KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 338
CRIV 52 COM 338
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
22-10-2008
22-10-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de
staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan
de eerste minister, en staatssecretaris voor
Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van
Werk, en wat de aspecten inzake personen- en
familierecht betreft, toegevoegd aan de minister
van Justitie over "het mishandelen van ouderen"
(nr. 7636)
1
Question de M. Xavier Baeselen au secrétaire
d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles,
adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui
concerne les aspects du droit des personnes et
de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur
"la maltraitance envers les personnes agées"
(n° 7636)
1
Sprekers:
Xavier
Baeselen,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs:
Xavier
Baeselen,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État au Budget et à la
Politique des Familles
Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de
staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan
de eerste minister, en staatssecretaris voor
Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van
Werk, en wat de aspecten inzake personen- en
familierecht betreft, toegevoegd aan de minister
van Justitie over "de levenloos geboren kinderen"
(nr. 7871)
2
Question de Mme Muriel Gerkens au secrétaire
d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles,
adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui
concerne les aspects du droit des personnes et
de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur
"les enfants nés sans vie" (n° 7871)
2
Sprekers:
Muriel
Gerkens,
Melchior
Wathelet, staatssecretaris voor Begroting en
Gezinsbeleid
Orateurs:
Muriel
Gerkens,
Melchior
Wathelet, secrétaire d'État au Budget et à la
Politique des Familles
Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de vice-
eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de ronselpraktijken van de
Marokkaanse geheime dienst" (nr. 7315)
5
Question de M. Flor Van Noppen au vice-premier
ministre et ministre de l'Intérieur sur "les pratiques
de racolage des services secrets marocains"
(n° 7315)
5
Sprekers: Flor Van Noppen, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Flor Van Noppen, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het voorstel van
de procureur-generaal bij het hof van beroep te
Antwerpen" (nr. 7244)
8
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la proposition du procureur
général près la Cour d'appel d'Anvers" (n° 7244)
8
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de invoering
van boetevervangende werkstraffen" (nr. 7378)
9
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles sur "l'instauration
de peines de travail subsidiaires en cas
d'amende" (n° 7378)
9
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
11
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "een eenvoudiger rechtstaal"
(nr. 7413)
11
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "un langage juridique plus
simple" (n° 7413)
11
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de rechtstaal" (nr. 7904)
11
- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le langage judiciaire"
(n° 7904)
11
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "EU Verordening
tot invoering van een Europese Executoriale Titel
voor niet-betwiste schuldvorderingen" (nr. 7379)
12
Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'ordonnance de l'Union
européenne instaurant un titre exécutoire
européen pour les créances non contestées"
(n° 7379)
12
Sprekers: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Interpellatie van de heer Fouad Lahssaini tot de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
bevoegdheden
van
de
strafuitvoeringsrechtbanken" (nr. 137)
15
Interpellation de M. Fouad Lahssaini au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et
Réformes institutionnelles sur "les compétences
des tribunaux d'application des peines" (n° 137)
15
Sprekers: Fouad Lahssaini, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Fouad Lahssaini, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de uitbouw van het
veiligheidskorps" (nr. 7571)
18
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le développement du corps
de sécurité" (n° 7571)
18
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"het
veiligheidskorps"
(nr. 7635)
18
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le corps de sécurité"
(n° 7635)
18
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"het
veiligheidskorps"
(nr. 7705)
18
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le corps de sécurité"
(n° 7705)
18
Sprekers: Jenne De Potter, Bert Schoofs, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jenne De Potter, Bert Schoofs, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
vrijetijdsbesteding
in
de
Belgische
gevangenissen" (nr. 7599)
20
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les loisirs dans les prisons
belges" (n° 7599)
20
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
23
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vrijlating van een van de
geweldplegers waarvan een leraar het slachtoffer
was" (nr. 7609)
23
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération d'un des auteurs
de l'agression violente dont a été victime un
professeur" (n° 7609)
23
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de geweldpleging tegen een
leraar in een school te Ghlin en het plaatsgebrek
in
de
overheidsinstellingen
voor
jeugdbescherming" (nr. 7615)
23
- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'agression d'un professeur
dans une école de Ghlin et la problématique du
manque de places dans les IPPJ" (n° 7615)
23
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de opvangplaatsen in de
23
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les places d'accueil dans les
23
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
instellingen voor jeugddelinquenten" (nr. 7693)
institutions pour jeunes délinquants" (n° 7693)
- de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het contact van de
magistraten met de CIOC" (nr. 7819)
23
- M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le contact des magistrats
avec la CIOC" (n° 7819)
23
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het overplaatsen van
momenteel in het gesloten centrum van Everberg
opgesloten jonge Franstalige delinquenten naar
de gevangenis van Saint-Hubert" (nr. 8016)
23
- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de jeunes
délinquants francophones détenus actuellement
au centre fermé d'Everberg à la prison de Saint-
Hubert" (n° 8016)
23
Sprekers: Jacqueline Galant, Eric Thiébaut,
Bart Laeremans, Fouad Lahssaini, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jacqueline Galant, Eric Thiébaut,
Bart Laeremans, Fouad Lahssaini, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
32
Questions jointes de
32
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de mogelijkheid
tot evaluatie van de wet van 15 mei 2007 tot
wijziging
van
het
Gerechtelijk
Wetboek
betreffende het deskundigenonderzoek en tot
herstel
van
artikel 509quater
van
het
Strafwetboek" (nr. 7602)
32
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la possibilité d'évaluation de
la loi du 15 mai 2007 modifiant le Code judiciaire
en ce qui concerne l'expertise et rétablissant
l'article 509quater du Code pénal" (n° 7602)
32
- de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het deskundigenonderzoek"
(nr. 7892)
32
- M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'expertise" (n° 7892)
32
- mevrouw Carine Lecomte aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de hervorming van de
procedure gerechtelijke expertise" (nr. 8039)
32
- Mme Carine Lecomte au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la réforme de la procédure
d'expertise judiciaire" (n° 8039)
32
Sprekers: Sabien Lahaye-Battheu, Raf
Terwingen, Jo Vandeurzen, vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sabien Lahaye-Battheu, Raf
Terwingen, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan
de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het arrest van
het Grondwettelijk Hof aangaande de evaluatie
van de korpschefs" (nr. 7600)
36
Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au
vice-premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles sur "l'arrêt de la
Cour constitutionnelle relatif à l'évaluation des
chefs de corps" (n° 7600)
36
Sprekers:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Sabien
Lahaye-Battheu,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
betrokkenheid van pleegouders in juridische
procedures met betrekking tot hun pleegkind voor
de jeugdrechtbank" (nr. 7644)
37
Question de Mme Katrien Schryvers au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'implication des
familles d'accueil dans des procédures juridiques
devant le tribunal de la jeunesse concernant
l'enfant placé chez elles" (n° 7644)
38
Sprekers:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Katrien
Schryvers,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
39
Questions jointes de
39
- de heer André Frédéric aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de inlevering van wapens na
de goedkeuring van de wijzigingen van de
wapenwet van 2006" (nr. 7786)
39
- M. André Frédéric au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la restitution des armes suite
à l'adoption de modifications à la loi de 2006 sur
les armes" (n° 7786)
39
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de niet-vernietigde wapens in
sommige politiezones" (nr. 7826)
39
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les armes non détruites dans
certaines zones de police" (n° 7826)
39
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de mogelijkheid om beroep
aan te tekenen bij de minister van Justitie in geval
van niet-naleving van de beslissingstermijnen
door de gouverneurs" (nr. 7827)
39
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la possibilité d'introduire un
recours auprès du ministre de la Justice en cas
de non-respect par les gouverneurs des délais de
décision" (n° 7827)
39
Sprekers:
André
Frédéric,
Jacqueline
Galant, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
André
Frédéric,
Jacqueline
Galant, Jo Vandeurzen, vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de verwachte
behandeling van een zaak voor het Hof van
Assisen te Tongeren waarbij een verdachte in een
moordzaak op vrije voeten werd gesteld"
(nr. 7675)
45
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le traitement attendu, devant
la Cour d'assises de Tongres, d'une affaire dans
le cadre de laquelle une personne suspectée de
meurtre a été remise en liberté" (n° 7675)
45
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
22
OKTOBER
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
22
OCTOBRE
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.21 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.21 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
01 Question de M. Xavier Baeselen au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les
aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur "la maltraitance
envers les personnes agées" (n° 7636)</b>
01 Vraag van de heer Xavier Baeselen aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de
eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat
de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie over
"het mishandelen van ouderen" (nr. 7636)
01.01 Xavier Baeselen (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je vous avais interrogé au printemps dernier sur le problème
de la maltraitance des personnes âgées, à l'occasion d'une journée
de sensibilisation organisée en Communauté française à ce sujet.
Dans votre réponse, vous aviez évoqué certains projets soit déjà en
cours soit que vous comptiez développer, notamment en apportant
votre soutien à la mise en oeuvre de plusieurs dispositifs. Vous deviez
également prendre des contacts avec le secteur.
Je souhaitais donc savoir où vous en étiez. Quel est votre agenda
pour cette question de la maltraitance des personnes âgées, qui
touche malheureusement de plus en plus de personnes, qu'elles se
trouvent chez elles ou en institution?
01.01 Xavier Baeselen (MR):
Naar
aanleiding
van
een
sensibiliseringsdag van de Franse
Gemeenschap heb ik u in de lente
van dit jaar ondervraagd over het
probleem
van
de
bejaardenmishandeling. Wat heeft
u ondertussen gerealiseerd?
01.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur Baeselen,
dans ma réponse du 11 juin 2008 à votre question sur la maltraitance
des personnes âgées, j'attirais votre attention sur le caractère
transversal de cette thématique, à la fois quant aux raisons de cette
violence, quant aux compétences constitutionnelles à mettre en
oeuvre et quant à la multiplicité des acteurs.
Depuis ma réponse de juin, il y a eu les vacances et j'avoue que,
depuis
trois
semaines,
nous
connaissons
une
actualité
particulièrement chargée. Des débats auront lieu autour du statut
d'incapacité. Il existe une véritable volonté d'avancer et de trouver des
solutions pour les seniors.
Je dois aussi mentionner la préparation imminente du Plan national
contre la violence entre partenaires pour les années à venir. Cela vaut
également pour les personnes âgées. Mes services ont donc noué
une série de contacts à ce propos, notamment avec plusieurs
associations. Nous essayons aussi d'identifier les coordinations et les
01.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: In mijn antwoord van 11
juni 2008 wees ik u op het
transversale karakter van de
thematiek, wat de oorzaken van
het
geweld,
de
vereiste
grondwettelijke bevoegdheden en
de veelheid van actoren betreft.
Over het ongeschiktheidstatuut
komen
er
debatten;
de
voorbereiding van het federaal
plan tegen partnergeweld is voor
zeer
binnenkort.
Dat
geldt
eveneens voor bejaarden. Onze
diensten hebben al contacten
gelegd en proberen te bepalen
waar coördinatie en afstemming
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
articulations à établir entre les niveaux de pouvoir en rapport avec ces
deux points importants inscrits à l'agenda que sont le statut des
incapables et le Plan national contre la violence entre partenaires
dans les années futures.
Des réunions sont planifiées, même si je ne puis pas vous
communiquer aujourd'hui de calendrier précis.
Je propose de vous informer des premiers contacts qui seront pris,
sans doute vers la fin de l'année. Nous allons déterminer un état des
lieux et un calendrier des réunions. Ceux qui le souhaitent y seront
associés, ces matières faisant l'objet d'un consensus qui dépasse les
clivages politiques.
tussen de machtsniveaus vereist
zijn. Een aantal vergaderingen
staat gepland, al kan ik u vandaag
geen precieze planning geven.
Wie dat wenst kan aan die
vergaderingen deelnemen.
01.03 Xavier Baeselen (MR): Je remercie M. le secrétaire d'État, qui
confirme qu'il s'agit bien d'un chantier en cours. Une conférence
interministérielle a-t-elle été réunie ou le sera-t-elle prochainement
pour en débattre? Je vous remercie de me tenir au courant de
l'évolution de ce dossier, sur lequel je ne manquerai pas de vous
interroger à nouveau l'année prochaine par exemple.
01.03 Xavier Baeselen (MR):
Werd er een interministeriële
conferentie georganiseerd of is
een
dergelijke
conferentie
binnenkort gepland?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de Mme Muriel Gerkens au secrétaire d'État au Budget, adjoint au premier ministre, et
secrétaire d'État à la Politique des familles, adjoint à la ministre de l'Emploi, et en ce qui concerne les
aspects du droit des personnes et de la famille, adjoint au ministre de la Justice sur "les enfants nés
sans vie" (n° 7871)</b>
02 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de
eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat
de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie over
"de levenloos geboren kinderen" (nr. 7871)
02.01 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, en vertu de la législation actuelle, tout enfant né
sans vie au-delà de 180 jours de grossesse doit être déclaré. Par
contre, avant ce terme, si les parents ne réclament pas le corps, le
foetus est considéré par l'hôpital comme une "pièce anatomique" et
est incinéré avec les autres déchets biologiques.
Cette limite de 180 jours a été choisie lors de l'adoption de notre Code
civil de 1804, parce qu'elle correspondait à la limite de viabilité de
l'époque. Depuis, la médecine a fait des progrès et une certaine
humanisation de la législation s'impose à plusieurs égards.
L'inhumation du foetus né avant 180 jours de grossesse est réglée par
une circulaire de 1991. Celle-ci recommande aux communes de
réserver une parcelle des cimetières communaux pour l'inhumation
des foetus. Apparemment, il n'est pas possible, pour les parents qui le
souhaitent, d'enterrer leur enfant dans une tombe individuelle avec
une pierre tombale nominative, ce qui est pourtant possible pour un
animal domestique, mais je n'aime pas la comparaison. Or, six mois
de grossesse représentent une longue vie commune entre le foetus et
la mère notamment.
Sous la législature précédente, nous avons interrogé à plusieurs
reprises la ministre de la Justice sur cette problématique. Elle s'était
engagée à modifier la législation. Malgré ses promesses, aucune
02.01 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Elk levenloos geboren
kind dat geboren wordt na een
zwangerschap van meer dan 180
dagen moet worden aangegeven.
Indien een kind levenloos ter
wereld komt voor die termijn,
wordt de foetus samen met het
biologisch afval verbrand, tenzij de
ouders het lichaam opeisen. De
vorige
minister
beloofde
de
wetgeving in de loop van de
voorbije zittingsperiode op dat punt
te zullen aanpassen, maar daar is
niets van in huis gekomen. Wat is
uw standpunt met betrekking tot
de verlaging van de wettelijke
levensvatbaarheidsgrens van 180
naar 140 dagen postconceptie en
inzake de vermelding van de
familienaam in de akte van
aangifte van een levenloos kind en
van de naam en voornaam op een
individuele zerk? Is het voorts niet
mogelijk om aan de ongehuwde
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
disposition n'a été adoptée. Pourquoi? Ces demandes de réformes
seraient-elles illégitimes?
Quel est votre avis sur le fait d'abaisser dans le Code civil la limite
légale de viabilité de 180 jours à 140 jours de gestation ou 22
semaines, ce qui correspond aux critères retenus par l'OMS pour tenir
compte de la réalité biologique, et de prévoir la possibilité, selon le
souhait des parents, pour les enfants mort-nés avant les 180 jours
(enfants entre 3 et 6 mois), de mentionner le nom de famille de
l'enfant sur la déclaration d'enfant sans vie, ce qui n'entraîne aucune
conséquence juridique pour l'enfant, ainsi que son nom et son
prénom au cimetière sur une tombe individuelle?
Par ailleurs, ne peut-on prévoir la possibilité pour le père non marié de
reconnaître son enfant mort-né dans ce contexte de modification des
règles concernant ces enfants mort-nés?
vader de mogelijkheid te bieden
om zijn levenloos geboren kind te
erkennen?
02.02 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame la présidente,
madame Gerkens, votre question nous confronte à deux
problématiques différentes.
À partir de quelle limite un enfant doit-il être déclaré viable, alors qu'il
est né sans vie, et bénéficier, dès lors, des dispositions de l'article
80bis du Code civil relatives à la déclaration auprès de l'état civil et au
droit d'être inhumé ou incinéré comme tout autre défunt?
Les foetus en dessous de cet âge de viabilité devraient pouvoir
bénéficier d'une sépulture et/ou d'une crémation organisée par les
communes avec des funérailles dignes et les parents devraient avoir
la possibilité de donner un prénom à l'enfant, alors que cette
possibilité n'existe pas actuellement, sauf si l'enfant est né vivant.
La perte d'un enfant durant la grossesse est une épreuve très
douloureuse pour les parents qui la subissent. Dans le travail de deuil
et de reconstruction qu'ils sont amenés à accomplir, la déclaration
d'état civil de leur enfant de même que l'octroi d'un nom et d'un
prénom et la reconnaissance sociale de cet enfant sont des
démarches essentielles pour leur permettre de lentement guérir de
cette souffrance et d'intégrer cet enfant dans la vie familiale en lui
donnant une identité.
La limite de viabilité est donc fixée à 180 jours, 28 semaines de
gestation, autrement dit les six mois auxquels vous faites référence.
Seules la Flandre et Bruxelles obligent les communes à prévoir une
parcelle spéciale dans les cimetières pour que les foetus y soient
inhumés ou incinérés si les parents le demandent.
La médecine périnatale a énormément évolué dans les dernières
décennies et a permis à des enfants nés avant six mois de gestation
d'être maintenus en vie. Cependant, ces enfants courent des risques
énormes tant au niveau de leur survie qu'au niveau de leur
développement psychomoteur et beaucoup de grands prématurés
demeurent handicapés ou présentent un retard important.
Des études médicales réalisées sur les enfants d'âge gestationnel de
22 à 26 semaines montrent une mortalité de deux tiers, 350 sur 525
cas étudiés, dont 203 enfants mort-nés, une grande partie des autres
décès survenant au cours de l'hospitalisation initiale. La mortalité
02.02 Staatssecretaris Melchior
Wathelet: Foetussen die geboren
worden voor ze levensvatbaar zijn,
zouden recht moeten hebben op
een door de gemeente ingerichte
begrafenis en/of crematie, en op
een waardige plechtigheid, en de
ouders
zouden
over
de
mogelijkheid moeten beschikken
om het kind een voornaam te
geven.
De levensvatbaarheidsgrens ligt
op 180 dagen. Alleen Vlaanderen
en
Brussel
verplichten
de
gemeenten om op de kerkhoven in
een bijzonder perceel te voorzien
teneinde de foetussen daar te
begraven
of
hun
stoffelijk
overschot in geval van crematie
daar te bewaren, indien de ouders
daar om vragen.
Gezondheidswerkers
koesteren
een grote vrees voor de mogelijke
impact van een wetswijziging op
de ouders van vroeggeborenen
tussen 22 en 28 weken. Als de
levensvatbaarheid uit juridisch
oogpunt erkend wordt, dan wordt
het nog moeilijker om het
overlijden of de handicap van het
kind te aanvaarden; dan zouden
de ouders blijven aandringen op
het in leven houden van hun kind
tegen het medisch advies in en
zou het aantal gehandicapte
kinderen nog toenemen.
Het hele gebeuren rond de dood
van
die
kinderen
moet
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
infantile augmente de façon très marquée en dessous de 32
semaines et un tiers des enfants nés avant 28 semaines décèdent
avant l'âge d'un an.
Une crainte importante provenant des professionnels de la santé est
l'impact qu'aurait un changement législatif sur les parents d'enfants
nés entre 22 et 28 semaines: difficulté encore plus grande d'accepter
le décès ou le handicap si sa viabilité est reconnue d'un point de vue
juridique, demande d'acharnement thérapeutique alors que l'avis
médical serait négatif et les chances d'évolution normale seraient très
faibles sinon nulles et, dès lors, difficulté encore plus grande à
admettre l'échec de la part du corps médical, hausse du nombre
d'enfants handicapés causée par la grande prématurité, banalisation
des naissances prématurées à 28 semaines alors que ces enfants
présentent jusqu'à 32 semaines et même jusqu'à 36 ou 37
semaines des risques de déficiences et de mortalité toujours très
importants.
Depuis 2002, trois propositions de loi ont été déposées dans le sens
d'un abaissement du seuil de viabilité de l'enfant à 140 jours au lieu
de 180 c'est le chiffre que vous citez dans votre question et c'est
également celui de l'OMS soit 22 semaines. Elles proposent
également de permettre aux parents de donner un nom et un prénom
à l'enfant dans un registre spécial, de permettre également au père
non marié de reconnaître son enfant et de garantir que les foetus
mort-nés avant cette limite de viabilité pourront être inhumés ou
incinérés à la demande des parents et qu'une parcelle dans chaque
cimetière leur soit réservée.
Que penser de tout cela et comment le traduire d'un point de vue
législatif en fonction des éléments que je viens d'évoquer? L'évolution
de la médecine et de la néonatologie est exceptionnelle et il faut la
saluer, mais faut-il pour autant donner l'impression à la population,
par un changement législatif significatif, que tout est possible en
matière de seuils de viabilité et surtout d'évolution harmonieuse de
l'enfant, tant pour lui, pour ses parents que pour la société tout
entière. Les chiffres relevés plus haut sont impressionnants à cet
égard, même s'il ne s'agit que de statistiques.
Qu'il faille humaniser ce qui entoure la mort de ces enfants, qu'il faille
reconnaître le deuil qui touche ces familles et leur besoin d'être
reconnus comme parents, c'est indéniable.
Nous proposons que cette humanisation passe par:
- donner un prénom à l'enfant né sans vie à partir de 22 semaines ou
même 15 semaines;
- permettre l'inhumation ou l'incinération de l'enfant à partir de 22
semaines ou même 15 semaines;
- ordonner aux communes de permettre la sépulture de foetus plus
jeunes sur demande des parents.
Faut-il pour autant faire application de la résolution de l'OMS à cet
égard et modifier la loi pour rencontrer la situation de ces enfants nés
entre 22 et 28 semaines ou entre 20 et 26 semaines de conception,
comme une majorité de pays européens? Faut-il descendre le seuil
de viabilité de l'enfant avec toutes les conséquences que cela
entraînerait sur les plans civil et social? Je pense qu'il faut y réfléchir
au point de vue législatif.
ontegenzeglijk op een menselijker
manier worden aangepakt en het
leed dat die gezinnen doormaken,
moet beslist erkend worden.
Wij
stellen
voor
aan
die
humanisering te werken door
levenloos geboren kinderen een
voornaam te geven en ze te
begraven of verassen vanaf 22
weken of zelfs 15 weken; de
gemeenten zouden verplicht zijn
op vraag van de ouders het
begraven van jongere foetussen
toe te laten. Anderzijds denk ik
dat men moet nadenken over het
wetgevend standpunt bij de
toepassing van de resolutie van de
WHO en de wetswijziging om
tegemoet te komen aan de situatie
van de kinderen die tussen 22 en
28 weken geboren worden.
We hebben beslist dat we in de
loop van het derde kwartaal op het
kabinet voor het Gezinsbeleid een
vergadering zullen organiseren
met artsen, psychologen en
verpleegsters om vanuit een
wetgevend
standpunt
de
implicaties van het rouwproces na
het overlijden van een ongeboren
kind te bestuderen.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
À cet égard, et pour être le plus possible informé des éléments
médicaux, psychologiques et symboliques de la problématique, nous
avons décidé d'organiser au cabinet de la Politique des Familles une
rencontre avec des médecins, psychologues et infirmières dans le
courant de ce dernier trimestre, pour étudier les implications d'un
point de vue législatif de cette amélioration du deuil dû au décès d'un
enfant en gestation.
02.03 Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): La première urgence consiste
à permettre aux familles de faire correctement leur deuil de l'enfant,
avec une tombe sur laquelle sont inscrits son nom et son prénom.
Après six mois de grossesse, il s'agit d'un enfant mort-né et non d'un
déchet biologique ou d'une pièce anatomique. Je suis d'accord avec
vous sur le fait que descendre la limite légale de viabilité à 140 jours
plutôt que 180 jours nécessite une vraie réflexion associant différents
acteurs.
Je considère pour ma part qu'après six mois de grossesse, c'est un
enfant qu'on perd, dont on fait le deuil. Cependant, je pense comme
vous qu'il ne faut pas que découle de là un acharnement pour que
l'enfant vive à tout prix dès ce moment, même si le taux de vie à plus
long terme est nul ou comporte de gros handicaps.
