KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 362
CRIV 52 COM 362
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
I
NFRASTRUCTUUR
,
HET
V
ERKEER EN DE
O
VERHEIDSBEDRIJVEN
C
OMMISSION DE L
'I
NFRASTRUCTURE
,
DES
C
OMMUNICATIONS ET DES
E
NTREPRISES
PUBLIQUES
woensdag
mercredi
05-11-2008
05-11-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Olivier Maingain aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het taalkundige kader van
het Directoraat-generaal Luchtvaart" (nr. 7230)
1
Question de M. Olivier Maingain au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le cadre linguistique de la Direction Générale du
Transport Aérien" (n° 7230)
1
Sprekers:
Olivier
Maingain,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Olivier
Maingain,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van
Klimaat
en
Energie
over
"de
veiligheidsvoorschriften inzake de hoeveelheid
brandstof aan boord van vliegtuigen" (nr. 7152)
3
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "les consignes de
sécurité relatives à la quantité de carburant à bord
des avions" (n° 7152)
3
Sprekers: Peter Logghe, Etienne Schouppe,
staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Peter Logghe, Etienne Schouppe,
secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het gevaar van sms'en
achter het stuur" (nr. 7560)
6
Question de M. Jenne De Potter au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le danger de l'envoi ou de la lecture de sms au
volant" (n° 7560)
6
Sprekers:
Jenne
De Potter, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Jenne
De
Potter,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Josy Arens aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het aantal faillissementen
in de sector van het goederenvervoer langs de
weg voor rekening van derden" (nr. 7562)
7
Question de M. Josy Arens au secrétaire d'État à
la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "le
nombre de faillites dans le secteur du transport
routier de marchandises pour compte de tiers"
(n° 7562)
7
Sprekers: Josy Arens, Etienne Schouppe,
staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Josy Arens, Etienne Schouppe,
secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Olivier Destrebecq aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de brommobiel"
(nr. 7581)
10
Question de M. Olivier Destrebecq au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les voitures sans permis" (n° 7581)
10
Sprekers: Olivier Destrebecq, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Olivier Destrebecq, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Olivier Destrebecq aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het buitenlands rijbewijs"
(nr. 7582)
12
Question de M. Olivier Destrebecq au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le permis de conduire étranger" (n° 7582)
12
Sprekers: Olivier Destrebecq, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Olivier Destrebecq, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de
eerste
minister
over
"de
Europese
harmonisering van de inning van verkeersboetes"
(nr. 7607)
15
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"une harmonisation européenne en matière de
perception des amendes routières" (n° 7607)
15
Sprekers: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Samengevoegde vragen van
17
Questions jointes de
17
- mevrouw Valérie De Bue aan de staatssecretaris
voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "de ongerustheid van de personeelsleden
van het BIVV over hun toekomst" (nr. 7660)
17
- Mme Valérie De Bue au secrétaire d'État à la
Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'inquiétude du personnel de l'IBSR quant à son
avenir" (n° 7660)
17
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de evolutie van het
verkeersveiligheidsbeleid" (nr. 7948)
17
- M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à
la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'évolution de la politique de sécurité routière"
(n° 7948)
17
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Valérie De Bue, Jean-Jacques
Flahaux, Etienne Schouppe, staatssecretaris
voor Mobiliteit
Orateurs: Valérie De Bue, Jean-Jacques
Flahaux, Etienne Schouppe, secrétaire
d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "alcoholtesters in
uitgaansgelegenheden" (nr. 7759)
21
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les alcootests distribués dans des lieux de sortie"
(n° 7759)
21
Sprekers: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de evaluatie van het
inhaalverbod bij regenweer" (nr. 7760)
22
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'évaluation de l'interdiction de dépasser en cas
de précipitations" (n° 7760)
22
Sprekers: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer François Bellot aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het gebruik van
skytracers (naar de hemel gerichte laserstralen)"
(nr. 7791)
24
Question de M. François Bellot au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'utilisation de 'sky tracer' (lasers traceurs dans le
ciel)" (n° 7791)
24
Sprekers:
François
Bellot,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
François
Bellot,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het systeem van de 'car-
pass'" (nr. 7793)
25
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le système du 'car-pass'" (n° 7793)
25
Sprekers: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de bilaterale akkoorden
inzake verkeersveiligheid" (nr. 7880)
27
Question de Mme Kattrin Jadin au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les accords bilatéraux en matière de sécurité
routière" (n° 7880)
27
Sprekers: Kattrin Jadin, Etienne Schouppe,
staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Kattrin Jadin, Etienne Schouppe,
secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer David Geerts aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de onterechte
schrappingen van nummerplaten door DIV"
(nr. 7897)
28
Question de M. David Geerts au secrétaire d'État
à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "les
radiations injustifiées de plaques d'immatriculation
par la DIV" (n° 7897)
28
Sprekers: David Geerts, Etienne Schouppe,
staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: David Geerts, Etienne Schouppe,
secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de snelheid van
behandeling van de bagage op de luchthaven van
Zaventem" (nr. 7918)
29
Question de M. Ludo Van Campenhout au
secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier
ministre sur "la vitesse de traitement des bagages
à l'aéroport de Zaventem" (n° 7918)
29
Sprekers: Ludo Van Campenhout, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Ludo Van Campenhout, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de veiligheid van alle
gebruikers tijdens motortochten" (nr. 8316)
31
Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"la sécurité de tous les usagers lors des
randonnées de motos" (n° 8316)
31
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van mevrouw Ulla Werbrouck aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de vrachtvluchten van de
luchtvaartmaatschappij
El
Al
vanuit
Luik
(Art. 127)" (nr. 7998)
32
Question de Mme Ulla Werbrouck au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les vols de fret de la compagnie aérienne El Al
au départ de Liège (Art. 127)" (n° 7998)
32
Sprekers:
Ulla
Werbrouck,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Ulla
Werbrouck,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de veiligheid van de
spooroverwegen" (nr. 7935)
36
Question de Mme Josée Lejeune au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"la sécurité des passages à niveau" (n° 7935)
36
Sprekers:
Josée
Lejeune,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Josée
Lejeune,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jenne De Potter aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de invoering van een
duplicaatcode bij diefstal van een nummerplaat"
(nr. 7996)
39
Question de M. Jenne De Potter au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'introduction d'un code de remplacement en cas
de vol de plaque minéralogique" (n° 7996)
39
Sprekers:
Jenne
De Potter, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Jenne
De
Potter,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de begeleiding van
uitzonderlijke transporten" (nr. 7859)
40
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'accompagnement des transports exceptionnels"
(n° 7859)
40
Sprekers: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het afschaffen van de
retributie bij de hernieuwing van het rijbewijs voor
personen met een beperking" (nr. 8045)
42
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"la suppression de la redevance due en cas de
renouvellement du permis de conduire d'une
personne handicapée" (n° 8045)
42
Sprekers: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de toegestane
maximumsnelheid voor reisbussen op de
autosnelwegen" (nr. 8149)
44
Question de Mme Josée Lejeune au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"la vitesse maximale autorisée pour les cars sur
les autoroutes" (n° 8149)
44
Sprekers:
Josée
Lejeune,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Josée
Lejeune,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van mevrouw Ulla Werbrouck aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "het defilé van
21 juli 2008" (nr. 8171)
46
Question de Mme Ulla Werbrouck au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le défilé du 21 juillet 2008" (n° 8171)
46
Sprekers:
Ulla
Werbrouck,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Ulla
Werbrouck,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Samengevoegde vragen van
48
Questions jointes de
48
- de heer Xavier Baeselen aan de staatssecretaris
voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "de door een vrachtvliegtuig opgelopen
schade bij het opstijgen in Zaventem" (nr. 8212)
48
- M. Xavier Baeselen au secrétaire d'État à la
Mobilité, adjoint au premier ministre sur "l'avarie
subie par un avion cargo décollant de Zaventem"
(n° 8212)
48
- mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris
voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "Brussels Airport" (nr. 8291)
48
- Mme Sonja Becq au secrétaire d'État à la
Mobilité, adjoint au premier ministre sur "Brussels
Airport" (n° 8291)
48
Sprekers: Sonja Becq, Etienne Schouppe,
staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Sonja Becq, Etienne Schouppe,
secrétaire d'État à la Mobilité
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de
staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de onoverkomelijke
problemen met de veiligheidshomologatie van het
rollend materieel van de spoorlijn Antwerpen-
Brecht" (nr. 8343)
51
Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire
d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les
problèmes
insurmontables
relatifs
à
l'homologation de sécurité du matériel roulant de
la ligne ferroviaire Anvers-Brecht" (n° 8343)
51
Sprekers: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs: Jef Van den Bergh, Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de onmiddellijke
inning van boetes" (nr. 8325)
54
Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la perception immédiate des
amendes" (n° 8325)
54
Sprekers:
Josée
Lejeune,
Etienne
Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit
Orateurs:
Josée
Lejeune,
Etienne
Schouppe, secrétaire d'État à la Mobilité
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
INFRASTRUCTUUR, HET
VERKEER EN DE
OVERHEIDSBEDRIJVEN
COMMISSION DE
L'INFRASTRUCTURE, DES
COMMUNICATIONS ET DES
ENTREPRISES PUBLIQUES
van
WOENSDAG
5
NOVEMBER
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
5
NOVEMBRE
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.36 heures et présidée par M. François Bellot.
De vergadering wordt geopend om 14.36 uur en voorgezeten door de heer François Bellot.
01 Question de M. Olivier Maingain au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"le cadre linguistique de la Direction Générale du Transport Aérien" (n° 7230)</b>
01 Vraag van de heer Olivier Maingain aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het taalkundige kader van het Directoraat-generaal Luchtvaart" (nr. 7230)
01.01 Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, lorsqu'en son temps cela remonte certainement à un peu
plus de dix ans la fonction de directeur général du Transport aérien
est revenue à un fonctionnaire du rôle linguistique français - en
l'occurrence M. Mahot -, a été créée la fonction de directeur général
adjoint, appartenant au rôle linguistique néerlandais, afin d'assurer un
équilibre. Il s'agit d'une pratique assez courante au sein de la haute
fonction publique.
Cependant, depuis maintenant plusieurs années, la Direction
générale du Transport aérien a été confiée à un fonctionnaire
appartenant au rôle linguistique néerlandais. À ma connaissance,
nous sommes aujourd'hui au troisième ou au quatrième titulaire de la
fonction. Je suppose que le choix s'est fait sur base des
compétences.
En revanche, on n'a pas veillé à ce que l'équilibre linguistique entre la
fonction de directeur général et celle de directeur général adjoint soit
respecté. Et est restée titulaire de la fonction de directeur général
adjoint, la personne qui avait été désigné à l'époque où M. Mahot était
directeur général du Transport aérien.
La volonté était pourtant de veiller à cet équilibre et c'est d'ailleurs ce
qui avait justifié, à l'époque, la création de la fonction de directeur
général adjoint.
Dès lors, monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous me donner les
raisons pour lesquelles ces deux postes de direction sont toujours
occupés, et ce depuis longtemps, par des personnes du même rôle
linguistique alors que je le répète la volonté était de veiller à un
équilibre? Comment envisagez-vous de rétablir cet équilibre
linguistique entre les deux fonctions dirigeantes au sein de la DGTA?
Enfin, pouvez-vous me donner la répartition linguistique de tous les
01.01 Olivier Maingain (MR): De
leiding
van
het
Directoraat-
generaal Luchtvaart (DGLV) is al
verschillende jaren in handen van
een
ambtenaar
van
de
Nederlandse taalrol. Men heeft er
echter niet voor gezorgd dat het
taalevenwicht tussen de functie
van directeur-generaal en deze
van
adjunct-directeur-generaal
werd gerespecteerd.
Waarom
worden deze twee directieposten
steeds bekleed door personen van
dezelfde taalrol? Hoe gaat u het
taalevenwicht herstellen? Hoe zijn
de statutaire en contractuele
posten van het DGLV verdeeld wat
de taalrollen betreft?
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
postes statutaires et contractuels au sein de la DGTA, et ce tous
niveaux confondus?
Monsieur le ministre, sachez d'ores et déjà que je comprendrais si me
répondiez par écrit à cette dernière question car elle porte plus
spécifiquement sur des statistiques.
01.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur Maingain, les
informations dont vous disposez ne sont plus à jour. Je dois donc
vous donner quelques précisions afin de vous permettre de bien saisir
la situation.
Depuis l'implémentation des fonctions de management dans les
services publics fédéraux, introduites par l'arrêté royal du
29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions
de management dans les services publics fédéraux et les services
publics fédéraux de programmation, c'est à un titulaire d'une
fonction N-1 (directeur général) qu'il revient d'assurer la direction
d'une direction générale. La direction des services au sein d'une
direction générale est assurée par le titulaire d'une fonction N-2
(directeur).
La fonction de directeur général adjoint, comme vous l'évoquez,
n'existe donc pas dans le cadre des fonctions de management.
Dans l'attente des arrêtés royaux d'exécution relatifs au bilinguisme
fonctionnel dont les titulaires d'une fonction de management devraient
faire preuve, un adjoint bilingue doit être désigné dans des cas précis,
et cela en application des dispositions de l'arrêté royal du 16 mai 2003
portant la désignation d'adjoints bilingues à titre de mesure transitoire
dans les services centraux des services publics fédéraux.
Pour l'application de cet arrêté royal au sein du SPF Mobilité et
Transports, il convient par ailleurs de se référer à l'arrêté royal du
18 mars 2004 portant désignation de certaines administrations des
services centraux des services publics fédéraux qui assurent l'unité
des jurisprudences. La Direction générale du Transport aérien est
formellement mentionnée dans l'article 3.
En ce qui concerne plus précisément cette direction générale, le
directeur général qui assure ses fonctions du 1
er
février 2007 au
31 août 2008, membre du personnel néerlandophone unilingue, s'est
vu adjoindre, par décision du 11 mars 2008 du président du comité de
direction, un adjoint francophone ayant prouvé la connaissance
suffisante de l'autre langue, en application de l'article 43§3, 3
ème
alinéa de la loi du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière
administrative.
Comme vous le précisez, M. Durinckx, qui est directeur du niveau N-
2, a été chargé par arrêté ministériel du 14 juillet 2008 d'assurer, à
partir du 1
er
septembre 2008, la fonction de directeur général dans
l'attente de la clôture de la procédure de sélection relative à cette
fonction.
Toutefois, M. Durinckx est titulaire du brevet linguistique idoine et il
n'est aucunement nécessaire de lui désigner un adjoint bilingue.
En ce qui concerne votre quatrième question, je puis vous dire que le
01.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe:
De
informatie
waarover u beschikt is niet langer
actueel. De functie van adjunct-
directeur-generaal bestaat niet in
het
kader
van
de
managementfuncties.
In
afwachting
van
de
uitvoeringsbesluiten
betreffende
de functionele tweetaligheid moet
in welbepaalde gevallen een
tweetalige
adjunct
worden
aangewezen.
De heer Durinckx, die directeur
van niveau N-2 is, werd belast met
de functie van directeur-generaal
in afwachting van het afsluiten van
de selectieprocedure voor die
functie. De heer Durinckx is in het
bezit van het geschikte taalbrevet
en het is helemaal niet nodig hem
een tweetalig adjunct toe te wijzen.
Het is niet mogelijk enkel
gegevens voor het Directoraat-
generaal Luchtvaart op te vragen.
Ik kan u wel zeggen dat er vanaf 1
september 52 Franstaligen en 72
Nederlandstaligen zijn onder de
statutaire personeelsleden evenals
8
Franstalige
en
6
Nederlandstalige contractuelen.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
cadre linguistique qui est fixé par arrêté royal du 15 septembre 2006
et le plan de personnel sur lequel il est appliqué sont des documents
établis globalement pour tout le département. Il n'est donc pas
possible d'en extraire des données relatives à la Direction générale du
Transport aérien, donc de les séparer.
Je peux toutefois vous communiquer la répartition de l'effectif de la
Direction générale du Transport aérien ressortant de l'enveloppe
globale du personnel en opérant une distinction entre les statutaires et
les contractuels. À partir du 1
er
septembre, il y a, parmi le personnel
statutaire, 52 francophones et 72 néerlandophones et parmi les
contractuels, 8 francophones et 6 néerlandophones. Ils sont
mélangés avec d'autres personnes dans le cadre global pour le
SPF Mobilité et Transports.
01.03 Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, je vous remercie pour ces précisions.
Sur le cadre linguistique, j'enverrai une question écrite
complémentaire. Je suis d'accord avec vous pour affirmer que les
équilibres s'apprécient sur l'ensemble du service public fédéral et pas
par direction générale, bien entendu. Je prends note des éléments
statistiques que vous m'avez fournis.
En ce qui concerne la direction ou la direction générale, j'entends que
vous me dites que mes informations sont erronées. Je disposais
d'autres informations, mais, comme je ne veux pas personnaliser, ni
faire état d'une situation plus personnelle en séance publique de
commission, je me permettrai de vous écrire pour vous demander des
explications complémentaires.
01.03 Olivier Maingain (MR): Ik
zal een aanvullende schriftelijke
vraag over het taalkader sturen. Ik
treed u bij wanneer u zegt dat de
taalevenwichten algemeen moeten
worden beoordeeld. Wat de
directie of de algemene directie,
neem ik nota van uw mededeling
dat mijn informatie verkeerd is. Ik
beschikte over andere informatie
en zal zo vrij zijn u te schrijven en
bijkomende uitleg te vragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de
veiligheidsvoorschriften inzake de hoeveelheid brandstof aan boord van vliegtuigen" (nr. 7152)
02 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les consignes de sécurité
relatives à la quantité de carburant à bord des avions" (n° 7152)</b>
02.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer
de
staatssecretaris,
mijn
vraag
gaat
over
veiligheidsvoorschriften in vliegtuigen.
Het verwijt dat lagetariefmaatschappijen het niet zo nauw nemen met
de wettelijk verplichte veiligheidsvoorschriften gaat al langer rond. Ik
heb bepaalde getuigenissen gelezen. Als men die goed leest, dan
meen ik dat de overheid regelmatig vragen zou moeten stellen aan
die lagetariefmaatschappijen en hen bepaalde zaken zou moeten
voorleggen.
Ik wil u eerst zelf de volgende vragen voorleggen.
Ten eerste, klopt het dat vliegtuigen wettelijk steeds voldoende
brandstof aan boord moeten hebben om nog minstens een uur na de
verwachte landing te kunnen blijven vliegen, teneinde bepaalde
crisissituaties het hoofd te kunnen bieden?
Ten tweede, ik verneem dat bepaalde lagetariefmaatschappijen
zouden verbieden om meer te tanken dan absoluut noodzakelijk is om
02.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Apparemment,
les
compagnies aériennes à tarifs
réduits ne sont pas toujours très
regardantes sur le respect des
consignes de sécurité. Est-il exact
que, bien que les réservoirs de
tout avion doivent toujours contenir
une
réserve
de
kérosène
suffisante pour voler une heure de
plus
que
prévu,
certaines
compagnies
à
tarifs
réduits
interdisent
à
leurs
pilotes
d'embarquer plus de kérosène que
nécessaire pour atteindre leur
destination? Les pilotes pris à ne
pas respecter les consignes de
sécurité
recevraient
un
avertissement personnel, alors
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
de plaats van aankomst te bereiken, wat erop neerkomt dat de
wettelijk voorziene reserves niet zouden worden getankt. Kent u het
probleem? Zijn er al precedenten? Neemt u maatregelen in dat
verband?
Ten derde, piloten die erop betrapt worden dat zij de
veiligheidsvoorschriften niet volgen, bijvoorbeeld inzake de
hoeveelheid brandstof, zouden persoonlijk een waarschuwing krijgen,
alhoewel
zij
eigenlijk
gewoon
in
opdracht
van
de
lagetariefmaatschappijen minder brandstof tanken dan wettelijk
verplicht is. Pakt u de lagetariefmaatschappijen regelmatig aan? Is die
toestand u bekend?
Ten vierde, wordt er regelmatig overleg gepleegd met de actoren op
het veld? Zo ja, wanneer? Zijn er voor dit specifieke probleem, de
veiligheidsvoorschriften, resultaten? Wordt er daarover verder overleg
gepleegd?
qu'ils agissent sur ordre de leur
compagnie.
Le
ministre
interpellera-t-il les compagnies à
tarifs réduits sur ce point? Une
concertation est-elle organisée
régulièrement avec tous les
acteurs à propos des consignes
de sécurité?
02.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Logghe, een eerste bedenking die ik moet maken, is dat er
op dit ogenblik geen Belgische maatschappijen meer zijn die opereren
binnen het concept van de lagetariefmaatschappijen sedert de
opslorping van Virgin Express door Brussels Airlines.
Het algemeen principe is dat de nationale toezichthoudende overheid
de eerbiediging van de veiligheidsvoorschriften en de voorschriften in
verband met brandstof moet opvolgen. Een voorbeeld van een
maatschappij die vanuit België opereert is Ryanair en de nationale
toezichthoudende overheid daarvan is het Ierse luchthavenbestuur.
U vraagt over hoeveel brandstof een vliegtuig moet beschikken.
Normaal moet er voldoende brandstof aan boord zijn tot de
bestemming. Dat lijkt mij evident. Daaraan moet evenwel nog
brandstof worden toegevoegd om de eventuele uitwijkluchthaven te
bereiken.
Als met die afstand rekening is gehouden, moet nog 30 minuten
brandstof worden voorzien voor het vliegen in een wachtpatroon - de
holding - en dat op een vlieghoogte van 1.500 voet. U weet dat de
verbranding verschilt naarmate de hoogte.
Na al die parameters moet er nog eens 5% brandstof worden
toegevoegd voor onvoorziene gebeurtenissen - contingency fuel - om
te voorzien in vluchtomstandigheden zoals tegenwind. De toestand
stemt immers niet altijd overeen met hetgeen bij het opstijgen werd
vastgesteld.
Zoals u hebt gezegd, hebben wij dat ook in de pers gelezen. We
kennen het niet uit de praktijk. Handelen zoals u hebt geciteerd, is
theoretisch mogelijk. Het gebeurt dat vliegtuigen te veel brandstof aan
boord nemen - tankeren - wanneer het een maatschappij goed
uitkomt ergens onderweg vol te tanken wanneer de op die plaats
aangerekende lage prijs de bijkomende vervoerkosten en het extra
gewicht meer dan compenseert.
Zoals ze zeggen, c'est de bonne guerre.
België kan in het kader van de zogenoemde SAFA SAFA staat voor
02.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Depuis que
Brussels Airlines a absorbé Virgin
Express, il n'y a plus de
compagnies low cost belges.
Le principe général qui prévaut en
la matière veut que l'autorité
nationale de surveillance contrôle
le suivi des règles de sécurité. Or
l'autorité nationale de surveillance
de Ryanair est l'Irlande.
Tout avion doit avoir suffisamment
de carburant à son bord pour
pouvoir
atteindre
tant
sa
destination que l'aéroport de
dégagement. De plus, tout avion
doit avoir le carburant nécessaire
pour pouvoir voler pendant trente
minutes en circuit d'attente à une
altitude de quinze cents pieds. En
outre, tout avion doit disposer de
5% de carburant en cas de
conditions de vol imprévues telles
qu'un vent contraire.
Il
arrive
que
des
avions
embarquent plus de carburant
parce que les pleins sont faits
dans un endroit où les prix sont
plus avantageux.
Dans le cadre du Programme
d'évaluation de la sécurité des
aéronefs étrangers, la Belgique
peut contrôler en sus le "load
sheet" des avions. Au cours des
prochains
mois,
nous
consacrerons à ce point l'attention
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
safety assesments of foreign aircraft supplementair nagaan hoe het
gesteld is met de load sheet van de vliegtuigen, waar de gegevens
over de brandstof deel van uitmaken. Wij nemen ons trouwens voor
daar de komende maanden de nodige aandacht aan te besteden. Als
het voorkomt, zullen er opmerkingen worden geformuleerd eerst aan
de
boordcommandant,
vervolgens
aan
de
exploiterende
luchtvaartmaatschappij en ten slotte aan de staat van herkomst. De
opmerkingen krijgen naar gelang van de ernst van de situatie de
overeenstemmende gradatie die in het SAFA-systeem is bepaald.
Op 12 september jongstleden heeft de Algemene Directie van de
Luchtvaart
het
probleem
van
de
vliegveiligheid
bij
de
vertegenwoordigers de Belgische vervoersindustrie, BATA, Belgian
Airtransport Association, aangekaart. Die laatsten zijn zonder
uitzondering de overtuiging toegedaan dat kleine profijten die
minimaal, te weinig of te veel tanken kunnen opleveren, in genedele
opwegen tegen het risico op een ongeval, waarbij zou blijken dat met
de veiligheid werd gesold. Bij een incident waarbij een vliegtuig niet
tijdig hoog genoeg geraakt, wordt inderdaad altijd eerst gecontroleerd
of de load sheet niet te hoog is.
Zo is het gebeurd en zo wordt daarop toezicht uitgeoefend.
qu'il mérite. En cas d'infraction, le
commandant de bord puis la
compagnie exploitante et enfin
l'État d'origine se voient adresser
une observation.
Le 12 septembre 2008, la direction
générale de la Navigation aérienne
a abordé ce problème auprès de
la Belgian Airport Association
(BATA), laquelle considère que la
possibilité de réaliser des profits
grâce à des prix de carburant
inférieurs ne saurait justifier qu'un
pilote prenne des risques de
sécurité.
02.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de staatssecretaris voor zijn zeer uitgebreid antwoord. Ik
verneem met enige vreugde dat men, steekproefgewijs dan, de
brandstof op de load sheets van de vliegtuigen zal controleren. Ik
veronderstel dat men dat niet van alle binnenkomende vliegtuigen zal
kunnen controleren.
Ik verneem dat er op 12 september een vergadering met BATA is
geweest. Doch, ik meen te mogen vaststellen dat het probleem zich
niet situeert bij de Belgische transportbedrijven, maar wel bij de
lagetarievenbedrijven, die niet Belgisch zijn. Hopelijk levert de
steekproefgewijze controle wat op.
Ik neem nota van de driegraadsopmerkingen, waarvan het hoogste
gericht is aan de nationale Staat. Misschien is het niet slecht om een
en ander Europees te verzamelen, zodat men het profiel krijgt van de
lagetarievenmaatschappijen die in Europese luchthavens de regels
niet helemaal volgen.
02.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je me réjouis que les
"load sheets" des avions soient
contrôlés par des coups de sonde.
Je voudrais suggérer que l'on
organise à l'échelon européen une
collecte des informations de
contrôle de façon à ce que nous
sachions
clairement
quelles
compagnies
low
cost
ne
respectent pas les règles.
02.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Logghe, ik heb
niemand met de vinger gewezen. Ten eerste, ik begrijp in de huidige
economische omstandigheden dat alle luchtvaartmaatschappijen
proberen links of rechts wat profijt te halen, bepaalde onkosten te
vermijden, als ze goedkoop kunnen tanken een beetje meer tanken
enzovoort. Dat is allemaal begrijpelijk, maar in functie van het type
vliegtuig, de lading die op het vliegtuig is enzovoort, moet men nagaan
welke kracht de motoren moeten ontwikkelen. Als er iets gebeurt, is
het eerste wat wordt nagegaan de load sheet. Dat is gebeurd met
Kalitta enkele weken geleden. Dan is er nog een vliegtuig van
Cargo B dat met de staart over de grond heeft gesleept. Een van uw
collega's heeft mij daarover ondervraagd.
Het eerste wat men nakijkt, is: hoe zat het met de lading? Heeft men
niet te veel geladen? Heeft men niet te veel getankt in functie van de
afstand? Ik heb u de norm geciteerd die moet gerespecteerd worden.
02.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Je n'accuse
personne. Il est compréhensible
que les compagnies aériennes
tentent de grappiller des bénéfices
à gauche et à droite. La puissance
des moteurs doit être vérifiée sur
la base du type d'avion et du
chargement. En cas d'incident,
c'est évidemment le "load sheet"
que l'on consulte en premier. J'ai
convenu avec la direction générale
de la Navigation aérienne les
chargements seraient désormais
mieux vérifiés.
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Dat wordt eerst nagezien om te verifiëren of de piloot, de
boordcommandant, voldoende motorkracht gegeven heeft, rekening
gehouden met zijn totale lading en het gewicht dat hij de hoogte in
moest krijgen. Ik wil op dit ogenblik geen enkele maatschappij met de
vinger wijzen. Ik zeg alleen maar dat wij constateren dat er een
mogelijkheid is dat er wat betreft die ladingen toch een en ander beter
moet nagekeken worden. De algemene directie van de luchtvaart zal
dat in de zeer nabije toekomst verder ook doen, dat ben ik met hen
overeengekomen.
02.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Verscherpte aandacht is al
wat wij vragen op dat vlak, mijnheer de staatssecretaris.
