KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 419
CRIV 52 COM 419
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTE PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIETE
woensdag
mercredi
21-01-2009
21-01-2009
Voormiddag
Matin
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a
socialistische partij anders
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de
minister van Klimaat en Energie over "de toxiciteit
van producten voor dagelijks gebruik" (nr. 9780)
1
Question de Mme Marie-Martine Schyns au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la toxicité
des produits utilisés au quotidien" (n° 9780)
1
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs:
Marie-Martine
Schyns,
Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
eventuele schadelijkheid van spaarlampen"
(nr. 9782)
3
Question de Mme Marie-Martine Schyns au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'éventuelle
nocivité des ampoules économiques" (n° 9782)
3
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs:
Marie-Martine
Schyns,
Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Bruno Van Grootenbrulle aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
algemene invoering van spaarlampen tegen
2010" (nr. 10021)
4
Question de M. Bruno Van Grootenbrulle au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "les
ampoules à basse consommation généralisées
d'ici 2010" (n° 10021)
4
Sprekers: Bruno Van Grootenbrulle, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Bruno Van Grootenbrulle, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "het
federale aankoopbeleid van emissierechten"
(nr. 9883)
6
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la politique
fédérale en matière d'achat de droits d'émission"
(n° 9883)
6
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "de
bescherming van het nationaal park Yasuni in
Ecuador" (nr. 9884)
9
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la
sauvegarde du parc national Yasuni en Equateur"
(n° 9884)
9
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de
vice-eerste minister en minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid over "de slachting van
dolfijnen op de Faeröereilanden" (nr. 9901)
12
Question de M. Wouter De Vriendt à la vice-
première ministre et ministre des Affaires sociales
et de la Santé publique sur "les dauphins
massacrés aux Îles Féroé" (n° 9901)
12
Sprekers:
Wouter
De
Vriendt,
Paul
Magnette, minister van Klimaat en Energie
Orateurs:
Wouter
De
Vriendt,
Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "hybride en
duurzame wagens" (nr. 9944)
14
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les voitures hybrides et
durables" (n° 9944)
15
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "het
federale aandeel in de Kyotodoelstelling met
betrekking tot de vermindering van de CO2-
uitstoot" (nr. 10300)
17
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la part
fédérale dans l'objectif Kyoto concernant la
réduction des émissions de CO2" (n° 10300)
17
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over "het
Nationaal Klimaatplan 2009-2012" (nr. 10301)
19
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "le Plan
National Climat 2009-2012" (n° 10301)
19
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de
minister van Klimaat en Energie over "het door
België op het Europese niveau verdedigde
standpunt inzake GGO's" (nr. 9906)
22
Question de Mme Valérie Déom au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la position défendue
par la Belgique en matière d'OGM au niveau
européen" (n° 9906)
22
Sprekers: Valérie Déom, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Valérie Déom, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTE
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIETE
van
WOENSDAG
21
JANUARI
2009
Voormiddag
______
du
MERCREDI
21
JANVIER
2009
Matin
______
La séance est ouverte à 10.17 heures et présidée par Mme Muriel Gerkens.
De vergadering wordt geopend om 10.17 uur en voorgezeten door mevrouw Muriel Gerkens.
01 Question de Mme Marie-Martine Schyns au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la toxicité des
produits utilisés au quotidien" (n° 9780)</b>
01 Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Klimaat en Energie over "de
toxiciteit van producten voor dagelijks gebruik" (nr. 9780)
01.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, nous
avons déjà eu l'occasion de parler de manière générale de la
protection des consommateurs contre la toxicité de certains produits.
De nombreuses études européennes tiennent pour avérée une
affirmation selon laquelle des substances chimiques contenues dans
certains produits quotidiens présentent un réel danger pour la santé
humaine.
J'ai interrogé en commission la ministre Onkelinx sur le bisphénol A,
qui serait responsable de malformations ou de perturbations
endocriniennes assez graves qui empêcheraient le développement
normal du foetus. Les parabènes, utilisés dans les aliments en raison
de leurs propriétés antibactériennes, seraient soupçonnés d'intervenir
dans le développement des cellules cancéreuses. Les solvants
organiques présents dans la peinture murale, qui libèrent des gaz
toxiques, entraîneraient des dysfonctionnements respiratoires. Une
directive européenne en limite l'emploi.
Enfin, une étude récente de l'Institut flamand de recherches
technologiques affirme que les polluants présents dans le sang de la
mère représentent un risque pour le nouveau-né.
Comment allez-vous utiliser ces informations dans votre réflexion liée
au Printemps de l'environnement? Une action concertée et globale
semble nécessaire.
Une campagne d'information et de sensibilisation au principe de
précaution est-elle prévue en ce domaine? Plus précisément, ne
pourrait-on pas labelliser les produits dangereux pour le
développement du foetus?
01.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): De chemische stoffen die in
bepaalde producten voor dagelijks
gebruik zitten, kunnen een gevaar
betekenen voor de gezondheid
van de mens.
Ik
heb
mevrouw
Onkelinx
ondervraagd over bisfenol A, dat
misvormingen
of
hormoon-
verstoringen veroorzaakt die de
normale ontwikkeling van de
foetus in de weg staan. Parabenen
die
als
bacteriebestrijdende
middelen worden gebruikt in
voedingsmiddelen zouden kanker-
verwekkend
zijn.
Organische
oplosmiddelen
voor
muurverf
zouden
ademhalingsdisfuncties
veroorzaken. Het Vlaams instituut
voor technologisch onderzoek stelt
ook dat de verontreinigende
stoffen in het moederbloed een
risico
betekenen
voor
een
pasgeboren kind.
Bent u van plan die informatie te
gebruiken in uw denken over de
Lente van het Leefmilieu? Komt er
een
informatie-
en
sensibi-
liseringscampagne? Zou men de
producten die gevaarlijk zijn voor
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
de ontwikkeling van de foetus
geen label kunnen geven?
01.02 Paul Magnette, ministre: Madame Schyns, il est clair que les
substances chimiques dangereuses contenues dans certains produits
doivent être réglementées et que le consommateur doit en être
informé. Aussi, l'utilisation du bisphénol A dans la fabrication de
matériaux en polycarbonate destinés au contact alimentaire, tels que
les tétines des biberons, est réglementée de manière spécifique par
un arrêté royal du 3 juillet 2005, fixant une limite de migration stricte
pour le bisphénol A.
Un rapport d'évaluation des risques, étayé par des tests
toxicologiques supplémentaires et de l'information sur l'exposition, a
été finalisé en 2008. Il a été accepté officiellement au niveau
européen et sera très bientôt publié.
En ce qui concerne la question des parabènes, seuls certains d'entre
eux, le paraben méthylique et éthylique, sont autorisés dans certains
aliments après avis positif de l'EFSA, ce qui signifie qu'il n'y a aucun
risque pour la santé publique si les conditions d'utilisation autorisées
sont bien respectées. Il est évident que seuls des additifs sûrs sont
autorisés. S'il n'est pas nécessaire d'apposer d'avertissement sur
l'étiquette, le consommateur sera toutefois informé au moyen de la
liste des ingrédients.
Dans les produits cosmétiques, la teneur en parabènes est
réglementée par un arrêté royal du 15 octobre 1997 relatif à ces
produits. La quantité de parabènes y est strictement limitée. La
réglementation relative aux produits cosmétiques impose, en outre,
une évaluation de la sécurité pour la santé humaine de chacun de ces
produits mis sur le marché. Cette évaluation doit prendre en compte
le profil toxicologique de chaque ingrédient, les interactions possibles
entre eux et les caractéristiques d'exposition. L'ensemble de ces
dispositions permet de garantir la sécurité des produits mis sur le
marché.
Enfin, comme vous le savez, je m'attèle à renforcer les mesures
préventives pour limiter la présence de substances, notamment
chimiques, dans les produits ou leurs émissions. Un plan de lutte
contre la pollution de l'air extérieur et intérieur est actuellement
soumis à consultation et sera transmis au gouvernement au
printemps 2009. Une combinaison d'instruments de régulation et
d'incitants est proposée pour réduire les risques et l'impact sur la
santé, notamment des matériaux de construction, des colles, des
peintures, des détergents, des appareils de chauffage d'appoint, etc.
Une campagne d'information sur la problématique de l'environnement
intérieur en lien avec la mise sur le marché de ces produits est d'ores
et déjà prévue en parallèle pour le premier semestre 2009.
01.02 Minister Paul Magnette:
De gevaarlijke chemische stoffen
in bepaalde producten moeten
worden gereglementeerd en de
consument moet daarover worden
ingelicht. Het gebruik van bisfenol
A
in
de
fabricage
van
polycarbonaatmaterialen die met
voeding
in
contact
komen
(fopspenen en zuigflessen), wordt
gereglementeerd
door
het
koninklijk besluit van 3 juli 2005. In
2008 werd een met bijkomende
tests aangevuld evaluatieverslag
van de risico's afgerond.
01.03 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie. Je dispose ainsi de plusieurs éléments de réponse dont
certains, notamment la campagne d'information sur l'environnement
intérieur, avaient été évoqués la semaine dernière.
Par contre, je n'ai pas obtenu de réponse à la question précise
relative à une labellisation ou à une prévention pour tout ce qui
concerne le développement du foetus. Dois-je interroger la ministre
01.03 Marie-Martine Schyns
(cdH): Ik dank u, maar ik heb geen
antwoord gekregen op de vraag
betreffende de labeling en de
preventie voor alles wat verband
houdt met de ontwikkeling van de
foetus.
Zal
daarvoor
iets
bijzonders gedaan worden?
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Onkelinx à ce sujet ou pouvez-vous me donner quelques précisions?
A-t-on prévu quelque chose de particulier?
01.04 Paul Magnette, ministre: Rien de particulier n'est prévu à
l'heure actuelle, mais nous pourrions y réfléchir.
01.04 Minister Paul Magnette: Er
is niets bijzonders gepland, maar
we
zouden
erover
kunnen
nadenken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de Mme Marie-Martine Schyns au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'éventuelle
nocivité des ampoules économiques" (n° 9782)</b>
02 Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Klimaat en Energie over "de
eventuele schadelijkheid van spaarlampen" (nr. 9782)
02.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, l'Union
européenne a soumis les ampoules à économie d'énergie à
l'observation du SCENIHR (Scientific Committee on Emerging and
Newly Identified Health Risks), l'un des comités scientifiques
européens. D'après les résultats, certaines ampoules économiques
sont potentiellement dangereuses et provoqueraient notamment
l'aggravation de maladies dermatologiques.
De plus, les ampoules fluorescentes à enveloppe unique ne
filtreraient pas les rayons violets. Une exposition prolongée
approcherait la limite d'exposition aux ultraviolets qui est fixée en
milieu du travail pour protéger les travailleurs de lésions de la rétine et
de la peau.
Enfin, des scientifiques français, appartenant notamment au Centre
français de recherche et d'information indépendantes sur les
rayonnements électromagnétiques, auraient constaté dans certaines
conditions que l'exposition à ces lampes pourrait engendrer une
pollution électromagnétique importante. Les normes européennes
déconseillent de s'exposer à un rayonnement supérieur à 28 volts par
mètre et ce rayonnement serait dépassé dans certains cas. On
conseille notamment de les éviter sur les tables de chevet, etc.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de ces rapports?
Certaines ampoules sont-elles plus nocives que d'autres? Des
recommandations particulières sont-elles envisagées pour les
consommateurs?
02.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): De Europese Unie heeft de
Scientific Committee on Emerging
and Newly Identified Health Risks
(SCENIHR) ermede belast de
gevolgen van het gebruik van
spaarlampen te observeren. Een
aantal spaarlampen zou tot een
verergering van huidziektes leiden.
Bovendien zouden fluorescerende
lampen met enkele bekleding
violette stralen niet filteren. Een
langdurige blootstelling zou de
blootstellingsgrens benaderen die
vastgelegd is voor ultraviolette
stralen in een werkomgeving. De
blootstelling aan die lampen zou
voorts een elektromagnetische
vervuiling
van
meer
dan
achtentwintig volt per meter
kunnen veroorzaken, wat de
Europese normen afraden. Zijn
sommige lampen schadelijker dan
andere? Worden er raadgevingen
overwogen voor de consument?
02.02 Paul Magnette, ministre: Madame, j'ai pris connaissance de
ce rapport du comité SCENIHR, qui mentionne des symptômes sur
plus ou moins 250.000 personnes, allant en effet jusqu'à une extrême
photosensibilité. Ces symptômes peuvent s'aggraver à proximité de
lampes fluocompactes à cause des émissions d'ultraviolets.
La proposition législative de la Commission européenne relative à
l'écodesign prévoit que les lampes fluocompactes à usage
domestique minimisent ces émissions d'ultraviolets. De cette
manière, les performances de ces lampes seront harmonisées sur le
marché européen.
