KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 339
CRIV 52 COM 339
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
B
UITENLANDSE
B
ETREKKINGEN
C
OMMISSION DES
R
ELATIONS EXTERIEURES
woensdag
mercredi
22-10-2008
22-10-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Interpellatie van de heer Bert Schoofs tot de
minister van Buitenlandse Zaken over "de
houding van de Organisatie van Islamitische
Staten ten opzichte van de Universele Verklaring
van de Rechten van de Mens" (nr. 70)
1
Interpellation de M. Bert Schoofs au ministre des
Affaires
étrangères
sur
"la
position
de
l'organisation des États islamiques par rapport à
la Déclaration universelle des droits de l'homme"
(n° 70)
1
Sprekers: Bert Schoofs, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken,
belast met de Voorbereiding van het Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Bert Schoofs, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires étrangères,
chargé de la Préparation de la Présidence
européenne
Moties
5
Motions
5
Spreker: Gerolf Annemans, voorzitter van de
Vlaams Belang-fractie
Orateurs: Gerolf Annemans, président du
groupe Vlaams Belang
Vraag van mevrouw Brigitte Wiaux aan de
staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, belast
met de Voorbereiding van het Europese
Voorzitterschap, toegevoegd aan de minister van
Buitenlandse Zaken over "de verbetering van de
omzetting van de richtlijnen door België"
(nr. 7217)
7
Question de Mme Brigitte Wiaux au secrétaire
d'État aux Affaires étrangères, chargé de la
Préparation de la Présidence européenne, adjoint
au ministre des Affaires étrangères sur
"l'amélioration de la transposition des directives
par la Belgique" (n° 7217)
7
Sprekers: Brigitte Wiaux, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken,
belast met de Voorbereiding van het Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Brigitte Wiaux, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires étrangères,
chargé de la Préparation de la Présidence
européenne
Samengevoegde vragen van
8
Questions jointes de
8
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister
van Buitenlandse Zaken over "de ondertekening
van de Conventie van Dublin over clustermunitie"
(nr. 7420)
8
- M. Dirk Van der Maelen au ministre des Affaires
étrangères sur "la signature de la Convention de
Dublin sur les armes à sous-munitions" (n° 7420)
8
- de heer Georges Dallemagne aan de minister
van Buitenlandse Zaken over "de internationale
overeenkomst
inzake
het
verbod
op
clustermunitie" (nr. 8043)
8
- M. Georges Dallemagne au ministre des Affaires
étrangères sur "la convention internationale visant
à interdire les armes à sous-munitions" (n° 8043)
8
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Georges
Dallemagne, Olivier Chastel, staatssecretaris
voor Buitenlandse Zaken, belast met de
Voorbereiding
van
het
Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Georges
Dallemagne, Olivier Chastel, secrétaire
d'État aux Affaires étrangères, chargé de la
Préparation de la Présidence européenne
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
11
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Buitenlandse Zaken over "de piraterij voor de kust
van Somalië" (nr. 7434)
11
- M. Jean-Luc Crucke au ministre des Affaires
étrangères sur "la piraterie au large de la
Somalie" (n° 7434)
11
- de heer Georges Dallemagne aan de minister
van Buitenlandse Zaken en aan de minister van
Landsverdediging over "de eventuele deelname
van België aan de strijd tegen de piraterij voor de
Somalische kust" (nr. 7654)
11
- M. Georges Dallemagne au ministre des Affaires
étrangères et au ministre de la Défense sur "la
participation éventuelle de la Belgique à la lutte
contre la piraterie au large des côtes
somaliennes" (n° 7654)
11
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Georges
Dallemagne, Olivier Chastel, staatssecretaris
voor Buitenlandse Zaken, belast met de
Voorbereiding
van
het
Europese
Voorzitterschap
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Georges
Dallemagne, Olivier Chastel, secrétaire
d'État aux Affaires étrangères, chargé de la
Préparation de la Présidence européenne
Vraag van de heer Jan Jambon aan de minister
van Buitenlandse Zaken over "het nucleaire
akkoord tussen de Verenigde Staten en India en
de houding daaromtrent van de Nuclear Suppliers
15
Question de M. Jan Jambon au ministre des
Affaires étrangères sur "l'accord nucléaire conclu
entre les États-Unis et l'Inde et l'attitude adoptée
par le Nuclear Suppliers Group dans ce cadre"
15
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Group" (nr. 7252)
(n° 7252)
Sprekers: Jan Jambon, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken,
belast met de Voorbereiding van het Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Jan Jambon, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires étrangères,
chargé de la Préparation de la Présidence
européenne
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Buitenlandse Zaken over "de verkrachting van
een contractueel personeelslid van de Belgische
ambassade in Teheran" (nr. 7480)
18
- M. Peter Logghe au ministre des Affaires
étrangères sur "le viol d'une contractuelle de
l'ambassade belge à Teheran" (n° 7480)
18
- de heer Patrick Moriau aan de minister van
Buitenlandse Zaken over "de bescherming van
het in het buitenland tewerkgestelde Belgisch
administratief personeel" (nr. 7501)
18
- M. Patrick Moriau au ministre des Affaires
étrangères sur "la protection du personnel
administratif belge travaillant à l'étranger"
(n° 7501)
18
Sprekers: Peter Logghe, Patrick Moriau,
Olivier
Chastel,
staatssecretaris
voor
Buitenlandse
Zaken,
belast
met
de
Voorbereiding
van
het
Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Peter Logghe, Patrick Moriau,
Olivier Chastel, secrétaire d'État aux Affaires
étrangères, chargé de la Préparation de la
Présidence européenne
Vraag van de heer Jan Jambon aan de minister
van Buitenlandse Zaken over "de heropening van
het consulaat-generaal in Milaan" (nr. 7799)
23
Question de M. Jan Jambon au ministre des
Affaires étrangères sur "la réouverture du
consulat général à Milan" (n° 7799)
23
Sprekers: Jan Jambon, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken,
belast met de Voorbereiding van het Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Jan Jambon, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires étrangères,
chargé de la Préparation de la Présidence
européenne
Vraag van de heer Georges Dallemagne aan de
minister van Buitenlandse Zaken over "het nieuwe
verslag van Amnesty International betreffende de
wapenhandel en de mogelijke betrokkenheid van
België in een transfer van voor Tsjaad bestemde
wapens" (nr. 7541)
25
Question de M. Georges Dallemagne au ministre
des Affaires étrangères sur "le nouveau rapport
d'Amnesty International concernant le commerce
des armes et la possible implication de la
Belgique dans un transfert d'armes à destination
du Tchad" (n° 7541)
25
Sprekers:
Georges Dallemagne, Olivier
Chastel, staatssecretaris voor Buitenlandse
Zaken, belast met de Voorbereiding van het
Europese Voorzitterschap
Orateurs: Georges Dallemagne, Olivier
Chastel, secrétaire d'État aux Affaires
étrangères, chargé de la Préparation de la
Présidence européenne
Samengevoegde vragen van
27
Questions jointes de
27
- de heer Georges Dallemagne aan de minister
van Buitenlandse Zaken over "het geweld tegen
de christelijke minderheden in Irak en in andere
landen" (nr. 7896)
27
- M. Georges Dallemagne au ministre des Affaires
étrangères sur "les violences à l'égard des
minorités chrétiennes en Irak ainsi que dans
d'autres pays" (n° 7896)
27
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van
Buitenlandse Zaken over "het geweld tegen
christelijke minderheden in de oosterse landen"
(nr. 7961)
27
- Mme Clotilde Nyssens au ministre des Affaires
étrangères sur "les violences subies par les
minorités chrétiennes dans les pays orientaux"
(n° 7961)
27
Sprekers: Georges Dallemagne, Clotilde
Nyssens, Olivier Chastel, staatssecretaris
voor Buitenlandse Zaken, belast met de
Voorbereiding
van
het
Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Georges Dallemagne, Clotilde
Nyssens, Olivier Chastel, secrétaire d'État
aux Affaires étrangères, chargé de la
Préparation de la Présidence européenne
Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de
minister van Buitenlandse Zaken over "het EU-
associatieverdrag met Marokko" (nr. 7921)
32
Question de Mme Alexandra Colen au ministre
des Affaires étrangères sur "l'accord d'association
entre l'UE et le Maroc" (n° 7921)
32
Sprekers: Alexandra Colen, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken,
belast met de Voorbereiding van het Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Alexandra Colen, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires étrangères,
chargé de la Préparation de la Présidence
européenne
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de
minister van Buitenlandse Zaken over "de
weigering om UNO-waarnemers toe te laten in
Soedan" (nr. 7923)
34
Question de Mme Alexandra Colen au ministre
des Affaires étrangères sur "le refus d'admettre
des observateurs de l'ONU au Soudan" (n° 7923)
34
Sprekers: Alexandra Colen, Olivier Chastel,
staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken,
belast met de Voorbereiding van het Europese
Voorzitterschap
Orateurs: Alexandra Colen, Olivier Chastel,
secrétaire d'État aux Affaires étrangères,
chargé de la Préparation de la Présidence
européenne
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
BUITENLANDSE BETREKKINGEN
COMMISSION DES RELATIONS
EXTERIEURES
van
WOENSDAG
22
OKTOBER
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
22
OCTOBRE
2008
Matin
______
La séance est ouverte à 10.19 heures et présidée par M. Georges Dallemagne.
De vergadering wordt geopend om 10.19 uur en voorgezeten door de heer Georges Dallemagne.
01 Interpellatie van de heer Bert Schoofs tot de minister van Buitenlandse Zaken over "de houding
van de Organisatie van Islamitische Staten ten opzichte van de Universele Verklaring van de Rechten
van de Mens" (nr. 70)
01 Interpellation de M. Bert Schoofs au ministre des Affaires étrangères sur "la position de
l'organisation des États islamiques par rapport à la Déclaration universelle des droits de l'homme"
(n° 70)
01.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, er zou in de Westerse wereld toch wat
meer aandacht mogen besteed worden aan de houding van de
Organisatie van Islamitische Staten, die ook deel uitmaakt of een
aparte afsplitsing vormt in sommige gremia van de Verenigde Naties.
De Organisatie van Islamitische Staten, die ik vanaf nu zal afkorten tot
OIS, heeft vrij recent een aantal formele daden gesteld die tot
nadenken stemmen.
Ten eerste was er de Caïroverklaring.
Ten tweede was er een verklaring van de islamitische staten
gehouden op de Universele Mensenrechtenconferentie tijdens de
zesde sessie van de Mensenrechtenraad in Genève van 10 tot
28 september 2007 en vervolgens van 10 tot 14 september 2007
eveneens gehouden in de algemene vergadering van de Verenigde
Naties. Die laatste resolutie had zogezegd betrekking op het
bestrijden van het belasteren van godsdiensten. Alleen de islam werd
uitdrukkelijk vermeld in die laatste resolutie.
De algemene teneur is de volgende. De islamitische staten
beschouwen het geldende internationale recht inzake mensenrechten
blijkbaar als te westers. Zij wensen een meer islamitische klemtoon.
In de drie akten die ik zonet heb opgesomd komt duidelijk naar voren
dat zij een meer islamitische onderbouw van de Universele Verklaring
van de Rechten van de Mens willen, iets wat volgens mij, ik zeg het
nu reeds, haaks staat op het wezen van de Universele Verklaring van
de Rechten van de Mens.
Zij willen onder andere, zo zeggen ze, een toepassing van de islam
betreffende het onderscheid tussen mannen en vrouwen en tussen
gelovigen en ongelovigen. Zij doen daarbij blijkbaar uitschijnen dat zij
werkelijk bekommerd zijn, bijvoorbeeld om de rechten van vrouwen
en om de rechten van ongelovigen. Alleen al de term echter is op een
01.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): L'Organisation des États
islamiques (OEI) a récemment
posé des actes qui devraient
interpeller le monde occidental. Je
veux parler de la Déclaration du
Caire, de la déclaration faite lors
de la Conférence mondiale des
droits de l'homme au cours de la
sixième session du Conseil des
droits de l'homme à Genève et
enfin de la déclaration faite lors de
l'Assemblée générale des Nations
Unies en septembre 2007.
La teneur générale de ces
déclarations est que les États
islamiques estiment que le droit
international en matière de droits
de l'homme est trop occidental. Ils
veulent introduire des accents
islamiques dans la Déclaration
universelle des droits de l'homme
et souhaitent notamment qu'une
distinction soit établie entre les
hommes et les femmes et entre
les croyants et les non-croyants.
Le coordinateur de l'OEI, qui
représente également le Pakistan
aux Nations Unies, veut aligner les
droits
de
l'homme
sur
la
Déclaration du Caire. L'OEI ne
veut en outre pas entendre parler
d'une modification du droit de
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
dergelijke manier aangewend door de OIS dat het moeilijk te geloven
is dat zij zich om de ongelovigen bekommeren.
Als het gaat om het onderscheid tussen mannen en vrouwen, zeggen
zij dat zij een bepaalde niche van de vrouwenrechten op islamitisch
gebied in de mensenrechten willen inbouwen. Dat is vergelijkbaar met
stropers die een resolutie ten behoeve van de patrijzen zouden
indienen, als ik het zo kan stellen.
De Pakistaanse vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties en de
coördinator van de OIS inzake mensenrechten wil de mensenrechten
in overeenstemming brengen met de Caïroverklaring. Men werkt dus
aan een islamitisch charter van mensenrechten en een specifieke
conventie van vrouwenrechten in de islam.
Bovendien wil de OIS niet weten van het recht om van godsdienst te
veranderen en van een opheffing van de discriminatie gebaseerd op
godsdienst en geloof. Dat blijkt uit die resolutie van september 2007
waarover ik het had.
Nochtans staan alle rechten die ik zonet heb opgesomd, de
vrouwenrechten, het recht om van godsdienst te veranderen en de
gelijkwaardigheid van de geloofsovertuiging, allemaal in de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens.
Welnu, in diezelfde maand, in december 2007, heeft de OIS een
resolutie laten aannemen die specifiek de belastering van de islam wil
bestrijden, en zulks ten koste van het recht op vrijheid van
meningsuiting. Die zou dan moeten worden beknot uit respect voor
godsdiensten en geloofsovertuiging. Ik denk dat dat een rechtstreeks
gevolg is van de zogenaamde cartoonrellen, die zich over de hele
islamitische wereld hebben verspreid toen in Denemarken een aantal
volgens mij veeleer onschuldige cartoons in kranten werden
gepubliceerd.
Daarnaast is er ook meer duidelijkheid betreffende de experts in
internationaal recht. Zij stellen zich resoluut op tegenover al wat de
OIS meent te moeten doordrukken in resoluties, zelfs binnen de
Verenigde Naties. Zover zijn wij immers al. Het minste wat men kan
zeggen is dat de mensenrechten zelfs binnen de organen van de VN
niet meer als universeel worden beschouwd, wat de vrouwen en de
zogenaamde ongelovigen in de islamitische invloedssfeer op zijn
zachtste gezegd niet ten voordele zal strekken.
Mijnheer de staatssecretaris, hebben volgens u de islamitische staten
het recht hun eigen gewoonterecht, hun rechtspraak en hun
gebruiken, die voortvloeien uit de islam, te laten primeren boven het
internationaal recht of die te doen inschrijven in het internationaal
recht? Dat is immers een beweging waarmee men blijkbaar bezig is.
Bestaat volgens de minister van Buitenlandse Zaken, die vandaag
blijkbaar niet aanwezig kan zijn, überhaupt de mogelijkheid de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens te herschrijven en
regionaal te diversifiëren, zoals de 56 islamitische staten van de OIS
het vragen? De sharia wordt natuurlijk anders toegepast in
Afghanistan dan bijvoorbeeld in streng religieuze kringen in Turkije.
Zou dat het universeel karakter van de mensenrechten niet in wezen
aantasten?
religion, ni d'une suspension de la
discrimination sur la base de la
religion et de la foi. L'OEI a par
ailleurs fait adopter en septembre
2007 une résolution visant à lutter
contre la diffamation de l'islam au
détriment du droit à la liberté
d'expression.
Le moins que l'on puisse dire est
que les droits de l'homme ne sont
plus
considérés
comme
universels, y compris au sein
même des organes de l'ONU.
Le ministre estime-t-il que les
États musulmans ont le droit de
faire primer leur droit coutumier,
leur jurisprudence et leurs us et
coutumes sur le droit international,
voire même d'y faire inclure ces
éléments?
La
Déclaration
universelle des droits de l'homme
peut-elle être réécrite et diversifiée
en fonction de la région où elle doit
être appliquée?
Selon des experts en droit
international, la résolution tendant
à lutter contre la diffamation des
religions, adoptée par l'ONU à la
demande de 56 pays musulmans,
viole
gravement
des
droits
fondamentaux tels que le droit à la
liberté d'expression. La Belgique
appliquera-t-elle cette résolution?
Quelles démarches la Belgique
entreprendra-t-elle pour défendre
l'indivisibilité de la Déclaration
universelle des droits de l'homme
auprès de l'ONU et de l'OEI?
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
De resolutie ter bestrijding van de belastering van godsdiensten op
vraag van de 56 islamitische staten van de OIS, aangenomen op de
algemene vergadering van de VN op 18 december 2007, druist
volgens experts van het internationaal recht in tegen fundamentele
rechten, waaronder het recht op vrije meningsuiting. Zal België die
toepassen? Ik huiver bij het idee dat een of andere imam in een of
andere gemeente, waar een talrijke moslimgemeenschap aanwezig
is, zich op de VN-resolutie zou kunnen beroepen om hier ons recht op
vrije meningsuiting aan te tasten.
Indien alle voorgaande vragen negatief moeten worden beantwoord -
ik hoop dat zulks het geval is - welke stappen wil België dan
ondernemen bij de VN en ten aanzien van de OIS ter verdediging van
de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die één,
ondeelbaar en ondiversifieerbaar is?
01.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Schoofs, de minister van Buitenlandse Zaken deelt uw
bezorgdheden over bepaalde houdingen die worden ingenomen door
landen van de OIS, in internationale instellingen. Wij stellen inderdaad
vast dat bepaalde moslimlanden de religie en de strijd tegen de
islamofobie gebruiken om bepaalde principes en rechten waarop de
internationale gemeenschap gebouwd is, in vraag te stellen.
In naam van de islam worden bepaalde mensenrechten en hun
universaliteit in vraag gesteld, in het bijzonder de vrijheid van
meningsuiting. De islam wordt door sommigen boven het
internationaal recht geplaatst. De OIS beschouwt ook bepaalde
kritieken over de mensenrechtensituatie in een moslimland als een
uiting van islamofobie. Voor België primeert het internationaal recht op
het nationaal recht. Dit nationale recht of bepaalde nationale kritieken
kunnen niet worden ingeroepen om internationale normen in vraag te
stellen.
