KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 317
CRIV 52 COM 317
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
woensdag
mercredi
01-10-2008
01-10-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams - Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"godsdienstbeoefening
in
de
gevangenis"
(nr. 7179)
1
Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la pratique des
cultes en prison" (n° 7179)
1
Sprekers:
Pierre-Yves
Jeholet,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Pierre-Yves
Jeholet,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het illegaal
verwijderen van asbest in Brussel" (nr. 7156)
2
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "un désamiantage illégal à
Bruxelles" (n° 7156)
2
Sprekers: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het relatieve
gedoogbeleid van de gerechtelijke autoriteiten ten
aanzien van het verhandelen van drugs in
Belgische dancings in het Frans-Belgische
grensgebied" (nr. 7213)
4
Question de M. Christian Brotcorne au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la relative
tolérance des autorités judiciaires quant à la
circulation de drogues dans les discothèques
belges situées sur la frontière franco-belge"
(n° 7213)
4
Sprekers:
Christian
Brotcorne,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Christian
Brotcorne,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het parkeren
van motorrijwielen" (nr. 7243)
8
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le stationnement des
motocycles" (n° 7243)
8
Sprekers: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de veroordeling
van de Belgische Staat wegens het oneigenlijk
gebruik van bijzondere onderzoeksmethodes"
(nr. 7271)
9
Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la condamnation
de l'État belge suite à un usage abusif de
méthodes particulières d'investigation" (n° 7271)
9
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de hertekening
van de gerechtelijke kaart" (nr. 7232)
13
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la réforme de la carte
judiciaire" (n° 7232)
13
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de moeilijke
toegang van het gerecht tot de nieuwe
technologieën en het gebrek aan middelen dat
momenteel wordt betreurd" (nr. 7287)
15
Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les difficultés de la
justice de recourir aux nouvelles technologies et
le
manque
de
moyens
qu'elle
déplore
actuellement" (n° 7287)
15
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
Sprekers: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Clotilde Nyssens, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
aangekondigde extra gevangenis in Vlaanderen"
(nr. 7324)
17
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la nouvelle prison qui devrait
être construite en Flandre" (n° 7324)
17
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Olivier Hamal aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de evaluatie
van de nieuwe huurwaarborgregeling" (nr. 7403)
19
Question de M. Olivier Hamal au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'évaluation du nouveau
système de garantie locative" (n° 7403)
19
Sprekers: Olivier Hamal, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Olivier Hamal, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de niet-
vernietigde wapens in sommige politiezones"
(nr. 7229)
22
Question de Mme Jacqueline Galant au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les armes non
détruites dans certaines zone de police" (n° 7229)
22
Sprekers:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jacqueline
Galant,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
inbraakcijfers in Brussel" (nr. 7416)
23
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les chiffres en matière de
cambriolages à Bruxelles" (n° 7416)
23
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de trage
werking van het Brusselse parket in dossiers van
de burgerlijke stand" (nr. 7369)
27
Question de Mme Zoé Genot au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les lenteurs du parquet de
Bruxelles dans les dossiers concernant l'État civil"
(n° 7369)
27
Sprekers: Zoé Genot, Jo Vandeurzen, vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Zoé Genot, Jo Vandeurzen, vice-
premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
29
Questions jointes de
29
- mevrouw Els De Rammelaere aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de verschillende
uitspraken in de zaak-Joe Van Holsbeeck"
(nr. 7417)
29
- Mme Els De Rammelaere au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les différents jugements dans
l'affaire Joe Van Holsbeeck" (n° 7417)
29
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het feit dat Adam G. toch zijn
straf in ons land wenst uit te zitten" (nr. 7426)
29
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le fait qu'Adam G. souhaite
purger sa peine en Belgique" (n° 7426)
29
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het proces tegen Adam G."
(nr. 7481)
29
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le procès d'Adam G."
(n° 7481)
29
Sprekers: Els De Rammelaere, Bart
Laeremans, Jo Vandeurzen, vice-eerste
Orateurs:
Els
De
Rammelaere,
Bart
Laeremans, Jo Vandeurzen, vice-premier
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
33
Questions jointes de
33
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de evoluties en recente
onthullingen in het dossier Belliraj" (nr. 7431)
33
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les évolutions et les
révélations récentes dans le dossier Belliraj"
(n° 7431)
33
- mevrouw Els De Rammelaere aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de nieuwe
ontwikkelingen in de zaak Belliraj" (nr. 7446)
33
- Mme Els De Rammelaere au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
nouveaux
développements dans l'affaire Belliraj" (n° 7446)
33
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de betrokkenheid van de
Staatsveiligheid in de zaak-Belliraj" (nr. 7450)
33
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'implication de la Sûreté de
l'État dans l'affaire Belliraj" (n° 7450)
33
- de heer Denis Ducarme aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het vervolg van de zaak-
Belliraj in België en Marokko" (nr. 7474)
33
- M. Denis Ducarme au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le suivi belgo-marocain de
l'affaire Belliraj" (n° 7474)
33
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de evolutie in de zaak
Belliraj" (nr. 7477)
33
- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution de l'affaire Belliraj"
(n° 7477)
33
Sprekers:
Bart
Laeremans,
Els
De
Rammelaere, Renaat Landuyt, Michel
Doomst, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Bart
Laeremans,
Els
De
Rammelaere, Renaat Landuyt, Michel
Doomst,
Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
41
Questions jointes de
41
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij de
dienst elektronisch toezicht" (nr. 7296)
41
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la pénurie de personnel au
sein du service chargé de la surveillance
électronique des détenus" (n° 7296)
41
- de heer Bruno Steegen aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het elektronisch toezicht"
(nr. 7299)
41
- M. Bruno Steegen au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la surveillance électronique"
(n° 7299)
41
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij het
Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht"
(nr. 7322)
41
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la pénurie de personnel au
sein du Centre national de surveillance
électronique" (n° 7322)
41
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"het
controlesysteem
van
gedetineerden
onder
elektronisch toezicht" (nr. 7377)
41
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le système de contrôle des
détenus sous surveillance électronique" (n° 7377)
41
Sprekers: Bart Laeremans, Bruno Steegen,
Renaat Landuyt, Sabien Lahaye-Battheu, Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bart Laeremans, Bruno Steegen,
Renaat Landuyt, Sabien Lahaye-Battheu, Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG
1
OKTOBER
2008
Voormiddag
______
du
MERCREDI
1
OCTOBRE
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.20 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.20 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
La présidente: Chers collègues, nous avons à l'ordre du jour de cette commission toute une série de
questions et d'interpellations. Je veillerai dès lors au respect très strict du Règlement. Pour rappel, une
question reportée à deux reprises est automatiquement retirée.
01 Question de M. Pierre-Yves Jeholet au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la pratique des cultes en prison" (n° 7179)</b>
01 Vraag van de heer Pierre-Yves Jeholet aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "godsdienstbeoefening in de gevangenis" (nr. 7179)
01.01 Pierre-Yves Jeholet (MR): Madame la présidente, je tenterai
de montrer l'exemple avec cette première question, en respectant
aussi le timing.
Monsieur le ministre, la plupart des prisons européennes sont
équipées d'une salle de culte de type chapelle où les prisonniers
peuvent se recueillir.
D'après mes informations, certaines prisons belges devraient installer,
dans les prochains mois, une mosquée ou à tout le moins un lieu
faisant office de salle de prière pour le culte musulman dans
l'enceinte du pénitencier. Pouvez-vous me confirmer ces
informations? De combien de mosquées s'agit-it?
Loin de moi l'idée de remettre en cause la liberté philosophique et de
religion. Je comprends et respecte tout à fait que les prisonniers,
comme tout individu, souhaitent pratiquer leur religion, malgré leur
détention. Toutefois, cela ne doit pas interférer avec les règles
élémentaires de sécurité nécessaires dans les prisons.
Ces informations m'ont notamment été transmises par des matons et
des gardiens qui s'inquiètent de ces modalités. En effet, le respect
strict du culte musulman implique cinq prières quotidiennes, dont une
à l'aube et une en soirée. S'il existe des chapelles, chacun est libre
d'aller s'y recueillir selon sa foi, une fois par jour, par semaine ou par
mois. Le cas présent demande cependant une organisation plus
compliquée.
Monsieur le ministre, confirmez-vous l'installation d'une mosquée
dans certaines prisons?
Quelles seront les règles et les modalités pratiques auxquelles ces
mosquées seront soumises? En effet, si la liberté philosophique doit
01.01 Pierre-Yves Jeholet (MR):
In
de
meeste
Europese
gevangenissen kan men een kapel
aantreffen waar de gedetineerden
tot inkeer kunnen komen.
Sommige
Belgische
gevangenissen zouden van plan
zijn in de komende maanden een
moskee te installeren. Bevestigt u
die informatie? Over hoeveel
moskeeën gaat het?
Die maatregelen mogen de nodige
elementaire veiligheidsregels in de
gevangenissen niet doorkruisen.
Het nauwgezet naleven van de
islamitische eredienst impliceert
dat er dagelijks vijf maal gebeden
wordt, waarvan een keer bij
zonsopgang en een keer in de
loop van de avond.
Welke
regels
en
praktische
modaliteiten zullen die moskeeën
in acht moeten nemen?
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
être respectée, il faut également que la sécurité dans les prisons soit
assurée, ce qui est un point élémentaire.
01.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, je constate que les
informations qui vous ont été communiquées ne sont pas tout à fait
exactes.
Il n'existe aucun projet de construction de mosquées dans les
établissements pénitentiaires belges. Les prisons actuellement en
service, qu'elles soient anciennes ou modernes, disposent déjà de
lieux destinés à l'exercice du culte. Il peut s'agir de chapelles ou de
salles polyvalentes; tout dépend de l'établissement. Néanmoins, ces
locaux sont destinés à la pratique collective des cultes comme la
célébration de la messe, la prière du vendredi ou encore la
célébration de certains évènements liturgiques particuliers.
Par ailleurs, les représentants des cultes ou de la morale laïque
disposent également de locaux où ils peuvent s'entretenir
individuellement avec les détenus.
Ce système sera maintenu lors de la construction des nouvelles
prisons. Il est prévu d'équiper celles-ci d'un local spécifiquement
destiné à l'exercice collectif des cultes, l'utilisation de ce local devant
être gérée par les différents cultes représentés au sein de la prison.
Dès lors que les activités collectives en matière de cultes sont
connues à l'avance, leur organisation ne pose pas de problème
particulier et les déplacements des détenus sont gérés comme tout
mouvement au sein de la prison.
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Er
bestaan
geen
plannen
om
moskeeën te bouwen in de
Belgische strafinrichtingen. De
bestaande
gevangenissen
beschikken al over ruimten die
bestemd zijn voor de uitoefening
van de eredienst. De bedienaren
van
de
eredienst
en
de
vertegenwoordigers
van
de
lekenmoraal beschikken eveneens
al over lokalen waar ze een
persoonlijk onderhoud kunnen
hebben met de gedetineerden.
Die regeling zal ook bij de bouw
van
nieuwe
gevangenissen
worden gevolgd. Aangezien de
gemeenschappelijke
activiteiten
met betrekking tot de eredienst
vooraf bekend zijn, brengt de
organisatie ervan geen bijzondere
problemen met zich.
01.03 Pierre-Yves Jeholet (MR): Madame la présidente, je remercie
le ministre pour les éléments de réponse rassurants qu'il m'a donnés
en ce qui concerne les modalités de l'organisation pratique de la
sécurité dans les prisons. Je note que cela ne pose aucun problème.
Il est parfois utile de poser des questions parlementaires pour
démentir des informations qui circulent.
01.03 Pierre-Yves Jeholet (MR):
Parlementaire vragen kunnen zo
hun nut hebben om geruchten te
ontkrachten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het illegaal verwijderen van asbest in Brussel" (nr. 7156)
02 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "un désamiantage illégal à Bruxelles" (n° 7156)</b>
02.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, een tijdje geleden barstte in België het grootste
asbestschandaal van dat moment los. Het is ondertussen al meer dan
een jaar geleden. In juni vorig jaar werd 4 ton asbest op een illegale
manier geruimd, met alle gevaren van dien. Tot op de dag van
vandaag, mijnheer de minister, zou het onduidelijk zijn waar die
asbest zich bevindt.
Ik heb hierover de volgende vragen.
In juni 2007 verwittigde een getuige van de afbraakwerken het
Brussels Instituut voor Milieubeheer. Wanneer werd het parket door
02.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Un scandale de l'amiante
a éclaté en Belgique il y a un peu
plus d'un an. Quatre tonnes
d'amiante ont été évacuées
illégalement et on ignorerait
encore leur localisation.
L'Institut Bruxellois pour la Gestion
de l'Environnement (l'I.B.G.E.) a
été informé en juin 2007 par un
témoin. Quand l'institut a-t-il
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
dat instituut op de hoogte gebracht?
Ten tweede, wanneer kwam het parket ter plaatse?
Ten derde, volgens een parketmedewerker wacht men tot men alle
arbeiders heeft teruggevonden, vooraleer over te gaan tot een
medische controle van die arbeiders. Ik vraag mij af, mijnheer de
minister, of men de nu reeds teruggevonden arbeiders niet beter
onmiddellijk zou hebben gecontroleerd. Hoe zit dat eigenlijk?
Ten vierde, zijn de wettelijk voorziene boetes volgens uw inschatting
hoog genoeg om ontradend te werken voor aannemers om asbest
illegaal te verwijderen? Het gaat tenslotte toch over 4 ton asbest. Dat
is toch niet weinig. Heeft de regering plannen om in de toekomst de
boetes, de gevangenisstraffen en dergelijke te verhogen?
informé le parquet? Quand le
parquet s'est-il rendu sur place?
Est-il exact que l'on attend de
retrouver l'ensemble des ouvriers
avant de procéder à un examen
médical? Le gouvernement a-t-il
l'intention
d'augmenter
les
amendes
et
les
peines
d'emprisonnement infligées en cas
d'enlèvement illégal d'amiante?
02.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte
collega, de bedoelde feiten werden op 26 juni 2007 gemeld aan het
parket te Brussel via een proces-verbaal, dat door het BIM-IBGE
thans Leefmilieu Brussel werd opgesteld.
De feiten werden door deze dienst vastgesteld op 14 juni 2007.
Bijkomende gegevens werden door dezelfde dienst op 6 juli 2007
overgezonden. Het onderzoek werd door het parket toevertrouwd aan
de federale gerechtelijke politie te Brussel, gelet op de
zwaarwichtigheid van de feiten. Het parket is niet afgestapt. De site
werd verzegeld onder de verantwoordelijkheid van het BIM voor het
weghalen van het resterende asbest. Twee van de vier werknemers
twee Roemeense werknemers die op de werf werkzaam waren,
werden op 10 juni 2008 teruggevonden. Zij zijn akkoord om zich te
onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek. Op 12 september
2008 werd een vordering gericht aan een longspecialist van het
Erasmusziekenhuis om hen te onderzoeken. Ondanks een oproep tot
getuigen, op vraag van het parket in augustus van dit jaar, wordt nog
steeds gezocht naar de twee andere werknemers.
De feiten betreffen een inbreuk op een Brusselse ordonnantie
betreffende de milieuwetgeving van 5 juni 1997 en zijn strafbaar met
een maximumgevangenisstraf van twaalf maanden en/of een
geldboete tot 25.000 euro, te verhogen met de opdeciemen, wat
neerkomt op een maximale geldboete van 137.500 euro. Het nieuwe
Vlaams decreet voorziet in een gevangenisstraf tot vijf jaar.
Indien een contaminatie zou worden aangetoond, kan ook artikel 421
van het Strafwetboek worden toegepast, waarin een gevangenisstraf
tot een jaar kan worden opgelegd. Ik kan als minister van Justitie niet
oordelen of de straffen al dan niet moeten worden verhoogd,
aangezien de betrokken reglementering niet tot de federale
bevoegdheid behoort, behoudens de eventuele inbreuken op het
Strafwetboek. U moet zich hiervoor dus ook wenden tot de Brusselse
overheid.
02.02 Jo Vandeurzen, ministre:
L'I.B.G.E. a été informé le 14 juin
2007
et
a
communiqué
l'information
au
parquet
de
Bruxelles par voie de procès-
verbal le 26 octobre. Le parquet a
confié l'enquête à la police
judiciaire fédérale de Bruxelles.
Le site a été scellé sous la
responsabilité de l'I.B.G.E. en vue
de l'évacuation de l'amiante
résiduel.
Le 12 septembre 2008, un
pneumologue de l'hôpital Erasme
a été chargé d'examiner deux
travailleurs roumains. On est
toujours à la recherche des deux
autres travailleurs.
En ce qui concerne les faits, il
s'agit
d'infractions
à
une
ordonnance bruxelloise, passibles
d'une amende de maximum
137.500 euros et/ou d'une peine
d'emprisonnement de douze mois.
Le nouveau décret flamand prévoit
une
peine
d'emprisonnement
maximale de cinq ans. Si la
contamination
peut
être
démontrée,
la
peine
d'emprisonnement peut encore
être augmentée d'un an au plus.
Ces peines ne relèvent pas de la
compétence fédérale mais de celle
des autorités bruxelloises.
02.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord. Wat de vraag betreft of men niet beter de
werknemers onmiddellijk medisch zou hebben gecontroleerd, blijf ik
op mijn honger. Ik zie dat men aan de werknemers heeft gevraagd
02.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Beaucoup de temps s'est
écoulé entre les faits et le contrôle
médical. Je m'adresserai à mes
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
om zich te laten onderzoeken. Tussen het moment van contaminatie
en het onderzoek is er echter een jaar voorbij gegaan. Ik zal mij
inderdaad richten tot mijn Vlaamse collega's om dit soort van
misdrijven, met toch vrij zware gevolgen, beter te laten opvolgen.
collègues flamands pour qu'on
assure un meilleur suivi de ce type
de délit.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la relative tolérance des autorités judiciaires quant à la circulation de
drogues dans les discothèques belges situées sur la frontière franco-belge" (n° 7213)</b>
03 Vraag van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het relatieve gedoogbeleid van de gerechtelijke autoriteiten ten
aanzien van het verhandelen van drugs in Belgische dancings in het Frans-Belgische grensgebied"
(nr. 7213)
03.01 Christian Brotcorne (cdH): Madame la présidente, monsieur
le ministre, vous connaissez bien, je crois, la situation du Hainaut
occidental Wallonie picarde qui recèle sur son territoire de
nombreuses discothèques, fréquentées le week-end quand on parle
du week-end, cela signifie du vendredi soir au lundi matin par de
nombreux jeunes, essentiellement de jeunes Français.
La question est encore revenue sur le tapis à la suite d'un reportage
radiophonique récent qui parlait de ces cocktails explosifs de drogues
de toutes sortes, mêlées parfois à l'alcool, constituant de véritables
dangers en termes de sécurité publique, de sécurité routière et de
délinquance. Jusque-là, ce reportage était relativement correct et
objectif.
Où ce reportage est devenu plus ambigu, c'est lorsqu'il a semblé
imputer le maintien de cette situation à une relative tolérance de la
part des autorités fédérales, soulignant que de nombreux Français
venaient chez nous en raison d'un plus grand laxisme qu'en France. Il
indiquait qu'il n'y a pratiquement pas de contrôles à l'intérieur des
discothèques et qu'on peut facilement "faire la fête" chez nous, ce qui
ne serait pas le cas en France.
D'ailleurs, il n'est pas rare de voir on en a déjà vu à l'occasion de
certaines émissions des "consommateurs" venant de Marseille pour
fréquenter les discothèques de la frontière franco-belge.
Cette situation est très grave et doit être l'occasion d'une réflexion
globale.
Monsieur le ministre, me confirmez-vous ce qui ne me paraît pas
correct que les contrôles ne peuvent pas se réaliser à l'intérieur des
discothèques? Je crois savoir que cela est possible et a déjà eu lieu.
De manière générale, que comptez-vous faire à l'encontre de ce
phénomène dangereux? Quelle est la politique criminelle globale et
locale des parquets?
Quel est l'état d'une éventuelle collaboration avec les autorités
françaises?
Mes questions ont pour objectif de dire que le problème est grave et
qu'il faut le prendre à-bras-le-corps.
03.01 Christian Brotcorne (cdH):
In West-Henegouwen zijn er heel
wat discotheken. In een recente
radioreportage over het gebruik
van drugscocktails werd beweerd
dat het probleem blijft aanslepen
omdat de federale overheid het tot
op zekere hoogte gedoogt. Zijn
controles
in de discotheken
mogelijk? Hoe staat het met het
globale én het lokale strafbeleid
van de parketten? Hoe zit het, in
voorkomend
geval,
met
de
samenwerking met de Franse
autoriteiten? Het parket van
Doornik moet roeien met de
riemen die het heeft. Tot in 2000
beschikte het over een bijzonder
korps
van
acht
à
tien
gedetacheerde rijkswachters voor
de controles in de discotheken.
Naar verluidt is de toestand er na
de politiehervorming ingewikkelder
op geworden, omdat dergelijke
maatregelen nu door de lokale
politiezones
moeten
worden
gefinancierd.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Le parquet de Tournai agit avec les moyens qui sont les siens dans le
cadre de la lutte contre cette délinquance tout à fait particulière. Ma
pratique professionnelle d'avocat dans la région m'a appris que des
moyens existaient jusqu'en 2000. À l'époque, la gendarmerie
fonctionnait encore et un corps particulier de 8 à 10 gendarmes avait
été détaché pour travailler dans ces discothèques et des travailleurs
sociaux, via canal J, travaillaient sur le terrain. Aujourd'hui, depuis la
réforme des polices me dit-on, la situation est beaucoup plus
complexe puisque le financement de telles mesures et de telles
patrouilles appartient aux zones de police locale.
Or, ces dernières ne sont pas toutes concernées par la problématique
des dancings et elles connaissent des difficultés financières. Et même
si elles acceptent aujourd'hui de financer une opération mensuelle sur
l'un des dancings de la région, l'action est insuffisante.
Monsieur le ministre, ma question vise donc à relancer la discussion
et la négociation. Le gouvernement fédéral a été saisi de motions des
bourgmestres des zones concernées, sans pour autant que celles-ci
soient suivies d'effets précis, notamment sur le plan financier.
Pourtant, pour mener des actions efficaces, les moyens nécessaires
dépassent les budgets des zones de police locale. Avec votre
collègue de l'Intérieur, il conviendrait de réfléchir à un budget ad hoc
tenant compte de la particularité du phénomène.
Je reste particulièrement intéressé d'entendre vos réflexions à partir
de ma question.
03.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chers
collègues, je ne peux d'abord que confirmer que je connais la
problématique. Au cours des prochains mois, je me rendrai sur place
pour me rendre compte de la situation réelle durant les week-ends.
On me rapporte que c'est impressionnant. Je suis conscient de la
gravité de cette situation et, dans une moindre mesure, le Nord du
pays connaît un problème similaire avec le tourisme de la drogue. Il
convient donc de s'attaquer sérieusement au problème, ce qui
commence à se faire au niveau du Collège des procureurs généraux.
Concrètement, pour ce qui concerne la possibilité d'effectuer des
contrôles à l'intérieur des discothèques, la question révèle une
certaine méconnaissance du milieu concerné. Envisager un contrôle
de police à l'intérieur d'un tel établissement nécessiterait des moyens
colossaux et probablement disproportionnés; avec de sérieux risques
pour la sécurité des lieux et des personnes. Il est également fort peu
probable que l'arrivée des services de police à proximité de la
discothèque passe inaperçue.
En revanche, vous avez raison, agir à l'intérieur par de petites équipes
est une façon de faire déjà mise en oeuvre dans le passé, avec de
bons résultats, mais cela nécessite la collaboration de la direction de
l'établissement.
Il n'existe aucune hésitation quant à la politique des poursuites à
l'égard des vendeurs et organisateurs.
Les poursuites sont engagées chaque fois qu'elles sont possibles,
même à l'égard de directeurs d'établissements ou membres du
03.02 Minister Jo Vandeurzen: In
de loop van de komende maanden
zal ik mij ter plaatse begeven om
te zien hoe het er tijdens de
weekends echt aan toegaat. Ik
ben me bewust van de ernst van
de
situatie.
Voor
een
politiecontrole in de betrokken
zaken zouden aanzienlijke en
waarschijnlijk
disproportionele
middelen nodig zijn, met een
ernstig risico voor de veiligheid
van het gebouw en de personen.
Het is ook weinig waarschijnlijk dat
de komst van politiediensten in de
buurt
van
de
discotheek
ongemerkt voorbij zou gaan. Maar
u heeft gelijk, binnen optreden met
kleine teams is een werkwijze die
we in het verleden al gebruikt
hebben met goede resultaten,
maar daarvoor is de medewerking
van de zaak nodig.
Telkens als het mogelijk is, wordt
er vervolging ingesteld, zelfs tegen
de
directeurs
van
die
etablissementen, personeelsleden
of leden van de veiligheidsdienst.
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
personnel ou du service de sécurité.
La problématique des drogues dans les mégadancings est bien
connue et est prise au sérieux tant au niveau local qu'au niveau
national.
Au niveau local, une véritable concertation entre police, parquets et
bourgmestres a été initiée pour la mise en oeuvre d'un plan d'action
intégré en matière de stupéfiants. Tous les bourgmestres et les zones
de police concernées et les plus hautes instances de la police
fédérale y ont été associés. Les procès-verbaux de réunions de
concertation décrivent avec précision la nature et l'historique de la
problématique, les mesures prises et les résultats obtenus.