La problématique de la photosensibilité peut en grande partie être
résolue du point de vue technique par un deuxième revêtement. La
02.02 Minister Paul Magnette: Ik
heb
het
rapport
met
de
symptomen gelezen. Het voorstel
van de Europese Commissie over
ecodesign, bepaalt dat fluo-
compacte
lampen
voor
huishoudelijk gebruik de uitstoot
van ultraviolette stralingen tot ene
minimum beperken. Voorts kan
het probleem van de foto-
gevoeligheid opgelost worden door
een tweede bekleding aan te
brengen. Mijn standpunt is dat de
informatie op de verpakking moet
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
position que je défends à l'occasion de ce débat sur le texte européen
est que les informations pour les consommateurs doivent en outre
figurer sur l'emballage.
staan.
02.03 Marie-Martine Schyns (cdH): Concernant la photosensibilité,
je suppose que vous parlez de l'exposition aux rayons ultraviolets. Je
suis très contente d'apprendre qu'au niveau de la directive, des
précautions seront prises et qu'un débat aura lieu.
Concernant les ondes électromagnétiques, d'autres principes de
précaution seront-ils pris?
02.03 Marie-Martine Schyns
(cdH):
Zullen
er
voorzorgs-
principes genomen worden inzake
magnetische golven?
02.04 Paul Magnette, ministre: L'étude en question ne porte pas sur
cet aspect. Mme Onkelinx se charge d'examiner cette problématique.
02.04 Minister Paul Magnette:
Dat aspect komt in het onderzoek
niet aan bod. Mevrouw Onkelinx
onderzoekt het.
02.05 Marie-Martine Schyns (cdH): Je pense que Mme Snoy et
d'Oppuers s'en occupe également. Nous verrons donc cela avec
Mme Onkelinx.
02.05 Marie-Martine Schyns
(cdH):
Mevrouw
Snoy
et
d'Oppuers houdt er zich ook mee
bezig. We zullen de zaak
bespreken met mevrouw Onkelinx.
La présidente: Plusieurs questions ont déjà été posées sur les
ampoules économiques. Je vous conseille de rechercher ces
différentes questions et réponses, car diverses études y ont été
citées. Si vous n'y trouvez pas réponse à votre question, vous
poserez une nouvelle question.
De voorzitter: Ik wijs u erop dat al
een aantal antwoorden over dat
onderwerp werden verstrekt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Bruno Van Grootenbrulle au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les ampoules à
basse consommation généralisées d'ici 2010" (n° 10021)
03 Vraag van de heer Bruno Van Grootenbrulle aan de minister van Klimaat en Energie over "de
algemene invoering van spaarlampen tegen 2010" (nr. 10021)
03.01 Bruno Van Grootenbrulle (PS): Monsieur le ministre, l'Union
européenne a décidé, ce 8 décembre 2008, de réglementer l'usage
des ampoules à filament dès 2010, date à partir de laquelle ces
ampoules seront progressivement retirées du marché en fonction de
leur puissance.
S'il est évident que la nouvelle génération d'ampoules dites "à basse
consommation" est fortement avantageuse quant à sa consommation
énergétique et à son impact sur l'environnement, plusieurs questions
demeurent en suspens quant à son coût et son recyclage. En effet,
même si la durée de vie de ces nouvelles ampoules est largement
supérieure à celle des ampoules ordinaires que nous utilisions encore
récemment dans la plupart de nos bâtiments, force est cependant de
constater que le prix les sanctionnant est également plus élevé que
celui attribué aux ampoules à filament.
De plus, une inquiétude émise par nombre d'associations actives
dans le domaine de l'environnement concerne les résidus de mercure
présents dans ces ampoules à faible consommation. Enfin, certaines
études ont également démontré des effets nocifs de ces ampoules de
nouvelle génération, notamment sur les personnes souffrant de
03.01 Bruno Van Grootenbrulle
(PS): De Europese Unie heeft
beslist dat er vanaf 2010 regels
voor het gebruik van gloeilampen
zullen worden uitgevaardigd. Voor
de spaarlampen bestaat er echter
nog onduidelijkheid over de kosten
en de recyclage. Zal er een
prijswijziging doorgevoerd worden
in de energiesector omdat die
nieuwe lampen duurder zijn? Hoe
moeten die nieuwe lampen, die
kwik bevatten, op een adequate
manier gerecycleerd worden? Zal
er hierover een mededeling
verspreid worden? Wat kan er
gezegd
worden
over
de
vermeende
elektromagnetische
straling die die nieuwe lampen
zouden voortbrengen en welke
aanbevelingen dienen hieromtrent
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
problèmes cardiaques et étant porteuses d'un pacemaker, en raison
du rayonnement électromagnétique émanant de celles-ci. Je rejoins
sur ce point les propos émis par Mme Schyns.
Monsieur le ministre, peut-on envisager une digression progressive
des prix appliqués dans le secteur de l'énergie en raison des prix plus
élevés des nouvelles ampoules dites "à basse consommation"?
Qu'en est-il des mesures envisagées dans le cadre d'un recyclage
adéquat de ces nouvelles ampoules caractérisées par la présence de
mercure dans leur composition? Une information plus précise de
notre population à ce sujet est-elle envisagée?
Quid des supposées ondes électromagnétiques émanant de ces
nouvelles ampoules? Certaines recommandations seront-elles
émises par rapport au rayonnement issu de l'usage de ces
ampoules? Il semble que des mesures importantes devraient être
prises si l'on se réfère aux constatations selon lesquelles ces
ampoules à faible consommation émettent un rayonnement supérieur
à 150, voire 200 volts/mètre alors qu'il est conseillé de se situer à plus
de 2 mètres de celles-ci pour obtenir un rayonnement identique aux
ampoules classiques incandescentes, soit 1,5 volt/mètre.
te worden gedaan?
03.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Van Grootenbrulle, les
ampoules économiques sont, en effet, un outil utile de réduction de la
consommation d'énergie. Elles permettent de réduire jusqu'à 80% la
consommation d'énergie par rapport aux ampoules incandescentes.
Ce faisant, elles permettent aussi une réduction des émissions de
CO
2
à l'horizon de 2020. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle les
ampoules à incandescence seront interdites en vertu de la nouvelle
législation européenne à partir du 1
er
septembre 2012.
Ceci étant, il est vrai qu'une ampoule à incandescence ne coûte
qu'environ 60 centimes, alors qu'une ampoule de substitution ­ que
ce soit une ampoule halogène efficace label B ou une ampoule
économique label A ­ coûte entre 2 et 12 euros, en moyenne 10 fois
plus cher qu'une ampoule à incandescence. Il faudra donc que ces
prix diminuent à l'avenir. Dans cette optique, j'ai demandé, lors du
dernier Conseil européen de l'Énergie, que la Commission veuille bien
faire des propositions visant, par exemple, à baisser la TVA sur les
produits économiseurs d'énergie.
Par ailleurs, le consommateur doit être mieux informé sur les
économies réalisées en termes de consommation électrique qui font
que le coût total que représente, pour l'ensemble de sa durée de vie,
un produit de substitution reste inférieur au coût d'une ampoule
classique. On sait que les consommateurs, au moment de faire un
achat, font surtout le calcul immédiat et non pas le calcul total. Pour
cette raison, il faut essayer d'intégrer ce type de raisonnement dans
les comportements des consommateurs.
Étant donné les importantes économies d'énergie réalisées, la
réduction des émissions de mercure émises lors de la production
d'électricité à partir du charbon, compense largement le fait que du
mercure se trouve en faible quantité dans ces ampoules
économiques. Enfin, les DEL ou les LED constituent une technologie
d'éclairage efficace qui ne comporte pas du tout de mercure. La
faisabilité technique de cette technologie novatrice doit néanmoins
03.02 Minister Paul Magnette:
Spaarlampen verbruiken tot 80
procent
minder
energie
in
vergelijking met gloeilampen en
dragen daardoor bij aan de
terugdringing van de CO
2
-uitstoot.
Daarom zullen gloeilampen vanaf
1 september 2012 verboden
worden.
Het klopt dat een spaarlamp
gemiddeld tien keer zoveel kost
als een gloeilamp. Tijdens de
jongste Raad Energie vroeg ik dat
de Commissie in dit verband
voorstellen
zou
formuleren,
bijvoorbeeld een btw-verlaging
voor
energiebesparende
producten.
Maar,
rekening
houdend met de levensduur, is de
globale prijs van een spaarlamp
zelfs lager dan die van een
klassieke gloeilamp! Aangezien er
energie wordt bespaard, neemt de
kwikuitstoot die vrijkomt wanneer
elektriciteit wordt opgewekt op
basis van steenkool af, zodat de
aanwezigheid van een beperkte
hoeveelheid
kwik
in
de
spaarlampen
wordt
gecompenseerd.
De
LED-
technologie (light emitting diodes)
zorgt voor een efficiënte verlichting
en bevat geen kwik.
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
encore être vérifiée avant d'être généralisée.
La raison de l'inquiétude provient principalement de la communication
du CRIIREM, le Centre de Recherche et d'Information Indépendantes
sur
les
Rayonnements
ElectroMagnétiques.
D'après
cette
communication, les ampoules économiques généreraient des champs
électromagnétiques suffisamment puissants pour perturber les
personnes et les dispositifs médicaux implantables. L'analyse précise
des fréquences émises par ces ampoules, effectuée par l'Organisme
belge des technologies VITO de la Région flamande et par des
chercheurs suisses, a démontré que ces ampoules génèrent, d'une
part, des fréquences extrêmement basses de 50 Hz et, d'autre part,
des radiofréquences comprises entre 30 et 60kHz.
Pour l'évaluation exacte de compatibilité dans cette plage de
fréquences, il faut réaliser des tests spéciaux selon des conditions de
tests des normes pertinentes à l'égard des dispositifs médicaux
implantables. Pour ce qui est des impacts sur la santé, l'application de
critères de recommandation européens indique qu'aucun risque pour
la santé n'est à craindre aux distances usuelles par rapport à ces
lampes. Le VITO conclut toutefois que quelques types de lampes
peuvent dépasser la norme d'exposition européenne pour le public
général à des distances inférieures à 5 cm, distances qui ne sont pas
d'usage courant.
En conséquence de ces observations, des normes d'émission
spécifiques pour les ampoules économiques seront néanmoins
élaborées et soumises au niveau européen pour éviter tout danger.
Een mededeling van het "Centre
de Recherche et d'Information
Indépendantes
sur
les
Rayonnements Electromagnétiques"
(CRIIMEM)
leidde
tot
enige
ongerustheid. Uit een onderzoek,
dat werd uitgevoerd door de VITO
(Vlaamse
instelling
voor
technologisch
onderzoek)
in
samenwerking
met
Zwitserse
onderzoekers
blijkt
dat
die
spaarlampen zeer lage frequenties
genereren
van
50
Hz
en
radiofrequenties tussen 30 en 60
kHz. Rekening houdend met de
Europese criteria ter zake vormen
ze evenwel geen enkel gevaar
voor de gezondheid. Toch zullen
er specifieke stralingsnormen voor
spaarlampen worden uitgewerkt
en aan het Europese niveau
worden voorgelegd om elk risico te
vermijden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: La question n° 9799 de M. Jambon est retirée. La question n° 9860 de M. Weyts est
reportée pour la deuxième fois. Elle doit donc normalement être retirée définitivement. Toutefois, M. le
ministre a également son mot à dire et propose de la transformer en question écrite, étant donné qu'une
réponse a été prévue.
04 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "het
federale aankoopbeleid van emissierechten" (nr. 9883)
04 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la politique
fédérale en matière d'achat de droits d'émission" (n° 9883)</b>
04.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, naar aanleiding van een aantal
eerdere vragen en de discussie rond de beleidsnota hebben wij het al
een paar keer gehad over de federale verplichting voor de aankoop
van 12,3 miljoen emissierechten. Na herberekening zou het nog gaan
over 12,2 miljoen. Uit onze eerdere discussies bleek dat daarvan
3,4 miljoen gegarandeerd is en 0,7 niet gegarandeerd.
Naar aanleiding van het rapport van het Federaal Planbureau over de
economische vooruitzichten wil ik erop terugkomen. Daaruit bleek dat
België bijna zijn Kyoto-doelstelling zou halen. Het Federaal
Planbureau schat dat het niveau van de broeikasgasemissies
gemiddeld 135,7 miljoen ton CO
2
-equivalenten zou bedragen voor de
periode 2008-2012, en dus gemiddeld minder dan 1 miljoen ton CO
2
-
equivalenten boven de vooropgestelde doelstelling.
04.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Dans le cadre de
l'accord conclu entre les régions et
les autorités fédérales à propos
des objectifs de Kyoto, le
gouvernement
fédéral
doit
acquérir des droits d'émission à
concurrence de 12,2 millions.
Selon les projections économiques
du Bureau fédéral du Plan, la
Belgique réaliserait l'objectif fixé.