02.05 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Une vigilance accrue,
c'est
tout
ce
que
nous
demandons.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het gevaar van sms'en achter het stuur" (nr. 7560)
03 Question de M. Jenne De Potter au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "le
danger de l'envoi ou de la lecture de sms au volant" (n° 7560)</b>
03.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, enige tijd geleden bracht het Britse Transport
Research Laboratory een rapport uit met de titel The Effect Of Text
Messaging On Driver Behaviour, een studie waarin via een
wetenschappelijke basis wordt gewezen op de gevaren van sms'en
achter het stuur.
De bevindingen van die studie, uitgevoerd bij jongeren tussen 17 en
24 jaar, zijn toch wel vrij opzienbarend. De reactiesnelheid van de
proefpersonen verminderde met een derde indien ze tijdens het rijden
een sms verstuurden of lazen. Hun rijvaardigheid daalde zelfs met
90%. De proefpersonen weken vaker van hun rijvak af of hielden
onvoldoende afstand.
Bij een vergelijking met eerdere studies komt men zelfs tot de
bevinding dat sms'en tijdens het rijden gevaarlijker zou kunnen zijn
dan rijden onder invloed van alcohol, op de wettelijke limiet, of van
cannabis. Ook het BIVV bevestigt de gevaren van sms'en achter het
stuur.
Mijn vragen zijn dan ook de volgende.
Worden er stappen ondernomen om bestuurders te wijzen op de
gevaren van het sms'en achter het stuur?
Zijn er daarvoor reeds specifieke acties gepland?
Ik weet dat de wet niet handenvrij bellen terwijl men rijdt verbiedt en
dat sms'en daaronder valt, maar wordt er daarop gecontroleerd? Zo
ja, bestaan er daarover cijfers?
03.01 Jenne De Potter (CD&V):
Une étude britannique réalisée
parmi les jeunes de 17 à 24 ans
révèle que l'envoi de SMS au
volant réduit d'un tiers la rapidité
de réaction et de pas moins de
90% la capacité de conduite. Il est
dès lors plus dangereux d'envoyer
des SMS au volant que de rouler
sous l'influence de l'alcool ou de
cannabis.
Quelles mesures prend-on pour
attirer l'attention des conducteurs
sur les dangers que comporte
l'envoi de SMS au volant? Des
actions spécifiques sont-elles déjà
prévues en la matière? Contrôle-t-
on suffisamment cet aspect
auprès des conducteurs?
03.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer De Potter, ik moet in de eerste plaats aanstippen dat er
reeds overvloedig onderzoek werd gedaan naar allerlei gedragingen
achter het stuur die de waarneming, de aandacht, de concentratie of
03.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: L'IBSR mènera
ces prochaines années une
campagne relative aux principaux
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
de stuurvaardigheid van de bestuurder verminderen en automatisch
ook de reactietijd doen toenemen.
Het is daarom dat het telefoneren met de gsm in de hand expliciet
verboden is, terwijl in feite ook alle gedragingen die de
stuurvaardigheid verminderen, verboden zijn. Op basis daarvan is het
wel degelijk zo dat het verboden is om rijdend berichten of mails te
versturen of te lezen.
Ik kom aan de vragen die u gesteld hebt.
Ik kan u zeggen dat het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid
de komende jaren campagne zal voeren met betrekking tot de
grootste ongevalrisico's, zoals het rijden onder invloed, snelheid en
veiligheidsgordel, en met betrekking tot bepaalde doelgroepen, zoals
de jonge bestuurders, het zware vervoer en de motorrijders. Dat is het
algemeen principe.
Dat neemt echter niet weg dat tegelijkertijd kan nagegaan worden of
er geen acties in verband met het gebruik van de gsm achter het
stuur moeten gevoerd worden, bijvoorbeeld door middel van folders
en in samenwerking met de mobiele operatoren en dergelijke meer.
Ik moet bekennen dat ik geen statistische gegevens heb van de
federale of zonale politie betreffende het aantal vastgestelde
overtredingen betreffende het niet-handenvrij bellen. De politie
verzekert mij wel dat ze zeer attent is voor dit soort van overtredingen
en daarop wel degelijk controle uitoefent.
Gelet op datgene wat ik daarstraks gezegd heb, zal er in elk geval en
kan er geverbaliseerd worden op het gebruik van de gsm voor
berichten en dergelijke achter het stuur. Ik zal daaraan in elk geval
nog eens herinneren bij de mensen die daartoe de bevoegdheid
hebben.
dangers d'accident, tels que la
conduite sous influence, la vitesse
inadaptée et la non-utilisation de la
ceinture de sécurité. Néanmoins,
des
actions
supplémentaires
axées sur l'utilisation du gsm au
volant
devraient
peut-être
également être mises en oeuvre.
Même si je ne dispose d'aucune
donnée précise concernant le
nombre d'infractions de ce type, la
police m'a assuré attacher une
importance particulière à cet
aspect.
J'insisterai en outre auprès des
instances
compétentes
pour
qu'elles effectuent des contrôles
stricts dans de tels cas et qu'elles
dressent des procès-verbaux si
nécessaire.
03.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, dank
u voor dat laatste engagement. Ik denk niet dat er een heksenjacht
moet komen op mensen die sms'en, maar ik denk dat het niet slecht
is om mensen bewust te maken van de mogelijke gevaren die
daarmee gepaard gaan. Een campagne bijvoorbeeld of een folder
kunnen nooit kwaad. Zeker voor jonge mensen die toch wel iets
gevoeliger zijn voor sms'en achter het stuur, is dat geen slechte zaak.
Wat dat betreft, dank ik u voor uw engagement.
03.03 Jenne De Potter (CD&V):
Je pense qu'il importe avant tout
de sensibiliser les gens aux
dangers de l'envoi de SMS au
volant.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Josy Arens au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "le
nombre de faillites dans le secteur du transport routier de marchandises pour compte de tiers"
(n° 7562)</b>
04 Vraag van de heer Josy Arens aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste
minister over "het aantal faillissementen in de sector van het goederenvervoer langs de weg voor
rekening van derden" (nr. 7562)
04.01 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, les chiffres de l'Institut national des Statistiques de
juillet 2007 à juillet 2008 montrent un accroissement impressionnant
du nombre de faillites en Belgique. Parmi les secteurs les plus
04.01 Josy Arens (cdH): Uit de
cijfers van het Nationaal Instituut
voor de Statistiek van juli 2007 tot
juli 2008 blijkt dat het aantal
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
touchés se trouve le secteur de transport routier de marchandises
pour compte de tiers (+ 17,8%). Ce secteur connaît des particularités
et des spécificités qui expliquent probablement une partie de ses
difficultés.
La problématique de la répercussion de la hausse des coûts et la
difficulté éprouvée par les transporteurs à faire payer leurs factures
dans les temps font certainement partie des difficultés du transport
routier. Comme vous le savez, de plus en plus souvent, les factures
ne sont payées qu'après 90 jours.
À la suite de la manifestation de l'UPTR du 18 juin dernier, une série
de groupes de travail ont été chargés de dégager des pistes pour
améliorer la rentabilité des entreprises de transport.
Monsieur le secrétaire d'État, pouvez-vous me faire connaître, en ce
qui concerne les aspects liés à la législation propre au transport de
marchandises, l'état d'avancement des deux propositions émises par
l'UPTR. D'une part, l'insertion, dans la loi sur le transport, d'une
clause d'indexation automatique, supplétive mais légale, des contrats
de transport en fonction de la hausse des coûts. D'autre part,
l'insertion dans la loi sur le transport d'un délai de paiement impératif
de 30 jours des factures liées à une prestation de transport.
Face à l'importance de ce secteur pour l'économie belge dans son
ensemble, peut-on s'attendre à ce que le gouvernement présente
rapidement à la Chambre et/ou un projet de loi sur ces différents
points?
faillissementen in België sterk is
toegenomen. Een van de sectoren
die het hardst getroffen worden, is
deze van het goederenvervoer
over de weg voor rekening van
derden (+ 17,8 procent). Deze
sector heeft specifieke kenmerken
zoals het probleem om de
stijgende kosten door te rekenen
of problemen met de tijdige
betaling van hun facturen.
Naar aanleiding van de actie die
de UPTR op 18 juni jongstleden
heeft
gevoerd,
werden
werkgroepen
belast
met
de
uitwerking van pistes om de
rentabiliteit
van
de
vervoerondernemingen
te
verbeteren.
Hoe zit het met de twee
voorstellen die de UPTR had
gedaan, namelijk de invoering in
de wet van een clausule voor de
aanvullende
automatische
indexering
van
de
vervoerovereenkomsten op basis
van de prijsstijgingen enerzijds en
de invoering in de wet van een
verplichte betalingstermijn van
dertig dagen anderzijds.
04.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président,
monsieur Arens, selon les chiffres dont ma Direction des Transports
routiers dispose, le nombre de faillites de sociétés de transport pour
compte de tiers n'a en fait pas augmenté mais est resté plutôt stable,
si l'on compare la période du 1
er
juillet 2006 au 30 juin 2007 avec la
période du 1
er
juillet 2007 au 30 juin 2008.
Du 1
er
juillet 2006 au 30 juin 2007, il y a eu un total de 166 faillites
réparties de la façon suivante selon le rôle linguistique: 119 pour la
partie néerlandophone et 47 pour la partie francophone et
germanophone.
Du 1
er
juillet 2007 au 30 juin 2008, le nombre total de faillites s'élèvait
à 164, à savoir 2 faillites de moins: 97 pour la partie néerlandophone
et 67 pour la partie francophone et germanophone.
Lors des négociations avec les fédérations de transporteurs routiers, il
leur a été clairement signalé que les deux propositions ne pourraient
pas être retenues pour diverses raisons, la principale étant qu'on ne
peut pas traiter un secteur différemment de tous les autres secteurs
de notre économie.
En ce qui concerne l'indexation automatique, j'attire votre attention sur
le fait que le Conseil de la concurrence a rendu, le 5 avril 2002, un
avis négatif, suite à une demande similaire des fédérations de
04.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Volgens de cijfers
waarover mijn directie vervoer
over de weg beschikt, is het aantal
faillissementen
van
ondernemingen voor goederen-
vervoer over de weg voor rekening
van
derden
veeleer
stabiel
gebleven. Van 1 juli 2006 tot 30
juni
2007
waren
er
166
faillissementen. Van 1 juli 2007 tot
30 juni 2008 waren er 164.
Tijdens de onderhandelingen met
de
federaties
voor
goederenvervoer over de weg
werd duidelijk gezegd dat de twee
voorstellen niet in aanmerking
konden worden genomen, onder
meer omdat we een sector niet
anders mogen behandelen dan de
andere economische sectoren.
De Raad voor de Mededinging
verstrekte op 5 april 2002 een
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
transporteurs. Un des arguments principaux de cet avis était tiré du
fait que la Cour européenne de Justice a, et ce à plusieurs reprises,
entre autres encore le 30 janvier 1985 et le 19 février 2002, estimé
que de telles mesures étaient en contradiction avec le Traité de
Rome, notamment en ce qui concerne les règles sur la concurrence.
En ce qui concerne le délai de paiement, la loi du 2 août 2002
concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions
commerciales, prévoit actuellement le paiement dans un délai de
30 jours. Le gouvernement a formulé une contre-proposition, car nous
connaissons les problèmes que le principe exposé dans la loi du
2 août occasionne pour les transporteurs, et leur peur à l'égard de
leurs clients. Le 3 juillet, à l'initiative de mes collègues Vandeurzen et
Laruelle, a été déposée une note au Conseil des ministres relative à
la procédure d'injonction de payer. Suite à cette note, le Conseil a pris
acte du projet de loi introduisant l'injonction de payer dans le Code
judiciaire. Ce projet reprend les propositions de loi déposées devant le
parlement, entre autres la proposition de loi n° 139 de Mme Taelman
adoptée au Sénat et transmise à la Chambre des représentants. Le
Conseil des ministres a invité le parlement à traiter le dossier de la
réforme de la procédure d'injonction de payer dans les meilleurs
délais.
L'avantage du projet par rapport à la procédure existante réside
d'abord dans un allègement des coûts de la procédure;
deuxièmement, l'utilisation de formulaires-types; troisièmement,
l'inversion de contentieux (c'est-à-dire que sur demande du plaignant,
la juridiction prend une décision unilatérale sur la créance en cause,
sans qu'il soit préalablement donné au défendeur la possibilité de se
défendre; ce n'est que s'il fait opposition que l'affaire peut être
examinée selon la procédure ordinaire), ce qui est très important.
Finalement, l'adaptation dans l'esprit des procédures d'injonction en
vigueur dans d'autres pays européens.
Nous pensons donc que pour répondre à votre préoccupation,
l'initiative de M. Vandeurzen répond mieux aux desiderata des
transporteurs que ce qui est prévu dans la législation actuelle mais
qui pose problème dans les relations entre fournisseurs et clients.
negatief advies met betrekking tot
de automatische indexering, naar
aanleiding van een vergelijkbaar
verzoek
vanwege
de
transportfederaties.
Het
belangrijkste argument was dat
het Europees Hof van Justitie
meermaals heeft geoordeeld dat
zo een maatregel strijdig was met
de concurrentieregels van het
Verdrag van Rome.
De wet van 2 augustus 2002
betreffende de bestrijding van de
betalingsachterstand
bij
handelstransacties voorziet op dit
ogenblik in een termijn van 30
dagen voor de betaling. De
regering
formuleerde
een
tegenvoorstel, want we weten dat
dat principe de transporteurs ten
aanzien van hun klanten in
moeilijkheden brengt. Op 3 juli
werd in dat verband een nota
voorgelegd aan de ministerraad,
die kennis heeft genomen van het
wetsontwerp tot invoering van een
betalingsbevel in het Gerechtelijk
Wetboek. Dit ontwerp neemt de
wetsvoorstellen over die in dat
verband bij het Parlement werden
ingediend. De ministerraad heeft
bij het parlement op een spoedige
afhandeling
van
dit
dossier
aangedrongen.
Voordelen van dit ontwerp zijn
onder
meer
dat
de
procedurekosten worden verlaagd,
dat gebruik wordt gemaakt van
standaardformulieren en dat, met
betrekking tot de schuldvordering,
een unilaterale beslissing wordt
genomen door de rechtbank
behoudens door de verweerder
aangetekend verzet, wat erg
belangrijk is.
Wij denken dus dat dit initiatief
beter tegemoetkomt aan de eisen
van de vervoerders.
04.03 Josy Arens (cdH): Monsieur le président, je me réjouis de
cette réponse. Le projet de loi a-t-il été déposé au Parlement?
04.03 Josy Arens (cdH): Werd
het wetsontwerp bij het Parlement
ingediend?
04.04 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Oui. C'est le ministre de
la Justice qui l'a introduit. Je suppose qu'il sera traité dans une
04.04 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: De minister van
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
commission commune Justice et Économie ou Classes Moyennes.
Justitie heeft het ingediend.
04.05 Josy Arens (cdH): Il reste le problème de la hausse des coûts,
notamment du carburant, pour les transporteurs routiers. Je trouve
anormal qu'ils ne puissent pas répercuter d'une façon ou d'une autre
sur leurs prix les hausses spectaculaires que nous avons connues
ces derniers mois.
04.05 Josy Arens (cdH): Dan is
er nog het probleem van de
kostenstijging.
Ik
vind
het
abnormaal dat de vervoerders de
buitensporige stijgingen van de
brandstofprijzen niet in hun prijzen
mogen doorberekenen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Olivier Destrebecq au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
05 Vraag van de heer Olivier Destrebecq aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de brommobiel" (nr. 7581)
05.01 Olivier Destrebecq (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, selon la loi, une voiture sans permis est un
cyclomoteur monté sur deux roues ou plus de deux roues ou un
quadricycle léger, pourvu d'une carrosserie fermée. Cela signifie que
le chauffeur de la voiture sans permis doit se comporter comme un
conducteur d'un véhicule à moteur.
Il circule ainsi sur la bande de droite et ne peut emprunter les pistes
cyclables ni les bandes réservées aux cyclistes.
Nous constatons que proportionnellement à leur nombre et aux
kilomètres parcourus, les voitures sans permis sont responsables
directement ou indirectement de beaucoup plus d'accidents et de
morts que les autres véhicules.
Ces voitures constituent donc un danger à elles seules quand on sait
qu'elles peuvent rouler sur les mêmes voies hormis les autoroutes,
nous sommes d'accord que les autres voitures, alors que leur
vitesse maximale est limitée à 45 km/h.
En outre, il est apparu que les personnes qui, pour des raisons
diverses, ne possèdent pas ou plus un permis de conduire B
constituent le principal groupe d'acheteurs car grâce à la voiture sans
permis, ils sont tout de même indépendants pour leurs déplacements.
Précisons également que le contrat d'assurance auto prévoit des
sanctions droit de recours lorsqu'un conducteur n'est pas en
possession du permis de conduire qui lui permet de conduire le
véhicule en question. Ici, l'assureur ne pourra pas appliquer de
sanction puisque le conducteur dudit véhicule sans permis est en
règle.
Je pense que dans le cas de ce type de véhicule, on cumule tous les
dangers: fragilité, conducteur souvent peu formé au Code de la route,
véhicule beaucoup trop lent pour circuler sur une route normale.
Monsieur le secrétaire d'État, ne pensez-vous pas qu'il serait
important que les personnes conduisant un quadricycle léger passent
au minimum leur permis théorique? Je pense qu'il est important de
connaître le Code de la route quand on est amené à circuler comme
05.01 Olivier Destrebecq (MR):
Volgens de wet is een brommobiel
een op twee of meer wielen
gemonteerde bromfiets of een van
gesloten
koetswerk
voorziene
lichte vierwieler. De bestuurder
ervan moet zich dus gedragen als
een
bestuurder
van
een
motorrijtuig. Die wagens zijn
verantwoordelijk voor veel meer
ongevallen
dan
de
andere
wagens. Ze betekenen een echt
gevaar wanneer men weet dat ze,
met
uitzondering
van
de
snelwegen,
dezelfde
banen
gebruiken als de andere wagens,
terwijl hun maximumsnelheid 45
km/uur bedraagt. De grootste
groep kopers van die wagens zijn
de personen die geen rijbewijs B
(meer) bezitten.
Denkt u niet dat het goed zou zijn
dat de personen die een lichte
vierwieler besturen op zijn minst
een theoretisch rijbewijs halen?
Tweewielers van categorie B
zullen uitgerust moeten zijn met
een nummerplaat. Waarom doet
men niet hetzelfde voor de
brommobielen? Bent u van plan
een eigen statuut te geven aan dat
soort voertuigen?
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
les autres véhicules sur le même site.
En ce qui concerne l'immatriculation, les deux roues de catégorie B
vont devoir, me semble-t-il, être porteurs d'une plaque. Pourquoi ne
fait-on pas de même pour ces voitures sans permis?
Pensez-vous donner un statut propre à ce type de véhicules? Ceci
éviterait des quiproquos lorsqu'un juge prononce une déchéance du
droit de conduire et doit préciser la catégorie de véhicules auxquels
s'applique cette déchéance.
05.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur Destrebecq,
vous évoquez en fait la problématique des voiturettes, les véhicules
légers à quatre roues qui sont conduits par des personnes n'ayant
pas ou n'ayant plus le permis pour la catégorie B.
Je dois vous dire que depuis 1998, ces voiturettes ne sont plus des
véhicules sans permis. Sans entrer dans les détails, on peut dire que
tout véhicule à quatre roues, dont la vitesse ne peut pas dépasser
45 km/h, est à considérer comme un cyclomoteur à quatre roues pour
lequel un permis de la catégorie A3 est nécessaire.
Si ce type de véhicule peut rouler plus vite, il faut alors un permis de
la catégorie B.
Toutefois, il existe une exception: les personnes nées avant le
15 février 1961 ne doivent pas disposer d'un permis de catégorie A3
pour conduire un cyclomoteur et donc non plus pour une voiturette.
Cette dispense vient du fait que le permis pour cyclomoteur a été
imposé à la fin des années 1980 et que le principe des droits acquis
a, à ce moment, été accepté et appliqué à toutes les personnes qui
en étaient dispensées auparavant.
Les cyclomoteurs de la catégorie A, roulant à une vitesse maximale
de 25 kilomètres par heure et les véhicules de la catégorie B, à deux,
trois ou quatre roues doivent être inscrits à partir de 2010 et recevront
une plaque d'immatriculation. Sur ce plan, je puis donc répondre
affirmativement à votre question.
En ce qui concerne votre troisième question, il n'y a pas de raison de
donner un statut propre à ce type de véhicules, puisqu'ils sont classés
dans une catégorie bien identifiée, à savoir le A3.
De plus, même en cas de dispense de permis de conduire, je vous
rappelle qu'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur
est une déchéance du droit de conduire et non du permis de conduire.
Cela signifie qu'une déchéance s'applique à tous les véhicules à
moteur et non seulement à ceux pour lesquels un permis de conduire
est nécessaire, sauf si le juge a prévu une exception pour une
catégorie spécifique.
05.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Sinds 1998 dient elk
vierwielig voertuig waarvan de
snelheid niet meer dan 45 km per
uur mag bedragen, te worden
beschouwd als een bromfiets met
vier wielen waarvoor een rijbewijs
van categorie A3 vereist is. Indien
dat type voertuig sneller kan rijden,
is een rijbewijs van categorie B
nodig.
Er blijft echter een uitzondering
bestaan: de personen geboren
vóór 15 februari 1961 moeten niet
over dat rijbewijs beschikken. De
bromfietsen klasse A die een
maximumsnelheid halen van 25
km/u, en de twee-, drie- of
vierwielige voertuigen van klasse
B
moeten
vanaf
2011
ingeschreven worden en zullen
een nummerplaat krijgen. Er is
geen
reden
om
dergelijke
voertuigen een eigen statuut te
geven, aangezien ze in een
welomschreven klasse, namelijk
A3, zijn ondergebracht.
05.03 Olivier Destrebecq (MR): Monsieur le ministre, en ce qui
concerne le deuxième point, je suis rassuré. Cela signifie que le
secteur connaîtra une évolution. En discutant avec la police
notamment, nous nous sommes rendu compte qu'il importe de mettre
cet élément en place. Nous sommes sur la bonne voie et j'en suis
pleinement satisfait.
05.03 Olivier Destrebecq (MR):
Wat het eerste punt betreft,
bevinden we ons in een situatie
waar ik geen woorden voor heb. Ik
denk dat we op dezelfde golflengte
zitten!
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Eu égard au troisième point, voilà des précisions que je n'avais pas et
pour lesquelles je tiens à vous remercier.
Pour ce qui est du premier point, je ne vous cacherai pas que j'en
ris... jaune. Mais que puis-je faire d'autre? En effet, nous sommes
dans une situation que je n'oserais qualifier. Je pense d'ailleurs que
nous sommes sur la même longueur d'ondes!
05.04 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Il s'agit d'une exception
qui a été acceptée à l'époque. Vous êtes le premier à m'en parler. J'ai
fait examiner la question. Le législateur à ce moment a fait autoriser
cette exception!
05.04 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: De wetgever heeft
toen die uitzondering toegestaan!
Het gaat om een klasse die elk
jaar kleiner wordt!
05.05 Olivier Destrebecq (MR): En tout cas, monsieur le secrétaire
d'État, votre sourire me rassure. Je vois que je suis compris.
05.05 Olivier Destrebecq (MR):
Uw glimlach stelt me gerust. Ik
merk dat u me begrijpt.
05.06 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: De toute façon, l s'agit
d'une catégorie qui diminue d'année en année!
05.07 Olivier Destrebecq (MR): Malheureusement pour eux!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Olivier Destrebecq au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
06 Vraag van de heer Olivier Destrebecq aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het buitenlands rijbewijs" (nr. 7582)
06.01 Olivier Destrebecq (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, selon les Conventions de Genève de 1949 et de
Vienne de 1968, un étranger ayant obtenu son permis de conduire
dans son pays d'origine peut se rendre dans sa commune et
échanger celui-ci contre un permis belge.
Deux conditions doivent être réunies: une reconnaissance unilatérale
ou bilatérale des permis doit exister entre la Belgique et le pays
d'origine; le permis doit avoir été délivré avant l'installation en
Belgique, sauf si la personne peut prouver une inscription d'au moins
six mois dans le pays où le permis a été délivré. Moyennant ces
conditions, le permis étranger sera échangé après examen
d'authenticité par la police.
Il nous revient que son application soulève quelques controverses.
Certains pays de la liste des pays qui délivrent des permis non
européens reconnus font partie d'une véritable problématique.
Impossibles à chiffrer exactement, les faux permis de conduire sont
légion, notamment en Afrique. Des circuits se sont structurés, les
vrais faux documents nécessitent des complicités administratives et
développent un système qui appartient désormais à la norme.
La circulation de faux permis au Togo, par exemple, devient un
phénomène inquiétant dont les conséquences sont lourdes pour la
population. En effet, parmi les milliers de conducteurs de véhicules
qui animent le trafic routier togolais, plusieurs circulent avec des vrais
faux permis, surtout pour les véhicules privés.
06.01 Olivier Destrebecq (MR):
Een vreemdeling met een rijbewijs
uit zijn land van oorsprong kan dat
bij zijn gemeente inruilen tegen
een
Belgisch
rijbewijs,
op
voorwaarde dat België en het
desbetreffende
land
elkaars
rijbewijzen erkennen en dat het
rijbewijs werd afgeleverd vóór de
vestiging in België.
Nu zijn er in sommige landen die
erkende
rijbewijzen
afleveren
talloze valse rijbewijzen, met name
in Afrika. Gelijk wie kan middels
corruptie of schriftvervalsing aan
een rijbewijs geraken. Bepaalde
bestuurders hebben dan ook geen
enkel
examen
afgelegd
en
veroorzaken geregeld ongevallen.
Hoe kan dit probleem worden
aangepakt? Zou het niet goed zijn
om een voorlopig rijbewijs af te
geven dat definitief wordt indien de
persoon geen overtreding begaat
of zelfs pas nadat hij geslaagd is
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
Plusieurs informations font état de ce que certains conducteurs
utilisent le permis d'un conducteur décédé. Il suffit à ce dernier de
changer la photo sur ce permis après l'avoir informatisé. D'autres
encore possèdent plusieurs permis. Ils en ont jusqu'à trois ou quatre
de différentes nationalités et de différentes catégories (Niger, Burkina
Faso, Mali, etc.).
L'octroi du permis de conduire au Togo est soumise à des textes et
des examens concours. Mais malheureusement, force est de
constater que plusieurs détenteurs en utilisent sans passer le moindre
examen. Ceci traduit l'effet pervers de la corruption qui mine ce
secteur. Parfois, un chauffeur introduit son dossier avec un permis
togolais. Si ce dossier est confronté à des difficultés, il introduira un
autre dossier avec un permis de nationalité nigérienne par exemple.
Les agents de contrôle routier ne trouvent aucun inconvénient à
prendre quelques billets au détriment de leur devoir. Ainsi ils
encouragent les chauffeurs à multiplier les bévues créant des
accidents réguliers.
J'ai pris l'exemple du Togo, mais il n'est qu'une goutte d'eau dans la
mare des pays africains ou autre où n'importe qui peut se procurer un
permis sans jamais avoir conduit un véhicule.
Monsieur le secrétaire d'État, sur ce plan pourriez-vous m'éclairer sur
la manière d'enrayer ce problème qui peut provoquer des soucis chez
nous; j'en ai fait l'expérience. Qu'en est-il de la délivrance d'un permis
en échange d'un vrai faux permis présenté à la commune, alors que
cette personne n'a pas les aptitudes à conduire, ou que les
réglementations de la route sont différentes de son pays d'origine?
Ne pensez-vous pas qu'il serait bon de délivrer un permis provisoire à
l'essai qui deviendrait définitif si la personne n'a pas commis
d'infraction de la route, voire après réussite du permis théorique?
Que comptez-vous faire pour prendre des dispositions par rapport à
cette problématique?
Je me tiens à votre disposition, le cas échéant, afin de légiférer à ce
sujet.
voor het theoretische examen?
Welke maatregelen denkt u te
nemen? Ik ben bereid om zo nodig
hieromtrent
een
wetgevend
initiatief te nemen.
06.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président,
cher collègue, à la lecture de la question que vous avez déposée, il
me semble opportun de préciser que le problème avait deux causes
principales:
1. la fabrication de faux permis de conduire par des faussaires isolés
ou organisés;
2. l'obtention de permis par complaisance, c'est-à-dire la délivrance
de permis sans que l'aptitude à la conduite ne soit vérifiée.
Permettez-moi de faire preuve de diplomatie. En effet, vous avez cité
des pays. Pour ma part, je dois dire qu'il est très difficile de désigner
certains pays et pas d'autres. De plus, une réponse géographique
consistant à accuser certains pays et à leur refuser l'échange ne
porterait ses effets qu'à court terme et serait rapidement dépassée
par la réalité sur le terrain.