La politique de recherche se heurte néanmoins à plusieurs difficultés:
difficulté à trouver les capacités policières suffisantes au niveau zonal,
attitude des directions d'établissements. S'il a bien été tenté
d'associer les directions d'établissements à la lutte contre le
phénomène, il faut bien constater que cette supposée collaboration
est loin d'être parfaite. Il n'est en revanche pas facile non plus
d'opérer contre les directions qui ont une mainmise très grande sur la
sécurité à l'intérieur des établissements qui peut sérieusement
entraver le travail policier. Il y a une législation qui ne facilite pas les
choses, notamment au sujet des heures d'ouverture des
établissements. La loi offre la possibilité de procéder à la fermeture
d'un établissement. Cet article 9bis de la loi du 24 février 1991 relève
de l'autorité administrative et se heurte à la grande sévérité du
Conseil d'État quant à la motivation de la mesure.
Au niveau national, il existe une circulaire COL 7/2007 du 21 juin 2007
relative à la politique des poursuites à l'égard des touristes de la
drogue. Par ailleurs, la problématique de la drogue dans les
mégadancings a été reprise dans le plan d'action des procureurs
généraux en exécution du Plan national de sécurité 2008-2011, qui en
fait une problématique prioritaire (narcotourisme).
Pour le futur, le réseau d'expertise envisage son action de la manière
suivante. Le recueil d'informations entamé sur la problématique de
drogues dans les mégadancings destiné à une appréciation de
l'opportunité d'établir des directives de politique criminelle sera
poursuivi. Les objectifs poursuivis sont les suivants: intégrer la
problématique de la drogue dans les mégadancings dans le
traitement de la problématique plus large du tourisme de la drogue,
identifier les spécificités justifiant une approche particulière sur le plan
de la politique criminelle et proposer des directives en vue d'une
politique cohérente.
Le réseau d'expertise poursuivra la récolte d'informations déjà
entamée auprès des parquets. Il en dégagera une synthèse des "best
practices" et identifiera les problèmes justifiant, le cas échéant, des
directives de politique criminelle.
La collaboration policière et judiciaire nécessaire au travail de terrain,
c'est-à-dire l'échange d'informations sur les personnes ou les
véhicules, la dénonciation des faits, etc., existe déjà. Par ailleurs, les
autorités étrangères effectuent des contrôles routiers ciblés de leur
côté de la frontière afin de répartir la charge en moyens humains et
matériels.
Op plaatselijk niveau is er een
echt overleg opgestart tussen de
politie, de parketten en de
burgemeesters ter uitvoering van
een geïntegreerd drugsactieplan.
Het
opsporingsbeleid
stuit
niettemin
op
diverse
moeilijkheden, met name om
binnen
de
zone
voldoende
politiecapaciteit vrij te maken en
met
de
directies
van
die
etablissementen samen te werken.
Het is de bedoeling om de
drugsproblematiek
binnen
de
megadancings te integreren in de
behandeling van het bredere
probleem van het drugstoerisme,
de kenmerken van het probleem
bloot te leggen die een bijzondere
strafrechtelijke
benadering
rechtvaardigen, en richtlijnen voor
een coherent beleid op te stellen.
Het expertisenetwerk zal doorgaan
met
het
reeds
aangevatte
inzamelen van informatie bij de
parketten. Daaruit zal het een
synthese van goede praktijken
afleiden
en
de
problemen
identificeren. De samenwerking
met politie en gerecht die nodig is
voor het werk in het veld bestaat
al.
Bovendien
verrichten
buitenlandse
overheden
al
gerichte
wegcontroles.
Op
internationaal vlak worden er ook
samenwerkingsplatforms
georganiseerd.
De
volgende
strategische
vergadering komt er binnenkort.
België zal eraan deelnemen om de
best
mogelijke,
internationaal
gerechtelijk passende reactie op
dit fenomeen te overwegen
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
Au niveau international, des plates-formes de collaboration sont
également organisées. Ainsi une plate-forme de collaboration
spécifique, appelée Hazeldonck, existe pour lutter contre le tourisme
de la drogue entre la Belgique, la France et les Pays-Bas.
La prochaine réunion stratégique se déroulera sous peu. La Belgique
y prendra part afin d'envisager la meilleure réponse judiciaire
internationale qu'il convient de donner à ce phénomène.
03.03 Christian Brotcorne (cdH): Madame la présidente, monsieur
le ministre, je tiens d'abord à vous remercier pour votre réponse et
pour l'intérêt que vous accordez à ce phénomène.
Vous venez de faire référence au dégagement de bonnes pratiques
pour déterminer un plan d'ensemble cohérent.
Je crois pouvoir dire que, dans la zone de Tournai, il existe des
approches que je qualifierais d'intéressantes. Quand elles ont pu être
menées réellement, elles ont rencontré un certain succès avec, entre
autres, le démantèlement de certaines bandes.
Mais le problème qui se pose aujourd'hui est avant tout un problème
de moyens en hommes et de moyens financiers. Selon moi, il est
nécessaire d'aider et de soutenir les zones locales qui sont
conscientisées, notamment par leur bourgmestre, au phénomène et
surtout aux conséquences parfois dramatiques que ce dernier
engendre.
Vous aviez déjà dit que vous viendriez sur place et vous l'avez
confirmé. Certes, cela vous permettra de vous rendre compte à titre
personnel de ce qui se passe lors d'un contrôle en soirée durant le
week-end. Mais les acteurs qui travaillent sur cette matière souhaitent
vraiment que vous veniez assister à une de leurs réunions de travail.
Cela pourrait avoir lieu dans le courant de la semaine. Il ne serait
alors plus question d'être présent sur le terrain avec la police. Ils
attendent également qu'à cette occasion, vous leur fassiez des
propositions concrètes pour les aider dans cette campagne.
Par ailleurs, si la procédure qu'ils parviennent à mettre sur pied une
fois par mois pouvait se dérouler tous les week-ends grâce à un appui
financier ou en personnel de l'autorité fédérale, les résultats
pourraient être, à mon avis, nettement plus intéressants.
Voilà, monsieur le ministre, ce que les acteurs de terrain attendent
tant de votre ministère que de celui de l'Intérieur.
03.03 Christian Brotcorne (cdH):
De lokale zones moeten worden
ondersteund. De actoren die op
die wijze werken, verwachten echt
van u dat u naar een van hun
werkvergaderingen gaat. In de
zone
Doornik
bestaan
er
interessante benaderingen. Het
probleem is momenteel vooral van
financiële aard. Indien de door de
actoren opgezette procedure die
eenmaal per maand doorgaat, er
elk weekend kon komen, zouden
de resultaten beter zijn.
03.04 Jo Vandeurzen, ministre: Il faut préciser quelle sorte de
demande nous allons formuler. Il faut le faire en fonction des
compétences de l'un et l'autre ministre. Mon expérience me dit qu'au
niveau de la justice, on demande surtout un suivi conséquent de la
part du parquet, une réaction rapide et visible. C'est pour nous la
priorité. Ce genre de question se pose aussi dans le Limbourg qui
connaît également un tourisme de la drogue, vu la proximité de
Maastricht. Les questions des gens à propos de l'action de la justice
concernent sa vitesse de réaction et le caractère adéquat et visible de
celle-ci.
03.04 Minister Jo Vandeurzen:
Welke vraag wij gaan formuleren
moet
nauwkeuriger
worden
omschreven. Mijn ervaring zegt
me dat er, op het vlak van justitie,
vooral gevraagd wordt naar een
snelle en zichtbare reactie op
parketniveau. Dit soort vraag wordt
ook in Limburg gesteld. De vraag
naar de politiecapaciteit vergt
overleg met mijn collega van
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
Il y a par ailleurs la question de la capacité policière, qui nécessite une
négociation avec mon collègue de l'Intérieur, M. Dewael, pour
déterminer la manière de mobiliser des forces supplémentaires. Nous
devrons en parler ensemble et j'espère que M. Dewael contribuera
utilement au débat.
Binnenlandse Zaken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het parkeren van motorrijwielen" (nr. 7243)
04 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le stationnement des motocycles" (n° 7243)</b>
04.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb een vraag over het parkeren van
motorrijwielen. Ik heb u op 18 maart van dit jaar ondervraagd over
een op het eerste gezicht onduidelijkheid in de wet inzake het
parkeren van motorrijwielen. Ik citeer uit uw antwoord: "Artikel 23
bevat echter een bijzondere regeling voor motorfietsen, die wel
mogen parkeren op de voetpaden of verhoogde bermen, als zij
andere weggebruikers daarbij niet hinderen. In de praktijk betekent dit
dat er een voldoende breed trottoir moet zijn, zodat voetgangers niet
worden gehinderd". U hebt toen dus verklaard dat er geen
onduidelijkheid is.
Ondertussen bereiken mij vanuit verschillende hoeken tegenstrijdige
berichten zodat ik mij verplicht zie om u enkele bijkomende vragen te
stellen. Ik veronderstel dat u nog steeds achter uw zienswijze van 18
maart staat.
Ten eerste, men deelt mij mee dat het op verschillende plaatsen toch
verboden zou zijn om te parkeren, ook al is het trottoir op die plaats
voldoende breed om te parkeren. Wat is uw reactie daarop? Het
betreft motorrijders die voor hetzelfde soort parkeerruimte in de ene
stad geen problemen hebben om te parkeren en in de andere wel.
Ten tweede, ook op het niveau van de parketten blijkt onduidelijkheid
te bestaan. In bepaalde steden en gerechtelijke arrondissementen
blijkt men over te gaan tot het opstellen van processen-verbaal en
zelfs tot de vervolging van motorrijders die toch, krachtens artikel 23,
niet in overtreding zijn. Volgens de politie en de parketten blijkt dat
echter wel het geval.
Mijnheer de minister, denkt u niet dat het nuttig zou zijn om een
eenduidige maatregel uit te vaardigen om de onduidelijkheid, steeds
in het nadeel van de burger, de rechtsonzekerheid, weg te nemen?
04.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Se référant à l'article 23
du Code de la route, le ministre a
indiqué le 18 mars que les
motocyclettes
pouvaient
être
stationnées sur le trottoir ou sur un
accotement en saillie pour autant
que l'espace disponible soit
suffisant et que ce stationnement
ne
gêne
pas
les
piétons.
Manifestement, cette règle n'est
cependant pas toujours respectée
sur le terrain, toutes les villes
n'autorisant pas le stationnement
sur les trottoirs suffisamment
larges. Le ministre peut-il expliciter
cet état de fait?
En conséquence, dans certaines
villes, les motocyclistes se voient
infliger un procès-verbal pour une
situation qui, bien que constituant
une infraction aux yeux de la
police et des parquets, est
parfaitement légale sur pied de
l'article 23. Ne serait-il pas
préférable que le ministre édicte
une
règle
non
équivoque
susceptible
de
lever
cette
incertitude juridique?
04.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, geachte
collega, zoals ik u op 18 maart heb meegedeeld, meen ik dat de tekst
van de Wegcode, in het bijzonder artikel 23, ten vierde duidelijk is.
Vanzelfsprekend moet steeds rekening worden gehouden met de
plaatselijke toestand. Dit is een feitelijke beoordeling. Indien iemand
wordt geverbaliseerd en niet akkoord gaat met de zienswijze van de
politie en het parket, kan men steeds de verdediging voor de
politierechter voeren. Ik zie echter geen noodzaak om de maatregel
die meer dan een jaar van kracht is op korte termijn te wijzigen of om
de parketten instructies te geven.
04.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Même si l'article 23 du Code de la
route est clair, il convient bien sûr
de prendre également la situation
locale
en
considération.
La
personne qui se voit infliger un
procès-verbal et ne partage pas le
point de vue de la police et du
parquet peut toujours s'adresser
au juge de police. Je ne perçois
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
Zoals ik eerder al heb gezegd, kan desnoods de Federale Commissie
voor de Verkeersveiligheid in eerste instantie de situatie evalueren en
nagaan of er nood is aan een bijsturing. Als een wijziging zich zou
opdringen, is het aan de staatssecretaris bevoegd voor Mobiliteit, om
initiatieven ter zake te nemen.
pas la nécessité de modifier cette
mesure ni de d'adresser des
instructions
particulières
aux
parquets. Le cas échéant, la
Commission fédérale pour la
sécurité routière peut évaluer la
situation. Si des modifications
s'avèrent
nécessaires,
le
secrétaire d'État à la Mobilité peut
prendre une initiative en la
matière.
04.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, uw antwoord was even kort als duidelijk. Ik zal
de staatssecretaris van Mobiliteit eens ondervragen. Ik zal proberen
om van die motorrijders die het hebben voorgehad reacties te
verzamelen, de comissie voor de Verkeersveiligheid eens aan te
schrijven en te zien wat voor reactie van hen komt.
04.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je m'adresserai au
ministre de la Mobilité à ce sujet et
à la commission pour la Sécurité
routière.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05 Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la condamnation de l'État belge suite à un usage abusif de méthodes
particulières d'investigation" (n° 7271)</b>
05 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de veroordeling van de Belgische Staat wegens het oneigenlijk
gebruik van bijzondere onderzoeksmethodes" (nr. 7271)
05.01 Clotilde Nyssens (cdH): Monsieur le ministre, un sommet
ECOFIN du Conseil des ministres de l'Union européenne devait se
tenir en septembre 2001 dans la ville de Liège. À cette occasion,
divers mouvements alter-mondialistes locaux décidèrent de
manifester pour faire connaître leurs opinions politiques aux dirigeants
européens qui devaient prendre part au sommet. Cette manifestation
fut autorisée et se déroula de manière pacifique. Toutefois, un juge
d'instruction et des magistrats du parquet liégeois décidèrent de
mener des enquêtes proactives à l'encontre de quatre organisateurs.
Il faut savoir qu'à l'époque, divers sommets furent le théâtre
d'affrontements très durs entre les forces de l'ordre et des franges
radicales des mouvements alter-mondialistes, anarchistes, etc. Le
sommet du G8 à Gênes en juillet 2001 fut d'ailleurs endeuillé à la
suite de combats de rue.
Les enquêtes proactives eurent lieu (filatures, écoutes téléphoniques,
surveillance de messageries électroniques) et les quatre personnes
en question furent inculpées pour association de malfaiteurs et
appartenance à des organisations criminelles. N'ayant en fait jamais
commis le moindre délit, ils bénéficièrent d'un non-lieu prononcé par
la chambre du conseil de Liège et confirmé par la chambre des mises
en accusation, le parquet ayant fait appel. Ils se retournèrent contre
l'État belge en dommages et intérêts au motif que leurs libertés
fondamentales avaient été violées par l'usage de ces techniques
d'enquête intrusives et disproportionnées.
Le tribunal de première instance de Liège leur accorda une
réparation. La motivation du jugement dispose que certes, il était
légitime d'enquêter proactivement sur d'éventuels fauteurs de troubles
05.01 Clotilde Nyssens (cdH): In
september
2001
hebben
verscheidene bewegingen van
andersglobalisten
vreedzaam
betoogd tijdens de Ecofin-top in
Luik. Een onderzoeksrechter en
magistraten voerden echter pro-
actief
onderzoek
naar
vier
organisatoren, omdat er bij andere
topbijeenkomsten botsingen waren
geweest, en de vier personen
werden beschuldigd van het
vormen
van
een
misdadigersbende
en
lidmaatschap
van
criminele
organisaties. Daar ze niet het
minste misdrijf pleegden, werden
ze buiten vervolging gesteld door
de raadkamer van Luik, een
beslissing die werd bevestigd door
de
kamer
van
inbeschuldigingstelling. Ze eisten
van de Belgische staat een
schadevergoeding, omdat hun
fundamentele vrijheden werden
geschonden
door
deze
indringende
en
buitensporige
onderzoeken.
De rechtbank van eerste aanleg
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
mais qu'il n'y avait aucune raison de prendre des mesures aussi
intrusives à l'encontre de ces quatre personnes en particulier vu que
rien ne permettait de les relier à des noyaux durs à l'origine des
problèmes lors des sommets européens. En outre, l'attitude du
parquet est également mise en cause vu qu'il n'avait aucune raison
de faire appel de l'ordonnance de non-lieu évoquée plus haut.
Le coût pour la collectivité de ces péripéties judiciaires s'élève selon
la presse à 18.000 de frais d'investigation et à quatre fois 2.000 à
payer aux plaignants à titre de dommages et intérêts, soit un total de
26.000 sans compter les frais d'avocats des deux parties qui sont
payés par le Trésor.
Ceci pose de vraies questions sur les législations concernant les
organisations criminelles et les méthodes particulières d'investigation.
De nombreuses voix s'élèvent aujourd'hui pour en dénoncer le
caractère parfois excessif et exagérément attentatoire aux libertés
fondamentales. Certes, ici, ce sont les comportements d'acteurs
judiciaires qui sont incriminés mais les outils mis à leur disposition
sont potentiellement dangereux, ce qui ne peut être négligé.
Par ailleurs, l'accord de gouvernement mentionnait l'obligation
d'adapter d'urgence la législation relative aux méthodes particulières
de recherche. En outre, la Cour constitutionnelle en a annulé certains
aspects, rendant une adaptation législative indispensable.
En conséquence, monsieur le ministre, je voudrais vous poser trois
questions. Comptez-vous déposer des projets de loi visant une
adaptation de la législation en matière de méthodes particulières
d'investigation? Quels garde-fous faudrait-il installer pour éviter que
se reproduise pareille situation et qu'elle entrave sans raison les
libertés fondamentales de citoyens qui semblent honnêtes?
Le cas échéant, quelles autres mesures proposez-vous de prendre
afin de contrôler l'action des acteurs judiciaires exécutant des
mesures particulières d'investigation difficiles à manier?
van
Luik
kende
hun
een
vergoeding
toe.
Al
is
het
geoorloofd
om
pro-actief
onderzoek
te
voeren
naar
eventuele onruststokers zo
voegde de rechtbank toe toch
was er geen enkele reden om
tegen hen dermate indringende
maatregelen te nemen.
Deze
gerechtelijke
wederwaardigheden
kosten
volgens de pers 18.000 euro aan
onderzoekskosten en viermaal
2.000
euro
aan
schadevergoedingen, zonder de
kosten voor advocaten mee te
rekenen.
In
het
regeerakkoord
staat
vermeld dat de wetgeving op de
bijzondere opsporingsmethoden,
waarvan het Grondwettelijk Hof
bepaalde aspecten had vernietigd,
dringend moet worden aangepast.
Bent u van zins om wetsontwerpen
in te dienen om de wetgeving
inzake
de
bijzondere
opsporingsmethoden
aan
te
passen? Welke veiligheid zou er
moeten worden ingebouwd om
dergelijke aantastingen van de
fundamentele
vrijheden
te
voorkomen?
Welke maatregelen stelt u voor
om de gerechtelijke actoren die de
bijzondere
onderzoeksmaatregelen uitvoeren,
te controleren?
05.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, avant de tirer des conclusions, il est important d'examiner
avec soin le jugement prononcé par le tribunal de Liège le 9
septembre dernier. Dans cette affaire, les demandeurs étaient des
sympathisants alter-mondialistes qui avaient fait l'objet de mesures
d'écoutes téléphoniques dans le cadre d'une instruction consécutive à
une enquête proactive ouverte par le parquet de Liège. Ayant
bénéficié d'un non-lieu sur le plan pénal, ceux-ci ont assigné l'État
belge afin d'obtenir sa condamnation à payer des dommages et
intérêts du chef du préjudice subi. Au terme d'une analyse détaillée, le
tribunal a condamné l'État belge à payer la somme de 2.000 à
chacun des quatre demandeurs.
Analysant les circonstances de l'époque, le tribunal considère que le
parquet a estimé à juste titre qu'il existait une présomption
raisonnable que des faits délictueux avaient été commis ou étaient en
passe de l'être. Par conséquent, le tribunal estime que le procureur du
Roi n'a pas commis de faute en autorisant une enquête proactive. En
ce qui concerne la mise à l'instruction, le tribunal estime également
05.02 Minister Jo Vandeurzen:
In deze zaak werden de eisers
telefonisch afgeluisterd in het
kader van een onderzoek dat
volgde op een proactief onderzoek
dat het parket van Luik had
ingesteld. Aangezien zij buiten
vervolging werden gesteld, hebben
zij schadevergoeding van de
Belgische Staat geëist. Na een
gedetailleerde analyse heeft de
rechtbank van Luik de Belgische
Staat op 9 september jongstleden
veroordeeld.
Bij bestudering van de feiten
oordeelt de rechtbank dat het
parket met reden meende dat er
een vermoeden bestond dat
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
que le parquet n'a pas commis de faute en ouvrant une instruction
pénale avec désignation d'un juge d'instruction.
En ce qui concerne la décision du juge d'instruction, le tribunal a jugé
que ce dernier avait estimé à juste titre qu'il existait des indices
sérieux permettant de conclure à l'existence d'une organisation
criminelle pouvant fomenter des actions violentes lors du sommet
ECOFIN du 21 septembre 2001. Le tribunal considère que vu les
modus operandi des noyaux durs redoutés, qui communiquaient par
sms, d'autres moyens d'enquête n'auraient pas pu être efficaces. Par
conséquent, en ordonnant les écoutes, le juge d'instruction n'a pas
méconnu le principe légal de subsidiarité.
Par contre, en ce qui concerne les personnes visées par les écoutes
téléphoniques, le tribunal considère qu'il n'existe pas d'indices précis
que les demandeurs auraient participé à une organisation criminelle,
rien ne permettant de les relier aux noyaux durs redoutés. Par
conséquent, le tribunal considère que le juge d'instruction a commis
une faute en ordonnant des écoutes sur les téléphones des
demandeurs.
Enfin, le tribunal constate que le ministère public a interjeté appel
contre l'ordonnance de la chambre du conseil uniquement pour des
raisons de motivation, tout en sachant qu'elle ne pouvait qu'être
confirmée vu l'absence de charges.
Par conséquent, le tribunal considère que le ministère public a
commis une faute en interjetant appel de l'ordonnance de non-lieu de
la chambre du conseil.
Avant toute chose, je voudrais préciser expressément que ce
jugement n'est pas coulé en force de chose jugée. Mes services
examinent actuellement l'opportunité d'interjeter appel du jugement.
Je compte prendre une décision quand j'aurai tous les éléments en
ma possession. Il est donc prématuré, vu le droit d'appel dont dispose
l'État belge, de tirer des conséquences sur la base d'un jugement non
définitif.
Cependant, je voudrais tout de même vous faire observer ce qui suit,
à supposer que ce jugement soit définitif. Vous aurez noté que le
jugement ne porte pas sur les méthodes particulières de recherche,
mais sur l'enquête proactive et sur les écoutes téléphoniques. Les
méthodes particulières de recherche sont, comme l'indique
l'article 47ter du Code d'instruction criminelle, l'observation,
l'infiltration et le recours aux indicateurs. Les écoutes téléphoniques
ne sont pas des méthodes particulières de recherche.
Je ne pense donc pas qu'on puisse, sur la base de ce jugement, à
supposer qu'il y ait force de chose jugée, ce qui n'est pas le cas,
mettre en cause le bien-fondé de l'existence des méthodes
particulières de recherche prévues par notre législation, ni les
conditions et les modalités de ces méthodes puisque tel n'est pas
l'objet du jugement. Certes, le jugement examine la faute qu'aurait
commise le procureur du Roi en ouvrant une enquête proactive. Il est
exact que les méthodes particulières de recherche peuvent être
mises en oeuvre dans le cadre d'une enquête proactive, mais
justement, en ce qui concerne l'enquête proactive, le tribunal a estimé
que c'est à bon droit et sur la base d'éléments suffisants que le
strafbare feiten waren gepleegd of
op het punt stonden te worden
gepleegd. Bijgevolg acht de
rechtbank dat de procureur des
Konings geen fout heeft begaan
door dat proactieve onderzoek toe
te staan. Voor wat het instellen
van een gerechtelijk onderzoek
betreft, oordeelt de rechtbank ook
dat het parket geen fout heeft
begaan.
Voor de beslissing van de
onderzoeksrechter
heeft
de
rechtbank
geoordeeld
dat
eerstgenoemde terecht vond dat
er
serieuze
aanwijzingen
bestonden voor het bestaan van
een criminele organisatie die tot
geweld zou kunnen aanzetten
tijdens de Ecofin-raad van 21
september 2001. De rechtbank
oordeelt dat, gelet op de door de
gevreesde harde kernen gebruikte
methodes,
die
per
sms
communiceerden,
andere
onderzoeksmiddelen
niet
doeltreffend hadden kunnen zijn.
Bijgevolg
heeft
de
onderzoeksrechter, toen hij de
opdracht gaf om af te luisteren, het
subsidiariteitsbeginsel niet over
het hoofd gezien.
De rechtbank vindt daarentegen
dat er geen precieze aanwijzingen
zijn om de eisers in verband te
brengen met de gevreesde harde
kernen. Derhalve oordeelt de
rechtbank
dat
de
onderzoeksrechter een fout heeft
begaan toen hij opdracht gaf hun
telefoon af te luisteren.
De rechtbank meent voorts dat het
openbaar ministerie een fout heeft
begaan door beroep aan te
tekenen tegen de beschikking tot
buitenvervolgingstelling van de
raadkamer.
