KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 432
CRIV 52 COM 432
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
S
OCIALE
Z
AKEN
C
OMMISSION DES
A
FFAIRES SOCIALES
dinsdag
mardi
27-01-2009
27-01-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste
minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de
minister van Justitie, over "de bestrijding van de
uitkeringsfraude" (nr. 9689)
1
Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire
d'État à la Coordination de la lutte contre la
fraude, adjoint au premier ministre, et secrétaire
d'État, adjoint au ministre de la Justice, sur "la
lutte contre la fraude aux allocations" (n° 9689)
1
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Carl Devlies,
staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Carl Devlies,
secrétaire d'État à la Coordination de la lutte
contre la fraude
Vraag van mevrouw Katia della Faille de
Leverghem aan de staatssecretaris voor de
Coördinatie van de fraudebestrijding, toegevoegd
aan de eerste minister, en staatssecretaris,
toegevoegd aan de minister van Justitie, over "de
controle op namaakproducten" (nr. 10446)
3
Question de Mme Katia della Faille de Leverghem
au secrétaire d'État à la Coordination de la lutte
contre la fraude, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice,
sur "le contrôle sur les produits de contrefaçon"
(n° 10446)
3
Sprekers: Katia della Faille de Leverghem,
Carl Devlies
, staatssecretaris voor de
Coördinatie van de fraudebestrijding
Orateurs: Katia della Faille de Leverghem,
Carl Devlies
, secrétaire d'État à la
Coordination de la lutte contre la fraude
Samengevoegde vragen van
5
Questions jointes de
5
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de evolutie van de dienstenchequeregeling"
(nr. 9747)
5
- Mme Martine De Maght à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'évolution du système des titres-
services" (n° 9747)
6
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de tegenstrijdige gegevens met betrekking
tot
dienstenchequewerknemers
en
de
consequenties ervan" (nr. 9749)
5
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les données contradictoires relatives aux
travailleurs titres-services et les conséquences
qui en découlent" (n° 9749)
6
Sprekers: Martine De Maght, Stefaan
Vercamer,
Joëlle
Milquet,
vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
Orateurs: Martine De Maght, Stefaan
Vercamer, Joëlle Milquet
, vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances
Samengevoegde vragen van
10
Questions jointes de
11
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de werkgelegenheid van 50-
plussers in Vlaanderen" (nr. 10214)
10
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'emploi des plus de cinquante ans en
Flandre" (n° 10214)
11
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de vraag van Vlaams minister van
Werk Frank Vandenbroucke naar het bevoegd
maken
van
Gewesten
inzake
doelgroepverminderingen
voor
50-plussers"
(nr. 10245)
10
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la demande du ministre flamand de l'Emploi,
M. Frank Vandenbroucke, de régionaliser les
réductions des charges pour groupes cibles
concernant les plus de 50 ans" (n° 10245)
11
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
over
"de
hervorming
van
het
doelgroepenbeleid, meer bepaald ten aanzien van
50-plussers" (nr. 10251)
11
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la réforme de la politique des groupes cibles,
notamment à l'égard des plus de 50 ans"
(n° 10251)
11
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de tewerkstelling van 50-plussers"
(nr. 10258)
11
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'emploi des plus de 50 ans" (n° 10258)
11
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de afschaffing van leeftijdsbarema's
in CAO's" (nr. 10321)
11
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la suppression des barèmes d'âge dans les
CCT" (n° 10321)
11
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers:
Stefaan
Vercamer,
Guy
D'haeseleer, Sarah Smeyers, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs:
Stefaan
Vercamer,
Guy
D'haeseleer, Sarah Smeyers, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de werkpremie voor
vijftigplussers" (nr. 9835)
20
Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la prime à l'emploi des
plus de 50 ans" (n° 9835)
20
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "studentenarbeid" (nr. 10037)
22
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les jobs étudiants" (n° 10037)
22
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
hervorming
van
de
regelgeving
inzake
studentenarbeid" (nr. 10087)
22
- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la réforme de la réglementation relative aux
jobs étudiants" (n° 10087)
22
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de hervorming van de studentenarbeid"
(nr. 10252)
22
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la réforme du travail étudiant" (n° 10252)
22
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de hervorming van de regelgeving inzake
studentenarbeid" (nr. 10488)
22
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la réforme de la réglementation relative au
travail des étudiants" (n° 10488)
23
Sprekers: Sarah Smeyers, Hans Bonte, Guy
D'haeseleer,
Xavier
Baeselen,
Joëlle
Milquet, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Sarah Smeyers, Hans Bonte, Guy
D'haeseleer,
Xavier
Baeselen,
Joëlle
Milquet, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de studie van de Nationale
Confederatie van het Kaderpersoneel (NCK) over
burn-out" (nr. 10062)
28
Question de Mme Kattrin Jadin à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'étude réalisée par la Confédération
nationale des cadres (CNC) sur le burn out"
(n° 10062)
28
Sprekers: Kattrin Jadin, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Kattrin Jadin, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Samengevoegde vragen van
30
Questions jointes de
30
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
sms-campagne van haar kabinet voor de opvang
van kinderen uit Gaza" (nr. 10098)
30
- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la campagne sms de son cabinet pour
l'accueil des enfants de Gaza" (n° 10098)
30
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de opvang van gewonde kinderen uit Gaza"
(nr. 10101)
30
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'accueil d'enfants blessés de Gaza"
(n° 10101)
30
- de heer Denis Ducarme aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de opvang van Palestijnse kinderen bij
Belgische gezinnen" (nr. 10127)
30
- M. Denis Ducarme à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'accueil d'enfants palestiniens au sein de
familles belges" (n° 10127)
30
Sprekers: Zoé Genot, Sarah Smeyers, Denis
Ducarme, Joëlle Milquet
, vice-eerste minister
en minister van Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Zoé Genot, Sarah Smeyers, Denis
Ducarme, Joëlle Milquet
, vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances
Samengevoegde vragen van
36
Questions jointes de
36
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste 36
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre 36
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "het voorstel van het VBO om de technische
werkloosheid uit te breiden tot de bedienden"
(nr. 10140)
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la proposition de la FEB d'étendre le
chômage technique aux employés" (n° 10140)
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de uitbreiding van het systeem van tijdelijke
werkloosheid naar bedienden" (nr. 10215)
36
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'extension du système du chômage
temporaire aux employés" (n° 10215)
36
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de uitbreiding van de tijdelijke werkloosheid
tot de bedienden" (nr. 10241)
36
- Mme Martine De Maght à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'élargissement du chômage
temporaire aux employés" (n° 10241)
36
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "de invoering van tijdelijke werkloosheid voor
bedienden wegens gebrek aan werk" (nr. 10250)
36
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre
et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'instauration du chômage temporaire des
employés pour manque de travail" (n° 10250)
36
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke Kansen
over "het voorstel van het VBO om de tijdelijke
werkloosheid tot de bedienden uit te breiden"
(nr. 10320)
36
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la proposition de la FEB d'étendre le
chômage temporaire aux employés" (n° 10320)
36
Sprekers: Stefaan Vercamer, Martine De
Maght, Guy D'haeseleer, Camille Dieu,
Jean-Luc Crucke, Joëlle Milquet
, vice-eerste
minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
Orateurs: Stefaan Vercamer, Martine De
Maght, Guy D'haeseleer, Camille Dieu,
Jean-Luc Crucke, Joëlle Milquet
, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de mogelijke fusie tussen
ADEHIS en CEVI" (nr. 10168)
42
Question de M. Pierre-Yves Jeholet à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la possible fusion entre
ADEHIS et le CEVI" (n° 10168)
42
Sprekers:
Pierre-Yves
Jeholet,
Joëlle
Milquet, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs:
Pierre-Yves
Jeholet,
Joëlle
Milquet, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
over
"de
ontmoeting
met
de
beleidsmensen van het Internationaal Monetair
Fonds" (nr. 10357)
43
Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la rencontre avec les
responsables du Fonds monétaire international"
(n° 10357)
43
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen
over
"de
schone-klerencampagne"
(nr. 10359)
44
Question de Mme Valérie Déom à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la campagne
'vêtements propres'" (n° 10359)
44
Sprekers: Valérie Déom, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Valérie Déom, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de verwijdering van werklozen
jonger dan 50 jaar uit het PWA-systeem"
(nr. 10368)
47
Question de Mme Sonja Becq à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'exclusion de chômeurs de moins
de 50 ans du système ALE" (n° 10368)
47
Sprekers: Sonja Becq, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Sonja Becq, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van de heer Jo Vandeurzen aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
50
Question de M. Jo Vandeurzen à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
50
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Kansen over "het toepassingsgebied van het
interprofessioneel akkoord en het herstelplan"
(nr. 10372)
chances sur "le champ d'application de l'accord
interprofessionnel et du plan de relance"
(n° 10372)
Sprekers: Jo Vandeurzen, Joëlle Milquet,
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Jo Vandeurzen, Joëlle Milquet,
vice-première ministre et ministre de l'Emploi
et de l'Égalité des chances
Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de
vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "uitzendarbeid in de sector
van de binnenvaart" (nr. 10408)
52
Question de M. Willem-Frederik Schiltz à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le travail intérimaire
dans le secteur de la navigation intérieure"
(n° 10408)
52
Sprekers: Willem-Frederik Schiltz, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Willem-Frederik Schiltz, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de vice-
eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het cumuleren van de carensdag
voor arbeiders met meerdere werkgevers"
(nr. 10431)
54
Question de Mme Camille Dieu à la vice-première
ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "le cumul du jour de carence chez
les
ouvriers ayant plusieurs employeurs"
(n° 10431)
54
Sprekers: Camille Dieu, Joëlle Milquet, vice-
eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen
Orateurs: Camille Dieu, Joëlle Milquet, vice-
première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de prijsverhoging van de
PWA-cheques" (nr. 10441)
55
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu à la
vice-première ministre et ministre de l'Emploi et
de l'Égalité des chances sur "l'augmentation du
prix des chèques ALE" (n° 10441)
55
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Joëlle
Milquet
, vice-eerste minister en minister van
Werk en Gelijke Kansen
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Joëlle
Milquet
, vice-première ministre et ministre de
l'Emploi et de l'Égalité des chances
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE
ZAKEN
COMMISSION DES AFFAIRES
SOCIALES
van
DINSDAG
27
JANUARI
2009
Namiddag
______
du
MARDI
27
JANVIER
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.28 heures et présidée par M. Yvan Mayeur.
De vergadering wordt geopend om 14.28 uur en voorgezeten door de heer Yvan Mayeur.
01 Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire d'État à la Coordination de la lutte contre la fraude,
adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice, sur "la lutte contre la
fraude aux allocations" (n° 9689)</b>
01 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister
van Justitie, over "de bestrijding van de uitkeringsfraude" (nr. 9689)
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je vais être
rapide car je dois retourner dans une autre commission.
Monsieur le secrétaire d'État, nous avons déjà débattu de ce sujet. Le
Masterplan de 2008-2009 n'est peut-être pas le résultat de nos
discussions mais vous nous l'aviez en tout cas annoncé. Il a été
présenté le 2 juillet et il évoque la question de la fraude aux
allocations.
Souvenez-vous qu'à l'époque, vous évaluiez la fraude à environ 1%
du budget du secteur des soins de santé.
Je reviens sur ce sujet pour deux raisons.
Premièrement, face aux réalités économiques que nous connaissons
­ personne ne démentira le fait qu'elles sont dramatiques ­, les
fraudes sont peut-être encore plus difficilement supportées par ceux
qui respectent les règles du jeu.
Deuxièmement, vous aviez également annoncé que, dans son contrat
d'administration, l'INAMI porterait une attention particulière à un plan
d'action contre les fraudes et plus spécifiquement en matière
d'incapacités primaires.
Dès lors, fin de l'année 2008, début 2009, quelles sont les mesures
qui ont été avancées par l'INAMI? Ces mesures sont-elles
prioritaires?
Par ailleurs, cette lutte contre la fraude nécessite-t-elle des moyens
budgétaires ou en personnel supplémentaires?
Est-on toujours dans la même marge que celle évoquée à l'époque, à
savoir 1%?
01.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
het masterplan 2008-2009 dat op
2 juli werd voorgesteld, komt
onder meer de uitkeringsfraude
aan bod. Destijds raamde u de
fraude op 1 procent van de
begroting
van
de
gezondheidszorg. U kondigde ook
aan dat het RIZIV in zijn
bestuursovereenkomst bijzondere
aandacht zou besteden aan een
actieplan voor fraudebestrijding,
vooral met betrekking tot primaire
arbeidsongeschiktheid.
Welke maatregelen heeft het
RIZIV voorgesteld? Gaat het om
prioritaire maatregelen? Moeten
daarvoor bijkomende middelen
worden uitgetrokken? Blijft de
fraude nog steeds beperkt tot 1
procent van de begroting?
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
A-t-on pu affiner les calculs?
01.02 Carl Devlies, secrétaire d'État: Monsieur le président, tout
d'abord, je remercie l'honorable membre, M. Crucke, pour son intérêt
permanent et son suivi du plan d'action pour la lutte contre la fraude
sociale et fiscale.
Je peux confirmer que l'INAMI avait annoncé au mois de juillet, lors
de l'élaboration du premier plan d'action pour la lutte contre la fraude,
qu'il préparait un nouveau contrat d'administration avec les autorités
publiques et qu'un plan d'action contre des formes de fraude aux
allocations sociales serait établi dans ce contrat d'administration.
Dans les priorités à fixer, une attention particulière serait consacrée
aux abus commis au cours de la période de l'incapacité primaire.
Entre-temps et tout en répondant au souci de M. Crucke de mener la
lutte contre la fraude sans discontinuité, le gouvernement a déjà pris
quelques mesures en matière de soins de santé.
Ainsi, lors du conclave budgétaire, il a été décidé une extension des
compétences des inspecteurs et des contrôleurs de l'INAMI afin qu'ils
puissent dresser des procès-verbaux, notamment lorsqu'ils constatent
du travail au noir et des allocations d'invalidité. L'établissement d'un
profil pour la détection des fraudes potentielles dans le cadre des
dossiers d'incapacité communiqués par les organismes assureurs
devrait rapporter 7,5 millions d'euros en 2009.
En ce qui concerne le projet d'avenant au contrat d'administration et
le plan d'action contre des formes de fraude qui en fera partie, je peux
vous communiquer que les mesures avancées par l'INAMI doivent
encore être peaufinées et examinées quant à leur faisabilité.
Il est donc prématuré de vous en présenter les grandes lignes.
L'objectif reste toutefois qu'une fois consolidées, ces mesures feront
intégralement partie du second plan d'action pour la lutte contre la
fraude. Dans ce sens, je vous invite à m'interroger dans quelques
mois, probablement en juin, lorsque je serai à même de les parcourir
en détail avec vous.
01.02
Staatssecretaris Carl
Devlies: Ik bevestig dat het RIZIV
in juli had aangekondigd dat het
een
nieuwe
bestuurs-
overeenkomst met de overheid
voorbereidde en dat in het kader
daarvan een actieplan tegen de
vormen van uitkeringsfraude zou
worden opgesteld. Bij de vast te
stellen
prioriteiten
zou
er
bijzondere aandacht uitgaan naar
de misbruiken tijdens de periode
van
primaire
arbeidson-
geschiktheid. Intussen heeft de
regering al enkele maatregelen op
het stuk van de gezondheidszorg
genomen.
Tijdens het begrotingsconclaaf
werd beslist om de bevoegdheden
van de inspecteurs en de
controleurs van het RIZIV uit te
breiden, opdat zij processen-
verbaal zouden kunnen opmaken.
Het opmaken van een profiel voor
het opsporen van mogelijke fraude
in
het
houden
van
ongeschiktheiddossiers zou in
2009 ongeveer 7,5 miljoen euro
moeten brengen.
Ik verzoek u mij dienaangaande
over enkele maanden opnieuw te
ondervragen.
01.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je remercie le
secrétaire d'État pour sa réponse.
Il a annoncé une mesure qui paraît en soi légère quand on prend le
volume du budget, mais l'essentiel est qu'il y ait un avenant à ce
contrat d'administration.
Monsieur le secrétaire d'État, je vous demande de presser l'INAMI
pour en faire une priorité.
Les dates sont là et elles permettent de revenir avec une question à
l'échéance annoncée. M. Devlies me demande de le réinterroger au
mois de juin; je le ferai donc avec plaisir mais j'espère que cette fois,
l'INAMI aura compris le message. Nous avons tiré la sonnette
d'alarme; je crois qu'ils ont suffisamment de moyens pour le
comprendre. Dans le cas contraire, nous devrons peut-être non pas
employer d'autres méthodes mais être plus ingrats à leur égard.
Nous demandons la justice sociale!
01.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het belangrijkste is dat er een
aanhangsel
bij
die
bestuursovereenkomst komt. Het
RIZIV
moet
ertoe
aangezet
worden om daar een prioriteit van
te maken. Ik hoop dat het RIZIV in
juni de boodschap begrepen zal
hebben. Als dat niet het geval is,
dan zullen we ons misschien wat
minder vrijgevig ten aanzien van
die instelling moeten tonen.
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Le président: Si nous sommes toujours là, nous agirons ainsi.
De voorzitter: Indien nog mogelijk
zullen we op die manier te werk
gaan.
01.04 Jean-Luc Crucke (MR): Qui vivra verra!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van mevrouw Katia della Faille de Leverghem aan de staatssecretaris voor de Coördinatie
van de fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de
minister van Justitie, over "de controle op namaakproducten" (nr. 10446)
02 Question de Mme Katia della Faille de Leverghem au secrétaire d'État à la Coordination de la lutte
contre la fraude, adjoint au premier ministre, et secrétaire d'État, adjoint au ministre de la Justice, sur
"le contrôle sur les produits de contrefaçon" (n° 10446)
02.01 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, mijn vraag gaat over de
verkoop van namaaksigaretten. De verkoop van sigaretten is de
voorbije jaren flink gedaald en met het oog op de volksgezondheid
kunnen wij die daling alleen maar toejuichen. De daling wordt onder
meer verklaard door de verschillende beleidsmaatregelen die erop
gericht zijn het roken te ontmoedigen. Ik verwijs naar het verbod op
reclame, het verbod op verkoop aan jongeren, het rookverbod in de
horeca en naar de steeds hogere accijnzen.
De dalende verkoopcijfers hebben een gevolg voor de
belastinginkomsten uit tabakproducten voor de Belgische schatkist.
90 miljoen euro voor 2009, heb ik gelezen. Bovendien zouden steeds
meer Belgen hun toevlucht zoeken tot goedkopere tabakmerken,
maar ook tot namaaksigaretten. Dat baart mij zorgen.
Graag krijg ik daarom antwoord op de volgende vragen.
Mijnheer de staatssecretaris, welke maatregelen gaat u nemen om de
handel in namaakproducten aan te pakken? Zult u specifieke
controles doen uitvoeren op de handel in namaaksigaretten?
02.01 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): La vente
de cigarettes a considérablement
diminué au cours des dernières
années, entre autres à la suite de
différentes mesures politiques.
Nous nous réjouissons de cette
diminution mais elle a bien
entendu des répercussions pour le
Trésor. Les Belges sont par
ailleurs de plus en plus nombreux
à se rabattre sur des marques
moins onéreuses, mais également
sur des cigarettes de contrefaçon.
Quelles mesures le secrétaire
d'État prendra-t-il pour lutter contre
le commerce de produits de
contrefaçon? Demandera-t-il que
des contrôles spécifiques soient
réalisés?
02.02 Staatssecretaris Carl Devlies: Mijnheer de voorzitter, geachte
collega, uw eerste vraag is een algemene vraag over de aanpak van
namaakproducten. De huidige structuur in de strijd tegen namaak
bestaat uit drie niveaus.
Eerst en vooral is er de FOD Economie, de bevoegde instantie
waaronder de Algemene Directie Controle en Bemiddeling ­ afgekort
ADCB ­ ressorteert. Deze instantie is bevoegd inzake de strijd tegen
de diverse vormen van economische fraude, waaronder namaak, en
dat zowel op nationaal als op internationaal niveau.
Daarnaast is er de administratie van Douane en Accijnzen binnen de
FOD Financiën. Zij richt zich vooral op de namaak- en
piraterijgoederen die binnen de grenzen van de Europese Unie
worden gebracht.
Ten slotte is er de Centrale Dienst ter Beteugeling van Valsheden en
Piraterij ­ CDBV-P ­ bij de gerechtelijke politie. De CDBV-P heeft als
kerntaak de ondersteuning van de korpsen door het aanreiken van
02.02 Carl Devlies, secrétaire
d'État:
Trois
services
sont
concernés par la lutte contre les
produits de contrefaçon.
La direction générale du Contrôle
et de la Médiation (DGCM) du SPF
Économie est compétente en
matière de lutte contre les
différentes formes de fraude
économique,
notamment
la
contrefaçon. L'administration des
Douanes et Accises, qui fait partie
du SPF Finances, se focalise sur
l'importation de contrefaçons et de
marchandises piratées. L'Office
central pour la répression des faux
- piraterie (OCRF) au sein de la
police judiciaire a pour mission
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
informatie en opleiding, de coördinatie door het analyseren van de
gecentraliseerde gegevens, en conceptie, waarbij een beleidsplan
wordt uitgewerkt. Deze dienst legt vanuit zijn politionele functie drie
prioriteiten vast. Hij viseert namelijk de namaakgoederen die een
bedreiging
vormen
voor
de
gezondheid,
bijvoorbeeld
geneesmiddelen, de namaakgoederen die een bedreiging vormen
voor de veiligheid, bijvoorbeeld auto-onderdelen, en de dossiers
waarin criminele organisaties worden verdacht.
Deze drie diensten doen, elk op hun domein, de inspecties inzake de
namaakgoederen. Daarbij dringt een coördinatie zich op.
Daarom is in mijn actieplan de snelle goedkeuring van het koninklijk
besluit tot uitvoering van de wet van 15 mei 2007 betreffende de
bestraffing
van
namaak
en
piraterij
van
intellectuele
eigendomsrechten opgenomen. Daardoor kunnen de richtlijnen in de
strijd tegen de namaak voor de verschillende administraties worden
uitgevaardigd. Volgens de jongste informatie vermoed ik dat de
goedkeuring van dat koninklijk besluit zal gebeuren in de loop van de
maand februari. Er vindt nog een voorbereidende vergadering plaats
in het begin van de maand februari, wat normaal een afsluitende
vergadering moet zijn.
Een tweede actiepunt betreft de bestrijding van namaak, aangeboden
via het internet, waarbij de verkoopsites op het internet zullen worden
onderzocht om controle uit te voeren bij de bijkomende
tussenpersonen zoals bijvoorbeeld De Post. Daarbij worden de
geldende internationale en nationale regelgeving bij elkaar gebracht
om die efficiënt te gebruiken op het terrein.
Een derde actiepunt heeft tot doel de doeltreffendheid van de
diensten van de douane, de federale politie en de FOD Economie te
verhogen, waarbij in de volgende acties is voorzien.
Ten eerste, een verbetering van de controle- en de
onderzoekstechnieken.
Ten tweede, de uitbreiding en verbetering van de samenwerking met
de merkenhouders, waarbij een databank die reeds bestaat bij de
douane, toegankelijk is gesteld voor de diensten algemene directie
controle en bemiddeling, alsook voor de federale politie. Die databank
wordt bijna wekelijks aangepast.
Ten derde, een verbetering van de internationale samenwerking
tussen de bevoegde diensten, zoals de medewerking van Belgische
ambtenaren aan dienstopdrachten binnen het OLAF aangaande de
wederzijdse administratieve bijstand ter bestrijding van namaak, het
communicatienetwerk en een werkgroep sigaretten.
De uitwerking van die acties zal gebeuren binnen en met de
bestaande structuren. Zo bestaat er binnen de FOD Economie de
ICCF, de interdepartementale commissie voor de coördinatie van de
fraudebestrijding. De ICCF ressorteert onder de minister van
Economie en is belast met het opstellen van een jaarlijks rapport aan
de Ministerraad inzake de preventie en de bestrijding van
economische fraude. Daarbinnen is een ad hoc werkgroep coördinatie
van de fraudebestrijding. Die werkgroep zal verslag uitbrengen aan
het college voor de strijd tegen de fiscale en de sociale fraude
principale de soutenir les corps de
police. Il se concentre sur trois
priorités : les biens contrefaits qui
constituent une menace pour la
santé, les biens contrefaits qui
mettent en péril la sécurité et les
dossiers concernant des faits dont
on soupçonne qu'ils sont l'oeuvre
d'organisations criminelles.
La coordination entre ces trois
services est indispensable.
C'est notamment pour cette raison
que mon plan d'action prévoit
l'adoption rapide de l'arrêté royal
d'exécution de la loi relative à la
répression de la contrefaçon et de
la piraterie de droits de propriété
intellectuelle. Je pense que sera
chose faite pour la fin du mois de
février.
Un deuxième point de mon plan
d'action concerne les produits de
contrefaçon
proposés
sur
l'internet. Des sites de vente
seront examinés pour effectuer
des
contrôles
auprès
d'intermédiaires tels que La Poste.
La réglementation nationale et
internationale
sera
également
appliquée efficacement.
Un troisième point de mon plan
d'action est le renforcement de
l'efficacité
des
services
en
améliorant les techniques de
contrôle
et
d'enquête,
en
élargissant et en renforçant la
collaboration avec les titulaires de
marques, la banque de données
de la douane étant accessible aux
autres services concernés, et en
renforçant
la
collaboration
internationale.
Les actions seront menées par les
structures existantes. Au sein de
la
Commission
interdépartementale
de
la
coordination de la lutte contre la
fraude (CICF), un groupe de
travail axé sur la coordination et la
lutte contre la piraterie et la
contrefaçon sera constitué.
Relativement peu de cigarettes de
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
betreffende de stand van zaken van de concrete uitwerking van die
acties.
Uw tweede vraag slaat op de specifieke acties in verband met
namaaksigaretten. De mate waarin gesmokkelde sigaretten in het
algemeen op de Belgische verbruikersmarkt worden aangeboden, is
relatief laag, en in ieder geval veel lager dan bijvoorbeeld in het
Verenigd Koninkrijk. Niettemin besteden de diensten van de douane
de nodige aandacht aan het fenomeen.
Zo werd de in de pers aangehaalde zaak van de smokkel van
sigaretten van het merk Jin Ling, door de opsporingsdiensten van de
Administratie der Douane en Accijnzen sedert geruime tijd
onderzocht. Er wordt in dat verband samengewerkt met OLAF.
Tot nu toe werden door de opsporingsdiensten Douane & Accijnzen
viermaal gesmokkelde Jin Ling-sigaretten onderschept. In het totaal
betrof het 9.226.200 sigaretten sedert september 2007. Om evidente
redenen, zoals het geheim van het onderzoek en het verlies van
effectiviteit, kan de Administratie der Douane en Accijnzen over
andere, geplande acties geen concrete informatie mededelen.
contrebande sont en circulation
sur le marché belge, mais les
services
de
la
douane
y
consacrent l'attention requise.
Des cigarettes de la marque Jin
Ling ont ainsi été interceptées à
quatre reprises depuis septembre
2007, pour un total de 9.226.200
unités.
Je ne puis évidemment rien
divulguer à propos d'actions
projetées.
02.03 Katia della Faille de Leverghem (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord, dat mij
geruststelt. Ik merk dat u heel gedreven bent in de fraudebestrijding in
het algemeen, maar ook in de strijd tegen de tabakfraude.
Ik begrijp dat de staatskas uiteraard de financiële middelen moet
krijgen waarop ze recht heeft. Mijn gedrevenheid komt echter uit een
andere hoek, namelijk uit het feit dat wij, wanneer wij illegale
sigaretten op onze markt zien binnenstromen, geen controle hebben
op de producten die voor de aanmaak van dergelijke sigaretten
worden gebruikt. Dat kan uiteraard erg gevaarlijk zijn voor de
volksgezondheid.
Daarom steun ik uw actieplan en ook het werk van de administratie
die tot nu toe toch al plusminus 9 miljoen illegale sigaretten heeft
onderschept. Opdat wij de tabakfraudeurs hard zouden bekampen,
steun ik, zoals ik reeds zei, uw harde aanpak.
02.03 Katia della Faille de
Leverghem (Open Vld): Cette
réponse me rassure. Dans le cas
de produits illégaux, nous ne
pouvons exercer aucun contrôle
sur les matières premières, ce qui
peut être nuisible à la santé. Je
soutien dès lors le plan d'action et
le travail de l'administration. Je
suis favorable à une approche
dure.
02.04 Staatssecretaris Carl Devlies: De volksgezondheid is een
terechte bekommernis van de spreker. Daarom ook is de
volksgezondheid één van mijn prioriteiten in mijn volgend actieplan.
02.04 Carl Devlies, secrétaire
d'État: La santé publique est une
préoccupation légitime et constitue
dès lors une priorité dans le cadre
du plan d'action des services de
police.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de evolutie van de dienstenchequeregeling" (nr. 9747)
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de tegenstrijdige gegevens met betrekking tot dienstenchequewerknemers en de consequenties
ervan" (nr. 9749)
03 Questions jointes de
- Mme Martine De Maght à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
sur "l'évolution du système des titres-services" (n° 9747)<br>- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les données contradictoires relatives aux travailleurs titres-services et les conséquences qui en
découlent" (n° 9749)</b>
03.01 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, tijdens de
commissievergadering van 29 april 2008 naar aanleiding van de
bespreking van de beleidsnota, werd expliciet gevraagd de
dienstenchequesregeling van nabij te volgen, om een eventuele
bijsturing van het systeem mogelijk te maken. De voortgangbewaking
van het huidige systeem is onvoldoende en kan op dit ogenblik zonder
evaluatie en/of opvolging niet worden uitgevoerd U verbond zich
tijdens de voormelde commissievergadering van 29 april 2008, bijna
een jaar geleden, ertoe om de drie maanden aan de commissie een
follow-up voor te leggen inzake de evolutie van de beschikbare
gegevens over het systeem van dienstencheques.
Ondanks die belofte hebben wij tot nu geen gegevens over de
voortgangbewaking ontvangen. Om een algemene discussie te
starten zijn er uiteraard cijfergegevens nodig. Dat cijfermateriaal wordt
onder andere ter beschikking gesteld door de RVA. Tot heden hebt u
echter nog geen toelating gegeven om de jaarlijkse telling van de
dienstenchequeswerknemers
uit
te
voeren
bij
de
dienstenchequeswerkgevers. Het zijn nochtans die gegevens waarop
ook
IDEA
Consult
zich
baseert
om
zijn
jaarlijkse
evaluatieonderzoeken uit te voeren.