J'en arrive ainsi à vos questions.
06.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: De weigering om
rijbewijzen die door bepaalde
landen afgegeven worden, in te
wisselen, zou het probleem niet
zozeer
oplossen
als
wel
verplaatsen. Bovendien zou de
opzegging
van
bilaterale
akkoorden
betreffende
de
wederzijdse
erkenning
van
rijbewijzen betekenen dat Belgen
niet langer het recht zouden
hebben om hun rijbewijs in te
wisselen in de landen waar ze
willen wonen. De zaken moeten
voorts beschouwd worden binnen
ons algemene beleid Buitenlandse
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
À l'exécution des accords internationaux, la Belgique a opté pour la
conclusion d'accords bilatéraux concernant l'échange mutuel des
permis de conduire. Mettre fin à ces accords signifierait que les
Belges n'auraient plus droit de procéder à l'échange de leur permis
dans les pays où ils veulent résider. De plus, il faut considérer les
choses dans le cadre de notre politique générale des Affaires
étrangères.
En ce qui concerne le permis falsifié, nous avons déjà pris des
précautions en demandant aux communes d'envoyer les permis
étrangers à la police fédérale, notamment à l'office central pour la
répression des faux. La collaboration des polices via Interpol peut,
sans aucun doute, améliorer la lutte contre la fraude, mais elle reste
peu efficace pour ce qui concerne certaines régions déstabilisées.
En outre, la solution du permis provisoire à l'essai est séduisante,
mais elle présente quelques inconvénients. Ainsi, la délivrance d'un
tel permis se heurterait exactement aux mêmes problèmes que ceux
d'un permis définitif, à savoir un faux document, un permis de
complaisance, l'incertitude de l'aptitude à la conduite, etc. Il serait
facile à ces conducteurs "provisoires" de passer entre les mailles du
filet du permis provisoire. Il leur suffirait tout simplement de ne pas
conduire pendant cette période pour éviter l'infraction et obtenir un
permis définitif au bout d'une simple période d'attente.
La réussite d'un examen théorique se heurte également au fait que
cela demanderait la résiliation ou la modification des accords
bilatéraux que la Belgique a conclus.
J'imagine que tous les pays européens sont plus ou moins confrontés
à la problématique des permis falsifiés ou des permis de
complaisance. Il semble que seule une action commune pourrait
mener à une meilleure connaissance de la manière dont les permis
étrangers peuvent être obtenus dans les pays non européens afin
d'adapter les conditions d'échange de ces permis au niveau
européen.
Nous jouons là le dos au mur, je le reconnais.
Zaken.
Wat de vervalste rijbewijzen
betreft, hebben wij de gemeenten
gevraagd
de
buitenlandse
rijbewijzen naar de Centrale dienst
voor de bestrijding van valsheden
van de federale politie te sturen.
Dergelijke problemen zouden zich
ook voordoen als er een voorlopig
rijbewijs afgegeven zou worden.
De aanvragers zouden gewoon
niet moeten rijden tijdens de
wachtperiode zodat ze geen
overtredingen begaan en een
definitief rijbewijs krijgen. Het is
niet mogelijk om een theorie-
examen op te leggen zonder de
gesloten bilaterale akkoorden te
wijzigen.
Enkel een gemeenschappelijke
Europese actie zou dus tot een
betere kennis van dit probleem
kunnen leiden, en tot een
aanpassing van de voorwaarden
betreffende de uitwisseling van
rijbewijzen in Europa.
06.03 Olivier Destrebecq (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, il est clair que je vous appuie lorsque, dans votre
introduction, vous précisez les différents cas de figure et refusez de
placer tous les citoyens de ces pays dans le même panier.
Pour le reste des réponses, vous détenez les bons arguments pour
décider de ne pas aller plus loin dans la modification de la situation
actuelle. Je comprends vos explications et je me doute que vos
services ou vous-même n'avez que peu d'autres moyens de réaction.
Cela n'empêche que je suis déçu de me rendre compte que,
malheureusement, cette situation problématique restera en l'état
encore de nombreux mois, voire de nombreuses années.
Tout en respectant très diplomatiquement nos relations avec ces
pays, ne serait-il pas possible de trouver une amélioration, sans parler
de modification ou de bouleversement, de la situation. Je me permets
d'insister car il s'agit de cas que j'ai vécus personnellement avec des
gens proches, qui m'ont expliqué comment les choses se passent. Je
06.03 Olivier Destrebecq (MR):
Ik begrijp, maar betreur ook, dat u
niet zoveel kan ondernemen. In
sommige
landen
neemt
dit
probleem evenwel zo'n omvang
aan,
dat
absoluut
naar
oplossingen moet worden gezocht.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
vous assure qu'il s'agit d'une situation catastrophique.
Je ne peux donc que vous remercier pour vos réponses, même si
elles ne me satisfont pas entièrement.
06.04 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur Destrebecq,
pour la plus large majorité des pays avec lesquels nous avons conclu
un accord bilatéral, le système mis en place fonctionne
convenablement. Il est cependant un fait que certains pays, tels ceux
que vous avez cités, posent problème. C'est pourquoi nous avons
demandé à la police fédérale de former et d'équiper une cellule afin
de procéder à des vérifications. Cette cellule est à la disposition des
communes.
C'est tout ce que nous pouvons faire dans les circonstances
présentes.
Je me rends compte que ce n'est pas la grande masse, mais surtout
les responsables communaux qui sont parfois confrontés à cette
problématique. La seule chose que je puisse encore faire, c'est vous
inviter à vous mettre en rapport avec l'office central pour la répression
des faux, qui fonctionne parfaitement.
06.04 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: De regeling werkt naar
behoren met de meeste landen
waarmee een bilateraal akkoord
werd gesloten. Met betrekking tot
de
landen
waarmee
zich
problemen voordoen, kunnen de
gemeenten een beroep doen op
een specifieke cel van de federale
politie om de nodige verificaties uit
te voeren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de Europese harmonisering van de inning van verkeersboetes" (nr. 7607)
07 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"une harmonisation européenne en matière de perception des amendes routières" (n° 7607)</b>
07.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, mijn vraag is al twee maanden geleden ingediend
en ze is ondertussen een klein beetje achterhaald, in de zin dat er
ondertussen een bilateraal akkoord is ondertekend met Frankrijk. Dat
is uiteraard een positieve evolutie, maar daarmee zijn we er nog niet.
Mijn vraag gaat over de inning van de verkeersboetes en de
harmonisering daarvan tussen de verschillende lidstaten van Europa.
Ten eerste, tot mijn grote verbazing las ik in de pers dat de voorzitter
van de EReg, een organisatie uit Nederland van de
kentekenautoriteiten, verklaarde dat België aan Nederland de
gegevens doorspeelt van Belgische bestuurders die in Nederland te
snel rijden, maar dat het omgekeerde niet het geval zou zijn. Ik citeer
hem: "Anderzijds spelen wij op nationaal vlak geen gegevens van
Nederlandse snelheidsduivels aan België door omdat de Belgische
overheid daar nooit echt om gevraagd heeft." Ik kan eigenlijk moeilijk
geloven dat die verklaring zou kloppen, maar u kunt het ongetwijfeld
al dan niet ontkrachten.
Ten tweede, in de vervoerscommissie van het Europees Parlement
werd in de maand september een standpunt ingenomen met
betrekking tot de harmonisering van de inning van verkeersboetes in
Europa. De uitwisseling van gegevens zou evenwel enkel betrekking
hebben op de vier belangrijkste en gevaarlijkste overtredingen:
snelheid, rijden onder invloed, gordeldracht en door het rood licht
rijden. Ook de lidstaten zouden zich daarover nog moeten uitspreken.
07.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): Il me revient que la
Belgique transmettrait selon le
président
d'EReg,
une
organisation
néerlandaise
d'autorités
du
domaine
des
plaques d'immatriculation des
données concernant les Belges
qui commettent une infraction aux
Pays-Bas mais que l'inverse n'est
pas vrai. Est-ce exact?
Confirmez-vous
que
la
commission
Transports
du
Parlement
européen
souhaite
limiter l'échange de données
concernant des infractions au
code de la route aux quatre
infractions les plus graves, à
savoir l'excès de vitesse, la
conduite sous influence, l'absence
du port de la ceinture et le non-
respect d'un feu rouge? Quelle est
la position du gouvernement belge
en la matière?
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
Daarom zou ik van de staatssecretaris graag vernemen of de regering
akkoord gaat met de beperking van het uitwisselen van gegevens tot
die vier gevaarlijkste overtredingen. Uiteraard is het juist dat die vier
overtredingen de grootste negatieve impact hebben op de
verkeersveiligheid, maar dat kan toch niet tot gevolg hebben dat
andere overtredingen van buitenlanders ongestraft zouden blijven.
Vandaar dat ik wil vragen wat het standpunt van u en van de regering
ter zake is.
07.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Van den Bergh, ik wil er in de eerste plaats op wijzen dat
EReg de Europese organisatie is van overheden die belast zijn met
de inschrijving van de voertuigen, waarvan ons eigen DIV de
Directie van de Inschrijving van de Voertuigen deel uitmaakt. Ik kan
u zeggen dat de uitspraken van de Nederlandse voorzitter van EReg
in elk geval niet met de werkelijkheid stroken. De identiteit van
Nederlanders die in België een overtreding begaan, wordt wel degelijk
opgevraagd bij de Nederlandse autoriteiten, door zowel de politie als
de parketten. Wel gebeurt zulks op dit ogenblik niet op een centrale of
georganiseerde wijze.
Zoals u zelf hebt aangemerkt, heb ik op 13 oktober jongstleden al een
bilateraal akkoord gesloten met Frankrijk, dat het zal mogelijk maken
om rechtstreeks, op geïnformatiseerde wijze online de
wederzijdse identiteit van overtreders op te vragen.
Dat akkoord heeft betrekking op alle verkeersovertredingen, ook op
de gedepenaliseerde verkeersovertredingen zoals het parkeren. De
besprekingen met Nederland en Luxemburg zijn aan de gang om ook
met hen een dergelijk akkoord af te sluiten. Het akkoord dat met
Frankrijk werd overeengekomen zal trouwens binnenkort naar het
Parlement komen voor formele goedkeuring.
Het voorstel van richtlijn dat op dit ogenblik in het Europees Parlement
wordt besproken betreffende de grensoverschrijdende handhaving
van verkeersveiligheid heeft betrekking op de wederzijdse inning van
verkeersboetes met betrekking tot de vier door u geciteerde types van
overtredingen, met name het rijden onder invloed van alcohol, door
het rood licht rijden, snelheidsovertredingen en het niet dragen van de
gordel. De bedoeling van de richtlijn is dat voor deze overtredingen de
lidstaten van de Europese Unie elkaars boetes zouden innen. Dit zou
dus willen zeggen dat de overtredingen van Belgen in het buitenland
door België zelf zouden worden geïnd. Deze richtlijn gaat dus eigenlijk
verder dan alleen maar het uitwisselen van gegevens. In dat kader
heeft de Europese Commissie trouwens aangekondigd dat ook zij een
initiatief zal nemen. In het kader van het toenemend
grensoverschrijdend verkeer en de verdere eenmaking van Europa
zullen wij automatisch uitkomen bij een verdere harmonisering van de
verkeersregels en van de vaststellingen, vervolgingen en
bestraffingen van verkeersovertredingen. Gelet op de complexiteit van
deze problematiek kunnen wij dus beter de eerste stappen daartoe
zetten. Dat is de weg die wij daartoe volgen. De stappen die de
Europese Unie nu plant gaan in de richting van het akkoord dat wij
met Frankrijk sluiten.
07.02
Etienne Schouppe,
secrétaire
d'État:
EReg
est
l'organisation faîtière européenne
chargée de l'immatriculation des
véhicules. Les déclarations du
président
néerlandais
sont
erronées.
L'identité
des
contrevenants néerlandais est bel
et bien demandée mais pas de
manière centralisée ni organisée.
L'accord bilatéral conclu avec la
France permettra de demander en
ligne des données d'identité dans
les deux sens.
Cet accord concerne toutes les
infractions de roulage et sera
bientôt soumis au Parlement pour
approbation
formelle.
Des
discussions sont en cours avec les
Pays-Bas et le Luxembourg.
La
proposition
de
directive
débattue en ce moment au
Parlement européen concerne la
perception mutuelle des amendes
pour quatre types d'infractions au
Code de la route. Ceci signifie
qu'en cas d'infractions commises
par des Belges à l'étranger, les
amendes dues pourraient être
perçues en Belgique. La directive
va donc plus loin que le simple
échange
de
données.
La
Commission
va
également
prendre une initiative dans ce
domaine.
En
raison
de
l'augmentation constante du trafic
routier transfrontalier et de la
poursuite
de
l'intégration
européenne,
nous
allons
nécessairement devoir harmoniser
les règles de circulation ainsi que
les constats, les poursuites et les
sanctions. Vu la complexité du
problème, nous avons intérêt à
prendre les devants dans ce
domaine. Ce que l'UE projette en
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
ce moment va dans le sens de
l'accord avec la France.
07.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Ik dank de staatssecretaris voor
het antwoord dat duidelijk in de goede richting gaat, de richting van
een grotere harmonisering en betere afspraken met de verschillende
lidstaten om te komen tot een betere inning van verkeersboetes van
buitenlanders. Dat is trouwens ook een belangrijk punt dat Europees
Commissaris Tajani naar voren bracht tijdens het Europees congres
over de verkeersveiligheid waar de voorzitter ook aanwezig was. Hij
heeft herhaaldelijk gewezen op het probleem van de overtredingen
die in andere landen worden begaan.
Wel blijft de vaststelling dat wat Nederland betreft alles voorlopig
gebaseerd is op goede wil. U zegt dat het voorlopig niet centraal
georganiseerd verloopt. Het gebeurt op basis van individuele vragen
van politiekorpsen aan Nederland. Werkt dit? Wordt er voldaan aan
die vragen? Ik neem aan dat het moeilijk is om daar zomaar op te
antwoorden maar ik vraag mij af of het effectief werkt. Gebeurt het
soms enkel formeel? Men stelt dan de vraag maar of dit verder wordt
opgevolgd is nog een andere vraag.
07.03 Jef Van den Bergh
(CD&V): En ce qui concerne
l'Europe, la situation évolue dans
le bon sens. Dans le cas des
Pays-Bas, tout est encore affaire
de bonne volonté. Au stade actuel,
il n'y a encore que des échanges
d'informations basés sur des
questions individuelles posées aux
Pays-Bas par nos corps de police.
Cette collaboration fonctionne-t-
elle bien?
07.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Op die laatste vraag kan
ik moeilijk antwoorden want het initiatief ligt bij de politiediensten en
de gerechtelijke instanties. Een feit is dat na de succesvol afgeronde
besprekingen met Frankrijk Nederland in elk geval bereid is om in
dezelfde richting te gaan. Luxemburg is dat nog niet. Waarschijnlijk
zullen we wat harder aan de kar moeten trekken om daar een
akkoord te krijgen. Ik heb echter hoop dat we erin zullen slagen om
met Nederland een gelijkaardig akkoord te sluiten, niet in de komende
maanden maar toch in de nabije toekomst.
07.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Étant donné que
l'initiative revient à la police et aux
instances
judiciaires,
ces
échanges se déroulent en dehors
de mon champ de vision. Ceci dit,
après le succès des discussions
avec la France, les Pays-Bas sont
disposés à aller dans le même
sens.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Questions jointes de
- Mme Valérie De Bue au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "l'inquiétude du
personnel de l'IBSR quant à son avenir" (n° 7660)<br>- M. Jean-Jacques Flahaux au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'évolution de la politique de sécurité routière" (n° 7948)</b>
08 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Valérie De Bue aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "de ongerustheid van de personeelsleden van het BIVV over hun toekomst" (nr. 7660)
- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste
minister over "de evolutie van het verkeersveiligheidsbeleid" (nr. 7948)
08.01 Valérie De Bue (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, j'aimerais revenir sur le débat que nous avons eu en
avril dernier au sujet de l'IBSR où vous précisiez que les missions
futures de l'institution, sa structure et son financement seraient
maintenant conçus et élaborés en concertation avec les régions dans
le cadre de la régionalisation future de certaines politiques de sécurité
routière. Vous annonciez la mise en place d'une task force le
5 mars 2008 dont la mission consiste à atteindre les objectifs
quantitatifs des états généraux et à régionaliser la sécurité routière.
On connaît l'évolution du contexte institutionnel. Cette loi n'est pas
er
08.01 Valérie De Bue (MR): In
april van dit jaar hielden we een
debat over het BIVV. U stelde toen
dat de toekomstige opdrachten,
structuur en financiering van het
instituut
zouden
worden
uitgestippeld in overleg met de
Gewesten, in het kader van de
regionalisering
van
bepaalde
beleidslijnen
van
de
verkeersveiligheid. U kondigde op
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
encore votée et la date de mise en vigueur du 1
er
janvier 2009 ne sera
pas respectée.
Je voulais relayer une inquiétude persistante au sein du personnel de
l'IBSR et surtout quant à son avenir. J'aurais aimé faire avec vous le
point, monsieur le secrétaire d'État, de la task force. Quelle sera la
situation au 1
er
janvier 2009? Est-ce que le budget 2009 est bien
garanti? Est-ce que l'on prend toutes les mesures pour rassurer le
personnel qui est inquiet pour l'avenir de l'institution?
5 maart 2008 de invoering aan van
een "task force" over dat thema.
De evolutie van de institutionele
context is genoegzaam bekend.
Die wet is nog niet goedgekeurd
en de datum van 1 januari 2009
voor het van kracht worden zal niet
gerespecteerd worden.
Graag kreeg ik meer duidelijkheid
over de "task force". Hoe zal de
situatie er op 1 januari 2009
uitzien? Ligt het budget voor 2009
wel degelijk vast? Worden alle
maatregelen genomen om het
personeel, dat ongerust is over de
toekomst van de instelling, gerust
te stellen?
08.02 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, ma
question est un peu complémentaire de celle de mon collègue. Le
nombre de morts par 1.000 habitants en Belgique décroît mais notre
pays reste un mauvais élève en la matière. On constate d'ailleurs que
les raisons des accidents sont différentes selon les Régions du pays.
En Flandre, ce sont surtout les camions qui sont impliqués et les
accidents se produisent surtout aux heures de pointe. En Wallonie,
les accidents ont surtout lieu la nuit et le week-end et ils sont souvent
liés à la fatigue, à la vitesse inadaptée, à la prise d'alcool et/ou de
médicaments ou d'autres substances. Manifestement, là aussi les
jeunes conducteurs sont plus concernés.
Face à ce triste constat, vous aviez souhaité mener une politique
volontariste en vous appuyant sur les travaux de la task force
évoqués par ma collègue qui devait rendre ces conclusions fin
septembre de cette année.
Avez-vous reçu les conclusions de ce groupe de travail? Pouvez-vous
nous en communiquer les pistes d'action préconisées?
Vous aviez déjà donné, lors de la mise en place de cette task force,
quelques orientations indiquant vouloir agir en matière de politique
criminelle et de communication vis-à-vis des groupes-cibles. Pouvez-
vous nous indiquer quelles mesures vous envisagez de mettre en
place dans ces deux domaines: les groupes-cibles et la politique
criminelle? Quels autres outils comptez-vous mobiliser pour atteindre
votre objectif de ramener à un maximum de 750 morts par an en
2010, c'est-à-dire dans à peine un an et demi et 500 en 2015. Tels
étaient vos objectifs et je les trouve effectivement extrêmement
louables.
08.02 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Mijn vraag sluit hierbij aan.
Het aantal doden per 1.000
inwoners in België, neemt af maar
ons land blijft terzake een slechte
leerling. De redenen voor de
ongevallen
zijn
trouwens
verschillend naargelang van de
gewesten. In Vlaanderen zijn het
vooral de vrachtwagens die bij
ongevallen betrokken zijn en de
ongevallen gebeuren tijdens de
spitsuren. In Wallonië gebeuren
de meeste ongevallen 's nachts en
tijdens het weekend en het gaat
vooral om jonge bestuurders.
U wenste een voluntaristisch
beleid te voeren door gebruik te
maken van de werkzaamheden
van de "task force" die haar
resultaten eind september moest
indienen. Heeft u de conclusies
van die werkgroep ontvangen?
Welke
actiepunten
worden
aanbevolen?
Bij de invoering van de "task
force", wees u erop dat u wilde
optreden inzake strafrechtelijk
beleid en communicatie ten
opzichte van de doelgroepen.
Welke maatregelen overweegt u
voor die twee domeinen? Welke
andere instrumenten bent u van
plan te gebruiken om het aantal
doden op een maximum van 750
per jaar in 2010 en 500 in 2015
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
terug te brengen?
08.03 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Madame De Bue, je
vous propose de répondre d'abord à votre question sur la task force
qui a également été posée par M. Flahaux. J'enchaînerai ensuite avec
votre deuxième question.
En ce qui concerne l'évolution de la politique de la sécurité routière,
monsieur Flahaux, à ce jour, je ne suis pas en mesure de vous
communiquer les résultats de la task-force car les travaux de cette
dernière ne sont pas encore achevés.
Par ailleurs, les résultats des travaux devront être soumis à
l'approbation du Comité interministériel pour la sécurité routière dans
lequel siègent les ministres des départements concernés par ce
problème.
Les pistes d'action préconisées sont axées sur les trois problèmes
majeurs en matière de sécurité routière qui ont été identifiés par les
États généraux de la sécurité routière, à savoir la conduite sous
influence, la vitesse excessive et le non-port de la ceinture de
sécurité.
En matière de sensibilisation, la task force proposera qu'une
campagne de sensibilisation axée sur la conduite sous influence et le
port de la ceinture soit de toute façon menée. Les groupes-cibles
seront constitués par les nouveaux conducteurs, les motocyclistes et
les conducteurs de poids lourds.
En matière de politique criminelle, c'est également autour de ces trois
thèmes majeurs et de ces groupes-cibles que se développeront les
initiatives, avec l'augmentation du nombre de contrôles et
l'augmentation du risque subjectif d'être contrôlé.
À plus long terme, des initiatives législatives qui doivent être lancées
dès maintenant devront porter leurs fruits, avec entre autres, la
modernisation de la législation sur la conduite, sur l'influence de
drogues, avec l'introduction des tests de salive et la suppression du
test d'urine, l'utilisation de l'alcoolock et le 0,2 gramme pour certaines
catégories de chauffeurs, à savoir les chauffeurs professionnels, la
réforme de la formation à la conduite, une poursuite des
contrevenants plus rapide, certaine et adaptée, des mesures au
niveau européen en ce qui concerne la sécurité technique des
véhicules, etc.
Enfin, n'oublions pas que la sécurité routière est également de la
compétence des Régions, notamment en ce qui concerne l'adaptation
de l'infrastructure. Des aménagements qui favorisent intrinsèquement
la sécurité routière de tous les usagers peuvent considérablement
faire diminuer le nombre d'accidents.
Je continue maintenant à répondre aux questions de Mme De Bue: la
situation au 1
er
janvier 2009 et le budget 2009, ce qui n'est pas sans
importance.
Madame, vous savez comme moi que les discussions sur la réforme
de l'État sont, depuis le mois de septembre, menées par les
Communautés, y compris sur le premier paquet relatif à la
08.03 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Ik kan u de resultaten
van de taskforce niet meedelen,
omdat die nog niet klaar is met zijn
werkzaamheden. Die resultaten
moeten trouwens ter goedkeuring
worden
voorgelegd aan
het
Interministerieel Comité voor de
Verkeersveiligheid.
De geplande acties zijn gericht op
de drie hoofdproblemen die door
de Staten-Generaal voor de
Verkeersveiligheid
werden
aangeduid: rijden onder invloed,
overdreven snelheid en het niet-
dragen van de veiligheidsgordel.
Wat de sensibilisatie betreft, zal de
taskforce
een
sensibilisatie-
campagne voorstellen, die gericht
is op het rijden onder invloed en
het
dragen
van
de
veiligheidsgordel.
Doelgroepen
daarbij zijn de jonge bestuurders,
de
motorrijders
en
de
vrachtwagenchauffeurs. Wat het
strafrechtelijk beleid betreft, zullen
er ook met betrekking tot die drie
thema's
en
doelgroepen
initiatieven
ontwikkeld
worden
(verhoging
van
het
aantal
controles).
Op langere termijn zullen er
wetgevende initiatieven moeten
genomen worden: modernisering
van de verkeerswetgeving en de
wetgeving in verband met drugs in
het verkeer, hervorming van de
rijopleiding,
een
snellere
vervolging van de overtreders,
maatregelen op Europees niveau
met betrekking tot de technische
veiligheid van de voertuigen, enz.
Ten slotte zijn ook de Gewesten
voor een deel bevoegd voor de
verkeersveiligheid, onder meer
wat de aanpassing van de
weginfrastructuur betreft.
Wat de toestand op 1 januari 2009
en de begroting 2009 betreft, weet
u
ongetwijfeld
dat
de
Gemeenschappen
sinds
september een dialoog over de
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
régionalisation de certaines parties de la politique de sécurité routière.
Pour l'instant, je n'ai pas de nouvelles mais je peux vous dire que je
serais étonné qu'au 1
er
janvier prochain, une régionalisation de la
sécurité routière projetée soit déjà d'application.
Ceci implique, pour le moment et vraisemblablement pour l'année
prochaine, que la problématique du financement de l'IBSR ne se pose
pas.
staatshervorming voeren. Daartoe
behoort onder meer het eerste
pakket in verband met de
regionalisering van een aantal
onderdelen
van
het
verkeersveiligheidsbeleid. Het zou
me
verbazen
dat
verkeersveiligheid op 1 januari
eerstkomend al geregionaliseerd
zou zijn.
Een en ander betekent dat zich
volgend jaar geen probleem
voordoet wat de financiering van
het BIVV betreft.
08.04 Valérie De Bue (MR): Ce n'était pas cela l'objet de ma
question.
On a déjà évoqué ce problème ici. Il y a une inquiétude qui règne au
niveau du personnel. En tant qu'échevine de la Mobilité dans ma
commune, je fais régulièrement appel à l'IBSR pour des conseils en
matière de sécurité routière et je constate que des personnes de très
grande qualité ont quitté l'institution à cause de ce climat d'incertitude
sur l'avenir de l'institution. Ces personnes ne sont pas remplacées et
certains services risquent d'être menacés. Je comprends qu'on n'ait
pas encore d'indications pour 2009 mais vous aviez évoqué que des
pistes seraient négociées avec les Régions, indépendamment des
négociations institutionnelles. Ou alors, tout sera-t-il négocié par le
groupe des sages?
Je tiens à vous relayer ces préoccupations. À l'époque, on avait dit
que le personnel avait été rassuré, qu'on avait insisté sur l'avenir et
que la régionalisation de l'IBSR n'était pas à l'ordre du jour. Je ne sais
pas si d'autres initiatives ont été prises, notamment pour rassurer le
personnel.
08.04 Valérie De Bue (MR): Feit
is dat het personeel zich zorgen
maakt. Een aantal zeer bekwame
mensen
is
om
die
reden
opgestapt. Die personen werden
niet vervangen en een aantal
diensten dreigt in het gedrang te
komen. U gaf aan dat, los van de
institutionele
onderhandelingen,
over een aantal denksporen zou
worden onderhandeld met de
Gewesten. Of wordt het hele
dossier naar de Groep der Wijzen
doorgeschoven?
Welke initiatieven werden er
genomen om het personeel gerust
te stellen?
08.05 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Je suis content
d'entendre parler positivement du fonctionnement et des conseils que
l'IBSR peut donner aux responsables des villes et communes.
Je ne pourrais pas vous dire dans quel sens la discussion entre les
Communautés va évoluer mais, personnellement, j'estime que, quelle
que soit l'importance de la communautarisation que l'ont veut sur le
plan de la sécurité routière, le maintien d'un noeud fédéral, qui
surveille notamment la cohérence de l'application des directives
européennes et évite que la réglementation routière soit trop
différente entre les trois Régions, a un grand sens.
Pour moi, un noeud fédéral de l'IBSR devrait être maintenu dans
l'intérêt de l'ensemble des utilisateurs belges, malgré le fait que
certaines adaptations seront inévitables en fonction des résultats des
discussions communautaires qui sont sur le métier.
Je répète que pour tout ce qui concerne la transposition des directives
européennes sur le plan de la sécurité, il ne peut être question de
multiplier par trois le travail accompli actuellement. Il faut un "noeud"
et en fonction du type de régionalisation développée, il apparaît
08.05 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Ik weet natuurlijk niet
hoe de besprekingen tussen de
Gemeenschappen
zullen
evolueren, maar persoonlijk vind ik
dat het zinvol is een federale kern
te behouden om toe te zien op de
coherente toepassing van de
Europese richtlijnen en om te
vermijden
dat
het
verkeersreglement
in
de
Gewesten te veel zou uiteenlopen.