Minister De Gucht is op de hoogte van de wil van bepaalde landen om
de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens te herzien. Hij
kan u verzekeren dat dit een initiatief is waartegen we ons hevig
zullen verzetten samen met onze Europese partners. Deze verklaring
weerspiegelt de verwachtingen en aanspraken van iedere persoon op
deze aarde, waar deze zich ook bevindt. Wij moeten dat vrijwaren.
Wat de resolutie van de OIS betreffende het belasteren van religies
betreft, wil de minister eraan herinneren dat België, net als zijn
Europese partners, tegen deze resolutie heeft gestemd, iedere keer
dat deze werd neergelegd. Hij deelt volkomen uw analyse dat deze
resolutie de principes waarop het internationaal systeem van de
bescherming van de mensenrechten gebaseerd is, in gevaar brengt.
De Europese Unie verzet zich tegen dit concept om de volgende
redenen.
De belastering van religies is geen mensenrechtenconcept.
Het beoogde doel van de OIS is religies, in het bijzonder de islam te
beschermen, terwijl mensenrechten tot doel hebben individuen en
geen ideeën of concepten te beschermen. In tegenstelling tot
individuen hebben religies geen rechten. Het toekennen van rechten
01.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Le ministre des Affaires
étrangères s'inquiète de l'attitude
de l'OEI. Au nom de l'islam,
certains droits de l'homme et
l'universalité de ceux-ci sont
remis en cause. L'islam est ainsi
placé
au-dessus
du
droit
international. Pour la Belgique, le
droit international prime le droit
national.
M. De Gucht n'ignore pas que
certains pays entendent revoir la
Déclaration universelle des droits
de l'homme. Il s'y opposera
fermement, avec les partenaires
européens. Il a également voté
contre la résolution sur la
diffamation des religions, à chaque
fois qu'elle a été mise aux voix.
Cette résolution porte atteinte aux
principes sur lesquels est fondé le
système
international
de
sauvegarde
des
droits
de
l'homme. L'UE ne voit pas la
diffamation des religions comme
un concept relevant des droits de
l'homme.
L'OEI entend protéger les religions
là où les droits de l'homme visent
davantage à la protection des
individus. L'attribution de droits
aux
religions
entraînerait
nécessairement une restriction
des droits des individus. Par
ailleurs, il est inacceptable que
cette initiative tende à conférer à
l'islam une place supérieure à
celle des autres religions.
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
aan religies en hen beschermen, zou neerkomen op het beperken van
de rechten van individuen en op het verbieden van kritiek op religies
en op acties uitgevoerd in naam van de religies. Dat is
onaanvaardbaar. Dit initiatief beoogt de islam boven de andere
religies te plaatsen.
België heeft reeds verschillende initiatieven genomen om de
universaliteit van de mensenrechten te vrijwaren. Zij heeft het initiatief
genomen tot een reflectie hierover binnen de Europese Unie. Samen
met anderen heeft België deelgenomen aan de redactie van een
paper over de houding inzake de religieuze vrijheid en de vrijheid van
meningsuiting.
Ieder jaar legt de EU een resolutie neer inzake religieuze intolerantie.
Deze tekst is evenwichtig en omvat de aspecten van de vrijheid van
religie, van de vrijheid van meningsuiting, alsook de daden van
discriminatie en intolerantie die verband houden met religie en
geloofsovertuiging.
De EU is dus actief in de strijd tegen intolerantie en de discriminaties
op basis van religies of overtuigingen. Dit jaar vieren we de zestigste
verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de
Mens.
Instructies werden gestuurd naar alle posten opdat ze iedere
ontwikkeling met betrekking tot dit vraagstuk met aandacht volgen.
Onze posten bij de VN, OVSE en Raad van Europa zijn zeer actief in
dat verband. Dit geldt ook voor onze posten aanwezig in
moslimlanden.
Tot slot wil de minister onderstrepen dat men elke veralgemening
moet vermijden. Verschillende moslimlanden ondersteunen de
universaliteit van de mensenrechten. Bepaalde eerbiedwaardige
mensenrechtenverdedigers met grote kwaliteiten zijn afkomstig uit
moslimlanden.
Bepaalde recente documenten van de VN herbevestigen de
universaliteit van de mensenrechten, zoals onder meer het document
van de VN-top van september 2005. De moslimlanden hebben deze
documenten aanvaard.
Het is dus cruciaal om de dialoog over deze vraagstukken voort te
zetten terwijl wij onze principes hard verdedigen.
La Belgique a déjà pris diverses
initiatives
visant
à
garantir
l'universalité
des
droits
de
l'homme. Initiateur d'une réflexion
en la matière au sein de l'UE,
notre pays a également collaboré
à l'élaboration d'un document
traitant de la liberté religieuse ainsi
que de la liberté d'expression.
L'UE dépose en outre chaque
année
une
résolution
sur
l'intolérance religieuse.
Nous célébrons cette année le
soixantième anniversaire de la
Déclaration universelle des droits
de l'homme. C'est l'occasion de
confirmer
une
nouvelle
fois
l'universalité
des
droits
de
l'homme. Nos représentations
auprès des Nations unies, de
l'OCDE, du Conseil de l'Europe et
dans les pays musulmans sont
attentives à tout élément neuf
dans ce dossier.
Le ministre, M. De Gucht, met en
garde contre le danger de
généralisation en la matière.
Certains
pays
musulmans
admettent réellement l'universalité
des droits de l'homme. De plus,
d'éminents défenseurs des droits
de l'homme sont originaires de ces
pays. La récente confirmation de
l'universalité par les Nations unies
a été acceptée par les pays
musulmans.
Dans ce dossier, il convient de
poursuivre le dialogue et de
défendre
fermement
nos
principes.
01.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Ik dank u, mijnheer de
staatssecretaris. Ik heb inmiddels een motie ingediend terwijl ik uw
antwoord aanhoorde.
Het verheugt mij dat de minister de bezorgdheden deelt. Het antwoord
was op dat punt duidelijk. Ik zou ook graag over het document
beschikken dat België heeft opgesteld en verspreid binnen de
internationale gremia, om die bezorgdheid te uiten. U zegt dat er in
verschillende landen respect bestaat voor de Universele Verklaring
voor de Rechten van de Mens. Inderdaad, het zou maar erg zijn als
dit nergens het geval was. Ik wil er toch op wijzen dat alle 56 staten
van de OIS alle resoluties en akten die ik heb vermeld ook hebben
ondertekend. Zij nemen op dat punt zeker een ondubbelzinnige
01.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je me félicite que le
ministre partage mon inquiétude à
ce sujet. Même si certains pays
musulmans
respectent
la
Déclaration universelle, je voudrais
souligner que l'ensemble des
56 membres de l'OEI ont bel et
bien signé l'intégralité des actes et
résolutions que j'ai mentionnés.
Si je ne puis que me réjouir de la
position adoptée par la Belgique
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
houding aan en zij verklaren allemaal bereid te zijn de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens op hun wijze te interpreteren.
Dat blijft uiteraard onaanvaardbaar.
Ik kan mij alleen maar verheugen over het feit dat de Belgische
regering dit steunt op internationaal vlak. Het is nu dan ook aan deze
regering om ook hier te lande die politieke correctheid eindelijk te
laten varen en om in onze steden en gemeenten, waar nodig, overal
waar de islam voet aan wal zet en terrein wint, die opmars krachtig
terug te dringen. Dat is waar het een beetje aan schort. Het is
makkelijk om in internationale vergaderingen krachtige taal te spreken
op diplomatiek niveau waar het er allemaal beleefd en netjes aan toe
gaat. Ik waardeer dat en weet dat dit ook op die manier moet
gebeuren.
Hier te lande, in onze straten en wijken, voelt de bevolking wat de OIS
in gang steekt. Ook de imams die hier hun preken houden in de
moskeeën ontlenen natuurlijk ook rechten aan wat er in de VN wordt
besproken. Op dat vlak moet men veel meer waakzaam zijn vanuit
deze regering. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de problemen met de
moslimexecutieve. Het is voor de kleine man dat ik deze interpellatie
heb ingediend. Het internationaal niveau raakt de koude kleren van de
mensen niet. Het is maar goed dat men daar optreedt. Hier te lande
zou ik echter graag hebben dat deze regering, waarvan u en ook
minister De Gucht deel uitmaken, die politieke correctheid op dezelfde
manier laat varen. Op dat moment kan er worden gepraat.
Als men in de islamgemeenschap mensen ontmoet en die zijn er, al
vrees ik dat het een minderheid is die zich willen richten op onze
cultuur, dan kunnen wij die mensen ook ondersteunen. Op die manier
zal de islamofobie alleen hen treffen die erdoor moeten worden
getroffen.
lors d'un forum international, je
suis moins satisfait quant à
l'attitude de notre gouvernement à
l'échelon national. Il est urgent
d'enrayer la progression de l'islam
dans nos villes et communes. Les
imams qui prêchent dans les
mosquées de notre pays tirent
également leur autorité des idées
évoquées au niveau de l'ONU.
Nous estimons que les membres
de la communauté islamique
désireux de s'ouvrir à notre culture
peuvent bénéficier d'un appui et
que l'islamophobie ne touchera
dès lors plus que ceux qui le
méritent.
Moties
Motions
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heren Gerolf Annemans, Peter Logghe, Bert Schoofs
en Francis Van den Eynde en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Bert Schoofs
en het antwoord van de staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, belast met de voorbereiding van het
Europese Voorzitterschap, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken,
verzoekt de federale regering om verder onverzettelijk de uitholling van de Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens door de Organisatie van de Islamitische Staten scherp te veroordelen en al de
nodige initiatieven te ontplooien op juridisch, politiek en diplomatiek vlak om deze aantasting te verhinderen
in de toekomst."
Une motion de recommandation a été déposée par MM. Gerolf Annemans, Peter Logghe, Bert Schoofs et
Francis Van den Eynde et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de M. Bert Schoofs
et la réponse du secrétaire d'État aux Affaires étrangères, chargé de la préparation de la Présidence
européenne, adjoint au ministre des Affaires étrangères,
demande au gouvernement fédéral de continuer à condamner rigoureusement et sévèrement les atteintes
portées à la Déclaration universelle des droits de l'homme par l'Organisation des États islamiques et de
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
prendre toutes les initiatives nécessaires sur les plans juridique, politique et diplomatique pour prévenir de
telles atteintes à l'avenir."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Brigitte Wiaux en door de heren Jean-Luc Crucke,
François-Xavier de Donnea en Patrick Moriau.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Brigitte Wiaux et par MM. Jean-Luc Crucke, François-
Xavier de Donnea et Patrick Moriau.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De voorzitter: Zo komen wij tot de interpellatie van de heer Annemans en de vraag van de heer Doomst.
01.04 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
vraag het woord omtrent de regeling der werkzaamheden. Ik heb hier
vandaag pas vernomen dat de interpellatie niet zal worden
beantwoord door de heer De Gucht, maar door de staatssecretaris.
Voor mij is dat nieuw. Dat is zeker niet met mij afgesproken. Ik zal er
op de Conferentie van voorzitters op insisteren dat ik dat debat kan
voeren met de minister zelf.
Ik heb niets tegen de staatssecretaris, maar ik wil de minister
interpelleren over een brief die mevrouw Turtelboom met de aanhef
"Beste Karel" en met de ondertekening "Annemie" aan de minister
heeft gestuurd. Ik zeg niet dat het een Open Vld-aangelegenheid is,
maar het is in ieder geval een aangelegenheid waarover ik een Vld'er
wil ondervragen omdat het gaat over de positie van de Open Vld in de
regering, die zeker vandaag onder druk komt van PS en cdH,
waar de MR als lachende derde buitenstaat. Voor de MR zou het
allemaal wel mogen, maar zij laten het aan de heer De Gucht over. In
die constellatie heeft het absoluut geen enkele zin dat ik dat debat zou
voeren met de onvolprezen staatssecretaris van de MR. Ik wil dat
doen met de minister van de Open Vld. Daarom zou ik ervoor willen
pleiten om mijn interpellatie niet te schrappen, maar ze te reserveren
voor de minister zelf.
01.04 Gerolf Annemans (Vlaams
Belang): Je constate que M.
Chastel répond aujourd'hui aux
questions et interpellations. Étant
donné que j'entends adresser mon
interpellation n° 87 explicitement à
M. De Gucht, je prierai le président
de bien vouloir la reporter. M.
Doomst n'est pas présent pour
l'heure, mais je pense qu'il préfère
également adresser sa question
au ministre.
Le président: Monsieur Annemans, libre à vous.
Je pense que M. Chastel est tout à fait compétent pour répondre au
nom du gouvernement, comme M. De Gucht.
De voorzitter: Ik laat u de keuze,
mijnheer Annemans.
De heer Chastel is net zoals de
heer De Gucht bevoegd om te
antwoorden.
01.05 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Je n'ai pas douté de sa
compétence. J'ai expliqué mes raisons.
01.05 Gerolf Annemans (Vlaams
Belang): Ik geloof u best, maar ik
heb mijn redenen uitgelegd.
Le président: M. De Gucht est venu hier. Il vient encore cet après-
midi. Il est normal que les secrétaires d'État et les ministres se
partagent le travail. Toutefois, si vous voulez reporter, on reporte.
De voorzitter: Het is normaal dat
staatssecretarissen en ministers
onderling het werk verdelen. Als u
echter
uw
interpellatie
wil
uitstellen, dan doen we dat.
Wat is uw mening ter zake mijnheer Doomst?
01.06 Gerolf Annemans (Vlaams Belang): De heer Doomst is niet
aanwezig, maar ik kan mij indenken dat hij dezelfde mening is
toegedaan. Ik spreek niet voor hem. Ook zijn interpellatie moet u niet
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
schrappen. Houdt u ze maar stevig vast. Ik denk dat hij ze ook zal
uitstellen in hetzelfde statuut.
02 Question de Mme Brigitte Wiaux au secrétaire d'État aux Affaires étrangères, chargé de la
Préparation de la Présidence européenne, adjoint au ministre des Affaires étrangères sur
"l'amélioration de la transposition des directives par la Belgique" (n° 7217)</b>
02 Vraag van mevrouw Brigitte Wiaux aan de staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, belast met de
Voorbereiding van het Europese Voorzitterschap, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken
over "de verbetering van de omzetting van de richtlijnen door België" (nr. 7217)
02.01 Brigitte Wiaux (cdH): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, en juillet dernier, vous avez présenté au nom de
notre premier ministre et du ministre des Affaires étrangères,
M. De Gucht, de nouveaux outils qui visent à stimuler et à faciliter le
traitement des dossiers de transposition par la Belgique des directives
de l'Union européenne.
Pouvez-vous m'indiquer très brièvement en quoi ces deux outils
engendrent des effets positifs?
02.01 Brigitte Wiaux (cdH): In
juli jongstleden stelde u nieuwe
instrumenten voor die ertoe
strekken
de
omzetting
van
Europese richtlijnen door ons land
te vergemakkelijken. Kunt u mij
uitleggen
waarom
beide
instrumenten positief zijn?
02.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Monsieur le président,
madame Wiaux, lors du Conseil des ministres du 22 juillet dernier, il a
effectivement été décidé d'utiliser un modèle de rapport uniformisé,
une fiche standard, pour l'introduction des notes ministérielles lors de
l'inscription individuelle des directives au Conseil des ministres.
Chaque fiche met l'accent sur l'état d'avancement de la transposition
de la directive; il revient à chaque ministre compétent d'introduire des
notes en utilisant cette nouvelle fiche standard. Le ministre des
Affaires étrangères est, pour sa part, chargé de présenter un tableau
de synthèse de toutes les directives concernant le gouvernement
fédéral pour le tableau d'affichage en cours, celui qui est renouvelé
tous les six mois.
Lors du Conseil des ministres suivant, le ministre des Affaires
étrangères présente alors une analyse de l'état d'avancement,
précisément sur base des fiches déposées par les ministres
compétents.
Cet outil a donc déjà été utilisé à deux reprises en Conseil des
ministres, lors des Conseils des 5 septembre et 3 octobre, pour
évaluer de quelle manière la transposition des directives évolue.
L'utilisation de la fiche poursuit un objectif d'uniformité puisqu'elle
permet de rassembler les éléments clés de chaque dossier de
transposition de manière homogène et facilite ainsi l'évaluation plus
détaillée de l'état d'avancement de chaque transposition. Puisque la
fiche est uniformisée, il est plus facile pour l'ensemble des collègues
et pour le ministre des Affaires étrangères, à chaque fois, de manière
systématique, d'évaluer cet état d'avancement.
L'introduction de cet instrument vise de cette façon à augmenter et la
transparence et la facilitation de traitement de ce dossier par le
Conseil des ministres. En conséquence de quoi, des actions rapides
et pointues peuvent être décidées directement au Conseil des
ministres, sur base d'une vue claire de chaque fiche et du tableau de
synthèse; elles peuvent, du moins nous le souhaitons, être à chaque
fois prises dans la pratique par le ou les ministres compétents.
02.02 Staatssecretaris Olivier
Chastel: Op de Ministerraad van
22 juli jongstleden is inderdaad
beslist
een
geüniformiseerd
verslagmodel of standaardfiche te
gebruiken met het oog op de
inleiding van ministeriële nota's
wanneer
Europese
richtlijnen
individueel worden ingeschreven
op de agenda van de ministerraad.
Elke fiche legt de nadruk op de
voortgangstaat van de omzetting
van een richtlijn; wanneer de
bevoegde minister nota's inleidt,
gebruikt hij of zij die nieuwe
standaardfiche. Vervolgens stelt
de minister van Buitenlandse
Zaken een analyse van de
voortgangstaat
alsmede
een
synthesetabel van alle richtlijnen
waarbij de federale regering
betrokken is, voor.
De tabel wordt om de zes maand
vernieuwd. Dit instrument is dus al
tweemaal
gebruikt
op
de
ministerraad. Die fiche beoogt een
zekere
uniformiteit
door
de
sleutelelementen
van
ieder
omzettingsdossier te bundelen.
Dank zij die geüniformiseerde
fiche kunnen alle regeringsleden
de
voortgangstaat
evalueren
waardoor
de
ministerraad
rechtstreeks tot snelle acties kan
overgaan.
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
La mise en oeuvre de ces outils constitue, en tout cas, une première
étape dans le processus de réflexion que nous menons au sein du
gouvernement et qui vise à améliorer, parce qu'il y a encore lieu de le
faire, le système belge de transposition.
Deze toepassing is de eerste stap
in een proces om het Belgische
systeem voor omzetting dat
inderdaad
voor
verbetering
vatbaar
is,
daadwerkelijk
te
verbeteren.
02.03 Brigitte Wiaux (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, je vous
remercie pour vos réponses. Je suis heureuse d'apprendre que ce
nouveau système susceptible d'apporter plus de transparence et de
facilité dans la prise de bonnes décisions ait déjà été testé à deux
reprises.
