KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 358
CRIV 52 COM 358
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
05-11-2008
05-11-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"een
preventiecampagne aangaande verslaving aan
kansspelen" (nr. 7977)
1
Question de Mme Rita De Bont au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "une campagne de prévention
de l'accoutumance au jeu" (n° 7977)
1
Sprekers: Rita De Bont, Carl Devlies,
staatssecretaris voor de Coördinatie van de
fraudebestrijding
Orateurs: Rita De Bont, Carl Devlies,
secrétaire d'État à la Coordination de la lutte
contre la fraude
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"grensoverschrijdende
echtscheidingen"
(nr. 8319)
3
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les divorces transfrontaliers"
(n° 8319)
3
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid, Jo Vandeurzen, vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État au Budget et à la
Politique des Familles, Jo Vandeurzen, vice-
premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het aantal
hangende strafzaken bij de hoven van beroep"
(nr. 7807)
5
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le nombre de procédures
pénales pendantes devant les cours d'appel"
(n° 7807)
5
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de weigering
van een priester van Sint-Genesius-Rode om een
begrafenis in het Frans te laten plaatsvinden"
(nr. 7842)
9
Question de M. Denis Ducarme au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le refus par un curé de
Rhode-Saint-Genèse de procéder en français aux
obsèques" (n° 7842)
9
Sprekers: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Denis Ducarme aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vermoedens
van pogingen tot samenspanning in het kader van
het proces-Wagner in Charleroi" (nr. 7844)
11
Question de M. Denis Ducarme au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les suppositions de tentatives
de conspiration dans le cadre du procès Wagner
à Charleroi" (n° 7844)
11
Sprekers: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Denis Ducarme, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het statuut van
de gerechtspsychiaters" (nr. 7922)
13
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le statut des psychiatres
judiciaires" (n° 7922)
13
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het verbod op
lijfstraffen voor kinderen binnen het gezin"
(nr. 7862)
14
Question de M. Olivier Maingain au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'interdiction des châtiments
corporels à l'encontre des enfants dans le cadre
familial" (n° 7862)
14
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Olivier Maingain, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Olivier Maingain, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
bekrachtiging van het Protocol nr. 12 bij het
Verdrag ter bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden" (nr. 8027)
16
Question de M. Olivier Maingain au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la ratification du Protocole
n° 12 à la Convention de sauvegarde des droits
de l'homme et des Libertés fondamentales"
(n° 8027)
16
Sprekers: Olivier Maingain, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Olivier Maingain, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het falen van de
stage voor ouders van jonge criminelen"
(nr. 7926)
17
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'échec du stage pour les
parents de jeunes criminels" (n° 7926)
17
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
19
Questions jointes de
19
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
leefomstandigheden
in
de
Belgische
gevangenissen" (nr. 7825)
19
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions de vie dans les
prisons belges" (n° 7825)
19
- mevrouw Valérie Déom aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de detentieomstandigheden
in de Belgische gevangenissen" (nr. 7831)
19
- Mme Valérie Déom au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions de détention
dans les prisons belges" (n° 7831)
19
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Valérie
Déom, Jo Vandeurzen
, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Valérie
Déom, Jo Vandeurzen
, vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het advies van
een vrederechter van Namen met betrekking tot
het geld van de personen onder voorlopig bewind"
(nr. 7809)
24
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le conseil d'une juge de paix
de Namur concernant l'argent des personnes
sous administration provisoire" (n° 7809)
24
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de gevolgen
van de aanwezigheid van dancings en
megadancings in West-Henegouwen" (nr. 7853)
25
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les conséquences de la
présence de dancings et mégadancings dans le
Hainaut occidental" (n° 7853)
25
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de ontvoeringen
door ouders" (nr. 7855)
28
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapts parentaux"
(n° 7855)
28
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Institutionele Hervormingen
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten
van het COWAT-onderzoek" (nr. 7910)
31
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les résultats de l'enquête
COWAT" (n° 7910)
31
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de pogingen
vanuit de loge om corruptieprocessen te
beïnvloeden" (nr. 7970)
34
Question de M. Bart Laeremans au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les tentatives de franc-
maçons d'influencer des procès pour corruption"
(n° 7970)
34
Sprekers: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
opvangactiviteiten in de Priorij van Herchies"
(nr. 7986)
38
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'accueil au Prieuré
d'Herchies" (n° 7986)
38
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de registratie
van de fouilleringen in de gevangenissen"
(nr. 7927)
39
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'enregistrement des fouilles
de détenus dans les prisons" (n° 7927)
39
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de aanzienlijke
discrepantie tussen Vlaanderen en Wallonië
inzake wachtlijsten voor de uitvoering van
werkstraffen" (nr. 7953)
41
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'écart considérable entre la
Wallonie et la Flandre en matière de listes
d'attente pour l'exécution des peines de travail"
(n° 7953)
41
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de problematiek
van de inbeslagname van diamanten bij
gerechtelijke onderzoeken" (nr. 7954)
43
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la problématique de la saisie
de diamants dans le cadre d'enquêtes judiciaires"
(n° 7954)
43
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de stand van
zaken op penitentiair gebied betreffende de
zogenaamde '28 van Dendermonde'" (nr. 7955)
45
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la situation sur le plan
pénitentiaire des 28 évadés de Termonde"
(n° 7955)
45
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Institutionele Hervormingen
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het project
'teach the teachers' in het kader van de
informatisering van Justitie via Cheops" (nr. 7956)
46
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet 'teach the teachers'
dans le cadre de l'informatisation de la Justice par
le biais de Cheops" (n° 7956)
47
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de sterke daling
van het aantal ontzettingen uit het recht tot sturen
in het jaar 2007 in vergelijking met de vier
voorafgaande jaren" (nr. 7983)
48
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la forte diminution du nombre
de déchéances du droit de conduire en 2007 par
rapport aux quatre années précédentes" (n° 7983)
48
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de strijd tegen
de mensensmokkel" (nr. 7988)
49
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la lutte contre le trafic des
êtres humains" (n° 7988)
49
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
burgerrechtelijke opdrachten uitgevoerd door de
justitiehuizen" (nr. 8028)
52
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles sur "les missions
de droit civil réalisées par les maisons de justice"
(n° 8028)
52
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de procedure
voor de benoeming tot magistraat via de
zogenaamde 'derde weg'" (nr. 8029)
56
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles sur "la procédure
relative à la nomination des magistrats par le biais
de la 'troisième voie'" (n° 8029)
56
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de problemen
bij het Hof van Cassatie" (nr. 8059)
57
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les problèmes auxquels est
confrontée la Cour de cassation" (n° 8059)
57
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
59
Questions jointes de
59
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwerving van nieuwe
penitentiair beambten" (nr. 8069)
59
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le recrutement de nouveaux
agents pénitentiaires" (n° 8069)
59
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwervingen in het
59
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
recrutements
à
59
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
v
gevangeniswezen" (nr. 8180)
l'administration des établissements pénitentiaires"
(n° 8180)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de overstap van
militairen naar de FOD Justitie" (nr. 8327)
59
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de militaires vers
le SPF Justice" (n° 8327)
59
Sprekers: Renaat Landuyt, Bert Schoofs,
Sabien Lahaye-Battheu, Jo Vandeurzen
,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Bert Schoofs,
Sabien Lahaye-Battheu, Jo Vandeurzen
,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Els De Rammelaere aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
handleidingen op het internet tot het maken van
explosieven" (nr. 8101)
63
Question de Mme Els De Rammelaere au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les manuels de
fabrication d'explosifs disponibles en ligne"
(n° 8101)
64
Sprekers:
Els
De
Rammelaere,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Els
De
Rammelaere,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Maxime Prévot aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "alternatieve
gerechtelijke maatregelen" (nr. 8163)
65
Question de M. Maxime Prévot au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les mesures judiciaires
alternatives" (n° 8163)
65
Sprekers: Maxime Prévot, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Maxime Prévot, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Maxime Prévot aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de chaos bij het
afsluiten van de periode voor het regulariseren
van vuurwapens" (nr. 8250)
67
Question de M. Maxime Prévot au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le terme chaotique de la
période de régularisation des armes à feu"
(n° 8250)
67
Sprekers: Maxime Prévot, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Maxime Prévot, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
5
NOVEMBER
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
5
NOVEMBRE
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 14.02 heures et présidée par M. Jean-Luc Crucke.
De vergadering wordt geopend om 14.02 uur en voorgezeten door de heer Jean-Luc Crucke.
01 Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "een preventiecampagne aangaande verslaving aan kansspelen"
(nr. 7977)
01 Question de Mme Rita De Bont au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "une campagne de prévention de l'accoutumance au jeu" (n° 7977)</b>
01.01 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, normaal maak ik geen deel uit van deze
commissie, maar wel van de commissie voor de Volkgezondheid.
Daar houd ik mij onder meer bezig met armoedebestrijding. Het
federaal plan Armoedebestrijding, voorgesteld door staatssecretaris
Jean-Marc Délizée, stelt dat de verslaving aan kansspelen een grote
bedreiging vormt voor het kansarm publiek.
De federale Kansspelcommissie is vragende partij om initiatieven te
nemen op het vlak van bescherming van de spelers, onder meer door
informatiemateriaal te maken, door een groen nummer te openen en
door een studie te bestellen over het verband tussen gokken en
overkreditering.
Momenteel lopen er ook campagnes, maar vooral gericht op de
schoolgaande jeugd. Concreet staat het volgende voorstel in het
federaal plan. Volgens voorstel nr. 17 geeft de regering de minister
van Justitie de opdracht met de Kansspelcommissie te
onderhandelen om met eigen middelen een preventiecampagne rond
verslaving aan kansspelen uit te werken. Mijn vragen staan in verband
daarmee.
Ten eerste, is de minister ­ of in dit geval de staatssecretaris ­
aangestuurd door de staatssecretaris, inmiddels al door de regering
gevraagd de genoemde opdracht uit te voeren? Zo ja, welke
resultaten heeft dat opgeleverd?
Ten tweede, vanuit welke visie wordt er onderhandeld met de
Kansspelcommissie?
Ten derde, is de minister, of de staatssecretaris, indien nodig bereid
naast de eigen middelen van de Kansspelcommissie in extra
middelen te voorzien om de campagnes, die momenteel lopen, uit te
breiden?
01.01 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Le Plan fédéral pour la
lutte contre la pauvreté indique
que l'assuétude aux jeux de
hasard constitue l'un des risques
majeurs auxquels sont exposés
les personnes vivant dans la
précarité. La Commission des jeux
de hasard entend prendre des
initiatives tendant à la protection
des joueurs. Des campagnes
d'information
sont
aussi
organisées actuellement.
La proposition n° 17 du plan
fédéral charge le ministre de la
Justice de l'élaboration d'une
campagne de prévention en
concertation avec la Commission
des jeux de hasard. Une initiative
en ce sens a-t-elle déjà été prise?
Quels en sont les résultats? Sur la
base de quelle conception les
négociations sont-elles menées
avec la Commission des jeux de
hasard? Le ministre ou le
secrétaire d'État sont-ils disposés,
le cas échéant, à dégager des
moyens complémentaires en vue
d'une extension des campagnes
en cours?
01.02 Staatssecretaris Carl Devlies: Mijnheer de voorzitter, collega
De Bont, geachte collega's, in overleg met de minister van Justitie
01.02 Carl Devlies, secrétaire
d'État: La Commission des jeux de
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
werd een nationaal actieplan ter bescherming van de speler
uitgewerkt door de Kansspelcommissie. Dit actieplan werd voorgelegd
aan de vergadering van de Kansspelcommissie waarin verschillende
vertegenwoordigers van de betrokken ministers aanwezig zijn. Het
plan omvat een aantal initiatieven, meer bepaald een
informatiecampagne bestaande uit folders en drukwerk, een
preventiecampagne waaronder de productie van een preventiefilm en
een 0800-lijn en een wetenschappelijk onderzoek over gokverslaving
in België.
Ondertussen is de Nationale Loterij gestart met een 0800-lijn en een
campagne tegen gokverslaving. In november 2008 organiseert de
Kansspelcommissie een colloquium waarbij specifieke aandacht
besteed wordt aan de positie en de beschermingsmaatregelen van de
speler. De vernieuwde folder van de Kansspelcommissie over
gokverslaving wordt daarbij voorgesteld. Ondertussen werden
bepaalde initiatieven bijgestuurd opdat ze een zo efficiënt mogelijke
impact zouden hebben.
Wat de tweede vraag betreft, kan ik meedelen dat de minister ten
volle de initiatieven van de Kansspelcommissie ondersteunt. Het is
onze bekommernis om het kansarme publiek te behoeden tegen
verslaving.
Om die reden ook werd het koninklijk besluit over de belspelen
aangepast.
Tal van bijkomende maatregelen ter bescherming van de speler
worden opgenomen. De spelaanbieder moet op regelmatige basis
educatieve spots over problematisch spelgedrag uitzenden. Een
verwittigingprocedure voor de volumebellers, meer bepaald de
persoon die meer dan 50 euro per etmaal spendeert, en de prefix
spelinhoud worden uitgewerkt. Bovendien blijft de mogelijkheid
bestaan om de prefix spelinhoud op verzoek te laten blokkeren.
Ook het komende wetsontwerp tot wijziging van de Kansspelwet geeft
uiting aan de bezorgdheid om de speler zoveel mogelijk te
beschermen.
Nieuw in voornoemd wetsontwerp is dat niet alleen de speler zelf
maar alle belanghebbenden kunnen vragen om iemand van de
toegang tot de kansspelen te laten uitsluiten.
Ten derde, in het actieplan werd opgenomen dat de
preventiecampagne met eigen middelen van de Kansspelcommissie
zal worden uitgewerkt. Indien dat niet zou volstaan, kunnen wij ter
zake een discussie voeren.
Ik wil nog even signaleren dat de voorbereiding van de nieuwe
wetgeving in een vergevorderd stadium is. Ik hoop dat de laatste
besprekingen op het niveau van de voorbereiding zeker in november
2008 kunnen worden afgerond, waarna het wetsontwerp aan de
Ministerraad kan worden voorgelegd. Mogelijkerwijze kan het in
december 2008 of ten laatste januari 2009 aan het Parlement worden
voorgelegd.
Bij voornoemde gelegenheid zal u uiteraard de kans krijgen om
uitgebreid van gedachten te wisselen over de wijze waarop de
hasard a élaboré un plan d'action
national de protection des joueurs,
qui comprend notamment une
campagne d'information et de
prévention, ainsi qu'une étude
scientifique sur la dépendance au
jeu. Un colloque est également
prévu en novembre 2008, tandis
que la Loterie nationale a ouvert
une ligne 0800 et lancé une
campagne visant à lutter contre la
dépendance au jeu. Le ministre
soutient pleinement ces initiatives.
C'est pourquoi l'arrêté royal relatif
aux
jeux
téléphoniques
a
également été adapté. À cet
égard, de nombreuses mesures
de protection complémentaires
sont mises en oeuvre. Le projet de
loi en préparation, qui doit modifier
la loi sur les jeux de hasard, traduit
ce souci d'offrir une protection
maximale au joueur. Il comporte
une nouveauté en ce sens qu'il
prévoit que non seulement le
joueur lui-même, mais également
toutes les parties intéressées
peuvent demander un refus
d'accès aux jeux de hasard.
Le
plan
d'action
prévoit
l'imputation de la campagne de
prévention sur les fonds propres
de la Commission des jeux de
hasard. Le cas échéant, une
discussion relative à l'octroi de
moyens
complémentaires
est
possible. La préparation de la
nouvelle législation devrait pouvoir
être clôturée ce mois-ci, de sorte
que nous pourrons présenter le
texte au Parlement en janvier
2009. À cette occasion, notre
approche des problèmes pourra
être discutée.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
problematiek, die inderdaad heel belangrijk is, het best wordt
aangepakt.
01.03 Rita De Bont (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik ben
gelukkig om te vernemen dat er daadwerkelijk werk wordt gemaakt
van dat voorstel nr. 17. Ik heb dat ook aan staatssecretaris Delizée
gevraagd, maar hij wist op dat moment nog niet hoe ver het bij Justitie
stond. Het is een van zijn voorstellen die met weinig kosten kan
worden gerealiseerd. Daarom vind ik het belangrijk dat op dat punt
wordt ingegrepen, ter bestrijding van de armoede.
01.03 Rita De Bont (Vlaams
Belang): Je me réjouis d'entendre
que l'on s'attelle à la mise en
oeuvre de la proposition n° 17.
C'est un projet qui pourrait être
mis en oeuvre à moindres frais
pour lutter contre la pauvreté.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Présidente: Mia De Schamphelaere
Voorzitter: Mia De Schamphelaere
02 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les divorces transfrontaliers" (n° 8319)</b>
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "grensoverschrijdende echtscheidingen" (nr. 8319)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la question que je voudrais vous poser oralement aujourd'hui
vous avait été adressée, dans un premier temps, sous la forme d'une
question écrite, mais en l'absence de réponse, j'ai décidé de vous
interroger dans le cadre de la commission de la Justice.
Cette question a trait à une thématique qui concerne beaucoup de
gens. Je ne pense pas ici seulement aux Belges qui sont mariés avec
un étranger. On sait qu'en cas de divorce, il est toujours difficile de
savoir quelle est la loi à appliquer, même si la législation prévoit
certains critères. Des Européens sont également concernés, soit pas
mal de monde!
Mon attention a été attirée par une réunion du conseil des ministres
de la Justice de l'Union européenne qui s'est tenue le 25 juillet
dernier. À cette occasion, huit pays européens ont demandé à la
Commission, sur base d'une procédure formelle de présenter une
proposition dans le cadre de ce que l'on pourrait appeler une
coopération renforcée, afin de déterminer des règles communes pour
la loi applicable en cas de séparation d'un couple transfrontalier.
Monsieur le ministre est-il exact que la Belgique ne fasse pas partie
des 8 pays ayant pris cette initiative? Si oui, est-ce le résultat du
hasard ou d'un manque de volonté de tenter de trouver des solutions
à des problèmes souvent complexes? Pour avoir déjà eu l'occasion
de gérer ce genre de question, je sais qu'il ne s'agit pas seulement de
questions juridiques théoriques. Le problème concerne également
des femmes, des hommes et souvent des enfants. Considère-t-on
comme superflue une harmonisation en la matière? Une réponse
positive à cette question ­ je l'avoue ­ me frustrerait et m'étonnerait.
02.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Acht Europese landen hebben bij
de
Commissie
een
formele
aanvraag
ingediend
om
gemeenschappelijke regels vast te
leggen voor de wet die van
toepassing is in geval van
grensoverschrijdende
scheiding
van een paar. Is het waar dat
België niet tot die groep van acht
behoort, Zo ja, waarom?
02.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame la présidente,
effectivement lors du Conseil des ministres de l'Intérieur et de la
Justice de l'Union européenne des 24 et 25 juillet 2008 auquel vous
faites référence, un débat a eu lieu sur l'état de la procédure
concernant la proposition de règlement relatif à la compétence et à la
loi applicables en matières matrimoniales - c'est donc Rome 3 -
02.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Op Europees niveau
werd er een debat gevoerd over
de stand van de procedure in
verband met een instrument
betreffende de bevoegdheid en het
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
notamment en cas de divorce.
Le Conseil a pris acte de l'intention d'au moins 8 États membres
d'inviter la Commission à présenter une proposition de coopération
renforcée et du fait que d'autres soient susceptibles d'y participer
suite à une proposition de la Commission. Vous savez comme moi
que la procédure très spécifique de la coopération renforcée fait en
sorte qu'au moins 8 pays initient une procédure. Ensuite, il revient à la
Commission de faire une proposition.
La Belgique a fait savoir lors du Conseil du 25 juillet 2008 qu'elle ne
s'y associerait pas étant donné que 8 pays étaient déjà présents et
que c'était suffisant pour lancer la coopération renforcée, mais qu'elle
suivrait le dossier de près.
La mise en place d'un tel mécanisme ne doit pas se faire dans la
précipitation. Une réflexion approfondie à ce sujet a été indispensable
et je pense que la Commission qui était chargée de déposer une
proposition se rend compte aujourd'hui que c'est évidemment un
dossier extrêmement complexe.
La décision de s'engager dans une coopération renforcée ne doit pas
être prise à la légère étant donné qu'il s'agit d'une première
coopération renforcée en matière de justice intérieure.
En effet, il s'agirait d'un précédent étant donné qu'une coopération
renforcée n'a jamais été instaurée en matière de droit international
privé. De plus, il s'agit d'une matière extrêmement sensible. Si vous
avez lu les interventions des divers membres du Conseil, vous aurez
constaté les divergences existantes entre les ministres et
gouvernements à ce sujet.
En ce qui concerne le fond de la proposition de règlement, le texte tel
qu'il est établi actuellement est perfectible. Une coopération renforcée
entre seulement quelques États membres risque d'aboutir à un
instrument compliqué qui pourrait entraîner l'insécurité juridique et un
manque de transparence. La prudence s'impose donc. Il est
nécessaire, au préalable, d'analyser les conséquences au niveau
technique d'une telle coopération. L'objectif final doit être d'offrir une
plus-value claire pour l'ensemble des citoyens.
La Belgique pourrait envisager de s'associer à une coopération
renforcée en la matière si un nombre suffisant d'États membres
devaient se joindre au mécanisme; des garanties devraient également
exister quant à la plus-value de l'instrument et quant à sa
transparence.
En résumé, comme vous, je ne peux qu'être enclin à considérer une
telle avancée comme positive. Qui pourrait ne pas se réjouir d'une
harmonisation de l'exécution des décisions en matière de divorce.
Mais il faut que cela se passe d'une façon cohérente, correcte et en
accord avec l'ensemble des pays. L'avantage, c'est qu'en l'occurrence
il y a eu cette initiative dans une procédure tout à fait spécifique de la
coopération renforcée des huit États. Il faudra voir quelle sera la
proposition qui sera déposée, comment on pourra la faire évoluer, et
évaluer à ce moment-là si suffisamment de pays peuvent entrer dans
le système pour que la Belgique fasse le choix d'y adhérer également.
toepasselijk recht in huwelijks-
zaken (Rome III-verordering), met
name bij echtscheiding. Ons land
heeft laten weten dat het zich niet
zou aansluiten bij dat verzoek,
omdat er reeds 8 landen dit
onderschrijven en dat voldoende is
voor
een
versterkte
samenwerking. België zal het
dossier wel van nabij blijven
volgen.
Bij de invoering van een dergelijk
instrument mag men niet over één
nacht ijs gaan. De beslissing om
mee te gaan met een versterkte
samenwerking mag niet lichtzinnig
worden opgenomen, want het is
de eerste keer dat er een
versterkte samenwerking tot stand
komt op het stuk van het
binnenlands recht.
De tekst in zijn huidige vorm is nog
voor verbetering vatbaar. Een
versterkte samenwerking tussen
slechts enkele lidstaten dreigt uit
te monden in een ingewikkeld
instrument,
mogelijk
met
rechtsonzekerheid en een gebrek
aan transparantie tot gevolg.
België zou kunnen overwegen om
deel te nemen aan een versterkte
samenwerking ter zake, indien
voldoende lidstaten zich bij het
mechanisme zouden aansluiten en
er voldoende waarborgen zouden
zijn met betrekking tot de
meerwaarde van dat instrument en
de transparantie ervan. Een
dergelijke vooruitgang kan ik
alleen maar toejuichen. We
moeten evenwel afwachten hoe
het voorstel er concreet zal uitzien,
en hoe we het zullen kunnen doen
evolueren.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Il est vrai que cette procédure de coopération renforcée est un
précédent, mais c'est précisément pour cela que, politiquement, il
serait intéressant que la Belgique soit dans le wagon, elle qui est un
des moteurs de l'Europe et en a été à l'origine. Il est rassurant de
constater que si nous ne sommes pas dans le wagon de tête, nous
sommes dans le train. Je ne minimise pas votre réponse. Il faut faire
preuve de prudence. Ce sont des matières compliquées mais
tellement sensibles aussi que l'urgence existe. Derrière cette
problématique, il y a des hommes, des femmes, des enfants qui
souvent subissent les conséquences des difficultés de législations qui
doivent être harmonisées. Je vous engage à suivre ce dossier et à
tenter de trouver une solution.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het is geruststellend dat we de
trein alvast niet gemist hebben,
ook al zitten we dan niet in het
eerste rijtuig. Ik vraag u dat
dossier op te volgen en te trachten
een oplossing te vinden.
02.04 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Nous ne sommes pas
formellement parmi les huit pays qui ont lancé la coopération
renforcée. M. Vandeurzen était présent et vous aurez pu lire dans
les PV que nous nous sommes associés, que nous avons suivi le
dossier et que nous serons l'un des pays partenaires de ces
avancées, même si nous devrons évaluer la plus-value qu'elles
représentent et essayer de recueillir l'adhésion d'un maximum d'États.
En effet, les reconnaissances n'ont d'intérêt qu'à la condition qu'un
grand nombre d'États travaillent ensemble. Le but sera de convaincre
un maximum d'États, en sachant qu'un ou deux n'entreront jamais
dans le jeu, pour que cela représente la plus-value la plus importante
possible pour les citoyens.
02.04 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Het is de bedoeling
zoveel
mogelijk
staten
te
overtuigen om de meerwaarde
voor de burgers te maximaliseren.
02.05 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le secrétaire d'État pour
ces précisions importantes. Je modifierai ma formule en
conséquence: nous ne sommes pas dans la locomotive mais nous
sommes déjà dans le premier wagon, ce qui est de bon augure.
02.06 Jo Vandeurzen, ministre: C'est un sujet très intéressant. Nous
avons provoqué une situation permettant de savoir qui voulait avancer
et de donner le signal que nous serions présents à condition qu'un
nombre suffisant de pays participent. Si deux ou trois pays ne veulent
pas collaborer, soit. Nous avons manoeuvré pour savoir si nous
serions au moins 18 ou 19. Pour cela, il a fallu faire preuve de
stratégie pour déterminer s'il allait y avoir huit pays au milieu du désert
ou un grand groupe de pays qui allaient suivre. Cette stratégie a
réussi: nous serons 18, peut-être 19, ce qui était le souci de la
Belgique. Nous nous sommes investis dans le processus de décision
pour savoir si nous aurions huit pays isolés ou huit pays qui donnent
le ton et qui obtiennent le soutien d'autres pays. J'ai laissé entendre à
mes collègues que le premier groupe devait être assez important pour
entraîner le deuxième à sa suite.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het aantal hangende strafzaken bij de hoven van beroep" (nr. 7807)
03 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le nombre de procédures pénales pendantes devant les cours d'appel" (n° 7807)</b>
03.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
geachte collega's, we zijn onder ons: laten we daarvan profiteren.
03.02 Minister Jo Vandeurzen: Met de referentiekrant van
Vlaanderen bij ons.
03.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik vind die krant steeds beter.
Er is een periode geweest waarin ik hem minder goed vond.
Wat ik wilde vermijden, zijn toestanden zoals deze. Nadat de
voorzitter mij erop gewezen had dat er ook nog schriftelijke vragen
kunnen worden gesteld, heb ik dat ook gedaan om de agenda hier
niet te belasten. Het resultaat van wat ik gedaan had was, geef ik toe,
iets wat ik vreesde: men krijgt dan geen antwoord. Daarom ben ik nu
eigenlijk verplicht ­ ik hoop in de toekomst: niet meer ­ om een
schriftelijke vraag met een staartje ­ ik heb vandaag nog een brief
gekregen ­ om te zetten in een mondelinge vraag.
Wat was mijn probleem? Ik ga ervan uit dat de beste methode om
een beleid te voeren er een is die vertrekt van de mogelijke cijfers die
men kan hebben, vanuit het principe dat meten weten is. Op die
manier hebben we bijvoorbeeld in het verkeersbeleid de techniek van
een verkeersveiligheidbarometer aangewend om druk te zetten op
zichzelf en op alle diensten, om een evolutie te kunnen volgen. Dat
betekent het bijhouden van cijfers.
Wat mij opgevallen was in de publicatie "Justitie in cijfers" die we in de
zomer hebben gekregen, iets wat ik een goede traditie vind, is dat wat
de hoven van beroep betrof men voor burgerlijke zaken actuele cijfers
kon geven tot 2007. Eigenaardig genoeg bleef men voor de
strafzaken werken met cijfers tot 2005. Wat mij betreft is dat zeer
verontrustend. Ik hoop dat we er niet van moeten uitgaan dat er in ons
land hoven van beroep zijn die geen zicht hebben op het aantal
strafzaken dat ze al dan niet verwerken.
In augustus vroeg ik in een schriftelijke vraag naar de cijfers over het
aantal hangende strafrechtelijke zaken bij de hoven van beroep,
omdat in de publicatie "Justitie in cijfers" van 2008 men voor de
burgerlijke zaken tot 2007 ging, maar voor de strafrechtelijke zaken
enkel tot 2005. Het antwoord dat ik hierop ontving, was eigenlijk de
herhaling van wat in de publicatie "Justitie in cijfers" stond.
In het antwoord stond `We zijn bezig met informatiseren'. Dit brengt
mij op het punt van het paard en de kar. Ik ben ook voorstander van
informatiseren, maar zoals we uit eigen ervaring weten, werkt uw
informatica pas goed als u orde hebt en de nodige gegevens
voorhanden hebt. De informatica vindt de cijfers niet uit, maar dient
ertoe om ze beter bij te houden.
Houdt men momenteel, in afwachting van de grote informatica, die
cijfers bij? Waarom kunnen er geen cijfers worden gegeven met
betrekking tot het aantal hangende strafrechterlijke zaken bij de
verschillende hoven van beroep voor de periode 2006-2007.
Verhindert de techniek om de cijfers via geïnformatiseerde statistiek
te verwerken, het feit dat deze gegevens worden geregistreerd? Wat
is de evolutie van het aantal hangende strafrechterlijke zaken bij de
verschillende hoven van beroep voor de periode 2006-2007? Hoe
worden de cijfers in afwachting van de informatisering bijgehouden?
Waar, door wie en tot op welke datum? Welke cijfers zijn er reeds
03.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Pour les cours
d'appel, la publication "Justice en
chiffres" comporte des chiffres
jusqu'en 2007 pour les affaires
civiles mais seulement jusqu'en
2005 pour les affaires pénales.
C'est en vain que j'ai cherché des
chiffres plus récents dans le cadre
d'une question écrite.
On m'a dit que les chiffres
n'étaient pas disponibles en raison
de
l'informatisation.
C'est
inacceptable. Comment a évolué
le nombre d'affaires pénales dans
les cours d'appel au cours de la
période 2006-2007? Comment les
chiffres sont-ils tenus à jour en
attendant l'informatisation? De
quels chiffres dispose-t-on déjà
pour 2008?
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
voor 2008 voorhanden?
03.04 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, de
gegevensbank van het College van procureurs-generaal beschikt niet
over de gegevens van de hoven van beroep. De werkwijze die
gehanteerd werd, was dat elk parket-generaal bij het begin van het
jaar de jaarlijkse cijfers meedeelde aan de Cel Statistiek van de FOD
Justitie, later verandert in de Afdeling Statistieken. Zoals reeds
gemeld in het antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag, startte
de Afdeling Statistieken in maart 2007 met de ontwikkeling van
geïnformatiseerde activiteitenstatistiek voor de hoven van beroep in
betrekking tot strafrechtelijke zaken. In afwachting van de realisatie
van deze geïnformatiseerde statistiek, besliste deze dienst om de
jaarlijkse statistiek van de parketten-generaal niet langer op te vragen.
Sinds 1 september 2008 is de Afdeling Statistieken ondergebracht bij
het Vast Bureau voor Statistiek en Werklastmeting onder de
bevoegdheid van de uitgebreide vaste vergadering van korpschefs
van de zetel. De aanmaak van een dergelijke statistiek is tot op heden
niet afgerond en is niet iets dat op korte termijn gerealiseerd kan
worden. Momenteel kunnen nog geen algemene geïnformatiseerde
cijfergegevens van het aantal hangende zaken op strafrechterlijk
gebied voor de jaren 2006-2007 aangeleverd worden
Het achterblijven van een geïnformatiseerd systeem voor de
parketten-generaal verbonden aan de hoven van beroep, verhindert
niet de registratie van de gegevens an sich. Momenteel kunnen de
cijfers alleen bekomen worden op basis van de lokale
registratiesystemen, waarbij ieder parket-generaal zijn gegevens op
zijn eigen manier registreert in de eigen ontwikkelde applicatie. Er
kunnen dus wel cijfers verschaft worden, maar door gebrek aan
uniformiteit en controle op de lokale registratiepraktijken, kan de
betrouwbaarheid en de validiteit van deze cijfers niet gegarandeerd
worden.
Ook de vergelijking tussen de verschillende rechtsgebieden kan om
die reden moeilijk worden gemaakt.
Er moet vooral worden opgemerkt dat men begin volgend jaar zal
beginnen met de ingebruikname van het zogenaamde systeem Page
op het niveau van de parketten-generaal, waardoor een uniforme
manier van registratie zal worden ingevoerd.
Bij wijze van voorbeeld kan ik verwijzen naar cijfers die mij werden
meegedeeld door de procureurs-generaal van de hoven van beroep
van Antwerpen, Gent en Bergen. Het totaal aantal strafzaken
hangend voor het hof van beroep te Antwerpen, inclusief verzetten,
onbepaalde
uitstellen,
aanstellingen
deskundigen
en
maatschappelijke enquêtes bedroeg 1.442 in december 2006, 1.199
in december 2007 en in september 2008 kwamen we uit op 1.218. In
Gent ging het in december 2005 om 1.959 zaken, in december 2006
2.015, in december 2007 2.079 en op 3 oktober 2008 om 2.043
zaken. De cijfers in Bergen bevatten niet de arresten inzake
burgerlijke belangen, noch de zaken betreffende het sociaal
strafrecht. In december 2006 ging het om 112 zaken, in
december 2007 104 en op 27 oktober 2008 135 zaken, waarvan er 36
staan gefixeerd op een zitting.
03.04 Jo Vandeurzen, ministre:
La banque de données du Collège
des procureurs généraux ne
comporte
pas
les
données
relatives
aux
cours
d'appel.
Autrefois, chaque parquet général
communiquait ses chiffres en
début d'année à la cellule
Statistique
du
SPF
Justice,
devenue "Section Statistiques". En
mars 2007, ce service a lancé un
projet d'informatisation et il a été
décidé de ne plus demander les
statistiques annuelles.
Depuis
septembre
2008,
la
Section Statistiques a été intégrée
au Bureau permanent Statistiques
et mesure de la charge de travail.
Le
retard
encouru
dans
l'informatisation n'empêche pas
l'enregistrement
des
données
mais pour l'instant, les chiffres ne
peuvent être obtenus que sur la
base
des
systèmes
d'enregistrement locaux.
Le système informatique devrait
être opérationnel début de l'année
prochaine.
