KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 313
CRIV 52 COM 313
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
F
INANCIËN EN DE
B
EGROTING
C
OMMISSION DES
F
INANCES ET DU
B
UDGET
woensdag
mercredi
24-09-2008
24-09-2008
Namiddag
Après-midi
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Samengevoegde interpellatie en vraag van
1
Interpellation et question jointes de
1
- de heer Hagen Goyvaerts tot de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "het rapport van
de fiscale administratie over het gebruik van de
notionele intrestaftrek" (nr. 86)
1
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre
des
Finances
et
Réformes
institutionnelles sur "le rapport de l'administration
fiscale concernant l'utilisation de la déduction des
intérêts notionnels" (n° 86)
1
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "het rapport van
de fiscale administratie over het gebruik van de
notionele intrestaftrek" (nr. 7376)
1
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le rapport de l'administration
fiscale relatif à l'utilisation de la déduction des
intérêts notionnels" (n° 7376)
1
Sprekers:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen, Guy Coëme, Dirk Van der
Maelen
Orateurs:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des
Finances
et
des
Réformes
institutionnelles, Guy Coëme, Dirk Van der
Maelen
Samengevoegde vraag en interpellatie van
8
Question et interpellation jointes de
8
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de evolutie van
de fiscale ontvangsten" (nr. 7110)
9
- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution des recettes
fiscales" (n° 7110)
8
- de heer Robert Van de Velde tot de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
begrotingscrisis" (nr. 122)
9
- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre
et
ministre
des
Finances
et
Réformes
institutionnelles sur "la crise budgétaire" (n° 122)
8
Sprekers: Christian Brotcorne, Robert Van
de Velde, Didier Reynders
, vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Christian Brotcorne, Robert Van
de Velde, Didier Reynders
, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bevindingen
van het rapport over de verzelfstandiging van het
douaneagentschap" (nr. 7113)
15
Question de M. Jan Jambon au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les conclusions du rapport
sur l'autonomisation de l'agence douanière"
(n° 7113)
15
Sprekers: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jan Jambon, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale
benadering van de constructie 'naakte eigendom -
vruchtgebruik'" (nr. 7137)
17
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le traitement fiscal de la
construction 'nue propriété - usufruit'" (n° 7137)
17
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "klachten met
betrekking tot annulatieverzekeringen" (nr. 7153)
19
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "des plaintes concernant des
assurances-annulation" (n° 7153)
19
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de verschillen
tussen door privéverzekeraars en ziekenfondsen
21
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les différences entre les
assurances-hospitalisation proposées par les
21
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
aangeboden
hospitalisatieverzekeringen"
(nr. 7157)
assureurs privés et les mutualités" (n° 7157)
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de
staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de schadevergoeding bij
vluchtmisdrijven" (nr. 7158)
22
Question de M. Peter Logghe au secrétaire d'État,
adjoint
au
ministre
des
Finances
sur
"l'indemnisation en cas de délit de fuite" (n° 7158)
22
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
23
Questions jointes de
24
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"bankfaillissementen" (nr. 7159)
23
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les faillites de banques"
(n° 7159)
24
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de gevolgen
van het faillissement van de Amerikaanse bank
Lehman Brothers" (nr. 7246)
23
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les conséquences de la
faillite de la banque américaine Lehman Brothers"
(n° 7246)
24
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de regeling die
van toepassing is in geval van faillissement van
een internationale bank met vestiging in België"
(nr. 7303)
23
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la réglementation applicable
en cas de faillite d'une banque internationale
établie en Belgique" (n° 7303)
24
- de heer Peter Vanvelthoven aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
waarborgregeling bij een bankfaillissement"
(nr. 7325)
23
- M. Peter Vanvelthoven au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la réglementation en matière
de garantie en cas de faillite bancaire" (n° 7325)
24
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de gevolgen
van de crisis op de financiële markten voor de
Belgische banken" (nr. 7326)
24
- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'exposition des banques
belges à la crise des marchés financiers"
(n° 7326)
24
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "de risico's van
het financiële marktsysteem" (nr. 7330)
24
- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les risques liés au mode de
fonctionnement des marchés financiers" (n° 7330)
24
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste
minister
en
minister
van
Financiën
en
Institutionele Hervormingen over "het monetair
beleid van de ECB" (nr. 7353)
24
- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre
et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la politique monétaire de la
BCE" (n° 7353)
24
Sprekers:
Peter
Logghe,
Peter
Vanvelthoven, voorzitter van de sp.a+Vl.Pro-
fractie, Christian Brotcorne, Dirk Van der
Maelen,
Didier
Reynders,
vice-eerste
minister en minister van Financiën en van
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Peter
Logghe,
Peter
Vanvelthoven,
président
du
groupe
sp.a+Vl.Pro, Christian Brotcorne, Dirk Van
der Maelen, Didier Reynders
, vice-premier
ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"groepsverzekeringen voor hospitalisatiekosten"
(nr. 7160)
38
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles
sur
"les
assurances
hospitalisation de groupe" (n° 7160)
38
Sprekers: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten
van de werkgroep 'brandstofprijzen landbouw- en
transportsector: fiscale maatregelen'" (nr. 7186)
39
Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les résultats du groupe de
travail 'prix des combustibles secteurs agricole et
du transport : mesures fiscales'" (n° 7186)
39
Sprekers:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de afhandeling
van
het
dossier
betreffende
een
verbeurdverklaarde villa in Overijse" (nr. 7187)
41
Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le règlement du dossier
relatif à une villa saisie à Overijse" (n° 7187)
41
Sprekers:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Hagen
Goyvaerts,
Didier
Reynders, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-
eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
personeelsbezetting van het aankoopcomité te
Hasselt" (nr. 7209)
43
Question de Mme Hilde Vautmans au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les effectifs du
comité d'acquisition de Hasselt" (n° 7209)
43
Sprekers: Hilde Vautmans, Didier Reynders,
vice-eerste minister en minister van Financiën
en van Institutionele Hervormingen
Orateurs: Hilde Vautmans, Didier Reynders,
vice-premier ministre et ministre des Finances
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de inning van
belastingen" (nr. 7233)
44
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la perception des
impôts" (n° 7233)
44
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de
vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale
gegevensbank Fisconet" (nr. 7292)
47
Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-
premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la base de
données fiscales Fisconet" (n° 7292)
47
Sprekers: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-eerste minister en minister
van
Financiën
en
van
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Dirk Van der Maelen, Didier
Reynders
, vice-premier ministre et ministre
des Finances et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN
EN DE BEGROTING
COMMISSION DES FINANCES ET
DU BUDGET
van
WOENSDAG
24
SEPTEMBER
2008
Namiddag
______
du
MERCREDI
24
SEPTEMBRE
2008
Après-midi
______
La séance est ouverte à 15.05 heures et présidée par M. François-Xavier de Donnea.
De vergadering wordt geopend om 15.05 uur en voorgezeten door de heer François-Xavier de Donnea.
01 Samengevoegde interpellatie en vraag van
- de heer Hagen Goyvaerts tot de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het rapport van de fiscale administratie over het gebruik van de notionele
intrestaftrek" (nr. 86)
- de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het rapport van de fiscale administratie over het gebruik van de notionele
intrestaftrek" (nr. 7376)
01 Interpellation et question jointes de
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et Réformes institutionnelles
sur "le rapport de l'administration fiscale concernant l'utilisation de la déduction des intérêts
notionnels" (n° 86)
- M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le rapport de l'administration fiscale relatif à l'utilisation de la déduction des
intérêts notionnels" (n° 7376)</b>
De voorzitter: De interpellatie nr. 75 van de heer Annemans is ingetrokken.
01.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, op onze eerste vergadering van de
commissie voor de Financiën in het nieuwe parlementaire jaar zullen
wij er maar meteen aan beginnen.
Mijnheer de minister, wij hebben het in onze commissie voor het
parlementaire reces al dikwijls gehad over de notionele intrestaftrek,
en zeker over de budgettaire gevolgen van die maatregel.
Het parlementaire reces heeft ons twee rapporten opgeleverd van
twee studies aangaande de impact van de notionele intrestaftrek. Die
twee rapporten verdienen onze aandacht in onze commissie, meen ik.
Eerst was er de langverwachte studie van de Nationale Bank, een
uitgebreid document dat ter beschikking werd gesteld van de
parlementsleden. Die werd gevolgd, omstreeks 20 augustus, als mijn
geheugen mij niet in de steek laat, door een al even lang verwacht
rapport van uw fiscale administratie.
Ik ben niet in het bezit van dat rapport en weet ook niet of dat rapport
ter beschikking gesteld is van het Parlement. Ik betreur het als dat
niet het geval is. Maar goed, wij hebben via de krant kunnen
vernemen wat daar allemaal in staat. U zult mij straks in uw antwoord
verbeteren als in de krant informatie stond die niet correct was. In elk
geval, het is met die informatie dat wij het nu moeten doen, of dat ik
01.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): Pendant les vacances
parlementaires, tant la Banque
Nationale
que
l'administration
fiscale ont publié un rapport relatif
à l'impact des intérêts notionnels.
Ce système a incontestablement
amélioré la position de solvabilité
de bon nombre d'entreprises mais
la procédure est assez lourde, en
particulier parce qu'en son temps,
le ministre n'était pas parvenu à
convaincre
ses
partenaires
socialistes d'abaisser directement
à, par exemple, 25 %, le tarif
nominal de l'impôt des sociétés.
Il
s'agirait-là
d'un
système
beaucoup plus clair à la fois pour
les investisseurs étrangers et pour
l'administration fiscale.
Le rapport met en avant une série
d'éléments frappants.
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
als parlementslid het moet doen.
Voor alle duidelijkheid, mijnheer de minister, u zult mij niet horen
vertellen dat de invoering van die belastingaftrek voor risicokapitaal
niet heeft geleid tot een verbetering van de solvabiliteitspositie van
vele vennootschappen. Dat is ongetwijfeld zo. Maar ook in dit dossier
moeten wij een kat een kat durven te noemen. U hebt destijds als
liberale minister van Financiën, gepatroneerd door een liberale eerste
minister, moeten kiezen voor een nogal omslachtige manier van
notionele intrestaftrek, omdat u uw socialistische coalitiepartners ­
waarvan er nu een in de oppositie zit, terwijl de PS nog altijd deel
uitmaakt van uw regering ­ destijds er niet van kon overtuigen het
nominale tarief van de vennootschapsbelasting rechtstreeks te
verlagen van ongeveer 34% naar, ik zeg maar iets, bijvoorbeeld 25%.
Dat zou natuurlijk een veel elegantere en gemakkelijkere oplossing
zijn geweest voor de buitenlandse investeerders, door de duidelijkheid
van het nominale tarief. Doch, het mocht niet zijn. Het zou ook een
veel eenvoudiger systeem geweest zijn voor uw fiscale administratie,
al was het maar voor de afhandeling van de vennootschapsaangiften
en de controles daarop.
U zat destijds ook met het uitdovend karakter van het gunstregime
van de coördinatiecentra. De Europese Commissie had de hele
constructie geëvalueerd en beschouwd als een verkapte vorm van
staatssteun. Bijgevolg moest het uitdovend zijn. Ik meen dat het
daarom interessant is om het rapport van uw eigen administratie
vandaag, op de eerste werkdag van onze commissie, even tegen het
licht te houden.
Mijnheer de minister, het eerste element dat ik naar voren wil
brengen, is dat slechts 40 van de 143 coördinatiecentra in het eerste
jaar gebruikmaken van de notionele intrestaftrek. Dat is opvallend. Ik
zou daarop graag wat commentaar krijgen van uwentwege. Ik ben
zeer benieuwd of de overblijvende 103 bedrijven alsnog gebruik zullen
maken van de notionele intrestaftrek voor het huidige fiscale jaar en
voor de komende fiscale jaren, voor zover zij niet zullen kiezen voor
een aantrekkelijker alternatief in het buitenland. Bijgevolg zou ik graag
van u horen of u het gegeven van de 40 coördinatiecentra, in
vergelijking met de 143 in totaal, al dan niet een geslaagde
doelstelling vindt.
Een tweede belangrijke vaststelling naar aanleiding van het rapport
van uw fiscale administratie is dat voornamelijk de grote bedrijven
gretig gebruik hebben gemaakt van de risicoaftrek. Zo heb ik toch met
enige verbazing in de pers, bij gebrek aan het echte rapport, kunnen
lezen dat 37 procent van het totale bedrag dat in 2006 aan de
notionele interestaftrek is toegekend, naar zegge en schrijve 25
bedrijven is gegaan. De banksector alleen gaat lopen met 1,2 miljard
euro van de ongeveer zes miljard euro aan interestaftrek. De banken
en coördinatiecentra samen nemen zowat de helft van het fiscaal
voordeel voor hun rekening, zijnde ongeveer 3,2 miljard euro, op een
totaal van 6,1 miljard euro.
Ik heb daarbij een aantal bedenkingen.
Ten eerste, u hebt met de maatregel ­ dit blijkt overduidelijk in het
rapport ­ het grootkapitaal, wellicht een deel van uw kiespubliek, zeer
Le régime de faveur des centres
de
coordination
est
nécessairement
appelé
à
s'éteindre en ce sens que la
Commission européenne y voit
une
forme
déguisée
d'aide
publique. Dans l'intervalle, il
apparaît que 40 des 143 centres
de
coordination
seulement
recourent aux intérêts notionnels.
Le ministre considère-t-il ce
résultat comme un succès ?
Pour le surplus, les intérêts
notionnels profitent surtout aux
grandes entreprises, et encore,
dans une mesure relativement
modeste.
Considérés
conjointement, les banques et les
centres
de
coordination
représentent
la
moitié
de
l'avantage fiscal octroyé.
Par cette mesure, le ministre a
surtout servi les intérêts du grand
capital. En son temps, les
partenaires socialistes de la
coalition ont été roulés dans la
farine, car il est clairement apparu
depuis que, grâce à leurs experts
fiscaux, les grandes entreprises
peuvent retirer un avantage de
cette mesure dont les petites
sociétés, qui constituent l'essentiel
du tissu économique, ne profitent
pas. Lorsque le ministre prétendait
que
les
intérêts
notionnels
profitaient à toutes les entreprises,
il mentait manifestement.
Qui compare le rapport de la
Banque Nationale avec celui de
l'administration fiscale constate
que s'ils convergent sur certains
points, ils comportent également
de grandes contradictions.
Tous deux concluent qu'il n'est
nullement question de neutralité
budgétaire.
Selon l'administration fiscale, le
coût de la mesure pour l'exercice
2007 s'élève à 712 millions
d'euros, chiffre qui ne tient pas
compte
des
mesures
compensatoires.
Si l'on ajoute les mesures
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
goed bediend. Dat is het minste wat men kan zeggen.
Er is iets dat mij nog meer stoort. Op het moment dat in het Parlement
de wet werd goedgekeurd, zaten beide socialistische partijen,
Nederlandstaligen en Franstaligen, in uw coalitie. Wel, die toenmalige
socialistische coalitiepartners hebben zich toch meer dan een beetje
laten rollen. Men had altijd de indruk dat de grote bedrijven het
meeste fiscaal voordeel bij de notionele intrestaftrek zouden
opstrijken en hun slag slaan en dat is sinds het rapport van uw fiscale
administratie toch duidelijk geworden. Inderdaad, de grote bedrijven
hebben fiscale experts in dienst en kunnen een beroep doen op
fiscale kantoren, die hun fiscale aangiften kunnen optimaliseren. Ik
vraag dus waar de rechtvaardigheid zit van die notionele intrestaftrek.
Waar situeert zich de eerlijkheid van het belastingstelsel in het kader
van de notionele intrestaftrek? Ik heb daar mijn vragen bij, des te
meer omdat 90 procent van de bedrijven ­ voornamelijk het Vlaams
economisch weefsel ­ uit kmo's bestaat. Ik zou hebben verwacht dat
u als minister van grootkapitaal toch minstens dezelfde inspanning
zou leveren, opdat ook de kmo's dezelfde incentive zouden kunnen
genieten. De cijfers die publiek bekend zijn geraakt ­ ik neem aan dat
u die cijfers niet ontkent ­ geven toch een zeer ongelijke verdeling
weer met betrekking tot het eerste jaar van de toepassing van de
notionele intrestaftrek.
Ik meen mij ook te herinneren dat de notionele intrestaftrek destijds in
het Parlement is verkocht als zijnde "goed voor alle bedrijven". Uit de
gegevens van het rapport van de Nationale Bank en die uit het rapport
van de fiscale administratie, blijkt toch dat dat niet het geval is.
Daarom zou ik van een leugen durven te spreken.
We weten nu ook, via het rapport van uw fiscale administratie, wie de
cadeaus heeft gekregen.
Wanneer we het rapport van de Nationale Bank, dat we begin deze
zomer hebben gekregen, vergelijken met dat van de fiscale
administratie, op basis van de beschikbare gegevens, moet ik toch
een aantal tegenstrijdigheden vaststellen, mijnheer de minister.
Ten eerste, beide rapporten geven duidelijk aan dat er van de
budgettaire neutraliteit ­ dat was in se de opzet van de maatregel ­
geen sprake is.
Ten tweede, de fiscale administratie berekent dat de kostprijs voor het
aanslagjaar 2007 inkomsten 2006 op 712 miljoen euro wordt
geraamd. Ik weet ook dat in dat cijfer geen rekening is gehouden met
een aantal maatregelen die ter compensatie werd genomen voor de
notionele intrestaftrek, met name de afschaffing van de
investeringsaftrek en het belastingkrediet.
Als men het bedrag van die compenserende maatregelen bij die 712
miljoen euro optelt, komt men uit bij een kostprijs van 1,2 miljard euro.
Dat lees ik althans in de krant. Dat cijfer is natuurlijk niet in
overeenstemming met het cijfer van het rapport van de Nationale
Bank. Dat spreekt immers slechts van een kostprijs van 140 miljoen
tot 430 miljoen euro.
Kunt u tekst en uitleg geven bij het gegeven dat beide instellingen met
een ander getal naar voren komen? Als het nu nog 100 miljoen euro
compensatoires à cette somme de
712 millions d'euros, on arrive à un
total de 1,2 milliard d'euros; ce
chiffre ne correspond pas au
rapport de la Banque Nationale, où
figure une somme de 140 à
430 millions d'euros. Comment
expliquez-vous une telle différence
entre les chiffres des deux
établissements?
Quelles actions le groupe de
travail de M. Frank Philipsen a-t-il
entreprises en ce qui concerne les
abus éventuels de la déduction
des intérêts notionnels?
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
verschil was, maar het lijkt mij veel meer te zijn dan dat. Daarom
hoort daarbij nog wat uitleg. Ik neem aan dat u op de hoogte bent van
beide rapporten, en wel op zo'n gedetailleerde wijze, dat u ons die
kunt verschaffen.
Ten slotte, voor de vakantie hebben wij u dikwijls genoeg ondervraagd
over wat men zal doen aan de mogelijke misbruiken van de
maatregelen inzake de notionele intrestaftrek. Welke vorderingen zijn
tot op heden gemaakt in het kader van de werkgroep onder het
voorzitterschap van Frank Philipsen aangaande de mogelijke
misbruiken van de maatregel? Kunt u ons een stand van zaken
geven?
Mijnheer de voorzitter, ik ben benieuwd naar het antwoord van de
minister en de commentaar van de minister zelf op het rapport van
zijn eigen fiscale administratie.
01.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Goyvaerts, ik moet eerst opmerken dat over de notionele intrestaftrek
reeds heel wat, soms onjuiste of onvolledige, berichtgeving de wereld
werd ingestuurd. De aanvankelijk door sommigen aangehaalde
negatieve impact van meerdere miljarden euro is in recente studies
duidelijk weerlegd. In dat verband dient te worden aangestipt dat de
studieresultaten nog een voorlopig karakter hebben, aangezien noch
de gewone aanslagtermijn, noch de bijzondere aanslagtermijn van
drie jaar is verstreken.
Ik verwijs hiervoor naar de studies uitgevoerd door de fiscale
administratie en de Nationale Bank van België. Ik herhaal dat de
studie van de Nationale Bank van België op de studie van de fiscale
administratie steunt. Dat heb ik in juli al gezegd, denk ik. De studie
van de Nationale Bank van België staat ter beschikking van alle
parlementsleden en alle burgers op de website van de Nationale
Bank. Wat dat betreft, is er dus geen probleem. De studie van de
fiscale administratie is slechts één element, voor de Nationale Bank.
Alles is dus beschikbaar voor iedereen.
Die laatste studie van de Nationale Bank concludeerde onder meer
dat de invoering van de aftrek voor risicokapitaal de
solvabiliteitspositie van de Belgische ondernemingen, en dus ook de
kmo's, verstevigt. Zoals u, heb ik veel commentaren gelezen,
bijvoorbeeld van Unizo, die in dezelfde richting gingen: er was een
groeivoordeel voor alle kmo's met betrekking tot de solvabiliteit. Dat
was een van de doelstellingen van de aftrek voor risicokapitaal.
Wat de cijfers betreft, herhaal ik het communiqué van augustus en
juli. Voor de Nationale Bank van België bedragen de mogelijke kosten
tussen 140 miljoen en 430 miljoen euro.
Mijnheer de voorzitter, wij voerden in de commissie vele
besprekingen, waarbij van 2 tot 2,5 miljard euro en meer werd
gesproken. Ik heb altijd gezegd dat het een theoretische berekening
is. Nu echter gaat het, op basis van de cijfers gegeven door
specialisten van de Nationale Bank van België, om een bedrag tussen
140 en 430 miljoen euro. U weet dat de Nationale Bank van België
ook en voor eigen rekening van de notionele intrestaftrek gebruik
heeft gemaakt.
01.02 Didier Reynders, ministre:
Nombre
de
communiqués
incorrects ou incomplets ont déjà
été diffusés en ce qui concerne la
déduction des intérêts notionnels.
D'aucuns
craignaient
une
incidence négative de plusieurs
milliards d'euros mais cette crainte
a été balayée par des études
récentes. Il faut toutefois souligner
à cet égard que tous les résultats
d'étude sont provisoires étant
donné que ni le délai ordinaire
d'imposition ni le délai particulier
d'imposition de trois ans ne sont
dépassés.
L'étude de la Banque Nationale,
qui peut être consultée sur son
site internet, est basée sur une
étude de l'administration fiscale.
La Banque Nationale a entre
autres conclu que l'instauration de
la déduction relative au capital à
risque renforce la position de
solvabilité des entreprises et des
PME
belges.
Il
s'agissait
précisément de l'un des objectifs
de la mesure. En ce qui concerne
les chiffres, je me réfère au
communiqué d'août et de juillet :
pour la Banque Nationale, les
coûts sont compris entre 140 et
430 millions d'euros.
Ces chiffres sont sensiblement
inférieurs
aux
montants
provisoires
qui
ont
circulé
précédemment.
La mesure est destinée à rendre
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Wat de maatregel als dusdanig betreft, dient te worden opgemerkt dat
de regering naar het verzachten van de discriminatie tussen de
financiering met eigen dan wel met vreemd vermogen heeft gestreefd.
Dat de maatregel succes heeft, is niet zo vreemd maar volkomen
normaal. Dat de maatregel zou kosten, was ook reeds in de begroting
ingecalculeerd.
Bovendien wil ik ook de aanpak van de regering inzake de
vennootschapsbelasting in het recente verleden duiden. Meer bepaald
gaat het over de effecten uitgaande van een verlaging van de tarieven
ter zake, alsook over de invoering van de notionele intrestaftrek op de
evolutie van de ontvangsten.
Mijnheer de voorzitter, ik heb dienaangaande een tabel voor de leden
van de commissie, die een overzicht van de evolutie van de
belastbare grondslag en de globale belasting inzake de
vennootschapsbelasting over de aanslagjaren 2000 tot en met 2006
biedt. Het betreft telkens, behalve voor de aanslagjaren 2005 en
2006, de gegevens na afloop van de buitengewone aanslagtermijn
van drie jaar. Voor voornoemde aanslagjaren betreft het een raming
van de voormelde situatie.
Uit voornoemde gegevens blijkt duidelijk dat de verlaging van de
tarieven vanaf aanslagjaar 2004 in een sterke verhoging van de
belastbare grondslagen en van de globale belasting resulteerde. Het
bekende Laffer Curve-effect speelt hier dus duidelijk. Dat wordt al
sinds enkele maanden door vele mensen en door specialisten erkend.
Voor de aanslagjaren 2007 en volgende wordt een analoge beweging
verwacht, hoewel de economische evolutie uiteraard een duidelijke
invloed op de winst uitoefent. Er moet dus worden vergeleken wat
vergelijkbaar is. Momenteel overtreft de globale belasting van het
aanslagjaar 2007 ­ inkomsten 2006 ­ met circa 7% de globale
belasting van het aanslagjaar 2006.
Ik stel dan ook vast dat voornoemde maatregelen een positief effect
op de begroting hebben en dat zij tevens de bedrijven aanzetten hun
activiteiten in België te consolideren. Dat geldt niet alleen voor de
coördinatiecentra maar ook voor vele kmo's.
In antwoord op een aantal specifieke vragen van de heer Goyvaerts
merk ik op dat de bedoelde aftrek voor risicokapitaal vanaf het
aanslagjaar 2007 van toepassing is. Vennootschappen die als
coördinatiecentrum zijn erkend en die om een of andere reden ervoor
kiezen om voor het aanslagjaar 2007 van de voordelen bepaald in het
koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de
oprichting van coördinatiecentra te blijven genieten, kunnen evenwel
de bedoelde aftrek niet verkrijgen. Er is dus geen toepassing van de
twee maatregelen.
