KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 335
CRIV 52 COM 335
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
V
OLKSGEZONDHEID
,
HET
L
EEFMILIEU EN DE MAATSCHAPPELIJKE
H
ERNIEUWING
C
OMMISSION DE LA
S
ANTÉ PUBLIQUE
,
DE
L
'E
NVIRONNEMENT ET DU
R
ENOUVEAU DE LA
S
OCIÉTÉ
dinsdag
mardi
21-10-2008
21-10-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
N-VA
Nieuw-Vlaamse Alliantie
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de
minister van Klimaat en Energie over "de
herziening van de Europese richtlijn inzake
ecologisch ontwerp" (nr. 7282)
1
Question de Mme Marie-Martine Schyns au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la révision
de la
directive européenne
en matière
d'écoconception" (n° 7282)
1
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs:
Marie-Martine
Schyns,
Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de
minister van Klimaat en Energie over "het nucleair
incident bij het Nationaal Instituut voor Radio-
elementen in Fleurus" (nr. 7318)
3
Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'incident nucléaire à
l'Institut des Radioéléménts de Fleurus" (n° 7318)
3
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers
aan de minister van Klimaat en Energie over "de
wetgeving betreffende biociden" (nr. 7507)
6
Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la
législation sur les biocides" (n° 7507)
6
Sprekers: Thérèse Snoy et d'Oppuers, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Thérèse Snoy et d'Oppuers, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Koen Bultinck aan de vice-
eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het proefproject met
betrekking
tot
genetisch
gemanipuleerde
populieren" (nr. 7573)
8
Question de M. Koen Bultinck à la vice-première
ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le projet pilote relatif aux
peupliers génétiquement modifiés" (n° 7573)
8
Sprekers: Koen Bultinck, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Koen Bultinck, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
10
Questions jointes de
10
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de
minister van Klimaat en Energie over "de aankoop
van emissierechten in Hongarije" (nr. 7606)
10
- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'achat de droits
d'émission à la Hongrie" (n° 7606)
10
- de heer Flor Van Noppen aan de minister van
Klimaat en Energie over "de aankoop van
emissierechten in Hongarije" (nr. 7630)
10
- M. Flor Van Noppen au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'achat de droits d'émission à la
Hongrie" (n° 7630)
10
- de heer Peter Logghe aan de minister van
Klimaat en Energie over "de aankoop van
Hongaarse uitstootrechten" (nr. 7706)
10
- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "l'achat de droits d'émission à la
Hongrie" (n° 7706)
10
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Flor Van
Noppen, Peter Logghe, Paul Magnette
,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Flor Van
Noppen, Peter Logghe, Paul Magnette
,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Nathalie Muylle aan de
minister van Klimaat en Energie over "het advies
van de Federale Raad Duurzame Ontwikkeling
over het voorontwerp van het derde federaal plan
inzake duurzame ontwikkeling" (nr. 7626)
16
Question de Mme Nathalie Muylle au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "l'avis du Conseil
fédéral du développement durable relatif à l'avant-
projet du troisième plan fédéral en matière de
développement durable" (n° 7626)
16
Sprekers: Nathalie Muylle, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Nathalie Muylle, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Nathalie Muylle aan de
minister van Klimaat en Energie over "de 'Lente
van het Leefmilieu'" (nr. 7627)
18
Question de Mme Nathalie Muylle au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "le 'Printemps de
l'environnement'" (n° 7627)
18
Sprekers: Nathalie Muylle, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Nathalie Muylle, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de
minister van Klimaat en Energie over "het in de
handel brengen van het Jupiler-bier TAURO"
(nr. 7899)
20
Question de Mme Marie-Martine Schyns au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la mise sur
le marché de la bière Jupiler TAURO" (n° 7899)
20
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Marie-Martine Schyns, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs:
Marie-Martine
Schyns,
Paul
Magnette, ministre du Climat et de l'Énergie
Samengevoegde vragen van
22
Questions jointes de
22
- de heer Bart Tommelein aan de minister van
Klimaat
en
Energie
over
"de
broeikasgasemissies" (nr. 7901)
22
- M. Bart Tommelein au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "les émissions de gaz à effet de
serre" (n° 7901)
22
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van
Klimaat en Energie over "de verzwakking van de
Europese industrie door de verkoop van
emissierechten aan de lidstaten" (nr. 7777)
22
- M. Jean-Luc Crucke au ministre du Climat et de
l'Énergie sur "la fragilisation des industries
européennes par la vente de droits d'émission
aux États membres" (n° 7777)
22
Sprekers: Bart Tommelein, voorzitter van de
Open Vld-fractie, Paul Magnette, minister van
Klimaat en Energie
Orateurs: Bart Tommelein, président du
groupe Open Vld, Paul Magnette, ministre du
Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister
van Klimaat en Energie over "lagere CO2-uitstoot
in Europa" (nr. 7707)
24
Question de M. Peter Logghe au ministre du
Climat et de l'Énergie sur "la réduction des
émissions de CO2 en Europe" (n° 7707)
24
Sprekers: Peter Logghe, Paul Magnette,
minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Peter Logghe, Paul Magnette,
ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan
de minister van Klimaat en Energie over
"biomassa" (nr. 7990)
26
Question de Mme Tinne Van der Straeten au
ministre du Climat et de l'Énergie sur "la
biomasse" (n° 7990)
26
Sprekers: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Tinne Van der Straeten, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de
minister
van
Klimaat
en
Energie
over
"energiezuinig wassen in het bijzonder en
energiebesparend gedrag in het algemeen"
(nr. 7438)
29
Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre
du Climat et de l'Énergie sur "l'éco-lavage en
particulier et les éco-comportements en général"
(n° 7438)
28
Sprekers: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette
, minister van Klimaat en Energie
Orateurs: Jean-Jacques Flahaux, Paul
Magnette
, ministre du Climat et de l'Énergie
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE
VOLKSGEZONDHEID, HET
LEEFMILIEU EN DE
MAATSCHAPPELIJKE
HERNIEUWING
COMMISSION DE LA SANTE
PUBLIQUE, DE
L'ENVIRONNEMENT ET DU
RENOUVEAU DE LA SOCIETE
van
DINSDAG
21
OKTOBER
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
21
OCTOBRE
2008
Matin
______
Le développement des questions et interpellations commence à 10.53 heures. La réunion est présidée par
M. Jean-Jacques Flahaux.
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 10.53 uur. De vergadering wordt voorgezeten
door de heer Jean-Jacques Flahaux.
01 Question de Mme Marie-Martine Schyns au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la révision de la
directive européenne en matière d'écoconception" (n° 7282)</b>
01 Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Klimaat en Energie over "de
herziening van de Europese richtlijn inzake ecologisch ontwerp" (nr. 7282)
01.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le président, monsieur le
ministre, les efforts de l'Union européenne ­ on vient d'en parler ­ pour
réduire les effets des biens de consommation sur l'environnement sont
basés sur une directive relative aux exigences en matière d'éco-
conception.
Depuis 2005, cette directive fixe des exigences, en termes de
consommation d'énergie, à 20 groupes de produits de consommation
courante. Actuellement, elle vise notamment les équipements de
chauffage, les moteurs électriques, l'éclairage, les appareils
domestiques, etc. Cette directive devrait être révisée au cours de l'année
2008 et étendue, entre autres, aux ampoules, chargeurs, batteries,
machines à laver, etc. Pour nous, cette extension est essentielle.
La Commission a par ailleurs adopté des propositions visant à étendre la
portée des critères relatifs à l'éco-conception aux produits ayant une
incidence sur la consommation d'énergie. Ainsi, cette directive aurait pu
être étendue aux produits non consommateurs d'énergie mais ayant une
incidence sur la consommation d'énergie, tels que les vêtements, les
chaussures, les meubles ­ je vous épargne la liste. Cette initiative n'a
récolté qu'un faible enthousiasme auprès des parties prenantes de
l'Union européenne.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous indiquer où en sont exactement
ces discussions?
Quelle est la position que vous défendez au nom de la Belgique?
Enfin, l'extension aux produits ayant une incidence sur la consommation
d'énergie permettrait de réduire la consommation d'énergie des
01.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): Sinds 2005 legt een
Europese richtlijn met betrekking
tot
eisen
inzake
ecologisch
ontwerp voor energieverbruikende
producten vereisten inzake het
energieverbruik
op
aan
20
groepen
van
dagelijkse
verbruiksgoederen. Deze richtlijn
moest in 2008 worden herzien en
uitgebreid tot andere producten.
Dat is voor ons een essentieel
punt.
De Commissie heeft bovendien
voorstellen aangenomen om de
criteria voor het ecologische
ontwerp ook te hanteren voor
producten
die geen energie
verbruiken,
maar
wel
een
weerslag op het energieverbruik
hebben. Dat voorstel werd maar
lauw onthaald door de betroken
partijen in de Europese Unie.
Kunt u mij zeggen hoe het staat
met de besprekingen? Welk
standpunt verdedigt u namens
België?
Moeten
we
de
voorgestelde
uitbreiding
tot
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
ménages et des entreprises belges. Ne faudrait-il dès lors pas défendre
cette proposition émise par la Commission?
producten met een weerslag op
het
energieverbruik
niet
verdedigen?
01.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, madame
Schyns, la révision de la directive relative à l'éco-conception est en effet
en discussion au sein du Conseil de l'Union. La Commission propose
d'étendre cette directive aux produits liés à l'énergie et pas seulement
aux équipements utilisateurs d'énergie, comme vous l'avez rappelé.
À ce stade, les discussions ont à peine commencé.
Des réunions de coordination ont déjà eu lieu en Belgique, sous les
auspices du SPF Santé publique et Environnement et du SPF
Économie.
La position que nous défendons est la suivante. D'une manière
générale, la Belgique soutient le principe d'extension du champ
d'application tel que présenté par la Commission mais nous voudrions, à
l'horizon 2012, un champ d'application plus large tant pour les catégories
de produits concernés que pour les impacts environnementaux abordés.
Nous soulignons en effet le fait qu'avoir des produits plus performants
n'est pas suffisant pour avoir une société plus durable. Les
changements de comportements et de mentalité sont tout aussi
nécessaires. Par ailleurs, d'un point de vue social, la Belgique est
attentive au fait que les populations fragilisées ne soient pas mises à la
marge des produits couverts par ces directives.
Nous veillons donc à ce que lors de l'élaboration des mesures
d'exécution, les consultations du monde professionnel ne se limitent pas
aux seuls fabricants mais aussi, par exemple, aux professionnels de la
réutilisation et du recyclage. Nous insistons pour qu'une plus grande
cohérence soit développée avec d'autres politiques liées aux produits
comme l'Ecolabel, la directive-cadre Déchets, la reconnaissance EMAS,
etc.
En d'autres mots, comme nous en sommes au tout début, je ne peux
vous répondre avec une grande précision. Sur le principe, je suis
affirmatif. Sur les modalités d'application, je suis d'accord mais
uniquement à condition qu'on en assure l'efficacité.
Pour illustrer, voici un exemple très simple. On peut fixer des normes
extrêmement exigeantes pour les vitrages. Si cela ne va pas de pair
avec un usage optimal, cela n'a aucun effet or cela peut avoir des
implications sur le coût.
Il faut parvenir à mettre en place une méthodologie d'évaluation globale
qui soit convaincante pour qu'on puisse aller dans ce sens et éviter
qu'on se dirige vers une augmentation du coût de l'ensemble des
produits sans pour autant que cela ait véritablement une performance
écologique.
01.02 Minister Paul Magnette:
De besprekingen zijn nog maar
pas van start gegaan.
Er
waren
al
een
aantal
overlegvergaderingen in België,
onder auspiciën van de FOD
Volksgezondheid, Veiligheid van
de Voedselketen en Leefmilieu en
de FOD Economie.
België steunt het principe van de
uitbreiding
van
het
toepassingsgebied, zoals dat door
die
de
Commissie
wordt
voorgesteld, maar we ijveren voor
een ruimer toepassingsgebied
tegen 2012: de beschikbaar van
energie-efficiëntere
producten
alleen volstaat niet, we moeten
ook
een
gedrags-
en
mentaliteitswijziging
bewerkstelligen.
Op sociaal vlak probeert België te
vermijden
dat
kwetsbare
bevolkingsgroepen uit de boot
zouden vallen en geen toegang
zouden hebben tot de producten
die onder deze richtlijnen vallen.
We zien erop toe dat men zich, als
de sector geraadpleegd wordt, niet
beperkt tot de fabrikanten, maar
dat
bijvoorbeeld
ook
de
professionals uit de hergebruik- en
recyclagesector worden gehoord.
We dringen aan op meer
coherentie in het beleid, en meer
samenhang
met
andere
productgebonden beleidslijnen.
We moeten erin slagen een
overtuigende,
globale
evaluatiemethode in te voeren om
te voorkomen dat we een
prijsstijging voor alle producten
veroorzaken, zonder dat die
daarom echt milieuvriendelijker
worden.
01.03 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
01.03 Marie-Martine Schyns
(cdH): Ik denk ook dat alles wat
met de richtlijn samenhangt,
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Je pense également que tout ce qui tourne autour de la directive est
essentiel, aussi bien en matière de sensibilisation, comme vous l'avez
indiqué, qu'en matière d'accès aux produits pour le plus large public
possible. Dans le cas contraire, la directive aura beau exister, elle n'aura
pas l'impact voulu.
Cette position me semble importante à défendre et je vous en remercie
d'avance.
belangrijk is, zowel op het stuk van
sensibilisatie als wat de toegang
tot de producten voor een zo ruim
mogelijk publiek betreft. Het lijkt
me belangrijk dat we dit standpunt
verdedigen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Question de M. Jean-Luc Crucke au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'incident nucléaire à
l'Institut des Radioéléménts de Fleurus" (n° 7318)</b>
02 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Klimaat en Energie over "het nucleair
incident bij het Nationaal Instituut voor Radio-elementen in Fleurus" (nr. 7318)
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je vais revenir sur un incident survenu pendant la fin des
vacances, les 23 et 24 août, à l'IRE, et qui a provoqué des rejets d'iode
radioactif. Vous vous souviendrez que j'avais assisté à la réunion au
cours de laquelle vous aviez relaté les faits et expliqué que le problème
avait été maîtrisé. C'est bien sûr l'essentiel dans ce dossier.
Néanmoins, en examinant le timing, nous ne pouvons pas nous
empêcher de remarquer certaines contradictions. Personne ne
contestera que tout se soit bien déroulé les 23 et 24 août. Le 27, vous
avez déclaré dans la presse que la situation n'était pas grave. Le 28,
vous avez relaté comment vous en aviez été informé. Je ne vais pas
vous jeter la pierre, car l'information doit pouvoir remonter. Vous avez
mesuré l'importance de l'incident.
Cela dit, vous vous êtes plaint publiquement de défaillances du
personnel de l'IRE, nécessitant des sanctions. Vous avez également
remis en cause l'Agence fédérale de contrôle nucléaire (AFCN), en lui
reprochant d'avoir réagi trop tardivement en ce domaine.
Si nous en revenons aux investigations telles que l'IRE les a présentées
le 11 septembre, ce flash-back ne laisse apparaître aucune faute
humaine et montre que l'incident a été causé par le mélange de deux
solutions acides. Cependant, des accusations ont été prononcées
envers l'Agence et l'IRE. Selon mes informations, l'IRE aurait essayé de
joindre par téléphone l'inspecteur de BEL-V, anciennement AVN, en
charge du site de l'IRE, qui se trouvait alors de manière compréhensible
en vacances à l'étranger. L'IRE a pu l'atteindre dans l'après-midi vers
14.20 heures. Il a donc décidé d'interrompre ses vacances pour rentrer
en Belgique. L'IRE n'a pas averti l'Agence en matinée comme vous
l'aviez indiqué, mais à 17.30 heures. Dans la même soirée, elle a mis en
place une cellule de crise et a pris l'incident en charge.