Je puis communiquer les chiffres
qui m'ont été transmis par les
parquets d'Anvers, de Gand et de
Mons. Vous les trouverez dans le
compte rendu intégral. À Anvers,
les données sont enregistrées
dans un programme informatique
par le personnel du service
correctionnel. Des statistiques
trimestrielles sont générées par le
gestionnaire du système. À Gand,
le personnel du service des Appels
correctionnels gère un fichier
Excel, mis à jour quotidiennement.
À Mons, les données sont
enregistrées dans un fichier
Access par un gestionnaire de
système. Enfin, je n'ai pas reçu de
chiffres de Bruxelles, ni de Liège.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
In Antwerpen worden de gegevens ingegeven en bijgehouden door
het personeel via een computerprogramma op de correctionele dienst
van het parket bij het hof van beroep. De statistieken worden per
kwartaal gegenereerd door de systeembeheerder. In Gent gebeurt het
op basis van de gegevens die in een excelformulier worden
bijgehouden door de administratieve personeelsleden van de dienst
Correctionele Beroepen en op het parket-generaal. Dit formulier werd
in 2001 in gebruik genomen en wordt dagelijks aangevuld. In Bergen
worden de gegevens sinds 1 oktober 2004 geregistreerd in een
Accesbestand, beheerd door een systeembeheerder. Uit het ressort
Brussel en Luik zijn op dit moment nog geen cijfers ontvangen.
Zodra het uniform systeem volgend jaar zal zijn geïnstalleerd, zal men
uniform kunnen registeren.
03.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord. Brussel en Luik geven dus geen gegevens vrij. Ik
heb de vraag, om u te helpen, ook afzonderlijk gesteld aan de
verschillende hoven van beroep. Toevallig heb ik vanmorgen ­ ik wil u
daar toch op wijzen, want het kan misschien nog een staartje krijgen ­
een dubbel gekregen van de brief van procureur-generaal Visart de
Bocarmé aan de voorzitter van het hof van beroep te Luik, die zo
vriendelijk was het mij te geven.
Van de andere voorzitters kreeg ik de informatie tot op de dag
in 2008. Gevaar voor slechte vergelijkingen bestaat niet. Het betreft
gewoon het bruto aantal strafzaken. In Gent nodigt men u uit en geeft
men u dag op dag de gegevens.
Van Luik ontving ik een brief die volgens mij neerkomt op flagrante
obstructie door een ex-kabinetschef van een minister van Justitie. Hij
kent dus het spel en gebruikt ons Reglement inzake het niet mogen
opvragen van statistieken om niets te geven, zelfs niet aan de
voorzitter van het hof van beroep van Luik. Wat uw grote
modernisering van Justitie betreft, is er op bepaalde plaatsen blijkbaar
nog enorm veel werk aan de winkel.
Ik vraag u om procureur-generaal Visart de Bocarmé erop te wijzen
dat dit wellicht niet de juiste manier van samenwerken in een
rechtsstaat is en dat het het Parlement, en de minister, toekomt te
weten wat de evolutie is.
We passen artikel 122 van ons Reglement toe, tot en met in de
mondelinge vragen. Ik begrijp de reactie van de voorzitter. Wanneer
men echter motiveert waarom men om cijfers vraagt die men niet in
officiële publicaties vindt, heeft men het recht om ze te krijgen.
Ik bekijk de cijfers voor 2008 wat Justitie betreft en ik vraag naar wat
ik niet zie, waarop men expliciet weigert de informatie te geven. Dat is
volgens mij bijzonder verontrustend. De andere hoven van beroep
spelen open kaart, terwijl mijn verzoek door Luik, met mensen die
beter zouden moeten weten, flagrant wordt genegeerd.
Aan het college wordt zelfs het advies gegeven er de rem op te zetten
en de gegevens niet te geven. Gelukkig krijg ik ze in handen dankzij
de transparante houding van de voorzitter van het hof van beroep. Als
dit de sfeer van samenwerking is in onze rechtstaat, dan hebben we
nog enorm veel werk te verzetten.
03.05
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Je constate donc
que Bruxelles et Liège ne
transmettent pas de données. J'ai
d'ailleurs également posé ma
question séparément aux cours
d'appel et j'ai obtenu toutes les
informations. Seul le parquet de
Liège m'a opposé un refus flagrant
qui s'apparente à mon sens à de
l'obstruction.
Le ministre confirme-t-il le refus du
parquet de Liège de transmettre
des données?
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Ik blijf bij mijn heel pijnlijke vaststelling dat de hoven van beroep, die
zo boos zijn wanneer we berekeningen maken aan de hand van de
gegevens die wel beschikbaar zijn, weigeren om betere gegevens
mee te delen. Ik hoop dat u die vaststelling deelt, mijnheer de
minister. Ik wil u die brieven geven. Ik wil dat u de procureur-generaal
van Luik, die hiërarchisch onder u staat, erop wijst dat dit niet de
manier is van omgaan met het Parlement, en zelfs met de rest van de
maatschappij.
03.06 Minister Jo Vandeurzen: Ik kan toch niet oordelen als ik geen
kennis heb van wat u zegt.
03.07 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, laten wij
aannemen dat hier staat "flagrante weigering om die vraag van de
heer Landuyt te beantwoorden", met instructies en adviezen aan het
college om dat zeker te doen. Als dat zo is, vindt u dat correct?
03.08 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb een lichtend voorbeeld dat mij
geleerd heeft om nooit te antwoorden op als-dan-vragen.
03.08 Jo Vandeurzen, ministre:
Pas de commentaire.
03.09 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): U tolereert de hypothese van
het weigeren van gegevens?
03.10 Minister Jo Vandeurzen: Ik hoop dat u mij overmaakt wat u mij
moet overmaken.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Question de M. Denis Ducarme au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le refus par un curé de Rhode-Saint-Genèse de procéder en français aux
obsèques" (n° 7842)</b>
04 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de weigering van een priester van Sint-Genesius-Rode om een
begrafenis in het Frans te laten plaatsvinden" (nr. 7842)
04.01 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, les hasards du calendrier font que j'ai deux questions à vous
poser aujourd'hui: l'une relative à l'Église, l'autre à la franc-
maçonnerie.
La première question que je souhaitais vous poser concerne ce que
nous avons appris par la presse ­ j'ai d'ailleurs pu prendre contact
postérieurement avec les intéressés ­, à savoir le refus d'un curé de
Rhode-Saint-Genèse de procéder en français aux obsèques d'un
membre d'une famille de cette commune et cela malgré les multiples
demandes et requêtes répétées à cette fin dans le chef de cette
famille.
Monsieur le ministre, j'ai un ami abbé. Je me suis rendu chez lui et l'ai
interrogé sur les règles de l'Église. Il m'a répondu que c'était
normalement la règle de l'hospitalité qui prévalait. J'ai également pris
contact avec le représentant de l'évêché qui, lui aussi, m'a répété que
cette règle prévalait.
Je n'ignore évidemment pas le principe de séparation de l'Église et de
l'État. Je ne vous demande naturellement pas de prendre position
04.01 Denis Ducarme (MR):
Ondanks herhaalde verzoeken
heeft een priester uit Sint-
Genesius-Rode geweigerd om de
begrafenisplechtigheid voor een lid
van een familie uit deze gemeente
in het Frans te houden. Volgens
een bevriende priester en de
vertegenwoordiger van het bisdom
zou de regel van de gastvrijheid in
een dergelijk geval nochtans
boven alles moeten gelden.
Gelet op het principe van de
scheiding tussen Kerk en Staat
vraag ik u natuurlijk niet om in dit
dossier een standpunt in te
nemen. Toch zou het misschien
nuttig zijn dat u bij de katholieke
hiërarchie navraag doet over het
gebruik der talen bij deze
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
dans ce dossier. Toutefois, compte tenu des règles qui sont celles de
l'Église et qui ont une répercussion sur la vie des individus dans notre
pays, en l'occurrence à l'occasion d'obsèques, il aurait peut-être été
utile qu'au titre de ministre des Cultes, vous-même et votre
département puissiez, à la lumière de cette situation particulière, vous
informer auprès de la hiérarchie catholique de l'éventuelle évolution
des procédures en ce qui concerne l'emploi des langues au sein de
cette institution. Le parlement pourrait ainsi être informé d'une
éventuelle évolution.
instelling. Op die manier zou het
Parlement op de hoogte kunnen
worden
gebracht
van
een
mogelijke
evolutie
van
de
kerkregels.
04.02 Jo Vandeurzen, ministre: Dans notre régime constitutionnel,
le principe de la liberté d'exercice du culte s'articule avec celui de
l'indépendance des cultes à l'égard de l'État. Ceci signifie qu'une
autonomie existe pour les organes représentatifs des cultes quant
aux principes à respecter dans les cérémonies de ces cultes, qui
diffèrent d'un culte à l'autre. Il apparaît que dans le cas que vous
évoquez, qu'il appartient à l'archevêque de Malines-Bruxelles, dont
dépend la paroisse intéressée, de donner les directives au ministre du
culte désigné pour l'exercice du culte. Il ne m'appartient pas
d'intervenir dans ce domaine exclusivement interne au culte. Au cas
où vous souhaiteriez en connaître davantage sur les procédures
internes en vigueur, vous pouvez vous adresser à l'archevêché de
Malines-Bruxelles, Wollemarkt 15 à 2800 Malines, qui a aussi un
numéro de téléphone.
Quant à l'emploi des langues en matière administrative, pour les
établissements de culte chargés de la gestion temporelle des cultes,
qui revêtent la qualité d'établissements publics, cette législation est
d'application.
04.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het staat aan de aartsbisschop
van Mechelen-Brussel, van wie de
betrokken parochie afhangt, om
richtlijnen te geven aan de
bedienaar van de eredienst. Het is
niet aan mij om mij hierin te
mengen.
Wat het gebruik van de talen in
bestuurszaken betreft, is de
wetgeving van toepassing op de
instellingen belast met het beheer
van de temporaliën van de
erediensten die als openbare
instellingen aangemerkt worden.
04.03 Denis Ducarme (MR): Vous êtes vraiment gentil de me
donner les coordonnées de l'archevêché, j'en ferai naturellement bon
usage. Je connais, comme je vous l'ai indiqué dans la question que je
vous posais, le principe de séparation de l'Église et de l'État, et
d'autonomie d'exercice des cultes dans ce pays. Néanmoins, à partir
du moment où les cultes sont autonomes mais néanmoins financés
par l'État, si on ne peut même pas, dans un cas problématique tel que
celui-là, compter sur le département fédéral des cultes pour s'informer
simplement d'une évolution qui aurait pu avoir lieu dans l'usage des
langues au sein de l'Église, avec des répercussions directes sur la vie
des membres de cette famille et de ces obsèques, vous ne tarderez
pas, monsieur le ministre, à voir un certain nombre de représentants
politiques remettre en question le financement des cultes. Car si on
ne peut même pas espérer obtenir réponse à une simple demande
d'information, via les voies officielles, à savoir le département en
charge des Cultes, vous verrez émerger, au fur et à mesure, des
personnes qui vont se radicaliser contre le financement public des
cultes. C'est clair. Pour le reste, je vais prendre contact avec
l'archevêché, et avec la famille, et je vais demander clairement ­ je
sais bien qu'ils n'ont pas l'habitude de s'exprimer clairement, pour une
partie d'entre eux ­ aux représentants de l'Église catholique de
prendre position et de donner une réponse à cette situation puisqu'ils
ont fait la sourde oreille jusqu'à maintenant.
04.03 Denis Ducarme (MR):
Hoewel de erediensten autonoom
zijn, worden ze gefinancierd door
de
Staat.
Het
federale
departement
dat
over
de
erediensten gaat, zou zich mijns
inziens dan ook moeten kunnen
informeren over een evolutie
inzake het gebruik van de talen in
de
Kerk.
Ik
zal
de
vertegenwoordigers
van
de
katholieke Kerk, die zich tot nu toe
doof hielden, vragen een duidelijk
standpunt in te nemen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de M. Denis Ducarme au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
institutionnelles sur "les suppositions de tentatives de conspiration dans le cadre du procès Wagner à
Charleroi" (n° 7844)</b>
05 Vraag van de heer Denis Ducarme aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vermoedens van pogingen tot samenspanning in het kader van
het proces-Wagner in Charleroi" (nr. 7844)
05.01 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, j'espère que vous
ne donnerez pas l'adresse de la loge maçonnique de Charleroi sinon
je vous suspecterais d'y appartenir!
Plus sérieusement, ma question a été posée voici trois semaines.
L'agenda politique fait qu'elle ne peut être posée qu'aujourd'hui. La
semaine passée, l'ordre du jour de la commission n'a pu être porté à
sa conclusion. Néanmoins, vous savez de quoi il s'agit.
Nous avons appris par la presse, le 14 octobre, qu'un document daté
et signé du mois d'août 2008 a été saisi lors d'une perquisition dans la
résidence de vacances de la famille Wagner. Ce document informait
de la volonté d'un ou de certains magistrats de voir confier le procès
de Robert Wagner à un magistrat franc-maçon appartenant à la
même loge maçonnique que Robert Wagner. Cette information,
confirmée par le parquet, démontre une tentative de conspiration
remettant en question le bon fonctionnement de la Justice.
Depuis, une audience s'est tenue. Le procureur du Roi s'est exprimé.
Il a indiqué qu'il pouvait réaffirmer la confiance du parquet envers
l'ensemble des magistrats du tribunal de première instance et qu'il ne
déposerait aucune requête en suspicion légitime par rapport à ce
dossier.
Monsieur le ministre, pourriez-vous nous confirmer ces informations
qui n'ont transpiré jusqu'à présent que par voie de presse? Il semble
que le jugement puisse s'opérer à Charleroi et que l'audience soit
remise aux 15 et 16 avril 2009. Je souhaiterais vous entendre par
rapport à cette confirmation importante et à quelque décision parallèle
que vous auriez souhaité prendre.
05.01 Denis Ducarme (MR): Op
14 oktober vernamen wij uit de
pers dat een document d.d.
augustus
2008
tijdens
een
huiszoeking in de vakantiewoning
van de familie Wagner in beslag
was genomen. Uit dit document
bleek dat een of meerdere
magistraten
het
voornemen
hadden om het proces van de
heer Robert Wagner toe te
vertrouwen aan een magistraat die
vrijmetselaar is en tot dezelfde
loge als Wagner behoort. Deze
informatie, die door het parket
bevestigd werd, wijst op een
poging tot samenzwering die de
goede werking van het gerecht
eens te meer ter discussie stelt.
Sindsdien werd er een zitting
gehouden en de procureur des
Konings heeft het vertrouwen van
het parket in de magistraten van
de rechtbank van eerste aanleg
opnieuw bevestigd. Hij heeft er
nog aan toegevoegd dat hij geen
verzoekschrift op grond van
gewettigde
verdenking
zou
indienen.
Bevestigt u deze informatie, die tot
nu toe enkel via de pers is
uitgelekt? Naar verluidt zou de
zitting op 15 en 16 april 2009 in
Charleroi kunnen plaatsvinden.
05.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chers collègues, suite à votre
question, j'ai pris des renseignements auprès du procureur général
près la cour d'appel de Mons. Voici ce qu'il en est.
À l'occasion d'une récente perquisition, les autorités judiciaires ont
effectivement saisi une lettre datée du 16 août 2008. Ce document est
dactylographié par une personne déterminée et a été envoyé à un
destinataire déterminé. Ce destinataire a lui-même remis le document
à M. Robert Wagner chez qui le document a été trouvé avant que ne
débute son procès à Charleroi.
La lettre mentionne que ­ je cite ­ "selon un juriste bien introduit au
tribunal de Charleroi dans le procès Wagner etc, il faut avoir des
craintes sauf s'il comparaît devant une chambre fraternellement
composée (...) il faut espérer qu'en appel le premier président de
05.02 Minister Jo Vandeurzen:
De
gerechtelijke
overheden
hebben inderdaad beslag gelegd
op een brief van 16 augustus
2008. Dat getypte document werd
naar een bepaalde geadresseerde
verzonden, die het document
eigenhandig overhandigd heeft
aan de heer Wagner bij wie het
document aangetroffen werd vóór
het begin van zijn proces. De brief
vermeldt dat "volgens een jurist
met goede introducties bij de
rechtbank van Charleroi in het
proces
Wagner,
(...)
men
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
Mons composera utilement le siège (...)."
Cette lettre et les auditions successives tant de son auteur, que de
son destinataire et de Robert Wagner ont naturellement été versées
au dossier de la procédure en cause dudit Wagner qui a comparu le
15 septembre devant le tribunal correctionnel de Charleroi. Le juriste
qui aurait tenu de tels propos n'a pas été identifié, l'auteur de la lettre
a dit qu'il ne se souvenait de rien. L'épouse de ce dernier a quant à
elle précisé qu'à sa connaissance, son mari, âgé de 85 ans, ne
connaissait personne travaillant au palais de justice de Charleroi et a
"une propension à interpréter les propos qu'on lui tient surtout depuis
son accident vasculaire cérébral."
Le destinataire de la lettre déclare l'avoir remise à son ami Wagner
pour lui remonter le moral. Quoiqu'il en soit, à l'audience du
15 septembre 2008 du tribunal de Charleroi, tant le procureur du roi
personnellement que les avocats qui ont eu connaissance de
l'ensemble des pièces ont dit avoir toute confiance dans ce tribunal au
demeurant présidé par une dame juge unique.
Quant au 1
er
président de la cour d'appel de Mons visé par la même
lettre, il a fait part au procureur général de sa profonde indignation
face à de telles suppositions. Personne n'a déposé de requête en
suspicion légitime pour demander le dessaisissement du tribunal de
Charleroi.Le procès suit normalement et sereinement son cours.
bevreesd dient te zijn, behalve
indien hij verschijnt voor een
broederlijk samengestelde kamer
(...). Het valt te hopen dat de
Eerste voorzitter in beroep te
Bergen de zetel nuttig zal
samenstellen (...)".
Die brief en de hoorzittingen van
de schrijver ervan, van de
geadresseerde en van Robert
Wagner werden toegevoegd aan
het dossier van de genaamde
Wagner die op 15 september voor
de correctionele rechtbank van
Charleroi verscheen. De jurist die
verantwoordelijk zou zijn voor de
uitspraken,
werd
niet
geïdentificeerd, de schrijver van
de brief zegt dat hij zich niets
herinnert. Zijn echtgenote heeft
verduidelijkt dat haar echtgenoot,
die 85 is, niemand kent in het
justitiepaleis van Charleroi en
voegt eraan toe dat "hij vooral
sinds
zijn
cerebrovasculair
accident de neiging heeft om een
eigen interpretatie te geven aan
alles wat hem gezegd wordt". De
geadresseerde van de brief
verklaart de brief aan Wagner te
hebben overhandigd om zijn
moreel op te krikken.
Hoe dan ook, op de zitting van 15
september 2008 hebben zowel de
procureur des konings als de
advocaten gezegd dat ze het
volste vertrouwen hebben in de
rechtbank die door een enkele
rechter wordt voorgezeten.
Wat de door de brief geviseerde
Eerste Voorzitter van Bergen
betreft, hij heeft aan de procureur-
generaal
zijn
diepe
verontwaardiging over dergelijke
veronderstellingen
kenbaar
gemaakt. Het proces verloopt
normaal en sereen.
05.03 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, je crois que si
finalement l'explication avait été donnée telle quelle plus tôt, cela
aurait été pas mal. J'entends par là que pendant deux, trois
semaines, une sorte de théorie du complot qui mêlerait franc-
maçonnerie, justice et affairistes carolos a émergé. On a vu dans la
presse la franc-maçonnerie, qui est une église comme une autre,
montrée du doigt de manière très agressive. Les habitants, choqués
05.03 Denis Ducarme (MR):
Indien die uitleg eerder gegeven
was, zou de zaak duidelijker
geweest zijn. Daarmee bedoel ik,
dat er gedurende twee of drie
weken, een soort complottheorie
opgedoken is die vrijmetselarij,
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
par l'ensemble des affaires à Charleroi, subissant la théorie du
complot, s'imaginent que la justice ne sera finalement jamais rendue
comme il le faudrait à Charleroi.
Quand j'entends votre réponse par rapport à ce vieux monsieur à la
santé fragile qui a envoyé une lettre pour remonter le moral de son
ami et quand je vois tout le foin qu'on en a fait dans la presse pendant
trois semaines, je me dis qu'il aurait été utile qu'on puisse faire passer
cette information plus tôt, plutôt que de laisser se répandre la théorie
du complot dans une ville qui en a trop connu et qui n'en a plus
besoin.
Vous connaissez tous les problèmes qu'on a rencontrés à Charleroi,
la Flandre s'y est fort intéressée, et il serait utile, dans ce genre
d'affaires, qu'on puisse communiquer plus vite et mieux afin d'éviter à
un certain nombre de personnes à Charleroi de replonger dans un
cauchemar.
justitie en de zelfkant van de
Charleroise zakenwereld op een
hoopje gooide.
U kent al de problemen die we in
Charleroi hadden; Vlaanderen
heeft er veel belangstelling voor
getoond. In dergelijke zaken zou
het nuttig zijn om sneller en
efficiënter
te
kunnen
communiceren, om te vermijden
dat een aantal mensen opnieuw in
een nachtmerrie belanden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het statuut van de gerechtspsychiaters" (nr. 7922)
06 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le statut des psychiatres judiciaires" (n° 7922)</b>
06.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb u in het verleden reeds vragen gesteld
over het statuut van de gerechtspsychiaters. Ik wil immers graag
weten wanneer dat volwaardig uitgewerkt zal zijn. U beloofde destijds
ook dat er de nodige initiatieven zouden genomen worden. Ik wilde
dan ook weten hoe het met die plannen gesteld is.
U hebt destijds geantwoord dat er een globale evaluatie moest
gebeuren van de gerechtskosten, omdat dit ook een weerslag heeft
op de gerechtspsychiaters, die moeten vergoed worden via honoraria.
De vraag is dan ook hoe ver u staat met de evaluatie en hoe ver u
staat met de plannen, mijnheer de minister.
06.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Où en est le statut des
psychiatres
judiciaires
et
l'évaluation globale des frais de
justice?
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega, zoals
op 4 maart reeds geantwoord, in verband met het kader van de
interneringen wordt door de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid in het kader van de wet van 21 april 2007
betreffende de interneringen, een KB uitgewerkt dat de erkenning
regelt. In dit KB worden de voorwaarden en de procedure voor het
verlenen van de erkenning vastgelegd.
Dit is een aangelegenheid die door mijn collega mevrouw Onkelinx
behartigd wordt. Om meer te weten over de stand van zaken van dit
KB moet ik u vragen om u tot haar te wenden.
Voor de globale evaluatie van de gerechtskosten en in het bijzonder
de honoraria van de gerechtspsychiaters kan ik u meedelen dat mijn
administratie alle tarieven opgevraagd heeft van de ons omringende
landen. Deze worden nu vergeleken met de tarieven die in ons land
voorzien zijn.
Dit is evenwel geen gemakkelijke oefening. De tariefopbouw en de
06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La ministre des Affaires sociales
prépare un arrêté royal d'agrément
dans le cadre de la loi du 21 avril
2007 relative aux internements.
Cet arrêté fixe les conditions et la
procédure d'octroi d'un agrément.
Pour en savoir plus à ce sujet,
adressez-vous à Mme Onkelinx.
Pour l'évaluation globale des frais
de justice et des honoraires des
psychiatres
judiciaires,
mon
administration a demandé tous les
tarifs appliqués dans les pays
voisins. Ceux-ci sont pour l'instant
comparés aux tarifs d'application
en Belgique. La construction
tarifaire et les tarifs varient
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
tarieven die aan bepaalde prestaties verbonden zijn verschillen nogal
sterk. Bovendien gaat het om een complex gegeven. Er zijn tientallen
soorten gerechtskosten die in de vergelijking opgenomen moeten
worden. Toch zal er worden geprobeerd om te vergelijken wat er te
vergelijken valt, waarna de gepaste conclusies worden getrokken.
Een nieuwe regeling zal waarschijnlijk niet de eerste maanden
verwacht mogen worden.
fortement. Il s'agit d'une donnée
complexe.
Une
nouvelle
réglementation ne peut être
attendue dans les prochains mois.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik hoop dat minister Onkelinx ook haar deel van
het werk zal verrichten. Blijkbaar moeten wij dus toch nog een hele
tijd wachten. U verschuift het wellicht naar uw scharnierjaar 2009. Ik
hoop dat het dan toch in de komende maanden zal kunnen geregeld
worden.
06.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): J'espère que Mme
Onkelinx fera également sa part
de travail et que ce dossier sera
réglé dans les mois à venir, mais
peut-être la ministre reporte-t-elle
tout à 2009.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de M. Olivier Maingain au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'interdiction des châtiments corporels à l'encontre des enfants dans le cadre
familial" (n° 7862)</b>
07 Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het verbod op lijfstraffen voor kinderen binnen het gezin" (nr. 7862)
07.01 Olivier Maingain (MR): Dans certains pays d'Europe
membres du Conseil de l'Europe, comme la Belgique, on tolère
encore actuellement l'usage de la violence à l'encontre des enfants à
la maison, alors que la recommandation 1666/2004 de l'assemblée
parlementaire du Conseil de l'Europe interdit le châtiment corporel
des enfants en Europe, de même qu'une recommandation
778 adoptée récemment en 2007. La Belgique fait donc partie des
20 États membres du Conseil de l'Europe dont la législation prévoit
seulement une interdiction partielle des châtiments corporels, sans
engagement à réformer cette situation.
Ainsi, le cadre légal belge interdit uniquement les châtiments
corporels dans le cadre scolaire et dans le système répressif. Il existe
également une interdiction par décret dans les institutions et les
familles d'accueil dans certaines Communautés mais pas dans les
structures d'accueil non institutionnelles et à ma connaissance, rien
n'est prévu pour le cadre familial.
L'article 17 de la charte sociale européenne impose aux États de
protéger les enfants contre toutes les formes de mauvais traitements.
Selon l'interprétation du Comité européen des droits sociaux qui est
l'organe issu de la charte, cela revient à exiger l'interdiction en droit de
toute forme de violence à l'encontre des enfants, y compris les
châtiments corporels, quels qu'en soient le cadre et la raison.
L'adoption d'un texte de loi spécifique interdisant toutes les formes de
châtiment corporel des enfants au sein de la famille fait partie en
outre des recommandations adressées à la Belgique par le comité
des droits économiques, sociaux et culturels des Nations unies dans
ses observations finales publiées le 4 janvier 2008. Le Comité y
relevait que le Code pénal belge ne reconnaît pas encore
l'administration de châtiments corporels aux enfants au sein de la
famille comme une infraction spécifique.
07.01 Olivier Maingain (MR): In
sommige landen van de Raad van
Europa, zoals België, tolereert
men nog het gebruik van geweld
tegen kinderen binnen het gezin,
terwijl de aanbevelingen van de
Parlementaire Assemblee van de
Raad van Europa de lijfstraffen
van kinderen verbieden. De
goedkeuring van een specifieke
wettekst die alle vormen van
lijfstraffen van kinderen binnen het
gezin verbiedt, maakt bovendien
deel uit van de aanbevelingen die
door
het VN Comité
voor
Economishe, Sociale en Culturele
Rechten aan België werden
overgemaakt.
Voor de afschaffing van lijfstraffen
is een wetswijziging nodig evenals
de goedkeuring van een nieuwe
beleid en aanbevelingen voor
degenen
die
via
hun
beroepsactiviteit te maken krijgen
met kinderen en gezinnen. Ook de
publieke opinie moet er attent
worden op gemaakt.
Welke initiatieven overweegt u om
in te spelen op de aanbevelingen
van
het
VN
Comité
voor
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
La suppression des châtiments corporels impose une modification de
la législation et l'adoption de nouvelles politiques en vue d'assurer la
mise en oeuvre de cette interdiction et d'adresser un certain nombre
de recommandations à ceux que leur activité professionnelle met en
rapport avec les enfants et les familles. Elle exige également de
sensibiliser l'opinion publique en informant des droits de l'homme dont
jouissent les enfants.
M. le ministre peut-il m'indiquer quelles initiatives il envisage de
prendre en vue de répondre aux recommandations du comité des
droits économiques, sociaux et culturels des Nations unies comme à
celles de l'assemblée parlementaire du Conseil de l'Europe.
Economische,
Sociale
en
Culturele Rechten en die van de
Parlementaire Assemblee van de
Raad van Europa.
07.02 Jo Vandeurzen, ministre: En effet, sur le plan civil, depuis
décembre 2004, aucune législation interdisant explicitement les
châtiments corporels n'est intervenue. Trois propositions de loi visant
à ajouter au Code civil une disposition en ce sens ont existé mais
n'ont jamais été discutées au Parlement. Il s'agit d'une proposition de
Mme Sabine De Béthune, une de Mme Clotilde Nyssens et de
M. Christian Brotcorne et une proposition de Mme Magda
Raemakers. Enfin, une nouvelle proposition de loi a été déposée
récemment par M. Christian Brotcorne le 14 juillet 2008.
Mes services ont procédé à un examen approfondi de cette question
et il me semble qu'une éventuelle législation interdisant explicitement
les châtiments corporels au niveau civil relève davantage de la
compétence des Communautés que de mon département. Je viens
donc d'adresser un courrier en ce sens aux ministres-présidents des
Communautés.
En effet, l'article 5, §1.2.1 de la loi spéciale du 8 août 1980 de
réformes institutionnelles attribue aux Communautés du pays une
compétence de principe aux matières de politique familiale, y compris
toutes les formes d'aide et d'assistance aux familles et aux enfants.
L'article 5, §1.2.6 de la même loi spéciale accorde aux Communautés
une compétence en matière de protection de la jeunesse en ce
compris la protection sociale et judiciaire, mises à part des règles
existantes du Code civil relatives au statut des mineurs et de la
famille, de la déchéance de l'autorité parentale ainsi que de la tutelle
sur les prestations familiales ou autres allocations sociales.
L'inscription d'une interdiction explicite des châtiments corporels aux
enfants dans le titre du Code civil consacré à l'autorité parentale
aurait pour conséquence de limiter l'interdiction à la famille stricto
sensu, ce qui n'apparaît pas souhaitable compte tenu de la diversité
actuelle des cellules familiales.
Par ailleurs, il apparaît que légiférer ailleurs dans le Code civil en y
insérant un nouveau titre violerait la répartition des compétences
entre l'État fédéral et les entités fédérées. En revanche, s'agissant de
l'interdiction pénale des châtiments corporels infligés aux enfants, je
viens d'adresser une circulaire ministérielle aux différents ressorts
judiciaires du pays. Elle a pour objet de rappeler que les châtiments
corporels administrés aux enfants sont susceptibles, selon les
circonstances, de constituer des coups et blessures et/ou des
traitements dégradants incriminés par les articles 398 et suivants et
07.02 Minister Jo Vandeurzen:
Sinds december 2004 is er geen
wetgeving meer gekomen die de
lijfstraffen expliciet verbiedt. Er
bestonden drie wetsvoorstellen,
maar ze werden nooit besproken
in het Parlement. Op 14 juli 2008
werd een nieuw wetsvoorstel
ingediend.
Een wetgeving houdende een
burgerrechtelijk
verbod
op
lijfstraffen zou veeleer tot de
bevoegdheid
van
de
Gemeenschappen dan tot die van
mijn departement behoren. Ik heb
de ministers-presidenten van de
Gemeenschappen
dan
ook
onlangs een brief in die zin
geschreven.
Bij artikel 5 van de bijzondere wet
tot hervorming der instellingen van
8 augustus 1980 wordt de
Gemeenschappen in principe de
bevoegdheid verleend over de
aangelegenheden
inzake
het
gezinsbeleid
en
inzake
de
jeugdbescherming,
met
uitzondering van de bestaande
bepalingen van het Burgerlijk
Wetboek met betrekking tot het
statuut van de minderjarigen en
van de familie, de ontzetting uit de
ouderlijke macht en het toezicht op
de gezinsbijslag of andere sociale
uitkeringen.
De invoeging van een uitdrukkelijk
verbod op lijfstraffen jegens
kinderen in de titel van het
Burgerlijk Wetboek betreffende de
ouderlijke macht zou tot gevolg
hebben dat het verbod beperkt
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
417quinquies du Code pénal.
blijft tot het gezin stricto sensu, wat
niet wenselijk lijkt gezien de
uiteenlopende
gezinssamenstellingen.
Voorts
blijkt dat het toevoegen van een
wetsregel op een andere plaats in
het
Burgerlijk
Wetboek
de
bevoegdheidsverdeling tussen de
federale Staat en de deelgebieden
zou schenden.
Wel heb ik de verschillende
rechtsgebieden van het land een
ministeriële omzendbrief gestuurd
waarin erop gewezen wordt dat
lijfstraffen
tegen
kinderen
aangemerkt kunnen worden als
slagen en verwondingen of als
onterende behandeling, en als
dusdanig strafbaar zijn.
07.03 Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je vous remercie pour ce que vous nous annoncez.
Pourrons-nous prendre connaissance de la circulaire ministérielle que
vous avez adressée aux ressorts? Je vous en remercie.
Je verrai alors les suites à réserver en termes de modification du
Code pénal.
07.03 Olivier Maingain (MR):
Zouden we kennis kunnen nemen
van de ministeriële omzendbrief?
Ik zal dan zien in welk opzicht het
Strafwetboek
gewijzigd
moet
worden.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de M. Olivier Maingain au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la ratification du Protocole n° 12 à la Convention de sauvegarde des droits de
l'homme et des Libertés fondamentales" (n° 8027)</b>
08 Vraag van de heer Olivier Maingain aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de bekrachtiging van het Protocol nr. 12 bij het Verdrag ter
bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden" (nr. 8027)
08.01 Olivier Maingain (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le protocole n° 12 à la Convention de sauvegarde des droits
de l'homme et des libertés fondamentales vise à promouvoir l'égalité
de tous par la garantie collective d'une interdiction générale de
discrimination.
Les dispositions actuelles de la Convention de sauvegarde des droits
de l'homme et des libertés fondamentales contre la discrimination ­
essentiellement l'article 14 ­ sont de portée limitée du fait qu'elles
interdisent la discrimination seulement lorsqu'elle s'applique à l'un des
droits reconnus par la Convention.
L'avantage de ce protocole 12 est qu'il lève cette limitation et garantit
que personne ne doit faire l'objet d'une quelconque forme de
discrimination par aucune autorité publique et sous quelque motif que
ce soit.
Malgré l'importance de ce texte, et ce, alors que la Belgique est
habituellement un État précurseur en la matière, notre pays fait partie
08.01 Olivier Maingain (MR):
Het Protocol nr. 12 bij het Verdrag
ter bescherming van de rechten
van de mens en de fundamentele
vrijheden heeft tot doel de
gelijkheid van allen te bevorderen
door het collectief waarborgen van
een
algemeen
discriminatie-
verbod. Ons land is één van de 20
lidstaten van de Raad van Europa
die dat protocol ondertekend
hebben. België heeft het protocol
echter nog niet bekrachtigd.