Het lijkt mij bijgevolg voorbarig om enkel op basis van de gegevens
voor het aanslagjaar 2007 enige uitspraak te doen of enige evaluatie
te maken.
Wat uw derde vraag betreft, kan ik kort zijn. Er moet een onderscheid
worden gemaakt tussen de beide studies. Zoals ik reeds op 14 juli
heb meegedeeld in antwoord op vraag nr. 6997 van de heer
Brotcorne dekt de studie van de Nationale Bank niet enkel de puur
plus
intéressants
les
investissements
sur
fonds
propres. Le succès rencontré par
la mesure me paraît tout à fait
normal et il a été tenu compte de
son coût pour l'État.
L'analyse de l'évolution de la base
imposable et de l'impôt des
sociétés global des dernières
années montre que l'abaissement
des taux en 2004 s'est traduit par
une hausse importante des bases
imposables et des recettes. Nous
attendons une évolution du même
type au cours des prochaines
années, même s'il faut tenir
compte de l'évolution globale de
l'économie.
Ces mesures incitent en outre les
entreprises à consolider leurs
activités en Belgique.
La déduction pour capital à risque
dont il est question ici n'est
appliquée que depuis l'année
d'imposition 2007. Les sociétés
reconnues comme centre de
coordination qui choisissent de
continuer
à
bénéficier
des
avantages prévus dans l'arrêté
royal 187 du 30 décembre 1982 ne
peuvent toutefois pas procéder à
cette déduction.
Il me paraît prématuré de tirer des
conclusions sur la base des
données de l'année d'imposition
2007.
Il faut établir une distinction entre
les deux études. Celle de
l'administration est axée sur
l'aspect purement fiscal alors que
celle de la Banque nationale tient
compte aussi des effets de
l'augmentation
des
investissements
sur
l'emploi.
Selon une étude internationale
consacrée aux investissements
dans
tous
les
pays,
nous
occupions en 2006 la quatrième
place.
Un groupe de travail "capital à
risque" a été créé au SPF
Finances. Il est concrètement
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
fiscale impact van de aftrek voor risicokapitaal. De studie gaat verder
en houdt onder meer ook rekening met de tewerkstellingseffecten van
de verhoogde investeringen. Het is eerder een macro-economische
studie. De studie van de administratie focust vooral op het puur fiscale
en gaat om de impact van de notionele intrestaftrek stricto sensu op
de vennootschapsbelasting.
Er is ook een studie van Agoria met een positieve impact wat
tewerkstelling en arbeid betreft. Er is ook een internationale studie van
de investeringen in alle landen ter wereld. In 2006 zijn wij als vierde
geëindigd, net vóór China in nominale termen en jammer genoeg na
de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk.
Voor België is het in nominale termen niet zo slecht om een
verdubbeling van de internationale investeringen in één jaar te
realiseren en de vierde te zijn. Het is misschien nog niet gelukt.
Wat uw laatste vraag betreft, in uitvoering van mijn nota van
13 maart 2008 werd binnen de FOD Financiën een task force aftrek
risicokapitaal opgericht. Concreet bestond haar opdracht uit het
opmaken van risicoprofielen, rekening houdend met de volgende
elementen: belangrijke verhoging van het eigen vermogen, realisaties
in de loop van het boekjaar met een belangrijke meerwaarde ten
opzichte van het eigen vermogen van de vennootschap, belangrijke
vermindering van het totaal van de bedragen die bij toepassing van
artikel 205ter WIB 92 van het risicokapitaal zoals bedoeld in § 1 van
bedoeld artikel worden afgetrokken, en belangrijke wijziging van de
verdeling tussen de eigen fondsen en die van derden in de loop van
het boekjaar.
Tijdens haar werkzaamheden heeft de task force de volgende
tactieken gehanteerd: identificatie van de risicomechanismes,
opmaken risicoprofielen vertrekkend van deze mechanismes en
verfijning van deze profielen rekening houdend met de binnen de
FOD Financiën rechtstreeks dan wel onrechtstreeks beschikbare
gegevensbanken.
Vertrekkend van de mogelijke modus operandi voor de verhoging van
de grondslag van de notionele intrestaftrek middels een verhoging
van het eigen vermogen of middels een vermindering van de uit te
sluiten elementen, heeft de task force de door haar weerhouden
risicoprofielen in haar eindverslag van 30 juni 2008 gegroepeerd.
Na mijn akkoord op 24 juli 2008 heeft de task force op 29 juli 2008 de
bedoelde profielen aan een specifieke centrale eenheid bezorgd om
hierop de nodige risicoanalyse te verrichten.
Wij zetten de strijd tegen alle misbruiken en fiscale fraude dus verder
en wij doen dat op basis van de huidige gegevens.
Ik wil hieraan nog het volgende toevoegen. Wij zullen een bespreking
hebben wat de financiële crisis betreft. Ik denk dat een versterking
van de solvabiliteit van onze ondernemingen en een gebruik van meer
eigen vermogen dan leningen een heel goed idee is om de financiële
crisis te bestrijden. Wij spreken altijd van preventie. Dat was met de
notionele intrestaftrek het geval.
chargé de confectionner des
profils de risques, compte tenu,
notamment, de l'augmentation des
moyens
et
des
réalisations
propres avec une plus-value
substantielle par rapport aux
moyens propres d'une société. Le
groupe de travail se fonde, pour
identifier les mécanismes de
risques,
sur
des
données
bancaires disponibles directement
ou indirectement.
Le groupe de travail a groupé les
profils de risques et les a mis,
avec mon accord, à la disposition
d'une unité centrale spécifique.
Nous poursuivons la lutte contre la
fraude fiscale sur la base des
données actuelles.
Je suis partisan, pour contrer les
effets de la crise financière, du
renforcement de la solvabilité de
nos entreprises et du recours
accru aux moyens propres plutôt
qu'à l'emprunt. Nous parlons ici de
prévention. C'était le cas de la
déductibilité
des
intérêts
notionnels.
01.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik 01.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
meen dat de minister verschillende elementen naar voren heeft
gebracht. Wat het laatste betreft, de impact van de crisis op het
ondernemingsklimaat in België, en wat mij betreft in Vlaanderen,
spelen natuurlijk enkele factoren die mogelijk de budgettaire impact
van de notionele intrestaftrek op een ongunstige manier beïnvloeden.
Ik neem aan dat u daar ook rekening mee moet houden. Er zijn
enkele factoren die nog kunnen veranderen, zeker in de komende tijd.
Denken wij maar aan de rente als een van die elementen.
Aan de hand van de elementen die u weergeeft, neem ik aan dat u uw
coalitiepartner, de PS, dit keer hebt kunnen overtuigen met de studies
van de Nationale Bank en die van uw eigen fiscale administratie in de
hand. Over het budgettair neutraal karakter ervan kunnen wij wat
discuteren: 130 miljoen of 430 miljoen, sta mij toe te zeggen dat de
marge redelijk breed genomen is. Zo kan ik ook een analyse maken.
Dat zal zeker nog wat moeten worden verfijnd.
Ik kan begrijpen dat u niet over volledige cijfers beschikt omdat nog
niet al die belastingaangiften zijn verwerkt, laat staan dat zij toen al
verwerkt geweest hadden moeten zijn. Ik blijf dus nog een beetje op
mijn honger zitten. Misschien zal dit fiscale jaar een ander en
vollediger beeld opwerpen.
Wat het creëren van werkgelegenheid betreft, weet ik natuurlijk
perfect dat dit niet in de wet was opgenomen bij het invoeren van de
notionele intrestaftrek. Maar als wij kijken met welk deel de banken
gaan lopen en hoe de werkgelegenheid daar de jongste jaren is
geëvolueerd, kunnen wij toch zeggen dat zij een dik cadeau hebben
gekregen.
Er is ook de impact op de reële economie, niet alleen op de
coördinatiecentra en de banken, maar op de werkgelegenheid in haar
totaliteit.
Wat ik nog wil melden is het volgende. Inzake het onderzoek hebt u
de profielen klaar. Die profielen worden bezorgd aan de werkgroep
die daarmee gaat werken en die dat gaat analyseren. Ik neem aan dat
het niet zal uitkomen. Ik kom daar dus waarschijnlijk op een later
moment nog op terug, mijnheer de voorzitter.
Belang) :
Certains
facteurs,
notamment le taux d'intérêt,
peuvent influer négativement sur
l'incidence
budgétaire de
la
déduction des intérêts notionnels.
Je présume que cette fois, le
ministre a pu convaincre son
partenaire de coalition, le PS, à
l'aide des études de la Banque
nationale et de l'administration
fiscale. La marge prise doit
certainement encore être affinée.
La création d'emplois n'avait pas
été intégrée dans la loi lors de
l'instauration de la déduction des
intérêts notionnels. Au vu de la
part qui revient aux banques et de
l'évolution de l'emploi au sein de
celles-ci ces dernières années, on
peut parler d'un gros cadeau. On
observe également une incidence
sur l'emploi dans sa globalité, et
pas uniquement sur les centres de
coordination et les banques. Je
reviendrai ultérieurement sur la
question des profils.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: J'aimerais vous soumettre une suggestion d'agenda.
La Chambre des représentants et le Sénat des États-Unis discutent en ce moment d'une mesure à
l'importance fondamentale pour l'équilibre futur des marchés financiers, mais qui risque d'avoir des effets
pervers, à savoir le rachat à concurrence de 700 milliards de dollars de créances douteuses hypothécaires.
Je me demandais s'il ne serait pas bon d'inviter un directeur de la Banque nationale de Belgique, spécialisé
dans cette matière, pour nous faire un exposé. La semaine prochaine, des réunions de groupe ont encore
lieu, mais je souhaiterais que cela puisse se faire le 8 octobre dans l'après-midi, si le ministre veut être
présent; s'il estime disposer d'autres sources d'information, comme c'est certainement le cas, nous
pourrions l'organiser le matin. Monsieur le ministre?
01.04 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, je trouve
que le 8 dans l'après-midi serait une bonne formule.
Le président: Nous contacterons donc le gouverneur de la Banque nationale pour qu'il nous envoie un de
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
ses directeurs, spécialisé dans ces questions. Ce problème prend une ampleur considérable aux États-
Unis, à la fois à la Chambre des représentants et au Sénat où je me trouvais, mais aussi dans les médias
américains et dans l'opinion publique américaine.
01.05 Guy Coëme (PS): Monsieur le président, je partage tout à fait
votre souci, mais ne serait-il pas bon d'inviter également un des
responsables de la CBFA de façon à compléter l'information?
Le président: Nous pouvons inviter les deux. Il y a aussi des aspects réglementaires. Une des questions
débattues est de savoir quelles sont les mesures réglementaires à adjoindre à la mesure de rachat des
créances.
Nous inviterons donc également un représentant expert de la CBFA, le 8 octobre.
01.06 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Voor het reces heeft u mij
doorverwezen naar Hendrik Bogaert. Wij hebben in de planning van
de commissie voor de Globalisering hoorzittingen over de financiële
crisis voorzien. Een aantal personen van de OESO staat reeds klaar
om te komen. Zij hebben mij dat al principieel beloofd. Wij willen
tijdens deze hoorzittingen de nieuwe financiële architectuur nagaan.
Voor de commissie voor de Financiën lijkt het mij interessant om te
bekijken wat er op Belgisch vlak moet worden veranderd.
Ik weet dat men vorige week in het Europees Parlement daarover een
resolutie heeft goedgekeurd. In die resolutie staat een aantal ideeën
en suggesties. Ik vraag mij af of het niet goed zou zijn om dit open te
trekken in een reeks hoorzittingen. Wij kunnen gerust beginnen met
deze hoorzitting. Ik ben bereid om de namen van de personen die
zich beschikbaar hebben verklaard aan u te bezorgen. Op die manier
kunnen wij daarover een reeks hoorzittingen houden.
De voorzitter: Het ene belet het andere niet. Volgende zaterdag of zondag zal in de Kamer worden
gestemd en daarna in de Senaat.
01.07 Minister Didier Reynders: In de Verenigde Staten!
Le président: Quand je parle de la Chambre et du Sénat, je parle des États-Unis. Une décision
extrêmement importante, qu'elle soit positive, négative ou nuancée, va être prise ce week-end. Je pense
qu'il serait bon, dans les dix jours qui suivent, que nous puissions être informés des conséquences de cette
décision pour les États-Unis mais aussi pour l'économie globale.
Dit belet echter niet dat in de commissie Globalisering een reeks hoorzittingen zou doorgaan die globaler
en breder zijn en over meerdere weken zijn gespreid. We moeten erover nadenken of we dat in
samenwerking doen.
De vergadering van 8 oktober zou wel degelijk gaan over de Amerikaanse en de wereldwijde impact en wat
ze al dan niet volgende weekend zullen hebben beslist.
We zullen dus contact opnemen met de Nationale Bank en de CBFA.
02 Question et interpellation jointes de
- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'évolution des recettes fiscales" (n° 7110)<br>- M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre des Finances et Réformes
institutionnelles sur "la crise budgétaire" (n° 122)b>
02 Samengevoegde vraag en interpellatie van
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de evolutie van de fiscale ontvangsten" (nr. 7110)
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
- de heer Robert Van de Velde tot de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de begrotingscrisis" (nr. 122)
02.01 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, ma question a été rédigée au début du mois de
septembre, un peu avant une réunion dédiée au budget au cours de
laquelle vous avez pu répondre à certaines interrogations au sujet des
recettes fiscales. Néanmoins, ma question conserve une certaine
actualité.
Les chiffres au 31 juillet, sur lesquels je m'étais fondé, n'étaient pas
conformes à ceux qui avaient été espérés. En effet, nous en étions à
peine à 3,99% de plus par rapport à 2007, alors qu'étaient prévus
6,58% après un ajustement budgétaire. Vous avez laissé entendre
que la progression pourrait être de 5,04% à la fin du mois d'octobre, le
manque à gagner étant stabilisé à 1.148 millions d'euros. Nous
savons que le poste de recettes fiscales se situe en dessous des
prévisions: 5,1 au lieu de 7,4 en précompte professionnel; 2 au lieu de
5,7 en TVA; 4,6 au lieu 6,2 en versements anticipés; - 1,9 aux accises
alors qu'on prévoyait en juillet - 0,7. En outre, le budget initial s'élevait
à +1,7.
Monsieur le ministre, comment expliquer cette différence? Vous
répondrez facilement à cette question. Depuis lors, une nouvelle
évolution, positive ou négative, de la situation a-t-elle été constatée?
Avons-nous encore les moyens, d'ici la fin de l'année, de prendre des
mesures qui pourraient améliorer les rentrées fiscales?
02.01 Christian Brotcorne (cdH):
De cijfers met betrekking tot de
fiscale ontvangsten op 31 juli,
waarop
ik
me
tijdens
de
begrotingsbespreking
baseerde,
waren lager dan verwacht: de
ontvangsten lagen 3,99 procent
hoger dan in 2007, terwijl werd
uitgegaan van een toename met
6,58
procent
na
een
begrotingsaanpassing. U liet toen
verstaan dat de stijging tegen eind
oktober zou kunnen oplopen tot
5,04 procent.
Vanwaar dat verschil? Is de
situatie
sindsdien
nog
geëvolueerd? Kunnen we dit jaar
nog maatregelen nemen om de
fiscale ontvangsten op te krikken?
De voorzitter: De heer Van de Velde heeft mij gemeld dat zijn interpellatie, agendapunt 20.5, eigenlijk over
hetzelfde gaat. Ik stel dus voor om deze interpellatie toe te voegen aan de vraag van de heer Brotcorne.
02.02 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, van bij de begrotingsopmaak begin dit jaar hebben wij,
met verschillende partijen, aangegeven dat de parameters waarop
deze begroting was gebaseerd, veel te rooskleurig waren ingeschat.
Ik citeer er enkele. De reële groei van 1,9 procent werd vanaf de
eerste dag al ondergraven door studies van het IMF en de Europese
Centrale Bank. U schatte de inflatie op 3 procent, terwijl zij uitkomt op
5,39 procent. U schatte de groei van de fiscale ontvangsten op 6,25
procent, terwijl we amper 4 procent halen. De groei van de btw-
ontvangsten schatte u in op 5,7 procent, terwijl we op dit moment
slechts 2 procent halen.
Daarnaast zaten er in de begroting nog een aantal rammelende
veronderstellingen ingebouwd, zoals de 250 miljoen euro van de
elektriciteitssector, de 400 miljoen euro besparingen van het Vlaams
Gewest en de 200 miljoen uit de omzendbrief met betrekking tot de
zogenaamd besproken en niet-bestaande inbreuken op de regeling
van de notionele intrestaftrek.
Ik viel van mijn stoel op 5 september, toen ik het intern document zag
dat u samen met uw collega-staatssecretaris, de heer Wathelet, hebt
opgemaakt. Ik zie op pagina 5 dat u er in de maanden juni-juli nog in
slaagt ons een groei van de fiscale ontvangsten met 294 miljoen voor
te schotelen, waaruit u zelfs nog zeer triomfantelijk 110 miljoen aan
extra maatregelen voorstelt aan de bevolking.
02.02 Robert Van de Velde
(LDD): Dès la confection du
budget, plusieurs partis ont fait
observer que les paramètres à la
base de ce budget avaient été
estimés de façon trop optimiste.
Ce fut le cas pour la croissance
réelle, l'inflation et la croissance
des recettes fiscales et de la TVA.
Il y a également eu les
suppositions bancales concernant
les 250 millions d'euros qui
devaient provenir du secteur de
l'électricité,
les
400 millions
d'euros
d'économies
que
réaliserait la Région flamande et
les 200 millions que rapporterait
une
circulaire
relative
aux
infractions au régime de la
déduction des intérêts notionnels.
Le
document
interne
du
5 septembre rédigé par le ministre
et
le
secrétaire
d'État,
M. Wathelet, fait miroiter une
croissance des recettes fiscales
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
Ik moet u teleurstellen. Als ik kijk naar de conjunctuurnota, zie ik dat
er op dat moment, op basis van de grootste posten ­ de directe
belastingen en de btw-ontvangsten ­ geen enkele reden was om te
veronderstellen dat de resultaten zouden worden behaald. Dan
spreek ik nog niet over extra's. Het grote tekort zit in de btw-
ontvangsten. Als ik de cijfers van eind juni neem, waarop u tijdens de
begrotingscontrole ook een beroep kon doen, kwam u uit op 1,3
procent. Als u dan kijkt naar de rest van het jaar, dan moest u, om die
inkomsten te realiseren, op dat moment per maand een groei hebben
van 10 procent, wat natuurlijk volledig buiten de kwestie is. Dat
zouden we nooit hebben gehaald. Op dit moment ­ als we naar de
cijfers van eind juli kijken ­ is de situatie een klein beetje verbeterd,
maar niet veel. We zien dat we, om het resterende deel te halen om
een nulgroei te realiseren ten opzichte van uw budget, nog een
stijging van 12,5 procent in de btw-ontvangsten moeten
bewerkstelligen. Ik denk dat we dat in onze huidige conjuncturele
toestand niet halen.
En toch blijven u en de eerste minister tijdens alle
begrotingsdiscussies het begrotingsevenwicht staande houden.
Ondertussen is dat wat gekeerd en beginnen we stilaan na te denken
over een klein tekort. Dan wordt er ook geschoten naar de Vlaamse
regering, omdat haar 400 miljoen het probleem zou zijn. Nee,
mijnheer Reynders, het probleem zit in het feit dat u de cijfers veel te
rooskleurig en veel te mooi hebt proberen voor te stellen, terwijl de
Nationale Bank of de Hoge Raad voor de Financiën ­ instanties die in
uw ogen misschien toch iets meer respect verdienen dan mijn
teltalent ­ in juni spreken over een tekort van 1 miljard. Om de
begroting terug op het spoor te krijgen, moet een inspanning worden
geleverd van 0,3 tot 0,4 procent.
Dat is een bewering van 14 juni. Op dat moment blijft u, en het bewijst
ligt hier, in de begrotingscontrole met een surplus bovenkomen. Ik zal
de volledige tekst van de Hoge Raad voor Financiën niet debiteren,
maar in elk geval was die volledig tegenstrijdig met de cijfers die u
hebt voorgehouden.
Mijnheer de minister, ik wil u daarom enkele vragen stellen. In de
begrotingscontrole voorziet u nog in een stijging van 294 miljoen,
ondanks het feit dat de conjunctuurnota op dat moment al duidelijk
aantoonde dat u op een tekort afstevende.
U spreekt ook over 110 miljoen extra koopkrachtmaatregelen die u
zult inschrijven. Als ik die cijfers zie, is mijn vraag op welke glazen bol
u zich hebt gebaseerd om ertoe te komen dat de fiscale ontvangsten
zouden stijgen?
Als ik de conjunctuurnota van eind juli bekijk, kom ik bovendien
nogmaals tot de vaststelling dat het grote probleem de btw-
ontvangsten zijn. Om de nominale stijging van 1,4 miljard te bereiken,
moeten de btw-inkomsten over de laatste vijf maanden met 12,5%
stijgen. Dat is onmogelijk. Op dit moment weet u dat u een tekort zult
hebben. Wat is volgens u het tekort in de fiscale ontvangsten, waarop
u afstevent?
Tot slot, niet onbelangrijk door het effect van de financieringswet met
afdrachten aan de Gewesten en door de groeiende sociale zekerheid
derft de federale kas op dit moment ongeveer 1 miljard euro aan btw-
de 294 millions pour les mois de
juillet et d'août. Je vais devoir
décevoir le ministre. La note de
conjoncture fait état d'un déficit
important en termes de recettes
TVA.
Et pourtant, le ministre et le
premier ministre continuent à
parler d'équilibre budgétaire au
cours de toutes les discussions
budgétaires. Il est peu à peu
question d'un léger déficit. Le
problème ne se situe pas au
niveau des 400 millions du
gouvernement
flamand
mais
résulte de l'édulcoration des
chiffres par le ministre. La Banque
nationale et le Conseil supérieur
des Finances évoquaient déjà en
juin en déficit d'un milliard. Pour
remettre le budget sur les rails, un
effort de 0,3 à 0,4 % devra être
consenti.
Les chiffres avancés par le
ministre ne correspondent pas aux
données qui figurent dans le texte
du
Conseil
supérieur
des
Finances. Dans le cadre du
contrôle budgétaire, le ministre
prévoit encore une hausse de 294
millions, alors même que la note
de
conjoncture
annonce
clairement un déficit. En ce qui
concerne les 110 millions réservés
à des mesures supplémentaires
visant à soutenir le pouvoir
d'achat, je me demande sur quels
éléments se fonde le ministre
lorsqu'il prévoit une augmentation
des recettes fiscales. Le problème
majeur réside dans les recettes de
la TVA. À combien le ministre
estime-t-il le déficit au-devant
duquel nous allons?
Les caisses du fédéral sont
actuellement amputées d'environ
un milliard d'euros de recettes de
TVA. Quelle sera l'incidence de ce
déficit sur la dette de l'État? Le
ministre maintient-il le cap d'une
diminution de la dette publique à
82 %,
sachant
qu'il
est
actuellement confronté à une
pénurie
de
moyens
de
financement?
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
inkomsten. Aangezien de collega's uit Vlaanderen duidelijk hebben
beslist om koopkrachtmaatregelen te nemen ­ zoals uw collega
Demotte in Wallonië trouwens ook heeft gedaan voor 80 miljoen; men
gaat daar gratis met de bus rijden; het Stevaert-effect is er
doorgedrongen ­, is mijn vraag wat het effect is van dat tekort op de
staatsschuld?
Blijft u vasthouden aan een daling van de staatsschuld tot 82%,
wetende dat u op dit moment worstelt met een tekort aan
financieringsmiddelen en dat we onze obligaties zelfs niet aan de
straatstenen kwijtraken?
Mijnheer de minister, ik krijg graag een antwoord van u op die drie
punten.
02.03 Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, je ne suis
pas étonné des questions posées sur l'évolution des recettes. Ce qui
me surprend, c'est qu'un regard assez simple posé sur les
commentaires économiques et financiers des derniers mois et des
dernières semaines devrait faire comprendre que la croissance de
l'économie européenne et mondiale ralentit considérablement par
rapport à un passé très récent. C'est pratiquement toutes les
semaines, sinon tous les jours, qu'on nous annonce qu'il y a eu une
croissance négative pendant un trimestre puis deux trimestres en
Allemagne, qu'on revoit à la baisse les chiffres en France. Je suppose
qu'on a été attentif à la situation aux États-Unis, qui s'aggrave
systématiquement semaine après semaine. Il n'y a pas trois mois
qu'on a annoncé une intervention globale de mille milliards de dollars
et on a pu constater les reprises d'un certain nombre d'actifs. Tout
cela s'est produit dans les dernières semaines.
Si je devais suivre le raisonnement que j'entends, je dirais ceci à M.
Van de Velde.
02.03 Minister Didier Reynders:
De vragen met betrekking tot de
evolutie van de ontvangsten
verwonderen mij niet. Wat me wel
verbaast, is dat een blik op de
economische
en
financiële
commentaren van de afgelopen
maanden en weken nochtans zou
moeten volstaan om in te zien dat
de groei van de Europese en de
wereldeconomie
aanzienlijk
vertraagt ten opzichte van de
groeicijfers in een heel recent
verleden.
Mijnheer Van de Velde, normaal hebben wij een tekort van 2% of 3%
van het bbp. Met zo'n raming in juli en een crisis sinds juli is de vraag
hoe het mogelijk is bij hetzelfde bedrag te blijven.