Daaraan gekoppeld is er dringend nood aan een financiële audit van
het dienstenchequessysteem. In dat verband, mevrouw de minister,
heb ik dan ook de volgende vragen aan u. Wanneer zullen de follow-
upgegevens voorhanden zijn, die moeten toelaten dat er wordt
geëvalueerd, opgevolgd en bijgestuurd?
Zult u uw toestemming geven om de jaarlijkse RVA-
werkgeversenquête uit te voeren, waarin alle informatie over de
werknemers en over de aantallen en de aard van de contracten zijn
opgenomen? Wanneer worden de financiële gegevens ter
beschikking gesteld van de commissie, zodat een financiële evaluatie
van het huidige dienstenchequessysteem kan worden opgevolgd?
03.01 Martine De Maght (LDD):
Lors de l'examen de la note de
politique, le 29 avril 2008, il a été
demandé d'être très attentif au
régime des titres-services afin de
pouvoir y apporter des correctifs
au besoin. La ministre s'était alors
engagée à soumettre un rapport
de suivi à la commission tous les
trois mois.
Jusqu'ici, toutefois, nous n'avons
reçu aucune information sur le
suivi.
Sans
chiffres,
il
est
impossible
d'entamer
une
discussion générale. Et il faut
aussi un audit financier.
Quand les données relatives au
suivi seront-elles disponibles? La
ministre donnera-t-elle son accord
pour l'organisation d'une enquête
annuelle de l'ONEM auprès des
employeurs
concernant
les
travailleurs et leurs contrats?
Quand la commission recevra-t-
elle les données financières?
03.02 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, ik had ook
graag
wat
duidelijkheid
over
de
gegevens
van
de
dienstenchequeswerknemers.
In uw werkgelegenheidsplannen voor 2009 lezen wij dat volgens de
voorspellingen van de RVA het aantal dienstenchequeswerknemers
zou stijgen van 119.000 in 2008 naar 132.000 personen in 2009.
Federgon laat weten dat op 31 december 90.000 mensen waren
tewerkgesteld via dienstencheques. Dat zou een schatting zijn op
basis van een telling van de RVA, die het jaar tevoren
119.000 werknemers zou hebben geteld.
Jan Hertogen van Non-Profit Data stelt echter dat er nog geen RVA-
telling is geweest van het aantal dienstenchequeswerknemers voor
2008. Hij zou formeel hebben gezegd dat de RVA-telling elk jaar in
januari gebeurt. Voor 2008 is de rondvraag bij de werkgevers nog niet
gebeurd.
03.02
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Selon les prévisions de
l'ONEM, le nombre de travailleurs
dans le cadre du système des
titres-services
passerait
de
119.000
à
132.000.
Selon
Federgon,
90.000
personnes
étaient employées dans le cadre
du système au 31 décembre. Ces
chiffres seraient fondés sur un
comptage
de
l'ONEM.
Jan
Hertogen, de Non-Profit Data,
affirme cependant qu'il n'y a
jamais eu de comptage avant
2008.
Toujours selon Jan Hertogen, le
nombre de travailleurs employés
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
U zou als minister op datum van 7 januari nog geen toezegging
hebben gegeven om die telling te doen. De RVA-verantwoordelijke
zegt dus: "De RVA heeft niets te zien met berichten van
119.000 dienstenchequewerknemers en die 90.000 banen die zouden
gecreëerd zijn". Jan Hertogen zegt ook dat het aandeel van
dienstenchequewerknemers via de uitzendsector zou zijn gedaald en
het een marginaal fenomeen zou geworden zijn, met minder dan 20%
van het totale aantal.
Terzelfdertijd geeft hij ook aan dat de dienstenchequewerknemers
van de uitzendsector gemiddeld 31,4 contracten zouden hebben
gekregen
in
2007,
waardoor
via
een
heel
aantal
contractonderbrekingen zon- en feestdagen, verlofdagen en klein
verlet zouden ontlopen zijn. Dat is uiteraard onwettelijk, want na een
half jaar tewerkstelling moet men die personen een vast contract
aanbieden.
Ook over het terugverdieneffect zijn er tegenstrijdige gegevens.
Federgon spreekt over 40% tot 50% terugverdieneffect, terwijl
Hertogen stelt dat maximaal 12% van het dienstenchequebudget
wordt terugverdiend. Toch ook nog een merkwaardige vaststelling,
waarbij zowel OESO als het Itinera-instituut zeggen dat de eigen
bijdrage van de burger voor welzijn en gezondheid in België 28,7%
bedraagt, en voor poets en strijk slechts 21%, vandaar een paar
vragen ter verduidelijking.
Ten eerste, waarop zijn de cijfers gebaseerd die u hebt gebruikt voor
uw beleidsplan? Klopt de stelling van RVA-verantwoordelijke
Vanderauwera dat de RVA niets te maken heeft met de door u
aangehaalde cijfers in het werkgelegenheidsplan en dat er nog geen
telling is geweest?
Klopt het dat u aan de RVA nog geen toezegging hebt gedaan voor de
jaarlijkse RVA-werkgeversenquête met info over werknemers en
aantal en aard of contracten? Gelet op het belang van die enquête,
wanneer zult u dan die toezegging doen?
Klopt ook het aandeel van de uitzendsector en de evolutie daarin?
Hoe groot is dat aandeel nu?
Welke initiatieven zult u nemen om de onwettelijkheid van de
opeenvolgende contracten gespreid over meer dan een half jaar in de
uitzendsector weg te nemen? Welke timing stelt u voorop?
Hoe groot is het terugverdieneffect in de dienstensector nu? Ik kreeg
gaat duidelijkheid over de twee cijfers die ter zake worden
aangehaald.
Wat is uw houding en uw visie met betrekking tot de door de OESO
en het Itinera-instituut aangehaalde cijfers met betrekking tot de eigen
bijdrage van de Belgische burger inzake enerzijds gezondheid en
welzijn en anderzijds poets en strijk?
dans le cadre des titres-services
par l'entremise du secteur du
travail intérimaire est descendu à
moins de 20% du total. Ces
travailleurs se sont vu proposer en
moyenne 31,4 contrats en 2007,
de
sorte
que
nombre
de
dimanches et jours fériés ont été
éludés, ce qui est illégal.
Les
informations
sont
contradictoires en ce qui concerne
l'effet de retour. Federgon fait état
de 40 à 50%, Jan Hertogen de
seulement 12% maximum. La
contribution du citoyen serait de
28,7% pour le bien-être et la santé
mais seulement de 21% pour le
nettoyage et le repassage.
Sur quoi reposent les chiffres de la
note de politique? N'a-t-il pas
encore
été
procédé
à
un
comptage par l'ONEM? Est-il
exact que la ministre n'a pas
encore donné son accord en vue
de l'organisation d'une enquête
annuelle de l'ONEM auprès des
employeurs? Quand marquera-t-
elle
son
assentiment?
Que
représente la part du secteur du
travail intérimaire? Que fera la
ministre
pour
remédier
au
problème des contrats successifs
étalés sur une période de plus
d'un an et demi dans le secteur du
travail intérimaire? Quelle est
l'importance de l'effet de retour?
Que pense la ministre des chiffres
relatifs à la contribution des
citoyens?
03.03 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw De Maght, er zijn statistieken
betreffende de dienstencheques beschikbaar op de website van de
RVA en ze worden maandelijks geactualiseerd. Ze vermelden per
regio en per maand het aantal dienstencheques, het aantal
gebruikers, het aantal erkende ondernemingen en het aantal
03.03 Joëlle Milquet, ministre:
Des statistiques sur les titres-
services sont disponibles sur le
site internet de l'ONEM. Elles sont
actualisées mensuellement pour
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
aangekochte en ingediende dienstencheques. Voorts zijn er op de
website van de RSZ statistieken beschikbaar over de aangegeven
tewerkstelling via dienstencheques. Die gegevens worden eveneens
op regelmatige basis bijgewerkt.
Ik vond het niet nodig om die cijfers naar de commissie te sturen,
omdat ze op de website staan.
Artikel 10 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van
buurtdiensten en ­banen voorziet in een jaarlijkse evaluatie van het
stelsel van de dienstencheques uiterlijk in de maand juni.
Overeenkomstig het uitvoerend KB moet de RVA aan de erkende
ondernemingen de gegevens opvragen die noodzakelijk zijn voor de
evaluatie. Ik hoef als minister bijgevolg geen toestemming te geven
om de RVA-enquête uit te voeren. Het is evenwel de gewoonte dat er
een brief van de minister van Werk met de RVA-enquête wordt
meegestuurd,
om
de
respons
van
de
dienstenchequesondernemingen nog te verhogen. Ik heb dat
natuurlijk reeds gedaan. Ik denk er zelfs aan om de ondernemingen in
de toekomst te verplichten om de enquête in te vullen door de
bepaling als erkenningsvoorwaarde in de regelgeving op te nemen.
Er worden reeds financiële gegevens opgenomen in het jaarlijkse
evaluatierapport. Het betreft inzonderheid de globale bruto- en
nettokostprijs van de maatregelen. De evaluatieverslagen zijn
allemaal terug te vinden op de website van FOD Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg. Ik ben natuurlijk bereid om hierover een
ruimer debat te voeren in de commissie.
Mijnheer Vercamer, op dit moment beschikken wij niet over officiële
en definitieve gegevens over het totaal banen in 2008 en 2009.
Wij hebben de cijfers van het aantal gebruikers en het aantal
ondernemingen. Op die basis kunnen wij een raming maken
betreffende het aantal banen. In 2007 hebben 87.152 personen
gewerkt in het dienstenchequessysteem. Op 31 december 2007
waren er 61.849 werknemers in dienstenchequescontract.
Op het moment dat ik mijn algemene beleidsnota heb opgesteld, had
de RVA een schatting gemaakt van het aantal aangekochte
dienstencheques in 2008 en 2009. Op die basis hebben wij een
raming gemaakt, die door de RVA is bevestigd. Die schattingen
maken het mogelijk het aantal dienstenchequeswerknemers in 2008
en 2009 te schatten. Volgens de voorspellingen van de RVA over het
aantal
aangekochte
dienstencheques
in
2007,
kan
het
corresponderend aantal werknemers in 2008 en 2009 worden
geschat. Ik verwijs dan ook naar die cijfers in mijn algemene
beleidsnota.
Ik wil uw aandacht vestigen op het feit dat het om schattingen gaat en
niet om reële cijfers. Zoals ieder jaar worden de definitieve cijfers pas
afgesloten en bekendgemaakt tijdens het eerste semester van 2009.
Voor uw tweede vraag verwijs ik u door naar het antwoord op de
vraag van mevrouw De Maght.
In verband met uw derde vraag kunt u in de jaarlijkse evaluatie van
Media Consult van 2007 lezen dat de uitzendsector zijn marktaandeel,
chaque région.
Le site internet de l'ONSS propose
des statistiques sur l'emploi
déclaré dans le cadre des titres-
services. Ils sont également mis
régulièrement mis à jour.
Je ne fournirai pas à la
commission
les
chiffres
disponibles sur les sites internet.
L'enquête de l'ONEM découle de
la loi du 20 juillet 2001 et de
l'arrêté d'exécution. Je n'ai donc
pas à l'autoriser. Mais il est
d'usage qu'un courrier du ministre
accompagne l'enquête, histoire
d'augmenter le taux de réponse.
J'envisage de rendre la réponse à
l'enquête obligatoire par le biais
des conditions de reconnaissance.
Des données financières sont déjà
fournies
dans
la
rapport
d'évaluation
annuel.
On
les
retrouve sur le site internet du SPF
Emploi, Travail et Concertation
sociale. Je suis disposée à mener
un débat élargi à ce sujet.
Nous ne disposons pas de
données officielles définitives sur
le nombre total d'emplois en 2008
et 2009.
Nous
pouvons
établir
une
estimation sur la base des chiffres
relatifs aux utilisateurs et au
nombre d'entreprises. En 2007,
87.152 personnes ont travaillé
dans le cadre du système des
titres-services et 61.849 avaient un
contrat au 31 décembre 2007.
J'étais en possession d'une
estimation de l'ONEM au moment
de rédiger ma note de politique.
Les chiffres définitifs seront
publiés au cours du premier
semestre de 2009.
La part de marché du secteur du
travail intérimaire, exprimée en
nombre de travailleurs dans le
cadre du système des titres-
services, est passée de 28% en
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
in termen van het aantal dienstenchequeswerknemers, heeft zien
toenemen van 28% in 2004 tot 42% in 2005. Sinds 2005 is het
marktaandeel van de uitzendsector gedaald van 35% in 2006, en tot
34% in 2007. Het aantal werknemers in de uitzendsector in 2007
bedroeg 28.005 personen.
Met betrekking tot uw vraag betreffende de opeenvolgende contracten
wil ik drie elementen aanhalen. Eerst en vooral wijs ik erop dat wij
zopas in het kader van de wet houdende diverse bepalingen van
22 december 2008 de wet op de dienstencheques hebben gewijzigd,
teneinde de mogelijkheid de bieden na drie maanden opeenvolgend
een contract van bepaalde duur te sluiten.
Tot op heden was dat mogelijk tot 6 maanden voor A-werknemers.
De datum van inwerkingtreding van het hoofdstuk van de wet
houdende diverse bepalingen inzake dienstencheques zal in een KB
worden vastgelegd, dat ik binnenkort aan de Ministerraad zal
voorleggen.
Ten tweede, na de inwerkingtreding van het hoofdstuk van de wet
houdende diverse bepalingen inzake dienstencheques zijn de partijen
na drie maanden verbonden door een arbeidsovereenkomst, gesloten
voor onbepaalde duur. Voordien moest de werkgever enkele een
contract van onbepaalde duur aanbieden zowel voor A- als B-
werknemers. Dat was met andere woorden zeer moeilijk te
controleren. Vanaf het moment dat de wet houdende diverse
bepalingen in werking zal treden, zal het systeem makkelijker kunnen
worden gecontroleerd.
Ten derde, sinds 2008 zijn de algemene controles versterkt om na te
gaan of de reglementering wordt nageleefd. Zo werd het aantal
controles opgetrokken tot 300. De naleving van de reglementering,
met name wat betreft de opeenvolgende contracten, wordt in het
kader van de controle geverifieerd.
Voor de terugverdieneffecten van het dienstenchequessysteem
verwijs ik graag naar het laatste hoofdstuk van de evaluatie van 2007,
uitgevoerd door IDEA Consult. In dat hoofdstuk werden de directe
terugverdieneffecten, namelijk die via de dienstenchequewerknemers
­ werkloosheidsuitkeringen, activering van werklozen en teruggave
van sociale lasten ­, geschat op zo'n 296 miljoen euro op een totaal
budget
van
735 miljoen
euro,
ofwel
39%
van
het
dienstenchequesbudget. De studie van IDEA Consult vermeldt echter
dat aan het directe terugverdieneffect ook de indirecte en andere
terugverdieneffecten moeten worden toegevoegd.
Wat uw laatste vraag betreft, kan ik u melden dat de regering heeft
beslist om de prijs van de dienstencheque vanaf 1 januari 2009 op te
trekken naar 7,5 euro. Ik stel voor dat u uw vragen inzake
gezondheidsonkosten aan mijn collega, mevrouw Onkelinx, voorlegt.
Gelet op de fiscale aftrek bedraagt de nettoprijs van een
dienstencheque 5,25 euro.
2004 à 42% en 2005 pour
retomber à 34% en 2007, année
où l'on a dénombré 28.005
travailleurs.
La loi portant des dispositions
diverses du 22 décembre 2008
permet de conclure un contrat à
durée indéterminée après trois
mois de travail ininterrompu.
Jusqu'à ce jour, c'était possible
jusqu'à
six
mois
pour
les
travailleurs A. La date d'entrée en
vigueur sera fixée prochainement
et le contrôle s'en trouvera facilité.
Depuis 2008, le respect de la
réglementation fait l'objet de
contrôles.
A propos de l'effet en retour, je
renvoie à l'évaluation faite en 2007
par IDEA Consult qui a chiffré les
effets directs à 296 millions
d'euros, soit 39% du budget des
titres-services. Il convient toutefois
d'y ajouter les effets de retour
indirects et autres.
Depuis le 1
er
janvier, le prix du
titre-service est de 7,5 euros. Le
prix net est de 5,25 euros. Je vous
renvoie à Mme Onkelinx en ce qui
concerne les questions relatives
aux coûts des soins de santé.
03.04 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, ik dank u voor
uw toelichting. Als er inderdaad een toezegging van uwentwege was
inzake de evaluatie en de opvolging van de gegevens, hadden wij ook
enigszins verwacht dat u aan de commissie een verslag zou hebben
03.04 Martine De Maght (LDD):
Nous avions espéré un rapport qui
nous aurait permis de suivre la
motivation de la politique mise en
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
overgezonden waarin we duidelijk hadden kunnen volgen waarom u
een dergelijk beleid voert, zoals het vandaag gebeurt. Daarenboven
mochten wij in De Standaard toch een aantal uitspraken lezen,
waarnaar ook de collega heeft verwezen, en waarin u een schatting
maakt van de banen die het heeft opgeleverd, gebaseerd volgens u
op een telling die door de RVA is uitgevoerd. De RVA vond het toch
noodzakelijk om expliciet tegen te spreken dat die telling is gebeurd.
Hij gaat ervan uit dat hij daarvoor de toestemming moet krijgen,
ondanks het feit dat blijkbaar bij wet is vastgelegd dat u die
toestemming niet hoeft te geven. Ik denk dat er ter zake een
misverstand is.
Staan de correcte cijfers op de website, aangezien er nog geen
concrete telling is gebeurd door de RVA? Dat had ik graag bevestigd
gekregen.
Ik wou terugkomen op datgene waarmee u uw betoog hebt
afgesloten. Kan er effectief, in de commissie, toch nog een evaluatie
gebeuren van het systeem, zodat we allemaal een duidelijk zicht
krijgen op een aantal zaken die in de discussie reeds naar voren zijn
gebracht?
oeuvre. Selon "De Standaard", la
ministre s'est fondée pour estimer
le nombre d'emplois sur un
comptage de l'ONEM, ce que
l'ONEM dément. Il considère en
effet qu'il doit y être autorisé. Il doit
y avoir eu un malentendu.
Les chiffres publiés sur le site
internet sont-ils corrects?
Le système peut-il être évalué en
commission?
03.05 Minister Joëlle Milquet: Misschien kunnen we in maart, na het
jaarlijks verslag van de RVA, een debat voeren aan de hand van de
nieuwe cijfers.
03.05 Joëlle Milquet, ministre:
Nous pourrions peut-être avoir un
débat
en
mars,
après
la
publication du rapport annuel de
l'ONEM.
03.06 Stefaan Vercamer (CD&V): Mevrouw de minister, het is goed
dat wij duidelijkheid hebben gekregen en dat u ons de beschikbare
cijfers hebt gegeven. Misschien moet uw ambtenaar in het vervolg
wat voorzichtiger zijn met zijn uitspraken. Het is in elk geval positief
dat de verplichting tot het invullen van de enquête wordt gekoppeld
aan een erkenningsvoorwaarde. Dat is echt een zeer grote stap
vooruit, waardoor we een beter zicht zullen krijgen op ontwikkelingen
in de dienstenchequeswerking.
Wat de onregelmatigheden in de uitzendsector betreft, is het natuurlijk
hopen op een zo snel mogelijke invoering van het KB, zodat we een
stap vooruit kunnen zetten.
Aansluitend op wat mevrouw De Maght zegt, zou ik willen vragen dat
we de zaken zo kort mogelijk opvolgen. Ik hoor op het terrein toch
signalen dat er enige aarzeling is bij het gebruik van de
dienstencheques. We moeten dus goed in de gaten houden hoe de
zaken evolueren bij de grote diensten die de dienstencheques
aanbieden en ze ook invullen op het terrein.
03.06
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Je me félicite que
l'obligation
de
répondre
à
l'enquête soit liée aux conditions
de
reconnaissance.
Nous
pourrons ainsi mieux suivre
l'évolution.
Nous espérons que l'arrêté royal
entrera rapidement en vigueur afin
qu'il puisse être mis un terme aux
irrégularités dans le secteur du
travail intérimaire.
Nous devons suivre attentivement
le dossier. Sur le terrain, on
observerait certaines hésitations
concernant l'utilisation des titres-
services.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de werkgelegenheid van 50-plussers in Vlaanderen" (nr. 10214)
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de vraag van Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke naar het bevoegd maken van
Gewesten inzake doelgroepverminderingen voor 50-plussers" (nr. 10245)
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
"de hervorming van het doelgroepenbeleid, meer bepaald ten aanzien van 50-plussers" (nr. 10251)
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de tewerkstelling van 50-plussers" (nr. 10258)
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de afschaffing van leeftijdsbarema's in CAO's" (nr. 10321)
04 Questions jointes de
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'emploi des plus de cinquante ans en Flandre" (n° 10214)
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "la demande du ministre flamand de l'Emploi, M. Frank Vandenbroucke, de régionaliser les
réductions des charges pour groupes cibles concernant les plus de 50 ans" (n° 10245)
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la réforme de la politique des groupes cibles, notamment à l'égard des plus de 50 ans" (n° 10251)
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'emploi des plus de 50 ans" (n° 10258)
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la suppression des barèmes d'âge dans les CCT" (n° 10321)
04.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, over de werkgelegenheid van vijftigplussers in
Vlaanderen verscheen in De Standaard van 16 januari een artikel
waaruit blijkt dat steeds meer vijftigplussers door de bedrijven in
Vlaanderen werden aangeworven. Uit onderzoek blijkt dat dit zelfs
met 20% zou zijn gestegen in 2007. De stijging van het aantal
aanwervingen in deze groep zou veel hoger zijn in Vlaanderen dan in
Wallonië. Volgens professor Sels is dit toe te schrijven aan het
invoeren van de tewerkstellingspremie door Vlaams minister van
Werk, Frank Vandenbroucke, voor bedrijven die vijftigplussers
aanwerven.
Ik ga daar onmiddellijk de andere vraag aan koppelen. Ondertussen
is op het Overlegcomité ook de vraag van Frank Vandenbroucke
gekomen ­ de eis als u wilt ­ voor een overdracht van deze
bevoegdheden naar de Gewesten, nu federaal de bijzondere
lastenverlaging inzake vijftigplussers niet meer werd aangehouden.
Kunt u ons de cijfers en de evoluties bevestigen wat betreft de
aanwerving van vijftigplussers, opgesplitst per Gewest? Welke
evolutie verwacht u voor 2009? Waarom? Klopt het dat minister
Vandenbroucke
de
vraag
naar
regionalisering
van
de
doelgroepenvermindering heeft gesteld op het overlegcomité van 16
januari? Wat is uw reactie daarop?
De lastenverlaging voor vijftigplussers wordt niet aangehouden en
sommige groepen zullen dan wel kunnen genieten van de algemene
lastenverlaging. Ik had begrepen uit het IPA dat dit maar in voege zou
gaan vanaf 2010, maar ik lees in de media dat wordt gesproken over
een overgangsregeling vanaf 1 april 2009. Misschien heb ik dat
verkeerd begrepen, maar ik dacht dat het probleem zich niet dringend
stelde, omdat de maatregel van het niet aanhouden van de
doelgroepenvermindering van vijftigplussers pas in 2010 of 2011 zou
ingaan. In alle geval, als de datum van 1 april 2009 zou kloppen, ziet u
het zitten om tegen dan die lastenverlaging over te hevelen naar de
Gewesten? Onder welke vorm moet dat dan gebeuren? Hoe ziet u
dat? Via een nieuw samenwerkingsakkoord of in het raam van de
institutionele dialoog?
Professor Sels stelt dat het probleem van de vijftigplussers te maken
04.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Selon "De Standaard" du
16 janvier, des études montrent
que les entreprises flamandes
recrutent de plus en plus de
personnes de plus de cinquante
ans. Cette augmentation de 20%
serait, grâce à la prime à l'emploi
flamande,
sensiblement
plus
marquée
en
Flandre
qu'en
Wallonie. La ministre pourrait-elle
nous fournir, par Région, les
chiffres en matière de recrutement
de plus de cinquante ans? Quelle
évolution escompte-t-elle pour
2009?
Lors du Comité de concertation,
M. Frank Vandenbroucke aurait
demandé le transfert de ces
compétences aux Régions. La
réduction spéciale des charges
pour les plus de cinquante ans ne
serait en effet plus poursuivie au
niveau fédéral à partir de 2010.
Qu'en pense la ministre?
Si on met fin à la réduction des
charges
pour
les
plus
de
cinquante ans, certains groupes
pourront recourir à la réduction
générale des charges. J'avais
déduis
de
l'Accord
interprofessionnel
que
cette
possibilité n'existerait qu'à partir de
2010, mais les médias font état
d'un régime transitoire à partir du
1
er
avril 2009. La ministre pense-t-
elle que le transfert de cette
réduction
des
charges
est
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
heeft met de verloning naar anciënniteit, wat een negatieve impact
zou hebben op de werkgelegenheid van de vijftigplussers. Wat is uw
visie daarop?
réalisable pour cette date? Et
comment procédera-t-on?
Selon le professeur Sels, les plus
de cinquante ans sont rémunérés
sur la base de leur ancienneté, ce
qui a une incidence négative sur
l'emploi de cette catégorie de
personnes. La ministre est-elle du
même avis?
04.02 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
voorafgaand: ik heb gemerkt dat de heer Vercamer het in zijn vraag
ook heeft over de leeftijdsbarema's. Ik heb daar later nog een aparte
vraag over. Misschien kunnen we dat onmiddellijk bundelen, want ik
vrees dat mevrouw de minister anders een antwoord zal geven dat zij
straks nog zal moeten herhalen.
Vlaanderen is vragende partij om het doelgroepenbeleid zo snel
mogelijk over te hevelen naar de Gewesten, teneinde de nodige
incentives te kunnen geven aan de bedrijven.
Aandacht voor de vijftigplussers is hier zeker belangrijk, aangezien de
hogere tewerkstellingsgraad van die doelgroep in grote mate afhangt
van de gevoerde subsidiepolitiek. Dat werd bewezen door de studie
van professor Sels.
Volgens de pers zou de Vlaamse regering de concrete vraag hebben
gesteld op het overlegcomité. In de huidige economische toestand en
vooral gezien de wetenschap dat het ergste nog moet komen, is het
volgens
mij
onaanvaardbaar
en
een
ramp
voor
de
tewerkstellingsgraad van de oudere werknemers, indien nog langer
wordt getalmd in dit dossier.
In veel bedrijven worden stilaan de C4's opgemaakt en meestal zijn
de eerste slachtoffers de oudere werknemers, die als gevolg van
vroegere cao's de duurste werknemers in de ondernemingen zijn.
Mevrouw de minister, ik hoop dan ook dat u de ernst van de situatie
inziet en u zich niet langer verstopt achter het akkoord van de sociale
partners in het kader van het IPA of achter het institutioneel debat, dat
er vroeg of laat, maar ik denk eerder laat, zit aan te komen en
waarvan we nu al weten dat het niet veel zal opleveren.
Ik denk dat er nu moet worden gehandeld. Mijn vraag is dan ook wat
uw standpunt is ten opzichte van de concrete vraag van de Vlaamse
regering, en meer bepaald van minister Vandenbroucke, om het
doelgroepenbeleid snel over te hevelen. Indien ja, wanneer zal dat
gebeuren? Indien neen, hoe denkt u dan de massale uitstroom van
oudere werknemers uit de bedrijven te kunnen tegenhouden? Door de
afschaffing van de doelgroepensubsidie voor de oudere werknemers
dreigt u de uitstroom immers nog te vergroten en te versnellen.
Ik ga voort met mijn volgende vraag.
Mevrouw de minister, de sectoren moesten hun cao's aanpassen aan
de Europese non-discriminatierichtlijn, die bepaalt dat de factor leeftijd
niet langer een rol mag spelen bij de bepaling van het loon. In veel
04.02 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Je propose de poser
maintenant aussi ma question
relative aux barèmes d'âge pour
éviter que la ministre ne doive se
répéter.
La Flandre demande de transférer
dans les meilleurs délais la
politique des groupes cibles aux
Régions.
Il
convient
en
l'occurrence
d'accorder
une
attention particulière aux plus de
cinquante ans. Leur taux d'emploi
dépend
effectivement
de
la
politique menée en matière de
subventionnement,
comme
le
démontre l'étude du professeur
Sels.
Selon
la
presse,
le
gouvernement flamand aurait posé
cette question au sein du Comité
de concertation.
Dans
les
circonstances
économiques actuelles, il est
catastrophique
de
tergiverser
encore plus longtemps dans ce
dossier.
Les
premiers
licenciements sont annoncés et
les
premières
victimes
sont
souvent les travailleurs âgés et
donc les plus onéreux. J'espère
que la ministre a conscience de la
gravité de la situation et ne se
cachera plus derrière l'accord
interprofessionnel ou le débat
institutionnel
imminent
dont
chacun sait qu'il ne donnera que
de piètres résultats.
Que pense la ministre de la
demande du ministre flamand,
M. Vandenbroucke, de transférer
rapidement
la
politique
des
groupes
cibles?
Quand
ce
transfert aura-t-il lieu? Comment la
ministre
envisage-t-elle
sinon
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
sectoren, om niet te zeggen in de meeste, zijn de leeftijdsbarema's
het belangrijkste deel van de loonvorming.
Er was in voorzien dat alle cao's die niet aan de richtlijn zouden
voldoen, tegen 1 januari 2009 zouden worden vervangen. U hebt in
uw beleidsbrief ook gezegd dat de afschaffing van de
leeftijdsbarema's een positief effect zou hebben op de
tewerkstellingsgraad van oudere werknemers, aangezien ze niet
langer automatisch duurder zullen worden, waardoor de uitstoot van
die oudere werknemers zou worden afgeremd.
U zei in uw beleidsbrief ook dat er eind vorig jaar nog een laatste
sensibiliseringscampagne hieromtrent zou worden gevoerd. Ik ben
dan ook benieuwd naar de resultaten daarvan.
Ik verneem intussen ook dat een aantal sectoren, zoals de
banksector,
verzekeraars,
kredietmaatschappijen
en
beursvennootschappen, die de jongste tijd nogal prominent aanwezig
zijn in de media, hun cao's al zouden hebben gewijzigd, maar dat u ze
niet algemeen bindend wilde verklaren, omdat het ervaringscriterium
dat ze nu zouden hanteren, ook een probleem zou kunnen betekenen
voor Europa.
