidstaat wordt uitgesproken, moet
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
l'UE, il faut arriver à ce que toute décision prononcée dans un État
membre puisse être suivie d'effets dans un autre État membre
bénéficiant du même espace de justice.
kunnen worden uitgevoerd in een
andere lidstaat die tot dezelfde
gerechtelijke ruimte behoort.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het dossier van de visafraude
in de Belgische ambassade in Bulgarije" (nr. 11282)
14 Question de M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "le dossier de la fraude aux visas à
l'ambassade de Belgique en Bulgarie" (n° 11282)
14.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister,
volgens Belga werd op 18 februari door de Brusselse correctionele
rechtbank vastgesteld dat een opmerkelijk fraudedossier inzake
reisvisa, dat gepleegd werd in onze ambassade in Bulgarije, verjaard
zou zijn. Dit dossier veroorzaakte destijds nochtans heel wat ophef.
Het ging immers naar verluidt om 500 fraudegevallen.
Zes onderzoeksrechters zouden dit dossier hebben opgevolgd,
waardoor het onderzoek uiteindelijk aansleepte tot 2004. Dit is ergens
midden de jaren '90 begonnen. Nadien duurde het nog meer dan vier
jaar vooraleer de zaak voor de rechter kwam. Die moest de
strafrechtelijke verjaring vaststellen en kon enkel nog een
symbolische burgerlijke schadevergoeding toekennen, als ik mij niet
vergis aan het Centrum voor Gelijkheid van Kansen.
Mijnheer de minister, hoeveel verdachten waren er in dit dossier? Hoe
kan de minister verklaren dat in zo'n eenvoudig dossier ­ er waren
immers niet zoveel daders bij betrokken ­ systematisch een nieuwe
onderzoeksrechter werd aangesteld? Hoe verklaart de minister dat de
zaak pas vier jaar na afronding van het onderzoek voor de
strafrechter is gekomen? Wat waren de redenen waarom men de
verdachten in bescherming heeft willen nemen?
14.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le tribunal correctionnel
de Bruxelles aurait constaté, le
18 février, la prescription d'un
dossier de fraude relatif à des
visas touristiques délivrés par
l'ambassade de Belgique en
Bulgarie. À l'époque, ce dossier
avait provoqué bien des remous.
Six juges d'instruction différents
ont été en charge du dossier, ce
qui explique pourquoi l'instruction
n'a été clôturée qu'en 2004. Et il a
fallu quatre ans de plus pour que
l'affaire arrive devant un juge qui
n'a
pu
que
constater
la
prescription.
Combien y avait-il de suspects
dans ce dossier? Pourquoi un
nouveau juge d'instruction a-t-il
systématiquement été désigné?
Pourquoi le juge n'a-t-il été saisi
de l'affaire que quatre ans après la
clôture de l'instruction? Pourquoi
les suspects ont-ils été placés
sous protection?
14.02 Minister Stefaan De Clerck: Collega, in dit dossier waren er
twee verdachten. Er volgden inderdaad enkele onderzoeksrechters
elkaar op. Daar dient echter geen bijzondere strategie achter te
worden gezocht, noch is sprake van enige bescherming zoals in uw
vierde
vraag
wordt
gesuggereerd.
Onderzoeksrechter
Vandermeersch, in wiens handen de initiële klacht met burgerlijke
partijstelling in 1996 werd neergelegd, werd benoemd tot advocaat-
generaal bij Cassatie. Het dossier verhuisde ook van het kabinet van
onderzoeksrechter De Valck mee naar het kabinet van
onderzoeksrechter Decoster om taalredenen, met name een wijziging
van de taal van de procedure.
De onderzoeksrechter deelde op 14 mei 2003 het dossier mee aan de
procureur des Konings te Brussel voor eindvordering. Het federaal
parket besliste op 8 juli 2004 zich met het dossier te gelasten. Deze
beslissing kadert in de overname van een belangrijk aantal dossiers
van het parket van Brussel door het federaal parket, dit als onderdeel
van een afspraak met het parket-generaal en het parket van Brussel
14.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il y avait deux suspects
dans ce dossier. Il est exact que
plusieurs juges ont été chargés
successivement de cette affaire
mais il ne faut y voir aucune
stratégie
particulière
et
les
suspects n'ont bénéficié d'aucune
protection.
Le premier juge d'instruction, qui
avait été
chargé
en 1996
d'instruire la plainte initiale avec
constitution de partie civile a été
nommé avocat général à la Cour
de Cassation. Ensuite, le dossier a
à nouveau changé de mains en
raison du changement de la
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
ingevolge de gelijktijdige aanduiding tot federaal magistraat van een
groot deel van de magistraten van de sectie zware criminaliteit van
het parket te Brussel. Op 27 april 2006 was de eindvordering van het
federaal parket in dit dossier klaar.
De kamer van inbeschuldigingstelling onderzocht op dat ogenblik
trouwens in het raam van haar toezichtopdracht op langdurige
gerechtelijke onderzoeken, op basis van artikel 136 van het Wetboek
van strafvordering, of het onderzoek niet te lang aansleepte en of zij
maatregelen diende te nemen.
Het hof oordeelde in zijn arrest van 4 mei 2006 dat de zaak klaar was
om voor regeling van de rechtspleging door de raadkamer te worden
vastgesteld en dat zich geen maatregelen opdrongen. Toch verliep
nog geruime tijd vooraleer het dossier door de raadkamer naar de
correctionele rechtbank kon worden verwezen. Dit was vooral te
wijten aan de talrijke procedures die de burgerlijke partijen zelf nog
inspanden zoals procedures in kort geding en procedures-
Franchimont.
De burgerlijke partijen dienden trouwens met betrekking tot deze
feiten ook klacht met burgerlijke partijstelling in te Neufchâteau en
Antwerpen. Deze dossiers dienden dan telkens via een procedure
voor de raadkamer te worden gevoegd bij het dossier te Brussel. Dit
nam uiteraard veel tijd in beslag. Dit alles maakte dat de definitieve
beschikking met verwijzing naar de correctionele rechtbank en tot
buitenvervolgingstelling pas op 4 oktober 2007 kon worden genomen
en dat de raadkamer te Brussel pas op 18 december 2007 een
beschikking kon nemen tot gedeeltelijke verwijzing naar de
correctionele rechtbank.
Aangezien de feiten dateren tussen 1 januari 1995 en 26 februari
1998 en dat de laatste sluitingsdatum dateerde van 18 december
2002 ­ proces-verbaal ­, diende de rechtbank bij vonnis van
18 februari 2009 de verjaring vast te stellen.
Er is geen sprake van bescherming. Het is een procedure die lange
tijd, door veel incidenten, vertraagd is geworden.
langue de la procédure. Le 14 mai
2003, le juge d'instruction a
transmis le dossier au procureur
du Roi de Bruxelles pour les
réquisitions finales. Le 8 juillet
2004, le dossier est arrivé au
parquet fédéral dans le cadre du
transfert d'une série de dossiers
du parquet de Bruxelles. Le
27 avril 2006, le parquet fédéral a
déposé ses réquisitions finales.
Sur la base de l'article 136 du
Code d'instruction criminelle, la
chambre des mises en accusation
a examiné les questions de savoir
si l'instruction n'avait pas été
éternisée et s'il y avait lieu de
prendre des mesures. Dans un
arrêt du 4 mai 2006, la cour a
estimé que l'affaire était prête pour
être transmise à la chambre du
conseil et qu'aucune mesure ne
devait être prise. Les parties
civiles
ayant
ouvert
de
nombreuses procédures ­ telles
des procédures en référé et des
procédures dans le cadre de la loi
Franchimont ­ il a encore fallu
beaucoup de temps avant que le
dossier puisse en définitive être
renvoyé
devant
le
tribunal
correctionnel. Des plaintes ont
également
été
introduites
à
Neufchâteau et Anvers et ont dû
être jointes au dossier à Bruxelles
par le biais d'une procédure
devant la chambre du conseil.
C'est pourquoi l'affaire n'a pu être
renvoyée
devant
le
tribunal
correctionnel que le 18 décembre
2007.
Le tribunal doit constater la
prescription dans son jugement du
18 février 2009, étant donné que
les faits datent de la période 1995-
1998 et que la dernière date de
clôture a donc été fixée au
18 décembre 2002. Il n'est donc
pas question de protections, mais
bien d'une procédure qui a été
retardée
par
de
nombreux
incidents.
14.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw uitvoerig antwoord, maar ik mis er iets aan, namelijk
een conclusie. Minstens had ik mogen verwachten dat u als minister
14.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre ne tire
aucune conclusion de cet incident,
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
van Justitie zou zeggen dat dit toch niet een gebruikelijke of goede
manier is van justitie voeren, want zo maken we ons belachelijk. Op
het moment zelf heeft dat veel ophef teweeggebracht en heeft het ons
ook internationaal een blamage opgeleverd. Het heeft ons
internationaal in negatieve zin te kijk gezet. Het enige wat u nu doet, is
een litanie opgeven van al de vertragingsmanoeuvres.
De vraag is vooral hoe we dat soort van zaken voorkomen. Duidelijk
is in elk geval nog maar eens dat Franchimont aanleiding geeft tot
misbruiken, ook de kleine Franchimont. Het federaal parket heeft dus
ook foutief gehandeld door dat naar zich te trekken. Het is niet het
eerste dossier waarin het federaal parket de zaken heeft laten
aanmodderen. Een tijd geleden heb ik voormalig minister Vandeurzen
daarover ook al ondervraagd. Er zijn nog fouten gemaakt daar.
Bovendien, het dossier was afgerond. Heel het dossier was klaar voor
vordering in 2004. Maar dan heeft men het helemaal verprutst op het
federaal parket. Daar waar het federaal parket precies belangrijke
zaken met internationaal karakter zou moeten versnellen, heeft het
hier als een remmende factor opgetreden.
