KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 295
CRIV 52 COM 295
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
08-07-2008
08-07-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes :
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vermoorde
Belgische zuster in Rwanda" (nr. 6533)
1
Question de Mme Hilde Vautmans au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'assassinat d'une
religieuse belge au Rwanda" (n° 6533)
1
Sprekers: Hilde Vautmans, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Hilde Vautmans, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "frauduleuze
praktijken
rond
het
opgeven
van
de
maatschappelijke zetel" (nr. 6534)
2
Question de Mme Hilde Vautmans au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les pratiques
frauduleuses concernant l'indication du siège
social" (n° 6534)
2
Sprekers: Hilde Vautmans, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Hilde Vautmans, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean Cornil aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vereniging 'België en
Christenheid'" (nr. 6717)
5
Question de M. Jean Cornil au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'association 'Belgique et
Chrétienté'" (n° 6717)
5
Sprekers: Jean Cornil, Jo Vandeurzen, vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean Cornil, Jo Vandeurzen, vice-
premier ministre et ministre de la Justice et
des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
7
Questions jointes de
7
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de wraking van de rechter in
de Beaulieu-zaak" (nr. 6740)
7
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la récusation du juge dans
l'affaire Beaulieu" (n° 6740)
7
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vertraging in de Beaulieu-
zaak" (nr. 6763)
7
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le retard dans l'affaire
Beaulieu" (n° 6763)
7
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Renaat
Landuyt, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Stefaan Van Hecke, Renaat
Landuyt, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
12
Questions jointes de
12
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het gevangenismuseum van
Tongeren" (nr. 6789)
12
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre
et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le musée de la vie carcérale
à Tongres" (n° 6789)
12
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de heropening van de
gevangenis
van
Tongeren
voor
jonge
delinquenten" (nr. 6976)
12
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la réouverture de la prison de
Tongres pour de jeunes délinquants" (n° 6976)
12
Sprekers: Stefaan Van Hecke, Bert Schoofs,
Jo Vandeurzen, vice-eerste minister en
minister
van
Justitie
en
Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Stefaan Van Hecke, Bert Schoofs,
Jo Vandeurzen, vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vraag naar
een evaluatie van de recente antiterrorismewet"
(nr. 6803)
15
Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la demande d'une évaluation
de la récente loi antiterroriste" (n° 6803)
15
Sprekers: Fouad Lahssaini, Jo Vandeurzen,
Orateurs: Fouad Lahssaini, Jo Vandeurzen,
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
rechtsplegingsvergoeding" (nr. 6808)
17
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'indemnité de procédure"
(n° 6808)
17
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vergoeding
voor de onterechte voorlopige hechtenis"
(nr. 6826)
20
Question de Mme Valérie Déom au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'indemnisation en cas de
détention préventive abusive" (n° 6826)
20
Sprekers: Valérie Déom, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Valérie Déom, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het bewaren
van correctionele strafdossiers" (nr. 6788)
22
Question de Mme Carina Van Cauter au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la conservation
des dossiers pénaux correctionnels" (n° 6788)
22
Sprekers:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Carina
Van
Cauter,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele
Hervormingen
over
"de
voorwaardelijke vrijlating van Kapllan Murat door
de strafuitvoeringsrechtbank" (nr. 6877)
24
Question de M. Bart Laeremans au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération provisoire de
Kapllan Murat par le tribunal de l'application des
peines" (n° 6877)
24
Sprekers: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bart Laeremans, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de klachten van
rechtzoekenden bij de Hoge Raad voor Justitie"
(nr. 6883)
26
Question de Mme Valérie Déom au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les plaintes des justiciables
au Conseil supérieur de la Justice" (n° 6883)
26
Sprekers: Valérie Déom, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Valérie Déom, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Daniel Bacquelaine aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over " de toepassing
va
de
hervormingen
inzake
het
deskundigenonderzoek" (nr. 6903)
28
Question de M. Daniel Bacquelaine au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'application de la
réforme de la procédure d'expertise" (n° 6903)
28
Sprekers: Daniel Bacquelaine, voorzitter van
de MR-fractie, Jo Vandeurzen, vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Daniel Bacquelaine, président du
groupe MR, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het prijskaartje
van het proces na de ramp in Gellingen"
(nr. 6868)
30
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le coût du procès relatif à la
catastrophe de Ghislenghien" (n° 6868)
30
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
Institutionele Hervormingen
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de petitie voor
collectieve
vordering
van
Test-Aankoop"
(nr. 6869)
31
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la pétition de Test-Achats en
faveur de l'action collective" (n° 6869)
31
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de bijzondere
onderzoekstechnieken
en
computercontrole"
(nr. 6872)
33
Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les techniques spéciales
d'enquête - contrôle des ordinateurs" (n° 6872)
33
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
34
Questions jointes de
35
- de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
over
"de
vrijlating
van
(moord)verdachten
door
procedurefouten"
(nr. 6887)
34
- M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération de suspects (de
meurtre) en raison d'erreurs de procédure"
(n° 6887)
35
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vrijlating van verdachten
door procedurefouten" (nr. 6914)
34
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération de prévenus à la
suite d'erreurs de procédure" (n° 6914)
35
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "een mogelijke lacune in de
wetgeving die ertoe leidt dat verdachten inzake
zware criminele feiten in vrijheid moeten worden
gesteld" (nr. 6977)
34
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "une possible lacune
législative ayant pour résultat que des suspects
de faits criminels graves doivent être remis en
liberté" (n° 6977)
35
Sprekers: Raf Terwingen, Renaat Landuyt,
Bert Schoofs, Jo Vandeurzen, vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Raf Terwingen, Renaat Landuyt,
Bert Schoofs, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
38
Questions jointes de
39
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "slavernij in het Conrad
Brussels" (nr. 6913)
38
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les pratiques d'esclavage à
l'hôtel Conrad Brussels" (n° 6913)
39
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de mensenhandel op de
ambassade van de Verenigde Arabische
Emiraten" (nr. 6960)
38
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la traite des êtres humains à
l'ambassade des Emirats arabes" (n° 6960)
39
Sprekers:
Renaat
Landuyt,
Jean-Luc
Crucke, Jo Vandeurzen, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs:
Renaat
Landuyt,
Jean-Luc
Crucke,
Jo
Vandeurzen,
vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
41
Questions jointes de
42
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de wijze van betekenen van
vonnissen" (nr. 6929)
41
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le mode de signification des
jugements" (n° 6929)
42
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
42
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
42
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iv
Hervormingen over "de gestandaardiseerde
toegang tot informatiedragers van en voor
gerechtsdeurwaarders" (nr. 6930)
institutionnelles sur "l'accès standardisé aux
supports d'information pour les huissiers de
justice" (n° 6930)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "eenvoudiger taalgebruik in
allerlei juridische documenten" (nr. 6931)
42
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la simplification du langage
utilisé dans divers documents juridiques"
(n° 6931)
42
Sprekers: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het door
privélaboratoria via internet (laten) uitvoeren van
genetische tests" (nr. 6957)
47
Question de Mme Marie-Martine Schyns au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la réalisation de
tests génétiques par des laboratoires privés via
internet" (n° 6957)
46
Sprekers:
Marie-Martine
Schyns,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Marie-Martine
Schyns,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
48
Questions jointes de
48
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwezigheid op ons
grondgebied van de vermoedelijke moordenaar
van de Russische journaliste Anna Politkovskaja"
(nr. 6834)
48
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la présence sur notre
territoire de l'assassin présumé de la journaliste
russe Anna Politkovskaja" (n° 6834)
48
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwezigheid in België
van de moordenaars van de Russische journaliste
Politkovskaja" (nr. 6864)
48
- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la présence en Belgique des
assassins de la journaliste russe Politkovskaja"
(n° 6864)
48
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwezigheid in België
van de mogelijke moordenaar van de Russische
journaliste Anna Politkovskaja" (nr. 6985)
48
- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la présence en Belgique de
l'assassin présumé de la journaliste russe
Anna Politkovskaja" (n° 6985)
48
Sprekers:
Jean-Luc
Crucke,
Hilde
Vautmans, Jo Vandeurzen, vice-eerste
minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Jean-Luc
Crucke,
Hilde
Vautmans, Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
8
JULI
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
8
JUILLET
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.19 uur en voorgezeten door de heer Stefaan Van Hecke.
La séance est ouverte à 10.19 heures et présidée par M. Stefaan Van Hecke.
01 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vermoorde Belgische zuster in Rwanda" (nr. 6533)
01 Question de Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'assassinat d'une religieuse belge au Rwanda" (n° 6533)</b>
01.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is misschien lang na datum, maar in de nacht van 27
op 28 april in 1997 werd zuster Griet Bosmans vermoord in Rwanda.
De vrouw woonde en werkte als sinds 1960 in Rwanda en was aan de
slag als schooldirectrice. Samen met onze zuster werden 17
schoolkinderen
koelbloedig
gedood.
De
genocide
werd
toegeschreven aan Hutu-milities.
Ik stel deze vraag omdat 11 jaar later de naam Griet Bosmans
opnieuw opduikt, namelijk in een aanklacht die een Spaanse
onderzoeksrechter in februari heeft geformuleerd tegen 40 leden van
het Rwandees patriottisch front. Die 40 leden worden vervolgd voor
genocide, misdaden tegen de menselijkheid en terrorisme.
Het vreemde aan de zaak is dat de familie van Griet Bosmans nooit
klacht heeft ingediend. Daarom heeft het federaal parket geen
onderzoek geopend. Mijnheer de minister, ik heb hierover enkele
vragen omdat de naam opnieuw opduikt in Spanje.
Hebt u contacten gelegd met het Spaanse gerecht in verband met de
nieuwe ontwikkelingen rond de moord op onze zuster? Zo ja, in welke
mate en wat zijn de resultaten? Waarom werd in 1997 geen dossier
geopend naar aanleiding van de moord?
01.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): Lors du génocide rwandais
en 1997, la soeur belge et
directrice d'école, Griet Bosmans,
ainsi que dix-sept enfants, ont été
tués de sang froid par des milices
hutues.
Singulièrement,
les
familles n'ont pas déposé plainte
en 1997 et aucune enquête n'a
dès lors été ouverte.
Aujourd'hui, le nom de Griet
Bosmans réapparaît dans le cadre
d'une enquête espagnole sur les
crimes commis par quarante
membres du front patriotique
rwandais.
Le ministre est-il en contact avec
la justice espagnole à propos de
l'assassinat de Griet Bosmans?
Pourquoi n'a-t-on jamais ouvert
d'enquête dans notre pays?
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Vautmans, in februari 2008 heeft Spanje een aantal Europese
aanhoudingsmandaten uitgevaardigd. Kort nadien heeft de federale
politie nogmaals contact opgenomen met het bedoeld familielid van
Griet Bosmans, die heeft laten weten dat het destijds door de familie
ingenomen standpunt niet was gewijzigd. Gelet op het standpunt
waarvan de familie van Griet Bosmans niet afstapt, heeft het federaal
parket het niet opportuun geacht ambtshalve een onderzoek te
openen naar de omstandigheden van het overlijden van Griet
Bosmans.
Waarom werd in 1997 geen dossier geopend? Voor de
bekendmaking van een artikel van professor Reyntjens in De
01.02 Jo Vandeurzen, ministre:
En février 2008, l'Espagne a émis
une série de mandats d'arrêt
européens et la police fédérale a
ensuite repris contact avec la
famille de Griet Bosmans, qui
maintient toutefois sa position, de
sorte que le parquet n'a pas ouvert
d'enquête.
Le parquet n'était pas au fait de
l'assassinat
avant
2005.
Le
21 novembre 2005, le professeur
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Standaard van 21 november 2005 was het federaal parket niet op de
hoogte van de moord op Griet Bosmans in Rwanda in april 1997. Het
artikel van professor Reyntjens hield verband met de recente
publicatie van een werk met de titel: "Rwanda, l'histoire secrète de
1990 à 2001" van de hand van Abdul Joshua Ruzibiza. In het boek
wordt kort ingegaan op de moord in Rwanda op onze landgenote in
de nacht van 27 op 28 april 1997.
Naar aanleiding daarvan heeft een lid van de federale gerechtelijke
politie einde 2005, begin 2006 contact gehad met een familielid van
Griet Bosmans. Betrokken familielid, die het gemeenschappelijke
standpunt van alle familieleden vertolkte, heeft laten weten dat de
familie niet wenste dat een onderzoek zou worden ingesteld naar het
overlijden van Griet Bosmans, aangezien zij het werk dat hun
overleden familielid in Rwanda had verricht, in dit licht wenste te
plaatsen, te weten de werking van een school waarvoor zij zich
gedurende tal van jaren had ingezet, die thans nog bestaat en waar te
harer nagedachtenis een standbeeld is opgericht.
Reyntjens s'est référé dans le
quotidien
"De Standaard"
à
l'ouvrage
"Rwanda,
L'Histoire
secrète
(1990-2001)"
d'Abdul
Joshua Ruzibiza, qui mentionne
l'assassinat. Le parquet a ensuite
contacté la famille de Griet
Bosmans, mais celle-ci a refusé
qu'une enquête soit ouverte sur le
crime. La famille souhaite mettre
l'accent sur le travail réalisé par
Griet Bosmans au Rwanda.
01.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Het enige wat ik mij nu afvraag,
is het volgende. Ik begrijp natuurlijk wel het standpunt van de familie
en het is goed dat zij zulke mooie herinneringen overhouden aan het
werk van mevrouw Bosmans, maar worden wij nu op de hoogte
gehouden van het onderzoek? Of wordt de Belgische staat gewoon
niet geïnformeerd? Aangezien er hier geen onderzoek loopt, kunnen
wij van Spanje nooit gegevens krijgen in verband met de moord,
neem ik aan.
01.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): Je comprends le point de vue
de
la
famille.
Serons-nous
informés du déroulement de
l'enquête ou est-ce impossible
parce qu'aucune enquête n'est en
cours en Belgique?
01.04 Minister Jo Vandeurzen: Het zijn de gewone regels van het
internationaal strafrecht. Er is een Europees aanhoudingsmandaat
uitgevaardigd en daarover worden uiteraard de Belgische autoriteiten
geïnformeerd. Voor het ogenblik wordt dat onderzoek georganiseerd
vanuit Spanje en zijn wij daarbij niet betrokken.
01.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Les règles ordinaires de droit
pénal
international
sont
d'application. Les autorités belges
sont informées du mandat d'arrêt
européen mais nous ne sommes
pas associés à l'enquête menée
par l'Espagne.
01.05 Hilde Vautmans (Open Vld): Dan zullen we proberen via de
media te volgen wat daar de uitspraken zijn. Ik dank u.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "frauduleuze praktijken rond het opgeven van de maatschappelijke
zetel" (nr. 6534)
02 Question de Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "les pratiques frauduleuses concernant l'indication du siège social"
(n° 6534)</b>
02.01 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer
de minister, het is een probleem dat dichter bij huis rijst.
Eigenlijk stel ik mijn vraag naar aanleiding van een dossier dat mij
werd bezorgd. Het gaat over een bedrijf dat zijn maatschappelijke
zetel heeft op een welbepaald adres. De betrokkenen worden op een
gegeven ogenblik met gerechtsdeurwaarders en aanklachten
geconfronteerd. Na onderzoek blijkt dat zich op hetzelfde adres een
02.01 Hilde Vautmans (Open
Vld): J'ai récemment été informée
d'une fraude relative au siège
social d'une société. Après qu'une
société
a
subitement
été
confrontée à des huissiers et à
des plaintes, il s'est avéré qu'une
autre société, illégale, avait établi
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
gelijkaardig bedrijf heeft gevestigd dat gelijkaardige activiteiten
uitoefent. Alleen is het niet het bedrijf van de betrokkenen.
Voorzitter: Mia De Schamphelaere.
Présidente: Mia De Schamphelaere.
Daarom stel ik mijn vraag over de frauduleuze praktijken bij het
opgeven van de maatschappelijke zetel.
Immers, bij de oprichting van een vennootschap moet, zoals u weet,
bij de rechtbank van koophandel een oprichtingsakte worden
neergelegd. Het gaat om een authentieke akte, die een nauwkeurige
aanduiding van de zetel van de vennootschap moet bevatten. Dat
wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Zoals ik al schetste en in het dossier kon zien, blijken misbruiken te
bestaan. Een bepaalde bedrijf kijkt rond, ziet een bepaald bedrijf en
beslist om daar zijn maatschappelijke zetel te vestigen. Blijkbaar
wordt niet gecontroleerd of een bedrijf voor het adres dat als
maatschappelijke zetel wordt opgegeven, ook een huurcontract of
eigendomsbewijs heeft. Dat kan leiden tot de nodige, kwalijke
gevolgen.
Daarom stel ik mijn vragen. Ik stelde ook al een vraag aan minister
Laruelle, omdat ik eerst meende dat zij bevoegd was. Zij verwees mij
echter naar u door. Ik vroeg haar ook of jullie zouden overleggen. Het
gaat immers om een heel belangrijke materie.
De vennootschapswetgeving is niet duidelijk. Er zijn wel
strafbepalingen, maar blijkbaar is niet duidelijk wat de strafbepalingen
zijn, wanneer foutieve gegevens in de doelbewuste akte worden
opgenomen.
Wat zijn de gevolgen van het opnemen van foutieve gegevens in de
akte?
Wanneer
een
misbruik
wordt
vastgesteld,
welke
verweermogelijkheden heeft de gedupeerde onderneming in dat
geval?
Wordt enkel opgetreden, wanneer reeds misbruiken werden
vastgesteld of kan ook preventief worden opgetreden? Dat is eigenlijk
mijn vraag. Kunnen wij vermijden dat een bedrijf frauduleus zijn zetel
vestigt op een plaats waar het totaal niet kan zijn gevestigd?
son siège social à la même
adresse.
Apparemment,
au
moment du dépôt de l'acte
constitutif, on ne contrôle pas si la
société dispose d'un contrat de
location ou d'un acte de propriété
pour l'adresse de son siège social.
La loi sur les sociétés n'est pas
claire. On ne sait pas exactement
quelles dispositions pénales sont
d'application lorsque des données
erronées figurent dans l'acte.
Quelles
en
sont
les
conséquences?
Ne
peut-on
intervenir que lorsque des abus
sont constatés ou des mesures
préventives peuvent-elles être
prises?
02.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, enerzijds
bepaalt het Wetboek van vennootschappen geen regels die de
vrijheid van vestiging van de maatschappelijke zetel beperken. Met
andere woorden, vennootschappen zouden gerust een zelfde
maatschappelijk adres kunnen hebben.
Anderzijds is de inschrijving van de vennootschap in het
rechtspersonenregister een declaratief systeem. De vennootschap
verklaart dat de zetel zich op een bepaalde plaats bevindt.
Bijgevolg is het niet de taak van de griffier van de rechtbank van
koophandel om naar de juistheid van de verklaringen onderzoek te
voeren, ook al gelet op de termijnen waarover hij volgens artikel 73
02.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le Code des sociétés prévoit la
liberté d'établissement pour le
siège social ; il est possible que
deux entreprises aient la même
adresse
de
siège
social.
L'inscription au registre des
personnes
morales
est
un
système déclaratif: la société
atteste que le siège social se
trouve à un endroit donné. Il ne
relève pas de la compétence du
greffier du tribunal de commerce
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
van het Wetboek van vennootschappen beschikt. Met andere
woorden, er kan op grond van wat voorafgaat, door de griffier niet
preventief worden opgetreden.
Wat betreft de rol van de notaris, hij beschikt, voor zover hij of zij op
het elektronisch netwerk van de Kruispuntbank Ondernemingen
(KBO) is aangesloten, over de mogelijkheid om de nodige verificaties
te doen en desgevallend zijn cliënt aan te spreken, indien zou blijken
dat een maatschappelijke zetel tweemaal wordt gebruikt.
De mogelijkheid die thans aan de notaris wordt geboden om
inschrijvingen in de KBO en een elektronische neerlegging te doen,
zou er dan ook voor moeten zorgen dat dergelijke fouten of valse
verklaringen in de toekomst kunnen verdwijnen, uiteraard voor zover
de akte notarieel moet worden verleden.
Daarenboven bepaalt artikel 24 de wet van 16 januari 2003 tot
oprichting van een kruispuntbank voor ondernemingen, tot
modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende
ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, het
volgende: "Ten eerste, alle belanghebbenden, zowel natuurlijke
personen als rechtspersonen, kunnen bij de beheersdienst de
verbetering van elke onjuiste vermelding in hun inschrijving of
wijziging in de kruispuntbank van ondernemingen vragen, alsook de
doorhaling van de in strijd met deze wet of haar uitvoeringsbesluiten
aanvaarde inschrijving of wijziging. Ten tweede, alle diensten die
toegang hebben tot de gegevens van de kruispuntbank van
ondernemingen, zijn gehouden, van zodra zij hetzij foutieve of
ontbreken van bepaalde gegevens vaststellen in de kruispuntbank
van ondernemingen, hetzij vaststellen dat een inschrijving, wijziging of
doorhaling niet is gebeurd, dat te melden aan de beheersdienst. Ten
derde, de beheersdienst is bevoegd tot het ambtshalve inschrijven
van een onderneming, wijziging of doorhaling van gegevens in de
kruispuntbank van ondernemingen, indien die inschrijvingen,
wijzigingen of doorhalingen niet door de onderneming zelf werden
aangegeven binnen de voorgeschreven termijn via de daartoe
aangewezen diensten."
Dat artikel laat bijgevolg toe dat de betrokkenen of eventueel
bepaalde diensten, de sociale of economische inspectie,
parketdiensten, enzovoort, aan de beheersdienst van de
kruispuntbank kunnen melden dat een bepaalde maatschappelijke
zetel niet overeenstemt met de werkelijkheid en bijgevolg de wijziging
ervan aan de beheersdienst vragen. Bijgevolg kan de beschreven
praktijk op een efficiënte wijze snel worden rechtgezet.
Ten slotte riskeert de betrokkene eveneens te kunnen worden
veroordeeld voor valsheid in geschrifte, zo hij valse gegevens heeft
opgegeven, met een mogelijke opsluiting van vijf tot tien jaar, volgens
artikel 196 van het Strafwetboek.
de
vérifier
l'exactitude
des
déclarations. Celui-ci ne peut dès
lors intervenir à titre préventif.
Le notaire peut, par contre,
effectuer
les
vérifications
nécessaires par le biais de la
Banque-carrefour des entreprises.
Étant donné qu'il a la possibilité de
réaliser le dépôt par la voie
électronique, les erreurs ou les
fausses déclarations devraient
disparaître à terme.
La loi du 16 janvier 2003 portant
création d'une Banque-carrefour
des entreprises précise que tous
les intéressés peuvent demander,
auprès du service de gestion, une
rectification ou une suppression
d'une inscription incorrecte. Tous
les services disposant d'un accès
à la Banque-carrefour sont, en
outre, tenus d'informer le service
de gestion de l'existence de
données
erronées
ou
manquantes.
Le
service
de
gestion
est
compétent
pour
procéder d'office à l'inscription
d'une entreprise ou pour procéder
à la modification ou à la radiation
de données si l'entreprise omet
d'introduire une demande dans les
délais prescrits.
Les
intéressés
ou
certains
services peuvent donc informer le
service de gestion qu'un siège
social déterminé ne correspond
pas à la réalité, ce qui permettra
ensuite de corriger rapidement et
efficacement
l'erreur.
Le
contrevenant peut en outre être
condamné pour faux en écriture.
02.03 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik begrijp
uw antwoord wel. Ik snap ook wel, als het een declaratief systeem is,
dat we preventief weinig kunnen doen. Maar toch...
Zijn er gegevens bekend over hoe vaak dat voorkomt? Hoe vaak
vestigt een nepbedrijf zich op het adres van een reeds bestaand
bedrijf, waarbij het nepbedrijf allerhande daden stelt, waardoor het
02.03 Hilde Vautmans (Open
Vld): Existe-t-il des données de la
fréquence
par
laquelle
une
entreprise
fictive
s'établit
à
l'adresse
d'une
entreprise
existante? J'ai cru comprendre
qu'il est impossible d'intervenir
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
bestaand bedrijf in financiële problemen komt? Ik heb gegevens
gekregen van een Limburgs bedrijf dat op die manier in moeilijkheden
is gekomen.
Misschien moet ik mijn vraag, of er daarover gegevens zijn en hoe
vaak dat voorkomt, schriftelijk indienen. Dan moeten we daar toch
eens over nadenken. Voor de onderneming die zoiets overkomt, is dat
een drama.
Ik begrijp dat, op basis van de huidige wetgeving, er preventief niets
kan worden ondernomen.
préventivement sur la base de
l'actuelle législation.
02.04 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw Vautmans, dat heb ik niet
gezegd. Ik zei dat bijvoorbeeld notarissen die aangesloten zijn op het
systeem, dat kunnen zien en hun cliënt erop kunnen wijzen. Er zijn
dus mogelijkheden. Eveneens zijn er mogelijkheden om in het
systeem vrij snel te corrigeren indien er kennis is van een verkeerde
vermelding.