Les Régions flamande et wallonne
ont également publié des chiffres
mettant en évidence une réduction
des émissions, chiffres qui ont un
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Onlangs hebben zowel het Vlaams als het Waals Gewest hun cijfers
bekendgemaakt met betrekking tot broeikasgasuitstoot. Zij kondigen
beiden aan dat de uitstoot zou zijn gedaald en op Kyoto-koers zou
zitten. Die cijfers hebben volgens mij een directe impact, ook op het
federale aankoopbeleid voor emissiekredieten. Het lijkt mij niet
onmogelijk dat het beleid vandaag is gericht op het aankopen van
rechten die nooit nodig zullen zijn. Bovendien zijn er aanwijzingen dat
sommige rechten veel te duur zijn verworven. De economische crisis
zou ook een prijsimplosie kunnen betekenen, vergelijkbaar met 2006.
Daarom vraag ik mij af of het niet wenselijk zou zijn eventueel de
aankoopdoelstelling te herbekijken.
Ten eerste, kloppen de cijfers met betrekking tot de benodigde
rechten zoals zij zijn gegeven nog altijd? Hoeveel procent benodigde
rechten ligt vast in contracten? Hoeveel zijn er gegarandeerd en niet
gegarandeerd? Zijn er sinds oktober 2008 nog bijkomende contracten
afgesloten? Als er nog bijkomende contracten zijn afgesloten, hoeveel
rechten zijn gegarandeerd en hoeveel niet gegarandeerd?
Ten tweede, u herinnert zich dat wij over China hebben gesproken in
het kader van uw beleidsnota. Hoeveel contracten zitten er in de
pijplijn, met wie, en meer specifiek hoeveel met China?
Ten derde, hoeveel budget schat men nodig te hebben om de
aankoopdoelstelling van 12,2 miljoen rechten te halen? Tot nu toe is
er 140 miljoen euro uit het Kyoto-fonds gereserveerd voor de aankoop
van emissierechten. Hoeveel geld zal bijkomend moeten worden
gereserveerd indien men de nog resterende emissierechten nog in
2009 wil contracteren? Zullen hiervoor voldoende middelen in het
Kyoto-fonds ter beschikking zijn?
Ten slotte, kan de aankoopdoelstelling niet worden herbekeken in het
licht van de beschikbare informatie vandaag? Is hierover al overleg
geweest of gepland met de Gewesten?
impact direct sur la politique
fédérale en matière d'achat de
crédits d'émission. Certains achats
de droits se révéleront peut-être
inutiles et tout indique que certains
ont été acquis à un prix trop élevé.
Ces
chiffres
sont-ils
encore
d'actualité? Combien de crédits
sont garantis? Combien ne le sont
pas? Des contrats complémen-
taires ont-ils été conclu depuis
octobre 2008? Quels contrats
doivent-ils encore être finalisés?
Des contrats seront-ils conclus
avec la Chine?
Selon les estimations, quel budget
la réalisation de l'objectif de 12,2
millions de droits d'émission
requerra-t-elle? Quelles sommes
complémentaires seront néces-
saires si l'on souhaite réaliser
cette année encore les droits
d'émission restants?
Les objectifs fixés ne devraient-ils
pas être revus à la lueur de
l'information disponible aujour-
d'hui? Une concertation à ce sujet
est-elle prévue avec les régions?
04.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van
der Straeten, de recente cijfers van de Gewesten en de vooruitzichten
van het Federaal Planbureau geven een positief signaal voor het
behalen van de Belgische doelstelling. Toch dient te worden
opgemerkt dat er geen directe impact is op het federaal
aankoopbeleid, gezien de federale bijdrage in de nationale
lastenverdeling vastligt.
Bovendien is het belangrijk op te merken dat, indien de
emissierechten
niet
nodig
zouden
zijn
in
deze eerste
verbintenisperiode met betrekking tot het Kyotodoel, deze zeer
waarschijnlijk zullen kunnen worden gebruikt in de periode na 2012
waarin de doelstelling ambitieuzer is.
De emissierechten zijn niet te duur aangekocht; zij werden
aangekocht tegen prijzen die competitief waren en onder de
marktvoorwaarden
van
het
moment
waarop
ze
werden
gecontracteerd. Bovendien zijn deze prijzen lager dan de prognose na
2012 en dus ook gunstig op lange termijn.
Ik kom tot uw concrete vragen.
Ten eerste, u hebt zelf al correct weergegeven hoeveel
04.02 Paul Magnette, ministre:
Les chiffres indiquent en effet que
la Belgique atteindra l'objectif mais
ceci n'influera pas directement sur
la politique d'achat puisque la
quote-part
fédérale
dans
la
répartition des charges nationales
est déterminée. De plus, les droits
d'émission pourront vraisembla-
blement aussi être utilisés après
2012.
Le prix payé pour les droits
d'émission n'était pas exagéré; ils
ont été achetés à un prix
concurrentiel, aux conditions du
marché au moment de la
signature de contrat. De plus, ces
prix sont inférieurs aux prévisions
pour après 2012 et ils sont donc
aussi avantageux à long terme.
Les chiffres concernant les crédits
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
emissierechten
werden gecontracteerd, namelijk 3,4 miljoen
gegarandeerd en 0,7 miljoen niet gegarandeerd. Sinds oktober werd
nog een bijkomend contract gesloten voor 71.000 ton gegarandeerde
emissierechten.
Ten tweede, momenteel zitten nog drie projecten in een
contractonderhandeling. Met wie precies is natuurlijk confidentieel;
daarover meer zeggen zou mogelijke onderhandelingen kunnen
verstoren. Voorts zitten nog elf projecten in de evaluatiefase met een
maximum potentieel van ongeveer 1,3 miljoen emissierechten.
Het is evident dat er ook Chinese projecten in de pijplijn zitten. China
heeft wereldwijd ongeveer 30% van de CDM-projecten en zowat 15%
van de emissierechten. Het moet duidelijk zijn dat in het federaal
aankoopprogramma elk project, dus ook de Chinese, aan dezelfde
criteria van duurzame ontwikkeling moet voldoen.
Wat het budget betreft, is het algemeen gekend dat de prijzen op de
koolstofmarkt vrij volatiel zijn en dus moeilijk te voorspellen. Rekening
houdend met de huidige marktprijzen en zelfs met de marktprijzen
van voor de financiële crisis, kan ik zeggen dat het Kyotofonds over
voldoende middelen zal beschikken voor de aankoop van de
emissierechten voor de periode 2008-2012. Niet alle gecontracteerde
en te contracteren emissierechten zullen in 2009 worden geleverd,
zodat de nodige budgettaire middelen nog niet allemaal in 2009
beschikbaar zullen moeten zijn.
De onderhandeling over de lastenverdeling van de Kyotodoelstelling
tussen de Gewesten en de federale overheid, waarin de
aankoopdoelstelling van de federale overheid werd vastgelegd, was
een bijzonder moeilijke oefening. Het lijkt mij daarom niet opportuun
om nu een proces op te starten voor de herziening van dit akkoord.
Het lijkt mij productiever om onze inspanningen te concentreren op
het onderzoek hoe de doelstellingen op middellange en lange termijn
te halen, meer bepaald in uitvoering van het Europees
klimaat/energie-pakket.
We zullen ook diepgaande discussies moeten starten met alle
betrokken partijen om de langetermijndoelstellingen tot 2050 te
definiëren en het strategisch beleid te bepalen dat noodzakelijk is om
resoluut de weg van de lage koolstofeconomie te kiezen. Het zijn die
debatten die in de nabije toekomst al onze aandacht moeten krijgen.
garantis et non garantis sont
exacts. Depuis octobre, un contrat
supplémentaire a été conclu pour
71.000 tonnes de droits d'émission
garantis. Trois autres projets sont
encore l'objet de négociations en
vue d'un contrat mais l'identité des
parties doit rester confidentielle
pour ne pas compromettre les
tractations. Des projets chinois
sont aussi à l'étude, mais ils
doivent satisfaire aux mêmes
critères en matière de dévelop-
pement durable.
Le fonds Kyoto disposera de
moyens suffisants pour l'achat de
droits d'émission pour la période
2008-2012.
Cependant,
ces
moyens ne seront pas tous
disponibles en 2009.
Les négociations relatives à la
répartition des charges ont été
particulièrement délicates. Il n'est
pas adéquat, me semble-t-il, de
revoir ce point maintenant. Il est
préférable d'initier des discussions
approfondies
à
propos
des
objectifs à long terme jusqu'en
2050.
04.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
ik dank u voor uw antwoord. Het waren inderdaad zeer moeilijke
onderhandelingen om tot een lastenverdeling te komen. Ik heb er ook
begrip voor dat nu wordt gezegd dat dit niet zomaar overboord kan
worden gegooid omdat dit natuurlijk een impact kan hebben op de
doelstellingen van de Gewesten.
Toch meen ik dat in de onderhandelingen bij de Nationale
Klimaatcommissie, in de vergaderingen van de werkgroep
Broeikaseffect en de werkgroep Emissies, de evolutie inzake CDM/JI
en het aankoopbeleid nauwgezet moet worden opgevolgd.
Ik ben wat ongerust als u zegt dat wij nu voortdoen en dat, als wij de
emissierechten nu niet nodig hebben, wij ze zullen gebruiken na 2012.
Ook in uw beleidsnota stond al dat u een mandaat vroeg voor de
04.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Je comprends que
les négociations sont délicates
mais il convient de mener une
analyse en profondeur de la
politique d'achat avant de se
lancer dans l'achat de droits CDM
(Clean Development Mechanism)
en vue des objectifs d'après 2012.
Les
analyses
au
niveau
international montrent que les
projets CDM ne sont souvent pas
durables, qu'ils ne sont pas bien
répartis
géographiquement
et
qu'ils ne sont guère efficaces en
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
aankoop na 2012. Ik zou graag hebben dat men, voor men voor de
doelstellingen na 2012 begint met de aankoop van CDM, eerst een
analyse ten gronde maakt van het aankoopbeleid. De analyses die op
dit moment op het internationale vlak bestaan, wijzen uit dat CDM-
projecten vaak niet duurzaam zijn, dat zij geografisch niet juist
verspreid zijn ­ zo zijn er bijvoorbeeld in Afrika geen projecten ­ en
dat zij wat de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen niet
zoveel opbrengen.
Er nu van uitgaan dat wij begonnen zijn en dat wij voortdoen tot 2050
is zeer ongezond. De gegevens die men nu heeft moet men
aangrijpen om alvast een gesprek te starten. Men hoeft niet in eerste
instantie de aankoopdoelstellingen te herzien, maar misschien moet
dat wel in 2012. Ik hoopte dat u zou zeggen dat wij daarmee niet
onvoorwaardelijk doorgaan. Dat heb ik niet gehoord in uw antwoord.
Dat betreur ik. Ik hoop dat wij daar op een later moment nog kunnen
op terugkomen en dat er een opening wordt gemaakt om het beleid
ter zake grondig te evalueren.
termes
de
réduction
des
émissions de gaz à effet de serre.
Il serait malsain de simplement
poursuivre
sur
cette
lancée
jusqu'en 2050. Je ne dis pas qu'il
faut revoir en premier lieu les
objectifs d'achat ­ mais peut-être
bien en 2012 ­ mais je ne
voudrais pas qu'on les maintienne
inconditionnellement. Je regrette
que le ministre semble tout de
même emprunter cette voie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de
bescherming van het nationaal park Yasuni in Ecuador" (nr. 9884)
05 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la sauvegarde
du parc national Yasuni en Equateur" (n° 9884)</b>
05.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
mijn vraag handelt over het nationaal park Yasuni in Ecuador. Dat is
een groot park waar olie in ontgonnen kan worden. Uit een aantal
gebieden, "blocks" genaamd, kunnen minstens 412 miljoen vaten olie
gehaald worden. Volgens sommigen gaat het over 920 miljoen vaten
oliewinning. De oliewinning zou in dat gebied, dat van belang is voor
de biodiversiteit, tot zware ecologische schade kunnen leiden, en dus
ook de leefomgeving van de oorspronkelijke culturen kunnen
vernietigen.
De president van Ecuador is bereid om die olie niet te ontginnen als
de internationale gemeenschap ten dele tegemoet wil komen aan de
gederfde inkomsten. Als er niet ontgonnen wordt, zou Ecuador afzien
van een jaarlijks inkomen van ongeveer 700 miljoen dollar, en dat
gedurende dertien jaar. Ecuador wil de helft van die minderinkomsten
zelf dragen als de internationale gemeenschap voor de andere helft
tegemoetkomt. Daarvoor zoekt Ecuador steun bij NGO's, maar ook bij
verschillende landen. Zo heeft het Duitse Parlement met een
overweldigende meerderheid een resolutie goedgekeurd die steun
toezegt aan dat project.
Mijnheer de minister, in uw beleidsnota kwam onder meer naar boven
dat de samenwerking tussen klimaat, biodiversiteit en wouden een
leidraad zal zijn voor federale actie in 2009. In het raam van onze
discussie vorige week aangaande de Lente van het Leefmilieu, hebt u
ook verwezen naar het Red-project in het raam van de internationale
klimaatonderhandelingen. Dit is nu een van de aspecten waarin twee
jaar geleden in Bali erg werd opgeschoten. In Poznan werd misschien
niet zo veel vooruitgang werd geboekt, maar toch.
Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende concrete vragen.
05.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Au moins 412
millions de barils de pétrole
peuvent
être
extraits
dans
plusieurs zones du Yasuni, un
parc national équatorien. D'aucuns
avancent le chiffre de 920 millions
de barils. Cette extraction pétro-
lière
pourrait
causer
des
dommages écologiques impor-
tants et détruire l'environnement
des cultures d'origine.
Le président équatorien est prêt à
ne pas exploiter le pétrole si la
communauté
internationale
compense
partiellement
le
manque à gagner, soit 700
millions de dollars par an pendant
treize ans. À cet effet, l'Equateur
cherche un soutien auprès de
plusieurs pays et ONG. Le
parlement allemand a déjà adopté
une résolution prévoyant l'octroi
d'une aide.
La Belgique adoptera-t-elle un
point de vue similaire à celui de
l'Allemagne? Le ministre est-il
disposé à aborder la question avec
les
ministres
des
Affaires
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Ten eerste, wat is uw standpunt inzake de bescherming van het
nationaal park Yasuni? Neemt België een gelijkaardig standpunt in als
bijvoorbeeld Duitsland?
Ten tweede, bent u bereid om die zaak aan te kaarten bij uw collega's
bevoegd voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking,
en zo te komen tot een gemeenschappelijk Belgisch standpunt? Zijn
daar eventueel al stappen toe gezet?
Ten derde, hebt u over die materie gesproken met uw Ecuadoriaanse
collega tijdens UNFCCC COP 14 in Poznan, onlangs in december?
Ten vierde, bent u misschien bereid om, samen met uw andere
collega's voor Milieu dat dossier te agenderen op de Governing
Council van de UNEP in Nairobi, binnenkort, in februari?
étrangères et de la Coopération au
développement? S'est-il entretenu
de la question avec son collègue
équatorien à Poznan? Est-il prêt à
inscrire ce dossier à l'ordre du jour
du conseil d'administration du
Programme des Nations unies
pour l'Environnement qui se
tiendra en février à Nairobi?
05.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van
der Straeten, over de ecologische en sociale waarde van dat
nationaal park, beschermd door Unesco, bestaat weinig twijfel. Het
standpunt van de Ecuadoriaanse regering over het niet-uitbuiten van
de oliehoudende velden van het park Yasuni is daarom uiterst
moedig. Het is zeer belangrijk dat ontwikkelingslanden worden
gesteund in het behoud van hun biodiversiteit. De meeste ontwikkelde
landen, onder andere België, hebben zich daartoe verplicht via
verschillende internationale akkoorden.
Er zijn momenteel in verschillende fora discussies gaande met
betrekking tot het betalen voor ecosysteemdiensten, Payment for
Ecosystem Services, als een duurzame manier van financiering van
het behoud van biodiversiteit. Dergelijke acties, zoals in Ecuador,
kunnen daar zeker onder vallen, waarbij de financiering bedoeld is
voor het behoud van de ecosysteemdiensten van het park, inclusief
voor de inheemse volkeren.
Tegelijk moet ook duidelijk worden gesteld dat een mogelijke
compensatie zeker niet kan worden gezien in het kader van
klimaatverandering als vergoeding voor het niet-gebruiken van olie of
het reduceren van emissies door ontbossing en bosdegradatie.
Dergelijke discussies zijn nog volop aan de gang binnen het
klimaatverdrag. Het blijft immers een cruciale strategische vraag of
het überhaupt verstandig is om landen te vergoeden voor het niet-
exploiteren van olierijkdommen. Dat kan een gevaarlijk precedent
scheppen voor andere olierijke landen.
Het ondersteunen van Ecuador door Duitsland kan dan ook geen
precedent zijn in het kader van een klimaatverdrag, maar moet
volledig worden gezien in het kader van de conventie over
biodiversiteit. De Duitse resolutie is dan ook volledig in lijn met de EU-
positie met betrekking tot biodiversiteit. Binnen België kan worden
bekeken hoe we daartoe kunnen bijdragen.
Het is zeer moeilijk om de eventuele winstderving van oliewinning in
een dergelijk gebied te berekenen. Het is daarom moeilijk om een
compensatie over meerdere jaren te bepalen door middel van een
geschatte koers en het geschatte aantal vaten. Daarnaast moet ook
de collectieve winst van de bescherming van de biodiversiteit en de
inkomsten van het natuurpark in rekening worden gebracht. Indien de
05.02 Paul Magnette, ministre:
La valeur écologique et sociale de
ce parc national, protégé par
l'Unesco, ne fait guère de doute.
Le point de vue du gouvernement
équatorien est donc extrêmement
courageux. Il est important que les
pays en développement soient
soutenus dans leurs efforts pour
conserver leur biodiversité. La
plupart des pays développés se
sont d'ailleurs engagés à les
soutenir
par
le
biais
de
conventions internationales.
En ce moment, une discussion fait
rage sur divers forums à propos
du concept de "Payment for
Ecosystem Services". Il s'agit de
chercher une manière de financer
durablement la préservation de la
biodiversité. La protection du parc
Yasuni s'inscrit assurément dans
ce cadre.
Parallèlement, il doit être bien
entendu qu'une compensation ne
peut être envisagée dans le
contexte de la lutte contre le
changement climatique. En effet,
pourrait-on
raisonnablement
indemniser un pays parce qu'il
n'exploiterait
pas
certaines
richesses pétrolières? Il s'agirait là
d'un
dangereux
précédent,
notamment à l'égard d'autres pays
disposant
d'importantes
ressources pétrolières.
Le soutien que l'Equateur reçoit de
l'Allemagne
doit
donc
être
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
gevraagde compensatie wordt gebruikt voor het vrijwaren van de
biodiversiteit
in
Yasuni,
inclusief
het
behoud
van
de
ecosysteemdiensten en het beschermen van de inheemse bevolking,
zal ik dat zeker aankaarten bij de bevoegde collega's van
Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Zij zijn reeds
sterk betrokken bij het beschermen van bossen en natuurgebieden in
andere Belgische partnerlanden. Aangezien Ecuador ook partnerland
is, is hier waarschijnlijk ook interesse voor.
Ik zal erop toezien dat het dossier wordt geagendeerd op de
eerstvolgende vergadering van de stuurgroep Biodiversiteit van het
Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid, het CCIM. Daarna zal
het dossier worden besproken op de volgende vergadering van het
Bossenoverleg, een breed en thematisch overlegforum, opgericht op
initiatief van het directoraat-generaal Leefmilieu en het directoraat-
generaal Ontwikkelingssamenwerking, om actuele bossendossiers
beter voor te bereiden.
Coherentie is een belangrijk woord. Wij moeten onze sterke
bereidheid tot bescherming van de biodiversiteit verzoenen met het
ontwikkelingsbeleid van de meest vragende Zuid-Amerikaanse
landen. Toch moet ook hier een evenwicht worden verzekerd met
discussies binnen het kader van het klimaatverdrag.
Naast de link met het Biodiversiteitsverdrag kan het Ecuadoriaans
initiatief inderdaad worden gezien in het licht van de actuele
onderhandelingen binnen de UNFCCC met betrekking tot reducing
emissions from deforestation and forest degradation, het REDD-
akkoord.
Daartoe heb ik tijdens de COP 14 in Posnán met een twintigtal
collega's een joint forestry statement onderschreven dat het belang
van deze onderhandelingen in het kader van het toekomstig
klimaatakkoord benadrukt en de synergieën met biodiversiteit
onderstreept.
Tijdens de COP 14 in Posnán heb ik helaas niet de kans gehad om
deze problematiek aan te kaarten bij mijn Ecuadoriaanse wederpartij,
maar zoals eerder aangegeven, is het belangrijk te begrijpen dat deze
vraag in ruime mate het kader van de klimaatsverandering
onderschrijft en vooral kadert binnen de inspanningen om in 2010 de
bioversiteitsdoelstelling te halen.
Uit het antwoord op voorgaande vragen blijkt duidelijk dat ik begrip
heb voor de situatie in het Nationaal Park van Yasuni. Echter, de
governing council van UNEP is geen discussieforum voor individuele
probleemsituaties in lidstaten van de United Nations, zelfs als de
materie thematisch gezien tot de mondiale governance van UNEP
behoort.
considéré entièrement à la lumière
de
la
convention
sur
la
biodiversité.
La
résolution
allemande se situe dans le
prolongement de la position de
l'UE en matière de biodiversité. On
peut voir au niveau de la Belgique
comment y contribuer.
Il est très difficile de calculer le
manque à gagner éventuel avec
précision et de prendre tous les
facteurs
en compte. Si la
compensation
demandée
est
utilisée
pour
préserver
la
biodiversité à Yasuni, protéger les
services écosystémiques et la
population autochtone, j'aborderai
certainement le dossier avec mes
collègues des Affaires étrangères
et
de
la
Coopération
au
développement, déjà associés de
près à la protection des forêts et
des zones naturelles dans d'autres
pays partenaires de la Belgique.
Je veillerai à ce que le dossier soit
mis à l'ordre du jour de la
prochaine réunion du groupe
d'orientation sur la Biodiversité du
Comité de coordination de la
politique
internationale
de
l'environnement. Le dossier sera
ensuite examiné lors de la
prochaine
réunion
de
la
Concertation forestière.
La cohérence est un élément
important. La protection de la
biodiversité,
la
politique
de
développement
et
le
traité
climatique doivent être alignés.
L'initiative de l'Équateur peut en
effet également être considérée à
la
lumière
des
négociations
actuelles menées au sein de la
convention-cadre
des
Nations
Unies
sur
les
changements
climatiques en ce qui concerne les
accords
REDD
("reducing
emissions from deforestation and
forest degradation"). J'ai signé à
cet
effet
un "joint forestry
statement" à Poznán avec une
vingtaine de collègues.
Je comprends donc la situation du
Parc national de Yasuni. Toutefois,
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
le
"governing
council"
du
programme des Nations unies
pour l'environnement (UNEP) n'est
pas un forum de discussion pour
les problèmes individuels qui se
posent dans les États membres
des Nations unies.
05.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord
en uw genuanceerd standpunt.
Het is volgens mij belangrijk om een dergelijk heikel dossier van
verschillende kanten te bekijken. Het zou onverstandig zijn het enkel
vanuit een klimaatperspectief te bekijken.
Ik vind het een heel goed standpunt. Ik zal u volledig steunen om
hiervoor een meerderheid te vinden. We hebben zelf ook een
resolutie opgesteld die geïnspireerd is op de Duitse resolutie. Als u
iedereen aan de uitvoerende kant samenbrengt, zullen wij in de
commissie voor de Buitenlandse Zaken nagaan of we met de
collega's van de andere partijen daaromtrent een meerderheid
kunnen vinden, rekening houdend met de punten die u hebt
aangebracht en die ik heel waardevol vind.
Ik ben het echter niet eens met uw laatste punt. Ik meen mij te
herinneren dat er over dit concrete dossier wel al werd gesproken op
een UNEP-vergadering. In die zin moet het volgens mij toch mogelijk
zijn om het op de vergadering in februari, al is het dan informeel, over
dit specifieke dossier te hebben.
Ik vind immers dat het belangrijk is dat, ook naar aanleiding van
hetgeen u hebt gezegd, men binnen een aantal landen die
daaromtrent initiatieven willen nemen, even genuanceerd is en men
het dossier de juiste kant laat uitgaan.
Dit kan inderdaad een gevaarlijk precedent zijn, maar het kan ook een
goed voorbeeld zijn. Als iedereen zich daarrond schaart, moet er een
forum worden gecreëerd waar die mensen elkaar kunnen vinden. De
governing council van februari zou daartoe een mogelijkheid kunnen
zijn.
05.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): La réponse du
ministre est nuancée et indique
que le dossier ne peut pas être
examiné uniquement dans une
perspective
climatique.
Je
soutiendrai le ministre pour qu'une
majorité se rallie à son point de
vue. Nous avons nous-mêmes
rédigé une résolution inspirée de
la résolution allemande. Nous
pouvons tenter d'obtenir une
majorité en commission des
Relations extérieures.
Je ne suis pas d'accord avec le
dernier élément de réponse. Je
pense me rappeler qu'il avait déjà
été question de ce dossier lors
d'une réunion de l'UNEP. Ce point
peut dès lors être réinscrit à l'ordre
du jour de février. Il est important
que le dossier soit examiné par
l'ensemble des pays de façon
nuancée. Il peut éventuellement
s'agir d'un précédent dangereux
mais
également
d'un
bon
exemple. Si tout le monde est
d'accord, un forum doit être créé
où les gens peuvent partager leurs
points de vue.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Wouter De Vriendt aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "de slachting van dolfijnen op de Faeröereilanden" (nr. 9901)
06 Question de M. Wouter De Vriendt à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de
la Santé publique sur "les dauphins massacrés aux Îles Féroé" (n° 9901)</b>
06.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, op en rond de Faeröereilanden in Denemarken
worden jaarlijks 1.500 tot 2.000 grienden afgeslacht. Grienden zijn
kleine, zwarte walvissen of dolfijnen. Die afslachting gebeurt op een
zeer wrede manier. Gaia vroeg eerder al aan de Belgische overheid
om protest aan te tekenen bij de Deense regering opdat deze
slachtingen zouden stoppen.