Ik heb mijn berekeningen gemaakt op basis van de nota van de
studiedienst van de FOD Financiën, wat normaal is, en op basis van
de verschillende elementen van het Planbureau, van de Nationale
Bank van België en dergelijke. Het is dus logisch om dergelijke cijfers
op tafel te hebben.
Wat is de toestand nu? Ik ga niet in detail alle cijfers van juli geven. U
kent de cijfers.
Le déficit doit normalement être de
2 à 3 %. Cette estimation date
néanmoins du mois de juillet. J'ai
établi mon calcul sur la base de la
note du service d'étude du SPF
Finances et des informations
provenant d'instances telles que la
Banque Nationale et le Bureau du
Plan.
J'ai vu la demande de M. Brotcorne: concrètement, aujourd'hui, quelle
est l'estimation des recettes pour l'année 2008?
Le service d'études des Finances, sur base des chiffres des huit
premiers mois, estime que les recettes probables 2008 atteindront
95.702.400.000 euros, soit 1.052.000.000 de moins que l'estimation
de l'ajustement budgétaire de juillet. Pour bien rappeler de quoi nous
parlons, il s'agit d'un peu plus de 1% du total des recettes, il s'agit de
0,3% du produit intérieur brut.
De heer Brotcorne stelt mij vragen
over de geschatte ontvangsten
voor 2008. De studiedienst van
Financiën raamt de vermoedelijke
ontvangsten
voor
2008
op
95.702.400.000
euro,
dit
is
1.052.000.000 euro minder dan de
raming
bij
de
begrotingsaanpassing in juli. Dit
vertegenwoordigt iets meer dan 1
procent van de totale ontvangsten
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
of 0,3 procent van het bruto
binnenlands product.
Dat is dus al een antwoord op de vraag over de schuld. Wij blijven
dezelfde evolutie kennen.
Ik krijg trouwens elke maand felicitaties van de Europese Centrale
Bank, die zich afvraagt hoe het in België, in vergelijking met andere
landen, mogelijk is om een evenwicht en een daling van de schuld te
blijven bereiken. Groot-Brittannië kent een tekort van meer dan 3%.
Wij proberen om minder dan 3% van het bbp van Frankrijk te hebben.
Ook Duitsland evolueert naar een tekort.
Ik weet dat voor u alleen België telt en dat u geen interesse hebt voor
de toestand in andere landen. Zelfs de crisis in de Verenigde Staten
heeft volgens u geen enkel effect op ons land. Dat is echter uw
analyse.
L'évolution se maintient donc, ce
dont
la
Banque
centrale
européenne me félicite tous les
mois. Mais seule la Belgique
compte à vos yeux et vous
considérez que même la crise
financière aux États-Unis n'a
aucune influence sur la situation
dans notre pays.
Je répète ce chiffre, monsieur le président: 95.702.000.000.
Il s'agit d'une estimation aujourd'hui sur la base de huit mois de
recettes. Il est évident qu'un certain nombre d'adaptations
interviendront encore d'ici la fin de l'année et que, comme chaque
année ­ je le redirai encore d'ici le mois de décembre - il faudra
attendre pratiquement le 31 décembre pour savoir si on a un déficit de
- 0,1 ou - 0,2 ou un bonus de 0,1 ou 0,2.
On peut évidemment retirer toutes les semaines des éléments de
cette démarche.
Qu'avons-nous fait pour arriver à ce chiffre?
Nous sommes repartis des estimations des huit premiers mois et
nous avons aussi estimé ­ je peux également vous le donner -, sur la
base du dernier budget économique pour 2009, l'évolution des
recettes fiscales en 2009. Je dis bien que cette estimation a été
réalisée sur la base des données du Bureau du Plan, c'est-à-dire
1,2% de croissance économique, ce qui est largement en-dessous de
la croissance même encore estimée pour cette année, et 2,7%
d'inflation, telle qu'elle a été évoquée.
Qu'est-ce qui va entraîner des conséquences en matière de recettes
fiscales en 2009?
Un certain nombre de mécanismes automatiques. Je vais d'abord
vous donner le chiffre. Aujourd'hui, l'estimation du service d'études
est que les recettes fiscales seront de 98.320.400.000 euros, c'est-à-
dire une croissance de 2,74% par rapport à 2008. En impôts directs,
cela représente une croissance de 1,77. Pour les impôts indirects - en
dehors de la TVA qui est dans les méthodes désagrégées -, on est à
2,86%. Pour la TVA pure et certaines taxes assimilées, on devrait être
au-delà des 4%. Mais ce qui est important, c'est de retenir 2,74% de
croissance d'ensemble, avec surtout en impôts directs, une
croissance assez faible de 1,77.
Pourquoi? Parce qu'au 1
er
janvier prochain va intervenir une
indexation des barèmes fiscaux. Nous avons connu une inflation très
forte cette année. J'ai déjà anticipé une partie de l'indexation à partir
Tegen het einde van het jaar zal
natuurlijk
nog
een
aantal
aanpassingen worden uitgevoerd.
Om tot dat cijfer te komen zijn we
uitgegaan van de ramingen voor
de eerste acht maanden en
hebben we, op grond van de
laatste economische begroting
voor 2009, een raming gemaakt
van de te verwachten fiscale
ontvangsten in 2009. Die raming
gebeurde op grond van de
gegevens van het Planbureau,
namelijk een economische groei
van 1,2 procent, wat veel lager is
dan de geraamde groei voor dit
jaar, en een inflatie van 2,7
procent.
Een aantal mechanismen zal
gevolgen hebben voor de fiscale
ontvangsten in 2009. Vandaag
worden
die
ontvangsten
op
98.320.400.000 euro geschat -
dat is een toename met 2,74
procent in vergelijking met 2008 -
met een vrij beperkte groei van
1,77 procent inzake de directe
belastingen,
omdat
de
belastingschalen op 1 januari
eerstkomend worden geïndexeerd.
We zijn bezig met het opmaken
van de begroting van 2009 en dat
is zeker geen sinecure in de
huidige context.
In België wordt nagegaan of we
voor
2008
nagenoeg
een
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
du mois d'octobre, à concurrence de 2%, mais nous allons
évidemment connaître une indexation importante des barèmes
fiscaux au 1
er
janvier et l'administration en tient compte.
Que puis-je encore dire?
Nous sommes en train de préparer le budget 2009 qui ne sera pas un
budget facile. C'est évident quand on regarde autour de nous.
Ma collègue française vient d'annoncer que l'objectif de la France
était d'atteindre maintenant un déficit de 0,5% du PIB en 2012.
Nous sommes en train de suivre des procédures de déficit excessif
en Grande-Bretagne et nous allons probablement en ouvrir dans
d'autres pays. En Belgique, on est en train de regarder si la situation
de 2008 est à l'équilibre, comme les années précédentes, à zéro
virgule quelque chose près. Je l'ai dit il y a quelques semaines: 0,1,
0,2 ou 0,3, je n'en sais rien car nous sommes en train de travailler sur
huit mois de recettes proprement dites et qu'il y a tous les autres
éléments.
Je ne dispose d'aucun chiffre pour l'instant de la Sécurité sociale. Je
n'ai aucune élément concret en matière de dépenses, même s'il me
semble que pour cette année, les dépenses sont sous contrôle.
Je peux simplement confirmer qu'en ce qui concerne la dette, nous
nous dirigeons vers une diminution, tel qu'annoncé.
La différence ne sera pas significative, quel que soit le résultat de
cette année. En ce qui concerne l'année prochaine, nous sommes
confrontés à un ralentissement de la croissance, à une adaptation sur
le plan fiscal des barèmes. Des augmentations salariales sont
intervenues cette année, mais les barèmes fiscaux étant évidemment
adaptés au 1
er
janvier de l'année suivante, nous allons connaître un
décalage en recettes. Fort heureusement pour le pouvoir d'achat de
nos concitoyens! En effet, il est intéressant d'indexer les
rémunérations, mais si on n'indexe pas les barèmes fiscaux - ce qui
ne s'est pas fait pendant de très nombreuses années, pendant les
années 1990 -, nous allons être confrontés à une augmentation a
priori sensible des dépenses, simplement liées également à
l'indexation des rémunérations dans la Fonction publique, des
pensions, des allocations, tout comme à l'augmentation des coûts de
l'énergie qui se répercutent dans les éléments de configuration du
budget de l'État.
Voilà où nous en sommes! Cela signifie que j'aurais déjà pu vous dire,
il y a plus d'un mois que, selon mon estimation, nous sommes en
risque à concurrence de 0,2 voire 0,3% du PIB. Je l'ai signalé à mes
collègues européens également. Que pouvons-nous faire d'ici la fin
de l'année? Continuer à gérer de manière stricte les dépenses sur
lesquelles on a réellement un pouvoir d'action, continuer à soutenir le
pouvoir d'achat, ce qui se répercute sur la consommation intérieure.
Je rappelle les mesures de baisse d'impôts prises à travers une série
d'adaptations cette année: des frais forfaitaires déjà aménagés en
début d'année, une augmentation du minimum imposable pour les
revenus les plus faibles intervenue cet été et l'indexation des barèmes
fiscaux anticipée au mois d'octobre sans parler des mesures en
matière de chauffage. Je ne rappellerai pas le Fonds Mazout et les
evenwicht bereiken, aangezien
nog niet alle gegevens bekend
zijn. Ik kan wel al bevestigen dat
we effectief evolueren naar de in
het
vooruitzicht
gestelde
schuldafbouw.
Het verschil zal niet significant zijn.
Voor volgend jaar verwachten we
een
groeivertraging
en
een
aanpassing
van
de
belastingschalen.
Onze
risicopositie betreft 0,2 of 0,3
procent van het bbp, en ik heb
mijn Europese collega's hiervan
op de hoogte gebracht. Tot het
einde van het jaar kunnen we de
uitgaven strikt blijven beheersen
en
de
koopkracht
blijven
ondersteunen.
Deze
laatste
maatregel heeft namelijk gevolgen
voor de binnenlandse consumptie.
Voor 2008 kunnen we de evolutie
van
de
ontvangsten slechts
vaststellen:
bij
een
dalende
consumptie dalen nu eenmaal ook
de btw-ontvangsten.
Het is altijd mogelijk dat er
buitengewone ontvangsten zijn of
dat de uitgaven dalen, en dat kan
een tegeneffect hebben, maar zo
ziet de situatie er nu uit.
Deze raming komt van de
studiedienst van Financiën. Hoe
kunnen we ­ op een totaal van 95
miljard euro aan ontvangsten - in
juni of juli van dit jaar al zeker zijn
dat het doel op één procent na
wordt bereikt?
U
verwijt
me
hetzelfde
ontvangstentekort als dat van uw
raming in juni. Ik zou heel blij zijn
als de gebeurtenissen van de
afgelopen
weken
niet
tot
wijzigingen op het stuk van de
ontvangsten
zouden
hebben
geleid, want dat zou een mirakel
zijn. Jammer genoeg is dat echter
niet zo. In juli was er volgens de
prognoses nog een evenwicht, en
momenteel hebben we een risico
van 1 procent.
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
mesures comparables.
Pour l'année 2008, on ne peut que constater l'évolution des recettes.
Lorsque la consommation diminue, les recettes de TVA diminuent
aussi bien entendu. C'est la seule constatation que nous puissions
faire.
Monsieur le président, il faut toute proportion garder dans ce genre de
débat. Nous évoquons un taux de PIB de l'ordre de 0,2 à 0,3%. Je me
souviens avoir présenté avec mes différents collègues du Budget
successifs les résultats au début du mois de janvier. Certaines
années, nous avons annoncé des comptes en équilibre et quelques
mois plus tard, au moment des décomptes définitifs, ils présentaient
une progression de 0,2 à 0,3%.
L'année dernière, j'ai annoncé au mois de juin que nous terminerions
probablement l'année avec un déficit de l'ordre de 0,2%. C'est ce qui
s'est produit. Je ne vois pas pourquoi je devrais taire cette donnée. En
ce mois de septembre, je sens que l'évolution des recettes et la
situation économique devraient également nous amener à ce genre
de risque. Je ne le cache pas non plus. C'est la réalité! Des recettes
exceptionnelles ou des diminutions de dépenses pourraient-elles
intervenir et engendrer un effet contraire? Pourquoi pas? Mais voilà la
situation actuelle. Cette estimation émane du service d'études des
Finances, le même service qui faisait l'estimation de juin ou juillet, sur
laquelle nous nous sommes basés pour travailler le budget. Comment
voulez-vous, sur une recette de 95 milliards d'euros, être certains au
mois de juin ou juillet de cette année, que l'objectif sera atteint à 1%
près?
Ou alors je vous propose d'arrêter les travaux de la commission. Je
ne sais pas pourquoi nous allons parler d'une crise financière
mondiale, de ses répercussions partout, du ralentissement de la
croissance. Je ne sais pas où vous êtes partis en vacances mais il
fallait être très loin de la planète Terre pour ne pas se rendre compte
que des choses ont changé entre le printemps et l'automne. Peut-être
avez-vous une technique pour prendre vos vacances très loin de
notre monde. En effet, si je comprends bien, vous me reprochez le
même déficit de recettes que celui que vous estimiez en juin. Si c'était
le cas, j'en serais ravi: avoir passé les moments qu'on vient de vivre
ces dernières semaines sans modifications des recettes, ce serait
miraculeux. Malheureusement, ce n'est pas le cas. Nous étions restés
sur une prévision d'équilibre au mois de juillet et nous sommes en
risque de 1% aujourd'hui.
02.04 Christian Brotcorne (cdH): J'ai précisé au début de ma
question qu'elle remontait au tout début du mois de septembre et
qu'elle se basait sur des chiffres du mois d'août. J'ai ajouté que pour
cette raison, vous n'auriez aucun mal à justifier ces écarts.
Ce que je retiens de votre réponse, monsieur le ministre, c'est que
nonobstant cette situation qui s'est encore dégradée, vous restez
dans ce que vous nous aviez annoncé, un budget présentant un
déficit de l'ordre de 0,3% Vous parlez à présent de 1%. On sait qu'il y
aura encore un contrôle budgétaire et que le gouvernement prendra
certainement des décisions pour rester le plus proche possible de
l'équilibre. C'est la volonté des partis de la majorité.
02.04 Christian Brotcorne (cdH):
Niettegenstaande die situatie die
intussen nog verslechterd is, blijft
u bij uw eerdere aankondiging,
namelijk een begroting met een
tekort van 0,3 procent. Nu heeft u
het over 1 procent. We weten dat
de regering beslissingen zal
nemen
om
het
begrotingsevenwicht
zo
dicht
mogelijk te benaderen. Dat is wat
de partijen van de meerderheid
willen.
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
Vous avez également confirmé les propos du secrétaire d'État au
Budget il y a une quinzaine de jours, à savoir que les dépenses
étaient maîtrisées grâce à une gestion stricte. Vous venez de le
redire. Il a ajouté que cela ne mettrait pas à mal les mesures
décidées par le gouvernement en faveur du pouvoir d'achat de nos
concitoyens. Je suis donc satisfait de la réponse du ministre des
Finances.
U heeft ook de uitspraken van de
staatssecretaris voor Begroting
van een tweetal weken geleden
bevestigd,
namelijk
dat
de
uitgaven onder controle waren
dankzij een streng beheer, dat de
genomen
maatregelen
ter
bevordering van de koopkracht
niet in het gedrang zou brengen.
Ik ben dan ook tevreden over het
antwoord van de minister van
Financiën.
02.05 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, het
probleem van de internationale monetaire crisis is in januari zeer
duidelijk uitgelegd. Ik weet niet wat de situatie van juni en juli die u
beschreef aan verschil maakt. Die maakt een verschil, omdat het
probleem dat in januari is aangekaart uiteindelijk tot ontploffing is
gekomen, maar daarop had u geanticipeerd. Ik zie u hier nog staan,
zeggende
dat
wij
zouden
opletten
en
dat
wij
een
voorzichtigheidsbeleid zouden voeren. Wel, u hebt helemaal geen
voorzichtigheidsbeleid gevoerd. Want had u in juni uw eigen
conjunctuurnota gevolgd, had u op dat moment de rest van de
regering kunnen doen ingrijpen om niet tot een tekort te komen.
Dat tekort veegt u nu wat onder de mat, maar uiteindelijk zal het effect
daarvan pas over enkele jaren zichtbaar worden. Daarom meen ik dat
het verwijt aan u zeer duidelijk moet zijn dat u op het moment dat u in
juni over de cijfers beschikte een zeer voluntaristische houding hebt
aangenomen en dat u er niet in bent geslaagd een
voorzichtigheidsbeleid te voeren. U hebt de cijfers verdoezeld, met als
effect dat er ook geen begrotingsmaatregelen zijn genomen en dat wij
nu op een tekort afstevenen dat de komende jaren zal bezwaren.
Tot slot, u doet heel pathetisch over het feit dat het slechts over 0,2%
of 0,3% gaat. Neen, u bent continu blijven hameren op een evenwicht
en zelfs op een overschot. Uiteindelijk is dat waar het om gaat. Het
gaat mij niet om het feit dat u ook geen glazen bol hebt, het gaat mij
om het feit dat u de cijfers hebt verdoezeld. U hebt ze veel te
rooskleurig voorgesteld en vandaag zitten wij in de situatie dat wij op
een tekort afstevenen dat de komende jaren zal bezwaren.
U hebt totaal geen voorzichtigheidsbeleid gevoerd, met als effect dat
wij de komende jaren met zijn allen extra kunnen betalen.
02.05 Robert Van de Velde
(LDD): Le problème de la crise
monétaire internationale a été
expliqué très clairement au mois
de janvier. Le ministre n'a toutefois
pris aucune mesure de prévention.
Il s'efforce aujourd'hui d'occulter la
réalité du déficit dont les effets ne
seront perceptibles que dans
quelques années. Je lui reproche
d'avoir dissimulé ces chiffres alors
qu'il en disposait déjà au mois de
juin. Aucune mesure budgétaire
n'a dès lors été prise. Nous allons
vers un déficit et nous devrons
tous
en
supporter
les
conséquences financières dans
les prochaines années. Le ministre
a beaucoup trop enjolivé les
chiffres.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de bevindingen van het rapport over de verzelfstandiging van het
douaneagentschap" (nr. 7113)
03 Question de M. Jan Jambon au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les conclusions du rapport sur l'autonomisation de l'agence douanière" (n° 7113)</b>
03.01 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, in april van
dit jaar ondervroeg ik u over de talrijke voordelen die een zelfstandig
douaneagentschap zou kunnen bieden voor een goede ondersteuning
03.01 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Au mois d'avril de cette
année, le ministre a reconnu
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
van de logistieke stromen in ons land.
U erkende toen het belang van een voldoende autonoom en
gespecialiseerd douaneagentschap en u vermeldde dat u dat een
goede zaak zou vinden en dat u er zelfs voor pleit. In uw antwoord
verwees u ook naar de beslissing van de Ministerraad van 26 juni
2006, waarin de opdracht werd gegeven om een studie voor de
aanpassing van het Coperfinplan op het vlak van de processen, het
personeel, de organisatie en ICT te maken voor de administratie
Douane en Accijnzen. De topman van de douane, de heer Colpin, zou
u die studie in juni 2008 bezorgen.
Aangaande de uitwerking van een arbeidsregeling in shifts, waarvoor
de administratie Douane en Accijnzen in grote mate vragende partij is,
zei u in april dat de dienst Personeel en Organisatie van de FOD
Financiën aan het onderzoeken was hoe men dat in de
reglementeringen kon opnemen.
Mijnheer de minister, het is nu september 2008. Ik ga er dus vanuit
dat u de studie over de verzelfstandiging van het agentschap hebt
ontvangen en dat de dienst Personeel en Organisatie van de FOD
Financiën zijn onderzoek heeft voltooid.
Ik heb de volgende vragen.
Ten eerste, wat zijn de bevindingen van de studie over de
verzelfstandiging van het douaneagentschap? Kunt u de studie, indien
ze al klaar is, bezorgen aan het Parlement?
Ten tweede, heeft de administratie, naar aanleiding van de studie,
ook contact genomen met de betrokken bedrijven en verenigingen
van havenbedrijven omtrent hun opmerkingen ter zake?
Ten derde, wanneer denkt u de eventuele bevindingen van de studie
te implementeren en de verzelfstandiging van het douaneagentschap
door te voeren? Kunt u hiervoor een timing geven?
Ten vierde, wanneer zal het shiftsysteem voor het douanepersoneel
worden ingevoerd? Wat is de timing daarvoor?
l'importance d'une agence en
douane suffisamment autonome et
spécialisée. Le ministre a ajouté
que le Conseil des ministres avait
déjà commandé une étude pour
vérifier
quelles
adaptations
devaient être opérées à cet égard.
Cette étude devait être transmise
au ministre au mois de juin 2008.
Par ailleurs, le service Personnel
et Organisation devait dans
l'intervalle vérifier si un règlement
de travail en shifts pouvait figurer
dans les réglementations.
Quelles sont les conclusions de
l'étude relative à l'agence en
douane?
Le
ministre
peut-il
communiquer cette étude au
Parlement? À la suite de cette
étude, l'administration a-t-elle pris
contact avec les entreprises
concernées?
Quand
les
conclusions de cette étude seront-
elles mises en oeuvre? Quand le
système de shifts sera-t-il instauré
pour le personnel douanier?
03.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Jambon, in het kader van de beslissingen die werden genomen in de
Ministerraad van 23 juni 2006, werd op 14 juni 2007 de studie omtrent
de nieuwe BPR "Douane en Accijnzen" opgestart. Naast de
aanpassing van de bestaande Coperfinprocessen, het uitwerken van
nieuwe processen, het in kaart brengen van de gevolgen ervan op het
vlak van de organisatie, ICT, de logistiek, het budget en het
personeel, zal ook een implementatieplan worden opgesteld. De
studie is nog niet volledig afgerond. Het resultaat mag worden
verwacht in de loop van de maand oktober 2008.
In het kader van de vermelde studie zijn nog de volgende stappen
gepland: ten eerste, het bespreken van de studie met de
representatieve beroepsfederaties, ten tweede, een intern overleg
binnen de FOD Financiën en het staatssecretariaat toegevoegd aan
de minister van Financiën, ten derde, het voorleggen van de studie
aan de minister van Financiën en, ten vierde, het bespreken en
evalueren van de studie met representatieve vakbonden en het
03.02 Didier Reynders, ministre:
L'étude a été commandée le 14
juin 2007. Elle devrait être
transmise au mois d'octobre 2008
et
sera
communiquée
au
Parlement.
L'étude comprend également un
calendrier de mise en oeuvre mais
non les modalités proprement
dites de celle-ci. Les projets
Coperfin
en
cours
seront
également intégrés à la mise en
oeuvre. Le calendrier exact ne
pourra être précisé que lorsque
l'étude sera terminée.
L'absence de règlement en shifts
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
personeel van Douane en Accijnzen. Later kunnen wij over de
eindstudie communiceren naar het Parlement.
De studie voorziet eveneens in een implementatieplanning, maar niet
de implementatie zelf. In die implementatie zullen de lopende
Coperfinprojecten worden geïntegreerd. De exacte timing hiervan kan
pas worden gegeven na afloop van de studie, in de volgende
maanden.
Het ontbreken van een shiftregeling is voor de douane inderdaad een
nijpend probleem.
Het sectoraal akkoord 2007-2008, dat mijn collega mevrouw Vervotte
met de representatieve vakbonden heeft ondertekend, voorziet onder
andere in het opstellen van een inventaris van de verschillende in de
federale overheid geldende allocaties, premies en vergoedingen, om
de stelsels zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen.
Er wordt momenteel bekeken hoe de besprekingen kunnen worden
versneld met het betrokken departement dan wel of er een apart
dossier voor de douane kan worden ingediend. Wij zullen er alles aan
doen om een algemene regeling te hebben. Als dat onmogelijk is,
moeten wij speciaal een aparte regeling uitwerken voor de douane en
accijnzen.
pour
la
douane
constitue
effectivement un problème.
L'accord
sectoriel
prévoit
l'établissement d'un inventaire des
différentes allocations, primes et
indemnités d'application au sein
des instances fédérales, en vue
d'harmoniser autant que possible
les
différents
régimes.
On
examine
actuellement
les
possibilités
d'accélérer
les
discussions ou, éventuellement,
de déposer un dossier distinct
pour la douane. Nous mettrons
tout en oeuvre pour mettre en
place
une
réglementation
générale.
03.03 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, ik zal eind oktober hierop terugkomen. Ik denk dat het de
volgende weken veel sneller zal gaan, want er is een lastige partij uit
uw meerderheid verdwenen. Dat zal nu dus allemaal dik in orde
komen.
03.03 Jan Jambon (CD&V - N-
VA): Je reviendrai sur la question
à la fin du mois d'octobre.
03.04 Minister Didier Reynders: We werken wel nog altijd met
dezelfde fractie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale benadering van de constructie 'naakte eigendom -
vruchtgebruik'" (nr. 7137)
04 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "le traitement fiscal de la construction 'nue propriété - usufruit'" (n° 7137)</b>
04.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het aannemen van een vennootschapsvorm
heeft in het verleden vooral bij de verwerving van onroerend goed
nogal voor wat voordelen gezorgd. Het gaat dan om onroerend goed
dat gedeeltelijk of bijna volledig als privéwoonst werd gebruikt. De
meest gekende aankoopconstructie was die waarbij particulieren de
grond of de woonst aankochten, in naakte eigendom dan wel, en de
vennootschap het financieel veel zwaardere vruchtgebruik.