Je me permettrai de vous interroger à nouveau en janvier, à moins
que des communications soient faites auparavant, afin de connaître
les résultats de cette rencontre.
02.03 Muriel Gerkens (Ecolo-
Groen!): Het meest dringende is
het voor de gezinnen mogelijk te
maken hun rouwproces behoorlijk
te beleven. Ik ben het eens met u
over het feit dat de wettelijke
leefbaarheidslimiet van 180 dagen
naar 140 naar beneden halen echt
denkwerk vraagt waarbij de
verschillende actoren betrokken
zijn.
Ik
zal
u
in
januari
desgevallend
opnieuw
ondervragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Flor Van Noppen aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse
Zaken over "de ronselpraktijken van de Marokkaanse geheime dienst" (nr. 7315)
03 Question de M. Flor Van Noppen au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur "les
pratiques de racolage des services secrets marocains" (n° 7315)</b>
03.01 Flor Van Noppen (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik wil vooraf duidelijk stellen dat de vragen niet zijn
ingegeven door racisme, maar door de overtuiging dat zaken als deze
helemaal niet kunnen.
In Nederland werd onlangs een politieagent van Marokkaanse origine
ontslagen, nadat bleek dat hij spionagewerk verrichte voor de
Marokkaanse geheime dienst. In essentie verzamelde hij informatie
over Marokkanen en Nederlanders van Marokkaanse origine. Hij gaf
die informatie door aan de Marokkaanse geheime dienst.
Daarenboven blijkt dat prominente Nederlanders van Marokkaanse
origine worden geronseld voor de Marokkaanse overheid en/of
geheime dienst. Het gaat hier om personen met een zekere invloed in
de publieke ruimte die die invloed zouden kunnen aanwenden om een
positief beeld van Marokko op te bouwen.
Vlaams parlementslid Chokri Mahassine kreeg hetzelfde aanbod van
de Marokkaanse overheid. Hij kreeg dit is blijkbaar de bestaande
procedure een uitnodiging om naar Rabat af te zakken. Dat is dus
het betere lobbywerk. Mahassine ziet daarin overigens geen
probleem. Voor België, Vlaanderen en Limburg doet hij net hetzelfde.
Dergelijk lobbywerk is weliswaar niet verboden. Dat de heer
03.01 Flor Van Noppen (N-VA):
Aux Pays-Bas, un agent de police
d'origine marocaine a été licencié
récemment parce qu'il menait des
missions d'espionnage pour les
services secrets marocains. Les
autorités
marocaines
tentent
également de convaincre les
personnalités
néerlandaises
d'origine marocaine d'exercer des
pressions en faveur du Maroc. Le
parlementaire flamand M. Chokri
Mahassine a également reçu une
telle proposition et n'y voit pas de
problème.
Le ministre est-il informé de telles
pratiques? Demandera-t-il une
enquête pour savoir si les
fonctionnaires
belges
sont
également approchés par les
services secrets marocains? Aura-
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
Mahassine zijn werk als democratisch verkozen en gemandateerd
parlementslid in België, Vlaanderen en Limburg van dezelfde orde
beschouwd als lobbywerk voor de Marokkaanse staat, roept natuurlijk
wel de nodige vragen op over de deontologie en het respect voor de
democratisch structuren.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Bent u op de hoogte van dergelijke praktijken van de Marokkaanse
overheid en de Marokkaanse geheime dienst? Acht u het mogelijk dat
ambtenaren van de Belgische Staat op dezelfde manier worden
ingeschakeld door de Marokkaanse geheime dienst?
Hebt u de intentie om een onderzoek in te stellen naar dergelijke
praktijken bij Belgische publieke functionarissen?
Wat is uw visie op dergelijke praktijken door de Marokkaanse
overheid en de Marokkaanse geheime dienst? Zult u hierover een
onderhoud hebben met de vertegenwoordigers van de Marokkaanse
staat in België?
t-il un entretien à ce sujet avec les
représentants
du
Maroc
en
Belgique?
03.02 Minister Jo Vandeurzen: Geachte collega, ik wil eerst
verwijzen naar de desbetreffende wetgeving, meer bepaald naar
artikel 7 van de organieke wet van 30 november 1998, met betrekking
tot de inlichtingen en de staatsveiligheid. Ik citeer: "De Veiligheid van
de Staat heeft als taak om die inlichtingen te onderzoeken, te
analyseren en te behandelen die betrekking hebben op elke activiteit
die de interne veiligheid van de staat bedreigt of zou kunnen
bedreigen, alsook de handhaving van de democratische en
grondwettelijke orde."
Deze taak dekt volgens artikel 8 van dezelfde wet, ik citeer opnieuw:
"elke activiteit die individueel of collectief ontplooid wordt in het land of
vanuit het buitenland en die betrekking kan hebben op spionage,
inmenging, enzovoort, hierin begrepen het verspreiden van
propaganda, het aanmoedigen, het direct of indirect ondersteunen,
bijvoorbeeld door het ter beschikking stellen van financiële,
technische of logistieke middelen, het leveren van informatie met
betrekking tot potentiële doelen, het ontwikkelen van structuren en
van potentiële activiteiten en de realisatie van de beoogde
doelstellingen."
Een van de wettelijke taken van de Veiligheid van de Staat is dus de
spionage of de inmengingsactiviteiten te volgen die door een land
worden ontplooid op ons territorium.
Indien uit een dossier blijkt dat een bepaalde staat op het Belgisch
grondgebied vijandelijke activiteiten van inlichtingen ontplooit, zal de
Veiligheid van de Staat zich kwijten van haar opdracht door de
minister van Justitie daarvan in te lichten en, desgevallend, de
minister van Buitenlandse Zaken of de gerechtelijke overheden.
Belangrijk is het om op te merken dat normaal gesproken wordt
aanvaard dat een diplomaat in de officiële uitoefening van zijn functie
contact neemt met de autoriteiten van het gastland om de belangen
van zijn land te verdedigen en te beschermen. Dat gebeurt op
openlijke wijze. Die gang van zaken wordt echter een probleem indien
diezelfde activiteiten worden uitgevoerd door officieren van de
03.02 Jo Vandeurzen, ministre:
En vertu des articles 7 et 8 de la
loi organique du 30 novembre
1998, l'une des missions de la
Sûreté de l'État est d'analyser
toute activité d'espionnage ou
d'ingérence qu'un pays étranger
exercerait sur notre territoire.
Lorsque des activités hostiles
exercées par un État tiers sont
découvertes dans notre pays, la
Sûreté de l'État en informera le
ministre de la Justice et également
le ministre des Affaires étrangères
et les autorités judiciaires si
nécessaire.
Un problème se pose lorsque non
pas un diplomate mais des agents
du service des renseignements
par exemple prennent contact
avec les autorités du pays
d'accueil. Je ne puis vous donner
davantage de détails en vertu de
la loi relative à la classification et
aux habilitations de sécurité.
La Sûreté de l'État doit contrôler
toute
collaboration
éventuelle
entre un fonctionnaire belge et un
service étranger. La loi permet une
répression efficace de tels faits. Je
suis convaincu que la Sûreté de
l'État prend à coeur l'examen de
telles pratiques. Un pays qui se
rend ainsi coupable d'ingérence
dans le pays d'accueil donne un
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
inlichtingendienst of door personen die zij op een clandestiene wijze
manipuleren.
Het is niet mogelijk om nauwkeuriger te antwoorden op vragen inzake
de duidelijk omschreven activiteiten die door de Veiligheid van de
Staat worden ontplooid ten opzichte van een specifieke staat.
Dergelijke inlichtingen vallen onder de wet van 11 december 1998 op
de classificaties en de veiligheidsmachtigingen.
De theoretische mogelijkheid bestaat dat een ambtenaar van de
Belgische staat uit eigen wil of onbewust samenwerkt met een
vreemde dienst. Om die redenen is de Veiligheid van de Staat door de
wet belast met het waken over die problematiek.
Op te merken is dat de wetgeving het mogelijk maakt om een
ambtenaar die zich aan zulke feiten schuldig maakt, efficiënt te
straffen. Er is het personeelstatuut, en in het bijzonder het koninklijk
besluit van 2 oktober 1937 houdende statuut van het Rijkspersoneel,
dat voorziet in disciplinaire sancties die kunnen gaan tot aan het
ontslag. Er zijn de artikelen 246 en 247 van het Strafwetboek
betreffende sancties zowel ten opzichte van personen die trachten
ambtenaren om te kopen, als van ambtenaren die zich laten
omkopen. Artikel 548 van het Strafwetboek voorziet in een straf voor
de schending van het beroepsgeheim. Ten slotte voorzien de
artikelen 118, 119 en 120 quinquies van het Stafwetboek dat
eenieder, ambtenaar of niet, die aan een vreemde mogendheid
inlichtingen verstrekt betreffende de externe veiligheid van de staat,
vatbaar is om gestraft te worden met een gevangenisstraf van tien tot
vijftien jaar, volgens artikel 135bis van het Strafwetboek.
Zoals reeds aangehaald in mijn antwoord, is het juist een van de
wettelijke opdrachten en taken van de Veiligheid van de Staat om
dergelijke praktijken te onderzoeken. Tot nader order heb ik er het
volste vertrouwen in dat de Veiligheid van de Staat, binnen de perken
van zijn mogelijkheden, die taken ook inderdaad opvolgt. Trouwens,
in het verleden werden reeds Belgische ambtenaren voor dergelijke
feiten veroordeeld.
Algemeen genomen is het feit dat een land zich bezighoudt met
activiteiten van vijandige inlichtingen of met inmenging in een land
waarmee
het
diplomatieke
betrekkingen
onderhoudt,
een
onvriendschappelijk gebaar. In dat opzicht lijkt het belangrijk om
eraan te herinneren dat de diplomatieke onschendbaarheid als
essentieel doel heeft om de efficiëntie van de officiële missies van
vertegenwoordiging van een staat te verzekeren ten opzichte van het
gastland. De diplomatieke onschendbaarheid heeft zeker niet als doel
om spionage of inmengingactiviteiten in het gastland door zijn
soevereiniteit aan te tasten, toe te dekken.
In de veronderstelling dat personen die worden gedekt door de
diplomatieke onschendbaarheid, betrokken zouden zijn in dat soort
van activiteiten, kunnen verschillende maatregelen worden genomen
die vallen onder de bevoegdheid van de minister van Buitenlandse
Zaken. Indien het geval zich voordoet, zou ons land een terugkeer
van die individuen naar het land van oorsprong kunnen vragen,
waarbij desgevallend de ambassadeur van het betrokken land wordt
geconvoceerd.
signal
hostile.
L'inviolabilité
diplomatique a pour seul but de
préserver la mission officielle de
représentation et en aucun cas de
masquer
des
activités
d'espionnage.
Lorsque
des
personnes
bénéficiant
de
l'immunité
diplomatique sont impliquées dans
de telles affaires, le ministre des
Affaires étrangères peut prendre
différentes mesures. Notre pays
pourrait exiger un retour au pays
d'origine.
Autre
option
envisageable:
demander au pays d'origine la
levée de l'immunité diplomatique
pour permettre les poursuites
judiciaires. Dans les cas graves, la
personne concernée peut être
déclarée "persona non grata" et
éloignée du territoire.
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Indien de betrokkenen onder de dekmantel van de diplomatieke
onschendbaarheid opereren, kan worden overwogen om bij het land
van oorsprong de opheffing van de diplomatieke onschendbaarheid te
vragen, opdat de gerechtelijke overheden tot vervolging in België
zouden kunnen overgaan.
In geval van weigering van de opheffing van de diplomatieke
onschendbaarheid of in heel ernstige gevallen kan de betrokken
persoon persona non grata worden verklaard en van het grondgebied
van het Rijk worden verwijderd.
03.03 Flor Van Noppen (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw uitgebreide antwoord.
Ik hoop dat in de toekomst dergelijke praktijken goed in het oog zullen
worden gehouden. Ik twijfel immers aan de goede bedoelingen van de
buitenlandse spionagediensten.
03.03 Flor Van Noppen (N-VA):
J'espère en tout cas qu'à l'avenir,
ce genre de pratiques sera tenu à
l'oeil.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het voorstel van de procureur-generaal bij het hof van beroep te
Antwerpen" (nr. 7244)
04 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la proposition du procureur général près la Cour d'appel d'Anvers" (n° 7244)</b>
04.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de mercuriale van procureur-generaal Liégeois
van Antwerpen heeft mijn aandacht getrokken. Daarin staan heel wat
zaken, maar ik beperk mijn vraag nu tot een onderdeel. Dat betekent
niet dat andere voorstellen en suggesties van de procureur-generaal
aan mijn aandacht zouden ontsnappen of dat ik ze niet belangrijk
vind, maar ik denk dat de hele mercuriale wel het voorwerp kan
vormen van de beleidsverklaring en de bespreking daarvan in de
begroting. Ik zal daarop later terugkomen.
Wat het meest mijn aandacht trok in de mercuriale, is toch het
voorstel van de procureur-generaal dat de parketten ruimere
bevoegdheden zouden moeten krijgen om minnelijke schikkingen,
dadingen te treffen gedurende en na afloop van gerechtelijke
onderzoeken met betrekking tot sociale en fiscale fraudedossiers.
Mijnheer de minister, u hebt de mercuriale ongetwijfeld gelezen. Kunt
u die onderschrijven? Kunt u die op enige wijze in uw beleid
inpassen? Kan dat worden gerealiseerd, eventueel zelfs nog tijdens
deze legislatuur?
Ik heb u onlangs een schriftelijke vraag met betrekking tot het aantal
verjaringen in fiscale dossiers en financiële zaken gesteld. Ik denk dat
er toch een overlapping is met wat de procureur-generaal van het hof
van beroep van Antwerpen bedoelt. Het gaat hier toch om een
maatschappelijk prangende kwestie. Vandaar dat ik u hierover
specifiek wil ondervragen, om te peilen naar uw bereidheid om dit in
uw beleid in te passen.
04.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
La
mercuriale
du
procureur général d'Anvers, M.
Liégeois,
en
particulier
sa
proposition visant à habiliter les
parquets
à
prononcer
des
transactions dans les dossiers de
fraude fiscale et sociale, a attiré
mon
attention.
Le
ministre
souscrit-il à cette proposition et
pense-t-il pouvoir la mettre en
pratique
sous
la
législature
actuelle? Le grand nombre de
prescriptions dans des dossiers
fiscaux est en effet une plaie
sociale.
04.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Schoofs, ik heb de mercuriale inderdaad gelezen. Het voorstel om de
04.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Cette proposition contenue dans la
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
mogelijkheden van vereenvoudigde en versnelde afdoening van een
strafproces te verruimen door het afsluiten van een minnelijke
schikking gedurende en na afloop van een gerechtelijk onderzoek,
onder andere met betrekking tot sociale en fiscale fraudedossiers,
staat in punt III.11 van het actieplan 2008-2009 van het college voor
de strijd tegen de fiscale en sociale fraude.
Het actieplan werd op 2 juli 2008 voorgesteld en goedgekeurd door
het Ministerieel Comité voor de Strijd tegen de Fiscale en Sociale
Fraude. De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie
van de Fraudebestrijding, is voorzitter van dit college.
Het voorstel werd destijds, in mei 2007, geformuleerd door het
College van procureurs-generaal in haar memorandum aan de
regering en werd herhaald door de procureur-generaal van Antwerpen
in zijn mercuriale van september laatstleden.
De minister van Justitie en de staatssecretaris voor de Coördinatie
van de Fraudebestrijding hebben een gunstig standpunt ingenomen
ten opzichte van het voorstel, waarvoor uiteraard nog wel wat
technische en principiële knopen moeten worden doorgehakt, onder
andere in het overleg met de verenigingen en vertegenwoordigers van
de onderzoeksrechters.
Er is een brede consensus ten gronde om dit voorstel te laten
doorgaan en de modaliteiten ter zake te bepalen. Het is de bedoeling
om dit nog tijdens deze zittingsperiode te realiseren.
dernière
mercuriale
du
PG
d'Anvers figure également au point
III.11 du plan d'action 2008-2009
du Collège pour la lutte contre la
fraude fiscale et sociale. Ce plan a
été approuvé le 2 juillet 2008 par
le Comité ministériel pour la lutte
contre la fraude fiscale et sociale
qui est présidé par le secrétaire
d'État Devlies.
Tant le secrétaire d'État que moi-
même sommes attachés à cette
proposition qui a été initialement
formulée par le Collège des
procureurs généraux. Il nous reste
à régler bon nombre de problèmes
techniques et de principe mais il y
a un large consensus en faveur
d'une mise en oeuvre de cette
proposition
sous
l'actuelle
législature.
04.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij verwachten dan dat dit tijdens deze
legislatuur kan worden gerealiseerd. Ik denk niet dat het de bedoeling
van iemand is om de witteboordencriminaliteit uit de rechtbanken te
houden door minnelijke schikkingen te treffen. Gezien het feit dat er
geregeld ophefmakende fiscale dossiers en strafzaken verjaren
althans, dat is toch mijn perceptie is het nodig dat een en ander
wordt aangepakt. Als zou blijken dat Justitie niet alleen ziek is in het
bedje van de fraudedossiers, maar dat het om een hele
ziekenhuisvleugel gaat, moet dit inderdaad prioriteit krijgen. U hebt
het zelf gezegd. Het is meermaals ter sprake gekomen en het zou
dan ook een van de prioriteiten van Justitie moeten zijn. Ik kijk dan
ook uit naar initiatieven die u ter zake zult nemen, mijnheer de
minister.
04.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Les prescriptions de
dossiers fiscaux et d'affaires
pénales ayant défrayé la chronique
sont monnaie courante. Par
conséquent,
la
Justice
doit
accorder la priorité à ce dossier.
Je suis curieux de voir quelles
autres
initiatives
prendra
le
ministre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de invoering van boetevervangende werkstraffen" (nr. 7378)
05 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'instauration de peines de travail subsidiaires en cas d'amende"
(n° 7378)</b>
05.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in de beleidsnota Justitie wordt gepleit voor een
betere invordering van de penale boetes. De problematiek is in deze
commissie al een aantal keren aan bod gekomen.
Naar aanleiding van mijn schriftelijke vraag in juli van dit jaar, hebt u
05.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La note de politique
générale de la Justice contient un
plaidoyer en faveur d'un meilleur
recouvrement
des
amendes
pénales. En juillet, le ministre avait
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
verklaard dat er begonnen zal worden met een betere samenwerking
met de FOD Financiën. In uw antwoord haalt u aan dat de gebrekkige
invordering te wijten is het hoge aantal veroordeelden dat eerder
insolvabel is en dat de stok achter de deur, de boetevervangende
gevangenisstraf,
niet
meer
bestaat.
Gezien
de
huidige
capaciteitsproblemen van onze penitentiaire instellingen, is het niet
aangewezen om die boetevervangende gevangenisstraf hic et nunc
opnieuw in te voeren.
Toch pleit ik ervoor om maatregelen te vinden die vermijden dat
penale boetes onbetaald en misdrijven onbestraft blijven. Een
mogelijkheid zou kunnen zijn om bij niet-betaling van een geldboete
een boetevervangende werkstraf op te leggen, dus niet meer
automatisch de boetevervangende gevangenisstraf die nog altijd
wordt uitgesproken, maar niet meer uitgevoerd.
Hebt u deze mogelijkheid al onderzocht om boetevervangende
werkstraffen op te leggen als penale boetes niet worden betaald. Is dit
idee volgens u haalbaar?
déclaré, en réponse à une
question écrite, que le mauvais
fonctionnement du recouvrement
était dû à l'insolvabilité des
personnes condamnées. En outre,
la
peine
d'emprisonnement
subsidiaire n'est pas dissuasive
car elle n'est pas exécutée. Ne
pourriez-vous pas examiner la
possibilité d'appliquer des peines
de travail se substituant aux
amendes pénales en cas de non-
paiement de ces amendes?
05.02 Minister Jo Vandeurzen: Geachte collega, ik heb reeds bij mijn
aantreden beklemtoond dat de strafuitvoering een essentieel
onderdeel is van het vervolgingsbeleid. Het kan niet zijn dat de politie,
het parket en de zetelende magistratuur enorme inspanningen
leveren om dan vast te stellen dat finaal de straf niet wordt uitgevoerd.
Er moet te allen tijde worden vermeden dat een bepaalde vorm van
straffeloosheid
wordt
gecreëerd
en
dit
zowel
wat
de
gevangenisstraffen betreft als de geldboetes.
Indien een verdachte aan de rechter te kennen geeft dat hij
bijvoorbeeld niet over de financiële mogelijkheden beschikt om een
geldboete te betalen, kan er worden gevraagd om een werkstraf te
krijgen als sanctie in plaats van een geldboete. Het opleggen van een
werkstraf veronderstelt in een of andere vorm de medewerking en
instemming van de betrokkene. Immers, als hij niet akkoord gaat, kan
hij onmogelijk worden gedwongen om bepaalde prestaties te leveren
in het raam van de werkstraf en wordt dan, als stok achter de deur,
steeds in een vervangende gevangenisstraf voorzien, voor het geval
de werkstraf niet wordt uitgevoerd. Als een werkstraf wordt opgelegd,
wordt steeds eerst een maatschappelijk onderzoek gevoerd om na te
gaan of de betrokkene wel in aanmerking komt voor het opleggen van
een werkstraf. Het opleggen van een werkstraf veronderstelt dan ook
medewerking en de nodige voorbereiding.
De creatie van een boetevervangende werkstraf voor het geval de
penale boete niet wordt betaald, is op dit moment om een aantal
redenen niet zo zinvol. Zoals gezegd, kan de verdachte voordien al
aan de rechter om de oplegging van een werkstraf verzoeken. Verder
veronderstelt dit ook, zoals ik al heb aangegeven, een zekere vorm
van medewerking van de verdachte of de veroordeelde. Als hij weigert
om de werkstraf uit te voeren, staan we geen stap verder en zouden
we terug moeten vallen, opnieuw, op de vervangende gevangenisstraf
en dit voor een werkstraf die ook al in vervanging staat voor een
pecuniaire sanctie.
Ten slotte vraagt uw voorstel enorme extracapaciteit van
manschappen en middelen in de FOD Justitie, vooral voor de
justitiehuizen. Op heden worden jaarlijks al om en bij de 10.000
05.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il
importe
que
les
peines
prononcées soient exécutées. Il
faut éviter l'impunité. Si un
prévenu fait savoir au juge qu'il ne
dispose pas de moyens financiers
suffisants pour payer une amende,
il peut toujours lui demander de lui
faire effectuer une peine de travail
subsidiaire.
Toutefois,
cela
requiert toujours la collaboration
de la personne condamnée ainsi
que la réalisation d'une enquête
sociale préalable. Et à titre de
moyen de pression est toujours
prévue
la
possibilité de
lui
appliquer
une
peine
d'emprisonnement
subsidiaire.
Mais
prévoir
la
possibilité
d'appliquer une peine de travail se
substituant à une amende pénale
impayée n'a pas beaucoup de
sens
car
si
la
personne
condamnée refuse d'exécuter sa
peine de travail, nous ne serons
pas avancés. De plus, cette
proposition supposerait d'avoir à
notre disposition une énorme
capacité
supplémentaire
en
moyens humains et matériels, en
particulier pour les maisons de
justice.
À ce jour, quelque 10.000 peines
de
travail
sont
infligées
annuellement. La mise en place
d'une peine de travail substitutive
à une amende requerrait une
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
werkstraffen opgelegd. Als er een boetevervangende werkstraf zou
worden gecreëerd, zou dit een explosie van de middelen en het aantal
werkstraffen betekenen zonder dat dit in verhouding staat tot het
uiteindelijke doel.
Ik denk dan ook dat wij andere pistes dan een boetevervangende
werkstraf moeten bewandelen, en zoals eerder aangehaald, zijn wij
op dit moment bezig dat grondig te analyseren en mag u verwachten
dat ik binnen niet al te lange termijn met voorstellen zal komen en dat
onder meer al naar aanleiding van de beleidsnota 2009.
explostion de moyens et des
peines de travail disproportionnées
par rapport à l'objectif poursuivi.