Si cette affaire est regrettable, car l'incident aurait pu entraîner des
conséquences dommageables, bien que la réaction fût bonne, des
éléments ont été avancés publiquement et méritent aujourd'hui d'être
clarifiés.
Sur la base de quels constats avez-vous prononcé l'accusation à
l'encontre de l'IRE et de l'Agence?
Comment s'est effectué le contrôle de l'information?
02.01 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
zou willen terugkomen op het
incident dat zich in augustus bij het
IRE heeft voorgedaan en waarbij
enkele tegenstrijdigheden aan het
licht zijn gekomen. Er werden in
het openbaar een aantal zaken
gezegd, die thans om opheldering
vragen.
Op grond van welke controles
heeft u uw beschuldiging tegen het
IRE
en
het
Agentschap
geformuleerd? Hoe wordt de
informatie gecontroleerd?
Werd er gesproken met het
personeel, dat men doen geloven
had dat er sancties zouden
volgen?
Hoe dient men de publieke opinie
te informeren over het precieze
verloop van de feiten en het al of
niet verantwoordelijk zijn van de
personen die sedert het begin van
dit dossier in opspraak zijn
gekomen?
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
Je n'ai pas participé au demi "lynchage" en commission. Je peux
comprendre qu'un ministre ait une information, je peux comprendre que,
dans l'urgence, cette information ne soit peut-être pas correcte, je peux
également comprendre qu'il la corrige. Mais il faut savoir comment cette
information est arrivée et pourquoi.
Par rapport à l'état d'esprit dans lequel se trouve le personnel de l'IRE et
celui de l'Agence à qui on a pu faire croire qu'il y aurait des sanctions, on
peut imaginer, surtout s'ils ont la conviction de ne pas avoir commis de
faute, que c'est désagréable et que cela leur reste sur l'estomac.
Des contacts ont-ils été pris avec eux et les pendules ont-elles été
remises à l'heure? Quel est le débat qui a été mené?
Après que la sérénité soit revenue, car elle est nécessaire dans ce type
de dossier, comment informer l'opinion publique du déroulement exact
des faits mais aussi de la responsabilité, ou de la non-responsabilité, de
ceux qui ont été mis en cause dès le début de ce dossier?
02.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Crucke, nous n'allons pas
refaire le débat qui a déjà eu lieu en commission mais je comprends
votre souci d'y revenir à froid, quelque temps après l'incident, après que
la pression ait été évacuée.
Je n'ai jamais dit que l'incident était dû à une erreur humaine. J'ai
simplement dit que dans la manière dont il a été géré, dans les 72
heures qui ont suivi, il y a eu des erreurs humaines. Je maintiens mes
paroles, quels que soient les résultats de l'enquête qui suivra. Les
informations sur lesquelles je me suis basé m'ont été transmises
directement par les autorités de l'IRE. Ces dernières m'ont expliqué le fil
des événements: à telle heure, une alarme n'a pas sonné ou à telle
heure, une alarme a sonné et a été mal interprétée, etc. Je ne vais pas
refaire le fil des événements mais on ne peut pas interpréter cela
autrement que comme des erreurs humaines. Je pense qu'il était de
mon devoir d'essayer de tracer précisément le fil des événements non
pas sur la manière selon laquelle l'indicent s'est produit mais sur la
manière dont il a été géré. Je me devais d'indiquer les responsabilités
éventuelles.
Il est vrai que j'ai demandé que des sanctions soient prises le cas
échéant mais je précise que je n'ai indiqué à aucun moment quel type de
sanctions ni à l'encontre de qui. Je pense que c'est mon devoir en tant
que ministre de tutelle. Je ne suis pas un "père fouettard" ni un
procureur mais à partir du moment où les autorités d'une institution qui
est sous votre tutelle vous présentent un fil des événements qui indique
clairement qu'il y a eu des erreurs dans la manière dont la sécurité a été
gérée après l'incident, je ne peux pas ne pas demander aux autorités de
l'IRE de réexaminer l'ensemble des faits, d'établir avec clarté où sont les
responsabilités et de prendre les sanctions le cas échéant.
Cela ne signifie pas que l'opérateur qui n'a pas bien interprété l'alarme
serait forcément responsable; c'est peut-être le responsable de la
sécurité, c'est peut-être la direction elle-même, c'est peut-être le conseil
d'administration. Que les autorités fassent cette analyse, qu'elles
établissent les faits et les responsabilités, qu'elles prennent le cas
échéant les sanctions me paraît nécessaire après un tel événement.
Faute de quoi, on entretient une forme de culture de l'impunité, donc une
02.02 Minister Paul Magnette: Ik
heb nooit gezegd dat het incident
te wijten was aan een menselijke
fout. Ik heb gezegd dat er in de 72
uur
erna,
menselijke
fouten
begaan werden. De informatie
waarop ik me gebaseerd heb,
werd mij rechtstreeks bezorgd
door de overheden van het IRE.
Het is waar dat ik gevraagd heb
dat er desgevallend sancties
zouden worden genomen, maar ik
heb niet gepreciseerd welk type
sancties of tegen wie.
De verantwoordelijken van het IRE
moeten de feiten analyseren om
na te gaan wie waarvoor de
verantwoordelijkheid draagt. Zo
niet houden we een cultuur van
straffeloosheid in stand, en een
cultuur waarin lichtzinnig met de
veiligheid wordt omgesprongen.
De informatie werd meegedeeld
aan de publieke opinie zodra ze
beschikbaar was. Die informatie
kan weliswaar wat ingewikkeld
overkomen, maar er is geen
andere keuze: men moet alles wat
men weet meedelen zodra men
het weet. Petje af voor de directie
van het IRE, die meermaals met
de omwonenden in debat is
getreden.
Twee
soorten
culturen
zijn
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
culture de la sécurité prise à la légère. Même si cela ne me fait pas
plaisir, il me semblait de mon devoir de le faire à ce moment-là.
Quant aux informations données à l'opinion publique, elles l'ont été en
temps réel, dans une volonté de transparence qu'on peut contester,
critiquer, exploiter. Je vous avoue, comme je l'ai dit en commissions
jointes, que cette situation est extrêmement compliquée: quand le
ministre de tutelle apprend qu'un incident s'est produit, un incident
nucléaire, sachant la sensibilité de ces questions, vous vous demandez
comment vous allez parler de tout cela. Vous prenez des informations
en permanence et, dès le début, je me suis dit: quitte à ce que ce soit
compliqué dans la perception de l'opinion publique, il n'existe pas d'autre
choix que de dire tout ce qu'on sait quand on le sait.
C'est bien ce que j'ai fait du début à la fin de l'incident. J'ai indiqué ce
que nous savions et quelles en étaient les conséquences. Forcément, le
message a varié puisque les informations reçues variaient: un jour, il
était inutile de prendre des mesures de précaution, le lendemain, sur
base de nouvelles analyses, il apparaissait que, pour être certain de ne
prendre aucun risque, il pouvait être utile de prendre des mesures de
précaution. Alors, cette information était répercutée.
Convient-il de reparler ou de redélivrer un message pour apaiser le
sentiment dégagé dans l'opinion publique? Beaucoup de choses ont été
faites. Il me faut saluer le travail et l'engagement remarquables opérés
par la direction de l'IRE: elle a mené de nombreux débats avec les
riverains, des débats très animés. Je n'ai pas pu les suivre sur place,
mais je les ai fait suivre par des membres de mon cabinet pour en
recevoir un compte rendu précis. Non seulement sur la gestion de
l'événement lui-même, mais aussi par les engagements pris pour
l'information à l'avenir, la direction de l'IRE me semble avoir pris
conscience aujourd'hui de la nécessité d'une information de ce type en
temps réel et régulière; elle prend des engagements qui vont dans la
bonne direction de ce point de vue. Et c'est la meilleure chose à faire
vis-à-vis de l'opinion publique.
Il est très difficile de parler de ces sujets à l'opinion publique. Deux
cultures sont à éviter absolument. D'une part, la culture du secret, et
reconnaissons qu'il a parfois régné dans de tels domaines dans le
passé: en cas d'incident, aucune information n'était communiquée,
aucune alerte pour autant que l'incident était bénin; finalement, on ne
savait pas ce qui s'était produit. Cette culture ne peut plus être acceptée:
les citoyens, et particulièrement les riverains, ont droit à cette
information.
D'autre part, la culture à l'extrême consistant à manipuler des chiffres, à
sortir des courbes, celles qui arrangent mais pas les autres, à éditer des
niveaux d'émission dans l'abstrait sans fournir d'information sur les
implications possibles en termes de santé publique, cette culture
consistant à agiter des peurs à des fins électoralistes ne me paraît pas
non plus une culture de la transparence, mais une exploitation politique
de l'événement.
Il convient donc de trouver la bonne manière de parler d'un tel
événement. C'est un peu entre les deux cultures que se situe cette
bonne manière, mais je reconnais que le calibrage reste difficile.
absoluut te mijden: enerzijds de
geheimhoudingscultuur,
en
anderzijds de cultuur waarin
gegoocheld wordt met cijfers en
gegevens over het uitstootgehalte
de wereld worden ingestuurd,
echter zonder de bijhorende
informatie met betrekking tot de
gevolgen
voor
de
volksgezondheid. Bedoeling van
die laatste werkwijze is de mensen
angst aan te jagen, om daar dan
electoraal garen bij te spinnen. Zo
wordt
het
incident
politiek
uitgebuit.
De
goede
manier
om
te
communiceren over het incident
ligt tussen beide uitersten in.
02.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa réponse 02.03 Jean-Luc Crucke (MR):
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
et pour la correction dans cette réponse. Je ne minimise pas son rôle.
Cependant, j'ai trois remarques à formuler.
Il est clair que le contact direct que vous aviez reste à éclairer: il y a là
une zone d'ombre. Dans les déclarations de l'IRE en date du 11
septembre, l'IRE dit qu'il n'y a pas de faute de la part d'un membre du
personnel. L'enquête en cours nous dira peut-être ce qu'il y a lieu de
penser. Il subsiste des questions sur l'information transmise et la
confirmation de l'absence de faute dans le chef du personnel.
Deuxièmement, je peux comprendre que la demande de sanction fait
partie de la responsabilité politique du ministre à qui on communique
l'existence de fautes et d'erreurs. Je peux donc comprendre que vous
demandiez des sanctions. Mais vous avez apporté aujourd'hui une
nuance en ajoutant "le cas échéant". C'est peut-être ce qui a manqué à
l'époque. Il m'est arrivé de gérer un incident Seveso dans ma commune
et je sais pertinemment que l'information n'est pas un problème évident
à régler et que certains se précipitent pour gérer politiquement
l'information. Mais cette expression, "le cas échéant", aurait permis au
ministre d'être ferme et cohérent dans sa position politique, qu'il y ait eu
faute ou pas.
Enfin, restaurer la confiance est indispensable. Il y a du personnel de
qualité, des professionnels sur le terrain. Vous avez également souligné
les efforts de communication interne et externe accomplis depuis lors
par l'IRE. Il faut poursuivre sur cette voie, celle de la transparence et de
la précision, même si communiquer sur de tels sujets est difficile. Le
nucléaire fait peur, on connaît ses risques. Malgré cette difficulté, il vous
appartient de rassurer en la matière.
Het rechtstreekse contact dat u
had moet verder opgehelderd
worden. In zijn verklaring van 11
september zegt het IRE dat geen
van zijn personeelsleden schuld
treft. Het aan de gang zijnde
onderzoek zal ons misschien meer
leren?
Wat de vraag over de sanctie
betreft, u heeft vandaag een
nuance
toegevoegd
met
"desgevallend". Die nuance zou
de minister in staat gesteld
hebben vastberaden en coherent
te zijn in zijn politieke positie,
ongeacht het feit of er al dan niet
een fout gemaakt werd.
Ten slotte is het absoluut
noodzakelijk dat het vertrouwen
wordt hersteld.
Le président: Merci, monsieur Crucke. Je crois qu'on s'enrichit toujours de ses expériences.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de Mme Thérèse Snoy et d'Oppuers au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la législation
sur les biocides" (n° 7507)</b>
03 Vraag van mevrouw Thérèse Snoy et d'Oppuers aan de minister van Klimaat en Energie over "de
wetgeving betreffende biociden" (nr. 7507)
03.01 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
ministre, il m'est revenu que votre administration et vous-même aviez
été sollicités par le secteur phytopharmaceutique pour modifier le
système des autorisations des biocides.
D'après mes informations, le secteur souhaiterait alléger la procédure.
Au lieu de ne pouvoir mettre sur le marché une substance qu'après un
agrément, il voulait demander une simple notification de la mise sur le
marché d'un produit alors qu'aujourd'hui, on doit également tenir compte
de l'avis du Comité d'agréation des biocides.
Le système Reach vient de se mettre en place et fait valoir le principe de
l'évaluation antérieure à la mise sur le marché. Il faut donc prouver
l'absence de danger avant de mettre un produit sur le marché. Il est
invraisemblable qu'en matière de biocides, on aille dans le sens
contraire et qu'on mette sur le marché des produits en se demandant
éventuellement par la suite s'ils posent un problème en termes de santé
ou d'environnement.
03.01 Thérèse Snoy et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): De
fytofarmaceutische sector vraagt
een vereenvoudiging van de
procedure voor het in de handel
brengen van biociden, zodat er
stoffen op de markt kunnen
worden gebracht zonder dat het
Erkenningscomité een advies ter
zake heeft uitgebracht. Dat zou
totaal haaks staan op de principes
van
de
Europese
REACH-
verordening (registratie, evaluatie
en autorisatie van chemische
stoffen).
Wat is uw standpunt in dat
dossier?
Hoe
zal
u
de
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Cette information me préoccupe car les biocides sont utilisés dans les
maisons, parfois même ­ comme je vous l'ai déjà fait remarquer ­ sur
des produits très proches de notre corps puisque liés à notre lit et à nos
vêtements.
Je souhaite connaître la réponse que vous avez apportée au secteur
phytopharmaceutique et savoir comment vous allez garantir un haut
niveau de protection de la santé du consommateur. Allez-vous adopter
une attitude stricte et rigoureuse au sujet des biocides mis sur le
marché?
bescherming van de gezondheid
van de consumenten garanderen?
03.02 Paul Magnette, ministre: Je tiens tout d'abord à signaler que le
secteur des biocides n'a pas pris contact avec moi ou avec mon cabinet
à cette fin.
Nous avons, comme vous le savez, un système d'autorisation des
produits contenant des biocides depuis 1975, qui a été renforcé en 2003
à la suite de l'adoption d'une directive européenne en 1998. Nous avons
donc été précurseurs en la matière. L'Union européenne ne nous
demande pas de modifier notre système national d'autorisation.
La réglementation belge actuelle transpose la directive européenne 98/8
concernant la mise sur le marché de produits contenant ces biocides,
qui exige d'abord l'adoption d'une liste positive de substances actives
établie par la Commission sur la base d'une évaluation qui démontre
qu'un haut niveau de protection de l'homme et de l'environnement exigé
par la directive est garanti, ensuite l'autorisation délivrée par l'État
membre en vue de garantir que le produit biocide mis à la disposition de
l'utilisateur sera conforme à ces conditions imposées par la directive.
J'ai cependant constaté qu'il existe des préoccupations en ce qui
concerne les autorisations des produits biocides durant la période de
transition vers la mise en place intégrale et harmonisée du système
européen tel qu'il est prévu par la directive, concernant d'abord le
manque de sécurité et, partant, le fait que certains profitent de cette
situation, en ce qui concerne le statut des pesticides à usage agricole ou
non agricole depuis 1975, devenus entre-temps biocides avec les
directives européennes, en ce qui concerne ensuite la disparité des
exigences dans les États membres en matière de procédures à
respecter avant la mise sur le marché et finalement en ce qui concerne
l'efficacité des procédures actuelles d'autorisation en Belgique qui doit
être renforcée.