Ik heb dan ook de volgende concrete vragen. Hoever staan de
sectoren met de toepassing van de Europese richtlijn? Welke
sectoren voldoen reeds aan de richtlijn? Welke initiatieven hebt u
genomen om ervoor te zorgen dat alle sectoren de richtlijn
toepassen? Klopt het inderdaad dat er voor een aantal sectoren die al
hebben geprobeerd om hun cao's aan te passen, een probleem
bestaat inzake het ervaringscriterium?
d'empêcher un départ massif des
travailleurs de plus de cinquante
ans des entreprises?
Je pose à présent ma question sur
les barèmes en fonction de l'âge.
Dans tous les secteurs, les CCT
ont dû être conformées à la
directive européenne relative à la
discrimination. Celle-ci dispose
que l'âge ne peut plus être pris en
compte pour fixer la rémunération.
Il avait été convenu que toutes les
CCT ne satisfaisant pas à la
directive seraient remplacées pour
le 1
er
janvier 2009.
Dans sa note de politique
générale, la ministre a indiqué que
la suppression des barèmes en
fonction de l'âge influencerait
favorablement le taux d'emploi des
travailleurs
âgés
puisqu'ils
n'entraîneraient
plus
automatiquement
des
coûts
supérieurs.
Elle
avait
aussi
annoncé une dernière campagne
de sensibilisation, fin 2008.
Dans certains secteurs, les CCT
auraient déjà été modifiées et le
critère d'âge serait remplacé par
un
critère
d'expérience.
Cependant, la ministre n'a pas
encore déclaré obligatoires ces
CCT car l'Europe pourrait formuler
des objections contre le nouveau
critère.
Qu'en est-il de l'application de la
directive européenne par les
secteurs? Lesquels sont déjà en
règle?
Quelles
initiatives
la
ministre a-t-elle prises pour que
tous les secteurs appliquent la
directive?
Le
critère
de
l'expérience pose-t-il effectivement
des problèmes?
04.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de minister, uit een studie
van professor Sels blijkt dat sinds kort veel meer vijftigplussers
worden aangeworven. Dit is een positieve evolutie en een gevolg van
de Vlaamse premie voor bedrijven die werkloze vijftigplussers
aannemen. Die Vlaamse premie is een aanvulling op een federale
lastenverlaging voor bedrijven die vijftigplussers in dienst te houden.
Voor Vlaanderen zijn beide maatregelen ontzettend belangrijk omdat
Vlaanderen zoals u weet een relatief lage werkgelegenheidsgraad van
04.03 Sarah Smeyers (N-VA):
Une étude du professeur Sels a
fait apparaître que l'embauche
d'un nombre nettement plus
important de travailleurs de plus
de cinquante ans a été rendue
possible par la prime flamande
instaurée à cet effet et dont la
finalité était de compléter une
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
vijftigplussers kent. Bovendien zal de vergrijzing zeer binnenkort
gevolgen hebben in Vlaanderen op de Vlaamse arbeidsmarkt en
zullen deze gevolgen er sneller zichtbaar zijn en zwaarder doorwegen
dan in het Brusselse en het Waalse Gewest.
Volgens dezelfde professor zou het afschaffen van de federale
maatregel de doeltreffendheid van die Vlaamse premie doen
afnemen. Het aantal werkende vijftigplussers zal daardoor opnieuw
dalen en dat is uiteraard nefast voor de Vlaamse arbeidsmarkt.
Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke is dan ook
voorstander van de overheveling naar de deelstaten van het beleid
inzake lastenverlaging voor bedrijven die vijftigplussers in dienst
houden. Deze eis werd blijkbaar reeds besproken op het
overlegcomité, vanwaar volgende vragen.
Vreest u door het afschaffen van de lastenverlaging voor bedrijven die
vijftigplussers in dienst houden, geen negatieve impact op de
tewerkstelling van vijftigplussers zoals de studie van professor Sels
aantoont? Wordt hier rekening mee gehouden bij het uitstippelen van
uw beleid? Bent u zich ervan bewust dat deze maatregel nefast is
voor het Vlaamse beleid? Wordt op het overlegcomité gesproken over
die regionalisering van het beleid inzake lastenverlaging voor
bepaalde doelgroepen? Hoe staat u tegenover die regionalisering?
Zou het daarbij ook de bedoeling zijn om het hele doelgroepenbeleid
voor de arbeidmarkt te regionaliseren, of worden enkel de
lastenverlagingen voor vijftigplussers besproken?
baisse fédérale de charges en
faveur
des
entreprises
qui
emploient des travailleurs de plus
de cinquante ans. Pour la Flandre,
ces deux mesures sont vitales car
son taux d'emploi dans la
catégorie des plus de cinquante
ans est relativement faible et le
vieillissement
y
sera
plus
rapidement perceptible sur le
marché du travail.
Selon ce même professeur, la
suppression de la mesure fédérale
réduirait l'efficacité de la prime
flamande.
Aussi
Frank
Vandenbroucke,
le
ministre
flamand
de
l'Emploi,
est-il
favorable au transfert vers les
entités fédérées de la baisse de
charges
au
bénéfice
des
entreprises qui occupent des
travailleurs de plus de cinquante
ans. Ce souhait ministériel a
apparemment été examiné au
Comité de concertation.
La ministre ne craint-elle pas que
la suppression de la baisse
fédérale des charges pour les
entreprises qui emploient des
travailleurs de plus de cinquante
ans ait une incidence négative sur
l'emploi des plus de cinquante
ans? Se rend-elle compte que
cette mesure est néfaste pour la
politique flamande de l'emploi? La
régionalisation de la politique en
matière de baisse de charges a-t-
elle été abordée au Comité de
concertation? Qu'en pense la
ministre? L'objectif poursuivi est-il
la régionalisation de l'ensemble de
la politique du marché du travail
axée sur les groupes-cibles?
04.04 Minister Joëlle Milquet: Collega's, ik heb wel degelijk kennis
genomen van de studie van de heer Luc Sels. Ik heb geen specifieke
reden om de cijfers uit dit onderzoek in twijfel te trekken. Het gaat om
gegevens die voortkomen uit het onderzoek over arbeidskrachten,
uitgevoerd door de FOD Economie. De interpretatie die we hieraan
geven, kan echter wel degelijk verschillen.
Professor Sels maakt de opmerking dat het aantal aanwervingen van
werknemers ouder dan 50 jaar van 5,5% naar 6,7% is gestegen
tussen 2006 en 2007. Dat is zeer zeker een interessante evolutie. De
auteur heeft evenwel geen grondige analyse gemaakt van de
mogelijke oorzaken van deze vastgestelde, doch zeer beperkte
04.04 Joëlle Milquet, ministre: Je
connais
cette
étude
du
professeur Sels. Beaucoup de
données qui y figurent proviennent
de recherches menées par le SPF
Économie. Je ne mets donc pas
en doute les chiffres qui y sont
cités mais je les interprète sans
doute différemment.
Le professeur Sels fait observer
que le nombre d'embauches de
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
stijging. Het gaat dus in geen enkel geval om een studie die volgens
econometrische methoden het verband legt tussen het opstellen van
de verschillende tewerkstellingsmaatregelen en het aantal
aanwervingen van bepaalde categorieën van werknemers in het
algemeen en van werknemers van meer dan 50 jaar in het bijzonder.
Om deze link op een wetenschappelijke manier te identificeren, moet
met name rekening worden gehouden met de neveneffecten, de
alternatieve pistes en andere, hetgeen helemaal niet het geval is in de
door u aangehaalde studie.
Bijgevolg kan de stijging van het aantal aanwervingen van oudere
werknemers in Vlaanderen meerdere verklaringen hebben waaronder
met name de stijging van het tekort aan arbeidskrachten op de
arbeidsmarkt, of de aanpassing van de regelgeving inzake
brugpensioen, of andere. Wat de evolutie van de situatie in 2009
betreft, durf ik me nog niet aan eventuele voorspellingen te wagen.
Op de vraag van de heer Vercamer over de afschaffing van de
doelgroepmaatregel voor werknemers boven vijftig jaar heb ik al
mogen antwoorden tijdens een vorige commissie. Ik ga hier niet op de
omstandigheden van deze beslissing terugkomen: dat was een
unanieme beslissing van de groep van 10 van alle sociale partners
van ons land in een heel moeilijke situatie enzovoort. Het was een
beetje moeilijk om dat te veranderen.
Ik heb voordien al gezegd dat er overgangsmaatregelen zijn
vastgelegd, die van 1 april 2009 tot 31 december 2010 van toepassing
zullen zijn. Het gaat dus om een betrekkelijk lange periode. Tijdens
die periode zullen geen nieuwe werknemers meer toegang krijgen tot
het systeem van bijdrageverminderingen. Alle werknemers die al
tijdens het eerste kwartaal van 2009 in het systeem zaten, kunnen in
het systeem blijven, zolang het natuurlijk van toepassing is en uiterlijk
tot het laatste kwartaal van 2010. Dat is het geval voor de
bijdrageverminderingen gekoppeld aan de leeftijd, voor de
werknemers ouder dan 50 jaar, ouder dan 56 jaar of jonger dan
30 jaar, voor de verminderingen die niet aan leeftijd zijn gekoppeld
zoals de verschillende systemen voor langdurig werklozen, alsook
voor de eerste banen.
Tijdens de overgangsperiode zal de bijdragevermindering voor oudere
werknemers dus altijd van toepassing zijn, behalve voor werknemers
die van werkgever veranderen en voor werknemers die op
1 april 2009 nog geen 50 jaar zijn. Op basis van de voorafgaande
gegevens zijn wij van mening dat die werknemers ongeveer 5 procent
vertegenwoordigen van het totaal aantal betrokken werknemers. De
RSZ moet dat cijfer nog bevestigen.
Er is in ieder geval niet bewezen dat de bijdrageverminderingen
gekoppeld aan leeftijd efficiënter zijn dan bijdrageverminderingen voor
lage lonen. Het wetenschappelijk onderzoek lijkt veeleer het
tegenovergestelde antwoord te geven. Bovendien worden de
activeringsmaatregelen die met name voor oudere werklozen van
toepassing zijn, gehandhaafd. Net als met de premies op Vlaams
niveau, wil men met die maatregelen het aanwerven van oudere
werknemers bevorderen. Die twee elementen zullen elkaar dus
wederzijds blijven versterken.
travailleurs de plus de cinquante
ans a augmenté, passant de 5,5%
en 2006 à 6,7% en 2007.
Toutefois, le professeur n'établit
pas de lien économétrique entre
les mesures favorables à l'emploi
et le nombre d'embauches de
certaines
catégories
de
travailleurs. Par exemple, il ne
tient
pas
compte
d'effets
secondaires ni d'autres facteurs.
L'augmentation
du
nombre
d'embauches de travailleurs âgés
en Flandre peut donc avoir
plusieurs
causes,
comme
l'aggravation de la pénurie de
main-d'oeuvre ou l'aménagement
de la réglementation dans le
domaine de la prépension. Quoi
qu'il en soit, je ne me risquerai pas
à faire des pronostics pour 2009.
J'ai répondu précédemment à la
question
ayant
trait
à
la
suppression
de
la
mesure
"groupe-cible"
axée
sur
les
travailleurs de plus de cinquante
ans. J'ai indiqué alors qu'il
s'agissait d'une décision unanime
du groupe des dix de tous les
partenaires sociaux de notre pays,
et
cela
dans
un
contexte
conjoncturel très dégradé. Il est
difficile de revenir sur cette
décision.
Des
règles
transitoires
sont
applicables du 1
er
avril 2009 au 31
décembre 2010. Durant cette
longue période, les nouveaux
travailleurs n'auront plus accès au
système
des
réductions
de
cotisation. Les travailleurs qui
seront déjà entrés dans ce régime
dans le courant du premier
trimestre 2009 pourront y rester
jusqu'au dernier trimestre 2010.
La réduction des cotisations pour
les travailleurs âgés restera
applicable durant la période de
transition, sauf si le travailleur
change d'employeur ou s'il n'a pas
encore atteint l'âge de 50 ans le
1
er
avril 2009.
Il n'est pas prouvé que les
réductions de cotisations liées à
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Bovendien beperkt de tewerkstellingsproblematiek van vijftigplussers
zich niet tot de arbeidskosten. Er wordt eveneens rekening gehouden
met een groot aantal andere elementen, zoals de systemen voor het
verlaten van de arbeidsmarkt of de arbeidsvoorwaarden. Een
vermindering toestaan voor alle werknemers ouder dan 50 jaar is dan
ook een echte buitenkans, die van groter belang is dan wanneer die
alleen op het aanwerven van nieuwe werknemers zou zijn gericht.
Voorts kan ik niet instemmen met de bewering van mevrouw Smeyers
dat de vooropgestelde wijzigingen slechts in Vlaanderen effecten
zullen hebben. Wij hebben min of meer dezelfde cijfers met
betrekking tot, bijvoorbeeld, de werkgelegenheidsgraad van oudere
werknemers. Oudere werknemers worden in de drie Gewesten in
dienst genomen. Bovendien worden de verminderingen voor de jonge
werknemers eveneens afgeschaft, wat misschien een groter
probleem is voor de Franstaligen.
Ik heb al gezegd dat we niet meteen over negatieve effecten kunnen
spreken. Hoe het ook zij, de kwestie werd op het overlegcomité van
16 januari aan de orde gesteld, waar werd besloten dat een
interministeriële conferentie zich volgende donderdag over de materie
zal buigen om de verschillende aspecten ervan te bestuderen.
Ik sta open voor een gecoördineerde oplossing voor het ontwerp,
wetende dat het niet de verantwoordelijkheid van de interministeriële
conferentie is om de staatshervorming en de daarmee verbonden
aspecten te behandelen. De betreffende vragen zullen slechts in het
kader van de institutionele dialoog kunnen worden behandeld.
Specifiek voor de oudere werknemers heb ik een langzamere
afschaffing van de maatregel en de instandhouding ervan tot eind
2009 voorgesteld.
Ter zake heb ik reeds herhaaldelijk meegedeeld dat het mij niet
onvoorstelbaar leek dat de activeringsmaatregelen die momenteel
door de RVA worden beheerd, naar de Gewesten worden
overgeheveld, gezien de gelijkenissen van die taken met het werk van
de regionale diensten zoals de VDAB inzake de integratie van de
werklozen. De materie zal in de interinstitutionele dialoog aan bod
komen.
Nog omwille van coherentie inzake de bevoegdheidsverdeling moet
de bijdragevermindering voor actieve werknemers op federaal niveau
blijven, aangezien alle werkgevers hun bijdrage aan de RSZ blijven
betalen.
Op de vragen van de heren Vercamer en D'haeseleer met betrekking
tot de barema's kan ik het volgende antwoorden. De richtlijn 2007/75
is omgezet in Belgisch recht door de wet van 10 mei 2007. Zowel de
wet als de richtlijn bepaalt dat een direct of een indirect onderscheid
op grond van leeftijd in de arbeidsrelatie verboden is, tenzij het
objectief wordt gerechtvaardigd. De betrokken paritaire comités
werden hiervan reeds ingelicht door mijn voorganger, minister
Vanvelthoven, bij de aanvang van het sectoraal overleg van 2007-
2008.
Het IPA van 2007-2008 heeft er een aandachtspunt van gemaakt. Er
werd overeengekomen de bestaande cao's die voorzien in een
l'âge seraient plus efficaces que
celles touchant les bas salaires.
Les études menées en la matière
tendent même à prouver le
contraire. Par ailleurs, les mesures
d'activation des chômeurs âgés
sont
maintenues. Ces deux
éléments continueront dès lors à
se renforcer mutuellement.
La question de l'emploi des plus
de 50 ans ne se limite pas au coût
du
travail;
nous
prenons
également en considération la
sortie du marché de l'emploi ainsi
que les conditions de travail. Il est
plus important d'accorder une
réduction à tous les travailleurs de
plus de 50 ans que de se limiter à
la
seule
réduction
pour
l'engagement
de
nouveaux
travailleurs.
Je ne partage pas le point de vue
de Mme Smeyers lorsqu'elle
affirme que ces modifications ne
produiront
des
effets
qu'en
Flandre. Des travailleurs âgés sont
engagés dans les trois Régions.
La suppression des réductions
liées aux jeunes travailleurs pose
par ailleurs sans doute davantage
de problèmes aux francophones.
Il n'est dès lors pas question de
conséquences néfastes à l'heure
actuelle. Cette question a été
évoquée
au
Comité
de
concertation du 16 janvier. Il a été
décidé
qu'une
conférence
interministérielle se pencherait sur
cette matière jeudi prochain.
La responsabilité de traiter de la
réforme de l'État n'incombe
évidemment pas à la conférence
interministérielle.
Nous
ne
pouvons obtenir une vraie réponse
que dans le cadre du dialogue
institutionnel.
J'ai
moi-même
proposé la suppression plus
progressive de la mesure dans le
cas des travailleurs âgés et son
maintien jusqu'à la fin de l'année
2009. J'ai déjà dit précédemment
qu'il ne me paraissait pas
inconcevable de transférer les
mesures d'activation de l'ONEM
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
leeftijdsbarema, te herzien. Een viertal sectoren uit de bank- en de
verzekeringswereld heeft op dit ogenblik reeds een cao gesloten
waarbij de omzetting van leeftijdsbarema's in ervaringsbarema's
wordt voorgesteld. De andere betrokken sectoren hebben meestal in
werkgroepen de onderhandelingen voor 2009 en 2010 op dit punt
voorbereid.
De meeste cao's voor de periode 2009-2010 worden verwacht voor
september 2009. Ikzelf en mijn administratie hebben eind 2008 alle
sociale partners nogmaals schriftelijk herinnerd aan de verplichtingen
in de wet van 2007 en aan hun engagement met een heel lange
beschrijving van de verschillende punten. Ze zijn ervan op de hoogte
dat een cao die manifest in strijd is met de wet, niet algemeen
bindend kan worden verklaard.
Vooraleer ik overga tot een algemeen bindende verklaring, zal ik ook
het advies inwinnen van een expertencommissie, die werd opgericht.
De commissie zal onderzoeken of de argumenten die de sectoren
naar voren brengen om de leeftijdbarema's om te zetten in
ervaringsbarema's,
het
voorgestelde
indirecte
onderscheid
rechtvaardigen.
Hierbij moet worden getoetst of het onderscheid dat in de cao tussen
de werknemers wordt gemaakt een legitiem doel nastreeft en of de
middelen om dat doel te bereiken geschikt, noodzakelijk en
proportioneel zijn.
Ik zal dus heel voorzichtig zijn met die problematiek.
aux Régions, étant donné que le
VDAB remplit déjà des tâches
similaires.
Par souci de cohérence quant à la
répartition des compétences, la
réduction des cotisations pour les
travailleurs actifs
doit rester
fédérale. En effet, tous les
employeurs continuent à verser
leur cotisation à l'ONSS.
En ce qui concerne les barèmes
d'âge, la directive 2007/75 relative
à l'interdiction d'effectuer des
distinctions fondées sur l'âge dans
une relation de travail a été
transposée en droit belge par la loi
du 10 mai 2007. Il a été convenu
dans l'Accord interprofessionnel
2007-2008 de revoir les CCT
existantes avec un barème d'âge.
Quatre
secteurs
du
monde
bancaire et des assurances ont
déjà conclu une CCT et converti
les barèmes d'âge en barèmes
d'expérience. En ce qui concerne
les autres secteurs, des groupes
de travail ont déjà préparé les
négociations de 2009 et 2010.
Les CCT relatives à la période
2009-2010 sont attendues pour
septembre 2009. À la fin de
l'année
dernière,
mon
administration a rappelé par écrit à
l'ensemble
des
partenaires
sociaux leurs obligations et leur
engagement. Ils savent qu'une
CCT contraire à la loi ne peut être
rendue généralement obligatoire.
Avant de rendre une CCT
généralement
obligatoire,
je
solliciterai l'avis d'une commission
d'experts qui examinera si les
arguments
avancés
par
les
secteurs
pour
convertir
les
barèmes d'âge en barèmes
d'expérience justifient la distinction
indirecte.
La
distinction
opérée
entre
travailleurs doit poursuivre un
objectif légitime et les moyens
d'atteindre cet objectif doivent être
appropriés,
nécessaires
et
proportionnels.
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
04.05 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, ik hoor in uw antwoord dat er blijkbaar toch nog vragen
worden gesteld bij het effect van lastenverlaging voor doelgroepen. In
reactie op wat professor Sels zegt, zegt u dat het niet zeker is dat er
een oorzakelijk verband is tussen de tewerkstellingspremie en de
stijging van het aantal aangeworven 50-plussers. Het zou goed zijn
dat wij inderdaad over een grondige studie beschikken waaruit blijkt of
er al dan niet een tewerkstellingseffect is van lastenverlaging of
tewerkstellingspremies voor bepaalde doelgroepen. Ik hoor uit uw
antwoord dat men daarvan niet overtuigd is.
U zegt dat een algemene lastenverlaging misschien beter is, maar
wetenschappelijk onderzoek zou andere zaken kunnen aantonen. Het
zou goed zijn als wij duidelijk zouden weten of er inderdaad een effect
is. Anders moeten wij het beleid herzien, als het juist is wat u zegt.
Ik zeg niet dat dit juist of niet juist is, ik hoor alleen wat u zegt. Ik heb
daar vragen bij, of de stijging van het aantal tewerkgestelde 50-
plussers te maken heeft met de tewerkstellingspremie of de
lastenverlaging van die doelgroep. Dat wordt terecht in vraag gesteld.
Alleen moeten wij daarop een antwoord krijgen. Wij moeten weten of
er echt een effect is.
04.05
Stefaan
Vercamer
(CD&V): La ministre affirme que le
lien de cause à effet entre la prime
à
l'emploi
et l'augmentation
constatée dans le recrutement des
travailleurs de plus de cinquante
ans n'est pas établi. La ministre
affirme qu'une réduction générale
des charges est peut être
préférable pour aboutir à cet effet.
Nous devons obtenir une réponse
claire à ce sujet. Il conviendrait
dès lors de mener une étude
approfondie concernant les effets
sur l'emploi des réductions de
charges et des primes à l'emploi.
04.06 Minister Joëlle Milquet: Sommige mensen van uw partij
zeggen hetzelfde. Dat gaat meestal om mensen die al een baan in
een bedrijf hebben. Daaraan verandert niets met of zonder deze
maatregelen. Dat is een OB-effect.
04.06 Joëlle Milquet, ministre:
Ces mesures ne changent rien
pour les personnes qui ont déjà un
emploi.
04.07 Stefaan Vercamer (CD&V): Als dat zo is, dan is de conclusie
dat er vragen bij moeten worden gesteld.
Dan blijven wij ook zitten met de vraag van minister Vandenbroucke.
De verschillen in de arbeidsmarkt tussen de verschillende regio's blijft
een gegeven. Dat is toch een pleidooi om binnen de
overgangsregeling goede werkafspraken te maken tussen het
regionale en federale niveau.
04.07
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Il y a de nettes
différences sur le plan du marché
du travail dans les différentes
Régions. De bons accords doivent
dès lors être conclus entre le
niveau régional et le niveau
fédéral.
04.08 Minister Joëlle Milquet: Ik ben bereid om naar een
gecoördineerde oplossing te zoeken.
04.08 Joëlle Milquet, ministre: Je
n'ai rien contre une solution
coordonnée.
04.09 Stefaan Vercamer (CD&V): Wij moeten natuurlijk wel eens tot
een oplossing komen.
04.09
Stefaan
Vercamer
(CD&V): Je plaide en tout état de
cause pour qu'une solution soit
rapidement trouvée.
04.10 Minister Joëlle Milquet: Dat is niet altijd het standpunt van de
andere leden van de regering, ook aan Nederlandstalige kant.
04.10 Joëlle Milquet, ministre:
Tous
les
membres
du
gouvernement, y compris chez les
néerlandophones, ne partagent
pas toujours cet avis.
04.11 Stefaan Vercamer (CD&V): Ik kan er alleen maar voor pleiten
om zo snel mogelijk tot een oplossing te komen zodat het voor
iedereen duidelijk is.
04.12 Minister Joëlle Milquet: Donderdag is er een interministeriële 04.12 Joëlle Milquet, ministre:
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
conferentie.
La conférence interministérielle a
lieu jeudi.
04.13 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de vice-eerste
minister, u zegt dat de stijging van de tewerkstellingsgraad in
Vlaanderen meerdere verklaringen kan hebben en dat een
bijdragevermindering op de lage lonen efficiënter is dan een
bijdragevermindering op de oudere werknemers, alsof men moet
kiezen. Ik denk dat we voor beiden moeten gaan. Als het federaal
niveau niet in staat is om dat te doen, heb dan tenminste de moed om
het over te laten aan de deelstaten, de regio's die wel bereid zijn om
inspanningen te doen. Ik denk niet dat u zich ertoe kunt beperken te
verhinderen dat deelstaten op dat vlak bevoegd zouden worden.
Uw antwoord is dan ook enigszins ontgoochelend want we moeten
dringend tot de kern van de zaak komen. U zegt dat er een
overlegcomité komt. Alweer een interministeriële conferentie zal de
problematiek bestuderen. Als we de dagbladen dezer dagen
openslaan moeten we één ding beseffen, namelijk dat er niet meer
moet worden bestudeerd, dat er geen studies meer moeten komen en
dat er geen vergaderingen meer moeten worden belegd maar dat er
moet worden gehandeld. Alle knipperlichten staan op rood en de
toestand wordt stilaan dramatisch. Als ik de berichten mag geloven
zal het nog erger worden.
Mevrouw de minister, als we dit beleid aanhouden, als we blijven
aanmodderen, gaan we eerder drie stappen achteruit zetten met
betrekking tot die oudere werknemers dan de stap vooruit die men in
Vlaanderen al heeft gezet.
U zegt dat u ervoor hebt gezorgd dat de overgangsmaatregelen
worden verlengd tot eind 2010. Overgangsmaatregelen houden echter
in dat er intussen geen nieuwe instroom meer kan zijn. De loonstijging
met 16% die het gevolg is van het afschaffen van de
doelgroepvermindering voor oudere werknemers zal vanaf de
stemming ingang vinden. Dat is echt dramatisch. Vlaanderen en bij
uitbreiding het hele land en die oudere werknemers zitten daar niet op
te wachten. Heel die discussie, met interministeriële conferenties,
bewijst nog maar eens dat een krachtdadig arbeidsmarktbeleid in dit
land totaal onmogelijk wordt gemaakt. U zult misschien pluimen op uw
hoed kunnen steken omdat u ervoor hebt gezorgd dat een aantal
zaken niet naar de regio's kunnen gaan. Waarschijnlijk zult u daar bij
uw achterban in Wallonië mee scoren. Mevrouw de minister, ik denk
echter meer aan die tienduizenden oudere werknemers die nu bang
afwachten of zij bij de volgende herstructurering in een van die vele
bedrijven onder de slachtoffers zullen zijn. Ik denk inderdaad dat zij op
de eerste rij zullen staan als de C4's worden uitgedeeld.
04.13 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre affirme
qu'une réduction des cotisations
sur les bas salaires serait plus
efficace qu'une réduction des
cotisations sur les rémunérations
des
travailleurs
âgés.
Nous
devons simplement opter pour les
deux mesures. Et si le niveau
fédéral n'est pas à même de le
faire, il doit avoir le courage de
confier cette matière aux entités
fédérées.
La réponse de la ministre est
décevante:
on
organise
de
nouveau
une
conférence
interministérielle qui se penchera
sur le problème. En ces temps de
crise, nous devons toutefois agir et
non parler. Si nous continuons à
patauger, nous reculerons de
nouveau de trois pas en ce qui
concerne les travailleurs âgés, au
lieu de progresser d'un pas,
comme l'a fait la Flandre.
Les mesures transitoires seront
prolongées jusque fin 2010, mais il
ne sera plus possible d'entrer
dans le régime. L'augmentation
salariale de 16% ­ qui résulte de
la suppression de la réduction
groupe-cible pour les travailleurs
âgés ­ prendra donc effet, ce qui
est dramatique et démontre une
fois de plus qu'une politique de
l'emploi énergique est rendue
totalement impossible dans ce
pays.
De cette manière, la ministre
séduit peut-être sa base en
Wallonie, mais certainement pas
les dizaines de milliers de
travailleurs âgés qui craignent de
passer à la trappe lors de la
prochaine
vague
de
restructurations.
04.14 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de minister, ik vind uw
antwoord nogal kras. U zegt dat er geen verband is tussen die extra
aanwervingen en de subsidies, dat de neveneffecten in rekening
moeten worden gebracht. U zegt dat er geen oorzakelijk verband is
aangetoond. De afschaffing van die maatregelen zal het oorzakelijk
04.14 Sarah Smeyers (N-VA): La
réponse de la ministre est assez
déconcertante: le lien causal entre
les recrutements et les primes
n'aurait pas été démontré. Ce lien
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
verband wel aantonen. Dan is het echter natuurlijk weer te laat.
U bent voorstander van een oplossing op federaal niveau, terwijl u
evengoed weet dat die er niet zal komen, aangezien er twee
verschillende remedies nodig zijn voor de twee verschillende
problemen, in Vlaanderen zowel als in Wallonië. Die oplossing op
federaal niveau zal er dus niet komen. U schuift de vraag over het
standpunt inzake een al dan niet regionalisering voor u uit. U zegt dat
de interinstitutionele dialoog, als die nog bestaat tenminste, het moet
oplossen. Ik had tenminste van u verwacht dat u op dat vlak zou
zeggen voor een regionalisering te zijn, omdat het toch wel bekend is
dat dit doelgroepenbeleid vooral veel kost aan de federale kas ten
voordele van Vlaanderen. Daarom had ik van u een pro-
regionalisering verwacht, maar zelfs dat komt er niet.
Ik hoop dat u het niet te ver laat komen, maar dat u uw taak als
minister van Werk ter harte neemt en inziet dat er gewoon voor alle
Belgen, zowel Vlamingen als Walen, een oplossing nodig is, met
name een regionalisering, zodanig dat de deelstaten eigen
oplossingen aan eigen problemen kunnen geven. Hoelang zal het nog
duren vooraleer u dat inziet, vooraleer het federaal niveau dat inziet?
Vlaanderen zou u dankbaar zijn, maar dat is uw kieskring niet, dus
daar ligt u niet van wakker.
pourra bien être mis en évidence
lorsque
les
primes
seront
supprimées, mais il sera alors trop
tard.
