KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 445
CRIV 52 COM 445
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
04-02-2009
04-02-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Justitie over "het gebruik van de vingerafdruk"
(nr. 10379)
1
Question de M. Michel Doomst au ministre de la
Justice sur "l'utilisation des empreintes digitales"
(n° 10379)
1
Sprekers: Michel Doomst, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Michel Doomst, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
4
Questions jointes de
4
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie
over
"de
schending
van
het
beroepsgeheim bij het federaal parket en bij de
Staatsveiligheid" (nr. 10404)
4
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la violation du secret professionnel auprès du
parquet fédéral et de la Sûreté de l'État"
(n° 10404)
4
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de zaak-Herbots" (nr. 10448)
4
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "l'affaire Herbots" (n° 10448)
4
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "het mogelijke lek vanuit de diensten
van het federaal parket naar het milieu van de
georganiseerde mensenhandel" (nr. 10482)
4
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur
"l'éventuelle fuite d'informations des services du
parquet fédéral vers le milieu de la traite
organisée des êtres humains" (n° 10482)
4
Sprekers: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Bert Schoofs, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
9
- mevrouw Barbara Pas aan de minister van
Justitie
over
"de
steekpartij
in
een
kinderdagverblijf
in
Sint-Gillis-Dendermonde"
(nr. 10450)
8
- Mme Barbara Pas au ministre de la Justice sur
"l'agression à l'arme blanche dans une crèche à
Sint-Gillis, près de Termonde" (n° 10450)
9
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de steekpartij in een crèche"
(nr. 10452)
9
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "l'agression à l'arme blanche dans une
crèche" (n° 10452)
9
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Justitie over "de steekpartij in een crèche in
Dendermonde" (nr. 10497)
9
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice
sur "l'agression à l'arme blanche dans une crèche
à Termonde" (n° 10497)
9
Sprekers: Barbara Pas, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Barbara Pas, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
minister van Justitie over "de rechtsbijstand voor
het opstellen van een inventaris in het kader van
de voogdij of het voorlopige bewind" (nr. 10508)
11
Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de
la Justice sur "l'assistance judiciaire pour
l'établissement
d'un inventaire lors d'une
succession dans le cadre de la tutelle ou de
l'administration provisoire" (n° 10508)
11
Sprekers: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de
minister van Justitie over "de opvoeders in de
gevangenissen" (nr. 10639)
12
Question de M. Fouad Lahssaini au ministre de la
Justice sur "les éducateurs en prison" (n° 10639)
12
Sprekers: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de
minister van Justitie over "de herstelconsulenten"
(nr. 10640)
13
Question de M. Fouad Lahssaini au ministre de la
Justice sur "les consultants en justice réparatrice"
(n° 10640)
13
Sprekers: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Fouad Lahssaini, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister
van Justitie over "alternatieve gerechtelijke
maatregelen" (nr. 10700)
15
Question de M. Maxime Prévot au ministre de la
Justice sur "les mesures judiciaires alternatives"
(n° 10700)
15
Sprekers: Maxime Prévot, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Maxime Prévot, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Samengevoegde vragen van
17
Questions jointes de
17
- de heer Ben Weyts aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de lijst van toegelaten
Marokkaanse voornamen" (nr. 10642)
17
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "la
liste
des
prénoms
marocains
autorisés"
(n° 10642)
17
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "een Marokkaanse lijst
van verboden kindernamen" (nr. 10652)
17
- M. Peter Logghe au ministre de l'Intérieur sur
"une liste marocaine de prénoms interdits"
(n° 10652)
17
Sprekers: Ben Weyts, Peter Logghe, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Ben Weyts, Peter Logghe, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de
minister van Justitie over "de bouwvallige staat
van het justitiepaleis van Dinant" (nr. 10716)
22
Question de Mme Valérie Déom au ministre de la
Justice sur "la vétusté du palais de justice de
Dinant" (n° 10716)
22
Sprekers: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Valérie Déom, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
24
Questions jointes de
23
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "het motiveren van zijn beslissing
door het assisenhof van Gent" (nr. 10509)
24
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"la motivation par la cour d'assises de Gand de sa
décision" (n° 10509)
23
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie
over
"de
organisatie
van
de
assisenprocessen in het licht van een recent
arrest van het Europees Hof voor de Rechten van
de Mens" (nr. 10565)
24
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"l'organisation des procès d'assises à la lumière
d'un arrêt récent de la Cour européenne des
droits de l'homme" (n° 10565)
23
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "het advies van de Hoge Raad voor
de Justite met betrekking tot de hervorming van
de assisenhoven" (nr. 10625)
24
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"l'avis du Conseil supérieur de la Justice
concernant la réforme des cours d'assises"
(n° 10625)
23
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "het gedrag van de
heer Jean-Pierre Detremmerie
tegenover
Moeskroen en Royal Excelsior Mouscron"
(nr. 10581)
28
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "le comportement de M. Jean-
Pierre Detremmerie vis-à-vis de Mouscron et de
son club de football" (n° 10581)
28
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de
minister
van
Justitie
over
"de
mobiliteitsregeling
waarbij
personeelsleden
kunnen overstappen van gerechtelijke diensten
naar een federale overheidsdienst en omgekeerd"
(nr. 10588)
28
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "la réglementation
relative à la mobilité permettant aux agents de
passer des services judiciaires à un service public
fédéral et vice versa" (n° 10588)
28
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Carine Lecomte aan de
minister van Justitie over "de honoraria van
gevangenisartsen" (nr. 10659)
30
Question de Mme Carine Lecomte au ministre de
la Justice sur "les honoraires des médecins de
prison" (n° 10659)
30
Sprekers: Carine Lecomte, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Carine Lecomte, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Georges Dallemagne aan de
minister van Justitie over "de leeftijd van de
gevangenisbevolking en de behoeften inzake
reclassering" (nr. 10667)
32
Question de M. Georges Dallemagne au ministre
de la Justice sur "l'âge de la population carcérale
et les nécessités de réinsertion" (n° 10667)
32
Sprekers: Georges Dallemagne, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Georges Dallemagne, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de 34
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la 34
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
minister van Justitie over "het geweld tegen
voetbalscheidsrechters" (nr. 10730)
Justice sur "les violences envers les arbitres de
football" (n° 10730)
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "de gevolgen van het
dossier Gellingen" (nr. 10732)
36
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "les suites du dossier Ghislenghien"
(n° 10732)
36
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de aanstelling van
assessoren bij de strafuitvoeringsrechtbanken"
(nr. 10775)
38
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "la désignation
d'assesseurs
auprès
des
tribunaux
de
l'application des peines" (n° 10775)
38
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de minister van Justitie over "de bijdrage aan het
Slachtofferfonds" (nr. 10778)
39
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
ministre de la Justice sur "la contribution au
Fonds d'aide aux victimes" (n° 10778)
39
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
41
Questions jointes de
41
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de Bende van Nijvel" (nr. 10513)
41
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "les tueurs du Brabant" (n° 10513)
41
- mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van
Justitie over "de graafwerken in Elouges"
(nr. 10580)
41
- Mme Jacqueline Galant au ministre de la Justice
sur "les fouilles menées à Elouges" (n° 10580)
41
Sprekers: Jacqueline Galant, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jacqueline Galant, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
4
FEBRUARI
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
4
FEVRIER
2009
Après-midi
______
De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 14.20 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
De voorzitter: Als eerste punt op de agenda staat de vraag nr. 10348
van de heer Landuyt. Die vraag wordt voor de tweede keer uitgesteld
en wordt bijgevolg omgezet in een schriftelijke vraag.
La présidente: La question
n° 10348 de M. Landuyt est
reportée une deuxième fois et par
conséquent
transformée
en
question écrite.
Minister Stefaan De Clerck: (...) Als een vraag een keer wordt
uitgesteld en dan niet opnieuw wordt gesteld, dan wordt ze geschrapt.
Dat is goed.
De voorzitter: Er mag ook een schriftelijk antwoord worden gegeven op die vraag.
Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik wil meegaan in
de werking van de commissie, maar ik wil tegelijk een zekere
discipline en correctheid. Ik ben geen vuilbak. Ik wil geen vuilbak zijn
waarin vragen toekomen die nu eens worden uitgesteld, dan eens
worden verplaatst omdat het niet past, dan weer in een schriftelijke
vraag worden omgezet. Voor mij is dat geen methode. Ik ben
beschikbaar, maar ik wil dan ook discipline en correctheid.
Stefaan De Clerck, ministre: Je
suis bien évidemment à la
disposition de la commission mais
je demande néanmoins qu'on
fasse preuve d'une certaine
discipline et d'un minimum de
correction. Je ne souhaite pas
servir de "poubelle" pour les
questions
reportées
ou
transformées en questions écrites,
selon ce qui convient aux auteurs.
Bert Schoofs (Vlaams Belang): U spreekt nu beter niet te lang, want
straks komt hij nog opdagen.
De voorzitter: Mijnheer de minister, vermits u ermee moet instemmen, is het uw beslissing.
01 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "het gebruik van de
vingerafdruk" (nr. 10379)
01 Question de M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "l'utilisation des empreintes digitales"
(n° 10379)
01.01 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, voor ongeveer de helft van de jaarlijks 1.500 niet-begeleide
minderjarige vreemdelingen die naar een opvangcentrum met open
regime worden gebracht, zoals Steenokkerzeel of Neder-over-
Heembeek, zou er een verdwijningdossier worden geopend. Een
aantal van die dossiers is blijkbaar van onrustwekkende aard.
Een van de grote problemen is de identificatie van de betrokken
01.01 Michel Doomst (CD&V):
Un dossier de disparition est
ouvert pour environ la moitié des
1.500 mineurs étrangers non
accompagnés qui sont placés
annuellement dans des centres
d'accueil ouverts tels que ceux de
Steenokkerzeel et de Neder-over-
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
jongeren. Als mogelijke oplossing daarvoor wordt de vingerafdruk
naar voren geschoven.
Uw collega, minister Arena, die wij daarover hebben ondervraagd,
staat blijkbaar niet weigerachtig tegenover dat voorstel. Zij verwijst
echter naar uw autoriteit om daarvan werk te maken en die maatregel
uit te voeren.
Mijnheer de minister, kunt u het bestaan van dat probleem
onderkennen?
Wat denkt u over het mogelijk gebruik van de vingerafdruk?
Worden er andere maatregelen onderzocht om aan die problematiek
op vrij korte termijn een oplossing te bieden?
Heembeek, ce qui constitue un
chiffre
inquiétant.
L'un
des
principaux
problèmes
est
l'identification des intéressés. Les
empreintes digitales constituent
une possible solution et la ministre
Arena n'y est pas défavorable.
Quel est le point de vue du
ministre? D'autres mesures sont-
elles envisagées?
01.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega,
het onthaal en de identificatie van niet-begeleide minderjarige
vreemdelingen is inderdaad een complexe problematiek die op
verschillende departementen slaat. Dat is duidelijk.
De vraag die u stelt, heeft meer bepaald betrekking op de verdwijning
van niet-vergezelde buitenlandse minderjarigen die worden
overgebracht naar de observatie- en oriëntatiecentra van Neder-over-
Heembeek en Steenokkerzeel.
Volgens onze gegevens werden er in 2008, van de 1.790
buitenlandse minderjarigen of personen die onder de hoede van de
dienst Voogdij werden geplaatst, 975 jongeren overgebracht naar die
observatie- en oriëntatiecentra.
Eveneens in 2008 verdwenen 569 van deze minderjarigen een of
meerdere malen, wat overeenkomt met in totaal 710 verdwijningen.
Van deze 569 minderjarigen waren 85 jonge vrouwen en 484 jonge
mannen. De verdwijning van 14 van deze niet-begeleide minderjarige
vreemdelingen werd verontrustend genoemd krachtens de
ministeriële richtlijn over het opsporen van verdwenen mensen,
wegens de leeftijd van de betrokkene of wegens verdenking van
mensensmokkel.
De problematiek van de verdwijning van een niet-begeleide
minderjarige vreemdeling moet op een genuanceerde manier worden
onderzocht, aangezien er verschillende gevallen zijn die een andere
aanpak vragen. Zo worden bijvoorbeeld minderjarigen van de Roma
soms aangehouden op basis van verdenking van kleine misdrijven of
van mensensmokkel, terwijl minderjarigen van Aziatische afkomst
vaak proberen om Engeland te bereiken, ons beschermingssysteem
verwerpen en dus vluchtroutes zoeken. De verscheidenheid van deze
gevallen mag echter geen gemeenschappelijk kenmerk verdoezelen;
het gaat om bijzonder kwetsbare minderjarigen die moeten worden
geholpen en beschermd. Voor al deze gevallen behalve in geval van
een gerechtelijke maatregel, opgelegd door de commissie, voor een
daad die als inbreuk wordt beschouwd, kan echter geen enkele
andere dwangmaatregel worden aangewend, afgezien van
vrijheidsberoving voor een periode van 24 uur.
Door het toenemend belang van het fenomeen vond er in januari
2009 een samenkomst plaats tussen het bestuur van de dienst
01.02
Stefaan De Clerck,
ministre: L'accueil et l'identification
de
mineurs
étrangers
non
accompagnés
constitue
effectivement
un
problème
complexe qui concerne plusieurs
départements. En 2008, 975 des
1.790 mineurs étrangers non
accompagnés
ou
personnes
prises en charge par le Service
des tutelles ont été transférés
dans ces centres d'observation et
d'orientation.
Parmi ces derniers, 569 mineurs -
85 jeunes femmes et 484 jeunes
hommes - ont disparu en 2008 à
une
ou
plusieurs
reprises,
totalisant 710 disparitions. Parmi
ces
disparitions,
14
étaient
inquiétantes en raison de l'âge ou
de la présomption de faits de traite
d'êtres humains.
Le problème doit être examiné
avec nuance étant donné que les
divers
cas
nécessitent
une
approche
différenciée.
Les
mineurs roms sont par exemple
parfois appréhendés pour une
implication présumée dans de
petits délits ou dans le cadre de
faits de traite d'êtres humains,
tandis que les mineurs asiatiques
cherchent surtout à fuir en
Angleterre. Pourtant, tous ces
mineurs
partagent
une
caractéristique commune, à savoir
leur fragilité particulière et la
nécessité de les protéger et de les
aider. Sauf dans le cadre d'une
mesure judiciaire à la suite d'une
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Vreemdelingenzaken, de dienst Voogdij, het parket van Brugge en de
grenspolitiediensten over de mensen in transit naar Engeland, om die
categorie minstens te bekijken. Een tweede vergadering wordt
gepland voor februari en men zal Fedasil erbij betrekken.
Er werd besloten om de regeling te verbeteren en zo de risico's te
verminderen voor degenen die worden geïdentificeerd als niet-
begeleide minderjarige vreemdeling. Een samenwerkingsverdrag
werd opgestart door Child Focus en voorziet in een regeling om deze
verdwijningen in Brussel beter op te vangen. Dit verdrag werd
ondertekend in november 2008 door het parket en de betrokken
politiezones, door het algemeen bestuur van de dienst Voogdij en de
dienst Vreemdelingenzaken.
Voor de problematiek van de Roma heeft de dienst Voogdij gezorgd
voor de implementatie van een proefproject, bedoeld om de
identificatie van deze mensen te verbeteren, voornamelijk wat het
criterium "ouderlijk gezag" betreft, om te bepalen of ze wel of niet zijn
vergezeld.
Ook dat is een probleem.
In verband met het nemen van vingerafdrukken herinner ik u eraan
dat volgens een circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken,
van 23 april 2004, een fiche "niet-begeleide minderjarige vreemdeling"
dient ingevuld te worden door de politiediensten of de dienst
Vreemdelingenzaken, bij de interpellatie van een niet-begeleide
minderjarige vreemdeling of bij zijn eerste contact op het grondgebied
of aan de grens.
Deze circulaire werd gewijzigd door een circulaire van augustus 2008
die bepaalt dat de fiche eveneens een foto moet bevatten van de
minderjarige, net als zijn vingerafdrukken, om zijn identiteit te kunnen
bepalen.
Het nemen van vingerafdrukken zal waarschijnlijk de identificatie van
verdwenen
minderjarigen
vergemakkelijken,
maar
lost
de
problematiek van de niet-begeleide minderjarigen daarom niet
volledig op.
Het nationaal plan om mensensmokkel tegen te gaan, goedgekeurd
door de Ministerraad van 11 juli 2008 snijdt deze problematiek ook
aan en formuleert verschillende aanbevelingen, sensibilisering,
overleg en actualisering van de richtlijnen die moeten worden
behandeld in het kader van een taskforce die daartoe moet worden
opgericht.
Ik zal erop toezien dat het departement Justitie actief blijft zoeken
naar oplossingen die het belang van deze minderjarigen vooropstellen
en dat het de nodige impulsen geeft bij het implementeren van het
beleid inzake de strijd tegen mensensmokkel.
infraction, aucune autre mesure de
contrainte ne peut être utilisée, à
l'exception de la privation de
liberté durant 24 heures.
Face à l'ampleur prise par le
phénomène, une réunion sur le
transit vers l'Angleterre a été
organisée en janvier 2009 avec
l'Office des étrangers, le service
des Tutelles, le parquet de Bruges
et les services de police des
frontières. Fedasil sera également
invité à la deuxième réunion qui se
tiendra en février. Il a été décidé
d'améliorer
la
réglementation
actuelle en vue de réduire les
dangers auxquels sont exposées
les personnes identifiées comme
des
mineurs
étrangers
non
accompagnés. Un accord de
collaboration a été signé en
novembre 2008 avec Child Focus.
Le service des Tutelles a assuré la
mise en place d'un projet pilote
visant
à
l'amélioration
de
l'identification des Roms, en
particulier au niveau du critère de
l'autorité parentale, en vue de
déterminer s'ils sont accompagnés
ou non.
Lors de l'interpellation d'un mineur
d'âge non accompagné, ou lors du
premier contact sur le territoire ou
à la frontière, les services de
police ou l'Office des étrangers
sont obligés, en vertu d'une
circulaire datée du 23 avril 2004,
d'établir une fiche d'information
relative au jeune concerné. Cette
circulaire a été modifiée en août
2008 et prévoit depuis lors
l'inclusion dans le dossier d'une
photo et des empreintes digitales
du jeune afin de permettre son
identification.
Cette
mesure
facilitera sans doute l'identification
des mineurs d'âge disparus, mais
ne résout en rien le problème de
fond. Le plan national de lutte
contre le trafic des êtres humains,
approuvé le 11 juillet 2008,
formule
différentes
recommandations dans le cadre
de la création d'un groupe de
travail spécial. Je veillerai à ce que
la Justice continue à chercher
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
activement des solutions en la
matière.
01.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, uit uw uitvoerig
antwoord blijkt dat er een breed kader wordt ontwikkeld om de
problematiek in al zijn aspecten te bekijken. Vingerafdruk is één
aspect daarvan, waarvan door Binnenlandse Zaken blijkbaar wel
gebruik wordt gemaakt.
Het is dus aan ons om na te gaan hoe wij dit in eventueel nog meer
doeltreffende systemen, meer accuraat en meer to the point kunnen
aanwenden bij het opsporen van betrokken categorie. Wij zullen dus
nagaan of het mogelijk is om dit verfijnder te ontwikkelen.
01.03 Michel Doomst (CD&V):
Outre les empreintes digitales, il
existe peut-être encore d'autres
systèmes qui permettraient de
retrouver la trace des personnes
concernées. Nous feront les
vérifications nécessaires à ce
sujet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de schending van het beroepsgeheim bij
het federaal parket en bij de Staatsveiligheid" (nr. 10404)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de zaak-Herbots" (nr. 10448)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "het mogelijke lek vanuit de diensten van het
federaal parket naar het milieu van de georganiseerde mensenhandel" (nr. 10482)
02 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la violation du secret professionnel auprès du
parquet fédéral et de la Sûreté de l'État" (n° 10404)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "l'affaire Herbots" (n° 10448)
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "l'éventuelle fuite d'informations des services du
parquet fédéral vers le milieu de la traite organisée des êtres humains" (n° 10482)
De voorzitter: De heer Landuyt en een aantal andere leden zijn op dit moment betrokken in een andere
commissie en hebben om uitstel gevraagd voor al hun vragen. Vermits bij samengevoegde vragen de
aanwezige vraagstellers echter voorrang blijven hebben, geef ik het woord aan de heer Schoofs.
02.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, op 21 januari 2009 werden 9 mensen
aangehouden op verdenking van handel in en uitbuiting van Thaise
prostituees.
Die informatie werd inmiddels bevestigd door het federaal parket. Vrij
saillant, volgens berichten in de media zou een van hen een jurist zijn
die bij het federaal parket werkt. Hij zou ervan worden verdacht hand-
en spandiensten te verlenen aan het milieu en daarvoor zijn
beroepsgeheim te hebben geschonden. Hij zou zich hiervoor hebben
laten betalen, onder andere met seksuele gunsten van die
prostituees.
Nog straffer, hij zou samen met zijn tweelingbroer, die bij de Veiligheid
van de Staat werkt en voorheen adjunct-auditeur bij de Hoge Raad
voor de Justitie was, persoonlijke gegevens aan een privédetective
hebben verkocht. Ook die tweelingbroer zou zijn opgepakt wegens
schending van het beroepsgeheim.
Beiden zijn uiteraard niet veroordeeld. Ze zijn onschuldig. Ik spreek in
de voorwaardelijke wijs. Het zou inderdaad heel frappant zijn dat
gevoelige informatie over gerechtelijke onderzoeken of informatie
over op stapel staande operaties tegen mensenhandelaars zou zijn
gelekt.
02.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le 21 janvier 2009, neuf
personnes soupçonnées de trafic
d'êtres humains et d'exploitation
de prostituées thaïlandaises ont
été arrêtées. L'un des suspects
travaillerait comme juriste au
parquet fédéral; il est soupçonné
d'avoir
violé
le
secret
professionnel au profit du milieu
en échange, entre autres, des
faveurs sexuelles des prostituées
concernées. Avec son frère
jumeau, qui travaille à la Sûreté
de l'État et qui aurait aussi été
arrêté pour violation du secret
professionnel, il aurait même
vendu des données personnelles à
un détective privé. Tous deux
sont,
évidemment,
présumés
innocents jusqu'à preuve du
contraire.