Par contre, je vous rassure, j'exclus d'abaisser l'exigence d'autorisation
durant la période transitoire parce que cela équivaudrait à revenir à un
niveau de protection tel qu'il existait avant 1975 et à créer une
discrimination entre les détenteurs d'autorisations délivrées, qui ont
entrepris des efforts à cet effet, et leurs concurrents qui ne seraient
admis sur le marché qu'après une simple notification.
Cependant, j'estime utile la création d'une procédure de notification
nouvelle, inexistante à ce jour, pour les biocides qui ne sont pas soumis
à l'exigence d'autorisation afin de connaître et réguler ce marché gris
durant la période transitoire. Cela permettra d'enrayer les zones grises
qui subsistent, de rendre la situation claire et sûre pour les producteurs
et pour les services d'inspection, et d'augmenter le niveau de protection
des consommateurs.
03.02 Minister Paul Magnette:
De sector van de biociden heeft
noch met mijzelf, noch met mijn
kabinet contact opgenomen.
De
regeling
inzake
de
vergunningen voor producten die
biociden bevatten werd in 2003
aangescherpt in het kader van de
omzetting van de Europese
richtlijn 98/8. Sommigen maken
zich echter zorgen over de
overgangsperiode die de integrale
en geharmoniseerde invoering van
de Europese regeling voorafgaat.
Hun bezorgdheid heeft onder
meer betrekking op de sterk
verschillende procedures tussen
de lidstaten en de doeltreffendheid
van
de
huidige
vergunningsprocedures in België.
Ik denk er niet over om de
vergunningsvereiste
terug
te
schroeven
tijdens
de
overgangsperiode. Wel acht ik het
nuttig
om
een
nieuwe
kennisgevingsprocedure op te
stellen voor de biociden die niet
onderworpen
zijn
aan
de
vergunningsvereiste,
om
gedurende de overgangsperiode
zicht te krijgen op de "grijze" markt
en deze te reguleren. Voor de
producenten
en
voor
de
inspectiediensten zal de toestand
er duidelijker op worden, en de
consumenten
zullen
beter
beschermd zijn.
Ik bevestig ook dat ik ernaar streef
de vergunningsprocedure nog
efficiënter en sterker te maken
door meer verantwoordelijkheid te
leggen bij de aanvrager. Ik ben
ook van plan meer deskundigen in
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Je vous confirme aussi ma volonté d'augmenter encore l'efficacité de la
procédure d'autorisation, de la renforcer par une plus grande
responsabilité du requérant en lui transférant la charge de la preuve
dans la préparation d'évaluation du risque qu'il me soumet avant
d'envisager une autorisation, à l'instar de la philosophie qui sous-tend le
règlement REACH. Dans ce contexte, il entre dans mes intentions de
renforcer le cadre des experts chargés de vérifier et contrôler la qualité
des évaluations des propriétés des biocides préparés par des secteurs
qui font l'objet de demandes d'autorisation. C'est dans la proposition de
plan de personnel pour la période 2009-2011.
dienst te nemen die natrekken en
controleren
hoe
goed
de
beoordeling
van
de
eigenschappen van biociden wordt
uitgevoerd.
03.03 Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Monsieur le
ministre, je prends note du fait que vous n'affaiblirez pas cette législation
et cela me rassure. Néanmoins, d'après les échos du Comité d'avis sur
les biocides et du Comité d'agrément des biocides, ils auraient été
sollicités par le secteur phytopharmaceutique. Je crains donc qu'il y ait
quand même eu des pressions exercées; peut-être ne sont-elles pas
parvenues jusqu'à vous à cause de certains barrages en amont, ce dont
je me réjouis.
Un élément important envers lequel vous semblez avoir de bonnes
intentions est la capacité des services fédéraux à vérifier le travail réalisé
par les demandeurs d'autorisation. On peut toujours imaginer que celui
qui désire placer un produit sur le marché a tout intérêt à sortir une étude
indiquant son innocuité. Il convient donc de disposer d'une excellente
expertise au sein de l'administration ou de faire appel à une expertise
indépendante qui vérifiera si ces questions de toxicologie sont bien
fondées et si nous pouvons être rassurés sur les substances introduites
sur le marché.
Il s'agit de la question d'utiliser pleinement les moyens de votre
administration et, peut-être, de les augmenter afin que ces évaluations
éco-toxicologiques soient réalisées correctement et en toute
indépendance.
03.03 Thérèse Snoy et
d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Ik ben
gerustgesteld
dat
u
deze
wetgeving niet zal afzwakken.
Indien
de
fytofarmaceutische
sector ­ zoals ik denk ­ druk
heeft uitgeoefend op het Comité
voor advies inzake biociden en op
het Comité voor de erkenning van
biociden, dan ben ik blij dat die
pressie werd geneutraliseerd voor
u er zelfs maar lucht van kreeg.
Ik verheug me eveneens over uw
plannen in verband met de
federale diensten die het werk van
de vergunningsaanvragers moeten
verifiëren. Mij lijkt het onontbeerlijk
dat de administratie zelf een
uitmuntende deskundigheid in huis
heeft of een beroep kan doen op
onafhankelijke deskundigen voor
ecotoxicologische beoordelingen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La question n° 7490 de Mme Lalieux est reportée à sa demande.
Vraag nr. 7564 van mevrouw della Faille wordt ingetrokken.
04 Vraag van de heer Koen Bultinck aan de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid over "het proefproject met betrekking tot genetisch gemanipuleerde populieren"
(nr. 7573)
04 Question de M. Koen Bultinck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la
Santé publique sur "le projet pilote relatif aux peupliers génétiquement modifiés" (n° 7573)</b>
04.01 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik wil toch
nog even terugkomen op het fameuze proefproject met genetisch
gemanipuleerde populieren, al was het maar om een stand van zaken te
kunnen opmaken in dit dossier.
Als ik een korte schets geef, zult u zich ongetwijfeld herinneren dat het
Vlaams Instituut voor Biotechnologie eind november 2007 een aanvraag
indiende om op proefvelden de aanplant van genetisch gemanipuleerde
populieren te mogen opstarten. Er is in een hele procedure voorzien. Er
04.01 Koen Bultinck (Vlaams
Belang): En novembre 2007, le
"Vlaams
Instituut
voor
Biotechnologie" a introduit une
demande visant à lancer un projet
pilote
relatif
aux
peupliers
génétiquement modifiés. Bien que
le Comité belge de biodiversité et
le ministre flamand compétent
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
was een adviesaanvraag bij de Belgische Biodiversiteitsraad waarop
uiteindelijk een positief advies gevolgd is. Er is een positief advies
gevolgd van de betrokken Vlaamse minister, mevrouw Crevits die
bevoegd is voor Leefmilieu. Uiteindelijk hebben we dan toch moeten
vaststellen dat op 26 mei 2008 zowel u zelf als uw collega op
Volksgezondheid en Sociale Zaken, mevrouw Onkelinx, een negatief
advies gaven of met andere woorden weigerden om toestemming te
geven voor de aanplant van genetisch gewijzigde populieren.
Mijnheer de minister, ik heb u samen met een aantal collega's
ondervraagd in de plenaire zitting van 29 mei van dit jaar. U zult zich
ongetwijfeld de cruciale zin in uw antwoord van toen herinneren. U stelde
dat ingeval er zich nieuwe elementen zouden voordoen u eventueel
bereid zou zijn om uw beslissing te herzien.
Ondertussen is het dossier nog wat verder geëvolueerd. Het
Overlegcomité tussen de regionale en federale overheid is er eigenlijk
niet uit geraakt. Op het niveau van het Overlegcomité kon er geen
consensus bereikt worden. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie
heeft intussen een procedure opgestart bij de Raad van State, al was het
maar om uw weigering teniet te kunnen doen. Mijnheer de minister, iets
wat mij een belangrijk nieuw element in het dossier lijkt, is een zeer
duidelijke uitspraak van de Europese Commissie op vraag van een
Europees parlementslid met betrekking tot hetzelfde dossier. De
Europese Commissie zegt zeer duidelijk dat Vlaanderen in dezen gelijk
heeft en dat we dat soort onderzoek zeer dringend mogelijk moeten
maken.
U kent de ganse problematiek van het biotechnologisch onderzoek
ongetwijfeld. U kent ook de problematiek van de alternatieve
energievormen. Dat is uw bevoegdheid, uw departement. U zou daar
dus toch wat gevoelig voor moeten zijn.
Concreet zitten we nu natuurlijk met een cruciale vraag, al was het maar
omdat wat ons betreft het uitgangspunt telt dat biotechnologie in
Vlaanderen een zeer belangrijke tak is. Onze fractie beschouwt dit met
andere woorden als een belangrijk communautair dossier. Blijkbaar is
het geen toeval dat PS-ministers negatieve adviezen geven aangaande
een belangrijke economische tak voor Vlaanderen. Dit lijkt ons jammer
genoeg geen toeval te zijn.
Mijnheer de minister, ik heb een aantal korte concrete vragen.
Graag kreeg ik van u een stand van zaken over dit dossier.
Is de uitspraak dienaangaande van de Europese Commissie voor u ­ ik
verwijs naar uw eigen antwoord in de plenaire vergadering van 29 mei ­
een voldoende nieuw element in het dossier om uw negatieve houding
met betrekking tot de genetisch gewijzigde populieren eventueel te
herzien?
aient émis précédemment à ce
sujet des avis favorables, les
ministres Magnette et Onkelinx
refusent de donner leur accord.
Entre-temps, le "Vlaams Instituut
voor Biotechnologie" a entamé
une procédure devant le Conseil
d'État.
La
Commission
européenne a donné raison à la
Flandre, estimant qu'il est très
urgent de permettre la recherche
biotechnologique. À nos yeux, il
s'agit d'un important dossier
communautaire.
Quel est l'état d'avancement de ce
dossier et la décision de la
Commission
européenne
constitue-t-elle
un
élément
nouveau justifiant la révision de
l'avis négatif?
04.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, je vais laisser de
côté l'aspect polémique sur la communautarisation, le PS, etc. Je ne
vais pas entrer dans ce petit jeu. Je vais répondre précisément à la
question.
04.02 Minister Paul Magnette:
Mijnheer de voorzitter, ik zal niet
ingaan op de polemiek over de
communautarisering.
De minister van Volksgezondheid en ikzelf hebben op 26 mei 2008 de
toelatingsaanvraag voor een veldproef met genetisch gewijzigde
Nous avons refusé la demande
d'autorisation pour un essai en
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
populieren geweigerd omdat wij nog niet over voldoende elementen
beschikten om te garanderen dat de risico-evaluatie compleet was en
om er zeker van te zijn dat er voldoende rekening werd gehouden met
de resultaten van de publieke raadpleging.
Deze beslissing tot weigering werd genomen op basis van het koninklijk
besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste
introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van het
genetisch gemodificeerd organismen of van producten die er bevatten.
Het VIB heeft op 24 juli een beroep tegen deze beslissing bij de Raad
van State ingediend. Op 27 augustus hebben wij een observatienota
ingediend die de motieven van de uitspraak tegenspreekt. Wij wachten
momenteel op het verslag van het auditoraat.
Mijn collega van Volksgezondheid en ikzelf hebben trouwens opnieuw
naar de Adviesraad voor Bioveiligheid geschreven met het oog op het
verkrijgen van een wetenschappelijk advies, gesteund op een ontwerp
van leefmilieuprotocol dat verbonden is aan de proef in kwestie.
champ parce que nous ne
disposions
pas
d'éléments
suffisants sur l'évaluation des
risques et parce que nous
souhaitions être certains qu'il soit
suffisamment tenu compte des
résultats
de
la
consultation
publique. Cette décision a été
prise sur la base de l'arrêté royal
du 21 février 2005.
Nous avons déposé une note
d'observations à la suite de l'appel
interjeté par le "Vlaams Instituut
voor Biotechnologie" devant le
Conseil d'État. Nous attendons le
rapport de l'auditorat et un avis
scientifique du Conseil consultatif
de biosécurité.
04.03 Koen Bultinck (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik dank u beleefdheidshalve voor uw antwoord waaruit
overduidelijk blijkt dat het een dossier is dat verder zal moeten worden
opgevolgd. Ik blijf aandringen, al was het maar op basis van de uitspraak
van de Europese Commissie, dat u dit als een nieuw belangrijk element
in het dossier opneemt. Ik kom hierop te gelegener tijd terug voor de
verdere opvolging van het dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "de aankoop van
emissierechten in Hongarije" (nr. 7606)
- de heer Flor Van Noppen aan de minister van Klimaat en Energie over "de aankoop van emissierechten
in Hongarije" (nr. 7630)
- de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "de aankoop van Hongaarse
uitstootrechten" (nr. 7706)
05 Questions jointes de
- Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'achat de droits d'émission à la
Hongrie" (n° 7606)<br>- M. Flor Van Noppen au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'achat de droits d'émission à la Hongrie"
(n° 7630)<br>- M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'achat de droits d'émission à la Hongrie"
(n° 7706)</b>
05.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, op
29 september werd aangekondigd dat een België een overeenkomst
heeft ondertekend voor de verwerving van 2 miljoen emissierechten via
een green investment scheme in Hongarije.
Het is bij mijn weten de eerste keer dat België een beroep doet op de
internationale emissiehandel, wat dus een duidelijke wijziging is van het
beleid in verband met de aankoop van flexibele mechanismen, dat tot nu
toe werd gehanteerd.
Het is bovendien niet alleen een primeur voor ons land, maar ook voor
het Kyoto Protocol. Immers, volgens Pointcarbon zou het gaan om "The
05.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): En septembre, la
Belgique a acheté pour la
première fois pour 2 millions de
tonnes de droits d'émission ou
UQA (unités de quantité attribuée)
à la Hongrie. Où en est cette
transaction? Combien de droits
sont
actuellement
fixés
par
contrat? Combien de droits ont été
réellement achetés et combien le
seront en 2008? Quel est le prix
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
largest publicly known transaction to have taken place under the Kyoto
protocol". Het is volgens die laatste nog maar de tweede AAU-transactie
die tot nu toe heeft plaatsgevonden.
Ik heb een aantal vragen. Ten eerste, wat is de stand van zaken
betreffende de aankoop van de emissierechten? Hoeveel ERU's of
CER's liggen op dit moment vast in contracten? Hoeveel zijn effectief
aangekocht en hoeveel zullen er in 2008 worden aangekocht? Wat is de
gemiddelde prijs per ERU of CER?
Ten tweede, wat betreft de 2 miljoen ton AAU's, hoeveel procent
vertegenwoordigt dat contract in het totaal aan gecontracteerde
emissierechten?
Ten derde, wat is de aankoopprijs van die 2 miljoen ton AAU's? Wat is
de kostprijs per Hongaarse AAU?
Ten vierde, het akkoord over de internelastenverdeling over de
Kyotodoelstelling ging ervan uit dat het federale aankoopbeleid bij
voorkeur zou gebeuren via JI- en CDM-projecten en dat enkel via het
Kyotofonds internationale emissierechten zouden worden aangekocht
indien blijkt dat de aankoop via JI en CDM niet zou lukken of
onvoldoende zou zijn. Is die oefening gemaakt? Wat was het resultaat
daarvan?
Ten vijfde, het lijkt mij een wijziging van het beleid. Zet de federale
regering nu effectief de poort open voor de aankoop van AAU's of
gebeurt dat enkel via de aankoop van GIS-projecten? Zijn er
duurzaamheidsvereisten bepaald waaraan de GIS-projecten moeten
voldoen? Kunnen alle types van projecten ineens? Heeft het technisch
comité een rol gespeeld in het definiëren van duurzaamheidsvereisten
en projecttypes bij GIS-projecten?
Ten zesde, werd het technisch comité geraadpleegd over het Hongaars
project?