Dat heeft nog altijd een bepaalde mate van aantrekkingskracht,
mijnheer de minister. Nochtans verneem ik dat sommige fiscale
administraties
bepaalde
aankoopconstructies
van
naakte
eigendom/vruchtgebruik afwijzen, terwijl zulke constructies bij andere
fiscale administraties wel overeind blijven.
04.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Dans le passé, la
constitution en société procurait de
nombreux
avantages
à
l'acquisition de biens immobiliers.
Lors
de
l'achat
de
biens
immobiliers,
une
construction
prisée consistait à régler l'usufruit
par le biais de la société. J'ai
appris
que
certaines
administrations fiscales refusent
désormais de telles constructions,
alors que d'autres les acceptent
toujours.
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende vragen.
Kunt u mij meedelen ­ dat mag schriftelijk ­ hoeveel onroerende
goederen die een gemengd gebruik hadden, dus professioneel en
privégebruik, jaarlijks worden aangekocht middels de constructie van
naakte eigendom en vruchtgebruik?
Hoe komt het dat de verschillende fiscale administraties die
aankoopconstructie op verschillende wijze interpreteren en soms de
aankoop van het vruchtgebruik gewoon verwerpen? Dat laatste heeft
tot gevolg dat de vennootschap die het vruchtgebruik aankoopt, geen
fiscale aftrek kan inbrengen. Dat spreekt voor zich.
Vindt u het nuttig of noodzakelijk om een einde te maken aan de
rechtsonzekerheid op het vlak van de fiscale beschouwing van die
constructie van naakte eigendom/vruchtgebruik, en dus overal in
dezelfde fiscale interpretaties te voorzien?
Denkt
u
dat
de
aankoopconstructie
van
naakte
eigendom/vruchtgebruik behouden moet worden, inclusief de fiscale
aftrekmogelijkheden?
Twee korte praktische vragen. Hoe zit het met de fiscaliteit op het
moment dat het vruchtgebruik ten einde loopt, en de naakte
eigendom weer aanwast tot volle eigendom? Wordt de particulier op
dat moment fiscaal belast, en zo ja, op welke waarde?
Wat als de particulier zijn woning verkoopt? Wordt hij dan belast op
de meerwaarde? Op welke manier wordt die meerwaarde dan
berekend? Ik bedoel dan de verkoop van de woning vooraleer het
vruchtgebruik ten einde is gelopen.
Combien de biens immobiliers
destinés à un usage mixte sont
achetés annuellement dans le
cadre de telles constructions?
Comment le ministre explique-t-il
les différences entre les diverses
administrations fiscales? Veillera-t-
il à ce que les règles soient partout
interprétées uniformément? Faut-il
maintenir la construction d'achat
nue-propriété et usufruit, en ce
comprises les possibilités de
déduction fiscale?
Qu'en est-il de la fiscalité lorsque
l'usufruit prend fin? Et lorsque le
particulier vend son habitation?
04.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, de gegevens waarover de fiscale administratie beschikt,
laten haar niet toe om het aantal situaties in te schatten die door u
worden bedoeld.
Het valt trouwens op te merken dat het gemengd gebruik van een
onroerend goed een praktisch probleem is waarvan de
beoordelingselementen niet altijd duidelijk blijken uit de handelingen
die zijn onderworpen aan de formele procedure van registratie.
De analyse van de splitsing van het eigendomsrecht heeft naakte
eigenaars-natuurlijke personen en vruchtgebruikers-rechtspersonen
aan het licht gebracht die in het bijzonder de volgende
karakteristieken vertonen.
De waarde van het vruchtgebruik is overschat.
De kosten die ten laste vallen van de naakte eigenaar, worden
gedragen door de vruchtgebruiker.
De volle eigendom wordt door de naakte eigenaar verkregen bij
afloop van het vruchtgebruik, met of zonder een kleine vergoeding.
Een actie aangaande bijstand, controle en invordering wordt
eerstdaags gehouden. Zonder de constructie als dusdanig opnieuw in
vraag te stellen, zullen de inzake inkomstenbelastingen toe te passen
04.02 Didier Reynders, ministre:
Je ne dispose pas de données
concernant
le
nombre
de
procédures d'achat visées par
M. Logghe. L'usage mixte de
biens immobiliers ne peut pas
toujours être clairement établi sur
la base de la procédure formelle
d'enregistrement. Une analyse de
telles procédures d'acquisition a
démontré que, dans la plupart des
cas, la valeur de l'usufruit est
surestimée, les frais à charge du
nu-propriétaire étant supportés par
l'usufruitier et le bien devenant la
propriété du nu-propriétaire à
l'extinction de l'usufruit.
Une
action
en
matière
d'assistance, de contrôle et de
recouvrement
sera
organisée
incessamment. Les règles seront
précisées à tous les fonctionnaires
taxateurs
concernés,
afin
d'assurer
l'uniformité
de
traitement. Ensuite, je pourrai vous
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
regels voor de verschillende hierboven aangehaalde aspecten,
worden verduidelijkt aan de taxatiebeambten, belast met de controle
van de geselecteerde dossiers. Aldus wordt de eenvormigheid van
behandeling verzekerd.
Ik ben bereid om meer elementen te geven na die actie over de
verschillende regels die van toepassing zullen zijn bij alle controles.
fournir
une
réponse
plus
circonstanciée.
04.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Misschien een korte reactie.
Ik ben inderdaad benieuwd om die regels te vernemen. Het klopt
inderdaad dat de waarde van het vruchtgebruik wordt overtroffen en
de periode waarover het vruchtgebruik loopt wordt ingekort. Als deze
constructie behouden blijft, is het volgens mij van belang dat er
eenvoudige regels worden opgesteld zodat interpretatie tot een
absoluut minimum wordt beperkt.
Ik neem nota van het feit dat de constructie zeker niet aan het einde
van zijn Latijn is. Ik dank u, mijnheer de minister.
04.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Si cette construction est
maintenue, il faudra définir des
règles simples pour éviter les
interprétations divergentes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "klachten met betrekking tot annulatieverzekeringen" (nr. 7153)
05 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "des plaintes concernant des assurances-annulation" (n° 7153)</b>
05.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, mijn vraag dateert van begin september. Op dat
moment regende het blijkbaar klachten over annulatieverzekeringen,
volgens allerlei consumentenorganisaties. Een reden van de klacht is
de
meer
dan
gebrekkige
dekking
van
verschillende
annulatieverzekeringen. Touroperators willen de prijs zo laag mogelijk
houden. Daarvoor wordt dan in een zeer beperkte dekking voorzien,
bijvoorbeeld alleen in geval van overlijden en het afbranden van de
eigen woning. Met andere woorden, onverwachte opnames in het
ziekenhuis worden niet langer gedekt, terwijl dat eigenlijk tot de kern
van de annulatieverzekering zou moeten behoren.
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van deze kwalijke
ontwikkeling op het vlak van annulatieverzekeringen, waarbij steeds
meer minderwaardige dekkingen worden aangeboden? Wat is uw
mening daarover?
Wordt het geen tijd samen te zitten met de verzekeringssector en de
reissector? Wordt daarin voorzien? Zijn er afspraken gemaakt? Wat
zal de rol van de regering daarin zijn?
Weet u hoeveel klachten er in 2007 en 2008 inzake
annulatieverzekeringen bij de ombudsman van de verzekeringen zijn
toegekomen?
Betekent dat inderdaad een manifeste stijging ten opzichte van 2006
en 2005, en met hoeveel procent?
Is het geen tijd een gedragscode af te spreken met de verschillende
sectoren? Ik denk dat touroperatoren er toch ook alle belang bij
hebben dat er een zo ruim mogelijke annulatieverzekering wordt
05.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang):
Début
septembre,
diverses
organisations
de
consommateurs ont fait état de
plaintes concernant la couverture
très
limitée
de
certaines
assurances-annulation, les tours-
opérateurs étant effectivement
soucieux de maintenir les prix au
niveau le plus bas. Le ministre est-
il au courant de cette évolution
regrettable et qu'en pense-t-il?
Des entretiens seront-ils organisés
avec le secteur des assurances et
des voyages pour conclure des
accords et le gouvernement y
participera-t-il?
Combien
de
plaintes concernant
ce type
d'assurances ont été adressées
au médiateur en 2007 et 2008 ?
Une augmentation par rapport à
2005
et
2006
a-t-elle
été
constatée? Ne conviendrait-il pas
d'arrêter un code de conduite pour
les divers secteurs?
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
onderschreven. Tevreden klanten zijn immers klanten die
terugkomen. Ik denk dat wij op het punt zijn gekomen dat er een
fundamenteel gesprek daarover mogelijk zou moeten zijn.
05.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, mijn antwoord zal zich beperken tot uw vraag van 15
september, negen dagen geleden.
Ik ben ervan op de hoogte dat er op het gebied van
reisannulatieverzekeringen uitgebreide en minder uitgebreide
waarborgen worden aangeboden onder de vorm van afzonderlijke
verzekeringspolissen of deel uitmakend van pakketreizen. De premie
van die verzekeringsproducten verschilt eveneens. Het komt de
consument toe uit te maken welke verzekeringswaarborg hij wil
bekomen en tegen welke prijs.
Bovendien, in uitvoering van de wet van 16 februari 1994 op de
reiscontracten, zou de consument ter zake precieze raadgevingen en
informatie dienen te krijgen van de reistussenpersonen.
De administratie van de FOD Economie vestigt er de aandacht op dat
op dit ogenblik er een studie loopt met betrekking tot de
annulatieproblematiek,
met
inbegrip
van
de
aansluitende
verzekeringswaarborg. Ik verkies de resultaten van de studie af te
wachten alvorens hierover stelling in te nemen.
In 2007 ontving de ombudsman 11 klachten met betrekking tot de
annulatieverzekering, tegenover twee klachten in 2006. Dat is een
forse verhoging. Voor 2006 werd de annulatieverzekering opgenomen
in de rubriek diversen en kunnen er geen aparte cijfers worden
verstrekt.
Ik verwijs opnieuw naar de bekendmaking van de resultaten van de
lopende studie alvorens ik een stelling zal innemen. Het is evenwel de
bedoeling om tot een verbetering van de toestand te komen en om op
reglementair vlak de gevolgen uit de studie te trekken.
Mijnheer de voorzitter, het is misschien mogelijk om de studie in de
commissie voor te stellen aan het einde van het proces.
05.02 Didier Reynders, ministre:
Je sais que les garanties offertes
dans le cadre des assurances-
annulation peuvent être plus ou
moins étendues et que les primes
diffèrent également. Il appartient
au consommateur d'opérer un
choix. A cet effet, il doit obtenir
des informations exactes des
intermédiaires.
Une
étude
concernant ce problème est
actuellement en cours. Je souhaite
prendre connaissance de ses
résultats de cette étude. En 2007,
le médiateur a été saisi de onze
plaintes, contre deux en 2006, ce
qui représente une augmentation
considérable.
Nous
entendons
tirer
les
enseignements de cette étude sur
le plan réglementaire. Peut-être
les
conclusions
de
l'étude
pourraient-elles être présentées à
l'issue de la procédure.
05.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben benieuwd naar de resultaten van die
studie, zodat wij kunnen zien welke richting het uit moet gaan.
Natuurlijk, ik heb misschien de vraag niet helemaal juist gesteld over
de cijfers, mijnheer de minister. Ik zal in elk geval eens horen bij de
ombudsman voor de verzekeringen hoe het zit voor de eerste
maanden van 2008. Ik had immers de indruk dat het vooral klachten
betrof over annulatieverzekeringen de laatste zes à zeven maanden.
De cijfers zijn in elk geval niet van die aard om een roodgloeiende
telefoon te mogen verwachten uit die hoek.
Ik ben inderdaad geïnteresseerd in de resultaten van die studie inzake
annulatie.
05.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je suis impatient de
prendre
connaissance
des
résultats de cette étude. Ma
question sur les données chiffrées
n'était peut-être pas formulée
correctement. Je m'informerai en
tout état de cause auprès de
l'ombudsman des assurances de
la situation en 2008, étant donné
que
les
plaintes
semblaient
principalement porter sur des
assurances annulation conclues
au cours du semestre passé.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
06 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de verschillen tussen door privéverzekeraars en ziekenfondsen
aangeboden hospitalisatieverzekeringen" (nr. 7157)
06 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les différences entre les assurances-hospitalisation proposées par les assureurs
privés et les mutualités" (n° 7157)</b>
06.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik blijf bij u komen.
De hospitalisatieverzekeringen kwamen vooral het voorbije jaar in het
nieuws. Er waren de fikse premieverhogingen die door enkele
privéverzekeraars werden aangekondigd en het wachten van de
regering op de doorvoering van voornoemde verhogingen.
De Europese Commissie stelde een rapport op over de verschillen
tussen
de
polis-
en
premievoorwaarden
van
hospitalisatieverzekeringen bij privéverzekeraars en bij mutualiteiten.
De Europese Commissie stuitte daarbij naar het schijnt op allerlei
discrepanties. Zij spreekt zelfs van discriminaties en eist oplossingen
van de Belgische overheid.
Mijnheer de minister, ik heb voor u de volgende, concrete vragen.
Klopt het dat de Europese Commissie ons land uitleg heeft gevraagd
over discriminaties tussen privéverzekeraars en mutualiteiten inzake
hospitalisatieverzekeringen?
Over welke concrete discriminaties heeft het rapport van de Europese
Commissie het?
Wanneer mag het antwoord van de Belgische overheid inzake
voornoemde discriminaties worden verwacht?
Wat zal de strekking van het antwoord van de Belgische overheid
zijn?
Welke mogelijke gevolgen kunnen voornoemd antwoord en de reactie
van de Europese Commissie hebben? Worden op dat vlak
premieverhogingen of aanpassingen van premies verwacht? Op
welke manier ziet u ons land de bedoelde discriminaties uit de wereld
te helpen?
06.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): L'année passée, les
assurances-hospitalisation
ont
annoncé de fortes majorations de
primes.
La
Commission
européenne a rédigé un rapport
sur les différences entre les
conditions
offertes
par
les
assureurs privés et les mutualités
au niveau des polices et des
primes.
Est-il exact qu'elle invite la
Belgique à fournir des explications
en la matière? De quelles formes
de discrimination concrètes s'agit-
il? Quand l'État belge donnera-t-il
sa réponse et quelle en sera la
teneur? Les primes seront-elles
revues? Comment la Belgique va-
t-elle remédier aux situations
discriminatoires incriminées?
06.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, ik bevestig dat de Europese Commissie ons land om
bijkomende uitleg over de verschillen in de wetgeving met betrekking
tot de verzekeringsondernemingen, enerzijds, en de mutualiteiten,
anderzijds, heeft verzocht.
In overleg met mezelf heeft mijn collega-minister van Sociale Zaken
het initiatief genomen om de verzekeringsondernemingen en
mutualiteiten te raadplegen om een ontwerp van antwoord voor te
bereiden. Zij zal voornoemd ontwerp van antwoord weldra aan de
regering voorleggen en vervolgens aan de Europese Commissie
toezenden.
De genoemde besprekingen zijn nog aan de gang. Ik heb echter
vernomen dat een akkoord tussen de mutualiteiten, de
06.02 Didier Reynders, ministre:
La Commission demande en effet
des explications concernant les
différences relevées au niveau de
la législation applicable aux
assureurs et aux mutualités. Nous
consultons
les
compagnies
d'assurances
ainsi
que
les
mutualités, en concertation avec la
ministre des Affaires sociales, en
vue de préparer une réponse. Ma
collègue soumettra sous peu ce
projet
de
réponse
au
gouvernement
avant
de
le
transmettre à la Commission
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
verzekeringsondernemingen en de twee kabinetten in de maak is.
Een antwoord aan de Europese Commissie geven, zal dus nu heel
vlug gaan.
européenne. Les discussions sont
toujours en cours, mais un accord
devrait
se
dégager
très
rapidement.
06.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, wij moeten misschien het rapport zelf
afwachten, maar de enige vraag waarop ik geen antwoord heb
gekregen, is wat de strekking van het antwoord op en de beleidslijnen
van de Belgische overheid inzake het rapport van de Europese
Commissie zal zijn. U zal zich waarschijnlijk aligneren op ...
06.04 Minister Didier Reynders: (...).
06.05 Peter Logghe (Vlaams Belang): Wij zullen het rapport
bekijken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Peter Logghe aan de staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van
Financiën over "de schadevergoeding bij vluchtmisdrijven" (nr. 7158)
07 Question de M. Peter Logghe au secrétaire d'État, adjoint au ministre des Finances sur
"l'indemnisation en cas de délit de fuite" (n° 7158)</b>
07.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
slachtoffers van verkeersongevallen met vluchtmisdrijf konden in
België tot nu toe alleen rekenen op een schadevergoeding voor de
lichamelijke letsels. Er werd geen vergoeding betaald voor de geleden
materiële schade. Er is een Europese richtlijn die werd omgezet in
een Belgische wet, waardoor er verandering in de zaak komt.
Materiële schade zal nu ook worden vergoed, op voorwaarde dat de
slachtoffers ook een "aanzienlijk lichamelijk letsel" ­ letterlijk geciteerd
­ hebben opgelopen.
Een tweede even belangrijk gegeven inzake vluchtmisdrijven is
natuurlijk de toename van het aantal vluchtmisdrijven. In vergelijking
met 2006, toen er 664 vonnissen werden geveld in zaken van
vluchtmisdrijf, telt men in 2007 niet minder dan 3.921 vonnissen. Dit is
een verzesvoudiging op een jaar tijd. Wij mogen ons dan ook
verwachten aan heel wat toepassingen van die Europese richtlijn
inzake het uitbetalen van materiële schade. Ik veronderstel dat ter
zake overleg werd gepleegd met de sector.
Ik heb een aantal concrete vragen, mijnheer de minister. Welke
gevolgen zal de toename van het aantal vluchtmisdrijven hebben op
het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds? Ik bedoel dan vooral
de financiële gezondheid van dat fonds. Zal dit in uw simulaties leiden
tot een verhoging van de premies voor autoverzekeringen? Welke
financiële gevolgen zal de toepassing van de Europese richtlijn op het
Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds hebben? Zal dit in uw
simulaties leiden tot een verhoging van de premies voor
autoverzekeringen? Zijn er door de sector of het ministerie al
simulaties gemaakt wat de evolutie van het Gemeenschappelijk
Motorwaarborgfonds in de eerstkomende jaren betreft?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
07.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): À la suite de la
transposition
d'une
directive
européenne, les victimes d'un délit
de fuite qui ont encouru des
lésions corporelles importantes
pourront désormais également
être
indemnisées
pour
le
dommage matériel subi. Les
applications
promettent
d'être
nombreuses car, en l'espace d'un
an, le nombre de délits de fuite a
sextuplé.
Quelles seront les conséquences
de l'augmentation du nombre de
délits de fuite pour le Fonds
Commun de Garantie Automobile?
Cela se traduira-t-il dans les
simulations par une majoration
des
primes
d'assurance
automobile?
Quelle
sera
l'incidence financière de la mise
en
oeuvre
de
la
directive
européenne sur le Fonds Commun
de Garantie Automobile?
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
07.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, over de
invoering van de vijfde motorrichtlijn werd uitgebreid overleg gepleegd
met het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, dat de emanatie is
van de gemeenschap van autoverzekeraars. Het is te vroeg om zich
nu al uit te spreken over de gevolgen van de toename van het aantal
vluchtmisdrijven en de mogelijke invloed hiervan op de premies. Vast
staat dat een toename van het aantal ongevallen met vluchtmisdrijf
aanleiding geeft tot een toename van het aantal aangiften, gebaseerd
op de aansprakelijkheid van de bestuurder van een motorrijtuig dat
niet kan worden geïdentificeerd.
Het is eveneens te vroeg om zich uit te spreken over de financiële
gevolgen
van de toepassing van de richtlijn op het
Gemeenschappelijk
Motorwaarborgfonds,
of
op
de
verzekeringspremies. Er zijn geen simulaties gemaakt over de
eventuele gevolgen van de invoering van de vijfde motorrichtlijn voor
het Gemeenschappelijk Motorwaarborgsfonds op de premies.
Immers, tot op heden werd niet geïnformeerd naar de omvang van de
materiële schade bij een aangifte gebaseerd op de aansprakelijkheid
van de bestuurder van een motorrijtuig dat niet kan worden
geïdentificeerd. Tot op heden werd die materiële schade niet vergoed.
In samenwerking met de sector van de autoverzekeraars gaan wij
proberen alle consequenties van de vijfde motorrichtlijn in kaart te
brengen. Daarna zullen wij misschien over een aantal aanpassingen
beslissen maar het is momenteel te vroeg om meer te zeggen.
07.02 Didier Reynders, ministre:
Une vaste concertation a été
menée avec le Fonds Commun de
Garantie
Automobile.
Il
est
toutefois
trop
tôt
pour
se
prononcer dès à présent sur
toutes ces questions. Aucune
simulation n'a par ailleurs été
effectuée. Étant donné que les
dommages matériels n'étaient
jusqu'à présent pas indemnisés,
on ne s'informait pas de leur
ampleur. En collaboration avec le
secteur
des
assureurs
automobiles,
nous
tenterons
d'identifier
toutes
les
conséquences de la directive
concernant
les
véhicules
automoteurs.
07.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, uw
antwoord ontgoochelt mij een beetje. Ik denk niet aan simulaties; ik
ga ervan uit dat een voorzichtige huisvader op zijn minst berekent wat
hem dat mogelijk zou kunnen kosten.
Ik kan u zeggen dat elke verzekeringsmaatschappij die bijvoorbeeld
wordt geconfronteerd met het bericht dat het aantal vluchtmisdrijven
met 10% of 15% stijgt op jaarbasis, onmiddellijk op haar eigen
schadestatistiek berekent of simuleert wat het haar zal kosten.
Het is bedroevend dat ter zake een weinig voorzichtig beleid wordt
gevoerd.
Ik hoop in elk geval voor u dat het niet ontspoort, maar ik ben er niet
erg gerust in.
07.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Cette réponse me déçoit.
Toute compagnie d'assurances
qui constate que le nombre de
délits de fuite augmente chaque
année de 10 ou 15 % calcule `en
bon père de famille' les coûts que
ces délits pourraient entraîner. Les
autorités ne le font pas. Je déplore
le manque de précautions de cette
politique qui, je l'espère, ne
dérapera pas.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "bankfaillissementen" (nr. 7159)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de gevolgen van het faillissement van de Amerikaanse bank Lehman Brothers"
(nr. 7246)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de regeling die van toepassing is in geval van faillissement van een
internationale bank met vestiging in België" (nr. 7303)
- de heer Peter Vanvelthoven aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de waarborgregeling bij een bankfaillissement" (nr. 7325)
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Hervormingen over "de gevolgen van de crisis op de financiële markten voor de Belgische banken"
(nr. 7326)
- de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "de risico's van het financiële marktsysteem" (nr. 7330)
- de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele
Hervormingen over "het monetair beleid van de ECB" (nr. 7353)
08 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "les faillites de banques" (n° 7159)<br>- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "les conséquences de la faillite de la banque américaine Lehman Brothers" (n° 7246)<br>- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes institutionnelles
sur "la réglementation applicable en cas de faillite d'une banque internationale établie en Belgique"
(n° 7303)<br>- M. Peter Vanvelthoven au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la réglementation en matière de garantie en cas de faillite bancaire" (n° 7325)<br>- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "l'exposition des banques belges à la crise des marchés financiers" (n° 7326)<br>- M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les risques liés au mode de fonctionnement des marchés financiers" (n° 7330)<br>- M. Christian Brotcorne au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "la politique monétaire de la BCE" (n° 7353)</b>
De voorzitter: Mijnheer Logghe, kunt u al uw vragen samenvatten, alstublieft?
08.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik zal
dat zo vlug mogelijk samenballen.
Mijnheer de minister, de eerste vraag dateert al van in de maand
augustus, waarvoor mijn verontschuldigingen, maar op dat moment
werd een grote regionale Deense bank overgenomen door de
nationale bank van Denemarken. Dat is de eerste nationalisering van
deze periode, als ik dat zo mag uitdrukken. De Roskildebank had te
veel geld geïnvesteerd in projectontwikkelaars. Mijn vraag slaat op de
toestand in ons land.
Hoe zit dat bij ons? Kunt u mij een idee geven van de bedragen die de
Belgische banken hebben geïnvesteerd in projectontwikkelaars? In
welke verhouding staat dat tot kredieten aan gewone consumenten,
bijvoorbeeld?
Kunt u mij zeggen welke kredieten aan projectontwikkelaars de
jongste jaren aanleiding hebben gegeven tot afbetalingsproblemen?
Hoe zit dat? Zijn er al cijfers voor 2008? Hoe wordt dat opgevolgd?
Bestaan er in België nationaliseringsscenario's bij ernstige
bankproblemen? Ik veronderstel dat die vraag ook bij een aantal
andere collega's zal terugkomen.
Inzake bouwgoed, kunt u mij een idee geven van de capaciteit van het
depositobeschermingsfonds?
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn volgende vraag hierop onmiddellijk
laten aansluiten.
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de gevolgen van het
Amerikaans bankfaillissement Lehman Brothers, de derde grootste
Amerikaanse bank. Lehman is in ons land bekendgeraakt door de
08.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): En août, la banque
nationale du Danemark a repris
une grande banque régionale
danoise qui avait investi trop
d'argent dans des promoteurs de
projet. Quelle est la situation dans
notre pays? Quels montants les
banques belges ont-elles investis
dans des promoteurs de projet?