La fuite d'informations sensibles
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Ik wil een aantal vragen stellen. Ik neem de vragen van collega
Landuyt erbij. Ik wenste die immers ook te stellen, maar hij had ze als
eerste geformuleerd. Werden die feiten al nagegaan bij het federaal
parket? Gebeurt er een screening van de mensen die worden
aangeworven bij het federaal parket en bij de Veiligheid van de Staat?
Op welke wijze wordt er meer concreet gepeild naar hun
betrouwbaarheid? Dat is immers toch heel belangrijk in dergelijke
instanties. Wanneer dergelijke feiten aan het licht komen, is het
vertrouwen van de burger geschokt. Onder welke voorwaarden kan
men bij die diensten in het algemeen worden aangeworven?
Ten slotte, hoe zijn de lekken aan het licht gekomen? Wie heeft ze
ontdekt? Kunt u inschatten wat de impact is van die vermoede lekken
op actueel onderzoek naar en opsporing van misdrijven inzake
mensenhandel? Dat is immers belangrijk. Het zou kunnen dat de
georganiseerde mensenhandel op dit ogenblik heel goed op de
hoogte is van wat er reilt en zeilt zodat lopende onderzoeken in
gevaar kunnen komen en bepaalde modi operandi van de
opsporingsdiensten worden ontdekt waardoor veel onderzoeken
kunnen spaaklopen of zelfs eindigen met een slag in het water.
Ik dank u alvast voor uw antwoord.
concernant
des
enquêtes
judiciaires ou des opérations en
cours contre des trafiquants
d'êtres humains constituerait en
tout cas un élément notable. Ces
faits ont-ils déjà été vérifiés auprès
du
parquet
fédéral?
Les
recrutements au parquet fédéral et
à la Sûreté de l'État sont-ils l'objet
d'un
examen
approfondi?
Comment
s'assure-t-on
concrètement de la fiabilité des
candidats? Quelles sont les
conditions
de
recrutement
générales en vigueur pour ces
services? Comment les fuites en
question ont-elles été révélées?
Quelles
seront
leurs
conséquences sur les enquêtes en
cours concernant un trafic d'êtres
humains?
02.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
ik zal pogen op de meeste elementen uit de verschillende vragen een
antwoord te geven. Het is ook een relatief uitgebreid antwoord, omdat
het een bijzonder dossier is. De vraag rijst natuurlijk wat men moet
doen als twee tweelingbroers, waarvan de ene bij de Veiligheid van de
Staat werkt en de andere bij het federaal parket, samen in een
probleem vermengd geraken.
(...): Brothers in crime.
02.03 Minister Stefaan De Clerck: Ja, brothers in crime. Letterlijk.
Twee tweelingbroers, de ene werkzaam bij het federaal parket en de
andere bij de Veiligheid van de Staat, zijn inderdaad opgepakt. Dat is
ons bekend. Er is nu een onderzoek aan de gang, waarmee de
gerechtelijke overheden volop bezig zijn.
Wat het personeel van de Veiligheid van de Staat betreft, wordt er
een veiligheidsonderzoek gevoerd overeenkomstig de bepalingen van
de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de
veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen,
en de bepalingen van het KB van 24 maart 2000 tot uitvoering van de
wet. De bedoeling is uiteraard om na te gaan of de betrokkene
voldoende garanties kan bieden inzake geheimhouding, loyauteit,
integriteit enzovoort.
Op basis van de gegevens, verzameld door de Veiligheid van de
Staat bij dit veiligheidsonderzoek, kan de betrokkene een machtiging
krijgen. De machtiging, verstrekt door de administrateur-generaal van
de Veiligheid van de Staat als gedelegeerde autoriteit voor de
nationale veiligheidsoverheid, is het officiële attest op grond waarvan
toegang kan worden verkregen tot geclassificeerde gegevens.
02.03
Stefaan De Clerck,
ministre:
Dans
cette
affaire
particulière, il a été procédé à
l'arrestation
de
deux
frères
jumeaux dont un travaillait au
parquet fédéral et l'autre à la
Sûreté de l'État. L'enquête suit son
cours.
La procédure de sélection du
personnel de la Sûreté de l'État
est organisée par le Selor. La loi
du 13 décembre 2006 fixe les
conditions d'entrée en service.
Selon les dispositions de la loi du
11 décembre 1998 et de l'arrêté
royal du 24 mars 2000, il est vérifié
dans le cadre de cette procédure
si les candidats offrent des
garanties suffisantes en matière
de confidentialité, de loyauté,
d'intégrité, etc. Si cette enquête de
sécurité donne un résultat positif,
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Als men voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden, zoals het vereiste
diploma en een minimumleeftijd van 21 jaar, kan men deelnemen aan
een selectieprocedure georganiseerd door Selor. Na het slagen voor
de selectieproef, moet de betrokken inspecteur-stagiair op de datum
van indiensttreding voldoen aan artikel 21 van het KB van
13 december 2006 houdende het statuut van de ambtenaren van de
buitendiensten van de Veiligheid van de Staat, waarin onder meer
wordt bepaald dat men Belg moet zijn, dat men de burgerlijke en
politieke rechten moet genieten, dat men een gedrag moet hebben
dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking
en dat men houder moet zijn van een veiligheidsmachtiging
overeenkomstig de wet van 11 december 1998 betreffende de
classificatie en de veiligheidsmachtigingen. Men moet ook door de
minister van Justitie, na advies van de administrateur-generaal van de
Veiligheid van de Staat, als gegadigde aanvaard zijn en worden
aangesteld.
De betrokkene wordt benoemd nadat een stageperiode van twee jaar
met succes wordt afgerond. De aangehouden persoon is stagiair-
inspecteur bij de buitendiensten van de Veiligheid van de Staat.
Overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit betreffende
het algemeen bestuur en de ondersteuningscel van de Veiligheid van
de Staat, leiden de administrateurs-generaal ­ de administrateur-
generaal en de adjunct ­ de Veiligheid van de Staat en staan onder
het rechtstreekse gezag van de minister van Justitie.
Het directiecomité, dat uit voornoemde administrateurs-generaal, de
directeur van de analysediensten en de directeur van de dienst
Operaties is samengesteld, staat de administrateur-generaal bij voor
het dagelijkse beheer van de Veiligheid van de Staat.
Inzake de aanhouding bij het federaal parket kan ik na overleg ter
zake met het parket van Brussel het volgende mededelen.
Hert is juist dat een parketjurist, werkzaam op het federaal parket, op
21 januari 2009 door onderzoeksrechter Wim De Troy te Brussel
onder aanhoudingsmandaat werd geplaatst.
De betrokkene werd bij koninklijk besluit van 6 juli 2004 ­ zij zijn dus
allebei al een paar jaar in dienst ­ tot parketjurist in het rechtsgebied
van het hof van beroep te Brussel benoemd. Bij ministerieel besluit
van 25 oktober 2004 werd hem de opdracht gegeven om zijn ambt bij
het federaal parket te vervullen. Voorheen was hij op het parket van
Antwerpen werkzaam.
Hij werd wegens de recente feiten onder aanhoudingsmandaat
geplaatst, zijnde vereniging van misdadigers, omkoping, schending
van het beroepsgeheim en ook wegens het dossier over exploitatie
van ontucht of prostitutie en mensenhandel. Dat zijn de incriminaties.
Uit het onderzoek blijkt inderdaad dat er ernstige aanwijzingen zijn dat
de parketjurist informatie, waartoe hij rechtstreeks of onrechtstreeks
toegang had, aan derden zou hebben bezorgd. Er zijn tevens ernstige
aanwijzingen dat het voorgaande in de meeste gevallen tegen
betaling is gebeurd.
De informatie betrof voornamelijk persoonsgegevens, komende uit
bijvoorbeeld het Centraal Strafregister of het Rijksregister. Er zijn in
l'intéressé obtient une autorisation
de l'administrateur général de la
Sûreté de l'État qui lui donne
accès à des données classifiées.
Le ministre de la Justice doit
également accepter le candidat
après avis de l'administrateur
général. Le candidat est ensuite
nommé inspecteur stagiaire au
sein des services extérieurs de la
Sûreté de l'État à l'issue d'une
période de stage de deux ans
accomplie avec succès.
Le parquet de Bruxelles confirme
qu'un juriste de parquet du parquet
fédéral a été placé sous mandat
d'arrêt par le juge d'instruction le
21 janvier 2009. L'intéressé a été
nommé juriste de parquet près la
cour d'appel de Bruxelles par
arrêté royal du 6 juillet 2004. Il a
été investi d'une mission auprès
du parquet fédéral par un arrêté
ministériel d'octobre 2005. Il était
auparavant employé au parquet
d'Anvers. Il a été arrêté pour
association
de
malfaiteurs,
corruption, violation du secret
professionnel, exploitation de la
débauche ou de la prostitution et
traite des êtres humains.
L'enquête a mis en évidence des
indices sérieux selon lesquels il
aurait
communiqué
des
informations à des tiers, dans la
plupart des cas contre paiement. Il
s'agissait
principalement
de
données à caractère personnel
provenant du Casier judiciaire
central ou du Registre national.
Les informations ne proviendraient
pas
d'enquêtes
pénales
et
l'intéressé n'aurait vendu des
informations qu'à un réseau
déterminé.
L'enquête
étant
toujours en cours, je ne puis
fournir
de
plus
amples
informations pour l'heure. La
chambre du conseil de Bruxelles a
confirmé l'arrestation des deux
frères le 27 janvier 2009.
Aucun contrôle du personnel du
parquet fédéral n'est prévu. Le
SPF Justice demande toutefois un
extrait du casier judiciaire à
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
de huidige stand van het onderzoek ­ de exploitatie van de in beslag
genomen documenten is nog volop bezig ­ geen aanwijzingen dat
informatie uit strafonderzoeken van het federaal parket aan derden
zou zijn bezorgd of verkocht.
In een filière heeft hij informatie gegeven, maar niet aan derden. Het
is dus geen systematisch, breed verhaal. Het is in één filière dat
informatie werd bezorgd. Er werd geen methodiek ontwikkeld om de
informatie, waar mogelijk, te verkopen, indien u dat begrijpt. Het is
dus in een enkele filière, waarrond tot op heden onderzoek wordt
verricht, gebeurd.
De gerechtelijke onderzoeken zijn nog volop bezig. Het goede verloop
van de aan de gang zijnde strafonderzoeken en de principes van het
geheim van het strafonderzoek en van de scheiding der machten
laten niet toe op dit ogenblik meer details te verschaffen.
De Brusselse raadkamer bevestigde op 27 januari 2009 de verdere
aanhouding van beide broers.
Wat de aanwervingprocedure en de screening bij de aanwerving van
personeel voor het federaal parket betreft ­ ik heb u al over de
Veiligheid van de Staat gesproken en wil het nu over het parket
hebben ­, is er geen screening van het personeel van het federaal
parket gepland. Wel vraagt de FOD Justitie voor elke aanwerving een
uittreksel uit het strafregister.
Op het federale parket wordt elke nieuwe medewerker bij zijn
indiensttreding
tevens
schriftelijk
attent
gemaakt
op
de
wetsbepalingen met betrekking tot de omkoping, schending van het
beroepsgeheim, strafrechtelijke en tuchtrechtelijke gevolgen in geval
van inbreuken, enzovoort. Aangezien de betrokken parketjurist reeds
werkzaam was binnen het openbaar ministerie ­ hij kwam van het
parket van Antwerpen ­ was dit niet op hem van toepassing.
De toetredingsvoorwaarden voor de magistraten, parketjuristen en
administratieve medewerkers van het federale parket zijn geregeld in
het Gerechtelijk Wetboek. Zij staan ook op beknopte wijze
weergegeven op de website van de FOD Justitie.
Krachtens artikel 144bis, §1, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek
is de federale procureur belast met de leiding van het federale parket
dat is samengesteld uit federale magistraten die onder zijn
rechtstreekse leiding en toezicht staan. De federale procureur oefent
zijn bevoegdheden uit onder het enkele en rechtstreekse gezag van
de minister van Justitie. De federale procureur is tevens gebonden
door de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, dus ook de beslissing
van het College van PG's inzake coherente werking en coördinatie
van het beleid. Dit is de algemene omkadering van de federale
procureur. Hij wordt ook geëvalueerd door het College van
procureurs-generaal.
Er
kan
worden
verwezen
naar
de
gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en het
College van PG's van 16 mei 2002, zoals gepubliceerd in mei 2002.
Conclusie, zelfs met serieuze en rigoureuze veiligheidsmaatregelen is
geen enkele organisatie vrij van dergelijke feiten. Het is belangrijk dat,
wanneer er ook maar de minste aanwijzing is van dergelijke feiten, er
onmiddellijk en op doortastende wijze wordt opgetreden om de
chaque
engagement.
Tout
nouveau collaborateur est aussi
informé
par
écrit
des
conséquences
pénales
et
disciplinaires de certains actes.
Étant donné que l'intéressé venait
du
parquet
d'Anvers,
cette
procédure ne lui était pas
applicable.
Les
conditions
d'admission d'application pour les
collaborateurs du parquet fédéral
sont réglées dans le Code
judiciaire.
Le parquet fédéral est dirigé par le
procureur fédéral placé sous
l'autorité directe du ministre de la
Justice. Il est lié par les directives
de la politique pénale et évalué par
le
collège
des
procureurs
généraux.
De tels faits peuvent se produire,
même avec des mesures de
sécurité
rigoureuses.
Il
est
important
d'y
réagir
immédiatement.
Le parquet fédéral n'a pas informé
la presse de cette affaire parce
que le dossier est traité par le
parquet de Bruxelles.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
vermoedelijke daders te identificeren, de bewijselementen te
verzamelen en aan de zaak het juiste strafrechtelijke of
tuchtrechtelijke gevolg te geven. Het optreden van de gerechtelijke
autoriteiten toont aan dat zij er alles aan doen om in deze
onverkwikkelijke zaak de volledige waarheid aan het licht te brengen.
Wat de beweerde schending van het onderzoek lastens beide broers
betreft, kan ik meedelen dat er door het federale parket in deze zaak
geen berichtgeving naar de pers werd georganiseerd aangezien deze
zaak een dossier is van het parket van Brussel. Onderzoeksrechter
De Troy leidt het onderzoek.
In het kader van een lopend dossier heeft men op een bepaald
ogenblik de filière ontdekt. Men heeft gemerkt dat beiden betrokken
waren bij deze feiten waarvan ik u melding heb gedaan.
02.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het feit dat dit bij het federale parket gebeurt,
deed mij toch wel een beetje perplex staan. Wanneer ik hoor dat er
geen screening is, zou dit normaal kunnen zijn, alhoewel elke
magistraat in principe wordt geacht vooraf door een zekere filter te
zijn gegaan aan de hand van examens en dergelijke. Misschien moet
men de procedure in de toekomst nog wat verstrengen, mijnheer de
minister. Men zou de magistraten, die nu toch in een instituut
opleiding moeten volgen, misschien ook eens op die manier kunnen
testen? Het zou er niet hoeven aan te mankeren volgens mij.
Wat de Veiligheid van de Staat aangaat, het is ernstig, maar daar
schrik ik niet meer van als ik kijk naar alle blunders uit het verleden,
gaande van de excommunicatie van een Vlaams zangeresje uit
Vlaams-nationale kringen, mevrouw Soetkin Collier, tot een
Maghrebijn die in een hap en een wip informant kon worden, maar die
wel zes moorden op zijn geweten heeft. Het toont aan in welke
omgekeerde wereld men soms in de Veiligheid van de Staat leeft, het
is onvoorstelbaar welke zaken er zich daar allemaal voordoen.
Daarom herhaal ik hier nogmaals dat wij al vaak hebben gepleit­ in
die zin hebben wij ook een wetsvoorstel ingediend ­ om de Veiligheid
van de Staat af te schaffen. Let wel, we willen daarmee niet de functie
van de Veiligheid van de Staat afschaffen, maar wel het orgaan zoals
het nu bestaat. Die functie willen we onderbrengen bij politionele
diensten, bij politionele overheden. Dat zou heel wat schade en
schande uitwissen, denk ik. Er kan dan worden begonnen met een
propere lei.
Voorts bewijst deze discussie ook weer dat de crisis van de Belgische
instellingen, waarover er nu elders in dit huis nog een ander debat
wordt gevoerd, meer dan totaal is. Als de hoogste organen worden
aangetast, dan denk ik dat vragen moeten worden gesteld, zeker in
het politieke klimaat waarin wij nu leven.
02.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je trouve qu'il est quand
même relativement étonnant que
cela se produise au niveau du
parquet fédéral. Il me semble
logique que si les magistrats ont
normalement
déjà
être
contrôlés préalablement, ils ne le
soient plus. Mais il faudra peut-
être
encore
renforcer
cette
procédure à l'avenir.
Dans le cas de la Sûreté de l'État,
il s'agit d'une affaire sérieuse qui
n'est toutefois pas faite pour
m'étonner, vu les nombreuses
bévues commises dans le passé.
C'est la preuve, une de plus, qu'on
a parfois tendance à inverser les
choses dans ce service public. Je
plaiderai donc une fois encore
pour la suppression de ce service
tel qu'il fonctionne actuellement.
On pourrait ainsi l'adjoindre à la
police, ce qui permettrait de
prévenir bien des problèmes.
Tout ceci montre bien que les
institutions belges sont en proie à
une crise totale. Lorsque même
les organes publics suprêmes sont
touchés, il y a lieu ­ me semble-t-il
­
de
s'interroger
très
sérieusement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Barbara Pas aan de minister van Justitie over "de steekpartij in een kinderdagverblijf in
Sint-Gillis-Dendermonde" (nr. 10450)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de steekpartij in een crèche"
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
(nr. 10452)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de steekpartij in een crèche in
Dendermonde" (nr. 10497)
03 Questions jointes de
- Mme Barbara Pas au ministre de la Justice sur "l'agression à l'arme blanche dans une crèche à Sint-
Gillis, près de Termonde" (n° 10450)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "l'agression à l'arme blanche dans une
crèche" (n° 10452)
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "l'agression à l'arme blanche dans une crèche à
Termonde" (n° 10497)
03.01 Barbara Pas (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de feiten zijn bekend; in kinderverblijf
Fabeltjesland te Sint-Gillis Dendermonde vond op 23 januari een
gruwelijke steekpartij plaats, waarbij twee kinderen en een
volwassene werden gedood. Tal van kinderen werden verwond.
Dit vreselijke drama heeft een hele schokgolf teweeggebracht, niet
alleen bij ons in Dendermonde, maar in het hele land. In de eerste
persberichten werd gemeld dat de dader een gerechtelijk verleden
zou hebben, alsook een psychiatrisch verleden. Vandaar mijn
oorspronkelijke vraag of die dader reeds werd veroordeeld of
geïnterneerd was en of hij werd gevolgd of begeleid door justitiële
instanties?
Ondertussen is gebleken dat de ouders van die jongen, toen hij 18
jaar was, hebben gepoogd hem gedwongen te laten opnemen in de
psychiatrie. Dat is niet gebeurd omdat hij bereid was een ambulante
behandeling te volgen. Dat zou hij een drietal maanden hebben
gedaan, en nadien is de jongen vermoedelijk niet meer opgevolgd. De
vraag die verschillende mensen zich nu stellen is of een collocatie van
de dader in het verleden, de feiten had kunnen voorkomen?
Ik had graag geweten, mijnheer de minister, of u al meer informatie
heeft over de psychiatrische toestand van de dader en of u al meer
informatie kunt geven over de vorderingen in het onderzoek?
03.01 Barbara Pas (Vlaams
Belang): La tragédie de Termonde
a provoqué une onde de choc
dans tout le pays. Apparemment,
les parents de l'auteur des faits
ont tenté de le faire hospitaliser en
psychiatrie alors qu'il était âgé de
18 ans mais comme il était
disposé à suivre un traitement
ambulatoire, cet internement n'a
pas eu lieu. Après trois mois de
traitement, il n'aurait probablement
plus été l'objet d'aucun suivi.
Différentes
personnes
se
demandent
si
une
mesure
d'internement aurait pu éviter les
faits.
Le ministre en sait-il déjà plus sur
la situation psychiatrique de
l'auteur? Peut-il fournir plus
d'informations sur les progrès de
l'enquête?
03.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, dit
belangrijke dossier in Dendermonde loopt uiteraard nog. Wat de
dader betreft, kent iedereen de omstandigheden. Ik heb eigenlijk niets
bijkomends te vertellen over de feiten in kinderdagverblijf
Fabeltjesland, waar hij is binnengestapt in snel tempo; niemand weet
hoe het mogelijk is geweest. Ik meen dat ik daar geen commentaar bij
moet geven of herhalen wat is gezegd.
Er zijn drie personen vermoord. Die personen werden intussen ten
grave gedragen. Het gaat om twee kinderen en een volwassen
persoon van 54 jaar. Er zijn 11 personen gewond. De diensten zijn
onmiddellijk ter plaatse gekomen en hebben goed gereageerd.
Ik wil nogmaals expliciet, los van het hele drama, zeggen dat alle
diensten zeer accuraat en zeer efficiënt hebben gewerkt.
Zij hebben meer problemen en slachtoffers voorkomen. Er moet een
pluim gaan naar de diensten van Dendermonde, de burgemeester, de
voorzitter van het OCMW, de brandweer, de politie en de medische
diensten. Zij hebben zich zeer koelbloedig en efficiënt opgesteld.
03.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Cet important dossier suit
son cours. Je n'ai aucune
information
supplémentaire
à
communiquer concernant les faits
survenus
à
la
crèche
"Fabeltjesland". J'estime n'avoir
aucun commentaire à donner.
Trois personnes ont été tuées et
onze autres ont été blessées. Les
services de secours sont arrivés
immédiatement sur place et ont
agi avec conscience et efficacité.
Ils ont pu éviter qu'il y ait encore
plus de victimes. C'est pourquoi
tous les services de secours de
Termonde méritent d'être loués.
Certains indices portent à croire
que le meurtre de Mme Elza Van
Raemdonck aurait été perpétré
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Intussen zijn er inderdaad ook aanwijzingen naar dezelfde dader voor
de moord op Elza Van Raemdonck. Hij wordt verdacht van die moord.
Het onderzoek is evenwel nog niet afgesloten.
Men werkt ook aan de reconstructie op basis van de getuigenissen en
van de vaststellingen van de deskundigen. Het parket, de
onderzoeksrechter en de politiediensten geven de hoogste prioriteit
aan het onderzoek. Sinds de feiten van vrijdag 23 januari wordt de
zaak onophoudelijk onderzocht door alle bevoegde instanties. Het
centrale dossier bevindt zich dus daar.