05.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik
dank de minister. Ik heb geen repliek.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "een eenvoudiger rechtstaal" (nr. 7413)
- mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de rechtstaal" (nr. 7904)
06 Questions jointes de
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "un langage juridique plus simple" (n° 7413)<br>- Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le langage judiciaire" (n° 7904)</b>
06.01 Clotilde Nyssens (cdH): Tout d'abord, je remercie ma
collègue de m'accorder la préséance. Monsieur le ministre, je
voudrais vous interroger sur le langage judiciaire, un langage souvent
difficile à comprendre pour les justiciables. Les actes judiciaires qui
leur sont adressés, notamment par des huissiers de justice,
pourraient être formulés dans un langage plus compréhensible.
Je souhaite attirer votre attention sur un projet de protocole d'accord
élaboré par la Chambre nationale des huissiers de justice et la
ministre de la Justice précédente en vue de résoudre ces problèmes
de compréhension. Ce projet de protocole comportait des points
intéressants, notamment des annexes proposant sept modèles
d'actes revus comme la citation, la signification, le commandement de
payer, disponibles dans les trois langues officielles du pays.
La Chambre nationale des huissiers de justice, qui à l'époque y avait
beaucoup travaillé, était prête à prendre des dispositions pour que ces
modèles soient utilisés. Ces modèles étaient susceptibles d'être
adaptés en fonction des cas d'espèce et des lieux, en cas de besoin.
Il me semble que tout ce travail mérite d'être employé au bénéfice des
justiciables.
Monsieur le ministre, avez-vous connaissance de ce travail réalisé par
les huissiers de justice? Avez-vous eu des contacts avec la Chambre
nationale pour poursuivre le travail en vue de la signature éventuelle
dudit protocole ou d'une autre façon d'utiliser le travail accompli, étant
donné qu'on peut lire dans vos notes de politique générale que le
langage judiciaire est une priorité?
06.01 Clotilde Nyssens (cdH):
Het gerechtelijk jargon is vaak
maar moeilijk verstaanbaar voor
de rechtzoekenden. Een ontwerp
van protocolakkoord dat werd
opgesteld om dat probleem op te
lossen,
bevatte
een
aantal
interessante
voorstellen,
waaronder
een
reeks
modelformulieren die in de drie
landstalen beschikbaar zijn. De
Nationale
Kamer
van
gerechtsdeurwaarders was bereid
het nodige te doen opdat de
gebruikte
modellen
zouden
worden aangepast aan de casus
en de plaats. Heeft u kennis van
dat door de gerechtsdeurwaarders
geleverde werk? Heeft u contact
opgenomen met de Nationale
Kamer om dat werk voort te zetten
met het oog op de ondertekening
van het protocol of om verder te
bouwen op de bereikte resultaten?
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte 06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
collega, juridische bijstand is als onderdeel van toegang tot het
gerecht een essentieel element. Zoals u weet, heb ik in 2008 reeds de
puntenlijst aangepast aan de verschillende recente wetgevingen,
zoals de nieuwe echtscheidingswet en de vreemdelingenwet.
Daarenboven heb ik voor de begroting 2008 een verhoging bekomen
van 10% van de middelen hiervoor. Ook bij de begrotingsbespreking
voor 2009 heb ik een belangrijke verhoging kunnen bekomen.
De toegang tot het recht verbeteren vraagt een optimalisatie van de
toegankelijkheid voor de burger in alle opzichten. Een beter begrip
van de rechtstaal draagt daar ongetwijfeld toe bij. De rechtstaal kan
veel duidelijker, en dat is onze betrachting. Het federaal plan
Armoedebestrijding voorziet in de samenwerking met de bevoegde
staatssecretaris in de oprichting van een werkgroep teneinde de
rechtstaal te democratiseren, vanuit de bekommernis de rechtstaal
toegankelijker en minder stigmatiserend te maken voor minder
kansrijken in onze samenleving.
De besprekingen daarover zijn volop bezig. De vereenvoudiging van
de rechtstaal zal alleszins worden meegenomen in de
beleidsprioriteiten voor 2009. Inmiddels volg ik met interesse de
initiatieven van de lokale juridische entiteiten om klare en heldere taal
met de burgers te spreken. Ik kan verwijzen naar de prijs die het
Bureau voor Juridische Bijstand van Antwerpen op 24 september van
de Vlaamse Juristenvereniging mocht ontvangen.
L'assistance juridique est une
composante essentielle de l'accès
à la justice. En 2008, la liste de
points a déjà été adaptée aux
diverses nouvelles lois. Pour le
budget 2008, j'ai obtenu à cet effet
une augmentation de 10% et, pour
le budget 2009, l'augmentation
sera très importante également.
Nous créerons un groupe de
travail que nous chargerons de
rendre le langage juridique plus
accessible
aux
personnes
appartenant
aux
miieux
socialement
défavorisés.
La
simplification du langage juridique
sera l'une des priorités politiques
de 2009. En attendant, je prêterai
attention à toutes les initiatives
locales en la matière.
Complémentairement, je préciserai ceci en réponse à votre question.
J'ai effectivement prêté attention au projet de protocole entre la
Chambre nationale des huissiers de justice et l'ancien cabinet relatif à
la simplification du langage judiciaire et aux modèles qu'il contient. Il
n'y a pas encore eu de contact direct entre le SPF Justice et les
huissiers de justice en la matière. Suite à votre question, j'en prendrai
l'initiative et j'en parlerai de manière explicite dans ma note de
politique générale 2009.
Het ontwerp van protocol tussen
de
Nationale
Kamer
van
Notarissen en het vorige kabinet
over de vereenvoudiging van de
rechtstaal en de modellen die erin
voorkomen is niet aan mijn
aandacht ontsnapt. Er is nog geen
rechtstreeks
contact
geweest
tussen de FOD Justitie en de
gerechtsdeurwaarders.
Ik
zal
daartoe het initiatief nemen en zal
hier duidelijk gewag van maken in
mijn algemene beleidsnota voor
2009.
Mevrouw Vautmans is er niet en dus zal ik mij hiertoe beperken.
06.03 Clotilde Nyssens (cdH): Cette question aura eu le mérite de
provoquer un contact entre votre cabinet et la Chambre nationale des
huissiers de justice. Je vous en remercie.
06.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Deze vraag zal tot positief gevolg
hebben dat er contact zal worden
gelegd tussen uw kabinet en de
Nationale Kamer van notarissen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "EU Verordening tot invoering van een Europese Executoriale Titel
voor niet-betwiste schuldvorderingen" (nr. 7379)
07 Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'ordonnance de l'Union européenne instaurant un titre exécutoire
européen pour les créances non contestées" (n° 7379)</b>
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
07.01 Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de minister, op 21 oktober
2005 trad de EG-verordening tot invoering van een Europese
executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen in werking,
beter bekend als de EET-verordening.
Die EET-verordening moet het mogelijk maken verstekvonnissen
tegen Europese verweerders uit te voeren zonder daarvoor een
beroep te moeten doen op een kostelijke en omslachtige
exequaturprocedure. Deze verordening wordt helaas door de
Belgische rechtbanken en door de rechtsleer op bijzonder
gevarieerde wijze geïnterpreteerd. Er zijn uiteenlopende zienswijzen
over wie een beslissing moet waarmerken als EET, wie het bewijs van
die waarmerking als EET moet afleveren en dat is misschien nog
het belangrijkste of België wel voldoet aan de minimumnormen voor
een heroverweging conform artikel 19 van de verordening.
Het is een interessant probleem omdat de verschillende interpretaties
ook economische gevolgen hebben. Sommige, maar niet alle,
rechtbanken stellen dat niet aan de vereisten van de EET-verordening
is voldaan om een vonnis als EET te waarmerken.
Het gevolg is wel dat bedrijven die hun invordering voor rechtbank X
brengen op basis van de waarmerking als EET hun vonnis wel
goedkoop en gemakkelijk kunnen laten uitvoeren, terwijl bedrijven die
hun invordering voor rechtbank Y brengen dat eventueel niet kunnen
doen en zich moeten beroepen op de dure exequaturprocedure.
Niet alleen tegenover andere Belgische bedrijven maar ook tegenover
buitenlandse bedrijven lijden sommige Belgische bedrijven daardoor
een groot financieel nadeel. Uw voorganger beperkte zich indertijd tot
een vage rondzendbrief die moest helpen om de verordening toe te
passen, maar blijkbaar heeft dat als resultaat dat er toch nog
interpretatiemoeilijkheden zijn.
Mijn eerste vraag is of u op de hoogte bent van de
interpretatiemoeilijkheden die de verordening met zich brengt? Mijn
tweede vraag is of u gelooft dat een wettelijk initiatief ter zake
wenselijk is om alle misverstanden uit de weg te ruimen, zoals dat in
Nederland gebeurde?
07.01 Sarah Smeyers (N-VA): Le
règlement TEE, entré en vigueur
le 21 octobre 2005, doit permettre
l'exécution des jugements par
défaut
sans
procédure
d'exequatur.
Cependant,
en
Belgique, il n'y a pas de
consensus sur l'interprétation de
ce nouveau règlement. Les points
de vue divergent sur la question
de savoir à qui il revient de certifier
une décision en tant que titre
exécutoire européen, qui doit en
fournir la preuve et si la Belgique
satisfait
bien
aux
normes
minimales en cas de réexamen.
Cette
incertitude
a
des
conséquences économiques. En
effet, en fonction du tribunal, les
entreprises concernées peuvent
faire
exécuter
ou
non
la
certification de la décision en tant
que TEE. Si elles ne le peuvent
pas, c'est la procédure coûteuse
de l'exequatur qui doit être suivie.
La vague circulaire de la ministre
précédente n'a manifestement pas
résolu les problèmes.
Le ministre est-il au courant des
problèmes d'interprétation que
suscite ce règlement? Pense-t-il
qu'il serait souhaitable de prendre
une initiative juridique afin de les
résoudre?
07.02 Minister Jo Vandeurzen: Ik ben zeer goed op de hoogte van
de problematiek. U zult merken, als u de databank van de Kamer
nagaat, dat er ooit door mij een schriftelijke vraag is gesteld aan de
toenmalige minister van Justitie over deze problematiek. Ik ken het
probleem dus zeer goed.
Niet alleen in Nederland, ook in Duitsland en Frankrijk zijn er ter zake
wetgevende initiatieven genomen. Ik heb dat grondig laten bestuderen
en ik kan u daar trouwens een vrij technische nota over bezorgen, die
u misschien kan inspireren als u zelf denkt aan een wetgevend
initiatief, om te kijken wat wij kunnen doen.
Het is natuurlijk wel nodig naast de verordening ook de verordening
van 12 december 2006 te bekijken, tot invoering van een Europese
betalingsbevelprocedure, in artikel 20, en de verordening van 11 juli
2000 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe
vorderingen, in artikel 18, die eveneens de procedure van
07.02 Jo Vandeurzen, ministre:
J'ai moi-même, à l'époque, posé
une question écrite à ce sujet.
Aux Pays-Bas, en Allemagne et en
France, des initiatives ont été
prises au plan législatif. Je les ai
fait
examiner
de
manière
approfondie.
Il faut également tenir compte des
règlements européens du 12
décembre 2006 et du 11 juillet
2000, qui traitent également de la
procédure de réexamen.
Le débat est mené à trois niveaux
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
heroverweging bevatten.
Dat is een eerste, belangrijk element, waarbij ik wat langer stilsta. Het
is misschien een technische kwestie, maar u raakt wel een heel
belangrijk punt voor het internationaal rechtsverkeer aan.
Het gaat niet alleen over de EET. Het gaat over minstens drie
plaatsen waar over de Europese regelgeving een soortgelijke
discussie wordt gevoerd, namelijk te weten dat, om het exequatur in
de procedure in het land te kunnen uitstellen, in een procedure van
heroverweging moet zijn voorzien. Het gaat hier dus niet om één
specifiek terrein; de kwestie beslaat meerdere terreinen.
In België zijn er inderdaad verscheidene interpretaties. Er zijn
rechtbanken die oordelen dat wij door het verzet en het hoger beroep
aan de voorwaarden voldoen. Andere oordelen dan weer dat wij er
niet aan voldoen.
Wij zijn de kwestie nu aan het bekijken. Ik verberg echter niet voor u
dat een en ander niet zo eenvoudig is, indien wij, bijkomend bij de
procedure van het verzet en van het hoger beroep, een nieuwe
procedure moeten invoeren, namelijk de procedure van de
heroverweging, Concreet: de zaak komt bij verstek voor. In dat geval
zou het moeten worden toegelaten dat er, behalve het verzet en het
beroep, nog een derde methode is om de discussie te heropenen. Dat
is in ons juridische systeem natuurlijk niet zomaar een klein akkefietje
dat moet worden geregeld. Het is een vrij fundamentele discussie.
Dat is de reden waarom er niet snel klaarheid in de zaak komt.
Ik sluit een wetgevend initiatief echter niet uit, gelet op de
verschillende interpretaties van onze Belgische rechtspraak.
Indien het u interesseert, zal ik u de technische nota's over de kwestie
bezorgen, zodat u mee kunt zoeken naar een oplossing voor het
probleem. Uit de nota zal u kunnen concluderen dat wij de hervorming
op de drie thema's moeten doorvoeren en dat wij moeten nagaan op
welke manier wij met de minst grote ingreep in onze gerechtelijke
procedure toch een maximale garantie inbouwen dat de rechtspraak
in België uniform wordt.
Wij zijn er echter nog niet uit wat betreft de vraag op welke manier het
inbouwen van bedoelde garantie het beste kan gebeuren.
de la réglementation européenne,
à savoir que le report d'un
exequatur dans la procédure
implique qu'une procédure de
reconsidération soit prévue dans le
pays.
En Belgique, nous connaissons
différentes
interprétations.
Certains tribunaux considèrent
que la Belgique donne satisfaction
sur ce point par le biais du recours
et de la procédure d'appel, mais
ce n'est pas suffisant pour d'autres
tribunaux.
Nous examinons la question mais
il est complexe d'instaurer une
procédure de reconsidération en
plus du recours et de l'appel. Je
n'exclus
pas
une
initiative
législative. Je puis fournir les notes
techniques.
07.03 Sarah Smeyers (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, ik wist inderdaad dat u ondertussen een vraag over het
dossier had gesteld. Ik merk dat de zaak u ook na aan het hart ligt.
Ik zou graag voornoemde, technische fiche ontvangen, zodat wij met
vereende krachten werk kunnen maken van het probleem.
Het is inderdaad een ingewikkelde procedure. Het Gerechtelijk
Wetboek aanpassen om een derde rechtsmiddel mogelijk te maken,
zal niet zo evident zijn. Het is echter aangewezen om meer te doen
dan het louter uitvoeren van de omzendbrief die nu bestaat.
Rechtsonzekerheid is immers troef.
Ik zal de zaak opvolgen, wordt dus vervolgd.
07.03 Sarah Smeyers (N-VA):
J'aimerais
recevoir
la
fiche
technique, de sorte que nous
puissions conjuguer nos forces
pour
résoudre
cet
épineux
problème. Aujourd'hui, l'insécurité
juridique règne en la matière.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Interpellation de M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre de la Justice et Réformes
institutionnelles sur "les compétences des tribunaux d'application des peines" (n° 137)b>
08 Interpellatie van de heer Fouad Lahssaini tot de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbanken" (nr. 137)
08.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, les tribunaux d'application des peines sont
compétents depuis le 1
er
février 2007 pour l'exécution des peines de
plus de trois ans, pour octroyer une libération conditionnelle, une
surveillance électronique ou une détention limitée. Ils sont compétents
aussi pour suspendre ou révoquer ces modalités si le libéré ne
respecte pas les conditions de sa libération conditionnelle,
surveillance électronique ou détention limitée, ou s'il met gravement
en danger l'intégrité physique ou psychique d'autrui.
Avant le 1
er
février 2007, c'étaient les commissions de libération
conditionnelle qui étaient compétentes pour octroyer ou révoquer le
même type de modalités aux peines de plus de trois ans. Pour les
peines inférieures à trois ans, le ministère de la Justice était
compétent et je pense qu'il l'est encore.
La question qui se pose néanmoins est de savoir qui est compétent
aujourd'hui, en 2008, si un détenu libéré en 2004 par la Commission
de libération conditionnelle ne respecte pas les conditions de sa
libération. À l'exception du TAP de Gand, tous les TAP de Belgique
estiment qu'ils sont compétents pour révoquer les modalités
accordées jadis; ils reprennent donc le paquet de compétences des
commissions de libération conditionnelle.
Gand, par contre, estimerait qu'il n'est pas compétent pour révoquer
des décisions qu'il n'a pas prises. Le TAP de Gand se déclarerait
donc incompétent et renvoie les dossiers au ministère. Le ministère
peut alors prendre la responsabilité de révoquer la libération
conditionnelle sans les garanties offertes par la loi et/ou la procédure
devant un tribunal. Il y aurait donc un certain nombre de personnes
actuellement en prison sur la base d'une décision prise par le
ministère alors qu'il reviendrait au TAP d'examiner le cas et de
prendre la décision qui s'impose.
Je prends un exemple précis avec le cas d'une Sud-Américaine dont
le dossier relevait du TAP de Gand; celui-ci a refusé de traiter le
dossier. Elle s'est dès lors retrouvée emprisonnée pendant trois mois
alors que l'ordre de détention n'était pas valable. Si cette dame était
passée devant un TAP autre que celui de Gand, on n'aurait
probablement pas révoqué sa libération conditionnelle.
Monsieur le ministre, êtes-vous au courant de la situation et des
problèmes occasionnés par cette différence de traitement entre TAP?
Si oui, quelle solution préconisez-vous?
Quelle instance est aujourd'hui compétente pour les libérations
conditionnelles, surveillances électroniques, détentions limitées?
Le ministère de la Justice a-t-il, à un moment ou à un autre, pris des
08.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Sinds 1 februari 2007
nemen
de
strafuitvoerings-
rechtbanken
(SUR)
de
bevoegdheden
over
van
de
commissies voor voorwaardelijke
invrijheidsstelling.
Voor
de
straffen van minder dan drie jaar,
was het ministerie van Justitie
bevoegd en ik denk dat dat nog
steeds zo is.
Met uitzondering van de SUR van
Gent, die de dossiers doorstuurt
naar het ministerie, zijn alle SUR
van België vandaag van oordeel
dat ze bevoegd zijn ingeval een
gedetineerde
die
in
2004
vrijgelaten
werd
door
de
commissie voor voorwaardelijke
invrijheidsstelling, de voorwaarden
van die invrijheidsstelling niet
naleeft. Er zouden zich momenteel
dus een aantal personen in de
gevangenis bevinden op grond
van een beslissing die destijds
door de minister genomen werd
terwijl het aan de SUR toekwam
om het geval te onderzoeken en
de beslissing te nemen.
Bent u op de hoogte van die
situatie en welke oplossing beveelt
u aan? Welke instantie is vandaag
bevoegd voor de voorwaardelijke
invrijheidsstellingen, elektronisch
toezicht en beperkte opsluiting?
Heeft het ministerie van Justitie
beslissingen genomen die aan de
SUR
toekwamen?
Hoeveel
personen
zouden
vandaag
aangehouden
zijn
terwijl
de
wetgeving eigenlijk een vrijlating
impliceerde? Is een wetswijziging
nodig om het recht door alle
strafuitvoeringsrechtbanken
te
doen naleven?
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
décisions qui incombaient aux tribunaux d'application des peines?
Connaissez-vous le nombre de détenus qui seraient aujourd'hui dans
une situation de détention alors que la législation en matière de
libérations conditionnelles, surveillances électroniques, détentions
limitées impliquerait plutôt une remise en liberté?
Pensez-vous qu'une modification légale s'imposerait afin que le droit
soit respecté de façon légale par tous les TAP?
08.02 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, tous les tribunaux d'application des peines se sont déclarés
compétents pour les décisions en matière de libération conditionnelle,
y compris le tribunal d'application des peines de Gand. À ce jour, le
service des cas individuels du SPF Justice n'a reçu aucune demande
de révocation d'une libération conditionnelle au motif qu'un tribunal se
serait déclaré incompétent. Les dispositions transitoires de la loi du
17 mai 2006 relative aux statuts juridiques externes sont d'ailleurs
d'application (articles 107 et 108).
Par contre, la compétence des tribunaux d'application des peines en
matière de suivi et de révocation des décisions administratives prises
par le ministère avant le 1
er
février 2007 fait débat.
Tous les tribunaux de l'application des peines, à l'exception de celui
de Gand, se sont déclarés compétents pour connaître des décisions
d'octroi de la surveillance électronique ou de la semi-liberté à des
condamnés dont le total des peines excède trois ans, qui ont été
prises par l'administration avant le 1
er
février 2007. Le tribunal de
l'application des peines de Gand estime ne pas être compétent pour
le suivi de ces décisions administratives.
C'est donc uniquement pour les condamnés relevant du tribunal de
l'application des peines de Gand que le service des cas individuels a
dû intervenir en cas de problème dans le déroulement de la
surveillance électronique ou de la semi-liberté. Les décisions d'octroi
de la surveillance électronique ou de la semi-liberté à des
condamnés, dont le total des peines excède trois ans, remontent
entre-temps à plus d'un an et demi, si bien que le nombre de dossiers
en cours est limité. Mon administration a encore connaissance de
quatre dossiers.
08.02 Minister Jo Vandeurzen:
Alle
strafuitvoeringsrechtbanken
hebben zich bevoegd verklaard
voor de beslissingen inzake de
voorwaardelijke invrijheidsstelling,
met inbegrip van Gent. Tot dusver
heeft de dienst van de individuele
gevallen van de FOD Jusititie nog
geen enkele aanvraag gekregen
tot
herroeping
van
een
voorwaardelijke invrijheidsstelling
omdat
een
rechtbank
zich
onbevoegd zou verklaard hebben.
De overgangsbepalingen van de
wet van 17 mei 2006 betreffende
de externe rechtspositie zijn van
toepassing (artikelen 107 en 108).
De bevoegdheid van de SUR
inzake de opvolging en de
herroeping van administratieve
beslissingen die door de minister
vóór 1 februari 2007 werden
genomen, zorgt daarentegen wel
voor discussie.
Met uitzondering van die te Gent,
hebben
alle
strafuitvoerings-
rechtbanken
zich
bevoegd
verklaard ten aanzien van de
beslissingen van de administratie
met betrekking tot de toekenning
van het elektronisch toezicht of de
halve vrijheid aan veroordeelden
die vóór 1 februari 2007 een
hoofdgevangenisstraf van meer
dan drie jaar opgelegd kregen.
Aangezien
die
toekenningsbeslissingen meer dan
anderhalf jaar oud zijn, heeft mijn
administratie nu nog slechts
kennis van vier dossiers.
De Dienst individuele gevallen is
dus enkel moeten optreden voor
de veroordeelden die onder de
strafuitvoeringsrechtbank
van
Gent vielen.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
08.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, si j'ai
bien compris, il y a eu une période de flou pendant laquelle le tribunal
de l'application des peines de Gand s'est déclaré incompétent et au
cours de laquelle le ministère a repris les dossiers qui n'ont pas été
traités par le tribunal. Il a donc mis en place une procédure applicable
lorsque les peines n'excèdent pas trois ans. Il s'agissait quasiment
d'une procédure d'enfermement, alors que plusieurs procédures
prévues par la loi existent. Comme n'importe quel TAP, le ministère
aurait dû les respecter avant de mettre cette personne en prison. Il y a
eu détention et privation de liberté sans qu'il y ait respect des
procédures des tribunaux de l'application des peines.
Dans votre réponse, monsieur le ministre, vous évoquez quatre
dossiers en cours. Concernent-ils des personnes actuellement
privées de liberté ou bien leur cas est-il en suspens et on ne sait pas
trop bien ce qu'elles deviennent? Dans ce cas, de quels recours ces
personnes disposent-elles? Comment leur expliquer aujourd'hui dans
quelle procédure elles sont? Comment aussi faire comprendre au
tribunal de l'application des peines de Gand les limites de sa
compétence? De même, quelles sont les limites de la compétence du
ministère dans ce cas?
