KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 422
CRIV 52 COM 422
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
21-01-2009
21-01-2009
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de
staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan
de eerste minister, en staatssecretaris voor
Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van
Werk, en wat de aspecten inzake personen- en
familierecht betreft, toegevoegd aan de minister
van Justitie over "de problemen met de
internationale adoptie in de institutionele dialoog"
(nr. 9589)
1
Question de Mme Sarah Smeyers au secrétaire
d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles,
adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui
concerne les aspects du droit des personnes et
de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur
"les problèmes liés à l'adoption internationale
dans le contexte du dialogue institutionnel"
(n° 9589)
1
Sprekers:
Sarah
Smeyers,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs:
Sarah
Smeyers,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État au Budget et à la
Politique des Familles
Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-
eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken over "de internationale ontvoeringen door
ouders" (nr. 9815)
2
Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier
ministre et ministre des Affaires étrangères sur
"les rapts parentaux internationaux" (n° 9815)
2
Sprekers:
Karine
Lalieux,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs: Karine Lalieux, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État au Budget et à la Politique
des Familles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Justitie over "een anomalie in het Burgerlijk
Wetboek inzake het erfrecht" (nr. 9945)
5
Question de M. Peter Logghe au ministre de la
Justice sur "une anomalie dans le Code civil en
ce qui concerne le droit successoral" (n° 9945)
5
Sprekers: Peter Logghe, Melchior Wathelet,
staatssecretaris
voor
Begroting
en
Gezinsbeleid
Orateurs: Peter Logghe, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État au Budget et à la Politique
des Familles
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van Justitie over "het tijdstip vanaf wanneer een
kind erkend kan worden" (nr. 10145)
7
Question de M. Raf Terwingen au ministre de la
Justice sur "le moment à partir duquel un enfant
peut être reconnu" (n° 10145)
7
Sprekers:
Raf
Terwingen,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs: Raf Terwingen, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État au Budget et à la Politique
des Familles
Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister
van Justitie over "het toezicht op overeenkomsten
inzake het ouderlijk gezag bij (echt)scheiding"
(nr. 10148)
10
Question de M. Raf Terwingen au ministre de la
Justice sur "le contrôle des conventions relatives
à l'autorité parentale en cas de divorce"
(n° 10148)
10
Sprekers:
Raf
Terwingen,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs: Raf Terwingen, Melchior Wathelet,
secrétaire d'État au Budget et à la Politique
des Familles
Samengevoegde vragen van
12
Questions jointes de
12
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Justitie over "de vrijlating van carjackers na
een procedurefout" (nr. 9513)
12
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Justice sur "la libération des auteurs d'un
carjacking à la suite d'une erreur de procédure"
(n° 9513)
12
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van
Justitie over "de vrijlating van drie carjackers
ingevolge een procedurefout" (nr. 9567)
12
- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur
"la libération des trois auteurs d'un carjacking à la
suite d'une erreur de procédure" (n° 9567)
12
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Renaat
Landuyt, Stefaan De Clerck
, minister van
Justitie
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Renaat
Landuyt, Stefaan De Clerck
, ministre de la
Justice
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "de overbrenging van de
gedetineerde Marc Dutroux van de gevangenis
van Itter naar die van Nijvel" (nr. 9503)
15
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "le transfert du détenu Dutroux de la
prison d'Ittre à celle de Nivelles" (n° 9503)
15
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Clerck, minister van Justitie
Clerck, ministre de la Justice
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
minister van Justitie over "de vrijlating van
gevangenen door gevangenisdirecteurs zonder
voorafgaande toestemming" (nr. 9528)
15
Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la
Justice sur "la libération de détenus par des
directeurs de prison sans autorisation préalable"
(n° 9528)
15
Sprekers: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie, Renaat Landuyt,
Bert Schoofs, Fouad Lahssaini
Orateurs: Xavier Baeselen, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice, Renaat
Landuyt, Bert Schoofs, Fouad Lahssaini
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de
minister van Justitie over "de invulling van het
beginsel van de scheiding der machten"
(nr. 9568)
23
Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la
Justice sur "l'interprétation du principe de la
séparation des pouvoirs" (n° 9568)
23
Sprekers: Renaat Landuyt, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Renaat Landuyt, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de
minister van Justitie over "de vrijlating van de
persoon
verdacht
van
de
moord
op
Kitty Van Nieuwenhuysen" (nr. 9584)
25
Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la
Justice sur "la libération de la personne
suspectée
du
meurtre
de
Kitty Van Nieuwenhuysen" (n° 9584)
25
Sprekers: Renaat Landuyt, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Renaat Landuyt, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Els De Rammelaere aan de
minister van Justitie over "agenten die handelen
in wapens" (nr. 9712)
27
Question de Mme Els De Rammelaere au ministre
de la Justice sur "les agents qui se livrent à un
trafic d'armes" (n° 9712)
27
Sprekers: Els De Rammelaere, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Els De Rammelaere, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
minister van Justitie over "het onderzoek naar
disfuncties bij justitie en politie" (nr. 9649)
29
Question de M. Robert Van de Velde au ministre
de la Justice sur "l'enquête relative aux
dysfonctionnements au sein de la justice et de la
police" (n° 9649)
29
Sprekers: Robert Van de Velde, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie, Stefaan Van
Hecke
Orateurs: Robert Van de Velde, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice, Stefaan Van
Hecke
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
minister van Justitie over "het rapport van het VN-
comité tegen foltering over de Belgische
gevangenissen" (nr. 9559)
31
Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de
la Justice sur "le rapport du Comité contre la
torture de l'ONU sur les prisons belges" (n° 9559)
31
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
34
Questions jointes de
34
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Justitie over "een uitspraak van het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens" (nr. 9561)
34
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice
sur "un jugement rendu par la Cour européenne
des Droits de l'Homme" (n° 9561)
34
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van Justitie over "de uitspraak van het EHRM in
de zaak Salduz" (nr. 9887)
34
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "l'arrêt rendu par la CEDH dans
l'affaire Salduz" (n° 9887)
34
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie, Els De
Rammelaere, Carina Van Cauter
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice, Els De
Rammelaere, Carina Van Cauter
Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de
minister van Justitie over "de uithandengeving van
jongeren" (nr. 9562)
37
Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de
la Justice sur "le dessaisissement par le juge de
la jeunesse" (n° 9562)
38
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de 41
Question de Mme Sarah Smeyers au ministre de 41
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
minister van Justitie over "de preventie van
zelfdoding in gevangenissen" (nr. 9588)
la Justice sur "la prévention du suicide en milieu
carcéral" (n° 9588)
Sprekers: Sarah Smeyers, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Sarah Smeyers, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "het anti-semitisme in
sketches" (nr. 9627)
42
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "l'antisémitisme de scène" (n° 9627)
42
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Justitie over "het justitiepaleis van
Doornik" (nr. 9629)
44
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la
Justice sur "le palais de justice de Tournai"
(n° 9629)
44
Sprekers: Stefaan De Clerck, minister van
Justitie, Jean-Luc Crucke
Orateurs: Stefaan De Clerck, ministre de la
Justice, Jean-Luc Crucke
Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister
van Justitie over "het eigen 'snelrecht' van de
burgemeester van Merchtem" (nr. 9657)
45
Question de M. Michel Doomst au ministre de la
Justice sur "la procédure accélérée personnelle
du bourgmestre de Merchtem" (n° 9657)
45
Sprekers: Michel Doomst, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Michel Doomst, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
47
Questions jointes de
47
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Justitie over "het elektronisch toezicht" (nr. 9658)
47
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur
"la surveillance électronique" (n° 9658)
47
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "het elektronisch toezicht, de
uitvoering van korte straffen en de ondraagbare
werkdruk bij de justitiehuizen" (nr. 9942)
47
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"la surveillance électronique, l'exécution des
peines de courte durée et la pression du travail
insupportable dans les maisons de justice"
(n° 9942)
47
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de
minister van Justitie over "de toepassing van het
elektronisch toezicht" (nr. 10273)
47
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la
Justice sur "l'application de la surveillance
électronique" (n° 10273)
47
Sprekers: Stefaan De Clerck, minister van
Justitie, Michel Doomst, Bart Laeremans,
Sabien Lahaye-Battheu
Orateurs: Stefaan De Clerck, ministre de la
Justice, Michel Doomst, Bart Laeremans,
Sabien Lahaye-Battheu
Samengevoegde vragen van
55
Questions jointes de
55
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "overuren door geheim agenten van
de Staatsveiligheid" (nr. 9680)
55
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice
sur
"les
heures
supplémentaires
effectuées par des agents secrets de la Sûreté de
l'État" (n° 9680)
55
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Justitie over "de overuren van geheim agenten"
(nr. 9704)
55
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur
"les heures supplémentaires effectuées par des
agents secrets" (n° 9704)
55
- de heer Robert Van de Velde aan de minister
van Justitie over "de werkingsmiddelen van de
Staatsveiligheid" (nr. 9719)
55
- M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice
sur "les moyens de fonctionnement de la Sûreté
de l'État" (n° 9719)
55
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "de niet-uitbetaling van overuren van
geheim agenten" (nr. 9737)
55
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"le non-paiement des heures supplémentaires
effectuées par des agents secrets" (n° 9737)
55
Sprekers: Carina Van Cauter, Michel
Doomst, Robert Van de Velde, Raf
Terwingen, Stefaan De Clerck
, minister van
Justitie, Bruno Stevenheydens, Xavier
Baeselen
Orateurs: Carina Van Cauter, Michel
Doomst, Robert Van de Velde, Raf
Terwingen, Stefaan De Clerck
, ministre de la
Justice, Bruno Stevenheydens, Xavier
Baeselen
Samengevoegde vragen van
60
Questions jointes de
60
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister
van Justitie over "een datingsite voor criminelen
op internet" (nr. 9707)
60
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la
Justice sur "un site internet de rencontre destiné
aux criminels" (n° 9707)
60
- mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van 60
- Mme Jacqueline Galant au ministre de l'Intérieur 60
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Binnenlandse
Zaken
over
"de
internetaansluitingen in de gevangenissen"
(nr. 9932)
sur "les connexions internet dans les prisons"
(n° 9932)
Sprekers: Bruno Stevenheydens, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Bruno Stevenheydens, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
63
Questions jointes de
63
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "drugsrunners" (nr. 9725)
63
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"les rabatteurs qui incitent à consommer de la
drogue" (n° 9725)
63
- de heer Bert Schoofs aan de minister van
Justitie over "de haalbaarheid van een
gebiedsverbod voor auto's van drugsrunners,
zoals gesuggereerd door de Nederlandse politie"
(nr. 9954)
63
- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la
possibilité d'interdire la présence de voitures de
trafiquants de drogue, telle que suggérée par la
police néerlandaise" (n° 9954)
63
Sprekers: Raf Terwingen, Bert Schoofs,
Stefaan De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Raf Terwingen, Bert Schoofs,
Stefaan De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister
van Justitie over "de toegang tot rechtsbijstand in
de gesloten centra" (nr. 9742)
65
Question de Mme Zoé Genot au ministre de la
Justice sur "l'accès à l'aide juridique dans les
centres fermés" (n° 9742)
65
Sprekers: Zoé Genot, Stefaan De Clerck,
minister van Justitie
Orateurs: Zoé Genot, Stefaan De Clerck,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Justitie over "de autodiefstallen door
georganiseerde netwerken in de streek van
Doornik" (nr. 9752)
68
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
de la Justice sur "les vols de voitures en région de
Tournai par des filières organisées" (n° 9752)
68
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Justitie over "de aanslepende
gerechtelijke procedure in de zaak van de pcb-
vervuiling op het industrieterrein van Hennuyères"
(nr. 9753)
70
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
de la Justice sur "la lenteur de la procédure
judiciaire dans l'affaire de la pollution par les PCB
au zoning d'Hennuyères" (n° 9753)
70
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Justitie over "de problemen in
verband met de termijn waarbinnen zaken met
financiële belangen worden behandeld, in het
bijzonder wanneer het rechtzoekenden met lage
inkomens betreft" (nr. 9754)
72
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
de la Justice sur "les problèmes de délai dans le
traitement des affaires ayant des enjeux
financiers,
tout
particulièrement
lorsqu'un
justiciable a de faibles revenus" (n° 9754)
72
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister van Justitie over "de voorwaarden voor
de invrijheidstelling van personen die schuldig
bevonden zijn aan slagen met de dood tot gevolg"
(nr. 9757)
74
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
de la Justice sur "les conditions de remise en
liberté des personnes reconnues coupables de
coups ayant entraîné la mort" (n° 9757)
74
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie, Marie-
Christine Marghem
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice, Marie-
Christine Marghem
Vraag van mevrouw Marie-Christine Marghem
aan de minister van Justitie over "de manier
waarop gevolg gegeven dient te worden aan het
arrest van het Hof van Cassatie d.d.
1 september 2008
met
betrekking
tot
de
korpsoversten" (nr. 10076)
75
Question de Mme Marie-Christine Marghem au
ministre de la Justice sur "les suites à donner à
l'arrêt
de
la
Cour
de
cassation
du
1er septembre 2008 concernant les chefs de
corps" (n° 10076)
75
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
Sprekers: Marie-Christine Marghem, Stefaan
De Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Marie-Christine Marghem, Stefaan
De Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de
minister van Justitie over "de arrestaties naar
aanleiding van de Palestinabetoging in Brussel"
(nr. 9928)
78
Question de M. Bart Laeremans au ministre de la
Justice sur "les arrestations opérées dans le
cadre de la manifestation pour la Palestine
organisée à Bruxelles" (n° 9928)
78
Sprekers: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Bart Laeremans, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de
minister van Justitie over "de oproep van het
Executief van de Moslims van België om deel te
nemen aan de pro-Palestijnse betoging op
zondag 11 januari" (nr. 9952)
80
Question de M. Denis Ducarme au ministre de la
Justice sur "l'appel produit par l'Exécutif des
Musulmans de Belgique en faveur de la
manifestation pro-palestinienne du dimanche
11 janvier" (n° 9952)
80
Sprekers: Denis Ducarme, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Denis Ducarme, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
83
Questions jointes de
83
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van
Justitie over "de toestand op de griffie van de
gevangenis van Vorst" (nr. 9963)
83
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice
sur "l'état du greffe à la prison de Forest"
(n° 9963)
83
- de heer Georges Dallemagne aan de minister
van Justitie over "de verouderde staat van de
gebouwen van de gevangenis van Vorst"
(nr. 10029)
83
- M. Georges Dallemagne au ministre de la
Justice sur "la vétusté des bâtiments de la prison
de Forest" (n° 10029)
83
Sprekers: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Clotilde Nyssens, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de
minister van Justitie over "de anti-semitische
daden in ons land sinds het begin van het conflict
in de Gazastrook" (nr. 10039)
87
Question de M. Denis Ducarme au ministre de la
Justice sur "les actes antisémites sur notre
territoire depuis le début du conflit dans la bande
de Gaza" (n° 10039)
87
Sprekers: Denis Ducarme, Stefaan De
Clerck
, minister van Justitie
Orateurs: Denis Ducarme, Stefaan De
Clerck
, ministre de la Justice
Samengevoegde vragen van
89
Questions jointes de
88
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van
Justitie over "de ontsnapping van twee
gedetineerden uit het Justitiepaleis van Brussel"
(nr. 10149)
89
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur
"la double évasion de détenus au Palais de
Justice de Bruxelles" (n° 10149)
88
- de heer Michel Doomst aan de minister van
Justitie over "de ontsnapping van twee
gevangenen uit het Justitiepaleis te Brussel"
(nr. 10160)
89
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur
"l'évasion de deux détenus du Palais de Justice
de Bruxelles" (n° 10160)
88
- de heer Bart Laeremans aan de minister van
Justitie over "de ontsnapping van twee
gedetineerden" (nr. 10162)
89
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur
"l'évasion de deux détenus" (n° 10162)
88
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van
Justitie over "de ontsnapping van twee
gedetineerden uit het Brussels justitiepaleis"
(nr. 10195)
89
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la
Justice sur "l'évasion de deux détenus du palais
de justice de Bruxelles" (n° 10195)
88
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van
Justitie over "de ontsnapping van twee
gevangenen uit het Justitiepaleis te Brussel"
(nr. 10293)
89
- Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur
"l'évasion de deux détenus du Palais de Justice
de Bruxelles" (n° 10293)
88
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Justitie over "rechtszalen in de buurt van de
gevangenissen" (nr. 10296)
89
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur
"des salles d'audience à proximité des prisons"
(n° 10296)
88
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van
Justitie over "de recente ontsnappingen van
gedetineerden uit justitiepaleizen" (nr. 10311)
89
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice
sur "les évasions récentes de détenus de certains
palais de justice" (n° 10311)
88
- de heer Bart Laeremans aan de minister van 89
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur 88
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
vi
Justitie over "de nieuwe ontsnapping van twee
gedetineerden" (nr. 10315)
"la nouvelle évasion de deux détenus" (n° 10315)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van
Justitie over "de ontsnapping van gevangenen"
(nr. 10327)
89
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur
"l'évasion de détenus" (n° 10327)
88
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister
van
Justitie
over
"de
ontsnapping
van
gevangenen" (nr. 10328)
89
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la
Justice sur "l'évasion de détenus" (n° 10328)
88
Sprekers:
Stefaan
Van
Hecke,
Bart
Laeremans, Carina Van Cauter, Michel
Doomst,
Raf
Terwingen,
Els
De
Rammelaere, Stefaan De Clerck, minister
van Justitie
Orateurs:
Stefaan
Van
Hecke,
Bart
Laeremans, Carina Van Cauter, Michel
Doomst,
Raf
Terwingen,
Els
De
Rammelaere, Stefaan De Clerck, ministre de
la Justice
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
21
JANUARI
2009
Namiddag
______
du
MERCREDI
21
JANVIER
2009
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.07 heures et présidée par Mme Karine Lalieux.
De vergadering wordt geopend om 14.07 uur en voorgezeten door mevrouw Karine Lalieux.
01 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de
eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat
de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie over
"de problemen met de internationale adoptie in de institutionele dialoog" (nr. 9589)
01 Question de Mme Sarah Smeyers au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les
aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur "les problèmes
liés à l'adoption internationale dans le contexte du dialogue institutionnel" (n° 9589)</b>
01.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, mijn
vraag gaat over de problemen in verband met internationale adoptie
binnen de institutionele dialoog, als u zich nog herinnert wat dat
precies inhoudt. In het kader van die dialoog zouden ook op uw
domein pogingen zijn ondernomen om akkoorden te bereiken. Er is
onder andere ook over die internationale adoptie gesproken.
Mijnheer de staatssecretaris, wat is het probleem met die
internationale adoptie precies? Hoever staat het met de dialoog,
alleen op dat vlak? De rest bespaar ik u.
01.01 Sarah Smeyers (N-VA):
Quel est précisément le problème
de l'adoption internationale? Où en
est le dialogue institutionnel?
01.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw Smeyers, ik kan
u meedelen dat de dialoog van Gemeenschap tot Gemeenschap
wordt gevoerd tussen een Vlaamstalige en een Franstalige delegatie.
De federale ministers van Institutionele Hervormingen worden
uitgenodigd om de vergadering over de dialoog bij te wonen.
In het kader van de gemeenschapsdialogen komen ook onderwerpen
aan bod die de samenwerking tussen de verschillende
Gemeenschappen betreffen, zonder dat de federale overheid daarbij
betrokken partij is. Met betrekking tot de uitoefening van hun
bevoegdheden inzake adoptie en binnen het kader van hun in de
Grondwet en de bijzondere wetten vastgestelde bevoegdheden
kunnen de drie Gemeenschappen aldus samenwerkingsakkoorden
sluiten.
Ze kunnen daarbij onder meer spreken over de vraag onder welke
voorwaarden en in welke omstandigheden een kandidaat-adoptant
een adoptieprocedure mag volgen bij adoptiediensten van een andere
Gemeenschap dan de Gemeenschap waar hij woont. Zulke
samenwerkingsakkoorden
dienen
tussen
de
betrokken
gemeenschapsregeringen te worden gesloten. De federale regering is
bij die samenwerking geen rechtstreeks betrokken partij en neemt ter
01.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Le dialogue est
mené
de
Communauté
à
Communauté, au sein d'une
délégation
néerlandophone
et
francophone.
Les
ministres
fédéraux
des
Réformes
institutionnelles sont également
invités.
Lors de la conclusion d'un accord
de
coopération,
les
trois
Communautés
peuvent
notamment aborder les conditions
dans lesquelles un candidat
adoptant peut suivre la procédure
d'adoption auprès des services
d'une autre Communauté. Le
gouvernement fédéral n'est pas
concerné en la matière.
Les résultats du dialogue seront
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
zake geen initiatief.
Ik ga ervan uit dat de resultaten van de dialoog zullen worden
bekendgemaakt, zodra de onderhandelaars tot een akkoord zijn
gekomen.
communiqués dès qu'un accord
aura été conclu.
01.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank
u voor het antwoord. Ik weet inderdaad dat de federale overheid
hierbij niet betrokken is, maar ik dacht dat ze wel tussentijds op de
hoogte werd gebracht van de stand van zaken van die dialoog. Dat
blijkt niet het geval te zijn, maar u hebt wel duidelijk gezegd waarover
het probleem precies gaat. Het gaat over het feit dat mensen die in
het Nederlandstalige, Franstalige of Duitstalige landsgedeelte wonen,
hun adoptieaanvraag in een andere taalgemeenschap zouden kunnen
doen of daar de tests afleggen.
Ik begrijp inderdaad dat het hier dan vooral zou gaan om Franstaligen
in de Nederlandstalige gemeenschap, of omgekeerd. Maar ik zou
toch openlijk durven te zeggen dat dat een schending zou zijn van het
territorialiteitsbeginsel. Het thema kan niet het voorwerp van discussie
zijn en ik hoop dan ook dat er geen dergelijke conclusie wordt
uitgetrokken, want dat zou toch wel een precedent zijn dat voor geen
van de landsdelen of onze staat goed zou zijn.
01.03 Sarah Smeyers (N-VA):
Les
autorités
fédérales
ne
semblent donc pas être au courant
de
l'état
d'avancement
du
dialogue. Il s'agit de personnes qui
habitent
dans
la
partie
néerlandophone, francophone ou
germanophone du pays et qui
souhaitent introduire leur demande
d'adoption
dans
une
autre
communauté linguistique. J'espère
que l'on ne conclura pas que le
principe de territorialité est violé en
l'occurrence.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Sarah Smeyers.
Présidente: Sarah Smeyers.
02 Question de Mme Karine Lalieux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères sur
"les rapts parentaux internationaux" (n° 9815)</b>
02 Vraag van mevrouw Karine Lalieux aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
over "de internationale ontvoeringen door ouders" (nr. 9815)
02.01 Karine Lalieux (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, les associations actives dans les drames humains que
constituent les rapts parentaux sont assez inquiètes. Elles m'ont
aujourd'hui interpellée, face au silence du gouvernement et à une
situation qui n'évolue plus du tout depuis dix mois. Une convocation
du Collège des procureurs généraux leur avait apparemment été
promise pour parler de la problématique des rapts parentaux. A-t-elle
eu lieu? Qu'en est-il ressorti? En tant que secrétaire d'État à la
Famille, pouvez-vous me dire si le fait d'attribuer les allocations
familiales au parent resté en Belgique est devenu automatique
aujourd'hui? L'attribution au parent qui a commis le rapt est interdite
par les tribunaux. Qu'en est-il de l'administration qui verse ces
allocations familiales? Je m'inquiète de savoir si le gouvernement
continue à prendre ces dossiers en charge et si ces derniers
connaissent une évolution. Ils sont évidemment dramatiques au
niveau familial.
02.01 Karine Lalieux (PS): De
verenigingen die het opnemen
voor
de
slachtoffers
van
ontvoeringen door ouders namen
contact met me op; sinds tien
maanden evolueert de situatie
immers niet meer. Er zou hun een
ontmoeting met het College van
procureurs-generaal zijn beloofd.
Heeft die ontmoeting intussen ook
effectief plaatsgevonden?
Is het zo dat de kinderbijslag nu
automatisch aan de in België
verblijvende
ouder
wordt
toegekend? Blijft de regering met
deze dossiers bezig en evolueert
er wat op dat vlak?
02.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Après la condamnation
de l'État belge par la Cour européenne des droits de l'homme dans un
dossier, pour négligence dans la mise en oeuvre de toutes les
mesures que l'on pouvait raisonnablement attendre des autorités
02.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: België werd door het
Europees Hof voor de rechten van
de mens veroordeeld omdat het in
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
belges afin d'assurer le retour des enfants enlevés vers la Belgique, le
ministre de la Justice a demandé de mettre la problématique à l'ordre
du jour du Collège des procureurs généraux. Ceci a donc été fait. Le
réseau d'expertise Jeunesse a fait une proposition au Collège des
procureurs généraux afin d'éviter de nouvelles condamnations et
celui-ci devra prendre position.
À l'initiative des ministres de la Justice et des Affaires étrangères s'est
tenue le 14 mars 2003 la première table ronde concernant la
problématique des enlèvements internationaux d'enfants, afin de
répondre à une revendication des parents victimes de rapts
parentaux. Divers contacts avaient alors été pris par les deux
ministres précités avec le ministre des Affaires sociales de l'époque
afin d'aboutir au maintien des allocations familiales en faveur du
parent victime du rapt parental et ce jusqu'à ce que les enfants aient
atteint l'âge de dix-huit ans. Cette mesure est entrée en vigueur le
1
er
juin 2005 à la suite de l'arrêté royal du 19 avril 2005 portant
exécution de l'article 69, §2bis, des lois coordonnées relatives aux
allocations familiales pour travailleurs salariés.
Cet arrêté royal précise qu'est considérée comme allocataire en cas
d'enlèvement d'enfant la personne suivante: le parent, père ou mère,
qui était allocataire pour l'enfant enlevé immédiatement avant
l'enlèvement; à défaut, la mère de l'enfant enlevé qui n'était pas
allocataire pour cet enfant; à défaut, le père de l'enfant enlevé qui
n'était pas allocataire pour cet enfant et, à défaut, la personne qui
était allocataire pour l'enfant enlevé immédiatement avant
l'enlèvement.
Les personnes précitées ne peuvent être considérées comme
allocataires que si elles n'ont pas participé, directement ou
indirectement, à l'enlèvement et que si elles ont leur résidence
principale en Belgique au sens de l'article 3, alinéa 1
er
, 5° de la loi du
8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques,
et qu'elles l'avaient au moment de l'enlèvement de l'enfant.
La désignation de l'allocataire est valable à partir de la date de
l'enlèvement de l'enfant et aussi longtemps que ce dernier n'a pas
atteint l'âge de 18 ans.
Afin d'informer au mieux les parents victimes d'enlèvement d'enfant et
suite à la collaboration des ministères précités, devenus SPF entre-
temps, et de Child Focus, une brochure a été éditée en décembre
2006 et est toujours valable. Je peux vous en donner un exemplaire si
vous le souhaitez.
Je tiens également à faire savoir que je partage véritablement la
détresse dans laquelle se trouvent les parents victimes de rapt
parental. Par contre, il ne faut pas dire que rien n'a été mis en place
par le nouveau gouvernement ni que rien n'évolue. Je peux vous citer
certaines actions entreprises qui, loin de résoudre tous les problèmes,
démontrent que les choses ont progressé dans ce domaine.
La permanence téléphonique 24 heures sur 24, sept jours sur sept, a
récemment été renforcée. Je souligne que la Belgique est un des
seuls États membres de la Convention de La Haye à prévoir une telle
structure.
een bepaald dossier niet alle
redelijke
maatregelen
had
genomen om de uit België
ontvoerde kinderen terug te
brengen. Daarom schreef de
minister van Justitie dit punt in op
de agenda van het College van
procureurs-generaal.
Het
expertisenetwerk
Jeugdbescherming
legde
het
College een voorstel voor dat
nieuwe
veroordelingen
moet
voorkomen.
Op 14 maart 2003 vond er voor
het eerst een rondetafel plaats
over
internationale
kinderontvoeringen.
In
het
verlengde daarvan waren er
verscheidene contacten met de
minister van Sociale Zaken, met
de bedoeling dat de kinderbijslag
zou worden toegekend aan de
ouder die het slachtoffer is van de
ontvoering, tot de kinderen de
leeftijd van achttien jaar hebben
bereikt. Die maatregel trad op 1
juni 2005 in werking.
De ouder die onmiddellijk voor de
ontvoering
van
het
kind
bijslagtrekkende was voor het
kind,
wordt
beschouwd
als
bijslagtrekkende in geval van de
ontvoering van een kind. Bij
gebreke daaraan is wordt de
moeder van het ontvoerde kind die
geen bijslagtrekkende was voor
dat kind, als bijslagtrekkende
aangemerkt; bij gebreke daaraan
de vader van het ontvoerde kind
die geen bijslagtrekkende was
voor dat kind en bij gebreke
daaraan,
de
persoon
die
onmiddellijk voor de ontvoering de
bijslagtrekkende was voor het
kind.
De
aanduiding
van
de
bijslagtrekkende is geldig vanaf de
datum van de ontvoering van het
kind en zolang het kind de leeftijd
van achttien jaar niet heeft bereikt.
De
nieuwe
regering
nam
verschillende maatregelen om
ouders die het slachtoffer zijn van
de ontvoering van hun kind, zo
goed mogelijk bij te staan. De
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
La brochure a été diffusée et fait actuellement l'objet d'une révision en
vue de l'adapter et de l'améliorer.
J'ai également reçu une délégation des associations de parents
victimes de rapts parentaux et mis à profit un Sommet européen
informel du mois de septembre 2008 pour aborder la problématique
des rapts parentaux internationaux. J'ai suggéré aux États membres
de lancer une discussion sur un échange de bonnes pratiques, sur le
développement de la médiation internationale ainsi que sur le rôle du
médiateur du Parlement européen pour les victimes d'enlèvement
parental transfrontalier.
En outre, j'ai pris l'initiative de diffuser plus d'informations sur les rapts
parentaux internationaux par l'intermédiaire du site les familles.be.
Enfin, des contacts sont actuellement pris en vue de relancer la table
ronde et d'identifier les améliorations encore nécessaires au dispositif
existant.
J'ajoute qu'il s'agit d'une matière extrêmement difficile parce que l'on
touche à ce que les parents ont de plus cher: leurs enfants. On ne
peut que comprendre la détresse des parents qui n'ont plus de
nouvelles de leurs enfants mais, dans le même temps, il est
extrêmement difficile d'avoir des résultats en la matière parce que
cela implique d'avoir des contacts avec des pays étrangers.
Nous devons continuer à tout mettre en oeuvre pour avancer dans la
coordination des SPF au niveau national et au niveau européen. En
effet, contrairement à ce que l'on pourrait croire, il y a énormément de
rapts parentaux à l'intérieur de l'Union européenne, même avec des
pays qui sont proches du nôtre. Nous devons également veiller à la
disponibilité maximum du SPF vis-à-vis des parents pour que ceux-ci
puissent disposer d'une écoute et obtenir les informations.
telefonische permanentie werd
onlangs
versterkt
en
de
informatiebrochure die in 1996
opgesteld
werd,
wordt
nu
aangepast. Ik heb ook een
afvaardiging ontvangen van de
verenigingen van ouders die het
slachtoffer zijn van de ontvoering
van hun kind door de andere
ouder.
Tijdens de informele Europese top
in september 2008 deed ik de
lidstaten het voorstel om een
discussie op gang te brengen over
de uitwisseling van good practices,
de
ontwikkeling
van
de
internationale bemiddeling en de
rol van de bemiddelaar van het
Europees
parlement
voor
grensoverschrijdende
ontvoeringen van kinderen door
ouders.
Daarnaast heb ik het initiatief
genomen om meer informatie over
grensoverschrijdende
ontvoeringen van kinderen door
ouders te verstrekken via de
website www.degezinnen.be.
Er worden nu contacten gelegd
om de rondetafelconferentie te
hervatten en vast te stellen welke
verbeteringen er nog aan de
bestaande instrumenten kunnen
worden aangebracht.
We moeten ons blijven inspannen
om de samenwerking tussen de
FOD's op nationaal niveau en de
samenwerking
op
Europees
niveau beter te coördineren. We
moeten er tevens op toezien dat
de FOD zo goed mogelijk
klaarstaat voor de ouders, naar ze
luistert en ze zo veel mogelijk
informatie verstrekt.
02.03 Karine Lalieux (PS): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse. Nous attendons les résultats de la réunion
du Collège des procureurs généraux sur la base d'une note. Avez-
vous déjà connaissance d'une date? Je devrais peut-être plutôt poser
cette question au ministre de la Justice, mais vous pouvez sans doute
la lui transmettre.
L'important, c'est de refaire des tables rondes. En effet, chaque
parent a peur de tomber dans l'oubli et de voir l'État considérer que
02.03 Karine Lalieux (PS): Wij
wachten de resultaten van de
vergadering van het college van
procureurs-generaal af.
Er moet opnieuw werk gemaakt
worden van permanente contacten
en rondetafels teneinde de ouders
gerust te stellen en duidelijk te
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
leur cas est un cas parmi d'autres et s'en soucier peu. Même si je sais
que le dispositif est lourd, des contacts permanents et des tables
rondes me semblent indispensables pour rassurer les parents, à
défaut de trouver des solutions pour tout le monde et leur rappeler
que l'État est à leurs côtés pour une aide juridique et diplomatique.
maken dat de overheid aan hun
zijde staat om juridische en
diplomatieke bijstand te verlenen.
Voorzitter: Renaat Landuyt.
Président: Renaat Landuyt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Justitie over "een anomalie in het Burgerlijk
Wetboek inzake het erfrecht" (nr. 9945)
03 Question de M. Peter Logghe au ministre de la Justice sur "une anomalie dans le Code civil en ce
qui concerne le droit successoral" (n° 9945)</b>
03.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, erfenissen zijn een bron van twisten en
familieruzies, zegt men wel eens. Het is spijtig dat de wetgeving
inzake erfrecht zelf ook de oorzaak is van heel wat ruzies. Dat is iets
waar wij als wetgevende macht kunnen ingrijpen en wat we zouden
kunnen verhelpen.
Heel wat ouders hebben de bezorgdheid om alle kinderen op voet van
gelijkheid te behandelen en voor het overlijden al zoveel mogelijk te
regelen, zodat de kans dat bepaalde kinderen uit de erfenisboot
zouden vallen, zoveel mogelijk wordt vermeden. Ouders proberen
door middel van schenkingen de erfenislast te verlichten en het
gelijkheidsbeginsel te respecteren. Daar loopt het fout. Ze schenken
bijvoorbeeld het ene kind een som geld en het andere een onroerend
goed dat op het moment van de schenking eigenlijk dezelfde waarde
heeft als de geldsom. Op het moment van de registratie van de
schenkingsakte vertegenwoordigen die beide schenkingen ongeveer
dezelfde waarde.
De staatssecretaris weet natuurlijk maar al te goed dat de waardering
van het onroerend goed dat wordt geschonken op het moment van de
inbreng of de inkorting gebeurt, terwijl natuurlijk de som geld werd
gewaardeerd op het moment van de gift. Men kent daar enorme
problemen: het kind dat het onroerend goed heeft gekregen, moet
dan beginnen bijbetalen enzovoort. Het kan de bron zijn van een
eindeloze reeks familieruzies. U bent natuurlijk op de hoogte van de
problematiek. Uit een rondvraag bij notarissen en advocaten meen ik
te weten dat men al geruime tijd aandringt om die ongerijmdheid uit
de wereld te helpen.
In hoeverre is het opruimen van deze anomalie een prioriteit van deze
regering? Ik heb begrepen dat er ergens ook een wetsvoorstel
hangende is of ingediend is of ergens tussen Kamer en Senaat zit.
Plant de regering een initiatief om dit te verhelpen? Graag een
woordje uitleg over de stand van zaken.
03.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La législation en matière
de droits de succession est source
de nombreux litiges. Par le biais
de donations, les parents veulent
alléger les droits de succession
pour leurs enfants et leur accorder
à chacun une part d'héritage
équivalente. Les enfants se voient
ainsi souvent offrir des biens
divers de la même valeur. Un bien
immeuble est toutefois évalué au
moment du rapport et de la
réduction, alors qu'une somme
d'argent l'est au moment de la
donation; dès lors, il arrive qu'un
enfant doive payer plus qu'un
autre, ce qui entraîne des
querelles
familiales.
Le
gouvernement considère-t-il la
suppression de cette absurdité
comme une priorité et envisage-t-il
une initiative légale en la matière?
03.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Logghe, op grond van artikel 843 van het Burgerlijk Wetboek
heeft elke erfgenaam inderdaad de verplichting om aan zijn mede-
erfgenamen inbreng te doen van elke schenking van welke waarde
dan ook die hij van de overledene heeft ontvangen, behalve in geval
03.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Le Code civil
dispose en effet que, sauf
quelques exceptions, tout héritier
doit rapporter à ses cohéritiers
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
van uitzonderingen of indien de gift hem uitdrukkelijk is gedaan bij
vooruitmaking en buiten erfdeel. Zelfs in dat geval mag de gift het
beschikbaar gedeelte van de nalatenschap niet overschrijden.
Die inbreng en/of eventuele inkorting van de gift geschiedt in natura
ofwel door mindere ontvangst of inbreng in tegenwaarde, volgens
artikel 858 van het Burgerlijk Wetboek. Die bepaling beoogt de
gelijkheid tussen alle erfgenamen, teneinde gelijke kavels samen te
stellen voor de verheffing van de nalatenschap.
Een onroerend goed zal echter in natura worden ingebracht en
worden geschat ten tijde van de verdeling van de nalatenschap. Een
roerend goed, geldsom inbegrepen, zal worden geschat ten tijde van
de schenking, volgens artikel 868 van het Burgerlijk Wetboek. Vanuit
historisch oogpunt is de wetgever uitgegaan van roerende goederen
die in het algemeen in waarde dalen, en niet van een geldsom.
De materie is uiteraard complex en vraagt een grondige uiteenzetting
om al haar nuances te begrijpen.
Het gebrek aan eenvormigheid tussen de regels inzake de roerende
inbreng en de regels inzake de onroerende inbreng, heeft als kwalijk
gevolg dat in bepaalde gevallen de inbreng zijn doel mist, met name
de gelijkheid tussen de erfgenamen.
Om dat onevenwicht te vermijden, hebben de rechtsleer en de
rechtspraak verscheidene mechanismen bedacht waardoor de erflater
zijn nalatenschap nauwkeurig en zich bewust zijnde van de gevolgen
van zijn daden, moet programmeren. Die erfrechtelijke regels zouden
eenvormig moeten worden gemaakt, zodat het doel van de
daadwerkelijke gelijkheid tussen alle erfgenamen wordt bereikt,
behalve natuurlijk in het geval dat de erflater, erfgenamen of een
legataris wenst te begunstigen binnen de grenzen van het
beschikbaar gedeelte.
Het zou dus wenselijk zijn de kwestie te behandelen in een meer
algemene hervorming van het volledige erfrecht gelet op de
maatschappelijke evolutie, zoals ik al vermeldde in mijn algemene
beleidsnota.
Het staat mij overigens voor dat het thema ook wordt bediscussieerd
in de commissie voor de Justitie in de Senaat. Er worden
verschillende voorstellen behandeld, misschien minder algemeen dan
wat hier staat.
toute donation, indépendamment
de sa valeur. Le rapport ou la
réduction se font en nature ou par
compensation, dans le respect du
principe
d'égalité
entre
les
héritiers. Cependant, un bien
immobilier est estimé lors du
partage de la succession alors
qu'un bien mobilier est estimé lors
de la donation. En l'absence de
règles uniformes concernant la
distinction entre les rapports
mobilier et immobilier, le principe
d'égalité déjà mentionné est,
malheureusement, parfois violé.
C'est pourquoi des mécanismes
de programmation précise de
l'héritage ont été prévus dans la
doctrine et dans la jurisprudence.
Pour que l'égalité soit réelle entre
les
héritiers,
il
conviendrait
d'uniformiser les règles du droit
successoral.
Il serait donc préférable que cette
question soit traitée dans le cadre
d'une réforme globale du droit
successoral. Je pense que ce
thème sera d'ailleurs également
débattu au sein de la commission
de la Justice du Sénat, où
plusieurs propositions sont à
l'examen.
03.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik heb
een heel korte reactie. Ik dank de staatssecretaris natuurlijk voor het
vrij volledige antwoord, met zelfs een opsomming van de
wetsartikelen.
Mijnheer de staatssecretaris, ik zie het waarschijnlijk iets eenvoudiger
dan u. Voor mij is het centrale thema het waarderingsmoment van die
schenkingen.
Mocht
men erin kunnen
slagen om
dat
waarderingsmoment gelijk te schakelen, zou dat al heel wat
problemen oplossen en heel wat familieruzies en twisten vermijden.
Maar goed, we discussiëren er nog over. Ik ben blij dat de
problematiek u in alle geval al bekend is en dat men hieraan werkt in
de Senaat.
03.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Pour moi, le moment
d'appréciation de ces donations
est essentiel : une assimilation
permettrait
de
résoudre
de
nombreux problèmes. Je me
réjouis en tout cas que la
problématique soit connue et
examinée au Sénat.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "het tijdstip vanaf wanneer een
kind erkend kan worden" (nr. 10145)
04 Question de M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "le moment à partir duquel un enfant
peut être reconnu" (n° 10145)
De voorzitter: Opnieuw zal de staatssecretaris antwoorden, hopelijk
hetzelfde als de minister zou hebben geantwoord.
Persoonlijk zou ik niet aanvaarden dat de staatssecretaris zou
antwoorden in de plaats van de minister, maar de heer Terwingen
aanvaardt dat wel.
Le président: Personnellement, je
n'accepterais pas que le secrétaire
d'État réponde à la place du
ministre.
04.01 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, dat is het
verschil tussen meerderheid en oppositie.
04.01 Raf Terwingen (CD&V):
C'est ce qui distingue la majorité
de l'opposition.
De voorzitter: Ik denk het ook, maar volgens de heer Wathelet kan het ook aan mijn karakter liggen.
04.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter, de
heer Terwingen meent dat ik een grondig antwoord kan geven, terwijl
u dat niet vindt. U hebt liever de heer De Clerck, maar dat is uw
keuze.
De voorzitter: Dat is een goede opmerking.
04.03 Raf Terwingen (CD&V): Nochtans hebt u gisteren een aantal
vergelijkingen gemaakt tussen de heren Vandeurzen en De Clerck die
niet zo gunstig waren voor de heer De Clerck.
De voorzitter: In alle eerlijkheid, de heer De Clerck doet mij denken aan de heer Wathelet senior. Mijnheer
Wathelet, ik geef u nog wat krediet.
04.04 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, mijn
vraag betreft het tijdstip waarop een kind kan worden erkend.
Artikel 328, tweede lid, voorziet erin dat een verwekt kind kan worden
erkend. Zodra de verwekking is gebeurd en men kan het bewijzen,
kan een kind worden erkend.
In de praktijk blijkt dat uiteenlopend te worden behandeld. Er moet
door middel van een geneeskundig getuigschrift worden bewezen dat
de moeder zwanger is. Dat wordt meestal afgeleverd na vijf tot
zes maanden zwangerschap. Sommige ambtenaren van de
burgerlijke ambt aanvaarden een medisch getuigschrift waaruit
zonder meer blijkt dat de moeder zwanger is en waarin een
vermoedelijke bevallingsdatum wordt opgegeven.
Er zijn echter ook ambtenaren van de burgerlijke stand die eisen dat
een gyneacoloog heeft vastgesteld dat de moeder al zes maanden
zwanger is. Er is dus een verschil in aanpak tussen ambtenaren van
de burgerlijke stand.
De vereiste van zes maanden wordt door sommige ambtenaren
gerechtvaardigd
door
de
wettelijk
veronderstelde
04.04 Raf Terwingen (CD&V):
Aux termes de l'article 328,
deuxième alinéa, tout enfant
engendré peut être reconnu.
Certains fonctionnaires acceptent
un simple certificat médical dont il
ressort que la mère est enceinte et
qui mentionne la date présumée
de
l'accouchement.
D'autres
exigent qu'un gynécologue ait
constaté que la mère est enceinte
d'au moins six mois. Ils invoquent
alors la limite supposée de viabilité
et des circulaires remontant au
19e siècle.
Cette
situation
a
pour
conséquence, si le père d'un
enfant hors mariage décède avant
que la mère ne soit enceinte de six
mois, que l'enfant n'est pas
reconnu et qu'une recherche de
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
levensvatbaarheidsgrens, die op 180 dagen is vastgelegd, in
combinatie met een aantal negentiende-eeuwse omzendbrieven in
verband met doodgeboren kinderen, enzovoort.
Die voorwaarde, die door sommige ambtenaren wordt aangehouden,
heeft tot gevolg dat de vader van een buitenechtelijk kind zijn kind pas
kan erkennen na zes maanden zwangerschap. Als hij in die periode
overlijdt, heeft hij zijn kind niet kunnen erkennen en komt er bijgevolg
geen afstammingsband langs vaderszijde tot stand op het tijdstip van
de geboorte.
Dat impliceert dan weer dat het kind de naam van de moeder zal
dragen en het geen erfrecht zal verkrijgen in de nalatenschap van zijn
ondertussen overleden vader. Slechts indien na de geboorte een
gerechtelijk onderzoek naar het vaderschap wordt ingesteld, kan er
alsnog een afstammingsband zijn. Dat kost echter tijd en geld en
zorgt bovendien voor allerlei problemen bij de afwikkeling van de
nalatenschap.
De burger is dan ook gefrustreerd dat hij de erkenning in de ene
gemeente wel te allen tijde kan laten acteren na bewijs van
zwangerschap met opgave van de bevallingsdatum, terwijl hij in de
andere gemeente moet wachten tot er bewijs is van zes maanden
zwangerschap.
Er is nood aan uniformiteit en duidelijkheid. Ik heb vastgesteld,
mijnheer de staatssecretaris, dat u in een commissievergadering van
10 december reeds een gedeeltelijk antwoord hebt gegeven op de
problematiek. De vraag is echter algemener, met name over de
algemene erkenning van een kind en, a fortiori, als het levend wordt
geboren.
Ik heb de volgende concrete vragen. Vanaf welk tijdstip kan een kind
worden erkend? Mag de ambtenaar van de burgerlijke stand weigeren
een akte van erkenning op te maken louter op grond van het feit dat
de moeder nog geen zes maanden zwanger zou zijn?
Zult u een initiatief nemen om de problematiek te verduidelijken en te
uniformiseren?
paternité doit être effectuée après
la naissance pour que l'enfant
puisse prétendre à la succession.
Pour le citoyen, il est frustrant de
constater
que
certaines
communes
refusent
ce
que
d'autres acceptent. La situation
doit être uniformisée et clarifiée.
À partir de quel moment un enfant
peut-il
être
reconnu?
Le
fonctionnaire de l'état civil peut-il
refuser la reconnaissance si la
mère n'est pas enceinte d'au
moins six mois? Le ministre
prendra-t-il une initiative en la
matière?
04.05 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter, die
vraag verwijst naar het lijden van niet-getrouwde vaders, die het
rouwproces doormaken van hun levenloos geboren kind, voor dit de
door het Burgerlijk Wetboek vastgestelde levensvatbaarheidgrens van
de 180 dagen heeft bereikt.
Dezelfde problematiek treft alle betrokken ouders die vandaag de dag
hun levenloos geboren kind voor de termijn van de 180 dagen niet
kunnen laten erkennen door de burgerlijke stand.
Het
wetsontwerp
dat
ik
zal
indienen,
zal
weldra de
levensvatbaarheidgrens van het kind verlagen van 180 dagen naar
140 dagen en het artikel 80bis van het Burgerlijk Wetboek aanvullen
met een alinea 4. Dit biedt de ouders van een levenloos ­ ofwel
levend maar niet levensvatbaar ­ geboren kind of foetus tussen de
160
ste
en de 140
ste
dag van de zwangerschap, de mogelijkheid op hun
verzoek een akte te laten opstellen door de burgerlijke stand met de
vermelding van een voornaam van dit kind en om de begrafenis te
04.05
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Je déposerai un
projet de loi qui abaissera la limite
de viabilité à 140 jours et je
complèterai par ailleurs l'article
80bis du Code civil en y ajoutant
un quatrième alinéa. Cet alinéa
permettra aux parents d'un enfant
sans vie ou d'un enfant ou d'un
foetus non viable né entre le 140
e
et le 160
e
jour de la grossesse
d'établir un acte mentionnant un
prénom
et
d'organiser
des
funérailles. Le cas échéant, un
père non marié pourra faire figurer
son nom dans cet acte. Jusqu'à
présent, la doctrine ne permettait
la reconnaissance de l'enfant
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
organiseren.
De niet-getrouwde vader die het verwekte kind al dan niet heeft
erkend, zal bijgevolg op grond van artikel 80bis van het Burgerlijk
Wetboek de mogelijkheid hebben zijn naam te laten vermelden in de
akte van het levenloos geboren kind. De rechtsleer liet tot op heden
alleen de erkenning toe van het verwekte kind wanneer dit uiteindelijk
levend en levensbaar wordt geboren. Maar deze rechtsleer bepaalt
geen enkel tijdstip waarop deze erkenning kan gebeuren.
In de praktijk zijn er echter ambtenaren van de burgerlijke stand die
een geneeskundig attest vragen waaruit blijkt dat de vrouw minstens
zes maanden zwanger is. Artikel 326 van het Burgerlijk Wetboek
bepaalt dat een kind verondersteld is, verwekt te zijn tussen de 300
ste
en de 180
ste
dag voor zijn geboorte. De niet-getrouwde vader krijgt op
dit moment bijgevolg vaak niet de toestemming om het kind te
erkennen voor deze termijn van 180 dagen. Deze termijn heeft echter
geen enkele reële juridische basis.
De ongelijkheiden die in de praktijk zouden worden toegepast door de
diensten van de burgerlijke stand wat betreft de mogelijkheid van de
vader om een verwekt kind voor de geboorte te erkennen, zijn
uiteraard schadelijk.
Présidente: Mia De Schamphelaere
Voorzitter: Mia De Schamphelaere.
conçu que si celui-ci était né vivant
et qu'il était viable. La doctrine ne
mentionnait toutefois aucun délai.
Le délai de six mois demandé par
certains fonctionnaires est dénué
de toput fondement juridique.
D'éventuelles inégalités dans la
pratique
sont
évidemment
dommageables.