Waarom werd dat internationaal
instrument acht jaar na de
ondertekening
nog
niet
bekrachtigd?
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
des 20 États membres du Conseil de l'Europe à avoir signé ce
protocole ­ c'était en novembre 2000 ­ sans toutefois l'avoir encore
ratifié.
M. le ministre peut-il me donner les raisons pour lesquelles cet
instrument international n'a pas encore été ratifié huit ans après sa
signature?
08.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, la Belgique a, en effet, signé le protocole additionnel 12, le
4 novembre 2000, soit à la date de son ouverture à la signature des
États membres du Conseil de l'Europe.
À ce jour néanmoins, seuls 17 États sur un total de 47 ont ratifié ledit
instrument.
Le protocole 12 interdit la discrimination dans la jouissance de tout
droit prévu par la loi et stipule également que nul ne peut faire l'objet
d'une quelconque forme de discrimination de la part d'une autorité
publique quelle qu'elle soit.
En Belgique, eu égard au très large champ d'application du
protocole 12 ­ en effet, ce dernier vise, à l'instar de l'article 26 du
Pacte international relatif aux droits civils et politiques, tout droit prévu
par la loi ­ sa ratification relève tant de la compétence de l'État fédéral
que des entités fédérées.
À cet égard, il importe de souligner que toutes les entités fédérées, à
l'exception de la Flandre, ont ratifié à ce jour le protocole 12 et qu'un
décret d'assentiment en ce sens a été déposé, le 6 octobre 2008
devant le Parlement flamand.
Par conséquent, il apparaît possible d'accélérer le processus de
ratification du protocole 12 au niveau de l'État fédéral. Le SPF Justice,
département technique, s'engage d'ailleurs à déployer les efforts
nécessaires en ce sens.
08.02 Minister Jo Vandeurzen:
België
heeft
het
aanvullend
protocol
inderdaad
in
2000
ondertekend.
Tot
op
heden
hebben slechts 17 op een totaal
van 47 lidstaten dat instrument
bekrachtigd. Gelet op de zeer
brede werking van het protocol nr.
12, zijn in België zowel de federale
overheid
als
de
deelstaten
bevoegd voor de bekrachtiging.
Ter zake moet erop gewezen
worden dat buiten Vlaanderen alle
deelstaten het protocol nr. 12
reeds hebben bekrachtigd en dat
er op 6 oktober 2008 een
instemmingsdecreet
van
die
strekking in het Vlaams Parlement
werd ingediend. Bijgevolg kan de
bekrachtingsprocedure voor het
protocol nr. 12 op federaal niveau
allicht versneld worden. De FOD
Justitie verbindt er zich trouwens
toe om de nodige inspanningen in
die zin te doen.
08.03 Olivier Maingain (MR): Madame la présidente, je remercie
M. le ministre pour sa réponse.
Pour la ratification par voie législative, nous sommes effectivement
dépendants de l'initiative gouvernementale. Le Parlement ne peut
prendre ce genre d'initiative, sans cela, il l'aurait peut-être déjà fait
depuis longtemps.
Je prends acte du fait que les procédures vont être accélérées et j'ose
espérer que nous serons bientôt saisis de ce projet de loi.
08.03 Olivier Maingain (MR):
Voor de bekrachtiging bij wet
hangen we inderdaad af van het
regeringsinitiatief. Het Parlement
kan zo'n initiatief niet nemen.
Anders had het misschien al lang
zo'n initiatief genomen. Ik neem
nota van het feit dat de procedures
zullen versneld worden, en ik hoop
dat
we
eerlang
over
dat
wetsontwerp
zullen
kunnen
stemmen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het falen van de stage voor ouders van jonge criminelen" (nr. 7926)
09 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'échec du stage pour les parents de jeunes criminels" (n° 7926)</b>
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
09.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, naar
aanleiding van een vraag in het Vlaams Parlement is gebleken dat de
ouderstage voor zogenaamde onverschillige ouders van criminele
jongeren een mislukking is. De Vlaamse minister van Welzijn heeft
drie redenen opgegeven waarom die wet niet afdoende blijkt. Het
personeel moet nog worden aangeworven, de jeugdrechters zouden
nog niet vertrouwd zijn met de maatregelen, en de wet zou onduidelijk
zijn, onder andere op het vlak van het vaststellen van de zogenaamde
onverschilligheid.
Ook zou de wet niet voldoende afschrikkend zijn. Sommige
gerechtelijke arrondissementen staan blijkbaar zelf onverschillig want
er werden geen ouderstages georganiseerd. Het gaat onder andere
om Gent, Dendermonde, Turnhout, Tongeren en Mechelen.
Mijn vraag is, mijnheer de minister, wat u voor het gedeelte waarvoor
u bevoegd bent, kunt doen? Welke maatregelen zou u kunnen treffen
om de ouderstage opnieuw van de grond te krijgen?
09.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
Il
est
apparu
au
Parlement flamand que le stage
parental destiné aux parents dits
indifférents de jeunes délinquants
s'est soldé par un échec. Du
personnel doit encore être recruté,
les juges de la jeunesse ne sont
pas assez familiarisés avec les
mesures concernées, la loi est
imprécise et le caractère dissuasif
n'est
pas
suffisamment
convaincant. Et dans certains
arrondissements judiciaires, le
stage parental n'est pas organisé.
Quelles initiatives le ministre
pourrait-il prendre à cet égard
dans
le
cadre
de
ses
compétences?
09.02 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb navraag gedaan bij mijn
diensten en verneem dat de ouderstage zoals die thans kan worden
opgelegd niet het gewenste resultaat oplevert. Tot juni 2008 werden
zowel in Vlaanderen als in Wallonië zo'n 40-tal ouderstages opgelegd.
Het opleggen van zo'n ouderstage kan gebeuren door de
jeugdrechtbank, via artikel 21bis, als door het parket, via artikel 45bis,
indien de ouders zich onverschillig opstellen tegenover delinquent
gedrag van de minderjarige. De maatregel is van kracht sinds
21 april 2007.
In sommige arrondissementen staat men weigerachtig tegenover het
voorstel van een ouderstage. Binnen de parketten is men ervan
overtuigd dat het opleggen ervan via de jeugdbank gemakkelijker is.
Wij moeten ons afvragen of met de ouderstage het gewenste
resultaat kan worden bereikt, en nagaan of een herformulering het
gewenste resultaat kan opleveren. Ik zal daartoe de nodige stappen
ondernemen en dit bekijken, samen met de vertegenwoordigers van
de actoren op het terrein en de specialisten ter zake. U weet trouwens
dat wij in maart volgend jaar over de jeugdbeschermingproblematiek
een conferentie organiseren.
Indien een herformulering wordt overwogen zal ik hiertoe de nodige
stappen ondernemen.
09.02 Jo Vandeurzen, minister:
Après information, il apparaît que,
dans sa forme actuelle, le stage
parental ne produit pas les
résultats escomptés. Jusqu'en juin
2008, la Flandre et la Wallonie ont
imposé quelque quarante stages
environ
et
certains
arrondissements
se
montrent
réticents.
Je
me
propose
d'examiner avec les différents
intervenants s'il y lieu de redéfinir
le stage parental et de prendre, le
cas échéant, des initiatives en ce
sens. Une conférence consacrée à
la question de la protection de la
jeunesse sera d'ailleurs organisée
en mars 2009.
09.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, dank u.
Het gaat dus naar de conferentie voor de jeugdbescherming, zoals
aangekondigd in uw beleidsverklaring. Ik kijk daarnaar uit.
Ik kan u toch al een sanctie suggereren. Wij hebben dat in het
verleden nog gedaan. Men kan ouders gezinnen waar het echt
moeilijk is, vanaf het moment dat de wet geïmplementeerd wordt, toch
even op hun nummer zetten door hun, geheel of gedeeltelijk, het
verlies van de kinderbijslag in het vooruitzicht te stellen.
09.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Cette matière sera donc
examinée à l'occasion de cette
conférence. L'on pourrait toutefois
brandir dès à présent déjà le
risque,
pour
les
parents
concernés, de perdre une partie
ou la totalité des allocations
familiales.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
10 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de leefomstandigheden in de Belgische gevangenissen" (nr. 7825)
- mevrouw Valérie Déom aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de detentieomstandigheden in de Belgische gevangenissen" (nr. 7831)
10 Questions jointes de
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions de vie dans les prisons belges" (n° 7825)<br>- Mme Valérie Déom au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les conditions de détention dans les prisons belges" (n° 7831)</b>
10.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zit hier vanwege een mededeling van de
Belgische
afdeling
van
het
internationaal
observatorium
gevangenissen van 8 oktober 2008. Daarin wordt onder andere het
volgende gezegd: "De onmenselijke omstandigheden van opsluiting in
de gevangenissen zijn niet verbeterd sinds 2006 en de
hyperrepressieve regeringspolitiek voor de uitbreiding van het
gevangenispark lost de overbevolking van de Belgische
gevangenissen niet op. Grote onderdelen van de wet-Dupont
van 2005 zijn vandaag niet uitgevoerd."
In het masterplan 2008-2012 voor een gevangenisinfrastructuur in
humane omstandigheden, wordt de nodige aandacht besteed aan de
uitbreiding van het gevangenispark en het oplossen van de slechte
staat waarin sommige gevangenissen zich bevinden. Wel moet er
worden gewaakt over een efficiënte uitvoering van die plannen. Ik heb
in dit verband, naast de vraag naar een algemene reactie op de
mededeling van het IOG, de volgende concrete vragen aangaande de
stand van zaken.
Wat is de stand van zaken op het vlak van het renovatieprogramma
voor het herstel van de verloren capaciteit dat op korte termijn kon
worden uitgevoerd: Sint-Gillis-Vorst, Doornik, Hoogstraten en
Turnhout? Wat is de stand van zaken op het vlak van het
renovatieprogramma
ter
garantie
van
veilig
en
humane
leefomstandigheden? Welke studies of werkzaamheden voor
onderhoud, herstel en beveiliging zijn lopende of afgerond?
10.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
L'Observatoire
international des Prisons estime
que les conditions de détention en
Belgique
ne
se
sont
pas
améliorées depuis 2006 et que la
politique
hyper-répressive
du
gouvernement ne constitue pas,
au regard de l'agrandissement des
prisons, une solution au problème
de la surpopulation.
Je souhaiterais dès lors connaître
l'état d'avancement du programme
de rénovation concernant le
rétablissement de la capacité
perdue à Sains-Gilles, Forest,
Tournai, Hoogstraten et Turnhout.
Qu'en est-il des programmes
garantissant des conditions de vie
sûres et humaines? Quelles
études ou travaux d'entretien sont
en cours ou ont été achevés?
10.02 Valérie Déom (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, dans la droite ligne de ce qui vient d'être dit par ma collègue,
la situation des prisons belges est en effet de plus en plus
préoccupante par rapport aux conditions de travail des agents
pénitentiaires ­ et j'ai déjà eu l'occasion de vous interroger à ce
sujet ­ mais aussi par rapport aux conditions des détenus qui sont
également catastrophiques. Depuis 2006, aucune amélioration n'a été
constatée, comme le souligne l'Observatoire international des prisons.
Si la loi pénitentiaire Dupont a été votée en janvier 2005, elle ne
semble pas être suivie d'effets sur le terrain. Pour rappel, cette loi
règle le statut des prisonniers et la reconnaissance des pouvoirs
publics des mauvaises conditions de détention en Belgique.
La population carcérale a augmenté de 74% en Belgique depuis 1980
et la surpopulation dans les prisons a des conséquences
désastreuses: promiscuité, manque de nourriture, de lits, de soins,
d'hygiène et d'intimité. De plus, les soins de santé sont très lacunaires
et les patients qui nécessitent un accompagnement psychiatrique se
retrouvent dans des ailes surpeuplées et inadaptées.
10.02 Valérie Déom (PS): De
toestand
in
de
Belgische
gevangenissen is zorgwekkend.
Zoals
het
"Observatoire
International des Prisons"
liet
opmerken, werd er geen enkele
verbetering waargenomen sinds
2006. De wet-Dupont, die in
januari 2005 werd aangenomen,
levert blijkbaar geen resultaat op.
Sinds
1980
is
de
gevangenispopulatie in ons land
met 94 procent toegenomen. De
overbevolking in onze straf-
inrichtingen
heeft
rampzalige
gevolgen (gebrek aan privacy,
voedseltekort,
beddentekort,
gebrek
aan verzorging, aan
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
Monsieur le ministre, votre plan prison est essentiellement axé sur la
volonté d'augmenter la capacité d'accueil des prisons belges et de les
rénover mais qu'en est-il de la volonté d'améliorer réellement et
durablement les conditions de détention? En effet, augmenter la
capacité d'accueil ne résout rien au problème structurel de
surpopulation. Il y a des exemples à l'étranger et la prison de Ittre en
est un chez nous.
Il ne sert à rien de construire des bâtiments si on continue à
augmenter le nombre de détentions préventives et qu'on n'augmente
pas celui des libérations conditionnelles, voire des peines alternatives.
Le sécuritaire prendrait-il le pas sur la prévention? Qu'en est-il, dans
votre politique, de l'accompagnement psycho-médico-social des
détenus en vue de leur réinsertion?
Vous m'avez donné, le 1
er
octobre 2008, un calendrier des réunions
de différents groupes de travail mis en place par le SPF Justice. Celui
qui traite de la surpopulation carcérale devait se réunir le 13 octobre.
Pouvez-vous nous dire ce qu'il est ressorti de cette réunion?
Par ailleurs, quelles solutions structurelles envisagez-vous pour
résoudre la question de la surpopulation, indépendamment de
l'accroissement du parc carcéral? Comment comptez-vous assurer
des conditions de vie décentes aux détenus dans l'immédiat car il y a
urgence?
hygiëne en aan intimiteit). De
gezondheidszorg is lacuneus en
patiënten die een psychiatrische
begeleiding nodig hebben, komen
terecht
in
overbevolkte
en
onaangepaste afdelingen.
Het
doel
dat
u
met
uw
gevangenisplan nastreeft, is een
verhoging van de opvangcapaciteit
in de gevangenissen. Hoe staat
het echter met het streven naar
betere detentievoorwaarden? Het
structurele
overbevolkingsprobleem
wordt
geenszins verholpen door een
verhoogde opvangcapaciteit.
Op 1 oktober 2008 stelde u een
kalender van de vergaderingen
van de werkgroepen van de FOD
Justitie voor. De werkgroep die
zich over de overbevolking moet
buigen, moest op 13 oktober
bijeenkomen. Wat waren de
bevindingen van die werkgroep?
10.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, alvorens een
punctueel antwoord te geven wil ik zeggen dat ik de redeneringen niet
goed begrijp.
Eerst en vooral is dit natuurlijk geen probleem dat plots is opgedoken.
Het gaat om een jarenlang aanslepende situatie.
Ten tweede, wat ik werkelijk niet begrijp is dat volgens u, het feit dat
wij de gevangeniscapaciteit zouden verhogen geen antwoord zal
bieden aan het probleem van de overbevolking, maar tegelijk klaagt u
aan dat een aantal gevangenisstraffen zelfs niet kan worden
uitgevoerd omdat de capaciteit onvoldoende is. Ik kan uw logica ter
zake dus niet volgen.
Bovendien is de idee dat meer capaciteit een repressievere houding
veronderstelt, volstrekt onjuist. Immers, het volstaat te kijken naar
onze buurlanden waar soortgelijke inspanningen werden geleverd om
de capaciteit te verhogen, terwijl dit absoluut geen aanleiding gaf tot
een abnormale verhoging van het aantal straffen die moeten worden
uitgevoerd. Trouwens, hoe kan men de conditie van de bestaande
gevangenissen verbeteren als men niet eerst capaciteit creëert
waardoor men verplaatsingen kan doen en bepaalde sites kan
herconditioneren? Dat heeft men in Nederland meteen gedaan. Men
heeft gebouwd, daarna gevangenen overgebracht naar de nieuwe
infrastructuur waarna men is overgegaan tot het herconditioneren van
de oude infrastructuur. Ik begrijp dus niet waarom men fanatiek
weigert om dat in te zien.
Ten slotte, ons land kent een gemiddelde van gedetineerden dat
absoluut niet afwijkt van andere landen. Het is dus geenszins zo dat
uit cijfers zou blijken dat wij per honderdduizend inwoners een
10.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Cette situation s'enlise depuis
plusieurs
années.
Je
ne
comprends pas la logique: on
affirme qu'une augmentation de la
capacité ne résoudrait pas le
problème de la surpopulation, tout
en dénonçant le fait que des
peines ne sont pas exécutées par
manque de place. De plus, une
capacité accrue n'implique pas
forcément une attitude répressive.
N'est-il pas impossible d'améliorer
les conditions de vie dans les
prisons
sans
augmenter
simultanément
la
capacité
pénitentiaire? Les Pays-Bas ont
procédé de la sorte. Pour pouvoir
exécuter la loi Dupont et améliorer
la situation dans les prisons, une
extension s'impose.
En outre, les personnes détenues
en
Belgique
sont
aussi
nombreuses, en moyenne, que
dans d'autres pays. Par contre, il
est exact que 30% sont en
détention préventive. On peut
s'interroger sur ce phénomène,
mais la décision en la matière
appartient aux juges d'instruction.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
sensationeel hoog aantal gedetineerden hebben. Het is wel juist dat
het aandeel van degenen die in voorhechtenis zitten meer dan 30%
bedraagt. Hierover moeten wij ons vragen blijven stellen. De
beslissingen in dat verband liggen zelfs niet bij de minister noch bij het
Openbaar Ministerie, maar zijn uiteraard ook verbonden aan de
bevoegdheid van de onderzoeksrechter.
Eerlijk gezegd, ik kan niet aanvaarden dat de tegenstanders van een
uitbreiding van de capaciteit, omdat zulks voor verschrikkelijke
problemen zou zorgen, tegelijk het probleem van de overbevolking
aanklagen. Het is het ene of het andere. Dat dergelijke redeneringen
nog altijd opgang maken verbaast mij. Het is nochtans duidelijk dat de
capaciteit moet worden opgedreven, ten eerste om de toestand in
onze gevangenissen te verbeteren zodat de wet-Dupont kan worden
uitgevoerd.
Il faut une augmentation de notre capacité pour pouvoir appliquer la
loi Dupont. De plus, cette capacité est nécessaire pour permettre une
exécution des peines crédible. Enfin, elle s'impose pour améliorer les
conditions de travail des fonctionnaires pénitentiaires. Ce sont les
trois raisons qui justifient une augmentation de la capacité.
Je vais à présent répondre aux questions ponctuelles.
Voor de toepassing van de wet-
Dupont moet onze capaciteit
versterkt worden. Die capaciteit is
eveneens
nodig
voor
een
geloofwaardige strafuitvoering en
is ten slotte van essentieel belang
voor de verbetering van de
arbeidsomstandigheden van de
penitentiaire beambten.
Ik geef eerst een stand van zaken voor de recuperatie van de verloren
cellen. In Sint-Gillis en Vorst werd reeds de helft van de
vooropgestelde cellen gerecupereerd. Het overige deel wordt normaal
gezien weer in gebruik genomen tegen het einde van dit jaar. In
Turnhout zijn de werken beëindigd. Dat zal ook het geval zijn voor een
deel te Hoogstraten. De werken voor de recuperatie van de vleugel te
Sint-Gillis starten eind november. De vleugel moet beschikbaar zijn
in 2009. In Leuven zullen de werken starten in 2010 en eindigen
in 2011.
Op de sites in Brussel en Vlaams-Brabant na, is alles op schema.
Voor de Brusselse dossiers wordt nu een extra inspanning geleverd.
Wat de uitbreidingen betreft, zullen wij in dit jaar klaar zijn met een
blok van 60 cellen in Merksplas. In Turnhout starten de werken
eind 2009 en zullen de extra 72 cellen klaar zijn in de helft van 2009.
Het extra celblok, ook met 60 cellen, voor Sint-Gillis is gepland
voor 2010. Ook hier loopt alles volgens schema, met een kleine
vertraging in Brussel, door een aantal specifieke redenen die ook te
maken hebben met de situatie in de Regie. Wij moeten daarvoor een
inspanning doen.
La moitié des cellules ont été
récupérées à Saint-Gilles et
Forest, les autres devant l'être d'ici
la fin de l'année. Les travaux sont
achevés à Turnhout et une partie
est terminée à Hoogstraten. Les
travaux de récupération de l'aile
de Saint-Gilles débuteront fin
novembre 2008 et s'achèveront en
2009. À Louvain, des travaux sont
prévus de 2010 à 2011. Le
calendrier
des
travaux
est
respecté, sauf sur les sites
bruxellois et dans le Brabant
flamand. Un effort supplémentaire
est à présent consenti à Bruxelles.
Un bloc supplémentaire de 60
cellules
sera
disponible
à
Merksplas d'ici la fin de l'année. À
Turnhout, 72 cellules supplé-
mentaires seront aménagées en
2009. Les 60 nouvelles cellules de
Saint-Gilles seront achevées en
2010.
Tous
ces
chantiers
avancent
comme
prévu,
à
l'exception de Bruxelles, où l'on
note un léger retard.
Afin de préparer les négociations concernant le cahier revendicatif
global "prisons", quatre groupes de travail techniques ont été créés:
- groupe de travail 1: matières relatives au personnel;
Er
werden
vier
technische
werkgroepen
in
het
leven
geroepen om het dossier van het
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
- groupe de travail 2: recrutement, sélection, formation;
- groupe de travail 3: pouvoir d'achat;
- groupe de travail 4: bien-être.
Toutes les réunions ont eu lieu, sauf celles du groupe 4, qui étaient
prévues pour le 13 octobre dernier, réunion annulée en raison de la
manifestation des grévistes. Une nouvelle date doit encore être fixée.
Dans le courant du mois prochain, des réunions seront organisées en
fonction des discussions qui ont eu lieu. Je compte faire des
propositions qui formeront la base de la suite de la négociation.
L'administration du SPF Justice (DGEP) n'a pas d'emprise sur l'input
ni sur l'output des personnes incarcérées dans nos établissements.
Cela complique évidemment beaucoup l'organisation de la vie au sein
de nos institutions. Dans le cadre d'une réponse orale, il n'est pas
possible de parcourir en détail les rapports circonstanciés de l'OIP. Il
est exact que la situation de nos établissements n'est pas idéale. Si
tel était le cas, ils n'auraient nul besoin de prévoir un programme tel
que prévu dans le masterplan. C'est notamment parce que les
circonstances de vie ne sont pas satisfaisantes que nous avons lancé
ce programme. Dire que cela n'a rien avancé n'est pas conforme à la
réalité.
Aussi bien au niveau de l'administration centrale que de nos prisons,
des initiatives ont été prises pour garantir le droit des détenus, pour
améliorer les conditions de vie, la sécurité des détenus, le personnel,
etc. Pour de plus amples informations, je me réfère au rapport 2007
de la Direction générale des établissements pénitentiaires, publié en
juin de cette année.
En ce qui concerne la loi de base, une partie de celle-ci est déjà
entrée en vigueur: les principes généraux, les dispositions relatives à
l'ordre, la sécurité, etc.
En ce qui concerne la discipline, les principes de la loi sont déjà
appliqués en grande partie et on envisage de faire enter ce chapitre
en vigueur au courant de l'année 2009.
Deux expériences sont en cours, l'une sur le trajet de détention et
l'autre sur la concertation.
algemene
eisenpakket
'"gevangenissen" voor te bereiden:
materies die verband houden met
personeel; rekrutering, selectie en
opleiding; koopkracht en welzijn.
Alle vergaderingen vonden plaats,
behalve deze van de laatste groep
die voorzien was op 13 oktober
jongstleden, maar die door de
actie van de stakers werd
geannuleerd. Volgende maand
worden
er
vergaderingen
georganiseerd op basis van de
gevoerde besprekingen. Ik wil
voorstellen doen voor verdere
onderhandelingen.
De dienst van de FOD Justitie
(DGPI) heeft geen vat op de input
of de output van de personen die
in
onze inrichtingen worden
opgesloten, wat de organisatie van
het leven daar bemoeilijkt. We
hebben het masterplan ingevoerd
omdat de levensomstandigheden
niet bevredigend zijn. De bewering
dat het een maat voor niets was,
strookt niet met de realiteit.
De centrale administratie en de
gevangenissen hebben initiatieven
genomen om het recht van de
gedetineerden te verzekeren, om
de levensomstandigheden, de
veiligheid van de gedetineerden,
het personeel, enz. te verbeteren.
Ik verwijs naar het verslag van het
DG penitentiaire inrichtingen dat in
juni 2008 werd gepubliceerd voor
meer informatie.
Een deel van de basiswet is al in
werking getreden. Er lopen twee
experimenten: een betreffende het
detentietraject en een betreffende
het overleg.
Wat de werkzaamheden betreft rond het huishoudelijk reglement, het
eerste, algemene deel is klaar. Iedereen is momenteel zijn eigen deel
aan het opstellen en de dwangmiddelen zijn ver gevorderd.
Ook op het vlak van het personeelsbeleid zijn grote inspanningen
geleverd. Het bewakenings- en technisch kader is voor meer dan
95 procent opgevuld met soms een piek tot 99 procent. De maximale
bezetting van het personeel draagt ook bij tot het verbeteren van de
levensomstandigheden in de inrichtingen.
La première partie du règlement
d'ordre intérieur, qui a une portée
générale, est prête. Chacun
s'attache pour l'instant à élaborer
sa propre partie.
D'importants efforts ont été fournis
sur le plan de la politique du
personnel aussi. Les postes
prévus au cadre technique et de
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
surveillance sont pourvus à raison
de plus de 95%, ce qui contribue à
l'amélioration des conditions de vie
dans les établissements.
10.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ik dank de minister voor
zijn antwoord.
10.05 Valérie Déom (PS): Merci, monsieur le ministre, pour votre
réponse.
Vous m'avez sans doute mal comprise. Dans mon intervention, je n'ai
nullement affirmé qu'on excluait toute augmentation de la capacité
carcérale et que ce n'était absolument pas la solution. Mon propos
était de dire que ce n'était sans doute pas la seule solution. Donc, à
côté de ce plan d'augmentation du nombre de places en prison, que
peut-on également proposer? Et à cet égard, je n'entends
malheureusement pas grand-chose.
Vous avancez un chiffre pour le moins interpellant: 30% de détentions
préventives. Et vous dites ne pas avoir la capacité d'intervenir. Les
dérives au niveau de la détention préventive ont déjà été soulignées à
de multiples reprises. On pourrait peut-être se pencher sur cette
problématique, en envisageant un développement des peines
alternatives ou du recours au bracelet électronique.
Chez nos voisins, par exemple, le développement du parc carcéral n'a
pas provoqué une augmentation des peines à purger. Il y a lieu de
distinguer l'augmentation du nombre de places et l'augmentation du
nombre de détenus.
Je n'ai rien entendu non plus au sujet de l'accompagnement psycho-
médico-social des détenus en vue de leur réinsertion.
Je répète une fois encore que nous ne sommes absolument pas
opposés à une augmentation du parc carcéral; nous ne versons pas
dans le protectionnisme à cet égard, mais nous estimons qu'il faut un
équilibre entre l'augmentation du parc, d'une part, et l'organisation
d'un accompagnement des détenus, d'autre part, en termes de
réinsertion, de réflexion sur la détention préventive et sur les peines
alternatives.
De manière concomitante, on a aussi constaté récemment une
augmentation du nombre de suicides dans les prisons depuis le début
de l'année 2008. Nous en avons déjà connu, à ce jour, le même
nombre que pour l'entièreté de l'année 2007. Cette augmentation
pourrait être la conséquence de ce que dénonce le rapport de
l'Observatoire international.
Parmi ces suicides ou tentatives de suicides, peut-on répertorier ceux
qui ont été commis par des personnes en détention préventive et
ceux qui purgeaient une peine effective? Je pense qu'il y a eu deux
tentatives de suicide de personnes en détention préventive chez
nous. Si ce chiffre s'avérait, cela signifierait que nous avons un gros
problème en termes de conditions de cette détention préventive, car
je rappelle que ces personnes sont toujours présumées innocentes.
Si vous connaissez ces chiffres, j'aimerais que vous me les
communiquiez.
10.05 Valérie Déom (PS): Ik heb
niet gezegd dat de verhoging van
de
capaciteit
van
de
gevangenissen niets zou uithalen.
Het is echter niet de enige
oplossing. Wat stelt u voor,
afgezien van een verhoging van
het
aantal
plaatsen
in
de
gevangenissen?
U zegt dat 30 procent in voorlopige
hechtenis zit, en toch zegt u dat u
niet kan ingrijpen. Men zou zich
over deze problematiek kunnen
buigen, en het uitbouwen van
alternatieve
straffen
of
een
uitbreiding van het systeem van
het elektronisch toezicht kunnen
overwegen. In onze buurlanden
leidde een uitbreiding van het
aantal
plaatsen
in
de
strafinrichtingen niet tot een
toename van het aantal straffen.
Er moet een onderscheid worden
gemaakt tussen de verhoging van
het aantal plaatsen en de toename
van het aantal gedetineerden. Ik
heb evenmin iets gehoord over de
begeleiding van de gedetineerden
op psychisch, medisch en sociaal
vlak.
Sinds het begin van 2008 stelt
men ook een toename van het
aantal
zelfmoorden
in
de
gevangenissen vast. Dat zou
toegeschreven kunnen worden
aan de tekortkomingen die in het
verslag van het "Observatoire
International" aan de kaak worden
gesteld.
Hoeveel van die zelfmoorden of
zelfmoordpogingen
werden
er
gepleegd of ondernomen door
personen in voorlopige hechtenis
en door gedetineerden die een
feitelijke straf uitzitten? Als u over
die cijfers beschikt, zou ik ze
graag ontvangen.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
10.06 Jo Vandeurzen, ministre: (...)
La présidente: Ces informations vous seront donc communiquées.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le conseil d'une juge de paix de Namur concernant l'argent des personnes sous
administration provisoire" (n° 7809)</b>
11 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het advies van een vrederechter van Namen met betrekking tot het
geld van de personen onder voorlopig bewind" (nr. 7809)
11.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la presse a fait écho d'une décision prise par une juge de
paix de Namur, qui aurait recommandé dans le cadre de la crise
bancaire, via une courrier écrit, aux avocats administrateurs
provisoires de retirer l'argent des comptes bancaires des personnes
administrées pour le placer dans des coffres. Cela ne s'invente pas!
C'est une recommandation qui vaut ce qu'elle vaut. Elle peut même
peut-être être considérée comme une forme de prudence.
Cependant, elle ne me semble pas être des plus judicieuses d'un
point de vue civique.
Mon intention n'est nullement de viser un juge en particulier. C'est
plutôt le mécanisme qui m'intéresse.
Monsieur le ministre mes questions sont les suivantes:
1. Avez-vous eu connaissance de cette démarche? S'agit-il ou non
d'un un cas isolé?
2. Dans le cadre de la gestion, pourrait-on considérer qu'une faute
aurait été commise par un avocat qui n'aurait pas pris une telle
mesure au détriment d'un civisme selon lequel placer de l'argent dans
un coffre ou le laisser sur un compte ne change pas grand-chose. En
effet, si un jour, des scellés doivent être posés sur la banque, les
coffres seront scellés en même temps que les comptes, si je puis
m'exprimer ainsi.
3. Avez-vous émis certaines recommandations particulières?
Monsieur le ministre, l'objet de ma question est de savoir comment
réagir dans un tel cas, en espérant que cela ne se reproduise plus.
11.01 Jean-Luc Crucke (MR): In
de context van de bankcrisis zou
een vrederechter aan voorlopige
bewindvoerders
hebben
aanbevolen
om
de
bankrekeningen van beschermde
personen leeg te halen en het geld
in kluizen te stoppen. Die
aanbeveling is geen verstandig
burgergedrag.
Gaat het om een alleenstaand
geval? Zou men, indien een
advocaat dergelijke maatregel niet
had uitgevoerd in het kader van
het bewind, kunnen spreken van
een fout zijnentwege? Ik voeg
daaraan toe dat bij verzegeling
van een bank de kluizen ook
verzegeld zullen worden!
Hebt u hierover aanbevelingen
uitgevaardigd? Hoe moet in zo'n
geval gereageerd worden?
11.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, vous vous interrogez sur le bien-fondé d'une
recommandation qu'un juge de paix aurait faite à des administrateurs
provisoires. Par cette recommandation, elle leur aurait conseillé de
retirer l'argent des comptes bancaires des personnes administrées.
(...) de tels conseils peuvent mettre en péril notre système financier et
bancaire.
La presse a, en effet, relaté ce fait tout en reconnaissant la nécessité
que tout citoyen respecte les vertus civiques. Comme vous l'avez
signalé, l'indépendance de la magistrature interdit au ministre de la
Justice tout pouvoir d'injonction à l'égard d'un magistrat du siège.
11.02 Minister Jo Vandeurzen:
De feiten die u aanhaalt zijn van
dien aard dat ze ons financieel
stelsel en ons bankwezen in
gevaar
brengen,
maar
de
onafhankelijkheid
van
de
magistraat ontneemt de minister
van Justitie elke macht om
bevelen op te leggen aan een
zittende magistraat. Ik heb geen
kennis gekregen van voorlopige
bewindvoerders die dit soort
aanbeveling
zouden
hebben
uitgevoerd.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Jusqu'à présent, je n'ai pas encore été informé du fait que des
administrateurs provisoires auraient exécuté ce genre de
recommandation.
Par ailleurs, vous savez très bien que la priorité de la politique du
gouvernement fédéral est de protéger les épargnants. Et selon moi,
jusqu'à ce jour, cette stratégie s'est révélée être un succès.
De beleidsprioriteit van de federale
regering is daarenboven om de
spaarders te beschermen en die
strategie heeft tot op heden
vruchten afgeworpen.
11.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre dont la réponse a le mérite d'être claire. Elle permettra
d'éviter que d'autres épisodes de ce genre puissent se reproduire.
11.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Het duidelijke antwoord van de
minister zal voorkomen dat dit
soort incidenten zich opnieuw
voordoet.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les conséquences de la présence de dancings et mégadancings dans le Hainaut
occidental" (n° 7853)</b>
12 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de gevolgen van de aanwezigheid van dancings en megadancings
in West-Henegouwen" (nr. 7853)
12.01 Jean-Luc Crucke (MR): Ce n'est pas la première fois que
nous évoquons la présence des dancings et mégadancings sur le
territoire du Hainaut occidental. Je l'ai fait également avec le ministre
de l'Intérieur Dewael. Je m'empresse de dire que les autorités, tant de
justice que policières sur le terrain, font un travail remarquable et
qu'ils sont réellement conscients de la difficulté et de la complexité de
cette problématique. Il n'empêche que, semaine après semaine, en
ouvrant le journal le lundi matin, systématiquement on découvre des
épisodes dramatiques. Je ne vais pas vous faire la litanie d'une
lecture de journal de mi-octobre, mais une fois de plus, lors d'une
opération à Bernissart-Péruwelz, - c'est incroyable - sur
68 automobilistes contrôlés, 21 conduisaient sous l'emprise de l'alcool
et de la drogue. On a, en plus, trouvé des battes de base-ball, je
passe toutes les catégories de drogues, des armes prohibées,... On
vit dans un monde qui n'est plus un monde réel, il n'est même plus
virtuel; c'est un monde où la délinquance est à ce point dangereuse
qu'elle peut affecter n'importe qui se trouvant sur le trottoir, en
conscience et simplement de bonne foi.
