KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
CRIV 52 COM 280
CRIV 52 COM 280
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRESENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTEGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
C
OMMISSIE VOOR DE
J
USTITIE
C
OMMISSION DE LA
J
USTICE
dinsdag
mardi
01-07-2008
01-07-2008
Voormiddag
Matin
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
cdH
centre démocrate Humaniste
CD&V - N-VA
Christen-Democratisch en Vlaams ­ Nieuw-Vlaamse Alliantie
Ecolo-Groen!
Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales ­ Groen!
FN
Front National
LDD
Lijst Dedecker
MR
Mouvement réformateur
Open Vld
Open Vlaamse Liberalen en Democraten
PS
Parti Socialiste
sp.a+Vl.Pro
socialistische partij anders + VlaamsProgressieven
VB
Vlaams Belang
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 52 0000/000 Parlementair stuk van de 52e zittingsperiode + basisnummer en
volgnummer
DOC 52 0000/000
Document parlementaire de la 52e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
voorlopige versie van het Integraal Verslag (groene kaft)
CRIV
version provisoire du Compte Rendu Intégral (couverture verte)
CRABV
Beknopt Verslag (blauwe kaft)
CRABV
Compte Rendu Analytique (couverture bleue)
CRIV
Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met
de bijlagen)
(PLEN: witte kaft; COM: zalmkleurige kaft)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (avec les annexes)
(PLEN: couverture blanche; COM: couverture saumon)
PLEN
plenum
PLEN
séance plénière
COM
commissievergadering
COM
réunion de commission
MOT
alle moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)
MOT
motions déposées en conclusion d'interpellations (papier beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen :
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail :
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes
:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail :
publications@laChambre.be
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het auditrapport
van de Hoge Raad voor de Justitie" (nr. 6121)
1
Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le rapport d'audit du Conseil
supérieur de la Justice" (n° 6121)
1
Sprekers: Luk Van Biesen, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Luk Van Biesen, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de definitieve
oplossing voor de slachtoffers van Gellingen"
(nr. 6749)
4
Question de M. Peter Logghe au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la solution définitive pour
l'indemnisation des victimes de Ghislenghien"
(n° 6749)
4
Sprekers: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen, Bert Schoofs
Orateurs: Peter Logghe, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles, Bert
Schoofs
Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de schending
van het onderzoeksgeheim" (nr. 6520)
9
Question de Mme Valérie De Bue au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la violation du secret de
l'instruction" (n° 6520)
9
Sprekers: Valérie De Bue, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Valérie De Bue, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
12
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de verklaringen van de
minister naar aanleiding van de voorstelling van
het jaarverslag 2007 van het gevangeniswezen,
inzonderheid met betrekking tot de bijkomende
aanwerving van 626 cipiers" (nr. 6322)
11
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations du ministre à
l'occasion de la présentation du rapport
annuel 2007 de l'administration pénitentiaire, plus
particulièrement en ce qui concerne le
recrutement
de
626 gardiens
de
prison
supplémentaires" (n° 6322)
12
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de overstap van
militairen naar een ander departement" (nr. 6621)
12
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de militaires vers
un autre département" (n° 6621)
12
Sprekers: Bert Schoofs, Sabien Lahaye-
Battheu, Jo Vandeurzen
, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Sabien Lahaye-
Battheu,
Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
15
Questions jointes de
15
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de invordering van penale
boetes" (nr. 6147)
15
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le recouvrement des
amendes pénales" (n° 6147)
15
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de invordering
van penale boetes" (nr. 6807)
15
- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le recouvrement des
amendes pénales" (n° 6807)
15
Sprekers: Renaat Landuyt, Sabien Lahaye-
Battheu, Jo Vandeurzen
, vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Sabien Lahaye-
Battheu,
Jo Vandeurzen, vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
21
Questions jointes de
21
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste 21
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et 21
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
ii
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de mogelijkheid tot het
creëren van bijkomende celcapaciteit op het
terrein van de gevangenis van Hasselt" (nr. 6319)
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la possibilité d'une extension
de la capacité cellulaire sur le terrain de la prison
de Hasselt" (n° 6319)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de verklaringen van de
minister naar aanleiding van de voorstelling van
het jaarverslag 2007 van het gevangeniswezen,
inzonderheid met betrekking tot de bouw van
nieuwe gevangenissen" (nr. 6320)
21
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les déclarations du ministre à
l'occasion de la présentation du rapport
annuel 2007 de l'administration pénitentiaire, plus
particulièrement en ce qui concerne la
construction de nouvelles prisons" (n° 6320)
21
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de oprichting van een nieuwe
dienst voor de coördinatie van de bouw van
gevangenissen" (nr. 6325)
21
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la création d'un nouveau
service pour la coordination de la construction de
prisons" (n° 6325)
21
Sprekers: Bert Schoofs, Renaat Landuyt, Jo
Vandeurzen
, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Renaat Landuyt, Jo
Vandeurzen
, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "een systeem
van collectieve vorderingen" (nr. 6472)
26
Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "un système d'actions
collectives" (n° 6472)
26
Sprekers: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Sarah Smeyers, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de vrijlating van
Pierre Carette" (nr. 6478)
29
Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles
sur
"la
libération
de
M. Pierre Carette" (n° 6478)
29
Sprekers: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Renaat Landuyt, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de adviezen van
de staatsveiligheid in het kader van de Vlaamse
erkenningsprocedure voor moskeeën" (nr. 6521)
29
Question de M. Bert Schoofs au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les avis de la sûreté de l'État
dans le cadre de la procédure flamande
d'agrément des mosquées" (n° 6521)
29
Sprekers: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Bert Schoofs, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Samengevoegde vragen van
31
Questions jointes de
31
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister
en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de zittingen van het
assisenhof van Luxemburg" (nr. 6487)
31
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les sessions de la Cour
d'assises du Luxembourg" (n° 6487)
31
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het tekort aan rechters in
Aarlen" (nr. 6498)
31
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le manque de juges à Arlon"
(n° 6498)
31
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste
minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de sterke toename van het
aantal assisenzaken" (nr. 6613)
31
- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et
ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'inflation du nombre de
dossiers d'assises" (n° 6613)
31
Sprekers: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Jean-Luc Crucke, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Gerald Kindermans aan de 34
Question de M. Gerald Kindermans au vice-
34
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
iii
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de bemiddeling
als instrument voor conflictoplossing" (nr. 6495)
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la médiation
comme instrument dans la résolution de conflits"
(n° 6495)
Sprekers:
Gerald
Kindermans,
Jo
Vandeurzen, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs:
Gerald
Kindermans,
Jo
Vandeurzen, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het vrijgeven
van persoonsgegevens van politieambtenaren als
gevolg van ingediende klachten" (nr. 6559)
37
Question de M. Robert Van de Velde au vice-
premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la divulgation de
données à caractère personnel ayant trait à des
fonctionnaires de police à la suite de dépôts de
plaintes les concernant" (n° 6559)
37
Sprekers: Robert Van de Velde, Jo
Vandeurzen
, vice-eerste minister en minister
van Justitie en Institutionele Hervormingen
Orateurs: Robert Van de Velde, Jo
Vandeurzen
, vice-premier ministre et ministre
de la Justice et des Réformes institutionnelles
Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "een ten
onrechte vrijgelaten gedetineerde" (nr. 6581)
40
Question de M. Michel Doomst au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "un détenu libéré à tort"
(n° 6581)
40
Sprekers: Michel Doomst, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Michel Doomst, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-
eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de griffie van
het vredegerecht van het kanton La Louvière"
(nr. 6683)
41
Question de Mme Valérie De Bue au vice-premier
ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le greffe de la justice de paix
du canton de La Louvière" (n° 6683)
41
Sprekers: Valérie De Bue, Jo Vandeurzen,
vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen
Orateurs: Valérie De Bue, Jo Vandeurzen,
vice-premier ministre et ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
COMMISSION DE LA JUSTICE
van
DINSDAG
1
JULI
2008
Voormiddag
______
du
MARDI
1
JUILLET
2008
Matin
______
De vergadering wordt geopend om 10.23 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
La séance est ouverte à 10.23 heures et présidée par Mme Mia De Schamphelaere.
01 Vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "het auditrapport van de Hoge Raad voor de Justitie" (nr. 6121)
01 Question de M. Luk Van Biesen au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le rapport d'audit du Conseil supérieur de la Justice" (n° 6121)</b>
01.01 Luk Van Biesen (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de vice-eerste minister en minister van Justitie, ik had het vandaag
graag met u gehad over het auditrapport van de Hoge Raad voor de
Justitie. Het gaat dan over de audit die werd gedaan over de werking
van de politierechtbank en het politieparket te Brussel.
De doelstelling van deze audit was om de adequaatheid van de
beheersprocessen binnen de vier entiteiten te evalueren die worden
gevormd door de politierechtbank, de griffie, het politieparket en het
secretariaat. Ten tweede wilde men het productieproces van de
vonnissen evalueren.
De audit is er onder meer gekomen op vraag van de politierechters
zelf. Ook de verzekeringsmaatschappijen waren in deze vragende
partij. Zij klagen vooral over de achterstand en over fouten en
tegenstrijdigheden die ze in verschillende dossiers aantreffen.
De Hoge Raad voor de Justitie heeft maar liefst 21 zwaktes in de
werking vastgesteld. Zo stelt men in strafzaken vast dat het
gemiddeld 12 maanden duurt vooraleer een beklaagde wordt
gedagvaard. De Hoge Raad stelt dat dit maatschappelijk geen
aanvaardbare termijn is. Volgens de Raad is maximaal vier maanden
een redelijke termijn.
In burgerlijke zaken kan het zelfs tot twee jaar duren vooraleer er een
beslissing valt over de regeling van de schadevergoeding aan
slachtoffers. De Raad stelt ook dat dit onredelijk lang is.
Verder zijn er onder meer zittingen die worden uitgesteld, sommige
zittingen zelfs sine die. In andere zaken zouden zittingsverslagen
ontbreken of zouden zelfs dossiers zoekraken.
Verder kaart de Raad ook een aantal andere elementen aan. Zo is er
bijvoorbeeld te weinig management en zijn de leidinggevende
bevoegdheden te veel versnipperd. Ook doet de controle-instelling
een algemene aanbeveling om de verwerking van de dossiers beter
op te volgen.
01.01 Luk Van Biesen (Open
Vld): Le Conseil supérieur de la
Justice a étudié l'adéquation des
processus de gestion et du
processus de production des
jugements au tribunal de police et
au parquet de police de Bruxelles
et a identifié à cet égard pas
moins de 21 défaillances. En
matière pénale, il faut environ
douze mois avant qu'un inculpé ne
soit assigné. En matière civile,
deux ans peuvent s'écouler avant
qu'un jugement ne soit prononcé
sur les dommages et intérêts à
attribuer aux victimes. Le Conseil
juge ce délai déraisonnablement
long. En outre, des audiences sont
reportées, des rapports d'audience
font défaut, des dossiers se
perdent, la gestion est défaillante
et les compétences de direction
sont trop morcelées. Par ailleurs,
le cadre du personnel n'est pas
totalement pourvu et il manque
deux à quatre juges.
Comment le ministre compte-t-il
remédier
à
la
pénurie
de
personnel, réduire les délais de
citation et palier aux 21 manque-
ments constatés? Que pense-t-il
de la proposition des juges de
police de faire traiter les affaires à
l'endroit de l'accident?
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
2
Er is een blijvend probleem met personeel. Volgens het
personeelskader zijn er twee tot vier rechters te weinig. De Raad
aanvaardt dit als een verzachtende omstandigheid voor de 21
mankementen.
Er zijn in dit auditrapport uiteraard ook positieve elementen. Het stelt
vast dat het aantal nieuwe dossiers werd teruggebracht van 454.000
in 2000 tot 276.000 in 2006.
Mijnheer de minister, mijn vragen zijn de volgende.
Wat wilt u doen aan het nijpende en blijvende personeelstekort?
Wat wilt u doen aan de termijn tot dagvaarding die nu volgens de
Raad maatschappelijk geen aanvaardbare termijn is?
Wat is uw standpunt over de verschillende, namelijk 21
tekortkomingen?
Wat vindt u van het voorstel van de politierechters om de zaak te
laten behandelen door de politierechter waar het ongeval heeft
plaatsgevonden?
01.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, ik zal een
aantal zaken punctueel benaderen.
In het algemeen kan ik zeggen dat ik over de kwestie van de
politierechtbank van Brussel al in de maanden januari en februari een
overleg heb gehad met al de bevoegde en betrokken magistraten, de
griffie enzovoort. Wij hebben toen afgesproken dat we een actieplan
zouden opstellen om de problemen aan te pakken. Daarover zijn
afspraken gemaakt, dat plan is opgesteld en door de betrokkenen
mee onderschreven. Een aantal zaken is daarvan nu in uitvoering.
Ik zal een aantal punctuele zaken opsommen die daarin belangrijk
zijn.
Er zijn thans twee openstaande plaatsen van toegevoegd rechter.
Bovendien is er één rechter langdurig ziek, sinds juni 2002. Dat komt
neer op een tekort van drie rechters op een kader van veertien
rechters, wat een capaciteitstekort van 21,5 procent is. Als u weet dat
een politierechter in Brussel gemiddeld 12.000 vonnissen uitspreekt,
kunt u meteen afleiden welke achterstand de drie openstaande of
niet-werkende plaatsen van rechter veroorzaken.
Zoals ik reeds zei in deze commissie op 27 mei, in antwoord op een
vraag van de parlementsleden Geerts, Schryvers en Maingain,
hebben de gerechtelijke autoriteiten mij eind december 2007 op de
hoogte gebracht van de toestand. Er was reeds overleg gepleegd met
mijn voorganger. Na een uitgebreide correspondentie met alle
betrokken
gerechtelijke
actoren,
verschillende
individuele
onderhouden met deze overheden en een vergadering in
aanwezigheid van al degenen die ik u heb opgesomd, werd een
actieplan van twaalf bladzijden opgesteld. Het actieplan heeft thans
een principieel akkoord gekregen van quasi alle betrokken partijen en
actoren.
01.02 Jo Vandeurzen, ministre:
S'agissant de la question du
tribunal de police de Bruges, une
concertation avec les intéressés a
déjà eu lieu au début de l'année.
Un plan d'action, dont quelques
éléments
sont
actuellement
exécutés,
avait
alors
été
échafaudé.
Il y a deux places vacantes de
juge de complément et un juge est
malade depuis juin 2002. Nous
sommes donc confrontés aujour-
d'hui à un déficit de trois juges sur
quatorze. Un juge de police à
Bruxelles rend en moyenne douze
mille jugements par an. Ces trois
places vacantes engendrent donc
un arriéré important.
Je vous renvoie par ailleurs à ma
réponse du 27 mai 2008. Les
autorités judiciaires m'ont informé
de ces difficultés en décembre
2007 après que Mme Onkelinx,
qui m'a précédé à la tête du
département de la Justice, en
avait déjà été informée plusieurs
mois avant. Entre-temps, un plan
d'action de grande envergure a été
élaboré. Presque toutes les parties
concernées ont donné leur accord
de principe à sa mise en oeuvre.
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
3
Samengevat bevat het actieplan de volgende maatregelen: zoeken
naar plaatsvervangende rechters-advocaten met het oog op delegatie
om tijdelijk de vacante of niet-werkende plaatsen in te vullen en actief
zoeken naar kandidaat-politierechters. U moet weten dat de twee
plaatsen vacant zijn sinds respectievelijk april en oktober 2006. De
laatste publicatie verscheen op 30 januari 2008 en heeft slechts
aanleiding gegeven tot één kandidatuur. Daarnaast zullen we nagaan
met de Hoge Raad voor de Justitie waarom zo weinig toekomstige
politierechters in het toegangsexamen tot de magistratuur slagen, we
zullen een grondig onderzoek verrichten naar het dossier van de
langdurig zieke rechter en we zullen op verschillende vlakken
structurele oplossingen onderzoeken, zoals op het vlak van de
benoemingsvoorwaarden, de kaderuitbreiding van rechters en griffiers
en een uitbreiding van de delegatiemogelijkheden van rechters.
We zullen ook samen met de Hoge Raad de delegatie van een
rechter van de rechtbank van eerste aanleg onderzoeken, wat in de
huidige wetgeving niet mogelijk is, een betere spreiding van de
dossiers over de verschillende arrondissementen van het land. Ook
de bevoegdheidscriteria wijzigen zit in het pakket van maatregelen dat
wordt onderzocht.
Fundamenteler is de noodzaak om het vervolgingsbeleid van het
openbaar ministerie en de capaciteit van de rechtbank op elkaar af te
stemmen. Daar moeten we natuurlijk rekening houden met de
scheiding der machten en respect voor ieders verantwoordelijkheden.
Het
is
evenwel
heel
duidelijk
dat
het
ook
een
managementsaangelegenheid is: waar wordt aangestuurd op een
minnelijke schikking, wat wordt naar de rechtbank doorverwezen
enzovoort. Dat vraagt een globale benadering en deze is met
betrekking tot de politierechtbanken zeker aan de orde.
Parket en rechtbank zijn communicerende vaten: er kan niet meer
werkbelasting worden doorgegeven aan de rechtbank als er daarvoor
geen capaciteit beschikbaar is voor de zitting en daar moet dus
inderdaad ook vanuit de instroom een goed beleid worden gevoerd.
Ook daarover hebben we natuurlijk gesproken en hebben we
gevraagd, nogmaals met respect voor ieders verantwoordelijkheden,
de nodige initiatieven te nemen.
Misschien toch vermelden dat er in de auditverslagen naast de
vaststellingen van de gebrekkige situatie ook aanbevelingen zijn om
de situatie te verbeteren. In eerste instantie behoort het de
gerechtelijke autoriteiten zelf die aanbevelingen uit te voeren. Het is
niet aan mij om het politieparket of de politierechtbank te besturen.
Uiteraard trachten wij met hen in overleg te gaan en hen ook te
motiveren om een aantal van die maatregelen op te nemen, omdat ze
zich ook rechtstreeks tot hen wenden.
Het actieplan zal worden geëvalueerd, hoe ver het is uitgevoerd, hoe
ver het staat met de aanbevelingen die de Hoge Raad heeft gedaan
rechtstreeks aan de rechtbanken en de parketten. Dit betekent dat u
mag verwachten ­ ik neem mij voor tegen het najaar, september of
oktober ­ dat wij ter zake een nieuwe stand van zaken kunnen
opmaken.
Ce plan prévoit notamment la
recherche de juges suppléants en
vue d'une délégation temporaire,
la recherche active de candidats-
juges de police, l'analyse des
raisons pour lesquelles les futurs
juges de police sont si peu
nombreux à réussir l'examen
donnant accès à la magistrature et
une étude visant à déterminer s'il
ne serait pas possible d'apporter
des modifications sur le plan des
conditions de nomination, de
l'extension
du
cadre,
des
possibilités de délégation, de la
répartition des dossiers et des
critères de compétence. Toutefois,
ce qui revêt surtout une impor-
tance fondamentale, c'est la
nécessité de mieux harmoniser la
politique du ministère public en
matière de poursuites et la
capacité du tribunal.
Le parquet et le tribunal sont des
vases communicants. Le parquet
doit aligner sa politique sur la
capacité d'audience du tribunal.
Nous avons demandé de prendre
les initiatives nécessaires dans ce
cadre.
Les rapports d'audit comprennent
également des recommandations.
Il appartient aux autorités judi-
ciaires de les appliquer. Nous
tentons uniquement de les motiver
à mettre en oeuvre un certain
nombre de ces mesures.
Le plan d'action sera évalué. En
septembre ou octobre, nous
réévaluerons alors la situation.
01.03 Luk Van Biesen (Open Vld): Ik dank de minister voor het
uitvoerige antwoord. Inderdaad wordt hier de vinger aan de pols
01.03 Luk Van Biesen (Open
Vld): La question cruciale est
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
4
gehouden: er moet iets gebeuren aan het wegwerken van die
achterstand, voornamelijk rond het probleem hoe je mensen motiveert
om zich kandidaat te stellen. Als u zegt dat er maar een kandidaat is
na verschillende oproepen telkenmale voor vrijgekomen vacatures in
april 2006 en oktober 2006, dan moet men nog zien of die man slaagt
in zijn examen. Dan zit men wel met een probleem als er drie
personen ontbreken op veertien: dat is inderdaad een percentage van
21,5% zoals u zegt.
Ik hoop dat het actieplan dat u hebt uitgewerkt navolging zal krijgen
en dat u in september of oktober met de concrete invulling van de
vacatures of met concrete oplossingen kunt komen om dit probleem
toch uit de wereld te helpen.
évidemment de savoir comment
nous pouvons motiver les gens à
se porter candidat. S'il n'y a qu'un
candidat pour trois postes vacants,
nous sommes confrontés à un
problème considérable.
J'espère que le plan d'action sera
suivi d'effets et que les postes
vacants seront attribués.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02 Vraag van de heer Peter Logghe aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de definitieve oplossing voor de slachtoffers van Gellingen"
(nr. 6749)
02 Question de M. Peter Logghe au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la solution définitive pour l'indemnisation des victimes de Ghislenghien"
(n° 6749)</b>
02.01 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, ik
dank u van harte om mijn vraag in het vragenschema te laten
opschuiven. Het geeft mij de mogelijkheid om mijn vraag te stellen.
Mijnheer de minister, begin juni 2008 konden een aantal collega's en
ikzelf u ondervragen over het uitblijven van de schadevergoeding voor
de slachtoffers van de gasramp in Gellingen, in 2004.
U was het met ons allen eens over het feit dat het een schande was
en dat zo snel mogelijk moest worden opgetreden, geregeld en
uitbetaald.
Ik verneem dat de minister met de verzekeringsmaatschappijen een
akkoord heeft gesloten. Tegen begin 2009 zou alle schade worden
betaald.
Er zou in augustus 2008 één voorbereidende vergadering zijn
gepland, waarschijnlijk om de berekeningen op elkaar af te stemmen.
Er zou in september 2008 een nieuwe, algemene vergadering zijn
gepland. Ik veronderstel dat op dat moment tot uitbetaling zal worden
overgegaan.
Mijnheer de minister, ik verneem dat alle slachtoffers tezelfdertijd
zouden worden vergoed. Kunt u dat bericht bevestigen of worden
eerst de ernstige gevallen vergoed?
Ten tweede, in een aantal verslagen lees ik dat de schadevergoeding
definitief of voorlopig zou zijn. Kunt mij mededelen in welke gevallen
er definitief zal worden betaald? Worden de slachtoffers al dan niet
aangemaand om een definitieve vergoeding te accepteren? Wat
gebeurt er indien zij aanvaarden onder voorbehoud van negatieve
evolutie in de toekomst, bijvoorbeeld omdat de letsels verergeren en
bijkomende schade veroorzaken?
02.01 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Le ministre a conclu avec
les compagnies d'assurances un
accord portant sur le paiement
d'indemnisations aux victimes de
la catastrophe de Ghislenghien.
Toutes les victimes seront-elles
indemnisées en même temps ou
les cas les plus graves seront-ils
indemnisés en premier lieu? Dans
quels cas l'indemnisation est-elle
définitive et dans quels cas est-elle
provisoire? Une indemnisation
peut-elle être acceptée sous
réserve de l'évolution des lésions?
Les montants des indemnisations
sont
calculés
seulement
maintenant
et
les
huissiers
frappent déjà à la porte des
victimes qui se trouvent dans
l'impossibilité de payer leurs
factures.