De omzendbrief van de minister van Justitie van 7 mei 2007 met
betrekking tot de wet van 1 juli 2006 specificeert in punt 5 ­ in
overeenstemming met artikel 80bis, tweede alinea, 2e ­ dat de niet
met de moeder getrouwde vader die het verwekte kind heft erkend in
de akte van het levenloos geboren kind moet worden vermeld. Met de
toestemming van de moeder kon eveneens de naam van de vader die
het kind niet heeft erkend in de akte worden vermeld. Het gaat
uiteraard wel om kinderen die de 180
ste
dag van de zwangerschap
hebben bereikt.
Het ontwerp dat ik wil indienen zal deze situatie verbeteren aangezien
artikel 80 van toepassing zou zijn van de 140
ste
dag van de
zwangerschap. Misschien moet tevens de mogelijk worden voorzien
om met de toestemming van de moeder de inschrijving van de naam
van de vader mogelijk te maken voor deze datum van
levensvatbaarheid.
La circulaire du ministre de la
Justice du 7 mai 2007 spécifie au
point 5 que le père non marié avec
la mère qui reconnaît l'enfant
conçu doit être mentionné dans
l'acte de naissance de l'enfant
mort-né. Avec l'accord de la mère,
le nom du père n'ayant pas
reconnu l'enfant peut également
être inscrit dans cet acte. Le texte
concerne toutefois les enfants
ayant atteint le 180
e
jour de
gestation. Le projet ramènera
cette limite au 140
e
jour. Peut-être
faudrait-il permettre d'inscrire le
nom du père avant cette date.
04.06 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik ben
blij met uw aangekondigde wetsontwerp dat betrekking zal hebben op
de doodgeboren kinderen.
U hebt ook de problematiek beantwoord waarover het in concreto
ging in mijn vraagstelling, namelijk of een ambtenaar van de
burgerlijke stand in principe kan weigeren om een erkenning toe te
staan ten opzichte van een man die niet is getrouwd met een
toekomstige moeder. U hebt daaromtrent gezegd dat de voorwaarde
die sommige ambtenaren van de burgerlijke stand hanteren, namelijk
dat er toch een attest moet zijn van minstens de zes maanden die
overeenstemmen met de 180 dagen, eigenlijk geen strikte juridische
basis is.
04.06 Raf Terwingen (CD&V): Je
me félicite du projet annoncé. Les
conditions imposées par certains
fonctionnaires
pour
accepter
l'attestation n'ont donc aucune
base juridique. Ils ne peuvent donc
pas refuser la reconnaissance.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Ik begrijp dat u in het kader van de levenloze geboorte van een kind
naar 140 dagen. Aangezien dit geen strikte juridische basis is, zou
men eigenlijk niet mogen weigeren om de erkenning toe te staan op
basis van een attest waarin die zes maanden nog niet duidelijk is.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "het toezicht op
overeenkomsten inzake het ouderlijk gezag bij (echt)scheiding" (nr. 10148)
05 Question de M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "le contrôle des conventions relatives à
l'autorité parentale en cas de divorce" (n° 10148)
05.01 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, indien echtgenoten uit de echt wensen te scheiden
met onderlinge toestemming dienen zij een familierechtelijke
overeenkomst op te stellen waarin de gezagsregelingen en de
bijdragen van iedere ouder in de kosten bedoelt in artikel 203, §1,
worden opgenomen.
Volgens artikel 1289ter van het Gerechtelijk Wetboek brengt de
procureur des Konings een schriftelijk advies uit over de
overeenkomst tussen de echtgenoten, met betrekking tot deze
kinderen.
De rechter kan de partijen voorstellen de beschikkingen van de
overeenkomst met betrekking tot het minderjarige kind te wijzigen
wanneer hij vindt dat deze strijdig zijn met de belangen van de
kinderen. Tevens kan hij beslissen om de kinderen te horen waarna
hij de beschikkingen, die kennelijk strijdig zijn met de belangen van de
minderjarige kinderen, kan laten schrappen of wijzigen. Dit kan hij ook
doen wanneer de partijen gewijzigde omstandigheden aanvoeren. De
rechter homologeert ten slotte de overeenkomst met betrekking tot de
minderjarige kinderen.
Dat is de situatie bij echtscheidingen door onderlinge toestemming.
Bij echtscheidingen op grond van onherstelbare ontwrichting van het
huwelijk oordeelt de voorzitter of de rechter slechts over het belang
van het kind bij een regeling inzake de uitoefening van het ouderlijk
gezag of de onderhoudsbijdrage in geval hem daarover een geschil
wordt voorgelegd of in geval de partijen verzoeken een overeenkomst
te homologeren. Het staat de partijen dus eigenlijk vrij om al dan niet
een overeenkomst te treffen over de uitoefening van het ouderlijke
gezag en de onderhoudsbijdrage, en deze voor te leggen aan de
rechter.
In een situatie van beëindiging van een wettelijke samenwoning of
een feitelijke samenleving bestaat er evenmin een verplichting om
een regeling te treffen aangaande het ouderlijke gezag of de
onderhoudsbijdrage, bedoelt in artikel 203, §1. In geval er een geschil
bestaat, kan elk van beide ouders zich wenden tot de rechter. De
ouders kunnen ook een regeling treffen zonder tussenkomst van de
rechter en bijgevolg zonder toetsing aan het belang van het kind.
Concreet zijn mijn vragen de volgende, mijnheer de staatssecretaris.
Ten eerste, hoe vaak verleent het openbaar ministerie een negatief
05.01 Raf Terwingen (CD&V): Si
des époux souhaitent divorcer par
consentement mutuel, ils doivent
rédiger une convention relevant du
droit de la famille et où figurent
clairement les règles en matière
d'autorité et les participations aux
frais de chaque parent. En cas de
divorce pour cause de désunion
irrémédiable des époux, le juge se
prononce uniquement en ce qui
concerne l'intérêt de l'enfant dans
le cadre d'un tel règlement s'il y a
litige ou si les parties demandent
l'homologation d'une convention.
Au terme d'une cohabitation légale
ou de fait, il n'est pas obligatoire
d'adopter un tel système. S'il
existe un litige, chacun des deux
parents peut s'adresser au juge.
Les parents peuvent également
adopter
un
régime
sans
l'intervention du juge et par
conséquent, sans appréciation de
l'intérêt de l'enfant.
À quelle fréquence le ministère
public rend-il un avis négatif sur la
compatibilité de la convention avec
l'intérêt de l'enfant en cas de
divorce par consentement mutuel?
Comment
ce
contrôle
est-il
réalisé? Dans quelle mesure une
intervention préalable du ministère
public et du juge a-t-elle un sens?
Quelle en est la valeur ajoutée en
cas de divorce par consentement
mutuel? Si une telle intervention
est utile, le ministre ne considère-
t-il pas opportun d'instaurer une
procédure
d'homologation
obligatoire pour n'importe quelle
forme de fin de cohabitation des
parents?
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
advies over de verenigbaarheid van de overeenkomst met het belang
van het kind bij echtscheiding door onderlinge toestemming?
Ten tweede, hoe gebeurt deze controle? Hoe onderzoekt het
openbaar ministerie de verenigbaarheid met het belang van het kind?
Op grond van welke elementen gebeurt dit?
Ten derde, in hoeverre is een voorafgaande tussenkomst van het
openbaar ministerie en de rechter met betrekking tot het onderzoek
van de verenigbaarheid van de familierechtelijke overeenkomst met
het belang van het kind zinvol? Welke meerwaarde biedt dit bij
echtscheiding door onderlinge toestemming?
Ten vierde, in geval de tussenkomst van het openbaar ministerie en
de rechter zinvol is, is het volgens u dan niet opportuun om een
verplichte
homologatieprocedure
in
te
voeren
voor
alle
overeenkomsten die worden gesloten omtrent ouderlijk gezag en
onderhoudsbijdrage voor minderjarige kinderen, die worden
afgesloten bij eender welke vorm van beëindiging van de samenleving
tussen ouders, en dus niet enkel in het kader van de echtscheiding
door onderlinge toestemming?
05.02 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mevrouw de voorzitter,
mijnheer Terwingen, wat de eerste vraag betreft, de afdeling statistiek
van de FOD Justitie houdt geen statistieken bij inzake de inhoud van
beslissingen van de verschillende burgerlijke rechtbanken. Ik kan u
vandaag dan ook nog geen cijfers meedelen. Ik heb uw vragen echter
ook voorgelegd aan het College van procureurs-generaal. Zodra ik
een antwoord ontvang, zal ik het u natuurlijk dadelijk bezorgen.
Dat geldt ook voor het tweede onderdeel van uw vraag, waarvoor ik
precies heb nagevraagd welke elementen het openbaar ministerie in
zijn appreciatie in rekening brengt.
In geval van een echtscheiding door onderlinge toestemming,
verschijnen de partijen sowieso reeds voor de rechter en zijn zij al
verplicht om bepaalde overeenkomsten te treffen. Dat behoort tot de
kern van de EOT. Het is logisch dat ook een overeenkomst over de
kinderen wordt getroffen en aan de rechter wordt voorgelegd.
De controle inzake de verenigbaarheid van de familierechtelijke
overeenkomst bij een echtscheiding door onderlinge toestemming
met het belang van het kind, is zinvol omdat het openbaar ministerie
soms over informatie beschikt die zich niet in het dossier bevindt,
bijvoorbeeld wanneer er ten laste van een van de ouders strafbare
feiten ten aanzien van de kinderen worden gepleegd. Ook al hebben
de ouders onderling een akkoord, de regeling die zij wensen te
treffen, kan indruisen tegen de meest elementaire rechten en
belangen van het kind en strijdig zijn met de openbare orde. Het
openbaar ministerie en de rechter vervullen dienaangaande dan ook
een belangrijke rol.
Zowel in het geval van echtscheiding op grond van onherstelbare
ontwrichting als bij de algemene regeling indien de ouders niet
samenleven, is er geen verplichte homologatie, maar hebben de
ouders de keuze om hun overeenkomsten te laten homologeren of zij
kunnen de rechten en regelingen laten vastleggen indien er
problemen zijn.
05.02
Melchior
Wathelet,
secrétaire d'État: Le SPF Justice
ne tient pas de statistiques sur le
contenu des décisions des divers
tribunaux civils. C'est pourquoi j'ai
demandé
les
chiffres
aux
procureurs généraux. Je vous les
transmettrai ultérieurement.
Dans le cadre du divorce avec
consentement mutuel, les parties
comparaissent devant le juge en
possession des accords qu'ils ont
conclus,
y
compris
ceux
concernant les enfants. Il est utile
que le juge évalue l'accord en
fonction des intérêts de l'enfant,
parce que le ministère public
dispose parfois d'informations qui
ne figurent pas dans le dossier. Un
accord conclu entre les parents
n'exclut pas que les intérêts de
l'enfant puissent être violés.
En cas de divorce pour désunion
irrémédiable et en cas de
règlement général lorsque les
parents
ne
cohabitent
pas,
l'homologation de l'accord par le
juge n'est pas obligatoire.
Je comprends le raisonnement de
M. Terwingen mais je souhaite
également mettre en garde contre
la juridicisation de plus en plus
poussée de notre société. Les
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Ik begrijp de logica van uw redenering. Daaromtrent kunnen er
ongetwijfeld interessante discussies worden gevoerd. Ik wens echter
toch ook te waarschuwen voor een steeds verdergaande juridisering
van onze maatschappij. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan koppels die
er bewust voor kiezen om een samenlevingsengagement aan te gaan
zonder enige vorm van bescherming zoals die van toepassing is op
gehuwden of wettelijk samenwonenden.
Wanneer hun relatie eindigt, dienen zij geen echtscheidingsprocedure
voor de rechtbank te voeren. Zij zullen veelal onderlinge
overeenkomsten treffen. Ofwel kiezen zij ervoor om dit volledig buiten
de rechtbank om af te handelen, maar dan uiteraard zonder over een
uitvoerbare titel te beschikken. Ofwel kunnen zij kiezen voor meer
bescherming en hun overeenkomst laten homologeren, in welk geval
de rechter zal nagaan of dit niet strijdig is met het belang van de
kinderen.
Het verschil met de echtscheiding door onderlinge toestemming is dat
zij nu niet genoodzaakt zijn naar de rechter te stappen, maar dit ten
gevolge van een verplichte homologatieprocedure wel zouden
worden. Een verplichte homologatie van alle overeenkomsten met
betrekking tot de kinderen zou betekenen dat heel wat ouders die
geen problemen hebben, naar de rechter zouden moeten stappen.
Dergelijke verplichting zou ook een averechts effect kunnen hebben,
namelijk dat de ouders geen overeenkomst meer maken, hetgeen
dan weer meer geschillen in de hand kan werken.
personnes cohabitantes ne doivent
pas suivre une procédure de
divorce et concluront toujours des
accords mutuels. Elles ont le choix
de faire homologuer leurs accords.
Si la procédure d'homologation
devenait
obligatoire,
cela
signifierait que les personnes qui
n'ont pas de problèmes devraient
malgré tout se présenter devant le
juge ou qu'elles ne concluraient
plus d'accord, ce qui pourrait
engendrer
des
conflits
supplémentaires.
05.03 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Justitie over "de vrijlating van carjackers na een
procedurefout" (nr. 9513)
- de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de vrijlating van drie carjackers ingevolge
een procedurefout" (nr. 9567)
06 Questions jointes de
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Justice sur "la libération des auteurs d'un carjacking à la
suite d'une erreur de procédure" (n° 9513)<br>- M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la libération des trois auteurs d'un carjacking à la
suite d'une erreur de procédure" (n° 9567)</b>
06.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, door een procedurefout bij het parket van Gent werden drie
opgepakte carjackers uit Noord-Frankrijk vrijgelaten. Het drietal had in
het arrondissement Oudenaarde op gewelddadige wijze een auto
gestolen en enkele ongevallen veroorzaakt. In Gent werden zij door
de politie ingerekend. Het parket van Oudenaarde heeft een
onderzoeksrechter aangesteld. Het bevel van medebrenging werd
echter niet binnen vierentwintig uur aan de verdachten overhandigd,
waardoor zij na deze procedurefout werden vrijgelaten.
Hoe verklaart de minister deze slordigheid? Wat is er misgegaan met
het
bevel
tot
medebrenging?
Wie
draagt
hiervoor
de
verantwoordelijkheid? Wat zal hiertegen worden ondernomen?
06.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Trois auteurs de
carjacking du nord de la France
ont commis un vol de voiture avec
violence dans l'arrondissement
d'Audenarde. Les suspects ont été
écroués par la police à Gand. Le
parquet d'Audenarde a désigné un
juge d'instruction. Toutefois, le
mandat d'amener n'a pas été
transmis aux suspects dans les
vingt-quatre heures prescrites, si
bien que le trio a dû être remis en
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
liberté. Comment le ministre
explique-t-il cette négligence? Qui
en
porte
la
responsabilité?
Comment va-t-on remédier à cette
situation?
06.02 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, naar verluidt
zouden drie opgepakte carjackers uit Noord-Frankrijk door een
procedurefout zijn vrijgelaten. Het drietal zou op nieuwjaarsmorgen in
Etikhove in de Vlaamse Ardennen op gewelddadige wijze een auto
hebben gestolen. Op weg naar Gent zouden zij een aantal ongevallen
hebben veroorzaakt. Bij het laatste door hen veroorzaakte ongeval in
Gent, zouden zij door de politie zijn ingerekend.
Aangezien de feiten zich in het arrondissement Oudenaarde hadden
afgespeeld, zou de onderzoeksrechter van het arrondissement
Oudenaarde een bevel tot medebrenging hebben uitgevaardigd, maar
om een onbekende reden zou dit niet tijdig aan de verdachten zijn
overhandigd, waardoor zij moesten worden vrijgelaten, vandaar mijn
vijf vragen.
Ten eerste, klopt dit feitenrelaas?
Ten tweede, wat is er precies misgelopen in het kader van het echte
feitenrelaas?
Ten derde, wie draagt hiervoor de verantwoordelijkheid?
Ten vierde, spreekt men hier terecht van een procedurefout?
Ten vijfde, welke maatregelen zult u nemen om de aaneenschakeling
van onzorgvuldigheden bij Justitie aan te pakken? Ik verwijs hierbij
naar de recente bijna-vrijlating van de vermeende moordenaar van
Kitty Van Nieuwenhuysen en naar de nog recentere vrijlating van een
verdachte in de zaak Hendrickx, om niet te verwijzen naar het
vrijkomen gisteren van nog andere mensen in het Luikse. Hoe gaat u
dat aanpakken?
06.02 Renaat Landuyt (sp.a):
Trois auteurs de carjacking du
nord de la France auraient été
remis en liberté à la suite d'une
erreur de procédure. Le mandat
d'amener n'aurait en effet pas été
remis à temps aux suspects. Est-
ce exact? Comment l'erreur s'est-
elle
produite?
Qui
en
est
responsable?
S'agit-il
effectivement d'une erreur de
procédure? Quelles mesures le
ministre compte-t-il prendre afin de
remédier à cette succession de
négligences commises par la
Justice?
06.03 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
inderdaad: drie Franse carjackers werden vrijgelaten. Dat wisten we
eigenlijk allemaal. Zij zijn vrijgelaten nadat zij met een voertuig dat
was gestolen in het arrondissement Oudenaarde in Gent betrokken
waren bij een verkeersongeval. Zij werden na het ongeval door de
politie van Gent gearresteerd toen duidelijk was dat zij met een
gestolen voertuig reden.
Gezien de onderzoeksrechter van Oudenaarde gevat was voor het
onderzoek naar de diefstal van het voertuig, werd een bevel tot
medebrenging per fax overgemaakt aan de politie te Gent, waardoor
de drie verdachten overgebracht moesten worden naar Oudenaarde.
De wet op de voorlopige hechtenis voorziet erin dat het bevel tot
medebrenging binnen de vierentwintig uur na de vrijheidsberoving
moet worden betekend aan de betrokkene. Indien dit niet binnen deze
termijn gebeurt, moet de betrokkene terug in vrijheid worden gesteld.
In casu werd de betekening niet uitgevoerd binnen de vierentwintig
uur na de arrestatie, zodat de arrestanten noodgedwongen moesten
worden vrijgelaten. Dit betekent vanzelfsprekend niet dat het
strafonderzoek niet kan worden verder gezet, maar laten we ons er
06.03
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Les trois ressortissants
français en question ont été
arrêtés par la police de Gand
après avoir été impliqués dans un
accident de la route alors qu'ils
circulaient à bord d'une voiture
volée
dans
l'arrondissement
d'Audenarde. Le juge d'instruction
d'Audernarde a été chargé de
l'enquête sur le vol du véhicule et
a faxé un mandat d'amener à la
police de Gand. Selon la loi sur la
détention préventive, ce mandat
doit être signifié au suspect dans
un délai de 24 heures. Comme
cela n'a pas été fait, les suspects
ont dû être libérés. Cela ne veut
pas dire qu'il faille mettre fin à
l'instruction pénale, mais il est clair
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
allen van bewust zijn dat de noodgedwongen vrijlating dit verdere
onderzoek niet zal vergemakkelijken.
Ik wens echter wel te benadrukken dat geen enkele magistraat of
personeelslid van Justitie hier in de fout is gegaan, maar dat de
vrijlating een gevolg is van een slordigheid, een materiële fout, bij de
politie van Gent. Uiteraard valt het toezicht van de finale
verantwoordelijkheid over de politiediensten niet onder mijn
bevoegdheid, maar wel onder die van de minister van Binnenlandse
Zaken.
Het incident zet echter aan tot nadenken. Dit is echter niet de plaats
om definitieve uitspraken te doen over de duur van de
vrijheidsberoving van 24 uur, zoals in de Grondwet staat. Er werd
reeds enkele keren voorgesteld om die duur aan te passen. Daarover
wil ik nu geen uitspraken doen. Dat is een ander debat. Het gaat hier
dus om een fout van de politie en niet van Justitie.
que cela complique la suite de
l'enquête.
Aucun magistrat ou membre du
personnel de la Justice n'a
commis d'erreur en l'occurrence. Il
s'agit d'une négligence de la police
de Gand, laquelle ressortit à la
compétence
du
ministre
de
l'Intérieur.
Il a déjà été proposé d'allonger la
durée de la privation de liberté,
mais c'est un autre débat.
06.04 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, ik dank u voor uw antwoord. De slordigheid is te wijten aan
de politie van Gent. Ik zal de minister van Binnenlandse Zaken
hierover verder ondervragen. Kunt u misschien nu of later meedelen
in hoeveel gevallen wij met die slordigheid te maken hebben en of al
dan niet aan de procedure van 24 uur moet worden gesleuteld?
06.04 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): J'interrogerai le
ministre de l'Intérieur sur cette
question.
Combien
d'erreurs
analogues ont déjà été commises?
Cela nous aiderait à juger s'il est
nécessaire de prolonger la durée
de la privation de liberté.
06.05 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, het incident en
uw antwoord raken aan een van mijn gevoeligheden. Ik denk dat er
een probleem is ­ wij hebben dat ook besproken met de vorige
minister van Justitie ­ van verantwoordelijkheidszin, ook bij Justitie.
Men kan niet zomaar zeggen: de onderzoeksrechter of de procureur
stuurt een fax naar de politie en zijn werk is gedaan. Onder andere
het feit dat men zich niet verantwoordelijk voelt om na te kijken of een
en ander in orde is op het einde van de termijn, maakt dat enorm veel
misloopt.
Er was een zelfde incident met de persoon die wordt verdacht van de
moord op Kitty Van Nieuwenhuysen. Als er iets verkeerd loopt binnen
de gevangenis is het de schuld van de gevangenis, terwijl de
procureur, die toch voor het onderzoek is aangesteld, en de
onderzoeksrechter, die een daad heeft gesteld, niet verantwoordelijk
zouden zijn. Ik denk dat men aan die redenering niet mag
vasthouden. Er is een vorm van eindverantwoordelijkheid, zelfs als
het om een opsporingsonderzoek gaat, bij, mijn inziens, de procureur
of de onderzoeksrechter.
Ik zou een dergelijk antwoord niet zomaar van mijn diensten
aanvaarden. Er is hier een fundamenteel probleem, namelijk de
lichtzinnigheid waarmee de hoofdverantwoordelijken met de zaken
omgaan. Men kan niet zomaar zeggen dat de politie van Gent een
slordigheid heeft begaan. Men behandelt een aanhoudingsbevel niet
zomaar als een stukje papier, ook de onderzoeksrechter of de
procureur niet. Ik vind dat dat echt niet het goede antwoord is.
06.05 Renaat Landuyt (sp.a):
C'est une question de sens des
responsabilités. Apparemment, le
juge d'instruction estime ne pas
devoir vérifier si la police a fait son
travail. Cette attitude est à l'origine
de nombreux problèmes. C'était
déjà le cas dans le dossier Van
Nieuwenhuysen. On a essayé de
faire porter le chapeau aux
responsables de la prison mais,
selon moi, la responsabilité finale
revient au juge d'instruction et au
procureur. Je n'accepterais pas
aussi facilement que les services
de la Justice répondent de cette
manière.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
07 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "le transfert du détenu Dutroux de la
prison d'Ittre à celle de Nivelles" (n° 9503)</b>
07 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de overbrenging van de
gedetineerde Marc Dutroux van de gevangenis van Itter naar die van Nijvel" (nr. 9503)
07.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je voudrais revenir sur la problématique du transfert du
détenu Dutroux de la prison d'Ittre à celle de Nivelles. J'ai déposé
cette question voici quelque temps. Cette information avait été en son
temps relayée, mais ses fondements et raisons ont été peu expliqués.
L'objet de ma question était de savoir si ce transfert avait eu lieu à la
demande du détenu ou de son conseil. Comment la décision a-t-elle
été prise et quelles sont les raisons qui ont été prises en
considération pour la prendre? Ce transfert revêt-il un caractère
temporaire ou définitif?
07.01 Xavier Baeselen (MR):
Heeft de overbrenging van de
gedetineerde Marc Dutroux van de
gevangenis van Ittre naar die van
Nijvel plaatsgehad op verzoek van
de gedetineerde zelf of van zijn
raadsman? Op welke manier en
om welke redenen werd die
beslissing genomen? Gaat het om
een tijdelijke of een definitieve
maatregel?
07.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, la décision de
transférer un détenu d'un établissement vers un autre relève de la
compétence de l'administration pénitentiaire. Ce transfèrement peut
être décidé pour une série de raisons. Des transferts peuvent
également avoir lieu pour des raisons d'ordre et de sécurité, voire
pour de simples questions de gestion de la population carcérale. La
décision de transfert du détenu Dutroux a été prise délibérément par
l'administration pénitentiaire. Cette décision a été prise dans le cadre
d'un plan de détention de ce détenu, dont l'un des éléments est un
changement régulier de lieu de détention pour des raisons de
sécurité. Ce détenu est d'ailleurs soumis à un régime de sécurité
particulier et individuel. Aucun transfèrement n'est jamais définitif. Un
détenu peut toujours être transféré ultérieurement si la situation
l'exige. Dans ce cas, des raisons de sécurité dans le cadre d'un plan
de détention établi pour ce détenu ont présidé à ce transfert.
07.02 Minister Stefaan De Clerck:
De beslissing met betrekking tot
de
overbrenging
van
de
gedetineerde Marc Dutroux werd
genomen door het bestuur der
strafinrichtingen op grond van een
detentieplan
dat
voorziet
in
straftoerisme.
Geen
enkele
overbrenging is ooit definitief. Een
gedetineerde kan later altijd naar
een andere gevangenis worden
overgebracht indien de situatie
zulks vereist.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "la libération de détenus par des
directeurs de prison sans autorisation préalable" (n° 9528)</b>
08 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de vrijlating van gevangenen
door gevangenisdirecteurs zonder voorafgaande toestemming" (nr. 9528)
08.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, ma question concerne la problématique de la libération par
des directeurs de prison de détenus sans autorisation spécifique
préalable, notamment d'un détenu en octobre dernier. Il s'agit d'un
dossier évoqué par la presse fin novembre.
Un délinquant financier, multirécidiviste et déjà condamné pour des
faits de stupéfiants, avertit son avocat de la reprise, le lendemain, de
son procès sur opposition. Le détenu en question avait été condamné
en septembre à 18 mois de prison ferme par défaut, à nouveau pour
des faits d'escroquerie. Le tribunal avait constaté l'absence du
prévenu et ordonné son arrestation immédiate. L'intéressé avait donc
été cueilli chez lui par des policiers qui l'avaient conduit à la prison, au
greffe de laquelle il avait signé son acte d'opposition, c'est-à-dire qu'il
souhaitait être rejugé en sa présence.
Jusque-là, tout est normal. Ce qui l'est moins, c'est que le directeur lui
08.01 Xavier Baeselen (MR): De
pers berichtte onlangs over de
vrijlating
door
een
gevangenisdirecteur,
zonder
voorafgaande specifieke toelating,
van een persoon die zich schuldig
had gemaakt aan financiële
delinquentie. Het gaat om een
veelpleger die ook al veroordeeld
was voor druggerelateerde feiten.
Magistraten in Luik, Brussel en
Bergen bevestigden dat dit geen
alleenstaand geval is. Niemand
lijkt echter te weten wie de
toestemming geeft voor dergelijke
losstaande
initiatieven
van
gevangenisdirecteurs.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
a proposé de remplir un document en vue de l'obtention d'un bracelet
électronique et l'a remis immédiatement en liberté, sans attendre
d'avis de quiconque. Le parquet, averti de l'acte d'opposition, avait
adressé un courrier à celui qu'il croyait détenu, donc à la prison.
L'audience était fixée au 1
er
octobre. Ce n'est que le 14 octobre que le
directeur de la maison d'arrêt s'est aperçu du danger imminent: le
prévenu risquait d'être rejugé en son absence, donc condamné, mais
cette fois en raison d'une erreur administrative.
Ces faits ne semblent pas isolés. Le cas présenté n'est qu'une
illustration du genre de problèmes pouvant se produire. On évoque
d'autres cas similaires signalés à Bruxelles, à Mons et à Liège. Des
magistrats l'ont confirmé. En revanche, personne ne sait ce qui
autorise ces initiatives isolées de chefs d'établissements
pénitentiaires.
Monsieur le ministre, confirmez-vous les différents éléments dévoilés
par la presse?
À votre connaissance, des cas similaires ont-ils été avérés?
Quelles mesures ont-elles été ou seront-elles mises en oeuvre pour
éviter de telles "erreurs administratives"?
Klopt dit? Welke maatregelen zal u
nemen
om
dergelijke
"administratieve vergissingen" te
voorkomen?
08.02 Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur Baeselen, avant
d'aborder ce cas concret, je m'attarderai à la jurisprudence en cette
matière en vertu de laquelle les jugements et arrêts rendus par défaut
sont coulés en force de chose jugée dès que le délai ordinaire
d'opposition est écoulé. Selon la jurisprudence de la Cour de
cassation, la condamnation devient en effet définitive dans ce dernier
cas sous condition résolutoire d'une déclaration d'opposition
recevable et effectuée dans le délai extraordinaire. Dès lors que nous
sommes face à un jugement définitif, les règles habituelles sont
d'application, notamment les règles relatives à la libération provisoire
ou à la surveillance électronique.
Dans le dossier qui nous concerne, le condamné avait fait opposition
en effet, non pas dans le délai ordinaire mais bien dans le délai
extraordinaire. Dès lors, tant que l'opposition n'avait pas été déclarée
recevable, la condamnation était définitive et il fallait appliquer la
circulaire ministérielle relative à la surveillance électronique. Comme
l'intéressé avait été condamné à 18 mois d'emprisonnement, soit une
peine de moins de trois ans, il entrait immédiatement en ligne de
compte pour une interruption de peine en vue d'une surveillance
électronique.
Cette mesure est accordée par le directeur sauf exception,
notamment après condamnation pour des faits d'abus sexuel. En
l'occurrence, aucune contre-indication à l'interruption de peine n'a été
constatée et le directeur a donc ordonné celle-ci. Après la mise en
interruption de peine, à savoir le 2 octobre, la prison a reçu un ordre
d'extraction du parquet pour le 14 octobre. Ceci est le seul document
reçu par la prison qui n'a pas reçu de citation à comparaître pour
l'intéressé. Conformément à l'usage, la prison a averti l'intéressé le
14 octobre qu'il devait comparaître le lendemain.
Il est à noter que tous les parquets ont accès aux banques de
données SIDIS et Greffe qui reprennent la situation pénitentiaire de
08.02 Minister Stefaan De Clerck:
Volgens de rechtspraak treden de
bij verstek gewezen vonnissen en
arresten in kracht van gewijsde
zodra de gewone termijn van
verzet verstreken is. Aangezien
het om een definitief vonnis gaat,
zijn de gebruikelijke regels inzake
voorlopige invrijheidstelling en
elektronisch
toezicht
van
toepassing.
In het onderhavige geval had de
veroordeelde
binnen
de
buitengewone
termijn
verzet
aangetekend. Zolang het verzet
niet ontvankelijk was verklaard,
was de veroordeling definitief en
moest de ministeriële omzendbrief
in verband met het elektronisch
toezicht worden toegepast. In dit
geval was er geen enkele contra-
indicatie voor de strafonderbreking
vastgesteld en de directeur heeft
die maatregel dus toegepast.
Enkele
dagen
na
de
strafonderbreking, met name op 2
oktober, ontving de gevangenis
een bevel inzake uithaling van het
parket
voor
14
oktober.
Overeenkomstig
het
gebruik
bracht
de
gevangenis
de
betrokkene op 14 oktober ervan
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
l'intéressé, notamment le fait que celui-ci ait bénéficié d'une
interruption de peine ainsi que l'adresse à laquelle il doit résider. En
toute logique, la citation à comparaître a donc été envoyée à la
résidence de l'intéressé qui aurait dû connaître par conséquent la
date de comparution. Les autres prisons appliquent les règles de la
même manière.
Il y a bien eu une distinction entre les cas où le délai ordinaire
d'opposition est toujours en cours et qui ne seront pas en interruption
de peine tant que le jugement ne sera pas définitif et les cas où le
délai ordinaire d'opposition et d'appel a expiré. Dans le cas que vous
évoquez, le directeur de la prison a agi dans le respect de la
réglementation en vigueur dans les limites de ses compétences. Il
ressort de cette affaire qu'il faudra adapter la pratique quotidienne en
matière de circulation d'information entre les parquets et envers les
établissements pénitentiaires. Mon administration travaille déjà à un
cahier des charges pour le développement d'un nouveau programme
informatique SIDIS; les modalités d'accès aux informations y seront
améliorées.
Dans les adaptations que mon prédécesseur a apportées à la
directive ministérielle concernant la surveillance électronique, il a
inscrit de nouvelles instructions au sujet du rapportage par le CNSE
aux parquets et aux services de police. J'ai également demandé
d'analyser de quelle manière l'administration pénitentiaire pourrait
vérifier désormais si d'autres dossiers sont en cours avant de décider
d'une interruption de peine. À l'occasion du développement d'un
nouveau programme informatique pour la chaîne pénale, j'ai
demandé d'y intégrer la possibilité de communication entre les
différents parquets pour que les informations sur une même personne
deviennent disponibles sur l'entièreté du territoire.
À l'occasion de cette situation, j'ai également demandé d'examiner
comment un jugement avec arrestation immédiate pourrait constituer
une contre-indication pour une interruption de peine.
Il est un fait que le phénomène de l'interruption de peine reste un
point difficile dans la problématique de l'exécution des peines pour les
condamnés à trois ans et moins. Tant que nous ne disposons pas
d'une capacité pénitentiaire supplémentaire, nous serons confrontés à
ce problème.
Par l'adaptation de la directive et en insistant sur plus d'effectivité, le
nombre en première phase a encore augmenté car désormais, une
enquête préalable est à nouveau requise. C'est une conséquence
inévitable du choix que nous avons fait en vue de plus d'effectivité.
Après une diminution durant une courte période, au moment de
l'entrée en vigueur des nouvelles modifications, le nombre a
recommencé à augmenter et l'administration espère que celui-ci
remontera jusqu'à 700 d'ici la fin du mois pour continuer à augmenter
par la suite. J'espère que ceci aura également des conséquences
pour le nombre d'interruptions de peines. Simultanément, nous
oeuvrons au recrutement d'assistants de justice supplémentaires.
Cette double approche devra également contribuer à une évolution
favorable.
op de hoogte dat hij de dag nadien
moest verschijnen.
In
dit
geval
heeft
de
gevangenisdirecteur
gehandeld
volgens de vigerende regelgeving
en binnen het bestek van zijn
bevoegdheden. Uit deze zaak blijkt
dat er in de dagelijkse praktijk
bijsturingen nodig zijn wat de
informatiedoorstroming tussen de
parketten onderling en naar de
penitentiaire inrichtingen betreft.
Mijn administratie werkt al aan een
bestek voor de ontwikkeling van
een nieuw computerprogramma
ter vervanging van het bestaande
SIDIS-programma
(Detentie-
Informatiesysteem). Zo wil ze de
modaliteiten voor de toegang tot
informatie verbeteren.
Ook heb ik gevraagd dat er zou
worden onderzocht in hoeverre
een vonnis met onmiddellijke
aanhouding een contra-indicatie
zou
kunnen
zijn
voor
strafonderbreking.
Zolang
wij
niet
over
een
bijkomende gevangeniscapaciteit
beschikken,
zullen
wij
geconfronteerd worden met dat
probleem van strafonderbreking
voor mensen die tot straffen van
drie jaar en minder veroordeeld
zijn.
Er komen extra justitieassistenten
in dienst ­ daar werken we aan -
en ik hoop dat dit de situatie zal
helpen verbeteren.
08.03 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse détaillée qui témoigne de deux choses.
08.03 Xavier Baeselen (MR): De
gevangenisdirecteurs passen de
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
D'une part, si j'entends bien, les directeurs de prisons appliquent les
législations et respectent les lois, ce qui est plutôt rassurant. D'autre
part, ce qui l'est moins, c'est que les parquets ne sont pas toujours au
courant de la situation de certaines personnes condamnées,
notamment si elles sont dans un établissement pénitentiaire ou si
elles portent un bracelet électronique ou si elles ont bénéficié d'une
autre mesure.
Le ministre va évaluer cette situation et voir de quelle manière
l'information peut mieux circuler entre les établissements
pénitentiaires et le parquet. C'est rassurant et c'est prudent car une
erreur administrative peut parfois déboucher sur un problème
politique!
wetgeving toe en leven de wetten
na, wat bepaald geruststellend is.
Minder geruststellend is dan weer
dat de parketten niet altijd op de
hoogte zijn van de situatie van
bepaalde veroordeelden. Deze
situatie dient dan ook te worden
geëvalueerd
en
men
moet
uitmaken hoe men de informatie-
uitwisseling
tussen
de
strafinrichtingen en het parket het
best organiseert.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, mag ik
suggereren om de totaliteit van de problemen rond de
gevangenisinfrastructuur te bundelen en dat dit het grote debat wordt
rond een voorstel tot globale aanpassing en aanpak die ter zake is
uitgewerkt? Ik weet niet of de commissie het daarmee eens is.
Het zou immers veel interessanter zijn om alle vragen die te maken
hebben met wat er gebeurt in Vorst, Merksplas en her en der, globaal
te bespreken met een globale voorstelling van wat er allemaal is
gepland. Ik denk dan aan de termijnen voor verbouwing en
nieuwbouw, enzovoort. Het zou veel interessanter zijn om die
voorstelling te kunnen geven en op basis daarvan ook het debat te
kunnen voeren over de modaliteiten die er wellicht nog aan kunnen
worden toegevoegd.
Deze vraag handelt over de gevangenis van Vorst, en over problemen
inzake de overbevolking, de renovatie, enzovoort, aldaar. Die vragen
kunnen evenwel voor elke gevangenis worden gesteld ik zou deze
materie liever als één geheel behandelen. Voor mij mag dat
bijvoorbeeld volgende week zijn.
Al die vragen die betrekking hebben op de "immobiliaire" aspecten
van het gevangeniswezen, de internering, enzovoort, kunnen we dan
groeperen. Ik kan dan eerst een uiteenzetting geven en dan kan er
een debat worden gevoerd met de commissie voor de Justitie over
het gehele plan dat klaarligt. Dat kan volgende week gebeuren of de
week erna, mij is dat om het even. Dat kan onmiddellijk doorgaan.
08.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je voudrais suggérer de
traiter tous les problèmes relatifs à
la structure carcérale dans le
cadre d'un vaste débat.
08.05 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, mijn interpellatie
die al was gericht tot de vorige minister, had eigenlijk tot doel om een
zesmaandelijks verslag te kunnen krijgen.
Ik ga akkoord met uw suggestie omtrent een globaal overzicht, als de
andere leden ook akkoord gaan. Dan kunnen we beter volgen wat er
al dan niet gebeurt.
Vanuit uw kabinet werden overigens belangrijke verklaringen afgelegd
aan Het Laatste Nieuws, wat duidt op een van mijn punten. In Het
Laatste Nieuws wordt naar aanleiding van een artikel over de mensen
die in Luik zijn gevlucht, gezegd ­ dat heeft eigenlijk niets te maken
met die feiten ­ dat de Regie der Gebouwen niets doet inzake de
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
planning op het vlak van veiligheid. Dat las ik in Het Laatste Nieuws.
Ik begrijp dat men dit zegt want een van mijn punten is precies dat het
probleem zich daar situeert.
08.06 Minister Stefaan De Clerck: Ik doe een procedurevoorstel om
alle vragen die verband houden met die materie, gegroepeerd te
behandelen. Er zijn immers nog vragen die daarop betrekking
hebben. Alzo heeft iedereen een globaal zicht op deze
aangelegenheid in haar geheel.
Ook de discussies over de raadkamer, de KI in een gevangenis en de
assisenzaal moeten hierbij worden betrokken want dit is een globaal
debat. Het "immobiliair" aspect van de strafuitvoering, zeg maar.
08.07 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik ben
het daarmee eens. Het masterplan werkt nu eenmaal over een
langere termijn en wij hebben dit in het verleden ook zo tegen minister
Vandeurzen gezegd. Wij moeten geregeld informatie krijgen omdat hij
pas op zijn beleid zou kunnen worden afgerekend in 2012. Die
voortgangsrapporten via de commissie voor de Justitie vormen dan
ook geen enkel probleem.
De vraag is wel wat er moet gebeuren als er nog een vraag komt over
een of andere aangelegenheid waarbij er betwisting bestaat over de
vraag of dit al dan niet tot het gevangeniswezen behoort. Men kan
natuurlijk zeer ver uitbreiden. Er zijn bijvoorbeeld ook vragen over
drugs in de gevangenissen. Hoort dit er volgens u ook bij, mijnheer de
minister?
08.08 Minister Stefaan De Clerck: Het gaat over het " immobiliair"
luik, zoals verbouwingen, kwaliteit, enzovoort. Het gaat eigenlijk over
de infrastructuur zelf. Er zijn ook vragen zoals die van de heer
Baeselen over de wijze waarop men verzet aantekent, of vragen over
de problematiek van de drugs.
08.09 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ook videoconferenties en
dergelijke?
08.10 Minister Stefaan De Clerck: Ook dat, ja.
08.11 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Akkoord.
08.12 Minister Stefaan De Clerck: Ik weet niet wanneer dit kan
doorgaan, mevrouw de voorzitter? Hebt u al een beslissing genomen?
Wordt dat volgende week woensdag?
De voorzitter: (...).
08.13 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, vous pouvez
peut-être demander à celui qui pose la question s'il est d'accord de la
reporter. Pour l'instant, nous en sommes aux points 10 et 11 de
l'ordre du jour. J'entends le ministre nous soumettre une proposition.
Il s'agit en particulier de la situation dans la prison de Forest. Nous
avons été plusieurs parlementaires de la Chambre et du Sénat à
visiter cet établissement, où la situation est purement et simplement
inhumaine. Autant je suis quelqu'un qui peut défendre une option
répressive, autant je tiens à souligner la situation inhumaine dans
08.13 Xavier Baeselen (MR): U
kan de vraagsteller vragen of hij
ermee akkoord gaat dat de vraag
wordt verdaagd. Ik wens in de
eerste plaats de onmenselijke
situatie in de gevangenis van Vorst
te behandelen.
Ik ben bereid over een plan voor
de gevangenissen te spreken op
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
cette prison, et il faut la dénoncer. J'en ai visité beaucoup. Étant
criminologue, j'ai vu toutes les prisons du pays.
Que nous discutions d'un plan sur les prisons, je suis d'accord, mais à
condition que les auteurs des questions y afférent soient inscrits à
l'ordre du jour et interviennent en priorité. Je sais comment les choses
s'organisent de façon générale au Parlement.
Qu'on reporte alors toutes mes questions, et que ceux qui ont déposé
des questions sur le sujet interviennent prioritairement dans le débat.
voorwaarde dat de indieners van
de desbetreffende vragen op de
agenda ingeschreven staan en
eerst aan de beurt komen. Dat
men dan mijn vragen uitstelt om
dat mogelijk te maken.
08.14 Minister Stefaan De Clerck: Volgende week dinsdagmorgen
zijn er nog andere activiteiten. Dan ben ik er niet.
De voorzitter: En dinsdagnamiddag, voor de vragen?
08.15 Minister Stefaan De Clerck: Dinsdag is heel moeilijk voor mij.
Er is ook in het paleis van alles gepland.
De voorzitter: Dinsdagnamiddag?
08.16 Minister Stefaan De Clerck: Neen, niet in de namiddag, maar
er is ook een andere activiteit gepland.
De week nadien. Er zijn verschillende vragen. Kunnen we die vragen
niet naar woensdagnamiddag verplaatsen, waarbij ik eerst een
globale uiteenzetting geef? Dat zal geen uren duren. Op een half uur
tijd geef ik een uiteenzetting van wat er allemaal op het vlak van
immobiliën gebeurt. Dan kunnen alle vragen die daarop betrekking
hebben, worden behandeld. We kunnen die dan prioritair behandelen.
Ik denk dat er tien tot twaalf vragen te maken hebben met die zaken.
Kunnen we die volgende week als eerste behandelen?
De voorzitter: We hebben een bezoek gepland aan het OCAD, waar de heer Vandooren ons wil
ontvangen. Dat kunnen we misschien om 15.00 uur of om 15.30 uur nog organiseren. Dus dan plaatsen we
het op de agenda voor woensdagnamiddag om 14.00 uur? Dan hebben we anderhalf uur tijd.
(...): De minister geeft eerst een overzicht van de werkzaamheden in de verschillende gevangenissen.
Nadien komen er tussenkomsten, vragen en dergelijke. Dat gaan we nooit op anderhalf uur tijd kunnen
afronden.
08.17 Minister Stefaan De Clerck: Men moet er toch rekening mee
houden dat het ongeveer twee uur kan duren.
08.18 Renaat Landuyt (sp.a): Er is niet zoveel gebeurd.
De voorzitter: Dan stel ik voor om het over veertien dagen te doen. We hebben gisteren bij de regeling der
werkzaamheden afgesproken dat we het OCAD gaan bezoeken, ook omdat er een evaluatie is gevraagd
over de terrorismewetgeving. Ik kan dat bezoek op dit moment niet zomaar schrappen.
08.19 Minister Stefaan De Clerck: Zullen wij afspreken op
woensdagnamiddag 4 februari? Dan toon ik een volledige presentatie
voor iedereen en geef ik een volledig overzicht.
08.20 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Horen mijn vragen over het
veiligheidskorps daar eventueel ook bij?
08.21 Minister Stefaan De Clerck: Normaal niet, ik zou alleen de
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
immobiliënaspecten behandelen. Het is voor mij geen probleem de
behandeling van het veiligheidskorps uit te stellen. Wij kunnen
misschien straks de zaken aanstippen die...
08.22 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Wij kunnen misschien de
vragen overlopen die ermee te maken zouden kunnen hebben, zoals
de zelfdoding van een beschuldigde in een assisenproces. Of niet?
De voorzitter: Tenzij wij het eventueel doen op woensdagnamiddag. Ik zie dat de oppositie bijna voltallig
aanwezig is. Als zij ermee akkoord gaan...
08.23 Minister Stefaan De Clerck: Het is woensdagnamiddag, maar
de vraag is of het volgende week of binnen twee weken is.
La présidente: On prévoira la visite à un autre moment.
08.24 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Dat bezoek zou dan
samenvallen met de commissie voor de Binnenlandse Zaken.
08.25 Minister Stefaan De Clerck: Daarom zouden we beter
4 februari nemen. Dan moeten de werkzaamheden niet worden
verstoord.
De voorzitter: Mag ik dan volgende week voorstellen, na de middag?
08.26 Minister Stefaan De Clerck: Voor mij mag dat.
08.27 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): La commission des Affaires
intérieures a prévu une visite à l'OCAM au même moment que nous!
08.27 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!):
De
commissie
Binnenlandse zaken heeft op
hetzelfde tijdstip als wij een
bezoek aan het CODA gepland.
La présidente: C'est mercredi matin mais à ce moment, nous avons
des auditions sur la copropriété. On ne peut donc pas les faire en
même temps, mais si vous préférez aller en commission de l'Intérieur,
cela ne pose pas de problème.
De voorzitter: Het bezoek is
gepland op woensdagochtend,
maar op dat ogenblik houden we
audities over de mede-eigendom.
08.28 Minister Stefaan De Clerck: Dus volgende week woensdag om
14 uur. En gaat de OCAD nog door of niet?
De voorzitter: Neen, dat gaan wij niet organiseren.
08.29 Renaat Landuyt (sp.a): (...)
De voorzitter: Collega's, de vragen nrs. 9529 en 9530 van de heer
Baeselen, de samengevoegde vragen en interpellaties nrs. 257 van
de heer Landuyt, 265 van de heer Lahsainni en de vragen nrs. 9563,
10049 en 10234 van respectievelijk de heren Gilkinet, Prévot en
Schoofs zullen volgende week worden behandeld.
La présidente: Les questions n°
s
9529 et 9530 de Monsieur
Baeselen,
les
questions
et
interpellations jointes n°
s
257 de
Monsieur Landuyt et 265 de
Monsieur Lahssainni ainsi que les
questions n°
s
9563, 10049 et
10234
de,
respectivement,
Messieurs Gilkinet, Prévot et
Schoofs
seront
traitées
simultanément mercredi prochain
à 14 heures.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
08.30 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, we moeten toch ingelicht zijn daarover.
08.31 Minister Stefaan De Clerck: Voor mij geen probleem, maar als
wij deze vragen tegenkomen, kunnen wij zeggen welke dossiers. Wij
zitten nu aan vraag nr. 10.
08.32 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik wil alleen verhinderen dat
een collega die speciaal naar hier zou komen, bijvoorbeeld voor vraag
nr. 26, plots voor een voldongen feit staat.
08.33 Minister Stefaan De Clerck: Ik wil wel overlopen welke dat zijn.
Vraag nr. 10: graag, want Vorst is een deel daarvan. Ook vraag
nr. 11.
De voorzitter: Vraag nr. 12 niet. Maar wij gaan de 70 vragen nu toch niet overlopen.
08.34 Renaat Landuyt (sp.a): Mevrouw de voorzitter, ik zou graag
weten...
08.35 Bert Schoofs (Vlaams Belang): (...) Dat weet ik. Dan is de
volgorde van de vragen ook gewijzigd. De agenda wordt gewoon
compacter.
De voorzitter: Dat hopen wij, maar op dit moment vallen vraag nr. 10 en nr. 11 weg.
08.36 Minister Stefaan De Clerck: En vraag nr. 18 ook?
De voorzitter: En nr. 18 ook.
08.37 Minister Stefaan De Clerck: Er zijn er nog meer, hoor, maar
goed.
08.38 Renaat Landuyt (sp.a): Ik wil een praktische vraag stellen
over volgende week woensdagnamiddag. Ik heb begrepen dat
dinsdagnamiddag niet gaat.
De voorzitter: Er zijn wel vragen geagendeerd.
08.39 Renaat Landuyt (sp.a): First things first. Mijnheer de minister,
zou het niet handig zijn op woensdagnamiddag uw collega van
Financiën of zijn medewerkers, verantwoordelijk voor de Regie der
Gebouwen, erbij te hebben?
U bent zo vriendelijk te antwoorden, maar de bevoegdheid ligt sterk bij
de Regie der Gebouwen, bij de minister van Financiën, als het over
bouwwerken gaat.
08.39 Renaat Landuyt (sp.a): Il
me semble que le ministre des
Finances ou au moins un de ses
collaborateurs devrait assister au
débat pénitentiaire puisque la
Régie des Bâtiments est sous la
tutelle du ministre des Finances.
08.40 Minister Stefaan De Clerck: Er is een protocol.
(...): (...)
08.41 Minister Stefaan De Clerck: De sfeer is goed, nog altijd.
08.42 Renaat Landuyt (sp.a): Als er een protocol wordt afgesloten,
is dat omdat men spontaan (...).
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
08.43 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, je comprends
l'intervention de M. Landuyt. Je le connais bien!