02.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Je n'ai pas dit cela. Les notaires
ont, par exemple, accès au
système
et
peuvent
attirer
l'attention de leurs clients sur
l'existence d'un problème.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03 Question de M. Jean Cornil au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'association 'Belgique et Chrétienté'" (n° 6717)</b>
03 Vraag van de heer Jean Cornil aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vereniging 'België en Christenheid'" (nr. 6717)
03.01 Jean Cornil (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, selon le communiqué de presse de l'Observatoire belge de
l'extrême droite qui s'appelle Résistance, l'association Belgique et
Chrétienté en activité depuis 1988 serait je le mets au conditionnel
en infraction avec la nouvelle loi sur les associations sans but lucratif.
En effet, en 2003, à la suite de cette modification législative, les ASBL
furent tenues c'est évidemment une bonne chose d'adapter leurs
textes légaux. Malgré les changements opérés au texte de la loi, les
ASBL ont conservé l'obligation annuelle de déposer auprès du greffe
du tribunal de commerce de l'arrondissement judiciaire où se base
leur siège social la liste de leurs membres et le bilan de leurs
comptes.
Selon nos informations, il semblerait que l'association Belgique et
Chrétienté n'a pas apporté de modifications à ses statuts en 2003 et
n'a d'ailleurs, depuis lors, toujours pas rempli ses obligations légales
annuelles. J'ai pu constater au relevé du Moniteur belge la
confirmation de mes propos. Il n'y a plus de trace légale de cette
association depuis 2002. Ceci voudrait-il signifier que cette
association agit en toute illégalité en se présentant sous le statut
d'ASBL?
Monsieur le ministre, pouvez-vous me confirmer ou infirmer cette
information? Si vous me la confirmez, connaissez-vous les raisons
pour lesquelles une enquête n'a pas été ouverte et pourquoi les
mesures adéquates n'ont-elles pas été prises?
Comment se fait-il qu'en 2008 un groupement puisse se prétendre
ASBL en continuant parallèlement à agir en toute illégalité? Des
sanctions sont-elles prévues afin d'éventuellement remédier à cette
03.01 Jean Cornil (PS): Volgens
het observatorium van extreem-
rechts, "Résistances", overtreedt
de
vereniging
België
en
Christenheid de nieuwe wet op de
verenigingen zonder winstbejag
(vzw). Ze zou haar statuten in
2003 niet gewijzigd hebben zoals
de wet het vereiste en komt haar
verplichtingen om een lijst van
haar leden en haar jaarrekeningen
neer te leggen, niet na.
Handelt die vereniging volledig
illegaal door zich het statuut van
vzw aan te meten? Indien zo,
waarom is er geen onderzoek
geopend? Waarom werden er
geen
geschikte
maatregelen
genomen?
Bestaan
er
desgevallend sancties?
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
situation?
03.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, je crains que votre
question ne soit irrecevable. En effet, l'article 122 du Règlement de la
Chambre des représentants n'autorise pas les questions relatives à
des cas personnels ou à des cas d'intérêt particulier.
Je ne voudrais toutefois pas donner l'impression de me dérober à
votre question dans la mesure où celle-ci porte sur la question
générale des associations sans but lucratif qui ne respectent pas
leurs obligations légales.
Les ASBL, quelles qu'elles soient, doivent respecter les prescriptions
de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, à savoir
notamment déposer au greffe du tribunal de commerce une liste des
membres récente ou mise à jour et déposer chaque année leurs
comptes annuels.
L'obligation de déposer au greffe du tribunal de commerce les
comptes annuels commence à partir de l'exercice comptable
commençant le 1
er
janvier 2004, tel que prévu par un arrêté royal du
2 avril 2003 fixant les délais d'entrée en vigueur de la loi du 2 mai
2002 modifiant la loi du 27 juin 1921.
Les obligations ne sont pas sanctionnées pénalement.
Il n'est donc pas possible d'ouvrir une enquête. Cependant, en vertu
de l'article 18 de la loi sur les ASBL qui a été mentionnée, le tribunal
peut prononcer la dissolution de l'association qui contrevient à la loi
ou qui est restée en défaut de satisfaire à l'obligation de déposer les
comptes annuels pour trois exercices consécutifs. L'ASBL concernée
peut déposer les comptes annuels manquants, même en retard, tant
que les débats devant le tribunal ne sont pas clôturés. Les
associations peuvent donc régulariser leur situation.
L'action en dissolution peut émaner d'un membre de l'ASBL, d'un tiers
intéressé ou du ministère public. Ce n'est évidemment pas au ministre
de la Justice de dire si les conditions d'une demande de dissolution
sont remplies ou non. Cela supposerait que j'aie examiné le cas
d'espèce, ce qui n'est pas le cas. En outre, pareille appréciation
relève de la compétence exclusive des tribunaux.
03.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het Reglement laat geen vragen
toe met betrekking tot persoonlijke
gevallen of gevallen van bijzonder
belang. Ik zal u echter antwoorden
voor zover uw vraag te maken
heeft met de algemene thematiek
van de vzw's die hun wettelijke
verplichtingen niet nakomen.
De vzw's moeten de wet van 27
juni 1921 respecteren, en met
name bij de griffie van de
rechtbank van koophandel hun
ledenlijst
en
jaarrekeningen
neerleggen. De verplichting tot het
neerleggen van de rekeningen
bestaat sinds het boekjaar dat
begon op 1 januari 2004. Die
verplichtingen worden nog niet
strafrechtelijk gesanctioneerd.
De rechtbank kan een vereniging
die de wet overtreedt of die
gedurende drie opeenvolgende
jaren niet voldaan heeft aan de
verplichting om haar rekeningen
neer te leggen, ontbinden. De
betrokken vzw kan haar situatie
echter regulariseren zolang de
debatten voor de rechtbank niet
zijn afgesloten. De vordering tot
ontbinding kan worden ingesteld
door een lid van de vzw, een
belanghebbende derde of het
openbaar ministerie.
03.03 Jean Cornil (PS): Je remercie M. le ministre pour sa réponse.
J'espère avoir au moins attiré son attention sur la situation
problématique de cette association, même si je ne pouvais pas poser
cette question selon le Règlement.
La présidente: C'est au président de la Chambre de juger de la
recevabilité des questions.
03.03 Jean Cornil (PS): Ik hoop
hiermee uw aandacht te hebben
gevestigd op de problematische
situatie van die vereniging.
03.04 Jean Cornil (PS): J'ai peu d'expérience en tant que député
j'en avais plus en tant que sénateur mais j'imagine que la
recevabilité de cette question a été agréée par le président, car
autrement elle ne serait pas arrivée en commission de la Justice ce
matin.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de wraking van de rechter in de Beaulieu-zaak" (nr. 6740)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vertraging in de Beaulieu-zaak" (nr. 6763)
04 Questions jointes de
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la récusation du juge dans l'affaire Beaulieu" (n° 6740)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le retard dans l'affaire Beaulieu" (n° 6763)</b>
04.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, u weet dat enkele maanden geleden een
onderzoekscommissie is opgericht, belast met het onderzoek hoe het
komt dat de strijd tegen de fiscale fraude zo vaak verkeerd afloopt.
We willen proberen een heel ernstig onderzoek te voeren en een
rapport te maken met aanbevelingen, onder andere voor de minister
van Justitie, maar zeker en vast ook voor de minister van Financiën,
om ervoor te zorgen dat in de toekomst dergelijke belangrijke
dossiers niet meer kunnen verjaren.
Dan worden we geconfronteerd met een zoveelste vertraging in een
van de belangrijkste gerechtelijke dossiers inzake fiscale fraude van
de jongste jaren, de zaak-Beaulieu. Het gaat om de wraking van de
voorzitter van de raadkamer die zich diende uit te spreken in deze
zaak. Wat frappant is in deze zaak ik denk dat we daarover allemaal
even geschokt waren is dat het er alle schijn naar had dat die
rechter zijn wraking bijna heeft uitgelokt, als we zien wat er precies in
die raadkamer is gebeurd. We waren er natuurlijk niet bij, maar dat
wordt in krantenartikels wel door verschillende aanwezigen bevestigd.
Wat zou er zijn gezegd in de kamer? Ik citeer wat de voorzitter van de
raadkamer volgens getuigen zou hebben gezegd: "Ik ga binnen vijf
jaar met pensioen. Als ik zou kunnen, zou ik de zaak langer laten
duren dan vijf jaar. Dan ben ik ervan af, maar dat zal niet lukken. Dus
zal ik het zo kort mogelijk houden. Hoe langer de conclusies die de
advocaten indienen, des te korter mijn antwoorden zullen zijn."
Blijkbaar wordt dit bevestigd door diverse aanwezigen.
Het is een schande dat een proces dat intussen al meer dan achttien
jaar aansleept en waarvoor België al is veroordeeld door het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, op zo'n
flagrante wijze wordt vertraagd. Het is ook logisch dat de wraking is
gevolgd.
Naar het schijnt zou ook het standpunt van het parket-generaal zeer
scherp zijn geweest voor de betrokken magistraat. Het is niet
aanvaardbaar voor het goed functioneren van het justitieel apparaat
dat dergelijke zaken gebeuren en dat magistraten op die manier hun
wraking uitlokken.
Ik weet dat ik mij op een delicaat terrein begeef door u hierover te
ondervragen, gelet op de scheiding der machten, mijnheer de
minister. Ik heb ook uw recent interview gelezen in Ad Rem, waarin u
ook opwerpt dat het soms moeilijk is voor u als minister om op
dergelijke zaken te antwoorden, maar ik hoop toch een aantal
antwoorden te krijgen over uw visie en uw aanpak van dergelijke
04.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Pour la énième
fois, un dossier judiciaire important
en matière de fraude fiscale est
retardé. En effet, dernièrement, le
président de la chambre du
conseil qui traite l'affaire Beaulieu
a été récusé. Il ressort des
témoignages
de
personnes
présentes que le président a été
lui-même à l'origine de sa propre
récusation en laissant clairement
entendre qu'il n'avait pas très
envie de traiter ce dossier.
Il est scandaleux qu'un dossier qui
traîne déjà depuis 18 ans ce qui
a d'ailleurs valu à la Belgique une
condamnation
de
la
Cour
européenne des droits de l'homme
soit une nouvelle fois retardé
d'une telle manière. Ce n'est pas
avec
des
magistrats
qui
provoquent leur propre récusation
que
l'on
améliorera
le
fonctionnement de la justice.
Le ministre peut-il confirmer que le
président de la chambre du
conseil a été récusé parce qu'il
avait clairement laissé entendre
qu'il n'avait pas envie de traiter ce
dossier? Que peut faire le ministre
pour lutter contre ce genre de
comportement répréhensible? Y
aura-t-il des suites disciplinaires?
Un magistrat qui se comporte de
telle façon a-t-il vraiment encore
sa
place
au
sein
de
la
magistrature?
Quelle suite va être réservée au
dossier Beaulieu? Cette affaire
pourra-t-elle être traitée avant
d'être prescrite?
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
problemen.
Daarom heb ik vijf concrete vragen.
Ten eerste, kunt u bevestigen dat de wraking het gevolg is van het feit
dat de voorzitter van de raadkamer te kennen gaf dat hij eigenlijk niet
zoveel zin had om dit dossier te behandelen en dat ook duidelijk
maakte tijdens de zitting van de raadkamer?
Ten tweede, zo ja, wat is uw reactie hierop? Welke maatregelen kunt
u nemen om dit laakbaar gedrag te beteugelen?
Ten derde, zal dit gevolgen hebben op tuchtrechtelijk vlak? Ik weet
dat u dat zelf niet kunt initiëren. Is op dit ogenblik een tuchtprocedure
opgestart? Hebt u daar kennis van?
Ten vierde, vindt u dat een magistraat met een dergelijke attitude, als
ik het zo mag noemen, zijn belangrijke juridische en maatschappelijke
taak nog verder kan uitoefenen? Hoort een magistraat die zich zo
opstelt eigenlijk nog thuis in het magistratenkorps?
Ten vijfde, hoe zal dit dossier nu verder worden aangepakt door de
rechtbank in Brussel? Ik weet dat u al heel wat inspanningen hebt
gedaan om de rechtbank en de parketten daar te versterken om
ervoor te zorgen dat die belangrijke dossiers effectief snel aan bod
zouden kunnen komen. Welke garanties zijn er dat dit belangrijk
dossier alsnog zal kunnen worden behandeld voordat de verjaring is
opgetreden?
04.02 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij collega Van Hecke, met dien
verstande dat mijn tweede vraag ook gericht is op het al dan niet door
u laten initiëren van een tuchtprocedure, tenzij die reeds bezig is. Als
men de woorden van de procureur ter zitting van het hof dat de
wraking heeft uitgesproken, goed volgt, dan denk ik dat die al bezig
zou moeten zijn, anders begrijp ik het niet.
Anderzijds heb ik ook vragen over het verloop van de procedure zelf.
Vorige week hebt u terloops een antwoord gegeven dat ik niet
helemaal begreep. Mijn vraag is: is die vervanging nu al gebeurd of
zal men daarover nadenken tijdens het gerechtelijk verlof? Wat is in
dit dossier de planning en de timing van het openbaar ministerie, dat
drager is van dit dossier?
04.02
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Je me joins à cette
question.
Une
procédure
disciplinaire a-t-elle été ouverte?
A-t-il déjà été procédé au
remplacement ou la question sera-
t-elle examinée pendant les
vacances
judiciaires?
Quelles
sont, dans ce dossier, les
intentions du ministère public et
son échéancier?
04.03 Minister Jo Vandeurzen: Het is evident dat de verhoudingen
tussen de verschillende machten, die in de Grondwet zijn geregeld,
een delicate zaak zijn. Tegelijkertijd kijk ik, net als u, met zeer
gemengde gevoelens naar wat er op het terrein aan het gebeuren is.
Ik meen dat de mensen zich daarover terecht vragen stellen. Wij
moeten inderdaad bekijken hoe wij, met respect voor onze
verantwoordelijkheden, daarmee omgaan.
U weet dat er in de Kamer ondertussen een parlementaire
onderzoekscommissie is opgericht die aanbevelingen zal formuleren
met betrekking tot de aanpak van financiële fraude. U weet ook dat
daaromtrent ook in het openbaar ministerie zelf de nodige expertise
wordt verzameld. Ook het College doet inspanningen daarvoor. U
weet ook dat ondertussen een staatssecretaris werd belast met de
04.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Je considère moi aussi ce dossier
avec un sentiment mitigé. Les
questions qui sont posées ici sont
pertinentes. Il s'agit de savoir
quelle attitude adopter, dans le
respect de la séparation des
pouvoirs.
Entre-temps, il a été procédé à la
création
d'une
commission
d'enquête
parlementaire
qui
formulera des recommandations
en matière de lutte contre la
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Hij heeft een actieplan
opgesteld. Dat zijn allemaal elementen die natuurlijk ook uitdrukkelijk
betrekking hebben op de manier waarop wij ons in de toekomst zullen
organiseren, met betrekking tot de strijd tegen sociale, fiscale en
financiële fraude.
Naar aanleiding van uw vraag heb ik natuurlijk inlichtingen gevraagd
aan de procureur-generaal te Brussel. Die heeft mij het volgende
meegedeeld: "Het hof van beroep te Brussel heeft, bij arrest van
23 juni 2008, de rechter die de Nederlandstalige raadkamer in de
zogenaamde Beaulieu-zaak voorzit, gewraakt. De wraking is
gesteund op de vaststelling dat de rechter bij de aanvang van de
zitting van 4 februari 2008 heeft verklaard dat hij als magistraat
binnen de vijf jaar opstapt en dat, als hij de zaak langer zou kunnen
laten duren dan die vijf jaar, hij het zeker zou doen, om op die manier
er vanaf te zijn, maar dat hij het niet mogelijk acht om de zaak alsnog
zo lang te kunnen laten duren, zodat hij in de gegeven
omstandigheden voor zichzelf maar één oplossing zag, met name zo
rap mogelijk van deze zaak af zijn.
In zijn schriftelijke verklaring van 22 mei 2008, aan het hof van
beroep, bevestigde de rechter dat hoe langer de neergelegde
conclusies zouden zijn, des te korter zijn uitspraken zouden zijn.
De procureur-generaal te Brussel achtte de wraking gegrond en sluit
zich aan bij de overwegingen van het hof van beroep, in zijn arrest
van 23 juni 2008, namelijk dat de rechter blijk heeft gegeven van
vooringenomenheid, welke bij de rechtsonderhorigen de gewettigde
verdenking heeft doen ontstaan en dat deze magistraat niet geschikt
is om in deze zaak uitspraak te doen met de vereiste
onafhankelijkheid en onpartijdigheid".
U vroeg naar mijn persoonlijke mening. Ik heb uiteraard geen
commentaar te geven op beslissingen, vonnissen en arresten van de
rechterlijke macht maar ik neem aan dat u net als ik de verklaringen
van de rechter bijzonder betreurenswaardig vindt. Uit de reactie van
het openbaar ministerie kunt u afleiden welke houding zij daarin heeft
aangenomen.
De bevoegdheid voor het instellen van een tuchtprocedure tegen een
rechter komt toe aan de eerste voorzitter van het hof van beroep te
Brussel krachtens artikel 410, §1, 1, derde lid, van het Gerechtelijk
Wetboek.
De procureur-generaal kan een tuchtrechtelijke vordering aanhangig
maken. Dat is de vierde paragraaf van voornoemd artikel.
Voor het overig behoort het de tuchtrechtelijke overheid toe om
desgevallend de passende en bij wet voorziene tuchtstraffen uit te
spreken indien daartoe grond is. We gaan nog eens proberen te
informeren in welke mate daaromtrent al initiatieven zijn genomen.
Die informatie was mij tot gisteren niet bekend.
Sinds de wraking van de bewuste rechter werd in deze zaak een
nieuwe voorzitter van de raadkamer van de rechtbank van eerste
aanleg te Brussel aangesteld. De zaak is thans opnieuw in
behandeling voor de raadkamer. Het parket-generaal deelt mij mee
dat een vlugge afhandeling van deze specifieke zaak niet kan worden
fraude fiscale. Le ministère public
aussi a déjà développé l'expertise
requise en la matière. Un
secrétaire d'État a également été
chargé de la lutte contre la fraude
fiscale et il a arrêté un plan
d'action.
J'ai demandé des informations au
procureur général de Bruxelles.
Celui-ci indique que la cour
d'appel de Bruxelles, dans un arrêt
du 23 juin 2008, a récusé la
chambre
du
conseil
néerlandophone
dans
l'affaire
Beaulieu en raison des propos
tenus par le juge en début
d'audience. Le procureur général
estime que cette récusation est
fondée parce que le juge a fait
preuve de partialité.
Je ne puis commenter une
décision du pouvoir judiciaire
mais, comme tout un chacun, je
regrette les propos du juge.
C'est le premier président de la
cour d'appel de Bruxelles qui est
investi du pouvoir d'engager une
procédure disciplinaire contre ce
juge. Le procureur général peut,
quant à lui, procéder à la saisine
d'une telle procédure. Je vais
m'informer pour savoir dans quelle
mesure des initiatives ont déjà été
prises.
Depuis la récusation du juge
concerné, un nouveau président a
déjà été désigné. Actuellement, la
chambre du conseil réexamine
cette affaire. Le parquet général
ne peut garantir qu'elle sera traitée
rapidement car cette procédure
prévoit de solides moyens de
défense.
Pour
chacun
des
soixante prévenus, la chambre du
conseil doit dire s'il y a lieu de les
renvoyer
devant
le
tribunal
correctionnel. C'est un dossier très
volumineux et très complexe.
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
gewaarborgd. De procedure biedt de mogelijkheid tot een grondig
verweer. Dat dient te worden geëerbiedigd. De raadkamer moet
oordelen over de vraag of er redenen tot verwijzing naar de
correctionele rechtbank zijn nopens elk van de 60 verdachten. Het
dossier is bijzonder omvangrijk en beslaat 330.000 bladzijden. Het
bevat tevens duizenden in beslag genomen stukken. Het is zeer
complex als gevolg van de aard van de ten laste gelegde feiten van
georganiseerde en grensoverschrijdende economische, financiële en
fiscale aard. Er vonden 160 huiszoekingen plaats, 905 verhoren en er
werden 7.110 processen-verbaal opgesteld.
Tot daar het antwoord dat ik u vandaag kan geven. Nogmaals, we
zullen ook nagaan of ik u kan informeren over de stand van zaken in
verband met de mogelijke tuchtrechtelijke procedure.
04.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Ik dank de minister voor
het antwoord en ik heb er alle begrip voor dat hij op een aantal
aspecten niet dieper kan ingaan gelet op de regels van de scheiding
der machten. Ik denk dat iedereen ten zeerste betreurt wat er is
gebeurd. De uitspraken die zijn gedaan zijn betreurenswaardig,
evenals de gevolgen ervan voor het verder verloop van dit dossier. Ik
denk dat dit vrij essentieel is.
Als we horen wat de procureur-generaal heeft gezegd in zijn
requisitoir, dan lijkt het mij logisch dat dit een gevolg krijgt, vandaar
ook de vraag. Ik denk dat het zeer interessant zou zijn om in de
toekomst snel te kunnen vernemen of er al dan niet een
tuchtrechtelijke procedure is opgestart. We moeten natuurlijk de
scheiding der machten respecteren maar als Parlement kunnen wij
heel
veel
inspanningen
doen
in
een
parlementaire
onderzoekscommissie om een lijvig rapport te maken met
aanbevelingen om de diensten te versterken, deskundigen aan te
wijzen en meer middelen toe te wijzen om die strijd te doen slagen.
Als we dan echter zien dat er eigenlijk binnen het gerechtelijk
apparaat disfuncties zijn die persoonlijk zijn, dan kunnen we dat ook
niet aanvaarden. Daar moet op een gepaste manier op worden
gereageerd. Dat kunnen wij niet, dat is de verantwoordelijkheid van de
procureur-generaal of van de eerste voorzitter van het hof van beroep.
Zij kunnen het initiatief nemen. Ik hoop dat er een gepaste reactie
komt en ik hoop dat minister het ons kan meedelen mocht dit het
geval zijn.
04.04 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Je comprends tout
à fait que le ministre se doive de
respecter le principe de la
séparation des pouvoirs. Tout le
monde regrette ce qui s'est passé
dans cette affaire. Je pense qu'il
serait logique d'engager une
procédure disciplinaire. J'espère
qu'à l'avenir, si une telle procédure
a été engagée, nous en serons
informés plus tôt. Il convient, en
effet, de réagir adéquatement à
tout dysfonctionnement personnel
au sein de l'appareil judiciaire,
sinon aucune mesure n'a de sens.
Toutefois,
ceci
est
de
la
responsabilité
du
procureur
général ou au premier président
de la cour d'appel.
04.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik stel vast dat er wat de
procedure voor het opnieuw aanstellen van een rechter betreft geen
tijd werd verloren. Alleen begrijp ik de minister van Justitie nu niet
goed.
Gaat u ervan uit dat u als minister van Justitie niet het initiatief kunt
nemen om de tuchtprocedure te laten initiëren door het openbaar
ministerie?
04.05
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Quoi qu'il en soit, il
n'y a eu aucune perte de temps en
ce qui concerne la procédure à
suivre pour désigner un nouveau
juge.
Le ministre considère-t-il qu'il ne
peut pas prendre l'initiative d'une
procédure disciplinaire?
04.06 Minister Jo Vandeurzen: U mag ervan uitgaan dat ik mij
daarvoor informeer bij het openbaar ministerie en eerst wil weten wat
hun houding en reactie zal zijn alvorens ik daarover zelf een
standpunt inneem.
04.06 Jo Vandeurzen, ministre:
Je m'informerai à ce sujet auprès
du ministère public. Je veux
d'abord connaître la réponse du
ministère public.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
04.07 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Dat zal de aard van de mens
zijn. Mijn reactie zou zijn, gelet op het duidelijk requisitoor destijds, dat
ik als minister van Justitie niet zou begrijpen dat er niet wordt
opgetreden of nog niet zou zijn opgetreden, dat er nog geen initiatief
zou zijn genomen tot tuchtprocedure.
04.07
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Cette attitude est
illustrative
du
caractère
du
ministre. En tant que ministre de la
Justice, je ne tolérerais pas qu'une
procédure disciplinaire ne soit pas
entamée rapidement.
04.08 Minister Jo Vandeurzen: Ik kan u bevestigen dat op dit
moment wordt onderzocht of een tuchtprocedure kan worden
ingesteld en wordt ingesteld. Dat onderzoek gebeurt door de juiste
instanties. Ik zal uiteraard positie innemen binnen de grondwettelijk
daartoe beperkte en mogelijke ruimte op het moment dat ik kennis
heb van de manier waarop de bevoegde autoriteiten daarmee zullen
omgaan.
04.08 Jo Vandeurzen, ministre:
Les possibilités d'ouvrir une
procédure
disciplinaire
sont
actuellement à l'examen. Lorsque
je connaîtrai la réaction des
instances compétentes, j'adopterai
le point de vue qui s'impose dans
le cadre de mes compétences.
04.09 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): U gaat ervan uit dat u toch de
bevoegdheid hebt om die injunctie te gebruiken. Ik hoor het u graag
zeggen.
De voorzitter: De minister heeft geantwoord.
04.10 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Wat heeft hij geantwoord?
De voorzitter: Hebt u het gehoord?
04.11 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Neen, daarom vraag ik het u.
De voorzitter: U kan het morgen nalezen in het verslag.
04.12 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, wat hebt
u nu geantwoord? Want als u hebt geantwoord dat u bevoegd bent,
begrijp ik niet dat u nog niet bent opgetreden. Als u antwoordt dat u
niet bevoegd bent, vind ik het heel erg.