Ik wil er vooreerst op wijzen dat
dat vonnis geen kracht van
gewijsde heeft. Mijn diensten gaan
na of het opportuun is beroep aan
te tekenen. Het is dus nog te
vroeg om gevolgen te trekken uit
het vonnis, aangezien het nog niet
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
procureur du Roi a ouvert une enquête proactive. Sur ce point, les
demandeurs sont déboutés de leur demande.
Dans votre question, vous évoquez l'arrêt de la Cour constitutionnelle
en matière de méthodes particulières de recherche. Je vous confirme
volontiers que je compte soumettre très prochainement à un groupe
de travail intercabinets un avant-projet de loi par lequel il est procédé
à une adaptation du Code d'instruction criminelle suite à l'arrêt du
19 juillet 2007 de la Cour constitutionnelle. J'ai d'ailleurs noté que
vous aviez également déposé une proposition de loi à ce propos le
18 septembre dernier.
definitief is.
Anderzijds slaat dit vonnis niet op
de
bijzondere
opsporingsmethodes, maar op het
proactief
onderzoek
en
de
telefoontap.
De
bijzondere
opsporingsmethoden
zijn
de
observatie, de infiltratie en de
informantenwerking. Telefoontap
is daar niet bij.
Volgens mij kan de rechtmatigheid
van
de
bijzondere
opsporingsmethodes op grond van
dat vonnis dus niet ter discussie
worden
gesteld.
Het
vonnis
onderzoekt de fout die de
procureur
des
Konings
zou
hebben begaan door een proactief
onderzoek te openen. In het kader
van zo een onderzoek kan
weliswaar
gebruik
worden
gemaakt
van
bijzondere
opsporingsmethoden, maar de
rechtbank was precies van oordeel
dat de procureur des Konings
terecht een proactief onderzoek
opende. Op dat punt werd de
vordering afgewezen.
U verwijst eveneens naar het
arrest van het Grondwettelijk Hof
met betrekking tot de bijzondere
opsporingsmethoden. Ik ben van
plan binnenkort een voorontwerp
van wet voor te leggen aan een
interkabinettenwerkgroep met het
oog op de aanpassing van het
Wetboek van Strafvordering als
gevolg van het arrest van 19 juli
2007. Ik heb er nota van genomen
dat u op 18 september jongstleden
zelf een wetsvoorstel in dat
verband heeft ingediend.
05.03 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je vous remercie pour cette réponse détaillée et
intéressante. Il est évident que c'est un débat de société, toujours
difficile puisqu'il s'agit de la balance des intérêts entre la proactivité et
les méthodes particulières de recherche, et la vie privée et les
libertés.
J'entends bien que vous désirez attendre que le jugement soit définitif
pour en tirer des conclusions; c'est la moindre des choses. J'ai voulu
poser la question parce qu'il est évident que le jugement du
9 septembre a donné lieu à beaucoup d'expressions dans la presse et
dans les milieux judiciaires. De plus, j'ai été frappée par une émission
de télévision visant plus largement la proactivité et les méthodes
05.03 Clotilde Nyssens (cdH):
Het gaat om een maatschappelijk
debat, dat altijd moeilijk is,
aangezien een afweging moet
worden gemaakt tussen het
proactief
onderzoek
en
de
bijzondere opsporingsmethoden,
enerzijds, en de bescherming van
de privacy en de inachtneming van
de vrijheden, anderzijds.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
particulières de recherche, émission de grand public qui donne à
penser qu'il existerait parfois des déséquilibres.
Ici, au Parlement, c'est notre job de suivre ces matières. Nous aurons
l'occasion d'en reparler puisque vous annoncez le dépôt de projets de
loi. Même si c'est une matière particulièrement traitée par le Sénat,
nous serons aussi très proactifs pour suivre cette matière.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de hertekening van de gerechtelijke kaart" (nr. 7232)
06 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la réforme de la carte judiciaire" (n° 7232)</b>
06.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, de Hoge Raad voor de Justitie heeft blijkbaar
een rapport bezorgd met zijn visie op de noodzakelijke reorganisatie
van de justitie. Ik heb begrepen dat dit op de website van de FOD
staat.
De rode lijn in de voorgestelde oplossingen is dat de Belgische justitie
nood heeft aan grotere structuren. Er zou ook vraag zijn naar een
meer
geïntegreerde
werking
van
de
parketten
en
de
arbeidsauditoraten en naar een decentralisatie van de diensten van
de centrale administratie van de FOD Justitie. U zult begrijpen dat dit
mij allemaal als muziek in de oren klinkt, vandaar mijn vragen.
Welke concrete voorstellen bevat het rapport van de Hoge Raad voor
de Justitie? Kunt u ons het rapport bezorgen? Ik heb begrepen dat het
op de website van de FOD staat en ik vrees zelfs vernomen te
hebben dat u er een wetenschappelijke studie aan zult wijden, om te
begrijpen wat er in het rapport staat.
Dat brengt mij tot mijn tweede vraag. Zult u deze voorstellen
implementeren? Zo ja, in welke timing werd hiervoor voorzien? Heel
concreet: welke van de 27 arrondissementen zult u schrappen of laten
fusioneren?
Dan is er dat zinnetje dat mij wat ongerust maakte: u zegt dat u het
debat hieromtrent onverwijld verder wilt zetten. Ik heb zelfs vernomen
dat u in Hasselt bij de opening van het gerechtelijk jaar hebt
gesproken over een te maken wetenschappelijke studie over dit
rapport. Met andere woorden, u zult er tijdens deze legislatuur wellicht
niets meer aan doen.
06.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
Le
Conseil
supérieur de la Justice a rédigé un
rapport relatif à la réorganisation
de la Justice. Je suis heureux que
ce
rapport
préconise
des
structures
plus
vastes,
une
meilleure intégration des parquets
et des auditorats du travail et une
décentralisation de l'administration
centrale du SPF Justice. Mais que
propose le rapport concrètement
et le ministre peut-il nous
communiquer ce document? Est-il
exact que le contenu du rapport
est complexe? Le ministre mettra-
t-il effectivement les propositions
en oeuvre et selon quel calendrier?
Quand le ministre évoque une
étude scientifique relative à ce
rapport, insinue-t-il qu'il ne se
servira pas concrètement du
rapport sous cette législature?
06.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, op 11
september heeft een delegatie van de Hoge Raad voor de Justitie in
samenwerking met de vertegenwoordigers van de korpschefs van de
magistratuur, van de vrede- en politierechters en van de
leidinggevende griffiers en parketsecretarissen zijn voorstellen ter
hertekening van de gerechtelijke organisatie aan de staatssecretaris
voor Gezinsbeleid en aan mezelf als minister van Justitie voorgelegd.
Ik heb dat trouwens ook aan de Kamer en aan deze commissie
bezorgd.
Zoals in het gezamenlijk persbericht van de staatssecretaris en
06.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le Conseil supérieur de la Justice
a remis son rapport relatif à une
réorganisation
des
structures
judiciaires le 11 septembre au
secrétaire d'État à la Politique des
Familles et à moi-même. Dans
l'intervalle, j'ai également transmis
ces propositions aux présidents de
la Chambre et du Sénat et leur ai
recommandé
d'inviter
les
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
mezelf van 11 september aangekondigd, heb ik ondertussen de
voorzitters van Kamer en Senaat een exemplaar van deze voorstellen
bezorgd. Ik heb de voorzitters van Kamer en Senaat aanbevolen om
de voorzitters van de commissies voor de Justitie en voor het
Familierecht op de hoogte te brengen van deze voorstellen en hen uit
te nodigen om in hun respectieve commissies over deze voorstellen
te debatteren.
Een elektronische versie van deze tekst is beschikbaar op de website.
De voorstellen van het openbaar ministerie en van de Hoge Raad
voor de Justitie het openbaar ministerie heeft een strategisch plan
voorgelegd behelzen ruime bakens en overwegingen.
Zo is de magistratuur voorstander van de volgende principes en
krijtlijnen voor de toekomst. Er moet een meer geïntegreerde werking
komen van parketten en arbeidsauditoraten, een ruimer horizontaal
niveau is wenselijk op provinciaal of regionaal niveau, een niveau dat
de arrondissementen overstijgt, en er moet meer budgettaire
autonomie komen door decentralisatie van de centrale administratie
van de FOD Justitie.
De voorstellen van de Hoge Raad voor de Justitie bevatten uiteraard
geen kant en klare oplossingen. Het rapport heeft dan ook als
uitdrukkelijke titel "Tussentijds rapport". Die voorstellen zijn dus niet in
die vorm implementeerbaar. Het is dan ook voorbarig om een timing
voorop te stellen voor de start van de implementatie van deze
voorstellen. Het is immers een omvangrijke en complexe hervorming.
Zoals u trouwens uit de beleidsnota 2008 kon afleiden, hebben we
wat de verdere aanpak betreft, afgesproken dat we in de loop van de
volgende maanden op basis van die voorstellen goede afspraken, een
werkwijze en een traject zullen vastleggen om zodoende het debat
effectief te laten leiden naar enkele belangrijke beslissingen.
Om het debat te versnellen, heb ik wel enkele initiatieven genomen. Ik
wens het Parlement reeds te laten meedenken over de
hervormingsplannen en heb daarom reeds die voorstellen
toegezonden.
Ik heb het openbaar ministerie en de Hoge Raad voor de Justitie
uiteraard aangemoedigd om het debat verder te zetten in
samenwerking met de vertegenwoordigers van de korpschef, de
magistratuur, de vrede- en politierechters en de leidinggevende
griffiers en parketsecretarissen. Zij hebben mij trouwens uitdrukkelijk
gevraagd om het debat te kunnen voortzetten op basis van het
tussentijds rapport en het ritme van de vergaderingen en het overleg
ter zake niet te temporiseren. Thans gaan we na hoe het overleg met
de FOD en met het kabinet daarover kan worden geoptimaliseerd.
Ik heb inderdaad een onderzoeksopdracht uitgeschreven nog vóór ik
die rapporten had ontvangen omdat een en ander moet worden
onderzocht. Er moet een kritische analyse worden gemaakt van de
voorstellen uit het werkveld en er moeten strategieën worden
aangeleverd om het debat te stroomlijnen naar een beslissingsrijp
voorstel.
In dit stadium van de hervormingsbesprekingen werden dus geen
présidents des commissions de la
Justice et du Droit familial à un
débat à ce sujet au sein de leur
commission.
Le texte est consultable sur le site
web. Les propositions consacrent
les
principes
suivants :
un
fonctionnement plus intégré des
parquets et des auditorats du
travail, un niveau horizontal plus
large à l'échelon provincial ou
régional et une plus grande
autonomie budgétaire par le biais
d'une
décentralisation
de
l'administration centrale du SPF
Justice. Ces propositions ne
contiennent évidemment pas de
solutions toutes faites et, en tant
que telles, elles ne peuvent
évidemment pas être exécutées
immédiatement. Compte tenu de
la complexité de la réforme, il
serait dès lors prématuré de fixer
un calendrier. Conformément à la
note de politique générale 2008,
nous définirons une méthode et
tracerons un trajet sur la base de
ces propositions au cours des
prochains mois. Toutefois, j'ai
l'intention
de
remettre
ces
propositions au Parlement et j'ai
incité le ministère public et le
Conseil supérieur de la Justice à
poursuivre le débat avec les
acteurs
concernés.
Pour
le
moment,
nous
tentons
de
déterminer
comment
nous
pourrions optimiser la concertation
à ce sujet entre le SPF et le
cabinet.
Il est exact que j'ai demandé
qu'une étude soit réalisée afin
d'analyser
comment
nous
pourrions
convertir
les
propositions
formulées
en
propositions
exécutables
en
pratique par le truchement d'un
débat. Au cours de cette phase, il
n'est donc pas encore question
non plus de supprimer réellement
certains
arrondissements.
En
revanche, le passage à un niveau
provincial ou à un niveau régional
supérieur est à l'ordre du jour.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
concrete arrondissementen genoemd die moeten worden afgeschaft.
De algemene teneur is wel dat er naar een provinciaal of een hoger
regionaal niveau, een niveau dat de arrondissementen overstijgt,
moet worden geëvolueerd.
Ik meen daarmee te hebben geantwoord op al uw vragen.
06.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wij hervallen in de oude vormen en gedachten.
U zult het overleg over de studies enigszins coördineren. Er zal dus
niks gebeuren. Dat is wat ik uit uw antwoord begrijp.
Uw hervorming van de justitie zal een herhaling van de geschiedenis
van justitie zijn. Er zal met name enkel over worden gepraat.
06.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Il est abondamment
question d'étude, de concertation
et de coordination. Autrement dit,
la réforme ne dépassera pas le
stade des palabres.
De voorzitter: Het rapport is nogal omvangrijk. Het werd nu pas
gekopieerd. Wij zullen het per post bij alle leden van de commissie
doen toekomen.
La présidente: Compte tenu du
fait que le rapport, qui vient
seulement d'être photocopié, est
très volumineux, nous l'enverrons
à tous les commissaires par la
poste.
06.04 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, Ik heb
begrepen dat wij tijd zullen hebben om het te lezen.
06.04
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Je pense que nous
aurons tout loisir de le lire.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07 Question de Mme Clotilde Nyssens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les difficultés de la justice de recourir aux nouvelles technologies et le
manque de moyens qu'elle déplore actuellement" (n° 7287)</b>
07 Vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de moeilijke toegang van het gerecht tot de nieuwe technologieën
en het gebrek aan middelen dat momenteel wordt betreurd" (nr. 7287)
07.01 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la presse a relaté, voici quelques jours, deux importants
procès d'assises qui se sont déroulés respectivement à Bruxelles et à
Liège.
Le premier procès concernait le meurtre d'un jeune bruxellois par
deux autres mineurs qui avaient tenté de lui subtiliser son lecteur
MP3. Dans le cadre de cette affaire, de nombreuses difficultés
technologiques ont été déplorées par la presse je suis toujours
prudente quand je relate la presse mais il est intéressant de voir que
celle-ci s'intéresse même aux détails techniques des procédures en
cours ainsi que par les parents de la victime, les avocats et les
autorités judiciaires elles-mêmes. À la lecture des témoignages, ces
dysfonctionnements ne semblent pas dignes d'une société moderne
ou d'une justice qui devrait bien fonctionner sur la base des
technologies de l'information et de la communication.
Les faits suivants ont notamment été relevés: il fallait diffuser des
images de la reconstitution du meurtre du jeune homme précité et des
documents photographiques illustrant le dossier. Lors de la diffusion
du film, les images étaient sans cesse interrompues dans leur
diffusion et le son était d'une mauvaise qualité, rendant les
07.01 Clotilde Nyssens (cdH): In
de loop van twee belangrijke
assisenprocessen, in Brussel en in
Luik, berichtte de pers dat er grote
technische
problemen
waren.
Dergelijke disfuncties lijken een
moderne maatschappij en een
gerecht
waarvan
de
goede
werking zou moeten berusten op
informatie-
en
communicatietechnologieën
onwaardig.
Los van het imago van de justitie,
doen die disfuncties vragen rijzen
met betrekking tot de rechten van
de verdediging, een eerlijk proces,
een tegensprekelijk debat en het
recht berecht te worden in het
kader van een proces dat een
democratische
maatschappij
waardig is.
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
déclarations inaudibles. En conséquence, la présidente de la Cour
d'assises, constatant l'impossibilité de profiter de ces moyens
techniques, a dû lire les déclarations consignées sur papier dans le
dossier pour rendre ce matériel exploitable lors du procès.
Avant une suspension d'audience, rendue nécessaire par ces
difficultés, la présidente répliqua aux avocats, qui se plaignaient
légitimement de la situation, que l'appareil exploité avait été prêté
gracieusement par la police fédérale et que "la justice dépendait,
question d'équipements, du bon vouloir du cabinet du ministre de la
Justice".
Le deuxième procès concernait des personnes soupçonnées d'avoir
appartenu à la pègre liégeoise et d'avoir commis des attaques de
fourgons blindés et de nombreux assassinats. Lors de ces débats
également, des problèmes techniques ont été déplorés. En raison des
mesures de sécurité prises ce procès est dit à haut risque , les
accusés étaient devenus inaudibles lors des débats. Des systèmes de
micro furent installés mais, pour une raison indéterminée, ceux-ci se
révélèrent défectueux, ce qui nécessita des travaux supplémentaires
et, partant, des dépenses supplémentaires.
Au-delà de l'image donnée à la justice et aux autorités judiciaires, ces
questions participent des droits de la défense, du procès équitable, du
contradictoire et du droit d'être jugé dans le cadre d'un procès digne
de ce nom et digne d'une société démocratique.
Nous savons en outre que ces problèmes sont loin d'être neufs. Il y a
lieu de les résoudre maintenant!
Pouvez-vous doter prochainement les cours et tribunaux d'un matériel
informatique et hi-fi satisfaisant pour permettre le déroulement des
débats dans un minimum de confort?
Les moyens de la justice, on en a déjà beaucoup parlé, vont-ils être
augmentés pour ces postes? Si oui, de quel ordre? Y aura-t-il une
progression continue dans les années à venir?
Malgré tout ce que vous nous avez déjà dit en commission, je
voudrais savoir, dans les cas d'espèce que j'ai soulevés, pourquoi on
a rencontré ces difficultés, nonobstant les plans que vous envisagez
pour améliorer les choses?
Dans le calendrier de la présente législature, quelles sont les étapes
pour remédier à ces problèmes?
Monsieur le ministre, ces deux procès mammouths de droit pénal, qui
donnent une image particulièrement inquiétante, font tache en
Belgique actuellement et la population est très à l'écoute de la justice.
Die problemen zijn bovendien een
oud zeer, dat weten we, en zij
moeten dan ook nu worden
opgelost!
Kunt u de hoven en rechtbanken
aanstonds voorzien van het nodige
informaticamateriaal en de nodige
hifi-installaties?
Zullen
de
middelen van Justitie voor die
posten worden opgetrokken? Zo
ja, voor welk bedrag? Waarom is
men in voornoemde gevallen op
die moeilijkheden gestuit?
07.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, aucune notification de problème n'a été reçue par nos
services en ce qui concerne la cour d'assises de Bruxelles.
Pour la cour d'assises de Liège, nos services ont été avertis d'un
problème lié au dossier Habran.
Je dois d'abord vous signaler que le matériel informatique ne pose
07.02 Minister Jo Vandeurzen:
Onze diensten hebben geen
enkele
probleemmelding
ontvangen wat het hof van assisen
van Brussel betreft. Voor het hof
van assisen van Luik werden onze
diensten op de hoogte gebracht
van een probleem in verband met
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
aucun problème. Actuellement, les cours et les tribunaux sont équipés
d'un matériel hi-fi satisfaisant.
En cas de procédure importante, comme certaines procédures devant
la cour d'assises, un contrat est passé avec des tiers, c'est-à-dire
avec un établissement externe. L'objet dudit contrat est de prévoir un
équipement hi-fi et vidéo conformément aux besoins du cas
particulier.
Lors de la session de la cour d'assises de Liège dans le cadre du
traitement du dossier Habran, un tel contrat a évidemment été conclu.
À cause de problèmes techniques, l'audience a été suspendue et les
problèmes techniques ont été résolus. Dès que nécessaire,
l'équipement existant sera remplacé.
Actuellement, votre deuxième question ne semble pas pertinente. En
effet, le système tel qu'il existe fonctionne convenablement.
Bien entendu, tout comme vous, je déplore ce qui s'est passé à la
cour d'assises de Liège. En effet, ce genre de problème nuit à l'image
de la Justice.
Cela dit, aucun autre problème ne m'a été signalé.
het dossier Habran.
Het informatica- en hifimateriaal
doet geen enkel probleem rijzen.
Wanneer het om een belangrijke
procedure
gaat,
wordt
een
contract gesloten met derden. De
bedoeling van het contract in
kwestie is te zorgen voor een hifi
en een video die aangepast is aan
de behoeften van het specifieke
geval. Dit type contract werd
gesloten in het kader van het
dossier
Habran.
Wegens
technische problemen werd de
zitting geschorst. De technische
problemen werden opgelost. Het
huidig systeem werkt behoorlijk.
Uiteraard berokkent dit soort
probleem schade aan het imago
van Justitie
07.03 Clotilde Nyssens (cdH): Madame la présidente, monsieur le
ministre, j'ai pris acte de votre réponse.
De mon côté, je vais procéder à des investigations afin de savoir
comment il est possible que certains problèmes puissent se poser,
que ce soit à Liège ou à Bruxelles, sans que cela ne soit porté à votre
connaissance. En effet, il est regrettable que des faits soient relatés
dans la presse alors que les autorités qui devraient intervenir n'en
sont pas informées. Comme vous l'avez dit, cela nuit à l'image de la
justice.
07.03 Clotilde Nyssens (cdH): Ik
zal een onderzoek instellen om uit
te maken hoe het mogelijk is dat
sommige problemen zich kunnen
voordoen zonder dat men er u in
kennis van stelt.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de aangekondigde extra gevangenis in Vlaanderen" (nr. 7324)
08 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la nouvelle prison qui devrait être construite en Flandre" (n° 7324)</b>
08.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, de West-Vlaamse gouverneur Paul
Breyne heeft laten weten dat er in West-Vlaanderen op korte termijn
geen geschikte locatie van negen hectare groot en onmiddellijk
bebouwbaar is voor het optrekken van een nieuwe gevangenis. Dat
heeft hij blijkbaar geantwoord op een vraag van de Regie der
Gebouwen, vandaar mijn vier vragen.
Ten eerste, betekent het dat er nog steeds geen locatie is gevonden
voor de bouw van de aangekondigde extra gevangenis in Vlaanderen,
laat staan in Brussel of Wallonië?
Ten tweede, zijn de locaties voor de extra gevangenissen in de
andere Gewesten reeds bekend?
08.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le gouverneur de la
province de Flandre occidentale,
M. Paul Breyne, a répondu
récemment à une question posée
par la Régie des Bâtiments qu'il
n'y avait pas actuellement dans sa
province de site adéquat pour la
construction d'une nouvelle prison.
Cela signifie-t-il que l'on est
toujours en quête de sites
appropriés pour la construction de
nouveaux
établissements
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Ten derde, wat betekent dat voor de timing, vooropgesteld in het
zogenaamd masterplan Gevangenissen?
Ten vierde, blijft u erbij dat u uiterlijk tegen 2012 2.500 extra
gevangenisplaatsen zult hebben gecreëerd?
pénitentiaires? Cela n'hypothèque-
t-il pas le masterplan pour les
prisons lancé par le ministre? Le
ministre persiste-t-il à promettre
que notre pays disposera d'ici
2012 de 2.500 places de prison
supplémentaires?
08.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, na de
goedkeuring van het masterplan door de regering, werd in overleg
met de minister van Financiën, verantwoordelijk voor de Regie der
Gebouwen, een rondvraag gericht aan de provinciegouverneurs, aan
Landsverdediging en aan de NMBS naar potentiële terreinen die in
aanmerking zouden kunnen komen voor de oprichting van een
penitentiaire inrichting.
Er zijn in Vlaanderen momenteel 18 terreinen aangeboden. Door een
werkgroep bestaande uit ambtenaren van de Regie der Gebouwen en
de FOD Justitie, directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen, wordt
onder het gezag van de opgerichte task force momenteel een
vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar hun geschiktheid. Op
aangeven van mijn administratie werd eerst een lijst van
selectiecriteria opgesteld. Die criteria hebben betrekking op de prijs,
de stedenbouwkundige bestemming, de afmetingen en vorm, de
oppervlakte,
de
uitbreidbaarheid,
de
ligging,
de
penitentiairgeografische
knelpunten,
de
bereikbaarheid
en
mogelijkheid tot ontsluiting, de veiligheidseisen, de omgeving, de
terreingesteldheid hellend of vlak, begroeiing, af te breken of te
behouden bestaande constructies, aanwezigheid van wegenissen op
of naast het terrein de bodemgesteldheid eventuele vervuilingen,
draagkracht, waterhuishouding de bereikbaarheid met het openbaar
vervoer, de nabijheid van gerechtsgebouwen en politie en de
parkeermogelijkheden. Op die wijze worden de terreinen tegen elkaar
afgewogen om tot de meest optimale site te komen. De bevindingen
van de werkgroep zullen vervolgens aan de task force worden
voorgelegd, die dan een voorstel van beslissing zal uitwerken.
Een gelijkaardige procedure is gevolgd voor de andere Gewesten. Het
onderzoek loopt dus ook voor Brussel en Wallonië.
Het feit dat er nog geen definitieve terreinkeuze werd gemaakt, heeft
in de huidige stand van zaken nog geen invloed op de planning.
Volgens de tijdstabel moeten wij trouwens pas over enkele maanden
bedoelde keuzes definitief vastleggen.
Op datum van vandaag kan worden gesteld dat de vooropgestelde
doelstellingen kunnen worden gehaald. Een aantal van de cellen
waarvan de recuperatie op korte termijn was gepland, werd reeds
opnieuw ter beschikking gesteld. Ook de andere werken voor de
bijkomende capaciteit verlopen nagenoeg volgens planning.
De forensische, psychiatrische centra in Gent en Antwerpen zullen
inderdaad medio en eind 2012 klaar kunnen zijn. De oplevering voor
de nieuwe, vier klassieke inrichtingen in Dendermonde en op drie
nieuwe locaties is nog steeds voor voornoemde periode gepland.