Le ministre de la Justice fait partie d'un gouvernement. S'il s'exprime
sur la question de la surpopulation carcérale et sur les travaux en
cours dans les prisons, il a dû prendre contact avec son collègue en
charge de la Régie. Si M. Reynders est disponible, ce qui
m'étonnerait, il viendra.
08.43 Xavier Baeselen (MR): Ik
vermoed dat de minister van
Justitie contact heeft opgenomen
met zijn collega die over de Regie
der Gebouwen gaat, anders zou
hij zich vandaag niet uitspreken
over de overbevolking van de
gevangenissen noch over de
werken die nu aan de gang zijn in
de gevangenissen. Als de heer
Reynders beschikbaar is, zal hij
komen.
08.44 Renaat Landuyt (sp.a): Dans la presse flamande, il est écrit
que, selon le cabinet du ministre de la Justice, la Régie ne fait rien!
08.44 Renaat Landuyt (sp.a): In
de Vlaamse pers staat dat de
Regie volgens het kabinet van de
minister van Justitie niets doet!
De voorzitter: Wij komen thans aan de vraag nr. 9553 van mevrouw De Rammelaere.
08.45 Minister Stefaan De Clerck: Het betreft hier een dossier dat ik
eveneens daarbij zal toelichten. Het dossier Everberg wordt volgende
week voorgesteld.
Volgende week heeft men het globale plaatje van het aantal plaatsen,
welke erbij komen, enzovoort.
08.45
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je propose de répondre
à la question n° 9553 de Mme De
Rammelaere
la
semaine
prochaine dans le cadre du
dossier Everberg.
09 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de invulling van het beginsel
van de scheiding der machten" (nr. 9568)
09 Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "l'interprétation du principe de la
séparation des pouvoirs" (n° 9568)</b>
09.01 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, gelet op de
aanleiding van uw benoeming tot minister van Justitie, is het
misschien goed duidelijke afspraken te maken wat betreft de
scheiding der machten en uw wettelijke bevoegdheden als minister
van Justitie en als lid van de regering.
Vandaar dat ik de inleiding tot mijn vragen veel korter wil maken dan
de geschreven tekst. Ik denk dat de antwoorden hierop enorm
belangrijk zijn voor de toekomst, vandaar mijn vragen.
Ten eerste, welke invulling geeft u als minister van Justitie aan het
grondwettelijk beginsel van de scheiding der machten?
Ten tweede, welke gedragsregels leidt u hieruit af voor uzelf en uw
medewerkers?
Ten derde, wat zijn naar uw oordeel uw wettelijke bevoegdheden ten
aanzien van de procureurs?
Ten vierde, wat zijn naar uw oordeel uw wettelijke bevoegdheden ten
aanzien van de rechters?
Ten vijfde, zijn er bijzondere afspraken gemaakt door de huidige
regering nopens het omgaan met procureurs en rechters in het raam
van lopende en toekomstige processen waarin de overheid direct of
indirect betrokken partij is?
09.01 Renaat Landuyt (sp.a): Il
serait peut-être indiqué que le
nouveau ministre de la Justice
convienne de règles précises en
matière
de
séparation
des
pouvoirs.
Quel contenu concret le ministre
donne-t-il au principe de la
séparation des pouvoirs? Quelles
règles de conduite lui-même et
ses collaborateurs doivent-ils dès
lors suivre? Quelles sont, selon lui,
ses compétences légales vis-à-vis
des procureurs et des juges? Des
accords ont-ils été conclu au sein
du gouvernement à propos des
contacts avec les procureurs et les
juges dans le cadre de procès où
les
pouvoirs
publics
sont
impliqués?
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
09.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega
Landuyt, ik denk dat dit een heel belangrijke materie is voor de
onderzoekscommissie waarvan u volgens mij deel uitmaakt. Ik denk
dat ik in algemene termen maar ook in het bijzonder moet verwijzen
naar de besprekingen die daar zullen plaatsvinden.
Ik denk dat het belangrijk is om de toets, de checks and balances, af
te wachten, omdat het daar is waar het gebeurt. Het is nu niet aan mij
om uitspraken te doen, terwijl dit het voorwerp is van een bespreking
in een parlementaire onderzoekscommissie.
Het is op zich al historisch dat over de scheiding der machten een
onderzoekscommissie wordt ingesteld. Ik denk dat we nog te weinig
beseffen wat het historische belang is van die onderzoekscommissie.
Het zou niet passen dat ik hier en nu een uiteenzetting geef. Ik zou
Montesquieu kunnen voorlezen gedurende maximum vijf minuten. Is
dit een antwoord?
09.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je voudrais me référer
aux discussions au sein de la
commission
d'enquête
parlementaire à propos de cette
matière
importante.
Il
ne
m'appartient pas de faire ici et
maintenant des déclarations à ce
sujet.
09.03 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, mijn vijf
specifieke vragen gaan over uw handelingen in de toekomst. U moet
vandaag toch weten hoe u zult omgaan met uw bevoegdheden?
09.03 Renaat Landuyt (sp.a):
Mais le ministre doit tout de même
déjà savoir aujourd'hui de quelle
manière
il
exercera
ses
compétences à l'avenir?
09.04 Minister Stefaan De Clerck: Ik zal aldus verwijzen naar de
commissie die daarover specifiek zal handelen. Ik denk niet dat het
opportuun is daar nu in detail op in te gaan.
Trouwens, het is moeilijk om deze vraag over hoe men zoiets oplost,
te beschouwen als een mondelinge vraag tussendoor. Het is evident
dat een minister van Justitie de onafhankelijkheid van de rechterlijke
macht ten overstaan van de uitvoerende macht en de wetgevende
macht, als grondwettelijk principe vastgelegd in artikel 151, §1, moet
respecteren. Die onafhankelijkheid moet onverkort door de minister
van Justitie worden gerespecteerd.
Dat belet niet dat het openbaar ministerie op zijn beurt, onafhankelijk
wanneer het de strafuitvoering instelt, dus bij het vervolgen van
misdrijven, onderworpen is aan het gezag en het toezicht van de
minister van Justitie op andere vlakken. Dit is helemaal wettelijk
uitgetekend.
Ik denk dat u op dat vlak de regels zeer goed kent, collega Landuyt.
Dat is basiskennis van het recht. Alles draait rond de scheiding der
machten en de wijze waarop de minister van Justitie omgaat met het
openbaar ministerie. Ik meen dat wij het erover eens zijn dat de
onafhankelijkheid van de rechterlijke macht honderd procent
gerespecteerd wordt, wat niet belet dat het spreken van recht
onderscheiden moet worden van het organiseren van het recht. Wat
de organisatie van het rechterlijke landschap betreft, moeten wij
kijken hoe wij, in overleg met de magistratuur, tot een reorganisatie
kunnen komen.
Het externe toezicht op de rechterlijke macht wordt beperkt door
onder meer het verbod om rechterlijke beslissingen te censureren, het
verbod op negatief injunctierecht en het verbod om in de plaats te
treden bij het berechten van geschillen die tot de bevoegdheid van de
09.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
Je
renvoie
à
la
commission d'enquête. J'estime
qu'il n'est pas opportun d'entrer
maintenant dans les détails à ce
sujet. Il n'est d'ailleurs pas aisé de
répondre convenablement à cette
question dans le cadre des
questions orales. Il est évident
qu'un ministre de la Justice doit
respecter
la
séparation
des
pouvoirs. Nous devons toutefois,
en
concertation
avec
la
magistrature, nous pencher sur la
réorganisation
du
paysage
judiciaire.
Le contrôle externe du pouvoir
judiciaire est notamment limité par
l'interdiction de censurer les
décisions
judiciaires,
par
l'interdiction du droit d'injonction
négatif et par l'interdiction de se
substituer au pouvoir judiciaire.
Le ministre de la Justice exerce
une tutelle sur les fonctionnaires
du ministère public. Des détails
supplémentaires concernant ces
compétences
légales
seront
fournies
à
la
commission
d'enquête parlementaire.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
rechterlijke
macht
behoren. Dat
zijn
bekende principes.
Overeenkomstig artikel 400 van het Gerechtelijk Wetboek oefent de
minister van Justitie toezicht uit op alle ambtenaren van het openbaar
ministerie.
De parlementaire onderzoekscommissie zal u toelaten meer in detail
kennis te nemen van mijn wettelijke bevoegdheden. Ik vermoed dat
men zich daarover zal documenteren en dat er daarover zal worden
gedebatteerd. Dit kan misschien zelfs het voorwerp zijn van
voorbereidend werk door de experts. Ik weet niet of dat tot hun
opdracht zal behoren, maar dat zijn allemaal redenen om te zeggen
dat ik mijn antwoord op die manier beperkt wil zien.
09.05 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, u gaat een
beetje kort door de bocht. Het leven gaat verder. Er is een probleem
geweest met de BOM-wetgeving. De samenstelling van de gerechten
was niet overal in het land gelijk. Het Hof van Cassatie wees toen op
het bestaan van artikel 140 van het Gerechtelijk Wetboek. Het
openbaar ministerie, onder leiding van de minister van Justitie, is
verantwoordelijk voor de goede werking van de gerechten.
Er zullen zich dus vóór 15 maart of vóór de paasvakantie, volgens de
laatste geruchten over de termijn, situaties voordoen die de minister
van Justitie zullen verplichten tot het nemen van een beslissing. Het
functioneren van de minister van Justitie gaat verder.
Daarom vraag ik u of u alle handelingen zult stopzetten tot na de
onderzoekscommissie. Op welke wijze zult u handelen? Mag ik uit uw
antwoord afleiden dat er in de regering geen enkele nieuwe afspraak
werd gemaakt in dergelijke materies, gelet op de lopende procedures
en de problemen die de vorige regering heeft gehad en waardoor ze
is afgetreden?
Men gaat, zoals altijd, over tot de orde van de dag en men heeft geen
nieuwe afspraken gemaakt over de manier van werken. Dat kan ik
afleiden uit het feit dat u niet antwoordt.
09.05 Renaat Landuyt (sp.a): La
réponse du ministre manque de
nuance. La vie ne s'arrêtera pas
pendant les travaux de la
commission d'enquête. Le ministre
sera très vite obligé de prendre
des décisions. Ou s'abstiendra-t-il
de toute action jusqu'à la fin des
travaux
de
la
commission
d'enquête? Puis-je en conclure
que le gouvernement n'a conclu
aucun nouvel accord en ce qui
concerne
la
séparation
des
pouvoirs et qu'il est simplement
passé à l'ordre du jour?
09.06 Minister Stefaan De Clerck: De regering neemt akte van de
beslissing van het Parlement om over de scheiding van de machten
een onderzoekscommissie te installeren. Dat is op zich historisch. In
het licht van dit historische gegeven denk ik dat de regering zich
voorzichtig moet opstellen en wachten op de conclusies vooraleer te
bekijken of een wijziging in de houding van de regering nodig is.
09.06
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le gouvernement prend
acte de la décision du Parlement
d'installer
une
commission
d'enquête sur la séparation des
pouvoirs. Ceci est en soi un fait
historique. Nous attendons les
conclusions
avant
de
nous
pencher sur la question de savoir
s'il y a lieu de modifier notre
attitude.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de minister van Justitie over "de vrijlating van de persoon
verdacht van de moord op Kitty Van Nieuwenhuysen" (nr. 9584)
10 Question de M. Renaat Landuyt au ministre de la Justice sur "la libération de la personne
suspectée du meurtre de Kitty Van Nieuwenhuysen" (n° 9584)</b>
10.01 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, de kamer van 10.01 Renaat Landuyt (sp.a): La
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
inbeschuldigingstelling van het hof van beroep in Brussel heeft naar
verluidt op 6 januari de persoon die verdacht wordt van de moord op
Kitty Van Nieuwenhuysen vrijgelaten in een zaak van een overval op
een wisselagent. Ondertussen is wat de rest van de redenen van de
aanhouding betreft, de andere overvallen op de donderdag van
diezelfde week, de aanhouding toch nog verder bevestigd.
Mijn vraag is eigenlijk indirect. Gelet op deze situatie en gelet op uw
mogelijkheden in het raam van de scheiding der machten, zoals in uw
vorig antwoord opgesomd, waar u geen negatief injunctierecht hebt,
maar wel een positief injunctierecht, is mijn vraag of men vanuit uw
ambt waakt over de snelheid waarmee men de zaak betreffende de
moord afhandelt. Dat is natuurlijk het hoofdpunt: hoe lang kan men
wachten om dergelijke zaak voor het hof van assisen te brengen, om
al dan niet een gemotiveerde uitspraak te krijgen? Mijn vraag is
eerder gericht naar de hoofdzaak: het tempo van het lopende
gerechtelijk onderzoek en wat u daar via de procureur aan zou
kunnen doen, zonder u te moeien met de inhoud uiteraard, vandaar
mijn vragen.
Kan het onderzoek naar de moord op Kitty Van Nieuwenhuysen niet
worden afgesloten zodat betrokkene niet meer kan vrijkomen
voorafgaand aan het assisenproces, waarmee alle dreigende
problemen om de veertien dagen van de baan zouden zijn?
Wie is verantwoordelijk voor de fouten inzake de aanhouding? Is
daaromtrent reeds een disciplinair onderzoek gestart? Hier heb ik het
in mijn tweede vraag over de oorspronkelijke, niet verdere
aanhouding met de analyse dat er fouten zouden zijn gebeurd binnen
de gevangenis. Mijn vraag is altijd: wie voelt er zich hier
verantwoordelijk of moet zich hier verantwoordelijk voelen? Gaat men
daar verder disciplinair op in?
De vierde vraag is uiteraard welke lessen hieruit worden getrokken?
chambre des mises en accusation
de la cour d'appel de Bruxelles a
libéré le 6 janvier dernier la
personne soupçonnée du meurtre
de l'agent de police Kitty Van
Nieuwenhuysen dans le cadre
d'une affaire concernant l'grassion
d'un
agent
de
change.
L'arrestation a été confirmée pour
les autres attaques commises au
cours de la même période.
L'enquête sur le meurtre de l'agent
de police ne pourrait-elle être
clôturée pour éviter que le suspect
soit libéré pendant la période
précédant le procès devant la cour
d'assises? Il n'y aurait ainsi plus
de risque qu'il doive encore être
libéré dans le cadre d'autres
dossiers. Qui est responsable des
erreurs
commises
lors
de
l'arrestation?
Une
enquête
disciplinaire a-t-elle déjà été
ouverte?
10.02 Minister Stefaan De Clerck: Het onderzoek naar de moord op
Kitty Van Nieuwenhuysen is effectief niet afgesloten vandaag. Het is
wenselijk ­ ik deel die wens ­ dat het op korte termijn wel mogelijk
zou zijn. De gerechtelijke autoriteiten zien er op toe. Nochtans laat de
wet de beklaagde ook toe om aanvullende onderzoeksdaden te
stellen, zoals bijvoorbeeld contra-expertise inzake DNA. De duur van
het onderzoek wordt dus mee bepaald door toepassing van de wet
met bepaalde expertises en tegenexpertises die moeten worden
georganiseerd. Globaal deel ik de wens dat dit zo snel mogelijk zou
kunnen worden afgesloten.
Ondertussen is er een informatieonderzoek gestart tegen
onbekenden inzake met name corruptie in de feiten die tot de
opheffing van het aanhoudingsmandaat van Hassan Iasir hebben
geleid.
Het is nu te vroeg om conclusies te trekken of een verantwoordelijke
aan te wijzen, maar het onderzoek is opgestart met het oog op
eventuele corruptie.
Op 16 december 2008 werd aan Hassan Iasir een nieuw
aanhoudingsmandaat
gegeven
dat
door
de
kamer
van
inbeschuldigingstelling van het hof van beroep van Brussel op
10.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: L'enquête sur le meurtre
de Kitty Van Nieuwenhuysen n'est
pas encore clôturée. Il est
souhaitable qu'elle le soit le cas à
court terme. La loi permet au
suspect
de
demander
des
compléments
d'enquête,
par
exemple
une
contre-expertise
dans le cadre de l'analyse ADN,
ce qui influence évidemment la
durée de l'enquête.
Dans l'intervalle, une information a
été ouverte contre X pour
corruption dans le cadre des faits
qui ont entraîné la suspension du
mandat d'arrêt de Hassan Iasir.
Le 16 décembre 2008, un
nouveau mandat d'arrêt a été
décerné contre la personne
concernée, qui a été confirmé par
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
8 januari 2009 werd bevestigd. Ik denk dat het nu te vroeg is om al
conclusies te trekken. Ik laat natuurlijk wel een adequate en
eenvormige regeling uitwerken voor het aantekenen van hoger
beroep in een gevangenis, opdat dit probleem zich in de toekomst niet
meer zou voordoen.
De manier waarop in gevangenissen verzet of beroep wordt
aangetekend, met andere woorden de manier waarop akten in een
gevangenis kunnen worden gesteld, is eigenlijk een onderdeel van de
infrastructuur van gevangenissen. We moeten daar dus dringend een
nieuwe manier voor vinden die de huidige methode vervangt, waarbij
in een boekje wordt opgetekend wie bijvoorbeeld in beroep gaat. We
moeten nieuwe technologieën ontwikkelen waarbij die akten op een
onmiddellijke en algemeen verspreide manier worden gesteld, en er is
al onderzoek bezig dat daartoe kan leiden. Er is dus een ICT-studie
bezig om een concreet alternatief technisch uit te werken op dat vlak.
la chambre des mises en
accusations de la cour d'appel de
Bruxelles le 8 janvier 2009.
J'ai demandé d'élaborer une
procédure uniforme relative aux
actes d'appel en prison, pour
éviter que de tels problèmes ne se
reproduisent.
La
procédure
actuelle est désuète. Il faudra
donc développer de nouvelles
technologies,
permettant
une
rédaction
et
une
diffusion
immédiates des actes. Une étude
est actuellement en cours en vue
de l'élaboration d'un tel système.
10.03 Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, een bijkomend
vraagje: is er zicht op de timing wat dat moord-onderzoek betreft?
10.03 Renaat Landuyt (sp.a): Un
calendrier concret est-il prévu pour
l'enquête sur le meurtre?
10.04 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer de voorzitter, dat hangt
af van de expertise die loopt.
10.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
Cela
dépendra
de
l'expertise en cours.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "agenten die handelen in
wapens" (nr. 9712)
11 Question de Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "les agents qui se livrent à un
trafic d'armes" (n° 9712)</b>
11.01 Els De Rammelaere (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de voorzitter, ik stel mijn vraag naar aanleiding van een bericht in de
pers waaruit bleek dat agenten die moesten instaan voor het
inzamelen en vernietigen van wapens bepaalde wapens zouden
hebben achtergehouden om ze ofwel zelf te houden ofwel ze door te
verkopen aan particulieren. Er zouden diverse onderzoeken tegen
verschillende politieagenten bij verschillende parketten in het land zijn
geopend.
Ik heb daarover de volgende vragen, mijnheer de minister.
Klopt deze informatie en hoe is ze aan het licht gekomen? Tegen
hoeveel politiemannen loopt thans een gerechtelijk onderzoek? Over
hoeveel en welke wapens gaat het? In welke provincies hebben deze
feiten zich voorgedaan?
11.01 Els De Rammelaere (N-
VA): Selon des informations
parues dans la presse, plusieurs
agents chargés de collecter et de
détruire des armes auraient recelé
ou vendu certains exemplaires.
Des enquêtes ont été ouvertes
auprès de plusieurs parquets du
pays.
Confirmez-vous
ces
informations et comment ont-elles
été révélées? Combien d'agents
de police sont impliqués? De
combien et de quelles armes
s'agit-il? Dans quelles provinces
les faits se sont-ils produits?
11.02 Minister Stefaan De Clerck: Er zijn in het verleden inderdaad
geruchten geweest dat sommige politieambtenaren van hun positie
misbruik hebben gemaakt om ingeleverde wapens voor zichzelf te
houden of voor verkoop aan derden, zowel getipte particulieren als
wapenhandelaars.
Dit is uiteraard een misdrijf en een onaanvaardbare en zware
beroepsfout van politieambtenaren die moeten toezien op de naleving
van de wet. Hierdoor wordt de reputatie en de geloofwaardigheid van
11.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Des informations ont
effectivement été diffusées à ce
propos et il s'agit bien tendu d'un
délit et d'une faute professionnelle
grave, qui jettent le discrédit sur la
police et même sur la loi. Le
contrôle de la police relève bien
entendu de la compétence du
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
de politie in zijn geheel besmeurd, maar ook die van de wet zelf. Het
aspect van het politietoezicht behoort uiteraard tot de bevoegdheid
van de minister van Binnenlandse Zaken.
Ik wil benadrukken dat de onderzoeken die nu zijn opgestart slechts
een kleine minderheid van de politiezones in het land betreffen. Het
overgrote deel van de politieambtenaren vervult zijn taak op een
verantwoordelijke manier en te goeder trouw. Het probleem situeert
zich in een klein aantal zones, verspreid over het hele land, waar
politieambtenaren die zich bezighouden met wapens onvoldoende
verantwoordelijk handelen en hun privébelangen laten voorgaan. In
veel gevallen gaat het om wapenkenners die door een te grote liefde
voor het wapen in de verleiding zijn gekomen om over de schreef te
gaan.
Ik heb het volste vertrouwen in de gerechtelijke diensten die heden
bezig zijn om de nodige onderzoeken te voeren naar de laakbare
praktijken van enkele personen.
Het onderzoek is niet altijd even gemakkelijk, omdat men niet zomaar
in de registers kan gaan kijken omdat die wapens die werden
ingeleverd niet in de registers werden genoteerd. Daardoor is het
onderzoek niet zo simpel.
Ik kan geen concrete cijfers geven over hoeveel wapens het gaat, het
type wapen of tegen hoeveel politieambtenaren er een
opsporingsonderzoek dan wel een gerechtelijk onderzoek zou lopen.
Het College van procureurs-generaal moet hiervoor elk parket
bevragen dat op zijn beurt elke politiezone moet bevragen. Er loopt nu
een onderzoek naar de praktijk in algemene termen.
Ik kan u wel meedelen dat de dossiers gekend zijn in de ressorten
Bergen en Brussel. Over Gent en Luik werd mij niets meegedeeld.
Sommige feiten zouden aan het licht zijn gekomen door interne
vaststellingen, onder andere door de behandeling van de dossiers bij
de provinciale wapendienst.
Gezien de onderzoeken nog lopende zijn kan ik mij moeilijk
uitspreken over het verdere verloop ervan.
De
verschillende
parketwoordvoerders
kunnen
daarover
vanzelfsprekend wel communiceren als zij daarover worden
aangesproken.
ministre de l'Intérieur.
Les enquêtes ne concernent
qu'une infirme minorité des zones
de police du pays et la majorité
des fonctionnaires de police
exercent leur mission de manière
responsable. Le problème se situe
dans un petit nombre de zones, où
des fonctionnaires de police ont
fait primer des intérêts privés.
Dans de nombreux cas, il s'agit de
connaisseurs qui se sont laissés
tenter par ce délit. Je fais
pleinement confiance aux services
judiciaires.
Les enquêtes ne se déroulent pas
toujours facilement en raison de
l'absence
des
données
nécessaires dans les registres. Je
ne puis préciser de combien ni de
quelles
armes
il
s'agit
concrètement, ni combien de
fonctionnaires de police font l'objet
d'une enquête. Une enquête est
en cours sur ces pratiques dans
leur ensemble. J'ai en tout cas
connaissance de dossiers à Mons
et à Bruxelles mais je ne dispose
d'aucune information concernant
Gand et Liège. Certains faits
auraient été révélés par des
constats internes et d'autres par le
traitement des dossiers au service
provincial des armes.
Étant donné que les enquêtes sont
en cours, je puis difficilement me
prononcer sur la suite des
événements. Il va de soi que les
différents
porte-parole
des
parquets peuvent, le cas échéant,
fournir des informations à ce sujet.
11.03 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, klopt het
dat met bepaalde van die wapens misdrijven zijn gepleegd?
11.03 Els De Rammelaere (N-
VA): Des délits ont-ils été commis
avec certaines de ces armes?
11.04 Minister Stefaan De Clerck: Dat element is mij niet bekend, op
vandaag. Ik antwoord niet ja, noch neen. Het is mij niet bekend. Ik
heb dat ook niet specifiek bevraagd. Het is mij niet bekend.
11.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je l'ignore en ce
moment.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de minister van Justitie over "het onderzoek naar
disfuncties bij justitie en politie" (nr. 9649)
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
12 Question de M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "l'enquête relative aux
dysfonctionnements au sein de la justice et de la police" (n° 9649)</b>
12.01 Robert Van de Velde (LDD): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, het vorig parlementair onderzoek over justitie en politie
besloot dat de oorzaak van disfuncties bij justitie en politie vooral bij
afstomping van de norm lag.
Sindsdien hebben meerdere dossiers inzake de werking van justitie
en politie zich opgevolgd. Het ging daarbij zowel over de werking van
de diensten als over de wijze waarop het toezicht daarop werd
uitgeoefend. Er zijn verschillende voorvallen, zoals de benoemingen
aan de top van zowel de lokale als de federale politie en de werking
van zowel de inspectiegeneraal als van het vast Comité P.
Over meerdere van die disfuncties werden administratieve
onderzoeken geopend. Tegelijkertijd werden er ook verschillende
gerechtelijke onderzoeken opgestart, hetzij ambtshalve, hetzij als
gevolg van een klacht of aangifte.
Indien het Parlement nu enig inzicht wil verkrijgen in wat er zich sinds
het vorig parlementair onderzoek in die materie heeft voorgedaan ­
wat een natuurlijke opdracht is voor de wetgevende macht ­, dan is
het noodzakelijk om kennis te krijgen van de mogelijke disfuncties die
uit de verschillende gerechtelijke onderzoeken kunnen blijken.
Mijnheer de minister, vandaar heb ik de volgende twee vragen.
Welke opsporings- en gerechtelijke onderzoeken werden er sinds de
laatste drie jaren opgestart, zowel inzake de werking van de federale
en de lokale politie als inzake de inspectiegeneraal en het vast
Comité P?
Welke waren de gevolgen van die onderzoeken, of wat is de stand
van zaken ervan?
12.01 Robert Van de Velde
(LDD): Selon les conclusions de
l'enquête parlementaire sur la
Justice
et
la
police,
les
dysfonctionnements étaient dus à
un estompement de la norme.
Depuis lors, de nombreux dossiers
sur le fonctionnement des services
et le mode de contrôle ont été
ouverts.
Des
enquêtes
administratives
et
judiciaires
relatives
à
divers
dysfonctionnements
ont
également été ouvertes. Si le
Parlement veut se faire une idée
des événements survenus depuis
la
précédente
enquête
parlementaire,
il
doit
avoir
connaissance
des
dysfonctionnements éventuels qui
peuvent apparaître lors des
différentes enquêtes judiciaires.
Quelles enquêtes d'information et
d'instruction ont-elles été ouvertes
au cours des trois dernières
années en ce qui concerne le
fonctionnement
des
polices
fédérale et locale, l'inspection
générale et le Comité permanent
P? Où en sont ces enquêtes?
12.02 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer Van de Velde, de
disfuncties bij politie en justitie, daar voel ik wel wat bij. Wij hebben
dat uitvoerig het voorwerp laten zijn van een vroegere
onderzoekscommissie.
U vraagt wat er sindsdien is gebeurd. Dat is een zeer brede vraag.
Eigenlijk moet ik ervan uitgaan dat alle dossiers waar u naar verwijst
inzake disfuncties ter behandeling zouden moeten voorliggen bij het
Comité P, voor wat de politie aangaat, in principe. Ook alle
gerechtelijke diensten die te maken hebben met een disfunctie bij de
politie, worden verondersteld ­ en doen dat ook ­ om dat in principe
te melden bij het Comité P.
12.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Tous les dossiers relatifs
à des dysfonctionnements au sein
de la police auxquels vous faites
allusion sont en principe examinés
par le Comité P. En vertu de la loi
de 1991 relative au Comité P, les
autorités judiciaires sont tenues
d'informer ce dernier lors de
l'ouverture d'une instruction ou
d'une information contre l'appareil
policier. Je suppose qu'elles le font
effectivement et je vous renvoie
donc au rapport annuel du Comité
P. Les dysfonctionnements au
sein du département de la Justice
sont un autre élément.
12.03 Robert Van de Velde (LDD): Dat is het voorwerp van mijn
vraag, natuurlijk.
12.04 Minister Stefaan De Clerck: Ik ga ervan uit dat het ook
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
systematisch is gebeurd. De gerechtelijke overheden moeten, op
basis van artikel 14 van de wet van 18 juli 1991 op het Comité P, bij
het instellen van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk
onderzoek tegen het politieapparaat, het comité P inlichten. Ik ga
ervan uit dat zij dat ook doen. Als u andere informatie zou hebben,
moet u mij daarvan inlichten; ik heb die niet. Dat zit een beetje tussen
de regels van uw vraag. Het is mij echter niet bekend.
In principe moet ik dus verwijzen naar het jaarverslag van het
Comité P om het exact verslag te krijgen van het aantal dossiers dat
voorwerp is geweest van de werking van de federale en de lokale
politie.
De disfuncties van justitie, dat is natuurlijk een heel ander verhaal. Ik
denk echter dat u specifiek de vraag stelde naar de disfuncties bij de
politie.
12.05 Robert Van de Velde (LDD): Voornamelijk de disfuncties bij
de politie, en ook de gerechtelijke gevolgen van de administratieve
onderzoeken die dienaangaande zijn opgestart.
12.05 Robert Van de Velde
(LDD):
Je
m'interrogeais
également sur les conséquences
judiciaires
des
enquêtes
administratives ouvertes à la suite
de dysfonctionnements au sein de
la police.
12.06 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik moge
verwijzen, maar ik denk dat dit in het Parlement dusdanig wordt
bekeken en goedgekeurd, naar het jaarverslag van het Comité P
waarin de volledige inventaris van alle dossiers expliciet is
opgenomen.
12.06
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le rapport annuel du
Comité P présente un inventaire
complet
de
l'ensemble
des
dossiers.
12.07 Robert Van de Velde (LDD): Het is natuurlijk zo dat de
werking en de controle van het Comité P besloten ligt...
12.08 Minister Stefaan De Clerck: Ja, maar het verslag met een
volledige inventaris is ter beschikking van alle parlementsleden.
12.09 Robert Van de Velde (LDD): Vandaar dat u zegt "ik ga ervan
uit, dat.."
12.09 Robert Van de Velde
(LDD): Le ministre dit lui-même:
"Je suppose que..."
12.10 Minister Stefaan De Clerck: Ja, maar omdat u een beetje de
indruk geeft van "weten we het wel allemaal?". Als u over een dossier
beschikt, waarvan het niet is gebeurd, dan moet u mij dat zeggen.
Dan is het een andere vraag. Maar voor alle duidelijkheid: ik ga ervan
uit dat alle dossiers die te maken hebben met gerechtelijke
onderzoeken rond mensen van lokale of federale politie, in toepassing
van de wet aan het Comité P werden bekendgemaakt.
Als zij zijn bekendgemaakt aan het Comité P, maken zij ook deel uit
van het jaarverslag. U kunt de diverse verslagen van het Comité P
raadplegen. Ze geven volgens mij een accuraat beeld weer van alles
wat er is gebeurd gedurende één jaar binnen de diensten van de
politie.
12.10
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Monsieur Van de Velde
laisse entendre que tous les
dossiers ne sont pas portés à la
connaissance du Comité P. S'il
connaît de tels dossiers, il doit
m'en avertir. Je pars du principe
que, en application de la loi, tous
les dossiers d'enquête judiciaire
relatifs à des policiers locaux ou
fédéraux ont été signalés au
Comité P et sont à ce titre repris
dans son rapport annuel.
12.11 Robert Van de Velde (LDD): Daar zit nu net het probleem. U
gaat ervan uit en "ervan uitgaan dat" heeft.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
De voorzitter: Normaal hebt u recht op één repliek.
12.12 Robert Van de Velde (LDD): Ja, maar de minister blijft ook
terugkomen.
De voorzitter: U hebt inderdaad het laatste woord.
12.13 Robert Van de Velde (LDD): Ik heb het laatste woord. Het is
nu juist het probleem dat u er effectief van uitgaat dat er daar geen
controle is, dat er daar eigenlijk geen tussenstap is die maakt dat de
opgestarte onderzoeken in feite gelijk staan aan het aantal klachten
en het aantal rapporten.
12.13 Robert Van de Velde
(LDD): C'est bien là le noeud du
problème: le ministre part du
principe que les dossiers sont
signalés au Comité P, alors qu'il
n'y a pas le moindre contrôle.
Cette
étape
intermédiaire
consistant à vérifier si le nombre
de dossiers instruits correspond à
celui des plaintes et des rapports
fait défaut.
12.14 Minister Stefaan De Clerck: Neen, ik ga er wel van uit.
12.15 Robert Van de Velde (LDD): U gaat ervan uit. U zegt "ik ga
ervan uit". Dat betekent dat u dat niet hebt gecontroleerd.
12.16 Minister Stefaan De Clerck: Het parlement moet het Comité P
controleren. Het Comité P hangt af van het parlement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer Van Hecke, wij hebben daarjuist afgesproken dat de minister volgende week
woensdagnamiddag zijn visie komt verduidelijken op het masterplan inzake de gebouwen en de
gevangenissen. Er zijn daaraan een aantal vragen toegevoegd, ook vraag nr. 19, de interpellatie en de
vragen over Everberg. De vraag over het rapport van het VN-comité tegen foltering is misschien iets
anders, maar mijn vraag is of de vragen in verband met de drugshonden en drugs in de gevangenissen
daarbij kunnen aansluiten.
12.17 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): (...).
De voorzitter: Wij gaan dan verder met vraag nr. 14 over het rapport van het VN-comité tegen foltering
over de Belgische gevangenissen.
13 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "het rapport van het VN-
comité tegen foltering over de Belgische gevangenissen" (nr. 9559)
13 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "le rapport du Comité contre la
torture de l'ONU sur les prisons belges" (n° 9559)</b>
13.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
het gaat over het rapport van de Verenigde Naties van het Committee
against Torture dat regelmatig wordt uitgebracht.
Onlangs werd een nieuw rapport uitgebracht met een aantal officiële
aanbevelingen. Er werd daarin ook een aantal opmerkingen
geformuleerd ten aanzien van België.
Een van de problemen betreft de slechte omstandigheden waarin
mensen worden opgesloten. Dat is geen nieuws. Er wordt ook gezegd
13.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Récemment, le Comité
contre la torture de l'ONU a publié
un nouveau rapport dans lequel la
Belgique est également citée.
Il est fait mention de mauvaises
conditions
de
détention,
d'inspections internes trop peu
nombreuses,
de
bâtiments
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
dat er onvoldoende interne inspecties zijn, dat de gebouwen
onaangepast zijn en verouderd en dat de hygiëne ondermaats is.
Het CAT dringt erop aan dat België zo snel mogelijk het optioneel
protocol bij het Europees Verdrag ter voorkoming van Foltering en
Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing zou
ratificeren. Volgens dit protocol moet België een nationaal
controleorgaan oprichten dat regelmatig bezoeken brengt aan alle
detentieplaatsen om folteringen of andere wrede, onmenselijke en
onterende behandelingen te voorkomen.
Het CAT wijst ook op de schrijnende omstandigheden waarin
gevangenen worden vastgehouden. Dat is een oud zeer. We weten
dat eraan wordt gewerkt met de twee instellingen in Gent en
Antwerpen.
Ik heb een aantal heel concrete vragen.
Ten eerste, wat is uw reactie op dit rapport van het CAT over de
situatie in de gevangenissen?
Ten tweede, welke maatregelen hebt u ­ u hebt nog maar weinig tijd
gehad ­ of
uw
voorganger
kunnen
nemen
om
de
levensomstandigheden
van
vooral
geïnterneerden
in
de
gevangenissen te verbeteren?
Ten derde, om welke reden heeft België nog steeds dat optioneel
protocol bij het Verdrag niet geratificeerd? Bestaat er een timing om
dat alsnog te doen?
Ten slotte, steunt u de noodzaak om over te gaan tot de installatie van
een nationaal controleorgaan dat regelmatig bezoeken brengt aan alle
detentieplaatsen om die te screenen op onmenselijke of onterende
behandelingen?
inadéquats et vétustes et de
conditions d'hygiène médiocres.
Le Comité insiste pour que la
Belgique ratifie dans les meilleurs
délais le protocole optionnel à la
Convention européenne pour la
prévention de la torture et des
peines ou traitements inhumains
ou dégradants. Celle-ci implique la
création, par notre pays, d'un
organe de contrôle chargé de
visiter régulièrement tous les lieux
de détention et de prévenir les
pratiques abusives. Le comité
souligne aussi les conditions de
détention
révoltantes
dans
lesquelles certains détenus sont
emprisonnés.
Quelles réflexions ce rapport
inspire-t-il au ministre? Quelles
mesures ont déjà été prises par la
Justice
pour
améliorer
les
conditions de vie, principalement
des personnes internées, dans les
prisons? Pourquoi la Belgique n'a-
t-elle toujours pas ratifié le
protocole à la Convention et
projette-t-elle de le faire? Le
ministre soutient-il la création d'un
organe de contrôle national chargé
de s'assurer que des traitements
inhumains ou dégradants ne sont
pas infligés dans les lieux de
détention?
13.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
onrechtstreeks heeft ook deze vraag te maken met het globaal
dossier dat volgende week zal worden besproken over de
infrastructuurproblematiek van de gevangenissen.
Het rapport van het CAT zet op de eerste plaats de vooruitgang op
het vlak van de rechtspositie van de gedetineerden in de verf. Er werd
daarin een belangrijke stap gezet. Hetgeen destijds werd opgestart, is
intussen wetgeving geworden.
Wat betreft de gevangenissen, er wordt een aanbeveling gedaan met
betrekking tot de overbevolking en de ratificatie van het facultatief
protocol betreffende de installatie van een nationaal orgaan dat belast
is met periodieke bezoeken aan de gevangenissen, het individueel
bijzonder veiligheidsregime, het inwerkingtreden van artikel 118,
§110, van de basiswet betreffende het gevangeniswezen, de
klachtprocedure,
de
toepassing
van
de
voorwaardelijke
invrijheidsstelling, de internering en de opleiding van het penitentiair
personeel.
Het spreekt voor zich dat alle aanbevelingen van het rapport met
grote aandacht zullen worden onderzocht en vertaald in haalbare
13.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le rapport du Comité
souligne tout d'abord les progrès
réalisés au niveau du statut
juridique des détenus. Par ailleurs,
il formule une recommandation à
propos de la surpopulation dans
les prisons et de la ratification du
protocole facultatif concernant un
organe national chargé de visiter
périodiquement les établissements
pénitentiaires et de suivre une
série
d'aspects.
Toutes
les
recommandations
du
rapport
seront analysées avec la plus
grande
attention
et
seront
converties en des points d'actions.
À propos des mesures tendant à
améliorer les conditions de vie des
détenus, je me réfère également à
la note de politique générale et à
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
actiepunten. Alle thema's komen trouwens al in mindere of meerdere
mate aan bod in de uitstekende voorbereidende documenten van mijn
voorganger Jo Vandeurzen.
Wat betreft de maatregelen die worden genomen om de
levensomstandigheden van de geïnterneerden te verbeteren, verwijs
ik eveneens naar de beleidsnota en naar de bespreking die we hier
daarover volgende week zullen hebben.
Met betrekking tot de geïnterneerden worden in samenwerking met
de minister van Volksgezondheid grote inspanningen geleverd om
geïnterneerden zoveel mogelijk te laten doorstromen naar het externe
zorgcircuit.
Dit gebeurt enerzijds door een verruiming van het aantal forensische
bedden en anderzijds door de bouw van twee forensische
psychiatrische centra in Gent en Antwerpen.
Tijdens de voorstelling van het tweede Belgische Committee Against
Torture (CAT)-rapport in november 2008, verklaarde België aan het
CAT-comité de intentie te hebben om het proportioneel protocol bij
het VN-verdrag tegen foltering en andere wrede onmenselijke
behandelingen of straffen, te zullen bekrachtigen. België heeft het
facultatief protocol bij het verdrag tegen foltering op andere wrede of
onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing ondertekend
op 24 oktober 2005. Sindsdien werd ook werk gemaakt van de
voorbereiding van de bekrachtiging van dit facultatief protocol.
Een werkgroep werd tijdens de vorige legislatuur opgericht,
samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken federale en
gefedereerde entiteiten. Deze werkgroep heeft de juridische en
technische aspecten bestudeerd van de verplichting voor elke
verdragspartij om te beschikken over een nationaal mechanisme ter
voorkoming van foltering.
Alvorens tot de bekrachtiging van dit facultatief protocol te kunnen
overgaan, dienen alle betrokken overheden tot een akkoord te komen
wat betreft de structuur, samenstelling, mandaat en financiering van
dit nationaal mechanisme ter voorkoming van foltering.
België heeft het verdrag voor de bescherming van alle personen
tegen gedwongen verdwijningen ondertekend van zodra dit mogelijk
was, namelijk op 6 februari 2007. Momenteel wordt het administratief
dossier tot bekrachtiging voltooid. Het betreft een gemengd verdrag
waarvoor ook de Gemeenschappen bevoegd zijn.
Mijn departement bestudeert momenteel de aanbevelingen van het
CAT-comité waaronder eveneens de aanbevelingen om OPCAT te
ratificeren. De teneur is duidelijk dat de bekrachtiging een middel is
om aan meerdere van de bezorgdheden en verwachtingen van de
CAT-comité te voldoen. Dit dossier zal bijgevolg de vereiste aandacht
krijgen om zo spoedig mogelijk vooruitgang te boeken in de richting
van een orgaan ter voorkoming van foltering. Vermits meerdere
overheden hierbij betrokken zijn, is het uiteraard onmogelijk om
unilateraal een precieze timing te kleven op de eigenlijke
totstandkoming van dit orgaan.
son
examen,
la
semaine
prochaine. En coopération avec la
ministre de la Santé publique,
nous tâchons d'orienter le plus
possible les personnes internées
vers le circuit de soins externe.
Cela se fera, d'une part, en
augmentant le nombre de lits
légaux et, d'autre part, en
construisant
deux
centres
psychiatriques légaux à Gand et à
Anvers.
Lors de la présentation du rapport
en novembre 2008, la Belgique a
confirmé sa volonté de ratifier le
protocole facultatif. Après la
signature, le 24 octobre 2005, du
protocole facultatif à la Convention
contre la torture ou autres peines
ou traitements cruels, inhumains
ou dégradants, la Belgique s'est
attelée à la préparation de la
ratification de ce protocole. Au
cours de la précédente législature,
un groupe de travail a été mis en
place en vue d'examiner les
aspects juridiques et techniques
de l'obligation d'instaurer un
mécanisme national de prévention
de la torture. Avant que ce
protocole ne puisse être ratifié,
toutes les autorités concernées
doivent approuver la structure, la
composition, le mandat et le
financement
de
cet
organe
national. La Belgique a signé la
Convention pour la protection de
toutes les personnes contre les
disparitions forcées le 6 février
2007. Le dossier administratif est
actuellement clôturé. Il s'agit d'une
convention mixte qui ressortit à la
compétence
de
toutes
les
Communautés. Mon département
examine
actuellement
les
recommandations du comité et
une ratification tiendra compte de
la majorité des observations
formulées par le comité. Nous
souhaitons également mettre sur
pied cet organe dans les meilleurs
délais mais je ne puis fournir
d'échéancier précis.
13.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Ik begrijp dat we later 13.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
uitgebreider zullen terugkomen op de gevangenisproblematiek. Ik ben
blij met uw antwoord over het bekrachtigen van het aanvullend
protocol. Ik denk dat het een goede zaak is dat we dat ook doen. Het
is al ondertekend, er is gestart met een voorbereiding, dus verwacht ik
dat het snel in werking kan treden. Zo hebben we een controleorgaan
dat regelmatig bezoeken kan brengen en kan rapporteren zodat we er
werk van kunnen maken dat gedetineerden in menswaardige
omstandigheden in de gevangenissen kunnen verblijven.
Groen!): Nous reviendrons donc
ultérieurement sur le problème des
prisons. Je me réjouis des
informations
concernant
la
ratification
du
protocole
additionnel.
Vu
la
situation
actuelle, je prévois qu'il entrera en
vigueur rapidement et que nous
disposerons donc d'un organe de
contrôle.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vragen nr. 9561 van de heer Van Hecke en nr. 9887 van mevrouw De Rammelaere kunnen
toegevoegd worden aan het debat over drugs in de gevangenissen van volgende week.
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "een uitspraak van het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens" (nr. 9561)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de uitspraak van het EHRM in de
zaak Salduz" (nr. 9887)
14 Questions jointes de
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "un jugement rendu par la Cour européenne des
Droits de l'Homme" (n° 9561)<br>- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "l'arrêt rendu par la CEDH dans l'affaire
Salduz" (n° 9887)</b>
14.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens doet soms zeer
belangrijke uitspraken. De jongste weken zijn er heel wat geweest, en
deze uitspraak is toch ook een heel belangrijke.
Volgens deze recente uitspraak zouden verdachten, behoudens
speciale omstandigheden, vanaf het allereerste politieverhoor door
een advocaat moeten worden bijgestaan. Ik meen dat sommige
advocaten heel tevreden zullen zijn dat te horen.
Dat blijkt uit een arrest van de Grote Kamer in de zaak-Salduz versus
Turkije van 24 november 2008. De beslissing moet helpen de rechten
van de verdachte ten volle te waarborgen. Een dergelijke praktijk
bestaat niet in ons land. Wanneer wij dat arrest moeten toepassen,
zal dat uiteraard heel wat gevolgen hebben voor de Belgische
rechtsgang.
De toepassing van het arrest vergt immers een aanpassing van de
werking van zowel politiediensten als parketten en dergelijke meer,
als van de advocatuur.
Vandaar een aantal concrete vragen, mijnheer de minister. Ten
eerste, welke gevolgen heeft de uitspraak precies voor ons intern
recht en voor de werking van Justitie op dit ogenblik?
Ten tweede, hebt u al zicht op mogelijke financiële implicaties van de
invoering van dergelijke maatregelen?
Ten derde, op welke termijn acht u een eventuele omzetting van deze
uitspraak in de praktijk in België mogelijk?
14.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Aux termes d'un arrêt de
la Cour européenne des droits de
l'homme dans l'affaire Salduz
contre la Turquie du 24 novembre
2008, des suspects devraient
pouvoir bénéficier de l'assistance
d'un conseil dès le premier
interrogatoire par la police. En
Belgique, ce n'est toutefois pas le
cas. Si nous étions tenus de nous
conformer à cet arrêt, cela
affecterait profondément notre
procédure judiciaire.
Quelles sont les conséquences de
cet arrêt sur notre droit interne et
le fonctionnement de la Justice?
Quelles sont les implications
financières de l'instauration de
cette mesure? Dans quel délai
sera-t-il possible, éventuellement,
de la mettre concrètement en
oeuvre en Belgique?
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
14.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, de kern
van de uitspraak in de zaak-Salduz is inderdaad een verschuiving in
de rechtspraak van het Europees Hof.
Er zijn nog andere vragen. Gelieve mij te verontschuldigen.
14.03 Els De Rammelaere (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft
Turkije veroordeeld wegens het schenden van de rechten van
verdediging, omdat er geen toegang werd gegeven tot een advocaat
bij het eerste politieverhoor. Dat staat haaks op de interpretatie die het
Hof van Cassatie geeft bij ons. Zij erkennen dit recht niet. Dit zal hoe
dan ook gevolgen hebben op onze rechtspraak, vandaar mijn
concrete vragen.
Ten eerste, wat zal er hier concreet gebeuren? Zult u een wetgevend
initiatief nemen?
Ten tweede, deze uitspraak vereist een aanpassing van de werking
van politie en gerecht. Hebt u ondertussen al samen gezeten met de
betrokkenen op het terrein om de uitspraak te doen naleven en
eventuele veroordelingen te voorkomen?
14.03 Els De Rammelaere (N-
VA): La Cour européenne des
Droits de l'Homme a condamné la
Turquie pour violation des droits
de la défense parce que les
suspects ne bénéficient pas des
services d'un avocat lors d'un
premier interrogatoire par la
police. Cette vision s'oppose
diamétralement à l'interprétation
de notre Cour de cassation.
Le
ministre
prendra-t-il
une
initiative législative? Cet arrêt
exige que le fonctionnement de la
police et des tribunaux soit adapté.
S'est-on déjà concerté avec les
services concernés pour le faire
respecter sur le terrain et pour
éviter
de
possibles
condamnations?
14.04 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
de kern van de uitspraak is inderdaad een verschuiving in de
rechtspraak van het Europees Hof, gaande van een ruimere analyse
van de noodzaak aan bijstand van de advocaat in het kader van de
procedure in zijn geheel naar een striktere bepaling van bijstand van
de advocaat bij het eerste verhoor.
Dit arrest van de Grote Kamer bij het Europees Hof voor de Rechten
van de Mens heeft geen directe gevolgen voor het Belgisch recht. Het
arrest is enkel afdwingbaar ten opzichte van de Turkse Staat. Er
wordt verwezen naar de aanbevelingen, maar die werden gedaan in
het raam van een bezoek aan Turkije. De uitvoering van het arrest zal
in het Comité van Ministers van de Raad van Europa alleen worden
besproken ten opzichte van Turkije.
Voor de andere lidstaten heeft dit arrest slechts een indicatieve
waarde en is er geenszins een verplichting om de wetgeving aan te
passen. Als het Europees Hof een bepaalde uitspraak heeft gedaan,
heeft die betrekking op de rechtsregels en voorschriften in Turkije. De
procedures kunnen er fundamenteel verschillend zijn van wat in
België wordt voorgeschreven. Laten we, bijvoorbeeld, niet vergeten
dat in België een arrestatie niet langer dan 24 uur kan duren, terwijl
het in andere landen tot 72 uur kan duren. Aan die langere
vrijheidsberoving wordt dan meestal een recht op bijstand van een
advocaat gekoppeld.
We mogen echter niet naïef zijn. Natuurlijk zullen er Belgische
advocaten zijn die gelijkaardige zaken zullen voorbrengen voor het
Europees Hof en dit arrest zullen inroepen om te stellen dat onze
14.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: L'arrêt en question
marque un glissement, dans la
jurisprudence,
d'une
large
définition de la nécessité de
l'assistance par un avocat à une
définition plus stricte de cette aide
lors du premier interrogatoire. Il
n'a pas de conséquences directes
au niveau du droit belge et n'est
contraignant que pour la Turquie.
Pour les autres pays, il revêt une
valeur indicative sans imposer
d'obligation. Les procédures en
vigueur dans notre pays ne sont
pas les mêmes qu'en Turquie.