06.01 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Chaque année, autour
des Iles Féroé, de 1.500 à 2.000
globicéphales sont massacrés de
manière absolument cruelle. Gaia
avait déjà demandé par le passé
au
gouvernement
belge
de
protester contre ces pratiques
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Grienden zijn zeer gevoelige, intelligente zeezoogdieren. Men vindt ze
gewoonlijk in groepen van 10 tot 50 dieren. Wat gebeurt er?
Walvisslachters, gewapend met ongeveer 15cm lange messen en
zware metalen haken, drijven die dieren bijeen in baaien en doden ze
op een zeer brutale manier. Eerst wordt de stalen haak in het vlees
van de dolfijn geslagen met zeer diepe wonden tot gevolg. Daarna
wordt het dier vastgemaakt en naar de kant gesleurd. Op die manier
trachten de eilandbewoners de belangrijkste slagaders in het
ruggenmerg door te hakken. De doodstrijd van het dier kan gemiddeld
meer dan 27 minuten duren. Geen enkele dolfijn wordt dit lot
bespaard. Zo worden hele families, inclusief zwangere dieren, op
enkele uren tijd afgeslacht.
Ooit konden de Faeröereilandbewoners beweren dat ze voor hun
overleving afhankelijk waren van het doden van dergelijke dolfijnen en
walvissen, maar tegenwoordig is dat met een van de hoogste
levenstandaarden van de wereld zeker niet meer het geval.
Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal concrete vragen.
Wat is het standpunt van de Belgische regering met betrekking tot
deze praktijken? Welke internationale akkoorden en Europese
regelgeving zijn van toepassing op deze vispraktijken? Leeft de
regering van de Faeröereilanden deze akkoorden na? Welke stappen
kunnen worden gezet om de regering ervan te overtuigen om met
deze praktijken te stoppen? Bent u bereid om deze wreedheden aan
te kaarten bij uw Deense collega en bij de regering van de
Faeröereilanden?
Wij willen erop aandringen dat u hun vraagt een einde te maken aan
de zinloze en brutale slachting van deze dieren.
auprès du gouvernement danois et
de celui des Iles Féroé. Les
habitants de l'île ne peuvent plus
décemment prétendre que le
massacre de ces animaux est
nécessaire à leur survie.
Quelle
est
la
position
du
gouvernement
belge
en
la
matière? Quels accords interna-
tionaux et quelle réglementation
européenne sont d'application
dans le cadre de telles pratiques?
Le gouvernement des Iles Féroé
les respecte-t-il? Le ministre est-il
disposé à aborder la question de
ces actes de cruauté avec son
collègue danois ainsi qu'avec le
gouvernement des Iles Féroé?
06.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mijnheer De
Vriendt, België is sinds 2004 lid van de Internationale
Walvisvaartcommissie, de IWC, en heeft sindsdien de bescherming
van de kleine walvisachtigen verdedigd, een categorie waartoe de
zwarte griend behoort en waarop rond de Faeröereilanden jacht wordt
gemaakt.
Er is een controverse over het mandaat van de IWC met betrekking
tot de slachting van de kleine walvis. Volgens de landen die er jacht
op maken, behoren zij niet tot de IWC-soorten. Volgens de anderen
moet de IWC er zich desondanks over ontfermen.
Niettegenstaande deze controverse en omdat onze wetenschappelijke
adviseur een specialist is op het vlak van kleine walvisachtigen, werd
hun lot zo vaak mogelijk verdedigd op de vergaderingen.
In het kader van de quota's inzake de Aboriginal Subsistence Whaling
op grote walvissen zoals dat in Groenland gebeurt, met hetzelfde
territoriaal statuut als de Faeröereilanden, werd bepaald dat ook met
de vangst van kleine walvisachtigen rekening moest worden
gehouden om de voedselbehoeften van de Groenlandse bevolking te
evalueren.
We mogen ook de andere bedreigingen waaraan de griend blootstaat
niet vergeten, zoals ziekten en vervuiling. Er is geen recente evaluatie
geweest van het effect van de jacht op hun populaties.
06.02 Paul Magnette, ministre:
La Belgique est membre depuis
2004 de la Commission baléinière
internationale (IWC) et a depuis
lors toujours plaidé pour la
protection des petits cétacés.
Il existe une controverse à propos
du mandat de la CIB en ce qui
concerne l'abattage des petits
cétacés. Les pays qui chassent
cette espèce estiment qu'elle ne
fait pas partie des espèces
protégées dans le cadre de l'IWC.
Les autres pays estiment que c'est
bien le cas. La cause de ces
animaux est en tout état de cause
défendue le plus souvent possible
lors des réunions.
Au Groenland, un pays qui a le
même statut territorial que les Iles
Féroé, il a été décidé que pour
évaluer les besoins en nourriture
de la population, il convenait
également de tenir compte de la
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Er werden in 1992, 1993 en 1995 trouwens drie IWC-resoluties
aangenomen. Deze teksten pleiten voor het aanleveren van gegevens
over de jacht die rond de Faeröereilanden wordt toegepast en voor de
verbetering van de jachttechnieken zodat de doodstrijd zo kortstondig
mogelijk wordt gemaakt. Dit is een aspect van dierenwelzijn.
Sinds 1993 worden deze gegevens exclusief bezorgd aan een
organisatie die tot de concurrentie van de IWC behoort, de NAMMCO,
de North Atlantic Marine Mammal Commission.
Het verdrag van de Verenigde Naties over de in het wild levende
treksoorten vermeldt de zwarte griend in zijn bijlage 2, maar dat
brengt geen bijzonder bescherming met zich mee.
De Europese Habitatrichtlijn beschermt in haar bijlage 5 alle
walvisachtigen, maar enkel binnen de wateren van de lidstaten. Er is
echter geen internationale of Europese reglementering van
toepassing op de jacht op kleine walvissen rond de Faeröereilanden,
die een zelfstandig Deens grondgebied vormen en die steeds meer
autonoom worden.
België heeft, zodra het daartoe de kans kreeg, zijn standpunt
uiteengezet in gespecialiseerde instellingen. De Deense overheid en
de andere Staten die lid zijn van deze instellingen kennen dit
standpunt. In het licht van de voortgang van dit dossier en van de
lopende sensibiliseringscampagne, zou het een overbodige en zelfs
contra-productieve stap zijn om nu de aandacht van mijn Deense
collega op deze materie te vestigen.
chasse aux petits cétacés.
Aucune
étude
récente
ne
concerne l'incidence de la chasse
sur leurs populations. Par le biais
de trois résolutions, l'IWC a plaidé
dans les années 90 pour la
collecte de données relatives à la
chasse sur les îles et pour
l'amélioration des techniques de
chasse.
Ces
données
ont
cependant été transmises non à
l'IWC, mais à une organisation
concurrente.
La mention du globicéphale noir
sur une liste de la Convention de
l'ONU sur la conservation des
espèces migratrices appartenant à
la faune sauvage n'implique
aucune protection particulière. La
directive européenne "Habitats"
protège la totalité des cétacés,
mais
cette
protection
n'est
applicable que dans les eaux
territoriales des États membres et
sur le territoire autonome danois.
Notre position est connue des
autorités danoises. Il ne serait
guère productif d'aborder cette
question auprès de mon collègue
danois.
06.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ga niet akkoord met uw laatste conclusie. De
methoden van slachting zijn nog altijd dezelfde, namelijk barbaars en
gruwelijk. Ik weet niet of u ook misschien een aantal e-mails hebt
ontvangen, maar er circuleren e-mails met foto's van de manier
waarop deze dieren worden geslacht, en dat zijn gruwelijke,
bloederige foto's.
Mocht de Internationale Walvisvaartcommissie niet bevoegd zijn voor
de slachting van deze dieren, dan moet er zeker bilateraal protest
worden aangetekend bij de Deense regering om ervoor te zorgen dat
de slachting stopt. Indien het echt nodig is voor basislevensbehoeften
van de mensen daar ter plaatse, dan moet die slachting toch zeker op
een humane diervriendelijke manier gebeuren. Ik denk dat dit
absoluut nodig is. Dergelijke wreedheden tegenover dieren zijn
eigenlijk niet meer van deze tijd. Ik denk dat de internationale
gemeenschap, en ook de Belgische regering, protest moeten
aantekenen tegen dergelijke behandeling, en als het moet dus ook
bilateraal.
06.03 Wouter De Vriendt (Ecolo-
Groen!): Je ne partage pas la
dernière analyse du ministre.
L'abattage de ces animaux reste
barbare.
Si
la
Commission
baleinière internationale n'est pas
compétente,
il
convient
de
protester bilatéralement. Si les
globicéphales sont nécessaires à
l'alimentation de la population
indigène, l'abattage doit respecter
davantage les animaux. Une telle
cruauté vis-à-vis d'animaux n'est
plus de notre époque.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "hybride en
duurzame wagens" (nr. 9944)
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
07 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les voitures hybrides et
durables" (n° 9944)</b>
07.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in het infoblad van FEBIAC, de Belgische
automobiel- en tweewielerfederatie, neemt een minister van deze
regering stelling in ten voordele van elektrische voertuigen. Hij vindt
dat Brussel het voorbeeld van Londen en Berlijn moet volgen. Daar is
een systeem van elektrische laadpalen ontwikkeld. FEBIAC haalt die
stelling aan en meldt dat heel wat constructeurs van autovoertuigen
van oordeel zijn dat hybride voertuigen de toekomst zullen zijn. Zij
zeggen dat België op dat vlak achterop hinkt.
Ten eerste, wat is de stelling van de regering inzake de mogelijkheid
in ons land in laadpalen te voorzien? Werd hierover al een
principebeslissing genomen? Tegen welke termijn mogen wij een
principebeslissing of een uitvoering verwachten?
Ten tweede, FEBIAC vraagt zich af of de overheden, dus ook de
federale, niet het goede voorbeeld zouden moeten geven en van een
groene vloot voertuigen zouden moeten gebruikmaken. Heeft de
regering intenties op dat vlak, en zo ja, welke?
Ten derde, Parijs moedigt het gebruik van elektrische scooters aan. Is
men in dit land ook zinnens hierover voorstellen te formuleren?
Ten vierde, hoe zit het met de fiscaalvriendelijke maatregelen? Zou
de aankoop van propere voertuigen niet kunnen worden
aangemoedigd door de regering, bijvoorbeeld door de autotaks te
laten vallen? Graag uw inzichten hierover.
07.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Dans
un
bulletin
d'information de la Febiac, un
ministre fait l'éloge des avantages
que présentent les véhicules
électriques. Il plaide en faveur de
l'installation
de
bornes
de
rechargement
électrique
à
Bruxelles. Le porte-parole de la
Febiac déclare que selon de nom-
breux constructeurs automobiles,
les véhicules hybrides sont l'avenir
et que dans ce domaine, la
Belgique est à la traîne.
Que pense le gouvernement de la
proposition visant à placer des
bornes
de
rechargement
électrique? A-t-il déjà pris une
décision de principe en la matière?
La Febiac se demande si le
gouvernement ne devrait pas se
déplacer à bord de véhicules de
fonction écologiques afin de
donner l'exemple. Quelles sont les
intentions du gouvernement à cet
égard?
Le
gouvernement
envisage-t-il de promouvoir les
scooters électriques à l'instar de
ce qui a été fait à Paris? Quid de
mesures d'incitation fiscale? Les
propriétaires de véhicules propres
ne
pourraient-ils
pas
être
exemptés du paiement de la taxe
de circulation?
07.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Logghe, het promoten van elektrische wagens is inderdaad een van
de oplossingen om de uitstoot van broeikasgassen en
luchtverontreinigende stoffen te doen dalen. De recente
weersomstandigheden hebben nogmaals het belang bewezen van het
vervoer in de grote steden en langs de grote verkeersassen in tijden
van luchtvervuiling.
In de eerste plaats willen wij erop wijzen dat het promoten van
elektrische wagens enkel zin heeft indien de balans van de uitstoot
van broeikasgassen in het raam van een analyse van de levenscyclus
beter is dan bij benzine- en dieselmotoren, waarbij rekening wordt
gehouden met de uitstoot van broeikasgassen door de elektrische
centrales.