08.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Er was dus een tijdlang
een schemertoestand, gedurende
welke de strafuitvoeringsrechtbank
te Gent zich onbevoegd verklaarde
en het ministerie de dossiers naar
zich toe heeft getrokken. Er
werden mensen van hun vrijheid
beroofd, zonder dat de procedures
van
de
strafuitvoeringsrechtbanken
werden nageleefd.
Betreffen de vier dossiers waar u
naar
verwijst,
personen
die
momenteel in de gevangenis
zitten?
Over
welke
beroepsmogelijkheden beschikken
die personen? Hoe kan men hen
uitleggen welke procedure op hen
van toepassing is? Hoe kan men
de strafuitvoeringsrechtbank te
Gent
op
haar
bevoegdheidsgrenzen
wijzen?
Binnen welke grenzen is het
ministerie in dat geval bevoegd?
08.04 Jo Vandeurzen, ministre: Monsieur Lahssaini, je ne pense
pas qu'en pratique des problèmes se posent, étant donné que cela
concerne des décisions antérieures au 1
er
février 2007. En outre, à la
suite du problème survenu à Gand, l'administration a pris sa décision.
Personnellement, je ne connais pas les cas concrets mais, si vous le
souhaitez, je peux me renseigner sur ce qui s'est passé.
Cependant, je ne dispose d'aucune information selon laquelle des
dossiers n'auraient pas bénéficié du suivi nécessaire.
08.04 Minister Jo Vandeurzen:
Ik denk niet dat er in de praktijk
problemen rijzen, aangezien het
om beslissingen van vóór 1
februari 2007 gaat. Bovendien
heeft
de
administratie
haar
beslissing
getroffen
naar
aanleiding van het probleem dat
zich in Gent had voorgedaan.
Persoonlijk ben ik niet op de
hoogte van de concrete gevallen,
maar zo u dat wenst, kan ik me
informeren.
Ik beschik over geen enkele
informatie waaruit zou blijken dat
dossiers niet de noodzakelijke
opvolging
zouden
hebben
gekregen.
08.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre,
j'aimerais connaître le nombre de cas dans cette situation ainsi que
leur évolution.
08.05 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Ik zou graag weten om
hoeveel gevallen het in casu gaat
en hoe een en ander is
geëvolueerd.
08.06 Jo Vandeurzen, ministre: Il s'agit seulement de décisions
administratives antérieures à février 2007. Par conséquent, une
discussion sur la compétence du tribunal d'application des peines ne
s'impose pas.
08.06 Minister Jo Vandeurzen:
Het gaat hier om administratieve
beslissingen van vóór 2007!
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
08.07 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Ma question tend à savoir
combien de personnes se seraient retrouvées dans la même situation
que celle de l'exemple cité et qui ont été privées de liberté à l'un ou
l'autre moment. Cela signifie-t-il qu'il n'y en a plus aujourd'hui?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De heer Landuyt heeft gevraagd om zijn interpellatie nr. 150 uit te stellen naar deze
namiddag. Ik weet niet of de minister hiermee akkoord is?
08.08 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, we zullen
kijken hoever we geraken vanmiddag.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Jenne De Potter aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de uitbouw van het veiligheidskorps" (nr. 7571)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het veiligheidskorps" (nr. 7635)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het veiligheidskorps" (nr. 7705)
09 Questions jointes de
- M. Jenne De Potter au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le développement du corps de sécurité" (n° 7571)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le corps de sécurité" (n° 7635)<br>- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "le corps de sécurité" (n° 7705)</b>
09.01 Jenne De Potter (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, met de wet van 25 februari 2003 werd de oprichting van het
veiligheidskorps effectief. Van bij de aanvang werd het
veiligheidskorps aanzien als een manier om een aantal taken van de
politie over te nemen en dus hun opdracht te verlichten. Concreet
gaat het om taken zoals het overbrengen van gevangenen naar hoven
en rechtbanken, tussen gevangenissen, het bewaken van
gevangenen in de rechtbank, het handhaven van de orde in hoven en
rechtbanken, en dergelijke meer.
Dit jaar bestaat het veiligheidskorps vijf jaar en het is ondertussen
uitgegroeid tot een korps van om en bij de 380 personeelsleden. De
kinderziekten die met zo'n opstart altijd gepaard gaan, zijn
ondertussen achter de rug. Toch blijft een aantal problemen
onopgelost. Zo verloopt de samenwerking tussen het veiligheidskorps
en sommige lokale politiezones nog niet altijd optimaal, zijn er vragen
over een verbetering van het statuut en is er de nodige
ontevredenheid over het werken onder twee FOD's.
Mijn vragen aan de minister zijn de volgende. Denkt u eraan om in de
toekomst meer taken en bevoegdheden over te dragen aan het
veiligheidskorps? Zo ja, aan wat wordt dan gedacht?
Wat vindt de minister van het idee om het veiligheidskorps uit te
bouwen tot een zelfstandig korps dat kan beschikken over een eigen
beheer van middelen en intern hiërarchisch is opgebouwd? Dit laatste
is een vraag van de mensen zelf.
09.01 Jenne De Potter (CD&V):
Le corps de sécurité a été créé il y
a cinq ans. Bien que les maladies
de jeunesse aient été surmontées,
quelques problèmes subsistent. La
collaboration avec certaines zones
de police est défaillante, le statut
est susceptible d'amélioration et la
subordination à deux SPF suscite
également le mécontentement.
Le
ministre
envisage-t-il
de
transférer un plus grand nombre
de tâches au corps de sécurité ?
Que pense-t-il de l'idée de
transformer le corps de sécurité
en
un
corps
indépendant,
disposant d'une hiérarchie propre
et assurant lui-même la gestion de
ses moyens? Une première
entrevue a eu lieu le 9 octobre à
propos de l'amélioration du statut.
Où en est-on actuellement?
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de toch wel belangrijke
onderhandelingen over de verbetering van het statuut? Welke
stappen kunnen daar worden gezet? Ik heb begrepen dat er op 9
oktober een eerste officieel onderhoud heeft plaatsgevonden. Kunt u
al enige vooruitgang aangeven? Wat is de stand van zaken?
09.02 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik stel deze vraag in het licht van wat zich de
afgelopen weken heeft afgespeeld, in de eerste plaats bij de
penitentiaire beambten die in staking zijn gegaan. Momenteel is er
sprake van een "wapenstilstand", als ik het zo mag noemen, tot medio
november. Vervolgens is de actie overgeslagen op de politie en op
een gegeven moment heb ik mij de bedenking gemaakt dat ook het
veiligheidskorps zich wel eens zou kunnen beginnen roeren. Dat de
staking overslaat, is begrijpelijk omdat het zich allemaal situeert in
hetzelfde domein.
Wordt een volwaardig statuut voor het veiligheidskorps in het
vooruitzicht gesteld? Het gaat toch om zowat 400 personen. Wat zijn
de plannen voor de toekomst? De onvermijdelijke vraag stelt zich hoe
het zit met het budget. Is er op begrotingsvlak ter zake al iets in het
vooruitzicht gesteld? Zonder middelen zal men immers niet kunnen
overgaan tot het uitbouwen van een volwaardig korps.
Alvast dank voor uw antwoord, mijnheer de minister.
09.02 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Les grèves du personnel
pénitentiaire
pourraient
bien
s'étendre au corps de sécurité.
C'est pourquoi je souhaiterais
savoir si et quand le personnel du
corps de sécurité pourra disposer
d'un statut à part entière. A-t-on
budgétisé les moyens nécessaires
à cet effet?
09.03 Minister Jo Vandeurzen: Het statuut van het veiligheidskorps
wordt geregeld door de wet van 25 februari 2003 houdende de
inrichting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de
uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en
rechtbanken, en de overbrenging van gevangenen; het koninklijk
besluit van 1 juli 2003 betreffende de selectie, de opleiding en de
aanwerving van veiligheidsbeambten bij het veiligheidskorps voor de
politie van hoven en rechtbanken, en voor de overbrenging van
gevangenen bij de Federale Overheidsdienst Justitie; en het koninklijk
besluit van 11 juli 2003 houdende oprichting bij de Federale
Overheidsdienst Justitie van een veiligheidskorps voor de politie van
hoven en rechtbanken, en voor de overbrenging van gevangenen, en
tot vaststelling van de organisatorische, administratieve en geldelijke
bepalingen ten gunste van de veiligheidsbeambten bij het
veiligheidskorps van de Federale Overheidsdienst Justitie.
In de discussie over de overgang van de militairen van Defensie naar
Justitie, en meer bepaald naar het veiligheidskorps, werd vastgesteld
dat het huidige statuut van de medewerkers van het veiligheidskorps
niet sluitend is. De FOD P&O maakt meer bepaald opmerkingen
betreffende
de
loopbanen,
de
pensioenrechten
en
de
loopbaanperspectieven.
Op de vergadering van 3 juli 2008 met de drie syndicale organisaties,
werd unaniem voorgesteld om het statuut van het veiligheidskorps ten
gronde te herzien. Uit de gevoerde discussie kan worden
geconcludeerd dat alle betrokken partijen van het sociale overleg
vragende partij zijn om een nieuwe start te nemen en een specifiek
statuut uit te werken voor het veiligheidskorps.
Vooraleer aan een herziening van het statuut van het veiligheidskorps
te beginnen, dient in een technische werkgroep met de
09.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Le SPF P&O a identifié certains
problèmes inhérents au statut des
membres du corps de sécurité et a
formulé
des
observations
concernant la carrière, les droits
de pension et les perspectives de
carrière. Il a dès lors été décidé,
lors d'une réunion avec les trois
syndicats le 3 juillet 2008, qu'un
statut spécifique serait élaboré
pour le personnel du corps de
sécurité.
Avant que nous puissions arrêter
le nouveau statut, un groupe de
travail technique comprenant des
représentants des SPF Justice et
Intérieur doit encore choisir la
meilleure option entre, d'une part,
le maintien de la structure actuelle
et, d'autre part, la transformation
du corps de sécurité en un corps
autonome, soit au sein de la
Justice, soit au sein de la structure
de la police. La mise en place du
nouveau statut devrait ensuite
intervenir dans les mois qui
suivront. La concertation avec le
SPF Intérieur a déjà été amorcée.
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
vertegenwoordigers van Justitie en Binnenlandse Zaken te worden
onderzocht in welke mate de huidige structuur behouden blijft, dan
wel of het veiligheidskorps als een autonoom korps kan fungeren,
hetzij binnen Justitie, hetzij binnen de politiediensten.
Binnen deze werkgroep zullen immers, op basis van de praktijk en de
ervaring met betrekking tot de werking van de voorbije jaren,
antwoorden worden geformuleerd over vraagstukken als de
administratieve werking en de werking van het veiligheidskorps, de
operationele
leiding,
de
verantwoordelijkheden
en
de
informatiedoorstroming. Ik voeg eraan toe dat dit een vrij principiële
discussie is. Wij kunnen daarover niet zomaar snel een beslissing
nemen zonder met iedereen het nodige overleg te hebben. Daarom is
die knoop nog niet doorgehakt. Het is echter duidelijk dat dit in de
volgende maanden zal moeten gebeuren. Er moet werk worden
gemaakt van het nieuwe en specifieke statuut. Op dit ogenblik is er
nog geen optie genomen. Het overleg met Binnenlandse Zaken werd
wel opgestart.
09.04 Jenne De Potter (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor
uw antwoord. Ik steun u in de ambitie om het veiligheidskorps verder
uit te bouwen en naar waarde te schatten. Ik begrijp dat de
onderhandelingen zich nog in een beginstadium bevinden. Ik meen
dat wij daarop moeten wachten. Het sociaal overleg moet ook een
kans krijgen. Ik zal het verder opvolgen.
09.04 Jenne De Potter (CD&V):
Les négociations en sont encore à
un
stade
précoce.
Je
ne
manquerai
pas
de
suivre
l'évolution du dossier.
09.05 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het
syndicaal overleg waarnaar u en mijn collega verwijzen, is momenteel
nog beperkt tot een zucht. Het is nog geen hete adem in uw nek,
maar misschien zal men wel zeer snel tot besluiten moeten komen,
zeker wanneer er zal worden gepraat met de penitentiaire beambten.
De politiediensten roeren zich ook.
Wat mij een beetje ongerust maakt, is dat u zegt dat er moet worden
bekeken welk statuut men zal krijgen en of het zal ressorteren onder
de FOD Justitie of onder Binnenlandse Zaken. Dat wil zeggen dat
men pingpong zou kunnen spelen tussen Binnenlandse Zaken en
Justitie. Momenteel dragen die mensen het uniform "FOD Justitie".
Dat is mooi zichtbaar op de rug. Als het de andere FOD moet worden,
dan zal er nog wat gebakkeleid moeten worden binnen de regering,
vrees ik. In dat geval zijn wij nog niet aan land. Er zal dan natuurlijk
ook bepaald moeten worden welke minister voor het budget van die
diensten zal moeten instaan. Ik hoop van harte, mijnheer de minister,
dat u kunt overeenkomen met uw collega op Binnenlandse Zaken wie
wat zal doen of wie eventueel de hele hap voor zijn rekening zal
nemen.
09.05 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je m'inquiète de cette
réflexion sur le futur statut du
personnel et sur le SPF dont
dépendra le corps de sécurité. Je
crains d'assister à un jeu de ping-
pong politique entre la Justice et
l'Intérieur.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les loisirs dans les prisons belges" (n° 7599)</b>
10 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vrijetijdsbesteding in de Belgische gevangenissen" (nr. 7599)
10.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, ma question a été suscitée par une étude réalisée par
l'Institut de criminologie de la KUL selon laquelle l'offre de services ou
10.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Een studie van het Instituut voor
Criminologie van de KU Leuven
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
de loisirs au sein du monde pénitentiaire était insuffisante. Certes, on
n'attend pas que les prisons soient transformées en hôtels trois
étoiles! Cependant, l'étude a cela d'intéressant qu'elle établit le lien
entre la possibilité de divertissement dans un monde clos et la
réinsertion des prisonniers.
Tout d'abord, confirmez-vous le constat de cette étude? Est-il
généralisé ou existe-t-il des différences selon les établissements
pénitentiaires? Je me souviens d'avoir visité il y a peu la prison
d'Arlon, et il y avait en effet de quoi se poser des questions. Si la
réinsertion peut être facilitée par une prise de conscience vous
connaissez le principe "mens sana in corpore sano", il faut y
contribuer judicieusement. Si ce n'est pas le cas, on peut alors
s'interroger sur le sens de l'investissement. Je souhaite donc faire le
point avec vous sur ce dossier.
Un autre point soulevé par l'Institut de criminologie est une possible
discrimination entre détenus belges et d'origine étrangère qui auraient
encore moins d'accès à ce genre d'aide et de services. Est-ce vrai?
Envisagez-vous une solution en la matière?
toont aan dat het aanbod aan
vrijetijdsbesteding
in
de
gevangenissen ontoereikend is. In
de studie wordt het verband
gelegd tussen de mogelijkheid
voor de gevangenen om zich te
ontspannen in een omgeving waar
ze helemaal afgesneden zijn van
de
buitenwereld
en
hun
resocialisatie. Bevestigt u de
conclusies van die studie? Zijn dat
conclusies die overal gelden of
bestaan er verschillen tussen de
gevangenissen onderling? Het
Instituut voor Criminologie legde
eveneens de vinger op een
mogelijke discriminatie tussen
Belgische
gedetineerden
en
gedetineerden van buitenlandse
origine. Is er effectief sprake van
een discriminatie?
10.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, l'étude récente que
vous citez réalisée en 2008 par la KUL a uniquement évalué l'offre
d'aides et de services aux détenus séjournant dans les prisons
flamandes et bruxelloises. Pour Bruxelles, une étude a également été
menée en 2006 par l'ULB et la VUB sur l'aide sociale aux justiciables
dans la Région de Bruxelles-Capitale, à la demande du Collège réuni
de la commission communautaire commune.
Pour les prisons wallonnes, je ne dispose d'aucune étude récente de
ce type. L'étude de la KUL que vous mentionnez montre que la
Communauté flamande a développé, dans le cadre d'un plan
stratégique, une offre diversifiée d'aides et de services dans les huit
prisons étudiées. Fin 2007, ce plan stratégique était appliqué dans
huit prisons. Début 2008, le gouvernement flamand a décidé
d'étendre cette année ce plan stratégique aux autres prisons
flamandes et bruxelloises
L'étude révèle que beaucoup d'activités restent trop peu accessibles
pour de nombreux détenus. Cela se traduit par l'existence de listes
d'attente pour participer à des activités d'apprentissage, de formation,
de sport.
L'étude scientifique de la KUL pose comme conclusion que la qualité
des activités d'aide et de service offertes a augmenté depuis la mise
en oeuvre du plan stratégique.
L'installation de fonctionnaires de la Communauté flamande dans une
structure de collaborateurs stratégiques, de personnes de référence
en matière d'organisation et d'accompagnateurs individuels dans les
prisons, présente une garantie pour une offre de services toujours
plus performante.
L'information à propos de l'offre est encore loin d'être suffisante. À cet
égard, les acteurs de la Communauté et de la Justice ont un défi à
relever.
10.02 Minister Jo Vandeurzen: In
de studie die u aanhaalt werd
uitsluitend een evaluatie gemaakt
van de hulp- en dienstverlening
aan de gedetineerden in de
Vlaamse
en
Brusselse
gevangenissen. Wat de Waalse
gevangenissen betreft, beschik ik
niet over een recente studie. Uit de
studie waar u het over heeft, blijkt
dat de Vlaamse Gemeenschap
werk heeft gemaakt van een
gediversifieerd aanbod aan hulp-
en dienstverlening in de acht
gevangenissen waar onderzoek
werd verricht. Begin 2008 heeft de
Vlaamse regering besloten om dat
strategisch plan dit jaar uit te
breiden naar de andere Vlaamse
en Brusselse gevangenissen.
De
kwaliteit
van
de
dienstverlenende
en
de
hulpactiviteiten is verbeterd sinds
het
strategisch
plan
wordt
uitgevoerd. Ambtenaren van de
Vlaamse gemeenschap werden
ondergebracht in een structuur
van strategische medewerkers en
er
werd
gezorgd
voor
referentiepersonen op het stuk van
de organisatie en voor individuele
begeleiders in de gevangenissen.
Die maatregelen bieden een
waarborg
voor
een
steeds
doeltreffender
dienstenaanbod.
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
L'étude susmentionnée de la KUL estime que l'offre est adaptée de
façon adéquate aux détenus mais que le groupe des étrangers et
allochtones au sein des prisons constitue encore une importante
"black box". Il convient d'examiner plus avant dans quelle mesure ce
groupe cible a accès à l'offre d'aides et de services. Les différences
de langue et de culture constituent probablement des obstacles
majeurs. Cependant, il faut signaler que de nombreuses
organisations,
telles
que
des
services
d'interprétation,
d'enseignement, d'aide aux toxicomanes, etc., proposent des projets
spécifiquement axés sur les allochtones ou les allophones. Y compris
à l'égard de ce groupe cible, cette tâche relève en premier lieu des
Communautés.
Pour terminer, je rappelle que les réformes de l'État en 1980 et 1988
ont attribué aux Communautés la compétence de l'aide sociale aux
détenus en vue de leur réinsertion.
Dans les années '90, des accords de coopération ont été conclus
entre la Justice et les Communautés en ce qui concerne l'aide sociale
légale. C'est dans le cadre de ces accords que l'offre d'aides et de
services aux détenus est organisée et développée.
Mes collaborateurs ainsi que l'administration pénitentiaire ont
régulièrement une concertation avec les cabinets et les services
compétents des ministres de la Communauté flamande et de la
Communauté française ayant le bien-être dans leurs attributions et du
ministre ayant la Commission communautaire commune dans ses
attributions.
Les recommandations stratégiques du rapport d'étude précité,
élaboré à la demande de la Communauté flamande, seront bien
entendu également portées à l'ordre du jour de la concertation entre
les ministres communautaires compétents et moi-même en ma
qualité de ministre fédéral de la Justice.
Met
de
voorlichting
dienaangaande loopt er evenwel
nog een en ander mank.
De vreemdelingen vormen in dit
verband nog een onontgonnen
terrein. Er moet nog worden
nagegaan in welke mate die groep
toegang heeft tot de hulp- en
dienstverlening. Wellicht vormen
de verschillende taal en cultuur
een grote hinderpaal. Er dient
evenwel op gewezen dat een groot
aantal
organisaties
projecten
voorstellen die op allochtonen en
anderstaligen gericht zijn.
Ik wijs erop dat de bevoegdheid
inzake
de
maatschappelijke
dienstverlening
aan
de
gedetineerden met het oog op hun
resocialisatie in het kader van de
staatshervormingen van 1980 en
1988 aan de Gemeenschappen
werd overgedragen. In de jaren
negentig hebben het departement
Justitie en de Gemeenschappen
samenwerkingsakkoorden
ge-
sloten met betrekking tot de
wettelijke
maatschappelijke
dienstverlening. Het is in het raam
van die akkoorden dat het aanbod
inzake hulp- en dienstverlening
aan de gedetineerden wordt
ontwikkeld.
Mijn medewerkers en het bestuur
der strafinrichtingen overleggen
regelmatig met de bevoegde
kabinetten en diensten van de
ministers van de Vlaamse en de
Franse
Gemeenschap
die
bevoegd zijn voor Welzijn en van
de minister die bevoegd is voor de
Gemeenschappelijke
Gemeen-
schapscommissie.
De strategische aanbevelingen
van het voormelde studierapport
zullen eveneens op de agenda
worden geplaatst van het overleg
tussen
de
bevoegde
gemeenschapsministers
en
mezelf.
10.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse circonstanciée et précise.
10.03 Jean-Luc Crucke (MR): U
verwees naar het strategisch plan
van de Vlaamse Gemeenschap.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Pour éviter tout malentendu, je voudrais préciser la chose suivante.
L'étude de la KUL portait sur les prisons flamandes et bruxelloises.
Vous avez par ailleurs évoqué le plan stratégique qui existe en
Communauté flamande. Cela signifie-t-il qu'il n'y aurait pas de
pendant en Communauté française ou en Région wallonne? Ce type
de plan n'existe-t-il pas du côté francophone?
Bestaat er dan niet zo'n plan voor
de Franse Gemeenschap of het
Waals Gewest?
10.04 Jo Vandeurzen, ministre: Des initiatives ont été prises par la
Communauté française, mais je ne pense pas qu'elles aient
l'envergure du plan stratégique que nous avons préparé avec le
gouvernement flamand. Bien sûr, des efforts sont poursuivis, du
moins selon mes informations.
10.04 Minister Jo Vandeurzen:
De initiatieven van de Franse
Gemeenschap
hebben
een
beperktere draagwijdte dan het
strategisch
plan
dat
in
samenwerking met de Vlaamse
regering werd voorbereid.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Questions jointes de
- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération d'un des auteurs de l'agression violente dont a été victime un
professeur" (n° 7609)<br>- M. Éric Thiébaut au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "l'agression d'un professeur dans une école de Ghlin et la problématique du manque de places
dans les IPPJ" (n° 7615)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les places d'accueil dans les institutions pour jeunes délinquants" (n° 7693)<br>- M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le contact des magistrats avec la CIOC" (n° 7819)<br>- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de jeunes délinquants francophones détenus actuellement au centre
fermé d'Everberg à la prison de Saint-Hubert" (n° 8016)</b>
11 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vrijlating van een van de geweldplegers waarvan een leraar het slachtoffer
was" (nr. 7609)
- de heer Éric Thiébaut aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de geweldpleging tegen een leraar in een school te Ghlin en het plaatsgebrek in
de overheidsinstellingen voor jeugdbescherming" (nr. 7615)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de opvangplaatsen in de instellingen voor jeugddelinquenten" (nr. 7693)
- de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het contact van de magistraten met de CIOC" (nr. 7819)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het overplaatsen van momenteel in het gesloten centrum van Everberg
opgesloten jonge Franstalige delinquenten naar de gevangenis van Saint-Hubert" (nr. 8016)
11.01 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je reviens sur l'agression du professeur sur le site de l'école
Don Bosco de Ghlin qui remonte déjà à quelques semaines. Le jour
de l'agression, l'auteur avait été arrêté mais il avait pu retourner dans
sa famille le soir même, faute de place en centre fermé. Le
lendemain, par miracle, on a trouvé une place pour pouvoir
l'enfermer.