Je vous souhaite beaucoup de succès dans la mise en oeuvre de ce
système.
02.03 Brigitte Wiaux (cdH): Het
verheugt mij dat dit nieuwe
systeem al twee keer getest werd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Puis-je inviter M. Moriau à venir présider?
Président: Patrick Moriau.
Voorzitter: Patrick Moriau.
03 Samengevoegde vragen van
- de heer Dirk Van der Maelen aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de ondertekening van de
Conventie van Dublin over clustermunitie" (nr. 7420)
- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de internationale
overeenkomst inzake het verbod op clustermunitie" (nr. 8043)
03 Questions jointes de
- M. Dirk Van der Maelen au ministre des Affaires étrangères sur "la signature de la Convention de
Dublin sur les armes à sous-munitions" (n° 7420)<br>- M. Georges Dallemagne au ministre des Affaires étrangères sur "la convention internationale visant à
interdire les armes à sous-munitions" (n° 8043)</b>
03.01 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de
staatssecretaris, op 30 mei 2008 geraakten een honderdtal landen het
op de Conferentie in Dublin eens over de tekst voor een conventie
over clustermunitie. Graag had ik van u de volgende informatie
ontvangen.
Ten eerste, zal België die voornoemde conventie over clustermunitie
ondertekenen op 3 december in Oslo? Ten tweede, is de
voorbereiding voor de ratificatie reeds gestart? Ten derde en
tenslotte, heeft België inspanningen geleverd om een aantal
aarzelende of in Dublin afwezige landen ervan te overtuigen deze
conventie mee te ondertekenen? Zo ja, ten aanzien van welke landen
werden die inspanningen geleverd?
03.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro): Le 30 mai 2008,
une centaine de pays se sont mis
d'accord, à Dublin, sur le texte
d'une convention relative aux
armes à sous-munitions. La
Belgique
signera-t-elle
cette
convention à Oslo le 3 décembre?
Les préparatifs de la ratification
ont-ils déjà débuté? La Belgique a-
t-elle tenté de convaincre les pays
hésitants ou absents à Dublin?
03.02 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le secrétaire d'État, vous savez que des ONG comme Handicap
international se battent depuis des années pour que soient interdites
les armes contraires aux droits humanitaires. Je pense ici notamment
aux mines et aux armes à sous-munitions.
Grâce à leurs efforts, mais aussi il faut le reconnaître grâce à la
coopération entre les États, la société civile et les organisations
internationales, la Convention internationale visant à interdire les
03.02 Georges Dallemagne
(cdH): Ngo's zoals Handicap
International ijveren al jaren voor
een verbod op wapens
die
indruisen
tegen
de
mensenrechten
(zoals
clustermijnen
en
-wapens).
Dankzij hun inspanningen en de
samenwerking tussen de staten,
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
armes à sous-munitions devrait être signée par de nombreux États à
Oslo, les 3 et 4 décembre prochains.
La Belgique s'est montrée très active pour mener à bien ce
processus. Cependant, pourriez-vous nous confirmer que la Belgique
entend bien signer ladite convention à cette date? Pourriez-vous
également nous dire qui conduira la délégation belge lors de cette
conférence importante? Par ailleurs, quelles mesures entend prendre
le gouvernement belge pour que la Belgique confirme son leadership
dans cette matière et soit un des premiers pays à ratifier cette
convention afin que ledit texte soit rapidement soumis à notre
Parlement?
Des initiatives diplomatiques de la Belgique seraient utiles afin de
persuader le plus grand nombre possible de pays à ratifier cette
convention. Partagez-vous ce point de vue? Quel type d'initiative
comptez-vous prendre?
En outre, il serait, par exemple, utile que, lors de la prochaine
Conférence sur les armes conventionnelles, qui se déroulera à
Genève, dans les prochains jours, la Belgique fasse la promotion de
la Convention sur les armes à sous-munitions. Cela devrait, me
semble-t-il, être un des points essentiels figurant à l'agenda des
représentants belges à cette Conférence.
het maatschappelijk middenveld
en de internationale organisaties
zou op 3 en 4 december
eerstkomend
in
Oslo
een
internationale conventie voor een
verbod op clustermunitie moeten
worden ondertekend.
België
heeft
heel
actief
meegewerkt aan dit proces. Zal
België de conventie op die datum
ondertekenen?
Wie
zal
de
Belgische delegatie leiden? Wat
zal
de
Belgische
regering
ondernemen
om
onze
voortrekkersrol op dit domein te
bevestigen en een van de eerste
ondertekenende
landen
te
worden?
Welke
diplomatieke
initiatieven overweegt u om zoveel
mogelijk landen te overtuigen om
deze conventie te ratificeren?
Het zou trouwens nuttig zijn dat
België
deze
conventie
over
clustermunitie op de volgende
internationale conferentie over
conventionele wapens in Genève
zou promoten.
03.03 Staatssecretaris Olivier Chastel: De minister van Buitenlandse
Zaken zal voor ons land zelf deze conventie ondertekenen op
3 december in Oslo. De voorbereiding van de ratificatie is inmiddels
reeds opgestart, zoals de heer De Gucht had aangekondigd daags na
de aanvaarding van de tekst van de conventie in Dublin. Deze
voorbereiding impliceert overleg met de Gewesten aangezien enkele
elementen van de conventie tot hun bevoegdheid behoren zoals werd
vastgesteld in de werkgroep Gemengde Verdragen. Het gevolg
hiervan is dat de ratificatie door België een feit zal zijn zodra alle
betrokken parlementen hun instemming hebben gegeven. Het dossier
daartoe wordt thans afgewerkt. Sinds begin vorige week beschikken
wij ook over de noodzakelijke Nederlandse versie van de verdragtekst
die dient toegevoegd te worden aan de oorspronkelijke Engelse versie
en de Franse versie die inmiddels ook werd overeengekomen met de
andere betrokken landen.
Na de ondertekening op 3 december zal minister De Gucht er bij de
Verenigde Naties op aandringen om zo snel mogelijk het vereiste
eensluidende afschrift te ontvangen dat nodig is om het dossier voor
te leggen aan de Ministerraad en zo de procedure op federaal niveau
op te starten. De minister durft te hopen dat ook op regionaal niveau
de vereiste procedure onverwijld wordt aangevat zodat elk parlement
met bekwame spoed dit punt kan agenderen. Het is onze ambitie dat
ons land een positief signaal geeft inzake de ratificatie van deze
nieuwe conventie zodat zij zo snel mogelijk in werking zal kunnen
treden.
03.03 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Le ministre des Affaires
étrangères
signera
cette
convention le 3 décembre à Oslo.
Les préparatifs de la ratification
ont
entre-temps
débuté
et
impliquent eu égard à la
répartition des compétences une
concertation avec les Régions. La
ratification par la Belgique sera un
fait dès que l'ensemble des
parlements
concernés
auront
donné leur feu vert. L'objectif
consiste expressément à ce que
notre pays ratifie la convention le
plus rapidement possible.
Comme ce fut le cas lors des précédentes phases du processus
d'Oslo, le ministre des Affaires étrangères vient de lancer les
démarches officielles, tant dans le cadre l'Union européenne que par
Net als tijdens de voorgaande
fasen van het Osloproces heeft de
minister van Buitenlandse Zaken
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
le biais de notre réseau de postes diplomatiques, dans le but de
pousser à la signature du Traité d'Oslo ce 3 décembre, mais aussi à
une ratification ultérieure rapide du texte afin que celui-ci puisse
entrer en vigueur de façon effective. Il demandera également à ses
services de faire accélérer la procédure de ratification par le
Parlement.
Il aborde aussi régulièrement cette question lors de ses contacts
bilatéraux. Il répète à cette occasion notre conviction que cette
convention poursuit un objectif humanitaire essentiel, d'une façon
réaliste du point de vue militaire, et qui contribue concrètement à la
protection des civils et des militaires dans les zones de conflits.
Prévenir les incidents est essentiel, nous le devons aux victimes que
provoquent encore aujourd'hui les bombes à sous-munitions, qu'il
s'agisse de populations civiles ou de nos propres militaires impliqués
dans des opérations de déminage.
de nodige stappen gedaan om
ervoor
te
zorgen
dat
het
Osloverdrag op 3 december
eerstkomend wordt ondertekend
en
vervolgens
snel
wordt
geratificeerd. Hij zal vragen om de
procedure voor de ratificatie door
het Parlement te versnellen.
Hij kaart deze kwestie ook
regelmatig aan tijdens bilaterale
contacten. Deze overeenkomst
streeft een essentieel humanitair
doel na en draagt aldus bij aan de
bescherming van de burgers en de
militairen in conflictgebieden.
03.04 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, mijn vraag dateert van 24 september.
Ik heb intussen vernomen dat er vanaf 3 november in Genève een
conferentie over conventionele wapens samenkomt en dat het de
bedoeling van sommige landen is om tot een protocol te komen, aan
te sluiten bij de Conventie inzake conventionele wapens. Sommige
landen hebben de intentie om tot afspraken te komen met betrekking
tot clustermunitie, afspraken die minder ver gaan dan wat in de
Conventie van Dublin werd afgesproken.
Ik wil de minister vragen om aan onze vertegenwoordigers daar mee
te geven dat België het eerste land was dat een wet met een verbod
op clustermunitie heeft goedgekeurd. Het hele Parlement heeft dat
goedgekeurd en u hebt de steun van het hele Parlement. Wij rekenen
er tevens op dat België op die conferentie in Genève een harde
houding aanneemt en zegt dat de Conventie van Dublin voor ons land
het minimum is en dat we daar niet onder gaan.
Ik hoop dat dankzij de voortdurende voortrekkersrol in deze
aangelegenheid, België een aantal landen dat nu aarzelt over de
streep zou kunnen trekken.
Ofwel geeft het ministerie van Buitenlandse Zaken ons een
geschreven verslag van het verloop van die vergaderingen in Genève,
ofwel stellen we opnieuw een mondelinge vraag en debatteren we
daarover. Mij is het eender. Ik wil de minister meegeven dat niet
alleen Georges Dallemagne, maar ikzelf en ook de andere collega's
van dit Parlement waakzaam zullen volgen welke houding België in
Genève zal aannemen.
03.04 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro): Une conférence sur
les
armes
conventionnelles
débutera le 3 novembre à Genève.
La Belgique a été le premier pays
à interdire les armes à sous-
munitions.
Elle
devra
faire
comprendre clairement à Genève
que la Convention de Dublin
constitue le minimum pour notre
pays et convaincre plusieurs pays
hésitants.
03.05 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, je
remercie le secrétaire d'État pour cette réponse.
Je me réjouis du fait que le ministre des Affaires étrangères se rende
à cette conférence. C'est un signal fort de l'importance politique que la
Belgique lui accorde.
Je rejoins tout à fait les remarques de mon collègue Van der Maelen.
À la Conférence sur les armes conventionnelles à Genève, du 3 au
03.05 Georges Dallemagne
(cdH): Ik ben blij dat de minister
van Buitenlandse Zaken naar deze
conferentie gaat. Het is een
duidelijk signaal dat het politieke
belang weergeeft dat België eraan
hecht.
Ik ben het eens met de
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
7 novembre prochain, il faut que la Belgique dissocie les dossiers et
plaide fortement pour que les gouvernements représentés à cette
conférence aillent signer la Convention sur les armes à sous-
munitions car celle-ci est extrêmement importante pour l'avenir des
populations civiles et pour les militaires sur les zones de conflits. Au
Proche-Orient, par exemple, quasi quotidiennement des personnes
sont victimes des armes à sous-munitions et c'est également le cas
dans beaucoup d'autres pays comme le Kurdistan, le Cambodge, le
Laos, etc.
C'est extrêmement important. La Belgique peut être fière du travail qui
a été accompli jusqu'à présent. Évidemment, nous sommes au milieu
du gué et il faut pouvoir faire en sorte que cette convention soit
rejointe par un maximum de pays. Je compte sur vous pour que ce
soit le cas!
opmerkingen van de heer Van
Maelen.Op de Conferentie over
conventionele wapens van 3 tot 7
november aanstaande in Genève
moet België ervoor pleiten dat de
vertegenwoordigde regeringen de
Conventie
over
clustermunitie
ondertekenen. In het Midden-
Oosten, in Cambodja, in Laos,
enz.
worden
mensen
bijna
dagelijks het slachtoffer van
clustermunitie.
België mag trots zijn op het werk
dat het tot nu toe heeft verricht
maar het moet ervoor zorgen dat
zoveel mogelijk landen deze
conventie goedkeuren. Ik reken op
u!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au ministre des Affaires étrangères sur "la piraterie au large de la Somalie"
(n° 7434)<br>- M. Georges Dallemagne au ministre des Affaires étrangères et au ministre de la Défense sur "la
participation éventuelle de la Belgique à la lutte contre la piraterie au large des côtes somaliennes"
(n° 7654)</b>
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de piraterij voor de kust van
Somalië" (nr. 7434)
- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van
Landsverdediging over "de eventuele deelname van België aan de strijd tegen de piraterij voor de
Somalische kust" (nr. 7654)
04.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
secrétaire d'État, l'été a été émaillé par un certain nombre d'incidents
rapportés par la presse internationale concernant la piraterie
moderne. Cela n'a rien à voir avec les bandes dessinées ni les films.
Le phénomène est localisé au large de la Somalie.
Le 16 septembre dernier, le président français Sarkozy a lancé une
demande de mobilisation internationale pour réagir à ce qu'il appelle
une industrie du crime.
Monsieur le ministre, des navires battant pavillon belge ont-ils été
concernés par ce type d'actes? Quelle est la manière dont la Belgique
s'organise pour lutter contre ce nouveau phénomène? Comment
notre pays répondra-t-il à l'appel du président Sarkozy en termes
d'entraide internationale?
04.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Verschillende schepen werden
deze zomer voor de kust van
Somalië gekaapt. Waren er
schepen bij betrokken die de
Belgische vlag voerden? Hoe
bestrijdt België dit fenomeen? Hoe
zal ons land reageren op de
oproep
tot
internationale
samenwerking van de Franse
president Sarkozy?
04.02 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le secrétaire d'État, la Belgique a fait part de sa disponibilité pour
participer à une force navale européenne au large des côtes
somaliennes pour lutter contre la piraterie.
Nous nous réjouissons qu'enfin la communauté internationale, et plus
04.02 Georges Dallemagne
(cdH): België heeft laten weten dat
het bereid is mee te werken aan
een Europese zeemacht voor de
kust van Somalië om de piraterij te
bestrijden.
Wij
juichen
de
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
spécifiquement l'Union européenne, mette un terme de manière
énergique à ces actes de piraterie, qui non seulement entravent la
circulation maritime internationale dans le Golfe d'Aden mais qui
contribuent également au chaos et à la grave crise humanitaire que
connaît aujourd'hui la Corne de l'Afrique. Nous nous réjouissons
également de la disponibilité affichée de la Belgique pour participer à
cette initiative.
Cette opération est bienvenue, d'autant plus qu'elle s'inscrit dans le
cadre de la résolution du Conseil de sécurité 1816 du 2 juin dernier
qui autorise les États à agir, en vertu du chapitre 7 de la
Charte des Nations unies, aussi bien dans les eaux internationales
que dans les eaux territoriales somaliennes et celles des autres pays
de la région.
Le gouvernement fédéral de transition de la Somalie avait d'ailleurs
déjà adressé une demande d'aide d'urgence au Conseil de sécurité le
27 février 2008 afin de l'aider à assurer la sécurité des eaux
territoriales somaliennes et des eaux internationales situées au large
du pays.
Je souhaiterais néanmoins que vous puissiez nous confirmer et nous
préciser la contribution de la Belgique dans cette opération ainsi que
ses contours.
Quels pays européens participeront-ils à cette opération? Quand
débutera-t-elle? Quelle sera la nature exacte de la contribution belge?
Quelle sera la zone d'opération sur mer et sur terre éventuellement? Il
y a parfois des suites sur terre à des opérations sur mer. Quels seront
les types d'opérations menées? Y aura-t-il un impact sur d'autres
opérations en cours?
Cette opération s'inscrit-elle dans le cadre d'une initiative de défense
européenne ou dans un autre cadre? Quelles sont les bases légales
qui fondent cette opération?
Belgische deelname aan dit
initiatief toe, dat aansluit op een
resolutie van de Veiligheidsraad
die inspeelt op een dringend
verzoek
om
hulp
van
de
Somalische regering.
Welke Europese landen zullen aan
deze
operatie
deelnemen?
Wanneer zal die van start gaan?
Waaruit zullen de operaties en de
Belgische bijdrage bestaan? In
welk gebied zal men opereren?
Zal dit gevolgen hebben voor
andere aan de gang zijnde
operaties? Valt deze operatie
onder een Europees defensie-
initiatief? Op welke wettelijke
grondslagen zal ze berusten?
04.03 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Monsieur le président, les
questions de MM. Crucke et Dallemagne portent effectivement sur le
même sujet. Globalement, la piraterie reste un phénomène récurrent
dans un certain nombre de régions du monde.
Il est exact que des incidents se produisent au large des côtes
somaliennes. Ces incidents, qui ont été clairement identifiés, se sont
multipliés ces dernières années plus médiatiquement cet été
faisant de cette région l'une des plus dangereuses pour la navigation.
Des attaques se sont produites récemment, jusqu'à plus de 400 miles
marins des côtes. À la connaissance du ministre des Affaires
étrangères, aucun incident n'a impliqué de navires battant pavillon
belge dans les cinq dernières années, ni en Somalie ni ailleurs.
Pour contrer cette pratique, la Belgique applique de manière générale
les recommandations de l'Organisation maritime internationale en
matière de prévention de la piraterie. Tous les navires belges sont
notamment équipés d'un système d'alarme silencieuse qui alerte un
centre de crise en Belgique en cas d'incident. En ce qui concerne la
Somalie en particulier, l'avis de voyage des Affaires étrangères
déconseille formellement de se rapprocher des côtes somaliennes.
04.03 Staatssecretaris Olivier
Chastel:
Piraterij
is
een
terugkerend
fenomeen
in
verscheidene gebieden van de
wereld. Voor de kust van Somalië
is het aantal aanvallen de jongste
jaren sterk toegenomen. Voor
zover
de
minister
van
Buitenlandse Zaken bekend is, is
er de jongste vijf jaar geen enkel
schip dat onder Belgische vlag
vaart betrokken geweest in een
dergelijk voorval.
Om die praktijken tegen te gaan,
past België de aanbevelingen toe
van de Internationale Maritieme
Organisatie, met name over de
invoering
van
een
stil
alarmsysteem.