04.12
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
Finalement,
le
ministre est-il compétent pour
intervenir ou non? D'après moi, il
l'est.
04.13 Minister Jo Vandeurzen: Ik zeg het nog eens. Zo gaat het
natuurlijk niet functioneren. Het is aan het parket en het openbaar
ministerie om desgevallend de tuchtprocedure te initiëren. Het is de
eerste voorzitter die daaromtrent de bevoegdheid heeft. Ik zal mij
informeren bij het openbaar ministerie. Als ik kennis van zaken heb
en van de inschattingen van het openbaar ministerie kennis heb
genomen, zal ik laten weten wat mijn houding daaromtrent zal zijn.
04.13 Jo Vandeurzen, ministre: Il
revient au parquet et au ministère
public
d'ouvrir
la
procédure
disciplinaire. Je m'en informerai et
je prendrai position lorsque j'aurai
pris connaissance des mesures
envisagées par le ministère public.
De voorzitter: Is dat duidelijk?
04.14 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik zal de vraag volgende week
opnieuw moeten stellen om het te weten te komen.
04.14
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): La situation reste
obscure à mes yeux. Il me faudra
y revenir.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
- de heer Stefaan Van Hecke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het gevangenismuseum van Tongeren" (nr. 6789)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de heropening van de gevangenis van Tongeren voor jonge delinquenten"
(nr. 6976)
05 Questions jointes de
- M. Stefaan Van Hecke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le musée de la vie carcérale à Tongres" (n° 6789)<br>- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la réouverture de la prison de Tongres pour de jeunes délinquants" (n° 6976)</b>
05.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, er
is wat commotie ontstaan rond een mogelijke sluiting van het
gevangenismuseum in Tongeren. De subsidies zouden zijn stopgezet
waardoor de werking van het museum in november tot stilstand zal
komen. Een van de redenen is dat er een instelling zal komen voor 35
jonge delinquenten.
Het is een beetje eigenaardig. Het is een gevangenismuseum dat nog
niet zo lang bestaat. Op twee jaar tijd heeft het 200.000 bezoekers
ontvangen. Het beoogt jongeren de harde realiteit te tonen van het
gevangenisleven. Dit lijkt mij niet zo'n onbelangrijke taak. In tijden
waarin wij het vaak hebben over aanpak van criminaliteit en
jeugdcriminaliteit, kan een preventieve, pedagogische werking ook
zeer effectief zijn. De rondleidingen worden verzorgd door een ex-
gedetineerde die blijkbaar negentien jaar in gevangenissen heeft
doorgebracht. Hij heeft een tiental gevangenissen meegemaakt en hij
vertelt dan ook uit eigen ervaring hoe het leven in de gevangenis
eraan toegaat. In een gevangenis als Tongeren, die al bestaat sinds
1844, moet het toch niet leuk zijn om te verblijven. Dit is trouwens de
reden waarom zij werd gesloten.
Er worden twee boodschappen meegegeven aan jongeren door die
ex-gedetineerde: ten eerste, zie dat je er niet in verzeild geraakt. Ten
tweede, als je erin verzeild geraakt, is er nog altijd hoop; kijk maar
naar mij; je kun je er altijd uitgeraken.
Ik meen dat het belangrijk is dat zo'n gevangenismuseum bestaat
omdat jongeren daar worden geconfronteerd met het dagelijkse leven
in de gevangenis. Vandaar dat ik het toch jammer vind, mocht dit
initiatief verdwijnen.
Ik heb een viertal concrete vragen, mijnheer de minister. Ten eerste,
waarom en wanneer werd beslist om het gevangenismuseum van
Tongeren niet langer subsidies te geven? Ten tweede, deelt u de
mening dat preventie en scholing over de harde realiteit van het
gevangenisleven belangrijk kan zijn om jongeren op het rechte pad te
houden? Ten derde, bent u bereid om op zoek te gaan naar een
oplossing voor de financiële kant van de zaak van het
gevangenismuseum, zodat het open kan blijven? Wat gaat er eigenlijk
gebeuren met het gevangenismuseum? Tot slot, hoever staat het nu
eigenlijk met de inrichting van dit gebouw als opvangplaats voor jonge
delinquenten? Wat is de concrete timing? Er was volgens mij
vooropgesteld dat het tegen de zomer klaar zou zijn. Ik hoor nu de
datum van 2009 circuleren. Graag wat meer toelichting over de
timing, waarvoor dank.
05.01 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!):
Les
subsides
alloué au musée de la vie
carcérale de Tongres auraient été
suspendus, de sorte que le musée
devrait mettre un terme à ses
activités en novembre. Le musée
devrait
faire
place
à
un
établissement destiné à accueillir
35 jeunes délinquants.
Ce musée, qui a accueilli 200.000
visiteurs en deux ans, peut
pourtant jouer un rôle important
dans l'approche pédagogique et
préventive
de
la
criminalité
juvénile. Les visites y sont guidées
par un ex-détenu qui a passé 19
ans dans divers établissements
pénitentiaires du pays. Le récit de
sa vie comprend un certain
nombre d'enseignements précieux
pour la jeunesse. Je ne puis dès
lors que déplorer la disparition de
cette initiative de grande valeur.
Pourquoi et quand a-t-il été décidé
de mettre un terme à l'octroi de
subsides? Le ministre ne juge-t-il
pas, lui aussi, qu'une approche
préventive et pédagogique est
importante pour maintenir les
jeunes sur le droit chemin? Est-il
disposé à chercher une solution
pour permettre la survie du
musée? Que va-t-il advenir des
bâtiments? Quand l'établissement
pour jeunes délinquants devrait-il
être prêt?
05.02 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, 05.02 Bert Schoofs (Vlaams
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
mijnheer de minister, ik heb een ietwat andere invalshoek. Ik zal het
niet hebben over het gevangenismuseum van Tongeren want ik dacht
dat al in april, ter gelegenheid van de begrotingsbesprekingen, was
gezegd dat in de voormalige gevangenis van Tongeren een
jeugdinstelling zou worden ingericht voor 37 jonge delinquenten. Ik
meen dat de datum van november was vooropgesteld.
Ik heb nog enkele punctuele vragen daarover. Hoeveel bedraagt de
kostprijs van de eventueel uit te voeren werken? De
perswoordvoerder heeft een tijdje geleden gezegd dat de verbouwing
snel kan gebeuren en geen problemen zal opleveren.
Ik zou willen weten met welke spoed wordt tewerkgegaan, omdat het
blijkbaar toch mogelijk is. Uit hoeveel leden zal het personeelskader
bestaan, met inbegrip van de directie? Ik weet niet of het federale
niveau daar iets over te zeggen heeft. Ik heb mij inmiddels iets beter
geïnformeerd en in feite vervalt mijn laatste vraag. Daarin werd
gevraagd of het de federale overheid zou zijn onder wie deze
inrichting zou ressorteren, dan wel de Vlaamse Gemeenschap. Ik heb
begrepen dat het de Vlaamse Gemeenschap is.
Dan rest mij nog de vraag wat dan specifiek de inbreng is van de
federale regering in het dossier, mijnheer de minister. In hoeverre
hebt u vat op de timing die werd vooropgesteld? Die is tenslotte door
de woordvoerder van Justitie enigszins aangestipt in die zin dat het in
november zou gebeuren. Ik had graag geweten of u daar verdere
informatie over heeft.
Belang): En avril, à l'occasion des
débats budgétaires, il a été dit que
la prison de Tongres hébergerait
un
établissement
destiné
à
accueillir 37 jeunes délinquants.
Que coûtera l'aménagement de la
prison en établissement pour
jeunes?
Depuis
l'introduction
de
ma
question,
j'ai
compris
que
l'établissement relèverait de la
compétence de la Communauté
flamande. Ma question relative au
cadre du personnel perd donc sa
raison d'être.
Quelle est la contribution fédérale
dans ce dossier? Dans quelle
mesure le ministre maîtrise-t-il le
calendrier?
05.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het
gevangenismuseum van Tongeren is geen initiatief van de FOD
Justitie. De inrichting van Tongeren werd enkele jaren geleden als
gevangenis voor volwassenen vervangen door een veel grotere
inrichting te Hasselt. Wegens de ontoereikendheid van de oude
inrichtingen te Hasselt en Tongeren werd beslist een grotere inrichting
te bouwen met een capaciteit voor 450 eenheden. De oude inrichting
te Tongeren werd dus gesloten en terug ter beschikking gesteld van
de Regie der Gebouwen om te worden verkocht. Ik heb begrepen dat
de gebouwen door de Regie tijdelijk werden ter beschikking gesteld
aan het Gallo-Romeins museum en dit gedurende de periode van de
verbouwingswerkzaamheden aan dit museum, tot november van dit
jaar.
Mijn administratie komt niet tussen in welke vorm van subsidiëring
dan ook van tijdelijke tentoonstellingen in Tongeren. Ik heb ook geen
enkele beslissing genomen op dat vlak. In overleg met en op voorstel
van collega Dewael heb ik enkele maanden geleden wel beslist om
terug gebruik te maken van de inrichting te Tongeren als een
overbruggingsoplossing voor de opvang van jongere delinquenten. Er
bestaat immers een nijpend tekort aan opvangmogelijkheden voor
deze jongeren in gesloten instellingen. Het jongerencentrum te
Everberg wordt permanent overbevraagd. Niettegenstaande de
inspanningen van Vlaams minister Vanackere moeten regelmatig
jongeren worden geweigerd. In afwachting van de uitbreiding te
Everberg met 74 plaatsen wil ik reeds een capaciteit van iets meer
dan 30 plaatsen voor jongeren creëren te Tongeren.
Ik kan natuurlijk begrip opbrengen voor de noodzaak van preventie en
scholing. Uiteraard moet ik een afweging maken binnen de
05.03 Jo Vandeurzen, ministre:
La prison musée de Tongres n'est
pas une initiative du SPF Justice
et n'est pas subventionnée par ce
dernier. Le bâtiment a seulement
été mis temporairement à la
disposition du musée gallo-romain
par la Régie des Bâtiments.
En concertation avec le ministre
de l'Intérieur, j'ai toutefois décidé,
il y a quelques mois, de réaffecter
l'établissement de Tongres, à titre
transitoire, en vue de l'accueil de
jeunes
délinquants.
L'établissement d'Everberg est en
effet continuellement surchargé et,
en dépit des efforts du ministre
flamand Vanackere, il arrive
encore régulièrement que des
jeunes doivent être refusés. En
attendant la création de 74 places
supplémentaires à Everberg, je
tiens d'ores et déjà à créer une
capacité pour une trentaine de
jeunes à Tongres.
J'ai bien entendu conscience de
l'importance de la prévention et de
la formation, mais je dois mettre
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
bevoegdheden die mij zijn toebedeeld, inzake de mogelijkheden om
op een snelle manier te proberen een aantal opvangplaatsen voor
jongeren te creëren. Vandaar dat ik de beslissing heb genomen om
deze infrastructuur terug in gebruik te nemen, om zo in snellere
opvang te kunnen voorzien voor jongeren die daar moeten worden
geplaatst op beslissing van de jeugdrechter.
Uiteraard alle sympathie voor een gevangenismuseum. Sterker nog,
ik ben daar persoonlijk een grote voorstander van, want ik
onderschrijf ten volle het pedagogisch karakter van dat en soortgelijke
initiatieven. Er is duidelijk nood aan een andere perceptie van wat ons
gevangeniswezen betekent en inhoudt.
Wij hebben een gevangenismuseum te Merksplas. Dat wil ik toch
even signaleren. In het globale meerjarenplannen voor de bouw van
de gevangenissen sluit ik niet uit dat wij nagaan of de mogelijkheid
bestaat om een soortgelijk initiatief een kans te geven. Ik ben het er
immers mee eens dat de confrontatie met de realiteit van het
gevangenisleven voor veel mensen een belangrijke zaak is, niet het
minst voor onze jongeren.
Op de financiële vragen kan ik geen antwoord geven omdat ik
daarvoor niet bevoegd ben.
De raming van de werking is nog niet bekend. Het
behoefteprogramma is opgemaakt door de administratie en werd
reeds bezorgd aan de Regie der Gebouwen voor verdere studie.
Daarna is nog overleg met de Vlaamse Gemeenschap gepland.
Ik hoop dat de inrichting begin volgend jaar in gebruik kan worden
genomen. Dat is de timing die ik ook altijd heb vooropgesteld. De
werken zouden in september moeten kunnen starten.
De omkadering zal dezelfde zijn als voor Everberg en zal ongeveer 80
personeelsleden bevatten, directie inbegrepen. Wat het statuut
betreft, gaat het hier om een federale inrichting, waar eveneens
personeel van de Vlaamse Gemeenschap werkzaam zal zijn, zoals in
Everberg.
différents intérêts en balance dans
le cadre de mes compétences. J'ai
pris la décision de remettre cette
infrastructure en service pour
pouvoir assurer un accueil plus
rapide des jeunes placés par le
juge de la jeunesse.
Je souscris totalement au projet
pédagogique de la prison musée
et de telles initiatives. Je tiens
toutefois à rappeler qu'un tel
musée
existe
également
à
Merksplas.
Je n'exclus pas de vérifier la
possibilité de donner une chance à
ce genre d'initiative dans le cadre
du plan pluriannuel global de
construction des prisons. La
confrontation avec la réalité de la
vie carcérale est importante pour
beaucoup
de gens,
et en
particulier pour les jeunes.
Je ne suis pas compétent pour les
questions
d'ordre
financier.
L'estimation du coût des travaux
n'est
pas
encore
connue.
L'administration a élaboré le
programme des besoins et l'a
transmis pour examen à la Régie
des bâtiments. Il doit aussi y avoir
une
concertation
avec
la
Communauté flamande. J'espère
que l'établissement pourra être
utilisé à partir du début de l'année
prochaine. Les travaux devraient
pouvoir
commencer
en
septembre.
L'encadrement sera le même qu'à
Everberg, avec un personnel
d'environ 80 membres, direction
comprise.
Il
s'agira
d'un
établissement
fédéral,
où
travaillera également du personnel
de la Communauté flamande.
05.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik begrijp dat u een gevangenismuseum een
goed idee vindt en u daarvan een sterk voorstander bent. Dat is goed
nieuws.
Het slechte nieuws is dat het goed werkende initiatief in november zal
zijn afgelopen. Ik denk dat het goed is dat u zoekt naar alternatieven
om in de toekomst nog een dergelijk museum te kunnen inrichten.
Dat lost echter het probleem niet op van degenen die vandaag bezig
05.04 Stefaan Van Hecke
(Ecolo-Groen!): Je me réjouis que
le ministre soit partisan d'un
musée de la prison, mais la
mauvaise nouvelle, c'est que dès
le mois de novembre, ce sera la
fin d'une initiative qui fonctionne
bien. S'il est une bonne chose que
le ministre soit à la recherche
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
zijn met de werking van het museum en daarin heel veel energie
steken.
Ik kan begrip opbrengen voor het feit dat een museum niet zomaar
kan gecombineerd worden met een jeugdinstelling als die twee niet
volledig kunnen gescheiden worden. Is het niet mogelijk om fysiek
een scheiding te maken in het gebouw en een deel van het gebouw
als museum te behouden?
d'alternatives, cela ne résout pas
pour autant le problème des gens
qui s'occupent actuellement du
fonctionnement du musée. N'est-il
vraiment pas possible de combiner
les deux?
05.05 Minister Jo Vandeurzen: Neen.
05.05 Jo Vandeurzen, ministre:
Non.
05.06 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Blijkbaar is dat in dit
gebouw niet mogelijk.
05.07 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, alweer het andere verhaal.
Het liefst van al zou ik hebben dat de Vlaamse Gemeenschap
helemaal bevoegd zou zijn, ook voor de instelling van Everberg, maar
dat wist u wellicht al. Zoniet had ik voorlopig graag een Everberg-
statuut gezien. Dat is toch wat strenger. Alles is beter dan dat die
jongeren op straat blijven rondlopen.
Wat Tongeren betreft, denk ik dat het is aangewezen om, gezien het
cellentekort, dat museum toch even terzijde te laten en de bestaande
capaciteit te benutten. Dit moet natuurlijk in menswaardige
omstandigheden gebeuren, maar ik vermoed dat de minister daarover
zal waken.
We kunnen op veel plaatsen rondleidingen organiseren. Als we
jongeren dan toch pedagogisch willen benaderen inzake al wat met
strafrecht te maken heeft, denk ik dat het zelfs aangewezen is om
rondleidingen te organiseren in bestaande instellingen zodat ze zien
hoe het nu werkt. Ze moeten niet naar de bol en het streepjespak
gaan. Dat is immers alleen maar musea, oud, weg en passé.
Leidt de jongeren maar rond in de gevangenissen van nu in plaats
van ze in een museum te laten rondlopen. Ik denk dat we dan veel
verder zullen staan. Ze worden dan geconfronteerd met de realiteit. Ik
denk dat jongeren vanaf een bepaalde leeftijd volwassen genoeg zijn
om dat te snappen. We kunnen hen dan bijbrengen dat er een
cellentekort is en dat ze moeten zien dat ze nooit in de gevangenissen
van nu terechtkunnen, niet in een museum.
05.07 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
Je
préfèrerais
évidemment que la Communauté
flamande
détienne
l'entière
compétence,
également
pour
l'établissement d'Everberg.
Compte tenu du manque de
cellules, il me paraît préférable
d'utiliser la capacité disponible à
Tongres et de mettre entre
parenthèses l'idée du musée. D'un
point de vue pédagogique, il est
d'ailleurs plus indiqué, selon moi,
d'organiser des visites dans des
institutions existantes, de manière
à confronter véritablement les
jeunes à la réalité carcérale.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
06 Question de M. Fouad Lahssaini au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la demande d'une évaluation de la récente loi antiterroriste" (n° 6803)</b>
06 Vraag van de heer Fouad Lahssaini aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vraag naar een evaluatie van de recente antiterrorismewet"
(nr. 6803)
06.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente,
monsieur le ministre, vous avez peut-être lu dans "Le Soir" du 26 juin,
jour de la décision de la chambre des mises en accusation de
Bruxelles de la remise en liberté des personnes arrêtées pour
06.01 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Naar aanleiding van de
beslissing om de personen die
aangehouden werden wegens
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
participation à un groupe terroriste, les propos du procureur général
de Liège concernant les lois antiterroristes dont nous parlons
abondamment depuis un certain temps. Il disait qu'elle faisait ses
"maladies de jeunesse". Étant donné que l'application de ces lois se
solde régulièrement par davantage de confusion dans les décisions
de justice, n'est-il pas temps de procéder à leur examen?
Monsieur le ministre, nous savons tous que l'objectif de la loi était de
mieux protéger les citoyens contre les actes de violence aveugle
dirigés contre les populations, tels que ceux commis le 11 septembre
2001. C'est d'ailleurs dans la foulée du 11 septembre 2001 que la
Commission européenne avait proposé une décision-cadre, laquelle
est finalement devenue la loi belge du 19 décembre 2003. J'ajoute
que si le législateur a estimé qu'il était nécessaire d'adopter la loi du
19 décembre 2003, il faut rappeler que le Code pénal, avant l'insertion
des articles 137 et suivants, ne laissait pas les autorités judiciaires
démunies face aux délits dits terroristes.
Monsieur le ministre, vous connaissez mieux que moi les articles 66
et suivants, le titre I du Code pénal à propos des crimes et délits
contre la sûreté de l'État et les articles 322 à 324 permettant de
sanctionner sévèrement les membres d'une association de
malfaiteurs. Ces dispositions ont d'ailleurs été utilisées, notamment
dans le cadre du procès Trabelsi, et ont permis une condamnation.
Cependant, dans la pratique, la loi du 19 décembre marque un
véritable tournant en la matière. En effet, en votant cette loi, notre
parlement a inséré dans le Code pénal une série de nouvelles
infractions appelées terroristes, dont la définition semble entrer en
contradiction avec le statut jusque-là privilégié que la Constitution
belge octroie au délit politique et remet radicalement en question son
existence même en le dépolitisant.
Pour rappel, le statut juridique particulier de cet instrument de droit
européen est destiné à imposer aux États un certain rapprochement
de leurs législations pénales respectives. Ce rapprochement est limité
aux objectifs de la décision-cadre mais ne lie pas les États quant à la
forme et aux moyens laissés à leur discrétion, afin de garantir une
cohérence entre les systèmes juridiques nationaux et ne pas menacer
l'autonomie des États.
Monsieur le ministre, il me semble qu'un bilan de l'application de la loi
du 19 décembre 2003 devient urgent d'un point de vue démocratique.
Cependant, il ne peut se faire qu'en comparant les résultats obtenus
grâce à cette loi, aux objectifs initialement affirmés. Dans ce cadre, il
faudra particulièrement examiner les effets éventuellement non
désirés par le législateur. Aujourd'hui, une période de cinq ans
d'application de la loi est certainement suffisante pour qu'une telle
évaluation puisse avoir lieu.
Monsieur le ministre, je connais les limites de vos compétences, mais
pourriez-vous me dire quels sont actuellement les éléments
d'évaluation dont vous disposez par rapport à cette loi?
deelname aan een terroristische
groepering, weer vrij te laten,
stond in de krant "Le Soir" van 26
juni te lezen dat de wet volgens de
procureur-generaal van Luik de
kinderziekten nog niet te boven is.
Wordt het dan niet stilaan tijd dat
we dit toetsen?
Hoewel
de
wetgever
het
noodzakelijk achtte de wet van 19
december 2003 aan te nemen,
konden
de
gerechtelijke
autoriteiten ook vóór de invoeging
van artikelen 137 en volgende al
putten uit het Strafwetboek om de
zogenaamde
terroristische
misdrijven te bestraffen.
Deze wet zorgt voor een hele
ommezwaai, want hiermee werden
er in het Strafwetboek een aantal
overtredingen opgenomen die als
`terroristisch' bestempeld worden
en waarvan de definitie kennelijk
haaks staat op het tot dan toe
geprivilegieerde statuut dat door
de Belgische Grondwet wordt
toegekend aan het politiek misdrijf.
Zij stelt het bestaan zelf van dat
statuut ter discussie door het
politieke karakter ervan te weg te
nemen.
Over welke gegevens beschikt u
vandaag met het oog op de
evaluatie van die wet?
06.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, la loi pénale est
appliquée par les tribunaux qui doivent interpréter la législation de
manière autonome et qui ne sont pas toujours d'accord avec la thèse
défendue par le ministère public.
06.02 Minister Jo Vandeurzen:
De strafwet wordt toegepast door
de rechtbanken, die de wetgeving
geheel autonoom interpreteren en
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
J'ai confiance dans une jurisprudence équitable et adaptée puisque
chaque dossier est différent.
Je suis convaincu que la loi pénale doit disposer d'une marge de
manoeuvre suffisante pour pouvoir réellement lutter contre le
terrorisme.
La menace réglementée par le terrorisme n'est pas à prendre à la
légère. Il appartient à nos services de police, au ministère public ainsi
qu'au législateur de fournir les efforts qui s'imposent et d'utiliser les
instruments nécessaires pour travailler de manière efficace.
Chaque dossier et chaque suspect sont différents. Notre système
juridique offre la possibilité de juger de manière adéquate, au cas par
cas.
het niet noodzakelijk eens zijn met
de door het openbaar ministerie
verdedigde stelling.
Ik heb vertrouwen in een billijke en
aangepaste rechtspraak en ben
ervan overtuigd dat de strafwet
voldoende speelruimte moet laten
om het terrorisme daadwerkelijk te
kunnen bestrijden.
De terreurdreiging mag niet
lichtzinnig worden opgevat. Elk
dossier en elke verdachte zijn
anders. Dankzij ons rechtsstelsel
kan er in elke zaak afzonderlijk
een passend vonnis worden
geveld.
06.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Madame la présidente, je
remercie le ministre pour sa réponse.
Monsieur le ministre, si je vous ai bien compris, vous êtes d'accord
pour dire que le Code pénal belge, même avant l'adoption de ces lois,
pouvait faire face à un ensemble de menaces, même celles qualifiées
de terroristes.
Finalement, cette loi de 2003 a permis un élargissement du champ
d'action et une augmentation des peines. Mais nos juridictions et nos
tribunaux continuent à se baser sur les lois antérieures à 2003 pour
sanctionner. Dans ces conditions, j'aurais aimé savoir ce que la loi de
2003 apporte aux lois antérieures.
06.03 Fouad Lahssaini (Ecolo-
Groen!): Indien ik u goed begrijp,
bent u het met me eens dat de
Belgische strafwet, ook voor de
goedkeuring van die wetten,
voldoende toegerust was om het
hoofd te bieden aan een hele
reeks bedreigingen, met inbegrip
van de terreurdreiging.
Dankzij de wet van 2003 werd het
actieterrein verruimd en werden de
straffen
opgetrokken.
Onze
rechtscolleges en rechtbanken
blijven zich echter baseren op de
wetten van vóór 2003 om hun
strafmaat te bepalen. Wat is dan
de meerwaarde van de wet van
2003?
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de rechtsplegingsvergoeding" (nr. 6808)
07 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'indemnité de procédure" (n° 6808)</b>
07.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik denk dat deze vraag wat is achterhaald. Ik
heb ze opgesteld uit ergernis en in reactie op een vraag van een
CD&V-collega die zich eerst had verzet tegen de behandeling van het
wetsvoorstel met betrekking tot de rechtsplegingsvergoeding.