Ne
serait-il
pas
préférable de venir d'abord en aide
aux cas les plus graves?
Comment pourrait-on éviter à
l'avenir que le versement de
l'indemnisation se fasse attendre
si longtemps? Ne pourrait-on pas
résoudre ce problème en disso-
ciant responsabilité et versement?
Cette solution permettrait d'indem-
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
5
Ten derde, mijnheer de minister, indien ik de berichten goed heb
gelezen, worden de bedragen die nodig zullen zijn, nu eerst berekend.
Wat gebeurt ondertussen met de slachtoffers die door
gerechtsdeurwaarders worden aangemaand om lopende facturen te
betalen? Zou het mogelijk zijn om in bedoelde gevallen eerst op te
treden? Het gaat immers om de meest schrijnende gevallen van
slachtoffers die zo snel mogelijk zouden moeten kunnen worden
geholpen.
Mijnheer de minister, ik heb ook nog een vraag die naar de toekomst
is gericht en waarvan u al een stukje van de sluier hebt opgelicht.
Niettemin wil ik nog iets concreter op de kwestie ingaan.
Hoe zullen wij vermijden dat dergelijke rampen in de toekomst
opnieuw tot jarenlang touwtrekken tussen maatschappijen en
verantwoordelijken aanleiding geven? U kondigde aan dat u in
bedoelde materie regelgevend zou optreden. Zou de oplossing er
bijvoorbeeld in kunnen bestaan dat de aansprakelijkheid en de
uitbetaling
van
schadevergoedingen
van
elkaar
worden
losgekoppeld? De juiste aansprakelijkheid wordt dan later,
bijvoorbeeld naar aanleiding van een beslissing door een rechtbank,
vastgesteld. Ondertussen worden de slachtoffers, indien niet volledig
dan toch grotendeels, wel reeds vergoed.
Ik zou graag uw mening daarover kennen.
Binnen welke termijn mogen wij concrete wetsontwerpen verwachten?
niser déjà les victimes en atten-
dant le jugement sur la respon-
sabilité. Que compte faire le
ministre?
02.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Logghe, alvorens op een aantal van uw vragen punctueel te
antwoorden, wil ik het volgende benadrukken. Indien wij spreken over
een minnelijke schadeloosstelling of minstens een gedeeltelijke
schadeloosstelling in afwachting van een uitspraak ten gronde in het
proces, is de minister van Justitie niet het aanspreekpunt. Hij is
evenmin gemandateerd om vast te leggen wat en hoe zal worden
betaald.
Ik moet u echt nogmaals op het hart drukken dat een minnelijke
regeling vanwege verzekeringsmaatschappijen ­ er zijn er veel in de
bewuste zaak, wat de regeling ook bijzonder moeilijk maakt ­ berust
op de eensgezindheid en de consensus die tussen de betrokken
maatschappijen zou kunnen ontstaan om een aantal vergoedingen te
verrichten.
Het is niet juist te insinueren dat men van de minister moet
verwachten dat er een oplossing komt. Het is niet correct te
insinueren dat de minister daarin een hand heeft. Het enige wat ik kan
doen
en
wat
ik
ook
heb
gedaan,
is
aan
de
verzekeringsmaatschappijen zeggen dat ik het als minister niet
aanvaardbaar vind, met een dergelijke catastrofe na zoveel jaren met
een dergelijk ingewikkelde procedure, dat de samenleving er niet in
slaagt om vergoedingen uit te keren aan slachtoffers die er hoe dan
ook recht op hebben maar nog niet weten van wie.
Als ons gerechtelijk apparaat niet toelaat om dit te doen, is dat iets
waarvoor de minister van Justitie wel verantwoordelijk is en waarvoor
oplossingen moeten worden gezocht. Dat is ook de reden waarom de
gesprekken met de verzekeringsmaatschappijen discreet verlopen en
02.02 Jo Vandeurzen, ministre:
C'est aux compagnies d'assu-
rances qu'il appartient de décider
d'accorder une indemnisation à
l'amiable en attendant le jugement
au fond sur la responsabilité. Ce
n'est pas au ministre qu'il appar-
tient de statuer sur le versement
de l'indemnisation. Toutefois, j'ai
attiré l'attention des compagnies
d'assurances sur le fait qu'il est
inadmissible qu'elles ne parvien-
nent pas à indemniser des
personnes qui auront de toute
façon droit à une indemnisation.
Les
tractations
avec
les
compagnies se déroulent dans la
discrétion, ce qui est nécessaire
dans ce genre de dossiers et qui
vient donc de porter ses fruits.
La
catastrophe
gazière
de
Ghislenghien nous a enseigné
qu'un cadre réglementaire est
nécessaire
si
nous
voulons
indemniser les victimes de ce
genre de tragédies, indépendam-
ment de la procédure ayant trait à
la responsabilité.
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
6
dat ze gebeuren in mijn aanwezigheid om te faciliteren en aan te
dringen om onderling tot een oplossing te komen. De verschuiving
naar het idee dat de minister beslist wat en hoe er betaald wordt, is
niet correct. Dat kan ook niet omdat het risico van contraproductiviteit
bestaat. Op het moment dat een minister of iemand anders in de
politiek
zegt
hoe
dat
moet
gebeuren,
verlaten
de
verzekeringsmaatschappijen de tafel en weigeren zij nog mee te
werken aan een dergelijke delicate operatie. Er spelen immers heel
wat belangenconflicten mee.
Wij moeten in deze altijd goed voor ogen houden ­ gelet op het feit
dat het om een situatie in het verleden gaat ­ dat wij iedereen tot een
minnelijk akkoord moeten trachten te brengen. Op een bepaald
moment was er het probleem dat men niet met alle
verzekeringsmaatschappijen aan de tafel zat. Met een aantal mensen
hebben wij er toen voor gezorgd dat dit wel het geval was. Er zijn ook
buitenlandse verzekeraars, wat het allemaal nog ingewikkelder maakt.
Dat is toch gelukt, wat een positief punt is.
Ik heb begrepen uit het verslag van de vergadering die er zaterdag
met de slachtoffers is geweest, dat de slachtoffers best wel begrijpen
dat dit enige discretie vereist omdat dit heel delicaat is. Zij hebben ook
liever dat de politiek zich daar niet op werpt, maar dat daarvoor de
juiste context moet worden gecreëerd.
Voor de toekomst is dat een andere zaak. Daarmee kom ik tot uw
vraag. Uit de ramp in Gellingen en uit andere situaties hebben wij
geleerd, dat is voor mij duidelijk, dat wij hier een regelgevend kader
moeten creëren. Wij zullen een wet moeten maken die toelaat om in
het geval van catastrofes met heel veel slachtoffers en mogelijk ook
een zeer complexe bewijsvoering inzake aansprakelijkheid, wat niet in
alle situaties in het verleden het geval was, dat toch een gedeeltelijke
of voorlopige vergoeding kan worden gegeven, los van een definitieve
uitspraak na een wellicht lange gerechtelijke procedure over de juiste
aansprakelijkheden.
Wat is tussen de verzekeringsmaatschappijen in mijn aanwezigheid
op de laatste vergadering afgesproken?
In het akkoord is in een vergoeding voorzien, begin 2009, voor de
rechthebbenden van de overledenen ­ dat zijn er vierentwintig ­ en de
zwaargewonde slachtoffers. Er is een nog te bepalen, maar
ongetwijfeld behoorlijk aantal, van de honderdtweeëndertig
lichamelijke slachtoffers. Of alle betrokkenen exact evenveel en op
hetzelfde moment zullen worden vergoed, is nu nog onduidelijk, doch
dit zal zeker in dezelfde periode moeten gebeuren. Dit zal ongetwijfeld
relatief kort op mekaar aansluiten.
Sommigen zullen er wellicht langer over doen om een akkoord te
geven. Bij anderen zullen de berekeningen iets complexer zijn. Dat zal
ook bepalen in welk ritme men kan werken. Of het zal gaan over
definitieve of voorlopige schadevergoedingen zal afhangen van de
vrije keuze van de slachtoffers en de bereidheid van de verzekeraars
om een akkoord te vinden over het aanbieden van een forfaitaire
regeling inzake de morele schadevergoeding. Inderdaad stelt het
akkoord dat in hoofdzaak ­ essentiellement ­ wordt overgegaan tot
het aanbieden van een schadevergoeding voor de lichamelijke,
economische schade die nog niet werd gedekt door een andere
L'accord prévoit l'indemnisation
des ayants droit des 24 personnes
décédées et l'indemnisation des
blessés graves. Un nombre de
victimes corporelles à indemniser
reste à déterminer mais ce
nombre représentera probable-
ment une grande partie des 132
victimes
corporelles
de
la
catastrophe. La question de savoir
si toutes les victimes seront
indemnisées au même moment
sera fonction de la durée des
calculs. En toute hypothèse, elles
seront indemnisées vers la même
période.
Les victimes pourront choisir elles-
mêmes d'accepter leur indemni-
sation définitivement ou provisoire-
ment. Cela dépendra aussi de la
volonté des assureurs de parvenir
à un accord sur un règlement
forfaitaire. Il sera principalement
procédé à une indemnisation des
dommages
économiques
ou
corporels non encore couverts par
une autre assurance. Ce n'est que
lorsque l'indemnisation de ces
dommages-là aura été liquidée
que l'indemnisation des dom-
mages
moraux
pourra
être
envisagée. Ces dommages, qui
sont éminemment liés à la
personne, peuvent être difficile-
ment exprimés en forfaits. Il n'y a
pas encore unanimité concernant
le
versement
préalable
de
l'indemnisation des dommages
moraux mais, à cet égard, un
espace de discussion est ouvert.
Concernant le caractère provisoire
ou définitif de l'indemnité, le
système français pourrait être
appliqué: il s'agit d'opérer un choix
entre un paiement soit à 100%,
soit à 95% avec la possibilité de se
constituer partie civile par la suite.
Les compagnies d'assurances
doivent encore préciser cette
possibilité. Il est évident qu'aucune
pression ne sera exercée sur les
victimes.
Il sera tenu compte, pour le calcul
des montants, des sommes déjà
versées par l'INAMI et par le
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
7
verzekering.
In
vele
gevallen
betreft
het
hier
de
arbeidsongevallenverzekering. Hiermee wordt bedoeld dat de
nabestaanden en de zwaargewonden vanuit economisch oogpunt in
de situatie moeten worden gesteld als had de ramp nooit
plaatsgehad, met vergoeding van de alsnog als gevolg van de ramp
gedane uitgaven en verloren inkomsten.
Pas wanneer deze vergoedingen berekend zijn, kan er sprake zijn van
de vergoeding van de morele schade vermits die per definitie veeleer
psychologisch van aard is en dus afhankelijk van persoon tot persoon,
en dus moeilijk in forfaitaire bedragen uit te drukken. Over het punt
van de voorafgaande uitkering van de morele schadevergoeding
bestaat er nog geen eensgezindheid. De bereikte overeenkomst laat
ruimte voor gesprekken.
Wat betreft het definitieve of nog voorlopige karakter zal de keuze
worden gelaten aan de slachtoffers en de nabestaanden. Er zou
bijvoorbeeld kunnen worden geopteerd voor het Franse systeem dat
tot stand kwam naar aanleiding van de ontploffing in Toulouse in
2001. Ofwel kan worden gekozen voor een 100%-vergoeding,
desgevallend alleen van de lichamelijke en economische schade;
ofwel een 95%-vergoeding met de mogelijkheid zich verder burgerlijke
partij te stellen en het einde van het proces af te wachten.
Er zal natuurlijk geen enkele vorm van druk worden aangewend. Voor
de slachtoffers waarvan de letsels nog niet zijn geconsolideerd, is dit
een goede oplossing. Deze piste dient nog verder te worden
uitgewerkt tussen de verzekeraars onderling. Ik heb hen ter zake
geen bevelen te geven. Zij zijn op vrijwillige basis het akkoord
aangegaan.
De bedragen dienen inderdaad eerst te worden berekend. Hierbij
moet rekening worden gehouden met wat de mensen reeds hebben
gekregen van het RIZIV en het Fonds Gellingen - in totaal 1 miljoen
van Assuralia en 1,2 miljoen van Fluxys ­ of op een andere wijze.
Barema's zullen moeten worden bepaald; en de slachtoffers,
advocaten en de vzw Gellingen zullen hun zeg kunnen doen over de
voorgestelde barema's. Dit neemt tijd in beslag.
Wat betreft de huidige aanmaningen van slachtoffers wegens
onbetaalde facturen kan ik moeilijk tussenkomen in de
vorderingsrechten en de procedures uitgaande van derden te goeder
trouw. Ik hoop evenwel op enig begrip en enige menselijkheid van de
betrokken schuldeisers.
Het begin van oplossing dat u voorstelt, is zeker het overwegen
waard. Ik heb momenteel constructieve gesprekken met Assuralia
hieromtrent. Vooreerst wensen wij te komen tot een vermindering van
het aantal medische expertises voor de slachtoffers. De verzekeraars
zijn zich bewust van de complicaties die dit met zich meebrengt voor
de slachtoffers en zij hebben besloten een oplossing te zoeken. Ik
denk dat dit een deel zal zijn van het regelgevende kader. Wij moeten
vermijden dat slachtoffers in dergelijke situaties drie, vier of vijf
medische expertises moeten meemaken voor het doen van dezelfde
vaststellingen. Dit vraagt een wettelijk kader.
De oplossing die in de maak is, is er een van conventionele aard,
waarbij de toegetreden ondernemingen zich ertoe verbinden om de
"Fonds Ghislenghien". Il s'agira
aussi de définir des barèmes. En
ma qualité de ministre, je puis
difficilement intervenir en matière
de mises en demeure relatives à
des factures impayées, mais
j'espère
que
les
créanciers
sauront
se
montrer
compréhensifs.
La proposition de M. Schoofs
mérite certainement d'être prise en
considération. Les discussions
que j'ai sur le sujet avec Assuralia
sont très constructives. Tout
d'abord, nous voulons réduire le
nombre d'expertises médicales
pour les victimes. Les entreprises
pourraient s'engager à ne pas
contester les conclusions des
expertises médicales réalisées par
un assureur désigné à cet effet.
Il convient aussi de mettre au point
des procédures d'indemnisation
plus rapides pour écourter les
procédures judiciaires relatives à
la responsabilité civile. Le principe
fondamental
selon
lequel
il
incombe
aux
victimes
de
démontrer le lien de causalité
entre la faute d'un tiers et le
dommage subi, peut avoir des
conséquences
désastreuses
lorsqu'il s'agit de catastrophes
d'une telle ampleur. Le procès en
responsabilité civile risque de
durer plusieurs années.
Les assureurs ont soumis une
série
de
propositions
pour
accélérer la procédure pour les
victimes non assurées. Un fonds
pourrait
être
créé
et
une
commission
paritaire
pourrait
déterminer
s'il
s'agit
d'une
catastrophe et fixer le montant de
l'indemnisation. Nous sommes
actuellement en pourparlers avec
les assureurs en vue de légiférer
en la matière.
En ce qui concerne la catastrophe
de Ghislenghien, nous tentons de
veiller à ce que la transaction se
réalise et à ce que les maisons de
justice puissent accompagner les
victimes. Une réunion a encore eu
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
8
conclusies van de medische expertise die werd uitgevoerd door een
van de daartoe in de overeenkomst aangestelde verzekeraars, niet te
betwisten.
Daarnaast dienen snellere schadevergoedingprocedures te worden
gevonden om de duur van de gerechtelijke procedure waarin de
aansprakelijkheden worden vastgelegd, in te perken. De
aansprakelijkheidsregels van het gemeen recht bepalen dat, om
vergoed te worden, het slachtoffer een fout in hoofde van een derde,
de geleden schade en een oorzakelijk verband tussen de fout en de
geleden schade moet bewijzen. Wanneer zich een schadegeval van
grote omvang voordoet, heeft dat basisprincipe uit ons Burgerlijk
Wetboek soms desastreuze gevolgen voor de slachtoffers. In de
meeste gevallen moeten zij wachten op het resultaat van het
aansprakelijkheidsproces, dat verschillende jaren kan duren, voor zij
weten of zij uiteindelijk geheel of gedeeltelijk kunnen worden vergoed
voor de geleden schade.
Voor dergelijke situaties hebben de verzekeraars een aantal principes
voorgesteld waardoor de schadevergoedingprocedure sneller zou
kunnen verlopen voor de zogenaamde niet-verzekerde slachtoffers
die zich niet kunnen wenden tot een eigen verzekeraar om vergoeding
te bekomen voor de lichamelijke schade. Kort gesteld komt het neer
op de oprichting van een fonds, gespijsd door de verzekeraars, te
vergelijken met het Motorwaarborgfonds, waarbij een paritair
samengestelde commissie bestaande uit verzekeraars en
vertegenwoordigers van de overheid, bepaalt of het om een ramp
gaat en de berekeningen van de schadevergoedingen maakt.
Verrekeningen kunnen dan gebeuren tussen de verzekeraars en na
de definitieve vaststelling van de verantwoordelijkheden. Dat zijn de
pistes die ons door de verzekeraars zijn aangereikt en waarover wij
op dit moment de onderhandelingen voeren om na te gaan of wij
inderdaad een wettelijk frame kunnen maken waarbij er in de
toekomst in dat soort van situaties ook voor de slachtoffers toch een
relatief snellere regeling kan worden bekomen.
Ik beklemtoon nogmaals dat wij, wat betreft de ramp in Gellingen en
de procedure die daaruit voortvloeit, ten eerste, trachten ervoor te
zorgen dat de minnelijke regeling toch doorgaat; dat faciliteren wij met
alle mogelijke methoden. Ten tweede, trachten wij, via het justitiehuis,
de nodige begeleiding aan de slachtoffers te bieden. In dat raam vond
vorige week zaterdag een belangrijke vergadering plaats.
lieu à ce sujet samedi dernier.
02.03 Peter Logghe (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, laat mij
toch iets rechtzetten. Ik suggereer natuurlijk helemaal niet dat de
politiek, of dat u, als belichaming van de politiek, de gasramp nu
eventjes moet oplossen samen met de verzekeringsmaatschappijen.
Zo zit ik niet in elkaar. Ik weet ook wel dat die zaak vrij moeilijk
samenhangt.
Ik
weet
dat
u
samen
zit
met
de
verzekeringsmaatschappijen om dat te faciliteren, en vooral weet ik
dat die gesprekken met de verzekeringsmaatschappijen onder de
nodige discretie moeten gebeuren. Ik heb alle begrip daarvoor.
Ik verneem toch een aantal positieve zaken uit uw antwoord. Ik ben
blij dat de vrije keuze bij de slachtoffers zal liggen inzake de
definitieve of voorlopige betaling.
Onze fractie is in blijde verwachting van het wetsontwerp betreffende
02.03 Peter Logghe (Vlaams
Belang): Je ne suggère pas que le
monde politique puisse tout
simplement effacer les consé-
quences de cette catastrophe. Je
sais et je comprends très bien que
des négociations doivent être
menées dans la discrétion avec
les compagnies d'assurances.
Je suis heureux d'apprendre que
les victimes pourront choisir
librement entre un paiement
définitif ou provisoire.
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
9
de regeling van rampen, zoals die van Gellingen. Wij hopen dat dat
wetsontwerp met enige hoogdringendheid mag worden verwacht. Wij
zullen het met zeer veel aandacht lezen en proberen om hier en daar,
waar nodig en waar mogelijk, zelfs te verbeteren.
Ik dank u in ieder geval voor de volledigheid van uw antwoord.
Notre groupe attend le projet de loi
relatif à la gestion de telles
catastrophes et espère qu'il pourra
être examiné le plus rapidement
possible.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer Schoofs, de heer Landuyt zal om 11.00 uur hier zijn. Kan uw samengevoegde
vraag tot dan wachten?
02.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Geen probleem.
03 Question de Mme Valérie De Bue au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la violation du secret de l'instruction" (n° 6520)</b>
03 Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de schending van het onderzoeksgeheim" (nr. 6520)
03.01 Valérie De Bue (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, en 2007, un quintuple infanticide a eu lieu à Nivelles. Dans
cette affaire, de larges extraits de l'expertise judiciaire concernant la
présumée coupable ont été diffusés dans la presse. Il est toujours
inquiétant de trouver des aspects entiers de l'instruction déballés dans
la presse. Ce fut le cas également dans une récente affaire à
Bruxelles, dans laquelle un jeune homme est suspecté du meurtre de
toute sa famille. Ce fut encore le cas récemment avec la diffusion
d'un interrogatoire au polygraphe en plein déroulement d'un procès
d'assises.
Certes, notre droit admet des exceptions qui tempèrent la rigueur du
secret au cours de l'instruction, parmi lesquelles figure la possibilité
de communication à la presse. Ainsi, conformément à l'article
28quinquies §4 et à l'article 57 du Code d'instruction criminelle, un
avocat peut fournir des informations à la presse lorsque l'intérêt de
son client l'exige. Dans ce cas, les communications ne peuvent avoir
lieu qu'en respectant les droits des victimes et des tiers, la vie privée
et la dignité des personnes. En outre, dans la mesure du possible,
l'identité des personnes citées dans le dossier n'est pas
communiquée.
Monsieur le ministre, pourriez-vous circonscrire les contours de cette
législation? Dans quels cas est-elle appliquée? Quelles sont les
exigences de l'article 28quinquies? Des poursuites ont-elles été
entamées sur cette base? Existe-t-il des précédents, des sanctions à
l'encontre
d'avocats,
qui
nous
permettent
d'appréhender
concrètement le champ d'application? Quelles améliorations pourrait-
on apporter à cette législation?
03.01 Valérie De Bue (MR): Naar
aanleiding van de vijfvoudige
kindermoord in Nijvel en een in
Brussel gepleegde moord, werden
in de pers ruime uittreksels uit het
gerechtelijk
deskundigenverslag
met betrekking tot de vermeende
daders gepubliceerd.
Overeenkomstig
artikel
28quinquies § 4 en artikel 57 van
het Wetboek van Strafvordering
kan de advocaat aan de pers
gegevens verstrekken. Hij waakt
echter over de inachtneming van
de rechten van verdediging van
het slachtoffer en derden, het
privéleven en de waardigheid van
personen. Voor zover als mogelijk
wordt de identiteit van de in het
dossier genoemde personen niet
vrijgegeven.
Kan u de contouren van die
wetgeving afbakenen? In welke
gevallen wordt zij toegepast? Wat
zijn de vereisten van artikel
28quinquies? Werd er op grond
daarvan
vervolging ingesteld?
Bestaan er precedenten waardoor
wij het toepassings-gebied ervan
kunnen
inschatten?
Welke
verbeteringen zouden er aan die
wetgeving
kunnen
worden
aangebracht?
03.02 Jo Vandeurzen, ministre: Chère collègue, la loi reconnaît au
ministère public la faculté de communiquer des informations à la
03.02 Minister Jo Vandeurzen:
Overeenkomstig de wet kan het
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
10
presse, lorsque l'intérêt public l'exige. Les communications à la
presse trouvent leur fondement dans le droit à l'information du citoyen
et doivent, dès lors, répondre à cette exigence d'intérêt public en
tenant la balance entre les autres droits et intérêts en jeu.
Je voudrais limiter ma réponse à la première partie de votre question,
c'est-à-dire la description des contours de la législation. Il n'est
vraiment pas possible, en quelques jours, de demander à tous les
tribunaux et parquets combien de fois et dans quels cas des
poursuites sont entamées pour violation du secret professionnel dans
le cadre très spécifique du secret de l'instruction.