De dader heeft intussen gesproken. Hij heeft al verklaringen afgelegd,
maar zeer weinig over de feiten zelf, noch die van Dendermonde, laat
staan die van Beveren. Het motief voor de moorden is bijgevolg nog
steeds niet helder. De zaak wordt dus ook op dat vlak voortgezet.
De dader was niet gekend bij het gerecht. Hij had een blanco
strafregister. Er waren in het gerechtelijk arrondissement
Dendermonde ook geen politionele tussenkomsten geweest voor
hem. Ook bij de politiediensten was hij dus niet gekend. Evenmin
waren er in het verleden gedwongen burgerlijke maatregelen op
psychiatrisch vlak. Ook dat is intussen bekend.
Er is ook nog geen informatie bekend over zijn psychiatrische
toestand. Wij hebben de conclusies nog niet. Zij zijn ons niet bekend.
In uitvoering van het aanhoudingsbevel werd hij opgesloten in Brugge.
Daar wordt de psychomedische opvolging voortgezet. Zoals bekend
zijn er drie psychiaters-deskundigen aangesteld om een zicht te
krijgen op zijn persoonlijkheid.
Wat doet men om dat te voorkomen? Wij zijn allemaal een beetje
machteloos. Er wordt ook gevraagd naar de vroegtijdige detectie van
probleemgedrag en de preventie ervan. Wij moeten voort nagaan wat
mogelijk is. Psychotisch gedrag verdient verder onderzoek en wij
moeten ons erin bekwamen om te kijken welke interventies tijdig
kunnen gebeuren. Nu is het voortijdig om een definitieve analyse te
maken.
In overleg met de Gemeenschappen zullen wij moeten zoeken op
welke manier wij preventief en curatief omgaan met psychologische
en psychiatrische problemen bij jongeren en met deviant gedrag bij
jongeren. Het is een fenomeen dat wij niet meer kunnen negeren en
waaraan wij bijzondere aandacht moeten besteden. In het verlengde
van dit dossier neem ik mij voor daaraan speciale aandacht te
besteden.
par le même auteur. Il en est
suspecté.
La reconstitution des faits est en
cours, sur la base de témoignages
et des constatations des experts.
Le parquet, le juge d'instruction et
les services de police accordent la
plus haute priorité à cette enquête.
Si l'auteur a déjà fait quelques
déclarations,
il
n'évoque
cependant guère les meurtres de
Termonde et de Beveren, dont le
motif reste dès lors obscur.
L'auteur n'était pas connu de la
Justice et son casier judiciaire était
vierge. De plus, il n'a jamais fait
l'objet d'une intervention policière
dans l'arrondissement judiciaire de
Termonde et aucune mesure civile
contraignante n'a jamais été prise
à son égard sur le plan
psychiatrique.
Aucune information n'est encore
connue concernant son état
psychiatrique. En exécution du
mandat d'arrêt, il a été enfermé à
Bruges. Comme chacun sait, trois
experts
psychiatres
ont
été
désignés
pour
examiner
sa
personnalité.
Des voix s'élèvent pour que soit
mis en place un dispositif de
détection précoce et de prévention
des troubles comportementaux. Il
convient également de se pencher
davantage sur les comportements
psychotiques. Il est encore trop tôt
pour livrer une analyse définitive
du phénomène. Nous devons
rechercher, en concertation avec
les Communautés, la manière
d'appréhender
les
problèmes
psychologiques et psychiatriques
des jeunes et les comportements
déviants des jeunes sur les plans
tant préventif que curatif. J'ai
l'intention d'accorder une attention
particulière à ce phénomène.
03.03 Barbara Pas (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw uitgebreid antwoord ondanks het feit dat het moeilijk is om
over een lopende zaak al veel informatie, laat staan conclusies, te
geven.
03.03 Barbara Pas (Vlaams
Belang): Tous les services de
secours
de
Termonde
ont
effectivement accompli un travail
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
Zeker en vast moet ik u bijtreden als u zegt dat alle hulpdiensten van
Dendermonde ­ politiediensten, brandweerdiensten en dergelijke ­
schitterend werk hebben geleverd en zeer goed hebben
samengewerkt. Zij hebben nog veel erger kunnen voorkomen door zo
snel en efficiënt op te treden.
We zullen uiteraard opvolgen hoe dat evolueert. Het verheugt mij dat
er verder onderzoek zal gebeuren naar de verontrustende
psychiatrische gevolgen bij jongeren. Vorige week vernam ik de
verontrustende cijfers die meldden dat één op drie jongeren
depressief is. Daaraan kunnen wij niet zonder meer voorbij en ter
zake is onderzoek nodig.
remarquable. Par leur intervention
rapide et efficace, ils ont évité une
situation encore bien pire. Je suis
heureuse d'apprendre que de
nouvelles études seront menées
sur
les
conséquences
psychiatriques inquiétantes chez
les jeunes. La semaine dernière,
nous avons appris qu'un jeune sur
trois est dépressif. Nous ne
pouvons ignorer cette situation.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "l'assistance judiciaire pour
l'établissement d'un inventaire lors d'une succession dans le cadre de la tutelle ou de l'administration
provisoire" (n° 10508)
04 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de rechtsbijstand voor het
opstellen van een inventaris in het kader van de voogdij of het voorlopige bewind" (nr. 10508)
04.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, en vertu de
l'article 410, §1
er
, 5° du Code civil, le tuteur agissant pour le mineur
peut être autorisé par le juge de paix à renoncer à une succession ou
à un legs universel ou à titre universel ou à l'accepter. Toutefois, s'il
l'accepte, il ne peut le faire que sous bénéfice d'inventaire. Il s'agit
donc d'une obligation légale pour laquelle il ne peut être accordé de
dispense. Les mineurs se voient par conséquent dans l'obligation de
supporter les frais d'un inventaire alors que, dans presque tous les
cas, ils n'ont pas de revenus.
Une question similaire se pose à l'article 488bis, f), §3, e) du Code
civil en matière d'administration provisoire. Moyennant autorisation du
juge de paix, l'administrateur provisoire pourra renoncer à une
succession ou à un legs universel ou à titre universel ou l'accepter.
S'il l'accepte, cela ne sera possible que sous bénéfice d'inventaire. Or
les frais d'inventaire peuvent se révéler très lourds pour certains
administrés provisoires qui ne disposent pas de revenus importants.
L'article 665 du Code judiciaire prévoit que l'assistance judiciaire est
notamment applicable aux actes de procédures qui relèvent de la
compétence d'un membre de l'ordre judiciaire ou qui requièrent
l'intervention d'un officier public ou ministériel. Par ailleurs,
l'assistance judiciaire a été étendue par la loi à l'assistance d'un
conseiller technique lors d'expertises judiciaires.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me confirmer que rien ne
s'oppose, dès lors, à ce que ­ dans les cas que j'ai relevés ­
l'assistance judiciaire puisse être demandée et éventuellement
accordée si la situation du requérant remplit les conditions légales?
Dans la négative, ne pensez-vous pas qu'il soit opportun de prévoir
une disposition législative en ce sens?
Voilà, monsieur le ministre, une question qui paraît technique, mais
qui renvoie à une pratique quotidienne destinée à savoir qui paie les
frais pour une administration provisoire.
04.01 Clotilde Nyssens (cdH):
De voogd die optreedt voor een
minderjarige of de voorlopig
bewindvoerder
die
optreedt
namens de beschermde persoon
kan van de vrederechter de
toelating
krijgen
om
een
nalatenschap of een legaat te
aanvaarden. Dat kan echter alleen
onder
voorrecht
van
boedelbeschrijving. In dat geval
moeten de minderjarigen of de
personen onder voorlopig bewind
opdraaien voor de kosten van de
boedelbeschrijving, terwijl ze in
veel
gevallen
slechts
over
beperkte middelen beschikken.
Overeenkomstig artikel 665 van
het Gerechtelijk Wetboek kan
rechtsbijstand worden verleend
voor de proceshandelingen die
behoren tot de bevoegdheid van
een lid van de rechterlijke orde of
waarbij een openbare of een
ministeriele
ambtenaar
moet
optreden. Bovendien werd de
rechtsbijstand uitgebreid met de
bijstand
van
een
technisch
adviseur
bij
gerechtelijke
deskundigenonderzoeken.
Niets belet dus dat rechtsbijstand
zou worden verleend voor de
boedelbeschrijving in voormelde
gevallen. Indien zulks niet mogelijk
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
zou zijn, verdient het dan geen
aanbeveling zo een bepaling in de
wet te schrijven?
04.02 Stefaan De Clerck, ministre: Chère collègue, l'article 665 du
Code judiciaire détermine effectivement le champ d'application de
l'assistance judiciaire et prévoit, en son article 4, que celle-ci est
applicable aux actes qui requièrent l'intervention d'un officier public ou
ministériel. La procédure d'inventaire, telle que prévue aux articles
1175 et 1184 du Code judiciaire, dans la mesure où celle-ci requiert
l'intervention d'un notaire, entre par conséquent dans le champ
d'application de l'article 665 du Code. L'assistance judiciaire peut
donc être demandée pour cette procédure et sera accordée par le
juge si le requérant entre dans les conditions légales de l'article 667
du Code judiciaire et de l'arrêté royal du 18 décembre 2003
déterminant les conditions de la gratuité totale ou partielle du bénéfice
de l'aide juridique de deuxième ligne et de l'assistance judiciaire.
Toute autre est la question de la couverture, par le régime de
l'assistance judiciaire, de l'intervention d'un administrateur provisoire
et d'un tuteur. En l'état actuel de la législation, cette possibilité n'est
pas prévue.
04.02
Minister Stefaan De
Clerck: De boedelbeschrijving,
zoals bepaald in de artikelen 1175
en 1184 van het Gerechtelijk
Wetboek,
valt
onder
het
toepassingsveld van artikel 665
van dat wetboek, in de mate dat
voor die beschrijving een notaris
vereist is. Rechtsbijstand kan dan
ook gevraagd worden en zal door
de rechter toegestaan worden als
de eiser aan de wettelijke
voorwaarden voldoet voor een
volledig of gedeeltelijk kosteloze
tweedelijns juridische bijstand en
rechtsbijstand.
Het
rechtsbijstandstelsel
dekt
evenwel vandaag nog niet de
tussenkomst van een voorlopige
bewindvoerder of een voogd.
04.03 Clotilde Nyssens (cdH): La loi est la loi, même si elle est
dure. Je déposerai donc une proposition pour répondre à cette affaire.
04.03 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
zal dan ook een voorstel in die zin
indienen.
04.04 Stefaan De Clerck, ministre: Vous avez bien compris.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Fouad Lahssaini au ministre de la Justice sur "les éducateurs en prison" (n° 10639)
05 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de minister van Justitie over "de opvoeders in de
gevangenissen" (nr. 10639)
05.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, en
1999, plusieurs établissements pénitentiaires auraient reçu des
éducateurs à titre d'essai. Si l'expérience a pu être intéressante, il
apparaîtrait néanmoins que nombre d'entre eux seraient partis en
raison de rétributions financières insuffisantes ou d'un manque de
clarté dans les tâches qu'ils avaient à effectuer.
Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer ou infirmer cette
initiative? Dans l'affirmative, pensez-vous que les raisons des départs
sont liées à un cadre mal défini? Envisagez-vous de reconduire cette
expérience à l'avenir pour autant que des difficultés de cadrage aient
été relevées?
05.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Naar verluidt werden er in
1999, bij wijze van proefproject,
opvoeders ingezet in verscheidene
penitentiaire instellingen. Blijkbaar
stapten sommigen van hen op
omdat ze niet genoeg verdienden
of het niet duidelijk genoeg was
welke taken ze moesten uitvoeren.
Klopt het dat er een dergelijk
initiatief werd genomen? Kunnen
de redenen voor het ontslag in
verband gebracht worden met een
slechte taakomschrijving? Bent u
van plan dat proefproject in de
toekomst te herhalen?
05.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, il est exact que le 05.02
Minister Stefaan De
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
plan du personnel du directeur général des établissements
pénitentiaires prévoit certaines fonctions d'éducateur. Il s'agit de 30
assistants pénitentiaires adjoints de niveau C et de 34 experts
techniques de niveau B.
Aujourd'hui, le cadre compte 18 assistants de niveau C et 20 de
niveau B. Trois éducateurs ont quitté le service entre 1999 et 2009.
Ces fonctions ont surtout été créées pour et au sein des équipes de
soins des prisons avec une section pour internés ou pour des projets
d'enseignement comme à la prison d'Oudenaarde.
Le cadrage des éducateurs existe donc bien quoiqu'il doive à
nouveau être complété. Les tâches et les résultats attendus de ces
fonctions sont déterminés dans les descriptions de fonctions en
question. Je ne crois donc pas qu'il existe un risque de disparition de
ces fonctions.
Clerck: Het personeelsplan van de
directeur-generaal
Penitentiaire
Inrichtingen voorziet in dertig
adjunct-penitentiair
assistenten
van niveau C en 34 technisch
deskundigen van niveau B. Nu telt
de formatie achttien assistenten
van niveau C en twintig van niveau
B. Drie opvoeders verlieten de
dienst tussen 1999 en 2009. De
personeelsformatie
van
de
opvoeders
moet
opnieuw
vervolledigd worden. De taken en
de verwachte resultaten voor die
functies worden omschreven in de
desbetreffende
functie-
beschrijvingen.
05.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): J'espère que votre réponse
sera rappelée au personnel pénitentiaire. Il semblerait que si
aujourd'hui on évoque le mauvais cadrage de la fonction, c'est parce
que ces éducateurs ont parfois été amenés à occuper des fonctions
qui n'étaient pas les leurs au départ.
Il serait bien que l'on puisse compléter le cadre et rappeler la mission
de ces éducateurs. Ils ont un rôle important à jouer au sein de
l'institution pénitentiaire.
05.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Het zou opportuun zijn de
personeelsformatie
te
vervolledigen en de opdracht van
die opvoeders opnieuw nader toe
te lichten.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Fouad Lahssaini au ministre de la Justice sur "les consultants en justice
réparatrice" (n° 10640)
06 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de minister van Justitie over "de herstelconsulenten"
(nr. 10640)
06.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, je souhaiterais obtenir quelques informations sur
la fonction de consultant en justice réparatrice. On me rapporte en
effet que la fonction de consultant en justice réparatrice ne serait
bientôt plus effective par décision de votre prédécesseur.
Je souhaiterais tout d'abord savoir en quoi consiste exactement cette
fonction de consultant en justice réparatrice. Malgré mes recherches,
je n'ai pas trouvé de documents suffisamment précis que pour
pouvoir la définir. Quelles en sont les missions? Quel cadre a-t-il été
établi afin que cette fonction rencontre au mieux les objectifs qui lui
étaient assignés? Enfin, est-il exact que cette fonction est appelée à
disparaître et, le cas échéant, pour quelles raisons?
06.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!):
Wat
doen
herstelconsulenten precies? Wat
zijn
de
opdrachten
van
herstelconsulenten? Welk kader is
in het leven geroepen om ervoor te
zorgen dat de functie beter
beantwoordt aan de doelstellingen
die herstelconsulenten moeten
bereiken? Tot slot, klopt het dat
die functie wellicht zal verdwijnen?
En zo ja, waarom?
06.02 Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, la fonction de consultant en justice réparatrice a été créée
par la circulaire ministérielle du 4 octobre 2000. Le consultant en
justice réparatrice joue un rôle concret au sein des établissements
pénitentiaires pour faire évoluer la culture pénitentiaire d'une justice
punitive vers une justice réparatrice.
06.02 Minister Stefaan De
Clerck: Herstelconsulenten spelen
een
concrete
rol
bij
strafinrichtingen. Ze dragen ertoe
bij om de strafinrichtingcultuur van
een
straffende
naar
een
herstelgerichte detentie te doen
evolueren.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
06.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): C'est pourquoi j'y tiens
absolument!
06.04 Stefaan De Clerck, ministre: L'objectif de la justice réparatrice
est de rétablir la relation perturbée entre l'auteur, la victime et la
société. La tâche du consultant vise principalement au
développement actif d'une culture de respect des différents acteurs
concernés et à la promotion d'une politique pénitentiaire locale
cohérente au regard du modèle de justice réparatrice.
Sur le terrain, les missions du consultant se situent essentiellement
sur le plan structurel. Elles consistent principalement à mettre
différents acteurs en communication et, plus précisément à
sensibiliser les détenus, les victimes et la société à la culture de
justice réparatrice d'une part, et à développer des lieux de
concertation entre ces acteurs (les cadres pénitentiaires, les détenus,
les victimes, la société), d'autre part.
Un consultant en justice réparatrice a été engagé par établissement.
La fonction était contractuelle. En 2006, le ministre de la Justice a
décidé la statutarisation de la fonction et cette décision a entraîné la
rédaction d'une nouvelle description de fonction qui a servi de base
au recrutement statutaire. Le recrutement a eu lieu en 2007 et les
attachés en justice réparatrice sont entrés en fonction en juin 2008.
La fonction a ensuite évolué. Les attachés ont pu choisir de rester
attachés en justice réparatrice ou d'évoluer vers une fonction
d'attaché "appui opérationnel-management".
Cette nouvelle fonction comprend le volet justice réparatrice. Cette
évolution de fonction correspond à la fin du projet de mise en oeuvre
de la justice réparatrice dans les établissements pénitentiaires pour
en arriver à un ancrage structurel de cette matière dans les missions
de chaque acteur, et plus particulièrement de la direction générale
des établissements pénitentiaires.
La justice réparatrice ne disparaît donc pas, mais une nouvelle étape
est franchie en termes de processus. La justice réparatrice fait
toujours partie intégrante de la mission de l'administration
pénitentiaire. Les attachés en charge de cette matière en assurent la
responsabilité au sein de leur établissement en tant que membres de
la direction. Ils développent tous les relais nécessaires en interne et
en externe pour permettre le développement d'activités à l'égard des
détenus, des victimes, de la société, du personnel ­ activités qui
orientent la détention vers la justice réparatrice. C'est donc
structurellement intégré dans le système.
06.04
Minister Stefaan De
Clerck: De bedoeling is de
verstoorde relatie tussen de dader,
het slachtoffer en de maatschappij
te herstellen. Herstelconsulenten
moeten daarbij voornamelijk een
cultuur van respect van de
betrokken spelers op een actieve
manier
ontwikkelen,
door
contacten tussen hen te leggen,
door ze gevoelig te maken voor
herstelgerichte detentie en door
overlegmogelijkheden tot stand te
brengen.
In 2006 heeft de minister van
Justitie besloten om de functie
statutair te maken. In 2007 is er
gerekruteerd en de attachés
herstelgerichte detentie zijn in juni
2007 in functie getreden. Ze
konden vervolgens kiezen om
attachés in herstelgerichte detentie
te
blijven
of
om
attachés
"operationele steun-management"
te worden.
Het herstelgerichte aspect is een
onderdeel van die nieuwe functie,
met
als
doel
die
aanpak
structureel te verankeren in de
opdracht van iedere betrokkene,
en meer in het bijzonder van het
directoraat-generaal Penitentiaire
Inrichtingen.
In de penitentiaire inrichtingen zijn
de ter zake bevoegde attachés, als
lid van de directie, daarvoor
verantwoordelijk. Zij doen al het
nodige om ervoor te zorgen dat er
activiteiten
kunnen
worden
ontwikkeld ten aanzien van de
gedetineerden, de slachtoffers, de
samenleving en het personeel,
teneinde tot een herstelgerichte
detentie te komen.
06.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie de clarifier à nouveau la mission des consultants en
justice, même si leur fonction a subi quelques évolutions. Je suis ravi
d'entendre qu'on est passé d'une situation statutaire à une situation
structurelle. C'est une excellente chose.
06.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Ik ben zeer verheugd te
vernemen dat de statutaire opzet
structureel is geworden. De
penitentiaire inrichtingen zouden
een even duidelijke omschrijving
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Comme vous, monsieur le ministre, j'aimerais simplement que les
institutions pénitentiaires soient définies aussi clairement. Votre
gestion de ce département est appelée à prendre encore plus
d'ampleur.
moeten krijgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Maxime Prévot au ministre de la Justice sur "les mesures judiciaires alternatives"
(n° 10700)
07 Vraag van de heer Maxime Prévot aan de minister van Justitie over "alternatieve gerechtelijke
maatregelen" (nr. 10700)
07.01 Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, une nouvelle fois, je voudrais tirer la sonnette d'alarme
concernant les mesures judiciaires alternatives, même si c'est la
première fois que je me tourne vers vous.
Vous avez déclaré récemment que le système des mesures
judiciaires alternatives atteignait ses limites et que vous souhaitiez
une réflexion globale à ce sujet.
Sur ce point, je partage entièrement votre point de vue. J'ai d'ailleurs
interpellé, à trois reprises, votre prédécesseur sur la question.
À l'époque, le ministre m'avait répondu qu'il attendait les conclusions
d'une étude commandée à la VUB et avait indiqué que les coûts
financiers associés à la peine de travail étaient à charge de
l'employeur, à savoir du lieu de prestation. Cette étude est aujourd'hui
terminée et confirme les faits, ce qui, selon moi, est dramatique. Votre
prédécesseur avait déclaré qu'une réglementation précise en la
matière serait élaborée dans le courant de l'année 2009.
Monsieur le ministre, je souhaite attirer votre attention sur la situation
vécue actuellement sur le terrain et qui est alarmante. En effet, les
organismes qui s'occupent de l'application de la peine de travail sont
confrontés à une chute vertigineuse des lieux de prestation. En effet,
nombreux sont les organes (organismes publics, privés, des
associations ou des ASBL) qui sont prêts à faire un geste positif pour
pouvoir accueillir des personnes qui ont fait l'objet de ces mesures
judiciaires alternatives, mais ils refusent d'être obligés de payer les
frais inhérents à ce travail. L'interprétation donnée par l'étude
universitaire est de nature à encore réduire le nombre de lieux de
prestation. C'est à ce niveau que se situe le problème. Je répète que
les ASBL, les organismes publics ou privés qui sont disposés à
accueillir une personne ayant fait l'objet d'une peine doivent supporter
les coûts qui y sont liés. Ainsi, par exemple, les hôpitaux qui
souhaiteraient accueillir des personnes condamnées à ces peines
doivent prendre elles-mêmes en charge certaines vaccinations,
l'achat de certains équipements, etc. Or, il arrive que, lorsque les
vaccins ont été faits et les équipements achetés, la personne
susceptible d'effectuer sa peine se désiste pour éventuellement aller
l'effectuer ailleurs, etc.