Ik zie dat die wetsvoorstellen dan toch, wellicht door de
omstandigheden, morgenmiddag zijn geagendeerd. Ik wil mijn vraag
voorlopig uitstellen. Ik wilde één praktische invalshoek benaderen,
maar die materie kunnen wij bespreken in het kader van de
wetsvoorstellen voor zover er morgenmiddag een vertegenwoordiger
07.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): J'avais initialement
introduit cette question en réaction
à l'attitude d'un membre du CD&V
qui s'était opposé à l'examen de la
proposition de loi relative à
l'indemnité de la procédure. Je
constate toutefois à présent que
cette proposition est inscrite à
l'ordre du jour de demain.
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
van het kabinet aanwezig zal zijn.
De voorzitter: U houdt uw vraag dus voorlopig in beraad?
07.02 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Tenzij de minister aandringt. Ik
had ook een praktische vraag.
De voorzitter: Bent u nu uw vraag aan het stellen?
07.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Eigenlijk wel. Ik bewonder uw
alertheid.
Mijnheer de minister, ik lees immers de frustratie op uw gezicht omdat
u mij niet kan antwoorden. Volgens mij heeft u een dijk van een
antwoord klaar. Dat belooft niet veel goeds. Ik zal u dat genoegen
echter niet ontnemen. Volgens mij zal er een scheve opmerking
bijzitten, maar dat vind ik niet erg. Mijn vraag was immers opgesteld
met slechte bedoelingen ten opzichte van mijn collega. Ze werd
geïnspireerd door mijn ergernis dat collega's de minister vragen
stellen terwijl ze beter zouden werken aan wetsvoorstellen in plaats
van om zijn mening te vragen. Dat was mijn eerste punt.
In verband met de rechtsplegingsvergoeding fantaseren tot zelfs
mensen die meewerken in werkgroepen van de minister allerlei
rechtsleer om de wet op de rechtsplegingsvergoeding uit te melken in
het voordeel van de advocatuur. Ik vind dat er echt iets aan de hand is
met de interpretatie van het terugbetalen van een deel van het
ereloon via de techniek van de rechtsplegingsvergoeding zoals waarin
is voorzien.
De manier waarop dit in de praktijk op sommige rechtbanken wordt
geïnterpreteerd en waarop dit wordt gelanceerd door "auteurs" zoals
advocaat Voet vind ik veel te verregaand en asociaal. Dat is de enige
praktische reden van mijn vraag. Bent u bereid om richtlijnen te geven
aan de procureur des Konings om, daar waar de ambtenaren van het
openbaar ministerie aanwezig zijn in procedures, erover te waken dat
deze wet niet verder op deze manier wordt uitgemolken?
07.03
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): À mon estime, la
doctrine est adaptée de manière
créative dans divers groupes de
travail ministériels pour exploiter la
loi relative à l'indemnité de la
procédure en faveur des avocats.
J'estime excessive et asociale la
manière dont certains tribunaux et
avocats interprètent dans la
pratique le remboursement d'une
partie des honoraires.
Le ministre est-il disposé à donner
des directives au procureur du Roi
pour que la loi ne soit plus
exploitée de la sorte?
07.04 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, de wet van
21 april 2007 en het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 hebben
een nieuwe regeling inzake de rechtsplegingsvergoeding in het leven
geroepen. Het KB legt de bedragen hiervoor vast, naargelang de aard
en het belang van het geschil. Zoals artikel 1022, tweede lid van het
Gerechtelijk Wetboek bepaalt, is dit koninklijk besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad. Ik wil het geachte lid eraan herinneren dat
uitgerekend hij als toenmalig minister en zijn partij als regeringspartij,
mee verantwoordelijk is geweest voor de eventuele "asociale
aspecten" waarvan thans in de vraag wordt gesproken.
Er is kritiek op de wettelijke regeling, uitgewerkt door de vorige
regering. Ik heb van in het begin het initiatief genomen om deze
regeling te evalueren en zo nodig aan te passen. Hiervoor heb ik kort
na mijn aantreden onmiddellijk een groep geïnstalleerd die bestaat uit
een tiental experts. Deze werkgroep heeft als opdracht de elementen
die
zijn
opgenomen
in
de
nieuwe
regeling
inzake
rechtsplegingsvergoeding en die tot problemen leiden, aan te duiden
en oplossingen aan te reiken. De werkwijze biedt ook het voordeel dat
ik een geïntegreerde aanpak aan de dag kan leggen door de wet en
07.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Depuis la loi du 21 avril 2007 et
l'arrêté royal du 26 octobre 2007,
l'indemnité de procédure fait l'objet
d'un nouveau règlement. L'arrêté
royal fixe les montants en fonction
de la nature et de l'importance du
litige. En tant qu'ancien ministre,
l'auteur de la question est
d'ailleurs
coresponsable
des
aspects asociaux qu'il dénonce.
Peu de temps après avoir pris mes
fonctions, j'ai pris l'initiative de
soumettre cette réglementation à
une évaluation et de l'adapter au
besoin. A cet effet, j'ai chargé un
groupe de travail d'identifier tous
les problèmes relatifs à l'indemnité
de procédure et de proposer des
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
het KB gezamenlijk onder de loep te nemen, in plaats van
fragmentarisch wijzigingen aan de wet aan te brengen die niet rijmen
met het KB.
Ik voorzie dus inderdaad een aanpassing aan de bestaande regels. In
dat verband kijk ik ook uit naar de arresten van onder meer het
Grondwettelijk Hof in verschillende zaken die betrekking hebben op
de nieuwe rechtsplegingsvergoeding. Ook daarvan heb ik onlangs
een mooi overzicht kunnen zien in het tijdschrift Ad Rem. Ik wil
duidelijk weten wat het wettelijk kader is vooraleer de aanpassingen
worden doorgevoerd. De arresten van het Grondwettelijk Hof worden
verwacht tegen oktober 2008.
Ik anticipeer reeds op deze rechtspraak door zeer concrete bestaande
regels met een werkgroep onder de loep te nemen. Ik heb, zoals u
terecht hebt aangegeven, in dat verband vorige week ook het initiatief
genomen om een amendement in te dienen waardoor de rechters de
mogelijkheid krijgen een actievere rol te spelen in het bepalen van de
hoogte van de rechtsplegingsvergoeding. In die optiek kan de rechter
beter zijn rol vervullen, door rekening te houden met de vier criteria
die zijn opgenomen in artikel 1022 uit het Gerechtelijk Wetboek om
het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding aan te passen, namelijk
de financiële draagkracht van de verliezende partij om het bedrag van
de rechtsplegingsvergoeding te verminderen, de complexiteit van de
zaak, het belang van de contractueel bepaalde vergoedingen voor de
partij die in het gelijk wordt gesteld en het kennelijk onredelijk karakter
van de situatie. In hoofdzaak zijn dit de criteria die werden voorgesteld
door de Hoge Raad voor de Justitie.
Dankzij deze flankerende beoordelingsbevoegdheid zal de rechter bij
machte zijn de gevolgen van de verhaalbaarheid aan te passen indien
duidelijk onbillijke situaties zouden ontstaan voor wie het financieel
moeilijk heeft.
Het amendement ligt, naar ik begrijp morgen, voor in de commissie
voor de Justitie van deze Kamer. Naar aanleiding van meerdere
vragen die mij vorige week werden gesteld in de openbare
vergadering, heb ik aangedrongen op de bespreking van het voorstel.
In het licht van de mogelijkheid die zou kunnen ontstaan door de
goedkeuring van deze tekst in het Parlement de mogelijkheid voor
de rechter om de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding aan te
passen op basis van de criteria van artikel 1022, derde lid lijkt het
mij dan ook niet opportuun om richtlijnen uit te vaardigen voor de
procureurs, die uiteraard, zoals u ook hebt aangegeven, slechts in
een beperkt aantal situaties op het hof ter zitting aanwezig zijn.
solutions. J'attends également les
arrêts de la Cour constitutionnelle
concernant
l'indemnité
de
procédure qui sont prévus pour
octobre
2008.
La
semaine
dernière,
j'ai
présenté
un
amendement renforçant le rôle
des juges dans la fixation de
l'indemnité de procédure. Ainsi, le
juge pourra tenir compte de la
capacité financière de la partie
perdante, de la complexité de
l'affaire, de l'importance des
indemnités
fixées
contractuellement pour la partie
qui a gain de cause et le caractère
manifestement déraisonnable de
la situation. L'amendement sera
examiné demain en commission
de la Justice.
Le moment est dès lors mal choisi
pour adresser des directives aux
procureurs.
07.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijn antwoord bestaat uit twee
delen: een persoonlijk feit en een repliek.
Wat het persoonlijk feit betreft, ik was inderdaad een van de
betrokkenen die in de regering heeft gediscussieerd over hoe wij
zouden reageren op de cassatiearresten die bepalen dat men voor
een stuk de advocatenkosten van de tegenpartij zou moeten betalen.
De techniek van de rechtsplegingsvergoeding was uiteindelijk het
compromis, omdat de rechtsplegingsvergoeding een stukje
actualiseren wellicht tegemoet komt aan een stukje eerlijkere
vergoeding, omdat men altijd, als verliezer, riskeert te moeten betalen
07.05
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Ma réponse se
composera d'un fait personnel et
d'une réplique. J'ai effectivement
participé aux discussions sur cette
matière au sein du gouvernement,
discussions qui ont finalement
abouti
à
une
solution
de
compromis:
l'indemnité
de
procédure.
Or,
la
loi
sur
l'indemnité de procédure est l'objet
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
voor iets duurdere advocaten die men zichzelf niet kan permitteren.
Het gevaar van de rechtstoegang was daarin altijd aanwezig. Omdat
men vanuit de advocatuur weigerde mee te stappen in
gereglementeerde
erelonen
of
in
de
voorstelling
van
gereglementeerde erelonen nogal overdreef in de tarieven die men
hanteerde, zijn wij geëindigd bij het aanpassen van de
rechtsplegingsvergoeding. Wat nu echter in de praktijk gebeurt, is dat
men diezelfde wet op de rechtsplegingsvergoeding, die al lang
bestaat, gelet op de aangepaste tarieven, anders interpreteert.
Ik wil u erop wijzen dat er in uw expertencommissie iemand zit die er
plezier in schept om in voordrachten uit te leggen hoe hij de balie
dient. Ik heb het over mijn confrater Voet. Wat hij allemaal publiek
vertelt, is eigenlijk op het randje van het schandalige. Dat is zich
plaatsen in de plaats van de advocatuur, waar ik niet wens toe te
behoren, die de procedures wenst uit te melken. Het volstaat
bijvoorbeeld niet dat er een partij is, iedere vordering moet haar
rechtspleginsvergoeding hebben. Die interpretaties ik herhaal van
een oude wetgeving is men nu anders aan het interpreteren, want wij
hebben aan de kern van de wetgeving niets veranderd.
Ik wil er dus toch voor pleiten om kritisch te zijn ten opzichte van uw
eigen experten in dezen, want wat ik allemaal heb gehoord in Brugge
op 26 juni, grenst aan het ongelofelijke.
Hij heeft een voordracht gegeven en heeft ook gepocht met zijn
positie en zijn zogenaamde invloed. Met gretigheid wordt hij
overgenomen
door
diverse
advocaten,
advocaten
van
geïnstitutionaliseerde cliënten, die er een politiek van maken geld te
verdienen dat niets meer te maken heeft met de geleverde inspanning
om recht te bereiken. Er is dus een enorm asociaal aspect aan het
groeien.
Ik ga er ten volle mee akkoord om meer bevoegdheid te geven aan
de rechter om daartegen op te treden. Op zijn minst de
sociaalvoelende rechters er zijn er ook andere zullen zich in dat
geval minder geblokkeerd voelen om effectief op te treden.
d'une interprétation différente en
raison du fait que les tarifs ont été
adaptés. Certains experts du
ministre donnent des conférences
où ils racontent comment ils
parviennent à plaider au barreau
tout en se prévalant de leur
situation professionnelle et de leur
influence. Et ils font des émules
parmi les avocats de clients
institutionnalisés qui pressentent
qu'ils
pourraient
avoir
ainsi
l'occasion de réaliser des gains
très
substantiels.
J'adhère
totalement à l'idée de conférer au
juge davantage de moyens pour
lutter contre ce phénomène.
De voorzitter: Wij zullen er morgen voort over debatteren.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08 Question de Mme Valérie Déom au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'indemnisation en cas de détention préventive abusive" (n° 6826)</b>
08 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vergoeding voor de onterechte voorlopige hechtenis" (nr. 6826)
08.01 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, la loi sur la détention
préventive a été modifiée en juin 2005; elle traite entre autres de
l'indemnisation en cas de détention préventive inopérante. À ce titre,
elle opère une distinction entre la personne qui peut prétendre à une
indemnité pour détention préventive inopérante après avoir bénéficié
d'une ordonnance de non-lieu ou d'un arrêt de non-lieu et les
personnes ayant bénéficié d'un non-lieu constatant l'inexistence d'une
infraction.
08.01 Valérie Déom (PS): De wet
betreffende
de
voorlopige
hechtenis, die is gewijzigd in juni
2005, gaat onder meer over de
schadeloosstelling
wegens
onwerkzame hechtenis. In dat
opzicht wordt er een onderscheid
gemaakt tussen enerzijds de
persoon
die
op
dergelijke
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
En fait, dans le premier cas, une condamnation reste toujours
possible si de nouvelles charges apparaissent, conformément à
l'article 246 du Code d'instruction criminelle. En outre, lorsque la
personne bénéficie d'une ordonnance de non-lieu, elle doit prouver
son innocence pour avoir droit à une indemnisation en équité. Cette
exigence a d'ailleurs été jugée par la Cour européenne des droits de
l'homme comme violant l'article 6, §2 de la Convention européenne.
Cependant, la Belgique a introduit un recours contre cette décision.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me communiquer le nombre de
demandes d'indemnisation introduites depuis la modification de la loi?
Après combien de temps en moyenne une indemnisation est-elle
perçue par le bénéficiaire d'une ordonnance de non-lieu? Enfin, y a-t-il
systématiquement demande d'indemnisation en cas de détention
préventive inopérante?
vergoeding aanspraak kan maken
nadat hij een beschikking of een
arrest van buitenvervolgingstelling
heeft bekomen, en anderzijds de
persoon
die
een
buitenvervolgingstelling
heeft
bekomen waarbij uitdrukkelijk is
vastgesteld dat er geen misdrijf
werd gepleegd.
In het eerste geval blijft een
veroordeling
mogelijk
indien
nieuwe bezwarende feiten aan het
licht komen. Bovendien moet
iemand die een beschikking van
buitenvervolgingstelling
heeft
bekomen zijn onschuld bewijzen
om in aanmerking te komen voor
een vergoeding waarvan het
bedrag naar billijkheid wordt
vastgesteld. Het Europees Hof
voor de rechten van de mens
oordeelt dat die laatste vereiste in
strijd is met artikel 6 § 2 van het
Europees
Verdrag
maar
de
Belgische overheid heeft tegen die
beslissing beroep aangetekend.
Hoeveel
aanvragen
tot
schadeloosstelling
zijn
er
ingediend sinds de wet is
gewijzigd? Hoe lang duurt het
gemiddeld vooraleer iemand die
buiten vervolging is gesteld een
vergoeding
krijgt?
Is
er
systematisch
vraag
naar
schadeloosstelling
wegens
onwerkzame hechtenis?
08.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chère collègue, au 31 mai 2008,
315 demandes ont été introduites en vertu de la loi du 13 mars 1973
depuis la modification introduite par la loi du 31 mai 2005. Aux termes
de la loi du 13 mars 1973, toute demande doit être traitée dans les six
mois de l'introduction de la requête. Il n'est pas possible de vous
donner un délai moyen. Par ailleurs, en cas de recours devant la
commission, il faut attendre que celle-ci se prononce sur l'appel
introduit par le requérant.
Chaque dossier est différent et la loi ne prévoit pas d'indemnisation
automatique. Le requérant doit prendre l'initiative et introduire un
dossier. Le comportement du requérant au moment de sa détention et
pendant son maintien en détention peut justifier le refus de l'octroi
d'une indemnité.
08.02 Minister Jo Vandeurzen:
Op 31 mei 2008 zijn er uit hoofde
van de wet 315 aanvragen
ingediend sinds de wijziging die
werd ingevoerd bij de wet van 31
mei 2005. Volgens de wet moeten
alle aanvragen binnen de zes
maanden na het indienen van het
verzoek worden behandeld. Het is
niet mogelijk om u een gemiddelde
tijdsduur te geven. Indien beroep
wordt ingesteld bij de commissie,
moet men wachten tot deze zich
uitspreekt over het beroep dat
werd ingesteld door de eiser.
Er
is
geen
systematische
schadeloosstelling. Elk dossier is
anders. De eiser moet het initiatief
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
nemen. Het gedrag van de eiser
tijdens de hechtenis kan een
weigering rechtvaardigen.
08.03 Valérie Déom (PS): Je remercie le ministre pour sa réponse.
Le fait de considérer que l'attitude du prévenu pour la détention
préventive pourrait justifier qu'il ne puisse prétendre à une
indemnisation me semble excessif mais je connais cette
jurisprudence. Par ailleurs, savez-vous où en est le recours introduit
par la Belgique contre la décision de la Cour européenne?
08.03 Valérie Déom (PS): Het
lijkt me drastisch om het gedrag
tijdens de voorlopige hechtenis te
laten
meespelen
om
een
schadeloosstelling te weigeren
maar ik ken deze jurisprudentie.
Hoe staat het met het beroep dat
België heeft aangetekend tegen de
beslissing van het Europees Hof?
08.04 Jo Vandeurzen, ministre: Je me renseignerai et je vous
transmettrai la réponse.
08.04 Minister Jo Vandeurzen: Ik
zal nadere inlichtingen inwinnen.
08.05 Valérie Déom (PS): Merci, monsieur le ministre.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van mevrouw Carina Van Cauter aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het bewaren van correctionele strafdossiers" (nr. 6788)
09 Question de Mme Carina Van Cauter au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la conservation des dossiers pénaux correctionnels" (n° 6788)</b>
09.01 Carina Van Cauter (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, met
deze vraag pik ik eigenlijk in op een eerder gestelde vraag in deze
commissie door een collega met betrekking tot het bewaren van
correctionele strafdossiers. De minister antwoordde dat deze 20 jaar
worden bewaard op de griffie. Vervolgens wordt er een selectie
gemaakt van deze dossiers en de geselecteerde dossiers worden
opgeslagen in het Algemeen Rijksarchief in Beveren. De niet-
geselecteerde dossiers worden vernietigd.
Mijn vraag is de volgende, mijnheer de minister. Welke dossiers
worden geselecteerd ter bewaring? Hoe en volgens welke criteria
gebeurt desgevallend deze dossierselectie? Mijn vraag gaat daarbij
bijzonder uit naar de bewaring van data die eventueel nog kunnen
worden gebruikt bij het ophelderen van andere dossiers en dergelijke
meer.
09.01 Carina Van Cauter (Open
Vld): Il ressort de la réponse
fournie
à
une
question
parlementaire antérieure que les
dossiers pénaux correctionnels
sont conservés pendant vingt ans.
Ensuite, on procède à une
sélection et les dossiers non
sélectionnés sont détruits. Sur la
base de quels critères cette
sélection est-elle opérée? Je suis
bien entendu surtout intéressée
par les dossiers qui peuvent
éventuellement encore servir à en
éclaircir d'autres.
09.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte
collega, de bewaring van correctionele strafdossiers wordt geregeld
door een ministeriële richtlijn betreffende, ik citeer: "De archieven van
de gerechtelijke macht: selectie, lijsten en bewaartermijnen." van de
voormalig minister van Justitie van 8 februari 2002. De nieuwe richtlijn
kwam er omdat de vroegere omzendbrief van voormalig procureur-
generaal Matthys van 30 januari 1976 dringend aan herziening toe
was, aangezien de toen vastgestelde bewaartermijnen niet langer als
realistisch werden ervaren en de richtlijnen moeilijk uitvoerbaar
waren.
Als doelstelling vermeldt de richtlijn: "Een instrument bieden om
bescheiden, die voor het bedrijfsproces of voor de gerechtelijke
procedure geen enkel nut meer hebben, sneller of binnen een
redelijke termijn te vernietigen; de archiefmassa's in de
09.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La conservation de dossiers
pénaux correctionnels est réglée
par une directive ministérielle du
8 février 2002. L'objectif de cette
directive consistait à permettre la
destruction
plus
rapide
qu'auparavant des dossiers qui
n'ont plus aucune utilité pour la
procédure judiciaire et à réduire
ainsi la masse d'archives dans les
palais de justice.
Les
délais
de
conservation
mentionnés dans la directive sont
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
justitiepaleizen terug te dringen en in meer algemene zin een bijdrage
te leveren tot een beter archiefbeheer bij de gerechtelijke diensten."
De in de richtlijn vermeldde bewaartermijnen zijn minimale
bewaartermijnen. Indien de griffier, om welke reden dan ook, langere
bewaartermijnen wil toepassen, kan hij dat. De verhoging van de
kosten voor de opslag van de archieven zal echter goed gemotiveerd
moeten zijn.
In de richtlijn wordt tevens voorzien in een aanpassing van de
selectielijsten aan de nieuwe hervormingen op procedureel,
organisatorisch of technisch vlak. Reden waarom in een vijfjaarlijkse
herziening van de selectielijsten werd voorzien. Deze herziening wordt
voorbereid door een daartoe opgerichte werkgroep Archieven
Rechterlijke Macht. Daarnaast werden ook archiefwerkgroepen ad
hoc ingesteld op de verschillende echelons van de rechterlijke macht
voor het opstellen van deze inventarissen.
Men is volop bezig met een herziening van deze richtlijnen. Zo zijn er
bijvoorbeeld bijkomende selectielijsten opgesteld voor de pas
opgerichte strafuitvoeringsrechtbanken, opheffing van de bepalingen
inzake militaire gerechten, enzovoort.
De Nederlandse versie betreffende de herziene richtlijn is inmiddels
afgerond. Momenteel wordt zij vertaald naar het Frans. Daarna zal
alles worden bezorgd aan het College van procureurs-generaal voor
goedkeuring en bekrachtiging om nadien te worden voorgelegd aan
de minister van Justitie.
De correctionele strafdossiers worden gedurende 20 jaar bewaard op
de griffie. Nadien wordt een selectie gemaakt: een deel wordt
vernietigd en een deel wordt verder opgeslagen in het Algemeen
Rijksarchief. Conform de richtlijnen geschiedt deze selectie volgens
de volgende regels.
Te bewaren en neer te leggen. Indien de dossiers geordend zijn op
datum van vonnis, arrest: één maand per jaar bewaren,
overeenkomstig de volgende cycli: de maand januari voor de jaren
eindigend op het cijfer 1,de maand februari voor de jaren eindigend
op het cijfer 2, de maand maart voor de jaren eindigend op het cijfer
3, april 4, mei 5, juni 6 enzovoort tot december 0.
Indien de dossiers in een numeriek klassement zijn ondergebracht,
overeenkomstig het moment waarop deze van het parket-generaal
terugkeerden, wordt een dossier op tien bewaard: de dossiers
waarvan de nummering eindigt op 1, dus de nummers 1, 11, 21, 31
enzovoort. De overige dossiers worden vernietigd, buiten
interneringsdossiers die steeds worden bewaard en worden
neergelegd.
In mensentaal betekent dit dat van ieder jaar dat na de
bewaringstermijn van 20 jaar kan worden geliquideerd, in een
bepaalde maand alle dossiers van die maand verder worden
bijgehouden in het nationaal Rijksarchief in Beveren. Voor het jaar
2008 is dit 2008-20, dus 1988. Dat is 20 jaar geleden, dus een 8 of de
dossiers van de maand oktober.
des délais minimums. Le greffier
peut donc appliquer des délais
plus longs. L'augmentation des
frais de stockage doit toutefois
être dûment motivée.
La directive prévoit également une
adaptation quinquennale des listes
de sélection aux réformes sur les
plans procédural, organisationnel
ou technique. Une révision est
actuellement en cours. Des listes
de sélection supplémentaires sont
notamment établies pour les
nouveaux tribunaux d'application
des peines, tandis que les
dispositions relatives aux tribunaux
militaires sont supprimées.
La version néerlandaise de la
directive révisée est déjà finalisée
et est actuellement traduite en
français. Ensuite, la version
révisée
sera
soumise
pour
approbation
au
collège
des
procureurs généraux et pour
ratification au ministre de la
Justice.
Les
dossiers
pénaux
correctionnels sont conservés au
greffe pendant vingt ans et une
sélection est ensuite opérée. Les
dossiers
sélectionnés
sont
conservés aux Archives générales
du Royaume, le reste étant détruit.
Les dossiers sont sélectionnés
conformément aux critères de la
directive. Pour chaque année pour
laquelle le délai de conservation
de vingt ans est dépassé, les
dossiers d'un mois précis sont
conservés. Le choix du mois est
déterminé
par
un
système
numérique, sauf pour les dossiers
d'internement
qui
sont
systématiquement conservés.