Cette matière est réglementée par l'article 28quinquies pour
l'information et l'article 57 pour l'instruction. La circulaire commune
COL 7/99 du ministre de la Justice et du Collège des procureurs
généraux détermine les informations qui peuvent être transmises à la
presse par les autorités judiciaires et les services de police durant la
phase de l'enquête préparatoire. Si l'affaire est à l'instruction, il faut
l'accord préalable du juge d'instruction. Le secret de l'information et
de l'instruction en tant que tel ne vise que les personnes qui y
apportent leur concours professionnel (magistrats, policiers, experts,
greffiers) et couvre la durée de celle-ci. Sa portée est limitée.
Les cas que vous citez concernent, sans entrer dans les détails,
différents moments du procès pénal. En ce qui concerne la police, le
secret de l'information et de l'instruction se double d'une obligation de
secret professionnel et de discrétion. Je me permets de vous
renvoyer à ce sujet à l'article 131 de la loi sur la police intégrée
structurée à deux niveaux et à l'article 35 de la loi sur la fonction de
police.
Cette obligation de secret professionnel et de discrétion figure
également en bonne place dans le code de déontologie des services
de police.
Autre acteur du procès pénal, l'avocat peut fournir des informations
aux médias lorsque l'intérêt de son client l'exige. Dans ses contacts
avec les médias, l'avocat est tenu de respecter les règles
déontologiques inhérentes à sa profession. Il n'est pas tenu, à
strictement parler, par le secret de l'instruction mais par le secret de
sa profession. Le secret professionnel est repris à l'article 158 du
Code pénal. Il ne s'agit pas seulement d'un droit pour son titulaire
mais aussi d'un devoir dont la violation est sanctionnée pénalement,
sauf exception.
Les sanctions suite à la violation du secret professionnel peuvent être
pénales, civiles et/ou disciplinaires. Elles prévoient une peine
d'emprisonnement de 8 jours à six mois et une amende de 100 à 500
francs.
Selon MM. Bosly et Vandermeersch, la communication de l'avocat à
la presse vise avant tout la sauvegarde des droits et de la réputation
de son client en réponse à certaines informations diffusées par la
presse. Le législateur a cherché à établir une symétrie entre les
conditions imposées au ministère public et à l'avocat. Ces
communications à la presse doivent respecter la présomption
d'innocence, le droit de l'avis de défense, la vie privée et la dignité des
personnes. La notion des droits de la défense est comprise dans un
openbaar ministerie gegevens aan
de pers verstrekken indien het
openbaar belang het vereist. Die
mededelingen
vinden
hun
grondslag
in het recht
op
informatie van de burger.
Ik zal mij in mijn antwoord
beperken tot een beschrijving van
de contouren van de wetgeving.
Deze materie wordt geregeld bij
artikel 28quinquies voor het
opsporingsonderzoek en bij artikel
57
voor
het
gerechtelijk
onderzoek.
In
de
gemeen-
schappelijke omzendbrief van de
minister van Justitie en de
procureurs-generaal
wordt
bepaald welke gegevens er aan de
pers mogen worden verstrekt.
Indien er met betrekking tot de
zaak een gerechtelijk onderzoek
aan de gang is, dan is de
voorafgaande instemming van de
onderzoeksrechter vereist. Het
geheim van het opsporings-
onderzoek en van het gerechtelijk
onderzoek
geldt
enkel
voor
eenieder die daar beroepshalve
zijn medewerking dient aan te
verlenen
(magistraten,
politie-
mensen, deskundigen, griffiers) en
omvat de hele duur ervan. De
draagwijdte ervan is beperkt.
De gevallen die u aanhaalt hebben
betrekking op diverse fasen in het
strafproces. Wat de politie betreft,
gaat
het
geheim
van
het
opsporingsonderzoek en van het
gerechtelijk onderzoek gepaard
met de verplichting om het
beroepsgeheim en de discretie in
acht te nemen. Ik ben zo vrij
dienaangaande te verwijzen naar
de artikelen 131 van de wet tot
organisatie van een geïntegreerde
politiedienst, gestructureerd op
twee niveaus, en 35 van de wet op
het politieambt.
Deze verplichting tot beroeps-
geheim en de discretie maakt
eveneens deel uit van de
deontologische code van de
politiediensten.
De advocaat mag informatie
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
11
sens large: droit de la défense des suspects, des victimes et des tiers.
La Cour européenne des droits de l'homme a considéré que le
manque de discrétion et de réserve dont avait fait preuve une autorité
publique, en donnant des informations sur une enquête judiciaire
laissant apparaître la culpabilité d'une personne, constituait une
violation de la présomption d'innocence et était contraire à l'article 6.2
de la Convention.
Lorsque les communications officielles ont été faites dans le respect
du principe de discrétion, on ne peut tenir les autorités judiciaires
responsables de l'acharnement médiatique qui a entouré l'arrestation
d'un inculpé.
verstrekken aan de media indien
dit in het belang is van zijn cliënt.
Hij ziet zich niet gebonden door
het onderzoeksgeheim maar door
het beroepsgeheim.
Het beroepsgeheim is opgenomen
in artikel 158 van het strafwetboek.
Het is niet alleen een recht maar
ook een plicht. De sancties
kunnen van strafrechtelijke, civiele
of disciplinaire aard zijn. Ze
voorzien in een gevangenisstraf
van acht dagen tot zes maanden
en een boete van 100 tot 500
Belgische frank.
Volgens de heren. Bosly en
Vandemeerch is de communicatie
tussen de advocaat en de pers in
de eerste plaats bedoeld om de
rechten en plichten van zijn cliënt
te vrijwaren. In de communicatie
met de pers moet het vermoeden
van onschuld, het recht van de
verdediging, het privéleven en de
menselijke waardigheid worden
gerespecteerd.
Volgens het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens is het
gebrek
aan
discretie
en
terughoudendheid
van
het
openbaar gezag door informatie te
geven over een gerechtelijk
onderzoek en door de schuld van
een persoon te laten uitschijnen
een schending van het vermoeden
van onschuld en een inbreuk op
artikel 6.2 van het Verdrag.
Als in de officiële communicatie
het principe van de discretie werd
nageleefd, kan men de rechterlijke
overheden niet verantwoordelijk
houden voor de mediatisering rond
de arrestatie van een verdachte.
03.03 Valérie De Bue (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse complète.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04 Samengevoegde vragen van
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de verklaringen van de minister naar aanleiding van de voorstelling van het
jaarverslag 2007 van het gevangeniswezen, inzonderheid met betrekking tot de bijkomende
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
12
aanwerving van 626 cipiers" (nr. 6322)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de overstap van militairen naar een ander departement" (nr. 6621)
04 Questions jointes de
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "les déclarations du ministre à l'occasion de la présentation du rapport annuel 2007 de
l'administration pénitentiaire, plus particulièrement en ce qui concerne le recrutement de 626 gardiens
de prison supplémentaires" (n° 6322)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le transfert de militaires vers un autre département" (n° 6621)</b>
04.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ter
gelegenheid van de voorstelling van het jaarverslag van het
gevangeniswezen bent u nog eens teruggekomen op de aanwerving
van 626 extra cipiers, waarover u ook spreekt in uw beleidsverklaring.
De vraag is waar die zullen worden ingezet. Ik heb begrepen dat men
op korte termijn overgaat tot aanwerving. Men zal dus nu reeds
plannen moeten hebben om te weten waar die 626 mensen worden
ingezet, op welke basis en volgens welke verdeelsleutel.
Ik ben echt geïnteresseerd in het veiligheidsaspect. Op welke wijze en
hoe zwaar weegt dat aspect door in de verdeling, de allocatie van die
medewerkers in de diverse gevangenissen?
Ik blijf hameren op die ene vraag. Zullen er meer gedetineerden in
één cel worden geplaatst in de gevangenissen waar het basiscomfort
toereikend is, nu het toezicht met 626 mensen zal worden verscherpt?
Mijnheer de minister, ik vind immers dat het niet kan dat men alleen
extra cipiers aanwerft en dat men dan de plaatsen die er zijn in
bepaalde gevangenissen waar men toch een zeker comfort heeft,
meer dan een basiscomfort, niet opvult met extra gedetineerden.
Ik ben laatst in de gevangenis van Hasselt geweest. Ik heb daar een
bezoek gebracht als volksvertegenwoordiger. U weet dat wij dat
onaangekondigd kunnen doen. Ik heb daar sommige cellen gezien.
Volgens de directie was de plaats er niet om twee mensen in één cel
te steken, maar de cipiers zijn ervan overtuigd dat het wel kan. Die
mensen zeggen dat het voor hen geen gevaar is voor de veiligheid
wanneer men twee mensen in één cel zou plaatsen. Zeker wanneer
zij collega's erbij krijgen die hen ondersteunen zou het geen probleem
zijn.
Ten slotte, dit is inmiddels ook opgedoken en mijn collega zal er ook
op terugkomen, vermoed ik. Hoe zit het met de mensen van de
krijgsmacht die zouden worden ingezet in het gevangeniswezen?
Blijkbaar is het geen succes. Er zouden er slechts 34 hebben
gereageerd, terwijl minister De Crem in 500 kandidaten om over te
plaatsen naar uw diensten, naar het gevangeniswezen, had voorzien.
Zijn de plannen van Justitie ondergeschikt aan die van Defensie.
Wacht u op de minister van Defensie? Of zegt u gewoon dat u dat niet
hoeft te doen, dat wanneer collega De Crem, die trouwens van
dezelfde partij is als u, niet rondkomt met de toewijzing van mensen
uit de krijgsmacht aan het gevangeniswezen, dat zijn probleem is en
niet het uwe? Ik had graag geweten hoe u daartegenover staat.
04.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): À l'occasion de la
présentation du rapport annuel des
établissements pénitentiaires, le
ministre a répété son intention de
recruter 626 gardiens de prison
supplémentaires
le
plus
rapidement possible.
Comment
ceux-ci
seront-ils
répartis entre les établissements
pénitentiaires? Quelle sera l'impor-
tance de l'aspect sécurité dans
cette répartition? Davantage de
détenus seront-ils placés dans une
seule cellule si la surveillance est
renforcée? J'ai constaté par moi-
même que les conditions de
confort sont suffisantes à cet effet.
Le projet du ministre de la
Défense
de
transférer
du
personnel de l'armée vers les
établissements pénitentiaires n'est
manifestement pas une réussite.
Sur les cinq cents places,
seulement 34 seraient occupées.
Cela pose-t-il un problème pour le
département de la Justice?
04.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, 04.02 Sabien Lahaye-Battheu
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
13
mijn vraag gaat inderdaad vooral over het aspect overheveling van
militairen naar het departement Justitie, zoals aangekondigd door de
minister van Defensie.
Uit cijfers van de FOD Justitie blijkt dat er 275 militairen zouden zijn
gevonden, die de overstap naar Justitie willen maken. De groep heeft
ook reeds een eerste test, een competentietest afgelegd. Van die 275
gaven echter slechts 34 militairen zich op voor de job van cipier. 180
anderen ambiëren een meer administratief gerichte job bij Justitie. De
rest gaat voor het veiligheidskorps. Bij dat korps zijn er volgens mijn
inlichtingen vandaag echter geen vacatures.
De 34 militairen die door de eerste test zijn geraakt, moeten nog een
tweede test afleggen, deze keer georganiseerd door het
wervingsbureau Selor. Daarna zouden zij dan een rondleiding kunnen
krijgen in hun eventuele toekomstige werkplek, de gevangenis.
In de FOD Justitie wordt gezegd dat, als men er dan nog 20 van de 34
overhoudt, dat nog veel zou zijn. Deelt u de visie van de minister van
Defensie dat militairen moeten worden aangemoedigd om de
overstap te maken naar Justitie. Zo ja, welke inspanningen zult u
leveren om militairen bij Justitie te krijgen?
Wat met de financiële incentives? Men zou inderdaad militairen via
premies aanmoedigen om van het leger naar Justitie te komen. Wie
zal die incentives betalen? Is dat voor het budget van Defensie of
Justitie? Kunt u daar meer duidelijkheid over geven?
(Open Vld): Le ministre de la
Défense a annoncé que des
militaires seraient transférés à la
Justice. Selon les chiffres du SPF
Justice, 275 militaires étaient
intéressés. Après un test de
compétence, seuls 34 militaires se
sont néanmoins avérés aptes. Ils
doivent
encore
passer
un
deuxième test au Selor. Cent-
quatre-vingts
autres
militaires
briguent
une
fonction
administrative
au
sein
du
département de la Justice et les
autres seraient éventuellement
transférés vers le corps de
sécurité.
Le ministre partage-t-il la vision de
son collègue de la Défense selon
laquelle les militaires doivent être
incités à demander leur mutation?
Quels efforts fournira-t-il à cet
effet? Des primes pourraient-elles
être allouées et devraient-elles
provenir du budget de la Défense
ou de la Justice?
04.03 Minister Jo Vandeurzen: Vooreerst, het gaat om het in dienst
nemen van in totaal 626 nieuwe medewerkers, niet alleen als
penitentiaire beambte, maar ook om diverse functies in de
gevangenissen in te vullen. Het gaat dus niet uitsluitend om
penitentiair personeel.
Iedere gevangenis heeft op dit moment een eigen toegewezen kader.
De toewijzing van de kaders gebeurde in het verleden door de
minister van Justitie op advies van de directeur-generaal van het
Gevangeniswezen en na syndicaal overleg. De huidige uitbreiding van
kaders heeft vooral te maken met nieuwe initiatieven. Het gaat dus
niet om een proportionele verdeling volgens bepaalde verdeelsleutels.
Wat de bijkomende functies betreft, is de verdeling als volgt: 95
functies in niveau A, masters, 12 attachés, 35 directeurs, 3 ingenieurs
en 45 psychologen. Dan zijn er 229 functies in niveau B, bachelors,
59 opvoeders, 7 ergotherapeuten, 71 administratieve experts, 45
verpleegkundigen, 43 maatschappelijk assistenten en 1 kinesist.
Voorts zijn er 92 functies in niveau C, 46 administratief assistenten,
35 penitentiair assistenten en 11 technische assistenten. Daarnaast
zijn er 166 functies in niveau D, 79 penitentiair beambten, 70
kwartierchefs en 17 technische kwartierchefs. Tot slot zijn er nog 44
medewerkers
voor
de
centrale
administratie
van
het
gevangeniswezen.
Wat de veiligheidsfuncties betreft, gaat het vooral om nieuwe
initiatieven zoals de afdeling voor hoge veiligheid in de gevangenis te
Brugge en te Lantin, uitbreiding ingevolge de basiswet op de
bezoekregeling voor gedetineerden, drugspreventieprojecten in
Brugge en Verviers, lichte capaciteitsuitbreidingen in Hoogstraten,
04.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Au total 626 nouveaux collabo-
rateurs seraient engagés pour
différentes fonctions au sein des
établissements pénitentiaires. Il ne
s'agit donc pas uniquement
d'agents pénitentiaires.
Chaque prison dispose actuelle-
ment d'un cadre de personnel qui
lui est attribué selon le nombre
requis et qui a été fixé par le
ministre de la Justice après l'avis
du
directeur
général
de
l'Administration
des
établis-
sements pénitentiaires et la
concertation syndicale. L'extension
actuelle du cadre de personnel
sera réalisée après la prise de
nouvelles initiatives. Le personnel
supplémentaire ne sera donc pas
affecté aux prisons conformément
à certaines clés de répartition. Il
faudrait 95 membres du personnel
supplémentaires de niveau A, 229
de niveau B, 92 de niveau C et
166 de niveau D, dont 79 agents
pénitentiaires et enfin 44 collabo-
rateurs
pour
l'administration
centrale.
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
14
Turnhout, Oudenaarde, Merksplas, Mechelen, Namen en Wortel.
Over een meer gelijkmatige spreiding van de penitentiaire bevolking
moet nog overleg worden gepleegd met de syndicale organisaties.
Daar kan ik nu moeilijk al uitspraken over doen. Het is wel onze
bedoeling om de overbevolking zo snel mogelijk te verhelpen door
enerzijds de cellen te recupereren en anderzijds cellen bij te bouwen,
zoals aangegeven in het masterplan voor de gevangenisinfrastructuur
in humane omstandigheden.
Wil Justitie de doelstelling van een geloofwaardige strafuitvoering
kunnen waarmaken, dan moet daarvoor uiteraard ook in de nodige
middelen worden voorzien. De FOD Justitie heeft voor dit en volgende
jaren dan ook een ambitieus aanwervingsprogramma. Naast nieuwe
wervingen biedt een goed georganiseerde mobiliteit extra kansen om
snel doelstellingen te verwezenlijken. Hiervoor moeten lessen uit het
verleden worden getrokken. In tegenstelling tot in het verleden worden
geen punctuele operaties met dito procedures opgestart. De FOD
Justitie heeft opdracht gekregen om in samenwerking met de FOD
P&O de veralgemeende mobiliteitsregels toe te passen. Waar nodig
moet hiervoor de overgang tussen de zogenaamde algemene graden
naar specifieke graden worden versoepeld.
Zoals in de gevallen van De Post en Belgacom, biedt de mobiliteit een
nieuwe horizon aan personeelsleden in overheidsdiensten die worden
geherstructureerd.
Wanneer de regering herstructureringsplannen heeft voor
Landsverdediging, is het normaal dat maximaal gebruik wordt
gemaakt van mobiliteit. De FOD Justitie plant in dat kader niet alleen
initiatieven. Hij is de initiatieven ook aan het uitvoeren. De bedoeling is
om de mobiliteit op een structurele manier te realiseren. Bij
Landsverdediging is al een eerste reeks van road shows
georganiseerd, waaraan meer dan 800 mensen hebben
deelgenomen. Hiervan hebben er zich tot op vandaag al een
driehonderdtal geëngageerd om deel te nemen aan de
competentiescreenings, die in samenwerking met Selor worden
opgezet. De screenings door Selor zijn evenwel geen selectietests.
Voor een overgang naar gemene graden zijn er geen reglementaire
teksten aan te passen, zodat het daardoor gemakkelijker is om de
stap te zetten. Voor gespecialiseerde graden, zoals onder andere die
van penitentiair beambte, moeten nog wel een aantal wijzigingen
worden overlegd en doorgevoerd.
Eens de aanpassingen zijn doorgevoerd, is het echter wel degelijk de
bedoeling om geregeld mobiliteit toe te passen. Nogmaals, de FOD
Justitie beoogt geen eenmalige operatie, maar een gestructureerde
toepassing van de mobiliteit met alle overheidsdiensten, inclusief
Landsverdediging.
De FOD Justitie geeft geen extra financiële incentives. De FOD
Justitie
biedt
voldoende
aantrekkelijke
wedden
en
loopbaanperspectieven.
Er
zullen,
ten
slotte,
geen
budgetverschuivingen tussen Landsverdediging en Justitie worden
gepland.
En ce qui concerne les fonctions
de sécurité, il s'agit principalement
de nouvelles initiatives à des
endroits spécifiques: des quartiers
de haute sécurité, des extensions
dans le cadre du régime des
visites, des projets de prévention
de la toxicomanie et de légères
extensions de la capacité.
Je dois encore me concerter avec
les organisations syndicales à
propos d'une répartition plus
uniforme des détenus, de sorte
que je ne puis me prononcer à ce
sujet
pour
l'heure.
Nous
souhaitons toutefois remédier le
plus rapidement possible à la
surpopulation en récupérant des
cellules et en construisant des
cellules supplémentaires.
Le SPF Justice dispose des
moyens nécessaires pour réaliser
un programme de recrutement
ambitieux au cours des années à
venir.
En outre, il importe de bien orga-
niser la mobilité. Le SPF Justice
appliquera avec le SPF P&O les
règles de mobilité généralisées, ce
qui permettra d'offrir de nouvelles
possibilités aux membres du
personnel de services publics en
restructuration. Ainsi, environ trois
cents membres du personnel du
département de la Défense ont
déjà participé à des screenings de
compétences organisés par le
Selor. La transition vers des
grades généraux ne nécessite pas
d'adaptations réglementaires mais
pour les grades spécialisés,
certaines
modifications
sont
nécessaires. Une fois que cela
sera chose faite, le SPF Justice
tendra vers une mise en oeuvre
structurée de la mobilité. À cet
égard, le SPF Justice ne prévoit
pas
d'avantages
financiers
supplémentaires. En outre, aucun
glissement budgétaire ne sera
opéré entre les départements de
la Défense et de la Justice.
04.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, het 04.04 Bert Schoofs (Vlaams
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
15
probleem van de minister van Landsverdediging is dus blijkbaar ook
niet het probleem van de minister van Justitie. De heer De Crem moet
dus maar zien hoe hij zijn 500 militairen kwijtraakt. Dat behoort niet tot
het bestek van de vraag, maar daaromtrent is er dus toch enige
politieke duidelijkheid.
Ten tweede, ik kan vrij positief zijn over de initiatieven die u aanhaalt,
mijnheer de minister. Het is inderdaad een gedeeltelijke uitvoering
van de wet op de interne rechtspositie van gedetineerden, waarin wij
u, weliswaar voor een deel, kunnen volgen.
Ik verneem dat er slechts 79 penitentiaire beambten zijn. Op de
werkvloer zelf is dat niet al te veel. Ik blijf dan ook op mijn honger met
betrekking tot de verdere spreiding van de gedetineerden. Ik weet dat
daarover syndicaal overleg wordt gevoerd, waarop wij straks nog
zullen terugkomen, in de vragen die ik samen met collega Landuyt zal
stellen, maar blijkbaar blijft u op dat punt toch vastzitten. U wil echt
niet dat er meer gedetineerden in een aantal cellen komen waar er
voldoende comfort is, bijvoorbeeld voor kortgestraften.
Het cellentekort wordt ook niet opgevangen. Het geheel dat u nu
schetst, kadert ook niet in een plan om het cellentekort op te vangen
of te voorzien in bijkomende capaciteit. Op dat punt blijf ik mijn kritiek
gestand. Alle goede bedoelingen ten spijt is een en ander niet
helemaal wat ik verwacht. Die 626 extra mensen dienen niet voor
bijkomende capaciteit en dat betreur ik.
Belang): Le ministre De Crem
devra donc examiner comment il
pourra se défaire de ses cinq
cents militaires: voilà une chose
qui est tout de même déjà claire.
Je suis relativement favorable aux
initiatives citées mais il n'y a que
79 agents pénitentiaires. Je reste
dès lors sur ma faim en ce qui
concerne la répartition future des
détenus. Le ministre refuse d'aug-
menter le nombre de détenus, par
exemple les détenus purgeant une
peine de courte durée, dans
certaines cellules suffisamment
confortables. Il ne sera donc pas
remédié au manque de cellules.
Les
626
personnes
supplé-
mentaires ne sont pas destinées à
couvrir une capacité supplémen-
taire et je le déplore.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de invordering van penale boetes" (nr. 6147)
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de invordering van penale boetes" (nr. 6807)
05 Questions jointes de
- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le recouvrement des amendes pénales" (n° 6147)<br>- Mme Sabien Lahaye-Battheu au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le recouvrement des amendes pénales" (n° 6807)</b>
05.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, in uw beleidsbrief staat dat u de nadruk wilt
leggen op de uitvoering van veroordelingen. U verwees onder meer
naar een rapport van het Rekenhof inzake het gebrekkig innen van
penale boetes. Op 30 april 2008 stelde ik een schriftelijke vraag. Ik
vroeg u de cijfers inzake niet-betaalde boetes voor het jaar 2007, de
verhouding met de vorige jaren en de opsplitsing per gerechtelijk
arrondissement.Op 6 juni 2008 ontving ik een door u getekend
document, met als antwoord dat de gegevens worden opgevraagd
aan de bevoegde instanties.