Des problèmes de remboursement
se sont-ils présentés ces derniers
mois ou années et comment la
situation est-elle suivie? Sera-t-il
également
procédé
à
la
nationalisation en cas de sérieux
problèmes bancaires? Quelle est
la capacité du fonds de protection
des dépôts?
La banque américaine Lehman
Brothers, qui vient de faire faillite,
vendait sur le marché belge, par
l'intermédiaire
d'Ethias,
une
assurance placement dont le
capital serait garanti à 100 %.
Quelle est actuellement encore la
valeur de ces garanties? D'autres
assurances
placement
pour
lesquelles
les
banques
américaines assurent les garanties
sont-elles encore offertes dans
notre pays? De combien de clients
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
beleggingsverzekering Lift Multisecurity 2008, door Ethias op de
Belgische markt verkocht, waarbij Lehman het kapitaal voor 100%
garandeerde. De vraag, die ook elke dag in de pers wordt gesteld,
luidt wat die garanties nog waard zijn. Mijnheer de minister, daarover
heb ik de volgende concrete vragen.
Hoeveel klanten van Ethias hebben die beleggingsverzekering
onderschreven?
Hoeveel beleggingsverzekeringen worden er in België aangeboden
waarbij Amerikaanse banken instaan voor de garanties?
Hoeveel klanten hebben dergelijke verzekeringen gesloten? Een
aantal van die vragen kunt u mij eventueel schriftelijk beantwoorden.
De belangrijkste vraag is de zesde vraag uit mijn ingediende
voorbereiding. Gelet op het feit dat Ethias de voortzetter is van
OMOB, toch de verzekeraar van het overheidspersoneel, en het feit
dat Ethias bij de mensen de perceptie blijft hebben de quasi-
overheidsverzekeraar te zijn, zou het niet nuttig zijn dat de overheid
over alle financiële gevolgen van Amerikaanse faillissementen voor
het brede publiek in België degelijk, vlot en volledig communiceert?
Wordt er overleg gepleegd met de sector? Wat zijn de bevindingen
van dat overleg?
s'agit-il?
N'appartient-il pas aux pouvoirs
publics de communiquer en toute
clarté à propos des faillites en
Amérique, d'autant plus qu'Ethias
est toujours considéré comme
l'assureur
de
l'État ?
Des
concertations ont-elles lieu avec le
secteur?
08.02 Peter Vanvelthoven (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik
kan mij enkel aansluiten bij de inleiding van de vorige spreker: de
crisis op de financiële markten blijft inderdaad duren. Het ondenkbare
is, in ieder geval in het buitenland ­ en bij uitstek in het land waar de
vrije markt en vrijheid, blijheid hoog in het vaandel staan ­ gebeurd:
een bank die failliet gaat. Dat heeft natuurlijk ook gevolgen voor onze
bankinstellingen. Het maakt de spaarders hier bijzonder ongerust.
Laten wij met zijn allen hopen dat er hier geen faillissementen komen
van banken of van verzekeringsinstellingen.
Niettemin wil ik u vragen wat de gevolgen daarvan zouden kunnen
zijn. Betekent dit dat Belgische spaarders die geld op de bank hebben
staan in de problemen kunnen komen? Ik wil even duidelijkheid van u:
hoe ver gaan de waarborgen bij een faillissement en in hoeverre zijn
de spaarders, ook de kleine spaarders, beschermd?
Ik heb een aantal vragen voor u. Vandaag bestaat het
Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten. Mijn
vraag is of dat fonds volgens u voldoende capaciteit heeft om het
faillissement van een grote Belgische bank op te vangen en om in dat
geval te voorzien in de teruggave van de spaargelden of van andere
financiële producten aan de klanten van die bank? Kunt u ons details
geven over de beschikbare middelen van dat beschermingsfonds?
Daaraan gekoppeld is de vraag of u zinnens bent maatregelen te
nemen op korte termijn om de capaciteit van dat beschermingsfonds
te verhogen? Ik heb begrepen dat er vandaag een maximale garantie
is vanuit het fonds voor 20.000 euro voor gelddeposito's en hetzelfde
bedrag voor de teruggave van andere financiële producten. Mijn vraag
is dus of de waarborgregeling die wij in België kennen voldoet aan de
Europese regelgeving en of het niet aangewezen is in een verhoging
te voorzien? In andere Europese landen, bijvoorbeeld in Nederland, is
08.02
Peter
Vanvelthoven
(sp.a+Vl.Pro): La crise sur les
marchés financiers se poursuit.
L'impensable s'est produit : la
faillite d'une banque. Quelles
pourraient
en
être
les
conséquences? Les épargnants
belges seront-ils en difficulté?
Quelle est l'étendue des garanties
en cas de faillite?
Le fonds de protection des dépôts
et des instruments financiers
dispose-t-il d'un capital suffisant
pour compenser la faillite d'une
grande banque? Peut-il restituer
l'épargne des clients? Le ministre
a-t-il l'intention de prendre des
mesures à court terme pour
renforcer la capacité du Fonds? Le
régime de garantie belge répond-il
à la réglementation européenne?
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
er een hogere bescherming van de bankklant in geval van
faillissement.
Mijn vraag is kortom of u zinnens bent de Belgische regelgeving aan
te passen in dezelfde richting als in andere landen die ons zijn
voorgegaan, om toch een grotere garantie te bieden en een groter
deel van het spaargeld van de kleine spaarder te verzekeren in geval
van faillissement.
08.03 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, je me
réfère évidemment aux propos de mes collègues. Nous savons tous
ce qui se passe aux États-Unis. Je veux parler de l'injection de
milliards de dollars par la puissance publique pour tenter de stabiliser
la situation. Chez nous, les banques ­ probablement mieux
encadrées par les autorités ­ n'ont pas adopté la même politique de
crédit facile qui a été constatée aux États-Unis. Néanmoins, nous
savons combien elles ont investi dans les obligations liées aux crédits
hypothécaires américains et se sont exposées de la sorte ou par leurs
filiales qui opèrent là-bas à un risque potentiel.
Monsieur le ministre, mes questions sont très précises. La
Commission bancaire suit-elle régulièrement le niveau d'engagement
des établissements financiers actifs en Belgique dans les produits liés
aux crédits à risque américains? Je pense plus particulièrement aux
obligations émises par ces banques mises en difficulté.
Savez-vous si ces positions ont été couvertes depuis le
déclenchement de la crise? Devons-nous nous attendre à des
menaces supplémentaires en raison de la mise en règlement
judiciaire de Lehman Brothers? D'une manière générale, j'aimerais
vous entendre sur la stabilité de nos établissements bancaires au vu
de la crise boursière et financière internationale.
08.03 Christian Brotcorne (cdH):
Ik verwijs naar de uitspraken van
mijn collega's. Onze banken
hebben geïnvesteerd in obligaties
die gekoppeld zijn aan de
Amerikaanse
hypothecaire
risicokredieten. Gaat de CBFA
regelmatig na in hoeverre de
financiële instellingen in die
producten geïnvesteerd hebbent?
Waren die posities gedekt sinds
het uitbreken van de crisis?
Hangen ons nieuwe dreigingen
boven het hoofd nadat de bank
Lehman
Brothers
onder
gerechtelijke bescherming werden
geplaatst? Hoe stabiel zijn onze
banken om het hoofd te bieden
aan de internationale beurs- en
financiële crisis?
08.04 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de voorbije maanden zijn er steeds meer risico's
duidelijk geworden in het financiële marktsysteem. Daarbij wordt ook
steeds duidelijker dat de reële effecten niet onbelangrijk zijn. Een van
die effecten is de impact van de financiële crisis op de waarde en de
soliditeit van de pensioenspaarproducten.
Mijnheer de minister, ik wil van u graag het volgende weten.
Ten eerste, in hoeverre zijn de pensioenspaarproducten met
kapitaalgarantie aangeboden door verzekeraars, aangetast door de
crisis?
Ten tweede, in hoeverre zijn de pensioenspaarproducten van de
banken, de zogenaamde ICB's, zonder kapitaalgarantie, aangetast
door de financiële crisis?
Ten derde, wat is de globale waarde-evolutie van beide types over het
voorbije anderhalf jaar, graag ook in absolute cijfers?
Ten slotte, hoeveel bedraagt het verlies van pensioenspaarders over
het voorbije anderhalf jaar?
08.04 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro): La crise financière a
un impact sur la valeur et la
solidité des produits de l'épargne-
pension. Dans quelle mesure
ceux-ci ­ et je songe tant aux
produits assortis d'une garantie de
capital des assureurs qu'à ceux
sans garantie de capital des
banques ­ sont-ils menacées par
la crise? Quelle est l'évolution
globale en valeur des deux types
de produits et quelle est la perte
subie au cours des six derniers
mois par ceux qui ont souscrit une
épargne-pension?
08.05 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, monsieur
le ministre, les préliminaires seront identiques. On sait que la Banque
08.05 Christian Brotcorne (cdH):
In een week tijd heeft de Europese
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
centrale européenne a aussi injecté de l'argent dans certaines
banques: pas moins de 56 banques auraient demandé des crédits
pour un montant dépassant les 102 milliards en une semaine. C'est
important.
Monsieur le ministre, quelle est la nature exacte de ces interventions
en termes de liquidités auprès des banques européennes? S'agit-il de
prêts dont le remboursement est certain ou d'autre chose?
Devons-nous craindre que la BCE, comme sa consoeur américaine,
vienne au secours de banques aux obligations adossées à des
créances immobilières devenues très peu liquides, prenant ainsi sur
la BCE une partie du risque qui pèse sur ces banques suite à leur
politique d'investissement qualifiée aujourd'hui de hasardeuse? S'agit-
il d'opérations destinées seulement à améliorer momentanément les
liquidités d'établissements bancaires ou d'un transfert de risques vers
la BCE pour sauver certains établissements?
Les banques opérant en Belgique, en particulier celles qui sont cotées
en bourse de Bruxelles, sont-elles concernées par ces crédits massifs
de la BCE? Si oui, dans quelle mesure? Peut-on estimer que ces
interventions font certes l'affaire des banques, mais qu'elles portent
aussi en elles le risque de voir augmenter l'inflation par le biais d'une
augmentation peut-être trop significative de la masse monétaire? Ce
risque est-il réel et pris en compte?
Peut-on chiffrer aujourd'hui l'augmentation de cette masse monétaire
dans la zone euro depuis le début des interventions en septembre de
cette année?
Ne croyez-vous pas que les interventions massives des banques
centrales conjuguées aux grandes forces spéculatives qui animent
aujourd'hui les marchés ont finalement contribué à accroître la
volatilité des échanges de titres?
D'une manière générale, pouvez-vous nous donner les informations
dont vous disposez quant à l'orientation de la politique monétaire de la
BCE en cette période troublée?
Centrale Bank (ECB) 102 miljard
euro in 56 banken gepompt. Wat
is de aard van die interventies?
Gaat het om leningen die de
liquiditeit van de banken moeten
verbeteren of neemt de ECB
gedeeltelijk het risico op zich dat
banken
met
een
gedurfd
investeringsbeleid
genomen
hebben? Hebben die kredieten
gevolgen voor de in België actieve
banken, in het bijzonder de
banken die aan de Brusselse
beurs genoteerd zijn? Zo ja, hoe
groot is het risico van een
inflatieopstoot? Is dat risico reëel,
en wordt het ernstig in overweging
genomen? Kan men de geldgroei
in de eurozone sinds het begin van
de interventies becijferen? Werd
de volatiliteit van de handel niet
vergroot
door
de
massale
interventie
van
de
centrale
banken, gecombineerd met de
speculatieve bewegingen op de
markten? Welk monetair beleid
voert de ECB in deze woelige
tijden?
08.06 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik had inderdaad nog een vraag. Wat gebeurt er
bij een crash van internationale banken in België? Welke banken in
België zijn trouwens niet internationaal? De gevolgen voor Belgische
spaarders zijn minder duidelijk bij internationale banken. De
woordvoerder van de CBFA heeft daarover een aantal mededelingen
gedaan. Ik stel voor dat ik deze vraag uitstel tot op de hoorzitting met
de mensen van het CBFA. Ik zal dan gerichte vragen stellen en de
antwoorden daarop confronteren met uw mededeling daarover. Ik zal
die vraag dus vandaag niet stellen.
08.06 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Qu'adviendrait-il dans
l'hypothèse d'un crash de banques
internationales
établies
en
Belgique? Existe-t-il d'ailleurs des
banques
à
vocation
non
internationale en Belgique? Les
conséquences pour l'épargnant
belge sont en effet moins claires
dans le cas
des banques
internationales.
08.07 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik
wil u erop wijzen dat de Belgische overheid diverse maatregelen heeft
getroffen in het kader van de turbulenties op de financiële markten. Al
bij de aanvang van de financiële turbulenties in de zomer van 2007
heeft de CBFA een strikte ­ indien nodig dagelijkse ­ opvolging van
de financiële risico's ingesteld bij de systeemrelevante financiële
instellingen
in
ons
land,
zowel
banken
als
08.07 Didier Reynders, ministre:
Les autorités belges ont déjà pris
diverses mesures dans le cadre
des turbulences qui ont secoué les
marchés financiers. La CBFA
assure depuis l'été 2007 déjà un
suivi
étroit
des
différentes
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
verzekeringsondernemingen.
Ik breng in herinnering dat de CBFA de lead supervisor of home
supervisor is voor de bankverzekeringsgroepen Dexia, Fortis en KBC.
Voor de organisatie van het toezicht op deze instellingen staat de
CBFA in dagelijks contact met de overige toezichthouders, host
supervisors, van deze groep in Europa. Dit overleg is zeer intensief en
stelt hen in staat zicht te houden op de globale risico's waaraan de
groepen zijn blootgesteld.
In Europa zullen nieuwe richtlijnen voor het bank- en
verzekeringstoezicht de verplichting opnemen om zogenaamde
colleges van toezichthouders te vormen voor het toezicht op
internationaal actieve financiële groepen. De CBFA heeft echter reeds
een langdurige ervaring van erg nauwe en verregaande
samenwerking met andere toezichthouders in het kader van deze
colleges van toezichthouders.
Ook sedert begin september 2008, toen de moeilijkheden in het
Amerikaanse financiële stelsel in een stroomversnelling zijn gekomen,
heeft de CBFA diverse maatregelen genomen. De CBFA heeft sinds
de aanvang van de kredietcrisis als een van de eersten in de
Europese Unie er bij de financiële groepen op aangedrongen om een
grotere transparantie aan de dag te leggen. Dit heeft onder meer tot
gevolg gehad dat de Belgische financiële instellingen op maandag 15
september 2008 als een van de eersten hebben gecommuniceerd
over de risico's op Lehman Brothers waaraan de financiële bedrijven
waren blootgesteld. Dit heeft het vertrouwen van de markt in de
betrokken instellingen versterkt. Transparantie en openheid over de
risico's en de financiële posities zullen bijgedragen tot een beter
begrip van de markt over het risicoprofiel van de financiële bedrijven.
Op vrijdag 19 september 2008 heeft de CBFA, na overleg en in
overeenstemming met de overige Euronext-toezichthouders, beslist
om een verbod in te stellen, in eerste instantie voor drie maanden, op
het ongedekt verkopen van genoteerde aandelen van financiële
ondernemingen. Daarmee werd aangesloten op initiatieven die ook
door andere toezichthouders, onder meer in de Verenigde Staten en
in Groot-Brittannië, werden genomen.
Ook op internationaal en Europees niveau worden diverse initiatieven
genomen in het kader van de beheersing van de financiële crisis. Net
deze week organiseren de CBFA en de NBB in Brussel een
internationale conferentie voor 400 toezichthouders van over de hele
wereld, de International Conference of Banking Supervisors, waar de
recente turmoil en de maatregelen die zich opdringen in het verlengde
hiervan, aan de orde worden gesteld en voorstellen voor een
versterkte aanpak worden voorgedragen, in het bijzonder inzake
aangepast
beheer
van
liquiditeitsrisico's
en
inzake
de
waarderingsproblematiek van complexe financiële instrumenten in
periodes van financiële spanning.
Diverse vragen van de leden van de commissie hebben betrekking op
specifieke tegenpartijen, bijvoorbeeld Lehman Brothers, of specifieke
producten, die door de financiële turbulentie zouden zijn getroffen.
Hierbij zou ik willen benadrukken dat de CBFA als toezichthouder
beschikt over gedetailleerde informatie over de risicopositie van elke
instelling. Belangrijker dan de bedragen van de risicopositie ten
institutions financières dans notre
pays.
Au niveau européen, de nouvelles
directives devront garantir un
contrôle plus strict des groupes
financiers
actifs
à
l'échelon
international. La CBFA a déjà
acquis une grande expertise dans
ce domaine.
En outre, la CBFA a pris diverses
mesures depuis début 2008, lors
de l'aggravation des difficultés du
système financier américain. Ainsi,
la CBFA a appelé les groupes
financiers à faire preuve d'une
plus grande transparence, ce qui a
renforcé la confiance du marché
dans les institutions concernées.
Le 19 septembre 2008, la CBFA a
décidé d'interdire pour une durée
de trois mois la vente à découvert
d'actions
cotées
d'entreprises
financières, rejoignant ainsi les
initiatives prises par d'autres
autorités de régulation, notamment
aux USA et en Grande-Bretagne.
Des initiatives visant à maîtriser la
crise financière sont également
prises à l'échelon européen et
international.
Cette
semaine
précisément, la CBFA et la BNB
ont organisé à Bruxelles une
conférence internationale qui a
réuni 400 autorités de régulation
du monde entier.
Différents
membres
de
la
commission
ont
posé
des
questions concernant des produits
ou des contreparties spécifiques
qui auraient été touchés par la
turbulence
des
marchés
financiers. La CBFA dispose
d'informations circonstanciées sur
la position de risque de chaque
établissement et assure un suivi
minutieux de la situation. En
période de tensions sur les
marchés financiers, elle demande
chaque jour aux principales
institutions financières leur position
de liquidité et l'évolution des
dépôts. On veille également à
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
aanzien van individuele tegenpartijen of producten, is het zicht dat de
CBFA heeft op de risico's die door de instellingen worden gelopen,
zowel ten aanzien van individuele tegenpartijen als voor het geheel
van de risico's, en op de vraag of de risico's adequaat worden
beheerd en beheerst door de financiële instellingen. De CBFA volgt
de situatie nauwgezet op en vraagt in periodes van spanningen op de
financiële markten dagelijks de liquiditeitspositie en evolutie van de
deposito's op bij de belangrijkste financiële instellingen. Er wordt ook
gewaakt over een aangepaste informatie-uitwisseling tussen de CBFA
en de Nationale Bank van België, zodat deze laatste op efficiënte
wijze haar opdracht inzake het bewaken van de financiële stabiliteit
kan uitvoeren.
Ik stel voor dat u meer precieze vragen over sommige producten of
instellingen in een hoorzitting zou stellen aan de vertegenwoordigers
van de CBFA of de Nationale Bank. Ik zal de positie van de
verschillende instellingen niet in detail geven. Er zijn een aantal regels
ter zake, maar ik heb er geen probleem mee dat u deze vragen aan
de verschillende vertegenwoordigers van de CBFA en de Nationale
Bank stelt.
assurer un échange d'informations
adéquat entre la CBFA et la BNB
de manière à permettre à cette
dernière d'exécuter efficacement
sa mission de surveillance de la
stabilité financière. Étant donné
que je dois me conformer moi-
même à certaines règles du jeu, je
propose que les questions plus
précises
concernant
certains
produits ou institutions soient
posées à des représentants de la
CBFA ou de la BNB dans le cadre
d'une audition.
Je puis vous confirmer qu'aucune banque établie en Belgique ne
connaît actuellement de problèmes de solvabilité ou de liquidités. Le
scénario d'une faillite bancaire en Belgique n'est pas d'actualité.
Les activités des banques belges qui opèrent dans divers domaines
et secteurs et s'appuient sur une clientèle de détail à la fois vaste et
stable ne sont pas, dans leur ensemble, comparables à celles des
banques d'affaires américaines principalement actives dans le
domaine de "l'investment banking trading". Les établissements belges
disposent de sources de revenus diversifiées et sont, par conséquent,
exposées à des risques diversifiés également.
Outre le contrôle rigoureux des risques financiers (solvabilité, liquidité
et rentabilité) des établissements ­ contrôle qu'elle exerce en se
fondant sur des normes internationales et européennes ­, la CBFA
insiste particulièrement sur la nécessité pour ces établissements de
disposer d'une organisation et d'une gestion des risques appropriées
à leurs activités. La CBFA responsabilise les dirigeants des
établissements financiers afin que ceux-ci accordent à ces aspects la
plus grande priorité. Elle veille au respect strict des exigences légales
en la matière.
La CBFA continuera, comme par le passé, à intervenir avec fermeté
si elle constate que le contrôle interne ou la gestion des risques d'un
établissement financier présente des lacunes ou que ce dernier
encourt des risques trop élevés par rapport à son assise financière.
Je tiens à souligner que depuis la création de la CBFA en 1935
(commission bancaire au départ), la Belgique n'a connu que trois
faillites bancaires. Les actifs d'un quatrième établissement en
difficulté ont été cédés à un autre établissement avec l'aide des
pouvoirs publics. Il s'agissait chaque fois d'établissements de petite
taille pour lesquels il n'a jamais été question de nationalisation, dont
les pertes globales étaient limitées et qui n'ont pas occasionné de
pertes aux déposants.
Cette situation non plus n'est pas comparable à celle des États-Unis
Geen enkele in België gevestigde
bank
heeft
solvabiliteits-
of
liquiditeitsproblemen.
In
tegenstelling tot de Amerikaanse
zakenbanken
hebben
de
Belgische banken hun activiteiten
gediversifieerd, waardoor ook de
risico's gediversifieerd zijn.
De Commissie voor het Bank-,
Financie- en Assurantiewezen
(CBFA) oefent op grond van de
internationale
en
Europese
normen een gestrenge controle uit
op de financiële risico's van de
instellingen. De CBFA wil in het
bijzonder dat de banken over een
organisatie en een risicobeheer
beschikken op maat van hun
activiteiten. Ze ziet toe en zal
blijven toezien op het naleven van
de wettelijke vereisten ter zake.
Ik wil onderstrepen dat er in België
sinds de oprichting van de CBFA
in 1935 slechts drie banken failliet
gegaan zijn. De gevolgen van die
faillissementen waren bovendien
beperkt,
en
de
deposanten
hebben geen geld verloren.
Tijdens diezelfde periode zijn er in
de Verenigde Staten 3.566 banken
failliet gegaan. Momenteel neemt
het aantal faillissementen van
banken,
ook
van
grotere
instellingen, in de Verenigde
Staten opnieuw sterk toe. Er dient
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
qui, sur la même période, ont enregistré 3.566 faillites bancaires. Bon
nombre de ces faillites se sont produites à la fin des années 80, lors
de la crise dite "savings and loan industry" au cours de laquelle, sur
quelques années, jusqu'à 5% des banques américaines ont fait
faillite. Il s'agissait généralement d'établissements financiers de petite
taille.
À l'heure actuelle, nous assistons aux États-Unis à une
recrudescence du nombre de faillites bancaires qui, contrairement à
ce qui était le cas lors de la crise "savings and loan industry", touche
également des établissements plus importants. Par exemple, la
banque hypothécaire Indy Mac, affichant des dépôts d'un montant de
19 milliards de dollars et un total de bilan de 30,7 milliards de dollars.
Outre ces établissements, il faut encore mentionner ceux qui sont
sauvés de la faillite grâce aux interventions des pouvoirs publics dites
"buyout", les sociétés hypothécaires Freddie Mac et Fanny Mae,
l'entreprise d'assurances AIG.
Enfin, le système en vigueur aux États-Unis est également fort
différent du modèle de l'autorité de contrôle intégré dont la Belgique
s'est doté en 2004, en exécution de la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur financier et aux services financiers. D'une
part, le contrôle aux État-Unis est dispersé en ce sens qu'il est exercé
par plusieurs autorités et institutions dont les compétences se
chevauchent partiellement. D'autre part, certains établissements
comme les banques d'affaires étaient jusqu'ici soumis à un contrôle
prudentiel moins strict. Ces différents éléments sont sérieusement
remis en question dans le sillage de la crise financière.
Si toutefois, dans des circonstances extrêmes se situant en dehors du
contexte actuel, une faillite bancaire devait se produire en Belgique ­
la question est posée sur le plan théorique ­ il conviendrait d'opérer
une distinction entre la position des actionnaires et celle des clients de
détail.
Les actionnaires supportent le risque de leur investissement dans le
capital d'un établissement financier, ainsi qu'il se doit dans une
économie de marché. Les clients de détail, en revanche, doivent être
protégés contre les caprices du système financier international. Les
clients de détail sont protégés par le système de garantie des dépôts
qui est géré par le Fonds de protection des instruments financiers. En
cas de défaillance d'un établissement, le Fonds de protection
interviendra à concurrence d'un maximum de 20.000 euros par
déposant. Le système prévoit également une couverture de 20.000
euros en cas de non-restitution d'instruments financiers. Ce droit du
déposant est inconditionnel. Il est acquis, quel que soit le niveau total
des moyens financiers dont dispose le Fonds de protection au
moment de la défaillance de l'établissement.
Afin de couvrir ses engagements, le Fonds de protection a choisi de
constituer une réserve alimentée par les contributions annuelles de
ses membres. Compte tenu des réserves capitalisées au 31
décembre 2007, du résultat d'exploitation de 2008, contributions
annuelles et intérêts d'investissements, et des contributions
complémentaires qui peuvent être éventuellement appelées
immédiatement auprès des participants au Fonds, le total des avoirs
disponibles dépasse les 900 millions d'euros. Si les avoirs disponibles
du Fonds de protection s'avèrent insuffisants, les participants au
te worden opgemerkt dat de
Verenigde Staten geen systeem
hebben met een geïntegreerde
controleautoriteit zoals dat sinds
2004 in België bestaat: de controle
is er meer versnipperd en voor
sommige
instellingen
minder
streng.