Je rappelle encore une fois que faire porter sur le lieu d'accueil, sur
l'employeur, la charge liée à ces coûts parallèles pose donc un vrai
problème.
07.01 Maxime Prévot (cdH):
Onlangs had u het erover dat het
systeem
van
alternatieve
gerechtelijke straffen zijn grenzen
bereikt had en u vond dat over dat
terzake moest worden nagedacht.
Ik heb uw voorganger over die
kwestie driemaal geïnterpelleerd
en hij heeft mij geantwoord dat hij
een studie van de VUB afwachtte.
Hij had er bovendien op gewezen
dat de financiële kosten voor een
werkstraf ten laste van de
werkgever vallen.
De instellingen die zich momenteel
bezig houden met de toepassing
van de werkstraffen, hebben te
maken
met
een
duizelingwekkende daling van het
aantal
prestatiemogelijkheden.
Tal van organisaties zijn immers
wel bereid om personen die een
werkstraf opgelegd krijgen, op te
vangen, maar weigeren er de
kosten voor te betalen. De
interpretatie die aan die inmiddels
afgeronde studie, wordt gegeven,
strekt ertoe dat het aantal plaatsen
nog verder daalt. Zo moet een
ziekenhuis dat tot dit type straf
veroordeelde personen wenst op
te vangen, de vaccinaties, de
aankoop
van
sommige
uitrustingen,
enz.
voor
zijn
rekening nemen. En het gebeurt
dat de veroordeelde niet komt
opdagen.
De werkgever laten opdraaien
voor de parallelle kosten doet dus
een echt probleem rijzen. Uw
voorganger had verklaard dat een
reglementering terzake in de loop
van 2009 zou worden uitgewerkt.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Monsieur le ministre comptez-vous suivre la voie de votre
prédécesseur? Ou, au contraire ­ c'est ce que j'espère ­ envisagez-
vous d'inclure le statut des prestataires dans votre réflexion afin de
soulager les associations de terrain de ce fardeau financier? J'attire
ici une nouvelle fois votre attention sur le fait que les candidats pour
accueillir des personnes condamnées à une peine de travail se font
de plus en plus rares. À court terme, quelles sont les mesures que
vous comptez prendre pour apporter une solution concrète à ces
inerties de terrain générées par un cadre légal à ce jour lacunaire, à
l'heure où les mesures judiciaires alternatives sont volontiers et à
raison présentées comme une option crédible visant à soulager le
travail de la justice?
Je voudrais attirer votre attention sur le fait que l'on trouve, dans les
dispositions légales, une faculté qui est offerte à ces lieux de
prestation de se faire rembourser des frais pour peu qu'ils en fassent
explicitement la demande auprès du cabinet du ministre de la Justice.
Normalement, l'argent destiné à assumer ces coûts devait être
alimenté par le fonds pour la sécurité routière, mais jamais un seul
euro n'a été prévu.
Il y a donc un problème évident et je serais heureux de connaître
votre avis sur la question, monsieur le ministre.
Bent u van plan die weg in te
slaan? Welke maatregelen kunt u
op korte termijn nemen om een
oplossing voor dat probleem aan
te reiken, op een ogenblik dat de
werkstraffen als een geloofwaardig
alternatief worden voorgesteld?
De wetsbepalingen bieden die
plaatsen de mogelijkheid om de
kosten terugbetaald te krijgen op
voorwaarde dat een aanvraag
wordt ingediend op het kabinet van
de minister van Justitie. Het geld
voor die kosten moet uit het Fonds
voor de verkeersveiligheid komen,
maar daarvoor werd nooit een
enkele euro uitgetrokken.
07.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, la semaine dernière a eu lieu un débat général avec
plusieurs questions sur le même sujet. J'ai expliqué la situation en
précisant qu'on arrivait aux limites des peines de travail. Je me
permets de renvoyer à l'ensemble des réponses de la semaine
dernière et plus particulièrement à la réponse donnée à la question
n° 10177. Le noeud de la discussion, c'est que l'équipe universitaire
désignée pour examiner le problème est parvenue à la conclusion
que les coûts financiers associés à la peine de travail sont à charge
de l'employeur. Celui qui se présente doit supporter tous les frais et
est responsable pour la totalité.
Nous devons étudier à nouveau tout le sujet pour une plus grande
application des peines de travail. En effet, tous les employeurs ne
sont pas ravis de prendre en charge tous les frais. Un problème se
présente donc et il y a des décisions à prendre. Il faut préparer le
dossier d'après ces conclusions. Le point que vous soulevez constitue
un réel problème et requiert une intervention à laquelle nous ne
sommes pas encore prêts. Nous travaillons à une solution globale et
intégrale. J'ai l'intention de favoriser au maximum la peine de travail;
je veux continuer dans cette direction. Il faudra revoir le problème
dans son ensemble, trouver de nouvelles solutions, de nouveaux
budgets pour rendre possibles ces peines de travail partout où cela se
présente.
07.02 Minister Stefaan De
Clerck:
Vorige
week
is
gedebatteerd over een aantal
kwesties in verband met hetzelfde
onderwerp. Ik heb toen uitgelegd
dat
de
grenzen
van
de
werkstraffen bereikt zijn. De kern
van
de
zaak
is
dat
het
universiteitsteam tot de conclusie
gekomen is dat de werkgever de
aan de straf gerelateerde kosten
betaalt. Het punt dat u aanhaalt, is
dus een echt probleem.
We moeten het onderwerp volledig
herzien, in het licht van de
resultaten van dat onderzoek. Ik
wil werkstraffen zoveel mogelijk
aanmoedigen. Er zullen dan ook
nieuwe oplossingen en budgetten
gezocht moeten worden.
07.03 Maxime Prévot (cdH): Je remercie le ministre pour sa
réponse dont je retiens surtout sa volonté d'apporter rapidement une
solution concrète à un problème posé avec d'autant plus d'acuité par
les conclusions de l'étude. Les trois fois où j'ai interpellé votre
prédécesseur, j'ai eu l'impression qu'il ne semblait pas se préoccuper
outre mesure de cette situation, je vous le dis comme je le ressens.
J'ai l'espoir fondé dans votre réponse que vous y serez plus sensible
et que vous aurez à coeur d'apporter une solution rapide. De semaine
en semaine, la situation se dégrade. De nombreuses ASBL qui
07.03 Maxime Prévot (cdH): Ik
hoop dat u snel een oplossing zult
vinden voor het probleem. Week
na week gaat de situatie achteruit.
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
travaillent avec les maisons de justice pour chercher des lieux de
prestation sont en peine de trouver des employeurs potentiels à cause
de ces charges. Je l'ai expérimenté moi-même à une échelle locale
en mobilisant un vaste réseau d'institutions hospitalières qui se sont
toutes dites favorables à accueillir des gens...le jour où une solution
serait apportée à cet épineux problème de faire porter une charge
financière particulière sur celui qui accepte, alors que ce n'est déjà
pas facile d'accepter.
J'espère donc que nous trouverons rapidement la solution technique
juridique et que vous aurez les moyens budgétaires. Les discussions
budgétaires lors des prochaines semaines seront peut-être propices à
l'obtention de moyens supplémentaires.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Samengevoegde vragen van
- de heer Ben Weyts aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de lijst van toegelaten
Marokkaanse voornamen" (nr. 10642)
- de heer Peter Logghe aan de minister van Binnenlandse Zaken over "een Marokkaanse lijst van
verboden kindernamen" (nr. 10652)
08 Questions jointes de
- M. Ben Weyts au ministre de l'Intérieur sur "la liste des prénoms marocains autorisés" (n° 10642)
- M. Peter Logghe au ministre de l'Intérieur sur "une liste marocaine de prénoms interdits" (n° 10652)
08.01 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, u weet intussen
ongetwijfeld dat wanneer Marokkanen die hier wonen, of gemengd
Vlaams-Marokkaanse ouderparen, hun kind de Marokkaanse
nationaliteit willen geven, zij door Marokko worden verplicht te kiezen
uit een beperkte lijst van voornamen. Ik heb die lijst vanzelfsprekend
bij me. Die lijst bevat enkel Arabische namen, dus geen westelijke of
christelijke namen, geen Leentje of Jantje, maar Ahmed of Fatma.
Sinds kort staan er ook geen Berberse namen op.
Blijkbaar werken er Vlaamse gemeenten actief mee aan dat systeem.
Blijkbaar worden door sommige bevolkingsdiensten ­ ik heb daar
vandaag nog bevestiging van gekregen, zowel in Antwerpen als in
Borgerhout bijvoorbeeld ­ namenlijsten voorgelegd wanneer
Marokkaanse of gemengd Vlaams-Marokkaanse ouderparen zich
aanbieden voor een geboorteaangifte.
Ik vind het ongehoord dat vanuit Rabat de voornamen worden
gedicteerd van de kinderen die bij ons opgroeien en schoollopen. Ik
kan niet anders dan vaststellen dat de Marokkaanse overheid een
zekere chantage gebruikt om nieuwgeboren nazaten van Marokkanen
hier te binden aan het herkomstland van hun ouders. Als de kinderen
de Marokkaanse nationaliteit niet hebben en hun ouders wel ­ dat is
mij ook bevestigd ­, doet de Marokkaanse overheid moeilijk bij het
verlenen van een visum voor bijvoorbeeld een familiebezoek of een
vakantie in Marokko.
Als de ouders hun kinderen de Marokkaanse nationaliteit willen doen
toekennen, worden zij verplicht hun kinderen een Arabische naam te
geven. Het systeem zorgt als het ware voor een Marokkaans
perpetuum mobile, in die zin dat er een permanente aangroei is van
de Marokkaanse kolonie in het buitenland. Marokko wil die nazaten
van Marokkanen in het buitenland blijkbaar vooral aan zich binden
08.01 Ben Weyts (N-VA): Quand
des parents marocains ou belgo-
marocains
qui
habitent
en
Belgique veulent que leur enfant
ait aussi la nationalité marocaine,
ils sont obligés par les autorités
marocaines de choisir un prénom
à partir d'une liste limitative. Cette
liste ne contient aucun prénom
chrétien occidental, ni - depuis peu
- plus aucun nom berbère mais
uniquement des prénoms arabes.
Dans une série de communes
belges, le service de la population
facilite ce système en mettant
cette liste limitative de prénoms à
la disposition des parents qui
viennent déclarer une naissance.
Rabat contrôle ainsi finalement le
choix des prénoms donnés à des
enfants qui grandissent ici et les
lient, par une forme de chantage,
au pays d'origine de leur(s)
parent(s). L'objectif du Maroc est
bien sûr d'ainsi mettre en place
des garanties de flux substantiels
d'argent de l'étranger vers le
Maroc. Le gros de la communauté
marocaine de notre pays est
d'origine berbère. L'impossibilité
pour des parents marocains de
donner un prénom berbère à leur
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
wegens hun financiële steun. Het is algemeen geweten dat de grote
Marokkaanse kolonie in het buitenland cash oplevert voor het land
van herkomst.
Daarnaast wil men ze blijkbaar ook een zekere Marokkaans-
Arabische identiteit opleggen. Wij stellen vast dat de namenlijst bijna
exclusief is samengesteld uit Arabische namen. Alle Berberse namen
zouden zijn geschrapt. Ik heb een hele lijst gekregen van Berberse
namen die uit de lijst werden geschrapt. Men wil dus ook nog eens de
Berbers in het buitenland arabiseren. U weet ongetwijfeld dat het gros
van de mensen van Marokkaanse nationaliteit, zowel in Nederland als
in België, Berbers zijn. Wij spreken wat dat betreft dus over een
problematiek die gevoelig ligt.
Het meest frappante is dat de bevolkingsdiensten van de Vlaamse
gemeenten blijkbaar actief meewerken. Navraag in onder andere
Antwerpen en Borgerhout leert dat de bevolkingsdiensten die namen
zelf voorleggen aan Marokkaanse ouders en Vlaams-Marokkaanse
ouderparen.
Wanneer die toch voor een Vlaamse naam kiezen, zegt men dat zij
een document moeten ondertekenen ­ dat is bijvoorbeeld in
Antwerpen zo ­, zodat er achteraf een bewijs is wanneer de mensen
naar de Marokkaanse ambassade of het consulaat gaan om hun kind
in te schrijven en dat geweigerd wordt met een Vlaamse naam. In dat
geval dreigt mogelijk de dienst de kosten om de naam te veranderen,
ten laste te moeten nemen. Ik heb daarover vandaag nog een
concrete getuigenis gekregen. Sommige Vlaamse gemeentelijke
ambtenaren handelen als een soort agenten van de Marokkaanse
overheid.
Het antwoord zal waarschijnlijk kort zijn, maar zoveel mensen laten
vandaag verstek gaan dat ik uw tijd nuttig tracht in te vullen. Ik hoop
dat u niet oordeelt over het tegendeel. Ik kom tot mijn vragen.
Mijnheer de minister, om af te ronden, die namenlijst beperkt
vanzelfsprekend de keuzevrijheid van de ouders. Hij bevat ook een
discriminerend aspect met betrekking tot Berberse namen. Dat druist
in tegen ons integratiebeleid. Gisterenavond stond de vraag nog
geagendeerd in de commissie voor de Binnenlandse Zaken, maar
vanmorgen is dat gewijzigd.
Hebt u weet van het bestaan van die lijst? Bent u ervan op de hoogte
dat die aan de gemeenten werd bezorgd? Hebt u daar zelf inzage in?
Hebt u daaromtrent ooit al contact gehad met de Marokkaanse
overheid? Die kwestie is twee jaar geleden heel kort aan bod
gekomen. Hebben uw voorgangers ter zake stappen gezet bij de
Marokkaanse ambassade of overheid?
Vindt u het correct dat ambtenaren hieraan meewerken? Zo neen, zult
u dan ook optreden en bijvoorbeeld een rondzendbrief sturen naar de
gemeenten waarbij u duidelijk maakt dat het absoluut niet kan dat
gemeentelijke ambtenaren die lijst voorstellen aan nieuwbakken
ouders?
enfant s'ils veulent qu'il ait aussi la
nationalité marocaine, a pour but
de mettre l'accent sur une certaine
identité maroco-arabe.
Si les parents désirent néanmoins
donner à leur enfant un prénom
qui ne figure pas sur la liste, dans
certaines communes, ils peuvent
signer un document attestant de
ce refus.
Cette liste de noms a-t-elle déjà
été
fournie
aux
communes
belges? Notre pays a-t-il eu des
contacts avec le Maroc en la
matière? S'indique-t-il que des
fonctionnaires belges contribuent
à maintenir ce système? Le
ministre informera-t-il les services
de la population qu'ils ne peuvent
plus soumettre cette liste de noms
marocains aux parents?
08.02 Peter Logghe (Vlaams Belang): Collega Weyts, u hebt het
kader al geschetst. Zelfs de vragen zijn al gesteld. Dat maakt het voor
08.02 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Quelles
villes
et
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
mij een stuk gemakkelijker. Ik zal mij dan ook beperken tot mijn
vragen hierover, mijnheer de minister.
Collega Weyts heeft gevraagd of een dergelijke lijst werd bezorgd aan
de gemeenten en steden in België. Ik meen te weten dat dat
inderdaad het geval is, maar ik zou graag van u weten welke steden
en gemeenten een lijst hebben ontvangen met verboden westerse en
Berberse voornamen. Wat is uw standpunt daarover? Vindt u dat een
buitenlandse regering zich mag moeien met de naamgeving in
België? Vindt u dat geen daad van ongeoorloofde inmenging van een
vreemde mogendheid in ons land?
Tussendoor wil ik er wel even op wijzen dat ook mijn vraag
oorspronkelijk aan de minister van Binnenlandse Zaken was gesteld
en dat ik pas te elfder ure heb vernomen dat ze naar de commissie
voor de Justitie werd verwezen.
Wat is uw standpunt over de inmenging? Vindt u dat geen inbreuk op
de integratiepogingen die België voor Marokkanen opzet? Via
taalcursussen en op alle mogelijke manieren probeert de Belgische
regering die mensen in te burgeren. De Marokkaanse overheid komt
nu plots daartussen skiën met eigen naamlijsten en verboden namen.
Is er geen dringend overleg nodig? Is dat reeds gebeurd? Zo ja,
wanneer, en wat was het resultaat daarvan?
Het probleem doet zich natuurlijk vooral voor bij Marokkanen met een
dubbele nationaliteit. Op welke manier kunnen die mensen in dit land
nog vrij hun eigen naam kiezen? Ik hoor en lees dat Belgische
gemeenten en steden zich inschrijven in de filosofie van Marokko om
het aantal namen die kunnen worden gekozen, te beperken.
communes ont reçu du Maroc une
telle liste de prénoms interdits,
notamment berbères? Le ministre
estime-t-il
qu'un
pays
peut
s'immiscer dans l'attribution de
prénoms dans un autre pays? Ne
s'agit-il pas, à ses yeux, d'une
atteinte
à
notre
politique
d'intégration? Une concertation
urgente ne s'impose-t-elle pas
avec le Maroc?
Cette situation concerne des
Marocains qui possèdent la double
nationalité et implique qu'ils ne
peuvent choisir librement un
prénom dans ce pays. J'ai appris
que certaines communes et villes
belges adhèrent à la proposition
du Maroc de limiter la liberté de
choix
pour
l'attribution
de
prénoms.
08.03 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
dit is een probleem van het IPR, het internationaal privaatrecht. Het
fenomeen waarover u spreekt is helemaal niet nieuw. Ik kan u
kopieën geven van vragen die daarover al zijn gesteld in 1994. Er is
dus niets nieuws onder de zon.
In artikel 37 van het IPR-wetboek wordt de vaststelling van de naam
en de voornaam van een persoon beheerst door het recht van de
staat waarvan de persoon de nationaliteit heeft. De gevolgen van een
nationaliteitsverandering op de naam en de voornamen van een
persoon worden beheerst door het recht van de staat van zijn nieuwe
nationaliteit. De invoering van het IPR-wetboek heeft aan de regeling
niets veranderd. De naam, als element van de staat van de persoon,
behoort tot het personeel statuut.
In geval van geboorte komt het aan de nationale wet van het kind toe
te bepalen welke rechten de ouders hebben inzake de keuze van
voornaam en welke verschillende voornamen worden toegelaten.
Wanneer het kind met Belgische nationaliteit ook een andere
nationaliteit heeft, wordt voor de toepassing van het IPR-wetboek
uitgegaan van de Belgische nationaliteit. Het Belgische recht is dan
van toepassing, en dat voorziet in een vrije voornaamkeuze.
Wij weten allen dat vrijheid blijheid is en dat hier alles kan. Evenwel
kan de voornaamkeuze worden beperkt door de ambtenaar van de
burgerlijke stand als voornamen aanleiding geven tot verwarring, dan
wel het kind of derden kunnen schaden. Dat is de enige beperking in
08.03
Stefaan De Clerck,
ministre: Il s'agit d'un problème de
droit international privé (DIP) qui
se pose depuis des années déjà.
Selon
le
code
DIP,
la
détermination du nom et du
prénom d'une personne est régie
par le droit de l'État correspondant
à la nationalité de cette personne.
Quiconque change de nationalité
est donc soumis à la législation de
son nouveau pays en matière de
patronyme. C'était d'ailleurs déjà
le cas avant l'adoption du code
DIP.
Selon ce code, si un enfant qui
naît en Belgique a également la
nationalité marocaine, c'est le droit
belge qui est d'application. Ceci
signifie que le choix du prénom est
presque
totalement
libre.
Il
n'empêche qu'il existe, en droit
marocain, une liste de prénoms
arabes autorisés. Les parents qui
choisissent un nom qui ne figure
pas sur cette liste rencontrent des
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
de vrijheid. De ambtenaar heeft alleen die marge om te oordelen met
betrekking tot het Belgische kind.
Het Marokkaanse recht kent evenwel een lijst van toegelaten
Arabische voornamen. Aangezien de toekenning van een voornaam
die niet op de lijst voorkomt, problemen stelt bij de registratie van het
kind op de ambassade of het consulaat van Marokko, wordt
doorgaans gevraagd geen andere voornamen te aanvaarden. Een
correcte toepassing van het personeel statuut laat trouwens geen
andere keuze toe. Met andere woorden, men zit met een wetgeving in
de Marokkaanse context en men moet zich daarnaar richten.
Desgevallend kunt u daarover Pintens erop nalezen in het
Rechtskundig Weekblad van 1986-1987. Ook toen al werd dat
onderzocht. De principes blijven ook zo. Ook in het Rechtskundig
Weekblad van 1991-1992 werd daarover gepubliceerd om de hele
problematiek juist te analyseren.
Een dergelijke lijst kan worden aangevraagd bij het betrokken
consulaat. De administratie beschikt er zelf niet over. Die lijsten
bevinden zich dus niet bij ons. Bij de inschrijving op de ambassade of
het consulaat worden die namen gesignaleerd. De administratie
beschikt dus niet zelf over een geactualiseerde lijst van voornamen.
De ambtenaar van de burgerlijke stand die geen gebruik maakt van
een voornamenlijst of van de namen die op die lijst voorkomen, kan
bij twijfel evenwel een attest laten voorleggen waarin het betrokken
consulaat bevestigt dat de voornaam volgens het toepasselijke recht,
geldig is. Met andere woorden, de problematiek met betrekking tot
kinderen met de Marokkaanse nationaliteit stelt zich via het consulaat
of de ambassade.
De realiteit is dat de lijsten bestaan maar wij hebben niet de
mogelijkheid om daarvan af te wijken. Of anders gezegd: onze
ambtenaren hebben niet de mogelijkheid om in het kader van het IPR
daar zomaar van af te wijken. Ik heb het dan wel over personen met
de Marokkaanse nationaliteit.
difficultés en cas d'enregistrement
de l'enfant à l'ambassade ou au
consulat du Maroc. Il n'est pas
possible de contourner cette
législation marocaine, et c'est
pourquoi
on
demande
généralement aux intéressés de
se tenir à la liste de prénoms en
question.
Cette liste peut être obtenue sur
demande à adresser au consulat.
L'administration ne dispose pas de
listes actualisées. En cas de
doute, un fonctionnaire de l'état
civil peut demander la présentation
d'une attestation dans laquelle le
consulat concerné déclare le nom
conforme. Nos fonctionnaires n'ont
pas la possibilité, dans le cadre du
DIP, de s'écarter de la liste.