Mijnheer de minister, ik hoop dat u, met uw bevoegdheid om
instructies te geven ­ "instructies" is misschien niet de juiste term,
maar in ieder geval richtlijnen of signalen ­ aan de procureurs
generaal, dat u de opdracht ­ toch ­ geeft om dat soort van
vertragingen tegen te gaan en mee zoekt naar oplossingen om te
verhinderen dat burgerlijke partijen zichzelf in de voet schieten door
altijd maar nieuwe onderzoeken te vragen. U ziet en moet toch wel
vaststellen dat ons strafprocesrecht vertragend werkt en dat dit
uiteindelijk helemaal in het voordeel speelt van de verdachten. Dat
kan toch niet de bedoeling zijn.
ce qui ne constitue pas une bonne
manière de travailler. C'est un
nouveau déshonneur pour notre
pays. Le ministre énumère par
contre les différentes manoeuvres
dilatoires, mais la question est de
savoir comment nous pouvons
éviter une telle situation.
Ce dossier a été retardé par la loi
Franchimont et par le parquet
fédéral, qui a constitué un facteur
inhibiteur en l'espèce. Ce dossier
était déjà clôturé en 2004. Le
ministre enverra-t-il des directives
ou des signaux aux procureurs
généraux pour éviter ce type de
retards? Veillera-t-on à empêcher
que des parties civiles ne
desservent
elles-mêmes
leur
cause? Aujourd'hui, tout tourne en
fait à l'avantage des suspects; or,
tel ne saurait être l'objectif.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de vervolging van de rapgroep
Cicatris wegens doodsbedreigingen aan het adres van de heer Filip Dewinter" (nr. 11350)
15 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "les poursuites menées contre le groupe
de rap Cicatris pour avoir proféré des menaces de mort à l'encontre de M. Filip Dewinter" (n° 11350)
15.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in november 2008 werd de heer Filip Dewinter,
een boegbeeld van onze partij, in een rapnummer met de dood
bedreigd door een groepje dat zich aandient onder de naam Cicatris.
Inmiddels is er een nieuw rapnummer opgedoken van dezelfde groep,
waarin weer wordt uitgehaald naar de heer Dewinter.
Ik denk dat het laatste nummer valt onder de vrijheid van
meningsuiting. Men mag choqueren, men mag provoceren, men mag
uithalen naar een publiek figuur. Dat gebeurt hier ook. Ik denk dat met
het nieuwe nummer geen grens wordt overschreden. Het feit is echter
wel dat wij nog niets hebben gehoord over de klacht die Filip Dewinter
met betrekking tot het eerste nummer had ingediend.
Mijnheer de minister, hebt u al nieuws met betrekking tot deze zaak
waarin doodsbedreigingen werden geuit aan het adres van Filip
Dewinter? Dit is geen moeilijke zaak. De feiten zijn duidelijk. Wij
15.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Au mois de novembre
2008, M. Filip Dewinter a été
menacé de mort dans une
chanson du groupe de rap
Cicatris. Cette menace de mort a
donné lieu au dépôt d'une plainte,
dépôt qui a été suivi d'une enquête
pénale. Or le même groupe de rap
prend une nouvelle fois à partie M.
Dewinter dans une nouvelle
chanson.
Où en est l'enquête pénale qui a
été ouverte à la suite de la
première chanson?
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
weten wie de vermoedelijke daders zijn. Waarom is er nog geen
strafvervolging ingesteld? Waarom duurt het zo lang? Waarom sleept
deze zaak zo lang aan bij het parket?
15.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, dit is een
concreet dossier over een bepaald persoon. Ik weet niet hoe u
daarmee omgaat. Los daarvan denk ik dat de afspraak was dat hier
geen individuele dossiers worden behandeld. Als het natuurlijk over
een publieke figuur gaat, kan dat misschien anders zijn. Vandaar mijn
vraag naar de houding van de voorzitter over de ontvankelijkheid van
individuele dossiers.
15.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je ne crois pas me
tromper en disant que l'usage veut
que les commissaires ne peuvent
poser aucune question concernant
des dossiers individuels.
De voorzitter: Als er een persdossier over bestaat, kan ik niet
beletten dat hierover vragen worden gesteld.
La présidente : Il me paraît
difficile
d'empêcher
les
commissaires de poser des
questions
de
cette
nature
lorsqu'elles
concernent
une
personnalité publique et une
affaire qui a fait la une de
l'actualité et qui émeut l'opinion
publique.
15.03 Minister Stefaan De Clerck: Wij moeten het bij gelegenheid
misschien eens hebben over wat het onderscheid is tussen informatie
vragen over een individueel, persoonlijk dossier tegenover een
algemeen dossier. Vanaf wanneer gaat het om een publieke figuur?
Hoe moet het onderscheid worden gemaakt? Ik ben nieuw in deze
materie. Wij zullen het daarover te gepasten tijde hebben.
Ik kan u niet antwoorden. Het onderzoek is niet afgesloten. Ik weet
niet wat de stand van zaken is. Men heeft mij bevestigd dat het
onderzoek lopende is.
U had waarschijnlijk geen ander antwoord van mij verwacht.
15.03
Stefaan
De
Clerck,
ministre: L'enquête étant encore
en cours, je ne puis commenter ce
dossier.
15.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, laatst
ondervroeg ik u over het onderzoek naar minister De Gucht. Ik noem
de naam nu ook. U kon toen ook antwoorden dat de procureur-
generaal het verslag verwachtte, waarna de strafvervolging eventueel
zou kunnen plaatsvinden na opheffing van de onschendbaarheid. Het
gaat hier ook om een publieke figuur. Die zaak is in het nieuws
geweest. Destijds heb ik daarover ook een vraag gesteld in de
plenaire vergadering. Die is ook zonder probleem goedgekeurd door
de toenmalige Kamervoorzitter die nu eerste minister is. Ik denk dat in
deze dossiers geen probleem rijst. De volgende vraag zal trouwens
ook weer gaan over een individueel geval. Daaraan kunnen echter
meer algemene zaken worden gekoppeld.
In elk geval hoop ik dat het parket zijn werk doet in deze zaak en dat
de strafvervolging kan intreden. De doodsbedreiging was immers zo
manifest.
Ik denk dat er voor het laatste nummer geen problemen zijn met
betrekking tot de vrije meningsuiting. Ik denk dat Filip Dewinter
daarmee akkoord gaat. Ik hoop alleen dat het niet de bedoeling is dat
men die groep nu toelaat om een nieuw nummer over Filip Dewinter
uit te brengen, waaruit blijkt dat het eerste nummer niet zo erg was en
dat men dat afzwakt. In dergelijke machinaties en combines kan ik
15.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Une question analogue a
pu être posée en séance plénière.
Par conséquent, je suis surpris
que ma question pose problème
dans cette commission. Quoi qu'il
en soit, j'espère que le fait de
proférer des menaces de mort
restera punissable.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
me niet vinden. Ik hoop dat die doodsbedreigingen een op zichzelf
staand gegeven blijven en dat er een vervolging komt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de toelating aan een bokser om
zijn sport te beoefenen onder elektronisch toezicht" (nr. 11351)
16 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "l'autorisation accordée à un boxeur de
pratiquer son sport sous surveillance électronique" (n° 11351)
16.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ook hier noem ik de naam die uitvoerig in de
pers is geciteerd. De bokser Ismaël `Cool' Abdul is onlangs vrijgelaten
uit de gevangenis. Hij is onlangs vrijgelaten onder bepaalde
voorwaarden en dient zijn straf verder te ondergaan via het
elektronisch toezicht. Mijnheer Abdul mag zijn gevechtssport blijkbaar
beoefenen, ook nu hij onder elektronisch toezicht staat.
Wat zijn de voorwaarden die concreet zijn opgelegd aan mijnheer
Abdul en meer bepaald tot het dragen van die elektronische
enkelband? Kan hij die in de ring dragen of wordt hem die afgenomen
van zodra hij aan een bokswedstrijd deelneemt? Als die enkelband
wordt afgenomen, hoe wordt dan het toezicht uitgeoefend? Is er
bewaking? Als die niet wordt afgenomen, is die dan zichtbaar voor het
publiek?
Ik ken de taal en het gedrag van boksers vanuit de media. Wanneer
er zich kampen aandienen intimideren zij elkaar, dan proberen zij
elkaar wat op te jutten voor een wedstrijd. Het zou mijn rechtsgevoel
stuiten indien mijnheer Abdul op het idee zou komen om te zeggen:
`kijk eens, ik draag een enkelband, ik ben een veroordeelde. Elke
bokser die tegenover mij in de ring komt moet weten dat ik geen
doetje ben. Ik heb een strafregister en mijn elektronische enkelband
bewijst dat.' Ik wil dergelijke zaken zeker niet zien gebeuren en
daarom mijn pertinente vragen.
16.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Récemment, le boxeur
Ismaïl Abdoul a été remis en
liberté. Il pourra continuer à purger
sa
peine
sous
surveillance
électronique. Mais il me revient
qu'il serait autorisé à pratiquer de
nouveau son sport de combat.
Porte-t-il son bracelet de cheville
sur le ring afin que sa surveillance
puisse être assurée? Le porte-t-il
de façon visible? Ne pourrait-il se
servir de ce bracelet pour intimider
ses adversaires?
16.02 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer de voorzitter, collega's,
de strafuitvoeringsrechtbank van Antwerpen kende de betrokkene bij
vonnis van 3 februari 2009 inderdaad elektronisch toezicht toe. Het is
niet aan mij om commentaar te geven op een vonnis van een
strafuitvoeringsrechtbank. Het is ook niet aan mij om dat toe te
lichten, dat komt aan de rechtbank toe.
Van een elektronisch toezicht kan maar sprake zijn als er een controle
via technische middelen gebeurt. Vanuit het centrum voor
elektronisch toezicht geldt zodoende de richtlijn dat de enkelband
tijdens het elektronisch toezicht 24 uur op 24 uur aanblijft en enkel
uitzonderlijk wordt verwijderd als daartoe een nood is van medische
aard waartoe een arts beslist, en dus niet omwille van sportieve
redenen.
Kan die afgenomen en is het toezicht dan verzekerd? Als de
enkelband wordt afgenomen is er geen toezicht verzekerd. Dan is er
een probleem. Indien hij niet wordt afgenomen, is hij dan zichtbaar
voor het publiek? De zichtbaarheid van de enkelband hangt af van de
kledij die men draagt. De enkelband moet in rechtstreeks contact zijn
met de huid en wordt aan de enkel bevestigd. Tijdens een
16.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
Le
tribunal
de
l'application des peines d'Anvers,
qui a prononcé cette peine, est
habilité à contrôler le respect des
conditions de la surveillance
électronique dans le cas de M.