Je lisais dans le "Morgen" de ce matin qu'une opération avait réussi
près d'Anvers, avec les autorités hollandaises, où le parquet fédéral
était intervenu. Je ne remets pas en cause le travail fait sur le terrain,
qui est vraiment bien fait, notamment le procureur du Roi de Tournai
qui met les moyens quand il peut le faire. Mais je me demande si on
ne doit pas aller au-delà et si le parquet fédéral ne devrait pas prendre
cette problématique dans son escarcelle également, en collaboration
avec le procureur du Roi.
Deuxièmement, n'y a-t-il pas d'autres décisions à prendre pour mettre
fin à ce que je ne peux appeler autrement qu'une délinquance?
Troisièmement, a-t-on pu conscientiser les patrons de ces
mégadancings? Je peux comprendre qu'ils veuillent faire de l'argent,
mais pas qu'ils en fassent au détriment de jeunes (et de moins
12.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Het is niet de eerste keer dat wij
ons buigen over de overlast die
veroorzaakt
wordt
door
de
aanwezigheid van dancings en
megadancings op het grondgebied
van West-Henegouwen. Eens te
meer moest na een actie in
Bernissart-Peruwelz
vastgesteld
worden dat 21 van de 68
gecontroleerde
automobilisten
onder invloed van alcohol of drugs
waren. Het is een delinquente
wereld!
Zou het federaal parket deze
problematiek niet naar zich toe
moeten trekken, in samenwerking
met de procureur des Konings?
Kunnen
er
geen
andere
beslissingen worden genomen om
aan die delinquentie paal en perk
te stellen?
Heeft men de zaakvoerders of
eigenaars van die megadancings
kunnen sensibiliseren? Is er
overleg tussen de Gemeen-
schappen en de Gewesten?
Preventie behoort niet tot de
bevoegdheid van de minister van
Justitie.
Werden
er
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
jeunes) qui sont souvent les plus faibles, où la fatigue se mêle à
l'alcool et à la drogue et finissent par vivre dans un monde irréel?
Quatrièmement, y a-t-il une concertation entre les Communautés et
les Régions? Le ministre de la Justice est compétent pour certaines
matières mais pas pour le volet prévention. Y a-t-il des collaborations
mises en place, et qui fonctionnent ou pas?
Enfin, je vous redemande, et je ne le fais pas à titre personnel, de
venir voir sur place, à la fois pour donner un signal à la population qui
prendrait plus encore conscience du phénomène, mais surtout
encouragerait ceux qui font le travail sur le terrain et qui essayent de
limiter la casse.
Votre présence serait un plus et montrerait à tous ceux qui tentent de
lutter dans ce domaine qu'ils ne le font pas vainement.
samenwerkingsverbanden
opgezet?
Kunt u niet eens een bezoek
brengen aan de regio om de
bevolking een signaal geven en
om degenen die op het terrein het
werk verrichten en die proberen de
schade te beperken, een hart
onder de riem te steken?
12.02 Jo Vandeurzen, ministre: Je souhaiterais avant tout souligner
que le 1
er
octobre dernier, j'ai répondu à une question. Je sais que ce
qui se passe sur le terrain inquiète les députés, et certainement vous,
monsieur Crucke, qui m'avez déjà interpellé à plusieurs reprises à ce
propos.
La majorité des points de votre question se trouvent dans cette
réponse. Des explications détaillées sont données sur les mesures
qui ont été prises pour faire face à ce phénomène tant au niveau local
qu'au niveau national.
Je connais depuis longtemps la problématique des mégadancings
dans la région du Hainaut occidental. J'y prête une attention
particulière. Je vous confirme que je me rendrai sur place. Je
confirme également que, selon moi, le procureur du Roi effectue un
travail remarquable.
Pour ces motifs, j'avais prévu en juin dernier de me rendre sur place
afin d'examiner la situation. Les dispositions nécessaires avaient été
prises mais l'actualité a empêche cette visite au dernier moment. Dès
que mon agenda le permettra, j'organiserai un nouveau rendez-vous.
Pour répondre spécifiquement aux trois derniers points de la question,
je précise ce qui suit. Les exploitants sont sensibilisés à des titres
divers. Avant la réforme, une équipe de gendarmes spécialisés
travaillait à l'intérieur des établissements. Ceci nécessitait une
collaboration minimale des commerçants. Cette façon de travailler a
eu des résultats certains même si certains pensaient que nous étions
parfois instrumentalisés par les gérants. Ce service spécial disposait
d'une dotation spéciale pour ces heures nocturnes et dominicales.
La réforme des polices et notre souhait d'obtenir une législation qui
réglementerait sur le plan national les heures d'ouverture des
discothèques ont quelque peu malmené cette collaboration.
Actuellement, les rapports de collaboration sont très variés selon les
établissements. Pour certains, la collaboration est loyale; pour
d'autres, ce n'est pas le cas.
Il n'y a pas de coopération entre les autorités fédérales et
communautaires et les patrons. Des bourgmestres tentent de peser
par des règlements communaux, des accords et la délivrance de
12.02 Minister Jo Vandeurzen:
Op 1 oktober jongstleden heb ik
zeer uitvoerig geantwoord op een
gelijksoortige vraag die in de
Kamercommissie werd gesteld.
De problematiek omtrent de
megadancings in de regio West-
Henegouwen is mij welbekend. Ik
bevestig u dat ik ter plaatse de
situatie zal gaan onderzoeken, en
onderstreep dat de procureur des
Konings knap werk levert.
De
exploitanten
worden
op
verschillende fronten gesensibi-
liseerd. Vóór de hervorming
werkte
er
een
team
van
gespecialiseerde rijkswachters in
de dancings zelf. De samen-
werking met de handelaren was
minimaal.
De politiehervorming en onze
wens om een nationale wetgeving
uit te werken teneinde de
openingsuren van discotheken te
regelen, hebben die samen-
werking enigszins vertroebeld.
Er is geen samenwerking tussen
de
federale
instanties,
de
Gemeenschappen
en
de
werkgevers.
Een
aantal
burgemeesters
trachten
via
gemeentelijke verordeningen te
bewerkstelligen dat er rekening
gehouden moet worden met
akkoorden en de uitreiking van
exploitatievergunningen.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
permis d'exploitation.
Le plan d'action intégrée des polices fédérale et zonales a déjà
récolté, depuis un an, de beaux succès, mais il reste encore
beaucoup de pain sur la planche. Ce plan a ses contraintes
budgétaires qui limitent les opérations et il y a des difficultés à trouver
les capacités policières suffisantes au niveau local.
À propos des résultats observés hier à Turnhout, comme je l'ai
expliqué hier matin, dans ma note de politique générale, vous pouvez
attendre un plan national du ministère public qui concrétisera la lutte
quant à ce phénomène dans tout le pays. C'est une partie de la
réponse du ministère public aux priorités décidées par le
gouvernement dans le plan national de sécurité.
Pourquoi le parquet fédéral est-il intervenu à ce moment? C'était la
question d'avoir une coopération internationale, avec les Pays-Bas en
l'occurrence, où le parquet fédéral maintient un contact, un accord ou
une façon de travailler ensemble qui s'appelle "fedland" avec le
"landelijke parket" aux Pays-Bas.
À l'occasion d'une visite, nous chercherons à savoir si le soutien du
parquet fédéral, en cas de besoin, est possible ou opportun. Cela
mérite d'être étudié. Je me renseignerai auprès du procureur fédéral
si cela en vaut la peine et permet d'obtenir des résultats importants.
Afin de bien comprendre les priorités de ma politique, l'important hier
était non seulement d'essayer de découvrir des plantations de
cannabis, mais surtout de chercher au sommet des filières pour en
connaître les responsables, ainsi que l'aboutissement des capitaux.
C'est un élément important de notre approche. Là-bas, il s'agit d'un
autre phénomène que celui des mégadancings chez vous.
Het geïntegreerd actieplan van de
federale politie en de politiezones
levert al een jaar lang prima
resultaten op, maar het heeft zijn
budgettaire beperkingen.
Het openbaar ministerie zal een
nationaal plan opstellen, dat de
aanpak van dit fenomeen in heel
het land concreet vorm zal geven.
Naar aanleiding van een bezoek
zullen we trachten uit te maken of
de steun van het federaal parket
mogelijk of wenselijk is. Ik zal
informatie
inwinnen
bij
de
procureur-generaal.
Het is zaak de verantwoordelijken
en de bestemming van het geld op
het hoogste niveau van de
netwerken op te sporen. Dat is
een belangrijk aspect van onze
aanpak.
12.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse. J'avais connaissance de la réponse à la
question du 1
er
octobre, mais les faits dont je viens de parler datent du
15 octobre. Ainsi, les faits sont continus: pas une semaine ne se
passe sans que nous ne soyons confrontés à cette problématique.
Monsieur le ministre, vous avez à raison évoqué Cabu qui a été
remplacé partiellement par un effort des zones de police locales qui
détachent des hommes vers un Cabu bis, si je puis m'exprimer ainsi.
Je vous remercie de confirmer que vous vous rendrez sur place. C'est
une aide qui sera extrêmement perceptible non seulement pour
l'opinion publique, mais aussi pour ceux qui effectuent ce travail sur le
terrain et pourraient être découragés.
Par rapport au parquet fédéral, je vous remercie aussi pour l'attention
évoquée. Sincèrement, je pense qu'il y a des comparaisons entre les
deux: nos mégadancings se situent à quelques kilomètres de la
France. C'est ainsi que 75% de leur clientèle est française.
S'il n'existe pas une collaboration avec la France, les interventions se
feront toujours a posteriori, alors que c'est vraiment a priori qu'elles
devraient être menées.
Enfin, monsieur le ministre, vous m'avez confirmé qu'il n'y avait pas
12.03 Jean-Luc Crucke (MR):
Wat het federaal parket betreft,
dank ik u voor de aandacht die
aan deze kwestie besteed wordt.
Onze megadancings bevinden
zich op enkele kilometers van de
Franse grens! 75 procent van hun
clientèle komt uit Frankrijk.
Als er geen samenwerking is met
Frankrijk, zullen de interventies
altijd achteraf plaatsvinden, terwijl
er eigenlijk vooraf zou moeten
worden opgetreden. U heeft
bevestigd
dat
er
niet
samengewerkt wordt met de
Gemeenschappen. Op dat niveau
moet er veldwerk worden verricht.
De federale Staat kan niet alles
doen. Het zou interessant zijn in
dat verband een vergadering te
beleggen. Ik zal u hierover blijven
ondervragen.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
de collaboration avec les autorités communautaires. À ce niveau-là
aussi, il faut réaliser un travail de terrain car elles sont également
responsables. La prévention est aussi importante. L'État fédéral ne
peut pas tout faire. Il serait dès lors intéressant de convoquer une
réunion en la matière.
Monsieur le ministre, je suis désolé de devoir vous dire que je
continuerai à vous questionner sur le sujet mais c'est une question qui
nécessite absolument un suivi.
12.04 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur Crucke, vous avez raison!
Je partage également votre souci en la matière.
12.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik
deel uw bezorgdheid in dit dossier.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les rapts parentaux" (n° 7855)</b>
13 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de ontvoeringen door ouders" (nr. 7855)
13.01 Jean-Luc Crucke (MR): Nous avons évoqué ensemble la
question du point de contact fédéral le 6 mai 2008 et je vous disais
toute mon inquiétude à l'égard du fonctionnement de celui-ci.
Vous avez eu à l'époque une réponse rassurante disant
qu'effectivement il y avait des formes de carence et vous ne les avez
pas contestées en disant que des mesures seraient prises pour
améliorer la situation.
Or, j'ai cru comprendre que le 13 octobre dernier l'ASBL "SOS rapt
parentaux" a manifesté devant votre cabinet considérant que la
situation ne s'arrangeait pas avec l'opération qu'elle a appelée
"changement de vitesse".
J'étais un peu étonné par rapport à la réponse que vous m'avez
donnée. Est-ce que réellement il y a des carences qui sont
persistantes? Pourquoi cette situation ne s'améliore-t-elle pas?
Quelles sont les mesures qu'il faut réellement prendre pour qu'on
puisse avoir de l'efficacité? Est-ce qu'il n'est pas urgent de définir le
rôle des uns et des autres en la matière et d'avoir un calendrier
précis?
Une fois de plus, derrière ces dossiers il y a des drames humains. Je
peux comprendre que les parents exigent des résultats. On touche là
à quelque chose de profondément humain. L'éloignement d'un enfant,
le fait qu'il ne revienne pas, on appelle cela un rapt et donc je pense
qu'il faut en faire une question d'urgence. J'aimerais que ce point de
contact fédéral puisse fonctionner de manière plus opportune.
13.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 6 mei 2008 heb ik mijn
bezorgdheid over de werking van
het federaal contactpunt geuit.
U
heeft
maatregelen
aangekondigd.
Op 13 oktober jongstleden is de
vzw SOS rapts parentaux evenwel
voor uw kabinet komen betogen,
omdat de situatie maar niet
verbetert.
Schiet dat contactpunt nog steeds
tekort? Waarom verbetert die
situatie niet? Welke maatregelen
moeten er genomen worden?
Moet er niet dringend worden
bepaald welke rol eenieder moet
spelen en een precies tijdpad
worden vastgelegd?
Achter
die
dossiers
gaan
menselijke drama's schuil. Er
moeten dringend maatregelen
worden genomen.
13.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, lorsque votre
question a été posée, l'action menée par l'ASBL " SOS rapts
parentaux " n'avait pas encore eu lieu. Elle s'est déroulée le
15 octobre 2008 devant le SPF Justice. Mon porte-parole, M. Debocq
et Mme Paul, chef du service SPF Justice ont rencontré les parents
présents et m'ont transmis leurs messages et revendications.
Je suis tout à fait conscient de la détresse dans laquelle se trouvent
13.02 Minister Jo Vandeurzen:
Toen u uw vraag indiende, had de
actie van de vzw SOS Rapts
Parentaux
nog
niet
plaatsgevonden. Die betoging had
immers op 15 oktober 2008 plaats.
Ik zal de vzw binnenkort een
antwoord bezorgen.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
ces parents et de la difficulté qui existe pour comprendre le rôle de
chaque institution amenée à travailler dans ce domaine. Je m'attache
à réserver une réponse à leur manifestation. Celle-ci leur parviendra
prochainement.
La question posée aujourd'hui centre son attention sur le SPF Justice.
Le SPF Justice a pour la Belgique été désigné comme autorité
centrale chargée de satisfaire aux obligations qui sont imposées par
la Convention de Luxembourg du 20 mai 1980, la Convention de la
Haye du 25 octobre 1980 et le Règlement dit Bruxelles 2bis, c'est-à-
dire l'article 1322terdecies du Code judiciaire.
L'autorité centrale doit remplir des missions d'ordre général et
individuelles.
Sur le plan général, l'autorité centrale doit communiquer des
informations sur les législations et les procédures nationales. Elle
veille à améliorer l'application de règlements européens et à renforcer
la coopération entre les autorités et avec les autorités centrales
étrangères.
Afin de coordonner les actions sur le plan national, un protocole
d'accord a été signé le 26 avril 2007 entre les différents organes
concernés par cette problématique: le SPF Justice, le SPF Affaires
étrangères, autorités judiciaires et child focus. Aucune problématique
particulière ne m'a été signalée sur ce point.
Depuis 2006, des magistrats de référence ont été désignés au sein du
parquet de chaque cour d'appel. Cette collaboration plus étroite peut
dès lors exister entre l'autorité centrale belge et les autorités
judiciaires.
J'ai constaté qu'une des principales difficultés de traitement de ces
dossiers semble résider dans la rapidité avec laquelle les décisions
judiciaires doivent être prises et exécutées.
J'ai dès lors pris la décision d'examiner avec les procureurs généraux
la possibilité de renforcer l'action du ministère public sur ce point pour
que les procédures nécessaires soient engagées de manière rapide,
coordonnée et cohérente dans l'intérêt des enfants et de leurs
parents.
En outre, il a également été décidé d'entreprendre avec le secrétaire
d'État à la Politique des familles un état des lieux des bonnes
pratiques existant tant en Belgique que dans les États membres de
l'Union européenne et ce dans le cadre du projet Alliance pour les
familles.
Nous pouvons ainsi envisager les modifications législatives
nécessaires à l'amélioration de la situation actuelle.
Enfin, un groupe de travail sera créé prochainement pour analyser les
données statistiques existantes en vue de faciliter l'analyse des
besoins en la matière. Ces trois initiatives sont susceptibles
d'améliorer la situation actuelle sur le plan général.
Dans les cas individuels, l'autorité centrale a un rôle légal limité. Elle
De FOD Justitie werd aangewezen
als centrale autoriteit, teneinde te
voldoen
aan
de
bij
de
internationale
overeenkomsten
opgelegde verplichtingen.
In het algemeen moet de centrale
autoriteit
ijveren
voor
de
verbetering van de wetgeving en
van de samenwerking tussen de
autoriteiten onderling en met de
buitenlandse centrale autoriteiten.
Ten einde de acties op het
nationale niveau te coördineren
ondertekenden de onderscheiden
bevoegde organen op 26 april
2007 een protocolakkoord.
Sinds 2006 werden er bij elk hof
van beroep referentiemagistraten
aangewezen, en kan er dus
nauwer worden samengewerkt
tussen de Belgische centrale
autoriteit en de gerechtelijke
autoriteiten.
De
snelheid
waarmee
de
rechterlijke beslissingen moeten
worden genomen én uitgevoerd
blijkt een van de knelpunten.
Daarom besliste ik met de
procureurs-generaal na te gaan of
het openbaar ministerie in dat
verband
toegankelijker
kan
worden gemaakt.
Bovendien werd beslist samen
met de staatssecretaris voor
Gezinsbeleid een stand van zaken
inzake de good practices op te
maken.
Ten slotte zal er binnenkort een
werkgroep worden opgericht met
het oog op de analyse van de
bestaande statistische gegevens.
Die
drie
initiatieven
zouden
mogelijk tot een verbetering van
de huidige algemene situatie
kunnen leiden.
In de individuele gevallen is de rol
van de centrale overheid beperkt
tot het beheer van de gegevens,
het vergemakkelijken van de
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
est chargée de recueillir et d'échanger les informations relatives à une
situation donnée, de fournir aux parents information et assistance à
ceux qui demandent des renseignements sur l'exécution d'une
décision judiciaire et de faciliter les communications entre les
autorités judiciaires ou la conclusion d'accords entre les titulaires de la
responsabilité parentale.
Ce n'est cependant pas une autorité judiciaire. Les autorités
judiciaires sont seules compétentes pour prendre, dans chaque pays
concerné, les décisions judiciaires adéquates.
Les instruments nationaux, européens et internationaux imposent le
respect des procédures spécifiques, qui peuvent paraître inadaptées
aux yeux des parents, mais qui, en étant respectées, aboutissent par
ailleurs dans la majeure partie des cas à une résolution positive de la
situation.
Pour aider l'autorité centrale belge à remplir ses missions dans les
dossiers individuels, un point de contact fédéral a été créé le
1
er
janvier 2005 et est destiné à assister les parents, victimes du rapt
de leurs enfants ou craignant un rapt, par la centralisation et la
diffusion de l'information de première ligne, l'orientation vers d'autres
instances compétentes. Il peut par ailleurs fournir une assistance
psychologique ainsi que, sous certaines conditions, une assistance
financière pour le retour d'enfants ou l'exercice d'un droit de visite
transfrontière.
Ce service est joignable par téléphone et possède une adresse e-mail
spécifique. Une permanence téléphonique est en outre mise en place
et permet de joindre un agent 24 heures sur 24, afin de donner une
première réponse à l'appelant.
Ce service est sollicité de façon quotidienne et travaille beaucoup. En
effet, de nombreux enfants illicitement déplacés par l'un des parents
vers l'étranger ont déjà pu regagner la Belgique et l'organisation de
droits aux relations parentales transfrontières a pu être réalisée dans
de nombreux cas grâce à l'intervention de l'autorité centrale belge.
Le SPF Justice a également édité, en 2006, en collaboration avec le
SPF Affaires étrangères et Child Focus un dépliant d'information sur
cette problématique. Ce dépliant est également disponible sur le site
du SPF Justice.
Cette brochure fait l'objet d'une évaluation pour répondre de manière
encore plus adéquate aux questions pratiques et juridiques des
parents.
En outre, le SPF Justice a organisé des réunions avec les parents
destinées à mieux cerner leurs difficultés. La dernière a eu lieu le
28 avril 2008: quelque 24 familles vivant cette situation ont répondu à
cette invitation. L'ASBL "SOS rapts parentaux" ne semble
malheureusement pas y avoir participé. Y ont été abordées les
questions relatives à l'importance du contact humain nécessaire au
traitement de certains dossiers, la nécessité de travailler à la
prévention et au retour des enfants. Le souhait d'engager des
médiations plutôt que de longues et coûteuses procédures judiciaires
a été également abordé.
communicatie
tussen
de
gerechtelijke autoriteiten en het
sluiten van akkoorden tussen de
personen
die
de
ouderlijke
verantwoordelijkheid dragen.
De wettelijke instrumenten leggen
de naleving op van specifieke
procedures, die in de ogen van de
ouders
onaangepast
kunnen
lijken, maar die in de meeste
gevallen leiden tot een positieve
oplossing voor het probleem.
Om
de
Belgische
centrale
overheid te helpen bij de uitvoering
van haar taken in individuele
dossiers werd er een federaal
contactpunt
opgericht
ter
ondersteuning van de ouders.
Die dienst is de klok rond
telefonisch bereikbaar en heeft
een eigen e-mailadres.
Er wordt vaak een beroep gedaan
op die dienst, die goed werk levert.
De FOD Justitie heeft in 2006, in
samenwerking met de FOD
Buitenlandse Zaken en Child
Focus, een informatiebrochure
over die problematiek uitgegeven.
De
FOD
Justitie
heeft
verschillende
vergaderingen
belegd met de ouders om een
beter inzicht te krijgen in hun
moeilijkheden. Blijkbaar was de
vzw SOS Rapts Parentaux hier
jammer genoeg niet bij aanwezig.
De FOD Justitie is voortdurend
bezig zijn werking te verbeteren,
maar moet binnen het bestek van
het nationale en internationale
recht handelen.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Comme vous pouvez le constater, le SPF Justice travaille
continuellement à l'amélioration de son fonctionnement. Il tente
d'adopter une attitude proactive guidée par le souci constant de
donner une réponse humaine et juridique la plus rapide possible aux
parents et aux enfants qui font appel à lui. Cependant, comme je l'ai
déjà mentionné, il ne peut agir qu'en respectant les limites qui lui sont
imposées par le droit national comme par le droit international.
13.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse qui mérite d'être relue avec attention. Je suis conscient que
l'État ne peut pas tout faire et que les procédures peuvent se révéler
extrêmement lourdes et provoquer l'incompréhension chez les
parents. Si je me suis permis de revenir sur cette question, ce n'est
pas seulement en raison de l'annonce de cette manifestation par les
parents de l'ASBL que j'ai évoquée. Je vous invite à faire relire par
votre administration un article très récent du "Juristenkrant" intitulé
"België te laks bij international kindontvoeringen". Malgré tout, je
continue à penser qu'il y a un problème avec le point de contact
fédéral. Je suis conscient que vous voulez y être attentif. Il faut l'être
car chaque fois qu'on y résout un problème, on rend les gens plus
heureux et on leur permet de respecter le droit.
13.03 Jean-Luc Crucke (MR):
De procedures kunnen uiterst log
lijken, wat op onbegrip kan stuiten
bij de ouders. Ik raad u echter aan
om uw administratie een heel
interessant artikel te laten lezen
dat
in
de
"Juristenkrant"
verschenen is, met als titel "België
te
laks
bij
internationale
kindontvoeringen". Ik blijf erbij dat
er iets schort aan het federale
contactpunt.
13.04 Jo Vandeurzen, ministre: Cela n'apparaît sans doute pas
toujours dans les médias mais ces derniers mois, grâce aux efforts et
à la coopération de beaucoup de gens, nous avons résolu des
dossiers très délicats. Il y a certainement encore des choses à
améliorer mais on ne peut pas prétendre que des efforts ne sont pas
accomplis.
13.04 Minister Jo Vandeurzen:
De laatste maanden hebben we
een aantal zeer netelige dossiers
opgelost. Sommige aspecten zijn
zeker
nog
vatbaar
voor
verbetering, maar niemand mag
beweren dat er geen inspanningen
worden geleverd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les résultats de l'enquête COWAT" (n° 7910)</b>
14 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten van het COWAT-onderzoek" (nr. 7910)
14.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, on a beaucoup parlé de stupéfiants aujourd'hui. Je n'ai
jamais testé ce genre de choses, je ne tiens pas à le faire, mais j'ai
souvent vu les dégâts que cela peut faire sur le genre humain, c'est
peut-être ce qui m'y rend attentif.
J'ai pris connaissance d'une recherche scientifique menée à la
demande de l'État belge par les universités d'Anvers et de Liège, sur
une période de deux ans, appelée COWAT (cocaïne ­ water) et qui
vise à analyser le taux de pénétration de cocaïne dans l'ensemble des
cours d'eaux et des stations d'épuration. Je trouve que c'est un
procédé assez intéressant car il va peut-être au-delà des statistiques
habituelles.
Avez-vous connaissance de cette étude? Quels en sont les résultats?
Amènent-ils à considérer que certains endroits sont plus touchés que
d'autres par cette consommation de cocaïne? Quelles conclusions
peut-on tirer d'une telle étude? Quelles suites lui ont-elles été
réservées?
14.01 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
heb kennisgenomen van een
wetenschappelijke
studie
die
verricht werd in opdracht van de
Belgische Staat. Het COWAT-
onderzoek
strekt
ertoe
de
penetratiegraad van cocaïne in
alle waterlopen en rioolwater-
zuiveringsinstallaties
te
analyseren. Bent u op de hoogte
van die studie? Wat zijn de
resultaten ervan? Blijkt uit die
resultaten dat er op sommige
plaatsen meer verontreiniging is
dan op andere? Heeft men het
onderzoek in verband met cocaïne
aan de hand daarvan kunnen
verbeteren?
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
A-t-on communiqué les résultats aux administrations de l'Intérieur et
de la Santé publique?
Cela a-t-il permis d'améliorer les recherches en matière de cocaïne?
Peut-on disposer des chiffres de présence de cocaïne par
arrondissement?
Depuis que j'ai rédigé la question, j'ai eu une conversation
téléphonique avec un des scientifiques qui a collaboré à cette
recherche. Pour revenir au Hainaut occidental, dont nous parlions tout
à l'heure, il m'a dit que ma région, le pays des Collines, était une des
régions les plus touchées par la cocaïne dans les recherches
entreprises. On peut peut-être tirer d'autres conclusions de cela en
fonction d'autres problématiques.
14.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, je savais qu'il y avait
un lien entre nous car la région de Genk est également assez
concernée.
La recherche de cocaïne et de métabolites dans les eaux de surface
et les eaux de stations d'épuration en Belgique (COWAT) fait partie
de la cinquième part de recherches financées par la Politique
scientifique fédérale et est le fruit d'une collaboration entre les
universités d'Anvers et de Liège. La recherche a été annoncée
en 2007 par le ministre de la Politique scientifique, Marc Verwilghen.
La première prise d'échantillons a été réalisée au cours de l'été et de
l'automne 2007. La deuxième a eu lieu au cours de l'hiver 2007-2008.
L'étude a été officiellement présentée le 8 octobre 2008 au congrès
"Politique scientifique fédérale et recherche en matière de drogue: les
composantes d'une politique".
Le projet COWAT a pour objectif de mesurer la cocaïne et ses
métabolites, notamment la benzoylecgonine, dans un certain nombre
d'eaux de surface et d'eaux d'épuration afin d'estimer la
consommation de cocaïne en Belgique. Des échantillons ont été
prélevés dans 28 cours d'eau, ainsi que dans l'influent de
41 importantes stations d'épuration d'eaux usées. Étant donné que la
stabilité de la cocaïne dans l'eau varie en fonction de la température,
les échantillons ont été prélevés tant en été qu'en hiver, afin de
détecter des différences éventuelles. En outre, ils ont été recueillis le
mercredi et le dimanche, jours où les différences de concentration
sont les plus marquées.
Les analyses et les informations complémentaires ont permis, pour
les régions étudiées, d'estimer la quantité de cocaïne consommée en
grammes par jour par mille habitants. Les résultats ont été extrapolés
à l'ensemble de la population belge et aux différentes régions.
Il convient d'insister sur le fait que cette recherche ne permet en
aucun cas de déterminer la consommation individuelle. De plus, il faut
savoir que les chiffres se rapportent à la cocaïne pure. La pureté
moyenne en rue s'élève environ à 52%.
La consommation de cocaïne a ensuite été calculée pour un noyau de
consommateurs, à savoir des personnes âgées de 15 à 45 ans. Selon
ce modèle appliqué, la consommation journalière moyenne, le week-
14.02 Minister Jo Vandeurzen:
De eerste monsters werden in de
loop van de zomer van 2007
genomen. Op 8 oktober 2008 werd
het
onderzoek
officieel
voorgesteld. Het COWAT-project
heeft als doel het gehalte aan
cocaïne en zijn metabolieten te
meten in een aantal afval- en
oppervlaktewateren, om zo een
inschatting te maken van het
cocaïnegebruik in België.
Er werden monsters genomen in
28 waterlopen en 41 rioolwater-
zuiveringstations. Het individuele
gebruik kan via dit onderzoek niet
vastgesteld worden. Het cocaïne-
gebruik werd berekend voor een
beperkte gebruikersgroep, meer
bepaald personen van 15 tot 45
jaar.
Aangezien de wetenschap nog
geen duidelijk zicht heeft op de
manier
waarop
cocaïne-
metabolieten in het oppervlakte-
water en het water in de
zuiveringstations
oplossen
en
gefixeerd
worden,
gaat
het
onderzoeksteam
uit
van
de
veronderstelling dat het werkelijke
verbruik hoger is dan hetgeen uit
de resultaten naar voren komt.
Grondiger onderzoek moet in de
toekomst preciezere gegevens
over
het
cocaïnegebruik
opleveren.
De hoogste concentraties werden
voornamelijk in het weekend en in
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
end, est de 1,41 gramme de cocaïne par 1.000 habitants âgés de 15
à 45 ans. En semaine, elle est de 1,03 gramme; cela représente
1,75 tonne de cocaïne pour l'année considérée, soit 17 millions de
doses, une dose étant égale à 100 mg de cocaïne par an.
Depuis la publication du rapport de recherche, ce chiffre a été rectifié
à 1,88 tonne par an. Étant donné que le monde scientifique ne
possède pas encore de vision claire quant à la dissolution et à
l'immobilisation des métabolites de cocaïne dans l'eau de surface et
l'eau des stations d'épuration, l'équipe de recherche part du principe
que les résultats sous-estiment la consommation réelle. Une
recherche plus approfondie à ce sujet permettra à l'avenir de se faire
une idée plus précise de la consommation de cocaïne.
Comme nous nous y attendions, les concentrations les plus
importantes ont été mesurées essentiellement le week-end et dans
les grandes villes: Anvers, Bruxelles et Charleroi. D'un point de vue
régional, on constate que la consommation la plus élevée est
enregistrée dans la Région de Bruxelles-Capitale avec 1,83 g par jour
par 1.000 habitants âgés de 15 à 45 ans le week-end et 1,29 g par
jour en semaine.
Les résultats de la recherche sont généralement comparables aux
résultats d'autres recherches menées sur une plus petite échelle,
notamment en Espagne, en Italie et au Royaume-Uni. Les chercheurs
soulignent que la technique utilisée actuellement ne peut être
appliquée qu'à des fins qualitatives mais qu'elle permet, à terme, de
donner une image précise des contaminants dans un cours d'eau. Il
est possible par conséquent de désigner les régions présentant une
consommation accrue ou de suivre la consommation dans le temps
afin d'observer rapidement les augmentations éventuelles. En effet,
les résultats peuvent être obtenus en quelques jours.
D'après les chercheurs, la recherche peut également servir de base à
une étude sociologique ou épidémiologique complémentaire, ou
encore à l'élaboration de campagnes de prévention. Elle peut aussi
aider l'autorité et les organisations à désigner les régions
problématiques et à fixer des priorités en vue d'une politique en
matière de drogues bien étayée. Pour des résultats plus détaillés, je
vous renvoie au rapport final de recherche consultable sur le site
internet de la Politique scientifique fédérale. Je ne mentionnerai pas
l'adresse maintenant mais je vous donnerai les détails plus tard.
Des représentants de l'Agence fédérale des médicaments et des
produits de santé et de l'Institut scientifique de Santé publique
notamment ont fait partie du comité d'accompagnement pour cette
recherche. Le service de la politique criminelle, qui assiste le ministre
de la Justice, a pris récemment connaissance du rapport de
recherche définitif et examine dans quelle mesure cette recherche est
utile pour soutenir la politique fédérale en matière de drogues. De
même, la police fédérale a pris connaissance de la recherche et de
ses résultats.
Compte tenu du caractère oral de votre question, il est impossible
d'interroger les parquets dans un délai aussi court sur les chiffres
relatifs à la présence de cocaïne par arrondissement judiciaire.
de steden Antwerpen, Brussel en
Charleroi opgetekend.
De hoogste consumptie wordt
opgetekend
in
het
Brussels
Hoofdstedelijk
Gewest.
De
resultaten van het onderzoek zijn
over het algemeen vergelijkbaar
met die van ander onderzoek op
kleinere schaal, met name in
Spanje, Italië en het Verenigd
Koninkrijk.
Het is mogelijk de regio's met een
hogere consumptie aan te wijzen
of de consumptie te volgen in de
tijd
teneinde
de
eventuele
toename
snel
te
kunnen
waarnemen. Volgens de vorsers
kan het onderzoek ook als basis
dienen voor een aanvullende
sociologische of epidemiologische
studie of zelfs voor het uitwerken
van preventiecampagnes. Ze kan
ook
de
overheid
en
de
organisaties
helpen
om
de
problematische regio's aan te
pakken en de prioriteiten vast te
leggen met het oog op een
drugsbeleid.
De
dienst
strafrechtelijk beleid heeft kennis
genomen van het definitieve
verslag en onderzoekt in welke
mate dat onderzoek nuttig is om
het federaal drugsbeleid te
steunen.