08.04 Ben Weyts (N-VA): Mijnheer de minister, het is toch wel iets
anders als onze ambtenaren van de burgerlijke stand daaraan actief
meewerken. Zij handelen toch niet als agenten van de Marokkaanse
overheid? Er circuleren verschillende lijsten. Ik heb hier twee lijsten.
De ambassade van Marokko in Brussel heeft mij deze middag nog
bevestigd dat de lijst die Antwerpen hanteert, gedateerd is. Ik heb een
andere lijst van de consul-generaal van Marokko in Rotterdam. Dat is
dan wel een correcte lijst. Die lijsten verschillen dus onderling. Er is
zelfs sprake van rechtsonzekerheid.
U moet toch optreden ten opzichte van onze eigen ambtenaren van
de burgerlijke stand die toch niet handelen op bevel, zelfs niet op
suggestie, van de Marokkaanse regering. Zij voeren geen
Marokkaans maar een Belgisch of Vlaams beleid uit en niets anders.
U zegt dat het gaat om een IPR-probleem. Er geldt toch zoiets als
diplomatieke relaties? U spreekt toch met uw Marokkaanse collega?
Er is gisteren nog bekendgemaakt dat er ter waarde van 40 à
60 miljoen euro zal worden overgeheveld van België naar Marokko. U
heeft breekijzers en overlegmomenten genoeg. Ik schrik ervan dat u
08.04 Ben Weyts (N-VA): Nos
fonctionnaires ne sont tout de
même pas des agents des
autorités marocaines. En outre,
plusieurs listes circulent. Nos
fonctionnaires doivent mener une
politique belge ou flamande.
Le ministre dit qu'il s'agit d'un
problème de droit international
privé. Je trouve incroyable qu'il
accepte cette situation, sans plus.
L'ingérence du Maroc dans les
affaires de notre pays va à
l'encontre de notre politique de
non-discrimination, d'égalité et
d'intégration. Le ministre doit
rappeler aux fonctionnaires qu'ils
ne peuvent pas soumettre cette
liste aux parents.
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
zich gewoon neerlegt bij deze situatie. Ik vind dat dit een verregaande
inmenging is van Marokko in ons land. Deze inmenging druist in tegen
ons beleid, tegen ons non-discriminatiebeleid, tegen ons
gelijkheidsbeleid, tegen ons integratiebeleid en tegen alle principes.
Ik vraag u nogmaals om te overwegen om onze ambtenaren van de
burgerlijke stand er minstens op te wijzen dat zij die lijst
eenvoudigweg niet mogen voorleggen aan Marokkaanse ouders of
Marokkaans-Vlaamse ouderparen. Ik vraag u met aandrang om dit
opnieuw in overweging te nemen.
Trouwens, ik moet nog iets zeggen. Als de ambtenaren van de
burgerlijke stand wijzen op die lijsten en wijzen op de mogelijkheid
van het toekennen van de binationaliteit aan een kind, kunnen zij
misschien ook wijzen op de keerzijde van de medaille? Wanneer men
bipatride is en men ook de Marokkaanse nationaliteit heeft, kan men
bijvoorbeeld worden opgeroepen voor de militaire dienst. Onze
ambtenaren van de burgerlijke stand zeggen dit niet. Ook het
Marokkaanse strafrecht bijvoorbeeld gaat verder dan de grenzen van
Marokko. Zo kan men als Marokkaan in Marokko worden vervolgd
wanneer men in het buitenland heeft gezondigd tegen de
strafrechtelijke bepalingen van Marokko. Ik denk bijvoorbeeld aan
homofilie, abortus, geloofsafval, kritiek op het Marokkaanse
koningshuis... Dit zijn allemaal zaken waarvoor men in Marokko kan
worden vervolgd als Marokkaan, zelfs al verblijft men in het
buitenland.
Vandaar nogmaals mijn vraag om dit te heroverwegen en op zijn
minst een omzendbrief te sturen naar alle gemeenten.
Par ailleurs, les fonctionnaires
devraient attirer l'attention des
parents sur les inconvénients de la
double nationalité. Leurs enfants
pourront
ultérieurement
être
appelés sous les drapeaux et
aussi relever du droit pénal
marocain.
Je demande au ministre d'envoyer
une circulaire à ce sujet à toutes
les communes.
08.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij weten natuurlijk dat het hier om een IPR-
discussie tussen verschillende rechtssystemen gaat. Wij weten ook
dat u door de dubbele nationaliteit met dergelijke problemen kan
worden geconfronteerd.
Dat is ook de reden waarom wij tegen de dubbele nationaliteit zijn. Zij
creëert moeilijkheden. Dat merken wij vandaag opnieuw.
Het verbaast mij ook ­ ik sluit mij ter zake bij de heer Weyts aan ­ dat
het probleem al sinds 1994 aansleept. Blijkbaar wordt er heel weinig
aan het probleem gedaan.
Ik zal de praktische bezwaren van de heer Weyts niet herhalen. Ik wil
alleen nog meegeven dat het mij toch vreemd voorkomt dat een
bepaalde staat met een lijst met verboden namen blijft komen
aandraven. Een vraag in dat verband zal ik u schriftelijk stellen. Ik
vraag mij met name af hoeveel andere staten er in de wereld zijn die
met dergelijke lijsten integratiepogingen doorkruisen van het land
waar de ingezetene wil wonen.
Mijnheer de minister, ik heb nog een laatste opmerking, die u mij wel
niet kwalijk zal nemen. Wij bevinden ons hier heel duidelijk in een
discussie tussen twee rechtssystemen. Het Westen staat voor
vrijheid. U sprak zelf over "vrijheid blijheid". Marokko, een islamitisch
land, staat ­ u mag mij mijn woorden niet kwalijk nemen ­ voor
inperking en beperking van de vrije keuze van de ouders.
08.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Nous sommes opposés à
la double nationalité qui est source
de problèmes. Je m'étonne que ce
problème persiste depuis des
années. Il semblerait que peu
d'initiatives aient été prises à ce
jour pour y remédier.
Je me demande par ailleurs
combien d'autres pays font ainsi
obstacle
aux
politiques
d'intégration menées par les pays
ou
les
résidents
souhaitent
s'établir.
Cette question s'inscrit dans le
cadre d'un conflit entre deux
systèmes juridiques, l'un fondé sur
la liberté et l'autre visant à limiter
le libre choix des parents. Nous
nous orientons vers une telle
limitation et je regrette ce choix.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Wij richten ons dus naar de onvrijheid en naar de beperking van de
keuze. Wij vinden dat een heel spijtige keuze.
08.06 Minister Stefaan De Clerck: (...). Wij zien ook wel dat er
naderhand heel veel naamswijzigingen volgen. Justitie is ook voor de
naamswijzigingen bevoegd. Ik zie er dus ook veel passeren.
08.06
Stefaan De Clerck,
ministre: Nous assistons par
ailleurs
à
de
nombreuses
modifications de noms.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "la vétusté du palais de justice de
Dinant" (n° 10716)
09 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "de bouwvallige staat van het
justitiepaleis van Dinant" (nr. 10716)
09.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, le vendredi 30 janvier dernier, vers 5 heures du matin, un
incendie, probablement d'origine criminelle, s'est déclenché dans les
caves du palais de justice de Dinant.
Monsieur le ministre, je ne vous interrogerai pas sur l'incendie en tant
que tel, car une enquête est en cours; nous en attendrons les
résultats. Par contre, je ne peux que partager la colère du président
du tribunal de première instance de Dinant, M. François Francis, qui a
rappelé dans une interview donnée le samedi 31 janvier, l'état
d'insalubrité et de vétusté du bâtiment. En 2002, un inventaire des
besoins précisait déjà qu'il manquait 400 m
2
pour que les services
puissent assurer leurs missions de façon adéquate. Lors d'une visite
de ce palais de justice, j'ai eu l'occasion de rencontrer des magistrats
sans bureau attitré.
Monsieur le ministre, la presse nous informe qu'une réunion a eu lieu
le mercredi 28 janvier entre la Régie des Bâtiments et les différents
services concernés.
Avez-vous eu des contacts avec le ministre de tutelle de la Régie des
Bâtiments afin de dégager des solutions?
Dès lors que cet incendie a eu lieu, comptez-vous adopter des
solutions d'urgence? Par exemple, est-il envisageable d'avancer le
déménagement de la justice de paix et du tribunal du commerce vers
l'ancienne École royale des sous-officiers, qui devait se réaliser entre
septembre et décembre 2009?
Où en sont les travaux de construction du palais de justice de
Bouvignes?
En décembre 2008, un budget de 160.000 euros a été alloué au
palais de justice de Dinant afin qu'il se conforme aux directives
incendie. Que s'est-il passé? Les travaux ont-ils eu lieu?
09.01 Valérie Déom (PS): Op 30
januari brak er brand uit in de
kelders van het justitiepaleis van
Dinant. Ik deel de verbolgenheid
van de voorzitter van de rechtbank
van eerste aanleg, de heer
Francis,
die
wees
op
de
ongezonde en verouderde staat
van
het
gebouw.
In
2002
vermeldde een inventaris al dat de
diensten 400 m² extra ruimte nodig
hadden om hun taken naar
behoren te kunnen vervullen.
Nam u contact op met de minister
die het toezicht uitoefent op de
Regie
der
Gebouwen
om
oplossingen te vinden? Overweegt
u noodmaatregelen te nemen? Is
het
mogelijk
de
geplande
verhuizing van het vredegerecht
en de rechtbank van koophandel
te bespoedigen? Hoe vorderen de
werken voor de bouw van het
justitiepaleis van Bouvignes?
In december 2008 werd er
honderdzestigduizend
euro
toegekend om het justitiepaleis
van Dinant in overeenstemming te
brengen met de brandveiligheids-
richtlijnen. Werden die werken
uitgevoerd?
09.02 Stefaan De Clerck, ministre: Chère collègue, une réunion de
concertation et de travail a en effet eu lieu le 30 janvier dernier, ayant
pour objet les projets de construction à Namur et à Dinant de
nouveaux palais de justice. Elle s'est déroulée en présence de
représentants de la Régie des Bâtiments, d'une part, et de
représentants de la justice, d'autre part.
09.02 Minister Stefaan De
Clerck: Op 30 januari was er een
vergadering
over
de
bouwprojecten in Namen en
Dinant. Vertegenwoordigers van
de Regie der Gebouwen en van
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
La Régie des Bâtiments a lancé en 2008 un marché relatif à
l'esquisse du nouveau palais de justice et l'a attribué début octobre
2008. Durant la réunion dont je viens de faire mention, il a été
question du programme ainsi que du planning de l'étude du nouveau
palais à Bouvignes.
Le déménagement de certains services (comme la justice de paix)
vers l'ancienne École royale des sous-officiers dépend, en grande
partie, des aménagements prévus dans ces locaux par la Régie des
Bâtiments. Les budgets nécessaires pour leur réalisation ont été
votés et les travaux pourraient être exécutés pour juillet. Dès lors, le
déménagement prévu pourrait en principe être avancé aux vacances
judiciaires.
En ce qui concerne l'état d'avancement des travaux de construction
du palais de justice de Bouvignes, je vous ai répondu que l'attribution
du marché avait eu lieu début octobre 2008. Le projet en est au stade
de l'étude, suite à l'adjudication.
Enfin, en ce qui concerne le budget, celui-ci a été voté au mois de
décembre. La Régie des Bâtiments vient d'attribuer le marché des
équipements de détection incendie voici quelques jours. Le début des
travaux est prévu dans le courant de ce mois de février.
Justitie hebben die vergadering
bijgewoond. De studie van het
nieuwe
gerechtsgebouw
van
Bouvignes is er besproken. In
oktober 2008 heeft de Regie der
Gebouwen een opdracht gegund
voor het ontwerp van het gebouw.
De verhuizing van een aantal
diensten zou vervroegd kunnen
worden
tot
de
gerechtelijke
vakantie op voorwaarde dat de
aanpassingen aan de Koninklijke
School voor Onderofficieren in juli
klaar zijn.
Het budget, ten slotte, werd
goedgekeurd in december. De
Regie der Gebouwen heeft de
opdracht voor de branddetectie-
uitrusting gegund. De werken
zouden al in februari starten.
09.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, je suis très heureuse
que le marché concernant les travaux de mise en conformité aux
directives incendie ait été attribué et que les travaux pourront
commencer. C'est un peu tard vu le récent incendie! Mais les
dossiers avancent, ce qui est positif.
Je me permets d'insister. Le palais de justice de Dinant, comme
d'autres palais de justice en Belgique, est dans un état lamentable. Le
manque de places est criant. Je le rappelle, j'ai visité ce palais de
justice et j'y ai rencontré des magistrats sans bureau attitré. C'est une
nouvelle catégorie de sans domicile fixe! Ils vont d'un bureau à l'autre.
L'arrivée des prisonniers a lieu dans des conditions qui ne répondent
pas du tout aux normes de sécurité.
Je vous demande de suivre ce dossier avec attention et de faire
respecter les délais pour le déménagement. Au niveau des vacances
judiciaires, nous gagnerons deux ou trois mois sur ce qui a été
annoncé. Il faut absolument éviter tout risque de rencontrer d'autres
problèmes, que ce soit en termes de sécurité des détenus ou
d'incendie. Je le répète une fois de plus, ce palais de justice est dans
un état déplorable.
09.03 Valérie Déom (PS): Al
gebeurde het dan laattijdig, toch
ben ik blij dat de aanbesteding met
betrekking
tot
de
brandveiligheidsnormen intussen
werd gegund.
Het justitiepaleis van Dinant
bevindt zich in een erbarmelijke
staat.
Er
is
een
nijpend
plaatsgebrek. Magistraten moeten
er werken zonder persoonlijke
kantoorruimte.
De
veiligheids-
normen bij de aankomst van de
gedetineerden kunnen niet worden
nageleefd. Ik vraag u dit dossier
nauwlettend te volgen en erop toe
te zien dat de vooropgestelde
termijnen voor de verhuizing
worden gerespecteerd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Questions jointes de
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "la motivation par la cour d'assises de Gand de sa
décision" (n° 10509)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'organisation des procès d'assises à la lumière
d'un arrêt récent de la Cour européenne des droits de l'homme" (n° 10565)
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'avis du Conseil supérieur de la Justice concernant
la réforme des cours d'assises" (n° 10625)
10 Samengevoegde vragen van
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "het motiveren van zijn beslissing door het
assisenhof van Gent" (nr. 10509)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de organisatie van de assisenprocessen in
het licht van een recent arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens" (nr. 10565)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "het advies van de Hoge Raad voor de
Justite met betrekking tot de hervorming van de assisenhoven" (nr. 10625)
10.01 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, je voudrais
évoquer la question des motivations des décisions des cours
d'assises. Une vaste réflexion est en cours au Sénat sur une réforme
de la loi sur la cour d'assises. Entre-temps, un rapport du Conseil
supérieur de la Justice sur les pistes de réformes possibles a été
déposé. Je ne reviendrai donc pas sur le fond de cette réforme de la
loi. Dans un premier temps, il appartiendra au Sénat de se prononcer.
Par contre, je suis quelque peu inquiet quand je vois ce qui se passe
dans certaines cours d'assises, dont celle de Gand, qui commence à
motiver sa décision.
Dans le cas particulier de la cour d'assises de Gand, le président a, à
un moment donné, rejoint le jury sur la question de la culpabilité et a
essayé de rédiger une motivation sur laquelle apparemment le jury a
dû voter, et cela en dehors de tout cadre légal actuel. Je ne dis pas
que la solution est mauvaise mais il s'agit de faire attention à une telle
pratique et aux risques qu'elle peut faire encourir tant que la loi n'a
pas été modifiée, notamment du point de vue de la cassation.
S'il y a motivation de la décision du jury alors que la loi n'en prévoit
pas actuellement, les parties pourraient tirer profit de certains
éléments de la motivation pour introduire un pourvoi en cassation
avec toutes les conséquences que cela peut avoir sur le
fonctionnement de la justice, sur une éventuelle nouvelle cour
d'assises qui devrait se réunir si un arrêt de cour d'assises est cassé
et le coût que cela pourrait engendrer.
Quelle est la situation actuelle? Je sais que vos pouvoirs en tant que
ministre de la Justice par rapport à la magistrature assise sont
particulièrement limités, et il vaut mieux qu'ils le soient. C'est le
principe de la séparation des pouvoirs.
Cela doit nous interpeller de voir que des magistrats prennent
apparemment un certain nombre de libertés par rapport à la
législation parce qu'actuellement, le jury est habilité à délibérer seul
sur la culpabilité.
10.01 Xavier Baeselen (MR): De
Senaat beraadt zich momenteel
over een hervorming van de wet
betreffende het hof van assisen,
meer bepaald wat de motivering
van de beslissingen betreft.
Intussen diende de Hoge Raad
voor de Justitie een verslag in
waarin de mogelijke sporen voor
de
hervorming
worden
uiteengezet. De Senaat zal zich
daarover moeten uitspreken. De
manier waarop in sommige hoven
van assisen wordt gewerkt, baart
me evenwel zorgen. In het Gentse
hof van assisen trad de voorzitter
de jury bij wat de schuldvraag
betreft en hij probeerde een
motivering op te stellen, waarover
de jury diende te stemmen. Een
en ander gebeurde los van enig
wettelijk kader. Dat kan bepaalde
risico's
inhouden. Indien
de
beslissing van de jury wordt
gemotiveerd hoewel de wet zulks
momenteel
niet
voorschrijft,
zouden
de
partijen
immers
bepaalde
aspecten
van
de
motivering kunnen aangrijpen om
een cassatieberoep in te dienen,
met alle mogelijke gevolgen van
dien.
Wat is nu de precieze stand van
zaken? Wanneer we vaststellen
dat sommige magistraten nogal
los omspringen met de bestaande
wetgeving, moeten we daar de
nodige aandacht voor hebben.
Vandaag is de jury immers
gemachtigd
om
alleen
te
beraadslagen
over
de
schuldvraag.
10.02 Stefaan De Clerck, ministre: L'absence de motivation est un
problème!
10.02 Minister Stefaan De
Clerck: Het ontbreken van een
motivering is problematisch.
10.03 Xavier Baeselen (MR): Tant que la loi n'a pas été modifiée,
oui!
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
10.04 Stefaan De Clerck, ministre: Il y avait trois questions, deux de
M. Landuyt, une de M. Baeselen. Ma réponse était prévue pour les
questions de M. Landuyt. J'ai déjà expliqué à la Chambre que l'arrêt
était intervenu. Entre-temps, nous avons reçu les premiers avis pour
demander le renvoi à la grande chambre. De toute façon, on va plus
loin. Une proposition de M. Mahoux est discutée à la Chambre. Ce
matin, nous étions en contact avec le Conseil supérieur de la Justice
qui a présenté devant la commission de la Justice du Sénat, l'avis
qu'il a rendu sur la totalité de la question. Cela donnait l'impression
qu'il était totalement contre les assises. Quand on lit le texte, c'est
plus nuancé. Le Conseil dit qu'il y a beaucoup de problèmes et que
l'une des solutions serait d'en finir avec les assises! Bien entendu,
c'est un raisonnement un peu facile.
Il s'en réfère au politique et le politique a décidé de poursuivre. Il a
formulé plusieurs éléments de solution pour moderniser,
professionnaliser les procédures. Ce débat a eu lieu ce matin. Leur
avis est particulièrement utile pour arriver à une solution globale et
définitive.
Voilà pour la question dans son ensemble. Je vais continuer à faire
avancer le dossier.
10.04 Minister Stefaan De
Clerck: Het arrest is al geveld. We
hebben inmiddels de eerste
adviezen ontvangen met het oog
op de vraag om doorverwijzing
naar de Grote Kamer.
In de Kamer wordt een voorstel
van senator Mahoux besproken.
Vanmorgen zijn we met de Hoge
Raad voor de Justitie in gesprek
getreden tijdens de voorstelling in
de Senaatcommissie voor de
Justitie van zijn advies over de
gehele aangelegenheid. De indruk
was dat de Raad volledig tegen de
assisenhoven gekant is. Als men
de tekst leest, is een en ander
genuanceerder. De Raad stelt dat
er een groot aantal problemen
rijzen en dat een van de mogelijke
oplossingen erin bestaat de
assisenhoven af te schaffen! Hij
verwijst naar de beleidsmakers en
die hebben beslist om de
assisenhoven te behouden. Inzake
de
modernisering
van
de
procedures
werden
meerdere
aanzetten voor een oplossing
aangereikt.
Het advies van de Hoge Raad voor de Justitie behandelt ook
voornamelijk een aantal constructieve voorstellen. De Hoge Raad
voor de Justitie is zeker niet over een nacht ijs gegaan en heeft
ondanks de tijdsdruk tal van practici gehoord en een zeer degelijk en
onderbouwd advies uitgebracht.
Le Conseil supérieur de la Justice
a consulté des experts de terrain
et a formulé un avis étayé,
comportant
une
série
de
propositions constructives.
Votre préoccupation est de savoir comment anticiper sur la
problématique au moment où la loi sera changée, y compris la
Constitution, le cas échéant. Quelles solutions trouver maintenant
pour les affaires en cours?
Le collègue Landuyt a avancé d'autres points; j'y reviendrai.
Pour revenir à votre question, l'arrêt de la cour d'assises de Gand doit
être considéré à la lumière de tout ce qui précède: c'est cela le grand
débat. En ce qui concerne cet arrêt, je puis vous communiquer ce qui
suit.
Dans cette affaire, les jurés ont répondu aux questions portant sur la
culpabilité, conformément aux articles en vigueur du Code de
procédure pénale. Après que le président du jury eut communiqué le
résultat des délibérations aux trois questions portant sur la culpabilité,
que le procureur général eut demandé l'application de la loi
conformément à l'article 362 et que la défense eut reçu la parole, la
cour a délibéré avec les jurés sur la peine et la formulation des
raisons ayant mené à la formulation de la peine infligée. C'est lors de
Hoe kunnen we vooruitlopen op de
problematiek als we weten dat de
wet zal worden gewijzigd!
In de zaak van het hof van assisen
te Gent werd eerst de uitspraak
over
de
schuld
gedaan.