Wat
Somalië
aangaat,
raadt
Buitenlandse
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
En ce qui concerne l'appel du président Sarkozy et le programme
d'entraide internationale, la Belgique, en tant que membre du Conseil
de sécurité, participe activement, depuis plusieurs mois, aux efforts
internationaux pour lutter contre la piraterie en Somalie. Le Conseil de
sécurité a déjà adopté trois résolutions à ce sujet. La résolution 1814
prévoit une protection militaire des convois du Programme alimentaire
mondial. La résolution 1816, placée sous l'égide du chapitre 7 de
Charte des Nations unies, étend aux eaux territoriales somaliennes, à
certaines conditions, le droit traditionnel de tout État de lutter contre la
piraterie en haute mer. Enfin, la résolution 1838, qui est assez
récente, est un appel à participer à la mise en oeuvre des deux autres.
Il faut même des résolutions pour en mettre d'autres en oeuvre! Pour
répondre à cet appel, certains pays européens ont envoyé des
navires dans la région. En outre, plusieurs pays qui avaient des
moyens présents dans le cadre de l'opération "Enduring Freedom" ont
annoncé qu'ils les utiliseraient aussi pour la lutte contre la piraterie.
Nous estimons qu'une bonne coordination de tous ces intervenants
est essentielle. C'est la raison pour laquelle, dans le cadre de l'Union,
la Belgique a appuyé la création d'une petite cellule de coordination
au sein du secrétariat du Conseil qui apporte son appui aux membres
de l'Union présents dans la région. Cette cellule est aussi conçue
comme l'embryon d'une future opération de contrôle maritime dans le
cadre de la politique européenne de sécurité et de défense (PESD).
Il convient toutefois de préciser que l'Union se trouve encore dans
une phase de planification par rapport à cette mission. Certaines
décisions ont déjà été prises telles que l'installation du quartier
général opérationnel en Grande-Bretagne ainsi que la désignation de
l'amiral Philip Jones comme commandant opérationnel de la mission.
Le mandat de la mission n'est, quant à lui, pas encore complètement
défini. Il est entendu qu'en feront partie intégrante la surveillance et
l'escorte, mais nous ne savons pas encore s'il s'étendra à la
neutralisation des pirates. La présidence française espère discuter
plus avant des différents aspects de l'opération lors de la prochaine
réunion au niveau du Conseil européen des Affaires générales et
Relations extérieures du 10 novembre prochain.
S'agissant des modalités de l'opération européenne envisagée et
d'une éventuelle participation de la Belgique, il est évidemment un
peu tôt pour répondre à cette question de manière définitive, dès lors
que tous les États membres n'ont pas encore pris de décision.
Comme vous l'avez indiqué, seules la France avec deux corvettes
et l'Espagne avec un avion patrouilleur sont déjà actives le long
des côtes somaliennes dans la lutte contre la piraterie. La Grande-
Bretagne s'est engagée à mettre une frégate à disposition à partir
de 2009. Quant aux Pays-Bas, ils vont détacher un navire dès le mois
de novembre. La France et l'Espagne ont récemment confirmé leur
engagement.
Lors de la réunion informelle des ministres de la Défense à Deauville,
huit à neuf États membres avaient déclaré leur intention de considérer
favorablement toute contribution. Le début de l'opération va
naturellement dépendre de la finalisation de cette phase de
planification.
Zaken in zijn reisadvies ten
sterkste af om zich in de
kustwateren te begeven.
In de Veiligheidsraad spant België
zich al verscheidene maanden
lang in aan de zijde van de
internationale gemeenschap om
de
piraterij
in
Somalië
te
bestrijden, met name middels de
resoluties 1814, 1816 en 1838 van
de Raad. Een aantal Europese
landen hebben schepen naar de
regio gestuurd en er werden
middelen ingezet voor de operatie
Enduring Freedom die zullen
kunnen worden gebruikt om
piraterij te bestrijden. België heeft
zijn steun verleend aan de
oprichting van een coördinatiecel
die op termijn de aanzet moet
geven
tot
een
maritieme
surveillanceoperatie waarvoor de
Unie op dit ogenblik plannen
maakt in het kader van het
Europees
Veiligheids-
en
Defensiebeleid (EVDB).
Het mandaat van die Europese
opdracht, het begin ervan, de
operatiemodaliteiten
en
de
bijdrage van de lidstaten, liggen
nog niet vast.
Wat de Belgische bijdrage betreft,
heeft de ministerraad nog geen
beslissing genomen, maar België
heeft al een onderofficier ter
beschikking
gesteld
van
de
coördinatiecel.
Wat de operatiezones betreft,
maken de documenten uit de
planningsfase gewag van de
wateren ter hoogte van Somalië en
Kenia, tot vijfhonderd zeemijl. De
militaire comités van de Unie
werken
overigens
aan
de
afbakening van de aan te bevelen
zeeroutes.
De
operaties
zullen
de
bescherming van de schepen, het
ontraden van de piraterij door
toezicht op de zeeën en de
aanhouding
van
de
piraten
omvatten.
Wat de impact op de andere aan
de gang zijnde operaties betreft
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
En ce qui concerne la contribution belge, le Conseil des ministres n'a
pas encore pris de décision. Le ministère de la Défense est en train
d'étudier les modalités de cette participation. La Belgique a aussi mis
un sous-officier à la disposition de la cellule de coordination.
Quant aux zones d'opération sur mer et sur terre, les documents de
l'actuelle phase de planification évoquent en particulier les eaux au
large de la Somalie et du Kenya, jusqu'à 500 miles nautiques, y
compris les eaux territoriales de ces deux États, mais sans y inclure
les eaux territoriales du Yémen et du sultanat d'Oman. Les comités
militaires de l'Union travaillent, par ailleurs, à la délimitation
géographique précise des routes maritimes dont l'usage sera
conseillé aux navires marchands afin de mieux les protéger.
Les types d'opérations menées doivent être l'escorte et la protection
des navires du Programme alimentaire mondial et d'autres bateaux
vulnérables, la dissuasion de la piraterie par la surveillance des mers
et une présence visible, l'appréhension des pirates et le transfert vers
les autorités compétentes pour jugement.
Pour ce qui est de l'impact sur d'autres opérations en cours, l'OTAN -
sur requête du secrétaire général des Nations unies a décidé de
détourner une partie de la flotte installée actuellement dans le golfe
d'Aden pour prêter assistance aux navires du Programme alimentaire
mondial. Cette mission OTAN est aussi destinée à établir un pont
avec l'opération de l'Union.
Il est à noter qu'il y a un accord à ce sujet, mais que les navires de
l'OTAN ne sont pas encore à l'oeuvre aujourd'hui.
À plus long terme, l'OTAN réfléchit sur la meilleure manière de
coordonner son action sur place avec celle de l'Union. En outre, cette
opération aura pour cadre la PESD. Elle constituera la réponse
européenne à l'appel du Conseil de sécurité à lutter contre la piraterie
dans la région exprimée au travers des différentes résolutions du
Conseil de sécurité.
Enfin, sur le plan interne de l'Union, pour une opération PESD, la
base légale revêt la forme d'une action commune décidée par le
Conseil. Sur le plan international, ce sont évidemment les résolutions
du Conseil de sécurité qui fournissent la base juridique.
On notera que l'autorisation d'intervenir dans les eaux somaliennes
donnée par la résolution 1816 vient à expiration le 2 décembre et qu'il
est probable mais il faudra le confirmer qu'elle soit renouvelée.
zal de NAVO een deel van de vloot
in de golf van Aden omleiden om
bijstand te verlenen aan de
schepen
van
het
Wereldvoedselprogramma.
De NAVO beraadt zich over de
coördinatie van haar optreden met
de Unie.
Binnen de Unie bestaat de
wettelijke
grondslag
van
de
operatie van het EVDB in een
gemeenschappelijke actie waartoe
wordt beslist door de Raad. Op het
internationale vlak vormen de
resoluties van de Veiligheidsraad
de basis.
Le président: Voilà une réponse claire et précise.
04.04 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, il s'agit
effectivement d'une réponse claire et précise.
Quand on parle de piraterie, on a tendance à sourire et à se
demander si on vit vraiment au 21
ème
siècle. Toutefois, cet élément
est capital en termes de sécurisation des routes. Il n'est pas
seulement question d'intérêts en termes de développement, mais
aussi au niveau commercial. Des assurances sont aujourd'hui en train
d'exploser parce que ces routes ne sont pas sécurisées. En la
matière, nous avons un rôle à jouer et je suis heureux d'entendre que,
04.04 Jean-Luc Crucke (MR):
De
veiligheid
van
de
scheepvaartroutes
is
van
essentieel
belang
voor
de
ontwikkeling, maar ook voor het
handelsverkeer. Ik hoop dat het
Europese initiatief snel vorm zal
krijgen.
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
outre les résolutions onusiennes, une réflexion ait eu lieu au niveau
européen. Il s'agit là d'une piste qui doit effectivement être suivie. En
outre, il faut espérer qu'après la planification de la mission, on puisse
entrer dans la phase de concrétisation.
04.05 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le président, je tiens à
remercier M. le secrétaire d'État pour sa réponse circonstanciée.
En luttant contre la piraterie, on lutte évidemment pour la protection
du trafic maritime et du trafic de transit, mais on lutte également
contre la mortalité des enfants, des femmes, des populations civiles
en général en Somalie. Vous savez à quel point les secours du
Programme alimentaire mondial (PAM) sont contrariés par la situation
qui existe là-bas. Et le PAM se réjouit de la mobilisation de la
communauté internationale dont il était d'ailleurs demandeur depuis
très longtemps. C'est donc une très bonne chose!
Reste maintenant à clarifier le mandat. En effet, il est important que le
mandat soit clair. Je ne comprends pas très bien que l'on puisse
protéger les convois et que l'on ne puisse pas neutraliser les pirates. Il
faut éviter les mandats ambigus permettant de surveiller les pirates
sans pour autant les neutraliser. Je ne comprends pas très bien ce
type de discussion. Je plaide donc pour que la Belgique réclame un
mandat clair.
Par ailleurs, je me réjouis que l'opération soit organisée au niveau
européen. Je ne pense pas que nous ayons besoin de l'OTAN pour
mener à bien cette opération. Une opération européenne sous
mandat de l'ONU serait, selon moi, la solution la plus simple.
Enfin, nous avons besoin, au niveau belge, d'avoir une planification
très précise des opérations qui seront menées, l'année prochaine, sur
le plan militaire car nos moyens ne sont pas infinis. Il serait donc
important de voir quel pourrait être l'impact de telles opérations. En
effet, je n'ai pas reçu de réponse à ce sujet, même si je comprends
tout à fait qu'elle soit encore en cours d'examen. Je pense ici aux
opérations au Liban mais aussi à d'autres opérations importantes qui
doivent pouvoir également être menées.
04.05 Georges Dallemagne
(cdH): Wie de piraterij bestrijdt,
komt tegelijk de Somalische
burgerbevolking te hulp, die
immers afhankelijk is van de
internationale hulp.
Ik pleit ervoor dat België een
duidelijk mandaat zou vragen voor
die operatie. De piraten moeten
niet alleen gecontroleerd kunnen
worden, maar ook geneutraliseerd!
Ik pleit eveneens voor een
Europese operatie, mét een VN-
mandaat, maar zonder de NAVO.
Op het Belgische niveau, ten
slotte, is er nood aan een
duidelijke
planning
van
de
operaties, zodat we een idee
krijgen van de invloed van deze
actie op de andere lopende
operaties, met name in Libanon.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Président: George Dallemagne.
Voorzitter: George Dallemagne.
05 Vraag van de heer Jan Jambon aan de minister van Buitenlandse Zaken over "het nucleaire
akkoord tussen de Verenigde Staten en India en de houding daaromtrent van de Nuclear Suppliers
Group" (nr. 7252)
05 Question de M. Jan Jambon au ministre des Affaires étrangères sur "l'accord nucléaire conclu
entre les États-Unis et l'Inde et l'attitude adoptée par le Nuclear Suppliers Group dans ce cadre"
(n° 7252)</b>
05.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, ik verontschuldig mij voor mijn afwezigheid
daarstraks. In 2005 sloten de Verenigde Staten en India een nucleaire
deal. Dat akkoord moest India toelaten om gebruik te maken van de
Amerikaanse nucleaire technologie en kennis voor civiele doeleinden.
In september jongstleden werd voor de inwerkingtreding van het
05.01 Jan Jambon (N-VA): En
vertu d'un accord conclu en 2005
entre les États-Unis et l'Inde, celle-
ci est autorisée à utiliser la
technologie nucléaire américaine à
des fins civiles. Malgré les
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
akkoord een belangrijke hinderpaal weggenomen, onder grote druk
van de Verenigde Staten en India. De Nuclear Suppliers Group hief
het 34 jaar oude exportverbod van atoomtechnologie naar India op,
ondanks de tegenkanting van zes landen in die groep.
Zoals u weet is India een van de drie landen die over kernwapens
beschikken, maar het Non-proliferatieverdrag niet hebben
ondertekend.
Ik heb een viertal vragen.
Ten eerste, wat vindt u van het feit dat de Nuclear Suppliers Group
een uitzondering op haar eigen regels heeft gemaakt om nucleaire
handel met India niet langer te verbieden?
Ten tweede, België is lid van die groep. Heeft de minister enig
bezwaar tegen de nucleaire deal gemaakt?
Ten derde, hoe verklaart u die beloning voor India's jarenlange, min of
meer clandestiene streven naar een atoomwapen? Dat maakt het
voor de internationale gemeenschap immers vrij moeilijk te verklaren
waarom zulke soepelheid niet zou gelden voor een land als Iran, dat
bovendien wel het Non-proliferatieverdrag heeft ondertekend en
volgens het Internationaal Atoomenergie Agentschap, volgens de
Amerikaanse inlichtingendiensten en volgens de verklaringen van Iran
zelf, helemaal niet naar het bezit van een atoomwapen streeft.
Ten vierde, hebt u of de minister enige garanties gekregen van India
dat het zich aan zijn vrijwillig testmoratorium op nucleair gebied zou
houden?
réticences de six pays en son sein,
le Nuclear Suppliers Group (NSG)
a levé à cet effet en septembre
l'interdiction d'exportation de la
technologie nucléaire vers l'Inde
qui était d'application depuis 34
ans. L'Inde est l'un des trois pays
qui disposent d'armes nucléaires
mais n'ont pas signé le traité de
non-prolifération.
Que pense le ministre du fait que
le NSG a fait une exception à ses
propres règles? La Belgique est
membre de ce groupe. Le ministre
a-t-il exprimé une quelconque
objection? Que pense le ministre
de la gratification des efforts plus
ou moins clandestins de l'Inde de
développer une arme nucléaire?
A-t-il obtenu des garanties que
l'Inde respecterait son moratoire
volontaire en matière nucléaire?
05.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, de
NSG heeft op 6 september bij consensus een uitzondering voor India
aanvaard op de richtlijnen voor nucleair export. België heeft zich bij de
beslissing aangesloten, samen met alle EU-partners. Ons land heeft
tijdens het debat een aantal opmerkingen gemaakt en wijzigingen
voorgesteld aan het door de Verenigde Staten ingediende ontwerp.
België onderstreepte daarbij dat de centrale rol van de juridische non-
proliferatie-instrumenten, zoals het Non-proliferatieverdrag en het
verdrag over het verbod op kernproeven, diende behouden te blijven.
Tevens moest er een duidelijk engagement komen vanwege India
inzake onderhandelingen met de IAEA over een aanvullend protocol
bij het recent goedgekeurde garantieakkoord, inzake steun aan het
project voor een verdrag over een verbod op de aanmaak van nieuwe
splijtstoffen, inzake het handhaven van het moratorium op
kernproeven, inzake het uitvoeren van stringente exportcontroles en
inzake het nastreven van nucleaire ontwapening.
De NSG-beslissing verwijst specifiek naar het communiqué van 5
september van de Indische minister van Buitenlandse Zaken waarin
voornoemde engagementen worden onderschreven. Hoewel het
conceptueel moeilijk blijft om het speciaal statuut van India in de
algemeen geldende NPT-context te plaatsen, groeide tijdens de NSG-
deliberaties het besef dat men ook rekening moest houden met
andere complexe en geopolitieke argumenten, waaronder de impact
van de Indische energiebehoefte en de verbreding van het huidige
non-proliferatie-instrumentarium.
05.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Le 6 septembre 2008, le
NSG a accepté par consensus
une exception pour l'Inde. La
Belgique s'est ralliée à cette
décision, avec tous les partenaires
de
l'Union
européenne.
La
Belgique a souligné dans ce débat
que
le
rôle
essentiel
des
instruments juridiques de non-
prolifération devait être maintenu
et que l'Inde devait clairement
s'engager dans le cadre des
négociations avec l'AIEA sur un
protocole additionnel à l'accord de
garantie adopté récemment.
La contextualisation du statut
spécial de l'Inde dans le cadre
général
du
traité
de
non-
prolifération reste difficile. Lors des
délibérations GFN, il est devenu
de plus en plus évident qu'il fallait
également
tenir
compte
d'arguments géopolitiques tels que
l'impact des besoins indiens en
énergie et l'élargissement de
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
Het is voor alle NSG-landen duidelijk dat de door India onderschreven
engagementen, hoewel zij buiten de formele NPT-context vallen, toch
een kwalitatieve vooruitgang betekenen in het internationale non-
proliferatiebestel. Deze evaluatie wordt overigens gedeeld door de
directeur-generaal van het IAEA, de heer ElBaradei. De NSG-
beslissing werd aan het IAEA overgemaakt.
Het is overigens ook belangrijk te noteren dat de NSG-beslissing
geen vrijgeleide inhoudt voor veralgemeend nucleair export naar
India. Enerzijds kunnen enkel de door het IAEA geïnspecteerde en
derhalve strikt civiele sites bevoorraad worden, waarbij ik opmerk dat
India een duidelijk separatieplan moet opmaken tussen civiele en
andere sites en dat geleverd nucleair materiaal steeds onder controle
van het IAEA zal blijven. Anderzijds wordt levering van de meest
proliferatiegevoelige zaken uitgesloten.
De vergelijking die u maakt tussen de internationale opstelling ten
aanzien van India en Iran dient sterk genuanceerd te worden. Aan
Iran
wordt
geenszins
nucleaire
samenwerking
geweigerd.
Integendeel, het pakket voorstellen dat de internationale
gemeenschap Iran aanbiedt, bevat talrijke engagementen op dat vlak.
De rechten van Iran krachtens artikel 4 van het non-proliferatieverdrag
worden volledig gerespecteerd.
De specifieke eis van de Veiligheidsraad dat Iran de
verrijkingsactiviteiten zou opschorten, is gebaseerd op de objectieve
vaststelling van het IAEA dat Iran zijn verplichtingen onder het IAEA-
garantieakkoord niet naar behoren naleeft, getuige de jarenlange
clandestiene opbouw van de verrijkingssite te Natanz.