Ten zevende, wanneer het gaat over de aankoop of het gebruik van
flexibele mechanismen in het kader van Kyoto, wordt er toch altijd zeer
sterk de nadruk gelegd op de additionaliteit. Ik had dus graag geweten of
u kunt toelichten hoeveel CO
2
-reductie er zal plaatsvinden in Hongarije
door het GIS-project. Zal er een reductie gerealiseerd worden die
overeenstemt met de twee miljoen ton AAU's die zullen aangekocht
worden? Zal dat een additionele reductie zijn? Wat is hierover bepaald in
het contract?
moyen par droit d'émission?
Quelle part ce contrat représente-
t-il dans le total des droits
d'émission
sous
contrat?
À
combien s'élèvent le prix d'achat
total et le prix de revient par UQA?
Au départ, il avait été convenu que
des
droits
d'émission
internationaux seraient achetés
uniquement si l'achat par le biais
de MOC (mécanismes de mise en
oeuvre conjointe) et de MDP
(mécanismes
pour
un
développement propre) échouait.
Cet exercice a-t-il été fait? Quel en
a été le résultat? Le gouvernement
ouvre-t-il effectivement la porte, à
présent, à l'acquisition d'UQA ou
cela se produira-t-il exclusivement
par le biais de projets GIS? Les
projets GIS doivent-ils répondre à
des exigences de durabilité et tous
les types de projets sont-ils
acceptables? Le comité technique
a-t-il joué un rôle dans la définition
des exigences de durabilité et des
types de projets dans le cadre des
projets GIS?
Le comité technique a-t-il été
consulté? Quelle sera la réduction
d'émissions en Hongrie à la suite
du projet GIS? La réduction
correspond-elle aux deux millions
de tonnes d'UQA acquises ou
s'agit-il
d'une
réduction
additionnelle? Quelles sont les
dispositions contractuelles à ce
sujet?
05.02 Flor Van Noppen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb een
soortgelijke vraag.
Mijnheer de minister, enkele weken geleden maakte u bekend dat u voor
twee miljoen ton CO
2
-rechten zou aankopen in Hongarije via
investeringen in Hongarije in Green Investment Schemes. Het geld dat
de Belgische Staat hiervoor betaalt, zou worden gebruikt voor de
bevordering van energiebesparende investeringen in woningen, de
promotie van hernieuwbare energiebronnen en de bouw van
passiefhuizen. Vanuit groene hoek is er heel wat kritiek op die
maatregel, vooral van de BBL, die oordeelt dat u alleen maar het
Hongaarse overschot aan CO
2
-rechten opkoopt en dat de groene
investeringen slechts windowdressing zijn. Ik heb voor u daarom enkele
05.02 Flor Van Noppen (N-VA):
La Belgique a récemment acquis
deux millions de tonnes de droits
d'émission en Hongrie. Combien
de
tonnes
de
CO
2
les
investissements verts en Hongrie
permettront-ils d'économiser à
partir d'aujourd'hui et jusqu'en
2012? Sur quoi cette estimation
est-elle fondée? Sur ces deux
millions de tonnes, combien de
tonnes
de droits
d'émission
proviendront tout simplement de
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
verduidelijkende vragen, mijnheer de minister.
Hoeveel ton CO
2
denkt u dat de groene investeringen in Hongarije zullen
besparen van nu tot 2012? Waarop baseert u die raming?
Hoeveel ton CO
2
-rechten op een totaal van twee miljoen ton zullen
gewoon afkomstig zijn van het Hongaarse overschot aan CO
2
-rechten?
Wat is hierover in het contract bepaald?
Op welke manier wordt het resultaat van de investeringen opgevolgd
door de federale regering? Wat is de kostprijs van de operatie voor de
Belgische Staat?
Welke maatregelen neemt de federale regering om de CO
2
-uitstoot in
België zelf te reduceren, bijvoorbeeld via isolatie in overheidsgebouwen
of energiebesparende maatregelen door de overheidsdiensten en ­
bedrijven enzovoort? Hoeveel ton CO
2
-rechten heeft de federale
regering na die aankoop in totaal al verworven voor de periode 2008-
2012?
Tot slot, hoeveel ton CO
2
-rechten moet de federale regering voor 2012
nog zien te verwerven? Hebt u al een idee vanwaar u die zult halen?
l'excédent hongrois en droits
d'émission? Que stipule le contrat
à ce sujet? Quel est le suivi du
résultat de ces investissements
verts?
Quelles
mesures
le
gouvernement
prend-il
pour
réduire également les émissions
en Belgique? Combien de tonnes
de
droits
d'émission
le
gouvernement a-t-il déjà acquises
après cet achat pour la période
2008-2012? Combien de tonnes le
gouvernement
doit-il
encore
acquérir pour 2012 et où ira-t-il les
chercher?
05.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, vanzelfsprekend hebben de geachte collega's al heel wat
gras voor mijn voeten weggemaaid. Ik zal mijn vragen zo kort mogelijk
proberen te houden, want het essentiële is immers al gezegd.
België heeft zich geëngageerd om tussen 2008 en 2012 voor de
aankoop van emissierechten in het buitenland jaarlijks 2,46 miljoen euro
uit te trekken. Op die manier halen wij gemakkelijker de Kyotonorm.
Mijnheer de minister, hoeveel van de Bulgaarse uitstootrechten, waarvan
blijkbaar nu al 2 miljoen ton werden aangekocht, worden voor het
boekjaar 2008 juist ingeboekt?
U zult jaarlijks 2,46 miljoen euro uittrekken om emissierechten in het
buitenland aan te kopen. Ik had graag van u vernomen welke andere
plaatsen in de wereld zinnens zijn om bijkomende uitstootrechten aan te
kopen.
Hebt u al aanvragen of aanbiedingen op dat vlak?
Mijn derde vraag kunt u wellicht even kort beantwoorden als mijn twee
andere vragen.
Het is goed dat wij in energiezuinige woningen in Hongarije investeren.
België gaat door voor het minst geïsoleerde land in Europa. Ik hoop dat
het investeren in energiezuinige woningen in Hongarije geen voorrang
krijgt op het streven naar goed geïsoleerde woningen in België, en ik
hoop dat dit streven nog steeds voorrang krijgt.
Mijnheer de minister, ik hoop dat u mij een idee kunt geven van de
andere projecten die de komende jaren zijn gepland.
05.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): De 2008 à 2012, la
Belgique
s'est
engagée
à
débloquer 2,46 millions d'euros
par an pour acheter des droits
d'émission à l'étranger. Combien
de droits d'émission hongrois ont
été acquis par la Belgique au
cours de l'exercice 2008? Quels
pays ont l'intention d'acheter des
droits
d'émission
supplémentaires?
J'espère que les investissements
dans l'amélioration de l'efficacité
énergétique des logements en
Hongrie
ne
primeront
pas
l'amélioration de l'isolation des
logements en Belgique. Quels
autres projets sont encore prévus
pour les années à venir?
05.04 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, inzake het
federaal engagement van 12,3 miljoen euro emissierechten hebben wij
momenteel 3,4 miljoen euro gegarandeerde emissiereducties en
05.04 Paul Magnette, ministre: A
ce jour, nous en sommes à 3,4
millions
d'euros
de
droits
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
0,7 miljoen euro niet-gegarandeerde emissiereducties gecontracteerd.
Dat komt overeen met iets meer dan 30% van het totale, federale
engagement, dat nog door de vorige regering werd genomen.
Inzake de aankoop van 2 miljoen euro emissierechten in het kader van
het Hongaarse Green Investment Scheme, vertegenwoordigt bedoelde
investering een klein aandeel van het federale engagement, namelijk
grosso modo 15%.
In antwoord op uw vraag over de gemiddelde prijs van ERU/CER en van
de aankoop van de 2 miljoen euro emissierechten wijs ik erop dat
genoemde informatie volgens de bepalingen van de overeenkomst
confidentieel is. De uiteindelijk onderhandelde prijzen per contract
weerspiegelen in elk geval de kwaliteit van de projecten die
emissierechten zullen leveren.
Betreffende uw vraag in het kader van het intern lastenverdelingakkoord
over de Kyotodoelstellingen wil ik erop wijzen dat de studie van Climate
Focus van maart 2008 aantoont dat wij via ons huidige aankoopbeleid,
met name tenders die uitsluitend op de primaire markt zijn gericht en
volgens het ritme van aankoop van bedoelde emissierechten, twintig jaar
nodig zouden hebben om het federale engagement na te komen.
Het is zo dat de procedure van openbare aanbestedingen slechts een
klein aantal projectontwikkelaars aantrekt. Daarom heeft de studie
aanbevolen om emissierechten aan te werven via de secundaire markt.
Deze studie schatte verder een jaarlijkse stijging van de prijs voor
emissierechten van 50% tot 2012. In juni 2008 bevonden de prijzen op
de secundaire markt zich echter reeds boven de 22 euro en overstegen
ze dus de maximale gemiddelde prijs om emissierechten binnen het
beschikbare budget van de federale overheid te kopen. Hierdoor hebben
wij ons aankoopbeleid verspreid in meerdere opties.
De beslissing tot investering in het Green Investment Scheme van
Hongarije werd genomen in uitvoering van het akkoord van 8 maart
2004 over de lastenverdeling tussen de federale overheid en de
Gewesten, waarin de federale overheid zich geëngageerd heeft om
2,46 miljoen ton emissierechten aan te kopen op jaarbasis.
Zoals u weet staat het Kyotoprotocol de aankoop van emissierechten toe
als aanvulling op interne maatregelen om de Kyotodoelstellingen te
realiseren.
De federale overheid heeft zich ook verplicht tot interne
reductiemaatregelen, die in termen van emissiereductie veel belangrijker
zijn dan de aankoop van emissierechten, 4,8 miljoen CO
2
-equivalent per
jaar in 2008-2012. In dat kader hecht ik veel belang aan de versterking,
verfijning en uitbreiding van het interne klimaatbeleid. Zo hebben wij
recent bijkomende investeringskredieten toegekend aan Fedesco voor
de optimalisatie van de energiebesparende investeringen in
overheidsgebouwen.
Ook werd het federale offshorebeleid recent verfijnd en vereenvoudigd.
Dit moet ervoor zorgen dat voor het einde van dit jaar een eerste
productie van elektriciteit uit wind in zeegebieden het land zal bereiken.
Nog dit jaar zal daarmee aan de elektriciteitsbehoeften van 60.000
gezinnen worden voldaan.
d'émission garantis et à 0,7 million
de droits d'émission non garantis.
Cela représente environ 30% de
l'engagement
fédéral
total.
L'investissement de deux millions
de droits d'émission dans le
"Green
Investment
Scheme"
hongrois représente 15% de cet
engagement.
Les informations relatives au prix
moyen des ERU/CER et à
l'acquisition des deux millions de
droits
d'émission
sont
confidentielles. Ceci dit, les prix
finalement négociés par contrat
reflètent la qualité des projets.
L'étude de Climate Focus de mars
2008
montre
qu'avec
notre
politique d'achat actuelle ­ appels
d'offres exclusivement axés sur le
marché primaire ­, vingt ans
seraient
nécessaires
pour
respecter l'engagement fédéral.
La
procédure
d'adjudication
publique n'attirant qu'un petit
nombre de promoteurs, l'étude
préconise l'acquisition de droits
d'émission
sur
le
marché
secondaire. Étant donné qu'en juin
2008, les prix de ce marché
secondaire dépassaient déjà le
prix maximal prévu par le budget
fédéral pour l'achat de droits
d'émission, nous avons échelonné
notre politique d'achats.
Nous avons décidé d'investir dans
le "Green Investment Scheme"
hongrois en application de l'accord
du 8 mars 2004 dans le cadre
duquel l'État fédéral s'est engagé
à acquérir 2,46 millions de tonnes
de droits d'émission par an. Il
s'agit de projets permettant de
réduire
les
émissions
par
l'accroissement
de
l'efficacité
énergétique des bâtiments et la
promotion
des
énergies
renouvelables. Le programme
offre les garanties requises ainsi
que des systèmes de contrôle sur
le plan environnemental.
Le fédéral s'est également engagé
à prendre des mesures internes
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Verder hebben wij ervoor gekozen om in dit programma te investeren
omdat het ons de nodige garanties biedt op het vlak van leefmilieu. Er
wordt bovendien een strikt controlesysteem van de gerealiseerde
emissiereducties opgezet.
Wij voorzien niet in een aankoop van emissierechten die niet via een
Green Investment Scheme zijn omkaderd. Wij willen alleen
emissierechten aankopen via een omkaderd programma bestaande uit
effectieve emissiereducerende projecten, zoals dus het geval is in
Hongarije. Ter informatie, meerdere andere landen, bijvoorbeeld
Oostenrijk, Nederland, Spanje en Japan, zijn op dit ogenblik eveneens
aan het onderhandelen met het oog op de aankopen van AAU's. Het
Green Investment Scheme van Hongarije gaat alleen over
emissiereducerende projecten voor de verbetering van de energie-
efficiëntie in openbare en privégebouwen en de bevoordeling van het
gebruik van hernieuwbare energie.
De Belgische stakeholders werden in het kader van de vergadering van
het technisch comité geïnformeerd en geraadpleegd op 24 juni en
24 september 2008. Daarenboven worden de Belgische werkgevers,
werknemersorganisaties, milieubewegingen en noord-zuidbewegingen
uitgenodigd om een vertegenwoordiger aan te duiden voor deelname
aan de jaarlijkse vergadering van de gezamenlijke raad, die onder meer
verantwoordelijk is voor de verificatie van de gerealiseerde effectieve
emissiereducties.
De kwalitatief en kwantitatief beste Green Investment Schemes zoals
uitgewerkt door Hongarije zullen in staat zijn significante reducties te
verwezenlijken. Dit is een van de redenen waarom het belangrijk was
niet te talmen om in dit schema te stappen, zodat de verwachte reductie
zo snel mogelijk aangevat kan worden.
Een andere belangrijke reden is dat het eerste schema de beste
projecten vanuit het oogpunt van kostenefficiëntie en duurzame
ontwikkeling zal implementeren. Naast de opvolging van het Green
Investment Scheme via de raad en het technisch comité, zal een
onafhankelijke auditeur de jaarlijkse gerealiseerde emissiereducties
verifiëren. Dit zijn bijkomende garanties voor de monitoring van de
emissiereducties.
Tenslotte zullen mijn diensten zich ten volle blijven inzetten om
duurzame projecten aan te trekken via een gediversifieerd programma,
waarbij de factoren prijs, leveringszekerheid en duurzaamheid een
centrale rol blijven spelen. De derde overheidsopdracht wordt
momenteel voorbereid.
de réduction des émissions
portant sur une quantité de 4,8
millions d'équivalents CO
2
par an
durant la période 2008-2012.
J'attache
une
importance
particulière au renforcement, au
peaufinage et à l'élargissement de
la politique interne en matière de
climat.
Ainsi,
nous
avons
récemment attribué des crédits
d'investissement supplémentaires
à Fedesco pour l'optimisation des
investissements en économies
d'énergie. De plus, une politique
fédérale "offshore" affinée et
simplifiée permettra de couvrir les
besoins en électricité de 60.000
foyers avant la fin de l'année.
Nous ne voulons acheter des
droits d'émission que par le biais
d'un programme composé de
projets
réellement
réducteurs
d'émissions, comme celui de la
Hongrie. Des pays tels que
l'Autriche, les Pays-Bas, l'Espagne
et le Japon sont également
occupés à négocier l'acquisition
d'Unités de quantité attribuée
(UQA).
Les parties belges impliquées ont
été consultées lors des réunions
du comité technique des 24 juin et
24
septembre
2008.
Les
employeurs,
organisations
de
travailleurs
et
mouvements
environnementaux et de solidarité
Nord-Sud
belges
peuvent
également
désigner
un
représentant
à
l'assemblée
annuelle du conseil commun.