Dat brengt mij tot de volgende vragen. Betekent dit antwoord dat u tot
nu toe niet beschikt over cijfers inzake de uitvoering van
veroordelingen? Worden die cijfers niet bijgehouden om te kunnen
bijsturen? Dat is mijn bezorgdheid na uw antwoord, dat ik na twee
maanden kreeg. Ik besef dat mijn vraag een schriftelijke vraag was,
maar ik schrok toen ik na twee maanden het antwoord kreeg dat de
05.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le 30 avril 2008, j'ai
posé une question écrite relative
aux amendes pénales impayées
de l'année 2007, à l'évolution par
rapport aux années précédentes
et à la répartition par arrondis-
sement judiciaire. Le 6 juin 2008,
j'ai reçu un document signé par le
ministre dans lequel ce dernier me
faisait savoir que les données
avaient été demandées auprès
des autorités compétentes.
Puis-je en déduire que le ministre
ne dispose toujours pas de
données chiffrées relatives à
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
16
gegevens worden opgezocht. Dat wekt bij mij bijzondere zorgen op
over de geloofwaardigheid inzake de uitvoering van veroordelingen.
l'application des condamnations?
Ne tient-on aucune statistique en
la matière de façon à rectifier
d'éventuelles lacunes? Je suis
inquiet de lire, deux mois après
ma question, que les données
doivent encore être collectées.
05.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, tijdens de voorbije legislatuur heb ik ook al
herhaaldelijk de toenmalig bevoegde ministers van Financiën en
Justitie ondervraagd over het verbeteren van de invordering van
penale boetes. Er werd reeds in het jaar 2000 aan de alarmbel
getrokken, met een rapport van het Rekenhof. Ook in 2007 kwam er
een rapport.
Mijnheer de minister, tijdens de bespreking van de beleidsnota hebt u
het invorderen van penale boetes op dezelfde hoogte gezet als de
strafuitvoering. U hebt gezegd dat het voor u een heel belangrijk
thema is en dat u wilt dat er daarin verbetering komt. Wij hebben er al
even over gesproken in de commissie voor de Justitie, naar
aanleiding van de bespreking van een wetsvoorstel op het vlak van de
inning van boetes.
U hebt toen gezegd dat er op het niveau van de bevoegde
departementen Justitie en Financiën moet worden gezocht naar
mogelijkheden om de inning te verbeteren. Het feit dat iemand die is
veroordeeld tot het betalen van een boete, hetzij door de
politierechter, hetzij door de correctionele rechter, die boete
uiteindelijk niet betaalt en op die manier zijn of haar straf ontloopt, is
een slecht signaal. Het is eveneens een vorm van ongelijkheid ten
opzichte van de burger die wel doet wat hij moet doen, met name zijn
boete betalen.
Een tweede negatief punt is dat onze staatskas hierdoor heel wat
inkomsten misloopt.
Ik wil u vragen of intussen al een aantal concrete maatregelen werd
uitgewerkt door de bevoegde departementen, in afwachting dat u
kleinere ingrepen nuttig acht, zoals het niet langer automatisch wissen
van politiestraffen die niet betaald zijn. Kunt u een timing naar voren
schuiven, bijvoorbeeld naar eind dit jaar? Zullen we dit jaar nog
concrete maatregelen zien om de inning van penale boetes te
verbeteren?
05.02 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Au cours de la
précédente législature, j'ai inter-
rogé à plusieurs reprises les
ministres des Finances et de la
Justice en poste à ce moment sur
la
manière
d'améliorer
le
recouvrement
des
amendes
pénales. À entendre le ministre
actuel, ce problème constitue un
axe très important de son action,
et il entend améliorer la procédure.
Selon le ministre, les deux
départements
compétents,
la
Justice et les Finances, doivent
rechercher des solutions pour
améliorer la perception. Lorsque le
non-paiement d'une amende reste
sans
suites,
ce
n'est
pas
seulement un mauvais signal mais
aussi une injustice envers tous
ceux qui paient leurs amendes. De
plus, c'est un important manque à
gagner pour le Trésor.
Des mesures concrètes ont-elles
déjà été mises au point, entre-
temps, par les départements
compétents? Le ministre estime-t-
il nécessaire de procéder à une
série d'interventions de moindre
importance en la matière? Des
mesures concrètes seront-elles
prises cette année encore pour
améliorer le recouvrement des
amendes pénales?
05.03 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, in antwoord
op de vraag van collega Landuyt, kon ik u de gegevens niet meedelen
in antwoord op uw schriftelijke vraag nr. 170 omdat die gegevens
moeten worden opgevraagd bij het ministerie van Financiën.
In uitvoering van artikel 197, tweede lid van het Wetboek van
strafvordering worden de vervolgingen tot invordering van geldboetes
in naam van de procureur des Konings immers uitgevoerd door de
directeur van de Registratie en Domeinen. Deze gegevens worden nu
opgevraagd.
Ik
heb
reeds
vastgesteld
dat
er
geen
automatische
05.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Je n'ai pas pu fournir les données
dans la réponse à la question
écrite n°170 de M. Landuyt parce
que ces éléments doivent être
demandés
auprès
du
SPF
Finances. Cette demande est en
cours. Il n'y a pas d'échange
automatique
des
informations
entre le directeur de l'Enregistre-
ment et des Domaines et les
parquets qui ordonnent le recou-
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
17
gegevensoverdracht bestaat tussen de directeur van de Registratie
en Domeinen, die onder de bevoegdheid van de minister van
Financiën valt, en de parketten, die de opdracht geven tot invordering
van de geldboetes ter uitvoering van de opgelegde sancties.
Evenmin wordt de directeur van de Registratie en Domeinen
voldoende aangestuurd door een Algemene Directie niet-fiscale
invorderingen. Deze opmerkingen werden ook geformuleerd in de
audit die in 2007 door het Rekenhof werd gehouden.
We zijn nu volop aan het nagaan hoe hiervoor op korte, middellange
en lange termijn een oplossing kan worden gevonden. Net zoals u
wacht ik dan ook met ongeduld op de gegevens die mij zullen worden
bezorgd. Op basis van die gegevens zullen we de zoektocht naar een
oplossing kunnen oriënteren.
In diezelfde redenering, wat betreft de vraag van mevrouw Lahaye-
Battheu, is het evident dat er iets moet gebeuren. De situatie, zoals
ook aangeklaagd in het verslag van het Rekenhof, kan niet blijven
duren. Wat betreft de invordering van de geldboetes, zowel politioneel
als correctioneel, moeten wij naar een ander systeem overstappen.
Het is echter duidelijk dat ik niet alleen bevoegd ben voor de materie.
Ook de minister van Financiën zit, op basis van het net door mij
geciteerde artikel uit het Wetboek van strafvordering, mee aan tafel.
In afwachting van een grondige aanpak zouden een aantal kleinere
ingrepen mogelijks al een gedeeltelijke oplossing kunnen bieden. Ik
denk bij de veroordeling door de politierechter bijvoorbeeld aan de eis
om de betaling van geldboete en gerechtskosten volledig door de
veroordeelde te laten betalen, vooraleer hij kan genieten van de gunst
om zijn verval van recht tot sturen in een bepaalde periode te laten
vallen. Voorts zou ook een veralgemeende inschakeling van
gerechtsdeurwaarders bij invorderingen soelaas kunnen bieden.
Wij zijn dus aan het oplijsten wat op korte termijn mogelijk is.
Het niet-wissen van politiestraffen bij betaling van geldboetes, zoals
werd voorgesteld, is echter geen goede zaak. Het voorstel mag
trouwens niet worden beperkt tot geldboetes opgelegd door de
politierechtbank, maar moet ook de geldboetes opgelegd door de
correctionele rechtbanken en de hoven van beroep viseren. Bij het
niet-betalen van een geldboete de straf niet uitwissen betekent dat per
dossier een correspondentie moet worden gevoerd, wat tegen elke
vorm van administratieve vereenvoudiging ingaat. In de realiteit zou
immers voor meer dan 250.000 dossiers extra correspondentie
moeten worden gevoerd.
Ook kan de vraag worden gesteld waarom de al dan niet uitvoering
van een financiële sanctie aan de uitwissing zou moeten worden
gekoppeld, terwijl zulks niet het geval is voor de uitvoering van
bijvoorbeeld een gevangenisstraf.
Wij hopen in het najaar de analyse van alle inlichtingen en statistieken
te kunnen afronden om vervolgens enkele voorstellen tot verbetering
van de invorderingsprocedure te kunnen doen. In het regeerakkoord
wordt naar bedoelde verbetering trouwens ook uitdrukkelijk verwezen.
vrement des amendes. De plus, le
directeur de l'Enregistrement et
des Domaines ne reçoit pas
d'indications très précises d'une
direction
générale
des
Recouvrements non fiscaux. Nous
cherchons à résoudre ce
problème à court terme et à long
terme. Il est clair qu'il convient de
passer à un autre système pour le
recouvrement des amendes, qu'il
s'agisse de peines de police ou
correctionnelles.
Le ministre des Finances est
toutefois également compétent en
la matière. Dans l'attente d'un
examen approfondi du dossier,
plusieurs mesures de moindre
importance peuvent déjà offrir une
solution partielle. Nous examinons
actuellement
les
possibilités
concrètes. Je déplore toutefois le
non-effacement des peines de
police lorsque les amendes sont
payées étant donné que cette
disposition entraînerait une grande
complexité administrative.
Pourquoi l'application éventuelle
d'une sanction financière devrait-
elle être liée à l'effacement d'une
sanction alors qu'il n'en va par
exemple pas de même pour
l'exécution d'une peine de prison?
Nous espérons pouvoir clôturer
l'analyse de l'ensemble des
données
cet
automne
pour
formuler
des
propositions
d'amélioration de la procédure de
récupération.
Nous
vérifions
également si une amélioration de
l'informatisation pourrait remédier
au problème. Quoi qu'il en soit,
nous devons en effet organiser
l'encaissement
des
amendes
pénales d'une autre manière étant
donné que la procédure actuelle
est dépassée.
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
18
Zoals ik reeds tijdens de bespreking van het wetsvoorstel nr. 574
aangaf, zou ook een informatiseringprogramma tot procesverbetering
een gedeeltelijke oplossing kunnen zijn. Ook op dat vlak zijn wij aan
het kijken naar bepaalde pistes die ons werden aangereikt, om na te
gaan of dergelijk programma relatief snel tot het verbeteren van de
situatie zou kunnen bijdragen.
Het punt dat u maakt, is ten gronde echter een juist punt. Wij moeten
de invordering van de penale boetes op een andere manier
organiseren. De huidige procedure is niet meer van deze tijd. Wij
zullen bekijken hoe wij op dat vlak een doorbraak kunnen realiseren.
05.04 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, het
antwoord van de minister verontrust mij. Het is immers op mijn vraag
dat na anderhalve maand de vraag wordt gesteld om de gegevens te
bekomen.
05.04
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Que les données
soient demandées au département
des Finances alors que ma
question a été posée il y a un mois
et demi, voilà qui ne laisse pas de
m'inquiéter.
05.05 Minister Jo Vandeurzen: De vraag (...).
05.06 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik bedoel na anderhalve
maand. Ik heb uiteraard gelijktijdig dezelfde vraag aan de minister van
Financiën gesteld. Ik weet al welk antwoord u zult krijgen. Ik wil het u
geven. Hij heeft de bedoelde gegevens dus niet.
Ik parafraseer even om u gerust te stellen. Men zegt dat men het
rapport van het Rekenhof ook kent, maar dat de acties die de
administratie
heeft
ondernomen
sinds
februari 2007
zijn
geïntensifieerd. Die hebben er echter nog niet toe geleid dat men de
gevraagde cijfergegevens kan leveren. Dat is de toestand bij uw
noodzakelijke dienst, in deze Financiën. Ze kunnen het niet leveren
en geven hetzelfde soort antwoord dat uw diensten aan u hebben
gegeven, namelijk dat er alle hoop is om de invordering met
gerechtsdeurwaarders te doen.
De formulering van het antwoord is zelfs, ik citeer: "Dit reeds
meermaals aangekondigde project zal eruit bestaan een applicatie te
ontwikkelen". Zij zetten alles in op de ICT. Dat is weer het paard en de
kar. Men heeft geen cijfers. Ik stel vast dat een beleidsprioriteit rustig
wordt behandeld. Ik denk dat u hierin nog zeer veel werk hebt. Ik
steun u daarin. Daarom heb ik deze vraag ook gesteld. Er is nog niets
gebeurd, ook niet nadat u daarvan een prioriteit hebt gemaakt. Dat
verontrust mij. Er is geen enkel spoor van een nieuwe strategie in
deze. Het eerste wat u moet doen, misschien met meer effect dan
mijzelf, is aandringen om de cijfers over de inningen te kunnen
ontvangen.
05.06
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le ministre des
Finances ne dispose d'ailleurs pas
des données demandées.
Tout comme les services de la
Justice, le département des
Finances répond qu'il y a bon
espoir que des huissiers de justice
pourront procéder au recouvre-
ment. Et le département des
Finances voit la solution dans la
mise au point d'une application
informatique, sans qu'il ne dispose
donc de chiffres. Je trouve
inquiétante l'absence de tout signe
d'une nouvelle stratégie et je
demande dès lors au ministre qu'il
insiste pour obtenir les chiffres.
05.07 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer Landuyt, dat verwondert mij, want tijdens de voorbije
legislatuur heb ik ook schriftelijke vragen ter zake gesteld en een
antwoord gekregen. Ik denk dat u toch nog eens moet aandringen. De
cijfers worden bij de ontvanger van de penale boetes opgevraagd. De
cijfers worden wel per ontvanger bekomen. Dat is een heel werk,
maar de cijfers zijn wel voorhanden.
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. U herhaalt dat er
05.07 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Au cours de la
précédente
législature,
j'ai
également posé à ce sujet des
questions écrites auxquelles j'ai
obtenu des réponses. Les chiffres
sont donc bel et bien disponibles.
J'espère que le ministre accordera
la priorité à ce problème avec son
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
19
iets moet gebeuren, dat tot een ander systeem moet worden
overgegaan, maar dat u dat samen met de minister van Financiën
moet doen. Ik hoop dat hieraan prioriteit zal worden gegeven zoals
ook in de beleidsnota staat, zodat wij hierin nog dit jaar resultaten zien
in het vandaag op verschillende vlakken fout lopende systeem van de
penale boeten.
collègue des Finances, afin que
des résultats puissent encore être
obtenus cette année en matière de
perception des amendes pénales.
05.08 Minister Jo Vandeurzen: Het is uiteraard juist dat dit
samenwerking met de FOD Financiën veronderstelt.
Wat de timing betreft, wil ik toch heel duidelijk zijn. Ik meen dat wij
moeten proberen in de loop van dit jaar een concept te ontwikkelen,
waarover dan een akkoord kan worden gesloten, over hoe wij het
systeem gaan hervormen. Het systeem is gewoon voorbijgestreefd
zoals het er nu uitziet. Er zal een totale evaluatie van de processen
die allemaal meespelen moeten worden gemaakt. Er moet een ander
systeem worden ontwikkeld.
Ik heb in het regeerakkoord uitdrukkelijk een verwijzing laten
opnemen naar het Nederlandse systeem met incassobureaus. Ik zeg
niet dat dit de enige oplossing is maar ik heb het wel laten toevoegen
als een mogelijke oplossing. Ik merk immers dat de Nederlandse
formule ­ u kunt het trouwens zien op de website, zij hebben een
mooie website ­ een van de formules is die wij moeten overwegen.
Er zijn nog andere formules mogelijk. Het is een heel interessante
discussie. Ik heb bijvoorbeeld in Nederland vastgesteld dat men daar
alle eenvoudige invorderingen centraliseert op één plaats, en dat men
die heel snel administratief probeert af te werken. Ik meen dat er dus
zeker oplossingen mogelijk zijn. Dit is een onaanvaardbare situatie
maar het is een oplosbaar gegeven. Het is een organisatiekwestie.
Wij zullen proberen in de loop van dit jaar een nieuw concept neer te
zetten, dat dan moet worden uitgevoerd. Dat uitvoeren zal
waarschijnlijk tijd vragen. Ik meen dat wij in die fases moeten werken:
wij moeten eerst een grondige evaluatie doen en een nieuwe formule
creëren om de kwestie aan te pakken, en dan kijken hoe wij die
gefaseerd kunnen uitvoeren.
05.08 Jo Vandeurzen, ministre: Il
est exact que cette matière
nécessite une collaboration avec
le SPF Finances. J'entends
trouver un accord sur la réforme
dans le courant de cette année.
J'ai fait inclure dans l'accord du
gouvernement une référence au
système néerlandais des agences
de recouvrement, même s'il est
certain que d'autres formules
peuvent également être prises en
considération.
Après
une
évaluation
approfondie,
il
conviendra d'élaborer un concept
et, ensuite, de mettre ce dernier
en oeuvre en plusieurs phases.
05.09 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik steun
u ten volle daarin. Ik meen dat men, nog voor 1999, een eenvoudige
formule van samenwerking met gerechtsdeurwaarders heeft uitgetest
­ met rendement ­ in het Antwerpse. Kortom, ik meen dat men al ooit
heeft gedaan wat nu opnieuw wordt aangekondigd.
Het grote probleem is, in mijn ogen, het probleem van de
eindverantwoordelijkheid. Er is de procureur die, zoals zo mooi wordt
gezegd, ten uitvoer legt. Daar stopt voor een stuk zijn
verantwoordelijkheidsgevoel. Ik weet dat u daaraan een oplossing
wenst te geven door bij het college een verantwoordelijke voor de
uitvoering te plaatsen, maar bij de uitvoering van vonnissen wijst de
een toch naar de andere. Dat blijkt ook op ministerieel niveau. U bent
met twee ministers bevoegd. De regel is dat de procureur de
verantwoordelijke is voor de uitvoering. Die moet ter zake dus worden
geresponsabiliseerd, want hij heeft de macht om iets in gang te zetten
of iets te stoppen. Maar wat doet hij? Hij volgt een automatisme: hij
zet het in gang, maar volgt het niet meer op. Dat is het drama, dat wij
hier ook weer zien: wij hebben geen overzicht.
05.09
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): La responsabilité
finale demeure un problème
majeur. Une règle tacite veut que
le procureur soit responsable de
l'application. Il doit dès lors
assumer cette responsabilité.
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
20
05.10 Minister Jo Vandeurzen: Naar aanleiding van de invoering van
de strafuitvoeringsrechtbanken heeft de positie van het openbaar
ministerie inzake de uitvoering van de straf een nieuwe dimensie
gekregen. Zonder dat wij daarvoor een wet hebben gemaakt,
overigens. Het is duidelijk, zoals collega Landuyt terecht aangeeft, dat
waar vroeger de ongeschreven regel was, op basis van de wettelijke
bepalingen, dat het openbaar ministerie de strafuitvoering in werking
zet, wij nu in een filosofie komen waarin wordt gezegd: het openbaar
ministerie moet het hele traject van de strafuitvoering begeleiden. Via
de strafuitvoeringsrechtbank doet het dat eigenlijk ook. Het is nu zo
wettelijk georganiseerd. Dat is een visie waarover ik overleg pleeg
met het College van procureurs-generaal. Want dat betekent dat men
bij de organisatie van het openbaar ministerie schikkingen daartoe zal
moeten treffen.
De volgende vraag die dan moet worden beantwoord, is of elk parket
dat dan op zichzelf moet doen. Of kunnen bepaalde processen niet
beter op een gecentraliseerde manier worden aangepakt? Als men
spreekt over hervormingen in de gerechtelijke organisatie, zijn dat
voor mij de thema's waarvoor ik u binnen dit en enkele maanden zal
uitnodigen en zal zeggen dat dit de vraagstukken zijn die moeten
worden beantwoord, waarover ik in overleg ben met het college en
waarvoor de Hoge Raad voorstellen zal doen. Dat zijn de oefeningen
die moeten worden gemaakt en die natuurlijk ook consequenties
zullen hebben met betrekking tot de bestaffing, de ondersteuning
enzovoort.
Het is inderdaad juist: dit zijn de richtingen waarvan ik overtuigd ben
dat we ze moeten inslaan. We zullen het op een andere manier
moeten bekijken: een die niet veel wetswijzigingen zal vergen, maar in
het organisatiegegeven met college, openbaar ministerie, vergadering
van de procureurs des Konings een aantal dingen moeten worden
afgesproken. U mag verwachten dat ik daarmee bezig ben.
05.10 Jo Vandeurzen, ministre:
Depuis l'instauration des tribunaux
de l'application des peines, le
ministère public s'est vu conférer
une nouvelle dimension. La règle
tacite d'autrefois devient à présent
un devoir puisque le ministère
public est désormais tenu d'ac-
compagner
l'application
des
peines
sur
l'ensemble
du
parcours. Certaines dispositions
devront dès lors être prises dans
le cadre de l'organisation du
ministère public. À cet égard, on
peut se poser la question de savoir
si chaque parquet doit lui-même
assurer ces tâches ou si nous
devons appréhender cette réalité
d'une
façon
centralisée.
La
concertation en cours avec le
collège des procureurs généraux
porte sur ces points, lesquels
feront
également
l'objet
de
propositions du Conseil supérieur.
05.11 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Ik voeg daar een klein detail
aan toe. Ik volg de redenering volledig en steun zeker het beleid op dit
vlak. Alleen is mijn vraag of u ook denkt aan een verschuiving door de
procureur weg te halen bij de burgerlijke rechtbanken inzake
adviesverlening. Daar kunt u enorm veel manschappen en tijd
uitwinnen door dat archaïsch betuttelend systeem aan te pakken van
een procureur die nog eens bij de rechter zit om een advies te
verlenen hoe het goed leven is, terwijl de rechter vanuit zijn
bevoegdheden alle mogelijke diensten van maatschappelijk
onderzoek zelf kan aanspreken, zonder dat een procureur daar nog
bij moet zitten om een formeel advies te verlenen. Voor de
rechtbanken is dat een enorm tijdrovende activiteit, waarover alle
spelers twijfelen of de dubbele rol van rechter en procureur wel nodig
is. Ik geef u deze suggestie mee bij de hervorming. U kunt enorm veel
herschikken inzake werk door binnen de bestaande troepen van
procureurs tijd te winnen. Als u wilt.
05.11
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro):
Je
souscris
entièrement à la politique du
ministre. Le procureur ne peut-il
également être dispensé de
rendre un avis auprès des
tribunaux civils? Cet avis engendre
en effet une énorme perte de
temps et est en outre inutile.
05.12 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ik wil heel kort nog eens
terugkomen op wat werd gezegd over de relatie ontvanger ­ parket.
Het klopt niet dat het parket niet weet wanneer een boete niet is
betaald. Als de ontvanger vaststelt dat hij geen inning heeft bekomen,
en de gerechtsdeurwaarder evenmin, dan wordt het dossier
teruggestuurd aan het parket. Men weet zeer goed in welke gevallen
05.12 Sabien Lahaye-Battheu
(Open Vld): Il est inexact que les
parquets ignorent qu'une amende
est impayée. Les parquets le
savent parfaitement, mais ne
disposent pas de moyens pour
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
21
er niet is betaald. De vraag is: welke actie wordt er dan ondernomen?