Abdoul qui doit porter son bracelet
de cheville vingt-quatre heures sur
vingt-quatre. Le bracelet doit être
en contact direct avec la peau. Je
présume qu'il doit lui être possible
de porter ce bracelet sous une
chaussette de sport. Toutefois, il
ne m'appartient pas de faire des
commentaires à propos du respect
des conditions d'une surveillance
électronique.
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
bokswedstrijd kan de enkelband misschien onder een sportkous
worden gedragen. Ik kan me voorstellen dat het technisch haalbaar is.
Het is niet aan mij om informatie te geven over de modaliteiten en de
opvolging vanwege de strafuitvoeringsrechtbank. Ik ga ervan uit dat,
in uitvoering van de voorwaarden die zijn opgelegd door de
strafuitvoeringsrechtbank, alles zal gecontroleerd blijven en dat zij
toezicht zullen houden op de naleving van alle voorwaarden die zijn
opgelegd aan de betrokkene.
Meestal is dat een heel uurschema dat opgemaakt wordt, met
aanwezigheid et cetera. Er zijn wel mogelijkheden, maar dat wordt
dus strikt gevolgd door de verantwoordelijken in Antwerpen.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Dank u voor het antwoord,
mijnheer de minister. Ik hoop alleen dat de zaken die ik heb
geschetst, zich niet zullen voordoen in de realiteit, dat dus de
enkelband niet wordt gebruikt door profboksers om de tegenstanders
te intimideren en te zeggen: "Kijk eens, ik heb een strafblad". Ik vind
dat moreel niet aanvaardbaar dat zoiets zou gebeuren.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je ne puis dès lors
qu'espérer que les responsables
empêchent l'intéressé d'utiliser
son bracelet de cheville pour
intimider ses adversaires.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de minister van Justitie over "de potentiële impact van
de economische terugval op de Veiligheid van de Staat" (nr. 11439)
17 Question de M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "les possibles répercussions de
la récession économique sur la Sûreté de l'État" (n° 11439)
17.01 Robert Van de Velde (LDD): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, u hebt misschien ook gelezen dat in de Verenigde Staten
op dit ogenblik een dagelijkse rapportering wordt georganiseerd voor
het Witte Huis, in verband met de potentiële gevolgen van de
economische crisis, waaronder eventueel terroristische aanslagen of
zware criminaliteit. Op zich is dat geen domme veronderstelling,
omdat een aantal onderhuidse gevoelens, zeker tijdens deze periode,
zouden kunnen broeien, zowel intern als extern.
In dat verband wil ik van u weten of er op dit moment bij ons aan de
Veiligheid van de Staat ook een grotere alertheid gevraagd is op het
gebied van economische criminaliteit of terrorisme, als gevolg van ­
dat mogen wij hier onder collega's, binnen vier muren, toch wel
zeggen ­ de dramatische economische situatie. Is er sinds het
uitbreken van de crisis overleg geweest met de Veiligheid van de
Staat inzake de vrijwaring van het economisch en wetenschappelijk
beleid? Ook daar zijn de risico's prangend. Welke stappen
onderneemt u op dit ogenblik?
17.01 Robert Van de Velde
(LDD):
Comme
il
ressort
d'informations
communiquées
quotidiennement par la Maison
blanche,
les
conséquences
potentielles
de
la
crise
économique
comprennent
également une augmentation de la
menace terroriste et de la
criminalité. En Belgique, la Sûreté
de l'État a-t-elle été invitée à être
vigilante à cet égard? Depuis le
déclenchement de la crise, une
concertation a-t-elle déjà été mise
en place avec la Sûreté de l'État
afin de sauvegarder la politique
économique et scientifique?
17.02 Minister Stefaan De Clerck: De dagelijkse president's briefs,
waaronder de economic intelligence briefings van president Barack
Obama, behoren natuurlijk tot de Amerikaanse context. Ik denk niet
dat dit in België in dezelfde stijl kan gebeuren. Dat is een Amerikaans
fenomeen.
Op 12 februari 2009 heeft Dennis Blair, de director of National
Intelligence, het hoofd van de Amerikaanse inlichtingendienst, het
jaarlijkse rapport van de inlichtingendiensten over de belangrijkste
bedreigingen voor de Verenigde Staten van Amerika aan de
17.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le président américain
est en effet avisé quotidiennement
des menaces possibles pesant sur
la sécurité des États-Unis. Dans la
représentation américaine, la crise
économique mondiale constitue
l'une des principales menaces du
moment. Si la crise devait durer
plus d'un an, les services de
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
Amerikaanse Senaat voorgesteld. Dennis C. Blair beschouwt de
wereldwijde economische crisis op korte termijn als een van de
belangrijkste bedreigingen voor de Amerikaanse belangen. De meest
acute dreigingen door de economische crisis zijn volgens de heer
Blair de volgende.
Ten eerste, indien de crisis meer dan een jaar aanhoudt, dan
verhoogt het risico op regimebedreigende instabiliteit, vooral in reeds
kwetsbare landen.
Ten tweede, de bondgenoten van de Verenigde Staten zullen niet
meer in staat zijn om hun defensieverplichtingen en hun humanitaire
verplichtingen na te komen.
Ten derde, vluchtelingenstromen van de Caraïben kunnen gevolgen
hebben voor de homeland security.
Ten vierde, de economische crisis is ontstaan in de Verenigde Staten.
Bij velen heerst de perceptie dat de excessen in de Amerikaanse
financiële markten en onvoldoende regulering de oorzaken zijn van de
wereldwijde crisis. Deze elementen leiden tot verhoogde kritiek op de
vrijemarktpolitiek, waardoor de langetermijndoelstellingen van de
Verenigde Staten, bijvoorbeeld het openen van de kapitaalmarkten en
de verhoging van de Aziatische binnenlandse vraag, in gevaar komen.
Dat is de gemaakte analyse.
Het verband tussen de economische crisis en het terrorisme of de
criminaliteit, dat door de Amerikaanse inlichtingendienst wordt
gesuggereerd, is onrechtstreeks en is het gevolg van regime-
instabiliteit. De overige bedreigingen zijn veeleer van economische of
politieke aard.
De Veiligheid van de Staat heeft in België tot op vandaag geen
verhoogde terrorismedreiging tengevolge de economische crisis
kunnen vaststellen. Er is ook geen bespreking geweest tussen de
Veiligheid van de Staat en het Ministerieel Comité voor Inlichtingen en
Veiligheid en evenmin met het kabinet van Justitie over de gevolgen
van de economische crisis.
In dat verband moet worden gewezen op het feit dat de missie en de
mogelijkheden van de Veiligheid van de Staat in grote mate
verschillen van de taken van de Amerikaanse inlichtingendiensten
waarnaar door u wordt verwezen.
De opdrachten van de Veiligheid van de Staat worden door de wet
van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en
veiligheidsdienst nauwkeurig bepaald.
Op basis van artikel 7 van voornoemde wet kan de opdracht van de
Veiligheid van de Staat tot bescherming van het wetenschappelijk en
economisch potentieel als volgt worden beschreven. Het is het
inwinnen, analyseren en verwerken van inlichtingen die betrekking
hebben op elke activiteit die het wetenschappelijk of economisch
potentieel bedreigt of zou kunnen bedreigen.
Het is een enigszins andere filosofie. Hoe kunnen economische
belangen worden geraakt? De relatie tussen economische belangen
en terrorisme is niet als dusdanig in voornoemde bepaling vervat.
sécurité
américains
prévoient
l'émergence
d'une
instabilité
dangereuse dans un certain
nombre de pays, craignent que les
alliés ne soient plus en mesure de
respecter
leurs
engagements
humanitaires
et militaires et
s'attendent à des flux de réfugiés
déstabilisants au plan mondial. Ils
se rendent compte aussi que
l'opinion publique voit dans les
excès au sein de la sphère
financière la cause de la crise
actuelle, ce qui génère de lourdes
critiques à l'encontre du modèle
du libre marché et rend de ce fait
un certain nombre d'objectifs
financiers et économiques moins
accessibles. L'augmentation de la
menace terroriste et de la
criminalité
n'est
qu'une
conséquence indirecte de la crise
économique, et les services de
sécurité américains l'associent
principalement à la menace
d'instabilité politique.
Dans notre pays, on ne s'attend
pas à une augmentation de la
menace terroriste provoquée par
la crise économique. À l'heure
actuelle, aucune concertation n'a
lieu à ce sujet avec d'autres
départements, ni avec la Sûreté
de
l'État.
L'examen
des
conséquences possibles d'une
crise économique ne fait pas
partie, légalement parlant, des
missions de la Sûreté de l'État.
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Artikel 8 van de wet van 30 november 1998 legt vervolgens op een
limitatieve manier vast wat de bedreigingen zijn die de Veiligheid van
de Staat mag opvolgen: spionage-inmenging, terrorisme, extremisme,
proliferatie, schadelijke, sektarische organisaties en criminele
organisaties.
De actuele, wereldwijde, economische en financiële crisis is zonder
twijfel een bedreiging. Brede, socio-economische fenomenen, zoals
internationale, economische crisissen, die bedreigend kunnen zijn,
behoren volgens de wet echter niet tot de bedreigingen die de
Veiligheid van de Staat kan of mag opvolgen. Volgens de genoemde
wetgeving behoort het maken van dergelijke oefeningen niet tot de
taak van de Veiligheid van de Staat. De genoemde dienst is daar dus
ook niet als dusdanig mee bezig.
17.03 Robert Van de Velde (LDD): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, dat klopt.
Ik weet niet of het met u of met uw voorganger was, maar wij hebben
de situatie met de Nederlandse bank bekeken. De DMD kon op een
bepaald moment niet meer interveniëren. Dat had een andere
achtergrond. Feit is echter wel dat het toestaan van liquiditeiten in
Nederland op een andere manier gebeurt dan in België.
Uiteindelijk heeft de geschiedenis uitgewezen dat de Nationale Bank
van België daardoor bijna op ontploffen stond. Wij moesten de
liquiditeiten in kwestie immers in een versneld tempo aan Nederland
aanbieden.