09.03 Carina Van Cauter (Open Vld): Dank u voor deze informatie. 09.03 Carina Van Cauter (Open
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
Als ik het goed heb begrepen, wordt er geen inhoudelijke selectie van
de dossiers gemaakt, maar speelt een gewone systematiek. Ik kreeg
graag een kopie van deze richtlijnen, indien mogelijk. We zullen dat
uiteraard verder opvolgen met betrekking tot nieuwe richtlijnen die
zullen worden uitgevaardigd.
Vld): La sélection ne se fait donc
manifestement pas sur la base du
contenu. J'aurais aimé obtenir une
copie des directives déjà édictées
ou qui doivent encore l'être.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10 Vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de voorwaardelijke vrijlating van Kapllan Murat door de
strafuitvoeringsrechtbank" (nr. 6877)
10 Question de M. Bart Laeremans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération provisoire de Kapllan Murat par le tribunal de l'application des
peines" (n° 6877)</b>
10.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik weet ook wel dat wij u voor de
voorwaardelijke invrijheidstelling door de strafuitvoeringsrechtbank
niet meer verantwoordelijk kunnen achten. Dat is immers juist de
essentie van het verhaal van de strafuitvoeringsrechtbank. Daarom
zal ik u ook niet over de hekel halen voor de naar ons oordeel al te
snelle vrijlating van Kapllan Murat.
Niettemin wil ik er toch even het volgende over zeggen.
Hij was destijds, toen hij zich in een situatie van voorwaardelijke
invrijheidstelling bevond, betrapt op een diefstal in Londerzeel.
Normaal had hij toen tot 2009 in de cel moeten blijven. Hij bevond
zich echter in een situatie van voorwaardelijke invrijheidstelling en
werd bovendien tot 33 maanden of bijna drie jaar extra celstraf
veroordeeld. Daardoor zitten wij al in 2012.
Toch wordt hij nu, tot ieders verrassing en ook tot zijn eigen
verrassing, in 2008 al vrijgelaten. Hijzelf achtte nochtans dat zulks pas
in 2010 zou gebeuren.
In elk geval is het een heel merkwaardig signaal. Hij heeft het hele
land op stelten gezet, toen hij enige tijd geleden tijdens zijn
penitentiair verlof opnieuw een spectaculaire achtervolging
veroorzaakte. De betrokkene heeft opnieuw heel veel negatieve
belangstelling gehaald. Blijkbaar volstaat dat om heel veel medelijden
op te wekken en zulke mensen zo snel opnieuw een extra kans te
geven, nadat hij al zoveel kansen had verknoeid.
Een van de eigenaardigheden is dat hij volgens sommige kranten
finaal in 2012 zou vrijkomen. In De Morgen lees ik dat hij nog zeven
jaar celstraf zou moeten uitzitten. Daarover had ik graag en minstens
klaarheid gekregen.
Mijnheer de minister, mijn vragen zijn de volgende.
Onder welke voorwaarden werd hij in vrijheid gesteld? Aangezien
Kapllan Murat een heel publieke figuur is, mogen wij dat wel weten.
Ten tweede, kan u een overzicht geven van de veroordelingen van de
betrokkene en van zijn gevangenisverblijf? Hebt u een globaal beeld
daarvan?
10.01 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): À la surprise générale, M.
Kapllan
Murat,
qui
doit
normalement purger une peine
jusqu'en
2012
minimum,
a
récemment été libéré. Lors de son
évasion assez récente pendant
son congé pénitentiaire, l'homme
avait mis tout le pays en émoi.
L'attention des médias contribue
manifestement
à
éveiller
la
compassion et à permettre une
libération anticipée.
À quelles conditions M. Kapllan
Murat a-t-il été libéré? Il s'agit
d'une figure publique et nous
pouvons donc être informés de
ces conditions. Quelle partie de la
peine reste-t-elle à purger? S'agit-
il d'une libération conditionnelle
ordinaire ou doit-il porter un
bracelet électronique?
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
Ten derde, welk gedeelte van de straf blijft onuitgezeten? Wat hangt
eventueel nog boven zijn hoofd, indien hij opnieuw wat mispeutert?
Ten vierde, onder welke vorm of procedure werd hij vrijgelaten? Heeft
hij een enkelband of betreft het een gewone, voorwaardelijke
invrijheidstelling zonder enkelband? Kan u dat even toelichten?
10.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ik kan
natuurlijk geen details geven over de concrete modaliteiten van een
dossier van een gedetineerde of van een voorwaardelijk
invrijheidgestelde. Het zou een erg gevaarlijke piste zijn, indien wij de
vraag op een dergelijke manier zouden behandelen.
De wet van 17 mei 2006 bepaalt dat veroordeelden in
tijdsvoorwaarden voor een voorwaardelijke invrijheidstelling komen,
na een derde van het totaal van hun straf te hebben uitgezeten of,
indien de veroordeelde zich in staat van herhaling bevindt, na twee
derde van de straf te hebben uitgezeten. Het is de
strafuitvoeringsrechtbank die over de voorwaardelijke invrijheidstelling
beslist, na advies bij de gevangenisdirecteur en het openbaar
ministerie te hebben ingewonnen. De strafuitvoeringsrechtbank
bepaalt ook de algemene en geïndividualiseerde, bijzondere
voorwaarden die de veroordeelde gedurende de proeftermijn dient na
te leven.
De algemene voorwaarden behelzen het niet plegen van nieuwe,
strafbare feiten, het onmiddellijk meedelen aan het openbaar
ministerie en aan de justitieassistent van een nieuwe verblijfplaats en
het gevolg geven aan de oproepingen van het openbaar ministerie en
de justitieassistent die met de begeleiding van de veroordeelde werd
belast.
De justitieassistent begeleidt de voorwaardelijk vrijgestelde en ziet
onder andere toe op de naleving van de voorwaarden. Hij of zij
rapporteert op periodieke wijze aan de strafuitvoeringsrechtbank.
Hij
of
zij
rapporteert
op
periodieke
basis
aan
de
strafuitvoeringsrechtbank. Ook het openbaar ministerie en de politie
houden toezicht op het naleven van de opgelegde voorwaarden. Het
niet naleven van de voorwaarden kan de schorsing of de herroeping
van de voorwaardelijke invrijheidstelling als gevolg hebben.
10.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Je ne peux vous informer sur les
modalités
d'une
libération
conditionnelle. Il s'agirait d'un
précédent dangereux.
Conformément à la loi du 17 mai
2006, toute personne condamnée
peut être libérée après avoir purgé
un tiers de sa peine, ou deux tiers
en cas de récidive. Sur la base
d'un avis du directeur de la prison
et du ministère public, le tribunal
de l'application des peines décide
de la libération et des conditions y
afférentes.
Les
conditions
générales sont les suivantes: pas
de
nouveaux
faits
commis,
notification
immédiate
d'un
nouveau domicile et réaction aux
convocations du ministère public
et des assistants de justice. Ceux-
ci accompagnent la personne
libérée et font rapport au tribunal
de l'application des peines. Le
ministère public et la police veillent
également
au
respect
des
conditions.
10.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, dit
was een voorspelbaar antwoord. De minister heeft gewoon de wet
voorgelezen. We worden geacht de wet te kennen, we hebben ze hier
in het Parlement zelf gemaakt. Elke burger wordt geacht de wet te
kennen. Ik vroeg echter naar de situatie in een concreet dossier. Ik
kan aannemen dat het logisch is dat de minister geen antwoord geeft
als het zou gaan over een geval van Jan met de pet. Als het echter
gaat om een publiek figuur die bij herhaling de voorwaarden zodanig
heeft geschonden dat hij bijna een soort Daltonallure krijgt, dan mag
het Parlement toch iets meer weten dan wat ik hier heb gehoord.
Wij lezen het hele verhaal in alle kranten, in De Standaard, De
Morgen en Het Laatste Nieuws. Het wordt uitvoerig en in extenso
weergegeven maar er is een dubbelzinnigheid. De ene zegt dat hij
normaal in 2012 zijn volledige straf zou hebben uitgezeten. In De
10.03 Bart Laeremans (Vlaams
Belang): Le ministre a simplement
donné lecture de la loi. J'avais
pourtant espéré obtenir davantage
d'informations sur un personnage
dont il a tellement été question
dans les médias et qui a pris des
allures de Dalton. La population y
a droit.
Les journaux se contredisent.
Selon certains quotidiens, Murat
devrait rester en prison jusqu'en
2012, selon d'autres jusqu'en
2015. Je souhaiterais que la clarté
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Morgen lees ik dat het in 2015 zou zijn geweest. Daar vraag ik uitleg
over. Het is toch niet teveel gevraagd dat de minister over zo'n
gekende publieke figuur wat uitleg zou geven? Ik denk dat de
bevolking daar recht op heeft, zeker wanneer hij extreem vroeg wordt
vrijgelaten.
Nog eens, het is in elk geval een verkeerd signaal van de justitie dat
ik u niet te kwade kan duiden. Het hele systeem van de
strafuitvoeringsrechtbank is op dat vlak pervers. De minister van
Justitie is helemaal niet meer verantwoordelijk daarvoor. Vroeger kon
de regering wel nog worden aangesproken. Op dat vlak is er dus een
achteruitgang.
Minstens had ik objectieve, neutrale informatie verwacht. Ik vind het
onbegrijpelijk dat zelfs over een figuur als Murat in alle talen
geheimzinnig wordt gezwegen.
soit faite à ce sujet.
En
libérant
Kapllan
Murat
extrêmement tôt, on lance un
signal totalement erroné. Étant
donné que la responsabilité
incombe
aux
tribunaux
de
l'application des peines, nous ne
pouvons même pas demander au
ministre de se justifier. Il s'agit-là
d'un recul.
10.04 Minister Jo Vandeurzen: Wij zullen nagaan welke gegevens
publiek bekend kunnen zijn in verband met de strafmaat en dies
meer. Ik zal die ook meedelen.
10.04 Jo Vandeurzen, ministre:
Nous vérifierons quelles données
sont
publiques
et
les
communiquerons ensuite à la
commission.
10.05 Bart Laeremans (Vlaams Belang): (...) of aan de commissie.
Voor mij geen probleem.
De voorzitter: Inderdaad, aan de commissie. Daarmee zijn wij het eens.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11 Question de Mme Valérie Déom au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les plaintes des justiciables au Conseil supérieur de la Justice" (n° 6883)</b>
11 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de klachten van rechtzoekenden bij de Hoge Raad voor Justitie"
(nr. 6883)
11.01 Valérie Déom (PS): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le rapport annuel 2007 du Conseil supérieur de la Justice fait
état de façon détaillée du nombre de plaintes déposées durant cette
année et de plusieurs dysfonctionnements. Selon le rapport, plus de
93% des dossiers de récrimination ont été introduits par des citoyens
et 4% par des avocats. Les plaintes concernent au premier chef des
procédures pénales, alors que celles-ci ne représentent qu'une petite
partie des affaires judiciaires en Belgique; viennent ensuite les
plaintes touchant au droit civil.
Les plaintes sont relatives premièrement à des critiques de la décision
judiciaire en tant que telle, pour 23% des dossiers. Ensuite, 16%
concernent la lenteur de la justice et les autres plaintes le
déroulement de la procédure, les rapports et la communication avec
la justice.
À cela s'ajoutent des dysfonctionnements. Par exemple, cités par la
presse, un expert judiciaire ne correspondant pas aux attentes d'un
plaignant; une affaire particulièrement lente, reportée 41 fois; des
reports successifs suite au décès du juge et à la maladie de son
suppléant.
11.01 Valérie Déom (PS): In het
jaarverslag 2007 van de Hoge
Raad voor de Justitie wordt gewag
gemaakt
van
klachten
en
disfuncties: 93 procent van de
klachtendossiers
werden
ingediend door burgers en 4
procent door advocaten. De
klachten hebben in de eerste
plaats
betrekking
op
strafrechtelijke procedures, terwijl
die maar een klein gedeelte van
de rechtszaken in ons land
vormen; in 23 procent van de
dossiers wordt de rechterlijke
uitspraak
als
dusdanig
bekritiseerd; 16 procent betreft de
trage werking van het gerecht, en
de
andere klachten
hebben
betrekking op het verloop van de
procedure, de betrekkingen en de
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
Selon le Conseil supérieur de la Justice, on ne tire pas assez
d'enseignements de ces constats. Il préconise donc de procéder
prochainement à l'évaluation du système de suivi des plaintes
déposées auprès de l'institution. Monsieur le ministre, comptez-vous
procéder à une telle évaluation? Si oui, quand celle-ci pourrait-elle
avoir lieu?
communicatie met de justitie.
Daarbovenop
worden
ook
disfuncties aan de kaak gesteld.
Enkele
voorbeelden:
een
gerechtsdeskundige die niet aan
de verwachtingen van een klager
voldoet, een zaak die 41 keer werd
uitgesteld, enz.
Volgens de Hoge Raad voor de
Justitie trekt men onvoldoende
lering uit die vaststellingen. De
Raad pleit voor een evaluatie van
de follow-up van de bij de instelling
ingediende klachten. Zal u tot een
dergelijke evaluatie overgaan?
11.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chère collègue, en réponse à votre
question, je renvoie à la proposition de loi déposée par Clotilde
Nyssens, Stefaan Van Hecke et Fouad Lahssaini visant à instaurer
une procédure de règlement des plaintes au sein de l'ordre judiciaire
et à modifier l'article 259bis, §15 du Code judiciaire en vue d'instituer
le Conseil supérieur de la Justice comme instance de recours et
médiateur de la justice.
Dans ce contexte, le Conseil supérieur de la Justice est lui-même
demandeur de pouvoir recentraliser les plaintes dans son paquet de
tâches. Il n'y a pas d'inconvénients à cela. J'estime toutefois qu'il faut
définir la procédure de règlement des plaintes de manière uniforme,
pas uniquement au sein du Conseil supérieur de la Justice mais
également au sein des juridictions.
Entre-temps, une audition s'est tenue le 10 juin 2008 concernant cette
proposition de loi. Actuellement les statistiques sont établies pour
l'ensemble des plaintes: celles qui arrivent au Conseil d'État, au
Conseil supérieur de la Justice, et également celles qui arrivent aux
juridictions et aux diverses autorités.
En ce qui concerne votre question au sujet d'une évaluation de la
procédure de plainte à laquelle je procéderais en tant que ministre, je
renvoie aux initiatives décrites ci-dessus.
11.02 Minister Jo Vandeurzen: Ik
verwijs naar het wetsvoorstel van
mevrouw Nyssens en de heren
Van Hecke en Lahssaini tot
instelling van een procedure van
klachtenbehandeling binnen de
rechterlijke orde en tot wijziging
van artikel 259bis van het
Gerechtelijk Wetboek teneinde de
Hoge Raad voor de Justitie aan te
wijzen als beroepsinstantie met
een ombudsfunctie inzake justitie.
De Hoge Raad voor de Justitie is
zelf vragende partij, maar de
klachtenbehandelingsprocedure
moet op een eenvormige manier
worden omschreven, ook binnen
de rechtscolleges.
Op 10 juni 2008 vond er in het
kader van dit wetsvoorstel een
hoorzitting
plaats.
Momenteel
worden de statistieken opgesteld
voor alle klachten samen (Raad
van State, Hoge Raad voor de
Justitie, rechtscolleges en diverse
autoriteiten).
Wat een evaluatie van de
klachtenprocedure betreft, verwijs
ik naar voornoemde initiatieven.
11.03 Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, manifestement vous
laissez dans ce dossier l'initiative au parlement, ce qui est en général
une bonne chose. Je pense en effet que le Conseil supérieur de la
Justice est demandeur de pouvoir être l'instance centrale. Il est
évidemment nécessaire d'harmoniser la situation.
L'appareil judiciaire constitue un pilier de notre démocratie. Il ne faut
11.03 Valérie Déom (PS): U laat
in dit dossier het initiatief aan het
Parlement, wat een goede zaak is.
Het gerechtelijk apparaat is een
pijler van onze democratie. Men
moet voorkomen dat er bij de
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
pas que, dans le cadre du suivi des plaintes ou du suivi des
enseignements tirés de celles-ci, une rupture de confiance se
produise chez les citoyens, plus de 93% des dossiers de plainte étant
déposés par ces derniers.
Nous resterons attentifs à ce dossier d'initiative parlementaire.
burgers een vertrouwensbreuk ten
aanzien van het gerecht zou
ontstaan. 93 procent van de
klachten gaan immers uit van
burgers.
We zullen dat dossier aandachtig
blijven volgen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12 Question de M. Daniel Bacquelaine au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "l'application de la réforme de la procédure d'expertise" (n° 6903)</b>
12 Vraag van de heer Daniel Bacquelaine aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over " de toepassing va de hervormingen inzake het
deskundigenonderzoek" (nr. 6903)
12.01 Daniel Bacquelaine (MR): Monsieur le président, ma question
porte sur la loi de 2007 relative à la procédure d'expertise judiciaire en
matière civile. Le but était alors de simplifier cette procédure, d'en
diminuer le coût et la durée.
Ma question porte plus précisément sur la disposition particulière
relative à la provision d'honoraires, comme le prévoit le nouvel article
987 du Code judiciaire, qui vise à mettre un terme aux pratiques
consistant à demander directement au justiciable le plus diligent
d'avancer les fonds pour entamer la procédure. Cette pratique était
interdite par la loi, mais elle était courante. Nous avons donc voulu y
remédier. Les parties désireuses de ne pas hypothéquer leurs
chances acceptaient facilement de payer immédiatement la provision
demandée par l'expert.
Actuellement, il est prévu qu'il revient au juge de statuer sur la
question. Il fixe le montant à consigner et, éventuellement, une
provision à libérer. De même, il détermine par quelle partie et dans
quel délai la somme doit être versée.
Des experts estiment que l'objectif n'est pas atteint. Selon eux, la
nouvelle disposition sur la provision d'honoraires crée un nouveau
contentieux dans le contentieux lui-même. Des parties à la cause
plaident souvent le transfert des frais d'expertise vers les autres
parties. Les travaux d'expertise sont même parfois interrompus et
laissés en suspens le temps de régler le nouveau litige.
Des effets négatifs sur la situation des experts judiciaires eux-mêmes
sont mis en évidence, puisqu'ils doivent la plupart du temps
préfinancer les opérations et attendre qu'un jugement sur la
contestation de leur rapport pourtant étranger à la question des
honoraires intervienne pour que leurs honoraires finaux soient
précisés par le juge de fond.
Mes questions sont les suivantes.
Avez-vous eu connaissance de ces effets contre-productifs de la loi
de 2007? Plus particulièrement, êtes-vous au courant du
développement d'un contentieux propre aux provisions d'honoraires?
12.01 Daniel Bacquelaine (MR):
Mijn vraag betreft de bijzondere
bepaling betreffende het voorschot
op het ereloon, waarmee een eind
moest worden gemaakt aan de
bestaande praktijk om de meest
gerede partij rechtstreeks te
vragen geld voor te schieten om
de procedure in te leiden. De wet
bepaalt nu dat de rechter het te
consigneren of vrij te geven
bedrag vaststelt. Hij bepaalt
tevens door welke partij en binnen
welke termijn de som moet
worden gestort.
De wetswijziging schijnt echter
haar doel voorbij te schieten, want
er
ontstaan
nu
nieuwe
betwistingen over die kosten. De
gerechtsdeskundigen
moeten
overigens meestal zelf de kosten
voor
de
onderzoeken
voorschieten.
Bent u op de hoogte van de
ongewenste en contraproductieve
effecten van de wet van 2007?
Zou de toepassing van die
hervorming niet globaal moeten
worden getoetst? Ik zou u ook
willen ondervragen over het
statuut
van
de
gerechtsdeskundigen. Lijkt het u
aangewezen
deskundigenlijsten
op te stellen op grond van
kwaliteitscriteria?
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Ne serait-il pas opportun de réaliser une évaluation générale de
l'application de cette nouvelle réforme pour en déceler les effets
négatifs et, éventuellement, les corriger? Il semblerait qu'une refonte
de la loi, destinée à prendre en compte ces éléments négatifs devrait
être relativement aisée, car elle ne demanderait pas de très grands
développements.
Enfin, à titre de question subsidiaire, j'aimerais vous interroger sur le
statut des experts judiciaires et sur l'opportunité de fixer des listes
établies à partir de critères de qualité.
12.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, il n'est pas
impensable que l'application de l'article 987 du Code judiciaire donne
lieu à certains problèmes pratiques. De manière générale, des
incidents ont été annoncés, sans doute parce que l'ancien article 990
du Code judiciaire avait également engendré de nombreuses
controverses.
La question que vous soulevez ne prouve toutefois pas que le
problème est généralisé. Pour le démontrer, il faut des statistiques. À
ce jour, je n'en connais pas. Il est, dès lors, un peu prématuré de
parler d'un contentieux spécifique en ce qui concerne l'article 987 du
Code judiciaire.
Le problème du statut des experts et d'une liste d'experts établie sur
des critères de qualité n'entretient aucun rapport avec le problème
que vous évoquez.
Dès lors, je ne vois pas sa pertinence non plus dans le contexte
évoqué.
Cependant, les différents acteurs de terrain soulignent les problèmes
qui existent dans la nouvelle législation et soumettent des
propositions en vue de son amélioration. À mon avis, il importe de
procéder à un moment donné à l'évaluation. Nous sommes occupés à
étudier les propositions qui nous ont été soumises. Au début
septembre, il conviendra d'examiner la possibilité d'un débat en
commission à ce sujet, afin de déterminer les améliorations
ponctuelles à insérer dans la loi. Cette loi n'existant que depuis peu,
les problèmes exacts ne pourront être déterminés qu'au cours du
temps. Mais je le confirme, plusieurs acteurs ont pris contact avec
moi en vue d'une adaptation de la législation.
12.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het is niet ondenkbaar dat de
toepassing van artikel 987 van het
Gerechtelijk Wetboek aanleiding
geeft tot een aantal praktische
problemen. Uit uw vraagt blijkt
evenwel niet dat het om een
algemeen probleem gaat. Dat zou
moeten worden aangetoond aan
de hand van statistieken, maar
daarover beschik ik momenteel
niet.
Het
statuut
van
de
deskundigen houdt geen verband
met het probleem dat u opwerpt.
Verschillende actoren in het veld
onderstrepen
nochtans
de
problemen in de nieuwe wetgeving
en dragen voorstellen aan om ze
te verbeteren. Begin september
zal onderzocht moeten worden of
een debat in de commissie
hierover mogelijk is.
12.03 Daniel Bacquelaine (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Effectivement, la question relative au
statut des experts est étrangère à la provision d'honoraires, mais si je
l'ai soulevée, c'est parce que le problème me paraissait également
important.
En ce qui concerne la révision éventuelle de la loi, je peux affirmer
que tous les experts que j'ai rencontrés jusqu'à présent se plaignent
tous de la même façon et considèrent que cette législation pose un
réel problème. Finalement, le justiciable est pénalisé car les
procédures sont rallongées à cause de ce conflit sur les provisions
d'honoraires elles-mêmes. Il importera, comme vous le proposez, de
nous pencher sur la question en septembre ou octobre afin
d'examiner, éventuellement avec les experts eux-mêmes, dans quelle
mesure nous pouvons améliorer cette loi.
12.03 Daniel Bacquelaine (MR):
Alle deskundigen die ik ontmoet
heb, vinden dat de wetgeving voor
problemen
zorgt.
De
rechtzoekende
wordt
gepenaliseerd door de steeds
langere procedures die te wijten
zijn
aan
een conflict
over
ereloonprovisies. We zullen ons
over die kwestie moeten buigen
om te onderzoeken hoe we de wet
kunnen verbeteren.
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le coût du procès relatif à la catastrophe de Ghislenghien" (n° 6868)</b>
13 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het prijskaartje van het proces na de ramp in Gellingen" (nr. 6868)
13.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, une radio russe relayée par la presse évoquait récemment la
possibilité que se retrouve sur le territoire belge le ressortissant
tchétchène qui a assassiné en octobre...
La présidente: Monsieur Crucke, vous avez la parole pour le point 11
de l'agenda car vos collègues ne sont pas encore là.
13.02 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, le président du
tribunal de première instance de Tournai a récemment fait le point sur
le suivi de la procédure, et plus particulièrement en chambre du
conseil qui, à partir du 29 septembre et pendant une période de trois
mois, devrait permettre de réunir les différents interlocuteurs du
dossier. Il est évident que ce dossier, avec le nombre important
d'interlocuteurs, sort de l'ordinaire au niveau de la procédure et de la
disponibilité de locaux. Il a fallu louer Tournai Expo, à savoir 1.500
mètres carrés. Cela implique des mesures de sécurité nécessaires au
fonctionnement et au caractère secret de l'instruction, des parkings
adéquats, un accès gratuit au dossier et même une copie du dossier
disponible sur dvd. Je pense que ces mesures sont tout à fait
judicieuses par rapport à la situation.
La question à laquelle n'a pas répondu le président concerne le coût
de ce procès. Ce n'est pas un reproche mais toute chose ayant un
coût, il me semble normal que nous puissions en connaître le détail.
13.02 Jean-Luc Crucke (MR):
Het proces met betrekking tot de
ramp
te
Gellingen
is
een
buitengewoon proces wegens het
grote aantal betrokken partijen. De
raadkamer zal in de gebouwen
van
Doornik-Expo
moeten
bijeenkomen, waar uitzonderlijke
veiligheidsmaatregelen
zullen
moeten worden genomen. Ik stel
de noodzaak van die maatregelen
niet ter discussie, maar zou wel
graag willen weten welke kosten
dat proces zal meebrengen.