Ik denk dat ook daaraan aandacht moet worden besteed. Het parket
heeft weinig of geen middelen ­ ik denk aan de vervangende straffen
die niet worden uitgevoerd ­ om iemand die niet heeft betaald, aan te
pakken. Dat wilde ik rechtzetten.
poursuivre une personne qui omet
de payer.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de mogelijkheid tot het creëren van bijkomende celcapaciteit op het terrein van
de gevangenis van Hasselt" (nr. 6319)
- de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de verklaringen van de minister naar aanleiding van de voorstelling van het
jaarverslag 2007 van het gevangeniswezen, inzonderheid met betrekking tot de bouw van nieuwe
gevangenissen" (nr. 6320)
- de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de oprichting van een nieuwe dienst voor de coördinatie van de bouw van
gevangenissen" (nr. 6325)
06 Questions jointes de
- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "la possibilité d'une extension de la capacité cellulaire sur le terrain de la prison de Hasselt"
(n° 6319)<br>- M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
sur "les déclarations du ministre à l'occasion de la présentation du rapport annuel 2007 de
l'administration pénitentiaire, plus particulièrement en ce qui concerne la construction de nouvelles
prisons" (n° 6320)<br>- M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la création d'un nouveau service pour la coordination de la construction de
prisons" (n° 6325)</b>
06.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, een
volgende vraag in verband met de voorstelling van het jaarverslag van
het gevangeniswezen voor 2007 behelst de plannen voor de bouw
van nieuwe gevangenissen. Er zijn al vragen over gesteld en u bent
daar ook bij uw beleidsverklaring op ingegaan.
Er was daarover enig nieuws te rapen, zij het volgens mij net iets te
weinig, in het kader van de voorstelling van het jaarverslag. Het
nieuws was dat u concreet aan de coördinatie van de plannen zult
deelnemen. Mijn eerste vraag is op welke wijze u dat zult doen.
Mijn tweede vraag is waarom de keuze van de locaties voor de nieuw
op te richten gebouwen en inrichtingen aansleept. Ik had gehoopt dat
ter gelegenheid van de voorstelling van het jaarverslag, de locaties
zouden worden genoemd. Dat is blijkbaar niet het geval. Dit blijkt dus
moeilijker dan verwacht.
Welke rol wilt u spelen in het overleg tussen de gevangenisdirecties
en de syndicale organisaties met betrekking tot de tussentijdse
oplossing die in de maak is? Men beoogt de spreiding van de
gevangenen om het tekort aan celcapaciteit als gevolg van het
uitblijven van nieuw te bouwen gevangenissen op te vangen. Ik weet
wel dat het niet echt tot de bevoegdheden van de minister behoort om
tussen te komen in het syndicaal overleg, maar in deze zaak moet de
veiligheid toch voorop staan. Het gaat om een materie die sowieso
van openbare orde is en betrekking heeft op de goede zeden. Laat ik
06.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Étant donné que les
projets de construction de nou-
velles prisons avancent très diffici-
lement, le ministre veut participer
à la coordination de ces projets.
En quoi consiste la participation
concrète du ministre à la coordi-
nation des projets? Pourquoi le
choix des implantations de nou-
veaux établissements péniten-
tiaires tarde-t-il tellement? Quel
rôle le ministre joue-t-il dans la
concertation entre les directions
pénitentiaires et les organisations
syndicales en ce qui concerne la
mesure d'urgence en vertu de
laquelle les détenus seraient
répartis
pour
compenser
le
manque de capacité carcérale?
Lors d'une récente visite de la
prison de Hasselt, j'ai constaté
que la prison dispose d'un terrain
de football quasiment inutilisé.
Cette superficie peut-elle être
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
22
het maar beperken tot openbare orde wat de gevangenissen betreft.
Wat verwacht u van het overleg? Stel dat het overleg volgens u te
weinig oplevert, wat zou u dan willen doen?
Daarop aansluitende een concreet geval, mijnheer de minister. Naar
aanleiding van het bezoek dat ik heb gebracht aan de gevangenis van
Hasselt, wat ik daarstraks al heb vermeld, heb ik gezien dat er op de
terreinen van de gevangenis een voetbalveld ligt. Blijkbaar wordt dat
niet gebruikt. Dat vertelde de directie mij. Het wordt helemaal niet
aangewend, ook niet door de gedetineerden. Blijkbaar kunnen de
cipiers er af en toe een balletje trappen, maar dat is het dan ook. Het
lijkt mij een evidente vraag wat er met dat voetbalveld kan gebeuren.
Kan daar geen bijkomende celcapaciteit worden opgericht? Ik weet
dat er in Vlaanderen een firma is die tot in het Verenigd Koninkrijk, ik
zal niet zeggen prefabs, maar toch kant-en-klare inrichtingen bouwt.
Is het geen goed idee ­ het is maar een suggestie om voor
bijkomende celcapaciteit te zorgen ­ om daar een gebouw in te
planten? Het gaat toch om een honderdtal bruikbare vierkante meter,
wanneer men de inrichting iets verder van de veiligheidsmuur plaatst.
Mijn vraag is dus waarom dat niet zou kunnen worden gerealiseerd.
Binnen de gevangenismuren is er trouwens ook een sporthal. Die
wordt echter blijkbaar vooral gebruikt door de moslims voor het
vrijdaggebed. Ik heb daar geen probleem mee; ik zeg het maar.
utilisée pour renforcer la capacité
cellulaire?
06.02 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter, ik weet
niet of er veel verband is tussen de twee vragen. Wat mij betreft, gaat
het in ieder geval niet over voetbal, maar over iets dat ik heb
opgevangen naar aanleiding van het jaarverslag van het
Gevangeniswezen.
Mijnheer de minister, een paar van uw medewerkers hebben mij al
bevestigd dat ze mijn boekje Pro Justitia hebben gelezen. Sommigen
hebben zelfs gezegd dat ze het goed vinden. Ik neem het hen en ook
u niet kwalijk dat bepaalde beleidslijnen al dan niet in het verlengde
liggen...
Wat deze problematiek betreft, die een beetje aansluit op het vorige
punt rond de rol van de procureur en de strafuitvoering, is een van
mijn punten na al die jaren dat er een structureel probleem is inzake
het beheer en de administratie van gevangenissen. Het is een
structureel probleem omdat twee ministeries hierover iets te zeggen
hebben. Als men altijd met twee iets te zeggen heeft dan eindigt dat in
een situatie waarbij men zeer weinig te zeggen heeft.
Dit vertaalt zich in de problematiek van de gevangenissen die als
overheidsgebouwen
worden
beheerd
door
de
centraal
georganiseerde Regie der Gebouwen, die instaat voor alle
overheidsgebouwen. Wat de gevangenisgebouwen betreft, leidt dit tot
tal van misverstanden. Al weet ik dat de administratie onlangs uitleg
kwam geven en prachtige bewoordingen heeft gevonden om dit niet
te ontkennen. Ik herinner mij de juiste zinsnede niet meer maar ze
kwam erop neer dat er al lang sprake is van een slechte verhouding
tussen de Regie der Gebouwen en de administratie van Justitie. Om
die reden bestaan en circuleren er voor de bouw van gevangenissen
verschillende begrotingen en planningen, mocht u het niet weten.
Ik juich dan ook ten zeerste toe dat de minister van Justitie bij de
voorstelling van het jaarverslag van het directoraat-generaal
06.02
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Les prisons sont
gérées par la Régie des Bâtiments
et relèvent également de la
compétence du département de la
Justice, ce qui entraîne des
malentendus et des différences en
termes de budgétisation et de
planification de la construction de
prisons. Nous nous félicitons dès
lors de l'intention du ministre de la
Justice de créer un service destiné
à mieux coordonner la construc-
tion de prisons.
Quel type de service va-t-on
créer? Quel est le calendrier
prévu?
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
23
Penitentiaire Inrichtingen, waarop wij waren uitgenodigd op een
moment dat wij hier moesten zijn, aankondigde dat een dienst zal
worden opgericht om de bouw van gevangenissen beter te
coördineren. Mijn vraag is of het hierbij gaat om een dienst binnen uw
administratie? Zo ja, dan ben ik ontgoocheld om dezelfde reden dat ik
ontgoocheld ben over het feit dat er wetten nodig zijn om
administraties met mekaar te doen overleggen. Ik zou ten zeerste
ontgoocheld zijn, mocht het enkel gaan om een dienst binnen uw
administratie. Ik hoop dat het gaat over een dienst die tot stand is
gekomen in samenspraak met het Ministerie van Justitie en het
Ministerie van Financiën dat verantwoordelijk is voor de Regie der
Gebouwen. Dit laatste zou pas getuigen van goed bestuur.
Mijn vragen zijn de volgende. Over welk soort dienst gaat het? Is die
dienst reeds opgericht? Gebeurde dit binnen uw administratie of
tussen beide cruciale administraties? Wat is uw timing, 15 juli of
2012?
06.03 Minister Jo Vandeurzen: Met betrekking tot het eventueel
bouwen van extra celcapaciteit op het voetbalveld binnen de site van
de gevangenis van Hasselt, verwijs ik u naar mijn uiteenzetting in de
commissie bij de voorstelling van het "Masterplan 2008-2012 voor een
gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden".
Bij de uitwerking van dit plan hebben wij gekeken naar de
mogelijkheden voor extra capaciteit op bestaande sites. De toestand
in Hasselt is daarbij aan bod gekomen. Ik herinner mij zeer goed dat
wij onder meer hebben gekeken naar de ruimte. Wij hebben deze
technische mogelijkheid niet weerhouden, omdat wij geen inrichtingen
willen waarvan de capaciteit groter is dan 450. 400 is ongeveer het
optimum. Tussen 300 en 400 is de ideale omvang, zowel voor het
personeel als voor de gedetineerden, om een werkbaar regime te
kunnen organiseren.
Een aantal locaties is al bekend: Gent en Antwerpen voor de
forensische psychiatrische centra, Achêne voor het jeugdcentrum en
Dendermonde voor een klassieke gevangenis. Voor het Waals
Gewest heeft de stad La Louvière zich kandidaat gesteld. Wij bekijken
of de voorgestelde locatie bouwtechnisch in aanmerking kan komen.
De vestiging in La Louvière zou in elk geval een antwoord kunnen
bieden op de noden die ik situeer in de regio tussen Mons en
Charleroi.
Voor Vlaanderen en Brussel bekijken wij eveneens een aantal
terreinen. Het verbaast mij een beetje dat u zegt dat het al lang
aansleept. De keuze van een locatie is ­ wetende dat er later ook
vergunningen voor moeten worden gevraagd ­ een van de meest
belangrijke opties die moeten worden genomen en bepaalt ook de
snelheid waarmee een en ander later zal kunnen gebeuren. Ik onthul
natuurlijk geen geheim, als ik zeg dat Brussel daarbij de grootste
moeilijkheden oplevert.
In eerste instantie wil ik gebruik maken van terreinen van
verschillende
overheden,
die
eventueel
kunnen
worden
gedesaffecteerd. Ik denk daarbij aan Defensie, de spoorwegen en
andere. Ik weet ook dat collega Reynders een rondschrijven heeft
gestuurd naar verschillende bestuurders bij alle mogelijke instanties,
om na te gaan of er opportuniteit is. Zo kan immers worden vermeden
06.03 Jo Vandeurzen, ministre:
Tout d'abord, je me réfère à mon
exposé dans le cadre du master-
plan 2008-2012. La situation à
Hasselt a été abordée à cette
occasion. La capacité d'extension
de ce site ne sera pas exploitée
parce que nous ne voulons plus
d'institutions accueillant plus de
450 détenus. Un maximum de
quatre cents personnes permet un
fonctionnement optimal, pour le
personnel
comme
pour
les
détenus.
Une série de sites sont déjà
connus: Gand et Anvers pour les
centres psychiatriques, Achêne
pour le centre pour les jeunes
délinquants, Termonde pour une
prison classique. La Louvière a
posé sa candidature et nous
vérifions si l'endroit proposé peut
être retenu sur le plan de la
technique de construction. Pour la
Flandre et Bruxelles, plusieurs
terrains
sont
étudiés.
Nous
vérifions en première instance s'il
est possible d'utiliser les terrains
existants
d'autres
pouvoirs
publics, pour éviter d'avoir à
occuper de nouveaux terrains.
Sept
à
dix
hectares
sont
nécessaires. Je privilégie les
régions capables d'absorber la
surpopulation carcérale observée
à Anvers, à Hasselt et dans la
région bruxelloise.
Le
masterplan
prévoit
une
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
24
dat gronden gebruikt moeten worden gebruikt die nog een andere
bestemming kunnen krijgen, zoals landbouw, natuur of recreatie.
Bovendien gaat het over een terrein met een oppervlakte van 7 tot 10
hectaren. Mijn voorkeur gaat uit naar regio's die een antwoord kunnen
bieden op de overbevolkingsproblemen in andere inrichtingen. Ik
verwijs bijvoorbeeld naar situaties als in Antwerpen, en natuurlijk het
Brusselse. Dat vraagt enige tijd, maar het moet natuurlijk bij voorrang
worden beslist, terwijl ook op andere terreinen de werkzaamheden
kunnen worden voorbereid.
In het goedgekeurde masterplan staat ook een hoofdstuk over een
vernieuwde samenwerking tussen de Regie der Gebouwen en de
gevangenisadministratie van de FOD Justitie. Er wordt dus nu een
samenwerkingsprotocol gesloten tussen de bevoegde ministers, de
DG Klantenbeheer van de Regie der Gebouwen en de DG
Penitentiaire Inrichtingen van de FOD Justitie, om het masterplan te
implementeren.
Binnen de Regie wordt een ambtenaar op hoog niveau
verantwoordelijk voor zowel de lokale als de centrale aansturing van
het actieplan. Hij krijgt daarvoor de nodige beslissingsbevoegdheid.
Een identiek team zal binnen het DG PI van de FOD Justitie worden
samengesteld. Zij zullen samen, vanuit de twee administraties, de
taskforce vormen om het bouwprogramma te realiseren. De taskforce
zal regelmatig bijeenkomen en driemaandelijks aan de bevoegde
ministers rapporteren.
Tijdens de voorstelling van het jaarverslag 2007 heb ik de
samenstelling aangekondigd van de delegatie van Justitie, binnen het
directoraat-generaal, die aan de taskforce zal deelnemen. Ik heb ook
gezegd dat wij daarvoor intern mensen zullen vrijmaken. Zij zullen de
gesprekspartners zijn in de taskforce met de Regie der Gebouwen.
Voor de gewone dossiers zal er ook een eenduidig aanspreekpunt
komen, een SPOC of een single point of contact. Dat is ook in
uitvoering.
Het eerste wat we nu doen ­ dat is uiteraard al ver gevorderd ­ is een
gemeenschappelijk inzicht verwerven welke werken waar, wanneer en
hoe moeten gebeuren, zodat er eenduidigheid over is in de
verschillende administraties. Concreet betekent dit dat de Dienst
Ondersteuning Gebouwen en Veiligheid zal worden versterkt en dat
een specifieke cel wordt samengesteld. Een aantal projectleiders zal
binnen de FOD Justitie worden aangeduid en enkele specialisten,
onder meer in PPS, zullen worden toegevoegd. Omdat we naast
nieuwbouw ook een vergrote aandacht willen hebben voor de gewone
dossiers inzake onderhoud en beveiliging, zal ik proberen ook
hiervoor enkele bijkomende technici toe te voegen.
De dienst zal dus geen afzonderlijk eigen agentschap zijn, maar wel
een versterkte dienst binnen de administratie, die de dossiers
vakkundig moet voorbereiden ten behoeve van de Regie, eventueel al
zaken concreet kan uitwerken en de realisatie in nauw overleg met de
Regie kan opvolgen. Zo zullen wij bijvoorbeeld ­ een van de evidente
zaken ­ een eisenprogramma moeten opstellen, dat intern met de
nodige voorrang moet worden voorbereid. Daaraan zullen ook een
aantal technici van de FOD Justitie moeten werken. Daarvoor heeft
men dus al volop volk gemobiliseerd en competenties toegevoegd.
Dat kan binnen de huidige structuren, maar die mensen zullen
nouvelle collaboration entre la
Régie des Bâtiments et l'admi-
nistration pénitentiaire. Le proto-
cole de coopération est à
l'examen. Au sein de la Régie, un
fonctionnaire sera affecté à la
gestion du plan d'action. À la
Direction générale des Établis-
sements pénitentiaires, une task
force sera créée en vue de la mise
en oeuvre du programme de
construction. Cette task force fera
rapport
trimestriellement
aux
ministres compétents. Il est très
important de souligner qu'il y aura
un seul interlocuteur et qu'on
disposera d'une vue d'ensemble
commune sur le masterplan.
Pour les dossiers ordinaires, on
créera un "spoc" ou "single point
of contact". Le service d'appui
Bâtiments et Sécurité sera renfor-
cé et une cellule spécifique sera
créée pour assurer un meilleur
suivi des dossiers ordinaires
d'entretien et de sécurisation. Ce
service doit préparer les dossiers
avec expertise pour la Régie et en
suivre la mise en oeuvre en étroite
collaboration avec la Régie.
Nous souhaitons maximiser la
collaboration avec la Régie. C'est
pourquoi l'accent est mis sur
l'information et les accords précis
sur la répartition des tâches par la
désignation d'"account managers"
et d'un "spoc" et par le biais d'un
système de suivi informatisé et
intégré.
La task force a été lancée mardi et
sera encore développée. Le
masterplan vise à résoudre le
problème de capacité à l'horizon
2012. Je compte examiner avec
les directions des établissements
pénitentiaires et les syndicats la
manière de répartir équitablement
les efforts au cours de la période
2008-2012. Je compte faire appel
à la solidarité entre établissements
pour parvenir à une meilleure
répartition
de
la
population
carcérale au moyen de rotations et
de transferts pour réduire ainsi la
pression.
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
25
eigenlijk in een taskforce zitten, met de collega's van de Regie der
Gebouwen, en vanuit die situatie ook opereren.
Het is dus niet bedoeling in de plaats te treden van de Regie, maar de
samenwerking te maximaliseren. Belangrijk is daarbij de uitwisseling
van informatie en de juiste taakafspraken. Dat blijkt immers ook de
grootste problematiek geweest te zijn in het verleden: wie doet wat?
Met het inzetten van accountmanagers en de instelling van een single
point of contact willen we dat probleem verhelpen. Ook moeten er
geïnformatiseerde en geïntegreerde opvolgingssystemen komen voor
de projecten en dossiers. Ten slotte is het belangrijk om concrete
afspraken
te
maken
over
de
voorbereiding
van
de
onderhoudsdossiers en de juiste classificatie.
We zijn dus vorige week opgestart. Dat wordt nu uitgebouwd.
Iedereen weet dat er een belangrijk capaciteitsprobleem is in onze
inrichtingen. Het masterplan wil dat verhelpen, maar we weten
uiteraard ook dat het project is gebonden aan een timing tot 2012 om
het gehele programma te realiseren, met alle stappen die daarin zijn
voorzien. We moeten dus nagaan hoe die periode kan worden
overbrugd. Er zijn een aantal kleinere projecten, zoals de recuperatie
van verloren capaciteit en uitbreiding van bestaande sites, maar dat
gaat soms ook over omvangrijke werken. Men moet dat niet
minimaliseren. Om die reden wil ik, in samenspraak met de
gevangenisdirecties en de vakbonden, nagaan of we tegelijkertijd ook
een nieuw spreidingsplan kunnen organiseren.
Door omstandigheden is de structurele overbevolking niet overal even
groot. We zullen dan ook, in overleg met de syndicale organisaties,
bekijken of we een beroep kunnen doen op een zekere solidariteit
tussen de inrichtingen om tot een betere verdeling te komen. Een
systeem van rotaties en overplaatsingen zou daaraan mogelijks
kunnen bijdragen, zodat we sneller kunnen ingrijpen en zo de druk
kunnen verminderen. Dat antwoord heb ik trouwens daarnet ook
gegeven, naar aanleiding van een andere vraag.
06.04 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, ik hoor u
spreken over driehonderd tot vierhonderd. Vierhondervijftig is de
maximumcapaciteit. Ter gelegenheid van mijn bezoek aan de
gevangenis van Hasselt waren zowel directie als cipiers het erover
eens dat het maximum aantal tussen tweehonderd en
tweehonderdvijftig kan liggen, omdat dat voor hen het meest
werkbaar is. Dat is hun opinie.
In elk geval, u kunt zichzelf zo veel beperkingen opleggen dat u
helemaal niets meer moet doen, op korte termijn, aan het cellentekort.
Voor de zoveelste maal merk ik in uw antwoord dat het cellentekort
geen prioriteit is. Het beste wat we met dat voetbalveld kunnen doen,
is de kortgestraften uitnodigen en hen daar af en toe eens een
voetbalmatch laten spelen, want dan zijn ze toch eens even in de
gevangenis geweest en dan is het voetbalveld ook gebruikt. Richt een
toernooi in. Mensen met een gevangenisstraf tussen een dag en een
jaar, tussen een jaar en twee jaar, en tussen twee jaar en drie jaar,
kunnen er een aantal matches komen spelen, zodat ze toch even in
de gevangenis zijn geweest. Dan hebben ze hun korte straf misschien
uitgezeten en kan daarover al een kruis worden gemaakt. We kunnen
er eens mee lachen. Het is geen politieke prioriteit, helaas.
06.04 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Il est évident que ce
problème ne constitue pas une
priorité pour le ministre. Peut-être
pourrions-nous
inviter
les
personnes condamnées à une
peine de prison de courte durée à
assister à une rencontre de
football au sein de la prison. Ainsi,
elles y auront tout de même passé
un peu de temps. En outre, le
ministre multiplie le recours à des
notions anglaises pour dissimuler
que ses plans risquent de rester
lettre morte, c'est du moins ce que
nous craignons.
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
26
Ik hoor u met de Engelse term "spoc" gooien. Dat is de zoveelste wolk
van een terminologische baby die gebaard wordt in deze legislatuur.
Helaas niet in het Nederlands; ik vraag mij af waarom. We krijgen
puntoren van al dat Engels. In dit geval is het Mister Spock misschien,
die het plan naar voren schuift?
Hopelijk wordt die wolk van een baby niet zachtjes onder de wol
gestopt tot 2012. Ik vrees er echter wel voor, mijnheer de minister.
In elk geval, collega Landuyt, het zal niet 15 juli zijn. Dat weten we nu
ook wel.
06.05 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister,
inderdaad, 2012 is het enige element van timing dat ik heb gehoord.
In alle ernst ­ spoc of niet, ik zal daar niet mee spotten ­, er is een
stap vooruit gezet door uw administratie. Ik heb dat de vorige keer al
gezegd, bij de powerpointpresentatie. Dat is ook een instrument dat
managers veel gebruiken. Nu wordt er al gezegd, ook in de
managementwereld, dat een powerpointpresentatie het middel is om
te verbergen dat er niets te zeggen valt. U moet dus opletten met die
techniek, want het is een soort opblaastechniek. De Engelse woorden
powerpoint of spoc liggen allemaal een beetje in die lijn die u ongerust
zou moeten maken, want ze doen dat graag.
Eén woord zou u moeten introduceren, ook in het Engels, en dat is:
deadline. Ik kan u dat alleen maar aanraden: zet deadlines in heel de
planning. Een deadline met perspectief in 2012, dat zal u zuur
opbreken, omdat er geen tussenfases zijn. Het feit dat er geen
tussenfases zijn, maakt mij ongerust over de uitvoering. Nu zit u nog
in een wittebroodssfeer, waarbij u zegt dat er nog eens over zal
worden nagedacht en dat u ermee bezig zult zijn. Aanvaard het van
een oud man dat het zeer gevaarlijk is als er geen interne deadlines
worden opgesteld.