14.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je voulais remercier sincèrement le 14.03 Jean-Luc Crucke (MR):
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
ministre pour sa réponse. On critique souvent les expertises
scientifiques mais dans ce cas, elle est à la fois intéressante et utile,
de manière pluridisciplinaire. Les chiffres cités sont édifiants. Quand
on entend que l'analyse peut être plus sévère, c'est inquiétant. Tous
les cocaïnomanes ne sont pas forcément des délinquants, même s'il
faut de l'argent pour se droguer. Mais derrière tout cela, il y a aussi le
grand banditisme, la grande délinquance, le transfert entre les États,
l'argent noir. C'est cela qui est très inquiétant.
De
aangehaalde
cijfers
zijn
bijzonder
leerzaam.
Elke
cocaïneverslaafde
is
niet
noodzakelijk een delinquent maar
achter het hele fenomeen zit ook
het grote banditisme. Dat is wat
verontrustend is.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de pogingen vanuit de loge om corruptieprocessen te beïnvloeden"
(nr. 7970)
15 Question de M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les tentatives de franc-maçons d'influencer des procès pour corruption"
(n° 7970)</b>
De voorzitter: Eigenlijk had de vraag met de vraag van de heer Ducarme moeten zijn samengevoegd.
15.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, dat
vind ik bij nader inzien ook. Dat ligt niet aan mij. Ik neem echter aan
dat een aantal van mijn vragen de vragen van de heer Ducarme niet
zullen overlappen en de zaken in een breder perspectief zullen
plaatsen.
Mijnheer de minister, in de kranten van 16 oktober 2008 lazen wij dat
er ernstige aanwijzingen zijn dat de loge heeft geprobeerd om een
corruptieproces te beïnvloeden. In dat verband valt ­ niet
onbelangrijk ­ de naam van de voormalige, Waalse minister-
president. Het ging om een vrij prominente vriend van hem, de heer
Robert Wagner.
Tijdens een huiszoeking bij de heer Wagner werd een kopie van een
schrijven tussen twee bevriende vrijmetselaars gevonden. Later zijn in
het blad Le Vif/L'Express de namen van de betrokken vrijmetselaars
verschenen, namelijk Jean Dumont, enerzijds, en Jean-Claude
Daubresse, anderzijds.
Het blad schrijft, en ik citeer: "Dans le procès Wagner il faut avoir des
craintes" ­ we moeten bevreesd zijn ­ "sauf s'il comparaît" ­ tenzij hij
verschijnt ­ "devant une chambre fraternellement composée" ­ voor
een Kamer die broedersgewijs of uit logebroeders is samengesteld.
Uit voornoemde woorden blijkt dat sommigen wel degelijk van plan
waren om het proces te manipuleren.
Nadien werd ook de procureur bij de zaak betrokken. Hij heeft
uitspraken daaromtrent gedaan. Hij heeft gezegd dat hij de
betrokkenen had gehoord of laten horen, maar dat hij uiteindelijk had
beslist de zaak niet naar een andere rechtbank te verhuizen. De
inmenging werd immers moeilijk genoemd en zou wellicht niet hebben
plaatsgevonden.
Hij heeft in elk geval geen uitsluitsel ter zake gegeven. Hij heeft zeker
ook niet gezegd dat er geen inmenging van de loge kon hebben
bestaan.
15.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Selon les journaux du 16
octobre 2008, il existerait de
sérieuses
indications
selon
lesquelles la loge aurait tenté
d'influencer un procès en matière
de corruption. Le procureur a
finalement décidé de ne pas
renvoyer l'affaire devant un autre
tribunal, parce qu'il n'y aurait
finalement pas eu d'ingérence. Il
n'a pas déclaré pour autant que
toute ingérence de la loge était
exclue. De nombreux doutes
légitimes subsistent. Bon nombre
d'auteurs ont dénoncé ce type de
manipulations par le passé.
Depuis le gouvernement Blair, il
existe en Grande-Bretagne une
sorte de liste publique sur laquelle
les magistrats et les policiers sont
tenus de s'inscrire s'ils sont
membres d'une loge.
Le culte du secret et le serment de
solidarité indéfectible avec les
autres membres de la loge sont en
parfaite
contradiction
avec
l'indispensable
objectivité
du
pouvoir judiciaire.
Comment peut-on garantir que
dans le dossier en question, toutes
les mesures ont été prises pour
éviter des manipulations de la
décision judiciaire? Une enquête
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Mijnheer de minister, er blijven dus heel wat gerechtvaardigde twijfels.
Nogal wat auteurs hebben in het verleden dergelijke manipulaties
aangeklaagd. De geloofwaardigheid wordt door dergelijke zaken in elk
geval ten zeerste aangetast.
Ik heb zelf enige lectuur geraadpleegd. De invloed en de greep van de
loge blijkt, zeker bij het gerecht, problematisch te zijn. Denken wij
maar aan het boek van gewezen rechter Beirens, dat duidelijk in
bedoelde richting wees. Hij had het over een soort afrekening van de
loge.
Anderzijds zou ik even willen citeren uit een boek van baron Andries
Van den Abeele, u wellicht wel bekend. Het boek heet "De kinderen
van Hiram" en werd in 1991 uitgegeven. In het boek schrijft hij het
volgende.
"We kunnen ons afvragen of het in het belang zowel van de
vrijmetselarij als van de magistratuur niet wenselijk is dat ook bij ons,
gebruikmakend van het recht dat zij hiertoe hebben, magistraten hun
logelidmaatschap bekend zouden maken. Het ideaal ware wellicht dat
magistraten dergelijke lidmaatschappen zouden afwijzen, net zoals
het wenselijk is dat zij geen partijkaart hebben en zich gereserveerd
opstellen tegenover elke affiliatie die hun onafhankelijkheid of
onkreukbaarheid in het gedrang kan brengen. Dit geldt onvermijdelijk
in de eerste plaats voor het lidmaatschap van geheime
genootschappen of van genootschappen met geheimen."
Dat lijkt mij de evidentie zelf.
Mijnheer de minister, ik heb ondertussen begrepen dat er sinds Tony
Blair ook in Groot-Brittannië een soort publieke lijst bestaat waarop
magistraten en politiemensen bekend moeten maken of zij lid van een
loge zijn.
In elk geval, de geheimdoenerij en de eed, waarin wordt gezworen tot
een onverbrekelijke solidariteit met de collega's-logeleden, staan
haaks op de noodzakelijke onpartijdigheid van de rechterlijke macht.
Ik hoop dat u het terzake met mij eens bent. Ik heb vier vragen.
Ten eerste, hoe kan worden verzekerd dat in het betrokken dossier
alles werd ondernomen om manipulaties van de rechterlijke uitspraak
te voorkomen? Werd er een onderzoek ingesteld naar de
logeaanhorigheid van de betrokken magistraten en substituut?
Ten tweede, heeft de minister weet van gelijkaardige dossiers? Wat
wordt
er
normaal
gezien
ondernomen
om
dit
soort
belangenvermenging tegen te gaan? Kunt u meedelen of er
hieromtrent standaardprocedures bestaan? Het zal toch niet de eerste
keer zijn dat zoiets voorvalt.
Ten derde, deelt u de mening dat engagement in logeverenigingen
door magistraten publiek zou moeten worden gemaakt, zodat rechters
te gepasten tijde kunnen worden gewraakt of zich sneller
genoodzaakt zien zich terug te trekken?
Ten vierde, hebt u er weet van of logeaanhorigheid op een of andere
a-t-elle été ouverte à propos de
l'appartenance à la loge des
magistrats
et
du
substitut
concernés? Quelles procédures
standards doivent empêcher ce
type de confusion d'intérêts? Le
ministre partage-t-il l'opinion selon
laquelle
l'appartenance
de
magistrats à une loge devrait être
rendue publique? L'appartenance
à une loge joue-t-elle un rôle dans
la politique de nomination auprès
du Conseil supérieur?
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
wijze meespeelt bij het benoemingsbeleid van de Hoge Raad? Die
laatste vraag had ik u niet overgemaakt, maar u kunt ongetwijfeld
paraat daarop antwoorden.
Mijnheer de minister, u lacht, maar ik zal mijn vraag herhalen. Hebt u
er weet van dat logeaanhorigheid op een of andere wijze meespeelt
bij het benoemingsbeleid van de Hoge Raad? Ik vraag naar uw kennis
terzake. Daarom kan die vraag gemakkelijk worden toegevoegd aan
de gestelde vragen.
15.02 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb daarnet een antwoord
gegeven op dezelfde vraag. Ik heb voldoende context gegeven
waaruit kon worden afgeleid dat ter plaatse geen van de partijen, noch
het openbaar ministerie, van oordeel waren dat er zich een probleem
stelde met betrekking tot een correcte procesvoering. Ik wil wel graag
in het algemeen een aantal elementen aangeven in aanvulling op wat
ik daarover heb gezegd.
Ik verwijs even naar de standaardprocedures. De rechter moet te
allen tijde onpartijdig en objectief zijn. Zijn objectiviteit wordt onder
meer gewaarborgd door de benoemingsprocedures. Sedert
2 augustus 2000, de datum van de inwerkingtreding van de wet van
22 december 1998, geschieden alle benoemingen tot een ambt in de
magistratuur en de aanwijzing tot mandaten van korpschef via de
tussenkomst
van
de
bevoegde
benoemings-
en
aanwijzingscommissies van de Hoge Raad voor Justitie.
Nadat de kandidaten geldig hebben gepostuleerd, worden de
kandidaturen overgemaakt aan de verschillende wettelijke
adviesinstanties, in de praktijk gaat het meestal om de korpschef van
de vacatures, de korpschef van de kandidaten, voor zover die al
magistraat is, en een vertegenwoordiger van de balie.
Zodra deze adviezen zijn uitgebracht en de kandidaten de
mogelijkheid hebben gehad hun opmerkingen te formuleren, worden
de benoemings- of aanwijzingsdossiers voorgelegd aan de bevoegde
aanwijzings- of benoemingscommissie. Die commissie hoort de
kandidaten, vergelijkt de titels en verdiensten van alle kandidaten en
draagt de beste kandidaat voor. Zodra deze voordracht mij wordt
betekend, onderzoek ik of aan alle vormvereisten is voldaan en ik op
basis van de mij toegewezen bevoegdheid de benoeming aan de
Koning kan voorstellen.
Ik heb uiteraard geen kennis van andere elementen die hierin zouden
spelen. Deze procedures worden sinds jaren toegepast.
Partijen die van mening zijn ­ tijdens de procedure ­ dat een rechter
in een situatie verkeert waarin hij niet objectief kan oordelen, kunnen
steeds de procedure van wraking en verschoning inroepen. Die
procedure is beschreven in artikel 828 tot 842 van het Gerechtelijk
Wetboek. Iedere rechter die weet dat er een reden van wraking tegen
hem bestaat, moet zich van de zaak onthouden. Naast de
onverenigbaarheden en de wettelijke wrakingsgronden zijn er situaties
waarin het wenselijk is dat de magistraat zich van de zaak onthoudt
om de indruk van partijdigheid en afhankelijkheid uit te sluiten. In
dergelijke omstandigheden moet de magistraat een zorgvuldige
belangenafweging maken tussen het verzekeren van de hem
opgedragen dienst en het wegnemen van iedere mogelijke indruk van
15.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je viens de répondre à la même
question. Ma réponse laissait
entendre que pour aucune des
parties ni pour le ministère public,
le
bon déroulement
de la
procédure était menacé.
La neutralité et l'objectivité du juge
doivent être absolues. Cette
objectivité est garantie, entre
autres, par les procédures de
nomination.
Je
n'ai
pas
connaissance d'autres éléments
qui pourraient intervenir. Les
procédures
sont
d'application
depuis plusieurs années déjà.
Les parties qui estiment qu'un juge
se trouve dans une situation qui ne
lui permet pas de trancher
objectivement, peuvent toujours
invoquer
la
procédure
de
récusation
conformément
aux
articles 828 à 842 du Code
judiciaire. Chaque juge qui sait
qu'il existe un motif de récusation
contre lui, doit se dessaisir du
dossier.
Hormis
les
incompatibilités et les motifs de
récusation
légaux,
certaines
situations
requièrent
que
le
magistrat se dessaisisse du
dossier
pour
exclure
toute
impression de partialité et de
dépendance.
Le droit constitutionnel à la liberté
d'association s'applique également
aux
magistrats.
La
doctrine
confirme qu'il ne peut être interdit
au magistrat de faire partie d'une
loge. Ce droit d'association ne
porte pas préjudice au respect que
le magistrat doit témoigner aux
obligations
inhérentes
à
sa
fonction.
Les
activités
de
l'association
doivent
être
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
partijdigheid.
Het derde element is de vrijheid van vereniging. Het grondwettelijk
recht op vrijheid van vereniging geldt ook voor de magistraten. In de
regel mag een magistraat zich, zoals iedere burger, bij een vereniging
aansluiten. De magistraat mag lid zijn van een politieke, filosofische of
godsdienstige vereniging. In de rechtsleer bevestigt men dat de
magistraat niet het verbod kan worden opgelegd om lid te zijn van een
loge, van een liefdadigheidsclub, van een godsdienstige vereniging of
om in een universiteit te onderwijzen, onafhankelijk van de
welbekende strekking ervan.
Het recht op vereniging doet geen afbreuk aan het respect dat de
magistraat moet betuigen aan zijn ambtsverplichtingen. De activiteiten
van de betrokken vereniging dienen derhalve verzoenbaar te zijn met
de notie van subjectieve onpartijdigheid in de zin van artikel 6 van het
Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Iedere
verenigingsvorm die een wijze van uitsluiting propageert of hanteert,
lijkt in te gaan tegen dat beginsel van onpartijdigheid. De statutaire
doelstellingen van de vereniging mogen tevens de door de magistraat
afgelegde eed niet aantasten. Hieruit vloeit voort dat de magistraat
niet mag deelnemen aan een vereniging waarvan de opinies de
Belgische Staat of zijn instellingen zouden bestrijden. In elk geval
moet de magistraat in zijn vereniging vermijden zijn professionele
hoedanigheid naar voren te schuiven en moet zijn handelswijze
getuigen van discretie.
conciliables
avec
la
notion
d'impartialité subjective qui figure
à l'article 6 de la Convention
européenne
des
droits
de
l'homme. Les objectifs statutaires
de l'association ne peuvent par
ailleurs pas porter préjudice au
serment prêté par le magistrat. Au
sein de son association, le
magistrat doit en tout cas éviter de
mettre en avant sa qualité
professionnelle et faire preuve de
discrétion.
15.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik
heb een aantal bedenkingen bij het antwoord. De minister heeft
verwezen naar de procedure, zoals we die sinds 1998 kennen. In elk
geval is die procedure niet waterdicht, aangezien de Hoge Raad zelf
in belangrijke mate is samengesteld uit afgevaardigden die langs
politieke weg zijn aangeduid.
Zeker daarom kan ik absoluut niet uitsluiten, en u kan dat evenmin,
dat er mensen in die Hoge Raad zitten die een belangrijke logebinding
hebben. Uitsluiten dat mensen vanwege logeaanhorigheid benoemd
of gepromoveerd worden kan dus allerminst, alleen kan men hopen
dat men dit niet als element uitspeelt of aanwendt. Een uitsluiting is
echter absoluut niet gegarandeerd.
Bovendien is het zo dat, eens men benoemd is, stel nu dat die
benoeming correct verloopt, men ook niet kan uitsluiten dat die
mensen nadien in de loge terechtkomen en in een bepaalde groep
terechtkomen die welbepaalde belangen behartigt en mensen
bevoordeelt en anderen achteruitstelt. Zeker een loge, wat een
geheime vereniging is, waarbij men een soort van eed zweert tot
nogal verregaande trouw ten opzichte van andere logeleden, is iets
waarbij men ernstige bedenkingen moet hebben.
In dat verband wil ik even verwijzen naar documenten waarin
voormalig minister Boutmans zich heeft laten ontvallen dat hij op
logebijeenkomsten heeft moeten vaststellen dat de Antwerpse
magistratuur daar heel massaal aanwezig was. Hij was zeer verbaasd
over het feit dat er daar zoveel Antwerpse magistraten aanwezig
waren en daar ook geen enkel probleem van maakten.
Mijnheer de minister, ik blijf erbij dat het moet overwogen worden. Dit
15.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): La procédure existante
n'est pas sûre étant donné que le
Conseil supérieur est lui-même
composé en grande partie de
représentants désignés par la voie
politique.
Je ne puis exclure, pas plus que le
ministre, que le Conseil supérieur
comprenne des membres qui
entretiennent un lien important
avec la loge. L'on ne peut donc
pas davantage exclure que des
personnes soient nommées ou
promues en raison de leur
appartenance à une loge. L'on ne
peut pas exclure non plus
qu'après une nomination effectuée
dans
les
règles,
certaines
personnes aboutissent dans une
loge. Une sérieuse réserve devrait
être de mise à l'égard d'une
association secrète telle qu'une
loge. L'ancien ministre Boutmans
a dit avoir constaté une présence
massive
de
la
magistrature
anversoise aux réunions des
loges.
L'idée d'une liste publique ne
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
is geen pleidooi na een of andere bevlieging of vanuit een extreem
standpunt. Het is wetgeving in het Verenigd Koninkrijk. Het moet
publiek gemaakt worden als mensen behoren tot een geheime loge
en mekaar allerlei verbanden zweren via eden. Dit soort mensen, als
zij dat niet willen doen, ontraadt men op die manier om nog actief te
zijn in een bepaalde loge.
Mijnheer de minister, ik wil vragen dat u dat minstens onderzoekt. De
oplossing die u naar voren schuift om rechters te wraken wanneer ze
tot een tegenstrijdige opiniegroep behoren is alleen maar mogelijk als
men weet wie men voor zich heeft en tot welk genootschap een
bepaalde rechter behoort. Vermits die genootschappen tot nog toe
per definitie geheim zijn, kan men om die reden niet wraken en heeft
men geen objectieve gronden, omdat men het niet kan aantonen.
Mijnheer de minister, uw antwoord voldoet dus niet voor mij. Ik zou
willen vragen om minstens eens op te vragen hoe men het heeft
geregeld in het Verenigd Koninkrijk en om na te gaan of er geen
mogelijkheid is om dat ook bij ons in te voeren, om op deze manier dit
soort toestanden, die uiteindelijk het gerecht een slechte naam
bezorgen en het vertrouwen in het gerecht onderuithalen, in de
toekomst zoveel mogelijk uit te sluiten.
procède
pas
d'une
position
extrême. Elle est consacrée par la
législation
britannique.
Je
demande au ministre d'au moins
examiner la question, parce que
sa réponse ne me satisfait pas.
Les situations qui sapent la
confiance en l'institution judiciaire
doivent être évitées autant que
possible.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'accueil au Prieuré d'Herchies" (n° 7986)</b>
16 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de opvangactiviteiten in de Priorij van Herchies" (nr. 7986)
16.01 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, je vous
remercie.
Monsieur le ministre, ma question va peut-être vous sembler "sous-
localiste", mais cette affaire me préoccupe. Dans ma commune vit
une communauté monastique au sein du prieuré d'Herchies.
Régulièrement, en bon bourgmestre, je sollicite des rapports de police
pour savoir qui y est domicilié. Des religieux y sont évidemment
recensés, mais j'ai découvert à mon grand étonnement que des
condamnés pour assassinat y terminaient leur peine. Apparemment, il
s'agirait d'une pratique assez courante.
Je déplore le manque d'information à cet égard. Ni la police ni moi-
même ne sommes informés de la présence de telles personnes dans
la commune. Vous devez savoir qu'une école communale de
300 élèves est installée à environ 500 mètres de là, à vol d'oiseau. La
communauté monastique est établie au coeur du village. Nous
ignorons quels sont les faits qui ont été commis par les individus en
question et, par conséquent, quelles sont leurs réactions éventuelles.
Je ne suis pas opposée à la réinsertion de ces personnes dans la
société, mais j'aimerais savoir, monsieur le ministre, comment vous
pouvez expliquer ce manque de communication envers les autorités
policières et administratives. Qui décide du placement de ces
individus? Enfin, pour des faits aussi graves que des assassinats, ne
conviendrait-il pas de promouvoir un encadrement plus particulier à
destination de ces personnes?
16.01 Jacqueline Galant (MR):
In mijn gemeente leeft er een
kloostergemeenschap. Als goede
burgemeester vraag ik de politie
regelmatig verslag uit te brengen
over wie daar leeft. Tot mijn grote
verwondering heb ik moeten
vaststellen dat, naast de obligate
geestelijken, ook personen die
veroordeeld
werden
wegens
moord er het einde van hun straf
uitzitten.
Noch
ikzelf,
noch
de
politiediensten werden op de
hoogte
gebracht
van
de
aanwezigheid van die personen in
de gemeente. We weten niet
waarvoor ze precies werden
veroordeeld en dus ook niet hoe
ze eventueel zouden kunnen
reageren.
Hoe verklaart u de gebrekkige
communicatie met de politionele
en administratieve autoriteiten?
Wie beslist over de plaatsing van
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
die mensen?
16.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame, vu que je ne dispose pas
du nom des deux condamnés, il m'est difficile d'examiner le contexte
dans lequel ils ont été libérés. S'il s'agit de deux condamnés qui ont
rempli l'intégralité de leur peine, il leur revient de décider du lieu où ils
vont s'établir après l'exécution de leur peine. Il n'incombe pas au
SPF Justice de les installer quelque part. Dès le moment où des
condamnés ont exécuté leur peine, nous ne pouvons pas leur
imposer de telles conditions.
Naturellement, il est de la responsabilité de la police de tenir compte
d'éléments pouvant provoquer des situations dangereuses.
16.02 Minister Jo Vandeurzen:
Aangezien ik niet over de naam
van de veroordeelden beschik,
kan ik me ook niet uitspreken over
hun
dossier.
Als
het
om
veroordeelden gaat die hun straf
hebben uitgezeten, staat het hun
vrij een woonplaats te kiezen.
Voorts is het aan de politie om
rekening te houden met situaties
die een gevaar zouden kunnen
inhouden.
16.03 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je trouve votre
réponse un peu superficielle. À partir du moment où la police n'est
pas informée, il lui est difficile de prendre des dispositions. De plus,
ces condamnés n'ont pas terminé leur peine, mais ont été placés en
fin de peine au coeur d'un village sans que les autorités locales aient
été mises au courant. Je trouve donc votre réponse un peu "limite",
étant donné la nature des faits, puisqu'il s'agit d'assassinats. S'ils
avaient été condamnés pour de petits larcins ou pour détention de
drogues, je pourrais peut-être comprendre, mais nous parlons ici
d'homicides!
Par conséquent, votre réponse ne me satisfait pas.
Lors du contrôle des personnes domiciliées au sein de la
communauté, la police était tombée sur ces gens. Je vous
communiquerai leur identité à des fins de vérification.
16.03 Jacqueline Galant (MR):
U gaat er nogal licht over. Als de
politiediensten niet op de hoogte
worden gebracht, kunnen ze ook
moeilijk
maatregelen
nemen.
Bovendien hebben die mensen
hun straf niet uitgezeten, maar
werden
ze
in
een
kloostergemeenschap
in
het
midden
van
een
dorp
ondergebracht zonder dat de
plaatselijke autoriteiten daarvan op
de hoogte werden gebracht.
Ik zal u de identiteitsgegevens van
die
personen
meedelen
ter
verificatie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de registratie van de fouilleringen in de gevangenissen" (nr. 7927)
17 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'enregistrement des fouilles de détenus dans les prisons" (n° 7927)</b>
17.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb u enige tijd geleden enkele schriftelijke
vragen gesteld over de resultaten van fouilleringen die in de diverse
penitentiaire inrichtingen in ons land worden uitgevoerd.
Het antwoord was zinledig. Er worden blijkbaar geen gegevens
bijgehouden van fouilleringen. Waarom worden die niet bijgehouden?
Worden er tussen de diverse penitentiaire inrichtingen en de
FOD Justitie en het Directoraat-generaal Strafinrichtingen geen
gegevens uitgewisseld met betrekking tot de gehanteerde technieken
en methodes van gedetineerden om fouilleringen te omzeilen?
Bepaalde bendes zullen zeker een modus operandi hebben om
bepaalde goederen, waaronder drugs en misschien zelfs wapens, in
de gevangenissen binnen te smokkelen. Het kan dus wel nuttig zijn
dat gegevens worden bijgehouden.
17.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
À
l'occasion
d'une
question
écrite,
j'ai
appris
qu'aucune donnée n'est conservée
en ce qui concerne les fouilles
réalisées dans les prisons. Pour
quelle raison? Des données sont-
elles échangées entre différentes
institutions en ce qui concerne les
techniques
utilisées
par
les
détenus pour échapper aux
fouilles? Les fouilles réalisées
font-elles
l'objet
d'un
enregistrement?
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Waarom worden er geen cijfergegevens bijgehouden met betrekking
tot de zogenaamde doorgedreven fouilleringen, of naaktfouilleringen?
Daarvoor gelden toch specifieke formaliteiten sinds de invoering van
de wet op de interne rechtspositie van de gedetineerden.
Voor alle duidelijkheid, het is niet mijn bedoeling om een heel logboek
te laten samenstellen met alle mogelijke details. Dat zou de
administratie alleen maar verzwaren. Ik meen echter wel dat er
verslagen moeten worden bijgehouden van de fouilleringen.
Cipiers kunnen tegenwoordig immers meer het slachtoffer worden
van bepaalde wraakacties van gedetineerden. Ik bedoel daarmee niet
zozeer met verboden wapens of iets dergelijks, maar wel met
klachten waarbij zij zich kunnen laten bijstaan door een raadsman,
terwijl de cipier vaak zonder wapens moet strijden en zich in het
verdedigend kamp bevindt. In dat opzicht vind ik dat er toch een
richtsnoer moet worden uitgewerkt.
17.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Schoofs, de wijze waarop fouilleringen moeten gebeuren, zijn bepaald
in de omzendbrief 86 van 17 februari 2007.
Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen het onderzoek aan de
kledij en de fouillering op het lichaam. Enkel voor de fouillering op het
lichaam is een voorafgaande gemotiveerde beslissing van de
directeur vereist.
Zoals de basiswet gevangeniswezen voorschrijft, worden deze
beslissingen opgenomen in een daartoe bestemd register. Hiervan
wordt op het centraal niveau geen statistieken bijgehouden.
De andere fouilleringen worden niet geregistreerd, onder meer gelet
op het heel grote aantal dat op jaarbasis wordt uitgevoerd. Dit zou
trouwens zorgen voor een aanzienlijke supplementaire werklast.
Het Directoraat-generaal Strafinrichtingen heeft een eigen dienst
ondersteuning gebouwen en veiligheid. Deze dienst is onder meer
belast met het onderzoeken van incidenten en het evalueren van
veiligheidsprocedures.
Deze dienst communiceert regelmatig tips naar gevangenissen naar
aanleiding van de celfouilleringen. Ook tijdens de basisopleiding van
de penitentiaire beambten wordt in een van de modules uitgebreid
aandacht besteed aan de praktijk van het fouilleren van
gedetineerden.
17.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La manière dont les fouilles
doivent être réalisées est décrite
dans la circulaire 86 du 17 février
2007. Une décision motivée
préalable
du
directeur
n'est
requise que pour les fouilles à
corps.
Les
décisions
sont
consignées dans un registre prévu
à cet effet. Les autres fouilles ne
sont pas enregistrées étant donné
qu'une telle procédure entraînerait
une charge de travail trop
importante.
La
Direction
générale
des
établissements
pénitentiaires
donne régulièrement des conseils
aux établissements pénitentiaires
en ce qui concerne les fouilles.
Celles-ci sont également abordées
en détail lors de la formation des
agents pénitentiaires.
17.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, dit is gedeeltelijk een herhaling van het
antwoord dat ik kreeg op mijn schriftelijke vraag.
Zoals gezegd, is het niet de bedoeling om de werklast te verhogen.
Volgens bepaalde modaliteiten zou toch een triage moeten gebeuren
van bepaalde fouilleringen. Ik heb in juni een bezoek gebracht aan de
gevangenis van Hasselt. Als men dan hoort dat er in kinderspeelgoed
en luiers zaken worden binnengesmokkeld, is het nuttig om op een
zekere manier een overzicht te behouden.
Het is niet aan mij om dat te doen, maar ik waarschuw toch voor de
17.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il ne s'agit pas d'accroître
la charge de travail mais il me
semble utile de conserver un
relevé des différentes méthodes.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
toekomst indien er zich calamiteiten zouden voordoen.
Er is trouwens nog een schriftelijke vraag hangende met betrekking
tot kinderen die in de gevangenis worden opgevoed en de wijze
waarop fouilleringen daar kunnen gebeuren. Ik kijk uit naar uw
antwoord op die schriftelijke vraag.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de aanzienlijke discrepantie tussen Vlaanderen en Wallonië inzake
wachtlijsten voor de uitvoering van werkstraffen" (nr. 7953)
18 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'écart considérable entre la Wallonie et la Flandre en matière de listes d'attente
pour l'exécution des peines de travail" (n° 7953)</b>
18.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik weet dat u werk maakt van werkstraffen. Dit
jaar zou de kaap van 10.000 worden gehaald. Veel overtreders,
althans in Wallonië, zouden lang op hun werkstraf moeten wachten
waardoor lange wachtlijsten ontstaan. Eigenaardig genoeg ligt het
cijfer
in
Vlaanderen
op
een
vrij
aanvaarbaar
niveau,
265 veroordeelden die moeten wachten. Aanvaardbaar als men weet
dat het om duizenden mensen gaat. In Wallonië wachten
1320 mensen op een werkstraf. In Brussel 661.
Mijnheer de minister, wat zijn, uw inziens, de oorzaken van deze
problemen? Vanwaar de discrepantie tussen enerzijds Vlaanderen en
anderzijds Brussel en Wallonië? Aan welke oplossingen denkt u om
vanuit het federaal niveau die wachtlijsten te kunnen inperken?
18.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le ministre s'attelle au
chantier des peines de travail. Or il
me revient qu'en Wallonie, de
nombreux condamnés doivent
attendre longtemps avant de se
voir attribuer une peine de travail
en raison du grand nombre
d'auteurs d'infractions. En Flandre,
leur nombre est curieusement
beaucoup moins élevé. À quoi est-
ce dû? Comment le ministre
compte-t-il réduire, à l'échelon
fédéral, la longueur de ces listes
d'attente?
18.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega's, op
15 oktober 2008 bestond de wachtlijst in Vlaanderen uit
177 werkstraffen, in Wallonië 772 en in Brussel 502.
Een dossier wordt als wachtend beschouwd wanneer het zich nog
bevindt op het niveau van het justitiehuis maar nog niet werd
toegewezen aan een justitieassistent. In Wallonië worden meer
werkstraffen uitgesproken dan in Vlaanderen en meer dan in Brussel.
In 2007 ging het in Wallonië om 4823 werkstraffen of 50% van het
totaal aantal dossiers. In Vlaanderen ging het over 3571 werkstraffen
of 37% van de dossiers. In Brussel ging het om 1184 werkstraffen of
12%.
De wachtlijsten zijn het grootst in die arrondissementen waar het
grootst aantal werkstraffen werd uitgesproken. Uitschieters aan
Waalse kant zijn Luik, 31% van de dossiers in Wallonië, Charleroi
15% en Verviers 8,3%. Aan Vlaamse kant zijn de uitschieters
voornamelijk Antwerpen 22% van de dossiers in Vlaanderen en
Dendermonde 15%.
In de hertekening van het landschap van de gerechtelijke alternatieve
maatregelen moeten we tegen 2009-2010 zoeken naar oplossingen
om de vraag- en aanbodzijde meer op elkaar af te stemmen. Tevens
moeten de samenwerkingsprotocollen met Defensie en met
Binnenlandse Zaken geëvalueerd worden. Op dit moment worden de
18.02 Jo Vandeurzen, ministre:
50% du total des peines de travail
sont prononcées en Wallonie, 37%
le sont en Flandre et 12% à
Bruxelles.
C'est
dans
les
arrondissements comptabilisant le
plus grand nombre de peines de
travail prononcées que les listes
d'attente sont les plus longues. En
matière de peines alternatives,
nous nous devons de mieux
harmoniser l'offre et la demande
d'ici 2009-2010. En outre, il nous
faudra évaluer la collaboration
entre d'une part la Justice et
d'autre part la Défense et
l'Intérieur. Le directeur de la
maison de justice s'efforce de
répartir le plus efficacement
possible le nombre de mandats
rentrants entre les assistants de
justice disponibles. Autre constat:
certaines
commissions
de
probation appliquent plus vite que
d'autres une peine de substitution.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
nodige inspanningen geleverd om in te spelen op de stijgende vraag
naar prestatieplaatsen.
Het aantal justitieassistenten is niet gradueel mee gestegen met het
aantal werkstraffen. De directeur van het justitiehuis verdeelt het
aantal binnenkomende mandaten onder de justitieassistenten en
zoekt een evenwicht in de verschillende sectoren.
Tevens stel ik vast dat het beleid van de probatiecommissies
verschillend is. Sommige probatiecommissies gaan sneller over tot de
toepassing van de vervangende straf dan andere. In sommige
arrondissementen hebben prestatieplaatsen afgehaakt. De reden
daartoe is dat prestatieplaatsen moeten voldoen aan een aantal
verplichtingen die voortvloeien uit de wet van 4 augustus 1996
betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun
werk. Dit brengt kosten mee voor de prestatieplaatsen.
Op 17 oktober 2008 werd in het Belgisch Staatsblad het koninklijk
besluit van 1 oktober 2008 gepubliceerd. Het koninklijk besluit
voorziet in de oprichting van overlegstructuren die tot doel hebben om
op geregelde tijdstippen vertegenwoordigers van de opdrachtgevende
overheden en van het Directoraat-Generaal Justitiehuizen samen te
brengen om een samenwerking in het kader van onder andere de
werkstraf te evalueren. De overlegstructuren worden op federaal,
regionaal en arrondissementeel niveau opgericht.
In 2008 nog worden 72 justitieassistenten statutair aangeworven. Aan
de directeurs van de justitiehuizen werd gevraagd om voor hun
justitiehuis een overzicht van de actuele situatie te maken en een
actieplan op te stellen. Voornoemd plan geeft aan welke acties zullen
kunnen worden ondernomen om de achterstand binnen elk
justitiehuis te verminderen en/of weg te werken. Tevens zal er een
nieuwe werklastmeting komen om te evalueren of het voorziene
personeelsbestand voldoende is.
Eind 2008 worden de eerste resultaten van voornoemd plan verwacht.
Een oplossing wordt gezocht om tegemoet te komen aan de kosten
die prestatieplaatsen als gevolg van de toepassing van de
welzijnswetgeving hebben.
Le 17 octobre 2008 a été publié au
Moniteur belge l'arrêté royal
réglant la création de structures de
concertation pour les évaluations
des peines de travail, notamment.
Ces structures fonctionneront aux
échelons fédéral et régional et à
l'échelon des arrondissements. En
2008, 72 assistants de justice
statutaires seront encore recrutés.