Ondanks vijf jaar verificatie kan het IAEA vandaag nog steeds niet de
door het NPT opgelegde garanties geven dat het Iraanse nucleaire
programma een zuiver vreedzaam karakter heeft.
De laatste IAEA-rapporten maken uitdrukkelijk gewag van
openstaande vragen over nucleaire toepassingen. De internationale
gemeenschap is daarover terecht bijzonder verontrust. De
Veiligheidsraad zag zich derhalve verplicht om de opschorting van de
Iraanse verrijkingsactiviteiten op te leggen totdat het IAEA de door het
NPT vereiste garanties zal kunnen bieden.
Bij verschillende gelegenheden, laatst nog op 29 juli tijdens de
consultatie tussen de speciale gezanten van beide landen, heeft
België er bij India op gewezen dat het NPT de hoeksteen is van ons
internationaal non-proliferatiebeleid en onze wens uitgedrukt dat India
tot het NPT zou toetreden als niet-kernwapenstaat.
Het communiqué van 5 september van de Indische minister van
Buitenlandse Zaken verwijst overigens specifiek naar de door India
onderschreven doelstelling van totale eliminatie van nucleaire wapens
en naar het handhaven van het moratorium inzake kernproeven.
België meent dat deze doelstelling best wordt gerealiseerd in het
kader van het NPT. De kwestie van de toetreding van India tot het
NPT als niet-kernwapenstaat wordt beïnvloed door historische en
regionale factoren. België blijft hiervoor internationale aandacht
vragen.
l'actuel instrumentaire de non-
prolifération.
Les engagements contractés par
l'Inde ne ressortissent pas au
contexte formel du TNP mais
équivalent malgré tout à une
avancée
qualitative
dans
le
contexte international de la non-
prolifération.
M.
El
Baradei,
directeur
général de l'AIEA,
adhère à cette évaluation. La
décision GFN a été transmise à
l'AIEA,
mais
elle
n'équivaut
toutefois pas à un sauf-conduit
pour une exportation nucléaire
généralisée vers l'Inde.
À maintes occasions, la dernière
datant du 29 juillet, la Belgique a
rappelé à l'Inde que le traité de
non-prolifération (TNP) est la
pierre angulaire de notre politique
internationale de non-prolifération
et a exprimé le souhait que l'Inde
adhère au TNP en tant qu'État non
nucléaire. Le communiqué du
ministre
indien
des
Affaires
étrangères du 5 septembre fait
d'ailleurs spécifiquement référence
à l'objectif souscrit par l'Inde
d'éliminer totalement les armes
nucléaires et de maintenir le
moratoire
relatif
aux
essais
nucléaires.
La Belgique estime que cet
objectif doit de préférence être
réalisé dans le cadre du TNP.
Selon le ministre des Affaires
étrangères, il est évident qu'un
éventuel essai nucléaire indien
mettra un terme au caractère
exécutoire de la décision du NSG.
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ten slotte merkt de minister van Buitenlandse Zaken op dat het
evident is dat een eventuele Indische kernproef een einde zal maken
aan de uitvoerbaarheid van de NSG-beslissing.
05.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, dank voor uw uitgebreid antwoord op deze vragen.
Ik kan me toch niet van de indruk ontdoen dat als u het hebt over
geopolitieke redenen, dat waarschijnlijk een uitdrukkelijke vraag is van
de Verenigde Staten voor deze uitzonderingsmaatregel. Een
voorwaarde maken van het toetreden tot de NPT om deze
uitzondering voor India toe te staan, leek mij het uitgelezen moment
om die twee dingen aan elkaar te koppelen. Het is duidelijk dat als ik
Iran als voorbeeld gaf, dat geen pleidooi was om Iran een vrijgeleide
te geven, maar natuurlijk wel het tegenovergestelde.
05.03 Jan Jambon (N-VA): Les
raisons géopolitiques invoquées
consistent probablement en une
demande expresse des USA
d'accorder
cette
mesure
d'exception. L'autorisation de cette
exception
aurait
dû
être
subordonnée à l'adhésion au TNP.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de verkrachting van een
contractueel personeelslid van de Belgische ambassade in Teheran" (nr. 7480)
- de heer Patrick Moriau aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de bescherming van het in het
buitenland tewerkgestelde Belgisch administratief personeel" (nr. 7501)
06 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au ministre des Affaires étrangères sur "le viol d'une contractuelle de l'ambassade
belge à Teheran" (n° 7480)<br>- M. Patrick Moriau au ministre des Affaires étrangères sur "la protection du personnel administratif
belge travaillant à l'étranger" (n° 7501)</b>
06.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, in de zaak van de verkrachte
secretaresse van de Belgische ambassade in Teheran gaat
Buitenlandse Zaken in beroep tegen de beslissing van de rechtbank
die dat geval van verkrachting wel degelijk als een arbeidsongeval
bestempelde.
De kern van die zaak is uiteraard van verzekeringstechnische aard.
Toch heb ik u een aantal concrete vragen voor te leggen.
Ten eerste, op deze vraag mag u voor mij gerust schriftelijk
antwoorden. Hoeveel werknemers van ambassades, hetzij statutair,
hetzij contractueel tewerkgesteld, werden in het buitenland de jongste
jaren het slachtoffer van geweldpleging, van verkrachting, van diefstal
of van andere aanslagen op de lichamelijke integriteit?
Ten tweede, klopt het dat contractuele werknemers geen verzekering
of bijkomende verzekering genieten tegen geweldpleging, aanslagen
en dergelijke, in het buitenland? Uit ervaring weet ik dat
bankpersoneel bijvoorbeeld, dat door de instelling naar het buitenland
wordt gestuurd voor korte of langere opdrachten, daar altijd met alle
mogelijke verzekeringen wordt omringd. Waarom is dat niet mogelijk
voor contractuele werknemers in Belgische ambassades? Worden er
in de toekomst veranderingen verwacht? Welke initiatieven plant de
minister of u in de toekomst om dat probleem op te lossen?
Ten derde, kunt u mij het verschil inzake verzekeringen duidelijk
maken tussen contractuele werknemers in ambassades en statutaire
06.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Dans le dossier relatif à
un viol commis à l'ambassade de
Belgique
à
Téhéran,
le
département
des
Affaires
étrangères interjette appel contre
la décision de qualifier cette affaire
« d'accident du travail ». Une
question de technique d'assurance
est à la base du problème.
Ces dernières années, combien
de collaborateurs d'ambassades
ont été victimes de délits de
violence à l'étranger? Est-il exact
que les collaborateurs contractuels
des ambassades ne bénéficient
pas d'une assurance contre
pareils délits commis à l'étranger?
Quelles initiatives sont prévues
pour résoudre ce problème?
Quelle est la différence, en
matière d'assurances, entre le
personnel contractuel et statutaire
au sein d'une même ambassade?
Le ministre considère-t-il que cette
distinction est toujours justifiée?
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
werknemers in diezelfde ambassades? Vindt u dat onderscheid nog
altijd werkbaar in de toekomst?
06.02 Patrick Moriau (PS): Monsieur le président, en 2004, une
secrétaire de 47 ans qui travaillait à l'ambassade belge à Téhéran a
été violée à son domicile. À l'époque, cette histoire avait fait grand
bruit à cause du manque de prise en considération, pour ne pas dire
de l'indifférence totale, de votre administration à l'égard de cette
femme dont la vie a été définitivement brisée. Cela peut arriver à
n'importe quel membre de notre personnel travaillant à l'étranger.
Apparemment, le SPF Affaires étrangères, dont vous êtes
responsable, n'avait pas reconnu ce viol comme accident de travail
sous prétexte qu'il s'était déroulé en dehors des heures de bureau.
Suite à cela, cette dame a introduit un recours en justice à l'encontre
de votre administration afin que cet événement puisse être considéré
comme un accident de travail, dans le but d'être dédommagée.
Comme vous le savez, la justice islamiste iranienne ne reconnaît pas
le viol des femmes, pire, ce sont les femmes elles-mêmes qui se
retrouvent sur le banc des accusés et qui sont condamnées dans de
telles situations. Je vous rappelle le cas de cette Iranienne qui avait
été violée par plusieurs hommes et qui avait été condamnée pour
provocation et incitation. Imaginez ce que la justice iranienne pourrait
penser d'une Européenne!
Dernièrement, le tribunal du travail d'Hasselt a rendu un jugement
favorable à cette fonctionnaire et a reconnu cette agression comme
étant un accident de travail. La justice limbourgeoise du travail a
justifié son jugement en argumentant que le règlement du SPF
Affaires étrangères en la matière est applicable vingt-quatre heures
sur vingt-quatre pour les travailleurs expatriés.
Monsieur le secrétaire d'État, nous venons d'apprendre que votre
administration faisait appel de cette décision. Cela me laisse
perplexe. Comment pouvez-vous expliquer cette position du SPF,
quant on sait que cette dame se bat depuis des années pour recevoir
une maigre compensation pour le préjudice qu'elle a subi? Est-ce
pour des éléments de procédure ou des éléments de fond, des
problèmes d'assurance?
De plus, notre personnel travaillant à l'étranger dans certains pays
s'expose à des risques énormes, même dans le privé. Une grosse
entreprise de construction qui travaille à l'étranger utilise un coefficient
de risque qui varie de 1 pour la Belgique, à 1,5 à Varsovie, et à 10
pour le Liban. Ne pensez-vous pas que ce jugement pourrait faire
jurisprudence et dès lors protéger au mieux notre personnel travaillant
à l'étranger?
06.02 Patrick Moriau (PS): In
2004
werd
een
47-jarige
secretaresse die werkzaam was
op de Belgische ambassade in
Teheran bij haar thuis verkracht.
De FOD Buitenlandse Zaken heeft
die
verkrachting
niet
als
arbeidsongeval
erkend
onder
voorwendsel
dat
ze
had
plaatsgevonden
buiten
de
kantooruren. Daarop heeft die
dame
gerechtelijke
stappen
ondernomen
tegen
uw
administratie. De arbeidsrechtbank
van Hasselt heeft vervolgens een
oordeel
uitgesproken
in
het
voordeel van deze ambtenaar en
heeft die geweldpleging als een
arbeidsongeval erkend. Nu horen
we dat uw administratie in beroep
is gegaan tegen die beslissing.
Kan u die houding van de FOD
verklaren?
Ons personeel dat tewerkgesteld
is in het buitenland stelt zich bloot
aan enorme risico's, zelfs in de
privésector. Denkt u niet dat die
uitspraak tot de vaste rechtspraak
zou kunnen gaan behoren en
ervoor zou kunnen zorgen dat ons
personeel in het buitenland zo
goed mogelijk beschermd is?
06.03 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, in
antwoord op de vragen deel ik u volgende informatie mee namens de
minister van Buitenlandse Zaken.
Statutaire en contractuele ambtenaren op post die het slachtoffer
worden van diefstallen en dergelijke melden deze voorvallen niet
noodzakelijk aan het hoofdbestuur, ofwel omdat betrokkenen het niet
nodig achten, ofwel omdat de schade door een privéverzekering wordt
gedekt. Zware incidenten waarbij de lichamelijke integriteit wordt
06.03 Olivier Chastel, secrétaire
d'État:
Les
fonctionnaires
statutaires et contractuels en
poste à l'étranger n'informent pas
toujours l'administration centrale
en cas de vols ou d'autres faits
similaires. Il en va autrement pour
les incidents graves, qui font
également l'objet d'un suivi par le
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
aangetast, worden wel steeds meegedeeld en ook door de FOD van
nabij opgevolgd.
De voorbije jaren werden ons twee zware mishandelingen gemeld.
Behalve de verkrachting met geweldpleging te Teheran in 2004,
betreuren we ook het overlijden van een personeelslid in New Delhi
wegens geweldpleging in 2006. Het gaat hier steeds over incidenten
waarvan het ambassadepersoneel het slachtoffer werd buiten de
werkpost, in hun privésfeer.
Vooraf dient te worden opgemerkt dat een onderscheid moet worden
gemaakt tussen medewerkers die voor een lange periode - dus voor
meerdere jaren - in het buitenland op een ambassade of een
consulaat zijn tewerkgesteld en hun termijnen doen, en medewerkers
die voor een korte periode - enkele dagen of weken - vanuit Brussel
een dienstreis naar het buitenland ondernemen. Werknemers op
dienstreis zijn gedurende de hele duur van hun verplaatsing, dus
vierentwintig uren per dag en zeven dagen per week, gedekt door de
arbeidsongevallenwetgeving.
Dit personeel wordt immers geacht gedurende de hele dienstreis
onder het virtuele gezag van de werkgever te staan. Dergelijke
permanente dekking bestaat niet voor het personeel, zowel
contractueel als statutair, dat voor een periode van meerdere jaren in
het buitenland actief is. Immers, deze personeelscategorie ontwikkelt
van op zijn standplaats een normaal privéleven en wordt niet geacht
onder het permanente gezag van de werkgever te staan. In de praktijk
betekent dit dat dergelijk personeel zal kunnen genieten van de
dekking waarin voorzien is door de arbeidsongevallenwet, voor alle
gebeurtenissen die zich voordoen tijdens de diensturen en eventueel
daarbuiten wanneer een personeelslid een activiteit uitvoert in zijn
hoedanigheid van personeelslid van de FOD Buitenlandse Zaken.
Voor feiten die zich daarentegen voordoen tijdens de privétijd van een
personeelslid, op post of op het hoofdbestuur, is er geen tussenkomst
van de arbeidsongevallenwet mogelijk. Deze interpretatie geldt zowel
voor het contractueel als voor het statutair personeel.
Om het contractueel en het statutair personeel op post toch buiten de
werkuren te verzekeren is het nodig een gemeenrechtelijke
verzekering te sluiten naast de wettelijke verzekering. Ik kan het
geachte lid melden dat de minister van Buitenlandse Zaken een
initiatief heeft genomen en zijn diensten de opdracht heeft gegeven dit
te remediëren. Het is de bedoeling dat de verzekeringsovereenkomst
het uitgezonden statutair en contractueel personeel zal dekken op alle
posten en in alle omstandigheden tegen alle risico's, ook
uitzonderlijke risico's als oorlog, oproer, overvallen, aanslagen en
natuurrampen.
Voornoemde overeenkomst zal voorzien in een schadevergoeding bij
overlijden, permanente invaliditeit en tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
Het ontwerp van koninklijk besluit dat de wettelijke basis voor het
aangaan van deze verzekering moet vormen, is opgesteld, maar moet
in het kader van de procedure van administratieve en budgettaire
controle nog aan de bevoegde autoriteiten worden voorgelegd.
Een marktverkenning heeft toegelaten de ondernemingen die het
SPF Affaires étrangères. Ces
dernières années, il y a eu, outre
le viol à Téhéran, un décès violent
d'un membre du personnel à New
Delhi. Ces événements se sont
déroulés dans la sphère privée. Il
faut
par
ailleurs faire
une
distinction entre les séjours de
plusieurs années du personnel
des ambassades et des consulats
et les missions à l'étranger de
quelques jours ou semaines. Pour
les missions de courte durée, les
personnes
concernées
sont
couvertes pendant tout leur séjour
par l'assurance accidents de
travail.
Pendant toute la durée de la
mission à l'étranger, ce personnel
demeure effectivement sous la
tutelle virtuelle de l'employeur. Une
telle
couverture
permanente
n'existe pas pour le personnel
contractuel et statutaire actif
durant
plusieurs
années
à
l'étranger.
Ces
personnes
développent d'ailleurs une vie
privée normale. Elles peuvent
invoquer la loi sur les accidents du
travail pour tout incident dont elles
sont victimes pendant les heures
de service ou en dehors en leur
qualité de membre du personnel.
La loi sur les accidents du travail
ne s'applique toutefois à aucune
des deux catégories de personnel
en cas d'incident survenant dans
l'emploi du temps privé, en poste
ou à l'administration centrale. Pour
assurer ce type d'incident, une
assurance de droit commun doit
être souscrite en complément de
l'assurance légale. Le ministre des
Affaires étrangères a demandé à
ses services de remédier à cette
situation, l'objectif étant de prévoir
une couverture totale pour tous les
postes et en toutes circonstances,
indépendamment de la catégorie
de personnel concernée.
Ce contrat d'assurance prévoira
des dommages-intérêts en cas de
décès
et
d'invalidité
ou
d'incapacité de travail permanente.
Le projet d'arrêté royal y afférent a
été rédigé mais il doit encore être
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
product in kwestie kunnen aanbieden, reeds te identificeren.
Verscheidene, technische kwesties dienen echter nog te worden
uitgeklaard.
Met het oog op de toepassing van de arbeidsongevallenwetgeving
bestaat er geen onderscheid tussen het contractuele en het statutaire
personeel. De geplande verzekering zal ook geen onderscheid maken
tussen voormelde personeelscategorieën.
soumis
aux
autorités
compétentes. Les entreprises qui
pourront proposer ce produit ont
déjà été inventoriées mais il reste
à régler certaines questions
techniques. S'agissant de la
législation sur les accidents du
travail, il est exclu d'établir une
distinction
entre
personnel
contractuel et personnel statutaire,
et cette situation restera en l'état.
Monsieur Moriau, je tiens à apporter quelques précisions à votre
question, même si la réponse qui m'a été fournie contient des
éléments redondants avec ce que je viens d'exposer en néerlandais.
Bien évidemment, nous devons distinguer clairement les aspects
humain et juridique de ce dossier. Sur le plan humain, il ne fait aucun
doute qu'il s'agisse d'une affaire terrible. Et mon département en est
absolument conscient, à telle enseigne qu'il n'a pas ménagé ses
efforts pour aider la victime à résoudre les difficultés, notamment
matérielles, auxquelles elle était confrontée. À plusieurs reprises, le
département a offert à cette personne d'intervenir dans ses frais
médicaux. Hélas, elle a toujours refusé cette offre, mais cela ne nous
empêchera pas de continuer à proposer notre aide et à lui offrir tout le
soutien possible.
Quant à l'aspect juridique, le SPF Relations extérieures se voit obligé
d'interjeter appel contre le jugement pour éviter que celui-ci ne
constitue un précédent susceptible de faire jurisprudence à l'avenir.
Sinon, chaque événement, même en dehors des heures de service,
pourra être considéré comme un accident de travail. En effet, selon le
jugement, le moindre fait qui se produit pendant le temps privé d'un
membre du personnel en poste est considéré comme un accident de
travail. Le SPF veut garantir une application uniforme de la loi sur les
accidents de travail sans discrimination entre son personnel en poste
et l'administration centrale.
Il convient de souligner que tout le personnel est couvert par la loi sur
les accidents de travail. En revanche, elle ne s'applique pas aux
accidents qui surviennent dans la sphère privée. Tant les employés
de l'administration centrale que ceux qui travaillent en poste ont une
vie privée en dehors de leur travail, qui n'est pas reprise dans le
champ d'application de la loi.