Les "green investment schemes"
hongrois
entraîneront
des
réductions significatives et c'est la
raison pour laquelle il était
important d'y adhérer le plus
rapidement possible. Par ailleurs,
en termes d'efficacité des coûts et
de développement durable, le
premier schéma permettra de
mettre en oeuvre les meilleurs
projets.
Le Conseil et le Comité technique
assureront le suivi de ce projet. Un
auditeur
indépendant
vérifiera
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
également
la
réalité
des
réductions d'émissions réalisées.
Mes services continueront à
s'investir pleinement pour attirer
des projets durables. Le prix, la
sécurité d'approvisionnement et la
durabilité des projets joueront un
rôle essentiel à cet égard. Le
troisième marché public est
actuellement en préparation.
05.05 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister,
dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik heb een aantal elementen van
repliek.
Ten eerste, hoe goed u het ook verkoopt en hoe uitgebreid u het ook
toelicht, een Green Investment Scheme is nog altijd het aankopen van
gebakken lucht met een groene saus. We moeten een kat een kat
noemen: voor het Belgisch klimaatbeleid is het aankopen van gebakken
lucht een optie geworden. U zegt dat het een omkaderd programma
betreft, maar een aantal mensen heeft nagegaan wat er al op poten
werd gezet in Hongarije: zij hebben gezegd dat er op dit moment niets in
de steigers staat. Er zijn op dit moment in Hongarije geen projecten of
initiatieven, zij moeten werkelijk van nul beginnen. Daar is totaal geen
duidelijkheid en er zijn geen perspectieven. Daarom vraag ik mij af of dit
werkelijk een omkaderd programma is.
U hebt veel gesproken over het aanduiden van mensen om de
emissiereductie te monitoren. Ik zal dat nalezen in uw antwoord. Mij was
niet duidelijk of dit gaat over de interne reductie in België of de reductie
die zal worden gerealiseerd in Hongarije. U zegt ook dat de bepalingen
van het contract met betrekking tot de prijs confidentieel zijn. Ik denk niet
dat de bepalingen met betrekking tot het project en de tegenprestaties in
Hongarije confidentieel zijn. Ik zou dus graag de niet-confidentiële
bepalingen daarover kunnen inkijken en kunnen zien wat er is
afgesproken.
Tenslotte hebt u verwezen naar de studie van Climate Focus. U heeft
daar een aspect uitgehaald, namelijk dat het lange tijd zou duren
volgens die consultant.
De consultant heeft volgens mij ook op de snelle prijsstijgingen gewezen
en daarom aangeraden om in de periode 2008-2009 de volledige
doelstellingen te contracteren. Dat is een studie die in maart 2008 werd
opgeleverd.
Tegelijkertijd verklaarde u veel belang aan het interne klimaatbeleid te
hechten. Ik kan u op dat punt volgen. Ik moet in dat geval echter ook
wijzen op de andere studie van het Planbureau over de economische
vooruitzichten voor de periode 2008-2013 van 21 mei 2008, dus een
paar maanden na de studie van Climate Focus.
In de studie van het Planbureau staat op pagina 143 te lezen: "Binnen
een economische context van aanhoudend hoge energieprijzen en een
relatief zwakke, economische groei in het begin van de projectieperiode
zou België bijna zijn doelstellingen, zoals bepaald in het protocol van
Kyoto, kunnen halen dankzij het gevoerde klimaatbeleid. Het niveau van
05.05 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le ministre parle
d'un programme encadré en
Hongrie mais aucun projet concret
n'est en préparation actuellement.
Sur le plan de la politique
climatique belge, on achète donc
du vent à l'étranger. On ignore
également
qui
assurera
le
monitorage de la réduction des
émissions et si cela concerne à la
fois la Belgique et la Hongrie.
J'aimerais donc consulter les
informations non confidentielles du
dossier. Enfin, l'étude de "Climate
Focus"
a conseillé de fixer
l'ensemble des objectifs par
contrat au cours de la période
2008-2009.
Dans ce contexte, j'aimerais
également attirer l'attention sur
l'étude du Bureau du Plan relative
aux perspectives économiques
pour la période 2008-2010. Selon
cette étude, la Belgique pourrait
quasiment atteindre les objectifs
grâce aux prix énergétiques
élevés et à la faible croissance
économique, avec en moyenne
135
millions
de
tonnes
d'équivalents CO
2
pour la période
2008-2012. Par conséquent, la
Belgique
devrait
racheter
seulement un million de tonnes en
plus et il s'agit dès lors peut-être
bien d'un achat concret.
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
de broeikasgasemissies zou gemiddeld 135.7 miljoen ton CO
2
-
equivalenten bedragen voor de periode 2008-2012 en dus minder dan
1 miljoen ton CO
2
-equivalenten boven de vooropgestelde doelstelling."
U verklaart dat u nog verder wil inzetten op het versterken van het intern
klimaatbeleid en dat u op die manier intern reducties wil realiseren. In
dat geval moeten wij misschien ook eens kritisch bekijken of wij de
genoemde 12,3 miljoen euro emissierechten nog wel nodig hebben.
Immers, indien blijkt uit de studie van het Planbureau en uit de
economische vooruitzichten dat slechts 1 miljoen ton emissierechten zal
moeten worden aangekocht om de doelstellingen te halen, hebben wij
voornoemd aantal ondertussen wel al bereikt. Het heeft in dat geval
geen zin om nog verder in te zetten op groene sauzen, zoals het
aankopen van hete lucht, ook al heet dat dan toevallig een Green
Investment Scheme.
05.06 Flor Van Noppen (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik dank u voor uw geruststellende uitleg. Of u mij heeft
gerustgesteld, betwijfel ik. Ik zal de situatie dan ook op de voet blijven
volgen en u in de toekomst nog vragen stellen over de evaluatie van het
project.
05.06 Flor Van Noppen (N-VA):
Je continuerai à suivre ce dossier
de près.
05.07 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik zou u voor uw antwoord willen bedanken, maar ik heb
geen antwoord op mijn vragen gekregen. Ik blijf dus op mijn honger.
Mijnheer de minister, hoeveel van de Hongaarse uitstootrechten worden
voor het boekjaar 2008 ingeboekt?
Welke andere projecten zijn hangende? Welke andere projecten in de
wereld waar wij onze uitstootrechten zullen aankopen, zijn er gepland?
Hoe zit een en ander in elkaar?
Ik hoor u antwoorden dat u duurzame projecten zult aantrekken. Ik hoor
u ook beweren dat wij goed bezig zijn. Niettemin blijf ik op mijn honger
inzake de projecten op dat vlak.
Ik zal u dus ook verder ondervragen. Ik heb immers onvoldoende
antwoorden gekregen.
05.07 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Combien de droits
d'émission hongrois ont-ils été
enregistrés en 2008 et quels
autres projets sont-ils encore
prévus? Le ministre ne s'est pas
exprimé à ce sujet. Je redéposerai
dès lors ces questions.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Klimaat en Energie over "het advies van de
Federale Raad Duurzame Ontwikkeling over het voorontwerp van het derde federaal plan inzake
duurzame ontwikkeling" (nr. 7626)
06 Question de Mme Nathalie Muylle au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'avis du Conseil fédéral
du développement durable relatif à l'avant-projet du troisième plan fédéral en matière de développement
durable" (n° 7626)</b>
06.01 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik heb een vraag over het nieuwe plan voor duurzame
ontwikkeling dat er eigenlijk al zou moeten liggen. Wij hebben de hele
consultatieperiode van het voorontwerp gekend. Ik heb in de
vakantieperiode ook gemerkt dat de Federale Raad voor Duurzame
Ontwikkeling zijn advies heeft gegeven, naast de publieke
consultatieronde, op dit voorontwerp.
06.01 Nathalie Muylle (CD&V):
Le
Conseil
Fédéral
du
Développement Durable (CFDD) a
formulé un avis plutôt négatif
concernant
l'avant-projet
de
nouveau plan de développement
durable. La critique fondamentale
va dans le même sens que les
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
U zult het ook wel weten. Het advies is niet bepaald positief, misschien
ook wel vanuit een bepaalde invalshoek, maar toch. Ik ga niet in detail
treden, maar er staan voor mij toch wel een aantal zaken in die zeer
fundamenteel zijn, kritiek die wij ook al hebben geuit bij de bespreking
van het voorontwerp in de commissie.
Ik haal er een paar aan: de voorwaardelijkheid, het plan is niet politiek
gedragen waardoor men ook het publiek niet kon motiveren om te
reageren,
geen
voldoende
draagvlak
om
een
duurzaam
ontwikkelingsbeleid te creëren, men moet de consultatie op een andere
manier gaan aanpakken, veel te weinig toekomstvisie, een gebrekkige
opvolging van de acties van de vorige twee plannen, te weinig integratie
van wat wel is gerealiseerd of procesmatig bezig is in die nieuwe
plannen, geen implementatie van DOEB of het wordt niet verder
uitgewerkt en heeft een onvoldoende basis in dit plan gekregen, te
weinig samenwerking en aandacht voor de verwezenlijkingen van de
andere niveaus, vooral dan van de regionale niveaus, onvoldoende
ambitie en maatregelen. Ik kan nog een tijdje doorgaan over wat men
allemaal heeft gezegd.
Mijnheer de minister, u hebt mij begin juli gezegd dat het plan er eind
september moest liggen. Wat is de stand van zaken vandaag eigenlijk?
Gaat u een deel van de kritiek in het plan meenemen?
critiques que nous avions déjà
formulées en commission à
propos de l'avant-projet.
En fait, le plan devait être prêt fin
septembre. Qu'en est-il à présent?
Les critiques seront-elles prises en
compte?
06.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Muylle,
u vraagt mij of ik het eens ben met het meest kritische deel van het
advies van de FRDO, met name het gebrek aan een perspectief op
lange termijn. Het voorontwerp van plan zou in dit opzicht inderdaad wat
duidelijker kunnen zijn, hoewel het toch al veel internationale
verbintenissen vermeldt waarbij België zich aansluit en die voor België
alvast doelstellingen op lange termijn bevatten.
De federale rapporten van het Federaal Planbureau hebben hiervoor
een belangrijke input gegeven. Dat kunt u vaststellen in de eerste
hoofdstukken over de internationale context, 1.1, en over de
doelstellingen op lange termijn. Momenteel wordt er nagedacht over een
manier om de federale strategie voor duurzame ontwikkeling aan te
vullen met deze langetermijndimensie.
Ten tweede, het punt "de weinig ontwikkelde participatieve
consultatieronde en een niet zo toegankelijke tekst" Dde bedoeling van
het voorontwerp van federaal plan was het opstellen van een tekst met
duidelijke instructies aan de administraties en dus geen verbreding van
het maatschappelijke draagvlak. Het is mijn bedoeling de modus
operandi van de raadplegingen te herbekijken om het beste te halen uit
wat uit een participatieproces te halen valt.
Ten derde, het onduidelijke statuut van het plan en de ontmoediging om
erop te reageren, als het niet vooraf door de regering wordt
goedgekeurd. Ik ben het niet eens met deze analyse. Een consultatie
heeft meer zin als daarvoor geen politieke verbintenis werd aangegaan.
Met betrekking tot het statuut van het plan wil ik opmerken dat dit plan
geen ander statuut heeft dan andere plannen die door de regering
worden goedgekeurd.
Ten vierde, wat de voorgestelde complementaire maatregelen betreft,
hebben het secretariaat en de deskundigen van de ICDO alle ontvangen
adviezen geanalyseerd, waaronder natuurlijk ook de suggesties van de
06.02 Paul Magnette, ministre:
Nous pallions le manque de
perspective à long terme en nous
fondant sur les rapports du Bureau
fédéral du Plan.
L'objectif de l'avant-projet était de
pouvoir
disposer
d'un
texte
contenant des instructions claires
pour les administrations. Notre but
n'était
pas
d'élargir
l'assise
sociale. Je souhaite revoir le
modus operandi des consultations,
afin de valoriser au maximum le
processus de participation.
Je ne partage pas la critique selon
laquelle le statut du plan ne serait
pas clair. Il est également faux de
prétendre que nous voulons
décourager les gens à réagir au
plan.
La
Commission
interdépartementale
de
développement durable (CIDD) a
examiné tous les avis, y compris
ceux du CFDD. Il a été tenu
compte de certaines observations,
d'autres n'ont pas été retenues. La
CIDD se justifiera comme le
prévoit la loi.
L'accord de gouvernement prévoit
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
FRDO. Sommige werden weerhouden, anderen niet, volgens de criteria
die werden vastgesteld bij het opstellen van het plan. Er werd uiteraard
rekening gehouden met de opmerkingen. Het al dan niet aanvaarden
van de opmerkingen gebeurt echter alleen door de ICDO en zal steeds
worden verantwoord, zoals de wet bepaalt.
Zoals u weet, voorziet het regeerakkoord in een evaluatie van de
coördinatie-instrumenten voor het federaal beleid inzake duurzame
ontwikkeling. Wij willen eerst een principeakkoord over deze kwestie
opdat de volgende plannen in dezelfde lijn zouden liggen als de
onderhandelingen.
une évaluation des instruments de
coordination pour la politique
fédérale
de
développement
durable. Nous souhaitons d'abord
conclure un accord de principe en
la matière pour pouvoir mettre les
projets futurs en harmonie avec
celui-ci.
06.03 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, wat de consultatie aangaat, meen ik dat dit in de toekomst toch
op een betere manier moeten kunnen. U weet ook dat minder mensen
een advies hebben gegeven in de consultatieronde. U hebt toen in de
commissie gezegd dat dit niet de bedoeling was, dat u zich meer wilde
richten tot het maatschappelijk middenveld, tot organisaties, om kritiek te
geven. Ik denk dat we dat in de toekomst beter en ruimer moeten
kunnen organiseren. Over de manier waarop, kunnen we van gedachten
wisselen en zullen we wel tot een besluit kunnen komen.
U weet ook dat mijn partij vraagt om een langetermijnvisie in te bouwen
in duurzame ontwikkeling, dus u hebt aan ons een partner.
We hopen dan ook dat die beslissing er snel komt, want ik heb het
aanvoelen dat het wat geblokkeerd blijft of dat er toch wat weinig initiatief
is, de jongste weken, om daaraan voort te werken. U hebt daarin een
partner aan ons. Laten we eraan werken.
06.03 Nathalie Muylle (CD&V):
Je pense que les consultations
devraient être plus larges que le
ministre ne le souhaite. Quant à la
méthode, on peut en discuter.
Nous
souhaitons
également
développer une vision à long
terme
en
matière
de
développement durable et nous
nous profilons dès lors comme
des partenaires à cette fin.
Nous espérons que la décision
sera prise rapidement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Klimaat en Energie over "de 'Lente van het
Leefmilieu'" (nr. 7627)
07 Question de Mme Nathalie Muylle au ministre du Climat et de l'Énergie sur "le 'Printemps de
l'environnement'" (n° 7627)</b>
07.01 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer voorzitter, mijnheer de
minister, begin juli kwam u met uw plannen, 159 maatregelen, naar de
commissie. Zonder in detail te treden wou ik vandaag van u vernemen
waar we staan. Als ik kijk naar uw scoretabel, dan staan daar heel wat
zaken op onder de noemers "zo spoedig mogelijk", "oktober 2008" en
"herfst 2008". Daarbij gaat het om 60 tot 70% van de maatregelen. Het is
bijna november, mijnheer de minister. Er is al kritiek dat hier weinig van
terecht zou komen. Er zijn geruchten rond een luchtplan dat er zou
komen, rond productenbeleid, enzovoort.
Wat is de stand van zaken? Hebt u vandaag een opvolgingstabel van de
scoretabel? Wat kunnen wij in de commissie nog verwachten over de
Lente van het Leefmilieu?
07.01 Nathalie Muylle (CD&V):
Qu'en
est-il
aujourd'hui des
159 mesures que le ministre a
présentées au Parlement en
juillet?