Ik heb op dat moment ook het volgende gevraagd. Indien de zaak,
hoewel het om reële, economische bedreigingen gaat, niet door de
Veiligheid van de Staat wordt bekeken, door wie wordt een en ander
dan wel bekeken? De heer Devlies, die uw voorganger op dat
moment verving, antwoordde dat hij het eigenlijk ook niet wist.
Wij zijn vandaag in dezelfde discussie beland. Wij zien de dreiging en
beseffen allen dat een aantal zaken, zowel op het gebied van
regimestabiliteit als op het vlak van eventueel terrorisme, er staat aan
te komen. Het is niet dat de dreigingen op dit moment prangend zijn,
maar de geschiedenis heeft ons geleerd in welke richting wij
mogelijkerwijs kunnen evolueren.
Mijn vraag in dat verband is heel duidelijk. Wie zal de zaak dan wel
bekijken? Indien de Veiligheid van de Staat op dit moment op een
aantal vlakken, die niet 100 procent bij mijn vraag aanleunen, de
bevoegdheid heeft, dan moeten wij ofwel de bevoegdheid wijzigen
ofwel om het even welke instelling verantwoordelijk maken om de
zaak te bekijken.
Anders moeten wij iemand, welke instelling dan ook, verantwoordelijk
maken om dit te bekijken. Ik kan u immers verzekeren dat op het
moment dat de economische crisis harder gaat toeslaan wij zowel
intern als extern met problemen zullen worden geconfronteerd.
Iemand moet zich daarop voorbereiden.
Ik zie op dit moment geen enkele instantie, ook niet op het gebied van
Binnenlandse Zaken, ook niet op het gebied van Staatsveiligheid, met
17.03 Robert Van de Velde
(LDD): Récemment, la Banque
Nationale de Belgique était sur le
point d'exploser à cause de
problèmes de liquidité concernant
une banque néerlandaise. Si ce
n'est la Sûreté de l'État, quelle
instance doit assurer le suivi de
pareilles situations explosives? Ne
convient-il pas, dans le climat
actuel,
de
modifier
les
compétences? Ne faudrait-il pas
désigner une instance chargée de
suivre ce type de situations?
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
enige voorbereiding. Ik vraag mij dus af of wij niet beter een keer
grondig met de Staatsveiligheid gaan kijken of zij dit kunnen
aanpakken.
17.04 Minister Stefaan De Clerck: De discussie gaat over de vraag
op welke manier het wetenschappelijk en economisch potentieel
riskeert bedreigd te worden. Het is artikel 7 van de wet dat de
bescherming van wetenschappelijk en economisch potentieel
beschrijft.
17.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: L'article 7 de la loi décrit
la
protection
du
potentiel
scientifique et économique.
17.05 Robert Van de Velde (LDD): Aan de economische zijde zijn er
de overnames, is er het economic warfare principe dat zich aan het
aandienen is, dat trouwens reeds een tijdje bezig is bij de banken.
Men ziet dat van ver aankomen. Wij zitten er middenin. Er is daar op
geen enkele manier een of ander optreden, een mechanisme dat zich
begint op te bouwen, waar wij ons beginnen te beschermen. Wij doen
dat niet. Onze beurzen worden meegesleurd met de rest enzovoort.
17.05 Robert Van de Velde
(LDD): Sur le plan économique,
nous sommes depuis quelque
temps déjà témoins de reprises et
de la mise en oeuvre du principe
de "guerre économique". Bien que
l'on imagine sans peine ce qui va
se produire, aucun mécanisme de
protection n'est mis en place.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de minister van Justitie over "de gevangenis te
Antwerpen" (nr. 11453)
18 Question de M. Ludo Van Campenhout au ministre de la Justice sur "la construction d'une prison à
Anvers" (n° 11453)
18.01 Ludo Van Campenhout (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit dossier loopt al enige tijd. Uw voorganger
heeft er veel inspanningen voor geleverd en ook constructief overlegd
met het stadsbestuur in Antwerpen.
Er werden een aantal locaties aangekaart. De Regie der Gebouwen
en Justitie dachten zelf aan de zogenaamde Konijnenwei in
Antwerpen. Dat lijkt ons stedenbouwkundig minder geschikt. Er zijn
wel alternatieven aangedragen.
Er wordt nu ook gedacht aan een gevangenis te Puurs, op het oude
gipsstort. Dat blijkt praktisch gezien absoluut niet evident te zijn, qua
fundering en dergelijke.
Antwerpen dient zich dus graag aan om toch een locatie voor te
dragen in Antwerpen, zoals het Burchtse Weel, de Havanastraat. Mijn
eerste vraag luidt dus of Antwerpen nog in beeld kan komen als
alternatief voor Puurs.
Ten tweede, wij zouden natuurlijk graag hebben dat de
Begijnenstraat, waar vandaag een overbevolkt arresthuis ligt,
eventueel aan die gevangenis wordt gekoppeld, wat aan de
Begijnenstraat ­ die immers middenin het stedelijk weefsel ligt ­ een
mooie opportuniteit zou bieden om daar residentiële ontwikkeling te
doen om jonge gezinnen aan te trekken in Antwerpen.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Hoe concreet is Puurs? Is dat haalbaar?
18.01 Ludo Van Campenhout
(Open Vld): Dans ce dossier, le
précédent ministre et le conseil
communal d'Anvers ont déjà mené
des
concertations
très
constructives.
Dans
quelle
mesure
l'emplacement de Puurs est-il
concret et réaliste? Anvers peut-
elle encore entrer en ligne de
compte
comme
emplacement
approprié? Quel sort serait alors
réservé à la prison située
Begijnenstraat à Anvers?
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Ten tweede, kan Antwerpen nog in beeld komen?
Ten derde, wat is de toekomst van de Begijnenstraat?
18.02 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer Van Campenhout, ik
denk dat we een onderscheid moeten maken, zoals ik al verschillende
malen heb uiteengezet. Er zijn twee bewegingen.
In de ene beweging zijn er zeven nieuwe instellingen die moeten
worden gebouwd, waaronder voor Antwerpen een forensisch
psychiatrisch centrum op Linkeroever. Daarvoor is de procedure
lopende. Het bureau is aangeduid. Er wordt nu gewerkt aan het
voorontwerp.
Anderzijds is er inderdaad een gevangenis voorzien in Puurs, waar nu
wordt gekeken naar concretisering. Het gaat om een van de vier
inrichtingen die gelijktijdig opgestart zouden kunnen worden. Men is
dat nu aan het voorbereiden. Er vinden inderdaad discussies plaats,
ook over de ondergrond. Het is een voormalig gipsstort. Dat is men
aan het bestuderen. In principe is dat daar wel de voorziene locatie,
nog altijd in het schema.
Daarnaast is er de beslissing van de Ministerraad van 19 december
om een aantal oude inrichtingen te vervangen door nieuwbouw. Dan
komen we op de Begijnenstraat. Voorlopig wordt die in stand
gehouden. Er is daar echter geen bijkomende capaciteit. Het is een
oude gevangenis. Er zouden nog instandhoudingswerken gebeuren,
maar eigenlijk komt de visie erop neer dat er op een bepaald ogenblik
daar ook nieuwe infrastructuur noodzakelijk zal zijn. Daarover heeft
overleg plaatsgevonden met het Antwerps stadsbestuur. Misschien
was u op het jongste overleg verhinderd, maar in elk geval wens ik
verder te overleggen met jullie, met het lokale bestuur, met de regio,
met de provincie, met iedereen die daarbij op een of andere manier
betrokken is.
Wij staan open voor iedere locatie die kan beantwoorden aan de
selectiecriteria, die wel al bekend zijn, maar die nog eens zullen
worden meegedeeld.
Zelf hebben wij een aantal pistes aangegeven, waaronder de gekende
locaties aan het gerechtsgebouw, dat is waarschijnlijk die
konijnentoestand daar, de Konijnenweide aan het gerechtsgebouw. Er
is het terrein Petroleum-Zuid. Er zijn ook andere opties, zoals
Luchtbal, Linkeroever en andere.
Het zou dus wel nuttig zijn dat er een definitief voorstel wordt
geformuleerd, dat daarover zo snel als mogelijk een wederzijdse
beslissing kan worden genomen of via gemeenschappelijk overleg
kan gebeuren.
Puurs is de nieuwe gevangenis voor extracapaciteit, de Begijnenstraat
vervangen is een andere opdracht en komt eigenlijk in de tweede
fase. Ik persoonlijk ben voorstander, van zodra de mogelijkheid er zou
zijn, om ook die vervangbouw versneld aan te pakken. Wij moeten dat
al doen.
Eigenlijk moeten we proberen zo snel mogelijk tot een definitieve
vastlegging te komen van een ruimte en daarover graag overleg.
18.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
D'une
part,
sept
nouveaux établissements doivent
être construits, parmi lesquels le
centre de psychiatrie légale sur la
rive gauche. Un avant-projet est
en préparation dans ce cadre.
D'autre part, une prison est prévue
à Puurs. C'est l'une des quatre
institutions pour lesquelles le
démarrage pourrait avoir lieu
simultanément. Une étude est en
cours. Il s'agit en principe de
l'emplacement prévu dans le
schéma.
Par ailleurs, il a été décidé en
Conseil
des
ministres
du
19 décembre 2008 de remplacer
certains établissements anciens
par des constructions neuves. Le
bâtiment situé Begijnenstraat sera
maintenu temporairement mais il
n'est pas question d'augmenter sa
capacité. Tôt ou tard, de nouvelles
infrastructures seront nécessaires
à cet endroit aussi. J'entends
poursuivre la concertation avec le
conseil communal d'Anvers et
toutes
les
autres
parties
concernées.
Nous sommes ouverts à tout site
répondant
aux
critères
de
sélection. Nous avons même
lancé quelques pistes de réflexion
lors de la concertation. Il existe
différentes
options.
Il
est
certainement utile qu'une décision
définitive soit prise de commun
accord dans les meilleurs délais.