Ik kan nog iets anders aanhalen. Ondertussen heb ik de tekst kunnen
lezen van de inspecteur van Financiën van de Regie der Gebouwen.
Terwijl u zich aan het voorbereiden bent om uw lijst op te stellen met
uw eisen als administratie Justitie ten opzichte van de Regie der
Gebouwen, staat reeds in die tekst, die was verbonden met het
masterplan, dat de Regie andere prioriteiten heeft en dat het niet
doenbaar zal zijn om die engagementen te selecteren. Er werd u dus
al vooraf gezegd dat niet zou worden geantwoord op al uw eisen die
werden afgesproken naar aanleiding van het masterplan. U hebt dus
alle redenen om zeer vlug te zijn. U zult goed voorbereid zijn, op die
manier, maar te laat in hoofde van de Regie. Dat is mijn bezorgdheid.
Als u daar geen druk op kunt zetten ­ u hebt daarvoor uw collega
nodig, dat besef ik ­, zult u zuur opkijken als uw perspectief-2012 een
lege luchtballon zal blijken te zijn.
06.05
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Le masterplan ne
comprend aucune date butoir
avant 2012 et il n'y a pas de
phases intermédiaires, ce qui
constitue un danger. Dans le
rapport
de
l'Inspection
des
Finances, nous lisons d'ores et
déjà que les priorités de la Régie
des Bâtiments ne sont pas celles
de la Justice. La Régie ne
répondra pas à toutes les
exigences du masterplan. Si
aucune solution n'est apportée à
ce problème, la date butoir de
2012 ne sera jamais respectée.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07 Vraag van mevrouw Sarah Smeyers aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "een systeem van collectieve vorderingen" (nr. 6472)
07 Question de Mme Sarah Smeyers au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "un système d'actions collectives" (n° 6472)</b>
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
27
07.01 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister,
dossiers zoals die over Lernout & Hauspie of de gasramp in
Gellingen, met veel slachtoffers bewijzen volgens Alex Tallon, de
nieuwe stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten te
Brussel, de nood aan een systeem van collectieve vorderingen.
Mijnheer de minister, gaat u akkoord met die uitspraak, de piste van
collectieve vorderingen?
Zo ja, bent u bezig met de uitwerking van een systeem? Hoe ziet dat
er dan uit? Wat is de timing?
Zo neen, hebt u een alternatief in petto om zaken zoals die in verband
met de gasramp in Gellingen en in verband met Lernout & Hauspie
iets sneller te kunnen afhandelen?
07.01 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): Selon le bâtonnier de
l'ordre néerlandais des avocats de
Bruxelles, des dossiers tels que
celui de Lernaut & Hauspie et de
la catastrophe de Ghislenghien
démontrent que nous avons
besoin dans notre pays d'un
système d'actions collectives.
Le ministre partage-t-il cet avis?
Dans l'affirmative, quand un tel
système pourrait-il concrètement
être mis en place et quelle forme
prendrait-il? Dans la négative, le
ministre
a-t-il
une
solution
alternative à proposer et laquelle?
Qu'en est-il du calendrier en la
matière?
07.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, geachte
collega, ik moet benadrukken dat het collega Magnette is die de
leidende minister is voor de materie, het gaat inderdaad over
consumentenzaken. Ik zou ook graag willen verwijzen voor het eerste
deel van uw vraag naar het regeerakkoord.
Ik citeer: "Vanuit de bezorgdheid om de consument te beschermen,
dit alles met het oog op het bevoordelen van de economische
ontwikkeling, zal de regering waken over de verbetering van de
wetgeving met het oog op het verzekeren van een correcte informatie
en een werkelijke transparantie ten aanzien van de consumenten. De
regering volgt het Europees onderzoek naar de invoering van een
collectief vorderingsrecht op. Ze zal een globale houding aannemen
ten aanzien van de verschillende wijzen van consumptie, en dit
gebaseerd op informatie, preventie en verantwoordelijkheid van elke
actor (consumenten, handelaars en producenten).
Maar de regering is ook van mening dat het essentieel is dat de
consumenten hun rechten kunnen laten gelden en dat ze over een
vlug werkingsmiddel kunnen beschikken. Binnen dat kader zal de
regering de informatie met betrekking tot de diensten tot verzoening
verbeteren en zal ze in overleg met de betrokken actoren de
oprichting van een bekwame geschillencommissie aanmoedigen ten
aanzien van die sectoren waarvoor er geen instrument bestaat, om op
die manier een bepaald aantal problemen te kunnen oplossen."
Zoals u ziet, kan het tot stand komen van een regeling van collectieve
schuldvordering of een class action onmogelijk afhangen van de
minister van Justitie alleen. Verschillende actoren zijn betrokken,
zoals de producenten, de verdelers, de handelaars en de
consumentenverenigingen evenals de rechterlijke orde.
De regering wil dus eerst wachten op de resultaten van de Europese
studie met betrekking tot de voor- en nadelen van de collectieve
rechtsvordering. De collectieve rechtsvorderingen zijn reeds bij wijze
van exceptie in onze wetgeving geregeld. Voorts biedt de wet op de
handelspraktijken
nu
reeds
bepaalde
beroeps-
en
consumentenverenigingen de mogelijkheid om in naam van hun leden
07.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Cette matière relève en premier
lieu du ministre Magnette qui a la
protection des consommateurs
dans ses attributions. Je renvoie
au passage de l'accord de
gouvernement sur le droit d'action
collective. On peut en conclure
que l'élaboration d'une réglemen-
tation ne relève pas uniquement
du ministre de la Justice. Les
autres parties concernées sont les
fabricants et les distributeurs, les
commerçants et les associations
de
consommateurs,
l'ordre
judiciaire.
Le gouvernement entend attendre
les
résultats
d'une
étude
européenne sur les avantages et
les inconvénients des actions
collectives. Celles-ci figurent en
fait déjà, à titre de mesure
d'exception, dans notre législation
et la loi sur les pratiques commer-
ciales permet déjà à certaines
associations professionnelles ou
de consommateurs d'intenter une
action en cessation au nom de
leurs membres. Nous n'avons
toutefois pas encore examiné
quelles
pourraient
être
les
conséquences de l'instauration
générale
du
droit
d'action
collective. Le gouvernement tirera
donc de l'étude européenne les
conclusions qui s'imposent.
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
28
een vordering tot staking in te stellen.
Tot op heden werden de gevolgen van de algemene invulling van een
recht op collectieve rechtsvordering nog niet diepgaand bestudeerd.
Vooraleer wij andere excepties invoeren moeten wij de collectieve
rechtspleging zoals die in buitenlandse rechtstelsels bestaat ook
evalueren.
De regering zal dus in samenspraak met de verschillende actoren uit
de Europese studie de gepaste conclusies trekken. Een agenda
hieromtrent werd nog niet bepaald.
Bij gebrek aan een definitief regeringstandpunt is het niet mogelijk om
een pasklaar alternatief voor te stellen. Wel is het zo, specifiek in het
kader van rampen met massaschade zoals de zaak-Gellingen, dat
Assuralia een aantal voorstellen heeft gedaan voor een versnelde
afhandeling.
Dat zou erop neerkomen dat een fonds wordt opgericht zoals het
motorwaarborg fonds, voorzien van middelen door de verzekeraars,
dat versneld uitbetalingen doet aan slachtoffers die lichamelijke
schade niet bij hun eigen verzekeraar kunnen verhalen bij rampen
met massaschade die als dusdanig door een officiële instantie zijn
erkend, met verrekening van de uitbetaalde sommen tussen de
verzekeraars
na
de
gerechtelijke
vaststelling
van
de
aansprakelijkheid.
Meester Tallon verwijst in zijn bijdrage in De Morgen van 18 juni 2008
ook naar het Nederlandse systeem, de wet collectieve afwikkeling van
massaschade, dat bestaat uit twee fasen.
Voornoemd systeem bestaat uit twee fasen, namelijk de
onderhandelingsfase tussen een vereniging of een stichting met
volledige rechtsbevoegdheid ter zake en de partijen die zich hebben
verbonden de schadevergoeding te betalen. Die fase speelt zich
buiten de rechtbank af en is op goodwill gebaseerd. Daarna volgt er
nog een gerechtelijke fase, die het bereikte akkoord voor alle
betrokkenen bindend verklaart, voor zover zij van de opt-outclausule
geen gebruikmaken.
Ook voornoemde aanpak verdient nader onderzoek en sluit aan bij
vragen die hier eerder vandaag al werden gesteld.
Nogmaals, ten gronde over het systeem zelf, het regeerakkoord
verwijst expliciet naar de Europese studie. Het is minister Magnette
die daaromtrent de werkzaamheden en de besluitvorming zal
coördineren.
Étant donné que le gouvernement
n'a pas encore pris définitivement
position, il est difficile d'aborder la
question d'une solution alternative.
En ce qui concerne la catastrophe
de Ghislenghien, Assuralia a fait
un certain nombre de propositions,
dont celle de la création d'un fonds
­ comme le fonds de garantie
automobile ­ qui permettrait
d'indemniser plus rapidement les
victimes qui ne peuvent être
indemnisés pour les dommages
corporels auprès de leur propre
assureur. Ce fonds interviendrait
dans le cadre de catastrophes
reconnues ayant entraîné des
dommages dits de masse, les
sommes étant ensuite récupérées
le cas échéant auprès des
assureurs après détermination des
responsabilités par la justice.
Maître Tallon se réfère également
dans un article publié dans le
journal "De Morgen" du 18 juin
2008 au système néerlandais
contenu dans la loi sur le
règlement collectif de dommages
dits de masse de 2005. Il
conviendrait également de se
pencher sur ce système.
L'accord de gouvernement se
réfère explicitement à l'étude
européenne.
M.
Magnette
coordonnera les travaux et le
processus décisionnel dans ce
cadre.
07.03 Sarah Smeyers (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik
dank de minister voor zijn antwoord.
Ik verneem dat over de kwestie zal worden nagedacht. Ik zal de vraag
ook aan minister Magnette stellen.
07.03 Sarah Smeyers (CD&V -
N-VA): J'interrogerai également le
ministre Magnette à ce sujet.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van de heer Renaat Landuyt aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
29
Institutionele Hervormingen over "de vrijlating van Pierre Carette" (nr. 6478)
08 Question de M. Renaat Landuyt au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "la libération de M. Pierre Carette" (n° 6478)</b>
08.01 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, zoals iedereen weet, werd Pierre Carette weer
vrijgelaten nadat hij werd opgepakt in het kader van een actie van het
federaal parket.
Nu blijkt dat de strafuitvoeringsrechtbank van Brussel ervan uitgaat
dat de heer Carette zijn vrijlatingsvoorwaarden niet heeft geschonden.
Vandaar mijn spontane vraag. Heeft het federaal parket zich dan
vergist of aan overacting gedaan?
08.01
Renaat
Landuyt
(sp.a+Vl.Pro): Pierre Carrette a été
arrêté, il y a quelque temps, mais
libéré dans l'intervalle. Les tribu-
naux de l'application des peines
auraient finalement constaté que
Pierre Carrette n'avait pas enfreint
les conditions liées à sa libération.
Cela signifie-t-il que le parquet
fédéral aurait commis une erreur
en arrêtant Pierre Carrette?
08.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, collega
Landuyt, het is evident dat het parket in zijn individuele opsporing en
vervolging onafhankelijk is en dat de strafuitvoeringsrechtbank een
rechtbank is en ik daarvoor uiteraard geen verantwoording afleg.
De voorlopige aanhouding van de betrokken veroordeelde werd door
het parket van Brussel bevolen op basis van de vaststelling dat hij de
voorwaarden van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling, zoals deze
werden opgenomen in de Algemene Nationale Gegevensbank van de
politie, had geschonden.
Via de ANG wordt aan de politiediensten allerhande informatie ter
beschikking gesteld, waaronder ook de voorwaarden van personen in
voorwaardelijke vrijheid, zodat deze voorwaarden kunnen worden
gecontroleerd door de politie.
Later bleek dat de situatie blijkbaar was geëvolueerd. De
politiediensten hadden zich gebaseerd op wat in de ANG beschikbaar
was, maar ondertussen bleek dat er feitelijk een evolutie zou zijn
geweest. Het parket onderzoekt wat is fout gelopen bij het seinen van
de voorwaarden van de betrokken voorwaardelijk vrijgestelde.
08.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le parquet détermine sa politique
en toute indépendance. Je ne puis
par ailleurs fournir aucun com-
mentaire sur les décisions des
tribunaux de l'application des
peines.
Le parquet a ordonné l'arrestation
provisoire de Pierre Carrette parce
que celui-ci n'avait pas respecté
les conditions liées à sa mise en
liberté provisoire. Les services de
police s'étaient basés sur des
informations provenant de la
Banque de données nationale,
mais la situation avait changé
dans l'intervalle. Le parquet
cherche à savoir où exactement
une erreur a été commise dans la
transmission des conditions de la
mise en liberté.
08.03 Renaat Landuyt (sp.a+Vl.Pro): Mijnheer de minister, ik dank u
voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de adviezen van de staatsveiligheid in het kader van de Vlaamse
erkenningsprocedure voor moskeeën" (nr. 6521)
09 Question de M. Bert Schoofs au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "les avis de la sûreté de l'État dans le cadre de la procédure flamande d'agrément
des mosquées" (n° 6521)</b>
09.01 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, op 22 december 2007 heeft Vlaams minister
van Binnenlands Bestuur, Marino Keulen, een zestal moskeeën
erkend in het raam van de erkenningprocedure van de islam. Twee
moskeeën kregen niet onmiddellijk een advies, namelijk Al
Mouslimine te Antwerpen en Badr te Hasselt. Dit advies werd
09.01 Bert Schoofs (Vlaams
Belang): Le 22 décembre 2007, le
ministre flamand de l'Intérieur a
reconnu
six
mosquées.
La
reconnaissance des mosquées Al
Mouslimine à Anvers et Badr à
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
30
uitgesteld omdat destijds nog geen positief advies van de Veiligheid
van de Staat was afgeleverd.
Op 26 mei 2008 werd blijkbaar toch nog een van de twee moskeeën
Badr, door minister Keulen erkend, omdat alsnog een positief advies
zou zijn afgeleverd. Al Mouslimine werd tot op heden niet erkend.
Mijnheer de minister, op welke datum werden de adviezen voor die
twee moskeeën aan minister Keulen afgeleverd? U mag ook de data
van alle acht moskeeën geven. Waarom liet het uiteindelijke positieve
advies voor de moskee van Hasselt zo lang op zich wachten? Wat
was het probleem? Waarom werd nog geen advies afgeleverd voor
de Antwerpse moskee? Wat is daar het probleem? Kunt u daarop
dieper ingaan? Op welke manier werd het onderzoek door de
Veiligheid van de Staat gevoerd met het oog op het uitbrengen van
dergelijke adviezen in het raam van de erkenningsprocedure van de
moskeeën?
Hasselt a été reportée parce que
la Sécurité de l'État n'avait pas
encore rendu d'avis positif. Le 26
mai 2008, la mosquée Badr a
malgré tout été reconnue après un
avis positif.
À
quelles
dates
les
avis
concernant toutes ces mosquées
ont-ils été transmis à M. Keulen?
Pourquoi l'avis positif sur la
mosquée Badr a-t-il été rendu plus
tard? Pourquoi aucun avis positif
n'a-t-il encore été rendu à propos
de la mosquée Al Mouslimine?
Comment la Sécurité de l'État
mène-t-elle ses enquêtes?
09.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
Schoofs, als minister van Justitie deel ik alleen aan mijn collega, de
minister van Binnenlandse Zaken van het Vlaams Gewest, mee of er
al dan niet bezwaren zijn tegen de erkenning van een lokale
geloofsgemeenschap. Dat is een beslissing waarvoor het Gewest
bevoegd is.
Dit is niet beperkt tot moskeeën, maar vloeit voort uit artikel 3 van het
samenwerkingsakkoord van 27 mei 2004 tussen de federale
overheid, het Vlaamse Gewest, het Waals Gewest en het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest betreffende de erkenning van de erediensten,
de kerkfabrieken en de instellingen belast met het beheer van de
temporaliën van de erkende erediensten.
Het advies is gebaseerd op verschillende elementen waarover de
minister van Justitie kan beschikken en kan onder meer een advies
van de Veiligheid van de Staat omvatten. De adviezen voor de
moskeeën Beraat, Sultan Selim, Silimiye, Noor Ulharam, Assounna
en Mehmet Akif werden verleend op 7 en 15 maart 2007. Het advies
voor de moskee Badr werd op 18 april 2008 gegeven.
De informatie kan verschillende elementen bevatten die een
bijkomende onderzoek noodzakelijk maken. Bovendien kan de
situatie wijzigen wanneer bijvoorbeeld de samenstelling van de raad
van bestuur van een moskee wijzigt. Indien een voorbehoud of
negatief advies werd verleend, kan de bevoegde gewestminister
vragen of het dossier inmiddels is geëvolueerd. In dat geval kan een
nieuwe evaluatie van het dossier plaatsvinden.
U begrijpt dat het voor mij niet mogelijk is om daarover verdere details
te verstrekken. Omwille van het vertrouwelijk karakter van de
informatie van deze adviezen is het ook niet mogelijk om dieper op de
situatie van de Antwerpse moskee in te gaan. De Veiligheid van de
Staat deelt de nuttige inlichtingen die zij bezit aangaande de
moskeeën die een erkenning aanvragen mee aan de bevoegde
instanties. Indien het wenselijk wordt geacht, kan een specifiek
onderzoek naar een individuele moskee worden gevoerd volgens de
normale informatiekanalen en de gangbare werkwijze van deze
diensten.
09.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Conformément à l'accord de
coopération relatif à la reconnais-
sance des cultes, le ministre de la
Justice ne doit communiquer au
ministre régional de l'Intérieur que
les éventuelles objections contre la
reconnaissance d'une commu-
nauté religieuse locale. Mon avis
repose sur divers éléments, parmi
lesquels, dans certains cas, un
avis de la Sécurité de l'État.
Les avis sur les mosquées Beraat,
Sultan Selim, Selimye, Noor
Ulharam, Assounna et Mehmezt-
Akif ont été rendus les 7 et 15
mars 2007.
Un avis peut être modifié lorsque
la situation change, par exemple
lors de l'installation d'un nouveau
conseil
d'administration
d'une
mosquée. En cas d'avis négatif, le
ministre régional peut demander si
le dossier a évolué et il peut être
procédé à une nouvelle évaluation.
Vu le caractère confidentiel des
avis, je ne puis fournir davantage
d'informations à ce sujet.
La Sécurité de l'État communique
aux instances compétentes les
informations
concernant
les
mosquées qui demandent une
reconnaissance. Si cela s'avère
souhaitable,
une
enquête
spécifique peut être menée pour
une mosquée individuelle.
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
31
09.03 Bert Schoofs (Vlaams Belang): Mijnheer de minister, de
adviezen worden niet alleen gegeven inzake moskeeën. Moskeeën
zijn in deze wel het meest gevoelig, mag ik toch stellen. Ik sluit niet uit
dat er in een of andere lokale kerkfabriek iemand actief zou zijn die
ook staatsgevaarlijk is, maar eerlijk gezegd twijfel ik daaraan.
Ere wie ere toekomt in dit dossier. Het is mijn collega in het Vlaams
Parlement, mevrouw Katleen Martens, die heeft nagekeken waarvoor
de Badr-moskee staat, die in Hasselt is goedgekeurd. Zij is trouwens
verkozen in Hasselt zowel voor het Vlaams Parlement als voor de
gemeenteraad. De Badr-moskee heeft blijkbaar banden met Al-
Ighlaas.
Dat
is
een
islamitische
vereniging
die strikte
sluierverplichtingen oplegt aan dames. Het gaat daarbij om de niqaab,
laten wij zeggen: een klasse lager dan de boerka. Vriendschappen
tussen moslims en joden, enerzijds, en christenen, anderzijds, worden
afgekeurd. De imam is 8 jaar in België, woont in Luik, en heeft geen
enkele voeling met de lokale Hasseltse gemeenschap, met de
autochtone noch wellicht de allochtone.
Ik stel mij dus vragen bij de adviezen die de Veiligheid van de Staat
aflevert en waarop u, spijtig genoeg, volgens de geijkte normen en
geplogenheden, niet kunt ingaan. De Veiligheid van de Staat doet
haar twijfelachtige reputatie in dit geval alle eer aan, wanneer ik
verneem van mijn collega Katleen Martens met welke moskee wij hier
te doen hebben.
09.03 Bert Schoofs (Vlaams
Belang):
La
parlementaire
flamande Katleen Martens a
démontré que la mosquée Badr
entretient des relations avec al-
Ikhlas,
une
association
musulmane qui considère que les
femmes doivent obligatoirement
porter le nikab et qui condamne
toute amitié entre des musulmans
et des juifs ou des chrétiens.
L'imam de cette mosquée vit en
Belgique depuis huit ans, habite à
Liège et n'est absolument pas
intégré dans la communauté
locale de Hasselt, qu'elle soit
autochtone ou allochtone. La
Sûreté de l'État fait une fois de
plus honneur à sa réputation
douteuse en rendant à propos de
cette mosquée l'avis qu'elle a
rendu.
Lincident est clos.
Het incident is gesloten.
10 Questions jointes de
- M. Josy Arens au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles sur
"les sessions de la Cour d'assises du Luxembourg" (n° 6487)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le manque de juges à Arlon" (n° 6498)<br>- M. Jean-Luc Crucke au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "l'inflation du nombre de dossiers d'assises" (n° 6613)</b>
10 Samengevoegde vragen van
- de heer Josy Arens aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de zittingen van het assisenhof van Luxemburg" (nr. 6487)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "het tekort aan rechters in Aarlen" (nr. 6498)
- de heer Jean-Luc Crucke aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele
Hervormingen over "de sterke toename van het aantal assisenzaken" (nr. 6613)
10.01 Jean-Luc Crucke (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, le président du tribunal de première instance d'Arlon, dans le
cadre d'une communication, a récemment exprimé ses craintes et
soucis à l'égard des quatre sessions d'assises qui devaient être
organisées dans le courant du second semestre, faute de magistrats.
Il y explique clairement la raison du manque de magistrats. Bien sûr,
l'arrondissement judiciaire d'Arlon n'est pas le plus grand du pays et,
en cas de maladie, de départ ou de transfert, les remplaçants sont
rares. La conséquence en est le report de quatre sessions d'assises
en 2009, au plus tôt en janvier.
Ensuite, une communication concernant davantage l'arrondissement
de Liège a fait apparaître un phénomène apparenté au premier, qui a
permis de joindre mes deux questions. Dans ce ressort, 420 dossiers
10.01 Jean-Luc Crucke (MR):
De voorzitter van de rechtbank van
eerste aanleg te Aarlen heeft
onlangs zijn bezorgdheid geuit
over het tekort aan magistraten,
waardoor vier zittingen van dat hof
van assisen die gepland waren
voor het tweede semester van
2008, ten vroegste in januari 2009
zullen kunnen gehouden worden.
In het arrondissement Luik zouden
200 van de 420 dossiers in
onderzoek
aanleiding
kunnen
geven tot een assisenproces. Men
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
32
sont mis à l'instruction, dont évidemment certains n'iront pas aux
assises pour diverses raisons, comme la correctionnalisation de
l'internement ou autres, mais dont 200 d'entre eux pourraient
cependant "valser" vers les assises. C'est vous dire si l'agenda est
chargé.