Le personnel du SPF travaille dans le cadre de la loi de 1967 sur les
accidents de travail dans le secteur public. Comme vous le savez, elle
couvre tous les fonctionnaires contractuels et statutaires en cas
d'accident de travail. Le fonctionnaire qui effectue un voyage de
service de courte durée est, en outre, présumé travailler, de sorte que
tout accident survenu pendant sa mission est considéré comme un
accident de travail. Il n'en va pas de même pour le fonctionnaire
contractuel ou statutaire vivant et travaillant dans un poste
diplomatique ou consulaire qui n'est couvert qu'en cas d'accident de
travail stricto sensu.
De plus, l'État est son propre assureur. En d'autres termes, chaque
département reconnaît ou non l'accident de travail et indemnise lui-
We
moeten
een
duidelijk
onderscheid maken tussen het
menselijke en juridische aspect
van dit dossier. Mijn departement
heeft het slachtoffer aangeboden
te helpen om onder meer de
materiële problemen waarmee de
betrokkene werd geconfronteerd,
op te lossen. Wat de juridische
kant van de zaak betreft, moet de
FOD Buitenlandse Zaken in
beroep gaan tegen het vonnis om
te voorkomen dat het een
precedent schept dat tot de vaste
rechtspraak zou gaan behoren.
Anders zal elk voorval, zelfs buiten
de
diensturen,
als
een
arbeidsongeval
beschouwd
kunnen worden.
Een ambtenaar die een korte
dienstreis
maakt,
wordt
verondersteld
te
werken
en
daarom worden alle ongevallen die
hem
tijdens
zijn
opdracht
overkomen,
beschouwd
als
arbeidsongevallen. Dit geldt niet
voor contractuele of statutaire
ambtenaren
die
in
een
diplomatieke of consulaire post
wonen en werken.
Bij gebrek aan een algemene
regelgeving is de FOD het
fameuze verzekeringscontract aan
het voorbereiden om het in het
buitenland
gestationeerd
personeel buiten de werkuren te
dekken. Een ontwerp van
koninklijk besluit werd opgesteld
maar moet nog aan de bevoegde
overheden worden voorgelegd in
het kader van de administratieve
en budgettaire controleprocedure.
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
même ses fonctionnaires. Comme vous le savez également, les
risques exceptionnels sont considérés comme des accidents de
travail s'ils se produisent durant le travail au sens de la loi susdite.
S'ils surviennent dans un autre contexte, ils ne sont donc pas
couverts.
À défaut de réglementation générale existante, le SPF est, à la
demande du ministre, en train de préparer ce fameux contrat
d'assurance pour couvrir le personnel en poste en dehors des heures
de travail.
Concrètement, un tel contrat d'assurance privée couvrira le personnel
statutaire et contractuel en poste en toutes circonstances, contre tous
les risques. Ce contrat indemnisera le décès, l'invalidité permanente
et l'incapacité temporaire.
Aujourd'hui, un projet d'arrêté royal a été rédigé mais doit encore être
soumis aux autorités compétentes dans le cadre de la procédure de
contrôle administratif et budgétaire. Une prospection du marché a
permis d'identifier des sociétés disposées à ouvrir ce produit, mais il
subsiste encore quelques questions techniques à régler.
06.04 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de staatssecretaris,
ik dank u voor uw zeer uitvoerig antwoord.
Ten gronde begrijp ik het onderscheid wel, maar ik vind het totaal
voorbijgestreefd om in het buitenland te spreken over privésfeer of
niet. De werknemer, de ambtenaar, bevindt zich in het buitenland, in
min of meer onbekend gebied. Dat is het fundamentele onderscheid,
vind ik. Als men zich inderdaad blootstelt aan min of meer onveilige of
onzekere toestanden, moet daar in elk geval de verzekeringsdekking
volledig zijn. Ik noteer dat de minister van Buitenlandse Zaken een
initiatief neemt om dit te remediëren. Ik vraag me alleen af vanaf
wanneer die uitgebreide dekking zal ingaan. U zegt dat er nog
verschillende technische kwesties moeten worden uitgeklaard. Ik zal
mij verder bevragen bij de minister van Buitenlandse Zaken om te
weten welke technische kwesties dat zijn.
U zult mij toch een opmerking toelaten. U heeft het over een dekking
overlijden, bestendige invaliditeit en tijdelijke arbeidsongeschiktheid of
ongeschiktheid. Alleen het onderdeel hospitalisatiekosten heb ik niet
genoteerd gezien. Ik hoop dat het gaat om een vergetelheid en dat
men in elk geval niet vergeet om in een uitgebreide en volledige
dekking voor hospitalisatiekosten te voorzien voor die mensen.
06.04 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Parler de vie privée à
l'étranger ne me paraît plus du
tout adapté à l'époque actuelle. Ce
qui est fondamental, c'est que
l'intéressé se trouve dans une
région plus ou moins inconnue, ce
qui implique que la couverture de
l'assurance doit être complète. Je
prends acte de l'initiative du
ministre des Affaires étrangères
mais quand cette couverture
étendue prendra-t-elle effet? Les
frais d'hospitalisation seront-ils
également
inclus
dans
la
couverture complète?
06.05 Patrick Moriau (PS): Monsieur le secrétaire d'État, je dois
vous avouer qu'avec votre réponse, je suis encore plus scandalisé
qu'auparavant. En effet, elle est truffée de contradictions. Il faudra
qu'on m'explique la raison pour laquelle on interjette appel, car cette
situation ne doit pas créer un précédent, alors que, parallèlement, on
étudie la possibilité de créer une couverture pour les accidents se
produisant dans la sphère privée. Donc, on reconnaît de facto qu'il y a
un problème, mais on se pourvoit quand même en appel. Excusez-
moi, ce n'est pas très sérieux!
Y a-t-il eu négociation avec cette dame? En effet, il ne suffit pas de
n'envisager que les soins médicaux! Dans un cas de viol par
exemple! Je soupçonne que cet aspect de la situation relève
06.05 Patrick Moriau (PS):
Werd er onderhandeld met die
dame? Het volstaat niet alleen
maar te denken aan de medische
kant. Eerst kondigt u aan in
beroep
te
gaan
om
geen
precedent te creëren en tegelijk
wordt
een
koninklijk
besluit
uitgewerkt om het waarom van dat
beroep te dekken. Dat is niet
ernstig.
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
davantage d'un dysfonctionnement pour reprendre un terme à la
mode. Manifestement, il n'y a de pire aveugle que celui qui ne veut
pas voir. Nous sommes face à un problème purement administratif.
On ne veut pas reconnaître qu'on a tort. On ne veut pas reconnaître
qu'on n'est pas adapté à l'évolution de la société. Le monde
d'aujourd'hui n'est plus celui d'hier.
Votre réponse est extraordinaire. Vous annoncez premièrement aller
en appel, afin de ne pas créer de précédent tout en élaborant un
arrêté royal pour précisément couvrir ce pourquoi on va en appel.
C'est complètement fou! Plus contradictoire que cela, tu meurs! Ce
n'est pas sérieux! En la matière, l'administration "joue" quelque peu
pour ne pas utiliser une autre expression!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Jan Jambon aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de heropening van
het consulaat-generaal in Milaan" (nr. 7799)
07 Question de M. Jan Jambon au ministre des Affaires étrangères sur "la réouverture du consulat
07.01 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
staatssecretaris, wij hebben vernomen dat het ministerie van
Buitenlandse Zaken heeft beslist om het consulaat-generaal in Milaan
opnieuw te openen. Zoals u weet, werd dat consulaat-generaal,
samen met dat van Lyon en München, in 2002 plotseling gesloten. De
reden die toen werd opgegeven, was dat de consulaire diensten in
feite overbodig waren en dat alles vanuit de ambassade in Rome kon
worden geregeld. Alle mensen in het consulaat werden op staande
voet ontslagen en de residentiële ambtswoning, eigendom van de
Belgische Staat, werd verkocht.
Ik heb daarover een aantal vragen.
Klopt het dat het consulaat-generaal in Milaan weer wordt geopend?
Zijn er plannen om nog andere consulaten-generaal te openen?
Een consulaat staat onder andere in voor het bevorderen van
handelscontacten tussen de zendende staat en het gastland. Waarom
opent u dan een consulaat-generaal in Milaan, als er al niet minder
dan drie afdelingen voor commerciële diensten van de drie Gewesten
in Milaan aanwezig zijn? Vreest u niet dat het een beetje druk wordt in
Milaan en dat deze acties zouden kunnen interfereren met het werk
van de economische vertegenwoordigers ter plaatse van de
deelstaten?
Is de zaak ter sprake gebracht in de Interministeriële Conferentie voor
Buitenlands Beleid?
Hoeveel bedragen de totale kosten voor de heropening van dit
consulaat-generaal? Hoeveel personeelsleden zullen daar worden
ingeschakeld in de werking?
Wie hebt u op het oog om de nieuwe consul-generaal te worden?
Hebt u hem of haar al benoemd? Indien nog niet, wanneer is dat
gepland?
07.01 Jan Jambon (N-VA): Le
consulat général à Milan sera-t-il
rouvert? Envisage-t-on de rouvrir
également
d'autres
consulats
généraux?
Un consulat s'occupe de la
promotion
de
contrats
commerciaux,
mais
trois
représentations régionales sont
déjà actives à Milan. Le consulat
ne risque-t-il pas de faire double
emploi avec les représentations
économiques
des
entités
fédérées? La question a-t-elle été
examinée
au
sein
de
la
conférence interministérielle de la
politique étrangère? Quel est le
coût de la réouverture du consulat
et combien de membres du
personnel y seront-ils affectés?
Qui sera le nouveau consul
général?
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
07.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, de
minister van Buitenlandse Zaken bevestigt dat hij heeft beslist om het
consulaat-generaal in Milaan te heropenen. Het koninklijk besluit
daartoe is op 19 september 2008 goedgekeurd en gepubliceerd in het
Staatsblad op 8 oktober 2008.
Hij werd in zijn beslissing gesterkt toen hij op 17 juli jongstleden, met
het oog op de Wereldtentoonstelling van 2015 in Milaan, contacten
had met de lokale autoriteiten en de zakenwereld. Een veertigtal
Belgische zakenlui alsook vertegenwoordigers van de regionale
instanties kregen bij die gelegenheid de kans om hun contacten met
Noord-Italië te intensifiëren.
Er bestaan overduidelijk argumenten die pleiten voor de heropening.
Milaan en Noord-Italië in het algemeen dragen zowel op politiek,
economisch als maatschappelijk vlak essentieel bij tot de interne en
externe Italiaanse realiteit. Het kan niet worden ontkend dat Noord-
Italië voor onze bedrijfswereld een essentiële handelspartner is. Onze
bilaterale handel met Lombardije bedroeg voor het jaar 2007 meer
dan 7 miljard euro, een derde van onze bilaterale handel met Italië.
Onze uitvoer naar de regio bedroeg 5,3 miljard in 2007, een groei van
7,3 procent ten opzichte van de cijfers van 2006.
Zevenendertig procent van onze export naar Italië heeft Lombardije
als bestemming. Onze uitvoer naar de stad Milaan bedroeg voor 2007
meer dan 4 miljard euro. Ook vanuit consulair oogpunt is het
noodzakelijk gebleken Milaan ter heropenen.
Er leven zo'n tienduizend Belgen in het noorden van Italië. Het betreft
zowel Belgen die werken voor Belgische en Italiaanse bedrijven,
Belgische wetenschappers die zijn tewerkgesteld in Ispra, het
voornaamste onderzoekscentrum van de Europese Unie in de
provincie Varese, als Belgen die hun privéleven hebben opgebouwd in
het noordelijk deel van Italië.
Daarom is het noodzakelijk dat meer zichtbaarheid wordt gegeven
aan de Belgische aanwezigheid in dat gedeelte van Italië.
Daarenboven is de consulaire en administratieve ondersteuning van
de vele Belgische toeristen die Noord-Italië aandoen, zowel in het
winterseizoen als het zomerseizoen, praktisch veel beter te regelen
vanuit Milaan.
De praktijk heeft uitgewezen dat de administratieve en consulaire
belangen het best worden gediend door het consulaat-generaal in
Milaan te heropenen, gelet op de moeilijkheid vanuit Rome de nodige
ondersteuning te geven aan de Belgische aanwezigheid in Noord-
Italië en gelet op de vele interventies en vragen die onze honoraire
consul in Milaan tussen 2002 en 2008 te verwerken kreeg.
De realiteit heeft tussen 2002 en 2008 ook uitgewezen dat heel wat
demarches dienden te worden uitgevoerd, vaak trouwens in
samenspraak met de regionale attachés en de ondernemingen ter
plaatse. Onze ambassadeur heeft zich bijzonder goed gekweten van
die taak, maar kan onmogelijk vanuit Rome alle vragen
dienaangaande inwilligen.
De heropening van Milaan moet daarenboven de complementariteit
tussen de regionale en federale vertegenwoordigingen versterken.
07.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Le consulat général à Milan
sera en effet rouvert. Cette
décision est notamment motivée
par
les
contactés
noués
récemment avec les autorités
locales et le monde des affaires,
ainsi que par l'organisation de
l'exposition universelle à Milan en
2015. Pour notre pays, la
Lombardie constitue un partenaire
commercial
important:
le
commerce bilatéral avec cette
région représente un tiers de
l'ensemble de notre commerce
bilatéral avec l'Italie.
Trente-sept pour cent de nos
exportations
en
Italie
sont
destinées à la Lombardie. L'an
dernier, nous avons exporté pour
plus de 4 millions d'euros à Milan.
Quelque dix mille Belges sont
établis dans le Nord de l'Italie. Par
ailleurs, de nombreux touristes
belges sollicitent annuellement
une
aide
consulaire
et
administrative. La pratique a
montré que ces aspects sont
réglés plus efficacement au départ
de Milan. J'en veux pour preuve
les nombreuses interventions de
notre consul honoraire à Milan
entre 2002 et 2008. Notre
ambassadeur à Rome est dans
l'impossibilité de répondre à toutes
les demandes et à tous les appels
qui lui sont adressés.
La réouverture à Milan pourra
encore
renforcer
la
complémentarité
entre
les
représentations
régionales
et
fédérales.
Le coût peut être réparti comme
suit: 300.000 euros pour les frais
de personnel, 80.000 euros de
dépenses de logement et 45.000
euros de frais de location pour le
consulat.
M. François Cornet d'Elzius a été
nommé en tant que nouveau
consul
général à Milan le
29 septembre 2008.
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Die beslissing kadert overigens in een bredere denkoefening om onze
economische diplomatie te versterken. In 2006 werd bijvoorbeeld een
nieuw consulaat-generaal in het kanton Guangzhou geopend, op
verzoek trouwens van de regio's.
De kosten die daarmee gepaard gaan, kunnen als volgt
onderverdeeld worden. Personeelskosten: 300.000 euro per jaar
inclusief de consul-generaal. Huisvestingskosten van het personeel,
de residentie: 80.000 euro per jaar. Huur van het consulaat: ongeveer
45.000 euro per jaar.
De heer François Cornet d'Elzius, diplomaat van de vierde klasse,
werd op 29 september 2008 benoemd als consul-generaal.
07.03 Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u
voor dit omstandig antwoord dat eigenlijk helemaal bevestigt wat wij
vrezen. De cijfers die u aanhaalt zijn cijfers die zich in de
economische sfeer bevinden en economie is nu een bij uitstek
geregionaliseerde materie, samen trouwens met buitenlandse handel.
Het belang van internationale aanwezigheid voor ondersteuning van
de economie is een belang dat de regio's begrepen hebben en
daarom hebben ze ook commerciële diensten geopend in Milaan. Wat
ik vreesde, wordt eigenlijk met zoveel woorden door u bevestigd: de
opening van het consulaat-generaal in Milaan past in een federale
recuperatiepoging voor buitenlandse handel. Wij zullen niet nalaten dit
verder aan de grote klok te hangen.
07.03 Jan Jambon (N-VA): Les
chiffres commerciaux relèvent
totalement de la sphère de
compétence
du
Commerce
extérieur qui a été régionalisé.
L'ouverture du consulat général à
Milan cadre parfaitement dans la
tentative fédérale de récupération,
ce que je craignais déjà.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Présidente: Clotilde Nyssens.
Voorzitter: Clotilde Nyssens.
08 Question de M. Georges Dallemagne au ministre des Affaires étrangères sur "le nouveau rapport
d'Amnesty International concernant le commerce des armes et la possible implication de la Belgique
dans un transfert d'armes à destination du Tchad" (n° 7541)</b>
08 Vraag van de heer Georges Dallemagne aan de minister van Buitenlandse Zaken over "het nieuwe
verslag van Amnesty International betreffende de wapenhandel en de mogelijke betrokkenheid van
België in een transfer van voor Tsjaad bestemde wapens" (nr. 7541)
08.01 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le secrétaire d'État,
dans son dernier rapport intitulé "Plaidoyer pour un traité sur le
commerce des armes", Amnesty International indique que des
véhicules blindés sud-africains à destination du Tchad auraient
transité par la Belgique.
Plus précisément, la société belge Sabiex basée à Braine-l'Alleud et
spécialisée dans l'achat et la revente de véhicules militaires aurait
livré au Tchad 82 véhicules blindés de type AML-90 destinés à lutter
contre les rebelles tchadiens près de la frontière soudanaise. Cette
livraison aurait eu lieu fin 2006, d'après ce rapport. Il apparaît évident
que ces exportations, si elles étaient confirmées, seraient en
contradiction avec la loi réglant les exportations d'armes dans notre
pays et avec le Code de conduite européen sur les transferts
d'armements.
08.01 Georges Dallemagne
(cdH): In zijn verslag `Blood at the
Crossroads: Making the case for a
global Arms Trade Treaty' geeft
Amnesty international aan dat ons
land als doorvoerland zou hebben
gefungeerd voor Zuid-Afrikaanse
pantservoertuigen
met
bestemming Tsjaad.
Het Belgische bedrijf Sabieux zou
eind
2006
tweeëntachtig
pantservoertuigen van het type
AML-90 aan Tsjaad hebben
geleverd voor de strijd tegen de
rebellen bij de grens van Soedan.
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Monsieur le secrétaire d'État, confirmez-vous cette information? Dans
l'affirmative, le gouvernement était-il informé au préalable de cette
opération? Quelles mesures ont-elles été prises pour prévenir ces
transferts d'armes? Quelles suites éventuelles comptez-vous donner
à cette affaire?
Deze uitvoer zou in strijd zijn met
de wet op de wapenexport en met
de
Europese
Gedragscode
Wapenuitvoer.
Was de regering op de hoogte van
deze operatie? Welk gevolg wilt u
eventueel geven aan deze zaak?