Les directeurs des maisons de
justice doivent élaborer un plan
d'action dont la finalité sera de
résorber ou de réduire l'arriéré. Il
sera également procédé à une
nouvelle mesure de la charge de
travail. Les premiers résultats des
plans d'action devraient être
connus fin 2008.
18.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal geen voorbarige conclusies trekken.
Er is echter het feit dat er een discrepantie is tussen Vlaanderen,
enerzijds, en Brussel en Wallonië, anderzijds, ongeacht over welke
cijfers het gaat. Blijkbaar is er immers een bepaalde interpretatie
waardoor de cijfers verschillen.
U hebt het over 772 wachtenden in Wallonië, terwijl hun aantal
volgens de media 1.320 zou bedragen. Dat ligt aan het onderscheid
dat u maakt in de toewijzing van justitieassistenten aan justitiehuizen.
In elk geval verklaart dat nog niet helemaal de discrepantie.
Is de discrepantie er dan, zonder dat ik voorbarige conclusies wil
trekken, omdat er aan de overkant van de taalgrens een mildere
bestraffing is, waarbij het gerecht meer de gevangenisstraf wil
18.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Sans vouloir tirer de
conclusions
prématurées,
je
constate un écart entre, d'une
part, la Flandre et, d'autre part, la
Wallonie et Bruxelles. Selon le
ministre, cet écart est dû à
certaines différences sur le plan
de l'attribution des assistants de
justice aux maisons de justice.
Mais je me demande si cet écart
n'est pas imputable également à
une application moins sévère de la
loi
pénale
dans
la
partie
francophone du pays.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
onderdrukken en er meer werkstraffen worden uitgesproken?
Ik hoop dat 72 justitieassistenten alles zullen kunnen opvangen.
Echter, is de aanpak in het zuiden, wanneer het om dergelijke cijfers
gaat, dan niet te laks? Ik vraag het mij af.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de problematiek van de inbeslagname van diamanten bij
gerechtelijke onderzoeken" (nr. 7954)
19 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la problématique de la saisie de diamants dans le cadre d'enquêtes judiciaires"
(n° 7954)</b>
19.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de inbeslagname van grote hoeveelheden
diamanten in het kader van fraudeonderzoeken en gerechtelijke
fraudeonderzoeken heeft enige tijd geleden geleid tot het indienen
van een wetsvoorstel door diverse partijen in het Parlement. Dat is al
geruime tijd geleden. Ik dacht zelfs van in het begin van de legislatuur.
Dat wetsvoorstel strekte ertoe de macht van de onderzoeksrechter
gevoelig in te perken.
Op het moment dat ik mijn vraag formuleerde, had de Kamer van
Inbeschuldigingstelling te Antwerpen blijkbaar een aantal arresten
geveld met bevel tot teruggave van een aanzienlijk aantal diamanten
aan verdachte firma's, als ik ze zo mag noemen. De polemiek rond
het wetsvoorstel tussen enerzijds het gerecht en anderzijds de
diamantwereld was echter nog niet van de baan. Inmiddels is er
immers opnieuw een actie van het gerecht geweest en een aantal
firma's in de diamantwereld roert zich opnieuw.
Men heeft eigenlijk de bal in uw kamp gelegd, mijnheer de minister. In
een persartikel dat in de zomer is verschenen, dus nog voor de
recente tweede golf van inbeslagnames, stond dat onder de hoede
van de minister van Justitie een vergelijk zou moeten worden
gevonden over het controversiële wetsvoorstel.
Mijnheer de minister, bent u al op enigerlei wijze betrokken bij een
overleg tussen de magistratuur en de diamantairs? Zo ja, gebeurt dat
overleg door uzelf of door uw diensten? Zo neen, dan vernam ik
graag uw standpunt in de kwestie tussen de magistratuur en de
diamantairs, die onlangs opnieuw in alle hevigheid is opgelaaid.
19.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il y a quelque temps, une
proposition de loi visant à limiter
considérablement le pouvoir du
juge d'instruction lors de la saisie
de quantités importantes de
diamants
dans
le
cadre
d'enquêtes en matière de fraude a
été déposée au Parlement.
La chambre des mises en
accusation d'Anvers a rendu
plusieurs arrêts ordonnant la
restitution
d'une
importante
quantité de diamants à des firmes
suspectes. Mais entre-temps, la
justice a entrepris une nouvelle
action. La polémique entre la
justice et le monde diamantaire
n'est pas terminée.
Le ministre est-il associé à la
concertation entre la magistrature
et les diamantaires? Quelle est sa
position dans ce dossier?
19.02 Minister Jo Vandeurzen: Uw laatste punt begrijp ik niet goed.
Moet ik mij over het gerechtelijk onderzoek uitspreken?
Ook inzake dit wetsvoorstel werd al eerder uitleg gegeven in de
plenaire vergadering voor het zomerreces. Ik kan slechts herhalen
wat ik toen heb gezegd. Er werd inderdaad een wetsvoorstel
ingediend houdende diverse maatregelen inzake de inbeslagneming
van ondernemingsgoederen, waarvan ik kennis heb genomen. Gelet
op de impact van dit wetsvoorstel werd advies ingewonnen bij het
College van procureurs-generaal en het COIV, dat inmiddels aan de
Kamer van volksvertegenwoordigers werd bezorgd. Zij brachten een
negatief advies uit over het wetsvoorstel.
19.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Une proposition de loi a été
déposée mais elle a fait l'objet
d'un avis négatif du collège des
procureurs
généraux
et
de
l'OCSC.
Ils
estiment
une
modification de la loi superflue, vu
les garanties légales existantes
pour la continuité des entreprises
saisies. En outre, la proposition de
loi
porterait
atteinte
à
l'indépendance
du
juge
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
Een wetswijziging werd niet noodzakelijk geacht, gelet op de reeds
bestaande wettelijke garanties inzake de vrijwaring van de continuïteit
van de beslagen ondernemingen, zoals de alternatieven de lege lata
voor een beslag per equivalent. In dit advies stond eveneens dat het
wetsvoorstel strijdig is met de grondwettelijk gewaarborgde
onafhankelijkheid en de rechtsmacht van de onderzoeksrechter, een
argument
dat
ook
door
de
Vereniging
van
Belgische
Onderzoeksrechters in de pers werd onderstreept, alsook met het
gelijkheidsbeginsel en de discriminatiewet.
Ten slotte zou de voorgestelde regeling bij de uitvoering tot allerlei
praktische en juridische problemen leiden. In fine van het advies stelt
het openbaar ministerie dat het bereid is om rekening houdend met
de economische realiteit een constructieve dialoog aan te gaan met
de officiële representatieve organisaties van de economische
sectoren die nadeel zouden ondervinden van het beslag per
equivalent. Als gevolg van dit voorstel werden alle betrokken partijen,
zowel uit de gerechtelijke wereld ­
openbaar ministerie,
onderzoeksrechter, COIV ­ als uit de bedrijfswereld ­ niet alleen uit
de diamantsector maar ook Unizo en VBO ­ uitgenodigd voor een
open debat over deze problematiek. Deze overlegvergadering was
zeer constructief. Iedereen bleek bereid om te werken aan een
oplossing die zowel aan de verzuchtingen van de bedrijfswereld als
van de justitie tegemoetkomt. Als gevolg daarvan werd een
werkgroep opgericht waaraan ook een adviseur van mijn beleidscel
deelneemt. Deze werkgroep kwam al meerdere malen bijeen. Het
overleg is nog lopende. Ik weet niet hoe dat overleg, dat tot nog toe in
een zeer constructieve sfeer is verlopen, verder zal evolueren naar
aanleiding van de recente inbeslagname van een grote partij diamant.
Ik pleit er nochtans voor om de scheiding der machten daarin te
respecteren. Mijn standpunt zal ik te gepasten tijde meedelen,
namelijk als het wetsvoorstel behandeld wordt in het Parlement en we
kennis hebben van de resultaten van de werkgroep.
d'instruction, ainsi qu'au principe
d'égalité et à la loi anti-
discrimination.
Le règlement proposé entraînerait
également
de
nombreux
problèmes d'ordre pratique et
juridique.
Le ministère public a néanmoins
initié un dialogue constructif avec
les
secteurs
économiques
pénalisés par une telle saisie. Ces
discussions ont débouché sur la
création d'un groupe de travail
dont fait également partie un
conseiller
de
ma
cellule
stratégique. Quoi qu'il en soit, je
plaide pour le respect de la
séparation des pouvoirs.
Je ne dévoilerai ma position que
lorsque le groupe de travail aura
remis ses conclusions et que le
Parlement aura entamé l'examen
de la proposition de loi.
19.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Dat is de hete brij met daarin
een hete aardappel. U draait rond de hete brij, mijnheer de minister. Ik
kan daar begrip voor opbrengen hoor. Er zit ook nog een hete
aardappel in en die schuift u voor u uit naar het Parlement. Het zijn
inderdaad leden van het Parlement die zich daar in die kwestie tussen
hebben gewrongen. Ik meen dat u terecht verwijst naar de scheiding
der machten. Het Parlement zou die in feite ook moeten respecteren.
Ik weet niet welke verwevenheid er is tussen bepaalde lobbygroepen
en politici hier in het Parlement om een wetsvoorstel naar het
Parlement te brengen dat de macht van de onderzoeksrechter moet
inperken, precies om één bepaalde economische sector te vrijwaren
of buiten schot te houden. Eerlijk gezegd, dat wil er bij mij niet in. Ik
klaag dit dan ook aan.
Mijnheer de minister, tot slot kom ik bij datgene waarmee u begon,
namelijk dat u geen standpunt wil innemen in het gerechtelijk
onderzoek. Dat was mijn vraag ook niet. Ik vroeg naar uw standpunt
in de kwestie tussen de magistratuur en de diamantairs. Die vraag
hebt u beantwoord. U hebt gezegd dat u wacht tot dit wetsvoorstel
naar het Parlement komt. Dan zult u dus ook kleur moeten bekennen.
Ik ben echt benieuwd hoe dit gaat aflopen.
19.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le ministre renvoie la
balle dans le camp du Parlement.
Ce dernier devrait également
respecter le principe de la
séparation des pouvoirs. Je ne
comprends pas qu'on puisse
soumette au Parlement une
proposition de loi qui tend à limiter
les pouvoirs du juge d'instruction
sous prétexte d'épargner un
secteur économique bien précis.
Le ministre devra annoncer
clairement sa position.
19.04 Minister Jo Vandeurzen: Als u mijn antwoorden van destijds 19.04 Jo Vandeurzen, ministre:
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
erop naleest, denk ik eerlijk gezegd dat u wel kunt vermoeden welke
houding ik zal aannemen. Het is echter even duidelijk dat het
belangrijk is om het overleg dat thans bezig is en dat ­ minstens tot
voor kort ­ constructief was toch een kans te geven.
Nous devons donner toutes ses
chances à la concertation.
19.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Goed. U zegt dat u voor de
vakantie hebt geantwoord en dat is ook zo maar ik heb in de
schriftelijke neerslag van mijn vraag expliciet verwezen naar het
artikel van 9 augustus waarin werd gesteld dat een overleg zou
kunnen plaatsvinden onder de hoede van de minister van Justitie.
19.06 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb naar aanleiding van de
discussie een vergadering bijeengeroepen. Daar is afgesproken dat
we een werkgroep zouden samenstellen waarin al de actoren samen
zouden kunnen gaan zitten. We gaan zien wat die werkgroep zal
opleveren. Over de problemen die zijn opgeworpen naar aanleiding
van de adviezen die over het wetsvoorstel zijn gevraagd meen ik dat
ik heb aangetoond dat ik begrip heb voor een aantal van die
argumenten.
19.07 Bert Schoofs (Vlaams Belang): U plaatst zich inderdaad
boven het politiek gekrakeel. Dat siert u.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de stand van zaken op penitentiair gebied betreffende de
zogenaamde '28 van Dendermonde'" (nr. 7955)
20 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la situation sur le plan pénitentiaire des 28 évadés de Termonde" (n° 7955)</b>
20.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik stel
deze vraag omdat ik heb vernomen dat het parket van Dendermonde
weigerde informatie vrij te geven over het lot van de bewuste
28 veroordeelden. Het parket van Dendermonde wou geen informatie
geven, maar ik meen dat het publiek daar recht op heeft. Ik zou dus
willen weten hoe het staat ­ uiteraard zonder namen te noemen, dat
hoeft hier niet in deze commissie en dat kan ook niet ­ met de
22 criminelen die opnieuw werden ingerekend. Ik zou willen weten
hoeveel van hen inmiddels hun straf volledig hebben uitgezeten.
Hoeveel van hen hebben die straf voor tweederde uitgezeten?
Hoeveel van hen hebben een derde van hun straf uitgezeten. En hoe
komt het dat het parket tot nu toe niet wou meedelen hoeveel van die
22 opnieuw op vrije voeten is gesteld?
Hoeveel van de inmiddels ingerekende ontsnapten bevinden zich op
dit moment op Belgisch grondgebied? Kunt u daar uitsluitsel over
geven of is dat niet helemaal duidelijk?
Hoeveel van de ingerekende verdachten wachten nog op een
strafprocedure in een eventuelen nieuwe strafzaak? Ik meen dat zij
die toen gaan lopen zijn niet allemaal even grote lieverdjes zijn. Er
zullen er wel bij zijn die nog iets op hun kerfstok hebben wat berecht
moet worden.
Hoeveel van hen hebben de Belgische nationaliteit?
20.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il y a quelque temps,
vingt-huit
détenus
se
sont
échappés de la prison de
Termonde. Vingt-deux d'entre eux
ont été réincarcérés. Combien
d'entre eux ont-ils entre-temps
purgé respectivement un tiers,
deux tiers ou la totalité de leur
peine? Pourquoi le parquet refuse-
t-il de communiquer le nombre de
détenus entre-temps libérés sur
les vingt-deux? Combien d'entre
eux séjournent actuellement sur le
territoire belge? Combien d'entre
eux attendent-ils encore une
procédure dans une éventuelle
nouvelle affaire pénale?
Quels sont les résultats de
l'enquête menée sur les six
détenus
en
fuite?
Combien
d'enquêteurs a-t-on affecté à
temps plein à cette mission?
Quelle est l'approche suivie dans
le cadre de cette enquête?
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Over de 6 voortvluchtige verdachten dan. Welke resultaten werden
inmiddels geboekt in het onderzoek? Hoeveel onderzoekers werden
er voltijds ingeschakeld voor de speurtocht naar die voortvluchtigen?
Wordt het onderzoek gestuurd vanuit Dendermonde of op welke wijze
wordt het onderzoek aangepakt? Of gaat het om verschillende
onderzoeken en behandelt men hen niet als de 6 voortvluchtigen?
Ten slotte, hoeveel van de voortvluchtigen hebben de Belgische
nationaliteit?
Combien de ces évadés sont-ils
de nationalité belge?
20.02 Minister Jo Vandeurzen: Tien van de wederopgeslotenen na
de ontsnapping op 9 augustus 2006 uit de gevangenis van
Dendermonde werden opnieuw in vrijheid gesteld met het oog op hun
verwijdering uit het land, wat ook gebeurd is. Elf anderen zitten op dit
moment nog opgesloten. De andere ontsnapten zijn nog voortvluchtig.
Van de tien opnieuw in vrijheid gestelden hebben er twee een derde
van hun straf uitgezeten, zeven zaten tussen een derde en twee
derde van hun straf uit, en één zat meer dan twee derde uit. Geen van
hen heeft zijn straf volledig uitgezeten, maar zoals gezegd zijn zij
verwijderd.
Het parket is niet de instantie die beslist over de invrijheidstelling van
veroordeelden.
De elf die nog opgesloten zijn, bevinden zich uiteraard nog in België.
De anderen mogen niet meer in het land zijn. Er is geen informatie die
erop wijst dat een van hen op het Belgische grondgebied aanwezig is.
Van deze elf hebben er drie een strafzaak die ofwel nog moet
voorkomen, ofwel nog kracht van gewijsde moet krijgen.
Van de nog opgesloten ontvluchten zijn er vier Belg. De anderen
hebben een vreemde nationaliteit.
Alle nog voortvluchtige verdachten staan geseind. Tegen 2 van hen
werd een internationaal aanhoudingsmandaat uitgevaardigd. Zij staan
eveneens afgebeeld in de rubriek "gezocht" op de website van de
federale politie. Het gaat om veroordeelden met de zwaarste
veroordelingen. De ene kreeg 37 gevangenisstraf, de andere 10 jaar.
Deze 2 worden actief opgespoord door het FAST-team van de
federale gerechtelijke politie. Er is echter geen bijzondere cel
opgericht met voltijdse speurders die uitsluitend deze zaak als
opdracht heeft.
Geen van de voortvluchtigen draagt de Belgische nationaliteit.
20.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Dix des détenus repris ont entre-
temps été libérés et expulsés de
notre pays. Onze détenus sont
encore incarcérés. Les autres
évadés sont toujours en fuite.
Neuf des dix détenus remis en
liberté ont au moins purgé un tiers
de leur peine et le dixième a purgé
plus de deux tiers de sa peine.
Il n'appartient pas au parquet de
se prononcer sur la libération de
condamnés.
Les détenus libérés ne peuvent
plus séjourner dans notre pays et
nous
ne disposons
d'aucun
élément indiquant que l'un d'eux
séjournerait encore sur le territoire
belge. Une procédure pénale est
toujours en cours pour trois des
détenus encore incarcérés. Quatre
des onze personnes encore
incarcérées sont belges.
Tous les suspects encore en fuite
sont signalés. Un mandat d'arrêt
international a été délivré contre
deux d'entre eux. Ces derniers
sont activement recherchés par
l'équipe FAST de la police
judiciaire fédérale. Aucune des
personnes en fuite ne porte la
nationalité belge.
20.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het project 'teach the teachers' in het kader van de informatisering
van Justitie via Cheops" (nr. 7956)
21 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le projet 'teach the teachers' dans le cadre de l'informatisation de la Justice par
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
le biais de Cheops" (n° 7956)</b>
21.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, even
een stand van zaken met betrekking tot "teach the teachers". We
hebben destijds de presentatie kunnen bekijken hoe de uitrol zal
verlopen van de informatisering van de vredegerechten in de loop van
dit jaar. Daarbij is het de bedoeling dat mensen van het gerecht zelf
hun collega's opleiden. Bij de opstart van het project waren dertien
zogenaamde teachers al gevormd.
Ik zou willen weten hoeveel er inmiddels opgeleid zijn en dit zowel op
het niveau van de griffiers als op het niveau van de magistratuur. Zijn
de zogenaamde teachers inmiddels bij elk van de vredegerechten
aangesteld? Is er een kostenvergoeding bepaald voor hen? Hoe lang
duurt desgevallend hun opleiding? Wordt die opleiding genoten tijdens
de reguliere werkopleiding alleen of dienen er ook extra uren te
worden geïnvesteerd hierin? Hoe lang duurt zo'n opleiding
gemiddeld? Daar zal men ondertussen wel zicht op hebben. Moeten
de teachers zich eventueel verplaatsen naar andere gerechtelijke
arrondissementen om hun collega's op te leiden en zijn hiervoor
eventueel verplaatsingskosten voorzien?
21.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le but de l'informatisation
des justices de paix, c'est que des
membres du personnel de ces
institutions judiciaires forment eux-
mêmes leurs collègues. Combien
de ces « teachers » ont-ils déjà
été formés à l'échelon des greffes
et à l'échelon de la magistrature?
Sont-ils déjà opérationnels au sein
des justices de paix? Combien de
temps dure une formation de ce
type? Quand les intéressés la
suivent-ils? Des indemnités de
défraiement
leur
sont-elles
versées? Quid s'ils doivent se
rendre
dans
un
autre
arrondissement que le leur?
21.02 Minister Jo Vandeurzen: Er zijn in totaal 28 teachers opgeleid
om alle vredegerechten op te leiden. Deze teachers geven opleiding
aan alle betrokkenen, zowel aan de griffiemedewerkers als aan de
rechters. De teachers krijgen een kostenvergoeding van 123 euro per
halve dag. Dat is een KB van 4 december 2001 en een KB van
17 januari 2002. De opleiding wordt gegeven tijdens de reguliere
werkuren en duurt vijf dagen. Voor het geven van de opleiding kan het
zijn dat de teachers zich moeten verplaatsen naar andere
arrondissementen. Hiervoor worden treintickets voorzien.
21.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il
est prévu que les vingt-huit
« teachers » qui ont été formés
pour former à leur tour les juges et
le personnel du greffe des justices
de paix perçoivent une indemnité
de défraiement de 123 euros par
jour. La formation dure cinq jours
et est dispensée pendant les
heures de travail normales. Les
intéressés reçoivent un ticket de
train pour leurs déplacements.
21.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Het zijn dus mensen van de
gerechtelijke wereld zelf die dat doen. Hebben zij nog de tijd, mijnheer
de minister, om hun eigen taken uit te voeren? Of ziet u dat als een
eerder aflopend project waarna zij terug in gewone dienst treden?
21.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Les "teachers" ont-ils
encore le temps d'accomplir leurs
tâches habituelles? Ce nouveau
système ne risque-t-il pas de faire
naître un arriéré supplémentaire?
21.04 Minister Jo Vandeurzen: Er zal iets meer tijd in moeten
gestoken worden als het gaat over de uitrol van nieuwe software.
Achteraf zal dat natuurlijk op een veel lager niveau zijn.
21.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Actuellement,
ces
formations
prennent encore beaucoup de
temps mais il n'en ira pas toujours
ainsi. Je pense que l'arriéré au
niveau du travail ne devrait pas
augmenter.
21.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Het zal wel niet tot
bijkomende achterstand leiden zeker?
21.06 Minister Jo Vandeurzen: Nee.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
22 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de sterke daling van het aantal ontzettingen uit het recht tot sturen
in het jaar 2007 in vergelijking met de vier voorafgaande jaren" (nr. 7983)
22 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la forte diminution du nombre de déchéances du droit de conduire en 2007 par
rapport aux quatre années précédentes" (n° 7983)</b>
22.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, blijkbaar ­ ik zal voorzichtig zijn in de wijze
waarop ik mijn vraag formuleer ­ is er een gevoelige daling
vastgesteld in het jaar 2007 in vergelijking met de voorgaande jaren,
wat het verval van het recht tot sturen betreft, uitgesproken door de
politierechtbanken. Er zou wel een stijging zijn op het niveau van de
parketten aangaande de intrekkingen.
Als de cijfers kloppen, dan zouden er in 2006 bijna 72.000
ontzettingen of verval van het recht tot sturen zijn uitgesproken,
tegenover iets meer dan 40.000 in 2007, wat een daling met maar
liefst 44% zou betekenen.
Mijnheer de minister, kloppen die cijfers? Dat is toch mijn eerste
vraag.
Ten tweede, als die cijfers kloppen, hoe verklaart u dan die daling in
één jaar tijd van de ontzetting uit het recht tot sturen?
22.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
Depuis
2007,
les
tribunaux de police prononcent
nettement moins de déchéances
du droit de conduire. En revanche,
les retraits de permis de conduire
sont repartis à la hausse. Ces
constats sont-ils conformes à la
vérité? Cette tendance peut-elle
s'expliquer?
22.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer Schoofs, enkele weken
geleden werden u cijfers meegedeeld in antwoord op uw schriftelijke
parlementaire vraag nr. 204, waarbij u een overzicht vroeg over de
jaren 2003 tot en met 2007, omtrent het aantal rijbewijzen die het
voorwerp waren van een onmiddellijke intrekking en omtrent het
aantal vervallenverklaringen, dat wil zeggen de rijverboden die door
een rechter werden opgelegd. In reactie op dat verstrekte antwoord
stelt u uw huidige vraag, meer in het bijzonder waarom er in 2007
plots minder ontzettingen uit het recht tot sturen opgelegd zouden zijn
door de politierechters.
Ik moet u echter meedelen dat de cijfers die u in antwoord op uw
schriftelijke vraag gekregen hebt, niet volledig correct zijn. In het
schriftelijk antwoord werden u de cijfers meegedeeld van het aantal
ontzettingen die slaan op de dossiers van de betrokken jaren, en dat
volgens de stand van zaken in augustus 2008, en dus niet van het
aantal effectief opgelegde ontzettingen in een bepaald jaar. Met
andere
woorden, de
meegedeelde
cijfers
betreffen
een
momentopname, op een bepaald tijdstip, en slaan op alle voorgaande
jaren. Gelet op de gerechtelijke procedure, worden veel ontzettingen
immers niet in het jaar van de feiten zelf opgelegd, maar wel in het
volgend jaar, of zelfs nog later. Mijn administratie heeft ter
voorbereiding van het schriftelijk antwoord dan ook, volledig ter
goeder trouw, de cijfers van de dossiers van de betrokken jaren
aangegeven, wat bij een lezing van uw vraag mogelijk was.
Vanzelfsprekend komen we tot een ander verhaal als we de cijfers
bekijken die slaan op de gestelde handelingen in een bepaald jaar,
namelijk de veroordelingen tot het verval van recht tot sturen of de
onmiddellijke intrekking van het rijbewijs. In dat geval is er immers
geen sprake van een sterke daling in 2007 wat de veroordelingen tot
rijverbod betreft, maar vertonen de statistieken eerder een constante
22.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il
y a de cela quelques semaines, j'ai
communiqué les chiffres relatifs
aux
années
2003-2007
en
réponse à une question écrite
posée par M. Schoofs. Il tire
aujourd'hui certaines conclusions
sur la base de ces chiffres.
Toutefois, je dois aujourd'hui y
apporter
des correctifs. Les
chiffres
que
j'avais
d'abord
communiqués se rapportaient aux
infractions par an, non aux
condamnations.
Si
nous
considérons les condamnations
par an, l'année 2007 n'a pas été
marquée par une forte diminution.
Une constante semble se dessiner
sur le plan statistique. Depuis
2004,
quelque
200.000
déchéances du droit de conduire
sont appliquées chaque année et
23.000 retraits immédiats de
permis
de
conduire
sont
comptabilisés tous les ans, un pic
ayant été observé en 2007 avec
28.000 retraits. De prime abord,
cette augmentation ne s'explique
pas.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
doorheen de jaren.
Sinds 2004 worden jaarlijks om en bij de 100.000 rijverboden
opgelegd door rechters. Het aantal onmiddellijke intrekkingen bedroeg
in de periode 2003-2006 ongeveer 22.000 tot 23.000 gevallen per
jaar, om in 2007 toe te nemen tot ongeveer 28.000 dossiers. Een
reden voor die stijging is niet onmiddellijk bekend. De dienst statistiek
van de FOD Justitie is wel nog bezig met de verificatie van de
gegevens van de voorbij jaren, teneinde dubbeltellingen te vermijden.
Indien u wenst, kunt u die voorlopige cijfers al krijgen ­ ik heb ze op
papier bij me ­, zodat u al over de gegevens kunt beschikken en kunt
vaststellen dat 2007 inderdaad geen daling heeft gekend van het
aantal ontzettingen.
22.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, vergissen is menselijk. Men heeft allicht
geprobeerd, zoals Godfried Bomans het destijds beschreef, alle
plasjes te ontwijken en alles mee te nemen, maar men is het kanaal
in gefietst vanwege een fout eindtotaal. Ik heb daar wel begrip voor.
Men is enigszins op het verkeerde been gezet. Ook op het niveau van
de kabinetten kan ik dat de mensen niet kwalijk nemen. Er kunnen
fouten gebeuren. Ik ben blij dat het hiermee is rechtgezet en dat de
juiste informatie alsnog kan worden meegedeeld. Dan weet men in de
toekomst ook, wat de methodiek betreft, dat men die fout niet meer
hoeft te maken.
22.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): L'erreur est humaine. Je
remercie le ministre pour les
rectifications qu'il a apportées.
22.04 Minister Jo Vandeurzen: Wat de data in penale zaken betreft,
heb ik in mijn beleidsnota aangekondigd dat wij het Nationaal Instituut
voor Criminalistiek en Criminologie hebben gevraagd om in 2009 werk
te maken van een datawarehousesysteem om die data veel meer op
elkaar te laten afstemmen.
22.04 Jo Vandeurzen, ministre:
J'ai annoncé dans ma note de
politique générale que nous avions
demandé à l'Institut national de
criminalistique et de criminologie
de concevoir en 2009 un système
de "datawarehouse" de façon à
mieux harmoniser les données en
matière pénale.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La présidente: La question n° 7987 de M. Jean-Luc Crucke est transformée en question écrite.
23 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la lutte contre le trafic des êtres humains" (n° 7988)</b>
23 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de strijd tegen de mensensmokkel" (nr. 7988)
23.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, s'agissant de la
lutte contre le trafic des êtres humains, le Centre pour l'Égalité des
chances et la lutte contre le racisme a consacré la date du 19 octobre
2008 comme une occasion de sensibiliser le public à ce délit. Le
président du Centre en a parlé comme "une réalité de l'ombre qui
représente une forme contemporaine d'esclavage". Selon moi, il a
raison. Nous avons déjà évoqué certains cas en commission et
même en séance plénière, à propos de la filière démantelée à l'hôtel
Conrad.
Le même président du Centre estime que notre pays, dont la
23.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Het Centrum voor gelijkheid van
kansen en voor racismebestrijding
organiseerde op 18 oktober 2008
een sensibiliseringscampagne om
mensenhandel bij de bevolking
onder de aandacht te brengen. De
voorzitter van het Centrum is van
mening dat de strijd tegen
mensenhandel
in
ons
land
enigszins verslapt is. Bent u het
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
législation est extrêmement pertinente en ce domaine et qui pourrait
se révéler efficace, connaîtrait néanmoins un certain relâchement
dans son combat contre le trafic des êtres humains.
Partagez-vous ce constat? Est-il d'ailleurs étayé?
Pourrions-nous connaître le nombre d'affaires à l'instruction? Une
diminution a-t-elle été observée? Les parquets accordent-ils une
priorité à ce type de délit?
Quelle est la durée moyenne d'une instruction en ce domaine?
Enfin, je me souviens qu'il y a environ deux ans et demi, une affaire
avait défrayé la chronique dans le Tournaisis. Je veux parler de
l'affaire Singa, relative à un joueur de football qui avait obtenu de
l'administration communale de Tournai un titre de séjour illégal pour
pouvoir jouer en 3
e
division nationale. Il est évidemment difficile de
caractériser d'urgent ce dossier, vu le temps écoulé, mais où en est-
il? Je ne vous demande pas ce qu'il contient, puisqu'il est en cours
d'instruction, mais j'aimerais savoir quel est son état d'avancement.
Pouvons-nous raisonnablement considérer que le délai d'attente est
acceptable? Ou bien pouvons-nous estimer que l'instruction sera
rapidement terminée de sorte que l'affaire soit examinée en chambre
du conseil?
met hem eens? Voor hoeveel
gevallen is er een gerechtelijk
onderzoek ingesteld? Geven de
parketten voorrang aan dit soort
misdrijven? Hoe lang duurt een
gerechtelijk onderzoek voor dit
soort zaken gemiddeld? Hoe staat
het met het dossier van de
voetballer Singa?
23.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, la question que vous
me posez me paraît confondre la traite et le trafic des êtres humains.
Le Centre pour l'Égalité des chances, les trois centres spécialisés
dans l'accueil des victimes de la traite des êtres humains ­ Pag-Asa,
Payoke et Sürya ­ et la Fondation Samilia ont lancé le 18 octobre
2008 une campagne de sensibilisation intitulée "La traite des êtres
humains: une réalité qui dérange". Certains se voilent la face; d'autres
veulent savoir. Cette campagne s'inscrivait dans l'"European Anti-
Trafficking Day", promu par la Commission européenne. Le but
poursuivi est de demander au monde politique et judiciaire une
attention supplémentaire dans la lutte contre la traite des êtres
humains, mais aussi et surtout pour les victimes de la traite.
Comme son nom l'indique, cette campagne vise à sensibiliser plus
particulièrement le public sur la traite et non sur le trafic des êtres
humains. La première est un comportement punissable pénalement
sur la base des articles 433quinquies et suivants du Code pénal. Elle
consiste en une action ­ recruter, transporter, transférer, héberger,
accueillir une personne; passer ou transférer le contrôle exercé sur
elle ­ accomplie en vue de procéder à l'exploitation de cette
personne, qu'il s'agisse d'exploitation sexuelle, de mendicité,
d'exploitation économique, de prélèvement d'organes ou de la
contrainte de commettre une infraction.
Quant au trafic d'êtres humains, il s'agit d'un comportement
punissable sur la base de l'article 77bis de la loi du 15 décembre 1980
sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des
étrangers. Il consiste dans le fait de permettre l'entrée, le transit ou le
séjour d'une personne non ressortissante d'un État membre de
l'Union européenne sur ou par le territoire d'un tel État en violation de
la législation de celui-ci en vue d'obtenir directement ou indirectement
un avantage patrimonial.
23.02 Minister Jo Vandeurzen:
In uw vraag maakt u geen
onderscheid
tussen
mensen-
handel en mensensmokkel. Ik ben
het niet eens met de vaststelling
als zou de strijd tegen de
mensenhandel slabakken. Het
opsporings- en het vervolgings-
beleid ter zake wordt geregeld
door een ministeriële richtlijn die
sinds 1 januari 2007 van kracht is
en die door de leden van het
openbaar
ministerie
wordt
toegepast.
Bovendien werd er door alle
bevoegde ministers en door het
College van procureurs-generaal
een rondzendbrief ondertekend
betreffende een multidisciplinaire
samenwerking ten gunste van de
slachtoffers van de mensenhandel
en/of van sommige ernstige
vormen van mensensmokkel. De
rondzendbrief wordt binnenkort
gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad.
Op 10 juli 2008 waren er 635
dossiers in onderzoek. In het mij
toegemeten tijdsbestek heb ik
geen raming kunnen maken van
de gemiddelde duur van een
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
51
Je ne partage pas le constat selon lequel la lutte contre ce
phénomène criminel connaîtrait un certain relâchement. Pour rappel,
la Belgique a été pratiquement le premier pays membre de l'Union
européenne à développer une approche intégrale et intégrée de la
lutte contre la traite des êtres humains. Ce développement a permis la
reconnaissance du système belge sur le plan international.
La lutte contre la traite des êtres humains reste donc bien un objectif
prioritaire de politique criminelle. La politique de recherche et de
poursuites dans le domaine de la traite des êtres humains est définie
par une directive ministérielle qu'appliquent les membres du ministère
public: parquet, auditorat du travail, tribunaux du travail, parquets
généraux. Elle est en vigueur depuis le 1
er
janvier 2007.
Cette directive définit un cadre et des critères uniformes permettant
un développement homogène de la politique criminelle sur le terrain.
Elle prévoit notamment des réunions de coordination dans chaque
arrondissement judiciaire entre les magistrats du ministère public et
les services de police et d'inspection.