Alle studies zijn het erover eens dat het energierendement van
elektrische wagens twee tot drie maal beter is dan bij
verbrandingsmotoren. In die balans wordt onder meer rekening
gehouden met de fabricage van batterijen. Bovendien stelt men vast
07.02 Paul Magnette, ministre:
Les voitures électriques pourraient
effectivement contribuer à réduire
la pollution atmosphérique. Les
conditions
météorologiques
récentes ont fourni une énième
démonstration de l'importance de
ce problème. Mais promouvoir les
voitures électriques n'a de sens
que si elles sortent vainqueurs, sur
toute la ligne, d'une comparaison
avec les voitures à essence ou
diesel. Certaines études ont fait
apparaître que leur rendement
énergétique est deux à trois fois
supérieur et que le secteur investit
énormément
dans
des
technologies nouvelles et plus
respectueuses
de
l'environ-
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
dat praktisch alle autoconstructeurs aanzienlijk investeren in de
ontwikkeling van nieuwe technologieën die nog milieuvriendelijker zijn.
In eerste instantie zou de uitbouw van een infrastructuur voor het snel
herladen van de batterijen veeleer te verantwoorden zijn in stedelijke
milieus, waar het elektriciteitsnetwerk een groter bereik heeft. Het is
echter wachten op een eerste generatie plug-in-wagens die 's nachts
worden opgeladen in de garage via het klassiek stopcontact, 220 volt.
De milieuvoordelen van die wagens zijn optimaal bij korte
verplaatsingen.
Voordat de regering een principebeslissing neemt over het plaatsen
van specifieke oplaadpalen, moet eerst een duidelijke visie omtrent
het gewenste potentieel worden gedefinieerd.
De federale overheidsdiensten moeten voldoen aan een aantal
vereisten bij de aankoop van wagens, met uitzondering van de
veiligheidsvoertuigen van de politie, de brandweer, enzovoort. Deze
vereisten zijn vermeld in omzendbrief 307, die momenteel toe is aan
de vierde herziening. Een vijfde herziening zou in de eerste helft van
2009 moeten worden goedgekeurd.
Wat betreft de vereisten waaraan beantwoord moet worden, is de
CO
2
-uitstoot opgelegd voor de helft van de aangekochte wagens.
Deze vereisten zullen worden uitgebreid tot de luchtverontreinigende
stoffen. Zij zullen ook gelden voor alle aangekochte wagens.
De limieten inzake de aankoopprijs van de wagens worden uitgebreid
in het geval van elektrische en hybride wagens. Vooraleer een
massale aankoop van elektrische wagens te overwegen, is het echter
van belang de levensduur van de wagens, alsook de betrouwbaarheid
ervan voor de opdrachten waarvoor ze zullen worden aangewend, in
te schatten.
In het algemeen zijn de twee- of driewielers een eerste
keuzealternatief voor auto's, zowel wat betreft de energie-efficiëntie
als de mobiliteit. Hybride of elektrische twee- of driewielers zullen
vermoedelijk het onderdeel zijn van de elektrische voertuigen dat het
snelst zal worden ontwikkeld. Dat is voornamelijk te danken aan het
ruimer aantal beschikbare modellen dat op de markt aanwezig is, in
vergelijking met de twee of drie modellen van elektrische wagens.
Er blijven vragen omtrent de bekendmaking van het energieverbruik
en de CO
2
-uitstoot van deze wagens. Momenteel worden de fiscale
voordelen berekend volgens het verbruik per 100 kilometer en de
uitstoot van broeikasgassen. Deze methodes zou men moeten
behouden en uitbreiden tot elektrische wagens en, waarom niet, in
eerste instantie op forfaitaire basis.
De fiscale aftrekbaarheid die momenteel wordt toegepast voor
thermische scooters zou kunnen worden uitgebreid tot hybride en
elektrische scooters. Het doelpubliek blijft de consumenten, maar
men mag ook het aantal bedrijfswagens en wagens van zelfstandigen
niet vergeten om een voldoende ruime vraag te creëren en de
productiedynamiek voor deze wagens in België te stimuleren.
nement. C'est d'abord en milieu
urbain
qu'il
serait
approprié
d'aménager une infrastructure
permettant
un
rechargement
rapide des piles de ces voitures
électriques. Mais les voitures
pouvant être rechargées au moyen
d'une prise électrique classique
restent à inventer. Avant de
prendre une décision en ce qui
concerne
les
bornes
de
rechargement, il faut d'abord
savoir clairement ce qu'on veut en
termes de potentiel.
La circulaire n° 307 mentionne les
exigences à satisfaire lors de
l'acquisition de véhicules pour les
services
publics
fédéraux,
notamment en ce qui concerne les
émissions de CO
2
. Les limites en
termes de prix d'achat d'un
véhicule seront étendues pour les
véhicules électriques et hybrides.
Pour les voitures électriques, nous
devons toutefois pouvoir évaluer la
durée de vie et la fiabilité. Les
deux ou trois roues constituent
une alternative aux voitures en
termes d'efficacité énergétique et
de mobilité. Les versions hybrides
et électriques seront probablement
développées le plus rapidement,
compte tenu du plus grand
nombre de modèles disponibles
sur le marché. La consommation
d'énergie et les émissions de CO
2
de ces véhicules doivent encore
être étudiées plus en détail.
Les
avantages
fiscaux
sont
aujourd'hui calculés sur la base de
la consommation aux 100 km et
des émissions. Une extension aux
véhicules électriques, le cas
échéant, sur une base forfaitaire,
peut
être
envisagée.
La
déductibilité fiscale accordée pour
les scooters thermiques pourrait
également être étendue aux
scooters hybrides et électriques.
07.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord. Het was vrij uitgebreid. Wij blijven echter
07.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): J'espère que la Belgique
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
achterop hinken. Ik hoop dat men in dit land van deze hybride wagens
en het installeren van elektrische laadpalen een prioritair beleidspunt
maakt. Ik zal in elk geval deze problematiek blijven opvolgen,
mijnheer de minister.
Ik neem er nota van dat men op het vlak van fiscaliteit de uitbreiding
van elektrische scooters tot andere voertuigen aan het nakijken is.
Het is in elk geval een proces dat in de loop der jaren zal moeten
worden uitgerold. Ik hoop dat men er de nodige spoed achter zet. Ik
verwijs graag naar de aanbevelingen over energie, leefmilieu, klimaat
en duurzame ontwikkeling, aangenomen in de plenaire vergadering
van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad van 12
december 2008. Men stelt letterlijk dat men de kennis moet bundelen
die moet leiden tot een grootschalige inzet van hybride motoren in
wagens en het opzetten van een Benelux-netwerk van laadstations
voor elektrisch aangedreven voertuigen, met gebruikmaking van
elektriciteit voortkomend van hernieuwbare energiebronnen.
Dit is ook voor de Beneluxraad zelf een prioritair aandachtspunt. Ik
hoop dat het ook voor de regering nog meer prioritair wordt dan het al
was.
accordera la priorité aux véhicules
hybrides et à l'installation de
bornes de chargement. On étudie
donc la possibilité d'étendre à
d'autres véhicules le régime fiscal
appliqué aux scooters électriques.
J'espère qu'il sera fait diligence,
compte tenu principalement des
récentes recommandations du
Conseil
interparlementaire
consultatif de Benelux concernant
l'utilisation à grande échelle de
véhicules hybrides et la mise en
place d'un réseau Benelux de
stations de chargement électrique.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "het
federale aandeel in de Kyotodoelstelling met betrekking tot de vermindering van de CO2-uitstoot"
(nr. 10300)
08 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la part fédérale
dans l'objectif Kyoto concernant la réduction des émissions de CO2" (n° 10300)
08.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, de federale overheid heeft twee
verplichtingen met betrekking tot de Kyotodoelstellingen. Over het
federale aankoopbeleid hebben we het reeds gehad. Ik zou het nu
over de andere verplichting willen hebben, namelijk de vermindering
van CO
2
, waarvoor de federale Staat maatregelen moet nemen die
resulteren in een jaarlijkse vermindering van 4,8 miljoen ton CO
2
-
equivalenten per jaar. Ik heb het eens opgezocht. Sinds 2004 zijn er
een aantal maatregelen genomen. Daarna heb ik geen maatregelen
meer gevonden. Misschien zijn ze er wel, maar staan ze niet op de
website of zijn ze moeilijker te detecteren.
Er is vorige week op de Ministerraad een nieuw klimaatplan
goedgekeurd. Na het klimaatplan 2002-2012 is er nu het plan 2009-
2012. Dat klimaatplan bevat een stand van zaken eind 2008 en vormt
ook de basis voor de strategie in de periode na 2012. Ik vraag mij
eigenlijk af hoe het zit eind 2008, als we weten dat in artikel 13 van
het samenwerkingsakkoord het volgende is bepaald: "De federale
Staat en elk van de Gewesten verbinden zich ertoe om jaarlijks en op
een geharmoniseerde manier verslag uit te brengen aan de
Klimaatcommissie omtrent de vorderingen en de implementatie van
het beleid en de maatregelen opgenomen in het Nationaal
Klimaatplan die tot hun bevoegdheid behoren."
Zijn de maatregelen die zijn genomen op de bijzondere Ministerraad
van 20 en 21 maart 2004 allemaal uitgevoerd? Indien dat niet het
geval is, welke zijn dan niet uitgevoerd?
08.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Les
autorités
fédérales ont deux obligations vis-
à-vis des objectifs de Kyoto. Outre
la politique fédérale d'achat, il y a
l'engagement fédéral d'aboutir à
une réduction annuelle de 4,8
millions de tonnes d'équivalent
CO
2
Après 2004, je ne trouve plus
trace de décisions à propos de
mesures en la matière. Le Conseil
des ministres a adopté la semaine
dernière le nouveau plan climat
2009-2012.
Ce
plan
climat
comporte un état des lieux à la fin
2008 et constitue le fondement de
la stratégie à mener au cours de la
période après 2012. Quelle était la
situation fin 2008, dans la mesure
où il y a lieu de faire rapport
chaque année sur les résultats de
la politique et des mesures prises?
Toutes les mesures décidées en
2004 ont-elles été mises en
oeuvre? Le cas échéant, lesquelles
ne l'ont pas été? D'autres mesures
ont-elles été prises depuis 2004 et
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ten tweede, welke andere maatregelen werden genomen sinds
2004? Welke daarvan zijn ondertussen geïmplementeerd?
Ten derde, wat was de evaluatie na de implementatie van de federale
maatregelen? Realiseren zij de jaarlijkse vermindering van 4,8 miljoen
ton CO
2
-equivalenten, zoals overeengekomen in de lastenverdeling?
Ten vierde, werd die doelstelling gerealiseerd in 2008, het eerste jaar
van onze verbintenisperiode? Indien niet, welke bijkomende stappen
worden ondernomen om de doelstelling te halen?
lesquelles parmi celles-ci ont été
mises en oeuvre? Quelle a été
l'évaluation des mesures fédérales
et l'objectif annuel d'une réduction
de 4,8 millions de tonnes sera-t-il
atteint? A-t-il été atteint pour 2008
et, dans la négative, quelles
mesures supplémentaires seront
prises à cet égard?
08.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van
der Straeten, de beslissingen van de Ministerraad van Oostende in
maart 2004 vormen inderdaad de ruggengraat van het federaal beleid
inzake de strijd tegen de klimaatverandering. Alle maatregelen die
tijdens de Ministerraad van 20 en 21 maart werden beslist, werden
uitgevoerd. Het stadium van inwerkingtreding van deze maatregelen,
die onder de bevoegdheid van verscheidene ministers vallen, varieert
evenwel in sterke mate. Bovendien moeten bepaalde maatregelen
worden genomen in samenwerkingsverband met de Gewesten en zijn
ze schatplichtig aan bepaalde beslissingen die op dat niveau worden
genomen.
Op dit ogenblik wordt een studie verwezenlijkt die aan een consultant
werd toevertrouwd om de rechtstreekse weerslag van de federale
maatregelen op de uitstoot van broeikasgas te evalueren. Sedert
maart 2004 werden nieuwe stappen verwezenlijkt, met name tijdens
de Ministerraad van Leuven in maart 2007 in het kader van de Lente
van het Leefmilieu, of tijdens de recente besprekingen over de nieuwe
federale plannen inzake duurzame ontwikkeling en het federale
productplan dat nu wordt aangenomen. Tal van sleutelmaatregelen
die tijdens de Ministerraad van Oostende in 2004 werden genomen,
werden toen versterkt. We vermelden een bestendig optrekken van
de maxima voor de fiscale aftrek van energiebesparende
investeringen, specifieke maatregelen ter versterking van de offshore
windenergie, het consolideren van de fondsen van derde
investeerders Fedesco en FRGE. Nieuwe maatregelen werden
eveneens genomen in de transportsector, door de verbetering van de
infrastructuur van de NMBS en het stimuleren van voertuigen die
meer eerbied hebben voor het leefmilieu, of op het gebied van het
productenbeleid, zoals heffingen op bepaalde wegwerpproducten. Al
die maatregelen staan netjes verduidelijkt in het Nationaal
Klimaatplan 2009-2012, dat op 16 januari in eerste lezing aan de
regering werd voorgelegd.