Vervolgens werd er, vóór de
einduitspraak
gedaan
werd,
beraadslaagd. De voorzitter van
het hof van assisen verliet de
raadkamer en de gezworenen
stemden allen nogmaals over de
motivering. De voorzitter van het
hof
had
de
griffier
om
verscheidene
stembriefjes
gevraagd zodat elke gezworene
een geheime stem kon uitbrengen
over die formulering.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
cette délibération que le président a également proposé une
motivation de la peine, à la suite de quoi le président et les
assesseurs ont quitté la chambre du conseil.
En résumé, la décision sur la culpabilité a d'abord été prise; ensuite,
avant de prendre la décision définitive et d'annoncer les peines, une
délibération a eu lieu. Le président de la cour d'assises a quitté la
chambre du conseil et les jurés ont tous voté une nouvelle fois sur la
motivation. À cette fin, le président de la cour avait demandé au
greffier plusieurs bulletins de vote afin que chaque membre du jury
puisse s'exprimer de façon secrète sur cette formulation.
Ainsi, on cherche des solutions et on essaie de répondre à la
demande, en respectant toujours les anciennes règles, mais en les
accommodant grâce à l'insertion d'une nouvelle partie sur la
motivation qui a fait l'objet d'un vote. C'est cette solution au problème
que le président et le parquet général ont mise au point.
L'arrêt stipule explicitement que les délibérations sur la formulation
des motifs ayant conduit à la réponse des jurés aux trois questions
portant sur la culpabilité s'est faite en réalisation d'un procès équitable
dans le sens de l'article 6. La motivation de la question de la
culpabilité a effectivement eu lieu sans que la loi n'ait été modifiée.
L'article 342, dernier alinéa, prévoit que la loi ne demande pas compte
aux jurés des moyens par lesquels ils se sont convaincus et ne leur
pose que cette seule question qui renferme toute la mesure de leur
devoir: "Avez-vous une intime conviction?" Selon cette disposition, les
jurés sont donc formellement libres de tout devoir de motivation en
matière de la question portant sur la culpabilité, contrairement à
l'article 364, dernier alinéa du Code d'instruction criminelle, qui prévoit
que la loi ne demande pas compte aux jurés des moyens par lesquels
ils sont arrivés à la peine infligée.
Pour envisager si la méthode de travail ayant mené à l'arrêt du
22 janvier 2009 présente un risque d'annulation par la Cour de
cassation, il faut analyser si la mention dans l'article 342 qui "ne
demande pas compte aux jurés des moyens par lesquels ils se sont
convaincus" exige ou interdit que les réponses "oui" et "non" doivent
être motivées.
En soi, le texte de l'article ne semble pas contenir une interdiction.
Cela n'est pas prévu, mais cela n'est pas non plus interdit.
Dans le rapport final de la Commission pour la réforme de la cour
d'assises, remis le 23 décembre 2005, la ministre de la Justice de
l'époque, Mme Onkelinx mentionne dans sa note 81 que "la doctrine
d'autorité note cependant que cette notion n'est pas incompatible
avec la motivation. Elle serait également valable pour les juges
ordinaires professionnels". Se basant sur ces arguments, le procureur
général de la cour d'appel de Gand m'a dit ne disposer d'aucune
raison de se pourvoir d'office en cassation.
Comme mentionné, j'attends toujours la réponse du Collège en ce qui
concerne la globalité de la problématique. Il s'agit donc d'une solution
de fait dans le dossier concret.
La semaine prochaine, je devrais recevoir la réponse du Collège des
Aldus, met inachtneming van de
oude regels, worden de regels
aangepast door middel van de
invoeging van een nieuw gedeelte
betreffende
de
motivering
waarover gestemd werd.
Het
arrest
bepaalt dat de
beraadslagingen betreffende de
formulering van de redenen die
geleid hebben tot het antwoord
van de juryleden op de drie vragen
betreffende de schuld zijn gebeurd
door middel van het voeren van
een billijk proces in de zin van
artikel 6. De motivering van de
schuld vond plaats zonder dat de
wet gewijzigd werd.
Artikel 342, laatste lid, bepaalt dat
de wet de gezworenen geen
rekenschap
vraagt
van
de
middelen waardoor zij tot hun
overtuiging zijn gekomen en alleen
deze vraag stelt, waarin hun
gehele plicht besloten is: "zijt gij in
gemoede
overtuigd?".
De
juryleden zijn dus formeel vrij van
elk verplichting tot motivering.
Artikel 342 bevat blijkbaar geen
verbod. Wat niet als dusdanig is
vastgelegd, is ook niet verboden.
In het eindverslag van de
Commissie voor de hervorming
van het hof van assisen stelt
minister Onkelinx in haar noot nr.
81 dat de gezagsleer niet
onverzoenbaar
is
met
de
motivatie. Ik wacht nog steeds op
het antwoord van het College in
verband met de problematiek in
zijn geheel.
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
procureurs généraux que j'ai interpellé afin qu'il apporte une solution
et permette de trouver une approche commune pour tout le pays et
d'anticiper sur la question de la motivation en attendant la modification
de la loi.
10.05 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le ministre, je vous
interrogerai donc la semaine prochaine.
C'est l'improvisation qui me semble dangereuse en cette matière. Je
sais que l'on se trouve dans un sac de noeuds ­ si je puis m'exprimer
ainsi ­ et que la loi n'a pas été modifiée.
Dans le cas qui nous occupe, une pratique s'est établie à la cour
d'assises de Gand avec ­ si je comprends bien ­ l'aval du parquet qui
­ je le suppose ­ a été informé de la manière dont le président de la
cour d'assises allait opérer dans le cadre du dossier.
10.05 Xavier Baeselen (MR): Het
is gevaarlijk om in dit domein te
improviseren. In dit geval heeft er
zich in het hof van assisen te Gent
een praktijk gevestigd, met de
goedkeuring van het parket dat op
de hoogte was van de manier
waarop de voorzitter van het hof
van assisen zou te werk gaan.
10.06 Stefaan De Clerck, ministre: C'est le président du Conseil
supérieur de la Justice qui a formulé des avis sur la cour d'assises.
10.06 Minister Stefaan De
Clerck: Het is de voorzitter van de
Hoge Raad voor de Justitie die
adviezen
heeft
verstrekt
in
verband met het hof van assisen.
10.07 Xavier Baeselen (MR): Je note que le parquet n'a pas
introduit de pourvoi en cassation. Cela me semble assez logique,
sinon un réel problème se poserait. Il faut voir maintenant ce qui se
passe pour les autres parties au procès. Je ne sais pas si les délais
sont épuisés.
Toujours est-il que c'est avec beaucoup d'impatience que j'attendrai
l'avis du Collège des procureurs généraux sur les pratiques qui
devraient être appliquées de manière uniforme dans l'ensemble des
cours d'assises du Royaume. En effet, si la cour d'assises de Gand
utilise cette technique alors qu'une autre procède autrement parce
que le parquet de la province dont il dépend a un autre avis, cela finira
par poser un certain nombre de difficultés.
En tout cas, cela prouve qu'il faut essayer d'avancer le plus
rapidement possible sur la question de la problématique de la
motivation.
Je ne sais pas si le Sénat a décidé de découpler la problématique de
la motivation et celle plus générale de la réforme de la cour d'assises
ou s'il a opté pour un package global et un délai de quelques mois
pour avancer.
10.07 Xavier Baeselen (MR): Het
parket heeft geen cassatieberoep
ingesteld. Ik kijk met veel
ongeduld uit naar het advies van
het College van procureurs-
generaal. Indien het hof van
assisen te Gent die techniek
gebruikt, en een ander hof een
andere, dan is het einde zoek!
10.08 Stefaan De Clerck, ministre: La méthodologie adoptée vise à
prendre en compte la totalité de la réforme. À la suite de la
proposition Mahoux, des avis du Conseil supérieur de la Justice et de
toutes les interventions politiques qui ont eu lieu, nous avons déjà
l'impression d'avoir une vue globale, ce qui nous laisse espérer que
nous avancerons relativement vite au Sénat. Dans le cas où il y aurait
un blocage, nous pourrions envisager une approche fragmentée de la
réforme.
10.08
Minister Stefaan De
Clerck:
Met
de
gevolgde
methodologie
willen
we
de
hervorming in haar geheel in
aanmerking nemen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
11 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "le comportement de M. Jean-
Pierre Detremmerie vis-à-vis de Mouscron et de son club de football" (n° 10581)
11 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "het gedrag van de heer Jean-
Pierre Detremmerie tegenover Moeskroen en Royal Excelsior Mouscron" (nr. 10581)
11.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, déjà en 2007,
j'évoquais tout ce que je pensais de suspicieux dans le cadre de
relations entre l'argent public et le football. À l'époque, je visais plus
particulièrement ce qui se passait à Mouscron. Le parquet a ouvert
une information et, depuis lors, une instruction judiciaire est en cours.
Je me réjouis que la loi du silence cesse.
Aujourd'hui, où en est le dossier au niveau de l'information et de
l'instruction? En est-on toujours à la phase initiale ou des devoirs
complémentaires demandés ont-ils été effectués?
Peut-on raisonnablement s'attendre à une issue? Le dossier sera-t-il
présenté devant la chambre du conseil à brève échéance? La ville de
Mouscron s'est-elle constituée partie civile dans ce dossier?
11.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
2007 maakte ik me al zorgen over
verdachte
banden
tussen
overheidsgeld en het voetbal in
Moeskroen. Het verheugt me dat
het
parket
een
opsporing
begonnen is en dat er een
gerechtelijk onderzoek aan de
gang is. Hoe ver staat het
dossier? Werden er bijkomende
onderzoeksdaden
verricht?
Wanneer komt de zaak voor de
raadkamer? Heeft de stad
Moeskroen zich burgerlijke partij
gesteld?
11.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, l'instruction a été
ouverte le 2 mars 2007. Le ministère public m'a communiqué que
l'expertise comptable se trouve dans sa phase finale. Le rapport final
devrait être déposé très rapidement. La ville de Mouscron ne s'est
pas constituée partie civile.
11.02
Minister Stefaan De
Clerck: Het onderzoek werd op 2
maart 2007 geopend. De
boekhoudkundige expertise zit in
de eindfase. Het eindverslag zou
snel moeten worden ingediend.
De stad Moeskroen heeft zich
geen burgerlijke partij gesteld.
11.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de
mobiliteitsregeling waarbij personeelsleden kunnen overstappen van gerechtelijke diensten naar een
federale overheidsdienst en omgekeerd" (nr. 10588)
12 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la réglementation relative à
la mobilité permettant aux agents de passer des services judiciaires à un service public fédéral et vice
versa" (n° 10588)
12.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, artikel 330quater van het Gerechtelijk Wetboek
bepaalt in een eerste paragraaf de mogelijkheid dat het
gerechtspersoneel wordt overgeplaatst. De Koning regelt die mutatie
en de overplaatsing gebeurt zonder toepassing van artikel
287septies en zonder nieuwe eedaflegging.
Ik wil u vandaag vooral ondervragen over de tweede paragraaf van
het artikel 330quater, dat bepaalt dat het gerechtspersoneel, op
verzoek, door mobiliteit in een gelijke graad definitief kan worden
overgeplaatst naar een federale overheidsdienst. Ook de andere
beweging is mogelijk. Een personeelslid van een federale
overheidsdienst kan op zijn verzoek door mobiliteit in een gelijke
vakklasse of graad definitief worden overgeplaatst naar een griffie of
een parketsecretariaat. De Koning regelt de mobiliteit.
12.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Aux termes du
paragraphe 2 de l'article 330quater
du Code judiciaire, le personnel
judiciaire peut, à sa demande, être
transféré définitivement dans un
service
public
fédéral
et
inversement. Ce paragraphe est
entré en vigueur le 1
er
décembre
2008, mais il n'y a pas encore
d'arrêtés d'exécution. Quand ces
arrêtés
d'exécution
seront-ils
promulgués?
Combien
de
mutations ont déjà été demandées
en vertu du paragraphe 1
er
de
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Die tweede paragraaf is in werking getreden op 1 december 2008,
maar naar verluidt zijn er tot op vandaag nog geen
uitvoeringsbesluiten.
Ik zou u dan ook willen vragen tegen welke datum de
uitvoeringsbesluiten zijn gepland. Welke bepalingen zullen ze
bevatten?
Ik heb nog een tweede vraag, maar ik weet niet of u die zult kunnen
beantwoorden. Hoeveel mutaties zijn aangevraagd vanaf 2006
overeenkomstig de eerste paragraaf van artikel 330quater?
l'article 330quater depuis 2006?
12.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega,
het artikel 330quater van het Gerechtelijk Wetboek werd ingevoerd
bij artikel 52 van de wet van 10 juni 2006 tot herziening van de
loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de
parketsecretariaten en vervangen bij artikel 117 van de wet van
25 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek,
inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake
het
gerechtspersoneel van het niveau A, de griffier en de secretarissen
en inzake de rechterlijke organisatie.
Artikel 330quater, §1, inzake de mutatie werd voor het administratief
personeel uitgevoerd bij artikel 44 en 45 van het KB van
10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de
bezoldigingsregeling
van
het
personeel
van
griffies
en
parketsecretariaten.
Het artikel 330quater, §2, inzake de mobiliteit vereist inderdaad een
KB vooraleer deze bepalingen in praktijk kunnen worden gebracht.
Het komt uiteraard de Koning toe, na syndicale onderhandelingen en
de voorziene budgettaire en administratieve controle, om de
modaliteiten van de regeling te bepalen. Ik kan dan ook niet
vooruitlopen op de exacte inhoud van het KB.
Artikel 330quater van het Gerechtelijk Wetboek stelt echter twee
grote beginselen voorop. Ten eerste, alleen federale mobiliteit is
mogelijk, van of naar een federale overheidsdienst, en ten tweede,
gesteund op het wederkerigheidsbeginsel moet mobiliteit in beide
richtingen kunnen.
Voor het overige zullen ongetwijfeld de vormvereisten van de
aanvraag, de wijze van registratie, de concordantie tussen de
niveaus en de graden binnen de griffies en parketten en deze van
het
federaal
openbaar
ambt,
alsook
een
aantal
vrijwaringmaatregelen, inzake anciënniteit, wedde, verlof enzovoort,
moeten worden bepaald. Omwille van de wederkerigheid zullen deze
bepalingen in samenspraak met de minister van Ambtenarenzaken
moeten worden vastgelegd.
Ik verwacht dat tegen het einde van dit jaar de administratieve
procedure in verband met de totstandkoming van het KB inzake
mobiliteit zal zijn afgerond.
De bovenvermelde bepalingen betreffende de mutatie traden in
werking op 1 december 2006 voor de personeelsleden van niveau B,
C en D. In 2006 zelf vonden er bijgevolg geen mutaties plaats. Voor
12.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Un arrêté royal est en effet
nécessaire
pour
que
le
paragraphe 2 de l'article 330quater
puisse être exécuté dans la
pratique. Je ne puis anticiper sur le
contenu de cet arrêté royal ni sur le
moment de sa mise en oeuvre
L'article 330quater repose sur deux
principes : la mobilité n'est possible
qu'au niveau fédéral ­ donc depuis
un service public fédéral ou vers
celui-ci­ et cette mobilité doit être
possible dans les deux sens, en
vertu du principe de réciprocité.
La procédure administrative relative
à l'arrêté royal indispensable devrait
être terminée à la fin de l'année.
In 2006, il n'y a pas eu de
mutations; il y en a eu 30 en 2007
et 51 en 2008.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
de jaren 2007 en 2008 is er een schema. Ik kan u zeggen dat er in
2007 30 mutaties zijn geweest en in 2008 51. Voor 2008 ging het om
33 personen van niveau D, 17 van niveau C en slechts 1 persoon
van niveau B. In 2008 waren er 51 mutaties en in 2007 waren er 30.
Al het overige met betrekking tot de mobiliteit moet tegen het einde
van het jaar georganiseerd zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Carine Lecomte au ministre de la Justice sur "les honoraires des médecins de
prison" (n° 10659)
13 Vraag van mevrouw Carine Lecomte aan de minister van Justitie over "de honoraria van
gevangenisartsen" (nr. 10659)
13.01 Carine Lecomte (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, pallier le remplacement des médecins de prison va relever
de la gageure, voire être carrément mission impossible si leurs
honoraires ne sont pas très vite réévalués. Tel est le constat sur
lequel je souhaiterais attirer votre attention. Pour bien cerner la
question, je vais également établir un parallèle avec les honoraires
des médecins généralistes.
Pour mémoire, les médecins de prison assurent quotidiennement une
consultation et sont, s'ils ne sont pas fonctionnaires, rémunérés à
l'heure dans le cadre de cette prestation. Quel que soit le nombre de
détenus à voir -généralement ils sont nombreux à s'inscrire -, ils
perçoivent 50 euros bruts de l'heure. Point besoin de grand calcul
pour convenir que ces médecins sont payés au rabais. À titre de
comparaison, un médecin généraliste réclamera 33 euros pour une
visite.
En outre, si le médecin de la prison est rappelé en dehors de sa
permanence journalière, l'honoraire tarifé reste en deçà de celui perçu
par un médecin généraliste, quel que soit le moment de la journée. En
effet, le tarif pris en considération est celui, réévalué, de 1999, il y a
dix ans. Concomitamment, la médecine générale a connu de
successives revalorisations, fort légitimes par ailleurs.
Pour compléter le tableau, j'évoquerai également le problème des
gardes le week-end, puisque, si l'honoraire de disponibilité du
médecin généraliste est d'office acquis, il n'est payé au médecin de
garde de la prison que s'il est appelé. Comprenez qu'il est inclus dans
le prix de la visite. Ces honoraires minorés ne sont en aucun cas
compensés par une quelconque couverture sociale. En outre, la prime
de risques leur a été supprimée!
La privation de liberté rend difficile les relations entre les détenus et
les différents intervenants des établissements pénitentiaires, en ce
compris les médecins. Faire perdurer cet état de fait ajouterait à la
difficulté que constitue cette population à risques pour recruter des
médecins de prison. Je n'ose imaginer quelle incurie dans la capacité
de gestion des soins de santé en prison engendrerait l'obligation de
solliciter des médecins de l'extérieur.
Monsieur le ministre, combien de médecins de prison fonctionnaires
compte-t-on dans notre Royaume? Quelle est leur charge de travail?
13.01 Carine Lecomte (MR):
Gevangenisartsen, die dagelijks
consult waarborgen, ontvangen 50
euro bruto per uur, ongeacht het
aantal gevangenen dat ze moeten
ontvangen. Een huisarts vraagt 33
euro voor één consult. Een
gevangenisarts die buiten zijn
dagelijkse
dienst
opgeroepen
wordt, krijgt
een getarifeerd
ereloon dat lager ligt dan het
ereloon
van
een
huisarts,
ongeacht het tijdstip waarop hij
opgeroepen wordt. Het tarief is het
aangepaste tarief van 1999.
Sindsdien hebben de huisartsen
echter een aantal, terechte,
opwaarderingen gehad.
Wat de wachtdiensten tijdens het
weekeinde betreft, is het ereloon
van
huisartsen
automatisch
verworven; de gevangenisarts die
wachtdienst heeft echter, krijgt
enkel
zijn
ereloon
als
hij
opgeroepen wordt. Die honoraria
worden
in
geen
geval
gecompenseerd door een sociale
dekking van welke aard ook. En
de
risicopremies
zijn
hun
afgenomen!
Die situatie maakt het moeilijk om
gevangenisartsen aan te werven.
Hoeveel artsen-ambtenaren telt
ons koninkrijk? Wat is hun
werklast? Wat is de gemiddelde
leeftijd van een gevangenisarts?
Volgens welk contract werken de
andere
artsen
voor
het
gevangeniswezen?
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Quel est l'âge moyen des médecins de prison? Quel type de contrat
lie les autres médecins avec l'administration pénitentiaire?
Depuis 1999, les honoraires des médecins généralistes ont été
réévalués à concurrence de près de 40%. Ceux des médecins de
prison ont simplement subi l'indexation. À titre de comparaison, et au
départ de cette année de référence, quel pourcentage celle-ci
représente-t-elle?
La situation ainsi décrite vous incitera-t-elle à considérer cette
disparité des honoraires comme urgente à résoudre?
Hoe evolueerden de erelonen van
de
gevangenisartsen
in
vergelijking met 1999?
Moet er volgens u dringend wat
worden gedaan aan de grote
verschillen tussen de erelonen?
13.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, je vous remercie pour l'intérêt que vous portez aux
médecins de prison.
Sur base des informations de l'administration pénitentiaire, sur un
total de 215 fonctionnaires spécialisés et chargés de fournir des soins
médicaux aux détenus, le service des externes comptait en 2008, 15
médecins fonctionnaires. Leur statut est conforme à celui de leurs
collègues médecins à la fonction publique fédérale. Pour une
comparaison correcte de l'évolution de la rémunération des médecins
fonctionnaires et des médecins généralistes, il faudrait interpeller mes
collègues en charge de la Fonction publique et de la Santé, car c'est
là que le montant est fixé.
Certes, la situation dans les prisons est particulière. Comme suggéré,
avant de remédier correctement aux éventuelles disparités, il faut une
évaluation adéquate de la charge de travail. Au-delà de cela, il faut
également tenir compte d'autres disparités telles que le statut social
des détenus. Actuellement, des conventions particulières existent afin
de prendre en charge les soins des internés dont le financement est
assuré jusqu'à un montant plafonné par le budget de la Santé
publique. Par contre, les soins de santé des autres détenus sont
toujours intégralement à charge du SPF Justice.
En conclusion, la question dépasse de loin le problème de la
rémunération des médecins de prison. Toute solution s'inscrit dans la
mise en oeuvre de la loi de base et des moyens budgétaires qui
peuvent être dégagés à cette fin.
Pour votre information, le programme d'expertise médicale et médico-
psycho-sociale et des soins de santé est passé de 17,5 millions
d'euros en 2007 à 35 millions d'euros en 2009, cela a donc été
doublé. Cela constitue actuellement 7,8% de l'ensemble du budget de
la direction générale des établissements pénitentiaires, au lieu de
4,4% en 2007.
Il y a un débat permanent pour savoir ce qui est à charge de la Justice
et ce qui est à charge de la Santé publique et des Affaires sociales et,
parallèlement, ce qui est à charge des Régions et Communautés. En
ce qui concerne les médecins, ils sont un peu au milieu du jeu. Il faut
donc avancer dans les accords qui doivent chaque fois être actualisés
entre ces différents partenaires, Justice, Santé publique et Régions,
pour tout ce qui concerne la médecine et le bien-être. Ce sont des
matières très délicates à gérer pour le département de la Justice.