Volgens
mij
is
het
dus
aangewezen, in het belang van de
Belgische gemeenschap, het BIVV
te behouden, wetend dat een
aantal
aanpassingen
onvermijdelijk zal zijn in het licht
van de huidige communautaire
besprekingen.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
judicieux et justifié de procéder à d'inévitables adaptations.
08.06 Jean-Jacques Flahaux (MR): Je remercie le secrétaire d'État
pour ses réponses au sujet du fonds et sur ses objectifs et ses
groupes-cibles, ainsi que les moyens à mettre en oeuvre. J'espère
que la task force pourra conclure ses travaux le plus rapidement
possible et que le Comité interministériel que vous avez évoqué
pourra se réunir dans la foulée. C'est un domaine dans lequel il faut
travailler pleinement avec les Régions, quel que soit le futur de l'IBSR,
ne fût-ce que pour les aménagements de voirie.
08.06 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Ik hoop dat de "task force"
zo snel mogelijk rond is met zijn
werkzaamheden
en
dat
het
interministerieel comité daarna
direct bijeenkomt. Op dit vlak moet
er met de Gewesten worden
samengewerkt, al was het maar
voor de weginrichting.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "alcoholtesters in uitgaansgelegenheden" (nr. 7759)
09 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les alcootests distribués dans des lieux de sortie" (n° 7759)</b>
09.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, dit is een korte vraag.
In verschillende uitgaansgelegenheden worden aan de bezoekers
kleine units uitgedeeld, kleine alcoholtesters zeg maar, om het
alcoholpromillage zelf te kunnen meten. Op zich is dat natuurlijk een
goede zaak: het stimuleert de bewustmaking rond de problematiek
van het drinken en rijden.
Ondertussen vernemen we echter dat men in het raam van de
WODCA-acties van de provincie Antwerpen ook met die units of met
die testers zou willen werken, met name om ze ruim te verspreiden en
breed uit te delen.
Als er een overheidsinitiatief bij komt kijken, dan denk ik dat het
noodzakelijk is dat die testers ook voldoende betrouwbaar zijn.
Vandaar wil ik kort de vraag stellen of die alcoholtesters voldoende
betrouwbaar zijn om effectief te kunnen gebruiken voor dergelijke
initiatieven.
09.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): Dans certains lieux de
sortie,
des
alcootests
sont
distribués aux clients pour qu'ils
puissent tester eux-mêmes leur
taux d'alcoolémie. La province
d'Anvers souhaite à présent aussi,
dans le cadre des actions
WODCA,
distribuer
pareils
dispositifs. Ces appareils sont-ils
suffisamment fiables?
09.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van den Bergh,
het is volkomen juist dat in de handel zowel elektronische
ademtesttoestellen als blaaspijpjes voor eenmalig gebruik
verkrijgbaar zijn.
De blaaspijpjes meten de alcoholintoxicatie met behulp van kristallen
die reageren op de aanwezigheid van alcohol in de uitgeademde
lucht.
Het BIVV, het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid, heeft
in 2006 een aantal elektronische ademtesttoestellen getest. Daaruit is
gebleken dat die toestellen niet voldoende betrouwbaar zijn. Sommige
toestellen reageren zelfs niet op de aanwezigheid van alcohol in de
gebruikte proefgassen. Dat kan vanzelfsprekend tot gevaarlijke
situaties leiden. Voor alle duidelijkheid moet ik zeggen dat het daarbij
niet gaat over de apparaten die door de politie worden gebruikt, want
die zijn in elk geval gehomologeerd.
09.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Des appareils
électroniques de test de l'haleine
et des ballons à usage unique sont
disponibles dans le commerce.
L'Institut belge de la sécurité
routière a testé une série
d'appareils de test de l'haleine, en
2006. Il en est ressorti que leur
fiabilité est insuffisante. Par
contre, les appareils utilisés par la
police sont fiables et sont
homologués.
Les ballons classiques, même s'ils
sont dépassés, fournissent une
indication sûre quant à un état
d'imprégnation alcoolique.
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
De klassieke blaaspijpjes zijn misschien ouderwets, maar zij geven
ten minste een veilige aanduiding van de alcoholintoxicatie. Het risico
is klein dat die toestellen een alcoholintoxicatie aangeven die lager ligt
dan de werkelijke intoxicatie. Zeker indien men bij iedere verkleuring
die gemarkeerde ring van 0,5 promille benadert, besluit men dat de
alcoholintoxicatie hoger ligt dan de werkelijke limiet. Daaraan wensen
wij ons te houden.
09.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de evaluatie van het inhaalverbod bij regenweer" (nr. 7760)
10 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'évaluation de l'interdiction de dépasser en cas de précipitations" (n° 7760)</b>
10.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Eigenlijk is ook deze vraag een
beetje achterhaald, of ingehaald door de actualiteit, want ik meen dat
u twee à drie weken geleden een soort van overeenkomst hebt
afgesloten met de transportsector. Het onderwerp van mijn vraag is
daarvan een belangrijk onderdeel. Ik heb er toen ook een en ander
over gelezen in de pers, namelijk de verklaringen daarover en de
evaluatie die zou gemaakt worden door de Federale Commissie voor
de Verkeersveiligheid.
Er zijn momenteel twee vormen van een inhaalverbod voor
vrachtwagens van meer dan 7,5 ton.
Ten eerste, het algemene inhaalverbod op de 2X2-autosnelwegen,
behalve daar waar is aangeduid dat men toch mag inhalen. Dat is het
omgekeerde van wat men in de meeste van onze buurlanden doet.
Daar is er geen inhaalverbod, maar op bepaalde stroken, meestal ook
op 2X2-autosnelwegen, plaatst men verkeersborden die een verbod
instellen. Dat is uiteraard veel logischer. De vorige regering had het
beter ook op die manier gedaan. U wilt de zaken nu bekijken, om het
eventueel weer op dezelfde manier te doen.
Ten tweede, het inhaalverbod voor vrachtwagens bij neerslag. Ook
daarover was in het verleden al heel wat te doen. Er werden
verschillende invullingen gegeven aan de term neerslag. Daarover is
er ook heel wat discussie geweest.
Ik heb de volgende vragen.
Wat is de stand van zaken in de evaluatie van de Federale
Commissie? Die was aangekondigd voor na de zomer, wat natuurlijk
een relatief begrip is. De vraag is ook in hoeverre er afspraken
worden gemaakt met de verschillende Gewesten. Ik stel bijvoorbeeld
vast dat de uitzonderingsuren in Vlaanderen en Wallonië
samenvallen. Blijkbaar worden daarover dus toch goede afspraken
gemaakt. Zijn er objectieve gegevens bekend over de naleving of niet-
naleving van de regels?
10.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): Il existe aujourd'hui deux
formes
d'interdiction
de
dépassement pour les camions de
plus de 7,5 tonnes, à savoir
l'interdiction générale de dépasser
sur les autoroutes à 2x2 bandes et
l'interdiction de dépasser pour les
camions en cas de précipitations.
Où en est l'évaluation réalisée par
la commission fédérale? Dans
quelle mesure des accords sont-ils
pris avec les Régions? Des
données sont-elles connues en ce
qui concerne le respect et le non-
respect des règles?
10.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van den Bergh,
uw vragen hebben mij geïnspireerd om verder te zoeken. Ik zou bijna
zeggen dat ik niet gewacht heb tot ik moest antwoorden om dat
10.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Le groupe de
travail constitué au sein de la
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
grondiger te laten onderzoeken, waarvoor mijn dank.
Zoals u hebt opgemerkt, is het een probleem waarin wij ons
onderscheiden van de rest van Europa. Er werd in de schoot van de
Federale Commissie voor de Verkeersveiligheid daarom ook een
werkgroep opgericht die na zes maanden de nieuwe regeling
betreffende het inhaalverbod voor vrachtwagens op de 2X2-
autosnelwegen zal evalueren. De werkgroep zal onder andere
bestaan uit vertegenwoordigers van de transportsector, de Gewesten
en de politie.
Het is duidelijk en u legt de vinger op de wonde dat er ernstige
vraagtekens worden geplaatst bij de beslissing die in de vorige
legislatuur werd genomen op het vlak van het inhaalverbod. Wat wij
hier in België hebben uitgewerkt, bestaat nergens anders in Europa.
Dat stuit op veel onbegrip bij buitenlandse chauffeurs, die in grote
getale zijn door de transit en de economische activiteit die wij onder
andere in de haven van Antwerpen ontplooien.
Het stuit niet alleen op veel onbegrip bij de buitenlandse, maar ook bij
de Belgische chauffeurs die dit opmerken. De regel is dat het in de
rest van Europa toegelaten is om in te halen, behalve op plaatsen
waar het omwille van de verkeersveiligheid of de mobiliteit verboden
is, ook in functie van welbepaalde tijdstippen.
De commissie heeft het gebruik van variabele, elektronische
signalisatieborden aangeprezen, om via herhaling en herinnering
duidelijke instructies te geven, zowel aan de Belgische als aan de
internationale chauffeurs. De vraagtekens die werden geplaatst toen
de reglementering werd ingevoerd, bestaan nog altijd. De invoering
zoals die gebeurde in België, kan in het milieu van de transporteurs
helemaal niet op enige consensus rekenen.
Het advies van de werkgroep moet nog worden voorgelegd aan de
federale commissie, waaruit wij verdere conclusies zullen kunnen
trekken. Het is evident dat in deze zaak het standpunt van de
Gewesten erg belangrijk is, aangezien zij op het terrein
verantwoordelijk zullen zijn voor de plaatsing van de borden die het
inhalen moeten toelaten. Zij zullen derhalve de draagwijdte van het
inhaalverbod volledig in handen hebben.
Commission pour la sécurité
routière évaluera la nouvelle
réglementation
relative
à
l'interdiction de dépasser pour les
camions sur les autoroutes à 2x2
bandes. Ce groupe de travail est
composé de représentants du
secteur du transport, des Régions
et de la police.
La décision belge d'interdire les
dépassements doit certainement
être
remise
en
question
puisqu'une telle mesure n'existe
pas dans le reste de l'Europe.
C'est pourquoi la Commission a
recommandé
l'utilisation
de
panneaux
de
signalisation
électroniques variables. Le groupe
de travail doit encore soumettre
son avis à la Commission mais la
position
des
Régions
devra
également
être
prise
en
considération.
10.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, u
heeft niet gesproken over het inhaalverbod bij regenweer of neerslag.
10.03 Jef Van den Bergh
(CD&V): Et qu'en est-il de
l'interdiction de dépassement par
temps de pluie?
10.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Dat wordt behandeld
door dezelfde werkgroep.
10.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Cet aspect sera
traité par le même groupe de
travail.
10.05 Jef Van den Bergh (CD&V): Ik begrijp dat het verslag bijna
klaar is in de werkgroep maar nog moet voorgelegd worden aan de
volledige federale commissie. Bijgevolg zullen we dat een van de
weken mogen verwachten. Uiteraard is het standpunt van de
Gewesten in deze zeer belangrijk. De heer Landuyt heeft tijdens de
vorige legislatuur een nieuw verkeersbord uitgevonden om toelating te
kunnen geven op het algemeen verbod.
10.05 Jef Van den Bergh
(CD&V): Le remplacement de tous
ces panneaux de signalisation
pourrait être considéré comme un
gaspillage
d'argent
mais
l'harmonisation européenne est
essentielle.
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Het zou natuurlijk jammer zijn of overkomen als weggegooid geld
wanneer al die verkeersborden moeten worden weggehaald en
vervangen door andere, maar ik denk dat het voor de Europese
harmonisering en de verkeersveiligheid een noodzakelijk kwaad zal
zijn om toch deze stappen te zetten. Ik ben benieuwd hoe het verder
verloopt.
10.06 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van den Bergh,
ik begrijp uw bezorgdheid. Op bepaalde assen is een op twee
chauffeurs een buitenlandse chauffeur en het misverstand
dienaangaande kunnen wij missen als kiespijn.
10.06
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Sur certains
axes, la moitié des conducteurs
sont étrangers. Il faut exclure tout
malentendu.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. François Bellot au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'utilisation de 'sky tracer' (lasers traceurs dans le ciel)" (n° 7791)</b>
11 Vraag van de heer François Bellot aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het gebruik van skytracers (naar de hemel gerichte laserstralen)" (nr. 7791)
11.01 François Bellot (MR): Monsieur le secrétaire d'État, il me
revient que de plus en plus d'établissements du type dancings,
entreprises commerciales ou de marketing, organisateurs de bals
occasionnels et de divers évènements utilisent des "sky tracers"
pouvant tracer des rayons lumineux laser à des distances de
25 kilomètres dans le ciel.
Il semblerait que l'utilisation de ces équipements soit soumise à une
demande d'autorisation auprès de la Direction générale du Transport
aérien (DGTA).
Monsieur le secrétaire d'État, confirmez-vous que ce type
d'installation nécessite des autorisations du département du Transport
aérien, qu'il s'agisse d'une utilisation occasionnelle ou répétée?
Considérez-vous en outre qu'il faille une autorisation communale dans
le cadre de la procédure à engager auprès de la DGTA?
11.01 François Bellot (MR):
Naar verluidt gebruiken steeds
meer
bedrijven
zogenaamde
"skytracers", waarmee laserstralen
tot 25 kilometer hoog de lucht in
kunnen worden gestuurd. Naar het
schijnt moet er voor het gebruik
van dit soort apparatuur een
vergunning aangevraagd worden
bij het DGLV. Klopt dat? Is er
volgens u ook een vergunning van
de gemeente vereist?
11.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président, je
puis confirmer que toute utilisation d'un "sky tracer", qu'elle soit
occasionnelle ou répétée, nécessite une autorisation de la Direction
générale du Transport aérien. La validité maximale d'une telle
autorisation est de trois mois. Elle peut toutefois être renouvelée sur
demande de l'utilisateur. La délivrance de cette autorisation n'exclut
pas qu'une autorisation supplémentaire doive être demandée en vertu
d'une autre réglementation, que ce soit au niveau régional ou
communal.
11.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Voor het gebruik van
een "skytracer" moet het DGLV
een vergunning verlenen. Deze
vergunning is maximaal drie
maanden geldig, maar kan op
aanvraag
van
de
gebruiker
verlengd worden. De afgifte van
deze vergunning sluit niet uit dat er
nog andere vergunningen moeten
worden aangevraagd op grond van
een andere, gewestelijke of
gemeentelijke regelgeving.
11.03 François Bellot (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je suis
heureux d'avoir eu réponse à ma question.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het systeem van de 'car-pass'" (nr. 7793)
12 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
12.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, de Car-Pass behoort tot de bevoegdheid van de
minister van Consumentenbeleid. Dit heeft echter ook een effect op
de markt van tweedehandswagens en dus onrechtstreeks op de
verkeersveiligheid. Het is immers een instrument om het terugdraaien
van de kilometerteller te verhinderen en om meer betrouwbare
tweedehandswagens in het verkeer te krijgen.
In het kader van de bescherming van de consument bestaat sinds
enkele jaren de wettelijke verplichting voor garagehouders en
professionele en particuliere verkopers van tweedehandsvoertuigen
om een Car-Pass af te leveren waarop de correcte kilometerstand is
opgegeven.
Uit een onderzoek van Test-Aankoop blijkt evenwel dat het systeem
heel beperkt bekend is bij de gebruiker. Slechts 57% van de
ondervraagden heeft ooit van het systeem gehoord. Ook aan de
concrete toepassing van de Car-Pass schort nog het een en ander.
Twintig procent van de kopers van een tweedehandsvoertuig had
zelfs geen Car-Pass ontvangen, ondanks de wettelijke verplichting.
Wanneer die wel werd afgeleverd, gebeurde dat in 57% van de
gevallen pas na de ondertekening van het contract, in 61% na de
betaling van het voorschot en in 17% na het betalen van de volledige
som, wat tegen de bepalingen van de wet indruist.
Er moet dus nog het een en ander worden bijgestuurd. Voor een
aantal elementen zal ik de minister van Consumentenzaken moeten
aanspreken. Een aantal zaken zou onder uw bevoegdheid kunnen
worden bijgestuurd.
Er zijn twee mogelijkheden. Een eerste zou erin bestaan de
kilometerhistoriek van het voertuig bij de technische keuring - die voor
wagens bestemd voor de tweedehandsmarkt wellicht jaarlijks
gebeurt af te drukken op het keuringsbewijs zelf in plaats van als
apart document te worden meegegeven.
Op die manier krijgt de koper in elk geval de nodige en betrouwbare
informatie omtrent de kilometerstand. Een apart document zoals de
Car-Pass kan immers door de verkoper zogezegd per vergissing
worden vergeten.
Een tweede element heeft betrekking op de bekendheid van het
systeem. Daaraan moet nog worden gewerkt. Een mogelijkheid zou
erin kunnen bestaan het element Car-Pass in te bouwen in de
theoretische rijopleiding. Net zoals momenteel een aantal
autotechnieken deel uitmaakt van de rijopleiding zou de kennis van
het instrument Car-Pass mee kunnen worden opgenomen in de
verplichte kennis van een kandidaat-chauffeur voor het examen.
Bovendien kan het systeem van de Car-Pass meer bekend worden
12.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): Une enquête de Test-
Achats indique que l'obligation
légale de joindre un car-pass aux
papiers relatifs à un véhicule de
seconde main est méconnue des
utilisateurs: 20% des acquéreurs
d'un véhicule de seconde main
n'ont pas même reçu de car-pass
et lorsque celui-ci a été délivré, il
était
souvent
erroné.
Des
adaptations
sont
donc
nécessaires. Un historique du
kilométrage du véhicule pourrait
être imprimé sur le certificat de
visite lors du contrôle technique
des véhicules pour le marché de
l'occasion. Le public devrait par
ailleurs être familiarisé avec le car-
pass, par exemple lors de la
formation théorique à la conduite
et par le biais des canaux
d'information de l'IBSR. Quel est le
point de vue du secrétaire d'État à
ce sujet?
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
gemaakt via de informatiekanalen van het BIVV. Hoewel het
misschien niet rechtstreeks betrekking heeft op de verkeersveiligheid,
zouden die informatiekanalen daarvan toch kunnen worden
aangewend.
Mijn vraag is dan ook vrij eenvoudig. Bent u bereid en ziet u
mogelijkheden om het systeem van de Car-Pass verder te
ontwikkelen en bekend te maken zodat hiermee kan worden gezorgd
voor meer betrouwbare tweedehandsvoertuigen?
12.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van den Bergh,
het voorstel van Test-Aankoop de Car-Pass op het keuringsbewijs af
te drukken werd door Car-Pass besproken met de FOD. Het is echter
gebleken dat dat in de praktijk niet realiseerbaar is.
Wel is het mogelijk een duidelijke en zichtbare vermelding te maken
op het tweedehandskeuringsbewijs die de burger waarschuwt dat het
voertuig in geen enkel geval mag worden verkocht zonder Car-Pass.
Het zal u wellicht niet onbekend zijn dat reeds de eerste vonnissen
werden uitgesproken over verkopen die hebben plaatsgehad zonder
de Car-Pass en waarvoor de rechter een veroordeling heeft
uitgesproken.
Zo zullen alle verkopers worden gedwongen hun houding terzake te
wijzigen en zal de aandacht van de koper in elk geval worden
gevestigd op het vragen van het Car-Pass-document. De aanpassing
van het keuringsbewijs is sedert een paar dagen doorgevoerd en zal
eerstdaags gepaard gaan met een doelgerichte informatiecampagne.
De vzw Car-Pass voert zelf een informatiecampagne. In de
zomermaanden werd reeds een nationale radiocampagne gevoerd. Er
wordt geadverteerd in de autotijdschriften en op de populairste
websites waarop tweedehandswagens te koop worden aangeboden.
Onder meer in de autokeuringscentra en bij de DIV-antennes zijn er
informatiefolders ter beschikking.
Voor de professionelen zal Car-Pass op geregelde tijdstippen
informatiesessies organiseren. Zowel het grote publiek als de vaklui
kunnen alle nuttige informatie vinden op de website van Car-Pass en
eventuele vragen stellen per mail of per telefoon. Per dag
beantwoordt de helpdesk van Car-Pass reeds vandaag veel tientallen
telefonische
oproepen
betreffende
de
toestand
van
de
tweedehandsrijtuigen.
12.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Il est apparu que
la proposition de Test-Achats
visant à imprimer le Car-Pass sur
le certificat de visite n'était pas
réalisable en pratique. Il est
cependant possible d'ajouter sur le
certificat de visite d'un véhicule
d'occasion une mention clairement
visible indiquant que le véhicule ne
peut en aucun cas être vendu
sans Car-Pass. Les premiers
jugements relatifs à la vente de
véhicules sans Car-Pass ont déjà
été prononcés. Le certificat de
visite a été adapté il y a quelques
jours
et
cette
modification
s'accompagnera
dans
les
prochains jours d'une campagne
d'information ciblée.
L'ASBL Car-Pass mène elle-
même
une
campagne
d'information.
Une
campagne
radiophonique a déjà été lancée
durant l'été. Des messages sont
publiés dans les magazines
automobiles ainsi que sur les sites
internet
les
plus
populaires
présentant
des
véhicules
d'occasion et des dépliants sont
disponibles dans les centres de
contrôle technique ainsi qu'auprès
des antennes de la DIV. L'ASBL
Car-Pass
organisera
régulièrement
des
séances
d'information
pour
les
professionnels. Les intéressés
peuvent
obtenir
toutes
les
informations utiles sur le site
internet de Car-Pass et poser
d'éventuelles
questions
par
courriel ou par téléphone. Le
centre d'aide de Car-Pass répond
déjà actuellement à plusieurs
dizaines d'appels téléphoniques
relatifs à l'état des véhicules
d'occasion.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
12.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
staatssecretaris voor zijn antwoord. Ik kan alleen maar vaststellen dat
al mijn vragen vandaag precies achterhaald zijn door de feiten.
12.03 Jef Van den Bergh
(CD&V): Je constate que mes
questions sont en retard sur les
faits.
12.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Neen, wij hebben er
gevolg aan gegeven.
12.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Non, nous y
avons donné suite.
12.05 Jef Van den Bergh (CD&V): Fantastisch.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de Mme Kattrin Jadin au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les accords bilatéraux en matière de sécurité routière" (n° 7880)</b>
13 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste
minister over "de bilaterale akkoorden inzake verkeersveiligheid" (nr. 7880)
13.01 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, à l'occasion de la deuxième journée européenne de
la sécurité routière, vous avez signé un accord de coopération avec
votre homologue français Dominique Bussereau.
Cet accord porte sur la transmission des données nécessaires à
l'identification du conducteur d'un véhicule impliqué dans une
infraction routière sur le territoire national. Dans les faits, cet accord
permettra à la police belge d'obtenir des autorités françaises le nom
du titulaire de la plaque d'immatriculation d'un véhicule français ayant
commis une infraction routière en Belgique. Naturellement, la
réciproque est également vraie.
Je tiens donc à vous féliciter pour cette initiative. Cependant, il reste
du chemin à parcourir au niveau de l'exécution des sanctions
pécuniaires. Étant donné que les délais de prescription sont courts
(de 1 à 2 ans) et que la procédure avant d'arriver à un jugement par
défaut est longue et coûteuse pour l'État, des accords
complémentaires visant à faire exécuter ces sanctions pécuniaires
transfrontalières seront sans doute indispensables.
Enfin, étant donné que des négociations en vue d'accords semblables
sont en cours avec le Luxembourg et les Pays-Bas, je souhaiterais
plus d'informations.
Quels sont vos projets pour conclure des accords transfrontaliers
visant à faire exécuter les sanctions pécuniaires transfrontalières?
Où en êtes-vous dans les négociations avec le Luxembourg et les
Pays-Bas?
Étant originaire d'une région frontalière jouxtant simultanément les
Pays-Bas et le Luxembourg, dans le sud, tout en étant également
frontalière avec l'Allemagne, qu'en est-il d'éventuelles négociations
menées dans ce sens avec l'Allemagne?
13.01 Kattrin Jadin (MR): Naar
aanleiding
van
de
tweede
Europese
dag
van
de
verkeersveiligheid hebt u met uw
Franse ambtsgenoot Dominique
Bussereau een samenwerkings-
akkoord ondertekend over de
overdracht van de noodzakelijke
gegevens voor de identificatie van
de bestuurder van voertuigen die
betrokken
zijn
bij
verkeersovertredingen
op
het
nationale grondgebied.
Aangezien de verjaringstermijnen
kort zijn en het om een lange
procedure gaat die de Staat veel
geld kost, zal het ongetwijfeld
noodzakelijk zijn om bijkomende
akkoorden te sluiten.
Wat zijn uw plannen wat het
sluiten van grensoverschrijdende
akkoorden met het oog op de
tenuitvoerlegging
van
grensoverschrijdende geldstraffen
betreft?
Hoe ver zijn de onderhandelingen
met Luxemburg en Nederland
gevorderd?
Zijn er in die zin eventueel ook
onderhandelingen aan de gang
met Duitsland?
13.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président,
madame Jadin, en attendant une directive européenne en la matière,
13.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: In afwachting van een
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
vu le consensus existant parmi les ministres des Transports
européens, je souhaite quand même conclure des accords similaires
avec tous nos pays voisins. Après la France, ce sera avec les Pays-
Bas et le Luxembourg; puis, si possible, avec l'Allemagne.
Dans le contexte du Benelux, un groupe de travail "Sécurité routière"
prépare déjà un projet d'accord. Comme dit tout à l'heure en réponse
à une question de M. Van den Bergh, l'attitude des Pays-Bas est tout
à fait positive. Le groupe de travail avance bien dans les négociations.
Je ne vous cache pas que la Belgique est le moteur dans ces débats.
Cependant, comme dans toute négociation politique, vous n'ignorez
pas qu'il n'y a accord que si tous les partenaires sont d'accord. Nous
devons encore arrondir certains angles avant d'obtenir le consensus
des trois pays.
Pour ce qui concerne l'Allemagne, nous ne sommes pas encore
entrés en négociation. Après la France, nous donnons la priorité aux
Pays-Bas et au Luxembourg où nous pouvons travailler dans le cadre
du Benelux. L'Allemagne suivra mais nous examinerons où en sera
l'Europe à ce moment-là avant de conclure un traité séparé entre ce
pays et le nôtre.
Europese richtlijn in dat verband
wil ik met al onze buurlanden
soortgelijke akkoorden afsluiten.
In het kader van de Benelux
bereidt
een
werkgroep
Verkeersveiligheid
een
ontwerpakkoord voor. België is de
motor van de gesprekken, maar
we moeten nog enkele scherpe
kantjes wegvijlen voor er een
consensus uit de bus kan komen.
Na Frankrijk ligt onze prioriteit bij
Nederland
en
Luxemburg.
Duitsland volgt later.
13.03 Kattrin Jadin (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie.
Je vous félicite à nouveau d'être le moteur de cette action. Les
frontières sont ouvertes, les vitesses autorisées sont différentes d'un
pays à l'autre, notamment entre l'Allemagne et la Belgique, ce qui
explique peut-être certains comportements que je connais fort bien et
qu'il conviendrait de minimiser en ce qui concerne certains
conducteurs de la République fédérale d'Allemagne.
Je ne peux que me réjouir de l'avancement des accords qui pourront
être conclus entre les pays du Benelux. Il serait intéressant d'avoir un
échéancier à cet égard. Je continue à penser qu'il faudra aller de
l'avant avec l'Allemagne. J'aurai l'occasion de vous en parler encore à
l'aide d'exemples plus significatifs.
13.03 Kattrin Jadin (MR): Ik
verheug me over de vooruitgang
met betrekking tot akkoorden
tussen de Benelux-landen. Het
zou interessant zijn om over een
tijdpad te beschikken. Ik denk dat
er met Duitsland vooruitgang moet
gemaakt worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer David Geerts aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste
minister over "de onterechte schrappingen van nummerplaten door DIV" (nr. 7897)
14 Question de M. David Geerts au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "les
radiations injustifiées de plaques d'immatriculation par la DIV" (n° 7897)</b>
14.01 David Geerts (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, mijn vraag is gebaseerd op het rapport van de
ombudsman. Op een bepaald moment werd er door de ombudsdienst
vastgesteld dat er onterechte schrappingen waren van nummerplaten.
Het euvel is gekend. Blijkbaar werd dat aanvankelijk gesteld tussen
27 april en 8 mei 2007. De ombudsdienst zegt dat er nog andere
periodes waren.