07.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, ten eerste, wat
betreft de stabilisatie op korte termijn van het systeem van
groenstroomcertificaten, worden de besluiten in verband met offshore
windenergie gefinaliseerd.
Ten tweede, de federale plannen betreffende een geïntegreerd
07.02 Paul Magnette, ministre:
Les arrêtés relatifs à l'énergie
éolienne "offshore" sont en voie de
finalisation. Les plans concernant
une politique intégrée de produits
et la qualité de l'air sont prêts et
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
productenbeleid en de luchtkwaliteit zijn afgewerkt. Zij bevatten de
elementen die ter sprake zijn gekomen tijdens de raadplegingsfases met
de stakeholders en de politieke besluitvormingsfases van de Lente van
het Leefmilieu. De publieke raadpleging met betrekking tot de twee
plannen zal tijdens de komende dagen van start gaan en 60
kalenderdagen duren. Parallel hiermee zal ik een beroep doen op de
bevoegde adviesraden waaronder de Centrale Raad voor de Economie
en de FRDO. De doelstelling is dat de regering tijdens de lente van 2009
beide plannen goedkeurt.
Ten derde, in verband met de verbetering van het aanbod aan
ecologische producten nemen mijn medewerkers, op basis van het
voorstel van de stakeholders, contact op met de verdelers, in hoofdzaak
op het gebied van voeding en klussen. De bedoeling is om tegen het
einde van het jaar een algemene conventie te ondertekenen met de
sector die verantwoordelijk is voor het plaatsen in de rekken, de
opleiding van de kopers, de communicatie betreffende milieuvriendelijke
producten, de waardering van gelabelde producten, enzovoort.
Ten vierde, in verband met het verbod op CO
2
-normen en ambitieuze
euronormen heb ik al geantwoord in mijn inleiding over de Europese
Raad.
Ten vijfde, in verband met het vaststellen van de regels in de strijd tegen
de onwettige houtinvoer op de Europese markt hebt ik onlangs, samen
met mijn collega's Crevits van het Vlaams Gewest, Verburg uit
Nederland en Poulsen uit Denemarken, een brieft ondertekend gericht
aan de Europese Commissarissen Fischer Boel, Dimas en Michel. Net
als Groot-Brittannië wensen wij de uitbreiding van de maatregelen in
deze materie via een bijkomende flag-wetgeving via het actieplan voor
duurzame productie en consumptie. Sindsdien heeft de commissie haar
voorstel voor bijkomende maatregelen goedgekeurd. Deze maatregelen
worden vandaag aan de ministers van Leefmilieu voorgesteld tijdens de
milieuraad te Luxemburg.
incluent tous les éléments du
Printemps de l'Environnement. La
consultation publique relative à
ces plans débutera dans le
courant des prochains jours et
durera soixante jours calendrier.
Parallèlement, les deux plans
seront soumis pour avis au
Conseil Central de l'Économie et
au
Conseil
Fédéral
du
Développement
Durable.
Le
gouvernement approuvera les
plans au printemps 2009.
En ce qui concerne l'amélioration
de l'offre de produits écologiques,
mon
administration
prendra
contact avec les distributeurs afin
de signer une convention d'ici à la
fin de cette année. Pour ce qui est
de la lutte contre l'importation
illégale de bois en Europe, j'ai
adressé
un
courrier
aux
commissaires
européens
compétents en la matière. Les
mesures
supplémentaires
ont
entre-temps été approuvées et
seront présentées aujourd'hui aux
ministres de l'Environnement au
sein du Conseil Environnement, à
Luxembourg.
Comme vous pouvez le constater, nous suivons d'assez près le
"scoreboard" qui vous a été transmis avant les vacances. Je suis
cependant disposé à communiquer les indications sur chacun des
éléments précis en temps utile.
We volgen het "scoreboard" dat u
ons voor de vakantie bezorgd
heeft, nauwlettend. Ik zal de
aanwijzingen over elk afzonderlijk
element
te
gelegener
tijd
meedelen.
07.03 Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, u bent ingegaan op de voorbeelden die ik heb aangehaald in
mijn vraag. Dat waren inderdaad vooral de zaken die vielen onder de
noemer "oktober 2008".
Ik hoop dat u de commissie daarbij blijft betrekken, zeker wat het
productbeleid en het luchtplan betreft. Ik zal ook aan de voorzitter vragen
om daarin de nodige inspraak te kunnen hebben.
Ik zal dit blijven opvolgen.
07.03 Nathalie Muylle (CD&V):
J'espère
que
le
ministre
continuera
à
associer
la
commission à la politique de
produits et au Plan Air.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: La question n° 7679 de M. Henry est retirée et la question n° 7882 de M. Crucke est
transformée en question écrite.
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
08 Question de Mme Marie-Martine Schyns au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la mise sur le
marché de la bière Jupiler TAURO" (n° 7899)</b>
08 Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de minister van Klimaat en Energie over "het in de
handel brengen van het Jupiler-bier TAURO" (nr. 7899)
J'imagine que le nom de cette bière fait référence à "Li Tore" à Liège!
08.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le président, je n'en suis
pas certaine. C'est plutôt parce qu'il s'agit d'une bière "virile"!
Monsieur le ministre, InBev vient d'annoncer le lancement d'une nouvelle
bière de type lager ou pils, la Tauro. C'est une bière de basse
fermentation caractérisée par un haut degré d'alcool (8,3° alors que la
Jupiler traditionnelle est à 5,3° et la Jupiler Blue à 3,3°). Manifestement,
InBev exploite un créneau différent en réponse à des attentes de ses
consommateurs, dit-elle, en leur proposant une bière qui a le goût de la
"Jup" mais au caractère plus prononcé.
Je peux tout à fait comprendre que la société InBev veuille répondre aux
attentes de son public en diversifiant ses produits mais il revient au
politique de prendre ses responsabilités et de canaliser certaines
tendances quand elles peuvent générer des dérives. Il me semble que
c'est le cas. Vous avez d'un côté une société commerciale que sa
logique économique pousse à diversifier des produits, ce qui est
important pour la santé économique du pays, et d'un autre côté, des
responsables politiques à tous les niveaux de pouvoir qui tentent de
juguler le problème de la conduite en état d'ivresse, notamment chez les
jeunes.
Quand on envisage tous les efforts déployés pour limiter les risques liés
à une consommation d'alcool excessive, par la prévention et le contrôle,
on ne peut qu'être interpellé par la mise sur le marché d'une bière de
consommation courante mais dont le principal argument de vente serait
qu'elle est plus alcoolisée. On peut craindre également un lien de cause
à effet entre les mesures prises pour enrayer la conduite en état
d'ivresse chez les jeunes le week-end et l'apparition de ce produit.
On se rend compte que dans tous les pays de l'Union européenne, la
tendance est à fixer une heure de couvre-feu pour les soirées publiques.
Il peut donc être tentant pour les jeunes d'essayer d'ingurgiter un
maximum d'alcool en un minium de temps. Ce phénomène a reçu un
nom: la "biture express", ou "binge drinking", et s'est répandu
notamment en Angleterre. La Tauro pourrait être un symptôme de cette
tendance.
On pourrait essayer de canaliser la diffusion d'un tel produit pour limiter
la banalisation de la consommation. Ne pourrait-on exiger que cette
bière figure dans le rayon "bières spéciales" des grands magasins
puisque le mode de consommation de ces bières est généralement plus
modéré? De manière plus radicale et en cohérence avec les efforts
déployés pour tenter de réduire la consommation d'alcool, en particulier
par les jeunes conducteurs, ne peut-on pas fixer un degré d'alcool
maximum pour les bières distribuées sous cette appellation de pils ou
lager?
08.01 Marie-Martine Schyns
(cdH): InBev heeft aangekondigd
dat het een nieuw soort pils of
lager op de markt brengt onder de
naam Tauro. Het betreft een bier
van lage gisting met een hoog
alcoholgehalte (8,3°).
De
politici
moeten
hun
verantwoordelijkheid
op
zich
nemen en de mogelijke uitwassen
van overdreven alcoholgebruik
indammen. In de EU-landen is er
een tendens om een sluitingsuur
in te stellen voor openbare fuiven.
De jongeren kunnen dan evenwel
in de verleiding komen om in zo
kort mogelijke tijd zoveel mogelijk
alcohol naar binnen te gieten. Dat
verschijnsel staat ook bekend als
`binge drinking'!
Zou men, om de gewenning te
beperken, niet kunnen eisen dat
dit bier in de schappen gelegd
wordt bij de `speciale bieren'? Kan
er voor pils of lagerbieren geen
maximaal alcoholgehalte worden
vastgelegd?
08.02 Paul Magnette, ministre: Madame Schyns, je vous remercie de
me poser cette question qui m'a beaucoup intrigué, car une "bière virile
08.02 Minister Paul Magnette: Ik
vond
uw
vraag
geweldig
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
qui a un goût de Jup' ", c'est étrange!
Ceci dit, le lancement par InBev de sa nouvelle bière Jupiler Tauro
correspond à un choix commercial que cette entreprise est libre de
poser. Elle vise une catégorie de consommateurs demandeurs d'une
bière blonde, mais forte et au caractère vigoureux et plus amer que la
Jup' classique. Le taux d'alcool, 8,3%, est plus élevé que pour une Pils
normale et peut faire craindre une augmentation des risques pour la
santé et la sécurité des consommateurs.
Toutefois, je note que la présentation générale du produit vise une
bouteille totalement différente de la bouteille de Jupiler, comme en
témoigne aussi le prix qui est presque quatre fois plus élevé que la
Jupiler traditionnelle. Il ne me semble donc pas a priori que soit ciblé un
public jeune, amateur de bitures express ou tempérées.
Nous pouvons nous demander si le problème de la surconsommation
dans les soirées peut être modéré par la réglementation du taux d'alcool.
Hormis les futures Tauro, d'autres boissons fortes sont disponibles et
attirent les jeunes. Étant moi-même un consommateur extrêmement
modéré, je ne suis pas très au courant. Je pense aux alcopops, aux
bières fruitées, aux boissons distillées, aux divers vins, etc.
La présentation des rayonnages dans les magasins de distribution
relève de leur organisation propre. Il leur incombe de décider s'ils
rangent ces produits parmi les pils, les lagers ou les bières fortes.
Aucune réglementation ne s'y applique. Il me semble difficile d'intervenir
à cet égard.
En outre, afin d'informer le consommateur sur le produit qu'il achète, il
existe une obligation d'indiquer notamment le titre alcoométrique
volumique. Par ailleurs, la dénomination "pils" ou "lager" ne fait l'objet
d'aucune réglementation. Il semble qu'elles dépendent du type de
fermentation. Ces bières étant produites partout en Europe, il faudrait
alors envisager une réglementation à l'échelle européenne.
Pour terminer de façon plus générale, une déclaration conjointe sur la
politique future en matière d'alcool a été adoptée en juin dernier par les
ministres ayant la Santé publique dans leurs attributions. Les objectifs
généraux de cette politique sont principalement de prévenir et de réduire
les dommages liés à l'alcool ainsi que de combattre la consommation
inadaptée, excessive et problématique d'alcool. La ministre de la Santé
publique consulte actuellement les autres membres du gouvernement
compétents afin d'étudier la faisabilité des différentes mesures
proposées dans cette déclaration, qui concernent tant la disponibilité de
l'alcool que le marketing et la publicité ou encore l'alcool au volant. Bien
évidemment, je ne manquerai pas de collaborer à la mise en oeuvre de
cette politique dans la mesure de mes compétences limitées en ce
domaine.
intrigerend, want een krachtig bier
voor mannen die op zoek zijn naar
temperament,
mét
een
Jupilersmaak, dat is op zijn minst
merkwaardig.
InBev brengt inderdaad het nieuwe
bier Jupiler Tauro op de markt. Die
beslissing
berust
op
een
commerciële keuze, en het staat
het bedrijf vrij zo een keuze te
maken. Het product is verpakt in
een flesje dat in niets lijkt op de
Jupilerflesjes, en de prijs ligt
viermaal hoger. Ik heb dus zeker
niet de indruk dat jongeren die
graag
drinken
tot ze erbij
neervallen, de doelgroep vormen.
Naast het Taurobier zijn er
overigens nog heel wat andere
sterke dranken beschikbaar die de
jongeren in verleiding kunnen
brengen.
Er bestaat geen regelgeving
omtrent
de
manier
waarop
producten in de rekken van de
warenhuizen
moeten
worden
gepresenteerd. Wel moet het
alcohol-volumegehalte verplicht op
de fles worden vermeld. De
benamingen `pils' en `lager' zijn
aan geen enkele regelgeving
onderworpen.
In juni jongsleden hebben de
ministers die bevoegd zijn voor
Volksgezondheid,
een
gezamenlijke
verklaring
goedgekeurd met betrekking tot
het toekomstige beleid inzake
alcohol. De doelstellingen bestaan
erin de schadelijke gevolgen van
alcohol te voorkomen en te
beperken
en
onaangepast
alcoholgebruik te bestrijden. Ik wil
zeker
meewerken
aan
de
uitvoering van dat beleid, binnen
mijn ­ beperkte ­ bevoegdheden
op dat vlak.
08.03 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, j'ai pris
bonne note de votre réponse. J'avais reçu confirmation par la Fédération
des brasseurs qu'il n'existait aucune limitation du degré d'alcool et que
c'était lié à la présence de malt, d'orge ou de blé. Maintenant, il est
quand même relativement exceptionnel qu'un brasseur fasse monter le
taux d'alcool au-delà de 5,5. Toutefois, comme il n'existe aucun obstacle
légal, il convient peut-être d'utiliser une autre méthode.
08.03 Marie-Martine Schyns
(cdH): Aangezien er wettelijk geen
impedimenten
zijn,
moet
er
misschien
voor
een
andere
methode worden geopteerd.
We zullen tijdens de bespreking
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
Le prix dissuasif peut aider à une consommation modérée de cette
bière. J'ai aussi noté que nous ne pouvions pas agir auprès des
magasins, qui disposent d'une organisation propre.
Nous serons donc particulièrement attentifs à la question du degré
d'alcool, lors de l'examen en commission du plan alcool qui a d'ailleurs
déjà suscité de nombreuses réactions. En effet, les alcopops constituent
un véritable problème dans la mesure où ils visent, en outre, un jeune
public.
Monsieur le ministre, votre réponse ne me satisfait pas totalement mais
je suis bien consciente du fait que la problématique est très large et que
le plan alcool devrait permettre d'apporter des solutions.
van het "alcoholplan" in de
commissie bijzondere aandacht
besteden aan het alcoholgehalte.
Le président: Chers collègues, en tant que féministe, je voudrais dire que je m'inquiète de l'association qui
est faite suivant laquelle plus une boisson est alcoolisée, plus elle est virile. Pour ma part, je ne vois pas de
lien direct entre ces deux éléments.
08.04 Marie-Martine Schyns (cdH): Personnellement, moi non plus!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Tommelein aan de minister van Klimaat en Energie over "de broeikasgasemissies"
(nr. 7901)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de minister van Klimaat en Energie over "de verzwakking van de
Europese industrie door de verkoop van emissierechten aan de lidstaten" (nr. 7777)
09 Questions jointes de
- M. Bart Tommelein au ministre du Climat et de l'Énergie sur "les émissions de gaz à effet de serre"
(n° 7901)<br>- M. Jean-Luc Crucke au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la fragilisation des industries
européennes par la vente de droits d'émission aux États membres" (n° 7777)</b>
De voorzitter: De vraag van de heer Crucke wordt op zijn verzoek in
een schriftelijke vraag omgezet.
Le président: La question n°7777
de M. Crucke est transformée en
question écrite.