13.02 Minister Stefaan De
Clerck: Van de 215 ambtenaren
die belast zijn met het verstrekken
van geneeskundige verzorging
aan de gedetineerden, stelde de
dienst `externen' in 2008 15
geneesheren-ambtenaren te werk.
Ze hebben hetzelfde statuut als
hun collega's die werken voor de
federale overheidsdiensten. Hun
bezoldiging wordt vastgesteld door
mijn
collega's
van
Ambtenarenzaken
en
Volksgezondheid.
Er
bestaan
bijzondere
overeenkomsten om de verzorging
van de geïnterneerden ten laste te
nemen. De financiering is tot een
bepaald maximumbedrag ten laste
van
de
begroting
Volksgezondheid. De kosten die
voortvloeien uit de geneeskundige
verzorging
van
de
andere
gedetineerden worden gedragen
door de FOD Justitie.
Dit probleem is veel ruimer dan
dat van de bezoldiging van de
gevangenisartsen. Een oplossing
kan enkel worden gevonden in het
kader van de uitvoering van de
basiswet en voor zover daartoe
voldoende
middelen
worden
uitgetrokken.
Het programma voor medische en
medisch-psycho-sociale expertise
en voor gezondheidszorg is
gestegen van 17,5 miljoen euro in
2007 tot 35 miljoen euro in 2009.
Het gaat op dit ogenblik om 7,8
procent van de globale begroting
van
het
Directoraat-generaal
penitentiaire inrichtingen, in plaats
van 4,4 procent in 2007.
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
Er
woedt
een
permanente
discussie over de vraag wat er ten
laste is van de departementen
Justitie,
Volksgezondheid
en
Sociale Zaken, maar ook wat er
voor rekening komt van de
Gewesten
en
de
Gemeenschappen. De artsen zijn
daar de speelbal van. Er moet dus
werk worden gemaakt van de
akkoorden
tussen
die
verschillende partners die telkens
moeten worden geüpdatet.
13.03 Carine Lecomte (MR): Je remercie le ministre pour cette
réponse. Il nous fait part de cette disparité des honoraires. Les
médecins sont les premiers à la constater, car ils sont avant tout
médecins généralistes avant d'être médecins de la prison. On a
évoqué la charge de travail. Pour les médecins fonctionnaires, elle est
de l'ordre de 40%, voire d'un mi-temps.
Monsieur le ministre, il faut avancer en la matière. Les honoraires des
médecins de la prison devraient selon moi relever du SPF Santé
publique. Ainsi, ils pourraient s'aligner sur des honoraires plus en
rapport avec ce qui se pratique aujourd'hui.
Je veux également vous sensibiliser au fait qu'en les sous-payant, on
touche à l'estime qu'ils ont d'eux-mêmes. Il me semble important d'y
réfléchir si on souhaite une médecine performante dans laquelle des
gens s'investissent.
13.03 Carine Lecomte (MR): De
gevangenisartsen, die in de eerste
plaats huisartsen zijn, zijn de
eersten om de discrepantie in de
erelonen vast te stellen. Voor de
geneesheren
ambtenaren,
bedraagt de werklast 40% of zelfs
halftijds.
De
honoraria
van
de
gevangenisartsen zouden volgens
mij een bevoegdheid van de FOD
Volksgezondheid moeten zijn.
Door die artsen te weinig te
betalen, raakt men aan hun
zelfrespect, en dat draagt niet bij
tot een performante geneeskunde.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Georges Dallemagne au ministre de la Justice sur "l'âge de la population carcérale
et les nécessités de réinsertion" (n° 10667)
14 Vraag van de heer Georges Dallemagne aan de minister van Justitie over "de leeftijd van de
gevangenisbevolking en de behoeften inzake reclassering" (nr. 10667)
14.01 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre, je vous
interroge en lien avec un article de presse faisant état du fait que près
d'un détenu sur cinq est âgé de 18 à 25 ans (18% de la population
carcérale). Ce chiffre est, semble-t-il, en augmentation, légère mais
significative, et d'une manière générale, la population de nos prisons
est jeune, puisque la grande majorité des détenus en 2008 avait entre
25 et 34 ans. Si on additionne leurs 36% aux 18% des 18-25 ans, on
voit que la majorité de la population carcérale a moins de 35 ans.
Nous nous sommes félicités de la mise en place d'un master plan
pour les prisons mais quand on voit la jeunesse de la population
carcérale et les liens existant entre milieux socio-éducatifs et
population carcérale, on peut se poser des questions. C'est la raison
de mon intervention. D'une part, pouvez-vous confirmer ces chiffres
portant sur l'âge de la population carcérale de notre pays? Pouvez-
vous apporter certaines précisions sur les origines sociales,
14.01 Georges Dallemagne
(cdH): We hebben een jonge
gevangenisbevolking. Volgens de
pers is 18 procent van de
gedetineerden tussen 18 en 25
jaar oud, en 36 procent tussen 25
en 34 jaar. Kan u die cijfers
bevestigen? Wat is de sociale en
professionele herkomst en het
onderwijsniveau
van
de
gevangenisbevolking?
Welke
inspanningen moeten er gedaan
worden
op
het
vlak
van
reclassering, opvoeding, opleiding,
teneinde
een
recidive
te
voorkomen,
wanneer
de
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
socioprofessionnelles ainsi que sur le niveau d'éducation de cette
population? Notre crainte est qu'il existe un lien entre ces
caractéristiques et le risque de se retrouver en prison. Pouvez-vous
apporter des précisions également quant aux efforts à fournir en
matière de réinsertion, d'éducation, de formation à la sortie de prison
pour éviter la récidive et que les mêmes personnes se retrouvent en
prison. Y a-t-il des contacts ou une coordination avec les ministres
compétents en matière de réinsertion professionnelle, de formation et
d'éducation?
gedetineerde
de
gevangenis
verlaat?
14.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, le directeur
général des établissements pénitentiaires confirme le chiffre que vous
citez relatif à l'âge des détenus. Le détenu moyen est en effet
relativement jeune. Je ne dispose pas d'une étude portant sur
l'entièreté de la population carcérale mais pour la Flandre par
exemple, l'étude réalisée par l'Institut économique social de
Diepenbeek en mars 2001 et intitulée "La communauté derrière les
barreaux" a révélé que 49% des détenus entre 25 et 34 ans sont peu
scolarisés.
Il s'agit d'un résultat considérablement plus mauvais que pour les
personnes de la même tranche d'âge parmi la population belge. Le
nombre de détenus ayant obtenu un diplôme d'enseignement
secondaire supérieur ou ayant fait des études d'enseignement
supérieur est beaucoup plus bas que pour la population belge. Le
taux d'activité d'emploi est de 45% inférieur pour les détenus par
rapport à celui du reste de la population belge pour la catégorie d'âge
de 25 à 49 ans. Enfin, un important retard en ce qui concerne les
conditions d'habitation et le milieu social est également visible.
Pour ce qui est de la réintégration socioprofessionnelle des détenus,
ce sont les Communautés qui interviennent de manière active. En
effet, depuis la modification de la Constitution en 1980, ces dernières
sont responsables de l'aide apportée aux détenus.
Dans ce contexte, le 28 février 1994, un accord de coopération a vu le
jour entre l'État fédéral et la Communauté flamande en ce qui
concerne le service d'aide sociale aux détenus en vue de leur
réintégration. Un accord similaire est en préparation au niveau de la
Communauté française et de la Région de Bruxelles-Capitale.
Les interventions des Communautés et des organismes subsidiés par
elles se concentrent sur six grands domaines: le bien-être, la santé
mentale, dont l'aide aux toxicomanes, l'enseignement, le travail, la
culture et les sports. Ces questions doivent être, en principe, gérées
par les Communautés. Il est impossible d'énumérer en détail toutes
les initiatives qui ont déjà été prises dans chaque établissement
pénitentiaire.
Des négociations sont en cours entre les différentes Communautés
dans le cadre du plan de détention, ce qui est très important. Ledit
plan de détention est une vision intégrée quant à la manière dont est
gérée la problématique, de manière globale mais aussi de façon
personnelle et individuelle, des détenus prévu par la loi de base du
12 janvier 2005. Cela doit encore être réalisé. Mais il est impossible
de le faire sans l'intervention des Communautés. Le rôle de ces
dernières est donc primordial.
14.02 Minister Stefaan De
Clerck: De directeur-generaal van
de
penitentiaire
inrichtingen
bevestigt uw cijfers betreffende de
leeftijd van de gedetineerden.
Ik beschik niet over een studie met
betrekking
tot
de
gevangenisbevolking
in
haar
geheel, maar uit een studie van
2001, blijkt dat in Vlaanderen 49
procent van de gevangenen
tussen
25
en
34
jaar
laaggeschoold waren. Zo is het
aandeel van de gedetineerden met
een diploma van hoger secundair
of hoger onderwijs veel lager dan
het gemiddelde van de Belgische
bevolking. De activiteitsgraad ligt
eveneens lager. Er is ook een
duidelijk
verschil
wat
de
huisvestingsvoorwaarden en het
sociaal milieu betreft.
Sinds
1980
staan
de
Gemeenschappen in voor de
dienstverlening
aan
gedetineerden. In 1994 hebben de
federale Staat en de Vlaamse
Gemeenschap
een
samenwerkingsakkoord gesloten
over de dienstverlening aan
gedetineerden met het oog op hun
re-integratie.
Een
soortgelijke
overeenkomst staat op stapel
tussen de Franse Gemeenschap
en het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest.
Alle
initiatieven
die
elke
penitentiaire instelling genomen
heeft, in detail beschrijven is
onmogelijk.
Er zijn onderhandelingen aan de
gang met de Gemeenschappen in
het kader van het detentieplan, dat
een geïntegreerde visie biedt op
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Je suis heureux de mettre l'accent sur le fait que cela concerne
énormément de jeunes. En effet, ce sont avec eux qu'il faut travailler
si l'on veut qu'ils puissent être à même d'éviter de tomber dans la
criminalité. Plus jeune on commence, plus les risques de récidive sont
grands. En tout cas, nous disposons de chiffres qui montrent que la
récidive est très importante. Par conséquent, le plan de détention doit
faire en sorte de l'éviter.
Je répète que la réinsertion des détenus relève avant tout de la
compétence constitutionnelle des Communautés. Des accords
doivent donc intervenir entre ces dernières et une coopération
permanente entre elles et l'État fédéral doit être organisée.
het integraal en individueel beheer
van
de
problematiek.
Die
initiatieven
raken
zeer
veel
jongeren en zouden moeten
voorkomen
dat
ze
in
de
criminaliteit terechtkomen, want de
jongste daders recidiveren zeer
dikwijls.
14.03 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le ministre, d'une part,
vous confirmez le lien qui peut exister, même si vos informations sont
aujourd'hui lacunaires et vous viennent du côté flamand, entre
absence de diplôme, absence d'emploi, absence de logement et
incarcération. Il n'est pas nécessaire de vous convaincre de l'utilité
d'approfondir ces études et enquêtes. En comprenant mieux les
chemins qui mènent à la criminalité et donc à l'incarcération, nous
pourrons agir mieux et éviter que nos prisons se remplissent au fur et
à mesure que nous les construisons. Nous pourrons alors travailler
sur les causes de la criminalité. Il est également inquiétant de
constater à quel point notre population carcérale est jeune. Comme
vous le dites très bien, plus elle est jeune, plus elle aura tendance à
récidiver. À la fois pour cette population et pour le coût que
l'incarcération représente pour la société, il serait bon de voir
comment éviter que cette population ne rentre dans la criminalité et
qu'elle en sorte le plus rapidement possible.
J'ai bien compris aussi que le paysage institutionnel belge
d'aujourd'hui ne vous facilitait pas la tâche dans toute une série de
vos missions, notamment le plan détention et la réinsertion
socioprofessionnelle, et que certaines Communautés et Régions
permettaient d'avancer davantage, notamment sur le plan de la
réintégration. Du côté de la Communauté française et de la Région
bruxelloise, si j'ai bon souvenir, aucun accord n'est encore intervenu.
Il conviendrait d'aller de l'avant dans ce domaine. Il est même curieux
de voir que, alors que ces compétences sont aujourd'hui réparties,
comme vous l'avez indiqué, nous n'ayons toujours pas d'accord de
coopération pour la réintégration à Bruxelles. Ce problème est
extrêmement inquiétant et urgent. Autant il est important de disposer
de bâtiments suffisamment nombreux et de bonne qualité, autant il
est important de tout faire pour éviter que les personnes ne se
retrouvent en prison et récidivent par après. Nous devrions vraiment
revenir à l'avenir sur ce sujet, peut-être en disposant de données
complémentaires sur le type de population et le lien qui existe entre
les différents facteurs socio-économiques et l'incarcération.
14.03 Georges Dallemagne
(cdH): U bevestigt de band die kan
bestaan tussen opsluiting en het
ontbreken van een diploma,
tewerkstelling en huisvesting. Het
zou nuttig zijn die studie uit te
diepen. Wanneer we beter
begrijpen hoe iemand in de
gevangenis belandt, kunnen we
werken aan de oorzaken van de
criminaliteit.
Ook de jonge leeftijd van de
gevangenispopulatie
is
een
zorgwekkende vaststelling. In het
licht van die populatie en de
kosten
die
de
gevangenisopsluiting meebrengt
voor de maatschappij, zouden we
meer aandacht moeten schenken
aan de preventie van recidive.
Het
Belgisch
institutioneel
landschap maakt uw taak er niet
makkelijker
op.
Wat
het
detentieplan
en
de
sociaal-
professionele herinschakeling en
reïntegratie
betreft,
is
het
belangrijk dat er snel een akkoord
komt
met
de
Franse
Gemeenschap en het Brussels
Gewest.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "les violences envers les arbitres de
football" (n° 10730)
15 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "het geweld tegen
voetbalscheidsrechters" (nr. 10730)
15.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, vous allez dire 15.01 Jean-Luc Crucke (MR): Er
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
que je parle beaucoup de football aujourd'hui, mais dans ce cas-ci ce
sont les arbitres qui sont au centre de ma question et non les terrains,
les infrastructures ou les hommes qui président aux destinées d'un
club.
Il n'y a pas un week-end sans qu'on voie la personne, bénévole ou
non, qui est chargée de faire respecter les règles d'un sport quel qu'il
soit se faire insulter, quand ce n'est pas violenter. Cela dénote d'un
manque de considération et aboutit aussi à des crises de vocation. Il
est de plus en plus difficile de trouver des arbitres.
J'aurais voulu savoir quelle était la protection judiciaire dont pouvaient
bénéficier ces hommes et ces femmes qui, souvent par passion, se
mettent à disposition des autres et du sport. Des plaintes sont-elles
adressées au parquet? Le parquet entame-t-il systématiquement des
poursuites pénales?
Ne pourrait-on pas s'inspirer de la législation française en la matière,
à savoir une loi qui a été votée par l'Assemblée nationale française en
octobre 2006 et qui prévoit une protection spécifique et renforcée
pour les arbitres? Cette loi prévoit d'appliquer à l'égard de l'auteur de
violences verbales ou physiques une sanction qui peut aller jusqu'à
deux ans de prison, mais aussi une amende de 30.000 euros.
Ne devrait-on pas renforcer la loi en la matière, afin de conserver au
sport sa beauté et de le protéger des hooligans?
gaat geen week voorbij zonder dat
een scheidsrechter van een of
andere sport het mikpunt wordt
van beledigingen of agressie.
Welke gerechtelijke bescherming
genieten die scheidsrechters?
Worden er klachten ingediend bij
het parket? Stelt dat laatste
systematisch strafvervolging in?
Zouden
we
geen
voorbeeld
kunnen nemen aan de Franse
wetgeving, waar een wet in een
specifieke
en
versterkte
bescherming voorziet voor de
scheidsrechters? Overeenkomstig
die wet kan wie zich schuldig
maakt aan verbaal of fysiek
geweld gestraft worden met een
gevangenisstraf tot twee jaar,
maar ook met een boete van
30.000 euro.
15.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, les
injures vis-à-vis d'un arbitre peuvent être poursuivies au pénal sur
base des articles 443 et suivants du Code pénal. Les coups et
blessures peuvent être poursuivis sur base des articles 398 et
suivants du Code pénal.
Les injures constituent un délit-plainte en termes de délit, c'est-à-dire
que la personne qui se sent offensée doit porter plainte afin qu'une
enquête pénale soit entamée et afin de poursuivre la personne en
question. En introduisant la condition de plainte, le législateur a
souhaité ne pas porter plus atteinte à son honneur et à sa réputation
que le simple fait de condamner ces imputations. Le délit concerne
principalement la victime qui elle-même doit juger si elle se sent
offensée.
La plainte en soi ne demande pas de formalités particulières et peut
être émise sous forme d'une simple lettre. Les parquets ne disposent
pas de statistiques spécifiques concernant les injures et les coups et
blessures envers les arbitres. Je ne peux donc pas vous dire s'ils
reçoivent régulièrement des plaintes de victimes. Il va de soi que les
parquets traitent les plaintes comme tout autre dossier pénal et qu'ils
jugent d'une suite adéquate pour le dossier pénal.
J'estime que les dispositions pénales actuelles, telles que prévues
dans le Code pénal, suffisent amplement et n'ont pas besoin de
correction ni d'adaptation.
En cas de coups et blessures, des peines beaucoup plus lourdes que
celles prévues dans la législation française peuvent être infligées
dans certains cas. Je pense, par exemple, à des coups et blessures
ayant comme conséquence une incapacité permanente de travail. Ce
15.02 Minister Stefaan De
Clerck: Beledigingen en slagen en
verwondingen ten aanzien van een
scheidsrechter
kunnen
strafrechtelijk worden vervolgd.
Het gaat om een zogenaamd
klachtendelict, wat betekent dat de
persoon die zich beledigd voelt
klacht moet indienen vóór een
strafonderzoek van start kan gaan
en de betrokkene kan worden
vervolgd.
De parketten beschikken niet over
specifieke statistieken betreffende
de beledigingen en de slagen en
verwondingen ten aanzien van
scheidsrechters. Ik weet dus niet
of ze regelmatig klachten van
slachtoffers ontvangen.
De
huidige
strafrechtelijke
bepalingen
zijn
ruimschoots
toereikend en hoeven niet te
worden aangepast. Is er sprake
van slagen en verwondingen, dan
kunnen er in bepaalde gevallen
beduidend
zwaardere
straffen
worden opgelegd dan onder de
Franse
wetgeving.
De
scheidsrechters werden door de
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
délit sera puni d'un emprisonnement de cinq ans assorti d'une
amende de 2.750 euros. En cas de préméditation, la peine
d'emprisonnement peut s'élever jusqu'à dix ans.
Le législateur n'a volontairement pas repris les arbitres dans l'article
4010bis du Code pénal car les personnes concernées par cet article
exercent leur fonction dans le cadre d'un service public. Or, l'arbitre
n'exerce pas une telle fonction publique mais bien une fonction dans
le secteur privé sportif. Cette catégorie spécifique n'est pas reprise.
En ce qui concerne les injures, ceci me semble à juste titre un délit
sur plainte. C'est à la victime, l'arbitre in casu, de juger s'il considère
certaines imputations insultantes. Si la victime ne les considère pas
comme personnellement insultantes, l'autorité publique ne doit pas
non plus les considérer en tant que telles. C'est donc la victime qui
prend l'initiative de porter plainte. Personne d'autre! Nous n'avons pas
un régime spécial à la française!
wetgever niet opgenomen in artikel
40-10bis van het Strafwetboek,
want de in dat artikel bedoelde
personen oefenen een ambt uit in
het kader van een openbare
dienst, terwijl de scheidsrechter
werkzaam is in de privésector van
de sportbeoefening. Beledigingen
zijn dan weer een klachtmisdrijf.
Het is aan het slachtoffer om uit te
maken of bepaalde aantijgingen al
dan niet beledigend zijn! Er
bestaat bij ons geen speciale
regeling zoals in Frankrijk!
15.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour cette réponse. Non seulement, nous n'avons pas un
régime spécial à la française, mais encore cela n'est pas utile car
notre législation est plus répressive. Comme quoi l'exemple ne vient
pas toujours du sud!
15.03 Jean-Luc Crucke (MR): En
dat hoeft ook niet, aangezien onze
wetgeving strenger is.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "les suites du dossier Ghislenghien"
(n° 10732)
16 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "de gevolgen van het dossier
Gellingen" (nr. 10732)
16.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, nous avons déjà eu l'occasion de parler du dossier de
Ghislenghien. À l'époque, vous m'aviez dit que vous souhaitiez
disposer de quelques jours afin de prendre connaissance du dossier.
Vous vous souviendrez que les assurances ont, à un moment donné,
annoncé qu'il y avait un accord entre elles. Je cite votre réponse: "Le
dossier est arrivé sur mon bureau, mais avec tous les problèmes qui
ont surgi et les incidents qui se présentent, je n'ai pas encore eu le
temps matériel de m'y plonger. Cependant, je crois savoir qu'il avance
rapidement. J'espère pouvoir boucler le dossier dans les prochains
jours."
Monsieur le ministre, où en est ce dossier aujourd'hui? Peut-on dire
qu'entre assurances, il y a un accord d'indemnisation. Dans
l'affirmative, quels sont les principes qui le sous-tendent et quels en
sont les critères?
Et si vous connaissez les critères d'indemnisation, quand les victimes
pourront-elles s'exprimer au sujet de cette proposition?
Monsieur le ministre, si je reviens vers vous aujourd'hui, c'est parce
que vous aurez peut-être reçu, comme certains parlementaires dont
je suis, en date du 30 janvier, une lettre émanant d'une victime
française qui était au désespoir. Elle allait même jusqu'à parler
d'entamer une grève de la faim. Je ne vous relirai pas l'intégralité de
16.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Hoe ver staat het dossier
Gellingen? Zijn de verzekeringen
erin
geslaagd
een
schadevergoedingsakkoord
te
bereiken? Zo ja, wat zijn de
onderliggende beginselen en op
grond
van
welke
criteria?
Wanneer kunnen de slachtoffers
desgevallend hun mening te
kennen geven over dat voorstel?
In Frankrijk heeft de voorzitter van
het hof van beroep van Toulouse
het
verzoek
van
de
slachtofferorganisatie in het AZF-
dossier ingewilligd en laat hij toe
dat de zitting gefilmd wordt. Is zo
een procedure bij ons denkbaar?