Een van de kritieken van de ombudsdienst was dat de DIV de
onterechte schrapping alleen wilde rechtzetten op basis van een
attest dat de gedupeerde moest halen bij de politie, waarin bevestigd
14.01
David
Geerts
(sp.a+Vl.Pro): Le service de
médiation a constaté à un moment
donné que certaines plaques
d'immatriculation
avaient
été
l'objet d'une radiation injustifiée. Il
me revient que ce problème, qui
est connu, s'est posé à différentes
périodes. Le service de médiation
a fait observer que la DIV
n'accepte
d'apporter
les
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
werd dat hij nog steeds houder was van die officiële nummerplaat.
Wanneer er dan verschillende pingpongbrieven waren tussen de
gedupeerde en de DIV, bleek dat dit achteraf toch nog ambtshalve
werd rechtgezet.
Wat is de stand van zaken en welke maatregelen werden genomen
om onterechte schrappingen te vermijden?
rectifications requises que sur la
base
d'une
attestation
que
l'automobiliste lésé doit aller
chercher à la police. Quelles
démarches avez-vous entreprises
afin
d'éviter
ces
radiations
injustifiées?
14.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Geerts, de
Directie Inschrijvingen Voertuigen heeft dit probleem onmiddellijk
aangepakt om herhaling van onterechte schrappingen te vermijden.
Ten eerste werden bij de ontdekking van de onterechte schrappingen
op basis van de slechte aflezing door de machine de betrokkenen
aangeschreven met de melding dat het om een spijtige vergissing
ging. Ten tweede werd een nieuwe leesmachine aangekocht die
operationeel is sedert de eerste november, dus sedert een paar
dagen. Deze nieuwe machine heeft een betere leesbaarheid vanwege
de verhoogde optische capaciteiten en een dubbele controle voor de
twijfelgevallen.
Het grootste probleem ligt in het feit dat de nummerplaten die de DIV
ter schrapping ontvangt, dikwijls van slechte kwaliteit zijn door het
jarenlange gebruik. Gedeeltelijk beschadigde kentekenplaten of
kentekenplaten waarvan de rode verflaag grotendeels verdwenen is,
kunnen aanleiding geven tot verkeerde schrappingen.
Ik wil de zaken toch wel relativeren. De foutenmarge die werd
vastgesteld voor het jaar 2007 bedroeg 8 per 10.000, met name
582 rechtzettingen na een foutieve schrapping door de optische
leesmachine op een totaal van 710.204 geschrapte nummerplaten.
Het probleem is reëel, maar het is relatief weinig belangrijk.
14.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Quand elle a
constaté ce problème, la DIV a
aussitôt écrit aux automobilistes
lésés pour les avertir qu'il s'agit
d'une erreur. Un nouveau lecteur
optique, mis en service début
novembre, permet une meilleure
lecture des données. Le mauvais
état des plaques d'immatriculation
à radier peut donner lieu à des
radiations erronées mais, pour
2007, 582 rectifications seulement
ont été effectuées à la suite d'une
radiation injustifiée, sur un total de
710.204 exemplaires radiés.
14.03 David Geerts (sp.a+Vl.Pro): Volgens het rapport van de
ombudsdienst was het de leesmachine, maar dat is natuurlijk een
nieuw gegeven wat u hier zegt. Anderzijds was de vraag als het dan
toch gebeurde, welke procedure wordt gebruikt om het euvel te
verhelpen. Dat was eigenlijk de voornaamste kritiek van de
ombudsdienst.
14.03
David
Geerts
(sp.a+Vl.Pro):
La
principale
critique émise par le service de
médiation avait trait au choix de la
procédure à suivre pour résoudre
le problème.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan
de eerste minister over "de snelheid van behandeling van de bagage op de luchthaven van Zaventem"
(nr. 7918)
15 Question de M. Ludo Van Campenhout au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre
sur "la vitesse de traitement des bagages à l'aéroport de Zaventem" (n° 7918)</b>
15.01 Ludo Van Campenhout (Open Vld): Mijnheer de
staatssecretaris, ik had u een schriftelijke vraag gesteld over de
snelheid van de bagagebehandeling op de luchthaven van Zaventem.
Dat is toch iets wat veel mensen bezighoudt wanneer zij terugkomen
van een reis of van een zakentrip in het buitenland: hoe snel die
bagage wordt behandeld.
Het is trouwens dat hebt u geantwoord op een andere vraag een
belangrijk criterium bij de toewijzing van nieuwe contracten voor
15.01 Ludo Van Campenhout
(Open Vld): En réponse à une de
mes questions écrites ayant trait à
la vitesse du traitement des
bagages
à
l'aéroport
de
Zaventem, le secrétaire d'État a
déclaré qu'il s'agit, certes, d'un
critère important dans l'optique de
nouveaux contrats à l'avenir mais
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
bagagebehandeling in de toekomst. In het selectiedocument zouden
in de toekomst kwaliteitseisen staan.
U antwoordde mij op mijn schriftelijke vraag naar de gemiddelde
behandelingssnelheden dat de cijfers voor 2006 en 2007 niet
beschikbaar zouden zijn. Dat vind ik toch opmerkelijk, terwijl het een
heel belangrijk criterium is voor het toewijzen van contracten voor de
afhandeling van de bagage. Voor 2006 en 2007 zouden er geen
cijfers beschikbaar zijn luidens uw schriftelijk antwoord.
Ik meen sowieso dat wij de afhandeling maximaal moeten
opentrekken en dat wij ze moeten liberaliseren, dat wij de
mogelijkheid
geven aan de luchtvaartmaatschappijen
aan
zelfhandeling te doen en dergelijke. In ieder geval: fact finding is
belangrijk wat die snelheid betreft.
Ik wil er bij u dus toch op aandringen of er voor 2006 en 2007 geen
cijfers zijn? Als die er niet zouden zijn, moeten wij toch een soort
systeem opzetten om te meten wat die snelheid is.
U hebt ook gezegd dat de luchthaven van Zaventem geen cijfers heeft
over de concurrenten. Ook dat lijkt mij nuttig. Er is natuurlijk geen
verplichting te weten hoe snel op Schiphol of in Parijs de bagage
wordt behandeld, maar in een concurrentiële omgeving lijkt
benchmarking inzake hoe snel de bagage behandeld wordt in
aanpalende luchthavens toch een belangrijk criterium.
que, concernant cet élément, il n'y
a pas de chiffres disponibles pour
2006 et 2007. Pourquoi en est-il
ainsi? Ne devrions-nous pas
mettre en place un système qui
nous permettrait d'évaluer la
vitesse
de
traitement
des
bagages? En outre, il me paraît
opportun de comparer ces chiffres
à ceux des aéroports voisins.
15.02
Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van
Campenhout, het is niet de eerste keer dat u mij hierover ondervraagt.
U weet dat het probleem er eigenlijk in bestaat dat in 2006-2007
enerzijds, en in 2008 anderzijds, met andere maatstaven werd
gewerkt. Er werd gewerkt met een andere basis.
Wij zeggen dat het cijfer voor 2006 en 2007 niet als dusdanig gekend
is. Volgens de snelheidsmaatstaven voor afgewerkte bagage werd
toen als norm genomen: de eerste en de laatste stukken bagage,
afhankelijk van het vliegtuigtype en het vluchttype. Men maakte een
onderscheid tussen chartervliegtuigen en lijnvluchten.
Sinds 2008 worden de maatstaven enkel bepaald voor de laatste
stukken bagage, rekening houdend met de grootte van het vliegtuig.
90% van de bagage moet binnen de gestelde tijdslimiet worden
afgeleverd. Wij menen dat de maatstaven die nu gebruikt worden
beter aanleunen bij het kwaliteitsniveau dat de passagiers kunnen
verwachten.
Wat sinds april 2008 gebeurde, is beschikbaar. Ik geef de tabellen
door aan het secretariaat met het oog op publicatie en aanhechting
aan het verslag. Ik ga niet in details treden, maar de gegevens
kunnen niet vergeleken worden met 2006 en 2007, omdat toen niet
met dezelfde normen werd gewerkt. Volgens ons zullen de nauwer
aangehaalde maatstaven uitdraaien in het voordeel van de reizigers.
We verwachten dat de wachttijd voor het afleveren van de bagage in
de toekomst zal ingekort worden.
15.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Depuis 2008, un
nouveau critère est utilisé pour
mesurer la vitesse de traitement
des bagages. Nous croyons qu'il
évaluera plus précisément cet
élément. Il en résulte que les
chiffres pour 2006 et 2007 ne sont
pas connus en tant que tels étant
donné qu'ils ont été obtenus avec
l'ancienne méthode.
Je vous transmettrai les tableaux
comportant les données collectées
depuis avril 2008. Ces données ne
peuvent toutefois être comparées
à celles de 2006 et 2007 parce
que ces années-là, d'autres
normes étaient en vigueur. Nous
espérons que le délai d'attente
pour la mise à disposition des
bagages pourra être réduit.
15.03 Ludo Van Campenhout (Open Vld): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, met alle sympathie - en dit is geen
semantische opmerking, ik meen ze ook wanneer we aan
15.03 Ludo Van Campenhout
(Open Vld): Il est inadmissible que
ni les pouvoirs publics ni des
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
kwaliteitsbewaking doen van een luchthaven waar de staat een
belangrijke partner in is, kan het niet dat we voor 2006 en 2007 niet
weten wat de afhandeling in tijd is van de bagage.
Ik wil voorzichtig aandringen om aan benchmarketing te doen en
statistieken op te bouwen over wat de gemiddelde snelheid is. Ik zou
het opmerkelijk vinden dat bedrijven als Aviapartner niet zelf weten
wat de gemiddelde snelheid is van de bagageafhandeling. Dat is een
gegeven dat veel mensen treft. Mensen die terugkomen uit vakantie
of van een zakenreis, moeten tien tot vijftien minuten wachten. Dit is
een psychologisch gegeven, daar ben ik mij van bewust. Maar het
blijft opmerkelijk dat wij noch de bedrijven die de behandeling doen,
dit opmeten. In alle sympathie zou ik willen vragen een systeem op te
zetten om dit te meten.
entreprises comme Aviapartner ne
procèdent à une évaluation de la
vitesse moyenne du traitement
des bagages. Il s'agit en effet d'un
élément qui concerne tout le
monde.
15.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Van Campenhout, sedert april van dit jaar wat u kan
aflezen in de tabel hebben we per type vliegtuig A, B of C, voor
Brussel de gemiddelde en maximumtijd die nodig was voor de
prestaties van zowel Aviapartner als Flightcare. U kan dit maand per
maand en per behandelaar aflezen in de tabel, en ik zal dit ook zo
laten publiceren.
15.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Depuis avril
dernier, nous disposons pour
Bruxelles des délais d'attente
moyen et maximum d'Aviapartner
et de Flightcare pour chaque type
d'avion. Je ferai publier ce tableau
avec mention du mois de
traitement et de l'entreprise qui a
assuré le traitement.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de M. Jean-Luc Crucke au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"la sécurité de tous les usagers lors des randonnées de motos" (n° 8316)</b>
16 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de veiligheid van alle gebruikers tijdens motortochten" (nr. 8316)
16.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, je voulais
évoquer avec vous ces randonnées moto. La plupart du temps, tout
se passe bien et on a affaire à des motards respectueux et organisés.
On a parfois affaire aussi à un certain nombre de cow-boys.
Si je vous pose la question c'est parce qu'un de mes concitoyens est
venu me relater un fait. Alors qu'il circulait avec son fils, il s'est fait
dépasser, encadrer, entourer par une centaine de motos. C'était
quasiment la rage. Le véhicule a été arrêté. On a sorti le chauffeur.
Vous imaginez l'effet provoqué sur un enfant de 10 ans.
Ce qui m'intéresse c'est le côté légal de cette histoire. Est-ce qu'il y a
un statut de ceux qu'on appelle les capitaines de route? Souvent, ces
randonnées sont encadrées par des personnes qui ont une veste
fluorescente de manière à pouvoir les différencier des autres. Ils
prennent un certain nombre d'initiatives. Est-ce qu'il y a dans la
législation un statut qui définit le rôle du capitaine de route? Est-ce
qu'ils ont par ce fait un certain nombre de responsabilités
particulièrement définies? Est-ce qu'ils ont, pour organiser ces
randonnées, besoin d'une autorisation particulière des autorités
publiques? Il faut une autorisation du bourgmestre. S'il n'y a pas de
statut, ne pensez-vous pas qu'en la matière il serait intéressant de
pouvoir légiférer pour renforcer tant la sécurité des participants à ce
genre de randonnée que celle des autres usagers de la route?
16.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Een medeburger was onderweg
met zijn tienjarige zoon. Hij werd
ingehaald door een honderdtal
motorrijders, die hem rondom
insloten. Het voertuig werd tot
staan gebracht en de bestuurder
eruit
gehaald.
Voorziet
de
wetgeving in een statuut waarin de
rol van de wegkapitein vastgelegd
wordt? Hebben de wegkapiteins
uit dien hoofde een aantal
welbepaalde
verantwoordelijk-
heden?
Hebben
ze
de
toestemming
nodig
van
de
overheid om dergelijke tochten te
organiseren? Als er geen statuut
bestaat, zou het volgens u dan niet
interessant zijn om regels op te
stellen om de veiligheid van de
deelnemers, maar ook die van de
andere
weggebruikers
te
vergroten?
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
16.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président,
l'article 43ter 2
e
alinéa du Code de la route précise que les groupes
de plus de 50 motocyclistes doivent être accompagnés de 2
capitaines de route au minimum. Les plus petits groupes peuvent
également être accompagnés de deux capitaines de route. Ils doivent
de manière générale veiller au bon déroulement de la randonnée. Ils
doivent être âgés de minimum 25 ans et porter un gilet rétro-
réfléchissant portant la mention "capitaine de route". Ils ne peuvent
pas donner d'injonctions aux autres usagers si ce n'est immobiliser la
circulation aux carrefours non-équipés de feux de signalisation pour
assurer la traversée du groupe. Ils doivent utiliser à cet effet un signal
C3, c'est-à-dire un disque blanc avec bord rouge. Les capitaines
doivent à part cela se conformer à toutes les règles du Code de la
route au même titre que les autres motards et usagers. Les groupes
de motards en excursion ne doivent pas disposer d'une autorisation
d'une autorité publique.
Le groupe de travail "Simplification" a déjà eu l'occasion de se
pencher sur la question des capitaines de route, au même titre que
celle des autres signaleurs et surveillants habilités qui peuvent, dans
certaines circonstances, donner des injonctions aux autres usagers.
La conclusion du groupe de travail était que toute personne assumant
ce rôle devrait suivre une formation; le contenu de cette formation doit
toutefois encore être déterminé.
16.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Artikel 43ter, §2 van
de
Wegcode
stelt
dat
de
motorfietsers die in een groep van
meer dan 50 deelnemers rijden,
moeten vergezeld worden door ten
minste twee wegkapiteins. Zij
moeten waken over het goed
verloop van de tocht. Ze moeten
ten minste 25 jaar oud zijn en een
retroreflecterende veiligheidsvest
dragen,
waarop
het
woord
"wegkapitein" voorkomt. Ze mogen
geen bevelen geven aan de
andere weggebruikers, behalve
om op de kruispunten zonder
verkeerslichten het verkeer stil te
leggen zodat de groep veilig kan
oversteken.
Afgezien
daarvan
moeten ze zich houden aan alle
regels
van
de
Wegcode.
Motorrijders die in groep een
uitstap maken, hoeven hiervoor
geen
enkele
overheid
om
toestemming te vragen.
De werkgroep Vereenvoudiging
heeft zich al over de kwestie van
de wegkapiteins gebogen. De
conclusie was dat al wie die rol op
zich neemt, een opleiding zou
moeten volgen. De inhoud ervan
moet nog worden vastgelegd.
16.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ce rappel de la législation est utile. Je
me réjouis que le groupe de travail "Simplification" aille plus loin
encore en prévoyant une formation. Je suis persuadé que 95% des
motards sont des gens qui respectent totalement la législation je
suis moi-même motard mais une formation adéquate n'est jamais
inutile et renforce le poids des responsabilités. J'espère que nous
pourrons mettre rapidement cette formation sur pied.
16.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Met een adequate opleiding wordt
ook
de
verantwoordelijkheid
groter. Ik hoop dat die opleiding er
snel komt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van mevrouw Ulla Werbrouck aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de vrachtvluchten van de luchtvaartmaatschappij El Al vanuit Luik (Art. 127)"
(nr. 7998)
17 Question de Mme Ulla Werbrouck au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les vols de fret de la compagnie aérienne El Al au départ de Liège (Art. 127)" (n° 7998)</b>
17.01 Ulla Werbrouck (LDD): Mijnheer de staatssecretaris, een paar
maanden geleden las ik in De Telegraaf, een Nederlandse krant, het
bericht dat El Al, een Israëlische luchtvaartmaatschappij, Schiphol om
economische redenen niet meer gebruikt voor zijn vrachtvluchten. De
luchthaven verhoogde inderdaad de landingstarieven voor de oudere
toestellen en de transporter vindt die nu te hoog. De mensen van
17.01 Ulla Werbrouck (LDD):
Récemment, j'ai lu que la
compagnie aérienne israélienne El
Al n'utilise plus l'aéroport de
Schiphol pour ses avions cargo
parce que les tarifs pratiqués pour
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
Schiphol betreuren het vertrek van El Al, dat al meer dan 55 jaar klant
is, maar onderstrepen dat het hun manier was om El Al te dwingen
over te schakelen op een modernere, stillere vloot. In het bericht kon
ik ook lezen dat El Al op 6 oktober Schiphol ruilt voor Luik. Met andere
woorden, El Al zal met zijn sterk vervuilende en verouderde Boeings
in België landen.
Betekent het dat België een "vluchthaven" wordt voor verouderde
toestellen?
Is er een impactanalyse gemaakt inzake de overlast voor de
omgeving en het milieu?
Zijn er extra veiligheidsmaatregelen genomen gelet op het feit dat het
om sterk verouderde en dus minder veilige toestellen gaat? Een ervan
is toch in 1992 in Nederland neergestort.
Zult u maatregelen nemen om het gebruik van de Belgische
luchthavens door die verouderde, milieu-onvriendelijke en minder
veilige toestellen te ontmoedigen?
Wat is uw korte-, middellange- en langetermijnplanning omtrent de
problematiek?
Worden er op Europees vlak initiatieven genomen om
landingsrechten te stroomlijnen?
l'atterrissage d'appareils anciens
ont augmenté. El Al devait
remplacer l'aéroport de Schiphol
par celui de Liège à partir du 6
octobre.
La Belgique deviendra-t-elle un
lieu de refuge pour les vieux
avions? A-t-il été procédé à une
analyse d'incidence relative aux
nuisances pour les riverains et
pour
l'environnement?
Étant
donné qu'il s'agit d'appareils
anciens, prend-on des mesures de
sécurité supplémentaires? Quel
est votre échéancier en la
matière? Des initiatives sont-elles
prévues à l'échelon européen pour
rationaliser
les
droits
d'atterrissage?
17.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Ik kan u verzekeren dat
de inspanningen van de luchtvaartindustrie om vliegtuigen af te
leveren die minder lawaai maken, aantoonbare resultaten opleveren.
De ideale oplossing zou erin bestaan dat luchtvrachtmaatschappijen
hun oude Boeings 747-100 en 747-200 vervangen door de toestellen
777.
Dit zou tot gevolg hebben dat de initiële kosten merkelijk hoger zullen
liggen en dat meerdere Staten of maatschappijen van Staten de facto
van de markt zullen worden uitgesloten. In ruimere zin zorgen de
marktmechanismen
ervoor
dat
meerdere
drivers
worden
samengebracht voor het al dan niet inleggen van luchtvervoer. Het is
tevens duidelijk dat ecologie en economie hier niet altijd in mekaars
verlengde liggen. Het is nog maar de vraag of de veiligheid daarbij wel
degelijk de rol speelt die moet worden gespeeld. Het is niet toevallig
dat wij vanuit het departement de controles op de verschillende
vliegtuigen in de nabije toekomst verder zullen vermeerderen en
verstrengen.
De overheden kunnen de afwegingen van de industrie beïnvloeden
door een politiek die het leefmilieu privilegieert. Zo is het bijvoorbeeld
een feit dat wij de toegang van de luchthaven van Zaventem-Brussel
met Boeings 747-200 ontmoedigen. Schiphol staat daar blijkbaar al
verder. De reden is de aanwezigheid van omwonenden en een
gevoeligheid voor de geluidsproblematiek welke voor dat type
toestellen vrij groot is.
Ik kan mij indenken dat in luchthavens die meer geïsoleerd liggen,
bijvoorbeeld Oostende langs de zeezijde, of die een goede relatie
hebben met de omwonenden, zoals Luik, waar enorm veel woningen
onteigend werden en isolatiepremies werden toegekend, het
17.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Les efforts de
l'industrie
aéronautique
pour
fabriquer
des
avions
moins
bruyants portent peu à peu leurs
fruits.
Il en résulterait que les coûts
initiaux seront nettement plus
élevés, écartant éventuellement du
marché
plusieurs
entreprises
publiques.
La mise en place d'un transport
aérien est déterminé par plusieurs
facteurs
économiques
et
écologiques et le facteur sécurité
est parfois un peu perdu de vue
dans ce cadre. Nous allons dès
lors renforcer les contrôles des
différents avions à l'avenir. Les
pouvoirs publics peuvent en outre
influencer l'attitude de l'industrie
en accordant une plus grande
importance
aux
facteurs
écologiques. Nous décourageons
ainsi l'accès à Zaventem pour les
avions du type Boeing 747-200,
des
appareils
extrêmement
bruyants.
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
probleem van het luchtverkeer en het lawaai dat wordt gemaakt,
misschien anders wordt ingeschat, en ik zeg wel misschien.
Zo kom ik tot de vier concrete vragen die werden gesteld.
De 747-200 waarover ik zo-even sprak, is een type toestel dat in de
luchtvracht vrij courant gebruikt wordt. Ook de Belgische
luchtvaartmaatschappij Cargo-B bedient er zich van. Cargo-B heeft
trouwens zeer recent nog een ongeluk gehad, met een staart die op
de piste was blijven schuren. Het is een toestel dat dateert uit de
tachtiger jaren, maar het is uitgerust met straalmotoren die een zeer
hoge omloopverhouding hebben, die eigenlijk wat de techniciteit
betreft, vergelijkbaar is met de laatste generatie zonder deze evenwel
te evenaren en met het inconveniënt van het geluid, het lawaai dat er
veel groter bij is.
Het is overdreven te zeggen dat het type verouderd is en dat de
luchthavens die ze ontvangen, ik zal niet zeggen verbieden, maar ze
bijna zouden moeten aanmerken. Het kwalificeren van dergelijke
vliegtuigen laat ik aan die luchthavens die straalvliegtuigen van de
eerste twee stages, zoals men dat noemt in het ICAO-jargon, van de
geluidscategorieën die het meest lawaai maken blijven ontvangen.
Bij ons in België moeten de vliegtuigen in principe van stage 3 zijn. Ik
kan u garanderen dat wij de internationale evolutie ter zake zullen
blijven opvolgen.
Het is zo dat de luchthavens een impactanalyse maken, een soort
mix, van het verkeer en het type vliegtuigen dat zij ontvangen. U hebt
bedenkingen over Luik geformuleerd. De bevoegde instantie van het
Waals Gewest heeft de evaluatie gemaakt van de mix en de
impactanalyse van die mix op de omgeving van Luik.
Niets in de veiligheidstatistieken laat toe een rechtstreeks verband te
leggen tussen de ouderdom van een vliegtuig en de veiligheid. Wat
ook de ouderdom is, het vliegtuig moet veilig zijn. De kwaliteit van het
onderhoud en het toezicht door de overheidsinstanties staat niet altijd
lineair in verhouding tot de waargenomen resultaten. Wij blijven er
echter van uitgaan dat op lange termijn deze relatie uiteindelijk zal
blijken. Dat is ook de reden waarom wij nauw blijven toezien op onze
eigen vloot en dus ook op de toestellen. Het is onze bedoeling door
verdere, door meer en nauwere controles door de speciale diensten
bij de algemene directie van de luchtvaart toezicht te hebben op de
oudere types, ook al zijn ze veilig, wetende wat de specifieke gevaren
en gevolgen zijn op het vlak van onder meer het geluid dat zij
produceren. Die voorzieningen gelden voor alle types van vliegtuigen,
ongeacht de leeftijd. Het is evident dat wij attenter zijn op de
vliegtuigen die wij kennen en waarvan wij weten dat ze reeds een
zekere ouderdom hebben en bepaalde herzieningen hebben moeten
ondergaan.
Ik kom aan het item over de luchthaven Brussel Nationaal. Dit is een
aangelegenheid die onder de federale bevoegdheid valt. Wij hebben
reeds de maatregel getroffen om de lawaaierige vliegtuigen te
ontmoedigen, onder meer door het invoeren van een beperkende
quota count, zoals dat in het jargon heet, waardoor lawaaierige
vliegtuigen gepenaliseerd worden, minder frequent worden toegelaten
en in voorkomend geval alleen nog overdag mogen vliegen en niet
En ce qui concerne la qualification
des avions des chapitres 1 et 2, je
laisse cet aspect aux aéroports qui
accueillent toujours ces appareils.
En Belgique, les avions doivent en
principe être certifiés chapitre 3.
Nous continuerons à suivre les
développements internationaux en
la matière.
Les aéroports se basent sur une
analyse d'impact, qui détermine le
nombre et le type d'avions qu'ils
accueillent. L'instance compétente
de la Région wallonne a effectué
cette analyse pour l'aéroport de
Liège.
Aucun lien direct n'a pu être établi
entre l'âge d'un appareil et la
sécurité. En outre, la qualité de la
maintenance et des contrôles en
la matière n'est pas linéairement
proportionnée
aux
résultats
observés. Nous partons toutefois
du principe que ce lien sera mis en
évidence à long terme et nous
restons dès lors vigilants à cet
égard. Il est par ailleurs évident
que nous sommes encore plus
attentifs aux avions d'un certain
âge qui ont déjà dû faire l'objet de
certaines révisions.
En ce qui concerne Bruxelles
National, le gouvernement fédéral
a déjà pris des mesures pour
décourager l'utilisation d'avions
bruyants. Selon l'approche de
l'OACI, divers facteurs concernant
d'éventuelles nuisances sonores
sont pris en compte à cet effet.
Nous tentons en outre d'affiner
cette approche en collaboration
avec plusieurs autres petits pays
d'Europe occidentale.
Un projet de directive relatif aux
redevances aéroportuaires est en
outre à l'examen au Conseil
européen
et
au
Parlement
européen. Ce projet prévoirait la
possibilité pour chaque pays de
continuer à placer ses propres
accents.
Spécifiquement pour la Belgique,
nous
allons
proposer,
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
meer 's nachts, vanwege het lawaai dat zij produceren.
Deze maatregel past volkomen in de door ICAO gepreconiseerde
balanced approach, waarbij het geluid aan de bron, dus geproduceerd
door de motoren, de operationele maatregelen, het vliegen tegen de
wind in, de ligging ten aanzien van de woongebieden, wat is de piste
die men gebruikt, en de exploitatiebeperkingen die elke luchthaven
heeft in rekening worden gebracht.
Wat uw bedenking in verband met Luik betreft, vestig ik er uw
aandacht op dat dit een gewestelijke bevoegdheid is.
Wij, in België in het algemeen, volgen de ICAO-politiek inzake het
vliegtuiglawaai. Wij helpen ook deze politiek vorm te geven in de
beleidsvoorbereidende panels en werkgroepen die wij hebben ten
aanzien van de ICAO. Wij doen dat in een samenwerkingsverband
met landen die eenzelfde inzicht ter zake hebben als wij. Dat zijn de
zogenoemde ABIS-landen. Dat zijn België, Oostenrijk, Nederland,
Luxemburg, Ierland, Zwitserland en Portugal. Dat zijn dus de kleinere
landen in het westen van West-Europa. Wij doen dat gezamenlijk om
de opvolging en medebestemming en -beslissing binnen Europa
efficiënter te maken.
Op Europees vlak wordt er een ontwerp van richtlijn over de
luchthavengelden besproken in de Europese Raad en het Europees
Parlement. Het is de bedoeling dat de landingsgelden binnen de
Europese Unie worden bepaald op basis van dezelfde principes in de
verschillende landen, zonder dat er sprake zal zijn van een totale
stroomlijning van de landingsgelden. Met andere woorden, elk land
zal nog zijn eigen accenten kunnen leggen en desnoods strenger
kunnen optreden.
Een modulering in functie van milieufactoren zal, dat is voorspelbaar,
voorzien worden in de richtlijn, aangezien dit element reeds aanwezig
is in de diverse nationale reglementeringen.
Mevrouw, ik weet dat het misschien wat moeilijk klinkt, maar het is
ook een moeilijke materie waarover u mij ondervraagt. De
geluidsnormering binnen ICAO is geen gemakkelijke materie, maar u
mag van een ding verzekerd zijn: wat betreft het type van vliegtuigen
die veel lawaai geven, wij kijken daarop toe en weten dat het de
oudere toestellen zijn en die worden technisch nauwgezet gevolgd.