Le rôle pionnier de la Belgique en la matière a encore été confirmé
par l'adoption, le 11 juillet 2008, par le Conseil des ministres d'un plan
national d'action de lutte contre la traite et le trafic des êtres humains
sur la base des travaux de la Cellule interdépartementale de
coordination de la Lutte contre le trafic et la traite des êtres humains.
Ce plan développe des perspectives et des engagements de divers
partenaires, notamment institutionnels, dans ce combat pour les
périodes 2008-2011 et 2012-2016.
Par ailleurs, une circulaire relative à la mise en oeuvre d'une
coopération multidisciplinaire en faveur des victimes de la traite des
êtres humains et/ou de certaines formes aggravées de trafic des êtres
humains, et qui consiste à établir le statut protecteur des victimes de
cette activité, a été signée par tous les ministres concernés par ce
problème ainsi que par le Collège des procureurs généraux. Cette
circulaire va être publiée incessamment au Moniteur belge.
Si je puis vous indiquer qu'en date du 10 juillet 2008, notre pays
comptait 635 dossiers à l'instruction en ce domaine, il ne m'est pas
possible, dans les délais impartis, d'apporter une réponse précise
quant à l'estimation moyenne de la durée d'une instruction relative à
un dossier de traite des êtres humains. Néanmoins, je peux affirmer
qu'une telle évaluation est complexe en raison des deux facteurs
suivants.
D'abord, la longueur d'une procédure d'instruction est fonction de la
complexité du mécanisme frauduleux mis en oeuvre et de l'existence
d'autres infractions connexes poursuivies en même temps que le délit
de traite des êtres humains. Ensuite, la traite des êtres humains est
un phénomène criminel qui peut résulter des activités d'une
organisation criminelle importante et aux multiples ramifications dans
un ou plusieurs États étrangers, parfois situés en dehors de l'Union
européenne. Elle peut aussi être le fait d'une ou deux personnes
isolées cherchant un profit immédiat.
Par ailleurs, il est rare que l'infraction de traite des êtres humains soit
poursuivie seule. Le plus souvent, les acteurs sont également
poursuivis pour d'autres délits, tels que le faux et l'usage de faux, la
onderzoek van een dossier inzake
mensenhandel. Een en ander
hangt samen met de complexiteit
van het gehanteerde fraude-
mechanisme en met het bestaan
van
andere
samenhangende
misdrijven die eveneens worden
vervolgd. Met betrekking tot de
zaak-Singa
loopt
er
een
opsporingsonderzoek
onder
leiding van de procureur des
Konings van Doornik. In dat kader
werden verscheidene bijkomende
onderzoeksdaden gevraagd.
De procureur-generaal heeft me
laten weten dat het onderzoek zijn
normale loop neemt.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
52
non-déclaration de travailleurs, l'emploi de main-d'oeuvre étrangère
non autorisée au travail, le viol, etc.
S'agissant plus précisément de l'affaire Singa, qui porte sur un joueur
de football arrivé en Belgique en 2001, le dossier judiciaire est
toujours en cours. Il fait l'objet, non pas d'une instruction, mais d'une
information judiciaire conduite par le procureur du Roi de Tournai.
Différents devoirs complémentaires viennent d'être demandés.
Ce dossier ne me semble pas recevoir d'explication aussi claire que
ne semble le laisser croire la question posée. Vous comprendrez
donc aisément que je ne puis vous donner de détails dans un dossier
pénal en cours. Toutefois, le procureur général m'a indiqué que,
compte tenu de la complexité réglementaire de ce dossier, de la
nécessité de recueillir des pièces et des témoignages, l'enquête
suivait son cours normal.
23.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je comprends
parfaitement que vous ne puissiez pas me communiquer
d'informations relatives à l'affaire Singa. Simplement, elle peut
entretenir un rapport avec le problème abordé dans ma question.
Deux ans et demi, cela me semble un délai important pour une
information. En tout cas, je prends acte de votre réponse.
23.03 Jean-Luc Crucke (MR):
De zaak-Singa kan in verband
staan met het probleem waarover
mijn vraag gaat. Ik neem nota van
uw antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
23.04 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, si vous me
permettez d'intervenir à propos de l'ordre du jour, je suppose que le
ministre ne va pas rester toute la nuit ici. Je devais poser une
question n° 8340, à laquelle vous n'arriverez sans doute pas. Je suis
prêt à la transformer en question écrite si je suis assuré de recevoir la
réponse aujourd'hui.
23.05 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le député, je peux vous
donner ma réponse.
23.06 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie.
La présidente: La question n° 8340 de M. Crucke est donc transformée en question écrite.
24 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de burgerrechtelijke opdrachten uitgevoerd door de justitiehuizen"
(nr. 8028)
24 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les missions de droit civil réalisées par les maisons de justice"
(n° 8028)</b>
24.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, in
2006 is er in de justitiehuizen een nieuw proces, namelijk het
business process reengineering, geïmplementeerd en het werd
voltooid in maart 2007. Het komt erop neer dat men in alle
justitiehuizen in België op dezelfde manier werkt. In het kader daarvan
heeft uw voorgangster, mevrouw Onkelinx meer justitieassistenten
aangeworven en verdeeld naar gelang van de werklast van de
justitiehuizen.
24.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Depuis le mois de
mars 2007, toutes les maisons de
justice belges doivent fonctionner
de la même manière. À cet effet,
elles se sont vu attribuer des
assistants
de
justice
supplémentaires. Pourtant, en
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
53
Ondanks het proces blijven heel wat justitiehuizen kampen met een
achterstand inzake de burgerrechtelijke opdrachten, de zogezegde
maatschappelijke onderzoeken. In maart van dit jaar daarover
ondervraagd door mijn collega Bruno Steegen bevestigde u dat er in
Limburg een achterstand van acht maanden was, die u zou oplossen
door de aanwerving van bijkomende justitieassistenten. Ook in mijn
provincie, West-Vlaanderen blijven we kampen met een achterstand.
Dat geldt voor 2 op de 4 arrondissementen. Het gaat soms zelfs zo
ver dat rechters die een maatschappelijk onderzoek hebben bevolen,
bij tussenvonnis de opdracht herroepen en het onderzoek zelf
proberen te doen aan de hand van de persoonlijke verschijning van
de partijen. Dat is schrijnend en volgens mij ontoelaatbaar.
Een andere uitweg kan zijn politionele onderzoeken. In dat geval
wordt de politie de opdracht gegeven de situatie thuis of bij de ouders
te onderzoeken. Maar niet elke politiezone voert dergelijk onderzoek
uit en dat is, mijns inziens, ook geen kerntaak van de politie. Minister
Dewael heeft al op een vraag van mij in die zin geantwoord.
In elk geval is de rechtsonderhorige altijd het slachtoffer en dat is heel
jammer in familiale zaken, zeker wanneer het gaat over het verblijf
van kinderen en hun belang. Dat kan niet meer worden getolereerd.
Wanneer vrederechters een discussie over het verblijf moeten
beslechten en ze willen de situatie ter plaatse laten onderzoeken via
een maatschappelijk onderzoek, zijn zij tot vandaag daar nog steeds
niet toe gerechtigd. Zoveel jaren geleden heeft men die poort
dichtgehouden, omdat men meende dat het de werklast te veel zou
verhogen. Vandaag is de poort nog altijd dicht, wat tot een ongelijke
beoordeling van gelijke familiale en dus delicate dossiers leidt.
Wat is de precieze achterstand in de West-Vlaamse justitiehuizen?
Hoeveel opdrachten werden er in 2007 en de eerste helft van 2008
gegeven aan de justitieassistenten op het vlak van burgerrechtelijke
opdrachten? Hoeveel assistenten zijn er momenteel ingezet in West-
Vlaanderen voor deze opdrachten? Hebt u een verklaring voor die
aanhoudende
achterstand?
Is
het
een
probleem
van
personeelstekort? Is het dat nieuw proces, die BPR dat niet werkt?
Als sommige assistenten met vakantie of ziek zijn, wordt er dan aan
een herverdeling van die opdrachten binnen de justitiehuizen gedaan?
Is men, met andere woorden, voldoende flexibel binnen die
justitiehuizen?
Maatschappelijke onderzoeken worden altijd volgens een bepaald
stramien opgesteld, wat nochtans niet wettelijk geregeld is. Moet dit
niet eens herdacht worden? Kan er niet gewerkt worden met verkorte
maatschappelijke verslagen?
dépit de ce "business proces
reengineering", de nombreuses
maisons de justice accusent
toujours un arriéré en matière
d'enquêtes sociales. Il arrive
même que des juges soient
contraints de faire annuler cette
enquête sociale et d'y procéder
eux-mêmes sur la base d'une
comparution des parties. Parfois,
la police va enquêter sur la
situation à domicile, ce qui ne
relève certainement pas de ses
missions principales. Le justiciable
est victime de cet état de choses
qui, dans des affaires familiales, et
surtout lorsqu'il en va de l'intérêt
d'enfants, est inadmissible.
Quelle est l'ampleur de l'arriéré
des maisons de justice en Flandre
occidentale? Combien d'assistants
a-t-on affectés à ces missions
civiles? Comment le ministre
explique-t-il
cet
arriéré?
Ne
pourrait-on simplifier le rapport
social?
24.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ik geef u de
achterstand in de burgerlijke opdrachten in de West-Vlaamse
justitiehuizen op 15 oktober 2008: Brugge 0, Kortrijk 1, Ieper 13,
Veurne 12. Het aantal opdrachten in 2007: Brugge 109, Kortrijk 85,
Ieper 65, Veurne 75. In 2008 zijn de cijfers gekend tot en met 31
augustus: Brugge 83, Kortrijk 67, Ieper 25, Veurne 53. Het aantal
justitieassistenten dat zich met die zaken bezighoudt: Brugge 3.8,
Kortrijk 2.7, Ieper 1 en Veurne 1.8.
24.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je fournis les chiffres relatifs aux
missions civiles, à l'arriéré et à
l'engagement de personnel dans
les maisons de justice de Flandre
occidentale pour publication au
compte rendu intégral.
Les directeurs des maisons de
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
54
De directeurs van de justitiehuizen managen hun in- en output van
mandaten binnen hun gerechtelijk arrondissement. Ze zijn
verantwoordelijk voor een evenwichtige verdeling van de werklast
onder de justitieassistenten en voor een correcte uitvoering van de
opdracht. Bepaalde mandaten blijven stijgen over heel het land,
andere kennen plaatselijke schommelingen. De problemen konden
het scherpst worden aangevoeld in de sectoren van het elektronisch
toezicht, waarvoor een aantal justitiehuizen indertijd geen bijkomend
personeel heeft gekregen en de uitvoering van de werkstraf. Voor het
einde van het jaar wordt in een personeelsversterking van een
belangrijk aantal justitieassistenten voorzien. Ik heb dat daarnet
nogmaals herhaald.
In de mate van het mogelijke worden langdurige ziekte- en
verlofperiodes opgevangen door de groep van justitieassistenten. Zo
is het mogelijk dat justitieassistenten van een andere sector tijdelijk
ingezet worden om deze procedureperiodes te overbruggen. Gelet op
het gegeven dat vele justitiehuizen een achterstand in meerdere
materies kennen, is het niet steeds haalbaar om overal de nodige
vervanging te garanderen, temeer omdat de diverse mandaten een
verschillende aanpak vereisen, bijvoorbeeld het uitvoeren van
burgerlijke opdrachten ten opzichte van het opvolgen van een onder
elektronisch toezicht gestelde veroordeelde.
In het kader van de BPR is het proces tot uitvoering van een sociale
studie grondig besproken en uitgewerkt. In een voorafgaande fase
werden de opdrachtgevers omtrent de doelstellingen en het proces
van een burgerrechtelijke opdracht bevraagd. Hiermee werd rekening
gehouden in de uitwerking van het proces.
De sociale studie beoogt de opdrachtgever voldoende te informeren
en te adviseren, teneinde hem in staat te stellen een aangepaste
beslissing te nemen. Hij of zij wordt door de familiale dynamiek, de
huidige leefsituatie van de betrokken partijen, de kinderen en hun
visie op de situatie en de visie van eventuele, relevante derden
geïnformeerd.
Om aan voornoemde doelstellingen tegemoet te kunnen komen, werd
in het proces bepaald dat de justitieassistent met iedere partij drie
gesprekken heeft: een gesprek op het kantoor van de justitieassistent,
een gesprek tijdens een huisbezoek en een terugkoppelingsgesprek
over het verslag aan de opdrachtgever. Ook is er een gesprek met de
betrokken kinderen en met de eventuele, nieuwe partner van de
ouder. Indien zulks noodzakelijk blijkt, kan de justitieassistent
eveneens met eventuele, relevante derden contact opnemen.
In deze vrij delicate en specifieke problematiek wordt in principe niet
van voornoemd proces afgeweken.
In een aantal uitzonderlijke gevallen kan de studie zich echter tot één
contact met elk van de partijen en een eventueel contact met de
kinderen en de relevante derden beperken. De rapportage zal in
dergelijke gevallen vooral een antwoord op de eventuele, specifieke
vragen geven, met name door aanvullende rapporten. Er wordt extra
informatie aan de rechter gevraagd, omdat ze in het originele rapport
ontbreekt. Dit zijn actualisatierapporten. Er wordt naar aanleiding van
de gewijzigde situatie, meestal na verloop van een relatief langere
periode, nieuwe informatie gevraagd, evaluatierapporten, en daar ligt
justice sont tenus de répartir
équitablement la charge de travail
entre les assistants et de veiller à
la bonne exécution des missions.
La surveillance électronique et les
peines de travail ont entraîné un
surcroît de travail considérable
sans que le cadre du personnel
soit renforcé proportionnellement
dans toutes les maisons de
justice. Nous voulons augmenter
les effectifs cette année encore. Il
n'est pas toujours possible de
remplacer par des assistants du
même secteur des membres du
personnel qui sont en congé de
maladie de longue durée ou en
vacances.
L'enquête
sociale
a
été
abondamment abordée dans le
cadre
du
"business
proces
reengineering". Le processus a été
développé après une enquête
approfondie auprès des mandants.
L'enquête sociale a pour but de
fournir suffisamment d'informa-
tions et de conseils au mandant
pour qu'il puisse prendre une
décision adéquate. L'assistant de
justice doit dès lors mener trois
entretiens avec chaque partie au
cours de l'enquête. Un entretien
est également organisé avec les
enfants et le nouveau partenaire
du parent. L'assistant de justice
peut également prendre contact
avec des tiers concernés.
Il n'est pas dérogé à cette
procédure pour cette probléma-
tique délicate. Dans des cas
exceptionnels, l'enquête peut se
limiter à un seul contact avec
chacune des parties et avec les
enfants et des tiers concernés.
L'enquête répondra dès lors
surtout aux questions spécifiques
par
le
biais
de
rapports
complémentaires, d'actualisation
et
d'évaluation.
L'intervention
initiale
est
parfois
tellement
éloignée dans le temps qu'une
enquête entièrement nouvelle doit
être menée.
Les missions qui concernent
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
55
de klemtoon op de evolutie tussen de situatie zoals ze tijdens de
aanvankelijke studie was en nu. Bijvoorbeeld: hoe is de situatie na het
heropstarten van de contacten met de ene ouder?
Soms is de wijziging echter zo drastisch of is de aanvankelijke
interventie zo lang geleden dat er een volledige, nieuwe studie moet
worden gemaakt.
De opdrachten die enkel op controle en verificatie betrekking hebben
­ bijvoorbeeld materiële leef- en woonomstandigheden en de
financiële situatie ­ en opdrachten die tot doel hebben te beoordelen
of het kind in gevaar is, behoren evenwel niet tot de doelstellingen van
de binnen het burgerlijk recht gekaderde, sociale studie.
Desgevallend kan in dat verband een beroep op anderen ­ politie- en
expertisediensten, kinderpsychologen en psychiatrie ­ worden
gedaan.
Samen met de staatssecretaris bevoegd voor het Gezinsbeleid zal ik
naar een efficiënte oplossing voor het stijgend aantal vragen in
burgerrechtelijke opdrachten zoeken. Het is duidelijk dat ik er naar
aanleiding van de discussie over de familierechtbank alleszins bij de
collega's op heb aangedrongen dat in het concept van de
familieopdrachten bij de familierechtbank ook een studie wordt
gemaakt over de vraag op welke manier wij in de toekomst dergelijke
vragen beter kunnen beantwoorden. Het heeft immers weinig zin om
een familierechtbank te organiseren, indien wij op voornoemde vraag
geen goed antwoord kunnen geven.
uniquement le contrôle et la
vérification et celles qui ont pour
but d'évaluer si l'enfant est en
danger, n'entrent pas dans le
cadre de cette enquête sociale. Il
peut être fait appel aux services
de la police et d'experts, aux
pédopsychologues et ­psychiatres
à cet effet.
En concertation avec le secrétaire
d'État à la politique familiale, je
rechercherai une solution efficace
pour les requêtes de plus en plus
nombreuses en matière civile. J'ai
insisté pour qu'à l'occasion de la
discussion relative au tribunal de
la famille, il soit également
examiné comment il peut être
mieux répondu à ces requêtes
dans le futur. La constitution d'un
tribunal de la famille n'aurait
autrement que peu de sens.
24.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik
dank de minister voor het gedetailleerde antwoord en voor de cijfers
die hij geeft.
Uit de cijfers blijkt dat de problemen vooral in de twee kleinste
arrondissementen rijzen.
Voor de vorm van het maatschappelijk verslag verwijst u naar de
discussie binnen de BPR, waar uitdrukkelijk werd gesproken over hoe
een maatschappelijk verslag er moet uitzien. Ik kan daarmee akkoord
gaan. Niettemin blijft mijn vaststelling dat heel wat verslagen vaak erg
uitvoerig zijn. Zij vertrekken van de schooltijd van beide ouders en
komen uiteindelijk veel te kort tot het essentiële, zijnde het advies
over het verblijf van de kinderen.
Bij dat punt moet dus nog eens worden stilgestaan. Is het wel nodig
om altijd dergelijke, uitvoerige verslagen op te stellen, die soms
slechts heel vluchtig worden nagelezen en waarvan soms slechts een
tiende echt interessant is?
In het laatste punt van uw antwoord zei u dat u met de
staatssecretaris, in het kader van de oprichting van de
familierechtbank, naar oplossingen voor bedoeld probleem zult
zoeken.
Ik hoop dat uw zoektocht vlug resultaat oplevert.
Over de familierechtbank ben ik pessimistisch. De staatssecretaris
heeft mij niet zo lang geleden nog geantwoord dat hij een werkgroep
heeft opgericht om over de kwestie na te denken. Voornoemde
24.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Les chiffres indiquent
que les problèmes se posent
essentiellement dans les deux
plus petits arrondissements.
En ce qui concerne la forme du
rapport social, le ministre renvoie
à la discussion menée dans le
cadre du BPR. Je suis d'accord
mais pourquoi ces rapports sont-
ils aussi détaillés, alors que
seulement
un
dixième
des
informations a de l'importance?
Je suis pessimiste en ce qui
concerne le tribunal de la famille.
Le secrétaire d'État m'a répondu
assez récemment qu'il avait
constitué un groupe de travail à
cet effet mais celui-ci ne s'est pas
encore réuni.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
56
werkgroep is echter tot op heden nog niet bijeengekomen, tenzij dat
de voorbije weken zou zijn gebeurd.
Ik hoop dat wij vooruitgang kunnen boeken. De families en de
kinderen zijn immers de toekomst van onze maatschappij. Het is dan
ook spijtig dat wij nog altijd met dergelijke problemen te kampen
hebben.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
25 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de procedure voor de benoeming tot magistraat via de zogenaamde
'derde weg'" (nr. 8029)
25 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la procédure relative à la nomination des magistrats par le biais de la
'troisième voie'" (n° 8029)</b>
25.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, met de wet van 7 april 2005 hebben wij de
toegang tot de magistratuur uitgebreid met de derde weg, waarbij
advocaten na 20 jaar beroepservaring vrijgesteld worden van het
examen inzake beroepsbekwaamheid.
Onderzoeksrechter Dehousse stelt in een forum dat de
Nederlandstalige aanwijzings- en benoemingscommissie van de Hoge
Raad deze benoemingswijze in tegenstelling tot de Franstalige
collega's onvoldoende als een volwaardige toegang tot de
magistratuur zou beschouwen. Er zouden hoge en onredelijke eisen
gesteld worden aan de kandidaten.
Uit cijfers blijkt dat er een discrepantie bestaat tussen aan de ene
kant de Nederlandstalige situatie en aan de andere kant de
Franstalige. In 2006 waren er 21,43% Nederlandstaligen geslaagd
tegenover 66,6% Franstaligen. In 2007 was het 33,3% tegenover
52,63%.
De vraag rijst of dit toeval is of niet. Het is zo dat de
onderzoeksrechter die ik citeer tot de conclusie komt dat men langs
Franstalige zijde de derde weg als een volwaardige toegang of als
een meer volwaardige toegang zou beschouwen dan aan
Nederlandstalige zijde.
Bent u ook dezelfde mening toegedaan?
Vindt u dat de evaluatiecriteria van de benoemings- en
aanwijzingscommissie eventueel moeten herbekeken worden op dat
vlak?
25.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La loi du 7 avril 2005 a
prévu une troisième voie d'accès à
la magistrature, à savoir l'exemp-
tion de l'examen d'aptitude profes-
sionnelle pour les avocats ayant
acquis
une
expérience
professionnelle de 20 ans. Selon
le juge d'instruction, M. Dehousse,
la commission de nomination
néerlandophone
du
Conseil
supérieur de la justice considère
cette procédure de nomination
comme insuffisante en vue d'un
accès à part entière à la
magistrature.
Les
exigences
seraient ainsi déraisonnablement
élevées pour les candidats, ce qui
entraîne une distorsion commu-
nautaire: en 2006, 21,43% des
candidats néerlandophones et
66,6% des candidats franco-
phones ont réussi l'examen. En
2007, il s'agissait de 33,3% contre
52,63%.
Le ministre est-il d'accord pour
dire que cette différence résulte de
l'attitude intransigeante de la
commission
de
nomination
néerlandophone? Ne faudrait-il
pas revoir les critères d'évaluation
de cette commission?
25.02 Minister Jo Vandeurzen: De derde toegangsweg werd
inderdaad ingesteld met de bedoeling kandidaten met een ruime en
lange beroepservaring aan te trekken voor bepaalde ambten in de
magistratuur. Het was immers duidelijk dat een groep van potentiële
kandidaten niet meer te overtuigen was om nog deel te nemen aan
het zware examen ingericht door de Hoge Raad voor de Justitie tot
25.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'objectif de cette troisième voie
d'accès est de stimuler les
candidats
ayant
acquis
une
expérience
professionnelle
considérable à accéder à la
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
57
het behalen van het getuigschrift inzake beroepsbekwaamheid, terwijl
toch duidelijk was dat deze kandidaten aan het vereiste functieprofiel
voldeden.
Gelet op het feit dat er zich bovendien geen massa kandidaten
manifesteerde voor de vacatures in de magistratuur en de bevoegde
benoemingscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie op het
ogenblik van de voordracht de kandidaturen van alle kandidaten
duidelijk en afdoende afwegen en deze afweging ook nog motiveren,
acht ik het een surplus om ook via deze weg magistraten te kunnen
benoemen.
Ik heb geen kennis van de slaagkansen van de Nederlandstalige en
Franstalige kandidaten voor het evaluatie-examen aangezien dit
volledig tot de bevoegdheid behoort van de Hoge Raad voor de
Justitie.
Ik kan u wel meegeven dat sedert 2006 17 Franstalige en 10
Nederlandstalige kandidaten zijn geslaagd in het examen, waarvan er
8 Franstaligen en 3 Nederlandstaligen werden voorgedragen door de
verschillende benoemingscommissies.
Ik heb dan ook niet indruk dat deze 11 benoemingen gedurende een
periode van drie jaar een ernstige bedreiging kunnen zijn voor de
andere kandidaten die via de gerechtelijke stage of het brevet inzake
beroepsbekwaamheid een benoeming ambiëren.
Ik blijf uiteraard zeer waakzaam wanneer kandidaten via de derde
toegangsweg worden voorgedragen, aangezien de door de wet
voorziene quota niet mogen worden overschreden. Ik vergewis mij er
telkens opnieuw van of de verdiensten en bekwaamheden van de
kandidaten voldoende werden afgetoetst.
magistrature. Certains d'entre eux
n'étaient en effet plus disposés à
passer par la lourde procédure
d'examen, alors qu'ils répondaient
toutefois clairement au profil de la
fonction. Le Conseil supérieur de
la
Justice
examine
chaque
candidature au moment de son
introduction et motive son choix.
J'ignore quelles sont les chances
de
réussite
des
candidats
francophones et néerlandophones.
Cette matière relève de la
compétence du Conseil Supérieur.
Depuis 2006, dix-sept candidats
francophones et dix néerlando-
phones ont réussi l'examen; huit
francophones et trois néerlando-
phones ont été présentés par la
commission de nomination. Le fait
que onze nominations soient ainsi
intervenues sur une période de
trois ans ne constitue en aucun
cas une menace sérieuse pour les
candidats visant une nomination
par le biais d'un stage judiciaire ou
du brevet d'aptitude profession-
nelle. Je reste néanmoins vigilant
quant à cette troisième voie pour
la présentation des candidats: il
s'agit d'éviter tout dépassement
des quotas légaux.
25.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb nog een vraag naar verduidelijking. Er
zijn 11 benoemingen geweest sinds 2006. Dat was het toch?
25.04 Minister Jo Vandeurzen: Er zijn 17 Franstaligen en 10
Nederlandstaligen geslaagd sedert 2006 en er zijn 8 Franstaligen en 3
Nederlandstaligen voorgedragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
26 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de problemen bij het Hof van Cassatie" (nr. 8059)
26 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les problèmes auxquels est confrontée la Cour de cassation" (n° 8059)</b>
26.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, een
tweetal weken geleden zijn wij op uitnodiging, misschien wel voor de
allereerste keer in de geschiedenis, naar het Hof van Cassatie
getrokken. Tijdens onze rondleiding konden wij de in sommige
gevallen toch wel erbarmelijke werkomstandigheden aldaar
vaststellen. Ook de ondersteuning blijft in sommige domeinen
problematisch.
26.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Lors d'une récente visite
guidée à la Cour de cassation,
nous avons été témoins des
conditions
de
travail parfois
pitoyables du personnel de la
Cour. Qui plus est, des problèmes
dus à un soutien ICT insuffisant se
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
58
Een eerste reeks vragen betreft het gebouw. In welke mate is er
overleg met de FOD Financiën inzake de renovatie van de
leegstaande vleugel van het gebouw waarin destijds de rechtbank van
koophandel gevestigd was? Hoe is dat georganiseerd? Dat is al in het
Parlement aan bod gekomen, maar er komt kennelijk geen schot in
de zaak.
Tegen wanneer plant u de intrek van het Hof van Cassatie in die
vleugel of het eventueel overleg met uw collega van Financiën,
waaronder de Regie der Gebouwen ressorteert?
De totale renovatie wordt begroot op 3 tot 4 miljoen euro. Hebt u
exactere cijfers?
Ten tweede, wat de ondersteuning betreft, zult u extra
referendarissen aanwerven?
Wanneer wordt het koninklijk besluit betreffende de taalexamens van
de referendarissen gepubliceerd? Dat was een acute zaak. Het is een
pertinente vraag, want het KB is nog altijd niet gepubliceerd, terwijl
iemand van het Hof van Cassatie mee de pen heeft vastgehouden
voor de opmaak van de ontwerptekst.
Wanneer voorziet u in het nodige personeel met het oog op
permanent onderhoud van de ICT-configuraties bij het Hof van
Cassatie? Blijkbaar moet de chauffeur van de eerste voorzitter nog
altijd bijspringen bij het onderhoud van de informatica.
posent.
Qu'en est-il de la concertation
avec le SPF Finances concernant
la rénovation de l'ancienne aile du
tribunal de commerce? Quand le
ministre prévoit-il le déménage-
ment de la Cour de cassation dans
cette aile ou la concertation à ce
sujet?
À
combien
s'élèvera
exactement le coût de cette
rénovation?
Le
ministre
tentera-t-il
d'embaucher des référendaires
supplémentaires? Quand l'arrêté
royal
relatif
aux
examens
linguistiques
sera-t-il
publié?
Quand le ministre planifiera-t-il le
recrutement
du
personnel
nécessaire à la maintenance des
configurations ICT à la Cour de
cassation?
26.02 Minister Jo Vandeurzen: Wij staan in constant overleg met de
Regie der Gebouwen, dat onder andere gebaseerd is op conventies
zoals het administratief reglement bepalende de voorwaarden waarin
de Regie der Gebouwen terreinen, gebouwen en aanhorigheden ter
beschikking stelt van bezettende diensten. Die conventies leggen
precies vast welke onderhoudstaken door wie moeten worden
uitgevoerd. Algemeen zijn opfriswerken ten koste van de bezetter,
dus van Justitie. De oude lokalen van de rechtbank van koophandel
vereisen echter een grondigere renovatie: herstelling van de vloer, het
schrijnwerk en de oude loketten, wat dan weer de taak is van de
eigenaar, in casu de Regie der Gebouwen.
Eens de renovatiewerken besteld door de Regie der Gebouwen
achter de rug zijn, kan het personeel van het Justitiepaleis de interne
verhuis doen. In principe kan dat nog dit jaar gebeuren.
Ik stel voor dat u zich daarvoor richt tot mijn collega, de minister van
Financiën, onder wiens bevoegdheid de Regie der Gebouwen valt,
aangezien de Regie der Gebouwen de renovatie besteld en
gebudgetteerd heeft.
Er is inderdaad een aanvraag ingediend om de personeelsformatie
van de referendarissen bij het Hof van Cassatie uit te breiden van 15
tot 20 eenheden. Het dossier maakt het voorwerp uit van een
budgettaire administratieve controle en is lopende. Het wordt door
mijn administratie opgevolgd.
Het ontwerp van koninklijk besluit inzake de organisatie van het
taalexamen voor referendarissen bij het Hof van Cassatie werd in
september bezorgd voor akkoord van de minister van
26.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Nous
nous
concertons
en
permanence avec la Régie des
Bâtiments
conformément
aux
conventions
existantes
qui
définissent avec précision les
missions
à
remplir
et
les
personnes appelées à les remplir.
Les travaux de rafraîchissement
sont à charge de la Justice mais si
une rénovation plus approfondie
devait être effectuée, elle serait à
charge de la Régie des Bâtiments.
En principe, le déménagement
pourrait intervenir avant la fin de
l'année, à condition que la
rénovation soit achevée comme
prévu. En ce qui concerne les
chiffres, j'invite le député Schoofs
à s'adresser au ministre des
Finances.
Une demande visant à porter le
nombre de référendaires à vingt a
été effectivement exprimée et
cette demande est actuellement
l'objet
d'un suivi par
mon
administration. Le projet d'arrêté
royal a été soumis pour accord à
la ministre de la Fonction publique
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
59
Ambtenarenzaken, alsook van Selor gelet op de organisatorische
aspecten. Nadien moet het nog ter advies aan de Raad van State
worden voorgelegd. Mijn administratie volgt ook dat dossier van nabij.
Er wordt niet in specifiek en exclusief ICT-personeel voor het Hof van
Cassatie voorzien. De ICT-ondersteuning wordt, zoals dat het geval is
voor alle overige rechtbanken, verzorgd door de stafdienst ICT van
mijn administratie.
et au Selor. Ensuite, il faudra
demander l'avis du Conseil d'État.
Il n'est pas prévu de recruter du
personnel ICT spécifique pour la
Cour de cassation car l'ensemble
du soutien ICT est assuré par le
service d'encadrement ICT de
mon administration.
26.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik had al
begrepen dat de versplintering van de bevoegdheden en een
onvoldoende onderlinge afstemming ervoor zorgen dat dergelijke
problemen zich nog kunnen voordoen, maar de toestand daar was
onaanvaardbaar. De griffie van cassatie van burgerlijke zaken was
afgekeurd door de gezondheidsinspectie. De syndicale organisaties
zijn niet tevreden met de situatie inzake veiligheid en evacuatie.
Blijkbaar werkt men, ook op het vlak van veiligheid, naast elkaar.
Straks stel ik inderdaad normaal gezien nog een vraag aan de
minister van Financiën. Ik heb die vraag ingediend en ze is
geagendeerd. Ik zal mij ook tot de minister van Ambtenarenzaken
wenden, wat de taalexamens betreft.
Ik hoop echt dat het hoogste gerechtshof in dit land spoedig over de
infrastructuur zal kunnen beschikken die het verdient. Zeker in
vergelijking met de buurlanden, ook wat de ondersteuning betreft,
scoren wij op dat vlak ondermaats.
26.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): La situation y était de
toute façon inacceptable. Le greffe
civil de cassation a été l'objet d'un
avis
négatif
de
l'inspection
sanitaire et les syndicats se
plaignent
de
problèmes
de
sécurité et d'évacuation. J'espère
vraiment que la plus haute
juridiction de notre pays puisse
disposer
rapidement
d'infrastructures convenables.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
27 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwerving van nieuwe penitentiair beambten" (nr. 8069)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwervingen in het gevangeniswezen" (nr. 8180)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de overstap van militairen naar de FOD Justitie" (nr. 8327)
27 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le recrutement de nouveaux agents pénitentiaires" (n° 8069)<br>- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "les recrutements à l'administration des établissements pénitentiaires" (n° 8180)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de militaires vers le SPF Justice" (n° 8327)</b>
27.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, recent bleek dat de plannen van de minister van
Defensie om militairen te laten doorstromen naar justitie moeilijk
verlopen. Van de 500 militairen die voorzien waren om de overstap te
maken, zullen er effectief maar 150 gaan, aldus de laatste berichten.
In antwoord op een vorige vraag in april 2008 gaf u aan dat jaarlijks
tot 1.000 aanwervingen nodig waren binnen de FOD-Justitie. In 2008
zouden een 626 nieuwe cipiers worden aangeworven. De overstap
van militairen naar deze functie was op dat moment voorwerp van
sociaal overleg.
27.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le plan prévoyant le
transfert vers le département de la
Justice de personnel militaire bute
sur des difficultés. Il semblerait
que seulement 150 sur les 500
militaires prévus franchiront le pas.
En avril 2008, le ministre de la
Justice
déclarait
que
mille
recrutements par an étaient
nécessaires au sein du SPF
Justice et il ajoutait que cette
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
60
Mijnheer de minister, ten eerste, brengen de moeilijkheden in het
afslankingsbeleid van minister De Crem het aantal aanwervingen van
nieuwe penitentiair beambten voor 2008 in het gedrang?
Ten tweede, hoeveel penitentiair beambten hebt u dit jaar reeds
kunnen aanwerven?
Ten derde, hoeveel penitentiair beambten zult u voor eind 2008 nog
aanwerven?
année
verrait
également
le
recrutement de 626 gardiens de
prison.