Ainsi, une arrestation ne peut pas
durer plus de 24 heures, chez
nous, alors qu'il s'agit de 72
heures dans d'autres pays.
Certains
avocats
belges
ne
manqueront pas, sans doute, de
soumettre des dossiers analogues
à
la
Cour
européenne
et
invoqueront cet arrêt comme
preuve de l'imperfection de nos
procédures. Nous ne pouvons pas
exclure une condamnation, mais il
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
procedures niet voldoen aan het nieuwe principe.
Het kan ook niet worden uitgesloten dat daarover een uitspraak zal
worden gedaan en dat er een veroordeling zal volgen, maar wij
kunnen hierop niet anticiperen. Daarom is het aangewezen dat de
principes van het arrest op zijn minst worden getoetst aan onze
wetgeving en procedures.
Let wel, volgend op dit arrest is bijvoorbeeld ook in Nederland een
discussie gaande omtrent de draagwijdte van deze nieuwe principes.
Ook binnen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zie de
concurring opinions, is men niet helemaal eensgezind over de
interpretatie van het moment waarop bijstand nodig is en of het een
right to access to a lawyer betreft of een assistance to a lawyer.
Voor de financiële implicaties kan binnen dit korte tijdsbestek alleen
worden vermeld dat die er waarschijnlijk wel zullen zijn. Het zal
immers ook een wachtdienst inhouden voor de balie, als men te allen
tijde voor elke zaak beschikbaarheid moet organiseren.
Verdere opvolging en studie dringen zich dus absoluut op. Het is dan
ook veel te vroeg om definitief een uitspraak te doen over enig
wetgevend initiatief. Het is echter juist dat wij dit in algemene termen
laten onderzoeken. De studie is bezig. Het is dus voorbarig om een
eindoordeel uit te spreken over het feit of het voor België een
concreet vergelijkbaar probleem zou zijn.
est impossible de l'anticiper.
En effet, il est souhaitable de
vérifier si les principes de cet arrêt
sont conformes à notre législation
et nos procédures. Il existe
toutefois
encore
beaucoup
d'interprétations différentes.
Il y aurait probablement des
implications financières, car il
faudrait alors organiser un service
d'avocats de garde. Il serait
prématuré
de
faire
des
déclarations
concernant
une
initiative
législative.
Nous
examinons l'arrêt.
14.05 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. In het begin hebt u
een nogal juridisch-technisch antwoord gegeven. Het is een uitspraak
ten opzichte van Turkije en dus niet van toepassing op andere landen.
Zoals u zelf zegt, het is intussen gekend. Er zullen zeker advocaten
zijn die het ook gaan uitproberen.
U merkt op dat wij moeten uitkijken in welke concrete situatie die
uitspraak is gedaan. In andere landen kan de aanhouding 72 uur
duren, voordat een gerechtelijke beslissing komt. Bij ons is dat 24 uur.
Er zijn echter ook voorstellen, die uw voorganger ook heeft
gelanceerd, om naar 48 uur te gaan. Als wij dat debat aangaan,
moeten wij misschien ook rekening houden met deze rechtspraak.
Want als de termijn langer wordt en de eisen voor onder meer
bijstand van een advocaat strenger worden, kan dat een implicatie
zijn.
Er zijn voordelen aan de verlenging van 24 naar 48 uur. Zo heeft de
onderzoeksrechter meer mogelijkheden om te onderzoeken. Er
kunnen echter ook nadelen aan verbonden zijn. Ik denk dat het arrest
potentieel een belangrijke impact kan hebben, vandaag, morgen of
misschien overmorgen, in onze Belgische rechtspraak.
14.05 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): En effet, je crains que
des avocats fassent une tentative
similaire
devant
la
Cour
européenne. Chez nous, le débat
est en cours sur la prolongation du
délai de détention de 24 à 48
heures. Lors de ce débat, nous
devrons donc tenir compte de cet
arrêt, car en cas de délai plus
long, les conditions relatives à
l'assistance d'un conseil peuvent
également devenir plus sévères.
Cet
arrêt
aura
un
impact
considérable sur la jurisprudence
belge actuelle ou future.
14.06 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, wat u zegt
is correct. Dit heeft geen directe invloed bij ons maar ik ben blij dat u
alert bent en dit laat onderzoeken. Hebt u enig idee wie dat op dit
moment onderzoekt en waneer wij daarvan een rapport kunnen
verwachten?
14.06 Els De Rammelaere (N-
VA): Je me réjouis de la réaction
diligente du ministre, qui a
demandé d'étudier l'incidence que
pourrait avoir cet arrêt. Qui a été
chargé de cette étude et quand
pourrons-nous
disposer
du
rapport?
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
14.07 Minister Stefaan De Clerck: Voorlopig zijn het de interne
diensten op mijn kabinet.
Wat betreft de vraag van mevrouw Van Cauter over het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens en over de bijstand van de advocaat,
heb ik net geantwoord dat wij dit verder zullen onderzoeken.
14.07
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Mes services internes
s'en occupent.
14.08 Carina Van Cauter (Open Vld): (...) Men moet vermijden dat
er zich massaal incidenten voordoen en dat mensen zich en masse
zouden beroepen op het verval van de strafvordering.
14.08 Carina Van Cauter (Open
Vld): Je crains que les avocats
n'invoquent
massivement
cet
arrêt.
14.09 Minister Stefaan De Clerck: Ik heb dat ook geantwoord. Men
zal dat ook inroepen maar het Belgische systeem is niet meteen
vergelijkbaar met het Turkse systeem. Met andere woorden, elk
dossier moet op zich worden bekeken. Het heeft geen rechtstreekse
werking maar het is duidelijk dat wij nu onderzoek verrichten om de
risico's in te schatten en te kijken of wij ook initiatieven moeten
nemen. Daarover is het onderzoek nu bezig. Onze diensten zijn
daarmee in eerste instantie bezig. Het is de dienst Wetgeving die
daarmee bezig is.
14.09
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Je suis conscient du
problème, tout en soulignant que
notre
système
n'est
pas
comparable au système turc. Nous
procédons à une évaluation des
risques, qui devrait nous permettre
de décider si des initiatives
s'imposent. Le service Législation
s'en occupe.
14.10 Carina Van Cauter (Open Vld): Als u eens googelt en eens
kijkt bij een aantal advocaten, dan zult u zien dat zij hun cliënteel erop
wijzen dat zij bij een eerste verhoor bijstand van een advocaat moeten
vragen om dan later in het kader van de strafverdediging het verval
van de strafvordering in te roepen wanneer hen op een onrechtmatige
manier het recht op bijstand van een advocaat zou zijn ontzegd. Ik
denk dat niet alleen een grondig onderzoek nodig is maar dat er ook
snel zal moeten worden gewerkt om een gepast antwoord te vinden.
14.10 Carina Van Cauter (Open
Vld):
De
nombreux
avocats
conseillent à leurs clients de
demander l'assistance d'un avocat
lors d'un premier interrogatoire, ce
qui leur permettrait d'invoquer
ultérieurement
l'extinction
de
l'action publique en cas de refus.
Une étude ne suffit pas. Il convient
d'apporter
rapidement
une
réponse adéquate à ce problème.
14.11 Minister Stefaan De Clerck: Ik heb ook geantwoord dat wij met
onze 24 uur natuurlijk een veel kortere periode hebben dan alle
andere landen. Daardoor gebeurt de toetsing wel sneller.
14.11
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Un suspect ne pouvant
être détenu que pendant 24
heures en Belgique, la situation ne
peut être comparée à celle dans
d'autres pays.
14.12 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik wil niet
blijven discussiëren maar men zegt dat iedere verdachte het recht
heeft om te zwijgen en zichzelf niet te beschuldigen tijdens een eerste
verhoor. Men is van oordeel dat men dat precies via de bijstand van
een advocaat kan vermijden en dat men dit recht zo kan garanderen.
Dat is precies de bezorgdheid waaraan tegemoet moet worden
gekomen.
14.12 Carina Van Cauter (Open
Vld): Chaque suspect a le droit de
se
taire lors
d'un premier
interrogatoire. L'assistance d'un
avocat est précisément utile dans
ce cadre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de uithandengeving van
jongeren" (nr. 9562)
15 Question de M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "le dessaisissement par le juge de
la jeunesse" (n° 9562)</b>
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
15.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb opnieuw een vraag op basis van het
CAT-rapport van de VN over de uithandengeving. Het CAT is
verontrust over het feit dat de uithandengeving nog steeds bestaat. Dit
is volgens het CAT in strijd met het Kinderrechtenverdrag. Het CAT-
rapport benadrukt dat het Belgische jeugdrecht zich moet schikken
naar het Kinderrechtenverdrag en erover moet waken dat
minderjarigen niet als volwassenen worden berecht.
In het CAT-rapport staat ook dat men van oordeel is dat België
onvoldoende rekening houdt met de globale aanpak van de
problematiek van de jeugddelinquentie, waaronder de preventie, de
procedures en de straffen.
Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen.
Ten eerste, wat is uw reactie op dit standpunt in het rapport? Ik kan
begrijpen dat het een duidelijke politieke keuze is geweest om met die
uithandengeving te werken. Hier krijgen wij tegenwind in het CAT-
rapport van de VN.
Ten tweede, deelt u de kritiek van het CAT dat de uithandengeving in
strijd is met het Kinderrechtenverdrag of bent u van oordeel dat dit
absoluut niet het geval is en dat het CAT zich vergist?
Ten derde, bent u bereid op korte termijn de uithandengeving te
herbekijken en conform te maken met het Kinderrechtenverdrag?
Ten vierde, deelt u de opmerking en de vaststelling dat er in ons land
te weinig aandacht zou zijn voor een globale aanpak van de
jeugddelinquentie? Ik weet dat dit niet alleen een federale
bevoegdheid is. Welke initiatieven hebt u genomen of zult u nemen
om samen met de Gemeenschappen verder werk te maken van een
dergelijke globale aanpak?
15.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Le Comité des Nations
unies contre la torture (CAT)
s'inquiète
du
fait
que
le
dessaisissement existe toujours
dans notre pays. Le CAT estime
en effet que le dessaisissement
est contraire à la Convention
relative aux droits de l'enfant. Le
rapport du CAT souligne que le
droit belge de la jeunesse doit
s'aligner sur cette Convention et
veiller à ce que les mineurs d'âge
ne soient pas jugés comme des
adultes. Le CAT estime en outre
que la Belgique ne tient pas assez
compte de l'approche globale de la
délinquance juvénile en ce qui
concerne
la
prévention,
les
procédures et les sanctions.
Comment le ministre réagit-il à ce
rapport? Le dessaisissement est-il
effectivement
contraire
à
la
Convention relative aux droits de
l'enfant? Le ministre entend-il
modifier la procédure afin de la
rendre
conforme
à
cette
Convention? En quoi l'approche
belge de la délinquance juvénile
pose-t-elle problème et quelles
initiatives le ministre compte-t-il
prendre en la matière?
15.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Van Hecke, ik heb kennisgenomen van de inhoud van het rapport. Ik
kan mij moeilijk vinden in het feit dat de uithandengeving in strijd zou
zijn met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Men bedoelt hier de schending van artikel 40 van het verdrag.
Gezien in de wet van 13 juni 2006 werd voorzien in de oprichting van
een speciale kamer binnen de jeugdrechtbank komen wij echter
tegemoet aan de eisen van artikel 40 van het internationaal verdrag.
Alleen voor de samenstelling van het hof van assisen is er nog een
probleem. Dat wordt opgelost.
Ook het Grondwettelijk Hof deelt deze mening in zijn arrest 49/2008,
gezien het Grondwettelijk Hof de redenering van het CAT slechts
gedeeltelijk heeft gevolgd. Het Grondwettelijk Hof baseert zich in zijn
visie op de redenering dat de uithandengeving slechts in uitzonderlijke
omstandigheden kan worden opgelegd.
Ten eerste, men moet voorheen reeds het voorwerp hebben
uitgemaakt van maatregelen of het moet gaan om een zwaarwichtig
feit. Ten tweede, de motivatie van het vonnis moet gebeuren op basis
van de persoonlijkheid en de maturiteitsgraad van de betrokkene. Ten
15.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: J'ai lu le rapport et je
peux difficilement adhérer à l'idée
selon laquelle le dessaisissement
serait contraire à l'article 40 de la
Convention relative aux droits de
l'enfant, dès lors que la loi du 13
juin 2006 prévoit la création d'une
chambre spéciale au sein du
tribunal de la jeunesse, ce qui
satisfait
précisément
aux
exigences de l'article en question.
Le seul problème qui subsiste
concerne la composition de la cour
d'assises, mais il est en voie de
résolution.
Dans
son
arrêt
49/2008, la Cour constitutionnelle
partage notre avis, en arguant du
fait que l'on ne peut recourir au
dessaisissement que dans des
circonstances exceptionnelles et
pourvu qu'il soit satisfait à cinq
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
derde, er moet een strikte procedure worden gevolgd. Ten vierde, een
beschermingsmaatregel wordt niet geschikt geacht. Ten vijfde, er
moet een maatschappelijk en medisch-psychologisch onderzoek
worden verricht.
Hoewel de uithandengeving is blijven bestaan, hebben de wetten van
2006 er bovendien voor gezorgd dat de rechten van minderjarigen
worden gewaarborgd om van een behandeling als minderjarige te
kunnen spreken, namelijk levenslange opsluiting is niet mogelijk,
minderjarigen verschijnen voor een bijzondere kamer van de
jeugdrechtbank, minderjarigen worden geplaatst in een federaal
centrum en niet in een gevangenis.
Niettegenstaande de kritiek is de uithandengeving een systeem
waarmee een antwoord kan worden gegeven op de vroegrijpheid van
sommige jongeren waarvoor beschermingsmaatregelen ontoereikend
worden geacht.
Met de hervorming van het systeem heeft de wetgever trouwens een
vermindering van het aantal uithandengevingen nagestreefd door het
aantal beschermingsmaatregelen uit te breiden en de duur van de
bescherming te verlengen tot ten hoogste 23 jaar. De jeugdrechtbank
kan slechts tot de beslissing tot uithandengeving overgaan indien aan
een van de volgende voorwaarden is voldaan.
Ten eerste, de betrokkene is reeds het voorwerp geweest van een of
meer maatregelen zoals bedoeld in artikel 37, §§ 2, 2bis of 2ter, of hij
kreeg al een herstelrechtelijk aanbod opgelegd.
Ten tweede, het betreft een ernstig feit, zoals aanranding van de
eerbaarheid, verkrachting, doodslag, poging tot doodslag, slagen en
verwondingen met blijvende arbeidsongeschiktheid tot gevolg,
folteringen of gekwalificeerde diefstallen.
Bovendien moet inzake strafrecht voorbehoud worden gemaakt voor
de levenslange opsluiting of voor hechtenis die niet langer mogelijk is
ten aanzien van uit handen gegeven jongeren.
Een ander belangrijk punt is de soevereiniteit inzake het gevolg dat
aan de zaak wordt gegeven. Op basis van artikel 57bis, §1, kan het
openbaar ministerie doorverwijzen na een vonnis tot uithandengeving
indien daartoe grond bestaat. Het vonnis is dus geen rechtstreekse
doorverwijzing naar het vonnisgerecht.
Inzake uw laatste vraag kan ik u meedelen dat het streven naar een
globale aanpak voor mij als minister een prioriteit is, zoals dat ook het
geval was voor minister Jo Vandeurzen, reden waarom er het voorbije
jaar zeer regelmatig overleg is geweest tussen de federale overheid
en onder andere het kabinet Volksgezondheid, en de
Gemeenschappen en Gewesten die tot de uitvoering van de federale
wet overgaan.
Ik ben ervan overtuigd dat deze aanpak een gedeelde
maatschappelijke verantwoordelijkheid is van verschillende partners,
waaronder ook ouders, scholen, straathoekwerkers en openbare
besturen.
De dienst voor het strafrechtelijk beleid is op dit ogenblik een congres
conditions strictes. Bien que le
dessaisissement existe toujours,
les lois de 2006 font en sorte que
les droits des mineurs sont
garantis, si bien que l'on peut bel
et bien parler d'un traitement
spécifique
des
mineurs :
la
réclusion
à
perpétuité
est
impossible,
les
mineurs
comparaissent
devant
une
chambre spéciale du tribunal de la
jeunesse et sont placés dans un
centre fédéral plutôt que d'être
incarcérés dans une prison.
Malgré
les
critiques,
le
dessaisissement
permet
d'apporter une réponse à la
situation
de certains
jeunes
précoces,
pour
lesquels les
mesures de protection sont jugées
insuffisantes. L'objectif de la
réforme de ce dispositif était
d'ailleurs de réduire le nombre de
dessaisissements en augmentant
le nombre de mesures de
protection et en prolongeant le
recours à la protection jusqu'à
l'âge de 23 ans maximum. Le
tribunal de la jeunesse ne peut se
dessaisir que si des conditions
très strictes sont remplies.
Un autre point primordial est celui
de la souveraineté sur le plan de la
suite à donner à l'affaire. Sur la
base de l'article 57bis, § 1, le
ministère public peut encore
renvoyer l'affaire, s'il y a lieu,
lorsqu'un
jugement
de
dessaisissement a été rendu. Ce
dernier ne constitue donc pas un
renvoi immédiat vers la juridiction
de jugement.
L'approche
globale
de
la
délinquance juvénile est une
priorité
et
fait
l'objet
de
concertations régulières avec le
département de la Santé publique
et avec les Communautés et
Régions qui mettent en oeuvre la
loi fédérale. Les parents, les
écoles, les éducateurs de rue et
l'administration portent également
une part de responsabilité. Le
service de Politique criminelle
prépare un congrès sur la
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
over jeugddelinquentie aan het voorbereiden dat over enkele
maanden zal plaatsvinden. Op dit congres zal er van gedachte
kunnen
worden
gewisseld
over
de
knelpunten
inzake
jeugddelinquentie en zal er naar passende antwoorden worden
gezocht. Indien nodig zullen er na het congres nieuwe initiatieven
worden genomen.
In het Nationaal Veiligheidsplan staat jeugddelinquentie trouwens als
een van de prioriteiten voorop. Het is echter aan de zonechefs en aan
de lokale overheden, rekening houdend met de eigenheid van hun
zone, welke prioriteiten zij willen stellen.
délinquance juvénile. Prévu dans
quelques mois, il permettra de
débattre des carences du système
et de chercher des solutions
adéquates. Le plan national de
sécurité consacre aussi une place
majeure à la délinquance juvénile.
Il appartient cependant aux chefs
de zone et aux autorités locales de
définir des priorités.
15.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, ik
dank de minister voor zijn antwoord.
U verwijst naar artikel 40 van de wet. De inhoud daarvan zou eigenlijk
tegemoet moeten komen aan de verzuchtingen en opmerkingen. Mijn
vraag is heel concreet of die argumentatie ook aan die commissie
werd bezorgd. Met andere woorden, zijn zij op de hoogte? Misschien
hebben zij dat rapport opgemaakt zonder daarvan kennis te hebben?
Uit het rapport kan dit immers niet worden afgeleid. Hebben zij artikel
40 al getoetst? Voor mij is dit nog een vraagteken.
Als u, daarin gevolgd door het Grondwettelijk Hof, van oordeel bent
dat er zich geen probleem meer stelt, denk ik dat het goed zou zijn,
mocht deze argumentatie ook worden meegedeeld zodat wij in een
volgend rapport kunnen nagaan of er nu voldoende waarborgen zijn
ingebouwd. Ik denk dat dit heel belangrijk is.
U verwijst naar het arrest van het Grondwettelijk Hof. Ik heb het arrest
zelf nog niet bekeken. Heeft het Grondwettelijk Hof effectief een
toetsing gedaan aan het kinderrechtenverdrag?
15.03 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): L'article 40 de la loi
devrait en fait rencontrer les
préoccupations et les remarques
du CAT, mais cette argumentation
a-t-elle été présentée au comité?
Si le ministre estime qu'il n'y a plus
de problème, il faut en effet lui
transmettre cette argumentation,
de façon à ce que nous puissions
voir si, dans un prochain rapport,
le comité estime que notre
législation comporte désormais
des garanties suffisantes en la
matière. La Cour constitutionnelle
a-t-elle
effectivement
analysé
notre législation à la lueur de la
Convention relative aux droits de
l'enfant?
15.04 Minister Stefaan De Clerck: Ja.
15.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Oui.
15.05 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): U bevestigt dat men
daardoor tot een ander standpunt is gekomen.
Tot slot, mijnheer de minister, ik denk dat het heel belangrijk is om te
streven naar een globale aanpak van jeugdcriminaliteit. Wij hebben
soms de indruk dat het nogal eenzijdig, nogal repressief is. Ik denk
dat een globaal beleid, samen met de Gemeenschappen, op langere
termijn tot veel meer resultaten kan leiden. Ik steun in ieder geval de
initiatieven die u ter zake zult nemen in samenwerking met de andere
actoren.
15.05 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Il est enfin très important
de tendre vers une approche
globale de la criminalité juvénile.
Ce n'est que de cette manière que
nous
pourrons
obtenir
des
résultats. Nous soutenons les
initiatives qui visent une meilleure
collaboration dans ce domaine.
15.06 Minister Stefaan De Clerck: U bent allemaal welkom op de
studiedag die door Justitie daarover zal worden georganiseerd op 23
en 24 maart.
15.06
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Tout le monde est invité
à la journée d'étude consacré à ce
thème les 23 et 24 mars
prochains.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de minister van Justitie over "de preventie van zelfdoding
in gevangenissen" (nr. 9588)
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
16 Question de Mme Sarah Smeyers au ministre de la Justice sur "la prévention du suicide en milieu
carcéral" (n° 9588)</b>
16.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, De Standaard kopte op 17 november 2008: "Cipiers alert
voor zelfdoding".
Enige rondvraag heeft mij ter zake geleerd dat de aankondigingen in
dat artikel iets te voorbarig waren. Op dit moment gebeurt er nog niets
concreet.
De gevangenis van Gent heeft wel vormingsmomenten georganiseerd
op eigen initiatief met eigen middelen, in samenwerking met het CPZ,
het Centrum ter Preventie van Zelfdoding. Uit die vormingsmomenten
is gebleken dat de penitentiaire ambtenaren die vorming
apprecieerden en heel goed konden gebruiken.
Mijnheer de minister, hoever staat het met de uitwerking van het
lovenswaardig voornemen om cipiers in hun basisopleiding een
training te laten volgen waarin hen wordt aangeleerd de signalen van
het risico op zelfdoding te herkennen. Voorziet u hiervoor een timing?
Op welke manier zult u samenwerken met het Centrum ter Preventie
van Zelfdoding of andere organisaties die actief zijn binnen deze
sector?
16.01 Sarah Smeyers (N-VA): Le
17 novembre 2008, le quotidien
De Standaard titrait que les
gardiens de prison sont attentifs
aux suicides mais une enquête
m'apprend néanmoins que les
informations parues dans l'article
étaient prématurées. La prison de
Gand a organisé de sa propre
initiative et avec ses propres
moyens, des formations, très
appréciées
par
les
agents
pénitentiaires, en collaboration
avec le Centre de prévention du
suicide
(CPS).
Les
agents
pénitentiaires ont apprécié cette
formation.
Qu'en est-il de l'insertion dans la
formation de base des gardiens de
prisons
de
cours
qui
leur
permettent d'interpréter les signes
indicatifs d'un risque de suicide?
Quel est le calendrier? Quelle sera
la collaboration avec le CPS ou
d'autres organisations?
16.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
over de problematiek van zelfmoord in de gevangenissen heeft Jo
Vandeurzen op 3 juni 2008 een uitvoerige toelichting gegeven in deze
commissie.
Naar aanleiding daarvan gaf hij ook bij nota van 6 augustus 2008
opdracht aan de directeur-generaal van de penitentiaire inrichtingen
om een opleidingsonderdeel zelfmoordpreventie in te lassen in het
opleidingsprogramma voor de nieuwe penitentiaire beambten.
Voordien bevatte de basisopleiding van de penitentiaire beambten
reeds een module over omgaan met crisissituaties, waaronder
zelfmoord. Bovendien kan een penitentiair beambte die een suïcidale
neiging bij een gedetineerde vaststelt, deze onmiddellijk
doorverwijzen naar de psychosociale en medische dienst of naar de
zorgequipe.
Ook de trajectbegeleiders van de Centra Algemeen Welzijnwerk en
diensten zoals Tele-Onthaal spelen een belangrijke rol ten aanzien
van gedetineerden die in psychische nood verkeren.
Momenteel wordt in de opleidingscentra gewerkt aan de uitbouw van
een specifieke module die zal klaar zijn tegen de opstart van de
volgende cyclus.
In het verleden werkte de gevangenis van Gent reeds samen met het
Centrum ter Preventie van Zelfdoding voor een tweedaagse
interactieve training voor de penitentiaire beambten in het herkennen
16.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: L'ancien ministre de la
Justice M. Vandeurzen a donné un
exposé détaillé le 3 juin 2008
devant cette commission sur la
problématique du suicide dans les
prisons. Le 6 août 2008, il a
chargé le directeur général des
établissements
pénitentiaires
d'insérer une formation sur la
prévention du suicide dans le
programme de formation des
nouveaux agents pénitentiaires.
Par le passé, la formation de base
des
agents
pénitentiaires
comprenait déjà un module relatif
à la gestion des situations de
crise, notamment du suicide. Un
agent pénitentiaire qui constate
une tendance suicidaire chez un
détenu
peut
immédiatement
envoyer l'intéressé vers le service
psychosocial et médical ou vers
l'équipe
de
soins.
Les
accompagnateurs des centres
`Algemeen Welzijnwerk' et les
services tels que Télé-Accueil
jouent un rôle important à l'égard
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
van signalen van suïciderisico. Het ging toen om een lokaal initiatief.
Bij het concreet uitwerken van de nieuwe opleidingsmodule voor de
basisopleiding zullen uiteraard gespecialiseerde diensten worden
betrokken. Ik kan vandaag nog geen uitsluitsel geven over welke
concrete organismen daarbij zullen worden betrokken.
De veralgemeende opleiding voor alle penitentaire beambten zal in
die zin verder worden georganiseerd.
des détenus en situation de
détresse psychique.
Par le passé, la prison de Gand a
déjà collaboré avec le CPS dans le
cadre d'une formation interactive
de deux jours destinée aux agents
pénitentiaires. Dans les centres de
formation,
on
travaille
actuellement à l'élaboration d'un
module spécifique. Celui-ci sera
prêt au moment du lancement du
prochain cycle. Des services
spécialisés seront associés à
l'organisation concrète.
16.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb deze vraag ook aan
minister Vandeurzen gesteld. Hij heeft toen ook gezegd dat onder
andere Tele-Onthaal 24 uur op 24 uur voor gevangenen beschikbaar
is. Het is toch wel een groot probleem. Het aantal zelfmoorden in
Vlaanderen en België is sowieso al hoog, maar dat is nog hoger in de
gevangenissen. Ik denk niet dat er tijd kan worden verloren.
Het initiatief in Gent zou moeten worden veralgemeend. Het kan niet
dat een gevangenis dit op eigen initiatief en met eigen middelen moet
doen. Het welzijn van gevangenen zou door de overheid en door de
minister van Justitie in handen moeten worden genomen. Elk mens is
belangrijk. Zelfdoding in gevangenissen zou moeten kunnen worden
vermeden.
Ik hoop dat u niet draalt met de opstart ervan. U zegt nog geen
uitsluitsel te kunnen geven, maar ik hoop dat u er toch wel mee bezig
bent.
16.03 Sarah Smeyers (N-VA): Le
problème est important. Si le
nombre de suicides en Flandre et
en Belgique est déjà élevé, il l'est
encore plus dans les prisons.
L'initiative prise à Gand mériterait
d'être généralisée. Chaque être
humain compte. Il faudrait pouvoir
éviter les suicides en prison.
J'espère que le ministre ne tardera
pas à lancer cette initiative.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "l'antisémitisme de scène" (n° 9627)<br>17 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "het anti-semitisme in
sketches" (nr. 9627)
17.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, ce qui nous
semblait être réservé à la France jusqu'il y a peu, notamment avec un
triste personnage tel que M. Dieudonné, a fait son apparition en
Belgique, plus particulièrement sur les ondes de la VRT.
L'humour qui est employé ­ pour autant que l'on puisse appeler cela
de l'humour ­ devient réellement intolérable. Après "Plat préféré" et la
truite d'Adolf Hitler sur Canvas le 28 octobre 2008, "Man bijt hond" et
son "innocente" cuisine au gaz sur la VRT le 1
er
novembre 2008 et
"Weg met de soete" avec le même Hitler en chippendale en tant que
guide à Berlin, sur Canvas le 27 novembre 2008, la VRT-radio a
convié ses auditeurs, le 21 décembre dernier, à une rétrospective de
l'année en cours - avec 15 humoristes, heureusement pas tous du
même acabit. Un certain M. Philippe Geubels ­ vous "apprécierez" le
nom ­ jouait un sketch honteusement intitulé "Arbeit macht frei" dans
lequel il trouvait que "les juifs exagéraient un peu", déplorant que le
17.01 Jean-Luc Crucke (MR): De
humor die op de VRT soms
tentoongespreid
wordt,
wordt
onderhand ondraaglijk. Op 21
december
gaf
ene
Philippe
Geubels
(!)
tijdens
een
programma waarin op het voorbije
jaar teruggeblikt werd, een sketch
ten beste met als titel "Arbeit
macht frei", waarin hij zich afvroeg
wat "zij" zouden doen indien er een
groot gaslek zou zijn in Antwerpen.
Hier hebben wij duidelijk te maken
met
een
misdrijf.
Moeten
dergelijke uitspraken niet streng
worden veroordeeld en door het
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
rédacteur en chef de "Joods Actueel" se soit arrangé pour que la
truite de Hitler ne soit pas diffusée. Ce "comique" de la VRT
s'interroge sur ce qu'"ils" vont faire s'il y a une grosse fuite de gaz à
Anvers. Je ne vais pas continuer de lire cela, car ce serait donner trop
de publicité à ces individus.
Monsieur le ministre, je suis inquiet que l'on tente de banaliser ces
déclarations et de les considérer comme insignifiantes. Lorsque l'on
voit les législations du 30 juillet 1981 et du 15 février 1993, qui
condamnent toute discrimination et tout antisémitisme, il apparaît
clairement que nous avons affaire à un délit.
Je ne vous demanderai pas si vous avez eu l'occasion d'entendre ces
propos, puisque je connais votre agenda assez chargé. Toutefois, n'y
a-t-il pas lieu de faire usage d'un droit d'injonction positive? De tels
propos, qui finissent d'ailleurs par importer un conflit sur le territoire,
ne doivent-ils pas être radicalement condamnés, mais également
faire l'objet de poursuites par le parquet? Est-ce le cas? Avez-vous
usé de votre droit d'injonction positive à l'encontre de ces émissions
que l'on ne peut sûrement pas qualifier d'humoristiques?
parket vervolgd worden? Heeft u
gebruik gemaakt van uw positief
injuctierecht
om
tegen
dat
programma op te treden?
17.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, sans avoir pris connaissance des émissions auxquelles
vous vous référez ­ même si je suis content que vous regardiez la
VRT -, je tiens tout d'abord à exprimer le souhait que chaque groupe
de la population, quelle que soit sa dimension, soit respecté par les
autres groupes.
Par ailleurs, il faut toujours examiner le contexte dans lequel des
déclarations sont formulées. Dans ce cas précis, les propos en
question auraient été émis dans des émissions plutôt "humoristiques".
Il est toujours difficile de juger de la qualité et des limites de l'humour.
Il s'agit ici d'émissions humoristiques qui doivent dès lors être
considérées comme telles. Il n'empêche que ce qui peut être de
l'humour pour les uns ne l'est pas toujours pour les autres. Aussi, il
est préférable d'éviter l'humour dénigrant et blessant, dont on peut se
demander avec raison s'il s'agit encore d'humour.
Comme je l'ai déjà dit, je ne connais pas ces émissions et je tiens dès
lors à m'abstenir de tout autre commentaire. Je ne souhaite pas non
plus avoir recours au droit d'injonction positive étant donné que je ne
peux pas juger si une infraction contre laquelle le droit d'injonction
pourrait être utilisé a effectivement été commise.
En outre, le droit d'injonction positive dont dispose le ministre de la
Justice reste une mesure d'exception dont on ne peut abuser. En
effet, il existe en l'espèce d'autres moyens pour entamer une enquête
afin de vérifier si des infractions ont été commises ou non et s'il faut y
donner suite. Le ministère public peut initier une enquête d'office et
toute personne se sentant lésée peut également prendre l'initiative de
déposer plainte.
Le Centre pour l'égalité des chances et la lutte contre le racisme peut
également recevoir des plaintes et enquêter sur la base des
compétences qui lui ont été conférées par la loi du 15 février 1993. Le
Centre ne communique en principe pas d'information sur les enquêtes
en cours ou sur des plaintes qu'il a reçues. De plus, les possibilités
17.02 Minister Stefaan De Clerck:
Men moet altijd naar de context
kijken waarin bepaalde uitspraken
worden gedaan. In dit geval is het
moeilijk uit te maken waar de
grenzen van humor liggen.
Het verdient aanbeveling zich van
kwetsende humor onthouden. Ik
heb die uitzendingen niet gezien.
Ik wens geen gebruik te maken
van mijn positief injunctierecht,
omdat ik niet kan beoordelen of er
effectief een strafbaar feit werd
gepleegd. Van het injunctierecht
mag immers slechts bij wijze van
uitzondering
gebruik
worden
gemaakt, en het mag niet
onrechtmatig worden aangewend.
Er kunnen nog andere wegen
worden bewandeld. Ik denk met
name aan een procedure via het
openbaar ministerie of via het
Centrum voor gelijkheid van
kansen en voor racismebestrijding.
De toepassing van de wet van 23
maart 1995 tot bestraffing van het
ontkennen van de genocide is aan
strikte voorwaarden onderworpen:
de
holocaust
moet
worden
geminimaliseerd of ontkend, wat
hier niet het geval is. Voor de
toepassing van de wet van 30 juli
1981 is een `bijzonder opzet'
vereist. Overeenkomstig artikel 20
moet er sprake zijn van het
aanzetten tot haat of geweld
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
pour le Centre de soutenir la plainte sont, à première vue, faibles.
L'application de la loi du 23 mars 1995 sur le génocide est très stricte:
l'Holocauste doit être minimisé ou nié, ce qui n'est pas le cas ici. En
ce qui concerne l'application de la loi du 30 juillet 1981 contre le
racisme, une intention particulière doit être établie. Selon l'article 20, il
doit y avoir incitation à la haine et à la violence à l'égard d'une
communauté; un des critères protégés, à savoir l'ascendance ou
l'origine ethnique, étant violé. L'incitation doit être de nature à susciter
chez des tiers des sentiments de haine à l'égard de la personne, du
groupe ou de la communauté visée ou de leurs membres. Cette
intention particulière est toutefois très difficile à établir. À cet égard, le
contexte joue également un rôle important. Les déclarations ayant été
faites dans le cadre d'une émission "humoristique", il est encore plus
difficile d'établir l'incitation à la haine.
Il importe toutefois de préciser que le fait que le Centre ne voit pas de
motif direct d'intervenir n'empêche pas que celui qui se sent offensé
peut déposer plainte. Ce n'est pas le Centre mais le tribunal qui statue
sur le fond de l'affaire. En tant que ministre de la Justice, je ne
souhaite dès lors pas prendre davantage position dans cette affaire,
étant donné que d'autres acteurs peuvent et doivent, le cas échéant,
prendre leurs responsabilités.
jegens een gemeenschap. Het is
evenwel erg moeilijk dergelijke
feiten vast te stellen. De context
speelt
in
dit
verband
een
belangrijke rol. Aangezien in dit
geval bepaalde uitspraken werden
gedaan in het kader van een
humoristische uitzending, valt het
aanzetten tot haat nog moeilijker
te bewijzen. Maar het is niet omdat
het Centrum geen rechtstreekse
aanleiding ziet om op te treden,
dat wie zich gegriefd voelt geen
klacht zou kunnen indienen. Ik
wens me hier verder niet over uit
te spreken, aangezien in dit
dossier andere actoren hun
verantwoordelijkheid
moeten
opnemen.
17.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse. Je comprends aussi, bien qu'il ait en
préambule totalement dénoncé l'antisémitisme, la prudence de ses
propos.
Monsieur le ministre, vous avez rappelé qu'il fallait tenir compte du
contexte et vous avez raison. Le fait qu'il s'agisse d'une émission
humoristique est un des éléments du contexte; un autre élément du
contexte est à mes yeux, le moment. Or, avec les événements qui se
déroulent au Moyen-Orient, ces mots revêtaient non seulement un
double langage, mais un langage se montrant parfois très mal
compris par ceux qui écoutent ce type d'émission benoîtement; il
s'agit quand même d'une télévision de service public.
U weet dat ik geen moeite heb met de VRT, ook zeker niet met de
RTBF!
Les propos peuvent non seulement être indécents, mais même
destructeurs. Ce sont parfois des armes, comme l'écrivait Sartre. Si
vous en avez le temps, relisez "Les Mots": ce sont des mitraillettes,
que d'autres utilisent parfois mal et de manière violente.
Je comprends votre position, mais je sais que la Confédération des
organisations juives de Belgique (COJB) réfléchit à saisir la justice à
ce sujet. Des suites pourront donc être données à cet égard.
17.03 Jean-Luc Crucke (MR): U
hebt er terecht op gewezen dat er
rekening moet worden gehouden
met de context, met name met de
omstandigheid dat het om een
humoristische uitzending ging. Een
ander
gegeven
dat
we
in
aanmerking moeten nemen, is
echter het tijdstip. Gezien de
huidige gebeurtenissen in het
Midden-Oosten
konden
die
uitspraken degenen die argeloos
naar dergelijke uitzendingen zitten
te kijken, danig in het verkeerde
keelgat schieten.
Dergelijke uitlatingen kunnen als
ongepast worden ervaren en zelfs
destructief
zijn.
Het
Coördinatiecomité van Joodse
organisaties van België overweegt
om naar de rechter te stappen.
Deze zaak krijgt dus mogelijk nog
een staartje.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "le palais de justice de Tournai"
18 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "het justitiepaleis van
Doornik" (nr. 9629)
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
18.01 Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur Crucke, comme je
souhaite me rendre sur place pour voir ce qu'il en est, je ne sais pas
si la question doit être posée.
18.01 Minister Stefaan De Clerck:
Mijnheer Crucke, voor u uw vraag
stelt, mag ik u verzoeken ze uit te
stellen om mij de gelegenheid te
bieden ter plaatse een kijkje te
nemen voor ik u een antwoord
geef?
18.02 Jean-Luc Crucke (MR): C'est ce que je comptais vous
proposer dans ma réplique: vous inviter sur place.
18.02 Jean-Luc Crucke (MR):
Dat wou ik u voorstellen in mijn
repliek.
18.03 Stefaan De Clerck, ministre: Il s'agit en effet de bâtiments qui
devraient être vus. Par ailleurs, des choses sont en cours. Je voudrais
donc pouvoir aller sur place, ce que je ferai si vous retirez votre
question!
18.04 Jean-Luc Crucke (MR): Ce ne doit pas être seulement si je
retire ma question! Si vous vous rendez sur place et que vous nous
faites le plaisir et l'honneur d'inviter les parlementaires locaux, il va de
soi que je me permettrai d'annoncer (...) dans les meilleurs délais.
Avec la commission, pourquoi pas.
19 Vraag van de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "het eigen 'snelrecht' van de
burgemeester van Merchtem" (nr. 9657)
19 Question de M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "la procédure accélérée personnelle du
bourgmestre de Merchtem" (n° 9657)</b>
19.01 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik had een
beetje het gevoel naar een western te kijken toen ik in de naburige
gemeente Merchtem de burgemeester via snelrecht een aantal
maatregelen zag afdwingen. Wat is uw standpunt daaromtrent?
De burgemeester bracht daar alert een viertal minderjarigen op zijn
bureau bij elkaar die waren opgepakt omdat ze vernielingen hadden
aangebracht op het kerkhof. Er werd vastgesteld dat het niet om
bewuste grafschennis ging en men vond gerechtelijke stappen
overdreven. In samenspraak met de ouders werd besloten de
minderjarige kinderen een alternatieve straf te geven, namelijk een
jaar lang een dag per maand zwerfvuil ophalen in de buurt.
In dit geval speelde de lokale burgemeester zelf voor rechter,
waarvoor men wel voor een stuk begrip kan hebben. Ik denk wel dat
het een bijzonder gevaarlijk precedent is, omdat de rechtszekerheid
toch ernstig in het gedrang komt, ook inzake gelijke behandeling van
personen.
Ik wilde eens vragen wat het standpunt van de minister was omtrent
een dergelijk initiatief dat mogelijkerwijze lokaal nog navolging zou
kunnen krijgen.
19.01 Michel Doomst (CD&V) :
J'ai constaté que le bourgmestre
de Merchtem a imposé certaines
mesures par le biais d'une
procédure accélérée. Ainsi, en
concertation avec les parents, il a
imposé à quatre mineurs une
peine de substitution pour avoir
causé
des
dégradations
au
cimetière. Cette décision ne
constitue-t-elle pas un précédent
dangereux? La sécurité juridique,
y compris sur le plan de l'égalité
de traitement entre les personnes,
n'est-elle pas compromise?
19.02 Minister Stefaan De Clerck: Artikel 29 van het Wetboek van
strafvordering bepaalt dat overheden die kennis krijgen van een
misdaad of wanbedrijf, verplicht zijn daarvan bericht te geven aan de
procureur des Konings. Anderzijds lezen we in artikel 117 tot 122 van
de nieuwe Gemeentewet dat de gemeenteraad straffen en
administratieve sancties kan bepalen voor overtredingen van zijn
reglementen of verordeningen. Elke goede gemeente heeft intussen
19.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: La loi stipule que les
autorités
qui
acquièrent
la
connaissance d'un crime ou d'un
délit, sont tenues d'en donner avis
au procureur du Roi. La nouvelle
loi communale permet toutefois
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
zijn reglement goedgekeurd en zijn GAS-ambtenaren aangesteld,
mijnheer de voorzitter van de organisatie van CD&V-raadsleden.
Dit kan niet voor overtredingen waarvoor reeds krachtens een wet,
decreet of verordening straffen of administratieve sancties werden
bepaald. Voor feiten strafbaar gesteld door artikel 526 van het
Strafwetboek ­ in dit geval grafschennis ­ kan de gemeenteraad dan
toch in een administratieve sanctie voorzien. De administratieve
sancties die door de gemeenteraad kunnen worden bepaald, zijn
limitatief opgesomd in de nieuwe Gemeentewet en gaan van een
administratieve geldboete tot de schorsing en intrekking van
vergunningen en de sluiting van een inrichting. Ook minderjarigen
kunnen worden gestraft met een administratieve sanctie en
alternatieve straffen behoren niet tot het arsenaal van administratieve
sancties die de gemeenteraad kan bepalen.
Alles hangt er van af ­ in het geval van de zaak in Merchtem ­ of de
gemaakte afspraken tussen de burgemeester en de betrokken
jongeren en hun ouders worden gezien als een administratieve
sanctie dan wel als een vrijwillige overeenkomst tussen de betrokken
partijen.
Het spreekt vanzelf dat in het geval van eventueel gepleegde
strafbare feiten het parket en de jeugdrechter eveneens hun volle
bevoegdheid behouden. Zo heeft het openbaar ministerie in
jeugdzaken een ruime bevoegdheid om dossiers te seponeren,
zonder dat daarbij een vorm van straffeloosheid ontstaat zo lang de
zaak niet bij de jeugdrechtbank aanhangig is gemaakt.
Seponering kan gepaard gaan met een vermaning. Na verhoor van de
minderjarige en zijn ouders kan de minderjarige de verwittiging krijgen
dat bij nieuwe strafbare feiten het openbaar ministerie de zaak zal
voorleggen aan de jeugdrechter. De procureur des Konings kan ook
naar de minderjarige en zijn ouders een waarschuwingsbrief sturen
met daarin de boodschap dat het dossier voorlopig wordt
geseponeerd. De procureur des Konings kan de minderjarige en zijn
ouders vragen om de schade te herstellen. Via een neutrale
bemiddelaar treedt de minderjarige in dialoog met het slachtoffer om
een akkoord over de schadevergoeding te bereiken.
Op het niveau van de jeugdrechtbank kunnen eveneens
herstelgerichte maatregelen worden genomen. Bij de keuze van
maatregelen moet de jeugdrechter niet alleen letten op de
persoonlijkheid en de leefsituatie van de minderjarige, maar moet hij
in eerste instantie maatregelen opleggen die erop gericht zijn de
schade te herstellen.
In
artikel
37bis
van
de
Jeugdbeschermingwet
krijgen
herstelbemiddeling en herstelrechtelijk aanbod vaste vorm.
Herstelbemiddeling houdt in dat de minderjarige een contract sluit met
een erkende dienst van de Gemeenschappen om de schade te
herstellen. Herstelgerichte maatregelen houden in dat de minderjarige
geconfronteerd wordt met het slachtoffer, waarbij hem de kans wordt
geboden om oplossingen te bieden.
Ik ben van oordeel dat elke bevoegde instantie slechts kan handelen
binnen haar wettelijke bevoegdheden zonder daarbij in de plaats te
kunnen treden van de andere instantie. Voor de burgemeester zelf is
que le conseil communal établisse
des peines ou des sanctions
administratives
contre
les
infractions à ses règlements ou
ordonnances. Toute commune
bien administrée a désormais
approuvé un règlement en la
matière
et
nommé
des
fonctionnaires affectés au cadre
des SCA. Les infractions pour
lesquelles des sanctions pénales
ou administratives sont déjà
prévues par la loi n'entrent pas en
considération.
Le
conseil
communal
peut
néanmoins
imposer
une
sanction
administrative pour la violation de
sépultures. De telles sanctions
peuvent varier d'une amende à la
fermeture d'un établissement, en
passant par la suspension ou le
retrait d'une autorisation ou d'une
permission. Le conseil communal
ne peut imposer des peines de
substitution, à moins de considérer
l'accord
trouvé
entre
le
bourgmestre
et
les
parents
comme étant volontaire. En cas de
faits punissables, le parquet et le
juge de la jeunesse restent bien
entendu pleinement compétents.
Et dans les affaires en matière de
jeunesse, le ministère public peut
décider de les classer sans suite
dans la mesure où le tribunal de la
jeunesse n'a pas été saisi.
Le classement sans suite peut
aller de pair avec une réprimande
et le mineur peut faire l'objet d'une
mise en garde selon laquelle le
dossier peut être soumis au juge
de la jeunesse lors de nouveaux
faits punissables. Un courrier
d'avertissement peut également
être adressé au mineur et à ses
parents, dans le cadre duquel le
dossier est provisoirement classé
sans suite. Il peut être demandé
aux intéressés de réparer le
dommage ou de négocier un
accord sur le dédommagement
par le biais d'un médiateur neutre.
Le tribunal de la jeunesse peut
également prendre des mesures
axées sur la réparation. À cet
égard, le juge de la jeunesse doit
également tenir compte de la
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
het wel op de limiet.
personnalité et des conditions de
vie du mineur. Dans la loi sur la
protection de la jeunesse, la
médiation en réparation est
conçue comme un contrat entre le
mineur et un service agréé des
Communautés pour réparer le
dommage.
Les
mesures
réparatrices
impliquent
une
confrontation du mineur avec la
victime, dans le cadre de laquelle il
a la possibilité de proposer des
solutions.
J'estime
que toute instance
compétente ne peut intervenir que
dans le cadre de ses compétences
légales. Ce dossier est un cas
limite.
19.03 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, om te beletten
dat men op de limiet moet dansen, is de gemeentelijke
administratieve sanctie hét instrument dat ons wordt aangereikt om
op dat vlak kleine criminaliteit, licht vandalisme ter plekke aan te
pakken.
Het is aanbevelingswaardig om dat pad te stimuleren, om te proberen
om op het terrein effectief daarvan toepassing te geven. Het andere is
bijzonder
gevaarlijk,
want
dit
zou
kunnen
eindigen
in
sherifftoestanden. Het is dus aanbevelingswaardig daarvoor de juiste
juridische middelen te propageren en die zoveel mogelijk op
gemeentelijk niveau aan te wenden.
19.03 Michel Doomst (CD&V): La
sanction administrative commu-
nale
est
l'instrument
par
excellence pour lutter sur le terrain
contre la petite criminalité et le
petit vandalisme. Cette approche
doit être stimulée mais les cas
marginaux
douteux
sont
dangereux car ils pourraient
entraîner
une
intervention
subjective. Les moyens juridiques
adéquats doivent donc tant que
possible être recommandés à
l'échelle communale.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Samengevoegde vragen van
- de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "het elektronisch toezicht" (nr. 9658)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "het elektronisch toezicht, de uitvoering
van korte straffen en de ondraagbare werkdruk bij de justitiehuizen" (nr. 9942)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "de toepassing van het
elektronisch toezicht" (nr. 10273)
20 Questions jointes de
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "la surveillance électronique" (n° 9658)<br>- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la surveillance électronique, l'exécution des peines
de courte durée et la pression du travail insupportable dans les maisons de justice" (n° 9942)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au ministre de la Justice sur "l'application de la surveillance
électronique" (n° 10273)
20.01 Minister Stefaan De Clerck: Ik dacht dat die vragen
beantwoord waren in de hele uiteenzetting over het elektronisch
toezicht.
(...): (...)
20.01
Stefaan
De
Clerck,
ministre: J'ai déjà répondu à ces
questions.
20.02 Michel Doomst (CD&V): (...) Mijnheer de minister, berichten 20.02 Michel Doomst (CD&V):
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
over het falend systeem van elektronisch toezicht leiden toch wel tot
heel wat frustratie bij rechters, politiemensen en andere personen. Ik
wou dus vragen of de cijfers kloppen die we daarover in de media
konden vernemen? Wat is de stand van het onderzoek naar de
knelpunten? Zijn daar al oplossingen voor gevonden? Wanneer zullen
we de eerste concrete resultaten op kwalitatief en kwantitatief vlak
zien?
L'échec du système de la
surveillance électronique entraîne
de la frustration parmi les juges,
les policiers et d'autres intéressés.
Les chiffres cités par les médias
sont-ils exacts? Où en est l'étude
des problèmes? Des solutions ont-
elles déjà été proposées? Quand
disposerons-nous des premiers
résultats concrets?