De projecten voor de opvang van de jeugddelinquenten in Everberg
08.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Après l'adoption du masterplan, un
questionnaire a été adressé aux
gouverneurs de province, à la
Défense nationale et à la SNCB
afin qu'ils nous informent des
terrains qui pourraient entrer en
considération pour la construction
d'une nouvelle prison. En Flandre,
dix-huit terrains ont été proposés.
Sur la base d'une liste de critères
de sélection comme le prix, la
situation
géographique,
l'accessibilité, la possibilité d'une
extension et les infrastructures de
stationnement, un groupe de
travail se penche actuellement sur
la question de savoir si ces
terrains sont adéquats. Ce groupe
de
travail
soumettra
ses
conclusions à la task force qui
rédigera ensuite une proposition
de décision. Une procédure
identique sera suivie pour les
autres régions. Le fait qu'aucun
choix définitif n'ait encore été fait
n'influe en rien sur la planification
du masterplan.
Au
demeurant,
selon
cette
planification,
une
décision
définitive ne doit tomber que dans
quelques mois. Les objectifs fixés
seront atteints. Certaines cellules
dont
la
récupération
était
programmée à court terme ont
déjà été remises à disposition. Les
travaux en cours dont le but est de
créer
de
la
capacité
supplémentaire se déroulent eux
aussi
conformément
à
la
planification. Les centres de
psychologie légale de Gand et
Anvers seront prêts vers le milieu
de 2012 et fin 2012. Les nouveaux
établissements à Termonde et à
trois autres endroits seront bien
construits. Enfin, la prise en
charge des délinquants juvéniles à
Everberg et Achène est également
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
en Achêne zitten op schema.
préparée comme prévu.
08.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, ik dank
de minister voor de info.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09 Question de M. Olivier Hamal au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'évaluation du nouveau système de garantie locative" (n° 7403)</b>
09 Vraag van de heer Olivier Hamal aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de evaluatie van de nieuwe huurwaarborgregeling" (nr. 7403)
09.01 Olivier Hamal (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, l'article 10 relatif à la caution locative figurant dans la loi du
20 février 1991 a été modifié par une loi du 25 avril 2007. Parmi les
différentes possibilités de constituer une caution locative, et ce dans
une optique de favoriser l'accès au logement, il a notamment été
permis que le preneur opte pour une garantie dite bancaire qu'il
s'engage à reconstituer totalement par mensualités constantes
pendant la durée du contrat, avec un maximum de 3 ans. Dans cette
hypothèse la caution est alors de trois mois maximum.
L'institution financière devra être celle dans laquelle le preneur
dispose le cas échéant d'un compte bancaire sur lequel sont versés
ses revenus professionnels ou de remplacement. Si le preneur met fin
au versement de ses revenus professionnels ou de remplacement
dans l'institution en question, celle-ci est en droit de réclamer la
constitution intégrale et immédiate de la garantie.
Il ressort cependant de la pratique que les banques ne mettent
aucune bonne volonté à mettre en oeuvre ce système de garantie tel
qu'explicité ci-avant et même qu'elles multiplient les obstacles.
C'est ainsi que la banque Fortis réclame encore à l'heure actuelle des
frais d'ouverture de dossier de 250 et que si ING se contente d'un
droit d'ouverture de dossier de 100 , une commission annuelle de
2% sur le montant de la garantie est néanmoins réclamée avec un
minimum de 25 .
Par ailleurs, Fortis entend limiter sa garantie à trois ans, faisant fi de
ce que la durée légale d'un bail toujours sur la base de la loi de
1991 est de neuf ans!
En d'autres termes, ce mode de constitution de la garantie locative
semble en l'état inapplicable et il serait d'ailleurs intéressant de savoir
si au cours des 16 derniers mois, une seule garantie bancaire de ce
type a été constituée. Nous en doutons fort.
Par ailleurs, dans le cadre des mesures reprises par le gouvernement
au niveau du Plan fédéral de lutte contre la pauvreté, adopté par le
gouvernement fédéral en juillet dernier, il est prévu que le ministre de
la Justice, en collaboration avec les entités fédérées, mette en oeuvre
l'évaluation du nouveau système de garantie locative en tenant
compte notamment de l'évaluation de terrain qui serait actuellement
pilotée par le Réseau bruxellois pour le droit à l'habitat et menée avec
des partenaires de première ligne, flamands et wallons.
09.01 Olivier Hamal (MR): Het
federale plan ter bestrijding van de
armoede
dat
in
juli
werd
aangenomen, voorziet in een
evaluatie
van
de
nieuwe
huurwaarborgregeling. De banken
werken de uitvoering van de
samenstelling
van
een
huurwaarborg
via
een
bankwaarborg
bestaande
uit
constante
maandelijkse
afbetalingen, zoals bepaald in de
wet van 25 april 2007, echter
steeds meer tegen.
Welke
maatregelen
heeft
u
genomen om tot deze evaluatie
over te gaan en de verenigingen
die de huurders en de eigenaars
vertegenwoordigen
erbij
te
betrekken? Wanneer zal de
evaluatie zijn uitgevoerd? Hoe
zullen de deelgebieden hierbij
betrokken
worden?
Welke
maatregelen denkt u te nemen ten
aanzien van de banken? Hoeveel
bankwaarborgen zijn er toegekend
sinds
april
2007?
Welke
hervorming bent u van plan door te
voeren als uit de evaluatie blijkt
dat de oogmerken met het huidige
systeem niet bereikt worden?
Ik herinner er bovendien aan dat
mevrouw Marghem en ikzelf een
wetsvoorstel hebben ingediend dat
ertoe strekt terug te grijpen naar
de waarborgregeling van drie
maanden in afwachting van een
groot debat over de toegang tot de
huisvesting, waarin met name het
voorstel van mevrouw. Nyssens
betreffende de oprichting van een
federaal huurwaarborgfonds ter
sprake zou moeten komen.
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
M. le ministre peut-il me préciser les mesures qu'il a prises depuis le
mois de juillet dernier pour mettre en oeuvre l'évaluation dont
question,
notamment
pour
solliciter
l'avis
d'associations
représentatives
des
locataires
et
des
propriétaires
qui,
manifestement, n'ont pas été consultées en l'état par le Réseau
bruxellois pour le droit à l'habitat et ses partenaires?
Quel est le timing qu'il compte tenir pour mener à bien ladite
évaluation?
Comment les entités fédérées seront-elles associées à l'évaluation?
Quelles sont les mesures qu'il compte prendre pour que les banques
jouent le jeu et pour les interroger sur le nombre de garanties
octroyées depuis avril 2007, sur la base de la nouvelle législation
mise en place?
Quelles sont ses intentions quant à une réforme à entreprendre s'il
résultait de l'évaluation qu'elle n'atteint pas le but recherché?
Je rappellerai par ailleurs qu'avec ma collègue, Mme Marghem, nous
avons déposé une proposition de loi visant à revenir au système de
garantie de trois mois qui existait avant la loi du mois d'avril 2007,
initiative à prendre pour avoir un système praticable et ce, dans
l'attente d'un débat plus large sur la question de l'accès au logement,
tenant compte de tous les intérêts en présence, locataires et bailleurs
et, le cas échéant par exemple, de la discussion d'une proposition de
loi déposée par ma collègue, Mme Nyssens, visant à créer un fonds
fédéral de garantie locative qui pourrait en effet être l'une des pistes
en la matière.
09.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, avant de pouvoir
évaluer la disposition sur la garantie locative, normalement prévue un
an après l'entrée en vigueur de ce système, c'est-à-dire le 5 mai
2008, il fallait attendre le résultat de la requête en annulation introduite
devant
la
Cour
constitutionnelle
concernant
notamment
l'inconstitutionnalité de l'alinéa 4 de l'article 10, §1 de la loi sur les
baux à loyer et qui a été introduite par plusieurs institutions bancaires
le 7 novembre 2007.
Afin d'éviter d'exécuter un travail en vain, il était conseillé d'attendre
l'arrêt de cette cour avant de prendre des décisions concernant le
système de garantie. L'arrêt dans l'affaire susmentionnée est
intervenu le 1
er
septembre 2008. Il stipule clairement que la mesure
visée est raisonnablement justifiée et pas manifestement
disproportionnée au but poursuivi. Dès lors, nous sommes certains
que le système n'est pas inconstitutionnel.
Par ailleurs, il faut tenir compte du fait que la législation en matière de
baux à loyer, y compris le système de garantie locative, relevait du
premier paquet de la réforme de l'État, ce qui me faisait solidement
douter de l'opportunité de réaliser une telle évaluation au niveau
fédéral juste avant la régionalisation de la matière. Bien que les
événements récents ont sans doute retardé cette régionalisation, je
reste convaincu de la possibilité de trouver à ce sujet un accord
politique dans les mois à venir. Si le Conseil des ministres restait,
même dans ces conditions, convaincu de l'utilité d'une évaluation au
niveau fédéral, il serait indispensable d'y associer les Régions.
09.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het leek aangewezen het arrest
van het Grondwettelijk Hof af te
wachten met betrekking tot het
door
de
bankinstellingen
ingediende
verzoekschrift
tot
vernietiging vooraleer de evaluatie
te starten. Dat arrest dateert van 1
september 2008 en bevestigt de
grondwettelijkheid
van
de
maatregel.
De huurwetgeving maakt echter
ook deel uit van het eerste pakket
van de Staatshervorming. Is het
wel een goed idee die wetgeving
op
het
federale
niveau te
evalueren,
net
voor
die
bevoegdheid wordt overgeheveld?
Indien de ministerraad effectief die
mening is toegedaan, zouden de
Gewesten zeker bij die evaluatie
moeten worden betrokken. De te
nemen maatregelen zouden dan
voortvloeien uit de resultaten van
die evaluatie.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
Les mesures à prendre par le gouvernement fédéral découleront des
résultats de l'évaluation éventuelle.
Je vous renvoie en deuxième lieu à l'article 10, §1, alinéa 4 de la loi
sur les baux à loyer, tel que remplacé par la loi du 27 avril 2007, qui
contient une partie de la réponse.
Suite à une évaluation un an après l'entrée en vigueur de ce système,
le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, pourra organiser
une garantie publique pour couvrir les garanties octroyées par les
institutions financières à certaines catégories de locataires, selon les
modalités de financement qu'il définit.
Votre question mentionnait la banque Fortis. Si, à la suite de la crise
bancaire actuelle, une telle nouvelle garantie publique ne s'avérait pas
opportune, il conviendrait d'examiner d'autres pistes.
Ik verwijs ten slotte naar de
huurwet, die bepaalt dat de
Koning, na een evaluatie die zal
plaatsvinden één jaar na het van
kracht worden van dit systeem, bij
een besluit vastgesteld na overleg
in de Ministerraad een openbare
waarborg zal kunnen organiseren
om de waarborgen te dekken die
door de financiële instellingen
toegekend werden aan bepaalde
categorieën huurders die Hij
vaststelt,
volgens
de
financieringsmodaliteiten die Hij
vaststelt. Indien zo een nieuwe,
openbare waarborg geen goede
oplossing zou blijken, blijven er
natuurlijk nog andere denksporen
open.
09.03 Olivier Hamal (MR): Monsieur le ministre, votre réponse me
laisse un peu sur ma faim. Je reste sceptique car dans le cadre du
Plan fédéral de lutte contre la pauvreté, adopté par le gouvernement
et à l'initiative de M. le secrétaire d'État Delizée, il a été prévu que le
ministre de la Justice mène une évaluation notamment avec les
associations de terrain de première ligne sur base d'un rapport qui
aurait été réalisé par le Réseau bruxellois pour le droit à l'habitat.
Apparemment, la mission a été confiée au ministre de la Justice de
mener cette évaluation. Je comprends les réserves dont vous faites
état et qui sont liées au fait que demain, cette matière pourrait être
régionalisée, qu'elle faisait partie du premier paquet et que cela a été
reporté dans le contexte que nous connaissons. Mais il n'en demeure
pas moins que nous savions déjà au mois de juillet, lorsque le Plan
fédéral de lutte contre la pauvreté a été adopté, que tout cela était
reporté et on donnait quand même au ministre de la Justice mission
de procéder à cette évaluation.
Cette évaluation est-elle en cours? Quand peut-on en attendre les
premiers résultats? J'insiste pour que l'ensemble des parties soient
consultées, non seulement les associations de défense des locataires
mais également les associations de défense des propriétaires.
09.03 Olivier Hamal (MR):
Hoewel ik begrip heb voor uw
terughoudendheid
tegen
de
achtergrond van een mogelijke
regionalisering van de materie,
bepaalt
het
Federaal
Plan
Armoedebestrijding dat er door de
minister van Justitie een evaluatie
moet worden verricht, in het
bijzonder in samenwerking met het
middenveld en op grond van een
rapport van de Brusselse Bond
voor het Recht op Wonen. Is die
evaluatie aan de gang? Wanneer
zullen we over de resultaten
kunnen beschikken? Ik dring erop
aan dat alle partijen geraadpleegd
worden.
09.04 Jo Vandeurzen, ministre: Cette évaluation n'est pas encore en
cours. Si mes souvenirs sont bons, la référence que vous faites au
Plan de M. Delizée concerne également les prix.
09.04 Minister Jo Vandeurzen:
Voor het ogenblik wordt er geen
enkele evaluatie verricht. Als mijn
geheugen mij niet in de steek laat,
heeft het actieplan van de heer
Delizée eveneens betrekking op
het
systeem
van
de
referentieprijzen.
09.05 Olivier Hamal (MR): À ce sujet, je vais poser une question au
ministre de l'Intérieur car c'est lui qui est chargé de suivre cette
matière et d'informer utilement les communes.
Monsieur le ministre, comptez-vous mettre en oeuvre cette
évaluation?
09.05 Olivier Hamal (MR): Ik zal
de minister van Binnenlandse
Zaken daarover ondervragen. Zal
u die evaluatie ten uitvoer
brengen?
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
09.06 Jo Vandeurzen, ministre: À partir du moment où cette
question ne sera pas reprise dans le dialogue et qu'elle restera au
niveau fédéral, nous verrons comment nous allons organiser cette
évaluation. J'ai néanmoins le sentiment que les choses vont changer
dans un délai raisonnable. Je m'interroge donc sur le fait de savoir si
cela vaut encore la peine de faire cette évaluation sans la
collaboration des Régions.
09.06 Minister Jo Vandeurzen:
Dat zal ik doen als die materie
federaal blijft. Wordt die materie
geregionaliseerd, dan plaats ik
evenwel vraagtekens bij het nut
van zo een evaluatie die zonder de
medewerking van de Gewesten
zou gebeuren.
09.07 Olivier Hamal (MR): Monsieur le ministre, il était prévu dans le
Plan fédéral de lutte contre la pauvreté que le ministre devait mener
cette évaluation, notamment en partenariat avec les Régions. On le
disait déjà à l'époque. On pourrait peut-être lancer le chantier
maintenant, quitte à ce que les Régions le reprennent?
09.07 Olivier Hamal (MR): Het
Federaal Plan Armoedebestrijding
voorziet in een evaluatie in
samenwerking met de Gewesten.
Kan die evaluatie vandaag nog
niet van start gaan en later
overgenomen worden door de
Gewesten?
09.08 Jo Vandeurzen, ministre: Ce plan est prévu quand même
pour quelques mois! Je prendrai une initiative au moment où je saurai
dans quel contexte il faut organiser cette évaluation.
09.08 Minister Jo Vandeurzen:
Zodra ik weet in welke context die
evaluatie
georganiseerd
moet
worden, zal ik stappen doen.
09.09 Olivier Hamal (MR): La loi de 2007 prévoyait qu'on
procéderait à l'évaluation un an plus tard.
09.09 Olivier Hamal (MR): De wet
van 2007 voorziet nochtans in een
evaluatie na verloop van een jaar.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Question de Mme Jacqueline Galant au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les armes non détruites dans certaines zone de police" (n° 7229)</b>
10 Vraag van mevrouw Jacqueline Galant aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de niet-vernietigde wapens in sommige politiezones" (nr. 7229)
10.01 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la réforme de la loi sur les armes dite loi Onkelinx était
attendue par nombre de détenteurs. Les résultats déjà enregistrés
depuis sa mise en oeuvre sont d'ailleurs appréciés. Cependant,
certaines questions restent en suspens, notamment concernant la
manière de récupérer les armes déposées volontairement par les
détenteurs pour se conformer à la maudite loi de juin 2006.
En effet, si dans certaines zones de police, on a détruit les armes qui
avaient été rapportées dans les commissariats, d'autres zones ont
préféré attendre et ont donc conservé ces armes. C'est notamment le
cas de la zone que je préside.
Les propriétaires de ces armes voudraient les récupérer, mais aucune
directive n'a encore été communiquée aux zones de police sur la
manière de procéder. Ainsi, par exemple, mon chef de zone
souhaiterait pouvoir se référer à une circulaire avant d'organiser une
éventuelle redistribution des armes, ce afin d'être assuré de ne pas
commettre d'erreur.
Monsieur le ministre, pouvez-vous expliquer la procédure à suivre
pour procéder à la remise de ces armes? Beaucoup de zones sont-
elles concernées et ont-elles toujours des armes en dépôt? Disposez-
10.01 Jacqueline Galant (MR):
De resultaten van de hervorming
van de wapenwet worden op prijs
gesteld. Er blijven wel nog een
aantal kwesties te regelen, met
name de procedure om de wapens
die krachtens de wet van juni 2006
ingeleverd en niet vernietigd
werden, aan de bezitters terug te
geven. De politiezones hebben
daarover geen enkele richtlijn
ontvangen.
Welke procedure dient te worden
gevolgd voor de teruggave van die
wapens? Hoeveel politiezones
hebben de wapens bewaard?
Hoeveel
wapens
werden
vernietigd naar aanleiding van de
wet van 2006?
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
vous de chiffres quant au nombre d'armes qui ont été détruites suite à
la loi de 2006?
10.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, chère
collègue, même si aucune directive officielle n'existe quant à la
procédure à suivre pour récupérer les armes confiées aux polices
locales, dans le cadre de l'application de la loi du 8 juin 2006, la
manière dont ces dossiers sont traités est organisée lors des réunions
mensuelles entre les services des gouverneurs et le service fédéral
des armes qui assurent l'uniformité de l'application de la loi.
Les gouverneurs répercutent les informations à leur police respective.
Le nombre de zones concernées est inconnu mais limité car la plupart
des zones ont appliqué correctement la loi et ont fait procéder à la
destruction des armes récoltées plutôt que de les garder en dépôt.
J'en arrive ainsi aux conditions à remplir pour récupérer ces armes. Il
doit tout d'abord s'agir d'armes mises en dépôt à la police locale ou
auprès d'armuriers agréés.
Les armes qui ont été abandonnées et qui ont été détruites en
application de la loi telle que cette dernière était rédigée avant sa
récente modification ne sont évidemment pas concernées.
Il faut une autorisation de détention du gouverneur. Dans le cadre
d'une demande d'autorisation de détention passive, la demande de
détention doit être introduite dans les deux mois de l'entrée en vigueur
de l'article 11, §1, à savoir au plus tard le 1
er
novembre 2008.
10.02 Minister Jo Vandeurzen:
Omdat er geen officiële richtlijn is
wordt de behandeling van die
dossiers
georganiseerd
op
vergaderingen met de diensten
van de gouverneurs, die de
informatie doorgeven aan hun
politiediensten. Het aantal zones
waarover het gaat is onbekend
maar is beperkt, de meeste zones
hebben de ingezamelde wapens
laten vernietigen.
In de praktijk kunnen de wapens
die bij de lokale politie of een
wapenhandelaar
in
bewaring
gegeven werden, gerecupereerd
worden door de personen die over
een bezitsvergunning van de
gouverneur beschikken. De
aanvraag voor een vergunning
voor passief wapenbezit moet voor
1
november
2008
worden
ingediend.
10.03 Jacqueline Galant (MR): Madame la présidente, je remercie
le ministre. Si je comprends bien, rien n'empêche qu'on rende ces
armes, mais il appartient au gouverneur d'édicter une circulaire
précise pour les différentes zones de police. Je me tournerai donc
vers le gouverneur de ma province.
10.03 Jacqueline Galant (MR): Ik
zal de gouverneur van mijn
provincie vragen een omzendbrief
uit te vaardigen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de inbraakcijfers in Brussel" (nr. 7416)
11 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les chiffres en matière de cambriolages à Bruxelles" (n° 7416)</b>
11.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, van alle
hoofdsteden van de Europese Unie had Brussel vier jaar geleden het
grootste aantal inbraken per 1.000 inwoners, om precies te zijn 11,2
gerapporteerde inbraken per 1.000 inwoners. Daarmee gaat Brussel
hoofdsteden van de Europese Unie als Londen, Amsterdam, Talin en
Kopenhagen vooraf. Dat blijkt uit de statistieken van de Europese
Commissie. Het gaat hier om bijzonder verontrustende cijfers die om
een ernstige reactie vragen.
Ik heb dan ook enkele vragen. Was u op de hoogte van de ernst van
de inbraakproblematiek in Brussel in vergelijking met de hoofdsteden
van uw collega's? Wat gaat u ondernemen om deze uitgesproken
problematiek aan te pakken? Voeren de Brusselse politie en het
parket reeds een specifiek beleid om deze problematiek aan te
pakken? Zo ja, gaat u stappen ondernemen om dit bij te sturen? Gaat
11.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Il y a quatre ans,
Bruxelles connaissait le plus grand
nombre d'effractions, à savoir 11,2
pour mille habitants, par rapport à
toutes
les
autres
capitales
européennes. C'est ce qu'il ressort
des statistiques de la Commission
européenne. Ce chiffre inquiétant
appelle des mesures sévères. Le
ministre était-il informé de cette
situation?
Quelles
mesures
prendra-t-il? La police et le parquet
mènent-ils une politique spécifique
à Bruxelles? Quelle est l'évolution
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
u hierover richtlijnen geven aan de procureur van Brussel? Zo neen,
waarom niet? Was de inbraakproblematiek vroeger niet gekend? Wat
zijn de cijfers inzake inbraken in Brussel voor 2005 tot en met
augustus 2008? Is het aantal inbraken sinds 2004 want over die
cijfers gaat het nog toegenomen? Hoe verhouden de cijfers inzake
inbraken zich in de verschillende Brusselse gemeenten? Hoeveel
inbrekers zijn er sinds 2004 in Brussel opgepakt? Hoeveel werden er
vervolgd en hoeveel werden er effectief veroordeeld? In april
kondigde u voor Anderlecht een speciaal veiligheidsplan aan. Wat is
de stand van zaken op dit vlak? Wordt dit reeds op het terrein
geïmplementeerd? Wat is de evolutie van de criminaliteitscijfers en de
inbraakcijfers in Anderlecht tot en met augustus 2008?
depuis 2004? Quelle est la
situation dans les différentes
communes bruxelloises? Combien
de cambrioleurs ont-ils été arrêtés,
poursuivis
et
effectivement
condamnés depuis 2004? Où en
est le plan spécial de sécurité pour
Anderlecht et comment les chiffres
de la criminalité ont-ils évolué
jusqu'en août 2008?
De voorzitter: Mijnheer Landuyt, er zijn wel wat vragen om statistische gegevens bij. De minister is niet
verplicht daarop te antwoorden. Ik pas het Reglement toe.
11.02 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik zal u er iedere keer op
wijzen als dergelijke vragen worden gesteld. De minister kon dat
waarschijnlijk zelf ook stellen, u hoeft hem zo niet te bemoederen.
De voorzitter: Neen, het gaat om het Reglement van deze commissie.
11.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, via
strategische analyse, jaarlijkse beeldvorming, een nationaal,
politioneel veiligheidsbeeld en automatisch verwerkte gegevens op
grond
van
de
opgestelde
processen-verbaal
wordt
de
inbraakproblematiek betreffende de woningdiefstallen in Brussel door
de lokale en de federale politie opgevolgd.
Sinds enkele jaren is de stijgende inbraakproblematiek in het Brussels
Gewest duidelijk. Het fenomeen beperkt zich niet tot het Brussels
Gewest. Het is in het hele land een onrustwekkend verschijnsel.
Daarom werden de eigendomsdelicten als een prioriteit opgenomen in
het Nationaal Veiligheidsplan 2008-2011 dat door de regering op
1 februari 2008 werd goedgekeurd.
Bovendien heeft het College van procureurs-generaal omtrent de
aanpak van rondtrekkende dadergroepen een omzendbrief COL
1/2008 verspreid. Het is de taak van de federale politie om de
inspanningen betreffende de rondtrekkende dadergroepen te leveren,
zowel ten aanzien van de plaats waar de feiten worden gepleegd als
op het vlak van de plaatsen waar bedoelde groepen zich terugplooien.
Bij de federale gerechtelijke politie van Brussel is er een over vier jaar
gespreide projectgroep om de rondtrekkende dadergroeperingen in
het kader van de georganiseerde diefstallen aan te pakken.
Bij de zes politiezones in Brussel zijn, conform de prioriteiten bepaald
in het Nationaal Veiligheidsplan, de woningdiefstallen een prioriteit in
de zonale veiligheidsplannen. In het raam van het opstellen van de
zonale veiligheidsplannen komt het de lokale overheid toe om de
prioriteiten van het Nationaal Veiligheidsplan eventueel te versterken
of op lokale fenomenen of typologieën van daders bijvoorbeeld
jonge daders toe te spitsen.