La ministre se dit favorable à une
solution au niveau fédéral alors
qu'elle sait bien qu'il ne faut pas
l'escompter puisque la Flandre
comme la Wallonie demandent
une
solution
qui
leur
soit
spécifique. Il faudrait permettre
aux entités fédérées de résoudre
leurs propres problèmes. Pour la
ministre, la solution doit venir du
dialogue institutionnel. Je me
serais pourtant attendue à ce que
la ministre se prononce, au moins
dans
ce
cas-ci,
pour
la
régionalisation: la politique des
groupes cibles coûte très cher à
l'État. Mais que la ministre ne se
fasse pas de souci, la Flandre
n'est
pas
sa
circonscription
électorale.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Jean-Jacques Flahaux à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "la prime à l'emploi des plus de 50 ans" (n° 9835)</b>
05 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de werkpremie voor vijftigplussers" (nr. 9835)
05.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, madame
le ministre, dans la ligne du débat qui vient d'avoir lieu, l'emploi des
plus de 50 ans est particulièrement important. C'est l'un des secteurs
dans lesquels la Belgique pèche quelque peu par rapport aux pays
voisins. Pour mener une politique pour les plus de 50 ans, il y a des
choses à revoir, des pratiques à modifier. Comme vous le savez, les
personnes de plus de 50 ans qui retrouvent un emploi ont droit au
versement d'une prime mais il y a manifestement un défaut
d'information puisque les organisations syndicales comme l'ONEM
considèrent que certaines personnes n'y ont pas droit. Il a fallu que
des citoyens mettent les textes sous le nez des responsables de
l'ONEM pour leur faire entendre raison. C'est paradoxal, d'autant que
le fonctionnaire en question était justement chargé du calcul des
indemnités par les demandeurs d'emploi.
Finalement, sur la base des documents présentés, il a pu bénéficier
de la prime mais lorsqu'il a voulu se faire verser les arriérés de cette
prime pour les mois pendant lesquels il avait travaillé et pour lesquels
il avait introduit en vain une demande, il s'est entendu dire que toute
réclamation devait être formulée dans les deux mois suivant son
retour à l'emploi: au-delà, les sommes étaient perdues pour lui. Cette
affaire est le signe de l'incurie du personnel de l'ONEM ou en tout cas
de certains de ses membres. Cela me semble contradictoire avec
votre volonté de remettre à l'emploi les plus de 50 ans.
05.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): België moet een aantal
praktijken veranderen wat de
tewerkstelling van vijftigplussers
betreft. Mensen uit die categorie
die een baan vinden, hebben recht
op een premie. Klaarblijkelijk is er
echter een gebrek aan informatie,
want vakbondsorganisaties en de
RVA vinden dat bepaalde mensen
er geen recht op hebben. Om de
RVA naar rede te doen luisteren,
hebben
burgers
de
teksten
moeten voorleggen aan de leiding
van de RVA. Zoiets is tekenend
voor
de
zorgeloosheid
van
sommige RVA-personeelsleden.
Dat lijkt me haaks te staan op uw
wil om vijftigplussers aan het werk
te
zetten.
Mensen
moeten
hoognodig opgeleid worden, zodra
er nieuwigheden zijn inzake
premies. Anders betaalt de burger
het gelag.
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
On a déjà dénoncé à d'autres niveaux de pouvoir les coûts prohibitifs
de certaines formations du Forem sur lesquels on peut s'interroger. Ici
au contraire, il faut absolument assurer la formation des personnes
dès qu'il y a une nouveauté en matière de primes. Sinon cela se
retourne contre les citoyens.
05.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, monsieur
Flahaux, le complément de reprise de travail pour les travailleurs âgés
est octroyé aux chômeurs complets indemnisés, lorsqu'ils répondent
à plusieurs conditions en termes d'âge, de passé professionnel, etc.
C'est selon moi une très bonne mesure!
En ce qui concerne le cas précis que vous soulevez, les coordonnées
du travailleur n'ayant pas été communiquées, je peux difficilement
vérifier in concreto les raisons qui auraient poussé l'ONEM à ignorer
sa demande de complément et, ensuite, à refuser de rétablir
l'intéressé dans ses droits. J'ai demandé à mes services qu'ils
s'enquièrent de ce genre de situation.
Il est possible qu'au moment des premières démarches, tous les
renseignements exacts et nécessaires n'aient pas été mis en
possession du bureau de chômage et que, dès lors, la situation
exacte de l'intéressé n'a pas été appréciée correctement au regard
des conditions à remplir.
Pour ce qui concerne les arriérés non versés, l'article 149, §1
er
, 1°
prévoit qu'en application des articles 17 à 19 de la Charte de l'assuré
social, le directeur revoit de sa propre initiative la décision ou le droit
aux allocations avec effet rétroactif ­ c'est important ­ lorsqu'il
constate que la décision par laquelle les allocations n'ont pas été
octroyées ou ne l'ont été que partiellement est entachée d'une erreur
juridique ou matérielle du bureau de chômage. Si votre administré
peut prouver la réalité du préjudice ou l'erreur du bureau de chômage,
il peut vraiment utiliser cet article-là pour introduire un recours et se
faire rembourser rétroactivement et recevoir la prime pour l'entièreté.
En ce qui concerne l'organisation de l'ONEM, j'estime qu'il s'agit d'une
administration moderne, efficace, performante et bien structurée. Les
agents des services "admissibilité" sont amenés à prendre, chaque
année, plus de deux millions de décisions. Pour cela, ils reçoivent les
informations des changements de législation le jour où elles sont
publiées et des formations sont organisées régulièrement. Cela ne
veut pas pour autant dire qu'aucune erreur ne peut être commise. En
2007, sur les 2 millions de décisions, 223 d'entre elles, soit 0,01%, ont
été contestées devant les tribunaux et, dans 78% des cas, l'ONEM a
obtenu gain de cause. Cela prouve bien que le personnel de l'ONEM
travaille sérieusement et applique la législation. Les agents qui
doivent appliquer une législation particulièrement complexe et
changeante reçoivent non seulement les formations adéquates, tant
au niveau réglementaire que déontologique, mais sont aussi évalués
périodiquement quant à leurs compétences techniques et
comportementales.
Enfin, il n'existe pas à l'ONEM de formation managériale pour certains
cadres à des coûts exorbitants.
05.02 Minister Joëlle Milquet: De
werkhervattingstoeslag
voor
oudere
werknemers
wordt
toegekend
aan
uitkerings-
gerechtigde volledig werklozen die
aan
bepaalde
voorwaarden
beantwoorden.
Wat de achterstallige bedragen
betreft die niet uitgekeerd zijn,
bepaalt artikel 149 § 1, 1°, bij
toepassing van artikels 17 tot 19
van het handvest van de sociaal
verzekerde, dat de directeur uit
eigen initiatief zijn beslissing
herziet wanneer hij vaststelt dat
het
werkloosheidsbureau
een
juridische of materiële vergissing
heeft begaan.
De
RVA
is
een
efficiënte
overheidsdienst die goed werkt en
goed gestructureerd is. In 2007
zijn slechts 223 van de twee
miljoen
beslissingen,
0,01%,
betwist voor de rechtbank. In 78%
van de gevallen heeft de RVA
gelijk gekregen! De medewerkers
van de RVA worden geregeld
opgeleid en geëvalueerd. Een
vergissing
is
echter
nooit
uitgesloten. We zullen ervoor
zorgen dat zoiets niet meer
gebeurt.
De
buitensporig
dure
managementopleidingen
die
sommige
kaderleden
volgen,
bestaan bij de RVA niet.
05.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la ministre, j'évoquais
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
à ce propos une autre administration de l'Emploi.
05.04 Joëlle Milquet, ministre: C'est un parastatal qui vit
modestement et qui ne s'octroie pas beaucoup de sursalaires, de
parachutes dorés, de stock-options, etc. Ceci est bien entendu dit sur
le ton de la plaisanterie!
Même si je le regrette, il peut arriver qu'une erreur soit commise par
un agent. Nous ferons en sorte que cela ne se reproduise plus. Ce
n'est en tout cas pas pratique courante au niveau de l'ONEM.
05.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Je vous communiquerai les coordonnées afin qu'une solution puisse
éventuellement être trouvée en la matière.
Il ne faut jamais perdre de vue le fait que, quand on parle d'une
remise à l'emploi, les personnes concernées sont souvent
relativement fragilisées. Leur priorité, une fois un travail retrouvé, est,
en premier lieu, de donner satisfaction à leur employeur; il s'agit
pourtant parfois pour elles d'un véritable parcours du combattant.
Dans le cas qui nous occupe, c'est grâce à la ténacité de l'intéressé
qu'une partie du dossier a finalement été débloquée.
Madame la ministre, votre réponse me donne satisfaction dans la
mesure où une piste de solution est donnée. Par ailleurs, la
"marginalité" que vous avez évoquée en termes de pourcentage
d'erreur ou en tout cas de poursuites judiciaires démontre votre
volonté de mieux faire, ce dont je vous remercie.
05.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik zal u de gegevens
meedelen zodat een oplossing
gevonden kan worden. We mogen
niet uit het oog verliezen dat
dergelijke
personen
in
veel
gevallen kwetsbaar zijn. Ze willen
in eerste instantie hun werkgever
tevreden stellen. Soms is het een
echte
lijdensweg.
De
"marginaliteit"
van
de
foutprocenten waar u het over had,
bewijst dat u de zaken wilt
verbeteren.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Chers collègues, Mme Gerkens est absente, sa
question n° 9855 est donc reportée. La question de n° 9867 de
M. Weyts est transformée en question écrite. Il en est de même pour
la question n° 9876 de M. Van den Bergh.
De voorzitter: Vraag 9855 van
mevrouw Gerkens is uitgesteld en
de vragen nrs 9867 van de heer
Weyts en 9876 van de heer Van
den Bergh worden omgezet in
schriftelijke vragen.
06 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"studentenarbeid" (nr. 10037)
- de heer Hans Bonte aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
hervorming van de regelgeving inzake studentenarbeid" (nr. 10087)
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de hervorming van de studentenarbeid" (nr. 10252)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
hervorming van de regelgeving inzake studentenarbeid" (nr. 10488)
06 Questions jointes de
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "les jobs étudiants" (n° 10037)
- M. Hans Bonte à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "la
réforme de la réglementation relative aux jobs étudiants" (n° 10087)
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la réforme du travail étudiant" (n° 10252)
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
- M. Xavier Baeselen à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la réforme de la réglementation relative au travail des étudiants" (n° 10488)
06.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, u kondigde aan dat vanaf 1 januari 2009 volgens een
nieuwe, eenvoudige regelgeving studenten aan de slag konden als
jobstudent. Inmiddels is het nieuwe jaar volop bezig, terwijl er van een
nieuwe regeling bij mijn weten nog geen sprake is. Bovendien
voorzag u in de begroting in een bedrag van 10 miljoen euro als
opbrengst door deze nieuwe regeling.
Mevrouw de minister, kunt u mij de stand van zaken in dit dossier
toelichten? Vanaf wanneer wilt u dat deze nieuwe, aangekondigde
regelgeving van kracht wordt? Zult u de regeling retroactief maken?
Kunt u mij toelichten hoe de nieuwe regelgeving er zal uitzien?
Bestaat daarover reeds een compromis met de sociale partners? Is er
ter zake al een compromis bereikt in de regering? Op welke wijze zult
u de begrote 10 miljoen euro kunnen realiseren?
Ik heb nog een bijkomende vraag. Bent u van plan iets te veranderen
aan de huidige fiscaal slechte situatie van werkende studenten die
alimentatie ontvangen van een gescheiden ouder waardoor zij nog
amper mogen bijverdienen om fiscaal ten laste te blijven van hun
ouders?
06.01 Sarah Smeyers (N-VA): La
réglementation simplifiée du travail
étudiant devait entrer en vigueur le
1
er
janvier 2009 mais nous
attendons toujours. Quand cette
réglementation verra-t-elle enfin le
jour?
Prendra-t-elle
effet
rétroactivement? Quel en sera le
contenu? Un compromis a-t-il été
conclu
avec les
partenaires
sociaux?
Et
au
sein
du
gouvernement? Comment pense-
t-on réaliser une économie de 10
millions d'euros avec le nouveau
système?
Des mesures seront-elles prises
pour remédier à la situation
fiscalement
défavorable
des
étudiants
qui
travaillent
et
reçoivent une pension alimentaire
d'un parent séparé. Actuellement,
ils
ne
peuvent
en
effet
pratiquement pas bénéficier de
revenus complémentaires s'ils
veulent rester à charge de leurs
parents.
06.02 Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik wil mij aansluiten bij de vragen van de vorige spreker. Het
zijn volgens mij pertinente vragen die zich opdringen. Ik herinner mij
nog dat u ook melding heeft gemaakt van de noodzakelijke adviezen
van de sociale gesprekspartners, omtrent een voorstel dat u samen
met de minister van Sociale Zaken had uitgewerkt. Ik zou daar toch
het fijne van willen weten. Is het zo dat er op dit moment een voorstel
is dat de goedkeuring wegdraagt van de sociale partners?
Ik wil de vraag onderstrepen die betrekking heeft op de besparing die
dat met zich mee zou moeten brengen. Wij hebben in het kader van
de begroting effectief gezien dat dit 10 miljoen euro zou moeten
opbrengen.
Een laatste element dat ik zou willen toevoegen, is veeleer een
bedenking. Daarstraks kwam het mij nogal eigenaardig over toen u
vraagtekens plaatste bij het effect van lastenverlaging die niet is
gekoppeld aan lage lonen. Er zouden daarover volgens u geen
wetenschappelijke rapporten bestaan die absolute duidelijkheid
verschaffen. Daar kan ik nog inkomen, maar dat in vraag stellen, zou
in deze betekenen dat ook de gunstmaatregel, waarover studenten
zouden
beschikken teneinde studentenarbeid mogelijk
en
aantrekkelijker te maken, in vraag zou moeten worden gesteld.
Vooralsnog wens ik dit echter niet te doen.
Met andere woorden, ik wil nog eens nagaan in welke sociale en
parafiscale voordelen u wenst te voorzien bij de tewerkstelling van
06.02 Hans Bonte (sp.a): Mes
questions ont largement la même
portée.
Existe-t-il
déjà
une
proposition qui emporte l'adhésion
des partenaires sociaux? D'où
provient l'incidence budgétaire de
10 millions d'euros?
La ministre s'est interrogée sur
l'incidence d'une réduction des
charges non liée à des bas
salaires. Ceci signifie-t-il que les
mesures en faveur des étudiants
pour rendre le travail étudiant plus
attrayant sont remises en cause?
Quels avantages sociaux et
parafiscaux la ministre propose-t-
elle pour le travail des étudiants en
période scolaire?
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
studenten tijdens een schooljaar.
06.03 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): De hervorming van de
studentenarbeid is een van de dossiers die eindeloos blijft aanslepen.
Men heeft inderdaad al verschillende verklaringen afgelegd in het
Parlement en in de beleidsbrief. Eind 2008 zou er een oplossing
komen. Nadien was het op 1 januari. Bij de begrotingsbespreking op
8 januari hebt u gezegd dat het nog een kwestie van dagen was. Toch
moet ik vaststellen dat er vandaag nog steeds geen nieuwe regeling is
of dat er tenminste nog geen ontwerp is ingediend in het Parlement.
Mevrouw de minister, na het vele kakelen wordt het stilaan tijd dat er
eieren worden gelegd. De oude regeling is nog steeds geldig. Dat is
een feit. Als we nog lang wachten met de nieuwe regeling, zal dat op
het terrein voor onoverkomelijke juridische en praktische problemen
zorgen. Ik denk dat de terugwerkende kracht tot 1 januari, waarvan
sprake, praktisch nu al niet meer mogelijk is. In plaats van een
vereenvoudiging van de wetgeving op de studentenarbeid, zullen we
in
een
hopeloos
ingewikkelde
situatie
komen,
met
overgangsregelingen, waarin een kip zijn jongen niet meer herkend
en die onuitvoerbaar zullen blijken op het terrein.
Ik vraag u concreet wanneer wij in de Kamer over het ontwerp zullen
mogen stemmen. Zal de retroactiviteit tot 1 januari 2009 nog mogelijk
zijn?
06.03 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La réforme du travail
étudiant continue à se faire
attendre. Les beaux discours se
succèdent
mais
aucune
réglementation
n'est
adoptée.
L'ancienne réglementation est
toujours d'application aujourd'hui.
Si la nouvelle réglementation ne
voit pas le jour rapidement,
d'importants problèmes juridiques
et pratiques se poseront. Il ne me
semble
déjà
plus
possible
d'envisager un effet rétroactif
jusqu'au 1
er
janvier dans la
pratique. Le problème devient
inextricable. Quand la Chambre
pourra-t-elle enfin se prononcer
sur un projet? Y aura-t-il un effet
rétroactif?
06.04 Xavier Baeselen (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, je ne vais pas répéter ce qui a été dit par mes collègues.
Vous aviez annoncé cela pour le 1
er
janvier mais on sait que les
choses ont été un peu perturbées au plan politique fin de l'année
passée, ce qui a pu provoquer un petit retard.
Il serait intéressant de voir s'il y a un blocage au niveau des
partenaires sociaux sur ce dossier. Où en sont vos pistes de
propositions?
Des pistes existent au parlement. Notre groupe a notamment déposé
une proposition de loi pour offrir un maximum de liberté et de flexibilité
aux étudiants, avec un capital périodes de 53 jours ou de 400 heures.
C'est une piste parmi d'autres que vous étudiez, j'en suis certain.
Quel est le timing que vous vous êtes fixé, étant entendu que les
vacances d'été, mais aussi les vacances de Carnaval et de Pâques
approchent? C'est une question importante pour ceux qui travaillent
afin de financer leurs études.
06.04 Xavier Baeselen (MR): Zijn
het de sociale partners die
dwarsliggen in dit dossier? Hoe
staat het met de door u
voorgestelde denksporen? Ook in
het Parlement werden bepaalde
voorstellen geformuleerd. Welke
timing stelt u voorop, wetend dat
de
krokusvakantie,
de
paasvakantie en de grote vakantie
met rasse schreden naderen? Die
vraag is belangrijk voor studenten
die hun studies willen financieren.
06.05 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, en ce qui
concerne les vacances, il existe actuellement des possibilités pour les
étudiants de travailler en job étudiant, à mi-temps, à plein temps et de
travailler dans les deux fois vingt-trois jours. On n'est donc pas sans
rien même si je suis d'accord sur le fait qu'une réforme est nécessaire
et urgente. Mais on ne peut pas dire qu'il y a un manque à ce stade.
Je vous mentirais si je vous disais qu'il n'y a aucun problème entre
partenaires sociaux et qu'ils voient tous la réforme du travail étudiant
d'un même oeil. Si c'était le cas, je l'aurais déjà proposée avec
Laurette Onkelinx, car nous y travaillons beaucoup. Mme Onkelinx est
06.05 Minister Joëlle Milquet:
Studenten kunnen momenteel
halftijds
of
voltijds
werken
gedurende tweemaal 23 dagen. Ik
ben het ermee eens dat de
regeling aan hervorming toe is,
maar anderzijds kan men niet
zeggen dat er op dit ogenblik echt
een probleem is. Het klopt dat de
sociale partners niet op dezelfde
golflengte zaten. Minister Onkelinx
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
compétente pour la sécurité sociale et je suis compétente pour
l'emploi. Nous devons d'abord nous mettre d'accord entre nous et
ensuite avec les partenaires sociaux, ce qui est loin d'être simple.
Dans un climat économique classique, je pense que nous aurions
déjà pu atteindre un consensus mais avec la crise, les positions,
notamment syndicales, sont devenues plus fermes. Cela ne facilite
pas les choses.
is bevoegd voor de sociale
zekerheid en ikzelf voor werk. We
moeten het dus eerst onderling
eens zien te geraken, en nadien
tot een akkoord proberen te
komen met de sociale partners.
Dat wordt geen gemakkelijke
opgave. In deze tijden van crisis
zijn de standpunten, met name bij
de vakbonden, verhard.
De argumenten van de sociale partners tijdens de debatten in de NAR
vragen om grondig onderzoek en antwoorden. Verschillende
mogelijke oplossingen die de voorbije maanden werden ontwikkeld ­
trouwens in nauwe samenwerking met mijn collega van Sociale Zaken
die eveneens voor dit dossier bevoegd is ­ leiden momenteel niet tot
consensus onder de partners waarvan de standpunten in de context
van de economische crisis trouwens steeds strakker worden.
Nauwelijks twee weken geleden heb ik persoonlijk, samen met mijn
collega van Sociale Zaken, een hele namiddag de sociale partners en
de vertegenwoordigers van de studenten ontvangen om alle
blootgelegde pistes te onderzoeken. Tijdens deze ontmoeting werd
het duidelijk dat alle partijen het belang onderstrepen van het
tegemoetkomen aan de juridische problemen die het gevolg zijn van
de huidige onmogelijkheid om het werkelijke aantal gepresteerde
dagen van een student op te volgen. Dat is een van de grootste
problemen.
Mijn kabinet en dat van Sociale Zaken hebben vorige week nog
technici van de RSZ ontmoet om deze kwestie te onderzoeken. Het
gaat dus om de kwestie van het toezicht op de gepresteerde dagen
van een student. Een hervorming van de studentenarbeid mag niet
worden gerealiseerd met het risico dat er meer problemen ontstaan
dan er worden opgelost. De zoektocht naar een praktische en
aanvaardbare oplossing wordt voortgezet.
Ik denk dat het ook nodig is om rekening te houden met de specifieke
economische situatie en de werkgelegenheid waarmee we nu worden
geconfronteerd.
Vanuit
budgettair
opzicht
hebben
het
bijdragenpercentage en het arbeidsvolume invloed op de
bijdragenontvangsten. De weerslag van de ene of de andere factor zal
afhangen van de uiteindelijke oplossing waar we voor gaan. Er moet
echter eveneens rekening mee worden gehouden dat de huidige
situatie volkomen verschillend is van deze waarin over extra
budgettaire opbrengst werd besloten.
Mijn collega van Sociale Zaken en ik gaan de jongste maanden geen
enkele inspanning uit de weg om de verschillende standpunten met
elkaar te verzoenen en tot een haalbare en aanvaardbare hervorming
te komen. Tot nu toe denk ik, om eerlijk te zijn, dat we niet ver van
een oplossing zijn die redelijk is voor iedereen. We moeten nog een
vergadering van de technici van de administratie krijgen. Dan komt er
een informele ronde met de sociale partners. Daarna zullen mijn
collega en ikzelf een voorstel en een nota indienen bij de
Ministerraad. We willen absoluut zo snel mogelijk een oplossing
vinden, dit natuurlijk zonder ruzie tussen de partners. We kunnen dus
nog een drietal weken nodig hebben om dit af te ronden.
Il n'y a pas encore de consensus
parmi les partenaires sociaux. De
plus, la crise économique favorise
un raidissement de plus en plus
marqué des positions. Lors d'une
discussion avec toutes les parties,
il est apparu une nouvelle fois
clairement que tout le monde
souhaite
une
solution
aux
problèmes juridiques qui résultent
de l'impossibilité actuelle d'avoir
un aperçu du nombre de jours de
travail réellement effectués par un
étudiant. Il faut d'abord résoudre
ce problème. Une réforme du
travail des étudiants ne peut en
aucun
cas
créer
plus
de
problèmes qu'elle n'en résout. La
recherche d'une solution pratique
et acceptable se poursuit.
Par
ailleurs,
la
situation
économique
a
complètement
changé entre-temps. Avant, nous
pouvions compter sur des recettes
budgétaires
supplémentaires,
mais ce n'est plus le cas
aujourd'hui.
Ma collègue des Affaires sociales
et moi-même mettons tout en
oeuvre pour concilier les points de
vue et parvenir à une réforme
réalisable. Je pense qu'une telle
réforme est en vue. Une réunion
des techniciens de l'administration
est prévue et elle sera suivie d'un
tour de table informel avec les
partenaires sociaux. Nous ferons
ensuite
une
proposition
et
soumettrons une note au Conseil
des ministres. Je pense qu'il va
encore nous falloir environ trois
semaines.
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Wij werken heel hard aan dit dossier, in een heel goede
samenwerking.
06.06 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, u antwoordt dat er nu mogelijkheden bestaan voor studenten
om aan de slag te gaan, namelijk via de oude wetgeving. Dat is
uiteraard waar, maar dat lijkt mij een standaardantwoord van deze
huidige regering te zijn. Ik merk dat dit ook het standaardantwoord is
in commissies waar de zaken niet zo goed vlotten.
Aangezien er geen consensus is, waarom was u er dan in de weken
vóór 1 januari zo van overtuigd dat er een oplossing uit de bus zou
komen? Het is nu eind januari. U blijft positief denken en u zegt dat er
binnen de drie weken een oplossing uit de bus zal komen. Het begint
op aankondigingspolitiek en uitstel sine die te lijken.
Ik dank u voor uw antwoord, maar ik heb wel geen antwoord op mijn
bijkomende vraag gekregen. Ze was ook niet aangekondigd. Ze stond
niet op papier, maar misschien kan er toch rekening worden
gehouden met de fiscaal ongunstige maatregel waarbij het
alimentatiegeld mee in rekening wordt gebracht, waardoor kinderen
van gescheiden ouders minder kunnen bijverdienen. Als zij boven een
bepaald bedrag gaan, kunnen de ouders hun kinderen niet meer als
kinderen ten laste aangeven.
06.06 Sarah Smeyers (N-VA):
L'ancienne réglementation est
effectivement encore en vigueur
mais le gouvernement invoque cet
argument dans chaque dossier
épineux. Pourquoi la ministre
s'est-elle montrée aussi optimiste
en décembre, s'il n'existait aucun
consensus? Aujourd'hui, elle nous
annonce
à
nouveau
qu'une
solution sera prête dans trois
semaines.
Je n'ai pas reçu de réponse à la
question sur le préjudice fiscal
lorsque le salaire de l'étudiant est
cumulé avec une pension
alimentaire.
De voorzitter: U kunt die vraag misschien stellen aan de heer
Reynders. Dat is ook een fiscale materie.
Le président: Il s'agit là d'une
matière fiscale relevant de la
compétence de M. Reynders.
06.07 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, dit is
het zoveelste dossier waarover u zegt dat er onenigheid over is bij de
sociale partners. Dat zorgt opnieuw voor vertraging in het dossier. U
zegt dat u nog een en ander zult onderzoeken, dat u uw zoektocht
voortzet, dat u knelpunten of praktische problemen zult oplossen, dat
u nog eens met uw administratie zult samen zitten en dat u met de
sociale partners nog een informeel rondje zult koffiekletsen.
Ondertussen blijven wij echter rondjes draaien, mevrouw de minister.
Ik meen dat u toch moet beseffen dat u niet de notaris of de secretaris
bent van de vakbonden of de sociale partners, waarbij u alleen maar
moet uitvoeren wat zij hebben beslist of alleen maar hetgeen mag
uitvoeren waarover zij het eens zijn.
Op een bepaald ogenblik moet u ook zelf uw verantwoordelijkheid
nemen en trancheren in dossiers die totaal geblokkeerd zitten.
Mevrouw de minister, met alle respect, maar ik heb sinds uw
aantreden nog geen enkele daad van krachtdadig bestuur geweten. U
steekt zich constant weg achter de sociale partners, achter
commissies, conferenties, vergaderingen en wat dan ook. Het wordt
nu toch eens tijd dat u op tafel slaat. Ik weet dat u dat kunt, op tafel
slaan. Dat geldt echter niet alleen voor de Ministerraad, ook op uw
kabinet en bij de sociale partners moet u eens op tafel slaan en een
aantal dossiers deblokkeren. De verwarring wordt met de dag immers
groter in heel de wereld van de studentenarbeid.
Ik hoop ook dat het systeem zo vrij mogelijk wordt gemaakt. U moet
immers ook weten dat velen van die studenten jobs invullen,
06.07 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Voici le énième dossier
qui ne fait pas l'unanimité entre les
partenaires sociaux, ce qui ne fait
qu'augmenter le retard et nous
continuons ainsi à tourner en rond.
La ministre doit oser prendre elle-
même des initiatives. Elle est
ministre et pas notaire.
La ministre doit oser trancher dans
des dossiers dans l'impasse. Mais
depuis son entrée en fonction, je
ne l'ai pas encore vue prendre
aucune décision politique résolue.
Or, nous savons qu'elle frappe du
poing sur la table en Comité de
Ministres mais ce ne semble pas
être le cas à son cabinet ni avec
les partenaires sociaux.
Nombre de ces étudiants occupent
des emplois en pénurie, par
exemple dans le secteur horeca.
Si on impose trop de contraintes,
on pénalisera l'emploi dans ce
secteur.
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
bijvoorbeeld in de horeca, die knelpuntjobs zijn. Als wij te veel
beperkingen opleggen, kan dat wel eens een zeer slecht effect
hebben op de tewerkstelling in die sector.
06.08 Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik wil toch wel aangeven dat het toch wel pijnlijk wordt. Het
wordt misschien wel het meest concrete, zeker naar timing toe,
engagement dat wij in uw beleidsbrief hebben gezien. Het moet ook
voor een stuk rechtzekerheid zorgen, zowel bij de werkgevers als bij
de studenten zelf.
Het is effectief zo dat de wet niet is verdwenen omdat er geen nieuwe
regeling is. Het hypothekeert echter wel de inhoud van uw nieuwe
regeling voor dit jaar en zeker de goede toepassing ervan. Ik wil
aangeven dat het toch wel bijzonder pijnlijk wordt als u een paar
dagen voor Nieuwjaar en ook nog na Nieuwjaar aangeeft dat het een
kwestie van dagen is.
Hetgeen mij het meest bijblijft en dat ik toch nog eens onder uw
aandacht wil brengen, is het volgende. In de plenaire vergadering gaf
u aan dat u zo goed als rond was om samen met minister Onkelinx
een gezamenlijk voorstel uit te werken. De vraag is of er een
regeringsvoorstel is of niet. Is het zo dat u samen met de minister van
Sociale Zaken een consensus hebt over een voorstel of niet? Dat blijft
een beetje onduidelijk in uw antwoord.
Mevrouw de minister, mijn volgende element sluit aan bij de vorige
spreker. Een belangrijke waarnemer van ons werkgelegenheidsbeleid
heeft eens gezegd ­ hij heeft geen ongelijk ­ dat een goede
werkgelegenheidsminister er een is die ook durft in te gaan tegen de
verdeeldheid van het sociaal overleg. Verdeeldheid in het sociaal
overleg leidt immers steeds tot vertraging, leidt steeds tot een stuk
conservatisme en steriliteit. Dat is het laatste dat wij in deze
crisisperiode nodig hebben.