13.03 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, dans l'état actuel des
choses, la Direction générale de l'organisation judiciaire du SPF
Justice est effectivement chargée de l'organisation, de la logistique,
du fonctionnement des cours et des tribunaux. Elle n'exerce pas cette
mission sans concertation, discussion et information avec les
autorités judiciaires concernées.
Je suis bien évidemment au courant de l'ordre de grandeur des
montants concernés par l'organisation du procès Ghislenghien à
Tournai.
La DG Ordre judiciaire applique dans les opérations lourdes de ce
type une routine dite "grands procès" documentée en son sein et
fondée sur des expériences antérieures. Une "check list" des besoins
a été établie. Un comité directeur a été établi pour cette opération
regroupant la DG Ordre judiciaire, le directeur général, Claude
Cheruy, le procureur du Roi de Tournai, Marie-Claude Maertens et le
président du tribunal, Jean-Louis Desmecht.
Le président du tribunal est donc associé à la préparation de cette
opération judiciaire importante même si, dans l'état actuel des textes,
il n'existe pas de responsabilités de nature administrative ou
budgétaire. C'est dans ce sens qu'il faut comprendre sa réponse à la
13.03 Minister Jo Vandeurzen:
Het
Directoraat-generaal
Rechterlijke Organisatie van de
FOD Justitie is belast met de
organisatie, de logistiek en de
werking van de hoven en
rechtbanken. Ze oefent die taak uit
in overleg met de rechterlijke
autoriteiten.
Voor het proces-Gellingen wordt
gebruik
gemaakt
van
een
procedure die steevast wordt
toegepast voor grote processen,
en die gebaseerd is op vroegere
ervaringen.
Er
werd
een
stuurgroep opgericht met het DG
Rechterlijke
Organisatie,
de
procureur des Konings en de
voorzitter van de rechtbank. De
discussie
over
het
totale
kostenplaatje is nog aan de gang.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
presse pour autant que ses déclarations aient été correctement
rapportées, ce que je ne peux commenter. Enfin, il ne faut pas oublier
que le montant total concerné est aujourd'hui encore en discussion,
ce qui fournit une seconde grille de lecture de sa déclaration.
13.04 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je pense que
les propos du président du tribunal ont été correctement repris par la
presse; d'ailleurs, il n'existe aucune polémique à cet égard.
Évidemment, on se pose toujours des questions quant à de tels
procès. À mon avis, il faudra qu'un jour, le SPF puisse communiquer
sur leurs coûts, sans polémiquer. Il est normal qu'un tel procès
engendre des coûts assez particuliers vu les procédures à appliquer.
13.04 Jean-Luc Crucke (MR):
De FOD zou op een open manier
over de kosten van dergelijke
processen moeten communiceren.
13.05 Jo Vandeurzen, ministre: Ce n'est pas le seul. Il y aura
toujours de grands procès, comme à Gand pour l'instant.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la pétition de Test-Achats en faveur de l'action collective" (n° 6869)</b>
14 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de petitie voor collectieve vordering van Test-Aankoop" (nr. 6869)
14.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, je vous ai déjà interrogé à ce sujet le 4 avril 2008 car
j'estimais que l'on pourrait améliorer la législation en la matière,
même si cette action collective existait déjà d'une certaine manière,
sans pour autant tomber dans l'excès, comme c'est le cas dans
d'autres pays comme aux États-Unis.
À l'époque, vous m'aviez répondu que l'accord de gouvernement
prévoyait l'avancement de ce dossier, mais que vous attendiez l'étude
européenne.
Depuis lors, une pétition lancée par Test-Achats a réuni 41.000
signatures de personnes qui se disent favorables à cette évolution
législative. Et le ministre Magnette a également pris position en se
déclarant favorable à cette task-action.
Monsieur le ministre, quelles conclusions peut-on tirer aujourd'hui
suite au dépôt de ce rapport européen et à la mobilisation de la
population en faveur de cette évolution?
Des concertations sont-elles en cours afin de fixer dans le temps
l'adaptation de la législation?
Une décision a-t-elle été prise au sein du gouvernement? Quand le
ministre Magnette s'est exprimé, je suppose qu'il l'a fait à titre
personnel.
14.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Op 4 april jongstleden deelde u mij
dat er in het regeerakkoord is
opgenomen dat er voortgang zal
worden gemaakt in het dossier
van de instelling in ons land van
collectieve vorderingen, maar dat
u wachtte op de conclusies van
een Europese studie ter zake.
Sindsdien is Test-Aankoop met
een petitie ten voordele van die
aanpassing van de wetgeving
gestart. Ook minister Magnette
heeft verklaard daarvan een
voorstander te zijn.
Welke conclusies trekt u uit het
Europees verslag en uit die actie
om de bevolking daar warm voor
te maken? Is er ter zake overleg
aan de gang? Heeft de regering al
een beslissing dienaangaande
genomen?
14.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, vous faites référence à une étude de la Commission
européenne qui contiendrait un avis favorable concernant
l'introduction d'actions collectives. Il s'agit sans doute du Livre blanc
du 2 avril 2008 sur les actions en dommages et intérêts pour
infractions aux règles communautaires. En résumé, ce livre porte sur
14.02 Minister Jo Vandeurzen: In
het Witboek worden collectieve
vorderingen als nuttig bestempeld
in het kader van schendingen van
de communautaire rechtsregels.
De
Commissie
stelt
twee
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
les actions collectives dans le cadre d'infractions aux règles
communautaires. Les actions collectives y sont jugées utiles car en
cas d'infractions aux règles communautaires, on a souvent affaire à
des dommages sporadiques en raison de leur valeur. Les victimes de
ces dommages sont souvent dissuadées d'engager des actions
individuelles en dommages et intérêts en raison des coûts, des délais,
des incertitudes et des risques qui y sont liés.
La Commission propose, dans ces affaires, de combiner deux
mécanismes complémentaires de recours collectif. D'une part, des
actions représentatives intentées par des entités qualifiées comme
des associations de consommateurs, des organismes publics ou des
organisations professionnelles au nom des victimes identifiées ou,
dans des cas plutôt restreints, identifiables. Ces entités sont soit
officiellement désignées à l'avance, soit habilitées par l'État membre
au cas par cas pour une infraction donnée aux règles de concurrence
à intenter ou non une action au nom d'une partie ou de la totalité de
leurs membres. D'autre part, des actions collectives assorties d'une
option de participation explicite dans lesquelles les victimes décident
expressément de mettre en commun leur demande d'indemnisation
individuelle pour les dommages qu'elles ont subis afin d'engager une
seule action en justice.
Les discussions relatives à ce Livre blanc n'en sont qu'à leur phase
initiale et il est encore difficile de prédire si elles aboutiront un jour à
une réglementation et, dans l'affirmative, quel en sera le contenu final.
Nous devons également garder à l'esprit que ce que la Commission
propose ici vise uniquement les actions collectives dans les affaires
de concurrence. Il est absolument nécessaire de réaliser une étude
approfondie sur le sujet tant en ce qui concerne le principe que la
mise en oeuvre technique d'un système d'action collective.
Différents pays connaissent des formes d'action collective mais les
différences entre elles quant à leur champ d'application et leur
exécution sont parfois grandes. Les avantages potentiels d'un
système d'action collective sont indéniables. Il permet une synergie
surtout intéressante pour les demandeurs qui disposent de moyens
financiers limités. Cet avantage est le plus manifeste dans les affaires
où les demandeurs s'opposent à une partie qui dispose d'une grande
capacité financière. On songera tout particulièrement à des litiges
opposant des consommateurs à une entreprise. Dans ce sens,
l'action collective peut faciliter l'accès à la Justice.
En outre, le système présente également des avantages au niveau de
l'économie de procédure. La jonction de plusieurs actions, qui sont
traitées par un ou quelques avocats, peut représenter une réduction
sensible du coût et de la durée des actions, de même qu'une
utilisation plus efficiente des moyens que l'État doit engager pour
régler les litiges.
Il existe toutefois aussi des difficultés et des risques potentiels. Ceux-
ci sont résumés dans un extrait du "Botschaft zur Schweizerischen
Zivilprozessordnung" du Conseil fédéral suisse du 28 juin 2006. Elle
est inconnue dans les systèmes juridiques continentaux, est même
controversée dans son pays d'origine, les États-Unis, et connaît de
nombreux problèmes d'ordre pratique. Comment, par exemple, définir
la légitimité d'un groupe ou d'une association qui intervient pour des
complementaire
mechanismen
voor
collectieve
schadevergoedingsactie
voor:
schadevergoedingsacties
door
belangenbehartigers,
die door
daartoe
bevoegde
entiteiten
(consumentenverenigingen, over-
heidsinstanties,
enz.)
worden
ingesteld namens geïdentificeerde
of identificeerbare slachtoffers, en
opt-in collectieve schadeacties,
waarbij slachtoffers uitdrukkelijk
besluiten
hun
individuele
schadeacties voor de schade die
zij hebben geleden, te bundelen
tot één actie.
Het is te vroeg om te zeggen of
het Witboek tot een regelgeving
zal leiden. Bovendien beoogt het
voorstel van de Commissie enkel
de concurrentiezaken.
Verscheidene landen kennen een
vorm van collectieve vordering.
Een dergelijk systeem heeft
ontegensprekelijk
voordelen:
gevoelige daling van de kosten en
de duur van de vorderingen,
efficiëntste
gebruik
van
de
staatsmiddelen. Maar er zijn ook
moeilijkheden aan verbonden.
Hoe kan men bijvoorbeeld de
legitimiteit verdedigen van een
vereniging die optreedt voor
personen waar het proces geen
betrekking op heeft? Wie heeft
recht op welk deel van de
vergoeding? Hoe misbruiken
voorkomen aan de kant van
representatieve verenigingen?
Wat dat voorbehoud betreft, is het
van belang niet overhaast te werk
te gaan en van bij de aanvang
specialisten inzake burgerlijke
rechtspleging te raadplegen. Ik
onderzoek
momenteel
verscheidene pistes met mijn
administratie, maar het is minister
Magnette die verantwoordelijk is
voor het dossier.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
personnes non concernées par le procès? Qui a droit à quelle partie
de l'indemnisation? Que faire en ce qui concerne les risques d'abus
de la part d'associations représentatives, etc.?
Au regard de ces réserves, nous pouvons conclure qu'il est important
de ne pas travailler dans la précipitation et de consulter dès le début
des spécialistes en matière de procédure civile, si on veut élaborer
une réglementation satisfaisante. Vu l'impact considérable qu'un tel
système d'action collective peut avoir sur les relations juridiques,
j'examine actuellement différentes pistes avec mon administration.
Enfin, je vous signale, pour être très clair, que c'est le ministre
Magnette qui est responsable de ce dossier au sein du
gouvernement.
14.03 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre pour sa
réponse. C'est effectivement le Livre blanc du 2 avril 2008 que je
visais. Je souscris totalement à son analyse tant au niveau de
l'approche que de la prudence. On est néanmoins en droit de se
poser des questions lorsqu'un ministre du gouvernement, le ministre
Magnette, s'exprime en se disant totalement favorable à ce type de
procédure. Si vous le souhaitez, j'ai l'article en ma possession.
Personnellement, j'y suis également favorable, mais je connais aussi
les risques de ce type de procédure. Monsieur le ministre, vous avez
donc raison de dire qu'une étude approfondie est indispensable, par
laquelle les spécialistes en la matière peuvent s'exprimer, être
entendus et, ensuite, il faudra légiférer.
J'espère que la procédure que vous avez indiquée sera suivie par le
ministre Magnette, titulaire de ce dossier.
14.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
treed uw analyse bij, zowel wat de
aanpak
als
de
vereiste
omzichtigheid
betreft.
Het
verbaast me dat minister Magnette
zich volledig voorstander verklaard
heeft
van
een
dergelijke
procedure.
Ik ben daar eveneens voorstander
van, maar ik weet ook welke
risico's een en ander inhoudt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15 Question de M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les techniques spéciales d'enquête - contrôle des ordinateurs" (n° 6872)</b>
15 Vraag van de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de bijzondere onderzoekstechnieken en computercontrole"
(nr. 6872)
15.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le directeur de la police judiciaire fédérale, Glenn Audenaert,
a récemment déclaré, au sujet des techniques spéciales d'enquête,
notamment celles nécessitant le recours à internet, qu'elles
s'avéraient, à l'heure actuelle, incomplètes et que la législation ne
permettait pas à la PJ de procéder à d'éventuels repérages de
communication puisqu'il est interdit de pénétrer dans des ordinateurs.
La criminalité évoluant, le nombre de criminels et de terroristes ayant
recours à internet et au réseau informatique prend de l'ampleur. Pour
la combattre, la PJ doit disposer des moyens nécessaires.
Avez-vous pris connaissance de cette déclaration? Des cas dans
lesquels cette absence d'autorisation a pu poser problème dans ce
type d'enquête ont-ils été recensés? Estime-t-on nécessaire de faire
évoluer la législation en la matière en la modifiant par la prise de
mesures adéquates?
15.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De directeur van de federale
gerechtelijke politie heeft verklaard
dat
de
bijzondere
onderzoekstechnieken, en in het
bijzonder
de technieken die
gebruik maken van het internet,
leemtes bleken te vertonen, en dat
de wetgeving de GP niet toeliet zo
nodig de oorsprong van het
communicatieverkeer
op
te
sporen, omdat het verboden is
computers te hacken. Het aantal
misdadigers en terroristen dat via
internet en computernetwerken
opereert, neemt echter gestaag
toe.
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
Is u op de hoogte van die
verklaring?
Zijn
er
gevallen
bekend, waarin dat ontbreken van
een toelating voor problemen heeft
gezorgd? Moet de wetgeving ter
zake niet evolueren en moet ze via
gepaste
maatregelen
niet
gewijzigd worden?
15.02 Jo Vandeurzen, ministre: Cher collègue, actuellement, un
groupe de travail présidé par un membre de ma cellule stratégique se
penche sur la loi réparatrice de la loi sur les méthodes particulières de
recherche, à la suite de l'arrêt 105 du 19 juillet 2007 de la Cour
constitutionnelle.
Dans le cadre de ces travaux, les représentants du ministère public et
de la police m'ont informé de la problématique visée par votre
question. Une contre-stratégie que la justice et nos services de police
rencontrent de plus de plus en luttant contre le terrorisme et la
criminalité organisée consiste en l'utilisation par les personnes
suspectées de toute forme de communication, notamment les
communications électroniques et l'internet. Il résulte de la
combinaison des problèmes d'ordre technique et juridique que les
magistrats et les services de recherche ne sont pas toujours en
mesure d'exploiter ces communications privées.
Il existe une nécessité opérationnelle de légiférer en la matière,
d'autant plus importante que, dans un État de droit, la préoccupation
légitime est d'éviter toute atteinte disproportionnée à la vie privée et
aux libertés fondamentales, pour garantir l'équilibre nécessaire entre
l'efficacité de nos services de recherche et la garantie des droits
fondamentaux individuels.
Le groupe de travail cité par la réponse à votre première question
élabore un texte qui devrait évidemment pallier cette carence.
J'espère pouvoir le soumettre au Parlement dans les prochains mois,
c'est-à-dire, probablement en septembre ou octobre.
15.02 Minister Jo Vandeurzen:
Naar aanleiding van het arrest van
19 juli 2007 van het Grondwettelijk
Hof buigt zich een werkgroep die
wordt voorgezeten door een lid
van mijn beleidscel, over de
herstelwet van de wet op de
bijzondere opsporingsmethoden.
In
dat
kader
hebben
de
vertegenwoordigers
van
het
openbaar ministerie en de politie
me van die problematiek in kennis
gesteld.
Er
bestaat
een
operationele noodzaak om ter
zake een wetgevend initiatief te
nemen, maar men mag niet
vergeten dat in een rechtsstaat
elke buitenmaatse aantasting van
de privacy en de fundamentele
vrijheden voorkomen moet worden
en het evenwicht tussen de
efficiency
van
de
opsporingsdiensten
en
het
waarborgen van de individuele
grondrechten
moet
verzekerd
blijven.
De voormelde werkgroep bereidt
een tekst voor, die deze leemte
zou moeten opvullen. Ik hoop dat
ik die in september of oktober aan
het
Parlement
zal
kunnen
voorleggen.
15.03 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, je remercie M.
le ministre pour la précision de sa réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16 Samengevoegde vragen van
- de heer Raf Terwingen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vrijlating van (moord)verdachten door procedurefouten" (nr. 6887)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de vrijlating van verdachten door procedurefouten" (nr. 6914)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "een mogelijke lacune in de wetgeving die ertoe leidt dat verdachten inzake zware
criminele feiten in vrijheid moeten worden gesteld" (nr. 6977)
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
16 Questions jointes de
- M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la libération de suspects (de meurtre) en raison d'erreurs de procédure" (n° 6887)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération de prévenus à la suite d'erreurs de procédure" (n° 6914)<br>- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "une possible lacune législative ayant pour résultat que des suspects de faits criminels graves
doivent être remis en liberté" (n° 6977)</b>
16.01 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in Het Belang van Limburg van 2 juli 2008 werd
op de voorpagina het probleem aan de kaak gesteld van
moordverdachten die door procedurefouten zouden zijn vrijgekomen.
Het zou de voorbije maanden in het arrondissement Tongeren twee
keer zijn gebeurd.
In casu zat een bepaalde verdachte sinds januari 2008 in de cel. Hij
had toegegeven dat hij een slachtoffer had doodgeschoten. Hij beriep
zich echter op de wettelijke zelfverdediging. Het gerecht dacht daar
anders over en wilde de betrokkene voor assisen brengen. Hij zou
dan ook tot de start van het assisenproces moeten opgesloten blijven.
Door een procedurefout zou hij echter zijn vrijgekomen.
Wat is in principe de procedure? Zodra een verdachte in een
moordzaak wordt aangehouden, dient hij elke drie maanden voor de
raadkamer te verschijnen, waar zijn aanhoudingsmandaat al dan niet
wordt verlengd. De wet bepaalt wel dat een verdachte elke maand
een verzoekschrift kan indienen om zijn vrijlating te bepleiten. Het is
de raadkamer en in geval van beroep de kamer van
inbeschuldigingstelling die zich over het verzoek moeten buigen.
Indien de KI de invrijheidstelling verwerpt, is er voor de verdachte nog
altijd de mogelijkheid tot cassatie.
In de betreffende zaak had ook cassatie de door de verdachte
getroffen voorziening verworpen. Het gevolg was dus dat de
verdachte binnen vijftien dagen na de beslissing door cassatie
opnieuw voor de raadkamer had moeten verschijnen, wat echter
blijkbaar over het hoofd werd gezien.
De betrokken procureur stelt dienaangaande dat het gaat om een
lacune in de wetgeving. Na een beslissing door de KI begint de
termijn van drie maanden automatisch te lopen. De verdachte moet
binnen drie maanden opnieuw door de raadkamer worden
opgeroepen. Na een beslissing van het Hof van Cassatie dient zulks
echter niet binnen drie maanden maar binnen vijftien dagen te
gebeuren.
Mijnheer de minister, concreet zijn mijn vragen de volgende.
Deelt u de mening van de procureur des Konings dat het hier om een
lacune in de wet gaat? Zo ja, plant u dienaangaande initiatieven om
de lacune op te vullen?
16.01 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Le quotidien "Het Belang van
Limburg" du 2 juillet soulève la
question de la libération, à la suite
d'erreurs
de
procédure,
de
suspects dans des dossiers de
meurtre. Cela se serait produit à
deux reprises, ces derniers mois,
dans l'arrondissement de Tongres.
Apparemment, le procureur du Roi
avait oublié qu'après le rejet de
son pourvoi en cassation, le
suspect
devait
de
nouveau
comparaître en chambre du
conseil dans les quinze jours.
D'après le procureur concerné, il
s'agirait d'une lacune législative.
Le ministre partage-t-il cette
vision? Prendra-t-il une initiative
pour remédier à la situation?
16.02 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, ik wil
mij heel graag bij de vraag van de heer Terwingen aansluiten. Hij is
echter een hypothese vergeten, namelijk de vraag wat er gebeurt,
indien de minister niet akkoord gaat met de uitspraak van de
procureur over de vermeende lacune in de wet.
16.02
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Je me joins à la
question précédente. Si le ministre
ne partage pas la position du
procureur, quelle suite réservera-t-
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
Welk gevolg wenst de minister in dat geval aan het incident te geven
er werden in bedoelde zaak door de procureur immers grove fouten
gemaakt of is de minister niet bevoegd om zulks te vinden?
il à cet incident? Estime-t-il que le
procureur a commis des erreurs?
16.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, alle
vragen werden in feite al gesteld. Omdat de zaak echter is
voorgevallen in een rechtsgebied waar ik ook al vaak ben gekomen
en omdat ik weet dat er in Tongeren een en ander aan de hand is
onlangs kwam de politietop van Tongeren nog in opspraak , had ik
concreet in deze zaak nog graag het volgende geweten.
Omdat ik net iets meer over de zaak weet, had ik graag geweten of
hier de regels van het spel wel werden gevolgd. Zoniet, wat moet
daaraan worden verholpen? In dat geval zouden wij, parlementsleden,
ons immers verplicht moeten zien om dringend in te grijpen. Wij
zouden als eerste naar het Parlement moeten spurten de minister
met een wetsontwerp en wij met wetsvoorstellen om de wet, indien
nodig, aan te passen.
Dergelijke feiten schokken immers het rechtsgevoel van de burger.
16.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Je me joins également
aux questions précédentes. Les
règles ont-elles été observées
dans ce dossier? Y a-t-il lieu
d'intervenir? La législation doit-elle
être
adaptée?
Il
s'agit
en
l'occurrence de faits qui heurtent
le sens de la justice des citoyens.
16.04 Minister Jo Vandeurzen: Door de wet van 31 mei 2005 werd
een aantal wijzigingen aangebracht aan de wet op de voorlopige
hechtenis. Zo werd bepaald dat de voorlopige hechtenis van
verdachten, die in hechtenis zitten voor criminele feiten die niet-
correctionaliseerbaar zijn en dus voor het hof van assisen moeten
worden behandeld, vanaf de tweede verschijning voor de raadkamer
niet meer van maand tot maand moet worden bevestigd door de
raadkamer, maar slechts om de drie maanden. De wet bepaalt wel
dat de verdachte gedurende drie maanden maandelijks een
verzoekschrift tot invrijheidstelling kan richten aan de raadkamer.
Wanneer de raadkamer, die uitspraak doet over het verzoekschrift,
beslist de hechtenis te handhaven, is deze beslissing ook geldig voor
drie maanden.
Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij de kamer van
inbeschuldigingstelling. Ook de arresten van de kamer van
inbeschuldigingstelling gelden als titel van vrijheidsberoving in geval
van niet-correctionaliseerbare misdaden voor een periode van drie
maanden.
Conform de algemene regeling van artikel 31 van de wet op de
voorlopige hechtenis is cassatieberoep mogelijk tegen alle arresten
waarbij de voorlopige hechtenis gehandhaafd blijft, inclusief de
procedure bij verzoekschrift. Cassatie dient alleen te oordelen over de
wettelijkheid van de omstreden beschikking. Wanneer het Hof van
Cassatie het beroep in cassatie gegrond verklaart en het arrest
verbreekt met verwijzing, dient de kamer van inbeschuldigingstelling,
waarnaar de zaak is verwezen, uitspraak te doen binnen de 15 dagen,
te rekenen vanaf de uitspraak in cassatie, terwijl de verdachte
inmiddels in hechtenis blijft. Indien het arrest niet is gewezen binnen
deze termijn dient de verdachte in vrijheid te worden gesteld.
Ook wanneer het Hof van Cassatie het beroep verwerpt, bepaalt
artikel 31, §5, van de wet betreffende de voorlopige hechtenis, ik
citeer: "Als het cassatieberoep wordt verworpen, dient de raadkamer
uitspraak te doen binnen de 15 dagen, te rekenen vanaf de uitspraak
16.04 Jo Vandeurzen, ministre:
La loi du 31 mai 2005 a apporté
une série de modifications à la loi
sur la détention préventive. Il a été
stipulé que la chambre du conseil
ne doit plus confirmer tous les
mois, mais tous les trois mois, le
maintien en détention de prévenus
devant comparaître devant la cour
d'assises. Cependant, le prévenu
peut introduire une demande de
mise en liberté. Si la chambre du
conseil décide alors de maintenir
la détention, cette décision reste
valable pendant trois mois. Le
suspect peut alors interjeter appel
auprès de la chambre des mises
en accusation. La décision de
cette dernière est également
valable pendant trois mois. Le
prévenu peut alors se pourvoir en
cassation. Si la Cour de cassation
rejette le pourvoi, la chambre du
conseil doit de nouveau se
prononcer, dans les quinze jours,
à propos de la détention du
prévenu.
Dans le dossier de Tongres, le
suspect dans une affaire de
meurtre a dû être remis en liberté
parce qu'il n'a pas comparu en
chambre du conseil dans les
quinze jours après le rejet de sa
demande de mise en liberté par la
Cour de cassation.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
van het arrest van het Hof van Cassatie, terwijl de verdachte
inmiddels in hechtenis blijft. Hij wordt in vrijheid gesteld als de
beschikking van de raadkamer niet wordt gewezen binnen deze
termijn." De wetgever heeft bij deze laatste aanpassing van de wet
aan deze bepaling niets gewijzigd.