09.01 Bart Tommelein (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, in maart
2007 engageerde de Europese Raad zich om tegen 2020 de
broeikasgasemissies in de Europese Unie te reduceren met minstens
20% in vergelijking met 1990. Indien er een internationaal akkoord wordt
bereikt waarin de andere ontwikkelde landen zich vergelijkbare
inspanningen opleggen, wordt dat zelfs 30%. Het is echter niet duidelijk
aan welke eisen de vergelijkbare inspanningen moeten voldoen.
Begin dit jaar, in januari, verscheen het energiepakket dat als hoeksteen
een uitbreiding en hervorming van het ETS-systeem naar voren schuift,
met een reductie van de broeikasgasemissies van 21% tegenover 2005
voor de betrokken sectoren. Het voorstel van de Commissie tot
aanpassing van de richtlijn met betrekking tot de emissierechtenhandel
bevat substantiële wijzigingen in vergelijking met de bestaande
wetgeving en zal dus een belangrijke impact uitoefenen op de betrokken
industriële sectoren.
De belangrijkste wijziging is de harmonisatie en het feit dat de
Commissie de emissierechten wil laten verkopen in de plaats van
09.01 Bart Tommelein (Open
Vld): En mars 2007, le Conseil
européen s'est engagé à réduire
de 20% les émissions de gaz à
effet de serre au sein de l'UE. Si
les États membres parvenaient à
se mettre d'accord sur des efforts
comparables dans le cadre d'un
accord international, ce chiffre
pourrait être porté à 30%. Mais
qu'entend-on précisément par
"efforts comparables"?
Dans l'optique d'une extension et
d'une
réforme
du
Système
européen d'échange de quotas
d'émissions (ETS), on s'est fixé
comme objectif de réduire les gaz
à effet de serre de 21% d'ici 2005
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
toewijzen. Enkel installaties in sectoren waarvan wordt aanvaard dat ze
een hoog risico op carbon leakage inhouden, zouden nog gedeeltelijk
van de verplichte aankoop kunnen worden vrijgesteld. Hiermee poogt
men sectoren die blootstaan aan internationale concurrentie en hun
CO
2
-kosten niet kunnen doorrekenen in de productprijzen, te
beschermen tegen delocalisatie buiten de EU, waar geen gelijkaardige
verplichtingen gelden. Op dit moment is het niet duidelijk om welke
sectoren het gaat en is er een zekere terughoudendheid bij de
investeringsbeslissingen door deze onzekerheden.
Europa heeft zich als voortrekker opgeworpen. Een dergelijke
voortrekkersrol kan kansen en mogelijkheden geven, maar ook
bedreigingen met zich brengen. Eenzijdige kapitaalsintensieve
engagementen zonder navolging elders in de wereld leiden niet zomaar
tot een leiderschapsrol, maar wel tot een afbouw van de economie,
omdat economische wetmatigheden een delocalisatie naar regio's
zonder CO
2
-beperkingen zullen bewerkstelligen en helemaal geen CO
2
-
reducties.
Mijnheer de minister, ik kom tot mijn concrete vragen.
Ten eerste, wat is het Belgisch standpunt over de wenselijkheid van het
toewijzingssysteem op basis van benchmarking om de Europese
industrie kansen te geven zijn productie in Europa te houden en verder
te ontplooien zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de Europese
doelstellingen?
Ten tweede, wat is de termijn waarbinnen de Commissie moet bepalen
welke sectoren bescherming kunnen genieten door middel van
toewijzing van rechten op basis van benchmarking en in welke mate?
Ten derde, wat is het Belgisch standpunt over de noodzakelijke
voorwaarden die in een internationaal akkoord moeten zijn vervuld om
het engagement van Europa tot een reductie van 30% te brengen?
pour les secteurs concernés. La
législation existante devrait donc
être modifiée en profondeur,
essentiellement afin de prévoir
une meilleure harmonisation et de
substituer à l'octroi de droits
d'émission la vente de tels droits,
ceci pour éviter que certains
secteurs se relocalisent en dehors
de la zone UE. Nous ne savons
pas encore très bien de quels
secteurs il s'agira, ce qui pèse sur
les
décisions
en
matière
d'investissements. En tant que
précurseur dans ce domaine,
l'Europe doit se garder d'aller trop
vite en besogne s'il devait s'avérer
que son économie en pâtirait.
Quelle est la position de la
Belgique à l'égard d'un système
d'attribution
fondé
sur
un
"benchmarking" afin d'empêcher
un exode extra-européen des
entreprises? Dans quel délai la
Commission est-elle tenue de
sélectionner les secteurs entrant
en ligne de compte pour bénéficier
d'une attribution fondée sur un
"benchmarking" et dans quelle
mesure
sera-t-elle
à
même
d'opérer cette sélection? Quelle
est la position de la Belgique à
l'égard des modalités d'élaboration
d'un accord international en vue
de parvenir à une réduction de
30%?
09.02 Minister Paul Magnette: In verband met de gratis toekenning van
emissierechten aan die sector, die is blootgesteld aan het risico van
delokalisatie, is België voorstander van het gebruik van benchmarking
op Europees niveau om dat meest energiebesparende technieken en de
vermindering van uitstoot aan te moedigen door gebruik te maken van
de meest efficiënte technieken, alternatieve productiemethoden of
mogelijke vervangmiddelen. Er wordt ook rekening gehouden met
ondernemingen die onrechtstreeks te maken zouden krijgen met een
kostenstijging, zoals ondernemingen die veel gebruikmaken van
elektriciteit, waarvan de prijs zou kunnen stijgen.
De richtlijn is zodanig opgesteld dat die zelf een level playing field vormt
voor Europese ondernemingen. Door de afwezigheid van een level
playing field in de context van een internationaal akkoord zullen de
sectoren die onderworpen zijn aan internationale concurrentie en
blootgesteld zijn aan risico's op koolstoflekken, gratis emissierechten
toegekend krijgen.
Ten slotte werden op de Europese Top in de lente van 2007 de
algemene voorwaarden vernoemd voor een internationaal akkoord, die
09.02 Paul Magnette, ministre:
Quant
à
l'octroi
de
droits
d'émission en vue d'empêcher la
délocalisation, la Belgique est
favorable
à
un
étalonnage
concurrentiel
à
l'échelle
européenne, afin de permettre la
réalisation d'économies d'énergie
et une réduction des émissions.
Dans le même temps, il est tenu
compte
des
entreprises
confrontées indirectement à des
augmentations
de
prix.
La
directive en tant que telle constitue
un "level playing field" pour les
entreprises
européennes.
En
l'absence de règles du jeu au
niveau
mondial,
des
droits
d'émission
seront
octroyés
gratuitement là où cela se révèlera
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
voor Europa moeten leiden tot een vermindering van 30%. De
inspanningen ter vermindering door de ontwikkelde landen moeten
vergelijkbaar en die van de opkomende landen moeten geschikt en
aangepast zijn aan hun verantwoordelijkheden en capaciteiten. België
vraagt dat de voorwaarden zouden worden vermeld in de richtlijnen van
het klimaatenergiepakket. De Europese Commissie zal begin 2009 over
het onderwerp een mededeling uitvaardigen.
nécessaire. Le somme européen
du printemps 2007 a fixé les
conditions liées à la réduction de
30%. Pour les pays développés,
les
efforts
doivent
être
comparables et, en ce qui
concerne les pays émergents, les
efforts doivent être conformes à
leurs responsabilités et à leurs
capacités.
La
Commission
diffusera une communication à ce
sujet début 2009.
09.03 Bart Tommelein (Open Vld): Ik dank de minister voor het
antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Le président: La réponse à la question n° 7909 de M. Crucke sera donnée par le vice-premier ministre et
ministre de l'Intérieur.
10 Vraag van de heer Peter Logghe aan de minister van Klimaat en Energie over "lagere CO
2
-uitstoot in
Europa" (nr. 7707)
10 Question de M. Peter Logghe au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la réduction des émissions de
CO
2
en Europe" (n° 7707)</b>
10.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, vooraleer de vraag te stellen, wil ik de hoop uitdrukken dat
de vraag niet te veel uw debriefing van deze ochtend over de Europese
Raad inzake leefmilieu overlapt. Ik zie uw medewerkers bedenkelijk
kijken. Ik vrees dus het ergste.
Mijnheer de minister, ik zal mijn vraag zoveel mogelijk proberen samen
te ballen, zodat uw antwoord waarschijnlijk ook vrij kort kan worden
gehouden.
Ten eerste, ik verneem dat de milieucommissie van het Europees
Parlement tegen 2012 de CO
2
-uitstoot wou verminderen van maximaal
160 gram naar 120 gram CO
2
per kilometer en zelfs tot 95 gram in 2020.
Het voornemen zal ondertussen in de Europese Raad wel zijn
besproken.
Welk standpunt neemt onze regering ter zake in?
Ten tweede, mijnheer de minister, welk traject wil u volgen om
voornoemd voorstel in België te implementeren? Van 160 gram naar 95
gram is immers een serieuze daling.
Ten derde, is het in dat verband niet nuttig om al meer aandacht te
besteden aan elektrisch aangedreven personenwagens, bijvoorbeeld in
navolging van Nederland en andere Europese landen?
Ik wacht op uw concrete maatregelen of voorstellen om het voorstel uit
te werken.
Zijn er al gesprekken met de autosector geweest? Ik veronderstel van
niet, maar misschien kunt u even toelichten of de gesprekken zijn
10.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La Commission de
l'environnement
du Parlement
européen veut que la quantité de
CO
2
émise par les véhicules soit
progressivement réduite de 160 à
95 g/km d'ici 2020.
Quelle
est
la
position
du
gouvernement à cet égard?
Comment le ministre compte-t-il
mettre cette proposition en oeuvre
en Belgique? Ne serait-il pas
opportun d'explorer plus avant la
piste des véhicules électriques?
Des discussions ont-elles déjà
menées à ce sujet avec le secteur
automobile?
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
gepland?
Welke richting gaan wij uit?
10.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, ik volg van nabij
de onderhandelingen over de verordening van het Europees Parlement
en de Europese Raad tot vaststelling van de emissienormen voor
nieuwe personenauto's in het kader van de communautair geïntegreerde
benadering om de CO
2
-emissies van lichte voertuigen te beperken.
Een goedkeuring in eerste lezing wordt nog vóór eind 2008 verwacht.
U kent de Belgische positie. Ik heb ze tijdens mijn inleiding over de
Europese Raad herhaald.
Momenteel werden reeds maatregelen getroffen om voertuigen die het
minste CO
2
uitstoten, te promoten. Behalve de initiatieven die mijn
federale en gewestelijke collega's bevoegd voor mobiliteit hebben
genomen, is mijn administratie in het bijzonder belast met de publicatie
van de CO
2
-gids voor de aankoop van nieuwe voertuigen en met het
sensibiliseren via de website "Energievreters".
De geplande maatregelen zijn onder andere de versterking van de
maatregelen inzake factuurkortingen voor voertuigen die het minste CO
2
uitstoten, de aanpassing van de fiscale aftrekbaarheid voor
ondernemingen en de wijziging van de regelgeving inzake CO
2
-
informatie voor voertuigen.
Elektrische voertuigen kunnen een van de middelen zijn om de impact
op het milieu van het autoverkeer te verminderen. In het kader daarvan
moet de daartoe gebruikte elektriciteit voornamelijk door hernieuwbare
energiebronnen worden geproduceerd.
In dat opzicht steunt België het initiatief dat voorzien is in het voorstel tot
herziening van de richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen.
Naast deze stimulerende maatregel verdedigen wij bij de Europese Unie
de totstandbrenging van een geïntegreerde strategie voor promotie van
de technologische innovaties ter zake. Er vonden de laatste jaren
besprekingen plaats met de sector, waaronder Febiac. Wij moeten
vertrekken van de vaststelling dat het Europees vrijwillig akkoord dat ons
al tot een vrijwillig niveau van 120 gram per kilometer had moeten
brengen, is mislukt. De Europese verordening wil deze mislukking
compenseren.
Wij zijn er ons ook bewust van dat de automobielsector in België een
belangrijke pool vormt voor economie en werkgelegenheid. Niettemin
zijn wij ervan overtuigd dat onze constructeurs in het licht van de
prijsstijging van de olieproducten en de aantasting van de koopkracht
hun strategie voor de vervaardiging en de verkoop van de zuinigste
wagens zullen versterken en geleidelijk aan zullen afzien van het aanbod
van voertuigen die al te groot zijn ten opzichte van de werkelijke
behoeften van onze medeburgers.
Mijn administratie werkt actief aan de uitwerking van strenge
milieunormen inzake benzine en diesel die tot doel hebben de CO
2
-
uitstoot over de hele productieketen van brandstoffen in te krimpen. Ik
vermeld hier ook de maatregel ter promotie van biobrandstoffen op basis
10.02 Paul Magnette, ministre:
L'approbation en première lecture
de la nouvelle norme en matière
d'émissions est déjà attendue pour
la fin de l'année. La position de la
Belgique est connue de tous. Je
l'ai
encore
répétée
dans
l'introduction de mon exposé sur le
Conseil européen.
A l'heure actuelle, les véhicules
qui émettent le moins de CO
2
font
déjà l'objet d'une promotion. Mon
administration prépare un guide du
CO
2
à l'intention des futurs
acheteurs d'une voiture neuve et
elle mène par ailleurs une
campagne de sensibilisation via le
site "Energivores".
Les mesures concrètes en faveur
des véhicules moins polluants
comprennent
des
ristournes
directes pour les voitures les plus
propres,
l'adaptation
de
la
déductibilité fiscale pour les
entreprises et la modification de la
réglementation
sur
les
informations relatives au CO
2
émis
par les véhicules.
Les véhicules électriques peuvent
contribuer à la réduction de
l'impact environnemental de la
circulation automobile. L'électricité
consommée doit toutefois être
principalement produite à partir de
sources d'énergie renouvelables.
La Belgique soutient le projet de
révision de la directive sur les
sources d'énergie renouvelables.
Nous défendons auprès de l'Union
européenne la stratégie intégrée
pour la promotion des innovations
techniques en la matière. Des
discussions ont été menées avec
le secteur, notamment avec la
Febiac. Il n'a pas été possible de
conclure au niveau européen un
accord volontaire visant à ramener
les émissions à 120 grammes par
kilomètre et le règlement européen
tend à compenser cette lacune.
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
van duurzaamheidscriteria. In dat opzicht levert België baanbrekend
werk inzake de opvolging van de productieketen van biobrandstoffen.
Il est certain que le secteur
automobile en Belgique constitue
un acteur important de l'économie
et qu'il est créateur d'emploi. La
hausse des prix des produits
pétroliers et la perte de pouvoir
d'achat forceront les constructeurs
automobiles à mettre sur le
marché des voitures les moins
gourmandes en carburant et à
réduire l'offre des voitures trop
volumineuses.
Mon administration prépare des
normes
environnementales
strictes pour l'essence et le diesel
et
stimule
également
les
biocarburants sur la base de
critères de durabilité.
10.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik zal de repliek kort houden.
Ik zal de tekst van uw debriefing nalezen met het standpunt van onze
regering inzake leefmilieu en de Europese Raad voor Leefmilieu. Ik zal
het dossier in ieder geval opvolgen. Ik neem nota van de gesprekken die
u met Febiac voert, dat u in factuurkortingen voorziet en dat de fiscale
aftrek voor bedrijven voor schone personenwagens wordt onderzocht. Ik
ga in elk geval de voor het einde van dit jaar beloofde publicatie
opvolgen. We zullen dat verder in het oog houden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Tinne Van der Straeten aan de minister van Klimaat en Energie over "biomassa"
(nr. 7990)
11 Question de Mme Tinne Van der Straeten au ministre du Climat et de l'Énergie sur "la biomasse"
11.01 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter,
mijn vraag gaat over biomassa, biobrandstoffen. Ik weet dat door zeer
veel collega's zowel in deze commissie als in de commissie voor de
Energie hierover al zeer veel vragen zijn gesteld, in alle richtingen en
over alle strekkingen. Ik zou er graag toch nog eens op terugkomen naar
aanleiding van het advies van de federale raad en omdat ik vermoed dat
men in de Energieraad van december waarschijnlijk een beslissing zal
willen nemen.