Le signal envoyé non seulement au jeune en question mais
également à la victime et à la société est déplorable. Ce type
d'événement ne peut que contribuer à l'estompement de la norme et
11.01 Jacqueline Galant (MR):
Ik kom terug op de geweldpleging
tegen een leraar in de Don Bosco-
school te Ghlin. De aangehouden
dader is de avond na de feiten zelf
naar
zijn
familie
kunnen
terugkeren. Het is slechts de
volgende ochtend dat men een
plaats gevonden heeft om hem op
te sluiten. Het signaal naar de
jongere in kwestie, het slachtoffer
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
au sentiment d'insécurité. Plus grave encore, la libération de ce jeune
et son retour dans sa famille ne peuvent que nourrir le sentiment
d'impunité qu'éprouvent certains délinquants.
Pour le MR, cette impunité est inadmissible et cette problématique
perdure depuis des années. Elle a déjà été dénoncée à plusieurs
reprises et suite à la polémique sur le manque de places dans les
institutions fermées de la Communauté française, le législateur
fédéral a décidé en son temps de prendre lui-même en charge
l'ouverture d'un centre fermé à Everberg, tout en promettant aux
Communautés de développer une politique d'accompagnement
psychologique et éducatif à l'attention des jeunes qui y résident.
Un deuxième centre fédéral fermé devrait également être construit,
du côté de Saint-Hubert, je pense.
Monsieur le ministre, y a-t-il une concertation régulière entre les
entités fédérées afin d'éviter ce type de situations particulièrement
révoltantes?
Serait-il possible de disposer d'un inventaire du nombre de places
disponibles dans les institutions de protection de la jeunesse?
Quel est le nombre de places disponibles à Everberg?
Quel sera le nombre de places disponibles dans le deuxième centre
fédéral fermé?
Pour ce qui concerne plus spécifiquement la Communauté française,
estimez-vous que la ministre en charge de ce dossier a pris les
initiatives adéquates et suffisantes pour éviter ces libérations?
Quel est le nombre de décisions de libération qui ont été prises en
raison du manque de places en institution?
Où en sommes-nous dans la mise en place de ce deuxième centre
fédéral fermé?
en
de
maatschappij
is
betreurenswaardig.
Voor de MR is die straffeloosheid
ontoelaatbaar. Die problematiek
sleept al jaren aan. De federale
wetgever had destijds beslist zelf
de opening van een gesloten
centrum in Everberg ten laste te
nemen, en beloofde gelijk aan de
Gemeenschappen
een
psychologisch
en
educatief
begeleidingsbeleid
te
zullen
ontwikkelen voor de jongeren die
er verblijven. Er zou ook een
tweede federaal gesloten centrum
worden gebouwd in de buurt van
Saint-Hubert. Is er overleg tussen
de deelstaten om dit soort
weerzinwekkende
situaties
te
voorkomen? Kunnen we een
inventaris krijgen met het aantal
beschikbare
plaatsen
in
de
instellingen
voor
jeugdbescherming?
Hoeveel
plaatsen zijn er in Everberg?
Hoeveel plaatsen zal het tweede
federaal gesloten centrum tellen?
11.02 Eric Thiébaut (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, j'ai déjà eu l'occasion de vous interroger en commission sur
le manque de places dans les IPPJ suite aux trop nombreuses
libérations dont font l'objet des mineurs coupables d'actes
répréhensibles, alors qu'ils sont condamnés par la justice. Il y a
quelques jours, un professeur d'une école de Ghlin s'est fait
sauvagement agresser par deux personnes étrangères à
l'établissement, qui ont été appelées par un élève chahuteur suite à
une réprimande du professeur. Bien que ce jeune élève, âgé de
quinze ans et commanditaire de l'expédition punitive, ait été interpellé,
il est consternant de constater à nouveau qu'il a pu retourner
impunément dans sa famille car plus aucune place n'était disponible
ce jour-là dans les centres en milieu ouvert ou fermé.
Le gouvernement fédéral ne peut rester immobile face à la
multiplication de faits de délinquance juvénile impunis, même si nous
savons que c'est la Communauté française qui est compétente en
matière de protection de la jeunesse et chargée d'exécuter les
mesures prononcées à l'égard d'un mineur ayant commis une
infraction.
11.02 Eric Thiébaut (PS): Naar
aanleiding van de te talrijke
vrijlatingen
van
door
justitie
veroordeelde minderjarigen had ik
al de gelegenheid om u te
ondervragen
over
het
plaatsgebrek
in
de
overheidsinstellingen
voor
jeugdbescherming van de Franse
Gemeenschap. Enkele dagen
geleden werd er geweld gepleegd
tegen een leraar van een school in
Ghlin door twee personen van
buiten de instelling, die werden
opgeroepen
door
een
herrieschopper die door de leraar
werd
berispt.
Hoewel
de
opdrachtgever
van
de
strafexpeditie ondervraagd werd,
is het schrikwekkend dat hij naar
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Ma collègue Joëlle Kapompole a d'ailleurs questionné la ministre
compétente à cet égard au sein du gouvernement de la Communauté
française.
En effet, il est temps de prendre en considération les nombreux cas
de mineurs coupables de violence et qui ne peuvent être accueillis au
sein des IPPJ faute de places. Des réponses appropriées doivent être
apportées pour mettre fin à ces lacunes en concertation avec les
autres niveaux de pouvoir.
À la suite du meurtre de Joe en 2006, le gouvernement de la
Communauté française a adopté un plan pour l'aide à la jeunesse qui
prévoyait de nouvelles mesures pour la prise en charge des
délinquants juvéniles. Lors d'une de mes précédentes interventions
sur le sujet, vous vous déclariez conscient du problème qui se pose
en Communauté française et vous évoquiez des initiatives pour pallier
le manque de places en IPPJ.
Qu'en est-il aujourd'hui, monsieur le ministre? Avez-vous entamé une
concertation entre les Communautés et l'Union des juges de la
jeunesse comme vous l'aviez promis? Dans l'affirmative, à quel stade
en sont les réflexions sur l'ensemble des moyens et l'encadrement de
la protection de la jeunesse avec vos interlocuteurs? Des pistes
concrètes sont-elles réellement évoquées? Si non, comptez-vous
prendre des initiatives pour instaurer des synergies avec les Régions
et les Communautés pour pallier le manque de places en IPPJ?
Sachant que l'efficacité d'une loi dépend non seulement de sa qualité
mais aussi des compétences des personnes qui l'appliquent sans
oublier les moyens que l'État met à leur disposition, le gouvernement
fédéral, dans la mesure de ses compétences, planche-t-il sur des
mesures concrètes pour compenser la non-application efficace de la
loi sur la protection de la jeunesse?
zijn familie is mogen terugkeren
omdat er die dag geen enkele
plaats meer vrij was in de open of
gesloten centra .
De regering mag niet werkloos
toezien op het steeds groter aantal
feiten van jeugddelinquentie, ook
al is het de Franse Gemeenschap
die
bevoegd
is
inzake
jeugdbescherming.
Ingevolge de moord op Joe Van
Holsbeeck in 2006 heeft de
Franse Gemeenschap een plan
voor
jeugdzorg
goedgekeurd.
Daarin
werden
nieuwe
maatregelen voor de opvang van
jeugddelinquenten opgenomen. U
heeft verwezen naar initiatieven
om het plaatsgebrek in de
Openbare
Instellingen
voor
Jeugdbescherming (OIJB's) op te
vangen.
Hoe staat het daar thans mee?
Heeft u al overleg gepleegd met
de Gemeenschappen en de Unie
van de Jeugdrechters, en zo ja,
wat heeft dat overleg opgeleverd?
De doeltreffendheid van een wet
hangt niet enkel van de kwaliteit
ervan af, maar ook van de
bekwaamheid van de mensen die
de wet moeten toepassen, en van
de middelen die de Staat hun ter
beschikking stelt. Mede in het licht
daarvan zou ik willen vernemen of
de
federale
regering
snel
maatregelen zal treffen om de
niet-toepassing van de wet op de
jeugdbescherming op te vangen?
11.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, in
Wallonië is andermaal veel deining ontstaan over het gebrek aan
opvangplaatsen voor minderjarige delinquenten, nadat de beramer
van een aanslag op een jonge leerkracht op vrije voeten was gesteld.
Volgens de media ik heb het zelf op televisie gezien was het
slachtoffer hierdoor zodanig geschrokken dat hij zelf van op zijn
ziekenbed is gaan bellen naar verschillende instellingen, uit vrees
voor represailles. Dat is echt schrijnend. Uiteindelijk kon de 15-jarige
dader worden opgesloten. Of dat nu louter door zijn toedoen is, of ten
gevolge van andere initiatieven, weet ik niet. Het was in elk geval een
schrijnend verhaal.
Mijnheer de minister, kunt u de hoogst bevreemdende
voorgeschiedenis
van
die
plaatsingsmaatregel
bevestigen?
Gedurende welke termijn blijft de minderjarige minstens opgesloten?
11.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le manque de places
d'accueil pour les délinquants
mineurs a provoqué pas mal de
remous récemment en Wallonie.
Un élève, qui avait été remis en
liberté
après
avoir
agressé
brutalement un professeur, aurait
ainsi lui-même contacté des
établissements et demandé de
l'incarcérer, ce qui a finalement
été le cas.
Le ministre peut-il confirmer ce
récit? Combien de temps ce
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Wat is het lot van de twee meerderjarige daders? Het gaat hier
immers om een zeer erge afrekening op een leerkracht, in het midden
van de dag in aanwezigheid van andere leerlingen. Dergelijke zaken
zijn tot nu toe bijna niet gezien.
Op welke wijze wordt de veiligheid van het slachtoffer gewaarborgd,
ook op langere termijn? Het wil immers niet zeggen, omdat iemand
tijdelijk is opgesloten, dat er nadien geen represailles volgen.
Kunt u een overzicht geven van de evolutie van het aantal
opvangplaatsen in de gesloten instellingen van de Gemeenschappen
sinds 1 januari 2006? Welke uitbreidingen zijn er nog op komst? Wat
is nu het totaal aantal plaatsen per Gemeenschap?
Hoe vorderen beide federale projecten voor jeugddelinquenten?
Wanneer zullen de nieuwe cellen klaar zijn? Wat is het tijdspad? Zal
het in Everberg even lang duren als in Achêne? Het is een totaal
ander project. In Everberg gaat het om een uitbreiding, in Achêne om
een nieuwe instelling.
Voor welke categorie van jeugddelinquenten zijn zij bestemd: alleen
voor jonge meerderjarigen die voor het eerst met het gerecht in
aanraking komen en voor gevallen van uithandengeving, of ook voor
andere minderjarigen die niet uit handen zijn gegeven? Dat is nog niet
echt duidelijk. Aan welke criteria moeten die minderjarigen dan
beantwoorden? Gelden dezelfde criteria en dezelfde regelgeving als
voor het huidige Everberg, of komt er een nieuwe wetgeving? Zullen
de Franstalige delinquenten van Everberg naar Wallonië worden
overgeplaatst? Ik dacht dat dat in het verleden reeds was gezegd,
maar ik wou dat nog even bevestigd zien.
Er zijn nog twee tijdelijke projecten. Het is niet duidelijk of dat in
afwachting is van de afronding van de projecten in Everberg en
Achêne, of dat die nog veel langer zullen openblijven. Het gaat hier
om Tongeren en Saint-Hubert. Hoeveel opvangplaatsen zullen daar
uiteindelijk komen? Is het regime identiek aan dat van Everberg? Dat
was ook nog niet duidelijk. U had gezegd dat minstens Tongeren
tegen het einde van dit jaar klaar zou zijn. Het is niet duidelijk wat de
evolutie is. Hoever staan de onderhandelingen met de
Gemeenschappen? Tegen wanneer kunnen de eerste delinquenten
daar terecht? Is het project bedoeld voor de lange termijn of tot de
ingebruikname van de nieuwe federale instellingen?
mineur restera-t-il incarcéré au
minimum? Quel est le sort réservé
aux
deux
auteurs
majeurs?
Comment la sécurité de la victime
est-elle garantie?
Comment le nombre de places
d'accueil dans les centres fermés
des Communautés évolue-t-il?
Combien
de
places
supplémentaires
sont-elles
prévues?
Quel est l'état d'avancement des
deux projets fédéraux de lutte
contre les délinquants juvéniles?
Quand les nouvelles cellules
seront-elles prêtes? Pour quelle
catégorie de délinquants juvéniles
ces
établissements
sont-ils
destinés?
La
réglementation
actuellement
en
vigueur
à
Everberg
restera-t-elle
d'application ou une nouvelle
législation est-elle prévue? Les
délinquants francophones détenus
à Everberg seront-ils transférés en
Wallonie?
Deux projets temporaires sont
actuellement aussi en cours à
Tongres
et
à
Saint-Hubert.
Combien de places d'accueil y
seront finalement créées? Le
régime y est-il identique à celui
d'Everberg? Quand les premiers
délinquants pourront-ils y être
accueillis? S'agit-il de projets à
long terme ou se termineront-ils
lors de la mise en service des
nouveaux centres?
11.04 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, plus personne n'ignore aujourd'hui l'incident qui
s'est déroulé à Ghlin le mardi 30 septembre 2008, au cours duquel un
enseignant de l'Institut Don Bosco a été agressé par trois jeunes. L'un
d'eux, le commanditaire, est un élève de 15 ans fréquentant
l'établissement, auquel il venait de faire une remarque. Les deux
autres sont venus en renfort à l'appel du premier. La presse a
largement relayé le fait que ce jeune a été libéré dès le soir même de
l'incident, faute de place en IPPJ.
Le gouvernement de la Communauté française s'est doté en 2002
d'une Cellule d'information, d'Orientation et de Coordination (CIOC)
des demandes d'admission adressées aux institutions publiques de
protection de la jeunesse par les magistrats. Cette cellule doit être
joignable 7 jours sur 7, jusqu'à 18 heures au minimum, y compris le
11.04 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): In de pers was er ruime
aandacht voor het feit dat de jonge
opdrachtgever nog dezelfde avond
werd vrijgelaten omdat er geen
plaats
was
in
de
IPPJ's
(overheidsinstellingen
voor
jeugdbescherming van de Franse
Gemeenschap).
In 2002 werd door de regering van
de Franstalige Gemeenschap een
"Cellule
d'information,
d'Orientation et de Coordination"
(CIOC informatie-, oriëntatie- en
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
week-end.
Monsieur le ministre, ma question est très précise. Dans l'affaire que
je viens de citer, pouvez-vous confirmer ou infirmer, le cas échéant,
que le magistrat auquel était confiée l'affaire a bien contacté la CIOC
et quelle est la réponse qu'il a obtenue de la Cellule?
coördinatiecel)
opgericht,
die
belast werd met het beheer van de
aanvragen van de magistraten aan
de
overheidsinstellingen
voor
jeugdbescherming. Die cel moet
zeven dagen op zeven tot 18 uur
bereikbaar zijn.
Nam de magistraat in deze zaak
wel degelijk contact op met de
CIOC? Zo ja, hoe luidde haar
antwoord?
11.05 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, collega's, uit
de informatie die ik mocht bekomen, blijkt dat de minderjarige werd
geplaatst in de gemeenschapsinstelling te Jumet, voor een periode
van 40 dagen. De twee meerderjarige daders werden onder
aanhoudingsmandaat geplaatst op 7 oktober laatstleden voor feiten
van opzettelijke slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid
en verzwarende omstandigheden, ingevolge artikel 404bis van het
Strafwetboek.
Voor het slachtoffer werd er geen speciale beschermingsmaatregel
genomen.
Een
evolutie
in
het
aantal
opvangplaatsen
in
de
gemeenschapsinstellingen sinds 1 januari 2006 mocht ik van de
Gemeenschappen niet ontvangen in deze korte tijdspanne.
11.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Le mineur en question a été placé
pour une période de quarante
jours dans un établissement
communautaire à Jumet. Les deux
auteurs majeurs ont été placés
sous mandat d'arrêt pour avoir
infligé des coups et blessures
volontaires
entraînant
une
incapacité
de
travail,
avec
circonstances
aggravantes.
Aucune mesure de protection
spéciale n'a été prise concernant
la victime.
Je ne suis pas encore en
possession de chiffres relatifs à
l'évolution depuis le 1
er
janvier
2006 du nombre de places
d'accueils dans les différentes
Communautés.
L'autorité fédérale organise régulièrement des réunions de
concertation sur les problèmes qui se posent sur le terrain, parmi
lesquels le manque de places et l'entrée en vigueur d'articles. Des
réunions de concertation ont lieu avec les Communautés et avec les
acteurs de terrain. Un Centre pour le placement provisoire des
mineurs ayant commis un fait qualifié d'infraction a été créé par
l'arrêté royal du 1
er
mars 2002. L'actuel centre fermé fédéral
d'Everberg compte 24 places pour des mineurs issus d'une juridiction
néerlandophone et 24 places pour des mineurs issus d'une juridiction
francophone, ainsi que deux places pour des mineurs issus d'une
juridiction germanophone.
De federale overheid organiseert
op
geregelde
tijdstippen
overlegvergaderingen
met
de
Gemeenschappen en met de
veldwerkers over de concrete
problemen, onder andere het
plaatsgebrek
en
de
inwerkingtreding van artikelen.
Een Centrum voor voorlopige
plaatsing van minderjarigen die
een als misdrijf omschreven feit
hebben gepleegd, werd door het
koninklijk besluit van 1 maart 2002
gecreëerd. De federale gesloten
instelling
Everberg
telt
vierentwintig
plaatsen
voor
Nederlandstalige
minderjarigen,
vierentwintig
voor
Franstalige
minderjarigen
en
twee
voor
Duitstalige minderjarigen.
Via de wet diverse bepalingen werd de inwerkingtreding van de
artikelen van de wet van 15 mei 2006 en 13 juni 2006 op 1 januari
L'entrée en vigueur des lois du 15
mai et du 13 juin 2006 concernant
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
2009 uitgesteld, met dien verstande dat er zou worden getracht die zo
snel mogelijk in werking te laten treden, uiterlijk tegen 1 januari 2011.
Het gaat over de oprichting van het federaal gesloten centrum voor:
la création du centre fédéral fermé
d'accueil de personnes a été
reportée mais devrait être effective
d'ici au 1
er
janvier 2011 et, de
préférence, plus tôt.
"Les personnes à l'encontre desquelles un mandat d'arrêt a été
délivré à la suite d'un dessaisissement et qui doivent pouvoir être
placées dans un centre fédéral fermé, les personnes qui ont été
condamnées à une peine d'emprisonnement principale ou à une
peine d'emprisonnement accessoire et qui doivent subir cette peine
dans une aile punitive d'un centre fédéral fermé et les personnes qui à
la suite d'une incitation en dessaisissement sont placées en régime
éducatif fermé dans une des institutions visées à l'article 37,
paragraphe 2, alinéa 1
er
, 8° et qui doivent pouvoir être confiées à une
section 'éducation' d'un centre fédéral fermé."
Het gaat om diegenen tegen wie
een
aanhoudingsbevel
werd
uitgevaardigd ten gevolge van een
uithandengeving en die in een
gesloten federaal centrum moeten
worden geplaatst, om zij die
werden veroordeeld tot een
gevangenisstraf en die hun straf
moeten uitzitten in de strafvleugel
van een gesloten federaal centrum
en om personen die ten gevolge
van
een
dagvaarding
tot
uithandengeving worden geplaatst
in
een
gesloten
opvoedingsafdeling
van
een
instelling bedoeld in artikel 37 §2,
lid 8 en die moeten kunnen
worden toevertrouwd aan een
opvoedingsafdeling
van
een
gesloten federaal centrum.
Zoals gezegd, is het mijn ambitie om zo snel mogelijk duidelijkheid te
verschaffen en ervoor te zorgen dat de problematiek van de
capaciteit, minstens wat de federale bevoegdheden betreft, definitief
wordt opgelost.
Dat staat dus los van alle discussies over de evaluatie van de wet op
de jeugdbescherming, die uiteraard in het regeerakkoord werd
aangekondigd.
Tussen de federale overheid Justitie en de betrokken
Gemeenschapsministers zijn de onderhandelingen beëindigd met het
oog op de aanpassing van het bestaande protocol. Het gaat hierbij
over de uitbreiding van de federale gesloten centra om tegemoet te
komen aan de wetsbepalingen die zonet werden aangehaald.
Daarmee wordt dan ook aangetoond dat het uitstel slechts voorlopig
was en dat we een en ander uiteraard sneller effectief in werking
zullen laten treden.
In de nieuwe federale centra zullen heel wat nieuwe plaatsen worden
gecreëerd bestemd voor zowel de Vlaamse als de Franse en Duitse
Gemeenschap. Het is de intentie van de federale regering om voor de
Vlaamse Gemeenschap in bijkomende plaatsen te voorzien in
Everberg en Tongeren. Voor de Franse en Duitse Gemeenschap zal
dat het geval zijn in Achêne en Saint-Hubert.
Mijn diensten leggen in samenwerking met de Regie der Gebouwen
de laatste hand aan de concretisering van de plannen.
Zoals is vastgelegd in het masterplan voor de uitbreiding van de
gevangeniscapaciteit zal Everberg op termijn worden uitgebreid tot
een capaciteit van 126 plaatsen voor de Vlaamse Gemeenschap,
J'entends faire rapidement la
clarté à propos de la question de
la
capacité
et
ce,
indépendamment des discussions
relatives à l'évaluation de la loi
relative à la protection de la
jeunesse.
Une concertation a été menée
avec les Communautés. Le
nombre des centres fédéraux
fermés sera accru. Le report en la
matière revêt uniquement un
caractère provisoire. Les places
suivantes seront créées: pour la
Communauté
flamande,
à
Tongres et à Everberg; pour la
Communauté française, à Achêne;
pour
la
Communauté
germanophone, à Saint-Hubert. À
Tongres et à Achêne, les travaux
seront achevés en 2009. À
Everberg et à Achêne, ils le seront
en 2010 ou en 2011.
À Tongres et à Saint-Hubert, des
places seront prévues à terme
pour des jeunes faisant l'objet d'un
mandat d'arrêt et pour les
personnes condamnées à une
peine de prison.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
terwijl Achêne wordt opgericht voor een capaciteit van 120 plaatsen
ten behoeve van de Franse en de Duitse Gemeenschap.
De werkzaamheden zullen in aparte fases verlopen en zullen op korte
termijn van start gaan voor Tongeren en Saint-Hubert. De centra zijn
immers nodig om in de vervanging van de opvang te voorzien
wanneer de werken van start zullen gaan in Everberg. Dat zal
gebeuren in de loop van 2009. Tongeren en Saint-Hubert moeten dan
klaar zijn, terwijl de voltooiing van Everberg en Achêne gepland is
tegen eind 2011 of 2012.
De bedoeling is dat op termijn in Tongeren en Saint-Hubert minstens
plaatsen worden bestemd voor jongeren lastens wie een
aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd en voor personen die
veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf.
Naar gelang het verloop van alle werkzaamheden zal een
herverdeling gebeuren van de verschillende categorieën op basis van
de wetgeving en na akkoord tussen de federale autoriteit en de
betrokken Gemeenschappen.
En ce qui concerne les institutions communautaires, la Communauté
française dispose de 85 places fermées à Fraipont et Saint-Servais et
144 places ouvertes à Jumet, Fraipont et Saint-Servais. La
construction d'une section fermée pour 10 personnes est en cours à
Wauthier-Braine.
La Communauté flamande dispose de 246 places réparties entre les
institutions communautaires d'assistance spéciale à la jeunesse de
Ruiselede, Beernem et Mol. Il s'agit de 116 places ouvertes et
130 places fermées.
Plusieurs fois déjà, et encore aujourd'hui, les membres de votre
commission m'interpellent sur le nombre de places disponibles pour
placer certains jeunes auteurs de faits criminels. J'y reviendrai plus
tard dans mon exposé. Je viens de vous énumérer les mesures
prises par l'autorité fédérale pour combler les lacunes en ce domaine.
Tongres et Saint-Hubert ont été choisis parce que là, les bâtiments
étaient disponibles.
De Franse Gemeenschap beschikt
over 85 gesloten plaatsen in
Fraipont en Saint-Gervais en 144
open plaatsen in Jumet. In
Wauthier-Braine wordt gewerkt
aan een gesloten afdeling voor 10
personen.