Dans ces deux cas, outre une situation de recrudescence de faits
lourds, comme ces grosses affaires en cours qui tiendront en haleine
le monde de la justice et tous les justiciables, un même phénomène
démontre une insuffisance patente de magistrats.
C'est pourquoi, via ces deux exemples géographiquement assez
proches et révélateurs d'un malaise, j'aurais voulu connaître votre
opinion, votre sensibilité et surtout les pistes que vous entendez
mettre en place pour y remédier. Certains parlent d'une réduction du
délai de nomination comme une solution à la pénurie de magistrats.
J'aimerais aussi vous entendre sur ce point.
merkt dus dat de agenda er eivol
zit.
Uit die twee voorbeelden blijkt niet
alleen dat het aantal ernstige
feiten weer toeneemt, maar ook
dat er een onbetwistbaar tekort
aan magistraten is.
Welke maatregelen wil u treffen
om dat probleem te verhelpen?
Sommigen stellen voor om het
probleem van het tekort aan
magistraten via een kortere
benoemingsprocedure
aan
te
pakken.
10.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame la présidente, cher
collègue, il est exact que trois affaires d'assises sont en état d'être
prochainement fixées devant la cour d'assises d'Arlon dans les
prochains mois. À ce jour, aucune fixation de date n'est encore
intervenue devant cette cour d'assises.
Il convient de noter qu'un juge de complément affecté à Arlon a été
détaché à Liège en vue de permettre la tenue, à partir du 3 septembre
2008, d'une cour d'assises exceptionnelle à Liège pour une durée
prévue de quatre à cinq mois qui mobilisera, outre deux conseillers à
la cour d'appel, quatre juges d'instance.
Ce cadre du tribunal de première instance d'Arlon est complet.
Cependant, le procureur général attire mon attention sur le fait qu'à
Arlon, comme dans d'autres petits tribunaux, la tenue d'une cour
d'assises perturbe la poursuite des activités normales du tribunal
puisque ce tribunal est alors privé de deux magistrats pendant la
durée de la session sur un cadre de sept juges.
La perturbation du cours des affaires habituelles est inhérente au
système des cours d'assises tel que prévu par la loi. Une cour
d'assises est, par définition, un tribunal ad hoc composé, en vertu de
la loi, d'un magistrat de la cour d'appel et de deux juges du tribunal de
première instance.
Cette affectation de deux juges d'instance a nécessairement pour
effet de perturber le cours des affaires traitées habituellement par ces
deux juges, sans compter les remplaçants, et peut avoir des
répercussions sur le travail des autres juges et sur l'ensemble du
tribunal.
Un nouveau magistrat de complément devrait bientôt être nommé
dans le ressort de la Cour d'appel de Liège. Mes services ont déjà
reçu la présentation par le Conseil supérieur de la Justice et le
dossier est en cours de traitement. Le premier président de la cour
d'appel déterminera les dates de fixation des sessions de la Cour
d'assises d'Arlon, en fonction des nécessités du service et des
effectifs disponibles.
Le Code judiciaire prévoit plusieurs possibilités de répartition des
10.02 Minister Jo Vandeurzen:
Eerlang zal de rechtsdag van drie
zaken voor het hof van assisen te
Aarlen worden vastgesteld. Maar
een toegevoegd rechter van
Aarlen
werd
naar
Luik
gedetacheerd, om daar vanaf 3
september 2008 en voor de duur
van vier à vijf maanden een
uitzonderlijk hof van assisen te
kunnen laten doorgaan, waarvoor
er naast twee raadsheren bij het
hof
van
beroep
ook
vier
verwijzende
rechters
zullen
worden ingeschakeld.
De personeelsformatie van de
rechtbank van eerste aanleg te
Aarlen is volledig ingevuld. Net
zoals in andere kleine rechtbanken
worden de normale activiteiten van
de rechtbank te Aarlen echter door
het houden van een hof van
assisen verstoord, omdat ze het
dan met twee magistraten, op een
formatie van zeven rechters,
minder moet stellen. Dat is
inherent aan het systeem van de
assisenhoven
die
ad-
hocrechtbanken
zijn
en
samengesteld worden uit een
magistraat van het hof van beroep
en twee rechters van de rechtbank
van eerste aanleg.
Voor het rechtsgebied van het hof
van beroep van Luik zou er
eerlang een nieuwe toegevoegde
magistraat
benoemd
moeten
worden. De eerste voorzitter van
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
33
juges et des affaires en fonction de la situation particulière de chaque
tribunal. Il appartient à chaque cour d'appel de gérer les moyens
disponibles en fonction des nécessités et du service.
En ce qui concerne la réduction des délais de nomination, je peux
vous confirmer qu'en ce moment, je prépare une demande d'avis au
Conseil supérieur de la Justice. Cette demande d'avis porte sur
l'ensemble de la gestion du personnel des magistrats, notamment sur
la procédure de sélection et de nomination, y compris les délais.
het hof van beroep zal de data
bepalen waarop de zittingen van
het hof van assisen van Aarlen
zullen plaatsvinden; in functie van
de behoeften van de dienst en van
de beschikbare personeelsleden.
Het Gerechtelijk Wetboek voorziet
in verschillende mogelijkheden
voor de verdeling van de rechters
en de dossiers, naargelang de
situatie van elke rechtbank. Elk hof
van
beroep
beheert
de
beschikbare middelen in functie
van de behoeften en van de
dienst.
Wat het verkorten van de
benoemingstermijnen betreft, werk
ik aan advies aan de Hoge Raad
voor de Justitie dat onder meer
betrekking heeft op de selectie- en
benoemingsprocedure,
met
inbegrip van de termijnen.
10.03 Jean-Luc Crucke (MR): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse intéressante à plus d'un titre.
Premièrement, les faits sont avérés. Un procès d'assises représente
une surcharge inévitable mais aussi des perturbations pour un
tribunal. Le phénomène est connu et n'est pas nouveau! Par contre,
ce qui change, c'est l'ampleur des dossiers et surtout leur fréquence
devant la cour d'appel de Liège. Monsieur le ministre, vous avez
raison de dire que la cour d'appel doit pouvoir s'organiser quant à la
répartition de ses magistrats. Toutefois, face à une telle file d'attente,
le commun des mortels y perdrait son latin!
Deuxièmement, la situation du tribunal d'Arlon est spécifique. Vous
reconnaissez vous-même que le cadre est complet. À ce niveau, on
ne peut dès lors pas faire grand chose de plus. Monsieur le ministre,
je sais que vous y travaillez. Cependant, je me demande si la réforme
des arrondissements judiciaires ­ même si elle ne fait pas l'unanimité
­ n'apporterait pas une meilleure réponse à certaines situations.
Troisièmement, je tiens à vous remercier de la nomination future d'un
nouveau magistrat de complément. C'est bien utile!
Enfin, quant à la réduction des nominations, qui fait aussi parfois
l'objet de contestations, il me semble que la situation ne trouvera pas
d'autres solutions que celles que vous venez d'évoquer.
Madame la présidente, je sais qu'il n'est pas autorisé de poser une
question sur une question. Néanmoins, monsieur le ministre, la
situation relative à cette inflation des assises est-elle spécifique à la
province de Liège ou bien se retrouve-t-elle dans d'autres provinces
de Belgique?
10.03 Jean-Luc Crucke (MR): Ik
vraag me af of de hervorming van
de gerechtelijke arrondissementen
geen antwoord zou bieden op
dergelijke situaties.
Is de sterke toename van de
assisenzittingen kenmerkend voor
de provincie Luik?
10.04 Jo Vandeurzen, ministre: Je reçois des informations de tous
les ressorts. C'est un problème considérable qui implique une
10.04 Minister Jo Vandeurzen: In
Antwerpen
speelt
hetzelfde
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
34
réorganisation importante, en collaboration avec les magistrats
présents. Le problème est identique à Anvers. La question est de
savoir si nous tenons ou pas au système des assises.
probleem. De hervorming van de
gerechtelijke
arrondissementen
brengt een belangrijke reorga-
nisatie mee die in samenspraak
met de aanwezige magistraten
moet gebeuren. De hamvraag is:
houden we vast aan het systeem
van de hoven van assisen of niet?
10.05 Jean-Luc Crucke (MR): Voilà peut-être le débat que nous
devrions avoir, celui concernant la forme des assises.
10.06 Jo Vandeurzen, ministre: Je peux réformer, mais pas tout en
un jour!
10.07 Jean-Luc Crucke (MR): Je suis d'accord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van de heer Gerald Kindermans aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de bemiddeling als instrument voor conflictoplossing" (nr. 6495)
11 Question de M. Gerald Kindermans au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la médiation comme instrument dans la résolution de conflits"
(n° 6495)</b>
11.01 Gerald Kindermans (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, in
de onlinebrochure van de website van de FOD Justitie staat te lezen:
"De wet van 21 februari 2005 veralgemeent de bemiddeling als
instrument voor conflictbeheersing. Dit betekent dat in alle materies
bemiddeling nu evenwaardig wordt aan de burgerrechtelijke
procedure en de arbitrage."
In augustus 2007 waren 713 bemiddelaars erkend. Ondertussen is
hun aantal blijkbaar opgelopen tot 1.857. De nieuwe stafhouder bij de
Nederlandstalige Orde van Advocaten van Brussel verklaarde
evenwel vorige week dat de nieuwe bemiddelingswet een regelrechte
flop is. Justitie had immers een grote reclamecampagne op touw
gezet, maar er zouden geen geïnteresseerden zijn.
Er werd een speciaal nummer bekendgemaakt waarop de burger voor
gratis informatie kan bellen. Destijds werd het nummer met heel veel
luister aangekondigd. Bemiddeling zou niet alleen voor familiezaken,
maar ook voor burgerlijke, commerciële en sociale zaken gelden. De
partijen kunnen de procedure vrijwillig opstarten. Ook de rechter kan
ze echter opleggen. In voorkomend geval wordt de lopende procedure
geschorst. Blijkbaar wordt echter nauwelijks, noch door partijen noch
door de magistratuur, van bedoelde mogelijkheid gebruik gemaakt.
Mijn vragen zijn de volgende. Mijnheer de minister, heeft de FOD
Justitie al een evaluatie van de werking van de nieuwe wet op de
bemiddeling gemaakt?
Kunt u de vaststelling van de Brusselse stafhouder bevestigen,
namelijk dat zowel burgers en bedrijven als rechters nauwelijks
gebruikmaken van de mogelijkheid tot bemiddeling?
Zijn er cijfers van het aantal bemiddelingsdossiers beschikbaar?
11.01 Gerald Kindermans
(CD&V - N-VA): Une loi de 2005 a
généralisé la médiation comme
instrument dans la résolution de
conflits. En 2006, on a recensé
713 médiateurs agréés. En 2007,
leur nombre a connu une hausse
exponentielle puisqu'on en a
comptabilisé 1.857. Cependant,
leurs services ne seraient que
rarement sollicités. Selon le
bâtonnier
de
l'Ordre
néerlandophone des Avocats à
Bruxelles, la médiation est un
échec total en dépit d'une
importante campagne visant à la
promouvoir.
Il peut être recouru à la médiation
non
seulement
en
matière
familiale mais aussi en matière
civile, commerciale et sociale. Les
parties
peuvent
enclencher
volontairement cette procédure ou
celle-ci peut être imposée par le
juge, ce qui serait toutefois
rarissime.
Cette loi a-t-elle déjà été soumise
à une évaluation? Le ministre
confirme-t-il
le
constat
du
bâtonnier
néerlandophone
de
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
35
Kunnen zij per rechtsgebied en per materie worden meegedeeld?
Wat zijn volgens u de oorzaken voor het niet-functioneren van de wet
op de bemiddeling? Welke oplossingen plant u?
Bent u van oordeel dat voornoemde wetgeving eventueel dient te
worden bijgestuurd?
Bruxelles? Peut-il fournir des
données chiffrées concernant le
nombre
de
dossiers
de
médiation qui ont été ouverts?
Pour quelles raisons cette loi se
révèle-t-elle
impraticable?
Convient-il
d'y
apporter
des
correctifs?
11.02 Minister Jo Vandeurzen: Geachte Limburgse collega, de
evaluatie werd tot op heden niet gemaakt. De federale
bemiddelingscommissie, die door de wetgever in het leven werd
geroepen
om
te
waken
over
de
kwaliteit
van
de
bemiddelingsprocedures en de ontwikkeling ervan, kondigde mij wel
reeds aan hiervan werk te willen maken tegen begin volgend jaar. Op
1 september 2009 wordt de samenstelling van de commissie immers
gewijzigd en de huidige leden willen nog binnen hun vierjarig mandaat
een en ander evalueren.
Ik kan de vaststelling van de stafhouder niet bevestigen, doch neem
aan dat er wel degelijk een grond van waarheid in zit als de
stafhouder zelf wijst op het feit dat er nauwelijks gebruik wordt
gemaakt van de mogelijkheden tot bemiddeling. Misschien worden de
mogelijkheden niet ten volle benut of zijn de verklaringen ingegeven
vanuit een ontgoocheling dat alles niet snel genoeg evolueert. Of het
slaat op zowel burgerlijke als handelszaken, was in het interview niet
echt duidelijk; dat dient dan ook even te worden onderzocht. Alleszins
kan worden gesteld dat de familiale bemiddeling, die toch al van 2001
door de wetgever is erkend ­ ik kan het weten, want ik heb het
voorstel zelf ingediend ­ niet alleen al een langere traditie heeft, maar
toch ook iets succesvoller is.
Er zijn helaas nog geen concrete cijfers en het is maar zeer de vraag
of dat eigenlijk ook echt mogelijk is. Bemiddeling houdt net in dat
partijen niet naar de rechtbank stappen of dat, wanneer er een
bemiddelaar wordt aangesteld door de rechtbank of nadien de
homologatie van het akkoord vraagt, er buiten de rechtbank om wordt
onderhandeld. Dus als een bemiddeling ook daadwerkelijk lukt, heeft
men daar niet altijd weet van op de griffie, laat staan dat cijfers
worden bijgehouden.
De bemiddelaars zelf zullen misschien wel cijfers hebben, maar door
het vertrouwelijk en vrijwillig karakter zijn die niet altijd te achterhalen.
Als er al statistische gegevens kunnen worden achterhaald en worden
verstrekt, zullen die toch altijd slechts gedeeltelijk zijn.
Ik durf heden niet zo ver gaan als de vraagsteller door te beweren dat
de wet niet functioneert. Eerst zouden we met zekerheid moeten
kunnen vaststellen of dat inderdaad zo is. Pas als we die vaststelling
kunnen maken, lijkt wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaak
ervan nodig, nuttig en mogelijk. Sowieso ben ik van oordeel dat er nog
meer promotie moet worden gemaakt inzake de bemiddeling,
ofschoon er al serieuze inspanningen dienaangaande gebeurden in
het verleden. Ik heb er ook weet van dat men her en der in het land
nog bemiddelingsopleidingen aanbiedt, wat ik uiteraard alleen maar
kan toejuichen. Bemiddeling houdt sowieso een radicale
mentaliteitswijziging in betreffende de manier waarop men een conflict
of geschil benadert. Zoals altijd met mentaliteitswijzigingen vraagt dat
11.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Cette loi n'a pas encore été
évaluée. La Commission fédérale
de médiation, qui contrôle le bon
déroulement des procédures de
médiation, compte y procéder
avant le début de 2009.
Je ne puis confirmer le constat du
bâtonnier
néerlandophone
de
Bruxelles mais je présume qu'il y a
un fond de vérité dans ce constat.
Les possibilités existantes de
recourir à la médiation ne sont
peut-être pas encore pleinement
exploitées ou le bâtonnier est
amer parce que tout n'évolue pas
assez vite. D'ailleurs, se réfère-t-il
à la médiation dans les affaires
civiles ou commerciales? La
médiation en matière familiale, qui
est reconnue depuis 2001 déjà,
connaît un plus grand succès.
Aucune donnée chiffrée n'est
disponible concernant le nombre
de dossiers parce que le greffe
n'est pas toujours informé du
dénouement heureux dans tel ou
tel dossier de médiation. Les
médiateurs eux-mêmes disposent
peut-être de telles données mais
elles ont trait à des dossiers
confidentiels.
Je n'irais pas jusqu'à dire que
cette loi est impraticable. Il faut
encore la promouvoir davantage.
Je me réjouis du fait que de plus
en
plus
de
formations de
médiateur soient proposées. Un
changement de mentalité est
indispensable, ce qui ne se fait
jamais du jour au lendemain.
Il est trop tôt pour adapter la loi,
qui doit encore être évaluée par la
commission de médiation, laquelle
peut toutefois toujours soumettre
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
36
tijd.
Misschien geef ik toch nog even aan dat er ook met betrekking tot de
rechtsplegingvergoeding vragen zijn bij de impact van de wet ter zake
op de toegankelijkheid van het gerecht. Het is niet uitgesloten dat
mensen meer kiezen voor een bemiddelde oplossing dan wel de
procedure echt starten. We moeten op een bepaald moment kunnen
objectiveren of ook dat al dan niet het geval is.
Voorts denk ik dat het nog te vroeg is voor een bijsturing van de wet.
Niet alleen kondigt de Federale Bemiddelingscommissie een evaluatie
aan voor volgend voorjaar, maar bovendien kan een gebrek aan
bemiddelingspogingen te wijten zijn aan een gebrek aan bekendheid
van de wet in kwestie of aan een bepaalde onwil om van het
instrument gebruik te maken. Een en ander hoeft dus niet
noodzakelijk te wijten te zijn aan de wet zelf.
Ik verwacht dat de Federale Bemiddelingscommissie, die door de
wetgever in het leven is geroepen om te waken over de ontwikkeling
en de kwaliteit van de procedures, tijdig voorstellen zal doen, indien zij
dit opportuun acht, losstaand van de aangekondigde evaluatie.
des propositions. Le manque de
tentatives de médiation peut
résulter de la méconnaissance du
système ou de la réticence à y
recourir.
11.03 Gerald Kindermans (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord.
Ik heb natuurlijk niet zelf ontdekt dat de wet niet functioneert. De
stafhouder van de grootste Vlaamse balie zegt echter dat ze een flop
is. Een flop gaat toch veel verder dan het niet functioneren. Hij zegt
dat die wet een maat voor niets is.
Bijkomende opleidingen zijn wel allemaal heel nuttig. Men heeft al
bijna 2.000 mensen erkend. Nu blijkt dat daarvoor op het terrein geen
interesse is. Men kan de publieke opinie natuurlijk niet onmiddellijk
warm maken om zijn vertrouwen te schenken aan dat systeem voor
het oplossen van conflicten.
Ik begrijp dat u over geen cijfers beschikt. Dat moet echter toch geen
grote inspanning vergen van Justitie. Men weet immers wie men heeft
erkend. Er kan toch aan de bemiddelaars worden gevraagd om hun
cijfermateriaal met betrekking tot het aantal dossiers, zonder de
vertrouwelijkheid ervan te schenden, te bezorgen.
U hebt het niet gehad over de magistratuur, die dankzij die wet de
kans krijgt om procedures op te schorten en op die manier de
gerechtelijke achterstand te bestrijden. Ik heb echter niet de indruk
dat de magistraten veel gebruikmaken van de mogelijkheid om
partijen te vragen. Daarin kunt u als minister van Justitie misschien
wel een zekere rol te spelen.
Het spreekt voor zich dat ik het idee steun dat u nog bijkomende
publiciteit wil maken, maar misschien moet er ook bij de magistratuur
een mentaliteitswijziging komen, opdat men aan die mogelijkheid
meer aandacht wil schenken.
11.03 Gerald Kindermans
(CD&V - N-VA): Si le bâtonnier du
principal barreau flamand affirme
que la loi est un fiasco, cela en dit
long. Aujourd'hui, on dénombre
déjà près de deux mille média-
teurs agréés mais en l'absence
d'intérêt,
ces
formations
supplémentaires
sont-elles
vraiment utiles? Je comprends
que le ministre ne dispose pas
encore de chiffres mais il n'est tout
de
même
pas
si
difficile
d'interroger les médiateurs sur le
nombre de dossiers qu'ils ont
traités.
Le ministre n'a rien dit à propos du
fait que la magistrature recourt
elle-même
rarement
à
la
médiation, alors que ce système
pourrait constituer un moyen de
résorber l'arriéré judiciaire. Le
ministre de la Justice pourrait
encourager le recours à la
médiation par la magistrature. Une
promotion accrue serait opportune
mais peut-être faudrait-il aussi un
changement de mentalité au sein
de la magistrature.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12 Vraag van de heer Robert Van de Velde aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
37
Institutionele Hervormingen over "het vrijgeven van persoonsgegevens van politieambtenaren als
gevolg van ingediende klachten" (nr. 6559)
12 Question de M. Robert Van de Velde au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des
Réformes institutionnelles sur "la divulgation de données à caractère personnel ayant trait à des
fonctionnaires de police à la suite de dépôts de plaintes les concernant" (n° 6559)</b>
12.01 Robert Van de Velde (LDD): Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, via de pers vernemen wij dat er een stijgend aantal
klachten is tegen politieambtenaren. Naast de klachten die
rechtstreeks worden ingediend bij het Comité P zijn er ook klachten
die hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks worden ingediend bij het
parket.
Als gevolg van het indienen van een klacht heeft de klager het recht
om, na het afsluiten van het dossier of bij doorverwijzing naar de
rechtbank, het dossier in te kijken. Hierbij komt de identiteit van de
betrokken politieman onvermijdelijk in het bezit van de klager. Indien
dit laatste een bewuste strategie van de klager zou zijn, zou dit
betekenen dat de huidige wetgeving niet voldoende bescherming
biedt aan die politieambtenaar.
Het is namelijk zo dat de wet van 8 april 2008 betreffende de
anonimiteit van de getuigen, enkel gehele of gedeeltelijke anonimiteit
kan bieden aan politieambtenaren die in de uitoefening van hun
beroepswerkzaamheden belast zijn met de vaststelling van en het
onderzoek naar een misdrijf of kennisnemen van omstandigheden
waarin het misdrijf is gepleegd. Zij hoeven hun woon- of verblijfplaats
niet mee te delen en kunnen hun dienstadres, of het adres waarop zij
gewoonlijk hun beroep uitoefenen, vermelden.
Deze mogelijkheid ­ de wet op de anonimiteit van de getuige ­ stelt
zich niet wanneer een klacht wordt ingediend tegen de
politieambtenaar. Hierin spelen twee feiten. Ten eerste, er moet
uiteraard mogelijkheid zijn om een klacht in te dienen. Als dit evenwel
veelvuldig gebeurt, krijgt men een soort van pervers systeem waarbij
de politieambtenaar als het ware wordt gestigmatiseerd en mogelijks
in bepaalde omgevingen wordt aangepakt door de clans van de
eventuele geïntimeerde. Op die manier krijgt men een overtrokken
systeem want wat moet als waar of onwaar worden beschouwd bij
veelvuldige klachten. Dit is een systeem waarover toch eens moet
worden nagedacht, vandaar de volgende vragen.
Ten eerste, bent u op de hoogte van de problematiek inzake de
vrijgave van de persoonsgegevens van de politieambtenaar? Weet u
om ongeveer hoeveel klachten het gaat? U zult zien dat ik ook een
schriftelijke vraag heb ingediend om de statistische gegevens eens
van naderbij te kunnen bekijken. Wij moeten hierop nu niet ingaan.