08.02 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Cher collègue, permettez-
moi d'abord de rappeler le soutien actif de la Belgique à l'initiative de
négocier un traité international sur le commerce des armes dans le
contexte des Nations unies, ce qui est l'objet général du rapport que
vous mentionnez.
Notre pays a été parmi les parrains d'une résolution de l'Assemblée
générale des Nations unies qui a mis sur pied un processus de
consultation international à ce sujet. Lors de la session actuelle de la
première commission de l'Assemblée générale, la Belgique co-
parraine une résolution qui appelle à la création d'un groupe de travail
pour établir les standards internationaux pour le commerce d'armes et
pour développer un contrôle rigoureux à l'exportation, de même qu'un
mécanisme d'assistance internationale en la matière.
Quant à la question d'un transfert présumé de matériel militaire de la
Belgique vers le Tchad, dois-je vous rappeler la distribution des
compétences en matière d'exportation d'armes? La loi spéciale du
12 août 2003 prévoit l'attribution aux Régions des compétences
concernant l'importation, l'exportation, le transit d'armes, de
munitions, de matériel devant servir spécialement à l'usage militaire
ou au maintien de l'ordre ainsi que les biens et technologies à double
usage. L'accord de coopération entre le SPF Affaires étrangères et
les Régions du 7 mars 2007 publié au Moniteur belge le
20 décembre 2007 prévoit que les Régions peuvent faire appel, dans
le cadre de l'exercice de leurs compétences propres, à certaines
informations dont dispose le département, notamment les fiches
d'information sur les pays et des rapports sur la situation des droits de
l'homme.
Les Régions peuvent donc introduire à chaque instant une demande
de consultation individuelle sur un cas précis. En application du
dernier paragraphe de l'article 8 de l'accord de coopération, ces
consultations ont un caractère confidentiel que je me vois donc obligé
de respecter.
08.02 Staatssecretaris Olivier
Chastel: We mogen in de eerste
plaats niet vergeten dat ons land
mee aan de wieg heeft gestaan
van een resolutie in de Algemene
Vergadering van de VN waarmee
een
internationale
overlegprocedure op poten is
gezet om te onderhandelen over
een verdrag voor de wapenhandel.
In deze resolutie wordt ertoe
opgeroepen een werkgroep te
creëren om internationale normen
voor de wapenhandel vast te
leggen en om te zorgen voor een
controle van de export en een
internationaal hulpmechanisme.
Wat het geval aangaat dat u
aanhaalt, herinner ik u eraan dat
de bijzondere wet van 12 augustus
2003 bepaalt dat de Gewesten de
bevoegdheid krijgen inzake invoer,
uitvoer en doorvoer van wapens.
In het samenwerkingsakkoord
tussen de FOD Buitenlandse
Zaken en de Gewesten van 7
maart 2007 staat dat zij binnen dit
kader bij het ministerie de
infofiches over de landen en de
rapporten
over
de
mensenrechtensituatie
mogen
opvragen. Deze raadplegingen zijn
wel van vertrouwelijke aard.
08.03 Georges Dallemagne (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, je
ne peux pas me satisfaire de votre réponse; vous me comprendrez
bien. D'une part, je sais bien quelles sont les compétences des
Régions en ce domaine, de l'autre je sais que le gouvernement
fédéral insiste beaucoup sur la nécessité de consultations
systématiques en cas de vente d'armes à des pays tiers et surtout
quand il s'agit de belligérants. Je ne rappellerai pas le dossier de la
Tanzanie, dans lequel le gouvernement fédéral était intervenu à
raison.
J'estime ici que nous sommes en droit de savoir si la Belgique est, oui
ou non, impliquée dans ce transfert d'armes. Il s'agit à la fois d'une
question de légalité et de déontologie. Vous ne pouvez pas, d'un côté,
08.03 Georges Dallemagne
(cdH): Ik kan geen genoegen
nemen met uw antwoord. Volgens
mij hebben we het recht te weten
of België al dan niet betrokken is
bij die wapentransfer. Het is een
kwestie van wettelijkheid en
ethisch gedrag. U kan u niet
voordoen als de hoeder van het
internationaal recht en tegelijkertijd
een
dergelijke
vraag
onbeantwoord laten.
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
vous présenter en garants du droit international et, de l'autre, ne pas
vouloir répondre à une telle question.
Je la reposerai donc et continuerai de glaner des informations à ce
propos.
Présidente: Alexandra Colen.
Voorzitter: Alexandra Colen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Questions jointes de
- M. Georges Dallemagne au ministre des Affaires étrangères sur "les violences à l'égard des
minorités chrétiennes en Irak ainsi que dans d'autres pays" (n° 7896)<br>- Mme Clotilde Nyssens au ministre des Affaires étrangères sur "les violences subies par les minorités
chrétiennes dans les pays orientaux" (n° 7961)</b>
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Georges Dallemagne aan de minister van Buitenlandse Zaken over "het geweld tegen de
christelijke minderheden in Irak en in andere landen" (nr. 7896)
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de minister van Buitenlandse Zaken over "het geweld tegen
christelijke minderheden in de oosterse landen" (nr. 7961)
09.01 Georges Dallemagne (cdH): Madame la présidente, monsieur
le secrétaire d'État, la situation des minorités chrétiennes dans
certains pays, notamment en Irak, est en train de se détériorer
brutalement. Des dizaines de personnes ont été assassinées ces
quinze derniers jours à Mossoul, ville du nord de l'Irak abritant une
forte communauté chrétienne. Depuis que je vous ai fait parvenir ma
question voici quelques jours, la situation s'est encore détériorée ces
dernières heures.
C'est la campagne la plus violente contre les chrétiens depuis 2003,
d'après le gouverneur de la province de Ninawa, l'ancienne province
de Ninive, située dans le nord de l'Irak, aux portes du Kurdistan. La
province abrite une importante et très ancienne communauté
chrétienne, en particulier à Mossoul mais aussi dans les villages aux
alentours. Depuis le début octobre, elle est le foyer d'une flambée
sans précédent d'attaques anti-chrétiennes. Déjà en février dernier,
l'archevêque chaldéen de Mossoul, monseigneur Paulos Faraj Rahho,
a été kidnappé et retrouvé mort. Son assassinat, qui suscita la
réprobation internationale, conduisit le premier ministre irakien Nouri
Al Maliki à s'engager à protéger la communauté chrétienne.
Aujourd'hui, la violence s'est encore élevée d'un cran. Il y a davantage
d'enlèvements ciblés, de demandes de rançons, d'assassinats purs et
simples en pleine journée, affirment de nombreuses sources
irakiennes.
Le résultat est que l'exode des chrétiens, déjà massif 250.000 des
800.000 chrétiens d'Irak auraient fui leur pays depuis le début de la
guerre s'est encore accéléré. Samedi dernier, a reconnu le
gouverneur de la province, des milliers de familles chrétiennes ont fui
leurs maisons à Mossoul pour se réfugier dans les villages au nord et
à l'est de la ville. Il y a cinq ans, on comptait 300.000 chrétiens à
Mossoul; il n'y en a plus que 30.000 aujourd'hui.
Monseigneur Louis Sako, archevêque chaldéen de Kirkouk, a estimé,
09.01 Georges Dallemagne
(cdH): De situatie van de
christelijke
minderheden
in
bepaalde
landen
gaat
er
zienderogen op achteruit. Zo is de
provincie Ninawa in Irak het toneel
van nooit vertoond geweld tegen
de
christelijke
gemeenschap:
ontvoeringen, losgeld, moorden.
De christenen verlaten het land
dan ook in versneld tempo. Vijf
jaar geleden, telde Mossoul
driehonderdduizend
christenen;
vandaag
zijn
dat
er
nog
dertigduizend.
Vanuit Rome hebben de in Synode
verzamelde
bisschoppen
hun
grote ongerustheid geuit over de
ernstige schendingen van de
mensrechten tegen de christelijke
minderheden in Irak en India maar
ook in Egypte, Turkije of Pakistan.
Religieuze
onverdraagzaamheid
wint terrein, ook in de landen die al
millennialang samenleefden en
respect hadden voor de religieuze
verschillen.
In reactie op die schendingen van
de fundamentele waarden van de
Europese Unie lijken onze landen
de andere kant op te kijken. Indien
men echter niet tracht xenofoob
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
dans un entretien accordé à l'AFP, que sa communauté était "la cible
d'une campagne de liquidation, une campagne de violence aux
objectifs politiques. Ceux qui nous visent cherchent à en tirer un
avantage politique, soit en poussant les chrétiens à quitter le pays,
soit en les forçant à s'allier avec des groupes dont nous refusons les
projets".
Son appel aux habitants de Mossoul aurait été entendu. Certaines
familles sunnites auraient même proposé d'héberger et de protéger
des chrétiens.
De Rome, les évêques du monde entier réunis en synode ont exprimé
ces derniers jours leurs vives inquiétudes par rapport à la situation
des minorités chrétiennes dans plusieurs pays du monde, en
particulier en Irak et en Inde. En effet, des violences à l'égard des
chrétiens d'Irak se déroulent dans un contexte de harcèlement des
communautés chrétiennes dans plusieurs pays du monde,
notamment les coptes en Égypte et certaines communautés
chrétiennes en Turquie, au Pakistan et en Inde. Partout dans ces
pays et dans d'autres, des communautés chrétiennes font l'objet
d'intimidations destinées à les faire fuir. Il s'agit bien évidemment de
violations graves des droits de l'homme.
L'intolérance religieuse gagne du terrain, y compris dans des pays qui
ont pourtant connu des millénaires de cohabitation et de respect des
différences religieuses.
Certains fanatiques n'hésitent pas à tuer et à harceler dans un but
d'homogénéisation religieuse et d'éradication de la différence.
Ces tendances inquiétantes concernent des pays proches de
l'Europe. Pourtant, nos pays, par une sorte de pudeur étrange,
détournent le regard et semblent indifférents à ces questions qui
violent les valeurs fondamentales de l'Union européenne.
Nous aurions tort de ne pas tenter d'endiguer et de dénoncer les
violences xénophobes et l'intolérance religieuse aux marches de
l'Europe. Cela pourrait avoir un effet de contagion désastreux, y
compris dans nos pays, à l'encontre de minorités religieuses. Si l'on
observe certains actes antisémites et islamophobes qui se
développent en Europe, cette contagion est déjà à l'oeuvre
Comprenons-nous bien, monsieur le secrétaire d'État, il s'agit, en plus
de la protection de communautés chrétiennes dans des pays où elles
sont établies parfois depuis l'aube de la chrétienté, de ne pas
accepter la haine de l'autre en raison de ses croyances, de l'évolution
d'un monde intolérant, brutal envers les communautés les plus
fragiles.
Je me suis battu au côté des musulmans de Srebrenica et pour les
droits des Roms en Europe.
Les chrétiens du Proche-Orient et du sud de la Méditerranée méritent
aussi notre mobilisation.
Monsieur le secrétaire d'État, il est temps d'agir, de condamner ces
violences et de protéger les communautés qui en sont victimes.
geweld en religieuze intolerantie in
te dammen en ertegen te
protesteren, kunnen die praktijken
zich als een olievlek uitbreiden,
zoals reeds bewezen wordt door
bepaalde
antisemitische
en
islamofobe daden in Europa.
Deelt u mijn bezorgdheid over het
lot
van
de
christelijke
gemeenschappen, in het bijzonder
in Egypte, Irak, India, Turkije en
Pakistan? Heeft u ter zake al
initiatieven genomen of zal u
initiatieven nemen, met name in
overleg
met
uw
Europese
collega's? Moet de bescherming
van de religieuze minderheden
niet op de agenda van de
volgende
Internationale
Conferentie tegen Racisme en
Xenofobie
worden
geplaatst?
Moeten die kwesties niet ter
sprake gebracht worden in de
internationale instellingen, zoals de
Commissie
voor
de
Mensenrechten te Genève of de
Organisatie van de Islamitische
Conferentie?
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Partagez-vous mes préoccupations concernant le sort des minorités
chrétiennes, notamment en Égypte, en Irak, en Inde, en Turquie, au
Pakistan? Avez-vous ou comptez-vous prendre des initiatives à ce
sujet, notamment avec vos collègues européens? Ne faut-il pas
mettre la protection des minorités religieuses à l'agenda de la
Conférence internationale contre le racisme et la xénophobie qui se
tiendra à Genève en avril prochain? Ne faut-il pas porter ces
questions dans des enceintes internationales comme la Commission
des droits de l'homme à Genève ou l'Organisation de la conférence
islamique?
09.02 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
secrétaire d'État, ma question va dans le même sens que celle de
mon collègue.
Pour ma part, je suis frappée de constater que nous avons de la
chance de vivre en Belgique et en Europe où la liberté religieuse fait
partie des droits de l'homme et est respectée. En effet, dans le reste
du monde, beaucoup d'initiatives doivent encore être prises en la
matière.
Par ailleurs, je constate qu'en Belgique, et en particulier à Bruxelles,
de plus en plus de personnes sont originaires des régions dont M.
Dallemagne vient de parler et où les chrétiens sont persécutés. Ces
gens sont très inquiets de l'évolution de la situation.
Pour en revenir à l'actualité, il est vrai que la communauté chrétienne
de Mossoul en Irak, dernier bastion urbain d'Al Qaida subit, suivant la
police irakienne, depuis une quinzaine de jours, des attaques d'une
très grande violence. Onze personnes ont été assassinées et des
centaines de familles ont fui la ville, craignant des menaces de
représailles.
D'après le gouverneur de la province, Duraïd Kachmoula, ces
violences ont été provoquées par une "campagne de propagande
anti-chrétienne". La dégradation de la situation a nécessité
l'intervention du gouvernement et l'envoi de près de 900 policiers
dans les quartiers chrétiens de Mossoul.
Le problème n'est malheureusement pas neuf. Plusieurs sources
rapportent que les attaques perpétrées contre les chrétiens d'Irak
depuis le début de l'intervention américaine sont à l'origine d'un exode
massif de la communauté. Et 250.000 personnes, soit près du tiers de
la population chrétienne avant 2003, auraient fui la région pour trouver
refuge dans les pays limitrophes.
La communauté chrétienne d'Irak n'est pas la seule à souffrir de son
fragile statut de minorité et de la montée en puissance des
fondamentalismes. On trouve l'écho de ces persécutions dans de
nombreuses autres régions du monde.
L'Inde, par exemple, où depuis la fin du mois d'août, la région de
l'Ossira est le théâtre de virulentes attaques antichrétiennes. Les
intégristes hindous y sont responsables de la mort d'une trentaine de
personnes parfois brûlées vives , de la destruction de 150 églises
et de près de 4.000 maisons.
L'atrophie de la liberté de culte est encore à déplorer en Égypte où,
09.02 Clotilde Nyssens (cdH): In
Irak worden er sinds een tweetal
weken
hevige
aanvallen
uitgevoerd tegen de christelijke
gemeenschap van Mosul, de
laatste stad die nog in handen is
van Al-Qaida.
Dat geweld zou het uitvloeisel zijn
geweest
van
een
propagandacampagne
tegen
christenen. Men weet dat de
aanvallen tegen deze religieuze
minderheid sinds de Amerikaanse
inval in Irak een massale exodus
op gang hebben gebracht. Andere
regio's in de wereld, Indië of
Egypte bijvoorbeeld, staan dan
weer
bloot
aan
godsdienstvervolgingen.
Zal België deze situatie openlijk
betreuren?
Kan
er
actie
ondernomen worden om die
minderheden te beschermen? Kan
er via internationale instanties,
zoals de VN, worden opgetreden?
Welk beleid voert België bij wijze
van waarschuwing ten aanzien van
regio's waar de godsdienstvrijheid
met voeten wordt getreden?
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
selon un récent rapport d'une agence gouvernementale américaine,
les chrétiens coptes sont toujours confrontés aux discriminations
sociales et politiques dans leur vie quotidienne. La télévision nous a
encore montré ces derniers jours des images importantes pour nous
prouver ces persécutions.
Derrière la persécution d'une identité particulière, en l'occurrence
chrétienne, c'est la montée en puissance du fondamentalisme et la
recrudescence de la persécution à l'encontre des minorités qui est en
jeu.
Monsieur le ministre, la Belgique déplorera-t-elle publiquement cette
situation?
Des actions peuvent-elles être envisagées pour participer à la
protection de ces minorités?
Y a-t-il possibilité d'agir via des instances internationales, par
exemple, l'ONU?
Quelle politique d'avertissement la Belgique pratique-t-elle vis-à-vis de
ces régions où les libertés religieuses ne sont pas respectées?
09.03 Olivier Chastel, secrétaire d'État: Madame la présidente, le
ministre des Affaires étrangères est évidemment informé des derniers
développements, en tout cas des plus regrettables d'entre eux, son
attention a été attirée et il est particulièrement sensible à ces
informations.
Des manifestations d'intolérance et de discrimination à l'encontre des
personnes en raison de leur religion ou simplement de leurs
convictions sont encore trop souvent et malheureusement observées
de par le monde. Il est vrai qu'il nous semble important d'agir de
manière déterminée contre ces actes inqualifiables.
L'Union européenne a d'ailleurs pris des mesures pour exprimer ses
préoccupations suite à ces incidents, notamment en effectuant des
démarches dans les pays concernés. À titre plus individuel, pour ce
qui concerne la Belgique, nos postes suivent la situation avec
attention. La Belgique continuera à utiliser toutes les opportunités qui
se présenteront pour rappeler ses préoccupations concernant ces
manifestations d'intolérance.
Je pense, par exemple, à l'examen de la situation des droits de
l'homme dans les pays tiers par le mécanisme d'examens périodiques
universels devant le Conseil des droits de l'homme.
Le ministre des Affaires étrangères peut également confirmer que la
question, peut-être plus générale, de l'intolérance religieuse sera
effectivement à l'ordre du jour de la Conférence d'examen de Durban
qui se tiendra à Genève en avril prochain. Il est, en effet, important
que la situation des personnes appartenant à des minorités
religieuses soit examinée dans le cadre de cette conférence. Il
importe également de veiller à ce que notre objectif reste avant tout la
protection des personnes.
En ce qui concerne les enceintes internationales, l'Union européenne
dépose, chaque année, une résolution sur l'intolérance religieuse
09.03 Staatssecretaris Olivier
Chastel: Het is zaak kordaat op te
treden
tegen
uitingen
van
onverdraagzaamheid
en
discriminatie ten aanzien van
mensen omwille van hun religie of
hun overtuiging.
De Europese Unie heeft stappen
gedaan in de betrokken landen.
Hier in België volgen onze
diplomatieke posten de situatie
met aandacht en ons land zal elke
gelegenheid te baat blijven nemen
om zijn bekommernissen over die
uitingen van onverdraagzaamheid
in
herinnering
te
brengen,
bijvoorbeeld via het mechanisme
van
universele
periodieke
onderzoeken
bij
de
Mensenrechtenraad.