Het labo heeft aan de leden van de lokale politie vorming gegeven
teneinde de kwaliteit van de technische vaststellingen te verhogen. Er
11.03
Jo
Vandeurzen,
ministre: Depuis quelques années,
le nombre de cambriolages et de
vols dans des habitations a
augmenté
de
manière
préoccupante,
pas
seulement
dans la région bruxelloise. C'est
pourquoi la priorité a été donnée
aux délits à l'encontre de la
propriété dans le Plan national de
sécurité 2008-2011. De plus, le
collège des procureurs généraux a
diffusé une circulaire spécifique
sur le traitement des groupes
d'auteurs itinérants.
Il incombe à la police fédérale de
concentrer ses efforts aux endroits
où des faits sont commis et là où
ces groupes se replient. À la police
judiciaire fédérale, à Bruxelles, un
groupe de projet s'occupe de cette
question pour une période de
quatre ans. Les vols dans les
habitations constituent une priorité
dans les plans zonaux de sécurité
des
six
zones
de
police
bruxelloises. Les autorités locales
peuvent encore accentuer cette
priorité ou cibler des phénomènes
locaux
ou
des
typologies
d'auteurs. La police locale a suivi
une formation spécifique pour
accroître la qualité des constats
techniques. Un protocole a été
signé à cet effet entre le
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
werd een protocol tussen labo en de Brusselse Rand gesloten.
laboratoire et les zones de la
périphérie bruxelloise.
En ce qui concerne la politique criminelle du parquet de Bruxelles, le
procureur du Roi me signale que le parquet ordonne
systématiquement la mise à disposition des suspects, qu'il requiert
chaque fois du juge d'instruction qu'il délivre un mandat d'arrêt.
J'attire votre attention sur le fait que ce n'est évidemment pas le
parquet qui délivre les mandats d'arrêt mais les juges d'instruction qui
statuent sur la base des critères légaux définis par la loi du 20 juillet
1990 relative à la détention préventive.
À côté de la répression, la prévention joue un rôle important. Le Plan
national de sécurité a défini quatre domaines d'action: la surveillance
ciblée aux lieux de commission des faits, l'obtention des
renseignements via la fonction de quartier, des actions ciblées de
grande envergure sur le réseau routier, la collaboration entre la police
et les victimes, rôle des réseaux d'information de quartier et
d'entrepreneurs indépendants.
Il est également fait appel à la techno-prévention pour amener les
habitants à se protéger et à prendre des bonnes habitudes. Les
conseillers en techno-prévention actifs au niveau local sont à la
disposition des citoyens et peuvent leur donner des conseils utiles
pour mieux se prémunir contre les cambriolages. La police fédérale
dispense également des conseils sur son site internet, de même que
le SPF Intérieur. Des réductions d'impôt sont prévues pour les
contribuables qui équipent leur habitation afin de la protéger contre
les cambriolages.
La coopération et la vigilance de la population doivent être soutenues
dans ce domaine.
De procureur des Konings te
Brussel meldt me dat het parket
systematisch
de
terbeschikkingstelling
van
de
verdachten gelast en telkens de
uitvaardiging
van
een
aanhoudingsbevel eist. Dat laatste
valt onder de bevoegdheid van de
onderzoeksrechter.
Naast bestraffing speelt ook
preventie een belangrijke rol. In
het
Nationaal
Veiligheidsplan
worden
vier
actiedomeinen
omschreven: een gericht toezicht
op de plaatsen waar de feiten
werden gepleegd; het inzamelen
van informatie via de wijkwerking;
grootschalige gerichte acties op
het wegennet; de samenwerking
tussen
de
politie
en
de
slachtoffers.
Voorts worden de bewoners via
technopreventieve
maatregelen
ertoe aangezet om zichzelf te
beschermen.
Technopreventieadviseurs staan
ter beschikking van de bevolking.
Net als de FOD Binnenlandse
Zaken geeft de federale politie ook
adviezen via haar website. Er
worden belastingverminderingen
toegekend
aan
de
belastingbetalers die hun woning
tegen diefstal beveiligen.
Ik beschik over cijfers per gemeente voor de jaren 2004 tot 2007,
afkomstig van de federale politie. De cijfers voor 2008 zijn nog niet
beschikbaar. Ik wil u die cijfers graag overhandigen. Er zijn drie
verschillende categorieën: woninginbraak, inbraak in bedrijf of
handelszaak en inbraak in openbare of overheidsinstellingen.
Wat de eerste categorie betreft, stel ik vast dat er 7.728 gevallen
werden vastgesteld in de negentien gemeenten voor het jaar 2004,
8.682 voor het jaar 2005, 10.980 voor 2006 en 10.021 voor 2007. U
stelt dus zelf vast dat de cijfers stijgen ten opzichte van 2006, met een
vermindering in 2007 ten opzichte van 2006.
Ik beschik over de volgende cijfers, afkomstig van het parket van
Brussel. Deze cijfers betreffen de zes politiezones van de negentien
gemeenten en hebben betrekking op de strafrechtelijke kwalificatie
van diefstal of poging tot diefstal met inklimming, braak of valse
sleutels, zowel in woningen, in gebouwen als op de openbare weg. In
2004 werden er 247 aanhoudingsmandaten afgeleverd en werden
Je
vous communiquerai les
données chiffrées par commune
pour les années 2004-2007. Les
chiffres relatifs à 2008 ne sont pas
encore
disponibles.
Les
cambriolages commis sur le
territoire des dix-neuf communes
bruxelloises ont évolué comme
suit depuis 2004 : 7.728, 8.682,
10.980 et 10.021.
En 2004, 247 mandats d'arrêt ont
été décernés et 308 jugements ont
été rendus par le tribunal
correctionnel. En 2005, il y a eu
259 mandats et 294 jugements et
en 2006, 263 mandats et 292
jugements.
En
2007,
218
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
308 vonnissen uitgesproken door de correctionele rechtbank van
Brussel. In 2005 werden er 259 aanhoudingsmandaten afgeleverd en
werden 294 vonnissen uitgesproken door de correctionele rechtbank.
In 2006 bedragen deze cijfers 263 aanhoudingsmandaten en 292
correctionele vonnissen. In 2007 zijn er 218 aanhoudingen en 184
correctionele vonnissen. In 2008 werden tot nu toe 146
aanhoudingsmandaten afgeleverd en werden 54 vonnissen
uitgesproken. Noteer dat deze cijfers meerderjarige daders betreffen
en dat er andere methoden van afhandeling bestaan, zoals de
strafbemiddeling.
arrestations et 184 jugements
correctionnels ont été recensés.
En 2008, il y a eu jusqu'à présent
146 arrestations et 54 jugements.
Ces données chiffrées ne se
rapportent qu'à des auteurs
majeurs.
Je
voudrais
aussi
souligner que d'autres procédures
de
traitement
existent.
La
médiation pénale en est une.
La commune d'Anderlecht fait partie de la zone de police Midi, aux
côtés des communes de Saint-Gilles et de Forest. Le plan zonal de
sécurité 2009-2012 concerne toute la zone. Ce plan a été approuvé
fin septembre par les bourgmestres et le procureur du Roi et doit être
introduit pour approbation par les ministres de la Justice et de
l'Intérieur selon les modalités prévues par la directive ministérielle 44.
Un appui technique a été donné à la zone afin de privilégier
l'approche intégrale et intégrée de la sécurité lors de l'élaboration du
plan. Néanmoins, les choix sont opérés par les autorités locales,
comme dans toutes les autres zones. Il n'y a pas d'intervention de
l'autorité fédérale sur ce point.
Les priorités choisies dans le plan feront l'objet de plans d'action
concrets qui doivent être développés par la zone et qui seront mis en
oeuvre le 1
er
janvier prochain. Ces plans feront appel à différents
partenariats, notamment avec les services de prévention.
Le vol dans les habitations n'est pas retenu en tant que tel comme
étant une priorité. Les autorités de police ont opté pour la délinquance
juvénile et la criminalité de rue.
La zone est dotée d'un instrument de suivi permanent de la criminalité
qui inclut les vols dans les habitations.
De gemeente Anderlecht maakt,
samen met de gemeenten Sint-
Gillis en Vorst, deel uit van de
zone
Zuid.
Het
zonaal
veiligheidsplan 2009-2012, dat van
toepassing is op de ganse zone,
werd eind september goedgekeurd
door de burgemeesters en de
procureur des Konings en moet
nog aan de goedkeuring van de
ministers
van
Justitie
en
Binnenlandse
Zaken
worden
onderworpen.
De
zone
kreeg
technische
ondersteuning bij het opstellen van
dat plan. Niettemin worden de
keuzes
gemaakt
door
de
plaatselijke overheden.
De prioriteiten die in het plan
werden vastgelegd, zullen door de
zone vanaf 1 januari 2009 ten
uitvoer worden gelegd.
Woningdiefstal als dusdanig werd
niet als prioriteit aangemerkt. Maar
de zone beschikt over een
instrument voor de permanente
opvolging van de criminaliteit, dat
ook
rekening
houdt
met
woningdiefstal.
De criminaliteits- en inbraakcijfers voor Anderlecht bedragen voor
2004 11.598, voor 2005 11.951, voor 2006 13.356, 2007 15.180.
Pour Anderlecht, les chiffres
relatifs à la criminalité et aux
cambriolages sont de 11.598 en
2004, de 11.951 en 2005, de
13.356 en 2006 et de 15.180 en
2007.
11.04 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, bedankt
voor de informatie.
Mevrouw de voorzitter, uw bezorgdheid was niet nodig. Er zijn cijfers
die studie verdienen. Alleen hoop ik dat de Franse passage geen blijk
is van de afstand waarmee u de zaken volgt.
11.04
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Nous allons étudier
ces chiffres. J'espère qu'il ne faut
pas interpréter le passage en
français dans la réponse comme
l'expression de la distance à
laquelle le ministre suit le dossier.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de Mme Zoé Genot au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les lenteurs du parquet de Bruxelles dans les dossiers concernant l'État civil"
(n° 7369)</b>
12 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de trage werking van het Brusselse parket in dossiers van de burgerlijke stand"
(nr. 7369)
12.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, monsieur
le ministre, quand une demande de visa pour regroupement familial
est introduite par un ressortissant étranger au consulat ou à
l'ambassade de Belgique, après son mariage avec un ressortissant
belge ou une personne résidant légalement en Belgique, l'Office des
étrangers émet de plus en plus souvent des doutes quant à la validité
de ce mariage. On peut même affirmer sans hésitation que ce doute
devient pratiquement systématique. Cela ne poserait pas de problème
si les parquets d'État civil émettaient des avis rapidement. Or ce n'est
pas le cas. Le parquet de Bruxelles met entre six mois et trois ans
pour procéder à l'interrogatoire du conjoint qui réside en Belgique et le
comparer à celui du conjoint au pays réalisé à l'ambassade. C'est le
délai qui est donné par le greffe aux avocats qui s'enquièrent du
temps que prendra le traitement du dossier de leur client. On peut
comprendre que ce délai puisse paraître extrêmement pénible aux
yeux de jeunes mariés.
Monsieur le ministre, combien de demandes de ce type ont-elles été
reçues, par exemple, dans la Région de Bruxelles-Capitale? Combien
de personnes s'en occupent-elles? Quelles procédures appliquent-
elles pour assurer ce suivi? Existe-t-il une raison particulière à de
telles lenteurs? Qu'avez-vous l'intention de faire pour y remédier?
12.01 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Wanneer
een
buitenlandse
onderdaan na zijn of haar huwelijk
met een Belg of met iemand die
legaal in België verblijft bij het
consulaat
of
de
Belgische
ambassade een visumaanvraag in
het kader van gezinshereniging
indient, gebeurt het almaar vaker
dat
de
Dienst
Vreemdelingenzaken twijfels uit in
verband met de geldigheid van dat
huwelijk.
De
behandelingstermijnen door de
parketten gaan echter van zes
maanden tot 3 jaar. Hoeveel
dergelijke aanvragen werden er
ontvangen
in
het
Brussels
Hoofdstedelijk Gewest? Hoeveel
mensen houden zich daarmee
bezig? Welke procedures passen
zij toe om een en ander op te
volgen? Is er een specifieke reden
waarom een en ander zo lang
aansleept? Wat zal u daartegen
ondernemen?
12.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chère collègue, quand des
demandes de visa pour regroupement familial introduites par un
ressortissant étranger au consulat ou à l'ambassade de Belgique à la
suite de son mariage avec un ressortissant belge ou une personne
résidant légalement en Belgique sont transmises à l'Office des
étrangers, cette administration peut en effet avoir des doutes quant à
la validité de ce mariage. Elle transmet alors ces éléments aux
parquets qui peuvent alors entamer des enquêtes.
Tout d'abord, mes compétences m'interdisent de me prononcer sur le
caractère quasi systématique des doutes émis par cette
administration.
En ce qui concerne les parquets, il importe que les enquêtes visant à
vérifier la réalité de ces mariages soient menées de manière
consciencieuse et précise. Lorsque cette enquête se limite à
comparer l'audition du conjoint qui réside en Belgique à celle du
conjoint qui a été entendu sur place par les services de l'ambassade
ou du consulat, elle peut être relativement rapide.
12.02 Minister Jo Vandeurzen: In
het licht van mijn bevoegdheden
mag ik me niet uitspreken over het
nagenoeg systematische karakter
van
de
door
de
Dienst
Vreemdelingenzaken
geuite
twijfels.
Het
probleem
met
betrekking tot schijnhuwelijken is
evenwel te belangrijk om er geen
aandacht
aan
te
schenken.
Volgens de statistieken van het
parket van Brussel werden er door
de voormalige Dienst Burgerlijke
Stand 243 dossiers behandeld
inzake schijnhuwelijken. Op 25
september 2008 was dat cijfer al
opgelopen tot 381 dossiers.
Sinds 15 september 2008 is de
afdeling van het Brusselse parket
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
Cependant, il s'avère souvent utile de compléter ces auditions par
d'autres éléments ou d'autres auditions qui prennent beaucoup plus
de temps et qui se justifient par les vérifications minutieuses
nécessaires à déterminer s'il ne s'agit pas uniquement d'un mariage
de complaisance visant uniquement l'obtention d'un avantage en
matière de séjour lié au statut d'époux.
La question des mariages blancs est importante et ne peut pas être
négligée. Le mariage blanc constitue aujourd'hui une infraction
pénale. Selon les statistiques du parquet de Bruxelles, sauf erreur ou
omission, 243 dossiers de mariage blanc ont été traités par l'ancienne
section de l'État civil. Ce chiffre s'élève déjà à 381 dossiers à la date
du 25 septembre 2008.
Les délais cités pour permettre au parquet de Bruxelles de procéder à
cette enquête m'ont été confirmés. Ils peuvent effectivement
apparaître longs, mais la situation vient d'être prise en mains par les
autorités judiciaires. Depuis le 15 septembre 2008, en effet, le parquet
de Bruxelles a réorganisé la section qui traite de ces dossiers. Cette
problématique est dorénavant traitée par une équipe de 12 magistrats
et 9 juristes, lesquels sont également et notamment chargés des
dossiers relatifs à des faits de moeurs, à la traite et au trafic des êtres
humains ou à la prostitution.
L'objectif poursuivi par cette réorganisation est non seulement de
lutter efficacement contre la problématique du mariage blanc, mais
également de raccourcir ces délais d'enquête.
die
die
dossiers
behandelt,
gereorganiseerd. Voortaan wordt
dit soort dossiers behandeld door
een team van twaalf magistraten
en negen juristen, die eveneens
belast zijn met de dossiers met
betrekking
tot
zedenfeiten,
mensenhandel
en
mensensmokkel en prostitutie.
Met die reorganisatie wil men niet
alleen schijnhuwelijken bestrijden,
maar ook de onderzoekstermijnen
inkorten.
12.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, je vous
remercie. J'avoue ne pas être totalement rassurée par votre réponse.
En effet, seuls 12 magistrats et 9 juristes s'occupent de tous ces
dossiers, dont certains, au regard de leur importance en matière
d'exploitation tant sexuelle que dans le domaine du travail entraînent
une surcharge de travail. Par exemple, tout un secteur maffieux se
développe sur le dos des sans-papiers.
Demander à des gens d'attendre entre 6 mois et 3 ans, voilà qui me
paraît parfaitement inacceptable: cela signifie que des enfants
naîtront loin d'un de leurs parents. J'espère que vous fixerez une
limite de temps pour la remise d'une décision. Vous ajoutez que des
enquêtes très fouillées sont parfois réalisées; personnellement, je
connais des cas où il a fallu plus d'un an pour une simple comparution
pour interrogatoire; on ne peut accepter que, dans des cas simples,
les délais d'attente pour ces gens atteignent 18 mois; c'est trop long
pour une enquête de routine.
J'aimerais donc que vous essayiez de réduire ce temps. Je vous
réinterrogerai dans six mois pour connaître les résultats et aboutir à
un suivi plus méthodique de tels cas qui ont tendance à se
généraliser. Je sais que vous n'êtes pas compétent à l'égard de
l'Office des étrangers, mais j'interrogerai aussi le ministre de
l'Intérieur, dès cet après-midi, pour savoir si noyer le parquet sous
l'ensemble des demandes n'est pas dommageable et ne l'empêche
pas de se focaliser sur les cas où une suspicion semble avérée.
12.03 Zoé Genot (Ecolo-Groen!):
Ik moet zeggen dat uw antwoord
me niet helemaal gerust stelt. Er
zijn
immers
maar
twaalf
magistraten en negen juristen voor
zoveel dossiers. Het is overigens
onaanvaardbaar
dat
mensen
wordt
gevraagd
tussen
zes
maanden en drie jaar te wachten.
Ik hoop dat u een maximumtermijn
zal bepalen voor het nemen van
een beslissing. Het is immers
onaanvaardbaar
dat,
voor
eenvoudige dossiers, de wachttijd
tot achttien maanden kan oplopen.
Ik zal hier over zes maanden op
terugkomen. Ik zal de minister van
Binnenlandse Zaken ook vragen of
het niet nadelig is het parket onder
al die aanvragen te bedelven,
waardoor
er
onvoldoende
aandacht kan gaan naar dossiers
die duidelijk verdacht zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
13 Samengevoegde vragen van
- mevrouw Els De Rammelaere aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de verschillende uitspraken in de zaak-Joe Van Holsbeeck" (nr. 7417)
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het feit dat Adam G. toch zijn straf in ons land wenst uit te zitten" (nr. 7426)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het proces tegen Adam G." (nr. 7481)
13 Questions jointes de
- Mme Els De Rammelaere au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les différents jugements dans l'affaire Joe Van Holsbeeck" (n° 7417)<br>- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le fait qu'Adam G. souhaite purger sa peine en Belgique" (n° 7426)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le procès d'Adam G." (n° 7481)</b>
13.01 Els De Rammelaere (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, op 23 september laatstleden oordeelde het hof
van assisen te Brussel dat een van de daders van de moord op Joe
Van Holsbeeck, met name Adam G., niet schuldig was aan
roofmoord, maar aan diefstal met geweld met ongewild de dood tot
gevolg. Eerder veroordeelde de jeugdrechtbank de mededader,
Mariusz O., voor roofmoord.
Ongeacht het feit of dit hier al dan niet correcte uitspraken zijn, wordt
in de publieke opinie een beeld opgeroepen dat er met twee maten
wordt gemeten in de Belgische justitie. Het komt de rechtszekerheid
niet ten goede dat over dezelfde zaak, met dezelfde feiten,
verschillende beoordelingen worden geveld.
Graag had ik daarover het standpunt gekend van de minister.
13.01 Els De Rammelaere
(CD&V - N-VA): Le 23 septembre,
la cour d'assises de Bruxelles a
estimé
qu'Adam G.,
un
des
auteurs
du
meurtre
de
Joe Van Holsbeeck, n'était pas
coupable de meurtre pour faciliter
le vol, mais de vol avec violences
ayant entraîné la mort, sans
intention
de
la
donner.
Précédemment, le tribunal de la
jeunesse
avait
reconnu
le
coauteur, Mariusz O., coupable de
meurtre pour faciliter le vol. Le fait
que différents jugements soient
prononcés dans la même affaire et
pour les mêmes faits ne profite
pas à la sécurité juridique. Quel
est le point de vue du ministre?
13.02 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ook wij waren zeer verbaasd over de toch wel
schokkende uitspraak in de zaak van Adam Giza. Iemand die
rondloopt met een mes, 6 of 7 keer steekt en onder meer vlak in de
hartstreek steekt, mag tegenwoordig blijkbaar geen moordenaar
worden genoemd. Ik weet ook wel dat wij aan die uitspraak niets
zullen veranderen en dat het u niet toekomt om die te beoordelen,
maar het is in elk geval een schokkende vaststelling dat zoiets kan.
Helemaal te gek voor woorden zou zijn dat de betrokkene, deze
dader, ook nog over een gunstregime zou beschikken. Dit heeft vorige
week ook veel ophef teweeggebracht. Bij zijn uitlevering aan ons land
werd duidelijk overeengekomen dat hij zijn straf in Polen zou moeten
uitzitten. Nu beweren zijn advocaten ineens dat hij zich thuis voelt in
de gevangenis, dat hij ginder zou worden gediscrimineerd omdat hij
van Roma-afkomst is, enzovoort. Hij zou hier zijn straf verder moeten
kunnen uitzitten wat voor gevolg heeft dat hij in plaats van de helft van
zijn straf te moeten uitzitten, die al beperkt is tot twintig jaar, slechts
een derde van zijn straf zal moeten uitzitten. Dit wil zeggen dat hij al
over enkele jaren kan vrijkomen. Dit tart werkelijk alle verbeelding.
Mijnheer de minister, in een tijd waarin u zelf hebt aangekondigd dat
buitenlanders hun straf zo veel mogelijk in hun herkomstland moeten
uitzitten, zou het niet mogen kunnen dat u een gunstregime toekent
13.02 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Nous avons également
été très surpris du jugement
choquant prononcé dans l'affaire
Adam Giza. À l'heure actuelle, un
individu qui se promène avec un
couteau et s'en sert pour porter six
ou sept coups, notamment à
l'endroit précis du coeur, ne peut
manifestement plus être qualifié
de meurtrier. Il serait totalement
insensé que l'intéressé bénéficie
de surcroît d'un régime de faveur.
Lors de son extradition vers notre
pays, il a clairement été convenu
qu'il devrait purger sa peine en
Pologne. À présent, ses avocats
affirment entre autres qu'il doit
pouvoir purger sa peine ici parce
qu'en Pologne, il serait victime
d'une discrimination en raison de
son statut de gitan, ce qui
signifierait d'emblée qu'il ne
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
aan de betrokkene.
Ik kom dan tot mijn vragen. Wat werd tussen beide ministers bij de
uitlevering overeengekomen, dus tussen u en de Poolse minister van
Justitie? Kan de precieze tekst worden meegedeeld? Ontving u reeds
een verzoek tot verblijf in een Belgische gevangenis? Kan dit zomaar?
Wat is uw oordeel over deze zaak? U kunt daarover wel een oordeel
uitspreken, namelijk of u daaraan zult meewerken dan wel of u het
zult verhinderen.
devrait purger qu'un tiers de sa
peine de vingt ans. Le ministre a
lui-même
annoncé
que
les
étrangers devaient autant que
possible purger leur peine dans
leur pays d'origine.
Quel accord le ministre a-t-il
conclu avec le ministre polonais
de la Justice lors de l'extradition?
Pourrait-on nous en communiquer
le texte exact? Le ministre a-t-il
déjà
reçu
une
demande
d'incarcération dans une prison
belge? Un tel procédé est-il
permis? Que pense le ministre de
cette affaire?
13.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, er was ook
nog een vraag van de heer Crucke. Het antwoord daarop zit impliciet
verwerkt in het antwoord dat ik zal geven.
Wat betreft de verschillende uitspraken in de zaak Joe Van
Holsbeeck, het volgende.
De regel dat eenieder recht heeft op de behandeling van zijn zaak
door een onafhankelijke rechter is niet alleen een algemeen
rechtsbeginsel, maar is ook vastgelegd in de Europese regelgeving.
Dat betekent dat de rechter niet afhankelijk mag zijn van de
uitvoerende macht noch van de wetgevende macht en evenmin van
de partijen in het geding. In België wordt aan deze vereiste voldaan
door het grondwettelijk principe van de scheiding der machten dat
weet u uiteraard door het feit dat rechters voor het leven worden
benoemd, doordat hun ambt onverenigbaar is met andere ambten,
enzovoort. De gestelde vereiste van onafhankelijkheid en
onpartijdigheid geldt eveneens voor de juryleden van het hof van
assisen.
Ons strafprocesrecht wordt bovendien gekenmerkt door het beginsel
van de vrije bewijslevering. De rechter beoordeelt in beginsel
volkomen vrij de bewijswaarde die hij aan een bepaald bewijselement
toekent. De innerlijke overtuiging van de rechter als leidmotief van de
strafrechtelijke besluitvorming omtrent de schuld aan het ten laste
gelegde feit, is te omschrijven als het resultaat van de vrije
bewijswaardering van de rechter. De jury dient volgens de wet te
oordelen in eer en geweten.
Anderzijds dient de beklaagde een eerlijk proces te krijgen, waarin de
rechten van de verdediging worden gerespecteerd. Ten slotte geldt
het principe dat men zijn rechter niet mag kiezen. De
bevoegdheidsregels, de benoeming en aanwijzing van de jury zijn
wettelijk vastgelegd.