Puurs est une nouvelle prison qui
doit accroître la capacité et le
remplacement de la prison de la
Begijnenstraat interviendra dans la
deuxième phase. Je préconise
également d'accélérer, si possible,
la construction de remplacement.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Misschien moeten wij kijken in concreto in Antwerpen, dat wij even
langs komen om de globale situatie te bekijken om dan zo snel
mogelijk een nieuwe PPS-constructie in gang te zetten voor het
realiseren daarvan.
18.03 Ludo Van Campenhout (Open Vld): Ik ben zeer tevreden met
het antwoord van de minister. Ik heb de boodschap begrepen, ik denk
dat wij best aan tafel gaan zitten. De stad moet inderdaad voorstellen
doen om een nieuwe locatie voor de Begijnenstraat voor te stellen.
Dat is een absolute win-win-situatie.
18.03 Ludo Van Campenhout
(Open Vld): Cette réponse me
satisfait pleinement. Il serait
préférable
de
se
réunir
rapidement. La ville doit proposer
un nouveau site pour remplacer la
prison de la Begijnenstraat. Il s'agit
sans nul doute d'une situation win-
win
.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de bedroevende kwaliteit van
het werk van de gerechtspsychiaters" (nr. 11519)
19 Question de M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la qualité affligeante du travail des
experts psychiatres" (n° 11519)
19.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, in het
Nieuwsblad op Zondag verscheen een harde commentaar over het
bedroevende niveau van de verslagen van de gerechtspsychiaters.
Psychiater Johan Baeke maakte daarin een vernietigende analyse
van het werk van zijn collega's. Het zou van zeer ongelijke kwaliteit
zijn. En de aanpak van de diverse gerechtsexperts verschilt ook zeer
sterk, wat tegenstrijdige resultaten oplevert.
Baeke klaagt ook aan dat er geen controle is op de kwaliteit, geen
eenvormige opleiding, geen te raadplegen lijsten met erkende
deskundigen en zo meer. Uit een aantal recente strafrechtelijke
dossiers blijkt dat zijn commentaar zeer terecht en verantwoord is. Zo
vernamen we bij herhaling dat het psychiatrisch onderzoek, van nogal
wat gekende misdadigers, op een zeer oppervlakkige wijze is
verlopen, en dat de betrokken psychiaters er zich vanaf maakten met
enkele uurtjes onderzoek. Ook dat is vrij uitvoerig in de media aan
bod gekomen en heeft tot heel wat gefronste wenkbrauwen geleid.
Anderzijds klagen de experts zelf over veel te laattijdige betalingen en
over de te lage tarieven. Mede daardoor vindt men weinig
gegadigden, die in de gerechtelijke sfeer willen komen werken. Door
het groot tekort aan psychiaters, en vooral ook jeugdpsychiaters,
krijgen we dan ook steeds langere wachtlijsten.
Daarom volgende vragen. Werden er door het departement zelf ooit
studies gemaakt over de kwaliteit van het werk van de
gerechtspsychiaters, en zo ja, tot welke conclusies hebben die geleid.
Ten tweede, bestaan er specifieke opleidingen of voortgezette
opleidingen aan bepaalde universiteiten inzake gerechtelijke
psychiatrie? Zo ja, welke initiatieven worden er genomen om de
mensen die die opleiding hebben gevolgd, zoveel mogelijk effectief bij
het gerechtelijke werk te betrekken?
Ten derde, op welke wijze wordt controle uitgeoefend op het werk van
19.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Un commentaire sévère
est paru dans Het Nieuwsblad op
Zondag
à propos du niveau
affligeant
des
rapports
des
psychiatres judiciaires. Au vu d'un
certain
nombre
de
dossiers
pénaux, ce commentaire se
justifie.
Les
enquêtes
psychiatriques relatives à certains
criminels assez connus ont été
menées très superficiellement.
Les
experts
eux-mêmes
se
plaignent de paiements bien trop
tardifs et de tarifs trop bas. Et les
listes d'attente s'allongent en
raison de la pénurie de psychiatres
et de pédopsychiatres.
Le département a-t-il effectué des
études sur la qualité du travail des
psychiatres judiciaires? Quelles en
étaient
éventuellement
les
conclusions?
Existe-t-il
dans
certaines
universités
des
formations
spécifiques
ou
continuées
en
psychiatrie
judiciaire?
Quelles
initiatives
prend-on, le cas échéant, pour
associer autant que possible au
travail judiciaire les personnes qui
ont
suivi
cette
formation?
Comment contrôle-t-on le travail
de ces personnes? Arrive-t-il que
des psychiatres soient rayés des
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
deze mensen? Zijn er standaardprocedures die de psychiaters
moeten volgen? Gebeurt het dat psychiaters bij een negatieve
evaluatie, als die er al zijn, door de rechtbanken, of het departement,
van de lijsten worden geschrapt?
Ten vierde, bestaat er een nationale lijst, of een lijst per
Gemeenschap, van de bekwame gerechtspsychiaters? Heeft u zicht
op de lijsten van rechtbanken?
Ten vijfde, worden de psychiaters tegenwoordig sneller vergoed?
Werden de barema's in overeenstemming gebracht met de
gebruikelijke tarieven? En welke andere initiatieven worden er
genomen om extra psychiaters aan te trekken?
En dan aansluitend op de vraag die daarstraks is gesteld door de
gevangenis in Antwerpen en de psychiatrische inrichting die daar gaat
komen. Welke inspanningen worden er nu reeds geleverd om tijdig
voldoende deskundigen en psychiaters op te leiden, die de
psychiatrische instellingen van Gent en Antwerpen zullen kunnen
bemannen. We weten immers allemaal dat die opleiding verschillende
jaren vooraf begint en ik heb begrepen dat er nu al een tekort is. Als
we een aantal psychiaters willen aantrekken in die centra, dan moeten
die ook van ergens komen. Is men zich daarvan bewust? Is men
bezig met het zoeken naar die mensen?
listes à la suite d'une évaluation
négative? Existe-t-il une liste de
psychiatres judiciaires compétents
au
niveau
fédéral
ou
par
Communauté? Le département de
la Justice a-t-il accès aux listes
des tribunaux? Les psychiatres
sont-ils aujourd'hui rémunérés
plus rapidement? Les barèmes
ont-ils été alignés sur les tarifs
usuels? Quelles autres initiatives
prend-on pour attirer de nouveaux
psychiatres? Quelles initiatives
prend-on dès aujourd'hui pour
former à temps un nombre
suffisant
d'experts
et
de
psychiatres
pour
les
établissements psychiatriques de
Gand et d'Anvers? La formation
s'étend en effet sur plusieurs
années et il existe déjà une
pénurie aujourd'hui.
19.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
ik heb het artikel niet gelezen en weet bijgevolg niet of men daarin
een duidelijk onderscheid maakt tussen de psychiatrische
onderzoeken in het kader van een strafonderzoek en de begeleiding
door een psychiater van bijvoorbeeld geïnterneerden bij de
strafuitvoering. Dit is een belangrijk en duidelijk onderscheid dat moet
worden gemaakt. Ik denk dat dit een relevant verschil is.
Indien we het hebben over de behandeling van personen die in een
penitentiaire instelling verblijven, hebben we het over een curatieve
invalshoek. Dit valt echter onder de bevoegdheid van de minister van
Volksgezondheid. In die context zal trouwens de hele omkadering van
de forensische psychiatrische centra in Gent en Antwerpen moeten
beantwoorden aan de normen die door Volksgezondheid worden
opgelegd.
Volgens het masterplan is de voltooiing van deze centra, Gent en
Antwerpen, waarover we het net hebben gehad, te voorzien tegen
2012. Het zijn die twee psychiatrische forensische centra die in
principe het verst gevorderd zijn in hun aanpak.
De uitbating van deze instellingen zal worden uitbesteed aan een
externe partner. Het zorgpersoneel en de psychiaters zullen dus
worden aangeworven door deze externe partner die er bijgevolg
verantwoordelijk voor zal zijn dat de omkadering tijdig ingevuld
geraakt.
Dit is wel een bijzonder punt. Wij investeren immers in een
infrastructuur waarvan we in principe niet de uitbater zullen zijn. Wij
willen een gespecialiseerde equipe exploitanten aanstellen. Daarover
zijn nu de gesprekken bezig in Gent en Antwerpen om een breed
uitgebouwde en breed gedragen exploitatiestructuur te hebben die
heel professioneel...
19.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je n'ai pas lu cet article. Il
convient en tout état de cause de
distinguer
les
examens
psychiatriques pratiqués lors d'une
enquête
pénale
de
l'accompagnement
par
un
psychiatre
de
personnes
internées, par exemple, dans le
cadre de l'application d'une peine.
Le traitement de personnes
séjournant dans un établissement
pénitentiaire constitue le volet
curatif et relève de la compétence
de la ministre de la Santé
publique.
Les centres de psychiatrie légale
de Gand et d'Anvers, dont le
masterplan prévoit l'achèvement
en 2012, seront en principe les
plus avancés au niveau de leur
approche. Leur exploitation sera
confiée à un partenaire externe qui
engagera le personnel soignant et
les
psychiatres
et aura la
responsabilité de pourvoir les
postes d'encadrement en temps
opportun. Nous investissons dès
lors en principe dans une
infrastructure
que
nous
n'exploiterons
pas.
Des
discussions sont en cours à Gand
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
et Anvers en vue de mettre en
place une structure d'exploitation
reposant
sur
des
bases
suffisamment larges. Il s'agira
probablement d'une association
d'institutions publiques, privées et
libres et partant, d'un nouveau
type de collaboration public-privé.
19.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): (...)
19.04 Minister Stefaan De Clerck: ... publiek en privé. Het zal
waarschijnlijk een mix zijn, over alle grenzen heen, van private en
publieke, vrije en andere instellingen die zich verenigen om in die
instelling te werken. Wij stimuleren dat.
Dit is ook een beetje experimenteren omdat we vanuit Justitie niet de
praktijk hebben om te "privatiseren". Dit is een privatisering in de zin
van een heel gespecialiseerde gezondheidsgerichte aanpak die wij
vanuit Justitie niet als dusdanig kunnen leveren en waar men vanuit
Volksgezondheid niet klaar staat om dat zelf te exploiteren.