Welke maatregelen denkt u te kunnen nemen om de
politieambtenaren te beschermen tegen dergelijke vrijgave, ook in
zaken waar de politieambtenaar het onderwerp van een klacht
uitmaakt? Het is immers ontegensprekelijk zo dat, zelfs in de gevallen
waarin een klacht wordt ingediend tegen een politieambtenaar, het in
het belang van de algemene en persoonlijke veiligheid is dat de
privacy van de betrokken politieambtenaar die in zijn hoedanigheid
een groter risico op represailles loopt, ook wordt beschermd.
12.01 Robert Van de Velde
(LDD): J'ai lu dans la presse que
des plaintes de plus en plus
nombreuses sont déposées contre
des fonctionnaires de police, tant
au Comité P qu'au parquet.
Lorsqu'une plainte est déposée au
parquet, le plaignant est autorisé à
consulter le dossier et dès lors à
connaître les données d'identité de
l'agent de police. Cette situation
pourrait entraîner des abus. La loi
de 2008 relatif à l'anonymat des
témoins ne protège l'agent de
police que dans le cadre de
l'enquête, et non pas lorsqu'il fait
lui-même l'objet d'une plainte.
Le ministre est-il au courant de ce
problème? De combien de cas
est-il
question?
Le
ministre
prendra-t-il des mesures pour
mieux protéger les fonctionnaires
de police faisant l'objet d'une
plainte, afin d'éviter le risque de
représailles?
12.02 Minister Jo Vandeurzen: Mijnheer Van de Velde, ik beschik
over de volgende cijfergegevens. Volgens het jongste jaarverslag van
12.02 Jo Vandeurzen, ministre: Il
ressort du rapport annuel du
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
38
het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten, gepubliceerd in
2008, en dat slaat op het jaar 2006, werden in dat jaar in totaal 2.314
klachten rechtstreeks ingediend bij het Comité P. Daarenboven
werden 2.519 klachten rechtstreeks bij het lokale korps ingediend.
Klachten tegen politieambtenaren kunnen zowel verband houden met
feiten die strafbaar zijn op grond van de strafwet, bijvoorbeeld
gewelddaden of valsheid in geschrifte, als met feiten die buiten de
strafwet vallen en die desgevallend een tuchtrechtelijk gevolg kunnen
hebben, bijvoorbeeld machtsoverschrijding of niet optreden.
Daarom lijkt het mij beter als basis het aantal geopende
opsporingsonderzoeken te nemen. Voor het jaar 2006 gaat het om
1.073 onderzoeken. Daarvan zijn 371 dossiers geopend wegens
gewelddaden tegen personen of goederen, 210 wegens daden van
willekeur, 82 wegens bedreigingen, 80 wegens schending van het
beroepsgeheim, 68 wegens belaging en stalking, 49 wegens valsheid
in geschrifte, enzovoort.
Ik beschik niet over cijfergegevens over het precieze aantal dossiers
dat geopend is inzake politieambtenaren waarin het vrijgeven van de
persoonsgegevens van de betrokken politieambtenaar problematisch
zou zijn op het vlak van zijn persoonlijke veiligheid wegens het risico
van represailles, bijvoorbeeld omdat de klacht wordt ingediend als
onderdeel van een bewuste strategie van de klager teneinde de
onderzoekers schade te berokkenen of te bedreigen.
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende
situaties. Enerzijds, is er de anonimiteit van de speurder die het
onderzoek doet of eraan meewerkt, en anderzijds is er de
problematiek van de anonimiteit van diezelfde speurder voor het geval
de verdachte of een derde klacht indient tegen hem met het oogmerk
te kwader trouw kennis te krijgen van de identiteit of andere
persoonsgegevens van de speurder.
In de eerste situatie, namelijk de bescherming van de identiteit en de
persoonsgegevens van de speurder in het raam van een bepaald
onderzoek, kan men gebruikmaken van de wet van 8 april 2002
inzake de anonimiteit van de getuige. Ten aanzien van de speurder
die in de hoedanigheid van getuige wordt verhoord, zal men
toepassing kunnen maken van de mogelijkheden van gedeeltelijke of
volledige anonimiteit waarin voorzien is in de wet van 8 april 2002.
Bovendien moet ik de reeds bestaande bepalingen vermelden inzake
de bijzondere opsporingsmethoden, waarbij het Wetboek van
strafvordering bepaalt dat inzake observatie en infiltratie het
schriftelijke verslag gedekt is door het beroepsgeheim en dat het
verslag geen elementen mag bevatten die de veiligheid en de
anonimiteit van de speurders in gevaar kunnen brengen.
Ten tweede heeft men de situatie die u specifiek aanhaalt, met name
die van de speurder, wiens anonimiteit desgevallend beschermd werd
in het raam van de wet van 8 april 2002, waartegen de verdachte
klacht zou neerleggen wegens bijvoorbeeld valsheid in geschrifte,
slagen en verwondingen, willekeurige vrijheidsberoving, enzovoort,
specifiek met het oog op represailles die zouden kunnen worden
genomen door gebruik te maken van de vermelding in het strafdossier
van de identiteit en het adres van de betrokken speurder.
Comité permanent de contrôle des
services de police qu'en 2006,
2.314 plaintes ont été introduites
auprès du Comité P et 2.519
auprès de la police locale. Dans
1.073 dossiers, une enquête a été
ouverte: 371 enquêtes concer-
naient des actes de violences, 210
des actes arbitraires, 82 des
menaces, 80 des violations du
secret professionnel, 68 des cas
de harcèlement et 49 des faux en
écriture.
Je ne sais pas dans combien de
dossiers la diffusion des données
personnelles de l'agent concerné
aurait entraîné des problèmes.
La loi de 2002 relative à
l'anonymat des témoins prévoit un
anonymat partiel ou complet pour
l'enquêteur au cours de l'enquête.
Le code d'Instruction criminelle
prévoit en outre que le rapport
relatif à l'observation et l'infiltration
est
couvert
par
le
secret
professionnel et que la sécurité et
l'anonymat des enquêteurs ne
peuvent être mis en danger.
Dans la deuxième situation,
l'anonymat de l'enquêteur est
protégé dans le cadre de la loi du
8 avril 2002, spécifiquement en
raison de possibles représailles
parce que l'identité et l'adresse de
l'enquêteur
sont
mentionnées
dans le dossier pénal. Il s'agit en
l'occurrence
d'une
situation
exceptionnelle, puisqu'il doit aussi
être possible en principe de porter
plainte contre les enquêteurs. En
effet,
ces
derniers
peuvent
également commettre des délits
dans le cadre d'enquêtes et, de ce
fait, ils ne bénéficient d'aucune
immunité. Si, toutefois, une plainte
est déposée contre un enquêteur
pour obtenir ses coordonnées
personnelles dans un but de
représailles, le procureur du Roi
pourra refuser l'accès au dossier,
également après le classement de
l'affaire.
Si la communication du dossier au
suspect représente une menace
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
39
De moeilijkheid is dat het hier, zonder het probleem te willen
minimaliseren, om een uitzonderlijk geval gaat. Principieel is het zo
dat men ook tegen speurders klacht moet kunnen indienen. Ook
speurders kunnen misdrijven plegen in het raam van een onderzoek.
Zij genieten geen immuniteit en kunnen desgevallend worden
verwezen naar de bevoegde strafrechter indien er voldoende
aanwijzingen van schuld bestaan. Op zich is dit normaal. Indien de
klacht echter te kwader trouw wordt ingediend, specifiek met het oog
op represailles, teneinde door middel van de klacht kennis te krijgen
van de persoonsgegevens om dan verder kwaadwillig te ageren
lastens een speurder, zal de procureur des Konings de klager
toegang tot het dossier kunnen weigeren. Ook na seponering van het
dossier kan de procureur de toegang tot het dossier blijven weigeren.
Indien de klager lastens de speurder klacht heeft ingediend met
burgerlijke partijstelling in handen van de onderzoeksrechter, zal de
onderzoeksrechter tijdens het gerechtelijk onderzoek de mededeling
van het dossier aan de verdachte kunnen weigeren op grond van
artikel 61 ter, §3, van het Wetboek van strafvordering, wanneer die
schending een gevaar oplevert voor personen of een ernstige
schending inhoudt van hun privéleven.
Op het einde van het gerechtelijk onderzoek, namelijk wanneer de
procureur zijn eindvordering met het oog op de regeling van de
procedure bezorgt aan de onderzoeksrechter, zal de klager, in
toepassing van artikel 127 van het Wetboek van strafvordering
toegang krijgen tot het dossier. De identiteit van de onderzoeker zal
dan niet kunnen worden afgeschermd, want per hypothese heeft hij
het statuut van beklaagde, zelfs al werd hij niet in verdenking gesteld
door de onderzoeksrechter.
In de praktijk kunnen de risico's worden beperkt door enkel het
kantooradres van de speurder te vermelden in de processen-verbaal
en in de eindvordering van het parket.
pour des personnes ou constitue
une atteinte grave à leur vie
privée, le juge d'instruction pourra
la refuser légalement.
Lorsque le procureur a transmis sa
réquisition
finale
au
juge
d'instruction à l'issue de l'enquête
judiciaire, le plaignant a accès au
dossier. L'identité de l'investi-
gateur ne peut alors plus être
protégée, étant donné qu'il a le
statut de prévenu. Dans la
pratique, on peut limiter les
risques en ne mentionnant que
l'adresse du bureau de l'enquêteur
dans les procès-verbaux et dans
la réquisition finale du parquet.
12.03 Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de minister, inderdaad,
die mogelijkheden bestaan.
U zegt dat de procureur of de onderzoeksrechter kan bepalen of hij al
dan niet een dossier vrijgeeft. Dat is een mogelijkheid maar het is niet
sluitend. Men kan natuurlijk niet in het hoofd kruipen van de klager om
te zien welke de bedoeling er steekt achter het opvragen van het
dossier of de klacht.
Ik denk dus dat we dienaangaande iets verder moeten gaan en een
extra filter moeten inbouwen, zoals dat bijvoorbeeld in het Verenigd
Koninkrijk gebeurt, waar met het stamnummer van de betrokken
politieagent of de betrokken speurder wordt gewerkt, waardoor ten
eerste de naamgegevens al verhuld blijven, en ten tweede er een
extra drempel wordt ingebouwd om effectief tot de juiste persoon te
komen.
De mogelijkheid om een klacht in te dienen bestaat dan nog altijd,
maar het wordt op een veel meer anonieme manier gevoerd.
12.03 Robert Van de Velde
(LDD): Le procureur ou le juge
d'instruction peut donc décider de
permettre ou non l'accès à un
dossier. Il ne s'agit cependant pas
d'une solution adéquate, parce
qu'il n'est pas toujours possible de
percevoir les intentions réelles du
plaignant. C'est pourquoi j'estime
qu'il faut prévoir une sécurité
supplémentaire, comme c'est par
exemple déjà le cas au Royaume-
Uni, où l'on utilise le numéro
matricule de l'agent ou de
l'enquêteur, ce qui garantit mieux
l'anonymat lors du traitement
d'une plainte.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
40
13 Vraag van de heer Michel Doomst aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "een ten onrechte vrijgelaten gedetineerde" (nr. 6581)
13 Question de M. Michel Doomst au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "un détenu libéré à tort" (n° 6581)</b>
13.01 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mevrouw de voorzitter,
mijnheer de minister, incidenten zijn natuurlijk altijd mogelijk, maar we
moeten er wel de nodige conclusies uit trekken. In die zin leek het me
toch wel een vrij zwaar feit dat de Brusselse politiediensten op zondag
22 juni jacht hebben gemaakt op een gedetineerde die bij vergissing
was vrijgelaten. Het incident wordt nog wat verzwaard doordat de man
op dat ogenblik al twee weken ten onrechte op vrije voeten was.
Mijnheer de minister, hoe is een dergelijk incident mogelijk? Klopt het
dat er inderdaad pas na twee weken alarm is geslagen? Wat is
daarvan de reden?
Als zo'n vergissing mogelijk is, is dat dan nog gebeurd? Betekent dit
dat er ook methodische aanpassingen moeten worden doorgevoerd
om dat te voorkomen?
13.01 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Le dimanche 22 juin, les
services de police de Bruxelles ont
lancé une chasse à l'homme
contre un détenu qui était en
liberté depuis deux semaines
après avoir été libéré par erreur.
Comment
expliquer
pareille
méprise? N'a-t-on en effet donné
l'alerte qu'après deux semaines?
Pour quelles raisons? Est-ce la
première fois qu'une telle chose se
produit?
Faut-il
adapter
les
méthodes pour éviter que pareil
dysfonctionnement se reproduise?
13.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, het volgende
heeft zich blijkbaar voorgedaan. Op 2 juni 2008 werd door het parket
te Brussel een bevel tot vrijstelling van een beklaagde bezorgd aan de
gevangenis te Vorst. Per vergissing heeft een bediende van de griffie
de naam van een andere gedetineerde met gelijkluidende naam
aangebracht op de lijst van vrijstellingen. Vervolgens werd bij de
verdere vrijstellingsprocedure voortgegaan op de verkeerde naam op
de lijst en werd bijgevolg de verkeerde gedetineerde vrijgesteld. De
vergissing werd diezelfde avond vastgesteld en de onderzoeksrechter
werd er onmiddellijk van in kennis gesteld.
De persoon in kwestie werd die avond geseind via de politiezone Zuid.
Op basis van deze seining werd hij door de politie opnieuw gevat op
11 juni, negen dagen later, en naar de gevangenis te Vorst
overgebracht. Hij werd echter dezelfde dag opnieuw vrijgesteld op
bevel van het parket omdat inmiddels de oorspronkelijke
hechtingstitel was vervallen en er geen nieuw aanhoudingsbevel werd
afgeleverd. Een nieuw aanhoudingsbevel in een zaak is slechts
mogelijk wanneer er nieuwe, verzwarende elementen aanwezig zijn.
De vrijstelling bij vergissing op 2 juni doet daar geen afbreuk aan.
Dit soort van vergissingen komt uiteraard slechts uitzonderlijk voor.
Eind 2002 heeft zich een gelijkaardig scenario voorgedaan in de
gevangenis te Vorst en in augustus 2004 gaf een gedetineerde in de
gevangenis te Lantin zich uit voor zijn celgenoot, waardoor hij ook ten
onrechte werd vrijgelaten. Behalve die incidenten heeft er zich de
jongste jaren geen andere, soortgelijke vergissing voorgedaan.
13.02 Jo Vandeurzen, ministre:
Le 2 juin 2008, le parquet de
Bruxelles a remis à la prison de
Forest un ordre de libération
portant sur un accusé. Le nom
d'un autre détenu, aux conso-
nances semblables, a ensuite
malencontreusement été enre-
gistré à sa place sur la liste des
libérations, ouvrant ainsi la voie à
cette liberté indue. L'erreur a été
décelée le soir-même et le juge
d'instruction en a été informé sans
délai. Un avis de recherche a été
lancé et la personne a été
capturée le 11 juin, avant d'être à
nouveau remise en liberté parce
que le mandat d'arrêt initial avait
expiré et qu'aucun autre n'avait
été délivré. En effet, la rédaction
d'un nouveau mandat d'arrêt n'est
possible qu'en cas de nouvelles
circonstances aggravantes. Des
erreurs de ce type sont tout à fait
exceptionnelles.
13.03 Michel Doomst (CD&V - N-VA): Mijnheer de minister, ik neem
aan dat het een menselijke fout was. Misschien moeten we nagaan of
in de systematiek dergelijke overlappingen ­ wanneer namen
gelijkaardig zijn ­ kunnen worden vermeden. Ik dank u voor uw
antwoord.
13.03 Michel Doomst (CD&V -
N-VA): Je conclus à une erreur
humaine. Nous devons toutefois
nous pencher sur la question de
savoir comment éviter à l'avenir ce
genre de confusion entre noms.
CRIV 52
COM 280
01/07/2008
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
41
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14 Question de Mme Valérie De Bue au vice-premier ministre et ministre de la Justice et des Réformes
institutionnelles sur "le greffe de la justice de paix du canton de La Louvière" (n° 6683)</b>
14 Vraag van mevrouw Valérie De Bue aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en
Institutionele Hervormingen over "de griffie van het vredegerecht van het kanton La Louvière"
(nr. 6683)
14.01 Valérie De Bue (MR): Madame la présidente, monsieur le
ministre, la justice de paix du canton de La Louvière manque de
personnel. À ce problème s'ajoute celui de l'absentéisme aggravé en
raison de la charge de travail supplémentaire. Il semblerait que cette
situation intenable soit en liaison directe avec la réforme des cantons.
Dans le canton de La Louvière, qui fait partie de l'arrondissement de
Mons, la population a fortement augmenté et, en conséquence, le
nombre d'affaires augmente également.
À titre d'exemple, pour 77.000 habitants, le greffe de la justice de paix
de La Louvière dispose de trois greffiers. Par comparaison, le canton
de Mons en dispose de quatre pour 46.000 habitants environ.
Le greffier en chef a signalé l'indisponibilité de membres du personnel
pour cause de maladie et a sollicité des prolongations de contrats et
la création d'une place supplémentaire afin de permettre au greffe
d'assurer la continuité de son service.
Monsieur le ministre, pouvez-vous m'indiquer les suites réservées à la
demande du greffier en chef de la justice de paix de La Louvière?
Quelles sont les mesures envisagées pour permettre au greffe
d'assurer la continuité de son service? Que pensez-vous de ce
constat du manque de personnel?
14.01 Valérie De Bue (MR): Het
vredegerecht van La Louvière
heeft een personeelstekort. Het
probleem zou te maken hebben
met de hervorming van de kantons
en de afwezigheden van het
personeel die gedeeltelijk te wijten
zouden zijn aan de overmatige
werklast. De hoofdgriffier heeft
contractverlengingen en de creatie
van
een
bijkomende
baan
aangevraagd om de continuïteit
van zijn dienst te verzekeren. Welk
gevolg werd er aan zijn aanvraag
gegeven? Welke maatregelen
worden er overwogen om de
griffier in staat te stellen de
continuïteit van zijn dienst te
verzekeren? Wat vindt u van dit
personeelstekort?
14.02 Jo Vandeurzen, ministre: Madame, la situation de la justice de
paix du canton de La Louvière est la suivante. Le cadre comprend
sept unités: un greffier en chef, un greffier, un greffier adjoint et quatre
collaborateurs. De plus, 1,5 équivalents temps plein ont été octroyés
comme surnombre autorisé au vu de la charge de travail du canton
de La Louvière et des différentes absences. Ceci porte le total à 8,5
unités.
L'effectif comprend un greffier en chef, un greffier en disponibilité pour
maladie jusqu'au 31 juillet 2008, un greffier adjoint et 5,5
collaborateurs, dont un agent en disponibilité pour maladie. Sur un
total de 8,5 unités, il y a un effectif de 6,5 unités réellement en
fonction et de 0,5 en cours.
À partir du 1
er
août 2008, l'effectif passera à 7,5 unités.
Une délégation à la fonction de greffier adjoint sur la base de l'article
330ter du Code judiciaire a été octroyée afin de pallier l'absence du
greffier titulaire. Je signale que le cadre des greffiers est fixé par la loi
du 20 juillet 1971 déterminant le cadre du personnel des justices de
paix. Je constate que cette loi détermine le cadre du canton de La
Louvière aussi bien d'ailleurs que celui des justices de paix de Mons 1
et Mons 2, fixé à trois greffiers.
À la suite de l'intervention du greffier en chef à propos de la situation
14.02 Minister Jo Vandeurzen:
Het kader van het vredegerecht
van La Louvière telt 7 eenheden
(een hoofdgriffier, een griffier, een
adjunctgriffier en vier mede-
werkers). Gelet op de werklast en
de personeelsafwezigheden, werd
1,5 voltijdse medewerker toege-
kend. Vanaf 1 augustus 2008
wordt het aantal personeelsleden
opgetrokken naar 7,5 eenheden.
Om de afwezigheid van de griffier-
titularis op te vangen, werd er een
tijdelijke aanstelling toegekend
voor de functie van adjunct-griffier
op grond van artikel 330ter van het
Gerechtelijk Wetboek.
Na
de
interventie
van
de
hoofdgriffier van La Louvière, heb
ik besloten een tweede deeltijds
contract toe te kennen voor de
afwezigheid van een medewerker
in disponibiliteit wegens ziekte. De
01/07/2008
CRIV 52
COM 280
KAMER
-2
E ZITTING VAN DE
52
E ZITTINGSPERIODE
2007
2008
CHAMBRE
-2
E SESSION DE LA
52
E LEGISLATURE
42
spécifique de La Louvière, j'ai décidé:
1. d'octroyer un second contrat à mi-temps pour l'absence du
collaborateur en disponibilité pour maladie;
2. que la délégation octroyée à un collaborateur en remplacement du
greffier en disponibilité pour maladie restera valable pour la durée de
l'absence de celui-ci et prendra automatiquement fin dès son retour;
3. que l'examen relatif à la création d'une place supplémentaire de
greffier adjoint demandée doit faire partie d'une prochaine révision
générale basée sur des critères objectifs liés à la charge du travail.
Une adaptation des cadres des greffiers doit en effet être effectuée
par une modification législative.
tijdelijke aanstelling die wordt
toegekend aan een medewerker
ter vervanging van de griffier in
disponibiliteit zal van toepassing
blijven
voor
de
tijd
dat
laatstgenoemde afwezig is. Voorts
zal de creatie van een extra plaats
voor adjunct-griffier bestudeerd
worden in het kader van een
volgende algemene herziening,
gebaseerd op objectieve criteria
die gerelateerd zijn aan de
werklast.
14.03 Valérie De Bue (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie
pour votre réponse. En résumé, vous dites que vous allez revoir les
critères relatifs à la création d'une place supplémentaire de greffier
adjoint, celle-ci ne pouvant intervenir que par le biais d'une
modification législative? Ainsi, le nombre de greffiers sera couplé au
volume des affaires traitées? En effet, c'est le noeud du problème.
L'examen des chiffres révèle que le nombre d'affaires traitées diffère
selon les cantons. J'imagine que c'est ce que vous voulez dire!
14.03 Valérie De Bue (MR): U zal
dus de criteria met betrekking tot
de creatie van een extra plaats
van adjunct-griffier herzien, waar-
door een wetswijziging vereist zal
zijn. Zal het aantal griffiers
gekoppeld worden aan het volume
van
de
door
de
griffiers
behandelde dossiers? Dat aantal
verschilt immers sterk van kanton
tot kanton.
14.04 Jo Vandeurzen, ministre: Je ne comprends pas!
14.05 Valérie De Bue (MR): Ce qui m'inquiétait, c'est le nombre
différent d'affaires par canton. Quand on compare le nombre
d'affaires traitées et le nombre de greffiers, il y a une différence.
14.06 Jo Vandeurzen, ministre: On peut utiliser divers critères pour
objectiver le cadre: le nombre d'affaires, le nombre d'habitants du
canton. La seule manière objective de comparer les situations
consiste à examiner la charge de travail. Nous avons mis en place un
groupe dans le siège qui doit s'y atteler. Si on veut pouvoir comparer,
vu que tous les présidents de tribunaux vont utiliser des arguments
différents, il faut organiser la mesure de la charge de travail.
14.06 Minister Jo Vandeurzen:
Er kunnen verschillende criteria
worden gehanteerd. Er werd een
werkgroep
opgericht
die
de
werklastmeting zal organiseren.
14.07 Valérie De Bue (MR): Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 12.26 heures.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.26 uur.