Les difficultés au niveau du
transfert de personnel militaire
risquent-elles de compliquer le
recrutement
des
nouveaux
gardiens de prison? Combien
d'agents pénitentiaires ont déjà été
embauchés et combien le seront
encore avant la fin de l'année?
27.02 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, onlangs heb ik deze vraag ook gesteld, maar
dat was in de marge van een andere vraag. Een antwoord heb ik toen
ook niet echt gekregen, namelijk met betrekking tot de twee getallen
die u noemde voor de nieuwe aanwervingen inzake het
gevangeniswezen. Het cijfer van 626 extra aanwervingen voor dit jaar
is destijds genoemd. U hebt ook altijd gezegd dat het op koers zit, met
justitieassistenten en penitentiair beambten. Onlangs hebt u in overleg
met de syndicale organisaties, de vakbonden, gesteld dat er 1.000
nieuwe aanwervingen zouden gebeuren.
Hoe verhoudt dat cijfer van 626 dat eerst werd genoemd zich tot het
cijfer van 1.000? Gaat het over precies 1.000? Waar zitten dan die
374, boven op die 626 aanwervingen om dat getal van 1.000 te
kunnen afronden? Tegen wanneer zullen uw aanwervingen
geschieden? Of is dit gewoon een kwakkel in de pers en hebt u dat
nooit gezegd? Dat mag u mij vandaag ook eventueel vertellen.
27.02 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Que représentent les 626
recrutements
au
sein
de
l'administration pénitentiaire par
rapport au chiffre précédemment
cité de 1000 recrutements à
effectuer? Quand le recrutement
des autres agents pénitentiaires
interviendra-t-il?
27.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijn vragen gaan over hetzelfde onderwerp. Er werd aangekondigd
dat dit jaar 500 militairen de overstap zouden maken naar de FOD
Justitie, onder meer door omscholing tot cipier. Naar verluidt zou
intussen zijn gebleken dat dat niet haalbaar is en dat maar 150
militairen dit effectief zullen doen.
Ik heb u daarover al ondervraagd begin juli in deze commissie. Toen
hebt u gesteld ­ ik citeer ­ "dat er met die overhevelingen geen
budgetverschuivingen gepaard gaan tussen Landsverdediging en
Justitie en dat de FOD Justitie ook geen extra financiële incentives zal
geven, omdat er al voldoende aantrekkelijke wedde- en
loopbaanperspectieven worden geboden."
Wat is de meest recente stand van zaken van het aantal militairen dat
zich
heeft
geëngageerd
deel
te
nemen
aan
de
competentiescreenings, die in samenwerking met Selor worden
opgezet?
Hoeveel van die militairen, die zich bereid verklaarden de overstap te
maken, gaven zich op voor de functie van penitentiair beambte?
Wat is de meest recente stand van zaken van het aantal militairen dat
dit jaar al de overstap maakte?
In welke functies kwamen zij terecht?
27.03 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Des difficultés se
posent effectivement en ce qui
concerne le nombre de militaires
qui seront mutés au département
de la Justice. Le ministre a déjà
annoncé
précédemment
qu'il
n'accorderait
pas
d'incitants
financiers supplémentaires pour
encourager un plus grand nombre
de militaires à faire le pas.
Combien de militaires se sont-ils
déjà engagés à participer aux
screenings de Selor? Combien se
sont portés candidats à la fonction
d'agent pénitentiaire? Combien de
militaires ont-ils déjà effectivement
franchi le pas et pour quelles
fonctions? Ne conviendrait-il pas
de
dégager
un
budget
supplémentaire pour la rétribution
des grades et de l'ancienneté de
ces militaires? Doit-on adapter des
règlements pour le passage vers
des grades spécialisés?
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
61
Hebt u een verklaring voor het geringe aantal militairen tot vandaag?
Speelt het financiële aspect een rol? Moet, gezien de extra kosten
voor het departement Justitie door de vergoeding van de graden en
anciënniteit, samen met de overstap niet het bijhorende budget
verschuiven?
Begin juli kondigde u ook aan dat voor de overgang naar de
gespecialiseerde graden, zoals die van penitentiair beambte, nog een
aantal reglementaire teksten moesten worden aangepast. Wat
houden die wijzigingen in? Is dat intussen gebeurd?
27.04 Minister Jo Vandeurzen: In de beleidsverklaring 2008 heb ik
inderdaad 626 bijkomende aanwervingen aangekondigd. Die
bijkomende 626 eenheden betreffen nieuwe initiatieven in het kader
van het budget 2008. De opmaak van het personeelsplan 2008 hield
dan ook rekening met 626 bijkomende eenheden.
Het personeelsplan 2008 werd uiteindelijk goedgekeurd begin
oktober. Het personeelsplan voorziet budgettair in 468 bijkomende
agenten, de penitentiaire beambten. Het aantal is te verklaren door
het uitstel van enkele wettelijke bepalingen van de basiswet ­
waarover wij hebben hier gestemd ­ voor de veroordeelden onder de
drie jaar en is geëvalueerd in het licht van de beschikbare budgettaire
middelen.
Gedurende het afgelopen jaar hebben de personeelsleden van de
FOD in de eerste plaats alle vacante plaatsen binnen het
personeelsplan 2007 opgevuld, en daarna binnen de budgettaire
marge van drie twaalfden de engagementen, waarin werd voorzien in
het personeelsplan 2008, uitgevoerd.
Op dit ogenblik zijn er 573 agenten in dienst getreden, waarvan 280
Franstaligen en 293 Nederlandstaligen. 49 Franstalige en 74
Nederlandstalige statutaire agenten bij mobiliteit en 89 Franstaligen
en 112 Nederlandstaligen zijn voorlopig benoemd. Daarenboven
werden 142 Franstalige en 134 Nederlandstalige agenten op
contractuele basis aangeworven.
Na de infosessies en jobbeurzen, georganiseerd op 3 en 5 juni 2008,
hebben zich 535 agenten van niveau C en niveau D ingeschreven.
Het gaat dus over de militairen. Nadien werd door Selor een
competentiescreening
georganiseerd
voor
alle
kandidaten,
rekeninghoudend met hun specifieke competenties en binnen hun
functiefamilies. Na deze screening door Selor meldden zich 378 aan
voor de selecties. Het slaagpercentage voor niveau C bedroeg 72,2%
en voor niveau D 68%.
Op 1 november 2008 zijn 160 militairen effectief in dienst getreden.
Daarnaast staan er nog 110 op de reservelijst. Deze kunnen later dan
1 november 2008 nog binnenkomen of in de reserve opgenomen
blijven in afwachting van nieuwe vacante plaatsen die er in de
toekomst zullen komen.
De penitentiaire beambten zijn slechts één categorie van de vele
functies die werden toegankelijk gesteld en waarvoor er agenten in
die reserve zitten. Voor die functie van penitentiair beambte schreven
er zich initieel 37 kandidaten in. Na de competentiescreening boden
27.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Dans ma déclaration de politique
générale, j'ai annoncé 626 recrute-
ments supplémentaires. Le plan
de personnel 2008 offre une
marge budgétaire pour 468 agents
pénitentiaires supplémentaires. Au
cours de l'année écoulée, il a tout
d'abord été pourvu aux vacances
du plan de personnel 2007. À ce
jour, 573 agents pénitentiaires
sont entrés en service.
Après les sessions d'information
des 3 et 5 juin 2008, 535 militaires
se sont inscrits à des fonctions de
niveau C et D dans l'administration
pénitentiaire. Après le screening
réalisé par le Selor, il restait 378
candidats. Le pourcentage de
réussite pour le niveau C était de
72,2% et pour le niveau D, de
68%. Le 1
er
novembre, 160
militaires sont effectivement entrés
en service au sein du département
de la Justice. La réserve de
recrutement compte encore 110
militaires.
Quelque 37 personnes se sont
inscrites pour la fonction d'agent
pénitentiaire et 28 ont participé à
la sélection. Parmi les 15 lauréats,
12 sont entrés en service dans
l'intervalle.
Aucun
problème
budgétaire ne se pose.
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
62
er zich nog 28 kandidaten aan voor de selectie. Daarvan slaagden 15
kandidaten. Dat is een slagingspercentage van 43,6%.
Op 1 november 2008 zijn er reeds 12 kandidaten in functie getreden.
De 3 overblijvende kandidaten staan op de reserve voor een latere
indiensttreding.
Wij vullen het in op onze effectieven, of ze van Defensie komen of op
een andere manier in ons budget terechtkomen is an sich geen
probleem.
27.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, om te weten of ik het goed begrepen heb, er is
in 2008 geen sprake van 626, die zijn weggevallen, er is een
personeelsplan gemaakt dat sprak over 468 en het zijn er uiteindelijk
573.
27.05
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Si j'ai bien compris,
le plan de personnel prévoyait 468
recrutements alors que finalement,
il y a eu 573 engagements.
27.06 Minister Jo Vandeurzen: Wij zijn begonnen met alles wat in
2007 nog niet was ingevuld daarbij te tellen.
27.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Tous les emplois vacants non
pourvus en 2007 y ont été ajoutés.
27.07 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): De aangekondigde 626 van
2008 zijn dus reeds herleid geworden tot 468?
27.08 Minister Jo Vandeurzen: Van de aangekondigde 626 zijn er op
dit moment 573 effectief gebeurd.
27.08 Jo Vandeurzen, ministre:
Sur
les
626
recrutements
annoncés dans le plan de
politique, 573 engagements ont
effectivement été réalisés.
27.09 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): In die 626 van 2008 zat dus
ook het saldo van 2007?
27.09
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Mais ces chiffres
portent donc également sur 2007
et pas uniquement sur 2008?
27.10 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb alleen gezegd dat wij zoveel
aanwervingen gingen doen, bovenop de spontane vervangingen.
27.11 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Die 626 was dus 2007 plus
2008 en niet alleen 2008. Dit is in de praktijk herleid tot 573. In het
personeelsplan staan er slechts 468.
27.12 Minister Jo Vandeurzen: Wij kunnen in dat kader van 2007
ook nog invullingen doen. Wij hebben eerst dat ingevuld, omdat er
daar nog ruimte was. Dan is er een bijkomend kader gecreëerd voor
2008.
27.12 Jo Vandeurzen, ministre:
Selon le plan de personnel 2008,
468 recrutements étaient prévus,
mais le budget permettait aussi de
procéder aux engagements qui
n'avaient pas eu lieu en 2007.
27.13 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Dat is raar. Volgens mij kan
een personeelsplan....
Ik kom tot de militairen. 160 militairen zijn cipier geworden. 110 zijn
geschikt verklaard na de selecties.
27.14 Minister Jo Vandeurzen: Ze zijn niet allemaal penitentiair
beambte.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
63
27.15 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Hoeveel cipiers zijn er?
27.16 Minister Jo Vandeurzen: Ik heb het reeds gezegd. 37
kandidaten hadden zich ingeschreven om cipier te worden. 28
kandidaten hebben zich later aangeboden. Van de 28 zijn er 15
geslaagd. In totaal traden er 12 als penitentiair beambte in dienst, drie
staan in de reserve. De anderen zijn in dienst in andere functies
binnen de gevangenissen zoals de justitiehuizen en het NCIT.
27.17 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Het volstaat niet om militair te
zijn om door de selectie te raken. Dat is een boodschap aan de
cipiers. Zij hebben een moeilijkere functie dan de militairen. Dat is
goed om weten.
27.17
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Je conclus du taux
de réussite des militaires que la
fonction de gardien de prison est
donc plus compliquée que la
fonction de militaire.
27.18 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik heb
zitten tellen. 1000 min 573 is gelijk aan 427. De minister spreekt van
573. 1000 min 626 - het objectief - is gelijk aan 374. 1000 min 468 ­
wat oorspronkelijk was gepland ­ zou 532 zijn. Ik kom nog steeds niet
aan een totaal van 1000. Waar komt dit aantal vandaan? Is het een
perskwakkel? Vanwaar komt het getal 1000? Is dit vermeld in overleg
met de vakbonden? Hoe ziet met dat? Is dit een objectief voor 2009 of
2010? Het cijfer 1000 intrigeert me.
27.18 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): D'où tient-on le chiffre de
mille
recrutements
supplémentaires
pour
les
établissements
pénitentiaires?
Est-il exact que ce chiffre, qui ne
sera pas atteint du reste, a été cité
pendant la concertation avec les
syndicats? Ou s'agirait-il d'un
objectif pour 2009 ou 2010?
27.19 Minister Jo Vandeurzen: Er was in een budget voorzien om
626 mensen aan te werven. Op dit ogenblik zijn er 573 aangeworven.
Daarin zitten een aantal militairen. Andere militairen zijn naar de
justitiehuizen gegaan.
27.19 Jo Vandeurzen, ministre:
Un budget était disponible pour
626 recrutements; 573 sont
réalisés et parmi les personnes
recrutées figurent un certain
nombre de militaires. D'autres
militaires ont rejoint les maisons
de justice.
27.20 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Dit is geen antwoord op mijn
vraag, mijnheer de minister. Het zijn er geen 1000.
27.20 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Cette réponse n'en est
pas une.
27.21 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, ik heb
nog een andere vraag, in de aard van die van de heer Crucke. Indien
ik de tekst van de minister ontvang, kan ik vraag omzetten in een
schriftelijke vraag.
De voorzitter: Gelijke behandeling voor iedereen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Vraag nr. 8187 van de heer Landuyt wordt omgezet in een schriftelijke vraag.
28 Vraag van mevrouw Els De Rammelaere aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de handleidingen op het internet tot het maken van explosieven"
(nr. 8101)
28 Question de Mme Els De Rammelaere au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les manuels de fabrication d'explosifs disponibles en ligne" (n° 8101)</b>
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
64
28.01 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, het zal u
misschien bekend zijn dat via het internet, en meer bepaald via
YouTube handleidingen ter beschikking gesteld worden voor het
maken van explosieven. Zo is een 20-jarige vrouw erin geslaagd die
handleiding te volgen en een bom te maken, waarmee zij een man
ernstig verwond heeft.
Daarover had ik u graag de volgende vragen gesteld. Wat is uw
mening over het vinden van dergelijke informatie op het internet? Bent
u van plan op korte of lange termijn stappen te ondernemen om die
praktijken tegen te gaan?
28.01 Els De Rammelaere (N-
VA): Sur l'internet, le site YouTube
présente
des
méthodes
de
fabrication d'explosifs.
Qu'en pense le ministre? Prendra-
t-il des mesures pour lutter contre
de telles pratiques?
28.02 Minister Jo Vandeurzen: Het vermelde probleem is uiteraard
gekend en slechts een van de voorbeelden van hoe internet misbruikt
kan worden om informatie te verspreiden. Via het verspreiden van
dergelijke handleidingen kan men mensen immers aanzetten tot het
plegen van zware misdrijven, met de gekende schade tot gevolg.
Met de opkomst van het internet is het eenvoudiger geworden
dergelijke informatie ook ter beschikking te stellen van leken. Deze
informatie is vrij op het internet te vinden zonder dat de gebruiker zich
moet identificeren. Het is mogelijk dat ook jongeren geconfronteerd
worden met dergelijke praktijken. Het is dan ook een zeer
verontrustend fenomeen. Moreel is het totaal verwerpelijk dat deze
informatie zonder meer op het internet geraadpleegd kan worden.
Wanneer de informatie zich bevindt op een server in België kan de
bestaande Belgische wetgeving gebruikt worden om de informatie zo
snel mogelijk te laten verwijderen of ontoegankelijk te maken. Artikel
39bis van het Wetboek van Strafvordering laat immers de procureur
des konings toe de passende technische middelen aan te wenden om
de toegang tot gegevens die opgeslagen zijn in een
informaticasysteem te verhinderen. Indien de gegevens het voorwerp
van een misdrijf vormen of voortgekomen zijn uit een misdrijf, of
indien de gegevens strijdig zijn met de openbare orde of de goede
zeden, wendt de procureur des konings alle passende middelen aan
om die gegevens ontoegankelijk te maken.
Een probleem rijst wanneer die handleidingen of die informatie
worden aangeboden vanaf servers in het buitenland. Alle data,
filmpjes, informatie, enzovoort inzake de website YouTube bevinden
zich in de Verenigde Staten van Amerika. In dit geval zijn de
Belgische politie en Justitie niet bevoegd om op te treden, hoewel de
effecten in België te zien zijn en de toepassing in België gebruikt kan
worden.
Eerst en vooral moet worden nagegaan of de informatie in het land
waar de server gevestigd is, strafbaar is, wat gezien de grote
internationale verschillen in de wetgeving al geen evidentie is. Thans
worden de bevoegde buitenlandse autoriteiten verwittigd via Interpol
of
er
wordt
rechtstreeks
contact
opgenomen
met
de
websitebeheerder. Beide acties hebben echter geen dwingend
karakter voor de gecontacteerde partijen.
Vaak moet dan ook worden vastgesteld dat er geen reactie komt van
het land dat bevoegd is om op te treden tegen servers op zijn
grondgebied. Er is een werkgroep in het leven geroepen, die voor het
28.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Ce problème est connu. De tels
abus peuvent inciter les gens à
commettre de graves délits. Ce
type d'informations est devenu
beaucoup plus facile à diffuser
avec l'arrivée de l'internet. Le
phénomène est inquiétant et
immoral.
Lorsque l'information est diffusée
sur un serveur en Belgique, notre
législation permet de l'éliminer ou
de la rendre inaccessible. En vertu
de l'article 39bis du Code
d'instruction
criminelle,
le
procureur peut utiliser les moyens
utiles à cet effet.
Si l'information est diffusée par le
biais de serveurs à l'étranger, la
police et la justice belges ne sont
pas compétentes. Tel est le cas
pour YouTube. Il s'agit dès lors
d'examiner
s'il
s'agit
d'une
infraction dans le pays où se
trouve le serveur. Soit les autorités
étrangères sont informées par le
biais d'Interpol, soit le gestionnaire
du site internet est contacté
directement. Ces actions n'ont
toutefois
aucun
caractère
contraignant et le pays compétent
ne réagit généralement pas.
Un groupe de travail se réunit pour
la première fois ce vendredi pour
examiner et mettre en oeuvre les
possibilités techniques et légales
en vue de bloquer les sites dont le
contenu est illégal.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
65
eerst bijeenkomt aanstaande vrijdag, en waarin de verschillende
betrokken partijen vertegenwoordigd zijn, onder meer de FCCU, de
kabinetten van collega Van Quickenborne en van Justitie,
staatssecretaris Wathelet, de operatoren, ISPA, de magistratuur,
administraties, FEDICT, de FOD Justitie, enzovoort, om de
technische en wettelijke mogelijkheden te onderzoeken en te
implementeren voor het blokkeren van websites met illegale content,
zelfs als deze zich bevinden op servers in het buitenland.
28.03 Els De Rammelaere (N-VA): Mijnheer de minister, ik ben
bijzonder blij met uw antwoord dat deze problematiek u zo na aan het
hart ligt. Ik dank u voor uw antwoord.
28.03 Els De Rammelaere (N-
VA): Je me félicite de ce que le
ministre se préoccupe de ce
problème.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
29 Question de M. Maxime Prévot au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les mesures judiciaires alternatives" (n° 8163)</b>
29 Vraag van de heer Maxime Prévot aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "alternatieve gerechtelijke maatregelen" (nr. 8163)
29.01 Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, il y a quelques mois, j'ai déjà eu l'occasion de vous
interroger à propos du statut des prestataires de mesures judiciaires
alternatives afin de clarifier les responsabilités et charges de chacun
des acteurs de la chaîne de cette peine.
À l'heure actuelle, si des vêtements de travail ou des examens
médicaux sont requis pour l'exécution de ces prestations, ces frais
sont à charge de l'association ou de l'institution qui a accepté
d'accueillir un prestataire. Cette situation est ubuesque. Elle n'est pas
sans poser de réels problèmes sur le terrain où les organismes
s'occupant de l'application de la peine de travail sont confrontés à une
chute vertigineuse des lieux de prestation. En effet, nombreux sont
les organes qui sont prêts à faire un geste positif en acceptant
d'accueillir des personnes ayant fait l'objet de ces mesures mais, cela
sans qu'on leur fasse de surcroît payer les frais inhérents à ce travail,
ce qui me semble assez logique.
À l'époque, vous m'aviez répondu que vous étiez bien conscient de
ces difficultés, mais que vous attendiez les résultats d'une étude
commanditée auprès de la VUB pour prendre des mesures. Les
résultats de cette étude étaient attendus pour juin 2008.
Avez-vous enfin reçu les conclusions de cette étude? Dans la
négative, pour quels motifs ne sont-elles toujours pas disponibles?
Quels sont les principaux enseignements de cette étude et les
mesures que vous comptez prendre à court terme pour apporter une
solution concrète à ces inerties de terrain générées par un cadre légal
à ce jour lacunaire, à l'heure où les mesures judiciaires
administratives sont volontiers, à raison, présentées comme une
option à promouvoir pour soulager le travail de la Justice? Au
demeurant, on se souviendra que le dispositif légal actuel permet, sur
avis du ministre, de rembourser certains frais générés sur les lieux de
prestation. Toutefois, pour l'année 2008, l'article budgétaire
permettant ce type de remboursement était crédité de 0 euro. Y a-t-il
eu des changements depuis lors?
29.01 Maxime Prévot (cdH):
Enkele maanden geleden heb ik u
ondervraagd over het statuut van
de
justitiabelen
die
een
alternatieve
gerechtelijke
maatregel moeten uitvoeren.
Momenteel moeten de eventuele
kosten
voor
werkkledij
of
medische onderzoeken gedragen
worden door de prestatieplaats,
d.i. de organisatie die die mensen
tewerkstelt. Die toestand grenst
aan het absurde. Tal van
organisaties willen mensen tegen
wie een dergelijke maatregel
genomen werd, wel tewerkstellen,
maar ze zijn niet bereid om ook
nog eens de kosten die inherent
zijn aan dat werk, te betalen.
U heeft me destijds geantwoord
dat u zich wel bewust was van die
problemen, maar nog wachtte op
de resultaten van een studie die bij
de VUB besteld was en tegen juni
2008 klaar zou zijn.
Heeft u eindelijk de besluiten van
die studie ontvangen? Zo niet,
waarom zijn die nog steeds niet
beschikbaar?
Wat
zijn
de
belangrijkste lessen die uit die
studie getrokken moeten worden?
Welke maatregelen zal u op korte
termijn
treffen?
Het
huidige
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
66
wettelijke instrumentarium maakt
het mogelijk om, op advies van de
minister, bepaalde kosten terug te
betalen. Nochtans stond er onder
het betrokken begrotingsartikel
voor
2008...
nul
euro
ingeschreven. Is er ondertussen
iets veranderd?
29.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, comme je l'ai annoncé dans ma note de politique générale,
nous avons bien reçu les résultats de cette étude qui avait été
demandée il y a six mois.
L'équipe universitaire est arrivée à la conclusion que les coûts
financiers associés à la peine de travail étaient à charge de
l'employeur, à savoir du lieu de prestation. Par conséquent, nous
élaborerons une réglementation précise en la matière dans le courant
de l'année 2009.
Comme vous pourrez le constater, j'annonce dans ma note de
politique générale 2009 que l'on doit étudier la question de
l'organisation des peines alternatives dans notre pays afin de trouver
un système plus cohérent de subsides qui incitera les gens à
organiser ces peines alternatives.
29.02 Minister Jo Vandeurzen:
Zoals u in mijn algemene
beleidsnota kon lezen, hebben we
de resultaten van die studie wel
degelijk ontvangen.
De studie komt tot het besluit dat
de financiële kosten verbonden
aan de werkstraf ten laste van de
werkgever zijn. We zullen hiervoor
in
2009
een
precieze
reglementering opstellen.
In mijn algemene beleidsnota
2009 staat dat we tot een
coherentere subsidiëringsregeling
voor de alternatieve straffen
moeteb komen, om de mensen
ertoe
aan
te
zetten
die
werkstraffen te organiseren.
29.03 Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, je remercie le
ministre pour sa réponse. Ma question ayant été introduite avant le
dépôt de la note de politique générale, je n'ai pas encore eu le plaisir
d'en prendre connaissance. Je me réjouis que vous semblez
considérer qu'il s'agit d'un problème important. Je vous rejoins sur le
fait qu'il est essentiel d'apporter des réponses rapides à cette
question. Dans d'autres fonctions, j'ai eu l'occasion de rencontrer
certains opérateurs de ces mesures judiciaires alternatives qui
appellent à l'aide parce qu'ils ont de plus en plus de mal à trouver des
lieux de prestation.
Les résultats de l'étude me déçoivent en ce sens qu'ils confirment que
les frais sont bien à charge des employeurs des lieux de prestation.
Cela rend d'autant plus urgent la mise en oeuvre d'un système
beaucoup plus cohérent, avec un mécanisme de subsides ad hoc,
afin qu'il y ait un nouveau décollage des lieux de prestation.
Il serait tout à fait illogique, d'un côté, de dire qu'il faut encourager les
travaux d'intérêt général et les mesures judiciaires alternatives et, de
l'autre, de développer un cadre qui les étouffe. Je remercie déjà le
ministre d'avoir manifesté sa volonté d'apporter une solution à ce
problème.
29.03 Maxime Prévot (cdH): Ik
stel met tevredenheid vast dat u
kennelijk het belang van het
probleem inziet. Ik ben het met u
eens dat er snel een oplossing
moet worden gevonden. De
resultaten van de studie vind ik
teleurstellend, in die zin dat ze
bevestigen dat de prestatie-
plaatsen
de
kosten
moeten
dragen. Daarom moet er des te
dringender
een
coherentere
regeling worden ingevoerd.
Het zou geen steek houden om
alternatieve
gerechtelijke
maatregelen aan te moedigen en
tegelijkertijd een kader te creëren
dat tegen die maatregelen ingaat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
30 Question de M. Maxime Prévot au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le terme chaotique de la période de régularisation des armes à feu" (n° 8250)</b>
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
67
30 Vraag van de heer Maxime Prévot aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de chaos bij het afsluiten van de periode voor het regulariseren van
vuurwapens" (nr. 8250)
30.01 Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, je remercie M.
le ministre de me permettre de lui poser cette question malgré son
emploi du temps chargé.
Le 1
er
novembre dernier correspondait à la fin de la période de
transition prévue par la loi du 8 juin 2006, visant à régulariser la
détention des armes à feu.
Nous ne reviendrons pas sur les multiples péripéties qui ont entouré
cette loi et sa mise en oeuvre. Cependant, nous avons assisté, durant
les derniers jours d'octobre, à une ruée des propriétaires d'armes vers
les guichets du service des armes de chaque province, afin d'obtenir
une autorisation de détention en toute légalité.
De nombreuses personnes prétendent n'avoir appris que de manière
un peu fortuite, l'existence de la date limite via la presse ou via des
connaissances. On peut s'étonner de cette réaction parce que ces
personnes avaient déjà déclaré leurs armes et leur adresse était donc
connue des autorités. Il aurait donc été possible de leur adresser un
courrier afin de les avertir officiellement de la fin de la période de
transition et des risques encourus en cas de non-régularisation. En
province de Namur, à deux jours de l'échéance, on estimait que la
moitié des armes déclarées, soit 30.000 sur 62.000, devaient encore
faire l'objet d'une régularisation. On peut donc légitimement estimer
que de nombreuses armes qui étaient parfaitement en règle sont
désormais totalement illégales.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous fournir les résultats chiffrés
de cette opération de régularisation ainsi que le rapport entre le
nombre d'armes régularisées et le nombre d'armes déclarées?
Quelles mesures comptez-vous prendre envers les propriétaires
d'armes déclarées mais non régularisées?
Allez-vous adopter directement une attitude répressive en appliquant
les termes de la loi ou donnerez-vous à ces personnes dont, je le
rappelle, certaines étaient mal informées, une ultime possibilité de
régulariser leur situation?
30.01 Maxime Prévot (cdH): De
overgangsperiode waarin voorzien
werd door de wet van 8 juni 2006
houdende regeling van econo-
mische en individuele activiteiten
met wapens, die het voorhanden
hebben van vuurwapens moest
regulariseren, liep af op 1
november.
Velen beweren dat zij slechts op
toevallige wijze te weten kwamen
dat er een uiterste datum voor de
inlevering van wapens gold! In de
provincie Namen moesten er twee
dagen voor het einde van die
amnestieperiode naar schatting
nog 30.000 van de 62.000 wapens
geregulariseerd worden. Heel wat
wapens zijn nu dus volledig
illegaal.
Wat zijn de becijferde resultaten
van deze regularisatieoperatie en
hoe
verhoudt
het
aantal
geregulariseerde wapens zich tot
het aantal aangegeven wapens?
Welke maatregelen zal u nemen
ten aanzien van de eigenaars van
wapens die wel aangegeven maar
niet geregulariseerd werden?
Zal u zich meteen repressief
opstellen of zal u die mensen nog
een ultieme kans geven om hun
situatie in orde te brengen?
30.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, la période transitoire
prévue lors de l'entrée en vigueur de la loi sur les armes a débuté le 9
juin 2006 et a été prolongée à deux reprises, pour se terminer le 31
octobre dernier.
Depuis le début, la presse a souvent évoqué cette loi. Mon
département ainsi que les services des gouverneurs ont diffusé des
informations par le biais de brochures et via internet afin d'apporter
des réponses aux nombreuses questions posées par des particuliers
et des associations de détenteurs d'armes. Les personnes qui
risquaient de ne pas obtenir d'autorisation pour des armes détenues
passivement ont pu bénéficier de la modification de la loi votée en
juillet et entrée en vigueur le 1
er
septembre dernier. Toutes les
personnes qui voulaient respecter la loi ont eu le temps nécessaire et
ont bénéficié de toutes les informations pour se mettre en règle. Il est
30.02 Minister Jo Vandeurzen:
De overgangsperiode ging in op 9
juni 2006 en werd tweemaal
verlengd,
tot
31
oktober
jongstleden.
Mijn departement en de diensten
van de gouverneurs hebben via
brochures
en
het
internet
informatie verspreid, en ook via de
pers werd hieraan de nodige
ruchtbaarheid gegeven. Al wie de
wet wilde naleven, heeft daarvoor
de tijd en voldoende informatie
gekregen.
Bepaalde
privé-
05/11/2008
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
68
regrettable que de nombreuses personnes aient attendu les derniers
jours en espérant pouvoir bénéficier d'une adaptation de la loi. Si
nous avons connu une situation quelque peu chaotique, cela n'est pas
imputable aux autorités compétentes.
Malheureusement, un certain nombre de particuliers qui savaient
qu'ils n'avaient pas de motif légitime pour détenir une arme ou qui ne
voulaient pas se contenter de la détention d'une arme sans munition,
ont préféré ne pas respecter la loi et ne pas déclarer leur arme.
Hormis les cas de force majeure, il ne sera plus possible de
demander des régularisations.
Les personnes qui ont entrepris les démarches nécessaires peuvent
continuer provisoirement à conserver leur arme en attendant la
décision du gouverneur. Dans le cas contraire, il ne sera plus possible
d'utiliser une arme sans courir le risque de sanctions. L'identité des
personnes qui détenaient une arme avant 2006 mais qui ne se sont
pas mises en conformité sera communiquée aux autorités judiciaires
et il appartiendra alors au parquet d'appliquer la loi.
Enfin, il n'est pas encore possible de donner des chiffres quant au
nombre d'armes déclarées, etc. Les services du gouvernement ont
évidemment donné la priorité à la réception et l'ouverture de dossiers
qui doivent maintenant être analysés et catégorisés. Il faudra
certainement encore plusieurs semaines avant que tout ne soit
comptabilisé et que des statistiques puissent être établies.
personen wier wapenbezit niet op
een wettige reden berust, hebben
het
wapen
bewust
niet
aangegeven. Behoudens in geval
van overmacht zal het niet langer
mogelijk zijn om een regularisatie
aan te vragen.
De personen die de nodige
stappen hebben gedaan, kunnen
hun wapen voorlopig houden, in
afwachting van de beslissing van
de gouverneur. Anders mag het
wapen niet meer gebruikt worden,
op straffe van sancties. De
identiteit van personen die vóór
2006 een wapen bezaten en de
verplichtingen
niet
zijn
nagekomen,
zal
aan
de
gerechtelijke
overheid worden
meegedeeld. Het is vervolgens
aan het parket om de wet te doen
toepassen.
Het zal enkele weken duren voor
alle cijfergegevens verwerkt zijn.
30.03 Maxime Prévot (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre je vous remercie pour votre réponse.
J'imagine que cela eut été une belle performance de pouvoir disposer
de ces statistiques aujourd'hui. Cependant, il est probable qu'elles
nous seront transmises d'ici quelques semaines.
Je note également que l'information a été largement diffusée par voie
de presse, mais aussi, comme vous l'avez dit, par le biais de
brochures, d'internet et via les associations. Il n'en demeure pas
moins qu'un nombre important de gens pourtant de bonne foi, qui,
n'ayant pas pu accéder directement à l'information, se sont retrouvés
quelque peu dépourvus "quand la bise fut venu", comme dit la fable
de La Fontaine.
Toujours est-il qu'il est dommage de ne pas avoir pris la peine de
procéder à un envoi systématique d'un courrier à l'ensemble des
détenteurs d'arme qui s'étaient déclarés et qui, dès lors, avaient
communiqué leur adresse postale.
Vous avez dit que tous ceux qui voulaient respecter la loi avaient fait
le nécessaire. Je déduis de vos propos que vous sous-entendez que
toutes celles et ceux, qui ne se sont pas mis en ordre pour le 31
octobre dernier, avaient la volonté manifeste de ne pas respecter la
loi. S'il est vraisemblable qu'il existe effectivement des gens de
mauvaise foi qui ne souhaitaient pas respecter le processus, je reste
certain qu'un nombre non négligeable de personnes sont de bonne foi
et qui, n'ayant pas eu un accès direct et aisé à l'information, ont
probablement été pris de court. En tout cas, selon moi, il ne faut pas
considérer qu'elles souhaitaient "se mettre hors la loi" dans la mesure
où elles avaient déjà procédé à une déclaration.
30.03 Maxime Prévot (cdH): Het
is wel jammer dat er geen brief
werd gestuurd aan alle eigenaars
die
hun
wapens
hebben
aangegeven.
Ik blijf ervan overtuigd dat een
groot aantal personen te goeder
trouw zijn en waarschijnlijk in
tijdsnood zijn gekomen. Ik denk
niet dat ze "zich buiten de wet
wilden stellen".
Als die mensen echt de bedoeling
hadden om te "frauderen", dan
zouden zij niet de moeite hebben
genomen om hun wapens aan te
geven.
CRIV 52
COM 358
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
69
Comme je l'ai signalé, en province de Namur, on a enregistré 62.000
déclarations et 32.000 dossiers ont été régularisés.
Si les gens avaient eu l'intention de "frauder", ils n'auraient pas pris la
peine de déclarer leurs armes.
J'espère, en tout cas, que le suivi qui sera réservé à ce dossier sera
mû par la volonté de faire preuve d'efficacité, mais aussi de
souplesse.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 17.54 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.54 uur.