We zitten in een nieuw type privaatpublieke samenwerking van een
nieuwe orde. We zijn nu aan het onderzoeken hoe we die equipes
kunnen samenstellen en overeenkomsten kunnen maken. Dit is een
heel bijzondere methodiek en een boeiende materie om daar
contracten te sluiten en verantwoordelijkheden te verdelen tussen
enerzijds het veiligheidsaspect ­ de bewakingsopdracht ­ en het
zorgaspect, anderzijds.
Dit is een boeiende evolutie.
Als we het hebben over de psychiatrische onderzoeken in het kader
van een strafonderzoek, moet ik u erop wijzen dat artikel 3 van de
programmawet van 27 december 2006 uitdrukkelijk voorziet dat de
vorderende magistraat erop moet toezien dat de aangestelde
deskundige, in casu de psychiater, zijn opdracht naar behoren heeft
vervuld.
Ik stel alleen vast dat het niet de eerste keer is dat dokter Baeke
kritiek uit over de geleverde prestaties van collega's en over de
vergoedingen die een psychiater ontvangt voor de geleverde
prestaties.
De FOD Justitie is op heden trouwens bezig de hoogte van die
vergoedingen te vergelijken met wat gangbaar is in de omringende
landen. Het is echter geen gemakkelijke vergelijking, aangezien
volgens de eerste informatie de inhoud van de opdrachten en
onderzoeken flink kunnen verschillen om een degelijke vergelijking
mogelijk te maken.
Ik kan nu wel bevestigen dat de deskundige op een aanvaardbare
termijn, met andere woorden in principe enkele weken na het leveren
van zijn prestaties, wordt betaald. Hiertoe moet hij natuurlijk wel zijn
kostenstaat op tijd binnenbrengen en moet die conform de tarieven
zijn, dus niet vatbaar voor betwisting. Als aan die voorwaarden wordt
voldaan, en de magistraat de kostennota goedkeurt, mag een betaling
binnen redelijke termijn worden verwacht, rekening houdend met de
19.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il s'agit d'une méthode
particulière et d'une matière
passionnante dans le cadre de
laquelle il faut tenir compte à la
fois des missions de surveillance
et des aspects médicaux.
En ce qui concerne les examens
psychiatriques dans le cadre
d'enquêtes criminelles, la loi
programme du 27 décembre 2006
dispose expressément que le
magistrat doit veiller à ce que
l'expert
désigné
remplisse
correctement sa mission mais pas
qu'il doit en évaluer la qualité. Le
SPF Justice mène actuellement
une étude comparative entre les
rémunérations
pratiquée
chez
nous et dans les pays voisins,
même si une telle comparaison ne
coule pas de source. Le paiement
s'effectue
quelques
semaines
après la fourniture des prestations
pour autant qu'il ait été satisfait
aux conditions usuelles. Les
psychiatres
désignés
par
le
tribunal figurent sur une liste
d'experts mais peuvent en être
biffés s'ils s'avèrent ne pas
travailler correctement.
Les universités dispensent des
formations en psychiatrie judiciaire
conçues sous l'angle de la
criminologie et sous celui de la
médecine. On les trouve sur les
sites internet des universités.
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
bestaande controlemechanismen voor het verrichten van betalingen
door de overheid.
De psychiaters die worden aangesteld door de gerechtelijke
overheden, worden, net als andere deskundigen, opgenomen op een
lijst van deskundigen. Die lijsten bestaan zowel op arrondissementeel
niveau als op het niveau van de ressorten, en worden bijgehouden
door de gerechtelijke overheden. Indien wordt vastgesteld dat een
psychiater geen behoorlijk werk aflevert, kan hij worden geschrapt
van die lijsten, of wordt er minstens geen beroep meer gedaan op zijn
diensten. Iedere psychiater kan op die lijst worden opgenomen, als hij
het vraagt en aantoont dat hij daadwerkelijk het beroep van psychiater
mag uitoefenen of als hij wordt aangesteld door een gerechtelijke
instantie.
Thans antwoord ik op uw vraag of er aan de universiteiten specifieke
opleidingen en/of voortgezette opleidingen bestaan inzake de
gerechtelijke psychiatrie. Ik nodig u uit even op de websites van de
universiteiten te surfen. U zult opmerken dat men er meerdere
opleidingen of cursussen geeft rond de gerechtelijke psychiatrie,
zowel vanuit een medische als een criminologische invalshoek. Ik
denk dat het dus wel zeker wordt aangeboden en dat het een materie
is die zeker uitbreiding zal vinden in de toekomst, omdat justitie en
psychiatrie elkaar steeds meer ontmoeten.
19.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw uitvoerig antwoord. Het geeft stof tot na te denken en
zal leiden tot later gebruik. Ik heb toch een paar bedenkingen. Met
betrekking tot het laatste punt hebben wij altijd gezegd dat wij de
noodzaak ten zeerste onderschrijven voor de penitentiaire instellingen
van Gent en Antwerpen. De situatie binnen de huidige gevangenissen
is momenteel absoluut schrijnend. Er is te weinig ondersteuning. Ik
heb uw voorganger, minister Onkelinx, daarover herhaaldelijk
ondervraagd. Dat heeft uiteindelijk geleid tot die twee instellingen.
Alleen blijven wij die te klein vinden, zeker de Antwerpse.
Intussen wens ik u gezondheid, mijnheer de minister. Ik hoop dat u
zich niet in de inhoud hebt verslikt, maar enkel in het water.
De instelling van Antwerpen is gewoon te klein. Wij blijven aandringen
op het uitbouwen van extra ruimte voor de instelling.
Ik heb nooit een behoorlijk antwoord gekregen, maar in het verleden
heb ik al gevraagd of de instelling een mogelijkheid op uitbreiding
heeft en er dus voldoende plaats voor een latere uitbreiding is. Het
zou evenwel veel goedkoper zijn, mocht de overheid de instelling
ineens groot genoeg maken. Indien de overheid niet weet hoeveel
geïnterneerden er nu in de gevangenis zitten en hoe weinig extra
plaatsen er in Vlaanderen worden gecreëerd, blijft ze ook nadien met
een probleem zitten.
Voorgaand punt wou ik zeker nog eens onder uw aandacht brengen.
Ten tweede, u verwijst voor de psychiatrie in het kader van de
gerechtelijke procedures naar een artikel in de programmawet van
2006. U hebt het artikel voorgelezen. Het lijkt mij een open deur te
zijn. Natuurlijk moet de overheid op de goede kwaliteit toezien. Het
toezicht van de overheid geeft voor de rechters echter weinig
19.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Nous confirmons le
besoin de nouvelles institutions
pénitentiaires à Gand et Anvers
parce que les prisons ne reçoivent
actuellement pas suffisamment de
soutien et que la situation y est
dramatique.
L'institution
pénitentiaire d'Anvers est bien trop
exiguë, ce que même notre
demande d'extension ne suffira
pas à pallier complètement.
En ce qui concerne la psychiatrie
dans le cadre des procédures
judiciaires,
le
ministre
fait
référence à la loi-programme de
2006 mais, à mon estime, la
réglementation est insuffisante. Il
nous revient souvent que les
psychiatres judiciaires rendent des
avis totalement contradictoires et
travaillent
aussi
très
superficiellement,
en
raison
notamment du montant limité des
indemnités.
Ne
pourrait-on
imposer des exigences plus
strictes à ces experts judiciaires?
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
garanties op echte kwaliteit.
Op voornoemd gebied is er een tekort aan regulering of regelgeving.
Op wetgevend of regelgevend vlak is er van de kant van Justitie dus
wel wat nodig.
Ik heb het artikel van de heer Baeke aan uw medewerker bezorgd
met de vraag of de suggestie om het toch maar eens goed door te
nemen. De zaken die de heer Baeke in het artikel vertelt, lezen wij
niet voor de eerste keer. Wij horen naar aanleiding van concrete
dossiers veel vaker dat gerechtspsychiaters, ten eerste, hopeloos
tegenstrijdige adviezen geven en, ten tweede, ook heel oppervlakkig
te werk gaan. Een en ander heeft allicht ook te maken met de kleine,
heel beperkte vergoedingen die zij krijgen.
Ik zou dus willen vragen om het hele procédé nog eens goed te
bekijken en na te gaan of het niet beter kan worden
gestandaardiseerd. Ik vraag u ook na te gaan of wij aan de
gerechtelijke psychiaters en deskundigen geen hogere eisen kunnen
stellen, zodat wij tot minder flagrant tegenstrijdige resultaten komen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de apothekenkraken" (nr. 11428)
20 Question de M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "les cambriolages de pharmacies"
(n° 11428)
20.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, op het ogenblik dat ik de vraag opstelde, waren
er al 17 nachtelijke inbraken gepleegd in apotheken in de provincie
Limburg. Dat is niet mis. Inmiddels zijn er minstens weer twee kraken
bijgekomen. Het jaar is nog maar net twee maanden oud. Dat roept
toch vragen op.
Doet hetzelfde fenomeen zich ook voor in andere provincies en
regio's? Momenteel heb ik mij immers beperkt tot Limburg.
Wordt er inmiddels door de parketten, waar dergelijke feiten zich
voordoen, in het bijzonder in Limburg, bijzondere aandacht besteed
aan deze vorm van criminaliteit?
Kunt u het fenomeen al inschatten? Misschien is het daar nog te
vroeg voor. Maar wat zijn uw bevindingen ter zake, voor zover u nu al
van de problematiek hebt kunnen kennisnemen?
20.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Au moment où j'ai rédigé
la question, pas moins de dix-sept
pharmacies
limbourgeoises
avaient
fait
l'objet
d'un
cambriolage nocturne en 2009.
Entre-temps,
deux
autres
pharmacies ont été cambriolées
dans
cette
province.
Ce
phénomène
se
produit-il
également ailleurs en Belgique?
Les parquets lui accordent-ils une
attention particulière? Le ministre
a-t-il une explication?
20.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega, de
voorbije jaren zijn er af en toe inbraken in apotheken geregistreerd,
zonder dat er sprake was van een merkwaardige afwijking tegenover
het aantal inbraken in andere panden. Het fenomeen van de inbraken
in apotheken stak recent in Limburg de kop op. Sinds december 2008
is er een opvallende stijging van het aantal inbraken in deze zaken.
Een gelijkaardige stijging in andere provincies valt niet te registreren.