Indien in extreme omstandigheden
buiten de huidige context toch een
Belgische bank failliet zou gaan,
dan zou men een onderscheid
moeten maken tussen de positie
van de aandeelhouders en die van
de kleine klant.
De aandeelhouders dragen het
risico van hun investering in het
kapitaal
van
een
financiële
instelling. De gewone cliënten
moeten echter worden beschermd
tegen
de
grillen
van
het
internationale financiële systeem.
Die cliënten worden beschermd
door het depositogarantiestelsel,
dat wordt beheerd door het
Beschermingsfonds
voor
deposito's
en
financiële
instrumenten.
Om zijn verbintenissen na te
komen,
heeft
het
Beschermingsfonds
ervoor
gekozen een reserve aan te
leggen die wordt gefinancierd door
de jaarlijkse bijdragen van zijn
leden. De totale beschikbare
tegoeden bedragen meer dan 900
miljoen
euro.
Indien
de
beschikbare tegoeden van het
Fonds
onvoldoende
zouden
blijken, zouden aan de leden
bijkomende stortingen worden
gevraagd.
Of
het
nu
gaat
of
de
dochteronderneming
van
een
buitenlands
bedrijf
of
een
buitenlandse
groep,
elke
kredietinstelling
naar
Belgisch
recht moet verplicht aansluiten bij
het in België geldende collectieve
depositogarantiestelsel. Voor de
financiële
groepen
waarvan
verscheidene kredietinstellingen in
meerdere landen deel uitmaken,
moet in elk land rekening worden
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
Fonds seraient amenés à effectuer des versements supplémentaires.
Même s'il s'agit de la filiale d'une entreprise mère étrangère ou d'un
groupe étranger, chaque établissement de crédit de droit belge doit
obligatoirement adhérer au système collectif de garantie des dépôts
en vigueur en Belgique. Pour les groupes financiers dont font partie
plusieurs établissements de crédit situés dans différents pays, il
conviendra chaque fois de se référer au système de protection en
vigueur dans le pays concerné. Je rappelle que depuis 1935, les
quatre cas de petites banques en faillite n'ont jamais entraîné de
conséquences pour les déposants. C'est évidemment la première des
préoccupations des pouvoirs publics. Je confirme que cette situation
n'est pas d'actualité: il n'y a aujourd'hui aucun risque de manque de
liquidités ou d'insolvabilité des établissements surveillés par la CBFA.
Enfin, il règne une grande inquiétude au sujet des produits que
certains établissements vendraient à leurs clients sans les informer
correctement de la portée de ces produits et des risques y afférents. Il
convient tout d'abord d'opérer une distinction quant à la nature des
produits ou instruments financiers et la nature de la relation
contractuelle avec le client: achat d'actions, d'obligations, d'OPC, de
produits d'assurance de la branche 23, etc. Tant pour les produits
d'assurance que pour les instruments financiers, il existe un cadre
légal qui impose aux établissements l'obligation d'informer
correctement leurs clients. Pour les instruments financiers, la
réglementation belge prévoit depuis le 1
er
novembre 2007, date
d'entrée en vigueur des règles MIFID, des obligations très précises au
sujet de la diligence dont doivent faire preuve les établissements à
l'égard de leurs clients.
Ainsi, les banques ne peuvent fournir des conseils en investissement
à leurs clients que si elles ont reçu de ces derniers des informations
suffisantes concernant leurs connaissances et leur expérience dans
le domaine des instruments concernés, sur leurs objectifs
d'investissement et leur capacité financière. L'ensemble de ces
éléments détermine le profil du client. Les banques ne peuvent fournir
au client que les avis que ce dernier considère comme appropriés par
rapport à ce profil. S'il s'avère par la suite qu'un avis ne convient pas
au client, la responsabilité de la banque peut être mise en cause. Les
banques prendraient énormément de risques si elles ignoraient ces
règles. Le client, de son côté, assume aussi une responsabilité en la
matière: il doit fournir à la banque des informations correctes sur son
profil.
Les nouvelles règles MIFID assurent, dès lors, un nouvel équilibre
entre les responsabilités de la banque et celles du client. La CBFA
contrôle le respect de ces règles.
Si un client estime qu'il n'a pas été traité correctement, il doit
s'adresser en premier lieu à sa banque ou à son entreprise
d'assurance. S'il n'obtient pas de réponse satisfaisante, il peut
adresser sa plainte aux services d'ombudsman indépendant du
secteur bancaire et des assurances, lesquels examineront si le
comportement de l'établissement concerné était en l'espèce
admissible.
S'il s'avère que l'établissement n'a pas fait preuve d'un comportement
correct, le client sera indemnisé.
gehouden met de daar geldende
beschermingsregeling.
Op
dit
ogenblik bestaat er geen enkel
risico dat zich bij de door de CBFA
gecontroleerde instellingen een
liquiditeitstekort zou voordoen of
dat deze insolvent zouden zijn.
Ten slotte heerst er grote
ongerustheid over de producten
die bepaalde instellingen aan hun
cliënten verkopen. Zowel voor de
verzekeringsproducten als voor de
financiële instrumenten bestaat er
een wettelijk kader, dat de
instellingen verplicht om hun
cliënten correct te informeren. Met
betrekking
tot
de
financiële
instrumenten
voorziet
de
Belgische regelgeving sinds 1
november 2007 in zeer duidelijke
regels met betrekking tot de
zorgplicht
die
de
financiële
instellingen ten aanzien van hun
cliënten in acht moeten nemen.
Zo mogen de banken geen
beleggingsadviezen
geven
wanneer
ze
niet
over
het
beleggingsprofiel van hun cliënten
beschikken. De banken mogen de
cliënt enkel die adviezen geven die
hij als passend beschouwd in het
licht van zijn profiel. Indien
achteraf blijkt dat het advies niet
geschikt is voor de cliënt, kan de
aansprakelijkheid van de bank in
het geding komen. De banken
zouden enorme risico's nemen
wanneer ze die regels niet in acht
nemen. Ook de cliënt draagt hierin
echter enige verantwoordelijkheid:
hij moet de bank correcte
informatie
bezorgen
met
betrekking tot zijn profiel.
Indien een cliënt meent dat hij niet
correct werd behandeld, moet hij
zich
tot
zijn
bank
of
verzekeringsinstelling richten. Als
hij niet tevreden is met het
antwoord, kan hij zich tot de
onafhankelijke
ombudsdiensten
van
de
bank-
en
verzekeringssector wenden, die
zullen nagaan of de handelwijze
van de betrokken instelling al dan
niet aanvaardbaar was. Indien de
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
À cette occasion, je voudrais rappeler, monsieur le président, que ce
qui s'est produit aux États-Unis, et qui est à l'origine de la crise
financière, ne pourrait pas se produire chez nous puisque cela porte
sur le crédit hypothécaire. En effet, en Belgique des dispositions
légales et des contrôles existent, ce qui entraîne automatiquement
une demande de renseignements détaillés sur la capacité d'emprunt
du client, fixant des règles de couverture des besoins du client par la
banque. On sait qu'aux États-Unis, un très grand nombre de prêts ont
été accordés sans aucune considération de la capacité de
remboursement des clients, partant du principe que le marché allait
sans cesse progresser et qu'il n'y aurait donc aucun problème pour
rembourser les crédits octroyés. Chez nous, tous ceux et toutes celles
qui ont été confrontés à la demande d'octroi d'un crédit hypothécaire
savent qu'il y a toute une série de règles à remplir pour pouvoir en
bénéficier.
Cela dit, je ne ferai pas la publicité de produits d'État, mais je rappelle
que l'on peut toujours épargner en achetant des bons d'État. Nous
n'avons jamais fait défaut en la matière, ces dernières années. De
plus, certains produits d'épargne sont aidés par les pouvoirs publics.
Je pense ici à l'investissement immobilier ou aux livrets d'épargne. Si
nous intervenons, c'est parce que nous avons la volonté de stabiliser
l'épargne et de garantir le remboursement de cette épargne. Comme
le disait récemment un banquier, s'il y avait au moins aujourd'hui,
dans ces temps troublés, deux conseils à rappeler aux épargnants, ce
serait de leur dire que si l'on ne comprend pas le produit que l'on
propose, il vaut mieux ne pas l'acheter. Cela n'est d'ailleurs pas
seulement vrai pour les matières financières. Si l'on ne comprend pas
le produit proposé, il vaut peut-être mieux ne pas l'acheter. Et si l'on
propose un produit avec un rendement attendu très élevé, c'est que le
risque est aussi très élevé. Il n'est pas inutile ­ me semble-t-il ­de
rappeler ces deux données.
M. Brotcorne a posé un certain nombre de questions sur l'intervention
de la Banque centrale européenne.
L'exercice de la politique monétaire implique que l'Eurosystème
octroie régulièrement des crédits. En d'autres termes, il procure des
liquidités aux banques. Ces crédits sont toujours garantis par mise en
gage d'actifs mobilisables. Ceux-ci répondent à des critères stricts
destinés à en assurer la qualité. De plus, une décote est appliquée à
ces actifs. Ainsi, le montant du prêt accordé par l'Eurosystème est
toujours inférieur à la valeur effective des actifs donnés en garantie.
Ces conditions étaient intégralement appliquées pour les interventions
récentes de l'Eurosystème.
Au cours des derniers jours, la Banque centrale européenne a décidé
d'importantes injections de liquidités en euros qui ne constituent
aucunement un assouplissement de la politique monétaire. Des
crédits en dollars s'y sont ajoutés pour répondre aux difficultés
qu'éprouve l'ensemble du secteur bancaire européen à se procurer
des fonds dans cette devise, suite aux problèmes de liquidités
observés sur les marchés.
Les interventions de l'Eurosystème ne sont en aucune façon
destinées à résoudre des problèmes de solvabilité. C'est bien un
problème de liquidités sur le marché. En tant qu'acteur très important
handelwijze van de instelling niet
correct was, zal de klant een
schadeloosstelling krijgen.
Wat zich in de VS heeft
afgespeeld, zou hier niet kunnen
gebeuren. Wat de hypothecaire
kredieten betreft, beschikt België
over
wetsbepalingen
en
controlemechanismen. In de VS
werden er een groot aantal
leningen toegestaan zonder dat
werd nagegaan of de cliënt die wel
zou kunnen terugbetalen, omdat
men er uitging van het principe dat
de markt aldoor zou blijven
groeien en de kredieten bijgevolg
probleemloos
zouden
kunnen
worden terugbetaald.
Men kan altijd sparen door
staatsbons te kopen. Ter zake zijn
we steeds onze verplichtingen
nagekomen. Bovendien worden
bepaalde spaarproducten door de
overheid
gesteund,
zoals
beleggingen in vastgoed of de
spaarboekjes. Wij willen het
sparen
stabiliseren
en
waarborgen.
In deze woelige tijden kunnen we
de spaarders minstens twee
adviezen meegeven. Ten eerste:
als men een financieel product niet
begrijpt, koopt men het beter niet.
Ten tweede: indien een product
een zeer hoog rendement heeft, is
het risico eveneens zeer groot.
Wat de ingreep van de ECB
betreft, houdt het monetaire beleid
in dat Eurosystem de banken
liquide middelen ter beschikking
stelt. Die kredieten worden steeds
gewaarborgd door de verpanding
van mobiliseerbare activa, die aan
strikte
kwaliteitscriteria
beantwoorden en waarop een
waardevermindering
wordt
toegepast. Op die manier liggen
de leningen die door Eurosystem
worden toegekend, steeds onder
de waarde van de activa die als
waarborg
dienen.
Die
voorwaarden
werden
bij
de
recente ingrepen van Eurosystem
vervuld.
De
jongste
dagen
injecteerde
de
ECB
grote
bedragen aan liquide middelen in
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
sur les marchés financiers européens, les grandes banques belges
cotées en bourse de Bruxelles sont, à l'instar des autres grandes
banques de la zone euro, naturellement amenées à participer aux
adjudications de l'Eurosystème. L'effet des interventions de
l'Eurosystème sur la volatilité du taux d'intérêt au jour le jour du
marché monétaire en euros est très clair. Il stabilise ce taux à niveau
proche du taux directeur de la politique monétaire de la Banque
centrale européenne. Le taux de soumission minimal des opérations
principales de refinancement est aujourd'hui à 4,25%. Dans un
contexte où la méfiance des banques quant à la solidité de leur
contrepartie ainsi que l'incertitude concernant leurs propres besoins
de liquidités paralyse les échanges interbancaires, les injections de
liquidités de l'Eurosystème évitent une envolée des taux à très court
terme du marché monétaire. Elles permettent aux banques une
constitution plus rapide d'avoirs de réserve au cours de la période de
constitution des réserves obligatoires. En fin de période,
l'Eurosystème intervient fréquemment dans l'autre sens, absorbant
les réserves excédentaires, afin d'éviter une chute du taux d'intérêt au
jour le jour du marché monétaire. On observe une très grande
stabilité.
Les interventions récentes s'inscrivent ainsi dans la gestion normale
de la liquidité par l'Eurosystème. Celle-ci a pour objectif de stabiliser
les taux d'intérêt à très court terme du marché monétaire aux
alentours du taux directeur qui est fixé chaque mois par le Conseil
des gouverneurs de la Banque centrale européenne et qui signale,
sans équivoque, l'orientation de la politique monétaire. Comme dans
les autres économies développées, la politique monétaire agit plus
efficacement en contrôlant les taux d'intérêt à très court terme qu'en
fixant la base monétaire, définie comme les engagements monétaires
de la Banque centrale, à savoir les billets en circulation et les avoirs
de réserve des banques. Pour fixer les taux, la Banque centrale doit
répondre aux besoins en liquidités par une offre appropriée.
Les injections de liquidités par l'Eurosystème ne concourent pas à
gonfler la masse monétaire, définie comme les avoirs liquides des
entreprises et particuliers sur la Banque centrale et les banques, en
raison de la baisse du multiplicateur monétaire, défini comme le
rapport entre la masse monétaire et la base monétaire. En effet, la
crise financière a accru le montant des avoirs de réserve nécessaires
aux banques pour assurer normalement leur rôle d'intermédiation
financière. Les dernières données disponibles relatives à la masse
monétaire dans la zone euro sont celles de fin juillet 2008. Le taux de
croissance annuel de l'agrégat monétaire large M3 est revenu d'un
sommet de 12,3% en octobre et novembre 2007 à 9,3% en juillet
2008. L'agrégat plus étroit M1 (billets, pièces et dépôts à vue) a subi
une déclaration prononcée et son taux de croissance annuel n'était
plus que de 0,5% en juillet 2008. Le taux de croissance annuel des
prêts des établissements monétaires aux entreprises et particuliers de
la zone euro était encore 9,4%.
L'analyse des évolutions des agrégats de monnaies et de crédits n'est
qu'un des éléments de l'appréciation par le Conseil des gouverneurs
de la Banque centrale des risques qui pèsent sur la stabilité des prix.
Il faut en effet tenir compte d'une certaine instabilité ­ en tout cas, à
court terme ­ de la relation entre la masse monétaire et les prix. C'est
pourquoi cette analyse vient en complément d'une analyse
économique visant à identifier les chocs affectant les économies de la
euro, wat evenwel geenszins een
versoepeling van het monetaire
beleid inhoudt. Daar zijn dan nog
kredieten in dollar bijgekomen, om
een antwoord te bieden op de
moeilijkheden die de Europese
banksector ondervindt om fondsen
in die munt te verwerven.
Met
de
interventies
van
Eurosystem beoogt men niet de
solvabiliteitsproblemen
op
te
lossen. Als spelers op de
Europese markten schrijven de
grote Belgische banken in op de
aanbestedingen van Eurosystem.
In
een
context
waar
het
wantrouwen van de banken en de
onzekerheid over hun eigen
behoeften de interbancaire handel
verlamt, verhinderen de injecties
van
Eurosystem
dat
de
kortetermijnrente fors stijgt en
stellen ze de banken in staat snel
reserves aan te leggen. Op het
einde van de termijn grijpt
Eurosystem
in
omgekeerde
richting in, door de overtollige
reserves op te nemen en zo een
ineenstorting
van
de
marktrentevoeten te voorkomen.
De recente interventies horen bij
een
normaal
beheer
van
Eurosystem. Het monetair beleid
is efficiënter wanneer het de
kortetermijnrentevoet controleert
dan als het de monetaire basis
vastlegt. Om de rentevoeten vast
te leggen moet de Centrale Bank
met een gepast aanbod inspelen
op de behoefte aan liquide
middelen.
De injectie van liquide middelen
door Eurosystem leidt niet tot
geldgroei, wegens de daling van
de geldmultiplicator. De financiële
crisis heeft het bedrag van de
verplichte
bankreserves
doen
stijgen. De laatste gegevens met
betrekking tot de geldmassa in de
eurozone dateren van eind juli
2008. De jaarlijkse groeivoet van
het ruime monetaire aggregaat M3
is van 12,3 procent in oktober-
november 2007 gedaald naar 9,3
procent in juli 2008. Het enge
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
zone euro et la dynamique de la formation des prix à court et moyen
termes. La zone euro est actuellement confrontée aux chocs majeurs
que constitue la hausse des prix du pétrole et d'autres matières
premières et la crise financière. Conformément à sa mission,
l'Eurosystème vise à assurer la stabilité à moyen terme. Les risques à
la hausse pesant sur la stabilité des prix ont conduit le conseil des
gouverneurs de la Banque centrale européenne à relever
progressivement le taux directeur de 2% en décembre 2005, à 4% en
juin 2007 et à 4,25% en juillet 2008.
Le Conseil des gouverneurs estime que ce niveau est approprié pour
le moment tout en insistant sur la nécessité d'éviter une répercussion
généralisée des hausses des prix des matières premières dans
l'évolution des prix et des salaires ainsi que sur sa détermination à
maintenir solidement ancrées les anticipations d'inflation à moyen et
long termes. Il n'a pas donné d'indication sur l'orientation future de la
politique monétaire qui dépendra de l'analyse des évolutions
économiques et monétaires.
Je voudrais encore ajouter que nous avons eu de nombreux contacts
entre collègues européens des Finances ainsi qu'une réunion
informelle à Nice il y a quelque temps. Le débat revient sur
l'organisation de collèges de superviseurs lorsque des opérations
transfrontalières ont lieu. Nous avons l'expérience des opérations
transfrontalières puisque nos principales banques travaillent au départ
d'au moins deux pays et Euronext travaille comme système financier
au départ de trois pays (Pays-Bas, Belgique et France).
De plus, et cela fait plus de neuf ans que je plaide pour cela, il faudra
réfléchir à la mise en place d'une structure de supervision
européenne. Mais il ne faut pas qu'il y ait de malentendu vis-à-vis ni
des superviseurs ni des défenseurs d'une grande structure
européenne; dans mon esprit, il s'agit d'une coordination entre les
superviseurs existants. Si vous regardez la Banque centrale
européenne, c'est un Eurosystème, ce sont les gouverneurs des
différentes banques centrales qui siègent au Conseil des
gouverneurs. C'est un système européen avec une institution
centralisée. En matière de supervision, je pense que nous irons de
plus en plus vers des mécanismes de collèges sur plusieurs pays
mais probablement aussi vers une structure à l'échelle de l'Union
européenne ou, à tout le moins, à l'échelle de la zone euro.
En conclusion, et vous aurez l'occasion d'entendre les représentants
de la CBFA et de la Banque nationale de Belgique, je crois vraiment
que nous avons tout fait pour suivre cette crise au jour le jour et voir
les meilleures réactions à apporter soit par la CBFA en coordination
avec ses collègues européens, soit par la Banque nationale en
coordination au sein du système européen des banques centrales,
donc de l'Eurosystème.
De plus, nous aurons à suivre les évolutions qui vont intervenir dans
d'autres pays. Effectivement, je crois que les décisions qui pourraient
être prises et confirmées aux États-Unis auront un impact sur les
marchés financiers, impact que nous devrons pouvoir estimer.
Je voudrais modestement rappeler que nous suivons tout cela au
départ de la Belgique, mais dans un système coordonné en Europe.
Je ne pense pas que les décisions prises spécifiquement en Belgique
monetaire aggregaat M1 (biljetten,
munten,
en
zichtdeposito's)
vertraagde
duidelijk
en
de
jaarlijkse groei bedroeg nog
slechts 0,5 procent in juli 2008. De
jaarlijkse groei van de leningen
van de monetaire instellingen aan
bedrijven en particulieren van de
eurozone
bedroeg
nog
9,4
procent.
De analyse van de evolutie van de
geld- en kredietaggregaten is
slechts een van de elementen
voor het inschatten van de risico's
voor de prijzenstabiliteit. Men
dient rekening te houden met een
instabiliteit
van
de
ratio
geldmassa-prijzen. De eurozone
wordt geconfronteerd met de
zware
gevolgen
van
de
prijsstijgingen van olie en andere
grondstoffen en de financiële
crisis. Eurosystem beoogt de
stabiliteit op middellange termijn te
waarborgen. Hogere risico's voor
de prijzenstabiliteit hebben de raad
van gouverneurs van de Europese
Centrale Bank ertoe geleid de
spilrente op te trekken van 2
procent in december 2005 tot 4
procent in juni 2007 en 4,25
procent in juli 2008.
De Raad van gouverneurs is van
oordeel dat dat niveau op dit
ogenblik volstaat, maar meent
tegelijk
dat
moet
worden
voorkomen dat de stijging van de
grondstofprijzen een algemene
weerslag zou hebben op de
evolutie van de prijzen en van de
lonen. Daarnaast wil de Raad de
inflatie op middellange en lange
termijn in de hand houden. De
Raad gaf geen nadere toelichting
bij het toekomstige monetaire
beleid, dat zal afhangen van de
analyse van de economische en
monetaire evoluties.
Er waren heel wat contacten
tussen de Europese ministers van
Financiën. Zo wordt onder meer
gesproken over de organisatie van
colleges van supervisoren in het
geval van grensoverschrijdende
verrichtingen. Er moet worden
nagedacht over de oprichting van
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
changeront le cours des choses mais par contre, nous devons nous
intégrer dans la démarche à l'échelon européen.
Je voudrais encore ajouter que si, comme dans d'autres dossiers, des
fautes sont commises dans la gestion de certains organismes
financiers, que ce soit ici ou ailleurs, nous serons parmi ceux qui
demanderont que des enquêtes et des sanctions puissent intervenir.
Nous aurons des réunions d'assemblée générale du Fonds monétaire
international le mois prochain; il est évident que nous ne pouvons pas
ne pas envisager d'aller plus loin dans l'analyse de ce qui se passe au
sein même du système financier américain et des conséquences que
cela peut avoir sur les autres partenaires.
Je rappelle que cela ne se fera probablement pas au départ du
Parlement national belge mais peut-être au départ d'autres structures
si l'on doit analyser la situation des principales banques d'affaires
américaines. Je vous situe ainsi le cadre dans lequel se déroulera
cette discussion, c'est-à-dire probablement le Fonds monétaire.
een Europese supervisiestructuur
die de bestaande supervisoren
zou coördineren.
We hebben al het nodige gedaan
om de financiële crisis dag na dag
op te volgen en na te gaan hoe het
best kon worden gereageerd, via
de CBFA in coördinatie met haar
Europese tegenhangers, dan wel
via
de
Nationale
Bank
in
coördinatie met het Europese
systeem van centrale banken.
Bovendien zullen we ook rekening
moeten houden met de evoluties
die zich in andere landen zullen
voordoen. Ik geloof inderdaad dat
beslissingen die in de Verenigde
Staten zullen worden genomen, de
financiële
markten
zullen
beïnvloeden en dat we zullen
moeten nagaan in welke mate dat
het geval zal zijn. Ik geloof niet dat
de maatregelen die specifiek in
België worden genomen de loop
der dingen zullen veranderen,
maar dat we integendeel de
Europese aanpak moeten volgen.
Indien er fouten werden begaan in
het
beheer
van
bepaalde
financiële instellingen, zullen ook
wij vragen om een onderzoek en
om sancties.
Ik herhaal dat het initiatief daartoe
waarschijnlijk
niet
van
het
Belgische nationale Parlement zal
uitgaan, maar misschien van
andere instanties, indien men de
situatie van de belangrijkste
Amerikaanse zakenbanken moet
analyseren.
Le président: Je vous remercie, monsieur le ministre, pour ces
précisions fort utiles, vu les inquiétudes qui prévalent actuellement
dans l'opinion publique. Je crois également que la crise des
"subprimes" aux États-Unis repose sur une vaste escroquerie rendue
possible par une titrisation de créances sur des personnes, dont les
bailleurs initiaux savaient qu'elles étaient de toute façon insolvables. Il
y a donc eu des lacunes au niveau du contrôle, de la réglementation
sans parler d'une dimension abus de confiance, escroqueries avérés.
De nombreux banquiers ont vraisemblablement fait ce que vous avez
recommandé de ne jamais faire: acheter des actifs dont on ne
comprend pas exactement les risques.