20.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): We blijven het uitzitten van
een gevangenisstraf via een enkelband een pervers systeem vinden,
een systeem dat gericht is op het niet uitvoeren van een rechterlijke
beslissing, namelijk een gevangenisstraf in een gevangenis. Sinds de
jaren 80, mijnheer de minister, is het systeem van uitvoering van
straffen steeds meer uitgehold, via de veralgemening van de
voorwaardelijke invrijheidsstelling, nadien via allerlei noodmaatregelen
om korte straffen niet uit te zitten, en nu via het systeem van
enkelbanden, waardoor uiteindelijk korte straffen nauwelijks nog
worden uitgezeten. We hebben het hier over straffen tot drie jaar.
Dat heeft het perverse gevolg dat magistraten veel strengere straffen
uitspreken om te verhinderen dat mensen op een of andere manier
toch zouden vrijkomen. Het is een onwenselijk systeem, gebaseerd
op noodmaatregelen, dat wij liever zo snel mogelijk helemaal
veranderd zagen.
U zult misschien zeggen dat u dat heeft geërfd en daar niet veel mee
te maken heeft, maar ik herinner mij nog heel goed uw eigen inbreng
in het dossier van het gevangeniswezen ­ we zullen het daar later nog
wel over hebben. Op een gegeven moment zei u dat 8.000 plaatsen
het absoluut maximum was. Had u toen niet zo op de rem gestaan,
was het probleem vandaag alvast minder acuut geweest.
We hebben de verschillende brieven die er zijn geweest van minister
Onkelinx, van Hans Meurisse en van minister Vandeurzen met elkaar
vergeleken, en de indruk wordt gewekt dat er een verstrenging zou
zijn, dat het moeilijker zou zijn om een enkelband te krijgen, omdat er
altijd een maatschappelijk onderzoek zou komen. Dat laatste aspect
is waar, maar anderzijds moeten we ook vaststellen dat de
maatregelen op een aantal vlakken versoepeld zijn. Dat gebeurde al
onder Meurisse en dat wordt vandaag doorgezet.
Ik geef een voorbeeld. Bij minister Onkelinx werd er toch nog
onderscheid gemaakt tussen straffen van meer of minder dan een
jaar en voor straffen tussen een en drie jaar was er toch wel een
merkelijke verstrenging. Bovendien konden mensen die geen recht
van verblijf hadden in ons land, sowieso geen beroep doen op het
systeem van enkelband, vandaag kan dat wel.
Ten slotte zijn een aantal contra-indicaties weggevallen: de
persoonlijkheid van de veroordeelde en zijn gedrag tijdens de detentie
mogen niet meer meespelen, en dat was bij Onkelinx wel nog het
geval.
Het wordt dus heel moeilijk om mensen die minder dan drie jaar cel
hebben gekregen ­ dat zijn toch nog vrij zware straffen ­
20.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le bracelet électronique
servant
à purger la peine
d'emprisonnement est un système
pervers. Depuis les années 80, les
peines sont de moins en moins
appliquées
étant
donné
la
généralisation de la libération
conditionnelle, l'instauration de
mesures pour ne pas purger les
peines de courte durée et le
système
des
bracelets
électroniques.
Les
peines
d'emprisonnement de moins de
trois ans sont dès lors rarement
purgées
aujourd'hui.
Les
magistrats
prononcent
par
conséquent des peines plus
lourdes.
On a l'impression aujourd'hui que
le système se durcit. Comme une
enquête sociale est désormais
toujours requise, il deviendrait plus
difficile d'obtenir un bracelet
électronique.
Dans
certains
domaines, les mesures sont
toutefois assouplies. À l'époque de
Mme Onkelinx, une distinction
était encore établie entre les
peines comprises entre un et trois
ans et les peines de moins d'un
an. Les personnes qui ne
disposaient pas du permis de
séjour ne pouvaient pas bénéficier
du
système
du
bracelet
électronique.
Enfin,
le
comportement du condamné lors
de sa détention n'est plus pris en
considération aujourd'hui.
Le ministre peut-il nous donner un
aperçu mensuel du nombre de
personnes inscrites sur la liste
d'attente? Quel est le délai
d'attente? En quoi consistent les
contrôles réalisés pendant la
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
daadwerkelijk binnen de muren van de gevangenis te krijgen.
Dergelijke veroordeelden die in de gevangenis zullen belanden, zullen
kleine uitzonderingen zijn. Precies daarover gaan mijn vragen. Op die
aspecten van de zaak zijn er in elk geval geen antwoorden gekomen.
Betreffende de wachtlijsten en de situatie die helemaal uit de hand is
gelopen, kunt u een overzicht geven, per maand, van het aantal
personen dat op de wachtlijst staat sinds de brief van Onkelinx? Wat
is de wachttijd nadien? Waaruit bestaat de controle tijdens de
wachttijd?
De tweede vraag laat ik vallen, omdat de omzendbrief-Meurisse
blijkbaar niet meer van toepassing is, krachtens de omzendbrief van
minister Vandeurzen.
Bevestigt u het standpunt van de jongste beleidsbrief van minister
Vandeurzen, waarin werd voorgesteld de enkelbandprocedure bij de
kortgestraften te veralgemenen en dus nog verder uit te breiden dan
vandaag? Wat verstaat u in dat opzicht onder kortgestraften?
Kunt u meedelen hoeveel kortgestraften, onder de drie jaar, nog
daadwerkelijk in de cel belandden of bleven sinds de omzendbrief-
Onkelinx? Om welk aandeel van het aantal kortgestraften gaat het?
20%, 40%, 60%? Dat is niet duidelijk en er is tijdens de hoorzitting
ook geen zicht op gekomen.
Beschikt u over cijfers sinds de inwerkingtreding van de omzendbrief-
Meurisse en sinds de inwerkingtreding van de omzendbrief-
Vandeurzen?
Hoe reageert u op de protesten van de justitiehuizen? In welke
maatregelen wordt er voorzien? Waarom wordt er niet overwogen om
het toezicht op de enkelband opnieuw te verplaatsen naar het NCET,
zodat de justitiehuizen wat kunnen worden verlicht in hun taak? Daar
knelt duidelijk het schoentje.
période d'attente?
Le ministre confirme-t-il la position
défendue
par
l'ex-ministre
Vandeurzen dans sa note de
politique générale, où ce dernier
proposait d'élargir la procédure de
surveillance électronique et de la
généraliser dans le cas des peines
de courte durée? Que devons-
nous entendre par " peines de
courte
durée?
Combien
de
personnes condamnées à une
peine de moins de trois ans sont
encore effectivement enfermées
depuis les circulaires Onkelinx,
Meurisse et Vandeurzen?
Quelle est la réaction du ministre
face aux critiques émises par les
maisons de justice? Des mesures
seront-elles prises? Pourquoi ne
confie-t-on pas à nouveau les
tâches
de
surveillance
électronique au Centre national de
surveillance électronique?
20.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
verwijs ook naar hetgeen wij hier vorige week woensdag hebben
gehoord in verband met elektronisch toezicht. Wij hebben intussen
ook de documenten ontvangen, waarvoor dank.
De voordelen van elektronisch toezicht zijn bekend. Het kan de
overbevolking in de gevangenissen verminderen en de veroordeelde
wordt geholpen bij zijn re-integratieproces.
Wat mij bezorgd maakt, is het feit dat de capaciteit blijft schommelen
rond de 600. Het zijn er intussen 670, maar de wachtlijst is
aangegroeid van 800, begin vorig jaar, tot 1.500, begin dit jaar. Dat
geeft grote problemen op het vlak van controle.
Ik heb de volgende vragen. Ten eerste, wat is het precieze statuut van
de 1.500 wachtenden voor een enkelband? In welke vorm van
controle is er voor hen voorzien?
Ten tweede, uit de hoorzitting blijkt dat het aanbrengen van een
enkelband uitsluitend in de gevangenis kan gebeuren. Kan er niet
voor worden gezorgd dat dat ook buiten de gevangenis kan
gebeuren?
Ten derde, het nationaal centrum verwittigt de politie enkel als er
20.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
La
surveillance
électronique pourrait réduire la
surpopulation carcérale et appuyer
le processus de réinsertion des
condamnés. La capacité ne
dépasse cependant guère 600
unités et la liste d'attente et
passée de 800 personnes début
2008 à 1.500 actuellement. Cette
situation entraîne des problèmes
considérables sur le plan du
contrôle. Quel est le statut des
personnes inscrites sur la liste
d'attente? Font-elles l'objet de
contrôles?
Serait-il envisageable de placer le
bracelet électronique en dehors de
l'établissement pénitentiaire? Le
CNSE avertit les services de
polices en cas de problèmes. Or
les services de police ignoreraient
souvent qui porte un bracelet
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
problemen zijn met het verloop van het elektronisch toezicht. Tijdens
de hoorzitting vorige week werd verwezen naar een site die de politie
kan consulteren. Op het terrein blijkt echter dat de politie vaak niet
weet wie er in haar zone met een enkelband rondloopt.
Ten vierde, voldoet de huidige technologische controleapparatuur?
Moet niet worden gedacht aan bijvoorbeeld toepassingen via GPS?
électronique dans leur zone de
police. De quelle manière ce
problème sera-t-il résolu? Les
appareils de contrôle actuels
suffisent-ils? Ne conviendrait-il pas
d'envisager des applications GPS?
20.05 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
er rijzen inderdaad verschillende vragen over het elektronisch
toezicht. Aansluitend op wat al werd toegelicht in een vorige
commissievergadering, wil ik proberen om concreet toch de
verschillende vragen te beantwoorden.
Trouwens, de heer Doomst vroeg of cijfers kloppen die in de media
konden worden vernomen. Inderdaad, de cijfers zijn exact. Er is een
probleem van wachtlijsten.
Sinds de uitbreiding van de rondzendbrief van 11 december 2007
werd het mogelijk gemaakt dat een bijkomende categorie van
veroordeelden onder strafonderbreking kon worden gezet in
afwachting van onderzoek, beslissing en uitvoering van het
elektronisch toezicht. De input van strafonderbrekers is verruimd. Op
7 januari 2009 stonden 676 veroordeelden onder elektronisch toezicht
en stonden er 1.581 in afwachting van strafonderbreking.
De stand van zaken is de volgende. Onze beleidscel heeft die
knelpunten begin 2008 ook in kaart gebracht en heeft een groot deel
van de problemen omgezet in richtlijnen. In de ministeriële
rondzendbrief van 25 juli 2008 zijn meerdere kwalitatieve
aanpassingen doorgevoerd, wat de vorige Justitieminister Jo
Vandeurzen verschillende keren heeft herhaald. Het gaat om kort op
de bal spelen, reactie op niet-naleving van uurroosters door het
toezicht, akkoord van meerderjarige huisgenoten, verplicht
voorafgaande maatschappelijke enquête. Dat laatste maakt dat de
doorstroomtijd van alle strafonderbrekers in zekere zin wordt
vertraagd, maar dat de opdrachtgever met kennis van zaken een
beslissing kan nemen en bij toekenning van elektronisch toezicht met
kennis van zaken eventueel aangepaste voorwaarden kan opleggen,
die dan worden opgevolgd door de justitieassistent.
Zijn er oplossingen om de administratieve molen rapper te doen
draaien? Welnu, doordat het NCET ondertussen opnieuw een
coördinerende rol opgelegd kreeg, doordat het personeelskader is
opgevuld en de verhuis achter de rug is, kan het die taak nu ten
gronde volop opnemen.
Het centrum, dat jullie hebben bezocht, moet een duidelijk zicht
krijgen op het volledig plaatje van het elektronisch toezicht, van bij de
aanvang van de procedure. Het NCET zal tevens daardoor de situatie
gericht kunnen aanpakken in overleg met de regionale directeurs van
de justitiehuizen. Van die aanpak verwacht ik tegen maart 2009 de
eerste positieve resultaten.
Op kwalitatief vlak zijn de eerste resultaten op de werkvloer reeds
zichtbaar. Er kan met name kort op de bal worden gespeeld bij
overtredingen en er wordt een invulling gegeven aan de maatregel
door het verplicht opleggen van geïndividualiseerde voorwaarden.
20.05
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Les chiffres qui ont été
cités par les médias sont corrects.
Il se pose des problèmes au
niveau des listes d'attentes. Le 7
janvier 2009, 676 condamnés
étaient placés sous surveillance
électronique et 1.581 attendaient
l'interruption de leur peine.
La circulaire ministérielle du 25
juillet 2008 comprend plusieurs
adaptations
qualitatives.
Elles
devraient notamment permettre de
réagir plus rapidement et de
répondre au non-respect des
horaires.
D'autres
mesures
concernent
l'accord
des
personnes majeures cohabitantes
et
l'obligation
de
mener
préalablement
une
enquête
sociale. Si cette dernière mesure
est de nature à retarder quelque
peu la procédure, elle permet de
prendre
une
décision
en
connaissance
de
cause
et
d'imposer
des
conditions
appropriées.
Le CNSE a à nouveau été chargé
d'un rôle de coordination et son
cadre a été élargi à cet effet. Il
pourra dorénavant aménager au
besoin la situation, en concertation
avec les directeurs régionaux des
maisons de justice. J'attends les
premiers résultats positifs pour le
mois de mars 2009.
Des
résultats
sont
déjà
perceptibles. On réagit plus
rapidement lorsque des infractions
sont commises et des conditions
individualisées sont imposées. Les
maisons de justice ont élaboré un
plan
d'action
et
l'on
peut
certainement s'attendre à des
résultats
après
l'engagement
d'assistants
de
justice
supplémentaires.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Een plan van aanpak werd door het DG Justitiehuizen uitgewerkt en
de kwantitatieve resultaten zullen onder meer na afronding van de
tweede golf van aanwervingen van justitieassistenten in het voorjaar
van 2009 zichtbaar zijn.
Thans kom ik tot de vraag van de heer Laeremans met betrekking tot
een verklaring voor de uit de hand gelopen situatie. De kwalitatieve
aanpak van het elektronisch toezicht begon reeds met de aanpassing
van de wet van mei 2006. Aan artikel 64 werd een zesde punt
toegevoegd, zodat de strafuitvoeringsrechtbank een grond heeft tot
herroeping, expliciet bij de niet-naleving van de beperkte detentie van
het elektronisch toezicht.
Daarnaast werden de KB's van 29 januari 2007 aangepast in die van
16 juli 2008. Tevens kwam er een nieuwe ministeriële omzendbrief.
Bovendien is de omkadering rond om van het NCET een
coördinatiecentrum te maken en het controletaken te laten uitvoeren.
Het nationaal centrum moet een duidelijk zicht krijgen op het volledige
plaatje van het elektronisch toezicht van bij de aanvang van de
procedure tot bij de opstart en de opvolging. Tevens zal het daardoor
de situatie gericht kunnen aanpakken in overleg met de regionale
directeurs.
Met betrekking tot de werving van de justitieassistenten, er is een
tweede golf na de statutarisering aan de gang. Ik verwacht dus op
korte termijn resultaat op dat vlak.
De ministeriële omzendbrieven zijn allemaal online beschikbaar op de
site van de FOD Justitie. De dienstnota van de directeur-generaal van
11 december 2008 is niet beschikbaar online, aangezien het om een
interne dienstnota gaat. Zoals mijn voorganger, Jo Vandeurzen, in
mei 2008 reeds antwoordde, is het criterium van de onmiddellijke
aanhouding sinds de dienstnota van 11 december niet langer
weerhouden voor het verkrijgen van een strafonderbreking in
afwachting van een onderzoek voor een elektronisch toezicht of een
effectieve plaatsing onder elektronisch toezicht. De situatie die Jo
Vandeurzen bij zijn start heeft aangetroffen, heeft hij stapsgewijze
correct en positief aangepast. Ik sluit niet uit dat andere aanpassingen
nog zullen volgen.
Bevestigt de minister het standpunt van de jongste beleidsbrief?
Neen, ik bevestig het standpunt van de veralgemening niet. Er blijven
uitsluitingscategorieën. Met name de veroordeelden ten aanzien van
wie feiten van seksueel misbruik op minderjarigen en personen die
geen recht op verblijf hebben, kunnen enkel vanuit detentie een
aanvraag voor elektronisch toezicht richten naar de dienst Individuele
Gevallen.
Daarnaast zijn de volgende veroordeelden uitgesloten van
strafonderbreking, met name zij die niet vanuit vrijheid maar vanuit
detentie de onderzoeksfase, met een voorafgaand onderzoek,
beslissing en plaatsing, ondergaan. Dat geldt indien de veroordeelde
geen vaste verblijfplaats heeft, indien de veroordeelde niet in zijn
onderhoud kan voorzien, indien er een ernstig risico bestaat dat de
veroordeelde zich aan strafuitvoering zou onttrekken en indien er
ernstige tegenaanwijzingen zijn.
De term kortgestraften wordt nergens gebruikt. Er bestaan enkel twee
L'adaptation de la loi de mai 2006
a fourni au tribunal d'exécution des
peines un motif de révocation en
cas de non-respect des conditions
de la surveillance électronique.
Par ailleurs, les arrêtés royaux des
29 janvier 2007 et 16 juillet 2008
ont également été adaptés. Une
nouvelle circulaire ministérielle a
été distribuée. Le CNSE a été
transformé
en
centre
de
coordination chargé des missions
de contrôle. Le Centre doit pouvoir
disposer
d'un
aperçu
de
l'ensemble de la procédure.
Toutes les circulaires ministérielles
sont disponibles en ligne sur le site
du SPF Justice. La note de service
du directeur général du 11
décembre 2008 est une note
interne. Depuis lors, l'arrestation
immédiate n'est plus exigée pour
entrer en ligne de compte pour
une interruption de peine dans
l'attente
de
la
surveillance
électronique. L'ancien ministre M.
Vandeurzen avait déjà procédé à
plusieurs adaptations positives et
je n'exclus pas que d'autres
suivront.
Je ne confirme pas l'impression
d'une
généralisation
de
la
surveillance
électronique.
Les
condamnés pour abus sexuel à
l'égard de mineurs et les sans-
papiers ne peuvent introduire une
demande
de
surveillance
électronique que depuis la prison.
Un condamné sans domicile fixe,
qui ne peut pas subvenir à ses
besoins ou qui risque de se
soustraire à la surveillance est
également exclu.
Le terme "kortgestraften" n'est
utilisé nulle part. Pour les
personnes condamnées à une
peine de plus de trois ans, le
tribunal d'application des peines
est compétent en ce qui concerne
l'octroi
de
la
surveillance
électronique et la loi du 17 mai
2006 relative au statut juridique
externe
des
détenus
est
applicable. Pour les personnes
condamnées à une peine de
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
verschillende procedures voor de toekenning van het elektronisch
toezicht. Voor veroordeelden tot een of meer vrijheidsstraffen van
meer dan 3 jaar is de strafuitvoeringsrechtbank bevoegd voor de
toekenning van elektronisch toezicht en is de wet van 17 mei 2006 op
de externe rechtspositie van toepassing. Voor veroordeelden tot één
of meer vrijheidstraffen van 3 jaar of minder is de wet van 17 mei
2006 niet van toepassing en geldt de ministeriële rondzendbrief van
25 juli 2008.
U wil weten hoeveel kortgestraften, minder dan 3 jaar, nog in de cel
belanden of blijven sinds de ministeriële rondzendbrief. Het aantal
gedetineerde veroordeelden tot 3 jaar of minder bedroeg op 10 juli
2006: 721, op 1 december 2007: 693, op 1 april 2008: 681, op
11 november 2008: 731 en op 6 januari 2009: 759.
Hoe reageer ik op de protesten van de justitiehuizen? De
administratie heeft in december de justitieassistenten na hun actie
ontvangen en de stand van zaken inzake de vooruitgang in de
eisenbundel werd toegelicht. Een aantal procedures neemt de nodige
tijd in beslag, maar de administratie is volop bezig met de
verschillende procedures. Zo is er onder andere de tweede golf van
contractuele aanwervingen van justitieassistenten, daar de eerste golf
van statutaire aanwerving bijna rond was.
Ook met hen spraken wij af dat de resultaten tegen maart 2009
zichtbaar zullen moeten zijn.
Het NCET is en blijft verantwoordelijk voor de controle. Echter werd
door minister Onkelinx beslist de maatschappelijke assistenten die
verbonden zijn aan het NCET onder te brengen in de justitiehuizen.
Deze assistenten zijn nu ingewerkt, of bijkomende krachten worden
opgeleid om die taak op zich te nemen. Bij de DG Justitiehuizen
werden actieplannen opgesteld waarbij in overleg met de regionale
directeurs oplossingen geboden worden om het probleem van de
wachtlijsten aan te pakken. In het voorjaar van 2009 moeten de
eerste kwantitatieve resultaten bereikt worden.
Aan collega Lahaye-Battheu kan ik het volgende zeggen in verband
met het statuut van de 1.500 wachtenden. Ik verwijs naar de
uiteenzetting van de directeur-generaal. U was aanwezig en hebt dus
al heel wat informatie gehoord.
Voor de personen die in strafonderbreking werden geplaatst in
afwachting van een maatschappelijke enquête, in afwachting van een
beslissing of in afwachting van hun plaatsing onder elektronisch
toezicht, wordt intussen niet in begeleiding voorzien. De justitiehuizen
voeren bijgevolg geen enkele controle uit op die personen. Zodra zij
een enkelband krijgen, start de definitieve uitvoering van hun straf.
U vraagt of de enkelband plaatsen enkel in de gevangenis kan. De
veroordeelde staat tot de plaatsing onder de verantwoordelijkheid van
de moedergevangenis. Hij heeft nog steeds het statuut van
gedetineerde. De griffie van de moedergevangenis staat in voor het
administratief beheer van het dossier. Daarom moet hij zich op de dag
van de plaatsing naar die strafinrichting te begeven en zich
administratief in orde te stellen, alsook zich akkoord te verklaren met
de opgelegde voorwaarden, waarna hij een attest ontvangt dat hij zich
rechtsgeldig buiten de gevangenis bevindt onder de maatregel
moins de trois ans, la circulaire
ministérielle du 25 juillet est
applicable.
Les
détenus
condamnés à une peine de moins
de trois ans étaient au nombre de
721 le 10 juillet 2006, 693 le
1
er
décembre 2007, 681 le 1
er
avril
2008, 731 le 11 novembre 2008 et
759 le 6 janvier 2009.
L'administration
a
reçu
les
assistants de justice en décembre,
après
leur
mouvement
de
protestation. Certaines mesures
requièrent du temps, comme le
recrutement d'assistants de justice
supplémentaires.
Nous
avons
convenu avec la maison de justice
de Gand que des résultats
devaient être atteints pour le mois
de mars 2009.
Le CNSE demeure responsable
du contrôle. La ministre Onkelinx a
toutefois décidé de transférer les
assistants sociaux aux maisons de
justice. Ils se sont entre-temps
familiarisés avec leurs fonctions et
d'autres effectifs seront formés.
Les maisons de justice ont établi
des plans d'action pour résoudre
le problème des listes d'attente et
de premiers résultats devraient
être atteints au printemps de 2009.
En ce qui concerne le statut des
personnes figurant sur la liste
d'attente,
de
nombreuses
informations
ont
déjà
été
communiquées lors de l'audition
avec le directeur général. Ces
personnes
ne
sont
pas
accompagnées, ni contrôlées par
les maisons de justice. Pour
l'heure, il n'est pas envisagé
d'effectuer
le
placement
du
bracelet de cheville en dehors de
la prison.
La circulaire ministérielle de
juillet 2008 prévoit que le CNSE
doit informer la police si l'intéressé
ne peut être joint pour le
placement du bracelet et si un
condamné en interruption de peine
ne se présente pas le jour du
placement ou n'est pas présent à
l'adresse indiquée. Les services
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
elektronisch toezicht. Bijgevolg gebeurt ook daar de plaatsing van de
enkelband. De twee zaken gebeuren tegelijkertijd.
Inzake de verwittiging van de politie bepaalt de ministeriële
rondzendbrief van juli 2008 dat het NECT de veroordeelde seint in
volgende gevallen.
Ten eerste, de mobiele eenheid slaagt er niet in de betrokkene te
bereiken en de plaatsing van het materiaal te plannen. Ten tweede,
de veroordeelde in strafonderbreking komt niet opdagen in de
strafinrichting of is op de dag van de plaatsing niet aanwezig op het
adres waar hij heeft opgegeven dat hij zijn elektronisch toezicht zou
ondergaan.
Artikel 20, 2
e
lid van 5 augustus 1992 op het politieambt werd als volgt
gewijzigd. Voortaan houden de politiediensten eveneens toezicht op
de naleving van de hun daartoe meegedeelde voorwaarden die zijn
opgelegd aan de voornoemde categorieën van justitiabelen, onder
andere de veroordeelden die de strafuitvoeringsmodaliteit van de
vrijheidsstraf genieten.
Bijgevolg licht hij zelf de politiediensten in over de voorwaarden die
aan de justitiabelen zijn opgelegd en is het niet langer de bedoeling
dat de justitieassistent contact opneemt met de politiediensten om,
bijvoorbeeld, sommige voorwaarden te verifiëren of eventuele
problemen te melden. De politiediensten zijn in kennis van personen
onder elektronisch toezicht in hun arrondissement. Zij kennen de lijst
daarvan.
Een flinke inhaalbeweging is nodig. Om een realistische inschatting te
kunnen maken van het extra personeel dat noodzakelijk is om de
instroom efficiënt te beheren, is een meting nodig van de werklast van
de justitieassistenten. Momenteel worden instrumenten ontwikkeld die
een dergelijke werklastmeting per justitiehuis mogelijk moeten maken.
De testfase die momenteel lopende is binnen de verschillende
justitiehuizen zal in februari 2009 worden afgerond. Nadien zal een
workshop worden georganiseerd met de directeurs van de
justitiehuizen om hen toe te laten de instrumenten verder te
implementeren.
In het raam van het actieplan hebben de regionale directeurs de
verantwoordelijkheid, samen met de directeur van het justitiehuis, om
in te staan voor de opvolging van het vooropgestelde actieplan per
justitiehuis. Die opvolging zal op maandelijkse basis geschieden.
De huidige achterstand en wachtlijsten zijn niet te wijten aan het
technologisch aspect van het elektronisch toezichtmateriaal, maar zijn
veeleer structureel van aard: personeel, middelen, beslissingen van
de opdrachtgevers enzovoort. De ervaringen in andere landen met het
gebruik van het elektronisch toezicht in combinatie met GPS-
systemen tonen aan dat het gebruik van GPS geen invloed uitoefent
op het wegwerken van een achterstand. Ook in andere landen, zoals
Florida, Frankrijk en Groot-Brittannië, stelt men vast dat dit niet als de
oplossing moet worden beschouwd. Het betreft telkens een zeer
beperkte doelgroep omdat het elektronisch toezicht met GPS niet
geschikt is om op grote schaal toe te passen en de technologie niet of
onvoldoende verregaand is. Daarnaast is het gebruik van een GPS-
systeem in deze context een bijzonder dure aangelegenheid. Het is
de police contrôlent également le
respect de ces conditions et
connaissent
les
personnes
placées
sous
surveillance
électronique.
Une opération de rattrapage
s'impose. Il convient à cet effet de
procéder à une mesure de la
charge de travail des assistants de
justice. Des instruments sont
actuellement développés à cet
effet. La phase de test se
terminera en février 2009. Un
workshop sera organisé ensuite
avec les directeurs de maisons de
justice. Les directeurs régionaux et
le directeur de la maison de justice
sont collectivement responsables
de la mise en oeuvre du plan
d'action et de son suivi sur une
base mensuelle.
L'arriéré et les listes d'attente ne
sont pas dus à l'équipement. Ils
sont
de
nature
structurelle.
L'expérience d'autres pays montre
que l'utilisation du GPS ne permet
pas de résorber l'arriéré tout en
étant très onéreux. L'Institut
national de criminalistique et de
criminologie a été chargé fin 2008
d'examiner
la
question
de
l'utilisation du GPS dans le cadre
de la surveillance électronique.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
evenwel belangrijk een reflectie op gang te brengen omtrent de
doelstellingen, de meerwaarde en de juridische grondslag, en een
evaluatie te maken omtrent de werking van dit systeem.
Eind 2008 werd aan het NICC een onderzoek toegekend om de
toepassing van GPS in ons land verder te bestuderen en na te gaan
welke categorieën van veroordeelden met deze manier van werken
beter kunnen worden gevolgd. Tevens zullen de technologische
ontwikkelingen binnen het GPS-systeem op de voet worden gevolgd
en kijken we uit of dat in de toekomst een positieve wending aan het
systeem kan geven.
20.06 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, ik wil de
minister danken voor het uitgebreide antwoord. We kijken echt uit
naar de resultaten van maart. Wat het opvangen van het tekort aan
capaciteit betreft, begrijp ik dat men voor gebouwen met een
geweldige administratieve last zit bij de voorbereiding en uitwerking
van de dossiers, maar ik denk dat dit een haalbaar
capaciteitsprobleem moet zijn. We stoten blijkbaar nog op een aantal
structurele belemmeringen, maar die moeten sneller weg te werken
zijn. We zouden voor dit soort van opvangcapaciteit snel moeten
kunnen vooruitgaan. Daarom wil ik absoluut aanbevelen dat men op
dit vlak de structurele problemen wegwerkt en ervoor zorgt dat we
snel naar een degelijke opvangcapaciteit kunnen gaan.
20.06 Michel Doomst (CD&V):
Nous attendons les résultats qui
devraient être disponibles au mois
de mars. Il semblerait que la
charge
administrative
soit
importante dans le cadre de la
préparation et du suivi des
dossiers mais il doit être possible
de trouver une solution. Un certain
nombre de problèmes structurels
doivent
être
éliminés
plus
rapidement, de manière à pouvoir
augmenter la capacité.
20.07 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, het was wel degelijk heel nuttig dat dit antwoord
nog kwam. Wij hebben een aantal nieuwe elementen gekregen. Ik blijf
echter met heel wat bedenkingen en vragen zitten. Drie elementen wil
ik toch even aanhalen.
Ten eerste, de problemen zijn eigenlijk vooral begonnen sinds de
overdracht tot stand kwam van het NCET naar de justitiehuizen.
Daardoor was er ineens een geweldige achterstand en kon men het
probleem niet aan, terwijl de studies die minister Onkelinx zelf had
besteld daaromtrent van twee universiteiten ­ mijnheer de minister, ik
nodig u echt uit om die eens te lezen, ze zijn heel kort en bevattelijk ­
zelf gewaarschuwd hebben dat die overdracht niet goed was, dat er
wel degelijk een fundamenteel onderscheid moet blijven bestaan
tussen enerzijds detentie en enkelband, want dat is een vorm van
detentie, en anderzijds de voorwaardelijke vrijlating en al wat
daaronder ressorteert. Dat zijn immers twee verschillende regimes.
Zoals men het nu doet komt het er eigenlijk op neer, zeker omdat het
nu ressorteert onder die justitiehuizen, op een vorm van vrijlating. De
begeleiding is trouwens hetzelfde. Dat gaat om justitieassistenten. Het
is dikwijls dezelfde justitieassistent die eerst begeleidt wanneer
iemand een enkelband draagt die een beetje later begeleidt in de
vorm van voorwaardelijk invrijheidstelling. De facto verschilt er niet
zoveel. Dat elektronisch toezicht komt eigenlijk ook weer neer op een
vorm van inkorting van de straf.
Ten tweede, het blijft in elk geval zo dat mensen zonder recht van
verblijf in dit land ook kunnen genieten van dit systeem. Ik heb het
daarmee echt heel moeilijk. Dat zijn mensen die illegaal in ons land
zijn. Zelfs die mensen neemt men au sérieux en men zegt hun dat ze
een gunstmaatregel krijgen, dat ze een enkelband krijgen en ervoor
20.07 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Votre réponse était utile
mais je reste sceptique. Les
problèmes sont surtout apparus
depuis que le CNSE a été
transféré aux maisons de justice.
La ministre, Mme Onkelinx, aurait
d'ailleurs pu prévoir que ce
transfert entraînerait un arriéré. La
libération conditionnelle n'est pas
contrôlée et s'apparente en réalité
à une libération, alors que la
surveillance électronique devient
une réduction de la peine.
Des personnes sans titre de séjour
peuvent aussi bénéficier de ce
système;
cela
me
pose
véritablement
problème.
Ce
régime favorable pour les illégaux
est apparu à l'initiative du ministre
Vandeurzen. Je pensais que le
CD&V était plus critique par
rapport à ce phénomène.
Je dispose à présent d'une série
de chiffres concernant le nombre
de condamnés à une peine
inférieure à trois ans et qui sont en
prison, mais quels sont les
pourcentages
respectifs
des
condamnés qui sont détenus et de
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
moeten zorgen dat ze braaf blijven. Dat is een volkomen verkeerd
signaal. Dat was niet zo onder Onkelinx. Dat was wel zo onder
minister Vandeurzen. Ik begrijp dat niet. Ik dacht dat CD&V toch
kritischer was tegenover dit fenomeen.
Mijnheer de minister, ten derde, ik had u cijfers gevraagd over het
aantal kortgestraften. Het gaat dus over gestraften met een straf van
minder dan drie jaar. De term kortgestraften komt van u, niet van mij.
Ik gebruik die term niet graag, want bij straffen tot drie jaar gaat het
vaak om heel zwaargestraften. Welk aandeel daarvan komt
uiteindelijk toch nog in de gevangenis?
U hebt mij een aantal cijfers gegeven, maar ik snap niet goed wat u
precies met die cijfers bedoelt. U spreekt over zoveel op die datum en
zoveel op die datum. Kan u dat even verduidelijken? Ik begrijp immers
niet goed welk aandeel daarvan neerkomt op degenen die
daadwerkelijk in de gevangenis terechtkomen. Of is dat louter het
aantal kortgestraften? Ik heb die cijfers niet goed begrepen.
ceux qui ne le sont pas? Le
ministre peut-il le préciser? Dois-je
lui poser une question écrite à cet
effet?
20.08 Minister Stefaan De Clerck: Het zijn alleen de kortgestraften.
20.09 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, mijn
vraag was precies welk deel van de gestraften onder drie jaar ten
gevolge van dat elektronisch toezicht nog daadwerkelijk in de
gevangenis komt. Moet ik u daarover opnieuw een schriftelijke vraag
stellen?
20.10 Minister Stefaan De Clerck: Ja, indien mogelijk.
20.10
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Si possible, oui.
Voorzitter: Els De Rammelaere
Présidente: Els De Rammelaere
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "overuren door geheim agenten van de
Staatsveiligheid" (nr. 9680)
- de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "de overuren van geheim agenten"
(nr. 9704)
- de heer Robert Van de Velde aan de minister van Justitie over "de werkingsmiddelen van de
Staatsveiligheid" (nr. 9719)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de niet-uitbetaling van overuren van
geheim agenten" (nr. 9737)
21 Questions jointes de
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "les heures supplémentaires effectuées par des
agents secrets de la Sûreté de l'État" (n° 9680)<br>- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "les heures supplémentaires effectuées par des
agents secrets" (n° 9704)<br>- M. Robert Van de Velde au ministre de la Justice sur "les moyens de fonctionnement de la Sûreté de
l'État" (n° 9719)<br>- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "le non-paiement des heures supplémentaires
effectuées par des agents secrets" (n° 9737)</b>
21.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, via de
media vernamen wij dat de politievakbond zou overgaan tot het
dagvaarden van de FOD Justitie voor het niet uitbetalen van overuren
21.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Nous avons appris par les
médias que le syndicat de la police
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
voor de jaren 2001, 2002 en 2003 met betrekking tot 150 geheim
agenten van de Staatsveiligheid. Klopt dat effectief? Waren die
overuren verschuldigd en zijn ze onbetaald gebleven?
Indien men zolang heeft gewacht met de betaling, is dat dan niet in
strijd met wat er werd geschreven in de beleidsnota van minister
Vandeurzen? Daarin werd immers gezegd dat er op zeer korte termijn
zou worden betaald en dat de processen om tot een snelle betaling te
komen zouden worden verfijnd. Ook in het relanceplan werd vermeld
dat de overheid zeer snel haar verplichtingen zou nakomen.
allait citer le SPF Justice devant
les tribunaux pour le non-paiement
d'heures
supplémentaires
effectuées en 2001, 2002 et 2003
par 150 agents secrets de la
Sûreté de l'État. Est-ce exact?
Ces
heures
supplémentaires
étaient-elles dues et sont-elles
restées impayées? Cette situation
n'est-elle pas en contradiction
avec la note de politique du
ministre
précédent,
M.
Vandeurzen? Même le plan de
relance faisait état de la volonté
des
autorités
de
remplir
rapidement leurs engagements.
21.02 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, naar aanleiding
van de dagvaarding door Sypol stel ik u de vraag welke constructieve
voorstellen u hebt gedaan om voor dit probleem een oplossing te
bieden. Wat is de reden waarom dit dossier al ettelijke jaren
aansleept? Tegen wanneer verwacht u een oplossing in die zaak?
Om hoeveel agenten en overuren gaat het precies? Wat is het totale
bedrag wanneer al die overuren zouden worden uitbetaald?
21.02 Michel Doomst (CD&V):
Eu égard à la procédure entamée
par le syndicat SYPOL, je me
demande
quelles propositions
constructives le ministre compte
mettre sur la table afin de
remédier
à
cette
situation.
Pourquoi ce problème traîne-t-il
depuis plusieurs années? Pour
quand peut-on attendre une
solution? De combien d'agents et
d'heures supplémentaires s'agit-il
précisément? A combien s'élève le
montant total de ces heures
supplémentaires?
21.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, het
onderwerp is voor een deel gelijk. Op een bepaald ogenblik kwamen
er een aantal schrikwekkende geruchten naar voren dat er nog een
aantal openstaande achterstallige overuren is bij de Veiligheid van de
Staat uit de periode 2001-2003. Het zijn er niet een paar, in een aantal
gevallen gaat het om meer dan 1.000 uren. Het verbaasde mij
enigszins dat u verbaasd was over dit dossier. Ik kan begrijpen dat u
dat persoonlijk bent maar voor het instituut minister van Justitie leek
mij dat nogal verbazingwekkend. Tegelijkertijd zegt u ook dat u op
termijn een doorbraak in het dossier verwacht. Dat was uw reactie
hierop. Enerzijds bent u verbaasd maar anderzijds zegt u dat u op
termijn toch een doorbraak verwacht in het dossier. Dat was een
mooie tegenstrijdigheid.
Ik heb hier nog een aantal andere elementen aan toegevoegd. De
leden van de Veiligheid van de Staat zijn al sedert enkele jaren in
blijde verwachting van een wettelijk kader om effectief aan
terrorismebestrijding te doen. De contradictie is dus nogal groot in de
manier waarop zij worden behandeld inzake middelen tussen wat zij
enerzijds vragen en anderzijds krijgen.
Over de inlichtingendienst en de Staatsveiligheid verscheen in
dezelfde week een mededeling van collega Paul Wille van Open Vld ­
in deze trouwens ondersteund door CD&V ­ dat er een
onderzoekscommissie zou moeten komen naar de werking van de
21.03 Robert Van de Velde
(LDD): Il y a quelque temps, des
rumeurs très alarmantes ont
circulé
à
propos
d'heures
supplémentaires impayées à la
Sûreté de l'État durant la période
2001-2003. Dans un certain
nombre de cas, il s'agit de plus de
1 000
heures.
Je
trouve
l'étonnement du ministre de la
Justice quelque peu contradictoire
par rapport à sa promesse selon
laquelle il y aurait bientôt une
percée dans ce dossier. Cela fait
par ailleurs plusieurs années que
les membres de la Sûreté de l'État
attendent un cadre légal qui
autorise effectivement la lutte
antiterroriste. Le fossé est grand
entre ce qui est demandé et les
moyens mis à sa disposition.
De quelle avancée le ministre
parle-t-il en ce qui concerne le
dossier
des
heures
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
parlementaire begeleidingscommissie die de controle uitoefent over
het Comité I.
Langs de ene kant is er de manier waarop de organisatie wordt
gevoerd, met een controle daarop door het Comité I en daarbovenop
wensen een aantal collega's nog een onderzoekscommissie omdat ze
er vanuit gaan ­ wat waarschijnlijk wordt ingegeven door een gevoel
van onveiligheid ­ dat hun collega's in die parlementaire
begeleidingscommissies hun werk niet naar behoren uitoefenen.
Ik heb verschillende vragen over de werking van de Veiligheid van de
Staat. Wat bedoelt u met een doorbraak in het dossier van de
overuren? Als ze gepresteerd zijn, moeten ze worden uitbetaald, niet
meer en niet minder.
Heeft de minister een tijdspanne in gedachte over de BIM-wet die op
dit moment ter bespreking voorligt in de Senaat? Hoe vordert dit en
op welke termijn wenst u over deze wet te hebben gestemd?
Hoe verklaart u het gebrek aan vertrouwen dat zelfs de meerderheid
heeft in de eigen collega's en de werking van de
begeleidingscommissie, met name het Comité I?
supplémentaires? Si celles-ci ont
été prestées, elles doivent être
payées. Dans quel délai le ministre
souhaite-t-il l'approbation de la loi
sur les méthodes spéciales de
renseignement (MSR)? Comment
explique-t-il
le
manque
de
confiance au sein de la majorité
dans le Comité R?
21.04 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, al mijn vragen
zijn reeds gesteld. Ik luister dus naar uw antwoorden in functie van
deze vragen.
21.04 Raf Terwingen (CD&V):
Toutes mes questions ont déjà été
posées.
21.05 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega's,
ik begin met de vraag over de parlementaire discussies over het
Comité I en de werking ervan. Er is daarover blijkbaar enig debat
geweest in de Senaat. Ik heb daarvan ook akte genomen.
Het Comité I is ook afhankelijk van het Parlement. Wij moeten dan
ook uitkijken naar initiatieven die binnen het Parlement worden
genomen om eventuele problemen of de werking van de
begeleidingscommissie van het Comité I desgevallend te verbeteren.
Ik ben daarvoor beschikbaar. Als de werking en de mogelijkheden
van zowel de begeleidingscommissie als het Comité I kunnen worden
verbeterd, sta ik daarvoor open. Ik denk dat het in eerste instantie de
verantwoordelijkheid is van het Parlement zelf om een oplossing te
vinden, mocht blijken dat de werking van het Comité I en de
begeleidingscommissie problematisch is. Dit is een beetje een
diplomatisch en omzwachteld antwoord maar het is in eerste instantie
aan het Parlement, en niet aan mij, om de leiding te nemen.
In de Senaat is de BIM-wetgeving in behandeling. Zoals we een BOM-
discussie hebben gehad, zijn er in de Senaat nu werkzaamheden aan
de gang om de inlichtingen- en veiligheidsdiensten beter uit te rusten
met een wetsvoorstel dat op 10 december 2008 een eerste keer is
besproken in de commissie voor de Justitie van de Senaat. Die
bespreking gaat wekelijks verder. Dit zit dus eindelijk op de goede
weg. Het is heel belangrijk om rechtszekerheid te bieden voor die
mensen en te kijken hoe zij kunnen zorgen voor een betere
bescherming van onze democratische maatschappij en onze
fundamentele belangen met strikte en concrete garanties voor de
bescherming van de individuele rechten en vrijheden. Tegelijkertijd is
het voor hen goed om een heel duidelijk houvast te hebben.
21.05
Stefaan
De
Clerck,
ministre: J'ai pris note du débat au
Sénat relatif au Comité R. Il
appartient
au
Parlement
de
prendre des initiatives au cas où le
fonctionnement du Comité R et de
la commission de suivi s'avérerait
problématique. Il ne m'appartient
pas de prendre les devants dans
ce dossier.
Le Sénat examine actuellement la
législation sur les méthodes
spéciales
de
renseignement
(MSR). Une proposition de loi
relative aux méthodes de recueil
des données des services de
renseignement et de sécurité y a
fait l'objet d'un premier examen le
10 décembre 2008. Il importe de
garantir la sécurité juridique à ces
personnes et d'examiner de quelle
manière elles peuvent contribuer à
la protection de notre société
démocratique et de nos intérêts
fondamentaux, tout en prévoyant
des garanties strictes quant à la
protection des libertés et des
droits individuels.
Par rapport au problème des
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
In verband met de problematiek van de overuren wil ik opmerken dat
het hier een kwestie van inhaalrust is en niet van overuren die niet
zouden zijn betaald, aangezien de uitbetaling van gepresteerde
overuren voor deze periode reeds jaren geleden heeft
plaatsgevonden. De inhaalrust waarover sprake, vloeit voort uit de
bepalingen van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van
sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de
openbare sector die in werking is getreden op 1 juli 2001. Hierin wordt
onder andere bepaald dat voor prestaties van meer dan 11 uur
inhaalrust wordt toegekend. Een eerste advies van de FOD Personeel
& Organisatie luidde dat de buitendiensten van de Veiligheid van de
Staat niet onder de toepassing vielen van deze bepaling. Enige tijd
later volgde een ander advies, wat aanleiding gaf tot deze stock aan
inhaalrust zoals gegenereerd in de periode tussen het eerste en het
tweede advies.
Er is daarover dus wat twijfel geweest. Uiteindelijk zou men er toch
onder vallen, zo blijkt. In 2006 werd door de toenmalige minister van
Justitie een voorstel voor een gedeeltelijke uitbetaling van deze uren
gedaan, samen met een raming van de budgettaire kosten. Een deel
van de inhaalrust zou kunnen worden opgenomen, om de goede
werking van de operationele diensten niet te belemmeren.
Uit de cijfers van 2006 blijkt dat het gaat om in totaal 179 agenten, die
nog 40.993 uren op te nemen inhaalrust hebben. De volledige
uitbetaling van deze uren werd budgettair op 716.094 euro geraamd.
Uit het antwoord van de voorzitter van het directiecomité van de FOD
Justitie, ingevolge de vraag van de minister hierover, is gebleken dat
een uitbetaling van de uren niet mogelijk was.
Intussen werkt de beleidscel, samen met de personeelsdienst van de
FOD Justitie en de directie van de Veiligheid van de Staat, aan een
voorstel om dit probleem definitief op te lossen. Dat voorstel zal dan
worden besproken met alle syndicale vertegenwoordigers op het
onderhandelingscomité van de buitendiensten van de Veiligheid van
de Staat. Ik kan u bevestigen dat er intussen ­ het is informatie die
dateert van 13 januari ­ in dit dossier door de syndicale
vertegenwoordiging van Sypol geen dagvaarding is geweest, maar dat
de leden van Sypol, aan de hand van hun personeelsdossier, een
herberekening van hun inhaalrust maken, waarna zij een voorstel
zouden doen.
Er zijn dus volop debatten, discussies en onderhandelingen over de
problematiek van de inhaalrust bij de Veiligheid van de Staat. Bij mijn
weten was er tot de 13
de
januari ­ ik heb ook geen weet van een
dagvaarding gisteren of vandaag ­ geen dagvaarding. Hopelijk zal er
via overleg op syndicale basis tot een afhandeling van de
problematiek van de inhaalrust kunnen worden overgegaan.
heures
supplémentaires,
je
voudrais signaler qu'il concerne
l'octroi d'un repos compensatoire
et
non
des
heures
supplémentaires effectuées qui
n'auraient pas été rémunérées.
Les
heures
supplémentaires
effectuées au cours de cette
période ont été payées il y a des
années. Le repos compensatoire
repose sur des dispositions de la
loi du 14 décembre 2000, qui
prévoit notamment qu'il y a lieu
d'accorder
un
repos
compensatoire lorsque la durée du
travail excède onze heures. Le
SPF Personnel & Organisation a
déjà émis en la matière deux avis
divergents qui ont fait naître des
doutes.
Selon les chiffres de 2006, un total
de 179 agents peuvent encore
prétendre à 40.993 heures de
repos compensatoire. Le paiement
complet de ces heures a été
estimé à un budget de 716.094
euros. Le président du comité de
direction du SPF Justice a laissé
entendre dans sa réponse qu'il
était impossible de payer ces
heures.
Dans
l'intervalle,
la
cellule
stratégique
élabore
une
proposition de règlement définitif
du problème en collaboration avec
le service du personnel du SPF
Justice et la direction de la Sûreté
de l'État. Cette proposition sera
ensuite examinée avec l'ensemble
des représentants syndicaux au
sein du comité de négociation des
services extérieurs de la Sûreté de
l'État. À ma connaissance, au 13
janvier, aucune assignation n'avait
été délivrée. J'espère que le
problème du repos compensatoire
pourra
être
réglé
par
la
concertation.
21.06 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik begrijp
dat er een consensus is over het verschuldigd karakter van een
gedeelte van de inhaalrust of de overuren. Ik wil er toch op
aandringen om dit zo spoedig als mogelijk te betalen. Ik meen dat het
logisch, redelijk en rechtvaardig is dat men binnen de maand wordt
betaald, als men werkt. Het is ook wettelijk voorgeschreven. Ik wil u
dus vragen, mijnheer de minister, om het dossier op de voet te
21.06 Carina Van Cauter (Open
Vld): Je voudrais insister pour que
ces sommes soient versées le
plus rapidement possible. Les
dispositions légales prévoient que
les prestations doivent être payées
dans le mois.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
volgen, zodat er zo snel mogelijk kan worden betaald. Voor hetgeen
waarover er discussie blijft, zal er ofwel een consensus worden
bereikt ofwel zal de rechter moeten oordelen, maar dat horen wij dan
nog wel.
21.07 Michel Doomst (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
de zeer gedetailleerde gegevens en de zeer actuele stand van zaken,
met cijfers en bedragen. Ik neem aan dat een herhaling van een
dergelijk incident, door de juiste interpretatie, op dit ogenblik
uitgesloten is?
21.07 Michel Doomst (CD&V): Je
suppose que pareil incident ne se
reproduira plus?
21.08 Minister Stefaan De Clerck: Ja. Het probleem is ontstaan door
de verkeerde interpretatie en de zaken hebben zich geaccumuleerd,
wat tot spanningen en problemen heeft geleid.
21.08
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Oui, le problème a surgi
à la suite d'une mauvaise
interprétation et il y a eu une
accumulation de faits, ce qui a
suscité des tensions.
21.09 Michel Doomst (CD&V): Dit kan binnen zes jaar dus niet meer
gebeuren?
21.10 Minister Stefaan De Clerck: Normaal zou dit niet meer mogen
gebeuren, tenzij er weer een nieuwe wetgeving komt die in iets
anders voorziet.
21.11 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, ik neem het
u niet persoonlijk kwalijk. Wat ik nu zal zeggen, heeft te maken met
de werking van een overheid.
Het doet mij wat denken aan de Asterix en Obelixstrips waarin de
kafkaiaanse toestanden van een overheid worden afgebeeld. Ik denk
dat we daarvan te allen prijze moeten afstappen.
Wat ik uit dit verhaal vooral leer, is dat een probleem dat gedurende
zoveel jaren kon aanzwellen, te wijten is aan een gebrek aan
management, aan leadership en aan duidelijkheid.