Volgens de eerste inschattingen van de directie Gerechtelijke Politie
bij de federale politie, de DJB, wordt deze problematiek prioritair en
van nabij opgevolgd, zeker in Limburg. Uit analyses blijkt dat het
aantal feiten zich vooral concentreert in de Limburgse grootsteden.
20.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Depuis septembre 2008,
on observe effectivement une
hausse significative du nombre
d'effractions dans des pharmacies
du Limbourg, surtout dans les
grandes villes. On ne constate pas
d'augmentation
similaire dans
d'autres provinces. Cette évolution
fait l'objet d'un suivi prioritaire. Les
auteurs de ces cambriolages ne
sont pas des professionnels et
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
Voorts blijkt dat het niet om professionele daders zou gaan.
Vermoedelijk gaat het evenmin om personen die uit zijn op medicijnen
of drugs. Het gaat vooral over kleine bedragen geld die worden
meegenomen.
Op 10 februari laatstleden werd aan de apothekers in Brussel door
politie alvast een uiteenzetting gegeven om de beveiliging van hun
zaak te bespreken. Die vergadering had dan ook een preventief
karakter. Ik denk dat alle apothekers over het hele land moet worden
aangeraden zich daarvoor te organiseren.
Vanzelfsprekend zullen de parketten gepast optreden tegen de
daders van die inbraken, als zij eenmaal gekend zijn. De politie en de
parketten houden trouwens regelmatig overleg over de aanpak van de
criminaliteit. In deze problematiek is dat niet anders.
Het gaat dus vooral om Limburg, maar globaal hebben wij de intentie
dit als aandachtspunt door te geven, zodat alle apothekers zich
preventief zouden wapenen tegen dat fenomeen.
volent surtout de petites sommes
d'argent,
plutôt
que
des
médicaments ou de la drogue. À
titre préventif, la police a alerté les
pharmaciens
bruxellois
en
organisant une réunion à leur
intention. Dès que les auteurs de
ces faits seront connus, il est clair
que les parquets réagiront de
façon appropriée. La police et les
parquets se concertent d'ailleurs
régulièrement à ce sujet.
20.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het is
dus een ware plaag. De apothekers starten in Limburg nu zelf een
campagne omtrent deze problematiek.
Uit een poll van Het Belang van Limburg bleek ook dat een
meerderheid van de Limburgers, 72 procent, gewonnen is voor een
extra beveiliging van de apotheken, precies omdat die zaken zo
kwetsbaar zijn en ook omdat het vaak 's nachts gebeurt. Vaak woont
de apotheker boven zijn zaak; men breekt dus meestal in in een
bewoond pand.
Ik kan er slechts voor pleiten, mijnheer de minister, om, wat deze
beroepsgroep betreft, de meest ruime fiscale vrijstellingen toe te
kennen inzake beveiliging. Dat is misschien een maatregel die de
regering zou kunnen nemen.
In het verleden hadden wij het al over juwelierszaken. Bepaalde zaken
zijn inderdaad kwetsbaarder. In het geval dat ons thans bezighoudt en
mocht de plaag aanhouden, dan zou er misschien een maatregel
kunnen worden genomen, al was het maar tijdelijk, waarbij
apothekers uit de betrokken regio, fiscale vrijstelling kunnen genieten
voor het lopende jaar. De wetgever zou op dat vlak toch kunnen
ingrijpen; liefst de regering, want dan gaat het meestal net iets sneller.
Misschien kan het ook via een KB worden geregeld.
20.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): On parle d'un véritable
fléau et les pharmaciens lancent à
présent leur propre campagne
dans le Limbourg aussi. La
majorité des pharmaciens sont
partisans d'une protection spéciale
des officines. C'est pourquoi je
préconise une exonération fiscale
aussi large que possible pour
l'installation de systèmes de
sécurisation auprès de ce groupe
cible professionnel. Ce point
pourrait éventuellement être réglé
par la voie d'un arrêté royal.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Samengevoegde vragen van
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "het feit dat de pleger van een doodslag,
veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf, nog steeds op vrije voeten rondloopt" (nr. 11537)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de tot 15 jaar gevangenisstraf
veroordeelde persoon die nog steeds op vrije voeten rondloopt" (nr. 11570)
21 Questions jointes de
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "le fait que l'auteur d'un homicide, condamné à une
peine de prison de 15 ans, soit toujours en liberté" (n° 11537)
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "la personne condamnée à 15 ans
d'emprisonnement et demeurant toujours en liberté" (n° 11570)
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
21.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, dit is
weer zo'n kafkaiaans feit uit de gerechtelijke actualiteit. Een man
steekt in april 2008 zijn neef dood en wordt veroordeeld tot 15 jaar
gevangenisstraf daarvoor. De onmiddellijke aanhouding wordt niet
uitgesproken ­ wij kunnen daar geen kritiek op hebben, dat is een
beslissing van de rechter ­ maar de dader mag vrij het
gerechtsgebouw verlaten en heeft zich bijna een jaar later nog steeds
niet in de gevangenis moeten aanmelden. Dat is toch eigenaardig.
De zaak heeft inmiddels ook de audiovisuele media gehaald.
Gisteravond was er een programma over op televisie, meen ik. De
vraag is wat het parket-generaal bedoelt met de melding dat de
betrokkene zich binnenkort in de gevangenis zal moeten melden? Zo
is het door de pers gemeld.
21.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Récemment, les médias
ont fait part du fait qu'un homme
condamné pour meurtre à 15 ans
de prison en avril 2008 a été laissé
en liberté parce qu'à l'époque,
aucun
ordre
d'arrestation
immédiate n'avait été délivré. Un
an après les faits, il n'a donc
toujours pas dû se présenter à la
prison, ce qui semble plutôt
étrange. Le parquet général a fait
savoir que l'intéressé allait bientôt
devoir le faire. Qu'est-ce que cela
signifie exactement?
21.02 Minister Stefaan De Clerck: Collega, ik heb van het parket-
generaal de volgende informatie ontvangen. De betrokkene werd
verwezen naar het hof van assisen door de raadkamer te Gent op
10 mei 2007. Nadat een verzoek tot voorlopige invrijheidsstelling werd
ingediend, werd hij in vrijheid gesteld ingevolge een arrest van de
kamer van inbeschuldigingstelling op 31 mei 2007. Hij verscheen dus
vrij voor het hof van assisen.
Hij werd bij arrest van 17 april 2008 door het hof van assisen van
Oost-Vlaanderen veroordeeld wegens doodslag tot 15 jaar opsluiting.
Tevens werd hij afgezet van titels, graden, openbare ambten,
bedieningen en betrekkingen waarmee hij zou kunnen bekleed zijn.
Hij werd ook levenslang ontzet uit zijn rechten, zoals voorzien in
artikel 31, 1 tot en met 6 van het Strafwetboek. Hij werd ook
veroordeeld tot de kosten van het geding.
Op 30 april tekende de betrokkene cassatieberoep aan tegen het
arrest van het hof van assisen. Daar hij op dat ogenblik niet was
aangehouden, werd de zaak door het Hof van Cassatie niet met
prioriteit behandeld en werd de tenuitvoerlegging van het arrest van
17 april 2008 geschorst.
Bij arrest, gewezen door het Hof van Cassatie op 21 oktober 2008,
werd het cassatieberoep afgewezen bij gebrek aan middelen
aangevoerd door betrokkene. Het dossier, met een afschrift van het
arrest van 28 oktober, werd door de procureur-generaal ontvangen
met de vraag de formaliteiten te vervullen. Aan dit verzoek werd
voldaan door de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te
Gent op 3 december 2008. Sindsdien werden de nodige opdrachten
uitgeschreven door de procureur des Konings te Gent teneinde te
kunnen overgaan tot de tenuitvoerlegging van het desbetreffende
arrest van het hof van assisen, wat binnenkort zal gebeuren. Vandaag
is hij nog niet terug in de gevangenis.
Wat betreft een oordeel over de vraag of de termijn waarbinnen de
straf moet worden uitgevoerd een redelijke termijn is, concludeer ik uit
het verslag van de procureur-generaal dat pas vanaf 3 december
2008 tot de strafuitvoering kon worden overgegaan. De beschuldigde
is vrij voor het hof van assisen verschenen, er werd geen
onmiddellijke aanhouding uitgesproken en er was de termijn van het
cassatieberoep. Wij spreken concreet dus over een termijn van drie
21.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le parquet général m'a
fait savoir que l'intéressé a été
renvoyé devant la cour d'assises
par la chambre du conseil le
10 mai 2007. À la suite d'une
demande de mise en liberté
provisoire, il a été remis en liberté
le 31 mai 2007. Par arrêt du
17 avril 2008, il a été condamné
pour meurtre par la cour d'assises
de Flandre orientale. Le 30 avril, il
a introduit un recours en cassation
et, comme il n'avait pas encore été
arrêté à ce moment-là, la Cour de
Cassation n'a pas traité l'affaire en
priorité et l'exécution de l'arrêt du
17 avril 2008 a été suspendue.
Le pourvoi en cassation a été
rejeté le 21 octobre 2008 et le
dossier a été transmis pour suite
utile.
Le greffier en chef du tribunal de
première instance à Gand a fait le
nécessaire le 3 décembre 2008 et
le procureur du Roi de Gand a
ensuite entrepris les actions
requises. L'arrêt sera exécuté
prochainement mais l'intéressé n'a
pas encore été incarcéré, jusqu'ici.
Dans le débat concernant le délai
raisonnable, il convient de tenir
compte du pourvoi en cassation ; il
s'agit de trois mois au lieu d'un an.
L'exécution
interviendra
tout
prochainement. Si l'intéressé ne
se présente pas après sa
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
maanden en niet van een jaar.
Ik heb ook begrepen dat de tenuitvoerlegging eerstdaags een feit zal
zijn. In eerste instantie ontvangt de veroordeelde een gevangenisbrief
waarmee hij zich binnen de vijf dagen moet aanbieden in de
gevangenis. Indien hij aan die oproep geen gevolg geeft, wordt er een
vattingsbevel uitgeschreven en komt de politie hem oppakken. Ik
neem aan dat dit geen alleenstaand feit is. Ik benadruk toch dat het
gaat om een geval waarbij de beschuldigde vrij is verschenen en er
geen onmiddellijke aanhouding is bevolen.