De voorzitter: De crisis van de
subprimeleningen in de Verenigde
Staten werd veroorzaakt door een
grootscheepse
zwendel,
die
mogelijk werd gemaakt door een
effectisering
van
schuldvorderingen op personen,
terwijl
de
oorspronkelijke
geldschieters heel goed wisten dat
die onvermogend waren. Er waren
dus lacunes in de controle en de
reglementering. Heel wat bankiers
hebben waarschijnlijk gedaan wat
ze volgens uw aanbevelingen
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
vooral niet hadden mogen doen:
activa kopen waarvan ze de
risico's
niet
helemaal
doorgrondden.
08.08 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik
houd het heel kort want het essentiële is in feite gezegd. Het helpt niet
rond de pot te blijven draaien. De minister heeft gelijk als hij zegt dat
de oorsprong van de financiële crisis in de Verenigde Staten ligt. Maar
goed, het is toch belangrijk te zeggen dat door de verwevenheid met
de Amerikaanse banken de mensen hier de financiële crisis voelen of
menen te voelen.
Er moet geen financiële crisis zijn, mijnheer de minister, om toch de
gevolgen te dragen van de financiële crisis elders.
De drie sleutelwoorden zijn gezegd. Wat het publiek wil is controle:
een betere controle, grotere transparantie, en vooral ook
verantwoordelijkheid. De grote bankiers kunnen onmogelijk de
verantwoordelijkheid van financiële crisissen afwentelen op de
spaarders en zelf ongetroffen blijven.
Ik hoor van u dat er op Europees niveau van alles aan het bewegen
is. Wij gaan dat in het oog houden.
U zegt dat de banken op 15 september 2008 onmiddellijk hebben
gecommuniceerd over de mogelijke gevolgen voor ons land van het
faillissement van Lehman Brothers en dat dit heeft gezorgd voor een
versterking van het vertrouwen van de spaarders in de banken. Ik
twijfel daar toch een klein beetje aan, mijnheer de minister. Ik lees
vandaag in de krant dat Ethias voor 120 miljoen bloot staat aan
Lehman. Dergelijke berichten zijn toch niet onmiddellijk van aard om
het vertrouwen van de spaarders in de financiële instellingen te
vergroten.
Ik ben maar een parlementslid. Ik zal het misschien niet kunnen
inschatten, u zult dat ongetwijfeld beter kunnen. In elk geval kijken wij
met veel belangstelling uit naar de confrontatie met de mensen van
het CBFA. Ik meen dat dit een zeer leerrijke ervaring zal zijn.
Voorzitter:Luk Van Biesen.
08.08 Peter Logghe (Vlaams
Belang): La crise financière trouve
effectivement son origine aux
Etats-Unis,
mais
nous
en
ressentons les effets chez nous
aussi. Le public veut un meilleur
contrôle,
une
plus
grande
transparence et surtout voir
témoigner
du
sens
des
responsabilités. Les banquiers ne
peuvent pas répercuter les effets
de la crise sur les épargnants.
Nous suivrons l'évolution de la
situation en Europe.
Selon le ministre, la confiance des
épargnants dans les banques s'est
renforcée parce que, le 15
septembre, les banques ont
immédiatement communiqué à
propos des conséquences de la
faillite de Lehman Brothers. Je
suis
méfiant,
d'autant
plus
qu'Ethias est débiteur de Lehman
à concurrence de 120 millions.
Peut-être le ministre est-il en
mesure de mieux évaluer la
situation mais j'attends avec
impatience la confrontation avec
les représentants de la CBFA.
Président: Luk Van Biesen.
08.09 Peter Vanvelthoven (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, u
hebt twee tips aan de spaarders meegegeven. U zegt dat men een
product dat men niet begrijpt beter niet koopt. Daar hebt u gelijk in,
natuurlijk. Als er een groot rendement wordt beloofd, moeten de
mensen beseffen dat er ook een groot risico is.
Er is misschien nog iets wat wij daaraan kunnen toevoegen. De
mensen moeten beseffen dat in geval van faling ­ en nog eens, ik
hoop dat dit niet het geval zal zijn ­ zij meer plichten dan rechten
hebben tegenover de banken. De spaarder die klant is bij een bank,
een spaarrekening heeft en daarnaast een hypothecaire lening heeft
lopen zal zijn plicht om die lening te blijven afbetalen moeten
vervullen, maar inzake zijn recht zijn spaargeld terug te zien zal hij
worden geconfronteerd met de beperking van de garantie tot 20.000
euro. Wat dat betreft, is het belangrijk dat de spaarders dat weten: dat
08.09
Peter
Vanvelthoven
(sp.a+Vl.Pro): Je suis d'accord
avec le ministre lorsqu'il dit qu'un
client qui ne comprend pas un
produit, a tout avantage à ne pas
l'acheter. Un rendement élevé va
de pair avec un risque élevé. Par
ailleurs, les gens doivent savoir
qu'en cas de faillite, leurs
obligations seront plus importantes
que leurs droits.
Je note par ailleurs que le
gouvernement n'a pas l'intention
de porter la garantie à 20.000
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
zij hun plichten ten volle zullen moeten nakomen maar dat de rechten
heel beperkt zullen zijn.
Ik had u gevraagd of u zinnens bent naar Nederlands voorbeeld de
garantie te verbeteren en het bedrag op te trekken. Ik begrijp dat dit
niet de bedoeling is van de regering.
euros.
08.10 Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, je remercie
le ministre pour sa réponse complète, notamment au sujet de la
méthode d'intervention de la Banque centrale européenne. Je lirai
avec intérêt la longue réponse qui a été donnée.
Nous savons que les banques européennes ont été atteintes par la
crise apparue aux États-Unis parce qu'elles ont accepté d'acheter et,
par là, de garantir des créances hasardeuses ou douteuses. Il a été
souvent dit que le problème venait de ce que les agences de notation
destinées à accréditer ces véhicules financiers sont essentiellement
anglo-saxonnes. Trois d'entre elles exerceraient quasiment un
monopole.
Nos banques européennes n'ont pas suffisamment vérifié ce qui
émanait de ces agences. De toute manière, l'appréciation du risque
par ces dernières est liée à la culture américaine, qui est beaucoup
plus portée sur l'acceptation de risques plus importants.
En tout cas, nous devrons plaider au niveau européen en faveur de
l'émergence d'une agence de notation à l'échelle européenne. Je sais
que la Commission européenne a déjà commencé à travailler sur
cette question. De la sorte, l'Union européenne contribuera à la
régulation du marché et à la prise de risques crédibles et fiables.
08.10 Christian Brotcorne (cdH):
De Europese banken werden door
de crisis in de Verenigde Staten
getroffen, omdat ze dubieuze
vorderingen gekocht en dus
gewaarborgd hebben. Het zijn
voornamelijk
Angelsaksische
ratingbureaus die deze financiële
instrumenten accrediteren. De
beoordeling van het risico door
deze laatste is geënt op de
Amerikaanse cultuur, waar het
aangaan van grote risico's meer
wordt aanvaard. Op Europees
niveau moet er voor de oprichting
van
een
Europees
ratingagentschap worden gepleit.
De Europese Commissie heeft
zich daar al over gebogen.
08.11 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik wil twee zaken zeggen.
Ten eerste, ik blijf op mijn honger. Ik had om concrete informatie
gevraagd over de pensioenspaarproducten. De minister verwijst mij
naar de hoorzitting van 8 oktober. Om te vermijden dat we die vragen
opnieuw moeten stellen, wil ik vragen dat men ons die informatie
eerder bezorgt zodat we de discussie ten gronde kunnen voeren.
Ten tweede, ik heb van de minister gehoord dat dit debat niet vanuit
dit Parlement moet worden gevoerd. Ik volg u daarin gedeeltelijk. Dit
is iets grootser. Ik denk wel dat het moment is gekomen om grondig
na te denken over de manier waarop men de laatste dertig jaar
wereldwijd is begonnen met vrij verkeer van kapitaal, met
deregulering, zonder regels. We zien vandaag wat de effecten
daarvan zijn.
Persoonlijk denk ik dat het neoliberale denken over de financiële
architectuur heel goed tegen het licht moet worden gehouden. Ik zal
met veel belangstelling deelnemen aan de debatten en de discussies
die we zullen voeren, want ik denk dat mijn liberale vrienden ons veel
uit te leggen hebben.
08.11 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro): Je reste sur ma
faim parce que le ministre ne
fournit
pas
d'informations
concrètes
sur
les
produits
d'épargne-pension.
J'espère
qu'une audition nous en apprendra
davantage mais alors, nous
devrons disposer préalablement
de suffisamment d'informations.
Je suis en partie d'accord avec le
ministre pour dire que le débat ne
doit pas être mené depuis le
Parlement. Je crois que le
moment
est
venu
d'évaluer
fondamentalement la dérégulation
qui s'est opérée sur le marché
financier ces trente dernières
années. La pensée néo-libérale
débridée doit faire l'objet d'une
étude approfondie. Je suivrai les
débats avec la plus grande
attention.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
09 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "groepsverzekeringen voor hospitalisatiekosten" (nr. 7160)
09 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre des Finances et des Réformes
institutionnelles sur "les assurances hospitalisation de groupe" (n° 7160)</b>
09.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, wat betreft groepsverzekeringen en
hospitalisatiekosten wil ik het met u eens niet hebben over de premie
of het premievolume, maar wel over de implicaties wanneer
werknemers het bedrijf vroeger verlaten of met pensioen gaan.
U weet dat groepsverzekeringen die door bedrijven worden
aangegaan om hospitalisatiekosten terug te betalen, steeds
populairder worden. Weinig bedrijven sluiten geen groepsverzekering
af voor hun werknemers. Er zijn echter een aantal problemen. Als een
werknemer op een bepaald moment het bedrijf verlaat of met
pensioen gaat, staan verzekeraars over het algemeen toe dat de
hospitalisatieverzekering te privaten titel wordt voortgezet, maar dan
wel tegen premies die overeenstemmen met de leeftijd die men heeft
op het moment dat men het bedrijf verlaat of met pensioen gaat of,
met andere woorden, tegen een premievolume dat vrij veel hoger ligt
dan het premievolume waartegen het bedrijf de groepsverzekering is
aangegaan. Naar verluidt zet een aantal groepsverzekeraars steeds
meer werknemers ertoe aan om premies opzij te zetten om een soort
reserve aan te leggen.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.
Hoeveel
werknemers
waren
er
in
totaal
verzekerd
in
groepsverzekeringen die hospitalisatiekosten terugbetalen in 2005,
2006 en 2007? Het antwoord op deze vraag naar cijfergegevens mag
mij schriftelijk worden bezorgd.
Wat gebeurt er met de opgebouwde reserve in de groepsverzekering
hospitalisatie, als de werknemer overlijdt? Kan zijn familie die
opgebouwde reserve ­ premies die in feite tot niets hebben gediend ­
gebruiken om bijvoorbeeld haar verzekeringspremie goedkoper te
maken of, qua premievolume, aanvaardbaarder te maken? Bestaan
hiervoor wettelijke bezwaren? Zou men clausules kunnen voorstellen
in de contracten om dit mogelijk te maken?
Waarom kan men de reserve die bij de ene verzekeraar werd
opgebouwd niet meenemen naar de nieuwe verzekeraar
groepsverzekering hospitalisatiekosten, zoals dat bijvoorbeeld wel kan
inzake de opbouw van de pensioenen? Men kan daar bepaalde
kapitalen meenemen van de ene verzekeraar naar de andere.
Waarom zou men die opgebouwde reserve niet kunnen meenemen
van
de
ene
verzekeraar
naar
de andere inzake
de
hospitalisatiekosten? Op welke basis wordt hierover overleg gepleegd
met de verzekeringssector?
09.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Les assurances de
groupe contractées par des
entreprises
pour
le
remboursement
des
frais
d'hospitalisation sont de plus en
plus
populaires.
Certains
problèmes se posent toutefois.
Lorsqu'un
travailleur
quitte
l'entreprise ou prend sa retraite, il
doit payer une prime relativement
élevée pour rester assuré.
Combien de travailleurs étaient
couverts par une assurance
hospitalisation de groupe en 2005,
en 2006 et en 2007 ? Qu'advient-il
de la réserve constituée dans le
cadre de l'assurance de groupe en
cas de décès du travailleur?
Pourquoi ne peut-on transférer les
réserves d'un assureur à l'autre?
Une concertation est-elle menée
avec le secteur des assurances?
09.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, in 2004 werden er 3.459.000 personen verzekerd in
collectieve polissen gezondheidsverzekering. In 2005 ging het om een
totaal van 3.677.000 personen en in 2006 3.692.000. Voor 2007
beschik ik nog niet over de gevraagde gegevens.
09.02 Didier Reynders, ministre:
En 2004, 3.459.000 personnes ont
été assurées par le biais de
polices collectives d'assurance
soins de santé. En 2005, il
s'agissait d'un total de 3.677.000
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
Artikel 138bis-9, § 1, van de wet van 25 juni 1992 op de
landverzekeringsovereenkomst, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2007,
vraagt van de verzekeringsonderneming om de werkgever te
informeren over de mogelijkheden voor de verzekerden om een
specifieke bijkomende premie te financieren, met de bedoeling de
premiehoogte bij de overgang van de collectieve naar de individuele
ziekteverzekering te modereren. Verder gaat de wet niet. Het
antwoord op de gestelde vragen ligt mijns inziens in handen van de bij
de overeenkomst betrokken partijen, te weten de verzekerde
werknemer, de werkgever en de verzekeraar. Dat is hetzelfde wat de
reserves betreft.
Aangezien ik op dit ogenblik poog om de wet van 20 juli 2007 vlotter
te maken op enkele andere punten, wordt hierover nu geen overleg
gepleegd. Het is mogelijk om dat te doen, maar we hebben op dit
moment veel overleg over veel andere punten uit de wet van juli 2007.
personnes et en 2006 de
3.692.000 personnes. Pour 2007,
je ne dispose pas encore de
données.
La loi du 25 juin 1992 sur le
contrat
d'assurance
terrestre
demande
à
la
compagnie
d'assurance
d'informer
l'employeur des possibilités pour
les assurés de financer une prime
spécifique supplémentaire, dans le
but de limiter la hauteur de la
prime lors du passage d'une
assurance maladie collective à
une assurance individuelle. La loi
n'apporte pas de précisions
supplémentaires.
Il
appartient
donc aux parties concernées ­ le
travailleur assuré, l'employeur et
l'assureur ­ d'apporter la réponse
à la question de M. Logghe. Il en
va de même pour les réserves.
J'essaie
actuellement
de
débloquer la loi du 20 juillet 2007
en ce qui concerne quelques
autres points. Par conséquent,
aucune concertation n'a lieu
actuellement en la matière.
09.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik dank
u voor uw antwoord en voor de cijfers.
Gelet op het aantal verzekerden zou ik toch wel durven pleiten voor
een
interventie
door
de overheid, die bijvoorbeeld de
verzekeringsmaatschappijen zou kunnen confronteren met de vraag
naar verplaatsing van reserves. Dat hoeft niet meteen vandaag,
morgen of volgende week te gebeuren, maar ik zou die materie toch
meenemen. Het kan ervoor zorgen dat de druk op de sociale
zekerheid, vooral voor hospitalisatie en geneeskundige zorgen, voor
een deel mee wordt gedragen door de verzekeringsmaatschappijen,
als er een sturing vanuit de overheid gebeurt om die reserves te laten
overdragen.
Ik zal deze materie nauwlettend blijven opvolgen.
09.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je préconise que les
compagnies d'assurance soient
invitées à transférer les réserves.
Ainsi,
les
assureurs
contribueraient aussi à consolider
la sécurité sociale.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de resultaten van de werkgroep 'brandstofprijzen landbouw- en
transportsector: fiscale maatregelen'" (nr. 7186)
10 Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les résultats du groupe de travail 'prix des combustibles secteurs
agricole et du transport : mesures fiscales'" (n° 7186)</b>
10.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, 10.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
mijnheer de minister, ik wil nog even terugkomen op de problematiek
van de hoge brandstofprijzen die actueel blijft.
In de maand juni werden er gesprekken gevoerd tussen de regering
en de landbouw- en de transportsector. De bedoeling daarvan was
om een aantal concrete maatregelen uit te werken binnen de
regering.
Er werden drie werkgroepen opgericht, waarvan de eerste onder het
voorzitterschap van minister Van Quickenborne, de tweede onder het
voorzitterschap van minister Laruelle en de derde onder uw
voorzitterschap, mijnheer de minister van Financiën.
Die werkgroep had als opdracht een onderzoek uit te voeren naar een
aangepast fiscaal stelsel waarbij een carry back/carry forward-
systeem zou worden uitgewerkt. Daarbij zouden verliezen kunnen
worden gespreid over meerdere jaren of zouden verliezen kunnen
worden gecompenseerd met de verkregen winsten van de vorige
jaren. Dat was het uitgangspunt. Ik heb mij verbijsterd afgevraagd hoe
men dat in de praktijk zou doen.
Vandaag kom ik u vragen naar de vooruitgang in het kader van die
werkgroep. Ik weet dat de andere werkgroepen al in juni zijn
samengekomen. Ik ken het resultaat daarvan niet, maar dat moet ik
aan mijn collega's vragen. Ik richt mij tot u met betrekking tot uw
werkgroep. Is uw werkgroep al bijeengekomen? Wat is er concreet
gebeurd? Heeft men iets uitgewerkt? Met welke timing wil men
werken om het carry back/carry forward-systeem al of niet te
concretiseren?
Belang): En juin, le gouvernement
a constitué trois groupes de travail
chargés d'élaborer des mesures
pour que les prix élevés du
carburant restent supportables
pour les secteurs de l'agriculture
et du transport. Le groupe de
travail présidé par le ministre des
Finances élaborerait un régime
fiscal assorti d'un système carry
back/carry forward
. Les pertes et
les bénéfices pourraient être
répartis sur plusieurs années. Je
me suis demandé à l'époque
comment ce système serait
appliqué concrètement.
Où en est-on?
10.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Goyvaerts, het stelsel van carry-back maakt reeds het voorwerp uit
van een wetsvoorstel tot invoering van carry-back voor de land- en
tuinbouwsector in het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992.
Dergelijk stelsel beperken tot de land- en tuinbouwsector zou
hoogstwaarschijnlijk door de Europese Commissie worden
aangemerkt als een vorm van staatssteun terwijl een uitbreiding van
het stelsel naar alle sectoren toe een enorme budgettaire impact zou
teweegbrengen. Bovendien zou de invoering van dergelijk stelsel
geen toepassing vinden op land- en tuinbouwers die op forfaitaire
wijze worden belast.
De sector stelt dan ook voor om, indien om budgettaire of legistieke
redenen de invoering van een carry-backstelsel niet mogelijk zou zijn,
wettelijk de mogelijkheid te creëren dat verliezen ook kunnen worden
vastgesteld op basis van forfaitaire grondslagen van aanslag.
Die mogelijkheid en de andere mogelijkheden, ook het carry-
backstelsel, worden thans door de bevoegde administratie
onderzocht. Wij zullen verder overleggen met de sectoren over de
verschillende mogelijkheden, niet alleen een carry-backstelsel, maar
bijvoorbeeld ook een andere mogelijkheid in verband met de
verliezen.
10.02 Didier Reynders, ministre:
Il existe déjà une proposition de loi
visant à inscrire le système carry-
back dans le CIR 92 pour les
secteurs agricole et horticole. Les
autorités
européennes
n'accepteront pas que ce système
soit appliqué uniquement pour ce
secteur, alors qu'un élargissement
à l'ensemble des secteurs est
impossible à financer. Il ne
s'agirait par ailleurs pas d'une
solution pour les personnes
imposées sur une base forfaitaire.
Le secteur propose de créer la
possibilité
supplémentaire
de
pouvoir constater les pertes sur
une
base
forfaitaire.
Cette
possibilité et d'autres également
sont actuellement examinées par
l'administration compétente.
10.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben niet veel wijzer geworden uit uw
antwoord. Ik stel vast dat er nog steeds een werkgroep is en dat er tot
10.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang):
Cette
réponse
ne
m'apprend pas grand-chose. Un
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
op heden niet veel vorderingen zijn. Ik hoop dat men daar alsnog
enige spoed achterzet, want de tijd tikt verder, de brandstofprijzen
blijven hoog, hebben soms wel eens de neiging om een beetje te
dalen.
Tot op heden zie ik weinig of geen resultaat uit die werkgroep komen.
Ik vermoed dat ik hierop op een later moment nog eens zal moeten
terugkomen, liefst nog voor het einde van het jaar.
groupe de travail a été constitué,
mais il n'a encore quasiment rien
fait. Dans l'intervalle, les prix du
carburant restent bien sûr élevés.
J'y reviendrai.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Hagen Goyvaerts aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de afhandeling van het dossier betreffende een verbeurdverklaarde
villa in Overijse" (nr. 7187)
11 Question de M. Hagen Goyvaerts au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "le règlement du dossier relatif à une villa saisie à Overijse" (n° 7187)</b>
11.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, rond 12 september heeft het dossier van de
verbeurdverklaarde villa die wordt bewoond door een neef van de
overleden Zaïrese president Mobutu, de persaandacht gehaald. Het
gezin zou al anderhalf jaar in die villa in Overijse wonen, terwijl die
villa is verbeurdverklaard als gevolg van het feit dat de betrokkene in
maart 2007 door de correctionele rechtbank van Brussel werd
veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan de helft met uitstel. Die
veroordeelde oplichter zou dus uit die woonst moeten worden gezet.
Daartoe is er blijkbaar een interventie nodig van de FOD Financiën.
Volgens de directeur van het Centraal Orgaan voor de
Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, het COIV, zijn er in dat
dossier problemen met de samenwerking tussen Justitie en
Financiën, zo verklaart hij in de pers.
Mijnheer de minister, bijgevolg heb ik de volgende vragen.
Wat is de stand van zaken in dat dossier? Graag had ik geweten
waarom dat dossier zo lang aansleept en welke de acties zijn die uw
departement op korte termijn zal ondernemen teneinde het dossier te
deblokkeren en/of definitief af te handelen.
Blijkbaar wordt de zwartepiet of de joker een beetje in uw richting
geschoven, en ik wil dus weten wat daarvan aan is.
11.01 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): La presse a relaté en
septembre le récit d'un parent de
feu le président zaïrois Mobutu qui
résiderait avec sa famille dans une
villa d'Overijse et a fait l'objet d'un
jugement de saisie après une
condamnation par le tribunal
correctionnel de Bruxelles en
mars 2007.
L'inculpé ne peut être expulsé de
son habitation que sur l'initiative
du SPF Finances. Selon le
directeur de l'Organe Central pour
la Saisie et la Confiscation
(OCSC), la collaboration entre les
départements de la Justice et des
Finances poserait problème. Quel
est l'état de la situation? Pourquoi
l'affaire
traîne-t-elle
autant?
Quelles initiatives le ministre
prendra-t-il pour régler cette
affaire?
11.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Goyvaerts, vanaf het in kracht van gewijsde treden van een vonnis
houdende de verbeurdverklaring van een goed, gaat de eigendom
van dat goed over op de Belgische Staat. Het beheer van de
goederen toebehorend aan de Belgische Staat, valt onder de
bevoegdheid van de FOD Financiën.
De rechten van de Belgische Staat inzake dit verbeurdverklaard
onroerend goed, werden door mijn diensten veilig gesteld door de
overschrijving van het vonnis van verbeurdverklaring van 7 maart
2007 op het hypothecair kantoor op naam van de Belgische Staat.
In afwachting van het verstrijken van de termijnen of mogelijke
procedures waarbij derden, zoals het gezin van de veroordeelde, hun
11.02 Didier Reynders, ministre:
Dès qu'un bien a fait l'objet d'un
jugement de saisie, il devient la
propriété de l'État belge et sa
gestion relève de la compétence
du SPF Finances.
En ce qui concerne ce dossier,
mes services ont transcrit le bien
saisi le 7 mars 2007 au bureau
des hypothèques de l'État belge.
Dans l'attente de l'expiration des
délais dans lesquels les intéressés
peuvent interjeter appel, le bien
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
rechten kunnen laten gelden op de verbeurdverklaarde goederen,
wordt de eer van het verbeurdverklaarde onroerend goed
waargenomen door mijn diensten.
Artikel 197 bis van het Wetboek van strafvordering voorziet dat de
vervolgingen tot invorderingen van verbeurdverklaarde goederen
worden gedaan in naam van de procureur des Konings door de
Domeinen, en dat volgens de aanwijzingen van het Centraal Orgaan
voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.
Op 25 juli 2007 werd door het parket expliciet gevraagd om, gelet op
nog lopende procedures, te wachten met de verkoop van het
onroerend goed.
Bovendien zijn er nog tal van juridische onduidelijkheden inzake de
mogelijke rechten van het gezin van de veroordeelde op de
gezinswoning en de overige uitvoering van het vonnis van de
rechtbank van eerste aanleg van 7 maart 2007 voor wat betreft de
rechten van de optredende, burgerlijke partijen.
De FOD Financiën heeft op 12 september 2007 aan het Centraal
Orgaan voor de Inbeslagname en de Verbeurdverklaring ­ COIV ­ de
wettelijk vastgelegde aanwijzingen met betrekking tot de uitvoering
van voormeld vonnis gevraagd.
Tot op heden werd de FOD Financiën nog niet op de hoogte gebracht
van de uitkomst van voormelde procedures en van aanwijzingen om
het dossier te kunnen afhandelen.
est géré par mes services. Le
Code
d'instruction
criminelle
prévoit que les poursuites pour le
recouvrement de biens confisqués
sont effectuées par les Domaines,
selon les indications de l'OCSC.