De
Vlaamse
Gemeenschap beschikt over 246
plaatsen (116 open en 130
gesloten) in Ruiselede, Beernem
en Mol.
Tongeren en Saint-Hubert werden
gekozen omdat de gebouwen
beschikbaar waren
De inrichting in Tongeren werd verlaten omwille van de problemen
van de overbevolking en de ontoereikendheid van de inrichting om
aan de behoeften te voldoen. Vandaag plaatsen we er geen 90
mensen meer, maar maximaal 34 jongeren, en de inrichting zal
opnieuw worden geconditioneerd.
L'institution de Tongres a été
abandonnée
en
raison
d'un
problème de surpopulation. Nous y
placerons un maximum de 34
jeunes au lieu des 90 personnes
qu'accueillait le bâtiment.
Saint-Hubert a été choisi parce que cet établissement est composé
de plusieurs bâtiments répartis sur un vaste terrain. La configuration
de ce terrain permet d'isoler les pavillons 3 et 4 et de les réserver aux
jeunes. En outre, sur ce terrain, des possibilités de récréation et de
sport peuvent être mises à disposition permettant ainsi l'organisation
d'un régime et de soins spécifiques. Il est vrai que Saint-Hubert n'est
pas situé au centre de notre pays mais il faut choisir. Il faudra sans
doute s'organiser pour répartir les jeunes concernés. Tout cela a
d'ailleurs été discuté avec la Communauté française qui compte
prendre des mesures à son niveau pour réorganiser et réorienter ses
méthodes de travail.
Saint-Hubert is uitgekozen omdat
die
inrichting
verscheidene
gebouwen telt die op een
uitgestrekt gebied gelegen zijn
waarvan
de
configuratie
de
mogelijkheid biedt de vleugels 3
en 4 af te zonderen. Bovendien is
Saint-Hubert
rijk
aan
mogelijkheden op het gebied van
sport en recreatie. Saint-Hubert is
weliswaar niet in het centrum van
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
Les détenus qui occupent actuellement les pavillons en question
seront répartis sur le site de Saint-Hubert et/ou replacés ailleurs, ce
qui se fera progressivement dès aujourd'hui.
het land gelegen maar er moest
tenslotte een keuze worden
gemaakt. Een en ander is
overigens besproken met de
Franse
Gemeenschap
die
voornemens is maatregelen te
treffen om haar werkmethodes te
herzien en te heroriënteren.
De gedetineerden die momenteel
in deze vleugels verblijven, worden
verdeeld over de site van Saint-
Hubert en/of geleidelijk aan elders
ondergebracht.
Laat ik het nog maar eens heel duidelijk zeggen: ik wil een einde
maken aan het gebrek aan capaciteit voor werkelijk problematische
jongeren die een gevaar zijn voor de samenleving, voor zoverre het
mogelijk is binnen de federale bevoegdheden en de federale
wetgeving. Het moet gedaan zijn. Wij hebben daarom de
onderhandelingen over het protocol geactiveerd en we zijn nu in de
laatste fase van voltooiing in overeenstemming met de
Gemeenschappen. Ik wil dat het protocol resulteert in capaciteit op
het federaal niveau en binnen de federale wetgeving, die voldoende is
en die dus ook de problematiek definitief kan oplossen.
Ik lever daar bijzondere inspanningen voor. Het moet gebeuren in een
cascade van verbouwingen en nieuwbouwprojecten. Het is ook de
reden waarom wij onmiddellijk op het moment dat het meerjarenplan
is vastgelegd, ook hebben beslist tot de inplanting in Achêne. Op die
manier zullen de werken op mekaar zijn afgesteld. Met de Regie der
Gebouwen zijn wij daar bijna aan het einde van onze
onderhandelingen. De kredieten zijn daarvoor beschikbaar gemaakt.
Ik hoop dat wij dan zullen kunnen zeggen dat we de
capaciteitsvraagstukken op federaal niveau binnen de huidige
wetgeving zullen hebben opgelost.
Of de minister van de Franse gemeenschap bevoegd voor de
jeugdbescherming, naar aanleiding van voornoemd dossier
voldoende maatregelen heeft genomen, daarover kan en wil ik mij
uiteraard niet uitspreken. Ik kan u wel zeggen dat de uitbreiding van
de capaciteit in nauw overleg gebeurd is met de betrokken
gemeenschapsministers en dat zal haar vruchten afwerpen.
Ik dien wel te vermelden dat hier over een vrijlating gesproken wordt
zo heb ik begrepen uit een van de vragen ,terwijl men er niet van op
de hoogte is welke maatregelen er genomen zijn jegens de betrokken
minderjarige.
Je souhaite donc mettre un terme
au manque de places pour des
jeunes constituant un problème.
Les négociations relatives au
protocole sont entrées dans leur
phase finale.
L'opération doit se dérouler dans
le cadre d'une cascade de
transformations et de construction
de nouveaux bâtiments. C'est
pourquoi nous avons pris une
décision à propos d'Achêne
immédiatement après l'adoption
du plan pluriannuel. Avec la Régie
des Bâtiments également, nous
sommes entrés dans la phase
finale des négociations.
Je ne puis évidemment me
prononcer sur la question de
savoir si la ministre de la
Communauté française a pris
suffisamment de mesures dans ce
dossier. Je puis uniquement dire
que l'extension de capacité a été
réalisée en étroite concertation
avec les Communautés. En
l'occurrence, c'est d'une libération
qu'il est question et ce, alors que
l'on n'est pas au courant des
mesures prises à l'encontre du
mineur concerné.
Au cours des précédentes réunions de la commission, il a déjà été
souligné à plusieurs reprises que le retour dans le milieu familial n'est
pas synonyme d'impunité mais qu'il s'accompagne généralement
d'une série de mesures.
De terugkeer in het gezin betekent
niet dat er sprake is van
straffeloosheid en gaat doorgaans
gepaard
met
een
reeks
maatregelen.
Ik denk hier onder meer aan het uitvoeren van alternatieve prestaties,
het volgen van pedagogische en medische richtlijnen, zich richten
naar richtlijnen van de dienst herstelbemiddeling en het respecteren
Je pense notamment à l'exécution
des peines de substitution et à
l'application
de
directives
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
van contact- en uitgangsverboden. Ik heb daar echter zoals gezegd
geen informatie over.
pédagogiques et médicales. Mais
je ne dispose pas d'informations à
ce sujet.
Je n'ai pas pu obtenir de liste de refus des Communautés
concernées. Étant donné que les mineurs sont placés sur différentes
listes d'attente par les magistrats qui sollicitent une place, cela
donnerait une image tout à fait faussée de la réalité, du moins selon
les Communautés concernées.
Le magistrat a pris contact avec la CIOC pour une autre demande de
placement. Suite à la réponse d'impossibilité de placement en milieu
fermé, il a contacté la direction des IPPJ de Fraipont et de Wauthier-
Braine qui n'ont pu donner une réponse satisfaisante.
Ik beschik niet over een lijst met
de
weigeringen
van
de
Gemeenschappen. Aangezien de
minderjarigen door de magistraten
op
verschillende
wachtlijsten
worden geplaatst, zou zo een lijst
hoe dan ook een vertekend beeld
geven van de realiteit.
De magistraat nam contact op met
de CIOC met betrekking tot een
ander verzoek tot plaatsing.
Aangezien hem werd geantwoord
dat er geen plaatsing mogelijk was
in een gesloten instelling, nam hij
contact op met de directie van de
IPPJ's van Fraipont en van
Woutersbrakel, die echter niet op
zijn verzoek konden ingaan.
11.06 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je souligne
votre ambition d'arriver à plus de clarté entre les différents niveaux de
pouvoir, notamment entre le fédéral et la Communauté française. Je
pense que vous êtes conscient qu'il y a urgence à légiférer dans cette
matière, et qu'on ne peut plus répéter les situations que nous avons
vécues récemment, notamment à Ghlin. Chaque fois qu'un tel
événement se passe, nous revenons poser la question en
commission, mais malheureusement cela n'avance pas assez vite.
Par contre, je ne partage pas votre avis quant au fait que le retour en
milieu familial ne crée pas de sentiment d'impunité. Dans le cas de
Ghlin, le soir-même de l'agression, le jeune est retourné dans sa
famille. Cela a créé un sentiment d'impunité dans la Région de Mons-
Borinage, où les jeunes ont pensé qu'ils pouvaient tout faire sans
crainte. Il a fallu attendre le lendemain pour qu'il trouve une place en
centre fermé.
Je vous remercie pour votre réponse, j'ai l'impression que vous voulez
vraiment avancer dans ce dossier. Mais si cela n'avançait pas comme
nous le souhaitons, nous vous interrogerons à nouveau.
11.06 Jacqueline Galant (MR):
Het is positief dat u voorstander
bent van meer duidelijkheid tussen
de verschillende bestuursniveaus,
en met name tussen het federale
niveau
en
de
Franstalige
Gemeenschap. U beseft dat er
dringend wetgevend werk moet
worden verricht, zodat situaties
zoals in Ghlin zich niet meer
kunnen voordoen.
Ik ben het echter niet met u eens
wanneer u zegt dat de terugkeer in
de familiale kring niet tot een
gevoel van straffeloosheid leidt. In
de regio Bergen-Borinage dachten
die jongeren duidelijk dat ze
probleemloos hun gang konden
gaan.
11.07 Eric Thiébaut (PS): J'apprécie le fait que le ministre n'ait pas
répondu de manière communautaire. Le fédéral va prendre ses
responsabilités, sans rejeter le problème vers les Communautés.
Cela m'a agréablement surpris.
Je rejoins ma collègue Mme Galant sur le fait que la libération du
jeune le soir-même a créé un sentiment d'impunité dans la région,
relayé par la presse, malgré les mesures d'accompagnement qui ont
été prises dans la famille. Il ne faut plus que cela arrive.
11.07 Eric Thiébaut (PS): Het
verheugt me dat de minister geen
communautair antwoord heeft
gegeven. Het federale niveau zal
zijn verantwoordelijkheid opnemen
en het probleem niet afwentelen
op de Gemeenschappen. Dat de
jongere dezelfde avond nog op
vrije voeten kwam, heeft evenwel
tot een gevoel van straffeloosheid
geleid, ondanks de begeleidende
maatregelen in het gezin. Dat mag
niet meer gebeuren.
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
11.08 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, ma
question était très précise. Je ne peux dès lors pas me permettre de
réagir sur l'ensemble de votre réponse, ni pour marquer ma différence
de perception quant au retour dans les familles qui, selon moi, peut
être l'indication la plus adéquate à un moment donné.
Ma question concernait le contact entre le magistrat et la CIOC. Si j'ai
bien compris, le magistrat a contacté la Cellule mais celle-ci ne lui a
pas donné de réponse favorable. Ensuite, il a lui-même pris des
contacts avec d'autres centres. Il semblerait qu'il y ait eu un problème
de communication entre ce magistrat et la Cellule, vu que le
lendemain, des places étaient disponibles. Est-ce correct?
11.08 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Mijn vraag betrof het
contact tussen de magistraat en
het CIOC. Als ik het goed
begrepen heb, heeft hij contact
opgenomen met de Cel, zonder
een gunstig antwoord te krijgen,
en heeft hij nadien contact
opgenomen met andere centra.
Maar de volgende dag waren er
plaatsen vrij!
11.09 Jo Vandeurzen, ministre: Le magistrat a pris contact avec la
CIOC pour une autre demande de placement car il a eu une réponse
d'impossibilité de placement en centre fermé. Il avait contacté les
directions de l'IPPJ de Fraipont et de Wauthier-Braine qui n'avaient
pas pu lui donner de réponse satisfaisante.
11.10 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, a-t-il
pris un contact avec la Cellule pour cette situation?
11.11 Jo Vandeurzen, ministre: Non, pour une autre! Du fait qu'on
lui ait dit qu'il n'y avait pas de place, il a certainement pensé inutile de
reprendre contact pour cette nouvelle situation.
11.12 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je
vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de mogelijkheid tot evaluatie van de wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het
Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van
het Strafwetboek" (nr. 7602)
- de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het deskundigenonderzoek" (nr. 7892)
- mevrouw Carine Lecomte aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de hervorming van de procedure gerechtelijke expertise" (nr. 8039)
12 Questions jointes de
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la possibilité d'évaluation de la loi du 15 mai 2007 modifiant le Code judiciaire en
ce qui concerne l'expertise et rétablissant l'article 509quater du Code pénal" (n° 7602)<br>- M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "l'expertise" (n° 7892)<br>- Mme Carine Lecomte au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la réforme de la procédure d'expertise judiciaire" (n° 8039)</b>
12.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de wet tot wijziging van het Gerechtelijk
Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek is sinds ruim een
jaar van kracht.
Ik heb u in maart hierover al een vraag gesteld. Desondanks blijven
mij, en blijkbaar ook andere collega's, berichten bereiken van
12.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La loi modifiant le
Code judiciaire en ce qui concerne
l'expertise est entrée en vigueur il
y a plus d'un an déjà. L'expertise
devrait à présent se dérouler plus
aisément
mais,
selon
de
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
deskundigen. Voornoemde wet zou, hoewel bedoeld om de expertise
vlotter te laten verlopen en de kosten te beperken, niet zelden het
omgekeerde effect ressorteren.
Ik kaart een aantal concrete problemen aan. In de praktijk blijkt dat de
installatievergaderingen meestal niet worden toegepast. De
deskundigen kunnen trouwens meestal niet accuraat antwoorden op
vragen inzake kostprijs en duur van de expertise vooraleer het
probleem gekend en bestudeerd is. Zelfs tijdens de loop van de
expertise kunnen onverwachte bevindingen of wendingen aanleiding
geven tot bijkomende onderzoeken, het inroepen van bijkomende
partijen, enzovoort.
Een eerste probleem geldt dus de installatievergadering die meestal
niet wordt toegepast. Wij kennen allemaal de woorden van de
voorzitter op de zitting: "Gaat u akkoord dat er afstand wordt gedaan
van die installatievergadering?". Dat is een eerste pijnpunt.
Een tweede zwak punt in de wetgeving betreft de provisionering van
de deskundigen. Indien de toegekende provisies onvoldoende blijken
om het onderzoek uit te voeren, moeten bijkomende gelden worden
opgevraagd via de rechtbank. Daarna is het wachten op het vonnis en
de betaling via de griffie. Meestal wordt het oproepen van
deskundigen en partijen in de raadkamer ervaren als iets wat tijd en
energie vergt, die nuttiger kunnen worden besteed. Het wachten op
gelden om de verdere expertiseverrichtingen te financieren, wordt
tevens aanzien als tijdverlies.
Bovendien blijkt het doorstromen van de provisies vanuit de griffies
naar de deskundigen niet altijd even vlot te verlopen. Het is
aangewezen dat de vonnissen duidelijker zouden stipuleren wie de
provisie moet betalen. De omschrijving "de meest gerede partij" geeft
heel dikwijls aanleiding tot discussie tussen de partijen waardoor
betaling uitblijft, het onderzoek geblokkeerd is en de zaak niet
opgelost raakt.
Een derde pijnpunt betreft de controle op de termijn van uitvoering
van de expertises. Dat is op zich een goede zaak, voor zover de
rechtbanken evenwel de experts niet nodeloos te pas en te onpas
oproepen, waardoor ze tijd verliezen. De termijnen kunnen ook aan de
krappe kant gesteld zijn, vooral in expertises waarbij meerdere
partijen betrokken zijn.
Tot zover slechts enkele pijnpunten die mij vanop het terrein bereiken.
Mijnheer de minister, hebt u weet van deze concrete problemen? Zo
ja, hoe denkt u die in het kader van een eventuele reparatiewet, te
verhelpen? Acht u het nuttig een evaluatiemoment van deze wet in te
bouwen? Zo ja, wanneer?
nombreux témoignages d'experts,
c'est l'inverse qui se produit. Les
réunions
d'installation
n'ont
généralement
pas
lieu.
La
constitution de provisions pour les
experts
laisse
également
à
désirer, ce qui génère des retards.
Il faut saluer en revanche
l'augmentation des contrôles des
délais d'exécution des expertises,
pour autant du moins qu'il s'agisse
de délais raisonnables.
Le ministre est-il informé de ces
problèmes? La loi sera-t-elle
évaluée? Une loi de réparation
est-elle prévue?
12.02 Raf Terwingen (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de
minister, mijn vraag gaat over een aspect van de vraag van mevrouw
Lahaye-Battheu.
Er werd mij door een voorzitter van de rechtbank gemeld dat men
problemen heeft met het beheersen van de geldstromen die tot stand
komen bij de provisionering van de deskundigen.
Vroeger stonden de partijen zelf in voor de provisionering via hun
12.02 Raf Terwingen (CD&V): Le
président d'un tribunal me fait
savoir que la constitution de
provisions pour les experts pose
problème.
Les
greffes
ne
parviennent
pas
à
gérer
correctement ces flux financiers.
Le programme comptable sera-t-il
adapté?
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
advocaat. U weet dat de nieuwe wet voorziet dat de provisionering
moet gebeuren door storting aan de griffie van de betrokken
rechtbank en dat er vervolgens een doorstorting gebeurt aan de
deskundigen.
Blijkbaar zou er bij een aantal griffies praktisch een probleem zijn
gerezen. De boekhoudprogramma's waarover zij beschikken, zijn er
niet op voorzien om dit soort geldstromen op een systematische
manier te traceren en te begeleiden.
Bent u op de hoogte van dit probleem met het boekhoudprogramma
dat moet voorzien in de provisioneringsstromen? Zo ja, welke remedie
zult u toepassen?
12.03 Minister Jo Vandeurzen: Ik kan de collega's alleen maar
bevestigen dat op dit moment de laatste hand wordt gelegd aan een
wetgevend initiatief om een antwoord te bieden op een aantal
knelpunten, die op het terrein worden gesignaleerd en die u ook
terecht aanhaalt. Wij zijn ervan overtuigd dat er zich aanpassingen
opdringen.
Er moet daarbij rekening worden gehouden met de voorstellen die zijn
gedaan door de verschillende actoren die betrokken zijn bij de
expertises. Zo heeft ook de Federatie van de Belgische
Expertenverenigingen voorstellen mogen formuleren en daarmee
werd ook rekening gehouden.
Ik zal even uw punten overlopen. Ik geef u mijn persoonlijke
overtuiging. Wij zijn dit aan het finaliseren. Het zou kunnen dat er hier
en daar nog een wijziging wordt aangebracht. Ik geef u in grote lijnen
waaraan op dit moment concreet wordt gedacht.
De huidige wetgeving kan maar van de installatievergadering afzien,
mits instemming van de partijen. Dit leidt in een aantal gevallen tot het
organiseren van een installatievergadering, los van de vraag of deze
wel nodig is of tot het systematische verzoek van de rechter om
afstand van de vergadering te doen. Teneinde dit te verhelpen,
zouden wij kunnen voorzien in de beoordeling van de opportuniteit
van de installatievergadering door de partijen en/of de rechter.
Verder zal de rechter in ons voorstel de plaats van de
installatievergadering kunnen bepalen in samenspraak met de
deskundigen. Hoewel dit door sommigen onder de actuele bepaling,
nl. de installatievergadering die in raadkamer plaatsvindt, reeds wordt
aanvaard, zal de installatievergadering alzo ter plaatse kunnen
doorgaan. Op die manier zal de deskundige de vragen, die hem
worden gesteld naar aanleiding van de installatievergadering, met
betere kennis van zaken kunnen beantwoorden. Wij zullen ook
proberen te bepalen dat de deskundige enige tijd voor de
installatievergadering daartoe over een bundel kan beschikken.
Wat betreft het aangehaalde probleem van de onverwachte
bevindingen kent de wet in haar geldende vorm de mogelijkheid de
opdracht van de deskundige aan te passen indien dit in de loop van
het onderzoek nodig mocht blijken. Het gaat hier om artikel 973, §2.
De procedure in raadkamer voor betwistingen houdt expliciet de
betwisting tot uitbreiding of verlenging van de opdracht in. De artikelen
980 en 981 van het Wetboek komen tegemoet aan de problematiek
12.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Nous mettons en ce moment la
dernière main à une initiative
législative. Nous sommes en effet
convaincus
de
la
nécessité
d'effectuer certains changements.
Pour ce faire, nous devons tenir
compte des propositions des
différents acteurs.
Nous envisageons notamment la
possibilité, pour les parties et/ou le
juge,
d'évaluer
l'opportunité
d'organiser ou non la réunion
d'installation. Le juge pourra par
ailleurs déterminer le lieu de la
réunion d'installation en accord
avec les experts. Si la réunion
peut se tenir sur place, l'expert
pourra répondre aux questions en
meilleure connaissance de cause.
À cet effet, il faudra qu'il dispose
d'un dossier quelque temps avant
la réunion.
La loi prévoit la possibilité, à
l'article 973, § 2, de modifier la
mission de l'expert en présence
d'éléments inattendus, tandis que
les articles 980 et 981 traitent de la
problématique
des
parties
défaillantes ou intervenantes.
En
cas
de
demande
de
consignation
d'une
provision
supplémentaire, il n'y a en principe
pas d'audience de la chambre du
conseil; le juge statue sur pièces.
Au cas où les garanties seraient
insuffisantes, l'expert peut, au
début de l'expertise, demander
une provision et une libération
suffisantes.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
van de versteklatende of tussenkomende partijen.
Met betrekking tot de provisies kan ik u zeggen dat er voor de vraag
tot consignatie van een bijkomend voorschot of de verdere vrijgave
artikel 988 van het Gerechtelijk Wetboek in de regel geen zitting in
de raadkamer plaatsvindt en de partijen dus niet worden opgeroepen.
De rechter oordeelt op stukken en beschikt daarbij over de wettelijke
beraadtermijn. Indien dit niet voldoende garanties zou bieden, komt
het ook aan de deskundige toe om bij aanvang van de expertise om
een voldoende provisie en vrijgave te vragen.
Als antwoord op de vraag van de heer Terwingen, stellen we voor om
de consignatie ter griffie af te schaffen en als enige mogelijkheid in de
consignatie bij een kredietinstelling te voorzien. De knowhow en de
professionaliteit van een financiële instelling lijkt ons op dit terrein
meer werkzaam en er mag verwacht worden dat dit tot een snellere
en vlottere afhandeling van de financiering van expertise zal leiden.
Verder behoort de aanduiding door de rechter van de partij die tot de
consignatie dient over te gaan, in toepassing van artikel 987 van het
Gerechtelijk Wetboek tot de bevoegdheid van de rechter en moet hij
hier soeverein over kunnen oordelen. Ik kan alleen maar samen met u
de wensen formuleren dat de uitspraken in de gevallen waarover er
discussie mogelijk is over wie er als meest gerede partij wordt
aanzien, voldoende duidelijk zouden zijn.
Wat ten slotte de onhaalbare - termijnen aangaat, trachten we
tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de verschillende
groepen. Dienaangaande gaat het over zeer uiteenlopende wensen
en vragen ze niet allemaal hetzelfde. We proberen een evenwicht te
behouden tussen wat als redelijk wordt ervaren, zonder evenwel de
bespoediging van de expertises in het gedrang te brengen. We
zoeken uit of we hiervoor een libellering kunnen voorstellen.
Samengevat moeten we erkennen dat zich een aantal pijnpunten
manifesteren. Ik denk dat dit niet ongebruikelijk is als zo'n nieuwe wet
in werking treedt. Er zijn een aantal knelpunten die door iedereen op
dezelfde manier worden gesignaleerd. U mag verwachten dat er
hierover in de volgende maanden een wetgevend initiatief zal komen.
Nous proposons de supprimer la
consignation au greffe et de
permettre
la
consignation
uniquement
auprès
d'un
établissement de crédit. Cette
manière de procéder faciliterait
l'expertise.
Le juge apprécie souverainement
quelle partie doit procéder à la
consignation.
Je
souhaite
également que les décisions
arrêtées à ce sujet soient
suffisamment claires.
Nous voulons un équilibre dans la
fixation des délais pour les
expertises. Tout le monde ne
partage pas les mêmes attentes.
12.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ik dank de minister voor
zijn antwoord waarin hij vooral aankondigt dat er een reparatiewet
komt. U zegt binnen enkele maanden, is dat dan nog dit jaar?
12.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La loi de réparation
sera-t-elle adoptée cette année
encore?