De federale bijdrage van 4,8 miljoen ton CO
2
-equivalent voor de
nationale inspanning inzake vermindering voor de periode 2008-2012
vormt een stevige verbintenis die in de context van het Overlegcomité
werd aangegaan.
De hele regering blijft gemobiliseerd om de bestaande maatregelen
ten volle uit te voeren en nieuwe maatregelen te ontwikkelen.
De volgende stap die van strategisch belang zal zijn, is de herziening
van het Nationaal Klimaatplan dat binnen de Nationale
Klimaatcommissie wordt gecoördineerd. Bovendien zullen de federale
regering en de Gewesten de termijnen eerbiedigen voor de
08.02 Paul Magnette, ministre:
Les décisions qui ont été prises
par le Conseil des ministres qui
s'est tenu à Ostende les 20 et 21
mars 2004 constituent les pierres
angulaires de la politique fédérale
de lutte contre les changements
climatiques. Toutes les mesures
sont en cours d'exécution, même
si l'état d'avancement est fort
variable.
Certaines
mesures
doivent en outre être mises en
oeuvre en collaboration avec les
Régions.
Une
étude
est
actuellement en cours dans le but
d'évaluer les mesures en question.
Deux nouvelles initiatives ont été
prises depuis mars 2004 et de
nombreuses
mesures-clés
adoptées lors du Conseil des
ministres de mars 2004 ont été
renforcées. Toutes les précisions
en la matière figurent dans le plan
national climat 2009-2012, soumis
il y a peu pour lecture au
gouvernement.
Avec une réduction de 4,8 millions
de tonnes de CO
2
, l'autorité
fédérale a pris un engagement fort
pour
la
période
2008-2012.
L'étape suivante consistera à
revoir le plan national climat. Le
gouvernement fédéral et les
Régions respecteront également
les délais prévus dans le paquet
Énergie et Climat de l'Union
européenne de décembre 2008.
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
inwerkingstelling die werden opgelegd door de beslissingen genomen
in het kader van het klimaat- en energiepakket van de Europese Unie
dat in december 2008 werd aangenomen.
08.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik onthoud eruit dat er een ongelooflijke mix van beleidsmaatregelen
is die in diverse plannen zijn neergeschreven. Men zou bijna spreken
van een catalogus van maatregelen. We weten echter niet hoeveel
CO
2
ze zullen reduceren. U kunt immers niet zeggen of we die ...
08.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Il sembIe donc
s'agir
d'une
combinaison
invraisemblable
de
mesures
politiques, sans que l'on sache
réellement quelle sera la réduction
des émissions de CO
2
.
08.04 Minister Paul Magnette: (...)
08.05 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ik heb nu gevraagd
of de maatregelen een jaarlijkse vermindering van 4,8 miljoen ton
CO
2
-equivalent
realiseren
zoals
overeengekomen
in
de
lastenverdeling. Is deze doelstelling gerealiseerd in 2008, het eerste
jaar van de verbintenisperiode van het Kyotoprotocol?
Daarop hebt u niet geantwoord. Ik leid daaruit af dat we niet kunnen
inschatten wat het effect is van onze maatregelen. Als we over de
studie van het Phyto zullen beschikken, zal daaruit misschien blijken
dat die doelstelling niet is gehaald en zullen bijkomende maatregelen
vereist zijn om in de komende jaren, 2009, 2010, 2011 en 2012, meer
te doen dan 4,8 miljoen.
Ik ben bezorgd of we die doelstelling zullen halen en of we onze
Kyoto-doelstelling in het algemeen zullen halen.
08.05 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): La réduction de
4,8 millions de tonnes a-t-elle été
réalisée en 2008? Je n'ai pas
obtenu de réponse à cette
question et il semble dès lors
impossible d'évaluer l'impact des
mesures. Et si l'objectif n'a pas été
atteint, devrons-nous compenser
la différence par des mesures
supplémentaires
les
années
suivantes?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Mevrouw de voorzitter, mag ik om dezelfde gunst vragen als de heer Van Grootenbrulle daarnet en mijn
vraag over het Nationaal Klimaatplan hierop laten volgen?
La présidente: J'allais vous le proposer parce que c'est dans la suite.
09 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "het
Nationaal Klimaatplan 2009-2012" (nr. 10301)
09 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le Plan National
Climat 2009-2012" (n° 10301)
09.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mevrouw de
voorzitter, mijnheer de minister, ik zal mijn inleiding niet herhalen
aangezien ze grosso modo dezelfde is.
U hebt gezegd dat het Nationaal Klimaatplan in eerste lezing werd
goedgekeurd door de Ministerraad.
Het samenwerkingsakkoord bepaalt in artikel 17 dat elke herziening
van het Nationaal Klimaatplan ter advies moet worden voorgelegd aan
de federale en de gewestelijke adviesraden. Aan welke adviesraden
wordt het Nationaal Klimaatplan voorgelegd, specifiek wat het
federaal niveau betreft?
Op welke termijn wordt het advies gevraagd?
09.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
D'après
le
ministre, le Plan National Climat a
été approuvé en première lecture
par le Conseil des ministres.
L'article 17 stipule que toute
révision
du
plan
doit
être
présentée
aux
conseils
consultatifs fédéraux et régionaux.
A quels conseils fédéraux ce plan
sera-t-il présenté et dans quel
délai un avis sera-t-il demandé?
Le plan climat a-t-il fait l'objet
d'une évaluation tous les ans et
quel a été le résultat de
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Werd het klimaatplan 2002-2012 jaarlijks getoetst? Wat was hiervan
het resultaat? Meer specifiek, wat was het resultaat van de evaluatie
die is gebeurd in 2007?
Wanneer
zal
de
jaarlijkse
toetsing
door
de
Nationale
Klimaatcommissie gebeuren en volgens welke methodologie met
betrekking tot de jaarlijkse aanpassing die is voorzien vanaf 2012?
Wat is de strategie voor de periode na 2012?
Ten slotte, kan het Nationaal Klimaatplan aan het Parlement worden
bezorgd?
l'évaluation en 2007? Quand la
commission
nationale
climat
procédera-t-elle
à
l'évaluation
annuelle et selon quelle méthode?
Quelle stratégie sera mise en
oeuvre après 2012? Le nouveau
plan national climat peut-il être
communiqué au Parlement?
09.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mevrouw
Van der Straeten, het Nationaal Klimaatplan 2009-2012 dat op
16 januari in eerste lezing aan de regering werd voorgelegd, werd ter
raadpleging aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling
bezorgd. Het advies wordt verwacht binnen veertien dagen na de
aanhangigmaking.
De gewestregeringen beslissen onafhankelijk van hun eigen
goedkeuringsprocedure, elkeen evalueert of het relevant is het plan
aan de adviesraden voor te leggen, wetende dat de gewestplannen
het voorwerp hebben uitgemaakt van een specifieke raadpleging en
procedure.
Het vorige Nationaal Klimaatplan 2002-2012 heeft niet het voorwerp
van een formele evaluatie uitgemaakt, voornamelijk omwille van de
afwezigheid van een geharmoniseerde methode tussen de federale
Staat en de drie Gewesten.
Tegelijkertijd met de opstelling van de geactualiseerde versie van het
Nationaal Klimaatplan heeft de Nationale Klimaatcommissie een
aanvang genomen met het uitwerken van een gemeenschappelijke
methode voor de evaluatie van het Nationaal Klimaatplan op basis
van een studie die het mogelijk gemaakt heeft een database op te
stellen inzake beleid en maatregelen, alsook een geheel van
indicatoren over weerslag en inwerkingstelling van de maatregelen.
Het deel post 2012 van het Nationaal Klimaatplan blijft in dit stadium
vrij algemeen, gelet op het feit dat het sterk afhankelijk is van de heel
recente ontwikkelingen op dit vlak op Europees en internationaal
niveau. Het is naar gelang van die ontwikkelingen dat de nationale
strategie op middellange termijn en lange termijn zal moeten worden
opgesteld in de context van de herziening van het Nationaal
Klimaatplan en de werkzaamheden van het Nationaal Comité Klimaat
2050, dat dit jaar moet worden ingesteld naar aanleiding van de
beslissing dienaangaande die in het kader van de Lente van het
Leefmilieu werd genomen.
Ik zal verheugd zijn om het Nationaal Klimaatplan 2009-2012 aan het
Parlement voor te stellen en ben zeker bereid om te luisteren naar
elke commentaar, die ook in aanmerking zal worden genomen bij de
herziening en jaarlijkse aanpassing van het plan.
09.02 Paul Magnette, ministre:
Le plan national climat 2009-2012
a été soumis pour avis au Conseil
fédéral
du
Développement
durable. L'avis doit être rendu
dans les quinze jours.
Chaque gouvernement régional
décide
de
l'opportunité
de
présenter le plan aux conseils
consultatifs, sachant que les plans
de secteur ont fait l'objet d'une
consultation et d'une procédure
spécifiques. Le précédent plan
national pour le climat 2002-2012
n'a pas été évalué formellement,
essentiellement en raison de
l'absence de méthode harmonisée
au niveau des autorités fédérales
et des trois régions.
En plus de l'actualisation du Plan
national Climat, la Commission
nationale Climat s'est attelée à
l'élaboration
d'une
méthode
commune pour son évaluation. La
partie concernant l'après-2012
reste très générale pour l'instant,
compte
tenu
des
récents
développements en la matière sur
le plan européen et international. Il
conviendra de définir la stratégie
nationale à moyen et à long
termes en fonction de ces
évolutions. Je soumettrai le Plan
national Climat 2009-2012 au
Parlement et suis certainement
disposé à prêter l'oreille à toutes
les observations. Il en sera
également tenu compte lors de la
révision et de l'adaptation annuelle
du plan.
09.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
wat hebben de voorgaande bevoegde ministers de voorbije jaren
09.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Qu'il
n'y
ait
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
gedaan, als men nu een methodologie moet opstarten voor evaluatie
van het Nationaal Klimaatplan? Ik stel vast dat men dus nog geen
evaluatiemethode heeft, ondanks het feit dat het eerste jaar van de
verbintenisperiode van Kyoto reeds voorbij is. Ik vind dat u achter de
feiten aanholt.
Ten tweede, de strategie voor de periode na 2012 vind ik een beetje
omzichtig - wij zullen die discussie later nog eens voeren - en die
wordt nu daar algauw ingemoffeld, zonder dat dat het voorwerp is van
een grondig debat. Wij moeten goed nadenken over welke
maatregelen wij kiezen, waar wij de nadruk op leggen, wat wij doen
met het CDM. U weet ondertussen dat ik zeer bezorgd ben over het
CDM en dat ik vrees dat wij na 2012 zeer veel CDM's zullen
aankopen. Daarover moet er een grondig debat komen.
Ten derde, ik ben natuurlijk blij dat de Federale Raad voor Duurzame
Ontwikkeling om advies gevraagd wordt, maar veertien dagen voor de
Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, waar alle stakeholders
inzitten, lijkt mij bijzonder weinig. Nu vragen aan die mensen om een
advies te geven in veertien dagen, is zeggen dat ze alles moeten laten
vallen wat ze in hun handen hebben en gauw een advies moeten
opstellen.
Ik vind dat zeer kort, te kort. Het zal ongetwijfeld wel een goed advies
zijn en ze zullen doen wat ze kunnen, maar ik vind de tijdspanne te
kort om over zo'n omvangrijk document een grondig advies te geven.
Misschien moet u dus toch overwegen om die termijn een beetje te
verlangen, tot bijvoorbeeld een maand. Twee weken is echt wel
bijzonder kort.
toujours pas, autant d'années
après le sommet de Kyoto, de
méthode d'évaluation, est tout
simplement incroyable. De plus, la
stratégie pour la période d'après
2012 est beaucoup trop frileuse. Il
convient
de
réfléchir
très
sérieusement aux mesures à
prendre concernant les "Clean
Development
Mechanims"
ou
CDM, entre autres. Il est positif
que l'on ait sollicité l'avis du
Conseil
fédéral
pour
le
développement durable, mais le
délai de quinze jours est vraiment
beaucoup trop court.
09.04 Paul Magnette, ministre: Je ne vois pas de problèmes à
allonger les délais, si nécessaire. Mais le CFDD ne nous l'a pas
demandé, estimant pouvoir travailler dans ces délais. Ses membres
ont déjà reçu le document, le connaissent depuis longtemps et se
sont prononcés sur plusieurs points qu'il comporte. Je vous rappelle
qu'il s'agit seulement d'une compilation des mesures fédérales et
régionales qui ont été décidées en leur temps.
Il est exact qu'il manque un indicateur, une méthode d'évaluation et
un système de coordination entre l'État fédéral et les Régions. C'est
bien pourquoi je vous ai dit la semaine dernière qu'il fallait travailler
par étapes. Avec le Printemps de l'environnement, nous avons
essayé de renouer les fils et de faire en sorte que les différents
pouvoirs puissent exercer un droit de regard réciproque. Cela
s'installe tant bien que mal. Ensuite, nous approuverons le Plan
Climat, tel qu'il est, avec ses limites. Puis, il faudra établir des
indicateurs et des méthodes d'évaluation. Sur cette base, nous
pourrons concevoir une loi climat, en conclusion de ce processus
graduel.