Le 25 juillet 2007, le parquet a
explicitement demandé d'attendre
avant de vendre le bien. Des
procédures sont encore en cours
et de nombreuses imprécisions
juridiques subsistent en ce qui
concerne les droits des parties
civiles. Le 12 septembre 2007, le
SPF Finances a demandé à
l'OCSC les instructions légales
relatives à l'exécution de ce
jugement. Jusqu'à présent, mes
services ne sont pas informés des
résultats des procédures en cours
ni
d'indications
relatives
à
l'examen du dossier.
11.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, het is natuurlijk goed dat u enige tekst en uitleg
geeft bij mijn vraag.
Het blijft niettemin verbazingwekkend, hoewel verbeurdverklaringen
wel vaker gebeuren. Iedereen heeft ook recht op uitputting van
juridische argumenten. Daartegen heb ik geen bezwaar.
U en uw diensten hebben nu blijkbaar met het COIV een aantal
contacten gelegd.
U sprak daarnet over de uitputting van de bezwaartermijnen. Hoe lang
kan zulks duren? Kan een dergelijke procedure nog jaren aanslepen
of hebt u de zaak nu gewoon aan het COIV overgelaten, dat u dan
opnieuw moet contacteren met een aantal argumenten? Wordt het
met andere woorden een processie van Echternach?
11.03 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): Il va de soi que chacun a
le droit d'épuiser les recours
juridiques
mais je m'étonne
néanmoins du déroulement de ce
dossier.
Des
contacts
ont
clairement eu lieu entre les
services du ministre et l'OCSC.
Pouvez-vous rappeler la durée du
délai de réclamation?
11.04 Minister Didier Reynders: Ik weet het niet. Het is de processie
van België en niet van Echternach.
11.04 Didier Reynders, ministre:
Je l'ignore.
11.05 Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang): De processie van België
hebben wij de voorbije vijftien maanden al meegemaakt. Op dat vlak
hoeft u mij niet te informeren.
U moet echter op een gegeven moment het dossier afhandelen. Ik
neem aan dat het geen uniek dossier is. Er zullen nog wel dossiers
van die aard zijn. Het is misschien gênant voor de persoon die de
veroordeling heeft opgelopen. Ik zou niettemin willen dat Financiën
zijn steentje voor het snel afhandelen van het dossier bijdraagt.
11.05 Hagen Goyvaerts (Vlaams
Belang): Le dossier doit quand
même être réglé un jour. Des
dossiers similaires devront par
ailleurs également être traités.
J'insiste pour que le SPF Finances
mette tout en oeuvre pour traiter ce
dossier rapidement.
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Mijnheer de voorzitter, in het andere geval ben ik verplicht om te
gepasten tijde op het dossier terug te komen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de personeelsbezetting van het aankoopcomité te Hasselt"
(nr. 7209)
12 Question de Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "les effectifs du comité d'acquisition de Hasselt" (n° 7209)</b>
12.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik zal kort
zijn want de tijd dringt en er zijn nog heel wat collega's die hun vraag
willen stellen.
Mijnheer de minister, mijn vraag gaat over het aankoopcomité in
Hasselt. Naar verluidt zou het aankoopcomité heel sterk
onderbemand zijn, waardoor een groot aantal procedures veel
vertraging oploopt. Het zou onder andere gaan om de onteigeningen
voor de aanleg van fietspaden. Men heeft daarvoor veel te veel tijd
nodig.
Mijnheer de minister, hoe zit het met het aankoopcomité in Hasselt?
Klopt het dat het onderbemand is? Welke stappen zult u zetten opdat
die onteigeningen vlotter kunnen verlopen?
12.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): Le comité d'acquisition de
Hasselt serait fortement sous-
occupé et certaines procédures,
comme les expropriations pour
l'aménagement
de
pistes
cyclables, subissent d'importants
retards..
Qu'en est-il de l'insuffisance des
effectifs? Quelles démarches le
ministre entreprendra-t-il pour que
les procédures d'expropriation se
déroulent plus aisément?
12.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, de
administrateur van de Patrimoniumdocumentatie is onder meer belast
met het verdelen van het personeel, dat hem ter beschikking wordt
gesteld, over de verschillende administraties waarvoor hij
verantwoordelijk is. Het gaat hier onder meer over de
aankoopcomités.
Deze comités vertegenwoordigen bijna 6% van het totale
personeelsbestand
van
de
administratie
van
de
Patrimoniumdocumentatie. Dit personeel, bestaande uit alle mogelijke
graden, statuten en taalrollen, ging van 5.193 ambtenaren op 30
november 2004, naar 4.954 ambtenaren eind 2007. Dit komt neer op
een daling met 239 ambtenaren.
Die daling is voornamelijk aan twee redenen te wijten. De op mijn
departement toepasbare beslissing om voor vijf vertrekkende
personen drie nieuwe personen aan te werven teneinde over een
minder groot maar meer gekwalificeerd personeelsbestand te
beschikken. Ik wijs er nogmaals op dat deze wervingen vooral in de
niveaus A en B plaatsvinden. Men stelt vast dat de door Selor
georganiseerde vergelijkende wervingsselecties bij de Nederlandse
taalrol minder bijval vinden. Dit heeft tot gevolg dat er onvoldoende
wervingen zijn ten opzichte van de mogelijkheden die de
personeelsplannen bieden.
Zo zijn er bij de administratie van de Patrimoniumdocumentatie nog
steeds 95 ambtenaren van de Nederlandse taalrol aan te werven. Om
dit tekort op te vangen, heeft de administratie in 2007 beslist om
alleen voor de kandidaten van de Nederlandse taalrol vergelijkende
selecties voor niveau A te organiseren. In 2008 heeft zij op dezelfde
12.02 Didier Reynders, ministre:
L'administrateur
de
la
Documentation patrimoniale est
responsable de la répartition du
personnel au sein de son
administration.
Les
comités
d'acquisition
représentent près de 6 % de la
totalité de l'effectif de cette
administration. Le nombre total de
fonctionnaires est passé de 5.193
au 30 novembre 2004 à 4.954 fin
2007. Mon département a en effet
décidé de procéder à trois
engagements pour cinq départs
afin de disposer d'un effectif plus
réduit mais plus qualifié.
Les sélections comparatives de
recrutement ont moins de succès
du côté néerlandophone. Il reste à
recruter 95 fonctionnaires du rôle
linguistique
néerlandais
à
l'administration
de
la
Documentation patrimoniale. C'est
pourquoi l'administration a décidé
en 2007 de n'organiser de
sélections
comparatives
de
recrutement de niveau A que pour
des candidats du rôle linguistique
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
wijze gehandeld voor niveaus A en B. Aangezien het personeelsplan
2008 onlangs werd goedgekeurd, kan in samenwerking met Selor
worden overgegaan tot de toegestane wervingen voor de
administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
In verband met het aankoopcomité wens ik nogmaals te wijzen op de
chronische moeilijkheden om kandidaten te vinden in de provincies
Antwerpen en Limburg. Het spreekt voor zich dat ik mijn departement
de opdracht heb gegeven de wervingen onder de verschillende
administraties te verdelen en om er over te waken dat zij de
toevertrouwde overheidsopdrachten optimaal kunnen blijven
vervullen.
Ik heb steeds gezegd dat er een gebrek aan kandidaten is in de
Nederlandstalige taalrol. Men probeert om meer selecties te
organiseren.
néerlandais. En 2008, elle a fait de
même pour les niveaux A et B. Le
plan de personnel 2008 a été
approuvé récemment, de sorte
qu'il peut être procédé en
collaboration avec le Selor aux
recrutements autorisés pour les
besoins de l'administration de la
Documentation patrimoniale.
A Anvers et au Limbourg, il est
très difficile de trouver des
candidats
pour
les
comités
d'acquisition. C'est pourquoi j'ai
ordonné
de
répartir
les
recrutements
entre
les
administrations et de faire en sorte
que celles-ci puissent continuer à
s'acquitter dans des conditions
optimales des tâches qui leur sont
confiées. Vu le manque chronique
de candidats néerlandophones, on
cherche
à
organiser des
sélections.
12.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is natuurlijk geen erg hoopvol antwoord. Er is blijkbaar
een chronisch tekort. Ik kan er alleen maar op aandringen dat u
bijkomende stappen zet. Ik zal via mijn kanalen zeker ook Limburgers
aansporen om te komen solliciteren om het tekort op te vullen.
12.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): Cette réponse n'est guère
encourageante.
La
pénurie
chronique requiert des initiatives
supplémentaires. Je ne manquerai
pas d'inciter les Limbourgeois à se
porter candidats.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de inning van belastingen" (nr. 7233)
13 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la perception des impôts" (n° 7233)</b>
13.01 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister,
vorig jaar heb ik u al eens cijfers voorgelegd inzake de inning, de
cijfers van 2006. Toen heb ik erop gewezen dat er zeer grote
regionale onevenwichten waren. U hebt toen gezegd dat dat zou
worden bekeken en onderzocht.
Ik heb vandaag de cijfers voor 2007, de situatie op 31 mei 2008. Wat
stel ik vast? Ik stel vast dat die regionale onevenwichten nog steeds
aanwezig zijn. Ik stel vast dat wat de inning betreft, in de Vlaamse
districten tussen 6,5% en 11,6% van de belastingplichtigen zo goed
als ongemoeid gelaten wordt, in de twee Brusselse districten 28%,
terwijl dat in de Waalse districten tussen 23% voor Luik en 46% voor
Charleroi is.
Ik wil dus voor de tweede keer aan u vragen, mijnheer de minister,
wat u zinnens bent te doen om de scheeftrekkingen die uit die cijfers
blijken recht te trekken? Wij leven in een federaal land; de fiscale wet
13.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro): Je constate que les
importants
déséquilibres
régionaux
en
matière
de
recouvrement des impôts, que j'ai
déjà soulignés l'année dernière,
existent toujours : entre 6,5 et
11 % des contribuables ne sont
pas inquiétés dans les districts
flamands, 28 % dans les deux
districts bruxellois et entre 23 et
46 % dans les districts wallons.
Comment le ministre rétablira-t-il
les équilibres? J'estime qu'il
appartient
au
ministre
des
Finances de veiller à ce que la loi
fiscale, qui est égale pour
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
is een federale wet en de FOD Financiën is een federale instantie. Ik
meen dat het de opdracht is van de minister van Financiën ervoor te
zorgen dat de fiscale wet, die gelijk is voor alle Belgen, ook in alle
districten van ons land op dezelfde wijze wordt toegepast. Helaas
moet ik mij voor de tweede keer tot u wenden en u erop wijzen dat dat
voor de cijfers van 2007 nog steeds niet het geval is.
l'ensemble
des
Belges, soit
également
appliquée
uniformément dans tous les
districts de notre pays.
13.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer Van der Maelen, het is
altijd risicovol zich te laten leiden door cijfers die uit hun context
worden gerukt en die zonder enige uitleg over de manier hoe zij
werden verkregen, zomaar door de pers worden overgenomen.
In het belang van het democratische debat verdient een delicate
kwestie als de regionale verschillen inzake inning en invordering van
de belasting ongetwijfeld meer nauwgezetheid.
Ik wil er eenvoudigweg op wijzen dat de aangevoerde cijfers voor
Brugge, Gent en Leuven op 31 mei 2008 ver verwijderd liggen van de
cijfers die bekend zijn bij de administratie. Misschien hebt u betere
informatie dan mijn administratie? Het is niet de eerste keer dat wij
een verschil zien tussen uw cijfers en de realiteit. Maar goed, dat is nu
zo.
Enkel de cijfers van de gewestelijke directie Charleroi ­ u hebt
blijkbaar goede informatie uit Charleroi ­ benaderen de werkelijkheid,
en bovendien nog enkel die inzake de personenbelasting, niet inzake
de rest.
Het is onweerlegbaar dat er regionale verschillen bestaan op het vlak
van de werklast. Zo overschrijdt het aantal ingekohierde artikelen met
een positief te betalen saldo dat te behandelen is door de
ontvangkantoren van de gewestelijke directies Luik en Charleroi het
aantal dat elders wordt vastgesteld, ongeacht de aard van
inkomstenbelastingen, personen- of vennootschapsbelastingen.
Bij wijze van voorbeeld, wanneer men het totaal van de in 2007 voor
het hele land uitvoerbaar verklaarde artikels van het geautomatiseerd
systeem ICPC in aanmerking neemt, stelt men vast dat die twee
gewestelijke directies de inning en invordering moeten verzekeren van
bijna de helft van de positief ingekohierde artikels van het land.
Die toestand kan door meerdere factoren worden verklaard, zoals het
beheer door de federale Staat van de onroerende voorheffing voor
Wallonië en Brussel, terwijl die belasting in Vlaanderen sedert 1999
volledig werd geregionaliseerd en minder voorafbetalingen in
Wallonië. Ik heb tabellen met de precieze cijfers, artikelen en
verdeling in percentage ter beschikking van de commissie en van de
heer Van der Maelen.
Het is evident dat die toestand een verschillende werklast naargelang
de Gewesten met zich meebrengt. Wanneer men het aantal in 2007
ingekohierde maar op 31 augustus 2008 geheel of gedeeltelijk
onbetaalde aanslagen die door de administratie als onmiddellijk
eisbaar ­invorderingscode 1 ­ worden beschouwd, nader bekijkt, stelt
men inderdaad grotere verschillen vast, en dit voornamelijk in de
gewestelijke directie Charleroi. Ik heb ook die cijfers op
31 augustus 2008 voor de commissie.
13.02 Didier Reynders, ministre:
Les chiffres ont été extraits de leur
contexte. Ce n'est pas la première
fois que nous constatons des
différences entre les chiffres de
M. Van der Maelen et la réalité.
Les chiffres cités pour Bruges,
Gand et Louvain sont totalement
différents de ceux utilisés par
l'administration. Seuls les données
pour Charleroi s'approchent de la
réalité, mais uniquement en ce qui
concerne l'impôt des personnes
physiques.
Il
existe
certainement
des
différences régionales en termes
de charge de travail. Ainsi, le
nombre d'articles enrôlés avec un
solde positif à payer est plus élevé
dans les bureaux de recettes de
Liège et de Charleroi. Plusieurs
explications sont possibles. Ainsi,
le précompte immobilier est
totalement régionalisé en Flandre
depuis 1999, ce qui n'est pas le
cas en Wallonie ni à Bruxelles. En
outre, la proportion de versements
anticipés
est
inférieure
en
Wallonie. Je puis fournir à la
commission des informations et
des chiffres précis à ce sujet. En
raison de cette situation, le volume
de travail diffère évidemment
d'une Région à l'autre. Je dispose
également des chiffres au 31 août
2008, qui indiquent que le taux
moyen d'apurement des recettes
brutes par rapport au montant à
payer des articles enrôlés en 2007
s'élève à 86,87 % au niveau
national, sans qu'il soit question de
divergences
régionales
significatives.
Seule
Bruxelles
affiche un taux de 78,76 % en
raison de la part importante que
représente l'impôt des sociétés.
Les taux d'apurement varient de
92,35 % à Gand à 86,91 % à
Charleroi,
cette
dernière
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Ik moet er onmiddellijk aan toevoegen dat, wat de fiscale ontvangsten
betreft, de toestand het rendement van de dienst niet bezwaart. Het
rendement is immers goed vergelijkbaar voor het hele land.
Inderdaad,
op
31 augustus 2008
bedraagt
het
gemiddeld
aanzuiveringspercentage bruto-ontvangsten tegen het ingekohierde te
betalen bedrag van de in 2007 ingekohierde artikelen voor het hele
land 86,87%. Geen enkele gewestelijke directie wijkt beduidend van
dat gemiddelde af, met uitzondering van Brussel, dat een percentage
van
78,76%
vertoont.
Men
weet
echter
dat
de
vennootschapsbelasting er sterk is vertegenwoordigd.
Het aanzuiveringpercentage van Gent bedraagt 92,35%. Te noteren
valt vervolgens de uitstekende, tweede plaats van Luik met 91,41%.
Daarna volgen Antwerpen met 88,65%, Leuven met 88,24% en
Charleroi, dat met 86,91% perfect binnen het nationaal gemiddelde
valt.
Misschien is het op basis van andere cijfers van uw studiebureau
mogelijk om dergelijke informatie aan de pers te geven. Voor de
cijfers van het ministerie is dat echter niet het geval.
Uit voorgaande, korte toelichting moet worden besloten dat de
performantie van de diensten ­ alle overige zaken zijn gelijk ­ van het
ene naar het andere ambtsgebied perfect vergelijkbaar is en dat de
vastgestelde verschillen moeten worden gerelativeerd. Overigens
geeft de enkele analyse van het aantal artikelen dat nog in het jaar
volgend op de inkohiering moet worden behandeld, slechts een heel
gedeeltelijk beeld van de werkelijke toestand van de fiscale
ontvangsten. Bedoeld beeld is vanuit statistisch oogpunt zeker niet
bevredigend.
Dat betekent geenszins dat het niet nodig zou zijn de performantie
van de invorderingsdiensten nog te verbeteren. Het tegendeel is waar.
Dat is echter precies aan het gebeuren, dankzij de invoering van het
investeringsprogramma STIMER, dat een onderdeel van het
Coperfinplan is, en het gebruik van de techniek van de risicoanalyse
in het kader van doelgerichte invorderingsacties.
Mijnheer de voorzitter, ik heb dus alle cijfers over de verschillende
momenten, niet alleen voor 31 augustus 2008 maar ook voor de
inkohiering van 2007. Wij zullen zien. De regels worden overal op
dezelfde manier correct toegepast en men hanteert in de
verschillende subregio's van ons land dezelfde werkmethode.
Ik wacht op de cijfers van het studiebureau van de sp.a, dat misschien
een parallel bureau is gelet op de cijfers van onze administratie. Ik
werk echter op basis van de cijfers van de fiscale administratie en
hopelijk nog niet op basis van de cijfers van de heer Van der Maelen.
s'inscrivant
ainsi
parfaitement
dans la moyenne nationale. Les
prestations
fournies
par
les
services des différents ressorts
sont dès lors tout à fait
comparables. Une analyse qui se
limite au nombre d'articles restant
à traiter durant l'année suivant
l'enrôlement ne donne par ailleurs
qu'une image très partielle de la
situation réelle des recettes
fiscales.
Toutes ces nuances ne doivent
cependant
pas
occulter
la
nécessité
d'améliorer
les
prestations
fournies
par
les
services de recouvrement. Ce
processus
d'amélioration
est
d'ailleurs en cours grâce à
l'instauration
du
programme
d'investissement STIMER au sein
du plan Coperfin ou encore grâce
au recours à des analyses de
risques.
Les statistiques révèlent une
application correcte et uniforme
des règles et méthodes dans les
différentes
sous-régions.
Je
souhaite me limiter aux données
de l'administration fiscale.
De voorzitter: Het antwoord wordt onderwijld voor de leden van de
commissie gekopieerd, zodat er geen misverstand over kan bestaan.
Le président: Afin d'éviter tout
malentendu, nous allons fournir
immédiatement des copies de la
réponse du ministre aux membres
de la commission.
13.03 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik
heb gewerkt op basis van de cijfers van uw eigen fiscale
13.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro): Je me suis basé sur
CRIV 52
COM 313
24/09/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
administratie. Die cijfers waren beschikbaar op 31 mei 2008. Ik kijk
met belangstelling uit naar de cijfers die u mij zult geven, de situatie
van eind augustus 2008.
Ik kan zeggen dat een stuk van de argumentatie, zoals onder meer
het feit dat de onroerende voorheffing in Wallonië en Brussel nog
federaal wordt geïnd, helemaal niets te maken heeft met de zaak. Ik
blijf staande houden dat er op basis van de cijfers van 31 mei 2008
significante verschillen zijn voor de inningprestaties.
Mijnheer de minister, ik zal hierop terugkomen. Ik zal uw cijfers, die u
mij zult bezorgen, bestuderen en ik zal hier in onze commissie
daarover met u opnieuw van gedachten wisselen.
les chiffres du 31 mai 2008 de
l'administration fiscale et j'attends
avec impatience les chiffres de fin
août 2008. L'encaissement du
précompte immobilier à l'échelon
fédéral en Wallonie et à Bruxelles
n'a rien à voir avec cette
problématique. Les chiffres du 31
mai 2008 attestent l'existence de
différences significatives en ce qui
concerne
les
prestations
d'encaissement. J'y reviendrai
certainement.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en
Institutionele Hervormingen over "de fiscale gegevensbank Fisconet" (nr. 7292)
14 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Finances et des
Réformes institutionnelles sur "la base de données fiscales Fisconet" (n° 7292)</b>
14.01 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, sinds 19 juli werd de fiscale gegevensbank
Fisconet niet meer geactualiseerd. Er zou een nieuwe fiscale
gegevensbank Fisconetplus worden opgestart ter vervanging van het
huidige Fisconet.
Klopt het dat er problemen zijn met de opstart van Fisconetplus? Zo
ja, over welke problemen gaat het?
Wat zijn de financiële gevolgen? Wie moet hiervoor opdraaien, de
overheid of de onderneming die in gebreke blijft?
Wanneer zal
de nieuwe gegevensbank operationeel en
raadpleegbaar zijn?
14.01 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro): La banque de
données fiscales Fisconet n'est
plus actualisée depuis le 19 juillet
dernier parce que la nouvelle
banque de données, Fisconetplus,
était en passe de devenir
opérationnelle.
Est-il exact que des problèmes se
posent en ce qui concerne la
nouvelle banque de données?
Quelle
est
la
nature
des
problèmes? Quelles sont les
conséquences financières et qui
devra supporter les frais? Quand
la nouvelle banque de données
sera-t-elle opérationnelle?
De voorzitter: Ter informatie, dit is de laatste vraag die in de
commissie wordt gesteld. Op vraag van de minister wordt de
vergadering gesloten om 17.30 uur. Nu zal de minister antwoorden op
vraag nr. 7292, punt 19 van de agenda. De andere punten, vanaf punt
20, worden verschoven naar de agenda van 8 oktober.
Le président: Il s'agit-là de la
dernière question à laquelle il sera
répondu. Les autres points inscrits
à l'ordre du jour, à partir du point
20, seront reportés à la réunion du
8 octobre.
14.02 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, voor een
goed begrip, dit is dus het laatste antwoord op de laatste vraag.
De lancering van Fisconetplus, de opvolger van Fisconet, heeft een
vertraging opgelopen die het oorzakelijk gevolg is van de vervanging
van de publicatiesoftware waarvan is gebleken dat de performance
niet voldeed aan de door de toepassing gestelde eisen.
Tot dusver zijn er, met uitzondering voor de kosten van de verlenging
van de opzetting van Fisconet, die door mijn departement worden
14.02 Didier Reynders, ministre:
Le lancement de Fisconetplus a
été
retardé
en
raison
du
remplacement du logiciel de
publication qui ne répondait pas
aux exigences imposées. Il n'y a
pas de conséquences financières,
mis à part que Fisconet devra
rester
opérationnel
plus
longtemps. Si tout se déroule
24/09/2008
CRIV 52
COM 313
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
gedragen, geen financiële gevolgen verbonden aan die vertraging.
Indien de thans vooropgestelde planning kan worden gerespecteerd,
is de start van Fisconetplus gepland voor begin november.
Ik wens nog op te merken dat de belangrijkste informatie over
wijzigingswetten, besluiten, rulings, circulaires, forfaitaire grondslagen
van aanslagen, en dergelijke, zowel door de burger kan worden
geraadpleegd op de website van de fiscus, als door de ambtenaar
van mijn departement, via intranet. Op die manier worden eventueel
negatieve effecten tot een absoluut minimum beperkt.
Er is voor de burger dus nog de mogelijkheid om alle informatie te
krijgen via de website van de FOD Financiën en voor de ambtenaar
via intranet. Fisconetplus zal dus in november starten.
comme prévu, Fisconetplus sera
opérationnel en novembre.
Le citoyen peut consulter les
principales informations sur le site
internet
du
fisc
et
les
fonctionnaires des Finances sur
l'intranet.
Les
conséquences
négatives restent donc limitées à
un minimum.
14.03 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Ik heb geen antwoord
gekregen op mijn vraag wat het prijskaartje is. Volgens mijn informatie
zou Kluwer voorlopig depanneren. Ik neem aan dat Kluwer, een
privaat bedrijf, daarvoor een prijs aanrekent. Ik zou willen weten wat
het uitblijven van het opstarten van Fisconetplus kost.
14.03 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro):
Selon
mes
informations,
Kluwer
pourrait
assurer un dépannage à titre
provisoire.
Je
souhaiterais
connaître le coût engendré par le
lancement tardif de Fisconetplus.
14.04 Minister Didier Reynders: De vertraging brengt geen kosten
met zich mee. Het huidige Fisconet blijft bestaan. De hosting wordt
door mijn departement gedragen. Ik zal vragen wat het nieuwe
systeem kost.
14.04 Didier Reynders, ministre:
Le retard sera sans incidence sur
le plan des coûts. Fisconet est
maintenu sous sa forme actuelle.
Le hosting est supporté par mon
département. Je m'informerai du
coût du nouveau système.
14.05 Dirk Van der Maelen (sp.a+Vl.Pro): Mijn vraag is wat de
vertraging kost.
14.05 Dirk Van der Maelen
(sp.a+Vl.Pro):
Je
souhaite
seulement connaître le coût du
retard.
14.06 Minister Didier Reynders: Niets, behalve dan de kosten voor
de hosting van het huidige Fisconet. Het antwoord van mijn
administratie is klaar en duidelijk: niets. Ik zal het verifiëren.
14.06 Didier Reynders, ministre:
Il ne coûtera rien, en dehors du
coût du hosting de l'actuel
Fisconet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.38 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17.38 heures.