In casu diende in de zaak in Tongeren de verdachte, in verdenking
gesteld voor moord, in vrijheid te worden gesteld omdat zowel de
kamer van inbeschuldigingstelling als cassatie zijn verzoek tot
invrijheidstelling hadden verworpen, doch de zaak, na het
cassatiearrest tot verwerping, niet binnen de 15 dagen was
voorgebracht voor de raadkamer. Het gaat hier met andere woorden
over de toepassing van artikel 31, §5, van de wet op de voorlopige
hechtenis.
Dit is een wettelijke bepaling die reeds lang in de wet staat en dus
gekend moet zijn door alle actoren op het terrein. Trouwens dient te
worden opgemerkt dat in de omzendbrief van de procureur-generaal
van Antwerpen, die naar aanleiding van deze laatste wijziging aan de
wet werd uitgebracht, uitdrukkelijk werd vermeld dat deze bepaling
niet werd gewijzigd.
Er is dus strikt genomen geen sprake van een lacune in de wet. Het
gaat om een beslissing of een handeling, of het niet-stellen van een
handeling, door de onderzoeksrechter en zijn griffie die immers
instaan voor de oproepingen door de raadkamer. Indien daarop moet
worden gereageerd en moet worden geapprecieerd of dit al dan niet
een fout betreft, behoort het tot de tuchtrechterlijke maatregelen zoals
opgenomen in het Gerechtelijk Wetboek.
Los hiervan stelt zich natuurlijk de vraag of het logisch was om de
kwestieuze termijnen te behouden in de laatste wetswijziging.
Zoals reeds aangehaald, heeft de wet van 31 mei 2005 op diverse
punten, en vooral in criminele zaken, de termijnen gevoelig uitgebreid.
In de lijn daarvan zou het consequenter geweest zijn mocht de termijn
na cassatie met verwerping, nu bepaald op vijftien dagen, ook
verlengd zijn geweest.
Ik denk echter dat het niet aangewezen is om naar aanleiding van een
concrete zaak, waarin het blijkbaar fout is gelopen, onmiddellijk in
actie te schieten door specifieke wetsbepalingen te wijzigen. Het is
volgens mij veel meer opportuun om eerst een evaluatie te maken
van de gehele wet inzake de voorlopige hechtenis daarover zijn
trouwens al meerdere vragen gesteld , en de laatste wetswijzigingen
en alle daarin opgenomen termijnen onder de loep te nemen en te
rationaliseren.
U weet dat er dienaangaande onder meer een debat loopt over de
termijnen van het politiearrest. Daarvoor is er natuurlijk ook een
discussie nodig. Die discussie moet worden gevoerd in het kader van
het debat over de mogelijke inherzieningstelling van dat punt, maar
dat is een element uit de Grondwet.
Il s'agit d'une disposition qui figure
dans la loi de longue date et que
nul n'est censé ignorer. Dans une
circulaire relative à la loi de 2005,
le procureur général d'Anvers
mentionne explicitement que cette
disposition n'a pas été modifiée. Il
n'est donc aucunement question
de
lacune
législative.
En
l'occurrence, le juge d'instruction
n'a
pas
exécuté
un
acte
déterminé.
On peut évidemment se demander
s'il était bien opportun de maintenir
les délais. Il aurait été plus logique
de prolonger également en 2005 le
délai prévu après un rejet par la
Cour de cassation.
Ce serait toutefois une erreur que
de modifier la législation sur la
base d'un cas concret. Il me
semble plus judicieux d'évaluer la
loi sur la liberté conditionnelle
dans sa totalité. La question des
délais de l'arrestation policière fait
d'ailleurs
déjà
l'objet
de
discussions à l'heure actuelle.
16.05 Raf Terwingen (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik deel uw mening ook. Voor mij is de wet
duidelijk. De tweede hypothese die ik heb aangehaald "zo ja", was
dus niet "zo ja", maar wel "zo neen". Uw antwoord is voldoende
16.05 Raf Terwingen (CD&V - N-
VA): Je partage le point de vue du
ministre. La loi est claire.
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
duidelijk.
16.06 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, ik ben blij dat ik collega Terwingen heb
geholpen in de hypothese dat de minister de commentaar op de wet
niet volgt. Dat is hier het geval.
Dat brengt ons bij het andere punt. Moeten wij een lacune in het
handelen van verantwoordelijke rechters en procureurs laten
passeren? Mijn pleidooi is daarom neem ik heel graag het woord in
dergelijke vraag dat wij, in plaats van elke keer naar aanleiding van
een incident kritiek te geven op de wet, het recht hebben als
controleurs binnen een democratie om kritiek of argwaan te hebben
ten opzichte van het handelen van mensen met verantwoordelijke
functies.
Mijnheer de minister, daarom hoop ik dat u in deze zeker informatie
zult opvragen aan de procureur over het gevolg dat wordt gegeven
aan dergelijke fouten die dan toch zwaarwichtige gevolgen hebben.
16.06
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le ministre n'est
donc pas d'accord avec le
procureur concerné. N'y a-t-il dès
lors pas lieu d'intervenir? Nous
devrions
avoir
le
droit
de
soumettre à la critique des
personnes investies de telles
responsabilités au lieu de critiquer
la loi à chaque incident. J'espère
que le ministre demandera des
informations au procureur sur la
suite qui sera réservée à des faits
aussi graves.
16.07 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, wie a zegt moet b zeggen. Ik heb gezegd dat ik
meer weet over deze concrete zaak, deze concrete verdachte. Deze
man heeft op een gegeven ogenblik, nog voor hij deze feiten heeft
gepleegd, tot tweemaal toe zware gewelddaden gepleegd. Daaraan is
geen gevolg gegeven door de politie. Bij mijn weten is er zelfs een
interventiefiche aangepast.
Mevrouw de voorzitter, ik kom niet vaak terug op particuliere feiten,
maar deze keer wil ik het wel doen omdat het te frappant is.
Hij heeft op een gegeven ogenblik, in oktober 2006 op een bal een
politieagent in mekaar geslagen. Die man was weliswaar in burger.
Daar is een interventieploeg aan te pas gekomen. Zij hebben blijkbaar
geen proces-verbaal mogen opstellen. Die man is vrijuit gegaan. Het
was een bal van een welbepaalde politieke partij, die momenteel niet
vertegenwoordigd is in deze zaal. Men heeft dat dus gewoon
blauwblauw gelaten.
Nadien is die persoon nog eens in aanraking gekomen met het
gerecht voor zware gewelddaden. Nu valt dit weer voor in dit dossier.
Ik begin dan toch serieuze vragen te stellen. Ik vraag mij dan ook af of
er hier niet bepaalde krachten werkzaam zijn die sommige zaken
willen verhullen die het daglicht niet mogen zien.
Het is voor één keer dat ik dit zeg, maar ik vond het in dit geval te
frappant.
16.07 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le suspect de meurtre
qui a été libéré avait déjà, par
deux fois précédemment, commis
des faits de violence. La police
n'avait jamais pris de mesures. En
octobre 2006, ce suspect a même
tabassé un policier en civil. Une
équipe
d'intervention
était
intervenue mais n'avait pas dressé
procès-verbal. Une fois encore,
l'individu n'avait donc pas été
inquiété. Je me demande dès lors
si des forces occultes s'emploient
à étouffer certaines affaires.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "slavernij in het Conrad Brussels" (nr. 6913)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de mensenhandel op de ambassade van de Verenigde Arabische Emiraten"
(nr. 6960)
17 Questions jointes de
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les pratiques d'esclavage à l'hôtel Conrad Brussels" (n° 6913)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la traite des êtres humains à l'ambassade des Emirats arabes" (n° 6960)</b>
De voorzitter: Deze vragen staan wel samen op de agenda, maar er
werd gevraagd ze niet samen te voegen.
La présidente: Bien que les
questions figurent ensemble à
l'ordre du jour, il a été demandé de
ne pas les joindre.
17.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, is er
niet nog een aanwezige collega?
Mijnheer de minister, om heel kort te zijn, dit is een vraag naar de
stand van de procedure. U moet er eens op letten: ik haal er altijd,
toch wat mij betreft, een algemene beleidslijn uit. Ik ben van oordeel
dat algemeen beleid niet theoretisch mag blijven. Het gaat dan ook
over de toepassing van het beleid. Wij hebben twee gevallen gehad
over wat de minister doet, te weten toekijken op fouten op het niveau
van procureurs en rechters of zijn bevoegdheden, zoals ik dat zie,
gebruiken.
Ook in dezen is het de toepassing van het al dan niet passief
toekijken op een situatie. Wij worden publiek geconfronteerd met alle
mogelijke verklaringen over wat er gebeurt op de bovenste verdieping
van het Conrad hotel. Wij worden voortdurend bestookt, als lezers
van kranten en kijkers van televisie, met het nieuws dat men een
bepaalde familie niet durft ondervragen.
Mijn vraag is zeer eenvoudig. Klopt het dat men die bewuste familie
niet ondervraagt? Klopt het dat men het risico neemt dat die familie er
niet meer zal zijn als ze moet worden ondervraagd? Is het een familie
die niet kan worden ondervraagd? Of is een en ander al lang
achterhaald door de feiten en werden betrokkenen die worden
aangewezen inzake zwaarwichtige feiten, reeds ondervraagd? U weet
dat een en ander belangrijk is voor de beschermingsregels die
moeten worden toegepast ten aanzien van de slachtoffers. Geef toe,
dat dit een vraag is die is gericht op het algemeen beleid.
17.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
Nous
sommes
confrontés à toutes sortes de
déclarations sur les événements
qui se déroulent au dernier étage
de l'hôtel Conrad. Est-il exact que
la famille en question ne sera pas
interrogée? N'est-ce pas possible
pour l'une ou l'autre raison? Ou
cela s'est-il fait entre-temps? Tout
ceci est important eu égard aux
règles de protection applicables
aux victimes. Cette situation est
tout de même également liée à la
politique globale.
17.02 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, ma question
porte sur la même problématique que celle de l'hôtel Conrad si ce
n'est qu'ici les faits visent l'ambassade des Émirats arabes en
Belgique.
Une information est-elle ouverte sur ce dossier?
Cela concerne-t-il le même type de problématique qui, je pense, doit
être examinée de manière très sérieuse car elle touche à l'humanité
des personnes qui sont en service? Selon moi, la première des
choses pour les bénéficiaires de services est de respecter ceux qui
travaillent pour eux.
Peut-on avoir la garantie que tout le monde sera auditionné, pas
seulement les personnes qui seraient victimes de ce type d'actes
mais également les auteurs?
Cette infraction est-elle courante dans notre pays? On en a parlé à
deux reprises par rapport à deux cas bien précis dont les noms sans
17.02 Jean-Luc Crucke (MR):
Mijn vraag heeft betrekking op
dezelfde problematiek als die van
de zaak in het Conradhotel, alleen
vonden de feiten in dit geval plaats
in
de
ambassade
van
de
Verenigde Arabische Emiraten in
België.
Werd er een onderzoek ingesteld
met betrekking tot dat dossier?
Heeft men de garantie dat alle
betrokkenen
verhoord
zullen
worden: de slachtoffers, maar ook
de daders? Komen dergelijke
strafbare feiten vaak voor in ons
land? Bestaat er een verband
tussen beide dossiers? Kunt u ons
bevestigen dat u die dossiers zult
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
doute défraient la chronique mais cette infraction est-elle perpétrée à
d'autres niveaux, de manière plus étendue qu'on pourrait le penser?
Existe-t-il un lien entre ces deux dossiers?
Pouvez-vous nous confirmer que vous traiterez ces dossiers avec la
priorité qu'ils méritent?
behandelen met de prioriteit die zij
verdienen?
17.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, eerst zal ik
antwoorden op de vragen van de heer Landuyt.
Mijnheer Landuyt, in die zaak werd eind vorige week een
onderzoeksrechter aangesteld met het oog op het voeren van een
gerechtelijk onderzoek. Vóór de instelling van dat gerechtelijk
onderzoek, waren de leden van de prinselijke familie nog niet
verhoord.
Het komt nu toe aan de onderzoeksrechter om in alle
onafhankelijkheid te oordelen of hij die vorm nuttig acht en om het
onderzoek te leiden omtrent de feiten waarvoor hij werd aangeduid.
Er werd inderdaad vastgesteld dat de ambassadeur van de Verenigde
Arabische Emiraten aanwezig was op het ogenblik van de
huiszoeking. Op heden is dat louter een vaststelling. Er kan nog niet
worden geconcludeerd dat het ene verband houdt met het andere.
Mocht dat wel het geval zijn, dan zal dat blijken uit het verder
onderzoek.
Op basis van de elementen uit het dossier en het gevolg dat aan het
onderzoek zal worden gegeven, zal de beste oplossing uiteraard
moeten worden gezocht voor de slachtoffers. Dat staat volledig los
van de eventuele ondervraging of vervolging van de betrokken
familieleden.
Ik verwijs ter zake nog naar de toepassing van verschillende
rondzendbrieven van de procureurs-generaal, die uiteindelijk
nagenoeg volledig werden omgezet in de artikelen 61/2 tot 61/5 van
de wet van 15 december 1980, in werking getreden op 1 juni 2007.
Ten tweede vroeg u naar de algemene benadering van dat soort van
problematiek. Binnenkort in principe zelfs deze week zal de
Ministerraad een nieuw actieplan inzake de strijd tegen de
mensenhandel goedkeuren. Op grond van dat actieplan zullen enkele
nieuwe maatregelen worden genomen, onder meer in de
doorverwijzing van slachtoffers van mensenhandel.
Momenteel zijn er diverse diensten bevoegd om het misdrijf
mensenhandel vast te stellen. Het is dan ook aangewezen dat zij
allemaal op dezelfde manier de slachtoffers zouden doorverwijzen en
op grond van eenvormige procedures. Met name ook de problematiek
van het personeel van de diensten van de ambassades zal daarin op
een of andere manier aan bod komen.
Wat u in het tweede deel van uw vraag zegt, is dus juist. Wij moeten
er in algemene beleidstermen op reageren.
Enkele weken geleden heb ik de vergadering met al de actoren
voorgezeten. Het nieuwe actieplan is in laatste fase van
17.03 Jo Vandeurzen, ministre:
À la suite de l'incident survenu à
l'hôtel
Conrad,
un
juge
d'instruction a été désigné à la fin
de la semaine dernière et il
évaluera l'utilité d'interroger la
famille concernée dans le cadre
de son enquête. La présence de
l'ambassadeur
des
Émirats
Arabes Unis a en effet été
constatée lors de la perquisition.
La suite de l'enquête montrera si
cet
élément
revêt
quelque
importance dans le dossier. La
meilleure
solution
pour
les
victimes
sera
également
recherchée.
Le Conseil des ministres adoptera
très prochainement un nouveau
plan d'action relatif à la lutte contre
le trafic des êtres humains.
Différents
services
sont
actuellement compétents pour
constater ce type de délits et il est
dès lors indiqué d'uniformiser les
procédures en la matière. Notre
politique générale doit en effet
apporter une réponse à ces
pratiques. La dernière phase du
processus décisionnel du plan
d'action est en préparation.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
besluitvorming.
Pour répondre à M. Crucke, selon les informations obtenues auprès
de l'auditorat du travail de Bruxelles, celui-ci n'aurait informé, ni par
pro justitia, ni par rapport ou par toute autre voie officielle de tels faits
commis à l'encontre de l'ambassade des Émirats arabes unis.
J'ignore donc sur quelle information se base la presse pour prétendre
que des incidents similaires à ceux qui ont été précédemment
constatés dans l'hôtel Conrad se seraient produits.
Vous me posez donc des questions auxquelles je suis, pour le
moment, incapable de répondre. Toutefois, je puis vous confirmer que
le gouvernement est fort préoccupé par ces infractions et fait, par
conséquent, de la lutte contre la traite des êtres humains une priorité.
La Belgique a d'ailleurs toujours joué un rôle de pionnier dans le
contexte européen.
Divers pays disposent déjà d'un plan d'action relatif à la lutte contre la
traite des êtres humains, destiné à soutenir les différentes initiatives.
Pour la Belgique, le gouvernement va approuver un nouveau plan
dans quelques jours.
Au sein de la cellule de coordination interdépartementale en matière
de lutte contre la traite des êtres humains, un plan d'action a été
récemment discuté. Cette cellule réunit tous les ministres compétents
en la matière, ainsi que les vice-premiers ministres ou leurs
représentants. Le plan sera soumis cette semaine pour approbation
au Conseil des ministres. Ensuite, chaque ministre compétent pourra
prendre, sur son terrain, les initiatives nécessaires à une lutte plus
efficace contre la traite des êtres humains.
Volgens
het
Brusselse
arbeidsauditoraat zou het noch via
een proces-verbaal, noch langs
enige andere officiële weg op de
hoogte zijn gebracht van dergelijke
feiten die zich zouden hebben
voorgedaan in de ambassade van
de Verenigde Arabische Emiraten.
Ik weet niet op welke informatie de
pers zich baseert. Ik kan dus niet
antwoorden op uw vragen.
Ik kan u evenwel bevestigen dat
de regering erg bekommerd is
over die inbreuken en dat ze de
strijd tegen de mensenhandel als
prioritair beschouwt. Onlangs werd
in
de
Interdepartementale
Coördinatiecel ter bestrijding van
de internationale mensenhandel,
waarin alle ter zake bevoegde
ministers vertegenwoordigd zijn,
een actieplan besproken. Dat zal
nog deze week ter goedkeuring
aan de ministerraad worden
voorgelegd.
17.04 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, misschien nog even opmerken dat het parket
van Brussel in deze iets minder goed heeft gecommuniceerd dan
vroeger in dergelijke zaken.
17.04
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Dans cette affaire,
le parquet de Bruxelles a tout de
même moins bien communiqué
que dans des affaires similaires
par le passé.
17.05 Jean-Luc Crucke (MR): Je remercie le ministre de sa
réponse. Il ne peut évidemment pas me répondre à propos
d'informations dont il ne dispose pas.
(...)
Si la personne ne porte pas plainte, je comprends cette absence
d'information. Néanmoins, il conviendrait de donner suite à ce
dossier, même si j'en comprends la difficulté puisque c'est une
ambassade qui est visée. Il me semble fondamental que de telles
infractions soient sévèrement poursuivies et condamnées et je vous
remercie de l'avoir répété, monsieur le ministre.
17.05 Jean-Luc Crucke (MR):
Als de betrokkene geen klacht
indient, begrijp ik dat er geen
onderzoek
werd
ingesteld.
Niettemin moet er gevolg worden
gegeven aan die zaak, ook al is de
klacht tegen een ambassade
gericht, met alle moeilijkheden van
dien.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18 Samengevoegde vragen van
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de wijze van betekenen van vonnissen" (nr. 6929)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
Hervormingen over "de gestandaardiseerde toegang tot informatiedragers van en voor
gerechtsdeurwaarders" (nr. 6930)
- de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "eenvoudiger taalgebruik in allerlei juridische documenten" (nr. 6931)
18 Questions jointes de
- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "le mode de signification des jugements" (n° 6929)<br>- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "l'accès standardisé aux supports d'information pour les huissiers de justice" (n° 6930)<br>- M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la simplification du langage utilisé dans divers documents juridiques" (n° 6931)</b>
Voorzitter: Renaat Landuyt.
Président: Renaat Landuyt.
18.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, het gaat
mij vooral om de drempel voor de burger die, wat Justitie betreft, nog
altijd vrij hoog ligt. Ondertussen leven wij toch in de 21
ste
eeuw.
Elektronisch informatieverkeer behoort tot de normaliteit van het
dagelijkse leven. Ik heb een aantal vragen over de werking van
Justitie en de mogelijkheid om daarin verbeteringen aan te brengen.
Wat de verschillende manier van het betekenen van vonnissen in
strafzaken en burgerlijke zaken betreft, heb ik een aantal concrete
vragen. Van waar komt de verschillende wijze van betekening van
uitspraken van vonnissen in strafzaken en burgerlijke zaken? Bestaat
er nog steeds een logische grond om te besluiten tot de verschillende
betekening van burgerlijke zaken en strafzaken? Bestaan er plannen
binnen de FOD Justitie om hieraan iets te doen? Aan welke termijn
denkt u? Wordt dat besproken binnen Justitie, met de hoven en de
rechtbanken? Wat is de stand van zaken in dat dossier?
Ik kom tot mijn tweede vraag, die handelt over de gestandaardiseerde
toegang tot informatiedragers voor gerechtsdeurwaarders. Zij worden
geconfronteerd met verschillende vormen van informatiedragers. Dat
leidt tot tijdverlies en moeilijkheden bij de toegang tot allerlei
systemen.
Ik heb daarover de volgende concrete vragen. Bestaan er plannen om
de toegang tot het rijksregister, de KBO, de KSZ, het kadaster en
andere e-governmentnetwerken te integreren of te coördineren? Zijn
er andere netwerken die in de juridische wereld worden gebruikt of
geconsulteerd waarvoor een integratie- of coördinatieopdracht bezig
is? Zo neen, waarom niet? Zo ja, binnen weke termijn zal de integratie
of coördinatie rond zijn? Wordt er ook aan gedacht om eventueel
bepaalde juridische informatiedragers voor het brede publiek open te
stellen, in concreto voor de particulieren?
Mijnheer de minister, mijn derde vraag heeft ook te maken met de
werking van Justitie. Als particulieren bepaalde vonnissen of
uitspraken, of zelfs het taalgebruik van advocaten, lezen, klagen zij
dikwijls dat zij er weinig of niets van begrijpen. De magistratuur en
advocatuur hanteren een ingewikkeld juridisch jargon. De mensen
weten niet waarover het gaat. Dit voedt natuurlijk voor een stuk het
wantrouwen. Een vereenvoudiging van het taalgebruik zou dus een
belangrijk aandachtspunt van het beleid moeten zijn. Dat zou er
bijvoorbeeld kunnen toe leiden dat het wantrouwen van de burgers in
Justitie voor een stuk wordt verminderd.
18.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Pour le citoyen, le seuil
en matière de justice reste très
élevé. Existe-t-il toujours un
fondement logique à la différence
dans la notification des jugements
dans les affaires pénales et dans
les affaires civiles? Est-il prévu de
changer cette situation? Quel délai
le ministre envisage-t-il?
Les huissiers de justice sont
confrontés à différentes formes de
vecteurs d'information. Il en
résulte des pertes de temps et des
difficultés en termes d'accès.
Existe-t-il des projets tendant à
intégrer et coordonner l'accès au
registre du royaume, à la BCE, à
la BCSS, au cadastre et à d'autres
réseaux
d'administration
électronique? Dans quel délai cela
se
fera-t-il?
Envisage-t-on
également
d'ouvrir
certains
vecteurs d'information juridique au
grand public?
Magistrats et avocats utilisent un
jargon complexe, ce qui contribue
à alimenter la méfiance des
citoyens. Une simplification du
langage juridique devrait constituer
une priorité pour le monde
politique. Existe-t-il des projets en
ce sens?
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
43
Mijnheer de minister, bestaan er plannen in Justitie om het taalgebruik
te vereenvoudigen? Zo ja, wanneer worden die geïmplementeerd?
Bestaat er overleg met de regering of met het departement Justitie
omtrent het vereenvoudigen van het taalgebruik? Wat kan uw taak
hierin zijn? Als er nog geen plannen bestaan op het niveau van,
bijvoorbeeld, de Hoge Raad voor de Justitie, zou het dan geen taak
van de FOD Justitie kunnen zijn om juist hierin de aanzet te geven en
ervoor te zorgen dat eindelijk ook die trein op de sporen wordt gezet,
zodat wij kunnen werken aan het verminderen van het wantrouwen
van de burger in Justitie?
18.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Logghe, ten eerste, de oorsprong van het verschil tussen de
betekening in strafzaken en de betekening in andere dan strafzaken
werd verwoord in de toelichting van het momenteel in de Kamer
hangende wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat
de betekening in strafzaken betreft.
Ik citeer: "Het onderscheid tussen de betekening in strafzaken en
andere dan strafzaken is ingevoerd door de wet van 24 mei 1985. Tot
dan werden alle exploten betekend zoals thans enkel nog in
strafzaken. Dit systeem stamt uit vroegere tijden toen een betekening
quasi altijd aan de betrokkene persoonlijk of ten huize kon gebeuren.
In het zeldzaam geval dat dit niet mogelijk bleek, was het dan ook
redelijk verantwoord de politie of de burgemeester in te schakelen
opdat alsdan alle middelen konden worden aangewend om de
betrokken personen te bereiken. De administratieve overlast die een
dergelijk systeem in de loop der jaren met zich meebracht voor de
politiekorpsen zette veel gemeentebesturen ertoe aan een forse taks
te heffen per neergelegde omslag.
Om uit de impasse te geraken en de kosten voor de overheid te
beperken, heeft de wetgever een onderscheid ingevoerd tussen de
betekening van strafzaken en andere zaken dan strafzaken. Daarbij is
gekozen voor een duaal systeem. De politie werd ontlast van de
andere dan strafzaken. Als tegenprestatie dienden de gemeenten toe
te staan dat de strafzaken nog steeds worden afgegeven bij de politie
zonder taksheffing.