In het Strafwetboek staat dat een minderjarige dader in beginsel wordt
beoordeeld door de jeugdrechtbank en een meerderjarige dader door
de politierechtbank, de correctionele rechtbank of het hof van assisen,
naargelang de zwaarte van de feiten. Wat de jeugdwet betreft, is er
nog steeds sprake van een beschermingsmodel. Het ontspoorde
13.03 Jo Vandeurzen, ministre:
La règle selon laquelle chacun a
droit au traitement de son affaire
par un juge indépendant est un
principe de droit général. Il y est
satisfait en Belgique par le principe
constitutionnel de la séparation
des
pouvoirs.
L'exigence
d'indépendance et d'impartialité
vaut également pour les membres
d'un jury d'assise. Le juge se
prononce en principe librement sur
la valeur probante qu'il confère à
un élément de preuve donné.
Selon la loi, le jury se prononce en
âme et conscience.
Le code pénal dispose qu'un
auteur mineur est en principe jugé
par un tribunal de la jeunesse et
un auteur majeur par le tribunal de
police, le tribunal correctionnel ou
la Cour d'assise en fonction de la
gravité des faits. En ce qui
concerne la loi relative aux jeunes,
on est toujours en présence d'un
modèle
de
protection.
La
motivation du dessaisissement
doit se faire en tenant compte de
la personnalité de l'intéressé, de
son environnement et de son
degré de maturité. La nature ou la
gravité des faits punissable ne
sont pas pertinents.
En l'espèce, les juges du tribunal
de la jeunesse et le jury de la Cour
d'assise
se
sont
prononcés
différemment à propos des faits
mis à charge et du taux de la
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
gedrag wordt nog steeds aanzien en beoordeeld volgens eigen
principes. Zo bepaalt artikel 57bis, § 1 dat de motivering tot
uithandengeving dient te gebeuren in functie van de persoonlijkheid
van de betrokkene, van zijn omgeving en van zijn maturiteitsgraad.
De aard of de ernst van de strafbare feiten is irrelevant. Zo kan een
minderjarige ook uit handen worden gegeven voor minder ernstige
feiten. Uit het dossier moet blijken dat maatregelen van opvoeding
niet meer geschikt zijn. Enkel na een met reden omklede beslissing
kan er dus sprake zijn van uithandengeving. Bovendien kan de zaak
slechts uit handen worden gegeven na maatschappelijke en medisch-
psychologische onderzoeken te hebben verricht. Door de
uithandengeving wordt de minderjarige beschouwd als een persoon
die strafrechtelijk verantwoordelijk is en dezelfde procedure moet
ondergaan als een meerderjarige.
In casu hebben de rechters van de jeugdrechtbank en de jury van het
hof van assisen anders geoordeeld omtrent de tenlastelegging en de
op te leggen strafmaat. Gezien iedere rechter naar eer en geweten
oordeelt, kunnen dergelijke verschillen voorkomen. Anders oordelen
zou betekenen dat een van beiden een mening krijgt opgelegd.
Als minister van Justitie komt het mij niet toe een oordeel of een
mening te geven met betrekking tot de gevelde uitspraken. Ik kan
alleen vaststellen dat de regels en de rechtsbeginselen werden
nageleefd.
Over de problematiek van de afwezigheid van motivering van de
schuldvraag, heeft de Commissie tot hervorming van het hof van
assisen, opgericht door mevrouw Onkelinx, zich indertijd gebogen. In
haar eindverslag van 23 december 2005 werd desbetreffend een
aantal voorstellen geformuleerd. Ik ben zinnens dit rapport aan een
studie te onderwerpen en vervolgens de nodige knopen door te
hakken in verband met de assisenprocedure, die reeds lang ter
discussie staat in ons land.
Voorstellen desbetreffend zullen worden voorgelegd begin 2009. Ook
die problematiek, de motiveringsproblematiek, zal daarin worden
behandeld. U kunt wel verwachten dat ik zal proberen om een aantal
maatregelen te nemen die niet het principe zelf in vraag stellen, maar
toch een aantal randvoorwaarden, waaronder de problematiek van de
motiveringsplicht. Daarover zal ik een aantal voorstellen formuleren.
Tot slot, aangaande de strafuitvoering, het volgende.
peine à appliquer. Dès lors que
tout juge décide en âme et
conscience, de telles différences
relèvent du possible. Il n'appartient
pas au ministre de la Justice de se
prononcer sur les jugements. Je
ne puis que constater que les
règles et les principes de droit ont
bien été observés.
Concernant
la
question
de
l'absence de motivation de la
question relative à la culpabilité, la
commission de réforme de la Cour
d'assise a formulé un certain
nombre de propositions dans son
rapport final du 23 décembre
2005. Après examen de ce
rapport, je trancherai à propos de
la procédure d'assise qui fait
l'objet de discussions depuis
longtemps dans notre pays.
Début 2009, des propositions
relatives à la problématique de la
motivation
notamment,
seront
présentées. J'ai l'intention de
prendre quelques mesures qui ne
mettent pas en question le
principe proprement dit mais
quelques conditions marginales,
notamment la problématique de
l'obligation de motivation.
En ce qui concerne l'exécution des
peines, je vous communique les
informations suivantes.
Adam G. a été mis à la disposition de la justice belge sur la base d'un
mandat d'arrêt européen. L'envoi et l'exécution d'un mandat d'arrêt
européen s'effectuent entièrement et exclusivement entre les
autorités judiciaires concernées, en l'espèce le parquet de Bruxelles
et les autorités judiciaires polonaises, plus particulièrement de
Varsovie.
Le pouvoir exécutif n'est, par conséquent, pas compétent pour
prendre une quelconque décision concernant un mandat d'arrêt
européen. L'article 5.3 de la décision-cadre relative aux mandats
d'arrêt européens prévoit la possibilité de procéder à la remise de ses
propres ressortissants.
Cette décision peut être subordonnée à la condition que, dès sa
condamnation prononcée, le ressortissant qui fait l'objet de la remise
Adam G. werd ter beschikking
gesteld van het Belgisch gerecht
op grond van een Europees
aanhoudingsbevel. De verzending
en tenuitvoerlegging van een
Europees
aanhoudingsbevel
gebeuren onder de betrokken
gerechtelijke overheden, in dit
geval het parket van Brussel en de
Poolse gerechtelijke overheden.
De uitvoerende macht is niet
bevoegd om enige beslissing te
nemen met betrekking tot een
Europees
aanhoudingsbevel.
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
retourne dans son pays d'origine afin d'y subir la peine imposée. Dans
ce dossier, comme c'est le plus souvent le cas, la garantie de retour
est également liée à la remise du ressortissant. Cette garantie figure
dans l'arrêt du 25 juillet 2006 de la cour d'appel de Varsovie, qui s'est
prononcée en appel sur l'exécution du mandat d'arrêt européen. Cela
signifie concrètement que l'autorité judiciaire belge est tenue
d'autoriser la remise d'Adam G. à la Pologne après que sa
condamnation sera devenue définitive.
La décision judiciaire polonaise ordonnant la remise du ressortissant
polonais Adam G. pour autant qu'il retourne en Pologne après sa
condamnation doit être respectée. Ni le pouvoir exécutif belge ni le
pouvoir exécutif polonais ne peuvent déroger à cette décision. L'esprit
et la lettre du mandat d'arrêt européen excluent précisément le
pouvoir de décision d'instances autres que les instances judiciaires,
de même qu'ils excluent l'accord du condamné.
Artikel 5.3 van het kaderbesluit
betreffende
de
Europese
aanhoudingsbevelen voorziet in de
mogelijkheid
de
eigen
onderdanen over te dragen.
De beslissing kan ondergeschikt
gemaakt
worden
aan
de
voorwaarde
dat,
zodra
de
veroordeling uitgesproken is, de
onderdaan die overgedragen zal
worden, naar zijn land van afkomst
terugkeert om er de opgelegde
straf uit te zitten. De waarborg op
terugkeer gekoppeld aan het
overdragen van de onderdaan
staat in het arrest van 25 juli 2006
van het hof van beroep van
Warschau dat in beroep over de
uitvoering van het Europees
aanhoudingsbevel
uitgesproken
werd. Concreet betekent het dat
de
Belgische
gerechtelijke
overheid moet toestaan dat Adam
G. aan Polen wordt overgedragen
eens de veroordeling definitief
geworden is.
De Poolse gerechtelijke beslissing
die bevel gaf tot de overdraging
van de Poolse onderdaan Adam
G. voor zover hij naar Polen
terugkeert na zijn veroordeling,
moet worden nageleefd. De
Belgische én Poolse regeringen
mogen van die beslissing niet
afwijken. De geest en de letter
van
het
Europees
aanhoudingsbevel sluiten precies
de beslissingsbevoegdheid uit van
andere
instanties
dan
de
gerechtelijke en sluiten ook het
akkoord van de veroordeelde uit.
De Poolse gerechtelijke beslissing beveelt de overdracht van de
Poolse onderdaan, Adam G., voor zover zijn terugkeer naar Polen na
zijn veroordeling wordt gerespecteerd. De Belgische noch de Poolse
uitvoerende macht kunnen afwijken van deze beslissing. De tekst en
de geest van het Europese aanhoudingsmandaat sluiten net uit dat
beslissingen zouden worden genomen door andere dan gerechtelijke
instanties. Ze sluiten zelfs de goedkeuring van de veroordeelde uit.
La décision judiciaire polonaise
ordonne le transfert de M. Adam
G. pour autant que son retour en
Pologne soit respecté après sa
condamnation. Ni le pouvoir
exécutif polonais, ni le pouvoir
exécutif belge ne peuvent dévier
de cette décision. Selon le mandat
d'arrêt européen, seule une
instance judiciaire peut prendre
une décision en la matière.
13.04 Els De Rammelaere (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord, maar ik heb niet echt een antwoord
13.04 Els De Rammelaere
(CD&V - N-VA): Je n'ai obtenu
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
gekregen op mijn vraag over de rechtszekerheid. Ik heb een
uiteenzetting gekregen over de scheiding der machten en hoe
jeugdrechters hun oordeel vellen. Ik kan echter alleen vaststellen, uit
wat ik hoor en lees in de publieke opinie, dat de mensen Justitie als
een geheel aanzien. Zij vinden het niet logisch volgens mij terecht
dat er voor dezelfde feiten verschillende oordelen worden geveld.
Ik kan uit uw antwoord afleiden dat u overweegt om een
motiveringsplicht in te voeren bij het hof van assisen. U bent wellicht
van oordeel dat, als dat zo is, er tot een andere uitspraak zou zijn
gekomen.
aucune précision en ce qui
concerne la sécurité juridique.
Pour les gens, la Justice constitue
un ensemble: ils estiment illogique
que plusieurs tribunaux puissent
rendre des jugements différents
sur un fait identique.
13.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik
heb begrepen dat er een studie van de studie komt. Tegelijkertijd hebt
u ook gezegd dat er tegen begin 2009 een meer concreet voorstel
van u zou komen. Mocht dit het geval zijn, zullen wij dat zeker
toejuichen. Wij houden dat in elk geval in het oog.
In verband met de strafuitvoering meen ik dat u een terecht antwoord
hebt gegeven. U hebt de puntjes op de i gezet. Ik hoop dan ook dat
daarover geen enkele twijfel meer zal bestaan, en Adam Giza zo snel
mogelijk naar Polen wordt teruggestuurd, als dat nog niet zou zijn
gebeurd.
Misschien kunt u de concrete situatie zelf eens bekijken. Zit hij nog in
de Belgische gevangenis en voor hoelang? Dat had ik graag nog
geweten. Ik denk dat u er op dat vlak zo snel mogelijk moet voor
zorgen dat die persoon in Polen zijn straf verder uitzit.
Voor het overige ben ik zeker tevreden met uw antwoord.
13.05 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Si le ministre présente
effectivement
une
proposition
concrète début 2009, nous nous
en féliciterons.
Par ailleurs, cette réponse me
satisfait pleinement. J'espère que
tous les doutes auront à présent
été dissipés et que M. Adam G.
sera transféré en Pologne dans
les meilleurs délais. Quand ce
transfert aura-t-il lieu?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de evoluties en recente onthullingen in het dossier Belliraj" (nr. 7431)
- mevrouw Els De Rammelaere aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de nieuwe ontwikkelingen in de zaak Belliraj" (nr. 7446)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de betrokkenheid van de Staatsveiligheid in de zaak-Belliraj" (nr. 7450)
- de heer Denis Ducarme aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het vervolg van de zaak-Belliraj in België en Marokko" (nr. 7474)
- de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de evolutie in de zaak Belliraj" (nr. 7477)
14 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les évolutions et les révélations récentes dans le dossier Belliraj" (n° 7431)<br>- Mme Els De Rammelaere au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les nouveaux développements dans l'affaire Belliraj" (n° 7446)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'implication de la Sûreté de l'État dans l'affaire Belliraj" (n° 7450)<br>- M. Denis Ducarme au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "le suivi belgo-marocain de l'affaire Belliraj" (n° 7474)<br>- M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "l'évolution de l'affaire Belliraj" (n° 7477)</b>
14.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, 14.01 Bart Laeremans (Vlaams
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
mijnheer de minister, vorige week doken er heel tegenstrijdige
berichten op over de mogelijke vervolging in Marokko van Belliraj voor
diverse in ons land gepleegde moorden. Er werd eerst gezegd dat hij
daarvoor niet zou worden vervolgd, nadien werd gezegd dat dit wel
zou gebeuren. Ik heb daarover een paar concrete vragen.
Tegelijkertijd of daags nadien dook in de kranten op dat de
Staatsveiligheid reeds vier maanden voor de bekendmaking van zijn
arrestatie door de Marokkaanse autoriteiten op de hoogte was gesteld
van de dubbelrol van Belliraj. De Staatsveiligheid zou met deze
informatie niets hebben gedaan en zowel de regering als het
Parlement en de publieke opinie hebben voorgelogen.
Tot nu toe is er slechts één krant die daarover heel uitvoerig bericht,
maar ze is formeel. Dat is aan het licht gekomen in de parlementaire
begeleidingscommissie van het Comité I. De krant zelf beschikt
echter ook over bronnen die zeer formeel zijn over het feit dat de
Marokkaanse diensten zwart op wit kunnen bewijzen dat ze 18 weken
voor het begin van de arrestatie van Belliraj de Staatsveiligheid
volledig hebben geïnformeerd. Ik citeer De Morgen: "Iedereen werd
door de Staatsveiligheid belogen: toenmalig eerste minister
Verhofstadt, zijn veiligheidsadviseur Brice De Ruyver, het Parlement,
de media en de publieke opinie."
Mijnheer de minister, het is heel ernstig. Als dit waar is, dan rijst er
een zeer groot probleem voor de heer Winants, de chef van de
Staatsveiligheid. Zijn positie is dan onhoudbaar, want dan heeft hij
zowat iedereen voorgelogen.
Ik heb ondertussen begrepen dat de Staatsveiligheid zich het
slachtoffer van leugens noemt. Het kan slechts een van de twee zijn.
De waarheid kan hier niet in het midden liggen. Ofwel was de
Staatsveiligheid ingelicht en dan heeft de heer Winants een zeer groot
probleem. Ofwel was ze niet ingelicht en dan is het een verdichtsel.
Iets tussenin kan echter niet.
Mijnheer de minister, u moet hierover duidelijkheid verschaffen. Het
kan niet zijn dat er daarover onduidelijkheid en onzekerheid blijft
bestaan of dat u deze zaken blauwblauw laat.
Ten eerste, is het juist dat de Belgische autoriteiten reeds 18 weken
voor de arrestatie op de hoogte waren? Zo ja, wat werd er met deze
informatie gedaan? Waarom werden het Parlement en de publieke
opinie wijsgemaakt dat men over geen informatie beschikte?
Ten tweede, acht u de positie van de heer Winants in deze
omstandigheden nog langer houdbaar?
Ten derde, concreter over de zaak-Belliraj, wordt Belliraj in Marokko
vervolgd voor de moorden die in België werden gepleegd? Wordt
hiervoor samengewerkt met onze gerechtelijke diensten?
Ten slotte, hoe ver staat het met de onderzoeken die daarover in ons
land werden gevoerd? Wat leverde de rogatoire commissie naar
Marokko op? Waar staat het dossier hier ter plaatse?
Belang): La semaine dernière, des
informations contradictoires ont
été
communiquées
sur
la
poursuite éventuelle de M. Belliraj
au Maroc pour des meurtres
commis dans notre pays. À peu
près simultanément, le quotidien
De Morgen indiquait que la Sûreté
de l'État avait été informée du
double rôle joué par M. Belliraj
quatre mois avant l'annonce de
son arrestation par les autorités
marocaines. Cette information
aurait été révélée lors de la
commission
parlementaire
d'accompagnement du Comité R.
Le quotidien prétend qu'il dispose
de sources confirmant que la
Sûreté de l'État a menti à tout le
monde.
J'ai cru comprendre que la Sûreté
de l'État déclare être victime de
mensonges. Le ministre peut-il
apporter des précisions sur la
question de savoir si les autorités
belges
étaient
effectivement
informées du double rôle joué par
M. Belliraj dix-huit semaines avant
son arrestation? Qu'est-il advenu
de cette information ? La position
du chef de la Sûreté de l'État, M.
Winants, est-elle encore tenable
dans ces circonstances?
M. Belliraj est-il poursuivi au Maroc
pour des meurtres commis en
Belgique? Où en sont les
enquêtes menées dans notre
pays? Quels sont les résultats de
la commission rogatoire qui s'est
rendue au Maroc?
14.02 Els De Rammelaere (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik heb dezelfde vraag ter zake. Blijkbaar was de
14.02 Els De Rammelaere
(CD&V - N-VA): La Sûreté de l'État
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Veiligheid van de Staat reeds vier maanden op de hoogte van het
dubbelleven van Belliraj, hoewel steeds werd voorgehouden dat dat
niet het geval was. Thans zou de Veiligheid van de Staat ook niet
meer samenwerken met de Marokkaanse geheime dienst. Wij
hadden daaromtrent graag een stand van zaken gehad.
Mijnheer de minister, was u op de hoogte?
Wat zal er nu gebeuren?
aurait été informée depuis quatre
mois déjà de la double vie de M.
Belliraj. Il semblerait qu'elle ne
collabore plus avec le service
secret marocain à ce jour. Quel
est l'état de la situation? Le
ministre était-il informé de tout
ceci? Qu'en est-il à présent?
14.0114.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, waarde collega's, verwarring troef in die materie,
wat zeer vervelend is, denk ik, voor de overheid. Mijnheer de minister,
ik verwijs naar uw voorzichtig antwoord eerder dit jaar, waarin u stelde
dat u met grote belangstelling het rapport van het Comité I zou
afwachten en daaruit de nodige conclusies zou trekken. "Ik zal ook
niet aarzelen om die conclusies te trekken," zo luidde uw antwoord.
Ik hoop dat u nu niet zult zeggen dat u een studie zult laten uitvoeren
over het rapport van het Comité I, want dan zou het een pak studies
zijn, deze voormiddag. Ik denk dat de zaak ernstiger is dan dat.
De vraag luidt nu wat er al dan niet aan de hand is met onze
Veiligheid van de Staat. Wie is er verantwoordelijk voor het feit, als
dat het geval is, dat u niet de correcte informatie zou hebben
gekregen op het moment van uw eerder antwoord?
Of, heel concreet, wat zijn uw conclusies uit het rapport van het
Comité I, waarvan sprake zeven maanden geleden?
14.011
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le ministre a déjà
déclaré cette année qu'il attendait
avec impatience le rapport du
Comité R et qu'il ne manquerait
pas d'en pas à en tirer des
conclusions. Que se passe-t-il à la
Sûreté
de
l'État?
Qui
est
responsable du fait que le ministre
ne disposait peut-être pas des
informations exactes au moment
de sa précédente réponse?
Quelles conclusions le ministre
tire-t-il du rapport du Comité R?
14.04 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal de vragen niet herhalen.
Het is niet alleen verwarring troef, maar ook gebabbel troef, natuurlijk,
omwille van twee feiten.
Ten eerste, was men binnen de Veiligheid van de Staat op de
hoogte? Dat heeft blijkbaar te maken met iemand die zeer
vertrouwelijk, vanuit het Comité I, naar De Morgen belde.
Het tweede feit komt van een advocaat die beweert dat zijn cliënt niet
zou worden vervolgd.
Mijnheer de minister, omdat het toch een heel belangwekkend dossier
is, wil ik duidelijkheid vragen in wat nu voorligt. Ik vermoed dat er toch
nog wel enig werk is om dat uit te klaren. Er zijn data gesignaleerd
waarop een definitief rapport klaar zou zijn. Ik wilde weten of u al een
zicht hebt op de concrete timing, zodanig dat de geruchtenmolen kan
stoppen en door een feitengeheel kan worden vervangen.
14.04 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): De nombreuses rumeurs
circulent.
Elles
proviennent
notamment d'un membre du
Comité R qui a informé De Morgen
et d'un avocat qui affirme que son
client n'est pas poursuivi. Des
précisions
doivent
être
communiquées le plus rapidement
possible. Le ministre connaît-il
l'échéancier à venir dans ce
dossier, afin que les faits puissent
être clarifiés et que les rumeurs
cessent?
14.05 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, naar
aanleiding van de artikels verschenen in de pers vorige week over de
affaire Belliraj, heeft de Veiligheid van de Staat mij nog dezelfde dag
in kennis gesteld dat zij zeer zwaar tillen aan de geuite
beschuldigingen en dat ze op geen enkel ogenblik voor het uitbreken
van de zogenaamde zaak Belliraj door de Marokkaanse autoriteiten
werden geïnformeerd over de terroristische activiteiten van de
betrokkene.
14.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Après la parution des informations
dans la presse, la Sûreté de l'État
m'a clairement fait part de son
mécontentement face à ces
accusations. À aucun moment les
autorités marocaines ne l'auraient
informée des activités terroristes
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Trouwens, diezelfde dag reageerde de Veiligheid van de Staat met
een persmededeling. Enige tijd geleden was ik trouwens zelf, via een
ander kanaal, reeds ingelicht over het feit dat de Veiligheid van de
Staat achttien weken voor het uitbreken van de zaak een dossier zou
hebben ontvangen, zo zegt men in de zaak Belliraj van de
Marokkaanse inlichtingendiensten. Ik heb dit onmiddellijk laten
natrekken bij de Veiligheid van de Staat, die opnieuw ten stelligste
ontkend heeft dat zij in die periode een dossier over Belliraj zou
ontvangen hebben van de Marokkaanse inlichtingendiensten. De door
mij ontvangen informatie heb ik ook voor verder gevolg bezorgd aan
het Comité I.
In de pers verscheen eveneens het bericht dat het Comité I in het
kader van het door mij gevraagde toezichtsonderzoek in de affaire
Belliraj zou nagaan of deze toch al zware beschuldigingen al of niet
correct zijn. Op de vraag of Belliraj al dan niet als informant werkte
voor de Veiligheid van de Staat, moet ik nogmaals verwijzen naar
artikel 42, § 3, van de wet van 30 november 1998 en een ontkennend
noch bevestigend antwoord geven. Als aan deze regels afbreuk wordt
gedaan, komt het leven van de informanten in gevaar en kunnen de
inlichtingendiensten niet langer naar behoren functioneren. In de
veronderstelling dat de Veiligheid van de Staat op een of andere
manier in kennis zou gesteld worden dat een van hun bronnen
betrokken zou zijn bij terroristische activiteiten zonder dat dit kadert
binnen de activiteiten voor de Veiligheid van de Staat, dan moeten zij
uiteraard onmiddellijk de gepaste maatregelen nemen ten opzichte
van deze bron.
Als minister werd en word ik op regelmatige basis zowel schriftelijk als
mondeling op de hoogte gehouden van de ondernomen acties door
de Veiligheid van de Staat in dit dossier. Bovendien werd het Comité I
door mij opgedragen een toezichtsonderzoek te voeren in dit dossier.
Dit onderzoek, dat nog steeds aan de gang is, zal mij toelaten vast te
stellen of er laakbare feiten zijn gebeurd in hoofde van de
Staatsveiligheid.
Over wat de bescherming van bronnen van de Staatsveiligheid
betreft, herinner ik er u aan dat de informanten van de
Staatsveiligheid geen vrijstelling van vervolging kunnen krijgen in ruil
voor informatie die zij leveren. Er bestaan strenge interne regels voor
het rekruteren van informanten en er gebeuren regelmatig evaluaties.
Interessant hierbij is om te verwijzen naar de bemerking die het
Comité I formuleerde in zijn activiteitenverslag van 2006 op bladzijde
6.
"Het Vast Comité I beval ook aan om de politiek van de Veiligheid van
de Staat, die weigert een beroep te doen op informanten die
veroordelingen opliepen, opnieuw te onderzoeken. Het Vast Comité I
gelooft immers niet dat het mogelijk is informatie in te winnen over
netwerken van de georganiseerde misdaad, zonder in contact te
komen met personen die zich in dit milieu bewegen en dus mogelijks
veroordelingen hebben opgelopen."
Dit is nog meer waar voor personen die zich ophouden in
terroristische of extremistische middens. Of de Veiligheid van de
Staat onwaarheden of halve waarheden verspreidt, zal blijken uit het
door het Comité gevoerde onderzoek. Het zou verkeerd zijn om aan
de M. Belliraj. La Sûreté de l'État
l'a confirmé le même jour dans un
communiqué de presse.