12.05 Minister Jo Vandeurzen: De stand van zaken is dat de teksten
klaar zijn. Dit maakt deel uit van een wat groter wetsontwerp. Ze
worden in de IKW's besproken, moeten vervolgens naar de regering
en de Raad van State tot ze naar het parlement komen.
12.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Les textes sont prêts. Ils font
partie d'un projet de loi plus vaste
et doivent encore être transmis
aux
groupes
de
travail
intercabinets et au Conseil d'État.
12.06 Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, wij zijn in blijde
verwachting.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
13 Vraag van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het arrest van het Grondwettelijk Hof aangaande de evaluatie van
de korpschefs" (nr. 7600)
13 Question de Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'arrêt de la Cour constitutionnelle relatif à l'évaluation des chefs de
corps" (n° 7600)</b>
13.01 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal mijn vraag die op papier nogal uitvoerig is
verkort stellen.
In het kader van de hervorming van de magistratuur en in een poging
om te komen tot een performanter gerecht werd onder meer artikel
151 van de Grondwet gewijzigd. In de zesde paragraaf van dit artikel
wordt gesteld dat rechters, ambtenaren van het openbaar ministerie,
de voorzitter en de afdelingsvoorzitters van het Hof van Cassatie, de
kamervoorzitters van de hoven en de ondervoorzitters van de
rechtbanken, worden onderworpen aan een evaluatie. Met de wet van
18 december 2006 op het gebruik der talen in gerechtszaken is de
wetgever echter nog een stap verder gegaan door te voorzien in een
evaluatie van de korpshoofden door een college van zes leden. Een
lid wordt aangewezen door de eerste voorzitter van het Rekenhof en
een door de uitvoerende macht. Deze evaluatie heeft betrekking op
de managementcapaciteiten en meer in het bijzonder op het
personeelsbeheer en de genomen maatregelen teneinde de
gerechtelijke achterstand te bestrijden.
Een aantal korpshoofden heeft tegen deze wettelijke bepalingen
geageerd en is naar het Grondwettelijk Hof gegaan om de regeling
aan te vechten. In een arrest van 1 september 2008 heeft het
Grondwettelijk Hof deze korpsoversten gelijkgegeven en erop
gewezen dat de Raad van State destijds in zijn advies over het
betrokken wetsontwerp al had gewezen op de onmogelijkheid om de
korpsoversten te evalueren, wat niet is gevolgd op dat ogenblik. Ik zal
de inhoud van het arrest van het Grondwettelijk Hof niet herhalen. Het
is echter in elk geval zo dat het Grondwettelijk Hof overgegaan is tot
de vernietiging van een aantal bepalingen van voornoemde wet.
Mijnheer de minister, ik zou van u graag willen vernemen welke
concrete gevolgen deze uitspraak van het Grondwettelijk Hof heeft en
welke maatregelen u dienaangaande zult treffen.
13.01 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): La loi du 18 décembre
évoque
une
évaluation
des
capacités de management de
chefs de corps par un collège
constitué
de
six
membres.
Plusieurs chefs de corps ont
contesté
avec
succès
ces
dispositions légales devant la Cour
constitutionnelle qui, se référant à
un avis du Conseil d'État relatif à
l'impossibilité d'une telle situation,
a annulé une série de dispositions
de la loi.
Quelles
sont
conséquences
concrètes de cette annulation et
quelles mesures
le ministre
mettra-t-il en oeuvre?
13.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, in het arrest
4268 van 1 september 2008 worden enkel de bepalingen van het
Gerechtelijk Wetboek vernietigd die betrekking hebben op de
evaluatie van de korpschef van de zittende magistratuur, wegens
tegenstrijdigheid met artikel 151 van de Grondwet, terwijl de evaluatie
van de korpschef van het openbaar ministerie behouden blijft.
Er wordt de wetgever verweten dat hij een identieke behandeling
heeft ingevoerd tussen twee categorieën van magistraten voor wie de
grondwetgever een verschil in behandeling heeft voorzien. Aangezien
het artikel 151 paragraaf 6 in de verklaring tot herziening van de
Grondwet van 1 mei 2007 niet is opgenomen binnen de bepalingen
die voor herziening in aanmerking komen, kunnen de korpschefs van
de zittende magistratuur tijdens deze legislatuur niet meer worden
geëvalueerd in de stand van de wetgeving na het arrest.
13.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Les
dispositions
relatives
à
l'évaluation du chef de corps de la
magistrature
assise
ont
été
annulées.
En
revanche,
l'évaluation du chef de corps du
ministère public sera maintenue. Il
est reproché au législateur d'avoir
traité
identiquement
deux
catégories de magistrats pour
lesquelles le constituant a imposé
une différence de traitement.
L'article 151, paragraphe 6,
n'ayant pas été intégré, dans la
déclaration de révision de la
er
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Er zal dus wetgevend moeten opgetreden worden. De wijzigingen die
krachtens de wet van 18 december 2006 zijn aangebracht aan artikel
249 quater van het Gerechtelijk Wetboek blijven behouden, behalve
de samenstelling van het dossier dat wordt opgesteld in het kader van
de verlenging van het mandaat van korpschef van de zittende
magistratuur. Dit betekent dat de korpschef van de zittende
magistratuur een mandaat behoudt van vijf jaar dat onmiddellijk één
keer hernieuwbaar is in hetzelfde rechtscollege. Dat is de situatie.
Het hof heeft de verzoekende partijen die de evaluatie van de
korpschef van het openbaar ministerie wilden laten vernietigen door
aan te voeren dat de wetgever diezelfde bedoelingen had, niet
gevolgd. Het is dan ook krachtens de Grondwet dat de wetgever
evaluatieregels moet opstellen die van toepassing zijn op de
korpschef van het openbaar ministerie. In de huidige stand van de
wetgeving moet de korpschef van het openbaar ministerie dan ook
worden geëvalueerd op grond van artikel 259 novies en unies van het
Gerechtelijk Wetboek en op grond van het koninklijk besluit van 9 mei
2008 tot vaststelling van evaluatiecriteria van de korpschef en de
weging van deze criteria.
Om het antwoord op de gevolgen van het arrest van het
Grondwettelijk Hof aangaande de evaluatie van de korpschefs te
kunnen formuleren, ben ik van mening dat het mandaatsysteem en
het evaluatiesysteem van de korpschefs van de magistraten in het
algemeen aan een grondige evaluatie toe is. Los van een punctuele
remedie naar aanleiding van het arrest en specifiek voor de evaluatie
van de korpschef van de zittende magistratuur, denk ik dat de
discussie ruimer zal zijn.
In die zin heb ik in juni 2008 reeds een zeer omvangrijke adviesvraag
gesteld aan de Hoge Raad voor de Justitie om te streven naar een
modern personeelsmanagement voor de magistraten. In deze
adviesvraag is de Hoge Raad voor de Justitie ook gevraagd een
geactualiseerd, concreet en allesomvattend advies te geven over hoe
de bestaande evaluatiesystemen van magistraten en korpschefs-
mandaathouders dienen verbeterd te worden.
Er zijn twee elementen. Wat de korte termijn betreft zijn wij technisch
aan het nagaan hoe wij het arrest moeten uitvoeren indien zich dit
opdringt, en ik denk dat dit wel het geval zal zijn. Ik moet u toch
meegeven dat ik dat toch ga plaatsen in een breder debat over het
geheel van de evaluatiesystemen en het mandaatsysteem.
Constitution du 1
er
mai 2007, aux
dispositions ouvertes à révision, le
chef de corps de la magistrature
assise conserve un mandat de
cinq ans qui est immédiatement
renouvelable une fois au sein de la
même juridiction. La Cour n'a pas
suivi les parties requérantes qui
voulaient annuler l'évaluation du
chef de corps du ministère public.
Selon la Cour, c'est au législateur
qu'il appartient d'élaborer les
règles d'évaluation.
Il convient de soumettre à une
évaluation approfondie le système
de mandats et le système
d'évaluation des chefs de corps
des magistrats. En juin 2008, j'ai
adressé
une
demande
circonstanciée d'avis au Conseil
supérieur de la Justice dans
l'optique d'une gestion moderne
du personnel de la magistrature.
Nous déterminerons à court terme
dans quelle mesure nous devrons
exécuter l'arrêt si cela s'avère
nécessaire mais je souhaiterais
inscrire cette discussion dans le
cadre d'un débat plus large sur le
système d'évaluation et le système
des mandats.
13.03 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik
heb geen repliek.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
De voorzitter: Nu wordt de vraag nummer 7644 van mevrouw Schryvers behandeld. Er werd voorgesteld
om daarna de samengevoegde vragen van de heer Frédéric en mevrouw Galant te behandelen, onder punt
32 van onze agenda, vermits de heer Frédéric naar het Comité P moet.
14 Vraag van mevrouw Katrien Schryvers aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de betrokkenheid van pleegouders in juridische procedures met
betrekking tot hun pleegkind voor de jeugdrechtbank" (nr. 7644)
14 Question de Mme Katrien Schryvers au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
Réformes institutionnelles sur "l'implication des familles d'accueil dans des procédures juridiques
devant le tribunal de la jeunesse concernant l'enfant placé chez elles" (n° 7644)</b>
14.01 Katrien Schryvers (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik heb een vraag in verband met de betrokkenheid van
pleegouders in procedures aangaande het pleegkind voor de
jeugdrechtbank.
Luidens artikel 46 van de jeugdbeschermingswet moet de
dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie of de
waarschuwing die het geeft, op straffe van nietigheid worden gericht
aan de opvangouders. Uit een rondvraag door de vzw
"Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg" bij de Vlaamse
diensten voor pleegzorg blijkt dat opvangouders in bepaalde
gerechtelijke arrondissementen als Antwerpen, Mechelen, Turnhout
en Gent wel en in andere arrondissementen niet zoals in Kortrijk of
niet systematisch zoals in Hasselt, worden opgeroepen door de
jeugdrechtbank. Deze uiteenlopende praktijken brengen heel wat
onzekerheid mee voor de opvangouders. Voor de diensten van
pleegzorg is het zeer moeilijk uit te leggen aan de opvangouders wat
ze mogen verwachten. De wet, die is gewijzigd in navolging van een
arrest van het Arbitragehof, is nochtans duidelijk.
Een tweede pijnpunt dat uit de rondvraag blijkt, is de inzage van het
dossier van het pleegkind door de opvangouders op de griffies van de
jeugdrechtbanken. Zelfs al worden de opvangouders opgeroepen,
dan nog blijkt dat ze niet in elk arrondissement het dossier op de
griffie mogen inkijken. Ze moeten de omweg volgen van het vragen
van toelating aan het parket en dat zorgt vaak voor een hoge drempel.
Een derde pijnpunt is het apart horen van partijen. Indien er zich
ernstige conflicten voordoen tussen de opvangouders en de
natuurlijke ouders, wordt dit door de pleegzorgdiensten als zeer
wenselijk ervaren. Ook op dit punt blijkt uit voorgaande rondvraag de
praktijk tussen de gerechtelijke arrondissementen toch wel sterk
uiteen te lopen. Zo hoort de jeugdrechtbank van Turnhout de partijen
wel afzonderlijk, kan men hierom in Antwerpen uitdrukkelijk
verzoeken en gebeurt dit in het merendeel van de Vlaamse
jeugdrechtbanken niet.
Mijnheer de minister, zijn u voornoemde verschillen in toepassing van
de wet bekend? Hoe zijn ze eventueel te verklaren en zijn daarover
gegevens beschikbaar? Overweegt u maatregelen te treffen om deze
verschillen weg te werken? Zo ja, welke?
14.01
Katrien
Schryvers
(CD&V): Conformément à l'article
46 de loi relative à la protection de
la jeunesse, la citation ou
l'avertissement concernant un
enfant placé lancés à la requête
du ministère public doivent être
adressés aux parents d'accueil. Il
ressort d'une enquête informelle
auprès des intéressés que cette
procédure n'est pas partout
systématiquement d'application.
La même enquête informelle
révèle par ailleurs que les parents
d'accueil n'ont pas partout accès
au dossier de l'enfant dont ils ont
la responsabilité et se voient
souvent contraints de demander
une autorisation du parquet à cet
effet.
En cas de conflit entre les parents
biologiques
et
les
parents
d'accueil,
il
est
souvent
souhaitable que les différentes
parties
soient
entendues
séparément.
Sur
ce
point
également, les pratiques diffèrent
grandement d'un arrondissement
à l'autre.
Le ministre est-il au courant de
cette différence d'application des
dispositions d'un arrondissement à
l'autre? Comment ces différences
s'expliquent-elles? Le ministre
prendra-t-il des mesures pour
gommer ces différences et, dans
l'affirmative, lesquelles?
14.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte
collega, ik moet u eerlijk zeggen dat mij geen verschil in toepassing
bekend was. Onze administratie is ook verwonderd dat de wet met
betrekking tot het oproepen van pleegouders in Kortrijk niet zou
worden toegepast. Artikel 46 van de jeugdwet is nochtans zeer
duidelijk, doordat ze stelt dat de dagvaarding, op straffe van
nietigheid, moet worden gericht aan de ouders, opvangouders,
voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben
en in bepaalde gevallen aan de minderjarige zelf.
Volgens de vzw Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg is er
blijkbaar ook een verschil in toepassing van het inzagerecht van de
dossiers door opvangouders en het horen van partijen. Navraag bij
14.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je n'étais pas au courant d'une
différence
d'application.
Il
m'étonne également que la loi
relative à la citation des parents
d'accueil ne serait pas partout
d'application. La citation doit être
adressée aux parents, aux parents
d'accueil ou aux tuteurs des
mineurs et, dans certains cas, au
mineur lui-même.
Selon l'ASBL "Ondersteunings-
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
het expertisenetwerk Jeugdbescherming heeft ons geleerd dat men er
daar niet van op de hoogte is. Ik heb het expertisenetwerk
Jeugdbescherming dan ook gevraagd navraag te willen doen bij alle
rechtbanken om de correctheid van de vermelde gegevens te
verifiëren en eventueel eenvormige richtlijnen uit te schrijven.
structuur Bijzondere Jeugdzorg", il
existerait
également
une
différence concernant le droit des
parents de consulter les dossiers
ainsi que l'audition des parties. Le
réseau d'expertise de la protection
de la jeunesse n'est pas au
courant de ces faits. Je l'ai invité à
vérifier les données auprès des
tribunaux et à rédiger, le cas
échéant, une directive tendant à
l'uniformité en la matière.
14.03 Katrien Schryvers (CD&V): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik denk dat het inderdaad belangrijk is dat er eenvormige
richtlijnen zijn, die overal worden gevolgd. Ik heb de informatie
gekregen van de vzw Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg
en ik kan die gegevens ook overzenden, indien dat gewenst is.
14.03
Katrien
Schryvers
(CD&V): J'appuie l'importance de
directives uniformes en la matière.
Si vous le souhaitez, je puis vous
communiquer les données de
l'ASBL "Ondersteuningsstructuur
Bijzondere Jeugdzorg".
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Questions jointes de
- M. André Frédéric au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la restitution des armes suite à l'adoption de modifications à la loi de 2006 sur les armes"
(n° 7786)<br>- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les armes non détruites dans certaines zones de police" (n° 7826)<br>- Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la possibilité d'introduire un recours auprès du ministre de la Justice en cas de
non-respect par les gouverneurs des délais de décision" (n° 7827)</b>
15 Samengevoegde vragen van
- de heer André Frédéric aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de inlevering van wapens na de goedkeuring van de wijzigingen van de
wapenwet van 2006" (nr. 7786)
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de niet-vernietigde wapens in sommige politiezones" (nr. 7826)
- mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de minister van Justitie in geval
van niet-naleving van de beslissingstermijnen door de gouverneurs" (nr. 7827)
15.01 André Frédéric (PS): Madame la présidente, je remercie les
collègues de nous laisser la priorité. Il est vrai que le Comité P se
réunit à 12.30 heures à la demande du président de la Chambre et je
souhaite être à l'heure.
Monsieur le ministre, je me permets de revenir sur cette loi de 2006
relative aux armes, que nous avions votée à la quasi-unanimité de
cette assemblée, qui a été modifiée juste avant les vacances
parlementaires et qui a appelé un certain nombre de réactions.
J'avais eu l'occasion de déposer une question écrite à laquelle j'ai
reçu une réponse avant hier, je pense. Il y a donc eu collision avec le
dépôt de ma question orale. Je vais donc modifier quelque peu le
texte. Veuillez m'en excuser.
15.01 André Frédéric (PS): Ik
ben zo vrij terug te komen op de
wapenwet uit 2006. Er is nog altijd
een probleem met de personen
die
hun
wapens
vrijwillig
overgedragen hebben en nu deze
wapens terug willen krijgen. Ze
krijgen te horen dat alleen zij die
hun wapens in bewaring hebben
gegeven, hun wapens kunnen
terugkrijgen. Ik weet dat bepaalde
wapens
vernietigd
werden
overeenkomstig genoemde wet
maar ik weet ook dat er veel
wapens overblijven die "vrijwillig
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
Je vous interrogeais par écrit sur la problématique de la restitution
des armes. Les gens qui, respectant la loi de 2006, ont déposé leurs
armes auront-ils la possibilité de récupérer celles-ci? Cette question
est fondamentale.
Vous m'avez répondu que les armes qui avaient été mises en dépôt
chez un armurier ou à la police pouvaient être récupérées. Vous
répondez donc à une partie de ma question, confirmant par là même
une réponse que vous m'aviez déjà adressée en mars dernier
d'ailleurs. Un problème persiste cependant concernant les gens qui
ont fait ce qu'on appelle une cession volontaire d'armes.
On sait dans quel contexte et dans quel état d'esprit les gens se sont
rendus dans les bureaux de police. La notion même de cession
volontaire a été fortement critiquée; en fait, les gens ont eu tellement
peur, qu'ils ont signé à peu près n'importe quoi.
Ces personnes qui ont respecté la loi en effectuant une cession
volontaire, qui sont d'honnêtes citoyens, souhaitent aujourd'hui
récupérer leurs armes. Pourtant on leur répond que seuls ceux qui ont
mis en dépôt peuvent le faire.
Je sais que certaines de ces armes ont été détruites, comme le
prévoyait la loi susvisée, mais je sais aussi qu'il reste un nombre
important d'armes "cédées volontairement" dans les commissariats.
Selon moi, le bon sens voudrait, monsieur le ministre, qu'on donne
des directives aux gouverneurs et aux zones de police pour que ces
honnêtes citoyens puissent récupérer leurs biens.
afgestaan"
werden
in
de
commissariaten.
Het
gezond
verstand zegt dat er nu richtlijnen
zouden moeten worden gegeven
aan de gouverneurs en de
politiezones zodat die eerlijke
burgers hun eigendom kunnen
terugkrijgen.
15.02 Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je me tourne à nouveau vers vous. En effet, je vous avais
déjà questionné sur le sujet et vous m'aviez à l'époque renvoyée vers
le ministre Dewael, qui me renvoie à son tour vers vous.
En réponse à une question que je vous avais adressée concernant
les armes non détruites dans certaines zones de police, vous m'aviez
répondu que ces armes pouvaient être récupérées comme vient de
le dire mon collègue pour autant qu'elles aient été mises en dépôt à
la police locale ou auprès d'armuriers agréés. Vous ajoutiez que les
armes qui ont été abandonnées et détruites en application de la loi,
telle que cette dernière était rédigée avant sa récente modification, ne
sont évidemment pas concernées. Si elles ont été détruites, on ne sait
évidemment pas les rendre.
Comme vous le savez très certainement, les services de police et les
services provinciaux des armes ont fait signer, parfois sous la
contrainte, un formulaire d'abandon à la plupart des personnes qui
n'entraient pas dans les conditions de détention prévues par la loi
"Onkelinx". Désormais, à la suite des modifications entrées en vigueur
le 1
er
septembre 2008, nombreuses sont celles qui pourraient
introduire une demande d'autorisation de détention sans munition et
l'obtenir.
Or, si je m'en tiens à votre réponse, ces personnes ne pourraient
récupérer leurs armes car on les a invitées de manière insistante,
voire contraignante, à signer un formulaire d'abandon. Il est fort
probable que ces personnes n'ont pas été informées de la possibilité
de confier leurs armes en dépôt aux services de police.
15.02 Jacqueline Galant (MR):
Als ik de huidige situatie goed
begrijp,
zouden
sommige
personen deze wapens niet
mogen terugkrijgen terwijl ze ze op
grond van de in de wet
aangebrachte
wijzigingen
wel
mogen houden. U hebt laten
verstaan dat de minister van
Binnenlandse
Zaken
een
rondzendbrief aan de provinciale
diensten en aan de politiediensten
moest sturen om erop te wijzen
dat de eigenaars hun wapens
mochten terugkrijgen. Bij navraag
bij de minister van Binnenlandse
Zaken
bleek
dat
deze
rondzendbrief van u moet komen.
Hoe
staat
het
met
de
bevoegdheidsverdeling in deze? Ik
wil ook graag uw aandacht
vestigen
op
de
behandelingstermijn
van
de
aanvragen tot het verkrijgen van
een vergunning voor het houden
van een vuurwapen door de
diensten van de gouverneur, meer
bepaald
in
de
provincie
Henegouwen.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
Si je comprends bien votre réponse, toutes ces personnes ne
pourraient pas récupérer ces armes, alors qu'elles pourraient les
détenir en vertu des modifications. Ce faisant, concrètement, on ne
donne pas la possibilité à ces personnes de conserver, dans leur
patrimoine, une arme qui était détenue légalement auparavant
comme le souhaite la Cour constitutionnelle. Cette interprétation de
réponse est-elle correcte?
En jouant sur les mots "dépôt" et "abandon", j'ai l'impression que
finalement, l'intention réelle est de ne pas rendre ces armes aux
personnes souhaitant bénéficier de la possibilité de détenir une arme
sans munition après avoir obtenu l'autorisation.
Dans votre réponse, vous laissiez entendre qu'il revenait au ministre
de l'Intérieur d'adresser une circulaire aux services provinciaux et aux
services de police pour leur indiquer qu'il était autorisé de rendre leurs
armes aux propriétaires. Étant entendu que, dans l'attente de la
décision de délivrer ou non l'autorisation conformément aux
dispositions de la loi, la demande d'autorisation vaut autorisation
provisoire. Renseignements pris auprès du ministre de l'Intérieur, il
apparaît qu'il vous revient d'adresser cette circulaire. Monsieur le
ministre, où en est la répartition des compétences dans cette
matière? Qui doit faire cette fameuse circulaire?
Je souhaite également attirer votre attention sur les délais de
traitement des demandes d'autorisation de détention d'une arme à feu
par les services du gouverneur et, plus spécifiquement, du
gouverneur de la province du Hainaut.
L'article 31 de la loi du 8 juin 2008 réglant les activités économiques
et individuelles avec des armes prévoit explicitement que le
gouverneur doit se prononcer sur les demandes d'autorisation dans
les quatre mois de la réception de celles-ci. Une prolongation peut
être accordée qu'une seule fois et elle ne peut excéder six mois. Cet
article précise encore que, sous peine de nullité, les délais dans
lesquels les gouverneurs sont tenus de prendre une décision ne
peuvent être prolongés que par une décision motivée.
L'article 30 de la loi prévoit encore qu'un recours est ouvert auprès du
ministre de la Justice ou de son délégué, en l'absence de décision du
gouverneur.
Sous peine d'irrecevabilité, la requête motivée doit être adressée sous
pli recommandé au service fédéral des armes, au plus tard quinze
jours après avoir constaté l'absence de décision dans les délais visés
à l'article 31 ou après avoir eu connaissance de la décision du
gouverneur, accompagnée d'une copie de la décision attaquée. La
décision est rendue dans les six mois de la réception de la requête.
Je voudrais illustrer la situation de la province du Hainaut par un cas
concret qui m'a été soumis par un citoyen. Ce dernier a introduit une
demande d'autorisation en date du 18 mai 2007. Aujourd'hui, sa
demande n'a toujours pas été traitée.
Force est de constater que nous sommes très loin du délai de quatre
mois, voire du délai de 10 mois, en cas de renouvellement comme
prévu par l'article 31 de la loi sur les armes.