Diezelfde waarnemer zei wel dat de allerbeste ministers van Werk
degenen zijn die erin slagen om de sociale partners een akkoord te
doen sluiten in de richting die de minister zelf wilt.
Het dossier van de studentenarbeid is een beetje hetzelfde verhaal
als met de banenplannen van daarstraks. De verdeeldheid van de
sociale partners zorgt ervoor dat de minister van Werk zonder werk zit
en moet wachten tot daar de witte rook komt, maar dat er intussen
wel heel wat onduidelijkheid in het werkveld blijft bestaan.
Ik kan dat alleen maar betreuren en ik hoop dat dit voor een stuk een
aanmoediging kan zijn om misschien inderdaad binnen de drie weken
een akkoord te hebben zodoende dat wij met carnaval reeds wat
duidelijkheid kunnen hebben voor de honderden, duizenden
werkstudenten die dan een cent willen bijverdienen.
06.08 Hans Bonte (sp.a): Cela
devient véritablement pénible. Il y
avait un engagement concret qui
devait garantir la sécurité juridique.
L'absence
d'une
nouvelle
réglementation
hypothèque
l'application de la législation en
2009. Mais existe-t-il réellement
une
réglementation
Onkelinx-
Milquet consensuelle?
Un bon ministre de l'emploi doit
oser à l'occasion dépasser les
divergences de vue dans le cadre
de la concertation sociale. Sinon,
on accumule les retards et on
nourrit le conservatisme et la
stérilité, ce que nous ne pouvons
pas nous permettre en cette
période de crise. Les meilleurs
ministres de l'Emploi sont bien
évidemment ceux qui réussissent
à amener les partenaires sociaux
à conclure un accord qui va dans
le sens qu'il souhaitent eux-
mêmes.
J'espère que, dans l'intérêt des
milliers d'étudiants jobistes, la
situation aura été clarifiée dans
trois semaines.
06.09 Xavier Baeselen (MR): J'entends bien M. Bonte. C'est
toujours étonnant d'entendre cela d'un socialiste au sujet de la
concertation sociale.
En tout cas, la ministre de l'Emploi comme celle des Affaires sociales
font partie du gouvernement. Quand elles dirigent ce dossier, c'est au
nom du gouvernement. Il finira par atterrir sur la table du
06.09 Xavier Baeselen (MR): Ik
begrijp de heer Bonte maar al te
goed. Het is altijd verbazend dat
van een socialist te horen in
verband met het sociaal overleg.
In ieder geval, wanneer de
ministers van Werk en Sociale
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
gouvernement et il faudra un accord sur la proposition "travail
étudiant". Pour notre part, en tant que réformateurs, nous serons
attentifs à ce qu'il y ait un maximum de liberté et de souplesse pour le
travail étudiant.
J'entends que la crise économique influe sur le dossier et cela
m'inquiète. Ce n'est pas à cause de cette crise ou de tensions entre
les partenaires sociaux que ce dossier ne doit pas avancer.
J'ai été rassuré par le dernier point de votre réponse, à savoir la
proposition au gouvernement dans trois semaines qui sera sans
doute équilibrée puisqu'elle tiendra compte de la concertation sociale
et de votre position politique au sein du gouvernement.
Zaken de leiding over dit dossier
hebben, is het in naam van de
regering. Het zal uiteindelijk bij de
regering belanden en er is een
akkoord nodig over het voorstel
studentenarbeid. Wij zullen erop
toezien dat voor die activiteiten
een maximum aan vrijheid en
soepelheid geldt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de Mme Kattrin Jadin à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'étude réalisée par la Confédération nationale des cadres (CNC) sur le burn out"
(n° 10062)
07 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de studie van de Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel (NCK) over burn-out"
(nr. 10062)
07.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, j'avais l'intention de vous poser cette question depuis
quelques mois déjà, lorsque vous aviez assisté à la présentation
d'une étude consacrée au "burn out", la première du genre, qui avait
été commandée par la Confédération nationale des cadres.
Le "burn out" est un syndrome d'épuisement professionnel. Il est le
stade ultime du stress au travail.
On sait que le gouvernement voudrait réduire les risques liés à la
charge psychosociale au travail.
Dès lors, les questions que je me posais et que je me pose toujours
sont très simples.
Quelles sont les conclusions que vous tirez de cette première étude
réalisée?
Quelles pistes avez-vous retenues afin, comme vous l'avez déclaré,
d'améliorer la prévention en entreprise?
07.01 Kattrin Jadin (MR): U was
aanwezig op de presentatie van
een studie die aan het "burn-
outsyndroom" was gewijd, de
eerste in haar soort, en die door
de Nationale Confederatie van het
kaderpersoneel
was
besteld.
Welke conclusies trekt u uit die
studie? Welke denksporen heeft u
in aanmerking genomen om de
preventie in de bedrijven te
verbeteren?
07.02 Joëlle Milquet, ministre: Chère collègue, comme vous le
dites, les résultats de cette étude concernant l'impact et
l'augmentation des cas de "burn out" notamment chez les cadres sont
inquiétants. Le "burn out" n'a été analysé que chez les cadres mais il
ne s'agit pas pour autant de la seule catégorie professionnelle
touchée.
Cette étude correspond tout à fait à l'un des objectifs de la stratégie
nationale pour la santé et la sécurité au travail que nous avons
déposée au gouvernement en novembre et qui est maintenant dans
les mains des partenaires sociaux pour discussion. C'est un plan
important dans la politique européenne.
07.02 Minister Joëlle Milquet:
De resultaten van die enquête zijn
onrustwekkend.
Het
burn-
outsyndroom
werd
enkel
onderzocht bij het kaderpersoneel,
maar toch wordt niet enkel die
beroepscategorie
er
door
getroffen.
De studie spoort volkomen met
een van de doelstellingen van de
nationale
strategie
voor
de
gezondheid en de veiligheid op het
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Il existe un cadre législatif approprié puisque la loi du 10 janvier 2007
et l'arrêté royal du 17 mai 2007 font déjà référence aux risques
psychosociaux et à la charge psychosociale au travail.
L'un des objectifs de la stratégie nationale pour le bien-être au travail
est d'appréhender de manière beaucoup plus forte la problématique
de la charge psychosociale au travail.
Pour y arriver, il existe différents outils
Je pense à la sensibilisation des gestionnaires de ressources
humaines dans le but de les familiariser à ce phénomène, aux
symptômes et à la détection précoce de ceux-ci. Le "burn out" n'est
pas qu'un épuisement, ce n'est pas qu'une maladie, ce n'est pas
qu'un petit un coup de blues. Il y a des symptômes clairs qu'on ne
peut pas négliger.
Une autre politique vise aussi à sensibiliser les travailleurs pour qu'ils
parviennent à détecter eux-mêmes le "burn out" grâce à la
connaissance des symptômes.
Par ailleurs, l'idée existe de mettre sur pied un instrument de mesure
permettant à l'entreprise de comparer les cas de "burn out"
rencontrés par rapport à une moyenne et de tenter d'en identifier
l'origine. Il y a en effet parfois plusieurs foyers de problèmes
relationnels qui peuvent augmenter le stress. On aurait ainsi une
mesure objective du stress, de la charge psychosociale et de son
dommage. Cet instrument est étudié en concertation avec les
services de prévention qui, eux-mêmes, doivent aider à toutes les
actions de prévention.
On essaie de sensibiliser au problème par la communication, la
prévention, qui concerne les services internes et externes, les
employeurs. On finalise en ce sens toute une série d'outils, de
recommandations et de brochures.
werk die thans bij de sociale
partners ter bespreking voorligt.
Het betreft een belangrijk plan in
het kader van het Europees beleid.
Er
bestaat
een
geëigend
wetgevend
raamwerk.
De
problematiek moet beter worden
aangepakt. Daartoe moeten de
verantwoordelijken voor de human
resources en de werknemers
worden gesensibiliseerd. Er wordt
overwogen
om
een
meetinstrument uit te werken
waarmee het bedrijf het aantal
gevallen van burn-out kan toetsen
aan een gemiddelde en er de
oorzaak van kan trachten te
achterhalen.
Voorts
wordt
momenteel de laatste hand gelegd
aan een hele reeks tools,
aanbevelingen en brochures in het
kader van de bewustwording van
dat probleem.
07.03 Kattrin Jadin (MR): On peut donc s'attendre à une publication
prochaine?
07.03 Kattrin Jadin (MR): We
mogen
binnenkort
dus
een
publicatie verwachten?
07.04 Joëlle Milquet, ministre: Le service publie en permanence,
mais je puis vous assurer que, sur ce point, ils sont en plein travail. Je
pourrais leur demander quand aura lieu la prochaine campagne de
sensibilisation. Elle est en préparation, mais doit être réalisée sur
base scientifique, en tenant compte de toutes les données. Il n'est
pas question de faire tout et n'importe quoi.
07.04 Minister Joëlle Milquet: De
volgende
sensibiliserings-
campagne wordt voorbereid. Die
moet
wetenschappelijk
onderbouwd zijn. Er wordt niet
aangerommeld.
07.05 Kattrin Jadin (MR): Je suis parfaitement d'accord avec vous,
madame la ministre. D'ailleurs, je trouve ce phénomène
particulièrement intéressant mais aussi désolant: en effet, il s'agit de
traductions de certains faits de société dont les symptômes sont
difficilement définissables et décelables. Il existe déjà des études plus
approfondies, notamment en Allemagne, qui proposent certains
programmes dans ce sens.
Je me réjouis donc d'étudier prochainement vos initiatives en la
matière et vos informations sur l'observation propice à remédier à ce
problème.
07.05 Kattrin Jadin (MR): Dat
fenomeen is een afspiegeling van
bepaalde
maatschappelijke
verschijnselen
waarvan
de
symptomen
moeilijk
kunnen
worden
gedefinieerd
en
opgespoord.
Er
bestaan
al
grondige studies, meer bepaald in
Duitsland, waarin bepaalde acties
worden voorgesteld. Het verheugt
me dat ik binnen afzienbare tijd uw
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
initiatieven ter zake zal kunnen
bestuderen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Questions jointes de
- Mme Zoé Genot à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur "la
campagne sms de son cabinet pour l'accueil des enfants de Gaza" (n° 10098)
- Mme Sarah Smeyers à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'accueil d'enfants blessés de Gaza" (n° 10101)
- M. Denis Ducarme à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'accueil d'enfants palestiniens au sein de familles belges" (n° 10127)
08 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
sms-campagne van haar kabinet voor de opvang van kinderen uit Gaza" (nr. 10098)
- mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de opvang van gewonde kinderen uit Gaza" (nr. 10101)
- de heer Denis Ducarme aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de
opvang van Palestijnse kinderen bij Belgische gezinnen" (nr. 10127)
08.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, nous avons
été très heureux d'apprendre que le gouvernement voulait venir en
aide à des enfants ou, éventuellement à des adultes, blessés à Gaza
étant donné la situation dans cette région.
La tâche ne sera pas facile mais, heureusement, la Belgique a une
tradition d'accueil. En effet, l'hôpital des enfants accueille déjà des
enfants algériens et tunisiens qui souffrent de problèmes cardiaques.
Il y a également des accueils plus ponctuels dans le cadre d'autres
projets pour permettre à des enfants du monde entier de profiter des
infrastructures hospitalières belges. Nous avons donc déjà une
certaine expérience dans ce domaine et ce sera l'occasion pour nous
de montrer le sérieux avec lequel nous réalisons ce type d'opérations.
J'ai été interpellée par plusieurs personnes de la communauté belgo-
marocaine de Bruxelles qui s'étonnaient d'avoir reçu un sms leur
disant que si elles désiraient accueillir des enfants blessés de
Palestine ou leur famille, elles pouvaient s'inscrire par mail adressé à
votre cabinet à l'attention de Mme Lefrancq.
J'ai été quelque peu étonnée par la méthode utilisée pour organiser
l'accueil de ces enfants qui, nous le savons, seront des enfants très
traumatisés par ce qu'ils auront vécu dans leur pays.
J'imagine que vous avez reçu plusieurs centaines de réponses
positives. Je souhaiterais donc savoir comment tout cela pourra être
organisé parce que je ne suis pas sûre que ce soit la manière la plus
adéquate d'agir. Entre-temps, depuis le dépôt de ma question, les
choses ont évolué. Toutefois, voici mes questions.
Quand l'évacuation de blessés débutera-t-elle? Combien de trajets
sont-ils envisagés concernant combien de blessés? Dans quels
hôpitaux ceux-ci seront-ils pris en charge? Quel budget a-t-on prévu?
Pour quel suivi? Les enfants pourront-ils être accompagnés? Dans
l'affirmative, par combien d'adultes? Êtes-vous responsable, au sein
du gouvernement, de l'accueil des familles des victimes évacuées?
Le gouvernement n'assurera-t-il pas lui-même cet accueil comme
08.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
We hebben met bijzonder veel
genoegen vernomen dat de
regering gewonden uit Gaza hulp
wou bieden, wat gebeurt in
dezelfde traditie van opvang,
waarin bijvoorbeeld Algerijnse en
Tunesische
kinderen
in
het
kinderziekenhuis
worden
opgevangen. Een aantal mensen
uit
de
Belgisch-Marokkaanse
gemeenschap van Brussel hebben
me gemeld dat ze tot hun grote
verbazing
een
sms
hebben
gekregen, met de boodschap dat
als
ze
gewonde
Palestijnse
kinderen of hun gezinsleden
wilden opvangen, ze zich via een
e-mail
gericht
aan
uw
kabinetsmedewerker
mevrouw
Véronique
Lefrancq
konden
inschrijven. Ik denk niet dat dit de
meest geschikte handelwijze is.
Wanneer zal de evacuatie van de
gewonden beginnen? Hoeveel
gewonden zullen er worden
overgebracht? Welk bedrag is er
voor die operatie uitgetrokken?
Zullen de kinderen begeleid
mogen worden? Is u in de regering
verantwoordelijk voor de opvang
van de familieleden van de
geëvacueerde
slachtoffers?
Hoeveel opvanggezinnen heeft u
nodig? Volgens welke criteria zal u
een keuze maken? Momenteel
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
dans d'autres opérations? Combien de familles cherchez-vous? Quels
seront vos critères pour choisir les familles d'accueil? À l'heure
actuelle, de nombreuses personnes ont surtout l'impression qu'il s'agit
plutôt d'un coup de pub pour le cabinet Milquet que d'une opération
bien structurée.
hebben heel wat mensen vooral
de indruk dat het eerder om een
mediastunt gaat voor het kabinet-
Milquet dan om een goed
gestructureerde operatie.
08.02 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de minister, mijn eerste
vraag is of het nieuws klopt dat u twee weekends geleden een sms-
campagne hebt gelanceerd vanuit uw kabinet, bestemd voor
Belgisch-Marokkaanse gezinnen in Brussel, om als opvanggezin te
fungeren voor gewonde kinderen en hun familie? Is dat een
persoonlijk initiatief? Werd die werkwijze binnen de regering
afgesproken?
Ik deel ter zake de bezorgdheid van mevrouw Genot. Ik kan mij
inbeelden dat het toch gaat om zwaar getraumatiseerde kinderen en
gezinnen, en ik vraag mij af of elk Belgisch-Marokkaans gezin wel in
staat is zulke kinderen op te vangen.
Door hoeveel volwassenen mag elk kind worden begeleid en op welke
wijze worden zij dan opgevangen en begeleid gedurende hun verblijf
in ons land? In welke middelen en budgetten wordt ter zake voorzien?
Voor hoeveel gewonde kinderen wordt in ons land in opvang
voorzien? En welke criteria heeft het B-FAST-team meegekregen om
te selecteren welke kinderen wel of niet zullen kunnen worden
opgevangen door ons land? Met welke ziekenhuizen wil u daarvoor
samenwerken?
Mijn laatste vraag luidt: welk statuut krijgen de gewonde kinderen en
hun familieleden tijdens hun verblijf in ons land? Hoe lang blijft dat
statuut geldig en kan het eventueel worden verlengd en volgens welke
criteria?
08.02 Sarah Smeyers (N-VA):
Est-il exact qu'il y a deux
semaines, la ministre a lancé
depuis son cabinet une campagne
sms destinées aux familles belgo-
marocaines de Bruxelles qu'elle a
appelées à fonctionner comme
famille d'accueil pour les enfants
blessés de Gaza et leurs familles?
Cette procédure a-t-elle fait l'objet
d'un
accord
au
sein
du
gouvernement?
Étant donné qu'il s'agit d'enfants et
de
familles
gravement
traumatisés, je me demande si
n'importe quelle famille belgo-
marocaine
est
effectivement
capable de les accueillir. Par
combien d'adultes chaque enfant
peut-il
être
accompagné?
Comment sont-ils accueillis et
accompagnés? Quels moyens et
budgets
sont
prévus?
Pour
combien d'enfants blessés un
accueil est-il prévu? Quels critères
l'équipe
B-FAST
a-t-elle
appliquer? Avec quels hôpitaux la
ministre souhaite-t-elle collaborer?
Quel sera le statut des enfants
blessés et de leurs familles lors de
leur séjour dans notre pays?
Combien de temps ce statut
restera-t-il
valable?
Pourra-t-il
éventuellement être prolongé?
08.03 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, l'importation du conflit entre Israël et le Hamas dans notre
pays est une réalité. La manifestation du 11 janvier a pu faire une bien
sombre démonstration de cette réalité. Nous avons tenu plus d'un
débat en commission de la Justice et de l'Intérieur. Il est donc utile
que les gouvernants conservent peut-être une certaine distance et
veillent à ne pas souffler sur les braises importées de Gaza et de
Sderot.
Le conflit s'est importé, mais le gouvernement belge a quand même
eu la bonne idée d'importer des enfants, très positivement, pour leur
prêter assistance. La décision constitue un plus.
Cependant, l'exercice du contrôle parlementaire sur l'exécutif nous
porte parfois à nous intéresser à des aspects secondaires, mais
marquants. La presse en fait écho et des sms circulent à grande
08.03 Denis Ducarme (MR): Het
conflict tussen Israël en Hamas
blijft ook in ons land niet zonder
gevolgen. De bewindslieden doen
er dan ook goed aan een zekere
afstand te bewaren en geen olie
op het vuur te gieten. De
Belgische regering vatte het
lovenswaardige idee op kinderen
naar ons land te brengen om ze te
verzorgen. We konden in de pers
lezen dat de Arabisch-islamitische
gemeenschap opgeroepen wordt
contact op te nemen met uw
kabinet, waar ze zich kandidaat
kunnen stellen voor het opvangen
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
échelle, invitant la population arabo-musulmane, au-delà des seuls
belgo-marocains, à se manifester auprès de votre cabinet afin de
s'inscrire pour l'accueil d'enfants blessés de Palestine ou leur famille.
Cette inscription peut se faire par courriel à une adresse indiquée
dans le sms ou par téléphone au numéro d'une de vos
collaboratrices, également conseillère communale à Etterbeek.
Sans doute, aurait-il été plus d'usage et plus sain que de tels contacts
puissent être directement organisés avec l'administration. La décision
d'ordre humanitaire prise par le gouvernement d'accueillir des enfants
palestiniens blessés ne pourrait faire l'objet d'une quelconque
récupération politique. C'est pourtant ce que sent ce sms, madame.
Cet accueil des enfants est bien à conserver à l'actif du
gouvernement. C'est pourquoi je m'interroge sur la nature et le sens
d'une telle pratique. Et ce, si je ne m'abuse, alors que six enfants
palestiniens seulement étaient concernés.
Comme Mme Genot, j'aimerais savoir quelle réponse, quel traitement
vous comptez adopter? Comment s'organiser?
Est-on à ce point en manque de familles d'accueil que vous soyez
obligée, avec votre cabinet, de prendre en charge l'envoi de sms afin
de sensibiliser ces familles trop peu nombreuses pour cet accueil?
Pouvez-vous confirmer l'envoi de sms?
Votre département a-t-il été investi de la gestion et du dispatching de
l'accueil des enfants blessés, ce qui ne m'a pas été confirmé par le
département des Affaires étrangères?
van
gewonde
kinderen
uit
Palestina of van hun familie. In dat
verband werden ook sms'jes
rondgestuurd. Volgens mij zouden
die contacten beter rechtstreeks
met de administratie plaatsvinden.
Ik vraag me af wat de bedoeling is
van deze werkwijze.
Is het tekort aan opvanggezinnen
zo nijpend dat u geen andere
mogelijkheid ziet dan de gezinnen
via sms'jes te sensibiliseren?
Bevestigt u dat er zo'n sms'jes
werden verstuurd? Werd uw
departement belast met het
beheer en de toewijzing van de
opvang
van
de
gewonde
kinderen?
08.04 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, monsieur
Ducarme, permettez-moi de vous dire que je trouve que vos dernières
allégations se situent à la limite de l'injure. En effet, si une
préoccupation m'anime, ce n'est sûrement pas de procéder à de la
récupération politique à l'occasion d'un tel drame. Je pensais
l'opposition capable de prendre un peu plus de distances par rapport
aux informations divulguées par la presse. Jamais un sms n'a été
envoyé par mon cabinet. Permettez-moi de vous donner l'historique
de l'affaire.
Suite à ce drame, partant du principe que condamner, c'est bien, mais
qu'agir c'est mieux, j'ai émis cette proposition dans le cadre d'un kern
car j'estimais que c'était la meilleure façon de procéder. La décision a
été prise à l'unanimité par l'ensemble des ministres, sans qu'il n'y ait
la moindre hésitation.
Lors des réunions avec le cabinet des Affaires étrangères, une
répartition a été faite entre les techniciens. L'accueil des personnes
qui accompagnaient les enfants a été confié, dans l'urgence, de façon
transitoire ­ en effet, l'idée était de confier la tâche le plus rapidement
possible à des organismes officiels ­ à des personnes de mon
cabinet. Voilà ce qui s'est exactement passé!
Si une information a été donnée, c'est par le ministère des Affaires
étrangères. Je n'ai pas connaissance des sms auxquels vous faites
référence. Ils n'émanent pas de mon département. Ce dernier s'est
contenté de mettre à disposition un numéro de téléphone autre que
08.04 Minister Joëlle Milquet: Ik
vind dat uw laatste beweringen in
de buurt van een belediging
komen. Mijn kabinet heeft op
geen enkel ogenblik sms'jes
verstuurd. Naar aanleiding van
dat drama had ik het voorstel in
kwestie gedaan in het kader van
een kernkabinet. De beslissing
werd
eensgezind
door
alle
ministers genomen. Op de
vergaderingen met het kabinet van
Buitenlandse Zaken werden de
taken verdeeld onder de technici.
De opvang van de personen die
de kinderen begeleiden werd in
allerijl aan leden van mijn kabinet
toevertrouwd.
Die sms'jes zijn niet afkomstig van
mijn departement, dat er zich toe
beperkt
heeft
een
ander
telefoonnummer en emailadres ter
beschikking te stellen dan die van
het kabinet, om elke link te
voorkomen. Er werd geen sms-
campagne georganiseerd. Ik denk
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
celui du cabinet (le 0477.66.66.63) pour répondre, à la demande du
département des Affaires étrangères, aux personnes qui appelaient
après avoir appris que des enfants arrivaient.
Par ailleurs, une adresse e-mail autre que celle du cabinet, à savoir
enfant.accompagnant@gmail.com a été créée pour éviter tout lien.
Nous avons travaillé avec les autorités palestiniennes et avec Leïla
Chahid, l'idée étant de trouver quelques familles palestiniennes de
Gaza vivant en Belgique et étant susceptibles d'opérer une transition
afin de ne pas laisser seules les personnes dont question. Aucune
communication publique n'a été faite.
Je répète que si des sms ont été envoyés, il s'agit de sms personnels.
Si on devait prendre en considération tous les sms qui circulent,
certains s'avéreraient, selon moi, beaucoup plus problématiques. Ces
sms n'ont pas été envoyés à mon initiative. Autrement dit, une
campagne de sms n'a pas été organisée.
À l'issue de réunions techniques qui avaient pour objet de préparer
l'opération, un dispatching a été fait ­ je peux vous faire parvenir les
notes si vous le souhaitez ­ en attirant l'attention sur le fait que,
durant la période transitoire, on se contentait de s'occuper de
l'accompagnement des accompagnants. Ces derniers sont d'ailleurs
arrivés sans bagage, sans pyjama, sans dentifrice. Lors de leur
arrivée, les mamans se demandaient si elles ne se trouvaient pas à
Tel Aviv.
Je ne pense que l'on puisse nous accuser d'avoir été parader
physiquement sur la piste d'atterrissage ou dans les hôpitaux en
faisant l'usage de caméras, etc. Telle n'était pas notre volonté.
En outre, sur base de la proposition que j'ai faite dans les jours qui ont
suivi, les choses ont pu être organisées très rapidement et la main a
pu être passée à des services officiels et compétents en la matière.
En effet, mon cabinet, ni les autres cabinets n'ont jamais eu l'intention
de remplir une telle tâche.
Le Conseil des ministres de vendredi dernier a décidé de confier
l'encadrement de ces six familles et des accompagnants à la Croix-
Rouge pour l'hébergement, etc. Dans un premier temps, le kern avait
pensé solliciter des familles bruxelloises de milieu similaire pour
accueillir ces personnes. Le kern a finalement décidé de confier cette
tâche parallèlement à la Croix-Rouge. Cette dernière s'en occupe
avec l'appui financier des Affaires étrangères. Il n'y a vraiment pas de
crainte à avoir en quoi que ce soit. Un concours de circonstances a
eu lieu à la suite d'une opération qui est à l'honneur de tout le
gouvernement. Une répartition des tâches a été effectuée dans
l'urgence pour quelques jours. Cette opération, jusqu'à présent, a été
correctement menée. Les enfants se portent bien. Les
accompagnants sont ravis. C'était un beau signal et politique et
humanitaire de la part de la Belgique.
niet dat men er ons van kan
beschuldigen
fysiek
op
de
landingsbaan
of
in
de
ziekenhuizen
te
zijn
gaan
paraderen. Dat hebben we niet
willen doen. Dankzij het voorstel
dat ik in de dagen erna gedaan
heb, hebben we de zaken heel
snel kunnen organiseren en
doorgeven aan officiële en terzake
competente
diensten.
Mijn
diensten zijn nooit van plan
geweest een dergelijke taak te
vervullen.
De ministerraad besliste om de
ondersteuning van de gezinnen en
de begeleiders toe te vertrouwen
aan het Rode Kruis, dat die taak
vervult met financiële steun van
Buitenlandse Zaken. U hoeft zich
geen zorgen te maken. Die
operatie werd in goede banen
geleid. De kinderen maken het
goed en de begeleiders zijn
opgetogen.
08.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Si je vous ai bien comprise, vous ne
voulez absolument pas faire une opération de récupération politique.
Dès lors, je suppose que vous avez notifié d'emblée, à toutes les
personnes qui vous avaient écrit, que la situation allait être gérée par
la Croix-Rouge, etc.
08.05 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
U wilde dus absoluut geen
politieke munt slaan uit deze
operatie. Ik veronderstel dan ook
dat u bekendmaakte dat de leiding
aan het Rode Kruis zou worden
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
toevertrouwd.
08.06 Joëlle Milquet, ministre: Les informations ont été données par
les canaux officiels! Je ne suis pas responsable des sms qui circulent
dans la communauté marocaine!
08.06 Minister Joëlle Milquet: De
informatie werd via de officiële
kanalen verspreid en ik ben niet
verantwoordelijk voor de sms'en
die
in
de
Marokkaanse
gemeenschap circuleren!
08.07 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): En tout cas, une personne de votre
cabinet a reçu énormément de mails. Je connais plusieurs personnes
qui en ont envoyé.
08.07 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Iemand op uw kabinet ontving
ontzettend veel e-mails.
08.08 Joëlle Milquet, ministre: Il s'agissait de la personne en charge
des Affaires étrangères. Son nom a sans doute été communiqué
lorsque les personnes ont téléphoné aux Affaires étrangères, mais
ces sms n'ont jamais été envoyés.
08.08 Minister Joëlle Milquet:
Het gaat om de persoon die
bevoegd is voor Buitenlandse
Zaken. De naam van die persoon
werd waarschijnlijk meegedeeld
toen
de
mensen
naar
Buitenlandse Zaken belden.
08.09 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Ce que je ne comprends pas, c'est
la raison pour laquelle elle n'a pas répondu pour expliquer la
procédure et la manière dont l'opération allait se dérouler.
08.09 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik begrijp niet waarom die persoon
geen antwoord stuurde om uit te
leggen hoe de operatie zou
verlopen.
08.10 Joëlle Milquet, ministre: Voilà pourquoi nous avons
immédiatement, dans la journée même, ouvert un numéro de gsm
tout à fait autre et une adresse électronique totalement étrangère au
cabinet et à cette personne. Mais au départ, ces informations n'ont
pas été communiquées par notre entremise.
08.10 Minister Joëlle Milquet:
Daarom stelden we onmiddellijk
een gsm-nummer en een e-
mailadres open die losstonden van
het kabinet en de medewerker in
kwestie.
08.11 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Dans ce cas, pourquoi toutes les
personnes qui ont écrit à Mme Lefrancq à votre cabinet n'ont-elles
pas reçu cette information?
08.11 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Waarom kregen de personen die
naar mevrouw Lefrancq van uw
kabinet schreven die informatie
niet?
08.12 Joëlle Milquet, ministre: Si, puisque le numéro se trouvait...
08.12 Minister Joëlle Milquet:
Ze hebben die wel gekregen.
08.13 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Non! Je connais plusieurs
personnes qui ont envoyé des mails pour se proposer d'accueillir les
familles en question. Elles n'ont reçu aucun message leur expliquant
la procédure à suivre ou leur disant de s'adresser à la Croix-Rouge..
08.13 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik ken verscheidene personen die
een e-mail stuurden omdat ze een
gezin wilden opvangen. Ze hebben
nooit bericht ontvangen met uitleg
over de te volgen procedure.
08.14 Joëlle Milquet, ministre: La décision de recourir à la Croix-
Rouge date de vendredi dernier!
08.14 Minister Joëlle Milquet:
De beslissing om een beroep te
doen op het Rode Kruis dateert
van afgelopen vrijdag!