Voici quelque temps, la même
rumeur m'était d'ailleurs parvenue
par un autre canal. Je l'ai
immédiatement fait vérifier et la
Sûreté de l'État a formellement
démenti à ce moment-là aussi
avoir reçu des informations des
services
marocains.
J'ai
également
transmis
cette
information au Comité R.
Quant à la question de savoir si M.
Belliraj
travaillait
comme
informateur pour la Sûreté de
l'État, je me réfère à l'article 42 §3
de la loi du 30 novembre 1998. Je
ne puis donc pas y répondre. Ces
règles doivent éviter que la vie des
informateurs soit mise en danger
et permettre aux services de
renseignements de fonctionner
comme il se doit. Il est évident que
la
Sûreté
de
l'État
doit
immédiatement
prendre
les
mesures
adéquates
si
elle
apprend
qu'une
source
déterminée est impliquée dans
des activités terroristes.
La Sûreté de l'État m'informe
régulièrement des actions qui sont
menées dans ce dossier. De plus,
j'ai demandé au Comité R de
procéder à une enquête de
contrôle. Celle-ci est toujours en
cours et doit me permettre de
conclure si la Sûreté de l'État a
commis des faits répréhensibles.
Les informateurs ne peuvent pas
bénéficier de l'abandon des
poursuites
en
échange
des
informations
fournies.
Le
recrutement d'informateurs est
régi par des règles strictes et des
évaluations ont lieu régulièrement.
L'observation faite par le Comité R
en page 6 de son rapport
d'activités 2006 est intéressante à
cet égard.
On peut y lire notamment que le
Comité R recommande que la
Sûreté de l'État fasse elle aussi
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
de hand van een tussentijds rapport, waarin de informatie misschien
nog niet helemaal volledig dan wel nog niet ten volle in het juiste
kader werd geplaatst of geëxploiteerd, en op een ogenblik dat er nog
onderzoekspistes dienen te worden bewandeld en dat al dan niet
wezenlijke correcties of nuances opportuun kunnen zijn, reeds
conclusies te trekken.
Wat de samenwerking tussen de Marokkaanse geheime dienst en de
Veiligheid van de Staat betreft, is het zo dat de Veiligheid van de Staat
op de hoogte werd gebracht door hun Marokkaanse homologen, maar
dat de kwaliteit van de informatie-uitwisseling toch wel ondermaats is,
in vergelijking met sommige publiek afgelegde verklaringen in de pers
door de Marokkaanse overheden, die een volledig overtuigde indruk
weergeven van de beschuldigingen en van de in hun bezit zijnde
bewijzen.
De door de Marokkaanse inlichtingendienst bezorgde informatie
bevatte nauwelijks preciezere inlichtingen dan wat in de pers is
verschenen. Om tot een betere samenwerking te komen in dit en
andere dossiers werd in Brussel bij de Veiligheid van de Staat in
augustus laatstleden overleg gepleegd tussen de Veiligheid van de
Staat en de Marokkaanse inlichtingendienst Direction Générale
d'Études et de Documentation.
appel aux services d'informateurs
déjà condamnés parce qu'elle ne
pourrait obtenir d'informations sur
le crime organisé sans cela. Cela
vaut aussi, et même dans une plus
grande mesure encore, pour les
personnes qui côtoient les milieux
terroristes ou extrémistes.
L'enquête menée par le Comité
permettra de déterminer si la
Sûreté de l'État diffuse ou non des
contre-vérités. A l'heure où nous
parlons, il serait prématuré de tirer
des conclusions. Contrairement
aux déclarations publiques des
autorités
marocaines,
les
informations que les services
secrets marocains ont transmises
aux services belges étaient de
qualité médiocre. Quant aux
informations fournies par les
services
de
renseignements
américains, elles ne sont pas plus
consistantes que ce qui a été
publié dans la presse. Au mois
d'août, une concertation a encore
eu lieu à Bruxelles entre la Sûreté
de l'État et les services de
renseignements marocains en vue
de consolider leur coopération.
Le parquet fédéral a de nouveau vérifié, par le biais du magistrat de
liaison belge au Maroc, si Belliraj sera poursuivi au Maroc pour les
meurtres qu'il aurait commis en Belgique. Ceci sera effectivement le
cas.
Enfin, il y a une collaboration étroite entre les autorités judiciaires
marocaines et le parquet fédéral. Une copie des dossiers pénaux
concernant les meurtres a notamment été mise à disposition des
autorités judiciaires marocaines qui l'avaient demandée par
commission rogatoire.
En Belgique, toutes les enquêtes des meurtres auxquels Belliraj aurait
participé ont été centralisées auprès du même juge d'instruction
spécialisé en matière de terrorisme.
À ce niveau, une aide judiciaire mutuelle entre le Maroc et notre pays
se déroule. Les autorités judiciaires belges ont prié les autorités
judiciaires marocaines d'avoir la possibilité c'est important de le
souligner , par le biais d'une commission rogatoire, d'interroger
Belliraj eux-mêmes. Sur ce point, les concertations sont en phase
finale.
Étant donné la nationalité marocaine de Belliraj, une extradition du
Maroc vers la Belgique ne semble pas être possible.
L'enquête pénale à charge des inconnus soupçonnés d'avoir participé
Bij nazicht heeft het federale
parket de bevestiging gekregen
dat Belliraj in Marokko zal worden
vervolgd voor de in België
gepleegde moorden.
In België werden alle onderzoeken
in verband met de moorden
waarbij Belliraj betrokken zou zijn,
aan één enkele onderzoeksrechter
toevertrouwd, die gespecialiseerd
is in terrorismedossiers.
Tussen België en Marokko bestaat
er een regeling inzake wederzijdse
rechtshulp.
De
Belgische
gerechtelijke autoriteiten hebben
gevraagd Belliraj zelf te kunnen
ondervragen.
De
onderhandelingen daarover zijn
bijna afgerond.
Aangezien
Belliraj
de
Marokkaanse nationaliteit heeft,
lijkt een uitlevering aan ons land
niet tot de mogelijkheden te
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
sur le territoire belge aux activités du groupe terroriste Abdel Belliraj
sera poursuivie. L'enquête judiciaire se trouve auprès du même juge
d'instruction saisi dans les dossiers des meurtres.
L'enquête judiciaire concernant la plainte avec constitution de partie
civile de la part de l'administrateur général de la Sûreté de l'État est
toujours en cours.
Le bon déroulement des enquêtes pénales en cours ainsi que le
principe du secret de l'enquête pénale ne permettent pas la
publication de détails supplémentaires concernant le contenu des
différentes enquêtes.
behoren.
Het strafonderzoek ten laste van
de onbekenden die ervan verdacht
worden
op
het
Belgische
grondgebied
te
hebben
deelgenomen aan de activiteiten
van de terroristische groep rond
Abdel
Belliraj
zal
worden
voortgezet.
Het onderzoek inzake de klacht
met burgerlijke partijstelling van de
administrateur-generaal van de
Veiligheid van de Staat is nog
steeds aan de gang.
Wegens het geheim van het
strafonderzoek kan ik evenwel
geen
nadere
details
bekendmaken.
14.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik blijf op mijn honger.
Ik weet niet wanneer de betrokkene precies zal worden vervolgd. Ik
heb begrepen dat hij ook voor de moorden hier zal worden vervolgd.
Het zou dan evenwel nuttig zijn dat er een beroep kan worden gedaan
op afgeronde dossiers uit België. Volgens uw antwoord, dat u
merkwaardig genoeg in het Frans voorleest, is alles echter nog in
onderzoek en kan u hier nog niets vertellen.
Wij worden straks misschien geconfronteerd met een situatie waarbij
Belliraj wordt veroordeeld voor moorden in ons land die hier nog volop
in onderzoek zijn. Dat is een heel merkwaardige situatie.
Mijnheer de minister, ik dring erop aan dat bedoelde onderzoeken
heel snel worden afgerond en dat u ons in dat verband ook
duidelijkheid verschaft. Het is niet de eerste keer dat wij u over de
kwestie ondervragen. Telkens opnieuw moeten wij vaststellen dat u
niet kan antwoorden op de vraag of de moorden al dan niet effectief
door hem werden gepleegd. Wij blijven op dat vlak met grote
vraagtekens zitten.
Ten tweede, inzake de aantijgingen aan het adres van de Veiligheid
van de Staat die het Parlement en u zou hebben belogen, hoop ik
natuurlijk dat ook dat onderzoek zo snel mogelijk wordt afgerond en
dat het rapport duidelijkheid zal geven. Het dossier kan immers geen
halve waarheid bevatten.
Een mogelijkheid is dat de Marokkaanse Veiligheid van de Staat onze
Veiligheid van de Staat heeft ingelicht. Ik weet dat zij ontkent dat zulks
het geval is. Ik lees ter zake in de krant echter opnieuw dat de leden
van de begeleidingscommissie sceptisch op het persbericht van de
Veiligheid van de Staat reageren.
Er is dus wel degelijk iets aan de hand. Er is iets mis. Ik wil zo snel
mogelijk duidelijkheid over de kwestie.
14.06 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je reste sur ma faim.
Quand
l'intéressé
sera-t-il
poursuivi? Il sera apparemment
poursuivi pour ses meurtres
commis en Belgique mais selon le
ministre,
ces
dossiers
sont
toujours à l'instruction de sorte
qu'une condamnation pour des
meurtres qui sont encore à
l'instruction chez nous est de
l'ordre du possible. Je demande
donc
instamment
que
ces
instructions soient menées à leur
terme rapidement. Nous ignorons
toujours si les meurtres en
question ont été commis par
l'intéressé.
En outre, j'espère que l'instruction
relative aux accusations portées
contre la Sûreté de l'État sera
bouclée dans les meilleurs délais.
Il
n'est
effectivement
pas
impossible que les services de
renseignement marocains aient
informé notre Sûreté de l'État.
Quelque chose se trame quelque
part et je veux savoir le plus vite
possible de quoi il retourne
exactement. De plus, si la Sûreté
de l'État a communiqué des
informations
lacunaires
ou
inadéquates, j'estime qu'il convient
d'en tirer les conclusions qui
s'imposent.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Mijnheer de minister, ik zou ook graag hebben dat, indien inderdaad
blijkt dat de Veiligheid van de Staat u, uw diensten, het Parlement of
de vorige minister van Justitie slecht of onbehoorlijk heeft ingelicht, de
nodige conclusies worden getrokken en het hoofd van de Veiligheid
van de Staat in dat geval zo snel mogelijk de laan wordt uitgestuurd.
14.07 Els De Rammelaere (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
dank u voor uw antwoord. Ik zal het toezichtonderzoek afwachten.
Hebt u enig idee wanneer dat zal worden afgerond? Er is geen termijn
vermeld.
14.07 Els De Rammelaere
(CD&V - N-VA): Le ministre sait-il
quand l'enquête de contrôle sera
terminée?
14.08 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik vind
een en ander tamelijk schrikwekkend. Ook maak ik mij zorgen over
uw eigen positie in deze. Als u zich beperkt tot het voorlezen van
voorgeschreven teksten in twee talen is dat een voorbeeld van de
manier waarop u zich kunt laten manipuleren. Ik ga ervan uit dat in
het Frans antwoorden op Nederlandstalige vragen...
14.08
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
J'éprouve
une
certaine angoisse : le ministre
n'est-il
pas
victime
de
manipulations lorsqu'il se borne à
lire à voix haute des textes rédigés
à l'avance dans les deux langues?
De voorzitter: Collega Denis Ducarme had een gelijkaardige vraag
gesteld maar heeft zich onverwacht ziek gemeld.
La présidente: M. Ducarme a
posé une question analogue, mais
il est malade.
14.09 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik heb het begrepen, hoor. Ik
heb ook begrepen dat de minister niet in staat is zijn materie in die
mate te beheersen dat hij zich zou aanpassen aan het feit dat hier vier
Nederlandstalige vragen worden gesteld en dat de Franstalige vraag
is weggevallen.
Dat betekent dat hij zich te veel laat leiden door wat men hem
voorschotelt en dat hij zich beperkt tot het voorlezen van documenten
van anderen. In deze materie, waar meer dan ooit politieke autoriteit
nodig zal zijn om te weten wat de Veiligheid van de Staat en anderen
doen in onze naam, is het meer dan ooit nodig dat de minister weet
waarover hij bezig is.
Ik veronderstel dat het Frans blijven spreken tegen Nederlandstaligen
geen afkickverschijnsel is van iemand die afscheid heeft genomen
van N-VA, maar dat het te maken heeft met het feit dat hij zich
beperkt tot het voorlezen van teksten. In deze materie voelt men toch
meer dan ooit aan dat men aan het begin staat van een probleem?
Als u na zoveel maanden nog niet eens kunt weten of hij ja of neen op
de hoogte was van de activiteiten van de genoemde figuur, kunt u
toch wel vaststellen, na zoveel maanden, dat u een probleem hebt
met uw diensten? Dat op zich is al erg als vaststelling.
Nu zeggen dat u ook nog het toezicht op het toezicht zult afwachten is
u echt wel onderwerpen aan het probleem, in de twee landstalen.
14.09
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Certains éléments
indiquent malgré tout que le
ministre se limite par trop à donner
lecture de documents rédigés par
autrui,
alors
qu'il
s'agit
précisément
d'une
matière
requérant autorité politique et
connaissance des dossiers. On
peut affirmer que le ministre
éprouve des difficultés face à ses
services, si après tant de mois il
n'est pas en mesure de préciser si
l'on était au courant ou non des
activités de l'intéressé. Attendre le
controle me paraît témoigner
d'une
approche
passive
du
problème.
14.10 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik denk dat we inderdaad uit de krantensfeer moeten geraken en uit
de sfeer van horen zeggen en zou het misschien waar zijn. Ik denk
dat we heel dringend moeten gaan naar dit tussentijds rapport dat
eraan komt. Ik lees in de pers de datum van 15 oktober, dat is niet
14.10 Michel Doomst (CD&V - N-
VA): Nous ne devons en effet pas
nous fonder sur des rumeurs.
C'est
pourquoi
le
rapport
intermédiaire revêt une importance
capitale. Sera-t-il effectivement
prêt pour le 15 octobre, tel
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
zover weg meer. Hebt u het gevoel dat we kort bij die datum zitten of
is dat nog verder af?
qu'annoncé dans la presse?
14.11 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, als er dertig
vragen worden gesteld, waarop een aanzienlijk aantal antwoorden tot
vannacht moest worden voorbereid, is het inderdaad niet eenvoudig
om alle inlichtingen te verzamelen.
In deze zaak mag men ervan uitgaan dat het kabinet dit zo goed
mogelijk probeert op te volgen. Het is echter even juist dat ik aarzel
om conclusies te trekken wanneer ik niet het gevoel heb over alle
informatie te beschikken.
Zo vind ik het heel belangrijk dat er een moment komt waarbij onze
autoriteiten in staat zijn om de betrokkene zelf te zien. Tot op dit
ogenblik is dat nog niet het geval.
Het is ook juist dat er berichten zijn over de Veiligheid van de Staat en
het feit dat men zou zijn geïnformeerd, maar het is even juist dat ik
moet melden dat de Veiligheid van de Staat dat met klem ontkent.
Ik hoed mij ervoor om daaromtrent een positie in te nemen zonder de
absolute zekerheid te beschikken over alle informatie die op een
bepaald ogenblik aan het licht moet komen. Wat dat betreft, meende
ik destijds dat de beste manier om het Parlement te verzekeren van
het feit dat het onderzoek zou worden gevoerd in volstrekte
onafhankelijkheid was daarvoor het Comité I de opdracht te geven.
Ik zal mij aan die procedure houden. Ik heb het Comité I alle
informatie gegeven waarover ik beschikte.
Het feit dat er kranteninformatie is en dat er allerlei elementen
verschijnen in de media doet mij niet afwijken van deze koers. Ik weet
immers dat het al te gemakkelijk is om via die weg hetzij het debat in
een bepaalde richting te sturen, hetzij conclusies te suggereren.
Ik zal mij scrupuleus houden aan de procedure die werd afgesproken.
Ik zal daaruit de nodige conclusies trekken.
Dat ik in de twee landstalen probeer te antwoorden als ik vragen krijg
in de twee landstalen, getuigt, denk ik, van meer respect dan iets
anders.
14.11 Jo Vandeurzen, ministre:
Vu le nombre considérable de
questions, il n'a pas été évident de
préparer toutes les réponses dans
les délais. Le cabinet tente de
suivre ce dossier le mieux possible
mais je fais effectivement preuve
de prudence avant de tirer des
conclusions tant que j'estime ne
pas disposer de toutes les
informations. Il est important que
nos autorités puissent également
voir elles-mêmes la personne
concernée.
La Sûreté de l'État aurait été
informée mais le service même
nie formellement ces informations.
C'est la raison pour laquelle une
enquête indépendante réalisée par
le Comité R me semblait la
solution la plus appropriée et je
continuerai
à
suivre
cette
procédure, en dépit de tous les
articles
de
presse
et
des
communications dans les médias.
À mes yeux, l'attitude qui consiste
à livrer une réponse dans les deux
langues nationales dans lesquelles
les questions ont été posées ne
peut être dictée que par un souci
de respect.
14.12 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik denk dat u deze materie niet mag
beschouwen als een vraag tussen de vele andere vragen. Ik denk dat
wij hier slechts het topje van een veel grotere problematiek raken. De
vaststelling na zoveel maanden is misschien dat de bestaande
instellingen er niet in slagen om klaarheid te brengen. Dit is een zeer
gevoelige, vervelende materie.
14.12
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Loin d'être anodine,
cette
question
soulève
un
problème beaucoup plus vaste. En
effet, après de nombreux mois, les
institutions ne sont toujours pas en
mesure de faire toute la lumière
sur cette affaire.
14.13 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, de
minister heeft opdracht gegeven aan het Comité I. Het is precies in de
schoot van de begeleidingscommissie van het Comité P dat deze
zaken aan het licht zijn gekomen. Dit is dus niet zomaar uit de lucht
komen vallen. Het is niet zomaar een roddel op basis van anonieme
bronnen. Neen, dit kwam van het Comité P dat dit orgaan moet
14.13 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre a confié cette
mission au Comité R. Or il ne
s'agit pas de ragots rapportés par
des sources anonymes puisque
c'est précisément grâce à la
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
begeleiden. U moet hierin heel snel duidelijkheid scheppen en zorgen
dat dit rapport er ligt. De heer Doomst vroeg u wanneer het rapport er
zal zijn, op 15 oktober. U hebt niet eens geantwoord. Wij hopen dat u
ons zo snel mogelijk informeert.
commission de suivi que ces
éléments ont été mis au jour. Il est
impératif que le ministre, qui n'a
même pas confirmé la date du 15
octobre pour la remise du rapport,
fasse toute la lumière sur ces
événements dans les meilleurs
délais.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij de dienst elektronisch toezicht" (nr. 7296)
- de heer Bruno Steegen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het elektronisch toezicht" (nr. 7299)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het personeelstekort bij het Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht"
(nr. 7322)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het controlesysteem van gedetineerden onder elektronisch toezicht" (nr. 7377)
15 Questions jointes de
- M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la pénurie de personnel au sein du service chargé de la surveillance électronique
des détenus" (n° 7296)<br>- M. Bruno Steegen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la surveillance électronique" (n° 7299)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la pénurie de personnel au sein du Centre national de surveillance électronique"
(n° 7322)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le système de contrôle des détenus sous surveillance électronique" (n° 7377)</b>
15.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, op 18
september legde het personeel dat instaat voor het toezicht op
enkelbandgedetineerden, het werk neer. Blijkbaar zullen vanaf
oktober slechts 7 van de 19 plaatsen ingevuld zijn aan
Nederlandstalige zijde en 8 op 19 aan Franstalige zijde.
Het is niet de eerste keer dat in het nieuws komt dat er iets fameus
misloopt met de dienst die de enkelbandgedetineerden moet
opvolgen en dat die opvolging veel te laks verloopt. Op die manier, als
veel te weinig mensen die taak kunnen vervullen, is het logisch dat
straffen die op zich reeds een enorme gunstmaatregel zijn en een
enorme verlichting betekenen van de bestraffing, in de praktijk
nauwelijks nog iets voorstellen.
U hebt intussen, heb ik uit de krant vernomen, diverse beloften
gedaan, maar die zijn volgens de betrokken personeelsleden dan
weer weinig realistisch. Hierin moet duidelijkheid komen.
Kunt u een schets geven van de personeelsevolutie bij de dienst
tijdens de afgelopen twee jaren? Wat is de reden voor het grote
verloop en het schrijnende tekort?
Welke beloften werden er door u gedaan? Binnen welke termijn zullen
de problemen volledig van de baan zijn?
15.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le 18 septembre dernier,
les
personnes
chargées
du
contrôle
des
détenus
sous
surveillance
électronique
ont
cessé le travail pour protester
contre la pénurie grave de
personnel au sein de leur service.
Du fait que les membres de ce
personnel sont si peu nombreux,
la peine concernée qui est déjà
une mesure de faveur ne revêt
en pratique quasiment plus de
valeur sanctionnelle. Selon eux,
les promesses que le ministre leur
a faites par médias interposés
pèchent de surcroît par un
manque de réalisme.
Le ministre pourrait-il retracer
l'évolution
qu'a
connue
le
personnel de ce service au cours
des deux années écoulées? Qu'a
promis exactement le ministre et
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Volstaat het huidige kader, ondanks het toegenomen aantal
enkelbandgedetineerden, of moet daaraan gesleuteld worden?
pour quand? Le cadre actuel est-il
suffisant?
15.02 Bruno Steegen (Open Vld): Mijnheer de minister, mijn vraag
is gelijkaardig. Wij hebben in de krant gelezen over de staking, over
het aantal medewerkers dat er tekort is, zowel aan Vlaamse zijde als
aan Franstalige zijde. Het is des te opmerkelijker, omdat het
elektronisch wordt beschouwd als een van de oplossingen om de
overbevolking van de gevangenissen tegen te gaan.
Mijn vraag is dan ook drieledig.
Wat waren de gevolgen van de staking? Zijn er incidenten gemeld? Is
er reeds een initiatief genomen om op korte termijn het
personeelstekort weg te werken?
Hoeveel personen kunnen er onder elektronisch toezicht worden
geplaatst indien de dienst op volle kracht draait?
Hoeveel personen staan er op dit ogenblik onder elektronisch
toezicht?
15.02 Bruno Steegen (Open Vld):
La surveillance électronique est
considérée comme une des
solutions qui pourraient permettre
de lutter contre la surpopulation
dans les prisons.
Quels effets a eu cette grève? Des
incidents se sont-ils produits? Une
initiative a-t-elle été prise afin de
remédier à brève échéance à cette
pénurie de personnel? Combien
de personnes peuvent-elles être
placées
sous
surveillance
électronique quand le service
compétent tourne à plein régime?
Combien de personnes sont-elles
actuellement
placées
sous
surveillance électronique?
15.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, mijn
vragen liggen in dezelfde lijn.
Wat is de reden van het personeelstekort?
Wat zal daaraan op korte termijn worden gedaan?
Ik zou graag weten hoeveel mensen er vandaag onder elektronisch
toezicht staan.
Kunt u met een blijvend tekort de controle op elektronisch toezicht en
dus ook de veiligheid blijven garanderen, tenzij er bijna geen mensen
meer onder toezicht staan.
Wat zult u ondernemen om alsnog te komen tot een efficiënt en
doeltreffend elektronisch toezicht, ik zou bijna zeggen een
geloofwaardig elektronisch toezicht?
15.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): À quoi est due cette
pénurie de personnel? Quelles
mesures seront prises à court
terme pour y remédier? Combien
de détenus sont actuellement sous
surveillance
électronique?
Le
ministre peut-il garantir la sécurité
dans les prisons compte tenu de
cette pénurie de personnel? Que
compte faire le ministre pour
mettre en place un système
efficace
de
surveillance
électronique?
15.04 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik
koppel terug naar het antwoord dat u hebt gegeven op mijn vraag in
de commissie voor de Justitie van 27 mei. U hebt toen geantwoord
dat u zou gaan voor een capaciteitsuitbreiding en dat u een aantal
wettelijke maatregelen zou nemen om toe te laten dat het NCET
adequater kan reageren. U hebt toen gezegd dat we tegen het
parlementair reces een round-up zouden krijgen over de vooruitgang
op het vlak van elektronisch toezicht. Spijtig genoeg is het zo ver niet
gekomen.
Tijdens het parlementair reces hebben wij vooral via de media een en
ander vernomen over het elektronisch toezicht. Er waren drie
belangrijke punten.
Ten eerste, vanaf 1 oktober zijn er aan Nederlandstalige zijde 7
mensen in dienst in plaats van de noodzakelijke 19. Dat is nieuws van
15.04 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Le ministre avait
promis en mai dernier que nous
obtiendrions encore avant les
vacances
parlementaires
des
informations sur les progrès
réalisés en matière de surveillance
électronique. Il n'en a rien été et
durant
les
vacances
parlementaires, nous avons pu lire
dans les journaux que le Centre
national
de
surveillance
électronique
(CNSE)
était
confronté
à
une
importante
pénurie de personnel, du côté
néerlandophone comme du côté
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
vorige week. Intussen zou er een afspraak zijn om daar 9 extra
arbeidskrachten bij te zetten. Aan Franstalige zijde was men met 8 in
plaats van de noodzakelijke 19. Er zou nu beloofd zijn om daar 7 extra
mensen aan het werk te zetten.