Verder proberen wij met de andere landen binnen ICAO alles te doen
gaan in de richting van minder geluidmakende vliegtuigen. Specifiek
wat België betreft ligt het niet alleen in onze bedoeling, maar gaan we
voorstellen dat vooral voor nachtelijke vluchten bepaalde vliegtuigen
die een quota count (QC) maken dat te hoog wordt geschat we
zullen de drempel zeer laag leggen 's nachts niet langer op
Zaventem zullen mogen vliegen. Wij zijn alleen bevoegd voor
Zaventem als nationale luchthaven. Wat de Gewesten betreft, daar
moeten wij hun autonomie betreffende de geluidsnormen gewoon
respecteren.
certainement en ce qui concerne
les vols de nuit à Zaventem,
d'utiliser
des
avions
moins
bruyants. En ce qui concerne les
autres aéroports, nous devons
respecter
l'autonomie
des
Régions.
17.03 Ulla Werbrouck (LDD): Ik dank de staatssecretaris voor zijn
heel transparant antwoord. Het was inderdaad heel moeilijk, maar ik
ben blij te horen dat de controles zullen toenemen en strenger worden
en dat hij zal toekijken dat er geen ongelukken gebeuren en er
voldoende controle is.
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18 Question de Mme Josée Lejeune au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
18 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de veiligheid van de spooroverwegen" (nr. 7935)
18.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je voulais
faire le point sur la sécurité aux abords des passages à niveau dans
notre pays. Ce sujet a déjà été abordé en commission, notamment
dans le courant de l'année 2007. cependant, malgré la diminution du
nombre de passages à niveau, le nombre d'accidents reste constant.
C'est ce que révèle un communiqué de Touring largement diffusé par
voie de presse.
À en croire les données publiées, le nombre de passages à niveau
est passé de 3.929 en 1980 à 2.038 aujourd'hui, soit une diminution
de moitié. Malgré cela, et malgré une campagne de sensibilisation
menée en 2006 et 2007, le nombre d'accidents à ces endroits reste
très élevé. Cette situation me semble inquiétante.
Monsieur le secrétaire d'État, quel est votre sentiment quant à ce
constat? Des mesures ont déjà été mises en oeuvre par votre
prédécesseur visant à renforcer l'équipement des passages jugés
plus dangereux. Votre prédécesseur avait également annoncé, à
l'occasion d'une question sur ce sujet, que des campagnes avaient
été développées pour sensibiliser les usagers aux dangers que
représentent ces endroits et que parallèlement, certains passages
étaient appelés à disparaître en raison de la réalisation de grands
projets ferroviaires. D'autres devaient changer de catégorie. Avez-
vous l'intention de poursuivre dans cette voie? Quelles nouvelles
mesures envisagez-vous afin d'améliorer la sécurité? Une
harmonisation de la signalisation ne serait-elle pas possible?
Enfin, que pensez-vous de l'idée de remplacer les signaux à feux
clignotants utilisés jusqu'ici par des signaux lumineux circulaires du
système tricolore, les traditionnels sémaphores?
18.01 Josée Lejeune (MR): Ik
kreeg graag een stand van zaken
met betrekking tot de veiligheid op
de overwegen. Volgens Touring is
het aantal overwegen tussen 1980
en vandaag van 3.929 naar 2.038
gedaald. Toch blijft het aantal
ongevallen erg hoog, ondanks een
sensibilisatiecampagne in 2006 en
2007.
Wat is uw standpunt in dat
verband? Uw voorganger nam een
aantal
maatregelen
om
de
uitrusting op de gevaarlijkste
overwegen te verbeteren. Hij
stelde ook een aantal campagnes
in
het
vooruitzicht
om
de
weggebruikers te sensibiliseren
voor de gevaren op die plaatsen.
Voorts zou een aantal overwegen
verdwijnen in het kader van de
uitvoering
van
grote
spoorprojecten.
Zal u op die weg voortgaan?
Welke nieuwe maatregelen plant u
om de veiligheid te verbeteren? Is
het niet mogelijk de signalisatie te
stroomlijnen? Lijkt het u een goed
idee de verkeerstekens met
knipperlichten
door
ronde,
driekleurige verkeerslichten te
vervangen?
18.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Madame Lejeune, pour
améliorer la sécurité aux passages à niveau, le nouveau contrat de
gestion 20082012 entre l'État et Infrabel prévoit ce qui suit: "Infrabel
établit un plan "passages à niveau" 20082015 visant à améliorer de
manière structurelle la sécurité aux passages à niveau et met en
oeuvre ce plan comme il se doit. Ce plan vise à réduire de 25% pour
la fin 2015 par rapport à 2007 le nombre annuel d'accidents aux
passages à niveau et le nombre de personnes contusionnées,
blessées et décédées lors d'accidents aux passages à niveau situés
sur des voies gérées par Infrabel et en dehors des zones portuaires."
Infrabel se concertera avec les autorités portuaires afin de réduire
également les accidents dans les zones portuaires.
18.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe:
Ten
einde
de
veiligheid op de overwegen te
verhogen, bepaalt het nieuwe
beheerscontract tussen de Staat
en
Infrabel
dat
de
infrastructuurbeheerder een plan
"Overwegen 2008-2015" opstelt,
dat het jaarlijkse aantal ongevallen
op de door Infrabel beheerde
overwegen tegen eind 2015 met
25 procent moet terugdringen in
vergelijking met 2007.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Le plan s'inscrit dans une vision à long terme, le but étant de
poursuivre, encore après 2015, cette tendance à la baisse du nombre
d'accidents.
Lors de l'établissement de ce plan, Infrabel a tenu compte des
expériences vécues lors du plan stratégique 2005-2007 relative aux
passages à niveau. La suppression de ces derniers, la diminution des
passages à niveau de troisième et de quatrième catégorie, l'exécution
d'adaptations de la voirie, notamment l'adaptation de la signalisation
et l'organisation de campagnes de sensibilisation qui constituaient le
coeur du plan 2005-2007 continuent à faire partie du nouveau plan.
Le nouveau plan "passages à niveau" 2008-2015 sera cependant
étayé par les résultats des analyses de risques qui ont été réalisées
au moyen du modèle de calcul qu'Infrabel s'est procuré en 2007. Le
plan prévoira ensuite un projet-pilote pour l'installation aux passages
à niveau de poteaux-radar dotés de caméras électroniques qui
permettront de savoir si l'usager de la route ignore fréquemment la
signalisation. Pour l'installation de ce poteau-radar et le traitement des
données, Infrabel se concertera avec les autorités compétentes en la
matière. En cas d'évaluation positive de ce projet-pilote, l'installation
de ce poteau-radar sera reprise de manière standard dans le plan
pour une série de passages à niveau.
Le plan mentionne aussi les moyens financiers qu'Infrabel inscrit
chaque année à son budget pour l'exécution de cette mesure.
Le plan "passages à niveau" 2008-2015 est présenté à la validation
de la Direction générale des Transports terrestres et à l'approbation
de Mme Vervotte, responsable pour les entreprises publiques et moi-
même, au plus tard, six mois après signature de ce contrat, c'est-à-
dire au plus tard le 29 décembre 2008.
Infrabel rédige chaque année un rapport d'avancement relatif à
l'exécution de ce plan. Ce rapport est envoyé au ministre de la
Mobilité et des Entreprises publiques et à moi-même via la Direction
générale des Transports terrestres au plus tard, un an après la
présentation du plan, pour validation. Ce rapport mentionne non
seulement les activités réalisées au cours de l'année écoulée, mais
les confronte aussi au planning.
Le rapport mentionnera au moins les indicateurs de prestations qui
sont les suivants: le nombre de campagnes de sensibilisation
réalisées, le nombre de passages à niveau supprimés, le nombre de
changements de catégories réalisés, le nombre d'adaptations de la
voirie et des voies, le nombre d'accidents avec des personnes
contusionnées, blessées et décédées et le budget utilisé par rapport
au budget prévu.
Concrètement, dans le plan stratégique 2005-2007 concernant les
passages à niveau, il fût convenu, en concertation avec le SPF
Mobilité, que:
- La mise en première catégorie (deux barrières complètes ou quatre
demi-barrières) des passages à niveau présente plus d'inconvénients
que d'avantages aussi bien pour les usagers de la route que pour les
exploitants ferroviaires, par la perturbation du trafic ferroviaire.
Het plan ligt in de lijn van de
langetermijnvisie en heeft tot doel
de neerwaartse trend van het
aantal ongevallen door te zetten
na 2015.
Bij het opstellen van het plan heeft
Infrabel rekening gehouden met
de ervaringen uit het verleden.
Het
doen
verdwijnen
van
onbewaakte overwegen, de daling
van het aantal overwegen van
derde en vierde categorie, de
aanpassing van het wegennet en
de
organisatie
van
sensibiliseringscampagnes maken
deel uit van het nieuwe plan.
Het nieuwe overwegenplan 2008-
2015 wordt geschraagd door de
resultaten van de risico-analyses.
Het plan omhelst een pilootproject
voor het installeren van met
elektronische camera's uitgeruste
flitspalen aan de overwegen.
Infrabel zal hierover overleg
plegen
met
de
bevoegde
overheden.
Indien
positief
bevonden, wordt de installatie van
die
flitspaal
automatisch
opgenomen in het plan voor een
hele reeks overwegen.
Het overwegenplan 2008-2015
wordt ter bekrachtiging voorgelegd
aan het DG Vervoer te land en aan
de goedkeuring van mevrouw
Vervotte en mezelf, uiterlijk zes
maanden na ondertekening van
het contract, dus op 29 december
2008.
Infrabel
stelt
elk
jaar
een
voortgangsrapport op betreffende
de uitvoering van het plan. Dat
rapport wordt aan de minister van
Mobiliteit en Overheidsbedrijven
en mezelf toegestuurd via het DG
Vervoer te land uiterlijk een jaar na
het indienen van het plan. Het
rapport geeft een overzicht van de
gerealiseerde
activiteiten
en
vergelijkt ze met de planning.
In het verslag zullen de prestatie-
indicatoren
vermeld
worden
(aantal
sensibiliserings-
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
- La signalisation garantissant un maximum de sécurité est celle
relative aux passages à niveau de la deuxième catégorie, les demi-
barrières et signaux lumineux, pourvus éventuellement d'équipements
supplémentaires pour les usagers faibles, à savoir les petites
barrières sur le trottoir ou la piste cyclable.
- Les passages à niveau sont inspectés chaque fois que des
aménagements sont réalisés dans leurs environs: nouvelles voiries,
urbanisation, pistes cyclables, etc. De plus, la signalisation de chaque
passage à niveau fait l'objet d'une révision systématique tous les dix
ans.
- Les passages à niveau situés dans les zones portuaires font déjà
l'objet d'une approche séparée, ils ne seront donc pas repris dans ce
plan d'action. La configuration des lieux rend toute suppression quasi
impossible et le placement de barrières aux passages à niveau
n'apporte pas l'amélioration de sécurité escomptée. En effet, le
nombre de bris de barrières constatés dans les zones portuaires est
relativement élevé. Par contre, le nombre d'accidents mortels y est
faible. Une campagne d'équipement en troisième catégorie d'un
certain nombre de passages à niveau est en cours d'achèvement.
Tout cela démontre que la problématique de la sécurité aux passages
à niveau est considérée comme très importante par Mme Vervotte et
moi-même, par Infrabel et par le SPF Mobilité. C'est sur base d'un
plan bien étudié que les prochaines décisions seront prises. Il n'entre
cependant pas dans nos intentions de remplacer les actuels signaux
à feux clignotants par des signaux du système tricolore comme vous
l'avez suggéré.
campagnes,
afgeschafte
overwegen,
categorie-
veranderingen, wegaanpassingen,
ongevallen,
en
het
uitgegeven/geplande budget).
In het vorig strategisch plan 2005-
2007 inzake overwegen werd
overeengekomen
dat
het
onderbrengen in eerste categorie
(2 volledige slagbomen of 4 halve
slagbomen) van de overwegen
meer nadelen dan voordelen
heeft; dat de signalisatie die de
grootste veiligheid biedt, die van
de overwegen van 2de categorie
is; dat de overwegen worden
geïnspecteerd, telkens als er
aanpassingswerken
worden
uitgevoerd in hun omgeving; en
dat er een aparte benadering is
voor
de
overwegen
in
de
havengebieden.
De problematiek van de veiligheid
van de overwegen staat zowel bij
minister Vervotte als bij mijzelf,
Infrabel en de FOD Mobiliteit hoog
op de agenda. De volgende
beslissingen zullen op grond van
een weloverwogen plan genomen
worden. We zijn echter niet van
plan
om
de
bestaande
verkeersknipperlichten
door
driekleurige verkeerslichten te
vervangen.
18.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, je voudrais
remercier le secrétaire d'État pour sa longue réponse.
Toutefois, le contrat passé avec Infrabel reprend de nombreuses
mesures: adaptation de la signalisation, projet pilote, campagnes de
sensibilisation, adaptation des voiries et des voies, etc.
Cependant, comparant la situation avec nos voisins allemands, nous
constatons la présence de dix fois plus de passages à niveau chez
eux mais deux fois moins d'accidents. La Belgique connaît un réel
problème.
Autre remarque: en Belgique, seuls 15 passages à niveau sont
équipés d'un système de détection évitant que la voiture ne reste
bloquée entre les barrières. Je n'ai pas entendu, dans le contrat
passé avec Infrabel, qu'il ait été fait mention de cette problématique.
Autre problème encore: ne faudrait-il pas réduire le temps d'attente,
comme dans les autres pays européens? Chez nous, ce temps est
nettement supérieur à celui de nos voisins.
18.03 Josée Lejeune (MR): In
het met Infrabel gesloten contract
worden tal van maatregelen
overgenomen,
maar
als
we
vergelijken met de situatie bij onze
Duitse buren, dan stellen we vast
dat er ginds twee keer minder
ongevallen gebeuren, hoewel er
tien keer meer overwegen zijn.
België heeft in deze een reëel
probleem. Een andere opmerking
in dit verband betreft het feit dat er
in België slechts vijftien overwegen
uitgerust
zijn
met
een
detectiesysteem
waarmee
voorkomen wordt dat een wagen
vast komt te zitten tussen de
slagbomen. Naar mijn weten wordt
er in het contract met Infrabel
geen melding gemaakt van deze
problematiek. Nog een ander
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Je tenais à attirer l'attention du gestionnaire de l'infrastructure
Infrabel.
probleem is de wachttijd. Die is bij
ons veel langer dan in ons
buurland. Hierop wilde ik de
aandacht
van
infrastructuurbeheerder
Infrabel
vestigen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Jenne De Potter aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de invoering van een duplicaatcode bij diefstal van een nummerplaat" (nr. 7996)
19 Question de M. Jenne De Potter au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'introduction d'un code de remplacement en cas de vol de plaque minéralogique" (n° 7996)</b>
19.01 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, de federale politie maakte bekend dat zij in de eerste
negen maanden van 2008 reeds 25.066 kentekens schrapte. Dat is
een gemiddelde van 75 per dag. In 2003 werden 11.750
nummerplaten geschrapt. In 2007 waren dat er 27.510. Men verwacht
dus eind 2008 een stijging van het aantal schrappingen.
De politiediensten melden dat vooral het aantal gestolen kentekens
stijgt. Zo blijkt dat de nummerplaten van wagens worden geschroefd
om ze dan op andere wagens, meestal van hetzelfde merk en kleur,
te bevestigen. Het gaat hier dan vooral om wagens die niet
ingeschreven en onverzekerd zijn.
De kosten voor de slachtoffers zijn vaak niet beperkt tot de aanschaf
en administratie van een nieuwe nummerplaat. Het gebeurt dat
slachtoffers van een nummerplaatdiefstal worden geconfronteerd met
parkeerretributies en verkeersboetes voor feiten waarmee ze niets te
maken hebben, omdat ze zijn gepleegd door de daders van een
nummerplaatdiefstal.
In Nederland bezorgt de Rijksdienst voor Wegverkeer slachtoffers van
een nummerplaatdiefstal een nieuw kenteken waarop een
duplicaatnummer is vermeld. Op de nieuwe nummerplaat staat een
zichtbare cijfercode waardoor de nieuwe plaat zichtbaar van de oude,
gestolen plaat verschilt. Indien de daders met het oude kenteken een
overtreding maken, kan de politie onmiddellijk vaststellen dat de
wagen een gestolen nummerplaat draagt, en kunnen de slachtoffers
eenvoudig weerleggen dat zij onmogelijk verantwoordelijk kunnen zij
voor de gemaakte overtreding.
Mijnheer de staatssecretaris, wordt overwogen om een gelijkaardig
systeem in België in te voeren, zodat het stelen van nummerplaten
ontmoedigd kan worden? Zo neen, waarom niet? Welke andere
maatregelen zijn reeds genomen enerzijds en zullen worden genomen
in de toekomst anderzijds om dit fenomeen in te dijken?
19.01 Jenne De Potter (CD&V):
Le nombre de radiations de
plaques
d'immatriculation
augmente d'année en année. De
leur côté, les services de police
signalent que ce sont surtout les
vols de plaques qui augmentent.
Les
plaques
minéralogiques
volées sont installées ensuite sur
d'autres voitures, généralement de
même marque et de même
couleur, et qui ne sont, la plupart
du temps, ni immatriculées ni
assurées.
Les
victimes
doivent
non
seulement acquérir une nouvelle
plaque à leurs frais mais se voient
souvent réclamer des redevances
de stationnement ou des amendes
de roulage liées à des faits
auxquels ils sont totalement
étrangers. Aux Pays-Bas, le
"Rijksdienst voor Wegverkeer"
(Office national de la circulation
routière) délivre aux victimes de
tels vols un duplicata de leur
ancienne plaque minéralogique.
Sur cette nouvelle plaque figure un
code chiffré visible grâce auquel
elle se distingue de l'ancien
exemplaire volé. Ce système
pourrait-il
être
introduit
en
Belgique? Quelles autres mesures
ont été ou seront prises afin
d'endiguer ce phénomène?
19.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer De Potter, bij diefstal, verlies of vernietiging van een
kentekenplaat moet de titularis van de nummerplaat hiervan
onmiddellijk aangifte doen bij de politie, wat aanleiding geeft tot het
seinen van de betrokken plaat. Deze seining genereert in de DIV-
applicatie automatisch en onmiddellijk het schrappen van de
19.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: En cas de vol, de
perte ou de destruction d'une
plaque minéralogique, son titulaire
doit immédiatement en faire la
déclaration à la police, laquelle
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
kentekenplaat uit het repertorium. Vanaf dat ogenblik kan de houder
van de gestolen of verloren plaat in principe ook niet meer
aansprakelijk worden gesteld voor eventuele misbruiken die met die
nummerplaat zouden gebeuren, tenzij hij natuurlijk frauduleuze
aangifte zou hebben gedaan. Men houdt dan ook best het attest van
aangifte van de diefstal bij.
Volgens de huidige reglementering moet de houder van een gestolen
of verloren nummerplaat zijn voertuig opnieuw laten inschrijven met
een nieuwe nummerplaat.
De gestolen of verloren nummerplaat zal om veiligheidsredenen nooit
meer kunnen worden ingeschreven, zelfs als die later wordt
teruggevonden. Die maatregel werd indertijd genomen ter
bescherming van de burger, die onmogelijk kan weten welke feiten er
gepleegd zijn met de kentekenplaat tussen de verklaring van de
diefstal en het eventueel terugvinden.
Wij houden, mijns inziens, beter vast aan de huidige werkwijze in
plaats van te opteren voor het Nederlandse systeem, waarbij de
nummerplaat gekoppeld is aan het voertuig. Bij ons is de
nummerplaat gekoppeld aan de persoon.
De politie signaleert mij trouwens dat het bij de vaststelling van
verkeersovertredingen, vooral bij het flitsen, niet gemakkelijk is om
een correct beeld te krijgen van de duplicaatcode, wat altijd aanleiding
tot discussies achteraf geeft. Dat is de reden waarom men blijft
vasthouden aan het huidige systeem.
signale aussitôt la disparition de la
plaque
en
question.
Cette
procédure
génère
automatiquement
et
immédiatement, dans l'application
de la DIV, la radiation de la plaque
d'immatriculation
du
registre
central. Dès cet instant, le titulaire
de la plaque volée ou perdue ne
peut plus, en principe, être tenu
responsable d'abus éventuels,
sauf en cas de déclaration
frauduleuse. Il est donc conseillé
de conserver l'attestation de vol.
Selon la réglementation actuelle,
le
titulaire
d'une
plaque
minéralogique volée ou perdue
doit refaire immatriculer son
véhicule.
Pour des raisons de sécurité, les
plaques minéralogiques volées ou
perdues ne pourront plus jamais
être enregistrées même si elles
sont retrouvées par la suite. Nous
préférons continuer à appliquer la
méthode actuelle plutôt que
d'adopter le système néerlandais.
Dans notre pays, la plaque
minéralogique est liée à la
personne. La police me signale
d'ailleurs qu'il n'est pas facile
d'identifier correctement le code
duplicata lors de la constatation
d'infractions routières, surtout lors
des contrôles radar.
19.03 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
staatssecretaris voor het duidelijk antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de begeleiding van uitzonderlijke transporten" (nr. 7859)
20 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"l'accompagnement des transports exceptionnels" (n° 7859)</b>
20.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, mijn vraag betreft een onderwerp dat ik de vorige
legislatuur reeds een paar keren heb aangekaart in deze commissie,
met name de uitzonderlijke transporten.
Er is reeds lang sprake van een nieuw koninklijk besluit dat
daaromtrent wordt uitgewerkt. Dat zou toch stilaan in een eindfase
mogen komen.
Vandaag wil ik even stilstaan bij de begeleiding van uitzonderlijke
20.01 Jef Van den Bergh
(CD&V):
On
évoque depuis
longtemps
l'élaboration
d'un
nouvel arrêté royal sur les
transports
exceptionnels.
Les
transports
exceptionnels
dépassant certaines dimensions
ou un poids déterminé doivent être
accompagnés par la police de la
route. Cette obligation allonge la
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
transporten. Wanneer een uitzonderlijk transport bepaalde afmetingen
of een bepaald gewicht overschrijdt, moet het verplicht worden
begeleid door de wegpolitie.
Gezien het steeds omvangrijkere takenpakket van de politie en de
lange wachttijd voor de vervoerders zijn zowel de politie als de
betrokken beroepsorganisaties vragende partij om deze begeleiding
zo snel mogelijk over te hevelen naar de private sector, zoals dat in
andere landen reeds het geval is.
In het Vlaams Parlement werd een resolutie goedgekeurd om in een
opleiding te voorzien voor begeleiders van dergelijke uitzonderlijke
transporten.
In antwoord op mijn schriftelijke vraag in augustus onderschreef u de
noodzaak om deze begeleiding weg te halen bij de verkeerspolitie en
verwees u naar een ontwerp van koninklijk besluit betreffende het
wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen. Daarin wordt een opleiding
voor de erkenning van beroepsbekwaamheid als verkeerscoördinator
en begeleider van uitzonderlijk vervoer voorzien.
Er lijkt dus een grote eensgezindheid te bestaan over dit dossier.
Blijkbaar is het toch niet zo eenduidig. Het ontwerp van koninklijk
besluit waarvan sprake zou immers haaks staan op het ontwerp van
decreet van het Vlaams Gewest. Deze twee zouden maar moeilijk
verzoenbaar zijn, als ik de mensen van de sector mag geloven.
Gevreesd wordt dat de definitieve realisatie van het koninklijk besluit
daardoor nog lang op zich zal laten wachten.
Vervoerders en politie zijn daarom vragende partij om het deel wat de
opleiding betreft uit het ontwerp van koninklijk besluit te halen en het
apart te behandelen, kwestie van sneller te kunnen komen tot een
private begeleiding van de uitzonderlijke transporten.
Mijnheer de staatssecretaris, ik heb een aantal vragen. Ten eerste, is
er intussen een akkoord met de Gewestregeringen over het
voornoemde ontwerp van koninklijk besluit? Indien ja, binnen welke
termijn kan het koninklijk besluit in werking treden? Indien neen,
welke pijnpunten bestaan er nog?
Ten tweede, acht u het mogelijk en wenselijk, zoals de federale politie
en de beroepsorganisaties bepleiten, het deel over de opleiding en de
begeleiders uit het ontwerp van koninklijk besluit te halen, dit in de
veronderstelling dat het antwoord op mijn eerste vraag eerder
negatief is, zodat men op korte termijn tot een positief resultaat zou
kunnen komen op dit punt?
Ten derde, bestaat er eensgezindheid over hoe men deze opleiding
zal organiseren? Wie zal welke verantwoordelijkheden dragen? Wie
zal instaan voor de modaliteiten en de uitvoering? Daarover lijkt er
immers een bevoegdheidsdiscussie te bestaan.
liste des tâches dévolues à la
police et entraîne un long temps
d'attente pour les transporteurs.
Dans
d'autres
pays,
l'accompagnement a déjà été
confié au privé.
En août, le secrétaire d'État a
évoqué un projet d'arrêté royal,
reconnaissant la nécessité de
retirer
ces
missions
d'accompagnement à la police de
la route. Le projet serait cependant
contraire à un projet de décret de
la Région flamande.
Un consensus s'est-il dégagé dans
l'intervalle
avec
les
gouvernements
régionaux
concernant un projet d'arrêté
royal? Quand ce dernier entrera-t-
il en vigueur? Est-il souhaitable,
aux yeux du secrétaire d'État, de
retirer de l'arrêté royal la partie
relative à la formation et aux
accompagnateurs,
comme
le
demandent la police fédérale et
les fédérations professionnelles?
L'organisation de cette formation
fait-elle l'objet d'un consensus?
Qu'en est-il des responsabilités,
des modalités et de l'exécution?
20.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Van den Bergh, ik kan u het volgende antwoord geven.
Begin oktober werden de uitgewerkte teksten van het koninklijk besluit
besproken door mijn administratie en de bevoegde administratie van
20.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Début octobre,
mon administration a examiné les
textes de l'arrêté royal avec
l'administration compétente de la
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
het Vlaams Gewest. De operationele knelpunten die daarbij naar
voren zijn gekomen, werden intussen opgelost.
Ze werden in aangepaste vorm reeds voorgelegd aan de
administraties van het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De toepassing van dat nieuwe aangepaste besluit zal wel een reeks
praktische en operationele voorbereidingen vragen. Vooraleer het
daadwerkelijk van kracht kan worden, wordt er rekening mee
gehouden dat de voorbereidingen waarschijnlijk een jaar zouden
kunnen duren.
De organisatie en de praktische voorbereidingen voor de
beroepserkenning van een verkeerscoördinator en begeleider voor
het uitzonderlijk vervoer, zullen waarschijnlijk evenveel tijd in beslag
nemen. Wij denken daarom dat het geen zin heeft dit element uit het
globale ontwerp van koninklijk besluit te halen en wij hebben het er
dan ook ingelaten. Ik kan u wel verzekeren dat er eensgezindheid
bestaat tussen de federale en de gewestelijke overheden om deze
beroepserkenning
in
te
voeren.
De
organisatie,
de
verantwoordelijkheid en de modaliteiten zullen door federale
uitvoeringsbesluiten worden geconcretiseerd, uiteraard in overleg met
de betrokken gewesten.
Région flamande. Les problèmes
opérationnels qui se sont fait jour
à cette occasion ont déjà été
résolus.
Ils ont déjà été soumis, sous une
forme
corrigée,
aux
administrations
des
Régions
wallonne et de Bruxelles-Capitale.
L'application de cet arrêté royal a
des implications pratiques et
exigera encore un an de travaux
préparatoires. Cela vaut aussi
pour
la
reconnaissance
professionnelle du coordinateur du
trafic et de l'accompagnateur de
transport
exceptionnel.
L'instauration
de
cette
reconnaissance est unanimement
approuvée par les gouvernements
fédéral et régionaux. Des arrêtés
d'exécution pris au niveau fédéral
la traduiront dans la pratique.
20.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik
dank u voor het antwoord. Ik begrijp dat dit dossier uiteindelijk
afgerond zou moeten zijn binnen dit en een jaar ongeveer. Laat ons
hopen dat het zal lukken. Het dossier loopt ondertussen al heel wat
jaren mee en het wordt dringend tijd om voor deze toch niet
onbelangrijke sector onze logistiek en dies meer een oplossing te
bieden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het afschaffen van de retributie bij de hernieuwing van het rijbewijs voor
personen met een beperking" (nr. 8045)
21 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"la suppression de la redevance due en cas de renouvellement du permis de conduire d'une personne
handicapée" (n° 8045)</b>
21.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, deze vraag is bij mij opgekomen naar aanleiding
van een gemeenteraadsbeslissing in mijn gemeente Kalmthout. De
gemeente heeft beslist om de vergoeding voor de hernieuwing van
een rijbewijs op zich te nemen. Ondertussen heb ik gemerkt dat mijn
goede partijgenoot, collega en senator Pol Van Den Driessche over
hetzelfde onderwerp ook al bepaalde initiatieven heeft genomen. Het
een sluit aan bij het ander.