De minister van Buitenlandse
Zaken bevestigt dat de kwestie
van
de
religieuze
onverdraagzaamheid
op
de
agenda staat van de Durban
Review Conference die in april
2009 zal plaatsvinden. Het is van
belang dat de situatie van de
religieuze minderheden er aan bod
komt, waarbij onze aandacht in
eerste
instantie
naar
de
bescherming van personen moet
gaan.
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
auprès du Conseil des droits de l'homme et à l'Assemblée générale.
Ce texte équilibré traite de tous les aspects de la liberté de religion, y
compris celle de ne pas avoir de religion. Elle aborde également la
discrimination et l'intolérance sur la base de la religion ou de la simple
conviction. La Belgique, comme ses partenaires de l'Union, intervient
régulièrement dans ces débats pour soulever les questions
importantes que vous évoquez aujourd'hui encore.
Il s'agit aussi d'un sujet que nous tentons de traiter directement avec
les pays musulmans et, donc, avec les pays concernés par le sujet de
votre importante question.
Wat de internationale fora betreft,
dient de Europese Unie elk jaar
een
resolutie
betreffende
religieuze onverdraagzaamheid in
bij
de
Raad
voor
de
mensenrechten
en
bij
de
Algemene Vergadering van de VN.
België voert regelmatig het woord
in die debatten. We proberen die
vragen ook rechtstreeks bij de
betrokken landen te berde te
brengen.
09.04 Georges Dallemagne (cdH): Madame la présidente, je
remercie le secrétaire d'État pour sa réponse relative à l'activité que
déploie la Belgique dans ce domaine. J'ai attentivement écouté sa
réponse, mais je remarque que le mot "chrétien" n'a pas été
prononcé. Ainsi, y a-t-il toujours en la matière cette espèce de pudeur
à ne pas vouloir appeler les choses par leur nom? On éprouve un
problème particulier à l'égard de ces communautés. Il faut pouvoir le
dire et poser les mots sans aucune exclusive par rapport à d'autres
problématiques de droits de l'homme. Si on a surtout évoqué celle
des minorités religieuses, il y a un problème urgent, important et très
précis par rapport à ces minorités chrétiennes, notamment à Mossoul.
Il faut tout mettre en oeuvre pour éviter l'homogénéisation de l'Irak, qui
comptait une très importante communauté religieuse. Celle-ci est
occupée à fuir, elle est même en partie assassinée.
J'entends que la voix de la Belgique, même si elle prend une série
d'initiatives, est inaudible pour l'instant. On n'a pas entendu la
Belgique s'exprimer à ce sujet. Personnellement, je demande qu'elle
puisse le faire clairement à propos de ces événements et que le
gouvernement prenne une position claire à cet égard. Je me félicite
évidemment que la question de l'intolérance religieuse sera portée par
notre pays, notamment lors de la prochaine Conférence sur les droits
de l'homme qui aura lieu à Genève. J'espère qu'elle sera prise très au
sérieux, car elle aura un impact majeur sur la manière dont, en
Europe, nous pourrons assurer la convivialité et la coexistence de
différentes religions.
09.04 Georges Dallemagne
(cdH): Is hier sprake van een
zekere
schroom?
De
staatssecretaris heeft het woord
`christen' niet in de mond
genomen. De situatie van de
christelijke minderheden in Irak is
een
dringend,
belangrijk
en
duidelijk probleem. We moeten
voorkomen dat Irak religieus wordt
gehomogeniseerd!
De stem van België wordt op dit
ogenblik niet gehoord. De regering
moet een duidelijk standpunt
innemen!
Ik hoop dat het probleem van de
religieuze onverdraagzaamheid de
nodige aandacht zal krijgen in het
kader
van
de
volgende
Conferentie
over
de
mensenrechten in Genève. Het
gaat hier immers ook om het
vreedzaam
samenleven
van
mensen
met
verschillende
godsdienstige overtuigingen in
Europa!
09.05 Clotilde Nyssens (cdH): Je remercie le secrétaire d'État pour
l'énumération qu'il a faite des actions passées et à venir. Quelles sont
les démarches qui ont été entreprises par l'Union européenne? Je
comprends que le mois d'avril sera un moment important.
Vous parlez de manière très générale des intolérances religieuses. Il
faut évidemment aller dans le sens du respect des droits de l'homme,
mais je suis étonnée de ne pas entendre d'affirmation plus forte. Ces
minorités sont en train de mourir, on se croirait au Moyen Âge, les
gens sont brûlés, martyrisés.
Quand il s'agit de minorités que nous connaissons bien, parce
qu'elles appartiennent à un patrimoine culturel qui ne nous est pas
étranger, il faut s'exprimer de manière plus explicite. Je vous invite à
écouter les personnes vivant en Belgique qui ont fui cette situation et
09.05 Clotilde Nyssens (cdH):
Welke stappen heeft de Europese
Unie gedaan? Het verbaast me
dat
uw
verklaringen
niet
gespierder zijn terwijl er toch
mensen levend worden verbrand
zoals in de middeleeuwen! Ik
verzoek u om te luisteren naar de
getuigenissen van naar ons land
gevluchte slachtoffers en hun
boodschap
te
verspreiden.
Algemene uitspraken volstaan
niet, er moet een erg duidelijk
standpunt worden ingenomen.
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
ont toujours de la famille là-bas. Ils cherchent des endroits pour se
faire entendre. Si l'on répercutait leurs témoignages, cela ne pourrait
qu'apaiser le vivre-ensemble dans nos quartiers. Ne restons pas dans
la neutralité, car il s'agit d'attaques d'un autre temps.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Voorzitter: Georges Dallemagne.
Président: Georges Dallemagne.
10 Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de minister van Buitenlandse Zaken over "het EU-
associatieverdrag met Marokko" (nr. 7921)
10 Question de Mme Alexandra Colen au ministre des Affaires étrangères sur "l'accord d'association
10.01 Alexandra Colen (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, de Europese Unie heeft op 13 oktober
een associatieverdrag ondertekend met Marokko. Het is de
allereerste keer dat een dergelijke speciale associatiestatus wordt
verleend aan een niet-Europees land. Het Italiaanse persagentschap
ANSA meldde dat Marokko de toelating zou krijgen om voortaan deel
te nemen aan sommige bijeenkomsten van de EU-instellingen, zoals
de Raad van EU-ministers van Buitenlandse Zaken en de
vergaderingen van Europese agentschappen als Europol, Eurojust en
dergelijke.
De EU zou ook de financiële hulp aan Marokko opdrijven. Marokko
behoorde reeds tot de landen die de grootste steun kregen. Voorts
stelt het associatieverdrag ook de totstandkoming van een
gemeenschappelijke economische ruimte tussen de Europese Unie
en Marokko in het vooruitzicht, met als doel Marokko geleidelijk in de
EU te integreren.
Ook met Israel onderhandelt de Europese Unie over een soortgelijk
verregaand associatieverdrag.
Mijn vraag aan de minister van Buitenlandse Zaken was wat de
deelname van zijn Marokkaanse collega aan de vergaderingen van de
EU-ministers van Buitenlandse Zaken concreet zal inhouden. Wordt
een gemeenschappelijke buitenlandse politiek met Marokko
nagestreefd? Betekent dit dan dat wij als Europese Unie, onze politiek
zullen moeten in overeenstemming brengen met die van de
organisatie van islamitische landen waartoe Marokko behoort? Wat
gebeurt er met de situatie van de Marokkaanse bezetting van de
Westelijke Sahara, een voormalige Spaanse kolonie, die na de
onafhankelijkheid door Marokko overrompeld werd?
Een volgende vraag betreft het financieel aspect. Met welk bedrag zal
de financiële hulp aan Marokko toenemen, ten opzichte van het
bedrag dat zij reeds krijgen? Welk deel van het bedrag wordt door
ons land betaald?
Ten slotte had ik ook aan de minister gevraagd of hij kon meedelen in
hoeverre men Marokko met de Europese Unie wil integreren. De
kwestie is al eerder ter sprake gekomen, reeds in 2002. Toen de heer
Louis Michel minister van Buitenlandse Zaken was, is daarover
herhaaldelijk gesproken, naar aanleiding van vragen en uitspraken
van hem in deze commissie. Louis Michel verklaarde dat men op den
10.01 Alexandra Colen (Vlaams
Belang): La signature de l'accord
d'association entre le Maroc et
l'Union
européenne
permettra
désormais au Maroc de prendre
part à certaines réunions des
institutions européennes. De plus,
l'aide financière accordée au
Maroc sera revue à la hausse et
l'objectif consisterait, à terme, à
intégrer le Maroc à l'Union
européenne. Des négociations
sont également en cours avec
Israël concernant un accord
d'association analogue.
Va-t-on dorénavant tendre vers
une politique étrangère commune
avec le Maroc et d'autres pays
musulmans? Quelle est la position
de
l'Europe
concernant
l'occupation du Sahara occidental
par le Maroc? Quel sera le
montant
du
surcroît
d'aide
financière dont bénéficiera le
Maroc? Quelle partie de ce
montant sera versée par la
Belgique?
A-t-on
l'intention
d'intégrer le Maroc à l'Union
européenne? Cette intégration
s'étendra-t-elle
à
terme
à
l'ensemble
du
bassin
méditerranéen?
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
duur heel het Middellandse Zeebekken bij Europa wil laten aansluiten.
Op 12 november 2002 verklaarde hij hier in de commissie letterlijk:
"Het kan best zijn dat het conflict in het Midden-Oosten pas opgelost
zal worden als men heel die regio bij de Europese Unie betrekt." Hij
zag het heel goed zitten om Marokko, Tunesië, Algerije en zelfs
Midden-Oosten deel te laten uitmaken van de Europese Unie.
Is dit standpunt, dat hier zes jaar geleden vertolkt werd door de
toenmalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken, nog steeds
het standpunt van de regering? Moet het verlenen van een speciaal
associatieverdrag met Marokko, en daarna met Israel en andere
landen rond het Middellandse Zeegebied, inderdaad gezien worden
als een eerste stap naar de uitbreiding van de Europese Unie, om
heel Noord-Afrika en het Midden-Oosten daarin op te nemen?
10.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mijnheer de voorzitter, de
minister van Buitenlandse Zaken wenst te beklemtonen dat tijdens de
associatieraad EU-Marokko, die op 13 oktober 2008 te Luxemburg
heeft plaatsgevonden, geen akkoord werd ondertekend. De
ontmoeting vindt elk jaar plaats in uitvoering van het reeds in 2000
tussen de EU en Marokko afgesloten associatieakkoord. Tijdens de
voorbije associatieraad werd wel besloten om de bilaterale
betrekkingen te versterken. Deze beslissing past in het raam van en
berust op de principes van het Europees nabuurschapbeleid.
De twee partners willen hun betrekkingen in verschillende domeinen
verbeteren. Dit Europees nabuurschapbeleid baseert zich op de wil
van de EU om haar buitengrenzen te stabiliseren, om de politieke,
economische en sociale keuze van haar directe buren te beïnvloeden
en om het gewicht van de EU in de wereld en meer in het bijzonder in
de zones van haar natuurlijke invloedsfeer te laten meewegen.
Om dit te bereiken werkt de EU met haar partners aan een betere
politieke dialoog en samenwerking inzake conflictpreventie en de
strijd tegen de gezamenlijke bedreigingen voor de veiligheid, aan
commerciële uitwisselingen die voordelig zijn voor beide partijen en
aan een beter beheer van milieu, transport, energie en migratie en
mobiliteit.
In een eerste fase heeft het versterkt statuut geen bijkomende
financiële gevolgen. De EU-steun aan Marokko verloopt in het raam
van het Europees nabuurschapbeleid waarvan de steun voor de
periode 2007-2010 werd vastgelegd. Het bedrag beloopt 654 miljoen
euro.
De minister wijst er in dit verband ook op dat tijdens de
laatstgehouden associatieraad met Israël in juni 2008 eveneens werd
besloten de relaties te intensifiëren.
De Europese Unie heeft in 2007 immers besloten om de relaties met
vier landen die in het Europees nabuurschapbeleid zijn vervat, met
name Oekraïne, Moldavië, Israël en Marokko, te versterken.
10.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Lors du dernier Conseil
d'association UE-Maroc, aucun
accord n'a été signé. Il a toutefois
été décidé du renforcement des
relations
bilatérales.
Cette
orientation s'inscrit dans le cadre
de la politique de voisinage
européenne
tendant
à
l'amélioration des relations entre
partenaires
dans
différents
domaines politiques, économiques
et sociaux.
Dans une première phase, ce
statut renforcé n'entraîne pas de
conséquences financières. L'aide
octroyée par l'UE dans le cadre de
la politique de voisinage s'élève à
654 millions d'euros pour la
période 2007-2010.
Lord
du
dernier
Conseil
d'association avec Israël, il avait
également
été
décidé
de
l'intensification des relations avec
ce pays. Il s'agit en l'occurrence
de la conséquence d'une décision,
prise en 2007 par l'UE, de
renforcer les relations avec quatre
pays, à savoir Israël, le Maroc, la
Moldavie et l'Ukraine.
10.03 Alexandra Colen (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de staatssecretaris, met uw antwoord heb ik nog geen
verduidelijking gekregen u zal ze wellicht ook niet kunnen geven
over de berichten van het Italiaanse persagentschap dat het Marokko
daarmee ook wordt toegestaan om aan vergaderingen van EU-
10.03 Alexandra Colen (Vlaams
Belang):
L'information
selon
laquelle le Maroc peut également
particper
aux
réunions
des
institutions de l'UE est-elle exacte?
22/10/2008
CRIV 52
COM 339
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
instellingen deel te nemen, bijvoorbeeld aan de Raad van Ministers
van Buitenlandse Zaken.
Bedoelde berichten zijn misschien ongefundeerde beweringen.
Misschien zijn ze dat ook niet. Ik weet niet of u in dat verband enige
opheldering kan verschaffen.
De opmerking die ik inzake het Europees nabuurschapbeleid heb, is
dat dit beleid - zoals u zegt - bedoeld is voor landen die normaal
binnen de Europese invloedssfeer vallen. Werden in dat verband een
definitie of een aantal criteria vastgelegd om te bepalen wat
voornoemde invloedssfeer is? Immers, er wordt over Afrika en landen
uit het Midden-Oosten gesproken. Wij kunnen ons afvragen of zij al
dan niet onder de klassieke interpretatie van "invloedssfeer" vallen.
La
politique
européenne
de
voisinage ne concerne pourtant
que les pays faisant partie de la
sphère d'influence européenne. À
quels critères se réfère-t-on en
l'occurrence?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Alexandra Colen aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de weigering
om UNO-waarnemers toe te laten in Soedan" (nr. 7923)
11 Question de Mme Alexandra Colen au ministre des Affaires étrangères sur "le refus d'admettre des
11.01 Alexandra Colen (Vlaams Belang): Mijnheer de
staatssecretaris, deze vraag, die aan de minister van Buitenlandse
Zaken was gericht, gaat over het niet-toelaten van bepaalde UNO-
waarnemers in Soedan, dit op basis van de nationaliteit van die
waarnemers. De Deense pers meldde op 15 oktober dat zes Deense
blauwhelmen die in augustus als waarnemers van de Verenigde
Naties hadden moeten afreizen naar Soedan nog steeds geen visum
hadden gekregen om dat land binnen te gaan. De Soedanese
president, Omar al-Bashir, zou gezegd hebben, na de zogenaamde
Deense cartooncrisis, dat geen enkele Deense voet de Soedanese
bodem nog zou bevuilen. Dat is een citaat uit de pers. Volgens de
Deense minister van Defensie, Soren Gade, hebben de zes Deense
militairen diplomatieke paspoorten en reizen zij als internationale
vertegenwoordigers van de UNO eerder dan als Deense militairen.
Desondanks wil Soedan hen niet toelaten.
Is de minister op de hoogte van deze feiten? Weet de minister of de
Europese Unie en de UNO van plan zijn om daarop te reageren?
Uiteindelijk is de Soedanese houding beledigend, niet alleen voor de
Verenigde Naties maar ook voor de Europese Unie aangezien de
Deense militairen geweigerd worden op basis van hun
staatsburgerschap van een lidstaat van de Europese Unie. Ik had dus
graag van de minister vernomen op welke manier ons land zijn
afkeuring van de houding van Soedan kenbaar zal maken aan de
Soedanese autoriteiten en hoe ons land zijn solidariteit met de
medelidstaat Denemarken zal tonen.
11.01 Alexandra Colen (Vlaams
Belang): Le Soudan a une
nouvelle fois refusé d'octroyer un
visa aux six militaires danois
titulaires
d'un
passeport
diplomatique et voyageant en tant
que représentants de l'ONU. Le
ministre est-il au courant de la
réaction de l'Union européenne et
de cette provocation de l'ONU?
Comment la Belgique manifestera-
t-elle sa désapprobation?
11.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: Mevrouw de voorzitter, het
incident waar het geachte lid in haar vraag naar verwijst, is jammer
genoeg een nieuw voorbeeld van de slechte samenwerking vanwege
de regering van Soedan met de VN-missies op haar grondgebied. Die
gebrekkige samenwerking, in dit geval met de operatie van de VN-
missies in Zuid-Soedan, is nog erger dan de UNAMIT-operatie in
Darfur.
11.02 Olivier Chastel, secrétaire
d'État: Les difficultés d'obtention
d'un visa constituent l'énième
exemple
de
la
coopération
déficiente entre le gouvernement
soudanais et les missions de
l'ONU. C'est pourquoi la Belgique
insiste, lors de chaque réunion du
CRIV 52
COM 339
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
De moeilijkheden om visa te verkrijgen zijn een aanslepend probleem.
Soedan heeft herhaaldelijk geprobeerd de herkomst van de
deelnemers aan die twee operaties te bepalen. Soedan heeft ook
allerlei andere administratieve hindernissen opgeworpen tegen de
ontplooiing van de UNAMIT in Darfur.
Die moeilijkheden behoren tot de gevoeligste twistpunten tussen de
internationale gemeenschap en Soedan. In de talrijke vergaderingen
van de Veiligheidsraad over Soedan benadrukt België systematisch
de verplichting van Soedan om volledig en zonder voorbehoud met de
VN-missies op zijn grondgebied samen te werken. Die bezorgdheid
vindt men ook terug in alle resoluties en verklaringen die de
Veiligheidsraad in verband met Soedan heeft aangenomen.
Conseil de sécurité, sur l'obligation
du
Soudan
d'apporter
sa
coopération inconditionnelle aux
missions de l'ONU sur son
territoire.
11.03 Alexandra Colen (Vlaams Belang): Mijnheer de
staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.27 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.27 heures.