Ten tweede was er de aankondiging dat er op 15 november een
honderdtal justitieassistenten in dienst zou worden genomen voor de
justitiehuizen. Binnenkort zouden er ook militairen worden
gerekruteerd voor het elektronisch toezicht.
Een derde bericht tijdens het reces was dat de wachtlijst is
aangegroeid tot 1.300, terwijl er maar 653 mensen effectief een
enkelband hebben. Dat is misschien niet meer up to date. Ik heb dat
genoteerd tijdens het reces.
Ik zou u vandaag willen vragen of de informatie klopt.
Welke maatregelen plant u met het oog op een adequate controle
tussen 1 oktober en 15 november, de datum waarop er blijkbaar extra
justitieassistenten aan de slag zouden gaan? Hoeveel gaan er juist
aan de slag in de justitiehuizen en hoe is de verdeling? Zal het aantal
justitieassistenten volstaan om de wachtlijst van 1.300 gedetineerden
weg te werken?
Is een en ander technisch haalbaar? Hoeveel enkelbanden zijn er
vandaag eigenlijk?
Hoeveel militairen hoopt u te bewegen om de overstap van het leger
naar het nationaal centrum te maken en tegen wanneer?
francophone. Le problème devait
toutefois être résolu. En outre, une
centaine d'assistants de justice
devaient être engagés le 15
novembre
et
des
militaires
seraient recrutés en vue de la
surveillance électronique.
Au
cours
des
vacances
parlementaires, on a également
appris
que
1.300 personnes
étaient en attente d'un bracelet de
cheville électronique et que seules
653
personnes
disposaient
effectivement d'un tel bracelet.
Comment veillera-t-on à assurer
un contrôle adéquat d'ici au
15 novembre?
Combien
d'assistants de justice entreront en
service? Ce recrutement sera-t-il
suffisant pour résorber la liste
d'attente? Qu'en est-il de l'aspect
technique
de
la
question?
Combien de bracelets de cheville
dénombre-t-on
exactement
à
l'heure actuelle? Combien de
militaires le ministre pense-t-il
pouvoir convaincre de rejoindre le
CNSE?
15.05 Minister Jo Vandeurzen: Ik antwoord eerst in algemene
termen. In de loop van oktober zal het nationaal centrum verhuizen.
U moet goed begrijpen dat er in feite twee bewegingen moesten
worden gemaakt. Een eerste beweging die we onmiddellijk hebben
georganiseerd, is dat de manier waarop het elektronisch toezicht
functioneert opnieuw adequaat en effectief moet worden gemaakt.
Dat vroeg een wettelijke basis: een koninklijk besluit, richtlijnen.
Het is eerste wat dus moest gebeuren, was dat ervoor moest worden
gezorgd dat het NCET sneller kon reageren en dat ook het parket en
de politie konden worden ingeschakeld indien gedetineerden de
afspraken niet honoreerden of respecteerden. Vandaar dat er in de
eerste fase nogal wat werk is geweest met het op punt stellen van de
kwaliteit van ons toezicht en de globale organisatie van de
maatregelen inzake elektronisch toezicht.
Dat is nu dus in implementatie. Daarna, tegen het einde van het jaar,
zal de vraag naar de capaciteit moeten worden ingevuld. Het is
misschien goed dat u ziet dat er twee bewegingen zijn.
De invulling van het personeelskader op de dienst Monitoring van het
NCET geniet uiteraard prioriteit, gelet op de vele initiatieven die op
stapel staan op het vlak van de strafuitvoering en het elektronisch
toezicht in het bijzonder. De equipe bestaat momenteel aan
Nederlandstalige zijde uit 13 en aan Franstalige zijde uit 15
administratieve assistenten. Het globale personeelsplan van de
15.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Le CNSE va déménager dans le
courant du mois d'octobre. La
surveillance électronique devait
avant tout être accélérée et
optimisée, ce qui implique un
travail législatif. L'objectif consistait
à permettre une réaction et une
mobilisation rapides de la police et
du parquet en cas de non-respect
des règles par un détenu. La
nouvelle organisation est en cours
de mise en oeuvre.
Dans un deuxième temps, c'est-à-
dire d'ici à la fin de l'année, nous
devrons nous pencher sur la
capacité.
Il convient en priorité de pourvoir
le cadre du personnel du service
Monitoring du CNSE eu égard aux
nombreuses initiatives prévues en
matière
de
surveillance
électronique. Le cadre prévoit 33
postes d'assistant administratif,
dont
28 sont
actuellement
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
justitiehuizen 2008 voorziet in een kader van 33 administratieve
assistenten voor het NCET.
Momenteel is de situatie in de equipe zeer precair, onder meer door
het personeelstekort. Er zijn in het kader van de reeds lang
gevraagde mutaties onder de Nederlandstalige collega's vijf personen
en aan Franstalige zijde zes personen die de dienst zullen verlaten. Er
werden voor beide taalkaders kandidaten gezocht, zowel in het kader
van de promotieprocedure van niveau D naar C, binnen de
penitentiaire inrichtingen, als in het kader van de overgang van
militairen van Defensie naar Justitie. Tevens werd een beroep gedaan
op de reserves bij Selor en voor de Nederlandstaligen ook bij de
VDAB.
Gelet op de selectieprocedures kan het NCET opnieuw rekenen op
een voltallige bezetting van zijn personeelseffectieven. Er zullen in
totaal 33 administratieve assistenten, 17 N en 16 F, worden
tewerkgesteld op de dienst Monitoring. De meeste nieuwkomers
zullen op 1 oktober 2008, vandaag, van start gaan. Enkelen konden
zich om professionele verplichtingen elders niet eerder vrijmaken en
zullen op 15 oktober 2008 in dienst treden. De laatste
indiensttredingen zijn voor 15 november 2008. Daar zitten uiteraard
ook een aantal mutaties in vanuit het leger, waarover ik later wellicht
meer details kan geven, eens het protocol tussen Defensie en Justitie
is gefinaliseerd.
Momenteel staan er 633 veroordeelden onder elektronisch toezicht. In
totaal zijn er een 800-tal toezichtsets beschikbaar, waarvan er steeds
een 150 in omloop zijn voor onderhoud, recuperatie enzovoort. Ik dien
te onderstrepen dat de veiligheid nooit in gevaar is geweest en dat de
registratie van de gegevens steeds heeft plaatsgevonden.
De personele versterking en uitbreiding op korte termijn moet het
NCET in staat stellen om de controle op het elektronisch toezicht
voluit te garanderen. Niettemin zal er een nieuwe werklastmeting
komen, teneinde te evalueren of het vastgelegde personeelsbestand
voldoende is.
Justitiehuizen zullen worden versterkt met een belangrijk aantal
nieuwe krachten, waaronder 72 justitieassistenten op korte termijn. Bij
de verdeling van de bijkomende medewerkers werd rekening
gehouden met de lokale situatie. Zo werd onder meer rekening
gehouden met de instroom van de opdrachten 2007 en 2008, de
werklast en de werkachterstand per justitiehuis.
Wat de aanwerving van nieuwe personeelsleden betreft, dient er in dit
kader ook te worden opgemerkt dat er tevens zal worden voorzien in
bijkomende administratieve ondersteuning in de diverse justitiehuizen,
en in een versterking van de centrale diensten van het directoraat-
generaal Justitiehuizen.
Aan de directeurs van de justitiehuizen werd inmiddels gevraagd om
een overzicht te maken van de situatie en een actieplan voor te
leggen voor ieder justitiehuis. Het actieplan dient aan te geven welk
acties moeten worden ondernomen om de achterstand te
verminderen en weg te werken.
Tevens zal er een nieuwe meting komen teneinde te evalueren of het
pourvus,
mais
11
de
ces
personnes vont quitter le service.
On a cherché des candidats pour
les deux cadres linguistiques dans
les établissements pénitentiaires
et au département de la Défense.
On a également puisé dans les
réserves du Selor et du VDAB
pour les néerlandophones. La
plupart
des
nouveaux
collaborateurs entrent en service
aujourd'hui, le 1
er
octobre, et
combleront totalement le cadre.
Les dernières entrées en service
auront lieu le 15 novembre 2008.
Actuellement,
633
personnes
condamnées sont placées sous
surveillance électronique. 800 sets
de surveillance sont toujours
disponibles, 150 étant toujours en
circulation
aux
fins
de
maintenance ou récupération. La
sécurité n'a jamais été en péril et
l'enregistrement a toujours eu lieu.
Grâce à un renforcement et à une
extension de son personnel à
court terme, le CNSE devrait être
à même de garantir le bon
fonctionnement du système de
surveillance
électronique.
Par
ailleurs, une mesure de la charge
de travail sera effectuée.
Les maisons de justice seront
dotées de 72 nouveaux assistants
de justice répartis en fonction de
la charge de travail et de l'arriéré
sur le plan de l'accomplissement
du travail -, elles bénéficieront d'un
appui administratif supplémentaire
et d'une consolidation de leur
direction générale.
Il a été demandé aux directeurs
des maisons de justice de dresser
un bilan de la situation et de
préparer un plan d'action afin de
supprimer l'arriéré.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
personeelsbestand dat voorzien was in de justitiehuizen inderdaad
voldoende is. Tegen het einde van dit jaar worden de eerste
resultaten van dat plan verwacht.
15.06 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik stel
vast dat er dan toch een antwoord is gekomen op een aantal concrete
vragen inzake het personeelstekort. Vanaf 1 oktober, en ten laatste
tegen 15 november, zullen die problemen alvast zijn opgelost. Dat is
op zich verheugend.
Het doet niets af aan het feit dat wij blijven vinden dat op die manier,
via die vorm van elektronisch toezicht, de straffen altijd maar verder
worden ingekort en verlicht. Ook worden heel veel mensen gewoon
vrij gelaten, zonder enkelband, in afwachting van het aanmeten van
een enkelband. Dat is een aberratie. Op die manier wordt niet een
derde of een kwart van de straf uitgevoerd, maar in de praktijk zelfs
minder dan dat. Dat is een vorm van laksheid die voor ons absoluut
niet verdedigbaar is.
Ik hoop dat u dat beleid op een andere manier zult aanpakken, dat u
dat op een gegeven moment zult keren, dat u tot het inzicht komt dat
de
straffen
zodanig
zijn
gereduceerd
dat
opgelegde
gevangenisstraffen in feite niet meer worden uitgevoerd, maar
gewoon worden omgezet in thuisverblijf met toezicht. Dat kan niet en
dat is niet gewenst.
15.06 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Je me réjouis qu'une
solution soit trouvée au manque
de places à partir du 1
er
octobre et
au plus tard le 15 novembre. Nous
estimons néanmoins qu'il est
inacceptable que les peines soient
constamment allégées à la suite
de la surveillance électronique.
Parfois, les détenus sont même
libérés avant de porter leur
bracelet électronique et bien
souvent, pas même le quart de la
peine n'est purgé. J'espère que le
ministre adaptera la politique
relative
à
la
surveillance
électronique.
15.07 Bruno Steegen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik dank de
minister voor zijn antwoord. Ik ben blij dat er toch initiatief wordt
genomen, dat het elektronisch toezicht wordt gezien als een van de
oplossingen om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan.
Ik volg het dossier verder op.
15.07 Bruno Steegen (Open Vld):
Je me réjouis qu'une initiative soit
prise et que la surveillance
électronique
soit
envisagée
comme
une
solution
à
la
surpopulation dans les prisons.
15.08 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik heb
een korte vraag. Hoeveel mensen zijn er onder elektronisch toezicht
vandaag?
15.08
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
Combien
de
personnes sont-elles placées sous
surveillance
électronique
aujourd'hui?
15.09 Minister Jo Vandeurzen: Zeshonderddrieëndertig, zoals ik juist
heb gezegd.
15.09 Jo Vandeurzen, ministre:
633.
15.10 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister,
bedankt voor uw antwoord. Het elektronisch toezicht is een systeem
dat eigenlijk werd ingevoerd in de legislatuur 1999-2003. Tijdens de
voorbije legislatuur was de ambitie om het aantal mensen onder
elektronisch toezicht met duizend te doen stijgen. Ik heb de
toenmalige minister van Justitie daar heel vaak over ondervraagd en
heb eigenlijk moeten vaststellen dat die doelstelling niet is gehaald.
We zijn ter plaatse blijven trappelen. Het ging toen om ongeveer
zeshonderd mensen, en vandaag zijn het er zeshonderddrieëndertig.
Er blijft dus een probleem omtrent de capaciteit.
U hebt wel aangekondigd daar is inderdaad werk van gemaakt dat
de werkwijze opnieuw op punt is gezet, dus dat die controle beter zou
moeten gebeuren. Ik stel vast dat we op het vlak van de capaciteit
echter nog altijd niet vooruitgaan. Het aantal wachtenden blijft. Ik blijf
hoopvol als ik hoor dat er wordt gewerkt aan het personeelskader,
15.10 Sabien Lahaye-Battheu
(Open
Vld):
La
précédente
ministre de la Justice avait
l'ambition de porter le nombre de
détenus
sous
surveillance
électronique à 1.000. Cet objectif
n'a pas été atteint : ils étaient au
nombre de 600. Ils ne sont pas
beaucoup
plus
nombreux
aujourd'hui. Ce nombre doit être
amélioré.
Il est néanmoins positif que le
ministre annonce que la procédure
sera à nouveau revue et que la
surveillance sera renforcée. Je ne
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
zowel bij het NCIT als in de justitiehuizen.
Ik begrijp wel niet zo goed dat u zegt dat er aan de directeurs van de
justitiehuizen een actieplan is gevraagd om de werkwijze misschien te
verbeteren. Eigenlijk kennen de justitiehuizen het elektronisch toezicht
nog maar net. Sinds begin van dit jaar moeten ze ermee werken. Ik
begrijp dus niet goed wat de bedoeling is van dat plan.
comprends néanmoins pas tout à
fait pourquoi le ministre a
demandé un plan d'action aux
directeurs des maisons de justice.
Les
maisons
de
justice
n'appliquent
la
surveillance
électronique que depuis le début
de cette année et ne connaissent
donc pas bien le système.
15.11 Minister Jo Vandeurzen: Het is toch belangrijk om op de
laatste vraag nog even in te gaan.
Wij moeten het volgende goed begrijpen. Oorspronkelijk werd het
elektronisch toezicht vanuit de gevangenissen georganiseerd. In de
vorige legislatuur heeft men dat overgeheveld naar de justitiehuizen.
Men heeft daarbij een aantal procedures afgebouwd, zoals het
afleggen van een huisbezoek om ter plaatse te verifiëren of er
huisgenoten zijn, of zij akkoord gaan, enzovoort. Een aantal van die
elementen is gesupprimeerd. Men doet die enquêtes dus niet meer.
Wij hebben in eerste instantie de organisatie van het elektronisch
toezicht opnieuw scherpte gegeven. Men reageert, men gaat ter
plaatse, men kijkt wat er gebeurt, enzovoort. Dat zijn een aantal
randvoorwaarden voor de organisatie van het elektronisch toezicht,
waarbij we opnieuw de puntjes op de i hebben gezet, eerst door een
wetswijziging, een KB en dan door een richtlijn. We hebben inderdaad
aan iedereen gevraagd om op een andere manier te kijken naar het
elektronisch toezicht; zo moet er bijvoorbeeld een dossier worden
overgezonden door de gevangenis aan de jusitieassistent om zicht te
krijgen op de persoonlijkheid. Dat zijn verbeteringen om ervoor te
zorgen dat het systeem effectiever en adequater functioneert.
Dat betekent in de eerste fase voor een aantal mensen natuurlijk ook
een aanpassing van de werkwijze, maar niet noodzakelijk minder
werk. Dat is nu in de steigers gezet. Op het terrein is men daarmee
bezig.
In tweede instantie komt de vraag naar de capaciteit. Onze afweging
is de volgende geweest. Men kan de capaciteit natuurlijk opdrijven
door de procedure soepeler te maken, maar daarvoor hebben wij niet
gekozen. Wij denken dat het beter is om die procedure kwaliteitsvol te
houden en daarna de capaciteit uit te breiden. Daarom is gevraagd
aan de justitiehuizen om daaromtrent actieplannen te maken. Hoe
kan men meer capaciteit genereren ter plaatse, gegeven de
omstandigheden waarin de justitiehuizen zich in elk arrondissement
bevinden? Om daarop ook een monitoring te kunnen doen, zodat we
zien dat er effectief iets gebeurt op het vlak van de capaciteit, heeft
men zijn dossiers moeten indienen. Dat is gebeurd. We zijn nu bezig
met de werving van de nieuwe assistenten, wat in de volgende weken
zal gebeuren. De examens zijn gepasseerd. Dat zal zich voltrekken.
Het is dus belangrijk dat u ziet dat er twee bewegingen moesten
worden gemaakt, een kwalitatieve beweging en een kwantitatieve
beweging. Het is duidelijk dat dit voor een aantal mensen niet zo
evident is. Er moet een aantal wijzigingen gebeuren met betrekking
tot de nauwkeurigheid van het toezicht, de reactiesnelheden,
enzovoort. Ook de politie is daarbij betrokken. Dat is een complexe
15.11 Jo Vandeurzen, ministre:
La surveillance électronique était
initialement organisée depuis les
prisons mais elle a été transféré
aux maisons de justice sous la
précédente législature. Un certain
nombre d'enquêtes, comme la
visite domiciliaire, n'ont plus été
effectuées. Elles ont aujourd'hui
été réinstaurées grâce à une
modification de la législation, un
arrêté royal et une directive.
L'organisation de la surveillance
électronique a donc été renforcée.
Ainsi,
un
dossier
sur
la
personnalité du détenu est établi à
la prison et remis à l'assistant de
justice.
Nous
n'avons
pas
choisi
d'assouplir la procédure pour
accroître la capacité. Mais nous
avons demandé aux maisons de
justice d'arrêter des plans d'action
pour accroître cette capacité. La
procédure de recrutement de
nouveaux assistants de justice est
actuellement en cours.
La qualité de la surveillance
électronique est donc améliorée,
cependant que la capacité est
accrue. Cela requiert de nombreux
acteurs sur le terrain un effort
d'adaptation et l'organisation est
assez complexe. La police est
également associée au processus.
Je
suis
convaincu
qu'un
accroissement de la capacité sans
amélioration de la qualité aurait
été vain.
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
organisatie, maar volgens mij kon men niet kwantitatief uitbreiden
zonder er eerst voor te zorgen dat het toezicht degenen die bij
Justitie daarbij berokken zijn kwalitatief wat sneller op de bal kon
spelen.
15.12 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik heb
nog een vraag over het kwalitatieve en het kwantitatieve aspect.
Wat betreft het kwalitatieve aspect, door het verplaatsen van de
administratie Gevangeniswezen naar de justitiehuizen, was het
probleem de terugkoppeling. Vastgesteld wordt dat de voorwaarden
niet worden nageleefd. Er is ook geen reactie meer, omdat er geen
plaats meer is. Vroeger, toen er op dat vlak één administratie was,
was er uiteraard plaats. De plaatsen werden gewoon opnieuw
ingenomen.
Is op dat vlak iets veranderd? Het antwoord is mij ontsnapt.
Ik heb nog een tweede vraag, namelijk over het kwantitatieve aspect.
Ik meen mij te herinneren dat op dat punt de aard van het materiaal
voorwerp van discussie kon zijn. U werkt door met het bestaande
materiaal. Hoeveel enkelbanden zult u hebben en wanneer? Daarvan
hing een en ander immers ook af, of niet?
15.12
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Lors du transfert
des
compétences
de
l'administration pénitentiaire vers
les maisons de justice, un
problème s'est posé lorsqu'on a
constaté
que
les
conditions
n'étaient pas respectées. Par le
passé, le détenu devait revenir
beaucoup plus rapidement en
prison mais aujourd'hui, aucune
mesure n'est généralement prise,
peut-être à cause du manque de
place dans les prisons. Des
mesures ont-elles déjà été prises
en la matière? Combien de
bracelets de cheville seront-ils
disponibles?
15.13 Minister Jo Vandeurzen: Het is niet zozeer een kwestie van
een gebrek aan plaats in de gevangenis. Er moet enkel veel sneller
worden gereageerd. De vraag is niet of er plaats is. De vraag is wie
zich verantwoordelijk voelt om te reageren. Tussen parket en politie
moeten op dat vlak bepaalde afspraken worden gemaakt. De
verantwoordelijkheden werden nu opnieuw op een dusdanig niveau
gebracht dat er effectief kan worden gereageerd. Dat is van belang.
15.13 Jo Vandeurzen, ministre:
Le problème ne réside pas dans le
manque de place dans les prisons
mais bien dans la lenteur de
réaction. Des accords doivent dès
lors être conclus entre le parquet
et la police. Nous y travaillons pour
l'instant.
15.14 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Het probleem was dat in de
justitiehuizen werd vastgesteld dat de voorwaarden niet werden
nageleefd. Toen kon niet worden gereageerd, omdat de zaak
blokkeerde bij de andere administratie, die de plaatsen al met andere
personen had opgevuld.
15.15 Minister Jo Vandeurzen: Dat was niet het belangrijkste
probleem. Het probleem was bijvoorbeeld dat het Nationaal Centrum
geen verantwoordelijkheid meer had om te reageren en de nodige
respons te geven. Nu hebben wij de verantwoordelijkheid aan het
Nationaal Centrum teruggegeven. Dat is trouwens ook de reden
waarom de bewuste, spontante actie uitbrak.
Er werd nu een aantal taken, die er vroeger was, maar door de
verschuiving naar de justitiehuizen was weggenomen, opnieuw aan
het NCET toegewezen door de regelgeving en de verwachting dat
tijdens de monitoring binnen het NCET onmiddellijk ook de politie zal
worden verwittigd.
15.15 Jo Vandeurzen, ministre:
Le problème ne réside pas dans le
manque de place dans les prisons
mais bien dans la lenteur de
réaction. Des accords doivent dès
lors être conclus entre le parquet
et la police. Nous y travaillons pour
l'instant. Le plus gros problème
était que le Centre national de
surveillance électronique (CNSE)
ne
disposait
plus
de
la
compétence requise pour réagir si
les
conditions
n'étaient
pas
respectées. Nous avons à présent
restitué cette responsabilité au
CNSE. Si le CNSE constate lors
du monitoring que les conditions
ne sont pas respectées, la police
en sera immédiatement informée.
01/10/2008
CRIV 52
COM 317
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
15.16 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Als ik mag, stel ik het even
concreet voor.
De justitiehuizen begeleiden de voorwaarden. Zij merken dat
voorwaarden niet worden nageleefd. Signaleren zij dat dan?
15.16
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Que se passera-t-il
si les assistants de justice
constatent que les conditions ne
sont pas respectées?
15.17 Minister Jo Vandeurzen: Zij kunnen de niet-naleving niet zien.
Dat wordt tijdens de monitoring van het Nationaal Centrum
vastgesteld.
15.18 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ja, daar ziet men dat er iets
mis is. In eerste instantie laat het Nationaal Centrum dan iemand ter
plaatse gaan kijken, maar dat is dus niet meteen de politie?
15.19 Minister Jo Vandeurzen: Er werden procedures afgesproken.
15.20 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik meen mij te herinneren dat
de discussie op het terrein in dat verband ging over het feit dat werd
vastgesteld dat de voorwaarden niet werden nageleefd en dat er niets
meer werd gedaan. Dat was de roep geworden.
Hoe kan dat probleem worden opgelost?
15.21 Minister Jo Vandeurzen: Het NCET weet nu duidelijk dat er
moet worden geverifieerd. Nu wordt aan het parket en de politie de
opdracht gegeven om te reageren en op te treden, indien bepaalde
voorwaarden niet worden gerespecteerd.
De eerste fase in dat geval is natuurlijk niet de opsluiting. De eerste
fase is vaak een fase van negotiatie, waarbij de betrokkene wordt
opgelegd om zich opnieuw in orde te stellen. Hij krijgt dan een
waarschuwing of de uurroosters worden verstrengd. Er is uiteraard
een aantal modaliteiten die in voorkomend geval aan bod komen.
Vervolgens werd er gevraagd om het aantal beschikbare enkelbanden
uit te breiden.
Dat gebeurt; de firma zal dat doen. Het is duidelijk dat er in de loop
van 2009 dat zult u ook lezen in de beleidsnota voor 2009 een
nieuwe aanbesteding moet worden georganiseerd om na te gaan wat
wij daarmee doen. Wij zijn het aan het nakijken. Ondertussen is de
technologie wel geëvolueerd. Het is evident dat wij waarschijnlijk naar
modernere systemen zullen gaan.
15.21 Jo Vandeurzen, ministre:
Ils ne peuvent le constater. Ce
constat est réalisé au moment du
monitoring effectué par le CNSE,
qui demande au parquet et à la
police d'intervenir si les conditions
ne sont pas respectées. Dans un
premier temps, l'intéressé n'est
pas
réincarcéré
mais
une
concertation est organisée avec lui
pour qu'il respecte à nouveau les
règles. L'intéressé peut recevoir
un avertissement et les horaires
peuvent par exemple être durcis.
Une nouvelle adjudication publique
sera ouverte en 2009 pour élargir
le nombre de bracelets de cheville
disponibles. Dans l'intervalle, la
technologie a également évolué et
le système peut probablement être
modernisé également.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vragen nrs 7362 en 7454 van collega Deseyn worden omgezet in schriftelijke vragen.
Deze namiddag zal de rest van de agenda worden behandeld.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.38 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.38 heures.