Ik kom tot mijn vraag. Het koninklijk besluit van 23 maart 1998
betreffende het rijbewijs duidt enkele categorieën van bestuurders
aan waarvoor het rijbewijs A en B beperkt is in de tijd, wegens
medische redenen. In de genoemde gevallen moet het rijbewijs na
een bepaalde tijd, afhankelijk van leeftijd en medische aandoening,
hernieuwd worden, op basis van een rijgeschiktheidsattest dat door
een geneesheer afgeleverd moet worden.
21.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): L'arrêté royal du 23 mars
1998 relatif au permis de conduire
mentionne quelques catégories de
conducteurs pour lesquels les
permis de conduire A et B sont
limités dans le temps pour des
raisons
médicales.
Un
renouvellement sur la base d'une
attestation d'aptitude à la conduite
est alors nécessaire, ce qui coûte
11 euros à la personne concernée,
dont
3,75
euros
pour
l'administration communale et 7,25
euros pour les autorités fédérales.
Dans
l'intervalle,
certaines
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Bij iedere hernieuwing moet de persoon in kwestie een taks of
vergoeding betalen aan de stad of de gemeente. Het te betalen
bedrag ligt vast op 11 euro, waarvan een deel vanuit de FOD
Mobiliteit en Vervoer naar de stad of de gemeente wordt teruggestort.
De bepaling die origineel in mijn vraag stond, lijkt niet helemaal
overeen te komen met de bepaling in het koninklijk besluit, maar ik
denk dat het eropneerkomt dat de retributie vastligt op 11 euro,
waarvan 3,75 euro voor de gemeentebesturen is en 7,25 euro naar de
federale overheid gaat.
Sommige gemeenten hebben ondertussen beslist om de volledige
kosten op zich te nemen. Personen zonder fysieke of medische
beperking ontsnappen aan het betalen van een dergelijke heffing. Zij
beschikken
immers
over
een
rijbewijs
met
onbeperkte
geldigheidsduur, dat bijgevolg niet hernieuwd moet worden. Men kan
zich dus de vraag stellen of deze taks geen discriminatie inhoudt van
personen met een beperking, aandoening, ziekte, enzovoort.
Heel wat gemeenten hebben daarom dus beslist deze kosten op zich
te nemen. Zij hebben hiervoor een gemeentelijke bijdrage ingevoerd
ten belope van het bedrag dat moet worden doorgestort. Om te
vermijden dat iedere stad en elke gemeente een dergelijk reglement
moet goedkeuren en om een uniforme behandeling te verzekeren
over het hele land, lijkt mij een actie op het federale niveau
aangewezen. Ik ben er mij uiteraard van bewust dat de financiële
toestand van de federale overheid niet van die aard is om allerlei
cadeaus uit te delen, maar dit lijkt toch niet echt een grote impact te
hebben op het budget.
Mijnheer de staatssecretaris, is het mogelijk en wenselijk om een
initiatief te nemen op het federale niveau om deze taks voor personen
met een fysieke of geestelijke beperking af te schaffen?
communes ont décidé de prendre
ce coût à leur charge dans la
mesure où on peut se demander à
juste titre s'il n'y a pas là une
discrimination
des
personnes
ayant un certain handicap ou une
maladie. Une mesure fédérale
s'impose afin de garantir un
traitement simple et uniforme pour
l'ensemble du pays. L'incidence
financière n'est en effet pas très
importante. Une initiative fédérale
pourrait-elle
être
prise
pour
supprimer cette taxe?
21.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van den Bergh,
de retributies aangerekend aan de burger voor de aanvraag van een
rijbewijs, een voorlopig rijbewijs of een internationaal rijbewijs, zijn
vastgesteld in artikel 51 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998
betreffende het rijbewijs.
Voor de vervanging om welke reden ook wordt een retributie van 11
euro gevraagd, waarvan 3,75 euro voor de gemeente en de overige
7,25 euro voor de federale overheid bestemd is. Het bedrag moet per
semester op een rekening van de FOD Financiën worden
overgemaakt. De gemeente mag in principe geen bijkomende taks
opleggen noch verminderingen toekennen.
Maar het is vanzelfsprekend niet de bedoeling om personen die om
medische redenen hun rijbewijs geregeld moeten vernieuwen, op te
zadelen met extra administratieve kosten. Ik zal dan ook mijn
administratie laten onderzoeken hoe we het probleem kunnen
oplossen en of er een mogelijkheid bestaat om de retributie in die
gevallen gewoon af te schaffen. Dat lijkt me de meest voor de hand
liggende weg, aangezien het om een om medische redenen
gedwongen en geen vrijwillige vervanging van het rijbewijs gaat. Het
is mijn bedoeling om dan de retributie te schrappen.
21.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Les redevances
dues pour l'obtention d'un permis
de conduire, d'un permis de
conduire provisoire ou d'un permis
de conduire international ont été
fixées par l'arrêté royal du 23 mars
1998. Pour le remplacement d'un
permis de conduire, un montant de
11 euros dont 3,75 euros sont
destinés à la commune et
7,25 euros aux autorités fédérales
est chaque fois réclamé. La
commune ne peut accorder de
taxes
ou
de
réductions
supplémentaires.
Il est évident que l'objectif ne
consiste pas à infliger des frais
administratifs supplémentaires aux
personnes
qui
doivent
régulièrement
renouveler
leur
permis de conduire pour des
raisons médicales. Je chargerai
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
mon administration d'examiner la
possibilité
de
supprimer
la
redevance dans de tels cas.
21.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris,
hartelijk dank voor het antwoord. Het lijkt me een positief
nieuwsbericht.
Er zal dan een onderscheid moeten worden gemaakt tussen afgifte
van een nieuw rijbewijs om medische redenen en afgifte om andere
redenen. In het eerste geval kan het bedrag op nul worden gezet.
Daarmee is het probleem opgelost.
Laten we hopen dat het vrij snel gaat.
21.03 Jef Van den Bergh
(CD&V):
Voilà
une
réponse
positive. Espérons qu'une solution
sera rapidement trouvée.
21.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Ik vermoed dat de
gemeenten er akkoord mee zullen gaan om in die gevallen de
3,75 euro administratiekosten ook te laten vallen. Dat hoop ik althans.
In ieder geval wordt er naar een oplossing gezocht.
21.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: J'espère que les
communes accepteront également
de supprimer les frais.
21.05 Jef Van den Bergh (CD&V): Prima.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
22 Question de Mme Josée Lejeune au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"la vitesse maximale autorisée pour les cars sur les autoroutes" (n° 8149)</b>
22 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de toegestane maximumsnelheid voor reisbussen op de autosnelwegen"
(nr. 8149)
22.01 Josée Lejeune (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, ma réflexion s'articule autour du transport en autocar.
Selon l'article 77 de l'arrêté royal du 15 mars 1968 article rétabli par
l'arrêté royal du 17 février 1995 et modifié le 15 février 2006 portant
règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent
répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, les véhicules
de catégorie M2 et M3 sont équipés de limiteur de vitesse réglé de
telle manière que la vitesse maximale ne puisse dépasser 100 km/h.
La catégorie M2 correspond aux véhicules conçus pour le transport
de plus de 8 passagers et dont la masse maximale ne dépasse pas 5
tonnes. La catégorie M3, quant à elle, correspond aux mêmes types
de véhicules, mais dont la masse est supérieure à 5 tonnes.
Venons-en à présent à la vitesse maximale autorisée pour ces
véhicules qui est, pour ce qui concerne la Belgique, de 90 km/h.
Or, dans les pays voisins, que ce soit l'Allemagne, la France, les
Pays-Bas, l'Espagne, l'Italie, la Suisse, la limitation pour le même type
de véhicule est de 100 km/h, hormis, bien entendu, dans certaines
conditions très spécifiques.
Monsieur le secrétaire d'État, ma question est la suivante: dans un
souci d'uniformisation, tout en mettant l'accent sur l'aspect sécurité
des personnes en limitant la vitesse aux endroits à risque, n'estimez-
22.01 Josée Lejeune (MR): Het
koninklijk besluit van 15 maart
1968 over de technische eisen
voor de auto's bepaalt dat
voertuigen voor het transport van
meer dan acht personen moeten
zijn
uitgerust
met
een
snelheidsbegrenzer die zodanig is
afgesteld
dat
de
maximumsnelheid niet meer dan
100 km/u kan bedragen.
Voor die voertuigen is de
toegestane maximumsnelheid in
België
90
km/uur.
In
de
buurlanden ligt die limiet echter op
100 km/uur. Denkt u dat in deze
een Europese harmonisering te
overwegen valt?
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
vous pas qu'une harmonisation européenne en la matière serait
envisageable?
22.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Monsieur le président,
chère collègue, je suis conscient de la problématique de la vitesse
des autocars sur autoroutes.
La vitesse est actuellement limitée à 90 km/h, tandis qu'ils sont
équipés d'un limiteur de vitesse fixé à 100 km/h.
Je constate avec vous que, dans une grande partie de l'Europe, la
limitation de vitesse des autocars est de 100 km/h. Cependant, cette
vitesse maximale est, selon le pays, soumise à certaines conditions
en ce qui concerne la sécurité technique de l'autocar.
Cependant, la Commission fédérale pour la sécurité routière a estimé
nécessaire de maintenir la limitation de vitesse des autocars sur les
autoroutes à 90 km/h. Elle a donc émis un avis négatif, ce, surtout
pour des raisons de contrôle de la vitesse, ce que, personnellement,
je ne comprends pas très bien. En effet, les camions et les autocars
sont équipés d'un limiteur de vitesse.
Le fait que la vitesse de 100 km/h soit autorisée dans plusieurs pays
et surtout que les autocaristes ne veulent pas être c'est un
argument de poids condamnés à rouler entre les poids-lourds, ce
qui peut être dangereux, malgré mes hésitations, je suis enclin à me
prononcer en faveur de l'autorisation. Cependant, il s'agit d'un point
que je compte examiner dans le cadre de la révision du Code.
Malgré l'avis négatif, je suis très hésitant en ce qui concerne
l'introduction de cette augmentation de la vitesse jusqu'à 100 km/h,
surtout pour éviter que les autocars ne soient, avec le trafic
autoroutier important de marchandises, constamment entre de gros
camions.
Ce n'est pas une promesse formelle, mais je ne vous cache pas ma
préférence de revoir cela à la hausse en tenant compte de certains
critères techniques, comme c'est le cas dans d'autres pays
européens.
22.02 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Ik geef me er
rekenschap van dat de snelheid
van autocars op de autosnelwegen
voor
problemen
zorgt.
De
snelheidsbeperking ligt vandaag
op
90
km/uur
hoewel
die
voertuigen zijn uitgerust met een
begrenzer
ingesteld
op
100
km/uur. In de meeste landen van
Europa is de snelheidsbeperking
voor autocars 100 km/uur. Per
land gelden daarbij wel bepaalde
technische
voorwaarden
voor
autocars.
De
Federale
Commissie
Verkeersveiligheid heeft met het
oog op de snelheidscontrole een
negatief advies uitgebracht over
het optrekken van die beperking
tot 100 km/uur, wat ik niet zo goed
begrijp.
Ik ben geneigd me uit te spreken
voor een verhoging tot 100
km/uur,
omdat
verscheidene
landen die beperking voeren maar
vooral
omdat
de
autocarondernemers
niet
gedwongen
tussen
de
vrachtwagens willen rijden, wat
gevaarlijk kan zijn. Ik ben van plan
dit punt te bestuderen in het kader
van de herziening van de
Wegcode.
Dat is geen formele belofte, maar
ik steek niet onder stoelen of
banken dat ik de snelheid liever
zou verhogen, rekening houdend
met technische criteria, zoals dat
in andere Europese landen het
geval is.
22.03 Josée Lejeune (MR): Monsieur le ministre, nous partageons
la même préoccupation. Je me suis laissé dire par des chauffeurs
d'autocar que les accidents sont plus importants, lorsque les autocars
ne savent pas se fondre dans la circulation. Ils disent également que
les chauffeurs de poids lourds ont d'autres possibilités. Dès lors, ils se
trouvent coincés par moment. Et dans ce cas, il faut craindre pour la
sécurité des passagers.
Nos voisins français insistent, par l'intermédiaire du Conseil national
du Transport, pour harmoniser la mesure au niveau européen, ce qui
22.03 Josée Lejeune (MR): Onze
Franse buren staan erop, bij
monde van de Franse "Conseil
National des Transports" (CNT),
dat de maatregel in Europa
geharmoniseerd wordt. Dat zou
een
extra
troef
betekenen.
Frankrijk wil een regelgeving die
voor iedereen duidelijk is. Ik voel
niets voor een verhoging van de
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
constituerait un atout supplémentaire. L'optique des voisins français
est d'avoir un transport lisible pour tous, qu'il s'agisse des chauffeurs
de poids lourds ou d'autocars. Un problème se pose en la matière
pour les étrangers se rendant dans notre pays, la réglementation
étant spécifique à la Belgique.
J'espère, monsieur le ministre, que vous porterez ce dossier tout en
respectant et en soulignant la sécurité. Je ne suis pas en faveur de
l'augmentation de la vitesse quand elle ne revêt aucun sens. En
l'occurrence, c'est une question de sécurité.
snelheid als die geen zin heeft,
maar in dit geval is het een
kwestie van veiligheid.
22.04 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Madame Lejeune, je
vous ai déjà exprimé mon sentiment à l'égard de la question que vous
avez posée. J'ajoute même un argument. Étant donné la densité du
trafic des poids lourds sur certaines autoroutes et des bus qui roulent
tous à 90 km/h, on constate sur la bande de droite une longue file qui
rend impossible à un automobiliste quelque peu peureux de rejoindre
ou de quitter l'autoroute et se positionner entre les camions et les bus.
C'est un élément de danger dont on ne tient pas suffisamment
compte. Je ne suis pas insensible à votre suggestion. Je demanderai
de revoir la position et de reconsidérer les motifs, compte tenu des
critères techniques fixés dans d'autres pays, pour autoriser la vitesse
pratiquée à 100 km/h.
22.04 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Ik zal daar zelfs nog
een argument aan toevoegen. De
verkeersdrukte die veroorzaakt
wordt door vrachtwagens en
bussen
die
op
sommige
autosnelwegen met een snelheid
van 90 km/u rijden, creëert één
lange file op de rechterrijstrook,
waardoor het voor automobilisten
moeilijk wordt om in- of uit te
voegen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
23 Vraag van mevrouw Ulla Werbrouck aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "het defilé van 21 juli 2008" (nr. 8171)
23 Question de Mme Ulla Werbrouck au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
23.01 Ulla Werbrouck (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, volgens mijn informatie werden op vrijdag 18 juli
vliegtuigen op hold geplaatst. Eerst dacht men dat dit te wijten was
aan de bottleneck veroorzaakt door het ontbreken van een Europese
luchtverkeersleider. Het zou evenwel ook te maken hebben met een
oefensessie van de Belgische luchtmacht voor het defilé van 21 juli.
Dergelijke oefensessies zouden moeten plaatsvinden zonder dat dit
enige invloed heeft op de private luchtvaart.
Ik kom tot mijn vragen.
De luchtvaartmaatschappijen hebben, voor het een uur langer on hold
te worden gezet, serieuze meerkosten. Worden deze maatschappijen
vergoed voor een dergelijke overmacht? Werd overleg gepleegd met
de maatschappijen? Worden zij daarvan verwittigd. De vliegtuigen die
op 18 juli on hold werden gezet, cirkelden rond Brussel, tot meer dan
een uur en tussen militaire vliegtuigen op oefening en gewone private
toestellen. Werden ter zake speciale maatregelen genomen? Werd
overleg gepleegd? Was een plan uitgewerkt zoals een verhoogde
staat van paraatheid van brandweer en ziekenhuizen? Wat zou de
kostprijs kunnen zijn? Werd met deze factor rekening gehouden?
23.01 Ulla Werbrouck (LDD): Le
18 juillet, des avions ont été mis
en attente en raison, selon
certains, du déroulement d'un
exercice de la force aérienne
belge en vue du défilé du 21 juillet.
De tels exercice devraient se
dérouler
sans
aucunement
entraver la navigation civile. Les
compagnies aériennes lésées
seront-elles indemnisées? Vous
êtes-vous concerté avec elles? Ce
jour-là, aucun avion n'a pu atterrir
une heure durant et les avions
concernés ont dû effectuer des
vols circulaires autour de Bruxelles
en slalomant entre les avions
militaires.
Des
mesures
de
sécurité ont-elles été prises?
Combien ont-elles coûté?
23.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter,
mevrouw Werbrouck, het oefenschema voor het luchtdefilé van 21 juli
werd zoals elk jaar ruim op tijd gecoördineerd met de
burgerluchtvaartautoriteiten teneinde interferenties tussen de militaire
23.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Le schéma
d'exercice pour le défilé aérien du
21 juillet est toujours discuté
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
en de burgerluchtvaart tot een minimum te beperken.
Bij het lezen van uw vraag, voel ik me aangesproken door de zin, ik
citeer: "dergelijke oefensessies zouden toch moeten kunnen
plaatsvinden zonder enige hinder voor de private luchtvaart".
longtemps à l'avance avec les
autorités de la navigation civile.
23.03 Ulla Werbrouck (LDD): Mijnheer de staatssecretaris, ik had
zoiets van "waarom kan dit niet boven zee gebeuren waar het minder
druk is, het kruisen van vliegtuigen en achter elkaar passeren". Het is
niet mijn bedoeling de sessies aan te vallen maar veeleer te laten
onderzoeken of die oefensessies niet elders kunnen plaatsvinden.
23.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Het defilé heeft plaats in
Brussel-stad.
23.05 Ulla Werbrouck (LDD): Een stad is een stad en een markt is
een markt.
23.06 Staatssecretaris Etienne Schouppe: De oefeningen en
voorbereidingen gebeuren in Brussel waar het defilé plaatsvindt.
Brussel ligt ten westen van de nationale luchthaven. De dominantie
van de winden die uit het westen waaien zorgt ervoor dat bij elke
activiteit boven Brussel-stad bijna ipso facto een probleemsituatie
boven Brussel ontstaat dat vergelijkbaar is met een tijdelijk obstakel.
Dat is een feit.
Het is de taak van de luchtverkeersleiding te vermijden dat
conflictueus verkeer elkaar ontmoet, met andere woorden dat
burgervliegtuigen en militaire vliegtuigen met elkaar in contact kunnen
komen. Daarom wordt er gecoördineerd tussen alle vormen van
luchtverkeer, waaronder het civiel militair luchtverkeer. Deze
coördinatie verloopt dagelijks en meestal tot tevredenheid van de
twee partners. Het is immers de kunst met zijn tweeën net zo gelukkig
te worden als alleen.
Gezien Belgocontrol het gaat hier niet om Eurocontrol, want het
gaat hier om het lagere luchtruim de luchtverkeersleiding verzekert
en de voorbereiding en de uitvoering van het defilé een zogenaamd
General Air Traffic is in tegenstelling tot een OPS-aangelegenheid,
dat is een courante vlucht, wordt het hele manoeuvre op voorhand
gecoördineerd en aan de luchtvaart ter kennis gebracht middels wat
men een NOTAM, een Notice to Airmen, noemt.
Dat is een publicatiemiddel waarin is voorzien in de civiele
veiligheidsverkeersregels, trouwens in uitvoering van een besluit dat
reeds dateert van 1994. De leiding van het burgerlijk luchtverkeer
weet dus bij zijn vluchtvoorbereiding welke hinder hen te wachten
staat. Voor zover zij daarop niet flexibel kunnen inspelen, het gaat
tenslotte veelal om geregelde vluchten, zijn de hold-situaties een
passend en voorbijgaand antwoord. Het is overdreven deze situatie
voor te stellen alsof het militair en burgerlijk luchtverkeer elkaar in
gevaar zouden brengen, gezien het de taak van de
luchtverkeersleiding is om conflictueus of convergerend verkeer uit
elkaar te houden en zich geen onaangekondigde, risicovolle situaties
te laten voordoen.
Het is echt niet mogelijk om de impact van het luchtdefilé op het
milieu te becijferen. Hoe dan ook, de milieuzorg blijft voor mezelf en
23.06 Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Il va de soi que
le défilé aérien nécessite lui aussi
un
exercice
préalable,
de
préférence au-dessus de la ville
de Bruxelles puisque c'est là que
se déroule le défilé proprement dit.
Les services chargés du contrôle
de la circulation aérienne doivent
éviter que des avions civils et des
avions militaires n'entrent en
collision.
La
coordination
journalière satisfait généralement
tous
les
intervenants.
La
manoeuvre
de
la
séance
d'exercice dans son ensemble est
communiquée par l'entremise de
Belgocontrol au secteur de la
navigation aérienne et coordonnée
à l'avance. Par conséquent, les
embarras affectant la circulation
aérienne sont connus d'avance. Si
les services chargés du contrôle
de cette circulation ne peuvent
pallier ces embarras, la mise en
attente des avions en passe
d'atterrir à Zaventem s'avère une
solution adéquate et temporaire. Il
serait excessif de qualifier cette
situation de dangereuse. Quant à
l'incidence environnementale, elle
est
difficilement
quantifiable.
Toutefois, le ministre de la
Défense et moi-même attachons
de l'importance à cet aspect.
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
voor de minister van Defensie, want de vraag was ook aan hem
gesteld, een prioritair aandachtspunt bij de beleidsbeslissingen. Het
defilé van 21 juli is wat het altijd is geweest. Als de organisatie
veronderstelt dat een dergelijk defilé doorgaat, passen wij ons aan de
noden aan die daarbij komen kijken.
23.07 Ulla Werbrouck (LDD): Ik dank u voor uw antwoord, maar er
zijn nog een paar zaken. Het is niet omdat het defilé op 21 juli in
Brussel gebeurt, dat men het niet ergens anders kan oefenen. Een
markt is een markt en een straat is een straat. Dat moet niet
noodzakelijk boven Brussel zijn. Ik vroeg mij af of het niet gewoon op
een andere plaats kan. De vraag is niet of het defilé daar moet
plaatsvinden. Dit kan toch worden onderzocht. Zij kunnen opstijgen in
Oostende en een defilé houden op een andere plaats, zodat de
burgerluchtvaart er minder problemen mee heeft. Ik zeg niet Brugge,
want men dat zal men in West-Vlaanderen niet graag horen.
Ik denk dat er wel speciale veiligheidsmaatregelen moeten bijkomen.
Het zou kunnen dat er iets gebeurt. De betrokkenen moeten natuurlijk
hun werk doen. Als er echter plots op één dag zoveel militaire
vliegtuigen bijkomen dan is dat een reden om na te denken. Voor de
rest ben ik tevreden met uw antwoord.
23.07 Ulla Werbrouck (LDD): Ce
n'est tout de même pas parce que
le défilé a lieu à Bruxelles que l'on
ne peut s'entraîner ailleurs. Des
mesures
de
sécurité
complémentaires
doivent
être
prises car un incident peut
toujours survenir.
23.08 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw, ik kan alleen
spreken met betrekking tot het onderdeel burgerluchtvaart. Wij treffen
de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de
burgerluchtvaart. Ik kan moeilijk beslissen of de militaire piloten die
oefeningen boven Brussel moeten doen, dan wel boven Kaaskerke of
Ieper. Dat is een aangelegenheid van Landsverdediging.
U hebt de vraag ook gesteld aan Pieter De Crem. Ik denk dat de
vraag of zijn piloten deze zaak niet boven zee kunnen oefenen in
plaats van noodgedwongen boven Brussel moet apart worden gesteld
aan Pieter De Crem. Wij proberen in elk geval de organisatie van de
burgerluchtvaart te doen, maximaal rekening houdend met dat
fenomeen, ten einde eventuele ongelukken te vermijden.
23.08
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Toutes les
mesures de sécurité nécessaires
à la sécurité de l'aviation civile ont
été
prises.
Quant
au
lieu
d'entraînement des militaires, il
ressort à la compétence de la
Défense.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
24 Questions jointes de
- M. Xavier Baeselen au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "l'avarie subie
par un avion cargo décollant de Zaventem" (n° 8212)<br>- Mme Sonja Becq au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur "Brussels Airport"
(n° 8291)</b>
24 Samengevoegde vragen van
- de heer Xavier Baeselen aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister
over "de door een vrachtvliegtuig opgelopen schade bij het opstijgen in Zaventem" (nr. 8212)
- mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister over
"Brussels Airport" (nr. 8291)
De voorzitter: De heer Baeselen is afwezig.
24.01 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, mijn vraag
is vrij kort. Ik kreeg het bericht dat een Boeing 747 vrachtvliegtuig
blijkbaar problemen heeft gehad bij het opstijgen. Het zou over de
grond geschuurd zijn, brandstof hebben geloosd in de Noordzee en
vervolgens teruggekeerd zijn. Het is niet de eerste keer dat zoiets
24.01 Sonja Becq (CD&V): Un
Boeing 747 aurait récemment
connu des problèmes au moment
du décollage de Zaventem. L'avion
aurait raclé le sol et le pilote aurait
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
gebeurd maar mijn ongerustheid geldt de vraag waaraan dit ligt, of dit
nog kan gebeuren en wat aan de oorzaak ligt van dit ongeval.
Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken, de verschillende groepen
die van nabij het vliegverkeer volgen zeggen dat als iets gelijkaardigs
nog eens zou gebeuren in zo'n dichtbevolkt gebied dit toch wel wat
consequenties zou kunnen hebben. Is de oorzaak van dit ongeval nu
eigenlijk gekend, vooral dan in functie van hoe dit kan voorkomen
worden? Heeft dit te maken met het feit dat het vliegtuig eventueel te
zwaar geladen zou zijn geweest? Is dat effectief gecontroleerd? Wat
dat in orde? Was er eventueel inzake de vliegwaardigheid iets niet in
orde? Daar zijn wat vragen en speculaties over. Waar heeft dit mee te
maken? Vandaar de vraag of die factoren in orde waren.
Toen die vragen hier regelmatig aan de orde kwamen hebt u
regelmatig verwezen naar het feit dat u de internationale windnormen
wou respecteren. De wind moest overal op dezelfde manier gemeten
worden. Ook de windrichting en het tegen de wind in vliegen zijn
belangrijke punten. Heeft de windrichting er eventueel op een of
andere manier mee te maken gehad?
Ten slotte, meer algemeen, op welke manier werkt u verder aan een
gelijke toepassing van de veiligheidsnormen en de windnormen op
alle banen? Wanneer kunnen daar resultaten van verwacht worden?
alors vidé en partie les réservoirs
au-dessus de la mer du Nord
avant de rebrousser chemin. Ce
n'est pas la première fois qu'un tel
événement se produit. Quelles
sont les causes de cet incident?
Un tel incident pourrait-il se
reproduire?
L'avion était-il trop lourdement
chargé? L'incident est-il lié à la
navigabilité ou à la direction du
vent?
Le secrétaire d'État poursuit-il son
objectif d'une application uniforme
des normes de vent et de sécurité
sur l'ensemble des postes? Quand
les résultats de l'enquête seront-ils
connus?
24.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw Beck, het is
juist dat op 27 oktober om 16 uur de staart van een Boeing 747 cargo
bij het opstijgen de grond heeft geraakt door wat zij un excès de
rotation noemen. Het gaat dus om het te snel de hoogte in gaan, met
een te grote hoek. Er zijn daarbij geen gewonden gevallen. Uit
voorzorg heeft men de piloot dan gevraagd om boven de Noordzee te
gaan vliegen om wat brandstof te lozen. Nadien is het vliegtuig
teruggekeerd naar Zaventem.
Dat heeft geen aanleiding gegeven tot problemen. De cel Onderzoek
Ongevallen en Incidenten van de Directie-Generaal van de Luchtvaart
is met een onderzoek gestart dat op dit ogenblik trouwens nog loopt.
Het onderzoek is nog lopende. Het is nog te vroeg om conclusies te
trekken over de oorzaken die aan de basis liggen van het voorval. De
lading van het vliegtuig werd onmiddellijk gewogen. Daarbij werd
vastgesteld dat er geen sprake van overlading was. Dit is reeds een
element. Men zoekt verder naar de reden van het te scherpe
opstijgen waardoor de staart van het vliegtuig de grond heeft geraakt.
Cargo-B, de maatschappij die erbij betrokken was, heeft een reeks
beschermende maatregelen genomen. Dit bedrijf werkt zeer nauw
samen met de directie van de FOD. Het is evident dat op basis van de
conclusies van het onderzoek zal worden nagegaan welke
aanbevelingen moeten worden gemaakt aan het adres van het bedrijf.