08.15 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Toujours est-il qu'à l'heure
actuelle, ces personnes croient que votre cabinet va gérer l'opération
08.15 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Die personen denken nog altijd dat
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
et ignorent si elles seront sélectionnées. Elles sont dans l'incertitude
et nombre d'entre elles pensent qu'elles vont accueillir des enfants. Il
me paraît important d'apporter une correction par rapport à ces sms
qui ont circulé et que l'on puisse monter une opération digne de ce
nom, comme ces personnes le méritent.
uw kabinet de operatie zal leiden
en weten niet of ze in aanmerking
komen. Ze verkeren in het
ongewisse. Het is belangrijk dat
die sms'en rechtgezet worden en
dat er een degelijke operatie op
touw gezet wordt.
08.16 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de minister, uw antwoord is
duidelijk. U zegt dat er geen sms-campagne vanuit uw kabinet is
vertrokken. Als ik het goed begrijp, worden die families en die
kinderen nu geholpen door het Rode Kruis en verblijven zij niet in
opvanggezinnen.
Ik heb nog geen antwoord gekregen op mijn vraag welk statuut die
mensen hebben en hoe lang zij hier kunnen blijven?
08.16 Sarah Smeyers (N-VA): La
réponse est claire: il n'y a pas eu
de campagne par SMS. Les
familles et les enfants sont pris en
charge par la Croix-Rouge. Ils ne
sont pas accueillis dans des
familles. La ministre n'a pas
encore répondu à ma question
concernant le statut de ces
personnes.
08.17 Minister Joëlle Milquet: Zij krijgen een voorlopige
verblijfsvergunning voor drie maanden. Zij zullen binnen de drie
maanden terugkeren, meen ik.
08.17 Joëlle Milquet, ministre:
Elles recevront un titre de séjour
provisoire pour trois mois. En
principe, elles repartiront dans les
trois mois.
08.18 Denis Ducarme (MR): Encore bravo, madame la ministre,
pour la proposition que vous avez fait adopter au gouvernement et qui
a permis à ces enfants d'être accueillis et soignés dans nos hôpitaux
par nos médecins. Nous pouvons mettre cela à l'actif de ce
gouvernement. Dès lors, il ne faut pas vous sentir injuriée mais à
partir du moment où trois parlementaires vous interpellent sur la
question et que la presse francophone s'en fait l'écho, vous vous
doutez que le nombre de sms envoyés dans la communauté arabo-
musulmane est supérieur aux "deux ou trois" que vous avancez. Nos
questions étaient justifiées. Moi aussi, comme Mme Genot, j'ai eu
droit aux remarques de personnes qui avaient écrit et qui ne se sont
vu rien expliquer de la procédure à suivre, du traitement accordé.
J'imagine que votre cabinet, s'il n'envoie pas de sms, a le temps de
lire la presse. Si on dit que contact doit être pris avec le cabinet
Milquet pour le traitement de l'accueil de ces enfants, il eût été utile
d'expliquer la procédure. Il semblerait que personne n'en soit
parfaitement informé. Éclaircissez donc ce point, madame la ministre,
et cela nous évitera de perdre notre temps en commission pour ces
choses. D'autres points devraient aussi être éclaircis: Mme Lefrancq,
cette collaboratrice d'Etterbeek qui travaille au cabinet, se rend dans
les hôpitaux pour proposer de traduire et d'épauler les équipes
soignantes. Tout le monde sait, le président sans doute encore
mieux, que les hôpitaux bruxellois sont équipés pour la traduction et
l'accompagnement, qu'il n'y a pas de souci de ce côté-là. Que
Mme Lefrancq reste dans votre cabinet, qu'elle soit tranquille: les
enfants sont bien accueillis et ce qu'ils disent peut être traduit! Une
fois cela fait, rien ne pourrait plus être mal interprété de notre part.
08.18 Denis Ducarme (MR):
Nogmaals bravo, mevrouw de
minister, voor het voorstel dat u
door de regering liet goedkeuren,
zodat die kinderen in onze
ziekenhuizen
kunnen
worden
opgevangen en er verzorgd
kunnen worden door onze artsen.
Kan u de te volgen procedure
verduidelijken?
Kan u ons ook uitleggen waarom
mevrouw
Lefrancq
in
de
ziekenhuizen haar diensten gaat
aanbieden voor de vertaling en de
ondersteuning
van
de
verzorgingsteams,
terwijl
de
Brusselse ziekenhuizen over alle
nodige uitrusting en diensten voor
vertaling
en
begeleiding
beschikken?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Questions jointes de
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
- M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la proposition de la FEB d'étendre le chômage technique aux employés" (n° 10140)
- M. Stefaan Vercamer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'extension du système du chômage temporaire aux employés" (n° 10215)
- Mme Martine De Maght à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances
sur "l'élargissement du chômage temporaire aux employés" (n° 10241)
- M. Guy D'haeseleer à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"l'instauration du chômage temporaire des employés pour manque de travail" (n° 10250)
- Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances sur
"la proposition de la FEB d'étendre le chômage temporaire aux employés" (n° 10320)
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"het voorstel van het VBO om de technische werkloosheid uit te breiden tot de bedienden" (nr. 10140)
- de heer Stefaan Vercamer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de uitbreiding van het systeem van tijdelijke werkloosheid naar bedienden" (nr. 10215)
- mevrouw Martine De Maght aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de uitbreiding van de tijdelijke werkloosheid tot de bedienden" (nr. 10241)
- de heer Guy D'haeseleer aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over
"de invoering van tijdelijke werkloosheid voor bedienden wegens gebrek aan werk" (nr. 10250)
- mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "het
voorstel van het VBO om de tijdelijke werkloosheid tot de bedienden uit te breiden" (nr. 10320)
09.01 Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
de minister, u zult ondertussen wel hebben vernomen dat het VBO
een pleidooi houdt om bepaalde groepen bedienden in uitzonderlijke
omstandigheden toch toe te laten tot het systeem van tijdelijke
werkloosheid. Het VBO vreest dat in de huidige omstandigheden
vooral bedienden getroffen zullen worden door ontslagen omdat
tijdelijke werkloosheid voor bedienden niet mogelijk is.
Sommige bedrijven zouden dus gedwongen worden bedienden te
ontslaan hoewel zij ze graag in dienst zouden houden wegens hun
ervaring. De vakbonden zijn niet principieel tegen het pleidooi van het
VBO maar vinden dat het moet passen in de discussies over de
statuten van arbeiders en bedienden. U bent als minister eveneens
van mening dat de toelating van bedienden tot het systeem van
tijdelijke werkloosheid deel moet uitmaken van een groter
harmoniseringspakket. U hoopt dat de sociale partners tegen het
einde van dit jaar met een concreet voorstel tot harmonisering komen,
zoniet zal het de regering zijn die een initiatief moet nemen.
Graag had ik van u het volgende vernomen.
Hoe staat u tegenover het pleidooi van het VBO om bepaalde
bedienden in bijzondere omstandigheden toe te laten tot het systeem
van tijdelijke werkloosheid? Is het niet belangrijk dat er, gezien de
economische crisis, onmiddellijk een beslissing wordt genomen in dit
dossier, gelet op de talrijke faillissementen en ontslagen die zich nu
voordoen? Zo kan worden voorkomen dat de bedienden extra worden
getroffen door ontslagen in 2009.
Er is ook de stelling van de redacteur in De Standaard van 16 januari,
die zegt dat de vakbonden de opname van bedienden in systemen
van tijdelijke werkloosheid als pasmunt zouden gebruiken in ruil voor
hun eis inzake de verhoging van de opzegtermijnen en een
vergoeding van de arbeiders. Ook daar had ik graag uw mening over
gekend.
09.01
Stefaan
Vercamer
(CD&V): La FEB propose que,
dans
des
circonstances
exceptionnelles,
certaines
catégories d'employés puissent
tout de même accéder au système
du chômage temporaire pour
éviter leur licenciement en ces
temps de récession économique.
Les syndicats ne sont pas
opposés à ce principe, mais
estiment que la question doit être
examinée dans le cadre de
l'harmonisation des statuts des
ouvriers et des employés. Les
partenaires
sociaux
doivent
soumettre une proposition à ce
sujet pour la fin de l'année. À
défaut, le gouvernement prendra
une initiative.
Quel est le point de vue de la
ministre? Ne conviendrait-il pas de
prendre
immédiatement
une
décision, compte tenu du grand
nombre
de
faillites
et
de
licenciements? Que pense la
ministre de l'assertion selon
laquelle les syndicats se serviront
de ce dossier comme monnaie
d'échange pour
obtenir une
augmentation des délais et des
indemnités de préavis en faveur
des ouvriers?
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
09.02 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de vice-eerste minister,
via De Standaard konden wij op 15 januari vernemen dat door VBO-
topman Pieter Timmermans werd voorgesteld de tijdelijke
werkloosheid uit te breiden tot de bedienden. Dat is volgens de VBO-
topman een noodzakelijke maatregel om de Belgische economie
zonder al te veel kleerscheuren door de crisis te loodsen.
In de huidige omstandigheden is de vrees immers groot dat het vooral
de bedienden zullen zijn die zullen worden getroffen door de huidige
economische crisis. Getuige daarvan is vandaag De Standaard,
waarin aangekondigd wordt dat 60.000 banen zullen afvloeien,
waaronder toch heel wat bedienden die zullen worden verzocht een
tijdelijke loopbaanonderbreking of tijdskrediet op te nemen, waarna zij
misschien alsnog worden gerecupereerd door het bedrijf in kwestie.
Vandaag komen alleen arbeiders in aanmerking voor tijdelijke
werkloosheid. Om een sociaal bloedbad te vermijden en de bedrijven
toe te laten niet onmiddellijk over te gaan tot definitief ontslag van een
of meer bedienden, moet er in een mogelijkheid worden voorzien om
deze maatregel uit te breiden tot de bedienden.
Dit is ons inziens een van de maatregelen die ons ook na de crisis
een competitief voordeel kan opleveren. U bent als minister blijkbaar
ook van oordeel dat deze maatregel moet kunnen worden uitgebreid
tot de bedienden in het kader van een harmoniseringpakket. U laat
het wel over aan de sociale partners voor het einde van dit jaar met
een voorstel te komen. Zoniet zal de regering nadien ingrijpen en zelf
een beslissing nemen.
Ik heb ter zake een aantal vragen voor u, mevrouw de minister.
Hoe staat u tegenover de invoering van tijdelijke economische
werkloosheid voor bedienden? Ik heb begrepen dat u daar positief
tegenover staat, maar ik had dat toch graag concreet bevestigd
gezien.
Waarom doet u zelf met de regering geen voorstel aan de sociale
partners? Waarom wordt dit, zeker gezien de huidige economische
situatie, niet onmiddellijk opgenomen in het relanceplan? Kan de
federale regering die beslissing nog uitstellen ­ kunnen wij ons dat
permitteren ­ tot het einde van 2009 in afwachting van een voorstel
van de sociale partners, als dat uiteindelijk in consensus voorhanden
zal zijn?
09.02 Martine De Maght (LDD):
La FEB estime effectivement qu'il
s'agit d'une mesure nécessaire
pour permettre à l'économie belge
de traverser la crise sans trop de
dégâts. Actuellement, seuls les
ouvriers peuvent prétendre au
chômage temporaire. Il faut
étendre
cette
mesure
aux
employés
pour
éviter
une
hécatombe
sociale.
Nous
pourrions d'ailleurs également en
retirer un avantage concurrentiel
après la crise. La ministre accorde
un délai jusqu'à la fin de l'année
aux partenaires sociaux pour
soumettre une proposition. Passé
ce
délai,
le
gouvernement
tranchera.
Est-il exact que la ministre n'est
pas défavorable à l'idée d'étendre
le
chômage
temporaire aux
employés?
Pourquoi
le
gouvernement ne soumet-il pas
lui-même une proposition aux
partenaires sociaux? Pourquoi
n'intègre-t-on pas immédiatement
cet aspect dans le plan de
relance? Est-il bien judicieux de
reporter
la
décision
jusque
fin 2009 s'il existe tout de même
un consensus à ce sujet?
09.03 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de vice-eerste minister, inderdaad, tijdelijke werkloosheid
kan momenteel voor bedienden enkel worden ingevoerd als het gaat
over overmacht, staking of collectieve sluiting, zoals met de jaarlijkse
vakantie. Alle andere vormen van tijdelijke werkloosheid, zoals
technische storingen, slecht weer of economische oorzaken, zijn voor
bedienden nu niet mogelijk; enkel arbeiders kunnen daarvan
genieten. Dat is nu juist, in deze tijden van economische crisis, het
probleem.
Iedereen is het erover eens ­ ook in Europa, dat ons daarop
voorbereidt ­ dat het systeem van tijdelijke werkloosheid momenteel
een bijzondere troef is voor onze arbeidsmarkt en onze bedrijven
zoals wij ze vandaag kennen. Zo werd vermeden dat reeds
09.03 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): Le chômage temporaire
pour
les
employés
n'est
actuellement possible qu'en cas
de force majeure, de grève ou de
fermeture collective, notamment
pendant les vacances annuelles. Il
ne peut être accordé pour des
raisons économiques, ce qui pose
précisément problème en cette
période de crise. Le système de
chômage temporaire a permis
d'éviter le licenciement de dizaines
de milliers d'ouvriers et les
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
tienduizenden arbeiders definitief werden ontslagen.
De roep om tijdelijke werkloosheid in deze uitzonderlijke
omstandigheden ook mogelijk te maken voor bedienden klinkt steeds
luider. Ook de werkgeversorganisaties pleiten er onomwonden voor.
Dat zou kunnen vermijden dat bedienden binnenkort massaal worden
ontslagen. De bestaande buffers die voorhanden zijn en waarover een
bedrijf beschikt, zoals interimarbeid, tijdelijke contracten of de niet-
vervanging van natuurlijke afvloeiingen, zijn bijna uitgeput. Dan rest er
maar een mogelijkheid meer, namelijk de afdanking.
Volgens de berichten van de jongste dagen staat er ons een
economische ramp te wachten. Nu probeert men dat creatief op te
vangen door de bedienden te verplichten om tijdskrediet op te nemen,
ouderschapsverlof of zelfs onbetaald verlof. Volgens mij kan dat niet
de bedoeling zijn. Het is wel het signaal, vanuit het bedrijfsleven, dat
het water tot aan de lippen staat.
Ik hoor en lees ook dat sommige mensen, waaronder bepaalde
sociale partners, zeggen dat dit enkel kan als het deel uitmaakt van
een globaal debat over het eenheidsstatuut. Ik moet zeggen dat ik
moeilijk mijn afkeer voor het gebrek aan verantwoordelijkheidszin van
die sociale partners kan onderdrukken. Het zijn immers zijzelf die er
maar niet in slagen om ook maar één stap vooruit te zetten in het
dossier, en nu grijpen ze dat juist aan om een meer dan noodzakelijke
ingreep mogelijk te maken.
Mevrouw de minister, mijn concrete vragen zijn de volgende.
Hoe staat u tegenover de uitbreiding van de economische
werkloosheid ten aanzien van bedienden?
Bent u bereid om het toepassingsgebied, desnoods tijdelijk, in het
kader van deze uitzonderlijke economische crisis, uit te breiden?
Bent u bereid om dat nog mogelijk te maken in het kader van de
stemming in het Parlement over het relanceplan?
organisations patronales elles-
mêmes demandent d'élargir le
système, précisément pour éviter
les
licenciements
massifs
d'employés.
Les
tampons
existants contre les licenciements
­ le travail intérimaire, les contrats
temporaires, le non-remplacement
des départs naturels ­ sont
presque réduits à néant. Les
entreprises demandent à leurs
employés de prendre un crédit-
temps, un congé parental ou
même un congé sans solde parce
qu'elles connaissent d'énormes
difficultés.
Certains
partenaires
sociaux
estiment que ce problème doit fait
partie du débat global sur le statut
unique, ce qui témoigne ­ vu
l'ampleur de la crise ­ d'une
absence totale de sens des
responsabilités.
Ils
bloquent
effectivement ce dossier depuis
des années déjà et profitent
actuellement de la situation pour
faire
passer
une
mesure
indispensable.
Que pense la ministre de
l'élargissement ­ fût-ce à titre
temporaire
­
du
chômage
économique aux employés? Est-
elle disposée à encore mettre en
oeuvre cette mesure dans le cadre
du plan de relance?
09.04 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, le cadre ayant été posé par mes collègues, je vais passer
directement à mes questions.
Puisque l'on a cité les organisations syndicales, je voudrais dire que
leur opinion n'est pas aussi claire que cela, au contraire. Je pense
qu'elles ont été un peu surprises de la proposition. Elles ont parlé de
nonchalance dans le chef de M. Timmermans. Raymond Coumont,
secrétaire général de la CNE ­ en le citant, je ne peux être en rien
être suspectée ­ a dit que M. Timmermans se trompait de stratégie et
qu'en lâchant de telles propositions alors que des négociations sont
prévues, il contribuait à compliquer une situation déjà difficile.
Il est interpellant d'entendre M. Timmermans parler de certaines
catégories d'employés et non pas de tous les employés. Les
entreprises disposent en Belgique de pas moins de vingt-cinq
modalités différentes de flexibilité contractuelle et d'une vingtaine de
possibilités de dérogations au temps de travail habituel; il semble que
nous soyons le seul pays à avoir mis un tel système en place!
09.04 Camille Dieu (PS): Men
heeft het over de vakbonden,
maar hun mening is niet zo
duidelijk. De algemeen secretaris
van de CNE heeft verklaard dat de
heer Timmermans een verkeerde
strategie volgt en, met dergelijke
voorstellen,
terwijl
er
onderhandelingen op stapel staan,
een
moeilijke
situatie
nog
ingewikkelder maakt.
De heer Timmermans heeft het
over bepaalde categorieën van
bedienden,
niet
over
alle
bedienden. In België beschikken
de bedrijven over vijfentwintig
verschillende
vormen
van
contractuele flexibiliteit, en over
zowat twintig mogelijke afwijkingen
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Que pensez-vous de cette proposition qui, à mon sens, va encore
accentuer la flexibilité et certainement les charges de la sécurité
sociale si les cotisations patronales restent inchangées?
Ne pensez-vous pas qu'il conviendrait d'attendre les effets du plan de
relance adopté par le gouvernement en décembre, et qui n'a pas
encore pu être exécuté dan son intégralité, avant d'engager des
mesures supplémentaires pour endiguer les effets de la crise?
Ne pensez-vous pas que cette proposition, qui ne concerne que
certaines catégories d'employés, va encore accentuer les différences
entre les employés alors que tant le Parlement que les partenaires
sociaux discutent du rapprochement des statuts d'ouvrier et
d'employé?
Vous avez vous-même lancé l'idée, dans votre note de politique
générale, de moderniser le réseau des commissions paritaires à cet
égard, en concertation avec les partenaires sociaux. La modernisation
du marché du travail fait que certaines personnes qu'on qualifie
d'ouvriers se trouvent plutôt dans la catégorie des employés. Vous
avez également dit qu'il faudrait actualiser tout cela, en ce compris les
sous-traitances.
op de gewone arbeidsduur; we zijn
het enige land dat zo een regeling
heeft uitgewerkt!
Wat vindt u van dat voorstel,
waardoor de flexibiliteit verder zal
toenemen en, bij ongewijzigde
werkgeversbijdragen, de lasten
voor de sociale zekerheid zullen
stijgen? Moeten we niet afwachten
wat
het
nog
niet
volledig
uitgevoerde
herstelplan
zal
brengen vooraleer er bijkomende
maatregelen worden genomen?
Zal dat voorstel, dat slechts op
bepaalde
categorieën
van
bedienden betrekking heeft, de
verschillen tussen de bedienden
niet nog groter maken, terwijl er
wordt
gesproken
over
een
harmonisering van het arbeiders-
en het bediendenstatuut, en
bepaalde geschoolde arbeiders,
door de modernisering van de
arbeidsmarkt, eerder thuishoren bij
de bedienden?
09.05 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, rendons à
César ce qui est à César, à savoir Pieter Timmermans, le directeur de
la FEB. Celui-ci, constatant l'ampleur de la crise économique,
propose de permettre d'octroyer le chômage technique aux employés.
Si on veut que nos entreprises puissent repartir au moment de la
relance, que je souhaite la plus rapide possible, il faut peut-être
accepter de modifier la législation.
Je voudrais connaître votre point de vue par rapport à cette situation.
Je ne dis pas qu'elle est facile. Au sein de votre administration, y a-t-il
une étude en cours sur cette proposition? Ce débat est-il nourri par
des éléments qui permettraient de prendre la bonne décision?
09.05 Jean-Luc Crucke (MR):
De heer Pieter Timmermans,
administrateur-directeur-generaal
van het VBO pleit voor een
systeem
van
technische
werkloosheid voor de bedienden.
Als
we
willen
dat
onze
ondernemingen een nieuwe start
kunnen nemen zodra de economie
terug
aantrekt,
moeten
we
misschien aanvaarden dat er een
wetswijziging komt.
Bestudeert uw administratie dat
voorstel? Met welke factoren dient
men rekening te houden om de
juiste beslissing te nemen?
09.06 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, ayant participé
aux discussions sur le plan de relance, ayant débattu dans le cadre
d'une tripartite des demandes des partenaires sociaux parallèlement
à l'accord interprofessionnel, je suis assez surprise car je n'ai pas
entendu parler de cette problématique lors de ces débats. Dans les
demandes des partenaires sociaux se trouvait l'augmentation du
chômage économique pour les ouvriers, mais pas cette thématique-
là, qui du reste est assez connue.
Cette proposition est arrivée alors que l'encre des accords était à
peine sèche. Le fait de venir avec cette thématique maintenant ne
peut que me conforter dans l'idée qu'il faut oeuvrer vite et bien pour
09.06 Minister Joëlle Milquet:
Tijdens de besprekingen van het
herstelplan is die problematiek niet
ter sprake gekomen. De sociale
partners hebben onder meer
gevraagd om de economische
werkloosheid voor de arbeiders uit
te breiden, maar ze hebben geen
eisen geformuleerd met betrekking
tot het door u aangehaalde thema,
dat overigens niet onbekend is.
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
harmoniser les statuts d'employé et d'ouvrier. Il s'agit d'une pierre à
ajouter à cet édifice. C'est lors d'un accord global avec les partenaires
sociaux sur cette problématique que nous pourrons aboutir.
Lors des premières rencontres du groupe des dix en janvier, j'ai
entendu une volonté collective de s'atteler à cette thématique-là pour
l'année 2009. Je vous rappelle que, dans la note de politique
générale, il a été demandé qu'on puisse conclure avant fin 2009 et
que cette Arlésienne commence à trouver des premières
concrétisations. Je ne dis pas qu'il faut absolument trouver des
solutions pour tout. Mais il faut avancer, point par point, étape par
étape. Le sujet que vous abordez est un élément qui doit être
rencontré dans ce cadre-là et non de manière isolée.
Het feit dat men thans met dat
thema op de proppen komt, sterkt
me in mijn overtuiging dat we de
bedienden- en arbeidersstatuten
op elkaar moeten afstemmen.
Tijdens de eerste bijeenkomsten
van de Groep van Tien in januari
heb ik gemerkt dat iedereen daar
in 2009 werk van wil maken. Ik
beweer niet dat men beslist een
oplossing voor alles moet vinden,
maar we moeten vooruitgang
boeken. Die kwestie moet in dat
kader
en
niet
geïsoleerd
behandeld worden.
We mogen niet uit het oog verliezen dat die maatregel een niet
verwaarloosbare, doch moeilijk te becijferen budgettaire impact zou
hebben.
Laat ik eraan herinneren dat momenteel geen enkele
meerderheidspartij aanspraak maakt op de toepassing van die
maatregel.
Ne perdons pas de vue que cette
mesure aurait une incidence
budgétaire non négligeable mais
difficilement
chiffrable.
Au
demeurant, aucun parti de la
majorité ne demande l'application
de cette mesure.
Il faut laisser les partenaires sociaux aborder cette thématique dans le
cadre de l'harmonisation des statuts.
Si d'aventure, du fait de la situation économique, d'autres nouvelles
mesures urgentes devaient être prises ou si certaines mesures
ponctuelles pouvaient être imaginées, nous serions ouverts à la
discussion. Je crois cependant que cela doit vraiment se régler dans
le cadre de l'harmonisation des statuts
We zijn bereid het gesprek aan te
gaan, mocht de economische
toestand
nieuwe
maatregelen
noodzakelijk maken. Maar ik denk
dat zoiets opgelost moet worden in
het kader van de harmonisering
van het statuut.
09.07 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la ministre, je vous remercie
pour cette réponse. Je ne pense pas que l'on puisse reprocher le fait
que cette proposition soit postérieure aux accords. Il faut reconnaître
que la situation s'est dégradée après cet accord. C'est là toute la
difficulté! Nous sommes dans une phase de la crise qui n'a sans
doute pas été mesurée à l'époque.
Madame la ministre, votre réponse me satisfait tout de même car
vous positionnez clairement le débat. Le fait que vous invitiez les
partenaires sociaux à débattre sur ce sujet est tout à fait normal et fait
d'ailleurs partie des règles consensuelles de ce pays. Toutefois, il est
aussi important que le ministre dise que ce débat doit avoir lieu.
Pour ma part, je ne vous demande pas de donner raison à l'un ou à
l'autre. Là n'est pas le but et j'espère que vous l'aurez compris. Il
s'agit de déterminer comment sauver les meubles dans une situation
exceptionnelle. Cela fait partie des responsabilités des uns et des
autres!
09.07 Jean-Luc Crucke (MR): Dit
voorstel werd pas geformuleerd
nadat de akkoorden tot stand
waren gekomen, omdat de situatie
intussen verslechterd is! De crisis
bereikte intussen een dieptepunt
dat toen wellicht nog niet voor
mogelijk werd gehouden.
U tekent de krijtlijnen van het
debat duidelijk uit. Dat u de sociale
partners uitnodigt om deel te
nemen aan de besprekingen is
niet meer dan normaal in het licht
van
het
Belgische
consensusmodel.
Ik vraag u niet om deze of gene
gelijk te geven. We moeten
nagaan
hoe
we
in
deze
uitzonderlijke situatie de meubels
kunnen redden. Dat is de
verantwoordelijkheid van elk van
ons!
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
09.08 Guy D'haeseleer (Vlaams Belang): Mevrouw de minister, u
zegt dat u in het kader van het IPA van de sociale partners nooit een
vraag hebt gehad om aan de tijdelijke werkloosheid aanpassingen te
doen. De situatie in de economische wereld is ondertussen echter wel
nog veranderd. Ik denk dat de toestand ondertussen dramatisch is
geworden, uitzonderlijk, en dat dat dan ook uitzonderlijke maatregelen
vraagt. Dat lijkt me evident. Ik denk dat wij daar dynamisch op zouden
moeten kunnen inspelen.
U zegt dat een uitbreiding van de tijdelijke werkloosheid naar de
bedienden een budgettaire impact zou hebben. Dat hebben we nog
niet becijferd, maar het zal heel veel geld kosten. Echter, ik denk dat
het nog veel meer geld zou kosten wanneer al die bedienden
binnenkort zouden worden ontslagen door hun werkgever. In de
werkloosheidsstatistieken zal dat te zien zijn. Volgens mij zullen zij
dan permanent ten laste zijn van de begroting.
Ik vind het dan ook een beetje betreurenswaardig dat u zich opnieuw
wegsteekt achter het debat arbeiders-bedienden. Zoals ik al zei, het
zijn de sociale partners zelf die alle vorderingen inzake het
eenheidsstatuut nu al jaren blokkeren, puur om de macht en de
structuren. Dat mag ook wel eens worden gezegd, want daar gaat het
de vakbonden toch om. De discriminatie tussen arbeiders en
bedienden is voor de vakbonden eigenlijk maar van ondergeschikt
belang. Uiteindelijk vind ik dat onverantwoord gedrag, want ik vind dat
de vakbonden zichzelf daarmee eigenlijk ook buitenspel zetten. U
kunt zich dus niet blijven wegsteken achter onderhandelingen over het
eenheidsstatuut, waarvan u zegt dat we eind 2009 resultaten zullen
moeten zien. Ik hoor dat verhaal al tien jaar in het Parlement.
U kunt misschien ook wachten tot de economische crisis is opgelost.
Dan zal het probleem van de tijdelijke werkloosheid en de vraag om
dat uit te breiden naar de bedienden, niet meer aan de orde zijn.
09.08 Guy D'haeseleer (Vlaams
Belang): La ministre fait référence
à
l'AIP,
mais
la
situation
économique s'est entre-temps
radicalement modifiée et requiert
une
réponse
dynamique.
L'extension du système a un coût,
mais celui-ci sera encore plus
élevé lorsque tous les employés
licenciés seront au chômage et
émargeront au budget, non pas
temporairement
mais
en
permanence. Je regrette que la
ministre se retranche derrière le
débat ouvriers-employés. Pour les
syndicats, la discrimination entre
ces
deux
catégories
est
accessoire et ils bloquent le
dossier depuis plusieurs années
déjà en raison d'un partage du
pouvoir et de structures internes. Il
s'agit d'une attitude irresponsable.
De la sorte, les syndicats se
mettent en fait hors jeu et la
ministre ne peut se retrancher
derrière cette situation pour
reporter des mesures. Si nous
devons attendre les syndicats,
nous pouvons tout aussi bien
attendre la fin de la crise
économique.
09.09 Martine De Maght (LDD): Mevrouw de minister, ik moet eerlijk
bekennen dat ik ook een stukje op mijn honger blijf. Volgens mij
werden er duidelijke argumenten naar voren gebracht om aan te
tonen dat dermate uitzonderlijke omstandigheden, zoals de huidige
economische crisis vandaag, ook wel tijdelijke uitzonderlijke
maatregelen vergen. Dan had ik toch het aanvoelen dat het misschien
dankbaar voor u zou zijn dat wij het voorstel zouden ondersteunen om
de tijdelijke werkloosheid voor bedienden in te voeren.
Zoals mijn collega terecht aangeeft, als er geen maatregelen worden
genomen, dan denk ik dat de mensen van wie wij nu voorstander zijn
dat zij tijdelijke werkloosheid zouden genieten, misschien voor langere
tijd ten koste zouden kunnen vallen van de maatschappij, misschien
zelfs voor zeer lange tijd. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Volgens mij hebt u nu een tool, het relanceplan, waarin dat nog
perfect kan worden ingekaderd, losgekoppeld van het statuut van
arbeider of bediende, omdat het maar een tijdelijke maatregel zou
zijn. Als de vakbonden praten in het voordeel van de bedienden en
van de arbeiders, dan denk ik dat zij toch zouden moeten inzien dat
daar echt wel nood aan is.