Wat de gemiddelde tijd is binnen dewelke een gevangenisstraf wordt
uitgevoerd, kan ik u niet meedelen omdat ik over geen cijfers beschik.
Op 25 maart 2008 werd door mijn voorganger een cijferoverzicht
gevraagd aan het College van PG's over het aantal veroordelingen die
in kracht van gewijsde zijn gegaan maar nog niet ten uitvoer gelegd.
Er konden toen geen coherente cijfergegevens worden verstrekt
omdat de wijze van registreren verschilt in ieder parket en deze
gegevens
bovendien
niet
af
te
leiden
zijn
uit
het
informaticaprogramma dat op de parketten wordt gebruikt. Door het
ontbreken van betrouwbare gegevens ter zake kan bezwaarlijk een
gemiddelde tijdsduur worden becijferd binnen dewelke een
gevangenisstraf wordt uitgevoerd.
De tenuitvoerlegging van de straffen behoort toe aan het openbaar
ministerie. Een van de krachtlijnen van het beleidsplan van Justitie is
de nauwere betrokkenheid van het OM bij de strafuitvoering. Het
creëren van tools die een coherente kijk op de hele
strafuitvoeringsketen moeten geven, is een absolute prioriteit. Dit is
altijd opnieuw het idee, namelijk het management van heel de keten
en een correct inzicht in alle timingen met de oranje knipperlichten die
te gepasten tijde moeten aangaan. Dit is een ambitie die in de nota
Strafuitvoering, die vóór de vakantie klaar moet zijn, zeker aan bod zal
komen.
convocation, il sera appréhendé
par la police. Je répète que son
arrestation immédiate n'avait pas
été ordonnée à l'époque. Je ne
puis communiquer de chiffres
concernant
le
délai
moyen
d'exécution d'une peine de prison
car les modalités d'enregistrement
sont différentes d'un parquet à
l'autre et, de plus, il est impossible
de les déduire du programme
informatique utilisé. L'exécution
des peines est du ressort du
ministère public. Le plan d'action
de la Justice a pour objectif
d'impliquer davantage le ministère
public dans l'exécution des peines,
par le biais d'instruments qui
permettent de porter un regard
cohérent
sur
l'ensemble
du
processus.
Ce point ne manquera pas d'être
abordé dans la note consacrée à
l'exécution des peines que nous
devrons traiter avant les vacances.
De voorzitter: Ook vraag 11570 van de heer Landuyt was
toegevoegd, maar hij is niet aanwezig omwille van een andere
commissievergadering. Zijn vraag vervalt dus.
Le
président:
La
question
n° 11570 de M. Landuyt avait été
ajoutée mais il n'est pas présent
car il doit assister à une autre
réunion de commission.
21.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik
dank u nog eens voor uw diligentie en goedjonstigheid dat ik mijn
twee vragen na elkaar mocht stellen, omdat er enige afstand in tijd
tussen bemeten was.
Mijnheer de minister, blijkbaar klopt het niet dat een banale caféruzie
ertoe heeft geleid dat het feit onder de aandacht van het parket-
generaal is gebracht. Men volgde de zaak wel degelijk op. Door die
caféruzie is de zaak wel in de media gekomen. De perceptie komt er
nu echter op neer dat men die man bijna vergeten was en dat hij er
zelf verantwoordelijk voor is, namelijk door op café te reageren op
provocaties of iets dergelijks, dat de zaak onder de aandacht is
gekomen. Blijkbaar heeft het parket de zaak wel opgevolgd. Het is
spijtig dat zulke zaken moeten voorvallen en dat ze in de media
komen, waarop de burger zich serieuze vragen begint te stellen. Zoals
u zegt, misschien moeten we toch nauwlettender toezien op zulke
zaken.
21.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le parquet a assuré un
suivi valable de cette affaire, c'est
entendu, mais le fait que cet
homme ait fait parler de lui dans
les médias pour avoir pris part à
une rixe dans un café donne un
peu l'impression que la Justice
l'avait oublié. Je trouve que ce
genre de choses requiert notre
attention.
04/03/2009
CRIV 52
COM 479
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Justitie over "de autodiefstallen bij
autoverhuurmaatschappijen" (nr. 11527)
22 Question de M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "les vols de voitures de location"
(n° 11527)
22.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, in de
maand november 2008 vroeg ik u schriftelijk naar de cijfers van de
autodiefstallen bij autoverhuurmaatschappijen. U was zo vriendelijk
mij de cijfers van 2005, 2006 en 2007 te bezorgen. Op mijn vraag
naar mogelijke maatregelen om hieraan te verhelpen, en bijvoorbeeld
ook te werken met vingerafdrukken zoals in Nederland, wierp u op dat
de privacycommissie zich hierover nog niet had uitgesproken en dat
hierover ook nog geen vraag aan de privacycommissie was gesteld.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen voor u.
Ten eerste, momenteel wordt onderzocht of men het Nederlandse
flistersysteem voor prioritaire voertuigen zou kunnen invoeren in
België. U zult zich afvragen wat dat hiermee te maken heeft. Dat
systeem dient om de veiligheid van zowel particuliere autobestuurders
als het prioritair verkeer te verhogen. Dat Nederlands systeem zal
waarschijnlijk ook in België worden ingevoerd. Overweegt u om het
systeem van vingerafdrukken, ik hoor dat dit met een grote
voorzichtigheid wordt toegepast, te laten onderzoeken op zijn
haalbaarheid?
Ten tweede, zo ja, overweegt u om een vraag te stellen aan de
privacycommissie naar de haalbaarheid van het systeem op het vlak
van de privacywetgeving?
Ten derde, kunt u eventueel al een termijn bepalen met betrekking tot
het onderzoek of een vraag aan diezelfde privacycommissie?
22.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Au mois de novembre
2008, le ministre m'a communiqué
des chiffres concernant les vols de
voiture dans les sociétés de
location de véhicules automobiles.
Par ailleurs, en réponse à une
question que je lui ai posée
concernant l'utilisation éventuelle
des empreintes digitales pour
résoudre ce problème, à l'instar de
ce qui se fait aux Pays-Bas, il m'a
répondu
qu'il
devrait
préalablement
interroger
la
Commission de la protection de la
vie privée.
La possibilité d'instaurer chez
nous le système d'interruption des
émissions radio qui est utilisé aux
Pays-Bas pour les véhicules
prioritaires
est
actuellement
étudiée.
L'utilisation
des
empreintes digitales dans le cadre
de la location de voitures est-elle
envisagée
également?
Une
question sera-t-elle posée à ce
sujet à la Commission de la
protection de la vie privée? Le
ministre peut-il fixer un délai pour
l'achèvement de cette étude et la
remise de cet avis?
22.02 Minister Stefaan De Clerck: Er werd al op schriftelijke vragen
geantwoord over het aantal autodiefstallen, de verschillen tussen de
Gewesten, enzovoort. Dat hebt u gekregen.
Ik zie niet onmiddellijk een verband tussen het eerste deel van uw
vraag, betreffende het Nederlandse flistersysteem voor prioritaire
voertuigen, en uw vraag over vingerafdrukken om autodiefstallen bij
autoverhuurbedrijven tegen te gaan, tenzij u dit enkel als voorbeeld
wilde aanhalen van een Nederlands systeem dat op haar invoering in
België wordt onderzocht.
Bij mijn weten zijn er geen andere Europese landen dan Nederland
die een systeem van vingerafdrukken bij autodiefstallen bij
verhuurmaatschappijen hebben ingevoerd. Een onderzoek naar de
haalbaarheid van een systeem voor vingerafdrukken zou
interessanter zijn indien wij vergelijkend te werk kunnen gaan, maar
22.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Les Pays-Bas sont le
seul pays européen à recourir aux
empreintes digitales. Une enquête
est plus intéressante lorsqu'on
peut
procéder
de
manière
comparative. Je n'envisage pas
d'examiner le système dans la
mesure où je ne suis pas
convaincu que ce soit la bonne
solution. Tant que nous ignorons
sur quoi nous allons investiguer, il
est prématuré de solliciter l'avis de
la commission de la protection de
la vie privée.
CRIV 52
COM 479
04/03/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
blijkbaar is dat nog niet het geval. Op dit ogenblik ben ik niet van plan
om een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren.
Ik ben er niet van overtuigd dat dit de oplossing zou zijn. Een advies
aan de privacycommissie is dan ook nog niet aan de orde, omdat wij
nog niet precies kunnen weten welk onderzoek wij zouden laten
uitvoeren. Het lijkt mij dus een beetje voorbarig. Mijn medewerkers
zijn er ook nog niet van overtuigd.
22.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, sta mij
toe om daar nog kort op te antwoorden. Ik verneem dat garages en
autoverkopers steeds vaker worden geconfronteerd met mensen die
een wagen na een proefrit niet meer terugbrengen. Er bestaan
voorbeelden van wagens die weken, maanden en jaren rondrijden, en
zelfs in het buitenland verzeild geraken. De vraag groeit om daar iets
aan te doen. Ik dacht dat we de zaak konden bekijken. Ik neem nota
van de afwachtende houding, maar ik denk ook dat justitie op dit
moment wel andere katten te geselen heeft. Met uw goedvinden, en
tegen uw goedvinden, zal ik deze zaak blijven opvolgen. Misschien
doen we wel een voorstel om een en ander te bekijken.
22.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Les vendeurs de voitures
sont également de plus en plus
souvent victimes de personnes qui
ne ramènent pas les voitures
après les essais. Je comprends
que la Justice a d'autres chats à
fouetter mais je préconise malgré
tout de réfléchir aux mesures qui
pourraient être prises pour lutter
contre ce type de vols. Je resterai
attentif à ce problème.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer de minister, een collega heeft laten weten dat hij graag zou komen. Ik zou echter
de vergadering willen besluiten en mijnheer Crucke de gelegenheid bieden om zijn vragen volgende week
te stellen.
Een aantal vragen werd omgezet in schriftelijke vragen en een aantal vragen werd uitgesteld.
Mijnheer de minister, ik dank u voor het uitvoerig beantwoorden van de vragen van onze commissieleden.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.22 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.22 heures.