Het probleem deed zich voor doordat de Dienst voor de Veiligheid van
de Staat gedurende jaren met te weinig middelen en mankracht heeft
moeten functioneren, waardoor er een accumulatie van overuren was.
Dan is het logisch dat dit op een bepaald ogenblik moet worden
geregeld voor die mensen.
Wat dat betreft, hoop ik dat dit inderdaad zo snel mogelijk uit de weg
wordt geruimd en dat er geen verdere incidenten meer zullen
gebeuren.
Wat betreft uw twee andere antwoorden, daar kan ik inkomen. Wat
betreft de manier waarop de begeleidingscommissies Comité I en
Comité P worden gepercipieerd, zegt u terecht dat dit een activiteit
van het Parlement is. Ik wil er echter op wijzen dat ook uw werking
daarvan afhankelijk is en een dusdanig ondermijnen van het imago
van deze comités door het gebrek aan kordaatheid en door het
uitblijven van juiste werkingsmiddelen en juiste democratische
controle, ook u schaadt.
21.11 Robert Van de Velde
(LDD): Si un problème subsiste
aussi longtemps, c'est dû à une
gestion insuffisante et à un
manque de clarté. Le problème a
surgi parce que, pendant des
années, le service de la Sûreté de
l'État a dû fonctionner avec trop
peu de moyens et d'effectifs, ce
qui a généré l'accumulation
d'heures
supplémentaires.
J'espère qu'une solution sera
trouvée rapidement.
En
ce
qui
concerne
les
commissions d'accompagnement
du Comité I et du Comité P, le
ministre dit à juste titre qu'il s'agit
d'une activité du Parlement. Je
voudrais tout de même vous faire
remarquer que l'absence de
moyens
de
fonctionnement
appropriés
et
d'un
contrôle
démocratique
adéquat
porte
également préjudice au ministre.
21.12 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Er wordt voorgesteld om agendapunt 61 aan te vatten omdat alle vraagstellers werden
opgeroepen.
21.13 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, ik ben reeds lang aan het wachten. Mijn vraag kwam bijna
aan bod, maar op die manier blijf ik daarop uiteraard niet wachten. Ik
wil graag weten of de volgorde van de agenda wordt gevolgd. Wordt
volgens vogelpik bepaald wie nu aan bod komt?
21.14 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, il conviendrait
de définir une méthode. Comment comptez-vous organiser la suite
des travaux? Et qu'en pense le ministre?
21.14 Xavier Baeselen (MR): Er
zou een methode moeten worden
vastgelegd.
21.15 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, j'ai libéré
mon agenda jusqu'à minuit afin de pouvoir répondre à toutes les
questions.
21.15 Minister Stefaan De Clerck:
Ik heb in mijn agenda tijd
uitgetrokken tot middernacht om
alle
vragen
te
kunnen
beantwoorden.
21.16 Xavier Baeselen (MR): Il existe deux méthodes de travail: soit
on suit l'ordre des questions inscrites à l'agenda, soit on procède en
fonction des membres présents.
21.17 Stefaan De Clerck, ministre: J'avais pensé faire cela dans
l'ordre chronologique. Si la personne n'est pas là, c'est annulé.
La présidente: Nous suivons dès lors l'ordre des questions. Nous
sommes au point 27.
De voorzitter: We zullen de
vragen in volgorde van agendering
behandelen.
21.18 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, le point
27 est terminé. Je remarque que l'auteur de la question inscrite au
point 28 n'est pas présent.
22 Samengevoegde vragen van
- de heer Bruno Stevenheydens aan de minister van Justitie over "een datingsite voor criminelen op
internet" (nr. 9707)
- mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de internetaansluitingen
in de gevangenissen" (nr. 9932)
22 Questions jointes de
- M. Bruno Stevenheydens au ministre de la Justice sur "un site internet de rencontre destiné aux
criminels" (n° 9707)<br>- Mme Jacqueline Galant au ministre de l'Intérieur sur "les connexions internet dans les prisons"
(n° 9932)</b>
22.01 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, gevangenen mogen geen gebruik
maken van het internet. Deze maatregel wordt echter omzeild door
een recente datingsite voor criminelen, waar gevangenen hun foto en
bijgevoegde gegevens naartoe kunnen sturen. Het opzet van de
internetpagina wordt door de initiatiefnemers omschreven als een
zogenaamde bijdrage tot de re-integratie van gedetineerden in de
maatschappij. Het initiatief heeft alvast tot gevolg dat slachtoffers of
nabestaanden van slachtoffers onnodig worden geconfronteerd met
22.01 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Les détenus ne
peuvent utiliser l'internet, mais
cette mesure est contournée par
un site de rencontres pour
criminels. Les auteurs de l'initiative
justifient l'existence de ce site par
la réintégration de détenus dans la
société. Il résulte de cette initiative
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
de bedenkelijke wijze waarop voornamelijk zware criminelen zichzelf
via internet in de kijker willen plaatsen. Een aantal zware criminelen ­
die nog een lange straf moet uitzitten ­ maakt van het initiatief
gebruik. Uit een aantal voorbeelden blijkt dat het initiatief onder meer
wordt benut om de buitenwereld te choqueren en kwetsen.
In de media werd begin december de nodige aandacht geschonken
aan dit initiatief. In enkele kranten en weekbladen, die uiteraard
worden gelezen door een heel groot publiek, verschenen zowel de
naam als de foto van enkele gevangenen die zich voorstellen op de
bewuste internetpagina. Voor een aantal slachtoffers en
nabestaanden bij moord betekent dit een onnodige en bittere
confrontatie, zeker wegens de misplaatstheid van de gegevens die op
het internet worden vermeld.
Ik geef u twee voorbeelden.
Er is het voorbeeld van iemand die zich voorstelt als vriendelijk,
romantisch en ervan houdt om mensen gelukkig te maken, maar die
door zijn foto uiteraard herkenbaar is en die is veroordeeld wegens
moord en nog een lange straf dient uit te zitten. Als zoiets via Dag
Allemaal of Het Laatste Nieuws heel Vlaanderen wordt rondgestuurd,
dan schaadt dat uiteraard de gevoelens van de nabestaanden en van
heel wat mensen uit de omgeving van het slachtoffer.
Er is een ander voorbeeld van iemand met een echte foto, die zich
uitgeeft onder de nepnaam Vampier, maar die zichzelf ook als
vriendelijk, romantisch en dergelijke tracht voor te stellen. Dit blijkt
enerzijds een grap te zijn, maar anderzijds, wegens de aanwezigheid
van een foto, schaadt dit toch ook de gevoelens van de nabestaanden
van een gruwelijk misdrijf.
Het is niet uitgesloten dat dit initiatief navolging krijgt, zowel met
mensen die zich met echte identiteitsgegevens kenbaar maken via
het internet, als met misplaatste grappen en dat wij dus in de
toekomst met nog meer wansmaak worden geconfronteerd.
Mijnheer de minister, vormt die bewuste datingsite voor criminelen
geen inbreuk op de huidige wetgeving? Bent u bereid om de nodige
maatregelen te nemen om het initiatief ongedaan te maken? Zal er
voldoende controle worden uitgeoefend zodat dat de persoonlijke
gegevens van gevangenen niet via het internet op die manier kunnen
worden verspreid?
que les victimes ou leurs proches
sont inutilement confrontées à
cette exhibition douteuse de
grands criminels sur l'internet.
L'initiative est mise à profit pour
choquer et blesser le public.
Ce
site
de
rencontres
ne
constitue-t-il pas une infraction à la
législation? Le ministre compte-t-il
prendre des mesures pour y
mettre fin? Un contrôle suffisant
sera-t-il exercé afin que les
données personnelles de détenus
ne puissent être diffusées via
l'internet?
22.02 Minister Stefaan De Clerck: De vraag van mevrouw Jacqueline
Galant zal mee worden behandeld in mijn antwoord. Ik zal dus
afwisselend in het Nederlands en in het Frans antwoorden.
22.03 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Aangezien mevrouw
Galant niet aanwezig is, kunt u misschien volledig in het Nederlands
antwoorden.
22.04 Minister Stefaan De Clerck: Ik ben niet zo goed in vertalingen.
Eerst en vooral wil ik beklemtonen dat het hier gaat om een privé-
initiatief van een persoon van buiten de gevangenis. De
gevangenisadministratie is op geen enkele wijze betrokken bij de
creatie van deze website en is ook geen betrokken partij. Voor zover
22.04
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il s'agit en l'occurrence
d'une
initiative
privée
d'une
personne externe à la prison.
L'administration pénitentiaire n'est
nullement impliquée dans la
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
met deze internetsite geen handelingen worden gepleegd die in strijd
zijn met de wet, beschikken wij niet over de bevoegdheid om deze te
verbieden.
création du site web et n'est pas
davantage partie prenante. Pour
autant que ce site internet ne
donne pas lieu à des actes
contraires à la loi, nous ne
pouvons l'interdire.
In het Frans, omdat ik dat graag lees, luidt dit als volgt: "Je rappelle,
par ailleurs, qu'aucun détenu n'a accès à internet en prison. Il n'est
donc pas question qu'ils "chatent" avec l'extérieur de la prison ou
qu'ils aient un accès direct à des sites comme celui que vous
évoquez. Les détenus peuvent, par conte, participer indirectement à
des sites internet en communiquant des textes ou des données via
des échanges de courriers".
In toepassing van de ministeriële rondzendbrief van 27 februari 1998,
hebben de gedetineerden het recht een computer te bezitten in de cel,
onder
strikte
voorwaarden.
Die
computers
ondergaan
veiligheidscontroles teneinde zeker te zijn dat zij niet over een
internetverbinding beschikken. De geïnstalleerde programma's zijn
evenzeer onderworpen aan veiligheidscontroles. De computers in de
cel worden ook gebruikt om vorming te geven aan de gedetineerden.
Het doel is om de gedetineerden het zich gewoon te maken, om te
leren omgaan en om bepaalde informaticatoepassingen te leren in het
raam van hun reclassering.
In toepassing van artikel 35 bis van het algemeen reglement van de
strafinrichtingen, zijn er wel mogelijkheden om te telefoneren. De wet
bepaalt de principes ter zake. Les communications téléphoniques
sont concrètement réglées par la circulaire 1760 de 12 décembre
2003.
Depuis 1998 les détenus peuvent,
sous des conditions strictes,
disposer d'un ordinateur dans leur
cellule. Il est vérifié si l'ordinateur
n'est pas équipé d'une connexion
internet et on procède également
à un contrôle des programmes
installés.
Les ordinateurs sont également
utilisés pour les formations et
s'inscrivent dans le cadre du
reclassement des détenus.
Les détenus ont par ailleurs la
possibilité de passer des appels
téléphoniques.
Cette circulaire prévoit notamment les modalités de contrôle des
communications téléphoniques. La possession et l'usage du gsm par
les détenus sont interdits en prison.
Die rondzendbrief bepaalt de
modaliteiten voor het toezicht op
de telefoongesprekken. Het bezit
en het gebruik van een gsm door
de
gedetineerden
in
de
gevangenis zijn verboden.
De gedetineerden dienen zich dus te houden aan de regels zoals
voorzien in het algemene reglement van de gevangenissen wat betreft
de contacten met de buitenwereld. Strafbare handelingen zullen
uiteraard onmiddellijk worden beteugeld en aangegeven aan de
procureur des Konings. Mocht blijken dat de bewuste internetsite
aanleiding zou geven tot enige vorm van misbruik, dan spreekt het
voor zich dat ik onmiddellijk de nodige juridische stappen zal laten
ondernemen om deze onmiddellijk ongedaan te maken. Het
uitoefenen van het toezicht op eventuele misdrijven of schendingen
van de privacy behoort trouwens op de eerste plaats tot de
bevoegdheid van de procureur des Konings die niet zal aarzelen om
daarin ook desgevallend tussen te komen.
Les contacts avec l'extérieur font
dès lors l'objet de règles strictes
auxquelles les détenus doivent se
conformer. Les actes punissables
sont immédiatement dénoncés au
procureur du Roi qui ne manquera
pas d'intervenir.
Des démarches juridiques seront
entreprises si le site internet
incriminé donne lieu à une
quelconque forme d'abus.
22.05 Bruno Stevenheydens (Vlaams Belang): Mijnheer de
minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil toch verwijzen naar een
reactie van een gerechtspsychiater die het initiatief, zacht uitgedrukt,
gestoord noemt. Een andere bekende advocaat heeft er een zeer
dubbel gevoel bij, omdat gedetineerden contact blijven houden met de
22.05 Bruno Stevenheydens
(Vlaams Belang): Je voudrais
souligner
qu'un
psychiatre
judiciaire et un avocat notoire
critiquent
violemment
cette
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
buitenwereld, maar vooral omdat diegenen die voor levensdelicten of
voor moord in de cel zitten, omwille van een bepaald choqueren van
de samenleving, zich op de site inschrijven en dat moordenaars ook
spijtig genoeg heel wat vrouwen aantrekken.
Ik vind het spijtig, mijnheer de minister, dat uit uw antwoord blijkt dat u
op dit moment geen mogelijkheden hebt gevonden om tegen dit
wansmakelijk initiatief, waar men ook geen onderscheid maakt tussen
iemand die zich wenst te integreren in de maatschappij en iemand die
nog in het begin van zijn straf zit, op te treden. Dit schaadt onnodig de
gevoelens van nabestaanden van slachtoffers. Mocht morgen een
zekere M.D., beter bekend als Marc Dutroux, van deze mogelijkheid
gebruikmaken om zich voor te stellen aan de buitenwereld, om op
zoek te gaan naar een relatie en zichzelf als goedschiks en als zeer
vriendelijk en zeer braaf zou omschrijven, zou er dan ook geen
mogelijkheid worden gevonden om hiertegen op te treden? Dit is toch
echt een brug te ver!
initiative, surtout lorsqu'il s'agit de
criminels détenus pour des faits
d'homicide. Ces derniers peuvent
s'inscrire dans le but de choquer la
société ou d'attirer des femmes,
ce dernier objectif étant d'ailleurs
couronné de succès dans certains
cas.
Je déplore que le ministre ne
puisse intervenir dans ce dossier.
Cette situation est inutilement
blessante pour les proches des
victimes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
23 Samengevoegde vragen van
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "drugsrunners" (nr. 9725)
- de heer Bert Schoofs aan de minister van Justitie over "de haalbaarheid van een gebiedsverbod voor
auto's van drugsrunners, zoals gesuggereerd door de Nederlandse politie" (nr. 9954)
23 Questions jointes de
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "les rabatteurs qui incitent à consommer de la
drogue" (n° 9725)<br>- M. Bert Schoofs au ministre de la Justice sur "la possibilité d'interdire la présence de voitures de
trafiquants de drogue, telle que suggérée par la police néerlandaise" (n° 9954)</b>
Voorzitter: Mia De Schamphelaere.
Présidente: Mia De Schamphelaere.
23.01 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag is ingegeven door het rapport van de professoren
De Ruyver en Fijnaut over de drugsgerelateerde criminaliteit in de
Euregio Maas-Rijn. In dat rapport wordt een aantal aanbevelingen
gedaan. Zo wordt met name aanbevolen om een initiatief te
ontwikkelen met betrekking tot de problematiek van de drugsrunners,
mensen die zich met wagens langs allerlei wegen verplaatsen en op
die manier proberen andere mensen te lokken naar drugspanden om
daar drugs te gebruiken. Die personen hebben vaak geen drugs bij
zich.
De vraag is eigenlijk heel concreet. Kunnen die drugsrunners volgens
u op basis van de Belgische wetgeving, meer bepaald artikel 3, §2
van de wet van 24 februari 1921, de drugswetgeving, worden vervolgd
en aangehouden als mensen die andere mensen aansporen of
proberen te verleiden tot drugsgebruik? Of moeten er naar analogie
van Nederland, waar er een ander systeem bestaat, specifieke
plaatselijke of gemeentelijke reglementen komen die toelaten om dat
soort mensen aan te houden?
Kortom, kunt u de zienswijze bijtreden dat drugsrunners nu reeds
kunnen worden bestraft op basis van de drugswetgeving, artikel 3,
§2? Zo niet, waarom niet? Zo ja, waarom worden drugsrunners in de
praktijk dan niet aangehouden? Kan, volgens een bepaling naar
23.01 Raf Terwingen (CD&V): Le
rapport
des professeurs De
Ruyver et Fijnaut sur la criminalité
liée à la drogue dans l'Eurégion
Meuse-Rhin inclut un certain
nombre de recommandations.
L'une d'elles prône des actions à
l'encontre des rabatteurs qui
circulent en voiture pour entraîner
des clients dans des points de
vente clandestins de drogue pour
y consommer de la drogue. Ces
trafiquants ne sont pas eux-
mêmes
en
possession
de
drogues.
Les rabatteurs peuvent-ils être
poursuivis sur la base de la
législation actuelle ou faut-il
légiférer à cet effet? S'ils peuvent
être poursuivis sur la base de
l'article 3, § 2 de la loi du 24 février
1921, pourquoi ne sont-ils donc
pas arrêtés? Les règlements
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
Nederlands recht, worden overwogen om in plaatselijke reglementen
te voorzien die het fenomeen van drugsrunners aanpakken?
locaux constituent-ils une option, à
l'exemple des Pays-Bas?
23.02 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, nog voor
het rapport van de professoren verscheen, heb ik minister Dewael al
eens op de rooster gelegd in deze materie, omdat toch bleek hoe
doortastend de politie in Nederland kan optreden. Wij hebben dat
zelfs dit jaar nog gezien. Een goede week geleden werden immers
een honderdtal drugsrunners, drugsgebruikers en drugskopers gevat
op het grondgebied van Maastricht.
In Nederland bestaat er een plethora aan mogelijkheden om auto's
van drugsrunners te onderzoeken en om hen te vatten. De
performantie gaat zelfs tot 95 procent. Dat betekent dat 95 procent
onder hen aan de hand van nummerplaatherkenning bij dergelijke
acties met drugs kan worden gevat, doordat de onderzoeksmethoden
blijkbaar zo doeltreffend zijn.
De vraag rijst dan ook, zeker in het licht van de kwestie van de
coffeeshops in de grensstreek, of u dergelijke maatregelen wilt
overwegen. Hebt u zich al kunnen informeren bij de Nederlandse
politie over de mogelijkheid tot het opleggen van een gebiedsverbod
voor auto's van drugsrunners? Dat blijkt ook in Nederland een
efficiënte maatregel te zijn.
Kunt u details verschaffen met betrekking tot concrete acties die door
onze politiediensten zouden kunnen worden ondernomen? Ik denk
aan het gebruiken van lokauto's, kunstmatige files en spijkerplanken.
Overweegt u dezelfde maatregelen op Belgisch grondgebied, om
daarmee het veiligheidsplan uit te breiden?
23.02 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La police néerlandaise
peut lutter très efficacement contre
la criminalité de la drogue. Elle
dispose de nombreux moyens
pour fouiller les véhicules des
rabatteurs et les interpeller. Grâce
à ses méthodes d'investigation
efficaces, la police est en mesure
d'arrêter 95% d'entre eux en
possession
de
drogues
par
l'identification de leur plaque
minéralogique.
Le ministre envisage-t-il d'instaurer
de telles méthodes d'investigation
efficaces? S'est-il déjà informé aux
Pays-Bas
sur
la
possibilité
d'imposer une interdiction de
circuler à certains endroits pour
les voitures de rabatteurs? Le
ministre pourrait-il fournir des
détails sur les actions concrètes
que nos services de police
pourraient entreprendre? Je songe
à l'utilisation de voitures appâts, de
files artificielles et de planches à
clous.
23.03 Minister Stefaan De Clerck: Collega's, ik kan jullie zienswijze
volledig bijtreden en zeker die van collega Terwingen, namelijk dat
drugrunners nu reeds kunnen worden gestraft op grond van de
huidige strafwet. Dat kan gebeuren via de kwalificatie "aanzetten tot
drugsgebruik" of "handel in drugs".
In de praktijk zal men echter moeten kunnen bewijzen dat de feiten
zich afspeelden in de sfeer van de verdovende middelen. Wanneer de
drugsrunners geen drugs bij zich hebben ­ wat dikwijls het geval blijkt
te zijn, zeker voor zij die actief zijn in de grenszone met Nederland ­,
blijkt dat inderdaad soms moeilijk. Dat heeft voor gevolg dat, wanneer
men dergelijke personen onderschept, de procureur steeds in
concreto zal moeten oordelen of de feiten voldoende bewezen zijn om
een aanhouding te verantwoorden. Hij heeft in elk geval die
mogelijkheid. De vraag is of de concrete elementen van het dossier
hem wettigen om op grond van "aanzetten tot handel in drugs" tot
vervolging over te gaan.
De problematiek is ook gekend naar aanleiding van het rapport-De
Ruyver-Fijnaut, met de titel "Voor een gezamenlijke beheersing van
de drugsgerelateerde criminaliteit in de Euregio Maas-Rijn". Mijn
voorganger Jo Vandeurzen heeft daar heel hard aan gewerkt. Hij
heeft een plan van aanpak inzake drugsproblematiek opgemaakt en
bezorgd aan het College van procureurs-generaal. In dat plan wordt
specifiek aandacht gevraagd voor de problematiek van de
drugsrunners. Meer bepaald werd erop gewezen dat het fenomeen
23.03
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Les rabatteurs peuvent
d'ores et déjà être sanctionnés sur
la base du Code pénal, par le biais
de la qualification "incitation à la
consommation de drogues" ou
"trafic de drogues".
Si les rabatteurs ne transportent
pas de drogues, l'administration
de la preuve pourrait s'avérer
difficile. Le procureur évalue dans
chaque dossier si les preuves sont
suffisantes pour procéder à une
arrestation.
La problématique a été décrite
dans le rapport De Ruyver-Fijnaut.
Dans la foulée de ce rapport, M.
Vandeurzen a décidé d'arrêter un
plan
d'action
relatif
à
la
problématique des drogues, qu'il a
transmis
au
Collège
des
procureurs généraux. Ce plan
demande une attention particulière
pour les rabatteurs et pose la
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
van de drugsrunners een specifieke benadering vereist. Er werd
gevraagd hoe een lik-op-stukbeleid vanuit Justitie vorm kan worden
gegeven, welke eventuele wetswijzigingen zich opdringen en of
desgevallend bijzondere opsporingstechnieken, zoals het inzetten van
lokauto's en gebiedsverbod, kunnen worden ingezet. Aan het College
werd bovendien gevraagd om dat als eerste prioriteit te willen
behandelen.
Ik wacht nu op het advies van het College van procureurs-generaal.
Vanuit de moeilijkheden die worden ervaren in de praktijk zijn zij het
beste geplaatst om advies te verstrekken inzake de meest
aangewezen regelgeving in België en of al dan niet inspiratie kan
worden opgedaan in het Nederlandse recht.
Er was de vraag of ik de zienswijze van professor De Ruyver kan
bijtreden, namelijk dat de burgemeester de bevoegdheid moet krijgen
om drugspanden te sluiten. Ook dat item zal worden besproken in het
kader van het opstellen van een euregionaal actieplan, eveneens
opgenomen in het plan van aanpak. Het is belangrijk om op te
merken dat de euregionale actieplannen, opgesteld in Nederland,
België en Duitsland, in een latere fase met elkaar zullen worden
vergeleken en met elkaar in verband zullen worden gebracht. Ik dacht
dat de burgemeester al de bevoegdheid had om bepaalde publieke
gelegenheden te sluiten. Hier gaat het ook over private
gelegenheden.
Dat alles maakt deel uit van een pakket dat door Jo Vandeurzen werd
voorbereid. Het is te vroeg om te zeggen dat een en ander al
verworven is. Het ligt ter tafel bij het College van procureurs-generaal.
Wij wachten op zijn advies.
question de la concrétisation d'une
politique de riposte par les
services
de
justice,
des
modifications
législatives
à
apporter et du recours éventuel à
des méthodes particulières de
recherche. Il a été demandé au
Collège de traiter cette question
prioritairement. J'attends l'avis du
Collège des procureurs généraux.
La question de savoir si les
bourgmestres
devraient
être
compétents pour la fermeture des
lieux de trafic illégal sera abordée
lors de l'élaboration du plan
d'action eurégional, qui fait partie
du plan d'action global. Les
bourgmestres ont d'ores et déjà la
possibilité de fermer certains
établissements publics. Notre plan
eurégional
sera
comparé
ultérieurement à celui des Pays-
Bas et de l'Allemagne.
23.04 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, hartelijk dank
voor uw antwoord. Ik denk inderdaad dat we moeten afwachten wat
de procureurs-generaal zullen zeggen. Het was vooral de
uitdrukkelijke aanbeveling van De Ruyver en Fijnaut die deed
vermoeden dat we er op dit ogenblik niks tegen kunnen ondernemen.
Ik begrijp dat we wel de wettelijke wapens hebben, maar dat het een
kwestie van bewijslast is ten opzichte van die personen. Maar het was
in alle geval een duidelijk antwoord.
23.04 Raf Terwingen (CD&V):
Nous devons attendre l'avis. Si je
ne me trompe, nous disposons
donc déjà d'instruments légaux
dans le cadre de la lutte contre le
phénomène mais il y aurait un
problème sur le plan de la charge
de la preuve.
23.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik hoop dat het nieuwe
College van procureurs-generaal rekening wil houden met die
resultaten in Nederland en dat men zich wel degelijk bewust is van het
feit dat Nederland in de materie duidelijk de weg wijst, zonder dat er
de fundamentele rechten en vrijheden van verdachten met voeten
getreden worden.
23.05 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): J'espère que le Collège
sera disposé à prendre exemple
sur les Pays-Bas qui parviennent à
mener une action efficace sans
qu'il y ait violation des droits
fondamentaux des prévenus.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
24 Question de Mme Zoé Genot au ministre de la Justice sur "l'accès à l'aide juridique dans les
centres fermés" (n° 9742)</b>
24 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister van Justitie over "de toegang tot rechtsbijstand in
de gesloten centra" (nr. 9742)
24.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, monsieur
le ministre, l'article 23 de la Constitution belge garantit le droit de
24.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Artikel 23 van de Grondwet kent
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
mener une vie conforme à la dignité humaine. Les droits sociaux qui
sont protégés par cet article comprennent entre autres le droit à
l'assistance juridique.
Ce droit à l'aide juridique est d'autant plus important dans le contexte
de la détention où le risque de porter atteinte aux droits de l'homme
est plus élevé. En effet, l'étranger en centre fermé est détenu sur
décision administrative sans contrôle juridictionnel automatique. S'il
n'est pas suffisamment informé de ses droits, il peut se retrouver
dans un "no man's land" juridique: détenu par l'administration, sans
assistance extérieure, attendant simplement son expulsion.
Il n'existe cependant pas de texte concernant l'organisation concrète
de cette aide juridique, ni sur les informations qui doivent être
transmises aux détenus, ni sur les décisions qui doivent être
envoyées aux avocats, ni sur les modalités et les délais de
désignation. Chaque centre fermé organise donc comme il l'entend
l'aide juridique en collaboration avec le barreau le plus proche.
Une petite dizaine d'associations qui, dans le cadre de leurs activités,
sont régulièrement amenées à visiter les centres fermés de notre
pays viennent de publier un rapport qui présente un état des lieux de
la situation de l'aide juridique dans ces centres.
À la lecture de ce rapport, un constat inquiétant s'impose: l'accès à
l'aide juridique dans les centres fermés est loin d'être garanti!
Monsieur le ministre, avez-vous connaissance de ce rapport qui va
clairement dans la direction des constatations de terrain que j'ai
faites? La semaine dernière, en effet, je me suis déplacée au centre
fermé 127 bis à Steenokkerzeel où j'ai pu remarquer que plusieurs
personnes s'y trouvaient depuis plusieurs semaines, voire deux mois,
sans avoir eu de quelconque contact avec leur avocat. Elles savaient
qu'un avocat pro deo avait été désigné, mais sans l'avoir jamais vu ni
lui avoir parlé, sauf par téléphone.
Quand je me rappelle la difficulté parfois rencontrée pour discuter
avec des étrangers qui venaient d'arriver, je ne sais pas comment les
avocats parviennent à travailler par téléphone interposé: c'est
extrêmement laborieux de converser avec des gens qui ne maîtrisent
aucune des langues que nous connaissons.
Monsieur le ministre, suite à ce rapport et aux recommandations qu'il
contient, envisagez-vous de libérer les moyens financiers nécessaires
à la mise en place d'une permanence juridique de première ligne
dans tous les centres fermés? Si oui, dans quel délai?
Le rapport vous demande:
- de faire en sorte que les étrangers détenus en centre fermé et leurs
avocats puissent bénéficier davantage de l'aide de traducteurs dans
le cadre de l'aide juridique;
- de veiller à une rémunération convenable des prestations des
avocats agissant dans le cadre de l'aide juridique pour les recours
propres à la détention des étrangers en centre fermé, recours qui
souvent requièrent une extrême diligence, puisque la norme est de
24 heures;
- d'aider les barreaux des arrondissements où sont situés les centres
fermés à augmenter les offres de formation sur les matières et
iedereen het recht toe een
menswaardig leven te leiden.
Daartoe behoort onder andere het
recht op juridische bijstand. Dat
recht is des te belangrijker als er
sprake
is
van
opsluiting,
bijvoorbeeld van vreemdelingen in
een gesloten centrum. Als de
vreemdelingen
onvoldoende
geïnformeerd
zijn
over
hun
rechten, kan het gebeuren dat ze,
zonder hulp van buitenaf, gewoon
op hun uitwijzing blijven wachten.
Er
bestaan
evenwel
geen
richtlijnen in verband met de
concrete organisatie van die
juridische bijstand, de voorlichting
van de opgesloten vreemdelingen,
de beslissingen die aan de
advocaten
moeten
worden
verzonden, de modaliteiten en
termijnen voor de aanstelling van
die advocaten. Elk gesloten
centrum organiseert de juridische
bijstand naar eigen goeddunken,
in
samenwerking
met
de
dichtstbijzijnde balie.
Een tiental verenigingen die
regelmatig de gesloten centra in
ons land bezoeken, hebben een
verslag gepubliceerd waarin ze de
balans opmaken van de juridische
bijstand in die centra. Heeft u
kennis van dat verslag? Vorige
week heb ik het gesloten centrum
127bis bezocht, waarin mensen
verblijven die al weken of
maanden geen contact meer
hebben gehad met hun advocaat.
Overweegt u om, overeenkomstig
de aanbevelingen in dat verslag,
de nodige middelen vrij te maken
om in alle gesloten centra een
juridische eerstelijnspermanentie
te organiseren?
In het verslag wordt gevraagd dat
de vreemdelingen die in een
gesloten
centrum
worden
vastgehouden en hun advocaten
in het kader van de juridische
bijstand over meer vertalers
zouden kunnen beschikken, dat de
advocaten in dat kader een billijke
vergoeding zouden ontvangen, dat
de betrokken balies hulp zouden
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
recours relatifs aux étrangers en détention administrative et à obliger
les jeunes avocats inscrits au BAJ dans la colonne ou cellule
"étrangers" à suivre ces formations;
- de clarifier qui peut introduire une plainte contre un avocat pro deo
fautif ou négligent.
Comptez-vous procéder à ces adaptations et dans quel délai?
En ce qui concerne la comparution des étrangers détenus
administrativement, que comptez-vous faire et dans quel délai pour
que soient abolies les pratiques de mise en cellule d'isolement dans le
centre fermé la veille de l'audience, de mise de menottes et d'attente
de l'audience dans les cellules du palais de justice?
Je vous rappelle qu'il s'agit de personnes qui ne sont absolument pas
des hors-la-loi mais simplement venues en Belgique pour demander
l'asile.
krijgen om meer opleidingen over
die materie te organiseren en dat
men zou verduidelijken wie een
klacht kan indienen tegen een pro-
Deoadvocaat die een fout begaat
of
nalatig
is.
Zal
u
die
aanpassingen uitvoeren?
Wanneer
administratief
opgesloten
vreemdelingen
in
rechte
moeten
verschijnen,
worden ze op de vooravond van
de zitting in een isoleercel in het
gesloten
centrum
opgesloten,
moeten ze handboeien dragen en
moeten ze in de cellen van het
gerechtsgebouw wachten tot de
zitting begint. Is u van plan die
praktijken af te schaffen?
24.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, favoriser l'accès à la justice des catégories de personnes
défavorisées était une des priorités du ministre de la Justice
Vandeurzen. Je prends aussi le dossier de l'aide juridique à coeur.
Ainsi des personnes détenues dans des centres fermés constituent
par excellence une des catégories de personnes dont l'état de
précarité justifie une attention particulière de nous tous.
Les points qui font l'objet de votre question ont été portés à ma
connaissance par l'association "Vluchtelingenwerk Vlaanderen". Un
membre de mon cabinet a assisté à la journée d'étude organisée par
cette association qui s'est tenue le 24 novembre dernier. Les points
qui ont été mis en exergue lors de cette journée d'étude seront
examinés dans le cadre d'une évaluation du système de l'aide
juridique dans sa globalité. Elle sera faite avec tous les acteurs de
terrain. On ne peut considérer en l'état actuel que l'accès à l'aide
juridique n'est pas garanti dans les centres fermés.
Les barreaux ont organisé des services de permanence de manière à
ce que toute personne qui en fait la demande à partir d'un centre
fermé puisse disposer d'un avocat spécialisé dans le contentieux du
droit des étrangers. Les étrangers détenus bénéficient également d'un
traducteur qu'il appartient à un avocat de contacter.
Il est évident que ce système nécessite une participation active à la
fois du personnel du centre fermé et des avocats. Ce système est, à
mon sens, à privilégier et peut-être à améliorer avant que ne soit
envisagée l'organisation de consultations de première ligne dans les
centres fermés.
Quant à la rétribution des avocats, l'arrêté ministériel du 21 août 2006
fixant la liste des points dans sa partie relative au contentieux des
étrangers a été, sur proposition des barreaux eux-mêmes, modifié et
remplacé par l'arrêté ministériel du 5 juin 2008 et ce afin d'opérer une
répartition plus juste des points en fonction du type de prestation et de
la charge de travail des avocats.
24.02 Minister Stefaan De Clerck:
Een betere toegang tot het gerecht
voor de minstbedeelden was een
van de prioriteiten van minister
Vandeurzen en dit dossier gaat
ook mij na aan het hart. De
personen die in de gesloten centra
zijn opgesloten, vormen bij uitstek
een van de betrokken categorieën.
Men mag niet stellen dat de
toegang tot rechtsbijstand niet
gewaarborgd is in de gesloten
centra.
De
balies
hebben
permanenties georganiseerd zodat
elke asielzoeker beschikt over een
advocaat die gespecialiseerd is in
het
vreemdelingenrecht.
De
opgesloten vreemdelingen kunnen
ook een beroep doen op een
vertaler, met wie de advocaat
contact
moet
opnemen.
Dit
systeem,
dat
de
actieve
medewerking van het personeel
van het gesloten centrum en de
advocaten vereist, is verkieslijk, en
moet zelfs eerst verbeterd worden
voor er gedacht kan worden aan
het
organiseren
van
eerstelijnsconsulten in de gesloten
centra.
Wat de bezoldiging van de
advocaten betreft, wordt met het
ministerieel besluit van 5 juni
2008, dat het ministerieel besluit
van 21 augustus 2006 vervangt,
een billijkere verdeling ingevoerd
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
Les efforts budgétaires nécessaires afin d'outiller les acteurs centraux
de l'aide juridique de manière à leur permettre de dispenser un
service de qualité seront poursuivis dans la mesure de ce que permet
le contexte budgétaire actuel.
Face à l'inflation législative et à la complexité des nouvelles lois en
matière du droit des étrangers, la formation revêt une importance
particulière. Cette formation est à l'heure actuelle laissée au soin des
barreaux. Cette question sera également examinée dans le cadre de
l'évaluation du système de l'aide juridique.
Quant au point relatif aux plaintes contre les avocats fautifs ou
négligents, les sanctions disciplinaires sont du ressort des ordres des
barreaux auxquels appartiennent les avocats concernés.
En ce qui concerne la mise en cellule d'isolement la veille de
l'audience et l'emploi de menottes, il résulte des contacts qui ont été
pris avec le ministre de l'Immigration et de la Politique d'asile, que de
telles pratiques n'ont pas cours.
van de punten op grond van het
type prestatie en de werklast. De
vereiste budgettaire inspanningen
worden in de mate van het
mogelijke voortgezet.
Gelet op de wetsinflatie en de
complexiteit van de nieuwe wetten
in dit verband is opleiding uiterst
belangrijk.
Dat
aspect
zal
eveneens worden onderzocht in
het kader van de beoordeling van
de regeling inzake rechtsbijstand.
De betrokken balies zijn bevoegd
voor klachten tegen advocaten die
fouten begaan of nalatig zijn.
Uit de contacten met de minister
van Migratie- en asielbeleid blijkt
dat niemand op de vooravond van
de terechtzitting in de isoleercel
opgesloten wordt en dat er geen
handboeien worden gebruikt.
24.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je ne
manquerai pas de le répéter aux personnes concernées. J'espère
qu'elles confirmeront vos propos.
Au centre 127bis que je fréquente régulièrement, c'est assez
fréquent. De fait, certains avocats très motivés se rendent dans les
centres, convoquent un traducteur et cela se passe très bien. D'autres
apprécient peut-être moins cette matière et, de ce fait, règlent ces
dossiers entièrement par téléphone. Dans ce cas, il n'est pas fait pas
appel à un traducteur, ce qui pose véritablement problème.
Une autre problématique malheureusement fort présente est celle des
avocats désignés mais qui ne font rien. Je l'ai souvent constaté. Les
personnes enfermées dans ces centres se disent elles-mêmes assez
mal à l'aise et font dès lors, dans certains cas, des démarches pour
obtenir un deuxième avocat pro deo, le premier n'ayant jamais pris
contact.
Monsieur le ministre, je me réjouis qu'un membre de votre cabinet ait
participé à cette journée. J'espère que, lors de l'adaptation de ce texte
juridique, ces différents aspects pourront réellement être pris en
compte. Nous en rediscuterons lorsque vous reviendrez avec ce
texte.
24.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik zal niet nalaten dit aan de
betrokkenen mee te delen. Ik hoop
dat zij uw uitspraken zullen
bevestigen. Een aantal zeer
gemotiveerde advocaten gaan zelf
naar het centrum 127bis, terwijl
andere de dossiers telefonisch
behandelen, en nog andere
raadsmannen doen gewoon niets.
Het
verheugt
mij
dat
een
medewerker van uw kabinet aan
die studiedag heeft deelgenomen.
Ik hoop dat er bij de aanpassing
van die tekst werkelijk rekening zal
kunnen worden gehouden met al
die aspecten.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
25 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Justice sur "les vols de voitures en région
de Tournai par des filières organisées" (n° 9752)</b>
25 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Justitie over "de autodiefstallen door
georganiseerde netwerken in de streek van Doornik" (nr. 9752)
25.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, la région 25.01 Jean-Jacques Flahaux
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
de Tournai, qui est d'ailleurs proche de la vôtre, est confrontée ­ sans
doute à cause de sa position frontalière avec la France ­ à une
recrudescence des vols de voitures soit en "home garage" soit avec
vol de clé sans violence au domicile des propriétaires. En 2007, nous
en étions à 200 vols, mais je ne dispose pas encore des statistiques
pour 2008. Ces larcins alimentent une filière très organisée qui en
revend le produit dans le sud de la France. Il est très difficile de la
remonter jusqu'au commanditaire, malgré une très bonne
collaboration entre les polices belge et française.
La bonne volonté affichée des deux côtés de la frontière par les
forces de police de nos deux pays se heurte à un problème de
souveraineté bien compréhensible du fait que la police belge ne peut
intervenir en France pour poursuivre un acte délictueux commis sur
son territoire. En effet, si cette dernière mène son enquête après en
avoir été saisie par le parquet de Tournai pour vol, la police française
agit, de son côté, dans le but de réprimer des faits de recel. Faute
d'un arsenal judiciaire adapté, cela interdit de donner suite aux
actions de la police belge.
Monsieur le ministre, afin de mettre un terme à ces vols, et plus
généralement de permettre aux forces de police belges et
européennes de poursuivre plus efficacement les auteurs d'actes
délictueux, notamment dans le cadre du crime organisé ­ et
l'ouverture des pays de l'Est n'a rien arrangé en ce domaine! ­,
pouvez-vous améliorer notre arsenal judiciaire en accord avec vos
homologues des autres États membres?
Quelles pistes comptez-vous suivre, et quels contacts espérez-vous
nouer avec les responsables politiques concernés?
Quels sont les freins auxquels vous êtes éventuellement confronté et
sur lesquels il serait nécessaire d'agir pour garantir à nos concitoyens
une plus grande sécurité de leurs biens?
(MR): In de streek rond Doornik
wordt er een toename van het
aantal autodiefstallen vastgesteld.
In 2007 werden er 200 voertuigen
gestolen. Voor 2008 beschikken
we nog niet over cijfergegevens.
De gestolen voertuigen worden in
het zuiden van Frankrijk verkocht
via een goed georganiseerd
netwerk. Het is erg moeilijk om de
opdrachtgever op te sporen. De
Belgische
en
Franse
politiediensten krijgen te maken
met het probleem van de
territoriale
soevereiniteit.
De
Belgische politie kan niet optreden
in Frankrijk om de dader te
vervolgen van een misdrijf dat op
Belgisch
grondgebied
werd
gepleegd. Kan u, in samenwerking
met uw ambtgenoten van de
andere lidstaten, ons juridisch
instrumentarium verbeteren om
een einde te maken aan die
diefstallen en de Belgische en
Europese politiediensten in staat
te stellen de daders efficiënter te
vervolgen? Welke paden zal u
daartoe bewandelen en welke
contacten hoopt u te kunnen
leggen
met
de
betrokken
beleidsmakers? Welke obstakels
liggen er daarbij op uw weg?
25.02 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, je peux vous
répondre non seulement en ma qualité de ministre de la Justice mais
aussi de vice-président de l'Eurométropole, qui s'est penchée sur ce
même problème. De plus, en tant qu'ancien bourgmestre de Courtrai,
je connais bien cette question.
Ce problème n'est pas neuf. L'approche globale de ce phénomène de
vol de véhicules, suivi de leur immatriculation en France, est en
grande partie compliquée par le fait que les préfectures, qui sont
compétentes pour l'inscription de ces voitures, n'exercent pas de
contrôle en vue de savoir s'ils ont été volés à l'étranger. Les autorités
judiciaires et policières fournissent un travail important dans ce
dossier, mais ne sont pas soutenues par les autorités administratives.
Les services judiciaires et de police belges et français travaillent
ensemble dans la lutte contre cette forme de criminalité ­ et j'y
reviendrai par la suite, car je devrai vous communiquer un élément
supplémentaire.
Quant à l'ampleur du phénomène en Belgique, nous pouvons
considérer que le peu de contrôle par les préfectures lors des
réimmatriculations de véhicules provenant de l'étranger a été un
facteur d'aggravation de cette situation en rendant trop facile la
remise en circulation de voitures volées sans que des méthodes de
25.02 Minister Stefaan De Clerck:
Een globale aanpak wordt enorm
bemoeilijkt doordat de prefecturen
niet nagaan of er een diefstal werd
gepleegd in het buitenland. De
gerechtelijke instanties en de
politie leveren goed werk, maar
worden niet gesteund door de
administratieve
overheid.
De
Belgische en Franse justitie en
politie werken samen om die vorm
van criminaliteit te bestrijden. Het
verschijnsel is in België nog in
omvang toegenomen, omdat de
prefecturen bij de verkoop van een
tweedehands
wagen
het
chassisnummer niet natrekken. Er
bestaan nochtans Europese lijsten
van gestolen wagens.
In het kader van een nieuw
inschrijvingssysteem dat op 1
januari 2009 van start is gegaan,
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
70
camouflage aient été utilisées. Autrement dit, le numéro de châssis
n'est pas vérifié chaque fois qu'une voiture d'occasion est vendue,
alors que des listes européennes de voitures volées existent. C'est là
que le problème se pose.
Nous avons aussi interpellé le préfet de Lille sur la question. Dans le
cadre du démarrage d'un nouveau système d'immatriculation depuis
le 1
er
janvier 2009, nos collègues français ont installé de nouveaux
ordinateurs. Il serait dès lors possible de mettre en place un double
contrôle qui s'effectuerait dans le cadre des systèmes européens. En
effet, des informations peuvent être recueillies notamment via le
système SIS (Schengen information system). De plus, d'autres
conventions existent comme le système de coopération EUCARIS qui
vise spécialement à effectuer ce contrôle.
La question a donc été posée d'introduire systématiquement un
contrôle, par le biais de banques de données européennes, pour
vérifier si les véhicules remis sur le marché n'ont pas été signalés
volés ou disparus. Cela devrait mettre un frein sérieux à ce trafic pour
autant que le signalement Schengen des véhicules volés soit réalisé
dès que possible et de manière correcte. En effet, il a déjà été
remarqué que certains véhicules étaient réimmatriculés deux jours
après le vol et que certains signalements étaient incomplets, par
exemple avec la seule marque d'immatriculation alors que le numéro
de châssis est indispensable.
J'ajoute que la police fédérale a expliqué ce phénomène à mon
cabinet la semaine dernière. Les procureurs du Roi de Tournai et de
Courtrai auront une nouvelle réunion avec leurs collègues français au
début de cette année pour parler de ce problème. Par ailleurs, un
collaborateur de ma cellule stratégique suit également le dossier.
Une évaluation de cette réunion de concertation sera réalisée. Si
nécessaire, nous demanderons une concertation avec la France au
niveau de l'administration pour rendre possible une approche intégrée
de ce phénomène mais je continuerai aussi au sein de
l'Eurométropole à suivre ce dossier concret. En effet, je le répète, des
discussions sont en cours avec le préfet de Lille qui, en principe, est
le responsable de ce dossier du côté français.
hebben onze Franse collega's
nieuwe computers geïnstalleerd.
Het zou dus mogelijk zijn een
dubbele controle in te voeren in
het kader van de Europese
systemen. De vraag om een
systematische
controle
van
voertuigen die opnieuw in de
handel worden gebracht, in te
voeren, ligt dus voor. Die handel
zou daarmee in zekere mate aan
banden worden gelegd, mits
gestolen voertuigen zo snel
mogelijk
en
correct
gemeld
worden. De procureurs des
Konings van Doornik en Kortrijk
vergaderen begin dit jaar opnieuw
met hun Franse collega's. Daarna
komt er een evaluatie van die
overlegvergadering.
Er
zijn
discussies aan de gang met de
prefect
van
Rijsel
die
verantwoordelijk is aan Franse
zijde.
25.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie.
Le fait que deux élus du Hainaut occidental soient présents prouve
notre intérêt. Je me réjouis de l'attention que vous portez à cette
problématique. Je ne doute pas qu'à l'aide des dispositifs que vous
nous avez présentés, il sera possible de limiter davantage le
phénomène.
25.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Met de voorgestelde
maatregelen zal het mogelijk zijn
het verschijnsel in te perken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
26 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Justice sur "la lenteur de la procédure
judiciaire dans l'affaire de la pollution par les PCB au zoning d'Hennuyères" (n° 9753)</b>
26 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Justitie over "de aanslepende
gerechtelijke procedure in de zaak van de pcb-vervuiling op het industrieterrein van Hennuyères"
(nr. 9753)
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
71
26.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
monsieur le ministre, à l'initiative de l'administration communale de
Braine-le-Comte, région que vous connaissez puisque vous y avez de
la famille, le comité de suivi et de vigilance du site des Tuileries
d'Hennuyères, réuni le 12 décembre 2008, a constaté que l'expert
désigné par les autorités judiciaires, Mme Sanglier-Bedoret, qui devait
remettre ses dernières conclusions en septembre 2008, n'avait
encore toujours rien déposé.
Or, tant que le procès ne commence pas, les responsabilités ne
peuvent être reconnues et la pollution se poursuit et s'amplifie. Les
PCB se répandent maintenant jusqu'à Hal en passant par les étangs
du Coeurq à Tubize.
Monsieur le ministre, il y a donc urgence à voir la procédure judiciaire
avancer et aboutir, afin de pouvoir répondre à toutes les nécessités
pressantes de ce dossier, à savoir une dépollution rapide des
différents sites touchés par la propagation des PCB, ainsi qu'une
indemnisation rapide des propriétaires victimes de cette pollution dont
certains ont vu leur activité professionnelle mise en danger suite à
l'écoulement des PCB.
Depuis le dépôt de ma question, le 2 janvier, il s'avère que la Justice
nous a fait parvenir un document suivant lequel Mme l'expert devrait
remettre ses conclusions pour le 31 mars, ce dont je me réjouis.
Cela dit, il faut savoir que l'on ne pourra pas dépolluer tant que la
justice n'aura pas été rendue et, entre-temps, la pollution risque
d'atteindre la Région bruxelloise et même des zones situées au-delà
de cette dernière.
26.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het Comité de suivi et de
vigilance du site des Tuileries
d'Hennuyères
(opvolgings-
en
waakzaamheidscomité voor de
site
van
de
Tuileries
d'Hennuyères),
dat
op
12
december 2008 bijeenkwam, is tot
de vaststelling gekomen dat de
door de gerechtelijke autoriteiten
aangewezen
deskundige
zijn
eindconclusies nog steeds niet
heeft ingediend. Die zouden nu
tegen 31 maart worden ingewacht,
en dat verheugt mij. Zolang het
proces evenwel niet van start gaat,
kan niet worden uitgemaakt wie
waarvoor verantwoordelijk is en
breidt de vervuiling zich almaar uit.
Er moet dus dringend voortgang
worden
gemaakt
met
de
gerechtelijke procedure, die zo
snel mogelijk haar beslag moet
krijgen.
26.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, je comprends la préoccupation de M. Flahaux qui souhaite
que ce dossier judiciaire soit rapidement examiné afin que toutes les
parties concernées sachent à quoi s'attendre exactement.
Cela dit, en tant que ministre de la Justice, je ne suis pas habilité à
intervenir dans cette procédure, ni à l'accélérer. Toutefois, je peux
demander que, de façon générale, la justice soit rendue rapidement.
Mais je répète que je ne peux intervenir dans un dossier particulier, ce
en raison de la séparation des pouvoirs.
Toutes les parties concernées doivent donc encore faire preuve de
patience afin de savoir si un responsable pénal peut être identifié et si
elles se constituent ou non parties civiles en vue d'obtenir un
dédommagement.
L'important est maintenant que l'expert désigné rende son rapport.
26.02 Minister Stefaan De Clerck:
Als minister van Justitie mag ik
niet optreden in een individueel
dossier, op grond van het beginsel
van de scheiding der machten.