09.09 Martine De Maght (LDD):
À
situations
exceptionnelles,
mesures exceptionnelles. Si rien
n'est
entrepris,
des
milliers
d'employés deviendront bientôt
des chômeurs de longue durée, à
charge de la société. La ministre
peut intégrer temporairement cette
mesure dans le plan de relance,
en la dissociant du dossier relatif
au statut unique. Même les
syndicats doivent percevoir l'utilité
de cette mesure.
09.10 Camille Dieu (PS): Monsieur le président, je suis satisfaite de 09.10 Camille Dieu (PS): Ik ben
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
la réponse de la ministre qui vise à ouvrir le débat du rapprochement
du statut des ouvriers et des employés. Vouloir le mener à terme
place autour de la table les partenaires sociaux, c'est-à-dire les
représentants du monde patronal et les représentants des
organisations syndicales des ouvriers et des employés. Dans les trois
grandes organisations syndicales, il y a en effet des centrales pour
chacun de ces travailleurs. Cette idée responsabilise non seulement
les organisations syndicales mais aussi les employeurs. En effet, s'ils
font une proposition qui grève le budget de la Sécu, j'estime normal
qu'ils en assument aussi le financement.
tevreden met dit antwoord dat het
debat
opent
over
de
gelijkschakeling van het statuut
van arbeiders en bedienden. Dat
te willen voeren brengt op langere
termijn alle sociale partners rond
de
tafel.
Die
idee
responsabiliseert niet alleen de
vakbondsorganisaties maar ook
de werkgevers. Als ze een
voorstel doen dat op de begroting
van de sociale zekerheid weegt, is
het normaal dat ze er ook de
financiering van dragen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Pierre-Yves Jeholet à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la possible fusion entre ADEHIS et le CEVI" (n° 10168)
10 Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de mogelijke fusie tussen ADEHIS en CEVI" (nr. 10168)
10.01 Pierre-Yves Jeholet (MR): Monsieur le président, madame la
ministre, l'inquiétude règne au sein de la société ADEHIS, ex-CIGER,
qui est une société informatique au service des pouvoirs locaux
(essentiellement des communes et des CPAS). Cette inquiétude se
ressent depuis un certain temps car il s'agit d'une filiale dont Dexia est
actionnaire à 100% et comprenant également son pendant flamand,
CEVI.
On constate notamment qu'il y a très peu de recrutement à haute
valeur technologique du côté francophone. En revanche, la société
flamande se développe de façon importante. Par ailleurs, on constate
une insatisfaction croissante des clients d'ADEHIS.
Comme je l'ai dit, Dexia est actionnaire à 100% des deux sociétés.
Une réunion importante devait avoir lieu aujourd'hui pour voir si une
fusion était engagée avec CEVI.
Le personnel de la société de Rhisnes est évidemment très inquiet ­
150 personnes y travaillent ­ en raison du climat social que l'on
connaît. Par ailleurs, l'inquiétude règne également du fait que nos
pouvoirs locaux francophones, communes et CPAS, seraient gérés
depuis la société flamande CEVI.
Êtes-vous au courant de cette réunion? A-t-elle eu lieu? Savez-vous
ce qu'elle a donné?
Je souhaiterais connaître les informations dont vous disposez et si
vous avez pu sensibiliser le conseil d'administration de Dexia sur ce
point. On parle beaucoup des banques aujourd'hui pour d'autres
soucis.
Dans le contexte social que nous connaissons, cette question me
semble importante. Ce sont 150 emplois francophones qui
manifestement sont menacés du côté de Namur. Je souhaiterais
10.01 Pierre-Yves Jeholet (MR):
De werknemers van ADEHIS zijn
ongerust.
ADEHIS
is
een
informaticabedrijf dat voor de
lokale overheden werkt. Het is een
dochteronderneming
waarvan
DEXIA voor 100% aandeelhouder
is. De Vlaamse tegenhanger van
ADEHIS heet CEVI.
Aan Franstalige zijde zijn er weinig
aanwervingen
met
hoge
technologische
waarde.
Het
Vlaamse bedrijf van zijn kant
groeit en bloeit. Voorts blijkt dat de
klanten van ADEHIS almaar
ontevredener zijn.
Vandaag zou een belangrijke
vergadering gehouden worden om
een fusie met CEVI te overwegen.
Het personeel van het bedrijf (150
medewerkers) is ongerust wegens
het heersende sociale klimaat dat
iedereen kent. Er is voorts
ongerustheid
omdat
onze
Franstalige
lokale
overheden
beheerd zouden worden door
CEVI, een Vlaams bedrijf.
Bent u op de hoogte van die
vergadering?
Heeft
ze
plaatsgevonden en wat heeft ze
opgeleverd? Hebt u de raad van
bestuur
van
DEXIA
bewust
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
donc que vous puissiez nous rassurer.
kunnen maken van het probleem?
10.02 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur Jeholet, je ne peux que
vous informer que ni mon cabinet ni mon administration n'ont été
saisis d'une quelconque demande dans le cadre d'une procédure
Renault ou autre. La conciliatrice sociale compétente dans le
secteur 218 n'est au courant de rien et aucune autre information ne
filtre d'ailleurs. Je suis donc dans l'incapacité de vous répondre sur ce
point, à titre officiel en tout cas.
10.02 Minister Joëlle Milquet:
Mijn kabinet noch de diensten van
mijn
ministerie
hebben
een
verzoek gekregen in het kader van
de "procedure Renault" of iets
anders.
De
sociale
bemiddelaarster van sector 218
weet van niets. Trouwens, er
sijpelt
geen
enkele
andere
informatie door. Ik kan u daarover
dan ook geen antwoord geven.
10.03 Pierre-Yves Jeholet (MR): Madame la ministre, même s'il n'y
a pas eu de contacts officiels avec votre cabinet, ce que je regrette
parce que 150 emplois sont quand même menacés du côté
francophone, un front commun syndical CNE-SETCA-CGSLB a été
constitué en vue d'attirer l'attention sur cette situation. Je regrette que,
comme moi, vous n'ayez pas été sensibilisée à ce sujet.
10.03 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Misschien zijn er geen officiële
contacten
geweest
met
uw
kabinet,
toch
is
een
gemeenschappelijk vakbondsfront
GNC-BBTK-ACLVB opgericht om
de aandacht te vestigen op de
situatie.
10.04 Joëlle Milquet, ministre: Très honnêtement, je n'ai pas eu de
contacts avec les syndicats.
10.05 Pierre-Yves Jeholet (MR): Je vous l'ai dit, cette situation me
semble particulière. Je demanderai aux syndicats de vous sensibiliser
au problème qui se pose à Rhisnes, mais je trouve tout à fait normal
qu'il y ait un pendant francophone et un pendant néerlandophone.
J'ai cru comprendre qu'une réunion importante se tiendrait
aujourd'hui. Je demanderai que vous soyez sensibilisée à ce dossier.
C'est bien de sensibiliser les parlementaires mais il est encore plus
important de sensibiliser les ministres directement concernés par
l'emploi.
Ce dossier comporte un deuxième volet non négligeable. Vous n'êtes
évidemment pas responsable de la perte d'emplois dans une série
d'entreprises mais, ici, il s'agit d'une société dans laquelle Dexia est
actionnaire à 100%. Je l'ai dit, ce n'est pas un dossier bancaire
traditionnel comme ceux que le gouvernement aura à traiter dans les
jours et les semaines à venir. Cela devrait également influer sur les
décisions éventuelles qui seront prises.
Ma question aura au moins eu le mérite de vous sensibiliser à cette
problématique et au rôle que Dexia peut jouer dans une entreprise
francophone dans laquelle elle est actionnaire à 100%.
10.05 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Ik zal de vakbonden vragen u
bewust te maken van het
probleem, ook al vind ik het
normaal dat er een Franstalig
bedrijf en een Nederlandstalige
tegenhanger is.
Mijn vraag heeft dan toch gediend
om u gevoelig te maken voor het
probleem en voor de rol die Dexia
kan spelen in een Franstalig
bedrijf
waarvan
hij
alleenaandeelhouder is.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Jean-Luc Crucke à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la rencontre avec les responsables du Fonds monétaire international" (n° 10357)
11 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de ontmoeting met de beleidsmensen van het Internationaal Monetair Fonds"
(nr. 10357)
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
11.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la ministre, les lecteurs de
Sud Presse dont je suis ont pu suivre avec intérêt le récit de votre
voyage aux États-Unis pour l'investiture du président Obama. Par
contre, vous aviez annoncé que votre déplacement au pays de l'Oncle
Sam était également motivé par une rencontre prévue de longue date
avec les responsables du Fonds monétaire international.
Quand avez-vous rencontré les responsables en question? Qui
étaient-ils? Quelle a été la teneur de vos discussions? En est-il
ressorti des propositions intéressantes pour le pays dans le cadre de
vos compétences?
11.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Mevrouw de minister, uw recente
reis naar de Verenigde Staten
werd niet enkel ingegeven door de
investituur van president Obama,
maar ook door een ontmoeting
met de beleidsmensen van het
Internationaal
Muntfonds.
Wanneer heeft u die personen
ontmoet? Over wie ging het?
Waarover
gingen
de
besprekingen? Zijn er interessante
voorstellen uit voortgevloeid voor
uw bevoegdheidsdomein?
11.02 Joëlle Milquet, ministre: Cher collègue, je suis ravie de
l'intérêt que vous portez à mes déplacements privés, en dehors de
tout cadre officiel. Il est vrai que dans ce cadre qui n'a rien à voir avec
mes compétences, j'ai été invitée par l'ambassadeur belge à une
rencontre, un soir à l'ambassade de Belgique, en compagnie de
représentants du monde socio-économique, de personnes travaillant
à la Banque mondiale ou au FMI, d'autres qui donnent des cours
d'économie. Nous avons abordé la question de la crise financière, la
manière dont les États-Unis envisagent leur plan de relance, la durée
de cette crise, l'impact sur l'Union européenne. J'ai également
rencontré des représentants du monde syndical pour voir comment ils
appréhendaient la question de l'emploi au niveau américain et les
répercussions de la crise dans le domaine.
Ces rencontres ne faisaient pas du tout partie d'un programme officiel
mais si vous voulez des dates et des heures, je peux vous dire que
cela s'est déroulé à 20.00 heures le lundi 19 janvier, à l'ambassade
de Belgique à Washington, Fox Hall 1.300.
11.02 Minister Joëlle Milquet: Ik
ben
opgetogen
over
uw
belangstelling voor mijn privé-
reizen. Ik was door de Belgische
ambassadeur uitgenodigd op een
ontmoeting op de ambassade in
gezelschap
van
vertegenwoordigers uit de sociale
en economische wereld, de
international instellingen en de
vakbonden. We hebben het over
de financiële crisis gehad. Die
ontmoetingen
hadden
niets
officieels en er was geen band met
mijn bevoegdheden.
Le président: Un regret de ne pas avoir été invité, monsieur Crucke?
11.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, on regrette
toujours de ne pas être invité dans un cadre pareil. Mais c'est surtout
le contenu des discussions que j'avais envie de connaître. Je ne
doutais pas que le rendez-vous était donné quelque part et chez
l'ambassadeur, c'est encore mieux: c'est aussi à cela qu'il sert.
Recevoir un vice-premier ministre dans les bâtiments officiels de la
Belgique à l'étranger, c'est le moins qu'il pouvait faire. J'aurais aimé
quelques mots sur le contenu des discussions et sur leur intérêt pour
la Belgique dans le cadre de vos compétences. Madame la ministre,
j'attendrai que vous en parliez dans la presse.
11.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
had graag kort iets gehoord over
de inhoud van de discussies en
het belang ervan voor België in het
kader van uw bevoegdheden. Ik
zal dus wachten tot u er in de pers
over praat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 10358 de M. Crucke est transformée en
question écrite, à sa demande.
De voorzitter: Vraag nr. 10358
van de heer Crucke wordt in een
schriftelijke vraag omgevormd.
12 Question de Mme Valérie Déom à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité
des chances sur "la campagne 'vêtements propres'" (n° 10359)
12 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de schone-klerencampagne" (nr. 10359)
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
12.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le président, madame la
ministre, les soldes sont déjà bien entamées. Ce moment est
l'occasion pour bon nombre de consommateurs de dénicher de
bonnes affaires et de se rhabiller à bon prix. La période des soldes
est également le moment choisi pour la campagne "vêtements
propres" afin de rappeler les conditions parfois lamentables dans
lesquelles les chaussures et vêtements que nous portons sont
fabriqués.
L'idée de la campagne est d'attirer l'attention sur certaines grandes
marques belges ou disponibles en Belgique sous l'angle de leur
engagement pour les droits fondamentaux des travailleurs: les
grandes marques ont-elles un code de bonne conduite qui reconnaît
leur responsabilité vis-à-vis des conditions de travail? Les grandes
marques font-elles attention à ce que leurs produits soient fabriqués
par des travailleurs qui bénéficient d'un emploi que l'on peut qualifier
de décent? Ces travailleurs ont-ils le droit d'association? Perçoivent-
ils un salaire équivalent au minimum vital?
Trente-trois entreprises sont étudiées. Une brochure reprend les
informations récoltées auprès des marques qui ont accepté de
participer à l'enquête.
J'estime que la démarche est bonne. Il me semble important d'attirer
l'attention des consommateurs de façon positive sur les pratiques
utilisées par les enseignes de mode où nous nous approvisionnons,
notamment en termes de respect des droits élémentaires des
travailleurs.
Sur les 33 entreprises mentionnées dans la brochure, 29 font
référence à un code de conduite, marquant par là une volonté de
progrès, même si le code n'est pas toujours appliqué. Par exemple,
une entreprise sur trois affirme tenir compte dans son code de bonne
conduite des pratiques d'approvisionnement alors qu'une grande
partie d'entre elles s'approvisionne massivement en Chine, pays qui
ne reconnaît pas la liberté d'association.
Madame la ministre, l'idée du code de bonne conduite interne aux
entreprises de mode me semble un premier pas à exploiter. Est-il
envisageable que chaque entreprise qui fabrique ou commercialise
des vêtements, chaussures et accessoires de mode se dote d'un
code de bonne conduite?
À côté de la généralisation des codes de conduite, quelles solutions
peuvent-elles être envisagées pour pallier l'absence de régulation
contraignante en matière de responsabilité de filière, de respect de
normes salariales, de droits pour les travailleurs de s'organiser en
syndicats?
Est-il envisageable de mettre en place une sorte de label qui pourrait
être accordé aux entreprises qui non seulement adoptent un code de
bonne conduite intégrant leurs responsabilités en termes de respect
des droits fondamentaux des travailleurs, mais qui appliquent
réellement ce code de bonne conduite dans leurs relations avec leurs
fournisseurs, notamment?
Enfin, cette problématique s'inscrit dans le cadre de la définition du
12.01 Valérie Déom (PS): In het
kader van de Schone Kleren
Campagne wordt gewezen op de
soms
erbarmelijke
omstandigheden
waarin
onze
schoenen en kleding worden
vervaardigd. De campagne wil de
aandacht vestigen op de mate
waarin bepaalde merken de
elementaire werknemersrechtenal
of niet in acht nemen. Beschikken
ze over een gedragscode waarin
hun
verantwoordelijkheid
met
betrekking
tot
de
arbeidsomstandigheden
erkend
wordt? Zien ze erop toe dat hun
producten vervaardigd worden
door
arbeiders
die
in
menswaardige
omstandigheden
werken? Genieten die arbeiders
het recht van vereniging? Krijgen
ze een loon dat op zijn minst gelijk
is aan het bestaansminimum?
Heel wat bedrijven verwijzen naar
een gedragscode, waaruit hun
goede wil moet blijken, maar die
wordt niet altijd in praktijk
gebracht. Is het mogelijk aan alle
fabrikanten of verkopers van
modeartikelen zo'n code op te
leggen?
Welke
oplossingen
kunnen worden aangedragen om
het ontbreken van een dwingende
regulering
inzake
verantwoordelijkheid voor het hele
productieproces,
inachtneming
van de loonnormen en toekenning
van het recht van vereniging, te
verhelpen? Kan bijvoorbeeld een
label worden ingevoerd voor
bedrijven die een gedragscode
goedkeuren en toepassen?
Deze problematiek is ingebed in
het ruimere begrip `waardig werk',
zoals dat door de Internationale
Arbeidsorganisatie (IAO) wordt
omschreven. Welke maatregelen
zal u nemen om ervoor te zorgen
dat ook in het ontwikkelingsbeleid
met dit aspect rekening zou
worden gehouden?
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
travail décent définie par l'OIT, c'est-à-dire libre choix, protection
sociale, normes de travail, dialogue social et droit de négociation.
Quelles mesures envisagez-vous pour que cette dimension soit prise
en compte dans les politiques de développement?
12.02 Joëlle Milquet, ministre: Madame Déom, vous me demandez
s'il est possible que les entreprises se dotent d'un code de bonne
conduite? Évidemment, ce l'est comme le démontre l'enquête!
D'ailleurs, 29 des 33 entreprises présentes sur le marché belge font
référence à un code de conduite. Ce dernier s'inscrit cependant dans
une démarche volontaire, dont l'adoption n'est pas exigée de
l'entreprise et celle-ci, lorsqu'elle l'adopte, le fait dans un souci
d'information plutôt pour le consommateur. Cette démarche étant non
contraignante, sa mise en oeuvre demeure très difficile à vérifier et
contrôler.
À côté de la généralisation des codes de conduite, quelles sont les
solutions qui peuvent être envisagées pour pallier l'absence de
régulation contraignante en matière de responsabilité? Il existe des
règles obligatoires en matière de droit du travail et de nombreuses
conventions de l'OIT régissent les différentes facettes de la relation
travailleur/employeur en matière de salaires, de négociations
collectives, de temps de travail, etc. Ces conventions de droit
international sont des règles obligatoires pour les États qui les ratifient
à charge pour ces derniers d'assurer leur mise en oeuvre. La
promotion de la ratification des conventions doit être prioritaire, car
elle rend au moins les principes contraignants. La Commission a
d'ailleurs invité tous les États membres à montrer l'exemple en
ratifiant et en appliquant les conventions que l'OIT a répertoriées
comme étant à jour.
Un label est-il envisageable pour les entreprises qui adoptent un code
de conduite et l'appliquent réellement? En fait, votre question souligne
toute la difficulté des labels dans le cadre international. Le code sera-
t-il appliqué réellement? Comment vérifier cette application quand il
s'agit par exemple de filières de production s'étendant sur cinq pays
et trois continents afin d'octroyer le label? Le rapport de la campagne
"vêtements propres" insiste sur le fait qu'un organe de vérification
indépendant et multipartite est nécessaire.
De tels mécanismes sont progressivement mis sur pied, comme le
"Fair Labour Association" qui accrédite des bureaux d'audit, afin de
certifier les entreprises qui regroupent des ONG, des syndicats et
effectue des contrôles, sur la base d'un rapportage volontaire.
Les mécanismes sont variés, mais il faut évidemment qu'ils soient
professionnels, sérieux et faisables, ce qui n'est pas toujours le cas
surtout en cas de filières multiples. Le label offre une solution
intéressante dans la mesure où il garantit une information du
consommateur. Évidemment, il faudra parvenir à une certification
standardisée, ce qui est plus complexe au niveau international.
Une série de propositions de loi sont discutées notamment sur ce
point et sur la problématique du commerce équitable au sein de notre
institution.
En ce qui concerne les mesures pour qu'un travail décent soit pris en
compte dans le cadre de la coopération au développement, je
12.02 Minister Joëlle Milquet:
De gedragscode is een onderdeel
van een vrijwillige aanpak. De
tenuitvoerlegging ervan is dan ook
moeilijk te controleren.
Er kunnen andere oplossingen
worden
overwogen
om
het
ontbreken van een dwingende
regulering te ondervangen. Tal van
IAO-verdragen
regelen
de
uiteenlopende facetten van de
relatie werknemer/werkgever. Die
internationaalrechtelijke verdragen
bevatten bindende regels die de
Staten die ze ratificeren moeten
naleven. De bevordering van de
ratificatie van de verdragen moet
dus prioritair zijn.
Een label voor bedrijven die een
gedragscode
goedkeuren
en
toepassen is een interessante
oplossing,
aangezien
het
garandeert dat de consument
wordt ingelicht. De uitwerking van
een dergelijke gestandaardiseerde
certificering is zeer complex op
internationale
schaal,
met
productieketens die zich over drie
continenten kunnen uitstrekken.
Een onafhankelijk en multipartiet
controleorgaan is noodzakelijk.
Dergelijke mechanismen, zoals de
Fair Labor Association, worden
geleidelijk aan opgericht.
In het Parlement worden er
wetsvoorstellen over die kwestie
en over de eerlijke handel
besproken.
Wat
de
ontwikkelings-
samenwerking betreft, had ik er in
mijn eerste beleidsnota in 2008
aan
herinnerd
dat
de
topontmoeting van de Verenigde
naties van september 2005 over
de
"opvolging"
van
de
millenniumverklaring, van waardig
werk voor allen een doelstelling
voor
de
internationale
gemeenschap gemaakt had. Het
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
signalais, dans ma première note de politique générale en 2008: "En
septembre 2005, le sommet des Nations unies relatif au suivi de la
déclaration du Millénaire a réaffirmé la nécessité d'une mondialisation
équitable. Il a fait du travail décent pour tous un objectif de la
communauté internationale et a souligné le rôle essentiel de la qualité
de l'emploi dans l'action contre la pauvreté".
L'agenda du travail décent est vraiment une des priorités de l'OIT.
Dans le cadre des 90 ans de l'OIT, nous allons organiser un
symposium à ce sujet en Belgique. L'agenda du travail décent vise à
garantir les droits fondamentaux au travail qui constituent un socle
minimal de droits, approuvé par la communauté internationale et se
fonde sur des approches intégrées qui incluent le droit du travail et la
protection sociale.
Je ne peux que soutenir activement l'agenda, la tenue d'une
conférence en 2009 et l'amplification du travail en la matière.
J'aimerais d'ailleurs qu'au niveau européen, on s'inscrive activement
dans la ligne de travail de l'OIT.
is ook een prioriteit voor de IAO.
Naar aanleiding van de 90
e
verjaardag van die organisatie
wordt trouwens een symposium
over dat onderwerp in ons land
georganiseerd.
Ik kan die initiatieven alleen maar
steunen. Ik zou trouwens graag
willen dat de Europese Unie zich
aansluit bij de werkoriëntatie van
de IAO.
12.03 Valérie Déom (PS): Madame la ministre, je vous remercie
pour cette réponse très complète. On touche, d'une part, à la limite de
l'autorégulation et à l'application des codes de bonne conduite et,
d'autre part, à la difficulté d'harmoniser ces notions importantes pour
la protection des travailleurs au niveau européen et international. En
effet, parmi les propositions existantes, nous en avons déposé une
concernant la définition du commerce équitable et ses possibilités de
passer par l'octroi d'un label.
Je pense qu'il faut encourager l'ensemble des instruments naissants
que vous avez cités, afin que tout soit mis en oeuvre au niveau
européen et international pour arriver à une définition harmonisée. Il
est bon d'avoir des codes de bonne conduite et des bonnes intentions
mais, comme le dit l'expression, l'enfer est souvent pavé de bonnes
intentions.
12.03 Valérie Déom (PS): We
belanden bij de grenzen van de
zelfregulering en de moeilijkheid
van
het
harmoniseren
op
internationaal niveau. Onder de
bestaande voorstellen, hebben we
er een ingediend over de definitie
van
billijke
handel
en
de
mogelijkheid tot productlabeling.
Op Europees en internationaal
niveau dienen we de door u
aangehaalde
ontluikende
instrumenten aan te moedigen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van mevrouw Sonja Becq aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "de verwijdering van werklozen jonger dan 50 jaar uit het PWA-systeem" (nr. 10368)
13 Question de Mme Sonja Becq à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "l'exclusion de chômeurs de moins de 50 ans du système ALE" (n° 10368)
13.01 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, (...) over de nieuwe PWA-regeling. Vanaf 1 juli 2009 zouden
de PWA-werknemers jonger dan 50 jaar in huishoudelijke arbeid naar
een vaste tewerkstelling worden georiënteerd.
Wij hebben het vroeger al gehad over het probleem dat in de nodige
overgangsregelingen moest worden voorzien. Aangezien nu in de
Ministerraad echter werd beslist om de nieuwe regeling effectief door
te voeren, is het belangrijk ­ er is ook vraag naar ­ om een zicht te
krijgen op de manier waarop betrokkenen worden begeleid en
geholpen om effectief een andere tewerkstelling te vinden. Zij kunnen
immers niet langer bij de PWA-tewerkstellingsregeling terecht.
Tegelijk moeten trouwens ook de gezinnen waar de betrokken
13.01 Sonja Becq (CD&V): À
partir du 1
er
juillet 2009, les
travailleurs ALE de moins de 50
ans qui effectuent des travaux
ménagers devraient être orientés
vers un emploi fixe. Comment les
intéressés, qui ne ressortiront plus
à la réglementation ALE, seront-ils
accompagnés?
Comment
les
ménages où ces travailleurs
étaient occupés en seront-ils
informés? Un plan échelonné a-t-il
été élaboré pour les quelque 5.000
travailleurs
et
selon
quel
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
werknemers zijn tewerkgesteld, worden geïnformeerd van het feit dat
zij op een ander systeem een beroep zullen moeten doen of op een
nieuwe manier met de betrokken personeelsleden te werk zullen
moeten gaan.
Mevrouw de minister, ik had uit vroegere berekeningen begrepen dat
het over zowat 5.000 werknemers zou gaan. Het is dus belangrijk dat
schematisch van het dossier werk wordt gemaakt en dat een
stappenplan wordt uitgewerkt.
Op welke manier zal de regeling worden doorgevoerd? Is er een
stappenplan? Is er een tijdsplan, waarin effectief staat op welke
manier betrokkenen worden geïnformeerd?
Ik heb nog een bijkomende vraag. Wordt er niet gevreesd dat er een
toevloed naar de gewestelijke bemiddelingsdiensten zal komen?
Werden met de Gewesten afspraken gemaakt over, enerzijds,
algemene informatie vanwege de RVA en, anderzijds, over de
individuele begeleiding, die ook een opdracht van de gewestelijke
diensten is? Op welke manier werden ter zake afspraken gemaakt?
Werden voornoemde afspraken in het tijdpad opgenomen?
Ik heb ook nog een vraag over de PWA-beambten. Er zouden minder
werknemers door de PWA-diensten worden begeleid of opgevolgd. Ik
kan mij voorstellen dat er bij de PWA-beambten enige onzekerheid
leeft over de vraag of een en ander al dan niet een inkrimping van hun
opdracht zou betekenen. Welke boodschap moeten wij ter zake aan
de PWA-beambten geven? Waaraan kunnen of moeten zij zich wel of
niet verwachten?
calendrier?
N'y aura-t-il pas un afflux vers les
services de médiation régionaux?
Des accords ont-ils été conclus
avec les Régions en ce qui
concerne des informations de
l'ONEM et l'accompagnement
individuel? Dans l'affirmative, quel
est le calendrier prévu? Quelles
seront les conséquences de tout
ceci pour les agents ALE?
13.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Becq,
het ontwerp van koninklijk besluit dat huishoudelijke taken voor PWA-
werknemers
jonger
dan
50 jaar
en
zonder
partiële
arbeidsonbekwaamheid wil afschaffen, werd op de Ministerraad van
16 januari 2009 goedgekeurd. Het ontwerp van KB moet voor
publicatie nog aan de Koning ter ondertekening worden voorgelegd.
Het zal op 1 juli 2009 in werking treden. Dat geeft ons dus vijf
maanden om de mensen waarop deze maatregel betrekking heeft te
sensibiliseren en te begeleiden.
Tijdens deze vijf maanden zijn de volgende etappen gepland.
Ten eerste, dit dossier zal tijdens de interministeriële conferentie van
donderdag 29 januari 2009 worden besproken. Het PWA-systeem
mag dan wel onder de federale bevoegdheid vallen, toch zijn de
begeleiding en vorming van werklozen regionale bevoegdheden.
Daarom moet er met de verschillende regeerniveaus worden
vergaderd.
Ten tweede, ik heb de RVA gevraagd om dit punt in de maand
februari op de agenda te plaatsen van het college van leidinggevende
ambtenaren, waarin de RVA, de VDAB, de FOREM en ACTIRIS
zetelen.
Ten derde, er zullen ontmoetingen worden georganiseerd door de
coördinatoren van de PWA-beambten, met alle PWA-beambten, om
hen te informeren over de maatregel, over de verschillende etappen
die wij zullen volgen en over het gespreksschema, teneinde de PWA-
13.02 Joëlle Milquet, ministre:
Le projet d'arrêté royal qui vise à
supprimer les tâches ménagères
pour les travailleurs ALE de moins
de cinquante ans a été approuvé
par le conseil des ministres du 16
janvier 2009 et entrera en vigueur
le 1
er
juillet 2009 après avoir été
signé par le Roi. Nous avons donc
cinq mois pour conscientiser les
intéressés.
Ce dossier sera examiné lors de la
conférence interministérielle du 29
janvier 2009. Le système ALE est
une compétence fédérale mais
l'accompagnement et la formation
des
chômeurs
sont
une
compétence
régionale.
J'ai
demandé à l'ONEM d'inscrire ce
point à l'ordre du jour du collège
des fonctionnaires dirigeants de
février.
Des rencontres avec tous les
agents ALE seront organisées afin
de les informer des différentes
étapes qui devront être franchies
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
werknemers te oriënteren naar een dienstenchequesysteem.
Ten vierde, ik heb de RVA eveneens gevraagd om in drie brieven te
voorzien, om de beslissingen van de regering en de mogelijke
alternatieve piste voor de betrokkenen persoonlijk en gedetailleerd toe
te lichten.
Zo zal er een brief worden gestuurd naar, ten eerste, de betrokken
gebruikers, om hen de beslissing van de regering uit te leggen en het
dienstenchequesysteem voor te stellen. Er zal ook worden
gepreciseerd dat, indien hun PWA-werknemer werkt via een
dienstencheque-onderneming, zij de onderhoudsdiensten van
dezelfde persoon kunnen blijven genieten, maar dan via
dienstencheques.
Er zal, ten tweede, ook een brief worden gestuurd naar de PWA-
beambten, om de beslissing van de regering te verklaren en hen uit te
leggen dat zij een heel belangrijke rol zullen spelen bij het informeren
van de gebruikers en vooral van de betrokken PWA-werknemers.