09.04 Minister Paul Magnette:
Zo nodig kan men de termijnen
verlengen, maar de Federale
Raad voor Duurzame Ontwikkeling
heeft ons dat niet gevraagd. De
leden van de Raad hebben het
document al een hele tijd geleden
ontvangen en hebben zich over
verscheidene
punten
uitge-
sproken. Het betreft enkel een
compilatie van de federale en
gewestelijke maatregelen die in
het verleden werden getroffen.
Door het ontbreken van een
indicator, een evaluatiemethode
en een coördinatiesysteem tussen
de federale overheid en de
Gewesten, moeten we in fasen te
werk gaan. Met de Lente van het
Leefmilieu hebben we getracht
ervoor te zorgen dat de diverse
overheden een wederzijds inzage-
recht kunnen uitoefenen. In een
volgende fase zullen we het
Klimaatplan
goedkeuren.
Vervolgens zullen we de indica-
toren en de evaluatiemethoden
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
moeten vastleggen. Op grond van
al die gegevens zullen we een
klimaatwet kunnen opstellen.
La présidente: En ce domaine, je me souviens que, sous la
précédente législature, j'avais harcelé le ministre Tobback. Nous
connaissons ce problème à une échelle beaucoup plus vaste. Tant
que nous ne trouverons pas de méthode commune pour évaluer la
pertinence des plans, nous nous cantonnerons à des appréciations au
lieu de nous consacrer à une lecture objective des dossiers.
Nous avons essayé de programmer les travaux en commission. À cet
égard, nous pourrions peut-être réserver un mercredi pour un
échange sur ce thème. Cela éviterait que soient posées des
questions à répétition.
De voorzitter: Dat probleem doet
zich op een ruimere schaal voor.
Zolang er geen gemeenschap-
pelijke methode bestaat om de
relevantie van de plannen te
meten, zullen we niet verder
geraken dan een subjectieve
beoordeling van de dossiers, daar
waar een objectieve aanpak
aangewezen is.
09.05 Paul Magnette, ministre: J'ai reçu des gens à mon cabinet.
Cela vaudrait peut-être la peine que la commission les auditionne. Il
serait judicieux que les parlementaires participent au débat sur la
définition des critères d'évaluation.
09.05 Minister Paul Magnette:
De
parlementsleden
zouden
moeten deelnemen aan het debat
over
de
definitie
van
de
evaluatiecriteria.
09.06 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
dit is inderdaad een interessanter debat om in de commissie te
voeren, veeleer dan over elke individuele maatregel, want dan
verzanden wij in discussies over hoeveel CO
2
die of die maatregel
heeft opgeleverd.
Ik ben het er met u wel over eens dat het federale niveau zich meer
moet concentreren op de methode en op de vraag welke de
indicatoren zijn. Daar moet het federale niveau een leidende rol
spelen. Dat is wat ontbrak de jongste jaren.
09.06 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Il s'agit là peut-
être d'un débat plus intéressant
pour la commission que d'exami-
ner chaque mesure séparément.
La présidente: Nous le proposerons à la commission pour compléter
notre agenda.
De voorzitter: We zullen het
voorstellen aan de commissie om
onze agenda aan te vullen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de Mme Valérie Déom au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la position défendue par
la Belgique en matière d'OGM au niveau européen" (n° 9906)</b>
10 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de minister van Klimaat en Energie over "het door België op
het Europese niveau verdedigde standpunt inzake GGO's" (nr. 9906)
La présidente: Madame Déom, à votre demande, votre question n° 9907 est retirée.
10.01 Valérie Déom (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la Belgique a délégué un émissaire spécial afin de participer
au groupe de travail sur les OGM mis sur pied par la Commission
européenne, sur l'initiative de son président. L'objet des réunions du
groupe de travail serait de discuter de la politique européenne à
mener en matière d'OGM.
Selon l'association "Nature et Progrès", les réunions du groupe de
travail ont été convoquées dans la plus grande discrétion, à l'insu de
la presse et des citoyens européens ainsi que des différentes
associations qui luttent contre les OGM. L'association déplore, dans
10.01 Valérie Déom (PS): België
heeft een speciale afgevaardigde
aangewezen om deel te nemen
aan de ggo-werkgroep die door de
Europese
Commissie
werd
opgericht.
Volgens de vereniging "Nature et
Progrès"
verliepen
de
vergaderingen van die werkgroep
in de grootste discretie, zonder dat
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
un communiqué de presse, que l'émissaire belge soit un diplomate
qui "ne dispose d'aucune compétence et d'aucune légitimité sur les
questions de fond relatives aux OGM". L'association précitée s'étonne
également du fait que, semble-t-il, ni les Régions, compétentes en
matière d'agriculture, ni le ministre de l'Environnement n'aient été
associés à la préparation des réunions du groupe de travail européen.
Par ailleurs, "Nature et Progrès" a adressé un courrier au premier
ministre pour faire part des souhaits de l'association concernant la
mission du représentant belge. La demande est faite que l'émissaire
soit particulièrement attentif à différents points, comme:
- les procédures d'évaluation des risques faites par l'Autorité
européenne de sécurité des aliments;
- l'évaluation de l'impact socio-économique de l'introduction d'OGM
dans nos sociétés avant de délivrer des autorisations;
- la dénonciation du caractère peu démocratique de l'actuelle
procédure d'agrément des OGM par l'Europe.
Monsieur le ministre, dans la foulée de ce communiqué de presse, je
m'interroge sur les mécanismes de coopération mis en place entre
l'émissaire et le gouvernement et sur la position du gouvernement en
la matière. Avez-vous, vous-même, été associé à la préparation de
ces réunions? Le représentant belge est-il en contact avec votre
cabinet? Enfin, quelle est la position défendue par la Belgique lors de
ces réunions du groupe de travail?
de pers, de bevolking en de
verenigingen die tegen ggo's
strijden, op de hoogte waren. De
vereniging betreurt dat voor België
een ter zake onkundige diplomaat
werd afgevaardigd, en verbaast
zich erover dat noch de Gewesten,
noch
de
voor
milieuzaken
bevoegde
minister
betrokken
werden bij de voorbereiding van
die werkgroep. "Nature et Progrès"
heeft overigens de eerste minister
verzocht ervoor te zorgen dat de
afgevaardigde
aandacht
zou
hebben
voor
de
risicobeoordelingsprocedures
bij
de
Europese
Autoriteit voor
Voedselveiligheid, de sociale en
economische gevolgen van ggo-
gebruik in onze samenleving en
het ondemocratische gehalte van
de huidige Europese erkennings-
procedure voor ggo's.
Was
u
betrokken
bij
de
voorbereiding
van
die
vergaderingen?
Staat
de
Belgische vertegenwoordiger in
contact met uw kabinet? Welk
standpunt neemt België op de
vergaderingen van de werkgroep
in?
10.02 Paul Magnette, ministre: Madame la présidente, madame
Déom, comme vous le faites remarquer, la Commission, sur l'initiative
de son président, a institué un groupe de travail sur les OGM dit
"groupe de Sherpas". Les chefs d'État ont été appelés à nommer un
haut représentant pour participer à ce groupe de réflexion. Pour la
Belgique, c'est le Conseil des ministres restreint et non pas le chef de
l'État qui a été chargé de cette nomination.
En outre, un groupe de travail ad hoc sur les OGM a été institué par la
présidence française pour préparer les conclusions du Conseil qui ont
été approuvées lors du Conseil Environnement du 4 décembre 2008.
La préparation de la position belge a suivi la procédure habituelle,
c'est-à-dire qu'elle s'est déroulée dans les réunions de concertation
entre les pouvoirs fédéraux et régionaux, dits DGE, organisées par la
Direction générale Coordination et Affaires européennes du SPF
Affaires étrangères. Deux réunions ad hoc ont été spécialement
organisées sur le sujet des OGM durant les vacances d'été.
Bref, l'ensemble des partenaires tant fédéraux que régionaux ont été
impliqués dans la définition de la position belge en matière d'OGM.
Sur divers points, un consensus a pu être dégagé, notamment sur le
soutien du mandat donné par la Commission à l'EFSA pour compléter
les lignes directrices actuelles sur l'évaluation environnementale et
10.02 Minister Paul Magnette:
Het klopt dat de Europese
Commissie een ggo-werkgroep,
een zogenaamde sherpagroep,
heeft
ingesteld.
Aan
de
staatshoofden werd gevraagd op
die
groep
een
hoge
vertegenwoordiger af te vaardigen;
wat België betreft, is dat door het
kernkabinet gebeurd. Daarnaast
heeft het Franse voorzitterschap
een ad-hocwerkgroep ingesteld
om de conclusies van de Raad,
die op 4 december 2008 door de
Raad Milieu werden goedgekeurd,
voor te bereiden.
Het
Belgische
standpunt
is
volgens de gewone procedure tot
stand gekomen: de DG Europese
Zaken en Coördinatie van de FOD
Buitenlandse Zaken heeft voor
overleg
tussen
de
federale
overheid
en
de
Gewesten
gezorgd.
Tijdens
de
21/01/2009
CRIV 52
COM 419
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
sur la nécessité d'approfondir des interactions entre l'évaluation des
risques des plants génétiquement modifiés et l'évaluation des
pesticides associés à ces plants.
En revanche et à mon grand regret, en ce qui concerne l'intérêt d'une
évaluation socio-économique, des divergences notables sont
apparues entre les différentes parties intervenantes. Comme il est de
coutume lors de ces concertations en vue de définir une position
coordonnée, l'absence d'un consensus entraîne la délégation belge à
s'abstenir de prendre des positions fermes et donc, à rester en dehors
du vrai débat.
Il en résulte qu'au plan européen, nous n'avons pas de voix autorisée
sur cet aspect.
zomervakantie werden aan deze
twee
kwestie
twee
speciale
vergaderingen gewijd.
Alle
partners
werden
dus
betrokken bij de vaststelling van
het standpunt dat ons land ter
zake op het Europese niveau zou
innemen.
Over verschillende punten bestond
er een consensus. Ik denk onder
meer aan de steun voor het
mandaat
van
de
Europese
Autoriteit voor Voedselveiligheid
(EFSA)
om
de richtsnoeren
betreffende de milieuevaluatie aan
te vullen en aan de noodzaak om
de evaluatie van de risico's die
voortvloeien
uit
genetisch
gewijzigde gewassen en de risico-
evaluatie met betrekking tot de
bestrijdingsmiddelen die voor het
kweken van die gewassen worden
gebruikt nauwer op elkaar af te
stemmen.
Wat
het
nut
van
een
sociaaleconomische
evaluatie
betreft, liepen de standpunten
evenwel uiteen. Bij gebrek aan
consensus zag België ervan af
harde standpunten in te nemen.
Als gevolg daarvan beschikken we
op het Europese niveau niet over
een gezaghebbende stem in dit
verband.
10.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, votre réponse me
rassure en matière de coordination et de concertation par rapport aux
autorités. Selon les dires de l'association "Nature et Progrès", quant
au statut et à la compétence de la personne qui nous représente, à
savoir un diplomate, pouvons-nous savoir de qui il s'agit?
10.03 Valérie Déom (PS): Uw
antwoord stelt me gerust wat de
coördinatie en het overleg tussen
de verschillende bevoegheids-
niveaus betreft. Door wie wordt
ons
land
precies
vertegenwoordigd?
10.04 Paul Magnette, ministre: Son nom ne m'a pas été
communiqué!
10.04 Minister Paul Magnette:
Zijn
naam
werd
me
niet
meegedeeld.
10.05 Valérie Déom (PS): Au niveau européen, existe-t-il une
concertation avec les associations? Au niveau belge, hormis la
concertation institutionnelle, une concertation avec les associations a-
t-elle eu lieu?
10.05 Valérie Déom (PS): Vindt
er, op het Europese en op het
Belgische vlak, overleg plaats met
de verenigingen?
10.06 Paul Magnette, ministre: Ce sujet a été longuement débattu
dans nos instances, notamment au Conseil fédéral de développement
durable. Un débat relatif aux OGM a lieu depuis assez longtemps. Les
10.06 Minister Paul Magnette:
Deze
aangelegenheid
kwam
uitgebreid aan bod in de Federale
CRIV 52
COM 419
21/01/2009
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
associations-coupoles, qui sont le plus souvent consultées par les
autorités, y ont évidemment été associées.
Raad voor Duurzame Ontwikkeling.
De
koepelverenigingen
die
doorgaans door de autoriteiten
worden geraad-pleegd, werden bij
die besprekingen betrokken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: La question n° 10171 de M. Brotcorne est retirée.
La réunion publique de commission est levée à 11.26 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.26 uur.