Uit een concreet geval blijkt dat
een aanvraag van 18 mei 2007
nog niet behandeld werd. Wordt er
naar
aanleiding
van
de
hernieuwde aanvraag die de
termijn waarbinnen de gouverneur
zijn beslissing moet nemen,
verlengt, naar de aanvrager een
brief verstuurd, waarin duidelijk
wordt aangegeven waarom de
termijn verlengd wordt? Zou er in
die brieven niet uitdrukkelijk
moeten worden gesteld dat de
aanvrager beroep kan instellen bij
de minister van Justitie, indien de
gouverneur binnen de gestelde
termijnen geen beslissing heeft
genomen? Heel wat burgers
hebben
me
de
gegevens
doorgespeeld die hun door de
politiediensten
werden
meegedeeld.
Ik
heb
de
documenten kunnen bekijken. Het
is bijzonder verontrustend dat de
diensten die de wapenwet moeten
toepassen, de draagwijdte niet
kennen
van
de
wettelijke
bepalingen
die
ze
moeten
toepassen. Het is dus dringend
noodzakelijk dat er voor die
diensten
een
duidelijke
omzendbrief
wordt
opgesteld.
Werd
er
een
omzendbrief
verzonden naar de hoofden van de
provinciale wapendiensten en de
politiezones?
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Renseignements pris auprès du ministre de l'Intérieur, il apparaît qu'il
revient au ministre de la Justice de fournir les réponses à mes
questions, qui sont les suivantes:
1. À l'occasion du renouvellement prolongeant le délai dans lequel le
gouverneur doit rendre sa décision, un courrier est-il envoyé au
demandeur expliquant clairement les motivations de la prolongation
du délai?
2. Ne conviendrait-il pas d'indiquer explicitement dans ces courriers
que le demandeur peut introduire un recours auprès du ministre de la
Justice en cas d'absence de décision du gouverneur dans les délais
visés?
3. Plusieurs citoyens m'ont fait part d'informations qui leur ont été
données par les services de police. J'ai vu les documents. Il est très
préoccupant de constater que les services en charge de l'application
de la loi sur les armes ignorent la portée des dispositions légales
qu'ils sont chargés d'appliquer. Les modifications apportées à la loi
étaient attendues et ont été adoptées à une très large majorité. La
date du 31 octobre 2008, qui est importante pour les personnes qui
souhaitent conserver et donc régulariser leurs armes est fort proche.
Or, ces personnes risquent d'être privées de cette possibilité en
raison de la méconnaissance des dispositions légales par les services
de police et les services provinciaux. Il est donc impératif et urgent
d'adresser une circulaire claire à ces services. Si ce n'est pas le cas,
vos services risquent de donner l'impression de ne pas vouloir
appliquer correctement la loi votée en juillet. Une circulaire a-t-elle été
envoyée aux responsables des services armes provinciaux et aux
zones de police? Si oui, quand et comment? Sinon, quand et
comment le ministre de la Justice compte-t-il le faire vu l'extrême
brièveté des délais?
15.03 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, je vais
d'abord faire une remarque générale. S'il y a des problèmes
spécifiques ou généraux urgents et dont il faut discuter, je vous invite
à contacter à tout moment les collaborateurs de mon cabinet pour voir
ce qu'il y a lieu de faire.
Le fait d'introduire une question parlementaire appelle une réponse
formelle et je ne pense pas que ce soit la bonne manière de résoudre
des problèmes de terrain, que je ne nie pas, mais pour lesquels la
recherche d'une solution est plus aisée dans un autre contexte. Tout
le monde est convaincu qu'il faut résoudre les problèmes qui se
posent. Je constate qu'il y a beaucoup de questions parlementaires à
ce sujet et, à mon avis, mieux vaut avoir une concertation, tout en
sachant que les dernières adaptations de la loi étaient une initiative
parlementaire. Il faut donc se mettre autour de la table pour voir s'il y
a encore des choses à régler.
Je vous livre maintenant la réponse du SPF Justice.
Je voudrais d'abord apporter une précision en ce qui concerne la
détention passive reconnue à l'article 11.1 de la loi sur les armes.
Pour se prévaloir de cet article, il ne suffit pas que les demandeurs
qui introduisent une demande de détention sans munitions agissent
dans les deux mois de l'entrée en vigueur de la loi. Il faut encore que
les demandeurs prouvent, par toutes voies de droit, que l'arme faisait
légalement partie de son patrimoine avant le 9 juin 2006. Je ne peux
que confirmer ce que j'ai déjà dit, les armes qui ont été abandonnées
15.03 Minister Jo Vandeurzen:
Indien er dringende algemene of
specifieke problemen zijn die
besproken moeten worden, dan
mag
u
steeds
mijn
kabinetsmedewerkers contacteren
om af te spreken wat er gedaan
moet worden.
De afgestane wapens moeten
worden vernietigd en de in
bewaring gegeven wapens kunnen
worden
opgehaald
door
de
eigenaar, op voorwaarde dat hij
van de gouverneur de juiste
vergunning heeft verkregen. Ik
bedoel hier de bij erkende
wapenhandelaars of bij de politie
in bewaring gegeven wapens. In
beide gevallen heeft de politie een
document
moeten
opmaken
waarin de beslissing van de
betrokken
persoon
wordt
vastgelegd: vrijwillige afstand of
bewaargeving.
Personen
die
beweren onder druk hun wapens
te hebben afgestaan zullen geen
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
doivent être détruites et les armes qui ont été données en dépôt
peuvent être récupérées par leur propriétaire à condition que celui-ci
ait obtenu l'autorisation nécessaire de la part du gouverneur.
Je vise ainsi les armes mises en dépôt auprès d'armuriers agréés ou
de la police. Dans chaque cas, la police a dû établir un document
pour acter la décision de l'intéressé: abandon volontaire ou dépôt. Les
personnes qui prétendent avoir fait abandon de leurs armes sous la
pression ne peuvent faire valoir aucun droit car elles ont signé une
déclaration d'abandon qui leur fait perdre la propriété des armes. Elles
sont censées être responsables de leurs actes.
Je comprends que certaines personnes regrettent vivement d'avoir
abandonné leurs armes mais il ne faut pas oublier que la détention
passive d'armes dans le cadre de la conservation du patrimoine n'est
devenue possible qu'à partir de décembre 2007, suite à l'arrêt de la
Cour constitutionnelle.
Avant ce moment, il fallait respecter et appliquer la loi telle qu'elle était
libellée.
L'application de l'article 44 de la loi sur les armes qui organise la
période transitoire me semble claire et ne pose pas de problème. La
demande d'autorisation provisoire, la demande de détention sans
munitions doivent être introduites dans les deux mois de l'entrée en
vigueur de l'article, à savoir au plus tard le 1
er
novembre 2008.
Depuis la décision de la Cour constitutionnelle du 19 décembre 2007,
les gouverneurs reçoivent des demandes de détention passive. La
façon dont ces dossiers doivent être traités est réglée lors de réunions
mensuelles entre les services des gouverneurs et le service fédéral
des armes qui assure l'uniformité de l'application de la loi. En fait, il ne
me paraît pas nécessaire d'adresser une circulaire aux gouverneurs à
ce sujet: les services des gouverneurs savent bien comment il faut
appliquer la loi.
En réponse à Mme Galant sur la possibilité d'introduire un recours
auprès du ministre de la Justice en cas de délais de décision non
respectés par les gouverneurs, je peux vous communiquer ce qui suit.
Avant de répondre aux questions concrètes, il faut apporter quelques
précisions sur le thème du fonctionnement des services provinciaux
des armes. Presque tous ces services souffrent d'un manque de
personnel et de retards explicables. Ce n'est qu'après le vote de la
nouvelle loi sur les armes et son entrée en vigueur immédiate qu'il a
été possible d'engager du personnel supplémentaire. Ce personnel a
dû être formé et entre-temps, un grand nombre de demandes avaient
déjà été introduites.
Les services provinciaux ont donc entamé leur travail avec un retard
structurel. En outre, la plupart d'entre eux ne disposent toujours pas
du personnel nécessaire à un suivi efficace des dossiers. Le service
fédéral des armes a donné des instructions portant sur la priorité à
donner aux dossiers comportant de nouvelles demandes. Les
demandes de renouvellement d'autorisations existantes ne sont pas
urgentes vu que dans ces cas, la demande vaut autorisation
provisoire.
Un autre problème d'ordre général est que les gouverneurs ne
recht kunnen laten gelden, daar ze
een verklaring van afstand hebben
getekend waardoor ze niet langer
eigenaar zijn van de wapens. Ze
worden
verondersteld
verantwoordelijk te zijn voor hun
daad.
Ik begrijp dat sommige mensen
diep betreuren dat ze hun wapens
hebben afgestaan, maar we
mogen niet vergeten dat passief
wapenbezit ter behoud van het
patrimonium pas mogelijk is
geworden in december 2007, na
het arrest van het Grondwettelijk
Hof.
De wijze waarop de dossiers
behandeld moeten worden, wordt
geregeld
op
maandelijkse
vergaderingen tussen de diensten
van de gouverneurs en de federale
wapendienst. Het lijkt me niet
nodig hierover een omzendbrief te
versturen naar de gouverneurs.
Wat
de
vertraging
in
de
afhandeling betreft, hebben de
provinciale diensten hun werk met
structurele vertraging aangevat.
Bovendien beschikken de meeste
provinciale diensten niet altijd over
het personeel dat nodig is om de
dossiers efficiënt op te volgen. De
federale
wapendienst
heeft
instructies gegeven met betrekking
tot de prioriteit die moet worden
verleend aan dossiers met nieuwe
aanvragen. Overigens kunnen de
gouverneurs geen beslissingen
nemen zonder het advies van de
lokale
politie
te
hebben
ingewonnen. Jammer genoeg
slaagt de lokale politie er in veel
gevallen niet in het advies uit te
brengen binnen de toegemeten
termijn. In dergelijke gevallen, zal
een beroep bij mijn dienst geen
tijdwinst opleveren, gelet op het
feit dat die ook het advies van de
lokale politie moet inwinnen. In
dergelijke
gevallen
beroep
aantekenen
doet
de
belanghebbende de mogelijkheid
verliezen op verhaal over de
gegrondheid van zijn aanvraag.
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
peuvent pas prendre de décisions sans avoir reçu l'avis de la police
locale. Malheureusement, dans beaucoup de cas, la police locale
n'arrive pas à rendre son avis dans le délai imparti. Si tel est le cas,
un recours auprès de mon service n'apportera aucun gain de temps
vu que celui-ci doit également obtenir l'avis de la police locale.
L'introduction d'un recours, dans ce cas, fait perdre à l'intéressé la
possibilité d'un recours contre la décision sur le fond de sa demande.
Ce n'est donc pas toujours une bonne idée d'introduire un recours
contre une absence de décision et mon service informe l'intéressé
qu'il a intérêt à patienter.
Cela dit, le problème des retards ne se pose pas partout dans la
même mesure; en Hainaut, par exemple, il est plus grave qu'ailleurs.
Cela s'explique partiellement par le très grand nombre de détenteurs
d'armes dans cette province, surtout par rapport au personnel que le
gouvernement a reçu pour traiter les dossiers. Le service concerné
explique les retards dans ce traitement par la lenteur avec laquelle les
avis de la police locale sont reçus. C'était le cas dans quelques
dossiers de recours que le service fédéral des armes a reçus; dès
lors, ces recours n'avaient aucune utilité pratique.
En ce qui concerne vos questions spécifiques, le prolongement du
délai de traitement doit être signalé à l'intéressé par une lettre
motivée; telle n'est malheureusement pas la pratique dans toutes les
provinces. Il est envisageable de faire mention de la possibilité de
recours contre l'absence de décision dans un délai légal, mais pour
les raisons invoquées ci-dessus, je ne suis pas convaincu de
l'opportunité d'une telle démarche. Dans la majorité des cas, nous
risquons simplement de déplacer le problème.
Les services du gouvernement ont tous été informés des
modifications légales et ont tous pu poser des questions pratiques à
ce sujet, ce qui a été fait d'ailleurs dans une très large mesure. Ils ont
tous, comme d'habitude, reçu des rapports de réunion de concertation
avec le service fédéral des armes. Ces rapports ont, dans la pratique,
la même valeur qu'une circulaire. En principe, les services provinciaux
disposent tous des mêmes instructions et appliquent la loi d'une
manière uniforme. Si des pratiques divergentes sont quand même
signalées au service fédéral des armes, ils abordent le sujet aux
réunions de concertation. Une circulaire formelle n'est donc pas
nécessaire pour les gouverneurs en attendant la refonte complète de
la circulaire coordonnée de 1995, lorsque tous les arrêtés d'exécution
seront sortis.
Pour les services de police, il semble exister un problème dans
certaines provinces où les gouverneurs n'organisent pas ou pas
assez souvent des réunions d'information pour leurs zones de police.
Le service fédéral des armes a pourtant déjà insisté sur la nécessité
de cette répercussion des informations.
In Henegouwen is de achterstand
groter, als gevolg van het zeer
grote
aantal
wapenbezitters
aldaar.
De
verlenging
van
de
behandelingstermijn
moet
overigens aan de belanghebbende
worden meegedeeld via een met
redenen omklede brief. Het is
mogelijk te voorzien in een
beroepsmogelijkheid tegen het feit
dat binnen de wettelijke termijn
geen beslissing werd genomen,
maar ik ben niet overtuigd van het
nut van zo een maatregel.
Wat de politiediensten betreft, zou
zich in sommige provincies waar
de
gouverneurs
geen
of
onvoldoende
informatievergaderingen voor de
politiezones
organiseren,
een
probleem voordoen. De federale
wapendienst heeft er nochtans al
op gewezen dat de informatie
moet worden meegedeeld.
15.04 André Frédéric (PS): Monsieur le ministre, je voudrais d'abord
vous remercier pour votre ouverture. Nous avons pris le temps
d'apporter les modifications en question, en très bonne collaboration
avec votre cabinet. Je n'ai nullement l'intention de critiquer.
À titre personnel, je continue à penser qu'il reste un problème de bon
sens. Si quelqu'un, "sous la contrainte", a cédé volontairement une
15.04 André Frédéric (PS): Als
iemand onder dwang vrijwillig een
wapen heeft ingeleverd en dit
wapen niet vernietigd is, waarom
kan men het dan niet teruggeven?
Het zou nuttig zijn om een
duidelijke omzendbrief op te
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
arme et que celle-ci n'a pas été détruite, pourquoi ne peut-on pas la
lui rendre? Cela ne concerne évidemment pas la majorité des armes,
qui ont été détruites.
Il serait utile de rédiger une circulaire explicite. Car dans ma région,
des communiqués qui contiennent des consignes différentes sont
publiés par les zones de police dans les journaux gratuits. Vous
n'imaginez pas le cirque qui est fait à ce sujet! Je me mets à votre
entière disposition pour continuer à collaborer et faire avancer les
choses.
stellen.
15.05 Jacqueline Galant (MR): Comme mon collègue, je ne suis
pas là dans un but négatif. Dans la zone de police que je préside, les
armes n'ont pas été détruites. Mais mon chef de zone ne veut rien
décider tant qu'il n'a pas reçu une information concrète. Les honnêtes
gens qui ont remis leurs armes pour respecter la loi savent que celle-
ci a changé maintenant et qu'ils pourraient les récupérer. Entre
abandonner et mettre en dépôt, on joue sur les mots.
La province du Hainaut utilise encore les anciens formulaires où la
détention sans munitions figure dans les motifs légitimes. M. Monfils a
écrit une lettre incendiaire au gouverneur pour lui dire de rectifier ses
documents. Comme le dit M. Frédéric, il faut donner des consignes
claires. Je comprends que vous ne vouliez pas écrire une circulaire
pour ne pas vous mettre en défaut par rapport aux zones qui auraient
détruit leurs armes. Mais il faut absolument donner une information
avant le 31 octobre pour que les chefs de zone acceptent de rendre
les armes qui n'ont pas été détruites aux personnes qui les détenaient
légalement avant l'entrée en vigueur de la loi.
15.05 Jacqueline Galant (MR):
In de politiezone die ik voorzit zijn
de wapens niet vernietigd maar
mijn zonechef wil niets beslissen
zolang
hij
geen
concrete
informatie heeft ontvangen. De
mensen die zo eerlijk waren om de
wet na te leven door hun wapen in
te leveren, weten dat dit veranderd
is en dat het voor hen mogelijk zou
worden om ze terug te krijgen.
Afstand doen van een wapen of
het in bewaring geven, het is maar
hoe je het wil noemen.
De
provincie
Henegouwen
gebruikt nog de oude formulieren
waarop het voor handen hebben
van een wapen zonder munitie
nog steeds als wettige redenen
staat vermeld. Er moeten voor 31
oktober
duidelijke
instructies
worden
gegeven
zodat
de
zonechefs ermee instemmen om
de wapens die nog niet zijn
vernietigd terug te geven aan
mensen die ze legaal in hun bezit
hadden voor de wet van kracht
werd.
15.06 Jo Vandeurzen, ministre: Mon collaborateur prendra contact
avec vous dans les jours prochains.
15.06 Minister Jo Vandeurzen:
Mijn medewerker zal in de
komende dagen contact met u
opnemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de verwachte behandeling van een zaak voor het Hof van Assisen
te Tongeren waarbij een verdachte in een moordzaak op vrije voeten werd gesteld" (nr. 7675)
16 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le traitement attendu, devant la Cour d'assises de Tongres, d'une affaire dans le
cadre de laquelle une personne suspectée de meurtre a été remise en liberté" (n° 7675)</b>
16.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het is
niet mijn bedoeling te interfereren met het principe van de scheiding
16.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
La
séparation
des
22/10/2008
CRIV 52
COM 338
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
der machten. Ik weet dat er op het vlak van Justitie weinig gedaan
kan worden aan deze kwestie.
In Tongeren is een moordverdachte op vrije voeten gesteld door een
blunder van iemand bij het gerecht. Die zaak blijft in behandeling, blijft
aanslepen en komt niet voor het hof van assisen. Intussen loopt die
man vrij rond. Ik weet niet of hij in Tongeren vrij rondloopt, maar in elk
geval druist dat tegen het rechtsgevoel in.
Werd in Tongeren inmiddels iemand al op zijn verantwoordelijkheid
gewezen, eventueel via een tuchtsanctie gezien de blunder die hier is
gebeurd? Dat is adding insult to injury van de nabestaanden van het
slachtoffer.
Werd iemand voor de verantwoordelijkheid geplaatst door de
korpschef of door wie dan ook omwille van de blunder die is gebeurd?
pouvoirs est sacrée, mais je
souhaite néanmoins aborder le
dossier d'un auteur presume de
meurtre laissé en liberté à la suite
d'une bévue de la justice de
Tongres. Voilà qui heurte le
sentiment de justice. La personne
responsable de ces faits s'est elle
vu
infliger
une
sanction
disciplinaire?
16.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, deze vraag
heeft betrekking op een zaak behandeld door het parket van
Tongeren. Daarbij diende een verdachte, in verdenking gesteld van
moord, in vrijheid te worden gesteld, hoewel zowel de Kamer van
Inbeschuldigingstelling als het Hof van Cassatie een verzoek tot
invrijheidsstelling hadden verworpen.
Na het cassatiearrest tot verwerping werd de zaak echter niet binnen
de vijftien dagen gebracht voor de raadkamer voor bevestiging van
het aanhoudingsmandaat.
Zoals ik al uitgebreid heb toegelicht naar aanleiding van een vorige
vraag, betrof het hier geenszins een lacune in de wetgeving, maar
gaat het om een menselijke fout begaan in Tongeren door de mensen
die instaan voor de oproepingen voor de raadkamer.
Ik stel vast dat in de huidige parlementaire vraag informatie wordt
gevraagd over het verdere verloop van de huidige zaak. Dat is geen
beleidsmatige kwestie die aan de orde is. Op 23 september 2008
werd de zaak opgeroepen voor de raadkamer regeling van de
rechtspleging, meer bepaald de vordering van het parket om het
dossier over te leggen aan de procureur-generaal met het oog op de
indiening ervan bij de kamer van inbeschuldigingstelling voor de
verwijzing naar het hof van assisen.
De verdachte heeft echter in het kader van de wet-Franchimont
bijkomende onderzoekshandelingen gevraagd, hetgeen zijn recht op
verdediging toelaat. Om die reden heeft de raadkamer geen uitspraak
gedaan en wordt nu bijkomend onderzoek gevoerd over het
gevraagde.
Het dossier blijft dus niet aanslepen, maar krijgt een normale
afhandeling in het licht van de rechten van verdediging.
De onderzoeksrechter heeft zeker de bedoeling het dossier kort op te
volgen en, zoals gesteld, is ook de vordering van het parket in feite
reeds voorliggend, behalve dat moet worden gewacht op de
resultaten van het bijkomend onderzoek.
Over een datum van behandeling voor het hof van assisen kan nog
geen uitspraak worden gedaan. Het parket-generaal verzekerde mij
16.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'intéressé n'a pas été convoqué à
temps devant la chambre du
conseil. Il a donc fallu le relâcher,
non en raison d'une lacune de la
législation mais en conséquence
d'une erreur humaine.
Il ne s'agit pas en l'espèce d'une
question de politique. L'auteur de
la
question
s'informe
sur
l'évolution d'un dossier concret. À
la demande du suspect, des actes
d'instruction supplémentaires sont
actuellement menés. Le dossier
ne traîne donc pas mais est traité
normalement dans le respect des
droits de la défense. La réquisition
du parquet est prête mais on
attend encore les résultats de
l'instruction. L'objectif consiste en
tout cas à porter cette affaire au
plus vite devant la cour d'assises.
Le procureur du Roi de Tongres et
ses
collaborateurs
déplorent
évidemment cette libération. Il
nous a été assuré que cela ne se
reproduirait
plus.
Le
juge
d'instruction ne fera pas l'objet
d'une enquête disciplinaire. La
responsabilité
de
l'unique
magistrat de parquet n'est pas
mise en cause, étant donné que la
convocation en chambre du
conseil n'émane pas du parquet.
CRIV 52
COM 338
22/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
dat het de bedoeling is dit dossier zo snel mogelijk naar het hof van
assisen te brengen.
De procureur des Konings van Tongeren en zijn medewerkers
betreuren uiteraard de wijze waarop de vrijlating tot stand is gekomen.
De procureur heeft ter zake ook een bespreking gehad met de
onderzoeksrechter en zijn griffier en meent ervan te mogen uitgaan
dat een dergelijke fout niet meer zal worden gemaakt.
Men heeft mij meegedeeld dat er geen tuchtonderzoek werd
opgestart tegen de onderzoeksrechter. De verantwoordelijkheid van
de enige parketmagistraat is niet aan de orde, aangezien de
oproeping voor de raadkamer niet door het parket wordt gedaan.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het is
uiteraard moeilijk om daarover uitspraken te doen, maar in onze
maatschappij is het toch de gewoonte dat, wanneer er een fout
gebeurt en het een zware fout is dat is het in dit geval , iemand
voor zijn verantwoordelijkheid wordt geplaatst. Ik betreur dat het niet
is gebeurd.
In Tongeren is er blijkbaar van alles aan de hand, ook bij de politie.
Men heeft onlangs iemand bij het parket in verdenking gesteld, omdat
er pv's zouden verdwenen zijn. Ik heb trouwens eens een brief naar u
geschreven over een bepaalde zaak. Die had betrekking op een
aantal verdwenen pv's. In Tongeren is er dus van alles aan de hand.
Ik hoop ook dat ik op die brief nog eens een antwoord zal krijgen. Uw
diensten zullen er wel mee bezig zijn. Het is een punctuele zaak met
betrekking tot verdwenen processen-verbaal. Als ik daarop een
antwoord krijg, kan ik later nog terugkomen op de medewerker van
het parket die in verdenking is gesteld voor het laten verdwijnen van
pv's. Ik kan u dan vragen of de betrokkene er werkelijk iets mee te
maken heeft of niet.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Quelqu'un qui a commis
des fautes graves doit être placé
en face de ses responsabilités. Ce
n'est pas le cas en l'occurrence.
Apparamment, à Tongres, les
problèmes sont nombreux au
parquet et à la police. Ainsi, de
nombreux
procès-verbaux
disparaissent, comme je l'ai déjà
signalé par courrier au ministre,
dont
j'attends
toujours
les
explications à ce propos.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.41 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.41 heures.