Er zal, ten slotte, ook een brief worden gestuurd naar de PWA-
werknemers, om de beslissing van de regering te verklaren, maar ook
om alle mogelijke alternatieven uit te leggen, bijvoorbeeld dat zij in het
dienstenchequesysteem terechtkomen, maar ook de mogelijkheid
krijgen om andere activiteiten in het PWA-systeem uit te oefenen,
zoals kinderopvang, en om begeleiding en vorming te krijgen via de
regionale tewerkstellingsdiensten, de VDAB, de FOREM of ACTIRIS.
Er zal bovendien worden uitgelegd dat zij de PWA-beambten vóór 1
juni individueel zullen ontmoeten.
Ten vijfde, er is ook gepland dat de PWA-beambten de betrokken
werknemers persoonlijk en individueel zullen ontmoeten. Tijdens deze
ontmoeting zullen de PWA-beambten de werknemers kunnen
informeren over de verschillende mogelijkheden en op al hun vragen
kunnen antwoorden.
pour orienter les travailleurs ALE
vers le système des titres-
services. L'ONEM adressera un
courrier personnel aux utilisateurs,
aux agents et aux travailleurs ALE
pour les informer de toutes les
possibilités qui sont offertes.
Les utilisateurs pourront continuer
à faire appel au même travailleur
dans l'hypothèse où il offrirait
désormais ses services à une
entreprise
de
titres-services.
Quant aux travailleurs, ils pourront
soit offrir leurs services à une
entreprise de titres-services, soit
exercer d'autres activités au sein
du système ALE. Ils bénéficieront
dans
ce
cadre
d'un
accompagnement des services de
placement régionaux. Ils seront
invités à un entretien personnel
avec leur agent ALE avant le 1
er
juin.
13.03 Sonja Becq (CD&V): (...) schematisch, want het is toch wel
een heel werk. Misschien klinkt dat nog wel ver, 1 juli, maar ik houd
mijn hart vast als er inderdaad mensen zijn die op dat moment, vanaf
1 juli, vaststellen dat ze geen alternatief hebben en dan toch nog
verder moeten zoeken. In die zin vind ik het toch wel belangrijk dat er
schematisch wat gebeurt.
Ofwel heb ik niet goed geluisterd, mevrouw de minister, ofwel heeft u
geen antwoord gegeven op de vraag naar consequenties voor PWA-
beambten. Het kan ook zijn dat ik het niet goed heb gehoord, maar
dan herhaal ik mijn vraag, met name zal deze operatie uiteindelijk ook
consequenties hebben voor de PWA-beambten zelf? Ik vermoed dat
er op 1 juli een vijfduizendtal mensen minder te begeleiden zullen zijn
in de PWA-diensten. Blijven zij daar werkzaam met dezelfde opdracht
als ze tot nu toe hebben of moeten zij daar ook veranderingen in
verwachten? Is daar ergens duidelijkheid over welke richting dat
uitgaat? Zullen zij nieuwe taken krijgen of iets dergelijks? Ik kan mij
toch voorstellen ­ u zeker ook ­ dat die mensen met die vragen zitten.
13.03 Sonja Becq (CD&V): Je
frémis à l'idée qu'à la date du 1
er
juillet, des travailleurs ALE doivent
constater qu'ils n'ont pas le choix.
Il importe donc de prendre les
dispositions requises pour les
accompagner.
La ministre n'a pas répondu à ma
question
relative
aux
conséquences
de
ces
changements pour les agents
ALE, lesquels auront moins de
travail à cause de la nouvelle
réglementation.
Se
verront-ils
confier de nouvelles missions?
13.04 Minister Joëlle Milquet: De andere mogelijke activiteiten in het
kader van de PWA's zullen volgens de normale gang van zaken
blijven verlopen, bijvoorbeeld de kinderopvang aan huis,
13.04 Joëlle Milquet, ministre:
Les agents ALE pourront remplir
encore
plus
scrupuleusement
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
huishoudelijke hulp bij bvba's, enzovoort. De PWA-beambten zullen
dus nog steeds hun belangrijkste werk kunnen voortzetten, met
misschien een betere begeleiding.
leurs autres missions, à savoir le
suivi de l'accueil de la petite
enfance
à
domicile,
l'aide
ménagère dans des SPRL, etc.
13.05 Sonja Becq (CD&V): Ik stel de vraag maar. Ze hebben
inderdaad nog wel hetzelfde takenpakket, maar het gaat om minder
mensen die ze begeleiden. Vandaar dat er toch wel ongerustheid
heerst. Ik denk niet dat we ervan moeten uitgaan dat alle mensen die
via de PWA's in de huishoudhulp zitten, automatisch naar de
tuinklussen of iets dergelijks zullen worden georiënteerd. Ik hoor ook
vanuit verschillende bedrijven die te maken hebben met
dienstencheque en poetshulp dat zij echt op zoek zijn naar mensen.
Ik denk dat er daar zeker een toekomst is binnen die
dienstenchequebedrijven.
13.05 Sonja Becq (CD&V): La
ministre fait l'impasse sur le climat
d'inquiétude
qui
règne
actuellement. Tous les travailleurs
ALE qui s'acquittent aujourd'hui de
tâches ménagères ne pourront
pas être orientés vers de petits
travaux de jardinage, par exemple.
Si j'ai bien compris, beaucoup
d'entreprises de titres-services
manquent de nettoyeuses et de
nettoyeurs.
13.06 Minister Joëlle Milquet: Dat is ook een vraag voor de dialoog.
Dat gaat over het statuut.
13.07 Sonja Becq (CD&V): Ik denk het ook.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vraag nummer 10371 van mevrouw De Maght
wordt uitgesteld.
Le
président:
La
question
n° 10371 de Mme De Maght est
reportée.
14 Vraag van de heer Jo Vandeurzen aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het toepassingsgebied van het interprofessioneel akkoord en het herstelplan"
(nr. 10372)
14 Question de M. Jo Vandeurzen à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "le champ d'application de l'accord interprofessionnel et du plan de relance" (n° 10372)
14.01 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de
minister, ik heb maar een korte vraag.
De regering heeft het interprofessioneel akkoord mee helpen tot stand
komen met een aantal lastenverlagingen en maatregelen. Er is ook
het relanceplan van de federale regering.
Mijn vraag is in welke mate de maatregelen die daarin zitten vervat,
ook van toepassing zijn op de social profit in de private en de
openbare sector, en de overheidsbedrijven. Dit zijn drie sectoren
waarin toch heel wat mensen zijn tewerkgesteld en het is de vraag in
welke mate een aantal van de fiscale en sociale maatregelen ook hier
van toepassing is.
14.01 Jo Vandeurzen (CD&V):
Dans
quelle
mesure
les
dispositions fiscales et sociales de
l'accord
interprofessionnel
s'appliquent-elles aussi au non
marchand dans les secteurs privé
et public ainsi qu'aux entreprises
publiques?
14.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, het
interprofessioneel akkoord is van toepassing op alle werkgevers en
werknemers die vallen onder de toepassing van de wet van
5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomst en
het paritair comité.
Dit betekent dat de bepalingen van het IPA niet van toepassing zijn op
de openbare social-profitsector, noch op de overheidsbedrijven zoals
14.02 Joëlle Milquet, ministre:
L'accord interprofessionnel (AIP)
s'applique à tous les employeurs
et à tous les travailleurs qui sont
régis par la loi du 5 décembre
1968. Dès lors, il ne s'applique pas
au secteur non marchand public ni
aux entreprises publiques, à
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
De Post, de NMBS en Belgacom. Alhoewel voor Belgacom de nuance
moet worden gemaakt dat een deel van Belgacom ressorteert onder
de wet van 1968 en dus onder het IPA valt.
De private social-profitsector ressorteert wel onder de toepassing van
het IPA en de daarin afgesproken maatregelen. Hierbij wens ik toch te
benadrukken dat een aantal maatregelen, opgenomen in het IPA, nog
een invulling vraagt op het niveau van de sectoren. Dit is bijvoorbeeld
het geval voor de invoering van de mogelijke loonsverhoging.
Wat de toepassing betreft van het relanceplan zal de regering
eerstdaags een definitieve beslissing nemen met betrekking tot de
toepassing van bepaalde maatregelen op de overheidsbedrijven. Dit
zal voor donderdag zijn. Meer in het bijzonder zal een beslissing
worden genomen over de toepassing op De Post van de laatste
verlagingen voor ploegenarbeid, nachtarbeid en de overuren, evenals
de toepassing van de maatregel die voorziet in de verhoging van de
niet door te storten inhouding op de bedrijfsvoorheffing. Op dit
ogenblik is er een discussie aan de gang op het niveau van
werkgroepen over Belgacom en de NMBS. Tot op dit ogenblik hebben
wij nog geen akkoord daarover bereikt.
Verder heb ik zelf voorgesteld om de maatregel die voorziet in de
verhoging van de niet door te storten inhouding op de
bedrijfsvoorheffing en die ook van toepassing is op de private social-
profitsector, om te vormen tot een verhoging van de sociale Maribel-
middelen voor de social-profitsector.
Dit betekent concreet dat een gedeelte van de voorziene middelen in
het relanceplan voor de verhoging van de niet door te storten
inhouding op de bedrijfsvoorheffing, 233 miljoen euro in 2009 en
590 miljoen euro in 2010, zal worden aangewend voor de verhoging
van de enveloppes voor de sociale Maribel die worden toegekend aan
de verschillende sociale-Maribelfondsen van de paritaire comités van
de private social profit sector. Het gaat hier in totaal om een bedrag
van ongeveer 25,6 miljoen euro in 2009 en 72,5 miljoen euro in 2010
voor de enveloppes voor de Maribel. Deze bedragen kunnen dan via
het stelsel van de sociale Maribel door de verschillende social profit
sectoren worden omgezet in bijkomende jobs. Budgettaire
beperkingen laten momenteel niet toe een gelijkaardige maatregel te
nemen voor de openbare social profit sector.
l'exception
d'une
partie
de
Belgacom. Par contre, le secteur
non marchand privé tombe sous
l'application de l'AIP.
Concernant l'application du plan
de relance, le gouvernement
décidera très prochainement si les
réductions pour le travail en
équipes, le travail de nuit et les
heures supplémentaires, ainsi que
la majoration de la retenue de
précompte professionnel qui n'est
pas à rétrocéder, s'appliquent à La
Poste. Des groupes de travail ont
aussi été constitués concernant
Belgacom et la SNCB.
J'ai
proposé
en
outre
de
transformer la mesure qui prévoit
la majoration de la part du
précompte professionnel retenue
mais
non
versée
en
une
augmentation des moyens pour le
Maribel social du secteur non
marchand. Cela représente des
montants de respectivement 25,6
millions et 72,5 millions d'euros
pour les enveloppes Maribel en
2009 et 2010. Ces montants
pourront être convertis en emplois
supplémentaires.
Actuellement,
des restrictions budgétaires nous
empêchent
de
prendre
une
mesure similaire pour le secteur
public non marchand.
14.03 Jo Vandeurzen (CD&V): Ik dank de minister uiteraard voor het
antwoord. Voor mij zijn er twee principiële discussies. Als voor een
aantal overheidsbedrijven die op de internationale markt concurreren
zoals Belgacom en De Post, bij de liberalisering de lastenverlagingen
niet van toepassing zijn, ontstaat er natuurlijk een structureel
probleem voor deze bedrijven.
14.03 Jo Vandeurzen (CD&V):
Un problème structurel se pose à
partir du moment où la réduction
des charges ne s'applique pas aux
entreprises publiques qui sont en
concurrence avec d'autres sur le
marché international.
En outre, le secteur public ne pouvant pas profiter de ces moyens
pour arriver à une opération Maribel comme c'est le cas pour le
secteur privé, cela crée une différence remarquable entre le secteur
privé et le secteur public en termes de personnel, de capacité,
d'équipement de certaines maisons de repos ou des hôpitaux. Telle
n'est pourtant pas la tradition dans notre pays.
Aangezien de overheidssector, in
tegenstelling tot de privésector,
geen gebruik kan maken van die
middelen voor
een Maribel-
operatie, ontstaat er bovendien
een
verschil
tussen
beide
sectoren.
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
14.04 Joëlle Milquet, ministre: Monsieur le président, cher collègue,
en ce qui concerne le premier point, les discussions sont en cours.
En ce qui concerne le deuxième point, j'ai l'intention de prendre la
mesure. Pour ce, il faut que l'on puisse disposer des montants
budgétaires nécessaires. De tels montants avaient été réservés pour
la mise en place de quelques mesures. Toutefois, les surcoûts du
plan de relance ont, pour ainsi dire, mangé l'ensemble des moyens.
En effet, toute une série d'éléments n'avaient pas été comptabilisés
par les partenaires sociaux.
Des discussions à ce sujet doivent donc avoir lieu à l'occasion de
l'ajustement budgétaire. Mais il faut savoir que cela nécessitera des
compensations. Cela dit, il s'agit d'une mesure que je défends.
Quant à l'éventuel élargissement de la mesure, je dois dire que nous
sommes déjà très heureux d'avoir pu prendre la mesure Maribel
social qui est vraiment très importante et très intéressante pour
l'emploi dans le secteur non marchand. Mais, selon moi, il est logique
de procéder de la même manière pour le secteur privé non marchand.
Nous allons en tout cas le faire à l'occasion de l'ajustement. Dans ce
cas, il y aura un impact budgétaire.
Ici, la mesure est neutre sur un plan budgétaire; c'est là que se situe
la différence.
14.04 Minister Joëlle Milquet:
Wat het eerste punt betreft, wordt
er momenteel onderhandeld. Wat
het tweede punt betreft, is het mijn
bedoeling om in die richting voort
te gaan, maar daartoe zullen er op
de begroting voldoende middelen
moeten worden uitgetrokken. Het
is logisch dat we voor de private
non-profitsector op dezelfde wijze
te werk gaan en we zullen de
kwestie
tijdens
de
begrotingsaanpassing bespreken.
In het voorliggende geval is de
maatregel begrotingsneutraal en
daarin ligt het verschil.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Willem-Frederik Schiltz aan de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "uitzendarbeid in de sector van de binnenvaart" (nr. 10408)
15 Question de M. Willem-Frederik Schiltz à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "le travail intérimaire dans le secteur de la navigation intérieure" (n° 10408)
15.01 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, een jaar geleden heeft mijn fractie een resolutie
ingediend om het koninklijk besluit van 13 december 1999 tot het
opleggen
van
een
verbod
op
uitzendkrachten
in
de
binnenscheepvaart op te heffen. De resolutie is nog altijd hangende in
de Kamer.
In september 2008 stelde mijn collega Ludo Van Campenhout u een
schriftelijke vraag daarover, waarop u antwoordde dat u druk aan het
onderhandelen was en dat u de voorstelen van de sociale partners
afwachtte.
Ik veronderstel dat die er nog niet zijn. Ik weet het niet. Misschien
weet u dat wel. Intussen word ik wel geconsulteerd door de sector en
wijst men mij op het nijpende personeelstekort in de binnenvaart. Men
ziet het toestaan van uitzendarbeid in die sector als een oplossing
voor de hoge werkdruk op het vaste personeel door het stijgende
personeelstekort. Er is ook het personeel dat vroeger op pensioen wil
gaan enzovoort.
Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat het opheffen van een verbod op
uitzendarbeid alleen kan bijdragen tot de marktpositie die ons land in
de binnenscheepvaart bekleedt. Het kan ook zorgen voor een betere
instroom van nieuwe krachten, waardoor die positie op langere termijn
15.01 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): Mon groupe a déposé
il y a un an une proposition de
résolution tendant à la suppression
de l'arrêté royal du 13 décembre
1999 instaurant une interdiction
d'occupation d'intérimaires dans
les entreprises ressortissant à la
compétence de la commission
paritaire de la batellerie. Cette
proposition est toujours pendante
à la Chambre. La ministre a
répondu à une question écrite
datant de septembre 2008 que les
négociations à ce sujet étaient en
cours et qu'elle attendait les
propositions
des
partenaires
sociaux. Le secteur évoque dans
l'intervalle un manque cruel de
personnel dans le domaine fluvial.
La commission paritaire de la
batellerie a-t-elle déjà pris une
décision? La ministre a-t-elle déjà
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
wordt gevrijwaard. Uiteraard mag een sector waar nog een
personeelstekort is, in tijden van economische crisis niet worden
drooggelegd. Bovendien zou die flexibiliteit ook de aantrekkingskracht
van de sector verhogen.
Ik heb daarover de volgende vragen, mevrouw de minister. Heeft het
paritair comité voor de binnenscheepvaart al een beslissing
genomen? Zo neen, wat is de stand van de onderhandelingen? Hebt
u al voorstellen ter zake van de sociale partners ontvangen? Ik zou
ook graag vernemen wat uw standpunt over uitzendarbeid in die
sector is.
reçu des propositions de la part
des partenaires sociaux? Quelle
est sa position concernant le
travail
intérimaire
dans
ce
secteur?
15.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer Schiltz, het paritair comité
voor de binnenscheepvaart en het Fonds voor Rijn- en
Binnenscheepvaart hebben verscheidene maatregelen genomen om
de instroom van varenden in de binnenscheepvaart te verbeteren.
Zo werd in samenspraak met de federale overheidsdienst Mobiliteit en
Verkeer de mogelijkheid gecreëerd om opleidingen en examens te
organiseren voor matroos in de binnenscheepvaart. Een aantal
kandidaten is reeds geslaagd.
Het Fonds voor de Rijn- en Binnenscheepvaart heeft in samenwerking
met het opleidingscentrum Syntra een opleidingstraject opgezet om
de instroom in de binnenscheepvaart te verbeteren. Die opleidingen
hebben als doel om meer werknemers de toegang tot de
binnenscheepvaart te verlenen.
Werknemers die in die opleidingen en examens slagen, voldoen aan
de normen en veiligheidsvoorschriften, opgelegd door de nationale en
internationale maritieme regelgeving.
Om de flexibiliteit in de arbeidsorganisaties te verhogen, hebben de
werkgevers zich ertoe verbonden om voorstellen te formuleren in een
speciale werkgroep in het paritair comité. De werkgroep vergadert op
basis van een voorstel van de werkgevers in de loop van februari.
Wat de tweede vraag betreft, het verbod op uitzendarbeid in de
binnenscheepvaart werd ingevoerd op verzoek van de werkgevers- en
werknemersorganisaties van het paritair comité voor de
binnenscheepvaart.
De motivatie hiervoor was dat verscheidene ondernemingen uit de
binnenscheepvaart een beroep deden op uitzendkrachten die niet
voldoen aan de voorwaarden om als varenden te worden
tewerkgesteld op binnenschepen. Die vaststellingen werden trouwens
gedaan door mijn inspectiediensten.
De opleidings- en tewerkstellingsvoorwaarden worden in belangrijke
mate opgelegd door nationale en internationale maritieme
regelgeving.
Het verbod op tewerkstelling van uitzendkrachten werd uitsluitend
ingegeven door veiligheidsoverwegingen. Tevens zoeken de sociale
partners naar een effectieve oplossing om illegale tewerkstelling via
buitenlandse uitzendkantoren onmogelijk te maken.
De organisaties van het paritair comité van de binnenscheepvaart zijn
15.02 Joëlle Milquet, ministre:
La commission paritaire de la
batellerie et le Fonds pour la
navigation rhénane et intérieure
ont pris diverses mesures visant à
améliorer l'afflux de navigants
dans le secteur. Des formations et
des examens de matelot dans la
navigation intérieure ont pu être
organisés en concertation avec le
SPF
Mobilité et Transports.
Plusieurs candidats ont déjà réussi
ces épreuves. Un trajet de
formation visant à améliorer l'afflux
de personnel a été mis en place
par le Fonds pour la navigation
rhénane
et
intérieure
en
collaboration avec le centre de
formations Syntra. Les travailleurs
qui réussissent les examens
satisfont aux normes et consignes
de sécurité imposées par la
réglementation maritime nationale
et internationale.
Pour accroître la flexibilité, un
groupe de travail constitué au sein
de la commission paritaire se
réunira en février sur la base d'une
proposition de l'employeur.
L'interdiction du travail intérimaire
dans le secteur de la navigation
intérieure a été instaurée à la
demande
des
organisations
patronales et syndicales étant
donné le recours fréquent à des
travailleurs intérimaires qui ne
répondaient pas aux conditions de
travail en tant que personnel
navigant. Ces conditions de
formation et d'emploi sont fixées
par la réglementation maritime
nationale
et
internationale.
L'interdiction a uniquement été
instaurée pour des raisons de
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
de mening toegedaan dat in de eerste plaats moet worden gezorgd
dat voldoende werknemers worden opgeleid die voldoen aan de
nationale en internationale normen om te functioneren in de
binnenvaart, vooraleer het verbod op uitzendkrachten kan worden
opgeheven.
Die doelstelling beantwoordt bovendien aan de doelstelling van de
sociale partners om laaggeschoolden en risicogroepen toegang te
verlenen tot de arbeidsmarkt. Wanneer aan die voorwaarden wordt
voldaan, zijn de sociale partners van de binnenscheepvaart bereid om
de opheffing van het verbod op uitzendarbeid in de
binnenscheepvaart te overwegen.
Wat de laatste vraag betreft, ik sluit mij volledig aan bij de analyse die
door de partners uit het betrokken paritair comité worden gemaakt.
sécurité. Les partenaires sociaux
cherchent un moyen d'empêcher
le travail illégal par le biais
d'agences d'intérim étrangères. Ils
veulent avant tout une formation
suffisante des travailleurs pour
que l'interdiction puisse être levée.
Cette mesure a pour but d'ouvrir le
marché du travail aux personnes
faiblement scolarisées et aux
groupes à risque.
15.03 Willem-Frederik Schiltz (Open Vld): Mevrouw de minister, als
ik het goed heb begrepen, is het enige struikelblok de kwalificatie met
het oog op de veiligheid. Men moet een bepaalde opleiding hebben
genoten om op een binnenvaartschip te kunnen werken. Ik heb
daarvoor alle begrip.
Als dat het enige is, dan heb ik goede verwachtingen en heeft die
werkgroep weinig om handen. Die zal kunnen vaststellen dat, als
wordt voldaan aan het internationaal veiligheidscriterium dat u
aanhaalt, er geen enkele reden meer is om uitzendarbeid niet toe te
staan, met dien verstande dat de uitzendarbeider de vereiste
opleiding heeft genoten.
Ik kijk uit naar een heel spoedige omvorming van het koninklijk
besluit.
15.03 Willem-Frederik Schiltz
(Open Vld): La seule pierre
d'achoppement est la sécurité. Je
comprends
qu'une
formation
particulière soit nécessaire pour
pouvoir travailler dans le secteur
de la navigation intérieure. S'il
s'agit du seul problème, j'ai bon
espoir que l'interdiction puisse être
levée.
Si
les
travailleurs
intérimaires ont suivi la formation
requise, rien ne justifie qu'ils soient
refusés.
J'attends
une
transposition rapide de l'arrêté
royal.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Question de Mme Camille Dieu à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des
chances sur "le cumul du jour de carence chez les ouvriers ayant plusieurs employeurs" (n° 10431)
16 Vraag van mevrouw Camille Dieu aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke
Kansen over "het cumuleren van de carensdag voor arbeiders met meerdere werkgevers" (nr. 10431)
16.01 Camille Dieu (PS): Madame la ministre, l'article 52, §1 de la
loi du 3 juillet 1978 relative au contrat de travail stipule que lorsque la
durée de l'incapacité de travail n'atteint pas 14 jours, le premier jour
ouvrable de l'incapacité pour l'ouvrier est un jour de carence. La
période de salaire garanti ne prend cours que le lendemain. En cas
de travail à temps partiel, le jour de carence est le premier jour où le
travailleur est supposé avoir normalement travaillé.
Les secrétariats sociaux interprètent cet article de manière assez
stricte et imposent aux ouvriers travaillant à temps partiel chez
plusieurs employeurs, lorsqu'ils sont malades, un jour de carence
chez chacun de ces derniers. En pratique, si vous êtes malade
pendant une semaine alors que vous travaillez pour deux employeurs,
vous avez deux jours de carence. C'est une situation qui est tout à fait
discriminatoire.
Il y a déjà une discrimination entre le statut d'ouvrier et le statut
d'employé, et entre les différentes commissions paritaires - dans
16.01 Camille Dieu (PS): Artikel
52 § 1 van de wet van 3 juli 1978
betreffende
de
arbeidsovereenkomsten
bepaalt
dat
wanneer
de
arbeidsongeschiktheid
geen
veertien dagen duurt, de eerste
werkdag van de periode van
arbeidsongeschiktheid
een
carensdag
is.
De
sociale
secretariaten
leggen
de
werknemers die bij verschillende
werkgevers
werken
een
carensdag
op
voor
elke
betrekking. Wij zouden graag zien
dat die carensdag zonder meer
wordt afgeschaft.
CRIV 52
COM 432
27/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
certaines commissions paritaires, le jour de carence est supprimé.
Mais si, en plus, une personne a la malchance de travailler pour deux
employeurs, quand la législation est appliquée de cette manière-là,
elle est pénalisée plusieurs fois et c'est inadmissible.
Bien entendu, nous souhaitons la suppression pure et simple du jour
de carence. Cela pourrait être discuté dans le cadre du
rapprochement des statuts d'ouvrier et d'employé dont nous avons
parlé. Tant que cette discussion n'a pas eu lieu avec les partenaires
sociaux, il faudrait au moins que les travailleurs ne soient pas
pénalisés plusieurs fois quand ils ont plusieurs employeurs.
16.02 Joëlle Milquet, ministre: Chère collègue, je vous remercie
pour votre question. C'est en effet grâce à des questions comme
celle-ci que l'on peut prendre des initiatives nouvelles.
Je pense que vous avez raison et qu'il faudrait modifier le dispositif
légal. Je vais demander que l'on prépare une proposition sur ce point
qui me semble légitime.
16.02 Minister Joëlle Milquet: Ik
zal vragen dat er voor dat punt een
voorstel uitgewerkt wordt, want het
lijkt mij legitiem.
16.03 Camille Dieu (PS): J'ai bien fait de poser ma question!
16.04 Joëlle Milquet, ministre: Oui, vous m'avez appris quelque
chose.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 10444 van de heer Jambon wordt uitgesteld.
Le
président:
La
question
n° 10444 de M. Jambon est
reportée.
17 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Werk en
Gelijke Kansen over "de prijsverhoging van de PWA-cheques" (nr. 10441)
17 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de
l'Égalité des chances sur "l'augmentation du prix des chèques ALE" (n° 10441)
17.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mevrouw de minister, op 1 januari 2009 werd de minimumprijs van
PWA-cheques verhoogd tot 5,95 euro, met het oog op een besparing
geraamd op 2,6 miljoen euro. Op het terrein is er nu een probleem
met PWA-klanten waarvan de geldigheid van hun contract verliep op
31 december laatstleden.
Volgens de richtlijnen van de RVA worden door de PWA-beambten,
ongeveer één maand voor het huidige gebruikerscontract vervalt,
nieuwe formulieren opgestuurd. In dit geval werden eind november
nieuwe formulieren opgestuurd naar de gebruikers om hun contract te
verlengen. Op dat ogenblik was er nog geen nieuws of was er nog
geen info omtrent de prijsverhoging, met als gevolg dat de beambten
nieuwe contracten hebben opgemaakt met de toen gekende oude
aanschafprijs.
Nu stellen PWA-beambten een interpretatieverschil vast tussen aan
de ene kant het KB van 23 december 2008 en anderzijds Accor
Services en de RVA. Volgens Accor en de RVA moeten de gebruikers
waarvan het geldigheidsformulier op 31 december 2008 vervalt een
contract hebben conform de nieuwe prijs, dus 5,95 euro.
17.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le 1
er
janvier 2009, le
prix minimum des chèques ALE a
été
porté
à
5,95 euros.
Il
n'apparaît pas clairement si les
clients ALE dont le contrat a expiré
le 31 décembre 2008 doivent ou
non à présent obtenir un contrat
tenant compte du nouveau prix.
Accor et l'ONEM répondent par
l'affirmative. En revanche, l'arrêté
royal du 23 décembre 2008 laisse
entendre le contraire. Pourquoi
cette différence d'interprétation?
Les
intéressés
doivent-ils
aujourd'hui continuer à payer
l'ancien prix ou déjà payer le
nouveau prix?
27/01/2009
CRIV 52
COM 432
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
Als men echter het KB aandachtig en letterlijk leest, dan ziet men dat
in artikel 3, §1, het volgende staat: "In afwijking van artikel 79bis, §2,
derde lid, van het KB van 25 november 1991 en voor zover het
agentschap het formulier bedoeld in artikel 79," enzovoort, "heeft
gevalideerd voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit," dus
voor 1 januari 2009, "is gedurende de geldigheidsduur van het
formulier de aanschafprijs voor de gebruiker deze voorzien in het
formulier," dus de oude prijs.
Mijn vraag is heel eenvoudig.
Vanwaar komt dat interpretatieverschil tussen het KB aan de ene kant
en Accor Services en de RVA aan de andere kant?
Wat is uw stelling? Moeten die mensen de oude of de nieuwe prijs
betalen?
17.02 Minister Joëlle Milquet: Conform artikel 3 van het koninklijk
besluit van 23 december 2008 moet vanaf 1 januari 2009 voor elke
inschrijving of herinschrijving de prijsverhoging worden toegepast. De
prijsverhoging gaat in voor alle gebruikersovereenkomsten die werden
afgesloten vanaf 1 januari 2009. Gebruikersovereenkomsten die
werden afgesloten in de loop van december 2008 met ingangsdatum
tussen 1 januari en 31 januari 2009 mogen nog de oude minimumprijs
voorzien. Om er zeker van te zijn dat de PWA-klanten goed zijn
geïnformeerd over de regels die van toepassing zijn tijdens de
overgangsperiode zal ik de RVA een omzendbrief toesturen.
17.02 Joëlle Milquet, ministre:
Conformément à l'arrêté royal du
23 décembre 2008, à partir du 1
er
janvier 2009 l'augmentation de prix
doit être appliquée à chaque
inscription
ou
réinscription.
L'augmentation de prix s'applique
à tous les contrats utilisateurs
conclus à compter du 1
er
janvier
2009. Les contrats utilisateurs
conclus dans le courant de
décembre 2008 qui entrent en
vigueur entre le 1
er
janvier et le 31
janvier 2009 peuvent encore être
basés sur l'ancien prix. J'enverrai
une circulaire à l'ONEM pour que
tous les clients ALE soient
correctement informés.
17.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Dank u voor het
duidelijke antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.33 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.33 heures.