Men verantwoordde dit onderscheid tussen strafzaken en andere dan
strafzaken onder meer op grond van het feit dat de termijnen van
verhaalsmiddelen niet gelijk zijn. Indien bijvoorbeeld de betekenis van
een bestekvonnis in strafzaken niet aan de persoon is gebeurd, begint
de verzetstermijn pas te lopen vanaf de dag waarop de beklaagde van
de betekenis kennis heeft gekregen, de zogenaamde buitengewone
verzetstermijn."
De mogelijke minpunten van het huidig systeem werden aangekaart
in het geciteerde wetsvoorstel. Ik verwijs hiervoor bijvoorbeeld naar
pagina 6 en volgende van dit voorstel.
Vooraleer te besluiten of de onderscheiden wijzen van betekenen in
strafzaken en burgerlijke zaken al dan niet moet gehandhaafd blijven,
wachten wij een ons aangekondigd advies ter zake af van het College
van procureurs-generaal. Het College wijst daarbij vooraf op het ruime
kader waarbij de betekening in strafzaken moet worden onderzocht,
namelijk rekening houdend met de regels inzake de procedures van
18.02 Jo Vandeurzen, ministre:
La
Chambre
examine
actuellement une proposition de loi
tendant à modifier le Code
judiciaire en ce qui concerne la
signification en matière pénale.
Avant de décider s'il faut maintenir
ou non la distinction entre les
affaires pénales et d'autres, nous
attendons un avis du Collège des
procureurs généraux. Le ministère
de la Justice suit le dossier et
apportera
les
adaptations
éventuelles.
Le SPF Justice n'a pas l'intention
d'intégrer ou de coordonner
l'accès au registre national, à la
BCE, à la BCSS, etc. pour les
huissiers de justice ou d'autres
groupes externes. La Chambre
nationale des huissiers de justice
se
charge
elle-même
du
développement de l'infrastructure
Service Bus pour les huissiers de
justice depuis quelques années.
Elle estime qu'un tel ordinateur
national est nécessaire pour
sécuriser de manière optimale la
consultation et le transport de
données personnelles et délicates.
Un vaste plan de sécurité a, par
ailleurs, été élaboré et un
coordinateur de sécurité national a
été désigné.
Une loi de 2003 a instauré un
fichier central des avis de saisie,
de délégation, de cession et de
règlement collectif de dettes. La
Chambre nationale des huissiers
de justice est responsable du
développement de ce fichier
considérable et collabore avec le
SPF Justice à cet effet. Plusieurs
obligations légales doivent encore
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
44
verstek en verzet in strafzaken.
Naast het hierboven aangehaalde wetsontwerp, is er verder nog een
in de Kamer ingediend wetsvoorstel, DOC 52/0263 van vroegere
datum. Verder wachten wij, zoals ik reeds zei, op het advies van het
College van procureurs-generaal. Het ministerie van Justitie volgt dit
alles op en zal waar nodig bijsturen.
Ten tweede, er bestaan bij de FOD Justitie geen plannen om
toegangen tot het rijksregister, de KBO, de KSZ. enzovoort, te
integreren of te coördineren ten behoeve van gerechtsdeurwaarders,
noch van andere externe groepen.
Wel is de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders sedert een
aantal jaren zelf bezig met de ontwikkeling van een
Gerechtsdeurwaarders Service Bus, GSB. Deze zal in de heel nabije
toekomst door elke gerechtsdeurwaarder en zijn medewerkers
verplicht moeten worden gebruikt om de verschillende authentieke
bronnen, zoals het rijksregister, maar ook andere wettelijk geregelde
databases, te kunnen consulteren.
Toegang tot deze bronnen zal dus enkel nog via dit unieke kanaal
kunnen geschieden. Rechtstreekse toegangen vallen weg.
Een van de belangrijkste redenen om tot de oprichting van deze
nationale computer over te gaan, is volgens de Nationale Kamer van
Gerechtsdeurwaarders de absolute noodzaak om de consultatie en
het transport van persoonlijke gegevens van gevoelige aard optimaal
te beveiligen conform de nationale en de Europese regelgeving.
De nationale toegang van de gerechtsdeurwaarders zal in staat zijn
elke beweging en opvraging te loggen, te traceren en te monitoren.
Het systeem zal dat toelaten. Er zal met andere woorden op elk
moment kunnen worden geverifieerd wie, wanneer en waarom in welk
dossier een opvraging heeft gedaan.
Daarnaast werd een heel zwaar veiligheidsplan opgesteld en een
nationale veiligheidscoördinator aangesteld. Samen met een uiterst
beveiligd elektronisch transport van de gegevens stelt dit de Nationale
Kamer van Gerechtsdeurwaarders in staat om volledig te voldoen aan
de ISO-norm 70799.
Bij wetgeving van 2003 werd overgegaan tot een oprichting van een
centraal bestand van berichten van beslag, delegaties, overdrachten
en collectieve schuldenregelingen. Het is een nationaal elektronisch
bestand waarin alle hogervermelde berichten zullen worden
verzameld zodat een globaal overzicht kan worden gegeven van de
solvabiliteitstoestand van een bepaalde natuurlijke of rechtspersoon.
Het is eveneens de Nationale Kamer der Gerechtsdeurwaarders die
als expert ter zake is belast met de ontwikkeling en instandhouding
van dit omvangrijk en uiterst belangrijk bestand.
De FOD Justitie en de Nationale Kamer der Gerechtsdeurwaarders
werken op dit ogenblik met vereende krachten aan de ontwikkeling
van deze databank. Een aantal wettelijke verplichtingen moet nog
worden vervuld, zoals onder meer de installatie van een beheers- en
toezichtscomité, maar ook daaraan wordt ernstig gewerkt zodat in de
être complétées. Un résultat
tangible pourra être obtenu dans
les prochains mois.
Il n'est actuellement pas envisagé
d'ouvrir les supports d'information
juridiques au grand public. Dans le
cadre du projet Cheops, on
s'attelle toutefois à des supports
d'information intégrés à l'usage
des
membres
de
l'appareil
judiciaire et éventuellement des
collaborateurs légaux de la justice.
Dans sa déclaration de politique
générale, le gouvernement s'est
engagé à prendre des initiatives
pour
améliorer
le
langage
judiciaire. Ainsi, un projet est
actuellement en cours en vue de
l'établissement d'une attestation
de dépôt de plainte. Il sera clôturé
à
l'automne.
En
outre,
le
SPF Justice
organise
des
formations sur le langage judiciaire
à l'intention des magistrats. Il n'est
pas toujours évident de simplifier
le jargon juridique. La magistrature
mais également les pouvoirs
législatif et exécutif peuvent
contribuer à simplifier ce langage.
La magistrature a déjà fourni des
efforts, ces dernières années, pour
limiter le langage administratif.
La magistrature peut elle-même
prendre des initiatives pour rendre
le langage plus accessible. Nul ne
peut déterminer comment un
jugement ou un arrêt sera rédigé.
Cela relève de l'indépendance des
juges. Toutefois, le SPF Justice
peut collaborer à la rédaction de
modèles. Nous examinerons avant
la fin de l'année comment rendre
notre approche encore plus
concrète en exécution de la note
de politique.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
45
komende maanden een tastbaar resultaat kan worden bereikt.
Uw derde vraag is zonder voorwerp gezien de inhoud van de
antwoorden 1 en 2, evenals uw vierde vraag.
Ik kom dan bij vraag vijf. Er wordt op dit moment niet aan gedacht om
juridische informatiedragers aan het brede publiek open te stellen.
Binnen het project-Cheops wordt wel gewerkt aan geïntegreerde
informatiedragers ten dienste van de leden van het gerechtelijke
apparaat en eventueel aan de wettelijke medewerkers van het
gerecht.
Dan uw laatste vraag, in de beleidsverklaring heb ik laten weten dat
de regering initiatieven zou nemen om de gerechtstaal te verbeteren.
Er is nu een project lopende, namelijk het opstellen van een attest van
klachtneerlegging waarbij in begrijpelijke taal de klacht kan worden
geacteerd en er toelichting wordt gegeven bij enkele juridische
begrippen. Dit project, waaraan onder meer ook het College van
procureurs-generaal en de politie meewerkt, zal in het najaar worden
afgerond.
Tevens wordt er jaarlijks door de FOD Justitie ook in opleidingen
voorzien voor magistraten omtrent het taalgebruik in gerechtszaken.
Daarbij wordt gepoogd om tot een eenvoudiger taalgebruik te komen.
Deze opleidingen worden gegeven door universitaire medewerkers,
gespecialiseerd in taal. Hoewel een eenvoudiger taalgebruik wezenlijk
is, werd wel al vastgesteld dat een vereenvoudiging van het juridische
of vakjargon vaak niet zo eenvoudig is.
Magistraten zijn enerzijds vooral gebonden door taal- en
woordgebruik zoals dit in de wetten en koninklijke besluiten werd
opgenomen. Anderzijds dreigen er interpretatieproblemen te ontstaan
als andere termen worden gebruikt dan het geëigende vakjargon,
indien men iets op een andere manier wil zeggen. Met andere
woorden, niet alleen de magistratuur maar ook de wetgevende en de
uitvoerende macht kunnen een bijdrage leveren tot eenvoudiger
taalgebruik.
Buiten de twee genoemde initiatieven werden op heden nog geen
andere initiatieven genomen omtrent de vereenvoudiging van de
rechtstaal die worden opgevolgd door de FOD Justitie. De
magistratuur daarentegen leverde de voorbije jaren eveneens al
inspanningen om het ambtelijk taalgebruik in te perken. Zo werd bij
het Hof van Cassatie al beslist om niet langer arresten in een lange
volzin te schrijven waarbij overvloedig gebruik werd gemaakt van
"overwegende dat" en "aangezien dat". Ook werd beslist de arresten
in een taal te schrijven die meer toegankelijk is voor de burger. Dit
initiatief heeft al navolging gekregen op andere niveaus.
Président: Jean-Luc Crucke.
Voorzitter: Jean-Luc Crucke.
U vraagt mij tot slot of het geen taak zou zijn voor de FOD Justitie om
de aanzet te geven tot het vereenvoudigen van het juridische
taalgebruik, voor zover daartoe al geen plannen bestaan op het
niveau van de "raden van Justitie". Het is mij niet echt duidelijk wat u
bedoelt met die "raden van Justitie" maar ik veronderstel dat het gaat
om de Adviesraad van de Magistratuur en de Hoge Raad voor de
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
46
Justitie.
Vanzelfsprekend kan de magistratuur uit eigen beweging de nodige
initiatieven nemen om het taalgebruik toegankelijker te maken zoals
het voorbeeld van het Hof van Cassatie dat ik net heb aangehaald.
Wij moeten er ons evenwel van bewust zijn dat niemand zal kunnen
bepalen hoe een vonnis of arrest wordt geschreven. Dit behoort tot de
onafhankelijkheid van de rechters. Wel kan de FOD Justitie
meewerken aan de redactie van bijvoorbeeld bepaalde modellen
brieven, attesten, dagvaardingen of brochures. Ik denk bijvoorbeeld
aan de standaarden die worden ingevoerd in het Cheops-systeem
voor de redactie van teksten. Vóór het einde van het jaar zullen wij
kijken hoe wij dit in uitvoering van de beleidsnota nog concreter
kunnen aanpakken.
18.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, heel
kort nog een reactie want de antwoorden waren duidelijk en uitvoerig,
mijnheer de minister.
Wat de wijze van betekenen van vonnissen betreft, noteer ik dat u
nog wacht op een advies van de procureurs-generaal. Ik heb alleen
geen termijn horen vernoemen wanneer u dat advies denkt binnen te
zullen krijgen.
Ik zal dit in mijn rappelsysteem houden en zal u te gelegener tijd aan
uw voorstel, advies of toelichting herinneren.
De tweede vraag ging over de informatiedragers voor
gerechtsdeurwaarders. Ook daar neem ik nota van het feit dat de
Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders blijkbaar een eigen
softwaresysteem, een eigen zoeksysteem aan het ontwikkelen is.
Men wacht daar nog op het installeren of organiseren van een
beheers- en toezichtcomité. Ook daar krijg ik van u geen termijn,
maar ik denk dat ik dat ook zal opslaan en u te gelegener tijd nog
eens zal herinneren aan uw woorden. Ik voel echter wel dat men daar
vooruitgang aan het maken is.
Ik kom aan mijn derde vraag en uw antwoorden op mijn derde vraag.
Het blijft toch een teer punt. Ik vergelijk het juridisch taalgebruik toch
een beetje met het medisch taalgebruik. Ook daar stel ik vast dat men
er op bepaalde plaatsen beter in slaagt om het medisch taalgebruik
duidelijk te maken voor de patiënt en om duidelijk te maken wat men
bedoelt. Ook daar gaat het soms over interpretatieproblemen,
mijnheer de minister. Ook daar gaat het over zaken die leven en dood
aanbelangen, die dus belangrijk zijn in een mensenleven.
Ik neem nota van het feit dat er twee projecten lopen. Ik hoor u
zeggen dat men inderdaad op het vlak van modellen en op het vlak
van teksten zou kunnen helpen vanuit het ministerie van Justitie. Ik
hoop dat er nog wat meer projecten mogen worden verwacht en dat
men daar toch een tandje bijsteekt.
18.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le ministre n'a pas
précisé
dans
quel
délai il
escomptait obtenir l'avis des
procureurs généraux.
Le ministre ne me communique
pas non plus de délai pour le
système élaboré par la CNHJ. J'y
reviendrai en temps utile. J'ai, en
revanche, le sentiment que l'on
progresse.
Le langage juridique reste un point
délicat. J'espère que d'autres
projets suivront.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
19 Question de Mme Marie-Martine Schyns au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la réalisation de tests génétiques par des laboratoires privés via
internet" (n° 6957)</b>
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
47
19 Vraag van mevrouw Marie-Martine Schyns aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het door privélaboratoria via internet (laten) uitvoeren van
genetische tests" (nr. 6957)
19.01 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, une de
mes collègues interrogeait la semaine dernière la ministre de la Santé
publique sur le problème des tests génétiques disponibles via internet.
Je vous interrogerai sur l'aspect éthique de ces tests, disponibles de
manière relativement facile sous la forme d'un kit d'analyses que l'on
peut commander par internet. Il suffit de recueillir de l'ADN chez les
personnes concernées, de renvoyer les prélèvements nécessaires au
laboratoire et on reçoit la réponse très rapidement.
Or, on sait que les contextes dans lesquels les demandes peuvent
être introduites sont parfois très importants. En Belgique, aucune
législation n'interdit pour l'instant ce type de test de paternité en vente
libre ni même ne le réglemente. Cependant, le Comité consultatif de
bioéthique a mis en garde à plusieurs reprises quant aux risques de
dérive. Tout d'abord, rien ne garantit la qualité des tests réalisés par
les laboratoires privés et, dès lors, la validité des conclusions. Au-delà
de cette préoccupation, ce qui m'interpelle ce sont les abus possibles
lors des risques de piratage pour la transmission de données par
internet. Nous n'avons aucune assurance que ces données à
caractère personnel ne seront pas utilisées ultérieurement à des fins
commerciales. Enfin, rien ne garantit que les personnes soumises à
ces tests aient marqué leur consentement ni que leurs échantillons
aient été prélevés avec l'accord des personnes intéressées. Qu'en
est-il du principe d'autonomie de la personne et de celui de la
protection de la vie privée?
Le Comité consultatif de bioéthique ayant rendu plusieurs avis, ne
pourrait-on les suivre notamment lorsqu'ils recommandent une bonne
information en la matière?
En ce qui concerne le respect de l'autonomie des personnes et la
protection de leur vie privée, ne peut-on à ce sujet demander un avis
de la Commission de protection de la vie privée?
19.01 Marie-Martine Schyns
(cdH):
In
België
zijn
vaderschapstests die op internet
worden
aangeboden
op
dit
ogenblik niet bij wet verboden. Het
Raadgevend Comité voor Bio-
ethiek wees nochtans op de
mogelijke uitwassen. Er wordt
overigens geen enkele garantie
geboden
dat
die
persoonsgegevens achteraf niet
voor
commerciële
doeleinden
zullen worden gebruikt. Ook is er
geen enkele waarborg dat de
personen die aan zo een test
worden onderworpen, daar ook
mee hebben ingestemd. Wat met
het
principe
van
het
zelfbeschikkingsrecht
van
de
persoon? Zou de Commissie voor
de
bescherming
van
de
persoonlijke
levenssfeer
niet
moeten worden geraadpleegd?
Het Raadgevend Comité voor Bio-
ethiek heeft in dit verband
verscheidene adviezen verstrekt.
Zouden we die niet kunnen volgen,
bijvoorbeeld wanneer ze erop
wijzen
dat
een
gedegen
voorlichting noodzakelijk is?
Voorzitter: Mia De Schamphelaere.
Présidente: Mia De Schamphelaere.
19.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chère collègue, en ce qui concerne
le prélèvement en vue d'un test ADN, l'atteinte à l'intégrité physique,
aussi minime soit-elle, requiert le consentement de la personne,
s'agissant en matière civile d'intérêts privés.
Par ailleurs, le Comité consultatif de bioéthique fait, en effet, allusion
à l'information du public dans son avis n° 37 du 13 novembre 2006
portant sur l'usage des tests ADN en matière de détermination de la
filiation et dans son avis n° 38 du même jour, qui concerne plus
spécialement l'utilisation des tests ADN en vue d'établir la filiation
après un décès.
L'information du public en la matière relève de la compétence de
plusieurs départements ainsi que, semble-t-il, des Communautés. En
ce qui concerne les différentes recommandations du Comité
consultatif de bioéthique, il appartient au Parlement de poursuivre les
travaux et d'examiner plus avant les différentes pistes avancées,
19.02 Minister Jo Vandeurzen:
De aantasting van de lichamelijke
integriteit waarmee een DNA-test
noodzakelijkerwijs gepaard gaat,
vereist de instemming van de
persoon,
aangezien
het
in
burgerlijke aangelegenheden om
privébelangen
gaat.
De
voorlichting
van
het
publiek
behoort tot de bevoegdheid van
verschillende
departementen,
alsook van de Gemeenschappen.
Wat
de
verschillende
aanbevelingen
van
het
Raadgevend Comité voor Bio-
ethiek betreft, zal het Parlement
zijn
werkzaamheden
moeten
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
48
d'autant que l'avis du comité n'est pas unanime sur la question.
J'examinerai l'opportunité de consulter la Commission de la protection
de la vie privée, en concertation avec mon administration. Toutefois, il
y a d'emblée lieu de relever que l'avis de cette commission sera
confronté aux difficultés inhérentes à la dimension internationale de la
problématique, s'agissant de services offerts via des sites internet
souvent hébergés à l'étranger.
voortzetten, temeer daar het
Comité
geen
eensgezind
standpunt heeft ingenomen.
Ik zal nagaan of het zinvol is de
Commissie voor de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer te
raadplegen. Het advies van die
Commissie zal hoe dan ook
botsen met de problemen die
eigen zijn aan de internationale
dimensie van deze problematiek.
19.03 Marie-Martine Schyns (cdH): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse. Je suis heureuse de constater que l'avis
de la Commission de la protection de la vie privée n'est pas exclu de
votre réflexion et je me rends compte que le travail du Parlement est
également important en la matière, vu le nombre de propositions en
cours dans ce domaine.
19.03 Marie-Martine Schyns
(cdH): Ik ben blij dat u bereid bent
in voorkomend geval het advies
van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke
levenssfeer in te winnen en kom
tot de vaststelling dat ook voor het
Parlement een rol is weggelegd.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
20 Questions jointes de
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la présence sur notre territoire de l'assassin présumé de la journaliste russe
Anna Politkovskaja" (n° 6834)<br>- M. Xavier Baeselen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la présence en Belgique des assassins de la journaliste russe Politkovskaja"
(n° 6864)<br>- Mme Hilde Vautmans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la présence en Belgique de l'assassin présumé de la journaliste russe
Anna Politkovskaja" (n° 6985)</b>
20 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwezigheid op ons grondgebied van de vermoedelijke moordenaar van de
Russische journaliste Anna Politkovskaja" (nr. 6834)
- de heer Xavier Baeselen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwezigheid in België van de moordenaars van de Russische journaliste
Politkovskaja" (nr. 6864)
- mevrouw Hilde Vautmans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de aanwezigheid in België van de mogelijke moordenaar van de Russische
journaliste Anna Politkovskaja" (nr. 6985)
20.01 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, une radio russe
relayée par les médias belges aurait indiqué que le ressortissant
tchétchène soupçonné de l'assassinat de la journaliste Anna
Politkovskaïa en octobre 2006 se trouverait sur le territoire belge et
que la Russie aurait déjà fait parvenir à la Belgique une demande
d'extradition. Ces faits sont-ils confirmés? A-t-on pu localiser
l'intéressé ou l'appréhender? L'intéressé est-il connu de nos services
pour d'autres faits d'armes? Y a-t-il un lien entre cette personne et les
faits dénoncés? Enfin, la Belgique répondra-t-elle favorablement à
une demande russe d'extradition de l'intéressé?
20.01 Jean-Luc Crucke (MR):
Een Russische radio die door de
Belgische
media
wordt
overgenomen, zou te kennen
gegeven
hebben
dat
de
Tsjetsjeense
staatsburger,
verdacht van de moord op
journaliste Anna Politkovskaïa in
oktober 2006, zich op Belgisch
grondgebied zou bevinden en dat
Rusland
zijn
uitlevering zou
gevraagd hebben.
CRIV 52
COM 295
08/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
49
Zijn die feiten bevestigd? Heeft
men de betrokkene kunnen
lokaliseren of aanhouden? Staat
hij bekendI bij onze diensten? Zal
België ingaan op het Russisch
verzoek om betrokkene uit te
leveren?
20.02 Hilde Vautmans (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, ik ben net terug van een zending naar Rusland. Wij zijn
met de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen op zending
gegaan, op uitnodiging van mijn Russische collega, de voorzitter van
de commissie voor de Buitenlandse Zaken. Tijdens het gesprek in de
Doema stelde ik de vraag hoe het zat met het onderzoek naar de
moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaja. Het antwoord
was dat de dader in Europa zou zijn gesignaleerd. Daarop vroeg ik
bezorgd of het toch niet in mijn land was. Daarop kon zij geen
antwoord geven. Toen wij 's avonds op de Belgische ambassade
toekwamen, kregen wij net het bericht binnen dat de dader in ons land
zou zijn gelokaliseerd. Dan voelt men zich wel een beetje vreemd. Wij
dringen er immers op aan dat het onderzoek snel gebeurt. Dit is
immers een politieke moord die te maken had met de schrijfsels die
Anna Politkovskaja had gepubliceerd.
Is het inderdaad zo dat de dader in ons land is, was of is geweest? Op
welke gegevens baseren de media zich eigenlijk? Wat is de huidige
stand van zaken in het dossier? Indien hij of zij in ons land zou zijn,
wordt hij of zij dan aan Rusland uitgeleverd op hun verzoek?
20.02 Hilde Vautmans (Open
Vld): Lors de notre mission en
Russie, nous avons appris que
l'assassin de la journaliste russe
Anna Politkovskaja avait été
localise dans notre pays. Cette
information est-elle exacte? Sur
quelles sources les médias se
basent-ils?
Quel
est
l'état
d'avancement de ce dossier?
L'auteur sera-t-il extradé vers la
Russie?
20.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mevrouw
Vautmans, u hebt een merkwaardige verwachting van de minister van
Justitie. Ik zou moeten weten of een mogelijke moordenaar zich in
ons land bevindt. Er is nog altijd geen woord van het federaal parket
of de federale politie. Ik kan u slechts een kort antwoord geven.
Er is geen contact geweest tussen de gerechtelijke instanties van ons
land en Rusland in dat verband. De betrokkene staat internationaal
gesignaleerd door Interpol met het oog op aanhouding en uitlevering.
Ik heb geen informatie en geen indicatie dat betrokkene in België zou
vertoeven. Ik heb geen uitleveringsverzoek van Rusland ontvangen.
Mocht dat het geval zijn en de betrokkene hier zou zijn aangetroffen,
wordt er gehandeld zoals bepaald door internationale afspraken.
20.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Dans ce dossier, il n'y a eu aucun
contact
entre
les
autorités
judiciaires belges et russes.
L'intéressé
fait
l'objet
d'un
signalement international lancé par
Interpol en vue de son arrestation
et extradition. Toutefois, aucune
indication ne nous permet de
penser qu'il se trouverait dans
notre pays. Je n'ai pas davantage
reçu de demande d'extradition de
la Russie. Si l'intéressé devait être
intercepté dans notre pays, nous
agirons
conformément
aux
accords internationaux.
20.04 Jean-Luc Crucke (MR): C'est clair: pas de contact et pas
d'informations précises permettant de le situer sur le territoire belge.
20.04 Jean-Luc Crucke (MR): Er
zijn dus geen contacten geweest
noch inlichtingen verstrekt waaruit
zou blijken dat de betrokkene zich
op het Belgische grondgebied zou
bevinden.
20.05 Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de minister, ik zal uw
kort en bondig, maar zeer duidelijk antwoord, bezorgen aan mijn
Russische collega's, om hen gerust te stellen.
20.05 Hilde Vautmans (Open
Vld): Je transmettrai la réponse du
ministre à mes collègues russes.
08/07/2008
CRIV 52
COM 295
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
50
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.39 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12.39 heures.