Wel kan ik, in het algemeen,
vragen dat er met de nodige
snelheid wordt rechtgesproken.
Alle betrokken partijen zullen dus
nog wat geduld moeten oefenen
voor ze zullen weten of iemand
strafrechtelijk aansprakelijk kan
worden gesteld en of ze zich al
dan niet burgerlijke partij stellen
met
het
oog
op
een
schadeloosstelling. Nu is het eerst
wachten
op
het
deskundigenverslag.
26.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Madame la présidente,
monsieur le ministre, en fait, le but de ma question n'était nullement
de vous demander d'intervenir dans cette affaire.
C'est vrai que, jusqu'il y a peu, l'environnement ne faisait pas partie
des préoccupations prioritaires de la Justice. C'est pourtant
fondamental, surtout en cas de pollutions par les PCB. Nous
connaissons les coûts engendrés, dans des pays comme la Norvège
26.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het was zeker niet mijn
bedoeling u te vragen op te treden
in dit dossier.
Los van dit dossier is het van
belang dat de minister te bevoeger
plaatse eraan herinnert dat de
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
72
ou la France, par les pollutions aux PCB. Je ne voudrais pas que l'on
dise, dans quelques années, que la pollution s'est diffusée très
largement, notamment parce que la Justice n'a pas avancé.
Au-delà de ce dossier, il importe que le ministre rappelle à qui de droit
que la problématique de la pollution environnementale doit être traitée
en priorité par la Justice.
problematiek
van
de
milieuverontreiniging door Justitie
prioritair moet worden aangepakt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
27 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Justice sur "les problèmes de délai dans le
traitement des affaires ayant des enjeux financiers, tout particulièrement lorsqu'un justiciable a de
faibles revenus" (n° 9754)</b>
27 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Justitie over "de problemen in
verband met de termijn waarbinnen zaken met financiële belangen worden behandeld, in het bijzonder
wanneer het rechtzoekenden met lage inkomens betreft" (nr. 9754)
27.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Cette question est un peu
technique. Elle concerne les problèmes des délais dans le traitement
des affaires ayant des enjeux financiers, tout particulièrement
lorsqu'un justiciable dispose de faibles revenus. J'évoquais avec votre
collègue, Mme Milquet, le cas complexe et douloureux d'un de mes
administrés en conflit avec son ancienne entreprise suite à son départ
à la prépension après une restructuration. Ce dossier a été porté
devant les juges. Refusant de se voir privée d'une partie de sa prime
CECA suite à une clause jugée abusive dans la CCT qui a réglé,
entre syndicats et entreprise, la restructuration de cette dernière, la
personne dont je fais mention revendique, - et il revient à la justice de
trancher en la matière -, la remise à plat de ce qui lui est dû, avec
versement possible d'arriérés et condamnation aux dépens de
l'entreprise. Après une première audience le 2 juin 2008, pour un
désaccord dont l'origine remonte à 2002, le juge a prévu une reprise
des débats le 23 novembre 2009. Si nous prenons encore en compte
le délai nécessaire au payement effectif des sommes éventuellement
dues, ce monsieur ne sera pas entré dans ses droits avant 2010, au
minimum. La lenteur avec laquelle est traité ce dossier porte préjudice
à mon administré aux faibles revenus. Celui-ci, privé d'une partie
conséquente de ces derniers et n'ayant pas encore bénéficié du
recouvrement de ces sommes, se trouve dans une situation
financière des plus difficiles, avec des impayés qui occasionnent des
frais d'huissiers s'ajoutant aux sommes déjà dues aux créanciers non
payés, ainsi qu'aux frais d'avocats. Et mon client ne peut attendre que
le jugement soit rendu pour régler ces honoraires.
Monsieur le ministre, vous me répondrez qu'au nom de la séparation
des pouvoirs, vous ne sauriez interférer dans l'agenda que les
tribunaux établissent pour traiter les affaires dont ils sont saisis. Ce
n'est évidemment pas la question qui m'occupe, bien que je vous
rappelle que les tribunaux sont là pour faire respecter la loi et sont
eux-mêmes soumis au respect de cette dernière. Si un texte leur
imposait de juger de tels dossiers dans un délai raisonnable, ils
seraient tenus de s'y conformer. C'est dès lors le sens même de l'avis
du médiateur fédéral dans de tels cas. Il serait regrettable que la
Belgique soit condamnée un jour par une instance internationale du
fait même de la lenteur de sa justice. Cette lenteur en viendra à
dissuader les personnes disposant de peu de moyens de porter leur
affaire en justice. En cette période, de tels litiges risquent de se
27.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR):
Dit
vraagstuk
heeft
betrekking op de termijnen voor de
behandeling van zaken waarvan
de inzet geld is, in het bijzonder
wanneer het rechtzoekenden met
een laag inkomen betreft. Eén van
de inwoners van de stad waarvan
ik burgemeester ben, is in een
conflict
verwikkeld
met
zijn
gewezen werkgever over zijn
brugpensioen.
De
betrokkene
weigert een deel van zijn EGKS-
vergoeding aan zijn neus te laten
voorbijgaan wegens een als
onrechtmatig bestempeld beding
in de cao die de vakbonden en het
bedrijf hebben gesloten, en is
derhalve naar de rechtbank
gestapt om het bedrag dat hem
verschuldigd is, te vorderen. Na
een eerste zitting op 2 juni 2008,
voor een geschil dat teruggaat tot
2002, gelastte de rechter een
hervatting van de debatten op 23
november 2009. Die mens zal dus
nog op zijn minst tot 2010 moeten
wachten om rechtsherstel te
krijgen. Mijn stadsgenoot wordt
aldus van een deel van zijn toch al
karige inkomen beroofd, en heeft
financiële moeilijkheden: hij heeft
schulden en moet deurwaarders-
kosten en advocatenhonoraria
betalen.
Uiteraard mag u zich niet mengen
in de agenda van de rechtbanken.
Rechtbanken
zouden
echter
genoopt zijn over dergelijke
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
73
multiplier, hélas, en raison de la crise économique.
Monsieur le ministre, que pouvez-vous faire pour que, dans des
dossiers touchant au domaine de l'emploi, les décisions soient prises
plus rapidement et, plus généralement, quelles mesures comptez-
vous prendre pour que les délais des jugements dans des affaires
ayant des enjeux financiers se réduisent notablement, afin que notre
justice fonctionne plus vite?
aangelegenheden uitspraak te
doen binnen een redelijke termijn
indien een wettekst dit zou
voorschrijven.
Het
zou
betreurenswaardig zijn als België
door een internationale instantie
veroordeeld zou worden omdat het
Belgische gerecht te traag werkt.
Wat kan u doen om ervoor te
zorgen dat zaken waarbij er
financiële belangen op het spel
staan,
binnen
veel
kortere
termijnen worden behandeld?
27.02 Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur Flahaux, la loi du 26
avril 2007 modifiant le Code judiciaire en vue de lutter contre l'arriéré
judiciaire s'applique également à la situation que vous décrivez. Cette
loi responsabilise les parties ainsi que la magistrature à un règlement
et à une fixation plus rapide des causes et raccourcit le délai des
prononcés. Dans ce cadre, le chef de corps se doit d'assumer
pleinement sa tâche de manager.
Toutefois, la législation en question a pour effet pervers, dans de
nombreux tribunaux, la remise de la fixation des causes et
éventuellement des audiences blanches qui pourraient être mises à
profit pour des causes qui sont, quant à elles, en état. En d'autres
termes, la nouvelle loi crée précisément un arriéré dans certains cas
ou un arriéré supplémentaire.
Nous nous consacrons pleinement à revoir la loi modifiant le Code
judiciaire en vue de lutter contre l'arriéré judiciaire afin d'optimiser son
effet accélérateur sur la base des propositions des acteurs de terrain.
Des discussions ont commencé au sein du gouvernement et un
résultat est attendu pour le 1
er
semestre 2009.
Vous comprendrez que notre ambition de lutter contre l'arriéré
judiciaire en adaptant la législation en vigueur ne se limite pas aux
causes ayant des enjeux financiers ou en matière d'emploi, mais que
nous envisageons une approche plus large en la matière.
27.02 Minister Stefaan De Clerck:
De wet van 26 april 2007 tot
wijziging van het Gerechtelijk
Wetboek met het oog op het
bestrijden van de gerechtelijke
achterstand is ook van toepassing
op de situatie die u beschrijft. Die
wet
beoogt
een
snellere
afhandeling en vaststelling van de
zaken en verkort de termijn voor
de vonnissen. In dat kader moet
de korpschef zijn taak van
manager ten volle vervullen.
In tal van rechtbanken heeft die
wetgeving
echter
kwalijke
gevolgen, namelijk een verdaging
van de vaststelling van de zaken,
met mogelijk een blanco-zitting,
daar waar op die zitting andere
zaken hadden kunnen worden
behandeld. Met andere woorden
de nieuwe wet leidt in bepaalde
gevallen tot nog meer achterstand.
Wij zetten ons, op grond van
voorstellen van actoren in het veld,
ten volle in om die wet te herzien
en haar versnellende werking te
verbeteren. We verwachten
resultaten voor het 1
ste
semester
van 2009.
U zult vaststellen dat de strijd
tegen
de
achterstand
in
gerechtszaken niet beperkt is tot
de
zaken
waarbij
financiële
belangen of de werkgelegenheid
op het spel staan.
27.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Je ne peux que me réjouir de votre
sensibilisation à la problématique et du fait que, d'ici la fin du premier
semestre, vous nous soumettrez quelques propositions.
27.03 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Het verheugt me dat u ons
tegen het einde van het eerste
semester enkele voorstellen zult
voorleggen.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
74
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
28 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Justice sur "les conditions de remise en
liberté des personnes reconnues coupables de coups ayant entraîné la mort" (n° 9757)</b>
28 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Justitie over "de voorwaarden voor
de invrijheidstelling van personen die schuldig bevonden zijn aan slagen met de dood tot gevolg"
(nr. 9757)
28.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, voici
quelques semaines, une habitante de Soignies a perdu la vie pour
avoir refusé de céder aux désirs sexuels de son voisin. Ce dernier,
furieux, a déversé toute sa violence en la rouant de coups et en la
laissant pour morte. Les soins qui lui ont été prodigués n'ont pas
permis de la réanimer.
Son assassin ­ il n'y a pas d'autre terme pour distinguer l'individu
capable d'une agression aussi insoutenable - a été remis en liberté
une semaine après, dans l'attente de son jugement.
Bien évidemment, je ne vous demanderai pas votre sentiment sur le
jugement même. En revanche, je ne peux que vous interpeller sur le
fait que la loi permette une telle décision à l'endroit d'un individu arrêté
pour des faits d'une telle violence, connu pour avoir commis de tels
faits précédemment et donc susceptible de recommencer. Je le fais
d'autant plus que des faits identiques se produisent de plus en plus
fréquemment, donnant une impression d'impunité trop grande envers
des auteurs d'actes violents, ayant entraîné ou ayant failli entraîner la
mort. Ceci ne peut que choquer les victimes, leurs familles et nos
citoyens dans leur très large majorité.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous préciser quels textes
permettent ou obligent le juge à prendre une telle décision? Ne vous
semble-t-il pas nécessaire de les améliorer? Si oui, de quelle manière
comptez-vous les modifier?
28.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Een paar weken geleden
weigerde een inwoonster van
Zinnik in te gaan op de seksuele
avances van haar buurman. Ze
moest het met de dood bekopen,
want de buurman ontstak in
woede, ranselde haar af en liet
haar voor dood achter. Een week
na de feiten werd de moordenaar
weer vrijgelaten, in afwachting van
het proces.
Kunt u ons uitleggen op grond van
welke teksten de rechter zo'n
beslissing kan of moet nemen?
Lijkt het u niet aangewezen die
wetgeving te verbeteren? Zo ja,
hoe wilt u die teksten aanpassen?
28.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, monsieur
Flahaux, tout en partageant largement votre sentiment à l'égard de
tels actes, notre société exige que nous observions une confiance
inébranlable en l'ordre judiciaire. Vous me demandez quels textes
peuvent être modifiés. Les textes sont là et doivent être appliqués. Il y
va de l'indépendance du magistrat!
Dans le cadre de la séparation des pouvoirs, ...
28.02 Minister Stefaan De Clerck:
Onze maatschappij eist van ons
een onbegrensd vertrouwen in de
rechterlijke orde. De bestaande
teksten moeten worden toegepast.
De onafhankelijkheid van de
magistraat staat hier op het spel.
28.03 Marie-Christine Marghem (MR): (...)
28.04 Stefaan De Clerck, ministre: La prochaine fois, madame
Marghem, c'est à vous qu'il posera la question!
28.05 Jean-Jacques Flahaux (MR): Il se peut que Mme Marghem
devienne ministre de la Justice dans quatre ans. En attendant, cela
participe d'un sentiment de grande frustration du citoyen. Une
modification de la loi me semble utile. Sinon, il risque d'y avoir un jour
une attitude de révolte vis-à-vis de la justice. Ce n'est évidemment
pas souhaitable!
28.05 Jean-Jacques Flahaux
(MR): In afwachting is dit erg
frustrerend voor de mensen. Een
aanpassing van de wet lijkt me
zinvol.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
75
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
29 Question de Mme Marie-Christine Marghem au ministre de la Justice sur "les suites à donner à
l'arrêt de la Cour de cassation du 1
er
septembre 2008 concernant les chefs de corps" (n° 10076)
29 Vraag van mevrouw Marie-Christine Marghem aan de minister van Justitie over "de manier waarop
gevolg gegeven dient te worden aan het arrest van het Hof van Cassatie d.d. 1 september 2008 met
betrekking tot de korpsoversten" (nr. 10076)
29.01 Marie-Christine Marghem (MR): Madame la présidente,
monsieur le ministre, à la suite de l'arrêt de la Cour constitutionnelle
du 1
er
septembre 2008, les chefs de corps, magistrats du siège, ne
seront plus soumis à l'évaluation, mais le renouvellement de leur
mandat pour cinq ans reste tout à fait possible.
Dans cette optique, on peut penser que, dans les faits, les
renouvellements des mandats de ces magistrats se feront de manière
automatique et qu'ils pourraient, de facto, être maintenus dans leurs
fonctions pendant une durée de dix ans.
Dans la logique de ce raisonnement, certains chefs de corps nommés
avant le 1
er
mai 2007 et qui bénéficient du système que je viens de
vous décrire réclament, je cite: "une mise sur pied d'égalité avec les
chefs de corps nommés après cette date". En d'autres termes, ils
souhaitent voir la durée de leur mandat actuel de sept ans prolongé
pour un délai de trois ans, de manière à atteindre la durée de dix ans
que l'on peut voir escomptée pour les nouveaux mandats.
Nous estimons - c'est la position que nous avions déjà défendue lors
des discussions de la loi du 18 décembre 2006 relativement à la
nomination des chefs de corps - que ces mandats "anciens", c'est-à-
dire les nominations intervenues avant la loi du 1
er
mai 2007,
devraient être maintenus à sept ans sans prolongation, étant entendu
que ces mandats ont été attribués en connaissance de cause aux
intéressés.
Dans les faits et avant que vous ayez adopté une position officielle, il
semblerait que le sort de ces "anciens" chefs de corps ne soit pas
semblable. En effet, les vacances de postes de chefs de corps
doivent être déclarées au moins neuf mois avant l'échéance du
mandat. Il me revient que certaines vacances de postes auraient été
publiées au Moniteur belge alors que d'autres, par contre, ne
l'auraient pas été. C'est le cas notamment de la vacance du poste du
président du tribunal de commerce de Liège, dont la publication selon
mes informations et sous réserve d'erreur de ma part aurait dû
paraître dans le Moniteur belge du 1
er
décembre pour respecter le
délai
minimum
de
neuf
mois.
Cette
publication
n'est
malheureusement pas intervenue au Moniteur belge.
Cette omission risque d'entraîner ainsi une période de transition sans
chef de corps au sein de cette juridiction, ce qui serait vraiment
regrettable ou, au contraire, on pourrait avoir le sentiment ­ ce serait
le signal qui serait donné ­d'une prolongation tacite du mandat de ce
chef de corps, ce qui serait, vous l'avouerez, tout à fait préjudiciable.
Le même sort doit alors être réservé à tous les mandats de chefs de
corps octroyés avant le 1
er
mai 2007 et, évidemment, par une initiative
législative à débattre au parlement.
29.01 Marie-Christine Marghem
(MR): Ingevolge het arrest van het
Grondwettelijk
Hof
van
1
september 2008 worden de
korpschefs
van
de
zittende
magistratuur
niet
langer
onderworpen aan een evaluatie.
De verlenging van hun mandaat
voor vijf jaar blijft wel mogelijk.
Een aantal korpschefs die vóór 1
mei 2007 werden benoemd,
zouden hun huidige mandaat
graag met drie jaar verlengd zien,
om zo de verhoopte termijn van
tien jaar te bereiken. Wij menen
dat
die
vroegere
mandaten
behouden zouden moeten blijven,
maar zonder verlenging.
Tegelijk moet de functie van
korpschef
minstens
negen
maanden voor het mandaat
afloopt, vacant worden verklaard.
Naar verluidt werden sommige
vacatures gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad en andere
niet. Dat laatste is meer bepaald
het geval voor de vacature voor de
functie van voorzitter van de
rechtbank van koophandel te Luik.
Hoe verklaart u dat die vacature
niet werd bekendgemaakt? Dreigt
de afschaffing van de evaluatie in
de praktijk te leiden tot mandaten
van tien jaar? Vindt u dat niet te
lang?
Wat
zijn
uw
beleidsvoornemens
met
betrekking tot de korpschefs die
vóór 1 mei 2007 voor zeven jaar
werden benoemd?
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
76
Monsieur le ministre, j'en viens à mes questions.
- Comment expliquez-vous cette absence de publication de la
vacance du poste de chef de corps du tribunal de commerce de
Liège?
- Partagez-vous notre sentiment qu'il existe un risque que l'annulation
de l'évaluation du mandat entraîne des durées de mandat de dix ans
dans les faits (deux fois cinq ans)? Ne pensez-vous pas que cette
durée, sans véritable remise en question, est trop longue?
- Quelles sont les orientations que vous allez adopter en ce qui
concerne les mandats des chefs de corps nommés avant le 1
er
mai
2007 pour sept ans?
29.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, le grand
avantage d'avoir à répondre à cent questions est qu'on apprend à
connaître les problèmes du moment. Cela me donne un bel aperçu de
l'actualité et des dossiers qui doivent être traités.
Je vais être prudent dans ma réponse à votre question car vous
m'apprenez le problème dans toute sa complexité. Je n'ai pas encore
pris position et je dois voir comment apporter une solution dans les
plus brefs délais.
La question touche à deux aspects de la problématique des chefs de
corps: d'une part, la question de leur évaluation et, d'autre part, la
question de la durée de leurs mandats. Dans son arrêt du
1
er
septembre 2008, la Cour constitutionnelle a annulé les dispositions
du Code judiciaire qui prévoyaient l'évaluation des chefs de corps en
ce qui concernait les magistrats du siège.
Dans l'état actuel de la législation, les chefs de corps du siège ne
devraient plus être évalués alors qu'une évaluation s'imposerait
encore pour les chefs de corps du parquet. Cette première question
va devoir être examinée. Quelles sont les conséquences de cet arrêt?
Les chefs de corps nommés avant le 1
er
mai 2007 exercent leur
mandat pour une durée de sept ans non renouvelable. C'est une
législation que j'ai préparée, il y a dix ans, et c'était le choix à
l'époque. Cela a été changé en deux fois cinq ans, avec toutes les
complications que nous connaissons actuellement.
Les chefs de corps nommés à partir du 1
er
mai 2007 exercent leur
mandat pour une durée de cinq ans renouvelable une fois, soit pour
un terme total de dix ans maximum. Mon prédécesseur a été
interpellé par les représentants de la conférence permanente des
chefs de corps. Ceux-ci estimaient qu'il y avait une différence de
traitement entre les magistrats nommés avant ou après le 1
er
mai
2007. Ils ont donc demandé d'envisager un alignement des mandats
pour aboutir à un mandat dont le terme total n'excède pas dix ans
pour l'ensemble des chefs de corps.
Mon prédécesseur a dès lors donné instruction à l'administration de
ne plus publier les places vacantes de chefs de corps et, en parallèle,
de préparer un projet de loi ayant pour objet de permettre la
prolongation des mandats en cours de sept ans non renouvelables à
dix ans. Cela concerne notamment la place du président du tribunal
de commerce de Liège. Cela n'a donc pas été publié, dans cette
29.02 Minister Stefaan De Clerck:
De kwestie betreft de evaluatie en
de duur van het mandaat van de
korpschefs. In zijn arrest van 1
september
2008
heeft
het
Grondwettelijk Hof de bepalingen
van het Gerechtelijk Wetboek met
betrekking tot evaluatie van de
korpschefs
van
de
zittende
magistratuur vernietigd, terwijl de
evaluatie van de korpschefs van
het parket wel behouden zou
blijven.
De vóór 1 mei 2007 benoemde
korpschefs oefenen hun mandaat
uit voor een termijn van zeven jaar
die niet hernieuwbaar is. De
korpschefs die vanaf 1 mei 2007
werden benoemd, oefenen hun
mandaat uit voor een eenmalig
hernieuwbare termijn van vijf jaar.
De vertegenwoordigers van de
Vaste Vergadering van korpschefs
hebben
gevraagd
dat
de
mandaten op elkaar zouden
worden afgestemd.
Mijn
voorganger
heeft
de
administratie opgedragen om de
vacatures voor de functie van
korpschef niet meer te publiceren,
en een wetsontwerp voor te
bereiden om de verlenging van de
lopende mandaten tot tien jaar
mogelijk te maken. Die beslissing
stuit zowel in gerechtelijke kringen
als in mijn administratie op kritiek.
Verschillende mandaten zijn reeds
verstreken
sinds
de
inwerkingtreding van de wet van
18 december 2006. Ik wil de
toestand grondig bestuderen voor
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
77
optique.
La décision de permettre aux chefs de corps dont le mandat arrive à
échéance de bénéficier d'une prolongation de trois ans est soutenue
par la conférence des chefs de corps mais fait également l'objet de
plusieurs critiques émanant tant du milieu judiciaire que de mon
administration, notamment parce que cette mesure arrivera trop tard
pour certains chefs de corps dont le mandat de sept ans aura expiré
avant l'adoption d'une telle loi.
Plusieurs mandats sont en effet déjà arrivés à échéance depuis
l'entrée en vigueur de la loi du 18 décembre 2006.
Bien que conscient de l'urgence de cette situation, je souhaite l'étudier
d'une manière approfondie avant de me prononcer définitivement sur
le choix que je devrai faire, à savoir adapter la loi ­ telle l'idée
avancée ­ ou ne pas la modifier et la laisser telle quelle mais la
publier le plus vite possible.
ik de wet al dan niet wijzig.
29.03 Marie-Christine Marghem (MR): Monsieur le ministre, nous
constatons que, venant de prendre vos fonctions, vous êtes en
quelque sorte en formation accélérée.
Vous devez savoir que j'avais déjà posé cette question vers la mi-
décembre à votre prédécesseur mais qu'il n'a pas eu l'opportunité d'y
répondre étant donné les événements qui ont émaillé la vie politique
en cette fin d'année 2008.
Vous avez donc repris ce dossier dans lequel votre prédécesseur
avait manifestement l'intention d'aboutir mais j'apprends que cette
volonté et le projet qu'il voulait défendre pour régler cette situation ont
entraîné le blocage de la publication de vacances dans le Moniteur
belge. Par exemple, pour le poste de président du tribunal de
commerce de Liège, il y aura une difficulté et une période transitoire à
gérer. Je cite cet exemple mais il y en a sûrement d'autres dont
j'ignore l'existence et que vous aurez, je suppose, rapidement la
possibilité de lister afin d'éviter des transitions délicates, notamment à
la tête d'une juridiction.
Je vous remercie d'avoir rappelé que, selon vous, l'examen
d'évaluation a été supprimé exclusivement pour les magistrats du
siège car je pense également que M. le procureur général près la
cour d'appel de Liège ­ qui fait partie de la magistrature debout et qui
n'est donc pas concerné par cette absence, de par la loi, d'évaluation
­ arrivera peut-être au terme de son mandat et se le verra renouvelé
ou pas dans des conditions différentes.
Un double problème se pose en effet: la longueur du temps qui passe
et l'absence de rapport d'évaluation.
J'attire votre attention sur le fait que l'absence de rapport d'évaluation
­ supprimé en raison de l'arrêt de la Cour constitutionnelle; vous
l'avez rappelé ­ va à l'encontre de la philosophie développée dans la
loi que vous venez d'apprendre à connaître et qui a été votée quand
vous n'étiez plus ministre de la Justice certainement et peut-être plus
parlementaire fédéral à l'époque. Le but était d'assurer une mobilité et
une évaluation du travail accompli par les chefs de corps.
29.03 Marie-Christine Marghem
(MR): Ik dank u dat u eraan
herinnert dat het evaluatie-examen
enkel
voor
de
zittende
magistratuur
werd
afgeschaft,
want ik denk dat het mandaat van
de procureur-generaal van het hof
van beroep te Luik misschien zal
aflopen
en
onder
andere
voorwaarden al dan niet zal
worden hernieuwd. Er rijst een
dubbel probleem: er verstrijkt heel
veel
tijd,
én
er
is
geen
evaluatieverslag. Ik wijs u erop dat
het
ontbreken
van
een
evaluatieverslag indruist tegen de
filosofie achter de goedgekeurde
wet. Het was de bedoeling de
mobiliteit en een evaluatie van het
werk van de korpschefs te
waarborgen.
Gezien de duur van die mandaten
rijzen er bij de hernieuwing ervan
een aantal problemen die snel
opgelost zullen moeten worden. Ik
zal u hierover binnen afzienbare
tijd opnieuw ondervragen.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
78
Cela nous pose un problème. Par ailleurs, ce hiatus de
renouvellement de mandat, du fait de leur durée, pose également des
problèmes qu'il faudra résoudre assez rapidement.
Je sais que les nombreux dossiers qui vous sont soumis semblent
tous également urgents, mais les institutions doivent pouvoir travailler
dans la sérénité. C'est essentiel pour la bonne administration de la
justice.
J'ai dès lors l'intention de revenir vers vous très rapidement pour voir
si vous avez progressé dans ce dossier parce que j'estime qu'il est
urgent de le régler afin d'éviter des problèmes périphériques. Nos
institutions doivent pouvoir fonctionner, les magistrats qui les dirigent
doivent pouvoir le faire dans de bonnes conditions. Je suppose que
vous partagez ce point de vue.
Je vous remercie déjà de votre réponse tout en sachant que je ne
manquerai pas de vous réinterroger assez rapidement à ce sujet.
29.04 Stefaan De Clerck, ministre: Pas chaque semaine!
29.05 Marie-Christine Marghem (MR): Rassurez-vous, je ne le ferai
pas chaque semaine! Peut-être pourrions-nous convenir d'un délai
entre nous?
29.06 Stefaan De Clerck, ministre: Je vais étudier le dossier.
29.07 Marie-Christine Marghem (MR): Je reviendrai donc vers vous
dans un délai qui sera le mien pour voir où vous en êtes dans ce
dossier.
29.08 Stefaan De Clerck, ministre: J'essayerai de trouver une
solution dans un délai qui est le mien!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
30 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de arrestaties naar aanleiding
van de Palestinabetoging in Brussel" (nr. 9928)
30 Question de M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "les arrestations opérées dans le
cadre de la manifestation pour la Palestine organisée à Bruxelles" (n° 9928)</b>
30.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, na
een betoging op een zondagmiddag in Brussel, twee weken geleden,
deden zich ernstige rellen voor in het Noordkwartier. Volgens Belga
zouden een honderdtal amokmakers administratief of gerechtelijk zijn
opgepakt. Nadien las ik Het Laatste Nieuws dat het er 164 waren. In
de commissie voor de Binnenlandse Zaken van de Kamer werd er
gesproken van 143. Het is niet helemaal duidelijk.
Er werd in elk geval heel veel schade aangericht na die betoging, door
een aanzienlijke groep jongeren. Sommige journalisten hebben er
spottend over gedaan en de zaken heel bewust geminimaliseerd. Als
men echter de foto's of beelden bekijkt, dan blijkt dat er tal van
wagens en hele etalages van de administratie van de Vlaamse
overheid zijn gesneuveld. Er zijn ook mensen gewond geraakt. Als ik
mij niet vergis, was er ook een parlementslid van de MR-fractie bij.
Het was in elk geval heel ernstig.
30.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): On ne sait pas au juste
combien de personnes ont été
arrêtées le 11 janvier dans le
quartier Nord à la suite des
échauffourées qui ont suivi une
manifestation. Ces échauffourées
ont occasionné de nombreux
dommages à des véhicules et à
des bâtiments de l'administration
flamande. Il y a également eu des
blessés.
Quelle suite juridique sera-t-elle
réservée à ces faits? Quelle est
l'ampleur estimée des dégâts?
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
79
Ik zou graag weten welke gevolgen daaraan op juridisch vlak worden
gegeven. Kunt u meedelen hoe groot de geraamde schade is?
Hoeveel eigenaars van voertuigen, gebouwen en winkels zijn er
betrokken? Worden die mensen gecontacteerd om een schade-eis in
te dienen? Het is wenselijk, mij dunkt, dat men hen op een of andere
manier collectief aanzet om dat te doen en op die manier ook tracht
de schade-eisen te verzamelen.
Werden de meeste of alle daders aangehouden? Hoeveel mensen
werden er administratief aangehouden? Hoeveel werden er
gerechtelijk aangehouden? Kunt u meer info geven over hun leeftijd
en nationaliteit? Zijn er banden ­ in het raam van die betoging is dat
geen irrelevante vraag ­ met bepaalde organisaties vastgesteld?
Welk bewijsmateriaal werd er vergaard? Hoelang werden of worden ­
ik vrees dat het op een paar uitzonderingen na wellicht "werden" zal
zijn ­ zij vastgehouden? Onder welke voorwaarden gebeurden de
vrijlatingen? Welke procedure wordt er gevolgd om de verdachten van
de feiten zo snel mogelijk voor de rechter te brengen?
Combien
de
personnes
se
retrouvent-elles lésées à la suite
de ces événements? Sont-elles
contactées
afin
de
pouvoir
introduire ensemble une demande
de dédommagement?
La plupart ou la totalité des
fauteurs de troubles ont-ils été
appréhendés? Combien y a-t-il eu
d'arrestations administratives et
judiciaires? Le ministre peut-il
donner des informations quant à
leur âge et leur nationalité? Des
liens avec des organisations
existantes ont-ils été constatés, et,
le cas échéant, quelles sont les
preuves matérielles qui l'attestent?
Quelle
est
la
durée
des
arrestations? A quelles conditions
les remises en liberté auront-elles
ou ont-elles déjà eu lieu? Quelle
procédure est-elle suivie afin de
présenter les suspects au juge le
plus rapidement possible?
30.02 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, collega, in
het raam van de betoging van 11 januari heeft de politie 30.000
deelnemers geteld. Een honderdtal relschoppers werd opgemerkt in
de betoging. Het was duidelijk hun doel om deze betoging door
gewelddadige acties te saboteren. Bij aankomst aan het Noordstation
hebben kleine groepjes schade aangebracht. Zo werd er vastgesteld
dat er 15 auto's werden beschadigd. De ruiten van 10 gebouwen
werden vernield, waaronder ook de gebouwen ­ u hebt het al vermeld
­ van de Vlaamse Gemeenschap en de Dienst Vreemdelingenzaken.
Dat is echter een voorlopige balans. De politiediensten zijn
momenteel nog bezig met de schade te inventariseren. In totaal
werden er 143 relschoppers aangehouden. Drie ervan werden,
wegens vaststelling op heterdaad, ter beschikking gesteld van het
parket, wegens het toebrengen van schade en weerspannigheid. Een
van deze drie gearresteerde personen was een minderjarige. Er
werden in totaal 39 minderjarigen opgepakt, waarvan de ouders
werden verwittigd, teneinde hun kinderen op te halen. De
videobeelden van de politiecamera's en andere bronnen worden nu
geanalyseerd om de identiteit van de overige relschoppers, die enkel
administratief aangehouden werden, vast te leggen en hen aan de
hand van beelden te identificeren en te vervolgen.
De verdere afwerking van de gerechtelijke dossiers gebeurt nu in
samenwerking en onder leiding van het parket van Brussel, dat
hierover permanent overleg pleegt met de politiediensten. Alle
verdachten mochten na verhoor beschikken, aangezien men van
oordeel was dat de misdrijven niet moesten leiden tot een verder
aanhoudingsmandaat. De voorwaarden waarin de wet op de
voorlopige hechtenis voorziet, dienen uiteraard strikt te worden
nageleefd.
30.02
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Trente mille personnes
ont participé à la manifestation du
11 janvier, et on a dénombré une
centaine de fauteurs de troubles.
Ces personnes voulaient saboter
la manifestation par des actes
violents. Quinze voitures ont été
vandalisées près de la gare du
Nord et les vitres de dix
immeubles ont été brisées, dont
celles des bâtiments de la
Communauté flamande et de
l'Office des étrangers.
La police est encore occupée à
établir l'inventaire des dégâts. Au
total, 143 fauteurs de troubles ont
été arrêtés, dont 39 mineurs
d'âge. Trois, dont un mineur, ont
été mis à la disposition du parquet.
Les images vidéo issues des
caméras de police et d'autres
sources sont analysées en ce
moment afin d'identifier et de
poursuivre les autres éléments
perturbateurs qui ont fait l'objet
d'une
simple
arrestation
administrative.
Le suivi des dossiers judiciaires
est assuré par le parquet de
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
80
De procedure die zal worden gevolgd om de verdachten voor de
rechter te brengen, behoort tot de bevoegdheden van de gerechtelijke
overheden. Het parket te Brussel liet intussen weten dat de
verdachten zo vlug als mogelijk zullen worden gedagvaard en dit op
voorwaarde dat het dossier kan worden gefinaliseerd en op
voorwaarde dat er voldoende constitutieve elementen zijn. Er zijn
daarover, dacht ik, al vragen gesteld aan de collega van Binnenlandse
Zaken door Michel Doomst.
Bruxelles, qui se concerte en
permanence avec la police. Tous
les suspects ont été libérés après
interrogatoire, étant donné que les
méfaits commis ne justifiaient pas
de mandats d'arrêt. La loi sur la
détention préventive doit être
strictement respectée.
La procédure qui sera suivie pour
présenter les suspects au juge
ressortit à la compétence de
l'autorité judiciaire. Le parquet de
Bruxelles a déjà fait savoir qu'il ne
laissera pas traîner les choses et
qu'il lancera rapidement des
citations.
30.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Ik dank de minister voor
zijn antwoord dat een aantal interessante elementen bevat. Ik hoop
inderdaad dat het bewijsmateriaal effectief wordt gebruikt en dat het
sneller zal gaan dan we een half jaar geleden hebben kunnen
vaststellen in Anderlecht: daar heeft het vele weken geduurd. Ik zal
nog een vraag stellen wat er daarvan is geworden.
Ik vind dat we in dit soort van dossiers absoluut niet kort op de bal
spelen. Als er maanden na de feiten voor de rechter wordt gedaagd,
is het parket bijna geneigd om geen effectieve gevangenisstraffen te
vragen, ook omdat ze niet worden uitgevoerd. Dan voelt men zich
straffeloos en oppermachtig. Als men kort op de bal zou spelen zoals
in Frankrijk en Nederland, zou men dit soort van toestanden in de
toekomst veel meer kunnen voorkomen.
U zegt dat men zo vlug als mogelijk wil dagvaarden. Ik ben benieuwd
en zal dat zeker opvolgen, maar er zitten toch ook weer 39
minderjarigen bij, die men niet dagvaardt over het algemeen en op
een veel softere manier aanpakt. Ook daar dring ik ten zeerste aan op
een daadwerkelijke aanpak, een sanctionering, maatregelen en zeker
snelle maatregelen: zeker als men er bij minderjarigen maanden over
laat gaan, is geen enkele jeugdrechter nog bereid een sanctie op te
leggen. Op die manier maakt men geen enkele indruk op die jonge
vandalen. Ik hoop dat u op dat vlak toch wat in beweging kan zetten in
de bestaande, onpraktische en veel te tijdrovende procedures.
30.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang):
Espérons
que
les
éléments
de
preuve
seront
réellement utilisés et qu'il ne
faudra pas attendre plusieurs
semaines.
Je suis convaincu qu'il faut réagir
vite à l'égard de pareils délits
parce que, plusieurs mois après,
les parquets ont tendance à ne
pas requérir de peine de prison
effective et les auteurs éprouvent
un sentiment d'impunité.
Le ministre dit que les citations
interviendront
rapidement.
Je
l'espère. Pourvu, aussi, que les
mineurs d'âge soient sanctionnés
rapidement. Plusieurs mois après
les faits, aucun juge de la
jeunesse n'est encore disposé à le
faire. Ce n'est pas en agissant de
la sorte qu'on en imposera aux
jeunes vandales.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
31 Question de M. Denis Ducarme au ministre de la Justice sur "l'appel produit par l'Exécutif des
Musulmans de Belgique en faveur de la manifestation pro-palestinienne du dimanche 11 janvier"
(n° 9952)</b>
31 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de minister van Justitie over "de oproep van het Executief
van de Moslims van België om deel te nemen aan de pro-Palestijnse betoging op zondag 11 januari"
(nr. 9952)
31.01 Denis Ducarme (MR): Madame la présidente, je me fais avant
tout l'interprète de ma collègue, Mme Lejeune, qui souhaite que l'on
reporte à la semaine prochaine sa question n° 10002.
31.01 Denis Ducarme (MR): Het
Executief van de Moslims van
België heeft opgeroepen tot een
vreedzame
manifestatie,
op
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
81
Monsieur le ministre, comme c'est la première fois que je vous
interpelle, je vous souhaite pleine réussite dans vos nouvelles
fonctions.
L'Exécutif des Musulmans de Belgique a appelé à manifester le
samedi 10 janvier à l'occasion de la manifestation "pro-palestinienne"
du dimanche 11 janvier. Il a appelé à une manifestation sereine
contre les frappes israéliennes sur la bande de Gaza.
Je ne souhaite pas m'expliquer davantage sur le fond. Attentif plutôt
au strict respect de notre législation, je dirai simplement mon
inquiétude à voir un tel organe prendre le risque, dans les conditions
internationales actuelles, de mobiliser une manifestation pareille sur
une base religieuse.
Si je ne m'abuse et vous me le confirmerez sans doute, les missions
de l'Exécutif des Musulmans de Belgique sont clairement définies par
la loi et portent exclusivement sur la gestion du temporel du culte. Il
est dès lors malvenu que cet organe de représentation du culte
musulman s'exprime de manière politique sur des questions
nationales ou internationales.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous indiquer si, dans ce cadre,
l'Exécutif a outrepassé ses missions et, au besoin, le lui signifier?
zaterdag 10 januari, tegen het
Israëlische
offensief
in
de
Gazastrook. Tenzij ik me vergis,
beperken de opdrachten van dat
Executief,
die
bij
wet
zijn
vastgelegd, zich tot het beheer van
de temporalia van de eredienst. Dit
orgaan heeft dus geen uitspraken
te
doen
over
internationale
politieke vraagstukken. Is het
Executief zijn boekje te buiten
gegaan en zal u het daarop
wijzen?
31.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, merci pour les mots aimables que vous m'avez adressés et
je vous répondrai donc avec plaisir pour la première fois.
Contrairement à ce qui est avancé dans la question, bien des
personnes composent l'Exécutif des Musulmans de Belgique. Dans
sa composition actuelle, l'Exécutif a été reconnu par l'arrêté royal du
9 mai 2008 portant reconnaissance des membres de l'Exécutif des
Musulmans de Belgique. Le mandat est limité dans le temps jusqu'au
31 mars 2009 et une prorogation éventuelle dépendra d'une
évaluation.
Les motifs de cet arrêté ont été clarifiés dans un rapport au Roi qui
précède l'arrêté précité.
Afin d'être complet dans mes informations, je vous signale que des
moyens financiers transitoires, comme mon prédécesseur l'a déjà
expliqué, ont de nouveau été mis à disposition afin que l'Exécutif
puisse effectuer les missions les plus importantes et continuer à gérer
les dossiers. L'arrêté royal du 18 juillet 2008, modifié par l'arrêté royal
du 7 décembre 2008, fixe les montants ainsi que les modalités. Mais
tout ceci ne répond pas à votre question.
Je ne puis pas souscrire à la thèse défendue dans votre question
selon laquelle l'Exécutif des Musulmans de Belgique aurait des
missions précises définies par la loi. En effet, des missions, sans pour
autant être limitatives, sont énumérées dans le rapport au Roi qui
précède l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant reconnaissance de
l'Exécutif des Musulmans de Belgique, dont un certain nombre
d'articles ont été suspendus par l'arrêté royal du 27 mars 2008.
Bien que l'Exécutif des Musulmans de Belgique est l'organe
représentatif du culte musulman en Belgique et a une mission de
31.02
Minister
Stefaan De
Clerck: Ik ben het niet eens met
de stelling dat de taken van het
Executief van de Moslims zich
beperken tot wettelijk bepaalde
opdrachten. In het verslag aan de
Koning voorafgaand aan het
koninklijk besluit van 3 mei 1999
wordt een aantal opdrachten
opgesomd, maar het gaat niet om
een
exhaustieve
lijst.
Het
Executief is het representatief
orgaan
van
de
islamitische
eredienst in België en het is
verantwoordelijk voor het beheer
van de temporalia van de
eredienst. Dat is evenwel niet zijn
enige
opdracht.
Dat
orgaan
bepaalt
autonoom
welke
opdrachten het vervult, zo niet zou
er sprake zijn van inmenging.
Het Executief van de Moslims van
België beschikt, zoals elke andere
organisatie, over het recht op vrije
meningsuiting, op voorwaarde dat
het ­ in het licht van zijn opdracht
van algemeen belang - de nodige
voorzichtigheid aan de dag legt en
dat het de geldende wetten niet
schendt door, bijvoorbeeld, aan te
zetten tot haat.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
82
gestion du temporel du culte, on ne pourra pas soutenir que ce soit la
seule mission. Cet organe détermine d'ailleurs de manière autonome
quelles missions complémentaires il assumera, faute de quoi il y aura
une intervention dans les affaires internes.
L'Exécutif des Musulmans de Belgique est un organe autonome qui
bénéficie, comme toute organisation, de la liberté d'expression pour
autant qu'il fasse preuve de la prudence nécessaire au vu de sa
mission d'intérêt général et pour autant qu'il ne viole pas les lois en
vigueur comme, par exemple, l'incitation à la haine. Ainsi, selon le
principe de la liberté d'expression, il n'est donc pas défendu à
l'Exécutif de prendre des positions pour autant qu'il respecte les lois.
Je ne peux pas lui dire qu'il doit se limiter au temporel.
31.03 Denis Ducarme (MR): Merci pour votre réponse, monsieur le
ministre. Vous pensez bien qu'avant de poser cette question, j'ai
consulté l'ensemble des éléments législatifs qui fondent et qui
reconnaissent cet organe. J'ai pu constater que ceux-ci étaient limités
à la gestion du temporel du culte. Le fait d'avoir des convictions,
qu'elles soient pro-palestiniennes ou pro-israéliennes, c'est très bien.
Mais je m'étonne, que lors d'une manifestation clairement pro-
palestinienne, l'appel de l'Exécutif des Musulmans de Belgique soit
fondé finalement sur une base religieuse.
Qui s'exprime? Qui appelle à manifester, même sereinement? C'est
l'Exécutif des Musulmans de Belgique. Est-ce vraiment son rôle de
prendre position, d'appeler à la mobilisation dans le cadre d'un conflit
qui se passe à des milliers de kilomètres d'ici entre Israël et le
Hamas?
A priori, je ne le crois pas. Je me demande si, dans ce cadre-là, on ne
devrait pas veiller à clarifier un certain nombre des missions qui lui
sont dévolues. Ou alors j'apprécierais de voir cet Exécutif aussi
s'exprimer à l'encontre d'un certain nombre d'appels d'Al-Qaïda ou Al-
Qardawi.
J'apprécierais également de le voir prononcer un certain nombre de
condoléances dans le cadre des attentats de Londres, de Madrid ou
de Casablanca. Or je n'ai jamais entendu l'Exécutif des Musulmans
de Belgique prendre position sur une question internationale, sauf
cette fois-ci pour appeler à mobiliser pour un camp. Je le regrette.
Je crois que nous avons ici un élément qui devra, monsieur le
ministre, peut-être nous interpeller compte tenu des crises
successives que nous avons constatées au sein de cet Exécutif des
Musulmans de Belgique.
Nulle part, en termes d'expression publique, on ne trouve dans les
textes fondateurs de l'Exécutif des Musulmans de Belgique de
précisions par rapport aux compétences de cet Exécutif à s'exprimer
sur des questions internationales.
Il conviendrait peut-être de fixer une limite.
31.03 Denis Ducarme (MR): Wie
heeft tot een betoging, hoe sereen
ook, opgeroepen? Het Executief
van de Moslims van België. Is het
echt de rol van dit orgaan om de
bevolking ertoe op te roepen op
straat te komen in het kader van
een conflict tussen Israël en
Hamas? Ik dacht het niet. Ik vraag
me af of we niet beter een aantal
opdrachten van het Executief
zouden verduidelijken. Anders zou
ik het Executief ook graag horen
protesteren
tegen
bepaalde
oproepen van Al-Qaeda of Al-
Qaradawi, of zou ik het graag zijn
deelneming horen betuigen aan de
nabestaanden van de slachtoffers
van de aanslagen in Londen,
Madrid of Casablanca. Ik heb het
Executief van de Moslims van
België echter nog nooit een
standpunt horen innemen over
een
internationale
aangelegenheid, behalve deze
keer dus. Ik betreur dat.
Er zou misschien een limiet
moeten worden vastgelegd.
31.04 Stefaan De Clerck, ministre: Cher collègue, je dois rencontrer
prochainement les représentants de l'Exécutif musulman. J'aborderai
cette question avec eux. En effet, j'ai lu la réponse, mais je me
31.04 Minister Stefaan De Clerck:
Ik zal deze kwestie aankaarten
tijdens mijn volgende ontmoeting
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
83
demande comment il faut interpréter la mission définie par la loi. Leur
mission est spécifique. Il y a séparation entre la religion en tant que
telle et les affaires.
En tout cas, suite à votre intervention, j'ai décidé de réétudier le
dossier et ­ je le répète ­ d'aborder ce point avec les représentants
de cet Exécutif.
met de vertegenwoordigers van de
Moslimexecutieve. Ik heb het
antwoord gelezen, maar ik vraag
me af hoe de door de wet
omschreven
opdracht
moet
worden geïnterpreteerd. Er is een
scheiding tussen de godsdienst
als dusdanig en de zaken. Ik zal
het
dossier
zeker
opnieuw
bestuderen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
32 Questions jointes de
- Mme Clotilde Nyssens au ministre de la Justice sur "l'état du greffe à la prison de Forest" (n° 9963)<br>- M. Georges Dallemagne au ministre de la Justice sur "la vétusté des bâtiments de la prison de
Forest" (n° 10029)
32 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Justitie over "de toestand op de griffie van de
gevangenis van Vorst" (nr. 9963)
- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Justitie over "de verouderde staat van de
gebouwen van de gevangenis van Vorst" (nr. 10029)
La présidente: La question de M. Dallemagne est reportée.
32.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, voici quelques semaines, je me suis rendue à la prison de
Forest pour me renseigner sur les conditions de travail du personnel,
et plus particulièrement du greffe. À l'occasion de cette visite, j'ai
rencontré la direction avec mon collègue Dallemagne. Cela m'a
permis de visualiser les étapes de la procédure pratiquée en cas
d'appel par un détenu.
Il apparaît de toute évidence que le cheminement de l'acte d'appel
depuis la cellule du détenu jusqu'à sa transmission au parquet sur la
base d'une procédure réglementée par des usages peut être
amélioré. Les conditions dans lesquelles le greffe de la prison est
amené à travailler me semblent extrêmement difficiles: le personnel
est peu nombreux; la formation de base des employés, voire des ex-
agents pénitentiaires, est lacunaire voire inexistante; la rotation du
personnel est extrêmement rapide.
De plus, les outils de communication entre le greffe et le parquet sont
inadéquats. Le parcours de l'acte d'appel est jalonné de nombreuses
étapes et pose question.
À l'occasion d'un cas concret, je vous poserai des questions
générales.
La procédure "pratico-pratique" pour faire appel est-elle identique
dans toutes les prisons ou bien chaque prison décide-t-elle de la
marche à suivre?
Cette procédure interne, si différente soit-elle éventuellement d'une
prison à l'autre, ne mérite-t-elle pas d'être revue ou, à tout le moins,
analysée par votre département?
Plus spécifiquement, le personnel du greffe de Forest m'a donné
32.01 Clotilde Nyssens (cdH): Na
mijn ontmoeting met de directie
van de gevangenis van Vorst blijkt
dat de weg die de akte van hoger
beroep volgens een op het gebruik
gebaseerde
procedure
moet
afleggen van de cel van de
gevangene tot de overdracht aan
het parket, voor verbetering
vatbaar is. De griffie van de
gevangenis moet in moeilijke
omstandigheden werken: weinig
personeel, gebrekkige of helemaal
geen basisopleiding voor de
bedienden,
zeer
groot
personeelsverloop. Bovendien zijn
de
middelen
voor
de
communicatie tussen de griffie en
het parket niet aangepast.
Geldt in alle gevangenissen
diezelfde
praktijk
voor
de
beroepsprocedure? Moet een en
ander niet herzien worden?
Ik heb de indruk dat het personeel
van de griffie van Vorst een
bijzonder
zware
taak
moet
vervullen.
Het
gaat
om
laagopgeleid personeel, dat mij
dunkt evenwel zeer waakzaam is
en nauwgezet werkt, maar moet
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
84
l'image d'employés se consacrant à une tâche excessivement lourde.
Ce personnel peu formé me donne l'impression d'être très vigilant et
consciencieux, mais avec les moyens du bord. Quand je pense qu'un
ex-agent pénitentiaire doit manoeuvrer la procédure pénale comme s'il
était avocat, je n'aimerais pas être à sa place, tant ses responsabilités
sont écrasantes.
Je voudrais savoir si, de manière précise, vous pouvez examiner le
cadre du personnel de la prison de Forest, la façon de le combler et la
possibilité d'y placer des travailleurs qui en ont les compétences ou
leur donner la formation. Une formation bilingue ne gâcherait rien, car
je vous assure que, dans ce greffe, outre le français et le néerlandais,
on y parle toute les langues. De plus, j'ai eu une excellente
impression de la volonté de la direction de Forest de mener sa
mission à bien.