U vroeg of de wind of windsnelheid een rol heeft gespeeld. Dit
element werd onderzocht. De windrichting, de snelheid van de wind
en keuze van de piste liggen niet aan de basis van het ongeval. Men
onderzoekt of de reden moet gezocht worden bij de technische
aspecten van het vliegtuig.
24.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Le 27 octobre
2008, la queue d'un Boeing 747
cargo a touché le sol au décollage
en raison d'un excès de rotation,
c'est-à-dire un angle trop élevé au
décollage. L'incident n'a fait aucun
blessé. Par sécurité, il a été
demandé au pilote de déverser du
carburant au-dessus de la mer du
Nord. Une enquête est en cours à
la Cellule d'enquêtes sur les
accidents et incidents d'aviation de
la direction générale du Transport
aérien.
L'enquête est toujours en cours et
il est donc trop tôt pour se
prononcer sur les causes. En
revanche, il est déjà acquis que
l'accident n'était pas lié à une
surcharge ni à la direction et à la
vitesse du vent ou au choix de la
piste. On cherche actuellement à
déterminer
si
les
aspects
techniques de l'appareil sont en
cause.
La société concernée, Cargo-B,
coopère très étroitement avec le
SPF et nous lui fournirons les
recommandations nécessaires sur
la base des conclusions de
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
l'enquête.
24.03 Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
staatssecretaris. Het is vooral belangrijk de bezorgdheid te kunnen
wegnemen. Wanneer kan het onderzoek afgerond zijn?
24.03 Sonja Becq (CD&V):
Quand
l'enquête
sera-t-elle
terminée?
24.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: De conclusie ligt nog niet
definitief vast. Het zou kunnen dat er iets fout is gelopen bij het
inbrengen van de totale lading om de kracht van de motoren te
bepalen en de snelheid die nodig is aan de grond alvorens op te
stijgen. De computer van het vliegtuig heeft ofwel een verkeerde
reactie gemaakt ofwel een verkeerde input gekregen. Dat kan een
oorzaak zijn. Dit wordt onderzocht. Daarom heeft men zowel de lading
als de hoeveelheid fuel nagekeken om uit te maken wat aan de basis
kan gelegen hebben. Het zou een computerfout of een menselijke
fout bij de input kunnen zijn om de motorkracht te bepalen. Dat kan
de oorzaak geweest zijn dat de stijging te snel en te krachtig is
verlopen.
24.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Il n'y a pas
encore de conclusion définitive.
Une erreur a sans doute été
commise dans la prise en compte
de
la
charge
totale
pour
déterminer la puissance des
moteurs. Il peut s'agir d'une erreur
humaine comme d'une déficience
informatique.
24.05 Sonja Becq (CD&V): Ik denk dat de vraag en het onderzoek
vooral belangrijk zijn in functie van de vliegwaardigheid van het
vliegtuig. Of alles motorisch, computergestuurd en menselijk in orde
is, is één punt. Daarnaast is het belangrijk dat men uitsluitsel kan
geven over het feit of het een structureel probleem is als men met een
bepaalde vracht te snel moet stijgen. Dat heeft dan weer gevolgen
voor een algemeen beleid, onder meer met betrekking tot het vliegen,
het baangebruik en de windrichting. Wanneer het echter gaat om een
specifieke situatie of een technische of menselijke tussenkomst, moet
men weten dat men in een bepaalde richting of omgeving zit, en moet
men structureel ervoor zorgen dat de gevolgen niet te zwaar zijn
ingeval van een menselijke fout of een computerfout.
Daaraan is nog een andere vraag in de marge gelieerd. Hoever staat
het met de gelijke windrichtingsnormen op grond van de
veiligheidsvoorschriften?
24.05 Sonja Becq (CD&V): En ce
qui
concerne
la
politique
d'utilisation des pistes, il importe
de savoir si le décollage rapide
avec une cargaison déterminée
pose des problèmes structurels.
Où en est le ministre en ce qui
concerne
les
normes
d'équivalence de la direction du
vent?
24.06 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Eigenlijk ben ik rond,
maar ik moet nog alle neuzen in dezelfde windrichting krijgen.
24.06
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: J'en ai terminé
mais je dois encore mettre tout le
monde sur la même longueur
d'onde.
24.07 Sonja Becq (CD&V): Hebt u daarvoor al een datum?
24.08 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Ik hoop dat eerstdaags te
kunnen afronden. Blijkbaar zijn er vooringenomen stellingen die men
niet gemakkelijk verlaat. Dat is nu eenmaal des mensen.
24.08
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: On semble
difficilement
renoncer
aux
préjugés.
24.09 Sonja Becq (CD&V): Ik hoop dat uw diplomatieke opdracht tot
een goed einde komt.
24.10 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Wij hopen dat. Het zou
zeer binnenkort moeten gebeuren.
24.10
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: J'espère pouvoir
clôturer ce dossier bientôt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
25 Vraag van de heer Jef Van den Bergh aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de
eerste minister over "de onoverkomelijke problemen met de veiligheidshomologatie van het rollend
materieel van de spoorlijn Antwerpen-Brecht" (nr. 8343)
25 Question de M. Jef Van den Bergh au secrétaire d'État à la Mobilité, adjoint au premier ministre sur
"les problèmes insurmontables relatifs à l'homologation de sécurité du matériel roulant de la ligne
ferroviaire Anvers-Brecht" (n° 8343)</b>
25.01 Jef Van den Bergh (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de staatssecretaris, het onderwerp inzake de spoorlijn Antwerpen-
Brecht, een stuk van de nieuwe HSL4, heb ik in deze commissie al
veelvuldig
aangekaart,
meestal
bij
de
minister
voor
Overheidsbedrijven. Deze keer kom ik eens bij u terecht.
Het aantal keren dat de ingebruikname van het rollend materieel voor
de lijn Antwerpen-Brecht werd uitgesteld, is niet meer te tellen. Het is
wel geteld, het is ondertussen al 11 keer uitgesteld. Nu vernemen wij
echter uit goede en betrouwbare bron dat de problemen met de
veiligheidshomologatie van het rollend materieel bijna of helemaal
onoverkomelijk zijn. Bombardier zou zelfs aan de NMBS hebben laten
weten dat dit niet voor einde 2009 in orde zou zijn. Men stelt zich bij
de NMBS zelfs de vraag of men er überhaupt nog in gaat slagen om
dit rond te krijgen. Dat doet opnieuw de piste naar voren komen om
eventueel tijdelijk op de lijn tussen Antwerpen en Brecht via het
klassiek seininrichtingsysteem te rijden, om zo toch een oplossing te
vinden om de spoorlijn en het station die al twee jaar klaar zijn te
kunnen gebruiken. Die piste is voor de zomer door uw diensten
verworpen, dacht ik, omwille van bepaalde veiligheidsredenen.
Mijnheer de staatssecretaris, ik heb hierover een aantal vragen.
Moet niet opnieuw worden onderzocht of een verbinding kan worden
ingezet met locomotieven met het klassieke seininrichtingssysteem?
Het deel spoorlijn waarover wij spreken, heeft geen enkele
spoorwegovergang. Het lijkt vreemd dat het niet zou kunnen. Kunt u
meer toelichting geven over de redenen waarom deze piste vorig jaar
geen toestemming heeft gekregen?
Ik heb nog een algemene vraag, die mij stilaan wanhopig maakt. Hoe
denkt u dat deze problemen kunnen worden opgelost? Het kan toch
niet dat de HSL, een lijn mede gefinancierd door het binnenlands
verkeer, alleen voor het internationaal HST-verkeer zou worden
ingezet? Wij hebben het gevoel dat de NMBS er niet echt in gelooft en
tegen haar zin het station Noorderkempen zal moeten gaan bedienen.
De vraag is of de wil er is. De verbintenis die destijds is aangegaan,
moet toch worden nageleefd.
25.01 Jef Van den Bergh
(CD&V): La mise en service du
matériel roulant pour la ligne
Anvers-Bruxelles a déjà été
reportée à plusieurs reprises.
Dans l'intervalle, nous avons
appris
que
les
problèmes
d'homologation qui se posent
concernant ce matériel roulant
sont insurmontables et que nous
ne devons pas attendre de
solution avant fin 2009.
Ne convient-il pas de réexaminer
l'opportunité d'assurer une liaison
au
moyen
de
locomotives
équipées
du
système
de
signalisation classique? Pourquoi
n'avez-vous pas examiné cette
piste plus avant l'an dernier?
Comment ces problèmes seront-
ils résolus? Une ligne à grande
vitesse cofinancée par le trafic
intérieur peut-elle uniquement être
utilisée pour le trafic TGV?
25.02 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van den Bergh,
in antwoord op uw eerste vraag: de nieuwe lijn tussen Antwerpen en
de Nederlandse grens wordt uitgerust met het Europees
seingevingssysteem. Dat garandeert de vereiste interoperabiliteit
binnen Europa en biedt tevens een hoog veiligheidsniveau. De
oppuntstelling van de locomotieven voor de relatie Antwerpen-Brecht
het station Noorderkempen door de constructeur Bombardier is
inderdaad nog niet beëindigd. De NMBS blijft bij de constructeur
aandringen om de locomotieven zo snel mogelijk in overeenstemming
te brengen met de vereiste technische specificaties van het
veiligheidssysteem.
25.02
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Cette nouvelle
ligne est équipée du système de
signalisation européen qui garantir
l'interopérabilité requise au sein de
l'Europe et offre de surcroît un
haut degré de sécurité. La mise au
point des locomotives pour cette
ligne n'est en effet pas encore
terminée et la SNCB continue
d'insister auprès du constructeur
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
Uw tweede vraag. De uitrusting van de lijn met het veiligheidssysteem
is een verplichting van de Europese regelgeving. Het is een zeer dure
investering geweest en de installatie van een tweede seininrichting op
deze lijn enkel voor de beperkte periode is economisch-financieel
zeker niet te verantwoorden.
Uw derde vraag. De lijn zal gebruikt worden voor het internationaal en
het binnenlands verkeer. Het project voor een binnenlandse
verbinding tussen Antwerpen en Brecht station Noorderkempen
zal worden gerealiseerd. Dat bevestigt men mij. Er is al een
belangrijke weg afgelegd voor de homologatie van de locomotieven
op de relatie Antwerpen-Brecht. De enige optie die redelijkerwijze
openblijft is verder werken aan de ingebruikneming van infrastructuur
en rollend materieel, beide met dat Europees seingevingssysteem
uitgerust. Dat veiligheidsniveau moet worden bereikt. Ik weet dat daar
in het verleden duidelijke beloften zijn over gedaan. Toch heb ik
aangedrongen en wordt mij bevestigd dat het mogelijk blijft nog tegen
het eerste semester van volgend jaar de treindienst toch in dienst te
stellen. Ik weet dat ze het u beloofd hebben en heb hun eraan
herinnerd. Ze hebben gezegd dat zij in elk geval proberen hun belofte
na te komen. U weet dat het probleem gesitueerd wordt in de TRAXX-
locomotieven en dat de veiligheidsinstallaties in die locomotieven
kennelijk niet makkelijk realiseerbaar zijn of dat er in elk geval niet
met de passende aandacht aan gewerkt wordt. Men heeft mij bij de
spoorwegen nogmaals bevestigd dat zij alles op alles zetten om in de
loop van het eerste semester van volgend jaar toch die treinen te
kunnen organiseren.
pour que tout soit mis en ordre
dans les meilleurs délais.
L'équipement de la ligne au moyen
du système de sécurité est imposé
par la réglementation européenne.
Il s'est agi d'un investissement
important et l'installation d'un
second équipement, temporaire,
ne se justifie pas financièrement.
La ligne sera utilisée pour le trafic
international et intérieur. Il m'a
d'ailleurs été confirmé que le train
sera remis en service dès le
premier semestre de l'année
prochaine.
25.03 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, het
kan niet bij elke vraag feest zijn. Ditmaal ontgoochelt het antwoord mij
wel een beetje. Ik hoor de belofte: het eerste semester van volgend
jaar. Ik heb al zoveel data en beloftes gehoord en gekregen, dat ik
daar nog maar moeilijk geloof aan kan hechten. Er is ondertussen,
dacht ik, al sprake van dat het 2010 zou kunnen worden, ook al is dat
nog niet formeel bevestigd, maar toch. We zullen dus zien. Laten we
hopen dat het toch nog kan uitkomen, uiteraard.
Mijn tweede vraag luidde of er toch niet een klassiek
veiligheidssysteem geïnstalleerd kan worden. U zegt dat dat niet
verantwoord zou zijn omwille van economische en financiële redenen.
Ik vind het economisch en financieel echter onverantwoord dat er al
twee jaar een spoorlijn en een station klaarligt met een potentieel van
minstens duizend reizigers per dag die daar vol ongeduld zitten te
wachten om met de trein de dagelijkse files die zo ver reiken, te
kunnen passeren. Ook dat lijkt mij economisch en financieel
onverantwoord, voor een spoorlijn die 750 miljoen euro heeft gekost.
Het is zeker dat is misschien nog belangrijker in dezen
maatschappelijk onverantwoord om die spoorlijn daar zomaar te laten
liggen.
Ik blijf er dus op aandringen dat alles op alles wordt gezet om die
investering zo snel als mogelijk effectief in gebruik te kunnen nemen,
en op die manier een bijdrage te kunnen leveren aan de moeilijke
mobiliteit rond Antwerpen.
25.03 Jef Van den Bergh
(CD&V): J'ai déjà entendu tant de
promesses que j'éprouve des
difficultés à y croire encore. Pour
le surplus, le ministre, invoquant
des
raisons
financières
et
économiques,
qualifie
d'irresponsable l'installation d'un
système de sécurité classique,
mais il est tout aussi irresponsable
de laisser une ligne et une gare à
l'abandon. Je continue donc
d'insister
pour
que
cet
investissement soit rentabilisé au
plus vite.
25.04 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer Van den Bergh,
zoals u weet, is de realisatie van die investering niet mijn
25.04
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: La réalisation de
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
bevoegdheid. De keuze van een veiligheidssysteem op het vlak van
de seingeving is een zaak van de spoorwegen, en dat ligt buiten mijn
bevoegdheidsdomein. Mijn bevoegdheid bestaat uitsluitend in de
homologatie van de veiligheidsvoorzieningen. U moet begrijpen, zo
lang ik geen zekerheid heb omtrent de veiligheidsinstallaties in de
locomotieven, ik geen groen licht kan geven voor de realisatie van die
verbinding. Het zijn de diensten van de NMBS die de gepaste druk
moeten zetten op Bombardier om die TRAXX-locomotieven passend
uit te rusten. Zodra dat gebeurd is, garandeer ik u dat ik zo snel
mogelijk zal beslissen als enigszins mogelijk is. Andere diensten
weten dat zij werk moeten maken van de technische oplossing, maar
zolang deze niet in orde is, dan is het niet in orde en kan ik niet
positief afronden.
Veel liever zou ik antwoorden dat het voor mekaar komt en dat mijn
diensten zeggen dat het in orde is. Het is echter technisch niet in
orde. Tot zolang kan ik geen homologatie geven.
Ik weet niet waar de nalatigheid ligt en ik zal daar geen uitspraak over
doen. Wanneer men evenwel, op basis van een aanbesteding, met
locomotieven of materieel wil werken dat geen enkel antecedent heeft
op het Belgische of Nederlandse net, en men weet dat men een soort
van experiment aan het uitvoeren is, dan zijn er reële risico's van
vertraging.
Zolang het materieel technisch niet voldoet, ga ik niet het risico laten
nemen de veiligheid van de treingebruikers in gevaar te brengen. De
spoorwegmaatschappij moet toezien dat het technisch in orde is. De
constructeurs moeten het materieel passend uitrusten derwijze dat
het veiligheidssysteem behoorlijk kan functioneren. Zodra we daar
zekerheid over hebben geef ik onmiddellijk groen licht.
cet investissement ne ressortit pas
à ma compétence. Le choix d'un
système de sécurité relève des
chemins de fer. Pour ma part, je
m'occupe
uniquement
de
l'homologation des prescriptions
en matière de sécurité. Les
services de la SNCB doivent dès
lors mettre la société Bombardier
sous pression pour qu'elle dote les
locomotives
TRAXX
des
équipements adéquats. Tant que
cet
aspect
n'est
pas
é
techniquement, je ne puis octroyer
l'homologation.
Tant que le matériel n'offre pas
entièrement satisfaction, je ne vais
pas prendre le risque de mettre en
danger la sécurité des usagers. Je
ne donnerai le feu vert pour
l'exploitation que lorsque nous
aurons toutes les garanties à cet
égard.
25.05 Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, ik
ben technisch natuurlijk niet helemaal thuis in die veiligheidssystemen
maar ik heb begrepen dat ook andere constructeurs van locomotieven
in andere Europese landen moeilijkheden hebben om de juist
software te ontwikkelen voor de nieuwe Europese standaard.
Daardoor kom ik terug bij een bedenking die ik een paar jaar geleden
al gemaakt heb. Dit valt uiteraard buiten uw bevoegdheid maar de
vraag is waarom die lijn enkel met dat nieuwste systeem, waarvan
men toen nog niet wist hoe gemakkelijk of moeilijk het
implementeerbaar zou zijn, werd uitgerust en niet zoals de meest
recent in gebruik genomen HST-lijn tussen Parijs en Straatsburg
met een dubbel systeem, zowel de nieuwe Europese standaard als
het klassieke veiligheidssysteem. Daar is men intussen wel al een
aantal maanden aan het rijden.
25.05 Jef Van den Bergh
(CD&V): J'ai compris que d'autres
pays
européens
éprouvent
également des difficultés à mettre
au
point
un
bon
logiciel
correspondant
au
nouveau
standard
européen.
Pourquoi,
dans ce cas, cette ligne a-t-elle
uniquement
été
équipée du
système le plus récent dont on
ne savait pas encore comment il
serait mis en application et non
d'un système classique "double"?
25.06 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Op de Betuwelijn rijdt
men nu met twee verschillende spanningen. In Nederland is men dus
blijkbaar al klaar.
25.06
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Aux Pays-Bas,
on est prêt. Sur la "Betuwelijn", les
trains roulent aujourd'hui sous
deux
systèmes
de
tension
différents.
25.07 Jef Van den Bergh (CD&V): Maar niet met het nieuwe
systeem?
25.07 Jef Van den Bergh
(CD&V):
Avec
le
nouveau
système?
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
25.08 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Toch wel, sommige met
en andere zonder het nieuwe ETCS-systeem. Het moet dus kunnen.
Ik denk dat men meer dan gewone druk zal moeten uitoefenen om de
zaak vooruit te doen gaan.
25.08
Etienne Schouppe,
secrétaire d'État: Certains en sont
équipés,
d'autres
non.
La
possibilité existe donc.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
26 Question de Mme Josée Lejeune au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la perception immédiate des amendes" (n° 8325)</b>
26 Vraag van mevrouw Josée Lejeune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de onmiddellijke inning van boetes" (nr. 8325)
26.01 Josée Lejeune (MR): J'espère que M. le secrétaire d'État
pourra répondre à ma question qui était adressée dans un premier
temps à M. Dewael et ensuite transférée chez M. Vandeurzen avant
de se retrouver, ce que j'apprends à l'instant, en commission de
l'Infrastructure. Pourrez-vous me répondre?
26.02 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Si c'est la question sur
les amendes, certainement.
26.03 Josée Lejeune (MR): Je vous remercie. Depuis le 31 mars
2006, les traditionnels timbres-amendes ont été supprimés et depuis
ce jour, la plate-forme PolOffice Circulation fait souffler un vent
nouveau sur le suivi des procès-verbaux de la circulation. La
perception immédiate désormais appliquée invite depuis cette date
les automobilistes affichant un comportement inapproprié à payer par
virement. Ce processus s'effectue en partenariat avec La Poste qui se
charge de la gestion des paiements de ces perceptions immédiates.
Il semblerait que cette méthode fasse ses preuves, l'avantage étant
de décharger les tribunaux. Cela dit, il s'avère que les récidivistes ne
sont pas réellement découragés. Un exemple pour être plus concrète:
pour un excès de vitesse, une proposition de perception immédiate
est envoyée à tout automobiliste qui ne dépasse pas de plus de
40 km/h la vitesse maximale autorisée sur l'autoroute. En outre, une
tolérance de 6% est appliquée à ce régime de vitesse par le Collège
des procureurs généraux. Concrètement, un automobiliste qui
roulerait régulièrement juste en dessous de 167 km/h sur l'autoroute,
même s'il était flashé régulièrement, ne serait pas inquiété pour
autant qu'il honore la perception immédiate qui lui serait à chaque fois
proposée.
Un autre exemple: un conducteur qui serait régulièrement verbalisé
pour avoir conduit avec un gsm à la main se verrait lui aussi proposer
à chaque fois une perception immédiate, malgré le danger d'un tel
comportement.
Monsieur le secrétaire d'État, ce comportement ne faisant pas partie
des infractions les plus graves, ces dossiers ne se retrouveront
jamais sur le bureau d'un magistrat pour peu que le contrevenant paie
à chaque fois son amende. En effet, pour l'instant, il n'existe pas de
banque de données centrale, ni chez vous ni au ministère de
l'Intérieur, ni au ministère de la Justice. Pourtant, le système
informatique existe mais on n'y trouve pas de signaux d'alerte, en
rapport par exemple avec la plaque d'immatriculation ou le nom du
conducteur.
26.03 Josée Lejeune (MR):
Sinds 31 maart 2006 zijn de
boetezegels afgeschaft. Voortaan
wordt het systeem van de
onmiddellijke inning toegepast, en
in kader daarvan worden de
overtreders
verzocht
via
overschrijving te betalen. Dit
proces verloopt in samenwerking
met De Post.
Die methode zou vrucht afwerpen.
Recidivisten worden evenwel niet
echt
ontmoedigd.
Momenteel
bestaat er immers geen centrale
database. Het computersysteem
bestaat wel, maar geeft geen
alarmsignalen.
Hoe
functioneert
dit
computersysteem precies, of de
database die ook gegevens bevat
omtrent de gevallen van recidive?
Denkt u niet dat het verstandig zou
zijn een centraal gegevensbestand
aan te leggen aan de hand
waarvan recidiverende verkeers-
overtreders geïdentificeerd kunnen
worden die voor elk van die
verkeersovertredingen afzonderlijk
enkel een onmiddellijke inning
voorgesteld zouden krijgen?
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
Monsieur le ministre, comment fonctionne exactement ce système
informatique ou la banque de données réelles incluant les récidives?
Afin de rendre le système encore plus équitable - il y va de la sécurité
de chacun sur nos routes -, ne pensez-vous pas qu'il serait judicieux
d'établir un fichier central qui permettrait de reconnaître les
automobilistes récidivistes en matière de non-respect des règles de
circulation qui ne font l'objet, pris individuellement, que d'une
perception immédiate?
26.04 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Si je vous comprends
bien, vous posez des questions concernant le fait qu'un automobiliste
peut commettre un grand nombre d'infractions routières assez graves
et qu'en payant chaque fois l'amende de la perception immédiate,
aucune suite n'est donnée au fait que le comportement dangereux de
celui-ci persiste et n'entraîne pas une réaction plus adéquate de la
part de la justice.
26.05 Josée Lejeune (MR): Effectivement, puisqu'il n'y a pas de
banque de données qui alerte en cas de récidive.
26.06 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Je ne vais pas entrer
dans les détails de la procédure actuelle qui est suivie en matière de
traitement des perceptions immédiates mais il est vrai que dans
pratiquement tous les cas, le paiement de la perception immédiate
termine la procédure judiciaire et l'action des parquets.
Cela étant dit, il me semble que la répartition des infractions en quatre
catégories assortie de l'extension de la perception immédiate
applicable jusqu'à la troisième catégorie a pour conséquence, d'une
part, que les parquets et tribunaux sont déchargés et d'autre part,
qu'une punition plus adaptée au comportement récidiviste est
devenue quasi impossible. De plus, celui qui peut se le permettre
financièrement ou professionnellement, n'a qu'à payer ses amendes
comme s'il s'agissait d'un coût d'entreprise.
Je suis tout à fait d'accord avec vos réflexions. Je trouve que celui qui
commet des infractions de manière récurrente doit recevoir une
sanction qui tienne compte de sa récidive.
Je vous promets de me mettre en contact avec le ministre de la
Justice, les parquets et la police pour voir de quelles possibilités
informatiques ou autres nous disposons déjà et de quoi nous aurions
besoin pour atteindre le but recherché.
De toute façon, j'ai appris que de nouveaux projets informatiques sont
en cours d'élaboration au niveau de la police et de la Justice tandis
que mon administration prépare, elle aussi, la création d'une nouvelle
banque de données centrale sur les permis de conduire pour fin 2010.
Cela signifie qu'à cette date, on connaîtra aussi les récidivistes au
sein de mon administration.
La police et le parquet n'auront qu'à s'informer chez nous si de leur
côté, ils n'auront pas effectué les démarches nécessaires pour les
pénaliser de façon plus adéquate.
26.06 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: In nagenoeg alle
gevallen wordt de procedure
afgesloten na de betaling van de
onmiddellijke inning, tenzij de
boete niet betaald wordt.
Door dit systeem worden de
parketten en rechtbanken ontlast,
maar is een adequatere straf voor
recidivisten
bijna
onmogelijk.
Bovendien hoeft wie die het zich
kan veroorloven, de boetes maar
te betalen alsof het bedrijfskosten
waren.
Recidiverende
verkeers-
overtreders moeten inderdaad een
straf krijgen die met hun gedrag
rekening houdt.
Ik beloof u dat ik zal overleggen
met de minister van Justitie, de
parketten en de politie om te zien
over welke mogelijkheden, onder
meer inzake computerisering, we
nu al beschikken en wat we nog
nodig hebben om het gestelde
doel te bereiken.
Er worden door de politie en
Justitie
nieuwe
informaticaprojecten
op
poten
gezet, terwijl mijn administratie de
oprichting van een nieuwe centrale
databank voor de rijbewijzen
05/11/2008
CRIV 52
COM 362
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
voorbereidt,
die
eind
2010
operationeel zal zijn en het tevens
mogelijk zal maken recidivisten op
te sporen. De politie en het parket
zullen bij ons informatie kunnen
inwinnen.
26.07 Josée Lejeune (MR): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie pour votre réponse.
Je ne pense pas que ce soit un projet onéreux puisque le système
informatique existe. Il y a certains aménagements à apporter pour
obtenir des alertes pour les récidivistes.
Je pense qu'une réflexion avec votre collègue de la Justice serait
peut-être opportune.
Je vous remercie et reviendrai plus tard sur ce problème pour voir où
vous en êtes et connaître l'évolution de ce dossier.
26.07 Josée Lejeune (MR): Ik
denk niet dat dit project veel zal
kosten. Het zou misschien nuttig
zijn dat u overlegt pleegt met uw
collega van Justitie. Ik zal u later
vragen hoever het met dit dossier
staat.
26.08 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: Vous avez soulevé un
problème que je soumettrai à M. Vandeurzen.
26.08 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Ik zal het probleem
aan
minister
Vandeurzen
voorleggen.
Le président: En réalité, le problème est que le fichier central des
policiers existe mais qu'à ce jour, le nom des récidivistes ne peut pas
être transmis. En principe la transaction éteint l'action. On ne peut
donc pas transmettre, dans le cadre de la loi sur le respect de la vie
privée, les données du service du ministère de l'Intérieur vers la
Justice. Ce n'est donc pas un problème technique mais juridique.
Il ne faut par ailleurs pas le faire sur la base des plaques des
véhicules mais sur la base des conducteurs.
De voorzitter: Het probleem is dat
het centrale gegevensbestand van
de politie bestaat, maar dat tot op
heden de naam van recidivisten
niet mag worden doorgegeven. In
principe
doet
de
minnelijke
schikking
de
strafvordering
vervallen, en men mag dus in het
kader van de privacywet de
gegevens van de dienst van het
ministerie
van
Binnenlandse
Zaken niet doorgeven aan Justitie.
Men moet die gegevens trouwens
niet doorgeven op grond van de
nummerplaten, maar volgens de
bestuurders.
26.09 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: C'est pourquoi j'ai parlé
de notre base de données sur les permis de conduire.
26.09 Staatssecretaris Etienne
Schouppe: Om die reden heb ik
het over onze databank voor de
rijbewijzen gehad.
26.10 Josée Lejeune (MR): La proposition que j'ai formulée
concernait la plaque d'immatriculation et/ou le conducteur. Il faudrait
avoir une réflexion en la matière.
26.11 Etienne Schouppe, secrétaire d'État: En effet, le point que
vous avez soulevé est un point délicat qui mérite que l'on trouve une
solution à brève échéance.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
CRIV 52
COM 362
05/11/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
La réunion publique de commission est levée à 17.58 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.58 uur.