Ten
slotte,
gelet
op
de
gelijkenissen tussen de twee
dossiers, kan men zich voorstellen
dat de voorzitter van de rechtbank
van eerste aanleg van Doornik
naar Toulouse zou gaan om er als
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
sa lettre, mais elle traduit parfaitement le désespoir, le sentiment
d'abandon qu'éprouve l'intéressée.
Donc, monsieur le ministre, où en est-on dans ce dossier?
Ensuite, vous savez qu'en France ­ à laquelle je fais souvent
référence aujourd'hui -, le procès dans le dossier AZF Toulouse
s'ouvrira dans quelques jours, à savoir le 23 février prochain. J'ai pris
connaissance d'une décision du président de la cour d'appel de
Toulouse autorisant à filmer l'audience. Il ne s'agira pas d'une
retransmission télévisée, mais le procès sera filmé, vu son
importance et étant donné qu'il concerne des matières qui pourraient
encore connaître une évolution technologique et que l'on pourrait
encore avoir affaire à des crises de ce type. Par cet arrêt, le président
de la cour d'appel a répondu à la demande des organisations de
sinistrés.
Pourrait-on imaginer une procédure similaire chez nous?
Enfin, je dirais que les procès de Ghislenghien et de Toulouse sont
proches, même si les victimes sont différentes, mais les séquelles
dont celles-ci souffrent sont assez similaires et les mécanismes mis
en oeuvre sont semblables. Pourrait-on imaginer que le président du
tribunal de première instance de Tournai, ou d'autres cadres de la
Justice, puissent se rendre à Toulouse afin d'observer la manière
dont ce procès aura été préparé et suivi; dans le but de procéder de
la même manière chez nous?
waarnemer de voorbereiding en
het verloop van het proces te
volgen?
16.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, comme
beaucoup d'entre vous, je crois, j'ai reçu en date du 22 janvier 2009,
un courrier émanant d'une victime française par lequel elle m'a fait
part de sa situation pénible consécutivement à la catastrophe de
Ghislenghien.
Je me référerai à la réponse que je lui ai adressée.
Je lui ai fait savoir combien je comprenais son impatience. Les
solutions en préparation tiendront compte des situations particulières
des victimes. Tout en respectant les lois et règles de chaque pays,
ces solutions ne peuvent pas entraîner de discriminations en fonction
de la nationalité des victimes.
Entre-temps, j'ai eu l'occasion de prendre connaissance du dossier et
de recevoir des représentants de l'association des assureurs. Les
assureurs sont maîtres du dossier et sont en effet disposés à
soumettre sous peu leurs propositions aux victimes. Comme je vous
l'ai rappelé le 15 janvier, les victimes ont le droit d'en être informées
en priorité. Elles attendent donc quelques confirmations définitives
pour avoir l'accord de tout le monde. Le dossier est terminé en grande
partie et beaucoup d'accords sont déjà conclus. Il en manque
quelques-uns qui devraient être confirmés dans les plus brefs délais.
Dès la confirmation de tous, on pourra communiquer; actuellement,
c'est encore trop tôt.
En ce qui concerne l'organisation du procès de Ghislenghien, il faut
comprendre qu'elle relève du pouvoir judiciaire. S'il apparaît de
nouvelles technologies ou d'autres manières de travailler, je reste
disposé à l'envisager et à aider les magistrats à prendre des
initiatives, comme vous l'avez présenté.
16.02 Minister Stefaan De
Clerck: Ik heb op 22 januari 2009
een schrijven ontvangen van een
Frans slachtoffer met het relaas
van haar pijnlijke situatie sinds de
ramp van Gellingen.
Ik heb haar laten weten hoezeer ik
mij
in
haar
ongeduld
kan
verplaatsen.
De
oplossingen
waaraan gewerkt wordt zullen
rekening
houden
met
de
specifieke
situatie
van
de
slachtoffers.
Die
oplossingen
moeten met de wetten en regels
van elk land stroken, maar mogen
niet tot discriminatie op grond van
de nationaliteit van de slachtoffers
leiden.
De verzekeraars hebben het
dossier
in handen en zijn
inderdaad bereid binnenkort hun
voorstellen aan de slachtoffers
voor te leggen, die terecht voor
iedereen moeten worden ingelicht.
Zodra alle schikkingen bevestigd
zijn, zullen we de informatie naar
buiten kunnen brengen.
De organisatie van het proces van
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Quant à votre dernière question, je ne connais pas l'emploi du temps
des magistrats en charge à Tournai. Si, comme vous l'évoquiez, le
procès à Toulouse sera filmé, il est peut-être moins onéreux d'inviter
tous les intéressés à visionner le film plutôt que de se rendre sur
place.
Gellingen ressorteert onder de
rechterlijke macht. Ik ben bereid
het
gebruik
van
nieuwe
technologieën
of
andere
werkwijzen te overwegen en de
magistraten te helpen initiatieven
in die zin te nemen. Tot slot, als
het proces van Toulouse gefilmd
wordt, is het wellicht minder duur
om alle belanghebbenden uit te
nodigen voor de film dan zich ter
plaatse te begeven.
16.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Je comprends bien qu'il s'agit d'une question de jours et
d'heures. Je respecte cette communication directe vers les victimes et
je peux comprendre que c'est ainsi qu'elle doit d'abord se réaliser.
Tout ce que je demande, c'est qu'elle ait lieu dans les plus brefs
délais, car on sent que la chape est en train de s'écraser et que
l'attente devient difficilement supportable.
Merci également pour votre ouverture aux innovations. C'est le rôle de
la justice aussi que de s'adapter à son temps, sans déborder dans
une forme de visualisation malsaine. Ce n'est pas le but. Il faut
simplement admettre pouvoir tirer des leçons d'autres procès.
Dans votre troisième réponse, je vous reconnais bien: il sera moins
onéreux de revoir une cassette que de suivre un procès en
déplacement. Cela dit, dans l'organisation d'un tel procès, le
déplacement sur place peut parfois livrer des éléments plus
techniques invisibles autrement.
Je maintiens donc, mais il ne m'appartient pas de faire la demande;
c'est le rôle du président du tribunal de première instance. Si cela se
fait, j'aimerais que votre réponse soit positive.
16.03 Jean-Luc Crucke (MR):
De slachtoffers moeten inderdaad
eerst
en
snel
geïnformeerd
worden, zoals zij verwachten. Het
is overigens ook de rol van het
gerecht om zich aan de nieuwe
technologieën aan te passen,
zonder
in
een
vorm
van
ongezonde beeldcommunicatie te
vervallen. Tijdens de organisatie
van zo'n proces kan het soms toch
interessant
zijn
ter
plaatse
aanwezig te zijn om meer inzicht
te krijgen in meer technische
aspecten.
Als de voorzitter van de rechtbank
van
eerste
aanleg
daarom
verzoekt zou ik willen dat uw
antwoord positief is.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de aanstelling van
assessoren bij de strafuitvoeringsrechtbanken" (nr. 10775)
17 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la désignation
d'assesseurs auprès des tribunaux de l'application des peines" (n° 10775)
17.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
voor
de
aanwerving
van
assessoren
bij
de
strafuitvoeringsrechtbanken
werden
ondertussen
al
twee
selectieproeven georganiseerd. Een eerste proef werd georganiseerd
bij de opstart van de strafuitvoeringsrechtbanken. In het licht van de
bevoegdheden die in de toekomst aan de strafuitvoeringsrechtbanken
bijkomend zullen worden verleend met betrekking tot de internering,
werd intussen een tweede selectieproef georganiseerd.
Er bereiken mij nu berichten dat recent werd beslist tot de aanstelling
van een assessor die niet in de tweede selectie is geslaagd. Hij zou
wel in de eerste selectie zijn geslaagd. Aangezien de tweede proef
uitdrukkelijk werd georganiseerd na de uitbreiding van de
bevoegdheden van de rechtbank inzake internering en de betrokkene
17.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Pour le recrutement
d'assesseurs dans les tribunaux
de l'application des peines, deux
épreuves de sélection ont déjà été
organisées, l'une au moment où
ces nouvelles juridictions ont été
mises en place et l'autre après
l'extension de leurs compétences
en matière d'internement. Il me
revient qu'il a été procédé
récemment à la nomination d'un
assesseur qui a réussi la première
épreuve mais pas la seconde.
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
voor de tweede proef niet was geslaagd, stemt een en ander tot
nadenken.
Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen ter zake.
Ten eerste, is het logisch dat een assessor werd aangesteld die niet
slaagde in de tweede selectieproef, terwijl die selectieproef precies
werd georganiseerd gelet op de uitbreiding van de bevoegdheden van
de strafuitvoeringsrechtbanken?
Ten tweede, welke motivatie ligt ten grondslag van de beslissing?
Ten derde, welk belang hecht u aan het element internering? Het kan
toch niet dat dat element als lichter wegend zou worden beschouwd.
Ten vierde, overweegt u eventuele aanstellingen te screenen en een
beslissing te herzien?
Est-il logique de nommer un
assesseur qui n'a pas réussi la
seconde épreuve, sachant que
cette épreuve a été organisée en
vue d'étendre les compétences
des tribunaux de l'application des
peines? Qu'est-ce qui a motivé
cette décision? Quelle importance
le ministre attache-t-il à l'aspect
relatif à l'internement? Le ministre
envisage-t-il d'examiner de près
les nominations auxquelles il a été
éventuellement procédé et de
revenir le cas échéant sur les
décisions prises?
17.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, het gaat
hier eigenlijk over een individueel dossier. Het is moeilijk om daar
zomaar een antwoord op te geven. Er kan ook nog beroep worden
aangetekend. Het is dus een concreet, recent dossier. De betrokkene
is ook al door medewerkers ontvangen en er is ook al uitvoerig
geantwoord op diverse, individuele tussenkomsten van collega's.
In algemene termen kan ik u bevestigen dat beslissingen tot de
aanstelling
van
assessoren
bij
strafuitvoeringsrechtbanken
bestuurshandelingen zijn, die uiteraard aan de motiveringsplicht zijn
onderworpen, zoals andere aanstellingsbesluiten. Zowel binnen de
rechterlijke orde als binnen het federaal openbaar ambt wordt er
bovendien over gewaakt dat bestaande reservelijsten aan bod komen.
Hier ligt het reële probleem.
Men heeft hier bij nader toezien moeten aanvaarden dat examens en
reservelijsten van vroeger wel degelijk in rekening moeten worden
gebracht. Dat is het punt. Men heeft nu inderdaad examens
georganiseerd met resultaten tot gevolg, waarop men dacht te kunnen
voortbouwen. Maar men heeft vastgesteld dat er op een vroeger
moment ook al examens waren georganiseerd en dat er dus
reservelijsten waren die men prioritair moest behandelen. Men kan
daar niet onderuit.
Dat is dus een noodzakelijke interventie geweest die mijn inziens
volledig correct is verlopen, zonder enige andere bedoelingen, wat
men daarover ook durft te beweren.
17.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Il s'agit en l'occurrence
d'un dossier individuel dans lequel
un recours est encore possible. Il
m'est donc difficile de répondre à
brûle-pourpoint à des questions
sur ce dossier.
En termes généraux, je puis
confirmer que la désignation
d'assesseurs auprès des tribunaux
d'application des peines constitue
un acte administratif. Comme pour
d'autres arrêtés de désignation, il
existe une obligation de motivation
et une réserve de recrutement.
L'on a dû accepter qu'il fallait ternir
compte d'examens et de réserves
de recrutement antérieurs. Ces
dernières sont prioritaires. La
procédure s'est donc déroulée
correctement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de bijdrage aan het
Slachtofferfonds" (nr. 10778)
18 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "la contribution au Fonds
d'aide aux victimes" (n° 10778)
18.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit is een heel korte vraag. Het is zeker niet mijn
bedoeling om het uitvoerig debat van vorige week over te doen.
18.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): En raison d'un déficit
structurel auprès du Fonds d'aide
aux victimes, les contributions à ce
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Deze punctuele vraag betreft de bijdrage aan het slachtofferfonds
verschuldigd door iemand die wordt veroordeeld voor een
strafrechtelijk feit. Omwille van een structureel tekort bij het fonds
hebben wij tijdens de vorige legislatuur ­ in 2005 ­ de bijdragen van
de veroordeelden opgetrokken van 55 euro tot 137,5 euro. De
bijdrage is dus sinds 2005 meer dan verdubbeld. De motivatie was
toen dat het fonds geld te kort kwam omdat er meer uitgaven dan
inkomsten waren en dat dit moest worden bijgestuurd.
Intussen is het 2009 en als mijn informatie correct is, boekt het fonds
dankzij de verhoging van de bijdrage de laatste jaren een overschot,
terwijl het aantal dossiers per jaar zou stagneren.
Mijnheer de minister, ik wil u vragen of het klopt dat het fonds de
laatste jaren een overschot boekt. Indien dit het geval is, kunt u mij de
officiële cijfers geven? Nu we tot die vaststelling komen, is het niet het
moment om het bedrag van de bijdrage te evalueren? Overweegt u
eventueel om de bijdrage voor veroordeelden te verlagen?
fonds ont été portées de 55 euros
à 137,50 euros par condamnation.
Cette contribution a donc plus que
doublé depuis 2005. La motivation
à cet égard était que le fonds
disposait de trop peu de moyens,
parce que les dépenses étaient
supérieures aux recettes, et qu'un
ajustement s'imposait donc. Si
mes informations sont exactes, le
fonds a enregistré ces dernières
années un excédent, alors que le
nombre
annuel
de
dossiers
stagne. Est-ce exact? Quels sont
les
chiffres
officiels?
La
contribution sera-t-elle évaluée et
éventuellement réduite?
18.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, mevrouw
Lahaye, ik kon hierop ook schriftelijk antwoorden, maar ik denk dat
het nuttig is om de cijfers onmiddellijk mee te geven. Ik verwijs naar
het antwoord dat Jo Vandeurzen vorig jaar heeft gegeven op een
vraag.
Ik zal u straks een kopie laten bezorgen van het antwoord zodat u
geen nota's hoeft te nemen. De voorbije vier jaar werden de volgende
ontvangsten gerealiseerd: in 2004 7,3, in 2005 7,8, in 2006 12,8, in
2007 15,7 en in 2008 16,7 miljoen euro. De voorbije vier jaren waren
de uitgaven ­ de ordonnanceringen ­ als volgt: in 2004 10,5 miljoen,
in 2005 12, in 2006 10,75, in 2007 10,8, in 2008 10,8 miljoen euro.
Het aantal dossiers, jaarlijks, is het volgende: 1.191 in 2005, 1.312 in
2006, 1.197 in 2007 en 1.237 in 2008.
U vroeg of het bedrag van de bijdrage aan een evaluatie zal worden
onderworpen. Welnu, op dit moment zie ik daartoe niet meteen een
reden. Tevens ligt een wetswijziging voor. Naar aanleiding van de wet
inzake diverse bepalingen zullen wij ook nog een debat voeren in de
Kamer, waarin ook het fonds en de nationaliteit aan bod zullen
komen. Wij moeten ook nagaan of de criteria moeten worden
gewijzigd en nagaan wat daarvan de consequenties zijn. Ik meen dat
wij het debat ten gronde moeten afwachten om te zien of wij andere
criteria in de wet inbrengen waardoor de effecten inzake toekomstige
betalingen veel kunnen wijzigen.
Op basis van de bestaande criteria meen ik dat het niet nodig is om
nu een wijziging aan te brengen.
Voorlopig overweeg ik evenmin om de bijdrage te verlagen. Ik houd
de zaken even bij wat ze thans zijn.
18.02
Stefaan De Clerck,
ministre: Je me réfère à la
réponse que mon prédécesseur a
déjà fournie à ce sujet l'année
dernière, mais je vais tout de
même vous communiquer les
chiffres.
Ces quatre dernières années, les
recettes sont passées de 7,3 à
16,7 millions d'euros, tandis que
les dépenses ont stagné autour de
11 millions d'euros.
Le nombre de dossiers est passé
de 1.191 en 2005 à 1.237 en
2008.
Le montant de la cotisation sera
évalué, même si je ne vois
personnellement pas vraiment de
raison de le faire. Une modification
de la loi - qui sera examinée dans
le cadre du projet de loi portant
des dispositions diverses - est par
ailleurs prête. Les questions du
fonds et de la nationalité y sont
abordées.
Nous
devons
également examiner s'il y a lieu ou
non de modifier les critères et
quels seraient le cas échéant les
conséquences de ces éventuelles
modifications. Avant d'introduire
dans la loi d'autres critères qui
pourraient avoir un impact sur les
futurs paiements nous devons
attendre le débat de fond. Je
n'envisage donc pas de diminuer
les cotisations pour l'instant.
CRIV 52
COM 445
04/02/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
18.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben het met u eens om het debat af te
wachten. Uit de cijfers blijkt echter dat er de laatste jaren een groot
overschot van twee, drie miljoen euro is. Dat kan niet de bedoeling
zijn.
Iemand die wordt veroordeeld, ik denk aan een vonnis van een
politierechtbank, moet een boete betalen en soms ook nog twee of
drie keer een bijdrage. Dat is voor heel wat mensen een zware
dobber.
Ik ben het ermee eens dat wij het debat globaal moeten voeren.
18.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Il est en effet
préférable d'attendre le débat,
mais accumuler un excédent de 2
à 3 millions d'euros par année ne
peut
certainement
pas
être
l'objectif recherché. Pour celui qui
est condamné et doit encore, en
plus d'une amende, payer deux ou
trois fois une cotisation au Fonds
des victimes, cela représente un
lourd tribut.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de Bende van Nijvel" (nr. 10513)
- mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van Justitie over "de graafwerken in Elouges"
(nr. 10580)
19 Questions jointes de
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "les tueurs du Brabant" (n° 10513)
- Mme Jacqueline Galant au ministre de la Justice sur "les fouilles menées à Elouges" (n° 10580)
19.01 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, depuis quelques semaines, des fouilles sont en cours à
Elouges, sur la commune de Dour. Dans la presse, on parle d'un lien
avec les tueries du Brabant wallon. Beaucoup de questions se posent
autour de ces fouilles. La population est parfois inquiète.
Pourquoi a-t-on attendu si longtemps avant d'entamer ces fouilles?
Au cours d'une émission de la RTBF, la semaine dernière, on
reparlait des tueries du Brabant et on évoquait des liens avec des
gens du Borinage.
Pourquoi avoir attendu que l'ancien exploitant du site décède pour
commencer les fouilles?
En ce qui concerne les ossements retrouvés, on parle de la proximité
d'un cimetière et ils pourraient dater d'il y a longtemps. Bref, je
souhaiterais obtenir de plus amples informations par rapport à ces
fouilles.
19.01 Jacqueline Galant (MR):
De opgravingen die aan de gang
zijn in Elouges en die volgens de
pers verband zouden houden met
de Bende van Nijvel leiden bij de
bevolking
tot
ongerustheid.
Waarom werd zolang met die
opgravingen gewacht? Kan u ons
daar meer over vertellen?
19.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, je ne
dispose pas encore des résultats définitifs, les analyses sont toujours
en cours. Il serait donc prématuré de tirer des conclusions.
La cellule de Jumet compte actuellement 14 enquêteurs. Les
magistrats concernés estiment ce nombre suffisant et soulignent que
les effectifs de la cellule ont toujours été augmentés ou diminués en
fonction des besoins variables de l'enquête.
Je crois que c'est la bonne formule: il ne faut pas garder en
permanence les mêmes personnes mais augmenter ou diminuer leur
nombre par rapport à certains devoirs.
19.02 Minister Stefaan De
Clerck: De analyses zijn nog aan
de gang en het zou voorbarig zijn
nu al conclusies te trekken. In de
cel van Jumet werken momenteel
veertien speurders. De betrokken
magistraten zijn van mening dat
dat aantal volstaat, rekening
houdend met de evolutie van het
onderzoek.
Dezelfde personen moeten niet
voortdurend aanwezig zijn, maar
04/02/2009
CRIV 52
COM 445
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Ils sont tous occupés par Élouges mais je n'ai pas encore de
conclusions définitives. Je suis comme vous: je lis les journaux.
hun
aantal
moet
worden
aangepast in het licht van de taken
die ze moeten vervullen. Alle
personeelsleden worden nu in
Elouges ingezet.
19.03 Jacqueline Galant (MR): Je constate que vous n'êtes pas
plus informé que nous ou que la presse régionale. C'est dommage
car vous pourriez rassurer la population qui se demande si ce n'est
pas une affaire Dutroux-bis où on procède à des fouilles... Dans une
émission de la RTBF, il y a une semaine ou deux, on disait que toutes
les pistes de la filière boraine pouvaient être abandonnées car on
avait procédé à toutes les enquêtes nécessaires sans résultat. Et,
d'un autre côté, on commence des fouilles deux semaines plus tard.
La population est décontenancée.
S'il faut procéder à ces fouilles, soit. Mais on serait à côté d'un
cimetière. Ce serait un peu bête de continuer à déterrer les
ossements de ce cimetière. Je vous interpellerai plus avant en
espérant que vous soyez plus informé.
19.03 Jacqueline Galant (MR):
Ik betreur dat u de bevolking niet
kan geruststellen. De mensen
vragen zich af of we hier niet te
maken hebben met een nieuwe
Dutroux-zaak.
Er
doen
tegenstrijdige berichten de ronde
over die opgravingen, die vlakbij
een kerkhof plaatsvinden.
19.04 Stefaan De Clerck, ministre: Pour ce qui est d'une
indemnisation, le propriétaire et l'exploitant du terrain peuvent la
réclamer pour d'éventuels dédommagements ou manques à gagner.
L'article 66 du règlement général des frais de justice du 28
décembre 1995 est la base réglementaire. L'article traite les
dépenses extraordinaires soumises à l'autorisation du procureur
général comme les dépenses liées aux fouilles à Élouges. Par le
passé, dans des affaires exceptionnelles, le service des frais de
justice a indemnisé à la fois les dégâts judiciaires et le manque à
gagner dûment justifiés.
19.04 Minister Stefaan De
Clerck: De eigenaar en de
exploitant van het terrein kunnen
overeenkomstig artikel 66 van het
algemeen
reglement
op
de
gerechtskosten van 28 december
1995 aanspraak maken op een
schadeloosstelling.
19.05 Jacqueline Galant (MR): En fait, on pouvait se demander
pourquoi ne pas avoir entamé les fouilles du vivant de la personne.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 16.38 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.38 uur.