Het advies van de federale raad dateert van 10 juni. Wat ik er vooral uit
onthoud, is dat de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling toch een
aantal bedenkingen heeft bij het aandeel van 10% dat Europa
vooropstelt. De federale raad zegt daarover dat die doelstelling op dit
moment enkel haalbaar is, wanneer de EU op grote schaal
biobrandstoffen zou invoeren. De federale raad is van mening dat die
doelstelling best herzien wordt vanuit een duurzaamheidsperspectief,
maar zonder dat dat impliceert dat de doelstelling inzake hernieuwbare
energie in haar geheel moet worden verlaten.
11.01 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): Le 10 juin, le
Conseil fédéral du développement
durable a indiqué dans un avis que
le l'objectif européen de 10% de
biocarburants n'est réalisable qu'à
condition d'importer massivement
ce type de carburants. Dans un
objectif
de
durabilité,
il
conviendrait dès lors, selon le
Conseil fédéral, de revoir cet
objectif.
Quelle est l'incidence de cet avis
sur la position belge coordonnée?
Que pense le ministre de cet avis?
La Belgique a-t-elle déjà arrêté
une positon univoque concernant
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
In het advies wordt ook veel aandacht besteed aan de criteria, waarover
u daarjuist hebt gesproken, zowel duurzaamheid als sociale criteria.
Aangezien in december op de Energieraad over die doelstelling
waarschijnlijk een beslissing zal worden genomen, vraag ik mij af wat de
impact is van het advies van de federale raad op het Belgische,
gecoördineerde standpunt.
Heeft de minister het advies van de federale raad al grondig kunnen
doornemen? Welke zijn voor hem de belangrijkste punten uit dat
advies? Bestaat er op dit moment al een gecoördineerd standpunt van
België over biomassa? Waar werd dat bepaald? Als het nog niet werd
bepaald; waar en wanneer zal het worden bepaald? Het zou mij
interesseren om het gecoördineerde standpunt te krijgen. Kan dat aan
het Parlement worden bezorgd? Als de Energieraad wordt voorbereid, is
het gemakkelijk als het standpunt tijdig klaar is en wij dat kunnen
inkijken.
Steunt België de 10%-doelstelling?
Wat zal de positie zijn tegenover de opname van sociale criteria en
duurzaamheidscriteria? Aan welke criteria denkt België?
Ten slotte, zal voedselzekerheid een van de criteria zijn?
la
biomasse?
Appuie-t-elle
l'objectif des 10%? Quelle position
adoptera-t-elle
vis-à-vis
des
critères sociaux et de durabilité?
Quels critères concrets notre pays
prévoit-il? La sécurité alimentaire
figure-t-elle au nombre de ces
critères?
11.02 Minister Paul Magnette: Mevrouw Van der Straeten, uiteraard
heb ik het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling,
dat op mijn verzoek werd opgemaakt, goed doorgenomen. Zoals u
aangeeft, beveelt de FRDO aan om de doelstelling van 10%
biobrandstof tegen 2020 te herzien met het oog op de duurzaamheid,
zonder daarom de doelstelling van 20% hernieuwbare energie opnieuw
ter discussie te stellen. Parallel daarmee ondersteunt de FRDO de
resultaten van de consensus van de stakeholders van de leiding van de
Lente van het Leefmilieu. Die betreffen zowel de ontwikkeling van de
nationale strategie in verband met de waardering van de biomassa en de
oprichting van een observatorium voor de biomassa als een evaluatie
stricto sensu van het huidige beleid in verband met biobrandstoffen en
ten slotte het communiceren van de informatie betreffende de huidige
distributiekanalen.
Het Belgisch standpunt over duurzaamheidscriteria en biomassa wordt
bepaald in het kader van de gemeenschappelijke werkgroep ad hoc van
het CCIM en ENOVER. België ondersteunt de uitwerking van een
systeem voor de herziening van de duurzaamheidscriteria, alsook
nieuwe bronnen van biomassa op basis van de evolutie van de kennis
en van evaluaties op Europees en internationaal vlak. Bijgevolg
ondersteunt België niet dat bij de uitvoering van de richtlijn het
toepassingsveld voor duurzaamheidscriteria wordt uitgebreid naar het
geheel van de biomassa voor energie.
Naar aanleiding van de informele raad van Saint Cloud van 5 juli werd
eraan herinnerd dat de vastgestelde doelstelling wel degelijk 10%
hernieuwbare energie in de transportsector is en niet het voor 10%
opnemen van biobrandstoffen. Dat houdt in dat ook andere
energiebronnen in overweging kunnen worden genomen. Voor België
moet elk energiekanaal het voorwerp uitmaken van een evaluatie
volgens een aanpak met analyse van de levenscyclus. Het gebruik van
elektrische voertuigen zou bijvoorbeeld kunnen worden overwogen, voor
11.02 Paul Magnette, ministre:
J'ai examiné attentivement l'avis
du Conseil fédéral pour le
Développement
Durable,
qui
plaide effectivement pour une
révision de la proportion de 10%
de biocarburants, sans toutefois
remettre en cause l'objectif des
20%
d'énergie
renouvelable.
Parallèlement, le CFDD soutient le
consensus
des
acteurs
du
Printemps de l'Environnement. Le
point de vue belge en matière de
durabilité et de biomasse est défini
au sein du groupe de travail
commun du CCIM et d'ENOVER.
La Belgique appuie la révision des
critères de durabilité et de
nouvelles sources de biomasse
sur la base de l'évolution des
connaissances et des évaluations.
L'objectif reste fixé à 10%
d'énergie renouvelable dans le
secteur des transports et non à
10% de biocarburants. D'autres
sources
d'énergie
peuvent
également être envisagées, à
conditions qu'elles soient assorties
d'une évaluation. Une attention
particulière doit être accordée aux
sources
locales
d'approvisionnement de biomasse
sur le plan européen et de
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
zover een uitgebreide evaluatie wordt gemaakt van de energetische
efficiëntie
van
de
voertuigen
en
van
de
kanalen
van
elektriciteitsproductie. Het zijn wel degelijk de kanalen die leiden tot
aanzienlijke verminderingen in de CO
2
-uitstoot die zullen worden
aangehouden.
Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan het bevoorrechten
van lokale bronnen voor de bevoorrading van biomassa in Europese
termen en ook aan het gebruik van biobrandstoffen van de tweede
generatie. De duurzaamheid van de toeleveringskanalen voor biomassa
houdt ook het naleven van de sociale criteria in. Gedurende de
onderhandelingen
in
verband
met
de
uitwerking
van
duurzaamheidscriteria voor biomassa heeft België zich ambitieus
getoond voor de vaststelling van de sociaaleconomische criteria die
compatibel zijn met de WTO en zeker met de omstandigheden qua
monitoring en equivalente rapportage.
Het Europees Parlement en de Raad zijn nog steeds aan het
beraadslagen over het onderwerp. De criteria in verband met de
toeleveringszekerheid van voeding werden niet opgenomen. Het vinden
van bodems voor de productie van energetische biomassa zou de
markten kunnen oriënteren in de richting van bepaalde gewassen, die
worden ondersteund door actoren uit de sector van de biobrandstof, en
bijgevolg een
prijsstijging
veroorzaken
van
de betreffende
voedingsmiddelen. Een ander geval is de rarefactie van bepaalde
toeleveringskanalen van voeding, te wijten aan de monopolisering van
de bodems voor de productie van energetische biomassa. Dat dubbele
fenomeen bestaat reeds en is niet alleen te wijten aan biobrandstoffen.
biocarburants de la deuxième
génération.
Le
respect
des
conditions sociales est également
important. La Belgique s'est
montrée ambitieuse dans le cadre
des négociations en vue de la
définition
des
critères
socioéconomiques.
Le Parlement européen et le
Conseil
européen
délibèrent
toujours à cet égard. Aucun critère
en
matière
de
sécurité
d'approvisionnement de produits
alimentaires n'a été défini. Pour
certains produits alimentaires, le
risque d'augmentation des prix est
réel, ainsi que le danger de voir
certains
canaux
d'approvisionnement de produits
alimentaires disparaître à la suite
de la monopolisation des sols pour
la
production
de
biomasse
énergétique.
Ce
double
phénomène ne se limite d'ailleurs
pas aux biocarburants.
11.03 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik
dank u voor het antwoord. Het is mij nog niet helemaal duidelijk. Met
betrekking tot het gecoördineerde standpunt had u het over de
werkgroep in het CCIM. Is Buitenlandse Zaken daarbij ook betrokken? U
zegt van ja. Worden de vertegenwoordigers dan ad hoc in de werkgroep
meegenomen? Is het gecoördineerde standpunt al af of moet daarover
nog voort worden gediscussieerd?
11.03 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!):
Les
Affaires
étrangères sont-elles également
associées à la définition du point
de vue coordonné du groupe de
travail constitué au sein du CCIM?
Ce point de vue est-il défini une
fois pour toutes?
11.04 Minister Paul Magnette: Dat is nog niet afgerond.
11.04 Paul Magnette, ministre:
Non.
11.05 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Dan zult u het mij wel
vergeven als ik daarop binnenkort, nog voor de Energieraad, nog eens
terugkom. Ik zal ondertussen ook eens vragen wat het standpunt van
Buitenlandse Zaken is.
Ik zou toch nogmaals de nadruk op de voedselzekerheid willen leggen.
Vandaag wordt dat criterium wat uit het oog verloren. Een aantal landen
zoals Nieuw-Zeeland heeft voedselzekerheid als een van de criteria en
geeft op basis daarvan hun beleid met betrekking tot biomassa vorm. Ik
zou het niet wenselijk vinden als dat zomaar overboord wordt gegooid.
11.05 Tinne Van der Straeten
(Ecolo-Groen!): À mes yeux, il ne
s'indique pas que, dans ce
dossier, l'on escaote sans plus la
question de la sécurité alimentaire.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Jean-Jacques Flahaux au ministre du Climat et de l'Énergie sur "l'éco-lavage en
particulier et les éco-comportements en général" (n° 7438)</b>
12 Vraag van de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Klimaat en Energie over "energiezuinig
CRIV 52
COM 335
21/10/2008
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
wassen in het bijzonder en energiebesparend gedrag in het algemeen" (nr. 7438)
12.01 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, une étude
d'Ecolife confirme ce que d'autres observations avaient pu mettre en
évidence, à savoir qu'une lessive faite à 30° C est tout aussi performante
qu'une lessive faite à une température plus élevée. Outre le fait que
l'étude d'Ecolife le prouve scientifiquement, elle conclut en indiquant
que, si toutes les lessives étaient faites en Belgique à 30° C, cela
permettrait d'éclairer 1,5 million de foyers pendant un an, soit plus d'un
tiers des foyers que compte la Belgique, ou cela équivaudrait à la
consommation de 100.000 véhicules pendant un an.
Pour résumer, la lessive la plus "verte" est celle qui consomme le moins
d'énergie ou, en d'autres termes, la lessive la plus "verte" est celle que
l'on n'utilise pas.
Monsieur le ministre, au-delà de ce seul aspect déjà fort intéressant,
avez-vous l'intention de lancer une vaste campagne sur les éco-
comportements en tous domaines? Ne serait-il pas possible de mener
cette campagne de manière coordonnée partout en Europe sous l'égide
de l'Union européenne, avec mention des gouvernements investis dans
cette démarche?
12.01 Jean-Jacques Flahaux
(MR): Op grond van een studie
van Ecolife werd wetenschappelijk
bewezen dat wassen op 30 graden
een even proper resultaat oplevert
als op een hogere temperatuur.
Als iedereen in België altijd op 30
graden zou wassen, zouden 1,5
miljoen huishoudens gedurende 1
jaar kunnen worden verlicht, zo
concludeert de studie.
Bent u, afgezien hiervan, van plan
om een grote campagne omtrent
energiebesparend gedrag op touw
te zetten? Zou het mogelijk zijn om
deze campagne in heel Europa te
voeren, onder auspiciën van de
Europese Unie?
12.02 Paul Magnette, ministre: Monsieur Flahaux, en cette
commission, on parle de beaucoup de choses: de bière, de jambon, de
pyjama et aussi de poudres à lessiver!
Tout comme vous, je pense que la réduction de l'empreinte écologique
passe notamment par la modification des comportements individuels. De
nombreuses campagnes de marketing tentent d'amener les individus à
modifier leur comportement. Pourtant, malgré l'omniprésence de ces
campagnes et une attitude généralement positive vis-à-vis de
l'environnement, on constate finalement peu de changement. On en
déduit dès lors que si l'information et la sensibilisation constituent une
politique utile, elles ne sont sans doute pas suffisantes.
Vous avez raison de dire que les lessives ont évolué et le recours à la
technologie a rendu ces produits plus efficaces à basse température,
voire à froid pour certaines d'entre elles. Ces dernières années, les lave-
linge ont, eux aussi, fait des progrès. Les modèles de classe supérieure
présentent une consommation d'eau réduite et une efficacité de lavage
accrue. Ces progrès associés permettent d'obtenir de très bons résultats
­ en effet, me dit-on! ­ à basse température. Je suis un consommateur
modéré de bière mais aussi de lessive! C'est important car un lavage à
30° C consomme trois fois moins d'énergie qu'un lavage à 90° C et un
lavage à froid consomme deux fois moins qu'un lavage à 40° C.
Les fabricants de lessive et les constructeurs de machines à laver
communiquent déjà largement sur ces qualités environnementales et,
compte tenu des moyens budgétaires importants dont ils disposent, je
ne peux que les encourager à continuer d'informer les consommateurs
des progrès accomplis et des bénéfices qu'ils peuvent en retirer.
L'éco-comportement est certainement une thématique à promouvoir.
Cependant, au-delà des démarches volontaires du citoyen, il me semble
utile de faire appel à d'autres instruments. Il est, par exemple, important
de définir des normes de produit, tant pour les lessives que pour les
machines elles-mêmes et d'inciter concrètement au changement,
12.02 Minister Paul Magnette: Ik
ben het met u eens dat het
verkleinen van de ecologische
voetafdruk een gedragswijziging
van elk individu vereist, maar de
informatie- en sensibiliserings-
campagnes hebben weinig effect,
alhoewel de houding ten opzichte
van het milieu doorgaans positief
is.
Fabrikanten van wasmiddelen en
wasmachines
gebruiken
de
milieuvriendelijkheid
van
hun
producten overigens wél al ijverig
als verkoopsargument.
Het lijkt
me nuttig andere
instrumenten in te zetten en niet
alleen
te
rekenen
op
de
bereidwilligheid van de burgers, en
bijvoorbeeld productnormen vast
te leggen en de mensen tot een
mentaliteitswijziging aan te zetten
door middel van economische
hefbomen. Dan zouden de burgers
het gewoon eenvoudiger vinden
dat er geen milieuonvriendelijke
producten meer worden verkocht,
op voorwaarde dat dit geen sociale
problemen veroorzaakt als gevolg
van een kostenstijging.
21/10/2008
CRIV 52
COM 335
KAMER
-3
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2008
2009
CHAMBRE
-3
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
notamment par des instruments économiques justes et appropriés.
Lorsque l'on interroge les citoyens, ils nous répondent ceci: plutôt que de
nous dire qu'il existe différents produits sur le marché et que certains
sont plus écologiques que d'autres, ne mettez sur le marché que les
bons produits. Cela nous simplifiera la vie si nous pouvons le faire sans
que cela ne pose des problèmes sociaux liés à l'augmentation des
coûts, comme nous en avons déjà parlé dans le cadre d'une autre
question.
12.03 Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je n'ai rien à
ajouter. Vous avez tout à fait répondu à mes attentes.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.21 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.21 uur.