Au-delà de ce cas spécifique et des conditions de travail du greffe,
l'équipe de la direction avait le besoin de s'exprimer. Ce fut l'occasion
pour elle d'expliquer les problèmes qu'elle vit non seulement au
niveau du bâtiment mais aussi du fonctionnement. Cette visite n'a,
certes, pas été inutile.
Outre cette affaire particulière, qui fait l'objet d'une procédure
disciplinaire, avez-vous pris conscience de la nécessité de demander
aux directions de prison de revoir ou d'améliorer la procédure pour
faire acte d'appel?
roeien met de riemen die het
heeft.
Kunt u een onderzoek laten
instellen
naar
de
personeelsformatie
in
de
gevangenis van Vorst, de wijze
waarop ze ingevuld wordt en de
mogelijkheid om er werknemers te
plaatsen die er de capaciteiten
voor hebben of ze er de opleiding
voor te geven?
De directieploeg heeft ook haar
mening te kennen gegeven over
de problemen die ze heeft met het
gebouw en de werking.
Bent u zich naast die zaak,
waaraan
een
tuchtonderzoek
wordt aan gewijd, ook bewust van
de
noodzaak
om
aan
de
gevangenisdirecties te vragen de
verklaringen van hoger beroep te
herzien?
32.02 Stefaan De Clerck, ministre: Madame Nyssens, en ce qui
concerne les procédures pour faire appel dans les prisons, je peux
vous dire ce qui suit.
33.02 Minister Stefaan De Clerck:
Wat de procedures voor hoger
beroep in de gevangenissen
betreft, kan ik u het volgende
zeggen:
De verklaringen van hoger beroep of van voorziening in verbreking
van gedetineerden of van geïnterneerde personen, worden geregeld
door de wet van 28 juli ' 93.
Les déclarations d'appel ou de
recours
en
cassation
des
personnes détenues ou internées
sont réglées par la loi du 28 juillet
1893.
Pour être clair et plus précis: 1893.
Cette loi stipule que les déclarations sont faites auprès des directeurs
des établissements pénitentiaires ou de leurs délégués. Des procès-
verbaux de ces déclarations sont dressés dans un registre établi à cet
effet. Le directeur en avise immédiatement le greffier du tribunal ou
de la cour qui a rendu la décision attaquée et lui transmet dans les
vingt-quatre heures une expédition du procès-verbal. Des instructions
relatives à la méthode de déclaration sont reprises dans les
circulaires ministérielles du 20 novembre 1974 et du 19 janvier 1987.
Les modèles de procès-verbaux sont impératifs et s'appliquent à tous
les établissements pénitentiaires. Ils sont signés par le détenu et par
le chef du greffe de la prison. L'expédition du procès-verbal est signée
par le directeur. Le maillon faible de la procédure se situe dans la
phase antérieure à la rédaction du procès-verbal, c'est-à-dire entre le
moment où le détenu fait savoir à son agent pénitentiaire qu'il veut
faire une déclaration d'opposition, d'appel ou de cassation, et le
moment où le greffier de l'établissement pénitentiaire rédige
réellement l'acte. En pratique, les établissements pénitentiaires
De wet bepaalt dat de verklaringen
afgelegd worden bij de directeurs
van de strafinrichtingen of hun
vertegenwoordigers.
Van
die
verklaringen wordt proces-verbaal
opgemaakt
in
een
daartoe
bestemd register. De directeur
brengt de griffier van de rechtbank
of het hof dat de aangevochten
uitspraak deed onmiddellijk op de
hoogte van de verklaring en
bezorgt hem binnen vierentwintig
uur een afschrift van het proces-
verbaal.
De zwakke schakel van de
procedure situeert zich in de fase
die voorafgaat aan het opmaken
van het proces-verbaal, meer
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
85
utilisent à cet effet un formulaire ou un registre ou les deux, transmis
au greffier de la prison par une ou plusieurs personnes intermédiaires.
Cette procédure diffère selon la prison. L'application pratique de cette
procédure est une compétence des directeurs de prison. En pratique,
c'est cette partie de la procédure d'appel qui s'avère la plus
vulnérable.
Après l'incident de Forest, concernant Hassan Iasir, mon
prédécesseur a directement donné des ordres au directeur général
des établissements pénitentiaires afin d'établir un projet visant à une
amélioration et à une informatisation des procédures d'appel. Un
groupe de travail, au sein de l'administration pénitentiaire, est
actuellement en train de préparer de nouvelles instructions pour les
prisons. Une rencontre entre les responsables du service ICT du
département a également eu lieu, afin d'installer un outil informatique
qui remplacerait l'actuel système des cahiers. Il a été demandé au
Collège des PG, également concerné, de formuler des propositions
afin d'uniformiser les procédures.
Le cadre administratif de chaque prison est déterminé. L'attribution
interne des collaborateurs administratifs aux différents services
pénitentiaires tels que greffe, comptabilité, service du personnel etc.,
est faite par le directeur de la prison. À Forest, on déplore en ce
moment un manque de personnel du cadre évalué à 2,3 équivalents
temps plein.
Il s'agit surtout d'un manque d'experts financiers. Normalement,
chaque membre reçoit une formation dans le cadre des
établissements pénitentiaires au début de sa carrière. Le suivi des
formations de chaque collaborateur est cadré dans le système de
cercles de développement. Régulièrement, des journées d'étude sont
organisées pour les agents des greffes des prisons par les services
SIDIS de l'administration centrale. Le recrutement des agents dépend
quant à lui entièrement des règles du Selor qui est le bureau de
recrutement de l'État.
Les membres du personnel qui travaillent dans des prisons
bruxelloises font souvent, rapidement après leur entrée en service,
une demande de mutation vers un établissement plus proche de leur
domicile. Tout est mis en oeuvre pour garantir la stabilité au sein du
greffe. Pour ce qui concerne les contacts entre la police et le parquet,
il est de la responsabilité des directeurs de prison de se mettre en
contact avec les instances et d'établir une communication adéquate.
Je crois qu'il est tout à fait hors du temps qu'il n'y ait pas encore de
méthodologie simple pour prendre acte de cette décision d'appel, de
cassation, etc. et pour informer rapidement toute la chaîne. Même les
restaurants ont trouvé un système pratique de prise des commandes!
J'ai demandé à ce que l'on mène une étude approfondie pour
introduire une technologie simple et efficace qui permettrait d'éviter de
telles fautes.
bepaald tussen het moment dat de
gedetineerde aan zijn penitentiair
beambte laat weten dat hij een
verklaring van verzet, hoger
beroep of cassatieberoep wenst in
te dienen, en het moment dat de
griffier van de strafinrichting de
akte opmaakt. Die procedure is in
elke gevangenis verschillend, en
voor de praktische toepassing
ervan zijn de gevangenisdirecteurs
bevoegd.
Na het incident in Vorst beval mijn
voorganger de directeur-generaal
Penitentiaire
Inrichtingen
onmiddellijk een ontwerp uit te
werken dat ertoe strekte de
beroepsprocedures te verbeteren
en
te
automatiseren.
Een
werkgroep bij de penitentiaire
administratie werkt nu aan nieuwe
instructies voor de gevangenissen.
Er vond ook een bijeenkomst
plaats met de verantwoordelijken
van de ICT-dienst van het
departement
teneinde
een
programma te installeren ter
vervanging
van
het
huidige
boekensysteem. Het College van
procureurs-generaal, dat hier ook
bij betrokken is, werd verzocht
voorstellen te doen om de
procedures te uniformeren.
De
administratieve
personeelsformatie
van
elke
gevangenis ligt vast. De directeur
van de gevangenis kent de
administratieve
medewerkers
intern
toe
aan de diverse
gevangenisdiensten. In Vorst is er
momenteel
helaas
een
personeelstekort dat geraamd
wordt op 2,3 voltijdequivalenten.
Er is vooral een tekort aan
financiële
deskundigen.
Normalerwijze
krijgt
elk
personeelslid bij het begin van zijn
loopbaan een opleiding in de
penitentiaire inrihtingen.
De follow-up van de opleidingen
van elke medewerker gebeurt in
het
kader
van
de
ontwikkelingscirkels.
Daarnaast
worden er voor de beambten van
de griffies van de gevangenissen
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
86
studiedagen georganiseerd door
de diensten van het hoofdbestuur
die bevoegd zijn voor SIDIS. De
aanwerving van de ambtenaren is
volledig in handen van Selor.
De personeelsleden die in de
Brusselse gevangenissen werken,
vragen vaak al kort na hun
indiensttreding een overplaatsing
aan naar een strafinrichting dichter
bij huis. We doen al het mogelijke
om de continuïteit bij de griffie te
waarborgen. Ten slotte behoort
het tot de verantwoordelijkheid van
de
gevangenisdirecteurs
om
contact op te nemen met de
instanties en om een vlotte
communicatie tot stand te brengen
tussen de politie en het parket.
Ik heb de opdracht gegeven om
een grondige studie uit te voeren
met de bedoeling een eenvoudige
en doeltreffende methode uit te
werken om ervoor te zorgen dat
alle
betrokkenen
op
de
verschillende niveaus snel kennis
kunnen nemen van beslissingen
om beroep, cassatieberoep, enz.
aan te tekenen.
32.03 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, je constate que
votre prédécesseur a pris le taureau par les cornes! Il a institué les
groupes de travail et la réflexion en vue d'une révision de la procédure
pour aboutir à un parcours moderne. Vous-même m'avez rappelé la
loi de 1893! Je ne manquerai pas de la lire. Cela en devient presque
excitant!
Lorsque l'on voit, de visu, dans la prison, le parcours que doit suivre
cet acte d'appel, c'est hallucinant! Cela vaut le coup d'y passer une
heure pour s'en rendre compte: depuis la parole du détenu qui dit au
gardien: "Chef, je souhaite faire appel" jusqu'à la notification au
parquet. Il y a plusieurs cahiers, clés, etc. C'est une véritable chaîne!
Au vu du système actuel, c'est un miracle qu'il n'y ait pas davantage
de cas. Cela pourrait arriver tous les jours!
Je suis également impressionnée par la compétence des personnes
qui sont au greffe. Ce sont des ex-agents qui connaissent mieux la
procédure pénale que nous et ce, quasi dans toutes les langues. Je
leur tire mon chapeau! Attendez-vous, monsieur le ministre, à d'autres
histoires similaires!
32.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Uw voorganger had een aantal
werk- en reflectiegroepen in het
leven geroepen, die de procedure
zouden herzien en op een
moderne leest zouden schoeien.
Wanneer men de visu vaststelt
welk traject de akte van hoger
beroep in de gevangenis moet
afleggen, is dat een hallucinant
schouwspel. Er zijn zo veel
schakels! Het mag een wonder
heten dat er zich in het kader van
de huidige regeling niet meer
problemen hebben voorgedaan.
Ik was ook onder de indruk van de
bekwaamheid
van
het
griffiepersoneel. Het gaat om ex-
beambten die beter op de hoogte
zijn
van
de
strafrechtelijke
procedure dan wij, en dit in bijna
alle talen. Hoedje af! Ik moet u
evenwel waarschuwen: dit is zeker
niet het laatste geval!
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
87
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
33 Question de M. Denis Ducarme au ministre de la Justice sur "les actes antisémites sur notre
territoire depuis le début du conflit dans la bande de Gaza" (n° 10039)
33 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de minister van Justitie over "de anti-semitische daden in
ons land sinds het begin van het conflict in de Gazastrook" (nr. 10039)
33.01 Denis Ducarme (MR): Madame la présidente, comme le
ministre l'a dit, de très nombreux dégâts ont été occasionnés durant
cette manifestation. Ainsi, quinze voitures ont été dégradées et les
vitres de l'administration flamande ont été brisées.
En ce qui concerne la présence du MR, comme un collègue en
parlait, je précise que le MR est le seul parti à ne pas avoir appelé à
manifester. J'ajoute que le seul représentant de mon parti, présent à
titre personnel, n'est pas la personne qui a brisé les vitres de
l'administration flamande!
Monsieur le ministre, j'ai déjà interrogé votre collègue, le ministre de
l'Intérieur, mardi dernier, au sujet des débordements antisémites qui
ont eu lieu durant la manifestation du 11 janvier à Bruxelles ainsi que
concernant d'autres actes de même nature intervenus depuis le début
du conflit entre Israël et le Hamas dans la bande de Gaza. Je pense
aux synagogues de Charleroi, d'Anvers et de Bruxelles. Les exemples
sont nombreux.
Il s'avère clairement ­ l'hebdomadaire francophone de renom "Le
Vif/L'Express" a d'ailleurs fait une analyse importante de la question
dans son numéro de cette semaine ­ que nous nous retrouvons,
aujourd'hui, face à une recrudescence d'actes antisémites en
Belgique.
Par rapport à de tels agissements, nous disposons d'un "gardien", à
savoir le Centre pour l'égalité des chances.
Monsieur le ministre, je voudrais vous interroger sur les initiatives du
Centre en termes de dépôts de plaintes. Combien de plaintes ont-
elles été déposées depuis le début de ces divers débordements? Et si
d'aventure le Centre pour l'égalité des chances n'avait pas pris
d'initiative à cette occasion, envisagez-vous d'avoir recours à votre
pouvoir d'injonction?
33.01 Denis Ducarme (MR):
Tijdens de betoging van 11 januari
te Brussel, werd heel wat schade
aangericht: 15 wagens werden
beschadigd en de ruiten van de
Vlaamse
administratie
sneuvelden.
De MR is de enige partij die niet
opgeroepen had tot een betoging.
De enige vertegenwoordiger van
mijn partij, die ter persoonlijke titel
aanwezig
was,
heeft
niet
meegedaan aan het ingooien van
de ruiten van de Vlaamse
administratie.
Ik
heb
de
minister
van
Binnenlandse
Zaken
al
ondervraagd
over
de
antisemitische
uitbarstingen
tijdens die betoging en andere
daden van dezelfde aard sinds het
begin van het conflict tussen Israël
en Hamas in de Gazastrook. We
hebben opnieuw te maken met
heroplaaiend antisemitisch gedrag
in België.
Voor dat soort gedrag hebben we
een "bewaker": het Centrum voor
gelijkheid van kansen. Ik zou u
dus willen ondervragen over de
initiatieven van het centrum in die
context. Hoeveel klachten werden
ingediend sinds het begin van die
diverse ontsporingen? Het
Centrum heeft naar aanleiding van
die gebeurtenissen geen initiatief
genomen, bent u van plan het een
injunctie in die zin te geven?
33.02 Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, il paraît que ce n'est pas la première fois que vous posez
une question concernant les démarches du Centre pour l'égalité des
chances et la lutte contre le racisme suite aux incidents antisémites
qui se sont récemment produits.
Une autre question avait trait aux propos du stand up comedian
Philippe Geubels.
33.02 Minister Stefaan De Clerck:
Het is niet de eerste keer dat u
een
vraag
stelt
over
de
benaderingswijze van het Centrum
voor gelijkheid van kansen en voor
racismebestrijding naar aanleiding
van de antisemitische incidenten.
Het Centrum voor gelijkheid van
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
88
kansen en voor racisme en
antisemitismebestrijding,
verspreidt
in
principe
geen
informatie over lopende zaken.
33.03 Denis Ducarme (MR): En fait, c'est M. Crucke qui a posé la
question. Par conséquent, je n'ai pas voulu vous poser deux fois la
même question.
33.04 Stefaan De Clerck, ministre: Effectivement, cette question a
déjà été traitée.
Cela dit, je ne peux que répéter que le Centre pour l'égalité des
chances et la lutte contre le racisme et l'antisémitisme ne divulgue, en
principe, pas d'information sur les affaires courantes. Il faut noter que
ce Centre a été fondé en vertu de l'acte constitutif du 15 février 1993
auprès du premier ministre.
Ce Centre ne relève donc pas des compétences du ministre de la
Justice. En résumé, aucune communication n'est prévue dans le chef
de ce centre. De plus, si des problèmes se posent à son égard, c'est
au premier ministre, M. Van Rompuy, qu'il faudra poser des
questions. Je m'excuse pour la brièveté de ma réponse.
33.04 Minister Stefaan De Clerck:
Dit Centrum valt dus buiten de
bevoegdheid van de minister van
Justitie. Er valt geen mededeling
te verwachten in hoofde van het
Centrum.
Als
er
trouwens
problemen
zouden
zijn
met
betrekking tot het Centrum, moet u
uw vragen richten aan premier
Van Rompuy.
33.05 Denis Ducarme (MR): Voilà qui est clair. Pour la législation
sur les discriminations, je crois que vous avez un pouvoir d'injonction
sur le Centre pour l'égalité des chances. Votre prédécesseur en avait
un, en tout cas. Mme Milquet est ministre de l'Égalité des chances
mais ne dispose pas de lien avec le Centre. Vous me dites que je dois
consulter M. Van Rompuy. Pour votre information, le ministre de
l'Intérieur nous a indiqué en commission la semaine dernière que
seize plaintes concernant des actes antisémites avaient été déposées
par le Centre pour l'égalité des chances. J'irai vérifier cela auprès de
M. Van Rompuy.
33.05 Denis Ducarme (MR): Wat
de discriminatiewetgeving betreft,
beschikt u over een injunctierecht
ten aanzien van het Centrum.
Vorige week wist de minister van
Binnenlandse Zaken te melden dat
het Centrum 16 klachten had
ingediend wegens antisemitische
daden. Ik zal dit dan ook nagaan
bij de heer Van Rompuy.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
34 Questions jointes de
- M. Xavier Baeselen au ministre de la Justice sur "la double évasion de détenus au Palais de Justice
de Bruxelles" (n° 10149)
- M. Michel Doomst au ministre de la Justice sur "l'évasion de deux détenus du Palais de Justice de
Bruxelles" (n° 10160)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "l'évasion de deux détenus" (n° 10162)
- Mme Carina Van Cauter au ministre de la Justice sur "l'évasion de deux détenus du palais de justice
de Bruxelles" (n° 10195)
- Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "l'évasion de deux détenus du Palais de Justice de
Bruxelles" (n° 10293)
- M. Jean-Luc Crucke au ministre de la Justice sur "des salles d'audience à proximité des prisons"
(n° 10296)
- M. Stefaan Van Hecke au ministre de la Justice sur "les évasions récentes de détenus de certains
palais de justice" (n° 10311)
- M. Bart Laeremans au ministre de la Justice sur "la nouvelle évasion de deux détenus" (n° 10315)
- M. Raf Terwingen au ministre de la Justice sur "l'évasion de détenus" (n° 10327)
- Mme Els De Rammelaere au ministre de la Justice sur "l'évasion de détenus" (n° 10328)
34 Samengevoegde vragen van
- de heer Xavier Baeselen aan de minister van Justitie over "de ontsnapping van twee gedetineerden
uit het Justitiepaleis van Brussel" (nr. 10149)
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
89
- de heer Michel Doomst aan de minister van Justitie over "de ontsnapping van twee gevangenen uit
het Justitiepaleis te Brussel" (nr. 10160)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de ontsnapping van twee gedetineerden"
(nr. 10162)
- mevrouw Carina Van Cauter aan de minister van Justitie over "de ontsnapping van twee
gedetineerden uit het Brussels justitiepaleis" (nr. 10195)
- mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "de ontsnapping van twee gevangenen uit
het Justitiepaleis te Brussel" (nr. 10293)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Justitie over "rechtszalen in de buurt van de
gevangenissen" (nr. 10296)
- de heer Stefaan Van Hecke aan de minister van Justitie over "de recente ontsnappingen van
gedetineerden uit justitiepaleizen" (nr. 10311)
- de heer Bart Laeremans aan de minister van Justitie over "de nieuwe ontsnapping van twee
gedetineerden" (nr. 10315)
- de heer Raf Terwingen aan de minister van Justitie over "de ontsnapping van gevangenen"
(nr. 10327)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de minister van Justitie over "de ontsnapping van gevangenen"
(nr. 10328)
De voorzitter: De heer Stefaan Van Hecke heeft echter als eerste het woord.
34.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, ik
dank de collega's hiervoor. Ik moet dringend weg aangezien ik moet
babysitten. Ik zal het antwoord niet kunnen afwachten. Ik zal het lezen
in het integraal verslag.
Mijnheer de minister, ik heb vorige week al gezegd dat u uw entree
niet hebt gemist, met opnieuw een aantal ontsnappingen uit
gevangenissen. Het herinnert aan een tiental jaren geleden.
We mogen er echter geen grapjes over maken. Dit is ernstig. Dit mag
eigenlijk niet gebeuren. Ik heb gisteren de beelden op RTBF gezien
van hoe de situatie in Luik is waar gedetineerden uit een celwagen
moeten komen buiten het justitiepaleis. Dat zorgt natuurlijk voor een
aantal problemen.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Wat kunt u daaraan
concreet doen? De justitiepaleizen zijn hier en daar een zwakke
schakel in de bewaking van gevangenen bij de overbrenging. Welke
maatregelen werden de laatste tijd genomen of zullen nog worden
genomen om de veiligheidssituatie te verbeteren?
Werd ook onderzocht wat de precieze gebreken zijn in de procedures
die nu worden gehanteerd? Wat zijn de oorzaken van dergelijke
ontsnappingen?
34.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-
Groen!): Je dois partir et je ne puis
pas attendre la réponse.
Le ministre n'a pas raté son
entrée. Une fois encore, plusieurs
détenus se sont échappés. Le fait
qu'à Liège, des détenus doivent
sortir du fourgon cellulaire à
l'extérieur du palais de justice, est
évidemment
une
source
de
problèmes.
Quelles mesures le ministre
prendra-t-il dans la pratique pour
améliorer
les
conditions
de
sécurité dans les palais de justice
et à proximité?
34.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik
dank op mijn beurt de collega's. Ik moet in de gemeenteraad
aanwezig zijn om 19.00 uur en zal dus ook het antwoord niet kunnen
afwachten. Ook ik zal het lezen in het integraal verslag.
De feiten zijn belangrijk. Zware criminelen die op een dergelijke
manier ontsnappen, wapens die worden binnengesmokkeld in een
justitiepaleis, rechters die worden bedreigd en op de grond moeten
gaan liggen, dat is allemaal bijzonder spectaculair en
betreurenswaardig.
Ik lees ook dat de metaaldetectoren niet werken, dat de deuren van
34.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je ne puis pas attendre
non plus, je dois être au conseil
communal à 19 h.
Des
criminels
dangereux
s'évadent,
des
armes
sont
introduites dans les palais de
justice et des menaces sont
proférées contre des juges. Ces
faits ne sont pas à prendre à la
légère.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
90
de kamer van inbeschuldigingstelling zomaar open en dicht kunnen
en dat men daar zomaar binnen kan. Dat is allemaal vrij hallucinant.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Klopt het dat de
veiligheidsagenten ongewapend waren? Vindt u dat normaal? Dragen
zij wapens in welbepaalde gevallen of nooit? Wat is de procedure
voor het al of niet dragen van wapens?
Hoe reageert u op de heel terechte protestactie van de
veiligheidsagenten?
Kunt u wat meer vertellen over de feiten in Brussel en in Luik? Ik heb
er een vraag aan toegevoegd over Luik, maar ik zal niet herhalen wat
daarnet reeds werd gesteld.
Is er ondertussen ook meer geweten over de personen zelf? Zijn ze
nog allemaal voortvluchtig? Heeft men de nodige inspanningen
geleverd om hen opnieuw te vatten?
Werd een onderzoek verricht naar fouten of naar eventuele
medeplichtigheid van rechtbankpersoneel? Ook dat is immers
belangrijk.
Est-il exact que les agents de
sécurité n'étaient pas armés?
Quelle est la procédure en la
matière? Comment le ministre va-
t-il réagir à l'action de protestation
des agents de sécurité? Peut-il
fournir des précisions sur les faits
qui se sont produits à Bruxelles et
à Liège? Les évadés sont-ils
toujours dans la nature? Une
enquête a-t-elle été ouverte à
propos de possibles erreurs du
personnel des tribunaux, voire de
complicités?
34.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik begin met mijn vragen aangezien de situatie
al werd geschetst.
Het is duidelijk dat veiligheidsagenten in de regel niet gewapend zijn.
Dat is wettelijk zo geregeld. In deze stel ik echter toch een aantal
vragen. Vluchtgevaarlijke gedetineerden worden volgens de
voorgeschreven
procedure
begeleid
door
gewapende
politieambtenaren. Stonden de betrokkenen niet gekend als zijnde
vluchtgevaarlijke gedetineerden?
Welke procedure werd gevolgd? Hoe maakt men dat onderscheid?
Werd de procedure voorgeschreven bij de overbrenging gevolgd?
We hebben in de pers vernomen dat u onmiddellijk hebt gereageerd,
dat er overleg werd gepleegd om deze procedure nog veiliger te
maken zodat een en ander in de toekomst kan worden vermeden, en
dat er bijkomende veiligheidsmaatregelen zouden worden genomen
met betrekking tot de justitiepaleizen. Indien dat inderdaad het geval
is, verneem ik graag welke.
34.03 Carina Van Cauter (Open
Vld): La loi dispose que les agents
de sécurité ne sont pas armés,
mais il est exact que des détenus
susceptibles de s'évader doivent
être accompagnés par des agents
de police armés. Est-ce à dire que
les
intéressés
n'étaient
pas
considérés comme tels?
La procédure en matière de
transfèrement a-t-elle été suivie?
Le ministre a dit vouloir améliorer
la sécurité des procédures. Quels
sont exactement ses projets?
34.04 Michel Doomst (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik denk dat het in de incidentenmaatschappij waarbij een
dergelijke gebeurtenis duizendmaal wordt uitvergroot, geen goede
zaak is voor Justitie als we dit nog een aantal keer moeten
ondergaan. Uiteraard blijkt hieruit dat de infrastructuur, waarop
mensen een beroep moeten doen, voorbijgestreefd is. Daarom is het
belangrijk om een en ander aan te passen en bijgevolg ook op
budgettair vlak prioritair te maken. Alles kan natuurlijk niet worden
voorzien.
Is het de courante gang van zaken dat dit door ongewapende
veiligheidsagenten wordt begeleid? Moeten we dit in de toekomst niet
veranderen? Hoe is intussen de stand van zaken van degenen die de
biezen namen?
34.04 Michel Doomst (CD&V):
Ces incidents montrent que
l'infrastructure n'est plus adaptée.
Je crois que la rénovation de
l'infrastructure devra être une
priorité budgétaire.
De
tels
détenus
sont-ils
habituellement escortés par des
agents de sécurité non armés? Ne
faudrait-il pas revoir cette règle?
Les fugitifs ont-ils déjà été repris?
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
91
34.05 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minster, het voordeel is natuurlijk wanneer er tweemaal twee
gevangenen ontsnappen in eenzelfde week, u daar maar één vraag
over krijgt want alles wordt samengevoegd.
Mijn vraag betrof vooral het Luikse verhaal, dat nu wordt
samengevoegd met het Brusselse verhaal, al is dat geen probleem.
Als er wat moet gebeuren, heeft dit natuurlijk vooral een budgettaire
impact. Quid in dat verband? Meer en beter bewapend personeel is
wenselijk, wat ook een budgettair verhaal is.
Ik hou mijn hart ten slotte vast als er volgende week weer iemand met
een helikopter probeert te ontsnappen. De oppositie kan dan
opwerpen dat het probleem zich al heeft gesteld en dat er sindsdien
nog niets werd gedaan aan de anti-helikopterbeveiliging die voorzien
was in het masterplan.
34.05 Raf Terwingen (CD&V):
Quand on assiste à deux évasions
de détenus en une seule semaine,
il est clair qu'il faut agir. Cela aura
bien sûr un impact sur le budget.
Quelles précisions le ministre
peut-il fournir à cet égard?
Je crois qu'il est nécessaire d'avoir
des effectifs de sécurité plus
nombreux et mieux armés. Entre-
temps, rien n'a été fait non plus en
ce qui concerne la protection
contre les évasions par hélicoptère
prévue par le Masterplan.
34.06 Els De Rammelaere (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, de problematiek is hier reeds ruimschoots geschetst.
Twee ontsnappingen in een week, in Luik en in Brussel. Nu blijkt dat
deze problematiek een oud zeer is, dat het al jaar en dag bekend is,
vraag ik mij af wat er in het verleden werd ondernomen om de
veiligheid te verhogen en te waarborgen bij het overbrengen van
gedetineerden naar de justitiepaleizen? Wat schort er eigenlijk juist
aan vandaag? Welke maatregelen zal u op korte termijn nemen? U
kondigt in de pers aan dat u er de voorkeur aangeeft om
gedetineerden in de gevangenis te laten berechten om verdere
verplaatsingen te vermijden. Binnen welke termijn ziet u dit te
realiseren en welke middelen zijn daarvoor opzijgezet?
34.06 Els De Rammelaere (N-
VA): Les lacunes des mesures de
sécurité lors des transfèrements
de détenus vers les palais de
justice semblent connues depuis
un certain temps déjà. Quelles
mesures ont déjà été prises par le
passé pour renforcer la sécurité?
Á quels problèmes précis est-on
confronté aujourd'hui? Quelles
initiatives le ministre prendra-t-il à
court terme?
Le ministre a exprimé dans la
presse sa volonté de faire juger
les détenus à l'intérieur de la
prison. Dans quel délai sera-ce
possible et quels moyens y seront
consacrés?
34.07 Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, de feiten,
te Brussel. Ik zal het even herhalen, want het is belangrijk. Op
donderdag 15 januari waren er vier agenten van het veiligheidskorps
aanwezig voor twee aangehouden personen. Die aangehouden
personen worden aangeduid als zijnde groot risico. In elk geval heeft
een van de twee zo'n statuut.
Dans ce cas, on prévoit un agent supplémentaire. Quatre agents du
corps de sécurité étaient donc présents.
34.07
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Le jeudi 15 janvier,
quatre agents du corps de sécurité
escortaient
deux
personnes
arrêtées. L'une de ces deux
personnes
est
certainement
considérée comme un criminel à
haut risque.
Ils ont emprunté le couloir de sécurité vers la chambre des mises en
accusation, chambre à huis clos sécurisée, où doivent comparaître
les détenus escortés. Arrivés dans la salle, la porte est refermée
derrière les agents. Les avocats se trouvent dans un couloir différent
avec une autre porte d'accès que celle par laquelle sont entrés les
agents du corps de sécurité. Les détenus ont été démenottés pour
comparaître.
L'audience débute. Le greffier sort. Lorsqu'il rentre à nouveau, un
homme cagoulé et armé fait irruption et crie: "Tout le monde à terre!".
Ze begaven zich via de beveiligde
gang
naar
de
kamer
van
inbeschuldigingstelling, waar de
gedetineerden
moesten
verschijnen.
Bij hun aankomst in de zaal werd
de deur achter de agenten
opnieuw gesloten. De advocaten
bevonden zich in een andere
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
92
Un détenu s'est dirigé vers la personne armée et lui a demandé une
arme, qui lui est remise. Le détenu a menacé l'ensemble des
personnes présentes en leur demandant de se mettre à terre en les
injuriant. Pendant ce temps, l'autre détenu a rejoint les deux
personnes armées. Les agents ont hésité un instant et se sont
couchés à terre. Les trois hommes ont pris la fuite en prenant soin de
fermer la porte du couloir derrière eux. D'autres collègues sont arrivés
en renfort.
gang,
met
een
andere
toegangsdeur
dan
de
deur
waarlangs de agenten waren
binnengekomen.
Vervolgens
werden de gedetineerden van hun
handboeien
bevrijd
om
te
verschijnen. Daarop begon de
zitting. De griffier verliet de zaal.
Toen hij opnieuw binnenkwam,
drong er een gemaskerde en
gewapende man binnen. Die riep:
«Iedereen op de grond!». Een van
de gedetineerden ging naar de
gewapende man toe en vroeg om
een wapen, dat hem vervolgens
overhandigd
werd.
De
gedetineerde
bedreigde
de
aanwezigen en vroeg hun op de
grond te gaan liggen. Ondertussen
voegde de andere gedetineerde
zich bij de twee gewapende
mannen. De agenten gingen op de
grond liggen. De drie mannen
namen de vlucht en sloten de deur
van de gang achter zich. Andere
collega's schoten daarop te hulp.
De bewaking gebeurde door leden van het veiligheidskorps. De leden
van het veiligheidskorps dragen geen vuurwapens. Hun bewapening
bestaat uit een wapenstok en pepperspray. Zij beschikken eveneens
over handboeien. De risicoanalyse van de gedetineerde die wordt
overgebracht naar het gerechtsgebouw, wordt uitgevoerd door de
politie. Afhankelijk van het resultaat van de inschatting, in dit geval
categorie 1, op basis van de bekende gegevens, wordt het
veiligheidsniveau van het transport bepaald. Al naargelang het
aangehouden veiligheidsniveau doet hetzij het veiligheidskorps
samen met de politie, hetzij een speciaal team van lokale of federale
politie de overbrenging. Dat is verkeerd gelopen.
Er is uiteraard het protest vanwege het veiligheidskorps dat het werd
geconfronteerd met zo'n feitelijkheid. Het protest is begrijpelijk,
vandaar dat er onmiddellijk een overleg is opgestart met de
verantwoordelijke diensten. In een eerste tijd werd afgesproken dat er
voortaan gewapende politie zal patrouilleren in het gerechtsgebouw
en bovendien zal de deur van de kamer van inbeschuldigingstelling
voortaan op slot worden gedaan bij de aanvang van de zitting.
Nu kom ik tot de problematiek waar we misschien volgende week op
kunnen
terugkomen.
Ik
ben
van
oordeel
dat
in
de
gevangenisomgeving zelf er meer mogelijkheden moeten zijn voor de
raadkamer en de KI om ofwel zelf naar de gevangenis toe te gaan of
om via videoconferencing ­ dat moeten we verder nog bekijken ­
zware dossiers te behandelen, zodat we transporten zoals in Luik,
naar gerechtshoven, die daar niet op voorzien zijn, vermijden. Daar
moeten we in infrastructurele oplossingen voorzien. Ik vind dat dat
absoluut prioritair onderzoek verdient.
De gedetineerden hebben inderdaad gebruikgemaakt van een wapen
Les membres du corps de sécurité
ne sont pas armés mais disposent
d'une matraque, d'un spray de gaz
au poivre et de menottes. Le
niveau de sécurité du transport est
déterminé sur la base d'une
analyse des risques effectuée par
la police. En fonction de ce niveau,
le transfert est effectué par le
corps de sécurité et la police ou
par une équipe spéciale de la
police locale ou fédérale.
C'est cet aspect qui est à l'origine
du dérapage de la situation. Le
corps de sécurité se plaint à juste
titre d'avoir été placé devant un fait
accompli. Une première mesure
prise en réaction à ces faits a été
la décision que, désormais, la
police patrouillerait dans le palais
de justice et que la porte de la
chambre des mises en accusation
serait fermée à clé au début de la
séance.
Par ailleurs, j'estime qu'il convient
de réfléchir en priorité à la manière
d'éviter les transports vers les
palais de justice ainsi qu'à
l'opportunité de rapprocher la
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
93
dat is binnengeraakt. De controles op wapendrachten in de rechtbank
zijn niet efficiënt. Die controles zijn in bepaalde periodes wel gebeurd,
maar dat is dus niet volgehouden.
De gedetineerde diende te verschijnen voor de kamer van
inbeschuldigingstelling in het kader van een overval. Dat is overval op
overval, dat bestaat dus. Na de feiten is er uiteraard onderzoek en de
ontvluchters zijn tot hiertoe niet opgepakt. Er is nu verder onderzoek
en ik denk dat er wel met de politie de nodige schikkingen zullen
getroffen zijn en dat de politie meer betrokken zal blijven bij die zaken
dan vroeger het geval was.
Wat Luik betreft, bij het uitstappen van twaalf gedetineerden uit de
gevangeniswagen hebben twee gedetineerden zich onder het voertuig
laten glijden, en zo zijn zij ontsnapt. Die ontsnapping kon blijkbaar
gebeuren doordat twee koppels van gedetineerden zich konden
losmaken. Tijdens de overmeestering van twee gedetineerden
hebben de andere twee van de gelegenheid gebruikgemaakt om zich
onder het voertuig te laten glijden en te ontsnappen. Bij de
achtervolging kon een van hen terug worden opgepakt. Het is dus
juist dat op dit ogenblik nog één gedetineerde op de vlucht is. Alle
mogelijke maatregelen werden genomen en zijn signalement werd
uiteraard verspreid.
Na de gebeurtenis van afgelopen donderdag in Brussel werd er
onmiddellijk gereageerd door alle betrokkenen. De opgerichte
werkgroep zal nakijken hoe de veiligheid kan worden verhoogd. Ik wil
het accent in de toekomst meer leggen op meer infrastructurele
oplossingen, veeleer dan andere procedures te verbeteren. Intussen
zal de politie nog meer haar verantwoordelijkheid moeten nemen.
Thans zal ik het hebben over de helikoptertoestanden, aangezien
collega Terwingen daarover iets aankondigt. Er is een
antihelikopterbeveiliging aangebracht op de wandeling van de afdeling
hoge veiligheid van de gevangenis te Brugge. Die werd in eigen
beheer gerealiseerd door Justitie. De afdeling hoge veiligheid van
Lantin heeft een gesloten wandeling, waardoor het probleem zich
daar niet voordoet. Voor de andere instellingen onderzoekt de Regie
der Gebouwen op dit moment de mogelijkheid voor een
antihelikopterbeveiliging, gebaseerd op dezelfde technische vereisten
als Brugge.
Meerdere studies zijn uitgevoerd voor de plaatsing van
antihelikopternetten in de penitentiaire inrichtingen. De studies
resulteren echter in zeer uiteenlopende resultaten, wat de kostprijs
betreft, en in meerdere technische problemen. Daarom heeft men
eerst het pilootproject uitgevoerd. Dat is gebeurd in Brugge. De
wandelkoer voor dezelfde sectie is al opgelost. Op basis van de
resultaten en de bevindingen van het pilootproject te Brugge wordt nu
in samenspraak tussen de administratie en de Regie gewerkt aan een
toepassing en een uitvoering van een gelijke oplossing voor de
andere inrichtingen. Er is de intentie dat te realiseren in de loop van
2009.
Ook bij de nieuw te bouwen gevangenissen moet dit opnieuw een
aandachtspunt zijn van in het begin. Wij zullen dus moeten kijken op
welke manier wij een goede infrastructurele oplossing vinden voor de
zeven nieuwe instellingen.
chambre du conseil et la chambre
des mises en accusation des
détenus et de recourir à la
vidéoconférence.
Les détenus ont en effet utilisé
une arme. Le contrôle de la
présence d'armes dans le tribunal
est inefficace. Les détenus évadés
n'ont toujours pas été interceptés
à ce jour. Je suppose que des
dispositions seront prises avec la
police pour qu'elle soit davantage
impliquée dans ces affaires.
À Liège, un incident est survenu
au moment où douze détenus
devaient
sortir
du
fourgon
cellulaire.
Deux détenus se sont laissé
glisser sous le véhicule pendant
que deux autres étaient maîtrisés.
Les deux hommes ont pris la fuite
mais l'un des deux a été repris.
Après ces incidents, un groupe de
travail a été chargé de se pencher
sur l'amélioration de la sécurité. Je
souhaite qu'à l'avenir, on mette
davantage
l'accent
sur
les
solutions
ayant
trait
à
l'infrastructure. En attendant, la
police
devra
redoubler
de
vigilance.
À Bruges, un système de
protection contre les hélicoptères
équipe la promenade de la section
de haute sécurité de la prison. Le
problème ne se pose pas à Lantin,
où la promenade est couverte.
Pour les autres prisons, la Régie
des
Bâtiments
prépare
une
solution analogue à celle mise en
place à Bruges, qui fait figure de
projet-pilote.
Les
autres
établissements suivront, dans le
courant de 2009.
Pour les nouvelles prisons, il
conviendra de s'intéresser à cette
question dès le début.
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
94
34.08 Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Het is goed dat u snel hebt gereageerd. Uw
antwoord heeft echter een bijkomende vraag opgeroepen. U zegt dat
het veiligheidsrisico van de gevangenen door de politie wordt
ingeschaald. Er wordt geoordeeld in functie van de graad van gevaar
of er begeleiding is door de federale of de lokale politie.
Dat is nuttig en nodig. Begrijp ik het dan goed dat eens het
justitiepaleis bereikt is de taak van de politie ophoudt?
34.08 Carina Van Cauter (Open
Vld): Le ministre affirme que la
police définit le degré de risque et
décide de l'accompagnement par
la police locale ou fédérale. Si j'ai
bien compris, la mission de la
police se termine lorsqu'on arrive
au palais de justice. Il n'y a donc
plus de sécurité renforcée dans le
palais de justice.
34.09 Minister Stefaan De Clerck: Dan is het voor het
veiligheidskorps.
34.09
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Dans le palais de justice,
le corps de sécurité assure
l'accompagnement.
34.10 Carina Van Cauter (Open Vld): Als we de keten bekijken
vertrekt men uit een streng beveiligde gevangenis, tijdens het
transport is er een zekere verhoogde beveiliging maar op het ogenblik
waarop men zich in het justitiepaleis bevindt, valt de verhoogde
beveiliging weg. Kan niet worden overwogen, aangezien dit een zwak
moment is, om...
34.11 Minister Stefaan De Clerck: Op dat ogenblik is men alleen
gewapend met een wapenstok. Men is met vier dus er is wel
mankracht genoeg. Als zij echter worden geconfronteerd met een
wapen zijn ze machteloos.
34.11
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Les agents de sécurité
sont armés d'une matraque.
Normalement,
quatre
agents
suffisent mais lorsque des armes
sont présentes, ces agents n'ont
de toute manière aucun recours.
34.12 Carina Van Cauter (Open Vld): Men mag dan bij wijze van
spreken met honderd zijn.
34.13 Minister Stefaan De Clerck: Dat is de inschatting. Bij de hele
ketenbewaking gaat men er natuurlijk niet van uit dat er wapens zullen
verschijnen.
34.13
Stefaan
De
Clerck,
ministre: On ne présuppose
évidemment pas que des armes
soient présentes dans le palais de
justice.
34.14 Carina Van Cauter (Open Vld): We weten allemaal dat de
zittingszalen meestal heel dicht bij de hoofdingang zijn. Het volstaat
dus dat iemand die wordt beschuldigd, niet in het geval van de
raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling, maar bij een
procedure ten gronde, zich omdraait en op de loop gaat. Als iemand
die loop dan beveiligt met een wapen... Dit kan iedere dag opnieuw
gebeuren.
34.14 Carina Van Cauter (Open
Vld): Le risque existe toujours
qu'un accusé se retourne et
s'enfuie.
Il
est
parfaitement
possible qu'une personne armée
puisse à nouveau aider un accusé
à s'enfuir.
34.15 Minister Stefaan De Clerck: De justitiepaleizen zijn daar niet
voor gebouwd. Ze zijn niet voorzien op het vlot binnenrijden met een
wagen, afzonderlijk aankomen in een bepaalde ruimte en weer
vertrekken.
34.16 Carina Van Cauter (Open Vld): Ik begrijp ook dat men niet
geboeid is voor de rechter. Daar zijn dan nog dikwijls klapdeuren dus
men kan gewoon naar buiten vluchten.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
95
34.17 Minister Stefaan De Clerck: Nu heeft men toch de conclusie
getrokken dat als men dergelijke mensen behandelt men de deuren
moet sluiten.
34.17
Stefaan
De
Clerck,
ministre: On en a tout de même
tiré la conclusion qu'il faut fermer
les portes de la chambre des
mises en accusation et de la
chambre du conseil lorsque les
affaires de tels prévenus sont
traitées. Ces mesures ne peuvent
évidemment être prises lors de
l'examen au fond, parce que ces
affaires sont publiques.
34.18 Carina Van Cauter (Open Vld): Op het niveau van de
raadkamer en de KI, niet ten gronde.
34.19 Minister Stefaan De Clerck: Het zou niet langer openbaar zijn.
34.20 Raf Terwingen (CD&V): ...(geen micro)
34.21 Els De Rammelaere (N-VA): Ik heb nog een bijkomende
vraag. Hoe komt het dat er zo'n groot verschil is in beveiliging. In
Kortrijk is de KI wel beveiligd. U bent daar ook advocaat geweest, u
weet dat. Men raakt daar niet zomaar binnen terwijl dat blijkbaar in
Brussel zonder problemen gaat.
34.21 Els De Rammelaere (N-
VA): Pourquoi y a-t-il une telle
différence en matière de sécurité?
À Courtrai, la chambre des mises
en accusation est sécurisée.
34.22 Minister Stefaan De Clerck: Het is een tijdje geleden dat ik er
nog geweest ben. Vroeger was er ook controle op wapens. Er is een
afzonderlijke ingang voor de KI die wel beter is beveiligd.
34.22
Stefaan
De
Clerck,
ministre: Il fût un temps où le port
d'armes était également contrôlé.
34.23 Els De Rammelaere (N-VA): Die moet van bij het onthaal
worden geopend.
34.24 Minister Stefaan De Clerck: Er is een periode geweest waarin
er controle was op wapendracht. Men moest toen door een soort box.
Ik denk echter dat die er ook niet meer staat.
34.25 Els De Rammelaere (N-VA): Nee, dat denk ik ook niet.
34.26 Minister Stefaan De Clerck: Het is zo een tijdje geweest maar
nu is er geen controle meer op de wapendracht. De afzonderlijke
ingang is wel gebleven.
34.27 Els De Rammelaere (N-VA): Kan dan niet worden geopteerd
om dit overal zo te doen?
34.28 Minister Stefaan De Clerck: Er is in Brussel wel een
afzonderlijke ingang voor de gevangenen. Dit is een afzonderlijk
circuit. Men had een procedure om binnen te gaan maar hoe die
gewapende man daar op dat moment is kunnen binnenglippen, weet
ik niet. Voor mij zit het probleem in het feit dat er gewapende mensen
in een zittingszaal binnen kunnen. Dit is natuurlijk een publieke ruimte
en de zittingen zijn openbaar maar voor mij is dat het grootste
probleem. Hoe is het mogelijk dat iemand zomaar in een zittingszaal
kan binnen geraken met een wapen?
Ik denk dat wij voor de zware criminaliteit radicaal op ad-
hocinfrastructuur moeten terugvallen. Ik zie maar die mogelijkheid. Ik
34.28
Stefaan
De
Clerck,
ministre: A Bruxelles, il existe bel
et bien une entrée séparée pour
les détenus. J'ignore comment un
homme armé a pu pénétrer dans
le bâtiment. Le principal problème
réside dans le fait que des
personnes armées peuvent ainsi
s'introduire
dans
une
salle
d'audience.
Je pense que pour les grands
21/01/2009
CRIV 52
COM 422
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
96
denk niet dat wij de justitiepaleizen van Antwerpen, Gent en Brussel...
Ik zal er nog eens een studie van laten maken. Is er een totaal
geïsoleerd
circuit
voor
de
gevangenen
in
de
nieuwe
gerechtsgebouwen van Antwerpen en Gent? Ik zal het eens moeten
bekijken.
criminels, nous devons opter
résolument pour une infrastructure
ad hoc. Il me faut vérifier si les
palais de justice d'Anvers et de
Gand disposent d'un parcours
isolé pour les détenus.
34.29 Raf Terwingen (CD&V): ... komt men er als advocaat zelfs
niet bij.
34.30 Minister Stefaan De Clerck: Ik zal het eens bekijken.
Voor mij is de infrastructurele discussie de kern van het verhaal.
Brussel kan infrastructureel niet meer behoorlijk worden opgelost. Het
is via de nieuwe infrastructuur van nieuwe gerechtsgebouwen en
gevangenissen dat wij de problematiek van de veiligheid zullen
kunnen oplossen. Dat is de conclusie.
Justitie kan maar via een nieuw materieel kader worden aangepakt.
Op dat moment krijgt men een nieuwe Justitie die veilig, betrouwbaar,
snel en efficiënt werkt. Ik denk dat dit de conclusie is. Wij kunnen
allerlei maatregelen en initiatieven nemen maar het draait uiteindelijk
om de moderniteit die wij van het justitieapparaat verwachten en die
moderniteit zit niet in heel het karkas, de materiële omgeving van
Justitie die momenteel nog oubollig is. Ik denk dat wij daarvan
prioritair werk moeten maken.
34.30
Stefaan
De
Clerck,
ministre:
La
discussion
sur
l'infrastructure est fondamentale à
cet égard. Il est trop tard pour
Bruxelles, mais nous pouvons être
attentifs à la question pour les
nouvelles
prisons.
Nous
attendons de la Justice qu'elle soit
moderne et efficace mais à l'heure
actuelle, l'environnement matériel
dans lequel elle fonctionne est
totalement désuet. Nous devons
nous
préoccuper
de
cette
question.
34.31 Michel Doomst (CD&V): Conclusie, ik denk dat die op termijn
infrastructureel moet zijn. Ik hoop natuurlijk dat op korte termijn de
waakzaamheid bijzonder zal verhogen, want ik denk dat wij ons zoiets
niet wekelijks kunnen veroorloven.
34.31 Michel Doomst (CD&V): À
court terme, il conviendra de faire
preuve
d'une
plus
grande
vigilance. Nous ne pouvons pas
nous
permettre
de
tels
événements chaque semaine.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Collega's, ik weet niet of de minister nog kan blijven?
34.32 Minister Stefaan De Clerck: (...)
De voorzitter: Ik kan eigenlijk niet meer blijven, maar er zijn nog vragen van mevrouw Van Cauter en de
heren Doomst en Terwingen. Als zij voor elkaar voorzitter zijn, kunnen zij hun vragen afhandelen.
34.33 Minister Stefaan De Clerck: We zullen ermee stoppen. We
hebben toch een pak vragen gedaan?
De voorzitter: Hoeveel weet ik niet. Er zijn er enkele vervallen of omgezet in schriftelijke vragen en er zijn
er natuurlijk een heleboel verschoven naar het debat over de gevangenissen.
34.34 Minister Stefaan De Clerck: Misschien zijn er bij de
overblijvende vragen nog andere. We zullen eens goed moeten
bekijken waarover de andere vragen gaan.
De voorzitter: Ik dank u in ieder geval voor uw medewerking aan deze vragennamiddag. Het was een
langgerekte vergadering, maar men krijgt erdoor, zoals u zegt, inderdaad een mooi overzicht van alle
prangende problemen.
CRIV 52
COM 422
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
97
34.35 Minister Stefaan De Clerck: Voor mij is het een perfect
introductie in de state of the art op het vlak van Justitie.
De voorzitter: Dank u en tot binnenkort.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.58 uur.
La réunion publique de commission est levée à 18.58 heures.